‘Het lijkt erop dat Elon Musk Twitter opnieuw wil kopen. Maar zal hij er deze keer wel mee doorgaan?’ vraagt Mashable zich af. In een bondige brief aan het bestuur van Twitter kondigde Elon Musk dinsdag aan dat hij Twitter toch wil kopen, op voorwaarde dat Twitter de rechtszaken tegen hem laat vallen, meldt TechCrunch.
Twitter had besloten Elon Musk voor de rechter te dagen nadat de miljardair was weggelopen van de in april aangekondigde overname van het sociale netwerk ter waarde van 44 miljard dollar – oftewel 54,20 dollar per aandeel. De Tesla-baas beweerde dat Twitter had gelogen over het exacte aantal nepaccounts onder zijn gebruikers. Het proces zou op 17 oktober beginnen.
De voorlopige hoorzittingen wezen op de zwakte van de zaak van het Musk-kamp
Volgens The Washingon Post suggereert deze laatste ommezwaai dat Elon Musk ‘zich realiseerde dat hij zich in een kwetsbaardere positie bevond dan hij had voorzien toen het proces en zijn getuigenis naderden’. De voorlopige hoorzittingen wezen op de zwakte van de zaak van het Musk-kamp, en het risico dat de miljardair tot een buy-out wordt gedwongen of een enorme boete moet betalen.
Twitter heeft bevestigd de brief van Elon Musk te hebben ontvangen en is ‘volledig van plan de deal te sluiten tegen de prijs per aandeel die Musks team in april heeft voorgesteld’, aldus The Washington Post. ‘Het bedrijf is van plan het aanbod te accepteren, maar wacht op bevestiging dat de rechter toezicht kan houden op het proces’, aangezien ‘het wantrouwen groot is’, voegde de krant eraan toe.
Amazon zou handelaren ‘onhoudbare’ voorwaarden stellen
De Californische autoriteiten menen dat de online retailgigant Amazon zich schuldig heeft gemaakt aan concurrentiebeperkende praktijken, aldus Los Angeles Times. Het zou handelaren die zijn platform gebruiken dwingen ‘onhoudbare’ voorwaarden te accepteren, aldus een verklaring van de procureur-generaal van de staat Californië.
Deze handelaren zouden geen lagere prijzen mogen aanbieden op concurrerende sites. De groep weet echter ‘heel goed dat zij het zich niet kunnen veroorloven nee te zeggen’. Daardoor werden Californische consumenten gedwongen ’kunstmatig hoge prijzen’ te betalen voor hun aankopen, aldus de procureur-generaal.
Toen in 2016 de eerste golf van antistranswetgeving werd doorgevoerd in de Verenigde Staten, volgden er al snel verschillende sportverboden voor trans atleten. ‘Dit is niet het gevolg van trans atleten die plotseling domineren op de velden. Het komt door de politiek.’
In het voorjaar van 2020 verbood Idaho als eerste staat in de VS transseksuele meisjes en vrouwen om deel te nemen aan vrouwensporten. Inmiddels hebben zeventien staten soortgelijke wetten aangenomen. Trans atleten, en in het bijzonder trans meisjes, staan centraal in de ‘cultuuroorlogen’ die door Amerika razen, nu wetsvoorstellen tegen trans en queer jongeren overal in het land om zich heen grijpen.
Sportverboden hebben al vaker als springplank gediend voor grotere aanvallen op transrechten. In 2021 vaardigden Texas, Florida en Alabama elk een sportverbod uit. Dit jaar heeft Texas stappen ondernomen om trans jongeren de toegang tot genderbevestigende zorg te ontzeggen. Florida heeft discussies op scholen over genderidentiteit en seksuele geaardheid in de lagere klassen verboden. In Alabama werden beide stappen gezet.
‘Trans mensen zijn óf volwaardige leden van de samenleving of we zijn het niet’
‘Trans mensen zijn óf volwaardige leden van de samenleving of we zijn het niet,’ zegt Gillian Branstetter, communicatiestrateeg bij de American Civil Liberties Union (ACLU). ‘Op het moment dat burgerrechten worden voorzien van asterisken, vrijstellingen en uitzonderingen, wordt de deur opengezet voor veel van de zeer vijandige en wrede wetgeving die we inmiddels al ingevoerd hebben gezien.’
De explosie van sportverboden komt niet door een golf van trans student-atleten die plotseling domineren op de velden, zeggen politieke strategen en lhbtq-voorvechters. Het komt door de politiek. Conservatieve groepen en politici realiseren zich dat deze kwestie Republikeinen en potentiële zwevende kiezers in beweging kan brengen, waardoor ze betrokken raken bij bredere culturele debatten over transrechten in de VS. Het zijn gevechten die Republikeinen electoraal gezien meestal goed uitkomen.
Emotionele reacties
Het idee van trans meisjes en vrouwen die het opnemen tegen cisgender vrouwelijke atleten, waarbij wordt ingespeeld op stereotypen over gender en biologie, wekt vaak emotionele reacties op bij mensen die geen trans mensen kennen. De kwestie is ‘een soort opstapje voor mensen om het grotere debat aan te gaan over gender en over wie zichzelf wel of niet vrouw mag noemen’, aldus een conservatief die anoniem wil blijven en die werkt aan Titel IX-kwesties. Titel IX verwijst naar de Amerikaanse federale wet op burgerrechten die discriminatie verbiedt op grond van geslacht in scholen of andere onderwijsprogramma’s die financiering ontvangen van de federale overheid.
De verboden ‘winnen aan kracht om dezelfde reden dat toezicht op verkiezingsuitslagen en verboden op critical race theory het afgelopen jaar aan populariteit winnen,’ zegt Republikeins strateeg Sarah Longwell, criticus van de Republikeinse partij onder Donald Trump. ‘Het zijn pr-campagnes vermomd als wetgeving, en ze zijn ontworpen om de cultuuroorlogen in het middelpunt van aandacht te houden.’
77 procent van de Republikeinen is ertegen dat trans studenten mogen meedoen in teams die corresponderen met hun genderidentiteit
Uit een YouGov-peiling in 2022 blijkt dat 77 procent van de Republikeinen ertegen is dat trans studenten mogen meedoen in teams die corresponderen met hun genderidentiteit, tegenover 24 procent van de Democraten. Net zoals het homohuwelijk aan het begin van deze eeuw als wig werd gebruikt om Republikeinse kiezers aan te spreken, zijn dit de ‘nieuwe wig-kwesties in de cultuuroorlog die het Republikeinse enthousiasme aanwakkeren en, belangrijker nog, Democraten vervreemden van zwevende kiezers zolang ze er niet in slagen met coherente tegenargumenten te komen,’ zegt Longwell. ‘De Republikeinen gaan in de aanval met deze onderwerpen, en het werkt. De Democraten hebben nog steeds geen effectieve verdediging bedacht, laat staan een eigen aanvalsstrategie.’
Terwijl Republikeinse politici beweren dat de verboden zijn ontworpen om ‘vrouwen te beschermen’, in plaats van een kwetsbare groep te discrimineren, beweren lhbtq-voorstanders dat het gaat om oplossingen voor een probleem dat niet bestaat. Landelijk zijn er maar heel weinig voorbeelden van trans atleten die überhaupt proberen mee te doen aan wedstrijden, en degenen die dat wel doen zijn gebonden aan lokaal beleid.
Geen betrouwbare nationale gegevens
Er zijn geen betrouwbare nationale gegevens over deze kwestie, maar bijvoorbeeld in Michigan kijkt de Michigan High School Athletic Association (MHSAA) van geval tot geval of trans atleten mee mogen doen. De MHSAA vertelde de Detroit Free Press dat er gemiddeld twee verzoeken per jaar worden ingediend op een totaal van 180.000 atleten in de staat. Binnen deze context zijn uitgebreide verboden op staatsniveau zowel onnodig als wreed, betoogt Cathryn Oakley. Zij is directeur wetgevende zaken en senior counsel bij de lhbtq-belangengroep Human Rights Campaign, en vocht sportverboden op staatsniveau in de rechtbank aan.
Het kleine aantal trans atleten maakt verboden voor de hele staat niet alleen irrationeel, maar maakt ze misschien ook juist mogelijk. Het gebrek aan zichtbaarheid van transseksuelen in de VS is voor een deel de reden waarom deze wetten worden aangenomen, zegt Sarah Mcbride uit Delaware, de eerste openlijk transseksuele senator in het land. ‘Mensen menen daardoor dat de schade die ze aanrichten bij trans jongeren klein is,’ zegt ze.
85 procent van de trans jongeren zegt dat de debatten over antitranswetten een negatieve invloed hebben op hun geestelijke gezondheid
Maar in werkelijkheid zou het effect van deze wetten op trans jongeren wel eens verwoestend kunnen zijn. In een enquête van 10 januari van het Trevor Project, een lhbtq-organisatie voor zelfmoordpreventie, zegt 85 procent van de trans en non-binaire jongeren dat de recente debatten over antitranswetten een negatieve invloed hebben op hun geestelijke gezondheid.
De opkomst van antitranswetgeving begon in juni 2015, toen het Hooggerechtshof oordeelde dat de Grondwet het recht beschermt van paren van hetzelfde geslacht om te trouwen. Daarmee was die huwelijkskwestie schijnbaar opgelost, en werd genderidentiteit het volgende onderwerp in de strijd om lhbtq-rechten.
Het jaar daarop werd de eerste golf van antitranswetgeving in het land doorgevoerd met besluiten over wc’s. Het beroemdste voorbeeld is de wet HB2 uit 2016 in North Carolina, die het trans personen verbood om gebruik te maken van openbare toiletten die overeenkwamen met het geslacht waarmee ze zich identificeren. Het onmiddellijke verzet was hevig. Bedrijven boycotten de staat massaal en volgens een analyse dreigde 3,76 miljard dollar aan gederfde inkomsten. (De wet werd daarna gedeeltelijk ingetrokken en is nu verlopen.) Gouverneur Pat McCrory, een Republikein, verloor daarna bij de verkiezingen in november zijn zetel. ‘Het werd gezien als een verloren zaak… En dus wilde niemand zijn vingers eraan branden,’ aldus Terry Schilling, voorzitter van de conservatieve belangengroep American Principles Project (APP), die antitransretoriek stimuleert.
Terugschroeven van bescherming
In datzelfde jaar werd Trump gekozen als president met de belofte dat hij een vriend zou zijn voor de ‘lhbt-gemeenschap’. Maar zodra hij aan de macht kwam, begon zijn regering met het terugschroeven van de bescherming voor trans personen, waaronder het beleid van de regering-Obama dat op grond van Titel IX trans studenten beschermde wat betreft toegang tot toiletten, kleedkamers of sportteams in overeenstemming met hun genderidentiteit.
In 2018 wonnen twee trans meisjes high school atletiekwedstrijden in Connecticut. Nieuwszenders in het hele land publiceerden verhalen waarin de lichamen van de twee zwarte trans atleten onder de loep werden genomen en waarin naar hen werd verwezen als voorbeelden van bedreiging voor vrouwensporten. De Connecticut-loopsters werden later genoemd in een rechtszaak die door de conservatieve juridische groep Alliance Defending Freedom werd aangespannen namens vier vrouwelijke cis-loopsters. Ze betogen dat het beleid van Connecticut inzake trans-inclusieve schoolsport oneerlijk is. (De zaak is in behandeling bij het U.S. Second Circuit Court of Appeals.)
In 2019 was de zaak politiek dynamiet geworden. Schilling had gezien hoe conservatieven, waaronder Donald Trump Jr., zich uitlieten over trans atleten op Twitter, en hij begon Republikeinen aan te sporen om zich over de kwestie uit te spreken. APP zegt dat de aan haar gelieerde Super PAC – die financiële lobbymogelijkheden biedt aan een politieke partij – dat jaar in de gouverneursrace van Kentucky ongeveer 600.000 dollar uitgaf aan advertenties. Daarin werd beweerd dat de Democratische kandidaat Andy Beshear een bedreiging was voor de vrouwensport. APP sloot een contract met het databedrijf Evolving Strategies om de impact te meten en schat dat 25.000 kiezers door deze advertenties naar de Republikeinen zijn overgestapt. (Beshear won de verkiezingsrace.)
Ze betoogden allemaal dat de Democraten een bedreiging vormden voor vrouwensport
De zomer daarop meldde Politico dat mensen rond Trump verdeeld waren over de kwestie. Sommigen in het kamp van de toenmalige president waren naar verluidt van mening dat campagne voeren tegen lhbtq-rechten de Republikeinen zou schaden, terwijl anderen Schillings perspectief deelden dat de kwestie de partij juist kon verenigen. ‘Het was een voorgevoel,’ zegt Schilling hierover. ‘We wisten dat het onderwerp populair was, en we dachten dat dit iets was waar politici zich echt over zouden uitspreken.’
APP zegt dat het meer geld begon uit te geven aan het onderwerp, oplopend tot meer dan 5 miljoen dollar. Dit is opgeteld bij wat zijn Super PAC in Pennsylvania, Wisconsin, Michigan en Georgia uitgaf aan advertenties, die allemaal onder meer betoogden dat de Democraten een bedreiging vormden voor vrouwensport.
Twintig wetsvoorstellen
Eind 2020 waren er twintig wetsvoorstellen tegen trans sporters ingediend. In vergelijking met de toilettenwet van North Carolina vier jaar eerder, liepen links en het bedrijfsleven een stuk minder warm om op deze wetten te reageren. Geen enkel groot bedrijf heeft een staat vanwege zo’n wet geboycot en dat heeft Republikeinse politici aangemoedigd om verder te gaan.
Sindsdien zijn verboden voor trans atleten geëxplodeerd in wetgevingen op statelijk niveau en ze beginnen nu het nationale politieke debat te domineren. In de eerste vijf maanden van 2021 had Fox News al meer items over trans atleten uitgezonden dan in de voorgaande twee jaar tezamen, aldus non-profitorganisatie Media Matters. Schillings APP zegt dat het al meer dan 6 miljoen dollar heeft opgehaald voor de komende midterm-campagne die zich zal richten op de sportkwestie.
‘De tijd van politieke effectiviteit en de mogelijkheid voor dit soort wetgeving begint op te raken’
Maar Mcbride, de senator van de staat Delaware, denkt dat de Republikeinen uiteindelijk zullen verliezen in deze kwestie, net als in debatten over lhbtq-rechten in het verleden. ‘Hoe meer het land begrijpt wat de invloed van dit beleid is op trans mensen, hoe meer begrip en kennis er komt over wie en wat trans mensen zijn,’ zegt Mcbride. ‘De tijd van politieke effectiviteit en de mogelijkheid voor dit soort wetgeving begint op te raken.’
Abril Pérez Sagaón werd in november 2019 vermoord in haar auto, terwijl haar kinderen op de achterbank zaten. De opdrachtgever was haar ex-man, die ze al eerder had aangeklaagd voor poging tot doodslag. Hoe kon het dat hij toch op vrije voeten was?
Een van de huurmoordenaars die in november 2019 de trekker overhaalde tegen Abril Pérez Sagaón heeft voor een rechter verklaard dat haar leven 180.000 pesos (ongeveer 8400 euro) waard was. Dat is minder dan wat haar man per maand verdiende als directeur van Amazon in Mexico. Deze Juan Carlos García, haar voormalige echtgenoot, huurde een bende misdadigers in om haar om het leven te brengen. Dat deed hij kort nadat zij hem had aangeklaagd, omdat hij had geprobeerd haar in haar huis, voor de ogen van hun kinderen, te vermoorden. Als de moord vóór de volgende hoorzitting zou plaatsvinden, zouden de huurmoordenaars een extra bedrag van zo’n 50.000 pesos, ruim 2300 euro, in rekening mogen brengen.
Terwijl de planning van de moord begon, verdween Juan Carlos García spoorloos
Terwijl de planning van de moord begon, verdween Juan Carlos García spoorloos. Een rechtbank had het misdrijf waarvoor Abril Pérez hem had aangeklaagd namelijk opnieuw geclassificeerd, waardoor hij op borgtocht was vrijgekomen. Pérez deed wat ze kon om de zoveelste strijd tegen haar ex-man juridisch te winnen. Maar voor het Mexicaanse rechtssysteem waren er twee kogels nodig voordat ze hem uiteindelijk gingen zoeken.
De verklaringen die een van de acht gearresteerden voor de moord op Pérez aflegde tijdens de eerste zittingen van het proces, hebben García opnieuw in de schijnwerpers gezet. García werd in 2015 aangewezen door Amazon om een dochteronderneming in Mexico te starten. Later was hij directeur online sales van Elektra, een multinational in huishoudelijke apparaten. Sinds het misdrijf is hij voortvluchtig en heeft Interpol een rode kennisgeving tegen hem uitgevaardigd. García had een straatverbod nadat zijn vrouw hem had aangegeven wegens poging tot moord. Na elf maanden juridische strijd, een echtscheiding en het gevecht om de voogdij over hun drie kinderen, die zij won, was zij nog steeds aan het vechten om te bewijzen dat hij had geprobeerd haar te vermoorden. Na hun scheiding was ze naar Nuevo León verhuisd, maar in die fatale week was zij naar de hoofdstad afgereisd om een psychologische test af te leggen in het kader van de beroepsprocedure tegen García. Op weg naar het vliegveld werd ze neergeschoten, terwijl haar tienerkinderen achter in de auto zaten.
Gendergeweld
De huurmoordenaars hadden het voornemen om haar twee keer te raken, in het hoofd en in de nek. En dat op 25 november 2019, de Internationale Dag tegen Gendergeweld, de dag waarop honderden vrouwen in de hoofdstad protesteerden tegen geweld door mannen. Gendergeweld is een tragedie die in Mexico dagelijks elf vrouwen het leven kost. En voor deze helft van de bevolking is er geen wapenstilstand: elk jaar stijgen de statistieken. In een land waar 95 procent van de gevallen ongestraft blijft en waar van minder dan 10procent van de misdaden aangifte wordt gedaan, had Pérez het aangedurfd zich uit te spreken tegen haar agressor. Maar doordat instituties falen om vrouwelijke slachtoffers van geweld te beschermen, werd ze doelwit.
Die dag was ze met haar twee jongste kinderen en haar advocaat op weg naar de luchthaven van de hoofdstad. Ze had de formaliteiten verricht die vereist waren voor de gerechtelijke procedure en ze zouden terugkeren naar Monterrey. Ze zat op de passagiersstoel. Rond 17.30 uur naderde een voertuig haar raam en werd er rechtstreeks op haar hoofd gevuurd; een andere kogel raakte haar sleutelbeen. Noch de chauffeur, haar advocaat, noch haar kinderen werden geraakt. Het was een directe aanval. Na meer dan zes uur moesten de artsen concluderen dat ze haar niet konden redden. Ze stierf rond middernacht.
Hij maakte haar wakker door een harde klap op haar hoofd
Het begon allemaal in januari 2019. El País had inzage in het vonnis van de rechtszaak waarin García uiteindelijk werd vrijgesproken van de poging tot moord op zijn echtgenote. Hij kwam op borgtocht vrij. In die rechtszaak vertelde Pérez de rechter over de agressie van haar echtgenoot en verklaarde ze te vrezen voor haar leven.
Vroege ochtenduren
Op 4 januari van dat jaar was haar man in de vroege ochtenduren hun slaapkamer binnengekomen terwijl zij sliep. Hij maakte haar wakker door een harde klap op haar hoofd. Toen ze haar ogen opende, zag ze García met een honkbalknuppel in zijn hand; hij sloeg haar opnieuw tegen de linkerkant van haar gezicht. Zij begon om hulp te gillen. De deur was op slot en ze kon er niet uit, verklaarde ze in haar getuigenis.
Hij greep haar bij de haren en schreeuwde: ‘Ik vermoord je. Je hebt onze familie geruïneerd,’ zegt ze in de verklaring. Hij probeerde haar toen in de nek te snijden met een ‘scherp voorwerp’, aldus de tekst. Doordat ze zich verzette, sneed hij in haar kin. Vervolgens probeerde hij haar met zijn handen te wurgen, aldus de verklaring en de medische rapporten. Ze zei dat ze buiten adem raakte en dat alles om haar heen zwart werd. Haar zoon hielp haar en wist zo te voorkomen dat zijn vader haar zou vermoorden, aldus de verklaring. Het kind stormde de kamer binnen en duwde zijn vader weg, aldus de aanklacht, waardoor zijn moeder door het raam kon vluchten.
Na al die maanden van strijd, kreeg Pérez alleen een straatverbod toegewezen
Maar noch deze verklaringen van Abril Pérez Sagaón ten overstaan van het Openbaar Ministerie, noch de forensische en medische rapporten van het privéziekenhuis ABC die werden overlegd, waren voor rechter Federico Mosco González aanleiding om te oordelen dat het om een poging tot doodslag ging. De magistraat ontkende het voornemen om haar te vermoorden met als argument: ‘Als hij het voornemen had gehad om haar te doden, zou hij dat met de eerste klap hebben gedaan, toen zij nog sliep.’ En hij concludeerde dat er sprake was van oppervlakkige verwondingen. Zodoende werd het misdrijf opnieuw geclassificeerd: van poging tot doodslag werd het huiselijk geweld met letsel als gevolg. Na al die maanden van strijd, kreeg Pérez alleen een straatverbod toegewezen.
Drie jaar na de moord op Pérez, zijn de eerste zittingen van de rechtszaak begonnen. Onder de acht arrestanten bevinden zich huurmoordenaars, zoals Rodolfo N., de man die heeft bekend de trekker te hebben overgehaald, en Juan N., de taxichauffeur die hen reed. Zij zijn de eersten die belangrijk bewijsmateriaal hebben aangedragen. Zo is deze misdaad, die symbool staat voor de straffeloosheid op het gebied van vrouwenmoorden in Mexico, weer tot leven gewekt. Tot nu toe kon de man die naar verluidt haar dood heeft georkestreerd, alle details en het geld organiseerde en de bende heeft gemobiliseerd, met zijn daden wegkomen.
Derek Chauvin is donderdag door een federale rechtbank veroordeeld tot éénentwintig jaar gevangenisstraf wegens het schenden van de burgerrechten van George Floyd, aldus USA Today. De voormalig politieagent veroorzaakte in 2020 de dood van de Afro-Amerikaanse Floyd door bijna tien minuten lang in zijn nek te knielen. Chauvin gaf voor het eerst toe dat dat hij opzettelijk zijn knie op de nek van Floyd hield – zelfs nadat deze niet meer reageerde.
Deze nieuwe straf ‘voegt een paar jaar toe aan de gevangenisstraf die Chauvin al uitzit’
Chauvin werd in een andere zaak al veroordeeld voor moord en doodslag van Floyd en zit al in de gevangenis. Deze nieuwe straf ‘voegt een paar jaar toe aan de gevangenisstraf die Chauvin al uitzit’ voor zijn veroordeling in juni 2021 voor moord in de staat Minnesota, waarbij beide straffen tegelijkertijd moeten worden uitgezeten.
Tijdens de hoorzitting donderdag wenste Chauvin de kinderen van George Floyd ‘succes in het leven’, maar hij ‘bood geen verontschuldigingen aan en toonde geen berouw’, aldus de krant.
‘De verklaring van Mike Pence dat “vandaag het leven heeft gewonnen” is moeilijk te aanvaarden, aangezien voor sommigen een gedwongen zwangerschap een doodvonnis kan zijn. Het Hooggerechtshof heeft een afschuwelijke beslissing genomen. De boodschap die het Hooggerechtshof heeft gestuurd is duidelijk: het kan ons niet schelen of je zwangerschap je dood wordt, het kan ons niet schelen of je niet zwanger wilt zijn, je kunt ons überhaupt niets schelen.’
‘Ik ben zelf, toen ik ongeveer tweeëntwintig of drieëntwintig jaar oud was, verkracht toen ik hier in New York woonde. Ik was helemaal alleen. Ik voelde me helemaal alleen. Ik was zelfs zo alleen dat ik een zwangerschapstest moest doen in een openbaar toilet in het centrum van Manhattan. Toen ik daar zat te wachten op de uitslag, kon ik alleen maar denken: Godzijdank kan ik tenminste kiezen voor abortus als het zou moeten. Godzijdank heb ik tenminste de vrijheid om mijn lot te bepalen.’
‘Ik ben diep teleurgesteld dat het Hooggerechtshof heeft gestemd voor de verwerping van Roe v. Wade. Ik vertrouwde op rechters Neil Gorsuch en Brett Kavanaugh toen ze [tijdens de hoorzittingen voorafgaand aan hun benoeming tot opperrechter] onder ede getuigden dat ze van mening waren dat Roe v. Wade een gevestigd juridisch precedent was en ik vind het alarmerend dat ze ervoor hebben gekozen om de stabiliteit te verwerpen die dat arrest heeft geboden aan twee generaties Amerikanen.’
‘Gorsuch en Kavanaugh hebben gelogen. Liegen onder ede is een strafbare overtreding en ik vind dat dit zeer serieus bekeken moet worden. Als we toestaan dat genomineerden voor het Hooggerechtshof liegen onder ede, zou dat een duidelijk signaal zijn voor alle toekomstige genomineerden dat ze vrijelijk kunnen liegen tegen gekozen leden van de Senaat van de Verenigde Staten om te worden benoemd in het Hooggerechtshof. Er moeten gevolgen zijn voor dergelijk vergaand destabiliserend gedrag.’
Zes jaar na de aanslagen van 13 november heeft de rechtbank in Parijs Salah Abdeslam veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf zonder kans op vervroegde vrijlating. ‘Een uitzonderlijke straf’, schrijft Le Soir, voor het enige nog levende lid van de terreurgroep die in 2015 op verschillende plaatsen in de Franse hoofdstad een bloedbad aanrichtte.
De straf is ‘een primeur voor een terroristische daad’, merkt ook Le Temps op. ‘De openbaar aanklager had deze straf geëist, de zwaarst mogelijke volgens het Franse recht.’ De uitspraak ‘onderstreept het unieke en historische karakter van deze misdaad’, schrijft Corriere della Sera.
Experts toonden aan dat Abdelsalams bomgordel niet afging omdat hij niet werkte
Justitie geloofde niet in de verklaring van Salah Abdeslam, die zei dat hij zich op het laatste moment bedacht en niet wilde dat de bomgordel afging, meldt El País. Experts toonden aan dat de bomgordel niet afging omdat hij niet werkte.
Abdeslam was niet de enige die die dag werd veroordeeld. Het speciaal samengestelde Hof gaf onder andere ook levenslang aan Mohamed Abrini, die Abdeslam vergezelde om de Clio te huren die bij de aanslagen werd gebruikt en om woonruimte te huren in Parijs. Ook was hij betrokken bij de aanslag op het Brusselse vliegveld Zaventem.
‘Er is dus een uitspraak, maar het was vanaf het begin duidelijk dat het in dit proces om meer ging dan een vonnis’, schrijft Süddeutsche Zeitung. ‘Het was een poging om alle gevolgen te beschrijven die een dergelijk misdrijf met zich meebrengt, want 13 november 2015 veranderde Frankrijk.’
Acht verzorgers riskeren 8 tot 25 jaar gevangenisstraf
Er komt een strafrechtelijk onderzoek naar Diego Maradona’s dood. Acht zorgverleners die verantwoordelijk waren voor de Argentijnse ster die in november 2020 overleed, worden ervan verdacht ‘hun plichten te hebben verzaakt’ en worden beschuldigd van doodslag, bericht Olé. De verzorgers zouden nalatig zijn geweest. De strafzaak, die woensdag door een rechter uit San Isidro werd aangekondigd, zal niet voor eind 2023 beginnen.
Onder de verdachten is Leopoldo Luque, een neurochirurg. Volgens de aanklagers negeerde en minimaliseerde hij ‘systematisch de symptomen en tekenen die op hartfalen wezen en die door mensen buiten het medische team werden gemeld’. Ook Carlos Ángel Días, de psycholoog van de voormalige nummer 10, en Nancy Edith Forlini, die Maradona’s verzorging thuis begeleidde, werden genoemd. Ze kunnen tussen de acht en vijfentwintig jaar gevangenisstraf krijgen.
De politieke gevolgen voor de Braziliaanse president
Na zes maanden werk en soms stormachtige hoorzittingen heeft de parlementaire onderzoekscommissie (ICC) van de Braziliaanse Senaat over de rol van regering tijdens de pandemie een rapport van twaalfhonderd pagina’s afgeleverd. Dit werd dinsdag 26 oktober goedgekeurd door zeven van de elf senatoren die lid waren van de commissie, waarna ze een minuut stilte in acht namen als eerbetoon aan de 606.000 slachtoffers van covid-19 die in Brazilië zijn geregistreerd.
Het document beveelt de aanklacht van ‘coronascepticus’ aan tegen president Jair Bolsonaro en beschuldigt hem van negen misdaden, waaronder ‘misdaad tegen de menselijkheid’, ‘aanzetten tot misdaad’ en ‘charlatanisme’. Bolsonaro zou de verspreiding van covid-19 hebben aangemoedigd om ‘een vermeende collectieve immuniteit’ te bereiken, legt El País Brasil uit. ‘Het plan was om koste wat kost de economie weer op te starten, door het virus zich te laten verspreiden’, aldus de krant.
Vanaf nu ligt ‘het lot van het rapport in handen van de procureur-generaal van de republiek’
Het ICC roept ook op tot de aanklacht van tachtig andere mensen, waaronder de drie oudste zonen van de extreemrechtse leider, ook politici, evenals ministers en voormalige ministers, hoge ambtenaren, artsen en bedrijfsleiders en het ziekenhuis.
Vanaf nu ligt ‘het lot van het rapport in handen van de procureur-generaal van de republiek’, een bondgenoot van het Braziliaanse staatshoofd, die de misdaden waarvan Jair Bolsonaro wordt beschuldigd zal moeten analyseren, en ‘die van de voorzitter van de Kamer van Afgevaardigden’, die zal moeten bepalen of de leider ‘het misdrijf heeft begaan waarvan hij wordt beschuldigd’, in welk geval de president kan worden onderworpen aan een verwijderingsprocedure.
Desalniettemin zal het hoofd van het lagerhuis ‘minder dan een jaar voor de presidentsverkiezingen nauwelijks gevolg geven aan een afzettingsproces’.
Politiek effect
‘Het verzoek om aanklacht’ van de ultrarechtse president zal boven alles hebben ‘een politiek effect’ hebben, meent Folha de São Paulo, volgens wie ‘de verklaringen en de feiten die door het ICC’ sterke punten zullen vormen in het politieke debat, ook nog in het verkiezingsjaar.
‘Het is mogelijk dat de grote straf voor het gezondheidsbeleid dat Jair Bolsonaro de afgelopen maanden heeft gevoerd, volgend jaar uit de peilingen komt, wanneer de president zich herkiesbaar probeert te stellen.’
Zelf werd de president woensdagochtend geïnterviewd door de proregeringszender Jovem Pan News. Hij beschreef hij het ICC als een ‘maskerade’ en spreekt hij van ‘een ravage’; ‘niet tegen mij, maar tegen het beeld van Brazilië’.
‘Dit beïnvloedt wie wel en niet wil investeren in Brazilië, wie hier wel en niet heen komen, het stelt ons allemaal in slecht daglicht, het beïnvloedt de aandelenmarkt, de prijs van de dollar (…) en zorgt voor inflatie.’
De wijdverbreide en systematische olievervuiling in Nigeria is een schrijnend voorbeeld van de straffeloosheid van multinationals. Boosdoener Shell achtte zich niet verantwoordelijk voor tekortkomingen van haar Nigeriaanse dochterbedrijf. Maar het Britse hooggerechtshof oordeelde anders.
Op 12 februari 2021 oordeelde het Britse hooggerechtshof dat de Brits-Nederlandse oliegigant Shell voor de Engelse rechter kan worden gedaagd door twee Nigeriaanse gemeenschappen die decennialang ernstige schade hebben geleden door olievervuiling. De uitspraak is een mijlpaal in de strijd voor de verantwoordingsplicht van multinationals. Het hooggerechtshof heeft nu, zowel in de zaak Okpabi versus Shell als in zijn eerdere uitspraak in 2019 in de zaak Lungowe versus Vedanta, unaniem bepaald dat moedermaatschappijen juridisch aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade die door hun buitenlandse dochters is aangericht. Het vergde jaren van procederen om tot dit punt te komen.
Klimaatzaak tegen Shell
Een rechtbank in Den Haag heeft op woensdag 26 mei Royal Dutch Shell bevolen om haar wereldwijde CO2-uitstoot tegen eind 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019, in een baanbrekende zaak die was aangespannen door Milieudefensie en meer dan 17.000 mede-eisers.
Het duurzaamheidsbeleid van de oliegigant werd door de Nederlandse rechtbank onvoldoende ‘concreet’ bevonden in een ongekende uitspraak, die verstrekkende gevolgen zal hebben voor de energie-industrie en andere vervuilende multinationals, schrijft The Guardian.
Shell, dat zegt tegen het vonnis in beroep te zullen gaan, was volgens de Carbon Majors-database in de periode 1988-2015 de negende grootste vervuiler ter wereld, aldus het Britse dagblad.
De zaak-Okpabi was een vijf jaar durend juridisch gevecht waarin Shell aanvoerde dat zij in het Verenigd Koninkrijk niet wettelijk verantwoordelijk kon worden gehouden voor tekortkomingen van haar Nigeriaanse dochterbedrijf. De meer dan tien jaar durende parallelle rechtszaak in Nederland culmineerde in de recente uitspraak van het Nederlandse gerechtshof dat Shell aansprakelijk stelde voor de geleden olieschade door twee gemeenschappen. Deze vonnissen hebben een juridisch kader voor de toekomst geschapen en de weg vrijgemaakt voor andere internationale mensenrechten- en milieuzaken in Britse rechtbanken tegen bedrijven die zich schuldig maken aan wangedrag. Voor gemeenschappen over de hele wereld die machteloos stonden tegenover multinationals gloort er na deze uitspraken nieuwe hoop.
Zuigelingen in de Nigerdelta hebben tweemaal zoveel kans om tijdens de eerste maand van hun leven te overlijden als hun moeder in de buurt van een olielek woont
Weinig situaties illustreren het huidige probleem van de straffeloosheid van multinationals zo duidelijk als de wijdverbreide en systematische olievervuiling in Nigeria. Deskundigen schatten dat de bewoners van de Nigerdelta de afgelopen vijftig jaar jaarlijks te maken hebben gehad met olielekkages die vergelijkbaar zijn met de door Exxon Valdez veroorzaakte milieuramp in Alaska: gemiddeld zo’n 240.000 vaten per jaar. Achter deze statistieken gaat een menselijke tragedie van ongekende proporties schuil. De vervuiling leidt tot ernstige gezondheidsproblemen en een verhoogd sterftecijfer onder de lokale bevolking.
Uit een recente studie van de universiteit van St. Gallen in Zwitserland blijkt dat zuigelingen in de Nigerdelta tweemaal zoveel kans hebben om tijdens de eerste maand van hun leven te overlijden als hun moeder in de buurt van een olielek woont. Dit komt neer op een schandalig aantal van elfduizend vroegtijdige sterfgevallen per jaar. De situatie is bijzonder schrijnend in Ogoniland, van waaruit Ken Saro-Wiwa begin jaren negentig strijd voerde tegen Shell.
In 2011 meldde de milieuorganisatie van de Verenigde Naties (UNEP) in haar rapport over Ogoniland dat de bevolking dagelijks is blootgesteld aan ernstige olievervuiling, die heeft geleid tot verontreinigde lucht, landbouwgrond en waterbronnen. Volgens de bevindingen van UNEP was de volksgezondheid ernstig in gevaar. Kort na publicatie van het rapport werden er borden rond de getroffen gebieden geplaatst, waarop duidelijk werd gemaakt dat het drinkwater ongeschikt was voor menselijke consumptie en dat grote delen van het land en de waterwegen onveilig waren.
Hoe kan het dat deze menselijke tragedie blijft voortbestaan terwijl westerse oliemaatschappijen vrolijk winst blijven maken?
UNEP drong aan op ‘’s werelds grootste schoonmaakoperatie in de geschiedenis’. Het is schokkend om te zien dat het gebied tien jaar na dato nog altijd zwaar is vervuild, dat schoonmaak nooit heeft plaatsgevonden en dat de bewoners nog altijd water drinken uit verontreinigde putten. De indertijd geplaatste waarschuwingsborden zijn inmiddels verroest en nauwelijks leesbaar.
Zwakke regelgeving
Hoe kan het dat deze menselijke tragedie blijft voortbestaan terwijl westerse oliemaatschappijen vrolijk winst blijven maken? Kort gezegd biedt de zwakke regelgeving ruimte aan inhalige bedrijven die geen geld willen investeren in hun infrastructuur en hun olievervuiling weigeren op te ruimen, waardoor honderden gemeenschappen met pijpleidingen van oliereuzen op hun land al tientallen jaren zwaar verontreinigd achterblijven – zonder dat de vervuiling wordt opgeruimd en zonder enige compensatie. Aangezien de kans op een eerlijk proces in Nigeria nihil is, wenden steeds meer gemeenschappen zich tot westerse rechters om de moederbedrijven die de vruchten plukken van de Nigeriaanse oliewinning ter verantwoording te roepen.
De Ogale- en Bille-gemeenschap, zo’n 50.000 boeren en vissers die schade hebben geleden door decennialange olievervuiling, namen in 2016 het Britse advocatenkantoor Leigh Day in de arm om Shell voor de rechter te dagen en het opruimen van de verontreiniging en schadevergoeding te eisen. De dorpsgemeenschappen betoogden dat Shell de supervisie en de zeggenschap had over Shell Nigeria en dat het moederbedrijf daarom direct aansprakelijk was voor de tekortkomingen van haar dochters. In reactie daarop stelde Shell dat de band tussen moeder en dochter zo los is dat ze nauwelijks meer is dan een aandeelhouder.
Het olieconcern trachtte de rechters ervan te overtuigen dat de moedermaatschappij niet aan de touwtjes trok in Nigeria en dat Shell Nigeria werd aangestuurd door andere onderdelen van Shell, niet door de moedermaatschappij zelf. Tegelijkertijd weigerde Shell interne stukken te overhandigen die licht zouden werpen op de werkelijke relatie tussen het moederbedrijf en haar dochter.
Aansprakelijkheid
De Britse lagere hoven – het gerechtshof en het hof van beroep – hadden zich door de argumenten van Shell laten overtuigen en verwierpen de zaak al in het stadium waarin de rechterlijke bevoegdheid werd bepaald. Het hof van beroep oordeelde dat de eisende partij duidelijk bewijs van ‘operationele controle’ moest leveren, wat natuurlijk onmogelijk was zonder toegang tot interne bedrijfsdocumenten. Het hof stelde tevens dat de mondiale beleidskaders die van moederbedrijven naar beneden worden doorgegeven in principe nooit aanleiding kunnen geven tot wettelijke aansprakelijkheid.
Het Britse hooggerechtshof was het hier in februari niet mee eens. Het stelde het hof van beroep unaniem in het ongelijk en oordeelde dat er een goed verdedigbare zaak tegen Shell bestond. De rechters oordeelden dat de lagere rechtbanken te snel hadden gehandeld door een soort miniproces te voeren, nog voordat er stukken openbaar waren gemaakt en getuigenverklaringen waren gehoord. Bovendien hadden ze geen rekening gehouden met het ‘evidente belang’ van interne documenten die licht zouden kunnen werpen op de ware aard van de relatie tussen de moeder- en dochterbedrijven. Belangrijk is ook dat het hooggerechtshof de beperkte definitie van de aansprakelijkheid van het moederbedrijf waar het hof van beroep van uitging, heeft verworpen.
Een moedermaatschappij is niet alleen aansprakelijk wanneer er een ‘zeggenschapsrelatie’ bestaat maar ook wanneer sprake is van supervisie, advies of andere vormen van bemoeienis die niet direct als zeggenschap kunnen worden aangemerkt. Daaronder zouden ook mondiale beleidskaders vallen, die door eventuele tekortkomingen schade kunnen veroorzaken. Opmerkelijk is dat het hooggerechtshof oordeelde dat ook publieke toezeggingen van een moederbedrijf als wettelijke verplichting kunnen worden afgedwongen wanneer het bedrijf ze niet inlost. Het lijkt erop dat het hooggerechtshof van multinationals verwacht dat zij hun verplichtingen nakomen.
Natuurlijk is de Nigerdelta slechts één voorbeeld van het veel grotere probleem van de onaantastbare positie van multinationals in ontwikkelingslanden. De uitspraak van het Britse hooggerechtshof zal verstrekkende gevolgen hebben voor de verantwoordingsplicht van bedrijven, en gemarginaliseerde gemeenschappen over de hele wereld zullen er in de rechtbank een beroep op doen. Deze ontwikkeling wordt nog versterkt door belangrijke wetgevingsinitiatieven in de EU om bedrijven te verplichten mensenrechten te respecteren en onderzoek te doen naar eventuele schendingen daarvan bij hun dochterondernemingen en in hun toeleveringsketen.
Het tijdperk van de straffeloosheid van multinationals loopt ten einde. Voor de getroffen gemeenschappen over de hele wereld is dat natuurlijk een positieve ontwikkeling, maar tevens iets wat al lang geleden had moeten gebeuren.
In haar landhuis op Kanaaleiland Jersey vindt een Amerikaanse duizenden documenten. De vondst maakt duidelijk dat het familiekapitaal waarop ze hoopte verdwenen is, en legt grootschalige corruptie en schimmigheid op Jersey bloot. Een verhaal over fraude, belangenverstrengeling, belastingontwijking, machtsmisbruik en een belastingparadijs waarvan onduidelijk is wie het eigenlijk bestuurt.
‘In 2012 ontdekten de Amerikaanse Tanya Dick-Stock en haar man een enorme hoeveelheid documenten toen ze ruimte wilden maken voor hun aanstaande bruiloft, die overdadig beloofde te worden.’ Zo begint Leah McGrath Goodman haar reconstructie voor Institutional Investor.
In een afgesloten, overdekte squashbaan van St. John’s Manor, Tanya’s paleisachtige landhuis van 23 hectare groot op het eiland Jersey voor de Franse kust, ontdekten ze honderden dozen die waren gevuld met meer dan 350.000 vertrouwelijke papieren afkomstig uit het offshore trustkantoor van haar vader.
‘We liepen naar binnen en dachten “Wat is dit?”’, aldus Dick-Stock. ‘Die dossiers lagen er al jaren en niemand had ze ooit aangeraakt. We hadden geen idee waar we op gestuit waren.’
Na verloop van tijd begon het paar de documenten te doorzoeken en geleidelijk werd de omvang duidelijk van wat ze in handen hadden. ‘Als je zag wat er in de documenten stond, zou je ze nooit bewaren’, zegt Darrin Stock, de echtgenoot van Tanya. ‘Het was explosief. Dit trustbedrijf was niets meer of minder dan een enorme fraudemachine.’
Wat volgde was nog verrassender. Het echtpaar deed samen met de vader van Dick-Stock, de 83-jarige Canadese miljonair John Dick, aangifte bij de politie van Jersey, van wat zij omschreven als ‘decennia van financiële fraude gepleegd door een offshore trustbedrijf genaamd La Hougue’. Die naam is afgeleid van het oud Jersey-Franse woord voor heuvel of hoop, die verwijst naar de lange geschiedenis van heidense grafheuvels op het eiland.
Operation Scarlet
Drie jaar na de ontdekking, in maart 2015, arriveerde de politie bij St. John’s Manor, dat ooit dienstdeed als het weelderige hoofdkantoor van La Hougue, om de documenten in beslag te nemen. Er was een vrachtwagen nodig om de 333 dozen met documenten te vervoeren. Een onderzoek, door de politie van Jersey Operation Scarlet genoemd, zou het brein achter La Hougue en de omvang van wereldwijde financiële malversaties bloot moeten leggen.
Maar bijna tien jaar later is er door de autoriteiten van Jersey nog steeds geen strafrechtelijke vervolging ingesteld, zijn er geen sancties opgelegd en worden vragen over het onderzoek met vijandigheid, zwijgzaamheid of zelfs dreigementen beantwoord. Sterker nog, de meeste van de 350.000 documenten die centraal staan in Operatie Scarlet zijn door de politie overgedragen aan advocatenkantoor Garfield-Bennett in Jersey, dat op het moment van het onderzoek in 2015 nog John Dick vertegenwoordigde. Het kantoor, dat weigert te verklaren waarom het de documenten vasthoudt, bevestigt dat ze voor onbepaalde tijd in een kluis zijn weggeborgen, ontkent ooit een relatie met La Hougue te hebben gehad en zegt geen contact meer te hebben met Dick.
De ontdekking van de documenten heeft een storm teweeggebracht. Na het lezen van de La Hougue-bestanden, zegt Dick-Stock dat ze is gaan geloven dat haar vader de leiding had over de fraude. Ze klaagt hem nu aan voor het plunderen van bezittingen, resulterend in een enorme vermindering van het familiekapitaal, dat ooit werd geschat op 500 miljoen dollar (420 miljoen euro). De aantijgingen zijn terug te vinden in de zaak die Dick-Stock heeft aangespannen tegen haar vader bij een districtsrechtbank in Colorado, waar ze oorspronkelijk vandaan komt. De rechtszaak staat gepland voor augustus.
Frustratie
‘We hebben dit voorgelegd aan Amerikaanse rechtbanken en rechtbanken in Jersey’, zegt Stock. ‘We hebben eerdere zaken in de VS herhaaldelijk gewonnen, maar in Jersey weigeren ze er zelfs maar naar te kijken. In plaats van onderzoek te plegen, vallen ze ons aan. Rechters hebben Tanya een boete van meer dan een miljoen dollar aan gerechtskosten opgelegd en een van hen zei tegen haar: “Ik heb de macht om je in de gevangenis te gooien.” Het enige wat ze willen is dat dit weggaat. ’
Uit frustratie begon het paar de documenten, die ze hadden gescand voordat ze alles overdroegen aan de politie, te delen met de internationale pers, waaronder het in Duitsland gevestigde European Investigative Collaborations-netwerk en een tiental andere mediakanalen. De documenten van La Hougue, die een periode beslaan van de jaren tachtig tot ongeveer 2010, tonen het binnenwerk van de schimmige wereld van offshorefinanciën, die vermogende klanten uit de VS, het VK en Europa aanwenden om hun belastingen te minimaliseren, gebruikmakend van mazen in de wet, neprekeningen, opgeklopte schulden, valse klantnamen en zorgvuldig vervaardigde vervalsingen; een specialiteit van La Hougue.
De dozen bevatten privé-informatie van honderden mensen en ook geheimen over het leven van Dick-Stock zelf, inclusief verschillende strategieën die door La Hougue zouden zijn gebruikt om het familiebezit te plunderen. Tanya’s vader weigert commentaar te geven op dit verhaal, maar zijn woordvoerder, Julian Pike, noemt hem slachtoffer van fraude en verklaart dat Dick ‘geen toezicht had op of betrokken was bij de dagelijkse activiteiten van La Hougue’ en dat hij juridische stappen zal ondernemen.
Dubieuze karakters
De documenten van La Hougue leggen een netwerk bloot van dubieuze karakters, waaronder voormalige zakenpartners van Dick, de Amerikaanse pornokoning Eddie Wedelstedt, die in 2006 werd veroordeeld voor belastingfraude en obsceniteit; de Israëlische kunsthandelaar Ronald Führer, die in verband wordt gebracht met de verdwijning van het schilderij Madonna met kind uit 1485 van Sandro Botticelli, dat een geschatte waarde heeft van 10 miljoen dollar en dat sinds zes jaar spoorloos is; en een aantal personen waarvan wordt vermoed dat ze achter de offshoresmokkel van meer dan 100 miljoen dollar zaten tijdens de Amerikaanse spaar- en kredietcrisis van de jaren tachtig.
Jersey is een zogenoemd ‘bijzonder bezit’ van de Britse kroon en gedraagt zich in veel opzichten als een autonoom land
Andere grote namen die op de klantenlijst van La Hougue voorkomen, zijn onder meer het voormalige hoofd van Glencore in Rusland, Igor Vishnevskiy; de Britse miljonair en vastgoedmagnaat Elliott Bernerd en Alexander Zhukov, voormalig schoonvader van de Russisch-Israëlische miljardair Roman Abramovich. ‘Namen op de klantenlijsten zijn gecodeerd’, aldus Dick-Stock, ‘en we leren nog steeds nieuwe namen tijdens het decoderen.’
La Hougue is al lang niet meer gevestigd in St. John’s Manor, dat vorig jaar voor ruim 16 miljoen euro werd verkocht. Het bedrijf verhuisde in 2008 naar Panama, volgens een verklaring van Dick, waar het is omgedoopt tot Pantrust International. Daar werd hun vergunning in 2015 ingetrokken. Eerder dit jaar was La Hougue Trustees naar verluidt actief op de Britse Maagdeneilanden, maar het eigendom van het bedrijf valt onder niet-openbare informatie, dus de eigenaren zijn onbekend.
Stock zegt dat hij en zijn vrouw, in tegenstelling tot bij eerder gelekte offshoredocumenten, zoals de Panama Papers en de Paradise Papers, niet langer anoniem willen blijven, aangezien dat niet helpt ‘als je echt verandering wilt bewerkstelligen’. Die beslissing is niet altijd makkelijk. Volgens Stock hebben internationale journalisten meerdere keren Stocks doopceel gelicht om zijn eigen verleden bloot te leggen, waarin eveneens beschuldigingen van fraude voorkomen evenals een gevecht om een onbetaalde Amerikaanse belastingaanslag.
Gebrand op privacy
Het eilandje van circa acht bij vijftien kilometer waar de documenten werden gevonden, speelt een cruciale rol in het verhaal. Als grootste van de Kanaaleilanden is Jersey een op privacy gebrand belastingparadijs met zo’n honderdduizend inwoners en het is een wereld op zichzelf. De wortels van het eiland gaan terug tot de neolithische tijd, en de stamboom van sommige families gaat duizenden jaren terug. Jersey is een zogenoemd ‘bijzonder bezit’ van de Britse kroon en gedraagt zich in veel opzichten als een autonoom land. Het heeft een eigen parlement, eigen rechterlijke macht, eigen financiën en eigen geld waarop het gezicht van de Britse koningin prijkt en dat is gekoppeld aan het Britse pond. Jersey heeft grondwettelijke rechten die losstaan van het Verenigd Koninkrijk en die dateren uit het jaar 1204 en het valt niet onder het gezag van het Verenigd Koninkrijk maar van de koningin.
Het heeft een geschiedenis van invasies door Vikingen en door Duitsers, is bekend om zijn victoriaanse kastelen, Jersey-koeien, Jersey-room en Jersey-aardappelen, en werd de afgelopen halve eeuw het speelveld voor een compleet alfabet aan topbanken, financiële instellingen en hedgefondsen waarin naar schatting zo’n 2 biljoen dollar van ’s werelds rijkdom rondgaat. Bijna elke grote financiële instelling heeft er een kantoor, van ABN AMRO tot UBS, met kantoren aan het strand in Havre des Pas, een deel van de bruisende hoofdstad St. Helier.
Daarnaast heeft Jersey een filiaal van Coutts Crown Dependencies, een wereldwijde offshore vermogensbeheerder en de privébankier van de Queen. Zij werd ontmaskerd door de Paradise Papers, waaruit bleek dat ze deelnam aan offshore-investeringen via haar privébezit, het hertogdom Lancaster. De vertegenwoordigers van de monarch moesten in 2017 toegeven dat ze niet alleen investeerde in offshore financiële vehikels, maar zich daar ook terdege van bewust was.
Bijna twee decennia geleden verlaagde Jersey zijn vennootschapsbelasting van twintig procent naar nul
Bijna twee decennia geleden verlaagde Jersey zijn vennootschapsbelasting van twintig procent naar nul, met uitzondering van de financiële sector, die tien procent betaalt. Daardoor werd het eiland een prettige plek voor klanten die op zoek zijn naar lagere belastingtarieven. Enkele van de belangrijkste bedrijven op het eiland zijn de Zwitserse handelsfirma Glencore, opgericht door wijlen Marc Rich; Brevan Howard Asset Management, een van Europa’s meest succesvolle hedgefondsen; de Zwitserse handelsmaatschappij voor energie en grondstoffen Vitol; en Goldman Sachs, dat de zogenoemde Abacus-deal regelde die hedgefondsmanager John Paulson miljarden opleverde en die ertoe leidde dat Goldman voor een half miljard dollar moest schikken met de Securities and Exchange Commission, de Amerikaanse tegenhanger van de Autoriteit Financiële Markten.
Met de publicatie van de Paradise Papers in 2017 kwam ook Apple in de schijnwerpers te staan toen bleek dat het bedrijf stilletjes een groot deel van zijn honderden miljarden onbelaste offshore-dollars naar het eiland had verplaatst.
‘Het was een natuurlijke stap voor Jersey om een belastingparadijs te worden, want de machtigste families van het eiland zijn vaak betrokken bij wetgeving of financiën’
‘Men praat over de Kaaimaneilanden, Panama en de Britse Maagdeneilanden, maar Jersey is een van de belangrijkste belastingparadijzen ter wereld’, zegt Stuart Syvret, een voormalig senator van Jersey, die met pensioen is en nog steeds op het eiland woont. ‘Het was een natuurlijke stap voor Jersey om een belastingparadijs te worden, want de machtigste families van het eiland zijn vaak betrokken bij wetgeving of financiën en hun geld wordt doorgegeven van generatie op generatie.’
Syvret, die twintig jaar in het parlement van Jersey zat, zegt dat hij tijdens zijn ambtsperiode heeft geleerd dat het eiland twee kanten heeft. ‘Vanwege de hoeveelheid geld die op het spel staat in Jersey, heb je te maken met een dwingend systeem van zowel straf als beloning’, zegt hij. ‘Je ziet dat mensen heel goede banen krijgen, veel geld hebben, promotie maken, een buitenhuis aanschaffen, naar de prachtigste feesten gaan en een geweldig leven leiden. Maar als ze zich uitspreken over corruptie, wordt het leven hun zwaar gemaakt. Het is gemakkelijk om verkeerde dingen te doen en juist erg moeilijk om het juiste te doen.’
Financiële vloek
Dat iemand die bezwaar maakt tegen het systeem van geavanceerde offshore financiële centra persoonlijk risico loopt of wordt buitengesloten lijkt misschien vergezocht, maar er zijn genoeg mensen op het eiland die dit bevestigen. Gesteund door goedbetaalde legers van advocaten, lobbyisten en accountants, worden deze offshore-ecosystemen vaak zo winstgevend en raken ze zo diep verankerd in de kleine eilanden waar ze bestaan, dat het bijna onmogelijk is om ze te veranderen, zegt John Christensen, hoofd van het Londense Tax Justice Network, dat zich in 2013 afsplitste van de voor een Nobelprijs genomineerde Global Alliance for Tax Justice. Als forensisch auditor en onderzoeker was Christensen economisch adviseur van Jersey van 1987 tot 1998.
‘Gedurende mijn tijd op Jersey werd de financiële sector enorm groot. Een te grote financiële sector kan de rest van de economie om zeep helpen. Dat zagen we aan de huizenprijzen en inflatie op Jersey. Het is een proces dat de “financiële vloek” wordt genoemd.’
Christensen groeide op in een herenhuis op Jersey, op slechts anderhalve kilometer van het landgoed van Dick-Stock. In zijn periode als economisch adviseur van het eiland voelde hij een verpletterende druk om zich te voegen naar de wil van de gevestigde orde van het eiland, vooral als het erom ging een uitzonderlijk rooskleurig beeld van Jersey aan de wereld te presenteren.
Omertà
Deel van zijn werk was toezicht houden op de data- en statistiekafdeling van het eiland en zijn superieuren zetten hem onder druk om de stijgende prijzen op het eiland te bagatelliseren. ‘Het is zorgwekkend als regeringen proberen hun data aan te passen’, zegt hij. ‘Het ondermijnt het vertrouwen van het publiek in feiten, onderzoek, statistieken en alle andere dingen die ons in staat stellen een mening te vormen op basis van accurate informatie.’
In zijn werk waren bezwaren en discussies niet welkom. ‘Het doorbreken van de omertà deed de temperatuur tot oncomfortabele hoogte stijgen.’ Christensen zegt dat hij het eiland verliet om aan belastingrechtvaardigheid te gaan werken nadat hij zich realiseerde dat hij ‘door langer te blijven, als onderdeel van het probleem zou worden gezien.’
‘Op een klein eiland kun je niet strijden tegen het establishment, en zeker niet tegen hooggeplaatste politici, zonder te vertrekken’
Het achterlaten van zijn thuis en zich uitspreken tegen de corruptie waarvan hij getuige was, was ‘hartverscheurend’, maar hij voelde dat hij geen keus had. ‘Op een klein eiland kun je niet strijden tegen het establishment, en zeker niet tegen hooggeplaatste politici, zonder te vertrekken. Blijf je, dan wordt de sfeer onmiddellijk giftig voor je werk, je gezin en kinderen.’
Een groot probleem voor Jersey is dat het werkt als een gesloten circuit, waar eventuele problemen snel kunnen worden weggenomen door een hechte groep van niet-gekozen kroonofficieren, aangesteld door de koningin, die feitelijk de machtsinstrumenten van het eiland bedienen. Jersey heeft niet dezelfde scheiding der machten als de meeste andere democratieën: de bailiff, benoemd door de koningin, leidt het parlement, de rechterlijke macht en het hof van beroep, terwijl het parlement van het eiland uit één kamer bestaat waarin politieke partijen, oppositie en dissidenten snel kunnen worden geneutraliseerd.
Op papier is het een charmant antiek systeem, met allerlei gebruiken en rituelen, maar in praktijk is het hopeloos als er verantwoording moet worden afgelegd. Dat is wat eilandbewoners bedoelen als ze het hebben over de ‘Jersey Way’.
Zwarte lijst
Door brexit wordt Jersey nu geconfronteerd met toenemende tegenwind en zal niet alleen de archaïsche regeringsvorm, maar ook het belastingregime moeten worden hervormd. Samen met een aantal andere zogenaamde ‘geheimhoudingsjurisdicties’ voegde het Europees Parlement Jersey eind januari toe aan een zwarte lijst van belastingparadijzen die een belastingregime van nul procent hanteren. De voorzitter van de subcommissie belastingzaken, de Nederlandse Europarlementariër Paul Tang, noemde de EU-lijst met belastingparadijzen ‘verwarrend en inefficiënt’. Hij zei dat de lijst een goed hulpmiddel was, maar dat ‘de lidstaten iets vergaten bij het samenstellen ervan, namelijk: de echte belastingparadijzen’.
Trailer van Laundromat, the Netflixfilm over de Panama Papers.
Jersey ontkent in alle toonaarden dat het een belastingparadijs is, en zal krachtig pleiten voor zijn belastingregime via het Channel Islands Office in Brussel en in Amsterdam, zegt Joe Moynihan, CEO van Jersey Finance, de groep die de financiële sector op het eiland vertegenwoordigt. ‘Omdat Jersey niet in de EU zit, kunnen we ons gemakkelijk aanpassen aan de marktomstandigheden en zullen we goed kunnen samenwerken met zowel de City of London als de EU-lidstaten’, denkt hij.
Jersey begon aan zelfonderzoek nadat een Britse rechter het eiland had aanbevolen de ‘Jersey Way’ onder de loep te nemen. Hoewel de financiële sector al langer werd bekritiseerd, wist het eiland onder de radar te blijven tot 2008. Toen bracht de politie getuigenissen bijeen van bijna 200 mensen over de hele wereld die zichzelf identificeerden als slachtoffers van kindermisbruik op het eiland. Meer dan 150 verdachten werden genoemd, waaronder mensen uit de elite van Jersey, maar slechts een handjevol werd veroordeeld, hetgeen leidde tot wijdverbreide verontwaardiging. Na een onderzoek van drie jaar concludeerde rechter Frances Mary Oldham in 2017 dat kinderen op het eiland mogelijk nog steeds gevaar lopen, en ze verwees specifiek naar de Jersey Way, die ze omschreef als ‘het falen om een cultuur van openheid en transparantie tot stand te brengen, op zijn minst leidend tot de perceptie van heimelijkheid en doofpot.’
Leugens
De 55-jarige Tanya Dick-Stock, geboren in Denver, herinnert zich dat ze haar vroege jaren doorbracht in een benauwd kelderappartement ‘dat raar rook en bijtende beestjes’ huisvestte, totdat haar ouders, die investeerden in onroerendgoeddeals in Colorado, een fortuin opbouwden dat zou uitgroeien tot enkele honderden miljoenen dollars, die werden ondergebracht in een trustfonds voor haar en andere familieleden. Tegen de tijd dat ze negen jaar oud was, zocht haar vader, een succesvolle advocaat, een tweede huis waar hij offshore trusts kon opzetten. ‘We bezochten verschillende huizen op Bermuda en de Bahama’s’, zegt ze. ‘Mijn familie vroeg: “Wat is de gouden standaard voor trusts?” En we kregen te horen: Jersey. Dus gingen we daarheen.’
Pas toen ze de documenten van La Hougue vonden, leerden zij en haar man de omvang van de zaken kennen. ‘Tanya en ik sloten onszelf in feite vier maanden op in een kamer en verlieten het huis amper, totdat we alle dossiers hadden doorgenomen’, vertelt Stock. ‘We voerden duizenden gegevens in op een tijdlijn en realiseerden ons uiteindelijk dat deze hele operatie op leugens is gebaseerd.’
In politierapporten van Operatie Scarlet beweert John Dick dat directeuren en het personeel van La Hougue schuldig zijn aan fraude die door het trustfonds is gepleegd. Maar Dick-Stock en haar man zeggen dat de La Hougue-documenten bewijzen dat John Dick uiteindelijk de begunstigde was en bepaalde wat er gebeurde.
Via zijn woordvoerder ontkent Dick de aantijgingen stellig. In meerdere lopende rechtszaken in de VS en Jersey, die in 2015 begonnen, wordt geprobeerd te ontrafelen wat er precies is gebeurd en wie schuldig is. ‘La Hougue beheerde de trustfondsen van de familie’, zegt Stock, ‘en heeft ze leeggetrokken.’
Dick-Stock en haar vader praten niet meer met elkaar. Dick is onafhankelijk bestuurder bij het Londense telecommunicatiebedrijf Liberty Global en woont nu in Newport Beach, Californië. De moeder van Dick-Stock, Mary Dick, die in 1981 scheidde van John Dick, stierf in 1997.
Vervalste documenten
Terugkijkend zegt Dick-Stock dat ze opmerkelijke dingen in het landhuis zag. De kluis van haar vaders kantoor bevatte geen contanten, maar een merkwaardige verzameling verouderde kantoorapparatuur, gelabeld en gedateerd per jaar. ‘Er was een inloopkluis met een grote metalen deur en ik herinner me dat ik als tiener al die stoffige typemachines, faxmachines, oude pennen en oud papier op de planken zag staan’, zegt ze. ‘Een keer pakte ik er wat oud papier en toen trok mijn vader mijn hoofd er bijna af.’
Nu weet ze waarom de inhoud van de kluis nooit mocht worden aangeraakt. Volgens een uitgelekt memorandum tussen de directeuren van La Hougue die met haar vader werkten, moesten documenten zorgvuldig worden vervalst door met behulp van drukmateriaal en tijdstempels een vermeende herkomstdatum te creëren. ‘Denk aan het papier dat werd gebruikt, de machine die de documenten heeft gemaakt, de datum van de inkt die is gebruikt om de documenten op te stellen en te ondertekenen’, zo staat in het memorandum. ‘Wees voorzichtig met floppydisks en harde schijven, ik ben van mening dat ze niets anders dan fotokopieën moeten bevatten.’ Originele kopieën mochten niet worden bewaard.
Bestuurders gaven later in een rechtbank in Denver toe dat ze bij La Hougue tientallen documenten hadden geantedateerd en vervalst die miljoenen dollars aan nepschuld vertegenwoordigden. De rechtbank in Denver bestrafte hen voor meineed en noemde hun handelen ‘werkelijk schandalig’. Maar toen dezelfde bestuurders bij een gerechtelijke procedure in Jersey probeerden de nepdocumenten te gebruiken, nam de rechtbank er geen aanstoot aan en besloot de frauduleuze documenten eenvoudigweg buiten de zaak te houden, ook al zijn dergelijke fraudepogingen wel degelijk een misdrijf volgens de wet van Jersey.
Krantenkoppen
Hoewel deze nepdocumenten wereldwijd voor krantenkoppen zorgden, in onder meer The Guardian, The Daily Beast, The Toronto Star, Mother Jones en het in Londen gevestigde non-profit Bureau of Investigative Journalism, zeggen Dick-Stock en haar man dat het ze niet is gelukt om de enige krant van Jersey, de Jersey Evening Post, die wordt gesubsidieerd door de regering van het eiland, zover te krijgen erover te schrijven. ‘Een journalist sprak met ons’, zegt Stock, ‘maar ze durfden niet aan het verhaal te beginnen.’
St. John’s Manor, het landgoed van John Dick op Jersey, van dichterbij.
Behalve dat ze naar de pers, de rechtbanken en de politie gingen, lichtte het echtpaar ook de Jersey Financial Services Commission (JFSC) in, de enige financiële toezichthouder van het eiland. Destijds spraken ze met Barry Faudemer, hoofd handhaving van de commissie, maar ze zeggen dat hij weigerde een onderzoek in te stellen. In het verleden had de JFSC La Hougue op de lijst van instellingen met een ‘hoog risico’ gezet en bijna een vergunning geweigerd om op het eiland te opereren vanwege onorthodoxe handelspraktijken, die volgens de toezichthouder doordrenkt waren van belangenconflicten, nalevingskwesties en de handelswijze om met codenamen naar klanten te verwijzen. ‘Het lijdt geen twijfel dat uw systeem zeer ongebruikelijk is en aanzienlijk verschilt van de geaccepteerde best practices in de branche’, schreef een JFSC-functionaris na inspectie van La Hougue in 2002.
Faudemer was op Jersey tot 2007 hoofd van de eenheid financiële misdrijven en is nu CEO van het offshore adviesbureau Baker Regulatory Services op het eiland. In een e-mail weigert hij te antwoorden op de vraag waarom de zaak niet werd vervolgd: ‘U vraagt mij een strafbaar feit te plegen door over deze zaken te spreken.’ Waarop hij verwijst naar artikel 37 van de Jersey Financial Services Law, waarin staat dat ‘specifieke informatie’ niet mag worden gegeven zonder toestemming, op straffe van een boete en maximaal twee jaar gevangenisstraf. Artikel 37 is echter niet van toepassing op informatie die al bekend is bij het publiek, zoals de dossiers in de zaak La Hougue, maar Faudemer wil geen antwoord geven op vervolgvragen.
Spiegels in spiegels
De JFSC zelf antwoordde ook via e-mail en noemt het onderzoek naar La Hougue een ‘burgerlijk geschil over een familietrust’ en een ‘criminele’ zaak die aan de politie moet worden overgelaten. ‘Het is niet onze taak als toezichthouder om aantijgingen van fraude te onderzoeken, want dat betreft strafbare feiten.’
Een politieagent die met de financiële misdaadeenheid van Jersey aan Operatie Scarlet werkte, noemt de enorme hoeveelheid documenten in de zaak ‘overweldigend’, zowel in hoeveelheid als inhoudelijk. Hij herinnert zich de squashbaan te hebben gezien op de dag dat de dossiers werden weggehaald. ‘De documenten waren rondom tegen de muren opgestapeld’, zegt hij. ‘Het is een buitengewoon complexe zaak, op meerdere rechtsgebieden, met veel onbeantwoorde vragen. Het ging om spiegels in spiegels.’
Hij schat dat voltooiing van Operatie Scarlet ongeveer drie jaar zou hebben gekost, zelfs met een heel team van accountants om alle onderdelen te ontrafelen. Uiteindelijk, zegt hij, heeft de procureur-generaal van Jersey besloten geen middelen aan het onderzoek te besteden. ‘Het was niet onze beslissing om de zaak te laten vallen, maar van de pg’, zegt hij. ‘Fraudeonderzoeken vragen veel investering en tijd. Als het niet in het algemeen belang is, wordt er niet op aangedrongen.’ De politieagent sprak op voorwaarde van anonimiteit, want het eiland bestraft degenen die zich uitspreken.
Patronagesysteem
Sinds zijn verkiezing in het parlement van Jersey in 2008, wordt Mike Higgins overspoeld met hulpverzoeken van eilanders die niet in staat zijn om gerechtigheid te zoeken. Een van de moeilijkste dingen aan het vertegenwoordigen van mensen op Jersey, zegt hij, is dat hun problemen peilloos zijn. ‘Ik zou zeggen dat de crux over het algemeen het ontbreken van rekenschap is. Het hele systeem, inclusief rechtbanken, diensten voor kinderen en de politie, laat mensen hier jammerlijk in de steek.’
Het ontbreken van een onafhankelijke openbaar aanklager en de gewoonte om door de Queen aangestelde functionarissen een wurggreep op de macht te laten houden, waarbij velen van hen ook nog eens opereren in het parlement en de rechtbanken van Jersey, betekent dat gerechtelijke dwalingen en tekortkomingen in de democratie vaak niet worden aangepakt. ‘Het systeem is erg moeilijk te kraken’, zegt Higgins. ‘We hebben een patronagesysteem waarbij je, als je procureur-generaal wordt, kunt verwachten dat je daarna plaatsvervangend bailiff en dan bailiff wordt en uiteindelijk meestal tot ridder wordt geslagen.’
Het gebrek aan scheiding der machten betekent dat er zorgen zijn over ernstige conflicten in de hoogste regionen van het leiderschap
Het gebrek aan scheiding der machten betekent ook dat er zorgen zijn over ernstige conflicten in de hoogste regionen van het leiderschap. De procureur-generaal ten tijde van de politie-inval in St. John’s Manor, Timothy Le Cocq, is nu de bailiff van het eiland en hij zit rechtszaken voor die rechtstreeks verband houden met de trusts van La Hougue. Gedurende zijn lange juridische carrière verleende Le Cocq juridische diensten en advies aan La Hougue trusts, zo blijkt uit documenten die in beslag werden genomen bij Operatie Scarlet. Ook een andere rechter, Julian Clyde-Smith, heeft recht gesproken in zaken die verband houden met de trusts die door La Hougue werden beheerd, terwijl uit documenten van het bedrijf blijkt dat hij in feite een van de oprichters van La Hougue was. Beide rechters verrichtten juridisch werk voor La Hougue, en deden uitspraak in zaken rond La Hougue. Sprekend namens zowel Le Cocq als Clyde-Smith, verwerpt Steven Cartwright, hoofdofficier van de Jersey Bailiff’s Chambers, elke suggestie van belangenverstrengeling.
Tevreden
Clyde-Smith beweert geen herinnering te hebben aan het oprichten van La Hougue of verwante entiteiten, aldus Cartwright, maar de rechter ‘herinnert zich dat hij abonnee was van bijna alle bedrijven’ die werden opgericht voor cliënten van zijn advocatenkantoor, Ogier & Le Cornu (nu Ogier), in de jaren tachtig tot negentig. Een abonnee is een van de eerste aandeelhouders van een bedrijf. Op Jersey zijn abonnees verplicht voor het vormen van een bedrijf en advocaten nemen deze rol vaak tijdelijk op zich voor hun klanten, aldus Cartwright. ‘Clyde-Smith was op geen enkele manier betrokken bij de activiteiten van die bedrijven’, voegde hij eraan toe, ‘en het zou verkeerd zijn iets anders te suggereren.’ Noch Clyde-Smith, noch Le Cocq beantwoordde telefoontjes of e-mails voor commentaar.
‘Na twaalf jaar in het parlement weet ik soms nog steeds niet wie dit eiland nu bestuurt’
In een nieuw vonnis eind februari 2021 stemde Clyde-Smith ermee in om Tanya Dick-Stock als begunstigde van de familietrust te verwijderen, onder verwijzing naar haar ‘onredelijke’ en ‘schadelijke’ handelen in haar pogingen om de vermeende fraude binnen de trusts aan te pakken en door documenten van La Hougue te delen met de media. Hij heeft kennisgenomen van aantijgingen in de pers over zijn vermeende belangenconflicten als rechter, maar stelt ‘tevreden’ te zijn dat er geen sprake is van belangenverstrengeling.
Clyde-Smith erkende dat Dick-Stock een procedure tegen haar vader had aangespannen bij de rechtbanken van Jersey ‘om verliezen te verhalen die zouden zijn ontstaan door vermeende schending van vertrouwen, fraude en andere niet-gespecificeerde acties die decennia teruggaan.’ Maar, oordeelde hij, ‘er mag geen procedure worden aangespannen.’
Kapot systeem
Volgens Higgins zijn dergelijke tactieken gemeengoed op het eiland. Als vertegenwoordiger van hoofdstad St. Helier zit hij in het parlement. Met andere parlementsleden maakt hij nu deel uit van een panel dat moet onderzoeken hoe Jersey zijn systemische tekortkomingen kan aanpakken zoals aanbevolen door de Britse rechter na de kindermisbruikzaak in 2017. ‘Het is duidelijk dat we een groot probleem hebben’, zegt Higgins. ‘Ons systeem is kapot. Het werkt niet voor gewone mensen. Maar dit is een zware klus, want mensen willen de Jersey Way niet echt van dichtbij bestuderen.’ Een afsluitend rapport, waarvan hij verwacht dat het voor de zomer uitkomt, zal waarschijnlijk ‘vernietigend’ zijn, zegt hij.
Een van de lastigste dingen bij het aanpakken van de problemen is dat het eiland wordt gerund door een afwezige koningin. ‘Ik kijk vaak naar hoe Jersey bestuurd wordt en zeg dan: “Dit is gek”,’ aldus Higgins. ‘Er gebeuren hier dingen die we niet snappen en waar we geen controle over hebben. Na twaalf jaar in het parlement weet ik soms nog steeds niet wie dit eiland nu bestuurt.’
Een brief aan de koningin
Enkele jaren geleden schreef Christensen van het Londense Tax Justice Network een brief aan de koningin, waarin hij haar aanspoorde sterker op te treden tegen de wijd verspreide constellatie van belastingparadijzen, kroonafhankelijkheden, overzeese gebiedsdelen en rechtsgebieden met geheimhouding, die, merkte hij op, behoren tot de machtigste ter wereld. Hij was direct, maar ook zeer beleefd.
‘Ik verzoek u dringend,’ schreef hij, ‘als staatshoofd van al deze gebieden om alle mogelijke invloed uit te oefenen om een van de schadelijkste breuklijnen in de wereldeconomie aan te pakken.’ Hoewel hij in zijn brief erkent dat de koningin, als soeverein, niet rechtstreeks mag ingrijpen in de politiek van haar rijk, schreef Christensen dat hij hoopte dat ze haar mening over belastingparadijzen kenbaar zou maken, vanwege ‘de lang bestaande conventie die u het recht geeft uw premiers te adviseren, aan te moedigen en te waarschuwen.’
Bijzonder genoeg schreef de koningin via een hoge ambtenaar terug. ‘De positie van de koningin als constitutionele soeverein belet haar in te grijpen in zaken als deze’, aldus de brief. ‘Bedankt dat u de tijd en moeite hebt genomen voor uw schrijven.’
Christensen is niet onder de indruk. ‘Deze plekken ondermijnen de wereldeconomie, en ze kan zich niet schoonwassen van haar rol als monarch en staatshoofd van al deze belastingparadijzen’, zegt hij. En het helpt niet, voegt hij eraan toe, dat ze er zelf ook direct de vruchten van plukt. ‘Als het staatshoofd niets doet en offshoreconstructies gebruikt om haar eigen geld voor de belastingen te verbergen, slaagt ze niet voor de stankproef’, zegt hij. ‘Een vis begint te rotten vanaf de kop.’
Sinds 2011 vecht het Syrische regime tegen het eigen volk. In Duitsland staan nu de eerste oorlogsmisdadigers voor de rechter. Over een historisch proces en de grijze gebieden tussen goed en kwaad.
In Berlijn, 2800 kilometer een een vlucht verwijderd van het vaderland, in het land waarin hij eindelijk veilig meent te zijn, haalt de oorlog hem op een winterdag in 2014 weer in. De mensenrechtenadvocaat Anwar al-Bunni had Syrië moeten verlaten omdat hij voor zijn leven vreesde; sinds een of twee weken wonen hij en zijn vrouw in het opvangcentrum voor asielzoekers in Berlin-Marienfelde. En daar blijft zijn blik op zeker moment rusten op een bewoner die hem wat dikker lijkt dan eertijds in Syrië. ‘Hij had ook minder haar, en een bril op. Ik kon hem niet meteen thuisbrengen,’ vertelt al-Bunni nu. Wie is die man met die levervlek onder het linkeroog?
Woensdag (26 februari) heeft de rechtbank in de Duitse stad Koblenz een vonnis geveld in het Syrië-proces. Eyad A., werkzaam voor de Syrische geheime dienst, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vierenhalf jaar. Lees meer in ons artikel van donderdag:
Twee dagen denkt al-Bunni daarover na, dan schiet het hem weer te binnen: die man is Anwar R., op het laatst kolonel van de Syrische Staatsveiligheidsdienst, in het jaar 2006 nog leider van een commando dat al-Bunni ontvoerde. Hij is de man die al-Bunni naar een gevangenis liet brengen waar hij bedreigd, geslagen en bijna om het leven gebracht werd. Vijf jaar gevangengezet, officieel wegens ‘in gevaar brengen van de nationale eer’. In feite werd al-Bunni gestraft omdat hij tegenstanders van het regime voor de rechtbank had verdedigd en te luid de rechten had opgeëist waarop zijn lastgevers zich volgens de Syrische grondwet konden beroepen.
Al-Bunni kwam de man nog een paar keer tegen in Berlijn, bijvoorbeeld bij de uitgifte van maaltijden en later in een goedkope meubelzaak. Al-Bunni is er zeker van dat Anwar R. hem ook herkende. ‘Ik was beroemd in Syrië,’ zegt hij, en inderdaad zijn op het internet veel foto’s te vinden die hem tonen bij processen of met buitenlandse gasten. Zijn gezicht was destijds iets voller, net als zijn kruin en zijn baard. In zijn kleine kantoor op een binnenplaats in Prenzlauer Berg heeft hij geen herinneringen aan die tijd opgehangen. Het verleden is ook zonder beelden altijd aanwezig – en dat zal alleen nog maar toenemen wanneer al-Bunni in een historisch proces zal worden behandeld. Als het daar zijn folteraar zal inhalen.
Achter blinde muren
Sinds de toevallige ontmoeting met Anwar R. heeft al-Bunni een nieuw doel om voor te leven. Toen in 2015 honderdduizenden Syriërs zoals hij naar Duitsland kwamen, lieten ze weliswaar de oorlog achter zich, maar niet de conflicten die buurten, vriendenkringen en zelfs families verscheurden. De 2800 kilometer tussen het oude en het nieuwe vaderland kunnen veel in het leven veranderen, maar niet alles. Sommigen blijven sympathiseren met oppositionele groepen, anderen blijven nog altijd trouw aan het regime. De naar Duitsland gevluchte mensen zijn in de eerste plaats slachtoffers van de oorlog, maar er zitten ook daders tussen. Syriërs die in naam van de staat of als lid van milities misdaden begaan hebben. Niet lang na zijn toevallige ontmoeting met Anwar begint al-Bunni naar deze mensen te zoeken.
Anwar R., nu 57 jaar oud, zou verantwoordelijk zijn voor minstens 4000 gevallen van marteling en 58 doden. Hij verliet Syrië eind 2012 en kwam in juli 2014 in Duitsland aan. Bijna zes jaar later wordt hij hier voor de rechter gebracht. Vanaf 23 april zal hij samen met Eyad A., ook lid van de Syrische geheime dienst, voor een Duitse rechtbank staan. Het proces bij het gerechtshof in Koblenz zal geschiedenis schrijven: het is wereldwijd de eerste keer dat handlangers van de Syrische president Baschar al-Assad verantwoording af moeten leggen voor martelingen in opdracht van de staat.
Bijna 100.000 mensen liet het regime sinds het uitbreken van de opstand in gevangenissen verdwijnen. Het lot van tienduizenden is nog onzeker. Minstens 18.000 mensen werden terechtgesteld of doodgemarteld, berichten organisaties als Amnesty International of het Syrische netwerk voor mensenrechten. Die daden werden begaan achter blinde muren, maar overlevenden kunnen ze geloofwaardig afschilderen.
Ook naar die mensen is al-Bunni op zoek. Om hun verhalen te documenteren – en om ze te overreden zich als getuigen ter beschikking te stellen van de Duitse Justitie. Zodat het proces tegen Anwar R. zal slagen en er meer soortgelijke processen zullen volgen.
Voor zijn zoektocht maakt hij gebruik van Facebook en van zijn netwerk in de offline wereld. Tijdens onze ontmoeting in Berlijn, rinkelt Al-Bunni’s telefoon bijna net zo vaak als hij trekjes neemt van zijn e-sigaret. Hij verdient niets met dit werk. Om reizen naar getuigen en andere onkosten te kunnen financieren is hij aangewezen op ondersteuning door mensenrechtenorganisaties.
Het gaat hem niet om wraak, zegt al-Bunni, zelfs niet in het geval van Anwar R. Hij wil ooit weer terugkeren naar een fatsoenlijk en democratisch Syrië, en zo’n land kun je alleen met gerechtigheid opbouwen. ‘Ik wil verhinderen dat oorlogsmisdadigers een rol kunnen spelen in de toekomst van het land,’ roept de tengere 61-jarige man uit, en van opwinding slaat hij op de tafel. “Hun daden zijn gedocumenteerd. Niemand moet met hen om kunnen gaan!’
‘Mijn medestrijders waren mijn beste vrienden. Ik heb ze allemaal verloren’
Hoessein Ghrer geloofde in een betere toekomst toen hij vanuit Aleppo naar de Syrische hoofdstad verhuisde. Damascus was opwindender, groter, levendiger – heel anders dan zijn conservatieve geboortestad waar de zakenlieden in de bazaars en de imams van de moskeeën het openbare leven bepaalden. Van de sociale controle door familie en buren was Ghrer door die verhuizing verlost, maar echt vrij was hij niet. Aan de universiteit van Damascus maakte hij mee hoe het regime zijn onderdanen tot in detail probeerde te controleren: zelfs een initiatief om samen afval te verzamelen werd door de decaan verboden. ‘Dat kunt u prima alleen doen,’ had hij gezegd, ‘maar niet als groep.’ De systematische onderdrukking van het eigen volk was daar al een traditie.
Syriës jongste geschiedenis is doortrokken van de heerschappij van de familie Assad. Hafis al-Assad had in 1970 de macht gegrepen en het land met harde hand geregeerd. Na zijn dood in het jaar 2000 hoopten veel Syriërs dat zijn zoon hervormingen zou gaan doorvoeren. Maar de toen pas 34-jarige Baschar stelde die verwachtingen teleur. In 2007 verzekerde hij zich door een volksstemming van een tweede ambtstermijn met zogenaamd 97,62% van de stemmen. Er was niets veranderd. En Hoessein Ghrer begon heimelijk te bloggen. Op het internet schreef hij tegen de dictatuur.
Ghrer noemde zich ‘freeman’. Ook al hadden de geheime diensten toen nog weinig ervaring met sociale media, toch was zijn activisme gevaarlijk. Ghrers echtgenote maakte zich zorgen, ze hadden al kinderen. En toen de zogeheten Arabische lente ook Syrië bereikte, legde Ghrer in maart 2011 ook nog zijn pseudoniem af. Hij publiceerde zijn artikelen over burgerrechten nu onder zijn echte naam. ‘Ik wilde laten zien dat achter de teksten geen buitenlandse agenten of terroristen schuilgingen,’ zegt hij nu in Berlijn. Hij is 42 jaar oud, draagt een scheiding in het midden en een hoekige bril.
Als hij vertelt over de hoop van toen, en hoe hij zich voor het eerst echt voelde leven toen hij bij de protesten in 2011 luidkeels zijn mening liet horen, vecht Ghrer tegen zijn tranen. De revolutionaire stemming werd toen abrupt onderdrukt. ‘Mijn medestrijders waren mijn beste vrienden,’ zegt hij, en hij moet even pauzeren omdat zijn stem breekt. ‘Ik heb ze allemaal verloren.’
Schuldeisers Wassim Mukdad (l), Patrick Kroker, en Hussein Ghrer praten met journalisten na het proces van de eerste dag in Koblenz 23 april 2020. – @ Thomas Frey / dpa via AP
Ghrer zat juist aan het middagmaal toen hij de eerste keer werd opgehaald. De mannen brachten hem naar het beruchte gebouw van de geheime dienst ‘Afdeling 251’, ook ‘al-Khatib’ genaamd naar de straat waarin het gelegen is. Iedereen in Damascus kent het gebouw, het wordt gevreesd. De onderafdeling ‘Onderzoek’, verantwoordelijk voor de genadeloze verhoren van de gevangenen, werd geleid door Anwar R., de man onder wie ook advocaat al-Bunni heeft geleden.
Beide voormalige gevangenen, al-Bunni en Hoessein Ghrer, kennen elkaar al uit de tijd dat ze samen in Syrië waren; in Duitsland hebben ze elkaar teruggevonden. Ze worden nu gesteund door het European Center for Constitutional and Human Rights (ECCHR). Deze organisatie, gevestigd in Berlijn-Kreuzberg, wil vermoedelijke daders van mensenrechtenschendingen wereldwijd ter verantwoording roepen, met hulp van het Duitse recht. Daartoe staan hun getuigen als Hoessein Ghrer bij, wat tot gevolg heeft dat hij in dit interview niet mag ingaan op details waarover de vrouwelijke rechter in Koblenz hem waarschijnlijk zal ondervragen. Afwijkingen tussen de verklaring van een getuige voor de rechter en voordien gepubliceerde uitlatingen zouden door de advocaten van de verdediging kunnen worden uitgebuit.
Maar hoe wreed de foltering in het rijk van Anwar R. was, valt na te lezen in de beschrijvingen van de Duitse onderzoekers. ‘Bij de verhoren werd een groot aantal foltermethoden ingezet’, heet het daar, ‘naast slagen met vuisten, stokken, buizen, kabels, zwepen en slangen was ook het toedienen van elektrische schokken aan de orde van de dag.’ De cellen in de kelder van het gebouw waren overvol. In plaats van de 100 personen waar ruimte voor was, propten Anwar R. en zijn mensen er vaak 400 tot 600 in de onderaardse ruimtes. Zelfs tijdens het slapen moesten de gevangenen staan; in het gunstigste geval mochten ze eenmaal per dag naar het toilet. Sommigen werden aan hun polsen opgehangen, velen werden verkracht, vrijwel iedereen werd de slaap onthouden, evenals medische verzorging. Ook na foltering op de ‘Duitse stoel’, waarop de slachtoffers werden vastgebonden. De flexibele leuning van het apparaat werd dan naar achter gedrukt tot op de grond, de rug van de gevangene werd overstrekt totdat vaak de wervelkolom brak. Ook regelmatig werd door de folteraars gekozen voor het ‘rad’, waarbij de gevangene dubbelgevouwen in een autoband gedwongen werd en dan met stokken afgetuigd. Anwar R. zelf maakte zijn handen er niet aan vuil, voor zover de onderzoekers konden nagaan. Hij gaf enkel de bevelen.
Namen, namen en nog eens namen
Hoessein Ghrer had geluk – en de juiste kennis om de martelingen te overleven. Andere activisten hadden hem verteld wat hem te wachten stond. Terwijl hij nog vrij was, speelde hij te verwachten scenario’s door, en wist welke informatie hij zou prijsgeven. Meestal wilden de folteraars inderdaad ‘namen, namen en nog eens namen’, zegt Ghrer. Namen van andere activisten en tegenstanders van Assad. Voor het verhoorteam van Anwar R. verzon en bekende Ghrer veel, maar zichzelf ontzegde hij de vlucht in fantasiewerelden. Dat was de snelste manier om gek te worden, volgens hem. ‘Ik heb er een paar gezien die daardoor volledig doordraaiden.’ Na een paar weken werd Ghrer vrijgelaten.
Maar kort daarop, in februari 2012, werd hij nog eens gearresteerd. Hij was juist begonnen in het ‘centrum voor media en meningsvrijheid’ te werken toen het regime in één klap een einde maakte aan het werk van die groep. Het leger zette de straat af en bestormde het kantoor alsof zich hier ondergrondse strijders verschanst hadden. ‘In Syrië zijn de mensen gewend om weg te kijken,’ zegt Ghrer, ‘maar bij deze actie was dat haast onmogelijk.’
De soldaten vonden geen wapens, maar alleen papieren en computers. Ze voerden geen strijders af, maar burgers als Ghrer. Deze keer zou hij drieëneenhalf jaar gevangen zitten.
De eerste activisten die voor hervormingen demonstreerden werden door het regime meteen al als terroristen aangeduid. Onder hetzelfde voorwendsel vielen eenheden van Assad later protestoptochten aan waarbij honderdduizenden de straat opgingen. Daarop bewapenden delen van de oppositie zich en al gauw vochten Assads troepen tegen gedeserteerde soldaten en jihadistische milities. Het land gleed af naar een burgeroorlog die tot op heden voortduurt.
In de afgelopen negen jaar heeft Assad met Russische hulp de gebieden die onder controle stonden van de opstandelingen in puin gebombardeerd en ook chemische wapens ingezet. De meeste delen van het land heeft de dictator inmiddels heroverd. De prijs daarvoor was hoog: minstens 350.000 Syriërs hebben in deze oorlog het leven verloren, 13 miljoen hun huizen – de helft van de Syrische bevolking is in het land op de vlucht of naar het buitenland gevlucht, zoals Hoessein Ghrer.
Ghrer werkt nu in Noord-Duitsland als IT-adviseur. Bij het proces zal hij optreden als burgerlijke partij. Hij wil niet meer alleen als slachtoffer gelden. ‘Ik wil weer een mens zijn die handelt,’ zegt hij.
‘De koning van alle bewijsmiddelen is het document’
Getuigenverklaringen zijn belangrijk voor het proces, dat vindt ook Bill Wiley. ‘Maar de koning van alle bewijsmiddelen,’ zegt de Canadees in zijn kantoor, ‘is het document.’
De rook van Cubaanse cigarillos hangt in de lucht, rondom staan whiskyflessen en ook de afbeelding van een prinses, die zijn dochter in schelle kleuren heeft geschilderd. Wiley is een spion. Zijn functieomschrijving is anders dan die van de onderzoeksrechter of van onderzoekers in dienst van de Verenigde Naties – al was het maar omdat Wiley zijn eigen regels heeft bepaald. De door hem opgerichte Commission for International Justice and Accountability (CIJA), een stichting op basis van het Nederlands recht, stelt bewijzen veilig in oorlogsgebieden. Je zou ook kunnen zeggen: Wiley laat ze stelen.
Hoe hij de oprichter werd van een organisatie die sommigen ‘waarheidssmokkelaar’ noemen, vertelt de roodblonde man in een huis zonder bel. De locatie is geheim, ergens in West-Europa, zoveel mogen we wel opschrijven. Wiley wil zijn intussen 150 medewerkers beschermen en ongevraagd bezoek ver weg houden van het materiaal dat hier wordt opgeslagen. In een raamloze ruimte staan lange rijen planken gevuld met eenvoudige bruine kartonnen dozen. In die dozen: akten van de Syrische veiligheidsdiensten, nu eens glad, dan weer verkreukeld, soms met drek besmeurd. Met stempels, handtekeningen, en handgeschreven notities. ‘Meer dan 800.000 bladzijden,’ zegt Wiley, ‘ongeveer 3,6 ton.’
Wiley was ooit soldaat. Het lichaam van de nu 56-jarige maakt nog steeds een gevechtsklare indruk. Hij was actief voor de VN als onderzoeker en juridisch adviseur bij de behandeling van de conflicten in Joegoslavië en Rwanda. Daarna werkte hij bij het Internationale Gerechtshof, tot hij uiteindelijk gefrustreerd de handdoek in de ring wierp. Te zelden lukte het om vermoedelijke oorlogsmisdadigers schuldig te bevinden. Toen in 2011 het conflict in Syrië begon, wist Wiley het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken te overreden om hem een paar honderdduizend pond ter beschikking te stellen voor iets nieuws. Voor een ‘opzet met een hogere risicotolerantie’, zoals hij het noemt.
Met een paar voormalige collega’s uit zijn VN-tijd organiseerde hij algauw seminars in het zuiden van Turkije die voor de Syrische oppositie dienden als een plek om zich terug te trekken. Ze prentten activisten de grondbeginselen in van het veiligstellen van bewijs, leerden hen om te verzamelen wat ze ook maar te pakken konden krijgen: plaquettes, telefoons, akten, video’s, laptops.
Maar Wiley had niet alleen jonge idealisten nodig, maar ook de medewerking van de bewapende rebellen. ‘Verover de gebouwen van het regime, plunder wat je maar wilt. Maak wat mij betreft een mooie video hoe jullie vervolgens alles vernielen,’ bezwoer hij de commandanten wanneer die iets in Turkije te doen hadden en hij ze – afhankelijk van hun ideologische achtergrond – ontmoette bij de avondmaaltijd of bij een paar biertjes.
‘Maar laat ons verdomme nog an toe de documenten veiligstellen voordat jullie alles in de fik steken!’ En zo begonnen de Syrische medewerkers steeds meer documenten in schuilplaatsen op te slaan.
De documenten het land uit te krijgen – dat is dan de klus die die ‘hogere risicotolerantie’ vergt waar Wiley het over had. Voordat koeriers de landsgrens bereiken moeten ze door ontelbare checkpoints heen die deels door rebellen, deels door het regime, en tijdelijk ook door de terreurmilitie IS bemand worden. En hoewel koeriers de routes tientallen keren aflegden in testritten, zonder de onopvallende koffers en reistassen waarin ze de papieren vervoeren, werden er toch een paar gearresteerd. Als ze weer vrijkwamen waren ‘sommigen in een betere conditie, anderen in een slechtere’, vertelt Wiley. Maar sommigen verdwenen voorgoed. Een medewerker stierf als gevangene van IS, een ander in gevangenschap onder het regime.
Beelden van het proces in Koblenz.
De papieren die Wiley bereikt hebben, belasten niet alleen de handlangers van het regime in de provincie, maar ook de leiding in Damascus, inclusief Baschar al-Assad, wiens handtekening staat op meerdere akten in Wiley’s archief. Assads crisisteam gaf bijvoorbeeld instructies hoe protestdemonstraties gebroken moesten worden. Medewerkers van politiebureau’s meldden vertwijfeld dat ze niet meer wisten wat ze aan moesten met alle lijken van gefolterden. ‘Dictaturen zijn systemen waarin iedereen erop bedacht is zich te verzekeren van rugdekking,’ zegt Wiley. ‘De ironie is: omdat iedereen alles laat ondertekenen door een hogergeplaatste, produceren ze bergen bewijsstukken.’
Al ziet de CIJA bewust af van een website, toch raakte het werk van de groep snel bekend in kringen van degenen die zich bezighouden met internationaal recht en de vervolging van oorlogsmisdaden. Leden van mensenrechtenorganisaties winden zich weliswaar soms op over de ‘Rambo-methodes’ als men ze aanspreekt op Wiley’s werkwijze, anderen bekritiseren het feit dat de CIJA in Syrië ook met jihadistische milities heeft samengewerkt. Maar voor de onderzoeksrechters van veel landen zijn de bijdragen van Wiley een geschenk – ook daarom pleitten enkele diplomaten bij hun regeringen voor diens werk. Tegenwoordig dragen bijvoorbeeld de USA, de EU en ook Buitenlandse Zaken bij aan het budget, dat inmiddels enkele miljoenen bedraagt. De CIJA verzamelt inmiddels ook allang bewijzen van misdaden die door andere oorlogspartijen en in andere conflicten werden begaan, bijvoorbeeld in Irak.
In het geval van Syrië is de kwaliteit van het bewijs ‘zo goed als ze sinds de Neurenbergse processen niet meer geweest is’, aldus Wiley. Nu zijn er alleen nog gerechtshoven nodig die het materiaal accepteren. Een groot internationaal tribunaal is nog niet in zicht, maar soms komen er aanvragen, zoals die uit Duitsland. Of de CIJA iets had over een man met de naam Anwar R., wilde het Bundeskriminalamt weten.
‘Grappig dat jullie dat vragen,’ antwoordde Wiley. Hij had een heel dossier: documenten met handtekeningen, verklaringen van insiders en getuigen, en ‘contextual evidence’, dus bewijzen die het systeem van foltergevangenissen beschrijven.
Wiley haalt een stapel papier uit een lade van zijn bureau. ‘High quality stuff’, zegt hij. 61 bladzijden, waarvan Wiley alleen de laatste bladzijden laat zien: 355 voetnoten die naar bewijsstukken verwijzen. ‘100 % zekere gevallen heb je voor een rechtbank nooit,’ zegt Wiley. ‘Maar wat wij tegen Anwar R. hebben is heel, heel veel.’
De aanklager
Koel, beheerst en veeleer gereserveerd zijn de juristen achter de metersdikke betonnen muren van het Openbaar Ministerie in Karlsruhe. Een jachtkoorts, zoals die bij CIJA-chef Wiley in elke tweede zin doorklinkt, staan aanklagers als Christian Ritscher zichzelf niet toe, althans niet openlijk. Vreugde over de domheid van een verdachte zou men hier nauwelijks laten blijken. Hoogstens met een verstolen glimlachje.
De jurist is een grote man, strak in het pak, 55 jaar oud. Zijn team van acht onderzoekers is de ‘warcrimes unit’, een prestigeproject van het Openbaar Ministerie in Karlsruhe. ‘Oorlogsmisdadigers opsporen die in Duitsland mogelijk een schuilplaats gevonden hebben’, zo beschrijft Ritscher zijn opdracht.
Een juridisch waterdicht bewijs kunnen leveren van een daad die gepleegd is in een ander land, waarvan de autoriteiten geen ambtelijke bijstand kunnen of willen verlenen, dat is meestal een pijnlijk trage puzzelarbeid. Maar dat ze Anwar R. in hun netten hebben gevangen is tot dusver hun grootste vangst – dat komt doordat de vermoedelijke martelmeester hun het genoegen gedaan heeft een Berlijnse politiepost binnen te wandelen en zijn verhaal te vertellen. Waarom? Omdat Anwar R. aannam dat de Duitse politie hem met veel collegiale sympathie aan zou horen. ‘Hij dacht misschien dat er niets verkeerds in stak,’ zegt Ritscher. Om zijn lippen tekent zich nu die glimlach af.
Wat een bizarre scène: het is februari 2015, Anwar R. wil de Duitse politie om bescherming vragen. Hij voelt zich achtervolgd, in de gaten gehouden door Russische en Syrische geheime diensten: bij doktersbezoeken in Berlijn zijn hem twee keer verdachte mannen opgevallen. Ter verklaring deelt hij vrijmoedig mee dat hij een belangrijk man is geweest in Syrië’s foltermachinerie. Interessant, zeggen de rechercheurs. Vertelt u maar. De werelden die hier op elkaar botsen…
‘Uiteenlopende voorstellingen van recht en onrecht,’ zo beschrijft Ritscher het nu. Aan de ene kant de Syriër, die meent dat foltering gewoon een onderdeel van zijn werk is. Dat bevel bevel is. Hij maakt er geen geheim van dat hij er graag mee doorgegaan was. Alleen uit angst voor vergeldingsmaatregelen tegen familieleden die in een door de oppositie beheerst gebied woonden, was hij in ballingschap gegaan.
Ritscher is de man die de vermoedelijke oorlogsmisdadiger nu moet confronteren met de principes van het internationale recht. Dat wil zeggen: er zijn misdaden die een zo duidelijk geval van onrecht zijn dat geen geblaf van een bevelhebber ze ooit legaal kan maken. Ook niet in een oorlog.
Deze gedachte, geïntroduceerd door de geallieerden bij de Neurenbergse processen tegen de belangrijkste Duitse oorlogsmisdadigers, gaat op voor misdaden tegen de menselijkheid. Daartegen kunnen Duitse onderzoeksrechters op basis van het zogeheten beginsel van ‘universele jurisdictie’ ook in actie komen wanneer die daden in het buitenland gepleegd werden en slachtoffers noch daders Duits zijn. Op die manier zijn er in de Bondsrepubliek al eerder processen gevoerd tegen mannen die in Rwanda bevel gegeven hadden tot massamoorden, en tegen IS-aanhangers.
Syrische oorlogsmisdaden bleven tot dusver ongestraft. Voor een strafvervolging door het Internationale Gerechtshof hoeven Assad en zijn folteraars niet bang te zijn: het land heeft de autoriteit van het Hof in Den Haag niet erkend. Volgens zijn statuten kan het Gerechtshof alleen optreden tegen burgers van landen die erbij aangesloten zijn of wanneer de Veiligheidsraad van de VN het daartoe oproept. In die raad beschermt Rusland zijn bondgenoot Syrië met zijn veto – reden waarom ook Carla Del Ponte, de legendarische voormalige hoofdaanklager in Den Haag, haar onderzoeksmandaat in een bijzondere VN-commissie voor Syrië twee jaar geleden teruggaf.
Nu wordt eindelijk een klein deel van de daden behandeld, decentraal in verschillende landen. In Frankrijk bijvoorbeeld onderzoeken aanklagers ook beulsknechten van het Assad-regime. Maar de Duitse aanklacht is de eerste ter wereld die voor de rechter komt. Ritscher en zijn collega’s beschuldigen Anwar R. ervan verantwoordelijk te zijn voor minstens 4000 folteringen en 58 gevallen van doodslag – in de slechts anderhalf jaar tussen het begin van de Syrische burgeroorlog in het voorjaar van 2011 tot het eind van zijn dienstverband in Afdeling 251 op 7 september 2012.
Hem hangt een levenslange gevangenisstraf boven het hoofd.
En ook al wordt Anwar R. intussen juridisch bijgestaan en zwijgt hij als het graf: wat hij op de Berlijnse politiepost officieel heeft verklaard zal voor Ritschers mensen in Koblenz een waardevol bewijsmiddel zijn. Daarbij komt nog het dossier dat Bill Wiley stuurde; bovendien hebben de Duitse onderzoekers de zogeheten Caesar-foto’s forensisch geanalyseerd: toen een militaire fotograaf van het Syrische leger met dit pseudoniem deserteerde nam hij meer dan 53.000 foto’s mee. Ze tonen de lichamen van minstens 6786 doden die door de geheime diensten in Damascus naar ziekenhuizen gebracht werden; de instantie waar ze vandaan kwamen is meestal met viltstift aangegeven op het voorhoofd, een arm of de borst. En dan zijn er nog de verklaringen van talrijke overlevenden: Ritschers team sprak met in totaal 52 getuigen, van wie er 40 zelf slachtoffer van marteling waren in Afdeling 251.
Velen hebben zich vrijwillig gemeld bij het Openbaar Ministerie. Dat Anwar R. in februari 2019 werd gearresteerd raakte snel bekend in de Syrische gemeenschap in Duitsland, daar zorgde Anwar al-Bunni wel voor. Getuigen uit heel Europa meldden zich bij Ritschers team; al-Bunni en het ECCHR onderzochten er nog meer. Soms, vertelt Ritscher, wilden de Syriërs niet geloven dat de onderzoekers uit Karlsruhe echte ambtenaren waren. Vertegenwoordigers van een staatsmacht die niet schreeuwen en dreigen, maar luisteren en koffie schenken – zoiets kenden ze niet.
Ook Syriërs die nu in Zwitserland leven, of in Frankrijk of Zweden, willen in Koblenz getuigen tegen Anwar R. en de eveneens aangeklaagde Eyad A. Dat betekende – al voor de Coronacrisis – dat het proces geen snel verloop zal hebben, maar gepaard zal gaan met aanzienlijke logistieke onkosten. Om de getuigen te beschermen, krijgen ze bijna allemaal een pseudoniem. Hun ware namen staan in geen enkele akte, ook de rechters zullen die niet horen – ze staan alleen genoteerd in papieren die liggen in Ritschers gepantserde kluis.
De meeloper
Toen Eyad A. werd opgeroepen om op de ochtend van de 16 augustus 2018 naar het stadhuis van Zweibrücken te komen, hoopte hij dat hij daar zijn officiële status als asielzoeker overhandigd zou krijgen. Vier maanden eerder waren hij, zijn vrouw en zijn kinderen in Duitsland aangekomen, na jaren in vluchtelingenkampen in Turkije en Griekenland te hebben gezeten. Maar de ambtenaren die hem opwachten, zijn niet geïnteresseerd in zijn verblijfsstatus. Ze zijn van de Federale Recherche en stellen vragen over Afdeling 251. Als je Anwar R. zou betitelen als de hoofdinquisiteur van die afdeling, dan was Eyad A. een van haar mensenjagers.
Het ministerie van Migratie had een afschrift van de hoorzitting van Eyad A. doorgestuurd naar Justitie. Daarin had hij verklaard sinds 1996 gewerkt te hebben bij ‘het directoraat van de Algemene informatiedienst’. Laatstelijk als opperwachtmeester van de onderafdeling 40, die haar slachtoffers afleverde aan de beruchte Al-Khatibafdeling. Eyad A. en zijn collega’s arresteerden tegenstanders van het regime en maakten een eind aan protesten, met knuppels eerder dan met megafoons. Soms werd er ook geschoten.
Wat de nu 42-jarige Eyad bij de ondervraging in het stadhuis van Zweibrücken vertelt, klinkt eenduidig. Voor de ‘onlusten’, zoals hij de protesten van 2011 noemt, was het gebruikelijk om gevangenen in Afdeling 251 de rug te verbranden met kokend water; ‘Elektrische schokken waren er altijd al.’ Vanaf het voorjaar van 2011 werd het nog erger: de bewakers konden doen ‘wat ze wilden’. Dat er lijken afgevoerd werden, zou ‘niets bijzonders’ geweest zijn.
Als Eyad A. op 19 februari 2019 wordt gearresteerd, wordt hij aangeklaagd wegens medeplichtigheid aan marteling in minstens 2000 gevallen en tweemaal voor medeplichtigheid aan moord.
Minder eenduidig is het verhaal dat Ziad al-Hoessein en Akram al-Assaf vertellen. Dat laat zich niet vatten in strafbare feiten en wetsartikelen; zwart en wit lopen door elkaar in hun versies. Beide verwanten van Eyad A. vertellen over de ambivalenties en tegenstrijdigheden die een dictatuur van haar onderdanen vergt. Over de moeilijke beslissingen waartoe ze mensen dwingt die zich niet schuldig willen maken, maar die wel willen overleven.
Al-Assaf en al-Hoessein zijn neven van Eyad A. Grote delen van de familie hebben zich gevestigd in Rheinland-Pfalz. Dat beiden nu voor de aangeklaagde spreken ligt aan de goede kennis van het Duits van al-Hoessein. Die kwam twintig jaar geleden naar Duitsland en helpt zijn verwant. Hij was bijvoorbeeld samen met Eyad bij de ondervraging in het stadhuis. Al-Assaf daarentegen is wat ze in de rechtbank een getuige à décharge zouden noemen: hij was een aanvoerder van de eerste demonstraties in de Oost-Syrische stad Deir Ezzor, in de streek waaruit de clan afkomstig is. Dat kan hij bewijzen met video’s. Ook was hij lid van de delegatie van de Syrische oppositie die in de Bondsdag sprak, en bij de VN in Genève.
Ze herinneren zich de geschiedenis op hun manier. Eyad was een goede man, zegt al-Assaf in zijn woning in een uitgewoond huurhuis aan de rand van de binnenstad van Zweibrücken. Jarenlang zou hij niet op medeburgers gejaagd hebben, maar op aankomende leden van de Staatsveiligheidsdienst, op atletiekbanen en voetbalvelden. Sportleraar voor rekruten, dat was een goede baan voor iemand die op school niet bijzonder goed was geweest. Pas later werd Eyad overgeplaatst naar de positie die nu de Duitse justitie interesseert.
‘Hoe Assad de oorlog in Syrië won’, een mini-documentaire van Vice.
In het veilige Duitsland kun je goed en kwaad meestal glashelder onderscheiden, zegt al-Assaf. In een land als Syrië is het leven gecompliceerder. In vredestijd al, en in de oorlog helemaal.
Elke Syriër begrijpt meteen wat de rechercheurs in Karlsruhe in de ogen van al-Assaf en al-Hoessein niet wilden begrijpen. Zo zou meer dan eens aan Eyad gevraagd zijn waarom hij niets gedaan had toen zijn meerdere eens bij een demonstratie op de menigte schoot en vijf mensen doodde. Nou, die man heette Hafis Makhlouf – een neef van Baschar al-Assad die in de hoogste kringen van de macht verkeerde. ‘Eyads leven zou niet meer waard geweest zijn dan een patroonhuls als hij ook maar één kik gegeven had,’ zegt al-Hoessein.
Begin 2012 deed Eyad A. het voorkomen alsof hij met zijn gezin naar een begrafenis in zijn geboortestad Deir Ezzor moest. Van daar vluchtten ze en wisten ze ten slotte Zweibrücken te bereiken. Daar bleef Eyad A. – zelfs toen hij na de arrestatie voorlopig vrijgelaten moest worden wegens een vormfout: bij het verhoor had men hem niet afdoende duidelijk gemaakt dat hij niet meer alleen als getuige gold. Om dezelfde reden moesten de aanklagers hun aanklachten reduceren; nu leggen ze Eyad medeplichtigheid aan marteling in 30 in plaats van 2000 gevallen ten laste. Zelfs dat zou voldoende zijn voor vijf tot vijftien jaar gevangenis. Dat hij na de vrijlating niet vluchtte, is volgens de neven omdat Eyad A. een zuiver geweten heeft. Uit kringen van rechercheurs, en ook van Anwar al-Bunni is te horen dat Eyad zijn gevangenschap wil uitzitten omdat zijn moeilijk lopende dochter in Duitsland voor het eerst de noodzakelijke behandeling krijgt.
Vermoedelijk was vooral de timing van Eyad A. slecht gekozen. Hij reisde naar Duitsland precies op het moment waarop Afdeling 251 vanwege Anwar R. de interesse van het Duitse Openbaar Ministerie had gewekt. Op elk ander tijdstip zou het dossier van de man die zelfs de onderzoekers in Karlsruhe als een ‘kleine vis’ betitelen in een of andere dossierkast onder het stof geraakt zijn. Eyad A.’s neven hebben daarom hun twijfels over het beginsel van ‘universele jurisdictie’. ‘Jullie bestraffen degenen die de moed hadden zich los te maken van Assad,’ zeggen Akram al-Assaf en Ziad al-Hoessein. ‘Zo helpen jullie het regime!’
Het regime
Het zijn er nog maar enkelen die dankzij het beginsel van ‘universele jurisdictie’ voor de rechter komen. Maar de documentensmokkelaar Bill Wiley is optimistisch: ooit zullen de kopstukken zich moeten verantwoorden. Op enig moment zal een van de bevelhebbers onvoorzichtig worden, en bijvoorbeeld met een vals paspoort naar Europa reizen voor medische zorg. De chef van de geheime dienst van de luchtmacht bijvoorbeeld, een als bijzonder wreed bekend staande organisatie, wordt door het team van Christian Ritscher al gezocht middels een internationaal arrestatiebevel. En nog hoger? ‘Ik zou mijn huis er niet om durven verwedden,’ zegt Bill Wiley, ‘maar ik kan me voorstellen dat over een paar jaar zelfs Assad zelf voor de rechter staat. Geduld!’
Tientallen Roemeense advocaten protesteerden gisteren bij het Hooggerechtshof van Boekarest tegen de veroordeling van Robert Rosu, een van hun collega’s. De veroordeelde advocaat is betrokken bij een enorme fraudezaak rond Prins Paul-Phillipe van Roemenië, die de benen heeft genomen.
De protesten volgden nadat advocaat Robert Rosu vorige week werd veroordeeld tot vijf jaar cel voor ‘directe betrokkenheid bij het afsluiten van contracten’ en ‘het doorgeven van berichten’ namens de Roemeense Prins Paul, schrijft nieuwssite BalkanInsight. Zijn collega’s zijn boos over het vonnis omdat Robert Rosu ‘slechts zijn plichten als advocaat vervulde en zijn cliënt vertegenwoordigde’. De veroordeling schept ‘een gevaarlijk precedent dat het vermogen en de bereidheid van andere advocaten om hun werk te doen, kan verstoren’. De UNBR, de Roemeense orde van advocaten, sluit zich daarbij aan en vindt dat het vonnis ‘angst zaait rondom de uitoefening van het beroep’.
Het Hooggerechtshof vindt echter dat Rosu een laakbare rol heeft gespeeld. Samen met een aantal zakenlieden is hij schuldig bevonden aan ‘het vormen van een criminele groep ter ondersteuning van de claim op twee stukken land ten noorden van Boekarest door de onwettige kleinzoon van een voormalige koning’.
Hoe dat allemaal zit wordt uit de doeken gedaan door de Roemeense nieuwssite Universul. Het is een geschiedenis van koninklijk gekissebis met als inzet landgoederen ter waarde van miljoenen euro’s.
De Prins
De 72-jarige Paul-Philippe al României, ook wel bekend als Paul-Philippe Hohenzollern, Paul Lambrino of Prins Paul van Roemenië, is volgens Universul een controversiële figuur. En dat begint allemaal met zijn afkomst. Hij is de kleinzoon van koning Carol II van Roemenië (1893 – 1953) en de zoon van Mircea Lambrino (1920 – 2006), die lange tijd werd beschouwd als het onwettige kind van Carol II. Geschillen over die onwettigheid en de ermee gepaard gaande aanspraken op koninklijke bezittingen, gaan meer dan een eeuw terug.
Carol, destijds troonopvolger, trouwde in 1918 in het geheim met de Roemeense aristocrate Zizi Lambrino. Dat huwelijk werd een jaar later nietig verklaard omdat een troonopvolger volgens de wet moest trouwen met een buitenlandse prinses. Uit het onwettige huwelijk met Zizi werd Mircea geboren. Een jaar later trouwde Carol II met prinses Elena van Griekenland en uit dat huwelijk werd zoon Michael geboren, die als officiële troonopvolger later koning van Roemenië werd. Toen de Communistische Partij na de Tweede Wereldoorlog de controle kreeg over Roemenië, werd Michael tot abdicatie gedwongen en ging hij in ballingschap.
De dingen werden gecompliceerder toen Mircea in 1955 door een Portugese rechtbank als wettige zoon van Carol II werd erkend. Daarmee zou hij officieel de oudste zoon zijn en dus de eerste erfgenaam. Na de val van het communisme in 1989 erkende een Roemeense rechtbank de uitspraak van Lissabon en het Roemeense Hooggerechtshof maakte die erkenning formeel in 2012. Vanaf dat moment was Paul dus officieel kleinzoon van koning Carol II en kort daarna veranderde hij dan ook zijn naam in Prins Paul van Roemenië. Hij claimde ook rechtmatig erfgenaam te zijn van het koninklijk huis van Roemenië en daarmee van koninklijke eigendommen. Dat kan allemaal wel zijn, vindt het Roemeense Hooggerechtshof nu, maar Prins Paul heeft frauduleuze handelingen verricht omdat ze juridisch niet overeenstemmen met de chronologie van zijn legitimering. Dat zit zo.
De zaak
Volgens Romania-Inside vinden de aanklagers dat Prins Paul illegaal heeft gehandeld bij de claim van een groot stuk land van 28 hectare ten noorden van Boekarest en van 47 hectare bos in Snagov. Is allemaal van mij, vond Paul, want het was ooit eigendom van grootvader Carol II, voordat het werd genationaliseerd door het communistische regime.
De eerste keer dat Prins Paul zijn claim op de landerijen deponeerde was in 2002, toen hij dus nog niet officieel was erkend als een legitiem lid van de Roemeense koninklijke familie. Zijn claim werd dan ook niet toegekend, maar Paul liet het er niet bij zitten. Hij benaderde in 2006 de Roemeense zakenman Remus Truica. Truica had warme banden met politici en andere invloedrijken want hij was kabinetschef geweest van oud-premier Adrian Nastase.
Volgens de Officieren van Justitie beloofde Prins Paul aan een groep rond Truica maar liefst 80 procent van de waarde van zijn claims als ze die konden waarmaken. Dat leek te lukken want door gesjoemel van allerlei betrokkenen kreeg Prins Paul de geclaimde stukken land toegespeeld in 2008. Het leverde Truica en de zijnen uiteindelijk echter niets op, want Prins Paul bleek de rechten op de twee landpercelen al in 2006 te hebben verkocht aan de Israëlische diamantmagnaat Beny Steinmetz en diens kompaan Tal Silberstein.
De veroordeling
Het Hooggerechtshof vindt dat Prins Paul frauduleus heeft gehandeld met zijn claim op de landerijen, aangezien hij pas begin 2012 officieel werd erkend als een wettige erfgenaam van koning Carol II. Daarnaast heeft hij zich ook schuldig gemaakt aan omkoping en witwassen van geld en is hij medeplichtig aan ambtsmisbruik. Daarom is hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en vier maanden. Bij verstek weliswaar, want hij werd na de uitspraak niet aangetroffen in zijn huis in Boekarest. Er loopt een internationaal opsporingsbevel tegen hem en vermoed wordt dat hij in Portugal is.
Ook de betrokkenen die de illegale restitutie aan Prins Paul hebben georkestreerd zijn tot stevige gevangenisstraffen veroordeeld. Hun illegale handel in land en onroerend goed heeft de staat ongeveer 145,4 miljoen euro gekost, aldus de aanklagers. Remus Truica is veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf en de Israëlische zakenlieden Benjamin Steinmetz en Tal Silberstein krijgen elk vijf jaar. Acht anderen, waaronder een voormalige burgemeester en een plaatselijke overheidsfunctionaris, kregen ook gevangenisstraffen.
En dan is er dus de gevangenisstraf van vijf jaar voor advocaat Robert Rosu. De rechtbank acht hem verantwoordelijk voor het opstellen van de juridische documenten die de groep rond Truica en Prins Paul in staat stelde om zich de koninklijke landgoederen wederrechtelijk toe te eigenen.
De Amerikaanse ontwikkelingswerker Renee Bach begint in Oeganda een gezondheidscentrum voor ondervoede kinderen. Velen van hen sterven daar. Als gevolg van, of ondanks de behandeling? Twee families dagen Bach nu voor de rechter. Maar het gaat om veel meer dan alleen de vraag of ze schuldig is.
Ziriya Namutamba (42) is boerin. Ze vertelt: ‘Toen de chauffeur kwam, wist ik dat Twalali dood was. De andere vrouwen hadden mij gewaarschuwd: als hij je komt halen, is de jongen gestorven. In de kliniek wilde ik Twalali zien, maar ik kreeg noch het lijk van het kind, noch een arts te zien. Ik was radeloos en huilde. Later kwam buiten voor het gebouw Renee voorbij, over wie ik had gehoord dat ze arts is. Ze droeg Twalali’s lichaam, gewikkeld in een linnen doek, en legde hem in de kofferbak van een terreinwagen. Het was dezelfde wagen waarmee haar medewerkers Twalali en mij een week eerder uit ons dorp hadden opgehaald.
De kleine, magere vrouw leeft met haar man en vijf kleinkinderen in een hut met een strodak tussen groene heuvels en velden. Haar dochter en diens man kregen jong kinderen, ze bezitten geen land en werken in het westen van Oeganda. Ziriya Namutamba zorgt voor de kinderen. Twalali, het derde kind, stierf op 16 juli 2013 op tweejarige leeftijd. Hun dorp ligt een uur rijden met de auto van het volgende dorp, waar levensmiddelen te krijgen zijn, maar geen school is, en geen arts. Naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis in Jinja, met 76.000 inwoners de op drie na grootste stad van het land, is het ongeveer twee uur rijden. Als je een auto hebt.
Boerin Ziriya Namutamba: ‘Ze waren allemaal woedend op me: de ouders van Twalali, mijn man en de imam. Ze vroegen naar papieren van de kliniek. Maar niemand gaf een verklaring over wat er gebeurd was.’
Vervloeking
Een derde van de kinderen in Oeganda lijdt als gevolg van ondervoeding aan groeistoornissen, de helft van de kinderen onder de vijf jaar aan bloedarmoede. De bodem van Oeganda, dat als de graanschuur van Afrika geldt, is vruchtbaar, ook in het oosten van het land, waar Ziriya Namutamba woont. Dat veel kinderen desondanks te weinig voedingsstoffen krijgen, ligt onder andere aan gebrek aan kennis. Mais en cassave, de voornaamste voedingsmiddelen in de streek, die ook groeien rond de hut van Namutamba, bevatten koolhydraten maar niet genoeg eiwit. Traditionele genezers verbreiden bovendien de boodschap dat de symptomen van ondervoeding – gezwollen buik, uitgedroogde ledematen of ook hongeroedeem – duiden op een vervloeking.
Als de ondervoede kinderen geen uitgebalanceerd dieet krijgen, sterven ze vaak. Aan uitputting of aan een longontsteking, aan diarree of malaria. Twalali werd een week voor zijn dood in Jinja positief getest op malaria, in het verpleeghuis van de hulporganisatie Serving His Children, opgericht door de Amerikaanse Renee Bach. Van haar kleinkind heeft Ziriya Namutamba nu alleen nog een zwart-witfoto die Bachs ngo voor de dood van het jongetje gepost had op Instagram: met draden aan Twalali’s uitgeteerde lichaam, op zijn hoofd een grote pleister, de ogen wijd opengesperd en leeg, terwijl hij gevoerd wordt met een lepel.
Ziriya Namutamba: ‘Vijf jaar na Twalali’s dood kreeg ik bezoek van twee mensen uit de stad. Ze zeiden dat Renee Bach helemaal geen arts is en haar kliniek geen echte kliniek. Ik werd zo woedend! Ze had me bedrogen! Twalali had het zeker overleefd als ik hem naar een echte dokter had gebracht! De vrouw en de man uit de stad stelden me voor om een proces te beginnen tegen de witte. Ik vroeg me af: als ik zo’n misdaad zou begaan onder witte mensen, zou ik daar dan ongestraft mee wegkomen? Mijn man en ik vergaderden met de dorpsgemeenschap en samen besloten we om Renee aan te klagen.’
De vrouw die vanuit Jinja naar Ziriya Namutamba kwam, heet Olivia Alaso, een Oegandese die samen met de Amerikaanse Kelsey Nielsen de hashtag #nowhitesaviors (‘Geen witte redders’) heeft bedacht. Door deze slogan werd Namutamba’s dorp aan de rand van de heuvels het middelpunt van een wereldwijd debat over de aanmatiging van witte ontwikkelingswerkers in landen als Oeganda, en de schade die ze aanrichten.
‘Toen ik over deze neparts hoorde, besloot ik dat de wereld moest weten waartoe witte mensen in Afrika in staat zijn’
Olivia Alaso (35) is een sociaal werker: ‘Toen ik over deze neparts hoorde, besloot ik dat de wereld moest weten waartoe witte mensen in Afrika in staat zijn. Ik legde contact met een van Renee Bachs voormalige medewerkers. Hij bracht mij bij enkele families die hun kinderen hadden verloren, ook bij Ziriya Namutamba. Samen zijn wij naar een advocate gegaan. Ik wil gerechtigheid. Ik wil dat zoiets nooit weer gebeurt in mijn land.’
Primah Kwagala, de advocate die pro Deo voor de slachtoffers optreedt, diende op 21 januari 2019 een aanklacht tegen Renee Bach en haar ngo Serving His Children in bij de rechtbank in Jinja. De familie van Twalali is een van de drie klagende partijen, naast de moeder van een ander dood kind en de organisatie Women’s Probono Initiative. In de aanklacht staat: ‘De aangeklaagden hebben de kinderen van de klaagsters fatsoenlijke medische zorg onthouden en het doen voorkomen alsof ze medische diensten aan konden bieden.’ Bach zou hebben gedaan alsof ze arts was en onbevoegd infusen en transfusies hebben toegediend. Het gaat in de aanklacht niet om de vraag of deze ingrepen de kinderen schade hebben toegebracht, maar om het feit dat de families hun kinderen niet aan de hoede van echte artsen hadden toevertrouwd omdat ze dachten dat Bach een echte arts was.
Primah Kwagala (34) is advocate in de hoofdstad Kampala: ‘De staat heeft te weinig geld. Vooral in de gezondheidszorg is er gebrek aan alles. Vaak springen ngo’s bij. Helaas ontbreken de middelen om regelmatige overheidscontroles uit te voeren op deze organisaties. Veel witte mensen doen wat ze willen. Het gebeurt zelden dat een benadeelde Oegandees opstaat en zegt: mij is onrecht aangedaan! Daarom heeft het lang geduurd voordat iemand iets tegen deze vrouw heeft ondernomen.’
Papayasmoothies
Renee Bach, nu 31, uit Virginia in het oosten van de VS, richtte meteen na haar middelbare school, toen ze 18 was, Serving His Children op. Eerst deelde ze rijst en bonen uit in een armenwijk van Jinja. Vanaf 2009 verpleegde ze ook ondervoede kinderen. Tot aan het moment dat ze zes jaar later, in maart 2015, haar Rehabilitation Center na een inspectie van de Autoriteit voor Gezondheidszorg moest sluiten, stierven daar 105 kinderen.
Jinja, waar Renee Bach en haar ngo actief waren, is een aangename stad. Een favoriete bestemming voor avontuurlijke toeristen vanwege het reusachtige tropische woud, en voor vrijwilligers die hun diensten aanbieden vanwege de reusachtige ellende. Talrijke hulporganisaties zijn in de stad actief; enkele daarvan zijn opgericht door jonge Amerikanen. Dat heeft te maken met de dertigjarige missionaris Katie Davis, die in 2008 het opleidings- en gezondheidscentrum Amazima Ministries oprichtte en een bestseller schreef over haar ervaringen: Kisses from Katie. Dat boek lokt tot op heden adolescenten uit het milieu van de evangelicals in de VS naar Jinja, op zoek naar het zogeheten juiste leven in een zogeheten foute wereld. De hemel boven de stad licht abrikooskleurig en babyblauw op, de Nijl ontspringt hier, de cafés serveren papaya smoothies en cappuccino. Aan de noordkant van de hoofdstraat leeft de inheemse bevolking, in het zuiden, dichter bij de rivier, wonen de ngo-medewerkers en toeristengidsen.
Olivia Alaso, de sociaal werker, zegt: ‘Ik ben opgegroeid in Jinja. Zoals de meesten hier dacht ik dat alle witte mensen alleen maar goeds brachten en dat ze beter waren dan wij. Zij zaten in de mooie cafés en woonden in de mooie huizen. Vaak kwamen ze in mijn school en gaven ons snoep en speelgoed, en wij zongen voor ze. Later ben ik opgeleid voor sociaal werk en heb ik gewerkt voor internationale ngo’s. Op het laatst voor twee jonge witte Amerikanen met wie ik eigenlijk heel goed kon opschieten. Maar toen namen ze een wit, nog jonger meisje in dienst, dat ons Oegandezen heen en weer commandeerde en beweerde dat we te veel verdienden en te weinig uitvoerden. Ik zei tegen mijn leidinggevenden dat die vrouw ons niet zo kon behandelen. Ze hebben er niets aan gedaan, dus ben ik vertrokken. Ik kon dat doen omdat mijn man goed verdient. De meeste Oegandezen durven niet over misstanden te spreken. Ze hebben het werk nodig omdat hun familie daarvan leeft. De onzekerheid over werk is groot in dit land.’
@nowhitesaviors
Een van de leidinggevenden voor wier ngo Olivia Alaso in 2015 niet meer wilde werken was Kelsey Nielsen. Maar drie jaar later werkten Alaso en Nielsen toch weer samen – verenigd in de kritiek op zulke ngo’s. In augustus 2018 startten ze het Instagramaccount @nowhitesaviors en begonnen daar de westerse hulpindustrie te bekritiseren: bijvoorbeeld vrijwilligers die zonder bijzondere kwalificaties in Afrika willen helpen en zich bovendien graag op de sociale media vertonen – arm in arm met zwarte mensen die zonder hen zogenaamd hulpeloos zouden zijn. Het begrip ‘white savior’ slaat op witte mensen die zwarte mensen redden uit een noodsituatie, een topos die ook uit films bekend is. Een voorbeeld is de premiejager King Schulz in Quentin Tarantino’s Django Unchained, die de slaaf Django bevrijdt, die vervolgens een veldtocht begint om zich te wreken.
Kelsey Nielsen (30), sociaal werker: ‘Op mijn twintigste kwam ik voor het eerst in Oeganda. Ik deed vrijwilligerswerk in het weeshuis Amani Baby Cottage. Twee jaar later richtte ik met een vriendin het Abide Family Center op. Zoals veel jonge oprichters geloofde ik dat God me had geroepen. Ik was een evangelisch christen. Onze ngo heeft overigens wel wat zinvols gedaan: wij hielpen kinderen in hun families te blijven doordat we bijvoorbeeld hun schoolgeld betaalden. De ouders van de meeste zogenaamde wezen in Oeganda leven namelijk wel, maar hebben geen geld om voor hun kinderen te zorgen, of ze denken dat witte mensen dat beter kunnen. Als ik mijn blogbijdragen van toen lees, zie ik wel dat ik toch aan het “white savior”-complex leed. Ik verwarde mijn behoefte om nodig te zijn met mijn geloof dat ik nodig was. Het heeft even geduurd tot ik me bewust werd van mijn rol en begreep wat racisme werkelijk betekent. Toen Olivia ontslag nam, heeft ze mij een duwtje in de juiste richting gegeven. We hebben veel gediscussieerd. Ik heb boeken gelezen: James Baldwin, Toni Morrison, Audre Lorde. Ik herkende mijn fouten, mijn arrogantie en mijn onwetendheid, en de fouten van de andere witten. Ook die van Renee.’
Het Instagramaccount van Kelsey Nielsen en Olivia Alaso trok de aandacht van journalisten uit de VS. Eerst berichtte Medium eind september 2018: ‘Amerikaanse missionaris speelt voor dokter, kinderen sterven. Wanneer zal er gerechtigheid zijn?’ Na een op 19 juni 2019 gepubliceerd videobericht van een half uur van Al Jazeera, pikten veel grote media het verhaal op. In maart 2020 heeft @nowhitesaviors meer dan 760.000 volgers [in maart 2019 waren dat er nog 300.000].
Renee Bach verklaarde in een persbericht van 24 juni 2019: ‘Helaas sterven er elk jaar 3,1 miljoen kinderen aan ondervoeding, wat de noodzaak van organisaties als Serving His Children glashelder aantoont.’ Bach bevestigde dat ze geen medische opleiding heeft en dat in haar instelling 105 kinderen gestorven zijn. Maar ze wees elke verantwoordelijkheid voor hun dood af. Ze zou nooit beweerd hebben arts te zijn.
De Süddeutsche Zeitung (SZ-Magazin) beschikt over haar verweer tegen de aanklacht. Daarin geeft Bach alleen toe dat ze te laat is geweest met het aanvragen van verlenging van de vergunning voor het runnen van een gezondheidscentrum.
‘Bach deed dingen waar ze geen verstand van had, zoals bij extreem ondervoede kinderen levensnoodzakelijke infusen aanleggen’
Na veel e-mails van het SZ-Magazin aan de advocaten van Renee Bach meldde zich eind 2019 haar moeder Lauri, directeur van Serving His Children in de VS. Aan de telefoon zei ze dat haar familie diep geraakt was; de verwijten van de klagers en de persberichten noemde ze onjuist. Renee was niet beschikbaar voor een interview. Ook de medewerkers van haar hulporganisatie, die nog steeds actief is in Oeganda, zouden getraumatiseerd zijn door de beschuldigingen. Het gebouw van twee verdiepingen waarin Renee Bach het gezondheidscentrum runde, waar de kinderen stierven, ligt in een buitenwijk van Jinja, naast een krottenwijk met golfplaathutten waarin de armsten van de stad wonen, mensen die vluchtten voor de burgeroorlog die tot 2006 woedde in het noorden van het land. Na de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië braken in het land steeds weer gevechten uit, de ene gewelddadige heerser volgde de andere op. De autoritair regerende president Yoweri Museveni is sinds 1986 aan de macht.
Kelsey Nielsen, sociaal werker: ‘Ik heb Renee in maart 2015 samen met andere witte ngo-medewerkers bij de politie in Jinja aangegeven. De verpleegster Jacqueline Kramlich had me verteld dat Bach dingen deed waar ze geen verstand van had, zoals bij extreem ondervoede kinderen levensnoodzakelijke infusen aanleggen. Jacqueline en haar man hadden een contract voor twee jaar bij Serving His Children getekend, maar na twee maanden ontslag genomen. Hoe vaak ze er ook met Bach over gesproken hadden, ze hield niet op met deze ingrepen. Ze nam zelfs meer medische taken op zich. Een Amerikaanse die indertijd bij haar werkte, vertelde me later dat ze na onze aangifte met Renee Bachs zus alle documenten van Serving His Children doornam en zag dat minstens tachtig procent van alle patiëntendossiers Renees handtekening droegen. Renee en ik waren ooit goede bekenden, we hadden dezelfde vrienden en zagen elkaar op de bijbelkring. Dat veranderde in januari 2014, toen een jongen die Sharifu heette in ons centrum stierf aan een hartinfarct, hij was drie jaar oud. Een paar maanden voor hij bij ons kwam had Renee hem onder haar hoede gehad. Ze had hem dik en gezond gevoerd – en toen naar huis gestuurd. Ondervoeding bij kinderen gaat vaak gepaard met verwaarlozing, de ouders hebben geen geld en geen opleiding. Je moet zulke gezinnen langdurig begeleiden en ze laten zien hoe ze hun kinderen met de juiste groente, peulvruchten, vlees en vis kunnen helpen. Na de dood van Sharifu confronteerde ik Renee met het feit dat haar werk niet duurzaam was. Zij deed toch niet aan noodhulp, maar leidde een hulporganisatie die pretendeert het leven van de mensen op de lange termijn te verbeteren. Ik stelde haar medeverantwoordelijk voor de dood van Sharifu.’
Nadat Nielsen en haar medestanders Renee Bach hadden aangegeven, werd Bachs centrum gesloten door een vertegenwoordiger van de Oegandese Autoriteit voor Gezondheidszorg. Bach vertrok voor een jaar naar haar ouders in de VS. In juni 2017 opende ze weer een afdeling voor ondervoede kinderen, deze keer in samenwerking met de Oegandese regering, in een gezondheidscentrum van de overheid in Kigandalo, een gemeente op anderhalf uur rijden ten oosten van Jinja, waar het aantal ondervoede kinderen bijzonder hoog is.
Kelsey Nielsen: ‘Ik ken Oegandezen die met Bach gewerkt hebben op de nieuwe afdeling in Kigandalo. Ze hebben geprobeerd met haar te praten. Maar ook daar ging ze op dezelfde voet verder.’
Kort na de opening van Bachs nieuwe gezondheidsinstelling deden zeven Oegandese werknemers hun beklag in een brief aan Bach, dat de witte medewerkers boven hen stonden en dat de Oegandezen in vergelijking te weinig verdienden. Ze werden alle zeven ontslagen. Drie van hen ondersteunden later de aanklacht van de families tegen Renee Bach met plechtige verklaringen die inhielden dat ze zelf lang geloofd hadden dat Bach een arts was, want ze had vaak een witte jas aan en een stethoscoop om de hals.
Kelsey Nielsen: ‘De advocate heeft slechts twee gedupeerde families in de aanklacht opgenomen omdat ze voor elke klager geld moest betalen aan de rechtbank. Wij hopen dat op de civiele procedure een strafproces volgt, zodat recht gedaan wordt aan alle getroffen families. Daarvoor moet de recherche eerst onderzoek doen. Maar de politie heeft nauwelijks middelen. Olivia en ik ondersteunen de beambten, we brengen ze in contact met de moeders van de gestorven kinderen en geven ze documenten die we verzameld hebben.’
Geen bewijs
Nog meer moeders hebben Renee Bach en Serving His Children aangegeven nadat ze door de activistes bezocht zijn. Zo ook Kakai Gorreti, wier negenjarige zoon Massai door behandelingen van Bach geestelijk gehandicapt zou zijn geraakt. Het is een uur rijden naar de lemen hut van de familie vanaf de dichtstbijzijnde verharde weg. Gorreti’s zeven kinderen spelen in het zand. Massai lacht vaak luid en ongecontroleerd, werpt zich op de grond of brabbelt met een lege blik. Zijn linkerhand is verstijfd en staat haaks op zijn onderarm. Zijn moeder zit gehurkt bij hem en staart naar de grond. Haar man verstopt zich in het maisveld achter de hut.
Kakai Gorreti (32), boerin: ‘De witte vrouw heeft ons uit het gezondheidscentrum in Nakhupa gehaald. Daar was Massai nog normaal. Ze heeft hem niet goed behandeld, dat weet ik, omdat mijn kind gestoord is teruggekomen uit haar kliniek. Dokter Renee heeft Massai’s handen en hersenen beschadigd. Ik heb haar aangegeven omdat ik wil dat ze eindelijk verantwoording af moet leggen. Ze moet zijn medicijnen betalen en instaan voor zijn maandelijkse verzorging. Ik wil dat ze ons elke maand een miljoen shilling geeft voor zijn onderhoud.’
Dat is minder dan € 250. Renee Bach heeft verklaard dat ze Kakai Gorreti en haar zoon Massai nooit heeft gezien. Inderdaad was Massai nooit bij haar in Jinja, maar alleen op de latere afdeling in het gezondheidscentrum van Kigandalo, waar Bach aantoonbaar zelden was. Ook Constance Milech, een verpleegster van Serving His Children, spreekt Kakai Gorreti tegen: Massai was al voor de behandeling op de ziekenafdeling niet normaal ontwikkeld voor zijn leeftijd.
Er is geen bewijs dat Massai’s gezondheid door de behandeling van Serving His Children geschaad is – en ook niet dat Renee Bach hem ooit persoonlijk heeft behandeld. Primah Kwagala, de advocate in het civiele proces tegen Renee Bach, schudt haar hoofd als ze wordt aangesproken over een mogelijk strafproces in het geval van Massai. Ook al moedigden de activistes van @nowhitesaviors de moeder aan om aangifte te doen, het is niet na te gaan of een kind als Massai verkeerd behandeld is door Renee Bach. Het gaat er alleen om dat Bachs zich voordoen als arts, met ernstige gevolgen. Dat voor de rechtbank bewijzen is al moeilijk genoeg. De recherche in Kampala en de politie in Jinja verklaren tegenover SZ-Magazin dat er geen onderzoek gedaan wordt naar de nieuwe aangiften tegen Bach; ze zouden in het proces geen rol spelen.
Peter Waiswa (48), arts en professor Gezondheidsmanagement in Kampala: ‘Toen ik voor het eerst op tv hoorde van de beschuldigingen tegen de Amerikaanse, was ik ervan overtuigd dat het verhaal opgeblazen was. Het kan hier makkelijk gebeuren dat mensen voor geld bepaalde klachten indienen. Ik wilde me zelf een beeld vormen, dus heb ik haar afdeling voor ondervoede kinderen in het gezondheidscentrum in Kigandalo bezocht. En ik was onder de indruk van wat daar tegenwoordig gepresteerd wordt. Daarop belde ik de advocate Primah Kwagala en zei haar dat ze beter onderzoek moest doen. Ze nodigde mij uit om haar materiaal te komen inzien. Inderdaad vond ik in de oudere documenten van Bachs instelling veel gebreken. De patiëntendossiers waren niet goed bijgehouden, vaak was geen ordentelijke diagnose vermeld, er ontbrak een stringent verslag van de behandeling. Bovendien had Bach bijna alle overlijdensaktes zelf ondertekend. Dat mogen in Oeganda alleen artsen doen. In de praktijk is het natuurlijk helaas gebruikelijk dat formulieren slordig worden ingevuld en dat niet-medisch personeel medische taken overneemt. Maar wanneer iemand schade oploopt kom je daar niet mee weg – ook al maken anderen dezelfde fouten. Nu is de publieke interesse groot, en de opwinding op de sociale media ook. Het gaat niet meer alleen om de vraag wat Renee Bach fout gedaan heeft, maar om de vraag wat er allemaal misgaat in ons gezondheidssysteem.’
Op 21 januari 2020 begint bij de rechtbank in Jinja het proces tegen Renee Bach. Hoe spectaculair de aanklacht is, omdat het de eerste is in Oeganda die gericht is tegen de praktijken van een buitenlandse ngo, is in de zaal waar het zich afspeelt niet te merken. De vrouwelijke rechter verklaart dat beide partijen twee maanden de tijd hebben om er zonder tussenkomst van de rechter uit te komen. Dan sluit ze de zitting. Pas eind februari stuurt Primah Kwagala, de advocate van de families, haar voorwaarden aan de vertegenwoordigers van Bach: ze moet zich schriftelijk verontschuldigen en de families van de dode kinderen schadeloos stellen met in totaal 500 miljoen shilling, omgerekend 120.000 euro.
Naast het team van SZ-Magazin is er een schrijfster van het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker aanwezig bij de opening van het proces. Ze heeft Renee Bach en haar familie meerdere malen ontmoet. De collega uit de VS overtuigt de Bachs dat ook de Duitse verslaggeefster te vertrouwen is. Ten slotte gaan de Bachs in februari 2020 akkoord met een ontmoeting in hun vaderland in Bedford County, Virginia.
‘Ik voelde me zo bloot, zo weerloos. Ik had het gevoel alsof iedereen me aankeek: een moordenares die vrij rondloopt!’
Renee Bach (31), directeur en oprichter van Serving His Children: ‘Ik was in de zomer van 2018 op weg naar Los Angeles om met mijn zussen mijn dertigste verjaardag te vieren, toen mijn moeder belde. Ze zei dat een vliegtuig met journalisten bijna op onze schuur was neergestort; ze hadden foto’s gemaakt van ons huis. Ze zou nu gaan inpakken, want thuis waren ze niet meer veilig. Ik begreep er niets van. Toen vertelde ze dat mijn verhaal in het nieuws was, nationaal en internationaal, overal. Op het internet vond ik toen al die artikelen over mij. Ik zat op de luchthaven en voelde me zo bloot, zo weerloos. Ik had het gevoel alsof iedereen me aankeek: een moordenares die vrij rondloopt! Toen ik na twee dagen terugvloog naar Virginia, wezen inderdaad wildvreemde mensen naar me en fotografeerden me. Ik wilde me alleen nog maar verstoppen.’
Lauri Bach (58), de moeder van Renee en directeur in de VS van Serving His Children: ‘Wij voelden ons machteloos. Mensen bediscussieerden op het internet zelfs of Renee zich had schuldig gemaakt aan genocide! Mijn man Marcus en ik gingen naar de sheriff. Vroeger sloten wij ons huis nooit af, zelfs niet als we langer weggingen. Maar op advies van de sheriff hebben we nu een slot aan onze poort gehangen en meerdere bewakingscamera’s geïnstalleerd.’ De Bachs leven op een kleine boerderij in het zuiden van Virginia, met twee buren in hun blikveld, niet ver van de kleine stad Bedford, in een heuvellandschap waar meer evangelische kerken dan restaurants te vinden zijn en in de voortuinen uitsluitend reclameborden voor Trump. Moeder Lauri is huisvrouw. Haar vijf kinderen heeft ze thuisonderwijs gegeven en van jongs af aangespoord om zich in te zetten voor de gemeenschap, zegt ze. Renee heeft als meisje levensmiddelen uitgedeeld aan armen en geestelijk gehandicapte jongeren op paarden rondgereden op het familie-erf.
Tom Wilmoth (58), redacteur van The Bedford Bulletin: ‘Wij werden gebombardeerd met mails. De inhoud was steeds hetzelfde: weet u dat deze vrouw uit uw gemeente deze erge dingen doet? Daarachter zat de groep @nowhitesaviors. Via hun Instagram hadden ze opgeroepen om deze e-mails naar de lokale media te sturen en ze hadden ook ons adres gepubliceerd. Ik ken de familie Bach al heel lang. Ik wist dat het niet waar kon zijn, dat het een gemene aanval was. Maar de meeste media publiceerden de aanklacht van de families uit Oeganda. Het was steeds hetzelfde verhaal, er zat nauwelijks variatie in.’
Wel oké
Renee Bach: ‘Toen ik in september 2007 naar Oeganda kwam, had ik in elk geval dat white-savior-complex: ik wilde beslist helpen in het buitenland, maar had geen idee van Oeganda en kende niemand die er geweest was. Ik was nooit buiten de States geweest, alleen een keer in Canada, en had niet eens een paspoort. Toen ik aankwam, was ik behoorlijk ontdaan, maar daarna begon ik van de mensen en het land te houden, en het werk in een kindertehuis gaf me veel voldoening. Terug in de VS wilde ik absoluut weer terug naar Oeganda. Dus ik bad of ik een manier mocht vinden om de nood van de mensen in Jinja te lenigen. Eerst deelde ik tweemaal per week in een achterbuurt middageten uit aan ongeveer duizend kinderen. Na een poosje vroeg de leidster van een afdeling voor ondervoeding in het ziekenhuis van Jinja of ik een paar kinderen bij mij kon opnemen. Ik verklaarde dat wij niet gespecialiseerd waren in ondervoede kinderen. Dat was wel oké, antwoordde ze, de kinderen hadden gewoon een schone en rustige plek nodig, waar ze goed te eten kregen. Zo begonnen wij.’
Constance Milech (54), verpleegster bij Serving His Children: ‘Er waren al snel heel veel kinderen. Renee kon zich niet met allemaal bezighouden. Na een poosje begonnen wij met artsen te werken. Ze bekeken het resultaat van ons werk en schreven op welke medicijnen een kind nodig had.’ Als je spreekt met Milech en anderen die indertijd met Renee Bach hebben gewerkt, krijg je de indruk dat het team van Serving His Children onder een voortdurende overbelasting heeft gewerkt. Alsof de vraag of iemand bevoegd was om een infuus aan te leggen nooit was opgekomen omdat er iedere dag te veel infusen aangelegd moesten worden. Iedereen die daar was, hielp. En Renee Bach, de leidinggevende, was er meestal.
De verantwoordelijke kinderarts in het Nalufenya-kinderziekenhuis in Jinja (anoniem): ‘Onze openbare ziekenhuizen zijn volkomen overbelast en hebben gebrek aan alles. Daar is alleen plaats voor zwaar ondervoede kinderen en zodra het ze wat beter gaat worden ze weggestuurd om plaats te maken. Dat is een leemte in het systeem en die heeft Renee Bach hier in Jinja opgevuld.’ Constance Milech is sinds 2010 in dienst bij Serving His Children. Kort daarvoor had ze ontslag genomen in een ziekenhuis in Jinja; de stress was haar te veel geworden.
De verantwoordelijke kinderarts in het Nalufenya-kinderziekenhuis in Jinja (anoniem):
‘In openbare ziekenhuizen is alleen plaats voor zwaar ondervoede kinderen en zodra het ze wat beter gaat worden ze weggestuurd om plaats te maken. Dat is een leemte in het systeem en die heeft Renee Bach hier in Jinja opgevuld’
‘Bach kwam in een vicieuze cirkel terecht. Ons zorgpersoneel is onderbetaald en overwerkt. Patiënten lijden aan de ziekte armoede. Er is veel hartstocht voor nodig om je daarmee in te laten.’
Constance Milech, verpleegster bij Serving His Children: ‘Soms brachten moeders kinderen in kritieke toestand rechtstreeks naar ons, en niet naar een hospitaal. Die verwezen wij naar het ziekenhuis. Maar voor het transport moesten wij ze een beetje stabiliseren. En in die procedure zijn er meerdere gestorven.’
Renee Bach:‘Tot maart 2015 heb ik nooit iets gemerkt van argwaan jegens mij. Op die dag kwam de medewerker van de Autoriteit voor Gezondheidszorg. Hij zwaaide met een papier en riep dat ik me voor arts uitgaf, dat ik 800 kinderen had gedood, dat mijn instelling geen vergunning had en geen medisch personeel. Hij gaf mij een officieel document waarin stond dat iedereen die zich na 17 uur op het terrein zou bevinden, gearresteerd zou worden. Er waren 18 kinderen bij ons. Drie in kritieke toestand. Twee hadden zuurstoftoevoer nodig, een pasgeborene woog minder dan een kilo. De moeders gingen voor mij op de knieën. Ik wilde ze niet wegsturen, maar op dat moment dacht ik dat ik geen keus had. Wij brachten de kinderen naar het ziekenhuis. Later hoorde ik dat de man van de Autoriteit onze post helemaal niet had mogen sluiten, hij had een politiebevel nodig gehad. Ik heb mezelf zo veel verwijten gemaakt! Acht van de 18 kinderen zijn binnen 72 uur gestorven.’ Een week later gaf de Autoriteit voor Gezondheidszorg Bach toestemming om haar instelling weer te openen. Enige voorwaarde: ze moest de vergunning als Health unit verlengen. In 2014 had Bach deze licentie voor het eerst aangevraagd. Tot dan toe stond slechts een ‘revalidatiecentrum’ geregistreerd. Veel moeders van kinderen die daar zijn gestorven zeggen dat ze de instelling aanzagen voor een kliniek, maar in de brief van de Autoriteit na de tussentijdse sluiting van Bachs instelling heet het dat er geen bewijs is gevonden dat Bach zich uitgaf voor arts.
De verantwoordelijke kinderarts van het Nalufenya-kinderziekenhuis in Jinja zegt: ‘Wij zouden haar nog goed kunnen gebruiken. Om mensen te adviseren over voedingsvraagstukken en eten uit te delen hoef je niet per se een medische opleiding te hebben.’
Renee Bach: ‘Het nieuws dat mijn instelling was gesloten ging in 2015 in Jinja heel snel rond. Ik ontdekte wie er achter de beschuldigingen zat: Kelsey Nielsen. Ik wist dat ze mij niet erg mocht. Ongeveer een jaar eerder was in haar centrum een jongen gestorven en ze hield mij verantwoordelijk voor zijn dood, omdat hij twee maanden eerder bij ons was geweest. Een paar mannen uit de ouderlingenraad van de kerk waar ik destijds lid van was, boden aan tussen ons te bemiddelen. Ze zeiden dat het niets zou opleveren als ik rechtstreeks met Kelsey zou spreken, ze was woedend. De mannen bedoelden het goed, maar ze vreesden ook dat ze eveneens slachtoffer van zulke aanvallen zouden kunnen worden. Alle witten in Jinja waren onzeker geworden en bang om partij te kiezen. In het begin dacht ik dat de zaak na een paar weken zou zijn opgelost. Maar het werd een eindeloze kwelling en deze vrouw maakte het steeds gekker. De andere missionarissen raadden ons aan onze instelling pas weer te openen als we het conflict hadden bijgelegd. Dus besloten wij een pauze in te lassen en de tijd te benutten om onze missie te overdenken. We hadden altijd zo veel te doen gehad dat we er helemaal niet aan toe waren gekomen om eens even te stoppen en ons af te vragen: hoe kunnen we effectiever werken? Heeft ons werk duurzaam effect? Het werd mij duidelijk dat er dingen misgegaan waren. Onze hoop dat de ouders van onze patiënten in hun dorpen informatie zouden geven over de ware oorzaken van de ondervoeding, was niet in vervulling gegaan. Ze vertelden de andere getroffen families niet dat ze zelf iets konden doen. Wanneer ze bij een kind de symptomen ontdekten, stuurden ze de ouders in plaats daarvan direct naar ons in Jinja toe.’
Wendy Lubega (27), medewerkster van de campagne @nowhitesaviors: ‘In Oeganda wordt nog altijd onderwijs gegeven met een koloniaal leerplan! Wij leren dat de Britten kwamen om ons te redden. Het schoolsysteem in Oeganda brengt ons bij dat wij zwarten slechter en minder bekwaam zijn dan de witten. Wij hebben de onderdrukking verinnerlijkt. Wij denken dat het normaal is dat wij minder zijn dan de witten. Veel mensen kunnen het zich helemaal niet veroorloven om vragen te stellen bij het gedrag van de witten. Die brengen immers het geld.’
Wendy Lubega, wier vader een steenbakkerij bezit en die ethiek en mensenrechten studeert, werkte in een café in Kampala waar Kelsey Nielsen en Olivia Alaso elkaar vaak troffen. Toen ze ontdekte dat die twee achter het Instagramaccount zaten, vertelde ze hun dat ze aanhanger was en de vrouwen vroegen haar of ze mee wilde doen.
Renee Bach: ‘Een jaar nadat we ons centrum gesloten hadden, werden we gevraagd of we een afdeling voor ondervoede kinderen wilden inrichten in een klein gezondheidscentrum. In juni 2017 begonnen wij in Kigandalo patiënten op te nemen. Niet veel later overhandigden werknemers mij een brief. Ze klaagden dat wij hen niet goed behandelden, dat onze Amerikaanse medewerkers betere arbeidsvoorwaarden hadden en meer verdienden, en ze dreigden dat er erge dingen zouden gebeuren als ik niet reageerde. In de twee jaar na de sluiting hadden we hun het volledige salaris doorbetaald, hoewel ze maar een dag per week werkten: ze moesten boeren voorlichten over de oorzaken van ondervoeding. Ze waren aan het goede leven gewend geraakt. Dat kan ik wel begrijpen. Ik ben toen naar de ambtenaar voor arbeidsrechtelijke kwesties in Jinja gestapt. Die raadde me aan alle werknemers te ontslaan en een schadeloosstelling te betalen. Ik bood toen iedereen aan ze te helpen bij het zoeken van een baan. Ik dacht dat we goed uit elkaar waren gegaan.’
Constance Milech, verpleegster bij Serving His Children: ‘Sinds 2015 gingen die geruchten over Renee rond. Maar pas nadat de anderen zich van ons hadden afgewend, werd het een grote kwestie. Ook zij begonnen Renee nu erge dingen te verwijten. Ze waren woedend omdat zij ze ontslagen had. Ze stuurden journalisten op ons af die ons ongevraagd filmden. Later zag ik beelden van mijzelf op tv, waarbij een stem verklaarde: ‘Renee laat op haar afdeling nog steeds ongekwalificeerd personeel werken.’ Dat was heel pijnlijk om te zien. Ik heb lang gestudeerd, ik ben verpleegkundige en vroedvrouw, en elk jaar vernieuw ik mijn beroepsvergunning.’
Renee Bach: ‘Een vriendin liet mij in juli 2018 het Instagramaccount @nowhitesaviors zien. Ze hadden beelden gepubliceerd van een vriendin van ons, een Amerikaanse, die net een baby had geadopteerd. Ze schreven dat het voor Afrikaanse kinderen niet gezond was om op te groeien in een witte familie. Kort daarop verscheen de eerste post over mij. Ik stuitte plotseling overal op Kelsey en Olivia, op de gekste plekken. Ik kocht een keer iets in een van de vele kleine kunstnijverheidswinkeltjes aan de hoofdstraat, toen Kelsey uitgerekend dit winkeltje binnenkwam. Na de posts op @nowhitesaviors begonnen mensen op het internet doodsbedreigingen tegen mij uit te spreken.’ In 2015 heeft Renee Bach haar eerste dochter geadopteerd; Selah uit Oeganda is nu elf jaar. Toen in de herfst van 2018 voor het eerst een foto van Bach opdook op het @nowhitesaviors account, plande Bach juist de adoptie van haar tweede dochter in de VS. In oktober 2018 wilde Bach daarvoor naar huis vliegen.
Lauri Bach: ‘Tussen de posts over Renee ontdekten we op een avond alarmerende commentaren: wij nemen de zaken zelf ter hand. Wij weten waar ze woont. Wij weten haar te vinden. Zulke dingen. Toen heeft mijn man Renee opgebeld en gezegd: je moet meteen naar huis komen!’
‘Mensen hebben mijn dorpshoofd geld gegeven om te zeggen dat die vrouw een moordenares is’
Renee Bach: ‘Het was negen uur ’s avonds. Mijn dochter zat juist met vrienden in de tuin te eten en een vriendin met liefdesverdriet lag uit te huilen op mijn bed. Eerst probeerde ik mijn vader gerust te stellen, maar toen werd ik zelf bang. Ik boekte onze tickets voor de herfst om naar de volgende ochtend. Nog voor zonsopgang verlieten we het huis richting vliegveld.’
Jane Amali (29) boerin: ‘Kort nadat ik in het nieuws de berichten over Renee had gezien, werd ik bezocht door twee van haar voormalige medewerkers, samen met twee advocates. Ze drongen erop aan dat ik bekend zou maken wat ik had gezien. Ze wilden dat ik zou zeggen dat Renee kinderen doodde, dat ze mijn dochter verminkt had. Ik was heel verrast. Tante Renee heeft Patricia altijd geholpen. Ik zei: ik ga niet liegen! Later hebben mensen mijn dorpshoofd geld gegeven om te zeggen dat die vrouw een moordenares is.’
Feit is dat Jane Amali’s dochter Patricia, nu negen jaar oud, in oktober 2011 bij Serving His Children in Jinja werd opgenomen. Op haar rechterwang draagt Patricia een groot litteken. Voormalige werknemers van Renee Bach verklaren dat dit het resultaat is van mislukte behandelingen van Renee Bach persoonlijk. Een bloedtransfusie waarvoor ze niet de (verplichte) toestemming van de familie zou hebben gevraagd, zou misgegaan zijn. Maar Jane Amali zegt dat de fout bij de behandeling in een ziekenhuis in Kampali is gebeurd.
Jane Amali: ‘Ik heb nooit gezien dat Renee ook maar de geringste fout heeft gemaakt. Ze heeft geen injecties gegeven en geen slangen aangebracht, dat hebben verpleegsters gedaan. Renee heeft ons alleen naar het ziekenhuis gereden en alle behandelingen en medicijnen betaald die mijn dochter nodig had.’
Hoe geloofwaardig zijn de uitspraken van Jane Amali, die niets kwaads van Renee Bach wil horen? Op haar blog Serving His Children in Oeganda publiceerde Renee Bach op 28 oktober 2011 een bijdrage over Amali’s dochter Patricia: ‘Ik diende de baby zuurstof toe, legde een intraveneus infuus aan, controleerde haar bloedsuiker, testte haar op malaria.’ Bach schrijft weliswaar niet over een bloedtransfusie, die haar voormalige medewerkers haar verwijten, maar ze heeft Patricia dus inderdaad rechtstreeks behandeld. Ze verklaart daarover dat Patricia op een zondag in haar centrum was aangekomen, toen er slechts een noodbezetting aanwezig was; daarom moest ze zelf komen. Maar ook in zulke situaties zou ze zich niet als arts hebben voorgedaan. Hoe ze zich in zulke situaties dan wel presenteerde en of de moeders van de door haar behandelde kinderen de indruk moesten krijgen dat zij een arts was, is waarschijnlijk niet meer te achterhalen.
Karaktermoord
David Gibbs III, advocaat van Serving His Children en een van de invloedrijkste evangelicals in de VS: ‘De mensen achter @nowhitesaviors zijn voor mij karaktermoordenaars. Ik wil verhinderen dat hun aanvallen mensen ervan weerhouden om hulp te verlenen. Uiteindelijk brengen deze mensen schade toe aan de behoeftigen van de wereld, degenen die profiteren van de hulp van organisaties als Serving His Children. Ze doen juist diegenen pijn die ze voorgeven te helpen. Ze verscherpen het racisme. Ze laten de wereld geloven dat de mensen in Oeganda te dom zijn om in te zien dat Renee Bach geen arts is.’
Lauri Bach: ‘Sinds de berichten in de media krijgen we nauwelijks nog donaties. Driekwart van ons budget haalden we op via sociale media. Daar kunnen we niets meer over ons werk publiceren, we worden meteen aangevallen. Het is nog net voldoende om onze werknemers in Kigandalo de verzorging van ondervoede kinderen te laten voortzetten. Maar we kunnen onze medewerkers nog maar twee in plaats van drie maaltijden per dag bieden en ze geen reiskosten meer vergoeden. Renee en ik hebben al meer dan een jaar geen salaris meer gekregen.’
De eerste tijd terug thuis leefden Renee Bach en haar geadopteerde dochter op de boerderij bij haar ouders. Een half jaar geleden, zegt Renee Bach, zijn ze drie kilometer verderop gaan wonen, in de uitgebouwde garage van een bejaarde vriendin van de familie. Bach betaalt geen huur maar zorgt elke middag, als de verzorgster pauzeert, voor de 95-jarige. Een baan heeft ze niet gevonden. In de zomer van verleden jaar had ze bijna een baantje in een tehuis voor daklozen gekregen. Maar na nieuwe berichten in de media had het tehuis niets meer van zich laten horen.
De mediatie buiten de rechter om zal eind maart zoals te voorzien is mislukken. Advocaat David Gibbs verklaart dat de Bachs het lot van de moeders zeer betreuren, maar geen schadeloosstelling zullen betalen, noch een verontschuldiging uitspreken. Ze zouden immers geen fouten gemaakt hebben.
Renee Bach: ‘Ik hoop dat ik ooit nog eens de diepere zin van deze geschiedenis zal begrijpen, dat ik uiteindelijk meer kan meevoelen en me beter in de levensomstandigheden van anderen kan verplaatsen. Andersom wens ik dat ook. Ik verwacht niet dat wie dan ook mij als een engel beschouwt. Ik ben gewoon een mens.’
‘Onze jongen, die had kunnen werken en ons had kunnen ondersteunen, is dood’
Ziriya Namutamba, de boerin: ‘Ik verwacht een schadeloosstelling. Onze jongen, die had kunnen werken en ons had kunnen ondersteunen, is dood.’
Peter Waiswa, arts en professor gezondheidsmanagement in Kampala: ‘Ik weet zeker dat ze wilde helpen. Mogelijk zouden die baby’s toch gestorven zijn. De sterftecijfers van kinderen met ondervoeding zijn bij ons heel hoog. Bach schijnt van haar fouten geleerd te hebben. In Kigandalo levert haar organisatie goed werk. En toch doen zich daar onder omstandigheden ook sterfgevallen voor. Voor mij is de belangrijkste les uit deze zaak: buitenlanders die naar ons toe komen, moeten weten dat de tijden veranderen. De mensen kennen tegenwoordig de wet, ze volgen wat er in de sociale media gebeurt, ze zijn zich duidelijk meer bewust van veel dingen dan vroegere generaties. Je moet erg oppassen, controleerbaar werken en je aan de regels houden.’
Primah Kwagala, advocate: ‘Het is een strategische zaak. Het gaat niet alleen om de moeders, het gaat om de strijd tegen racisme. Dit geval kan de samenleving wakker schudden.’
Wendy Lubega: ‘Wie wil helpen, moet eerst luisteren. Je mag niet denken dat je al weet wat het beste is voor de mensen die je wilt helpen. Ze weten zelf het beste hoe ze hun problemen kunnen oplossen. Ze hebben ondersteuning nodig om hun eigen ideeën te verwerkelijken en initiatieven van de grond te krijgen.’
Wake-upcall
Primah Kwagala, advocate: ‘Als er een witte komt, geloven wij automatisch dat die vooruitgang brengt. Deze zaak is een wake-up call. We mogen ons niet meer laten beheersen.’
Wendy Lubega, medewerkster van de campagne #nowhitesaviors: ‘Witten moeten ook van de zwarte mensen willen leren. De wereld wordt alleen rechtvaardiger wanneer we de individuele mens achter het stereotype zien.’
In wezen lijkt het in het proces dat op 2 april in afwezigheid van Renee Bach zal beginnen niet zozeer te gaan om de vraag of Bach haar bevoegdheden te buiten is gegaan en of de moeders een schadeloosstelling moeten krijgen. De zaak is veeleer een aantasting van het systeem dat Bach en de moeders beiden belichamen. Een systeem waarin witte mensen menen de wereld te moeten redden en zwarten dat niet ter discussie stellen. Waarin een witte die zich bekommert om zwarte kinderen automatisch competent lijkt. En waarin kinderen van zwarte families niet als patiënten maar als slachtoffers worden behandeld. Een systeem dat de akelige omstandigheden in landen als Oeganda echter niet verandert.
Veronica Frenzel en Anne Ackermann, de verslaggeefster en de fotografe, hadden een wagen met vierwielaandrijving gehuurd, maar bleven op hun ritten naar de betreffende families desondanks meermalen in de modder steken. Toen ze de weg zochten naar Twalali’s grootmoeder vroeg een boer met een blik op de twee vrouwen aan hun tolk Jolley Semei: ‘Komen die geld brengen?’
Ngo’s in Oeganda
Sinds 1989 werden meer dan 14000 hulporganisaties in Oeganda aangemeld.
In de zomer van 2019 heeft de Oegandese regering alle hulporganisaties verzocht hun registratie te vernieuwen. Het grootste deel ervan was helemaal niet meer actief; iets meer dan 3000 organisaties gaven gehoor aan het verzoek.
2000 organisaties hebben aan de formele verplichtingen voldaan, 400 daarvan zijn in het buitenland gevestigd. Het Oegandese ministerie van Binnenlandse Zaken laat weten dat de regering zo het werk van de ngo’s beter wil controleren.
De advocate Primah Kwagala interpreteert het verzoek om hernieuwde registratie als een reactie op de aanklacht tegen Renee Bach en Serving His Children. Maar mensenrechtenactivisten klagen ook dat de registratie-actie onwelgevallige ngo’s moet tegenhouden, bijvoorbeeld die welke zich inzetten voor LHBTI-rechten of die welke het werk van de regering bekritiseren.
De rechtszaak
Bach en de liefdadigheidsinstelling – Serving His Children – zijn in juli 2020 gezamenlijk overeengekomen ongeveer $ 9.500 te betalen aan elk van de moeders, zonder enige erkenning van aansprakelijkheid.
Primah Kwagala, een Oegandese burgerrechtenadvocaat wiens organisatie in januari vorig jaar namens de moeders een aanklacht indiende, zei dat de schikking in overeenstemming was met de typische rechterlijke uitspraken over doodszaken wegens medische wanpraktijken in Oeganda en dat het haar cliënten vooral om ‘closure’ gaat.
De Koerden moeten de gevangen IS-strijders met een Duits paspoort, dringend kwijt. Duitsland wil ze niet hebben.
Ze hebben mogelijkerwijs oorlogsmisdaden begaan, Yezidi-vrouwen verkracht en burgers gemarteld en vermoord. Ze vormen een bedreiging, een veiligheidsrisico, ze zijn geradicaliseerd en door naar Duitsland terug te keren zullen ze dat radicalisme niet automatisch kwijt zijn. Moeten we hen echt terughalen?
Jazeker: als er voldoende verdenking tegen hen bestaat, kunnen de ex-IS-strijders onmiddellijk in voorarrest worden gezet. Als er voldoende bewijs is, kan het openbaar ministerie hen aanklagen. Na een langdurig proces zal de strafrechter de verdachten uiteindelijk wegens lidmaatschap van een terroristische organisatie (omdat er verder geen bewijs is) tot drie jaar gevangenisstraf veroordelen. Die ze al in voorarrest hebben uitgezeten. Moet dat zo? Kan het niet anders? Is dat de prijs van de rechtsstaat?
Daar is een pragmatisch argument voor: Duitsland verwacht dat andere landen hun onderdanen ook terugnemen als die worden teruggestuurd omdat ze in Duitsland een gevaar voor de veiligheid zijn. Dus kan Duitsland moeilijk weigeren Duitse terroristen uit Syrië terug te nemen. Mits het Duitsers zijn. De eis om deze mensen hun Duitse nationaliteit te ontnemen, is dan ook snel uitgesproken. Maar dat kan niet, omdat de grondwet strikt voorschrijft: ‘Het Duitse staatsburgerschap mag iemand niet ontnomen worden.’ De nazi’s hadden zich schandelijk misdragen door mensen de Duitse nationaliteit af te nemen, en de opstellers van de grondwet wilden elk oneigenlijk gebruik van het afnemen van het staatsburgerschap dan ook absoluut voorkomen. Maar de grondwet maakt onderscheid tussen het afnemen van het staatsburgerschap, wat absoluut verboden is, en het onder voorwaarden toegestane verlies van het staatsburgerschap.
Afnemen is absoluut ontoelaatbaar als betrokkene redelijkerwijs zelf geen invloed heeft op het verlies van het staatsburgerschap. De voorwaarden waaronder het verlies van het staatsburgerschap toelaatbaar is, zijn geformuleerd in de wet op het staatsburgerschap. Zo verliest een Duitser het Duitse staatsburgerschap als hij zonder toestemming van de Duitse staat in vreemde krijgsdienst treedt. De reden: hier gaat het, zo zien juristen dat, om het zich eenduidig en vrijwillig afkeren van Duitsland.
Hebben deze strijders door bij IS te gaan het Duitse staatsburgerschap verloren, conform deze wet? Alleen wanneer je de ‘Islamitische Staat’ niet als een terreurgroep maar als een buitenlandse staat beschouwt. En in de tweede plaats als de IS-terrorist staatsburger van die staat is.
IS heeft in elk geval als staat opgetreden en de IS-strijders zijn tot deze staat toegetreden. Daardoor is in elk geval naar de geest en naar het doel voldaan aan de voorschriften voor het verlies van het Duitse staatsburgerschap. Door als huurling in vreemde krijgsdienst te treden, is het Duitse staatsburgerschap dus verloren gegaan.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.