De taliban deden eerder al pogingen om internet helemaal af te sluiten
De taliban hebben een alomvattend verbod ingesteld op het gebruik van smartphones door overheidsfunctionarissen – wat volgens sommige analisten een voorbode zou kunnen zijn van bredere beperkingen op bevolkingsniveau. In een richtlijn van de militaire rechtbanken van de taliban, die door The Guardian is ingezien, zou het verbod deze week ingaan en geldt het voor ‘hoge en lage rangen, generaals, moedjahedien en dienstpersoneel’.
In een online gepubliceerde video is te zien hoe een talibanfunctionaris het verbodsbevel van zijn telefoon opleest, terwijl een andere persoon telefoons kapotmaakt. Het bevel luidt: ‘Als iemand er een gebruikt, zal zijn mobiele telefoon worden vernield en zal de overtreder wettelijk en volgens de sharia worden gestraft.’ Voor elke uitzondering is een schriftelijk decreet van de opperste leider van de taliban vereist.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het verbod volgt op de escalerende pogingen van de taliban om Afghanistan volledig af te sluiten van het wereldwijde internet. In september bevalen de autoriteiten een internetblackout die twee dagen duurde en vaag werd gerechtvaardigd door zorgen over pornografie. In het bevel stond dat de stopzetting bedoeld was om ‘immoreel gedrag te voorkomen’.
Met de afsluiting van het internet willen de taliban ook voorkomen dat beelden van protesten, demonstraties en de hardhandige onderdrukking daarvan de wereld bereiken. Ook wordt er weleens iets gelekt, omdat overheidsfunctionarissen hun smartphone gebruiken om documenten te fotograferen – en af en toe een vergadering op te nemen – en deze vervolgens op de een of andere manier openbaar laten worden voordat de hoogste leider ze heeft ondertekend.
Het staakt-het-vuren tussen beide landen dreigt in te storten
De Pakistaanse minister van Defensie, Khawaja Asif, verklaarde vrijdag de open oorlog aan de Afghaanse talibanregering, ‘na hernieuwde confrontaties langs de grens tussen Afghanistan en Pakistan’, meldt NDTV. ‘Ons geduld is op. Het is nu open oorlog tussen ons’, twitterde Asif.
‘Deze escalatie volgt op Pakistaanse bombardementen op Kaboel en Kandahar in Afghanistan op vrijdag, slechts enkele uren na een aanval van Afghaanse troepen op Pakistaanse grenstroepen’, legt de Indiase particuliere zender uit.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De talibanregering bestempelde de aanval als vergelding voor dodelijke Pakistaanse luchtaanvallen eerder deze week. Beide partijen claimden ‘tientallen vijandelijke soldaten te hebben gedood, waarmee het door Qatar bemiddelde staakt-het-vuren’ van afgelopen oktober verder werd ondermijnd, voegt de zender eraan toe.
De betrekkingen tussen de twee landen verslechterden aanzienlijk nadat de taliban in 2021 in Afghanistan aan de macht kwamen. Islamabad beschuldigt zijn buurland ervan onderdak te bieden aan gewapende militanten die aanvallen uitvoeren op Pakistaans grondgebied, een beschuldiging die Kaboel ontkent.
Slachtoffers zijn vanwege het landschap moeilijk te bereiken
De aardbeving van zondag in de provincie Kunar in Afghanistan, vlakbij de Pakistaanse grens, heeft al meer dan 800 mensenlevens geëist en 2500 gewonden veroorzaakt. ‘Maar het werkelijke dodental ligt waarschijnlijk hoger, omdat reddingswerkers te maken hebben met steil terrein, dat extra moeilijk begaanbaar is door aardverschuivingen en vallende rotsen die wegen hebben verwoest’, aldus Arab News.
Meer dan 20 miljoen Afghanen – de helft van de bevolking – zijn afhankelijk van humanitaire hulp. ‘De ramp komt op een moment dat Afghanistan kampt met ernstige droogte, bezuinigingen op internationale hulp en wat het Wereldvoedselprogramma omschrijft als een ongekende hongersnood’, legt de BBC uit. Daarbij komt nog dat India en Pakistan net twee miljoen Afghaanse vluchtelingen naar hun thuisland hebben teruggestuurd.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De regering heeft helikopters ingezet om de slachtoffers naar ziekenhuizen in de dichtstbijzijnde stad, Jalalabad, 40 kilometer verderop, te vervoeren. Maar de ziekenhuizen zijn overbelast en onvoldoende uitgerust. ‘Overlevenden bekritiseren het werk van de taliban en zeggen dat het regime niet in staat is een crisis van deze omvang te beheersen’, meldt The Daily Telegraph.
En deze keer kunnen de taliban niet rekenen op het USAID-agentschap, dat door de regering-Trump is ontmanteld en goed was voor meer dan 40 procent van de humanitaire hulp. Europa heeft dit voorbeeld gevolgd door de hulp te verminderen. Ngo’s, die onderworpen zijn aan de strenge regels van de islamisten die aan de macht zijn, hebben het land verlaten. Door een gebrek aan middelen zijn tientallen ziekenhuizen en klinieken gesloten.
De Afghaanse regering, die alleen door Rusland wordt erkend, heeft een oproep gedaan voor internationale hulp, meldt Al-Jazeera. Antonio Guterres, secretaris-generaal van de VN, beloofde dat de organisatie ‘kosten noch moeite zal sparen om mensen in nood te helpen’. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken tweette een bericht met steun en condoleances ‘zonder zelfs maar hulp aan te bieden’, aldus Middle East Eye.
Veel vrouwen hebben amper toegang tot onderwijs en werk
Het Internationaal Strafhof (ICC) heeft dinsdag arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen ‘twee hoge talibanleiders, die worden beschuldigd van het vervolgen van vrouwen en meisjes in Afghanistan’, meldt de BBC. Het in Den Haag gevestigde hof verklaarde dat er ‘redelijke gronden’ waren om aan te nemen dat de hoogste leider Haibatullah Akhundzada en de voorzitter van het Hooggerechtshof Abdul Hakim Haqqani ‘een misdaad tegen de menselijkheid hebben begaan door de manier waarop zij vrouwen en meisjes hebben behandeld sinds zij in 2021 aan de macht kwamen’, voegt de Britse omroep toe.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Sinds hun machtsovername hebben de taliban ‘een reeks beperkingen ingesteld, met name op de toegang tot onderwijs voor meisjes boven de twaalf jaar en door vrouwen van veel banen uit te sluiten’. De taliban herhaalden in hun reactie op het arrestatiebevel dat zij het ICC niet erkennen en noemden de arrestatiebevelen een ‘duidelijke daad van vijandigheid’ en een ‘belediging’ voor moslims.
Het land haalde in april de taliban van de terrorismelijst af
Rusland heeft donderdag bekendgemaakt dat het vanaf nu officieel het Islamitische Emiraat Afghanistan erkent en is daarmee ‘het eerste land ter wereld dat de talibanregering erkent’, aldus Al-Jazeera. Het Russische Hooggerechtshof had in april al de weg hiervoor vrijgemaakt door de taliban van de lijst van terroristische organisaties te schrappen. Moskou wil zo ‘zijn betrekkingen normaliseren om meer regionale invloed te verwerven’, analyseert de Qatarese zender.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft verklaard dat de normalisering van de betrekkingen met Kaboel ‘een impuls zal geven aan de ontwikkeling van productieve bilaterale samenwerking tussen onze landen op verschillende gebieden’. Deze ‘moedige beslissing’ zal ‘een voorbeeld zijn voor anderen’, verklaarde de talibanregering.
Het verbod zal mogelijk later weer opgeheven worden
Het Algemene Directoraat voor Lichamelijke Opvoeding en Sport van de taliban heeft in heel Afghanistan een voorlopig schaakverbod ingevoerd, schrijft KabulNow. Volgens hun woordvoerder is de beslissing genomen uit bezorgdheid over het leiderschap van de schaakbond en gebaseerd op ‘sharia-gerelateerde overwegingen’. Afhankelijk van de uitkomst van een nieuwe evaluatie zou het spel later weer toegestaan kunnen worden. De taliban hebben niet verduidelijkt welke aspecten van het schaken zij religieus verwerpelijk vinden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Dit verbod staat niet op zichzelf. De taliban hebben systematisch beperkingen opgelegd aan activiteiten die ze onverenigbaar vinden met hun interpretatie van de islamitische wet. Zo hebben ze ook mixed martial arts (MMA) verboden, een sport die volgens het regime ‘buitensporig gewelddadig’ en in strijd met de sharia is.
Moskou onderhield al jarenlang contacten met de taliban
Het Russische Hooggerechtshof heeft donderdag de taliban, die sinds 2021 weer aan de macht zijn in de Afghaanse hoofdstad Kaboel, van de lijst van terroristische organisaties geschrapt. Daarmee is de kwalificatie opgeheven die Moskou in 2003 aan de islamitische groepering oplegde. Maar zelfs vóór deze beslissing ‘werkte het Kremlin al jaren openlijk samen met vertegenwoordigers van de taliban door hen uit te nodigen om naar Moskou te komen en door in Afghanistan contacten met hen te onderhouden’, aldus de Russische nieuwssite Meduza.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In december 2024 ondertekende Vladimir Poetin wetgeving die Russische rechtbanken de bevoegdheid geeft om op verzoek van het bureau van de procureur-generaal de kwalificatie ‘terroristen’ op te heffen. Eind maart 2025 diende het bureau een officieel verzoekschrift in bij het Hooggerechtshof om de taliban van de Russische lijst van terroristische groeperingen te schrappen. De Afghaanse minister van Buitenlandse Zaken Amir Khan Muttaqi heeft zijn dankbetuigingen aan Moskou overgebracht en prijst deze ‘belangrijke ontwikkeling’ in de bilaterale betrekkingen tussen de twee landen.
De twee landen hebben een geschil over een grenspost
De Pakistaanse veiligheidstroepen en de Afghaanse talibanstrijders hebben in de kleine uurtjes van maandag een vuurgevecht gevoerd bij de belangrijkste grensovergang Torkham, in het noordwesten van Afghanistan. Volgens Pakistaanse en Afghaanse bronnen werd een talibanstrijder, een Afghaanse grenswacht, gedood en raakten meerdere mensen gewond. De grensovergang is al meer dan een week gesloten, omdat Pakistan de bouw van een nieuwe grenspost door Kaboel aanvecht.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Vier leden van de Pakistaanse grenspolitie en burgers raakten ook gewond bij de schermutselingen, terwijl één burger omkwam tijdens een stormloop als gevolg van de zware beschietingen. Een dorp in de buurt werd ook geëvacueerd vanwege de beschietingen, zeiden bronnen.
De grensovergang is van vitaal belang voor de handel en het reizen tussen de twee landen. Volgens het Pakistaanse dagblad The Express Tribune houden de spanningen van maandag verband met het mislukken van de onderhandelingen tussen de twee partijen om de grensovergang te heropenen. Als reactie op deze nieuwe aanvaringen heeft Pakistan ‘extra troepen ingezet aan de grens’, aldus de krant.
Het zou een buitenlands tv-station apparatuur hebben geleverd
De Afghaanse autoriteiten hebben dinsdag het bekende station Radio Begum in Kaboel doorzocht en twee medewerkers gearresteerd. Het ministerie van Informatie rechtvaardigde de ontmanteling van het radiostation door op X te verklaren dat ‘het niet alleen meerdere overtredingen heeft begaan, maar ook apparatuur en programma’s heeft geleverd aan een televisiestation in het buitenland’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens de nieuwswebsite KabulNow werd Radio Begum opgericht in maart 2021, enkele maanden voordat de taliban de controle over Kaboel overnamen. De medewerkers van het station zenden programma’s uit voor en door vrouwen, waaronder educatieve programma’s, boeklezingen en telefonisch advies. Afghanistan is het enige land waar meisjes en vrouwen niet naar de middelbare school of universiteit mogen.
Het is de eerste keer sinds de Taliban er aan de macht zijn
Een delegatie van de Afghaanse regering zal in Bakoe zijn voor de klimaattop, die van 11 tot 22 november wordt gehouden, meldt The Times of India. De status van de Afghaanse delegatie bij de COP29 was niet meteen duidelijk, maar bronnen vertelden AFP zaterdag dat de Afghaanse delegatie de status van waarnemer zou kunnen krijgen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Zo‘n uitnodiging heeft het land niet meer gehad sinds de terugkeer van de Taliban-regering in 2021, die door geen enkele staat ter wereld wordt erkend, maar die ervoor pleit om betrokken te worden bij internationale klimaatbesprekingen.
Afghanistan, het zesde meest kwetsbare land voor klimaatverandering, worstelt met plotselinge overstromingen, droogte en andere natuurrampen die wetenschappers in verband brengen met klimaatverandering. Alleen al in mei kwamen meer dan 350 Afghanen om bij overstromingen.
Volgens de taliban zou hij in Afghanistan propaganda verspreiden
De speciale rapporteur voor mensenrechten die namens de VN in Afghanistan actief is, Richard Bennett, mag het land niet meer in. ‘Bennett werd enkele maanden geleden geïnformeerd dat hij geen toestemming had om Afghanistan te bezoeken’, vertelde een diplomatieke bron dinsdag aan Agence France-Presse, nadat een Afghaans mediakanaal het verbod bekend had gemaakt door een Afghaanse regeringswoordvoerder te citeren.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Eerder op de dag citeerde het lokale televisiestation Tolo News de woordvoerder van de taliban-regering, Zabihullah Mujahid, die zei dat Richard Bennett de toegang tot het land was ontzegd ‘omdat hij naar Afghanistan is gestuurd om propaganda te verspreiden’. Sinds de taliban in augustus 2021 weer aan de macht kwamen, hebben ze kritiek van de Verenigde Naties op hun beleid, dat gebaseerd is op een strikte interpretatie van de sharia, systematisch van de hand gewezen.
‘De oorlog van de taliban tegen meisjes en vrouwen is opgevoerd’, schreef The Guardian dinsdag. ‘Verstoken van onderwijs, werk en zelfs de kans om in parken te wandelen of naar openbare baden te gaan, leeft de helft van de Afghaanse bevolking een bijzonder beperkt en angstig leven. Het talibanregime deelt niet alleen een wrede en vernederende klap uit aan hun rechten en waardigheid, het vormt ook een existentiële bedreiging’, concludeert het Britse dagblad.
Het is voor vrouwen in Afghanistan al duizend dagen verboden om onderwijs te volgen na de basisschool, het wordt ze nagenoeg onmogelijk gemaakt om te werken en zonder begeleiding een bezoekje aan het park brengen mag niet. Tot hun grote frustratie blijft het wachten op tussenkomst van de internationale gemeenschap vergeefs.
Voordat de taliban op 15 augustus 2021 weer aan de macht kwamen in Afghanistan, studeerde Amal rechten in Kaboel. Haar droom was om ‘een groot journalist’ te worden. Slechts een maand later, toen fundamentalisten meisjes boven de twaalf jaar het recht op onderwijs ontnamen, begon de vierentwintigjarige universiteitsstudente, die haar echte naam verbergt, samen met andere vrouwen op straat te demonstreren. Ook richtte ze thuis een clandestiene school op.
Zeven maanden geleden, vertelt ze via WhatsApp, braken de taliban bij haar thuis in en dreigden ze haar en haar familie te vermoorden. Daarna gaven ze haar zweepslagen. Amal stuurt foto’s van haar armen vol blauwe plekken. De activiste bracht donderdag, de duizendste dag sinds de taliban tienermeisjes verbood om te studeren, door in totale eenzaamheid, opgesloten in de kleine kamer waar ze woont, ondergedoken. Amal – die littekens op haar been heeft van het geweld – heeft het gevoel dat de Afghaanse meisjes er alleen voor staan; dat de internationale gemeenschap ‘niets voor hen doet’.
Normalisering
Ze verwijst naar concrete daden, niet naar woorden, waarmee de internationale gemeenschap in deze bijna drie jaar kwistig is geweest. Niet alleen heeft ze de taliban niet gedwongen om ook maar een van hun verboden voor vrouwen terug te draaien, maar sommige buurlanden van Afghanistan, evenals Rusland en vooral China – dat officieel de ambassadeur van de fundamentalisten heeft ontvangen – nemen stappen in de richting van erkenning van hun regering. Zelfs de VN hebben onlangs degenen die zij definieert als ‘de facto Afghaanse autoriteiten’ uitgenodigd om deel te nemen aan de derde internationale conferentie over Afghanistan, die op 30 juni en 1 juli in Doha (Qatar) wordt gehouden.
Dit tot groot ongenoegen van kleine groepen Afghaanse vrouwen, die protesteren tegen wat de deskundigen van de VN zelf ‘genderapartheid’ noemen. Deze vrouwen vrezen dat er stappen worden gezet in de richting van de normalisering van de taliban. De eenzaamheid en opsluiting van Afghaanse vrouwen zijn van dien aard dat deze activisten alleen kunnen protesteren door zichzelf met bedekt gezicht en spandoeken in de hand in hun huis te fotograferen. De dappersten onder hen wagen zich soms aan kleine straatdemonstraties, die zonder uitzondering hardhandig worden onderdrukt.
Donderdag werd door kinderorganisatie Unicef van de Verenigde Naties de verjaardag van duizend dagen zonder voortgezet onderwijs voor Afghaanse meisjes aangegrepen om een ander rond getal onder de aandacht te brengen: de 3000 uur onderwijs die 1,5 miljoen jongeren van het land in die tijd hadden moeten krijgen en waarvan het verlies hun toekomstige autonomie bedreigt. Maar dat eerste spervuur, in september 2021, werd gevolgd door vele andere. Niet alleen tegen onderwijs, maar ook tegen het recht van Afghaanse vrouwen om te werken, hun vermogen om zich vrij te bewegen en zelfs om zich te uiten. De meest recente aanval is onlangs bekendgemaakt door de hoogste leider van de taliban, Haibatullah Akhundzada, die aankondigde dat het salaris van alle vrouwen in het land wordt beperkt tot een schamele 5000 afghani’s (ongeveer 65 euro), ongeacht leeftijd, functie, ervaring en opleiding.
In Afghanistan zijn er geen vrouwelijke politieagenten, rechters, parlementsleden, advocaten, ambtenaren of journalisten meer. Op de zeer lange lijst van banen die voor vrouwen verboden zijn, staan ook banen bij ngo’s en VN-agentschappen, met een paar uitzonderingen in de gezondheidszorg en het onderwijs, zoals leerkracht in het basisonderwijs, een opleiding die meisjes nog wel kunnen volgen. Dat geldt niet voor middelbaar en hoger onderwijs. In december 2022 verboden de taliban Afghaanse meisjes om aan de universiteit te studeren. In april 2023 sloten ze de privéacademies waar veel meisjes talen of wiskunde studeerden, naast andere vakken die op een lijst van ‘ongeschikte’ vakken voor vrouwen staan vermeld.
Afghaanse meisjes, en dus ook hun jonge kinderen, mogen niet reizen zonder mannelijke voogd en mogen niet naar kinderspeelplaatsen of natuurparken. Ze mogen ook niet naar sportscholen, openbare toiletten of zelfs picknicks in de openbare ruimte. Fundamentalisten hebben kappers en schoonheidssalons gesloten en hun verboden om radio-uitzendingen te beluisteren. Het in New York gevestigde Committee to Protect Journalists meldde in april dat drie journalisten waren gearresteerd omdat ze telefoontjes van vrouwelijke luisteraars hadden aangenomen.
Zonder opleiding en zonder uitzicht op een baan is het lot van veel van deze tienermeisjes bezegeld
Alleen al tussen juni 2023 en maart 2024 heeft het ‘verstikkende regime’ dat Afghanistan regeert 52 verordeningen aangenomen die de rechten van vrouwen en meisjes in het land ondermijnen, beschrijft een rapport van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten in Afghanistan, Richard Bennett.
Eind maart kondigde Amir Ajundzadah op de publieke omroep van het land het zoveelste ernstige besluit tegen Afghaanse vrouwen aan: de herinvoering van openbare geseling en steniging van vrouwen voor overspel. Sahar Fetrat, een Afghaanse onderzoeker bij Human Rights Watch, zei destijds tegen The Guardian dat de passiviteit van de internationale gemeenschap de verklaring is voor deze aankondiging. Volgens haar hebben de taliban hun ‘draconische regels’ één voor één uitgeprobeerd en hebben ze, toen ze zagen dat niemand hen ‘ter verantwoording’ riep, de ‘systematische en wijdverspreide vervolging’ van vrouwen en meisjes, zoals het in het rapport van de speciale VN-rapporteur heet, aangescherpt.
‘We blijven hopen dat de internationale gemeenschap uiteindelijk de daad bij het woord zal voegen’, benadrukt het rapport, waarin wordt aanbevolen om het taliban-regime voor het Internationaal Gerechtshof van de VN te dagen wegens misdaden tegen de menselijkheid in de vorm van ‘systematische en wijdverspreide schendingen van de fundamentele rechten’ van Afghaanse vrouwen, die ‘gevangenzitten’ in een ‘systeem van onderdrukking, repressie en geweld’.
Lot
Zahra, eveneens een fictieve naam, is zestien en studeerde Engels aan een centrum dat onlangs weer werd geopend, maar door de taliban drie weken geleden opnieuw gesloten. Het meisje kan zelfs geen naaicursus meer volgen omdat de lerares zo bang is voor de radicalen dat ze ermee is gestopt, vertelt haar tante, die in ballingschap in België woont, per telefoon. ‘Zahra is heel intelligent en wilde dokter worden,’ zegt haar tante. Nu is ze ‘erg depressief’. Net als veel van haar leeftijdsgenoten, aldus het rapport van de VN-rapporteur, dat waarschuwt voor een toename van ‘zelfmoordgedachten’ onder jonge Afghaanse meisjes.
Zonder opleiding en zonder uitzicht op een baan is het lot van veel van deze tienermeisjes bezegeld. Internationale organisaties waarschuwen voor het directe verband tussen vroegtijdig schoolverlaten, gedwongen huwelijken en het krijgen van kinderen op jonge leeftijd – een risicofactor voor moeder- en kindersterfte – en het voortbestaan van armoede. De kinderen van veel van deze meisjes, die door de taliban ‘dom’ worden gehouden, staat hetzelfde ellendige lot te wachten. De jaarlijkse economische kosten van het verbod voor Afghaanse meisjes om te werken worden door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) geschat op 934 miljoen euro, 5 procent van het bbp van het land. Ondertussen blijven de fundamentalisten proberen om het Pasjtoen-gezegde dat vrouwen alleen hun huis mogen verlaten om naar het graf te gaan, werkelijkheid te laten worden.
Vanuit haar schuilplaats in Kaboel betreurt Amal het feit dat op de schending van vrouwenrechten niet alleen geen interventie van de internationale gemeenschap volgde, maar dat de taliban deze bovendien inzet als chantagemiddel om ‘hun politieke doelen’ te bereiken. Het eerste doel is erkend te worden als de legitieme heersers van Afghanistan. Er zijn, naast China, al andere landen die zich bereid tonen het gesprek aan te gaan.
Het Intercontinental in Kaboel was het eerste luxehotel van Afghanistan. Ooit werden er legendarische feesten gehouden, nu is het in handen van de taliban en worden niet-taliban gedwongen met hen samen te werken. Journalist Andreas Babst bracht een bezoek aan de omstreden plek.
Bij de eerste slagboom staat een talib te glimlachen, zoals hem is opgedragen. Bij de tweede slagboom staat op een bord: ‘Overdrachtspunt voor wapens’. Wie hier zijn kalasjnikov afgeeft, ontvangt een bonnetje en krijgt zijn wapen bij het verlaten van het hotel terug. De weg slingert de heuvel op tussen cirkelvormig gesnoeide heggen. Bij de derde barrière wordt er gefouilleerd. Dan verschijnt eindelijk achter een metalen hek de oprit naar het hotel. Voor de ingang piepen de autobanden op de grote marmeren tegels.
Het Intercontinental Hotel torent als een kasteel boven Kaboel, de door oorlog geteisterde hoofdstad van Afghanistan. Hier is het geluid van toeterende auto’s niet meer te horen.
In 1969 werd het Intercontinental Hotel geopend, het eerste luxe hotel in Afghanistan. Maar het voelt als veel langer geleden. Afghanistan is meer dan veertig jaar in oorlog geweest. Heersers kwamen en gingen en allen verbleven hier, in het Intercontinental. Ondanks zijn vergane glorie is het hotel nog steeds een symbool: wie in Kaboel regeert, regeert niet alleen over Afghanistan maar ook over het Intercontinental. Nu is dat dus de taliban.
Op 15 augustus 2021 drongen ze Kaboel binnen. Ze hebben al twee jaar de macht, maar zijn nog steeds niet te peilen. We horen alleen de gruwelverhalen: vrouwen en meisjes mogen al twee jaar niet meer naar middelbare scholen en universiteiten. Vrouwen mogen niet meer in openbare parken komen. Zowel vrouwen als mannen krijgen zweepslagen voor overspel.
Het grootste experiment van de taliban bleef tot nu toe voor de rest van de wereld onopgemerkt. Het vindt plaats achter bureaus in het hele land. De nieuwe regering dwingt taliban en niet-taliban om samen te werken, zowel binnen de regering als bij overheidskwesties. Jonge mannen delen een kantoor met de jonge strijders die ze ooit vreesden, jonge strijders zitten naast jonge mannen die ze ooit verachtten. Er hangt veel af van dit experiment. Het bepaalt grotendeels of er vrede zal blijven, of er echte verzoening komt of op zijn minst een zo normaal mogelijke manier van samenleven.
En dat grote experiment kan op kleine schaal worden geobserveerd in het Intercontinental. Misschien is dit zelfs wel de beste plek om een blik op de toekomst van Afghanistan te werpen; hier komen heden en verleden samen.
De receptie
Als ze opengaan, knarsen de automatische schuifdeuren van ouderdom. De gasten van het Intercontinental worden verwelkomd aan een enorme marmeren balie met daarachter een houten wand met vier klokken – Kaboel, New York, Londen, Dubai. Kosmopolitisme in een gesloten land. Het Intercontinental accepteert geen creditcards, omdat Afghanistan grotendeels is afgesneden van het internationale bankwezen. Een gast arriveert met een plastic tas vol contant geld.
Slechts elke tweede kroonluchter in de lobby is verlicht. ‘We besparen op elektriciteit,’ zegt Samiullah Faqiri, die verantwoordelijk is voor marketing bij het Intercontinental. Faqiri was meteen enthousiast over het idee om een buitenlandse journalist een paar dagen achter de schermen te laten meekijken.
Hij is achtentwintig jaar oud en zijn baard op zijn ronde wangen is netjes getrimd. Hij werkt al twee jaar in het hotel, sinds de taliban aan de macht kwamen. ‘Ik heb als een gek aan de marketing gewerkt,’ zegt hij in vloeiend Engels en hij vertelt dat hij de nieuwe slogan heeft bedacht: ‘Intercontinental for everyone’. Die tekst heeft hij op billboards in Kaboel laten zetten. Faqiri weet natuurlijk dat maar weinig Afghanen zich op dit moment een maaltijd of een nacht in een luxe hotel kunnen veroorloven. Volgens de VN kunnen negen van de tien gezinnen zich niet eens genoeg eten veroorloven. Een nacht in de goedkoopste kamer kost 95 euro, wat voor velen een maandloon is.
Faqiri heeft – net als iedere marketingmanager – een winstdoel voor ogen. Het hotel is van de overheid, en die wil dat het wat opbrengt. Alle winst gaat naar de staat, die het geld weer besteedt aan lonen, onderhoud en renovatie. Hoewel Faqiri voor de taliban werkt, is hij er zelf geen.
Hij spreekt dan ook over ‘ze’ als hij het over de heersende partij heeft. ‘Ze zullen me niet doden als ik mijn target niet haal,’ zegt hij lachend. Als Faqiri lacht, zie je eerst zijn neus op en neer gaan, dan zijn schouders en dan zijn buik. Het is een fysieke en aanstekelijke lach, die meestal volgt op een zin die anders te zwaar zou klinken.
Faqiri komt uit een familie waar het aan niets ontbreekt. Zijn vader is professor aan de universiteit. De hele familie woont samen in een huis vlak bij het hotel. Hij studeerde bedrijfskunde in India. Voordat de taliban de macht overnamen, droeg hij graag mouwloze T-shirts en speelde hij basketbal. Tegenwoordig draagt hij, net als bijna iedereen, een shalwar kameez, een traditioneel Afghaans kledingstuk.
Om zijn doel te behalen zou Faqiri meer kamers in het hotel moeten verhuren. Het Intercontinental heeft er in totaal 198. Ongeveer een vijfde daarvan is bezet, zegt hij. Zolang geen enkel land ter wereld de taliban erkent, zullen er ook geen massa’s toeristen komen. Maar hij geeft niet op. Tijdens de evacuatie van bedreigde Afghanen door de Canadese regering sloot hij een contract met het verantwoordelijke reisbureau: het Intercontinental werd het trefpunt voor de evacués. Hij verhuurde honderdtwintig kamers en kreeg het voor elkaar dat degenen die de taliban wilden ontvluchten, incheckten in een talibanhotel.
Faqiri werkt tot het begin van de middag. Bij de receptie staat een jonge talib, leunend tegen het zwarte marmer. Hij heet Mohammed Elyas Niazai. ‘De nachtploeg,’ zo stelt Faqiri hem voor.
Faqiri en Niazai maken deel uit van het grote talibanexperiment in het Intercontinental: een gewone Afghaanse man en een talib, twee jonge mannen die geacht worden samen te werken voor het grotere geheel.
Steeds weer wordt Niazai gebeld op zijn mobiele telefoon. Ze vragen hem waarom er een journalist in het hotel rondloopt
Niazai neemt de gouden lift naar boven. Op de wanden van de kleine cabine is zijn verwrongen weerspiegeling zichtbaar. Hij is drieëntwintig en heeft een weerbarstige, nogal onregelmatige baard. Zijn ogen staan helder maar zijn blik is wat onvast, waardoor hij er tegelijkertijd uitziet als jager en opgejaagde.
Niazai woont op de derde verdieping in kamer 311, die een standaard inrichting heeft: zware mosgroene gordijnen, een dik tapijt met een ingewikkeld patroon om mogelijke vlekken te verdoezelen, een asbak. In tegenstelling tot Faqiri woont Niazai in het hotel. Hij vertelt dat hij de personeelsmanager is. Ook hij heeft bedrijfskunde gestudeerd. ‘Het hotelwezen is een goede business, nauwelijks risico,’ zegt hij. Er is geen enkel persoonlijk voorwerp in de kamer te ontdekken, maar deze kamer is ook niet echt van hem. Hij vertelt dat hij een tweede, geheime kamer heeft. Daar bewaart hij zijn wapens: een M4 aanvalsgeweer, buitgemaakt op Franse soldaten, en een glock 22.
Het is alsof achter het hotelbehang met golfpatroon iets onzichtbaars op de loer ligt. Steeds weer wordt Niazai gebeld op zijn mobiele telefoon. Het is de GDI, de geheime politie van de taliban. Ze vragen hem waarom er een journalist in het hotel rondloopt. Niets blijft onopgemerkt. Ze houden zich ergens schuil en kijken. In de gangen hangen camera’s, maar in de kamers zouden die er niet zijn. Op de derde verdieping verblijft een groep Russen. Ze houden zich afzijdig.
Niazai sloot zich bij de taliban aan toen hij zestien was. Een speciale legereenheid had zijn oom en neef vermoord, en naar verluidt waren er ook buitenlandse soldaten bij de operatie betrokken. Zo begon zijn jihad, zijn heilige oorlog: uit wraak. Hij groeide op in Kaboel, in een arme buurt. De taliban gebruikten hem als mol. Hij studeerde aan een universiteit in Kaboel en zegt dat hij toen heel goed Engels sprak, maar dat hij inmiddels veel is vergeten. Op zijn smartphone laat hij ons foto’s uit die tijd zien: een jongeman met een modieus geföhnde pony en een sikje.
Niazai bespioneerde zijn medestudenten namens de taliban. Toen zijn studie het toeliet, vocht hij buiten Kaboel tegen NAVO-troepen en tegen het Afghaanse leger. Hij beweert dat hij met een plastic fles en twee dollar een bom kan maken. Als hij te laat kwam en zijn professor vroeg hem naar de reden, antwoordde hij in het Engels: ‘Legends are always late.’ Hij is trots op deze zin en kent hem nog steeds uit zijn hoofd.
Dat was in de jaren voor de val van Kaboel. De hoofdstad had het hart moeten worden van het nieuwe Afghanistan dat de Amerikanen en hun bondgenoten met miljarden dollars aan ontwikkelingshulp in twintig jaar hadden opgebouwd. Maar in deze stad was het nooit helemaal duidelijk aan wie je eigenlijk loyaal was – al geloofden sommigen liever iets anders.
Op 15 augustus 2021 viel Kaboel in handen van de taliban. In de weken daarvoor hadden ze de ene provincie na de andere veroverd. Volgens experts zou Kaboel standhouden, ten minste voor een paar weken. Maar er was weinig weerstand. Laat in de avond reden de taliban in hun pick-uptrucks naar het Intercontinental. In de uren daarvoor hadden de bewakers van het hotel hun posten verlaten. Sommigen bestormden de lobby en stalen de computers. De taliban verspreidden hun strijders over het hotel en stuurden het personeel naar huis. Twee dagen later belden ze het hotelpersoneel op met de boodschap dat ze terug moesten komen en dat het Intercontinental nu weer open was.
‘In het begin waren de medewerkers bang voor ons,’ zegt Niazai. ‘Maar we hadden de opdracht om aardig tegen ze te zijn.’
Vijfde verdieping
De gouden lift stopt op de vijfde verdieping. Hier komt de hele geschiedenis van het Intercontinental samen. Links naast de lift is de ingang van de Pamir Supper Club. Vanaf 1969 werden hier uitbundige feesten gehouden. Hier traden de eerste Afghaanse popmuzikanten met lang haar en gitaren op. Afghanistan had toen nog een koning, Mohammad Zaher Shah. In 1973 werd hij door zijn neef van de troon gestoten en vijf jaar later vermoord door de communisten. De feesten gingen door. Maanden na de moord nodigde het Intercontinental gasten uit voor een Beiers feest in de club, inclusief een drankbuffet en ‘schnaps van het huis’, gesponsord door Lufthansa. In 1979 viel de Sovjet-Unie Afghanistan binnen. De Amerikaanse functionarissen in de Pamir Supper Club maakten plaats voor Russische functionarissen.
Terwijl het land afgleed naar een burgeroorlog, bleef het Intercontinental een wereld op zich. Toen de Russen in 1989 vertrokken, stopte de Afghaanse president Najibullah in zijn zwarte Mercedes voor het hotel.
In 1992 marcheerden de mujahedin Kaboel binnen, groepen islamistische heilige strijders die door de Verenigde Staten waren uitgerust en getraind om tegen de communisten te vechten. De mujahedin aten gratis in het Intercontinental en vochten in de hoofdstad al snel tegen elkaar. Raketten vlogen het Intercontinental binnen. De beruchte Ahmad Shah Massoud en zijn mannen namen het hotel over.
Op de vijfde verdieping, rechts aan het einde van de lange gang, ligt de Khyber Suite, het penthouse van het Intercontinental. De suite is rondom omgeven door een balkon waar gasten een uitzicht hebben over heel Kaboel. Op dit moment geeft de VN er een cursus over het oplossen van interpersoonlijke conflicten. Van hieruit zou Massoud zijn aanslagen hebben gepland met een verrekijker. Tot er in 1996 nieuwe, nog radicalere islamisten uit het zuiden kwamen en Kaboel voor de eerst keer veroverden: de taliban. Najibullah, de ex-president met de Mercedes, werd door hen gecastreerd en geëxecuteerd. Ze sleepten zijn lichaam door de stad en hingen hem in het openbaar op. De taliban verwijderden de stoelen in de bar van het hotel en gingen op de tapijten zitten.
Er zijn geen ramen in deze lange gang op de vijfde verdieping. Neonlichten op de muren verdringen de duisternis en werpen harde schaduwen. Geluiden en geschiedenis zinken weg in het tapijt. Het ruikt naar stof en naar iets anders, iets zurigs. De medewerkers van het hotel zijn niet graag op de vijfde verdieping. Het spookt hier, zeggen ze.
De taliban hadden de leiding over het Intercontinental tot 2001. Een dag na de aanslagen op het World Trade Center in New York hielden ze er een persconferentie. De minister van Buitenlandse Zaken van de taliban zei dat ze niet wisten waar Osama bin Laden was. ‘Ik weet alleen dat hij niet hier is,’ zei hij. Dat was een leugen. Bin Laden was een gast van de taliban en een paar maanden later de reden voor de Amerikaanse invasie van Afghanistan.
Na de invasie van de Amerikanen en hun bondgenoten werd het Intercontinental weer de ontmoetingsplaats van buitenlandse diplomaten, zakenmensen en rijke elites. De nieuwe regering renoveerde de plek met de hulp van aannemers, maar het was niet meer hetzelfde als vroeger. Eén bedrijf sloot het balkon in de eetzaal af, waar gasten de koude wind uit de bergen konden voelen als ze van hun koffie genoten. Een ander bedrijf voegde nog een eetzaal toe; op het plafond zijn wolken geschilderd en het ziet eruit als een cruiseschip. Weer een ander bedrijf verkocht de marmeren tegels in de tuin. Het hotelpersoneel zegt dat corrupte ambtenaren uit het Intercontinental pakten wat ze pakken konden, zoals ze met zoveel hebben gedaan in Afghanistan. ‘Die rotzakken hebben alles vernietigd. Het enige wat is overgebleven zijn de naam en het gebouw zelf,’ zegt een oude ober. ‘Verder is er niets meer zoals vroeger.’
De gasten barricadeerden zichzelf in de kamers, kropen in de grijzige badkuipen met hun antislipmatten
Jarenlang vochten de taliban ondergronds. Ze wonnen aan kracht, ondanks de duizenden NAVO-soldaten in het land. In 2011 vielen ze het hotel aan. Negen zelfmoordterroristen doodden twaalf mensen en zichzelf. De laatste aanvaller liet zijn bom ontploffen op de vijfde verdieping, in kamer 523. De kamer is sindsdien gerenoveerd, de badkamer is nu versierd met roze tegels. In 2018 volgde een tweede aanslag. Twaalf uur lang bezetten vier of vijf moordenaars het hotel. Ze vermoordden veertig mensen. De gasten barricadeerden zichzelf in de kamers, kropen in de grijzige badkuipen met hun antislipmatten. Een geestelijke die op dat moment in kamer 519 verbleef werd gedood bij de aanval. De man die nu schoonmaakt op de vijfde verdieping zweert dat hij hem soms hoort douchen.
In 2021, slechts drie jaar later, veroverden de taliban Kaboel voor de tweede keer. Een van de bewakers buiten het hotel kende enkele van de zelfmoordterroristen. ‘Ze waren ongelooflijk dapper,’ zegt hij. Sirajuddin Haqqani, die de aanslagen organiseerde, is nu minister van Binnenlandse Zaken. In de balzaal van het Intercontinental hield hij een toespraak waarin hij de families van de moordenaars bedankte. De deuren van de hotelkamers herinneren nog steeds aan de aanslagen. Het kogelwerende staal is bruin geverfd.
De Keuken
In de keuken wijst Faqiri, de marketingmanager, naar een grote pan waarin een lam staat te sudderen. ‘Dat heb ik verkocht voor 230 dollar. Schrijf dat op,’ beveelt hij. Twee families hebben een vergaderzaal gehuurd waar de mannen onderhandelen over de bruidsprijs voordat hun kinderen gaan trouwen. Faqiri heeft hen overgehaald om ook te blijven eten.
De ketels in de keuken bevatten voedsel voor negenhonderd mensen. ’s Middags en ’s avonds bereidt het Intercontinental een buffet. Vandaag kookt de keukenploeg ook voor zevenhonderd mensen van het ministerie van Defensie. Het eten wordt geleverd per geëscorteerde vrachtwagen – het Intercontinental is ook de cateraar van de taliban.
Sayed Mazaffar Sadat is de chef-kok van het hotel. Ze noemen hem Goldfinger. Hij deed vijf keer mee aan een kookwedstrijd op televisie en won vier keer. Hij kwam naar het Intercontinental voordat de taliban de macht overnamen, en werd verkozen boven twintig andere kandidaten. ‘Ik had geen connecties. Normaal gesproken kom je hier zonder goede connecties niet binnen.’
Sadat vertelt dat hij nooit heeft overwogen het land te verlaten, zelfs niet nadat de taliban de macht hadden overgenomen. Binnenkort vertegenwoordigt hij Afghanistan bij een kookwedstrijd in Frankrijk, en zijn vrienden zeggen dat hij daar moet blijven. Dan zou hij een van de vele jonge mannen zijn die Afghanistan legaal of illegaal verlaten in de hoop elders een beter leven te vinden. Naar schatting 1,6 miljoen Afghanen zijn gevlucht sinds de taliban aan de macht zijn. De meesten van hen leven onder precaire omstandigheden in buurlanden Iran en Pakistan. Sadat zegt: ‘Mijn filosofie is: de dood komt hoe dan ook – ook als je je land verlaat.’
In de hitte van de keuken roept een van Sadats koks tegen een talib die werkloos staat toe te kijken: ‘We hebben je niet nodig, hier. Ga naar je kantoor!’
Toen de taliban in de jaren negentig voor het eerst regeerden, werd slechts een van hen aangesteld als hoofd van het hotel. Nu hebben ze strijders in elk kantoor gezet, volgens verschillende hiërarchische niveaus: taliban en niet-taliban worden gedwongen samen te werken.
Vrouwen spelen geen rol in de beslissingen van de taliban. Alle vrouwelijke werknemers van het hotel zitten thuis. Ze zouden nog steeds hun loon ontvangen, maar mogen niet meer komen werken. De enige vrouw in het gebouw werkt beneden bij de ingang van een van de beveiligingspoorten, om vrouwelijke gasten te controleren. Haar lichaam en hoofd zijn volledig bedekt, maar ze weigert haar gezicht te bedekken. Daarvoor is ze te oud, zegt ze.
Faqiri regeert in de keuken, zwaaiend met zijn armen als iemand die zijn hele leven al instructies geeft. Hij kijkt voortdurend op zijn mobiel en is constant aan het troubleshooten. Niazai weet niet waar hij z’n handen moet laten. Hij verschikt de broodmandjes in de keuken, draait een kiwi rond in zijn handen of kijkt naar de houdbaarheidsdatum op een blikje cola. Hij is ook verantwoordelijk voor de kwaliteitscontrole, vertelt hij.
De taliban worden geacht te leren. De leiding heeft voor sommigen van hen een opleiding betaald en voormalige guerrillastrijders volgen nu computercursussen. De nieuwe machthebbers kondigden vrede en verzoening af. En toch blijft het voor velen een vreemde situatie: rebellen die twintig jaar lang door iedereen gevreesd werden, zitten plotseling ook op kantoor. Een voormalig werknemer van het Intercontinental zegt: ‘Een van de strijders was mijn ondergeschikte. Maar welke bevelen kon ik hem geven? Hij had een wapen.’
‘Een klant bood me ooit een visum aan voor de Verenigde Staten. Maar ik wilde niet weg. Kaboel was de beste plek ter wereld’
Niazai kijkt rond op de vervallen tennisbaan, waar het net ontbreekt en de scheidsrechtersstoel in een hoek staat te roesten. De tenniscoach is naar Spanje gevlucht, zo heeft Niazai gehoord. Hij is hier voor het eerst, want ‘Wie kan er nou tennissen?’
Niazai heeft de afgelopen twee jaar veel functies in het hotel gehad, momenteel is hij de hr-manager. Hij krijgt een salaris van 530 euro per maand en spaart voor zijn huwelijk. Op een dag zal hij dit uitbundig vieren. Hij heeft zijn bruid nog niet ontmoet.
‘Als ze mij morgen de opdracht geven om kamers schoon te maken, zal ik geen vragen stellen,’ zegt Niazai. Hij volgt blindelings bevelen op. De taliban hebben een ondoorgrondelijke commandostructuur. Duidelijk is dat de emir en zijn vertrouwelingen in Kandahar de top vormen, gevolgd door de ministers in Kaboel en hun plaatsvervangers. Maar er zijn ook sterke lokale commandanten, in Kaboel en daarbuiten. De taliban zijn een minder homogene beweging dan het soms van buitenaf lijkt.
Ooit werd Niazai door zijn commandant bevolen om zijn geliefde lange haar af te knippen. Hij deed het onmiddellijk. Eigenlijk wacht hij op een bevel dat nog niet is gekomen, dat hem terugstuurt naar een of ander front. Als dat bevel komt, vertrekt hij niet de volgende dag, zegt hij, maar direct. ‘Dit hotel is net een gevangenis,’ zegt hij. Hij mist de bergen, de bossen en de ijskoude rivieren. Als Niazai over het gras in de tuin loopt, trekt hij zijn schoenen uit om op blote voeten te lopen. Hij wil het gras onder zijn voetzolen voelen. Want dan, zegt hij, verdwijnen alle negatieve gedachten.
Tweede verdieping
De familie Hakimi verblijft op de tweede verdieping, in kamer 238 en 239. Er zijn niet veel gasten in het Intercontinental. Er zijn de Russen, die elke ochtend in een witte SUV worden opgehaald. Er is de ontwikkelingswerker uit India. De Pakistaanse zakenman die lampen van himalayazout verkoopt. En er zijn de Hakimi’s.
Hayatullah Hakimi (67) en zijn vrouw Aziza (64) ontvluchtten Afghanistan in 1988. Hayatullah had zijn eigen juwelierszaak. Maar toen kreeg de geheime dienst hem in het vizier.
Het echtpaar heeft de meest grandioze tijden van het Intercontinental meegemaakt. Als Hayatullah op vrijdagmiddag de winkel sloot, gingen hij en zijn vrouw naar het hotel. ‘In die tijd hielden we van The Beatles, de popmuziek kwam net naar Afghanistan,’ vertelt Hayatullah. Bij het zwembad speelden bands. Vrouwelijke toeristen zwommen er in badpak. Het hotel lag iets buiten de stad, omringd door pijnbomen. In de tuin klonk uit luidsprekers muziek van Ahmad Zahir, de Afghaanse Elvis, die veel te jong stierf bij een auto-ongeluk. De Hakimi’s tonen foto’s van toen: hij met een dikke snor, lang haar en een glimmende gesp aan zijn riem, zij draagt een broek met wijde pijpen.
Hayatullah zegt: ‘Een klant bood me ooit een visum aan voor de Verenigde Staten. Maar ik wilde niet weg. Kaboel was de beste plek ter wereld.’ Aziza vult aan: ‘Niemand wilde weg uit het land, niemand wilde naar Europa of Amerika. Mensen kwamen naar ons toe.’
Vanaf het balkon van de Hakimi’s kun je over Kaboel uitkijken. De stad heeft het hotel de afgelopen decennia omcirkeld. De zon komt op voor het Intercontinental en aan de achterkant onder. Witte betonnen elementen steken van het balkon van de Hakimi’s naar het balkon eronder; boven fungeren ze als borstwering en onder als zonnescherm. Daardoor lijkt het alsof elke kamer zware witte wimpers heeft. De brandende zon legt de scheuren in het beton bloot, de stad lost op in het verblindende licht en het stof. De airconditioning ratelt en beneden schrapen de harde bezems van tuinmannen over het asfalt.
De Hakimi’s wonen nu in Canada. Ze zijn naar Kaboel gekomen om hun volwassen dochters de stad te laten zien die ze ooit verlieten. Ze brengen veel tijd door met rijden door straten die ze niet meer herkennen. Aziza zegt: ‘Iedereen in dit hotel droeg prachtige pakken. Mannen droegen hun traditionele kleding alleen thuis. Het is pijnlijk om al deze veranderingen te zien.’ Hayatullah: ‘Ik huil elke nacht. Ik hoop dat het hotel openblijft. Het is een deel van onze identiteit.’
De lobby
Faqiri leunt over een bureau dat niet van hem is. Dat van hem staat in een hoek van het kantoor, maar hij gaat als vanzelfsprekend aan het grote bureau in het midden zitten. Het is van zijn supervisor, een taliban die zich zelden laat zien. Faqiri typt op zijn smartphone. Vandaag is het de Afghaanse Onafhankelijkheidsdag, waarop het vredesverdrag met de Britten, de Great Game en andere conflicten worden gevierd – gebeurtenissen die plaatsvonden aan het begin van de twintigste eeuw. Faqiri werkt aan een bericht voor sociale media, een fotocollage: Faqiri onderaan, een wapperende zwart-rood-groene vlag bovenaan. Het is de vlag van de oude Afghaanse Republiek, die werd vervangen door de witte vlag van de taliban. ‘We hebben goede herinneringen aan deze vlag,’ zegt hij, verwijzend naar de zwart-rood-groene.
‘De meeste mensen hebben meisjes thuis en hopen dat de toekomst voor hen beter wordt. Ik hoop dat alles goed komt,’ zegt Faqiri. ‘Ik wil niet weg, ik wil eerst zien hoe het allemaal loopt.’ Afghanistan ontvluchten is duur en ingewikkeld. Veel Afghanen hopen dat het leven uiteindelijk beter zal worden onder het talibanbewind. Of dat ze het kunnen uitzitten tot het voorbij is. De vorige keer waren de taliban vijf jaar in Kaboel. Alleen is er deze keer weinig teken van weerstand in het land. Kaboel ziet eruit als een stad in winterslaap, en niemand weet hoelang die zal duren. Degenen die niet vluchten – en dat is het grootste deel van de bevolking – leggen zich neer bij de situatie. ‘We moeten samenwerken met de taliban. Zij zijn de regering,’ zegt Faqiri.
Zonder goede connecties kom je het Intercontinental niet binnen. Faqiri’s vader was een van de hotelmanagers tijdens het eerste talibanbewind. Nadat Kaboel was gevallen belden ze hem en vroegen of hij terug wilde komen. In plaats daarvan stuurde hij zijn zoon.
Tijdens het eerste talibanbewind bezocht Mullah Omar, oprichter en hoofd van de taliban, ooit het hotel, kamer 124. Er waren geen gasten. Omar vroeg aan Faqiri’s vader: ‘Waarom is hier niemand?’ Faqiri’s vader zei tegen de talibanleider: ‘Mensen komen niet omdat ze bang voor je zijn.’ Waarop Mullah Omar via de radio aankondigde dat alle buitenlanders die veilig in Kaboel wilden verblijven moesten inchecken in het Intercontinental. Het verhaal gaat dat het hotel de volgende dag vol zat.
Ook Faqiri heeft veel ideeën over hoe het hotel volgeboekt kan raken. De balzaal vergroten, een helikopterplatform bouwen. Of een van de faculteiten van de universiteit op het enorme terrein van het Intercontinental neerzetten. Een ziekenhuis misschien. Maar dat alles kost geld, wat niemand op dit moment heeft.
En dan is er nog de kwestie van de bruiloften. Vroeger vonden er grote feesten plaats in de balzaal van het hotel. Afghaanse bruiloften worden door honderden gasten bijgewoond en hebben traditioneel een mannen- en een vrouwenafdeling. Onder de taliban is het verboden om muziek te spelen op bruiloften, maar soms is er in het vrouwengedeelte nog wel muziek te horen. Het lukt Afghaanse vrouwen doorgaans wel om dat voor elkaar te krijgen en de taliban durven de afdeling voor vrouwen niet te inspecteren. Maar in het Intercontinental, het hotel van de taliban, is muziek ten strengste verboden. Faqiri schat dat het muziekverbod hem al meer dan een half miljoen euro heeft gekost. ‘De taliban moeten opener worden. Dat heb ik nodig, anders kan ik mijn targets niet halen.’ Maar waarschijnlijk lijdt het hotel dit jaar opnieuw verlies.
Faqiri had kunnen vluchten. Op 15 augustus 2021, de dag dat Kaboel viel, was een vriend van hem op het vliegveld. Hij kon een plekje voor hem bemachtigen op een van de evacuatievluchten. Maar Faqiri bleef. Hij wilde niet alleen vertrekken, hij wilde eerst trouwen met zijn verloofde. De bruiloft vond later plaats in de grote balzaal van het Intercontinental. Zijn vrouw beviel kort na de bruiloft van een zoon. Hij heeft het idee om naar het buitenland te gaan nog niet helemaal opgegeven. Hij zou graag ergens zijn proefschrift willen schrijven. Maar voorlopig blijft hij hier. Hij is aan het wachten. Mist hij het oude Afghanistan? ‘Natuurlijk wel.’
‘Men denkt dat de taliban hier zijn om iets kapot te maken. Maar we willen hier juist iets opbouwen’
De gouden lift stopt op de eerste verdieping. Terroristenleider Osama bin Laden verbleef hier kort, in kamer 196 en 197. Direct naast de lift slingeren dikke kabels naar een deur en verdwijnen onder de vaste vloerbedekking van kamer 114. Hier zit de geheime politie voor videoschermen. Ze willen de kabels in de toekomst beter wegwerken, vertelt een van de agenten op spijtvolle toon. Verderop in de gang, in kamer 122, bevindt zich het kantoor van Hafiz Zia-ul-Haq Jawad, de directeur van het hotel. Hij heeft plaatsgenomen in zijn fauteuil. ‘Men denkt dat de taliban hier zijn om iets kapot te maken. Maar we willen hier juist iets opbouwen,’ zegt hij.
Jawad zegt dat het hem pijn doet om de kamers in het hotel te zien verloederen. Het is de vijf sterren niet langer waard, volgens hem. Hij vertelt ons dat hij het wil renoveren en voor iedereen toegankelijk maken. Sinds de taliban de macht overnamen, komen de inwoners van Kaboel, taliban en niet-taliban, soms naar het hotel om een foto van het uitzicht te maken. Vroeger zouden ze bij de eerste veiligheidsbarrière al zijn weggestuurd.
‘Wij geven veel om dit hotel,’ zegt Jawad. Het is onduidelijk wat er zal gaan gebeuren. Het merendeel van het personeel werkt hier al jaren. Maar goed opgeleide jonge mannen verlaten het land. De taliban denken nu aan een hotelacademie. En het Intercontinental moet een van de beste vijfsterrenhotels in de hele regio worden. Het verantwoordelijke ministerie is momenteel op zoek naar investeerders. Een Turks bedrijf heeft een bod uitgebracht op het hotel, maar dat was niet goed genoeg, zegt Jawad. ‘We doen het niet zo slecht dat we het hotel weg gaan geven.’
Jawad zegt dat hij geen onderscheid maakt tussen taliban en niet-taliban als het om zijn werknemers gaat. ‘Ik discrimineer niet.’ Hij vertelt dat hij maar om één ding geeft: dat iedereen hard werkt, eerlijk is en de natie dient. ‘Soms ga ik naar de keuken. Daarmee laat ik iedereen zien: ik ben een van jullie. We willen niet dat iemand denkt dat de taliban hier maar voor een korte periode zullen zijn.’
Aan de muur van zijn kantoor hangt een foto van de hoogtijdagen van het hotel, waarop mensen in het zwembad te zien zijn. De vrouwen op de ligstoelen zijn overgeschilderd met witte verf.
Zwembad
Boven het zwembad fladderen ’s avonds de vleermuizen. Ze jagen op de zwermen muggen boven het stilstaande water. In het diepe gedeelte bevindt zich een groenachtig bezinksel; het water moet nodig ververst worden. Een mug landt op de frietjes van Niazai. Zoals elke avond heeft hij zijn bord bij het buffet gevuld. Naast hem aan tafel zit Faqiri. Lampjes boven hen verlichten het tafereel.
Het verval, de scheuren, die in het scherpe daglicht zo zichtbaar zijn, worden nu verdoezeld door de gekleurde lichtjes. De wind ruist door de dennenbomen. Faqiri heeft zijn hand op Niazais stoel gelegd. Hij zegt dat ze vrienden zijn. En even lijkt het er echt op dat ze dat zijn, twee jonge mannen, allebei glimlachend. Faqiri rookt dunne sigaretten. Niazai rookt niet.
De meeste vrienden van Faqiri hebben Afghanistan verlaten. Degenen die bleven waren altijd al taliban, zonder dat hij dat wist. Op de universiteit in India namen ze ooit een grappige video op, hij en zijn Afghaanse medestudenten, dansend voor de universiteit. Na de val van Kaboel belde een van zijn medestudenten hem op met de vraag of hij de video wilde verwijderen, omdat hij een taliban was.
Voor Niazai was het een spel om een mol te zijn, anderen te bespioneren en in het geheim oorlog te voeren. ‘Nu is het spel voorbij,’ zegt hij. De Russen zitten in een donker hoekje bij het zwembad. Zij zijn er op uitnodiging van het ministerie van Defensie. Zij hebben de opdracht gekregen om oude Russische helikopters weer luchtwaardig te maken voor het leger.
Ik vraag Faqiri even later wat hij leuk vindt aan Niazai. ‘Het is een goeie kerel. Hij zegt nooit nee als er werk gedaan moet worden.’ Faqiri zegt dat de taliban hem en de andere niet-taliban in het hotel nodig hebben. Hij legt uit dat Niazai en de andere taliban slechts heel langzaam leren hoe ze een hotel als dit moeten runnen. Faqiri vormt een soort brug tussen de taliban en de overige medewerkers, maar ook tussen de taliban en de klanten. Het is niet gemakkelijk met de nieuwe heersers. ‘Het is belangrijk dat ik ze begrijp. Maar ze verklaren zichzelf nooit.’
Ik stel Niazai dezelfde vraag: wat vindt hij leuk aan Faqiri? ‘Hij heeft een zuiver hart. En hij is nooit jaloers.’ Als Niazai iemand van het Intercontinental niet mag, zijn diens dagen in het hotel over het algemeen geteld, zegt hij. Formeel zijn hij en Faqiri gelijk. Maar hij heeft meer invloed omdat hij een taliban is, legt hij uit.
Niazai houdt van motorrijden. Jarenlang voerden de taliban hun strijd op oude Honda’s, altijd met een deken op het zadel om ’s nachts te kunnen slapen. Ze reden altijd hard. Faqiri heeft nog nooit motorgereden. Hij vertelt dat werken bij het Intercontinental zijn droombaan is. ‘Ik wil een paar jaar hard werken, dan ben ik tevreden en ben ik klaar met het hotel.’ Hij wil dit jaar drie miljoen euro winst maken, dat is zijn doel. ‘Ik kan het,’ zegt hij.
Op een gegeven moment staat Faqiri van de tafel bij het zwembad. Hij gaat naar huis, waar zijn vrouw en zoon op hem wachten.
Kelder
Het is na elven en het licht in de kroonluchters wordt gedoofd. Het Intercontinental is gehuld in duisternis. De wasruimte in de kelder is gesloten, de sauna en de schoonheidssalon zijn sowieso gebarricadeerd. Alleen vanuit de fitnessruimte valt een glinstering van neonlicht op de witte tegels. Niazai fietst er op een hometrainer. Elke avond oefenen hij en zijn vrienden hier, vertelt hij. Zijn vrienden zijn de talibanbewakers van het hotel. Maar vandaag is hij alleen. Hij heeft zijn traditionele kledij afgelegd en draagt een trainingspak van Under Armour, een sportmerk dat ooit populair was bij Amerikaanse soldaten in Afghanistan. De vuilnisbakken zitten vol lege Red Bull-blikjes.
Niazai zei een keer tegen mij: ‘Vrede is goed voor Afghanistan. Maar voor ons is het saai.’ Hij is bang om aan dit leven te wennen. Hij was nooit bang om te vechten, maar maakt zich nu zorgen dat hij op een dag bang zal zijn om weer te strijden.
Veel apparatuur in de fitnessruimte is kapot. Het handvat van de roeitrainer ontbreekt; een vriend van Niazai trok het er in zijn enthousiasme af. Ook de bokszak is kapot door verwoed gebruik. Het is stil, alleen het zoemende geluid van Niazais pedalen verstoort de stilte. Hij vertelt dat hij niet veel slaapt, dat doen zijn vrienden ook niet. Hij vertelt me waar hij naar kijkt als hij soms alleen in de lobby zit met een koptelefoon op: video’s van talibanoperaties in heel Afghanistan, die worden gedeeld in relevante WhatsAppgroepen. Hij hoeft het nieuws niet te volgen, zegt Niazai. Hij weet beter dan de journalisten wat er in het land gebeurt.
Zijn geoliede haar valt in zijn gezicht terwijl hij over het stuur leunt. In zijn trainingspak ziet hij er bijna uit als een gewone jongeman. Uitgespuugd door de oorlog.
Het Intercontinental is gehuld in duisternis. Niazai weet nog niet wanneer hij gaat slapen.
Toen de taliban twee jaar geleden de macht overnamen, vluchtte de Afghaanse schrijver Homeira Qaderi naar de VS. Vaak denkt ze terug aan haar jeugd in haar thuisland. En aan haar vrienden van toen, waarvan geen nog in leven is.
Elke middag sluipen Lida, Shekiba, Farzaneh en Homeira het huis uit. Ze willen zien waar de wapens van de Sovjettroepen nieuwe gaten in de aarde hebben geslagen, om zich in te verstoppen. Het is halverwege de jaren tachtig. Ze zitten op de basisschool en Herat is een gevaarlijke plek voor kinderen, maar ook een speelparadijs.
Vandaag leeft alleen Homeira nog. Haar drie vriendinnen overleefden wel de tien jaar durende bezetting door het Sovjetleger. Ook de burgeroorlog in Afghanistan daarna, de honger en het geweld binnen families. Maar de uitzichtloosheid onder de taliban, die in 1996 het land voor het eerst volledig in handen kregen, overleefden ze niet. ‘Ze overgoten zich met olie en staken zichzelf in brand,’ zegt Homeira Qaderi zachtjes. De een na de ander, zoals zoveel vrouwen toen die van al hun vrijheden werden beroofd. ‘Ik voel me nog steeds schuldig dat ik leef.’
In Afghanistan pleegden meer vrouwen dan mannen zelfmoord; wereldwijd is dat slechts in een paar landen het geval. En het geldt ook nu weer, nadat de taliban in de zomer van 2021 de macht opnieuw overnamen. Officiële cijfers uit Afghanistan zijn er niet, maar de cijfers van individuele organisaties en ziekenhuizen uit de verschillende provincies komen overeen. Zo vertelde de Afghaanse politica en activiste voor vrouwenrechten Fawzia Koofi in juli 2022 aan de Verenigde Naties in Genève dat dagelijks minstens één vrouw zelfmoord pleegt. ‘In dit land is het makkelijker om een steen te zijn dan een meisje.’ Dat hoorde Qaderi al keer op keer van haar grootmoeder.
Speelparadijs
In een witte blouse onder een donkerblauwe trui neemt Qaderi half september plaats in de bibliotheek van het Literaturhaus in Zürich. Die avond zal ze hier voorlezen uit haar nieuwe boek. De boekenplanken vol romans reiken tot aan het plafond. ‘Zo stel ik me tegenwoordig een speelparadijs voor,’ zei ze bij binnenkomst. Siawash, haar zoon van negen, zit naast haar. Hij bladert door een stripverhaal, typt op zijn mobiele telefoon, maar intussen luistert hij naar zijn moeder. Moeten we niet naar een andere ruimte zodat haar kind al die wrede verhalen niet hoort? ‘Nee, nee,’ zegt Qaderi (43), ‘Hij heeft ze al vaak gehoord.’
Hoe de taliban haar huis twee keer met geweld overnamen, hoe ze jarenlang voor haar zoon moest vechten, maar ook hoe alleen lezen en schrijven haar hielpen om nooit de hoop op te geven. Daarover schreef Qaderi het boek Dancing in the Mosque – An Afghan Mother’s Letter to Her Son. Van de zes boeken die ze schreef is dit het eerste dat in het Duits is vertaald. Ze is een paar dagen met Siawash in Europa voor een lezing tournee; ze wonen nu in New Haven bij New York, waar ze een schrijfbeurs heeft aan Yale University. Deze professor in de Perzische literatuur staat midden in het leven, maar als ze over haar ervaringen praat, fluistert ze bijna, alsof die door zacht te spreken iets van hun gruwelijkheid verliezen.
Ze herinnert zich van haar jeugd in Herat niet alleen de schuilplaatsen, maar ook de dagen waarop ze honger leed. En de Sovjetsoldaten op hun tanks. Soms wierpen die haar een stuk brood toe, soms richtten ze lachend de loop op het kind. De kleine Homeira vond rust bij de moerbeiboom op de binnenplaats van haar ouderlijk huis, waar ze verhalen verzon.
Het leven van de familie verandert als de Sovjettroepen zich terugtrekken en de oprukkende taliban het land gaandeweg in bezit nemen. Er wordt nauwelijks meer geschoten in Herat, ‘maar we zaten opeens in een enorme gevangenis’, herinnert Qaderi zich. Meisjes mogen niet meer naar school, geen enkele vrouw mag door de stad lopen zonder een mahram, een mannelijke metgezel. De familie is zo arm dat moeder, dochter en tantes een burka moeten delen. Twee keer werd Qaderi op straat geslagen omdat ze alleen liep. ‘En ik was nog maar een kind.’
Boeken werden haar redding. ‘Ze waren nog maar net aan de macht of de taliban verboden elk boek behalve de Koran,’ zegt Qaderi. Uit angst wikkelt haar grootvader alle romans van de familie in plastic en begraaft ze in de tuin. ‘Dat was mijn redding. Want dankzij de literatuur begreep ik hoe anders de wereld buiten Afghanistan is en dat onze realiteit niets te maken heeft met de rest van de mensheid.’ Uit de Russische romans leert ze dat er salons zijn waar vrouwen en mannen met elkaar dansen. In Engelse boeken leest ze dat mensen in huizen wonen die meer dan honderd jaar oud zijn. ‘Die werden in geen geval vernietigd door bommen. ‘Families wonen er al generaties.’ Dit zijn de verhalen die zij als kind nooit vergat.
‘Ik sliep heel weinig omdat ik zoveel mogelijk wilde lezen. Ik was constant bang dat iemand me deze vrijheden weer zou afnemen’
Qaderi woont nu twee jaar in de VS. Siawash is zich al lang bewust van zijn nieuwe leven daar; hij spreekt Amerikaans Engels. Als zijn moeder niet op een woord kan komen, springt hij bij. En als er een foto moet worden gemaakt, vindt ze het resultaat pas goed als het door de negenjarige met zijn mobiele telefoon gedaan is. Moeder en zoon vormen een hecht team, ze hebben alleen elkaar.
Als de moeder van de dertienjarige Qaderi merkt hoe haar dochter lijdt onder de nieuwe situatie in Herat, stelt ze haar voor om andere meisjes te leren lezen en schrijven. Qaderi bloeit op. In het begin zitten er veertig of vijftig kinderen in de keuken van haar ouders en al snel heeft ze drie klassen per dag. Nog steeds put ze troost uit die tijd. ‘Misschien leven sommige van mijn leerlingen nog. ‘En ook al hebben ze geen boeken, ze kunnen in ieder geval schrijven.’
Ook Qaderi begint, zittend onder de moerbeiboom, haar gedachten op te schrijven. In 1996 publiceerde een lokale krant haar eerste korte verhaal, onder haar eigen naam. Dat is een groot risico en haar vader koopt zoveel exemplaren als zijn spaargeld het toelaat. Hij is trots op zijn dochter, zeker, maar uit angst voor de Taliban verbrandt hij de kranten. En uit angst besluiten de ouders van Homeira haar al op zeventienjarige leeftijd uit te huwelijken. Liever aan een jongeman uit de buurt voordat een strijder zijn oog op haar laat vallen.
Het jonge stel trekt in bij haar schoonouders, die voor hun werk naar Iran moeten verhuizen. Plotseling heeft ze daar vrijheden waar ze voorheen alleen maar van droomde. In Teheran kan ze naar de bioscoop en het museum, en ze kan er zelfs literatuur studeren. ‘Ik sliep toen heel weinig omdat ik zoveel mogelijk wilde lezen. Ik was constant bang dat iemand me deze vrijheden weer zou afnemen.’ In 2008 moest ze plotseling binnen een paar uur het land verlaten omdat ze eerder meedeed aan demonstraties tegen het Iraanse regime.
Bij haar terugkeer blijkt Afghanistan te zijn veranderd. Vrouwen kunnen alleen reizen, tenminste in de grote steden, en scholen zijn open voor alle kinderen, zegt Qaderi. Ze doceert literatuur aan de universiteit in Kaboel en werkt als consultant voor het ministerie van Onderwijs. In 2013 werd Siawash, haar zoon, geboren.
In datzelfde jaar besluit haar man, een politicoloog, een tweede vrouw te nemen. Als ze zich daartegen verzet, ontvangt ze van hem de volgende sms: ‘Echtscheiding, echtscheiding, echtscheiding’. Volgens de sharia kan een man die dit woord drie keer uitspreekt tegen zijn vrouw daarmee hun huwelijk beëindigen.
Scheiding
Door de scheiding verloor Qaderi niet alleen haar huis, maar ook haar kind. De peuter krijgt te horen dat zijn moeder tijdens de bevalling is overleden. ‘Ik mocht hem niet bezoeken, ik kreeg geen foto’s, ik mocht zijn stem niet horen aan de telefoon, niets. Ik heb mijn zoon pas weer gezien toen hij vijf jaar oud was.’ In de bibliotheek van Zürich tilt Siawash nu zijn hoofd op, zijn bril was naar het puntje van zijn neus gegleden terwijl hij las. Hij springt van zijn stoel om zijn moeder te omhelzen; later, op weg naar de lunch, laat hij haar hand niet los, slaat steeds weer zijn arm om haar heen, alsof hij zijn moeder wil beschermen. Hij laat haar niet los.
Na veertien jaar huwelijk is Homeira Qaderi alles kwijt. Uit wanhoop solliciteert ze voor een schrijfbeurs aan de Universiteit van Iowa. Ze wordt aangenomen en verlaat het land. Als ze in 2017 terugkeert naar Kaboel, heeft ze een plan. Ze stapt naar de rechtbank: de sharia bepaalt dat een kind na de scheiding van zijn ouders tot zijn zevende verjaardag bij zijn moeder mag blijven. Qaderi wordt in het gelijk gesteld. Later krijgt ze zelfs een verlenging voor nog eens twee jaar. Ze wordt geacht eind 2022 haar zoon terug te geven aan zijn vader, maar een jaar daarvoor verandert alles: eerst vallen de steden Kunduz, Kandahar en Herat en op 15 augustus 2021 bezetten de taliban het presidentiële paleis in Kaboel. De NAVO-strijdkrachten trekken zich terug.
Qaderi wil haar huis waarnaar ze net is teruggekeerd absoluut niet opnieuw verlaten, maar haar situatie verslechtert enorm doordat ze zich op radio en televisie onvermoeibaar uitspreekt tegen de taliban en voor vrouwenrechten. Haar vader smeekt haar: ‘Als je wilt praten, ga dan weg.’ Anders, licht ze toe, zou de rest van de familie ook gevaar lopen. Vrienden in het buitenland helpen haar ontkomen. Op de avond van 28 augustus 2021 krijgt ze een telefoontje dat ze uiterlijk veertig minuten later op het vliegveld moet zijn met haar zoon, over wie ze nog steeds de voogdij heeft. De VS halen in die dagen 124.000 mensen uit Afghanistan. ’s Nachts om kwart voor twee zitten Homeira Qaderi en Siawash in een van de laatste vliegtuigen.
‘Als je wilt praten, ga dan weg’
Siawash is nu al een jaar langer bij zijn moeder dan hij bij haar in Afghanistan had kunnen zijn. De jongen is goed ingeburgerd in zijn nieuwe woonplaats, hij heeft nieuwe vrienden gemaakt en is middenvelder in het voetbalteam van zijn school. Af en toe gaat het kleine gezin een pizza eten, maar ze letten er goed op dat ze aan het eind van de maand genoeg geld overhouden om naar de achterblijvers in Herat en Kaboel te sturen ‘Het maakt me woedend dat de wereld Afghanistan aan zijn lot heeft overgelaten. Vrouwen leven er weer als in een gevangenis en de meeste mannen ook,’ zegt Qaderi. Wat haar in verwarring brengt, zegt ze, is de selectieve aandacht van het Westen. Terwijl de strijd van Iraanse vrouwen wordt erkend, wordt de benarde situatie van Afghaanse vrouwen over het hoofd gezien.‘Niemand geeft om Afghanistan. Het is een verloren land.’
Maar Qaderi geeft de hoop niet op. Via internet geeft ze les in creatief schrijven aan jongens en meisjes; ze wil dat die hun ervaringen opschrijven zodat het leven in het Afghanistan van nu wordt vastgelegd. ‘Schrijven heeft mij tenslotte ook geholpen om te overleven.’ Zelf voelt ze zich verscheurd, ook al zegt ze dat niet graag in het bijzijn van haar kind; ze leunt opzij en schermt haar mond af met haar hand als ze het zegt. Ze schrijft nog steeds in het Farsi, maar bijna niemand in het buitenland kan haar boeken lezen. ‘Ben ik eigenlijk nog wel een schrijver als niemand mijn verhalen in mijn taal kan lezen?’
Binnenkort reizen Homeira Qaderi en Siawash naar Frankrijk, op uitnodiging van het literatuurfestival van Saint-Étienne. Daar wonen haar ouders nu. Ze kan nauwelijks slapen van geluk, zegt ze terwijl ze nog in Zürich is; de vreugde over het vooruitzicht om haar ouders na twee jaar weer te zien is groot. Kort nadat Qaderi vluchtte, verlieten ook zij Afghanistan en ze belandden in Frankrijk. Ze mogen momenteel niet naar andere landen reizen, ook niet om bijvoorbeeld hun dochter en kleinzoon te bezoeken.
Maar op de dag dat ze in Saint-Étienne aankomen wordt hun thuisland opgeschrikt door een aardbeving; vooral de regio bij Herat is zwaar getroffen. Op sociale media schrijft Qaderi: ‘Niet dat ik geen verdriet ken, geen armoede, geen oorlog of wanhoop… Toch begrijp ik hoe het kon dat ik elke keer weer opstond uit het stof, na alle wind en regen, na overstromingen en aardbevingen… lachend en nog altijd vol hoop.’
Ruim 80 procent van de heroïne in Europa komt uit Afghanistan, maar de taliban roeien nu resoluut de papaverteelt uit. De gevolgen worden gevoeld op drugsmarkten over de hele wereld, maar vooral Afghaanse boeren zijn de dupe.
De taliban kondigden in april 2022 aan dat ze de productie van en handel in drugs in Afghanistan zouden verbieden, maar dat werd met scepsis ontvangen. Had de islamitische beweging zelf niet jarenlang geprofiteerd van de lucratieve opium- en heroïnehandel? Had zij haar strijd tegen de Afghaanse regering niet gefinancierd met heffingen op opiaten? En waren de taliban niet aantoonbaar doorgegaan met het belasten van de drugs nadat ze Kaboel hadden ingenomen in augustus 2021?
De scepsis leek gerechtvaardigd toen het UNODC, het VN-agentschap voor drugs en misdaad, in november 2022 meldde dat het grondgebied in Afghanistan waarop papaver werd verbouwd met 32 procent was toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. Op ongeveer 233.000 hectare in Helmand, Kandahar, Nimruz en andere provincies werd de klaproos verbouwd, aldus het agentschap. Hoewel de opbrengst vanwege droogte lager was dan het jaar ervoor, bedroeg de opiumoogst volgens berekeningen van het agentschap toch 6200 ton.
De VN-experts schatten verder dat de boeren in 2022 een recordbedrag van 1,4 miljard dollar binnenhaalden. Door het verbod van de taliban schoot de opiumprijs omhoog na enkele jaren op een laag pitje te hebben gestaan. Sommigen vermoedden daarom dat het opdrijven van de opiumprijs het ware doel van het teeltverbod was geweest.
Tarwe
Zeven maanden later laat een recente studie een heel ander beeld zien. In de provincie Helmand, waar traditioneel de meeste Afghaanse opium wordt verbouwd, is nauwelijks nog papaver te vinden. Onder druk van de taliban zijn bijna alle boeren in het nieuwe seizoen overgeschakeld op tarwe. Uit een analyse van satellietfoto’s door het Britse bedrijf Alcis blijkt dat minder dan 1 procent van de landbouwgrond tijdens de oogst in april en mei 2023 met papaver was beplant, tegenover 52 procent in het jaar daarvoor. Dit betekent een daling van 99 procent.
ROBERTO SAVIANO OVER DE HEROÏNEHANDEL DOOR DE TALIBAN
Scepsis over de afname van de papaverteelt en de bestrijding ervan door de taliban is op zijn plaats. Journalist, Gomorra-auteur en maffia-expert Roberto Saviano wond er twee jaar geleden geen doekjes om in de Italiaanse krant Corriere della Sera.
Hij noemde de machtsovername door de taliban geen overwinning van de islam, maar van de heroïne. ‘Het is verkeerd om de taliban “moslimmilitanten” te noemen’, schreef hij, ‘het zijn drugshandelaren.’ Dat blijkt als hij uitlegt hoe de internationale drugslijnen lopen. ‘De heroïne van de taliban gaat naar de camorra, de ‘ndrangheta en de cosa nostra, voorziet Russische drugskartels en de Amerikaanse cosa nostra en alle distributieorganisaties in de Verenigde Staten.’
In het licht van de huidige oorlog tussen Hamas en Israël is ook deze opmerking saillant: de taliban ‘leveren heroïne aan Hamas, ook een organisatie die zichzelf financiert met hasj en heroïne, die verklaarde: “Wij feliciteren het islamitische volk van Afghanistan met de nederlaag van de Amerikaanse bezetting op het gehele Afghaanse territorium, en de taliban en hun goede leiderschap met deze overwinning, die het hoogtepunt vormt van hun lange strijd van de afgelopen twintig jaar.”’ Maar volgens Saviano gaat het dus niet om ideologie, maar om de wereldwijde heroïnehandel: ‘Afghanistan is onder de taliban veranderd in een narcostaat.’
In de droge provincie Helmand, waar voorheen op 120.000 hectare landbouwgrond papaver werd verbouwd, is dat aantal gedaald tot minder dan 1000 hectare, volgens de Britse onderzoeker David Mansfield, die sinds de jaren negentig de drugsteelt in Afghanistan volgt. Dat is volgens Mansfield nog minder dan tijdens het teeltverbod dat de taliban in 2000-2001 oplegden, voordat ze door de Amerikanen ten val werden gebracht na de aanslagen van 11 september 2001.
Een reportage van de BBC in Nangarhar bevestigde begin juni wat Mansfield en zijn collega’s van Alcis al hadden beschreven: er zijn nauwelijks nog papavervelden over, en waar de taliban ze vinden, treden ze streng op. BBC-journalisten filmden talibanstrijders die met stokken het ene papaverveld na het andere vernielden ondanks de smeekbeden van boeren om hun gewassen te sparen.
BBC-journalisten filmden talibanstrijders die met stokken het ene papaverveld na het andere vernielden
Dankzij het decreet van de hoogste leider is de papaverteelt tot nul teruggebracht, verklaarde woordvoerder Hafiz Zia Ahmad van het ministerie van Buitenlandse Zaken begin juni in Kaboel. De islamisten hadden na het bevel van Mullah Akhundzada slechts tijdelijk afgezien van het vernietigen van de papavervelden. Aangezien de gewassen op het punt stonden geoogst te worden, zou vernietiging veel weerstand hebben opgeroepen bij de boeren.
De taliban stonden boeren tijdelijk toe om hun gewassen te verkopen. In plaats van de handel te stoppen, hieven ze zelfs belasting op opium. ‘Om ook de opiumhandel te verbieden, hadden de taliban huizen moeten binnenvallen en de gewassen die voor het verbod waren geplant in beslag moeten nemen,’ aldus Mansfield. Dat zou in strijd zijn geweest met het sociale gebruik dat een huis heilig is. Het zou tot hevig verzet hebben geleid, voegde hij eraan toe.
Dus stonden de taliban de opiumhandel aanvankelijk toe. Tegelijkertijd was elders al duidelijk dat het regime het verbod op drugs serieus nam. Zo namen de taliban al eind 2021 een zeer ferm standpunt in tegen de productie van crystal meth of methamfetamine. In de jaren daarvoor was dit de tweede pijler van de Afghaanse drugsindustrie geworden, naast opium en heroïne.
Ephedra
De productie van methamfetamine verschoof van Iran naar Afghanistan nadat de Iraanse autoriteiten vanaf 2018 de druk op laboratoria voor methamfetamine hadden opgevoerd. Veel benodigdheden voor de productie werden onderworpen aan strenge regelgeving. Bovendien werd het gebruik van dure farmaceutische ingrediënten door dalende meth-prijzen onrendabel. Afghaanse meth-producenten zochten naar alternatieven en vonden die in een plant genaamd Ephedra.
Deze struik, ook wel bekend als zeedruif, komt voor in vele delen van de wereld, waaronder de Zwitserse Alpen. In Afghanistan groeit de houtachtige plant, bekend als oman, op hoogtes boven de 2500 meter. Efedrine is een van de werkzame stoffen in methamfetamine en wordt uit de stengels verkregen. Voor de extractie van efedrine is geen uitgebreide kennis of apparatuur nodig. Daarom zijn veel Afghaanse boeren overgestapt op het verwerken van Ephedra.
Al in 2021 concludeerden onderzoeker Mansfield en experts van Alcis in een studie dat crystal meth op grote schaal werd geproduceerd in het zuidwesten van Afghanistan. Satellietbeelden lieten zien hoe de activiteit dramatisch toenam in Abdul Wadood Bazaar, een belangrijke markt voor Ephedra in de provincie Farah. Op de luchtfoto’s viel aan de hand van de stapels afval ook af te leiden dat zich in het gebied tientallen drugslaboratoria hadden gevestigd. Alleen al deze labs produceerden meer dan duizend ton crystal meth per jaar.
Deze labs produceerden meer dan duizend ton crystal meth per jaar
Vanaf januari 2022 laten satellietbeelden van Abdul Wadood Bazaar echter zien dat deze activiteiten sterk zijn afgenomen. Tijdens het oogstseizoen van Ephedra, dat loopt van juli tot oktober, traden de taliban resoluut op tegen de handel, en de markt is nu totaal verlaten. Laboratoria in de omgeving werden zonder uitzondering vernietigd. Omdat slechts een relatief klein aantal mensen nodig is voor de productie van Ephedra is het verbod relatief eenvoudig te handhaven.
Voor opiumproducenten was dit een duidelijk signaal: de taliban nemen hun verbod op drugs serieus. In een interview legde Mansfield uit dat de taliban vervolgens harder gingen optreden. In eerste instantie spoorden ze boeren alleen aan om vanaf november 2022 het kweekverbod na te leven. In de daaropvolgende maanden stuurden ze echter ook tractoren om akkers om te ploegen waar ondanks het verbod toch weer klaprozen waren gezaaid.
Satellietbeelden van Helmand laten zien dat deze strategie van de taliban succesvol is. Hoewel tarwe aanzienlijk minder geld opbrengt dan papaver, schakelden bijna alle boeren in deze zuidwestelijke provincie in het seizoen 2022-23 over op graan. Ook in de naburige provincies Kandahar, Uruzgan en Nimruz liep de papaverteelt drastisch terug, aldus onderzoek van Alcis. Alleen in de ontoegankelijke, bergachtige noordelijke provincie Badakhshan nam de teelt in deze periode toe.
Als de taliban het verbod ook een tweede jaar consequent toepassen, betekent dat het einde van een tijdperk. Decennialang domineerde Afghanistan de wereldwijde drugsmarkt als de grootste heroïneproducent en -handelaar. In 2022 produceerde het land ruim 80 procent van de heroïne in de wereld, goed voor 6200 ton. Dat was aanzienlijk meer dan de 795 ton van Myanmar en de ongeveer 500 ton van Mexico, hoewel nauwkeurige actuele gegevens voor Mexico ontbreken.
Gevolgen
De gevolgen van het Afghaanse verbod zullen voelbaar worden in Europa. De meeste heroïne op de Europese markt komt er namelijk vandaan. Het EWDD, het Europees waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, waarschuwde in een recent rapport voor een discrepantie tussen de vraag en het beperkte aanbod als het productieverbod langere tijd van kracht blijft. Om het risico van een aanbodtekort nauwkeurig te kunnen beoordelen, is informatie nodig over de grootte van de voorraden, en die is niet beschikbaar. Er zijn aanwijzingen dat de voorraden groot zijn dankzij de enorme papaveroogsten van na 2017.
Het EWDD raadt haar EU-lidstaten niettemin aan om zich voor te bereiden op een mogelijk bevoorradingstekort. Het adviseerde de landen bijvoorbeeld om de beschikbaarheid van substitutie- en ontwenningsprogramma’s te vergroten. In heel Europa zijn er ongeveer een miljoen mensen verslaafd aan heroïne of andere opioïden en ongeveer vijfhonderdduizend drugsverslaafden zijn onder behandeling. Als de staat heroïneverslaafden niet kan helpen, bestaat het risico dat ze op andere alternatieven overstappen. In het ergste geval gaan ze dan synthetische opioïden zoals fentanyl gebruiken.
Fentanyl is een drug die wordt voorgeschreven bij ernstige of chronische pijn. Het is minstens vijftig keer zo krachtig als heroïne en honderd keer zo krachtig als morfine. Slechts twee milligram fentanyl kan al dodelijk zijn. De effecten van opioïden als fentanyl zijn lang onderschat. In de Verenigde Staten werden medicijnen die opioïden bevatten in de jaren negentig royaal voorgeschreven, totdat ziekenhuizen een toename zagen in opnames vanwege misbruik.
Onder volwassenen tussen de 18 en 49 jaar is vergiftiging door fentanyl de belangrijkste doodsoorzaak
Vanaf dat moment werd het moeilijker gemaakt om aan pijnmedicatie te komen. Verslaafden stapten vaak eerst over op heroïne en later op illegaal geproduceerde fentanyl. Sindsdien overleden elk jaar tienduizenden mensen in de Verenigde Staten aan een overdosis fentanyl. Vorig jaar waren het er meer dan honderdduizend. Onder volwassenen tussen de 18 en 49 jaar is vergiftiging door fentanyl de belangrijkste doodsoorzaak.
De handel in synthetische drugs is lucratiever dan de handel in heroïne. Met kleinere hoeveelheden kan veel meer winst worden gemaakt. De productie kan plaatsvinden in een kleine ruimte en is eenvoudig en snel. Dat maakt productie in Europa mogelijk. Het EU-waarnemingscentrum vreest dat door het heroïnetekort de opioïdenproductie naar Europa zal verplaatsen. De afgelopen jaren zijn al verschillende laboratoria ontmanteld.
Bij synthetische drugs bestaat het risico dat ze worden gemengd of vermengd met andere stoffen. In Mexico, na China de grootste producent van opioïden, wordt heroïne vaak vermengd met fentanyl. Gebruikers die hun drugs illegaal op straat of online kopen, lopen het risico de verkeerde dosis te nemen of onbewust verslaafd te raken aan een sterkere stof. Het EWDD heeft daarom opgeroepen tot oprichting van meer centra waar drugs kunnen worden getest.
Toekomst
De hamvraag voor de toekomst van de drugsmarkt is dus of de taliban het verbod op papaverteelt voor een tweede jaar zullen handhaven. Het is niet duidelijk of ze daartoe in staat zijn: een verbod zal de toch al dramatische economische crisis in Afghanistan verergeren. Vooral kleine boeren worden hard getroffen door het teeltverbod, zegt drugsonderzoeker Mansfield.
Tarwe verbouwen is lang niet zo winstgevend als opium, zegt hij, en groenten of fruit zoals druiven zijn op veel plaatsen geen optie. Net als tijdens het eerste verbod in 2000-2001 lijken de taliban geen plan voor de lange termijn te hebben, zegt Mansfield. Hij maakte in 2001 deel uit van de VN-missie die de uitvoering van het teeltverbod moest evalueren. Op dat moment gokten de taliban erop dat de internationale gemeenschap het land zou belonen voor het opiumverbod en de ontwikkelingshulp zou verhogen.
De VN reageerden destijds positief op het verbod en drongen er bij buitenlandse donoren op aan om hun hulp te verhogen. De aanslagen van 11 september 2001 en de daaropvolgende Amerikaanse militaire interventie maakten daar echter een einde aan.
In ruil voor hun verbod op papaverteelt willen de taliban uitbreiding van ontwikkelingshulp
In ruil voor hun verbod op papaverteelt willen de taliban ook nu uitbreiding van ontwikkelingshulp. Die is voor een deel sterk gereduceerd vanwege de drastische beperkingen die de staat heeft opgelegd aan vrouwenrechten. ‘Wij zijn onze belofte aan de wereld nagekomen,’ zei Bilal Karimi, plaatsvervangend woordvoerder van de taliban, begin juni tegen persbureau Anadolu. ‘Nu is het aan de wereld om ons te steunen door de lokale bevolking alternatief werk te bieden.’
Afghanistan-deskundige William Byrd waarschuwt er echter voor om de taliban te belonen voor het verbod. Zonder economische alternatieven is dat grotendeels onhoudbaar, zegt hij. Het verbod zal het drugsgebruik in het land niet verminderen en het zal ook geen langetermijneffect hebben op de drugsmarkt in Europa, schrijft deze onderzoeker van USIP, het Amerikaanse instituut voor vrede. De acties van de taliban dreigen eerder het lijden van de bevolking te vergroten en migratie in de hand te werken.
Ook drugsexpert Mansfield is tegen het uitbreiden van ontwikkelingshulp aan Afghanistan als beloning voor het kweekverbod. ‘Zelfs als buitenlandse donoren het zouden willen, kunnen ze weinig doen om boeren en Afghanen in het algemeen een levensvatbaar alternatief te bieden voor de papaverteelt.’ Er is een ontwikkelingsplan op de lange termijn vereist, voegt hij eraan toe. In het verleden is er geïnvesteerd in kleine ontwikkelingshulpprojecten, maar dat zou onder de huidige omstandigheden volgens hem geldverspilling zijn.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.