De missie staat gepland voor de tweede helft van 2027
NASA onthulde dinsdag de namen van de vier bemanningsleden van de aanstaande Artemis III-maanmissie, waaronder de Italiaan Luca Parmitano, ‘de eerste astronaut van de European Space Agency (ESA) die is toegewezen aan een Artemis-missie’, meldt La Repubblica.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De missie, gepland voor de tweede helft van 2027, zal niet naar de maan gaan, maar in een lage baan om de aarde de mogelijkheden testen om de Orion-capsule te koppelen aan de commerciële bemande maanlandingssystemen die NASA heeft besteld bij de ruimtevaartbedrijven Blue Origin (eigendom van Jeff Bezos) en SpaceX (opgericht door Elon Musk).
Dit is een ‘cruciale stap’ in aanloop naar de Artemis IV-missie, die naar verwachting op zijn vroegst in 2028 astronauten op de maan zal laten landen. Naast Parmitano zullen drie Amerikaanse astronauten deelnemen aan Artemis III: Randy Bresnik, die de missie zal leiden, André Douglas en Frank Rubio.
Astronauten krijgen bij het bekijken van de aarde vaak een gevoel van inzicht en sereniteit. Zo ook de ruimtevaarders die deelnamen aan de Artemis II-missie.
De aarde zien vanuit de ruimte verandert je zo ingrijpend dat er een term voor bestaat: het overview effect. De kleine minderheid die dit voorrecht heeft gehad, beschrijft het op vergelijkbare wijze. Je ziet iets wat je eigenlijk nooit had moeten zien: de aarde, daar zomaar zwevend, omringd door het universum. Het kijken naar die blauwe bol, omgeven door een flinterdunne groene laag atmosfeer en poollichten die aan de randen flikkeren, is niet alleen indrukwekkend – het voelt als een soort reset van je zelfbeeld. Bijna iedereen krijgt tranen in de ogen.
‘Je ziet geen grenzen, geen religieuze of politieke scheidslijnen. Je ziet alleen de aarde en beseft dat we veel meer op elkaar lijken dan we verschillen,’ zei Christina Koch, een van de vier astronauten van de Artemis II-missie, onlangs tegen NASA. Jim Lovell beschreef het uitzicht tijdens Apollo 8 eind jaren zestig als volgt: hij kon zijn duim tegen het raam houden en daarmee ‘alles wat ik ooit heb gekend’ bedekken. ‘Miljarden mensen. Oceanen. Bergen. Woestijnen. En ik begon me af te vragen: Wat is mijn plaats in dit alles?’
Waar sommigen overweldigende schoonheid zien, zien anderen juist kwetsbaarheid. Journalist Marina Koren schreef eerder dat een astronaut na het zien van de aarde ‘ervan overtuigd raakte dat we onszelf binnen 500 tot 1000 jaar zullen uitroeien’. Acteur William Shatner beschreef zijn korte ervaring als diep bedroevend: ‘Wat ik voelde was rouw – rouw om de aarde.’
‘Wat ik voelde was rouw – rouw om de aarde’
Ik ben zelf nooit in de ruimte geweest, maar de afgelopen dagen schommel ik tussen diezelfde gevoelens – ontzag en wanhoop – wanneer NASA foto’s blijft delen van de aarde en de maan vanuit Artemis II. Gisteren naderde ruimtevaartuig Integrity de maan tot op 6545 kilometer. Veertig minuten lang was er geen contact met de aarde. Op het verste punt bevonden de astronauten zich 406.770 kilometer van onze planeet – verder dan ooit iemand is geweest. Ze konden zeven uur lang een deel van het maanoppervlak bekijken dat nog nooit door mensenogen was gezien. Volgens NASA maakten ze zo’n 10.000 foto’s – een passend aantal voor zo’n gelegenheid.
Sommige van die foto’s – deels genomen vóór de passage langs de maan – hebben me behoorlijk geraakt. Een foto waarop de aarde lijkt onder te gaan achter de maan. Op een ander, genomen door het raam van het Orion-ruimtevaartuig, wordt een smalle sikkel aarde steeds kleiner doordat de capsule richting de maan beweegt. Zoals het bijschrift bij een van de foto’s vermeldt: ‘De aarde wordt verlicht door de duisternis van de ruimte.’
Ik bekijk deze beelden zoals ik de meeste media bekijk: op het kleine scherm van mijn telefoon, weggedrukt tussen updates over een golftoernooi en olieprijzen, een nieuw automatisch scheidsrechtersysteem in de MLB en berichten over de Amerikaanse president die dreigt Iran te vernietigen.
‘De aarde wordt verlicht door de duisternis van de ruimte’
Zelfs op een goede, rustige dag is het moeilijk te bevatten wat foto’s betekenen die zo duidelijk laten zien dat alles wat je ooit zult kennen op kosmische schaal volkomen onbeduidend is – en tegelijk onbeschrijfelijk mooi en kostbaar. Op 7 april hield de wereld de adem in, in afwachting van de deadline die Donald Trump stelde voor Iran om akkoord te gaan met een deal om de Straat van Hormuz te heropenen. Gebeurde dat niet, zo postte hij die ochtend, dan ‘zal vannacht een hele beschaving sterven, om nooit terug te keren’.
De dreiging leidde tot veroordelingen door Democratische politici en commentatoren als Tucker Carlson en Alex Jones, en tot paniek bij mensen die deze interpreteerden als een hint naar nucleaire oorlog. Later die avond, een uur voor de deadline, kondigde Trump een staakt-het-vuren van twee weken aan, na bemiddeling door Pakistan.
Trumps grootspraak is, hoe serieus die ook klinkt, altijd moeilijk te duiden. (Hij staat erom bekend terug te krabbelen, op zijn woorden terug te komen of te doen alsof hij nooit heeft gezegd wat hij zei.) Toch kan deze tijd worden gezien als een opeenstapeling van existentiële dreigingen: kernwapens, klimaatverandering of pandemieën. In Silicon Valley is het idee van menselijke uitsterving door technologie in korte tijd verschoven van sciencefiction naar marketingstrategie – en inmiddels zelfs een serieuze zorg voor een kleine groep overtuigden. De mens wil misschien niet uitsterven, maar lijkt wel voortdurend nieuwe manieren te bedenken om zijn bestaan te bedreigen.
De mens wil misschien niet uitsterven, maar lijkt wel voortdurend nieuwe manieren te bedenken om zijn bestaan te bedreigen
Maar op hetzelfde moment bevinden zich op honderdduizenden kilometers afstand vier mensen van vlees en bloed, die foto’s maken van onze kwetsbare kleine wereld. Hun missie en hun foto’s herinneren ons aan iets heel anders – aan het verlangen om te leren, te ontdekken en samen iets te worden dat groter is dan de som der delen. Waar Trumps dreigementen met massavernietiging de mens tonen op zijn kleinst, zwakst en lafst, laten degenen die onze planeet nu van een afstand bekijken juist het beste zien waartoe we in staat zijn. Hoe moeten we deze woorden van Koch anders begrijpen:
‘We zullen verkennen. We zullen bouwen. We zullen schepen bouwen. We zullen terugkeren. We zullen wetenschappelijke bases opzetten. We zullen rovers besturen. We zullen radiotelescopie bedrijven. We zullen bedrijven oprichten. We zullen industrie versterken. We zullen inspireren. Maar uiteindelijk zullen we altijd voor de aarde kiezen. Voor elkaar.’
Toen Lovell in 1968 naar de aarde keek, dacht hij aan een oud gezegde: Ik hoop naar de hemel te gaan als ik sterf. Maar toen besefte hij: Ik ben al in de hemel geweest – toen ik werd geboren.
Er is iets ontwrichtends, angstaanjagends en tegelijk passend aan de timing van dit alles: dat één man met de vernietiging van een deel van onze planeet dreigt precies op het moment dat haar schoonheid en kwetsbaarheid zo zichtbaar zijn. In deze gespannen tijd ervaren we een soort collectief overview effect. Vier mensen kijken van veraf. Maar de rest van ons kijkt mee – en wordt geconfronteerd met onze plek op die bleke blauwe stip, herinnerd aan alle manieren waarop we kunnen sterven, en alle redenen om te leven.
De bouw van de basis zal naar schatting in 2029 beginnen
Het Amerikaanse ruimtevaartagentschap kondigde dinsdag aan dat het project voor de bouw van een ruimtestation in een baan rond het maanoppervlak, genaamd Gateway, wordt opgeschort om zich te concentreren op ‘het opzetten van een infrastructuur om een duurzame aanwezigheid’ op het maanoppervlak te garanderen.
‘Hoewel NASA’s ambitie om weer mensen naar de maan te sturen en daar een operationele bemande basis te vestigen al langer bekend is, betekent de aankondiging van dinsdag een aanzienlijke versnelling van het tijdschema voor het bereiken van deze doelen’, aldus ABC News.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De ruimtevaartorganisatie heeft aangegeven dat de bouw van de maanbasis naar verwachting in 2029 van start gaat en dat de basis vanaf 2032 semipermanent in gebruik zal worden genomen.
Het is de bedoeling om in 2028 de eerste astronauten naar het maanoppervlak te sturen, een mijlpaal die sterk afhankelijk is van het succes van de Artemis 2-missie, die naar verwachting niet eerder dan 1 april vanuit Florida zal worden gelanceerd.
Dit is nooit eerder gebeurd in de geschiedenis van het ISS
De vier astronauten van de Crew 11-missie verlieten woensdag het internationale ruimtestation ISS ‘enkele weken eerder dan gepland, vanwege een medisch probleem’. Deze evacuatie is ‘ongekend’ in de geschiedenis van het station, meldt NBC News. NASA heeft de aard van het medische probleem of de identiteit van het betreffende bemanningslid niet bekendgemaakt.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Hun landing in zee, voor de kust van Californië, vond plaats in de nacht van woensdag op donderdag. De Crew 11-bemanning bestaat uit commandant Zena Cardman, astronaut Mike Fincke, de Japanse astronaut Kimiya Yui en de Russische kosmonaut Oleg Platonov. Hun terugkeer stond oorspronkelijk gepland voor 20 februari.
SpaceX spreekt van een ‘snelle, onvoorziene demontage’
SpaceX heeft op sociale media bekendgemaakt dat haar nieuwe raket Starship bij een testlancering is kapotgegaan. Hoewel de raket verder vloog dan bij andere soortgelijke tests, faalde een systeem dat een testsatelliet had moeten lanceren. De post spreekt van een ‘snelle, onvoorziene demontage’, wat volgens The Guardian ‘een bekend eufemisme voor mislukking’ is.
Elon Musk, CEO van SpaceX, heeft op zijn sociale netwerk X toegezegd dat er meer testvluchten zullen plaatsvinden: ‘Het lanceringstempo zal sneller zijn voor de volgende drie vluchten – eens in de drie, vier weken.’ Een eerder geplande livestream over de planeet Mars is inmiddels afgelast.
De lancering van Starship was vanwege eerdere ongelukken met SpaceX-raketten uitgesteld. Bij de vorige twee lanceringen is SpaceX ook de controle over haar raketten verloren. Er vielen brokstukken van de ruimteschepen in de Caribische zee, waardoor meerdere commerciële vluchten moesten worden vertraagd. De luchtvaartadministratie in de VS heeft de recente lancering pas kort geleden goedgekeurd, en heeft bij deze test de gevaarzones voor ongelukken vergroot.
Nooit eerder kwam een ruimtevaartuig zo dicht bij de zon
‘Dit is een van de moeilijkste en meest historische missies die de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie ooit heeft ondernomen,’ aldus astronoom Thomas Zurbuchen in een artikel op de website van The Washington Post. De sonde Parker is bezig aan haar reis en zal als alles goed gaat dinsdag, op kerstavond, binnen 6,2 miljoen kilometer van het oppervlak van de zon komen om de atmosfeer van de zon te bestuderen. Nooit eerder kwam een ruimtesonde zo dicht in de buurt van de zon.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het ruimtevaartuig Parker werd in augustus 2018 gelanceerd voor een missie van zeven jaar en heeft als doelstelling om de wetenschappelijke kennis van onze ster te verdiepen, in het bijzonder om het geheim van zonnestormen te ontrafelen, die een impact kunnen hebben op communicatielijnen op aarde. Het hitteschild van de sonde is bestand tegen extreme temperaturen van ongeveer 870 tot 930 graden Celsius.
Ze kunnen pas op zijn vroegst eind maart terugkeren
De twee Amerikaanse astronauten die al zes maanden vastzitten in het internationale ruimtestation (ISS) zullen pas ‘op zijn vroegst eind maart’ naar de aarde kunnen terugkeren, kondigde NASA dinsdag aan. Suni Williams en Butch Wilmore sloten zich begin juni aan bij het ISS, toen ze aan boord stapten van de Boeing Starliner tijdens zijn eerste vlucht.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Technische problemen met de capsule dwongen NASA er echter toe SpaceX, het ruimtevaartbedrijf van Elon Musk, te vragen de twee astronauten te repatriëren tijdens de overdracht tussen de missies SpaceX Crew-9 en SpaceX Crew-10 in februari volgend jaar.
Maar SpaceX heeft de geplande lancering in februari uitgesteld met de uitleg dat het ‘meer tijd nodig had om een nieuwe capsule voor te bereiden’, meldt New York Post. ‘Door de vertraging zal het duo pas eind maart of begin april terugkeren, bijna tien maanden na hun vertrek,’ merkt de tabloid op.
De Verenigde Staten moeten de terugkeer van astronauten naar de maan voorlopig nog uitstellen. NASA’s Artemis-programma, het ‘vlaggenschip van de Amerikaanse ruimteverkenning’, kampt met verdere vertragingen, meldt The Wall Street Journal.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Terwijl het ruimteteam van Donald Trump vorm begint te krijgen’, heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie aangekondigd dat de volgende maanmissie, Artemis 2, wordt uitgesteld tot april 2026, en de daaropvolgende missie, die astronauten voor het eerst sinds de laatste Apollo-missie in 1972 weer naar de maan moet sturen, tot medio 2027. NASA loopt dus enkele maanden achter op schema.
De sonde Europa Clipper steeg maandag op aan boord van SpaceX’s krachtige Falcon Heavy-raket vanaf het Kennedy Space Center in Florida. De sonde zal een lange reis maken en pas in april 2030 in Europa aankomen. Het ruimtevaartuig werd ontwikkeld om de maan Europa te bestuderen door middel van een reeks flyby’s terwijl het in een baan om Jupiter draait.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De missie gaat niet direct op zoek naar tekenen van leven op deze ijzige maan van Jupiter, maar moet antwoord geven op de vraag naar bewoonbaarheid: bevat de maan Europa, die ongeveer net zo groot is als onze maan maar mogelijk twee keer zoveel water bevat als de aarde, de ingrediënten waardoor er leven zou kunnen bestaan? Als dat zo is, zal een andere missie erheen moeten om het te detecteren.
‘Europa Clipper is een van de spannendste en meest ambitieuze missies die NASA ooit heeft ondernomen’, zegt de gespecialiseerde nieuwswebsite Space.com. ‘Dit is een kans voor ons om niet een wereld te verkennen die miljarden jaren geleden bewoonbaar was’, zoals Mars, ‘maar een wereld die vandaag de dag bewoonbaar zou kunnen zijn’, vertelt Curt Niebur, het hoofd van de missie, enthousiast.
Tot voor kort werd de zoektocht naar buitenaards leven afgedaan als pure onzin. Vandaag de dag is het een serieuze, wetenschappelijke zaak.
Plotseling heeft iedereen het over aliens. Na decennia krijgt de vraag naar buitenaards leven eindelijk de aandacht die het daadwerkelijk verdient. Zo heeft NASA inmiddels een goed gefinancierd astrobiologieprogramma en zal de opvolger van de peperdure James Webb-ruimtetelescoop worden afgesteld om tekenen van buitenaards leven op te sporen. Ufo’s en andere uaps (‘unidentified aerial phenomena’ in het Engels) duiken daarnaast ook steeds vaker op in sensationele krantenartikelen.
Wat is de betekenis van deze twee bewegingen, de wetenschappelijke zoektocht naar buitenaards leven aan de ene kant, en de eindeloze stortvloed aan onverklaarbare waarnemingen aan de andere? Een terugblik op de geschiedenis van discussie over buitenaards leven toont aan dat deze tegenstrijdige benaderingen eigenlijk nauw met elkaar verbonden zijn, maar niet op een goede manier.
Jarenlang werden wetenschappers die serieus nadachten over leven in het universum geconfronteerd met wat nu bekendstaat als de ‘giechelfactor’. Meerdere keren dreigde deze factor de zogeheten ‘search for extraterrestrial intelligence’ ofwel SETI vervroegd te beëindigen. Hoewel nieuwe ontdekkingen en technologie de zoektocht nieuw leven hebben ingeblazen, blijft de giechelfactor nog altijd een obstakel.
Als hoofdonderzoeker van NASA’s allereerste subsidie om tekenen van buitenaards leven op exoplaneten te bestuderen, zoeken mijn collega’s en ik onder andere naar sporen van buitenaardse technologie. Mijn aanname van deze rol is de bekroning van een levenslange fascinatie voor de vraag naar leven in het universum. Deze fascinatie ontstond toen ik als kind in de zeventiger jaren mijn vrije tijd doorbracht met sciencefictionromans, ufo-documentaires en herhalingen van Star Trek. Als tiener die zowel Carl Sagan als Erich Däniken (auteur van het controversiële, pseudowetenschappelijke Waren de Goden Kosmonauten) las, moest ik al vroeg leren hoe ik het kaf van het koren kon scheiden.
Achteraf bleek deze periode in mijn jeugd een trainingsgrond voor het werk dat ik nu verricht. Zo moet ik, als wetenschapper en wetenschapsambassadeur, kunnen begrijpen hoe mensen zonder wetenschappelijke opleiding of kennis vragen over ufo’s en buitenaardse wezens benaderen. Tijdens het schrijven van een recent en populair boek getiteld The Little Book of Aliens keek ik daarom ook zorgvuldig naar de verstrengelde geschiedenis van ufo’s, de wetenschappelijke zoektocht naar leven in het heelal en de allesbepalende vraag naar normen van bewijsvoering.
Wat geldt als bewijs voor het bestaan van buitenaards leven? Deze vraag dook voor het eerst op in het allereerste virale ufo-verhaal. Op 24 juni 1947 was de lucht boven het stadje Mineral in de noordwestelijke staat Washington helder en zonnig. Kortom: een perfecte dag voor amateurpiloot Kenneth Arnold. Fladderend langs de imposante piek van Mount Rainier op weg naar een vliegshow in Oregon hield Arnold een oogje in het zeil voor een sportvliegtuig van de Amerikaanse marine die onlangs vermist was geraakt. Wie het wrak als eerste vond, zou een beloning ontvangen. Denkend aan het prijsgeld draaide Arnold een extra rondje om de berg, niet wetende dat hij op dat moment regelrecht de ufo-geschiedenis invloog.
Terwijl Arnold de berghelling inspecteerde, zag hij plotseling een blauwe lichtflits. In de verte vloog een DC-4, een verkeersvliegtuig, maar daar kwam de flits niet vanaf. Toen verscheen het licht opnieuw, ditmaal van dichterbij. Arnold keek vol verbazing toe hoe negen objecten ‘als de staart van een Chinese vlieger’ in diagonale formatie langs hem vlogen. Voor de amateurpiloot het wist, waren deze objecten echter weer verdwenen. Met een ‘angstaanjagend gevoel’ in zijn onderbuik bracht Arnold zijn vliegtuig vervolgens aan de grond.
‘Schotelachtige vliegtuigen’
Arnolds verhaal, dat hij na het landen met vrienden deelde, verspreidde zich haast net zo snel als de mysterieuze objecten de horizon benaderen. Verslaggevers van een lokale krant, de East Oregonian, nodigden de piloot uit op de redactie en zagen hem als een geloofwaardige getuige en zorgvuldige waarnemer. Zo beschreef hij niet alleen het uiterlijk van de objecten, maar ook hun geavanceerde bewegingen. Zijn historische woordkeuze zou de samenleving voor altijd bijblijven: ‘als schotels die je over het water laat scheren.’
De East Oregonian citeerde Arnolds beschrijving als ‘schotelachtige vliegtuigen’. Toen de Associated Press het verhaal oppakte, werd de krantenkop verder verdraaid: ‘Supersonische vliegende schotels gezien door piloot uit Idaho.’ De sensationele titel veroorzaakte een culturele lawine. In minder dan zes maanden tijd verscheen het artikel in meer dan 140 Amerikaanse kranten en in de jaren daarna werden steeds vaker vliegende schotels waargenomen.
Een van de belangrijkste lessen die ik van het Arnold-incident opstak, was de kracht van een meeslepend verhaal. Arnold was de eerste persoon die vliegende schotels zag en zijn kleurrijke waarneming verklaart waarom zo veel lezers zonder enig verifieerbaar bewijs meegingen in het speculeren over buitenaards leven en ufo’s. Zijn verhaal markeerde het punt waarop het idee van technologisch geavanceerd, interstellair leven het publieke bewustzijn definitief binnendrong. Met de verschijning van de eerste ufo’s verscheen ook de huidige ufo-cultuur: een cultuur die neigt naar ongeloofwaardigheid en paranoia. Natuurlijk waren er ook veel mensen die interesse toonden in ufo’s zonder hun scepticisme op te offeren. Als sociaal fenomeen zouden discussies over ufo’s echter gestuurd worden door twijfelachtig bewijs, samenzweringstheorieën en regelrecht bedrog.
Neem bijvoorbeeld de zogeheten Roswell-affaire. Deze affaire betreft een boer die, slechts een paar weken na de waarnemingen van Arnold en de daaropvolgende mediahype, een stel uit stokken, draad en folie bestaande wrakstukken op zijn landgoed tegenkwam en deze vervolgens als de restanten van een gecrashte ufo aan een lokale krant liet overleveren.
Ruim 30 jaar later werd de affaire nieuw leven ingeblazen door een reeks bestsellers en ‘documentaires’ die wederom beweren dat het vuilnis van deze boer daadwerkelijk uit de hemel was komen vallen. Met ieder boek en iedere film werd het verhaal alsmaar complexer en verwarrender. Zo werden er steeds meer getuigenissen aan het licht gebracht, waaronder begrafenisondernemer Glenn Dennis, die meende dat de boer hem persoonlijk de lijken van aliens heeft laten zien. Sommige bronnen beweren dat er meer schotels en meer buitenaardse passagiers waren dan de oorspronkelijke rapportage had vermeld. Enkele beweren zelfs dat de inmiddels opgeruimde lijken werden bezichtigd door niemand minder dan toenmalig president Dwight Eisenhower.
Bewijsmateriaal
Afwezig in de Roswell-affaire is het belang van bewijsmateriaal. Iedereen die in de verste verte gerelateerd was aan de boer, mocht zijn of haar verhaal vertellen. Nieuwe boeken stapelen zich op oude boeken en de theorieën vermenigvuldigen tot zelfs de hardnekkigste ufo-onderzoekers er geen touw meer aan vast weten te knopen. Ontwikkelingen zoals de Roswell-affaire creëerden zo een ‘alles kan’-mentaliteit wat betreft discussies rondom ufo’s en buitenaards leven in het algemeen.
Deze mentaliteit had ook zeker een invloed op mij als tiener. In mijn puberjaren las ik zowel boeken over ware wetenschap (Sagan) als speculatieve werken over ufo-gerelateerde onderwerpen. Zo was ik een tijdlang gecharmeerd door Von Dänikens Waren de Goden Kosmonauten (1968) en zijn beweringen dat veelal archeologische mysteries verklaard konden worden door buitenaardse wezens die millennia geleden de aarde bezochten. Mijn fascinatie eindigde toen ik op een avond een PBS-documentaire genaamd The Case of the Ancient Astronauts (1977) tegenkwam. De documentaire bestond uit interviews met echte wetenschappers die hun leven hadden gewijd aan onderwerpen waar Von Dänikens enkel over speculeerde. De eenvoud en logica waarmee ze Von Dänikens boeken met de grond gelijk maakten, maakte mij zowel kwaad (ik voelde me door de auteur bedrogen) als opgetogen. Het vaststellen van bewijsmateriaal, dat is wat echte wetenschappers onderscheidt van Von Dänikens en zijn wensdromen.
Als ik niet zo kwaad was geweest, had ik er haast om kunnen lachen. Dit is dan ook precies die giechelfactor die het werk van professionele astrobiologen zoals mijzelf zo moeilijk maakt. Arnold, de Rosswell-affaire en Von Dänikens maakten SETI een kwetsbaar doelwit voor spot.
Het vaststellen van bewijsmateriaal, dat is wat echte wetenschappers onderscheidt van Von Dänikens en zijn wensdromen
Het eerste SETI-project vond plaats in 1960 onder leiding van een jonge astronoom genaamd Frank Drake. Drake gebruikte een radiotelescoop om ‘niet-natuurlijke’ signalen van twee zonachtige sterren op te sporen. Erkenning voor Drakes inspanningen als startpunt van de moderne astrobiologie is een zelden besproken maar cruciaal punt, mede omdat de astronoom de normen voor bewijsmateriaal uiterst serieus nam. Om foutmarge te verminderen, schonken Drake en zijn collega’s tijdens het ontwerp van hun experiment dan ook aandacht aan vragen over signalen, ruis en fout-positieven. Drakes SETI-project en de daaropvolgende projecten trokken enorme publieke aandacht. Toch werd het opbouwen van een samenhangend, blijvend wetenschappelijk onderzoeksteam almaar verhinderd door de ufo-gekte.
Kort na Drakes project hadden verschillende wetenschappelijke instanties nog een gezonde belangstelling voor de zoektocht naar buitenaards leven, intelligent of anderszins. Het was per slot van rekening de Amerikaanse National Academy of Sciences die in 1961 de Interstellar Communications-bijeenkomst organiseerde waar Frank Drake zijn befaamde Drake-vergelijking formuleerde. NASA was eveneens enthousiast in haar onderzoek naar microben op planeten in ons zonnestelsel, mits deze bereikt konden worden. In de zeventiger jaren werken SETI-wetenschappers met NASA aan nieuwe telescooptechnologie, waaronder Project Cyclops: een gigantische opstelling van wel duizend radiotelescopen die ongekend zwakke signalen uit de uithoeken van het heelal kon oppikken.
Al deze projecten confronteerden wetenschappers met de vraag hoe ze het beste bewijs konden verzamelen en evalueren. Op deze vraag was geen duidelijk antwoord. Onderzoekers waren zich er terdege van bewust dat het leven op andere planeten een compleet andere vorm kon aannemen dan hier op aarde. Mensen buiten wetenschappelijke kringen keken daar echter anders naar.
Giechelfactor
William Proxmire was een senator uit Wisconsin die zichzelf graag zag als een strikte bewaker van de staatskas. Te allen tijde stond hij op de loer voor wat hij beschouwde als verspilling van belastinggeld. In 1978 stuitte de senator op NASA’s financiering van een handvol SETI-projecten waar hij de zin niet van kon inzien en daarom besloot hij de geldkraan dicht te draaien. Proxmire trok zich pas terug toen Sagan, op dat moment al een gerespecteerd schrijver, wetenschapper en wetenschapsambassadeur, hem persoonlijk benaderde. Hoewel de overheidsfinanciering van SETI-projecten in 1983 weer doorging, was de reputatie van de onderzoekers permanent aangetast. De doorsnee burger zag SETI als geldverspilling en onzin, impliciet verbonden met de ufo-gekte.
Financiële steun voor SETI bleef miniem in de periode na Proxime. Toen NASA in 1990 haar bijdrage aan onderzoek naar het microgolfgebied van het elektromagnetische spectrum van 4 miljoen naar 12 miljoen dollar probeerde te verhogen, kwamen volgelingen van de senator opnieuw in actie. ‘We hoeven dit jaar geen 6 miljoen dollar uit te geven om bewijs van deze schurkachtige wezens te vinden,’ spotte congreslid Silvio Conte uit Massachusetts. ‘Een roddelblad in de supermarkt kost slechts 75 cent.’
Toen die 12 miljoen dollar drie jaar later alsnog werd toegewezen, zette het debat zich voort. Zo zag senator Richard Bryan uit Nevada een kans om wat krantenkoppen te genereren en sponsorde hij daarom een campagne om het microgolfproject de das om te doen. ‘Beëindig het jachtseizoen op Mars op kosten van de belastingbetaler,’ luidde zijn slogan. Dat NASA helemaal niet bezig was met Mars, deed er niet toe. Bryans met humor aangedikte campagne vond een groot publiek en legde wederom een verband tussen SETI en de culturele randgebieden waar het ufo-enthousiasme rondzweefde. De giechelfactor had de zoektocht naar buitenaards leven zwaar benadeeld.
Tussen deze zeer openbare afstraffingen door leerde NASA dat SETI politiek vergif was. Hoewel SETI-onderzoekers zoals Drake en de onvermoeibare Jill Tarter hun best deden om aan te tonen dat hun veld wel degelijk een vorm van wetenschap was, dacht de rest van de maatschappij daar anders over. Toch lieten de onderzoekers zich niet klein maken. Als ze niet meer in aanmerking konden komen voor overheidssubsidies, zouden zij een sponsor vinden in de privésector.
De giechelfactor had de zoektocht naar buitenaards leven zwaar benadeeld
De afknelling van overheidssubsidies had echter wel degelijk grote gevolgen voor de zoektocht naar leven in het universum. Het bouwen, onderhouden en gebruiken van ruimtetelescopen kost veel geld en zonder stabiele financiering kwam de zoektocht uiteindelijk tot een stilstand. Dankzij aardse politiek bleef de hemel in andere woorden jarenlang onontdekt.
De rol die ufo’s in dit tragische verhaal hebben gespeeld, valt niet te ontkennen. Historicus Stephen Garber schreef in een artikel over SETI en NASA dat de astrobiologie ‘slachtoffer werd van een “giechelfactor” die voortkwam uit een door de pers gelegde associatie met de speurtocht naar “kleine groene mannetjes” en ongeïdentificeerde vliegende objecten’. Door deze associatie kregen astronomen lange tijd geen kans om hun echte zoektocht uit te voeren.
In het begin van de negentiger jaren leek het inderdaad alsof niemand geïnteresseerd was in de wetenschappelijke mogelijkheden van buitenaards leven. De Viking-missies van NASA uit 1975-1976 voerden biologische experimenten uit op Mars die de deur leken te sluiten voor de rode planeet als een thuis voor zelfs microbieel leven. Het spoor naar leven van welke aard dan ook leek te zijn gekoeld.
Exoplaneten
Een verrassende wending arriveerde in 1995 toen wetenschappers verkondigen dat ze zojuist de allereerste exoplaneet, een planeet die om een andere ster draaide dan de zon, hadden gevonden. Het bleek een historisch moment. Na 2500 jaar discussiëren over het bestaan van andere werelden hadden we eindelijk bewezen dat de planeten in ons zonnestelsel niet uniek waren. Binnen de kortste keren werden overal in het heelal nieuwe exoplaneten ontdekt. Nu weten we dat vrijwel elke ster die je ’s nachts ziet, vergezeld wordt door een familiekring van werelden.
Een tweede omwending arriveerde toen wetenschappers een stukje van Mars tegenkwamen in Antarctica. De meteoriet, die ooit van de rode planeet was afgebroken door een asteroïde-inslag, leek tekenen van fossiel leven te tonen. Hoewel deze conclusie nu niet langer wordt geaccepteerd, gaf toenmalig president Bill Clinton aan NASA een opdracht om terug te keren naar Mars om daar de zoektocht naar leven te hervatten. De geldkraan ging weer open, waardoor onderzoekers nieuwe experimenten konden voorstellen en uitvoeren.
Vandaag de dag kunnen we precies zien welke exoplaneten zich bevinden in de bewoonbare zone van hun ster, een regio waar vloeibaar water (de sleutel voor leven, aldus wetenschappers) kan bestaan. Dit betekent dat we ook precies weten waar de grootste kans is om buitenaards leven tegen te komen, iets waar Drake alleen maar van kon dromen.
Nog opmerkelijker is dat astronomen inmiddels weten hoe ze naar buitenaards leven op exoplaneten kunnen zoeken zonder ze met een raket te bezoeken. Dit doen ze door middel van het analyseren van sterrenlicht dat door de atmosfeer van deze planeten is afgereisd en door verschillende chemicaliën in de atmosfeer is geabsorbeerd. Onder wetenschappers staan dit soort sporen bekend als biosignaturen: tekenen van stoffen die alleen in de atmosfeer kunnen zitten als ze daar door een vorm van leven zijn geplaatst.
Spectaculaire vooruitgang in de jacht op biosignaturen leidde tot een diepgaande verfijning van onderzoekscriteria. Een vroege vorm van signaturen was de aanwezigheid van zuurstof in een buitenaardse atmosfeer. Op aarde maakt zuurstof onderdeel uit van de atmosfeer enkel omdat fotosynthetische organismen het produceren. Echter hebben astronomen in de afgelopen tien jaar alternatieve mechanismen ontdekt waardoor planeten zonder leven mogelijk zuurstofrijke lucht kunnen produceren. Dit was een grote sprong in de ontwikkeling van methoden voor het evalueren van fout-positieven: de manieren waarop we denken dat we ergens bewijs voor buitenaards leven hebben gevonden terwijl dat leven er in werkelijkheid helemaal niet is.
Astronomen hebben in de afgelopen tien jaar alternatieve mechanismen ontdekt waardoor planeten zonder leven mogelijk zuurstofrijke lucht kunnen produceren
Deze nieuwe ontdekkingen herstelden de reputatie van SETI. Zo is er tegenwoordig een nieuw onderzoeksveld voor de zoektocht naar wat wetenschappers als ik ‘technosignaturen’ noemen, waarbij klassieke SETI-methoden worden omarmd en de zoektocht naar buitenaards leven nieuwe richtingen inslaat. In plaats van een baken opzetten en onze aanwezigheid aan het universum verkondigen, zoals de eerste generatie SETI-wetenschappers dat deed, proberen we nu zelf contact te leggen met buitenaards leven. Door te zoeken naar sporen van de dagelijkse activiteiten van buitenaardse samenlevingen (oftewel technosignaturen) stellen we een nieuwe gereedschapskist samen om intelligent, beschavingsvormend leven te vinden.
Het was in 2019 dat NASA mijn collega’s de eerste subsidie toekende om atmosferische technosignaturen te bestuderen. Hoewel er nog steeds maar een handvol technosignatuur-subsidies zijn in vergelijking met onderzoek naar biosignaturen, was dit een duidelijk teken dat de giechelfactor eindelijk afnam. Sindsdien is onze groep hard aan het werk om voorbeelden van mogelijke technosignaturen op te pikken, onder andere met behulp van de James Webb Space Telescope. Bovendien hebben we aangetoond dat er geen goede reden is om aan te nemen dat biosignaturen vaker voorkomen dan technosignaturen. Juist omdat we allemaal dezelfde technieken gebruiken, is het logisch om beide zoekopdrachten tegelijk uit te voeren.
De criteria voor zoekopdrachten naar biosignaturen zijn bovendien relevant voor zoekopdrachten naar technosignaturen. Ons team, onder leiding van de astrofysicus Manasvi Lingam van het Florida Institute of Technology, publiceerde onlangs een van de allereerste studies waarin wordt geprobeerd een basismethode op te stellen voor het evalueren van fout-positieven in technosignaturen. Projecten als deze stellen ons in staat om volledig te begrijpen hoeveel vertrouwen we kunnen hechten aan ieder spoor van intelligent leven.
Maar wat betekent de afname van de giechelfactor dan eigenlijk voor ufo’s en uaps? Daar blijven de wateren ietwat troebel. Natuurlijk is het fijn dat piloten het gevoel hebben dat ze hun waarnemingen kunnen melden aan de autoriteiten zonder angst voor represailles of vernedering, helemaal met betrekking tot luchtveiligheid en defensie. Een transparant en agnostisch onderzoek naar uaps fungeert bovendien als een masterclass voor hoe wetenschappers kennis van geloof onderscheiden.
Als mijn collega’s en ik beweren leven op een andere wereld te hebben gevonden, dan zouden we ons verplicht voelen om bewijs te leveren dat aan de hoogste wetenschappelijke standaarden voldoet. Op dit moment is er simpelweg geen overtuigend bewijs rondom ufo’s en uaps. Een recente hoorzitting van het NASA-uap-panel onthulde dan ook dat een groot percentage van de gemelde waarnemingen niets met aliens te maken kon hebben.
Wat telt, is dat na duizenden jaren aan speculeren over leven in het universum, onze collectieve wetenschappelijke inspanningen ons eindelijk op een punt hebben gebracht waar rigoureuze wetenschappelijke studie van het onderwerp van start kan gaan. De volgende grote ruimtetelescoop van NASA zal het Habitable Worlds Observatory gaan heten. Die naam vertelt je alles wat je over het apparaat moet weten. We gaan ons binnenkort volledig inzetten voor de zoektocht naar buitenaards leven omdat we eindelijk over de middelen beschikken die zo’n zoektocht mogelijk maken. Kortom, de giechelfactor is officieel geschiedenis.
De houten satelliet is niet schadelijk voor het milieu
Japanse wetenschappers zijn erin geslaagd een satelliet te ontwikkelen van hout. De LignoSat-sonde is gemaakt van magnoliahout, dat bij experimenten in het International Space Station (ISS) bijzonder stabiel bleek te zijn en bestand tegen scheuren. Dat schrijft Nikkei Asia. De sonde wordt deze zomer met een Amerikaanse raket gelanceerd.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De houten satelliet is gebouwd door onderzoekers van de Kyoto Universiteit en het bosbouwbedrijf Sumitomo Forestry om het idee te testen van het gebruik van biologisch afbreekbare materialen zoals hout om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de metalen waaruit alle satellieten momenteel zijn opgebouwd. Magnoliahout kwam uit eindelijk als beste materiaal uit de test.
‘Alle satellieten die de atmosfeer van de aarde weer binnenkomen verbranden en creëren kleine aluminiumoxidedeeltjes die jarenlang in de bovenste atmosfeer blijven zweven,’ legt Takao Doi, een Japanse astronaut en ruimtevaartingenieur van de Kyoto Universiteit, uit. ‘Die deeltjes tasten het milieu op aarde aan.’
Dalende kosten van raketten zorgen voor een ware ruimtewedloop, nu ook nieuwe spelers als India en China een succesvol ruimteprogramma hebben opgetuigd. Om dat allemaal in goede banen te leiden zijn nieuwe internationale regels nodig, schrijft commentator Stephen Bush.
In de ruimte blijft al je gepraat over soft power in het luchtledige hangen. Vraag het maar aan Colombia. Daar werd in 1976 een top belegd met Brazilië, Ecuador, Oeganda, Kenia, Indonesië, Congo en toenmalig Zaïre. Die landen gaven een verklaring af waarin ze stelden dat het luchtruim boven hun land tot aan de geostationaire baan niet bij de ruimte hoort, maar bij het grondgebied van hun land. Die Verklaring van Bogotá was een flop. Colombia mag zijn aanspraak op dat deel van de ruimte dan in zijn grondwet hebben verankerd, internationaal vond de verklaring geen weerklank en ‘hun’ ruimte wordt nog onverminderd geëxploiteerd.
Al deze landen hadden dezelfde klacht: dat de internationale wetgeving over het gebruik van de ruimte niet de belangen dient van alle landen ter wereld, maar vooral die van de grootmachten. En ze hadden gelijk, al zal dat een schrale troost zijn. In het internationale Ruimteverdrag staat dat verkenning van de ruimte zal worden uitgevoerd ‘in het belang van alle landen’. Maar sinds dat verdrag werd aangenomen en ondertekend (in 1967, met de VS, de Sovjet-Unie en het Verenigd Koninkrijk voorop) is de macht van landen in de ruimte altijd nauw verbonden geweest met hun macht op aarde. Een goed voorbeeld daarvan zijn de wetten die de VS unilateraal opstelt over zaken die in het verdrag van 1967 niet of niet duidelijk genoeg geregeld zijn, zoals commerciële mijnbouw op asteroïden en de maan.
Kostendaling
De maanlanding van Chandrayaan-3 eind augustus was belangrijk als romantische illustratie van iets wat we al wisten: dat India deze eeuw een grootmacht in opkomst is. Maar het was ook een belangrijk moment om een andere reden: naar verluidt had India de nog niet eerder verkende zuidpool van de maan weten te bereiken voor slechts 74 miljoen dollar, nauwelijks meer dan Arsenal heeft betaald voor de Duitse voetballer Kai Havertz. Dat kunnen veel andere landen ze niet nadoen, en dat is deels te danken aan de kennis die India in de loop van zijn nu al 54 jaar oude ruimteprogramma heeft opgebouwd.
Maar het past ook binnen de bredere kostendaling in de ruimtevaart die wordt aangewakkerd door commerciële bedrijven als SpaceX. Het succes van India is deels te danken aan zijn eigen macht. Maar ook aan het feit dat het mede dankzij Indiase innovaties nu zelfs mogelijk wordt om een eigen maanmissie op te tuigen voor grootmachten op hun retour zoals het Verenigd Koninkrijk. En voor commerciële bedrijven en privépersonen met veel minder geld dan Elon Musk of Amazon-oprichter Jeff Bezos, die in zijn toespraak bij de diploma-uitreiking op de middelbare school al blijk gaf van zijn belangstelling voor het koloniseren van de ruimte.
Met de dalende kosten van raketten is nog maar één hindernis voor die kolonisatie uit de weg geruimd. In hun voortreffelijke nieuwe boek A City on Mars leggen Kelly en Zach Weinersmith op geestige en overtuigende wijze uit waarom je wel krankzinnig optimistisch of oliedom moet zijn om binnen afzienbare tijd een kolonie in de ruimte te willen vestigen. Helaas zijn velen van ons een van de twee of allebei.
‘De ruimte lijkt de mens tot nu toe geen verlangen naar vrede in te boezemen’
Diverse wedlopen tussen grote mogendheden in het verleden hebben aangetoond dat landen tot akelig veel stommiteiten in staat zijn om maar niet achter te blijven bij de ander. En het zou kunnen dat er op de zuidpool van de maan nog onvermoede schatten worden ontdekt. Maar het is net zo goed mogelijk dat die droom net zo’n illusie blijkt als het mythische El Dorado in het hartje van Afrika. Een van de gevolgen van de kolonisatiewedloop in Afrika was dat miljoenen Afrikanen vermoord of op de vlucht gejaagd werden. Er zijn gelukkig geen maanbewoners of marsmannetjes die we van hun land kunnen beroven. Maar een ander uitvloeisel waren directe conflicten tussen de Europese mogendheden. De race om een al dan niet reële voorsprong in de ruimte te behalen begint al hetzelfde effect te krijgen.
Dat India de doelstelling van zijn ruimteprogramma verlegd heeft van binnenlandse ontwikkeling naar maanmissies en de verdediging van Indiase satellieten, is een reactie op de proeven die China uitvoert met antisatellietwapens. En dat de VS weer met maanmissies bezig is, heeft meer te maken met de zekerheid dat China mensen naar de maan wil sturen dan de minieme kans dat er op de zuidpool van de maan iets waardevols te vinden is.
Door de dalende kosten van raketten is het verkennen van de ruimte niet langer alleen voorbehouden aan de grote mogendheden, zoals tijdens de Koude Oorlog. Het verdrag van 1967 op basis waarvan de ruimte nu met anderen gedeeld wordt, gaat nog steeds uit van een wereld waarin dit vooral een bezigheid is van de Amerikanen en de twee voormalige grote mogendheden Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie. Terwijl de huidige koplopers in de ruimtewedloop de VS en China zijn. ‘De ruimte lijkt de mens tot nu toe geen verlangen naar vrede in te boezemen,’ schrijft het echtpaar Weinersmith. Nu de wereld zich opmaakt voor een race naar Mars, is de ruimtevaart hard toe aan nieuwe internationale regels.
Een Russisch robotachtig ruimteschip dat op weg was naar de maan, is daar zondag neergestort, aldus het Russische ruimteagentschap Roscosmos. ‘Het is de meest recente tegenslag in de ruimtevaart voor een land dat als de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog de eerste natie werd die een satelliet, een man en vervolgens een vrouw in een baan om de aarde bracht,’ schrijft The New York Times.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Luna-25, die op 11 augustus werd gelanceerd, was de eerste Russische maanmissie sinds de jaren zeventig, schrijft het Amerikaanse dagblad. Het doel was om het zuidpoolgebied van de maan te bereiken. Overheden en particuliere bedrijven over de hele wereld zijn geïnteresseerd in dat deel van de maan omdat ze denken dat er waterijs kan liggen dat in de toekomst door astronauten gebruikt zou kunnen worden.
De raket van SpaceX knalde na vier minuten uit elkaar
De eerste ruimtereis van de Starship van het Amerikaanse ruimtevaartbedrijf SpaceX is donderdag op een grote teleurstelling uitgelopen. De raket ontplofte vier minuten na de lancering om nog onbekende reden, terwijl de bedoeling was dat het enorme schip een vlucht van anderhalf uur zou maken, schrijft CNN.
Met een totale lengte van 120 meter is de Starship van het bedrijf van Elon Musk de langste raket ter wereld. Het dient uiteindelijk om mensen naar de maan en naar Mars te brengen. Maar voorlopig moet het bedrijf het bij testvluchten laten. De verwachtingen van buitenstaanders rondom de vlucht van donderdag waren ook al sceptisch.
In het ruimteschip passen honderd passagiers die het in de toekomst naar de ruimte moet kunnen vervoeren. De raket bestaat uit twee onderdelen: een onderdeel van 70 meter dat de raket lanceert, en passagiersgedeelte van 50 meter. Ondanks de snelle ontploffing heeft Elon Musk gezegd trots te zijn op het SpaceX-team.
Steeds meer landen tuigen peperdure ruimtevaartprogramma’s op. Puur wetenschappelijk is zijn de motieven al lang niet meer: het lijkt meer te gaan om een combinatie van prestige en landjepik. En dat roept de vraag op wie er überhaupt aanspraak mag maken op planeten en sterren.
De menselijke grootheidswaanzin kent geen grenzen. Een recent voorbeeld – dat in deze verzengende, neurotische zomer grotendeels onopgemerkt bleef – was een wonderlijke aanvaring tussen NASA-directeur Bill Nelson en de Chinese autoriteiten. ‘Het moet ons grote zorgen baren dat China op de maan landt en zegt: “Dit is nu van ons, dus blijf uit de buurt”’, zo zei Nelson in een interview met Bild. Een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken sloeg meteen terug: ‘Het is niet voor het eerst dat de chef van NASA liegt dat het gedrukt staat en China belastert.’
Nelsons aantijging was vreemd, aangezien het in december vijftig jaar geleden is dat iemand voor het laatst voet op onze natuurlijke satelliet zette. Sindsdien wordt het verkennen van de maan overgelaten aan nijvere rupsvoertuigjes die over rotsformaties karren. China heeft maar een zo’n robot ingezet: die reisde in 2019 naar de ‘donkere kant’ van de maan. Dus het idee dat het land de alleenheerschappij zou kunnen verwerven over een gebied dat zo groot is als Azië, dat bij temperaturen tussen 120 graden Celsius overdag tot min 130 graden ’s nachts in het luchtledige zweeft, dat blootstaat aan kosmische straling en zich meer dan 384.000 kilometer van de dichtstbijzijnde bevoorradingsbasis bevindt, is wellicht een tikje vergezocht.
Star Wars-programma
De beschuldiging was des te vreemder omdat de VS, en niet China, van plan waren om op 29 augustus een immense raket de ruimte in te schieten, een paar banen om de maan te laten beschrijven en weer naar de aarde te laten terugkeren, en dat alles voor de lieve som van 29 miljard dollar. Het zou de eerste fase zijn van de Artemis-missie – zo genoemd naar de Griekse godin van de maan en zuster van zonnegod Apollo – die rond 2025 moet leiden tot de vestiging van een maanbasis (kosten 93 miljard dollar) annex, op termijn, lanceerplatform voor een bemande expeditie naar Mars.
Vanwaar nog de interesse in reizen naar de maan? Tijdens hun succesvolle eerste bezoek in 1969 verzamelden Amerikaanse astronauten enkele merkwaardige stenen, maar dat was het wel zo’n beetje. Een wetenschappelijke reden voor toekomstige missies ontbreekt dus eigenlijk. Misschien is er een militair doel: eind 2019 richtten de VS namelijk een zesde legeronderdeel op, de Space Force, voor alle aan de ruimte gerelateerde militaire activiteiten. Maar dan nog: wat voor rol kan de maan hierin spelen? Als militaire basis om van daaruit een vijand op aarde te bedreigen? Daarvoor kun je beter de satellieten gebruiken die nu in een baan om de aarde zweven. Die zijn veel dichterbij, goedkoper en nauwkeuriger.
Een wetenschappelijke reden voor toekomstige missies ontbreekt eigenlijk
Financial Times en tijdschrift The Economist suggereren heel cynisch dat deze missies een slinkse manier zijn om de defensie-industrie te financieren en geld te verdelen onder strategische delen van de electorale achterban. The Economist meldde dat het in Artemis gebruikte Space Launch System (SLS) de bijnaam ‘Senate Launch System’ had gekregen, en dat de technologie, die is overgeërfd van het inmiddels ter ziele gegane Shuttle-programma, bedoeld was om banen veilig te stellen in Alabama, waar de meeste onderdelen van de Shuttle werden vervaardigd.
Een andere hypothese is dat de VS opnieuw het spel willen spelen dat de ondergang van de Sovjet-Unie inluidde. Het Strategic Defense Initiative, of ‘Star Wars’-programma, was een beoogd kosmisch verdedigingssysteem. Alleen al het nastreven ervan – het kwam nooit van de grond – bracht de Russen op de knieën. [Die konden de race om de militaire suprematie over de ruimte financieel niet meer bijbenen.] Als de Chinezen een Amerikaanse inlijving van de maan willen voorkomen, zullen ze, evenzeer als de Sovjet-Unie destijds, kosten moeten maken die hun economie in een crisis kan storten. Vandaar dat de VS hun vazallen – Canada, Japan, het VK en de EU – oproepen om deel te nemen aan de Artemis-missie.
Mochten deze Nieuwe-Koude-Oorlogsuitgaven de goegemeente als enigszins zinloos voorkomen, dan kan de regering nog altijd een konijn uit de hoge hoed toveren. De afgelopen jaren hebben tal van economiegoeroes hoog mogen opgeven van de grote mogelijkheden die mijnbouw op de maan maar ook op asteroïden zou bieden. Prestigieuze namen uit de financiële wereld zijn deze ontluikende industrie al gaan sponsoren. In 2009 richtten Googles Larry Page en Eric Schmidt, samen met onder anderen regisseur James Cameron en de ruimtevaartondernemers Eric Anderson en Peter Diamandis Planetary Resources op, een bedrijf waarvan de uiteindelijke missie is om hoogwaardige mineralen uit asteroïden te ontginnen en te raffineren tot metaalschuim. Ondertussen beweerde iSpace, een soortgelijke onderneming die in 2010 in Japan werd gelanceerd, dat waterbronnen op de maan ons in staat zullen stellen een ruimtelijke infrastructuur te ontwikkelen die ons dagelijks leven op aarde zal verrijken en onze leefwereld in de ruimte zal doen uitgroeien. Door van de aarde en de maan één systeem te maken, zal een nieuwe economie met een centrale ruimte-infrastructuur het menselijk leven ten dienste zijn en duurzaamheid bewerkstelligen.
Prestigieuze namen uit de financiële wereld zijn deze ontluikende industrie al gaan sponsoren
Er zijn sindsdien steeds meer van dergelijke fantastische ondernemingen bijgekomen. In 2013 kwam Deep Space Industries Inc. met een ambitieuze blauwdruk voor het opsporen van asteroïden die geschikt zijn voor mijnbouw (rond 2015), het terugbrengen van monsters naar de aarde (het jaar daarop) en grootschalige activiteiten vanaf 2023. Kort daarna kondigde het Californische bedrijf OffWorld aan dat het ‘een nieuwe generatie universele industriële robots wilde ontwikkelen voor het zware werk op de maan, asteroïden en Mars’. Het had miljoenen slimme robots in gedachten, ‘die onder menselijk toezicht “on- en offworld” werken en de binnenste schil van het zonnestelsel zullen veranderen in een betere, vriendelijkere, groenere plek voor het leven en de beschaving’.
Illusie
In een 98 pagina’s tellend rapport aan zijn klanten stelde Goldman Sachs in 2017 dat het delven van platina in de ruimte door ‘asteroïden grijpende ruimtevaartuigen’ steeds betaalbaarder beloofde te worden. De zakenbank voorspelde almaar grotere winsten in de sector. Morgan Stanley kwam met eensluidende beweringen. Wanneer dergelijke banken hun klanten aanmoedigen te investeren in ruimtemijnbouw, is het goed om terug te denken aan hoe Goldman Sachs de Griekse staatsschuld ooit beheerde, en deze praktisch verdubbelde. Met andere woorden: grote financiële instellingen zijn in staat hun klanten helemaal uit te persen. Uiteindelijk werd Deep Space, ondanks de voorspellingen van de banken, verkocht aan Bradford Space, een relatief bescheiden handelaar in ruimtelijke vluchtsystemen en vliegtuigcomponenten, werd Planetary Resources geliquideerd en kwamen de activa onder de hamer. Het wensdenken blijft echter hardnekkig: in januari 2022 verscheen AstroForge op het toneel, een ander Californisch bedrijf dat beweert nieuwe, in het laboratorium geteste technologie te hebben ontwikkeld voor de verwerking van asteroïdemateriaal.
Ruimtemijnbouw zal in de nabije toekomst niet van de grond komen
Bloomberg heeft ondubbelzinnig gewaarschuwd tegen deze sci-fi-achtige ondernemingen:
‘Wat zou sciencefiction nog zijn zonder ruimtemijnbouw? Van Ellen Ripley in Alien en Dave Lister in Red Dwarf, tot Sam Bell in Moon en Naomi Nagata van The Expanse, zou interstellair drama van zijn standvastige heldendom zijn beroofd als de ingenieurs in ruimtepakken en hun mineraalverwerking er niet waren… Prachtig dat mensen de pijlen van hun ambitie op de sterren richten – maar degenen die de grootse plannen van de ontluikende ruimtemijnindustrie weigerden te financieren, hadden gelijk over de basisvoorwaarden. Ruimtemijnbouw zal in de nabije toekomst niet van de grond komen. Je hoeft alleen maar naar de geschiedenis van de beschaving te kijken om te begrijpen waarom. Eén factor sluit de meeste ruimtemijnbouw meteen al uit: de zwaartekracht. Die biedt enerzijds de zekerheid dat de meest hoogwaardige ertsen van het zonnestelsel zich onder onze voeten bevinden: de aarde is de grootste rotsachtige planeet in het zonnestelsel. Hierdoor is de hoorn des overvloeds aan mineralen die onze planeet bij haar samensmelting verwierf zo rijk als aan deze kant van Alpha Centauri maar te vinden is. Zwaartekracht vormt anderzijds een technisch probleem. Buiten het zwaartekrachtveld van de aarde is het transporteren van de hoeveelheden materiaal die nodig zijn voor mijnbouw enorm duur.
Als we de illusie even voor de realiteit inruilen, beseffen we heel goed waarom de afgelopen vijftig jaar maar zeer weinig mensen zich buiten de veilige omgeving van onze planeet hebben gewaagd. Het internationale ruimtestation ISS (International Space Station) wentelt op een hoogte van slechts 400 kilometer om de aarde. Stel je de aarde voor als een bol met een diameter van een meter, dan zweeft dat station er maar drie centimeter boven. De maan is bijna duizend keer verder van de aarde verwijderd, en de kortste afstand tussen de aarde en Mars is 55 miljoen kilometer. Dit wil niet zeggen dat mensen het zonnestelsel nooit zullen verlaten, maar daarvoor is wel een wetenschappelijke revolutie nodig die verder gaat dan de einsteiniaanse fysica, net als een duizelingwekkende technologische vooruitgang met veranderingen in het transportwezen die net zo ondenkbaar zijn als de reactiemotor in de tijd van de paardenkoets zou zijn geweest.
Krankzinnige hoogmoed
De luchtspiegeling van ruimteverkenning gehoorzaamt aan dezelfde ijzeren wet die Horkheimer en Adorno ontwaarden in de cultuurindustrie. Het gaat om de permanent uitgestelde behoeftebevrediging: ‘De cultuurindustrie bedriegt haar consumenten voortdurend met wat ze maar blijft beloven. Het beloofde wordt enkel geënsceneerd. Het komt er nooit van, en juist daaruit wordt men geacht zijn voldoening te putten.’ We krijgen voortdurend te horen dat er over twee, vijf, tien jaar een nieuwe missie op de maan zal landen – of beter nog, dat er een basis komt. Evenzo zullen we altijd twintig, dertig of veertig jaar verwijderd zijn van het stichten van een kolonie op Mars. Deadlines voor ruimtevluchten worden eindeloos verschoven, zoals ook in het geval van Artemis, waarvan de lancering eerst gepland was voor 2020, daarna voor eind 2021, toen voor 29 augustus 2022, toen 3 september en nu, ‘waarschijnlijk’, voor later deze maand, of anders…
Het kapitalisme is echter niet uitsluitend expansionistisch; er is ook sprake van een eigendomsrelatie met de buitenwereld
Er is echter een in het oog springend verschil tussen de ‘normale’ cultuurindustrie en de ruimteluchtspiegeling; de eerste is er ten behoeve van de massa, de tweede om een klasse van kapitalisten te behagen. Het zijn de Larry Pages, de Elon Musks en de Jeff Bezoses die zichzelf sprookjes vertellen – in hun krankzinnige hoogmoed zijn ze ervan overtuigd dat ze fictie in wetenschap kunnen omzetten. Zo bezien is de verkenning (of exploitatie) van de ruimte eerder religieus dogma dan volksgeloof. Want het blote feit dat de aarde rond is – en dus eindig, beperkt – blijft de kapitalisten dwars zitten. Het kapitalisme is noodzakelijkerwijs expansionistisch; zonder ongelimiteerde groei loopt het winstmechanisme vast. Dit fenomeen kennen we maar al te goed: voor kapitalisten bestaat de dwang nieuwe grenzen te openen voor industrialisatie en accumulatie; na Groot-Brittannië en de VS was het Frankrijk, toen Duitsland, toen Japan en Italië; nu zijn het China en Vietnam, en op een dag zal het Afrika zijn. Toch blijft de aarde volharden in haar bolvormigheid – een onoverkomelijk probleem, tenzij de markt zich buiten haar grenzen kan uitbreiden; of misschien nog verder, voorbij het zonnestelsel. De kapitalist droomt van een oneindige, universele markt, waar je aandelen van het Andromeda-Sterrenstelsel en futures kunt kopen op de grondstoffen die worden gedolven op de drie planeten rond de pulsar PSR B1257+1 in het sterrenbeeld Maagd, 980 lichtjaren verwijderd van ons zonnestelsel. Stel je voor: een hele kosmos om te exploiteren!
Het kapitalisme is echter niet uitsluitend expansionistisch; er is ook sprake van een eigendomsrelatie met de buitenwereld. Denk aan de lofzangen die vorig jaar werden aangeheven naar aanleiding van de machtige vlooiensprongen buiten de aardatmosfeer die drie miljardairs (Branson, Bezos, Musk) maakten. De particuliere verovering van de ruimte werd hiermee aangekondigd – en uiteraard ging dat er veel efficiënter aan toe dan bij welk equivalent uit de publieke sector dan ook. Het idee van het geprivatiseerde universum is iets waarmee we rekening moeten houden: hele sterrenstelsels herschikt als privé-eigendom. Onze miljardairs denken altijd in het groot, en zullen ook het belachelijke zonder voorbehoud omarmen.
De geschiedenis van de verovering van de ruimte begon halverwege de vorige eeuw. Het was toen dat de mensheid een glimp van buiten de atmosfeer opving (de hond Laika in 1957; Yuri Gagarin in 1961), waarop regeringen onmiddellijk op internationale fora hun aanspraken op de kosmos maakten. Om toekomstige galactische invasies en imperialistisch optreden te voorkomen, ondertekenden ze in 1967 plechtig het Ruimteverdrag, waarin zij propageerden dat de ‘exploratie en het gebruik van de kosmos een zaak van de gehele mensheid is en dient te geschieden ten behoeve en in het belang van alle landen’.
Deze vredesexercitie was enkel voor de bühne. In 1979, toen in het Maanverdrag de maan en haar natuurlijke hulpbronnen tot ’CHM‘ (Common Heritage of Mankind) werden benoemd en ’een billijke verdeling door alle landen van de voordelen die uit deze hulpbronnen voortspruiten’ werd gestipuleerd, weigerden veel staten, waaronder de VS, het te ondertekenen. Negen jaar later richtte het ministerie van Handel van de Amerikaanse regering het Office of Space Commerce op, met als missie ‘het bevorderen van de voorwaarden voor economische groei en technologische vooruitgang van de Amerikaanse commerciële ruimtevaartindustrie’.
Het afgelopen decennium heeft Washington zijn inspanningen verdubbeld om een wettelijk kader te creëren dat de exploitatie van hulpbronnen in de ruimte mogelijk maakt:
‘De regering-Obama ondertekende de US Commercial Space Launch Competitiveness Act van 2015, op basis waarvan Amerikaanse burgers “zich kunnen bezighouden met de commerciële verkenning en exploitatie van ruimtebronnen”. In april 2020 vaardigde de regering-Trump een decreet uit ter ondersteuning van Amerikaanse mijnbouw op de maan en asteroïden. In mei 2020 maakte de NASA de Artemis-akkoorden bekend, die de ontwikkeling van veiligheidszones rond maanmijnen behelzen.’
Zo zal het niet lang meer duren voordat advocatenkantoren aan de ruimte gerelateerde geschillen moeten beslechten en er juristen komen die de fijne kneepjes kennen van de interplanetaire handel. Dit alles voordat nog iemand naar de maan is teruggekeerd! En terwijl we zulke extravagante plannen koesteren, helpen we deze kleine, bijzondere, fantastische planeet naar de verdommenis.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.