Tag: Portugal

  • Griekenland en Portugal waren de best presterende economieën van 2022

    Griekenland en Portugal waren de best presterende economieën van 2022

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hooggerechtshof beveelt arrestatie van Bolsonaro’s voormalig minister van Justitie

    » Drie op de vier Schotse winkelcentra geregistreerd in belastingparadijzen

    Griekenland presteerde het best in 2022

    The Economist stelde een lijst samen van landen die het best en landen die het slechtst presteerden in 2022, dat als een economisch slecht jaar de boeken in gaat. Door sterke inflatie gingen de meeste inkomens in rijke landen erop achteruit en aandelenmarkten kelderden wereldwijd met 20 procent. Verrassend genoeg heeft vooral het Middellandse Zeegebied reden voor een economisch feestje. Bovenaan de lijst staat Griekenland, en ook Portugal en Spanje scoren hoog. Ondanks de politieke chaos deed Israël het goed.

    In Zwitserland bleef de inflatie laag en stegen de consumentenprijzen met slechts 3 procent. Landen met niet-Russische energiebronnen, zoals Spanje, dat een groot deel van zijn gas uit Algerije betrekt, scoorden bovengemiddeld. Duitsland had een slecht jaar ondanks de politieke stabiliteit, en Estland en Letland – die werden geprezen om hun hervormingen – staan nu onderaan. Nederland eindigt op de negentiende plek van de 34 geanalyseerde landen.

    Lees ook:

  • Klimaatzaak: jonge Portugezen dagen 32 Europese landen voor de rechter

    Klimaatzaak: jonge Portugezen dagen 32 Europese landen voor de rechter

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Mali: 42 soldaten komen om bij jihadistische aanval

    » Burgermanifest waarschuwt dat Braziliaanse democratie ‘enorm gevaar’ loopt

    Klimaatcrisis is inbreuk op het recht op leven, aldus eisers

    ‘“Het is een mensenrechtenkwestie”’: jongeren brengen de klimaatcrisis in Portugal naar de rechter’, kopt The Guardian. De Portugese Cláudia Agostinho (23) en haar familieleden zagen met lede ogen aan hoe Portugal de laatste jaren steeds vaker getroffen wordt door extreme hitte, droogte en bosbranden, terwijl de nationale regeringen van Europese landen te weinig doen om de klimaatcrisis aan te pakken. Ze besloten naar het Europese Hof van de Rechten van de Mens te stappen.

    De zes jonge Portugese eisers stellen dat de klimaatcrisis inbreuk maakt op hun recht op leven, hun recht op eerbiediging van hun privé- en gezinsleven en hun recht om niet te worden gediscrimineerd, schrijft het Britse dagblad. Ze brengen hun zaak aanhangig tegen de regeringen van Oostenrijk, België, Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Duitsland, Griekenland, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Kroatië, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Luxemburg, Letland, Malta, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Roemenië, Rusland, Slowakije, Slovenië, Spanje, Zweden, Zwitserland, het VK en Turkije.

    Volgens de groep zijn de bosbranden in Portugal een direct gevolg van de opwarming van de aarde

    Als ze slagen in de rechtbank, zouden de regeringen wettelijk verplicht zijn om hun uitstoot sneller te verminderen, maar ook om hun overzeese bijdragen aan de klimaatcrisis in te perken, waaronder de wereldwijde uitstoot van hun multinationale ondernemingen, aldus The Guardian.

    De groep zal tegenover de rechters aanvoeren dat de bosbranden die zich sinds 2017 elk jaar in Portugal hebben voorgedaan, een direct gevolg zijn van de opwarming van de aarde. Ze stellen dat deze branden een risico voor hun gezondheid vormen en dat zij daardoor al verstoorde slaappatronen, allergieën en ademhalingsproblemen hebben ondervonden, die door het warme worden verergerd. Twee van de eisers benadrukken dat de verstoring van het klimaat zeer krachtige stormen veroorzaakt in de winter en stellen dat hun huis, dat dicht bij de zee in Lissabon is gelegen, gevaar loopt door stormen te worden beschadigd.

    Lees ook:



  • Wordt de octopus het volgende slachtoffer van de bioindustrie?

    Wordt de octopus het volgende slachtoffer van de bioindustrie?

    De octopus is een schepsel met vele geheimen. Hij is intelligent, koppig – en totaal anders dan mensen. Maar het ziet ernaar uit dat het weekdier binnenkort hetzelfde doel zal dienen als zovele dieren voor hem: dat van grondstof voor de industriële massaproductie van vlees.

    Choco Frito is de Portugese versie van fish and chips. Het ligt in vette stapels op het bord van Lucas Martins. Rechts de reepjes gesneden aardappelen, links stukjes gesneden en gefrituurde inktvis. Een uur geleden hield Lucas op de bodem van de zee zijn korte, brede vingers naast de altijd kronkelende tentakels van een octopus, in de hoop hem aan te kunnen raken, maar het dier gunde hem dit plezier niet. In plaats daarvan maakte het een sprong, stootte een wolk inkt uit en zwom met de melkachtig witte huid weg als een speer.

    Wat wij inktvis noemen, verwijst naar verschillende soorten koppotigen: op het bord van Lucas ligt een sepia (in stukken gesneden), onder water kwam hij een octopus tegen (in één stuk). Dat het woord voor het ene dier vrouwelijk is en voor het andere mannelijk, is even irrelevant als de hond en het poesje, het is gewoon zo. Een sepia lijkt een beetje op een vliegende, of liever: zwevende schotel, met tien tentakels rond zijn mond, als een baard. Een octopus heeft een zakvormig lichaam, onderaan een mond die bek of soms snavel wordt genoemd, en acht tentakels die in alle richtingen uitwaaieren. ‘Ik vind het gaaf om de octopussen daar beneden te zien,’ zegt Lucas Martins. ‘Maar ik heb ze ook graag op mijn bord.’

    Dit is een verhaal over tegenstrijdigheden, onwetendheid en heimelijkheden. En het is een toenadering tot een dier waarop al zoveel werd geprojecteerd: de dood, monsterlijkheid, list en lust. Velen beschouwen de octopus als een wezen dat het dichtst in de buurt van een buitenaardse verschijning komt, of althans bij ons idee ervan. Omdat het totaal anders is dan wij.

    Dit verhaal gaat over de mens die denkt voldoende te hebben begrepen van onderwaterwezens om er een calculeerbaar product voor een kapitalistisch industrieel systeem van te maken.

    Industriële kweek

    De octopus ‘voldoet aan veel van de vereisten om in aanmerking te komen voor industriële kweek’, schreef het wetenschappelijke tijdschrift Aquaculture in 2004: ‘gemakkelijke aanpassing aan de omstandigheden in gevangenschap, hoge groeisnelheid, aanvaarding van laagwaardig natuurlijk voedsel, hoge reproductiesnelheid en hoge marktprijs’. Het was slechts een kwestie van tijd.

    Evolutionair biologisch gezien kunnen mens en octopus nauwelijks verder uit elkaar staan. Onze wegen gingen ongeveer zeshonderd miljoen jaar geleden uiteen, toen al het leven zich nog in zee afspeelde en geen enkel organisme nog voet op land had gezet.

    Onze meest recente gemeenschappelijke voorouder is een wormachtig wezen dat enerzijds uitgroeide tot gewervelde dieren, zoogdieren en bovengemiddeld intelligente mensen. Aan de andere kant ontstonden ongewervelden zoals mosselen, slakken en bovengemiddeld intelligente koppotigen. Ons bloed is rood omdat het ijzer bevat als zuurstofdragend molecuul; hun bloed is blauwgroen omdat ze koper gebruiken om zuurstof te transporteren. Dat we geboren worden, leven en sterven hebben we gemeen, evenals onze ogen, vreemd vertrouwd in dit vreemde lichaam. Afgezien daarvan is alles anders, alsof de evolutie twee keer de geest kreeg, maar wel twee keer totaal anders. Vandaar de vergelijking met een buitenaards wezen, afkomstig van de Britse zoöloog Martin Wells. Onze wens de octopus te begrijpen is een uitdaging voor onze eigen intelligentie.

    In de oudheid werden octopussen vereerd als symbolen van de liefde

    Is het altijd goed om alles te begrijpen? In ieder geval bewijzen we de octopussen er geen dienst mee. Tot op zekere hoogte verhinderen zij ons dat begrip dan ook: we weten nog steeds niet wat er in hun hoofden omgaat, omdat zij de elektroden waarmee we hun hersengolven proberen te meten, er binnen een mum van tijd aftrekken met een van hun acht armen.

    Met elk stukje informatie dat wij over hen krijgen, verliezen ze iets van hun geheimen. In de oudheid werden octopussen vereerd als symbolen van de liefde; in talloze verhalen zijn ze angstaanjagende, onaantastbare monsters; Victor Hugo beschrijft ze als ‘beesten van as’; in Japan heeft kunstenaar Katsushika Hokusai ze in een houtsnede vereeuwigd als de belichaming van wellust. Maar inmiddels weten we te veel om ze zomaar te gebruiken voor onze projecties.

    ‘[Dieren] zijn objecten van onze steeds uitbreidende kennis. Wat we over hen weten is een indicatie van onze macht en dus een indicatie van wat ons van hen scheidt. Hoe meer we weten, hoe verder weg ze zijn‘, aldus de Britse schrijver John Berger. ‘In de eerste fasen van de industriële revolutie werden dieren (…) gebruikt als machines. Tegenwoordig, in de zogenaamde postindustriële samenlevingen, worden ze behandeld als grondstoffen.’

    Octopuskwekerij

    Mensen vangen en eten al heel lang octopussen. Maar nu bouwt het Spaanse bedrijf Nueva Pescanova – een van de grootste visserijbedrijven ter wereld, met een vloot van meer dan zestig vaartuigen en een gecombineerd aquacultuurgebied van ongeveer zevenduizend hectare – ’s werelds eerste octopuskwekerij op Gran Canaria.

    De octopus wordt een industrieel product, zoals een chocoladereep. Om preciezer te zijn geldt dat voor de Octopus vulgaris, de gewone octopus. Dat is de kosmopoliet onder de octopussen, want hij leeft in alle oceanen van de wereld.

    De octopus is in staat tot buitengewone denkprestaties, niet alleen met zijn hersenen, maar met zijn hele lichaam. Drie vijfde van zijn neuronen bevinden zich in zijn armen, die zich onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen: de octopus leeft dus buiten de gangbaar geachte scheiding tussen lichaam en geest.

    De octopus heeft negen hersens en drie harten, zijn hele lichaam is geest

    Dit is een uitdaging voor het filosofische geest-lichaamprobleem, dat, eenvoudig gezegd, betrekking heeft op de vraag waar de geest zich in het lichaam bevindt. In de hersenen? In het hart? De octopus heeft negen hersens en drie harten, zijn hele lichaam is geest – of zijn hele geest is lichaam.

    Met zijn tentakels kan hij proeven en, in zekere zin, ook zien. In zijn huid zitten fotoreceptoren die hem helpen de kleuren van zijn omgeving aan te nemen, ook al is hij zelf kleurenblind.

    Hij kan deksels van potjes draaien en zich vijf maanden lang herinneren hoe hij dat deed. Hij kan mensen uit elkaar houden, zelfs als ze hetzelfde uniform dragen, en hij kan taken oplossen zoals een hendel overhalen om eten te krijgen. Maar bovenal heeft hij een persoonlijkheid. In het experiment met de hendel trokken twee octopussen zachtjes, maar de derde trok zo hard dat de hendel brak. Hij rukte ook de lamp los die boven de bak hing en belaagde de onderzoeksleider met waterstralen.

    Persoonlijkheid is een sterke indicator van hoge intelligentie, net zoals het vermogen om plannen te maken: meerdere octopussen zijn in het wild waargenomen met de schalen van een kokosnoot om als pantser te gebruiken in geval van gevaar. Een octopus wordt echter maar ongeveer twee jaar oud – dus wat is het nut van al deze vaardigheden als hij nauwelijks tijd heeft om ze te gebruiken? De meest sluitende verklaring: de octopus bestaat alleen uit zachte weefsels, wat hem tot een gemakkelijke prooi maakt. De drang om zich zo goed mogelijk voor aanvallers te kunnen verbergen en eraan te ontsnappen, schiep intelligentie als overlevingsstrategie. Er is nog zoveel dat we niet begrijpen, en daarom stelt zeebioloog Jean Boal terecht de vraag: ‘Zijn we eigenlijk wel slim genoeg om uit te vinden hoe slim ze zijn?’

    Vijftig procent overlevingskans

    Kan zo’n schepsel in een kwekerij leven? Aangezien de kwekerij in afwachting van de milieu-effectbeoordeling nog niet in aanbouw is, nodigt het bedrijf Nueva Pescanova SZ-Magazin uit in zijn onderzoekcentrum in Galicië.

    In Galicië, in het noordwestelijkste puntje van Spanje, is men gewend de zee te benutten. De batea’s, houten platforms waaronder oesters en mosselen aan grove touwen groeien, rijgen zich in de baaien aaneen.

    In hotels wordt op affiches reclame gemaakt voor het ‘Festa do Marisco’, met grote krabben die koffiedrinken uit kleine kopjes. En in de ochtenduren, wanneer bij laagwater de zeebodem komt bloot te liggen, gaan honderden in neopreen geklede figuren op zoek naar mosselen.

    Aan de oostkust van het schiereiland O Grove staat het Biomarine Centrum Pescanova, een doos van beton en glas, met daar bovenop een museum en eronder een onderzoekscentrum. Met een virtualrealitybril kun je van boven in de ruimtes eronder kijken en zo de tarbotten, de algenkwekerij en de waterzuiveringsinstallatie zien. Alleen van de tank met de octopussen zijn geen beelden. Hun kweek is een van de meest waardevolle geheimen van de visindustrie.

    Een paralarva staart ons aan – een octopus van minder dan 24 uur oud, een paar millimeter groot

    David Chavarrías Lázaro, directeur van het centrum, en Tesa Díaz-Faes Santiago, hoofd van de communicatieafdeling van Nueva Pescanova, leiden ons de trap af naar dit geheim – fotograferen is verboden. Op het mondkapje van de communicatiedeskundige prijkt een zwaaiende Rodolfo Langostino, een breed grijnzende langoustine met witte handschoenen en een blauwe sjaal; de mascotte van het bedrijf. We trekken fladderende witte plastic jassen en blauwe schoenovertrekken aan en beneden in het lab wacht een laborante ons al op bij de microscoop, waarvan het beeld zichtbaar is op een plat scherm erboven. Een paralarva staart ons aan – een octopus van minder dan 24 uur oud, een paar millimeter groot. Zijn lichaam is doorzichtig, en zijn pulserende organen steken er donker bij af.

    Als hij zich in open zee zou bevinden, zou hij nu ongeveer twee maanden min of meer willoos in het water ronddobberen om zich dan naar de bodem te laten zinken waar zijn levens- en voedselbehoeften volledig veranderen. En dat herhaal zich als hij tot een grote octopus is uitgegroeid. ‘Het zijn eigenlijk drie verschillende dieren,’ zegt Chavarrías.

    Dat een paralarva volwassen wordt, is in het wild al uiterst onwaarschijnlijk, omdat hij vanaf het begin alleen is. Een vrouwelijke octopus legt enkele honderdduizenden eieren per keer en steekt al haar energie in de verzorging ervan. Het nieuwe begin is haar einde: als haar kroost uitkomt, sterft de moeder.

    Weerloos blootgesteld aan de gevaren van de oceaan, overleeft slechts een fractie van de kleintjes de eerste weken. Lange tijd overleefde er in het laboratorium geen een. De paralarva die we nu op het scherm zien heeft vijftig procent overlevingskans, zegt David Chavarrías. ‘Maar dat kunnen we van generatie op generatie optimaliseren.’ Bedrijven en onderzoeksinstellingen over de hele wereld zijn al tientallen jaren in een race verwikkeld om als eerste een octopus in gevangenschap groot te brengen. Nueva Pescanova is het gelukt.

    Geen regelgeving

    Er is nu nog geen wet die dat kan verhinderen. Er bestaat zelfs geen regelgeving die voorschrijft hoe octopussen moeten worden gehouden of gedood – de EU-richtlijn inzake de bescherming van boerderijdieren sluit ongewervelde dieren uitdrukkelijk uit. Chavarrías legt uit dat Nueva Pescanova momenteel onderzoekt of het beter is de dieren eerst bewusteloos te maken met geleidelijke elektrische schokken of met kooldioxide om ze daarna te doden; hoe wil hij niet zeggen. Verschillende dierenbeschermingsorganisaties willen de bouw van de kwekerij tegenhouden, maar zonder rechtsgrond is dat moeilijk.

    Dierenrechtenorganisatie Peta deed in een open brief aan de minister van Landbouw van de Canarische Eilanden een oproep om de kwekerij te stoppen en verzamelde meer dan 25.000 handtekeningen. In Las Palmas demonstreerden dierenbeschermingsgroepen voor het stadhuis. Ze hadden borden met in grote letters ‘Stop de octopuskwekerijen’, één activist was verkleed als rode octopus.

    Een andere manier om de kwekerij toch te verhinderen is de milieu-effectbeoordeling. Honderdtien onderzoekers, dierenwelzijns- en milieuorganisaties ontrafelden die in mei 2022. Een van hun belangrijkste punten van kritiek: tot dusver onbekende ziekteverwekkers zouden zich vanuit de kwekerij kunnen verspreiden en Nueva Pescanova heeft geen adequate veiligheidsmechanismen om dat te voorkomen. Zij riepen de regering van de Canarische Eilanden op de milieuvergunning voor de kwekerij te verwerpen. Het is onwaarschijnlijk dat dit zal gebeuren – Nueva Pescanova heeft 65 miljoen euro geïnvesteerd in de bouw van de kwekerij en belooft honderdvijftig nieuwe banen op het eiland.

    En vanwaar al die ophef? De handel in octopus is een miljardenbusiness.

    Octopussen, inktvissen en sepia’s behoren tot de meest waardevolle zeedieren ter wereld

    Alleen al de diepgevroren octopus, die de Europese Unie vorig jaar uit Marokko importeerde, had een waarde van ongeveer 2,4 miljard euro. Wat de omzet is die Nueva Pescanova maakt en verwacht te maken wil het bedrijf niet zeggen. Maar octopussen, inktvissen en sepia’s behoren tot de meest waardevolle zeedieren ter wereld. Ze zijn populair in Hawaïaanse tako-pokébowls, in Spaanse tapas, als Japanse takoyaki-balletjes en in de Portugese versie van fish and chips.

    Van de 20,5 kilo vis die elk mens wereldwijd gemiddeld per jaar eet, is 0,5 kilo octopus, en die hoeveelheid neemt toe. Sinds de jaren vijftig zijn de vangsten wereldwijd verviervoudigd, maar van 2017 tot 2018 stortten daalde deze weer van 433.000 ton tot 322.000. In Europese wateren is de vangst niet gereguleerd; wereldwijd worden veel bestanden als overbevist beschouwd. En dat terwijl de octopus een van de weinige diersoorten is die goed kan omgaan met de veranderingen die de mens onder water heeft teweeggebracht.

    Nueva Pescanova verkoopt ook octopus uit de wateren voor de kust van Mauritanië, Marokko en Galicië; het bedrijf wil niet bekendmaken hoeveel, noch met welke vangst- en dodingsmethoden. David Chavarrías zegt er alleen dit over: ‘De wildbestanden in deze gebieden zijn volledig vernietigd.’ De kwekerij zal het probleem op een zeer duurzame manier oplossen, zegt hij. Met de geplande octopuskwekerij vraagt Nueva Pescanova EU-middelen aan in het kader van het programma Next Generation, dat tot doel heeft milieuvriendelijke technologieën na de pandemie te bevorderen. ‘Aquacultuur is een manier om de druk op de wildvisserij effectief te verminderen,’ zegt Tesa Díaz-Faes.

    Uit een studie die in 2019 in het tijdschrift Conservation Biology is gepubliceerd, blijkt echter het tegenovergestelde: aquacultuur zou de wilde visvangst niet vervangen, maar aanvullen. Ze kan zelfs bijdragen tot een stijging van de vraag, omdat de betreffende soorten ruimer beschikbaar en goedkoper worden. Meer dan de helft van de vis die vandaag wordt gegeten, komt al uit kwekerijen.

    Lourditas

    Maar het kweken van octopus blijkt uiterst moeilijk te zijn. In 2017 kondigde het Japanse bedrijf Nissui aan dat het met succes octopuseieren had uitgebroed en dat het in 2020 ’s werelds eerste gekweekte octopus op de markt zou brengen. Vervolgens gebeurde er niets. Tot Nueva Pescanova in 2019 met een soortgelijke aankondiging naar buiten kwam: de eerste gekweekte octopus zou in 2023 op de markt moeten komen. In samenwerking met het Spaans Nationaal Oceanografisch Instituut – Nueva Pescanova financiert het onderzoek en koopt de daaruit voortvloeiende octrooien – heeft het bedrijf voor het eerst octopussen in gevangenschap grootgebracht. Hoe precies, onthullen ze niet. Ze noemden het moederdier Lourditas, naar het mirakel van Lourdes, omdat ze het een mirakel vinden dat het hen is gelukt.

    De minioctopus die ze hier nu laten zien, behoort al tot de vijfde generatie. In zwarte tanks in de grote hal wordt de generatie ouders gehouden; de kleur wordt verondersteld hen te kalmeren. Ongeveer twintig mannetjes liggen in één pool – ze geven de voorkeur aan het begrip pool, zegt Chavarrías – met ongeveer hetzelfde aantal vrouwtjes in het bassin ernaast. Het mannelijk bassin is helemaal kaal, in het vrouwelijk bassin liggen twee korte buizen waaruit bleke tentakels steken. De octopussen liggen in hoopjes op elkaar, hun armen in kleine spiralen gedraaid, hun lichaamskleur melkwit. Slechts een van de mannetjes heeft een roestrode kleur gekregen en zwemt naar de rand van het bassin waar wij staan. Twee keer stoot hij met zijn zakachtige lichaam tegen de rand, dan vormt hij kleine stekeltjes op zijn huid en loopt langzaam achteruit met zijn tentakels, zonder zijn ogen van ons af te wenden. De anderen blijven op de bodem.

    De kwekerij zal er wat anders uitzien, leggen de in plastic gehulde communicatiemanager en de centrumdirecteur uit. Vanwege de goede waterkwaliteit en de milde temperaturen zal de kwekerij op Gran Canaria worden gebouwd, en er zal drieduizend ton octopus per jaar worden geproduceerd.

    ‘Het is een mythe dat octopussen zo intelligent zijn’

    In grote bassins zullen meerdere kooien drijven, zonder speelgoed, zegt Tesa Díaz-Faes. ‘Dat is er in de natuur ook niet.’ Antibiotica of herbicides zullen niet worden gebruikt. Momenteel wordt met biomarkers in de octopussen onderzocht of er sprake is van stress. Met behulp van kunstmatige intelligentie worden alle belangrijke parameters voortdurend gecontroleerd en aangepast en er wordt samengewerkt met Microsoft.

    Zes tot tien milligram zuurstof per liter, 27 tot 37 gram zoutgehalte, een pH-waarde van 7 tot 8,5, een temperatuur van 12 tot 21 graden Celsius. Die cijfers moeten hen vertellen of de octopussen gelukkig zijn.

    ‘Het is een mythe dat octopussen zo intelligent zijn,’ zegt Díaz-Faes. Het feit dat zij bijvoorbeeld een pot met schroefdop kunnen openen, is geen teken van intelligentie, zegt ze, maar eerder het resultaat van hun zenuwstelsel waardoor zij onophoudelijk al hun armen bewegen.

    In de experimenten deden de octopussen het echter op verschillende manieren, met slechts één arm of met meerdere: een duidelijk teken van doelgerichte actie.

    ‘De conclusie dat de intelligentie van octopussen een mythe is, vereist dat je meer dan tachtig jaar onderzoek terzijde schuift,’ zegt de Australische gedragsbioloog Alex Schnell als ze hoort van Díaz-Faes’ uitspraken.

    Vermogen om te voelen

    Schnell is expert op het gebied van koppotigen en doet al vijftien jaar onderzoek. ‘Honderden experimenten hebben objectief aangetoond dat octopussen intelligent zijn en gevoel hebben,’ zegt zij. Schnell heeft vorig jaar, samen met onderzoekers van de London School of Economics and Political Science, in een uitgebreide metastudie aangetoond dat octopussen gevoel hebben. ‘Wij zijn ervan overtuigd dat het kweken van octopussen met een hoog welzijnsniveau onmogelijk is’, concludeerde het team van deskundigen in hun rapport, en het stelde voor dat de Britse regering de invoer van gekweekte octopus preventief zou verbieden.

    Lange tijd werd octopussen het vermogen om te voelen ontzegd, omdat zij als ongewervelde dieren niet onder de regelgeving inzake dierenwelzijn vielen; daarom mochten ze in onderzoeksfaciliteiten zonder verdoving worden geopereerd. Inmiddels zijn ze ‘op eretitel’ in veel verordeningen opgenomen als ‘gewervelde dieren’, onder meer in de EU-richtlijnen betreffende bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt.

    Van een wezen dat zo anders is dan mensen, is het moeilijk om gevoelens te interpreteren. Nog maar twee jaar geleden kwamen onderzoekers erachter hoe zij emoties bij muizen kunnen aflezen uit hun gezichtsuitdrukkingen, maar dergelijke studies zijn er niet voor octopussen. Men kan proberen hun gedrag te interpreteren – zoals het gegeven dat de octopussen in Nueva Pescanova elkaar niet verscheuren. Het klinkt paradoxaal, maar dat is een slecht teken. Omdat octopussen solitaire dieren zijn, blijven de meeste zelfs tijdens het paren op veilige afstand. ‘We weten dat ze niet graag in een groep zijn, dan bijten ze of eten ze elkaar zelfs op,’ zegt labtechnicus Alix Harvey. Ze is verzorger van de onderzoeksaquaria van het Citadel Hill Laboratory in Plymouth, Zuid-Engeland, het hoofdkwartier van de Britse Marine Biological Association. Er zijn maar weinig mensen die zoveel ervaring hebben met koppotigen in gevangenschap als zij, en het feit dat de octopussen elkaar niet aanvallen in de groepshuisvesting in Nueva Pescanova, noemt ze zeer verontrustend. Ze liggen onder elkaar omdat dit de enige manier voor hen is om zich ergens onder te begraven, legt ze uit. ‘Octopussen kunnen depressief worden,’ zegt ze. Hun witte lichaamskleur is daar een aanwijzing voor; die krijgen ze alleen als ze gestrest, boos of ongelukkig zijn.

    Octopussen ontsnappen als het goed met ze gaat. Als ze niet ontsnappen, betekent het dat ze niet in orde zijn

    ‘Als het ze niet goed zou gaan, zouden ze voortdurend proberen te ontsnappen,’ had David Chavarrías gezegd bij het open bassin in de onderzoeksruimte. Maar het bassin is nooit afgedekt geweest.

    Door te vluchten zouden ze echter geheid hun dood tegemoet treden: octopussen kunnen korte tijd overleven op het land, maar ze drogen zeer snel uit. Meestal weerhoudt dat hen er niet van hun geluk toch te beproeven. Wetenschappers over de hele wereld kunnen de meest hilarische verhalen vertellen over hoe octopussen uit hun aquarium ontsnappen, hoe ze ’s nachts stiekem andere tanks binnensluipen om op vis te jagen, hoe ze hele laboratoria onder water zetten door de afvoer te blokkeren, of hoe ze kortsluiting veroorzaken met een waterstraal. ‘We verzwaarden de deksels van onze aquaria met betonblokken, maar die konden ze omhoogtillen,’ zegt Alix Harvey. ‘We hebben kleine exemplaren gehad die via de afvoer uitbraken en andere ontsnapte uit de ene emmer en klom een andere in.’ Octopussen ontsnappen als het goed met ze gaat. Als ze niet ontsnappen, betekent het dat ze niet in orde zijn.

    Nog een argument tegen de kwekerij: octopussen zijn – net als veel andere vissen die in kwekerijen worden gekweekt – carnivoren. Dit betekent dat er vis voor ze moet worden gevangen: aquaculturen maken de zee extra leeg. Van de wereldwijd gevangen of gekweekte vis is 88 procent bestemd voor menselijke consumptie, de rest wordt grotendeels gebruikt als voer in kwekerijen.

    David Chavarrías is zich van dit probleem bewust en legt uit dat de octopussen worden gevoed met visafval en algen. Hun FIFO (‘fish-in, fish-out’-ratio) laat zien hoe effectief ze dit voedsel omzetten in lichaamsgewicht. Het is 2,5:1 en moet worden teruggebracht tot 2:1, aldus Chavarrías. Dat betekent dat de octopussen 2 kilo voedsel omzetten in zo‘n 1 kilo lichaamsgewicht.

    Alex Schnell gaat eerder uit van een verhouding van 3:1. Voor labtechnicus Alix Harvey is het voedsel alleen al reden genoeg om tegen kwekerijen te zijn. ‘In het beste geval moeten octopussen levend voedsel krijgen,’ zegt ze. Uiteindelijk kunnen ze gewend raken aan dood voedsel, maar algen en visafval is weer een ander verhaal.

    ‘(…) de enige werkelijkheid in de leegte bestaat uit hun eigen lusteloosheid of hyperactiviteit’, schreef John Berger over dieren in gevangenschap. ‘Ze hebben niets om hun energie op te richten – behalve, even, het voer dat ze krijgen en, zo heel af en toe, de partner die men hun toewijst.’

    Octopus’s Garden

    Maar hoe leeft een octopus in vrijheid, van wie zwemt hij weg, wat verkent hij en hoe reageert hij op mensen? Om dat te ontdekken, ontmoet ik Lucas Martins in Sesimbra, zo’n veertig kilometer ten zuiden van Lissabon. Lucas duikt hier al jaren en hij zegt dat hij op deze plek altijd octopussen tegenkomt. We trekken dikke wetsuits aan, neopreen schoenen en neopreen mutsen, de Atlantische Oceaan is koud. Een motorboot brengt ons het water op, dan doen we zuurstofflessen en loodgordels om, zetten vinnen en brillen op en laten ons achterover in het water vallen.

    In de Oscarwinnende film My Octopus Teacher laat natuurfilmmaker Craig Foster het grootste deel van zijn uitrusting achterwege om dichter bij de octopus te komen, maar ik ben noch getraind voor de kou, noch voor apneuduiken. Luid borrelend zakken we naar de zeebodem, waar we op zoek gaan naar het dier dat zich beter kan camoufleren dan bijna elk ander dier.

    ‘We would sing and dance around / Because we know we can’t be found‘  [‘We zouden in de rondte zingen en dansen, want we weten toch dat we niet gevonden worden’] zingt Ringo Starr in het Beatles-nummer Octopus’s Garden. En inderdaad, eerst lijkt het erop dat de octopussen niet gevonden kunnen worden. Een half uur lang kijken we tevergeefs in elk gat en onder elke rots. Dan stopt Lucas voor iets dat in mijn ogen op een steen lijkt. Bij nader inzien herken ook ik de octopus, die perfect de kleur van de zandbodem heeft aangenomen. Als we dichterbij komen, realiseert het dier zich dat zijn camouflage niet werkt. Hij zweeft omhoog, verandert in bleekwit alsof hij zijn zandkleurige vacht heeft laten vallen, en schiet weg. Ik had mijn opwinding willen uiten, maar ik heb een ademautomaat in mijn mond en bevind me zo’n 15 meter onder het wateroppervlak. Dus Lucas en ik geven elkaar alleen het oké-teken: duim en wijsvinger gesloten in een cirkel.

    We komen een tweede, derde en vierde octopus tegen die dag. Ze persen zich in spleten, nemen de kleur aan van de rode algen die hier in het water dobberen, trekken zich met hun tentakels aan rotsen op, vormen kleine stekels over het hele oppervlak van hun lichaam om onmiddellijk daarna te veranderen in een diepe tint blauw.

    Hun hele wezen is ontworpen voor camouflage

    Hun hele wezen is ontworpen voor camouflage – camerabeelden met hoge resolutie lieten zelfs zien dat ze met hun inktwolken fantoombeelden van zichzelf creëren om hun aanvallers te verwarren.

    Met hun ogen, die zo vertrouwd menselijk lijken, taxeren ze Lucas en mij tijdens onze duiken. Maar Lucas’ hand aanraken, dat willen ze niet. Ik denk aan Alix Harvey, die mij vertelde dat ze er als kind van droomde een hechte vriendschap te sluiten met een wild dier, zoals waarschijnlijk veel kinderen. Zij gelooft dat we die droom nooit helemaal ontgroeien. Het is deze droom die filmmaker Craig Foster werkelijkheid heeft laten worden, of op z’n minst de illusie ervan. Hij hield van de octopus, maar hield die ook van hem?

    Het doet er niet toe. Een dier hoeft zijn genegenheid niet te tonen om respect te verdienen. Een octopus hoeft zijn tentakels niet uit te steken als wij hem onze hand reiken. Hij kan ook een wolk inkt uitstoten en wegzwemmen, zoals de meeste octopussen op een bepaald moment na onze ontmoeting doen.

    ‘Oh what joy for every girl and boy / Knowing they’re happy and they’re safe’ [‘Oh, wat een vreugde is het voor alle meisjes en jongens om te weten dat ze gelukkig zijn en veilig‘] zingt Ringo Starr tegen het einde van Octopus’s Garden. Hij schreef het in 1968 in Sardinië, waar een schipper hem had verteld hoe octopussen stenen en schelpen verzamelen om tuintjes aan te leggen voor hun holen. The Beatles lagen overhoop in die tijd en Starr droomde zichzelf naar deze fantastisch klinkende plek. Hij kon niet weten dat die tuintjes vierenvijftig jaar later zouden veranderen in kooien.

  • Porselein, het best bewaarde geheim van China

    Porselein, het best bewaarde geheim van China

    Sinds de handel in de zestiende eeuw met China begon, heeft porselein Europese vorsten gefascineerd. Die fascinatie groeide uit tot een obsessieve zoektocht naar het geheime recept van het Chinese aardewerk.

    Er was een tijd dat de formule voor het maken van porselein een Chinees staatsgeheim was dat de monarchieën op het Europese continent probeerden te ontdekken, schrijft Olga Martínez in een artikel over de handel in porselein voor de de Spaanse krant La Vanguardia.

    Aanvankelijk kende alleen China het recept om porselein te fabriceren. Die kennis moet al vóór de zevende eeuw bekend zijn geweest, want de eerste stukken die bewaard zijn gebleven, stammen uit die periode. Vanaf het begin werden objecten van porselein die niet bedoeld waren voor het hof of voor de binnenlandse markt verhandeld met aangrenzende gebieden in Oost- en Zuidoost-Azië. Een klein deel van de productie kwam met transporten via de oude zijderoute terecht bij de hoven van Turkije, Perzië en India.

    Porseleinroute

    Het is bekend dat het Westen sinds de Romeinse keizer Augustus (63 v.Chr-14 n.Chr.) toegang had tot Chinees keramiek via de zijderoute. Vanaf de dertiende eeuw werd die handelsroute de ‘porseleinroute’. Maar het zou nog tot de zestiende eeuw duren voordat de eerste directe handel tussen het Westen en China plaatsvond. Dat gebeurde door de handel met Portugal.

    De Portugezen arriveerden in 1513 in de kustplaats Kanton, het huidige Guangzhou, en richtten vervolgens een rederij op voor de handel met het Oosten. Het werd de eerste Oost-Indische Compagnie, waarvan het hoofdkantoor was gevestigd op het eiland Macau. Circa een eeuw later, op 20 maart 1602, werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, en daarna volgden Spaanse, Engelse en Amerikaanse tegenhangers, die allemaal waren gevestigd in Kanton.

    Vanaf het moment dat het bestaan ervan bekend werd, raakte de wereld verblind door Chinees porselein. Er was niets wat erop leek. Het was een ondoordringbaar materiaal, zowel licht als hard, bestand tegen kalk en zuren en geschikt om voedsel in te bewaren. Het kon gebruikt worden voor elk type servies, aan tafel en in de keuken, voor toiletartikelen, voor poeders, zalfjes en vloeistoffen en het werd dan ook een populair materiaal in de farmacie en de geneeskunde. Door de import via de Oost-Indische Compagnieën verspreidde porselein zich over heel Europa.

    Marco Polo beweerde dat porselein werd verkregen uit klei die dertig jaar aan wind, regen en zon moest worden blootgesteld

    Eeuwenlang reisden westerlingen naar China in de hoop het geheim van porselein te ontrafelen. Tevergeefs. Elke nieuwe reiziger kwam weer met een andere formule terug dan de vorige en de verhalen over het maken van porselein namen soms bizarre vormen aan. Zo beweerde Marco Polo, die van eind dertiende tot begin veertiende eeuw leefde, dat porselein werd verkregen uit klei die in enorme terpen werd opgehoopt en vervolgens dertig jaar aan wind, regen en zon moest worden blootgesteld.

    Voor veel monarchieën in Europa werd het bemachtigen van de kostbare formule voor het vervaardigen van porselein een prioriteit. Niet zo verwonderlijk, want de commerciële mogelijkheden van porselein waren eindeloos en het vereiste enorme bedragen om het spul in te voeren.

    De Chinese vorsten waren niet dom en wisten wat ze in handen hadden. Kangxi, keizer van de Qing-dynastie tussen 1661 en 1722, begreep de voordelen die hij kon behalen door de productie van porselein op te voeren. De ontwikkeling van de porseleinsector werd dan ook een van de prioriteiten van zijn regering. Hij liet eerst de porseleinstad Jingdezhen herbouwen en stelde beheerders aan. Deze beambten, waarvan het merendeel bestond uit eunuchen, waren verantwoordelijk voor het bepalen van de productiestrategie en de distributie van goederen.

    Industrie

    Tot dan toe waren de mooiste stukken voorbehouden aan de vorst, maar nu werd de productie gereorganiseerd. Sommige ovens werden gebruikt om aan de behoeften van het hof te voldoen, met wat ‘keizerlijk porselein’ wordt genoemd, terwijl andere ovens het mogelijk maakten om porselein te produceren voor binnenlands gebruik en voor de export. Het werd een ware industrie.

    Alleen al in de stad Jingdezhen woonden en werkten meer dan 1 miljoen mensen die zich allemaal, direct of indirect, wijdden aan de productie van porselein. Rond de 3500 ovens stonden vierentwintig uur per dag aan en elk gezin had een specifieke taak wat betreft de productie.

    De volledige formule was slechts bij een klein aantal mensen bekend

    Het werk werd onderverdeeld in specialismen. Er waren arbeiders die verantwoordelijk waren voor de pasta, anderen voor de kleuren, het bakken, de decoratie, het controleren van de zegels, de verpakking of het transport. Door deze specialisatie was het mogelijk om het geheim van de porseleinproductie te bewaren; de volledige formule was slechts bij een klein aantal mensen bekend.

    Als de porseleinen objecten klaar waren, werd een deel via de Yangzi Jiang vervoerd naar het keizerlijk paleis, of naar het noorden van China, terwijl een ander deel naar Kanton in het zuiden werd vervoerd, vanwaar de galjoenen van de Oost-Indische Compagnieën vertrokken.

    De porseleinrage werd zo groot onder Europese aristocraten dat ze het materiaal niet alleen kochten om te gebruiken, maar ook begonnen met het aanleggen van porseleinverzamelingen van bijzondere objecten.

    In Spanje bestelde Karel V een blauw-wit Chinees porseleinen servies, en zijn zoon Filips II legde een verzameling aan van zo’n drieduizend stuks. Maar de meest obsessieve verzamelaar van zijn tijd was zonder twijfel Augustus II de Sterke, keurvorst van Saksen (1670-1733). Zijn verzameling groeide uit tot veertigduizend à vijftigduizend stuks porselein.

    Met zoveel gretigheid en interesse en met het oog op de buitensporige kosten voor de invoer van porselein, werd het voor veel Europese monarchen een obsessie om hun hoven zelf van porselein te kunnen voorzien.

    Europese productie

    Sommigen vorsten begonnen met fabrieken die waren gewijd aan onderzoek naar porselein en de vervaardiging ervan. In Spanje werd dat de Koninklijke Porseleinfabriek van het Buen Retiro-paleis in Madrid. In Italië werd in Napels de Capodimonte-fabriek gevestigd en Oostenrijk begon met productie in Palais Augarten in Wenen. Ondanks deze pogingen waren de geproduceerde stukken over het algemeen van beduidend mindere kwaliteit dan hun Chinese equivalenten, en de productiekosten ervan bleven hoger dan die van uit China geïmporteerd porselein.

    De formule om porselein te maken was niet langer een staatsgeheim

    Uiteindelijk was het de Duitse alchemist Johann Friedrich Böttger (1682-1719) die er na een reeks van beproevingen en met een forse dosis geluk als eerste in Europa in slaagde met een harde pasta porselein te maken dat de Chinese kwaliteit kon evenaren: het zogenoemde Meissen-porselein.

    Böttger was daartoe twaalf jaar lang gevangengehouden door Augustus de Sterke in verschillende kastelen in Saksen. In 1712 vond Böttger eindelijk het recept en Augustus vestigde rond die tijd de eerste porseleinwerkplaats in fort Albrechtsburg in Meissen.

    Daarmee legde hij de basis voor de Saksische porseleinindustrie en was China zijn alleenheerschappij op het gebied van porselein kwijt. De formule om porselein te maken was niet langer een staatsgeheim en raakte gaandeweg verspreid over alle andere Europese hoven.

  • Portugal lijdt onder golf van cyberaanvallen op strategische bedrijven

    Portugal lijdt onder golf van cyberaanvallen op strategische bedrijven

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Russische miljardairs verliezen 32 miljard dollar door Oekraïnecrisis

    » Ecuador laat 5000 gevangen vrij om overvolle gevangenissen te ontlasten

    Telefoonverkeer lag plat door hack

    Op zondag 2 januari stond op de websites van het invloedrijke weekblad Expresso en het televisiestation SIC, die tot de Portugese Impresa-groep behoren, in plaats van nieuws het volgende bericht: ‘De gegevens zullen worden gewist als het geld niet wordt betaald’. De hack werd opgeëist door een groep genaamd Lapsus$, die enkele maanden eerder toegang had verkregen tot het computersysteem van het ministerie van Volksgezondheid in Brazilië. Ze vernietigden miljoenen bestanden van de twee mediakanalen, schrijft El País. De Impresa-groep meldt dat er geen losgeld is betaald.

    De Impresa-hack was de eerste van vele cyberaanvallen in januari en februari tegen Portugese bedrijven en instituties. De website van het parlement werd op dezelfde dag als de verkiezingen, zondag 30 januari, gehackt, maar was slechts enkele minuten buiten werking. Volgens de woordvoerder hebben de hackers geen toegang gekregen tot essentiële gegevens. Ook de websites van de media die behoren tot de Cofina-groep werden geblokkeerd, zoals die van Correio da Manhã, het best verkopende dagblad van Portugal, en het tijdschrift Sábado. Maar de operatie tegen het netwerk van Vodafone Portugal, die op maandag 7 februari om 21.00 uur plaatsvond, was de grootste en ernstigste cyberaanval die ooit in het land heeft plaatsgevonden, aldus El País.

    ‘De aanval was een terroristische en criminele daad’

    De storing, waardoor geen telefoongesprekken konden worden gevoerd en geen sms-berichten konden worden verzonden, duurde een uur en trof vier miljoen klanten van de telecommunicatie-exploitant, waaronder strategische organisaties zoals het Nationaal Instituut voor medische noodgevallen, sommige brandweerkorpsen, banken, rechtbanken en het postkantoor. De diensten werden geleidelijk hersteld vanaf 22.00 uur, maar de gevolgen hielden verschillende dagen aan. El País sprak met de CEO van Vodafone Portugal, Mário Vaz, die de aanval ‘een terroristische en criminele daad’ noemde die werd uitgevoerd ‘met het welbewuste en opzettelijke doel onze klanten iedere dienstverlening te ontzeggen’.

    Lees ook:

  • De bestorming van Palma. ‘Hoe heeft dit in godsnaam kunnen gebeuren?’

    De bestorming van Palma. ‘Hoe heeft dit in godsnaam kunnen gebeuren?’

    Al meer dan een week lang vindt er een gewelddadige strijd plaats in het noorden van Mozambique, waar de islamistische terreurbeweging Al-Shabab (gelinkt aan IS) de havenstad Palma belegert. Het vermoedelijke doel is een grootschalig gasproject van westerse bedrijven. Maar in de chaos begrijpt niemand echt wat er speelt.

    ‘Terroristen zaaien opnieuw paniek en wanhoop in Palma’, kopte het Mozambikaanse dagblad O País op vrijdag 26 maart op de voorpagina. Palma, gelegen in het uiterste noorden van het land (aan de grens met Tanzania) en de omliggende provincie Cabo Delgado worden sinds 2017 geteisterd door jihadistische aanvallen die het Mozambikaanse leger met moeite weet in te dammen.

    Het conflict, dat zich steeds verder verscherpt, heeft in drie jaar ten minste 2600 mensen het leven gekost – volgens de ngo Acled was meer dan de helft daarvan burger. 670.000 anderen zagen zich gedwongen te vluchten. Deze humanitaire ramp is afgelopen week nog erger geworden: zo’n tweehonderd mensen zaten door een nieuwe jihadistische aanval zo’n drie dagen vast in een hotel in Palma.

    ‘Het beeld van wat er precies gebeurde tussen woensdag en zondag, toen een vloot boten honderden mensen, waaronder veel buitenlandse werknemers, van de stranden van Palma redde, blijft onduidelijk. Maar nieuwe getuigenissen schetsen een beeld van een wrede, dagenlange belegering met fatale hinderlagen op vluchtende mensen. Overlevenden hebben beschreven dat zij zich moesten verbergen terwijl zij wachtten op redding per boot uit een stad waar onthoofde lichamen op de weg lagen’, schrijft Peter Beaumont in The Guardian.

    De aanval is opgeëist door IS, meldt The New York Times, maar weinig analisten geloven dat Islamitische Staat nauwe banden onderhoudt met de opstand, die is ontstaan uit frustratie over lokale problemen en weinig van de ideologische doelstellingen van Islamitische Staat deelt.

    ‘Toch onderstreept het opeisen van de verantwoordelijkheid voor de dodelijke aanslag het vermogen van de organisatie om gebruik te maken van losse banden met militante groeperingen over de hele wereld, om zo de indruk te wekken van een werkelijk wereldwijde strijd’, aldus de NYT.

    https://www.youtube.com/watch?v=jW5dwZ71NWY&ab_channel=CarteBlanche

    Megagasproject

    De aanslag vond plaats op de dag van de aankondiging van de hervatting van de bouwwerkzaamheden op het terrein van een megagasproject waarvan de Franse groep Total de voornaamste investeerder is en dat in 2024 operationeel zou moeten zijn, zo meldt het Mozambikaanse nieuwsplatform Pinnacle News.

    Volgens bronnen van The Guardian waren de opstandelingen vóór de aanval in het gebied rond de stad geïnfiltreerd en hadden zij wapens in opslagplaatsen verstopt. Velen waren vermomd als gewone burgers en sommigen droegen leger- of politie-uniformen.

    De overheidsinfrastructuur in de stad was een systematisch doelwit: het plaatselijke politiebureau en de militaire basis werden bestormd en vernield, terwijl ten minste twee banken werden overvallen, aldus The Guardian.

    Total verklaarde zaterdag tegenover de Britse krant dat het de geplande hervatting van de bouw van een project van 20 miljard dollar [17 miljard euro] afzegde na de aanval en dat het zijn personeelsbestand zou terugbrengen tot een ‘strikt minimum’.

    Een groep van ten minste honderdtwintig opstandelingen was afkomstig uit de noordelijke regio’s van Cabo Delgado, terwijl een groep van vergelijkbare grootte vanuit Tanzania zou zijn overgestoken om de geweldplegers op de tweede dag van de aanval te versterken, schrijft de Britse krant.

    Toen de aanval vorige week begon, zochten honderden werknemers uit Zuid-Afrika, Groot-Brittannië en Frankrijk hun toevlucht tot hotels in de stad, die vervolgens werden belegerd. Na een mislukte poging om over zee te ontsnappen, probeerde een konvooi voertuigen de belegerde hotels te ontvluchten en de kust te bereiken, waarbij zij tweemaal in een hinderlaag liepen. Het resultaat: een dozijn doden, waaronder zeven buitenlanders, volgens de Mozambikaanse autoriteiten.

    ‘Het Amarula Hotel was volledig omsingeld en werd aangevallen met mortier- en machinegeweervuur’

    Registraties van veiligheidsoproepen die door The Guardian werden ingezien, tonen chaotische scènes van helikopters en boten van verschillende veiligheidsbedrijven die de opgesloten mensen proberen te evacueren.

    Een buitenlander beschreef hoe de stad werd bestormd voordat hij werd gered door veiligheidsagenten van Dyck Advisory Group (DAG), een particulier beveiligingsbedrijf.

    ‘Het Amarula Hotel was volledig omsingeld en werd aangevallen met mortier- en machinegeweervuur’, verklaarde een Zuid-Afrikaanse getuige aan The Guardian. ‘Deze jongens [van DAG] kwamen binnen met hun helikopters en maakten de omgeving vrij om ten minste vier helikopterladingen met mensen naar buiten te krijgen. Drieëntwintig van ons. Ik zat gelukkig in de laatste helikopter, want daarna stopten ze door gebrek aan brandstof en daglicht.’

    Terwijl de veiligheidstroepen een offensief hebben gelanceerd om de rebellen te verdrijven, ‘vragen nog zeshonderd overheidsambtenaren om gered te worden’, meldde O País op vrijdag.

    Islamitische Staat beweerde maandag dat meer dan vijfenvijftig mensen – onder wie Mozambikaanse soldaten, christenen en buitenlanders – gedood werden bij de hinderlaag in Palma. Meerdere getuigen hebben melding gemaakt van wegen en stranden bezaaid met lijken, aldus The Guardian.

    Nachtmerrie zonder einde

    Pinnacle News beschikt over fotomateriaal van een ander konvooi dat Palma probeerde te ontvluchten en in een hinderlaag van de rebellen is gelopen. ‘Palma, een nachtmerrie zonder einde’, kopt de nieuwssite.

    Een luchtfoto, genomen door een van de helikopters die de regeringstroepen op de grond in Palma dekking verschaffen, toont enkele stilstaande voertuigen langs de weg van Palma naar Quionga, waar ze vermoedelijk per boot geëvacueerd hoopten te worden naar de zuidelijke stad Pemba. Op de foto zijn de levenloze lichamen te zien van chauffeurs. Over de identiteit van de slachtoffers is nog niets bekend.

    Op zondag begonnen boten in Pemba te arriveren, een haven 300 kilometer ten zuiden van Palma, met lokale bevolking en buitenlanders aan boord. Een van de boten vervoerde ongeveer dertienhonderd mensen, zei een diplomaat tegen The Guardian.

    Sinds de militanten de stad zaterdag hebben ingenomen, proberen het leger van Mozambique en huurlingen van DAG, die door de regering werden ingeschakeld, de opstandelingen uit de stad te verdrijven. Maar volgens diplomaten en andere waarnemers hebben de rebellen nog steeds de controle over een groot deel van het achterland van Palma.

    Strategisch belang

    Palma is een belangrijk logistiek knooppunt is voor overzeese bedrijven die de enorme aardgasreserves ter waarde van 60 miljard dollar [51 miljard euro] in de provincie Cabo Delgado willen exploiteren, bericht The Guardian. De regio is dankzij haar immense rijkdom aan aardgas van groot strategisch belang in deze arme regio, schrijft het Franse weekblad Le Point. Naast Total investeren ook het Italiaanse bedrijf ENI en het Amerikaanse Exxon Mobil mee in dit gaswinningsproject, dat de Mozambikaanse economie een impuls moet geven en het land tot een wereldmacht op gasgebied moet maken, na Qatar, Rusland en Iran.

    Maar volgens Michel Cahen, Portugeestalig Afrika-expert, hebben de rebellen het niet specifiek op de gasbedrijven gemunt: ‘Deze nieuwe burgeroorlog is niet rechtstreeks uitgelokt door de ontdekking van deze gasvoorraden’, zegt hij tegen Le Point. ‘Als Total wordt aangevallen, is dat als bondgenoot van de Mozambikaanse regering.’

    Toch stelt een artikel in Ouest-France dat er wel degelijk een verband is tussen de gasvelden die in 2010 en 2013 zijn ontdekt en het oplaaiende geweld. Terreurgroepen zouden profiteren van de ellende en woede van de inwoners van de regio na de komst van de grote energiebedrijven.

    In een rapport van juni 2020 had de internationale organisatie Friends of the Earth melding gemaakt van de verdrijving van 556 vissersgezinnen naar het binnenland, bericht Ouest-France. ‘Families hebben onbereikbare landbouwgronden gekregen. Ze waren soms gedwongen zich te vestigen in christelijke dorpen, hoewel ze moslim zijn. Zij zijn de eerste slachtoffers van de militarisering van het gebied, ten voordele van de gasindustrie’, zegt Ilham Rawoot, van de plaatselijke organisatie Justica Ambiental tegen het Franse dagblad.

    Antiterreurstrategie

    Deze nieuwe geweldsgolf heropent het debat over de antiterreurstrategie van Mozambique, dat andere landen die bereid zijn te interveniëren, waaronder EU-lidstaten (Portugal en Frankrijk op kop), in verwarring brengt. Na maanden van afhouden heeft de regering eindelijk hulp van de Verenigde Staten aanvaard, meldt persbureau Agence Ecofin. Sinds 15 maart bereiden vijftien Amerikaanse commando’s Mozambikaanse mariniers voor op de strijd met de Mozambikaanse terreurgroep Al-Shabab (die banden hebben met IS).

    Maar verder reikt de Amerikaanse hulp niet. Mozambique, dat gekant is tegen elke vorm van internationale interventie, geeft nog steeds de voorkeur aan de inschakeling van particuliere defensiebedrijven, met name uit Rusland. In september 2020 huurde de regering meer dan tweehonderd militaire ‘adviseurs’ in van de beruchte Russische Wagner Group, bericht de BBC. Deze veelal voormalig commando’s hebben met instemming van het Kremlin geopereerd in Syrië, Libië en elders.

    Een andere hofleverancier van huurlingen is Zuid-Afrika. Zo schrijft het Zuid-Afrikaanse weekblad The Sunday Times dat ‘Zuid-Afrikaanse paramilitaire bedrijven profiteren van de opstand in Mozambique door het regeringsleger te voorzien van pantservoertuigen, helikopters, wapens, munitie, opleiding en particuliere veiligheidsagenten’.

    ‘Oorlogsmisdaden’

    Het inschakelen van huursoldaten leidt tot ‘oorlogsmisdaden’, aldus Amnesty International geciteerd in de Franse kant Le Figaro. Ook Zuid-Afrika, de grootste militaire en economische macht in de regio, die zelfs herhaaldelijk hulp heeft aangeboden aan buurland Mozambique, keurt deze praktijk af en spreekt haar ‘verbazing’ uit over de ‘gesloten’ houding van de regering in Maputo, aldus de Mozambikaanse krant MediaFax in februari.

    De Mozambikaanse academicus Calton Cadeado licht deze houding toe in de krant Carta de Moçambique. De conflict- en veiligheidsexpert benadrukt dat de hulp van een vreemde mogendheid ter plaatse ‘veel problemen’ zou kunnen veroorzaken:

    ‘De regering weet dat de militaire aanwezigheid van een buitenlandse staat ter plaatse veel moeilijker te controleren is dan die van particuliere beveiligingsbedrijven, en verkiest dus die laatste optie boven het zenden van buitenlandse strijdkrachten, vooral wanneer het om grote mogendheden gaat. We hebben voorbeelden van wat er gebeurde in Irak, Afghanistan, enzovoort.’

    Toch heeft de regering er dinsdag mee ingestemd de komende weken een team van zestig Portugese soldaten te ontvangen, bericht France 24. Premier Antonio Costa verklaarde dat hij de situatie in Mozambique, een voormalige kolonie van Portugal ‘vanaf het begin met grote bezorgdheid’ had gevolgd.

    ‘De echte vraag is nu hoe dit in godsnaam heeft kunnen gebeuren?’

    In een recente reportage van de BBC – waarin de eerste buitenlandse journalisten de belegerde stad Palma betraden (hoewel het gebied sinds vorig jaar verboden terrein is voor de pers) – wordt verslag uitgebracht over de woede en wanhoop van de vluchtende en verhongerde inwoners. Alleen de katholieke kerk en ngo’s zijn nog actief in het gebied, waar volgens een van hen, Save the Children, kinderen onder de elf jaar zijn onthoofd door de jihadisten, schrijft de Portugese krant Diário de Noticias.

    ‘De echte vraag is nu hoe dit in godsnaam heeft kunnen gebeuren? Hoe was dit zelfs maar mogelijk? Het is duidelijk dat de opstandelingen over betere inlichtingen beschikken dan de regering,’ aldus de eigenaar van een in Spanje gevestigd particulier beveiligingsbedrijf dat nu in Palma en omgeving opereert, tegenover The Guardian.

  • Nachtvlinders terug in eenzame cocon

    Nachtvlinders terug in eenzame cocon

    Er is in Portugal nog weinig over van het nachtleven. Behalve aan de economie brengen de gezondheidsmaatregelen ook schade toe aan de samenleving, de geestelijke gezondheid en de dynamiek van de steden. Wat zijn de gevolgen op de lange termijn? Sociologen, filosofen en nachtbrakers buigen zich over de antwoorden.

    ‘Op alle afbeeldingen waarop Socrates binnenshuis of in een tuin te zien is, is hij altijd in gesprek met anderen,’ zegt filosoof António de Castro Caeiro van de Universidade Nova de Lisboa. Hij haalt een uitspraak van Aristoteles aan, die zei dat ‘de mens een rationeel wezen’ is. Niet helemaal een correcte vertaling, volgens de filosofieprofessor, maar een voorbeeld waarmee hij wil aantonen hoe belangrijk het is dat mensen ‘met elkaar praten, ideeën uitwisselen, rationeel kunnen zijn’.

    Daarom is de mens, ‘niet alleen in filosofisch maar ook in praktisch opzicht’, bij uitstek een wezen dat ‘zich van het woord bedient, gesprekken voert, naar buiten gaat om mensen te ontmoeten’. Dit idee staat nu op gespannen voet met de maatregelen in de huidige gezondheidscrisis die het menselijke contact juist ernstig beperken. Vanwege de risico’s die samenkomsten zouden kunnen hebben worden deze oeroude sociale gewoontes en rituelen noodgedwongen doorbroken.

    Socrates liep rond op de Agora, wij hebben tegenwoordig andere publieke ruimtes waar we ideeën kunnen uitwisselen, onder andere in het sociale nachtleven. De nacht is zeer geschikt voor dergelijke ontmoetingen, maar ook voor andere behoeftes en verlangens – er wordt geconverseerd, samengeleefd, gecreëerd, geëxperimenteerd, verleid, er worden grenzen overschreden, het onverwachte kan gebeuren, nieuwe werkelijkheden dienen zich aan.

    ‘Het nachtleven stond voor seks.’ Of op zijn minst voor ‘communicatie’

    Helaas is sinds het begin van de pandemie deze democratische ontmoetingsplek niet meer dezelfde. Het nachtleven zoals we dat kenden zit op slot en, naast de negatieve economische gevolgen voor de uitgaanssector doemt er zo langzamerhand een andere vorm van schade op. Wat zijn bijvoorbeeld op de korte, middellange en lange termijn de gevolgen hiervan voor ons sociale leven, voor onze geestelijke gezondheid en de stadscultuur?

    Het is niet verwonderlijk dat het wegvallen van deze ontmoetingsruimte consequenties heeft – in feite zijn die allang merkbaar. Psycholoog Mauro Paulino, een van de redacteuren van het boek A psicologia da pandemia  [De psychologie van de pandemie], verwacht een sterke toename van het aantal psychische aandoeningen, veroorzaakt door het isolement waarin veel mensen door het ingeperkte uitgaansleven terecht zijn gekomen, vooral bij degenen die er erg actief in waren. Deze psychische problemen zullen volgens hem erg lijken op de problemen die je ziet als mensen om wat voor reden dan ook geïsoleerd raken. Toch is hij vrij optimistisch en gelooft dat de meeste mensen zich redelijk aan de nieuwe situatie kunnen aanpassen. Maar er blijven altijd individuen die er meer moeite mee hebben dan anderen.

    De academicus ziet het nachtleven als een ruimte waarin je je even helemaal kunt losmaken van de persoon die je in het dagelijks leven bent. Vaak is het dagelijkse leven zo bepalend voor het zelfbeeld dat het moeilijk is om je ervan te distantiëren, je wordt precies zoals anderen verwachten dat je bent.

    Volgens Paulino is deze ontsnappingsmogelijkheid voor veel mensen bijna een kwestie van overleven, ze gaan eraan onderdoor als ze niet zo nu en dan kunnen breken met hun dagelijkse routine. Maar als dat klopt, welke gevolgen kunnen we dan verwachten als deze ontsnappingsroute wordt afgesneden? ‘Tijdens de pandemie is toenadering in de openbare ruimte nauwelijks meer mogelijk en wordt het alledaagse leven geheel in beslag genomen door ofwel werk ofwel gedwongen rust.’

    Ontoegankelijk

    ‘De buitenwereld wordt ontoegankelijk en we zijn gedwongen om thuis te blijven; spontane gesprekken, het delen van gevoelens, of simpelweg genieten van de elementen, de zee, de natuur, dat alles is verboden of op zijn minst sterk gereguleerd. Wat overblijft is thuiszitten, met familie of alleen.’

    Natuurlijk is daarmee de behoefte om te ontsnappen aan de dagelijkse routine niet verdwenen. Deze noodzaak, die wellicht eigen is aan onze soort, maakt dat men al gauw ergens anders heen vlucht. Om te kunnen omgaan met het ‘verbod’ en de ‘leegte’ die de nachten nu beheerst, ontstaat de noodzaak om ‘een nieuwe plek te vinden waar je kunt ontspannen’, aldus Paulino.

    Alternatieven

    De horecasector zoekt naarstig naar alternatieve manieren van uitgaan, vertelt sociaal-wetenschapper Jordi Nofre van de Universidade Nova de Lisboa. Hij is oprichter van een internationaal wetenschappelijk netwerk voor onderzoek naar het nachtleven, LXNIGHTS, en vindt dat de sector te veel de dupe wordt van de coronamaatregelen.

    Behalve over de economische gevolgen maakt hij zich zorgen over de invloed van dit ‘verbod’ op het welzijn van mensen. ‘Het nachtleven wordt puur als economische activiteit gezien. Maar het is net zo goed een cultuurgoed, er wordt cultuur geproduceerd en geconsumeerd. Bovendien is het een bron van sociaal en emotioneel welbevinden, van gemeenschapszin, van onderlinge steun tussen mensen,’ zegt hij. Nofre benadrukt hoe belangrijk het is om zo snel mogelijk weer alles open te gooien, ‘helemaal na een periode van lockdown’.

    De onderzoeker denkt dat het gemak waarmee een avondklok wordt ingesteld, ook te maken heeft met het heersende idee dat het nachtleven een ‘zondige plek’ is waar zich ‘immorele’ dingen afspelen. Juist daarom wil hij wijzen op de positieve kant ervan, de ontsnapping die het biedt ‘uit het leven van alledag, met werkstress en een onzekere toekomst’. Hij vindt daarom dat bij de beslissing om het nachtleven te sluiten het risico van infectie moet worden afgewogen tegen de negatieve effecten die sluiting heeft op de geestelijke gezondheid van mensen.

    Maar wat is het alternatief? ‘Goede mondkapjes gebruiken, minder mensen toelaten, afstand houden. Maar ook onderbrekingen inlassen, bijvoorbeeld door om de twee uur schoon te maken en te desinfecteren. Festivals in de open lucht organiseren, met deejays van grote clubs.’ Hij signaleert een grote behoefte aan ‘helder beleid’, zodat het risico zo klein mogelijk wordt dat er een ‘nieuw nachtleven’ gaat komen waarin onduidelijk is ‘wie er deel van mag uitmaken’. ‘We lopen het risico dat generaties door angst worden getekend en helemaal hun huis niet meer uit komen. Terwijl het nachtleven juist moet verbinden, niet verdelen. Die belangrijke vrijheden en verworvenheden mogen we niet meer opgeven.’

    camilo jimenez 2s9z me5owy unsplash
    Volgens zanger Rui Reininho was er voor de coronapandemie in Lissabon altijd wel een café waar je ‘tot in de late uurtjes’ terecht kon ‘voor nog een fadootje, nog een glaasje, nog een quasidiepzinnig gesprek’. © Camilo Jimenez / Unsplash

    ‘Het lijkt wel of de mensen noodgedwongen afstandelijker worden,’ zegt Rui Reininho, die de laatste tijd ‘minder nachtmens’ is geworden. De zanger van de popgroep GNR was een bekend gezicht in het nachtleven van Porto. Hij baseert deze indruk op een bezoek aan Lissabon van een week eerder, en zijn observaties in zijn eigen wijk Leça de Palmeira in Porto. ‘Ik kwam om tien uur ’s avonds aan en goddank kon ik in mijn hotel nog wat te eten krijgen. Om halfelf is alles potdicht,’ vertelt hij. Maar ook in Leça is er na dat tijdstip ‘vrijwel niemand meer op straat’.

    Reininho denkt terug aan de tijd dat hij in de wijk Alfama in Lissabon woonde, waar hij vaak de fadocafés frequenteerde die openbleven ‘tot in de late uurtjes’. Hij bleef hangen ‘voor nog een fadootje, nog een glaasje, nog een quasidiepzinnig gesprek’. Er was toen ‘minder televisie en minder Netflix’ en ‘meer tijd om te filosoferen’.

    Door de pandemie zijn de mensen meer ‘op hun hoede’, vertelt Cláudia Rodrigues, die werkt aan een proefschrift met als titel ‘De nachtelijke stad: een urbane ritmografie van een partydistrict in Porto’. Naar haar overtuiging spoort die voorzichtige houding slecht met het idee van een ‘feestje’ dat hoort bij het nachtelijke bohémienleven. ‘Het gaat lijnrecht in tegen het idee van transgressie, bevrijding, lichamelijke verlangens.

    Lichamelijkheid doet ertoe en de pandemie vormt daarvoor een bedreiging,’ gaat ze verder. Ze ziet het als een heilloze weg als we elkaars ‘politieagent’ gaan spelen. ‘We moeten ervoor zorgen dat we het nieuwe normaal niet internaliseren, want dan blijven we elkaar voorgoed de maat nemen.’

    Clandestiene feesten

    De sociologe denkt dat het nachtleven sinds de opkomst van clandestiene feesten elitairder is geworden, antidemocratischer en dat er minder ruimte is voor ‘verschillende culturen en afwijkende identiteiten’. Die nieuwe werkelijkheid, waarin het nachtleven zich achter gesloten deuren afspeelt, ‘is niet wat je in een stad wilt hebben’.

    ‘Het nachtleven is de plek waar mensen kunnen zijn wie ze zijn, kunnen doen waar ze zin in hebben, en bovendien waar de stad zelf een smoel krijgt. Je kunt er grenzen overschrijden en spelen met sociale conventies, maar dat ligt nu allemaal stil. Je bent al grensoverschrijdend bezig als je alleen al de deur uitgaat, ook zonder een club in te gaan,’ zegt Rodrigues.

    Radiopresentator Álvaro Costa frequenteerde het nachtleven van Porto veertig jaar geleden, een tijd waarin het ‘niet verboden’ was, maar wel ‘verborgen’ en ‘gold als een zondige plek’. Het was, bovenal, een ‘cultuur van discotheken’. ‘Het nachtleven stond voor seks.’ Of toch op zijn minst voor ‘communicatie’. Volgens hem is alcohol bijzaak. ‘Uitgaan is behalve een cultureel en commercieel ook een politiek concept. Het was zó belangrijk voor mijn bewustwording, ik ben er een toleranter mens van geworden.’

    ‘Je vindt er aanraking, lijven, zweet, kussen, geuren, parfum. Wat ik bedoel is dat het echt een magische, vrijheidslievende plek is, onderdeel van de menselijke conditie,’ vindt hij. Door de coronamaatregelen zal het een van de sectoren zijn die het laatst weer open zullen gaan en het oude ritme zullen kunnen hervatten, verwacht hij. Costa vreest dat er een jonge generatie opstaat die een ‘tijdlang niet geleefd heeft’. ‘Een hele generatie die niet heeft meegemaakt hoe het is om samen in een gesloten ruimte te zijn, met muziek en veel mensen. Dat gaat vast psychosomatische gevolgen krijgen de komende tijd, misschien wel de komende jaren.’

    Al vóór het begin van de pandemie merkte Maria Ferreira, programmeur en dj bij Passos Manuel in Porto, een verschil in het nachtelijk gedrag van het jonge publiek. ‘Ze kwamen meer introvert op me over,’ vertelt ze. Dat uitte zich onder andere in het consumptiegedrag van sommige van de allerjongsten. ‘Ze drinken minder alcohol en nemen meer drugs’, alhoewel ze niet durft te generaliseren. Volgens haar is dat karakteristiek voor een meer gereserveerde en minder sociale houding. ‘Als ze toch al in hun bubbel zitten komen ze er daardoor nog minder uit,’ vreest ze.

    Op- en weer afbouwen

    Tot zeven maanden geleden was Ferreira dagelijks in contact met agenten en artiesten om de continuïteit van de programmering van haar bar te garanderen. Maar na het begin van de pandemie is ze meer bezig met de op- en afbouw van het terras dat ze nu noodgedwongen voor de deur uitbaat.

    Het uitgaansleven speelt zich in tegenstelling tot vroeger nu vooral buiten af, gedanst wordt er niet, aangeraakt nog veel minder, omdat iedereen afstand houdt. Wel is er in de bar aan de Passos Manuel in Porto als vanouds muziek en kun je er drinken – en sinds kort vanaf een bepaald tijdstip ook eten – maar helaas zonder de mogelijkheid om het feest binnen voort te zetten. Niet zelden is het tegen middernacht nog druk. Maar helaas beseft iedereen dan dat de zaak enkele minuten later zal moeten sluiten.

    De opties zijn dan naar huis gaan, eventueel met wat vrienden, op straat blijven rondhangen in kleine groepjes en de verplicht sociale afstand respecteren, of je melden bij een van de clandestiene feesten achter gesloten deuren, als je tenminste hoort bij de selecte groep die weet waar die zich afspelen.

    Erkenning en aandacht

    ‘Ik vind niet dat de discotheken morgen weer open zouden moeten gaan, dat is een slecht idee, maar ik vind wel dat we tenminste een beetje erkenning en aandacht verdienen,’ zegt Ferreira. Tijdens de lockdown probeerde Kosmicare, een stichting die zich bezighoudt met drugsgebruik in het nachtleven, een beeld te krijgen van waar en hoe men in de nieuwe situatie drugs consumeerde. Het doel was te begrijpen op welke manier de informele markt voor recreatief gebruik van verdovende middelen doorging met functioneren.

    De stichting startte een onderzoek met 600 respondenten, waarvan momenteel de antwoorden worden verwerkt; de resultaten zullen eind dit jaar verschijnen. Maar nu al is duidelijk dat in het algemeen de consumptie sinds het begin van de pandemie is afgenomen.

    Helena Valente, onderzoeker aan de psychologiefaculteit van de universiteit van Porto is een van de drijvende krachten achter het onderzoek. Ze kan al onthullen dat, naast de algemene afname van het gebruik, bij degene die al geregeld gebruikten, met name alcohol of cannabis, de dagelijkse dosis juist toenam. Alleen het gebruik van stimulerende middelen als cocaïne en xtc daalde. Wie weinig gebruikte en vooral in sociale situaties, is vaak gestopt omdat de drugs simpelweg niet beschikbaar zijn.

    “Nu gebruiken ze om het isolement beter te kunnen verdragen”

    Wat de kalmerende middelen alcohol en cannabis betreft, die worden volgens Valente nu vaak gebruikt om de angsten mee te onderdrukken die het isolement bij veel mensen oproept. ‘Vroeger gebruikten ze voor hun plezier, maar nu doen ze dat om hun angsten te verminderen, beter te slapen en het isolement beter te kunnen verdragen.’

    De groep die meedeed aan het onderzoek is redelijk onproblematisch, heeft een ‘gecontroleerd’ gebruikspatroon, geconcentreerd rondom het uitgaansleven, wat zou kunnen verklaren waarom het gebruik bij hen afnam. Maar ook onder hen, vervolgt de psychologe, zijn er mensen die de stichting om hulp hebben gevraagd bij het stoppen met gebruiken, omdat hun inkomsten door de pandemie scherp waren afgenomen.

    Gezien de sluiting van bars en clubs en de aard van de onderzoeksgroep, zijn de resultaten misschien weinig verrassend. Wel is Kosmicare bezorgd over de veiligheid op de clandestiene feesten. ‘Verboden op het gebruik van drugs hebben een geschiedenis van meer dan honderd jaar en het blijkt dat die het gebruik nooit hebben kunnen verhinderen,’ vertelt zij. En waar er vóór het begin van de pandemie nog ambulances en medische teams klaarstonden voor noodgevallen, is op de clandestiene feesten ‘dit laatste redmiddel niet voorhanden’.

    Besmettingsgevaar

    Uiteraard is ook het infectiegevaar niet gering. ‘Op een illegaal feest is het niet mogelijk om een veilige situatie te garanderen. In een discotheek zou je – als dansen weer wordt toegestaan – de zaak beter onder controle kunnen houden.’ Op ‘ondergrondse’ feesten of in ‘slecht geventileerde’ ruimtes is dat lastig en is het besmettingsgevaar ‘waarschijnlijk veel groter’.

    Maar door alleen oog te hebben voor het besmettingsrisico is volgens Valente het belang van ‘het sociale en culturele aspect’ op de achtergrond geraakt. De psychologe noemt als voorbeeld de lgbtiq+-gemeenschap: de leden daarvan vinden in het nachtleven vaak gelijkgestemden, kunnen relaties aanknopen en zelfs ‘gemeenschappen creëren om elkaar tot steun te zijn’.

    Nu echter is deze gemeenschap, net als die van veel andere nachtvlinders, afgesneden van een netwerk – van de steun van hun danspartners.

  • Een Portugees Silicon Valley

    Een Portugees Silicon Valley

    In navolging van Berlijn, Dublin en Barcelona proberen ook de Portugese steden Lissabon en Porto technologiebedrijven aan te trekken. De lage loonkosten zijn allang niet meer hun enige troef.

    Wie zei er dat Portugal nooit technologiereuzen als 
Google en Amazon aan 
zou kunnen trekken, ondanks zijn zon en stranden? Google is van plan om een centrum voor technische ondersteuning in Oeiras [in Groot-Lissabon] te openen en daar 535 banen te creëren. Het beeld van ons land in het 
buitenland beperkt zich dus niet tot het toerisme en de goals van Cristiano Ronaldo.
    Dankzij het gunstige economische tij, de geografische ligging, de relatieve veiligheid, de goede infrastructuur en het Portugese talent, ondersteund door een overheidsbeleid dat inzet op digitale technologie, biedt Portugal opeens een uiterst moderne aanblik. En gezien de snelheid waarmee momenteel grote investeringen worden gedaan, lijkt 
de innovatiestrategie van de overheid zijn vruchten af te werpen.

    Google, dat twintig jaar geleden door twee studenten uit Stanford werd opgericht, is niet het eerste internetzwaargewicht dat zich in Portugal 
vestigt. Maar het bedrijf is zo groot dat er waarschijnlijk andere hightechmultinationals zullen volgen, Amazon 
bijvoorbeeld. Dit Amerikaanse bedrijf onderhandelt al een jaar over de opening van een servicecentrum in Porto, met 250 hooggekwalificeerde banen. Het moet veel meer dan een eenvoudig logistiek centrum worden, een echte technologische hub van waaruit de marktleider van de onlineverkoop zijn expansie naar Afrika wil uitrollen. 
De miljardair en zakenman Jeff Bezos, die behalve van Amazon ook eigenaar is van The Washington Post en zich opmaakt om ook in de gezondheidszorg actief te worden, wil in de havenwijk Boavista een kantoor bouwen. Hij haakt daarmee aan bij de opvallende creatieve activiteit in Noord-Portugal.

    Google heeft zijn oog op Lagoas Park in Oeiras laten vallen omdat het bedrijf binnen de regio Lissabon alleen daar genoeg kantooroppervlak en groen vindt en de huren er redelijk zijn. 
In juni zullen zich 535 werknemers installeren in zevenduizend vierkante meter moderne bureauruimte. De leden van de Portugese regering die zich met het dossier hebben bemoeid, weten sinds het Web Summit in november [een groot jaarlijks congres van de internetsector in de Portugese hoofdstad] dat Lissabon het won van andere steden als het Poolse Krakau, dat een felle strijd leverde om de 
investering naar zich toe te trekken.

    De Amerikaanse internetreus wil op termijn tweeduizend banen creëren, waaronder zo’n vijfhonderd hooggekwalificeerde banen, voor ingenieurs en voor informatici, die applicaties moeten gaan ontwikkelen. Daarnaast zijn er administratief en financieel medewerkers nodig en mensen voor werving en selectie, marketing en klantenservice, naast natuurlijk technisch personeel voor Googles primaire dienstverlening.

    ‘We hebben geen enkele steun of 
subsidie toegezegd’, vertelt minister van Economie Manuel Caldeira Cabral, die bij de gesprekken betrokken was. ‘We hebben dit soort servicecentra sowieso weinig prikkels te bieden. Europese subsidies zijn vooral bestemd voor industrie en toerisme. En van belastingvoordelen is ook geen sprake geweest.’

    Tweeduizend informatici

    Google heeft, net als andere technologiereuzen, de warme belangstelling van de Eurocommissaris voor 
Mededinging Margrethe Vestager. 
Het bedrijf kwam niet weg met de belastingvoordelen die het genoot in Ierland, waar het zijn Europese 
hoofdkwartier heeft gevestigd.

    De komst van de nieuwe hightechcentra roept de vraag op of Portugal eigenlijk wel het gekwalificeerde 
personeel bezit om aan de plotseling gestegen vraag te voldoen.

    ‘Er is momenteel in de informatie-technologiesector een tekort aan 
tweeduizend informatici,’ geeft de voorzitter van de Portugese ingenieurs-vereniging Carlos Mineiro Aires toe. Het probleem is de laatste jaren zelfs verergerd. Op het hoogtepunt van de crisis, tussen 2011 en 2014, verlieten 40.000 à 50.000 informatici Portugal. ‘Landen als Groot-Brittannië, Duitsland, Denemarken en Noorwegen organiseerden in Portugal professionele 
bijeenkomsten en kaapten onze beste mensen weg, door ze goede salarissen en arbeidsomstandigheden te bieden. Ze kiezen de beste uit, en deze jonge hoogopgeleiden verlaten Portugal 
zonder enige compensatie voor de 
studie van 40.000 à 50.000 euro die ze hebben genoten’, zegt Mineiro Aires grimmig.

    Deelnemers aan de technologieconferentie Web Summit in Lissabon in novemer 2017. – © Horacio Villalobos / Getty Images
    Deelnemers aan de technologieconferentie Web Summit in Lissabon in novemer 2017. – © Horacio Villalobos / Getty Images

    Volgens recent onderzoek van het 
wervingsbureau Michael Page zijn de salarissen voor informatici in Portugal het afgelopen jaar met vijftien procent gestegen. Maar Mineiro Aires noemt 
ze ‘nog steeds erg laag’. ‘Gemiddeld verdienen die hoogopgeleiden netto minder dan duizend euro per maand. Met zulke lage salarissen wordt het lastig om ze in Portugal te houden.’ Maar als de vraag naar informatici door de komst van de grote internet-bedrijven gaat groeien, zullen de 
salarissen snel stijgen.

    Alexandre Vaz van de ‘Digital Delivery Hub’ die Mercedes-Benz vorig jaar in Portugal opende en dat al snel een onafhankelijk bedrijf werd, Mercedes-Benz.io Portugal, zegt geen enkele moeite te hebben om gekwalificeerd personeel te vinden. ‘Vóór het eind van dit jaar willen we honderd werknemers hebben. We hebben al veel cv’s ontvangen, waaronder ook van kandidaten 
uit het buitenland. Veel jongeren 
ontdekken Portugal en willen er graag gaan wonen; sowieso is de markt voor programmeurs steeds internationaler.’

    Nu Lissabon en Portugal in trek zijn, krijgen directies van digitale multinationale bedrijven meer aandacht voor wat er in ons land gebeurt. Vaak gebeurt dat tijdens het Web Summit, dat afgelopen november voor de tweede keer plaatsvond in het Parque das Nações in Lissabon. Vaak zijn ze voor het eerst in Portugal. Ze zien het 
levendige ecosysteem van start-ups 
en andere initiatieven dat in Lissabon floreert, waarderen de creatieve sfeer, kijken rond en pakken hun rekenmachientjes erbij. Niet alleen de goedkope Portugese arbeidskrachten zijn voor hen aantrekkelijk; ze zoeken een investering die op wereldwijde schaal 
concurrerend is. Het land voldoet aan dat criterium en heeft bovendien hoogopgeleid personeel, wat een extra pluspunt is.

    ‘Deze buitenlandse bedrijven willen die talenten graag aan zich binden,’ vertelt directeur Rui Coelho van Invest Lisboa, een organisatie opgezet om investeerders naar de regio toe te halen. ‘In de technologiesector vindt een wereldwijd gevecht om talent plaats, omdat de sector leeft van innovatie en zowel de producten als de diensten steeds complexer worden. Het is dus belangrijk voor zulke bedrijven om zich ergens te vestigen waar de allerbesten graag willen komen werken’.

    ‘We moeten aan alle natuurwetenschappen meer aandacht besteden, aan wiskunde en techniek, het middelbaar onderwijs in die vakken verbeteren’

    De werkomstandigheden zijn in 
Lissabon uitstekend en de stad kan op dat vlak prima concurreren met Barcelona, Berlijn of Dublin. ‘In Barcelona is de politieke situatie niet stabiel’, gaat Coelho verder, ‘en wat Berlijn betreft, kan ik je garanderen dat je een Duitse informaticus eerder naar Lissabon krijgt dan daarnaartoe. In Dublin is 
er, ondanks de taal en het gunstige belastingklimaat, een sterk verloop van personeel, omdat de concurrentie tussen al die hightechbedrijven moordend is. En de huren zijn erg hoog.’

    De opening van de innovatiehub in Beato [waar voor het einde van dit jaar 35.000 vierkante meter voorzien is] stelt ook andere buitenlandse bedrijven in staat om zich hier te installeren. Alleen al in 2017 begeleidde Invest 
Lisboa 526 bedrijven, investeerders en ondernemers daarbij.

    Voor voormalig staatssecretaris van Innovatie Carlos Oliveira, tegenwoordig directeur van InvestBraga [een 
economisch stimuleringsbureau voor de stad Braga] profiteert het land momenteel van het ‘multiplier effect’ dat de toeloop van buitenlandse investeerders met zich meebrengt. ‘Er gebeurt veel in Portugal, en we hebben op dit moment precies wat investeerders zoeken: gekwalificeerd personeel, in veel grotere aantallen dan onze concurrenten.’ Zowel voor de callcenters, waar mensen uit krimpende sectoren komen werken, als voor onderzoek en ontwikkeling en voor technische 
afdelingen. ‘Die mensen zoeken interessant werk dat betaalt.’ Carlos Oliveira valt hem bij: ‘Wanneer een investeerder personeel wil aantrekken, 
is het belastingklimaat niet het belangrijkste criterium.’

    Is deze vijver aan talent onuitputtelijk? ‘Het wordt hoog tijd om over die vraag te gaan nadenken,’ vindt Oliveira. ‘We moeten aan alle natuurwetenschappen meer aandacht besteden, aan wiskunde en techniek, het middelbaar onderwijs in die vakken verbeteren en meer plaatsen bij de technische vakken 
aan de universiteit creëren. Dat zal binnen vijf jaar zijn effect hebben op 
de arbeidsmarkt.’ Dat geeft de andere internetgiganten nog even tijd om zich te bezinnen.

    Auteur: Clara Teixeira en Paulo M. Santos
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Visão
    Portugal | oplage 108.000

    In 1993 onderging het zwart-wit weekblad_ O Jornal_ op tabloidformaat een metamorfose: het veranderde in een fullcolourmagazine, een soort Portugese Newsweek. Inmiddels is de titel uitgegroeid tot het tweede actualiteitenmagazine van het land, na Expresso.

  • 1. Portugal staat weer stevig in de schoenen

    1. Portugal staat weer stevig in de schoenen

    Dankzij een heuse wederopstanding draait de Portugese economie weer op volle toeren. Het land slaagde erin oude industrieën (schoenen en textiel) dankzij innovatie, nieuwe technologie en betere dienstverlening succesvol te hervormen.

    Zo’n twintig of dertig jaar geleden schudden politici en bankiers meewarig het hoofd als ze het hadden over de belabberde nationale textiel-, en schoenenindustrie, de achterhaalde kurkwinning en de armetierige landbouw. Het waren ten dode opgeschreven sectoren, levend in het verleden en steunend op goedkope arbeidskrachten die onherroepelijk zouden verdwijnen als gevolg van de modernisering van het land. Nieuwe doppen van plastic of aluminium zouden kurk overbodig maken. Kortom, Portugal was een land met weinig grondstoffen en een achtergebleven boerenbedrijf dat voornamelijk naar subsidies hengelde.

    Dat was toen. Tegenwoordig is het land weer trots op de schoenen en de textiel die het maakt, op zijn populaire landbouwproducten en florerende kurkindustrie. Dat komt niet alleen maar doordat de sombere prognoses onjuist bleken, maar ook omdat duidelijk is dat werknemers, werkgevers en werkgeversorganisaties een bewonderenswaardig weerstands- en aanpassingsvermogen aan de dag hebben gelegd.

    Creatieve destructie

    De kosten waren enorm. De landbouw neemt momenteel nog maar 2 procent van het bbp voor zijn rekening, tegen 8 procent in 1986, het jaar dat Portugal lid werd van de Europese Unie. De machtige textielindustrie komt pas dit jaar voor het eerst weer in de buurt de recordexport van 2001, van 5 miljard euro. Na een decennium van hervormingen exporteert de kurksector eindelijk weer voor meer dan 900 miljoen euro. Maar het grootste succesnummer van de nationale economie is de schoenenindustrie, die haar buitenlandse export sinds 2010 met 34 procent zag groeien.

    De ontwikkelingen in deze sectoren doen denken aan wat de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter (1883-1950) ‘creatieve destructie’ noemde. In zogenaamde traditionele industrieën en in de landbouw moesten duizenden bedrijven hun deuren sluiten en verdwenen er tienduizenden arbeidsplaatsen. Dat was het directe gevolg van de eisen die de eenheidsmunt stelde, de liberalisatie van de wereldhandel, waardoor de Europese grenzen opengingen voor handelsmachten als China, en de stijgende loonkosten konden worden afgewend.

    Dit pijnlijke proces nam wel dertig jaar in beslag. Tussen 1985 en 2015 verdween in de kurkindustrie de helft van alle arbeidsplaatsen (er zijn er nog achtduizend over); in de 25 jaar sinds de grenzen opengingen voor import uit Azië gingen meer dan tweeduizend textielbedrijven failliet en verdween de helft van de arbeidsplaatsen in de sector, al met al zo’n 120.000 banen. In de landbouw was de schok niet minder groot: 500.000 hectare weinig vruchtbare grond kwam braak te liggen. Het aantal boerenbedrijven daalde in 35 jaar van 823.000 tot 250.000. In 1950 werkten er nog 1,5 miljoen Portugezen in de landbouw. Vandaag zijn dat er nog maar 120.000.

    Door het opengaan van de Europese grenzen en door de globalisering verloor Portugal een flink deel van zijn economische en commerciële activiteiten. Die waren sinds 1960 juist enorm gegroeid, nadat het land dankzij een akkoord met de Europese Vrijhandelsassociatie kon uitgroeien tot leverancier van textiel en schoeisel voor het rijke Europa. Vlak voordat het land lid werd van de Europese Unie, maakte de textielexport bijna een derde deel uit van het totaal – nu is dat nog maar 10 procent.

    Een werknemer aan de slag in de damesschoenenfabriek Helsar in Sao Joao da Madeira, Portugal. – © Getty
    Een werknemer aan de slag in de damesschoenenfabriek Helsar in Sao Joao da Madeira, Portugal. – © Getty

    Deze verliezen zeggen meer over de groei van andere bedrijfstakken dan over de teloorgang van traditionele sectoren. In andere Europese landen voltrok zich hetzelfde proces en in Portugal doet de ‘oude economie’ het dankzij de opstanding in vergelijking helemaal niet slecht. Als gevolg van economische ontwikkeling en modernisering zijn er altijd sectoren die moeten verdwijnen en plaatsmaken voor modernere, met meer innovatie en betere technologie, gebaseerd op intensief kapitaal in plaats van handwerk. Portugal combineerde twee recepten: het slaagde erin levensvatbare oude sectoren te behouden dankzij innovatieve producten, nieuwe technologie en betere dienstverlening.

    Bij deze transformatie liepen de meest flexibele en resistente bedrijven voorop. Zowel ondernemers uit het noorden 
als grootschalige landbouwers uit de provincies Alentejo en Ribatejo die de faillissementsgolf van de jaren tachtig en negentig overleefden, bleken over deze kwaliteiten te beschikken. Manuel Carlos is president van de organisatie van schoenenfabrikanten APICCAPS en de voornaamste ‘ideoloog’ van de omvorming van de sector van producent van gebruiksgoederen in een van luxegoederen. Hij herinnert zich dat zijn leden ‘een moeilijke tijd hadden’, maar dat deze ervaring hen ‘zeer bedreven’ maakte in het scherp prijzen, het opzetten van klantnetwerken en het omvormen van hun bedrijven.

    De overlevenden in de textielindustrie zagen in dat het traditionele wachten op opdrachten en produceren wat klanten vroegen op een catastrofe uitliep – China deed dat veel goedkoper. De truc was om zelf producten aan te bieden en niet te wachten op tot de opdrachten binnenkwamen. In de kurkindustrie leefde heel lang het idee dat Portugal het zich kon veroorloven om alles bij het oude te houden omdat het nu eenmaal de grootste kurkproducent ter wereld was. Dit conservatisme werd danig op de proef gesteld toen invloedrijke journalisten rond het jaar 2000 campagne gingen voeren tegen de bijsmaak van kurk en duizenden wijnproducenten van over de hele wereld dreigden over te stappen op doppen van plastic of metaal – de beroemde screwcaps. Het machtige bedrijf Corticeira Amorim overwoog zelfs om ook maar die bedrijfstak in te gaan. En in de landbouw ontdekte men dat het land qua graanproductie onmogelijk concurrerend kon zijn; andere gewassen waren nu eenmaal geschikter voor de Portugese bodem.

    In tegenstelling tot wat vaak in kranten werd beweerd, zijn de Europese moderniseringssubsidies niet alleen maar gebruikt om jeeps voor boeren en Porsches voor textielfabrikanten te kopen

    In tegenstelling tot wat vaak in kranten werd beweerd, zijn de Europese moderniseringssubsidies niet alleen maar gebruikt om jeeps voor boeren en Porsches voor textielfabrikanten te kopen. Met het geld konden kleine stuwdammen (en ook de grote van Alqueva) worden gebouwd, innovatieve bedrijven worden opgezet, nieuw geavanceerd materieel worden gekocht en kon er worden geïnvesteerd in technologieën waar bedrijven dringend behoefte aan hadden. De CEO van Corticeira Amorim, Antonio Amorim, vertelde hoe de kurkindustrie erin slaagde om de concurrentie van metalen en plastic schroefdoppen te boven te komen: ‘We zijn het probleem niet uit de weg gegaan. We zetten de afdeling Onderzoek en ontwikkeling aan het werk en investeerden veel, lanceerden nieuwe producten. Daardoor verbeterde op den duur de performance van kurken aanzienlijk.’

    De textielsector richtte zich niet langer op goedkope vaatdoeken en tafelkleden, en transformeerde zich tot een geoliede machine die zelf producten ontwikkelde om klanten aan te bieden, die innoveerde, bijvoorbeeld met hightechstoffen voor wedstrijdzwemmers of stoffen voor hardloopfanaten die de temperatuur aanpasten aan die van de buitenlucht. Het belangrijkste was echter een efficiënt logistiek apparaat, waardoor een Zweeds merk vandaag duizend paar schoenen kan bestellen en ze al enkele dagen later geleverd kan krijgen. In het technologisch centrum van de sector worden stoffen getest, materialen goedgekeurd en nieuwe componenten voor de toekomst ontwikkeld. Jarenlang was een goede samenwerking tussen wetenschap en industrie een luchtspiegeling geweest (en voor veel sectoren is het dat nog steeds). De textielindustrie sloeg echter de brug en gebruikte de opgedane kennis om stoelbekleding voor de duurste automerken te produceren, of vloerbedekking tegen prijzen waar de Chinese en Indiase concurrentie niet tegenop kon.

    Wat dit betreft was de schoenenindustrie misschien wel de sector die zich het meest opnieuw uitvond. Er werden innovatieve machines ontwikkeld, zoals een waarmee schoenzolen met behulp van een waterstraal konden worden gesneden – een technologie die nu ook geëxporteerd wordt. Demonstratiesessies in fabrieken voor andere ondernemers creëerden een cultuur van openheid waardoor men van elkaar kon leren, wat al snel resultaten bracht. Technici introduceerden vernieuwingen in de productielijnen van schoenenfabrieken, waardoor er verschillende modellen konden worden gemaakt zonder dat er nog technische pauzes hoefden te worden ingelast. Net als de textielindustrie is ook de Portugese schoenenindustrie in staat om kleine series laarzen of schoenen te produceren, zodat ook aan kleine orders kan worden voldaan. Aangezien importeurs graag hun lasten omlaag willen brengen door minder voorraden aan te houden, is dit zeer welkom.

    In de landbouw verliepen de veranderingen langzamer, maar de resultaten waren zo mogelijk nog spectaculairder. Het hielp dat er een nieuwe generatie ondernemers aantrad, al werkten bij de transformatie ‘nieuwe boeren en ondernemers samen met de gevestigde orde’, vertelt João Machado, president van de Portugese boerenfederatie CAP. Verenigingen als PortugalFresh hielpen om de productie te organiseren 
en de deur naar het buitenland open 
te zetten. Aangezien de landbouw 
naar verwachting tussen nu en 2050 zijn productie moet verdubbelen om het hoofd te bieden aan de groei van 
de wereldbevolking, is de sector weer op de radar gekomen als prioriteit. Sinds 2014 zet het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie in op productiestijging.

    Bekoorlijke zwanen

    Het landbouwareaal is geslonken en 
het aantal arbeidskrachten radicaal verminderd, maar daardoor is de landbouw efficiënter geworden, productiever, meer op het buitenland gericht en relevanter voor de economie. De oude obsessie met zelfvoorzienendheid van graan (basisvoedsel voor mensen en dieren) is voorbij, nu Portugal nog maar een vijfde deel van de tarwe en mais produceert die het consumeert. Maar de productie van andere gewassen explodeerde juist. In één decennium groeide Portugal bijvoorbeeld uit van netto-importeur van olijfolie tot de op drie na grootste exporteur ter wereld (436 miljoen euro in 2015). Groente en fruit – tien jaar geleden nog producten die niet veel deden – worden nu meer geëxporteerd dan wijn (1,3 miljard tegen 720 miljoen euro).

    Nu de strijd om het overleven is gewonnen, lijken de kurk-, textiel- en schoenindustrie goed voorbereid te zijn om ook in het mondiale strijdperk te overleven. Het geheim zit hem in specialisering, in design, in verbeterde dienstverlening en technologie – een recept dat zijn werkzaamheid heeft bewezen.

    Op het moment dat Portugal lid werd van de Europese Unie leek dit alles nog onvoorstelbaar: er werd neergekeken op deze sectoren, men beschouwde ze als ouderwets en ongeschikt voor het Europa van de eenentwintigste eeuw. Dankzij het doorzettingsvermogen van sommige Portugese ondernemers, en met hulp van Europees geld waarmee technologie kon worden gekocht en oude gewoontes afgeleerd, zijn de traditionele sectoren niet langer het lelijke eendje. Ze groeiden uit tot bekoorlijke zwanen waar in het veelbewogen landschap van de Portugese economie met bewondering en afgunst naar wordt gekeken. Uiteindelijk was, in de woorden van Mark Twain, het nieuws van hun dood schromelijk overdreven.

    Auteur: Manuel Carvalho
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Público
    Portugal | dagblad | oplage 21.500

    In Portugal geroemd om zijn originaliteit en moderniteit, laat zich inspireren door de grote Europese kranten. Heeft ook een aparte versie voor jongere lezers: P3, in samenwerking met de Universiteit van Porto.

  • Erfgenaam 
van de dictatuur

    Erfgenaam 
van de dictatuur

    Op 24 januari werd de centrum-rechtse politicus Marcelo Rebelo de Sousa gekozen tot president van Portugal. Pikant, want hij is een kind van de dictatoriale regimes van Salazar (1933-1968) en Caetano (1968-1974).

    Hij is per definitie een erfgenaam: Marcelo Rebelo de Sousa (MRS), zoon van een van de leiders uit het tijdperk-Salazar. Zijn vader had in 1974 op 53-jarige leeftijd het gehele verplichte carrièrepad van de dictatuur doorlopen: Mocidade Portuguesa [de Portugese jeugdbeweging ten tijde van de dictatuur], afgevaardigde, staatssecretaris, koloniaal gouverneur en tot slot minister. De zoon van deze politicus werd, zoals zijn officiële biograaf Vítor Matos schreef in de biografie uit 2012 (en waaruit ik citeer), ‘klaargestoomd voor de politiek’. Aan de biografie werkte MRS zelf mee, en het geschrift staat boordevol kostbare informatie.

    Marcelo is een erfgenaam. Allereerst in de nauwere betekenis van het woord: als de eerstgeboren zoon van een markante vertegenwoordiger van de elite waaruit António de Oliveira Salazar en diens opvolger Marcello Caetano hun staf rekruteerden en die zijn hoge positie uitsluitend te danken had aan een onvoorwaardelijk trouw aan de Chefe. Maar ook in bredere zin is hij een erfgenaam: als product van een klassieke universiteit die, in de definitie van Pierre Bourdieu, ‘de plek bij uitstek [is] waar de privileges en de belangen van de erfgenamen worden bewaakt’.

    Een verhaal

    Zozeer zelfs voelde MRS zich erfgenaam dat hij al op zijn zevenentwintigste aan zijn memoires begon. Het betrof niet zozeer zijn eigen herinneringen als wel die van degenen van wie hij de erfgenaam was. ‘Ik had het salazarisme en het marcelisme van binnenuit meegemaakt en het weekblad Expresso gelanceerd, ik was bij de oprichting van de [rechtse partij] PPD geweest en lid geweest van de Constituinte [de grondwetgevende vergadering van 1975, na het einde van de dictatuur]. Ik had een verhaal te vertellen.’

    Vanaf zijn ‘tiende of twaalfde’ nam zijn vader Baltazar hem mee naar zaterdagse lunches in restaurant A Choupana in São João do Estoril. Daar verzamelde Caetano, die in 1958 uit de regering was gezet, zich met een select gezelschap trouwe aanhangers. De politicus leefde in een soort van ballingschap tot aan het herseninfarct van Salazar in 1968 [toen Caetano de macht greep en aanbleef tot 1974].

    ‘Het gedrag van politici in een dictatuur verschilt niet veel van dat in een democratie: de gebruikelijke vriend- en vijandschappen, hetzelfde verraad en de machtsbelustheid’

    ‘Van die urenlange gesprekken tussen de heren van het regime stak Marcelo het talent op voor paleisintriges (…). Zijn vader liet hem de krochten van het regime zien.’ MRS beschrijft deze ervaring als ‘een leerschool’, en vindt, veelzeggend genoeg, dat ‘het gedrag van politici in een dictatuur niet veel verschilt van dat in een democratie: de gebruikelijke vriend- en vijandschappen, hetzelfde verraad en de machtsbelustheid.’

    Vanaf zijn twintigste zat hij aan bij alle officiële diners van de regering van het koloniale Mozambique, die zijn vader vanaf 1968 leidde. Toen Caetano aan de macht kwam, dineerde hij eenmaal per week met hem.

    Archieffoto van Rebela de Sousa.
    Archieffoto van Rebela de Sousa.

    De jongeman, die het niet aan politieke intelligentie en intuïtie ontbrak, genoot met volle teugen van deze ‘opleiding tot politicus’. Het was zijn droom om in de hiërarchie van het regime omhoog te klimmen: al op het lyceum schijnt hij gezegd hebben dat hij op een dag president zou worden. Op jonge leeftijd maakte hij zich de taal en de thema’s van het nationalistische salazarisme van de jaren zestig eigen: hij bekritiseerde ‘het gebrek aan vaderlandsliefde van diegenen die zich tijdens het carnaval van 1962 zo goed vermaakten’, slechts enkele weken na het verlies van Goa [dat werd terugveroverd door India] en midden in de Angolese oorlog. ‘Het was een affront, regelrecht verraad.’ In 1963 beëindigde hij een opstel met de woorden: ‘Och arme landen, die geen zonen hebben om voor ze te strijden!’ Jaren later bleek dat hij zelf nooit had deelgenomen aan de koloniale oorlogen in Afrika [1961-1975], al had dat nog wel gekund: hij studeerde in 1971 af en voltooide in 1972 een politiek-economische vervolgopleiding.

    Nationalist

    Op de middelbare school werd bij beschouwd als ‘nationalist’ (een term die hem ook een paar jaar geleden nog niet tegenstond), terwijl veel anderen in die tijd actief werden in het scholierenprotest en zich later op de universiteit openlijk tegen de dictatuur keerden. Een keuze die iemand op zijn vijftiende maakt kun je misschien niet serieus nemen, maar een keuze als student wel. Marcelo koos opnieuw voor de salazaristische rechterzijde, die zei de ideologische strijd met het marxisme te willen aanbinden. Tijdens de studentenprotesten van 1969 ‘nam hij deel aan manifestaties ter ondersteuning van de dictatuur’. Bij de verkiezingen van dat jaar, het moment waarop veel van zijn generatiegenoten politiek bewust werden, was hij 21 jaar en steunde hij opnieuw de partij die aan de macht was.

    ‘Niemand kan zich herinneren dat Marcelo zich ooit heeft uitgesproken tegen de koloniale oorlog’, schrijft Vítor Matos. Toegegeven, dat is ook weinig verwonderlijk als je vader minister van Koloniale Zaken is. Veel bedenkelijker is de stelling van Leonor Beleza [parlementslid voor de centrum-rechtse PSD], destijds zijn medestudente en net als hij kind van een staatssecretaris tijdens de dictatuur. Zij verklaarde onlangs dat het ‘in die tijd makkelijk was aan de ene of aan de andere kant te staan. Het was veel lastiger om een middenpositie in te nemen.’ Je vraagt je af hoe moeilijk de gevangengezette, gemartelde en naar Afrika gestuurde studenten die zich wel durfden te verzetten het gehad hebben. Beleza is kort van geheugen…

    De nieuwe president van Portugal, Marcelo Rebelo de Sousa op weg naar zijn achterban. – © HH
    De nieuwe president van Portugal, Marcelo Rebelo de Sousa op weg naar zijn achterban. – © HH

    In 1970 infiltreerde Marcelo, samen met Beleza en Jorge Braga de Macedo [tegenwoordig eveneens parlementslid voor de PSD] bij de leiders van de onderwijsstaking aan de universiteit. Vervolgens speelde hij de nieuwe minister Veiga Simão informatie door over ‘studentenbewegingen’. Simão zou hem overigens later zijn eerste baan bezorgen, op het ministerie van Onderwijs onder Adelino da Palma Carlos, een andere zoon van een staatssecretaris. Ook probeerde hij hem later herhaaldelijk lid te maken van Opus Dei.

    Marcelo uitte publiekelijk zijn scepsis over de levensvatbaarheid van de onderwijshervormingen die Simão wilde doorvoeren: ‘Een werkelijke democratisering van het onderwijs (…) lijkt mij onmogelijk binnen een autoritair en antidemocratisch systeem’, schreef hij in 1971. Daarop eiste Caetano van Veiga Simão dat die de jongeman zou ontslaan. Maar het liep anders: de jonge jurist betoonde zich kampioen draaien en spoedde zich naar Caetano om hem om vergeving te vragen.

    ‘Hij is de zoon van God en van de duivel in één: God gaf hem zijn intelligentie, de duivel zijn doortraptheid’

    In 1973, toen hij al bij het weekblad Expresso werkte, verontschuldigde hij zich bij Caetano voor zijn ‘onstuimige’ jonge aard en garandeerde hem dat hij ‘er altijd van overtuigd was geweest’ dat ‘mijn principes geheel in lijn zijn met die van Uwe Excellentie’. Hij loofde de kwaliteiten van de dictator als regeringsleider en beloofde hem ‘af te zien van alles wat als een nadrukkelijke politieke stellingname kan worden opgevat’. Herhaaldelijk deed zijn moeder, die van hem verwachtte dat hij zich als een waardige erfgenaam zou gedragen, een goed woordje voor hem bij Caetano. In januari 1974 schreef Artur Portela Filho over hem: ‘Hij was het wonderkind van het regime (…) Hij was perfect geschikt, zeer evenwichtig en voorbestemd voor de macht.’

    Hij was de erfgenaam van een invloedrijke politieke hiërarchie, en daarom stonden hij en zijn familie in de gunst van de allerhoogste bourgeoisie. ‘Marcelo begint te merken hoe mensen met bezit leven.’ En dat beviel hem wel. Ook vandaag nog bevalt het hem, al speelt hij de rol van een christen met hart voor de armen. ‘Zijn hele leven zegt hij: “Je kunt maar beter rijk zijn en bevriend zijn met de rijken.”’ Vreemd is het dan wel hoe hij in 1999, in de fotobiografie van zijn vader, zou schrijven dat ‘de leden van de regering in de jaren vijftig zich verre moesten houden van het leven van de rijken. Beter konden ze in de familiekring blijven en het contact vermijden met deze perverse wereld, die hen alleen maar afleidde van het algemeen belang.’ Vreemd, omdat het niet waar was.

    Windvaan

    We weten inmiddels waarom zelfs zijn geloofsgenoten hem bestempelen als een windvaan, of spreken over ‘het gemak waarmee hij de realiteit weet te verdraaien’ (Expresso). We weten hoe hij tientallen mensen steunde, verraadde en het vervolgens weer met ze goedmaakte. ‘Een oude Raspoetin,’ werd hij genoemd door Paulo Portas [een bekende rechtse figuur]. ‘Hij is de zoon van God en van de duivel in één: God gaf hem zijn intelligentie, de duivel zijn doortraptheid.’

    Boven alles voel je in Marcelo Rebelo de Sousa een tomeloze ambitie, die soms een deuk oploopt door foute politieke inschattingen. Denk aan de mislukte allianties die hij smeedde, of de drie jaar dat hij aan het hoofd stond van de PSD, jaren waarin hij vooral liet zien dat hij zelfs in de rustigste politieke tijden problemen wist te veroorzaken.

    Al sinds 1973 vertelt hij – in Expresso, in andere tijdschriften en op verschillende televisiezenders – als politiek commentator naar hartelust over Portugal, en hoe hij het land zou leiden als hij het voor het zeggen had. Die tijd is nu aangebroken. Want de erfgenaam is nu president geworden.

    Auteur: Manuel Loff
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    De auteur is als historicus verbonden aan de Universiteit van Porto en gespecialiseerd in de dictatoriale regimes van de twintigste eeuw.

    Público
    Portugal | dagblad | oplage 21.500
    In Portugal geroemd om zijn originaliteit en moderniteit, laat zich inspireren door de grote Europese kranten. Heeft ook een aparte versie voor jongere lezers: P3, in samenwerking met de Universiteit van Porto.

  • Is de nieuwe Portugese wet tegen seksuele intimidatie nodig?

    Is de nieuwe Portugese wet tegen seksuele intimidatie nodig?

    Net nu heel Europa op zijn kop staat vanwege de aanrandingen in Keulen, is in Portugal een nieuwe wet aangenomen die seksuele intimidatie strafbaar stelt. Overtreders kunnen in het uiterste geval een gevangenisstraf van drie jaar krijgen. Is zo’n wet noodzakelijk?

    Nee

    Het is net alsof er nog maar twee soorten mensen bestaan in dit land. Aan de ene kant degenen die vinden dat op een opmerking als ‘god, wat ben jij lekker’ een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou moeten staan. En aan de andere kant de machomannen die menen vrouwen voortdurend te mogen lastigvallen met obsceniteiten, als een soort natuurrecht. Zo karikaturiseren tenminste de tegenstanders elkaar in het debat rondom de zogenaamde ‘wet van de complimentjes’. 
De hele discussie is een opeenvolging van vergissingen en simplificaties.

    Ik persoonlijk krijg niet de indruk dat mijn rechten als vrouw, evenmin als de strijd voor gelijkheid tussen de seksen in het algemeen, gediend zijn bij de recente wijziging van artikel 170 van het Wetboek van Strafrecht. Of hooguit misschien een heel klein beetje. Allereerst moet worden opgemerkt dat een complimentje, in de zin van een ‘opmerking bedoeld om iemand fysiek te prijzen’, niet echt binnen de door de wet gehanteerde formulering valt. Het gewraakte wetsartikel beschouwt als ‘seksueel opdringerig’ en daarom strafbaar 
een ‘voorstel van seksuele aard’. Alleen in een zeer losse interpretatie van de wet is dat van toepassing op complimentjes, zoals gerenommeerde juristen als Clara Sottomayor al hebben opgemerkt.

    Het idee dat je een vrouw kunt bezitten ligt aan de wortel van allerlei vormen van gevaarlijk gedrag en geweld tegen vrouwen

    De wet maakt het wel makkelijker om gevallen van seksuele intimidatie voor de rechter te brengen. Situaties van herhaaldelijke seksuele opdringerigheid. Maar feitelijk omvatte de vroegere formulering van het wetsartikel dit al: strafbaar waren het uitvoeren van exhibitionistische handelingen of het dwingen tot seksueel contact. Zulke praktijken konden dus al aangepakt worden: aan een juridisch kader ontbrak het niet.

    Er wordt gezegd dat de nadruk op complimentjes vooral bedoeld is om – vaak kwetsbare – minderjarigen te beschermen tegen onbeschofte opmerkingen waar ze bang van worden. Ik heb zo mijn twijfels of het zal helpen. Zou een jongere die op straat seksistisch en agressief bejegend wordt, nou echt de agressor durven confronteren, de politie erbij halen 
en hem laten arresteren? Ik vraag het me af.

    Dat er iets moet veranderen lijdt geen twijfel. Een vrouw moet niet als object worden gezien, op straat, in de reclame, op het werk, op dagen dat ze zin heeft om een iets dieper decolleté te dragen. Het wordt hoog tijd dat mannen ophouden met het maken van seksistische opmerkingen en inzien dat ze vrouwen niet kunnen overheersen of bezitten. Het idee dat je een vrouw kunt bezitten ligt aan de wortel van allerlei vormen van gevaarlijk gedrag en geweld tegen vrouwen. Maar de wet maakt het al mogelijk om zulke excessen aan te pakken.

    Auteur: Inês Cardoso
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Inês Cardoso is opinieredacteur bij Jornal de Notícias  in Lissabon. 

    Jornal de Notícias
    Portugal | oplage 102.000

    De oudste en een van de meest gelezen kranten van Portugal. Heeft vier regionale edities: Noord, Zuid, Midden en de regio Minho (met daarin Lissabon). De toon is overwegend rechts.

    Zonnebadende vrouw in Cascais, Portugal. – © Pedro Ribeiro Simões / Flickr Creative Commons
    Zonnebadende vrouw in Cascais, Portugal. – © Pedro Ribeiro Simões / Flickr Creative Commons

    Ja

    Ik denk niet dat veel mensen zich beledigd zullen voelen, of beperkt in hun persoonlijke vrijheid, als iemand ze op een vleiende manier complimenteert. Maar bij deze wet gaat het om iets heel anders: seksuele intimidatie. Banale opmerkingen als ‘volgens mij moet jij eens even flink geneukt worden’ zijn namelijk niets anders dan dat: een vorm van seksuele intimidatie. En ga nou niet beginnen over de vrijheid van meningsuiting, want dat is een kulargument.

    Ik besteed een groot deel van mijn tijd aan het schrijven over situaties die vrouwen als ongemakkelijk ervaren. Alledaagse vormen van seksuele intimidatie worden vaak afgedaan met: ‘Er zijn wel ergere dingen op de wereld.’ Ja, die zijn er inderdaad, maar toch mag je zulk gedrag niet bagatelliseren. Hoe zou jij het vinden als je dertienjarige dochter te horen kreeg dat ze ‘een lekker pijpbekkie’ heeft? Vind je dan ook dat zoiets niet bestraft hoeft te worden? Als je moeder, zus, vrouw of vriendin op straat ‘ik neuk je helemaal gek’ naar haar hoofd krijgt, vind je dan nog dat daar niet tegen opgetreden hoeft te worden? En als ze op hun werk door hun baas bij hun kont gepakt worden, of promotie kunnen maken als daar seksuele diensten tegenover staan, hoe zou je dat vinden?

    Bij Master Chef Júnior zei een vrouw dat ze een jochie van dertien jaar zo zou aanranden als ze de kans kreeg

    Dit soort dingen gebeuren. Dagelijks, en vaak zelfs bij meisjes die nog niet eens goed begrijpen waar die mannen het eigenlijk over hebben. Zulke opmerkingen zijn funest voor de spontaniteit waarmee vrouwen zich kunnen gedragen en deelnemen aan het openbare leven. Ze bedreigen onze persoonlijke vrijheid, maken ons minder zelfredzaam en beïnvloeden zeker ook onze houding tegenover mannen in het algemeen.

    Toen het nieuws bekend werd, hoorde ik opmerkingen als: ‘Daar heb je die hysterische feministen weer.’ Maar de wet beperkt zich helemaal niet tot het vrouwelijk geslacht: het slachtoffer kan een vrouw, man, jongen of meisje zijn. Bij het Braziliaanse kookprogramma Master Chef Júnior zei een vrouw onlangs dat ze een jochie van dertien jaar ‘een schatje’ vond en hem zo zou aanranden als ze de kans kreeg. Dit is niet iets om luchthartig over te doen, en het is dan ook goed dat de nieuwe Portugese wet extra streng is als het om minderjarigen gaat. De meeste mensen zullen dat wel met me eens zijn, maar als het om volwassenen gaat rijst de vraag waar precies de grens ligt. Een goede stelregel in alle aspecten van het leven lijkt mij: ‘Mijn vrijheid eindigt waar die van anderen begint.’ Dat gaat dus ook op voor seksuele intimidatie. Overigens hangt de effectiviteit van de wet af van het feit hoe individuele rechters deze zullen interpreteren. Maar in ieder geval is nu een eerste stap gezet: de maatschappij moet duidelijk aangeven waar de grenzen liggen.

    Auteur: Paula Cosme Pinto
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Paula Cosme Pinto schrijft al meer dan tien jaar voor Expresso, onder meer over feminisme. 
Ze publiceerde verschillende boeken, waaronder Os Segredos da Maleta Vermelha.

    Expresso
    Portugal | oplage 140.000

    Het eerste weekblad voor de moderne Portugees kwam uit in 1973. Het wist direct lezers aan zich te binden door zijn kwaliteit, onafhankelijkheid en het originele, grote formaat.

  • Kom naar Portugal

    Kom naar Portugal

    In Europa schreeuwen lidstaten om beschermde buitengrenzen, of zelfs een onneembare muur om hun land. Portugal, daarentegen, zou juist graag vluchtelingen verwelkomen. Als die tenminste willen komen.

    Eén ding is zeker: vluchtelingen komen hier niet graag naartoe. Ondanks onze befaamde rust, onze hervonden economische groei en de schijnbare vooruitgang, hebben oorlogsvluchtelingen geen zin om in Portugal een nieuw leven op te bouwen. Er zijn hogere waarden in het geding.

    Een beetje onrustbarend is het wel, dat families die in gammele bootjes hun leven hebben gewaagd op zee en nu opeengepakt zitten in vluchtelingenkampen, toch niets van Portugal willen weten wanneer ze een enkele reis Lissabon aangeboden krijgen. Het vergt psychologisch inzicht om hun beweegredenen te begrijpen: voor wie alles op het spel heeft gezet is alleen het beste genoeg. Bijna allemaal verkiezen zij een verblijf in een opvangcentrum voor asielzoekers in een Midden-Europees land. Zij nemen voor zichzelf en voor hun kinderen de slechte levensomstandigheden, die in de wintermaanden alleen nog maar slechter zullen worden, op de koop toe. Schijnbaar is dat minder erg dan om in ons milde 
en zonnige klimaat te komen wonen. In ieder geval willen ze die stap niet zetten zolang de kans niet is verkeken om in een rijker noordelijk land onderdak te vinden. De keuze tussen lekker weer en een toekomst is snel gemaakt, en Portugal trekt daarbij aan het kortste eind. Onlangs kwamen de eerste berichten binnen: ‘De overgrote meerderheid van de asielzoekers op weg door Europa wil verder reizen naar Duitsland en Zweden.’ De televisie, de radio en de kranten pikten het thema op. De Serviço de Estrangeiros e Fronteiras [Dienst Vreemdelingen en Grenzen] erkent dat het met de opname van vluchtelingen niet erg wil vlotten.

    Hooguit vijftig

    Deels komt dat door allerlei bureaucratische rompslomp, maar ook (of vooral) omdat de vluchtelingen simpelweg weigeren om naar Portugal te reizen. Begin september kondigde de regering aan dat er bijna vijfduizend opgenomen zullen worden, maar in december zullen er hooguit vijftig vanuit Griekenland en Italië hiernaartoe komen. Vluchtelingen vertellen elkaar dat er in de noordelijke landen volop werk is en dat de levenstandaard er hoog is, terwijl men over Portugal eigenlijk weinig weet. Zo weinig, dat de Portugese ambassadeur in Griekenland, Rui Alberto Treno, 
naar een vluchtelingenkamp toog om vluchtelingen voor te lichten over wat hun na de aankomst op de Lusitaanse kusten* precies te wachten staat. Als een soort ambassadeur, die nu alleen geen buitenlandse investeerders moet aantrekken maar vluchtelingen moet overhalen om voor ons land te kiezen.

    Het idee om vluchtelingen te smeken om maar alsjeblieft naar ons land te komen is minder bizar dan het lijkt

    Het idee om vluchtelingen te smeken om maar alsjeblieft naar ons land te komen is minder bizar dan het lijkt, 
als de angst voor terrorisme en andere vooroordelen even opzij worden gezet. De geschiedenis leert dat het altijd voordelig is om migranten op te nemen. De voordelen zijn zowel direct als indirect. In het huidige geval is er zelfs een financiële prikkel aan verbonden, in de vorm van monetaire steun vanuit Europa. Voor elke migrant die besluit om naar Portugal te komen, ontvangt het land onmiddellijk 6000 euro, plus verdere steun tot in 2020. Als alle potentiële immigranten akkoord gaan – Portugal heeft zich bereid verklaard om 4754 mensen op te nemen – levert dit het land een bedrag van 28 à 70 miljoen euro op. Maar nog belangrijker dan deze financiële prikkels zijn de indirecte voordelen. Sinds mensenheugenis hebben landen baat gehad bij het opnemen van migranten. De Verenigde Staten, Canada, Brazilië, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland hadden nooit kunnen worden wat ze nu zijn zonder de komst van Italiaanse, Russische, Chinese, Japanse, Portugese, Indiase, Marokkaanse en talloze andere migranten.

    Het arme, verouderde en luie Portugal, dat de handen vol heeft aan de typische sociale en economische problemen waar landen met een negatieve demografische groei en een lage productiviteit mee kampen, heeft veel te winnen bij de komst van migranten. De gebeurtenissen die deze enorme vluchtelingenstroom op gang brachten zijn verschrikkelijk – de oorlog 
in Syrië en de ontwrichting van de Maghreb zijn heuse tragedies –, maar de families die nu mogelijk naar Portugal komen zijn voor ons zeker ook een kans. Als ze tenminste wíllen komen.

    • Ironisch bedoeld: met deze dichterlijke term wordt verwezen naar het roemrijke zeevaartverleden van het land. Lusitaans is een archaïsche aanduiding voor Portugees.

    Auteur: José Manuel Diogo
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Foto boven: © Getty

    Jornal de Notícias
    Portugal | oplage 102.000

    Oudste en een van de meest gelezen kranten van Portugal. Heeft met vier regionale edities een gedifferentieerd publiek. De toon is overwegend rechts.