Tag: pandemie

  • Deze radicale ideeën gaan de wereld veranderen

    Deze radicale ideeën gaan de wereld veranderen

    De ongelijkheid in de wereld was al groot voor de komst van het virus en is door de pandemie alleen maar groter geworden. Maar er dient zich een brede tegenbeweging aan van vrouwelijke en mannelijke ondernemers, politici, hoogleraren en activisten – met baanbrekende ideeën die het tij kunnen keren. 

    Daar is hij dan. De man die Einhorn uit handen heeft gegeven, zijn onderneming, die 15 tot 20 miljoen euro waard is. Waldemar Zeiler, met karakteristieke baard en muts. Eind dertig, oprichter. Hij verontschuldigt zich dat hij er zo moe uitziet, morgen vroeg om vijf uur moet hij weer aan de slag. Hij blijft wel bij Einhorn, zijn proeftuin, zoals hij het noemt. Maar vanaf nu is niemand de baas. De medewerkers bepalen zelf hoeveel ze verdienen en nemen vrij wanneer ze willen; Einhorn maakt tenslotte winst en het bedrijf groeit. 

    43 vrouwen kijken naar Zeiler: architecten, musici, artsen, menigeen is zelf een bedrijf gestart. Ze zijn voor deze videoconferentie uitgenodigd door Women’s Hub, een organisatie die vrouwen bij elkaar brengt. Ze praten over ideeën en visies met betrekking tot werk, bedrijf en maatschappij, en geven elkaar feedback. Voor de pandemie vonden de bijeenkomsten plaats in Hamburg, München en Rosenheim, ten zuidoosten van München. ‘We geloven in gemeenschappelijkheid,’ zegt Maren Jopen, een van de oprichters van Women’s Hub, ‘en we willen een internationale beweging worden.’ Dat klinkt optimistisch, maar de drie oprichters zijn nuchtere zakenvrouwen. De Financial Times Deutschland keurde Jopens eerste start-up een paginagroot artikel waardig; in 2017 stapte ze uit het bedrijf, ze wilde iets nieuws opzetten, net als Zeiler. Hij richt de ene onderneming na de andere op, een van de andere voorbeelden is Rocket Internet, een wereldwijde investeringsmaatschappij en start-upincubator. Zijn helden zijn Jack Welch en Milton Friedman, de knapste koppen van het kapitalisme. 

    ‘Stel je voor dat jullie de macht hebben om de wereld te veranderen’

    Nu zit hij hier en trekt zijn muts over zijn voorhoofd. Hij stelt een gedachte-experiment voor: John Rawls’ ‘sluier van onwetendheid’. Diens Theorie van rechtvaardigheid heeft het filosofische denken van de twintigste eeuw veranderd en baant zich nu een weg door de economie van de eenentwintigste eeuw. Zeiler heeft het experiment overgenomen van Maja Göpel, politiek econoom, hoogleraar en adviseur van de Duitse regering. ‘Doe je ogen dicht,’ zegt Zeiler, ‘en stel je voor dat jullie de macht hebben om de wereld te veranderen. Onder één voorwaarde: je weet niet hoe en als wat je in de nieuwe wereld terugkomt, qua geslacht, huidskleur, status, intelligentie, gezondheid en vermogen. Als Jeff Bezos, of als dagloner in India. Hoe zouden jullie die nieuwe wereld vormgeven?’

    Tegenbeweging

    Het is nu al een andere wereld. Nog meer mensen dan voorheen worden achtergesteld. En nog meer mensen overlijden daardoor: de Wereldbank voorspelt dat tegen het einde van dit jaar nog eens 150 miljoen mensen door armoede met de dood worden bedreigd. Maar er bestaat een vaak over het hoofd geziene tegenbeweging. Steeds meer mensen komen in opstand tegen de ongelijkheid. Dat was vóór de pandemie al zo, maar nu zijn het er nog meer. Ook voor de goede zaak zijn ongewone tijden aangebroken.

    Ik heb een videogesprek met Erica Chenoweth, hoogleraar aan Harvard, die deze ontwikkeling als een van de eersten heeft ontdekt en onderzocht. Het gerenommeerde Foreign Policy Magazine heeft haar uitgeroepen tot een van de honderd belangrijkste politieke denkers ter wereld. ‘Het is duizelingwekkend hoe snel het aantal massabewegingen groeit,’ zegt ze. Tot nog toe lag het record op zestig per decennium. Alleen al in 2019 zijn er 39 ‘revolutionaire uitbarstingen’ geweest. Geweldloos, wat ze sterker maakt: door af te zien van geweld zijn ze succesvoller. Chenoweth is benieuwd naar de getallen van 2020. Waldemar Zeiler en Maren Jopen, met hun ideeën en hun alternatieven voor het oude systeem, zijn volgens haar echt mensen van onze tijd. 

    ‘De pandemie,’ zegt Chenoweth, ‘heeft aan het licht gebracht waar mensen zich al decennia zorgen over maken: slechte gezondheidszorg, onzekere arbeidsplaatsen, economische ongelijkheid, structurele ongelijkheid door racisme en seksisme. Nu worden veel meer mensen door deze misstanden getroffen, doordat de epidemie niet alleen een noodsituatie in de gezondheidszorg heeft veroorzaakt, maar ook een economische crisis. Wereldwijd. Dat heeft een veel grotere gemeenschap de impuls gegeven zich te mobiliseren.’

    ‘Ik moet gaan, de democratie heeft me nodig,’ schreef Tang aan haar collega’s bij Apple

    Uit onderzoek blijkt dat mensen door rampen veranderen: de gemeenschapszin wordt versterkt en rampen leggen de kiem voor grassroots movements, bewegingen of maatschappelijke initiatieven die aan de basis ontstaan. Er ontstaan nieuwe wegen, en de mensen die die wegen al bewandelen, worden belangrijk. Zoals Audrey Tang, het brein achter het pandemiewonder van Taiwan. Toen Duitsland eind november 2020 de miljoenste besmetting meldde en de gedeeltelijke lockdown verlengde, telde Taiwan, een land van 24 miljoen inwoners, 625 besmettingen. Zonder lockdown. Een wonder dat begon met de Zonnebloembeweging. 

    ‘Ik moet gaan, de democratie heeft me nodig,’ schreef Tang, werkzaam bij Apple, in 2014 in een chatbericht aan haar collega’s in Silicon Valley. Even later zat ze in het vliegtuig naar Taipei. De democratie, dat waren de studenten van de Zonnebloembeweging, die in opstand waren gekomen tegen een wet en tegen Taiwans toenadering tot China. Ze hadden het parlement bezet en Tang schoot hen met haar eigen middelen te hulp.

    Op achtjarige leeftijd leerde ze zichzelf programmeren, met niet meer dan potlood en papier. Toen ze elf was, verhuisden haar ouders naar Dudweiler, in het Saarland. De kinderen op de basisschool vond ze net kleine volwassenen. Twee woorden zijn haar bijgebleven: stiptheid en verantwoordelijkheid. In Taiwan leerden de leraren haar antwoorden te herhalen, in Duitsland hoe ze het antwoord moest vinden. Zo ging het toen en zo gaat het misschien nog steeds. Hoewel, die stiptheid… Ze lacht.

    Toen ze bij de Zonnebloemstudenten kwam, bezorgde ze hun snel internet en verspreidde ze haar gedachtengoed door het hele land. Snel daarna gingen honderdduizenden mensen de straat op en gaf de regering toe. Twee jaar later kwam er een nieuwe regering, die ook revolutionaire krachten in haar kabinet opnam, onder wie Audrey Tang, destijds 35. Ze moest Taiwan het digitale tijdperk in brengen en de democratie versterken door digitalisering, maar haar ook beschermen tegen de gevaren van hackers, nepnieuws en maatschappelijke tweedeling. 

    Coronawonder

    Het was het begin van een tijdperk van transparantie. Tang publiceerde op internet inhoudelijke gesprekken met haar medewerkers, burgers werden bij het beleid betrokken; leerlingen en leraren verrichten bijvoorbeeld metingen naar lucht- en waterkwaliteit. Taiwan werd de meest open samenleving in Azië en legde daarmee de basis voor zijn coronawonder.

    Toen een Taiwanese vrouw de viruswaarschuwing van de Chinese klokkenluider Li Wenliang deelde, nam de regering die serieus. Nog geen 24 uur later, op 31 december 2019, stonden er artsen in beschermende kleding op het vliegveld. Toen Europa nog lag te slapen, organiseerde Taiwan een crisisstaf, fabriceerde miljoenen mondkapjes en hackers bouwden een app waarop je live kon zien bij welke apotheken die beschikbaar waren. Bovendien verplichtte Taiwan – democratisch gelegitimeerd – zijn burgers een app te downloaden om daarmee de strenge quarantaine te bewaken.

    Taiwan kwam het jaar goed door, en Tang denkt al na over de tijd hierna. Ze citeert Leonard Cohen: ‘There’s a crack in everything, that’s how the light gets in.’ Corona mag dan barsten in de samenleving hebben geslagen, zegt ze, maar daardoor komt ook licht naar binnen. ‘De pandemie is een grote versterker. De nieuwe wereld is voorlopig niets anders dan de versterkte oude wereld.’ In sociale landen versterkt ze het sociale, in autocratieën het autoritaire. Op de hele wereld vindt er een wedloop plaats tussen de verschillende zienswijzen. Tang verwacht dat de ideeën van degenen die de pandemie het best te lijf gaan de nieuwe wereld zullen bepalen. ‘Voor sociale vernieuwers zijn het gouden tijden.’

    De pandemie heeft autocraten en populisten als Trump, Poetin, Johnson en Bolsonaro verzwakt. Op zoek naar antwoorden kijkt de hele wereld naar Taiwan en kan daar, ook los van de coronapandemie, veel van leren.

    De spannendste vernieuwing die Tang introduceerde, heeft betrekking op een van de grootste problemen van onze tijd: de tweedeling van de samenleving. Met haar sociale medium Join daagt ze Facebook en diens concurrenten uit en vernieuwt ze en passant de politiek.

    In onze democratie stellen partijen een programma op en gaan daarmee naar de kiezers. Tangs beleid doet het tegenovergestelde: eerst luisteren ze naar de burgers, daarna wordt het programma opgesteld. Ze past in de politiek mechanism design toe, de speltheorie waarvoor in 2007 de Nobelprijs voor Economie werd verleend: leg eerst het doel vast, pas daarna de weg (het mechanisme) ernaartoe. Basketbal is een klassiek voorbeeld: vanuit de wens het spel sneller te maken volgde de regel dat een aanval ten hoogste 24 seconden mag duren. Of een voorbeeld uit de opvoeding: als je twee kinderen tevreden wilt stellen, mag de eerste de koek delen en de tweede het eerst een stuk kiezen.

    ‘Wij oude democratieën denken altijd dat wij de ware democratie hebben’

    Tang heeft de theorie op onze wereld toegepast zoals alleen mensen dat kunnen die zichzelf op hun achtste met papier en potlood hebben leren programmeren. Met hulp van hackers ontwikkelde ze een sociaal medium dat zich van Twitter en Facebook onderscheidt. Die leggen de nadruk op berichten die ophef veroorzaken, dus is er altijd herrie. Haar Join daarentegen legt juist de nadruk op bijdragen die, dwars door alle bubbels heen, weerklank vinden. Zo raadpleegde Taiwan zijn burgers over de taxidienst Uber. De klassieke benadering zou zijn: ja of nee? Taiwan vroeg juist naar wensen en gevoelens. Een concurrent met goede service zou mooi zijn, zeiden de ondervraagden; en Uber moest zijn chauffeurs wel sociale verzekeringen bieden. Zowel Uber als de beroepsgroep verbeterden daardoor. Of het nu gaat over maritiem beleid of de diplomatieke verhouding met de Verenigde Staten, de helft van de inwoners van Taiwan, 12 miljoen mensen, doet via Join mee.

    De nieuwe spelregels verspreiden zich op dit moment over de hele wereld. Tang heeft zich aangesloten bij de beweging RadicalxChange, die politiek, economie en samenleving wil veranderen door middel van mechanism design. Voorzitter is de kunstenares Jennifer Lyn Morone, in de raad van bestuur zitten onder anderen Danielle Allen, hoogleraar ethiek aan Harvard, Vitalik Buterin, uitvinder van de cryptomunt Ethereum en Glen Weyl, adviseur van Microsoft en docent aan Princeton.

    Als Weyl voor het interview de camera van zijn computer aanzet, verschijnen achter hem, keurig op een rijtje op het netjes opgemaakte bed, acht poppen. Ze doen aan de Muppets denken: Einstein, Nietzsche, Darwin, Da Vinci, Marx, Kahlo, Curie en Lovelace, de eerste vrouwelijke programmeur. ‘Wij oude democratieën denken altijd dat wij de ware democratie hebben,’ zegt Weyl, ‘maar de plaatsen waar de democratie floreert zijn Taiwan of bijvoorbeeld Estland, ook een jonge democratie die aan een autoritair systeem grenst en gedwongen is na te denken hoe ze vitaal kan blijven.’

    Met RadicalxChange heeft Weyl iets geheel nieuws geschapen, iets dat links noch rechts is. Het brengt het koude kapitalisme samen met de warmte van de verzorgingsstaat. Zo heeft hij een model ontwikkeld dat, met een marktmechanisme dat links het bloed in de aderen doet stollen, exact de wereld creëert waarvan zij altijd gedroomd hebben, een wereld met beperkt privébezit. Weyl adviseert partijen over de hele wereld, de Democraten in de Verenigde Staten en de CDU in Duitsland. Met de logica van mechanism design heeft hij een kiesstelsel ontwikkeld dat kiezers in staat stelt aan de stemmen een gewicht toe te kennen, waardoor het stemrecht van minderheden wordt versterkt. In de Amerikaanse staat Colorado is in 2019 al op deze manier gestemd, geheel in de zin van Audrey Tang. ‘Mechanism design is inclusie,’ zegt ze.

    Independent Living-beweging

    ‘Even mijn aantekeningen erbij halen,’ zegt Judith Heumann, en ze rijdt met haar rolstoel bij haar pc vandaan. Ze wordt Judy genoemd. Voor de mensenrechten is ze even belangrijk als Martin Luther King of Louise Otto-Peters. Heumann is het brein achter de wereldberoemde Independent Living-beweging en buitengewoon adviseur van Barack Obama. In de Verenigde Staten kent iedereen haar, met haar bril en haar ondeugende gezicht; 73 is ze, haar nieuwe biografie Being Heumann ligt op haar schoot.

    Toen ze anderhalf jaar was, kreeg ze polio. Niet veel later stelden de artsen voor om Judy in een tehuis te laten opnemen, zodat haar ouders van de zorg voor haar bevrijd waren. Toen ze vijf was, mocht ze niet naar school omdat haar rolstoel bij brand gevaar zou opleveren. Op haar negende mocht ze naar het speciaal onderwijs; ze kwam terecht bij allemaal kinderen met een beperking, de klassenvertegenwoordigster was 21. Haar ouders lieten het er niet bij zitten. ‘Van discriminatie wisten ze alles. Ze waren Duitsers, in 1936 gevlucht, hun ouders vermoord in de Holocaust. Ze konden niet blijven zwijgen,’ zegt ze nu. Uiteindelijk mocht Judy naar high school.

    Als kind bracht ze haar zomers door in een vakantiekamp voor gehandicapte jongeren. Daar maakten ze plezier en deelden ze hun woede over hoe ze werden behandeld en wat hun werd ontzegd. ‘We begonnen ons voor te stellen hoe de wereld eruit kon zien,’ vertelt Heumann. Ze organiseerde haar eerste protestdemonstraties: voor invalideningangen bij scholen en plaatsen in studentenhuizen.

    ‘Als iets discriminatie is, noem het dan ook discriminatie’

    Bij de medische keuring ter afsluiting van haar praktijkjaar vroeg een vrouwelijk lid van de examencommissie haar of ze kon laten zien hoe ze naar de wc ging. Ze werd afgewezen. De officiële reden: verlamming van de onderste ledematen. Heumann ging in beroep, keerde zich, vervuld van angst, openlijk tegen het systeem. Toen zag ze op de rechterstoel Constance Baker Motley, de eerste Afro-Amerikaanse federale rechter. Later werd Judy Heumann lerares op een basisschool. Haar eerste regel voor gerechtigheid is: ‘Als iets discriminatie is, noem het dan ook discriminatie.’

    De tweede regel: eis wettelijke maatregelen en zorg dat ze worden toegepast. Toen Richard Nixon zijn veto uitsprak over een verordening die mensen met een handicap moest beschermen tegen discriminatie door de staat, gingen activisten voor zijn kantoor op Madison Avenue zitten en legden heel New York plat. Nixon tekende alsnog. En zo demonstreerden ze van de ene wet naar de andere, net zo lang tot ook zij in 1990 burgerrechten kregen. En de strijd houdt niet op, nog steeds hebben de Verenigde Staten het VN-verdrag uit 2006 niet geratificeerd dat mensen met een handicap volledige participatie garandeert. ‘Ik ben het zat steeds te moeten vragen,’ zegt Heumann. ‘Ik heb geen tijd om te wachten tot andere mensen hebben besloten dat ik volgens hen het recht heb naar school te gaan of in mijn rolstoel in de bioscoop te zitten. En om te vragen of we een deel van de samenleving mogen zijn.’

    De wereld is voor mensen met een handicap nog altijd niet zoals die zou moeten zijn, maar wat Heumann heeft bereikt, is indrukwekkend. Het belangrijkste wat ze in al die jaren heeft geleerd: zorg voor samenwerking met andere bewegingen.

    Toen Seattle ooit bussen zonder rolstoelbaan kocht en Heumann daar een klacht over indiende, kwamen latino’s en zwarte mensen haar te hulp. Op haar beurt hielp Heumann hen de begroting van Seattle aan te passen. In tien steden gingen strijders voor vrouwenrechten de straat op. Ook de Black Panthers, omdat Brad Lomax, een van hun leden, in een rolstoel zat. En net als de machtige burgerrechtenbeweging stuurden ook de Teamsters, de vakbond van vrachtwagenchauffeurs, vertegenwoordigers naar Washington.

    Iedere beweging die in staat was 3,5 procent van de burgers op de been te krijgen, heeft het systeem wezenlijk veranderd

    Er is een behoorlijke overlap tussen al deze groepen, leerde Judy Heumann al op zomerkamp. ‘De kans dat je ooit een handicap krijgt, is groot,’ zegt ze. Blind of doof, diabetes of Parkinson, een ongeluk bij het sporten of met de auto. Mensen met een beperking kunnen zwart zijn, Joods, dakloos of wat dan ook. Er zijn duizend redenen om samen te werken.’

    Hoeveel macht samenwerkende groepen kunnen hebben, blijkt uit het onderzoek van Harvard-hoogleraar Erica Chenoweth, dat resulteerde in haar ‘3,5 procent-wet’: iedere beweging die de afgelopen jaren in staat was 3,5 procent van de burgers op de been te krijgen, heeft volgens die wet het systeem wezenlijk veranderd. 

    3,5 procent. Maar waarom is er dan nog zo veel ongelijkheid in de wereld? Omdat de mensen denken: Ik kan er toch niets aan veranderen. En omdat ze fouten maken. Ze tolereren bijvoorbeeld veel te vaak dat aan de randen van hun organisatie geweld wordt gebruikt. Toen in Taiwan de Zonnebloembeweging begon, sprak de regering van ‘gewelddadige anarchisten’. De studenten waren zo slim zich niet in de daderrol te laten dringen.

    Een tweede grote fout: ‘Ze vertrouwen te veel op massademonstraties,’ zegt Chenoweth, en demonstreren er meestal maar een beetje op los. Zonder strategie: hoe houden we de mensen blijvend in beweging? Hoe zorgen we ervoor dat we effect hebben? In elk geval niet met demonstraties waarvoor de belangstelling algauw afneemt. Met een algemene staking of burgerlijke ongehoorzaamheid breng je de economie schade toe en dwing je eerder concessies af.

    Zo werden de massabewegingen, ook al nam hun aantal de afgelopen jaren sterk toe, door de pandemie verzwakt. Slechts een op de drie was een succes, omdat ze gemiddeld maar 1,3 procent van de mensen bereikten. In de jaren negentig was dat gemiddeld 2,7 procent.

    ‘De pandemie heeft op de resetknop gedrukt,’ zegt Chenoweth, ‘en dat was hard nodig.’ Tijdens de onderbreking zijn veel bewegingen volwassener geworden, ze hebben overheidstaken op zich genomen, zoals als voedselvoorziening en hulpfondsen. Werken voor het algemeen belang is, naast passief verzet, Gandhi’s tweede zuil van verandering. Ze hebben alternatieven gevonden voor demonstraties, massale ziekmeldingen bijvoorbeeld (‘sick-ins’), passief verzet gepleegd, ze hebben zich ontwikkeld en coalities gevormd. Earth Day, de jaarlijkse dag voor het klimaat op 22 april, heeft honderden bewegingen bij elkaar gebracht. ‘Vele daarvan zijn veel sterker uit de crisis gekomen,’ zegt Chenoweth. En er zijn meer dan tien nieuwe bewegingen ontstaan, in de Verenigde Staten, Wit-Rusland, Polen, Israël, Thailand, tegen despoten en tegen racisme, voor vrouwenrechten en voor vrijheid, even veelzijdig en machtig als de ongelijkheid waartegen ze strijden.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/activisten-leggen-voedselsysteem-bloot/

    Antiracisme voor beginners

    Ibram X. Kendi’s boek How to Be an Antiracist drukt zijn stempel op het denken over racisme.

    Toen hij drie jaar geleden aan zijn boek werkte, werd bij hem darmkanker geconstateerd. De kans dat hij vijf jaar later nog in leven zou zijn, was 12 procent. Hij was midden dertig, zijn dochter was één. Hij ging door met schrijven, tegen de kanker buiten zijn lichaam, zoals hij het noemt: racisme.

    Ibram X. Kendi. Die naam heeft hij zelf gekozen, kendi betekent bij de Meru-volken in Kenia ‘geliefde’. Zijn middelste naam Henry zei hij vaarwel nadat hij had gehoord over prins Henry de Zeevaarder, de Portugese ontdekkingsreiziger uit de vijftiende eeuw, die in Afrikaanse slaven handelde. In plaats daarvan koos hij Xolani, Zoeloe voor ‘vrede’.

    Het gaat goed met Kendi. Hij kreeg de prestigieuze Andrew W. Mellon-leerstoel aan de Universiteit van Boston toegekend, die eerder alleen werd bekleed door Nobelprijswinnaar Elie Wiesel. Twitter-oprichter Jack Dorsey schonk 10 miljoen dollar voor deze leerstoel, Selena Gomez stelde Kendi haar Twitteraccount ter beschikking en Time Magazine zette hem op de lijst van de 100 belangrijkste mensen ter wereld. Zijn boek How to Be an Antiracist, dat kort voor de opkomst van Black Live Matters verscheen, zal de komende jaren onze blik op racisme veranderen. Het boek is (nog) niet in het Nederlands vertaald.

    Kendi heeft het interview vóór zijn werkdag gepropt, geen video, alleen zijn stem, 30 minuten.

    Zijn concept van antiracisme: 1. Er zijn racisten en antiracisten, daartussen zit niets. Wie zegt dat hij geen racist is, is er al een. Racisme is status quo, ongelijkheid is status quo. En als er niets tegen de status quo wordt gedaan, wat gebeurt er dan? Dan blijft die bestaan. ‘Niets doen tegen racisme betekent racistisch zijn. Het staat het racisme toe te blijven bestaan.’ 2. Racisme is niet gebonden aan personen, maar aan daden en woorden. Ieder mens is soms racist, soms antiracist. Ook hijzelf.

    Kendi heeft het concept van de antiracist niet zelf bedacht. In de jaren zeventig zei Angela Davis, de grande dame van de Black Power-beweging: ‘In een racistische maatschappij is het niet voldoende om niet-racistisch te zijn. We moeten antiracistisch zijn.’ Maar de wereld was daar nog niet klaar voor. ‘De afgelopen vijf jaar,’ zegt Kendi, ‘is het bewustzijn in de westerse wereld gegroeid. Steeds meer mensen beseffen dat ongelijkheid niet wordt veroorzaakt doordat mensen niet deugen, maar doordat de politiek niet deugt. Daarom zoeken steeds meer mensen naar een oplossing.’

    Deze beweging, versterkt door het racisme van Trump, de dood van George Floyd, Black Lives Matter, heeft door de pandemie een nieuwe impuls gekregen, zegt Kendi: wetenschap werd belangrijk. ‘Hetzelfde hebben we ook bij alle andere grote problemen nodig. We hebben geleerden nodig die racistische ongelijkheid in real time onderzoeken. Die op basis van onderzoek politieke oplossingen ontwikkelen die onrechtvaardigheden kunnen verminderen en er een eind aan kunnen maken. Dat willen we in ons centrum voor antiracistisch onderzoek opzetten.’

    Het boek, dat hij alleen kon voltooien omdat hij dacht dat het zijn ‘laatste bericht aan de wereld’ was, is dus nu nog maar het eerste begin van zijn werk. ‘Omdat ik wil dat mijn dochter opgroeit in een rechtvaardige wereld, waar de kleur van haar huid even irrelevant is als de kleur van haar bloes.’ 

    Educate Girls

    Men is op zoek naar oriëntatie. Waar zijn de ideeën? Waar is het wondermiddel waarmee grote veranderingen kunnen worden gerealiseerd? Eén vrouw weet zeker dat ze er een heeft gevonden, en toen ze op een TED-toekomstconferentie over haar idee vertelde, leek ze ook anderen te overtuigen. 1,7 miljoen mensen hebben naar haar presentatie gekeken, ook al was ze volkomen onbekend. Haar naam is Amel Karboul, ze is 47 en komt uit Tunesië.

    Karboul begon haar presentatie als volgt: ‘Ik ben het product van een moedig besluit. Toen Tunesië in 1956 onafhankelijk werd, besloot onze eerste president, Habib Bourguiba, 20 procent van de begroting in het onderwijs te investeren. Ja, 20 procent, zelfs naar huidige maatstaven aan de bovenkant van het spectrum. Mensen protesteerden. Hoe moest het dan met de infrastructuur? En met elektriciteit, wegen en stromend water? Was dat niet belangrijk? Mijn argument zou zijn dat de belangrijkste infrastructuur die we hebben goed opgeleide mensen zijn.’

    Zonder president Bourguiba was Karboul niet naar school gegaan. Bij mijn vijfde poging slaag ik er eindelijk in haar in Londen aan de lijn te krijgen. Ze spreekt Duits, heeft in Duitsland gestudeerd en onlangs nog haar zus in Stuttgart bezocht. Ze is van alle markten thuis, heeft voor de Boston Consulting Group gewerkt, leiding gegeven aan ngo’s, was tijdens de Arabische Lente minister in Tunesië en wijdt zich nu met voormalig Brits premier Gordon Brown aan de wellicht meest onderschatte crisis van onze tijd. 

    ‘En als we niets doen, zal in 2030 de helft van de kinderen en jongeren op de wereld niet leren’

    ‘Bij de 250 miljoen kinderen die niet naar school gaan, moeten nog 330 miljoen kinderen worden opgeteld die wel naar school gaan, maar daar niets leren,’ zegt Karboul. ‘En als we niets doen, zal in 2030 de helft van de kinderen en jongeren op de wereld, de helft van 1,6 miljard mensen, niet leren.’ Deze getallen zullen na de pandemie nog angstaanjagender klinken. Karboul: ‘Wat betekent het als er de komende 4500 dagen een miljard Afrikanen op de arbeidsmarkt komen? Worden ze werkloos? Met alle risico’s van dien? Of worden ze de leiders van morgen?’ Net als Karboul zelf dus, die met drie achterstandshindernissen tegelijk werd geconfronteerd: geslacht, afkomst en huidskleur. Ze werd niet toevallig minister in Tunesië. En niet toevallig kwam Tunesië als enige land uit de Arabische Lente tevoorschijn als democratie, waarvoor het in 2015 de Nobelprijs voor de Vrede ontving.

    Zo kan een gevaar dus in een kans veranderen, misschien wel in een wondermiddel. De Wereldbank heeft uitgerekend dat het opleiden van meisjes een positief effect heeft op negen van de zeventien ontwikkelingsdoelen van de VN. En klimaatonderzoekers hebben het opleiden van meisjes op de zesde plaats gezet van hun adviezen om het klimaat te redden. Hoger dan elektrische auto’s.

    Amel Karboul heeft een concept ontwikkeld dat ervoor moet zorgen dat ieder kind naar school gaat. En dat het daar ook iets leert. Hoe? Elk onderwijsstelsel leert van het beste stelsel uit zijn klasse: Tunesië van Vietnam, Duitsland van Finland. En de financiering wordt gekoppeld aan resultaten. Het pilotproject om te zien of dit concept succesvol kan zijn, is de ngo Educate Girls, waarmee de Indiase Safeena Husain meisjes naar school krijgt.

    Educate Girls bereikte 7300 kinderen in 140 dorpen, hun leerniveau ging tussen 2016 en 2019 met 79 procent meer omhoog dan dat van even oude kinderen op andere scholen. Kosten: 278.000 dollar. De financiering van dit idee is totaal anders dan gebruikelijk, maar is wel de kwintessens van Karbouls leven. ‘Ik ben in de allerarmste landen geweest, heb gezien hoe boeken in de kast stonden te verstoffen; ik zag scholen zonder ramen, maar met enorme wc’s, omdat daar wel geld voor was. Driekwart van wat we doen heeft geen enkel resultaat: geen banen voor kinderen die van school komen, kinderen die na jaren nog niet kunnen lezen. Ik word er gek van. Zo veel geld. Zou u 1000 euro uitgeven voor een vlucht naar New York, als de vliegtuigmaatschappij zegt dat drie van de vier vluchten niet aankomen?’

    Deel 1 van haar idee: landen en ontwikkelingshulporganisaties betalen niets meer voor boeken en wc’s, maar betalen voor een kind dat kan lezen. En voor een schoolverlater die een baan heeft. Risico: geen. Boeken en toiletten worden betaald door private investeerders, ondernemingen en privépersonen. Als ze succes hebben, verdienen ze mee: 3 tot 15 procent. De gesubsidieerden kunnen met het geld doen wat ze nodig vinden. Geen toiletten en boeken meer waar niemand wat aan heeft.

    ‘Wij definiëren rechtvaardigheid in termen van prestatie en behoefte’

    Voor deze financieringsdriehoek heeft Karboul een fonds opgericht. De VN geloven in het concept en hebben het uitverkoren tot trustfund. Ook investeerders geloven erin, Educate Girls heeft inmiddels toezeggingen voor 100 miljoen dollar: hoop voor 1,5 miljoen meisjes. In Sierra Leone, geteisterd door burgeroorlog en ebola, dongen drie keer zoveel investeerders mee als er nodig waren. Toch krijgen ze alleen geld als hun project er beter uitkomt dan klassieke ontwikkelingshulpprojecten. Wie aarzelen, zijn de mensen van de ontwikkelingshulp. Groot-Brittannië neemt het voortouw en betaalt samen met de regering aldaar 30 miljoen dollar voor een project in Ghana. Langzaam gaat het ook daar de goede kant op. ‘Covid heeft ons een flinke push gegeven,’ zegt Karboul: de politici in Europa weten nu wat een crisis in het onderwijs betekent.

    Ideeën zijn alleen een aanbod. Dat geldt voor alle ideeën hier, waarin twee dingen samenkomen. Ze verminderen de ongelijkheid en ze zijn verankerd in de realiteit, ze zijn bewezen succesvol. Niet iedereen vindt ze goed. Ook het concept van Karboul krijgt kritiek: waarom moeten ook private investeerders eraan verdienen? Leidt dat er niet toe dat landen zich zullen terugtrekken? Is onderwijs geen publiek goed?

    Belangrijke vragen. De vraag waarom investeerders eraan moeten verdienen, valt te beantwoorden: omdat zij de enigen zijn die risico lopen, en het dus rechtvaardig is – althans vanuit Duits perspectief. ‘Voor de meerderheid van de Duitsers betekent rechtvaardigheid niet dat iedereen gelijk is,’ zegt Marcel Fratscher, directeur van het DIW, een Duits Instituut voor economisch onderzoek, die een boek heeft gepubliceerd over de samenleving na corona, dat werd genomineerd voor de prijs voor het beste boek over economie. ‘Wij definiëren rechtvaardigheid in termen van prestatie en behoefte. Het is rechtvaardig dat iemand die meer presteert, meer bezit. En ook dat iemand die niets heeft, hulp krijgt.’ Fratscher kan veel over rechtvaardigheid vertellen, bijvoorbeeld dat samenlevingen die hun zwakkeren beschermen, beter uit de pandemie komen. En net als Erica Chenoweth gelooft hij dat de wereld een kans heeft om door de pandemie rechtvaardiger te worden. Het blijft daarbij alleen wel onduidelijk wat rechtvaardigheid precies is. Ieder mens verstaat er iets anders onder, ook Chenoweth, Zeiler, Karboul en Weyl. Alleen Tang en Heumann zijn het met elkaar eens: rechtvaardigheid is inclusie, participatie.

    De strijd van Kristina Lunz

    Kristina Lunz voert actie voor vrouwenrechten in het klein en denkt erover na in het groot.

    Kristina Lunz komt uit een arbeidersgezin in Franken en was in haar familie de eerste die ging studeren – haar eerste overwinning op een onrechtvaardige samenleving. In Duitsland gaat maar 27 procent van de arbeiderskinderen studeren, tegen 79 procent van de kinderen van academici. In 2014, als student, voerde ze actie tegen de Bild Zeitung, waarin elke dag een foto van een topless meisje verscheen. Het was haar eerste gevecht tegen stereotypering en seksisme. In 2018 stopte Bild Zeitung ermee. Haar volgende succes behaalde ze toen ze met andere vrouwen de campagne ‘Nee is nee’ initieerde, die resulteerde in een wet voor vrouwenrechten. 

    Eenmaal afgestudeerd werd Lunz door Scilla Elworthy, een activiste die driemaal is genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, gevraagd om een organisatie voor haar op te zetten. Lunz voelde zich gevleid en richtte het Centre for Feminist Foreign Policy op. 

    Feministische buitenlandse politiek? Jazeker. In Zweden, Canada en Frankrijk bestaat die al. En landen als Duitsland en Finland nemen het steeds serieuzer, alleen al omdat Lunz en haar team hen adviseren. Hetzelfde deed ze tot begin 2020 bij het opzetten van het feministische netwerk Unidas van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas.

    ‘Wij zijn niet de eersten die feministische analyses en buitenlandse politiek bij elkaar brengen, maar we horen wel tot de veel te weinigen naar wie geluisterd wordt,’ zegt Lunz. Juist nu is haar werk van belang. Vrouwen worden door de pandemie harder geraakt dan mannen: doordat ze als verpleegkundigen meer aan het virus worden blootgesteld, doordat er minder geld wordt besteed aan anticonceptie en gezinspolitiek nu het geld naar de strijd tegen corona gaat, doordat vrouwen door discriminatie armer, zwakker en aan meer gevaren blootgesteld zijn.

    In juli schreef ze met haar team in een plan van 41 pagina’s hoe vrouwen tijdens de pandemie geholpen kunnen worden. Het ging over de bezetting van de gremia die hulpgelden verdelen, via humanitaire noodhulp tot en met het opzetten van nieuwe structuren. Ideeën die Zweden in praktijk bracht toen het, naast veel andere hulp, snel 2 miljoen euro ter beschikking stelde voor voorbehoedmiddelen in ontwikkelingslanden en voor vrouwenhuizen in Sierra Leone.

    RadicalxChange

    Glen Weyl, oprichter van RadicalxChange, heeft eens een ongewone uitspraak gedaan. Naast zijn politieke werk is hij adviseur van Microsoft en doet hij onderzoek. Zoals zovelen ergert hij zich aan de macht van de big tech-bedrijven en ook vindt hij het onterecht dat ze ons niet betalen voor onze data, zoals werknemers worden betaald voor hun werk. De wereld heeft een datavakbond nodig. Volgens dezelfde logica heeft een ‘future team’ van Microsoft, geleid door Weyl, een app ontwikkeld die 60 cent betaalt voor iedere afbeelding die een gebruiker ter beschikking stelt, zodat een bedrijf met kunstmatige intelligentie daarmee kan oefenen om beelden te herkennen. Weyl probeert het systeem van binnenuit te veranderen.

    ‘Onze CEO Satya Nadella,’ zegt Weyl in die ongewone verklaring, ‘spreekt steeds vaker van een referendum over het kapitalisme dat op dit moment plaatsvindt. Dat we geloven dat het kapitalisme niet zal overleven als het niet leert dat ondernemingen niet moeten afgaan op de waarde die ze intern creëren, maar op de waarde die ze creëren voor de ecosystemen om hen heen.’ Ook in het kapitalisme is de wedloop van de ideeën begonnen. Ook Waldemar Zeiler, oprichter van Einhorn, maakt deel uit van deze beweging.

    Hoe zijn rechtvaardige wereld, geschapen achter de sluier van onwetendheid, eruitziet? ‘Eh, dat weet ik nog niet,’ zegt Zeiler tegen de vraagsteller bij Women’s Hub. Hij wil, zegt hij vervolgens, gewoon de economie veranderen, dat eeuwige ‘meer en meer en meer’.

    Zeven jaar geleden was hij het zat. Voor zijn toenmalige start-up had hij 3 miljoen euro opgehaald, een bewijs van de grote verwachtingen die de investeerders ervan hadden. Het liet hem koud. Hij gooide het bijltje erbij neer en ging op wereldreis. Af en toe stuurde zijn kompaan Philip hem foto’s met businessideeën. Op een dag: lelijk verpakte condooms. 

    Condooms? Oké, dan moest het nieuwe dus in de onderneming zelf zitten: new work, het idee dat ondernemingen levende organismen zijn die het best in staat zijn informele hiërarchieën te vormen. De baas wordt afgeschaft. Wie vragen heeft, moet ze stellen aan degene die ergens het meest van afweet. En iedereen neemt vrij wanneer hij wil. De salarissen worden gezamenlijk vastgesteld. 

    ‘Alles weggeven, 100 procent van de winst naar het bedrijf’

    Terwijl Zeiler vertelt, verschijnen er vragen op het chatscherm: hoe zit het met het ego? En met het salaris? Het geld is niet zo moeilijk, zegt hij, niemand kan zich verrijken. Maar het ego… Daar wordt nog aan gewerkt. Workshops over geweldloze communicatie, bijeenkomsten waarbij iedereen kan zeggen wat haar of hem niet bevalt.

    Of ze met al dat ‘inner work’ nog wel aan werken toekomen? Als je leest, zegt Zeiler, hoeveel mensen nog permanente stiptheidsacties lijken te voeren, dan is het geld goed besteed.

    Veganistisch en duurzaam: hun condooms veroverden al snel de biomarkt. Ze maakten winst, de drogisterijketen DM nam ze in het assortiment op. Veel verandering, maar het echt revolutionaire idee moest nog komen. 50 procent van de winst ging in de onderneming, 50 procent naar Philip en hemzelf, maar op een dag zeiden ze: dit klopt niet. De vrouwen bij Einhorn hebben ook menstruatieproducten ontwikkeld en daarmee de omzet verdubbeld.

    Ze bespraken het fenomeen van de ongelijkheid en gingen naar een conferentie op een oud landgoed, waar ze Armin Steuernagel ontmoetten, oprichter van de Stiftung Verantwortungseigentum [Stichting Eigendom schept verantwoordelijkheid]. Steuernagel stond daar in de paardenstal en Zeiler vond hem aanvankelijk maar extreem: alles weggeven, 100 procent van de winst naar het bedrijf. Maar mettertijd wilden zij dat ook. ‘Het voelde als een revolutie, een uitbarsting, een utopie, omdat het de hebzucht uitschakelde,’ zegt Zeiler. Het tegendeel van het oprichterskapitalisme van Silicon Valley, dat volledig gericht is op het uittreden van de oprichters als de onderneming is verkocht of naar de beurs gebracht.

    Tot nu toe is er voor hun model geen geschikte rechtsvorm. Verschillende ministeries kijken ernaar. Maar Zeiler en zijn medestrijders hebben wel een signaal afgegeven; zeshonderd ondernemers en honderd medestanders, vrouwen en mannen, onder wie Marcel Fratscher, sloten zich bij de ideeën aan. En steeds meer mensen voegen zich bij de beweging, ook Maren Jopen, wier volgende bedrijf Jopenau net van start is gegaan, speelt met de gedachte. Meer en meer en meer, maar op een heel andere manier.

    Lorenz Wagner is de afgelopen maanden op zoek geweest naar grote ideeën over gerechtigheid. Er geldt slechts één criterium: ze moeten zich al enigszins bewezen hebben. Een van die denkmodellen heeft Wagner zelf in de praktijk gebracht: als zijn twee kinderen allebei het laatste stukje van de taart willen, mag het ene het stuk delen en mag het andere kiezen welk stuk voor hem is.

    Miljonairs eisen belasting

    Op dit moment bezit 10 procent van de Duitsers tweederde van het nationale nettovermogen; de bovenste 1 procent heeft 35 procent in bezit. Daartegenover heeft 20 procent van de Duitsers, en volgens sommige studies zelfs 40 procent, geen reserves en mogelijk schulden.

    Tijdens de coronacrisis steeg het vermogen van de rijken in Duitsland naar 20 biljoen dollar, een recordbedrag. Het aantal miljonairs groeide van 1,5 miljoen in 2019 naar 2,1 miljoen in 2021 en 2900 Duitsers bezitten nu meer dan 100 miljoen dollar.

    Volgens experts blijft de vermogenskloof groeien als er niets verandert. Wie rijk is geboren, wordt nog rijker; degenen die arm beginnen, zullen hun achterstand nooit inhalen. De levensverwachting van rijken is acht tot tien jaar hoger dan die van armen. Bedroeg het salaris van een topmanager vroeger twintig of dertig keer het gemiddelde salaris, nu is dat tweehonderd, driehonderd of zelfs duizend keer.

    ‘Waarom betalen we zo veel meer aan mensen die voor ons geld zorgen dan aan mensen die voor onze kinderen zorgen?’, vroeg selfmade multimiljonair Ralph Suikat zich af. ‘Dat is qua prestaties niet te verklaren.’ Daarom plaatste hij in juli met collega-campagnevoerders – georganiseerd in de Movement Foundation, een fonds van tweehonderd vermogenden die gerechtigheid, ecologisch bewustzijn, democratie, vrede en ander moois willen bevorderen – de oproep #Taxmenow in Süddeutsche Zeitung en de Oostenrijkse Standard, waarin ze eisen dat de staat meer belastingen heft. De oproep werd door 36 vermogenden uit Duitsland en Oostenrijk ondertekend en ook andere Europese miljonairs sloten zich aan. ‘Corona vergroot de ongelijkheid en gezondheidsrisico’s en vermindert onderwijskansen voor armen, terwijl sommige rijke mensen en bedrijven tijdens de crisis nog rijker zijn geworden’, staat in de oproep. ‘Wij zijn welvarend en zetten ons in voor een hogere vermogensbelasting om meer kansen, participatie en toekomstige investeringen voor iedereen mogelijk te maken.’

    De ondertekenaars pleiten onder meer voor herinvoering van de vermogens-belasting en strengere regels tegen belastingontduiking.

  • Hoe de pandemie het populair futurisme veranderde

    Hoe de pandemie het populair futurisme veranderde

    Speculatieve non-fictie was lange tijd vooral gericht op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijf – en dus op het verdienen van geld. Mede door de pandemie kunnen we het populaire genre mogelijk aanwenden voor een betere toekomst.

    De pandemie, die in veel opzichten vreemder is dan sciencefiction, heeft veel discussie uitgelokt over de rol van speculatieve fictie bij onze toekomstvoorstellingen. Waar sommigen in de mogelijkheden die zulke verhalen voorspiegelen antwoorden zien op onzekere tijden, vragen anderen zich af waar deze dystopische visioenen eindigen. Maar misschien is het net zo relevant om ons weer eens in de speculatieve non-fictie te verdiepen, een zich constant ontwikkelend genre dat we als ‘populair futurisme’ zouden kunnen betitelen.

    Wat zijn de kenmerken van een ‘populair-futuristisch’ boek? Het schetst mogelijke toekomstperspectieven, belicht nieuwe belangwekkende trends en belooft manieren waarop zelfs niet-gespecialiseerde lezers deze inzichten op hun eigen leven en werk kunnen toepassen. Zo’n boek heeft waarschijnlijk een fascinerend omslag, in een stijl die dateert van het werk dat met recht en reden een pionier in dit genre kan worden genoemd en nog altijd toonaangevend is: Toekomstshock van Alvin Toffler. Dit boek, dat het concept ‘futurisme’ populair maakte in de mainstreamcultuur en in de zakenwereld en kortgeleden zijn vijftigste verjaardag vierde, verscheen in de meest veelkleurige versies, zodat het als een neonregenboog in het oog zou springen vanuit de schappen van de boekwinkels. Andere titels hebben een kinetische belettering die je vanaf de pagina tegemoet vibreert alsof ze zich met hoge snelheid verplaatst. De toon van de boeken houdt meestal het midden tussen start-uppitch en zelfhulpmantra en straalt het profetische zelfvertrouwen uit van de teruggekeerde tijdreiziger.

    Wat er komen gaat

    Hoewel hun inhoud mee verandert met de tijdgeest, blijft datgene wat ons in populair-futuristische boeken aantrekt hetzelfde: we willen allemaal weten wat er komen gaat. Ze boren de oeroude kracht van de toekomst aan om ons te boeien en bang te maken, op zo’n manier dat onze hedendaagse angsten erdoor worden gesust en aangewakkerd. Zoals alle populair-wetenschappelijke of zelfhulpteksten beloven ze signaal van ruis te scheiden en geven ze ons wat geruststellende (zij het illusoire) controle in een chaotische wereld. Ze laten zien wat de toekomst ons brengt, ook al oogt het heden nog als zo’n warboel.

    Maar de belangrijkste belofte die ten grondslag ligt aan de canon waarvan Toekomstshock de eersteling is, is dat lezers zich met de juiste vooruitziende blik niet alleen kunnen voorbereiden op wat komen gaat, maar er ook van kunnen profiteren. Deze onschuldige vorm van handelen met voorkennis stelt de toekomst voor als een bulkgoed, als een oefening in tijdsbeoordeling waarbij kennis van nieuwe ontwikkelingen financieel voordeel oplevert. Het is geen toeval dat de auteurs van zulke boeken traditioneel een wit, mannelijk en kapitalistisch wereldbeeld hebben; velen van hen werken als in de toekomst gespecialiseerde consultants in het grijze gebied tussen zakenwereld, overheid, technologie, reclame en sciencefiction. 

    Deze zakelijke benadering is tot nu toe dominant in het populair futurisme, maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Het afgelopen jaar is er een verbazingwekkend groot aantal nieuwkomers aangetreden, wat gek genoeg voor de hand ligt in een tijd waarin grote onzekerheid heerst over wat er morgen zal gebeuren, om over het komende decennium nog maar te zwijgen. Kan zo’n traditioneel zelfgenoegzaam genre nog enige troost bieden, laat staan deugdelijke inzichten?

    De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld

    Om die vraag te beantwoorden moeten we terug naar Toekomstshock. Hoewel de titel ons tegenwoordig nog maar vagelijk bekend voorkomt, werd het boek na zijn publicatie in juli 1970 algauw wereldberoemd. Het ging in miljoenen exemplaren over de toonbank, er werd een door Orson Welles ingesproken documentaire van gemaakt en de titel inspireerde Curtis Mayfield tot een song [Future Shock]. Het boek gaf mede aanzet tot een genre dat nog altijd bloeit en bezorgde Toffler een decennialange carrière als auteur, deskundige en consultant. Herlezing van Toekomstshock toont aan dat het boek niet alleen de kiem heeft gelegd voor de powerpointprofetieën van de TED Talk-cultuur en een hele bedrijfstak van toekomstconsultants heeft gecreëerd, maar ook onze toekomstvisie heeft vormgegeven.

    Ook als fysiek object was het opvallend. Het was zo’n vijfhonderd pagina’s dik, het omvangrijke register niet meegerekend. Het was kleurrijk en, nou ja, futuristisch, tot het ronde maar robotachtige lettertype van de titel aan toe, dat was gebaseerd op het MICR-font [Magnetic Ink Character Recognition], ontworpen om door zowel mensen als machines te kunnen worden gelezen. Futurist Scott Smith herinnert zich dat hij als jongen de lijvige paperback op het nachtkastje van zijn ouders zag liggen en deze er zowel eng als verleidelijk vond uitzien; half grappend zegt hij dat hij er zijn beroepskeuze aan dankt.

    Alvin Toffler, de auteur wiens naam in onuitwisbare letters op het omslag prijkt, was een journalist uit Brooklyn die in het begin van zijn carrière samen met zijn vrouw Heidi schreef over progressieve politiek en de arbeidersbeweging. Ze werkten samen aan een trilogie waarvan Toekomstshock het eerste deel was, maar Heidi werd pas in een later boek officieel erkend als auteur. Dat zelfs een toekomstgericht powerkoppel in dit opzicht verbazingwekkend ouderwets was, bewijst maar weer eens dat we allemaal bevattelijk zijn voor de blinde vlekken van onze tijd, net als Toekomstshock.

    Het kernbetoog van het boek is wellicht herkenbaar, misschien omdat Toffler het zo overtuigend beargumenteerde dat het een cliché is geworden: de wereld veranderde in een exponentieel toenemend tempo, waardoor mensen in ‘shock’ raakten en worstelden om het hoofd boven water te houden. In elk geval in de westerse landen onderging de maatschappij een ingrijpende historische verandering toen de industriële revolutie plaatsmaakte voor de informatie-economie; die verandering werd op haar beurt versneld door nieuwe technologieën op het gebied van massacommunicatie. De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld. Het boek probeerde deze nieuwe toestand te doorgronden, de ‘bronnen en symptomen’ ervan bloot te leggen en mogelijke manieren te bedenken om de effecten te verzachten.

    Hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek

    De belangrijkste strategie om de toekomstshock te bestrijden, aldus Toffler, was om zich met extra kracht op de toekomst zelf te richten. Hij riep overheidsinstanties op om grootschalige toekomststudies te financieren, sciencefictionauteurs om meer methodische toekomstvoorspellingen in hun boeken op te nemen en Amerikaanse scholen om toekomstgerichte lessen te geven (als tegenwicht tegen geschiedenislessen). ‘Om zulke beelden in het leven te roepen en daarmee de impact van een toekomstshock te verzachten,’ schreef hij, ‘moeten we allereerst zorgen dat speculeren over de toekomst iets respectabels wordt.’

    Dit was geen nieuwe uitdaging; ook H.G. Wells had zich moeite getroost te benadrukken dat de systematische poging om mogelijke toekomsten te projecteren op basis van hedendaagse gegevens een vorm van wetenschap zou kunnen zijn, en niet alleen maar waarzeggerij. Maar dankzij Tofflers boek werd het futurisme een mainstreamfenomeen, dat zich niet beperkte tot militair gebied (zoals de nucleaire scenario’s die de RAND Corporation als eerste uitwerkte), maar ook op de ‘zachte’ sectoren van het dagelijks leven toepasbaar was, van ‘politiek en speelplaatsen tot skydiven en seks’.

    Maar behalve door zijn inhoud vond Toekomstshock ook veel weerklank door zijn stijl. Naar het voorbeeld van de Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan, wiens vermogen om grote ideeën in pakkende soundbites te presenteren onmiskenbaar een inspiratiebron was, maakte Toffler van het medium de boodschap. Zijn toon is evenzeer gealarmeerd als energiek, professoraal als ademloos. Hij spreekt van een ‘vuurstorm van verandering’, van het ‘zinderende schokeffect’ van nieuwe ideeën, van ‘pijlsnel groeiende’ populaties; zijn taalgebruik wedijvert met de voortstuwingssnelheid die hij beschrijft. Hij gebruikt pakkende termen als ‘ad-hoccratie’; hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek.

    Zelfs wanneer Toffler de potentiële gevaren van versnelde verandering schildert, zoals ongelukken op boorplatforms of besluitvormingsalgoritmen, en de noodzaak van regelgeving benadrukt, gelooft hij dat oplossingen gelegen zijn in een grondige oriëntatie op toekomstige transformaties. ‘De kracht van de technologische ontwikkelingsdrang is te groot om door vooruitgangssceptici te worden gestopt,’ schrijft hij, en ondanks de soms waarschuwende toon definieert het boek op een bedwelmende manier de voorwaarden voor zijn eigen wereldbeeld. ‘Is dit allemaal overdreven?’ luidt zijn beroemde vraag. ‘Ik denk het niet.’

    Optimaliseren

    Zoals de krachtige stijl van Toekomstshock een bestseller heeft gemaakt, zo heeft het succes van het boek de weg gebaand voor een heel genre dat met de beslommeringen van elk navolgend tijdperk is mee veranderd. Eén subgenre van populair-wetenschappelijke boeken die snel na Toekomstshock verschenen, was sterk gericht op het voorspellen van consumentengedrag, te beginnen in 1982 met Megatrends van John Naisbitt en eindigend in 1991 met The Popcorn Report van de nestrix van de trendspotters: Faith Popcorn.

    Met de eerste dot.com-boom werd technologie een algemener thema, ongetwijfeld geholpen door het zelfbeeld van Silicon Valley als de plek waar de toekomst haar beslag krijgt. Deze nieuwe fase van het genre gaf de prioriteit aan innovaties op hardware- en softwaregebied, en sommige titels begonnen de wildste technologische grenzen op te zoeken, zoals The Age of Spiritual Machines (1999) van Ray Kurzweil en Physics of the Future (2011) van Michio Kaku. Maar of hij nu zakelijk banaal of cybergnostisch is, de klassieke populair-futuristische canon vooronderstelt een publiek dat industrieën wil ontmantelen met behoud van de status quo. Zelfs futuristen als Kurzweil, een van de herkenbaarste hedendaagse auteurs en een erfgenaam van Toffler, presenteren ideeën die revolutionair lijken – de uniciteit, de mogelijkheid van onsterfelijkheid – in een taal die wordt beperkt door individualistisch ondernemersdenken. Alles is doordesemd van de logica van het optimaliseren van alles en iedereen, zelfs van onze ziel.

    Gedurende het grootste deel van hun geschiedenis hebben deze boeken zich vooral op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijfsmatige futurisme gericht. Vaak onder invloed van de agenda van haar klanten, concentreert de toekomstbranche zich op het oplossen van de problemen waarvoor ze is ingehuurd. Omdat ze zijn voortgekomen uit organisatieadviesbureaus en oververhitte start-ups, zijn futuristen meer geïnteresseerd in, en kunnen ze zich gemakkelijker een voorstelling maken van ruimtekolonies en het eeuwige leven – voor sommigen een rechtstreekse weg naar winst – dan van een kwestie als het afschaffen van gevangenissen.

    (Een nieuwe ster aan Tofflers toekomstversnellingsfirmament, maar zonder zijn weloverwogen zorgen te delen, is The Future Is Faster Than You Think van Peter Diamandis en Steven Kotler, waarin ademloos wordt beschreven hoe nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie ertoe zullen leiden dat de mensheid ‘een grotere omwenteling zal meemaken en meer rijkdom zal creëren dan in de afgelopen honderd jaar’. Wie met de omwenteling wordt geconfronteerd en naar wie de rijkdom gaat is niet moeilijk te raden. Problemen als klimaatverandering, stelt het boek, kunnen te lijf worden gegaan met zich steeds verder ontwikkelende gadgets, zoals goedkopere zonnepanelen en brandweerdrones.)

    Kathedraaldenken

    Maar terwijl de regels en de definitie van het ‘toekomstdenken’ veranderen en zich verspreiden via andere stemmen, geografieën en ideologische structuren, verandert het populair-futuristische boek mee – en treedt het soms uit Tofflers voetsporen, als het al niet een geheel nieuwe weg inslaat.

    Vorig jaar verscheen After Shock, een officiële hommage aan Toekomstshock. De bundel bevat lovende maar zeker ook kritische woorden van de hand van meer dan honderd hedendaagse futuristen en denkers. Het boek How to Future: Leading and Sense-Making in an Age of Hyperchange van Scott Smith en Madeline Ashby staat voor een stap in een andere richting en beschrijft strategieën voor het begeleiden en creëren van verandering in verschillende contexten, die zich lang niet altijd beperken tot het commerciële en technologische domein. Het is een bewonderenswaardige poging om tot een ‘toekomsthandleiding’ voor verschillende doelgroepen en doelstellingen te komen, geïllustreerd met de toepassing van bijvoorbeeld scenarioplanning, een in de Koude Oorlog door militairen ontwikkelde methodologie, op terreinen als non-profitmanagement en gezondheidszorg. De casestudy’s en procesbeschrijvingen zijn verhelderend, al gaat de gedetailleerdheid soms te ver voor de niet-academische lezer die het in de naaste toekomst niet als handboek zal gebruiken.

    Ook het veelgenoemde idee van ‘langetermijndenken’ duikt in diverse recente boeken op als een cruciaal middel om een andere existentiële dreiging te lijf te gaan: de klimaatcrisis. In De goede voorouder roept filosoof Roman Krznaric kalm op tot een heroriëntering op de toekomst, niet ten bate van onszelf (zoals typerend is voor het populair-futuristische boek), maar van onze verre nazaten. Hij gebruikt de term ‘kathedraaldenken’ voor reusachtige projecten die niet tijdens ons eigen leven zullen worden afgerond, maar waarmee nu wel hoognodig een begin moet worden gemaakt, vergelijkbaar met het werk van verschillende generaties aan de middeleeuwse kathedralen die hun achterkleinkinderen pas voltooid zouden zien.

    Waar in boeken als Toekomstshock de toekomst wordt beschreven als een reusachtige golf die onontkoombaar en verpletterend op ons af raast, is de centrale metafoor in het boek van Krznaric (dat soms leest alsof je door een stil bos dwaalt) de eikel. Het gaat erom dat je bijvoorbeeld niet alleen maar bomen plant (al wordt herbebossing letterlijk een cruciaal langetermijnproject genoemd), maar ook het belang en het potentieel van het huidige moment benadrukt, hoe gebrekkig ook, om de toekomst te beïnvloeden.

    Interactieve kaartspellen zijn misschien wel beter dan een boek in staat de vreemde, veranderlijke manieren te belichamen waarop de toekomst zich ontvouwt

    Het meest inventief wordt dit thema misschien wel onderzocht in populair-futuristische projecten die de grenzen van het boek volledig overschrijden. Een daarvan is Afro-Rithms from the Future, een digitaal kaartspel dat spelers uitdaagt toekomstscenario’s te bedenken met een expliciete focus op zaken als sociale rechtvaardigheid en ongelijkheid. Tot het team dat het spel heeft ontwikkeld behoren futurist, acteur en kunstenaar Ahmed Best en Lonny Brooks, universitair hoofddocent Communicatie aan de California State University. Het spel maakt gebruik van afrofuturistische denkwijzen en kunstvormen om radicale visies op een rechtvaardiger wereld te stimuleren en groepsdiscussies uit te lokken over het veranderen van de huidige situatie om zover te komen. De kosmische, bontgekleurde kaarten zijn uitnodigend en in scherp contrast met het beeld van blauwe lasers dat maar al te vaak de standaardesthetiek van de ‘toekomst’ vormt. Interactieve kaartspellen en collectieve verhaalprojecten zijn misschien wel beter dan een lineair boek in staat de vreemde, veranderlijke, participatieve manieren te belichamen waarop de feitelijke toekomst zich ontvouwt.

    Ook voordat de coronapandemie begin 2020 over de wereld begon te razen, hadden de catastrofale vooruitzichten voor de planeet – klimaatverandering, opkomend nationalisme, systemische ongelijkheid, technologie die meer problemen veroorzaakt dan oplost – iedere hoop op een stabiele toekomst al de bodem ingeslagen. Maar een heel klein lichtpuntje is misschien dat dit het jaar kan worden waarin we het duidelijkst beseffen dat we op een geheel nieuwe manier over de toekomst zullen moeten praten, als we die rechtvaardig en duurzaam willen maken voor iedereen. Net als in 1970 wordt de toekomst momenteel gevormd door ingewikkelde interacties van mensen, systemen, gemeenschappen en materiële en milieuomstandigheden – en door de verhalen waardoor die interacties worden beïnvloed.

    Dit nieuwe hoofdstuk van populair futurisme toont zijn blijvende aantrekkingskracht als een vertrouwd dialect, ook al is de boodschap die het genre brengt nu van een andere urgentie. Misschien kan het nog altijd nieuwe toekomstperspectieven voor een gezondere wereld bieden, maar die moeten dan wel net zo levendig en onweerstaanbaar overkomen als Toekomstshock vijftig jaar geleden. Waar Toffler en zijn volgelingen de versnelde, door winstbejag gedreven toekomst duizelingwekkend maakten, probeert de volgende generatie denkers deze paradox op te heffen en tragere, meer op herstel en gemeenschapszin gerichte toekomsten te verzinnen, die even onweerstaanbaar zijn.

  • De laboratoria die met de dodelijkste ziekteverwekkers ter wereld werken

    De laboratoria die met de dodelijkste ziekteverwekkers ter wereld werken

    Het is twijfelachtig of we ooit de oorsprong van covid-19 zullen achterhalen. Maar vrijwel geen expert sluit de mogelijkheid uit dat het uit een laboratorium is ontsnapt. De eerste keer zou het namelijk allerminst zijn. ‘Het meest verontrustend is onderzoek naar het nog dodelijker maken van ziekteverwekkers.’

    Keuze uit ons archief

    De oorsprong van covid-19 blijft een onopgelost mysterie en tevens voer voor een verhitte discussie. Onlangs gooide FBI-baas Christopher Wray nog wat olie op het vuur in een interview met Fox News door te stellen dat het coronavirus in de wereld is gekomen nadat het ontsnapte uit een laboratorium dat mogelijk in de Chinese stad Wuhan stond. Hoewel hij geen bewijs voor zijn stelling gaf, is het niet ondenkbaar. Want over de hele wereld staan laboratoria waar met zeer dodelijke ziekteverwekkers gewerkt wordt, zoals we in dit stuk van het Amerikaanse tijdschrift Mother Jones lezen.

    Dit artikel verscheen eerder in Reader 23 van 360 Magazine, juli 2020.

    Maar weinig mensen hadden gehoord van het Wuhan Institute of Virology (WIV) – het streng beveiligde biolab in Wuhan, China, dat baanbrekend onderzoek doet naar coronavirussen – tot half april [2020], toen de regering-Trump begon te suggereren dat het mogelijk de bron was van SARS-CoV-2, het virus dat covid-19 veroorzaakt. Tot dusverre werd het idee enkel ondersteund door het feit dat covid-19 uitbrak in de stad waar ook het instituut staat, maar dat toeval was voldoende om voeding te geven aan allerlei wilde samenzweringstheorieën. Aanvankelijk deden deze vooral de ronde in extreemrechtse kringen, maar toen de regering onder vuur kwam te staan, begon ze de verhalen te voeden.

    Biosafety Level 4-classificatie

    De basis hiervoor werd gelegd toen twee berichten van functionarissen van de Amerikaanse ambassade in Beijing werden gelekt naar The Washington Post. De berichten waren in 2018 naar Washington verzonden nadat de functionarissen het Wuhan Institute of Virology hadden bezocht – het eerste laboratorium in China met een Biosafety Level 4-classificatie, wat betekent dat het met ’s werelds gevaarlijkste ziekteverwekkers werkt – en te horen kregen over veiligheidsproblemen aldaar. ‘Uit gesprekken met wetenschappers van het WIV-laboratorium maakten ze op dat het nieuwe laboratorium een ​​ernstig tekort heeft aan goed opgeleide technici en onderzoekers om de veiligheid in dit besmettingsgevoelige laboratorium te handhaven’, stond in een van de berichten, waarin er bij de regering op aan werd gedrongen extra steun te sturen naar het laboratorium en werd benadrukt hoe belangrijk het werk van het WIV was voor de ‘voorspelling en preventie van toekomstige uitbraken van het coronavirus’.

    Een tweede lek was veel gerichter. Fox News haalde niet nader benoemde insiders aan die zeiden ‘steeds meer overtuigd te zijn’ dat de uitbraak afkomstig was uit het laboratorium. Toen president Trump tijdens een persconferentie naar het rapport werd gevraagd, was zijn commentaar: ‘We horen het verhaal steeds vaker.’

    In The Hugh Hewitt Show voerde staatssecretaris Mike Pompeo de druk verder op: ‘We weten dat de eerste waarnemingen van de ziekte plaatsvonden binnen enkele mijlen van het Wuhan Institute of Virology. We kennen de geschiedenis van de faciliteit – het is het eerste BSL-4-laboratorium waar hoogwaardig virusonderzoek wordt uitgevoerd. We weten dat de Communistische Partij van China, toen ze begon te bepalen wat er in Wuhan moest gebeuren, overwoog of het WIV misschien de plek was waar dit vandaan kwam. En het allerbelangrijkste: we weten dat ze niet hebben toegestaan ​​dat wetenschappers het laboratorium binnengaan om te evalueren wat er is voorgevallen.’

    De motivatie om China de schuld te geven, om de slordigheid van andere mogendheden als de ware oorzaak van de pandemie aan te wijzen, lijkt evident. De afgelopen tijd is er steeds meer afbreuk gedaan aan het argument van de regering dat ze te kort van tevoren is gewaarschuwd voor het naderende virus. Nieuwe rapporten maken steeds weer duidelijk hoe vroeg en vaak de regering werd gewaarschuwd, en volgens ABC News werd het eerste alarm zelfs al in november geslagen, toen de Amerikaanse inlichtingendienst de uitbraak oppikte via in China onderschepte communicatie en markeerde als potentieel ‘cataclysmisch’. Vandaar de noodzaak om de aandacht af te leiden van haar eigen onbekwaamheid en China tot grote vijand te bestempelen.

    Misplaatst

    Maar de politiek gemotiveerde pogingen van de regering-Trump om het WIV de schuld te geven, zijn nogal misplaatst. Een laboratoriumconnectie zou de Amerikaanse schuld juist vergroten, omdat het werk dat er werd gedaan deel uitmaakte van een internationaal, in de Verenigde Staten gelanceerd project – tot voor kort althans: vlak nadat Trump de theorie van de ontsnapping uit het laboratorium omarmde, eind april, werd de bijdrage aan EcoHealth Alliance, dat bijdroeg aan de financiering van het WIV-lab, stopgezet.

    De gelekte berichten tonen aan hoe hecht de relatie is tussen het WIV en de Verenigde Staten. Er is geen teken dat het instituut in 2018 met Beijing contact opnam voor extra hulp; in plaats daarvan reikte het uit naar Washington, dat het verzoek afwees. Zoals de Post meldde: ‘Er is geen extra hulp aan de laboratoria verleend.’

    In het onwaarschijnlijke geval dat bewezen wordt dat het virus aan het laboratorium kan worden gelinkt, kan het niet-leveren van meer ervaren personeel worden gezien als een enorme blunder van de regering-Trump. ‘In de berichten worden serieuze waarschuwingen gedaan, en je zou verwachten dat degene die ze heeft gelezen, stappen zou ondernemen om de situatie te peilen’, zei senator Chris Murphy van Connecticut onlangs tegen de Post. ‘Maar er bestaan nog altijd meer vragen dan antwoorden over de oorsprong van dit virus.’

    Virussen die in zo’n onvriendelijke omgeving weten te overleven, kunnen verwoestend zijn als ze oversteken naar zoogdieren met een zwakkere verdediging

    Het is twijfelachtig of we ooit de oorsprong van covid-19 zullen achterhalen. Maar ondanks het scepticisme van veel experts, durfde niemand met wie ik sprak de mogelijkheid uit te sluiten dat het per ongeluk was ontsnapt uit een laboratorium waar het werd bestudeerd. Ook kan het naar Wuhan zijn gebracht door iemand die ergens anders is besmet, of door een dier dat als tussengastheer diende. Zoals we hebben gezien, weten de meeste mensen die met SARS-CoV-2 zijn besmet niet dat ze het hebben. Het is misschien onmogelijk om zo’n ziekte tot patient zero terug te traceren.

    Maar dat het WIV nu de aandacht heeft, kan ergens goed voor zijn. De meeste mensen realiseren zich niet hoe heroïsch een deel van het werk is dat er wordt verricht, en hoe belangrijk om de volgende pandemie te voorkomen. Ook is er weinig erkenning voor het gevaar dat het werk in zwaarbeveiligde biolabs over de hele wereld met zich meebrengt. Ja, de volgende pandemie zou uit een laboratorium in China voort kunnen komen. Maar de oorsprong kan net zo goed veel dichter bij huis liggen.

    De afgelopen decennia zijn er vaker ziekten van dieren op mensen gesprongen, een fenomeen dat zoönose of spillover wordt genoemd, of soortoverschrijdende overdracht. Deskundigen geven de schuld aan onze toenemende inmenging in de natuurlijke wereld. Door bossen om te zetten in boerderijen en op wilde dieren te jagen, geven we virussen steeds meer kans om over te lopen.

    De inspanning om dergelijke overdracht op te sporen en te voorkomen, begon nadat SARS (Severe Acute Respiratory Syndrome) in november 2002 in Zuid-China opdook en een aantal mensen infecteerde die banden hadden met een ‘natte markt’, waar dieren in het wild worden verkocht. SARS heeft uiteindelijk 774 mensen over de hele wereld gedood door longcellen te vernietigen en een ernstige longontsteking te veroorzaken. SARS doodde 10 procent van zijn slachtoffers, een extreem hoog percentage, maar was niet enorm besmettelijk, en in juli 2003 was het gelukt het virus te bedwingen.

    Virologen identificeerden al snel een nieuw coronavirus als veroorzaker van SARS. Het leek op andere virussen die in vleermuizen werden aangetroffen, waarvan men vermoedde dat ze de oorspronkelijke gastheren waren. Vleermuizen zijn de natuurlijke dragers van veel van ’s werelds ernstigste infectieziekten, waaronder MERS en ebola, maar die virussen veroorzaken bij vleermuizen zelden problemen. Vleermuizen hebben een hyperactief immuunsysteem dat virussen weinig kans geeft. Bij de meeste zoogdieren, waaronder wijzelf, zouden dergelijke agressieve immuunreacties dodelijke ontstekingen veroorzaken (zoals de cytokinestormen waar sommige covid-19-patiënten aan overlijden), maar vleermuizen hebben bovendien unieke herstelmechanismen in hun cellen die zulke ontstekingen constant opruimen. Deze herstelmechanismen dienen om de slijtage tegen te gaan die wordt veroorzaakt door het intense metabolisme van vleermuizen – hun hart kan tijdens de vlucht duizend keer per minuut kloppen –, maar stellen vleermuizen ook in staat 24/7 een beroep te doen op hun immuunsysteem zonder zichzelf te vernietigen.

    Virussen die in zo’n onvriendelijke omgeving weten te overleven, kunnen verwoestend zijn als ze oversteken naar zoogdieren met een zwakkere verdediging, een beetje als een invasieve soort die in een maagdelijke omgeving wordt gedropt.

    db6c9c8b8cd4a50cbbf8130682980c80304647d0
    © Getty

    Volgens Scientific American begon een team van WIV onder leiding van viroloog Shi Zhengli in 2004 grotten in Zuid-China te bezoeken, in de hoop de oorzaak van SARS te vinden. Ze namen vleermuizen mee en namen bloed-, speeksel- en ontlastingsmonsters, die ze in Wuhan op virussen testten. In 2009 werd het lab betrokken bij PREDICT, een nieuw programma dat werd opgezet door USAID en erop was gericht wetenschappers op te leiden en te financieren om gebieden met een hoog risico op nieuwe virussen te onderzoeken. Door onbekende virussen te identificeren voordat ze op mensen terechtkwamen – om ‘ze te vinden voordat ze ons vinden’, zoals Shi het uitdrukte –, hoopten onderzoekers een systeem voor vroegtijdige waarschuwing op te kunnen zetten. Het project werd in tientallen landen uitgevoerd, maar het WIV vormde een belangrijke spil en Shi Zhengli kwam in China bekend te staan als ‘Bat Woman’.

    Het team van Shi ontdekte dat de vleermuizen in Zuid-China vol virussen zaten, vooral coronavirussen

    In 2013 ontdekte het WIV SARS-CoV, de oorzaak van SARS, in een grot in de provincie Yunnan. Het team van Shi ontdekte dat de vleermuizen in Zuid-China vol virussen zaten, vooral coronavirussen. Meer dan tien jaar lang verzamelde haar team in de regio meer dan tienduizend monsters van vleermuizen waarmee ze honderden nieuwe coronavirussen identificeerden, waarvan enkele in staat waren ook mensen te infecteren. Veel vleermuizen droegen meerdere virussen met zich mee en er waren alarmerende tekenen dat de virussen zich opnieuw met elkaar vermengden – ze wisselden tijdens het vermenigvuldigen stukjes genetische code uit, waardoor nieuwe virussen met nieuwe eigenschappen ontstonden.

    ‘Het is zeer waarschijnlijk dat toekomstige SARS- of MERS-achtige uitbraken van coronavirus afkomstig zullen zijn van vleermuizen, en er is een vergrote kans dat dit in China zal gebeuren’, schreven Shi en haar collega’s in een paper uit 2019 die nu griezelig vooruitziend overkomt. ‘Dat maakt het onderzoek naar coronavirussen van vleermuizen urgent om vroege waarschuwingssignalen te detecteren.’

    SARS en SADS – een verwant virus dat in 2017 25.000 varkens doodde – braken allebei uit in Zuid-China, waar de meest zorgwekkende geslachten van coronavirussen werden gevonden en waar toekomstige uitbraken werden verwacht. Toen de autoriteiten Shi op 30 december waarschuwden dat een uitbraak van longontsteking in Wuhan werd veroorzaakt door een mysterieus nieuw coronavirus, was ze verrast. ‘Ik had nooit verwacht dat zoiets zou gebeuren in Wuhan, in Centraal-China’, vertelde ze aan Scientific American. Wuhan is een metropool van wolkenkrabbers waar 11 miljoen mensen wonen, honderden kilometers verwijderd van de vleermuisvriendelijke grotten van Zuid-China. Shi vroeg zich af: ‘Zou het uit ons lab afkomstig kunnen zijn?’

    De weken die volgden beschreef ze als de meest stressvolle van haar leven. Ze doorzocht verwoed de dossiers van haar lab, op zoek naar tekenen van een ongeluk of onbedoelde vrijlating, en was pas gerustgesteld toen de genetische code van het nieuwe virus niet overeen bleek te komen met de coronavirussen in haar lab. ‘Dat haalde echt een enorme druk van mijn schouders,’ zegt ze. ‘Ik had al dagen geen oog dichtgedaan.’

    De meesten van ons denken ten onrechte dat het risico op een pandemie uit een biolab oneindig klein is

    Het laboratorium van Shi kan niet volledig worden vrijgepleit van mogelijke schuld totdat een onafhankelijke instantie de gegevens van het laboratorium heeft beoordeeld, en het lijkt er niet op dat de Chinese regering die wil vrijgeven. Het zou ook nog kunnen dat de bron van besmetting uit een door Centers for Disease Control and Prevention (CDC) gerund BSL-2-laboratorium in Wuhan komt, waarin naar verluidt wordt gewerkt met vleermuiscoronavirussen en dat opmerkelijk dicht bij de natte markt van de stad ligt.

    Maar hoewel Shi zelf gerustgesteld was, impliceren haar woorden eigenlijk iets zeer verontrustends. De meesten van ons denken ten onrechte dat het risico op een pandemie afkomstig uit een biolab oneindig klein is. Maar het is duidelijk dat Shi niet uitsloot dat het uit haar lab zou zijn ontsnapt. En ze blijkt niet de enige te zijn die er zo over denkt. Hoewel bioveiligheidsexperts vooral de natuur als mogelijke bron van de volgende pandemie zien, maken ze zich ook grote zorgen over de laboratoria.

    Media over de hele wereld namen de nattemarkttheorie over

    De eerste grote cluster van covid-19-gevallen werd in december gevonden bij mensen die waren verbonden aan de Huanan Vismarkt. De markt verkocht naar verluidt levende wilde dieren. Aangezien SARS oorspronkelijk waarschijnlijk werd overgedragen door civetkatten afkomstig van een natte markt in Zuid-China, leek het niet onwaarschijnlijk dat hier de oorzaak lag. De Chinese regering verspreidde het verhaal verder. De markt werd op 1 januari gesloten en het gebied werd schoon geschrobd. ‘De oorsprong van het nieuwe coronavirus is het wild dat illegaal wordt verkocht op een vismarkt in Wuhan’, verkondigde Gao Fu, directeur van China’s CDC, in januari.

    Media over de hele wereld namen de nattemarkttheorie over. Maar zelfs al in januari was het duidelijk dat de kans dat het coronavirus voor het eerst op de markt werd overgedragen verwaarloosbaar was. Er is geen bewijs dat er levende schubdieren werden verkocht, een andere mogelijke drager van coronavirussen, maar ten minste één kraam heeft mogelijk civetkatten verkocht. Ondanks uitgebreide tests van de dieren en de dierlijke onderdelen die op de markt werden verkocht, testte geen ervan positief op het virus, volgens het CDC. De enige positieve monsters kwamen ‘uit de omgeving’ en waren mogelijk afkomstig uit het riool.

    Bovendien klopt de timing niet. Volgens gegevens van de Chinese overheid die zijn geanalyseerd door South China Morning Post, kunnen de vroegste gevallen in de provincie Hubei worden getraceerd tot half november, weken vóór de uitbraak op de markt. ‘Het virus kwam op die markt terecht voordat het ervandaan kwam’, zei Daniel Lucey, specialist in infectieziekten aan de Georgetown University, eind januari tegen Science. Lucey is een fel tegenstander van de theorie dat het virus uit het lab zou komen. De markt was volgens hem gewoon een versterker, een soort mini-Mardi Gras.

    Maar daarmee was niet verklaard hoe een virus dat in afgelegen grotten in Zuid-China ​​in vleermuizen was ontstaan, plotseling in het centrum van Wuhan kon opduiken. Zelfs de meest plausibele theorieën – dat het van een vleermuis naar een persoon of een ander dier was gesprongen, die het als tussengastheer naar Wuhan bracht – zou een opmerkelijke samenloop van gebeurtenissen vereisen. Het was een beetje alsof op het Zwitserse platteland buiten de CERN-deeltjesversneller plotseling een zwart gat ontstond.

    ‘Het virus kwam op die markt terecht voordat het ervandaan kwam’

    Perfect voer voor samenzweringsgezinde dwepers als Rush Limbaugh, die de wetenschap niet kon volgen en duistere biowapenverhalen over de ‘ChiCom’-regering spon, die terecht werden veroordeeld door experts in het veld (en die hij sindsdien heeft ingetrokken). Het genoom van SARS-CoV-2 vertoonde geen enkel teken dat het niet natuurlijk zou zijn, en vijf van ’s werelds beste wetenschappers bekritiseerden in Nature Medicine de hypothese dat het uit een lab zou zijn ontsnapt. ‘Onze analyses tonen duidelijk aan dat SARS-CoV-2 geen laboratoriumconstructie of doelbewust gemanipuleerd virus is’, schreven ze.

    Maar het bleef de vraag of een vleermuisgrotonderzoeker het natuurlijke virus onbewust naar Wuhan zou hebben gebracht, of in het laboratorium geïnfecteerd zou zijn geraakt. Helaas hadden de Limbaughs van de wereld op dit terrein hun invloed. Een van de weinige wetenschappers die nog publiekelijk durfde te speculeren, was de befaamde microbioloog van de Amerikaanse Rutgers Universiteit Richard Ebright. ‘De mogelijkheid dat SARS-CoV-2 op mensen is overgesprongen als een direct gevolg van de activiteiten van PREDICT – tijdens het verzamelen van vleermuizen en uitwerpselen van vleermuizen in het veld, of tijdens het onderzoek naar vleermuizen, uitwerpselen van vleermuizen of vleermuisvirussen – kan niet worden uitgesloten of verworpen,’ zei hij, en hij noemde het actief zoeken naar nieuwe virussen op afgelegen plekken om ze naar laboratoria (in dichtbevolkte gebieden) te brengen ‘met een brandende lucifer naar een gaslek zoeken’.

    Ebrights focus op ontsnappingen uit het laboratorium maakte hem tot een ​​soort paria, vooral onder experts die het publiek niet graag opstoken. Maar hij is niet de enige die deze zorgen legitimeert. ‘Het is belangrijk om op voorhand te zeggen dat we over onvoldoende bewijs beschikken om de mogelijkheid uit te sluiten dat het is ontsnapt uit een onderzoekslaboratorium’, schreef de gerespecteerde bioloog Carl Bergstrom van de Universiteit van Washington op Twitter. Hoewel hij een natuurlijke zoönose ‘veel plausibeler’ noemde, waarschuwde hij: ‘Wat de oorsprong van #SARSCoV2 ook mag zijn geweest, in de toekomst moeten we het risico van bepaalde activiteiten zorgvuldig beoordelen en controleren.’

    Jonna Mazet, directeur van PREDICT, hield een pleidooi voor de veiligheidsmaatregelen van het WIV en wees op alle redenen waarom een ​​ongeval met onderzoekers van het WIV ongelooflijk onwaarschijnlijk was. ‘Ik ben wetenschapper’, zei Mazet. ‘Ik zou nooit zeggen dat een laboratoriumongeval niet mogelijk is. Ik zeg alleen dat het veel minder waarschijnlijk is dan veel andere verklaringen.’ Onderzoekers in het veld dragen volledige Tyvek-pakken en -maskers en bevriezen monsters in vloeibare stikstof. In het laboratorium breken ze virussen in stukjes voordat ze het bestuderen, en al het werk wordt in bioveiligheidskasten verricht die zijn ontworpen om ontsnappingen te voorkomen. Om al die redenen twijfelen de meeste reguliere wetenschappers aan de laboratoriumconnectie. ‘We hebben geen enkel bewijs gevonden om de theorie te ondersteunen dat de oorsprong van SARS-CoV-2 bij mensen opzettelijk of per ongeluk in een laboratorium plaatsvond’, schreef Daniel Lucey onlangs op de blog van de Infectious Diseases Society of America.

    Tot dusverre is er geen hard bewijs om welke theorie dan ook te ondersteunen die verklaart hoe SARS-CoV-2 in Wuhan terechtkwam. Het is allemaal speculatie.

    Het tijdperk van vrijgekomen ziekteverwekkers

    Het begin van het moderne tijdperk van vrijgekomen ziekteverwekkers kan worden vastgesteld in 1973 in Engeland, toen een laboratoriumassistent die met pokken werkte zichzelf infecteerde en drie anderen besmette, van wie er twee stierven. Vier jaar later werd pokken in het wild vrijwel officieel uitgeroeid, maar het jaar daarop stierf een medisch fotograaf aan de Birmingham Medical School op mysterieuze wijze aan de ziekte. Het bleek dat onderzoekers in een ander deel van het gebouw experimenteerden met pokken, en het virus bereikte de fotograaf hoogstwaarschijnlijk via het ventilatiesysteem.

    Er is ook al een door het laboratorium veroorzaakte minipandemie geweest, in 1977, toen in China een griepvirus uitbrak en de wereld overspoelde. (Gelukkig was het een milde soort.) Griepstammen staan ​​erom bekend dat ze constant muteren, maar deze was bijna identiek aan de soort die voor het laatst in de jaren vijftig werd gezien, wat betekent dat de stam ergens moet zijn opgeslagen. De verdenking viel op het robuuste biowapenprogramma van de Sovjet-Unie, maar onderzoekers concludeerden dat het waarschijnlijker was dat de ziekteverwekker was vrijgekomen tijdens een mislukte vaccinatieproef. Niemand is naar voren gestapt.

    De Sovjets kwamen in 1979 alsnog onder vuur te liggen, toen een luchtfilter na onderhoud aan een geheim biowapenlaboratorium niet goed werd vervangen en een wolk miltvuursporen ontsnapte. De sporen hebben in de aangrenzende stad Sverdlovsk minstens 66 mensen gedood. De Sovjets ontkenden stellig, maar de Amerikaanse inlichtingendienst was niet overtuigd. Het incident werd pas in 1992, na de val van de Sovjet-Unie, bevestigd, toen president Boris Jeltsin een onafhankelijk team van wetenschappers onderzoek liet doen.

    Verdedigers van biolabs wijzen er graag op dat de veiligheidsmaatregelen sinds de jaren zeventig drastisch zijn verbeterd, wat een feit is. Toch heeft ook de eenentwintigste eeuw een golf van incidenten gekend, mogelijk als gevolg van de enorme toename van labs met bioveiligheidsniveau 3 en 4. BSL-3-laboratoria behandelen zeer besmettelijke en dodelijke pathogenen zoals miltvuur, Westnijlvirus, vogelgriep, SARS en MERS. BSL-4-laboratoria behandelen de ergste slechteriken, waarvoor momenteel geen tegenmaatregelen bestaan, zoals ebola en pokken. In 2001 hadden de Verenigde Staten vijf BSL-4-laboratoria. Na 9/11 en de miltvuuraanvallen brak het tijdperk aan van bioterroronderzoek. Nu zijn er minstens negen van dergelijke laboratoria in de Verenigde Staten en meer dan vijftig over de hele wereld, waarvan zeven nog gepland of in aanbouw zijn. En er zijn nog veel meer BSL-3-labs – alleen al in de VS zijn er tweehonderd geregistreerd.

    Geen smoking gun

    De beste protocollen ter wereld kunnen menselijke fouten niet elimineren, en die zijn de oorzaak van de meeste ongevallen in de genoemde biolabs. Officiële incidentrapporten lezen alsof ze afkomstig zijn uit de Springfield-kerncentrale in The Simpsons. Een moersleutel raakte verstrikt in het deksel van een centrifuge en werd over een bak met ziekteverwekkers geslingerd. Een dierenkooi met beddengoed dat mogelijk besmet was met het nieuwe SARS-coronavirus, werd omvergeworpen door de deur van een vriezer, waarbij de inhoud over de vloer werd gemorst. Vloeistoffen verstuiven. Labmuggen ontsnappen. Labratten bijten. Laboranten die proefdieren proberen te injecteren, raken per ongeluk hun eigen vingers. Zoals de Laboratory-Acquired Infection Database onthult, is er meestal geen smoking gun dat aantoont hoe de onderzoeker geïnfecteerd raakte. De natuur vindt wel een manier.

    Dat geldt ook voor de best geleide laboratoria. Het National Institute for Allergies and Infectious Diseases schat dat in hun laboratoria eens in de 600.000 werkuren een in het laboratorium opgelopen infectie zal optreden. Dat aantal is erg laag, en als er maar een paar wetenschappers met deze ziekteverwekkers zouden werken, zou de kans op een ongeluk ook laag blijven. Maar met honderden, misschien zelfs duizenden van dergelijke labs die zich over de hele wereld verspreiden, kunnen zelfs gebeurtenissen met een lage waarschijnlijkheid relatief vaak voorkomen.

    Aan de hand van gegevens uit 2010 van het CDC schatte een deskundige dat in de Verenigde Staten ‘ongeveer twee keer per week een inbreuk op de insluiting plaatsvindt’. In sommige gevallen waren daarbij dodelijke agentia betrokken, waaronder miltvuur, vogelgriep en ebola. De meeste incidenten zijn niet ernstig, maar sommige wel. Neem twee voorbeelden in lagerisicolaboratoria: in 2009 stierf een onderzoeker aan de Universiteit van Chicago nadat hij was geïnfecteerd met een verzwakte peststam. In 2012 kreeg een postdoc in het VA Medical Center in San Francisco meningitis uit zijn laboratorium. Tijdens het avondeten met vrienden begon hij zich duizelig te voelen. De volgende dag kreeg hij huiduitslag en werd hij naar het ziekenhuis gebracht, waar hij stierf.

    Soms worden per ongeluk containers met levende ziekteverwekkers gebruikt

    Uit een onderzoek van USA Today, gepubliceerd in 2015, bleek dat meer dan honderd zwaarbeveiligde laboratoria in de Verenigde Staten ‘de meest flagrante veiligheids- of beveiligingsinbreuken’ hadden ondergaan. De onder druk gebrachte ‘ruimtepakken’ die door onderzoekers worden gedragen, scheurden tussen 2013 en 2014 37 keer in Amerikaanse BSL-4-laboratoria. Buiten een laboratorium van de Universiteit van Californië werden ratten aangetroffen die nesten bouwden van biohazardzakken en labbenodigdheden. Een onderzoeker van de Texas A&M Universiteit prikte zichzelf met een naald toen hij een muis met de ziekte van Lyme behandelde, en een week later (terwijl hij nog aan de antibiotica was vanwege het eerste incident) werd hij gebeten door een andere muis met dezelfde bacterie. Meerdere keren ontsnapten muizen met SARS- of Mexicaanse griep aan onderzoekers van de Universiteit van North Carolina in Chapel Hill.

    Een veelvoorkomende oorzaak van ongevallen is het werken met levende agentia die dood hadden moeten zijn. BSL-4-laboratoria doden dodelijke ziekteverwekkers vaak met straling, zodat ze voor onderzoek naar minder veilige laboratoria kunnen worden gestuurd, maar soms wordt dat niet grondig genoeg gedaan, en soms ook worden gewoon per ongeluk containers met levende ziekteverwekkers gebruikt.

    Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2014, toen het CDC de verkeerde batch ebola-monsters van een BSL-4-laboratorium naar een minder goed beveiligd laboratorium stuurde dat dode ebola verwachtte. (Een grote meevaller was dat deze eveneens inactief waren.) En het overkwam Dugway Proving Ground [faciliteit van het Amerikaanse leger waar biologische en chemische wapens worden getest], dat gedurende een periode van twaalf jaar onbewust (via commerciële vervoerders) levende miltvuursporen verscheepte naar bijna tweehonderd laboratoria over de hele wereld. Wonder boven wonder ging er niemand aan dood.

    Anders was het geval van Bruce Ivins, de ongelukkige wetenschapper aan het US Army Medical Research Institute of Infectious Diseases in Fort Detrick, Maryland, die verdacht werd van de aanzet tot de miltvuuraanvallen in 2001 waarbij vijf mensen omkwamen. Van ditzelfde instituut werd in 2009 een onderzoek geschorst nadat er opgeslagen ziekteverwekkers werden ontdekt die niet waren geregistreerd. (Een onderzoeker stelde destijds The New York Times gerust dat, hoewel de administratie van het instituut niet perfect op orde was, deze nog altijd beter was dan die van universiteiten die met soortgelijke ziekteverwekkers werkten.)

    Wenen van berouw

    En zulke problemen zijn niet iets van het verleden. De National Academy of Sciences schatte de kans op een uitbraak van mond- en klauwzeer, die rampzalig was voor de veeteelt, op 70 procent tijdens de vijftigjarige levensduur van de 580.000 vierkante meter grote National Bio- and Agro-Defense Facility, die momenteel wordt voltooid aan de rand van de Kansas State University in Manhattan, Kansas. ‘Als een of ander gruwelijk pathogeen van niveau 4 ontsnapt uit een biolab in Manhattan, zal het hele heartland wenen van berouw’, schreef een boer aan de Topeka Capital Journal. Ondanks sterke weerstand van omwonenden is het project volgens schema gepland om volgend jaar van start te gaan.

    Dat was nadat de nabijgelegen biofarmaceutische fabriek in Lanzhou tijdens het maken van het Brucellavaccin ontsmettingsmiddel over datum gebruikte, waardoor de bacteriën via afvaldampen konden ontsnappen

    Buiten de Verenigde Staten zijn de gegevens schaarser, maar ook hier zijn de anekdotes niet bepaald bevorderlijk voor de nachtrust. In 2004 prikte een wetenschapper van het Russische staatsonderzoekscentrum voor virologie en biotechnologie, ook bekend als VECTOR – een belangrijk onderdeel van het biowapenprogramma van de Sovjet-Unie en een faciliteit waar momenteel pokken worden opgeslagen – zichzelf per ongeluk met een naald met ebola en stierf. (VECTOR had vorig jaar ook te maken met een grote onverklaarbare explosie.) In 2014 verdwenen 2349 flesjes met SARS-monsters uit het Pasteur-instituut in Parijs in het niets.

    Ook China heeft de nodige problemen gehad. Eind vorig jaar testten bijna tweehonderd onderzoekers van het Lanzhou Veterinary Research Institute in het noordwesten van China positief op antilichamen van de bacterie die de griepachtige ziekte brucellose veroorzaakt. Dat was nadat de nabijgelegen biofarmaceutische fabriek in Lanzhou tijdens het maken van het Brucellavaccin ontsmettingsmiddel over datum gebruikte, waardoor de bacteriën via afvaldampen konden ontsnappen en met de wind mee konden reizen naar het veterinaire instituut.

    De oorspronkelijke SARS is sinds 2003 niet meer buiten de natuur gesignaleerd, maar wel ontsnapt uit drie verschillende laboratoria, een in Taiwan, een in Singapore en een van het Chinese National Institute of Virology (NIV) in Beijing, waar twee onderzoekers besmet raakten. De onderzoekers dachten ten onrechte dat ze met een geïnactiveerde versie van het virus werkten. Een onderzoeker van het NIV gaf de infectie door aan haar moeder, die uiteindelijk stierf, evenals een verpleegster, die de ziekte aan vijf anderen doorgaf.

    Gain of function

    Hoe gevaarlijk het ook is om dodelijke natuurlijke ziekteverwekkers te kweken, het meest verontrustende onderzoek betreft het nog dodelijker maken van ziekteverwekkers. Bezorgdheid over dit zogenaamde ‘gain-of-function’ (GOF)-onderzoek laaide op in 2011, toen twee verschillende teams lieten zien hoe een extreem dodelijke vorm van vogelgriep, die ongeveer zestig procent van de slachtoffers doodt maar tussen mensen niet gemakkelijk wordt overgedragen, zo werd gemuteerd dat deze via de lucht uiterst besmettelijk werd.

    De wetenschappers voerden ter verdediging aan dat dergelijke experimenten ons in staat stellen te leren hoe virussen tot besmettelijker of dodelijker evolueren, en vele anderen waren het daarmee eens. Gain-of-function-onderzoek helpt ‘de pandemische paraatheid door het bepalen van de griepvaccinstrategie, van de selectie van kandidaat-vaccinvirussen (…) tot de productie van veilige vaccins voor de wereldbevolking’, schreven 23 wetenschappers in een artikel in mBio, het tijdschrift van de American Society for Microbiology.

    Maar anderen waren van mening dat de risico’s niet afwogen tegen het mogelijke heil. Bioveiligheidsexpert Lynn Klotz onderzocht samen met wetenschapsjournalist Edward J. Sylvester de gegevens van het CDC over ongevallen in het laboratorium en schatte de kans dat een pandemische ziekteverwekker uit een laboratorium ontsnapt op slechts 0,3 procent per jaar, wat betekent dat er per lab gedurende 536 jaar werk een kans van 80 procent bestaat op een ontsnapping. Dat klinkt misschien nog acceptabel, maar ze telden al snel 42 laboratoria waarvan bekend was dat ze met levende SARS, influenza of pokken werken, wat zich vertaalt in een kans van 80 procent per 12,8 jaar op een ontsnapping.

    En dat was in 2012, toen dit soort werk veel minder gebruikelijk was dan nu. Later schatten de twee de waarschijnlijkheid dat een ontsnapt virus ‘de pandemie die de onderzoekers beweren te willen voorkomen’ veroorzaakt ‘op maar liefst 27 procent, een risico te groot om mee te leven (…) Er is een aanzienlijke kans dat een pandemie met meer dan 100 miljoen dodelijke slachtoffers kan worden veroorzaakt door een niet-gedetecteerde lab-verworven infectie, doordat één enkele geïnfecteerde laboratoriummedewerker de ziekte in zijn omgeving verspreidt,’ aldus de wetenschappers.

    Ron Fouchier, de wetenschapper die het gain-of-function-onderzoek verrichtte, bracht hiertegen in dat dergelijke schattingen geen rekening houden met de specifieke kenmerken van zijn uiterst beveiligde laboratorium. Als die in ogenschouw werden genomen, beweerde hij, daalde de kans op een in het laboratorium opgelopen infectie tot minder dan één per miljoen jaar, een getal dat veel onderzoekers, waaronder Klotz, moeilijk serieus konden nemen. Fouchier concludeerde: ‘Aangezien natuurlijke grieppandemieën zich de afgelopen eeuw gemiddeld om de dertig jaar hebben voorgedaan, is de kans dat de volgende pandemie in de natuur zal opduiken een orde van grootte groter dan dat deze uit een laboratorium komt.’

    Huiveringwekkende voorafschaduwing

    Jarenlang was het laboratorium van Fouchier een van de twee die dit werk deden. Nu zijn er meer. Eén experiment werd in 2015 uitgevoerd aan de Universiteit van North Carolina. In samenwerking met onderzoekers van het Wuhan Institute of Virology voegden bio-ingenieurs een nieuw spike-eiwit toe aan een wild coronavirus dat het in staat stelde menselijke cellen te infecteren – een huiveringwekkende voorafschaduwing van covid-19. De motivatie was dat we hierdoor zouden leren hoe we een nieuw SARS-achtig coronavirus moeten behandelen, maar veel waakhonden, waaronder Richard Ebright, maakten bezwaar. ‘De enige impact van dit werk is het creëren, in een laboratorium, van een nieuw, niet-natuurlijk risico,’ zei hij destijds tegen Nature.

    In een artikel in het Bulletin of the Atomic Scientists uit 2014 betuigde biowapenhistoricus Martin Furmanski vurig dat onze veiligheidsmaatregelen niet in verhouding staan tot het risico. ‘Het is nauwelijks geruststellend dat, ondanks stapsgewijze technische verbeteringen in de insluitingsfaciliteiten en toegenomen beleidsvereisten voor rigoureuze bioveiligheidsprocedures bij de omgang met gevaarlijke pathogenen, er bijna dagelijks mogelijk inbreuk wordt gemaakt op de biologische insluiting. In 2010 werden 244 onbedoelde vrijlatingen gerapporteerd van selecte agentia die kandidaat waren voor biowapens. Als we het probleem pragmatisch bekijken, is de vraag niet óf dergelijke ontsnappingen zullen resulteren in een grote civiele uitbraak, maar eerder wat de ziekteverwekker zal zijn en hoe een dergelijke ontsnapping kan worden ingeperkt, of die überhaupt kan worden ingeperkt.’

    Dus hoe maken we onze labs veiliger?

    Dus hoe maken we onze labs veiliger? In 2014 zette het Witte Huis onder Obama een eerste stap en kondigde aan het gain-of-function-onderzoek te staken totdat duidelijk was wat het ons opleverde.

    Maar in 2017, onder Trump, hief het National Institutes of Health (NIH) de onderbreking weer op. Hij ondersteunde in feite de argumentatie van Fouchier, en het werk – inclusief het project dat ze mede financierden in Wuhan – werd voortgezet. ‘GOF-onderzoek is belangrijk om snel evoluerende pathogenen die een bedreiging vormen voor de volksgezondheid te kunnen identificeren en begrijpen en om strategieën en effectieve tegenmaatregelen te ontwikkelen’, verkondigde NIH-directeur Francis Collins. Sommige wetenschappers maakten hevig bezwaar, zoals Steven Salzberg van Johns Hopkins, die schreef: ‘Ik kan niet toestaan ​​dat dit onomstreden blijft. Dit onderzoek is zo potentieel schadelijk en biedt zo weinig voordelen voor de samenleving, dat ik vrees dat NIH het vertrouwen dat het Congres erin stelt, in gevaar zal brengen.’

    Megan Palmer, een biotechnologie- en beveiligingsexpert aan de Stanford-universiteit, vertelde me dat ook zij diep bezorgd is over een deel van het onderzoek dat wordt gedaan in hoogbeveiligde biolabs, maar dat het moeilijk is om de gevaren te evalueren. ‘Het lastige is dat we in de meeste gevallen niet weten hoe riskant of gunstig het onderzoek zal zijn.’ Om hier beter zicht op te krijgen, zegt ze, hebben we ‘veel geavanceerdere systemen nodig, zodat we de risico’s kunnen begrijpen en controleren. We zouden incidenten moeten verzamelen en analyseren, die informatie moeten delen en dan proberen daaruit lessen voor verbetering te trekken.’

    Ironisch genoeg zou het implementeren van een dergelijk systeem in 2018 deel uitmaken van de Nationale Biodefensiestrategie van de regering-Trump. Ook werd opgeroepen tot samenwerking met internationale partners om het risico van toekomstige pandemieën of bioterroristische aanslagen te verkleinen. Maar de regering liet het plan vallen. ‘De financiering is niet rondgekomen,’ zegt Palmer. ‘We stellen vast dat deze dingen belangrijk zijn, en doen er vervolgens niks mee.’

    Eén groot cruiseschip

    De beslissing van de regering om dit onderzoek te staken, maakt de wereld er niet veiliger op, en het voortdurende vinger wijzen naar China evenmin. ‘We kunnen niet voortijdig een schuldige aanwijzen,’ zegt Palmer, die een ontsnapping uit het laboratorium als de minder waarschijnlijke hypothese ziet. ‘We moeten onderzoek doen om te achterhalen hoe dit virus kan zijn ontstaan, ​​en om toekomstige bedreigingen te voorkomen moet onze aandacht verder reiken dan alleen dit specifieke incident.’

    Zoals we hebben gezien, blijven ziekteverwekkers niet zitten waar ze zijn. Om een volgende pandemie te voorkomen, zijn een buitengewoon vooruitziende blik en internationale samenwerking vereist – precies het tegenovergestelde van de aanpak van de regering-Trump tot nu toe. Andere opties zijn er niet. We zitten allemaal vast op één groot cruiseschip, en voorlopig komt er niemand vanaf.

  • Waarom onzekerheid een zegen is

    Waarom onzekerheid een zegen is

    Wie terugschrikt voor het onzekere is geneigd rigide te denken, voorbarige conclusies te trekken en naar een duidelijk en voorspelbaar leven te verlangen. Daartegenover staan flexibele, nieuwsgierige denkers die beter in staat zijn met diversiteit, complexiteit en verandering om te gaan. Waarom het – juist in deze tijden – loont om onze onzekerheid toe te laten.

    Lexi Walker had al een verwarrend jaar achter de rug toen de pandemie uitbrak. Hoewel ze een gewoontedier is – ‘Als ik geen zekerheid heb, ga ik door het lint,’ zegt ze – had ze halverwege 2019 haar carrière als advocaat ingeruild voor een baan als fiduciair adviseur in haar woonplaats Taylors in South-Carolina. Toen overleed haar vader, en ze had hem nog niet begraven of de pandemie gooide alles overhoop. ‘Er is nu zoveel onzekerheid, en er is geen ontkomen aan,’ zegt ze. ‘Je leven kan morgen fundamenteel veranderen, je weet het gewoon niet. Je ziet algauw geen uitweg meer.’

    Walker maakt zich nog steeds zorgen, maar de laatste tijd is ze zich een nieuwe vraag gaan stellen: ‘De dingen die ik altijd deed, ga ik die nu weer doen?’ Een onnodige impulsaankoop dwingt tot bezinning. En ze kijkt vooruit als nooit tevoren en maakt haar eerste vijfjarenplan. ‘Je doet in feite minder op de automatische piloot,’ zegt ze. ‘Dit is een kans om een heleboel dingen te heroverwegen die ik anders zonder nadenken zou zijn gaan doen.’ Juist in de onzekerheid die ze zo vreesde ziet ze bijna onwillekeurig een mogelijkheid.

    Mensen vinden het van nature ongemakkelijk om dingen niet te weten. Om te overleven zijn we tot zoekers naar antwoorden geëvolueerd. Kennis helpt ons een oplossing te vinden. Onze afkeer van onzekerheid is zo hevig dat deelnemers aan een reeks psychologische experimenten veel gestresster bleken als ze niet wisten óf ze een elektrische schok zouden krijgen dan als ze daar zeker van waren.

    ‘Het voelen en ervaren van onzekerheid stelt ons in staat ons aan te passen’

    Momenteel stuwt een stortvloed aan onbekende factoren – aangejaagd door onrust, recessie, branden, overstromingen en plagen – de jammerklachten over ‘deze onzekere tijden’ tot koortsachtige hoogte op. Toch zou het onverstandig zijn om op dit kritische moment voor die onzekerheid terug te schrikken. Een nieuwe golf van onderzoeken toont aan dat deze gemoedstoestand lange tijd verkeerd is begrepen maar ons denken in veranderende tijden naar een hoger plan helpt te tillen. Wanneer een probleem ondoorzichtig of nieuw is, zet onzekerheid ons ertoe aan ons oordeel uit te stellen, een eerste en vaak onjuiste overtuiging nog eens nader te bekijken en naar een béter antwoord te zoeken.

    ‘Het voelen en ervaren van onzekerheid stelt ons in staat ons aan te passen,’ zegt dr. Paul K.J. Han, verbonden aan het Amerikaanse National Cancer Institute en leider van een recente studie naar de mechanismen van onzekerheid. ‘We moeten haar niet onderdrukken. Maar aan de andere kant zijn we er in de meeste omstandigheden niet blij mee.’ Het paradoxale pluspunt van onzekerheid is dat we erdoor van ons stuk worden gebracht.

    Op dit moment worden we met enorme uitdagingen geconfronteerd, van de verwoestende klimaatverandering en aanslagen op de democratie tot een hardnekkige pandemie. Maar deze complexe problemen kunnen alleen goed worden aangepakt als we onze voorkeur voor schijnzekerheid biedende noodoplossingen laten varen en kiezen voor de letterlijk tot nadenken stemmende gemoedsgesteldheid van het níét weten. Studies tonen aan dat de vrees voor onzekerheid ons vatbaar maakt voor starheid, bekrompenheid en angst, precies de gemoedsgesteldheden die in roerige tijden een handicap zijn.

    Misvatting

    Wie is de beste kandidaat? Welk vaccin is het veiligst? We weten allemaal hoe het is om onzeker te zijn, om het gevoel te hebben dat je kennis tekortschiet en dat er meer te weten valt. Maar opmerkelijk genoeg werd een onzekere gemoedsgesteldheid tot voor kort vaak als studieobject over het hoofd gezien. Psychologen zagen het als iets wat mensen zo snel mogelijk de kop in moesten drukken.

    Maar de misvatting dat niet-weten een cognitief niemandsland is verliest snel terrein. Gezondheidszorg bijvoorbeeld is een discipline die vanaf diagnose tot behandeling naar zekerheid streeft. Maar dat heeft zijn prijs. Geneeskundestudenten die ambiguïteit mijden tonen zich minder geïnteresseerd in het behandelen van kansarme patiënten met vaak complexe aandoeningen. De moeite die artsen met onzekerheid hebben, is in verband gebracht met excessief testen, met het voorschrijven van te veel antibiotica en met de burn-outs en depressies die ook al voor de pandemie tot een alarmerend niveau waren gestegen. Het is absoluut noodzakelijk ‘om de ongezonde reactie van de geneeskunde op onzekerheid’ aan te pakken, schreef dr. Arabella Simpkin, wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Harvard Medical School, afgelopen april in het Britse medisch tijdschrift The BMJ. En sommigen in het vakgebied zijn daar al mee begonnen.

    Een paar jaar geleden ontdekte de faculteit huisartsengeneeskunde van het Central Medical Center in Maine dat hun jonge artsen steeds meer moeite hadden met het behandelen van poliklinische patiënten met complexe en ambigue gezondheidsproblemen. Het duurde even voordat hun opleiders het probleem onderkenden: de artsen in opleiding konden slecht overweg met de onzekerheid die inherent is aan hun beroep. In 2015 voegde de faculteit een extra maand toe waarin men de poliklinische patiënten liet roteren, meer tijd uittrok voor begeleiding van de studenten, colleges over medische fouten inlaste en nieuwe nadruk legde op het idee dat ‘er niet maar één juiste manier is om een patiënt te behandelen’, zegt programmadirecteur dr. Bethany Picker. ‘We hebben het lesprogramma zodanig omgegooid dat mensen openstonden voor het niet-weten, zich daar niet langer tegen verzetten maar het juist opzochten. Toen zagen we dat er opeens lampjes gingen branden.’

    Het niet-weten bleek een wezenlijke voorwaarde voor goed nadenken

    Een pilotstudie uit 2018 door Picker, psycholoog Deborah Taylor, dr. Donald Woolever en anderen toonde aan dat nadat het nieuwe curriculum was toegevoegd, artsen in opleiding ambiguïteit minder snel als een dreiging ervoeren. Voordat men de poliklinische patiënten liet roteren waren de studenten het er over het algemeen van harte mee eens dat ‘een deskundige die niet met een duidelijk antwoord komt waarschijnlijk niet zoveel weet’. Naderhand, en ook nog zes maanden later, waren ze het daar sterk mee oneens. Het nieuwe curriculum had hun professionele identiteit veranderd.

    ‘We werden er bij herhaling op gewezen dat het oké is om te zeggen dat je het antwoord niet meteen weet of iets moet opzoeken, iets wat trouwens bijzonder moeilijk is om toe te geven,’ herinnert Nupur Nagrare zich, die in 2017 in Maine is afgestudeerd en nu praktiseert in het noorden van de staat New York. De opleiding heeft haar zelfvertrouwen – en zelfs moed – gegeven tijdens de pandemie. ‘Als je openstaat voor ambiguïteit, heb je geen tunnelvisie meer en is alles niet zo in steen gehouwen,’ zegt ze. 

    In het dagelijks leven varen mensen wel bij intuïtieve cognitie, het trekken van snelle conclusies op basis van eerdere ervaringen. Daardoor vermoedt een ervaren arts bijvoorbeeld dat pijn op de borst bij een patiënt op een hartaanval duidt. Maar als iets anders loopt dan verwacht of misgaat, moet onze geest de automatische piloot uitzetten en een nieuwe inschatting maken. Een fout, een tegenstrijdigheid, een discrepantie – een vals-positieve medische test, een bewustwording van sociale ongelijkheid – creëert een verwarrende kortsluiting tussen oude verwachtingen en een nieuwe realiteit.

    Wat er op dat moment in ons hoofd gebeurt is een van de belangrijkste aandachtspunten in de cognitieve wetenschap. Op dat moment verbreedt de onzekerheid onze focus en versterkt het werkgeheugen. Het noodt tot het ‘trage’ denken dat nodig is om het nu ontoereikende begrip van de wereld te updaten. Onzeker zijn is zowel een signaal van gevaar als een uitdaging om te onderzoeken wat er anders is, ontbreekt of niet klopt, een proces dat ‘conflictbeheersing’ wordt genoemd. ‘Onzekerheid kan informatief zijn, en dat lijken mensen zich vaak niet te realiseren,’ zegt Sander van der Linden, die leiding geeft aan een laboratorium van de University of Cambridge dat onderzoek doet naar het nemen van sociale beslissingen. ‘Het stuurt ons in de richting van wat we níét weten.’

    Niet binair

    Neem een baanbrekend onderzoek dat Nils Plambeck van de HEC Paris Business School en Klaus Weber van Northwestern University deden naar 104 Duitse CEO’s die in 2004 werden geconfronteerd met een dramatische uitbreiding van de Europese Unie, met onder andere een groot aantal voormalige communistische landen. Enkele maanden voor die verandering voorspelden sommige CEO’s dat hun bedrijf daar sterker uit zou komen, terwijl anderen zeiden dat het hun vooruitzichten zou schaden. Maar volgens een derde groep kon de uitbreiding van het Europese blok zowel positief als negatief uitpakken; ze waren niet zeker van de uiteindelijke afloop.

    Toen de onderzoekers meer dan een jaar later terugkeerden om te zien hoe het de CEO’s was vergaan, merkten ze tot hun verbazing dat de sterke ambivalentie niet verlammend had gewerkt maar juist het tegengestelde effect had gehad. Degenen die in tweestrijd hadden gestaan hielden rekening met een groter scala aan reacties, lieten meer uiteenlopende stemmen meewegen in hun beslissingen en namen meer innovatieve en gedurfde initiatieven. Ze beseften dat ‘er daarbuiten een realiteit bestaat die niet binair is’, aldus Weber. Maar degenen die hun vooruitzichten als goed of slecht hadden ingeschat of de situatie beter in de hand meenden te hebben, waren geneigd hun bedrijfsvoering op de oude voet voort te zetten; sommigen deden vrijwel niets.

    Onzekerheid is een horzel voor de geest die ons opschrikt uit onze zelf-genoegzaamheid, als we bereid zijn de handschoen op te pakken.

    ‘Onzeker zijn betekent dat het me aan zelfvertrouwen ontbreekt.’ ‘Er bestaat eigenlijk geen probleem dat niet kan worden opgelost.’ Dit zijn maatstaven die worden gehanteerd bij twee psychologische tests, ‘Intolerantie voor Onzekerheid’ en ‘Tolerantie voor Ambiguïteit’, die zich in nieuwe belangstelling mogen verheugen van de geneeskunde, de klinische psychologie en de zakenwereld als instrumenten om mensen te helpen de positieve kanten van het niet-weten te ontdekken. In wezen meten de tests de mate waarin mensen onzekerheid als een uitdaging of een dreiging ervaren, een schijnbaar onschuldig verschil in houding dat desondanks van invloed is op de manier waarop we leren, argumenteren en problemen oplossen.

    ‘Er bestaat eigenlijk geen probleem dat niet kan worden opgelost’

    Mensen die terugschrikken voor het onzekere zijn geneigd rigide te denken, voorbarige conclusies te trekken en naar een duidelijk en voorspelbaar leven te verlangen; zij zien kennis als een rots om je aan vast te klampen en te verdedigen. Aan de tegenovergelegen kant van het spectrum vinden we flexibele, nieuwsgierige denkers die beter in staat zijn met diversiteit, complexiteit en verandering om te gaan en daar zelfs naar streven. De implicaties zijn helder: tolerantie voor onzekerheid is de springplank naar cognitieve bloei.

    Het vermogen om steeds beter om te gaan met onzekerheid wordt niet alleen als een voorwaarde voor kritisch denken beschouwd, maar ook voor mentaal welzijn. Veel vooraanstaande klinisch psychologen geloven dat angst voor het onbekende een belangrijke oorzaak is voor, of een ‘transdiagnostische factor’ achter, tal van geestes ziekten zoals angsten, depressies en posttraumatische stressstoornissen. Angst komt in dit licht bezien voort uit excessieve of onnodige pogingen onzekerheid op te lossen door haar uit de weg te gaan of door via piekeren de illusie te wekken dat men de zaken onder controle heeft.

    Nieuwe behandelingen leren mensen met angststoornissen bijvoorbeeld meer te delegeren op hun werk, of beslissingen te nemen zonder eerst uitentreuren het internet te raadplegen. Ze leren in feite om te gaan met hun ernstigste angst, zoals iemand die bang is voor honden eerst een puppy kan leren benaderen en daarna een hond aan een riem. ‘Mensen zijn bang om kapot te gaan aan hun onzekerheid,’ zegt Kevin Alschuler, psycholoog bij de University of Washington. ‘Wij helpen hen in te zien dat ze ermee om kunnen gaan.’

    Kans op een reset

    In weerwil van wijdverbreide angst, wanhoop en uitputting gelooft meer dan de helft van de Amerikanen dat ‘we covid-19 moeten aangrijpen als een kans om belangrijke veranderingen in ons land door te voeren’, volgens een onderzoek van het onafhankelijke non-profitbureau More in Common. Een andere raciale benadering stimuleert de verbeeldingskracht, zei mensenrechtenactivist Opal Tometi tegen het blad The New Yorker. Leidinggevenden worden als minder competent beschouwd als ze in het openbaar een paar seconden pauzeren om na te denken. Het tempo en de visie van het technologische milieu kweekt de impliciete overtuiging dat ‘weten’ downloadbaar is, keurig en snel; na een paar minuten online zoeken zijn mensen geneigd te denken dat ze meer weten dan in feite het geval is. Het versterken van polarisering tast de persoonlijke onzekerheid aan die van wezenlijk belang is voor een compromis.

    Het grootste obstakel voor een weloverwogen verandering die ons verenigt is niet het ongelijk van de andere kant of de behoefte aan een beter algoritme, maar de intolerantie voor onzekerheid die ons op gevaarlijke afstand plaatst van een genuanceerd, veelzijdig, zich ontwikkelend begrip van de werkelijkheid.

    We kunnen lachen om het idee uit vervlogen tijden dat sterren en aarde aan een vaste plaats waren gebonden en dat de hersenen en de persoonlijkheid van volwassenen onveranderlijk waren. In plaats daarvan moeten we ons afvragen: welke sluier van zekerheden laat ons nu in het duister tasten over onszelf, onze wereld en elkaar? De grote, door de Verlichting geïnspireerde strijd om het niet-weten uit te roeien – wat John Dewey ‘het zoeken naar zekerheid’ noemde – loopt ten einde. Het is tijd om de ‘vijand’ te betrekken bij het oplossen van onze hedendaagse problemen.

    Niet lang geleden waren mijn man en ik betrokken bij de pijnlijke ontmanteling van een huis van een familielid. Eerder was afgesproken dat de inhoud zou worden verdeeld aan de hand van keuzen van de betrokkenen en daarna door het gooien van een dobbelsteen. Alles ging goed totdat wij iets wonnen waar een andere verwant zijn zinnen op had gezet en uitgeputte familieleden begonnen te eisen dat we afstand deden van het erfstuk.

    Aanvankelijk leek de keuze duidelijk: het erfstuk houden en familieleden boos maken of de vrede herstellen ten koste van de eerlijkheid. Maar toen realiseerde ik me dat we in onze collectieve haast om de zaak af te ronden verborgen aspecten van het probleem over het hoofd zagen. Misschien was het minder een win-verliessituatie dan we hadden gedacht. Misschien waren de herinneringen niet zo’n nulsomspel. Een moment van besluiteloosheid inspireerde me tot het bedenken van een derde optie: een transactie waarmee alle partijen konden leven. Het niet-weten bleek een wezenlijke voorwaarde voor goed nadenken, en niet de cognitieve nederlaag die we maar al te vaak vrezen.

  • Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur | Podemos verlaat regering

    Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur | Podemos verlaat regering

    Hoofd Podemos vertrekt uit de regering

    Na de afgelopen jaren het politieke leven in Spanje op zijn kop te hebben gezet, sloeg Pablo Iglesias maandag de regeringsdeur dichtschrijft El País. Zijn plan is om te gaan deelnemen aan de regionale verkiezingen op 4 mei in Madrid. De leider van radicaal links en vicepresident van de Spaanse regering deelde dit mee aan de socialistische premier Pedro Sánchez.

    Iglesias, oprichter en nummer één van Podemos sinds de oprichting in 2014, gaf aan dat de huidige minister van Arbeid, Yolanda Díaz, hem zou vervangen als vicepresident van de regering en als kandidaat tijdens de volgende parlementsverkiezingen, gepland voor 2023.

    Zijn besluit komt iets meer dan een jaar na de vorming van de eerste coalitieregering in het land sinds het einde van de dictatuur van Franco. ‘Deze beslissing zal ingrijpende gevolgen hebben voor de politiek van Madrid en Spanje, niet alleen voor Podemos, maar voor alle partijen’, meent La Vanguardia.

    ‘Hij speelt hoog spel: Of hij wordt president van Madrid, of hij zal de politiek moeten verlaten’

    Volgens El Periódico vormt de beslissing van Iglesias een ‘risicovolle operatie die zal bijdragen aan een verdere polarisering van de Madrileense politiek, die al was aangewakkerd door de trumpistische standpunten van Isabel Díaz Ayuso. Ayuso, leider van de rechtse Volkspartij, verzocht vorige week samen met de liberale Ciudadanos-partij om vervroegde verkiezingen. Zij toonde zich dan ook ‘verheugd dat ze nu eindelijk in de topman van Podemos een geschikte kandidaat had gevonden om tegen te strijden’, aldus het Catalaanse ochtendblad, dat ‘een giftige verkiezingscampagne’ voorspelt ‘met populistische uitbarstingen aan beide kanten’.

    Volgens dagblad ABC is dit een ‘wanhopige poging om Podemos te redden van een ondergang’, aangezien de partij in de huidige formatie weinig voor elkaar heeft gekregen. Iglesias speelt hiermee hoog spel, aldus El Periódico; ‘Of hij wordt president van Madrid, of hij zal de politiek moeten verlaten’.


    Bolsonaro vervangt opnieuw de minister van Volksgezondheid

     De Braziliaanse president kondigde maandag aan dat hij generaal Eduardo Pazuello zou vervangen, die zojuist de bestelling van 138 miljoen doses had aangekondigd om een ​​nog te traag verlopende vaccinatiecampagne te versnellen. Zonder enige medische ervaring was hij aangesteld als interim-minister bij het ministerie van Volksgezondheid na het aftreden van oncoloog Nelson Teich midden mei, die net als zijn voorganger Luiz Henrique Mandetta kritiek leverde op de door Bolsonaro voorgestelde aanpak van de pandemie.

    ‘Het feit dat iemand sterren op zijn epauletten draagt, is geen garantie voor bekwaamheid (…). Generaals verliezen oorlogen. Pazuello verloor de zijne’, schrijft een columnist in O Globo,

    Pazuello wordt vervangen door Marcelo Queiroga, voorzitter van de Braziliaanse Vereniging voor Cardiologie. De benoeming van laatstgenoemde komt terwijl de epidemie in Brazilië blijft verslechteren. Ziekenhuizen zitten bijna aan hun maximale capaciteit en de afgelopen week werden dagelijks meer dan tweeduizend sterfgevallen geregistreerd.


    Mannelijke slachtoffers van seksueel geweld krijgen in Japan geen steun

    In 2017 werd in Japan de term ‘slachtoffer van verkrachting’ verbreedt tot mannen. Asahi Shimbun publiceerde een enquête onder mannen die seksueel geweld hebben ondergaan, om te kijken of zij zich inderdaad gesteund voelden.

    Hieruit kwam naar boven dat in een samenleving waar vrouwelijke slachtoffers al worstelen om toegang te krijgen tot de nodige hulp, het geweld dat mannen ondergaan taboe is, met als gevolg dat mannelijke slachtoffer vaak in isolement leven. ‘Omdat ik een man ben, wilden mensen nooit geloven dat ik slachtoffer was. Mijn hele leven heb ik deze vernedering alleen ondergaan’, zegt bijvoorbeeld een man van in de veertig, die op zijn dertiende herhaaldelijk werd verkracht door een studievriend.

    Een dertigtal psychiaters en psychotherapeuten weigerde hem te behandelen, met het argument dat ze weinig kennis hebben van mannelijke slachtoffers. Een van hen zei letterlijk: ‘Vergeet het maar. Ik zou je hebben behandeld als je een vrouw was, maar dat ben je niet.’

    Takehito Kurono, die groepstherapie organiseert voor mannelijke slachtoffers, onderstreept dat stereotypen over mannen het mannen vaak moeilijk maken om de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben. ‘Volgens het cliché moeten ze sterk en zelfs ongevoelig zijn.’

    Overweldigd

    Momenteel is de ondersteuning die lokale autoriteiten bieden, vaak gericht voor vrouwen, al grotendeels ontoereikend, schrijft de krant. De 48 afdelingen van het land tellen nu minimaal één opvangcentrum voor slachtoffers van seksueel geweld. Of daar mannen terecht kunnen, verschilt per instelling. De centra zouden al ‘overweldigd’ zijn door het aantal vrouwelijke slachtoffers. ‘Om voor mannen te zorgen, zou je een speciale spreekkamer en een gespecialiseerde arts nodig hebben’, zegt een medewerker van een van de centra.

    ‘Betere steun voorkomt dat slachtoffers wegzinken in eenzaamheid. We hebben een grotere mobilisatie nodig vanuit de politiek’, verklaart Nobuki Yamaguchi, een psychotherapeut gespecialiseerd in de zorg voor mannen.


    Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur

    De vele meldingen tijdens de pandemie van jongeren met psychische klachten leidt tot een wereldwijde crisis die onmiddellijke aandacht vereist, volgens een nonprofitorganisatie die bijna vijftigduizend mensen in acht landen ondervroeg en een uitgebreid overzicht gaf van de impact van de pandemie op de geestelijke gezondheid, schrijft The New York Times.

    Meer dan een op de vier respondenten gaf aan te kampen met of het risico te lopen op klinische aandoeningen, en dat aantal steeg tot bijna een op de twee voor de leeftijd van achttien tot vierentwintig jaar, aldus het rapport, dat werd vrijgegeven door Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest.

    Het rapport, gebaseerd op gegevens verzameld uit een online, anonieme enquête waarvan de bevindingen maandag werden gepubliceerd, richtte zich op Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Veertig procent van de respondenten in de leeftijd van achttien tot vierentwintig jaar gaf aan zich verdrietig, somber of moedeloos te voelen en last te hebben van ongewenste, vreemde en obsessieve gedachten.

    Het rapport dringt er bij regeringen op aan zich te richten op beleid voor de gehele bevolking, in plaats van de huidige individuele benadering

    ‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, zegt dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs. ‘Vooral sociaal isolement heeft een grotere impact gehad op jonge mensen, en velen van hen over de rand geduwd.’

    Andere studies hebben aangetoond dat de pandemie een onevenredig grote invloed heeft gehad op de geestelijke gezondheid van jongeren, vrouwen en mensen van kleur.

    Preventie

    Geestelijke gezondheidsdeskundigen waarschuwden al eerder voor de langetermijneffecten van de pandemie, waaronder waarschijnlijk een economische recessie en de psychologische gevolgen van langdurig sociaal isolement.

    De auteurs van het rapport, dr. Thiagarajan en Jennifer Newson, drongen er bij regeringen op aan zich te concentreren op beleid op het gebied van geestelijke gezondheid voor de gehele bevolking, in plaats van op individuele benaderingen, die nu vaak de voorkeur genieten.

    ‘Hoewel in de geestelijke gezondheidszorg de focus lag op zelfzorg via apps, therapie en andere programma’s, kunnen sociaal en economisch beleid en institutionele cultuur een grote rol spelen bij het verzachten van onze huidige geestelijke gezondheidscrisis en de preventie van toekomstige crises’, aldus het rapport.

  • Premier Draghi: Super Mario of wolf in schaapskleren?

    Premier Draghi: Super Mario of wolf in schaapskleren?

    De kersverse premier Draghi kreeg gisteren (17 februari) het vertrouwen van de Italiaanse Senaat, vandaag krijgt hij naar alle waarschijnlijkheid ook het Parlement achter zich. Terwijl een groot deel van de Italiaanse pers de komst van de voormalige voorzitter van de ECB met enthousiasme begroet, is niet iedereen blij met een liberale technocraat als hoofd van de regering.

    Woensdagochtend (17 februari) gaf de nieuwe Italiaanse premier Mario Draghi een toespraak waarin hij zijn program voor het land uiteenzette. Dezelfde dag stemde het Senaat met een overweldigende meerderheid (262 voor en 40 tegen) voor zijn regering van nationale eenheid.

    Vandaag, donderdag, wacht een tweede stemming in de Kamer van Afgevaardigden, die Draghi ook naar verwachting glansrijk zal winnen, aangezien hij een brede coalitie van partijen van over het hele politieke spectrum achter zich heeft. Niets lijkt Super Mario nog in de weg te staan om het land voortvarend te leiden, constateert de Italiaanse pers, die haast unaniem verheugd is met de daadkrachtige toon van de oud-ECB-voorzitter in zijn eerste toespraak als premier.

    ‘De woorden die premier Mario Draghi in de Senaat heeft uitgesproken, luiden het afscheid in van een tijdperk dat door de pandemie, met zijn noodlottige uitwerking, al ten grave was gedragen’, schrijft Corriere de della Serra in een hoofdredactioneel commentaar.

    ‘Dat was een tijdperk van anti-europrotesten, van vage ideeën over het vertrek van Italië uit de Europese Unie, van strijd tegen Frankrijk en Duitsland, van dromen over een gelukzalige “degrowth” [een wereld waarin productie en consumptie worden teruggebracht] en van klimaatontkenners. Gemakkelijke en denkbeeldige antwoorden op complexe problemen die niet konden worden opgelost met Italiaans navelgestaar.’

    ‘Laten we hopen dat Draghi “een land zal nalaten dat de dromen van onze kinderen waarmaakt”’

    Ook zakenkrant Il Sole 24 Ore is verheugd over de nieuwe wind na jaren van politiek gesteggel en een in zichzelf gekeerd Italië. ‘Een passage [uit de toespraak] die het verdient te worden onderstreept is (…) wanneer Draghi verwijst naar de trots om Italiaan en pro-Europeaan te zijn, omdat de keuze voor de euro “onomkeerbaar” is, maar ook omdat “wij een grote economische en culturele macht zijn”.’

    Dat vergeten we volgens de krant maar al te vaak, maar Draghi benadrukt dit juist. ‘We moeten trotser, rechtvaardiger en genereuzer zijn ten opzichte van ons land’, en erkennen ‘dat vele anderen ons benijden omdat we vaak vooroplopen in de wereld, om de grote rijkdom van ons sociaal kapitaal, om de vele vrijwilligers in het land’.

    Het dagblad voorspelt dan ook een succesvolle regeringsperiode van Draghi. ‘De voorwaarden voor succes zijn aanwezig, te beginnen met een internationaal netwerk, van de Verenigde Staten tot Duitsland. (…) Laten we hopen dat hij weet hoe hij Italië door deze moeilijke tijd moet loodsen om de jongeren, onze kinderen, zoals hij gisteren zei, “een land na te laten dat in staat is hun dromen waar te maken”.’

    Het katholieke dagblad Avvenire (Toekomst) is vooral blij dat de nieuwe premier in zijn Senaatstoespraak naar de toekomst kijkt. ‘Mario Draghi had het gisteren in de Senaat niet over miljarden euro’s. Want, veel meer dan de financiële, is de echte schuld die vandaag moet worden ingelost, die tussen generaties. De verantwoordelijkheid van het heden is te weten hoe vaardigheden, energie en middelen te verenigen en te beheren om een betere samenleving en een betere planeet te garanderen aan hen die vandaag jong zijn of nog op de wereld moeten komen. Het is deze “schuld aan de toekomst” die de minister-president als centraal punt in zijn regeringsprogramma poneerde. Een schuld die tegelijkertijd sociaal, ecologisch en van menselijke aard is.’

    Terugkeer van de elite

    ‘Is dit de terugkeer van de elite?’ vraagt Franse krant L’Opinion zich af nu de oud-ECB-voorzitter en ‘het archetype van de gehate Europese technocraat’ aan het roer van Italië staat. Draghi geniet zelfs de steun van populistische partijen als Lega, van Matteo Salvini, en de Vijfsterrenbeweging, van Luigi Di Maio – de twee vicepremiers van het vorige kabinet.

    ‘De omslag ligt niet in het onvermogen van de populisten om te regeren’, schrijft L’Opinion. ‘Het is eerder de wijdverspreide aanvaarding van het idee dat een briljante vertegenwoordiger van de geglobaliseerde macht samen met hen kan regeren. (…) Draghi is meer politiek dan men zou denken, geholpen door de 200 miljard euro van de Europese Unie, zou hij de democratische crisis kunnen tegengaan door het respect voor andermans mening in ere te herstellen.’

    ‘Heel Europa heeft er belang bij dat Draghi met succes transformeert van verrader tot redder’

    De regering-Draghi zou, volgens L’Opinion, vanwege zijn standpunten zelfs een voorbeeld voor de rest van Europa zijn. ‘Tegen de technocratie, waarvoor maar al te vaak geen alternatief is. Tegen de populistische partijen zelf, die hun tegenstanders snel als vijanden van het volk bestempelen, met een gevaarlijke polarisatie als gevolg. Heel Europa heeft er dus belang bij dat Draghi met succes transformeert van verrader tot redder.’

    Establishment

    Het linkse dagblad Il Fatto Quotidiano heeft minder vertrouwen in de mooie beloften uit Draghi’s toespraak. Met hem als premier koos president Sergio Matarella ‘niet alleen voor “de beroemdste Italiaan ter wereld”, wiens gênante koor al dagen slaafs zijn lof zingt. Nee, hij koos ook een symbool van het internationale establishment dat de wereld de afgelopen decennia heeft geregeerd en gemaakt tot wat zij is.’

    Van 1991 tot 2001 was Draghi al de hoogste ambtenaar van het Italiaanse ministerie van Financiën. ‘Tien noodlottige jaren’, oordeelt Il Fatto Quotidiano, waarin ‘Draghi leiding gaf aan het privatiseringsproces van Italiaanse overheidsbedrijven, dat in plaats van het verminderen van het begrotingstekort en het verbeteren van de dienstverlening, heeft geleid tot de oprichting van particuliere monopolies met nauwe politieke banden.’

    ‘Het probleem is dat een niet-gekozen regering de handen vrij heeft om een “sociaal bloedbad” aan te richten’

    Het dagblad is ook weinig positief over Draghi’s voorzitterschap van de ECB: ‘[In die periode] ondertekende hij in 2011 de beroemde geheime brief waarin hij de Italiaanse regering dringend verzocht om de lonen en arbeidsvoorwaarden aan te passen aan de behoeften van de bedrijven, en de overheidssector uit te kleden (met een oproep tot lagere lonen).’

    Dat Draghi nu de Italiaanse economie gaat stimuleren met sociale maatregelen, noemt Il Fatto Quotidiano ‘de mythe van een keynesiaanse Draghi’. ‘Maar niemand gelooft deze vrome illusie: het werkelijke bedrag dat van het Europees herstelplan naar Italië zal gaan, is veel lager dan wordt beweerd, en zijn agenda gaat meer over het behoud van werkgelegenheid. Het probleem is dat een niet-gekozen regering, die dus niets te maken heeft met het streven naar democratische consensus, de handen vrij heeft om een “sociaal bloedbad” aan te richten’, analyseert de krant.

    ‘Een buitengewone tijd (…) vereist de omverwerping van een failliet systeem. Draghi zal dat niet voor elkaar krijgen.’

    De aanstelling van Draghi is tekenend voor het verval van de nationale politiek in Europa

    Volgens filosoof Lorenzo Marsili ligt er een gevaar in het zogenaamde apolitiek profiel van Draghi, waarmee de ‘normaliteit’ in de Italiaanse politiek zou terugkeren, schrijft The Guardian. ‘Maar wat is dat “normaal” waar Italië zo naar verlangt? In het grootste deel van Europa is dat een beeld van langzaam verval, waar business-as-usual leidt tot groeiende ongelijkheid, aantasting van democratie en milieu en een dramatisch verlies van elke greep op de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw’, aldus Marsili.

    De aanstelling van Draghi is tekenend voor het verval van de nationale politiek in Europa, aldus Marsili. ‘Geen enkele van de verzwakte Europese natiestaten is in staat om op eigen kracht een transformerend beleid te voeren: om multinationals aan banden te leggen, de economie CO2-neutraal te maken of de exorbitante rijkdom van een kleine elite aan te pakken, die tijdens de pandemie alleen maar verder uit de hand is gelopen.’

    Maar als Draghi, zoals hij ook in zijn toespraak benadrukte, zorgt voor een Europese oplossing, ziet Marsili potentie voor échte verandering, schrijft hij in The Guardian. ‘De man van “whatever it takes”, de “redder” van de euro, weet beter dan de meesten dat alleen een echte economische en politieke unie de Europese staten in staat kan stellen hun collectieve soevereiniteit over hun lot terug te krijgen’, stelt Marsili.

    Toch lijkt dat de Italiaanse filosoof onwaarschijnlijk: ‘Een buitengewone tijd […] vereist de omverwerping van een failliet systeem. Draghi zal daar niet in slagen. En het risico van een hernieuwde nationalistische reactie is reëel.’

    Draghi’s politiek programma

    Het Italiaanse weekblad Internazionale vatte de belangrijkste punten uit de toespraak van Draghi van 17 februari samen:

    Europa en de euro. ‘De euro is onomkeerbaar (…). Zonder Europa is er minder Italië.’

    Het vaccinatieplan. ‘Onze eerste uitdaging is om het vaccin snel en efficiënt te distribueren.’

    Hervorming van de gezondheidszorg. ‘Het is noodzakelijk om het netwerk van basisdiensten te versterken en uit te breiden […]. Ziekenhuizen zullen worden belast met acute, postacute en revalidatiezorg. Via zorg op afstand moet het huis de belangrijkste plaats van zorg worden.’

    Scholen. ‘Snel terugkeren naar een normaal lesrooster; de in 2020 verloren lesuren inhalen; investeren in de opleiding van onderwijzend personeel. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan technische opleidingen.’

    Gelijkheid man en vrouw. ‘De genderkloof in de arbeidsparticipatie in Italië behoort nog steeds tot de hoogste in Europa (…) De regering zal zich concentreren op een socialezekerheidsstelsel dat vrouwen in staat stelt evenveel energie aan hun carrière te besteden als hun mannelijke collega’s, zodat de keuze tussen gezin of werk niet hoeft te worden gemaakt.’

    Next Generation EU. ‘We zullen ongeveer 210 miljard euro beschikbaar hebben over een periode van zes jaar. De strategische doelstellingen zijn: de productie van energie uit hernieuwbare bronnen, lucht- en waterverontreiniging terugdringen, een snel spoorwegnet, energiedistributienetwerken voor elektrische voertuigen, de productie en distributie van waterstof, digitalisering, breedband- en 5G-communicatienetwerken.’

    Klimaatcrisis. ‘Er is behoefte aan structureel beleid dat innovatie vergemakkelijkt, toegang van groene bedrijven die kunnen groeien door toegang tot kapitaal en krediet, en een expansief monetair en fiscaal beleid dat investeringen vergemakkelijkt en vraag creëert voor de nieuwe duurzame activiteiten.’

    Toerisme. ‘Sommige groeimodellen zullen moeten veranderen. Ondernemingen en werknemers in de toeristische sector moeten worden geholpen om de door de pandemie veroorzaakte ramp te boven te komen, maar we moeten culturele steden, plaatsen en tradities behouden, dat wil zeggen, niet verkwanselen.’

    Immigratie. ‘Een andere uitdaging wordt de onderhandeling over het nieuwe asiel- en migratiepact, waarin wij zullen streven naar een evenwicht tussen de verantwoordelijkheid van de landen van eerste binnenkomst en daadwerkelijke solidariteit. Van cruciaal belang zal ook de uitwerking zijn van een Europees terugkeerbeleid voor degenen die geen recht hebben op internationale bescherming, naast de volledige eerbiediging van de rechten van de vluchtelingen.’

  • Moet terrasverwarming worden verboden?

    Moet terrasverwarming worden verboden?

    Het verwarmen van terrassen, zodat we er ondanks de coronamaatregelen toch terecht kunnen, wordt vanwege het absurd hoge energieverbruik van de stralers niet door iedereen toegejuicht. Moeten we de CO2-uitstoot om de lieve vrede te bewaren maar ergens anders aanpakken, of gewoon ons thermo-ondergoed uit de kast halen?

    Nee

    Een van de mooiste momenten van dit jaar was toen de lente ten einde liep en iedereen eindelijk weer de straat op durfde te gaan.In de steden zaten de terrassen van cafés en restaurants overvol, er werd genoten en druk geconverseerd, ook als mensen niet per se samen ‘één huishouden’ vormden.

    De verplaatsing naar de openlucht van veel sociale activiteiten die normaal gesproken binnenskamers plaatsvinden, was een onverwacht prettig bijeffect van de strijd tegen corona. De zon en de – helaas weer erg droge – zomer zorgden voor de rest.

    Maar met de herfst in aantocht is het natuurlijk de vraag hoelang dit nog kan gaan duren. Voor de toch al aangeslagen horecasector, die de vorige lockdownfase nog niet te boven is, betekent het een nieuwe dreun. Vanwege het besmettingsgevaar in afgesloten ruimtes mijden veel mensen de cafés en restaurants liever. Minister-president Laschet van Noordrijn-Westfalen pleitte er daarom voor om de terrascultuur deze winter voort te zetten. Hij stelt voor om de terrasverwarming, die vanwege het absurd hoge energieverbruik in veel gemeentes verboden was, weer tevoorschijn te halen. Steeds meer politici sluiten zich bij hem aan en willen het verbod op z’n minst tijdelijk opheffen. En met goede reden.

    De strenge maatregelen van de afgelopen maanden hebben hun tol geëist, zowel in sociaal als in financieel opzicht. Allereerst was dat het directe resultaat van het wegvallen van een groot deel van de omzet in veel bedrijfstakken, maar ook het onderwijs en de mobiliteit werden hard geraakt. Pogingen om ondanks de coronamaatregelen de consumentenbestedingen toch nog enigszins op peil te houden, brengen kosten met zich mee, ook ecologische. Zo nam door de nadruk op hygiëne de toch al grote hoeveelheid verpakkingsmateriaal die we met z’n allen produceren, flink toe.

    Ook gooien we dagelijks miljarden mondkapjes weg. Moeten we ons dan echt druk maken over een beetje extra CO2-uitstoot? Als we de coronamaatregelen kunnen verzachten door daar even niet al te veel bij stil te staan, is dat dan niet gewoon wijsheid?

    Weliswaar is vanuit het klimaat geredeneerd het antwoord op de eerste vraag een eenduidig nee. Klimaatbeleid kun je beschouwen als de optelsom van een groot aantal symbolische handelingen, die samen voor een echte ommekeer moeten zorgen. Vanuit die gedachte geeft het volstrekt het verkeerde signaal wanneer je vanuit economische overwegingen, of om de lieve vrede te bewaren, een zwaarbevochten verbod opeens opheft. Als je van de horeca al niet verlangt het klimaat te sparen, hoe wil je de energiesector, de auto-industrie en andere grootuitstoters dan ooit tot medewerking bewegen?

    Daar komt bij dat het niet helemaal fair is om de terrasverwarming weer tevoorschijn te halen. Talloze mensen hebben er immers geen enkele baat bij, omdat ze noch warmpjes buiten een hapje eten, noch een café of restaurant uitbaten. Kinderen voorop: met elke overbodige ton uitgestoten CO2 wordt hun toekomst nog penibeler, terwijl ze op school vaak niet eens behoorlijke ventilatie hebben.

    Maar toch, het coronabeleid vraagt natuurlijk om zorgvuldige afwegingen, evengoed als voor het milieubeleid. De lieve vrede is een factor van betekenis en die is erbij gebaat als we elkaar in het openbaar veilig kunnen blijven ontmoeten. Bovendien helpt elke cent omzetbelasting die de horeca afdraagt ons om ons gekoesterde maatschappelijke leven in stand te houden. Heus niet alle cafés zullen gelijk een paddestoel des aanstoots voor de deur neerzetten: veel café- en restauranthouders geven om duurzaamheid en zijn uiterst milieubewust. En degenen die het wel doen, zullen de planeet echt niet een-twee-drie in het ongeluk storten, zeker niet als het maar tijdelijk is.

    Veel slechter voor de atmosfeer en het milieu dan terrasverwarming is nog altijd het autoverkeer. Een veel zinvollere politieke strijd zou daarom zijn, zowel in sociaal als ecologisch opzicht, om auto’s meer uit onze binnensteden te weren. Dat is pas een maatregel met toekomst.

    Meredith Haaf

    Meredith Haaf

    Ja

    Om de horeca de herfst en de winter door te helpen staat de ene stad na de andere uitbaters toe om weer terrasverwarming aan te brengen, die eigenlijk allang was verboden. Als een van de eersten sprak de groene(!) burgemeester van Innsbruck zich daarvoor uit, en inmiddels haalt ook het rode gemeentebestuur van Linz de stralers weer van stal. Kan het nog wereldvreemder?

    Wie graag op een terras een kopje koffie wil drinken, of zelfs de maaltijd wil gebruiken, heeft genoeg aan twee beproefde middelen tegen de kou: het ski-jack en de lange onderbroek.

    Vergeten dat die bestonden? Vooral in duistere coronatijden is afstand voorlopig het hoogste gebod – je kunt van tevoren voorspellen welk effect het neerzetten van die gloeiende paddestoelen zal hebben. Het zal druk worden rondom die dingen, wanneer scharen gasten bibberend de warmte opzoeken. Bron- en contactonderzoekers zullen overuren moeten draaien om al die samendrommende koukleumen zo snel mogelijk op het spoor te komen.

    Daar komt nog bij dat die stralers zo ongeveer gelden als de atoomwolken onder de elektrische apparaten: milieuactivisten hebben uitgerekend dat vijf van die ondingen in één winter evenveel stroom vreten als een gezinshuishouden in een heel jaar. Deze paddestoelen zijn dus hartstikke giftig, zowel voor de coronapandemie als voor het klimaat.

    Nina Weissensteiner

    Nina
  • Amazon. Een hemel voor klanten, een hel voor ieder ander

    Amazon. Een hemel voor klanten, een hel voor ieder ander

    Amazon is een van de grootste profiteurs van de coronacrisis. En nu het bedrijf zijn macht uitbreidt, worden de schadelijke bijwerkingen steeds zichtbaarder.

    Hoorzittingen van het Amerikaanse Congres in Washington zijn voor de bazen van de grote Amerikaanse concerns vaak politiek theater en schandpaal tegelijk. Het hele land is er via tv getuige van in welke bochten ze zich wringen, of ze op het verkeerde moment glimlachen of te lang zwijgen. Mark Zuckerberg (Facebook), Sundar Pichai (Google) en Tim Cook (Apple) moesten er al aan geloven. Alleen Jeff Bezos lukte het tot op heden om eronderuit te komen. Niet lang meer, naar het zich laat aanzien: ook de baas van Amazon zal binnenkort de pijnlijke vragen van afgevaardigden moeten beantwoorden.

    Het zal gaan om de macht die zijn concern heeft op de markt, om een oneerlijke manier van zakendoen en mogelijk ook over de omgang met het personeel tijdens de coronacrisis. De aankondiging van de dagvaarding was al uitgesproken koel: ‘Hoewel we verwachten dat u vrijwillig zult verklaren’, schreven de leden van de Commissie voor Mededinging in mei aan Bezos, ‘behouden we ons het recht voor om indien nodig terug te grijpen op dwangmaatregelen.’ Nadat hij zich aanvankelijk had verzet, liet Bezos tenslotte weten bereid te zijn om naar Washington te komen.

    De komende maanden zouden wel eens ongezellig kunnen worden voor de handelsreus uit Seattle, die voor meer dan 300 miljoen klanten wereldwijd synoniem is geworden met online shoppen. In de VS lopen zowel bij de Commissie voor Justitie als ook bij het toezichtorgaan voor de handel (FTC) onderzoeken tegen Amazon op verdenking van concurrentievervalsing. In Europa bereidt de Commissie onder leiding van Margrethe Vestager, Commissaris voor Mededinging, een aanklacht voor tegen Amazon wegens kartelvorming. Bovendien wordt het concern in meerdere landen scherp bekritiseerd omdat het zijn medewerkers onvoldoende zou beschermen tegen het coronavirus. Op verschillende vestigingen kwam het tot protestacties van het personeel.

    Niet zonder ironie

    Het is niet zonder ironie dat Amazon in de crisis tegelijkertijd zo onmisbaar en toch ook aanvechtbaar is geworden. ‘Nooit was Amazon machtiger dan nu,’ zegt de Amerikaanse Amazon-critica Stacy Mitchell, ‘en tegelijk waren de lelijke kanten van die macht nog nooit zo duidelijk.’

    Amazons bezorging aan huis is voor een samenleving in de homeoffice- en distantiemodus vrijwel onvervangbaar geworden, en het concern heeft geweldige inspanningen gedaan om te voldoen aan de gestegen vraag. Maar de schadelijke bijwerkingen van zijn businessmodel komen in de crisis sneller dan ooit aan het licht. De slachtoffers van een systeem waarin de klant alles is, en al het andere niets, worden steeds zichtbaarder.

    Bijvoorbeeld magazijnmedewerkster Allegra Brown in de VS, die op grond van besmettingsgevaar ‘bang was om te gaan werken’, en desondanks sinds het begin van de pandemie geen dag heeft verzuimd, met een weekloon van amper 500 dollar. En kleine ondernemers zoals Alexander Meier in Duitsland die koffie verkoopt via het online platform. Hij zegt: ‘Amazon is zo machtig dat ze met ons handelaren kunnen doen wat ze willen.’ En medewerkers als Christian Müller in Leipzig, die aan het eind van een werkdag onder tijdsdruk 20 kilometer tussen de stellingen heeft afgelegd.

    Amazon heeft zich in de voorbije jaren tegen kritiek op zijn machtige marktpositie verdedigd met een verwijzing naar zijn nog altijd overzichtelijke marktaandeel in de detailhandel. Hoewel Amazon in de e-commerce in de VS marktleider is met ongeveer 40% (in Duitsland is het 48%), ligt zijn aandeel in de detailhandel als geheel slechts op 6% (in Duitsland: 5%). “(Lees hier meer over de situatie in Nederland.)”:https://www.emerce.nl/achtergrond/wat-wil-amazon-in-nederland

    Maar het argument ‘zo groot zijn we helemaal niet’ gaat niet meer op in de pandemie, waarin online shoppen tijdelijk de enige mogelijkheid is geworden en Amazon nieuwe kopersgroepen kon aantrekken. ‘Amazon is een van de grootste profiteurs van de coronacrisis,’ zegt Stacy Mitchell, ‘daar is geen twijfel over mogelijk.’ En veel analisten geloven dat het succes de crisis zal overleven. Wie het Amazon-imperium eenmaal als klant heeft betreden, verlaat het niet meer zo snel.

    Veelgehoorde critica

    Maar het eigen succes zou nu wel eens gevaarlijk kunnen worden voor het bedrijf. Het verzet tegen deze manier van zakendoen wordt openlijker en luider. Dat laat ook het voorbeeld zien van het Congreslid Pramila Jayapal in de VS.

    Het kiesdistrict van Jayapal beslaat een groot deel van Seattle; haar verkiezingszege dankt ze naar eigen zeggen ook aan stemmen uit het hoofdkwartier van Amazon. Met haar kritiek op het bedrijf bewandelde ze lange tijd de weg van discretie, ze zocht het gesprek met managers op in plaats van met de publiciteit. Maar tijdens de pandemie werd Jayapal een veel gehoorde critica van het concern. Ze schreef Bezos, wiens dagvaarding naar Washington ze steunt, eind april een open brief van vier pagina’s.

    ‘Geachte heer Bezos’, zo luidt haar schrijven, ‘ik maak me veel zorgen over het personeel van Amazon: minstens 800.000 arbeidskrachten.’ Ze vermeldde het groeiende aantal besmettingen onder werknemers van Amazon, de covid-dode die binnen het concern viel, en de kritiek op tekortschietende veiligheidsmaatregelen. Jayapal laakte dat Amazon zijn mensen geen gevarentoelage aanbood en slechts twee weken uitbetaalde bij ziekte. Het is een ‘perverse ironie’ volgens Jayapal, dat uitgerekend de slechtst betaalde werkers de minste kans hadden om hun werk vanuit huis te doen, om zichzelf en hun gezin te beschermen.

    Droomvoorwaarden voor consumenten

    In het centrum van Jayapals stad Seattle aan de Amerikaanse westkust ligt Amazons wijd vertakte hoofdkwartier, dat zijn stempel drukt op meerdere straten. In de entreehal is de grondwet van Amazon, bestaande uit de beroemde veertien ‘leiderschapsprincipes’, in grote letters op de muur geschilderd. Ze zijn ook ingelijst in de toiletten opgehangen en op gelamineerde kaartjes gedrukt die passen in de portefeuilles van de leidinggevenden. De kop boven de eerste wet luidt: ‘Customer obsession’ – klantbezetenheid.

    De radicale gerichtheid op klanttevredenheid heeft Amazon in slechts 25 jaar tot een van de hoogst gewaardeerde bedrijven in de geschiedenis van de economie gemaakt, de op een na grootste private werkgever in de VS en Jeff Bezos, de baas, tot de rijkste man ter wereld. ‘Customer obsession’ betekent bijvoorbeeld dat klanten de artikelen meestal gratis thuisbezorgd krijgen, dat de leveringstermijn voor Prime-klanten meestal slechts één dag is en dat de meeste producten kosteloos teruggestuurd kunnen worden. Artikelen met vermeende defecten worden prompt vervangen of vergoed zonder dat handelaren of makers daartegen bezwaar kunnen maken. Droomvoorwaarden voor consumenten. Met Prime bereikt Amazon 82 procent van de huishoudens in de VS, in Duitsland zijn 17 miljoen van de 41 miljoen huishoudens Prime-klant.

    Dat alles heeft Amazon tot een hemel voor klanten gemaakt – en tot een hel voor de vele medewerkers, zakenpartners, derde aanbieders, producenten en koeriers die de artikelen bezorgen.

    In Seattle zag men snel in dat de pandemie een gelegenheid is om de eigen macht te vergroten. Om de groeiende vraag aan te kunnen, trok het concern eerst 100.000 nieuwe arbeidskrachten aan en daarna nog eens 75.000. Jeff Bezos, die zich in de voorbije jaren meer was gaan bezighouden met zijn ruimtevaartbedrijf Blue Origin, bemoeide zich weer meer met de dagelijkse gang van zaken om zijn bedrijf door de storm te loodsen. Het piepte en kraakte in de coronamaanden wel een beetje meer dan gewoonlijk in het raderwerk van de reuzenmachine, en niet elk pakket kwam op de beloofde tijd aan, maar dat deed geen afbreuk aan de vraag.

    Sinds midden maart heeft het bedrijf op de beurs ruim 702 miljard aan marktwaarde gewonnen

    Met zijn streamingaanbieding Amazon Prime hielp het concern miljoenen aan huis gekluisterden over de hele wereld door de pandemie heen. De omzet in het eerste kwartaal was 26 procent hoger dan die van vorig jaar. Dat Amazon aankondigde dat het zijn bescheiden kwartaalwinst van 4 miljard euro zou investeren in mondkapjes, coronatesten en nieuwe medewerkers, bedroefde de beleggers maar kort. Sinds midden maart heeft het bedrijf op de beurs ruim 702 miljard aan marktwaarde gewonnen.

    Arbeiders veranderen in machines. In het Nedersaksische Winsen (in Luhe) telt de secondewijzer onverbiddelijk, terwijl een Amazonmedewerkster in een hoge gele stelling naast haar een plekje zoekt voor een aangeleverd product. Ze is ‘stouwster’, bergt dus artikelen in de magazijnstellingen op. Soms heeft ze 18 seconden nodig, soms zijn 7 seconden genoeg. Een groene cirkel licht op boven een van de vier dozen voor haar en geeft aan uit welke ze het volgende product moet halen, waarna ze het scant en in de stelling opbergt.

    Het moet snel gaan, een werkdag in een machinaal tempo. Voor veel mensen hier is het tegelijk een strijd om het bestaan. Hun contracten zijn vaak tijdelijk; Amazon laat er veel aflopen en neemt indien nodig nieuwe collega’s in dienst. Zo ontstaat angst voor baanverlies. ‘De medewerkers moeten voortdurend bezig zijn, mogen niet te veel pauzes inlassen,’ zegt een leidinggevende uit een Amazoncentrum. ‘Extra pauzes kosten geld.’

    Christian Müller werkt bij Amazon in Leipzig als ‘picker’, dat wil zeggen: hij zoekt de bestelde artikelen bij elkaar voor verzending. Die artikelen plaatst hij in door de computer aangewezen dozen; daarbij loopt hij tot wel 20 kilometer per dag heen en weer, zegt Müller. ‘Dan val je ’s avonds thuis vaak aan tafel in slaap.’ Het is een monotoon baantje. ‘Het Amazon-systeem bepaalt alle routes.’ Het ‘systeem’ is de scanner, het gereedschap waarmee Müller werkt. De scanner vertelt hem welk product hij als volgende moet zoeken, en op welke plek. Zodra hij het artikel gevonden heeft en in de transportkrat legt, scant hij het. De scanner levert data op: wanneer en hoe vaak Müller heeft ‘gepickt’. Elk voorval wordt meegenomen, op elke werkdag, bij elke picker.

    Deze data kunnen gebruikt worden voor statistieken, of ook voor een individuele arbeidsevaluatie. Hoeveel artikelen behandelt Müller in vergelijking met zijn collega’s? Presteert hij boven de norm, of eronder?

    Maar worden de data ook daadwerkelijk benut voor prestatiecontroles? Medewerkers die al jaren voor Amazon werken, zeggen: ja. ‘Vroeger kregen we voortdurend feedback met getallen,’ zegt Müller. ‘Dan was het: “Op dinsdag zat je onder de norm”, of “Je zit voortdurend onder het gemiddelde. Hoe komt dat?”’

    Het tempo in de Amazoncentra is in de voorbije jaren constant gestegen. 350 artikelen verwerkt een picker in Winsen gemiddeld per uur. Vorig jaar lag het gemiddelde nog op 320, in het jaar daarvoor op 280 artikelen – Amazon verklaart dat ook uit de optimalisering van processen. Daarvoor moet een picker zes artikelen per minuut uit de rekken halen en weg zetten. Soms zitten ze klem en moeten er eerst andere artikelen uit getrokken en weer teruggelegd worden. Dan vliegt de tijd. Wie onder het gemiddelde presteert, riskeert dat zijn contract niet verlengd wordt. Juist de nieuwkomers bij Amazon werken hard, en drijven daarmee het gemiddelde verder omhoog.

    Wie onder het gemiddelde presteert, riskeert dat zijn contract niet verlengd wordt

    Wie carrière wil maken als leidinggevende doet er ook aan mee. ‘Sommigen bekijken tijdens het middagmaal zelfs de arbeidsscores van hun team op de laptop,’ zegt de manager van een Amazoncentrum. ‘Het komt voor dat een leidinggevende aan een werknemer vraagt waarom hij zo vaak naar de wc gaat. De medewerkers veranderen hier in machines.’ Van een dergelijke werkdruk wil men bij Amazon niets weten: leidinggevenden ‘stimuleren’ en ‘coachen’ de medewerkers. Criteria voor de productiviteit zouden aan de hand van objectieve maatstaven worden bepaald.

    Maar de wedren in de magazijnhallen, die bij Amazon ‘vervullingscentra’ heten, is de noodzakelijke voorwaarde voor een klant die al een dag na de bestelling het artikel ontvangt, compleet met het eeuwig glimlachende Amazonlogo op het pakje.

    Wie werk verschaft aan honderdduizenden medewerkers, kan ze niet makkelijk op twee meter afstand van elkaar houden. In de VS waren er berichten over besmettingen in meer dan vijftig Amazonmagazijnen. In Frankrijk legde Amazon midden april het werk in zijn magazijnen stil toen vakbonden klaagden over de ontbrekende bescherming van medewerkers. Een rechtbank bepaalde dat Amazon nog maar een fractie van zijn gewoonlijk hoeveelheid artikelen mocht verzenden. Begin mei diende in de VS een software-ingenieur met een topfunctie zijn ontslag in, uit protest, zoals hij schreef, omdat Amazon medewerkers had ontslagen die tegen de ontoereikende veiligheidsmaatregelen in de covid-crisis hadden geprotesteerd.

    In Duitsland maakt Amazon het aantal besmettingen niet bekend. Een tijd lang konden de medewerkers bijvoorbeeld in Winsen het aantal op dat moment besmette medewerkers in quarantaine zien op een lijst. Begin april, toen het aantal van 33 besmettingen bereikt werd, was de lijst verwijderd, vertellen medewerkers. Intern wordt gezegd dat men de collega’s informeert over elk covid-geval, maar toch circuleren er verschillende getallen. Het Nedersaksische ministerie van Gezondheid sprak over 53 gevallen tot eind april, in een publicatie van de Landeskreis Harburg van 4 mei staan 77 gevallen genoteerd.

    ‘Work hard, have fun, make history’

    Natuurlijk is er een automatische temperatuurmeting bij de ingang, als de medewerkers langs het opschrift ‘Work hard, have fun, make history’ lopen. De looproutes zijn gemarkeerd, om afstand te houden. En toch komen ze te vaak te dicht bij elkaar, zeggen medewerkers. Bijvoorbeeld als iemand vlug iets bij een werkplek van een collega moet scannen, of een technicus daar iets moet doen.

    Het komt zelden voor dat Amazonwerknemers zich met naam en foto in de pers laten citeren. Verreweg de meesten zijn bang hun baan te verliezen. De Amerikaanse Allegra Brown, 23, magazijnmedewerkster in Avenel, New Jersey, doet het toch. Ze zegt dat ze bang is om naar haar werk te gaan, om besmet te worden. Als ze met Jeff Bezos, haar hoogste baas zou kunnen spreken, wat zou ze dan tegen hem zeggen? ‘Dat wij werkers niet veel verlangen, maar we zouden graag met respect behandeld worden.’ In de afgelopen maanden was dat niet het geval. Haar werk is wel als ‘vitaal’ bestempeld, en ondanks de pandemie is ze nooit weggebleven van het werk, ‘maar in werkelijkheid geven de bazen helemaal niets om ons’, zegt Brown.

    Amazon betaalde tot voor kort elke medewerker twee euro per uur meer als hij werkte. Tegelijk riskeren tijdelijke collega’s hun baan als ze zich vaker ziek melden.‘Veel mensen hebben zich ook verkouden naar het werk gesleept,’ zegt een Duitse medewerker. ‘Dat was precies het doel van Amazon: uitpersen waar het kan,’ briest Orhan Akman, verantwoordelijk vakgroepsleider van de vakbond Ver.di over de twee-euro-regel. De gezondheid van de werknemers zou achteloos ondergeschikt worden gemaakt aan de winst.

    Amazon spreekt dat tegen: medewerkers zouden van begin af aan geïnformeerd zijn dat ze met verkoudheidsverschijnselen niet naar het werk moesten komen en naar huis zouden worden gestuurd. Men zou alles doen om de medewerkers te beschermen. In Winsen zouden er sinds eind april geen nieuwe Covid-19 gevallen meer zijn geweest.

    Vorig jaar leverde Amazon naar schatting rond zeven miljard pakketten af. Iets meer dan de helft van alle goederen komt daarbij van derde aanbieders, dus onafhankelijke handelaren die het platform gebruiken voor hun zaken. Ze maken samen ongeveer 60 procent uit van het totale handelsvolume. Amazon biedt hen een unieke kans om klanten te bereiken – met een groot risico: als er eens iets misgaat, straft Amazon de handelaar af.

    Alexander Meier, de koffiehandelaar in Duitsland, herinnert zich nog hoe een medewerker van het concern hem eens opbelde. Er zou een probleem zijn. Drie klanten uit Frankrijk hadden geklaagd dat hun artikelen niet in de beloofde vier dagen levertijd waren aangekomen. Meer dan honderd pakketten had Meier naar eigen zeggen naar Franse klanten verstuurd, maar de pakketdienst DHL staakte. Meier moest een zogeheten actieplan opstellen, maar wat kon hij eraan veranderen? Daarop blokkeerde Amazon zijn account voor Frankrijk.

    Meier weet dat hij veel aan Amazon dankt. ‘Zonder Amazon zou ik vandaag niet zijn waar ik ben. Wij handelaren kunnen via dit platform in de kortst mogelijke tijd ongelofelijke omzetten behalen, in de hele wereld verkopen zonder een eigen dure website,’ zegt Meier. ‘Maar wie als handelaar een probleem heeft, wordt door Amazon in de steek gelaten.’ Amazon laat weten dat men zonder de naam van de handelaar te kennen geen uitspraken kan doen over de verwijten. En Meier wil zijn echte naam niet noemen uit angst dat Amazon hem zou straffen en van het platform verwijderen. En hij is niet de enige.

    Als er eens iets misgaat, straft Amazon de handelaar af

    Handelaren hebben er ook last van dat bij Amazon bijna alles geautomatiseerd verloopt: aanbieders en artikelen, levertijden en retouren, klantvragen en bestellingen – alles wordt door computerprogramma’s in de gaten gehouden. Daarbij gaan steeds weer dingen fout, is de kritiek van ondernemers. In de coronacrisis bijvoorbeeld zou het Amazon-algoritme de verkoop van artikelen hebben stopgezet omdat het prijzen uitfilterde als woekerprijzen, zonder dat die veranderd waren. Op vragen deelde de onderneming mee dat men geen ruimte wilde bieden aan ‘prijsopdrijverij’ en teleurgesteld was over ‘onzuivere pogingen’ om in de gezondheidscrisis ‘de prijzen voor producten van levensbelang kunstmatig te verhogen’. Bij een bepaalde shophouder zou het concern de verkoop van batterijkabels hebben gestopt, omdat Amazons programma ze met batterijzuren in verband bracht dat en als verkoper van gevaarlijke stoffen automatisch van verkoop uitgesloten had. Dat hield wekenlang aan. De handelaar moest naar eigen zeggen 20.000 euro aan omzetverlies incasseren.

    Omgekeerd worden fouten van handelaren door Amazon niet vergeven. Peter Marx verkocht met succes shirts via Amazon, tot hij een keer vergat 150 zendingen als verzonden te markeren. Daarop werd zijn account geblokkeerd. Toen de blokkade weken later werd opgeheven, was hij in de ranking van verkopers ver weg gezakt, nauwelijks meer zichtbaar voor klanten, aldus Marx. Zijn omzet was ingestort, hij moest zeven mensen ontslaan. ‘Ik heb er alles aan gedaan om bij Amazon te kunnen verkopen. Daar zitten de klanten. Maar er heerst een angstcultuur,’ zegt hij.

    Ongeveer een vijfde van de handelaren op Amazons portal zou problemen hebben, ‘en vaak zonder dat het hun schuld is,’ schat de e-commerce deskundige Mark Steier. ‘Dat brengt veel bedrijven in aan de rand van faillissement. Amazon biedt de kans om veel geld te verdienen, maar laat de handelaren bij twijfel creperen.’

    Amazons omgang met de partners bracht verleden jaar het Bundeskartellamt (de Duitse Mededingingsautoriteit) in het geweer. Het verplichtte het concern om voortaan informatie te verstrekken over blokkades van accounts en de redenen daarvoor, om weerwoord mogelijk te maken. ‘Veel zal dat niet helpen,’ meent Steier. ‘De redenen worden niet altijd duidelijk genoemd, en niemand wil het met Amazon aan de stok krijgen.’

    Weinig illustreert de lompe omgang met de handelaren zo duidelijk als Amazons zogenaamde A-tot-Z-garantie. ‘Duivelstuig’ noemt een handelaar dit instrument. Wat het in de praktijk betekent, heeft ook Marx al eens meegemaakt: klanten hadden T-shirts bij hem besteld en beweerd dat de kwaliteit niet goed was. Amazon besliste dat zij hun geld terug kregen, maar het werd afgeboekt van Marx’ handelaarsrekening. Het grootste deel van de shirts kreeg hij nooit terug.

    Als klanten aan Amazon schrijven dat de gekochte artikelen beschadigd of gebruikt zijn, worden ze op kosten van de handelaar schadeloos gesteld

    Als klanten aan Amazon schrijven dat de gekochte artikelen beschadigd of gebruikt zijn, worden ze op kosten van de handelaar schadeloos gesteld. ‘Dan verlies je vaak je artikelen en tegelijk het geld,’ klaagt Marx. Honderden keren heeft hij dat meegemaakt. Weliswaar oordeelde het Bundesgerichtshof in mei dat de handelaren niet gebonden zijn aan Amazons beslissing en hun recht tegenover de klant kunnen opeisen. Maar dat zou ook betekenen: ruzie krijgen met Amazon. ‘Je moet het slikken, of je raakt uit de gratie bij Amazon,’ zegt Marx.

    Het concern riposteert dat dat niet juist is. Met de A-tot-Z-garantie beschermt het de klanten, verkopers zouden bezwaar kunnen maken. Maar terwijl klanten vierentwintig uur per dag via e-mail, telefoon of chatten gepaaid worden, biedt Amazon de handelaren meestal alleen de kans schriftelijk bezwaar in te dienen – soms komt er dagenlang geen reactie of slechts een standaardbrief die je nauwelijks verder helpt.

    Als de klachten van klanten zich ophopen, zegt Amazon daarover, streeft men ernaar dat de handelaar het probleem zelf erkent en verhelpt. Het concern zou elk jaar miljarden uitgeven ‘om verkooppartners te helpen succesvol te worden op onze websites’. ‘Amazon regeert volgens het principe “slikken of stikken”,’ zegt Gerrit Heinemann, handelsexpert en econoom. ‘Dat is macht, pure macht.’

    De truc van Amazon

    Misschien heeft het concern de handelaren binnenkort ook helemaal niet meer nodig. Want Amazon maakt met typerend radicalisme aanstalten om zelf de belangrijkste aanbieder van merkartikelen te worden. Steeds vaker verkoopt de onderneming merkartikelen rechtstreeks, zodat de tussenhandel wordt uitgeschakeld. Voor Markus Diekmann is dat een natuurlijke, niet tegen te houden ontwikkeling. ‘Op Amazon is geen plaats meer voor handelaren’, meent de bedrijfsleider van de fietsenhandel Rose Bikes. Amazon neemt de klassieke handelsfuncties al over,’ zegt hij, ‘en voor handelaren is dat natuurlijk oneerlijk.’

    De truc van Amazon: het concern benut de handelaars op zijn portal als truffelzwijnen. Zij sporen de trends op, wat klanten kopen of versmaden. Veelbelovende producten biedt Amazon vervolgens zelf aan. Handelaren vertellen bovendien dat het concern de prijzen zo ver laat zakken dat de oorspronkelijke handelaar er niets meer aan verdient en ophoudt met de verkoop. Zo bepaalt Amazon uiteindelijk de prijzen.

    Het concern bestrijdt dit. ‘Ik ben een groot fan van Amazon. Amazon stimuleert innovatie, het heeft de handel beter gemaakt met zijn absoluut centraal stellen van de klant, en is daarmee een voorbeeld voor mij,’ zegt Diekmann, bedrijfsleider van Rose Bike. ‘Maar er zijn wettelijke regels nodig om prijsdumping te verhinderen.’

    Het concern neemt het zelfs op tegen de makers van merken die Amazon afwijzen. Birkenstock, fabrikant van sandalen, en de tassenfirma Ortlieb verkopen hun artikelen liever via andere handelaren. Amazon veranderde het aanbod zodanig dat klanten die op internet naar die firma’s zochten, in plaats daarvan naar het portal van het concern werden geloodst, waar ze soortgelijke of de originele producten vonden. Ortlieb procedeerde tot aan het Bundesgerichtshof om daar een eind aan te maken. Om Birkenstock-sandalen te kunnen aanbieden, had Amazon ze tot grote ergernis van het bedrijf blijkbaar opgekocht van andere handelaars.

    Amazon deelt mee dat handelaren de producten van een fabrikant rechtmatig kunnen verwerven uit verschillende bronnen, en doorverkopen. Zelf wil men het ‘klanten zo simpel mogelijk maken om alles wat ze online zouden willen kopen, te vinden’. Het lijkt erop dat het klantendoel de middelen heiligt.

    The Wall Street Journal berichtte een paar weken geleden bovendien dat medewerkers in het geheim de gegevens van handelaren op het platform zouden gebruiken om de producten als eigen product te presenteren. Amazon verwierp de aantijgingen en kondigde een intern onderzoek aan.

    Ook de EU Commissie zal nu Amazons dubbelrol als online marktplaats voor derden en als handelaar doorlichten. Dat Vestager geen grote sympathie heeft voor het concern, liet ze onlangs al eens weten: ‘U zult het niet geloven, maar je kunt op het internet dingen kopen zonder Amazon in te schakelen,’ zei ze in een interview met Der Spiegel. ‘Ik heb pas zonneschermen besteld. En dat was niet bij Amazon.’

  • ‘Het is belangrijk dat we lastige vragen blijven stellen’

    ‘Het is belangrijk dat we lastige vragen blijven stellen’

    Godfrey Mwampembwa, beter bekend als Gado, legt politici al bijna dertig jaar langs de meetlat. Nu is zijn focus verschoven naar nepnieuws rondom het coronavirus. ‘Ik dacht: hoe kan ik mijn steentje bijdragen aan het informeren van de bevolking?’

    In een rustig kantoor op de derde verdieping van een gebouw in de zakenwijk van Nairobi was de cartoonist met het pseudoniem Gado een spotprent aan het tekenen over het coronavirus. De cartoon, getiteld Conspiracy Inc., is een parodie op de hausse aan ongefundeerde beweringen over de pandemie die in 177 landen inmiddels bijna een kwart miljoen mensen heeft gedood.

    Hij tekent mannen en vrouwen die met grote stelligheid beweren dat farmaceutische bedrijven het virus hebben ontwikkeld, dat Amerikaanse soldaten het in China hebben verspreid en dat de Chinese overheid het wil gebruiken om Afrika te ontvolken en veroveren.

    Omdat in Afrika de afgelopen weken de bezorgdheid over de ziekte is geëscaleerd, is Gado, wiens echte naam Godfrey Mwampembwa is, begonnen aan een reeks cartoons die scherp en inventief zijn, maar tegelijkertijd ook leerzaam en informatief.

    ‘Ik dacht: hoe kan ik mijn steentje bijdragen aan het informeren van de bevolking?’ vertelt Gado die middag, terwijl de wind jaagt door de straten van Nairobi, die er in de door de overheid afgekondigde lockdown desolaat en vrijwel leeg bij liggen.

    Een kader uit Gado’s cartoon Conspiracy Inc, een parodie op de hausse aan ongefundeerde beweringen over de pandemie.  © Gado
    Een kader uit Gado’s cartoon Conspiracy Inc, een parodie op de hausse aan ongefundeerde beweringen over de pandemie.  © Gado

    ‘Juist nu moeten satirici en schrijvers uiterst alert zijn,’ legt hij uit. ‘We moeten geen gas terugnemen, want het is heel belangrijk dat we lastige vragen blijven stellen.’

    Gado (50) is een van Afrika’s vooraanstaande cartoonisten. Geboren in Tanzania, maar Kenia noemt hij zijn thuis. Hij heeft prijzen gewonnen en zijn cartoons verschijnen wereldwijd in kranten en digitale publicaties. In zijn dertigjarige carrière hebben zijn tekeningen zo’n beetje alle onderwerpen wel behandeld, van corruptie en terrorisme tot revoluties, migratie, religie en klimaatverandering.

    Hij werkt meestal met inkt en bespot zo lokale politici, steekt met zowel dictators als democraten de draak, hekelt bedrijven zoals Uber omdat ze chauffeurs uitbuiten, beeldt president Trump af als een keizer zonder kleren en onderzoekt China’s steeds groter wordende rol in Afrika kritisch. Kortom, de tekeningen richten zich – soms tot hun grote woede – tot het publiek en overheden en hebben overal in Afrika aanzet gegeven tot een belangrijk publiek debat.

    Mythes ontmaskerd

    Maar terwijl het coronavirus zich verder verspreidt, heroverweegt Gado, die een peper-en-zoutkleurig sikje en een sonore stem heeft, de rol en de plaats van cartoons in deze onzekere tijd. Behalve het aan de kaak stellen van bepaalde gedachten en ideeën wil hij de gezamenlijke ervaring van deze epidemie niet alleen gebruiken om het debat vorm te geven maar ook om het heden te begrijpen en ervoor te zorgen dat mensen veilig blijven.

    Gado wil vooral dat zijn publiek – honderdduizenden volgers op Twitter, Facebook en Instagram – inzicht krijgt in hoe slecht leiderschap en vriendjespolitiek mede oorzaak zijn van alle fouten die bij deze pandemie aan het licht komen.

    Zijn illustraties zijn deels instructief, ze laten zien dat je je handen moet wassen en afstand moet houden. In een serie getiteld ‘Myth Busters’ legt hij uit dat covid-19 niet wordt verspreid door 5G-netwerken, dat het nemen van een warm bad het virus niet tegenhoudt en dat het drinken van alcohol geen genezing biedt, zoals de gouverneur van Nairobi beweert.

    “De politieke elite in Kenia wil de pandemie gebruiken om zijn zakken te vullen”

    De satiricus is ook zijn lievelingsonderwerp niet vergeten: politici. Gado laat zien hoe de politieke elite in Kenia – vaak afgebeeld als een gezet persoon met een hyenakop of met een kroon op zijn hoofd – heeft gezorgd voor een gemankeerd gezondheidssysteem, heeft aangezet tot grof politiegeweld tijdens de avondklok en de pandemie wil gebruiken om zijn zakken te vullen en internationale donoren op te lichten.

    Gado geeft toe dat het lastig is om te provoceren en te bekritiseren in een tijd waarin leiders alle moeite doen om de verspreiding van het virus tegen te gaan.

    ‘Maar ik maak mijn werk binnen een context,’ zegt hij. ‘En ik vermijd geen onderwerpen. Toch doe ik mijn uiterste best om niet de verkeerde boodschap af te geven. Ik zeg altijd dat ik het copyright heb op mijn tekeningen, maar niet op de interpretatie ervan. Maar dit is geen normale tijd. Dit is een rare tijd.’

    Gado is geboren in de Tanzaniaanse havenstad Dar es Salaam. Zijn moeder was docente en zijn vader werkte voor het nationale toerismebureau. Hij vertelt dat zijn ouders altijd zijn passie voor tekenen hebben aangemoedigd en hem zelfs hadden ingeschreven voor een middelbare school waar kunst op het lesprogramma stond. Hij las de Newsweek en Time Magazine die zijn vader mee naar huis bracht, maar verslond ook Kuifje en Asterix.

    Buitenstaander

    Gado kwam voor het eerst in Nairobi toen hij in 1992 een prijs ging ophalen die hij bij een tekenwedstrijd had gewonnen. Hoewel hij architectuur studeerde in Dar es Salaam en zijn ouders had beloofd dat hij zou terugkomen om zijn studie af te maken, heeft hij dat nooit gedaan. Hij wist de redactie van Kenia’s grootste krant, The Daily Nation, zover te krijgen dat ze hem in dienst namen.

    Gado kwam in een heel belangrijk jaar bij de krant. In Kenia werden toen de eerste verkiezingen met meer partijen gehouden sinds de onafhankelijkheid. Als buitenstaander en beginner moest hij in korte tijd veel leren. ‘Ik moest het vak al doende onder de knie krijgen,’ legt hij uit.

    Einde jaren negentig heeft Gado een jaar in Italië gewerkt onder Oliviero Toscani, de vroegere art director van het modemerk United Colors of Benetton, en daarna heeft hij een jaar een opleiding klassieke animatie en film gevolgd aan de Vancouver Film School.

    01profile gado06 superjumbo

    In de serie getiteld ‘Myth Busters’ legt Gado uit dat het eten van knoflook niet beschermt tegen het virus, dat het nemen van een warm bad het virus niet tegenhoudt en dat het drinken van alcohol geen genezing biedt, zoals de gouverneur van Nairobi beweert. – © Gado

    Zijn cartoons voor de krant zijn ook beïnvloed door het werk van de Amerikaanse illustrators Pat Oliphant en Jeff MacNelly, en door cartoonisten als de Tanzaniaan Philip Ndunguru, de Nigeriaan Tayo Fatunia, de Ghanees Frank Odoi en de Keniaan Paul Kelemba.

    Toen zijn cartoons overal in Keniase en regionale kranten verschenen, kreeg Gado steeds meer kritiek, omdat hij lokale politici, ambassademedewerkers uit China, Zimbabwe en onlangs ook uit de VS op de hak nam. Volgens hem zijn er niet veel leiders die geen aanstoot aan zijn cartoons hebben genomen. Gelukkig hebben de paar die er geen moeite mee hadden, zoals Kenia’s voormalige opperrechter Willy Mutunga en de vroegere secretaris-generaal van de VN Kofi Annan, hem een zekere bescherming tegen de anderen geboden. Maar niet helemaal.

    In 2015 werd hij naar aanleiding van zijn cartoons in de krant The East African verbannen uit Tanzania en uiteindelijk in 2016 ontslagen bij de zusterkrant The Daily Natio_n, die zijn cartoons niet langer plaatste. Hoewel hun scheiding van wegen volgens de directie van _The Daily Nation al contractueel was vastgelegd, schrijft de cartoonist zijn ontslag toe aan druk vanuit de overheid. Een deel van zijn werk voor The Daily Nation heeft Gado in boekvorm uitgebracht, zoals Freedom After Speech en DemoCrazy.

    Gado noemt zichzelf ‘een echte Oost-Afrikaan’

    ‘Het was een voorrecht om voor The Daily Nation te werken,’ vertelt hij, refererend aan de spannende tijd dat hij samenwerkte met topjournalisten en eersteklasredacteuren. ‘Maar aan de manier waarop ik daar weg ben gegaan heb ik een nare nasmaak overgehouden. Politici kregen te veel invloed. Het werd te moeilijk.’

    Tegenwoordig staat Gado’s leven, zoals dat van iedereen, behoorlijk op zijn kop. Soms glipt hij stiekem even zijn kantoor in, maar meestal werkt hij thuis en neemt hij de hele eettafel in beslag, tot grote irritatie van zijn echtgenote, Stephanie Uwingabe, een hr-deskundige uit Rwanda, en zijn twee dochters, Mwaji-Odeta (16) en Keza-Anganile (14). Gado noemt zichzelf ‘een echte Oost-Afrikaan’.

    Veel projecten van het bedrijf dat hij mede heeft opgericht, Buni Media, zijn voorlopig stopgezet, zoals het populaire satirische televisieprogramma The XYZ Show, met karikaturale latex poppen.

    In de confrontatie tussen de mens en de microbe is Gado vastbeslotener dan ooit om via zijn cartoons het publiek niet alleen te laten lachen en te laten nadenken, maar ook om de kijk op hun wereld te vernieuwen. Als hij de mensen tot nadenken kan stemmen en zelfs een kleine verandering teweeg kan brengen, zou dat hem ‘intens blij’ maken.

    Auteur: Abdi Latif Dahir

    The New York Times
    VS | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium. Het motto ‘All the news that’s fit to print’ wordt sinds 1896 bewaakt door de familie Ochs Sulzberger en gekielhaald door de Britse filosoof Alain de Botton, die de correctie: ‘Some news that’s fit to print’ voorstelt.

  • China’s nieuwe IP

    China’s nieuwe IP

    Op een VN-bijeenkomst kwam een team van het Chinese telecombedrijf Huawei met een voorstel voor een nieuw internetprotocol, een nieuwe infrastructuur die de macht weghaalt bij het individu en teruggeeft aan de staat. De Britse zakenkrant de Financial Times zocht het tot op de bodem uit.

    Op een frisse dag in september betrad een handvol Chinese ingenieurs vorig jaar een vergaderzaal in het hartje van de VN-wijk in Genève. Ze hadden een uur de tijd om afgevaardigden uit meer dan veertig landen te overtuigen van hun visie: een ander soort internet, ter vervanging van de technische architectuur die al een halve eeuw ten grondslag ligt aan het wereldwijde web dat we kennen. Het huidige internet is van iedereen en niemand, maar zij willen iets heel anders bouwen: een nieuwe infrastructuur die de macht weghaalt bij het individu en teruggeeft aan de staat.

    Het voorstel voor dit ‘Nieuwe IP’ (internetprotocol) werd gepresenteerd door een team van de Chinese telecomreus Huawei. Geen enkel ander bedrijf had zo’n grote delegatie afgevaardigd naar deze bijeenkomst van de International Telecommunication Union (ITU), een VN-organisatie die wereldwijde standaarden voor technologie vastlegt. De Chinezen gaven een simpele powerpointpresentatie, die weinig informatie bevatte over hoe die nieuwe techniek precies werkt en voor welk specifiek probleem het een oplossing is. Wel was de presentatie gelardeerd met plaatjes van futuristische technologie, van levensgrote hologrammen tot zelfrijdende auto’s. Die moesten illustreren dat het huidige internet een achterhaalde techniek is, die de grenzen van zijn mogelijkheden heeft bereikt. Het wordt tijd, zo stelde Huawei, voor een nieuw wereldwijd netwerk met een top-downontwerp, en de Chinezen willen dat maar al te graag bouwen.

    Overal ter wereld lijken overheden het erover eens dat de huidige vorm van internetregulering – in feite niet meer dan wetteloze zelfregulering door merendeels Amerikaanse bedrijven – niet functioneert. Het Nieuwe IP is de recentste van een hele reeks pogingen om daar verandering in te brengen, vaak onder aanvoering van landen die vijftig jaar geleden niet bij het ontstaan van het internet waren betrokken. ‘De conflicten rond internetregulering zijn de nieuwe plaatsen waar politieke en economische macht zich in de eenentwintigste eeuw ontplooit,’ schreef Laura DeNardis in 2014 in haar boek The Global War for Internet Governance.

    Censuurmodel

    Vooral China beschouwt de ontwikkeling van een nieuwe infrastructuur en nieuwe standaarden voor internet als kernpunt van zijn digitale buitenlandbeleid, en het ziet zijn censuurmodel als schoolvoorbeeld van een efficiënter internet dat naar andere landen kan worden geëxporteerd. China ‘wil natuurlijk een technologische infrastructuur die de overheid net zo’n totale macht geeft als ze in de samenleving heeft, een technisch ontwerp dat tegemoetkomt aan de totalitaire drang,’ zegt Shoshana Zuboff, sociaal wetenschapper aan Harvard en auteur van The Age of Surveillance Capitalism. ‘Dat vind ik eng, en iedereen zou dat eng moeten vinden.’

    Volgens Huawei wordt het Nieuwe IP alleen ontwikkeld om tegemoet te komen aan de technische eisen van een razendsnel veranderende digitale wereld en is er nog geen specifieke vorm van regulering in het ontwerp opgenomen. Het telecombedrijf leidt een ITU-studiegroep die onderzoekt welke netwerktechnologie de wereld in 2030 nodig heeft, en het Nieuwe IP moet daaraan voldoen, aldus een woordvoerder. Informatie over het voorstel is vooral afkomstig uit twee met jargon doorspekte documenten waarin de Financial Times inzage kreeg. Het zijn de teksten van de twee presentaties die afgelopen september en februari achter gesloten deuren zijn gegeven aan de afgevaardigden bij de ITU. Het betreft een voorstel voor technische standaarden en een powerpointpresentatie getiteld ‘New IP: Shaping the Future Network’.

    Hoewel internet een invloedrijk medium is, kent het eigenlijk geen toezicht. De macht berust er nu grotendeels bij een handjevol Amerikaanse bedrijven: Apple, Google, Amazon, Facebook. Juist door het ontbreken van centraal toezicht heeft internet zo’n grote verandering teweeg kunnen brengen in onze manier van leven en communiceren. Maar het heeft ook geleid tot een uitvergroting van de breuklijnen in onze maatschappij, door manipulatie van het maatschappelijk debat, ondermijning van de democratie en de opkomst van massaspionage.

    De machtsbalans begint te verschuiven, maar de wensen van staten lopen sterk uiteen. Zo willen de VS, Groot-Brittannië en Europa het huidige systeem aanpassen om beter toezicht te kunnen houden en inlichtingendiensten meer inzage te bieden in de gegevens van individuele gebruikers. Het Chinese Nieuwe IP is veel radicaler, want daarbij kan centraal toezicht in de technische structuur worden ingebakken. Volgens diverse aanwezigen op de ITU-bijeenkomsten viel het Chinese voorstel in goede aarde bij Saoedi-Arabië, Iran en Rusland. Ook bleek uit het voorstel dat de blauwdrukken voor deze nieuwe netwerkstructuur al klaarliggen en dat er een begin is gemaakt met de bouw. Elk ander land kan deze straks overnemen.

    Wat we nodig hebben, is een westers internet dat berust op een visie van een digitale toekomst verenigbaar met democratie

    ‘We hebben nu twee soorten internet: een door de markt gedomineerde kapitalistische versie waarin alles draait om het volgen van gebruikers voor commercieel gewin; en een autoritaire versie waarin alles net zo goed draait om het volgen van gebruikers,’ zegt Zuboff. ‘De vraag is: slaan Europa en Noord-Amerika de handen ineen om de juridische en technologische kaders te ontwerpen voor een democratisch alternatief?’

    Bij de presentatie van het Nieuwe IP wordt van de digitale wereld in 2030 een beeld geschetst waarin virtual reality, holografische communicatie en robotchirurgie aan de orde van de dag zijn. Het traditionele IP-protocol wordt ‘onstabiel’ en ‘verregaand ontoereikend’ genoemd, met ‘tal van problemen op het vlak van veiligheid, betrouwbaarheid en techniek’.

    De documenten bevatten een pleidooi voor een top-downontwerp en voor de uitwisseling van data tussen landen ‘ten behoeve van artificiële intelligentie, big data en allerlei andere toepassingen’. Veel deskundigen vrezen dat internetproviders, vaak in handen van de staat, met dit nieuwe internetprotocol precies kunnen zien welke apparaten met het netwerk verbonden zijn en vervolgens de toegang van individuele gebruikers kunnen afsluiten of bespioneren. Er wordt al aan gewerkt door technici ‘van bedrijven en universiteiten’ in ‘meerdere landen’, zei Huawei’s teamleider Sheng Jiang in september, al wilde hij geen namen noemen, want dat was commercieel gevoelige informatie. Zijn gehoor bestond uit oudgedienden in de ITU, voornamelijk regeringsafgevaardigden uit Groot-Brittannië, Amerika, Nederland, Rusland, Iran, Saoedi-Arabië en China.

    Sommigen van hen is dit hele idee een gruwel. Als de ITU het Nieuwe IP zou legitimeren, kunnen staten volgens hen kiezen of ze hun burgers een westers dan wel Chinees internet opleggen. In het laatste geval heeft iedere burger in zo’n land toestemming van zijn internetprovider nodig om iets op het internet te kunnen doen, van het downloaden van een app tot het bezoeken van een site – en krijgen beheerders de macht om ze dat recht zomaar te ontzeggen. In plaats van via één groot wereldwijd web moeten mensen dan contact met elkaar zoeken via een lappendeken van nationale internetten, elk met zijn eigen regels – een idee dat in China bekendstaat als ‘cybersoevereiniteit’.

    Agressieve benadering

    Recente gebeurtenissen in Iran en Saoedi-Arabië geven een indruk van de mogelijke gevolgen. Daar werd het internet in tijden van sociale onrust langdurig aan banden gelegd door de overheid: alleen essentiële diensten als banken en medische zorg waren nog beperkt bereikbaar. Rusland heeft in november een wet voor ‘soeverein internet’ aangenomen die de overheid het recht geeft om alle internetverkeer nauwlettend te volgen. Zo bleek hoezeer de Russen het internationale internet al buiten de deur kunnen houden – een mogelijkheid die ze met hulp van Chinese bedrijven als Huawei hebben ingebouwd. Deskundigen vragen zich nu af of China’s visie op internettoezicht verschuift van een defensieve opstelling, waarbij het de vrijheid opeist om autoritair toezicht uit te oefenen in eigen land, naar een agressievere benadering, waarbij andere landen actief worden opgeroepen om China’s voorbeeld te volgen.

    Volgens de bedenkers van het nieuwe internetprotocol zijn onderdelen van hun technologie volgend jaar al klaar om te worden getest. Hun pogingen om andere ITU-delegaties van het nut te overtuigen zullen verder worden opgevoerd op de grote ITU-conferentie die in november in India plaatsvindt. Om de ITU zover te krijgen dat het voorstel binnen een jaar wordt goedgekeurd, zodat het een officiële standaard wordt, moet er consensus zijn binnen de studiegroep, ofwel instemming van een meerderheid van de afgevaardigden. Als dat niet lukt, vindt er een besloten stemming plaats onder de lidstaten, en staan het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties dus buitenspel.

    Dat hoge tempo zint de westerse delegaties niet, en volgens de aan ons gegeven documenten gaan eral stemmen op om het proces te vertragen. Een lid van de Nederlandse delegatie schreef in een officiële reactie, die ons door verschillende bronnen werd toegespeeld, dat ‘de open en flexibele aard’ van het internet – zowel wat de technische structuur als het toezicht betreft – van fundamenteel belang is geweest voor het succes ervan, en dat hij ‘zich met name zorgen maakt’ dat dit nieuwe model afwijkt van die filosofie. De eveneens aan ons doorgespeelde scherpe kritiek van een Britse afgevaardigde luidde: ‘Het is verre van duidelijk of er goede technisch redenen zijn voor zo’n radicale stap.’

    hh 400237471

    Een van de meest uitgesproken critici van het Nieuwe IP is Patrik Fältström, een eigenzinnige, langharige IT’er die in zijn vaderland Zweden bekendstaat als een van de vaders van het internet. Begin jaren tachtig, toen hij in Stockholm wiskunde studeerde, werd hij ingehuurd om mee te bouwen aan de infrastructuur voor een nieuwe technologie, door de Amerikaanse overheid ‘internet’ genoemd. Tegenwoordig dient hij de Zweedse regering van advies over digitale zaken en heeft hij zitting in de meeste standaardiseringsinstanties voor internet, waaronder de ITU.

    Dertig jaar geleden werkte hij mee aan de ontwikkeling van de bouwstenen van het internet, en nu is hij de verpersoonlijking van de cyber-libertaire westerse idealen die in de structuur ervan verweven zijn.

    ‘De architectuur van het internet maakt het voor de internetprovider heel moeilijk, zo niet onmogelijk om te weten waarvoor het wordt gebruikt, of daaraan beperkingen op te leggen,’ zegt hij. ‘Dat is een probleem voor opsporingsinstanties en anderen die liever zien dat de internetprovider daar wel greep op heeft, zodat het internet niet kan worden gebruikt voor zaken als de illegale verspreiding van films of kinderporno. Maar ik ben bereid om te accepteren dat je nu eenmaal misdadigers hebt die verkeerde dingen doen en dat de politie dat niet [allemaal] kan tegengaan. Dat offer heb ik ervoor over.’

    Great Firewall

    Een heel andere opvatting is te horen in Wuzhen, het dorpje bij Sjanghai dat elk najaar wordt schoongeveegd om plaats te bieden aan de ondernemers, academici en beleidsmakers die daar bijeenkomen voor een evenement met de prestigieuze naam World Internet Conference. De Cyberspace Administration of China, de Chinese internetwaakhond, organiseert deze conferentie al sinds 2014, het jaar nadat Xi Jinping aantrad.

    De bezoeker wordt er verwelkomd door een rij vlaggen van overal ter wereld – een verwijzing naar Xi Jinpings droom van ‘een gemeenschap met een gezamenlijke toekomst in cyberspace’. Allerlei kopstukken uit de computerwereld, van Tim Cook van Apple tot Steve Mollenkopf van Qualcomm, hebben er met hun optredens geloofwaardigheid verleend aan Xi’s ambitie om daar de internationale top van de technologiesector bijeen te brengen. Maar de laatste jaren loopt de buitenlandse deelname terug, nu de technologische oorlog tussen China en de VS is opgelaaid en ondernemers niet de indruk willen wekken dat ze al te innige banden hebben met Beijing.

    Begin jaren negentig begon China met het ontwikkelen van wat bekend kwam te staan als de Great Firewall: een reeks technische maatregelen om Chinezen af te schermen van verboden buitenlandse websites (van Google tot The New York Times), politiek gevoelige binnenlandse content te censureren en te voorkomen dat burgers zich online konden organiseren. De controle van Beijing wordt uitgevoerd door grote censuurteams van de overheid en van internetbedrijven als Baidu en Tencent. Overal ter wereld heb je in principe alleen een computer en een internetverbinding nodig om je eigen website online te kunnen zetten, maar in China moet je daar een vergunning voor aanvragen. Telecomproviders en sociale media zijn ook verplicht de politie te helpen met het opsporen van ‘misdaden’, zoals dat je Xi Jinping in een besloten chatgroep een ‘gestoomd broodje’ noemt: daar heeft iemand twee jaar cel voor gekregen.

    Toch lukt het nog niet om alles wat de overheid onwelgevallig is volledig van internet te weren. ‘Het lekke wereldwijde web blijft de Chinese censors frustreren. En ze steken er heel veel tijd en geld in, maar als je al die problemen in één klap kunt oplossen door er een beter geautomatiseerd en technisch proces van te maken, misschien met dat Nieuwe IP, dan zou dat voor hen natuurlijk fantastisch zijn,’ zegt James Griffiths, de schrijver van The Great Firewall of China: How to Build and Control an Alternative Version of the Internet.

    Het internet is een gepolitiseerd machtsmiddel geworden

    Voortrekker van de plannen voor het Nieuwe IP is Richard Li, hoofd Onderzoek bij Futurewei, de R&D-afdeling van Huawei in Californië. Hij ontwikkelt het voorstel voor de nieuwe technische specificaties en standaarden samen met ingenieurs van Huawei in China en met de staatsbedrijven China Mobile en China Unicom – met expliciete steun van de Chinese overheid. Toen onze krant hem hierover benaderde, kreeg hij van Huawei niet de gelegenheid het Nieuwe IP nader uit te leggen. Het bedrijf zei in een verklaring: ‘Het Nieuwe IP moet nieuwe technologische oplossingen bieden voor toekomstige applicaties zoals het Internet of Everything, holografische communicatie en telegeneeskunde. Wetenschappers en ingenieurs van overal ter wereld kunnen deelnemen en bijdragen aan het onderzoek en de innovatie van het Nieuwe IP.’

    Critici noemen de technische beweringen over het Nieuwe IP in de documentatie onjuist of onduidelijk en zeggen dat het typisch ‘een oplossing op zoek naar een probleem’ is. Zij houden vol dat het huidige IP-systeem nog prima voldoet, ook in een wereld die in hoog tempo digitaliseert.

    ‘Het internet is ontworpen als een verzameling afzonderlijke modulaire bouwstenen die losjes met elkaar verbonden zijn, dat is er juist zo briljant aan,’ zegt Alissa Cooper, voorzitter van de Internet Engineering Task Force (IETF), een Amerikaanse brancheorganisatie voor de bewaking van technische standaarden. Tijdens een IETF-bijeenkomst in Singapore hield Li in november een presentatie voor een klein groepje aanwezigen, onder wie Cooper. De huidige infrastructuur, zegt zij, ‘staat in schril contrast met wat je in het voorstel voor het Nieuwe IP ziet, namelijk een monolithische top-downarchitectuur waarin applicaties gekoppeld zijn aan het netwerk. Het internet is er nu juist precies op ontworpen om dat te voorkomen.’

    We maken een welhaast racistische, imperialistische karikatuur van de Chinezen

    De gevolgen voor de gemiddelde gebruiker kunnen enorm zijn. ‘Je geeft alle macht aan telecombedrijven die in handen zijn van de staat,’ zegt een lid van de Britse ITU-delegatie. ‘Dan kun je dus niet alleen bepalen of iemand toegang krijgt tot bepaalde content op internet, of bijhouden wie die content bekijkt, maar je kunt apparaten compleet afsluiten van een netwerk.’ China werkt al aan een sociaalkredietsysteem voor zijn bevolking, waarin punten worden toegekend op basis van je gedrag online en in de echte wereld en van ‘misstappen’ uit het verleden, zegt de Britse afgevaardigde. ‘Dus als iemands kredietsaldo onder een bepaalde waarde zakt omdat die persoon te actief is op sociale media, kun je regelen dat de telefoon van die persoon wordt afgesloten van het netwerk.’

    Chinese telecombedrijven hebben een schat aan gegevens over hun abonnees. Klanten zijn verplicht om zich te legitimeren als ze een telefoonnummer of internetaansluiting aanvragen, en die gegevens kunnen worden ingezien door andere bedrijven, zoals banken. Ook zijn alle ‘netwerkbeheerders’, waaronder telecombedrijven, bij wet verplicht om ‘internetlogs’ bij te houden – al is het niet duidelijk wat dat precies inhoudt.

    De Tunesische Bilel Jamoussi, hoofd studiegroepen bij de ITU, stelt dat het niet aan de ITU is om te beoordelen of voorstellen voor een nieuwe internetarchitectuur ‘top-down’ zijn of misbruikt kunnen worden door autoritaire regimes. ‘Bij alles wat je bouwt, snijdt het zwaard aan twee kanten. Je kunt er goede en slechte dingen mee doen, en dat is de soevereine beslissing van elke lidstaat,’ zegt hij.

    Het lekke wereldwijde web blijft de Chinese censors frustreren

    De ambitie van Beijing om meer mogelijkheden voor toezicht in te bouwen wordt door sommigen niet zozeer als een probleem gezien, maar gewoon als het volgende hoofdstuk in de ontwikkeling van het internet. ‘Het internet was oorspronkelijk bedoeld als een neutrale infrastructuur, maar het is een gepolitiseerd machtsmiddel geworden. De internetinfrastructuur wordt steeds meer ingezet voor de uitvoering van beleid, voor de economische en fysieke onderdrukking van mensen. Dat hebben we gezien in Kasjmir, in Myanmar en bij de onthullingen van Edward Snowden,’ zegt Niels ten Oever, een voormalig lid van de Nederlandse ITU-delegatie. ‘Voor mij is de grote vraag: hoe kunnen we een openbaar netwerk bouwen op een infrastructuur die in particuliere handen is? Dat is het probleem waar we mee worstelen. Wat is de rol van de staat tegenover die van bedrijven?’

    In zijn ogen ontwikkelen bedrijven vooral technologieën om er winst mee te maken. ‘Het internet wordt gedomineerd door Amerikaanse bedrijven, alle data stroomt daarheen. En die macht willen zij allicht behouden,’ zegt hij. ‘We zijn bang voor Chinese onderdrukking. We maken een welhaast racistische, imperialistische karikatuur van de Chinezen. Maar de regulering van internet zoals die nu is, werkt niet. Er is best ruimte voor een alternatief.’

    Waar onze digitale toekomst op dit moment ook ontwikkeld wordt, wereldwijd lijkt men het erover eens dat het tijd is voor een betere versie van cyberspace. ‘Ik denk dat sommigen zullen zeggen dat ons huidige model van het internet grote gebreken vertoont, en misschien zelfs helemaal stuk is. Op dit moment is er maar één alomvattend en volledig uitgewerkt alternatief, en dat is het model van China,’ schreef Griffiths in The Great Firewall of China. ‘Als wij geen derde model bedenken – een model dat enerzijds gebruikers meer macht geeft en democratie en onlinetransparantie bevordert, en anderzijds de macht van grote bedrijven en veiligheidsdiensten beteugelt – bestaat het risico dat steeds meer landen zullen neigen naar het Chinese model, liever dan te blijven lijden onder het gebrekkige model van Silicon Valley.’

    De ‘Onafhankelijkheidsverklaring van Cyberspace’, bedoeld als beginselverklaring voor het internet, begint steeds achterhaalder te lijken. Dat manifest, in 1996 geschreven door John Perry Barlow, medeoprichter van de Electronic Frontier Foundation en tekstschrijver voor de Grateful Dead, klonk strijdlustig. ‘Regeringen van de Industriële Wereld, vermoeide reuzen van vlees en staal, ik kom uit Cyberspace, de nieuwe zetel van de Geest,’ begint de tekst. ‘Namens de toekomst vraag ik jullie van het verleden om ons met rust te laten. Jullie zijn niet welkom in ons midden. Waar wij bijeenkomen, hebben jullie geen zeggenschap.’

    Een geluid uit een tijd toen het internet nog niet gedomineerd werd door biljoenenbedrijven, zeggen critici. Maar er is nog hoop – en misschien een derde weg, een alternatief voor de twee soorten internet die er nu bestaan. ‘Wat ons nu onderscheidt van China is dat de mensen in het Westen zich nog steeds kunnen mobiliseren en kunnen meepraten. Het is nu vooral aan de politiek om de democratie te beschermen in deze tijd van massaspionage, of die nu wordt gedreven door de markt of door autoritaire regimes,’ zegt Zuboff. ‘De slapende reus van de democratie begint zich eindelijk te roeren en de wetgevers worden wakker, maar ze moeten wel de druk van de mensen in hun nek voelen. Wat we nodig hebben, is een westers internet dat berust op een visie van een digitale toekomst die verenigbaar is met democratie. Dat is de opgave voor het komende decennium.’  

    Madhumita Murgia & Anna Gross

    Met medewerking van Yuan Yang en
    Nian Liu

    Auteurs: Madhumita Murgia & Anna Gross

    Met medewerking van Yuan Yang en Nian Liu

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 185.000, 740.000 digitaal

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. De krant wordt nu op 23 locaties gedrukt en heeft onder meer een redactie in Amsterdam.