Tag: racisme

  • 41 miljoen armen. Welkom in Amerika

    41 miljoen armen. Welkom in Amerika

    Uit ons archief: VN-rapporteur Philip Alston wil weten waarom 41 miljoen Amerikanen in armoede leven. The Guardian vergezelde hem twee weken lang tijdens een speciale missie naar het donkere hart van het rijkste land ter wereld.

    Dit stuk verscheen eerder op 12 januari 2018, in #132

    ‘Je moet een keuze maken, man. Je kunt rechtdoor, naar de hemel. Of je kunt rechtsaf slaan en dáár eindigen.’ We zijn in Los Angeles, in het hart van een van de rijkste steden van Amerika, en de geheel in het zwart gestoken General Dogon is onze gids. Naast hem kuiert een andere lange man, met grijs haar en keurig gekleed in spijkerbroek en colbertje. Professor Philip Alston is een Australische academicus met een officiële titel: speciale VN-rapporteur op het gebied van extreme armoede en mensenrechten. General Dogon, zelf een oudgediende van deze straten in de wijk Skid Row, stapt zonder commentaar over een dode rat heen en omzeilt een lichaam dat in een versleten oranje deken gewikkeld op het trottoir ligt.

    De twee mannen passeren het ene na het andere blok van sjofele tenten en geïmproviseerde optrekjes van zeildoek. Ervoor zitten of slapen mannen en vrouwen, soms in groepjes maar meestal alleen, als figuranten in een goedkope griezelfilm.

    We komen op een kruispunt, waar General Dogon stopt en zijn gast voor de eerdergenoemde keuze stelt. Hij wijst recht vooruit naar het eind van de straat, waar de glinsterende wolkenkrabbers van het centrum van LA als een belofte van goddelijke rijkdom ten hemel rijzen. Dan draait hij naar rechts, waarbij de Black Power-tatoeage in zijn nek zichtbaar wordt, en leidt onze blik weer naar Skid Row, vijftig blokken van opeengepakte menselijke vernedering. Een nachtmerrie in het volle zicht, in de stad van de dromen.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.44.51 PM

    Twee bewoners van Skid Row: General Dogon, de gids van Philip Alston die zich inzet voor buurtactiecentrum LACAN, en Lee Anne Leven. – © Désirée van Hoek

    Zo begint een reis van twee weken naar de schaduwkant van de Amerikaanse Droom. De belangstelling van de VN-rapporteur, die overal ter wereld een onafhankelijk oordeel velt over de mensenrechtensituatie, gaat ditmaal uit naar de VS en bereikt een hoogtepunt met de presentatie van zijn eerste bevindingen in Washington. Zijn feitenonderzoek naar het rijkste land dat de wereld ooit heeft gekend heeft hem naar de kern van de tragedie geleid: de 41 miljoen mensen die officieel in armoede leven. Negen miljoen daarvan hebben geen enkel inkomen – ze ontvangen geen cent overheidssteun.

    Alstons epische reis heeft hem van kust naar kust gevoerd, van armoede naar armoede. Hij begon in LA en San Francisco, reisde door de koloniale schandvlek Puerto Rico en daarna terug naar de zwaar beproefde kolenstreek van West Virginia, en overal zag hij met eigen ogen de funeste uitwerking van Amerika’s vertrouwen in het vrije ondernemerschap, waarbij publieke hulp uit den boze is.

    The Guardian kon de VN-gezant door het hele land volgen, woonde zijn belangrijkste bezoeken bij en was getuige van de extreme armoede waar hij persoonlijk kennis van nam. Zie het als een koekje van eigen deeg. Om met de VN-rapporteur zelf te spreken: ‘Washington wil maar al te graag dat ik de armoede en de slechte mensenrechtensituatie in andere landen aan de kaak stel. Ditmaal ben ik in de VS.’

    ‘Hier beneden is niks. Je ziet de tenten rug aan rug staan, de mensen kunnen nergens heen’

    De reis vindt plaats op een kritiek moment voor Amerika en de rest van de wereld. Hij begint op de dag dat de Republikeinen in de Amerikaanse Senaat voor drastische belastingverlagingen stemmen die de superrijken in de kaart zullen spelen, terwijl veel lage-inkomensgezinnen zich met hogere belastingen geconfronteerd zullen zien. Door de veranderingen zal de inkomensongelijkheid toenemen, die met drie mannen – Bill Gates, Jeff Bezos en Warren Buffet – die samen evenveel bezitten als de helft van het hele Amerikaanse volk, toch al extremer is dan in enig ander geïndustrialiseerd land.

    Een paar dagen na het begin van het VN-bezoek doen de Republikeinse leiders er nog een reusachtige schep bovenop. Ze kondigen een verdere aanslag aan op de sociale voorzieningen van een toch al tot op de draad versleten verzorgingsstaat.

    ‘Kijk omhoog! Kijk naar die banken, die hijskranen, die luxeflats die verrijzen!’ roept General Dogon, die vroeger dakloos was in Skid Row en zich nu inzet voor het buurtactiecentrum LACAN. ‘Hier beneden is niks. Je ziet de tenten rug aan rug staan, de mensen kunnen nergens heen.’

    Californië is een goed startpunt voor het VN-bezoek. De staat belichaamt zowel de onmetelijke rijkdom die de 0,001 procent aan de techboom heeft overgehouden als de gestegen huizenprijzen die daar het gevolg van zijn en waardoor het aantal daklozen de pan uit rijst. Los Angeles, de stad met veruit de grootste daklozenpopulatie van de VS, worstelt met het aantal crisisgevallen, dat het afgelopen jaar met 25 procent gestegen is tot 55.000.

    Ressy Finley (41) is druk doende met het ontsmetten van de witte emmer die ze als toilet gebruikt in haar tent waar ze nu al meer dan tien jaar af en aan woont. Ze houdt haar woonruimte – een hoop versleten matrassen en dekens en een paar andere bijeengeraapte bezittingen – zo schoon mogelijk in een verloren strijd tegen ratten en kakkerlakken. Ook kampt ze met bedwantsen, waar de rode plekken op haar schouder van getuigen. Ze heeft geen officieel inkomen, en wat ze verdient met het inzamelen van flessen en blikjes is bij lange na niet voldoende om zich de gemiddelde huur van 1400 dollar per maand voor een minuscuul eenkamerwoninkje te kunnen veroorloven. Een vriend brengt haar om de paar dagen eten; de rest van de tijd is ze aangewezen op voedselbanken in de buurt.

    ‘Ik weet dat ik het ga maken’

    Ze huilt tot twee keer toe tijdens ons korte gesprek, eenmaal wanneer ze vertelt hoe haar baby door welzijnswerkers uit haar armen werd getrokken vanwege haar drugsgebruik (hij is nu veertien, ze heeft hem nooit meer gezien). De tweede keer is als ze zinspeelt op het seksueel misbruik dat haar als kind op het pad van drugs en dakloosheid bracht.

    Bij dat alles is het opmerkelijk hoe positief Finley blijft. Wat vindt ze van de Amerikaanse Droom, het idee dat iedereen het kan maken als hij maar hard genoeg zijn best doet? Ze geeft onmiddellijk antwoord: ‘Ik weet dat ik het ga maken.’

    Een vrouw van 41 die op het trottoir in Skid Row woont en het gaat maken?
    ‘Tuurlijk, zolang ik er maar in blijf geloven.’

    Wat betekent ‘het maken’ precies voor haar?

    ‘Ik wil schrijver worden, dichter, ondernemer, therapeut.’

    Het stukje trottoir naast Finley wordt bezet door Robert Chambers. Hij heeft van houten pallets een gebied rond zijn tent gemaakt dat in Skid Row doorgaat voor een tuintje. Hij heeft een bord neergezet waarop ‘Dakloze Schrijverscoalitie’ staat, de naam van een groep daklozen die hij leidt om ze hun waardigheid te laten behouden tegenover wat hij de ‘animalistische’ aspecten van hun leven noemt. Hij doelt vooral op het gebrek aan openbare toiletten dat mensen dwingt hun behoefte op straat te doen.

    Het stadsbestuur van LA heeft meer beschikbare toiletten beloofd – wat hoognodig is, gezien de uitbraak van hepatitis A die zich vanuit San Diego langs de westkust verspreidt en al 21 mensen het leven heeft gekost, voornamelijk als gevolg van het gebrek aan sanitaire voorzieningen in daklozenkampen. ’s Nachts worden de parken met openbare toiletten gesloten om daklozen te weren.

    Skid Row telt ’s nachts negen toiletten voor 1800 mensen die op straat leven. Dat is beduidend minder dan de VN voorschrijft voor de kampen voor Syrische vluchtelingen. ‘Het is gewoon onmenselijk, en uiteindelijk zul je er een animalistische levensinstelling aan overhouden,’ zegt Chambers. Hij leeft al bijna een jaar op straat, omdat hij wegens drugsbezit de voorwaarden van zijn voorwaardelijke vrijlating heeft geschonden en uit zijn goedkope appartement is gezet. Hij is niet meer te helpen, zegt hij, van ‘het maken’ is geen sprake meer. ‘Het veiligheidsnet? Daar zitten voor mij te veel gaten in.

    Van alle mensen die het pad van de VN-rapporteur kruisen, is Chambers het negatiefst over de Amerikaanse Droom

    Van alle mensen die het pad van de VN-rapporteur kruisen, is Chambers het negatiefst over de Amerikaanse Droom. ‘Mensen realiseren zich niet dat het nooit beter wordt; mensen zoals wij kunnen er nooit bovenop komen. Ik ben 67, ik heb een hartkwaal, ik zou hier niet buiten moeten wonen. Ik zal het misschien niet lang meer maken.’

    Dat is een heleboel ellende om op één dag te verstouwen, en zelfs een doorgewinterde armoede-expert als Alston is erdoor van zijn stuk gebracht. Als speciale VN-rapporteur heeft hij eerder verslag uitgebracht over de erbarmelijke leefomstandigheden in onder andere Saoedi-Arabië en China. Maar Skid Row? ‘Ik was behoorlijk gedeprimeerd,’ vertelt hij The Guardian later. ‘Die eindeloze stroom gruwelverhalen. Op een bepaald moment ga je je afvragen of iemand er wel iets aan kan doen, laat staan ik.’

    Dan neemt hij het vliegtuig naar San Francisco, naar de wijk Tenderloin, waar het wemelt van de daklozen, en loopt de St. Boniface-kerk binnen. Wat hij daar ziet is balsem voor zijn ziel.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.49.43 PM

    San Francisco, Californië

    Zo’n zeventig daklozen liggen rustig te slapen op banken achter in de kerk, zoals hun op weekdagen elke ochtend is toegestaan, terwijl voor in de kerk de gelovigen eensgezind bidden. De kerk vangt hen op vanuit de katholieke gedachte dat iedereen een helpende hand verdient.

    ‘Ik vond die kerk heel erg opbeurend,’ zegt Alston. ‘Het was zo’n simpel schouwspel en zo’n voor de hand liggend idee. Ik dacht: als het christendom hier niet over gaat, waarover dan in hemelsnaam wel?’

    Het is een zeldzame druppel altruïsme aan de westkust, die het moet opnemen tegen een zee van vijandigheid. Californische steden hebben de afgelopen jaren meer dan vijfhonderd antidaklozenwetten aangenomen. En Ben Carson, de neurochirurg die door Donald Trump tot minister van Huisvesting is benoemd, decimeert het nationale budget voor betaalbare woningen.

    Het meest veelzeggende detail is misschien nog wel dat behalve St. Boniface en haar zusterkerk geen enkel gebedshuis in San Francisco daklozen opvangt. Sterker nog, vele hebben, zelfs in dit seizoen van naastenliefde, hun deuren voor iedereen gesloten om de daklozen maar buiten te houden.
    Zoals Tiny Gray-Garcia, die zelf op straat leeft, aan Alston vertelt, hebben zij en haar lotgenoten elke dag te maken met wat ze ‘het geweld van het wegkijken’ noemt.

    Die wrede trek is al sinds de stichting van het land een kenmerk van het Amerikaanse leven. Het afwerpen van het juk van een al te bemoeizuchtige overheid (de Britse monarchie) werd in de ogen van veel Amerikanen synoniem met het individualistische idee dat je het zelf moet maken – een idee dat prima is voor degenen die zo gelukkig zijn dat ze dat kunnen, maar minder voor degenen die aan de verkeerde kant van de spoorlijn zijn geboren.

    De New Deal van Franklin Roosevelt en de Great Society van Lyndon Johnson waren strijdig met dit idee en gingen ervan uit dat een samenleving zichzelf moet beschermen tegen de grillen van honger en werkloosheid. Maar de laatste tijd waait de wind sterk in de richting van ‘zoek het zelf maar uit’. Die trend werd in de jaren tachtig gezet door de belastingverlagingen van Ronald Reagan, gevolgd door Bill Clinton die in 1996 besloot de bijstand voor gezinnen met lage inkomens te schrappen, een maatregel waaronder nog steeds miljoenen Amerikanen gebukt gaan.

    Als gevolg van deze opeenstapeling van aanvallen op de verzorgingsstaat genieten gezinnen die moeite hebben om rond te komen, onder wie de vijftien miljoen kinderen die officieel in armoede leven, beduidend minder steun dan in enige andere geïndustrialiseerde economie. En nu worden ze misschien wel met de allergrootste dreiging geconfronteerd. Zoals Alston zelf schreef in een essay over het populisme van Trump en de agressieve uitdaging die dat voor de mensenrechten betekent: ‘Dit zijn bijzonder gevaarlijke tijden. Bijna alles lijkt mogelijk.

    Lowndes County, Alabama

    Trumps ondermijning van de mensenrechten, gevoegd bij het Republikeinse dreigement om volgend jaar nog verder in de sociale uitkeringen te snoeien en daarmee een deel van de belastingverlagingen te compenseren die nu door het Congres worden gejaagd, zal Afro-Amerikanen disproportioneel hard treffen. Zwarte mensen vormen 13 procent van de Amerikaanse bevolking, maar 23 procent van de mensen die onder de armoedegrens leven is zwart, evenals 39 procent van de daklozen.

    Het raciale element van Amerika’s armoedecrisis is nergens zo zichtbaar als in het diepe zuiden, waar de open wonden van de slavernij nog altijd bloeden. De volgende halte van de speciale VN-rapporteur is de ‘Black Belt’, een term die oorspronkelijk naar de rijke donkere grond verwees die in een strook door Alabama loopt, maar die mettertijd gebruikt ging worden voor de Afro-Amerikaanse bevolking die daar de meerderheid vormt.

    De link tussen bodemsoort en demografie was niet toevallig. De katoen tierde welig op dit vruchtbare land, wat op zijn beurt tot een levendige handel in slaven leidde om die te oogsten. De afstammelingen van de slaven wonen nog altijd in de Black Belt en behoren nog steeds tot de armsten van het land.

    Je kunt de geschiedenis van de Amerikaanse schande, van de slavernij tot het heden, in een reeks eenvoudige grafieken weergeven. De eerste toont de katoenvriendelijke bodem van de Black Belt, de tweede de slavenbevolking, gevolgd door het zwarte woongebied en de extreme armoede van vandaag de dag: allemaal vormen ze precies dezelfde halvemaan die door Alabama loopt.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.50.40 PM


    De huidige erbarmelijke situatie van de zwarte gemeenschap van Alabama zou je op vele manieren kunnen analyseren. De grimmigste is misschien wel het feit dat zo veel gezinnen in de Black Belt nog altijd geen toegang hebben tot sanitaire voorzieningen. Duizenden mensen leven nog steeds tussen open riolen die je normaliter met ontwikkelingslanden associeert.

    Eerder dit jaar onthulde The Guardian dat deze crisis tot een aanhoudende mijnwormepidemie heeft geleid, veroorzaakt door de gelijknamige intestinale parasiet die zich via menselijke ontlasting verspreidt. Deze komt voor in Afrika en Zuid-Azië, maar werd in de VS al jaren geleden als uitgeroeid beschouwd. Maar in de thuisstaat van Trumps minister van Justitie Jeff Sessions doet de worm zich nog altijd tegoed aan het bloed van arme mensen – een ziekte van ontwikkelingslanden die gedijt in het rijkste land ter wereld.

    Het openrioolprobleem is vooral nijpend in Lowndes County, een overwegend zwart district dat het epicentrum was van de burgerrechtenbeweging en vanwaaruit Martin Luther King in 1965 zijn mars van Selma naar Montgomery ondernam om voor algemeen kiesrecht te demonstreren. Ondanks de trotse geschiedenis schat Catherine Flowers dat 70 procent van de huishoudens in het gebied zijn uitwerpselen ofwel rechtstreeks op open terrein deponeert, ofwel in gebrekkige septic tanks die niet bestand zijn tegen zware regen. Toen haar organisatie, het Alabama Center for Rural Entreprise (Acre), er bij de plaatselijke overheid op aandrong daar iets aan te doen, investeerde deze 6 miljoen dollar in de uitbreiding van afvalverwerkingssystemen naar voornamelijk witte bedrijven, terwijl zwarte huishoudens in overgrote meerderheid werden overgeslagen. ‘Dat is een schrijnend voorbeeld van onrechtvaardigheid,’ zegt Flowers. ‘Mensen die zich geen eigen systeem kunnen veroorloven, moeten het zelf maar rooien, terwijl bedrijven die er wel het geld voor hebben van openbare diensten profiteren.’

    Walter, een inwoner van Lowndes County die zijn achternaam liever geheimhoudt uit vrees dat zijn watertoevoer wordt afgesneden omdat hij zijn mond heeft opengedaan, leeft met de dagelijkse gevolgen van deze vorm van publieke veronachtzaming. ‘Als het flink hard regent, komt het zo je huis binnen.’ Dat is een beleefde manier om te zeggen dat het rioolwater zijn gootsteen, wastafel en badkuip in gorgelt en een misselijkmakende zoete stank in het huis verspreidt. Wat vindt hij onder deze omstandigheden van de ideologie dat iedereen het kan maken als hij zijn best maar doet? ‘Als ze de kans kregen, zou dat ze waarschijnlijk wel lukken,’ zegt Walter. Hij pauzeert en voegt er dan aan toe: ‘Maar mensen krijgen de kans niet.’

    Zouden zijn rioolproblemen inmiddels wel zijn opgelost als hij wit was geweest? Na weer een pauze zegt hij: ‘Niet om racistisch te zijn, maar ja, ik denk van wel’

    Zouden zijn rioolproblemen inmiddels wel zijn opgelost als hij wit was geweest? Na weer een pauze zegt hij: ‘Niet om racistisch te zijn, maar ja, ik denk van wel.’

    Aan de achterkant van Walters huis komt de ware onrechtvaardigheid van de situatie aan het licht. Overal door de tuin lopen smalle geulen vanaf naburige huizen waar donkere vloeistof doorheen stroomt. De geulen komen samen in stroperige poelen die recht onder de stacaravan zijn gelegen waarin Walters zoon, schoondochter en zestienjarige kleindochter wonen. Het is het ultieme beeld van het lot van Alabama’s verarmde zwarte gemeenschap. Als Amerikaanse staatsburgers hebben ze evenveel recht op leven, vrijheid en het streven naar geluk. Alleen worden ze omringd door poelen met uitwerpselen.

    Onlangs sloeg de Black Belt terug. Toen werd er een nieuwe versie van die eenvoudige grafiek toegevoegd, waarop precies dezelfde halvemaan te zien is die door Alabama loopt, alleen was die dit keer niet zwart maar blauw. Die blauwe halvemaan staat voor het leger van Afro-Amerikaanse stemmers dat tegen alle verwachtingen in Doug Jones naar de Amerikaanse Senaat stuurde, de eerste Democraat uit Alabama sinds een hele generatie. Dat betekende een flinke bloedneus voor zijn tegenstander, de van kindermisbruik beschuldigde Roy Moore, en voor Steve Bannon en Donald Trump, van wie hij de marionet is. Dit kan met recht het belangrijkste vertoon van zwarte politieke spierkracht worden genoemd sinds de mars van King in 1965. Waar de eerdere grafieken voor ‘bodem’, ‘slavernij’ en ‘armoede’ stonden, zou bij deze grafiek het onderschrift ‘mondigheid’ moeten staan.

    Guayama, Puerto Rico

    Dus hoe ziet Alston de rol van VN-rapporteur en zijn bezoek? Zijn volledige rapport over de VS zal in mei verschijnen en aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève worden gepresenteerd. Niemand verwacht er veel van: de raad heeft niet genoeg macht om goed gedrag af te dwingen van recalcitrante regeringen. Maar Alston hoopt dat zijn bezoek de VS zo veel schaamte zal bezorgen dat men nog eens gaat nadenken over de eigen waarden. ‘Het is mijn rol om regeringen ter verantwoording te roepen,’ zegt hij. ‘Als de Amerikaanse regering niet over het recht op huisvesting, gezondheidszorg of voedsel wil praten, dan zijn er nog altijd basale normen voor mensenrechten waaraan moet worden voldaan. Het is mijn taak om daarop te wijzen.’

    In zijn eerdere onderzoek naar extreme armoede in landen als Mauritanië wond Alston er geen doekjes om. We mogen dezelfde onzachtzinnige liefde verwachten bij zijn analyse van Puerto Rico, de volgende halte tijdens zijn reis naar de donkere kant van Amerika.

    Drie maanden na Maria is de verwoesting die de orkaan op het eiland heeft aangericht genoegzaam bekend. Van zeventigduizend huizen is niets meer over, de industrie is tot stilstand gekomen en de algehele stroomstoring leidt nog steeds tot plunderingen. Maar het treurige lot van Puerto Rico dateert al van ver vóór Maria en is geworteld in de onverschilligheid waarmee het eiland is bejegend sinds het in 1898 als oorlogsbuit in bezit werd genomen.

    Bijna de helft van de Amerikanen heeft geen idee dat de drieënhalf miljoen Puerto Ricanen Amerikaanse staatsburgers zijn – des te kwalijker gezien het feit dat het eiland geen eigen vertegenwoordiging in het Congres heeft, terwijl zijn fiscale beleid wordt gedicteerd door een raad van toezicht die door Washington is aangesteld. Hoe zat het ook alweer met dat afwerpen van het juk van een al te bemoeizuchtige overheid?

    Evenmin zijn de meeste mensen zich ervan bewust dat het aantal armen op het eiland (44 procent) ruim twee keer zo groot is als dat in de minst welvarende Amerikaanse staten, inclusief Alabama (19 procent). En dat was nog vóór de orkaan, die volgens sommige schattingen het armoedepercentage heeft opgedreven tot 60 procent. ‘Puerto Rico wordt geregeerd door de Verenigde Staten, maar we worden nooit geraadpleegd,’ zegt Ruth Santiago, die als advocaat gespecialiseerd is in gemeenschapsrecht. ‘We hebben geen enkele invloed, we zijn gewoon hun speelbal.’

    De VN-rapporteur krijgt een idee van wat het betekent de speelbal van de VS te zijn wanneer hij naar Guayama reist, een stad van 42.000 inwoners in het zuiden, vlak bij de plek waar Maria aan land kwam. Verwoesting alom: gehavende huizen, ontbrekende daken, onheilspellend doorzakkende elektriciteitsleidingen. Boven de stad torent dreigend een kolencentrale uit die is gebouwd door de Puerto Ricaanse tak van AES Corporation, een multinational die zijn hoofdkwartier in Virginia heeft. De schoorsteen van de centrale domineert de horizon, evenals een enorme berg as van de verbrande kolen die oprijst als een reusachtig zandkasteel van ruim twintig meter hoog. De berg is blootgesteld aan de elementen, en de plaatselijke bevolking klaagt dat het gif ervan de zee in lekt en dat de vissers door kwikvergiftiging het brood uit de mond wordt gestoten. Ook is men bang dat het stof dat de berg verspreidt gezondheidsproblemen veroorzaakt, een zorg die wordt gedeeld door plaatselijke artsen die de VN-rapporteur vertellen dat ze veel patiënten hebben met ademhalingsaandoeningen en kanker. ‘De bladeren van mijn mangoboom gaan ervan dood,’ zegt Flora Picar Cruz (82). Ze ligt rond het middaguur in bed en ademt moeizaam door een zuurstofmasker.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.51.10 PM


    Onderzoek van de asberg wijst op gevaarlijke hoeveelheden giftige stoffen zoals arsenicum, broom, chloride en chroom. Desondanks is de regering-Trump bezig het relatief lakse toezicht op de schadelijke emissies ervan nog verder te versoepelen. AES Puerto Rico verzekerde The Guardian dat er geen reden tot zorg is, omdat de centrale een van de schoonste van de VS zou zijn, die met opzet zo is gebouwd dat er geen schadelijke stoffen in de lucht of de zee terecht kunnen komen. Maar daar denken de mensen in Guayama wel anders over. Zij vrezen dat de Amerikaanse kolonisten hen nog meer aan hun lot zullen overlaten dan ze nu al ruim een eeuw lang doen.

    Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo veel Puerto Ricanen stemmen met hun voeten; na de orkaan hebben bijna tweehonderdduizend van hen hun koffers gepakt en zijn naar Florida, New York of Pennsylvania vertrokken, waar inmiddels al meer dan vijf miljoen Puerto Ricanen wonen. Dat geeft de Amerikaanse Droom een geheel nieuwe betekenis: iedereen kan het maken, zolang hij zijn familie, zijn huis en zijn cultuur maar in de steek laat en koers zet naar een vreemd en ongastvrij land.

    Charleston, West Virginia

    ‘Jullie zijn kanjers! Al die jaren dat jullie schandalig zijn behandeld gaan we goedmaken, oké? Honderd procent zeker!’ Donald Trumps belofte aan de witte stemmers van West Virginia werd gedaan in mei 2016, op het moment dat hij de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen binnenhaalde. Zes maanden later beloonde zijn achterban in de staat hem royaal met een verpletterende overwinning.

    Als je bedenkt dat hij hun gouden bergen beloofde, is het niet zo verwonderlijk dat witte gezinnen in West Virginia positief reageerden op het charmeoffensief van Trump: ‘We gaan zorgen dat de mijnwerkers weer aan het werk komen!’ Getalsmatig is de meerderheid van alle Amerikanen die in armoede leven – 27 miljoen mensen – wit.

    Met name in West Virginia hebben witte gezinnen veel om verbitterd over te zijn. De mechanisering en het sluiten van kolenmijnen hebben tot grote werkloosheid en stagnerende lonen geleid. De overheveling van banen in de kolen- en staalsector naar supermarktketen Walmart heeft ertoe geleid dat de gemiddelde werknemer tegenwoordig 3,5 dollar per uur minder verdient dan in 1979. Wat wel verwonderlijk is, is dat zo veel trotse werkende mensen hun dromen aan een (veronderstelde) miljardair hebben toevertrouwd die zijn onroerendgoedimperium heeft gebouwd op wat zijn vader hem heeft toegestopt.

    Voordat hij presidentskandidaat was, toonde Trump maar weinig belangstelling voor de problemen van gezinnen met lage inkomens, wit of anderszins. Nu hij bijna een jaar in het Oval Office zit, zijn er ook weinig tekenen dat hij zich aan zijn campagnebeloftes houdt. Integendeel. Als de VN-rapporteur als laatste halte tijdens zijn rondreis Charleston, West Virginia, aandoet, wordt hij overspoeld door bewijs dat de president juist de mensen die hem hebben gekozen het mes op de keel zet.

    Met name in West Virginia hebben witte gezinnen veel om verbitterd over te zijn

    Diezelfde dag presenteren de Republikeinen in de Senaat en het Congres gezamenlijk hun plannen voor belastingverlaging, waarover de week erna zal worden gestemd. Veel mensen in West Virginia zullen voor zoete koek slikken dat deze veranderingen bedoeld zijn om hen te helpen, omdat aanvankelijk iedereen in de staat minder belasting zal gaan betalen. Maar in 2027, als het begrotingstekort moet worden aangezuiverd, zal de onderste 80 procent van de bevolking méér betalen, terwijl de bovenste 1 procent een meevaller behoudt van 21.000 dollar. ‘Het beleid van Trump zal de ongelijkheid doen toenemen, loonstijgingen blokkeren en het moeilijker maken voor gezinnen met lage inkomens om hulp te zoeken,’ zegt Ted Boettner, lid van de raad van bestuur van het niet-partijgebonden West Virginia Center on Budget and Policy.

    Als de riolering het aanhoudende probleem is waarmee de Black Belt kampt, dan is een mond vol rottende tanden en kiezen dat van West Virginia. Artsen van Health Right, een medisch vrijwilligerscentrum in Charleston dat 21.000 werknemers met lage inkomens gratis behandelt, toont de VN-rapporteur een foto van een van hun patiënten. De man is pas 32, maar zodra hij zijn mond opendoet wordt hij een heks uit Macbeth. Zijn paar resterende rotte tanden en kiezen en groenblauwe tandvlees zien eruit als etterende brij in een kokende ketel.

    Medicaid [een hulpverleningsprogramma voor mensen met lage inkomens] dekt geen tandheelkundige behandeling van volwassenen, tenzij er sprake is van een noodgeval, en dus doen de mensen wat het meest voor de hand ligt: ze wachten tot hun abcessen knappen, zodat ze naar de spoedeisende hulp moeten. Een vrouw die onlangs de mobiele tandartskliniek van het centrum bezocht, had alleen nog dertig wortels in haar mond, die allemaal behandeld moesten worden.

    Ook tijdens zijn andere ontmoetingen krijgt Alston een beeld van de manier waarop het leven van gezinnen met lage inkomens in West Virginia onder druk staat. Waar Lyndon Johnson de armoede de oorlog verklaarde, voert Trump oorlog tegen de armen. Mensen gaan jarenlang de gevangenis in omdat ze, in afwachting van hun proces, de borgtocht niet kunnen betalen; er worden privédetectives ingehuurd om mensen te bespioneren die aanspraak maken op een arbeidsongeschiktheidsuitkering; zware minimumstraffen wegens drugsbezit zijn weer in de mode; Jeff Sessions schrapt federale reclasseringsprogramma’s voor ex-gedetineerden; huurders van gesubsidieerde huizen leven in voortdurende vrees dat ze uit hun huis zullen worden gezet na de geringste overtreding. En ga zo maar door.

    En het resultaat van deze meedogenloze klappen? ‘Mensen raken uiteindelijk met elkaar in de clinch,’ zegt Eli Baumwell, beleidsdirecteur van de American Civil Liberties Union (ACLU) in West Virginia. ‘Je raakt zo geobsedeerd door wat jij bezit en wat je buurman bezit, dat je rancuneus wordt. Dat is wat Trump doet, mensen tegen elkaar opzetten.’
    En zo stapt Philip Alston voor de laatste keer in het vliegtuig om in Washington een samenvatting te presenteren van de kwellingen die het Amerikaanse volk ondergaat. Op een gegeven moment tijdens de vlucht zegt Alston dat hij een slapeloze nacht heeft gehad door het piekeren over de verloren zielen die we in Skid Row hebben ontmoet. Hij vraagt zich af hoe iemand anders in zijn positie – ‘Ik ben oud, een man, wit, rijk en ik heb een heel goed leven’ – op zo’n dakloze zou reageren. ‘Hij zou naar hem kijken en hem beschouwen als iemand die smerig is, die zich niet wast, die hij niet in zijn buurt wil hebben.’ Dan krijgt Alston een openbaring. ‘Ik besef dat de overheid hen zo ziet. Maar wat ik zie, is een maatschappelijk falen. Ik zie een maatschappij die zoiets laat gebeuren, die niet doet wat ze moet doen. En dat is heel treurig.’

    De rondreis van de speciale VN-rapporteur is ten einde.

    De Nederlandse fotograaf Désirée van Hoek werkt al sinds 2007 met tussenpozen op Skid Row in Los Angeles. In 2015 verscheen haar boek Skid Row, met een voorwoord van LA Times-verslaggever Gale Holland. Het boek werd in 2016 bekroond als een van de Best Verzorgde boeken van Nederland en Vlaanderen.

  • Hoe voetballers sociale verandering in gang kunnen zetten: ‘Het moet anders. En wel nu’

    Hoe voetballers sociale verandering in gang kunnen zetten: ‘Het moet anders. En wel nu’

    Hoeveel sociale verandering voetballers teweeg kunnen brengen, mag nooit onderschat worden. Volgens journalist Simon Kuper snakt het Europese voetbal naar maatregelen, zoals het aanstellen van zwarte managers en bestuurders.

    Keuze uit het archief

    Waar de voetbalwereld zich eerst politiek afzijdig hield, is er de laatste jaren in het voetbal steeds meer aandacht gekomen voor maatschappelijke ontwikkelingen; voetballers steken hun ontevredenheid daarover soms niet langer onder stoelen of banken. Onder andere worden grote toernooien aangegrepen om politieke statements te maken. Zo heeft de Franse sterspeler Kylian Mbappé tijdens het EK, dat momenteel in volle gang is, herhaaldelijk opgeroepen om tegen extreemrechts te stemmen en benadrukte hij het belang van de stembusgang.
    In dit artikel uit het Italiaanse sportmagazine Undici laat journalist Simon Kuper zien hoe topvoetballers geholpen hebben de ondergeschikte positie van zwarte voetballers en zwarte mensen in het algemeen op de agenda te zetten. Ook anno 2024 is dit onderwerp nog altijd zeer relevant en actueel.

    Ik schrijf al dertig jaar over voetbal en politiek, maar tot afgelopen mei heb ik spelers vrijwel nooit op activisme kunnen betrappen. Ze reden in dikke auto’s, gingen naar nachtclubs en onderwierpen zichzelf in interviews en op sociale media aan zo’n grondige zelfcensuur dat hun clubs zich amper zorgen hoefden te maken.



    Eén smartphonefilmpje uit het verre Minneapolis in de VS bracht daar verandering in. Het toonde een witte politieman die zijn knie acht minuten lang in de nek van de zwarte George Floyd drukte tot die bezweek. De historische witte minachting voor zwarte levens kon niet beter worden geïllustreerd, en overal in de VS en Europa gingen betogers de straat op. Ook voetballers spraken zich uit. Tot aan Liverpool toe maakten teams selfies waarop ze op één knie zaten, het symbool van de Black Lives Matter-beweging. Arsenal speelde zijn eerste wedstrijd na de covid-19-pauze met ‘Black Lives Matter’ op hun shirt. De Engelse international Raheem Sterling, een van de weinige voetballers die zich sinds jaar en dag tegen discriminatie verzetten, ronselde Jadon Sancho, Kevin De Bruyne, Jordan Henderson en andere topvoetballers voor een 75 seconden durend filmpje dat eindigt met de woorden: ‘Het moet anders. En wel nu.’

    Apengeluiden

    Dit is allemaal belangrijk. Voetballers kunnen een klein beetje doen om de maatschappij anders te maken. En ze kunnen een heleboel doen om het voetbal anders te maken.

    Zwarte voetballers worden pas sinds kort als gelijkwaardige burgers erkend op het veld. Toen hun aantal in de jaren zeventig aanzienlijk groeide in Engeland, werden ze vanaf de tribunes onthaald op apengeluiden en bananen, een gewoonte die in sommige andere Europese landen nog doorwoekert.

    Tot rond 1990 werd er gediscrimineerd op salarisgebied: zwarte spelers in Engeland verdienden minder dan witte van hetzelfde niveau, zoals econoom Stefan Szymanski en ik hebben aangetoond in ons boek Soccernomics. Zelfs toen de salarissen gelijk waren getrokken, kwamen zwarte spelers van jongs af aan alleen in aanmerking voor stereotiepe spelposities: ze werden betrouwbaar geacht als snelle vleugelspelers, maar minder als controlerende middenvelders of centrale verdedigers, laat staan als keepers. Als ze veel succes hadden, werden ze bespot om hun levensstijl. Sterling heeft erop gewezen dat toen zijn witte teamgenoot Phil Foden een huis kocht, een krant kopte: ‘Jeugdige sterspeler Phil Foden van Manchester City koopt huis van 2 miljoen pond voor zijn moeder.’ Boven een artikel over de zwarte speler Tosin Adarabioyo stond: ‘Jonge Manchester City-speler (20) verdient 25.000 pond per week en koopt villa van 2,25 miljoen pond hoewel hij nog nooit in de basis heeft gestaan in de Premier League.’

    Ook in het voetbal is de Black Lives Matter-beweging doorgedrongen. De Engelse international Raheem Sterling is een van de weinige voetballers die zich sinds jaar en dag tegen racisme verzet. – © Justin Tallis / Getty
    Ook in het voetbal is de Black Lives Matter-beweging doorgedrongen. De Engelse international Raheem Sterling is een van de weinige voetballers die zich sinds jaar en dag tegen racisme verzet. – © Justin Tallis / Getty

    Achteraf bezien begon de verandering aan de andere kant van de oceaan, in het American football, in 2016. Toen liet de zwarte quarterback Colin Kaepernick van de San Francisco 49ers zich voor het eerst op één knie zakken terwijl het Amerikaanse volkslied klonk, als protest tegen het geweld jegens zwarte Amerikanen. Donald Trump, nooit te beroerd voor wat wit racisme, beschuldigde hem van minachting voor de Amerikaanse vlag. De nationale footballbond NFL koos de kant van Trump. Toen Kaepernick zijn contract bij de 49ers opzegde, wilde geen enkel ander team hem mysterieus genoeg hebben.

    Toch was het veelzeggend dat nadat hij op een zijspoor was gezet, zijn sponsor Nike hem bleef steunen. In 2018 betaalde het bedrijf hem voor een optreden in een commercial waarin hij zei: ‘Geloof ergens in, ook al moet je er alles voor opofferen.’ Enkele rechtse fans verbrandden uit protest Nike-producten. Donald Trump twitterde: ‘Net als de NFL, waarvan de populariteit RAZENDSNEL DAALT, gaat Nike totaal kapot aan woede en boycots.’ Het tegendeel gebeurde. De beurskoers van Nike steeg in het kielzog van de commercial tot recordhoogte. De jongere generatie bleek klaar voor activistische zwarte sporters.

    Covid-19

    De volgende aanleiding voor voetballers om in actie te komen was de covid-19-pandemie. De Britse regering, niet in staat om het virus te beteugelen en naarstig op zoek naar een alternatief doelwit voor de volkswoede, trok er een uit de oude doos: de overbetaalde voetballer. Minister van Volksgezondheid Matt Hancock opperde een salarisverlaging voor spelers. Ook de clubs waren daarvoor te vinden. Maar door de drie maanden durende onderbreking van de competitie hadden de voetballers alle tijd om over grotere kwesties na te denken. Spelers uit de Premier League, onder leiding van Liverpool-aanvoerder Jordan Henderson, wezen erop dat de salarisverlaging grotendeels in de zakken van de schatrijke clubeigenaars zou verdwijnen en dat de NHS, het Britse nationale gezondheidsstelsel, een flink deel van hun belastingbijdrage zou mislopen. Ze besloten in plaats daarvan grote donaties aan de NHS te doen.

    Het was een doorbraak: spelers ontdekten dat ze buiten hun clubs een stem hadden. Eigenaars konden hen niet makkelijk straffen: bij voetbal draait het om talent, en als clubs getalenteerde spelers die zich activistisch opstellen vervangen door minder getalenteerde spelers die zich gedeisd houden, zullen ze meer wedstrijden verliezen.

    Wat ook meespeelt, is dat dit de best opgeleide generatie Britse voetballers aller tijden is, deels omdat het onderwijsniveau in het land sinds de jaren negentig is verbeterd, deels omdat veel clubs jonge spelers tegenwoordig betalen om naar dure privéscholen te gaan. Huidige spelers zijn vaak goed op de hoogte van sociale kwesties. Ook onderkennen ze de speciale verantwoordelijkheid van het voetbal: het is bijna de enige maatschappelijke sector met een groot aantal invloedrijke zwarte stemmen.

    Eén 22-jarige zwarte voetballer heeft er bijna in zijn eentje al een opmerkelijke sociale verandering doorheen gedrukt. Aanvaller Marcus Rashford van Manchester United groeide op in een arbeiderswijk in Zuid-Manchester en was voor zijn (gratis) ontbijt en lunch afhankelijk van school. Afgelopen juni drong hij er bij de Britse regering op aan 120 miljoen pond te spenderen aan gratis maaltijden voor arme leerlingen tijdens de zomervakantie. FareShare, het voedselprogramma waarvoor Rashford twintig miljoen pond bijeen heeft helpen brengen, beschikt inmiddels over voldoende middelen om drie miljoen maaltijden te verstrekken. Schoolmaaltijden zijn een sociale kwestie, maar ook een specifiek zwarte: voor zwarte kinderen in Groot-Brittannië ligt honger veel eerder op de loer dan voor witte. ‘Als arme zwarte jongen heb ik me omhoog weten te worstelen,’ zegt Rashford. ‘Nu gaat het erom de gezinnen te helpen die me het meeste nodig hebben. Het is belangrijk om een stem te hebben.’

    Black Lives Matter

    Toen Black Lives Matter wereldwijd bekend werd, kon steun uit de voetbalwereld niet uitblijven. De meeste Europeanen steunen de beweging sowieso. Zwarte spelers staan nu op gelijke voet met witte en hebben hun teams er warm voor weten te maken. Toen de Bundesliga in mei weer opstartte, droegen diverse spelers van Borussia Dortmund en Bayern München tijdens de warming-up shirts met protestslogans als ‘No Justice, No Peace’. Marcus Thuram, een aanvaller van Borussia Mönchengladbach, liet zich op één knie zakken na het scoren tegen Union Berlin. Marcus’ vader Lilian Thuram, de Franse recordinternational, was de prominentste zwarte activist van de vorige generatie voetballers.



    In Engeland twitterde DeAndre Yedlin van Newcastle United: ‘Een paar dagen na de dood van Floyd sms’te mijn opa me dat hij blij is dat ik op dit moment niet in de VS woon omdat hij zou vrezen voor mijn leven als jonge zwarte man.’ Toen de Premier League weer begon, lieten spelers en officials zich voor de aftrap op één knie zakken. De FIFA, die iedere ‘politieke’ actie van spelers normaliter bestraft, begreep uit welke hoek de wind waaide en verklaarde niet te zullen ingrijpen.



    Het belang van voetbal als sociale factor blijkt ook uit de zogeheten Democratic Football Lads Alliance, een van de krachtigste protestgroepen tégen Black Lives Matter. Deze groepering van echte en pseudohooligans zakte op 13 juni af naar Londen om dronken, wildplassend en onder het brengen van de Hitlergroet een standbeeld van Winston Churchill te ‘verdedigen’.



    Bij de vraag hoeveel verandering voetballers teweeg kunnen brengen mag de ‘soft power’ van ’s werelds grootste idolen nooit onderschat worden. Ook het voetbal zelf kan veel veranderen, met name de kwestie die Sterling herhaaldelijk aan de orde heeft gesteld: het vrijwel ontbreken van zwarte managers en bestuurders. Aan het eind van het vorige seizoen telde het Engelse proefvoetbal maar 92 zwarte managers. Overal in Europa betrekken bijna alle clubs hun managers en trainers nog altijd uit een netwerk van witte ex-spelers. Maar Andrea Agnelli, voorzitter van Juventus, hoofd van de European Club Association en daarom aantoonbaar de machtigste man in het clubvoetbal, ziet het probleem niet zo. Toen ik hem een paar jaar geleden vroeg waarom er zo weinig zwarte trainers waren, antwoordde hij: ‘Ik heb geen idee. Volgens mij heeft het niets met discriminatie te maken. Ik heb er nooit echt bij stilgestaan.’



    Daar komt hij niet meer mee weg. Al op 24 mei, de dag voordat Floyd werd vermoord, kondigde de NFL aan zijn weinig effectieve ‘Rooney-regel’, bedoeld om teams meer zwarte trainers te laten aannemen, te zullen aanscherpen. Nu zullen teams voor trainersvacatures minstens twee minderheidskandidaten voor een gesprek moeten uitnodigen. Het Europese voetbal snakt naar dit soort maatregelen. Nu is de tijd rijp dat Sterling, Rashford en anderen die afdwingen.

  • Taalkundige John McWhorter: ‘De definitie van racisme moet worden aangepast’

    Taalkundige John McWhorter: ‘De definitie van racisme moet worden aangepast’

    De Merriam-Webster, de Amerikaanse Van Dale, heeft aangekondigd de definitie van het woord ‘racisme’ te gaan verruimen. Taalkundige John McWhorter vindt dit ‘hoog tijd’ worden nu er meer aandacht is voor institutioneel racisme. ‘Het is onvermijdelijk dat de betekenis van woorden voortdurend verandert.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week bleek uit onderzoek in dertien EU-landen dat het aantal mensen van Afrikaanse afkomst dat discriminatie en racisme ervaart is toegenomen. Het is een probleem waar we maar niet van afkomen en dat zich al jarenlang voortsleept.
    In dit artikel van The Atlantic uit 2020 legt taalkundige John McWhorter uit hoe de term ‘racisme’ ontstaan is, hoe de betekenis ervan in de loop der jaren veranderd is en hoe belangrijk het is dat woordenboekmakers de huidige ontwikkelingen in de gaten houden. Waar racisme eerst nog stond voor het denkbeeld dat het ene ras superieur is aan het andere, heeft het de afgelopen jaren een nieuwe betekenis erbij gekregen: alle vormen van sociale ongelijkheid die gebaseerd zijn op ras, aldus McWhorter. ‘Als woordenboeken een afspiegeling moeten bieden van hoe de taal daadwerkelijk wordt gebruikt, moet dit erin verdisconteerd worden,’ zo besluit hij.

    De woordenboekmakers van Merriam-Webster werken aan een nieuwe definitie van ‘racisme’. Gaat de Great Awokening [‘woke’ betekent je bewust zijn van racisme en andere onderdrukkende structuren in de samenleving] nu al zo ver dat het woordenboek ervoor moet worden herschreven? Nee, maar de manier waarop het woord ‘racisme’ in de samenleving wordt gebruikt, valt al heel lang niet meer binnen de gangbare woordenboekdefinitie, en het is hoog tijd dat de woordenboekmakers dat doorkrijgen.

    In de Merriam-Webster werd racisme altijd gedefinieerd met wat je betekenis 1.0 zou kunnen noemen: de definitie die je voorleest aan een nieuwsgierig kind. Het gaat dan om wat we in het Engels vroeger prejudiced noemden: ‘de opvatting dat de eigenschappen en capaciteiten van een mens in hoofdzaak door raciale verschillen worden bepaald en dat één ras superieur is aan de andere’.

    Institutioneel racisme

    Maar al sinds de jaren zestig kom je ook begrippen tegen als ‘maatschappelijk racisme’ of ‘institutioneel racisme’, ter aanduiding van de maatschappelijke structuren die mensen van ondergeschikte rassen benadelen, door het collectieve effect van racistische denkbeelden. Zo zou je kunnen zeggen dat maatschappelijk racisme verantwoordelijk is voor de teloorgang van de infrastructuur in bepaalde wijken wanneer het wegtrekken van witte bewoners daar tot lagere belastingopbrengsten leidt.

    Omdat zo’n begrip een hele mond vol is, wordt het natuurlijk vaak afgekort tot racisme, en zo krijgt dat woord zijn definitie 2.0. Daarin voorziet het lemma in de Merriam-Webster ook al, want dat stelt dat racisme ook ‘een op racisme berustend politiek of maatschappelijk systeem’ kan zijn.

    Maar de pas afgestudeerde, 22-jarige Kennedy Mitchum heeft de woordenboekmakers gemaild om te vragen het lemma nog verder uit te breiden, zodat ook recht wordt gedaan aan de bredere betekenis die het woord inmiddels heeft gekregen met betrekking tot ‘maatschappelijke en institutionele macht’. Want racisme is, zoals Mitchum schreef, ‘een systeem van bevoordeling op basis van huidskleur’.

    Hier gaat het niet zozeer om denkbeelden als om het resultaat daarvan. Alle maatschappelijke ongelijkheid tussen witte mensen en andere bevolkingsgroepen wordt als racisme betiteld, wat dan een soort afkorting is voor de racistische denkbeelden die aan die ongelijkheid ten grondslag liggen. Deze betekenis 3.0 is inmiddels wijdverbreid. De populaire auteur Ibram X. Kendi, die ook voor The Atlantic schrijft, bestempelt alle op ras gebaseerde sociale ongelijkheid als onwenselijk racisme. Deze betekenis van het woord is in de sociale wetenschappen inmiddels gemeengoed en vormt de grondslag voor het moderne debat over ras en racisme. Zo zullen veel mensen zeggen dat de lagere prestaties van zwarte studenten op gestandaardiseerde tests betekenen dat die tests racistisch zijn, in de zin dat ze zwarte studenten benadelen.

    De Black Lives Matter-protest in Charlotte in North Carolina. – © Unsplash
    De Black Lives Matter-protest in Charlotte in North Carolina. – © Unsplash

    Irritatie

    Mitchum was het zat dat mensen haar in debatten over racisme verweten dat haar gebruik van het woord racisme niet klopte omdat die betekenis 3.0 niet ‘in het woordenboek staat’. En haar irritatie is terecht. Ze zoog die betekenis niet uit haar duim – overal in ons land wordt het woord door massa’s mensen, met name hoogopgeleiden, in die betekenis gebruikt.

    Woordenboeken kunnen achterlopen op de maatschappelijke ontwikkeling. Het idee dat een woord altijd onmiskenbaar ‘betekent’ wat er in het woordenboek staat, is dan ook veel te makkelijk. Het is onvermijdelijk dat de betekenis van woorden voortdurend verandert, en niet alleen in groepstaal en jargon. Wie dat niet gelooft, moet maar eens letten op het gebruik van het woord fantastic in oude films of oude afleveringen van de tv-serie The Twilight Zone: toen bedoelden ze niet fantastisch in de zin van ‘geweldig’, maar in de zin van ‘fantasierijk, imaginair’. De betekenis is geleidelijk verschoven. Maar in onze echte, fantasie-arme wereld hebben mensen de neiging om te denken dat de kille letters in een woordenboek een onveranderlijke waarheid uitdrukken. We kunnen dus niet toelaten dat de definities van zulke belangrijke woorden als ‘racisme’ bevroren blijven in de tijd van Watergate en zitkuilen. Want wreed en zo, maar we zijn alweer een heel stuk verder, weetjewel.

    Woorden zijn net mensen, hun ontwikkeling is vaak wanordelijk

    Maar de waaier aan betekenissen die het woord ‘racisme’ nu heeft, kan natuurlijk ook verwarrend zijn. Ik voorzie al een lang gesprek met mijn kinderen als ze over een tijdje met vragen komen omdat ze het woord in een betekenis hebben gehoord die veel verder reikt dan de simpele oude betekenis van prejudiced, mensen met ‘vooroordelen’.

    Het is op zichzelf niet ongebruikelijk dat de definitie van een woord uitdijt van de eigenschap van een individu naar die van een hele samenleving.

    De ontwikkeling van racisme 1.0 naar racisme 2.0 volgt een lijn van metaforisch denken die al dateert van de oude Grieken. Ook zij zagen een samenleving als individu in een macrokosmos. De conceptuele stap van een gezonde persoon naar een gezonde samenleving is dan niet zo groot, net zomin als die van een racistisch mens naar een racistische samenleving.

    Ongelijkheid

    Maar die stap is alleen klein als je discriminatie, dus actieve achterstelling, nog steeds als de essentie van racisme beschouwt. De stap van racisme 2.0 naar racisme 3.0 is een minder gebruikelijk soort taalverandering. In betekenis 3.0 spreekt het vanzelf om maatschappelijke ongelijkheid als racisme te bestempelen omdat die ongelijkheid ontegenzeggelijk voortvloeit uit een door vooroordelen ingegeven achterstelling. Zo zullen velen zeggen dat de gezondheidsstatistieken van zwarte Amerikanen slechter zijn doordat ze minder toegang hebben tot goede gezondheidszorg en supermarkten. In zo’n geval wordt ook vaak van racisme gesproken als actieve discriminatie niet (of niet meer) de directe oorzaak van de verschillen is.

    In de sociale wetenschappen is dit een algemeen aanvaard uitgangspunt, maar in de samenleving als geheel lijkt deze gedachte nog niet op algemene instemming te kunnen rekenen. Eén struikelblok is daarbij dat sommige maatschappelijke belemmeringen, die weliswaar voortkwamen uit racisme 1.0 en 2.0, inmiddels tot het verleden behoren, zoals de postcodediscriminatie (‘redlining’), waardoor zwarte wijken vanzelf overbevolkte achterstandswijken werden. Er zullen vast mensen zijn die zich verzetten tegen een definitie van racisme waarin ook denkbeelden en daden nawerken van mensen die allang overleden zijn.

    Taalkundigen schrijven anderen niet voor hoe ze de taal moeten gebruiken. Wij zijn als Chauncey Gardiner in Being There: we kijken graag toe. Maar taalkundigen zijn ook mensen, dus ik heb wel mijn voorkeuren. Zo houd ik niet van wanorde.

    Als ik mijn zin kreeg – maar dat gaat niet gebeuren – zouden we toestaan dat ‘racisme’ nu ook slaat op een samenleving en daarnaast het woord prejudiced uit de mottenballen halen om het racisme van individuen mee aan te duiden. Ooit was prejudiced immers hét Amerikaanse woord voor ‘racistisch’. Pas vanaf 1970 begon dat plaats te maken voor het woord ‘racistisch’ (racist), dat na 1980 sterk opkwam. Neem de manier waarop Sammy Davis Jr. in 1972 in All in the Family de spot drijft met Archie Bunker. Zijn gebruik van ‘prejudiced’ in deze passage is verouderd, daar zou je nu gewoon racist zeggen:

    If you were prejudiced, you’d go around saying you were better than anyone else in the world, but I can honestly say, after spending these marvelous moments with you, you ain’t better than anybody!

    In dezelfde periode waarin prejudiced het veld ruimde voor racist, begon chauvinist [seksistisch] plaats te maken voor sexist, om dezelfde redenen: heftige begrippen moeten soms ververst worden om hun kracht te behouden, zeker als ze veel gebruikt worden. Daardoor maakt het woord racism nu steeds vaker plaats voor white supremacy. Het is een kwestie van tijd voordat het daardoor is verdrongen, en woordenboekmakers moeten daar rekening mee houden.

    Vooroordelen

    Ik ken geen voorbeelden van verouderde woorden die met succes zijn afgestoft voor hernieuwd dagelijks gebruik, maar hemeltje – wat zou prejudiced tegenwoordig goed van pas komen. Daarmee doe je een heldere bewering over een persoon en diens denkbeelden: dat het iemand is die vooroordelen koestert. Het zou raar voelen om van een samenleving te zeggen dat die vol vooroordelen zit – je blijft dan toch denken aan die ene persoon, die mopperende racist op de veranda.

    In den beginne was het woord ‘racist’ voor velerlei uitleg vatbaar. Is dat iemand die lid is van een bepaald ras? Die voor andere rassen opkomt? Of iemand die aandacht vraagt voor het bestaan van verschillende rassen? Of slaat ‘racistisch’ vooral op een bepaald beleid? Dat laatste is de richting waarin de betekenis zich heeft ontwikkeld. Maar in mijn ideale taal leggen mensen vooroordelen aan de dag en geeft een samenleving blijk van racisme.

    Helaas voegt de taal zich nooit volledig naar je wensen. Woorden zijn net mensen, hun ontwikkeling is vaak wanordelijk. ‘Letterlijk’ kan ook precies het tegenovergestelde betekenen, evenals het Engels voor ‘snel’ (zo heb je run fast, hardlopen, tegenover stuck fast, vastzitten). En wat kan ‘daten’ wel niet allemaal betekenen?

    Hoe het ook zij, als woordenboeken een afspiegeling moeten bieden van hoe de taal daadwerkelijk wordt gebruikt, moet dit erin verdisconteerd worden. Dus laten we blij zijn dat ook de lexicografie woke wordt over racisme.

  • 3. Triomf van een eigenzinnige vrouw

    3. Triomf van een eigenzinnige vrouw

    Haar uitgesproken feminisme en de toepassing van artikel 155 gaven Carmen Calvo het zetje naar de politieke top van het land.

    Carmen Calvo (1957) is de nieuwe vicepremier van Spanje. Haar grootste kracht volgens mensen die haar kennen is haar vaardigheid om zich in de hoogste kringen te bewegen en tegelijkertijd toegankelijk te zijn. Als de situatie daarom vraagt, deelt ze kussen en omhelzingen uit. Wat haar eveneens typeert is haar uitgesproken militante feminisme, dat stamt uit haar prilste jeugd.

    Het is vooral aan haar te danken dat gelijke rechten voor mannen en vrouwen een van de speerpunten is van de nieuwe regering van de socialist Pedro Sánchez. Vastbeslotenheid, feminisme en onafhankelijkheid kenmerken het karakter van deze zeer welbespraakte vrouw die in Andalusië als een van de eersten op de bres stond voor de kersverse minister-president Sánchez.

    Calvo’s lange politieke carrière startte in 1996 toen Manuel Chaves, in alles de tegenpool van haar huidige baas, haar vroeg voor de functie van minister van Cultuur in de Junta de Andalucía [de autonome regering van Andalusië]. Acht jaar heeft ze die post bekleed. Tijdens die periode maakte ze naam met gewaagde initiatieven als het Picasso Museum van Málaga. Het waren jaren die in het teken stonden van haar persoonlijke groei en het ontwikkelen van een politiek imago dat in haar geliefde Córdoba haaks stond op de ideeën van de toen oppermachtige socialiste Rosa Aguilar.

    Hun opzienbarende botsingen zijn met het verstrijken der jaren niet minder heftig. Maar het waren ook jaren waarin beloftes niet werden ingelost, projecten eindeloos duurden en de krantenkoppen van de volgende dag belangrijker waren dan de verwezenlijking van de gestelde doelen.

    11 is het aantal vrouwelijke ministers in de Spaanse regering, tegenover zes mannen. Bij het vormen van zijn regering besloot de nieuwe premier Sánchez verder te gaan dan gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Daarmee is Spanje in Europa het land met de meeste vrouwen in de regering.

    Sterkste kanten

    De inner circle van Carmen Calvo zal zeggen dat haar eigenzinnigheid een van haar sterkste kanten is. In een omgeving waar de politieke clans veel gewicht in de schaal leggen, zal niemand durven beweren dat de nieuwe vicepremier haar positie heeft bereikt door blindelings de partijdiscipline te volgen. Eerder het tegendeel is waar. Ze sloot zich aan bij de groep wijze mannen van oud-premier José Luis Rodríguez Zapatero toen niemand een cent voor hem gaf.

    Ze eindigde als minister van Cultuur in zijn kabinet en was aan het eind van haar ministerschap behoorlijk beschadigd. Trouw aan haar strijd om vrouwen gelijke macht te geven, sloot ze zich aan bij Carme Chacón, toen die op een partijcongres in Sevilla de degens kruiste met de voormalige lijsttrekker van de socialisten Alfredo Pérez Rubalcaba. De confrontatie dwong haar terug te keren naar haar oude baan als docent constitutioneel recht aan de Universiteit van Córdoba.

    Maar het bleef daar niet bij. Toen partijleider Pedro Sánchez door de partijbonzen gedwongen werd af te treden tijdens een schaamteloze vertoning van de partijraad in oktober 2016, geloofde niemand meer in de socialist. Maar toen Sánchez het tijdens voorverkiezingen opnam tegen de gedoodverfde winnaar Susana Díaz, was de kleurrijke Carmen Calvo een van de eersten die hem steunden.

    Voor haar steun werd ze in 2017 beloond met een plek in de partijraad en kreeg ze de portefeuille Emancipatie. Ze kon beginnen. Bronnen beweren dat er mensen werden gezocht ‘die de gaten konden opvullen en de boodschap op de juiste manier konden overbrengen’. Calvo werkte gestaag aan haar opmars. Dezelfde bronnen zeggen dat ze ‘de spotlights opzocht en aan terrein begon te winnen in de nieuwe partijraad’.

    Sánchez en zijn mensen kregen steeds meer vertrouwen in Calvo vanwege haar goede communicatieve eigenschappen. Haar deskundigheid op het gebied van constitutioneel recht gaf de doorslag. De onderhandelingen met de toenmalige regering over de toepassing van artikel 155 van de Grondwet van Catalonië en het feit dat ze door één deur kon met regeringsonderhandelaar Soraya Sáenz de Santamaría deden de rest.

    Calvo is het institutionele gezicht van een partij die het hoofdbrekens kost om haar onafhankelijkheid van de partijtop – waarmee ze het bijna altijd oneens is – uit te leggen. Haar persconferenties zijn altijd sterk. Ze heeft de routine van iemand die haar hele leven lang al in de politiek zit en de frisheid van een nieuweling. Maar haar criticasters zeggen dat een van haar grootste minpunten is dat er achter die geslaagde combinatie van eigenschappen een gebrek aan daadkracht in het dagelijks bestuur schuilgaat.

    Uitdaging

    Niemand had kunnen voorspellen dat Carmen Calvo met haar 61 jaar vicepremier zou worden. Degenen die haar al jaren kennen, hadden niet verwacht dat ze die post ooit zou krijgen, maar zelf heeft ze het vertrouwen in zichzelf nooit verloren. Ze is overtuigd van de noodzaak vrouwen machtiger en zichtbaarder te maken in het publieke leven, en staat nu voor de uitdaging van haar leven.

    Bijna geruisloos heeft ze het vicepremierschap weten te bemachtigen, met het vertrouwen van een minister-president die door iedereen dood was verklaard en met ijzeren wilskracht en doorzettingsvermogen. Het is de triomf van een eigenzinnige vrouw die door niets anders wordt gedreven dan door haar overtuiging. Maar ook het gevaar van een vrouw die zich niet laat ringeloren.

    Auteur: Luis J. Pérez-Bustamante

    Diario de Sevilla
    Spanje | dagblad | oplage 16.300
    Lokale krant van Sevilla, in 1999 opgericht door Grupo Joly, een uitgeverij van lokale kranten die de stem van Andalusië wil zijn. De kranten afficheren zich als politiek neutraal en brengen zowel (inter)nationaal als lokaal nieuws.

  • 2. Señora de minister

    2. Señora de minister

    Met elf vrouwen in het nieuwe kabinet is Spanje koploper in een wereldwijde trend. Benoem je als regeringsleider geen vrouwen, dan kun je tegenwoordig rekenen op afkeuring.

    Een actief beleid voor meer gendergelijkheid bij de overheid, dus evenveel mannen als vrouwen aan het hoofd van een ministerie of op andere kabinetsposten, leek lange tijd voorbehouden aan vrouwvriendelijke Scandinavische landen en zeer vooruitstrevende landen als Canada en Costa Rica. Dat is nu verleden tijd.

    De onlangs gekozen president van Mexico, Andrés Manuel López Obrador, die in december zal aantreden, heeft laten weten dat vrouwen acht posities zullen bekleden binnen zijn zestienkoppige regering – en daar valt ook de machtige positie onder van minister van Binnenlandse Zaken.

    En de nieuwe premier van Spanje, Pedro Sánchez, heeft onlangs als eerste wereldleider op bijna tweederde van de kabinetsposten vrouwen benoemd. Geen enkel ander land ter wereld heeft een hoger percentage door vrouwen geleide ministeries. Dertig jaar geleden had Spanje helemaal geen vrouwelijke kabinetsleden.

    In de Verenigde Staten bekleden vrouwen maar net 20 procent van alle posities binnen de regering en in het Verenigd Koninkrijk ligt dat percentage op 28. Wereldwijd is het gemiddelde 18,3 procent.

    Als politicologen die onderzoek hebben gedaan naar de vertegenwoordiging van vrouwen in verschillende kabinetten, hebben wij de indruk dat de snelle opkomst van het aantal vrouwen dat in Spanje aan de macht komt, staat voor een trend die wereldwijd valt waar te nemen: zodra vrouwen eenmaal zijn doorgedrongen tot de hoogste regeringsniveaus, neemt hun aantal vrijwel altijd toe. Dit noemen we ‘de betonnen vloer’ van de politieke vertegenwoordiging van vrouwen. Wil een democratische regering tegenwoordig draagvlak hebben – met andere woorden: wil de bevolking vertrouwen hebben in de beslissingen van die regering – dan moeten er vrouwen in die regering zitten.

    Spaanse doorbraak

    Het is niet zo dat bij elke nieuwe regering het aantal vrouwen automatisch stijgt. Maar als je kijkt naar de samenstelling van nieuw geformeerde regeringen – dus kabinetten die vlak na een verkiezing zijn samengesteld – in Spanje, Frankrijk, Australië, de Verenigde Staten, Canada, Chili en het Verenigd Koninkrijk in de periode 1929-2016, dan zien we dat het percentage vrouwen in die landen cumulatief toeneemt, dwars door de tijd en de politieke scheidslijnen heen.

    Na veertig jaar dictatuur onder generaal Francisco Franco werd Spanje in 1977 weer een democratie. Maar het zou nog ruim tien jaar duren voordat er ook vrouwen werden benoemd in de nieuw geformeerde democratische regering van Spanje. Spanjes historische doorbraak kwam in 2004, toen de socialistische premier José Luis Rodríguez Zapatero, die zichzelf als feminist bestempelt, het eerste gendergelijke kabinet van het land benoemde: acht vrouwen en acht mannen. Momenteel worden elf van de zeventien ministersposten in Spanje bekleed door vrouw. Dat geldt – voor het eerst in de geschiedenis van Spanje – ook voor de post van minister van Financiën.

    De recente geschiedenis van Frankrijk laat een vergelijkbaar beeld zien. In 2007 benoemde president Nicolas Sarkozy zeven vrouwen in zijn vijftienkoppige kabinet. Zijn voorganger, de socialist François Hollande, had zeventien vrouwen in zijn 34-koppige kabinet. Toen president Emmanuel Macron in 2016 campagne voerde, beloofde hij een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen. Momenteel telt zijn kabinet elf mannen en elf vrouwen.

    Ons onderzoek heeft uitgewezen dat leiders die hun macht gebruiken om het aantal vrouwen in hun kabinet te vergroten, daar nooit voor worden afgestraft door het electoraat en er zelfs wereldwijd voor worden geroemd. Nog maar een paar jaar geleden kreeg de Canadese premier Justin Trudeau vanuit de hele wereld lof toegezwaaid omdat hij een gendergelijk kabinet had samengesteld. De reden? We leven in 2015, zei hij tegen journalisten.

    Leiders die beduidend minder vrouwen benoemen dan hun voorgangers, riskeren daarentegen veel kritiek van zowel de media als hun politieke tegenstanders. Het kan hun kiezers kosten.Toen de Australische premier Tony Abbott in 2013 maar één vrouw in zijn kabinet benoemde, moest hij dat ‘beschamende’ besluit verdedigen tegenover zijn kiezers, de oppositie en de media. Het kabinet van zijn voorganger telde drie vrouwelijke leden. Malcolm Turnbull nam twee jaar later Abbotts positie over en benoemde al snel vijf vrouwen in zijn team.

    Een nieuwe generatie van vrouwelijke leiders.
    Een nieuwe generatie van vrouwelijke leiders.

    Elk gendergelijk kabinet lijkt de verwachting te wekken dat er in een volgend kabinet minstens evenveel vrouwen zullen zitten. We hebben een aantal voorbeelden gevonden van leiders die minder vrouwen benoemden dan hun voorganger. Maar meestal zijn de verschillen marginaal.

    De in 1990 gekozen president Patricio Aylwin, die de eerste Chileense regering na de dictatuur vormde, benoemde op slechts 5 procent van alle regeringsposten een vrouw. De eerste vrouwelijke president van Chili, de socialist Michelle Bachelet, vormde in 2006 een gendergelijke regering; vier jaar later benoemde haar conservatieve opvolger, Sebastián Piñera, zeven vrouwen in zijn 23-koppige kabinet.

    Hoewel zijn regering niet gendergelijk was, waren vrouwen er beduidend meer in vertegenwoordigd dan in de regeringen van vóór Bachelet. Dit is een duidelijk bewijs dat het principe van de ‘betonnen vloer’ ervoor zorgt dat vrouwen deel uitmaken van de regering. In tegenstelling tot het ‘glazen plafond’ – de subtiele, onzichtbare barrière die voorkomt dat vrouwen op machtige posities komen – wordt de betonnen vloer duidelijk erkend door alle leiders die wij hebben bestudeerd.

    Een vergelijkbare standaard is van toepassing op andere vormen van politieke vertegenwoordiging in enkele landen die wij hebben bestudeerd. In Canada en de Verenigde Staten is een exclusief wit kabinet nauwelijks meer denkbaar. President Lyndon Johnson benoemde in 1966 als eerste een Afro-Amerikaan in zijn kabinet: Robert C. Weaver, minister van Volkshuisvesting en Stedelijke Ontwikkeling. Lincoln MacCauley Alexander werd in 1979 de allereerste zwarte minister van Canada.

    De enige zwarte parlementariër in Spanje, Rita Bosaho, is pas in 2015 gekozen. In Spanje heeft nog nooit iemand uit een etnische minderheidsgroep een kabinetspost bekleed

    Ondertussen zijn de regeringen in Duitsland en Spanje – landen met een steeds gevarieerdere bevolkingssamenstelling – nog altijd vrijwel exclusief wit. De enige zwarte parlementariër in Spanje, Rita Bosaho, is pas in 2015 gekozen. In Spanje heeft nog nooit iemand uit een etnische minderheidsgroep een kabinetspost bekleed.

    In de zeven landen waarnaar wij hebben gekeken, was gender ons enige criterium bij het bestuderen van de verdeling van de posten. In die landen is al een kwart eeuw geen exclusief mannelijke regering meer geweest. Vrouwen maken de helft uit van de wereldbevolking. Dat gegeven wordt nu meer en meer zichtbaar binnen democratische regeringen – en dat is een duidelijk onomkeerbaar proces.

    Auteurs: Karen Beckwith en Susan Franceschet

    The Conversation
    Verenigd Koninkrijk | theconversation.com

    Het Britse broertje van de Australische website The Conversation, een onafhankelijke site voor nieuws en opinie, bezien vanuit overwegend academisch oogpunt. De site werd in 2011 opgericht door een groep journalisten en verwierf in korte tijd groot aanzien.

  • 1. Triomferen over Trump

    1. Triomferen over Trump

    In de Verenigde Staten hebben vrouwelijke kandidaten de midterms gewonnen. Maar nu? Nu moeten ze zich staande zien te houden op een glazen klif in een mannenarena.

    Een recordaantal vrouwen heeft zich kandidaat gesteld – en een recordaantal heeft gewonnen. Sommigen zijn erin geslaagd zittende politici uit het zadel te wippen en voorheen Republikeinse staten binnen te halen. Mikie Sherrill, een moeder van vier kinderen die tijdens de campagne sprak over haar tijd als gevechtspiloot, heeft gewonnen in New Jersey. Elaine Luria en Abigail Spanberger hebben allebei gewonnen in Virginia.

    Lauren Underwood heeft gewonnen in Illinois. In de strijd om het gouverneurschap van Kansas heeft Laura Kelly het gewonnen van Kris Kobach – een van de belangrijkste mensen achter de plannen om het bepaalde groepen lastiger te maken hun stem uit te brengen. Dit jaar heeft ook een significant aantal gekleurde vrouwen zich verkiesbaar gesteld, en al heeft Stacey Abrams niet gewonnen in Georgia, vele anderen hebben wel gewonnen.

    Allemaal hebben ze gewonnen dankzij de energie van vrouwelijke kiezers, die veelal hun afschuw uitten over president Trump en het chauvinistische gekonkel van het door mannen gedomineerde Witte Huis en Congres. Deze vrouwen zien de winst als een pleister op de nu al twee jaar etterende wond van een president die zich heeft opgewerkt via vrouwenhaat en racisme, en die nu zijn presidentschap gebruikt om die onverdraagzaamheid aan te scherpen.

    Het ging er grof aan toe tijdens deze tussentijdse verkiezingen. De Democraten zijn er niet in geslaagd de Senaat over te nemen en vele veelbelovende kandidaten hebben het onderspit gedolven, maar de vrouwen hebben het er opmerkelijk goed van afgebracht. Begin dit jaar zullen er meer dan honderd vrouwen in het Huis van Afgevaardigden zitten; dat is nog nooit eerder voorgekomen. Hun opmars, tegen de stroom in, is opwindend en opmerkelijk, en het is zeer bemoedigend om te zien dat zovelen ‘als eersten’ een zetel in de Senaat hebben bemachtigd binnen onze democratie, die nooit echt een representatieve afspiegeling is geweest van alle groepen in onze samenleving.

    Rotzooi opruimen

    Tegelijkertijd maak ik me zorgen. De vrouwen zijn er nu, maar zij dragen een taak op hun schouders die ze maar al te vaak dragen: ze moeten de rotzooi van anderen opruimen.

    De verkiezingsuitslag was niet één grote feministische roze wolk. Claire McCaskill en Heidi Heitkamp hebben hun zetel in de Senaat verloren.

    Enkele vooraanstaande mannelijke kandidaten die grote steun genoten onder vrouwen hebben ook verloren, zoals Andrew Gillum en Beto O’Rourke. En er zijn natuurlijk ook Republikeinse vrouwen als overwinnaar uit de strijd gekomen. Marsha Blackburn, die zich verzette tegen abortusrechten en uiteindelijk verviel in zorgwekkend racisme, wist Tennessee binnen te halen. Kristi Noem ging aan kop in de race in South Dakota.

    Tegenover alle kiezers die naar de stembus zijn gegaan om de boodschap af te geven dat president Trump bepaald niet het beste van Amerika vertegenwoordigt, staan vele Trump-aanhangers die de boodschap wilden afgeven dat de president wél staat voor hun Amerika. Deze kiezers zijn boos dat hun land meer mensen van buitenaf toelaat en verlangen terug naar een verleden waarin witte mannen het monopolie op de macht hadden en alle anderen hun plaats kenden.

    De progressieve vrouwen die zich nu in de strijd hebben geworpen, hebben hun recht opgeëist om ook het land te vertegenwoordigen. Velen deden dat vanuit een nieuw soort vertrouwen, waarin ze gek genoeg worden gesterkt door Trump. Het feit dat hij de presidentsverkiezingen heeft gewonnen, laat zien dat iedereen het kan. De vrouwen lapten campagneconventies aan hun laars.

    Ze praatten over hun gezin. Ze gaven borstvoeding in politieke reclame-uitingen. Ze waren openlijk competitief. Maar wanneer ze straks hun zetel innemen, zullen ze worden geconfronteerd met nieuwe verwachtingen, zowel van onze president, die lak heeft aan bestaande regels, als van hun mannelijke collega’s.

    De verwachting is dat de Democratische vrouwen die nu zijn gekozen een werkelijke verandering teweeg zullen brengen en dat ze zullen doen wat ze hebben beloofd

    In het zakenleven wordt door onderzoekers wel gesproken van de ‘glazen klif’: het verschijnsel dat vrouwen in tijden van crisis op hoge posities belanden, wat het lastig maakt successen te boeken. Als die vrouwen er vervolgens niet in slagen een schip vlot te trekken dat iemand anders aan de grond heeft laten lopen, worden zij verantwoordelijk gehouden voor de mislukking.

    Het is zonder meer een positieve ontwikkeling dat er dit jaar zo veel vrouwen aan de verkiezingsstrijd hebben deelgenomen, dat zo veel vrouwen hebben meegewerkt aan de campagnes en dat zo veel vrouwen zich als vrijwilliger hebben ingezet. De verhalen over wie er hebben verloren, en waarom, zullen vrijwel zeker raken aan het thema identiteit. Men zal zich afvragen of de kandidaten zich niet te veel hebben ‘blindgestaard’ op identiteit, door zo te benadrukken dat ze geen witte mannen zijn en daardoor andere levens, ervaringen en prioriteiten hebben.

    Een dergelijke simplistische visie lijkt gedoemd alle andere, genuanceerdere analyses naar de achtergrond te dringen, die gaan over de vraag hoe seksisme en racisme onze waarneming, onze voorkeuren en ons gedrag beïnvloeden. En daarmee gaat ze voorbij aan een verbluffende realiteit: de ‘Democratische golf’ in Amerika is te danken aan vrouwen.

    Deze verkiezingen zijn misschien niet gunstig geweest voor de vrouwen die hebben verloren, maar de komende jaren zullen ook niet makkelijk worden voor de vrouwen die hebben gewonnen. De gedachte is dat we meer vrouwelijke leiders nodig hebben, niet alleen omdat een democratie eerlijker is als ze daadwerkelijk een afspiegeling is van de samenleving, maar ook omdat vrouwen misschien gewoon beter zijn in de dingen waarin onze huidige leiders tekortschieten – communicatie, samenwerking, het vermogen je Twittervingers in bedwang te houden en de politiek weer enige integriteit te verlenen.

    De verwachting is dat de Democratische vrouwen die nu zijn gekozen een werkelijke verandering teweeg zullen brengen en dat ze zullen doen wat ze hebben beloofd: de strijd aanbinden met president Trump, zich sterk maken voor hun achterban, zorgen dat ons landelijke beleid een afspiegeling wordt van de samenleving. Het probleem is dat ze niet echt de middelen in handen hebben gekregen om dat te doen. De Republikeinen houden de meerderheid in de Senaat. Ze hebben een leider in het Witte Huis die heeft gezegd gewoon zijn eigen zin te zullen doordrijven.

    Alexandria Ocasio-Cortez staat verslaggevers te woord op het Capitool in Washington, waar de nieuwe congresleden op 14 november jl. werden gefotografeerd. – © HH
    Alexandria Ocasio-Cortez staat verslaggevers te woord op het Capitool in Washington, waar de nieuwe congresleden op 14 november jl. werden gefotografeerd. – © HH

    Uit onderzoek is gebleken dat zowel in de politiek als in de zakenwereld vrouwen worden gestraft zodra de indruk ontstaat dat ze de publiciteit zoeken of zichzelf op de kaart willen zetten. Daarmee wordt vrouwelijke politici een cruciale manier ontnomen om te onderhandelen en zich sterk te maken voor bepaalde kwesties.

    Ook zullen er meer ogen zijn gericht op vrouwelijke bestuurders, nu de minderheden aan de vergadertafel duidelijker zichtbaarder zijn. De vrouwen die nu zijn gekozen wacht dan ook de monumentale taak de huidige rotzooi op te ruimen die voor het grootste deel is veroorzaakt door mannen, zonder dat hun werk beloond zal worden.

    Fragiele vooruitgang

    Maar het echte verhaal bij deze verkiezingen draait niet om de vraag wat vrouwen al dan niet hebben gedaan, of wat wij al dan niet zullen gaan doen; dit is gewoon een volgende fase in het langdurige proces van vooruitgang en achteruitgang dat de strijd om burgerrechten en vrouwenrechten kenmerkt sinds het stichten van de Verenigde Staten.

    Het rampzalige, autoritaire presidentschap van Donald Trump is mogelijk geworden doordat vóór hem een zwarte man het ambt bekleedde en Trump vervolgens ook nog eens werd uitgedaagd door een vrouw. Zijn presidentschap heeft op zijn beurt vele vrouwen ertoe aangezet zich verkiesbaar te stellen. En Trumps presidentschap is zo’n drama dat veel van die vrouwen ook daadwerkelijk zijn gekozen. Dergelijke overwinningen staan niet op zichzelf en zijn zelden absoluut.

    Wanneer onze vrouwelijke bestuurders eenmaal zijn ingezworen, zullen ze ons soms teleurstellen, net zoals mannen dat doen. En ze zullen soms verbazingwekkend moedig zijn, net als mannen. Velen zullen harder werken dan hun collega’s zonder daarvoor erkenning te verwachten – iets wat je niet vaak ziet bij mannen. De realiteit is dat vrouwen, zelfs na al deze overwinningen, nog altijd minder dan een kwart van het Huis van Afgevaardigden uitmaken.

    In het nieuwe Congres zullen we meer vrouwen en meer gekleurde mensen zien tussen de witte mannen, en dan zullen we constateren dat er vooruitgang is, zij het fragiel. Maar als we goed naar die gezichten kijken, zullen we zien dat onze afgevaardigden nog altijd geen afspiegeling zijn van alles waar Amerika voor staat.

    Auteur: Jill Filipovic

    The New York Times

    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402
    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Talk to the Hoodie

    Talk to the Hoodie

    De Amerikaanse sweater met capuchon is al langer het uniform van de tegencultuur. Maar verschijnt Mark Zuckerberg of Trayvon Martin erin, dan heeft de hoody weer een andere politieke zeggingskracht.

    Een doodgewone katoenen stof, soms met wat polyester erdoorheen, een eenvoudige snit met weinig naden, en eventueel als enig opvallend detail een buidelzak of ritssluiting. Er is weinig luxueus of protserigs aan de sweater met capuchon, ook wel hoody: het goedkope kledingstuk dat populair is bij alle seksen en maatschappelijke klassen.

    Op het eerste gezicht lijkt het een basic kledingstuk, dat nauwelijks opvalt omdat iedereen erin loopt. Maar aan het lijf van Mohamed Ali, Mark Zuckerberg of Trayvon Martin heeft de hoody opeens een complexe betekenis gekregen – zo niet een radicale politieke zeggingskracht.

    Sweatshirts werden in de jaren twintig en dertig aan de Amerikaanse oostkust gedragen door magazijnbedienden in de immense loodsen in New York, als bescherming tegen de bijtende kou in de winter. Eerst werden ze populair in de sportwereld: een sweater houdt je warm, is comfortabel en je kunt er vrij in bewegen.

    Later werd het sweatshirt algauw opgepikt door de Ivy League-universiteiten, bolwerken van de amateursport. Leden van hun prestigieuze roei- en footballteams gingen sweatshirts met ronde hals en later ook hoody’s dragen. Op deze sweatshirts werden in grote letters de namen van de universiteiten, teams of studentencorpsen gedrukt, zodat de drager zich ermee kon onderscheiden. De preppy look van de sportieve elitestudenten aan de Amerikaanse oostkust groeide uit tot een onvervalste Amerikaanse esthetiek, en zo bevond het van oorsprong proletarische sweatshirt zich ineens in 
betere kringen.

    Tegenwoordig loopt zowel de elitejeugd als de arbeidersklasse erin en daarmee is het sweatshirt als verbindend element in de Amerikaanse cultuur nu even belangrijk geworden als het volkslied. Mark Zuckerberg, die zich graag associeert met de ambitieuze, innovatieve startupondernemers van Silicon Valley en Wall Street-maatpakken van 15.000 dollar verafschuwt, heeft dat goed begrepen.

    Schoolhoofd Kenneth Crowley van de East High School in Denver, Colorado, poseert met zo'n 100 leerlingen in hoody's, ter nagedachtenis aan Trayvon Martin. – © Getty Images
    Schoolhoofd Kenneth Crowley van de East High School in Denver, Colorado, poseert met zo’n 100 leerlingen in hoody’s, ter nagedachtenis aan Trayvon Martin. – © Getty Images

    Tegelijkertijd heeft de hoody echter ook een ander maatschappelijk domein bereikt: dat van de grootsteedse tegencultuur. Eerst adopteerden de skaters aan de westkust het in de jaren zeventig als 
must-have, in de jaren tachtig volgden de graffitikunstenaars en rappers aan de oostkust.

    In deze subculturen wordt het kledingstuk vooral gewaardeerd omdat de drager er anoniem mee kan blijven. En uiteraard is ook de volkse, anti-elitaire connotatie ervan een pre. De hoody werd een signaal waarmee je kon laten zien dat je tot een subversieve subcultuur behoorde, en je kon er ook als dat nodig was je gezicht mee verbergen. Dat laatste was erg aantrekkelijk voor skaters die zich stiekem uitleefden in de lege zwembaden van de betere buurten van Californië, en voor graffitikunstenaars die ’s nachts in metroremises binnendrongen om treinen te 
verfraaien.

    Mettertijd, en dankzij de kracht van symboliek, 
groeide de hoody aan weerszijden van de Atlantische oceaan uit tot een embleem van de kansloze jeugd uit ‘kwetsbare’ buurten. En een maatschappelijk fenomeen: sinds 2007 is de hoody verboden in een winkelcentrum in het Engelse Kent, met als reden dat de drager ervan alleen maar slechte bedoelingen kan hebben.

    Universitair hoofddocent Frédéric Godart van de HEC in Parijs, specialist in de sociologie van de mode, vertelt dat de wens om anoniem te blijven een tweesnijdend zwaard kan worden. Nergens werd dat zo duidelijk als bij het tragische einde van de zwarte Amerikaanse tiener Trayvon Martin.

    De ongewapende 17-jarige werd op 26 februari 2012 in Sanford (Florida) gedood door George Zimmerman, op wie de jongen een verdachte indruk maakte louter en alleen omdat hij een zwarte hoody droeg. Godart: ‘Dat kan je niet los zien van de centrale plek die de hoody in de hiphopcultuur heeft. Je drukt ermee uit dat je je wilt afsluiten’, zowel van het geweld in de buurt als van de maatschappij die jou uitsluit.

    ‘Na de dood van Trayvon Martin groeide de hoody voor zwarte Amerikanen uit tot politiek symbool tegen het politiegeweld en de vooroordelen jegens mensen uit sommige bevolkingsgroepen, die automatisch als misdadig of gevaarlijk worden gezien’, zegt Godart. Van sociaal embleem, beschermend omhulsel en middel om anoniem te blijven, werd de hoody na Martins dood meer en meer een militant symbool van een bevolkingsgroep die niet alleen aan zijn lot werd overgelaten, maar ook tot doelwit werd bestempeld.

    Linkse activisten protesteren in Lille tegen de opening van de extreemrechtse privébar La Citadelle. – © Getty Images
    Linkse activisten protesteren in Lille tegen de opening van de extreemrechtse privébar La Citadelle. – © Getty Images

    Het is een van de eerste signalen die we naar anderen uitzenden. Onze kledingkeuzes lijken misschien triviaal, maar in werkelijkheid hebben ze veel betekenis. ‘Door een simpel T-shirt van een rockband aan te treken van niet meer dan twintig dollar, druk je al zo veel uit. Niet alleen geef je daarmee aan dat je deel uitmaakt van een bepaalde sociale klasse, van een culturele groep, maar je zegt ook welk soort mensen je leuk vindt, enzovoorts,’ vertelt Monica Sklar, professor modegeschiedenis aan de universiteit van Georgia in de Verenigde Staten.

    Met elk van die signalen geef je, onbewust of niet, zonder woorden iets prijs over je identiteit. Denk maar aan het portret van Che Guevara dat zo vaak op T-shirts van tieners prijkt. Een kledingstuk kan ons op de sociale ladder situeren, maar ook een politiek statement zijn, zonder dat we eventuele slogans nu meteen in de praktijk willen brengen.

    Door de keuze voor een bepaalde stof, flanel, een snit, een sweater, of een merk, zoals Fred Perry, dat de laatste jaren een sterke politieke lading heeft gekregen, drukken we zo veel uit met onze stijl. Onze tweede huid is allesbehalve onschuldig.

    Het Zwarte Blok

    In het uniform van de militanten van het Zwarte Blok kreeg de capuchonsweater een nog radicalere ideologische betekenis. Het Zwarte Blok kwam in de jaren zeventig op in West-Duitsland. De naam staat voor een demonstratietactiek, waarbij groepen in het zwart geklede demonstranten met verhulde gezichten de confrontatie met de politie opzoeken.

    Beeldcultuuronderzoeker Maxime Boidy van de universiteit van Straatsburg vertelt hoe de hoody, nadat sportkleding ook in Europa een rage werd, in de 
uitrusting van het Zwarte Blok terechtkwam. Daar waren vooral praktische redenen voor. ‘De katoenen hoody is een stuk minder stevig dan de leren jasjes die de militanten hadden geadopteerd uit de punktraditie. Maar de capuchon beschermt de nek beter tegen klappen en bovendien biedt die bescherming tegen traangas en pepperspray.’

    Naast dit praktische en defensieve aspect speelt ook de symbolische lading mee: hij is zwart, de kleur van het Europese anarchisme. Onderzoeker Francis Dupuis-Déri van de universiteit van Montréal beschreef het Zwarte Blok ooit als ‘een reusachtige zwarte vlag van lichamen die bij demonstraties wordt uitgespreid’, maar Boidy benadrukt het verband tussen deze symbolische lading van kleding en politieke theorieën over zichtbaarheid.

    ‘De idee van anonimiteit gaat veel verder dan de simpele wens om de eigen identiteit niet prijs te geven’, zegt hij. ‘Ze weerspiegelt een veel algemenere, bijna filosofische opvatting van subjectiviteit, een wijdverspreide manier om dingen anders te zien.’ De massaal gedragen capuchonsweater geeft vorm aan die gedachte.
    De hoody is in de Amerikaanse cultuur even belangrijk geworden als het volkslied

    Boidy ziet dezelfde relatie tussen kledingstijl en 
politieke theorie in de manier waarop feministen 
en LGBT’ers anonimiteit gebruiken om hun punt te maken. ‘De stijl van het Zwarte Blok wordt meestal gezien als expliciet gewelddadig, een militair tenue als het ware. Maar door onder je kleding te verdwijnen en je gezicht te verhullen, verhul je ook je geslacht. Dan ben je niet meer herkenbaar als man 
of vrouw, omdat je een standaardsilhouet krijgt. Daarmee wijs je de identiteit af die de maatschappij je oplegt.’

    Een hoody, die tegenwoordig overigens ook wel wordt vervangen voor een zwarte K-Way [een sportief jack met rits], creëert zo een alternatief beeld van de samenleving door de individuen in die samenleving te onttrekken aan de codes van de heersende hokjes. Het is een even krachtige politieke boodschap als de naaktheid van de Femen-demonstranten, al gaat het in beide gevallen maar om een klein aantal, sterk geëngageerde personen.

    Hoewel, terwijl ik deze regels schrijf, zit tegenover mij aan tafel een jonge studente haar scheikundeopgaven te maken. Op haar pastelblauwe sweater met capuchon staat de waarschuwing: ‘Please don’t forget to wash your hands after killing your enemies’. (Denk eraan uw handen te wassen nadat u uw vijanden heeft gedood.) Zo groot is de macht van een trui die nog altijd uitersten in zich verenigt, van nonchalance en zeggingskracht tot onschuld en rebellie.

    Neo-nazi's, witte racisten en andere alt-rechtse groeperingen zijn in Charlottesville, Virginia, op weg naar het Emancipation Park voor de ‘Unite The Right’-rally, die later zou worden geannuleerd wegens rellen. – © Getty
    Neo-nazi’s, witte racisten en andere alt-rechtse groeperingen zijn in Charlottesville, Virginia, op weg naar het Emancipation Park voor de ‘Unite The Right’-rally, die later zou worden geannuleerd wegens rellen. – © Getty

    De nieuwe kleren van extreemrechts Polo’s en pantalons maken de nationalist

    Tijdens een besloten verkoop van kledingmerk Fred Perry in Parijs werd in juni 2013 de extreemlinkse actievoerder Clément Méric gedood. Er was ruzie ontstaan tussen twee rivaliserende groepen, skinheads en antifascisten, die beide hun look kwamen perfectioneren. Later werden twee van de drie betrokkenen bij een proces veroordeeld tot zware gevangenisstraffen. Uit dit proces kwam naar voren hoe absurd de trieste gebeurtenis was: Clément Méric zou nog in leven zijn geweest als twee groepen die in alles van elkaar verschillen behalve een voorkeur voor hetzelfde kledingmerk, niet allebei zo dolgraag een shirt van Fred Perry 
hadden willen kopen.

    Een Fred Perry-poloshirt met korte mouwen is een van de meest gewilde items in zowel de antifascistische als de extreemrechtse garderobe. ‘Als je teruggaat in de tijd zie je al dat Engelse mods [een culturele jongerenbeweging in Londen] in de jaren zestig veel prestige ontleenden aan het dragen van elitaire kleding, vooral tenniskleding van Fred Perry,’ legt universitair docent en onderzoeker Samuel Bouron van de universiteit Paris-Dauphine uit.

    ‘Uit die mod-cultuur kwam de skinheadbeweging voort, die eerst volstrekt apolitiek was. Later veranderde dat en splitste de beweging zich in twee kampen: de antifascistische redskins en de extreemrechtse boneheads. Hun politieke opvattingen zijn radicaal verschillend en je kunt ze niet over één kam scheren, maar voor beide groepen geldt dat ze zich door hun kleding willen laten gelden.’

    De extreemrechtse skins gaven het Fred Perry-poloshirt een speciale betekenis door er een nieuwe symboliek aan op te hangen, vertelt Cynthia Miller-Idriss, professor in de sociologie en specialist in extreemrechtse bewegingen van de American University in Washington. ‘Sommige modellen hebben op de kraag drie fijne lijntjes, zwart, rood en wit. Voor de skinheads stonden die voor een nazivlag. Ook aan het Fred Perry-logo, een laurierkroon op borsthoogte, gaven ze een andere interpretatie. De tekening en vorm deden hun denken aan een nazi-insigne.’

    ‘Hun uiterlijk past helemaal niet bij wat je je bij witte racisten voorstelt’

    De schare liefhebbers van het shirt heeft zich inmiddels vergroot en ook de Franse Identitaires [een Europese nationalistische beweging] hebben zich de Fred Perry-polo toegeëigend. ‘Zij hebben de extreemrechtse garderobe een update gegeven,’ zegt Samuel Bouron. ‘Ze hebben behouden wat ze elegant vonden, onder andere dit poloshirt, dat als bijkomend voordeel heeft dat het erg duur is. Maar omdat ze willen breken met alles wat aan de arbeidersklasse doet denken, hebben ze de bretels en de schoenen met de bolle neuzen van de skinheads weggedaan.

    Ook de haardracht is anders: in plaats van een kale kop hebben ze liever een modieus kapsel.’ De viriele reflex is echter nooit ver weg: de Identitaires houden ook zo van de Fred Perry-shirts omdat die meestal strakker zitten dan andere modellen en de mouw, die tot aan de biceps komt, de spierballen goed laat uitkomen.

    De Rudolf-spijkerbroek

    Aandacht voor kledingstijl trekt zich van landsgrenzen niets aan. Het nieuwe extreemrechts is zich, overal waar het voet aan de grond krijgt, scherp bewust van kledingcodes. In 2017 hielden veel demonstranten in Charlottesville zich strikt aan de instructies die ze van hun alt-rightleiders hadden ontvangen: toon vooral geen tatoeages en draag in plaats van een spijkerbroek liever een beige pantalon – een klassieker in de garderobe van de Amerikaanse familievader – met daarboven een wit overhemd of poloshirt. ‘Deze jongemannen waren allemaal ongeveer hetzelfde gekleed, wat erg verwarrend was. Hun uiterlijk paste helemaal niet bij wat je je bij witte racisten voorstelt’, vertelt Cynthia Miller-Idriss.

    De sociologe onderzocht ook de kleding van de opkomende extreemrechtse beweging in Duitsland. Deze groep houdt de kledingcodes veelal ambigu, om geen last te hebben van de strenge Duitse wetgeving tegen neonazistische symbolen. In haar boek The Extreme Gone Mainstream vertelt Miller-Idriss bijvoorbeeld dat sommige kledingmerken T-shirts verkopen met het woord ‘swastika’ erop, maar dan zonder klinkers. Iedereen begrijpt wat er bedoeld wordt, maar 
wettelijk is het gewoon toegestaan.

    Op deze nichemarkt zijn allerlei kledingmerken actief, met namen als Thor 
Steinar, Ansgar Aryan en Phalanx Europa. Thor Steinar bracht de Rudolf-spijkerbroek op de markt, als ode aan de bekende nazi Rudolf Hess. Met deze – verder doodgewone – spijkerbroek kan 
de drager deel uitmaken van een, in zijn ogen, roemruchte geschiedenis. Phalanx Europa verkoopt T-shirts met obscure slogans, zoals ‘Versterk de grenzen, hijs de vlag, de vloedgolf komt’.

    ‘Op de website van het merk staat wat dit betekent: de vloedgolf zijn de migranten, en daar moeten we ons op voorbereiden,’ zegt Miller-Idriss. ‘Phalanx Europa probeert deze boodschap voor het grote publiek te verhullen, maar haar voor ingewijden volkomen helder te maken.’ En zo weeft zich een geheime genootschap in katoen, klaar om gewelddadige instincten en kuddegedrag aan te wakkeren.
    De hoody heeft ook de grootsteedse tegencultuur bereikt. – © Pexels
    De hoody heeft ook de grootsteedse tegencultuur bereikt. – © Pexels

    Hoe flanel weer hip werd

    Rond de eeuwwisseling werden twee types populair. Ze vertegenwoordigden een liberale utopie en de hoop dat klassentegenstellingen voortaan tot het verleden zouden gaan behoren. [Het ene werd bobo genoemd, een samentrekking van bourgeois en bohemian; het andere was de hipster.] Ze woonden in volkswijken, en adopteerden ook de kledingstijl van de arbeidersklasse.

    Zelf behoorden ze tot de ‘creatieve’ middenklasse. Ze presenteerden zichzelf als de bemiddelaars tussen de hogere en lagere klassen van de maatschappij. Hun project had zijn eigen esthetiek, waarin één stofje het bijzonder goed deed: flanel. ‘Voor de bobo staat ruwheid voor authenticiteit en deugd’, en daarom ‘draagt hij overhemden van flanel en niet van zijde’, legt de conservatieve columnist David Brooks van de New York Times uit in het boek Bobos in Paradise (2000), waarin hij de term bobo introduceerde. Hipsters, die iets later opkwamen, deelden met bobo’s deze voorkeur voor flanel. Zonder ruitjeshemd van deze stof zou hun mondaine houthakkerslook met keurig geknipte baard niet compleet zijn.

    Flanel is sindsdien hip. In een beetje garderobe mag een ruitjeshemd tegenwoordig niet ontbreken. [Met bijbehorend snobisme.] Het online merk voor duurzame kleding Asphalte gaat bijvoorbeeld prat op de superieure kwaliteit van het flanel dat het voor zijn hemden gebruikt. Het flanel is gemaakt in Oostenrijk en ‘houdt de pure traditie van geweven wol in ere’, staat vol trots vermeld op de website.

    Deze hippe hang naar nostalgie past goed in een bredere tendens die sinds een jaar of tien in de mannenmode zichtbaar is. ‘De nieuwe kledingstijl voor mannen grijpt terug op ambacht. Kledingmerken leggen consumenten omstandig uit hoe elk element van het kledingstuk zorgvuldig geselecteerd is. Zo kan de klant met zijn kleding uitdrukken dat hij deel uitmaakt van een selecte groep die kwaliteit weet te waarderen.

    Tegelijkertijd schuilt er een subtiele 
kritiek in op de huidige tijd: de moderne man heeft liever een goed jasje dat niet snel uit de mode raakt dan eentje van een snit en stof die hij een seizoen later al niet meer kan dragen’, vertelt Monica Sklar, professor modegeschiedenis aan de universiteit van Georgia.

    Tweed in de ban

    Tegenover deze herwaardering van flanel staat de verguizing van tweed. Franse katholieken die strijden voor bescherming van de seksuele moraal willen ervan af. Dat lieten ze al zien in hun demonstraties tegen geregistreerd partnerschap in 1999, in hun strijd tegen het homohuwelijk, in hun steun voor de kandidatuur van Christine Boutin voor de presidentsverkiezingen van 2002 en in de Life Parade van 2005.

    In 2013 gaf Frigide Barjot, een van de organisatoren van Manif pour Tous [de Franse katholieke progezinsbeweging die in 2012 spontaan ontstond in reactie op het voornemen van de Franse regering om het homohuwelijk in te voeren], zelfs strikte richtlijnen: geen tweed, geen ribfluwelen broeken, geen diademen, maar leer, jeans en push-upbeha’s. En vooral T-shirts in vrolijke kleuren.

    ‘Zelfs kleren als Barbour-waxjassen waren verboden. Niet zozeer omdat die voor conservatisme staan, maar omdat 
ze het moeilijk maken om de juiste boodschap te verkondigen door het stigma dat ze hebben gekregen’. vertelt Yann Raison du Cleuziou van de universiteit van Grenoble, die onderzoek doet naar de geschiedenis van het militante katholicisme.
    Zonder ruitjeshemd van deze stof zou hun mondaine houthakkerslook met keurig geknipte baard niet compleet zijn

    De organisatoren van Manif pour Tous deden hun uiterste best om een dresscode te verzinnen die niet stond voor het cliché van het provinciale katholieke gezin, dat graag zeilt en jaagt en daarom parka’s en andere outdoorkleding draagt. ‘Hun kledingcodes zijn op zich niet religieus, maar omdat het antiabortusactivisme in dat milieu sterk vertegenwoordigd is, associeer je die manier van kleden natuurlijk snel met katholicisme.

    Daarom kozen de organisatoren er juist voor om duidelijk te laten zien dat het doel waarvoor werd gestreden een zaak van iedereen was. Specifieke of onderscheidende kledingcodes dienden daarom te worden vermeden, om te laten zien dat 
de demonstranten uit alle gelederen van de samenleving kwamen,’ vertelt de politicoloog.

    Deze strategie heeft boven verwachting goed gewerkt. Een beetje te goed misschien. Tegenwoordig herkennen veel katholieke jongeren zich niet meer in de traditionele look. Eugénie Bastié, journalist voor Le Figaro en medeoprichter en hoofdredacteur van kwartaalblad Limite, dat wordt gezien als het tijdschrift voor ultraconservatieve katholieke jongeren, draagt een leren bikerjack. En dat is geen strategische keuze.

    Auteurs, resp.: Marion Dupont, Marc-Olivier Bherer

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan zijn naam (‘De Wereld’) onderhoudt Le Monde een groot netwerk van correspondenten.

  • Racisme strafbaar gesteld in Tunesië

    Racisme strafbaar gesteld in Tunesië

    Als eerste land in Afrika nam Tunesië vorige maand integraal een wet aan die racisme en segregatie strafbaar stelt. Een noodzakelijke en enorme stap.

    In Tunesië is vorige maand een 
wet aangenomen die racistische misdrijven strafbaar stelt. Hoewel sommigen het blijven ontkennen, zijn zowel Tunesische burgers als buitenlanders het slachtoffer van racisme 
in Tunesië. Maar of het nu gaat om Tunesiërs of buitenlanders, mensen met een zwarte huidskleur lijken er het meeste last van te hebben.

    Zij worden slecht behandeld en als minderwaardig beschouwd. In de wijdverbreide Tunesische cultuur wordt hun huidskleur geassocieerd met slavernij. De Tunesiër is racist uit onwetendheid, dat staat als een paal boven water.

    Schande

    Ghofrane Binous is stewardess bij Tunisair. Zij werd onheus bejegend door een passagier aan boord van een vliegtuig van haar luchtvaartmaatschappij en deelde het incident op 
sociale media om mensen bewust te maken van de scheldwoorden die zwarte mensen in 2018 nog steeds 
naar hun hoofd geslingerd krijgen.

    De racistische uitlatingen en schandelijke beledigingen van de passagier hebben haar diep gegriefd. De passagier 
werd snel uit het vliegtuig gezet en 
alle leden van de bemanning, overige passagiers en internetters verklaarden zich solidair met de stewardess.

    Ook een studente uit Burkina Faso 
gaf aan dat ze in de regio Kram was lastiggevallen door jongeren van rond de 18 jaar. Ze gooiden eieren naar haar hoofd en maakten haar belachelijk. 
Of het nu wel of niet om racisme gaat, het blijft een schande voor Tunesië dat het de waardigheid van zijn gasten niet weet te beschermen.

    In augustus werden in het centrum van Tunis Ivoriaanse burgers aangevallen. Ze raakten betrokken bij een opstootje, dat vervolgens uit de hand liep. Racistische motieven werden 
niet uitgesloten en de zaak werd aan de kaak gesteld door de Tunesische Vereniging ter ondersteuning van Minderheden. De vereniging heeft aangekondigd in samenwerking met de ambassade van Ivoorkust met 
voorstellen te komen om de schadeloosstelling aan slachtoffers van 
racisme te verbeteren.

    Zulke tegen individuen gerichte misdrijven, of ze nu van verbale of fysieke aard zijn, mogen niet worden getolereerd of onbestraft blijven. De Tunesische premier had op 26 december 2016 aangekondigd dat er een wet zou worden aangenomen die racisme en iedere vorm van discriminatie 
strafbaar zou stellen. Deze wet zal streng en strikt worden gehandhaafd, zei hij toen, en hij kondigde bovendien aan dat er een nationale dag zou worden georganiseerd om racisme 
te bestrijden.

    Toch heeft het nog twee jaar geduurd, dat wil zeggen tot 2 juni 2018, voordat de parlementaire commissie voor 
rechten en vrijheden haar goedkeuring verleende aan de wet die racisme en segregatie strafbaar stelt. In deze wet wordt bepaald wat racistische misdrijven zijn, welke straffen erop staan en waar de slachtoffers recht op hebben.

    Tunesiërs demonstreren tegen racisme in de hoofdstad Tunis. 
– © Getty Images
    Tunesiërs demonstreren tegen racisme in de hoofdstad Tunis. 
– © Getty Images

    Op 9 oktober werd het wetsvoorstel integraal aangenomen door het parlement, met 125 stemmen voor, één stem tegen, bij vijf onthoudingen. De voorzitter van het parlement, Mohamed Ennaceur, heeft de wet ‘revolutionair’ genoemd. Volgens hem staat Tunesië met deze wet ‘op gelijke hoogte met de beschaafde en moderne landen als een van de eerste landen ter wereld en het eerste land in Afrika dat racisme strafbaar stelt’.

    Elf instanties zullen erop toezien dat de wet wordt nageleefd, met inbegrip van een nationale commissie die onder bescherming van het ministerie voor de Rechten van de mens staat en die jaarlijks een verslag zal voorleggen aan de parlementaire commissie voor rechten en vrijheden.

    Krachtens deze wet hebben slachtoffers recht op wettelijke bescherming volgens de geldende regelingen, psychologische en sociale ondersteuning – per individu te bepalen – en een schadeloosstelling die in verhouding staat tot de materiële en psychische schade die het racistische misdrijf heeft aangericht.

    Voor de dader varieert de strafmaat van een maand tot een jaar gevangenisstraf en/of een boete van 500 tot 1000 dinar [151 tot 302 euro] wanneer hij of zij racistische uitlatingen doet om iemand te kleineren of te vernederen. De strafmaat wordt verdubbeld als het slachtoffer een kind is, in een zwakkere positie verkeert door zijn leeftijd of handicap, of als het om een vluchteling gaat, als de dader gezag uitoefent over het slachtoffer of misbruik maakt van zijn macht. Datzelfde geldt wanneer het om een groep daders gaat en niet om een individuele dader.

    Boete

    Een gevangenisstraf van een tot drie jaar en/of een boete van 1000 tot 3000 dinar [302 tot 606 euro] wordt tevens opgelegd aan een dader die zich schuldig maakt aan haatzaaien op grond van ras, die ideeën verspreidt die hun oorsprong vinden in superioriteitsdenken en segregatie, die zich positief uitlaat over raciale praktijken en over activiteiten of verenigingen die hierop gebaseerd zijn. Als het een rechtspersoon betreft, varieert de boete van 5000 tot 15.000 dinar [1511 tot 4534 euro].

    De goedkeuring van deze wet is een enorme stap voor Tunesië en draagt ertoe bij dat waarden als tolerantie en respect voor de menselijke diversiteit worden ondersteund. De wet kon 
rekenen op een warm onthaal in het parlement, bij organisaties die racisme bestrijden en bij de internationale gemeenschap. Hoewel sommigen in 
de Tunesische regering de omvang van het racisme in Tunesië bagatelliseren en anderen geweigerd hebben voor 
de wet te stemmen, is de wet onmiskenbaar een stap voorwaarts.

    De wet zal het racisme weliswaar niet definitief uitroeien, maar toch zal Tunesië zich kunnen ontwikkelen tot een land waarin de ander wordt gerespecteerd en zijn of haar waardigheid wordt beschermd tegen vernedering en kleinering. Nu behoeven de bepalingen alleen nog maar in de praktijk te worden toegepast om ervoor te zorgen dat zwarten, Tunesisch of buitenlands, er trots op kunnen zijn dat ze zwart zijn.

    Auteur: Boutheïna Laâtar

    Business News
    Tunesië | onlinemagazine | 
businessnews.com.tn

    Business News is een online-
tijdschrift gericht op politiek, 
economie en technologie.

  • ‘Trump is de eerste
 racistische president’

    ‘Trump is de eerste
 racistische president’

    Je kunt gerust zeggen dat de wereld van vandaag zeer complex is geworden en in toenemende mate polariseert. Een diepe kloof verscheurt landen die voorheen de stabiliteit van een liberale democratie kenden. Hoe dat komt, vroeg 52 Insights aan de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama.

    Francis Fukuyama ziet de nieuwe gepolariseerde wereld als het resultaat van een toenemende scheiding tussen een linkervleugel die zich blindstaart op de identiteitspolitiek, en een rechtervleugel die wordt gevoed door populistische retoriek. De Amerikaanse politicoloog werd bekend met zijn invloedrijke essay ‘Het einde van de geschiedenis’, waarin hij verklaarde dat de liberale democratie een staat van zelfregulering had bereikt en dat we nu de post-ideologische wereldorde konden verwelkomen. Sinds hij dat in 1992 schreef, is de wereld immens veranderd: 9/11, de Arabische Lente, de financiële crisis in 2008, de terugval in de globalisering en niet te vergeten de snel voortschrijdende technologie hebben de wereld waarin we leven gedefinieerd. Intellectuelen doen wanhopige pogingen om de stukjes van de puzzel weer in elkaar te passen.

    Ondanks zijn profetische gave denken we niet dat Francis Fukuyama had kunnen raden dat de presentator van een reality-tv-programma met een neiging tot racisme en misogynie de positie van leider van 
de vrije wereld zou verkrijgen. Is dit slechts een stipje op de tijdlijn van de liberale democratie, of is er iets sinisterders en permanenters aan de hand?

    Hoe kijkt u als bekend intellectueel tegen dit mondiaal bijzonder gepolariseerde moment in 
de geschiedenis aan? Wordt u omarmd door links en weggeduwd door rechts?

    ‘Voor zover ik weet, zal rechts geen aandacht besteden aan wat ik zeg. Ik verwacht niet veel kritiek 
van die kant. De meeste serieuze kritiek verwacht 
ik van links, want zij geloven in een bepaalde vorm van identiteitspolitiek, dus zij zullen het meeste tegengas geven.

    Het is lastig, de vorige keer dat ik betrokken was bij een belangrijk debat, was na de invasie in Irak in 2003. Ik had het boek America at the Crossroads geschreven, waarin ik een harde lijn tegen Saddam Hoessein voorstond. Maar toen de invasie dichterbij kwam, vond ik dat we daartoe niet in de positie waren en werd ik heel kritisch op de regering-Bush. Dientengevolge kreeg ik veel kritiek over me heen, omdat 
ik eerst wel achter de invasie had gestaan. Ik denk dat er nog wel wat kwaad bloed uit die tijd zit.’

    Het is momenteel een bijzonder ongemakkelijke tijd voor iemand die neigt naar links. Links lijkt tegenwoordig net zo’n groot probleem als rechts.

    ‘Dat geldt zowel voor Engeland als voor de Verenigde Staten. Sinds 2016 is de polarisatie in de samenleving enorm toegenomen. In Engeland is dat een uitvloeisel van het Brexit-referendum. In Amerika is het onze president die de polarisatie aanzwengelt. Donald Trump is de weerspiegeling van de sluimerende polarisatie tussen links en rechts in de VS. Ons kiesstelsel maakte het mogelijk dat hij werd gekozen door een minderheid. In plaats van zich in het midden op te stellen, heeft hij er alles aan gedaan 
om de bestaande spanningen aan te wakkeren.

    Volgens mij is hij de eerste echt racistische president. En dientengevolge heeft hij links nog verder naar links geduwd. Dat doet hij expres, want hij wil in 2020 geen kansrijke kandidaat tegenover zich hebben. Het zorgt voor een moeilijke periode in 
onze politiek, waarin je geen centralistische positie kunt innemen, omdat mensen de extremen van het politieke spectrum opzoeken.’

    Hoe zijn we historisch gezien in deze situatie terechtgekomen? Ontstonden de voorwaarden daarvoor in 2016? Of broeide het huidige klimaat al langer?

    ‘Dat is een proces dat ik in mijn boek probeer te beschrijven. De moderne identiteitspolitiek begon bij links in de jaren zestig, als een voortvloeisel van veel sociale bewegingen die in die tijd waren ontstaan: de lhbt-beweging, de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging, de feministische beweging. Alle groepen die in de maatschappij waren gemarginaliseerd, eisten terecht erkenning voor hun problemen en specifieke ervaringen. De agenda van links, voorheen stevig verankerd in de arbeidersklasse, verschoof daardoor als geheel.

    In Europa was links voornamelijk marxistisch, in 
de VS was links gefundeerd in de vakbonden. Met de opkomst van de identiteitspolitiek begon links zich te mobiliseren rondom specifieke groepen en hun problemen. Toen Martin Luther King de burgerrechtenbeweging begon, betoogde hij dat zwarte Amerikanen gewoon net zo behandeld wilden worden als witte Amerikanen, dat ze deel wilden 
uitmaken van de Amerikaanse droom.

    In de loop van de tijd veranderde dat in een door sommigen – bijvoorbeeld de Black Powerbeweging – ingenomen standpunt dat zwarte Amerikanen anders waren dan witte Amerikanen. De rest van 
de Amerikaanse samenleving moest accepteren dat zwarte Amerikanen een eigen cultuur en waardestelsel hadden. Veel groepen hebben zich op die manier ontwikkeld; in het begin wilden ze geaccepteerd worden als onderdeel van de maatschappij, daarna splitste een deel zich af dat niet als gelijke behandeld wilde worden, maar juist erkenning zocht voor zijn anders-zijn. Op dat moment begint de identiteitspolitiek problematisch te worden. Kijk maar naar de opkomst van rechtse anti-immigratiegroeperingen in Europa die willen vasthouden aan een ouder besef van nationale identiteit.

    In de VS zien we het uiterst rechtse witte nationalisme, dat probeert de Amerikaanse identiteit terug te brengen naar iets wat wordt gedefinieerd door ras, naar zoals de Amerikaanse identiteit was vóór de burgerrechtenbeweging. Over het algemeen is het voor de democratie een ongezonde situatie als mensen zich terugtrekken in categorieën gebaseerd op afkomst. Dan krijg je geen overkoepelend besef van nationale identiteit dat probeert mensen te 
re-integreren in een democratische gemeenschap.’

    Een van de dingen die dit specifieke thema zo ongewoon maken, is het idee van waardigheid, het idee dat iedereen evenveel autoriteit krijgt toebedeeld en een podium heeft om te kunnen spreken. Dat is met name verontrustend en gevaarlijk als dat podium vooral wordt gebruikt door de schreeuwlelijken. Hoe denkt u daarover?

    ‘De roep om waardigheid en respect is niet nieuw, het is een essentiële component van de menselijke psychologie: we willen dat andere mensen ons erkennen en respecteren. Daar is de moderne democratie op gebaseerd. Neem Mohammed Bouazizi, 
de Tunesische fruitverkoper wiens kar in 2011 door het totalitaire regime van Ben Ali in beslag werd genomen. Hij kreeg geen enkele erkenning van het regime, overgoot zich met benzine en stak zichzelf in brand. Veel van de omwentelingen in de voormalige Sovjetrepublieken kwamen voort uit de eis van de bevolking dat het betreffende totalitaire regime hun fundamentele waardigheid moest erkennen: hun zelfbeschikkingsrecht en hun mens-zijn.

    Maar als de overgang naar een werkelijk liberale democratie is gemaakt, blijkt dat opeens een vanzelfsprekendheid te zijn. In het totalitaire Oost-Europa van voor 1989 verlangde het volk naar fundamentele rechten van de mens, maar toen de democratie daar eenmaal was bereikt, maakte vrijwel niemand zich daar nog druk om.’

    Francis Fukuyama:  ‘Er is een grote mate van ongelijkheid ontstaan door de moderne, zeer liberale, geglobaliseerde kapitalistische economie.’ – © HH
    Francis Fukuyama: ‘Er is een grote mate van ongelijkheid ontstaan door de moderne, zeer liberale, geglobaliseerde kapitalistische economie.’ – © HH

    In het verleden sprak u over thema’s die hebben bijgedragen aan het feit dat mensen in Amerika zich niet meer vertegenwoordigd voelen. Een 
verbetering van Obamacare had daar iets aan kunnen doen, maar Trump-stemmers zeggen juist dat Obamacare een boosaardig socialistisch complot is. Hoe lost u dat op, als ze niet willen luisteren?

    ‘Dat is een interessante vraag. Het blijkt dat veel 
kiezers met een laag inkomen profiteerden van 
Obamacare, terwijl Republikeinse leiders ervan 
overtuigd waren dat het een boosaardig socialistisch complot was. Maar nu ze weer in de oude situatie zijn beland, merken ze hoe duur het is om je tegen ziektekosten te verzekeren. Nu blijkt het misschien helemaal geen socialistisch complot te zijn, maar 
iets wat ze juist heel erg nodig hadden.

    Als de Democraten slim zijn, concentreren ze zich 
op dat brede sociale thema waar veel arme mensen voordeel van hebben, ongeacht hun huidskleur, 
etniciteit enzovoort. Dat zou het kernthema van 
hun verkiezingscampagne moeten zijn.’

    Versterkt de voortdurende mythevorming in 
de media deze steun aan complottheorieën?

    ‘Hier spelen meer dingen mee. Als je kijkt naar de afgelopen tien of vijftien jaar in de politiek, heeft de elite enorme fouten gemaakt; de financiële crisis van 2008 in de VS, de eurocrisis in 2010 en de immigratiecrisis in Europa werden allemaal veroorzaakt door beleidsfouten van de elite en troffen juist de gewone man. Wall Street doet het prima, het financiële 
centrum van Londen doet het afgezien van de Brexit geweldig. Als je niet inziet dat de verontwaardiging grotendeels voortkomt uit iets reëels, kom je nooit tot de kern van het probleem. Daarnaast is er ook de mediahype, en daarmee betreden we een complex terrein, want de conservatieve media neigen ertoe incidenten van bijvoorbeeld vluchtelingen die 
misdaden begaan extra uit te vergroten.

    Maar ook hier speelt onder de oppervlakte iets reëels mee. Een goed voorbeeld is het incident van enkele jaren geleden, waarbij in Keulen vrouwen werden aangerand door vluchtelingen, wat de Duitse pers enkele dagen onvermeld liet omdat ze de islamofobie niet verder wilden opstoken. Dat soort politieke correctheid is heel schadelijk geweest, omdat daarmee de reguliere media in diskrediet werden gebracht, hoe begrijpelijk hun intenties ook waren. Ze verhulden werkelijke problemen die zich voordoen bij de integratie van het grote aantal vluchtelingen. Dus 
ja, er is sprake van veel mythevorming en sensatie-beluste publiciteit.’

    Trump voelde goed aan dat hij de verkiezing kon winnen als hij inspeelde op de haat die leeft tegen de elite. Hij heeft een soort boeman gecreëerd 
die we niet kunnen zien, maar die onze banen en toekomst afpakt.

    ‘Een van de dingen die de komende jaren gaan gebeuren, is dat de elite zich zal moeten aanpassen, wil ze niet in de problemen komen. Er is een grote mate van ongelijkheid ontstaan door de moderne, zeer liberale, geglobaliseerde kapitalistische economie. Dus we zullen veel politieke veranderingen moeten doorvoeren om mensen daartegen te beschermen, 
en die aanpassing kost veel tijd. Over immigratie moet ook goed worden nagedacht, want dat probleem kan net zo’n belangrijke reden zijn om tegen de EU stemmen als economische factoren. In Engeland bleek de vluchtelingenkwestie een belangrijke factor om voor de Brexit te stemmen. Er zullen 
aanpassingen moeten komen, want de huidige 
situatie in Europa is niet houdbaar.’

    Denkt u dat de EU bij elkaar blijft?

    ‘Voorlopig wel. Nu is Italië het grote probleem, omdat ze daar een populistische regering hebben gekozen die, als ze de beloften van haar verkiezingscampagne inlost, de eurozone meer op haar grondvesten zal doen trillen dan Griekenland ooit dreigde te doen. Maar het is geen verrassing dat er nu een populistische regering is, want sinds het sluiten van de 
Balkanroute komen de meeste vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Afrika naar Griekenland en Italië. De eilanden en de steden van juist de zwakkere leden van de EU stromen vol. Dus als je geen helpende 
hand toesteekt, kom je nooit bij de onderliggende oorzaken van het populisme.’

    Rusland lijkt er op korte termijn garen bij te spinnen, maar wat is hun langetermijnstrategie? En hoe zou u hun identiteit als soevereine staat willen definiëren?

    ‘Het huidige Rusland verschilt van de oude Sovjet-Unie. In de voormalige Sovjet-Unie bestond een duidelijke messiaanse ideologie, die ze in theorie naar de rest van de wereld wilden exporteren. Poetin heeft zich echter teruggetrokken in een soort nationalistische ideologie, maar daar is niet veel messiaans aan. Hij is niet bezig Zuid-Amerika of sub-Sahara-Afrika te Ruslandiseren. De ideologie waarin hij noodzakelijkerwijs verzeild is geraakt, is het conservatieve nationalisme. Rusland is een christelijk land met conservatieve sociale waarden, dus geen homohuwelijk of dat soort fratsen. Dat maakt Rusland trouwens aantrekkelijk voor veel conservatieven in Europa en de VS. Maar de filosofie van Poetin en de zijnen gaat niet zo diep. Het is eerder iets waarachter ze zich uit pragmatische overwegingen scharen, dan een ideologie als het communisme, waaraan men zich in de tijd van de Sovjet-Unie daadwerkelijk verbond. Ze hebben een bloedhekel aan de intimiderende toon die veel westerse politici aannemen als ze de schending van de mensenrechten in Rusland aankaarten. Ze willen die landen terugpakken door hun uiterste best te doen om westerse democratieën op terroristen te laten lijken. Daar hebben ze veel succes mee.’

    Even terug naar uw stelling dat de elite haar aanpak moet heroverwegen. Is het juist om de liberale wereldorde gelijk te stellen aan de elite? En als dat zo is, zou het dan niet tijd zijn voor 
een grootschalige heroverweging?

    ‘Dat hangt af van wat je verstaat onder een grootschalige heroverweging. In de jaren negentig en aan het begin van deze eeuw maakten we een soort hyperliberale periode door waarin een poging werd gedaan om alle bestaande handels- en investeringsbarrières te slechten. In het begin van de 21ste eeuw geloofde men dat als je China toeliet in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de economie van dat land zou liberaliseren en de democratie bevorderd zou worden, waarna er uiteindelijk meer eenheid zou komen tussen China en de rest van de wereld. Nu gelooft niemand dat meer en ziet men in dat de komst van China in de WTO tot het verlies van 2 à 3 miljoen banen in de VS heeft geleid.

    Algemeen wordt nu wel erkend dat de globalisering in sommige opzichten vertraagd moet worden, 
dat het voor landen goed is om bepaalde nationale barrières te hebben, gebaseerd op hun inzichten 
op het gebied van sociale bescherming of milieu-bescherming.’

    Dus we moeten eerder de elitepolitiek dan het elitesysteem heroverwegen?

    ‘Er zullen altijd elites zijn. Waar we nu behoefte aan hebben, is een fundamentele heroverweging van het sociale contract, omdat er zo veel macht en middelen zijn geconcentreerd in de handen van een heel klein aantal mensen, en dat ontregelt ons democratische politieke systeem. Ik woon in Silicon Valley en ik vind dat techbedrijven zo snel mogelijk moeten worden aangepakt. Amazon, Google, Facebook en dergelijke zijn veel te groot. We moeten bedenken hoe we de antitrustwetten gaan aanpassen aan de veranderingen die de afgelopen jaren in de technologie hebben plaatsgevonden. Dat moet echt gebeuren.’

    Hoe moet het nu verder? Want het lijkt alsof de grote thema’s van vandaag – identiteitspolitiek, immigratie, automatisering en klimaatverandering – ons uit elkaar drijven. Hoe komen we vanuit die thema’s tot een zinvol, harmonieus systeem?

    ‘Het is een combinatie van factoren. We moeten 
ons concentreren op de re-integratie van een uiterst gepolariseerde maatschappij. Daarom benadruk ik 
de noodzaak van een liberale nationale identiteit als belangrijkste aandachtspunt voor een groot deel van onze politiek. We hebben manieren nodig om de 
globalisering te vertragen, zonder afbreuk te doen aan de fundamentele voordelen van hoe we handel drijven en investeren. Het sociale model dient te worden heroverwogen als tegenwicht om die machtsconcentraties aan te pakken en alles weer 
een beetje gelijkmatiger te verdelen. Dat zouden componenten moeten zijn van wat een verstandig antwoord is op de huidige tijd.’

    52 Insights
    Verenigd Koninkrijk | 52-insights.com

    Deze website is in 2015 opgericht door de Brit Ari Stein, die ‘de ruimte tussen wetenschap en cultuur wil bestuderen’ en ‘intelligentie weer hip wil maken’. Elke week publiceert de site een lang interview met een persoonlijkheid die onze perceptie van de wereld doet kantelen.

  • Mam, wat is white privilege?

    Mam, wat is white privilege?

    Niet worden vertrouwd in een winkel, een makelaar die informeert naar ‘madam’, aannames over integriteit, intelligentie en competentie, het overkomt de Zuid-Afrikaanse Berenice Paulse met regelmaat. Hieronder beantwoordt zij de vraag van haar zoon.

    Een paar maanden voor het debat dat nu op de Zuid-Afrikaanse sociale media woedt, vroeg mijn tienerzoon naar een nieuwe term die hij tijdens een discussie in de klas had gehoord. Dit was zijn vraag: ‘Mam, wat is white privilege?’

    Door zijn vraag realiseerde ik me dat ouders, leerkrachten en Zuid-Afrika in het algemeen het onderwerp ‘white privilege’ onder ogen moeten zien en dat ze bereid moeten zijn daarover te praten. Ik antwoordde mijn zoon door hem te herinneren aan een gebeurtenis van een paar jaar daarvoor. Hij was toen bij het plaatselijke filiaal van een grote outdoorketen om kampeerspullen te kopen voor een schoolkamp. Ik zie helemaal voor me hoe hij verschillende artikelen oppakte en weer neerzette en dan weer naar het volgende doorliep. Hij vond het kamp een beetje spannend, maar verheugde zich er ook op en wilde graag de spullen uitkiezen die hij zelf het mooist vond.

    Het liep heel anders dan hij zich had voorgesteld. De hele tijd dat mijn zoon in die winkel was, werd hij op de voet gevolgd door een geüniformeerde bewaakster. Hij moest van haar zijn hoodie afdoen en uiteindelijk waarschuwde ze hem dat ze hem scherp in de gaten hield. Geen van de andere – blanke – jongens in de winkel kreeg deze behandeling. Later die avond vertelde mijn zoon het verhaal aan mij. Ik diende onmiddellijk een klacht in bij de filiaalmanager, kreeg een halfbakken verontschuldiging terug en de vage belofte dat hij er nog op terug zou komen. Ik heb nooit meer iets van hem gehoord.

    Ik heb het gevoel dat we op de een of andere manier permanent op proef zijn. Overtreed onze regels en het is aju paraplu met jou, meisje!

    Nu herinnerde ik mijn zoon eraan dat hij toen, al had hij een volkomen legitieme reden om in die winkel te zijn, al had hij het geld om te betalen voor wat hij wilde kopen en al was hij bepaald niet de enige jongere met een hoodie (dat lijkt wel bijna een universeel uniform voor jongeren), wel de enige was die in de gaten werd gehouden. Dat was racisme, natuurlijk; het gevolg van etnisch profileren waarmee zo veel jonge zwarte mannen nog steeds elke dag te kampen hebben.

    De blanke mannelijke jongeren die in dezelfde tijd in ongeveer dezelfde outfit bij dezelfde winkel waren, hadden een heel andere ervaring. Dat is vaak zo, wanneer een blank persoon een publieke ruimte binnengaat en het vanzelfsprekend vindt dat niemand iets verdachts achter zijn of haar aanwezigheid zoekt. Als een blanke jongere een winkel binnengaat, komt het niet in zijn hoofd op dat iemand zou kunnen denken dat hij geen geldige reden heeft om daar te zijn, of dat hij niet de middelen heeft om te betalen voor wat er te koop is. Het komt niet in zijn hoofd op omdat hij nooit als een mogelijke verdachte is behandeld vanaf het moment dat hij ergens binnenkwam. Dat is white privilege en zo legde ik het begrip uit aan mijn zoon.

    Tegen Zuid-Afrikanen die in de verdediging gaan en zich verzetten tegen pogingen om het verschijnsel white privilege te benoemen, zou ik dit willen zeggen: ik ben een zwarte vrouw met een diploma van een universiteit die van oudsher zwart is. Dit betekent dat vaak wordt aangenomen dat mijn diploma minder waard is dan dat van een universiteit die van oudsher blank is. Ik werk bij een overheidsinstelling en verdien een aardig salaris. Algemeen wordt aangenomen dat ik mijn baan heb gekregen dankzij positieve discriminatie, en dat ik dus ook niet competent ben.

    Ik woon in een voorheen blanke middenklassewijk in een noordelijke voorstad van Kaapstad en na veertien jaar gluren mijn buren nog steeds angstvallig over de schutting om in de gaten te houden wat mijn gezin en ik uitspoken. (Ik heb het gevoel dat we op de een of andere manier permanent op proef zijn. Overtreed onze regels en het is aju paraplu met jou, meisje!) Na meer dan tien jaar democratie werd mijn jongste broer (die als student bij mij woonde), een keer aangehouden door een passerende politiewagen en ondervraagd over wat hij in de wijk te zoeken had.

    Af en toe komt er een vreemde bij mij aan de deur, voor een collecte, om iets te verkopen of vanwege een of andere marketingactie. Heel vaak zegt zo iemand dan tegen me dat hij of zij graag ‘de vrouw des huizes’ wil spreken. Een makelaar vroeg me of ik de ‘madam’ wilde roepen. Het overkomt me geregeld dat ik bij de buurtsupermarkt iets uit een schap sta te pakken en een verbolgen blanke persoon achter me ongeduldige geluiden maakt omdat ik ruimte inneem die hún toekomt, zo vinden ze. Af en toe maken ze dan denigrerende opmerkingen over mijn ‘hinderlijke’ aanwezigheid – in het Afrikaans, want ze denken dat ik dat niet versta.

    Onlangs nog stond mijn man in de rij bij de kassa, terwijl ik nog even wegliep om iets te halen wat we vergeten waren. Toen ik weer in de rij ging staan, hoorde ik twee mensen in het Afrikaans tegen elkaar praten over hoe ‘die mensen’ altijd proberen voor te dringen. Ze gingen ervan uit dat ik niet weet hoe ik me in het openbaar hoor te gedragen, en dus gingen ze ervan uit dat ik wilde voordringen. Als ik een winkel binnenkom waar luxeartikelen worden verkocht, komt de eigenaar of de verkoopster vaak met een bezorgde uitdrukking naar me toe, alsof ik daar misschien per ongeluk ben binnengegaan, of me niet realiseer waar ik ben. Informeer ik naar een bepaald artikel, dan noemen ze vaak uit zichzelf de prijs, zonder dat ik daarom heb gevraagd. Bij andere gelegenheden zeggen ze nauwelijks iets tegen me, maar lopen ze wel achter me aan door de winkel of kijken ze telkens naar me, met een blik die zowel discreet als ontmoedigend bedoeld is.

    Beste lezer, om het netjes te formuleren: ze nemen aan dat ik misschien niet de middelen heb om die artikelen te betalen en dat ik van plan ben om ze op een onwettige manier te bemachtigen.

    Overdreven handgebaren

    Ik ga meestal met de trein naar mijn werk (als die tenminste normaal rijdt). Altijd als ik mijn maandkaart koop en niet uit mezelf zeg welke klasse ik wil, krijg ik de vraag: ‘Metro of Metro Plus?’ Ik dacht altijd dat dat de standaardvraag was. Tot ik een keer in de rij achter een blanke man stond, en hij wel zei waar hij naartoe moest, maar niet in welke klasse. Voor hem was de vraag iets anders: ‘Metro Plus, meneer?’ Daarin lag de onuitgesproken aanname dat hij het hogere tarief kon betalen voor dezelfde reis en ik niet. Het respectvolle ‘meneer’ vraagt ook om nadere beschouwing – maar de kwestie van mannelijk privilege bewaar ik nu even voor een ander moment en een andere plek.

    Een paar jaar geleden schampte ik op een parkeerplaats langs de auto naast de mijne. Niemand zag het gebeuren, maar toen ik openlijk de schade aan de andere auto opnam, raakten verscheidene bezitters van geparkeerde auto’s gealarmeerd en kwamen naar me toe. Ze waren opgewonden en wezen naar mij en een man zei tegen niemand in het bijzonder dat ze de eigenaar van de andere auto moesten zien te vinden. Een paar mensen wilden per se mijn rijbewijs zien. De eigenares van de andere auto bleek een Afrikaans sprekende blanke vrouw te zijn en verscheidene mannen boden heel ridderlijk aan om haar te helpen (zoals ik al eerder zei, laten we het een andere keer over het mannelijke privilege hebben). Ik moet haar nageven dat ze rustig hun hulp afwees en dat wij vriendschappelijk gegevens uitwisselden. Uiteindelijk besloot ze geen schade bij mijn verzekeraar te claimen, omdat haar auto nauwelijks beschadigd was. De activiteiten van de omstanders waren duidelijk ingegeven door de aanname dat ik mijn verantwoordelijkheid zou ontkennen, of me op de een of andere manier onder de financiële aansprakelijkheid uit zou proberen te wurmen. Zij vonden het terecht om aan te nemen dat een blanke vrouw beschermd moest worden tegen een zwarte.

    Dus, beste lezer, als je dit soort ervaringen niet herkent, dan ben jij daartegen beschermd door je white privilege.

    White privilege betekent dat je nooit te kampen krijgt met aannames over je integriteit, intelligentie, competentie, prestaties, vermogen om te betalen, over dat je alleen als dienstbode in een bepaalde wijk kunt wonen, enzovoort, gewoon omdat je zwart bent. White privilege betekent dat je nooit geërgerde zuchten hoeft aan te horen omdat je ruimte inneemt waarvan anderen vinden dat ze die niet met jou zouden hoeven delen. White privilege betekent in de wijk gaan wonen waar je wilt wonen en dan niet beschouwd worden als bewoner van een andere planeet. Het betekent dat je nooit de neiging hoeft te onderdrukken overdreven handgebaren te maken om wantrouwige verkoopsters of beveiligers te laten zien dat je echt niet van plan bent om iets stiekem mee te graaien – zeker als je een zwarte man met een hoodie bent.

    Door dit white privilege zijn we nog nauwelijks begonnen met pogingen om de meeste Afrikanen gelijke kansen te geven. Onze kinderen zullen nog met de effecten ervan worstelen als wij er al lang niet meer zijn. Dus laten we hen daarop voorbereiden door erover te praten.

    Auteur: Berenice Paulse
    Vertaler: Annemie de Vries

    Openingsbeeld: Picknick op de Fourways Farmers Market in Johannesburg, Zuid-Afrika. – © Leon Neal / Getty

    Berenice Paulse is feministe en schrijft vooral over sociale kwesties.
    Berenice Paulse is feministe en schrijft vooral over sociale kwesties.

    Daily Maverick
    Zuid-Afrika | dailymaverick.co.za

    Begon in print, veranderde in 2008 noodgedwongen in een digitaal tijdschrift en groeide uit tot een van de belangrijkste nieuwssites van Zuid-Afrika. Eigenzinnig, analytisch en grondig.

  • 4. Een wereld voorbij ras

    4. Een wereld voorbij ras

    Het werk van de Afrikaanse filosoof Achille Mbembe toont aan 
hoe het denken over ras en racisme aan de basis ligt van onze kijk op de moderniteit en daardoor op de wereld waarin we leven.

    De Afrikaanse filosoof Achille Mbembe 
heeft een benijdenswaardige reputatie opgebouwd als wetenschapper die vraag-
tekens plaatst bij de dogma’s van de moderniteit. 
Zo staat hij kritisch tegenover de ontwikkeling in de richting van meer kapitalistische economieën, de toename van sociale verschillen en de verbreiding van het West-Europese denken. In al zijn boeken, 
van On Private Indirect Government (2000) tot zijn 
laatste boek Critique of Black Reason (2017) heeft hij 
zich gericht op de vraag in hoeverre de wereld verantwoordelijk kan worden gesteld voor het ontstaan 
en de gevolgen van het begrip ras en racisme.

    In Critique of Black Reason daagt Mbembe ons uit met andere ogen naar het heden te kijken om zo een 
toekomst te kunnen uitzetten die, volgens Mbembe, anders zal zijn dan het verleden en het heden.

    Een centraal thema van Mbembe is de manier waarop ras en racisme een rol hebben gespeeld bij de inrichting van de moderne wereld. Hoe de wereld ook geprofiteerd heeft van de moderniteit, je kunt niet om de essentiële rol heen die ras en racisme in de opbouw van die moderniteit hebben gespeeld. Daarom is het voor Mbembe van het grootste belang dat we dit aspect van de moderniteit onderzoeken, omdat het mensen blijft uitsluiten en nieuwe en oude slacht-offers maakt die de ‘verworpenen der aarde’ zijn.

    Symbolisch

    Voor Mbembe is het begrip ras in de eerste plaats symbolisch. Het staat voor de manier waarop mensen leven en voor de plek waar ze leven. Dit verklaart 
het type debat waarin hun wordt verboden – of 
toegestaan – om een betekenisvol bestaan te leiden.

    In zijn laatste boek zoomt hij in op de opkomst van debatten over ras en andere verschillen tijdens de achttiende eeuw in een periode die algemeen bekendstaat als het ‘tijdperk van de rede’ of de 
Verlichting. Dit was een periode waarin wetenschap, filosofie en andere disciplines en maatschappelijke discussies verschillen tussen mensen definieerden, ingegeven door twee factoren: materiële belangen en de onwil om met het onbekende te leven. Mbembe wil laten zien dat dit idee van de Verlichting verantwoordelijk is voor het ontstaan van het begrip ras en daarmee van het racisme: ‘De Zwarte Man is degene die (of het ding dat) je ziet als je niets ziet, als je niets begrijpt en bovenal, als je niets wilt begrijpen.’

    Dit is niet toevallig, wat Mbembe betreft. Het komt doordat de term ‘zwart’ het product was van een sociaal en technologisch proces dat nauw verbonden was aan de opkomst en globalisering van het kapitalisme. ‘Zwart’ werd bedacht als teken van uitsluiting, ontmenselijking en vernedering, het moest een grens aanduiden die telkens opnieuw werd opgeroepen en verafschuwd. Zo bezien is kapitalisme alleen mogelijk omdat het mensen uitsluit. Gedurende een groot deel van onze hedendaagse geschiedenis is dit gebeurd via het debat over ras.

    Terwijl ras en racisme nog steeds een belangrijke rol spelen in het heden, is het ook duidelijk dat er sprake is van een “zwart worden van de wereld”

    Afrika is het continent waar de meeste ‘zwarte’ mensen wonen. Mbembe houdt zich dan ook bezig met de geschiedenis 
van Afrika en met de manier waarop dat continent is gebruikt, en misbruikt, als de tegenpool van de westerse moderniteit. Aangezien het Westen afhankelijk is van de ‘Rest’ om zichzelf te definiëren, is het niet verrassend, beweert Mbembe, dat wanneer het over Afrika gaat, de samenhang tussen woorden, beelden en het onderwerp zelf er weinig toe doet. Het is niet noodzakelijk dat de naam overeenkomt met het onderwerp, of dat het onderwerp naar zijn naam luistert. Dit is omdat je, als je het woord ‘Afrika’ zegt, in het algemeen alle verantwoordelijkheid van je afschuift. En over dit afschuiven van verantwoordelijkheid heeft Mbembe het als hij pleit voor een andere manier om in de wereld te staan en te leven met mensen die anders zijn dan jijzelf. Het woord ‘Afrika’ mag dan staan voor lijden in het verleden en heden, er is ook iets in het woord, schrijft Mbembe, ‘dat een oordeel uitspreekt over de wereld en roept om 
herstel, teruggave en gerechtigheid. De aanwezigheid daarvan in de wereld kan alleen begrepen worden als onderdeel van een analyse van het begrip ras’.

    Terwijl ras en racisme nog steeds een belangrijke rol spelen in het heden, betoogt Mbembe, is het ook duidelijk dat er sprake is van een ‘zwart worden van de wereld’, wat te maken heeft met de vele vormen van uitsluiting en geweld die het heden achtervolgen.

    Mbembe schrijft bijvoorbeeld: ‘Als het drama van 
het individu gisteren de uitbuiting door het kapitaal was, dan is de tragedie van de velen vandaag de dag dat zij niet eens uitgebuit kunnen worden. Ze zijn achtergeblevenen, overgeleverd aan de rol van 
“overbodige mensheid”.’

    Hoe kun je dan doorgaan met leven, en hoop hebben wanneer het lijkt of de geschiedenis van de wereld een geschiedenis van vernedering en wreedheid is? Om die vraag te beantwoorden wendt Mbembe zich tot filosoof Franz Fanon (zoals hij in dit boek vaak doet) en schrijft dat een van de belangrijke lessen die deze ons heeft geleerd, het idee is ‘dat in elk mens iets ontembaars en fundamenteel onaantastbaars zit, iets wat door geen enkele overheersing – welke vorm die ook aanneemt – vernietigd of onderdrukt kan worden, tenminste niet helemaal.’

    Daarin ligt de mogelijkheid van een andere toekomst. Want, zo zegt Mbembe: ‘Tot we racisme uit ons huidige leven en uit onze gedachtewereld hebben gebannen, zullen we moeten doorgaan met de strijd voor een wereld voorbij ras. Maar om die 
te bereiken, om aan een tafel te kunnen gaan zitten waaraan iedereen welkom is, moeten we een definitieve politieke en ethische analyse geven van het racisme en de ideologieën van verschil…’

    En dat is precies wat dit boek doet. Critique of Black Reason is een indrukwekkend boek, dat denkers als Fanon, Aimé Césaire, Friedrich Nietzsche, Marcus Garvey, Nelson Mandela, Michel Foucault en vele anderen bij elkaar brengt. Het laat lezers zien hoe 
het denken over ras en racisme aan de basis ligt van onze kijk op de moderniteit en daardoor op de wereld waarin we leven. Meer nog echter daagt het boek 
zijn lezers uit om af te rekenen met de vormen van uitsluitend denken waarvan ons leven nog steeds doortrokken is. Alleen zo kunnen we, volgens Mbembe, degenen die door de geschiedenis heen zijn onderworpen aan abstractie en objectificatie de menselijkheid teruggeven die van hen is gestolen.

    Auteur: Manosa Nthunya

    Bij het ter perse gaan van 360 hoorden wij helaas 
dat Achille Mbembe verhinderd is. Het onderdeel ‘Post Colonial Europe?’ komt daarmee te vervallen.

    The Conversation
    Verenigd Koninkrijk | theconversation.com

    Het kleine Britse broertje van de Australische 
The Conversation, opgericht door een groep journalisten, verwierf in drie jaar tijd al groot aanzien. 
The Conversation werkt met ‘open bronnen’ en wil mede op deze manier een frisse en onafhankelijke blik op het nieuws bieden. Op de site komen vooral onderzoekers en academici aan het woord.

  • Chili is anders

    Chili is anders

    De Chileen is geen racist, aldus chroniqueur Óscar Contardo. Hij is zich alleen hyperbewust van wat de hoeveelheid pigment in zijn huid, de vorm van zijn hoofd, de stand van zijn jukbeenderen en de structuur van zijn haar betekenen voor zijn status.

    De Chileen is geen racist, hij is creatief. Hij heeft zo zijn eigen fantasieën over zijn plek in de wereld en vindt zichzelf net zo westers als een Belg of een Zweed, en in het diepst van zijn wezen rekent hij zichzelf tot het blanke ras, gewoon, omdat hij zich geen indiaan voelt en nog minder een zwarte. Zo eenvoudig is het. Van het woord ‘mesties’ wordt de Chileen onrustig, want als hij dat zou gebruiken, zou hij toegeven dat hij van gemengd bloed is. En daar wordt hij ongemakkelijk van. Bovendien weet hij niet hoeveel indiaans bloed hij heeft, want geen Chileen neemt de moeite om zijn stamboom na te 
pluizen op Picunche-oma’s of Diaguita-opa’s of nakomelingen van de Maule-stam. Waarschijnlijk heeft niemand dat ooit geregistreerd. Waarom zouden ze ook? Wat heeft het voor nut?

    Daar komt bij dat de Chileen goede redenen heeft om te vermoeden dat zo’n verleden armoede en geweld heeft gekend, een zwarte periode die slecht combineert met zijn eigen ambities en de bewondering waarop hij kan rekenen als afstammeling van een blank geslacht. Zijn denkraam zal altijd Europees zijn: een dorpje in Extremadura waar zijn achternaam op rijmt, een Italiaans gehucht, een Baskisch dorp 
of – dat zou heel mooi zijn, hier kruist de Chileen hoopvol zijn vingers – een drupje Brits bloed dat aanleiding is om te kunnen opscheppen over een opa 
die zijn plek aan het hof inruilde voor avontuurlijke reizen naar het einde van de wereld. Want het is niet zo dat de Chileen racistisch is, hij is pragmatisch. Hij weet donders goed dat zijn indiaanse genen hem niets zullen opleveren, want in onze samenleving zijn je status en je positie afhankelijk van de afkomst die aan je uiterlijk is 
af te lezen. Welke kleur hebben zakenmannen en ministers? Hoe zien nieuwslezers eruit? En de actrices en acteurs die de hoofdrollen vertolken in televisie-
series? Fotomodellen voor bekende kledinglijnen? Lijken zij op de mensen die op een doordeweekse dag rondlopen op het Centraal Station of in een bus zitten naar de buitenwijken? Nee.

    Wij Chilenen zeggen liever dat we een lichtbruine of koffiekleurige huid hebben dan een donkere huid.

    De Chileen is niet wreed, hij is solidair. Probleem is wel dat solidariteit zo ongeveer wordt aangezien voor liefdadigheid die met neerbuigende vriendelijkheid gepaard gaat

    De Chileen is geen racist, hij is zich alleen hyperbewust van wat zijn huidskleur, de vorm van zijn hoofd, de stand van zijn jukbeenderen en de structuur van zijn haar betekenen voor zijn status. Hij laat dit blijken zonder dit met zoveel woorden te zeggen. Hij gebruikt met een ogenschijnlijk humoristische ondertoon een complex geheel van uitdrukkingen 
op basis van uiterlijke kenmerken: er zijn er met de uitstraling van hangjongeren (trainingspak, petje) en jongeren met het nette voorkomen van een kakker (polootje, kraagje). Je hebt er die eruitzien als kruimeldieven en als leden van de toekomstige elite. Wij 
verkneukelen ons graag om iemand met indiaanse trekken en dik, zwart haar en bewonderen de slanke meisjes met glanzend lang haar die de sociale media bevolken. Achter elk van deze creatieve taaluitingen schuilen niet alleen verschillen in uiterlijk maar ook in status en positie. Iemand met indiaanse trekken of een foute kop – om maar een greep te doen uit de o zo verfijnde beeldspraak die we gebruiken om een inheemse Chileen te typeren die de sociale ladder beklimt en te dicht bij de top komt – zal alles wat 
aan zijn afkomst herinnert onherroepelijk moeten wegmoffelen, alsof hij zich daarvoor zou moeten schamen of iets verkeerds zou hebben gedaan. Als een politicus aangepakt moet worden, dan doen we dat niet omdat hij fouten heeft gemaakt, niet consequent is of omdat we hem simpelweg niet mogen, nee, we richten ons op hoe hij zich presenteert, hoe hij eruitziet, vooral als hij een donkere huid heeft.

    De Chileen is niet wreed, hij is solidair. Probleem is wel dat solidariteit zo ongeveer wordt aangezien voor liefdadigheid die met neerbuigende vriendelijkheid gepaard gaat. Een jaarlijks of maandelijks ritueel waarmee we onszelf eraan herinneren hoe gul we 
zijn voor mensen die in armoede leven of in de kou staan. Medelijden vinden we belangrijker dan respect.

    Hoe reageert de weldenkende Chileen op de ordinaire en domme hysterie die de komst van Haïtianen 
bij een aantal opgewonden nationalisten heeft 
opgewekt, en op de slechte behandeling die de nieuwelingen zich dagelijks moeten laten welgevallen in de wijken waar ze rondzwerven op zoek naar werk en een dak boven hun hoofd? Hij slingert een hashtag 
op Twitter en herinnert ons eraan dat hij het achterachterkleinkind is van een Oekraïner en dat zijn oma uit België komt, voorwaar een schokkende onthulling waarover wij niet lichtzinnig moeten doen. Verwijzend naar zijn Europese roots maakt de progressieve Chileen ons duidelijk dat hij goed kan navoelen wat de huidige Latijns-Amerikaanse immigranten doormaken. En passant laat 
hij ons weten dat de Haïtianen meer dan welkom zijn en als onze hermanos behandeld moeten worden, alsof dit alles niet meer om het lijf heeft dan een weekendje weg naar zee. Zo denkt de linkse Chileen en dat tikt hij op in een goedbedoelde maar belerende tweet vol culturele vooroordelen, die hun fundament hebben in de geschiedenis van ontheemding en segregatie die de meeste Chilenen die met die immigranten moeten samenleven met elkaar gemeen hebben. De weldenkende Chilenen beseffen niet dat deze bevolkingsgroep het doelwit is van 
het politieke discours dat een zwakkere groep in de samenleving nodig had waarop de eigen frustraties geprojecteerd kunnen worden. De weldenkende Chilenen zouden intussen moeten weten dat de feiten – het werkelijke aantal immigranten, wat hun komst betekent voor de werkgelegenheid, 
dat ze de staatskas spekken omdat ze geld uitgeven – de angst waar politici gebruik van maken voor electoraal gewin of om hun positie te behouden niet zal wegnemen. Het gaat hier om politiek en niet om good vibes.

    Soort eilandbewoner

    De Chileen, ten slotte, is geen vreemdelingenhater, maar een soort van eilandbewoner die hoogst gevoelig is voor de hoeveelheid pigment in zijn huid. De immigranten uit Haïti schudden die karaktertrek op en maken het beest wakker dat daar altijd heeft liggen slapen, maar dat we eeuwenlang hebben geprobeerd te negeren om de vieze adem die uit zijn ingewanden opborrelt niet te ruiken en de pijn van zijn beet niet te voelen.

    Auteur: Óscar Contardo
    Vertaler: Jos den Bekker

    Openingsbeeld: Een typisch avondje uit in een restaurant in de Chileense stad Valparaíso. – © Getty Images

    La Tercera
    Chili | dagblad | oplage 200.000

    Populaire krant, opgericht in 1950, die voornamelijk gelezen wordt door de middenklasse in Chili. Op zondag worden er nog eens 63.000 extra exemplaren verkocht.

    unnamed

    Óscar Contardo (1974) is journalist en auteur van verschillende boeken over het sociale leven in Chili. Hij wordt gelauwerd voor zijn columns en kronieken, en kreeg de Altazor-debuutprijs voor het boek Raro (Vreemd).

    Immigranten demonstreren tegen racisme in Santiago. – © (AP / Esteban Felix)
    Immigranten demonstreren tegen racisme in Santiago. – © (AP / Esteban Felix)

    Hervorming immigratiewet

    Op 9 april kondigde de Chileense president Sebastián Piñera een hervorming van de immigratiewetten aan. Op Twitter vertolkte hij zijn filosofie achter het vraagstuk: ‘Een nieuwe wet die onze deuren opent voor diegenen die op legale wijze Chili binnenkomen en zulks doen om bij te dragen aan de ontwikkeling van ons land. En die de deuren sluit voor diegenen die proberen op illegale wijze binnen te komen […]’

    Chili heeft te maken met een ongekende immigratiegolf, sinds 2016 met name vanuit Venezuela, waar een scherpe crisis heeft toegeslagen, en vanuit Haïti, waar de diepe armoede voortduurt. In vier jaar tijd is het aantal immigranten verdubbeld tot momenteel één miljoen, oftewel 5,5 procent van de totale bevolking van Chili.

    Eenderde van de immigranten komt illegaal de grens over, bericht de digitale krant El Mostrador. De nieuwe wet voorziet in het legaliseren van de situatie van 300.000 illegalen, maar het komt er uiteindelijk op neer dat een toeristenvisum wordt omgezet in een tijdelijk visum dat toegang biedt tot de arbeidsmarkt. Volgens de wet moet vervolgens vanuit het land van herkomst een werkvergunning worden aangevraagd.

    Sinds 16 april krijgen Venezolanen een speciaal visum dat een jaar geldig is, eenmaal kan worden verlengd en waaraan het recht verbonden is om een permanente verblijfsvergunning aan te vragen. Voor Haïtianen daarentegen geldt dat zij het land slechts kunnen binnenkomen op een toeristenvisum dat een maand geldig is en eenmaal kan worden verlengd voor een periode van negentig dagen, ‘zonder de mogelijkheid om te immigreren, te verblijven 
of betaalde activiteiten te ontplooien’, zo staat te lezen op de officiële website van het Chileense ministerie van Arbeid.

    Op BBC Mundo, de Spaanstalige tak van de BBC, zegt een Haïtiaan die in Chili verblijft dat de bevolking daar ‘niet gewend is aan zwarte immigranten en zich afvraagt of al die Haïtianen eigenlijk niet van plan zijn om van land te wisselen’.

  • Wild, direct, 
energiek en rusteloos

    Wild, direct, 
energiek en rusteloos

    De Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat liep vooruit op de digitale cultuur; zijn kunst past bij het levensgevoel van de Instagramgeneratie. Een tentoonstelling in Frankfurt documenteert zijn bliksemcarrière.

    Het korte leven van Jean-Michel Basquiat 
laat zich lezen als een actiestrip: uit een teenager met een spuitbus groeide een superster van de kunstwereld, die op 27-jarige 
leeftijd stierf aan een overdosis heroïne. Hij schiep 
in nog geen tien jaar ongeveer duizend werken – waarvan er maar weinig in openbare musea te zien zijn, want al tijdens zijn leven verkocht Basquiat heel goed. Op zijn eenentwintigste was hij de jongste deelnemende kunstenaar tot dan toe van documenta 7 in Kassel en tegenwoordig geldt hij als een van de belangrijkste kunstenaars van onze tijd. In het 
afgelopen jaar bracht zijn schilderij Untitled (1982) op een veiling 110,5 miljoen dollar op. Waanzinnig.

    Toen Jean-Michel Basquiat de eerste golf van roem achter de rug had, was hij nog maar net twintig jaar. Als graffitiartiest had hij onder het pseudoniem SAMO (same old shit) in Manhattan naam gemaakt 
met cryptisch-poëtische schrifttekens. Vanaf die tijd werd hij steeds opnieuw gefotografeerd, gefilmd, in kranten beschreven – hij was eerzuchtig en werkte onafgebroken, maar behield tegelijkertijd ook zijn jeugdige charme en coolness, waardoor alles zo 
moeiteloos leek.

    De tentoonstelling Boom for Real in de Schirn Kunsthalle Frankfurt toont nu een groot retrospectief 
dat eerder in Londen te zien was. Het probeert te 
verklaren waarom de hyperactieve zwarte jongen uit de Brooklynse middenklasse een kunstenaar werd die uitzonderlijk was in zijn tijd.


    Want waarom dat zo was, is niet meteen duidelijk. De kunstkritiek heeft zo nu en dan van alles op Basquiat aan te merken: is zo’n komeetachtige carrière als van een popster wel gerechtvaardigd zonder enige formele opleiding? Zijn zijn portretten eigenlijk niet alleen maar neergekwakte pictogrammen? Is die 110 miljoen dollar niet een groteske overwaardering door de kunstmarkt? Is hij misschien alleen maar door zijn vroegtijdige drugsdood een mythe geworden?

    Aan de drugs die zijn ondergang betekenden, maakt Boom for Real, ondanks een duidelijk biografisch accent, geen woord vuil. In plaats daarvan komen we veel te weten over de New Yorkse scene rond 1980. In het trappenhuis ontvangt Basquiat de bezoeker op een videowand, trippelend op de muziek van Duke Ellington; in de volgende ruimtes zijn krantenartikelen uit eind jaren zeventig te zien, polaroids met Grace Jones, Madonna, Fab 5 Freddy en andere creatievelingen uit de postpunkunderground. Dan komen de portretten van en met zijn vriend Andy Warhol. De bezoeker wordt geïnformeerd over waar Basquiat ging dansen, wanneer hij Warhol leerde kennen, hoe de uitnodiging voor zijn verjaardagsfeestje eruitzag, hij kan 
Basquiats brieven, ansichtkaarten, cheques en huurcontracten bekijken. Een hele zaal toont uitsluitend bladzijden uit zijn notitieboekjes.

    Brok energie

    Hoort een zo gedetailleerde biografische documentatie thuis in een kunsttentoonstelling? Zou de kunst niet voor zichzelf moeten spreken? Misschien niet in het geval van Basquiat, want zijn kunst is een mix van zijn leven, politiek-maatschappelijke invloeden en de samplemethode van de hiphopcultuur die toen ontstond. ‘Hij verslond ieder beeld, ieder woord, ieder snippertje informatie dat op zijn pad kwam’, schreef de auteur Glenn O’Brien na Basquiats dood in 1988. ‘De stortvloed aan informatie waarmee wij leefden veranderde zo in iets dat een verbluffende nieuwe betekenis opleverde.’

    Deze hoogbegaafde brok energie zoog alles op, 
reageerde op elke impuls in zijn omgeving, schijnbaar ongefilterd. Het zelfportret Dos cabezas (1982) met Andy Warhol schilderde hij in twee uur en hij schonk het aan zijn idool terwijl de verf nog nat was. Zelfs de teksten op zijn cornflakesdoos zou hij af en toe verwerkt hebben, steeds omringd door bergen boeken, alsook een tv en een platenspeler die tegelijk aan staan. Zo schilderde hij zich als eerste zwarte 
de elitaire witte kunstwereld in.

    Basquiats schilderijen spiegelen deze permanente toestand van overprikkeling. Ze zijn wild, geïmproviseerd, direct, vol energie en rusteloosheid, elk schilderij als een fragment uit zijn tijdlijn. Hij 
vermengt citaten met anatomische tekeningen, krantenknipsels met grove verfstreken, hij 
vervreemdde elementen van Picasso en Leonardo 
da Vinci, kopieerde en voegde in: een copy-pastekunstenaar. En hij hield van selfies, steeds weer schilderde hij zelfportretten. Je zou kunnen zeggen: hij liep vooruit op de huidige digitale cultuur, waarin veel mensen voortdurend druk zijn met het verwerken van de input die op ze af komt.

    Untitled (1982).
    Untitled (1982).

    Misschien is dat wel de reden waarom Basquiat zo veel mensen bevalt – omdat bij hem uit de synthese van onsamenhangende futiliteiten een nieuwe 
betekenis lijkt te ontstaan. Het zijn snelle, spontane werken die de thema’s van zijn tijd symbolisch samenvoegen; Basquiat is bovendien de zwarte held tegen een witte achtergrond. Steeds opnieuw toont hij zich in zelfportretten als donkere schedel, 
omgeven door politiek aandoende slogans, zoals in Famous (1982) of Glenn (1984).

    Racisme, politiegeweld, kritiek op het kapitalisme – Basquiats thema’s zijn ook nu nog actueel. Hij 
verplaatst ze, doordat hij het private en het openbare in elkaar laat overgaan – ook daarin lijkt zijn werk 
op de huidige digitale cultuur. In Boom for Real is er daarom geen sprake van smetvrees of academische drempels, want het levensgevoel van de Facebook- 
en Instagramgeneratie lijkt sterk op de directheid waarmee Basquiat werkte.

    Zijn grote formaten, zoals Ishtar (1983), bevatten zo veel dat je er moeilijk niet van kunt houden. Basquiat raakt aan alles tegelijk: muziek, wetenschap, 
politiek, economie, tv. Het zijn schilderijen als 
overvloedige buffetten, waarin iedereen iets voor zichzelf kan vinden.

    Auteur: Carola Padtberg
    Vertaler: Piet Meeuse

    Tentoonstelling Basquiat. Boom for Real. Schirn 
Kunsthalle Frankfurt, Frankfurt am Main. Tot 17 mei 2018

    Openingsbeeld: Jean-Michel Basquiat met American Football-helm in 1981.

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 758.900

    Belangrijk en uiterst onafhankelijk 
onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947, dat verscheidene politieke schandalen 
aan het licht heeft gebracht.

  • ‘Verlies nooit uit het oog dat je zwart bent’

    ‘Verlies nooit uit het oog dat je zwart bent’

    Jay-Z woonde als kind in een van de gevaarlijkste buurten van Brooklyn en groeide uit tot rapper, producent en multimiljonair die met een van de succesvolste vrouwen ter wereld trouwde. Dean Baquet van The New York Times praat met hem over muziek, liefde, politiek, zwart zijn in Trumps Amerika en wat het voor zijn kinderen betekent te leven in een wereld die zo sterk afwijkt van die uit zijn eigen jeugd.

    Mijn gesprek met Jay-Z begon eigenlijk met O.J.

    In mijn jongensjaren, in het zwarte New Orleans van de jaren zestig, was O.J. Simpson een god. We imiteerden hem, deden zijn loopje na. We wilden niet alleen spelen zoals hij, we wilden zíjn zoals hij, knap en atletisch onder de zon van Californië. We oefenden zijn schijnbewegingen voor de spiegel, met handen die te klein waren om de bal losjes vast te houden, zoals hij. We wilden zelfs naar de University of Southern California, waar hij de staat twee jaar op rij naar de overwinning had gevoerd. We waren kwaad toen de Heismantrofee voor zijn neus werd weggekaapt door Gary Beban, de keurige, witte, door-en-door Amerikaanse quarterback van UCLA, ook wel The Great One genoemd. We waren door het dolle toen hij hem het jaar daarop in de wacht sleepte.

    Maar O.J. was geen perfecte held voor zwarte jongens, al had hij zich ontworsteld aan de armoede van San Francisco en leidde hij een bestaan als superster. Hij was dubbel over zijn huidskleur. In een tijd waarin andere sporthelden het feit dat ze zwart waren expliciet benoemden, probeerde hij het een beetje weg te moffelen.

    Dus toen ik werd gevraagd om Jay-Z te interviewen, wilde ik het graag hebben over zijn nummer ‘The Story of O.J.’, op zijn nieuwste album 4:44. In dat nummer citeert Jay-Z de wellicht apocriefe, maar niettemin legendarische opmerking van Simpson: ‘Ik ben niet zwart, ik ben O.J.’
    Ik was minder geïnteresseerd in de huwelijksproblemen van de rapper, of in het beroemde handgemeen tussen hem en zijn schoonzus, in een lift. Wel was ik benieuwd hoe Jay-Z, met zijn huis van 88 miljoen dollar in Bel-Air, niet ver van de buurten waar zwarten van bijna niets moeten zien rond te komen, zich verhoudt tot zijn jeugd – als zwarte jongen in een sociale woningbouwwijk in Brooklyn, in de jaren zeventig. Afgaande op zijn nieuwste album heeft deze ingewikkelde spagaat zijn sporen nagelaten – en dat herken ik wel, als zwarte man uit het Zuiden, voor wie O.J. de held van zijn jeugd was en die het zelf ook veel verder heeft geschopt dan ook maar iemand vroeger voor mogelijk had gehouden.

    Waarom raakt het verhaal van O.J. Simpson ons allebei zo?

    O.J. moet een bepaald deel van zichzelf hebben weggedrukt toen hij zich profileerde als de held van een breed publiek: onomstreden, iemand voor wie huidskleur geen rol speelde, de ideale tegenpool van zijn mede-footballspeler, Jim Brown van de Cleveland Browns, die veel meer geladen was, veel kwader. Ik vroeg me af of de druk van die ontkenning ertoe had geleid dat het tientallen jaren later tot een uitbarsting kwam.

    Dit alles speelde door mijn gedachten toen ik Jay-Z vorig jaar september twee uur lang sprak, in een werkkamer bij The Times. We hadden het niet alleen over O.J. en raciale identiteit, maar ook over de seksuele geaardheid van zijn moeder, en hoe hij zijn kinderen, die van het ene landhuis naar het andere gaan, sociaal bewustzijn kan bijbrengen. Na jaren te hebben gerapt over een jeugd in de hood, klinkt dit album als de diepgravende therapiesessies van een zwarte man van middelbare leeftijd op muziek.

    Allereerst welkom.

    ‘Dank je.’

    Er zijn een paar dingen waar ik het over wil hebben. Ik zou het graag even hebben over de rassenkwestie. En over je muziek. Ik vond met name The Story of O.J. van je album 4:44, uit 2017, heel sterk. Wat ik erin hoorde, is: ‘Of je nou arm of rijk bent, je bent en blijft zwart.’ Voor wie is die boodschap bedoeld? Wie wil je dat zich door die tekst aangesproken voelt?

    ‘Weet je, het is allemaal niet zo zwart-wit, dat nummer. Ik richt me met name tot ons. Het gaat over wie we zijn en hoe we onszelf kunnen blijven terwijl we onze identiteit steeds verder proberen op te rekken. Het gaat over verantwoordelijkheid nemen voor onze daden. Want het is zoals het is, in Amerika. En er is een oplossing: als we ons verenigen, als we een machtsblok vormen, als ik met veertig miljoen mensen kom aanzetten krijg je een heel ander gesprek dan wanneer ik op eigen houtje probeer Amerika te veranderen. Zo werkt het nu eenmaal. Neem die opmerking: “Ik ben niet rijk, ik ben O.J.” Het gaat erom dat je eerst die positie weet te bereiken. En dan kun je je afzetten tegen de heersende cultuur. Zo begint het. En weet je hoe het dan verdergaat? Je staat er alleen voor – en je weet hoe dat heeft uitgepakt.’

    Was het misschien ook om ons eraan te herinneren dat O.J. iets over het hoofd had gezien? Al was hij nog zo rijk en machtig, al genoot hij nog zoveel voorrechten, toen de discussie over rassenongelijkheid rondom hem losbrandde, werd hij er op zeer pijnlijke wijze aan herinnerd dat hij ook zwart was, of 
hij zich daar nou bij neer wilde leggen of niet.

    ‘Zo is het. Voor ons gaat het erom, wanneer we het daarover hebben: “Verlies dat nooit uit het oog.” Het gaat niet om succes en beroemd worden. Waar het om gaat is dat je, als je bent gezegend met een bepaald talent, je je ook moet toeleggen op dat talent. Dat is één. Punt twee is dat we de verantwoordelijkheid hebben de discussie te blijven voeren, net zolang tot we allemaal gelijk zijn. Tot iedereen op aarde gelijk is. Want zolang niet iedereen vrij is, is niemand vrij. Zo is het gewoon.’


    Maar als je zo ongelooflijk succesvol bent als jij, zullen je kinderen in een volkomen andere wereld opgroeien dan die waarin jij zelf bent opgegroeid. Hoe zorg je ervoor dat ze zich daar toch een beeld van kunnen vormen?

    ‘Dat is een precair evenwicht, ja. Om te overleven in de buurt waar ik opgroeide had ik bepaalde vaardigheden nodig die mijn kinderen niet nodig hebben. Maar dat neemt niet weg dat ze zich bewust moeten zijn van hun geschiedenis. Ze moeten een zeker besef hebben dat het niet vanzelf is gegaan. Het belangrijkste is, denk ik, om ze mededogen bij te brengen, om ze te leren zich te verplaatsen in de strijd die anderen moeten leveren, zich te realiseren dat er mensen zijn die offers hebben gebracht, waardoor wij nu in deze positie zitten, en om die lijn voort te zetten – voor ons.’

    Je kunt ze nog zoveel geschiedenis bijbrengen, en je kunt zelf nog zoveel aanzien genieten binnen de zwarte gemeenschap in Amerika, maar je zult je misschien ook wel eens zorgen maken dat ze iets missen? Of denk je dat dat onzin is, dat er uiteindelijk zoveel in hun voordeel werkt dat dit een te negatieve kijk is?

    ‘Ik snap wat je bedoelt. Er zijn gewoon bepaalde eigenschappen die je graag bij je kind zou zien. Je 
wil dat ze eerlijk, meelevend, invoelend zijn, met een warm hart. Het zijn de basiseigenschappen die iedereen – nou ja, ik in ieder geval – zijn kind wil meegeven. Snap je wat ik bedoel? Mensen in hun waarde laten, wie ze ook zijn, wat voor positie ze ook bekleden. Dus niet slijmen bij iemand op een hoge positie en lullig doen tegen iemand op wie je neerkijkt. Ik kan geen liefde voor je kopen, ik kan het je niet aanreiken. Ik wel liefde uiten, maar verder zul je het zelf moeten doen. Hetzelfde geldt voor medeleven. De mooiste dingen in het leven zijn de dingen die onzichtbaar zijn.’

    Voor mij, als zwarte man van een bepaalde leeftijd, was O.J. Simpson de held van mijn jongensjaren. Ik ben eenenzestig, dus ik was nog klein in zijn tijd. Ik ben ervan overtuigd dat ik bepaalde dingen in dat nummer heb gehoord waarvan jij je misschien niet eens bewust bent, omdat ik tot een anderen generatie behoor. Denk je dat zwarten en witten, jongeren en ouderen, allemaal andere dingen horen in je muziek? Wat wil je dat een wit kind uit dat nummer haalt, terwijl een zwart kind het misschien niet eens zou opmerken?

    ‘Goede vraag. Als je muziek maakt wil je, denk ik, dat iedereen er iets anders in hoort, en vervolgens hoop je dat het een discussie op gang brengt. Want zo ontstaat begrip. “O, zie jij het zo?”’

    Er zijn mensen die denken dat het debat over de rassenkwestie in Amerika weer is opgelaaid door de verkiezing van Donald Trump. En er zijn mensen die beweren dat het racisme in Amerika van alle tijden is; er zou weinig zijn veranderd, en ook de discussie zou niet wezenlijk anders zijn dan voorheen. Het enige verschil is dat het nu aandacht krijgt. Hoe kijk jij daartegen aan?

    Er is een steengoede tekst van Kanye West in een 
van zijn nummers: “Racism’s still alive, they just be concealin’ it.” (Racisme is nog springlevend, alleen wordt het verhuld.) [Het nummer heet ‘Never Let Me Down’, van The College Dropout uit 2004.] Even een zijweg. Ik denk dat het een enorme stommiteit is geweest van de NBA om Donald Sterling voor het leven te schorsen. Natuurlijk, hij zat fout. Maar dat soort opmerkingen wordt gewoon gemaakt. Daar zullen we mee moeten leren leven. [In 2014 werd Sterling, destijds eigenaar van de Los Angeles Clippers, voor het leven geschorst door de NBA nadat er geluidsopnamen waren opgedoken waarin hij zich tegenover een vriendin racistisch uitliet over zwarten.] Ik vind niet dat zoiets ongestraft moet blijven. Maar door hem helemaal weg te sturen bereik je vooral dat alle anderen in hun schulp kruipen, wat een open gesprek onmogelijk maakt. Dat Donald Trump president is geworden heeft als voordeel dat we nu gedwongen zijn de dialoog aan te gaan. Trump heeft ons het platform geboden.’

    En volgens jou is dat beter? Dat we gedwongen zijn 
de dialoog te voeren?

    ‘Absoluut. Daardoor is dit allemaal in gang gezet.’

    Vind je dat het debat over ras in Amerika op een 
constructieve manier wordt gevoerd?

    ‘In het ideale geval heb je een president die zegt: “Ik sta open voor de dialoog en het zoeken naar een oplossing.” Maar toch is het ergens wel goed, zoals het nu gaat. Want je kunt pas aan een oplossing werken wanneer je het probleem onderkent. Zo is het toch? Stel dat ik, zonder het te weten, een hersentumor heb. Er moet eerst een diagnose worden gesteld. Hoe dat gebeurt maakt niet veel uit. Als er een voetbal tegenaan wordt getrapt en ik heb zoiets van: Hé, ik voel hier iets geks, en ik ga naar de dokter – dan is het ook gebeurd.’

    Oké.

    ‘Snap je wat ik bedoel? Hoe het ook gebeurt, we krijgen een hoop ballen tegen ons aan geknald. Om maar een metafoor te gebruiken die past bij de NFL.’

    Als jij teameigenaar was, zou je Colin Kaepernick een 
contract aanbieden, neem ik aan?

    ‘Ja. Ik heb The Story of O.J. aan hem opgedragen tijdens het Meadows-concert.’ [Colin Kaepernick, de voormalig quarterback van de San Francisco 49ers, zorgde voor grote beroering met zijn protest tegen racisme en rassenongelijkheid in de Verenigde Staten. Kaepernicks besluit, vorig jaar, om te knielen bij het volkslied is inmiddels overgenomen door tientallen andere sporters, tot woede van onder anderen president Trump. In oktober vorig jaar, toen Kaepernick al maanden geen contract meer aangeboden had gekregen, diende hij een aanklacht in tegen de NFL, waarin hij de teameigenaars ervan beschuldigde tegen hem samen te spannen.]

    Heb je hem ook ontmoet?

    ‘Nee. We hebben alleen nog maar gebeld, maar het lijkt ons wel een goed idee elkaar te ontmoeten.’

    Als dit niet was gebeurd, had hij dan wel een contract gekregen, denk je?

    ‘Ja, zonder twijfel.’


    Denk je dat politiek een grotere rol speelt bij basketbal 
dan bij American football?

    ‘Ja.’

    Waarom is dat, denk je?

    ‘Volgens mij omdat het om minder grote aantallen gaat. Je hebt twaalf man in een team. Bij football heb je het over 53 mensen. Het is lastiger om 53 neuzen allemaal dezelfde kant op te krijgen. Daarnaast heeft de NBA een fantastische voorzitter, die ruimdenkend is. En hij staat echt achter de spelers. Dat voel je gewoon. Als je weet dat er iemand achter je staat die echt ergens in gelooft, stimuleert dat je om te doen wat goed is.’

    Zijn er zelfs in dit stadium van je leven – je bent beroemd, je bent rijk, je hebt bezit – nog momenten waarop je wordt geconfronteerd met racisme, openlijk en duidelijk herkenbaar?

    ‘Best wel, ja. Maar dat gebeurt vooral wanneer je iets probeert te veranderen aan de status quo. Als ik me gedeisd hou en gezellig ben, is er niets aan de hand. O man, te gek allemaal. Maar zodra je je niet houdt aan de onuitgesproken codes van de club, dan is het ineens gedaan met je seat at the table – om de titel van het album van Solange te gebruiken. En dan betreed je een terrein waar je denkt: Hé, jongens, jullie zijn nu kwaad op mij omdat ik precies doe wat jullie altijd doen?’

    Zit je nu wel eens in vergaderingen waarin je de enige zwarte bent?

    ‘Nou, in mijn tijd met de Nets was ik zonder meer de enige zwarte aan de vergadertafel.’ [Jay-Z had aandelen in de New Jersey Nets, in 2003. Hij verkocht ze in 2013.]

    En, hoe was dat? Kun je daar iets over vertellen?

    ‘Het was, nou ja, gek, maar tegelijkertijd denk ik dat… ik denk dat het feit dat ik beroemd ben me een stem gaf, op die plek. Waarschijnlijk zou het voor iemand anders, als enige zwarte in zo’n vergadering, lastig zijn geweest om erdoorheen te breken.’

    Ben je teleurgesteld in Obama? Er zijn mensen die zeggen dat de verwachtingen van de eerste zwarte president te hooggespannen waren: Hij zou moeten afrekenen met racisme en moeten zorgen dat alles goedkwam. Zijn dat onredelijke verwachtingen? Heeft hij jouw verwachtingen waargemaakt?

    ‘Ja, want hij heeft zijn uiterste best gedaan, en meer kon hij niet doen. Hij is ook maar een mens. En het is niet eerlijk om onrealistische verwachtingen te koesteren enkel en alleen omdat hij zwart is. Sterker nog, je zou het bijna moeten omkeren. Een beetje van: wat had je dan verwacht? Die man zit daar acht jaar. En hij moet ongedaan maken wat 43 presidenten voor hem hebben gedaan. In acht jaar. Dat kun je van niemand verlangen.’

    ‘Zonder mensen is er helemaal niks aan, aan al dat geld’

    Hoe kijk je aan tegen het leiderschap – en dan heb ik het niet over zwart leiderschap, maar leiderschap in het algemeen – in dit land, waar het gaat om de dingen die jij belangrijk vindt? Zijn er mensen van wie jij zegt: deze man of vrouw staat voor de dingen die mij aan het hart gaan?

    (lacht) ‘Dit wordt grappig. Nou ja, ik vind het zelf wel grappig: ik geloof erg in [de zwarte komiek] Dave Chapelle.’

    Vertel. Zou je Dave Chapelle als president willen?

    ‘Ik denk het wel. Hij verpakt het in humor zodat het hanteerbaar is, maar er zit altijd een stevige kern van waarheid in.’

    Je hebt aardig wat geld. Word je daardoor op een bepaalde manier rechtser, of heeft het feit dat je geld hebt geen invloed gehad op je politieke overtuigingen?

    ‘Nee. Nee, want ik geloof in mensen. Het gaat mij erom wat het beste is voor de mensen. Ik ben dol op mensen. Ik ben dus niet zo dat ik op de Republikeinen ga stemmen omdat het me geld scheelt. Uiteindelijk is dat niet waar het om gaat. Het gaat er niet om wie meer geld heeft, of meer huizen. Ja, natuurlijk, je hebt het zelf verdiend, dus je mag ermee doen wat je wilt. Snap je? Maar zonder mensen is er helemaal niks aan, aan al dat geld.’

    Zo is het. (lacht)

    ‘Niemand om het mee te delen, niemand om… Nou ja, je snapt wel wat ik bedoel. Dan zou je zwemmen in het geld, moederziel alleen op de wereld.’

    Ik heb naar je nieuwste album geluisterd, en toen moest ik denken aan de eerdere albums. Een van de thema’s was zoiets als het bereiken van het beloofde land. Je hebt inmiddels een bepaalde positie, en dan heb ik het niet alleen over geld. Maar als ik dan naar je nieuwste album luister, denk ik: Hij moet het heel moeilijk hebben gehad, ook toen het hem voor de wind ging.

    ‘Zonder meer.’

    Ja, echt?

    ‘Ja. Denk maar aan het nummer Song Cry.’ [Dat nummer, van Jay-Z’s album uit 2001, The Blueprint, genomineerd voor een Grammy, gaat over het stuklopen van drie eerdere relaties en het onvermogen van de rapper om zijn emoties toe te laten en echt, 
of openlijk, te rouwen. Pride won’t let me show it / Pretend to be heroic.]

    Mm-hmm.

    ‘Dat ene zinnetje – never seen it comin’ down my eyes, but I gotta make the song cry – dat maakt in één klap duidelijk hoe ik eraan toe was. Ik dook ervoor weg. Een man is pas echt sterk wanneer hij kan huilen. Je gevoelens tonen, gewoon laten zien dat je kwetsbaar bent. Dat is ware kracht.’

    Wil je daarmee zeggen dat je in die periode ongelukkig was, en daar niet mee uit de voeten kon?

    ‘Nou ja, je stopt dingen weg, hè. Dus je kunt je oké voelen terwijl diep vanbinnen van alles speelt.’

    Voor mij als vader was een van de meest aangrijpende stukken van je album het nummer over je huwelijk dat bijna op de klippen liep. Je hebt het erover hoe het moet zijn om een andere man met jouw kind te zien voetballen. Je hebt heel veel over je leven verteld in je muziek, maar zijn er ook facetten van je leven waar je een muur optrekt? Je hebt het erover gehad hoe zwaar het was om op te groeien zoals jij bent opgegroeid, dat je vader jullie al vroeg in de steek liet, over de problemen binnen je huwelijk, dat je in therapie bent gegaan. Zijn er ook dingen waarvan je zegt: ‘Daar waag ik me niet aan’?

    ‘Ja, hoor. En dat heeft dan meestal met anderen te maken, want zodra er anderen bij betrokken zijn 
kun jij het allemaal wel oké vinden om die dingen naar buiten te brengen, maar het gaat ook over de waarheid van anderen. Mijn moeder is een goed voorbeeld.’

    Wanneer werd je duidelijk dat je moeder lesbisch was?

    ‘O, eh, dat wist ik al heel vroeg. Als tiener, zeg maar.’

    Je had het door en jullie hebben erover gepraat?

    ‘We hebben het er nooit over gehad. Het was gewoon zo. Het was een gegeven. Iedereen wist het. Maar we hebben het er nooit over gehad. Tot, nou ja, eigenlijk is het iets van de laatste tijd. We hebben heel mooie gesprekken, en we leren elkaar echt goed kennen. We konden altijd al goed met elkaar opschieten, maar nu zijn we echt heel goede vrienden. Snap je? En we zaten gewoon als vrienden te praten. En toen vertelde ze me dat ze verliefd was. Na al die jaren heeft ze het gevoel dat ze vrij is. Ze kan nu zichzelf zijn. Ze hoeft geen dingen meer weg te houden van haar kinderen, ze hoeft niet meer bang te zijn dat haar kinderen zich opgelaten zullen voelen. Het was toen echt een andere tijd. Nu kan ze gewoon haar eigen leven leiden.’

    Denk je dat het gaandeweg moeilijker zal worden? Toen je nog jonger was, maakte je muziek over een bestaan vol geweld. Hoofdstuk twee van de autobiografie is iets in de trant van: ‘Ik zwem in het geld. Ik kom om in de spullen. Moet je eens kijken hoe cool dat is.’ Ik versimpel het natuurlijk. Hoofdstuk drie luidt: ‘O, mijn god, ik heb mezelf de vernieling in geholpen.’ Wat kunnen we van hoofdstuk vier verwachten?

    ‘Hoofdstuk drie luidt anders, en wel: O, mijn god, de mooiste dingen in het leven zijn niet die spullen. De mooiste dingen zitten vanbinnen. Het mooiste zijn de vriendschappen die ik heb. Ik heb echt onbetaalbare vriendschappen. Het medeleven, en wie ik ben geworden – daar gaat dit hoofdstuk over. En het gesprek met mijn moeder. Dat zijn de ervaringen die je echt verrijken.’


    Maar maak je dan nog wel dezelfde soort dingen mee? Heb je dan nog wel dezelfde ervaringen om over te schrijven? Of weet je dat gewoon nog niet?

    ‘Ik denk dat rap in eerste instantie iets voor jonge mensen is. Op een gegeven moment zit je niet meer op de plek waar het allemaal gebeurt. Rap gaat over de gave van het ontdekken. Als alles nieuw en fris is schrijf je nummers waar de vonken vanaf vliegen. Ik heb het raam wel op een kiertje gezet, natuurlijk.’

    Heb je het gevoel dat je je nog altijd in die ruimte bevindt?

    ‘Ik heb die ruimte opgerekt. Ik heb echt heel erg lang bij dat raam gestaan. Maar evengoed, nee, ik geloof niet dat ik word gezien als de grote naam van dit moment.’

    Is dat moeilijk te accepteren, of heb je iets van: ik zit er niet mee, want ik heb me verder ontwikkeld?

    ‘Nee.’

    Je zou het ook niet willen?

    ‘Weet je wat het is? Uiteindelijk gaat het er niet om dat je op de plek zit waar alles gebeurt, maar dat je dichter bij de waarheid komt. De plek waar het allemaal gebeurt – mensen hebben er de wildste voorstellingen van, maar uiteindelijk stelt het allemaal niet zoveel voor. Wil je liever een trend zijn of wil je liever Ralph Lauren zijn? Ik ben zo iemand die naar de Mona Lisa kijkt en denkt: Jezus, dat is over veertig jaar cool. Ik zet in op de blijvende aard. Voor mij is alles erop gericht me te identificeren met de waarheid. Niet om jong, hot, nieuw en trendy zijn.’

    Een van de dingen waar je over rapt is het leed dat je de mensen hebt aangedaan aan wie je drugs hebt verkocht. Heb je ooit gepraat met die mensen, mensen die jij op 
jongere leeftijd al die ellende hebt aangedaan?

    ‘Nee, dat heb ik niet gedaan. Nee.’

    Wat zou je tegen hen zeggen? Of is het onmogelijk om dat 
te doen, in dit stadium?

    ‘Niets is onmogelijk. Ik denk dat ik in een dergelijk gesprek in ieder geval de verantwoordelijkheid zou nemen voor mijn aandeel in, nou ja, voor de rol die ik heb gespeeld in het creëren van die situatie. Want met alles wat ik nu weet is me volkomen duidelijk dat je anderen nooit het slachtoffer mag laten worden van jouw leven, snap je. Er is een karmische schuld die moet worden ingelost. Als ik toen had geweten wat ik nu weet, was het allemaal anders gelopen.’

    Heb jij het idee dat je een andere verantwoordelijkheid hebt tegenover je luisteraars dan wanneer je een witte muzikant zou zijn geweest?

    ‘Ja, want ik heb de verantwoordelijkheid – en dan grijp ik even terug op het verhaal van O.J. – om het gesprek over een heel ras naar een hoger plan te tillen. Dan heb ik het niet alleen over mij… het geldt voor ons allemaal. Het is goed om na te denken. Het is goed om slim te werk te gaan. Weet je, er was een tijd waarin mensen dingen zeiden als: “Je praat als een witte.” Wat bedoelen ze daar nou mee? Dat ik bepaalde woorden ken? Intelligentie is geen eerbetoon aan huidskleur. Ik durf te wedden dat jij dat vroeger ook vaak genoeg te horen hebt gekregen.’


    Ja, reken maar.

    ‘Je praat als een blanke. Hoezo? Ik praat alsof ik een bepaalde woordenschat heb. Ik heb een bepaalde 
verantwoordelijkheid om het gesprek naar een hoger plan te tillen, op meerdere vlakken. Onze positie binnen de Amerikaanse maatschappij. Onze emotionele volwassenheid, en zo voorts. Het maakt je nederig. En tegelijkertijd heb ik ook zoiets van, we hebben allemaal een bepaalde taak in dit leven. En het zijn altijd de dichters geweest die de emoties van mensen hebben geduid en liedjes hebben geschreven waarbij mensen zoiets hadden van: Ja, dát is wat ik voel.’

    Zijn er zwarte kunstenaars, en ik zal je niet vragen om namen te noemen tenzij je dat zelf wilt, die volgens jou hun verantwoordelijkheid ontlopen om het gesprek over ras op gang te brengen? Zijn er mensen van wie je zou willen dat 
ze meer deden?

    ‘Nou ja, om te beginnen natuurlijk O.J., toch? Want dat is iemand met wie we ons allemaal kunnen identificeren. Er zijn mensen die zich aan die verantwoordelijkheid onttrekken, en we weten allemaal hoe dat is afgelopen.’

    Stel dat je O.J. zou spreken, wat zou je dan tegen hem zeggen?

    ‘Geen idee. Ik zou waarschijnlijk iets zeggen als: “Man, ik vind het vreselijk wat je allemaal is overkomen.” Weet je, mensen doen dit soort dingen op grond van wat ze hebben meegemaakt, en ik denk gewoon dat hij allerlei traumatische dingen heeft meegemaakt. Waarschijnlijk zou het gesprek dan vanzelf op gang komen.’

    Heb je de documentaire over hem gezien?

    ‘Ik heb ze allemaal gezien. Er waren er een stuk of acht tegelijk.’

    Je kunt op twee manieren naar het verhaal van O.J. kijken. Je kunt zeggen dat het mensen met hun neus op het feit drukt dat ze zwart zijn. De positieve boodschap is dan: Je bent zwart en daar zou je veel trotser op moeten zijn. De negatieve boodschap is: Hou jezelf maar niet voor de gek. Uiteindelijk verander je niets aan je positie binnen de maatschappij door lid te worden van een besloten countryclub en door te gaan golfen. Welke boodschap is volgens jou de juiste?

    ‘Allebei, op een bepaalde manier. Het zijn twee boodschappen die naast elkaar bestaan. Wees trots op wie je bent, maar realiseer je ook dat we verder komen als we ons verenigen. Je bent afkomstig uit een bepaalde gemeenschap. En het is nu aan jou om die gemeenschap verder te brengen.’

    Dan moet ik nu toch even ingaan op een roddel. Ik wil het hebben over Kanye West en de verhouding tussen jullie beiden, waaraan je zijdelings refereert in je muziek. 
Wanneer heb je hem voor het laatst gesproken?

    ‘Ik heb Kanye laatst nog gesproken, gewoon om te zeggen dat hij mijn brother is. Ik hou van Kanye. 
We hebben een gecompliceerde verhouding.’

    Waarom gecompliceerd?

    ‘Nou ja, omdat – Kanye is begonnen op mijn platenlabel. En we zijn allebei artiesten. Er heeft altijd iets gespeeld van een onderliggende concurrentiestrijd met een grote broer. En we hebben waardering voor elkaars muziek. Iedereen wil de beste ter wereld zijn. Snap je wat ik bedoel? En dan spelen er nog allemaal andere dingen mee. Maar het komt wel – het zit gewoon wel goed tussen ons.’

    Er is wel sprake van een zekere spanning, toch?

    ‘Ja, oké. Maar goed, dat kan gebeuren. Op de lange termijn – als we negenentachtig zijn en terugkijken op deze zes maanden kunnen we er hopelijk om lachen. Begrijp je wat ik bedoel? De enige manier is er rustig over praten en zeggen: “Dit en dat zit me niet lekker. Dit is hoe ik het zie.” Hij zal mij ongetwijfeld ook dingen kwalijk nemen. Ik ben echt allesbehalve perfect, snap je.’

    Heeft hij zich net zo ver ontwikkeld als jij?

    ‘Hij heeft zich geweldig ontwikkeld. Volgens mij is hij begonnen vanuit een meer invoelende positie dan ik. Snap je? Ik heb gewoon een heel andere jeugd gehad. Mijn eerste album kwam uit toen ik zesentwintig was. Veel mensen brengen hun eerste album uit als ze zeventien of achttien zijn, hun onderwerpen zijn de onderwerpen van een zeventien- of achttienjarige. Tenzij je Nas bent, natuurlijk, en heel belezen… [Nas’ spraakmakende debuutalbum Illmatic, uit 1994, opgenomen toen hij nog een tiener was, werd geprezen om de beeldende scherpe teksten over volwassen worden in troosteloze buitenwijken. De autodidact uit Queens ging na de onderbouw van school.] Maar Kanye is een heel inlevend iemand. Hij komt vaak in de problemen omdat hij anderen wil helpen. Daar heb ik wel affiniteit mee. Het punt is dat er bepaalde dingen zijn gebeurd die voor mij onacceptabel zijn. Maar we houden oprecht van elkaar.’


    Ik probeer me een beeld te vormen van de gesprekken tussen jou en je vrouw, over de openhartige albums waarop jullie je echt blootgeven. Was het moeilijk om te zeggen: ‘Ik ga het over de problemen binnen ons huwelijk hebben. Ik ga het erover hebben dat we bijna van alles waren kwijtgeraakt.’ En voor haar om te zeggen: ‘Ik ga het hebben over mijn verdriet, en hoe kwaad ik op jou ben.’ Hoe gingen die gesprekken?

    ‘Nogmaals, het – zo ging het niet. We gebruikten onze kunst bijna als een soort therapie. We gingen samen muziek maken. En die muziek waar zij in die tijd mee bezig was, was al verder gevorderd. Dus kwam haar album uit vóór het album waar we samen aan werkten. Eh, we hebben nog heel veel van die muziek liggen. En dit is het geworden. Er is nooit een moment geweest waarop ze zei: “Ik ga dit album maken.” Ik was er de hele tijd bij.’

    En hoe reageerde zij op jouw werk en jij op dat van haar? Het moet voor jullie allebei pijnlijk zijn geweest, toch?

    ‘Ja, natuurlijk. Het was voor ons allebei heel erg ongemakkelijk, maar […] zoals men zegt: je kunt maar het beste in het oog van de orkaan zitten. We zaten in het oog van die orkaan. Het was bepaald niet leuk. En we hebben heel veel gepraat. Begrijp je? Ik was heel erg trots op de muziek die zij maakte, en zij was heel erg trots op de nummers die ik uitbracht. Ik vind haar fenomenaal. Het percentage echtscheidingen ligt ergens rond de vijftig procent, omdat de meeste mensen niet naar zichzelf kunnen kijken. Er is niets zo moeilijk als in de ogen 
van een ander het verdriet te zien dat jij hebt veroorzaakt, en dan met jezelf in het reine te moeten komen.’

    Zo is het.

    ‘En nou ja, de meeste mensen hebben daar gewoon geen trek in. Het is niet makkelijk om in je eigen ziel te kijken.’

    Zo is het.
    ‘En dus loop je ervoor weg.’

    Auteur: Dean Banquet
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    • Het interview is bewerkt door Wesley Morris en Reggie Ugwu, resp. criticus en verslaggever voor NYT, die ook de toelichtingen tussen de vierkante haken plaatsten.

    Openingsbeeld: Jay-Z met zijn vrouw Beyoncé in de clip van Family Feud. Het huwelijk tussen de twee artiesten stond vorig jaar onder spanning nadat Jay-Z bekende dat hij zijn vrouw bedrogen had. De video kreeg nogal wat kritiek vanuit katholieke hoek, omdat hij ‘uitbuitend en gratuit’ zou zijn. – @ Scope Images / HH

    The New York Times
    VS | oplage 1.120.000

  • Andrew Anglin, de trollenkoning van de neonazi’s

    Andrew Anglin, de trollenkoning van de neonazi’s

    Andrew Anglin veranderde van antiracistische veganist in de belangrijkste trol van de alt-right-beweging. Luke O’Brien van The Atlantic volgde hem, dook in zijn verleden en stelde zich twee vragen: hoe is dit gebeurd, en wat kan ertegen worden gedaan?

    Keuze uit het archief

    Deze week werd in Groot-Brittannië de moord op Jo Cox herdacht, dinsdag tien jaar geleden. Cox was een politica van de Labour Party die tegenstander was van de Brexit. Ze werd vermoord door een man met extreemrechtse en neonazistische sympathieën die tegenstander was van EU-lidmaatschap.
    Deze reportage van The Atlantic uit 2018 beschrijft het radicaliseringsproces van de prominente neonazi Andrew Anglin en laat zien hoe hij met zijn websites een wijdverbreide extremistische beweging op touw zette die op meerdere plekken terreuraanslagen pleegde. Het artikel probeert een antwoord te vinden op de vraag die iedereen die Anglin als kind heeft gekend, zich stelt: ‘Hoe komt het toch dat hij een neonazi is geworden?’

    Op 16 december 2016 ging de telefoon van Tanya Gersh. Ze nam op en hoorde pistoolschoten. Geschrokken hing ze op. Gersh, een makelaar in Montana, dacht aan een flauwe grap. Maar haar telefoon ging nog een keer. Weer pistoolschoten. Weer hing ze op. Weer ging de telefoon. Nu hoorde ze een man: ‘Zo houden we de Holocaust in stand,’ zei die. ‘We kunnen je begraven zonder je aan te raken.’

    Met trillende handen hing ze weer op. Ze was een van de circa honderd Joden in het stadje Whitefish en omgeving. Ze wist wel dat zich daar ook rechts-extremisten en antioverheidsactivisten ophielden, maar voor Gersh, die er al woonde sinds haar afstuderen, meer dan twintig jaar geleden, was deze schilderachtige wintersportplaats nooit anders dan een idyllisch oord geweest. Ze had niet eens een huissleutel, omdat ze simpelweg nooit de behoefte had gevoeld haar voordeur op slot te doen. Dat gevoel van veiligheid werd nu bruut beëindigd. De telefoontjes waren het begin van een maandenlange treitercampagne, op touw gezet door Andrew Anglin, de man achter ’s werelds populairste neonazisite, The Daily Stormer. Volgens Anglin had Gersh haar stadsgenoot Sherry Spencer onder druk gezet om een pand te verkopen. Sherry’s zoon Richard Spencer is ook een beruchte rechts-extremist en het gezicht van de zogenaamde alt-right-beweging.

    De Spencers hadden oude banden met Whitefish, Richard woonde er al jaren. Hij had zich inmiddels wereldwijd berucht gemaakt door na de verkiezingszege van Donald Trump op een bijeenkomst in Washington ‘Heil Trump!’ te roepen, wat zijn gehoor had beantwoord met de Hitlergroet. Sommige bewoners van Whitefish wilden daarom bij een bedrijfsgebouw van Sherry Spencer in de stad gaan demonstreren. Volgens Gersh klopte Sherry bij haar aan voor advies en ried zij haar aan om het pand te verkopen, geld te doneren aan een goed doel en publiekelijk afstand te nemen van de standpunten van haar zoon. Maar volgens Sherry uitte Gersh ‘verschrikkelijke dreigementen’ aan haar adres. In een bericht op de blogsite Medium schreef ze op 15 december dat Gersh haar in feite probeerde af te persen. (Sherry Spencer wilde ons hierover niet te woord staan.)

    Richard Spencer en Andrew Anglin kenden elkaar destijds nauwelijks. Spencer beschouwt zichzelf als de denker van extreem-rechts en verpakt zijn racisme in intellectueel jargon. Anglin is meer van de grove schuttingtaal en scheldpartijen, zoals je die in de ergste onlinediscussieforums aantreft. Maar een dag voordat Sherry’s blogbericht op Medium verscheen, waren Spencer en Anglin samen verschenen in een podcast waarin ze elkaar bewierookten. Anglin sprak van een ‘historische’ stap richting grotere eenheid op rechts.

    Trumps Amerika

    Het was in de geest van die nieuwe samenwerking dat Anglin allerlei persoonsgegevens van Gersh en haar man Judah en andere Joodse inwoners van Whitefish op internet gooide. Hij voorzag hun foto’s van een Jodenster en fotoshopte hun twaalfjarige zoontje in een afbeelding van de toegangspoort van Auschwitz. De lezers, zijn ‘Stormer-trollenleger’, werden aangespoord om ze ‘te grazen te nemen’.

    ‘Jullie verdienen allemaal de kogel’, mailde een zo’n Stormer. ‘Stop die arrogante slet van een vrouw terug in haar kooi, vuile jid’, luidde een mail aan Judah. ‘Vuile Joodse hoer,’ zei Andrew Auernheimer, webmaster van The Daily Stormer, op de voicemail van Gersh. ‘We leven nu in Trumps Amerika.’ Bedrijven, mensenrechtenactivisten en raadsleden in Whitefish, iedereen die iets met de zaak te maken kon hebben werd de week daarop met zulke berichten bestookt. Volgens de politie werd Judahs kantoor in drie dagen vijfhonderd keer gebeld door één man. Op een avond kwam Gersh thuis en zat haar man in het donker op de bank, met de koffers gepakt, en vroeg haar of ze niet moesten vluchten. ‘Ik ben nog nooit van mijn leven zó bang geweest,’ vertelde ze mij.

    Dat een gesjeesde student van 33 als Anglin zo veel schade kon aanrichten – Bill Dial, de korpschef van Whitefish, noemde het ‘binnenlands terrorisme’ – geeft wel aan hoe zelfverzekerd alt-right inmiddels is geworden. Anglin is een ideologisch erfgenaam van mannen als George Lincoln Rockwell, die eind jaren vijftig aan de wieg stond van de American Nazi Party, en William Luther Pierce, in de jaren zeventig oprichter van een andere belangrijke extreem-rechtse groepering, de National Alliance. Anglin bewondert deze voorgangers, die zichzelf beschouwden als leiders van een revolutionaire beweging die het land moest terugveroveren voor de blanken. Hij droomt van een gewelddadige opstand tegen de overheid. Maar waar Rockwell en Pierce het moesten hebben van stencils, nieuwsbrieven, radio-uitzendingen en groepsbijeenkomsten, heeft Anglin het internet tot zijn beschikking. Zijn bereik is enorm veel groter, zijn mogelijkheden om aansluiting bij geestverwanten te vinden zijn ongeëvenaard. En hij had het tij toevallig ook mee. Een populair concept in extreem-rechtse kringen is het zogenaamde Raam van Overton: dat staat voor het geheel aan ideeën, van uiterst links tot uiterst rechts, die door de samenleving nog als acceptabel gedachtegoed worden beschouwd. Al jarenlang proberen rechts-radicalen dat venster van bespreekbaarheid op te rekken. En tot hun verrassing en grote blijdschap zagen ze het hele raam tijdens Trumps verkiezingscampagne plotseling wijd open vliegen. Ineens mocht je het gewoon hebben over een inreisverbod voor moslims en mocht je Mexicanen afschilderen als misdadigers en profiteurs, en lagen Anglins eigen, nog extremere ideeën dus lang niet meer zo ver buiten de mainstream. Als de meest bedreven propagandist van alt-right appelleert Anglin met zijn teksten aan dezelfde woede en onvrede waaraan Trump zijn presidentschap heeft te danken – vooral een gevoel van miskenning onder blanke mannen.

    Na zes dagen kondigde Anglin de tweede fase van zijn Whitefish-campagne aan: gewapend protest. ‘De wetgeving op het dragen van wapens is in Montana extreem tolerant’, schreef hij op The Daily Stormer. ‘Mijn advocaat zegt dat we makkelijk met zware geweren door de stad kunnen marcheren.’ Hij plande een protestmars voor 16 januari, Martin Luther King Jr. Day, en voorspelde een opkomst van zo’n tweehonderd man bij deze ‘James Earl Ray Day Extravaganza’, om de moordenaar van King eer te bewijzen. Hij beloofde bussen met skinheads uit San Francisco en omgeving te sturen.

    Een van de weinige foto’s die van Anglin in de omloop zijn. – © Wikimedia
    Een van de weinige foto’s die van Anglin in de omloop zijn. – © Wikimedia

    Toen de nationale media daar lucht van kregen, belegden bezorgde inwoners van Whitefish een bijeenkomst. Korpschef Dial zag daar een negentigjarig Joods stel beven van angst. Sommige mensen lieten een inbraakalarm installeren. Eén angstige rabbijn had al visioenen van skinheads die met nachtkijkers en geweren met telescoopvizier door de bossen trokken. De politie ging intensiever surveilleren. De gouverneur van Montana bracht een bliksembezoek, evenals vertegenwoordigers van de Joodse antidiscriminatiebeweging Anti-Defamation League. De voorzitter van het World Jewish Congress eiste een verbod van de protestmars, volgens hem ‘een gevaarlijke en levensbedreigende demonstratie die heel Amerika in gevaar brengt’. Anglin stookte de hysterie flink op door te schrijven dat ook Europese nationalisten en vertegenwoordigers van Hamas en de Iraanse Revolutionaire Garde acte de présence zouden geven. ‘Niets kan ons tegenhouden,’ verklaarde hij.

    Uiteindelijk kwam er helemaal niemand opdagen – geen Europese nationalisten, geen gewapende skinheads en geen vertegenwoordigers van Hamas. Er kwam helemaal geen protestmars. En Anglin liet niets meer van zich horen, nadat hij het kleine stadje bijna een maand de stuipen op het lijf had gejaagd. De aanval op Whitefish had zijn reputatie als ‘oppertrol’ van alt-right gevestigd, maar ook de vraag doen rijzen of het de beweging wel ernst was. Was het allemaal gewoon een zieke grap geweest? In de maanden daarna bleef Anglin echter nieuwe lezers winnen, die hij aanspoorde hun haat niet alleen op internet maar ook op straat te spuien. Toen extreem-rechts in augustus vorig jaar daadwerkelijk een grote demonstratie hield in Charlottesville, liepen daar veel lezers van Anglin rond die door hem verzonnen slogans scandeerden. Alt-right had definitief de stap van onlineforums naar de straat gemaakt.

    Ik volgde Anglin toen al maanden. Ik probeerde niet alleen te begrijpen wie hij was en hoe hij zo’n schare volgelingen had weten op te bouwen, maar ook hoe ernstig de bedreiging was die hij en alt-right eigenlijk vormden. De weg die hem naar zijn extreem-rechtse gedachtegoed had gevoerd, was verontrustend en veel minder direct dan ik had verwacht. Maar zijn ontwikkeling strookte wel met een patroon dat deskundigen beschrijven, in de zin dat hij aanvankelijk meer gedreven leek te worden door het verlangen om status te verkrijgen en ergens bij te horen dan door diepe inhoudelijke overtuigingen. Anglin wilde iets voorstellen, en het internet bood hem daartoe de kans.

    Zoals veel rechts-radicalen had Anglin niet alleen zijn geloof verloren in het idee van de Verenigde Staten als liberale democratie: hij wilde die ook volledig verwoesten

    Columbus in Ohio is een ouderwets, ongepolijst stadje waar ik in januari op zoek ging naar informatie over Anglins verleden. Op een regenachtige zaterdag stonden er 45 demonstranten, van wie sommigen met zwarte bivakmutsen, te protesteren bij een groezelig gebouwtje in de voorstad Worthington: het bedrijfspand waar Anglins vader Greg een therapiepraktijk op christelijke grondslag heeft.

    Zijn eigen woonadres houdt Anglin geheim. Hij heeft jarenlang in Europa rondgezworven en van een familielid hoorde ik dat hij rond 2015 in Rusland zat. Dat is zijn laatst bekende adres in het buitenland. Iemand anders toonde me Facebookberichten van een jeugdvriend van Anglin waaruit zou blijken dat hij daar nog steeds woont. Maar hij bleef met Columbus verbonden via zijn vader, die zegt dat hij ‘niet echt iets met Andy’s site te maken’ heeft. Maar dat heeft hij wel. Hij heeft The Daily Stormer als handelsmerk gedeponeerd en een bedrijf van zijn zoon geregistreerd dat Moonbase Holdings heet – waarschijnlijk een verwijzing naar de complottheorie dat Hitler aan het eind van de oorlog naar een geheime maanbasis is gevlucht. En hoewel geen enkele betaaldienst met The Daily Stormer in zee wil, kost het Anglin weinig moeite om fondsen te verzamelen. Volgens John Bambenek, een expert op het gebied van internetveiligheid die de bitcoinstromen van neonazi’s volgt, heeft hij sinds 2014 al voor een kwart miljoen dollar aan bitcoins binnengeharkt. Anglin vroeg zijn lezers ook om cheques. Die donaties kwamen binnen op Gregs adres, en dat was de reden voor die demonstranten, veelal lokale leden van het nationale Anti-Racist Action-netwerk, om daar te komen protesteren.

    Anglin had mijn aandacht voor het eerst getrokken in de zomer van 2015, toen hij op The Daily Stormer zijn steun uitsprak voor Trump als presidentskandidaat. Toen ik hem vorig jaar per e-mail interviewde voor The Huffington Post, betrapte ik hem op diverse leugens – over de bezoekersaantallen van zijn site, de herkomst van zijn geld, zijn verblijfplaats. Nog voordat mijn artikel uitkwam, werd ik er op The Daily Stormer valselijk van beschuldigd FBI-informatie over zijn verblijfplaats te hebben verzonnen. Ik heb herhaaldelijk voorgesteld al mijn informatie met hem door te lopen, maar daar reageerde hij niet op. Ook mijn herhaalde verzoeken om een gesprek voor dit artikel heeft hij afgeslagen. Sinds ons laatste contact heb ik hem onvermoeibaar tirades zien spuien en zien pochen dat ‘alleen een kogel’ hem kan tegenhouden. Maar hij kwam nooit achter zijn toetsenbord vandaan. En hoewel hij er niet voor terugdeinst anderen te belasteren en tot mikpunt van haatcampagnes te maken, reageert hij steeds extreem defensief zodra iemand iets over hemzelf te weten probeert te komen.

    Inmiddels was The Daily Stormer duidelijk uitgegroeid tot de voornaamste website voor neonazi’s en veel populairder dan Stormfront, waar de neonazi’s zich in de jaren negentig voor het eerst online manifesteerden. Anglin was een productieve schrijver met een vlotte pen, die met overdrijving en sarcasme een jonger publiek wist aan te spreken. ‘Niet-ironisch nazisme dat zich voordoet als ironisch nazisme’, zo heeft hij zijn benadering ooit omschreven. Hij kon zich altijd achter die ironie verschuilen, zeggen dat het allemaal toch maar een geintje was. Hij zei geïnspireerd te zijn door sites als Infowars, Vice en Buzzfeed, maar qua vorm en toon had zijn eigen site vooral veel weg van Gawker. Net als dat inmiddels opgedoekte blog bracht The Daily Stormer het dagelijkse nieuws met een duidelijke eigen inbreng. Maar heel anders dan Gawker drukte Anglin overal zijn eigen racistische stempel op. Hij zei te verlangen naar een rassenoorlog en spoorde zijn lezers aan zich op te maken voor de strijd tegen de vage krachten die ontketend zouden zijn door Joden, zwarten, moslims, latino’s, vrouwen, liberalen, journalisten – iedereen die het oprukken van alt-right in de weg kon staan. Zoals veel rechts-radicalen had Anglin niet alleen zijn geloof verloren in het idee van de Verenigde Staten als liberale democratie: hij wilde die ook volledig verwoesten. ‘We naderen snel een tijd waarin elke stad in het Blanke Westen bezaaid zal zijn met stapels lijken zo hoog als ze gestapeld kunnen worden’, schreef hij. ‘En dan ben je ofwel een van de stapelaars, ofwel een van de gestapelden.’

    Doodgewoon kind

    Anglin breidde zijn invloed tot buiten internet uit met zogenaamde ‘leesclubs’, bedoeld om zijn volgelingen aan te sporen ‘de daad bij het woord’ te voegen. Dat waren kleine clubjes van lezers in verschillende steden in Amerika, Canada en andere landen. Een zo’n groepje in Columbus hield bijeenkomsten op een schietclub. Andere ‘leesclubjes’ zijn uit kroegen verbannen vanwege antisemitische uitlatingen of het pronken met nazisymbolen. Anglin spoorde zijn lezers aan om vechtsporten te beoefenen, met vuurwapens te leren omgaan en met een luchtbuks te trainen op ‘oorlogssituaties’.

    Een van de mensen die bij het kantoor van Greg in de regen stonden te demonstreren was Anglins oude kleuterjuf Gail Burkholder. Zij was geschokt toen ze erachter kwam dat een jongetje uit haar klas zo’n beruchte racist was geworden. ‘Het is toch onvoorstelbaar dat een van je leerlingen uitgroeit tot een nazi die jou wil vermoorden?’ zei Burkholder, die zelf Joods is. Ze hoorde Anglins naam voor het eerst in het nieuws na de moordaanslag op negen zwarte kerkgangers in Charleston door Dylann Roof. Roof zou ook reacties op The Daily Stormer hebben geschreven en groeide uit tot een cultheld voor Anglins lezers, die een meme hebben gecreëerd rond zijn bloempotkapsel. Roof is niet de enige moordenaar die The Daily Stormer las. Kijk maar naar de Brit Thomas Mair, die in 2016 het Lagerhuislid Jo Cox vermoordde. En James Harris Jackson, die dit jaar in New York een zwarte man vermoordde met een zwaard en die The Daily Stormer als een van zijn ideologische invloeden noemde. Of Devon Arthurs, een achttienjarige, tot de islam bekeerde voormalige neonazi die dit jaar in Tampa twee huisgenoten doodschoot. Die huisgenoten waren neonazi’s. Een derde, die aan het bloedbad ontkwam, werd later opgepakt vanwege de grote voorraad explosieven in hun huis.

    Tot het bloedbad in de kerk in Charleston had Burkholder niet meer teruggedacht aan dat ‘schattige’ en ‘vrolijke’ ventje dat zo dol was op dinosaurussen. Als kind was Anglin een doodnormaal joch dat hooguit opviel door zijn extreem nasale stemgeluid. Dat was zo erg dat Burkholder zelfs dacht dat hij misschien een luchtwegaandoening had en zijn moeder Katie daarop aansprak. Dat is bijna dertig jaar geleden. En iedereen die Anglin als kind heeft gekend, lijkt zich hetzelfde af te vragen: hoe komt het toch dat hij een neonazi is geworden?

    Zo op het oog had Anglin een fijne jeugd, in ieder geval tot zijn tienertijd. Hij groeide op in een groot huis in de gegoede wijk Worthington Hills, als doodgewoon kind dat X-Men-strips verzamelde, computergames speelde, hamburgers at in de allereerste Wendy’s-vestiging en over muziek kletste met zijn beste vriend, West Emerson. En lezen, dat deed hij ook graag. Hij was vooral diep onder de indruk van Weasel, een kinderboek over een jongen in het Wilde Westen die wraak wil nemen op een psychopaat die, als er geen indianen meer zijn om te vermoorden, zijn moordlust op blanke boeren gaat botvieren.

    Vanaf 1999 ging Anglin naar het Linworth Alternative Program, een middelbare school met een progressieve signatuur. Medeleerlingen herinneren zich een stille, onzekere jongen die naar aandacht snakte en er graag bij wilde horen. Hij noemde zich atheïst, liet zijn rossige haar in dreadlocks groeien en droeg slobberbroeken. Ook droeg hij vaak een hoodie met de tekst ‘fuck racism’. Als een van de enige twee veganisten op de school kreeg hij al snel iets met de andere veganiste, Alison, een brunette die één klas hoger zat en die hij verleidde door veganistische koekjes voor haar te bakken. Zij was een populair meisje en via haar kwam hij in contact met een bonte verzameling van de hippere kinderen op school. Die vonden Anglin aardig en grappig, maar ook wat beïnvloedbaar. Zo was Alison erg begaan met dierenleed – en was hij dat ineens ook.

    Volgens verschillende mensen gebruikte hij ook veel drugs: lsd op school of in het schilderachtige Highbanks Metro Park in het noorden van de stad. Ketamine, paddo’s, cocaïne in het weekend. Hij slikte zo veel van het hoestmiddel Robitussin dat hij er maagklachten van kreeg en op school in prullenbakken stond te kotsen. In het souterrain van zijn ouderlijk huis zat hij urenlang muziek te downloaden en naar filmpjes te kijken op internet. Volgens zijn toenmalige vriend Cameron Loomis zat hij vooral graag op rotten.com, een site vol afbeeldingen van misvormde mensen, verminkte lijken en seksuele perversie. Anglin zette een website op voor een niet-bestaand platenlabel, Andy Sucks! Records, waarmee hij bandjes verleidde om hem demo’s te sturen. Op die site was goed te zien hoe links hij op dat moment was: hij spoorde mensen aan anonieme doodsbedreigingen te sturen naar de homofobe Westboro Baptist Church en dreef de spot met de Ku Klux Klan en andere racistische organisaties. Hij verschilde destijds weinig van de antifascistische activisten die later bij het kantoor van zijn vader zouden demonstreren.

    Tanya Gersh was het doelwit van een langdurige treitercampagne waartoe Andrew Anglin op The Daily Stormer had aangezet. – © Dan Chung / Southern Poverty Law Center
    Tanya Gersh was het doelwit van een langdurige treitercampagne waartoe Andrew Anglin op The Daily Stormer had aangezet. – © Dan Chung / Southern Poverty Law Center

    Maar mensen die Anglin op de middelbare school hebben gekend, zeggen dat hij rond het begin van zijn tweede jaar vreemd en verontrustend gedrag begon te vertonen. Vrienden die bij hem thuis kwamen, zagen gaten in de wanden van zijn slaapkamer en wisten dat hij met zijn hoofd tegen dingen beukte als hij overstuur was. Verschillende mensen herinnerden zich een voorval op een feestje: Anglin begon te huilen toen Alison in een dronken bui met een andere jongen zoende, stormde naar buiten en begon met zijn hoofd op het trottoir te bonken. En hij vertoonde wel meer vormen van zelfverminking. Hij probeerde de naam van zijn favoriete band Modest Mouse op zijn bovenarm te tatoeëren, maar gaf het na tweeënhalve letter op, zodat er alleen ‘MOI’ stond. Hij liet zijn oorlellen piercen en rekte ze op door er dikke viltstiftdoppen in te duwen tot het bloed eruit droop. Hij beweerde geen pijn te voelen en hield aanstekers tegen zijn onderarm tot de huid wegsmolt. Hij kon andere leerlingen net zo lang jennen tot ze hem begonnen te slaan, en dan vocht hij niet terug maar liet zich lachend in elkaar slaan. Zo werd hij door twee jongens eens tegen de grond geslagen. Hij bleef gewoon in de goot liggen tot ze, uit mededogen en verwarring, vanzelf stopten.

    Volgens schoolgenoten hadden Anglins ouders geen oog voor zijn verontrustende gedrag. Hij kon lief zijn voor zijn jongere broer en zus, Chelsey en Mitch, en trouw aan zijn vrienden, maar hij had ook een sadistische kant. Alison (die haar achternaam hier liever niet vermeld ziet) vertelde me dat ze Anglin in zijn tweede jaar op Highworth overstuur opbelde om te vertellen dat ze door de oudere broer van een vriendin was verkracht, nadat ze op een feestje buiten westen was geraakt. In plaats van troost en medeleven te bieden, moest Anglin alleen maar lachen en maakte hij het uit. ‘Je bent een slet’, zijn de woorden die haar bijbleven. Diverse meisjes die Anglin kende van een andere school, begonnen haar tot diep in de nacht thuis te bellen, iets wat andere bronnen me hebben bevestigd. ‘Je verdient het,’ zeiden ze dan. ‘Slet.’ Alison zegt dat het wekenlang zo doorging en dat Anglin ook een filmpje aan zijn vrienden liet zien waarop zij seks met elkaar hadden.

    Over de periode daarna vertelt Dan Newman, een andere schoolvriend, dat Anglin één keer zo furieus met zijn hoofd tegen de muur beukte dat zijn moeder de politie moest bellen. Volgens verschillende klasgenoten heeft Anglin de rest van zijn schooltijd geen vriendinnetje meer gehad en probeerde hij soms weleens jongens te kussen, waaronder één zwarte leerling die hij bijzonder leuk vond. Of dat nu een vorm van experimenteren was of dat hij alleen maar wilde provoceren, het staat in ieder geval in schril contrast met de radicale homohaat die Anglin later op The Daily Stormer en elders aan de dag legde. Daar pleitte hij er bijvoorbeeld voor om homo’s van gebouwen te gooien, net zoals IS doet.

    In zijn derde schooljaar liep het huwelijk van zijn ouders op de klippen. Mensen die zijn moeder Katie toen kenden, zeggen dat ze onder de plak zat. Iemand die een van Gregs voormalige cliënten goed kent en twee predikanten die bekend zijn met Gregs werk als christelijk therapeut, beweren alle drie dat Greg nogal intieme banden ontwikkelde met zijn vrouwelijke cliënten – emotioneel en soms ook seksueel. Rechtbankverslagen over de scheiding bevestigen dat: een voormalige cliënt staat daarin vermeld als zijn vriendin. Ze zou later compagnon in zijn therapiepraktijk worden. (Anglins ouders hebben niet op vragen gereageerd.)

    Rond de tijd dat de echtscheiding in gang werd gezet, kreeg Anglin een nieuwe hobby: luisteren naar een rechtse radiopresentator die beweerde dat de aanslagen van 11 september vanuit Amerika zelf waren beraamd. Dat was Alex Jones, die zou uitgroeien tot Amerika’s bekendste verspreider van complottheorieën. Zo maakte Anglin kennis met de ‘waarheidsbeweging’, een groep aanhangers van de vreemdste paranoïde waanideeën die op internet welig tieren. Al snel nam hij klasgenoten apart om ze te waarschuwen voor reptielmensen. Na het eindexamen hebben weinig van zijn schoolvrienden hem nog gezien.

    In één chatgroep probeerden de gebruikers elkaar te overtreffen in het bedenken van (zogenaamd grappig bedoelde) racistische uitspraken. Na verloop van tijd verdween de humor naar de achtergrond en bleef alleen het racisme over

    Wie een tijdje rondneust op de onlineforums van die complotdenkers (de zogenaamde truthers), voelt al snel hoe ze hun valstrikken spannen en hun klauwen in je zetten. Onwillekeurig zeurt een stemmetje in je achterhoofd: stel dat er toch wat in zit? Voor mensen met weinig kritische zin kan het al snel verslavend worden om op zulke sites rond te hangen. Daar denk je dan geestverwanten te vinden, gelijkgestemden die de verborgen werkelijkheid opdelven achter de geaccepteerde ‘feiten’: dat de condensatiestrepen van straalvliegtuigen eigenlijk chemische stoffen zijn die door de overheid in de dampkring worden gespoten. Of dat de maanlanding in scène is gezet.

    Na zijn schooltijd stortte Anglin zich vol overgave in deze wereld. Hij toerde door het land, luisterde naar complotdenkers en woonde zowat in zijn Honda Civic. In 2004 bracht hij in Santa Barbara een nachtje in de cel door wegens rijden onder invloed. Toen hij na een maandenlange roadtrip terugkeerde in Columbus, schreef hij zich in voor een studie Engelse letteren op Ohio State University, waar hij al na één semester de brui aan gaf. Begin 2006 werd hij in de buurt van de campus opgepakt voor drugsbezit.

    Anglin was inmiddels erg actief op 4chan, een website waarop gebruikers anoniem foto’s en commentaren kunnen posten. De site trekt hele horden sociaal gemankeerde jongeren die graag afgeven op politieke correctheid. 4chan was vaak een bron van memes en massale practical jokes, en uiteindelijk van treitercampagnes zoals Gamergate, waarbij vrouwen in de gamewereld het mikpunt werden van dreigementen en scheldpartijen. In één chatgroep probeerden de gebruikers elkaar te overtreffen in het bedenken van (zogenaamd grappig bedoelde) racistische uitspraken. Na verloop van tijd verdween de humor naar de achtergrond en bleef alleen het racisme over. ‘Niets heeft zoveel invloed op me gehad als 4chan’, mailde Anglin me vorig jaar nog, voordat hij alle contact met me verbrak.

    In november 2006 lanceerde Anglin zijn eigen aan complottheorieën gewijde website, waarvan hij in de periode dat ik aan dit artikel werkte praktisch alle sporen van internet heeft gewist. De site heette Outlaw Journalism, naar Hunter S. Thompson, een idool van Anglin – al doet zijn eigen stijl meer denken aan het geraaskal van Alex Jones: wilde tirades vol vrouwenhaat en afkeer van buitenlanders. ‘Welkom in de toekomst’, schreef hij. ‘We leven in een sciencefictionnachtmerrie.’ In maart 2007 plaatste Anglin daar voor het eerst een bericht waarin Donald Trump voorkomt: een fragment uit een zogenaamde roast van Rudy Giuliani in 2000, waarin de toenmalige burgemeester vriendschappelijk te kakken wordt gezet. In het fragment draagt Giuliani vrouwenkleren en spuit hij parfum op zijn nepborsten, waarop Trump er zijn gezicht in begraaft. In zijn bericht maakte Anglin ze allebei uit voor ‘flikkers’ en schreef dat Giuliani waarschijnlijk ‘een perverse travestietenaffaire met Donald Trump heeft’. Verder speculeerde Anglin op zijn site over satanische rituelen en ondergrondse tunnels van pedofielen en mensen die foetussen eten. Hij omschreef de Amerikaanse regering als een ‘wetenschappelijke dictatuur’ die de hersenen van zijn burgers van een microchip wil voorzien om een ‘wereldwijd slavennetwerk te creëren’.

    Uiteindelijk werden die waanideeën ook Anglin zelf te veel. ‘Ik draaide helemaal door van dat samenzweringsgelul’, erkende hij jaren later in een podcast. Hij trok zich terug op het landgoed van een familielid, waarschijnlijk zijn oma van moederskant, die ten zuiden van Columbus een boerderij heeft met 33 hectare grond, compleet met weiden, bos en een beek. ‘Ik zat niet lekker in mijn vel en ben naar het platteland verkast’, schreef hij in mei 2007 op Outlaw Journalism, en hij merkte op dat hij nu ‘zo’n 200 procent helderder denkt’. Hij keek er ’s nachts naar de sterrenhemel en genoot van ‘de enorme weldaad van een lange wandeling over onverharde wegen’.

    Outlaw Forum

    Maar het complotdenken liet Anglin niet los. Hij zette Outlaw Forum op, een discussieforum in de trant van 4chan waar gebruikers over samenzweringen konden smoezen. Al snel begonnen ze een collectieve cyberaanval op andere complotdenkers met wie Anglin het aan de stok had gekregen. Het was zijn eerste onlinepestcampagne.

    De complotdenkers hadden met internet wel een nieuw medium, maar hun manier van denken was verre van nieuw. De historicus Richard Hofstadter schreef in 1964 een beroemd geworden essay, ‘The Paranoid Style in American Politics’, over de voorliefde voor complottheorieën onder aanhangers van presidentskandidaat Barry Goldwater, en zijn beschrijving klinkt nog steeds opvallend relevant: ‘Modern rechts voelt zich bestolen: Amerika is hun afgepakt, maar ze zijn vastbesloten het te heroveren, voordat ze naar het verwoestende laatste middel van een opstand moeten grijpen.’ Bij de complotdenkers op internet zie je een vergelijkbare angst voor verlies van macht en status. Geen wonder dus dat velen vanuit dat kamp de overstap maken naar alt-right. In hun obsessie voor machtsstructuren hameren de complotdenkers graag op de Joodse invloeden in de maatschappij. Sommigen ontkennen zelfs dat de Holocaust heeft plaatsgevonden, volgens hen is het niet meer dan een slimme smoes waardoor Joden ten koste van anderen de slachtofferrol kunnen spelen. Die ‘holohoax’, zoals zij het noemen, is hun excuus om een Joodse samenzwering de schuld te geven van alles wat ze kwaad maakt: feminisme, immigratie, globalisering, liberalisme, egalitarisme, de media, de wetenschap, feiten, gameverslaving, een mislukt liefdesleven, de dominantie van zwarte spelers in het Amerikaanse basketbal. In de holohoax-theorie valt dat allemaal onder één groot complot om het traditionele blanke patriarchaat te ondermijnen en een parasiterend Jodendom de baas te laten spelen over de wereld.

    Het is geen wereldbeeld dat Anglin van meet af aan onderschreef, maar ook in zijn vroegste schrijfsels vind je al sporen van antisemitisme. Hij ging tekeer tegen de ‘zionistische bezetting’, en na de veroordeling wegens haatzaaien van een beruchte Holocaustontkenner in Duitsland spoorde hij zijn lezers aan om daartegen te protesteren bij de Duitse ambassade. En naarmate Anglins eigen maatschappelijke vooruitzichten verslechterden, werd zijn wereldbeeld naargeestiger. Uit rechtbankverslagen blijkt dat hij in februari 2008 tien dagen in de cel zat wegens rijden onder invloed. In januari 2009 schreef hij dat hij vijftig uur per week in een winkel werkte en nog steeds niet genoeg verdiende om op zichzelf te wonen. In juni van dat jaar plaatste hij wat jarenlang zijn laatste bericht op Outlaw Journalism zou zijn: een waarschuwing over het bankwezen, de wereldregering, orgaandiefstal en het samenvoegen van dierlijk en plantaardig DNA. ‘Lichtgevende groene apen kunnen lichtgevende groene apenjongen krijgen’, schreef hij. ‘De enige logische uitweg voor de mensheid is om de beschaving radicaal de rug toe te keren en weer over te gaan op de levensstijl van de jager-verzamelaars’, was zijn conclusie. Hij wilde in een blokhut wonen en vissen en jagen en zijn eigen groente verbouwen, hij verlangde naar een leven van ‘lol hebben, verhalen vertellen, musiceren, kunst maken, dansen, vrijen met het vrouwtje, dollen met de ouwelui en gewoon genieten van het leven’.

    Dus nam hij het vliegtuig naar de jungle van Zuidoost-Azië. Daar zou hij, na een afdaling in de diepste krochten van zijn waanideeën, de definitieve overstap naar het neonazisme maken.

    Richard Spencer, berucht rechts- extremist en het gezicht van de alt-rightbeweging, Washington, 19 november 2017. – © Linda Davidson / The Washington Post via Getty Images
    Richard Spencer, berucht rechts- extremist en het gezicht van de alt-rightbeweging, Washington, 19 november 2017. – © Linda Davidson / The Washington Post via Getty Images

    Het water gutste van het dak van de bamboehut en droop van de bladeren van de tropische bomen. Anglin zat in de jungle, maar was daar niet zonder omwegen beland. Half Azië had hij al afgereisd en nu was hij in de Filipijnen beland. Hij had Joseph Campbells beroemde werk over mythologie gelezen en wilde zijn eigen heldenverhaal smeden. Anglin was op zoek naar een stam – een echte. Hij had overal gezocht. Hij was de bergen in getrokken met jongens die water dronken uit plastic kunstmestcontainers en was in krottenwijken bij Manilla geweest waar mensen ‘rioolwater dronken’. Hij doorkruiste het eiland Mindanao op een scooter en maakte selfies met een ironische glimlach en een Marlboro tussen zijn lippen of achter zijn oor. Op een filmpje staat hij op het strand in zijn blote bast de gruwelen van de ontbossing te beschrijven.

    Zijn uitvalsbasis werd de Sampaguita Tourist Inn, een spotgoedkoop hotel in Davao City, waar hij maandenlang teerde op het geld dat zijn vader hem stuurde. Hij zat er graag met zijn laptop en een mok oploskoffie in de lobby om zijn volgende uitstapje te beramen. Davao werd destijds met ijzeren vuist bestuurd door de autoritaire burgemeester Rodrigo Duterte, de latere president. (Anglin heeft hem ooit de hand geschud, en lof voor deze geweldsbeluste politicus is een terugkerend thema op The Daily Stormer.) Het was de op twee na grootste stad van het land, maar geen trekpleister voor Amerikaanse twintigers. Vandaar dat Anglin al snel aan de praat raakte met Edward, een 33-jarige New Yorker en de enige andere jongere Amerikaan in het hotel. Edward (die zijn achternaam hier liever niet vermeld ziet) bracht destijds ieder jaar enkele maanden in de Filipijnen door. Hij raakte bevriend met Anglin en een tijd lang gingen ze bijna iedere dag samen ergens eten.

    Edward vond Anglin geestig en intelligent, en zijn muzieksmaak beviel hem. Hij had zelf een tijdje in de muziekbusiness gezeten, en toch kende Anglin bands die nieuw voor hem waren, zoals de Felice Brothers. Er hing wel iets vreemds rond Anglin, die bijvoorbeeld zei dat hij niet terug zou keren naar de VS. ‘Hij was duidelijk op de vlucht,’ vertelde Edward me. Maar waarvoor? Volgens Edward beweerde Anglin dat hij cocaïne had gesmokkeld. ‘Ik dacht echt dat hij daarom het land was ontvlucht,’ zei hij.

    Edward zei dat Anglin zichzelf slimmer vond dan anderen, en doordat jonge blanke mannen ‘in dat land als een god worden behandeld’ werd zijn eigendunk alleen maar groter. Tot zijn eigen ergernis is Anglin klein van stuk: naar eigen zeggen 1 meter 70, al houden verschillende mensen die ik sprak het eerder op 1 meter 60. Maar in Davao probeerde hij elke knappe Filipijnse die hij tegenkwam te versieren, vaak met succes, soms profiterend van hun verlangen om aan de armoede te ontkomen door een rijke Amerikaan aan de haak te slaan. Meestal waren het meiden van achttien of negentien, maar volgens Edward waren ze soms ook jonger. Hij vertelt dat Anglin één keer een meisje van veertien in een café oppikte en met haar de nacht doorbracht.

    Anderzijds klaagde Anglin over de manier waarop de Filipijnse cultuur onder invloed van het Westen was verloederd. Hij gaf af op christelijke missionarissen en vond het afschuwelijk dat Filipijnen liever naar Lady Gaga luisterden dan naar hun eigen traditionele muziek. ‘Als je ziet hoe blanken – want het zijn toch de blanken – de hele wereld zijn rondgetrokken en iedereen hebben verneukt’, zei hij in een daar gemaakte podcast. ‘Ik denk dat het blanke ras doodgefokt moet worden.’ In andere podcasts spuide hij vergelijkbare ideeën.

    Fascistische Disneyfilm

    En toen vond Anglin op een van zijn uitstapjes in de binnenlanden zijn stam. In 2011 bracht hij enkele weken door bij de T’boli in het zuiden van Mindanao, in een streek met bergmeren vol lotusbloemen. De T’boli staan bekend om hun traditionele muziek en dans, hun kralen en vlechtwerk. ‘Hun manier van leven was waanzinnig mooi’, zegt Anglin in een van zijn podcasts. Daar kon hij terugkeren naar de natuur. Je zat daar op een hele dag reizen van het dichtstbijzijnde stopcontact, zei hij. Alles in het bos had een spirituele betekenis voor de T’boli. Elke keer als Anglin bijvoorbeeld een beek overstak, wreef hij zijn gezicht en handen en voeten in met een natte steen om leiding te vragen van de watergeest, die overal in het bos de weg kent. ‘Ik hou van deze mensen’, zei Anglin nadat hij een tijdje van dat leven had geproefd. Hij vatte het plan op om ergens in het bos zijn eigen hut te bouwen en er ‘helemaal buiten het systeem’ te gaan leven. Hij wilde eerst terugkeren naar de T’boli, maar hoopte later verder de bergen in te trekken, op zoek naar moslimstammen en ‘mensen die nog steeds met speren vechten en mijnwerkers en houthakkers doden’. Tegelijkertijd wilde hij, paradoxaal genoeg, een nieuwe website lanceren, Reality Situation, om verslag te doen van zijn nieuwe leven buiten de maatschappij. Hij zette al zijn spullen te koop om geld bij elkaar te krijgen voor een paard, kippen en eenden. Er sprak een messiaanse begeestering uit zijn plannen. ‘Ik ga het echt doen,’ zei hij tegen iemand uit de ‘waarheidsbeweging’. ‘Ik ga leven zonder geld. En ik ga een gemeenschap opzetten die dat ook doet. En ik ga het allemaal filmen.’

    In januari 2012 lanceerde Anglin Reality Situation en trok hij de jungle weer in. Hij las over ufo’s en downloadde podcasts over paranormale verschijnselen. Hij was nog steeds geobsedeerd door chips in onze hersenen, beïnvloeding via tv-uitzendingen, geënsceneerde maanlandingen en satanische seksrituelen. Zijn ideeën over een utopisch leven in het regenwoud waren al even maf. Volgens Edward was Anglin in die tijd ‘een combinatie van kolonel Kurtz en Travis Bickle’ [hoofdpersonen in respectievelijk Apocalypse Now en Taxi Driver]. ‘Hij wilde daar als de grote blanke held iedereen in de jungle gaan leren hoe ze gewassen moesten verbouwen.’ En hij had volgens Edward nog een ander motief: ‘Hij wilde trouwen met twee zestienjarige moslimmeisjes. Hij had ze al ontmoet en kocht vee om als bruidsschat te geven.’

    Vervolgens verdween Anglin een maand of zes bijna totaal van internet. Alleen in mei 2012 plaatste hij nog een berichtje op Reality Situation, over de aanplant van bomen, duurzame landbouw en voorlichting aan kinderen over de gevaren van het christendom en het kapitalisme.

    Daarna verdween hij weer. Wat hij in de jungle precies heeft meegemaakt, blijft in nevelen gehuld. Hij heeft later gezegd dat hij er te veel ‘sterke palmwijn’ dronk en zich ‘enorm depressief en eenzaam’ begon te voelen. Hij besefte dat zijn notie van een heldenontvangst en een leven waarin je ‘het fruit van de bomen plukt en op wilde zwijnen jaagt’ niet meer dan ‘een romantische dagdroom’ was geweest. En dat was natuurlijk weer de schuld van anderen, ditmaal van de Filipijnen: ‘Ze waren in hun denken al net zo primitief als in hun manier van leven’, schreef hij. Alleen bij ‘het Europese ras’ kon hij zich thuis voelen: ‘Alleen zij delen mijn bloed en doorgronden mijn ziel.’

    Edward heeft hem daarna nog één keer gezien, in Davao. Anglin leek een ander mens geworden. Hij had zijn haar gemillimeterd en zag er nu uit als een bendelid: wit haltertje en baggy jeans. Hij klonk kwaad, vooral als het over de omgang tussen de rassen ging. En hij had een pistool. De stam had hem afgewezen, vertelde hij Edward. ‘Idioten zijn het,’ zei hij. ‘Stelletje apen.’ Hij doekte zijn website Reality Situation op, vertrok uit de Filipijnen en keerde na een kort verblijf in China terug naar Ohio. In december 2012 lanceerde hij daar weer een nieuwe site, Total Fascism, een serieuze voorloper van The Daily Stormer. ‘Uit het brandend wrak van de zogenaamde waarheidsbeweging is een groep mensen verrezen’, schreef hij. ‘We hebben de waarheid gevonden. We hebben het licht gevonden. We hebben Adolf Hitler gevonden.’

    Anglin zonderde zich weer af op de boerderij van zijn familie. Hij pleitte inmiddels voor ‘meedogenloos extremisme’. Hij schreef dat hij ‘nu nog niet’ opriep tot geweld, maar voegde eraan toe: ‘Als ik dacht dat we ons met geweld van het juk van de Jood konden bevrijden, zou ik er absoluut en onvoorwaardelijk voor pleiten.’ Hij ontwikkelde een welhaast religieuze aanbidding van Poetin, of ‘tsaar Poetin I, verdediger van de menselijke beschaving’, zoals hij hem noemde. In hem zag hij de grote blanke held, een ‘man van enorme kracht’. Die fixatie op fysieke kracht zie je wel meer bij leden van alt-right, maar bij Anglin neemt ze extreme vormen aan. ‘Zijn wereldbeeld is dat van een fascistische Disneyfilm,’ zei een prominente rechts-extremistische activist die met hem heeft samengewerkt. Volgens hem denkt Anglin dat als hij maar hard genoeg roept, de volgelingen vanzelf zullen toestromen en hem helpen een nieuwe Hitler te doen verrijzen. ‘Hij denkt echt dat hij over magische krachten beschikt.’ Bij zijn hart heeft hij een tatoeage van een zogenaamd Sonnenrad of ‘zwarte zon’, een symbool uit een occulte stroming van neonazi’s die onder meer denken dat Hitler een incarnatie van Visjnoe was.

    In maart 2013 werd The Daily Stormer geregistreerd door Anglin of misschien door zijn vader, in ieder geval via diens mailadres. Daarna vertrok Anglin weer uit Amerika. Eerst ging hij naar Athene, waar hij drie maanden in een hostel zat. Hij verdiende de kost met het geven van rondleidingen op toeristische locaties als het Parthenon en woonde bijeenkomsten bij van de extreem-rechtse Gouden Dageraad. Op 4 juli 2013 werd de bètaversie van The Daily Stormer gelanceerd, de opvolger van Total Fascism. De naam verwijst naar Der Stürmer, een fel antisemitisch weekblad uit de jaren dertig dat Hitler trouw las. (Het officiële beleid van de site, zoals Anglin het later formuleerde: ‘Joden moeten worden uitgeroeid.’) The Daily Stormer was iets nieuws in de wereld van de neonazi’s: een helder ontwerp en berichten die bol stonden van Anglins wrange humor. Het extreem-rechtse equivalent van Gawker. En dat sloeg aan.

    Van Hitler heeft Anglin geleerd om zijn verhaal simpel te houden: helden tegen schurken. Van Alinsky leerde hij de tactieken van de protestcultuur

    Inhoudelijk leunt Anglins aanpak, zoals hij in verschillende podcasts heeft uitgelegd, op ideeën uit Mein Kampf en Saul Alinsky’s activistenhandboek Rules for Radicals. Van Hitler heeft Anglin geleerd om zijn verhaal simpel te houden: helden tegen schurken. En om steeds te blijven hameren op een handvol simpele thema’s. Van Alinsky leerde hij de tactieken van de protestcultuur: je aanval niet richten op instituten maar op mensen. Het doelwit isoleren. Bedreigen. Vooral één richtlijn bleef Anglin bij: ‘Spot is het machtigste wapen.’ Spot is lastig te bestrijden. Dus maakte Anglin alles belachelijk. Hij kreeg zijn lezers aan het lachen. ‘Je moet zo schandalig mogelijk uit de hoek komen’, schreef hij op zijn site. ‘Je moet er een mediaspektakel van maken, een enorm circus, zodat de mensen zulke ideeën steeds minder als schokkend gaan ervaren.’ Met grappen over Mengele die honden traint om Joodse vrouwen te verkrachten heb je als komiek volgens hem ‘goud in handen’.

    In 2014, toen Anglin in Europa verbleef, vond hij een nieuwe kompaan in Andrew Auernheimer, bijgenaamd ‘weev’, een neonazistische hacker en trol. Auernheimer komt uit de Ozarks en kreeg in 2013 een federale gevangenisstraf wegens identiteitsdiefstal en hacken. Toen hij een jaar later in hoger beroep werd vrijgesproken, verliet hij het land. Hij woont nu in Transnistrië, een door Rusland gesteunde maar niet internationaal erkende afsplitsing van Moldavië. Auernheimer nam de technische leiding van The Daily Stormer op zich. Hij demonstreerde zijn vernuft door printers van Amerikaanse universiteiten te hacken, zodat ze flyers met swastika’s begonnen uit te draaien. ‘Ik zou niet weten wat ik zonder hem moest,’ zei Anglin vorig jaar in een interview met een geestverwant. ‘In feite is hij degene die de hele boel bij elkaar houdt.’

    Ondertussen werd Anglin berucht om zijn treitercampagnes. In 2015 stookte hij het vuur op toen studenten van de Universiteit van Missouri protesteerden tegen racisme op de campus. Hij voedde de verontwaardiging met nepnieuws op Twitter, zoals het bericht dat Ku Klux Klan-leden kruizen kwamen verbranden en samenwerkten met de universiteitspolitie. Hij beweerde dat een KKK-lid op demonstranten had geschoten en plaatste er een foto bij van een zwarte man in een ziekenhuisbed. Mede door zijn valse geruchten liepen de gemoederen hoog op. Maar alleen ruzie stoken was voor Anglin niet genoeg. Hij schreef ook handleidingen voor het opzetten van anonieme mailaccounts en VPN-verbindingen, het afschermen van je IP-adres en het vervalsen van Twitter- en appberichten. Hij zette propagandaplaatjes en slogans online die zijn ‘Stormers’ konden gebruiken. Daarbij maande hij ze wel om niet te dreigen met geweld – dat zei hij erbij om te voorkomen dat hij justitie achter zich aan kreeg.

    Want met zijn campagnes zaaide hij wel terreur. Hij hitste zijn lezers op tegen de eerste zwarte vrouw die voorzitter werd van een Amerikaanse studentenvakbond. Tegen Erin Schrode, een Joodse kandidaat voor het Californische Huis van Afgevaardigden, en tegen Jonah Goldberg en David French, schrijvers van National Review. Terwijl ik aan dit artikel werkte, zette Anglin zijn trollen ook tegen mij op. Mijn contacten met sommigen van hen bevestigden mijn vermoeden dat het veelal jonge knullen betreft die zoekende zijn, die zich door de maatschappij uitgekotst voelen en die op internet een manier vinden om daar eens lekker hard tegen uit te halen. Als ik ze aan de praat kreeg over hun eigen leven, gaven ze soms toe dat ze moeizame relaties met vrouwen hadden. Eentje vertelde dat hij worstelde met zijn homoseksuele geaardheid. De meesten vonden dat ze zich alleen maar verweerden tegen een doorgeschoten politieke correctheid die blanke mannen tot zondebok maakt. Hoe meer ze door het linkse establishment werden verketterd, hoe meer ze zich verlustigden in hun zelfgekozen schurkenrol.

    ‘Duister viertal’

    De laatste jaren hebben psychologen een sterk verband geconstateerd tussen pesten op internet en wat wel het ‘duistere viertal’ persoonlijkheidskenmerken wordt genoemd: psychopathie, sadisme, narcisme en machiavellisme. De eerste twee eigenschappen blijken internetpestgedrag significant vaak te voorspellen, en bij alle vier is er een sterk verband met het genot dat iemand aan zulk gedrag beleeft. Uit een in juni 2017 gepubliceerd onderzoek van de Australische psychologen Natalie Sest en Evita March blijkt dat internettrollen vaak hoog scoren op cognitieve empathie, wat inhoudt dat ze wél beseffen dat ze anderen emotionele schade berokkenen, maar laag in affectieve empathie, wat erop neerkomt dat het ze niks kan schelen. Ze zijn, kortom, uiterst bedreven in de meedogenloze manipulatie van hun medemens.

    In de zomer van 2015 verscheen er een nieuwe grote blanke held op het toneel, eentje die zelf een stokebrand is; te midden van een hoop betaalde figuranten stapte hij in Manhattan van zijn gouden roltrap. En luttele dagen nadat Donald Trump zijn kandidaatschap daar had aangekondigd – met een tirade tegen Mexicaanse ‘verkrachters’ – werd hij door Anglin op het schild geheven als ‘de enige die echt voor onze belangen opkomt’. Anglin begon zich onmiddellijk in te zetten voor zijn verkiezing. Hij schreef aan de lopende band juichende berichten over hem en hitste zijn trollen op tegen Trumps tegenstanders. Hij ontketende enkele van zijn vuilste campagnes tegen Joodse journalisten die kritiek hadden op Trump of zijn kompanen. Jarenlang had Anglin niet gestemd, maar op Trump wilde hij koste wat kost zijn stem uitbrengen. Zijn schriftelijke stem arriveerde in Ohio vanuit Krasnodar, een stad in Zuidwest-Rusland, niet ver van de Zwarte Zee.

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat de Russische overheid niet op de hoogte was van deze Amerikaan die vanuit Rusland een belangrijke neonazistische website onderhield. Anglin aanbad Poetin en leek een ideale online-onruststoker om de Amerikaanse verkiezingen te verstoren. Afgelopen maart schreef Auernheimer in een van zijn commentaren op The Daily Stormer dat hij het forum verhuisde naar ‘een veel krachtiger server in de Russische Federatie’. Anglin zou de lezers op zijn site later bezweren – ‘op straffe van vervolging voor meineed’ – dat hij nooit geld of instructies van de Russische overheid had gekregen. Maar of hij het wist of niet, het succes van zijn site lijkt wel degelijk vanuit Rusland te zijn gesteund. Uit een door onderzoekscollectief Susan Bourbaki Anthony uitgevoerde analyse van het Twitterbereik van The Daily Stormer tussen 2 februari en 2 maart 2017 bleek dat Anglins berichten op Twitter werden verspreid via een mysterieus netwerk van vage accounts. Dit nog steeds actieve netwerk is al minstens vanaf begin dit jaar bezig het politieke debat in Amerika te polariseren. Het omvat bots [geautomatiseerde accounts] en ‘sock puppets’ (accounts onder een valse naam) en het ligt stil van vijf uur ’s middags tot elf uur ’s avonds New Yorkse tijd – ofwel van middernacht tot half zeven ’s ochtends Russische tijd.

    Mede door de verkiezingen groeide The Daily Stormer van een van de vele neonazisites uit tot hét platform voor alt-right – al was de site ook weer lang niet zo populair als Anglin het graag deed voorkomen. De miljoenen unieke bezoekers per maand waar hij en Auernheimer prat op gingen, waren er volgens onderzoeksbureau comScore in het echt hooguit zo’n zeventigduizend. Maar Anglin wist hoe hij ketelmuziek moest maken, en wat de precieze cijfers ook zijn, door de opkomst van Trump zat zijn site absoluut in de lift. In mei 2016 vroeg Wolf Blitzer van CNN aan Trump wat hij vond van de scheldkanonnades en bedreigingen die verslaggeefster Julia Ioffe ontving van Anglins volgelingen nadat ze een artikel over Melania Trump had geschreven voor GQ. (Ioffe werkt inmiddels voor The Atlantic.) ‘Ik heb geen boodschap voor de fans’, was Trumps antwoord. De fans. Zijn mensen. Toen een journalist Anglin vroeg hoe hij aankeek tegen Trumps pertinente weigering om neonazi’s te veroordelen, zei hij: ‘Wij zien dat als een steunbetuiging.’

    Eric ‘The Butcher’ Fairburn op een herdenkingsconcert voor de oprichter van de American Nazi Party, George Lincoln Rockwell, 27 augustus 2005 in Pennsylvania. – © Getty Images
    Eric ‘The Butcher’ Fairburn op een herdenkingsconcert voor de oprichter van de American Nazi Party, George Lincoln Rockwell, 27 augustus 2005 in Pennsylvania. – © Getty Images

    In februari ben ik weer naar Columbus gegaan. Ik had gehoord dat Anglin daar een hoorzitting bij de rechtbank had: om de een of andere reden had hij kwijtschelding aangevraagd van zijn strafblad voor drugsbezit in 2006. Ik wilde proberen om hem bij de rechtbank aan te schieten. Op de dag van mijn komst stond er toevallig net een lang artikel over Anglin in de wekelijkse stadskrant Columbus Alive. De avond daarop liep Anglin een supermarkt binnen waar een demonstrant werkte die in dat artikel werd geciteerd. Zij vertelde me later dat hij ondanks de kou slechts gekleed ging in een wit T-shirt en zwarte trainingsbroek. Met een energiedrankje in zijn hand kwam hij naar haar toe, staarde haar aan en zei: ‘Hoe gaat ie?’ Daarna verdween hij in de nacht.

    Ik logeerde niet ver van de oude Exile Bar, ooit de voornaamste homobar in Columbus en destijds een goede bron van inkomsten voor Anglins familie: zijn oom Todd was de eigenaar geweest van deze en nog een andere homobar. Nadat Todd aan aids was overleden, kwamen de cafés in handen van Greg. Volgens twee zegslieden gingen de wilde dansfeesten en fetisjavonden toen gewoon door, terwijl Greg in zijn praktijk ook homobekeringstherapie aanbood. Greg bezat aardig wat onroerend goed in het stadje; een aantal van die panden, die er niet altijd even florissant uitzagen, ben ik afgegaan op zoek naar zijn neonazistische zoon.

    Ik dacht ook dat Anglin misschien logeerde bij zijn jeugdvriend West Emerson, die een ‘lievelingscitaat’ van Hitler en verschillende verwijzingen naar alt-right op zijn Facebookpagina heeft staan. Emerson schepte graag op over zijn vriendschap met Anglin. Verschillende mensen die ik sprak hebben hem horen zeggen dat hij dagelijks contact met hem had. In appjes aan een van hen beweerde hij op een gegeven moment dat hij ‘terwijl ik dit schrijf’ met Anglin zat te praten. Maar mij wilde hij niet te woord staan. (Emerson heeft The Atlantic laten weten dat hij Anglins standpunten niet deelt, hem in geen vijftien jaar heeft gezien en zijn telefoonnummer niet eens heeft.)

    Een week na de publicatie van het verhaal in Columbus Alive leverde Anglin de verslaggevers uit aan de woede van zijn lezers. Hij zette hun contactgegevens online, plus foto’s van hun huizen, auto’s, echtgenoten en kinderen, waaronder een baby van zes maanden. ‘Tijd voor actie’, jutte hij zijn lezers op, die de journalisten vervolgens per telefoon, post en e-mail met bedreigingen bestookten. Ze voelden zich niet meer veilig in hun eigen huis. De politie moest vaker gaan surveilleren in hun wijk.

    Op een avond reed ik naar een adres waar Anglins moeder misschien woonde. Het schemerde, alleen in de woonkamer brandde licht. Van een afstandje had ik een dunne vrouw voor het raam zien staan, maar toen ik mijn auto parkeerde was het licht al uit. Ik belde aan, klopte en wachtte een paar minuten. Er werd niet opengedaan. Ik krabbelde snel een briefje – ‘Ik moet nodig iemand spreken die van Andy houdt en het voor hem wil opnemen’ – en schoof dat tussen de deur. Een paar dagen later heb ik de voicemail op haar werk nog ingesproken. Ze heeft nooit van zich laten horen. Ik was er wel aan het juiste adres. Anglin zette later een foto van mijn briefje online en beschuldigde mij van een ‘vuile verschroeide aarde-campagne’ om zijn familie en vrienden te bedreigen. Hij noemde me een terrorist die hem het zwijgen wil opleggen. Ik kreeg telefoontjes en mails van boze Stormers. Eentje gaf me valse informatie over Anglins verblijfplaats. Ik kreeg een handjevol e-mails met een virus.

    Het is hem juridisch toegestaan om te beweren dat “moslims uitgeroeid moeten worden”. Hij mag alleen geen specifieke moslim met uitroeiing bedreigen

    Anglin zelf bleef ongrijpbaar. Zijn hoorzitting stond gepland voor maandagochtend tien uur, maar die nacht liepen vijf verdiepingen van de rechtbank waterschade op door een breuk in de waterleiding. Alle zittingen op die verdiepingen werden uitgesteld, waaronder die van Anglin. Ik ging er de ochtend daarna om negen uur wel kijken, in de hoop dat Anglin zich toch zou vertonen. Het duurde even voor ik de juiste verdieping had gevonden. Anglin en zijn advocaat bleken nog vroeger te zijn gekomen en de veroordeling was geschrapt. Ik was hem net misgelopen.

    In april is Anglin door Tanya Gersh en het Southern Poverty Law Center (SPLC) voor de federale rechter gedaagd wegens privacyschending, het opzettelijk toebrengen van emotioneel leed en overtreding van een staatswet tegen intimidatie. Hij moest zich verantwoorden voor wat in de aanklacht een ‘terreurcampagne’ werd genoemd, die Gersh paniekaanvallen had bezorgd waarvoor ze nu in therapie moest. Dat ze haar heil beter kon zoeken in een civiele procedure dan in aangifte van een strafbaar feit, was veelzeggend. De autoriteiten konden weinig uithalen tegen de haatdragende teksten op The Daily Stormer; die worden beschermd door het recht op vrije meningsuiting en Anglin weet dat. Hij verwijst vaak naar ‘Brandenburg versus Ohio’, een uitspraak van het Hooggerechtshof over een toespraak die KKK-lid Clarence Brandenburg in 1964 hield op een boerderij bij Cincinnati. Brandenburg trok daarin fel van leer tegen Joden en zwarten, en zei dat er weleens ‘wraak genomen kon worden’ als de overheid doorging met het onderdrukken van blanken. Het Hooggerechtshof oordeelde dat zijn geraaskal onder de vrijheid van meningsuiting viel, aangezien zijn woorden te abstract waren geweest om aan te zetten tot ‘directe wederrechtelijke daden’ en ook niet voldeden aan het criterium dat ze een ‘duidelijk en onmiddellijk gevaar’ vormden. De ‘Brandenburg-test’ geeft nu zo’n beetje aan hoe ver haatzaaiers kunnen gaan, en Anglin zorgt er altijd voor dat zijn oproepen tot geweld voldoende vaag blijven. Zo is het hem juridisch toegestaan om te beweren dat ‘moslims uitgeroeid moeten worden’. Hij mag alleen geen specifieke moslim met uitroeiing bedreigen.

    Wel heeft hij mogelijk een juridische grens overschreden met de pestcampagnes die hij instigeert. Cyberstalking (ofwel het gebruik van internet op een wijze die ‘anderen aanzienlijke emotionele schade berokkent of beoogt te berokkenen of redelijkerwijs verwacht kan worden te berokkenen’) is een federaal misdrijf waarop maximaal vijf jaar cel en een boete van 250.000 dollar staat. Daarnaast hebben ook veel afzonderlijke staten het als misdrijf in hun wet opgenomen. Het is moeilijk om daarvoor iemand te veroordelen, omdat de belagers hun identiteit goed weten te verbergen. Eén trol kan één keer op je voicemail inspreken dat je als een heks op de brandstapel moet, maar dat voldoet nog niet aan de criteria voor cyberstalking. Toch wordt het doodeng als honderden trollen dat ineens tegelijk doen. ‘Het is net een bijenzwerm,’ zegt Danielle Citron, hoogleraar Rechten aan de Universiteit van Maryland en een deskundige op het gebied van cybercriminaliteit. ‘Je wordt duizend keer gestoken. En elke steek doet pijn. Maar wat je ziet is één grote, gruwelijke, gonzende massa.’

    En al doet Anglin zelf niet mee aan de pesterijen, hij zet er wel toe aan en faciliteert het, zegt Citron. Dat zijn weer misdrijven op zich – alleen geen misdrijven waar politie en justitie werk van willen maken. Weinig politiekorpsen hebben de middelen om achter internetpesters aan te gaan. Volgens Citron hebben federale rechercheurs hun handen al meer dan vol aan de jacht op kinderporno, fraude en terrorisme, en krijgt cyberstalking dus geen prioriteit. Daarom zat er voor Gersh niets anders op dan Anglin voor de rechter te slepen. Een week later startte Auernheimer een campagne op WeSearchr, een crowdfundsite van Chuck Johnson, een extreem-rechtse activist en trol die banden met de regering-Trump zegt te hebben. Binnen een maand doneerden de Stormers meer dan 150.000 dollar voor Anglins advocatenkosten. Anglin nam Marc Randazza in de arm, een specialist op het gebied van de vrijheid van meningsuiting, die ook de verdediging heeft gevoerd voor Mike Cernovich, een andere voorman van extreem-rechts.

    De regiezitting vond afgelopen december plaats [de rechtszaak zelf zal pas 22 januari 2019 van start gaan]. Dit was de eerste keer dat een beruchte internettrol voor de rechter kwam vanwege het instigeren van een intimidatiecampagne. Dat zal de rechter misschien dwingen om zich eens uit te spreken over de vraag of een trolaanval – Anglins aansporing om ‘ze te grazen te nemen’ – onder de vrijheid van meningsuiting valt. Het risico is natuurlijk dat als Anglin straks vrijuit gaat, sadistische trollen carte blanche krijgen om op internet helemaal los te gaan. Aan de andere kant zegt Randazza dat het een gevaarlijk precedent zou scheppen als Anglins getreiter aan banden wordt gelegd. Anglin ‘heeft het volste recht om mensen te vragen hun mening te delen, hoe verwerpelijk die meningen soms ook zijn’, hield hij me voor. ‘Dat is de rottige prijs die we voor onze vrijheid moeten betalen.’

    Witte supremacisten, neonazi’s en alt-rightaanhangers bij een standbeeld van Thomas Jefferson na een mars door de universiteit in Charlottesville, 11 augustus 2017. – © Samuel Corum / Anadolu Agency / Getty Images
    Witte supremacisten, neonazi’s en alt-rightaanhangers bij een standbeeld van Thomas Jefferson na een mars door de universiteit in Charlottesville, 11 augustus 2017. – © Samuel Corum / Anadolu Agency / Getty Images

    In augustus kwamen kopstukken van de alt-right-beweging naar Charlottesville voor de grootste bijeenkomst van extreem-rechts in meer dan tien jaar. Richard Spencer, Mike Enoch, Matthew Heimbach, Eli Mosley en zelfs David Duke, het oude KKK-lid dat zich nu achter alt-right schaart om aansluiting te vinden bij racistische jongeren. Iedereen behalve Anglin. ‘We zijn boos’, had Anglin een paar dagen eerder geschreven. ‘We verlangen weer naar een tijdperk van geweld. We willen oorlog.’ Veel van zijn volgelingen trokken ook naar Charlottesville. Goed voorbereid op knokpartijen. Sommigen hadden zelfgemaakte, met doodskoppen gesierde schilden bij zich. Maar Anglin is nooit het type geweest om zich fysiek in de strijd te werpen.

    Alles wees erop dat hij na de rechtbankzitting in Columbus in Amerika was gebleven en in de loop van de zomer nog dieper was ondergedoken. Het SPLC schakelde deurwaarders in om Anglin van de rechtszaak in kennis te stellen, maar ze konden hem nergens vinden, hoewel ze het op zeven verschillende adressen herhaaldelijk hebben geprobeerd. In één appartement in Columbus werd de deur geopend door Anglins jongere broer Mitch, maar ook die werkte niet mee. Dat ‘kon hij niet maken’ tegenover zijn broer, zei hij. Op een ander adres kreeg de deurwaarder de indruk dat Anglin wel binnen zat maar niet opendeed. Randazza moest lachen om die onvindbaarheid van zijn cliënt. (Al snel kreeg Anglin nog twee federale rechtszaken aan zijn broek: van Dean Obeidallah, moslim, komiek en radiopresentator, die hem van smaad beticht, en van inwoners van Charlottesville die de kopstukken van alt-right verantwoordelijk houden voor het geweld met dodelijke afloop tijdens de protesten in hun stad.) Toen Anglin tegen CNN zei dat hij naar Nigeria was verhuisd, maakten de Stormers zich vrolijk dat de zender die leugen uitzond. Een van hen probeerde mij wijs te maken dat Anglin in Tsjechië zat. Maar ik had een betrouwbare tip dat hij ergens in het Midwesten uithing.

    De Stormers hadden een besloten chatserver bij de chat-app Discord waarop ik onder een schuilnaam kon inloggen. Dan zag ik ze over genocide kletsen in bewoordingen die weinig aan de verbeelding overlieten. ‘Het enige wat ik voor mijn dood nog wil, is zien hoe die [Joden] krijsend in een poel van ellende ten onder gaan op de grond van mijn vaderland’, schreef Auernheimer. ‘Ik hoef geen rijkdom. Ik hoef geen macht. Ik wil alleen dat hun dochters voor hun ogen worden doodgemarteld en ik wil ze lachend in hun gezicht spugen terwijl ze het uitschreeuwen van ellende.’

    In juli plaatste Auernheimer een nieuwe huisregel op hun Discord-forum: ‘Praat niet met de politie. Als we erachter komen dat je om welke reden dan ook met de politie hebt gesproken, word je van het forum gegooid.’ Eindelijk leek justitie dan toch interesse te tonen in Anglins activiteiten. En van de weeromstuit leek hij nog gekker te worden. In een bij alt-right zeer populaire podcast begon hij tegen de verbijsterde presentatoren te orakelen over het ‘elektrisch universum’ en ‘de deconstructie van de werkelijkheid’, en hij verzekerde ze dat ‘zodra die Joden eindelijk zijn uitgeroeid, de strijd tegen de aliens zal beginnen’.

    Op zijn site begon hij een meme te creëren rond ‘witte sharia’, vergezeld van pleidooien dat vrouwen door mannen mochten worden mishandeld en verkracht, beroofd moesten worden van hun stemrecht en als bezit van hun man moesten worden gezien. Vrouwen ‘zijn nog lager dan honden’, schreef hij. ‘Het zijn allemaal vuile, immorele, domme hoeren die geen enkel respect verdienen.’ Dat was verwarrend voor veel van zijn lezers en tegen het zere been van de paar vrouwen die de site bezochten. Ook begrepen veel Stormers niet waarom Anglin een concept uit de islam wilde propageren. Maar Anglin bleef er onvermoeibaar op hameren, en na tientallen berichten begon zijn meme toch navolging te krijgen. ‘Witte sharia’ was een van de slogans die radicaal-rechtse betogers in augustus in Charlottesville scandeerden. Het was wat James Alex Fields Jr. riep voordat hij met zijn auto op antiracistische demonstranten inreed en werd aangeklaagd voor de moord op Heather Heyer.

    Victorie

    Anglin kraaide victorie: de protestmars die hem in Whitefish voor ogen had gestaan, werd hier verwezenlijkt. Als iemand voor deze betoging had geijverd, was hij het wel. Zijn site was cruciaal geweest voor de organisatie. ‘Alt-right is opgestaan. Dit valt niet terug te draaien’, schreef hij. ‘Dit was onze Bierkellerputsch.’ En toen Trump de extreem-rechtse betogers weer weigerde te veroordelen, was hij helemaal in zijn nopjes. ‘Geen afstand nemen’, schreef hij. ‘Heel, heel goed. Bovenste beste kerel.’ De dag na de betoging schreef Anglin dat Heyer een ‘dikke slons’ was geweest en dat ‘de meeste mensen blij zijn dat ze dood is’. Dat bericht werd binnen een dag vaker op Facebook gedeeld dan enig ander bericht van The Daily Stormer tot dan toe. Op hun besloten chatserver opperde Auernheimer het idee om neonazi’s naar haar begrafenis te sturen.

    Maar al pochten ze nog zo hard dat ze het Raam van Overton oprekten, Anglin had niet voorzien dat naarmate zijn uitingen bloeddorstiger werden, zijn invloed ook steeds meer zou worden beknot. The Daily Stormer verloor zijn domeinregistratie bij GoDaddy en kon al snel geen gebruik meer maken van de maildiensten van Zoho en SendGrid. Ook Cloudflare, dat bescherming bood tegen cyberaanvallen, stelde geen prijs meer op hun klandizie. De site ging op zwart, evenals andere sites van alt-right. Discord gooide de server dicht waarop ze hun plannen bekokstoofden en sloot ook diverse andere chatrooms van racistische groeperingen. Richard Spencer had al gewaarschuwd voor ‘Het Grote Afknijpen’, en dat was nu begonnen. Anglin en Auernheimer deden verwoede pogingen om The Daily Stormer weer online te zetten, maar kregen bij een handvol domeinregistratiebedrijven steeds nul op het rekest – zelfs bij het Russische Rozcom. Op het moment van schrijven hebben ze weer een versie in de lucht bij een provider in de Filipijnen, waar ze hun site nu omschrijven als ‘Amerika’s grootste pro-Duterte-nieuwssite’. Maar Anglin heeft veel lezers verloren. Het aantal bijdragen op de reactiepagina’s, de voornaamste aanjager van zijn gemeenschap, is gedecimeerd.

    Zijn paniek was bijna voelbaar toen hij zijn extremistische imago dit najaar probeerde te temperen. ‘Ik ben niet echt een “Neo-Nazi White Supremacist”, ik weet niet eens wat dat precies betekent’, schreef hij half september. Hij beweerde dat zijn gewelddadige teksten nooit serieus bedoeld waren, dat hij alleen de spot wilde drijven met mensen die je meteen voor nazi uitmaken als je ‘opkomt voor de rechten van blanke mensen’ of ‘weigert te geloven in de achterlijke leugens over Hitler’ of in de ‘zogenaamde’ Holocaust. Hij legde uit wat volgens hem van meet af aan zijn ware insteek was geweest: ‘Ironisch nazisme vermomd als echt nazisme vermomd als ironisch nazisme.’ Vijf dagen later schreef hij dat ‘de wereld geregeerd wordt door reptielen uit een andere dimensie of een ander alienras van reptielen of insecten’. Moeilijk te bepalen wat nog ironie was en wat niet. Ik heb Anglin nog één keer gemaild met een verzoek om een interview. Geen antwoord. De volgende dag schreef hij een bericht waarin hij opriep tot de massa-executie van journalisten. ‘Ik wil journalistenhersenen van de muur zien druipen’, schreef hij.

    In de maanden dat ik Anglin heb gevolgd, kwam hij soms over als een dolgedraaide methodacteur die zo diep in zijn rol is weggezonken dat hij zich er niet meer van kan losmaken. Ik moest denken aan een zinnetje van Kurt Vonnegut: ‘We zijn wat we pretenderen te zijn, dus we moeten oppassen met wat we pretenderen te zijn.’ Anglin had er, zoals zoveel jonge mannen die met hun gevoelens in de knoop zitten, voor gekozen om op internet iemand of iets te zijn wat groter was dan hijzelf – iets vervaarlijks, ter verhulling van zijn innerlijke breekbaarheid, die hij niet kon uitstaan. Nu was de werkelijkheid ingehaald door zijn fantasie en kon hij er niet meer aan ontkomen. Wie was hij nog, als hij niet de trollenkoning van de nazi’s was?