Tag: Senegal

  • Geronseld bij de kapper: zo worden migranten gesmokkeld naar de Canarische Eilanden 

    Geronseld bij de kapper: zo worden migranten gesmokkeld naar de Canarische Eilanden 

    Uit onderzoek blijkt dat Marokkaanse grenswachten zich laten omkopen om bootjes met migranten op deze uiterst gevaarlijke route te laten passeren. ‘Bij mijn zevende poging gaven de smokkelaars ongeveer 1500 euro smeergeld aan een agent die op zee patrouilleerde. Daardoor hebben we het gehaald.’

    Het eerste contact van Khalid met het smokkelnetwerk dat hem naar Europa bracht, vond plaats bij een bushalte in Gambia. Daar ontmoette hij een Gambiaanse man die zijn reis naar Senegal en vandaar naar de Canarische Eilanden plande. Taxi’s, bushaltes, stations, cafés, pleinen en kapsalons zijn enkele van de plekken die door mensenhandelaars worden gebruikt om migranten te ronselen.

    Legaal vanuit Afrika naar Spanje reizen is voor velen een mission impossible. Door bureaucratische belemmeringen en gebrek aan mogelijkheden hebben meer dan vijftigduizend migranten de laatste jaren ervoor gekozen om in vissersbootjes en rubberboten in handen van criminelen te stappen. Sommigen van hen zijn zich bewust van de risico’s die ze te wachten staan, maar anderen bewandelen blindelings een pad waarop ze worden geconfronteerd met fraude, agressie, seksueel misbruik en zelfs de dood. 

    De laatste studie van het Waarnemingscentrum voor migrantensmokkel van de VN-organisatie UNODC, getiteld Northwest African (Atlantic Route). Migrant smuggling from the Northwest African coast to the Canary Island (Spain), heeft de modus operandi blootgelegd van smokkelaars die duizenden mensen naar Europa hebben gebracht via de Canarische migratieroute, de dodelijkste ter wereld. Aan de kusten van Marokko en de Westelijke Sahara zijn georganiseerde smokkelnetwerken geïdentificeerd. In andere landen, zoals Senegal, is het gebruikelijk dat migranten hun eigen overtocht organiseren met gemeenschappelijk beschikbare middelen.

    ‘Op het strand bedekken organisatoren hun gezicht en gebruiken ze schuilnamen om identificatie te voorkomen’

    ‘Het eerste contact is vaak met de man of vrouw die klanten in contact brengt met vervoerders en organisatoren van boten. Vaak ontmoeten migranten en vluchtelingen de organisator van de boot vaak pas bij het vertrek’, aldus het onderzoek. Zelfs dan zijn ze onherkenbaar: ‘Op het strand bedekken organisatoren hun gezicht en gebruiken ze schuilnamen om identificatie te voorkomen’, aldus de studie.

    Zodra het contact is gelegd, krijgen de migranten de opdracht om op eigen gelegenheid naar de plaats van vertrek te reizen. Mensen reizen met het openbaar vervoer of in voertuigen die bekendstaan als ‘taximaffia’, meldt het rapport. De volgende stap is wachten tot het netwerk voldoende mensen heeft verzameld om de boot te vullen, en op een nacht met gunstige weersomstandigheden.

    Het wachten op de boot naar de eilanden gaat niet voor alle migranten hetzelfde. Het onderzoek bracht verschillen tussen nationaliteiten aan het licht. ‘Marokkanen verblijven in goedkope hotels in kleine dorpjes aan de kust van Marokko en de Westelijke Sahara. Ze delen vaak kamers met mensenhandelaren of met andere klanten om de kosten te drukken. Sommigen wachten een maand’, aldus het rapport. Mensen uit Afrika ten zuiden van de Sahara brengen hun wachttijd door op afgelegen plekken die worden omschreven als ‘woestijnen’. Onder gevaarlijke omstandigheden in huizen met beperkte toegang tot water, voedsel en minimale hygiënische omstandigheden.

    Korting voor het besturen van de boot

    De organisatoren van de overtocht leggen de route bijna nooit zelf af. Vaak kiezen de smokkelaars mannen met vaarervaring om de bootjes te besturen. En vaak worden daarvoor vissers gebruikt. In ruil daarvoor verminderen of schrappen de netwerken voor hen de kosten van de reis, die variëren van 1000 tot 3000 euro.

    Volgens het onderzoek heeft de Spaanse politie tussen januari en november vorig jaar honderdvijftig bootbestuurders op Gran Canaria gearresteerd voor smokkel van migranten. ‘De meeste bootbestuurders die in Spanje worden vervolgd, worden beschuldigd van zware misdrijven die samenhangen met mensensmokkel en worden veroordeeld tot gevangenisstraffen van vier tot acht jaar. Hun handelen wordt geacht het leven en de veiligheid van de passagiers ernstig in gevaar te hebben gebracht’, aldus de studie.

    Soms laten de bestuurders het roer los als een andere boot hun vaartuig nadert

    Als er onderweg doden vallen, wordt de bestuurders moord of doodslag ten laste gelegd; de straffen voor schippers nemen toe met één tot vier jaar voor elk dodelijk ongeval. Soms laten de bestuurders het roer los als een andere boot hun vaartuig nadert, ook al zou dat de dood kunnen betekenen voor de stuurman en de andere inzittenden.

    Agenten identificeren betrokkenen in centra waar migranten 72 uur in hechtenis doorbrengen. Volgens de studie voldoen de voorzieningen in die centra niet aan de minimale kwaliteitsnormen. Burgerbewegingen en gezondheidsorganisaties hebben herhaaldelijk de erbarmelijke omstandigheden in deze voorzieningen aan de kaak gesteld. 

    In november 2020 vond ondervraging door de politie plaats in de haven van Arguineguín, in het zuiden van Gran Canaria. Daar zaten duizenden mensen wekenlang opeengepakt, zonder douches, slapend op de grond. Op Lanzarote werd een schip ingericht als CATE (Centro de Atención Temporal de Extranjeros, ofwel: tijdelijke opvang voor buitenlanders). Er waren zes chemische toiletten voor de honderden mensen die er kwamen toen de stroom mensen naar het eiland toenam. Bij elke storm kwam de vloer onder water te staan en er waren niet genoeg bedden voor iedereen.

    Corrupte grenswachten

    ‘Bij mijn zevende en laatste poging betaalden de smokkelaars uit de Westelijke Sahara smeergeld van ongeveer 1500 euro aan iemand van de militaire basis die op zee patrouilleerde. Daardoor hebben we het gehaald,’ vertelde een Marokkaanse man aan de auteurs van het onderzoek. De smokkel van migranten langs de Noordwest-Afrikaanse route ‘lijkt geen verband te houden’ met andere vormen van smokkel en illegale handel. Er is echter wel sprake van een ander misdrijf: corruptie door grenswachten. ‘Zij zijn vaak van fundamenteel belang voor een succesvolle overtocht.’

    Dit mechanisme, leiden dit jaar, samen met de onmogelijkheid om via legale kanalen toegang tot Europa te krijgen, al tot de dood van achthonderd mensen op de migratieroute naar de Canarische Eilanden, volgens de laatste gegevens van Caminando Fronteras.

    Vrouwen en meisjes worden ook mishandeld en seksueel misbruikt door smokkelaars en bewakers

    Wanneer migranten de kosten van de boot niet kunnen betalen, maken zij met de mensenhandelaars afspraken over andere vormen van compensatie. Zij werken dan ‘gratis voor smokkelaars in omstandigheden die op uitbuiting wijzen, voor lage lonen, vernederende behandeling en slechte huisvesting’. Dat gebeurt vooral in Marokko en Algerije.

    Vrouwen en meisjes worden ook mishandeld en seksueel misbruikt door smokkelaars en bewakers. ‘Een vrouw uit Ivoorkust probeerde zes keer de zee over te steken voordat het haar lukte. Telkens werd ze onderschept en vastgehouden door de Marokkaanse autoriteiten, en werd ze blootgesteld aan mishandeling door ordehandhavers en gevangenisbewakers.’

    Lees ook:

  • Afrika biedt Europa een alternatief voor Russisch gas – maar tegen welke prijs?

    Afrika biedt Europa een alternatief voor Russisch gas – maar tegen welke prijs?

    De oorlog met Rusland heeft ervoor gezorgd dat de EU haar vizier richt op Afrika voor olie en gas. Het continent heeft die brandstoffen evengoed nodig.

    Naar aanleiding van de Russische invasie in Oekraïne is de EU al een tijdje wanhopig op zoek naar vervangers voor steenkool, olie en gas. In het document REPowerEU stelt de Europese Commissie zich ten doel ‘Europa vóór 2030 onafhankelijk te maken van Russische fossiele brandstoffen’. Daartoe wil de EU in de eerste plaats samenwerken met ‘internationale partners om alternatieve energiebronnen te vinden’, zoals het gas dat in sommige Afrikaanse landen onder de grond is opgeslagen.

    De Afrikaanse regeringen verwelkomen deze verandering in het Europese beleid met open armen. Vóór de oorlog was Algerije al de op twee na grootste leverancier van aardgas aan Europa via pijpleidingen naar Spanje en Italië. Een ander belangrijk aandeel wordt over zee vervoerd als vloeibaar aardgas (lng), vanuit de Golf van Guinee (Nigeria, Angola en Equatoriaal-Guinea).

    In de afgelopen maanden hebben verschillende Europese ambtenaren Algiers, Dakar, Abuja, Brazzaville en Luanda bezocht om de mogelijkheden voor grotere gasinvoer te onderzoeken. De Europese Commissie heeft een tripartiete overeenkomst ondertekend om de aankomst van Israëlisch gas via Egypte te verzekeren. Bovendien worden de investeringen van Europese ondernemingen in lng-projecten nieuw leven ingeblazen. Enkele voorbeelden: BP in Senegal en Mauritanië; ENI in Algerije, Egypte, Nigeria, Angola en de Republiek Congo; Equinor en Shell in Mozambique en Tanzania.

    Afrikaanse ontwikkeling

    Aardgas wordt echter niet alleen geëxporteerd, maar ook steeds meer binnen Afrikaanse landen gebruikt. Het wordt veelal gezien als een belangrijke stap richting de energietransitie, en een garantie voor ontwikkeling. Gasflessen kunnen heviger vervuilende energiebronnen als brandhout of houtskool vervangen, die nu nog op grote schaal in Afrikaanse huishoudens worden gebruikt, en die slecht zijn voor de gezondheid.

    De belangrijkste toepassing van gas – vooral in een werelddeel waar maar weinig mensen toegang hebben tot stroom – is het opwekken van elektriciteit. Hiervan wordt al gebruikgemaakt in landen als Ghana, dat weliswaar het grootste deel van zijn olie naar internationale markten exporteert, maar gas gebruikt om in elektrische energie te voorzien. Bovendien kunnen zowel de nationale als de regionale markten via pijpleidingen van aardgas worden voorzien.

    Momenteel doorkruist de West-Afrikaanse gaspijpleiding het grondgebied van Nigeria, Benin, Togo en Ghana en een andere pijpleiding verbindt Zuid-Afrika met Mozambique. Dat systeem wordt nog verder uitgebreid via verschillende projecten, zoals de Afrikaanse Renaissance-pijpleiding – een van de twee tussen Mozambique en Zuid-Afrika – en een initiatief dat de levering van gas vanuit Tanzania aan Oeganda mogelijk maakt. In Nigeria werkt men ten slotte aan de Trans-Sahara-gaspijpleiding, die reikt tot aan Algerije, en aan een leiding tussen Nigeria en Marokko. Belangrijk aan deze laatste twee pijpleidingen is dat ze kunnen worden aangesloten op de Europese gasnetwerken.

    Export leidt hoe dan ook tot de uitputting van een niet-hernieuwbare hulpbron

    Maar is dat wel mogelijk, om tegelijkertijd naar buiten toe uit te breiden en intern te optimaliseren? Zijn die twee doelen verenigbaar? Kunnen gasleveringen aan Europa worden verhoogd terwijl tegelijkertijd de Afrikaanse huishoudens en productiesector van energie worden voorzien? Hoe kunnen projecten op de buitenlandse markt worden gecombineerd met de energietransitie waar zoveel mensen in Afrika en Europa terecht om vragen?

    Sommigen zijn van mening dat al deze doelstellingen samenvallen. Hun voornaamste argument is het geloof dat groeiende Europese belangstelling zal leiden tot de investeringen die nodig zijn om de energiebronnen te exploiteren. Verder wordt beweerd dat de uitvoer van gas naar Europa Afrikaanse landen aanvullende middelen zal verschaffen om in de eigen ontwikkeling te investeren. Maar er zijn factoren die stemmen tot een minder optimistische houding.

    Risico’s van aardgas

    De energiebehoeften van Afrika zijn veel groter dan die van Europa. Hoezeer de productie en beschikbaarheid van gas op een gegeven moment ook mogen toenemen, export leidt hoe dan ook tot de uitputting van een niet-hernieuwbare hulpbron. Zo kan een soort hypotheek ontstaan, die de middellange- en langetermijnstrategie voor de ontwikkeling van Afrikaanse energie en industrie in de weg staat.

    De infrastructuur die de elektriciteitsvoorziening en de levering van gasflessen aan huishoudens op het continent mogelijk maakt, is niet geschikt voor de export van gas. Waar sprake is van gasexport, ontstaan vaak zogenaamde enclave-economieën. Er zijn talrijke verhalen over mislukte ontwikkelingsprocessen die geworteld waren in de winning en verkoop van natuurlijke hulpbronnen.

    De aanleg van meer gasinfrastructuur zou ontwikkeling dus flink kunnen tegenwerken

    Ook vanuit andere hoek klinken tegenargumenten, namelijk van Afrikaanse milieugroeperingen: gas is een fossiele brandstof, die bijdraagt aan klimaatverandering. Investeren in gas betekent dus dat er minder geld wordt besteed aan de bevordering van hernieuwbare energiebronnen. De Europese belangstelling zou bovendien van korte duur kunnen blijken, aangezien de EU ernaar streeft haar afhankelijkheid van fossiele brandstoffen vóór 2030 drastisch te verminderen. De aanleg van meer gasinfrastructuur zou ontwikkeling dus flink kunnen tegenwerken.

    Net als andere onderaardse grondstoffen leidt de aanwezigheid van gas nogal eens tot perverse, politieke situaties in landen waar het sociaal contract tussen heerser en burger op losse schroeven staat. Zo worden de opbrengsten van gasverkoop vaak ingezet om de macht en de rijkdom van machthebbers uit te breiden, en niet om openbare diensten en economische ontwikkeling te financieren.

    Het spreekt voor zich dat de stabiliteit van het sociaal contract en van staatsinstellingen in verschillende Afrikaanse landen sterk uiteenloopt. Maar externe partijen maken geen onderscheid tussen meer of minder democratische regeringen. Paradoxaal genoeg kan Europa’s streven om op het gebied van energie autonoom te worden en niet langer afhankelijk te zijn van een autocraat als Vladimir Poetin, uiteindelijk een steun zijn voor andere autocraten.

    Toekomstige dilemma’s

    Op een moment als dit, waarop iedereen onder hoogspanning staat, zullen Afrikaanse en Europese leiders weinig interesse hebben in deze redenen, die ertegen pleiten om Europa van meer Afrikaans gas te voorzien. Gelukkig neemt dit alles niet de aandacht weg van de tweede en derde strategie van het REPowerEU-plan, waarmee enige vooruitgang kan worden geboekt, namelijk energiebesparing en versnelde overgang op hernieuwbare energiebronnen.

    Ook Afrika kan een belangrijke rol spelen bij de productie van deze schone energiebronnen, zowel voor binnenlands gebruik als voor export. Maar ook dit toekomstbeeld levert dilemma’s op. We kunnen nog niet voorzien wat voor evenwicht Afrikaanse leiders vinden tussen de belangen van internationale investeerders en de behoeften van hun eigen burgers.

    Lees ook:

  • Alles is mooi aan de baobab

    Alles is mooi aan de baobab

    De door droogte bedreigde baobabboom wordt aanbeden in Senegal. 
De bomen dienen als gemeentehuis waar pasgeboren baby’s hun 
naam krijgen en waar geschillen worden beslecht. Bovendien zou 
de apenbroodboom over bovennatuurlijke krachten beschikken.

    Brede, robuuste baobabs zijn bijna als vanzelfsprekend opgenomen in het stadslandschap van Dakar, de drukke hoofdstad van Senegal. Vlak bij een snelwegoprit wassen chauffeurs hun taxi’s in de schaduw van een indrukwekkende baobab, oftewel apenbroodboom. Zijn leerachtige stam is het plaatselijke prikbord met advertenties voor loodgieters en huurappartementen.

    Massieve apenbroodbomen, sommige meer dan 
duizend jaar oud, hebben in heel Senegal stand-gehouden; dankzij hun broze, sponsachtige hout dat ongeschikt is voor meubels, zijn ze de houtkap 
ontsprongen. Maar de bladeren worden door de couscous gemengd, de bast levert vezels waarvan touw wordt gemaakt, de vruchten worden in drankjes verwerkt en uit de zaden wordt olie geperst. 
‘Deze boom’, zegt Adama Dieme, terwijl hij zijn hoofd achterover buigt om naar de kroon van zijn buurt-baobab te kijken, ‘is de trots van de buurt.’

    Bedreigd

    De baobab wordt, zoals vele andere bomen in de regio, bedreigd door diezelfde krachten die ook de samenleving op meerdere fronten treffen: klimaatverandering, verstedelijking en bevolkingsgroei. West-Afrika is veel van de natuurlijke rijkdommen die ooit nauw verweven waren met de culturele identiteit, kwijtgeraakt. Door stroperij is de populatie van wilde dieren flink uitgedund: leeuwen, giraffen en savanneolifanten worden ernstig bedreigd. Grote bosgebieden sneuvelen voor palmolie- en cacaoplantages. Mangroves sterven door vervuiling. Zelfs de ranke acacia wordt gekapt en opgestookt onder de kookketels van uitdijende gezinnen. Een recente studie stelde dat klimaatverandering de 
oorzaak is van de sterfte van enkele van de oudste apenbroodbomen van Afrika. Lokale onderzoekers schatten dat de helft van de Senegalese baobabs in de afgelopen vijftig jaar door droogte en stedenbouw is gesneuveld.

    Niet ver van Dakar wordt op initiatief van de president een heel nieuwe stad uit de grond gestampt, een van de grootste bouwprojecten van het land – midden in een baobabbos. Van hogerhand is beloofd dat alle bomen die moeten wijken, elders opnieuw zullen worden geplant. Aan de buitenste ring van de bouwplaats verrijzen nieuwe woningen. Op de grond ligt een gevelde baobab. Uit zijn holle binnenste stijgt een schimmellucht op. Zijn bast is gehavend door bijlsporen. Niet ver ervandaan ligt een aantal verkoolde exemplaren. Een bouwvakker vertelt dat ze met benzine zijn overgoten. ‘Je hart breekt bij het zien van een gevelde baobab’, zegt hij.

    ‘Het 
is ons nationale symbool. Maar ja, huisvesting gaat voor.’

    De baobabs dienen als gemeentehuis; ontmoetingsplaatsen waar dorpse knopen worden doorgehakt, waar pasgeboren baby’s hun naam krijgen, waar geschillen worden beslecht

    ‘Het 
is ons nationale symbool. Maar ja, huisvesting gaat voor.’
    In Senegal siert de baobab het presidentiële wapen. Blinde muren worden ermee opgetooid en hij prijkt op billboards. 
Een luxe strandhotel heeft zich ernaar vernoemd, evenals een beroemde worstelaar. Een van de apenbroodbomen die volgens de plaatselijke bevolking 850 jaar oud is en een omtrek heeft van maar liefst 30 meter, vormt een toeristische attractie. Je kunt een overnachting boeken in een baobabboomhut of van baobab naar baobab roetsjen met een tokkelbaan. Senegal heeft weinig rivieren en geen bergen, dus baobabs rijzen als majestueuze bakens op boven de 
laagbegroeiing in het vlakke landschap. Hele gemeenschappen werden rond deze bomen opgebouwd. De baobabs dienen als gemeentehuis; ontmoetingsplaatsen waar dorpse knopen worden doorgehakt, waar pasgeboren baby’s hun naam krijgen, waar geschillen worden beslecht. Hun lijvige, pythonachtige wortels dienen als zitzakken voor de vermoeiden. Hun takken bieden schaduw aan hen die verkoeling zoeken. De stammen van sommige baobabs zijn volgehangen met voorwerpen, stuk voor stuk om geluk af te dwingen: een hanenpoot, een armband, een teenslipper. Pelgrims bezoeken de immense baobab op een van de Îles de la Madeleine, eilandjes voor de kust van Dakar, om bij wijze van gebed geld of briefjes in de gleuven van de stam te schuiven.

    Bidden voor regen

    De afgelopen jaren is het regenseizoen steeds later begonnen en is de regenval verminderd. Terwijl het land zich opmaakt voor steeds meer droogte, scharen veel dorpelingen zich rondom de plaatselijke baobab om te bidden voor regen. In het dorp Diock, op drie uur rijden van Dakar, had het regenseizoen al lang moeten zijn losgebarsten, maar begin augustus heeft het er nog maar vier keer geregend. De giersthalmen in de omringende velden steken maar net boven de grond uit. ‘We zien op tv wat er in Europa en de rest van de wereld gebeurt’, zegt Mamadou Diop, de dorpsoudste. ‘We weten wat ons boven het hoofd hangt.’ Om de klimaatverandering te beteugelen proberen de dorpelingen het gebruik van benzine-slurpers te beperken en jonge bomen bij de houtkap te ontzien. Maar de oogsten zijn zo schamel dat een groot deel van de zeshonderd inwoners de akkerbouw heeft opgegeven en naar de stad is getrokken, waar ze werk vinden in het onderwijs of bij het leger. ‘We doen ons best de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen’, zegt Diop, ‘maar het lijkt alsof we machteloos staan.’

    Iedere stad en ieder dorp kent zijn eigen baobab-
traditie. In Diock loopt een pasgetrouwd stel na de huwelijksinzegening zevenmaal om de plaatselijke apenbroodboom. In Fadiouth, een schelpeneiland aan de zuidwestkust, houden rouwstoeten halt aan de voet van de dorpsbaobab, voordat ze verdergaan naar het katholieke heiligdom en de begraafplaats. Seydou Kane, werkzaam voor het ministerie van Cultuur, werd op vierjarige leeftijd in de stad Thiès besneden onder een baobab. Volwassenen hadden hem verteld dat er in de apenbroodbomen geesten huizen die boos worden als je de stam aanraakt. 
Na de ceremonie werd hij geacht met een mes in de boombast te kerven. Hij raapte al zijn moed bijeen, rende naar de baobab en bracht een kerf in de schors aan. ‘Nu ben je een man’, werd hem voorgehouden. ‘Nu hoef je nergens meer bang voor te zijn.’ Onlangs bezocht Kane de boom uit zijn jeugd. Hij was gestorven.

    Baobabbladeren vormen een vast onderdeel van het dieet van Selbe Dione en haar zus, die in de regio Fatick wonen. Met behulp van een lange houten stok plukken ze de bladeren van de grote boom die 
midden in het veld van de buren staat. De boom helt opzij, alsof hij hun tegemoet wil komen. ‘Alles aan de baobab is mooi’, zegt Dione, terwijl ze omhoog kijkt naar de groene ovale vruchten en de grote, witte, 
hangende bloemen. ‘Van de kruin tot aan de wortel.’

    Iedere stad en ieder dorp kent zijn eigen baobab-
traditie. In Diock loopt een pasgetrouwd stel na de huwelijksinzegening zevenmaal om de plaatselijke apenbroodboom. In Fadiouth, een schelpeneiland aan de zuidwestkust, houden rouwstoeten halt aan de voet van de dorpsbaobab, voordat ze verdergaan naar het katholieke heiligdom en de begraafplaats. Seydou Kane, werkzaam voor het ministerie van Cultuur, werd op vierjarige leeftijd in de stad Thiès besneden onder een baobab. Volwassenen hadden hem verteld dat er in de apenbroodbomen geesten huizen die boos worden als je de stam aanraakt. 
Na de ceremonie werd hij geacht met een mes in de boombast te kerven. Hij raapte al zijn moed bijeen, rende naar de baobab en bracht een kerf in de schors aan. ‘Nu ben je een man’, werd hem voorgehouden. ‘Nu hoef je nergens meer bang voor te zijn.’ Onlangs bezocht Kane de boom uit zijn jeugd. Hij was gestorven.
    Baobabbladeren vormen een vast onderdeel van het dieet van Selbe Dione en haar zus, die in de regio Fatick wonen. Met behulp van een lange houten stok plukken ze de bladeren van de grote boom die 
midden in het veld van de buren staat. De boom helt opzij, alsof hij hun tegemoet wil komen. ‘Alles aan de baobab is mooi’, zegt Dione, terwijl ze omhoog kijkt naar de groene ovale vruchten en de grote, witte, 
hangende bloemen. ‘Van de kruin tot aan de wortel.’

    Tombe

    In een aantal van de oudste baobabs van Senegal is 
het weefsel afgestorven, wat enorme holtes oplevert. In de kustplaats Nianing staat een baobab met een holte waarin met gemak tien mensen kunnen staan. Vroeger werden deze holtes als mausolea gebruikt voor griotten [verhalenvertellers], die er rechtop in werden begraven. Deze mannen waren wandelende bibliotheken; de kracht van hun woorden werd zo sterk geacht dat die tot in de eeuwigheid vanuit de boom zou uitstralen. De gewoonte werd in de jaren zestig verboden, maar inwoners van plaatsen met apenbroodbomen die ooit tombes waren, hebben het nog altijd over heilige baobabs. Ook zijn veel begraafplaatsen rondom baobabs aangelegd. In Kaolack liggen 45 koningen van de Guelewar-dynastie begraven onder een baobab.

    In een uitgestrekt veld in Samba Dia, waarop één enkele, reusachtige baobab prijkt, hoedt de 72-jarige Aminita Ba haar geiten. Toen Ba hier vijftig jaar geleden neerstreek, bouwde ze haar huisje naast de boom, wetende dat hij als wegwijzer zou fungeren voor bezoekers. ‘Ik ben zo trots op deze baobab’, 
zegt ze. ‘Je kunt hem al van verre zien, en naast 
deze enorme boom staat een huisje: en dat is míjn huis.’
    Dionne Searcy

    Auteur: Dionne Searcy

  • Trots in het Oudeweduwenwijkje

    Trots in het Oudeweduwenwijkje

    In de Senegalese plaats Kabrousse, in de regio Casamance, ligt een bijzondere buurt: het Oudeweduwenwijkje. Geen bejaardentehuis, maar een wijk met een belangrijke sociale functie.

    Het plaatsje Kabrousse kennen de meeste Senegalezen wel. Vooral dankzij Aliné Sitoe Diatta, heldin van de koloniale vrijheidsstrijd [de ‘Jeanne d’Arc van Senegal’ overleed in 1944 in Timboektoe]. Maar van het Oudeweduwenwijkje in het dorp hebben velen nog nooit gehoord – ook de mensen in de regio zelf niet.

    Het buurtje valt nauwelijks op tussen de andere woonhuizen in het centrum, maar vertegenwoordigt een traditie die je vrijwel nergens anders ziet.

    Wie voor het eerst over het Oudeweduwenwijkje hoort spreken, denkt natuurlijk aan een soort bejaardenhuis. Maar dat klopt niet. Het Oudeweduwenwijkje heeft zijn eigen sociale functies, al zijn die niet altijd even bekend. Als je hier op ontdekking gaat, blijkt het er nog mooier dan de verhalen al wilden doen geloven.

    Ongetrouwde vrouwen

    Het Oudeweduwenwijkje ligt midden in Kabrousse en bestaat uit huisjes 
met een zinken of een strooien dak. 
Ze hebben allemaal een erfje en een veranda. De omheiningen zijn gemaakt van paaltjes of palmbladeren met daaromheen oude netten. Het is er rustig.

    Vlak langs de weg bij de ingang naar een erf is een vrouw bezig het haar van haar dochter te vlechten. De oude vrouw wordt gezelschap gehouden door ongetrouwde vrouwen. Aan de overkant veegt een oud, kromgegroeid vrouwtje de rommel voor haar huis weg. Ze gaat gebukt onder de ouderdom. Op het erf van het huis aan de overkant zit nog een vrouw, mager, met ingevallen wangen en een lege blik in haar ogen.

    ‘Deze oude vrouwen mogen volgens 
de traditie niet op bezoek gaan in het huis gaan van hun zoons die met een of meer vrouwen getrouwd zijn. Maar de zoons en kleinzoons mogen wel bij haar thuis komen. Hier in Kabrousse zorgen we ervoor dat de moeder van de echtgenoot zich niet bemoeit met het huwelijksleven van haar zoon,’ verduidelijkt de jonge Assoule Diatta, die gespecialiseerd is in de geschiedenis van Kabrousse. ‘Het is een manier om botsingen tussen koppels te voorkomen.’

    Terwijl ik naar de uitleg van de historicus luister, herinner ik me weer het idee van sociologe Fatou Bintou Dial 
in haar proefschrift Mariage et divorce à Dakar, itinéraires féminins [Huwelijk en echtscheiding in Dakar, vrouwelijke keuzes.] Daarin stelt ze dat de groei 
van het aantal echtscheidingen in Senegal voor een flink deel op het conto van de schoonfamilies komt.

    ‘In deze streek vind je alleen in Kabrousse zo’n wijkje speciaal voor oude moeders. Dit heeft niets te maken met de tradities van het Diola-volk [de grootste etnische groep in het land]. En het is ook niet om die bejaarde moeders aan de kant te schuiven,’ verzekert Assoule Diatta.

    Na zijn uitleg staan we verbaasd stil 
op het kronkelige pad dat zich tussen de huisjes door slingert en bekijken 
we het wijkje bewonderend. Nergens 
is afval te zien. De oude vrouwen hier brengen het grootste deel van hun tijd door met het aanvegen van hun erf. Het is hier een en al reinheid. ‘Ik ben 
er trots op dat ik in dit huis woon. 
Mijn zoon die in Europa zit, stuurt me geld om van te leven,’ zegt Marie Diatta, een inwoonster van het wijkje.

    © Courrier International
    © Courrier International

    Zoals gezegd vermijden ze in Kabrousse liever het woord bejaardenhuis. Deze vrouwen leven niet geïsoleerd van de samenleving. Voor een buitenstaander is het onmogelijk de fysieke grenzen te zien die dit wijkje van de andere wijken scheidt. Het wijkje ligt vlak bij de plek waar Aline Sitoé Diatta als priesteres resideerde. Dat is geen toeval. De vrouwen hier zijn de hoedsters van wijsheid. Jongere vrouwen hebben bij traditionele ceremonies deze wijze vrouwen nodig.

    In het wijkje kom je geen voorbeelden tegen van een opvallende manier waarop de bewoners van Kabrousse met hun huizen omgaan. Elders in het dorp zie je her en der bouwvallige huizen staan, waarvan de eigenaren het aardse bestaan hebben verlaten. Het is hier ongebruikelijk om huizen van overledenen te herstellen. ‘Als je in Kabrousse 
je vader verliest, mag je zijn huis niet opknappen. Zijn zoons moeten daarom na zijn dood elders een nieuw huis bouwen. De traditie wil dat je het huis totaal laat instorten en pas dan gaat denken aan herbouw,’ vertelt de jonge Diatta, die aan de traditie hecht, maar aan zijn kleding te zien ook openstaat voor de moderne tijd.

    Auteur: Maguette Ndong
    Vertaler: Tess Visser

    Le Soleil
    Senegal | dagblad | oplage 25.000

    Zwaargewicht in de Afrikaanse pers. Regeringsgezinde krant die claimt zich in te zetten voor het publieke belang.