Tag: Servië

  • Kremlin spint garen bij brandhaard in Servië en Kosovo

    Kremlin spint garen bij brandhaard in Servië en Kosovo

    Sluimerende etnische spanningen op de Balkan worden door Poetin aangewakkerd en gebruikt om de aandacht af te leiden van de oorlog in Oekraïne. Hoe beperkt de rol van Rusland als Servische bondgenoot ook mag zijn.

    Terwijl de wereld haar ogen gericht houdt op de Russische invasie in Oekraïne, gaan Vladimir Poetins propagandaoperaties in de hele wereld door. Van Zuid-Amerika tot Afrika, overal zijn Russische onruststokers bezig met het destabiliseren en ondermijnen van regeringen die in hun ogen de doelstellingen van Moskou in de weg zitten. De invloed hiervan was bijvoorbeeld merkbaar op de Australian Open, waar de vader van de Servische toptennisser Novak Djokovic gefilmd werd terwijl hij poseerde met pro-Russische demonstranten en naar verluidt ‘lang leve de Russen’ riep.

    Voor mensen die de regio al lang in de gaten houden, is dit geen verrassing. Poetin heeft Servië en Kosovo tegen elkaar opgehitst door Belgrado dieper in de invloedssfeer van Moskou te trekken. Nu, drie decennia nadat Joegoslavië op bloedige wijze uiteenviel, hebben de recente aanvaringen tussen Servië en Kosovo de sluimerende etnische spanningen doen oplaaien en onrust veroorzaakt in het Westen.    

    Eind december heeft Servië zijn troepen in de hoogste staat van paraatheid gebracht, toen de Servische premier stelde dat de twee landen ‘op de rand van een gewapend conflict’ stonden. Sir Stuart Peach, de speciaal gezant van het Verenigd Koninkrijk, bracht een bezoek aan Servië om de gemoederen tot bedaren te brengen. Maar het risico dat het in de toekomst opnieuw tot een aanvaring komt, blijft reëel. Temeer omdat Rusland achter de schermen bezig is het Westen van de oorlog in Oekraïne af te leiden. 

    Wagner Group

    De campagnes waarmee Rusland invloed uitoefent in Servië kennen een lange geschiedenis. Via instituten als de orthodoxe kerk behoudt Moskou vergaande culturele en politieke invloed in Servië. Sputnik, een Russisch nieuwsbureau dat eigendom is van de staat, is duidelijk aanwezig in Belgrado en het internationale televisienetwerk Russia Today heeft er kortgeleden nog zijn deuren geopend. Misschien is het meest alarmerend nog wel dat de Wagner Group in december zijn aanwezigheid in Servië heeft aangekondigd in de vorm van een ‘Russisch-Servisch Cultureel en Informatiecentrum voor Vriendschap en Samenwerking’. Deze beruchte Russische paramilitaire organisatie, die onder leiding staat van Poetin-vertrouweling Jevgeni Prigozjin, is gespecialiseerd in informatieoperaties die tot doel hebben spanningen aan te wakkeren.  

    De activiteiten van het Kremlin in Servië zijn extra zorgwekkend omdat Servië onlangs als directeur van de inlichtingendienst een pro-Russisch politicus heeft aangesteld die ertoe oproept een ‘Servische wereld’ te creëren – de tegenhanger van Poetins ‘Russische wereld’ op de Balkan. Het doel is alle Serviërs te verenigen in eenzelfde cultureel referentiekader. 

    Servië heeft nooit de onafhankelijkheid van Kosovo erkend. De regering heeft de Serviërs die in Kosovo wonen, en daar in het noorden de meerderheid vormen, aangemoedigd om zich tegen de richtlijnen van [de Kosovaarse hoofdstad] Pristina te verzetten. De spanningen namen toe in augustus, toen Kosovo de Serviërs aldaar verplichtte kentekenplaten en documenten in het Kosovaars te laten registreren. Veel Serviërs weigerden dit en legden uit protest hun werk neer. Door de arrestatie van een voormalig Servisch politieambtenaar verslechterde de situatie verder; Serviërs blokkeerden de wegen net zolang tot hij werd vrijgelaten.   

    ‘Rusland is helemaal vastgelopen op het grondgebied van Oekraïne. Hoe kunnen wij Servië dan helpen?’

    Zowel Servië als Rusland profiteert van de chaos die zulke spanningen veroorzaken. De Servische president Aleksandar Vucic omdat de escalatie de Serviërs afleidt van binnenlandse gebeurtenissen. Eind december zette Vucic bijvoorbeeld het Servische leger op scherp op de dag dat meer dan vijftien mensen in het ziekenhuis belandden door een ammoniaklek in een vrachttrein. Deze was ontspoord als gevolg van de slechte staat van de spoorlijn. Vucic probeert zich met deze strategie in de regio te profileren als een baken van stabiliteit. 

    Poetin op zijn beurt kan door zijn stellingname in het conflict verschillende doelstellingen van zijn buitenlands beleid verwezenlijken: het Westen afleiden van de oorlog in Oekraïne, de NAVO verzwakken en Rusland positioneren als de enige regionale bemiddelaar. Dit geeft hem een zekere macht ten opzichte van westerse mogendheden, die niet willen dat het geweld in de regio verder escaleert. 

    De Russische ambassadeur in Servië maakt duidelijk dat Belgrado kan rekenen op de steun van Moskou en benadrukt dat Kosovo zich ‘op de rand van een groter conflict’ bevindt. Tot op zekere hoogte is dit goedkope retoriek, aangezien Moskou niet in staat is Servië militair bij te staan in geval van een openlijk conflict. Zoals Igor Strelkov, een Russische oorlogsveteraan en voormalig minister van Defensie van de marionettenstaat Donetsk, uitlegt: ‘Rusland is helemaal vastgelopen op het grondgebied van Oekraïne. Hoe kunnen wij Servië dan helpen? Dat lukt enkel als we een totale oorlog met de NAVO aangaan, en daar zijn we totaal niet op voorbereid.’

    Weigering

    Hoe beperkt de rol van Rusland als Servische bondgenoot ook mag zijn, het zal het Servisch-Kosovaarse conflict ongetwijfeld blijven aanwakkeren. Ondertussen kondigde Vucic op 23 januari in een toespraak tot de natie aan dat Servië onder westerse druk staat. Zijn weigering om in te gaan op het Frans-Duitse voorstel om de betrekkingen tussen Servië en Kosovo te normaliseren, zou de onderhandelingen over toetreding tot de EU en westerse investeringen in Servië namelijk tot stilstand brengen. Maar zoals we in Oekraïne hebben gezien, pakken Moskous plannen niet altijd uit zoals ze bedoeld zijn.

    Het Kremlin is niet in staat Belgrado militair of economisch bij te staan, en het Westen heeft de middelen om het conflict te bezweren. Dit vereist de juiste inzet van invloed, een tegenbeweging om Russische informatieoperaties te ontmantelen en NAVO-vredesmissies om nieuwe wegblokkades op te heffen, waarmee de boodschap wordt afgegeven dat het Westen in een geval van escalatie zal ingrijpen. 

    Voor Vucic is het in sommige opzichten makkelijker om in te binden. Met name vanwege zijn controle over de media kan de Servische president bepaalde informatie zo brengen dat hij de betrekkingen met Pristina normaliseert zonder bang te hoeven zijn voor represailles van ultrarechtse groeperingen. 

    Als het Westen snel handelt, wordt het plan van het Kremlin om een nieuwe brandhaard te creëren en zo de aandacht van Oekraïne af te leiden, ondermijnd. 

    Lees ook:

  • Servië en Kosovo weten conflict niet op te lossen

    Servië en Kosovo weten conflict niet op te lossen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zeker 162 doden bij aardbeving in Indonesië

    » Colombia hervat vredesbesprekingen met ELN

    Ondanks een gesprek van acht uur blijft het conflict bestaan

    President van Servië Aleksandar Vučić en de Kosovaarse premier Albin Kurti hebben maandag ruim acht uur met elkaar gesproken in een poging een langslepend conflict over het gebruik van kentekenplaten op te lossen, schrijft EuroNews. Volgens EU-buitenlandchef Josep Borrell is er ondanks de langdurige besprekingen geen akkoord bereikt. Hij zegt te vrezen dat het conflict kan uitlopen op geweld tussen de twee landen.

    Het kentekenconflict draait om het gebruik van Servische nummerplaten door etnische Serviërs die in Kosovo wonen. Kosovo eist dat zij Kosovaarse kentekens gebruiken, waar deze Servische minderheid, die Kosovo niet erkennen, dat weigeren. Zij moeten boetes betalen en volgens een nieuw plan van de regering van Kosovo kunnen zij zelfs een rijverbod krijgen, tot woede van de Servische autoriteiten.

    De afgelopen tijd kwam het al vaker tot gewelddadige botsingen aan de grens in het noorden van Kosovo, onder meer tussen de etnische Albanese meerderheid en de Servische minderheid in het land. Om extra druk op de ketel te houden heeft Borrell gezegd dat beide landen, willen zij lid worden van de Europese Unie, zich meer moeten inspannen het conflict op te lossen.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/droom-van-een-%e2%80%a8groot-albanie-krijgt-vorm/
  • Barbaren van de Balkan: hoe drugsbazen in Servië martelen op Mexicaanse wijze

    Barbaren van de Balkan: hoe drugsbazen in Servië martelen op Mexicaanse wijze

    Recent is een ‘horrorhuis’ in de buurt van Belgrado ontdekt, waar Servische gangsters hun rivalen martelden. De ontdekking toont aan dat criminele organisaties wreedheid van Mexicaanse kartels kopiëren om controle te krijgen over de drugshandel op de Balkan.

    De brede glimlach op hun gezichten toont de voldoening na een geslaagde operatie. In een roze huis in het dorp Ritopek, niet ver van Belgrado, poseren op 3 augustus 2020 twee gespierde, getatoeëerde mannen van in de dertig voor hun laatste trofee: een naakte man, de voeten en handen gebonden. Een van de beulen, die zwarte handschoenen draagt, tilt het hoofd van de gemartelde man op richting de lens van de fotograaf. Het gezicht van de man is gezwollen, de ogen zijn gesloten; waarschijnlijk is hij al dood. De cocaïneoorlog op de Balkan heeft weer een slachtoffer geëist.

    Op een andere opname, een paar minuten later genomen, zien we zijn voet naast zijn hoofd staan. Het lichaam is in stukken gesneden in een nabijgelegen kamer, die volledig is afgedekt met zeil. Op de achtergrond staat een professionele vleesmolen klaar om de stukken van het lichaam te vermalen. Daarna wordt het in zakken gestopt en in de nabijgelegen Donau gedropt.

    Balkanbendes zijn verantwoordelijk voor ongeveer 30 procent van de Europese cocaïne-invoer

    De foto’s die zijn genomen in een gebouw dat door de plaatselijke pers nu ‘het horrorhuis’ wordt genoemd, en waren nooit bedoeld om ooit op het bureau van een Servische rechter te belanden. Maar een van de twee lachende dertigers, Veljko Belivuk, alias ‘Velja Nevolja’ [Velja het probleem], beging samen met zijn handlangers de fout de foto’s te delen met de app Sky ECC. Ze dachten dat de encryptie daarvan niet te kraken was en wisten niet dat de Belgische, Nederlandse en Franse politie zouden doordringen tot de versleutelde geheimen van deze chatapp.

    De uitwisselingen (gesprekken, sms’jes, foto’s, et cetera) bieden een blik achter de coulissen van de georganiseerde misdaad en vormen de belangrijkste bewijsstukken tegen Belivuk en zijn bende. Ze getuigen ook van de barbaarsheid van deze criminelen, die bereid zijn tot elke vorm van geweld, om de controle te behouden over de cocaïnehandel vanuit de Balkan, een regio die de laatste jaren een belangrijke doorvoerzone is geworden voor de aanvoer uit Latijns-Amerika. Balkanbendes die rechtstreekse banden hebben met Latijns-Amerikaanse kartels, zijn volgens Europol goed voor ongeveer 30 procent van de cocaïne-invoer in Europa.

    Twee duimen omhoog en een mes

    Een ongepubliceerd rapport, ingezien door Le Monde, verschaft inzicht in de methoden van bepaalde Servische en Montenegrijnse bendes. Het is opgesteld door de Franse gerechtelijke politie en aan het eind van de zomer van 2021 aan de Servische justitie overhandigd, in het kader van het onderzoek naar het ‘horrorhuis’. De auteur van het rapport, een commissaris van het Centraal Bureau voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad, bundelde tal van berichten die door de bende van Belivuk werden uitgewisseld met Sky ECC, alsook 56 foto’s, waaronder die van vijftien slachtoffers.

    In deze stroom van berichten, bevinden zich screenshots van overschrijvingen in bitcoins; betalingen aan de moordenaars te betalen. Op de foto’s zijn partijen cocaïne te zien, wapens (automatische 9mm-pistolen en semi-automatische Tsjechische Skorpios), valse identiteitspapieren en stapels geld. Een bericht van één regel volstaat voor een opdracht tot ontvoering of executie. ‘Wij zijn er voor’, schrijft Belivuk onder het pseudoniem ‘Soprano’ bijvoorbeeld, gevolgd door drie emoji’s: twee duimen omhoog en een mes.

    Alleen al Belivuk wordt van zeven moorden beschuldigd

    ‘Tot op heden’, schrijft de auteur van het verslag, ‘zijn er negentien geïdentificeerde slachtoffers van moord geregistreerd, zeven niet-geïdentificeerde slachtoffers van moord en negen slachtoffers van extreem geweld dat waarschijnlijk tot de dood heeft geleid.’ Alleen al Belivuk, die in januari 2021 werd gearresteerd en nog steeds op zijn proces wacht, wordt van zeven moorden beschuldigd.

    Het verhaal begint in een idyllische omgeving, in de kuststad Kotor, genesteld in een fjord aan de ruige kust van Montenegro. Deze kleine haven was lange tijd het bolwerk van Darko Saric, bijgenaamd de ‘cocaïnekoning’. Zo’n vijftienjaar lang zwaaide hij de scepter over de handel, met inkomsten die door sommige bronnen in totaal op een slordige 1 miljard euro worden geschat. Maar na zijn arrestatie in 2014 kregen potentiële erfgenamen ambities. De roof van een lading van 200 kilo coke in het Spaanse Valencia, eind 2014, maakte dat de groep uiteenviel.

    Zo begon de ‘oorlog van Kotor’, het epicentrum van een conflict tussen voormalige ‘broeders’ die vijanden werden. Aan de ene kant stond de clan van Kavac, genoemd naar het dorp waar zij een toevluchtsoord vonden en geleid door Slobodan Kascelan en Radoje Zvicer. Aan hen heeft Belivuk, de man van het ‘horrorhuis’, trouw gezworen. Aan de andere kant van de heuvel, huist een andere clan: de Skaljari, gevestigd in het centrum van Kotor, die onder bevel staan van de gebroeders Vukotic en gelieerd zijn aan de Servische clan van Zemun. Op het spel staat het geld dat in de cocaïnehandel omgaat.

    Om de aard van het conflict te begrijpen, is nog een kleine omweg nodig naar de voetbalstadions van Belgrado. Want voordat hij de sterke man werd van de Kavac-clan, maakte Belivuk, alias ‘Velja het probleem’, naam bij het gevolg van Partizan Belgrado, een van de voetbalclubs in de Servische hoofdstad. In de loop der jaren werd hij leider van de groep meest radicale deel van de toeschouwers. Zijn bende, die terug te vinden is op de tribunes bekend onder de naam Principi, werd gevormd door een groep bijzonder gevreesde hooligans: de Grobari (‘doodgravers’). Na in elkaar te zijn geslagen door enkelen van hen overleed Toulouse-supporter Brice Taton in september 2009 voor de wedstrijd Partizan-Toulouse in Belgrado. ‘De supportersgroepen, met name die van Partizan, zijn volledig geïntegreerd in de drugshandel. Zij beschikken over het vermogen tot snelle mobilisatie, geweldspotentieel en de dekmantel van de clubs en dat maakt hen tot ideale doorgeefluiken’, schrijft politicoloog Loïc Tregourès en auteur van het boek Le Football dans le chaos Yougoslave [voetbal in de chaos van Joegoslavië] uit 2019.

    Gevoel van straffeloosheid

    Bij ‘Velja het Probleem’ begint een soort opwaartse trend naar zware criminaliteit. Zijn Principi hebben niet alleen de zeggenschap over de zuidelijke tribune van het stadion van Partizan overgenomen; hun netwerken reikt tot ver daarbuiten. Sommige van hen, met een rol in de nachtclub-, security- en restaurantsector, werden sleutelfiguren bij het witwassen van geld dat afkomstig was van de illegale handel in drugs, sigaretten of wapens. Nadat ze een hal van het stadion annexeerden en tot hun hoofdkwartier maakten, breidden ze hun invloed verder uit tot het punt waarop ze, net als andere bendes, goede connecties hadden binnen de politie en in de politiek.

    Maar hoe kwam Belivuk, de hooligan die sleutelfiguur werd, terecht bij de Kavac-clan die met zijn rivalen in de badplaats Kotor in oorlog was? Dat is een van de raadselen die door het onderzoek ontrafeld zullen moeten worden. Intussen blijkt de zaak veel groter te zijn dan een simpel misdaadverhaal.

    De zoon van president Vucic verschijnt regelmatig in het openbaar met bendeleden

    Zowel in Podgorica als in Belgrado is het algemeen bekend dat er banden zijn tussen de georganiseerde misdaad en de politiek. Sommige waarnemers spreken zelfs van ‘maffiastaten’. Zo zouden aanhangers van Belivuks bende de inwijdingsceremonie van de Servische president Aleksandar Vucic hebben beschermd, wiens zoon Danilo regelmatig in het openbaar verschijnt met bendeleden, ook op de tribune. En wordt de president van Montenegro, Milo Dukanovic, niet al sinds begin jaren 2000 met name door de Italiaanse justitie verdacht van banden met de Camorra, de Napolitaanse maffia?

    Zo ver gaat de Franse politie niet, maar ze wijst wel op de greep die de twee rivaliserende clans van Kotor (de Kavacs en de Skaljaris) op Servië en Montenegro hebben. ‘Een aanzienlijke mate van corruptie op verschillende niveaus stelde de twee organisaties in staat grote invloed uit te oefenen op verschillende Balkanlanden’, schrijft de auteur van het verslag. Over de onderschepte berichten schrijft hij: ‘Deze gegevens stelden ons ook in staat de hoge mate van corruptie waar te nemen waardoor deze clan [Kavac, van Velja het Probleem] kon opereren ten gunste van overheidsfunctionarissen zoals politieagenten of hoge ambtenaren van Montenegrijnse instellingen.’

    In feite verraadt analyse van de Sky-uitwisselingen het gevoel van straffeloosheid dat de clan in kwestie koesterde. Zo nemen haar leiders, Velja het Probleem of Slobodan Kascelan, soms zelf deel aan executies. Dat gebeurde bijvoorbeeld in augustus 2020, na de ontvoering van een zekere Nikola Stanisic, lid van de Skaljari. Hij was een zeer symbolisch doelwit want hij is de zoon van een van de rechterhanden van ‘Arkan’, een krijgsheer die in 2000 werd vermoord. Arkan was de leider van de ultra’s van Rode Ster, de andere voetbalclub uit Belgrado, en daarna van de Tijgers, een paramilitaire groep. De erfenis die Nikola Stanisic met zich meedroeg, rechtvaardigt op deze augustusdag in 2020 de aanwezigheid van Kascelan zelf in het ‘horrorhuis’. Na te zijn vernederd en vervolgens gemarteld om de codes van zijn telefoon te verkrijgen, wordt Stanisic doodgeschoten. Zijn lichaam wordt verbrand en begraven in een park.

    Mexico in Belgrado

    Dergelijke methoden waren niet altijd de regel. ‘Vóór Belivuk was extreem geweld niet kenmerkend voor lokale criminele organisaties. Saric [‘de cocaïnekoning’] bijvoorbeeld, deed er alles aan om onder de radar te blijven en voerde zijn illegale activiteiten uit onder het mom van een legaal bedrijf,’ aldus Sasa Djordjevic van de afdeling Belgrado van Global Initiative Against Transnational Organized Crime, een onafhankelijke organisatie gevestigd in Genève. Maar nu nemen de leiders Mexicaanse ‘narco’s’ als model. ‘Kijk, schat, Mexico in Belgrado,’ merkte Belivuk op bij de foto van een lijk.

    Deze organisaties beperken hun invloedssfeer niet tot de Balkan. Elders in Europa zijn ze te vinden bij strategische havens als Rotterdam en Antwerpen, maar ook in landen waar de diaspora gevestigd is (Duitsland, Oostenrijk, Zweden). De moordenaars van de ‘Kotor-oorlog’ waren ook daar actief. Weer andere regio’s worden gezien als toevluchtsoorden. ‘Deze gewelddadige criminele organisaties gebruiken Frans grondgebied als incidentele uitvalsbasis na het plegen van moorden in het buitenland, alsmede als plek voor het witwassen van geld en de circulatie van wapens en drugs’, aldus de Franse gerechtelijke politie.

    Een van de slachtoffers van het ‘horrorhuis’ is een befaamde bankovervaller

    De analyse van de via Sky uitgewisselde gegevens heeft nog niet alle geheimen van de folterkamer aan het licht gebracht. In het laboratorium worden DNA-sporen onderzocht in een poging de slachtoffers te identificeren. De lijst met bekende gevallen biedt al een overzicht van de vijanden van de clan, en het gaat allemaal een stuk verder dan wat opstootjes op de voetbaltribunes. Een van de slachtoffers is een man wiens faam tot buiten de grenzen van Servië reikte: Milan Ljepoja, destijds lid van de Pink Panthers, een bende van bankovervaller die meesters waren in vermommingen en spectaculaire bankovervallen, of het nu in Parijs, Zwitserland of Dubai was. Ljepoja werd in 2008 in Frankrijk gearresteerd en gevangengezet, keerde enkele jaren later terug naar Servië en hield zich een tijdje gedeisd, maar kwam toen te dicht in de buurt van de cocaïnehandel. Hij betaalde een hoge prijs voor zijn nabijheid tot de Skaljari. Op een foto van 8 december 2020 is zijn gemutileerde lijk zonder armen te zien.

    Tot dusver zijn ongeveer dertig personen door de gerechtelijke autoriteiten van Servië in staat van beschuldiging gesteld. Verschillende van hen hebben gepraat. ‘Sommigen van hen hebben, geconfronteerd met bewijsmateriaal, meegewerkt met de onderzoekers en uitvoerig verslag gedaan van de werking van de organisatie en de gepleegde misdaden’, aldus het rapport van de gerechtelijke politie. Verzwakt door de arrestaties van hun leiders, opgeschrikt door de verbanning van andere leden en geconfronteerd met het feit dat politieke allianties opnieuw moeten worden opgebouwd, gaan de clans van Kotor een nieuwe fase in hun geschiedenis in, die onvoorspelbaarder is dan ooit. Eén ding is in ieder geval zeker delen ze: de cocaïneoorlog is nog niet voorbij.

    Lees ook:

  • Lithium, een buitenkans voor de Servische economie of een ecologische ramp?

    Lithium, een buitenkans voor de Servische economie of een ecologische ramp?

    Toen het kostbare mineraal lithium ontdekt werd in het westen van Servië, rekende de overheid zich al rijk; het gaf de Brits-Australische mijnbouwgigant Rio Tinto toestemming om een enorme lithiummijn te openen. Omwonenden staken daar een stokje voor.

    ‘Als dit plan ten uitvoer wordt gebracht, is het gedaan met ons dorp,’ zegt Zlatko Kokanović, een 46-jarige veearts en landbouwer uit het dorp Gornje Nedeljice in het westen van Servië. Op de binnenplaats van de meer dan drie eeuwen oude Sint-Joriskerk op een heuvel boven de Jadarvallei bespreken vijftien inwoners, allen lid van de vereniging ‘Ne damo Jadar’ (‘Wij geven Jadar niet weg’), hun komende acties.

    Ze zijn vastbesloten de plannen te dwarsbomen van mijnbouwgigant Rio Tinto, die 200 meter verderop een zuiveringsinstallatie wil bouwen. Het is de bedoeling dat Rio Sava Exploration, de Servische poot van het bedrijf, volgend jaar een 600 meter diepe mijn opent, evenals een installatie voor de zuivering van jadariet, een mineraal waaruit lithium wordt gedolven.

    Rio Tinto zegt dit mineraal, dat is vernoemd naar de rivier de Jadar, in 2004 te hebben ontdekt. Sindsdien doet het Brits-Australische bedrijf geologisch onderzoek in de vallei, die naar schatting 10 procent van de mondiale lithiumreserve bevat. Lithium is samen met borium een van de belangrijkste componenten van jadariet; het is nodig voor de productie van een grote reeks aan producten, waaronder accu’s voor hybride en elektrische auto’s.

    Naarmate het moment nadert waarop de eerste explosies het begin van de boringen zullen inluiden, komen de bewoners van de regio steeds feller in verzet. Ze worden gesteund door inwoners van andere regio’s, Servische milieuorganisaties en enkele wetenschappers, vooral nu ook in de rest van Servië nieuw geologisch onderzoek wordt aangekondigd.

    ‘293 vierkante kilometer, 22 dorpen en 19.000 inwoners worden bedreigd door de boringen,’ zegt elektrotechnisch ingenieur Miladin Durdević (64). ‘Dit is een landbouw- en veeteeltgebied, wij leven van deze vruchtbare grond, die geheel voor die doeleinden wordt gebruikt. Onze kinderen worden hier geboren, de scholen lopen niet leeg, in tegenstelling tot in de rest van Servië. Als het zoutwaterpeil van de vallei oploopt, zal de structuur van de hele biosfeer veranderen en zijn flora en fauna gedoemd te verdwijnen.’

    President Aleksandar Vučić is niet onder de indruk van de tegenargumenten

    Durdević, Kokanović en alle anderen weigeren hun grond te verkopen aan het machtige Rio Tinto, dat inkomsten toucheert die twee tot drie keer zo hoog zijn als de begroting van de republiek Servië. Maar de druk is onmiskenbaar. Van de 600 hectare die de mijnbouwgigant voor de eerste fase nodig heeft, is al 148 aangekocht. Rond verscheidene huizen zijn rood-witte linten gespannen en in de tuinen staan borden met ‘Privéterrein, verboden toegang voor onbevoegden’. ‘Alles om mij heen is verkocht,’ klaagt Jovan Tomić met tranen in zijn ogen. Hij is in 1992 teruggekomen uit Duitsland en heeft al zijn spaargeld gestoken in een werkplaats voor de fabricage van deuren en vensters. ‘Hier vlakbij is een boring gepland, ze doen alles om ons weg te pesten: we worden lastiggevallen met telefoontjes, ze rijden met auto’s rondjes om ons huis,’ zegt Tomić wanhopig.

    ‘Nee tegen de mijn, ja tegen het leven,’ staat er te lezen op de affiches langs de weg tussen Loznica en de dorpen Gornje, Donje Nedeljice en Brezijaka. Ze zijn gedrukt door de vereniging ‘Bescherm Jadar en Radjevina’, met hulp van in het buitenland wonende Serviërs. ‘De methodes voor het delven van lithium, een belangrijke component van accu’s, zijn rampzalig voor de leefomgeving,’ zegt Marija Alimpić, een 36-jarige lerares Frans die aan de wieg van het initiatief stond. ‘Meer dan 140 beschermde planten- en dierensoorten die onmisbaar zijn voor de biodiversiteit worden bedreigd. Wij laten onze natuur niet plunderen. Het plan dient geen nationaal belang, hier profiteert alleen een klein groepje mensen van, en vooral het bedrijf Rio Tinto.’

    ‘Naar verwachting zal er 110 ton explosieven per maand worden gebruikt, 20.000 kubieke meter water per dag en 300.000 ton zwavelzuur per jaar. Daarnaast zal er 25.000 kubieke meter afvalwater per dag in de Jadar worden geloosd of naar de Drina worden geleid,’ zegt Zvezdan Kalmar, een ander lid van de vereniging en oprichter van Kors, de coalitie voor duurzame mijnbouw in Servië. ‘Het risico is enorm, wat verklaart dat Portugal en Spanje van lithium hebben afgezien. Die doen nu onderzoek naar natrium-ion-accu’s, die van betere kwaliteit en milieuvriendelijker zijn.’ Hij laat een van de 528 proefboringen zien die er inmiddels zijn gedaan; de aarde eromheen is dood als gevolg van de stijging van het zoute grondwater dat het terrein in de nabijheid van het boorgat heeft overspoeld.

    Schendingen

    Om de aandacht te vestigen op de schending van talrijke Servische rechten en internationale conventies, waaronder het recht op water, heeft ‘Bescherm Jadar en Radjevina’ de ngo London Mining Network ingeschakeld, die de schade die Rio Tinto aan milieu en samenleving berokkent op wereldwijde schaal aan de kaak stelt. Zo is er afgelopen april tijdens de aandeelhoudersvergadering van Rio Tinto een rapport gepresenteerd waarin erop wordt gewezen dat het bedrijf niet alle gevolgen van zijn mijnbouwwerkzaamheden voor de Servische natuur openbaar heeft gemaakt, noch de omvang van die werkzaamheden en de plaats waar het afval zal belanden. Ook zwijgt het bedrijf in alle toonaarden over de risico’s voor het culturele en natuurlijke erfgoed in de Jadarvallei, in Radjevina, op de berg Cer en in de dorpen Tršić en Tronosa, waar zich een klooster uit de dertiende eeuw bevindt.

    ‘Het plan van Rio Sava Exploration zal aanzienlijke milieuschade veroorzaken,’ waarschuwde Ratko Ristić, decaan van de faculteit voor Bosbouw van de Universiteit van Belgrado, op 6 mei tijdens een vergadering van de Servische Academie van Wetenschappen. Volgens zijn schattingen zouden 203 hectare bos en 316 hectare landbouwgrond een heel andere bestemming krijgen, waardoor het leven van 8325 huishoudens volledig op zijn kop zou worden gezet. In het stroomgebied bij de stad Štavica moet het huidige dennen- en beukenbos wijken voor een stortplaats van 165 hectare, terwijl er een andere stortplaats van 145 hectare in de buurt van Brezijaka en Nedeljice is gepland. Wetenschapper Bogdan Solaja heeft berekend dat er door toedoen van de mijn in veertig jaar 47.000 ton arsenicum zou vrijkomen.

    Toch is de Servische president Aleksandar Vučić niet onder de indruk van deze argumenten: ‘Wij hebben geen zee of andere natuurlijke hulpbronnen die ons dagelijks miljoenen opleveren. Maar we hebben jadariet, en om al dat protest moet ik lachen. Er is geen enkel risico op een ramp. Rio Tinto zal de grootste en meest fantastische fabriek van accu’s voor elektrische auto’s bouwen, en daar zal de hele regio wel bij varen.’ Hoewel minister van Mijnen en Energie Zorana Mihajlović toegeeft ‘niet op alles een antwoord te hebben, want het gaat om nieuwe technologie’, benadrukt ze hoe belangrijk het is om ‘deze historische gelegenheid aan te grijpen om in de frontlinie te staan van de productie van een van de meest gewilde metalen van de moderne wereld’. 

    Toenemend verzet

    In reactie op het toenemende verzet vanuit de bevolking herhaalt Rio Tinto dat het bij de lithiumdelving in Servië de geldende wetgeving in acht zal nemen, en dat de werkzaamheden op geen enkele manier te vergelijken zullen zijn met die in andere delen van de wereld en die, van Australië tot de Verenigde Staten, zijn uitgelopen op een ecologische ramp. ‘Wat wij in Servië hebben, bestaat nergens anders op de wereld; je kunt het delven van lithium uit gesteente niet vergelijken met het delven in openluchtmijnen in Australië. Er zijn gevolgen voor het water uit de regio van de Drina dat we gaan gebruiken, maar dat zal via een gesloten cyclus worden gezuiverd,’ verzekert Vesna Prodanović, algemeen directeur van Rio Sava Exploration.

    Wie moet je geloven? ‘De burgers geloven noch de instituties noch de wetenschap,’ denkt Aleksandar M. Jovović, hoogleraar aan de technische faculteit in Belgrado. Hij wijst erop dat een kosten-batenanalyse volgens de Servische wetgeving niet verplicht is, maar een evaluatie van de milieugevolgen wel. Deze laatste is echter niet mogelijk, omdat de documentatie ontbreekt.

    Volgens anticorruptieorganisatie Pakt is het risico op corruptie en belangenverstrengeling levensgroot

    ‘De samenstelling van de commissie die het milieueffect moet evalueren is ook een probleem,’ voegt Miroslav Mijatović van de anticorruptieorganisatie Pakt uit Loznica eraan toe. Pakt heeft onthuld dat de faculteit voor Mijnbouw en Geologie in Belgrado in mei 2020 bijna een miljoen euro heeft getoucheerd van Rio Tinto. De faculteit voor Werktuigbouwkunde, de faculteit voor Civiele Techniek en het stedelijke gezondheidsinstituut in Belgrado hebben bedragen tussen de 100.000 en 130.000 euro opgestreken. ‘De drie faculteiten, waarvoor een vaste plaats is gereserveerd in de toekomstige commissie, hebben geweigerd ons informatie te verschaffen over de diensten die ze aan Rio Tinto hebben verleend, onder verwijzing naar de geheimhoudingsclausule,’ zegt Mijatović. Volgens hem is het risico op corruptie en belangenverstrengeling levensgroot.

    Ondanks de georganiseerde betogingen met als slogan ‘Oprotten bij de Drina!’ verwacht Rio Tinto op korte termijn toestemming voor de bouw van de mijn te zullen krijgen.

    Zijn de autoriteiten in staat de ontredderde burgers een luisterend oor te bieden, hen gerust te stellen, te handelen in het algemeen belang? Moeten we lijdzaam afwachten totdat Rio Tinto al onze minerale rijkdom heeft gedolven en over vijftig jaar, de geschatte levensduur van de mijn, een troosteloos landschap achterlaat? Over een eventueel herstructureringsplan na de sluiting van de mijnen wordt met geen woord gerept, omdat zo’n plan tot dusver nog nooit is gerealiseerd.

    Update: Op 24 december meldden internationale persbureaus dat de plannen voor de lithiummijn worden opgeschort. Premier Brnabic beloofde een referendum over de bouw onder de lokale bevolking.

    Lees ook:

  • In Kosovo kan ook de EU geen vrede kopen

    In Kosovo kan ook de EU geen vrede kopen

    De recente moord op de Servische politicus Oliver Ivanovic bevestigt de status van de regio als het ‘zwarte gat van de Balkan’, aldus het Kroatische dagblad Jutarnji List.

    We noemen de westelijke Balkan gewoonlijk het ‘zwarte gat’ van Europa. 
En Kosovo wordt dan weer het ‘zwarte gat van de Balkan’ genoemd, en Noord-Kosovo het ‘zwarte gat van Kosovo’. Toch had het nooit zover mogen komen. Als je Brussel mag geloven, dat zich voorstaat op de succesvolle dialoog tussen Kosovo en Servië, en als je kijkt naar alle hulp die Noord-Kosovo heeft ontvangen, zou dit de meest ontwikkelde regio moeten zijn en eerder het Liechtenstein van de Balkan! Eerlijk gezegd zijn ze nogal royaal geweest voor deze kleine, dunbevolkte regio. De Europese Unie heeft speciale middelen toegekend aan de regio, de regering van Kosovo heeft specifieke projecten voor het noorden, en ook de Servische regering wijst, met toestemming van Pristina en Brussel, speciale middelen toe voor de ontwikkeling van deze regio.

    Met al dit geld en al deze projecten voor het noorden van Mitrovica en 
de aangrenzende gemeenten met in Kosovo wonende Serviërs, zou deze streek dus welvarend moeten zijn. En omdat de veiligheid van de regio een topprioriteit is van KFOR [vredeshandhavingsmissie van de NAVO in Kosovo] en Eulex [civiele missie van de Unie 
ter bevordering van de rechtsstaat], en de EU zich voorstaat op de succesvolle dialoog over het vrije verkeer in dit 
deel van het land, zou de veiligheid 
ook geen probleem mogen zijn.

    Rechteloos gebied

    Maar dat zijn maar indrukken, want de werkelijkheid is heel anders. Iedereen die in Noord-Kosovo is geweest of die er woont, of in het zuiden van Mitrovica, aan de andere kant van de brug tussen het Albanese deel en het Servische 
deel van de stad, kan ervan getuigen.

    Het is moeilijk in Europa een plek te vinden die zo sterk op een rechteloos gebied lijkt. Kosovo kan niet bogen op veel eerbied voor de wet en het functioneren van de rechtsstaat. Maar de auto’s hebben er tenminste wel nummerborden, de politie patrouilleert er, bekeurt auto’s die te hard rijden, de burgers betalen er hun water- en elektriciteitsrekening en de straatnamen worden aangeduid in het Albanees 
en het Servisch. Dat is niet het geval 
in Noord-Kosovo. De auto’s rijden er rond zonder nummerbord of met een Servisch nummerbord. De wetten van Kosovo worden er dus niet nageleefd – ondanks het ‘historische akkoord’ onder auspiciën van Brussel –, net zomin als de wetten van Servië. Feitelijk maakt Servië sinds het einde van de oorlog in 1999 de dienst uit in dit deel van Kosovo, hetzij door de aanwezigheid van zijn politie, waarin de NAVO en de EU stilzwijgend hebben toegestemd, hetzij door zijn steun aan de parallelle machtsstructuren, zoals de ‘bewakers van de brug’.

    Hoe is het mogelijk dat de EU dit heeft laten gebeuren en dat zij haar ogen sluit voor deze situatie? Als er zo slordig wordt omgesprongen met de macht, is het niet verbazingwekkend dat niemand weet wie er auto’s van politici in brand steekt, wie er gestolen auto’s verkoopt (zelfs aan de eigenaren van die gestolen auto’s), en nog minder wie er opdracht geeft voor het executeren van politici of wie deze opdrachten uitvoert.

    Zo is het waarschijnlijk ook gegaan met de moord op Oliver Ivanovic, een van de belangrijkste en opvallendste Servische politici in Kosovo. Natuurlijk, er worden ook politici vermoord in Zweden, een van de ontwikkeldste en veiligste landen ter wereld. Maar de afgelopen twintig jaar blijven er te veel moorden en aanslagen op politici en journalisten onopgehelderd in Kosovo, zowel in het noorden als in het zuiden. Dit kun je niet alleen de ‘wettelijke Kosovaarse autoriteiten’ aanrekenen, omdat ook de NAVO– en Eulex-functionarissen in Kosovo over de middelen en het juridisch mandaat beschikken om tegen dit soort zaken op te treden.

    De Servische president Aleksandar Vucic bezoekt de plek waar de Kosovaars-Servische politicus Oliver Ivanovic werd vermoord. – © HH
    De Servische president Aleksandar Vucic bezoekt de plek waar de Kosovaars-Servische politicus Oliver Ivanovic werd vermoord. – © HH

    De internationale gemeenschap heeft deze situatie in Noord-Kosovo zo lang getolereerd omdat het haar om politieke redenen goed uitkwam.
    Helaas kan de moord op Oliver Ivanovic politieke consequenties hebben. Ondanks de komst van de internationale gemeenschap en de instelling 
van een internationaal protectoraat in Kosovo heeft Belgrado Noord-Kosovo feitelijk nog steeds in zijn greep. Met als doel om het land op te delen. Aangetoond moest worden dat Pristina niet in staat was zijn autoriteit te laten gelden in Noord-Kosovo, en dat Pristina zich neer moest leggen bij deze situatie. Dankzij het akkoord van Brussel is er een bijzondere status verleend aan Noord-Kosovo – het is een afzonderlijke entiteit geworden binnen Kosovo, die meer bij Belgrado hoort dan bij 
Pristina.

    Deze situatie is koren op de molen van de criminele groeperingen die er actief zijn. De plaatselijke bevolking kan getuigen van de ‘voorbeeldige’ samenwerking tussen Serviërs en Albanezen op het gebied van de georganiseerde criminaliteit. Volgens de reacties in Belgrado kan de moord op Ivanovic worden gebruikt als bewijs dat noch Pristina, noch de internationale gemeenschap in staat zijn Noord-Kosovo te controleren. En dit ondanks het feit dat Ivanovic een politieke tegenstander was van de Servische regering. Bij de Kosovaarse verkiezingen in 2017 had hij 
het opgenomen tegen de Lijst Srpska, die gesteund werd door Belgrado. Alle Serviërs die het opnamen tegen deze lijst werden beschouwd als ‘verraders’. Bij de lokale verkiezingen heeft deze Servische lijst in negen gemeenten een meerderheid behaald, waardoor ze de machtigste politieke formatie in Kosovo werd qua aantal gewonnen gemeenten – meer dan de partijen die de Albanese bevolking vertegenwoordigen, die toch in de meerderheid zijn. Belgrado heeft dit succes geïnterpreteerd als een overwinning, maar ook als een signaal aan al degenen die hun eigen lijsten of partijen hadden opgericht. Oliver Ivanovic was een van hen.

    Veel moorden in Kosovo zijn nooit opgelost. In de meeste gevallen gaat het om liquidaties van Albanese politici die zijn gepleegd 
in de eerste jaren na de oorlog. Momenteel wordt daar veel over gepraat. Sommige zaken worden aanhangig gemaakt bij het 
Kosovotribunaal dat is opgericht in Den Haag.

    Zelfs bij de EU-missie laten ze doorschemeren dat er in sommige processen van Kosovaarse rechtbanken is gesjoemeld, uit vrees 
voor de eventuele repercussies voor lopende politieke processen

    Tegenwoordig zijn er steeds meer getuigen die er publiekelijk voor uitkomen dat ze lid zijn geweest van criminele organisaties die na de oorlog belast werden met het elimineren van bepaalde personen, hetzij voor het geld, hetzij omdat ze gedwongen werden om de orders van machtige politici uit te voeren. Het is duidelijk dat talloze moorden of aanslagen, of ze nu gepleegd werden om etnische of andere redenen, bewust nooit zijn opgehelderd, omdat de waarheid de politieke stabiliteit dreigde te verstoren. Officieel wordt het ontkend en wordt er geschermd met een ‘gebrek aan bewijs’, maar zelfs bij de EU-missie laten ze doorschemeren dat er in sommige processen van Kosovaarse rechtbanken is gesjoemeld, uit vrees 
voor de eventuele repercussies voor lopende politieke processen.

    Het is duidelijk dat er ook veel gewelddadige incidenten in Noord-Kosovo in de doofpot verdwijnen om de door de EU in Brussel gestarte dialoog niet in gevaar te brengen. De moord op Ivanovic heeft een schok teweeggebracht, temeer daar Kosovo al sinds lange tijd niet te maken had gehad met etnisch gemotiveerd geweld. Deze moord zou ernstige gevolgen kunnen hebben voor de stabiliteit van Kosovo als de internationale gemeenschap niet vastberaden optreedt tegen degenen die ervan zouden kunnen profiteren.

    Auteur: Augustin Palokaj
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Jutarnji List
    Kroatië | oplage 53.000

    Opgericht na de onafhankelijkheid in 1991. Op een na grootste krant van het land, liberaal georiënteerd en veel ruimte voor columns van nieuw Kroatisch schrijftalent.

    screenshot 2018 02 08 14 47 17
  • Poetin is de naam

    Poetin is de naam

    Een dorpje in Zuid-Servië heeft besloten zich om te dopen tot Poetinovo. Het initiatief moet de ontvolkte regio nieuw elan geven.

    Adzinci, een gehucht bij het plaatsje Gajtan, in het kanton Medveda… Over het algemeen lopen verhalen over afgelegen dorpjes aan de rand van Servië niet goed af. Meestal wordt erover gesproken in de verleden tijd: ‘Ooit was er in het kanton een dorp…’

    Maar de bewoners van Adzinci hebben besloten het noodlot te tarten. In hun gevecht om het dorp te laten voortbestaan op de kaart van Servië, aarzelden ze niet om zich in de sferen van de hogere politiek te begeven. En ze mikten hoog – wat amper verbazing mag wekken, want het dorp ligt op 1000 meter hoogte. Op een dag besloten ze de naam van hun gehucht te veranderen, en het nieuwtje gaat nu de hele wereld rond. Die keuze illustreert eerder de tekortkomingen van de politiek dan die van de bewoners van het dorp. Er was dus eens een dorpje Adzinci dat werd omgedoopt tot… Poetinovo.

    Een nieuw naambordje wijst de weg naar Poetinovo. – © Darko Vojinovic / HH
    Een nieuw naambordje wijst de weg naar Poetinovo. – © Darko Vojinovic / HH

    Het eerste diplomatieke contact tussen Adzinci en Rusland gaat terug tot de tijd waarin mr. Petronijevic, de beroemde Belgraadse advocaat, die in het dorp is geboren, Russische vrienden begon uit te nodigen in zijn buitenhuis. ‘Onder de gasten waren danseressen, journalisten… en toen, op een dag, begon iemand, ik geloof een van mijn neven, over de naam van ons dorp. Hij had het idee om Adzinci om te dopen tot Poetinovo,’ vertelt Zoran Delibasic. ‘Het was grappig! Het idee sloeg aan en verspreidde zich snel.’

    Om vermoedens dat de dorpsbewoners gemanipuleerd zouden zijn te weerleggen wordt uitgelegd hoe het idee is ontstaan. ‘We hebben er lang over nagedacht. Ons dorp droeg de naam van een Turkse hadji die in de negentiende eeuw in deze contreien had verbleven. Een bezetter, dat ging niet. Het besluit werd na maandenlange beraadslagingen genomen. We hebben een bord met de nieuwe naam laten maken: Poetinovo. Mr. Petronijevic is toen met een Russische journalist gekomen die alles gefilmd heeft en online heeft gezet. Daardoor zijn er ook andere journalisten op afgekomen, tot ons aller vermaak. Er is een dorp in Syrmië (in het noorden van Servië) dat al jarenlang Putinci heet, maar niemand die er aandacht aan schenkt,’ aldus Miroslav Petrovic.

    De bewoners van Adzinci hebben meer gevoel voor humor dan dat ze nou zo pro-Poetin zijn of russofiel, ondanks het feit dat sommige dorpsbewoners T-shirts dragen met de beeltenis van Poetin. ‘Als we geweten hadden dat Trump zou winnen, hadden we misschien een andere naam gekozen. Maar er zijn meer dorpjes in de streek: die kunnen zich altijd nog laten omdopen tot Trumpovo!’ grapt Zoran Delibasic.

    e hebben hem horen zeggen dat het besluit om het dorp om te dopen zou zijn genomen door twee mannen, omdat er niet meer inwoners waren. Maar ’s zomers zijn we hier toch met vijfentwintig man, of zelfs vijfendertig

    Maar dan moet je wel een dorp zien te vinden dat nog niet ontvolkt is, en dat is nog niet zo makkelijk. In Adzinci brengen maar twee families de winter door. De voorzitter van de gemeenteraad van Gajtan bevestigt dat er bijna niemand meer woont. Een zware dreun voor de trots van de inwoners van Poetinovo. ‘Hij weet niet waar hij het over heeft. We hebben hem horen zeggen dat het besluit om het dorp om te dopen zou zijn genomen door twee mannen, omdat er niet meer inwoners waren. Maar ’s zomers zijn we hier toch met vijfentwintig man, of zelfs vijfendertig, van alle leeftijden. Het is pure jaloezie, want geen enkel huis is hier ouder dan vijftien jaar en er worden nu weer vier nieuwe gebouwd. Wij waren de eersten in deze streek met straatverlichting. Hij zegt dat we alleen een bord hebben neergezet, maar vergeet dat we de hele zomer hebben overlegd,’ aldus Miroslav Petrovic.

    Het is gemakkelijk om vanuit Belgrado de spot te drijven met deze dorpsruzies. Maar het aanleggen van waterleidingbuizen en het oprichten van enkele lantaarnpalen in de dorpen in de Medveda is te vergelijken met de lancering van satellieten vanuit het kosmodroom van Bajkonoer! En dat komt door de verantwoordelijke politici in Belgrado. Je moet je er dus niet over verbazen dat Adzinci zich heeft omgedoopt tot Poetinovo en hoopt te profiteren van zijn nieuwe naam. ‘De mensen denken dat het nieuws Poetin zou kunnen bereiken en dat hij het dorp zelfs zou kunnen helpen. Waar het eigenlijk aan schort is een goede weg om Adzinci te bereiken,’ aldus Zoran Delibasic.

    Het zou kunnen dat Poetin een weg laat aanleggen, maar voor de rest zijn de inwoners van Adzinci gewend hun eigen boontjes te doppen. Dat gold met name voor het bord met de naam van het dorp. ‘Vijf of zes jaar geleden hebben we zelf een nieuw bord met de naam “Adzinci” neergezet, want het oude bestond niet meer. Dat was in de tijd dat mensen werden aangemoedigd met vervroegd pensioen te gaan en te profiteren van sociale plannen. De mensen die afkomstig waren uit deze streek begonnen terug te keren. Met hun uitkeringen hebben ze hun huizen gerenoveerd en elektriciteit aangelegd. Elk huis heeft een badkamer,’ zo wordt gemeld.

    ‘Vroeger woonden hier in de streek wel vijfduizend mensen; tegenwoordig telt Gajtan niet meer dan honderdvijftig zielen. Er waren twee scholen, nu is er nog maar één leerling,’ vertelt Miroslav Petrovic, die zo de vinger op de zere plek van de afgelegen regio’s van Servië legt: de ontvolking. Maar de inwoners van Adzinci laten het er niet bij zitten. Vroeger was het agrarisch gebied. Nu wordt 90 procent van de percelen niet meer bewerkt. Is er geen veeteelt? Geen probleem! Het ontbreekt de inwoners van Adzinci niet aan ondernemingsgeest.

    ‘We zitten hier in bergachtig gebied, ideaal om veeteelt te ontwikkelen. We zijn een soort fabriek in de open lucht. Het is ook een regio met veel thermale bronnen. Dat opent perspectieven voor thermaal toerisme. Als we een beter wegennet zouden hebben, zouden we bereikbaar kunnen zijn vanuit de bestaande badplaatsen, met name Prolom Banja en Sijarinska Banja, en toeristen kunnen ontvangen, hun onze plaatselijke specialiteiten en dranken aanbieden,’ legt Zoran Delibasic uit.

    In Adzinci – of Poetinovo, wat maakt het uit – ontbreekt het de mensen niet aan initiatieven. Hoefden ze er nou maar niet de wereldpolitiek bij te halen om hun plaatselijke problemen op te lossen…

    Auteur: Marko Lovric
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    NIN
    Belgrado | weekblad | oplage 30.000

    Prominent weekblad uit voormalig Joegoslavië heeft zich heruitgevonden. Nu het meest serieuze Servische magazine.

  • 4. Servië als speerpunt

    4. Servië als speerpunt

    Servië speelt een centrale rol in de plannen die China heeft met Oost-Europa. Waarom eigenlijk?

    Eind juni werden tijdens het bezoek van de Chinese president Xi Jinping aan Servië tal van contracten tussen beide landen getekend. De Servische leiders en de media kwamen superlatieven tekort en hadden het over de heropleving van het land dankzij de miljarden dollars die Beijng gaat investeren. Het bezoek van de president van een wereldmacht als China is ongetwijfeld een belangrijke gebeurtenis. Maar het is even belangrijk dat ten minste een deel van de aangekondigde contracten zal worden uitgevoerd!

    Tijdens de officiële onderhandelingen zijn er volgens dagblad_ Politika_ geen exacte bedragen genoemd. Op de lijst van getekende documenten staat slechts één handelscontract: het bouwproject voor de aanleg van een autosnelweg op het traject Surcin-Obrenovac, die gefinancierd wordt met een lening van 250 miljoen dollar met groen licht van de Export-Import Bank. Er is ook gesproken over de aanleg van een strategische haven aan de Donau en over veel andere projecten, maar het gaat meestal om gemeenschappelijke intentieverklaringen, die juridisch niet bindend zijn.

    Er is voor nog geen euro aan concrete financiële toezeggingen gedaan

    President Tomislav Nikolic zelf heeft de modernisering van de spoorwegverbinding tussen Belgrado en Boedapest genoemd, alsmede de aanleg van een Chinees industriegebied in de buurt van de Mihajlo Pupin-brug. Deze werkzaamheden zouden uitgevoerd worden door Chinese ondernemingen en arbeiders. Want China maakt, zoals altijd bij zijn investeringen in het buitenland, exclusief gebruik van zijn eigen bedrijven, mankracht en hulpmiddelen.

    Hoogtepunt van deze tournee was het bezoek van Xi Jinping aan de ijzer- en staalfabriek van Smederevo. Er was sprake van aanzienlijke bedragen die door de Chinezen zouden worden geïnvesteerd, er zouden nieuwe arbeidsplaatsen worden gecreëerd en de productie zou worden opgevoerd. Toch blijven veel details onduidelijk. Zoals, wie gaat de torenhoge schulden van de ijzer- en staalfabriek terugbetalen, die gezien de huidige ijzerprijs alleen maar kunnen oplopen? Er is geen enkele financiële toezegging gedaan ten aanzien van de 300 tot 900 miljoen euro die de Chinezen erin zouden willen steken. Er is voor nog geen euro aan concrete financiële toezeggingen gedaan!

    Weinig vleiend

    De verklaringen van de Chinese en Servische verantwoordelijken over de centrale rol die Servië in de regio speelt, klinken natuurlijk zeer aanlokkelijk. Het is duidelijk dat Beijing plannen heeft met Oost-Europa; de recente rondreis van Xi Jinping door de Tsjechische Republiek en Polen getuigt daarvan. Maar het is de vraag hoe Servië daar een centrale rol in speelt. De Chinezen zijn niet gevoelig voor de ‘charme’ van president Nikolic of de overredingskracht van de Servische eerste minister Aleksandar Vucic. Denis Depoux, vicevoorzitter van de raad van toezicht van adviesbureau Roland Berger voor Azië, komt met een plausibele verklaring voor de Chinese belangstelling: ‘Servië, kandidaat-lidstaat van de Europese Unie, heeft een centrale rol gekregen in de Chinese investeringen in de regio omdat het zichzelf heeft gepositioneerd als een Europese bestemming met hooggekwalificeerde én goedkope arbeidskrachten.’ Voor elk land met enig gevoel voor eigenwaarde, is dat een weinig vleiend beeld.

    Nog verontrustender is de naïviteit van de Servische autoriteiten. In de zakenwereld, en met name de internationale, is het zo dat hoe zwakker en naïever een partij is, hoe meer de tegenpartij ervan profiteert. De Servische politici zijn het zakentalent van de Chinezen gigantisch aan het onderschatten.

    Auteur: Momir Turudic
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Beeld bovenaan: Een arbeider monstert rollen staal in de ijzer- en staalfabriek in Smederevo, Servië. – © Getty

    Vreme
    Servië | weekblad | oplage 25.000

    ‘De Tijd’ staat bekend om goed gedocumenteerde stukken van onafhankelijke commentatoren die de politiek kritisch volgen.

  • 2. Leven en laten leven: welkom in Liberland

    2. Leven en laten leven: welkom in Liberland

    De Tsjechische politicus 
Vit Jedlicka riep vorig jaar een onafhankelijk ministaatje uit op de grens van Kroatië en Servië. Intussen zijn er al bijna een half miljoen aanvragen voor het staatsburgerschap.

    Toen Vit Jedlicka in de jaren tachtig opgroeide in Tsjecho-Slowakije, werd zijn vader van zijn kantoorbaan op het Instituut voor Maten en Gewichten overgeplaatst naar een baan als monteur, omdat hij door zijn weigering om lid te worden van de communistische partij bij de autoriteiten uit de gratie was geraakt. Na de Fluwelen Revolutie in 1989 ging het Jedlicka senior aanvankelijk voor de wind. Met zijn keten van benzinestations verwezenlijkte hij de kapitalistische droom, maar toen de centrale bank in 1997 bijna van de ene dag op de andere het rentepercentage verhoogde naar 25 procent en de Tsjechische economie daardoor verstikt raakte, ging het familiebedrijf bijna op de fles.

    Zowel onder het communistische regime als daarna werd de vader zwaar benadeeld, en die ervaringen hebben diepe sporen nagelaten op Jedlicka junior. Hij ging de politiek in, maar verloor nooit zijn geloof in een beter systeem. In 2015 vestigde hij zijn eigen libertaire staat, Liberland, op een 800 hectare groot stukje niemandsland tussen Kroatië en Servië, waar de belastingen vrijwillig zijn, de wetten minimaal en de economie draait op een virtuele munt.

    Anarchokapitalist

    Het is nu veertien maanden geleden dat Jedlicka de vlag van de ‘Vrije republiek Liberland’ plantte in het moerasland langs de Donau en president van dat land werd. De staat is tot op heden nog door geen enkel land erkend en de stichter heeft twee keer in een Kroatische cel gezeten. Desalniettemin heeft Jedlicka, die nu 32 is, van Liberland een wereldwijd fenomeen gemaakt, met bijna een half miljoen aanvragen voor het staatsburgerschap – dagelijks komen er vijfhonderd aanvragen bij – en allerlei mensen die de natie financieel willen ondersteunen, variërend van internetondernemers tot participatiemaatschappijen.

    Liberland lift mee op de internationale ontevredenheid met de overheid die zich zowel ter linker- als ter rechterzijde manifesteert, van Bernie Sanders, Jeremy Corbyn en Donald Trump tot bewegingen zoals Anonymous, de Tea Party en de Occupybeweging. Jedlicka beschrijft zichzelf als een ‘anarchokapitalist’, maar zijn ruimdenkendheid, zijn minachting voor de overheid en zijn milieuvriendelijke uitgangspunten hebben zowel in progressieve als in conservatieve hoek belangstelling gewekt.

    Een van Liberlands belangrijkste pluspunten is de vrijwillige belasting

    Hij ziet er niet echt uit als een rebel. De innemende man met zijn rossige sikje en de bouw van een worstelaar is ontwapenend in de manier waarop hij serieus is en tegelijk zichzelf kan relativeren. Onze eerste contact is zijn vriendschapsverzoek via Facebook (al snel gevolgd door een smiley via Messenger), enkele dagen na mijn formelere verzoek om een interview via het persbureau van Liberland.

    Tijdens onze telefoongesprekken spreekt hij op gematigde toon, en hij voelt zich niet beledigd als ik vraag hoe het voelt dat Liberland als een interessante grap wordt beschouwd. Zijn relaxte karakter weerspiegelt zich in Liberlands motto: ‘leven en laten leven’. Achter die hartelijkheid zit ook een visie over het opbouwen van een natie, een idee dat volgens Jedlicka coherent en uitvoerbaar is. Liberland is geen symbolische beweging, legt hij uit, maar een oprechte poging om een staat te stichten op een stuk land waar Kroatië noch Servië aanspraak op maakt. ç of zoals in het geval van Liberland, waar andere staten van hun aanspraken hebben afgezien.

    Het gebied, Gornja Siga geheten, ligt in een kronkel van de Donau die een natuurlijke grens vormt tussen Kroatië en Servië, maar geen van beide landen wil het hebben. Die vreemde situatie is het gevolg van het besluit uit de negentiende eeuw om de Donau te kanaliseren, om de handel op de rivier te vergemakkelijken. Na de oorlog in Joegoslavië in de jaren negentig heeft Kroatië geëist dat de grens weer de kronkelingen van de rivier zou volgen van vóór de kanalisering, waarbij Gornja Siga dan aan Servië toeviel en waarvoor Kroatië een stuk Servisch grondgebied terugvroeg. Servië is tevreden met de status quo. Volgens Liberlanders staat het iedereen daarom vrij om het stuk land voor zich op te eisen.

    Vit Jedlicka – © Antonio Bronic / Reuters
    Vit Jedlicka – © Antonio Bronic / Reuters

    Maar toen Jedlicka vorig jaar samen met tientallen sympathisanten van over de hele wereld vanuit Servisch grondgebied Gornja Siga binnenging, werd de groep gearresteerd door de Kroatische politie en moest Jedlicka een nachtje in de cel doorbrengen. Volgens hem waren die arrestaties absurd en illegaal: de Kroatische politie had niet-Kroaten buiten Kroatië gearresteerd die daar vanuit niet-Kroatisch grondgebied waren gekomen. De libertairen lijken het recht aan hun kant te hebben: Kroatische rechters hebben dit jaar in beroepszaken al zes keer Liberlands klachten tegen de politie gegrond verklaard.

    Zelfs als Liberland erin slaagt om een protostaat te vestigen in Gornja Siga – of in elk geval het lege stuk grond te kraken – blijft de vraag of zo’n klein territorium miljoenen nieuwe staatsburgers zal kunnen huisvesten. Het antwoord is meteen nee. Liberland zou niet alleen de eerste libertaire staat zijn, maar ook de eerste virtuele staat. Het land zou voornamelijk online bestaan en de burgers zouden overal ter wereld de voordelen van het staatsburgerschap genieten en zaken doen met Liberlands cryptomunt, de merit, naar het voorbeeld van de bitcoin. ‘Iedereen die e-staatsburger wil worden,’ legt Jedlicka uit, ‘kan een legale status krijgen en vrijelijk zaken doen.’

    Vrijwillige belasting

    Een van Liberlands belangrijkste pluspunten is de vrijwillige belasting, een idee dat de aandacht heeft getrokken van IT-bedrijven, financiële instellingen en particuliere investeringsmaatschappijen, aldus Jedlicka. Hij verwerpt het idee dat het bankbedrijf Liberland zou veranderen in een tweede Luxemburg, een plek om je geld te verbergen: ‘Het is een belastingparadijs, geen belastingasiel.’ Burgers krijgen merits in ruil voor hun belastingafdracht – hoe meer je betaalt, des te meer merits je krijgt. ‘Die munt,’ vertelt Jedlicka, ‘kan worden ingewisseld tegen aandelen. En dan word je aandeelhouder van de hele gemeenschap.’

    Dat is toch het recept voor een plutocratie, waarbij de grootste investeerders de meeste invloed hebben? Jedlicka erkent dat hij gelooft in een ‘systeem waar de invloed van mensen afhangt van hoeveel belasting ze betalen’. Vervolgens houdt hij een slag om de arm en zegt dat het eigenlijk niet zoveel uitmaakt. Liberland wordt een natie met zo weinig mogelijk wetten, ‘zodat er bijna geen dingen zijn waar mensen over hoeven te stemmen.’ (Het wordt ook een natie met zo weinig mogelijk overheidsdiensten – de gezondheidszorg en andere terreinen worden geregeld door de particuliere sector en liefdadigheidsinstellingen.) Jedlicka beantwoordt deze laatste vragen op Facebook en rondt af met een emoji van een steeksleutel: ‘We zitten nog in de ontwikkelingsfase.’

    Auteur: Joji Sakurai
    Vertaler: Paul Bruijn

    Beeld bovenaan: De vlag van Liberland wappert in het stukje niemandsland tussen Servië en Kroatië. – © Vlado Kos / HH

    De New Statesman is een Brits politiek en cultureel weekblad, opgericht in 1913 door het echtpaar Beatrice en Sidney Webb en enkele andere leden van de socialistische Fabian Society. Het blad heeft grote invloed (gehad) op de ontwikkeling van de sociaal-democratie in het Verenigd Koninkrijk en neemt doorgaans een iets linksere positie in dan de Labour Party, waarvan het overigens volstrekt onafhankelijk is.

    Bekende namen onder de medewerkers uit het verleden zijn de filosoof Bertrand Russell, de schrijfster Virginia Woolf en de econoom John Maynard Keynes. Nu onder anderen een huis voor Martin Amis, John Gray, Clive James en Will Self. Het blad kreeg als liefkozende bijnaam ‘The Staggers’, door de altijd opduikende onzekerheden over financiering en oplage, kortom het voortbestaan. In de periode kort na de Tweede Wereldoorlog had het blad meer dan 70.000 abonnees, maar dat aantal is dezer dagen gedaald tot minder dan de helft daarvan.

  • Vrijspraak Seselj is schandalig

    Vrijspraak Seselj is schandalig

    De verrassende vrijspraak van de Servische ultranationalist Vojislav Seselj door het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag is slecht nieuws voor Servië én Europa, schrijft het tijdschrift Vreme.

    Na een proces van dertien jaar en een maand heeft het Joegoslaviëtribunaal vorige maand Vojislav Seselj vrijgesproken van negen aanklachten, waaronder misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in Kroatië, Vojvodina en Bosnië en 
Herzegovina. Dat is de schandalige uit-
komst van een schandalig proces. Schokkender nog waren de overwegingen
voor het vonnis die werden uitgesproken door rechter Jean-Claude Antonetti, de voorzitter van het tribunaal, die in de loop van dit marathonproces niet alleen begrip voor de verdachte heeft getoond, maar ook een soort bewondering.

    Tijdens het voorlezen van het vonnis ontstond de indruk dat rechter Antonetti de ideologie van Seselj was gaan omarmen: op een gegeven moment sprak hij over Serviërs met een 
orthodoxe, katholieke en islamitische geloofsovertuiging (de termen die door Seselj werden gebruikt om de Kroaten en de Bosniërs aan te duiden). Volgens de argumentatie van Antonetti zijn de vrijwilligers van de Servische Radicale Partij niet naar Kroatië en Bosnië en Herzegovina getrokken om te strijden, maar om het Servische volk te verdedigen: de zuivering in Hrtkovci had tot doel ‘woningen voor Servische vluchtelingen vrij te maken’, en het verdrijven van de inwoners uit de moslimdorpen in de omgeving van Zvornik werd 
geïnterpreteerd als een ‘humanitaire verplaatsing van de bevolking naar een gebied dat verder van de oorlogshandelingen gelegen was’. Hoe het ook zij, Seselj is momenteel een ‘vrij man’, zoals Antonetti heeft onderstreept, 
en dat zal hij blijven tot het hoger beroep.

    Rechter Jean-Claude Antonetti toonde een soort bewondering voor de verdachte

    Het proces ging al mis op de eerste dag, toen de veiligheidsdienst van het tribunaal Seselj bij een verkeerde gate van de luchthaven van Amsterdam opwachtte en hem een uur lang in zijn eentje liet ronddwalen voordat men hem vond. Vervolgens ging de verdachte in hongerstaking, wat hem belangrijke concessies opleverde. Daarna slaagde hij erin een van zijn rechters (Frederik Harhoff) te wraken en andere aan de zaak te laten onttrekken. Niets was te gek in de gehoorzaal van het tribunaal: beledigingen van het Hof, het min of meer expliciet intimideren van getuigen en heel wat andere zaken die ertoe hadden moeten leiden dat het Hof het proces annuleerde en van voren af aan begon.

    Kroatische vredesactivisten protesteren in Zagreb tegen de vrijspraak van Seselj.  – © Xinhua / Miso Lisanin / HH
    Kroatische vredesactivisten protesteren in Zagreb tegen de vrijspraak van Seselj. – © Xinhua / Miso Lisanin / HH

    Voorbode van chaos

    En toch is Seselj voorlopig vrij en excelleert hij momenteel in Servië in de kunst van het provoceren, beledigen en intimideren. Het zou geen verbazing wekken als hij binnenkort wordt herkozen in het Servische parlement, 
waar hij met een pistool zal zwaaien en kabels uit microfoons zal trekken, zoals hij in het verleden heeft gedaan. In de tijd van Slobodan Milosevic was hij erg nuttig voor het regime: internationaal genoot hij legitimiteit als een gematigder politicus dan Milosevic (die naast hem ook iets respectabels kreeg) en in Servië ging hij de democratische oppositie en de onafhankelijke media te lijf. Of Seselj tot levenslang zou zijn veroordeeld of tot een werkstraf van drie maanden maakt weinig uit. Met zijn leverkanker zou hij toch niet naar de gevangenis zijn teruggekeerd. Maar 
de kans bestaat dat hij binnenkort 
deel zal uitmaken van een Servische delegatie die een officieel bezoek brengt aan het Europees Parlement, waarvan hij binnen enkele jaren lid zal kunnen worden als Servië toetreedt tot de EU.

    Europa begint te lijken op Joegoslavië aan de vooravond van zijn ontbinding

    Het is niet moeilijk zich Seselj voor te stellen in het gezelschap van Marine Le Pen, Geert Wilders of Nigel Farage, van de Griekse afgevaardigden van Gouden Dageraad, van de Hongaren van Jobbik of de Bulgaren van Ataka. Toen Vojislav Kostunica vijftien jaar geleden Slobodan Milosevic verving, beloofde hij van Servië een ‘normaal 
en saai land’ te zullen maken. Velen van ons hoopten daarop. Wat men ook van het Joegoslaviëtribunaal mag vinden, het heeft Milosevic en Seselj van het Servische politieke toneel verdreven, wat het herstel heeft bevorderd van een land dat was uitgeput door dictatuur, sancties en oorlog.

    Naïef als we waren, geloofden we dat Servië vijf jaar later, of in het ergste geval tien, zou toetreden tot de EU en dat er op het politieke toneel geen plaats meer zou zijn voor tirannen en demagogen. Het omgekeerde is het geval. Het is niet Servië dat op Europa begint te lijken, maar Europa en een groot deel van de westerse wereld die op Joegoslavië beginnen te lijken aan de vooravond van zijn ontbinding. In deze context is Seselj geen dinosaurus die bezig is uit te sterven, zoals men ons wilde doen geloven, maar een voorbode van de chaos die komen gaat.

    Auteur: Dejan Anastasijevic
    Vertaler: Peter Bergsma

    Vreme
    Servië | weekblad | oplage 25.000

    ‘De Tijd’ staat bekend om goed gedocumenteerde stukken van onafhankelijke commentatoren die de politiek kritisch volgen.

    Vojislav Seselj verbrandt een Amerikaanse vlag bij de herdenking van het NAVO-bombardement op Belgrado. –  © Hollandse Hoogte
    Vojislav Seselj verbrandt een Amerikaanse vlag bij de herdenking van het NAVO-bombardement op Belgrado. – © Hollandse Hoogte

    CONTEXT: Olie op het vuur

    Ook in de Kroatische media wordt woedend gereageerd op de beslissing van het Joegoslaviëtribunaal.

    Een golf van revisionisme en nationalisme heeft alle Balkanstaten overspoeld, maar ook het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag is erdoor getroffen. De uitspraak van de Franse rechter Jean-Claude Antonetti, gedaan aan het eind van het proces tegen Vojislav Seselj, de leider van de Servische Radicale Partij, is in volstrekte tegenspraak met de conclusies die het tribunaal het afgelopen tweeënhalve decennium op basis van feiten heeft getrokken.

    Het tribunaal is ingesteld om de waarheidsvinding inzake de oorlogen in ex-Joegoslavië te faciliteren. Door het individualiseren van de schuldvraag had het een cruciale rol moeten spelen bij het herstel van het vertrouwen en de verzoening tussen de volkeren. Maar de vrijspraak voor Seselj gooit olie op het vuur dat brandend wordt gehouden door extremisten van allerlei slag. Met andere woorden, het tribunaal heeft zijn wezenlijke opdracht verraden.

    Ook al druist ze in tegen de belangen van Kroatië, de stijgende populariteit van de radicalen van Seselj stemt de Kroatische nationalisten euforisch

    Met de uitspraak van Antonetti wordt het rad van de geschiedenis een slag teruggedraaid en komt het uiteenvallen van ex-Joegoslavië in een nieuw licht te staan. Het is alarmerend dat de Kroatische en Bosnische afscheidingsbewegingen daarvoor de eerstverantwoordelijken zijn. In de ogen van Antonetti was de vestiging van autonome regio’s in Servië, Kroatië en Bosnië en Herzegovina alleen maar een reactie op de Kroatische en Bosnische afscheidingsdrang, waarmee het plan van een Groot-Servië, waarvoor Seselj zich beijverde, werd gelegitimeerd.

    De legitimering van het criminele plan van een Groot-Servië krijgt zo een politieke lading: het geeft de Serviërs het recht om de hereniging te eisen van alle regio’s waar ze hebben gewoond, binnen een staat die zowel een deel van Kroatië als van Bosnië en Herzegovina omvat. Deze foutieve voorstelling van de geschiedenis maakt de chaos in de westelijke Balkan alleen maar groter, met alle risico’s van destabilisering van dien. Ze geeft zuurstof aan de nationalisten en een excuus om zich verder te mobiliseren. Daarmee heeft Seselj onverwachte politieke steun gekregen, die er weleens voor zou kunnen zorgen dat de Servische Radicale Partij (SRS) een goed resultaat behaalt bij de komende parlementsverkiezingen op 24 april. De SRS zou opnieuw in het parlement kunnen komen als een van de vier grootste partijen [de SRS behaalde 8 procent van de stemmen].

    Dit is vooral een bedreiging voor de pro-Europese krachten in Servië. Ook al druist ze in tegen de belangen van Kroatië, de stijgende populariteit van de radicalen van Seselj stemt de Kroatische nationalisten euforisch. Ze kunnen hun pijlen opnieuw op het Haagse tribunaal richten, met als argument dat het de agressie tegen Kroatië rechtvaardigt, al heeft datzelfde tribunaal onlangs ook Kroatische generaals vrijgesproken. De Kroatische nationalisten zullen gewoontegetrouw hun woede op Belgrado richten en daarmee echte bondgenoten worden van Seselj, die ervan droomt de Servische premier, president Tomislav Nikolic en vicepresident Aleksandar Vucic ten val te brengen, die groot zijn geworden onder zijn vleugels voordat ze hem de rug toekeerden.