Sinds de aanval van Hamas op Israël worden sociale media overspoeld met beelden, meningen en informatie over de oorlog. Maar niet alle informatie is betrouwbaar. Volgens techjournalist Charlie Warzel laat deze onjuiste berichtgeving op platforms met dubieuze algoritmes en filterbubbels zien dat sociale media niet langer functioneren.
Keuze uit het archief
Afgelopen week werd in Israël en andere landen de Hamasaanval van 7 oktober 2023 herdacht, die het begin markeerde van de huidige Gaza-oorlog. Later deze week gingen Israël en Hamas akkoord met de eerste fase van Trumps vredeplan voor Gaza.
De oorlog in Gaza wordt niet alleen uitgevochten met wapens, maar vooral ook met sociale media. Dit artikel van The Atlantic van twee jaar geleden laat zien hoe sociale media steeds meer verworden zijn tot fora waar iedereen maar wat kan roeptoeteren en alleen die dingen ziet die hem bevestigen in zijn eigen gelijk.
Sociale media vormen opnieuw het venster waardoor de wereld het onvoorstelbaar wrede geweld in een oorlogsgebied kan zien. Duizenden mensen, waaronder kinderen en ouderen, zijn gedood of gewond geraakt in Israël en de Gazastrook sinds Hamas zaterdag 7 oktober een verrassingsaanval uitvoerde – je hebt het bloedbad vast en zeker gezien op X, TikTok of Instagram.
De taferelen zijn ons inmiddels bekend maar daarom niet minder afschuwelijk. En toch zijn we ermee vertrouwd geraakt. Zoals mijn collega Kaitlyn Tiffany vorig jaar schreef, is oorlogsgeschiedenis ook een geschiedenis van de media. De Golfoorlog toonde de kracht van CNN en 24/7-nieuwskanalen en was een voorbode van de manier waarop politiek en cultuur de twintig jaar die volgden doordrongen raakten van infotainment. Enkele controversiële verkiezingen tussen 2008 en 2020 lieten zien hoe socialemediaplatforms de rol van experts en journalisten democratiseerden, zowel in positieve als in negatieve zin. Hetzelfde gebeurde tijdens de Arabische Lente, de Syrische burgeroorlog en de opkomst van Islamitische Staat. Commentatoren noemden de Russische invasie in Oekraïne al snel de ‘eerste TikTok-oorlog’, doordat het internet werd overspoeld met video’s van Oekraïners die de gruwelen van de oorlog op een zeer persoonlijke, vaak surrealistische manier documenteerden.
Minder relevant
Als dergelijke conflicten helpen onze informatieomgeving te kunnen begrijpen, dan moeten we vaststellen dat die laatste momenteel niet langer functioneert. Onze informatievoorziening steunt op een slecht onderhouden infrastructuur van sociale media. Ze wordt aangestuurd door miljardairs voor wie het niet langer vanzelfsprekend is dat hun platform gebruikers moet informeren. Tijdens de eerste dagen van de oorlog tussen Israël en Hamas onderhield Elon Musk, eigenaar van X, contact met accounts die vervalste video’s op zijn platform publiceerden. Ook heeft hij expliciet accounts erkend waarvan bekend is dat ze valse informatie delen en antisemitisch zijn. In een interview met The New York Times liet een functionaris van Hamas weten dat zijn organisatie gebruikmaakt van het gebrek aan moderatie op X om gewelddadige, expliciete video’s op het platform te posten en zo Israëlische burgers te terroriseren.
Ondertussen kreeg Adam Mosseri, hoofd van Instagram en de onofficiële leider van Threads – de Twitter-kloon van Instagram/Meta – het verzoek van journalisten, academici en nieuwsjunkies om zijn product geschikter te maken om oorlogen te kunnen volgen. Hij reageerde met de boodschap dat zijn team de nieuwsmedia op het platform niet wil ‘versterken’. ‘Het platform heeft de volwassenheid bereikt, er kleven nadelen aan het doen van beloftes, en er staat veel op het spel – daarom is het te riskant,’ schreef hij. (Zowel Meta als X reageerden niet op verzoeken om meer informatie over hun plan met betrekking tot het posten van conflict-gerelateerde berichten.)
Het zijn allemaal nieuwe barsten in de toch al afbrokkelende bouwwerken: de grote sociale platforms zijn het afgelopen jaar steeds minder relevant geworden. Als reactie hierop zijn sommige gebruikers overgestapt naar kleinere concurrenten als Bluesky of Mastodon. Anderen hebben er helemaal de brui aan gegeven. Het internet heeft nog nooit zo overvol aangevoeld. Tegelijk is het steeds moeilijker om te midden van alle ruis een betrouwbaar signaal op te pikken. Als informatiebronnen behoren Facebook en Twitter tot het verleden. Het mondiale stadsplein – zoals socialemediaplatforms ons ooit zo ambitieus voorschotelden – ligt in puin. Zijn architectuur is overwoekerd door de lianen en welig tierende vegetatie van de informatiejungle. Misschien is dit op de lange termijn ook wel het beste, maar voor de intensieve gebruikers van de noodlijdende platforms komt de huidige situatie over als een complete chaos.
Musk heeft X veranderd in een deepfake van Twitter – een facsimile van het ooit zo bruikbare sociale netwerk
Het is geen toeval dat de platforms zijn veranderd. Bijna een jaar lang is Musk bezig geweest met het ontmantelen van de bestaande architectuur van zijn site, inclusief het verificatiesysteem voor publieke figuren, waaronder ook journalisten. Zijn capriolen en ontslagrondes hebben bijgedragen aan de inkrimping van het team dat is belast met betrouwbaarheid en veiligheid. Nu kan iedereen tegen betaling een verificatiebadge krijgen om de zichtbaarheid van berichten te vergroten. (Sommige gebruikers met die nieuwe verificatie zijn oplichters of verspreiders van desinformatie. Een deel van hen verspreidt vals, oud of misleidend beeldmateriaal als ‘geverifieerde’ verslaglegging uit Gaza.)
Musk heeft ook accounts toegelaten die eerder waren verbannen omdat ze de regels overtraden. En vorige week, een uiterst slechte timing, heeft het platform de mogelijkheden voor het maken van koppen voor nieuwsverhalen verwijderd, met als gevolg dat de leesbaarheid er fors op achteruit is gegaan. Betrouwbare mediabronnen op het platform raken steeds verder uitgehold. Musk heeft X veranderd in een deepfake van Twitter – een facsimile van het ooit zo bruikbare sociale netwerk. Het is desoriënterend en zelfs angstaanjagend geworden.
Newsfeed
Sinds 2018 hebben Facebook en moederbedrijf Meta het algoritme van hun newsfeed veranderd en en krijgen persoonlijke berichten voorrang op die van nieuwsmedia. Na de bestorming van het Amerikaanse Capitool op 6 januari 2021 is het bedrijf minder voorrang gaan geven aan links politiek nieuws; volgensThe Wall Street Journal heeft dat gezorgd voor een stroom aan klachten over desinformatie. Tegelijkertijd viel de gebruikersbasis van Facebook uit elkaar, en rapporten over transparantie van het bedrijf onthullen dat de populairste inhoud op het platform inmiddels weinig meer is dan virale bagger; het is een woestenij vol CBD-reclames en clickbait van buitenlandse roddelmedia. Wat overblijft is gefragmenteerd. Nieuws en informatie van experts staat her en der online verspreid, en het publiek is in silo’s verdeeld; podcasts zijn als nieuwsbron populairder dan ooit en miljoenen jongeren richten zich vooral op influencers en creators op Instagram en vooral TikTok – alsof dat betrouwbare nieuwsbronnen zijn.
Zeker, de situatie daarvoor was ook niet ideaal. Sociale media, vooral Twitter, waren een fantastisch hulpmiddel om nieuws te vergaren, maar konden ook verschrikkelijk inefficiënt zijn. Het leek wel een ‘doe je eigen onderzoek’-spel, waarbij experts nodig waren om onzin, halve waarheden, hyperbolen en regelrechte leugens te scheiden van buitengewoon relevante informatie. De grootste kracht van sociale media is dus ook hun erfzonde: ze zijn er heel goed in je verbonden en geïnformeerd te laten voelen, maar dat gaat vaak ten koste van daadwerkelijk geïnformeerd zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de psychologische tol die het staren naar een ongefilterde tijdlijn eist. Zo heb ik de nodige onthoofdingen en oorlogsmisdaden gezien via mijn scherm terwijl ik alleen maar op de hoogte wilde blijven van gebeurtenissen in de wereld.
Grootschalige reclame
Het gehakketak met Mosseri over nieuws op Threads illustreert de huidige situatie nog eens. Mosseri’s uitgangspunt is redelijk en het is echt een kwestie van cognitieve dissonantie als je Meta vraagt een veilige ruimte voor journalistiek te scheppen – het bedrijf heeft tenslotte een gruwelijke staat van dienst als het aankomt op het aanwakkeren van politieke onrust en het verspreiden van propaganda. Toch is het ook begrijpelijk dat mensen in turbulente tijden iets verlangen van deze bedrijven die om onze aandacht bedelden, geld aan ons verdienden en na verloop van tijd de manier waarop we informatie zochten beïnvloed hebben. Centraal in de pleidooien voor een alternatief voor Twitter, staat het gevoel dat een fundamentele belofte is verbroken. In ruil voor onze tijd, onze gegevens en zelfs ons welzijn uploadden we onze belangrijkste conversaties naar platforms die ontworpen zijn voor grootschalige reclame – en dat alles onder de impliciete veronderstelling dat sociale media ons een ongeëvenaard venster op de wereld zouden bieden.
Sociale media zijn niet alleen een vergaarbak voor informatie. Of verkeerde informatie. Ze zijn ook een plek om getuigenis af te leggen, solidariteit te betuigen en te vechten voor verandering. Dat is moeilijker geworden dan een jaar geleden. We kunnen niet voorspellen wat er nu gaat komen. Wel is het zinvol om te bedenken dat de centrale rol van sociale media zoals we die de afgelopen vijftien jaar hebben gekend misschien ten einde is gekomen. Misschien is dit specifieke venster op de wereld nu gesloten.
Volgens Palestijnse autoriteiten zit Israël achter de aanval
Bij een luchtaanval op een ziekenhuis in Gaza-stad zijn dinsdag zeker vijfhonderd mensen om het leven gekomen. Volgens Palestijnse autoriteiten werd het bombardement uitgevoerd door Israëlische strijdkrachten. Het ziekenhuis fungeerde, naast medisch centrum, als opvangplek voor gevluchte families, schrijft Al Jazeera.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het Israëlische leger legt de verantwoordelijkheid in een eerste reactie bij Hamas, en zegt dat de aanval door een ‘afgezwaaide raket’ van de terreurbeweging is veroorzaakt. Als de luchtaanval inderdaad door Israël komt, dan zou het gaan om het dodelijkste bombardement door Israël in decennia.
Het nieuws over de luchtaanval komt aan de vooravond van het bezoek van de Amerikaanse president Joe Biden aan Israël, terwijl de Duitse bondskanselier Olaf Scholz het land op dinsdag aandoet. Meerdere wereldleiders hebben de aanval meteen veroordeeld. In meerdere Arabische landen zijn gelijk grootschalige protesten uitgebroken, waaronder bij Israëlische ambassades.
Studentenverenigingen zouden zich te pro-Palestijns hebben geuit
Op veel Amerikaanse universiteiten heeft de oorlog tussen Israël en Hamas geleid tot verdeeldheid, schrijft NBC. De afgelopen dagen lieten meerdere studentenbewegingen verklaringen uitgaan waarin Israël werd aangesproken op het geweld in Gaza. Verklaringen die slecht vielen bij de pro-Israëlische lobby in de VS, die tot diep in de Amerikaanse politiek actief is.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Onder meer op Harvard, Stanford en Georgetown moesten rectoren publiekelijk reageren op de storm van kritiek die extra werd aangezwengeld in conservatieve media. Het grootste debat vindt plaats op Harvard, waar ruim dertig studentenbewegingen een brief ondertekenden waarin ze ‘het Israëlische regime volledig verantwoordelijk houden voor al het geweld dat zich afspeelt’.
Een van de conservatieve politici die zich uitsprak tegen de verklaring was senator Ted Cruz, oud-student aan Harvard. Op meerdere universiteiten zijn voor de komende dagen pro-Palestijnse demonstraties gepland: media in het land worden geweerd om te zorgen dat problemen niet verder groeien.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Israël, dat dit weekend werd getroffen door een aanval van ongekende schaal. Verantwoordelijk is terreurbeweging Hamas. Wat weten we over deze organisatie?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Wat is de achtergrond van Hamas?
Van het ‘9/11-moment’ voor Israël tot ‘een zwarte dag’: de aanval die Hamas in de vroege ochtend van 7 oktober uitvoerde op dorpen over de grens met Gaza was zowel van een ongekende schaal als van een ongekende wreedheid. Grensmuren werden opgeblazen, nederzettingen werden overvallen en burgers werden op straat afgemaakt of ontvoerd. Een van de grootste slachtpartijen vond plaats op een muziekfestival een uur rijden van de Gazastrook, waar jongeren tot in de vroege uren dansten. Jongeren die vervolgens moesten rennen voor de kogels van Hamas-strijders, die het festivalterrein omsingelden.
De naam Hamas is niet nieuw. De beweging is al decennialang verbonden aan het Midden-Oosten, en met name aan het Palestijnse verzet tegen de Israëlische bezetting. Maar waar komt deze beweging vandaan?
‘De Hamasbeweging werd in 1987 in Gaza opgericht door een imam, sjeik Ahmed Yasin, en zijn adjudant Abdul Aziz al-Rantissi’, schrijft Al Jazeera. Hamas ontstond vlak nadat Palestijnen in opstand kwamen tegen de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden – ook wel de eerste Intifada genoemd. Financieel werd de beweging gesteund door de Moslimbroederschap in Egypte. De groep richtte ook een militaire vleugel op: de Izz al-Din al-Qassam Brigades.
Hamas wil dat de Palestijnse gebieden in hun volledigheid worden hersteld, en dus terug naar de grenzen van 1967
Hamas wil dat de Palestijnse gebieden in hun volledigheid worden hersteld, en dus terug naar de grenzen van 1967. Daarmee gaat het in tegen de Oslo-akkoorden uit de jaren negentig tussen Israël en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), waarmee Israël en Palestina elkaars bestaansrecht erkenden. Hamas blies het vredesakkoord de facto op, door aanslagen op Israël te blijven plegen. De Fatahbeweging, onderdeel van de PLO en tot dan toe bestuurder van de Palestijnse gebieden, werd in 2006 naar de achtergrond verdreven door Hamas, dat de parlementaire verkiezingen won.
In dat jaar is de kiem gelegd voor de aanval van dit weekend, schrijft journalist Ramzy Baroud in een opiniestuk in Arab News. ‘Zestien jaar geleden werd de Gazastrook hermetisch afgesloten door Israël’, schrijft Baroud. ‘In zestien jaar is een hele generatie opgegroeid onder de belegering, om zich vervolgens aan te sluiten bij het verzet en om te vechten voor haar vrijheid. Deze generatie uit Gaza, die is opgegroeid of geboren na het instellen van de belegering, heeft minstens vijf grote, verwoestende oorlogen meegemaakt, waarin kinderen zoals zij, samen met hun moeders, vaders en broers en zussen, het belangrijkste doelwit en slachtoffer waren.’
‘Nadat Hamas in 2007 troepen die loyaal waren aan Fatah uit Gaza verdreef, verscherpte Israël zijn blokkade van het gebied en gingen de Palestijnse raketbeschietingen en Israëlische luchtaanvallen door. Egypte sloot ook zijn grensovergang met Gaza en heeft die sindsdien slechts af en toe geopend’, schrijft de BBC. Het speelveld reikt verder dan Egypte, zo blijkt als we naar de sponsors en bondgenoten van Hamas kijken.
‘De grote mate van planning die nodig was voor zo’n aanval, roept de vraag op of Hamas alleen heeft gehandeld – en als het hulp heeft gekregen, of die kwam van zijn geldschieter in de regio, Iran’, schrijft CNN na de aanval. Iran is van oudsher een aartsrivaal van Israël. Het land heeft directe betrokkenheid ontkend, maar zegt de Palestijnse strijd wel te steunen.
De steun van Iran aan Hamas is omvangrijk, schrijft The Jerusalem Post. ‘Deze steun omvat de levering van wapens, training en financiering voor de activiteiten van Hamas in de Gazastrook’, aldus de krant. ‘Het bondgenootschap stelt Hamas in staat zijn doelen assertiever na te streven, vaak door middel van geweld tegen Israël. De steun van Iran versterkt de militaire capaciteiten van Hamas, waardoor de beweging raketten kan afvuren en aanvallen kan uitvoeren op Israëlisch grondgebied. Zodoende kan het conflict verder escaleren.’
Iran steunt eveneens Hezbollah in Libanon, evenals verschillende milities in Syrië en Irak. Daarnaast verleent het land steun aan de Houthi-rebellen in Jemen, die al jarenlang verwikkeld zijn in een burgeroorlog. Zowel vanuit Jemen als vanuit Syrië en Libanon komt steun voor de Palestijnse zaak, en vanuit de laatste twee landen zijn sinds zaterdag zelfs raketaanvallen op Israël uitgevoerd.
‘Hezbollah is veel geduchter dan Hamas, waarvan de huidige operaties al een nachtmerrie zijn voor Israël’
‘Als Hezbollah meer zou doen dan een paar raketten afvuren uit solidariteit, zou dat het huidige conflict – dat aan Israëlische zijde de meeste doden heeft gekost sinds de Tweede Intifada [2000-2005] – in een stroomversnelling brengen’, schrijft Foreign Policy. ‘Hezbollah is bekwamer dan andere militante groeperingen – misschien wel de bekwaamste ter wereld.’ Ze zijn ervaren, groot en goed gefinancierd en uitgerust. ‘Hezbollah is veel geduchter dan Hamas, waarvan de huidige operaties al een nachtmerrie zijn voor Israël’, aldus het tijdschrift.
Hamas is een afsplitsing van de Moslimbroederschap, een machtig, wereldwijd opererend orgaan dat op verschillende manieren moslimorganisaties ondersteunt. De Moslimbroederschap geeft nog steeds financiële steun aan Hamas, wat de reden is dat Egypte vandaag de dag een stuk vijandiger tegenover inwoners uit de Gazastrook staat. De Council on Foreign Affairslegt uit waarom: ‘Nadat de Egyptische president Abdel Fatah al-Sisi in 2013 aan de macht kwam, nam Caïro een vijandige houding aan ten opzichte vanHamas, dat in hun ogen een verlengstuk was van zijn belangrijkste binnenlandse rivaal, de Moslimbroederschap.’ Aanvoerroutes en tunnels van Hamas over Egyptisch grondgebied zijn dan ook gesloten.
‘Turkije is een andere trouwe geldschieter van Hamas – en een criticus van Israël sinds president Recep Tayyip Erdogan in 2002 aan de macht kwam’, schrijft de website. ‘Hoewel Ankara volhoudt dat het Hamas alleen politiek steunt, wordt het ervan beschuldigd ‘het terrorisme van Hamas’ te bekostigen.
‘Binnen de Gazastrook strijden Hamas en de Islamitische Jihad, de op een na grootste militante groep in de regio, vaak samen tegen Israël’, schrijft The New York Times in een analyse. ‘De Islamitische Jihad treedt regelmatig onafhankelijk van Hamas op en is vooral uit op militaire confrontaties.’ Bij de recente aanval van Hamas zouden ook strijders van deze groep betrokken zijn geweest.
De aanval van Hamas heeft de westerse bondgenoten van Israël verenigd, schrijft denktank Chatham House. ‘De VS en andere belangrijke bondgenoten van Israël, waaronder het Verenigd Koninkrijk, veroordeelden de actie van Hamas onmiddellijk. Andere landen sloten zich hierbij aan, waaronder India, dat Hamas voor het eerst een terroristische organisatie noemde’.
Niet alleen de bondgenoten van Israël hebben zich verenigd door de aanval van Hamas, ook in het land zelf wordt opgeroepen tot eenheid, na maandenlange protesten tegen de ultraconservatieve regering van premier Benjamin Netanyahu, die verregaande hervormingen van het rechtssysteem had voorgesteld. The Times of Israel noemt de grootste prestatie van Hamas ‘het verenigen van de staat Israël. Dat is iets wat wij Israëliërs niet voor elkaar kregen’, zo schrijft de Israëlische krant.
‘We kunnen alleen op onszelf terugvallen. Er is geen rechtssysteem als we niet als natiestaat blijven bestaan. Er zijn geen berichten dat een van de 360.000 opgeroepen reservisten dienst heeft geweigerd, terwijl dat voor zaterdag een reëel vooruitzicht was [voor de recente aanval hadden kritische reservisten aangegeven dat ze geen gehoor zouden geven aan een oproep zolang de juridische hervormingen in Israël niet van de baan waren]. El Al vliegt nog steeds. De inkomende vluchten zitten veelal vol met mannen die naar huis willen om te dienen. Gisteravond, toen een vlucht op het punt stond te landen, stond iedereen op en zong HaTikva, het volkslied. De uitgaande vluchten zijn leeg. Onze vijanden hebben zich deze keer echt misrekend.’
De Israëlische autoriteiten buitelen over elkaar in dezelfde bewoordingen. Netanyahu noemde de vergeldingsaanvallen op Gaza ‘slechts het begin’ en benadrukte dat ‘het Midden-Oosten zal veranderen’. De Israëlische minister van Defensie Yoav Gallant kondigde een staat van beleg in het gebied af en sloot Gaza af van water, elektriciteit en voedsel.
Critici van Israël, zoals Midden-Oostencorrespondent Jonathan Cook van Middle East Eye, wijzen er juist op dat de harde opstelling tegen de Palestijnen, die recent alleen maar is toegenomen, een van de aanleidingen is van de aanval van Hamas. ‘Een escalatie van de gebeurtenissen viel binnen de lijn der verwachtingen, gezien de verscherping van de Israëlische beperkingen en de toename van het aantal aanvallen in de bezette Palestijnse gebieden de afgelopen maanden’, schrijft Cook.
Hoe het conflict zich de komende dagen, weken en maanden zal ontwikkelen is onduidelijk. In de eerste dagen zijn aan beide zijden al ruim tweeduizend slachtoffers gevallen en ruim achtduizend gewonden. Zeker een kwart miljoen mensen in Gaza is ontheemd geraakt en de mensen die uit Israël zijn ontvoerd missen nog steeds. Israël lijkt te hinten op een grootschalig grondoffensief en een volledige verwoesting van Gaza.
De houding van Israël en het Westen ten opzichte van Hamas is door de aanval fundamenteel veranderd, schrijft The New York Times op basis van gesprekken met Israëliërs. ‘Westerse landen beschouwden Hamas als een terroristische organisatie, maar ze dachten ook dat Hamas zich bezighield met het besturen van de Palestijnen die in Gaza vastzaten. Hamas leverde sociale diensten. De organisatie werd zelfs gezien als een rem op nog radicalere groepen’, schrijft de Amerikaanse krant. ‘In Israël sloten opeenvolgende regeringen stille deals met Hamas in de hoop een vorm van stabiliteit te behouden in de Gazastrook.
(…) Hoge Israëlische functionarissen zeggen nu dat Hamas moet worden vernietigd, zowel om de stabiliteit in Gaza te herstellen als de geloofwaardigheid van Israël als een onuitroeibaar onderdeel van het Midden-Oosten.’
Natan Sachs, directeur van het Centrum voor Midden-Oostenbeleid van de Brookings Institution, zegt in het artikel dat met name jongeren wereldwijd Hamas vooral zagen als een nationalistische verzetsbeweging in Gaza. Dat beeld werd ‘voor sommigen, zo niet allen, afgelopen zaterdag aan diggelen geslagen’.
Zaterdag begon Hamas een grootschalige verrassingsaanval vanuit de Gazastrook op Israël. Zoals gebruikelijk in het Palestijns-Israëlisch conflict zijn de meningen over de aanval verdeeld. Hamas heeft te lang zijn gang kunnen gaan, schrijft een politiek adviseur uit Israël. De aanval is een reactie op het jarenlange geweld van Israël, werpt een Britse correspondent tegen.
‘Israël was te verdeeld om de echte vijand te zien’
‘Zaterdag zal herinnerd worden als een van de schokkendste dagen in de geschiedenis van Israël’, schrijft Shimrit Meir in een opiniestuk in The New York Times. Meir was politiek adviseur van de rechtse politicus Naftali Bennett tijdens zijn premierschap (2021-2022). ‘De gebeurtenissen deden sterk denken aan de aanvallen van vorige week vijftig jaar geleden, op de ochtend van Jom Kippoer, de heiligste dag van het Joodse jaar. Die dag, in oktober 1973, werd Israël aangevallen door een gecoördineerde Arabische coalitie die een brutale, drie weken durende oorlog ontketende. Het land overleefde alleen dankzij de enorme opoffering van zijn jonge mannen en vrouwen. De gebeurtenis traumatiseerde een hele generatie Israëli’s en veranderde de natie grondig. Afgelopen zaterdag was ons 1973.’
Volgens Meir heeft Israël echter niet de luxe om dit trauma te verwerken. ‘De Israëlische defensiemacht moet de kracht vinden om zich onmiddellijk te hergroeperen en moet zich, zodra ze de situatie binnen de Israëlische grenzen onder controle heeft, herbezinnen en strategische vergeldingsmaatregelen nemen op zo Hamas en zijn bondgenoten ter verantwoording te roepen. Ook onze politiek leiders moeten het uitgestippelde pad herzien en een belangrijke koerswijziging doorvoeren.‘
Want volgens Meir is er maar één hoofdschuldige van de aanval van Hamas, waarbij minstens zevenhonderd Israëlisch zijn omgekomen, en dat is Hamas zelf. ‘Maar er zijn twee grote Israëlische blinde vlekken die ons verhinderden te herkennen wat we hadden moeten zien. De eerste is het beleid dat erop gericht is de vijand te sussen, in de hoop dat Hamas uiteindelijk zijn jihadistische oorsprong ontgroeit. In plaats daarvan was het de militaire vleugel van Hamas die groeide – van een kleine organisatie tot een machtig leger. Onze tweede blinde vlek is dat we ons blindstaren op onze interne politieke verschillen, waardoor we zijn afgeleid van bedreigingen van buitenaf. Ook ontstond hierdoor verdeeldheid binnen de samenleving en, nog crucialer, in het leger.‘
‘We lieten vijandigheid, demagogie en het giftige discours van de sociale media onze samenleving overnemen‘
Meir verwijst hier naar de grootschalige protesten van afgelopen maanden, voortkomend uit de omstreden wetsvoorstellen van de regering-Netanyahu om het Israëlische rechtssysteem zo te hervormen dat het Hooggerechtshof minder macht krijgt. Deze protesten werden ook gesteund door een groep van 10.000 reservisten van het Israëlische leger, die aankondigden zolang de wetten op tafel liggen niet inzetbaar te zijn, meldde The Times of Israelin juli. Na de aanval van Hamas lieten de dissidente reservisten weten dat ze zich, indien ze worden opgeroepen, toch zullen melden.
‘In de afgelopen vijf jaar, waarin Israël regering na regering ontbond en verdeelde verkiezingen na verdeelde verkiezingen hield, en sterker nog in het afgelopen jaar, sinds Benjamin Netanyahu werd herkozen als premier, is de natie bezig geweest zichzelf van binnenuit te verscheuren’, vervolgt Meir. ‘In de afgelopen bijna veertig weken, waarin de strijd over de herziening van de rechterlijke macht heftig oplaaide, schudden oude vragen over identiteit en religieuze verbondenheid maar ook over etniciteit, klasse en privileges de bevolking wakker. Wat is Israël meer: Joods of democratisch?‘
Tot slot schrijft hij: ‘Als natie handelden de Israëli’s alsof we ons de luxe van een wrede interne strijd konden veroorloven, het soort waarbij je politieke rivaal je vijand wordt. We lieten vijandigheid, demagogie en het giftige discours van de sociale media onze samenleving overnemen en het enige Joodse leger ter wereld verdelen. Dat is onze tragedie. Laat dit een les zijn voor andere gepolariseerde democratieën: mogelijk wacht iemand het moment af om te kunnen profiteren van jullie zelfgecreëerde zwakte. Deze iemand is jullie ware vijand.’
‘Het Westen kijkt weg voor de onderdrukking van de Palestijnen‘
‘De Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft Hamas, dat in naam de leiding heeft over de openluchtgevangenis van Gaza, ervan beschuldigd dat het “een wrede en kwaadaardige oorlog” is gestart. Maar de waarheid is dat de Palestijnen niets zijn “gestart”. Ze zijn er na zoveel jaren strijd in geslaagd om een manier te vinden om hun kwelgeest te raken’, schrijft Midden-Oosten-correspondent Jonathan Cook in een opiniebijdrage op Middle East Eye.
Volgens Cook, voormalig columnist voor The Guardian, hebben sinds de Palestijnse Nakba in 1948, die resulteerde in de gedwongen verplaatsing van 750.000 Palestijnen uit hun steden en dorpen, opeenvolgende Israëlische regeringen zich schuldig gemaakt aan honderden mensenrechtenschendingen, waaronder etnische zuivering, apartheid en massamoorden. Volgens het internationaal recht vallen deze allemaal onder oorlogsmisdaden. ‘Terwijl de Palestijnen al lange tijd aangeven dat de Israëlische praktijken niets minder zijn dan een oorlog tegen hen als volk, komt Israël al meer dan vijfenzeventig jaar lang ongestraft weg met zijn schendingen.’
Cook stelt dat het daarom niet zo verrassend was dat Hamas een grootschalige aanval organiseerde vanuit de Gazastrook: ‘een escalatie van de gebeurtenissen viel binnen de lijn der verwachtingen, gezien de verscherping van de Israëlische beperkingen en de toename van het aantal aanvallen in de bezette Palestijnse gebieden de afgelopen maanden’.
‘Het meest verantwoordelijk voor de wreedheden zijn Israël en het Westen’
Cook wijst daarom naar de onverschilligheid vanuit het Westen jegens het lijden van de Palestijnen in Gaza. ‘Niemand nam er al te veel aanstoot aan toen de Palestijnen van Gaza werden onderworpen aan een blokkade die door Israël werd opgelegd en die hun de eerste levensbehoeften ontnam. (…) Het interesseerde niemand echt toen bleek dat de Palestijnen van Gaza door Israël op een “hongerdieet” waren gezet – er werd slechts beperkt voedsel binnengelaten, waarmee de bevolking nauwelijks genoeg te eten zou hebben. Niemand nam er al te aanstoot aan toen Israël de kustenclave om de paar jaar bombardeerde, waarbij elke keer vele honderden Palestijnse burgers omkwamen. Israël noemde dat “het gras maaien”. De vernietiging van uitgestrekte gebieden van Gaza, die Israëlische generaals trots ‘het terugbrengen van de enclave naar het Stenen Tijdperk’ noemden, werd naar voren gebracht als een militaire strategie die bekendstaat als de “Dahiya-doctrine”.‘
Cook, die jarenlang in de Israëlische stad Nazareth heeft gewoond, is daarom verontwaardigd dat er wél zo veel internationale aandacht is nu Hamas terugslaat. ‘Na zulke lange onverschilligheid, is het moeilijk om de plotselinge afschuw van westerse regeringen en media te horen over de Palestijnen eindelijk een manier hebben gevonden – die het onmenselijke, decennialange beleid van Israël weerspiegelt – om effectief terug te vechten. Dit moment (…) legt het onverhulde racisme bloot dat zich in westerse hoofdsteden doet voorkomen als morele bezorgdheid. En de partijen die het meest verantwoordelijk zijn voor die wreedheid zijn Israël en het Westen, dat Israël zo slaafs steunt, terwijl Israël weigert te stoppen met het ontmenselijken de Palestijnen en hen in plaats daarvan blijft dwingen om onder zijn heerschappij te leven.’
Israël heeft de luchtaanvallen op de Gazastrook maandag opgevoerd en het hele gebied afgesloten van voedsel, brandstof en drinkwater als vergelding voor de bloedige aanval van Hamas. Dat meldt Al Jazeera. Hamas heeft Israël gewaarschuwd dat zij gijzelaars zullen executeren als de bombardementen doorgaan.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Inmiddels is het Israëlische dodental gestegen tot negenhonderd, en melden Palestijnse autoriteiten bijna zevenhonderd doden. Daarnaast zijn tienduizend Palestijnen hun huizen ontvlucht uit angst voor represailles van Israël. Het land heeft 300.000 reservisten opgeroepen en zou een grootschalig grondoffensief voorbereiden.
Het conflict zou verder kunnen groeien, nu er ook militaire operaties in Libanon worden uitgevoerd. Zo voerden Israëlische gevechtshelikopters ook aanvallen uit over de Libanese grens. De secretaris-generaal van de VN, António Guterres, heeft beide partijen opgeroepen de wapens neer te leggen en het geweld tegen burgers te stoppen.
Volgens hulporganisatie ZAKA zijn na de aanval van Hamas op een festival in Zuid-Israël afgelopen zaterdag zeker 260 lichamen geborgen, dat meldt The Times of Israel. Op het festival waren ongeveer 3000 voornamelijk jonge bezoekers aanwezig toen schutters het vuur opende op het publiek.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Veel familieleden van jongeren die het festival bij Kibboets Re’im bijwoonden, blijven achter met vragen. Een deel van de vermisten behoort tot de geborgen lichamen, waarvan de meeste nog niet geïdentificeerd zijn, van anderen wordt gedacht dat ze gegijzeld zijn en meegenomen naar de Gazastrook. Zaterdagavond stond er een lange rij bij het Centrum voor Vermiste Personen nabij luchthaven Ben-Gurion. Familieleden werden gevraagd spullen mee te nemen die DNA zouden kunnen bevatten, zoals tandenborstels.
Op sociale media gaan beelden rond van het bloedbad, waarop te zien is hoe doodsbange festivalgangers omsingeld worden en vluchten voor de plotselinge aanval. Het festival was een van de minstens 22 locaties waar de Hamas zaterdag aanviel. Er vielen minstens 700 doden aan Israëlische zijde en het zou gaan om de dodelijkste dag in de Israelische geschiedenis. Het is niet duidelijk of de 260 lichamen die zijn gevonden op het festival hier bijgerekend zijn.
De Gazastrook wordt al langer aangevallen vanuit Israël
De Gazastrook heeft in de nacht van dinsdag op woensdag wederom onder vuur gelegen door raketaanvallen vanuit Israël. Al Jazeera schrijft dat er inmiddels eenentwintig mensen om het leven zijn gekomen en dat slechts vier van deze doden militante strijders zijn. De aanvallen zouden een reactie zijn op eerdere aanvallen door Palestijnse groeperingen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens Al Jazeera gaat het om de zwaarste gevechten in maanden. Beide partijen zouden honderden raketten hebben afgevuurd. Internationaal is er kritiek op de aanvallen door Israël, die aan meerdere burgerslachtoffers, waaronder vrouwen en kinderen, het leven hebben gekost. Volgens Israël waren de aanvallen gericht op commandanten van de Islamitische Jihad, een Palestijnse strijdgroep.
Palestijnse groeperingen hebben gezegd dat zij zullen doorgaan met gewelddadigheden zolang Israël weigert te stoppen met raketaanvallen. Meerdere organisaties, waaronder Hamas en de Islamitische Jihad, voeren aanvallen uit op Israël, hoewel ze daar weinig tot geen slachtoffers bij maken.
Israël en de Palestijnse Autoriteit praten over de-escalatie
Op de Westelijke Jordaanoever is het dit weekend in meerdere steden tot confrontaties gekomen tussen Israëlische kolonisten en Palestijnen, meldt het Israëlische Haaretz. Het epicentrum van het geweld lag in de stad Hawara, waar het leger eraan te pas moest komen om rellen door Israëliërs onder controle te krijgen. Het geweld ontstond op zondag als wraakactie na een schietpartij eerder op de dag in Hawara, waarbij een Palestijn twee mensen van Israëlische komaf had doodgeschoten.
Kolonisten in Hawara organiseerden vervolgens een protestmars, waarbij gebouwen, woningen en auto’s in brand werden gestoken. Ook werden Palestijnen aangevallen. Elders in het gebied, in de stad Nablus, was het ook onrustig. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft zijn landgenoten opgeroepen niet voor eigen rechter te gaan spelen.
Het geweld op de Westelijke Jordaanoever is de afgelopen dagen flink toegenomen. Om deze reden kwamen afgevaardigden van Israël en de Palestijnse Autoriteit zondag in Jordanië bijeen om te praten over manieren om de situatie onder controle te krijgen. Israël heeft daarbij enkele concessies gedaan, waaronder de belofte de komende maanden in ieder geval geen nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te bouwen. Ook zullen de gesprekken de komende tijd voortgezet worden.
De inval vond plaats op de Westelijke Jordaanoever
Bij een inval door Israëlische militairen in de stad Nablus op de Westelijke Jordaanoever zijn woensdag zeker tien Palestijnen om het leven gekomen. Volgens Al Jazeera gaat het onder meer om een veertienjarige jongen. Ruim honderd mensen zijn gewond geraakt bij de gewelddadigheden.
De Israëlische operatie was gericht op een huis waar Palestijnse militante strijders zich zouden verschuilen. Er ontstond een vuurgevecht, waarbij drie Palestijnen omkwamen. Vervolgens kwamen er Palestijnen op het tumult af die de Israëlische militairen bestookten met stenen en explosieven. De meeste doden en gewonden vielen door rondvliegende kogels.
Sinds de nieuwe, zeer nationalistische regering is aangetreden in Israël is het geweld in de Palestijnse gebieden toegenomen. Militaire operaties en invallen komen steeds meer voor, vaak met dodelijk geweld. Zo zijn dit jaar al zestig Palestijnen, waaronder dertien kinderen, vermoord door Israëlische militairen. De aanvallen door Israël worden vaak beantwoord met nieuwe aanslagen door Palestijnse groeperingen.
De plannen passen bij het beleid van de nieuwe regering
Israël heeft negen nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever officieel erkend als onderdeel van de Israëlische staat, meldt The Jerusalem Post. De stap past bij de plannen van de nieuwe regering onder leiding van Benjamin Netanyahu, die het bezette gebied als territorium van Israël ziet en het aantal nederzettingen in het conflictgebied wil uitbreiden.
Sinds de regering is aangetreden, is het aantal botsingen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever flink toegenomen. Zo vielen twee weken geleden negen doden bij een inval van het Israëlische leger in een Palestijns vluchtelingenkamp. De afgelopen weken hebben Palestijnse terroristen het aantal aanslagen op de Israëlische bevolking opgevoerd, met meerdere dodelijke slachtoffers tot gevolg.
Internationaal kunnen de plannen van Israël met het bezette gebied op flinke weerstand rekenen. Onder meer de VS, traditioneel een trouwe bondgenoot van Israël, is fel tegen de bouw van nieuwe nederzettingen omdat het vredesproces in de regio daarmee bemoeilijkt wordt. Ook de Verenigde Naties hebben zich uitgesproken tegen de plannen van de zeer rechtse regering.
Israël heeft gezegd gewonden op te nemen in zijn ziekenhuizen
Bij een brand in een gebouw in het vluchtelingenkamp Jabalia in de Gazastrook zijn zeker 21 mensen om het leven gekomen. Dat meldt persbureau Reuters. De dodelijke slachtoffers woonden een feest bij toen om nog onbekende redenen brand uitbrak.
Volgens autoriteiten lagen vlak bij het gebouw meerdere vaten benzine, die vlam vatten en lastig waren uit te doven. Door de hevigheid van de brand konden hulpdiensten veel aanwezigen, die vastzaten in het gebouw, niet bereiken. De gewonden zijn naar ziekenhuizen buiten Gaza gebracht en Israël heeft laten weten dat iedereen die behandelingen nodig heeft door de blokkades mag.
De Palestijnse president Mahmoud Abbas heeft een dag van nationale rouw afgekondigd vanwege de tragedie. Volgens Abbas kan het aantal doden nog oplopen door de zware brandwonden die aanwezigen hebben opgelopen.
Het bloederige ingrijpen van het Israëlische leger bij de protestmars in de Gazastrook onlangs heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu internationaal veel kritiek opgeleverd. Corruptiezaken tegen hem worden met de dag substantiëler. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – laat hij een diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld land achter. En toch, als er vandaag verkiezingen worden gehouden zou hij waarschijnlijk nog steeds winnen.
Keuze uit het archief
In 2018 publiceerden we dit artikel uit Newsweek, dat de val van Benjamin Netanyahu voorspelt. Hij hield het daarna nog ruim drie jaar lang vol, en is na een jaar weg nu weer terug; uit voorlopige uitslagen van de Israëlische verkiezingen woensdag 1 november komt zijn Likoed-partij als overduidelijke winnaar naar voren. Zoals Midden-Oostenverslaggever van The Economist Gregg Carlstrom het hier raak verwoordt: ‘Netanyahu’s veerkracht lijkt een raadsel, als je bedenkt hoe weinig hij zijn kiezers te bieden heeft.’
Toen Benjamin Netanyahu in maart 2018 een bezoek bracht aan Washington, had dat een politieke triomf moeten worden, een jubelmoment. Het grootste deel van de twaalf jaar dat hij aan de macht was moest de havikachtige Israëlische premier noodgedwongen samenwerken met presidenten die hem verachtten, naar links neigende Democraten die het over nederzettingen en een Palestijnse staat hadden.
En toch was de hele reis van begin af aan mislukt. Enkele uren voor Netanyahu’s ontmoeting met Trump vernamen de Israëliërs dat een van de meest vertrouwde adviseurs van de premier zich tegen hem had gekeerd. Nir Hefetz, een voormalig journalist, is wel omschreven als ‘Netanyahu’s spindoctor’, de man die verantwoordelijk was voor het masseren van de persberichten over het premiersechtpaar. Maar na zijn arrestatie in februari toonde Hefetz zich bereid namens de staat te getuigen en opnamen over te leggen van de Netanyahu’s die een mogelijke criminele samenzwering bespraken. Hij was voor zover bekend de derde vertrouweling van de premier in enkele maanden tijd die met de autoriteiten samenwerkte.
Netanyahu deed alsof er niets aan de hand was. Hij heeft al vaker politieonderzoeken overleefd, al vanaf zijn eerste termijn in de jaren negentig. ‘Er zal niets naar boven komen omdat er niets is,’ zo deed hij de jongste vloedgolf van corruptieonderzoeken af. En critici hebben hem om het hardst onderschat. Vóór de verkiezingen in 2015, waren de Israëliërs ervan overtuigd dat het met Netanyahu gedaan was. Die verkiezingen zouden om de economie draaien, zo voorspelden ze, en de premier had wat dat betrof weinig te bieden (hij nam niet eens de moeite met een economisch programma te komen). Desondanks won hij, op overtuigende wijze.
Toch begonnen zelfs zijn medestanders in 2018 te fluisteren dat zijn juichende bezoek aan Washington zijn laatste was geweest. Na jarenlang onderzoek begon het politienet zich te sluiten; de zaken tegen hem worden met de dag substantiëler. De procureur-generaal zou de komende maanden besluiten of hij een massa aanklachten tegen hem zou indienen, variërend van komisch en absurd tot doodserieus. De man die door Time ooit ‘koning Bibi’ werd gedoopt, domineerde het politieke toneel van Israël al tien jaar en was van plan dat nog veel langer te blijven doen. Nu leek hij opeens kwetsbaar.
Bye bye Bibi
Dit is een bewerking van het artikel dat we publiceerden in april 2018, toen de val van Netanyahu al werd voorspeld. Hij heeft het nog ruim drie jaar volgehouden, tot hij op 16 juni dit jaar de verkiezingen verloor van Naftali Bennett, volgens wie het tijd is om ‘het land te genezen’. Desalniettemin wordt een comeback niet uitgesloten.
Tweedeling
Zijn toespraak tot de AIPAC had de gebruikelijke politieke lading. Netanyahu praatte over de veiligheid van Israël, over de ontkiemende diplomatieke banden met voorheen onvriendelijke delen van de wereld, de benijdenswaardige hightechindustrie. Dat zijn onmiskenbare wapenfeiten, maar ze vormen niet Netanyahu’s echte erfenis. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – zal hij een land achterlaten dat diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld is.
Die tweedeling is niet helemaal zijn schuld. Demografische en culturele veranderingen – van de snelle groei van de ultraorthodoxe Joodse bevolking tot de oorlogszuchtigheid van een jongere generatie die is ontstaan tijdens de tweede intifada, de gewelddadige Palestijnse opstand – spelen een belangrijke rol. Maar hij heeft het proces ontegenzeglijk versneld. Hij laat de Haredim (het Hebreeuwse woord voor ultraorthodoxe Joden) op tal van gebieden het beleid dicteren, variërend van het onderhoud aan spoorlijnen tot gebedsafspraken bij de westelijke muur. De wilde, rechtse beschuldigingen aan het adres van regering en leger heeft hij voornamelijk doodgezwegen. In plaats van de racistische en nationalistische flanken van zijn coalitie te beteugelen geeft hij ze meer macht. Tijdens zijn laatste campagnetoespraak in 2015, op de verkiezingsdag, waarschuwde hij bijvoorbeeld dat de Arabieren in groten getale naar de stembus zouden komen.
De schisma’s in de Israëlische samenleving zullen de komende tijd misschien sterk worden uitvergroot. Onder druk van de aanklachten kan Netanyahu nieuwe verkiezingen uitschrijven [uiteindelijk schreef hij vervroegde verkiezingen uit voor april 2019. Hij won en het duurde tot mei 2020 tot er een nieuwe regering was]. Dan zou hij zijn campagne beginnen met zo’n 30 procent van de Israëliërs die achter hem staan, terwijl de meerderheid zijn vertrek eist. Veel kiezers hebben het financieel moeilijk vanwege de hoge kosten van levensonderhoud, de lage lonen en het woningtekort. Het vredesproces met de Palestijnen is in het slop geraakt. En toch, als er vandaag verkiezingen zouden worden gehouden zou hij, ondanks zijn impopulariteit en de toenemende kans op gerechtelijke vervolging, waarschijnlijk nog steeds winnen.
Hij liet voor 127.000 dollar een bed in een regeringsvliegtuig installeren zodat het premiersechtpaar een dutje kon doen tijdens de vijf uur durende vlucht naar Londen
De Netanyahu’s worden al decennialang van kleinschalige corruptie beschuldigd, en de pers smult van de weelderige levensstijl waarop ze aanspraak maken. Gidi Weitz, correspondent van Haaretz en een van de belangrijkste onderzoeksjournalisten van Israël, beschreef eens hoe ze er zonder te betalen tussenuit knepen uit een Italiaans restaurant waar hij in de jaren negentig werkte. De douceurtjes werden groter nadat Netanyahu in 2009 herkozen was. Hij tekende een contract van 2500 dollar voor de levering van gourmetijs in de ambtswoning en liet voor 127.000 dollar een bed in een regeringsvliegtuig installeren zodat het premiersechtpaar een dutje kon doen tijdens de vijf uur durende vlucht naar Londen.
Klein spul
Toch was dit nog maar klein spul – een politicus die zijn positie te baat nam om wat luxueuzer te leven. Het hoogtepunt was misschien wat wel ‘Bottlegate’ wordt genoemd: jarenlang stak Sara Netanyahu de acht cent statiegeld in haar zak van lege wijnflessen die op staatskosten waren aangeschaft. (Sara speelt een belangrijke rol bij de ambtsuitoefening van haar man en is geregeld de oorzaak van zijn juridische problemen: twee voormalige werksters hebben haar met succes aangeklaagd wegens verbaal geweld.)
Op 13 februari [2018] werden de beschuldigingen veel ernstiger, toen er op aanwijzing van de politie twee aparte aanklachten tegen Netanyahu werden ingediend. In de eerste, bekend als ‘Case 1000’, wordt hij beschuldigd van het accepteren van giften van miljardairs in ruil voor gunsten, zoals hulp bij het vernieuwen van een Amerikaans visum. De gulheid van de miljardairs – sigaren, champagne en dergelijke – beliep naar verluidt een slordige miljoen sjekel, oftewel 288.000 dollar. (Een van zijn weldoeners was pikant genoeg Arnon Milchan, de producent van Pretty Woman.)
De andere aanklacht draait om Arnon Mozes, de uitgever van Yediot Aharonot, Israëls grootste betaalde dagblad. Het blad is al lange tijd kritisch over Netanyahu, een houding die eerder op een persoonlijke vete berust dan op politieke meningsverschillen. Sara Netanyahu vergeleek Mozes eens met Heer Voldemort, de schurk uit de Harry Potter-romans. Maar volgens de politie voerden de twee vijanden vriendschappelijke gesprekken om financiële afspraken te maken. Mozes bood aan zijn krant een toontje lager te laten zingen in de berichtgeving over de premier. In ruil bood Netanyahu naar verluidt aan een spaak in het wiel te steken van Israel Hayom, een populaire gratis krant die wordt gefinancierd door de Amerikaanse casinomagnaat Sheldon Adelson en die een flinke hap uit de advertentie-inkomsten van Yediot heeft genomen. Er is geen bewijs dat Netanyahu zijn belofte is nagekomen. Hij deed zelfs het tegenovergestelde: hij riep in 2014 vervroegde verkiezingen uit om een wet tegen te houden die de distributie van Adelsons krant zou hebben beperkt. Maar alleen de gesprekken met Mozes kunnen eventueel al als misdadig worden aangemerkt.
In vroeger jaren zouden zulke beschuldigingen een Israëlische politicus de kop hebben gekost. Yitzhak Rabin trad in 1977 af als premier, nadat een journalist had ontdekt dat zijn vrouw er een buitenlandse bankrekening op nahield, waarop zo’n tienduizend dollar aan eigen geld stond. Hoe bizar het nu ook klinkt, dat was verboden in Israël, in die tijd een betrekkelijk arm land dat dringend behoefte had aan buitenlandse valuta’s. Rabin gaf toe dat het een ‘fout’ was en zei dat hij zich niet ‘achter parlementaire onschendbaarheid zou verschuilen’. Er was geen vermoeden van omkoping of corruptie, maar zelfs dit kleine technische vergrijp was al voldoende om een premier afstand van zijn ambt te laten doen.
Niks goedkoper in Israël dan bloed van Palestijnen
Het dodencijfer liep op met de regelmaat van de klok. Elk half uur een slachtoffer. Israël was druk bezig met het voorbereiden van de seideravond. In Gaza ging het Israëlische leger door met doden in een afschuwwekkend ritme, terwijl Israël Pesach vierde.
Het doden van Palestijnen wordt in Israël lichter opgevat dan het doden van muggen. Niks goedkoper in Israël dan Palestijns bloed. Maar een leger dat zich op de borst klopt als het een boer op zijn land doodschiet en de video op zijn website zet om de mensen in Gaza te intimideren, een leger dat tanks inzet tegen burgers, dat er prat op gaat dat een honderdtal scherpschutters demonstranten opwachten, dat is een leger dat geen terughoudendheid meer kent.
Mahmoed Abbas is verantwoordelijk voor de toestand in Gaza. En Hamas, natuurlijk. En Egypte. En de Arabische wereld, de hele wereld eigenlijk. Alleen Israël niet. Dat heeft zich uit Gaza teruggetrokken. En Israëlische soldaten plegen geen massamoorden. Nooit.
Later op de avond werden de namen gepubliceerd. Die zeiden niemand wat.
(Gideon Levy, Haaretz)
Nu niet meer. Een land dat werd geromantiseerd vanwege zijn socialistische kibboetsen is een neoliberale economie geworden; binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), een club van rijke landen, doet Israël qua economische ongelijkheid alleen onder voor de Verenigde Staten. ‘We waren altijd een zeer homogene samenleving waar niemand veel geld had,’ zegt Ifat Zamir, hoofd van de Israëlische tak van Transparency International. ‘En toen, in de jaren negentig, verdienden sommige mensen een beetje geld, en veranderde de wereld met hen. Evenals het algemene vertrouwen in de regering.’
Veel Israëliërs hebben apathisch op de beschuldigingen tegen Netanyahu gereageerd. Linkse activisten hebben wekelijkse betogingen tegen de premier georganiseerd, maar zelfs toen die in de zomer [van 2017] een hoogtepunt bereikten, namen er maar enkele duizenden mensen aan deel. In maart [2018] waren het er nog maar een paar honderd. En veel betogers hadden toch al een hekel aan Netanyahu. Zijn rechtse achterban heeft hem niet verlaten. Integendeel: volgens sommige peilingen is zijn populariteit gestegen. In de eerste dagen na de aanwijzingen van de politie kon je nog denken dat Netanyahu zijn baan zou behouden.
Maar de lijst beschuldigingen bleef groeien. Hij werd naar verluidt van nog een schimmige deal verdacht, ditmaal met de eigenaar van Bezeq, Israëls grootste telecombedrijf. Deze zakenman, Shaul Elovitch, is ook eigenaar van Walla, een populaire nieuwswebsite. In dit geval zouden de gunsten wel eens honderden miljoenen dollars kunnen belopen. De politie onderzocht ook of Netanyahu en zijn helpers hadden aangeboden een rechter tot procureur-generaal te promoveren als ze bereid was een zaak tegen de vrouw van de premier te seponeren. En op de achtergrond doemden beschuldigingen op dat topveiligheidsfunctionarissen steekpenningen hadden aangenomen van een Duits conglomeraat dat de kernonderzeeërs bouwt die door de Israëlische marine worden gebruikt. Zoals een lid van de Knesset, het Israëlische parlement, het uitdrukte, anoniem vanwege de gevoeligheid van de zaak: ‘We hebben nog steeds een paar rode draden, en een daarvan heeft met de nationale veiligheid te maken.’
Schaduwkabinet
Als Netanyahu op een dag in de Maasiyahu-gevangenis belandde, zou hij niet de eerste premier zijn. Zijn voorganger Ehud Olmert werd in februari 2016 ook tot deze open penitentiaire inrichting veroordeeld. Hij was twee jaar eerder aangeklaagd wegens omkoping en kreeg negentien maanden gevangenisstraf. Een ochtendprogramma op de Israëlische radio wilde de nieuwe gedetineerde wat advies geven. Dat was niet moeilijk te regelen. Er is een heus schaduwkabinet dat wel enige tijd in Israëlische gevangenissen heeft doorgebracht. De presentatoren vroegen voormalig minister van Gezondheid Shlomo Beniziri om wat tips. (‘De bewaarders doen niet sentimenteel over ministers,’ verklaarde hij.)
Maar Netanyahu’s geval zou om één reden anders kunnen zijn: de Israëlische wet laat er geen twijfel over bestaan dat een minister die van ernstige strafbare feiten wordt beschuldigd moet aftreden, maar zegt niets over een éérste minister. Olmert trad af voordat hij werd aangeklaagd. Zijn opvolger is vastbesloten aan te blijven. De juridische consensus is dat hij dat kan doen, totdat hij wordt veroordeeld en niet verder in beroep kan. Dus zijn strijd is, althans voorlopig, een politieke strijd. Olmert vertrok nadat zijn coalitiepartners hem hadden laten weten, eerst privé en later in het openbaar, dat ze hem niet langer steunden. Hij kwam ook zwaar onder vuur van de oppositie te liggen: ‘Een premier die tot aan zijn nek in de gerechtelijke onderzoeken zit, heeft geen moreel en publiek mandaat,’ zei de oppositieleider destijds.
Die oppositieleider was Benjamin Netanyahu, die zijn eerdere banvloek lijkt te zijn vergeten. Hij stond niet echt onder druk om af te treden. Zijn bondgenoten stonden achter hem. Minister Naftali Bennett van Onderwijs, in Washington om het onderonsje van AIPAC bij te wonen, zei dat Netanyahu als onschuldig moest worden beschouwd totdat het tegendeel was bewezen. Miri Regev, de populistische minister van Cultuur, zei dat ze ‘niet onder de indruk’ was van de aanklachten tegen Netanyahu: ‘Ik ga niet overhaast mensen ophangen op het dorpsplein.’
In de Knesset werd over vervroegde verkiezingen gesproken – maar om de kracht van Netanyahu te bewijzen, niet zijn zwakte. Zijn coalitie leek onaantastbaar, hard op weg om de eerste sinds 1988 te worden die haar volledige vier jaar uitzat. Ze nam in december 2016 een begroting voor twee jaar aan, waarmee ze haar voortbestaan tot de volgende geplande verkiezingen praktisch garandeerde. (Volgens de Israëlische wet wordt een regering die er niet in slaagt een begroting te laten goedkeuren automatisch ontbonden.) Maar de ultraorthodoxe partijen dreigden tegen de vólgende begroting te stemmen als de Knesset geen wet goedkeurde die mannelijke haredim vrijstelt van dienstplicht. Hoewel die volgende begroting pas in december [2018] hoef te te worden goedgekeurd, kon Netanyahu dit als excuus gebruiken om vervroegde verkiezingen uit te schrijven.
Hij had goede redenen om zelfverzekerd te zijn. Peilingen onder het Israëlische electoraat zijn notoir onbetrouwbaar. Enkele dagen voor de verkiezingen van 2015 had de Likoed-partij daarin nog een flinke achterstand op zijn belangrijkste centrumlinkse concurrent. Toch zijn ze een goede barometer voor de algemene stemming.
Sommige analisten schilderen Israël af als een land dat onverbiddelijk naar rechts overhelt. Dat is een te simpele voorstelling van zaken. In 1981 won het rechtse en religieuze blok 64 van de 120 zetels in de Knesset. In 2015 won het er 67. Centrumlinks verloor flink wat terrein – maar bijna uitsluitend aan de Arabische partijen, die in de jaren negentig zijn ontstaan. De omvang van het conservatieve, religieuze blok is een generatie lang bijna constant gebleven. De echte verschuiving vindt plaats binnen de blokken. In 1981 wonnen de twee grootste partijen – Likoed en Alignment, de voorganger van de Arbeidspartij – 95 stemmen, bijna vier vijfde van de Knesset. Geen enkele andere partij won meer dan 5 procent van de stemmen. Maar bij de laatste verkiezingen behaalden Likoed en de Arbeidspartij maar 54 zetels. Ook al zouden ze een eenheidsregering hebben willen vormen, dan nog hadden ze geen meerderheid gehad. Zeven andere partijen, aan weerszijden van het ideologische spectrum, haalden de grens van 5 procent.
Deze versplintering maakt het voor veel Israëlische politici moeilijk om coalities te vormen. Netanyahu zou met zijn huidige kunnen doorgaan, zij het met een kleinere meerderheid. Yair Lapid, de voorzitter van Yesh Atid, zou er een harde dobber aan hebben. Zelfs met een brede coalitie die zich zou uitstrekken van centrumrechts tot uiterst links zou hij geen meerderheid behalen. Om de drempel van zestig zetels te passeren zou hij ofwel de ultraorthodoxe partijen nodig hebben, ofwel de ultranationalistische factie Jisrael Beeténoe. Die laatste is een uiterst rechtse partij die in 2015 campagne voerde voor etnische zuivering en herinvoering van de doodstraf. En Lapid bouwde zijn politieke carrière op het agiteren tegen de orthodoxen door aan te dringen op beperking van hun sociale uitkeringen en beëindiging van hun vrijstelling van dienstplicht. In beide gevallen zou de schoen wringen.
De meeste potentiële vervangers van Netanyahu ter linker- en rechterzijde zien zich met een overeenkomstig dilemma geconfronteerd. Ook al gaat hij verder als oppositieleider, de impopulaire Isaac Herzog heeft het niet langer voor het zeggen bij de Arbeidspartij. Zijn opvolger, Avi Gabbay, werd in 2017 tot leider van de Arbeidspartij gekozen en begon onmiddellijk rechtse stemmers naar de mond te praten. Zijn populariteit kelderde al snel en is nog niet op het oude peil. De partij Het Joodse Huis van Naftali Bennett heeft te nauwe banden met de kolonisten in de nederzettingen en Jisrael Beeténoe, de partij van Avigdor Lieberman, met Russische immigranten.
Gedurende 29 van de afgelopen veertig jaar is er een rechtse premier aan het bewind geweest. En toch blijft Likoed zich als een permanente oppositiepartij gedragen
Netanyahu’s veerkracht lijkt een raadsel, als je bedenkt hoe weinig hij zijn kiezers te bieden heeft. Zijn critici noemen hem vaak spottend ‘Mr. Status Quo’. In 2011 werd Israël opgeschrikt door massale sociaal-economische betogingen. Die begonnen met een klein tentenkamp op een chique boulevard in Tel Aviv; in september gingen honderdduizenden mensen de straat op om te klagen over de hoge kosten van levensonderhoud. Tot belangrijke hervormingen heeft dat niet geleid. Mobiele telefoonabonnementen zijn goedkoper geworden. Supermarkten hebben de prijs van kwark drastisch verlaagd. Maar de economische grondslagen blijven onveranderd. Netanyahu heeft weinig gedaan om de landelijke woningnood aan te pakken waardoor appartementen onbetaalbaar zijn voor jonge Israëliërs. (Het kopen van een vijfkamerappartement kost de gemiddelde Israëliër bijna zestien jaarsalarissen, tegen zeven en een half in Frankrijk en vijf in de Verenigde Staten.) Ondertussen heeft de premier niets gedaan tegen het voortdurende gebakkelei over godsdienst en cultuur dat de Israëlische politiek verstoort, van beperkte winkeltijden tijdens de sabbat tot steeds fellere scheldkanonnades tegen progressieve activisten en academici. In de ogen van sommige buitenlanden is Netanyahu’s meest onvergeeflijke fout zijn laksheid ten aanzien van het vredesproces. Elke maand publiceert het gematigde Israëlische Democratie-instituut een peiling die ‘Vredesindex’ wordt genoemd. De eerste twee vragen zijn altijd dezelfde: ‘Steunt u vredesonderhandelingen met de Palestijnen? Denkt u dat die kans van slagen hebben?’ De laatste cijfers [in april 2018] zijn deprimerend. Bijna 60 procent van de Israëlische Joden staat achter het vredesproces, maar slechts 18 procent gelooft dat dat tot vrede zal leiden. Tel die cijfers bij elkaar op en nauwelijks een op de tien Joodse Israëliërs staat achter een tweestatenoplossing en gelooft daar ook in. Een overweldigende meerderheid vindt dat de situatie moet blijven zoals ze is. (De Palestijnen zijn even berustend.) ‘Netanyahu had twee voornemens toen hij premier werd,’ zegt een voormalige adviseur, die anoniem wil blijven om vrijelijk over zijn vroegere baas te kunnen spreken. ‘Een daarvan was het ontmantelen van de Oslo-akkoorden.’ De premier heeft het nooit zo ongezouten gezegd – althans niet in het openbaar. Maar hij heeft onmiskenbaar succes gehad. Bijna een decennium lang heeft hij tijd gerekt door in te stemmen met vredesonderhandelingen maar nooit wezenlijke concessies te doen die het proces zouden kunnen versnellen. Hij zegt in het Hebreeuws het een en in het Engels het ander. Enkele dagen voor de verkiezingen van 2015 beloofde hij nooit een Palestijnse staat te zullen vestigen. Toen zijn overwinning was veiliggesteld – en na scherpe kritiek uit het Westen – probeerde hij die woorden te ontkennen. Toen Trump president werd en Netanyahu vroeg ‘terughoudend’ te zijn ten aanzien van de nederzettingen, was hij verbijsterd. ‘Hij gaat zijn belangstelling wel verliezen,’ voorspelde een medewerker van Netanyahu toen Trump Jeruzalem in 2017 bezocht. Zeker is dat de Amerikaanse president niet meer met de Palestijnen spreekt en betwijfelt of hij de ‘ultieme deal’ kan bewerkstelligen, zoals hij het ooit noemde.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zelfs een duifachtige premier moeite zou hebben om met de Palestijnen te onderhandelen, verdeeld als ze zijn tussen Fatah, de seculiere partij die de Westoever in handen heeft, en Hamas, de islamitische groepering die in 2007 de macht in Gaza greep. Evenmin zou hij veel hulp hoeven te verwachten uit het huidige Witte Huis. De Amerikaanse ambassadeur in Israël, David Friedman, staat pal achter de Israëlische nederzettingen. Jared Kushner, Trumps schoonzoon wiens familie geld aan kolonistengroeperingen heeft gedoneerd, had een belangrijke rol moeten spelen in het vredesproces. Maar hij raakte in tal van schandalen verwikkeld en zijn rol in het Witte Huis werd al snel een stuk kleiner.
Toch is er geen reden om te denken dat Netanyahu’s opvolgers bereid of in staat zullen zijn de tweestatenoplossing te realiseren. Bennett wil twee derde van de Westoever annexeren, een stap die een Palestijnse staat onmogelijk zou maken. Lieberman verwerpt het idee van een staat, net als de meeste toonaangevende figuren binnen Likoed. Toen journalisten van de nieuwswebsite Walla het kabinet polsten, waren maar vier ministers bereid een tweestatenplan te onderschrijven.
Hoewel Lapid en Gabbay het plan steunen, blijven ze vaag over hoe ze het ten uitvoer zouden kunnen brengen – hoe ze de fouten zouden kunnen vermijden waaraan de ruim vijfentwintig jaar door de VS geleide onderhandelingen mank zijn gegaan. Ze komen alleen maar met vage verhalen over ‘regionale initiatieven’ en ‘het betrekken van de Arabische staten’. Er zijn weinig prikkels om het anders te doen. De kwestie levert niet veel stemmen op en speelt zelfs geen grote rol in de Israëlische politiek. Vóór de verkiezingen van 2015 kwamen de leiders van de grootste partijen bijeen voor een tweeënhalf uur durend debat op Kanaal 2. Het woord ‘vrede’ werd exact vijf keer uitgesproken, waarvan drie keer door Ayman Odeh, de leider van de partij die de Palestijnse burgers van Israël vertegenwoordigt. ‘Dit is geen zaak die de partijen scheidt,’ zegt Dani Dayan, een voormalige kolonistenleider die tegenwoordig consul-generaal is in New York. ‘Want de Israëliërs begrijpen dat, wie er ook premier wordt, er niets zal veranderen.’
Netanyahu’s eerste premierschap duurde maar drie jaar. Hij won in 1996 met een nipte marge, en de kiezers hadden snel genoeg van hem. Het vredesproces haperde. De bloedige bezetting van Zuid-Libanon leek eindeloos te duren. Er deden al corruptieverhalen de ronde over Netanyahu en sommige van zijn coalitiepartners. Het publiek gooide hem er in 1999 uit en gunde Ehud Barak de overwinning met een marge van 12 procent.
Maar voor Bibi waren al deze wezenlijke kwesties van secundair belang. Toen hij tijdens de verkiezingsavond zijn nederlaag evalueerde, zei hij tegen medewerkers: ‘Ik heb verloren omdat ik geen krant heb.’ Dat probleem loste hij op voordat hij tien jaar later een nieuwe gooi naar het premierschap deed. Israel Hayom deed geen enkele poging om een objectieve nieuwsbron te zijn. De verlieslijdende krant, zwaar gesubsidieerd door Adelson, was een onvervalste propagandamachine voor Netanyahu; naar verluidt dicteerde het kantoor van de premier zelfs de koppen.
Zijn ambitie reikte verder dan de dagelijkse koppenoorlog. Aan de vooravond van Israëls zeventigste verjaardag kan de politieke geschiedenis van het land grofweg in twee helften worden verdeeld. De eerste werd gedomineerd door de centrumlinkse voorgangers van de Arbeidspartij. Het politieke establishment was grotendeels progressief, seculiere afstammelingen van de Asjkenazim. Likoed won haar eerste verkiezingen pas in 1977, een gebeurtenis die door de belangrijkste nieuwslezer van Israël de mahapakh (revolutie) werd gedoopt. Sindsdien heeft links moeite de macht terug te winnen.
Gedurende 32 van de afgelopen 43 jaar is er een rechtse premier aan het bewind geweest. En toch bleef Likoed zich als een permanente oppositiepartij gedragen. Als je Netanyahu en zijn bondgenoten moest geloven, vochten ze om de macht met de verschanste elites: het leger, de rechterlijke macht, de universiteiten. (Zijn vriend in het Witte Huis zou dit de ‘deep state’ noemen.)
Als je zijn adviseurs mag geloven, was dit Netanyahu’s tweede voornemen – de hervorming van de gevestigde orde van Israël. Zijn obsessie met het manipuleren van de media is daar een voorbeeld van. Hij heeft een ongekend aantal religieuze Israëliërs in de top echelons van de veiligheidsdiensten benoemd. Ayelet Shaked, de nationalistische minister van Justitie, probeerde de manier te veranderen waarop rechters worden benoemd en de bevoegdheid daartoe over te dragen aan de Knesset in plaats van aan een rechterlijke macht die als links wordt beschouwd. Regev, de minister van Cultuur, ging constant tekeer tegen kunstenaars en stelt zelfs voor degenen die een staatssubsidie krijgen aan een ‘loyaliteitstest’ te onderwerpen.
Ultraorthodox
Bijna een op de vier basisschoolleerlingen is ultraorthodox, tegen een op de tien een generatie geleden. Hoewel de meeste Israëliërs een grotere scheiding tussen synagoge en staat voorstaan, dringen ultraorthodoxe politici aan op het tegengestelde. In de herfst van 2016 kwamen ze in het geweer tegen het plan van de nationale spoorwegen om onderhoud te plegen op Sjabbat, de Joodse sabbat. Voor de timing van de spoorwegen viel veel te zeggen: er rijden geen treinen op zaterdag, er is weinig wegverkeer en de meeste werkenden hebben een vrije dag. Maar de haredim dreigden, onder druk van hun kiezers, de regering ten val te brengen als de onderhoudsplannen niet werden ingetrokken. Netanyahu treuzelde tot het laatst mogelijke moment – vrijdagmiddag, minder dan een uur voor de sabbat. Toen gelastte hij de werkzaamheden af, een beslissing die de staat miljoenen kostte en de zondag daarop voor een verkeersinfarct zorgde. En dat allemaal om religieuze kiezers niet van zich te vervreemden die zich steeds meer van de meerderheid van de Israëliërs vervreemden.
Onder de Israëlische Joden bestaan fundamenteel onverenigbare meningsverschillen over hoe Israël als een ‘Joodse en democratische staat’ moet worden gedefinieerd. 69 procent van de ultraorthodoxen en 46 procent van de nationaal-religieuzen (een meerderheid) vindt de staat te democratisch. 59 procent van de seculiere Joden vindt de staat te Joods. Een meerderheid van de Israëlische Joden vindt het ongepast dat Arabische politici deel uitmaken van de coalitie, en velen vinden het acceptabel dat de staat meer geld aan Joodse gemeenschappen geeft dan aan Arabische.
‘Mars uit Gaza’ [2018] gaat vooral over Palestijns leiderschap
De Palestijnse ‘Mars terug’ vanuit Gaza heeft niet tot doel Israël van de kaart te vegen, maar is eerder een gevecht om het Palestijnse leiderschap. Hamas bepaalt de duur en de omvang van het protest en stelt daarbij niet alleen Israël op de proef. De leiders van Hamas moeten aantonen dat zij de situatie in de hand hebben en de omvang van het protest op peil weten te houden voor zolang als zij nodig achten. Pas dan ligt internationale erkenning in het verschiet.
Het is een spel waarbij Egypte, Jordanië en de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoed Abbas tegelijk ook partners van Israël tegen Hamas zijn. Caïro en Amman onderhouden over de situatie intensieve contacten, waarbij soms ook Israël betrokken wordt.
Egypte blijft inmiddels grote druk op beide Palestijnse kampen uitoefenen om tot een verzoening te komen. Daartoe is het een vereiste dat Abbas de sancties opheft die hij tegen Gaza heeft getroffen om Hamas te verzwakken. Met Jordanië is Caïro bevreesd dat de onrust overslaat naar Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever, maar evenzeer naar de Sinaï, waar Egypte samen met Israël de terreur bestrijdt die uitgaat van elementen van de Egyptische Moslimbroederschap en Hamas.
(Zvi Bar’el, Haaretz)
In de eerste decennia na 1948 werd Israël omringd door vijandige (en veel grotere) Arabische staten. Het besef van een gemeenschappelijk gevaar hielp een band te scheppen tussen Joden overal ter wereld, vooral omdat de Holocaust nog vers in het geheugen lag. Die band werd zwakker na de verdragen met Egypte en Jordanië. Nog altijd hield het vredesproces de Israëlische samenleving bijeen, zij het in twee helften: een ‘vredeskamp’ dat geloofde dat een tweestatenoplossing de enige manier was om de toekomst van het land veilig te stellen, en een groep die zich daar juist tegen verzette. Niettemin was er een gevoel van een gedeelde bestemming, het gevoel dat beide kanten over een gemeenschappelijk lot ruzieden.
Maar in 2018 is er geen werkelijke dreiging die Israëliërs bindt. Het land heeft vredesverdragen met twee van zijn vier buren; een derde buur, Syrië, ligt in puin; en de vierde, Libanon, is zo zwak dat Israël stelselmatig zijn luchtruim gebruikt om aanvallen in Syrië uit te voeren. (Hezbollah vormt een serieuze bedreiging, maar nauwelijks een die het land zou kunnen verwoesten, en de beweging kampt met zowel haar betrokkenheid in Syrië als de Israëlische afschrikking.) Noch het Iraanse nucleaire programma noch de pro-Palestijnse boycotsancties vormen momenteel een bedreiging voor de overleving van Israël. En de status quo met de Palestijnen lijkt, terecht of niet, voorlopig wel tegen een stootje te kunnen. Maar weinig Israëliërs staan er dagelijks bij stil. Hun samenleving kan niet worden bijeengehouden door de noodzaak om een blok te vormen tegen een levensgevaarlijke situatie, simpelweg omdat die niet bestaat. ‘Op dit moment, en in de voorzienbare toekomst, staat het bestaan van Israël niet wezenlijk op het spel,’ aldus Moshe Ya’alon, die tot 2016 minister van Defensie was.
Ofer Zalzberg, in Jeruzalem analist voor de International Crisis Group, lijkt het met hem eens te zijn. ‘We zitten in een identiteitscrisis. Mensen maken zich zorgen over globalisering, over het teloorgaan van tradities. Het is de autonomie van het individu versus de Joodse traditie. En niemand weet welke kant zal winnen,’ zegt hij.
Zijn machtshonger bracht hem ertoe kortetermijntactieken te omarmen in plaats van een veelomvattende strategie, en al die tijd werd de Israëlische samenleving verder verscheurd
Het zal moeilijk zijn een kop te kiezen voor Netanyahu’s politieke necrologie. Menachem Begin tekende een duurzaam vredesakkoord met Egypte, en Rabin deed hetzelfde met Jordanië. Barak maakte een eind aan de decennialange bezetting van Libanon. Ariel Sharon trok zich terug uit Gaza. Shimon Peres zette belangrijke hervormingen in gang die de weg baanden voor Israëls hightech-economie. Zelfs Olmert kon, ondanks zijn smadelijke einde, aanvoeren dat hij een serieuze poging had gedaan om vrede te sluiten met zowel Syrië als de Palestijnen.
Netanyahu heeft alleen maar overleefd. Tijdens zijn derde regeringsperiode stemde hij in met een plan om de dienstplicht voor ultraorthodoxe mannen in te voeren; in zijn vierde stelde hij het uit. Hij kondigde met veel tamtam een gemengde gebedsruimte aan bij de westelijke muur, maar hij heeft die nooit geopend. Zijn belofte om de prijzen en huisvestingskosten te verlagen is nooit ingelost. Zelfs zijn oorlogen hebben tot niets geleid. ‘1973 was het laatste jaar dat beide partijen zeiden: “Oké, laten we een deal sluiten,”’ zegt Oded Eran, een Israëlische diplomaat met een lange staat van dienst. ‘Alle oorlogen nadien zijn geëindigd met een VN-resolutie, die maar ten dele effectief was, of met de schikking van 2012. Wat betekent het dat we er eenzijdig een eind aan maken? Het betekent dat Israël onder de huidige omstandigheden blijft voortploeteren. Het is onduidelijk wat er nu eindelijk eindigt.’
Een personage uit een Griekse tragedie
Een hoge officier in het Israëlische leger noemde Netanyahu ooit ‘een personage uit een Griekse tragedie’. (De officier is nog steeds in dienst en wenst anoniem te blijven.) Hij is zowel een getalenteerd politicus als een erudiet man, met grote belangstelling voor wereldgeschiedenis en contemporaine geopolitiek. Als vertegenwoordiger van rechts, zoon van een prominente revisionistische historicus en voormalig stoottroeper had hij alles in zich om een baanbrekend politicus te worden van het type Begin. Maar zijn machtshonger bracht hem ertoe kortetermijntactieken te omarmen in plaats van een veelomvattende strategie, en al die tijd werd de Israëlische samenleving verder verscheurd. ‘Hij zit vol hybris,’ aldus de officier.
Of, zoals de Israëlische journalist Raviv Drucker in Haaretz schreef: ‘Als Netanyahu verdwijnt, zullen ook veel verknipte bestuursnormen verdwijnen. Het draait niet om corruptie, maar om normaliteit.’
Dat is maar al te waar. De volgende premier zal waarschijnlijk niet worden achtervolgd door verhalen over sigaren en champagne en verbaal geweld jegens huishoudelijk personeel in de ambtswoning. De vrouw van de premier zal geen statiegeld in haar eigen zak steken. Zijn zoon zal de zoons van rijke oligarchen niet vragen hem vierhonderd sjekel voor te schieten voor een prostituee, zoals Yair Netanyahu deed.
Maar over de meest brandende kwesties aangaande de toekomst van Israël – de relatie met de Palestijnen, en met zichzelf – zal de nieuwe premier misschien niet veel anders oordelen.
‘Zulke wonderen levert Heilige Land niet meer’
De Palestijnen kunnen hun hoop niet vestigen op hulp van hun buren. Het is duidelijk dat hoewel de statenlozen enorme sympathie ondervinden van de burgers in de Arabische wereld, hun lot sommige Arabische leiders mateloos verveelt. Die zijn er meer op gespitst de islamistische partijen in eigen land de nek om te draaien of de confrontatie met Iran aan te gaan.
Het geweld van vrijdag 30 maart moet ook worden gezien als een episode in de langdurige strijd om de macht tussen Hamas en de Palestijnse Autoriteit van Mahmoed Abbas. Pogingen tot verzoening hebben gefaald en beide partijen zijn verzwakt. Abbas is de verdwaalde hoeder van een vredesproces dat op sterven na dood is. Hamas is tussen Israël en Egypte platgedrukt en ziet zijn buitenlandse financiering opdrogen.
En onderwijl hebben de voortdurende blokkade en de beperkingen die aan Gaza zijn opgelegd, het leven voor de Palestijnen daar steeds moeilijker gemaakt. ’Ik wil doodgeschoten worden,’ zei een demonstrant van tweeëntwintig jaar tegen een van mijn collega’s. ‘Ik wil zo niet meer leven.’
‘Als er niet een enorme uitbarsting van geweld komt – vooral met Palestijnse leiders die in opperste wanhoop met vuur spelen, en Israël dat onmiddellijk naar dodelijk geweld grijpt tegen onbewapende demonstranten – zou dat een politiek wonder zijn’, schreef de commentator Hoessein Ibish in The National, een krant uit Abu Dhabi. ‘Maar zulke wonderen levert het Heilige Land niet meer.’
Dinsdagochtend zijn er minstens zes Palestijnen gedood en eenentwintig gewonden gevallen bij botsingen met Israëlische troepen op de bezette Westelijke Jordaanoever, aldus Palestijnse functionarissen, meldt Al Jazeera. Volgens een woordvoerder van de Palestijnse Fatah-beweging brak het geweld dinsdagochtend vroeg uit nadat een groot aantal Israëlische soldaten de stad Nablus was binnengedrongen en werd opgemerkt door Palestijnse veiligheidstroepen en gewapende strijders.
De Palestijnse president Mahmoud Abbas probeert ‘zo snel hij kan in contact te komen [met de Israëlische autoriteiten] om deze agressie tegen ons volk te stoppen’, zei zijn woordvoerder Nabil Abu Rudeineh in een verklaring. De Palestijnse Rode Halve Maan meldde dat het Israëlische leger haar medische teams verhinderde de wijk al-Qaryoun binnen te gaan om de gewonden te evacueren.
De Israëlische troepen zijn Nablus binnengevallen omdat ze geïnteresseerd zijn in het opsporen van een groep die zich de Lions’ Den noemt, aldus Al Jazeera. Die gewapende groep eiste onlangs de verantwoordelijkheid op voor een schietpartij waarbij een Israëlische soldaat werd gedood. Israëlische troepen voeren sinds maart nachtelijke invallen uit op de bezette Westelijke Jordaanoever, naar eigen zeggen om gewapende netwerken te ontmantelen en aanslagen te verijdelen.
Critici beschouwen Al-Sheikh als opvolger Mahmoud Abbas
Hussein al-Sheikh wordt beschouwd als een mogelijke opvolger van Mahmoud Abbas (87), de president van Palestina, schrijft The New York Times, die onlangs een exclusief interview had met de politicus. Sommige critici noemen hem een ‘woordvoerder van de bezetting’.
Jarenlang hield Al-Sheikh toezicht op de moeizame dagelijkse betrekkingen tussen de Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever en het Israëlische leger, een rol die hem impopulair maakte bij het publiek, maar hem wel dichter bij dat publiek bracht, meent de Amerikaanse krant. In mei benoemde Abbas hem voor een hoge post in zijn politieke beweging. De plotselinge opkomst van Al-Sheikh doet analisten en diplomaten speculeren over de vraag of hij wordt klaargestoomd als opvolger.
Volgens de meest recente opiniepeiling wil slechts drie procent van de Palestijnen dat hij hun leider wordt
Zijn snelle promoties, zijn regelmatige interactie met Israëlische functionarissen en zijn rijkdom – zijn familie bezit een lucratieve onroerend-goed- en handelsonderneming – hebben van Hussein al-Sheikh een doelwit van Palestijnse kritiek gemaakt. Volgens de meest recente opiniepeiling wil slechts drie procent van de Palestijnen dat hij hun leider wordt.
Maar voor zijn aanhangers is Al-Sheikh de juiste man in een moeilijke periode: een pragmaticus die het dagelijkse leven van de Palestijnen kan verbeteren in een tijd waarin het grotere doel van een onafhankelijke staat verder lijkt dan ooit. In het interview zegt de politicus dat hij niet denkt dat Israël het serieus meent met het beëindigen van de bezetting, waardoor de Palestijnen geen andere keuze hebben dan te blijven werken binnen de huidige regeling.
‘Het beëindigen van de betrekkingen met Israël of het ontbinden van de Palestijnse Autoriteit zou de Palestijnen in een veiligheidsvacuüm kunnen brengen, waardoor ze nog slechter af zijn dan nu,’ zei hij in het interview. ‘Het alternatief is geweld, chaos en bloedvergieten. Ik weet dat de Palestijnen de prijs zouden betalen.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.