Tag: rechtszaak

  • 1. Allemaal naar Guantanamo Bay?

    1. Allemaal naar Guantanamo Bay?

    Om begrijpelijke redenen staan landen niet te springen om jihadisten te laten terugkeren. Maar wat zijn de alternatieven?

    In de turbulente eerste dagen nadat hun zogenaamde kalifaat was uitgeroepen, zwoeren buitenlanders die zich bij Islamitische Staat (IS) hadden aangesloten blijmoedig hun band met het Westen af. Jihadisten uit Frankrijk, Canada en andere landen filmden hoe ze hun paspoorten verbrandden. Maar nu IS bijna verslagen is, gedragen de ooit zo strijdlustige radicalen zich als toeristen die op een all-invakantie zijn gestrand. Een 
Canadees beklaagde zich erover dat zijn ambassade geen contact met hem opnam. Een Britse vrouw die het in Raqqa ‘naar haar zin’ had gehad, wilde hulp bij haar repatriëring naar Londen.

    Zulke IS-strijders vormen een groot probleem voor hun vaderland. Meer dan 41 duizend buitenlanders togen naar Syrië en Irak om zich bij de groepering aan te sluiten. Halverwege vorig jaar waren 7366 van hen naar huis teruggekeerd, aldus de Londense denktank International Centre for the Study of Radicalisation. Nog vele duizenden meer kwamen op het slagveld om. Er zijn nog zo’n 850 mannen en een paar duizend vrouwen over, die verspreid over Oost-Syrië gevangen zitten in 
primitieve kampen.

    Nagenoeg onmogelijk

    Tot voor kort wilde hun thuisland hen daar maar al te graag laten. Totdat 
president Donald Trump in december besloot de Amerikaanse troepen uit Syrië terug te trekken. De Koerdische troepen, heer en meester in Oost-Syrië, zijn er toch al niet op ingericht duizenden gevangenen vast te houden. Dat wordt nagenoeg onmogelijk wanneer de Amerikanen zich volledig uit het land zullen hebben teruggetrokken. President Trump wil dat buitenlandse regeringen hun burgers naar hun eigen land laten terugkeren. ‘Het 
alternatief is niet goed, want dan zien we ons genoodzaakt hen vrij te laten,’ twitterde hij. Dat alternatief is inderdaad slecht, maar dat geldt ook voor alle andere alternatieven.

    De eenvoudigste oplossing is een ander met het probleem op te zadelen. 
Volgens een wet die in 2015 in Australië werd aangenomen, verliest iemand die zich bij een terroristische groepering heeft aangesloten zijn burgerschap. Dat gebeurde voor het eerst in 2017 met Khaled Sharrouf, een Libanese Australiër die zijn zoontje fotografeerde met het afgehakte hoofd van een Syrische soldaat in zijn handen. De Australische wet geldt alleen voor Australiërs met een tweede nationaliteit, want volgens het internationaal recht mag je iemand niet stateloos maken.

    Wetenschappers zijn het er niet over eens hoe mensen radicaliseren en zelfs niet over wat radicaliseren precies inhoudt

    Groot-Brittannië zit daar niet mee. Het ontnam Shamima Begum, die zich als tiener bij IS aansloot, het Britse staatsburgerschap. Volgens de Britten is haar moeder afkomstig uit Bangladesh en komt ze daarom in aanmerking voor het staatsburgerschap van dat land. Op vergelijkbare wijze besloot president Trump dat een in Amerika geboren vrouw die propaganda maakte voor IS het land niet meer in mag.

    Rechtbanken zouden dergelijke besluiten terug kunnen draaien. Maar ook 
al doen ze dat niet, dan nog is het onwaarschijnlijk dat westerse landen zullen besluiten hun burgers elders 
te dumpen. Want ze zijn veel beter 
toegerust om die op te vangen dan 
bijvoorbeeld Libanon of Bangladesh.


    Rehabilitatiecentrum voor extremisten

    Saoedi-Arabië kiest voor een andere aanpak. In 2004, na een golf van terroristische aanslagen in het land, zette het een rehabilitatiecentrum voor extremisten op. De gevangenen worden vastgehouden in een aangenaam kamp met een zwembad en 
creatieve therapie. Partnerbezoek is toegestaan. Maar dergelijke oplossingen zijn kostbaar. Ze vragen om langdurige een-op-eenaandacht van docenten en geestelijken en kunnen in het Westen op weinig steun rekenen.

    Frankrijk opende drie jaar geleden ook een deradicaliseringscentrum in een chateau in het Loire-dal. De gedetineerden studeerden geschiedenis en filosofie en spraken met een imam 
over het geloof. Het was de bedoeling dat ze er tien maanden zouden blijven, maar het centrum werd opgedoekt nadat plaatselijke bewoners bezwaar hadden gemaakt tegen het verblijf van terroristen in hun midden.

    Het valt trouwens onmogelijk uit te maken of dergelijke oplossingen werken. Wetenschappers zijn het er niet over eens hoe mensen radicaliseren en zelfs niet over wat radicaliseren precies inhoudt. Saoedi-Arabië beweert dat nog geen twintig procent van de ruim drieduizend bewoners van het rehabilitatiecentrum de jihad alsnog trouw zijn gebleven, wat toch betekent dat het deradicaliseringstraject in 
honderden gevallen is mislukt. Een Somalisch-Amerikaanse man die onderweg was naar Syrië en op het vliegveld van Minnesota werd gearresteerd, werd in 2017 vrijgelaten na een blijkbaar succesvolle rehabilitatie van een jaar. Wat voor hem werkte, hoeft niet te werken voor geharde strijders die onschuldige mensen hebben 
afgeslacht en tot slaaf gemaakt. Het voelt onrechtvaardig als hun straf niet meer is dan een veredeld zomerkamp.

    Maar ze voor de rechter brengen is lastig. Amerika heeft een respectabele staat van dienst. Eén man werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld, een tweede werd in juni aangeklaagd. Maar het land kon een derde verdachte niet veroordelen wegens gebrek aan bewijs. Hij werd na meer dan een jaar gevangenschap vrijgelaten. Heiko Maas, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, zegt dat zijn land een vergelijkbaar probleem heeft. Bewijs dat tijdens verhoren op het slagveld is verkregen, is niet rechtsgeldig. De herkomst van documenten die in handen van Koerdische strijders zijn gevallen, is niet zeker.

    Voormalige IS-strijders spelen volleybal in een Koerdische gevangenis in Noord-Syrië. – © AP Photo / Hussein Malla
    Voormalige IS-strijders spelen volleybal in een Koerdische gevangenis in Noord-Syrië. – © AP Photo / Hussein Malla

    Australië heeft een handig hulpmiddel: een wetsregel die erop neerkomt dat het betreden van bepaalde gebieden als een misdaad wordt beschouwd. Maar alleen Mosul en Raqqa zijn als zodanig aangemerkt. Om de wet te kunnen toepassen, moeten aanklagers bewijzen dat verdachten in die steden zijn geweest. Zelfs dat is vaak al heel moeilijk.

    Zijn de verdachten eenmaal veroordeeld, dan moeten landen besluiten waar ze zullen worden vastgehouden. Amerika zag nog geen driehonderd strijders vertrekken en er kwamen er nog minder terug. Het is voor dat land een koud kunstje om ze in de gevangenis te stoppen. In Europa ligt dat anders, want daar zijn de aantallen vaak veel groter. Sommige Europese landen merken nu al dat medegevangenen radicaliseren. Teruggekeerde strijders bij andere gedetineerden zetten zou weleens een nieuwe generatie extremisten kunnen opleveren.

    Rudimentaire rechtbanken

    Het is begrijpelijk dat politici die zich voor zulke problemen gesteld zien de handen wanhopig ten hemel heffen. Als inwoners van hun land in een ander land misdrijven hebben begaan, moeten ze daar dan niet worden berecht? Maar het door Koerden bestuurde Oost-Syrië is geen land. De rudimentaire rechtbanken daar bieden geen eerlijk proces en bestaan waarschijnlijk niet lang meer. En nu hun Amerikaanse beschermheren de benen nemen, kunnen de Koerden rekenen op aanvallen van zowel het regime van Assad als het Turkse leger. Waarschijnlijk zullen ze een deal met Assad 
sluiten. De geschiedenis wijst uit wat er gebeurt wanneer de mensen die 
ze hebben opgepakt in Syrische 
gevangenissen belanden. De kerkers van Assad hebben generaties radicalen voortgebracht, die alleen werden 
vrijgelaten wanneer dat politiek gezien goed uitkwam.

    Dan blijft er maar één mogelijkheid over. ‘Het Pentagon heeft ons laten weten dat er een grote kans bestaat 
dat ze naar Guantanamo Bay worden gestuurd,’ zegt een stafmedewerker van het Amerikaanse Congres. Sinds 2008 zijn daar geen gevangenen meer opgenomen. President Barack Obama heeft acht jaar lang geprobeerd de gevangenis te sluiten, en het aantal gedetineerden is geslonken van 242 in 2009 tot krap 40 nu. De Democraten zullen die koers waarschijnlijk niet willen veranderen.

    Voor een oplossing voor terugkerende IS-strijders is een combinatie nodig van rechtbankprocessen, volgsystemen en rehabilitatie. De politie moet de daarvoor benodigde middelen krijgen, het OM methoden om kwetsbaar bewijs in rechtszaken in te brengen. Sommige deradicaliseringsprogramma’s werken prima, vooral in gevangenissen en voor diegenen die tegen hun wil of als kind naar Syrië en Irak zijn gekomen.

    Geen westerse politicus wil verantwoordelijk worden gehouden voor de repatriëring van potentieel gevaarlijke radicalen. Maar ze in Syrië laten of in ontwikkelingslanden dumpen lost het probleem niet op. Daar gaat bovendien de boodschap van uit dat westerse regeringen niets geven om de levens van miljoenen Syriërs en Irakezen die door toedoen van hún landgenoten kapot zijn gemaakt.

    The Economist | Londen

  • Wanneer je enige broer een bloedbad aanricht. Het verhaal van Zach Cruz

    Wanneer je enige broer een bloedbad aanricht. Het verhaal van Zach Cruz

    Zijn broer heeft bekend veertien leerlingen en drie stafleden te hebben doodgeschoten op Marjory Stoneman Douglas High School in Parkland, Florida. Maar het is de enige familie die Zach Cruz nog heeft.

    Keuze uit het archief

    De Verenigde Staten werden vorige week maandag voor de zoveelste keer opgeschrikt door een school shooting. Ditmaal was de Abundant Life Christian School in Madison in de staat Wisconsin de klos. Een 15-jarig meisje opende het vuur, doodde een leraar en een leerling en verwondde zes andere mensen. Daarna pleegde ze zelfmoord.
    Dit artikel van The Washington Post uit 2019 vertelt het ontroerende verhaal van Zach Cruz. Hij is de enige broer van Nikolas Cruz, de schutter die op 14 februari 2018 een bloedbad aanrichtte op een hogeschool in Parkland. De schietpartij ging de boeken in als de dodelijkste school shooting in de geschiedenis van de VS.

    Hij houdt zijn blik omlaag gericht als hij het gerechtsgebouw in loopt, want hij weet dat mensen hem zullen aanstaren als ze hem zien. Hij maakt zijn zakken leeg bij de beveiliging en haast zich de lift in. Hij trekt aan de stropdas, die hij heeft geleend omdat hij zijn pak is vergeten. Hij heeft een bloedhekel aan pakken. Hij heeft een bloedhekel aan dit allemaal. Maar voor zijn broer komt hij telkens weer opdagen.

    De lift uit, de gang af, langs de verslaggevers en naar de deuren met politiemensen ervoor. Die doen een stap opzij en hij gaat de rechtszaal binnen.

    Daar, in een rode overall, zit zijn broer Nikolas Cruz, die heeft bekend dat hij op zijn vroegere middelbare school een bloedbad heeft aangericht.

    Veertien leerlingen en drie stafleden vonden de dood op die Valentijnsdag op Marjory Stoneman Douglas High in de stad Parkland. Zeventien anderen raakten gewond en hebben blijvende littekens overgehouden, fysiek en mentaal. Het leven van nog eens honderden mensen is totaal overhoop gegooid: ouders die opeens hun kinderen misten, leerlingen die overdag actie voerden voor beheersing van de wapenverkoop en ’s nachts kampten met paniekaanvallen, beveiligers die tijdens de schietpartij in de buurt waren en zware kritiek hebben gekregen vanwege de keuzes die ze in de chaos maakten.

    Verstoten

    Sommige van die mensen zitten hier in de rechtszaal, en naast hen in een bank schuift nu iemand wiens leven op die dag ook is ontspoord. Zachary Cruz was 17 jaar toen zijn oudere broer een van de dodelijkste schoolschutters in de Amerikaanse geschiedenis werd.

    In de maanden na de schietpartij is Zach verstoten door zijn gemeenschap, onvrijwillig opgesloten in een psychiatrische instelling, twee keer gearresteerd, uit het huis van zijn pleegmoeder geschopt, opgevangen door vreemden die hem mee hebben genomen naar Virginia, 1600 kilometer ten noorden van hier, en van medeplichtigheid beschuldigd, niet zozeer door anderen, maar door zichzelf.

    Hij rekt zijn nek om zijn broer beter te kunnen zien. Nik heeft een nieuwe bril op. Zach ziet dat zijn haar weer kort geschoren is.

    Zach blijft proberen oogcontact te maken. Maar Nik houdt zijn hoofd naar opzij gekeerd en kijkt van hem weg.

    ‘We willen graag een datum voor de rechtszaak hebben om naartoe te werken,’ zegt een aanklager tegen de rechter. Het openbaar ministerie van Florida, berucht om zijn terdoodveroordelingen, wil die ook voor de twintigjarige Nik eisen. ‘Het is nu bijna een jaar geleden dat dit incident plaatsvond.’

    Zach kijkt weer omlaag naar zijn skateboardschoenen. Hij en Nik hebben hun biologische ouders nooit gekend, en hun adoptieouders zijn dood. Zach is in zijn eentje deel gaan uitmaken van de groeiende groep mensen van wie een broer of een zoon massamoordenaar is geworden. Maar toch ligt het voor hem iets anders dan voor de familieleden van de Colombine-, Virginia Tech- en Sandy Hook-schutters: zijn broer leeft nog, voorlopig.

    En dat houdt in dat Zach heeft moeten kiezen. Als hij Nik steunde, verbond hij zichzelf voorgoed met de gruwelijke misdaad die zijn broer heeft begaan. Als hij afstand nam, liet hij de enige echte familie die hij bezat in de steek.

    ‘Ik draag het altijd met me mee. Elke dag. Het valt niet te vergeten,’ zegt Zach nu. ‘Ik zit klem tussen mijn liefde voor hem en mijn haat om wat hij heeft gedaan.

    De openbaar aanklager praat maar door. De rechter knikt mee. En Zach kijkt om de paar minuten op, in de hoop dat zijn broer merkt dat hij er nog is.

    Nikolas Cruz wordt de rechtszaal in begeleid voor een zitting over de vraag of hij onder toezicht moet blijven staan van een officier die hem naar zijn zeggen mishandeld heeft. – John McCall / South Florida Sun-Sentinel via AP / HH
    Nikolas Cruz wordt de rechtszaal in begeleid voor een zitting over de vraag of hij onder toezicht moet blijven staan van een officier die hem naar zijn zeggen mishandeld heeft. – John McCall / South Florida Sun-Sentinel via AP / HH

    Die middag van 14 februari 2018 is Zach op de plek waar hij bijna altijd te vinden is. Hij kent de kromming van elke daling en stijging in het skatepark, het geluid dat zijn board maakt als het langs het metaal schuurt, de prikkeling van een val die betekent dat hij zijn trick bijna heeft volbracht.

    Skaten is al Zachs manier om aan alles te ontsnappen sinds de dag dat zijn moeder, Lynda Cruz, op een rommelmarkt haar hand over haar hart streek en zijn eerste skateboard voor hem kocht. Hij nam het mee naar het huis met vijf slaapkamers in Parkland waar de jongens zijn grootgebracht, en spoot het goudkleurig.

    Lynda en Rogers Cruz hebben eerst Nik geadopteerd, als baby. Zeventien maanden later, als ze horen dat Niks biologische moeder weer een kind heeft gekregen, nemen ze ook Zachary in huis.

    De twee broers lijken nauwelijks op elkaar. Nik heeft een bleke huid, lichtbruine ogen en steil haar. Zach heeft een karamelkleurige huid en dikke krullen en neemt daarom aan dat zijn vader zwart was. Lynda weigert het te vertellen.

    Ze vertelt de jongens pas dat ze geadopteerd waren als ze al in de bovenbouw van de lagere school zitten, lang nadat Roger in 2004 is overleden aan een hartaanval. Zach is pas vier als hij sterft en hun gezin achterblijft zonder zijn inkomen en zijn stabiliserende aanwezigheid. Het enige dat Zach zich nog van zijn vader herinnert is hoe die hem altijd optilde, Zachs voetjes bovenop die van hemzelf zette en dan met hem de kamer rond danste.

    Kleine, liefdevolle gebaren

    Hun jongste jaren zitten vol met zulke kleine, liefdevolle gebaren. Als de jongens nog peuters zijn, fotografeert Lynda hen in bad, Nik met zijn armen om Zach heen.

    Als ze groter worden, zeuren ze altijd net zo lang tot Lynda met hen maar Liberty Park gaat, waar een groot houten klimtoestel staat en waar in het hek de namen staan gekerfd van buurtbewoners die geld voor het park hebben gedoneerd. Dan rennen de jongens daarheen om hun eigen namen op te zoeken, die naast elkaar geschreven staan.

    Ze leren verantwoordelijkheid dragen door zelf voor hun honden te zorgen, de aanhalige retriever-kruising Maisey en de energieke terriër Kobe.

    Dan komen de dagen waarop ze samen naar de bushalte lopen, urenlang Halo spelen op de Xbox, eendrachtig kreunen als Lynda die uit het stopcontact trekt, omdat ze volgens haar energie verspillen.

    Ze hebben geen idee hoe ziek ze is als zij in het najaar van 2017 naar een CVS-kliniek gaat omdat ze denkt dat ze griep heeft. De kliniek belt een ambulance en stuurt haar door naar het ziekenhuis, waar ze sterft aan longontsteking. Zach is degene die Nik moet vertellen dat ze is overleden.

    De jongens komen in huis bij een vriendin van hun moeder, Rocxanne Deschamps, die drie kwartier van hun oude huis woont, dichter bij het strand. Nik trekt al binnen een paar weken bij een vriend in. Zach blijft, en schrijft zich in bij een online school om zijn eindexamenjaar af te maken. Maar de meeste dagen trekt hij erop uit met zijn skateboard.

    Geen grap

    Dan, op die februarimiddag, verschijnt Deschamps bij het skatepark, rolt bijna de auto uit en holt naar hem toe.

    ‘Ze was totaal hysterisch,’ herinnert Zach zich. ‘Ze bleef maar zeggen: “Weet je wat er is gebeurd?”’

    Ze duwt hem haar telefoon in handen. Op het scherm staat een foto van Nik, met daarbij de kop: ‘Schietpartij op school.’

    ‘Eerst dacht ik dat het een grap was,’ zegt Zach nu. Maar er verschijnen nog tientallen artikelen waarin zijn broer als de vermoedelijke schutter wordt genoemd.

    Zachs lichaam brengt hem naar de auto, terug naar de stacaravan van Deschamps en naar het politiebureau, terwijl zijn geest wordt bestookt door herinneringen die het hele verhaal van hun jeugd vertellen: Hoe Nik, als de jongens bij de bushalte aankomen, altijd naar de overkant van de straat sluipt, omdat hij niet bij de andere kinderen wil staan, en Zach dan niet met hem mee gaat. Hoe Nik na hun Halo-games soms begint te schreeuwen, tegen deuren te rammen en met een mes in stoelkussens te steken, tot hun moeder de politie belt. Ze belt soms ook de politie voor Zach, als die zonder toestemming laat van huis wegblijft. Hoe hij soms, als hij thuiskomt, Nik met zijn geweer door het huis ziet lopen terwijl hij doet of hij onzichtbare mensen neermaait, al blèrend: ‘Pumped Up Kicks’, een liedje over een jongen die fantaseert dat hij schoolschutter wordt.

    Eén keer heeft Zach stiekem in Niks telefoon gekeken en daar berichten gevonden die zijn broer blijkbaar aan zichzelf heeft gestuurd. ‘Ik ga naar die school toe,’ heeft Nik geschreven. ‘Ik ga ze allemaal doodschieten.’ Zach heeft het aan niemand verteld.

    Op dat moment lijkt het alleen maar stom – gênant eigenlijk: gewoon Nik die probeert mensen op stang te jagen.

    Maar nu zit er een rechercheur tegenover Zach, die vraagt of hij geweten heeft wat Nik van plan was. In een transcript van hun gesprek, dat later door het openbaar ministerie wordt vrijgegeven, waarschuwt de rechercheur Zach dat de autoriteiten Niks telefoon gaan uitkammen.

    ‘Staat er niks op zijn telefoon waaruit blijkt dat jij wist dat hij dit vandaag zou gaan doen?’ vraagt de rechercheur.

    ‘Nee,’ antwoordt Zach. ‘Dat garandeer ik.’

    Bijna twee uur lang zit Zach te stotteren en te stamelen, in kringetjes te praten, te proberen dingen uit te leggen.

    ‘U moet begrijpen dat hij, nou ja, dat besef ik nu, dat hij niet echt slecht is,’ zegt Zach. ‘Ik heb gewoon – ik weet het niet. Ik voel me ellendig omdat ik het idee heb dat ik, nou ja, geen echte broer voor hem ben geweest. Ik heb het idee dat ik min of meer heb toegelaten dat mensen hem uitlachten. Dat ik mensen hem – dat ik niet voor hem op ben gekomen.’

    ‘Tja, achteraf wordt er altijd van alles duidelijk,’ zegt de rechercheur. ‘Je kunt jezelf niet de schuld geven voor zoiets als dit.’

    ‘Ik bedoel,’ zegt Zach, ‘dat ik het tegen iemand had kunnen zeggen, nou ja… toen ik vond… toen ik zag…’

    Hij vertelt de rechercheur over het geweer, het liedje, de tekstberichten.

    ‘Krijgt hij de doodsstraf?’ vraagt Zach.

    Daar geeft de rechercheur geen antwoord op.

    Aan het eind van hun gesprek heeft Zach nog één vraag: ‘Ik kan zeker niks doen om hem uit deze toestand te krijgen, hè?’

    ‘Nee,’ zegt de rechercheur. ‘Helaas niet.’

    Maar wat hij wel kan doen, is met zijn broer gaan praten. Nu. Nik is in een andere ruimte urenlang verhoord, heeft beschreven wat hij heeft gedaan en maar door geëtterd over een demon in zijn hoofd die zei: ‘Burn. Kill. Destroy’; hij heeft zichzelf tegen zijn eigen hoofd geslagen en gefluisterd: ‘Ik wil nu alleen maar dood.’

    Daarna heeft hij om een advocaat gevraagd, en dat betekent dat de rechercheur hem geen vragen meer mag stellen, voordat die erbij is. Maar hij kan wel Zach bij zijn broer laten, en meekijken om te zien wat Nik tegen hem zegt. Een videocamera in de kamer registreert alles, en later worden deze beelden – bewerkt door het OM – vrijgegeven aan de media.

    ‘Oké, Zach, ga daar maar zitten,’ zegt de rechercheur terwijl hij naar de plastic stoel tegenover Nik wijst. Zach gaat zitten en kijkt naar zijn broer. Nik heeft een lichtblauw ziekenhuishemd aan. Zijn handen zijn achter zijn rug geboeid. Zijn linkervoet is aan de vloer geketend.

    ‘Wat zou mama nu wel niet denken,’ zegt Zach op verdrietige toon. ‘Als ze nog…’

    ‘Dan zou ze huilen,’ zegt Nik meteen.

    ‘Mensen vinden je nu een monster,’ zegt Zach.’

    ‘Een monster?’ vraagt Nik.

    ‘Je gedraagt je helemaal niet als jezelf,’ zegt Zach, nu zichtbaar boos. ‘Waarom? Alsof wij… Zo ben jij niet. Alsof… Kom op. Waarom heb je dit gedaan?’

    ‘Het spijt me,’ fluistert Nik.

    Zach kijkt omhoog naar het plafond. ‘Dit is echt geen spel hoor. Het is heus niet zo dat je straks wakker wordt en dat je hier dan uit bent,’ zegt hij. En dan komt er een andere herinnering aan Nik bij hem op. ‘Weet je nog, toen mam doodging? Weet je nog wat ik tegen je zei toen we door die gang liepen?’

    Nik schudt zijn hoofd.

    ‘Je weet het natuurlijk niet meer omdat je alleen maar liep te vloeken,’ zegt Zach. ‘Ik zei tegen je toen we door die gang liepen dat we nu nog maar met zijn tweeën waren en dat ik je zou steunen.’

    Zach buigt zich voorover. ‘Ik ken je, jij dacht natuurlijk dat je niemand had, maar ik, ik geef wél om je… Ik weet dat ik het, toen we nog op school zaten, liet lijken of ik de pest aan je had… maar eigenlijk deed ik maar alsof… ik wilde geen slappeling lijken. Ik hou echt heel veel van je.’

    Nik begint te trillen.

    ‘Ik weet wat je vandaag hebt gedaan,’ zegt Zach. ‘Andere mensen kijken me aan of ik gek ben, alleen al omdat ik… en dat is niet zo, het kan me niet schelen wat andere mensen denken. Je bent mijn broer. Ik hou van je. Ik wil… ik wil dat je…’

    Nik zit nu onbedaarlijk te huilen, met onbeheerste, gierende uithalen. Zach grijpt naar zijn hoofd. Hij slaat met zijn hand op de tafel en wendt zich tot de rechercheur.

    ‘Mag ik hem omhelzen?’ vraagt hij.

    Hij staat op, gaat naar Nik toe en slaat allebei zijn armen om zijn broer heen.

    Van 25 tot 500.000 dollar

    Een maand later zitten er handboeien om die armen, vastgemaakt achter Zachs rug. Een agent leidt hem een patrouillewagen in, terwijl een tweede agent een pet van zijn hoofd rukt.

    Iemand heeft Zach op zijn skateboard over de parkeerplaats van Stoneman Douglas High School zien rijden en de politie gebeld.

    ‘Ik wilde het alleen maar eens voor mezelf zien,’ heeft Zach tegen de agenten gezegd, maar ze hebben hem hem toch aangehouden wegens het ongeoorloofd betreden van het schoolterrein.

    Zijn borgsom wordt vastgesteld op 25 dollar, het gewone bedrag in dit district voor een overtreding. Iemand betaalt diezelfde avond nog de borg uit naam van Zach. Maar het politiekorps van Broward County laat hem niet gaan.

    De volgende dag staat Zach voor een rechter met achter hem drie agenten. Hij krijgt het gevoel dat ze denken dat hij gevaarlijk is. Dan hoort Zach de officier zeggen: ‘Je kunt bij hem precies dezelfde waarschuwingssignalen zien als bij zijn broer.’ Ze heeft het over zijn strafblad als jongere – hij is ooit met zijn skateboard over een politieauto gereden en heeft een keer iets bij Target gepikt. Ze zegt dat hij een bedreiging van ‘intimidatie en gevaar’ vormt voor de slachtoffers van Stoneman Douglas High.

    De rechter verhoogt zijn borgsom tot 500.000 dollar.

    Zach blijft tien dagen vastzitten – grotendeels in een psychiatrische instelling, gevolgd door eenzame opsluiting waarbij hij onder surveillance wordt geplaatst in verband met mogelijke zelfmoord, ook al houdt Zach zelf vol dat hij niet suïcidaal is.

    ‘Hij was bang, maar hij vormde absoluut geen gevaar voor zichzelf of anderen,’ zegt Joseph Kimok, die in die periode optrad als Zachs pro deo-advocaat.

    Kimok zit in zijn kantoor aan Zachs zaak te werken, als hij onverwacht bezoek krijgt van twee advocaten van Nexus Services, een firma waarvan hij nog nooit heeft gehoord.

    ‘Ik kreeg het gevoel dat ze graag geïntroduceerd wilden worden bij Zach,’ vertelt Kimok nu. Nexus, zo ontdekt hij op internet, runt een bedrijf dat borgtochten betaalt en zo illegale vreemdelingen een uitweg uit de gevangenis biedt. Zij moeten dan bereid zijn een GPS-enkelband te dragen, die hen meer dan 400 dollar per maand kost. Actiegroepen en ook immigranten zelf vinden dat Nexus zo van deze illegalen profiteert – een beschuldiging die mede-oprichter en CEO van het bedrijf Mike Donovan als belachelijk en ongefundeerd van de hand wijst.

    Terwijl Donovan te kampen heeft met rechtszaken van immigranten en onderzoeken door staats- en federale instanties, gebruikt hij de juridische pro deo-divisie van Nexus om in het hele land veelbesproken burgerrechtenzaken op zich te nemen.

    ‘We hebben de avond met Zach doorgebracht, om hem beter te leren kennen en om erachter te komen dat hij niet de boeman was die mensen van hem hadden gemaakt’

    Nadat extreemrechtse ‘white supremacists’ in 2017 naar Charlottesville waren gekomen voor een protestdemonstratie die een dodelijke afloop kreeg, begon Nexus een rechtszaak tegen de gemeente en het hoofd van de politie omdat die de botsingen niet wisten te voorkomen. Toen de regering-Trump vorig jaar begon met het scheiden van immigrantengezinnen bij de Amerikaanse grens, stelde Nexus dit beleid aan de orde bij de rechter en nodigde hij journalisten uit om getuige te zijn van het emotionele weerzien tussen ouders en hun kinderen.

    Nu wil Donovan Zach helpen. Als Zach een voorwaardelijke vrijlating krijgt aangeboden in ruil voor een schuldbekentenis, neemt Nexus contact op met Rocxanne Deschamps, de voogd bij wie Zach en zijn honden dan nog steeds wonen. Ze spreken een tijd af waarop Zach een ontmoeting heeft met Donovan, die zelf, voor hij zijn bedrijf begon, ook in de gevangenis heeft gezeten, wegens het uitschrijven van ongedekte cheques. Donovan wil dat Zach het district Broward aanklaagt, omdat hij die eerste keer, toen zijn borgtocht was betaald, niet is vrijgelaten.

    Op de dag in mei dat Donovan naar Florida zal vliegen, krijgt hij een telefoontje van een van zijn juristen. ‘Dit geloof je nooit,’ zegt de jurist. ‘Maar Zach is weer gearresteerd.’

    Deschamps heeft de politie gebeld omdat Zach zonder rijbewijs in de oude Kia van zijn moeder rondreed. In een e-mail van haar advocaat zegt Deschamps dat ze Zach nog heeft gewaarschuwd: als hij die auto niet liet staan, zou zij hem aangeven wegens het schenden van de voorwaarden van zijn proeftijd – en dat heeft ze gedaan.

    Snel schakelt Donovan een plaatselijke advocaat in om Zach vrij te krijgen. Hij reist alsnog naar Florida, samen met zijn echtgenoot en medeoprichter van het bedrijf Richard Moore en hun dan veertienjarige zoon Sam.

    Voor de poort van de Fort Lauderdale gevangenis waar Zach en Nik vastzitten legt hij een verklaring voor de pers af, waarin hij aankondigt dat hij de directeur van de gevangenis, de minister van Justitie van de staat en de rechter gaat aanklagen. ‘Wij hebben een gratis telefoonlijn die 24-uur per dag, 7 dagen per week bemand is,’ zegt Donovan vanachter een spreekgestoelte met Lexus-logo. ‘Iedereen, waar ook in het land, kan met die hulplijn contact opnemen als hij vindt dat zijn burgerrechten worden geschonden.’

    Die middag komt Zach de gevangenis uit met een GPS-band om zijn enkel. Hij loopt achter Donovan aan langs de verslaggevers, een SUV in. Ze rijden naar het Conradhotel, waar Zach wordt uitgenodigd om naar de suite van het gezin te komen: een penthouse-suite met uitzicht op de oceaan, van het type dat meer dan 1200 dollar per nacht kost.

    Daarna neemt Donovan Zach mee naar de winkel van het hotel.

    ‘Hij begon spijkerbroeken en T-shirts voor me te kopen,’ vertelt Zach. ‘Ik had iets van: verdomd, krijg ik nou gewoon kleren toegeworpen?’

    Donovan zegt dat hij voor de jongen werd ingenomen door zijn zachtaardige manier van doen en doordat het meteen klikte tussen hem en Sam.

    ‘We hebben de avond met Zach doorgebracht, om hem beter te leren kennen en om erachter te komen dat hij niet de boeman was die mensen van hem hadden gemaakt,’ herinnert Donovan zich. ‘Uiteindelijk zei ik tegen Richard, weet je, hij heeft eigenlijk geen plek om naartoe te gaan… En Richard keek me aan en zei: ‘Hij mag met ons mee naar Virginia.’

    Ze vragen het aan Zach.

    ‘Eerst wist ik niet goed wat ik ervan moest denken,’ zegt Zach. Hij wil in de buurt van Nik blijven, om zich aan de belofte te kunnen houden die hij zijn broer heeft gedaan. Maar hij voelt zich niet meer op zijn gemak in zuidelijk Florida – en hij heeft geen plek om te wonen. De week daarop koopt Donovan voor Zach een pak van Men’s Warehouse en gaat hij met hem mee terug naar de rechtbank. Zach is inmiddels achttien geworden, maar hij zit nog steeds in zijn proeftijd, wat inhoudt dat hij toestemming van een rechter nodig heeft om Florida te mogen verlaten. Een medewerker van Nexus verklaart dat het bedrijf Zach een baan zal geven op de onderhoudsafdeling van zijn vastgoed-tak, en een gratis appartement in de buurt van het Nexus-hoofdkantoor in Augusta County, een plattelandsgebied even ten westen van Charlottesville.

    De rechter wijst zijn verzoek toe.

    ‘Ik kijk er naar uit om daar een nieuw leven te beginnen,’ zegt Zach na afloop tegen verslaggevers.

    Hij haalt Kobe en Maisey op bij het asiel waar ze zolang hebben gezeten. Hij brengt een bezoek aan het graf van zijn moeder en pakt haar miniatuurolifantjes in.

    Voordat ze aan de veertien uur durende rit naar Virginia beginnen, vraagt hij Donovan of ze nog even stil kunnen houden bij Liberty Park. Zach heeft al gehoord wat de gemeente daar heeft gedaan, maar hij wil het met eigen ogen zien. Hij loopt langs het houten klimtoestel naar het hek.

    Zijn naam staat nog op een van de palen van het hek. Niks naam daarnaast is weg, vervangen door een leeg stukje hout.

    Nieuw leven

    In zijn nieuwe staat, in zijn nieuwe leven, is Zach meestal te vinden in een kamer op de bovenverdieping van het huis van Donovan en Moore, samen met de vijftienjarige Sam. Het leeftijdsverschil stoort Zach niet, hij vindt het prettig om iemand te hebben met wie hij muziekvideo’s kan kijken. Urenlang zitten ze voor de Xbox de teksten en ritmes van hun favoriete rapnummers te ontleden.

    ‘Dit is een goeie, hè?’ vraagt Sam, terwijl hij op de controller van de Xbox tikt. Zach knikt, luistert een tijdje, maar dan onderbreekt hij het nummer en zegt: ‘Zet “Hope” eens op.’

    Sam kijkt hem aan. Ze hebben dat nummer al tientallen keren beluisterd. Te vaak. Toch typt Sam het in de zoekregel van YouTube in.
    Ze kennen de openingsklanken, de eerste woorden die XXXTentacio zal zeggen: ‘Rest in peace to all the kids that lost their lives in the Parkland Shooting. This song is dedicated to you’.

    Sam kijkt toe hoe Zach mee knikt, dan ophoudt met knikken, en vervolgens uitdrukkingsloos voor zich uit blijft staren. Sam heeft een uitdrukking voor dit soort momenten: ‘Zach duikt voor iedereen onder.’

    Sinds zijn verhuizing heeft Zach zijn vrienden in Florida – de weinige vrienden die nog met hem wilden praten – niet meer gesproken. Hij gaat minder vaak skaten en vervolgens helemaal niet meer. ‘De skateparken hier zijn net kinderspeelplaatsen,’ zegt hij. ‘Met kinderen op een step en hun moeder die op hen past. Er hangt niet dezelfde energie.’

    Hij moet afscheid nemen van zijn hond Maisey: ze is zo oud dat haar poten het begeven. Als hij haar laat inslapen is het alsof hij opnieuw een familielid verliest.

    Hij houdt niet meer van Halo of van andere videogames waar vuurwapens in voorkomen. Of van films waarin vuurwapens voorkomen, of van muziek waarin schoten klinken. Bij al die dingen ziet hij alleen maar Nik voor zich in de gangen van Stoneman Douglas High met een semiautomatisch geweer in zijn handen.

    Hij heeft een tijdje in zijn eigen appartement gewoond maar besluit dat hij zich toch veiliger, beter voelt in het ruime huis van Donovan en Moore, aan het eind van een doodlopend straatje in een buitenwijk.

    Buiten staat altijd een gewapende beveiliger. Donovan wil voor de grap wel eens zeggen dat hij de bewakers heeft ingehuurd vanwege de rechtszaken tegen zijn bedrijf, maar hij houdt ze aan voor de twee jongens.

    Donovan vindt het goed dat Zach twee middagen in Virginia en twee in Florida met een journalist doorbrengt. Maar Zach mag geen moment praten zonder dat er mensen van Nexus bij zijn. In Donovans huis loopt een Nexus-voorlichter achter Zach aan naar de speelkamer boven. Op het Nexus-hoofdkantoor staat er continu een medewerker achter hem, die hem influistert wat hij moet zeggen als hij iemand aan de telefoon heeft. In Florida, waar Zach een kijkje wil nemen bij de parken waar hij vroeger altijd ging skaten, gaan een bewapende beveiliger en nog vijf andere Nexus-medewerkers met hem mee om een oogje in het zeil te houden. Later zal Donovan toegeven dat zijn mensen de gesprekken tussen Zach en de journalist hebben opgenomen en gefotografeerd. Behalve dat hij af en toe even omkijkt om te vragen of hij een vraag mag beantwoorden, besteedt Zach weinig aandacht aan dat hele begeleidende gevolg.

    Hij toont alleen maar waardering voor Donovan en Moore, die hem een eigen slaapkamer hebben gegeven, hem de sleutels van een Ford Expedition hebben overhandigd nadat hij zijn rijbewijs heeft gehaald, en die elke keer zijn vliegtickets naar Florida betalen als er een zitting in Niks zaak is. Het stel heeft het erover gehad of ze Zach officieel zullen adopteren, ook al is hij nu volwassen.

    ‘Zij hebben mij letterlijk gered. Als ik Mike en Richard niet had ontmoet, weet ik niet wat er gebeurd zou zijn,’ zegt Zach zelf. ‘Het zijn net ouders voor me… Als ik wegging zou ik dat nergens anders meer vinden.’

    Uiteindelijk begint hij nooit aan de beloofde onderhoudsbaan, maar gaat hij vaak met Donovan en Moore mee op zakenreizen door het hele land. Vervolgens krijgt hij zelf een kantoor om zijn eigen nieuwe loot aan de stam van het merk Nexus te runnen: een antipestorganisatie – geïnspireerd op Nik: ‘We Isolate No-one’, oftewel WIN. De kern daarvan wordt gevormd door een hulplijn die 24-uur bemand is en waarheen leerlingen kunnen bellen om te melden dat ze gepest worden. Aan de telefoon zitten Nexus-medewerkers in een van de bestaande callcenters van het bedrijf. Nexus licht vervolgens de school van de beller in. Wordt het probleem niet opgelost, dan onderneemt Nexus juridische stappen tegen de school.

    Tikkende tijdbommen

    In juli organiseert Nexus een persconferentie om de lancering van WIN aan te kondigen. Weer vindt Zach zichzelf terug in een pak, nu achter een spreekgestoelte van de National Press Club in Washington. Hij leest een van te voren opgeschreven toespraak voor, waarin hij zegt dat WIN straks vertegenwoordigingen zal hebben op middelbare scholen in het hele land.

    ‘Ik kan hier vandaag niet staan om mijn broer te verdedigen of excuses voor hem te aan te voeren,’ zegt Zach tegen een zaal vol journalisten. ‘Maar ik kan wel heel duidelijk zeggen dat er op onze scholen in het hele land tikkende tijdbommen zitten…’

    ‘Elke dag en elke avond denk ik erover na hoe dit voorkomen had kunnen worden,’ zegt hij. ‘En het blijft me achtervolgen.’

    Als de journalisten weg zijn en hij ’s avonds, alleen in zijn slaapkamer, het jasje van zijn pak heeft uitgetrokken, blijft Zach op om nogmaals de beelden van telefoons en beveiligingscamera’s te bekijken.

    ‘In slaap vallen is voor mij het moeilijkst,’ zei hij.

    Soms komt hij met songteksten om zijn gevoelens uit te drukken. Zijn jeugddroom om professioneel skater te worden is verdrongen door het vage idee dat hij wel graag in de muziekindustrie zou willen werken. Eerst wil hij zijn middelbareschooldiploma halen. Maar hij heeft zich nog nergens ingeschreven voor een cursus.

    Als hij niet thuis in de speelkamer is of op zakenreis voor Nexus, zit hij op het hoofdkantoor van het bedrijf, waar de medewerkers hem bij naam kennen. Hij leest verslagen van de WIN-hulplijn. In de eerste zes maanden zijn er 414 telefoontjes binnengekomen. Sommige bellers klonken of ze echt hulp nodig hadden. Bij anderen had het er alle schijn van dat ze alleen belden omdat ze Zach wilden spreken.

    In de duistere uithoeken van het internet zijn nu ook de ‘Cruzers’, opgekomen: mensen met een fascinatie voor Nik en daarmee ook voor Zach

    In de duistere uithoeken van het internet waar eerder al mensen met een obsessie voor Columbine en andere massaschietpartijen elkaar hebben getroffen, zijn nu ook de ‘Cruzers’, opgekomen: mensen met een fascinatie voor Nik en daarmee ook voor Zach. Ze maken fan-kunst met de portretten van de twee broers, bespreken hun jeugdfoto’s en seinen elkaar in wanneer Zach iets nieuws op zijn Instagrampagina heeft gepost. Zach zegt dat hij hen en de boodschappen die ze hem sturen negeert.

    Als de Miami Herald in september met een verhaal komt waarin voor het eerst de biologische moeder van Nik en Zach bekend wordt, probeert hij ook dat te negeren. Donovan en Moore vertellen hem wat er in het artikel staat over de 62-jarige Brenda Woodard, die 28 keer is gearresteerd wegens drugsgebruik en gewelddadige uitbarstingen, waaronder het mishandelen van een partner met een krik. Zach weigert het verhaal te lezen.

    ‘Ik zie die vrouw niet als mijn moeder,’ zegt hij. ‘Mijn moeder was mijn adoptiemoeder. Het verandert niets.’

    Het enige dat hem interesseert is wat er met Nik gaat gebeuren en daarom komt hij voor elke procedurele zitting in de zaak terug naar Broward County. Op de dag van Niks hoorzitting in januari, probeert Zach zinnen te onderscheiden die hij begrijpt. De advocaten bekvechten met elkaar over de vraag wiens schuld het is dat er nog steeds geen datum voor de rechtszitting is vastgesteld, bijna een jaar nadat er zeventien mensen zijn doodgeschoten.

    ‘Ik begrijp dat de staat Florida vindt dat de schuldvraag nogal eenvoudig en helder ligt,’ zegt Niks verdediger Melisa McNeill. ‘Maar zodra ze aangeeft de doodstraf te willen eisen om meneer Cruz te doden, wordt het een heel andere zaak.’

    Ze herinnert de rechtbank eraan dat Nik bereid was schuld te bekennen in ruil voor een levenslange gevangenisstraf.

    ‘Ik moet opkomen voor de rechten van mijn cliënt,’ zegt ze. Terwijl hij naar haar kijkt krijgt Zach het gevoel dat ze inderdaad het leven van Nik wil redden. Uiteindelijk hoeft ze maar één jurylid ervan te overtuigen dat hij niet de doodstraf verdient.

    Maar als hij de rechtszaal weer verlaat en langs de mensen loopt van wie het leven, net als het zijne, door Niks daden voorgoed is veranderd, denkt Zach dat hij wel weet wat zijn broer te wachten staat: ‘Hij heeft niet veel tijd meer op deze aarde.’

    Zach Cruz betreedt de rechtszaal voor de hoorzitting van zijn broer. – © Amy Beth AP / HH
    Zach Cruz betreedt de rechtszaal voor de hoorzitting van zijn broer. – © Amy Beth AP / HH

    ‘Verheug je je erop om hem te zien, Zach?’ vraagt Donovan, terwijl ze samen haastig de treden van de gevangenis op lopen.

    ‘Jawel,’ zegt Zach, al vindt hij eigenlijk dat wat ze nu gaan doen niet echt telt als zijn broer zien.

    Ze stoppen hun telefoon in een kluisje bij de ingang en legen weer hun zakken voor de beveiliging. Een bewaker begeleidt hen over de trap naar een ruimte met rijen computerschermen. Zoals Zach later vertelt, gaat hij bij een scherm rechts achter in de hoek zitten. Hij pakt de telefoon die ernaast hangt.

    Het scherm gaat aan. Zijn broer zit klaar om met hem te praten.

    De dag hiervoor in de rechtbank heeft Nik nooit oogcontact met hem gemaakt, en nu kan Zach, door de hoek van de camera die in Niks cel is geplaatst, eigenlijk alleen de bovenkant van Niks hoofd zien.

    ‘Hoe gaat het?’ vraagt Zach, en dan heeft hij een uur om er voor zijn broer te zijn, voordat het scherm weer op zwart gaat.

    Hij hoorde dat Nik ervan is beschuldigd dat hij een bewaker heeft aangevallen en dat hij daarom 23 uur per dag in eenzame opsluiting zit, een straf waardoor hij zich nog erger verveelt dan hiervoor. Hij zegt dat hij voor de grap af en toe zijn hoofd in het water steekt.

    ‘In het toilet?’ vraagt Zach.

    ‘Nee,’ antwoordt Nik, ‘in de wasbak.’

    Ze hebben het over de shutdown van de regering-Trump, en hoe koud het nu wordt in Virginia. Nik zegt dat het in de gevangenis altijd koud is.

    ‘Hoe gaat het met Kobe?’ vraagt Nik dan, en als Zach begint te vertellen dat het goed gaat met de hond, vraagt Nik nog eens naar Maisey, de hond die hij heeft laten inslapen.

    Ze hebben het er al eerder over gehad. Zach herinnert zijn broer eraan dat Maisey’s poten het hadden begeven. Dat het haar tijd was. Nik lijkt hierdoor gebiologeerd.

    ‘Maar waarom heb je het gedaan?’ vraagt hij.

    Zach vertelt het nog een keer.

    ‘Waarom heb je het gedaan?’ vraagt Nik weer.

    ‘Kunnen we niet…’ stamelt Zach. ‘Kunnen we het nu gewoon even níét over de dood hebben?’

    Nik laat het rusten. Zach probeert iets anders te bedenken om over te praten. Hij weet niet precies hoeveel tijd ze nog hebben.

    ‘Voor het geval het uit gaat: ik hou van je,’ zegt hij.

    ‘Ik hou ook van jou,’ zegt Nik, en meteen wordt het scherm zwart.



    Met dank aan Julie Tate en Mark Berman

  • Corruptiezaak Netanyahu nadert apotheose

    Corruptiezaak Netanyahu nadert apotheose

    Het onderzoek tegen de Israëlische premier kan in een stroomversnelling raken, nu zijn voormalige opperbevelhebber als kroongetuige wil optreden.

    De politieke schandalen in Israël en de eindeloze drama’s rondom de regering van Donald Trump lijken in sommige opzichten op elkaar, maar er zijn ook verschillen. De entourage van premier Benjamin Netanyahu is niet zo weerzinwekkend als die van Trump. 
En in tegenstelling tot het drama in Washington nadert het drama in 
Jeruzalem zijn apotheose.

    Onlangs sloot Netanyahu’s voormalig opperbevelhebber Ari Harow een deal met politie en justitie om als kroongetuige op te treden. Deze ontwikkeling kan een doorbraak betekenen 
in het slepende corruptieonderzoek rondom de premier, waarin ook zijn vrouw, oudste zoon, advocaat en 
een van zijn ministers figureren.

    Netanyahu reageerde met het beleggen van een partijbijeenkomst, waarbij drieduizend loyale aanhangers kwamen opdraven. De premier beschuldigde de ‘nepnieuwsmedia’ ervan samen te spannen met zijn linkse tegenstanders en aan te zetten tot een ‘obsessieve, ongekende heksenjacht op mij en mijn familie’.

    Naar Netanyahu lopen twee aparte onderzoeken. Het eerste, met als 
bijnaam ‘Zaak 1000’, gaat over de beschuldiging dat de Netanyahu’s dure cadeaus hebben gekregen van twee rijke zakenmensen: voor maar liefst 150.000 dollar aan sigaren, champagne en juwelen. Het tweede onderzoek, ‘Zaak 2000’, betreft onderhandelingen die Netanyahu voerde met zijn aartsvijand Arnon Mozes, uitgever van het dagblad Yediot Ahronot. De politie vermoedt dat Mozes de premier vlak voor de parlementsverkiezingen van 2015 aanbood de kritiek op hem in deze krant en op de website terug te schroeven. Daar zou tegenover hebben gestaan dat Netanyahu zijn best zou doen de oplage van de belangrijkste concurrent van Yediot Ahronot, de pro-Netanyahu-tabloid Israël Hayom, 
terug te dringen.

    Netanyahu is nog steeds populair. De harde kern van de Likoed-kiezers loopt met hem weg, wantrouwt de elites en hecht weinig geloof aan berichten over zijn misstappen

    Ook Netanyahu’s getrouwen zitten 
in de problemen. Er loopt een ander onderzoek, ‘Zaak 3000’, naar vermeende omkoping bij de aankoop door de Israëlische marine van in Duitsland gefabriceerde schepen en onderzeeërs. Netanyahu’s advocaat David Shimron trad tevens op als advocaat voor een louche tussenpersoon bij deze transactie, en deze man sloot eind juli een deal met justitie om te getuigen in ruil voor strafvermindering. Al eerder adviseerde de politie om Sara Netanyahu aan te klagen wegens het misbruik van overheidsgeld voor het huis van de familie.

    Door de getuigenis van Harow kunnen deze zaken in een stroomversnelling terechtkomen. Tijdens het onderzoek in zijn eigen corruptiezaak heeft de politie Harows mobiele telefoon in beslag genomen. Er bleken opnames op te staan van de geheime besprekingen tussen Netanyahu en Mozes. En dit is niet het enige stukje mogelijk belangwekkende informatie dat Harow voor het onderzoek naar Netanyahu bezat. Zo was het zijn taak om contacten met geldschieters te onderhouden en kan hij dus wellicht het een en ander 
vertellen over de illegale giften die 
de Netanyahu’s jarenlang ontvingen.

    Harow besloot waarschijnlijk een deal te sluiten omdat het bewijs tegen hem zo sterk was dat hij een lange gevangenisstraf tegemoet kon zien. Nu zal hij een taakstraf krijgen en 195.000 dollar boete moeten betalen. Volgens de krant Ha’aretz heeft deze nieuwe ontwikkeling ‘één onvermijdelijke implicatie: er komt een aanklacht tegen Netanyahu… Er is geen reden om een verdachte voor wie het er juridisch zo slecht uitziet als voor Harow te helpen, als daar niet flink wat tegenover staat.’

    Kroongetuige Ari Harow. – © HH
    Kroongetuige Ari Harow. – © HH

    Ondertussen tracht Netanyahu rust uit te stralen. In een bericht op Facebook vertelde hij vrijdagmiddag wat hij de laatste tijd allemaal wel niet bereikt had en vroeg zijn aanhangers om de recente ’achtergrondruis’ te negeren. Maar in de laatste maanden lanceerde hij ook à la Donald Trump allerlei persoonlijke aanvallen, wat eigenlijk helemaal niet zijn stijl is. Hij beschuldigt de Israëlische pers er voortdurend van nepnieuws te verspreiden en politie en justitie ertoe aan te zetten een heksenjacht op hem te openen.

    Sinds Trumps verkiezingsoverwinning in november raadt Netanyahu zijn adviseurs steevast aan om ’op Trump 
te lijken’ en haalde hij publiekelijk gemeen uit tegen journalisten die hem hadden durven bekritiseren. De kleine tv-zender Channel 20, waarvan Netanyahu hoopt dat het het Israëlische Fox News zal worden, vergeleek Harow met Judas.

    Netanyahu’s linkse critici zijn inmiddels begonnen elke zaterdagavond te demonstreren bij het huis van openbaar aanklager Avichai Mandelblit; zij eisen dat er snel gerechtigheid komt. Soms zijn hun aanvallen op Netanyahu’s familie kleinzielig en weinig effectief – maar zelfs dan heeft de reactie van de Netanyahu’s veel weg van de tactiek van de verschroeide aarde. Eind juli ging een Facebookbericht viral waarin geklaagd werd dat [oudste zoon] Yair Netanyahu de poep van de familiehond Kaya niet opruimde. Yair sloeg terug met een eigen Facebookbericht, vol ongefundeerde beschuldigingen tegen links, tegen de media en zelfs tegen de families van Shimon Peres, Ariel Sharon en Ehud Olmert.

    Niet zonder slag of stoot

    Volgens de Israëlische wet hoeft een premier als hij aangeklaagd wordt niet af te treden. Israëlische politiek analisten gaan er dan ook van uit dat Netanyahu niet zonder slag of stoot zal 
vertrekken. Sommige denken dat hij vervroegde verkiezingen zal uitschrijven zodra een aanklacht onvermijdelijk wordt. Een andere theorie stelt dat Netanyahu in het ergste geval een deal zal sluiten: vervroegd politiek pensioen in ruil voor het afblazen van juridische stappen. De grote vraag is nu: wat doen zijn coalitiepartners? Blijven ze hem na een aanklacht steunen? Na het sluiten van de deal met Harow voelden maar weinig ministers zich geroepen om Netanyahu te verdedigen. Hij moest het doen met een paar loyale Likoed-parlementariërs, alleen zij wilden hem op televisie nog wel bijvallen.

    Hoe het ook voor Netanyahu mag aflopen, op korte termijn ziet het er niet best voor hem uit. Volgens de 
premier zelf vormen de media, het ministerie van Justitie, de rechtbanken, universiteiten en zelfs het leger en de top van de veiligheidsdiensten één grote samenzwering tegen hem en zijn familie. Maar Netanyahu is nog steeds populair. De harde kern van de Likoed-kiezers loopt met hem weg, wantrouwt de elites en hecht weinig geloof aan berichten over zijn misstappen. Vooral op veiligheidsgebied hebben rechtse kiezers nog steeds veel vertrouwen in hem. Maar zelfs als Netanyahu aanblijft als premier, kan de sfeer van schandaal om hem heen een bedreiging vormen voor de veiligheid van Israël.

    Auteur: Amos Harel

    Foreign Policy
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000

    Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

  • 1. Als je ouders Russische spionnen blijken te zijn

    1. Als je ouders Russische spionnen blijken te zijn

    Donald Heathfield en Tracey Foley leken een doodgewoon Amerikaans stel. Tot de dag dat ze door de FBI werden ontmaskerd als Russische spionnen. Hun zoons Tim en Alex vertellen het verhaal.

    Onschuldig

    Bijna zes jaar na de arrestatie spreek 
ik met Alex af in een café bij het Kievstation in Moskou. Zijn officiële naam is nu Alexander Vavilov en die van zijn broer Timofej Vavilov, al gebruiken veel van hun oude vrienden nog steeds hun oude achternaam Foley. Alex is 21. Hij kent inmiddels genoeg Russisch om iets te kunnen bestellen, maar vloeiend spreekt hij het nog niet. Hij studeert ergens in Europa en is hier om zijn ouders te bezoeken. Tim werkt in de financiële sector in Azië. Contact met de media hebben ze na 2010 bewust afgehouden. Dat ze nu wel met me willen praten, komt doordat ze in een juridische strijd zijn verwikkeld om de Canadese nationaliteit terug te krijgen die hun zes jaar geleden is ontnomen. Ze vinden het oneerlijk en onwettig dat zij nu moeten boeten voor de zonden van hun ouders.

    Terwijl we een chatsjapoeri eten, een Georgisch broodje met gesmolten kaas, vertelt Alex over de dagen na de FBI-inval. Op de door de FBI geregelde hotelkamer bleven hij en Tim tot diep in 
de nacht piekeren over wat er was gebeurd. Toen ze de volgende dag thuiskwamen, bleken alle elektronische apparatuur, foto’s en documenten te zijn meegenomen. Zelfs hun PlayStation was verdwenen. Het huis werd belegerd door journalisten en de broers zaten binnen met de gordijnen dicht en zonder telefoon of computer, want dat was allemaal in beslag genomen. De volgende dag sloop Tim ’s ochtends het huis uit om in de openbare bibliotheek online naar een advocaat voor zijn ouders te zoeken. Alle banktegoeden waren bevroren, de jongens hadden alleen het geld dat ze op zak hadden en wat geld dat ze van vrienden konden lenen.

    FBI-agenten reden hen naar de zitting in Boston waar hun ouders werden voorgeleid. Ze konden in de gevangenis even met hun moeder spreken. 
Alex zegt dat hij zijn ouders niet vroeg waarvan ze beschuldigd werden. Dat verrast me: ze moeten toch razend benieuwd zijn geweest?

    ‘Ik wist dat het voor mijn verklaring 
in de rechtbank het beste was als ik zo weinig mogelijk wist. Ik wilde geen vragen stellen, omdat het duidelijk 
was dat er mensen meeluisterden. Ze konden levenslang krijgen. Voor mijn verklaring moest ik er compleet van overtuigd kunnen zijn dat ze onschuldig waren.’

    Het gezin had voor die zomer een lange vakantie in Parijs, Moskou en Turkije gepland. Hun moeder ried de jongens aan om meteen naar Rusland te vliegen om het mediacircus te ontvluchten. Dus stapten Alex en Tim op het vliegtuig naar Rusland, zonder te weten wat ze daar konden verwachten. Ze waren nog nooit in Rusland geweest. ‘Het was echt doodeng,’ vertelt Alex. ‘Je zit in 
dat vliegtuig en hebt geen idee wat je te wachten staat. En terwijl je daar zit, blijven je gedachten maar doormalen.’

    Op het vliegveld werden ze opgewacht door een groepje mensen die zich in het Engels voorstelden als collega’s van hun ouders. Vertrouw ons, zeiden ze, en ze namen de jongens mee naar een klaarstaand busje. ‘Ze lieten foto’s zien van onze ouders als twintigers, in uniform en met medailles. Dat was het moment dat ik dacht: oké, dit is echt,’ zegt Alex. Tim en hij werden ondergebracht in een appartement waar het ze aan niets ontbrak. De dagen daarna lieten hun oppassers ze de stad zien: ze werden meegenomen naar musea en zelfs naar het ballet. Ze kregen bezoek van een oom en een neef van wie ze nog nooit hadden gehoord. Er kwam ook een grootmoeder langs, maar die sprak geen Engels en zij spraken geen woord Russisch.

    Het zou nog een paar dagen duren voordat hun ouders overkwamen. Op 8 juli bekenden die aan de rechter in New York dat ze Russisch staatsburger waren. Het akkoord over de spionnenruil was al gesloten en op 9 juli reisden ze via Wenen naar Moskou, nog steeds gekleed in hun oranje gevangenisoverall uit Amerika.

    Doodgewoon

    Op 27 juni 2010 werd Tim Foley twintig. Om dat te vieren namen zijn ouders hem en zijn jongere broer Alex ’s middags mee uit eten in een Indiaas restaurant, niet ver van hun huis in Cambridge, Massachusetts. Beide broers zijn in Canada geboren maar woonden al tien jaar in de VS. Hun vader Donald Heathfield had na zijn studie in Parijs en aan Harvard nu een hoge functie bij een adviesbureau in Boston. Hun moeder Tracey Foley had jarenlang vooral voor de kinderen gezorgd en was daarna makelaar geworden. Wie hen kende, zag een doodgewoon Amerikaans gezin, maar dan met Canadese roots en een voorkeur voor buitenlandse reizen. Hoewel Alex nog maar zestien was, kwam hij net terug van een half jaar in Singapore in het kader van een uitwisselingsprogramma.

    Na de maaltijd ontkurkten ze thuis een fles champagne om te vieren dat Tim nu een twintiger was. De broers waren moe: de vorige avond hadden ze thuis een feestje gehad ter ere van de terugkeer van Alex uit Singapore, en Tim wilde die avond gaan stappen. Na de champagne ging hij naar boven om zijn vrienden te mailen over wat ze 
die avond zouden doen. Toen er werd aangebeld, riep zijn moeder dat zijn vrienden blijkbaar vroeger waren gekomen, als verrassing.

    Er wachtte haar een heel andere verrassing: een team in het zwart geklede, gewapende mannen met een stormram. Ze brulden ‘FBI!’ en stormden het huis binnen, roepend dat iedereen de handen omhoog moest doen. Tim dacht eerst dat ze hem moesten hebben, omdat hij drank aan minderjarigen had geschonken: op het feestje van de vorige avond was niemand boven de 21 geweest, en de alcoholwet wordt door de politie van Boston streng gehandhaafd. Maar de FBI kwam voor iets veel ernstigers. Verbijsterd zagen de broers toe hoe hun ouders geboeid in aparte auto’s werden afgevoerd. Tim en Alex bleven achter met een aantal agenten, die zeiden dat ze die nacht het hele huis gingen doorzoeken. Voor de broers was een hotelkamer geregeld. Een van de agenten vertelde dat hun ouders waren opgepakt op de verdenking dat ze ‘illegale agenten in dienst van een vreemde overheid’ waren.

    Alex dacht dat het een vergissing moest zijn: een verkeerd adres of een misverstand als gevolg van zijn vaders werk. Donald moest voor zijn baan 
veel reizen, misschien werd hij daarom voor spion aangezien. Zelfs toen de broers een paar dagen later op de radio hoorden dat er in het hele land in totaal tien Russische spionnen waren opgepakt, in een FBI-operatie genaamd ‘Ghost Stories’, bleven ze ervan overtuigd dat het een vreselijke vergissing moest zijn.

    Maar de FBI vergiste zich niet. Niet alleen waren hun ouders inderdaad Russische spionnen, het waren Russen. De mensen die Tim en Alex kenden als papa en mama waren wel hun ouders, maar ze heetten niet Donald Heathfield en Tracey Foley. Dat waren de namen van lang geleden gestorven Canadese kinderen, van wie de identiteit was gestolen. Hun echte namen waren Andrej Bezroekov en Elena Vavilova. Ze waren allebei geboren in de Sovjet-Unie, opgeleid door de KGB en naar het buitenland gestuurd in het kader van een infiltratieprogramma voor spionnen die de Russen zelf ‘illegalen’ noemen. Nadat ze heel geleidelijk een alledaagse Noord-Amerikaanse identiteit hadden opgebouwd, waren ze actief geworden als agenten voor de SVR, het spionagebureau van het huidige Rusland (en daarmee de opvolger van de KGB). Samen met acht andere collega’s waren ze nu verraden door een Russische overloper.

    De aanklacht waarin de FBI hun misdaden opsomde, bevat een waslijst aan spionageclichés: dode brievenbussen [een methode van heimelijke gegevensuitwisseling waarbij iemand informatie verstopt in een verborgen ruimte, die later door iemand anders wordt opgehaald], geheime ontmoetingen, gecodeerde berichten en plastic tassen vol dollarbiljetten. Als je de tv-beelden zag van de tien betrapte spionnen die in Wenen landden om te worden uitgewisseld voor vier in Rusland voor spionage veroordeelde Russen, waande je je weer in de Koude Oorlog. Maar de geopolitieke aspecten van die spionnenruil lieten Alex en Tim koud. Zij waren opgegroeid als doodnormale Canadezen en ontdekten nu ineens dat ze kinderen van Russische spionnen waren. Hun wachtte niet alleen een lange vliegreis naar Moskou, maar vooral ook de lange en moeizame emotionele verwerking van deze schok.

    Tim en Alex Foley bij de rechtbank in Moakley, waar hun ouders werden ondervraagd. – © HH
    Tim en Alex Foley bij de rechtbank in Moakley, waar hun ouders werden ondervraagd. – © HH

    De vader van Alex en Tim heet eigenlijk Andrej Olegovitsj Bezroekov en hij is geboren in Krasnojarsk, in hartje Siberië. Er is weinig bekend over zijn verleden of dat van zijn vrouw, Elena Vavilova. Alex vertelt me wat hij over hun rekrutering weet, op basis van 
het weinige dat hun ouders daarover hebben losgelaten: ‘Ze zijn samen gerekruteerd, als stel. Twee veelbelovende, slimme jonge mensen. Ze kregen de vraag of ze iets voor hun land wilden betekenen en ze zeiden ja. En ze hebben jaren van training en voorbereiding gehad.’

    Directoraat S, waaronder dit ‘illegalen’-programma ressorteerde, was het geheimste KGB-onderdeel. Eén zo’n voormalige illegaal heeft me verteld dat hij voor zijn opleiding eind jaren zeventig twee jaar lang elke dag Engelse les kreeg van een Amerikaanse overloopster. 
Hij leerde ook andere basistechnieken, zoals berichten coderen en mensen schaduwen. Hij kreeg altijd in zijn eentje les, hij zag nooit andere agenten.

    Veel inlichtingendiensten maken gebruik van agenten die niet in diplomatieke dienst zijn. Soms rekruteren ze ook immigranten van de tweede generatie, die dus al in het buitenland wonen. Maar alleen de Russen hebben agenten speciaal opgeleid om zich als buitenlander voor te doen. In de Sovjettijd hadden die illegalen twee potentiële functies. Ze moesten het contact vergemakkelijken tussen KGB’ers op 
de ambassade en hun bronnen in de 
VS (omdat zulke spionnen niet geschaduwd zullen worden, en ambassadepersoneel wel). En ze fungeerden als slapende cel voor een eventuele ‘speciale periode’: als er oorlog uitbrak tussen de VS en de Sovjet-Unie zouden zij meteen paraat staan.

    De KGB stuurde het stel in de jaren tachtig naar Canada. In juni 1990 beviel Vavilova, die inmiddels door het leven ging als Tracey Foley, in Toronto van haar eerste zoon Tim. Zijn vroegste herinneringen betreffen de Franstalige school in die stad en bezoekjes aan het magazijn van zijn vaders bedrijf Diapers Direct, een bezorgdienst voor luiers. Dat klinkt allemaal niet erg James Bond, maar spionagewerk is ook altijd meer een kwestie van vlijt en geduld geweest dan van glamour: jarenlang zorgvuldig bouwen aan een geloofwaardige dekmantel.

    Andrej Bezroekov had al een diploma van een Sovjetuniversiteit, maar ‘Donald Heathfield’ niet. Van 1992 tot 1995 studeerde hij daarom voor een BA in internationale economie in Toronto. In 1994 werd Alex geboren. Een jaar later verkaste het gezin naar Parijs, waar Donald een MBA haalde aan de École des Ponts. Ze leidden een sober leven in een klein appartementje op een steenworp van de Eiffeltoren: de twee broers deelden de enige slaapkamer en hun ouders sliepen op de bank.

    Volgens Tim hebben ze een “volstrekt normale” jeugd gehad: een liefdevol gezin dat in de weekenden veel samen was, ouders die veel vrienden hadden

    Bezroekov en Vavilova werkten dus geduldig aan hun dekmantel, maar het land waardoor ze waren gerekruteerd en opgeleid, bestond niet meer. Het beruchte spionagebureau dat over de hele wereld geheim agenten uitzond, was in diskrediet gebracht en kreeg een andere naam. Onder Jeltsin dreigde Rusland een failed state te worden. Maar in 1999, toen het gezin zich opmaakte om van Frankrijk naar de VS te verhuizen, trad in het Kremlin een leider aan die zelf een KGB-verleden had. Onder zijn bewind zou de SVR, de opvolger van de KGB, weer uitgroeien tot een belangrijke en gerespecteerde dienst. Heathfield, die zich inmiddels met succes voordeed als hardwerkende, hoogopgeleide Canadees, werd eind dat jaar toegelaten tot de Kennedy School of Government van Harvard University. Hij was klaar om als agent voor de SVR te worden ingezet – en hij zou niet spioneren voor de Sovjet-Unie die hem had opgeleid, maar voor het nieuwe Rusland van Vladimir Poetin.

    Heathfield en Foley deden hun kinderen op een tweetalige Frans-Engelse school in Boston. Thuis werd zowel Engels als Frans gesproken. Toen Heathfield aan Harvard zijn bul had behaald, ging hij werken voor Global Partners, een adviesbureau voor bedrijfsontwikkeling.

    Ik spreek Tim op een zondagmiddag via Skype. Zijn gezicht lijkt op dat van zijn jongere broer en hij heeft net zulk keurig gekapt haar, dat bij hem niet zwart maar blond is. Terugkijkend op zijn jeugd, zegt hij, ziet hij een vader die hard werkte en vaak op zakenreis was. Hij stimuleerde zijn zoons om veel te lezen en nieuwsgierig te zijn, hij ‘was onze beste vriend’. Foley was een echte huismoeder die haar zoons ophaalde van school en naar het sportveld reed. Toen ze op de middelbare school zaten, begon zij als makelaar te werken.

    In 2008 ging Tim internationale betrekkingen studeren aan de George Washington University. Hij specialiseerde zich in Azië, nam lessen Mandarijn en studeerde een semester in Beijing. Datzelfde jaar liet het hele gezin zich naturaliseren in de VS, zodat ze naast een Canadees voortaan ook een Amerikaans paspoort hadden. Ze hadden Canada verlaten toen Alex nog maar één was en Tim vijf, maar toch voelden de jongens zich Canadees. Ze gingen nog vaak naar Canada om te skiën, en op schoolreis naar Montreal leidden de jongens hun klasgenoten vol trots rond in ‘hun’ land. Vooral Alex hing sterk aan zijn Canadese identiteit, want ‘op de middelbare school wil je altijd anders zijn’.

    Volgens Tim hebben ze een ‘volstrekt normale’ jeugd gehad: een liefdevol gezin dat in de weekenden veel samen was, ouders die veel vrienden hadden. Hij kan zich niet heugen dat het gesprek ooit over Rusland of de Sovjet-Unie ging, ze aten nooit Russische gerechten, en een beleefde jongen uit Kazachstan op school was volgens Tim ongeveer het enige wat ook maar in de verte aan Rusland deed denken. Zijn ouders spraken niet vaak over hun jeugd, maar dat was altijd zo geweest en de kinderen hadden geen reden om daar vraagtekens bij te plaatsen. ‘Ik heb nooit ook maar enige reden gehad om mijn ouders te wantrouwen,’ zegt Alex. Vaak voelde hij zelfs een vage teleurstelling dat ze zo saai en gewoontjes leken.

    De tien Russen die werden gearresteerd wegens spionage in de VS, met op de onderste rij (tweede en derde van links) Tracey Foley en Donald Heathfield. © HH
    De tien Russen die werden gearresteerd wegens spionage in de VS, met op de onderste rij (tweede en derde van links) Tracey Foley en Donald Heathfield. © HH

    De werkelijkheid was anders. Al bijna meteen na hun aankomst in de VS werden Bezroekov en Vavilova in de gaten gehouden door de FBI, waarschijnlijk dankzij een dubbelspion 
bij de Russische inlichtingendienst. Als je in de aanklacht van 2010 leest waar ze zich mee bezighielden, stuit je op beschrijvingen die je alleen in een spionageroman verwacht. Zo wordt een onderschept bericht uit Moskou geciteerd waarin Vavilova instructies krijgt voor een reis naar haar vaderland. Ze moet eerst naar Parijs vliegen en daar de trein naar Wenen nemen, waar ze een vervalst Brits paspoort moet afhalen. ‘Heel belangrijk: 1. Zet je handtekening op pagina 32 van het paspoort. Leer jezelf om die handtekening spontaan te kunnen reproduceren. In het paspoort zit een briefje met nadere aanbevelingen. Vernietig dat na lezing. Goede reis.’

    Ondertussen gebruikte hun vader zijn werk als consultant om door te dringen tot kringen van Amerikaanse politici en zakenlui. Het is niet duidelijk of hij toegang heeft gekregen tot geheime informatie, maar de FBI maakt melding van diverse contacten met Amerikaanse ambtenaren en oud-ambtenaren. In de weinige uitlatingen die Bezroekov in het openbaar heeft gedaan, klinken zijn activiteiten meer als het werk van een analist in een denktank dan als dat van een superspion. ‘Inlichtingenwerk is geen kwestie van riskante avonturen,’ zei hij in 2012 in een interview in het Russische weekblad Expert. ‘Als je voor James Bond gaat spelen, houd je het nog geen dag vol.’

    Bezroekov en Vavilova communiceerden met de SVR via digitale steganografie: ze zetten plaatjes online waarin berichten in de pixels waren verwerkt, gecodeerd met een speciaal voor hen ontwikkeld algoritme. Een bericht dat Bezroekov volgens de FBI in 2007 naar de SVR stuurde, werd als volgt ontcijferd: ‘Bericht ontvangen. Goed idee om “Boer” te gebruiken om in Washington netwerk van studenten op te zetten. Relatie met “Papegaai” lijkt veelbelovend, goede bron van inlichtingen uit hoge politieke kringen. Om hem professioneel te bewerken hebben we zo veel mogelijk informatie nodig over zijn achtergrond, huidige standpunten, gewoonten, kennissen, mogelijkheden etc.’

    Toeval?

    Al in 2001, bijna tien jaar voor hun arrestatie, had de FBI een bankkluisje van Tracey Foley doorzocht. Daarin werden foto’s aangetroffen van haar als twintiger, met op één ervan in cyrillisch schrift de naam van het Russische bedrijf dat de foto had afgedrukt. Hun huis werd afgeluisterd, misschien wel jarenlang. In tegenstelling tot hun kinderen was de FBI dus wel op de hoogte van hun ware identiteit. Maar de Amerikanen vonden het nuttiger om het Russische spionnennetwerk in de gaten te houden dan om het meteen op te rollen.

    Waarom de FBI uiteindelijk toch ingreep, is niet helemaal duidelijk. Eén mogelijkheid is dat Alexander Potejev, de dubbelspion bij de SVR die de groep vermoedelijk heeft verraden, ontmaskerd meende te zijn. Hij zou Rusland enkele dagen voor de arrestaties zijn ontvlucht. In 2011 is hij door een Russische rechtbank bij verstek veroordeeld tot 25 jaar. Een andere mogelijkheid is dat een van de spionnen gevoelige informatie in handen dreigde te krijgen. Wat de reden ook was, in juni 2010 vond de FBI het tijd om operatie Ghost Stories op te starten en het Russische spionnennetwerk op te rollen.

    Tim en Alex hebben er geen moeite mee om over hun ervaringen te praten, maar echt leuk vinden ze het ook niet. Ik moet toegeven dat ik sommige details niet goed begrijp. Hoe is het mogelijk dat ze nooit iets hebben vermoed? In 2012 beweerde The Wall Street Journal 
uit anonieme overheidsbronnen te hebben vernomen dat de FBI-taps bewijzen dat de ouders al lang voor de arrestatie hun ware identiteit aan hun kinderen hadden onthuld. Bovendien zouden ze Tim hebben verteld dat ze hem ook wilden opleiden om als Russische spion te werken. Een spion van de tweede generatie is immers nog 
veel waardevoller dan infiltranten als zijzelf, met een dekmantel die weliswaar zorgvuldig was opgebouwd maar toch altijd kon worden doorgeprikt. Volgens die anonieme bronnen was Tim bereid naar Moskou te gaan om door de SVR te worden opgeleid en had hij zelfs ‘trouw gezworen aan moedertje Rusland’.

    Tim ontkent dit in alle toonaarden. ‘Waarom zou een jongen die zich al 
zijn hele leven een Canadees voelt, 
besluiten om celstraf te riskeren voor een land waar hij nog nooit is geweest en waar hij geen banden mee heeft?’ 
En dat hij trouw zou hebben gezworen aan moedertje Rusland noemt hij ‘net zo bespottelijk als het klinkt’.

    Maar er is nog iets wat me dwarszit: was het echt gewoon toeval dat het gezin die zomer van plan was om naar Rusland te reizen, en dat de broers dus al beschikten over een visum voor dat land? Ja, zegt Alex. ‘Het was mijn idee om daarheen te gaan. We waren al bijna overal geweest, maar nog nooit in Rusland, dus ik was benieuwd naar dat land.’

    En toen ze in juli in Moskou met hun ouders werden herenigd, hebben ze toen gevraagd wat hun plannen eigenlijk waren geweest? Hadden ze zich voorgenomen om in Rusland eindelijk alles te vertellen? Of waren ze echt van plan geweest om in Moskou een week lang te doen alsof ze geen woord Russisch spraken?

    ‘Ik denk echt dat ze dat van plan waren,’ zegt Alex. ‘Misschien dat ze wel mensen zouden ontmoeten buiten ons om. Maar ik geloof niet dat ze van plan waren om ons alles te vertellen.’ Tim beaamt dat. Als ze hun zoons de waarheid hadden verteld, waren die een veiligheidsrisico geworden. Het is niet waarschijnlijk dat ze ‘als professionals’ zo’n risico wilden lopen, zegt hij. Hij denkt niet dat zijn ouders hun echte identiteit ooit hadden willen onthullen.

    Andrej Bezroekov, aka Donald Heathfield. © Getty
    Andrej Bezroekov, aka Donald Heathfield. © Getty

    Beide broers zeggen ook dat ze uit hun vroegste kindertijd wel herinneringen aan hun grootouders hebben. Waar ze die dan zagen? Op vakantie, zegt Alex, ‘ergens in Europa’. Hij weet niet meer precies waar. Als ik het Tim vraag, die toen ouder was, zegt hij dat hij om de paar jaar zijn grootouders zag. Tot zijn elfde, toen verdwenen ze uit zijn leven. ‘Als ik er nu aan terugdenk, snap ik natuurlijk wel hoe dat kwam. Als ik ze was blijven zien, was ik gaan beseffen dat ze helemaal geen Engels spraken – en ook niet erg Canadees leken.’ Met Kerst kregen de jongens wel cadeaus ‘van opa en oma’. Hun ouders zeiden dat ze in Alberta woonden, aan de andere kant van het land. Er kwamen weleens foto’s van hun grootouders, met sneeuw op de achtergrond: het hielp dat Alberta en Siberië een vergelijkbaar klimaat hebben.

    Het verhaal van Tim en Alex lijkt 
misschien verdacht veel op dat van 
The Americans, de tv-serie over twee KGB-spionnen met een gezin in de VS. Dat komt doordat die serie mede op hun verhaal is gebaseerd: ze speelt zich af ten tijde van de Koude Oorlog in de jaren tachtig, maar is geïnspireerd op het verhaal van het spionnennetwerk uit 2010. Als ik Alex in Moskou ontmoet, heeft hij het eerste seizoen van de serie net gezien. Zijn ouders kijken er graag naar, zegt hij. ‘Het is natuurlijk veel spannender gemaakt, met al die moorden en al die actie. Maar het deed hen denken aan de tijd dat ze zelf jonge agenten waren, en hoe het voelde om ineens in een vreemde omgeving te wonen.’ En het kijken naar de serie wakkert ook zijn eigen nieuwsgierigheid aan, zegt Alex: naar hoe zijn ouders hierin zijn beland, en waarom.

    In 2010 kregen de spionnen in Rusland een heldenontvangst. Na een debriefing op het hoofdkwartier van de SVR kregen Bezroekov, Vavilova en de andere uitgezette spionnen een onderscheiding van toenmalig president Medvedev. Later hadden ze een ontmoeting met Poetin, waarbij ze het patriottische Sovjetlied ‘Waar het moederland begint’ gezongen zouden hebben.

    Bezroekov en Vavilova kwamen in een heel ander Rusland terug dan het land dat ze hadden achtergelaten. De oudste van de tien teruggekeerde agenten was al tien jaar met spionagewerk gestopt en sprak nauwelijks nog Russisch, zegt Alex. Ze kregen allemaal een nieuwe baan, Bezroekov als docent aan het prestigieuze Moskouse Staatsinstituut voor Internationale Betrekkingen. Daar heeft hij een boek geschreven over de geopolitieke uitdagingen waar Rusland voor staat.

    Tim en Alex kregen in december 2010 een Russisch paspoort. Ineens heetten ze nu Timofej en Alexander Vavilov

    Tim en Alex kregen in december 2010 een Russisch paspoort. Ineens heetten ze nu Timofej en Alexander Vavilov. ‘Volstrekt nieuwe, vreemde en onuitspreekbare’ namen voor hen, zegt Tim. ‘Een echte identiteitscrisis,’ voegt hij er een beetje wrang aan toe. Hij kon het laatste jaar van zijn studie niet in Amerika afmaken en moest zijn studie vervolgen aan een Russische universiteit. Nadat hij daar was afgestudeerd, haalde hij in Londen zijn MBA.

    Alex had minder geluk. Na zijn eindexamen aan de British International School in Moskou wilde hij weg uit Rusland. Hij schreef zich in op een Canadese universiteit, maar kreeg te horen dat hij eerst een nieuw geboortebewijs moest aanvragen, om daarmee opnieuw de Canadese nationaliteit aan te vragen. Alleen dan kon hij weer een Canadees paspoort krijgen. In 2012 werd hij toegelaten tot de Universiteit van Toronto en vroeg een vierjarig studentenvisum aan met zijn Russische paspoort. Toen hij dat visum kreeg, maakte hij zich op om naar Canada te gaan. Maar vier dagen voor vertrek, toen hij zijn spullen aan het inpakken was en al per e-mail met zijn toekomstige kamergenoot correspondeerde, werd hij gebeld door de Canadese ambassade in Moskou, die hem dringend wilde spreken. Op de ambassade werd zijn visum ter plekke ingetrokken, hij kon niet in Canada studeren. Sindsdien is hij ook al tweemaal toegelaten tot 
de London School of Economics, maar telkens kreeg hij geen visum. Uiteindelijk heeft hij nu een visum om ergens anders in Europa te studeren. Tim reist vooral in Azië: met een Russisch paspoort heb je daar meestal geen visum nodig.

    Dat de broers proberen de Canadese nationaliteit terug te krijgen, heeft niet alleen te maken met reismogelijkheden. Moskou is geen gastvrije stad voor nieuwkomers en ze voelen zich allebei niet echt Russisch. Voorlopig willen 
ze graag in Azië werken, maar als ze een gezin krijgen, zouden ze daarmee liever in Canada wonen. Bovendien is hun Canadese identiteit het enige wat ze nog een beetje houvast biedt nadat hun hele wereld in duigen is gevallen.

    ‘Ik heb twintig jaar niet anders geweten dan dat ik Canadees was en dat voel ik me nog steeds, daar kan niets verandering in brengen,’ schreef Tim in zijn schriftelijke verklaring voor de Canadese rechtbank. ‘Ik heb geen band met Rusland, ik spreek de taal niet, ik heb er weinig vrienden, ik heb er nooit voor langere tijd gewoond en ik wil er ook niet blijven wonen.’

    Iedereen die in Canada is geboren heeft recht op de Canadese nationaliteit, met één uitzondering: kinderen van ouders in dienst van een buitenlandse overheid. De rechters lijken zich even sterk te laten leiden door emotionele als door juridische overwegingen. Misschien speelt het verhaal in The Wall Street Journal over de rekrutering van Tim ook door hun hoofd. Maar zelfs al hadden de broers geweten wat hun ouders uitspookten: wat moet je doen als je op je zestiende merkt dat je ouders Russische spionnen zijn? De FBI bellen?

    Bedonderd

    Tim en Alex hebben lang geworsteld met de vraag wie ze nu eigenlijk zijn. Hun goede vrienden kennen hun verhaal, maar oppervlakkige kennissen vaak niet. Als iemand vraagt waar ze vandaan komen, zeggen ze allebei 
automatisch Canada. Ze hebben nog steeds vrienden in Boston. Al zegt Tim dat sommigen het contact hebben verbroken, vooral vrienden wier ouders ook bevriend waren met hun ouders, door wie ze zich nu bedonderd voelen.

    Om de paar maanden bezoeken ze hun ouders in Moskou. Ik vraag of het ook druk heeft gezet op hun relatie. Tim en Alex wegen hun woorden. ‘Er zijn natuurlijk lastige perioden geweest,’ zegt Tim. ‘Maar als ik boos word schieten we daar niks mee op.’ Alex zegt dat hij zich weleens afvraagt waarom zijn ouders eigenlijk kinderen wilden. ‘Ze leiden gewoon hun leven als ieder mens, maken keuzes die zich aandienen. Ik ben blij dat ze iets hadden waar ze zo sterk in geloofden, maar door de keuzes die zij hebben gemaakt voel ik geen enkele band met het land waarvoor zij hun leven waagden. Ik zou willen dat de wereld mij niet strafte voor de keuzes die zij hebben gemaakt.’

    Alex zegt een paar keer dat het niet aan hem is om over zijn ouders te oordelen, maar dat hij aanvankelijk lang heeft geworsteld met ‘de grote vraag’ of hij hen haatte of zich bedonderd voelde. Uiteindelijk kon hij maar tot één conclusie komen: al droegen ze nog zo’n groot geheim met zich mee, ze blijven nog steeds dezelfde mensen die hem zo liefdevol hebben grootgebracht.

    Auteur: Shaun Walker

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.