Tag: Taliban

  • Afgedankt door het Spaanse leger, vrezen deze Afghaanse tolken voor hun leven

    Afgedankt door het Spaanse leger, vrezen deze Afghaanse tolken voor hun leven

    Ze werkten voor de Spanjaarden in Irak en toen het leger zich terugtrok, kregen ze de wacht aangezegd via WhatsApp. In de steek gelaten door hun opdrachtgever vrezen ze nu voor de wraak van sjiitische milities. Sinds de val van Saddam Hoessein zijn er minstens veertig tolken vermoord die voor de Britten werkten.

    Toen de Spanjaarden zich uit de Golfstaat terugtrokken, waren hun enige aandenkens een paar diploma’s, wat spullen van de militairen met wie ze vriendschap hadden gesloten en maanden van werkeloosheid. Nu verbreken drie tolken, die voor het Spaanse leger in Irak werkten, voor het eerst hun stilzwijgen. 

    ‘Als ik de straat op ga, denk ik altijd hetzelfde: mocht iemand erachter komen voor wie ik de afgelopen jaren heb gewerkt, dan vermoordt hij me zonder een moment te aarzelen, zonder me de kans te geven om ook maar iets te zeggen.’ Ahmed was via een Iraaks bemiddelingsbureau in dienst van het Spaanse leger.

    Drie jaar lang werkte Ahmed, die toerisme heeft gestudeerd, als tolk voor de Spaanse troepen die gelegerd waren op de basis Gran Capitán in Besmayah, ongeveer veertig kilometer ten zuiden van Bagdad. Sinds 2015 was daar een Spaanse troepenmacht van vijfhonderd manschappen gelegerd, onder auspiciën van de door de Verenigde Staten aangevoerde internationale coalitie. Die had als taak de Iraakse veiligheidstroepen die doodsbang uit grote delen van het land voor IS op de vlucht waren geslagen te trainen en op te leiden. Een dertigtal tolken speelde een sleutelrol in het overbrengen van de lessen van onze militairen. 

    Screenshot 2021 03 31 at 17.17.51
    De Spaanse koning Felipe VI en defensieminister Margarita Robles Fernández brengen op 30 januari 2019 een bezoek aan de Spaanse Gran Capitán-basis in Irak. El Mundo sprak met drie tolken die voor het Spaanse leger in Irak hebben gewerkt en nu vrezen voor hun leven. – © EPA / Francisco Gómez

    ‘Onze taak bestond uit alles vertalen wat de instructeur zei en twee of drie keer per dag met hen meegaan op missies buiten het kamp,’ legt Ali uit, een van de andere tolken die er mede aan bijdroegen dat de missie van het Spaanse leger op Iraakse bodem goed verliep. Hun identiteit wordt geheimgehouden en hun namen zijn veranderd omdat ze bang zijn voor represailles. 

    WhatsApp-bericht

    Afgelopen juli stopte Spanje met de training, die werd bemoeilijkt door corona en de dood van de Iraanse generaal Qassem Soleimani tijdens een Amerikaanse droneaanval. De liquidatie van Soleimani wakkerde wraakzucht aan bij Hashd al-Shaabi (Arabisch voor ‘Volksbeweging’) een verzameling van door Teheran gesteunde sjiitische milities die vanaf dat moment tientallen aanslagen op westerse doelwitten in Irak hebben gepleegd. 

    Een paar maanden voordat het Spaanse leger Irak definitief zou verlaten kregen de tolken te horen dat het klaar was. ‘Ze stuurden een bericht aan onze WhatsApp-groep, waarin stond dat er geen werk meer was voor ons,’ aldus Ahmed. Een pdf-document – door El Mundo ingezien – met als titel ‘Document over het stopzetten van het werk voor tolken en vertalers Arabisch vanaf april’ werd verspreid onder de tolken om hen te informeren dat hun diensten niet langer nodig waren. Wegglippen zonder gedag te zeggen, zo sloot het Spaanse leger zijn aanwezigheid af in Besmayah. Vervolgens droeg het alles over aan de Iraakse troepen. 

    ‘Zo gauw iemand erachter komt, staan ze de volgende dag hier om me te vermoorden’

    ‘Ik ben in de steek gelaten door Spanje, zo voelt het. Geen leidinggevende heeft daarna nog iets laten weten. We hebben nooit meer iets gehoord. Er is niet eens hulp aangeboden. Niks, nada,’ zegt Ahmed gekwetst. Het ministerie van Defensie onder leiding van Margarita Robles Fernández is diverse keren benaderd door deze krant, maar heeft niet laten weten hoe zij aankijken tegen de situatie waar de tolken Spaans in Irak zich nu in bevinden.   

    Hasan, 27 jaar oud, ging werken voor de Spaanse troepenmacht in 2017 terwijl hij nog Spaanse Taal en Cultuur studeerde in Bagdad. ‘Een van mijn docenten zei dat ik een goed cijfer had gehaald en attendeerde me op de mogelijkheid om voor het Spaanse leger te werken,’ herinnert de jonge Hasan zich. Hij bewaart een handvol souvenirs aan de drie jaar die hij doorbracht tussen de blokken van gewapend beton op de basis: naamplaatjes van militairen met wie hij vriendschap sloot, boeken, T-shirtjes, diploma’s en afscheidsberichtjes als er een nieuwe lichting kwam en de oude vertrok. In een van de berichten van een officier is te lezen: ‘Vanaf het moment dat we je leerden kennen was je een van ons. Tot snel.’   

    Hasan is trots op deze kleine schat die achterbleef toen zijn Spaanse makkers verstek lieten gaan en hem vergaten. Hij koestert hem in het geheim. ‘Behalve mijn ouders weet niemand in mijn omgeving dat ik heb samengewerkt met de Spaanse militairen, zelfs mijn broers en zussen niet. Het is te gevaarlijk. Zo gauw iemand erachter komt, staan ze de volgende dag hier om me te vermoorden,’ zegt Hasan. 

    Schietschijf

    De sjiitische milities, officieren en ondergeschikten die deel uitmaken van de Irakese veiligheidstroepen laten openlijk hun afkeer blijken van land-genoten die werk hebben aangenomen van de buitenlandse troepen. Hun grootste obsessie was de troepen te zien vertrekken. In oktober veranderde Ashab al-Kahf, een niet zo bekend lid van de sjiitische militie, de tolken in een schietschijf. ‘Wij vergeven al diegenen die zichzelf, hun land en hun geloof te schande maakten door diensten te verlenen aan de Amerikanen, de Britten en de overige vijanden van Irak. Als jullie je kenbaar maken en contact met ons opnemen, krijgen jullie een maandsalaris en bescherming,’ aldus het communiqué van een groep die de verantwoordelijkheid heeft opgeëist voor een raketaanval op de Amerikaanse ambassade in Bagdad en op de bases van de coalitie. ‘Het gevaar is er, dag in dag uit, overal. Je hoort de gesprekken over collaborateurs met het buitenland op de markt, in de taxi, in de stadsbus,’ zegt Ahmed. 

    In het aanbod van de militie, dat door de mensen die er profijt van zouden kunnen hebben als een valstrik wordt beschouwd, worden maandsalarissen van drieduizend dollar genoemd. De tolken vielen onder de Spaanse militaire cao’s en verdienden 1500 dollar (ongeveer 1240 euro) per maand. ‘Het leger tekende een contract met een Iraaks bemiddelingsbureau en wij waren niet meer dan een nummer,’ klaagt Ahmed. ‘Ik heb geen contract gezien, geen papier getekend,’ zegt Ali, die op zoek is naar een stabiel inkomen om zijn drie kinderen te kunnen onderhouden. 

    De afgelopen maanden hebben aan sjiitische milities gelieerde media lijsten verspreid met namen, adressen en kentekens van auto’s die de bases van de internationale coalitie aandeden

    Het overgrote deel van de tolken die de Spaanse instructies vertaalden, vindt geen werk en kampt met het probleem dat ze niet kunnen uitleggen wat ze de laatste jaren hebben gedaan. ‘We hebben een goed curriculum, onze beheersing van het Spaans is goed en we hebben veel certificaten gekregen van het Spaanse leger, maar we kunnen het er niet over hebben. Het is voor ons onmogelijk om naar een Iraaks bedrijf te gaan en dit aan ze voor te leggen,’ zegt Ahmed verbolgen. 

    De situatie wordt met de dag ingewikkelder, want de afgelopen maanden hebben aan sjiitische milities gelieerde media lijsten verspreid met namen, adressen en kentekens van auto’s die de bases van de internationale coalitie aandeden. ‘Dat is niet zo verrassend. Ze denken dat het een lange strijd zal worden en daarom willen ze zo veel mogelijk informatie verzamelen over de Amerikaanse belangen’, schrijft The Washington Post. 

    Toegang tot gevoelige data gaat gepaard met het onvermogen van lokale veiligheidstroepen om Iraakse analisten en activisten te beschermen, die het slachtoffer zijn geworden van een golf van misdaden die niet eens zijn opgehelderd. Sinds de val van Saddam Hoessein zijn er minstens veertig tolken vermoord die voor de Britten werkten. ‘Ik ben altijd bang om dood te gaan,’ zegt Ahmed, somber gestemd door de donkere wolken die zich samenpakken boven de toekomst van de tolken die aan hun lot worden overgelaten in Irak. 

    In 2014 kreeg in de Tweede Kamer een stemming over het ‘tolkenpardon’, dat alle tolken die voor het Nederlandse leger hadden gewerkt asiel zou verlenen, geen meerderheid. De aanleiding hiervoor was dat de asielaanvraag van Abdul Ghafoor Ahmadzai, die als tolk voor het Nederlandse leger had gewerkt, was afgewezen. Ahmadzai ontvluchtte Afghanistan in 2010 nadat de taliban zijn broer – die voor hem werd aangezien – hadden vermoord. Na inmenging van de staatssecretaris kreeg Ahmadzai toch een verblijfsvergunning.

  • ‘Twintig jaar later voelt Kaboel opnieuw aan als de hoofdstad van een arm en onrustig land’

    ‘Twintig jaar later voelt Kaboel opnieuw aan als de hoofdstad van een arm en onrustig land’

    Zullen de vredesbesprekingen met de taliban en het vooruitzicht van een Amerikaanse terugtrekking een doorbraak of een ineenstorting van Afghanistan tot gevolg hebben? Veel slechter dan nu kan het bijna niet gaan, menen velen. Maar voorvechters van vrouwenrechten vrezen een ‘terugkeer naar de middeleeuwen’.

    Nederland in Afghanistan

    In Afghanistan zijn momenteel nog zo’n honderdvijftig Nederlandse militairen aanwezig. Zij nemen deel aan de NAVO-missie Resolute Support, die zich richt op het trainen en adviseren van Afghaanse veiligheidsdiensten.

    Op 4 februari liet defensieminister Ank Bijleveld de Tweede Kamer weten dat Nederland nog zo’n tachtig extra militairen achter de hand houdt voor de missie in Noord-Afghanistan. Zij kunnen bijspringen als de veiligheid van eigen troepen en NAVO-bondgenoten verslechtert.

    Terwijl Donald Trump had besloten de laatste troepen per 1 mei 2021 uit Afghanistan terug te trekken, heeft zijn opvolger Joe Biden de autoriteiten in Kaboel en de taliban dit weekend een nieuw stappenplan voorgesteld.

    Tijdens het zoveelste bezoek aan Doha, waar sinds september 2020 de vredesbesprekingen tussen de verkozen Afghaanse regering en de taliban plaatsvinden, heeft de Amerikaanse gezant voor de regio, Zalmay Khalilzad, tot ieders verrassing een nieuwe routekaart onthuld.

    Mohammad Naeem, de politiek woordvoerder van de taliban, zei dat Khalilzad het plan, dat oproept tot de vorming van een interim-regering in Kaboel, een internationale top in Ankara en een staakt-het-vuren, meedeelde tijdens een bijeenkomst, meldt de Afghanistan Times.

    ‘Omdat de Amerikanen hun geduld met de oorlog hebben verloren, hebben de VS hun aanwezigheid in Afghanistan teruggebracht van ongeveer 100.000 soldaten tot zo’n 2500’

    Enkele dagen eerder had de Amerikaanse diplomaat, een moslim van Pashtun-afkomst, de visie van de nieuwe Amerikaanse president aan de Afghaanse president, Ashraf Ghani, en aan verscheidene plaatselijke politieke leiders gepresenteerd. Het Afghaanse staatshoofd ‘is echter stelselmatig tegen het idee van een overgangsregering’ en zou hebben verklaard dat hij de macht alleen zal overdragen aan ‘een rechtmatige opvolger, nadat verkiezingen zijn gehouden’.

    De Afghaanse regering bevindt zich in een hachelijke positie, schrijft The New Yorker in een reportage over de huidige situatie in het al decennialang verscheurde land. Sinds de Amerikanen in 2001 – na de door Osama Bin Laden georkestreerde aanslagen van 11 september – het land binnenvielen, de taliban uit hun macht ontzette en een nieuwe regering installeerde, werd zij gesteund door de militaire macht van de VS. ‘Maar omdat de Amerikanen hun geduld met de oorlog hebben verloren, hebben de VS hun aanwezigheid in Afghanistan teruggebracht van ongeveer 100.000 soldaten tot zo’n 2500.’

    Vredesakkoord

    Meer dan een jaar geleden, op 29 februari 2020, werd in het vredesakkoord tussen de VS en de guerillabeweging ‘bepaald dat de taliban zullen verhinderen dat iemand in de toekomst Afghaans grondgebied zal gebruiken om de Verenigde Staten en hun bondgenoten te bedreigen. En dat zij onderhandelingen zullen aangaan met andere Afghaanse partijen om een Afghanistan te smeden dat in vrede leeft met zichzelf. In ruil daarvoor hebben de Verenigde Staten beloofd hun militaire troepen terug te trekken’, aldus tijdschrift The Diplomat in een gedetailleerde analyse van de situatie.

    Washington had zich sinds het vredesakkoord, waarin de definitieve terugtrekking van de NAVO-troepen uit Afghanistan op 1 mei 2021 is vastgelegd, afzijdig gehouden. Maar nu keert het toch terug naar de onderhandelingstafel, bezorgd over het trage tempo van de onderhandelingen tussen de verschillende Afghaanse partijen. Volgens de zender Tolo News, die als eerste de inhoud van de nieuwe routekaart bekendmaakte, stelt Joe Biden een VN-conferentie in Turkije voor gewijd aan vrede in Afghanistan.

    De VS vrezen dat de taliban tegen de tijd dat de westerse troepen vertrekken een steeds groter deel van het Afghaanse grondgebied in handen krijgen, en vervolgens het land overnemen. Sinds het begin van de oorlog in Afghanistan was de taliban vooral op het platteland actief en waren de steden in handen van de Amerikanen en later de Afghaanse regering. Maar ook daar lijken de taliban nu voet aan de grond te krijgen, aldus The New Yorker.

    In Kaboel wijzen deskundigen erop dat het document ‘gelijktijdig is meegedeeld’ aan president Ghani en aan zijn politieke tegenstander Abdullah Abdullah, de grote verliezer in de presidentsverkiezingen van september 2019. Abdullah kreeg als troostprijs de delicate opdracht om in Doha de vredesbesprekingen met de taliban te leiden.

    Volgens het Pakistaanse dagblad The Nation zou de taliban via algemeen kiesrecht in het parlement moeten worden vertegenwoordigd

    ‘Het feit dat de Afghaanse regering bereid is te praten over het houden van nieuwe verkiezingen zodat de vastgelopen vredesbesprekingen met de taliban doorgang kunnen vinden, is een knap staaltje van diplomatie’, aldus het Pakistaanse dagblad The Nation. Het is ‘uitstekend nieuws’ en toont aan dat president Ghani ‘zijn best doet om het land van een burgeroorlog te redden’.

    Maar zullen de taliban dit voorstel in overweging nemen, ‘wanneer zij vinden zijn dat elke regering die wordt verkozen, terwijl de buitenlandse troepen nog aanwezig zijn, niet werkelijk representatief is voor de bevolking?’ vraagt The Nation zich af. Volgens het Pakistaanse dagblad zou de taliban zich via algemeen kiesrecht in het parlement moeten laten vertegegnwoordigen: ‘Alleen het mandaat van het volk zal hun legitieme macht geven.’

    Vastlopende onderhandelingen

    De nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, rechtvaardigde de nieuwe routekaart vlak voor de deadline van 1 mei met het feit dat het vredesproces stagneert. Hij suggereerde dat de VS nu ‘alle opties bekijken, inclusief een verlenging van de deadline’ voor de terugtrekking van de laatste NAVO-troepen. Alles zal afhangen van het vermogen van de taliban om van nu af aan ‘een staakt-het-vuren van negentig dagen’ in acht te nemen.

    Tegen deze achtergrond zegt de Democratische senator Jack Reed dat hij ‘voorstander is van het verlengen van de deadline van 1 mei’, die vorig jaar door Donald Trump is vastgesteld, meldt Tolo News in een ander artikel. In Washington pleit een ‘groeiend’ aantal nationale veiligheidsdeskundigen nu ‘voor het loslaten van het tijdschema’ voor de terugtrekking van de 2500 troepen die nog in Afghanistan zijn. Zij benadrukken dat het land geen ‘thuisbasis’ mag worden voor terroristische organisaties als ISIS of Al Qaida.

    Ook zijn er nog zo’n honderdvijftig Nederlandse militairen in het land. Zij nemen deel aan de NAVO-missie Resolute Support, die zich richt op het trainen en adviseren van Afghaanse veiligheidsdiensten. Op 4 februari liet defensieminister Ank Bijleveld de Tweede Kamer weten dat Nederland nog zo’n tachtig extra militairen achter de hand houdt voor de missie in Noord-Afghanistan. Zij kunnen bijspringen als de veiligheid van eigen troepen en NAVO-bondgenoten verslechtert.

    Nu de Amerikaanse en NAVO-troepen zich haast overal hebben teruggetrokken, zijn er wegversperringen, prikkeldraad en gewapende controleposten verrezen om een schijn van veiligheid te bieden, schrijft The New Yorker. ‘’s Nachts is het stil op straat. Twintig jaar na de door de Amerikanen geleide oorlog voelt Kaboel opnieuw aan als de hoofdstad van een arm en onrustig land.’

    Op eigen benen

    Afghanistan stelt Joe Biden voor een van de meest dringende en lastige problemen van zijn presidentschap, stelt het New Yorkse weekblad. ‘Als hij de militaire terugtrekking voltooit, zal hij een einde maken aan een schijnbaar eindeloze interventie en duizenden troepen naar huis halen. Maar als hij wil dat de oorlog ook maar enigszins als een succes wordt beschouwd, zal de Afghaanse staat eerst op eigen benen moeten kunnen staan.’

    Voordat de VS en zijn bondgenoten in 2001 – waaronder Nederland vanaf 2002 – tussenbeide kwamen, legde de taliban het land een draconische versie van de islam op, waarbij de handen van dieven werden afgehakt en vrouwen voor overspel ter dood werden gebracht. Na de nederlaag van de taliban maakte een nieuwe grondwet de weg vrij voor democratische verkiezingen, een vrije pers en meer rechten voor vrouwen, schrijft The New Yorker.

    ‘Ik wil dat ze mij met eigen ogen zien, dat ze gewend raken aan wat een Afghaanse vrouw vandaag de dag is’

    The New Yorker sprak met een van de onderhandelaars van de Afghaanse regering, Fawzia Koofi, tevens een van de belangrijkste voorvechters van vrouwenrechten in het land. ‘Voor Koofi en haar mede-onderhandelaars is de belangrijkste vraag: Hoeveel van het door de Amerikanen gesteunde democratische project, dat duizenden levens en meer dan twee biljoen dollar heeft gekost, zal overleven?’

    Onderhandelaar Koofi vreest dat de talibanleiders, van wie velen jarenlang in Guantánamo gevangen hebben gezeten, niet beseffen hoezeer het land is veranderd – of dat zij die veranderingen zien als fouten die gecorrigeerd moeten worden, verklaart ze tegenover The New Yorker. ‘Ik wil dat ze mij met eigen ogen zien, dat ze gewend raken aan wat een Afghaanse vrouw vandaag de dag is. Veel van hen hebben de afgelopen twintig jaar in een tijdscapsule gezeten.’

    Koofi hoopt dat er een deal kan worden gesloten om de Amerikanen in het land te houden totdat een alomvattend vredesakkoord is bereikt. Maar ze vreest dat de gesprekken niet genoeg zullen zijn om de Afghaanse staat te redden: ‘Zelfs nu zijn er mensen onder de taliban die denken dat ze zich een weg naar de macht kunnen schieten.’

    Golf van geweld

    Het vredesakkoord van februari 2020 moest een einde maken aan het geweld, maar sindsdien is het land het doelwit van ‘een nieuwe golf van gerichte moordaanslagen op rechters, vrouwelijke activisten en maatschappelijk werkers, en zelfs journalisten’. In 2020 zijn ‘meer dan drieduizend mensen’ gedood, en het geweld is alleen maar toegenomen sinds het begin van de vredesbesprekingen in september, schrijft de Afghanistan Times in een redactioneel commentaar.

    Toen de VS met de taliban over hun terugtrekking onderhandelden, maakten de Amerikaanse functionarissen duidelijk dat zij verwachtten dat er een eind zou komen aan de zelfmoordaanslagen en andere aanslagen met massale slachtoffers, schrijft The New Yorker. ‘In plaats daarvan lijken de taliban een campagne te hebben gelanceerd om de hoogopgeleide elite te terroriseren, juist toen de Afghaanse regering met haar eigen besprekingen begon. Meer dan vijfhonderd Afghanen zijn het afgelopen jaar gedood bij gerichte aanvallen. Velen van hen zijn neergeschoten of getroffen door “kleefbommen”, explosieven die onder auto’s worden geplaatst. Onder hen zijn Malala Maiwand, een journaliste uit Jalalabad; Pamir Faizan, een militair aanklager; en Zakia Herawi, een van de twee vrouwelijke rechters van het Hooggerechtshof die werden gedood.’

    Een groeiend aantal Afghanen gelooft dat mensen binnen de regering verantwoordelijk zijn voor sommige van de moorden. In augustus schreef een groep prominente voormalig ambtenaren, van wie velen dicht bij voormalig president Hamid Karzai staan, aan Ghani dat er ‘hooggeplaatste ambtenaren waren die ervan worden verdacht betrokken te zijn bij gerichte moordaanslagen’.

    In het licht van dit alles is het waarschijnlijk dat de deadline van 1 mei wordt uitgesteld. Het Pentagon heeft de taliban er donderdag 28 januari van beschuldigd dat zij zich niet hebben gehouden aan de afspraken die zijn gemaakt in het vredesakkoord dat in februari 2020 met de Verenigde Staten is ondertekend. De volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen zou daarom niet verantwoord zijn.

    ‘Gezien de onzekerheid waarmee de terugtrekking van de Amerikaanse troepen, die een jaar geleden is overeengekomen, thans is omgeven, is er reden om verdere acties van de taliban tegen de belangen van de VS en de NAVO te vrezen’, meent The Guardian. In de afgelopen maanden zijn de gevechten hervat in de provincie Kandahar, een voormalige basis van de taliban, ‘waardoor in januari tienduizend gezinnen in Zuid-Afghanistan hun huizen moesten ontvluchten’.

    ‘De mensen zullen de taliban niet accepteren. Ze zullen zich niet rustig houden. Het wordt weer een burgeroorlog’

    Onderhandelaars van beide zijden verklaarden tegenover The New Yorker dat zij een zware verantwoordelijkheid voelen om het conflict te beëindigen. ‘De meesten geloven dat de taliban onder de juiste omstandigheden een overeenkomst zouden aanvaarden – dat zij net zo moe zijn van de oorlog als iedereen’, schrijft het weekblad. Maar veel waarnemers in Kaboel vermoeden dat de taliban de besprekingen gebruiken om tijd te winnen tot de Amerikanen vertrekken.

    Volgens vicepresident Amrullah Saleh, waarmee The New Yorker eveneens sprak, zal de vrede mislukken als de Afghaanse regering gedwongen wordt een overeenkomst met de taliban te sluiten voordat de groep het geweld afzweert, en zal de groep proberen haar middeleeuwse visie weer op te leggen. ‘De samenleving is veranderd,’ aldus Saleh. ‘Vrouwen zijn opgeleid, jongeren staan in contact met de buitenwereld, Engels is gemeengoed geworden in de steden. (…) De mensen zullen de taliban niet accepteren. Ze zullen zich niet rustig houden. We hebben veertigduizend commandotroepen. Denk je dat ze zich door de taliban een voor een laten afslachten? Het wordt weer een burgeroorlog.’

    Een Afghaanse regering die zelfs maar gedeeltelijk door de taliban wordt gecontroleerd, zal niet goed zijn voor de vrouwen- of mensenrechten, stelt James Traub in Foreign Policy . ‘Maar de Verenigde Staten kunnen dat niet tegenhouden zonder voor altijd in Afghanistan te blijven. Wel kunnen ze helpen de brokstukken op te ruimen door de honderdduizenden onvermijdelijke vluchtelingen op te nemen, zoals zij ook in het geval van Vietnam hebben gedaan.’

    ‘In ieder geval zal een gezamenlijke regering misschien niet veel slechter zijn dan de huidige, die weinig heeft gedaan tegen de gerichte moorden op activisten, journalisten, leraren en anderen’, vervolgt Traub. ‘Een Afghanistan in vrede zal misschien eindelijk zijn economisch potentieel kunnen ontwikkelen en ten minste zijn bevolking kunnen voeden.’

  • Vliegveld Parijs niet uitgebreid om klimaatdoelen  | Maleisië beperkt persvrijheid

    Vliegveld Parijs niet uitgebreid om klimaatdoelen | Maleisië beperkt persvrijheid

    Persbreidel in Maleisië

    De hoogste rechtbank van Maleisië heeft nieuwsportaal Malaysiakini veroordeeld, in een rechtszaak die wordt gezien als lakmoesproef voor de mediavrijheid in het land, meldt het Aziatische nieuwsplatform AsiaOne. Vorig jaar spande de Maleisische procureur-generaal een zaak aan tegen Malaysiakini en hoofdredacteur Steven Gan wegens minachting van het Hof. Dit vanwege vijf commentaren die door lezers op de website waren gepost. Volgens de procureur-generaal ondermijnen deze teksten het vertrouwen van het publiek in de rechterlijke macht, en de rechtbank geeft hem daarin dus gelijk. De rechter legde het nieuwsportaal een boete op van 500.000 ringgit [ruim 100.000 euro].

    Maleisië is een land met sterk gereguleerde media, die meestal in handen zijn van door de staat gecontroleerde groepen. Als platform voor de oppositie en criticus van het establishment is Malaysiakini een uitzondering.


    Aanslag op vrouwelijke ontwikkelingswerkers

    Zeker vier vrouwelijke ontwikkelingswerkers zijn omgekomen bij een gerichte aanslag in het Pakistaanse district Noord-Waziristan, meldt Al Jazeera. Volgens een politiewoordvoerder wisten de aanvallers te ontkomen. ‘Het is hier vergeven van militanten, de dreiging is overal,’ zei de woordvoerder op de vraag van Al Jazeera of er in het gebied een specifieke dreiging is tegen ontwikkelingswerkers.

    Noord-Waziristan was ooit in handen van de Pakistaanse Taliban (TTP), een organisatie van gewapende groepen die in 2007 werd opgericht met als doel de Pakistaanse regering omver te werpen en een streng religieus bestuur te installeren. Bewegingsvrijheid van vrouwen werd ernstig beperkt en de meeste ontwikkelingsactiviteiten door niet-gouvernementele organisaties werden verboden.

    In 2014 slaagde het Pakistaanse leger erin de leiders van de groep te verjagen. Sinds vorig jaar keren ontheemden weer terug naar het gebied en neemt het aantal gerichte aanslagen toe.


    Uitbreiding vliegveld Parijs is van de baan

    Frankrijk schrapt het plan om luchthaven Roissy-Charles de Gaulle bij Parijs uit te breiden, zo heeft minister van Ecologische Transitie Barbara Pompili laten weten, aldus de Europese tak van de politieke nieuwswebsite Politico. ‘De regering heeft luchthavenexploitant Aéroports de Paris gevraagd het project te staken en met voorstellen te komen voor een ander project, dat in overeenstemming is met de doelstellingen om klimaatverandering te bestrijden en het milieu te beschermen,’ aldus Pompili.

    In plaats van het vergroten van de capaciteit moet uitstootvermindering het doel worden. ‘We zullen altijd vliegtuigen nodig hebben, maar we moeten naar een redelijker gebruik van de luchtvaart, om een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in de sector te bereiken.’

    Het plan voorzag in de bouw van een vierde terminal bij de grootste lucht-haven van het land, die jaarlijks een extra stroom van 35 tot 40 miljoen passagiers moest verwerken. De bouwkosten zouden 7 tot 9 miljard euro bedragen.


    Iconisch dier op postzegel

    Deze zomer zal de Amerikaanse post een nieuwe postzegel introduceren. Dat is op zich niets bijzonders; wel bijzonder is dat het ontwerp voor het eerst is gemaakt door een Tlingit-/Athabaskische kunstenaar, schrijft kunstblog Colossal.

    Rico Lanáat’ Worl koos voor een grafisch afgebeelde raaf, in de inheemse cultuur van Alaska een iconisch dier dat is ontsnapt uit de duisternis. Het motief is gebaseerd op ‘Raven and the Box of Daylight’, een traditioneel verhaal van de Tlingit, een inheems volk in het zuidoosten van Alaska. Worl: ‘Het verbeeldt een uitzinnig moment van adrenaline. De raaf is nog half menselijk terwijl hij de sterren steelt. We kennen het allemaal, het moment tussen falen en volbrengen.’


    British Museum gaat eigen geschiedenis onderzoeken

    Het British Museum (BM) heeft Isobel MacDonald aangesteld als speciaal conservator. Zij wordt verantwoordelijk voor onderzoek naar de geschiedenis van de ruim 260 jaar oude collectie, bericht The Art Newspaper. Haar aanstelling is geen overbodige luxe, want het BM ziet zich geconfronteerd met een toenemend aantal claims over betwiste objecten in de collectie. Zo eist Griekenland al sinds de negentiende eeuw de teruggave van de zogenoemde Elgin Marbles, marmeren objecten afkomstig van de Akropolis in Athene, die in 1816 in bezit van het BM kwamen.

    Veel betwiste objecten in de collectie zijn het resultaat van koloniale operaties door het Britse Rijk, zoals die in het Ethiopische Maqdala (1868), het Asante-koninkrijk in Ghana (1874) en Benin City in Nigeria (1896). Ook inheemse gemeenschappen uit Australië, Nieuw-Zeeland en Noord-Amerika eisen voorwerpen op die in de koloniale tijd zijn meegenomen. Recentelijk liet Paaseiland (Rapa Nui) weten een grote Moai-sculptuur terug te willen die in 1868 werd geroofd.

    Tel daarbij op dat enkele van de eerste donateurs van het museum, zoals oprichter Hans Sloane, blijken te hebben geprofiteerd van de slavenhandel, en het is duidelijk dat het BM een charmeoffensief nodig heeft. 

    Een woordvoerder zegt, zo citeert The Art Newspaper, dat ‘het niet de bedoeling van deze nieuwe functie is om de specifieke geschiedenis van betwiste objecten te onderzoeken’, maar noemt het ‘waarschijnlijk dat kwesties zoals de rol van de slavenhandel en het imperium relevant zijn voor een deel van het onderzoek’.

    Het BM is in zekere zin ‘een verzameling verzamelingen’; het vergaarde veelal niet zelf en rechtstreeks, maar verkreeg veel objecten uit andere collecties. Dat maakt de problematiek rond de teruggave ingewikkeld. Het onderzoek van MacDonald moet nu inzicht gaan verschaffen in het ontstaan van de collectie; het zal ongetwijfeld nauwlettend worden gevolgd door eisers wereldwijd.


    Extremist wil simpelheid

    Over de hele wereld hebben extremisten met zwart-witte denkbeelden moeite met complexe mentale taken. Dat blijkt uit een onderzoek door de Universiteit van Cambridge, gebaseerd op eerdere studies, onder ruim 330 deelnemers in de VS tussen de 22 en 63 jaar, schrijft The Guardian. De onderzoekers wilden weten of cognitieve dispositie (het verschil tussen waarneming en verwerking van informatie) bepalend is voor de vorming van ideologische wereldbeelden, zoals politieke, nationalistische en dogmatische overtuigingen, los van factoren als leeftijd, ras en geslacht.

    De deelnemers kregen neutrale, niet-emotionele opdrachten, zoals het onthouden van visuele vormen. Computermodellen haalden uit die gegevens informatie over de waarnemingscapaciteit en het leervermogen van de deelnemers.

    ‘Individuen of hersenen die moeite hebben met het plannen en verwerken van complexe acties, lijken eerder aangetrokken tot extreme of autoritaire ideologieën die de wereld vereenvoudigen,’ menen de onderzoekers. Mensen die neigen tot extremisme lijken moeite te hebben met het reguleren van hun emoties, zijn impulsief en hebben de neiging om emotie oproepende ervaringen op te zoeken. Tot dogmatisme neigende deelnemers
    die relatief afwerend zijn tegen geloofwaardig bewijs, blijken problemen
    te hebben met het verwerken van informatie op perceptieniveau.

    De studie, die naar zestien verschillende ideologische oriëntaties keek, kan veelbetekenend zijn bij het identificeren van mensen die het kwetsbaarst zijn voor politieke of religieuze radicalisering.


    Wat zegt de buitenlandse pers over de nieuwsblokkade van Facebook in Australië

    Kara Swisher, techredacteur, The New York Times:

    ‘In de confrontatie tussen nieuwsmedia en sociale media in Australië, sta ik aan de kant van Rupert Murdoch. Tenzij ik voor Mark Zuckerberg ben. De keuze is vreselijk. 

    Steun ik de verschrompelde mediatycoon en zijn pogingen macht te ontfutselen aan techreuzen die gehakt hebben gemaakt van de nieuwseconomie? Of sta ik achter de koning van Facebook en het internetprincipe dat het delen van hyperlinks gratis moet zijn, ook al is de creatie van Zuckerberg de belangrijkste verspreider van leugens en haatzaaierij en dreigt hij ons allemaal te overspoelen?’


    Lenore Taylor, Australië-redacteur, The Guardian:

    ‘De nieuwsblokkade onderstreept de gevaren voor derden die ervan afhankelijk zijn: Facebook is bereid is om van de ene op de andere dag de stekker eruit te trekken, zonder waarschuwing. Sommige organisaties denken al na over hoe ze terug kunnen keren naar de basis en hoe ze de manier waarop ze hun werk verspreiden kunnen diversifiëren. De gok van Facebook is dat Australië niet zonder het bedrijf zal kunnen leven. Stel je voor wat de gevolgen zijn als we bewijzen dat we dat wel kunnen.’


    Paul Smith, technologieredacteur, The Australian Financial Review:

    ‘De gevolgen zijn vooral vreselijk voor de vele kleine Australische uitgevers die hun bedrijfsmodellen hadden opgebouwd rond inhoud die mensen graag delen op sociale media. Ze zijn terecht boos zijn op de regering, veronderstellend dat ze zijn opgeofferd voor de belangen van grotere gevestigde uitgevers.

    Maar het grootste deel van hun woede moet Facebook gelden, dat hun toewijding jarenlang heeft toegejuicht, maar hen nu plotseling vertelt dat ze niet zo belangrijk zijn, om zo eerlijke en gelijkwaardige onderhandelingen uit de weg te kunnen gaan.’


    Stephen Scheeler, ex-CEO Facebook Australië en Nieuw- Zeeland, The Sydney Morning Herald:

    ‘Overheden houden er niet van om gepest te worden, en nog belangrijker, ze houden er niet van om in het openbaar gepest te worden. Meesters in de duistere kunsten van overheidsrelaties weten dat druk en dreiging over het algemeen achter gesloten deuren moeten plaatsvinden. Wanneer je de broek van een regering naar beneden trekt voor het oog van de wereld, laat je haar weinig keus dan zich in te graven. De impasse tussen Australië en Facebook kan de katalysator zijn voor echte wereldwijde hervormingen.’

    Facebook sluit deal met Australië

    Facebook maakte maandag bekend dat het het delen en bekijken van nieuwslinks in Australië zou herstellen nadat het meer tijd had gekregen om te onderhandelen over het wetsvoorstel dat de techreus zou verplichten te betalen voor nieuwsinhoud die op het sociale netwerk verschijnt, bericht The New York Times.

  • De taliban zijn terug,
 radicaler dan ooit

    De taliban zijn terug,
 radicaler dan ooit

    Vijftien jaar na de Amerikaanse inval in Afghanistan zijn de taliban weer aan de macht. Dat moet niet worden gezien als bewijs van een inherente vorm van Afghaanse wreedheid, schrijft de Indiase marxist Vijay Prashad. ‘Dit vertoont de vingerafdrukken van het Westen en de Saoedi’s.’

    Het is nu vijftien jaar geleden dat het Amerikaanse leger de aanval inzette op Afghanistan. Deze aanval was het openingssalvo van de wereldwijde strijd tegen terrorisme. De Amerikanen wisten met massale bombardementen de taliban en Al-Qaida te verjagen naar de bergen of naar de buurlanden – waaronder Pakistan. Een van de mensen die het strijdtoneel ontvluchtten was Osama bin Laden, die pas werd gedood in 2011 – tien jaar later. Wat Amerika met deze oorlog beoogde was eenvoudig: voorkomen dat Afghanistan Al-Qaida een veilig toevluchtsoord zou bieden, en de taliban verjagen zodat Afghanistan een democratie zou worden. Er werd ook gerept van meer vrijheid voor vrouwen en scholing voor de Afghaanse bevolking.

    Anderhalf decennium later is de taliban weer aan de macht. De beweging maakt de dienst uit in grote delen van het platteland, en dreigt ook weer de overhand te krijgen in belangrijke stedelijke gebieden. Kunduz, in het noorden, is afwisselend in handen van de taliban en van het Afghaanse Nationale Leger. In de provincie Helmand, in het zuiden, waar de Amerikaanse troepenmacht is gestationeerd, dreigt de taliban de hoofdstad Lashkar Gah in te nemen. De taliban heeft al zes van de veertien districten van Helmand in handen. Met andere woorden: een groot deel van zuidelijk Afghanistan zit in de tang van de taliban.

    Niet een van de Amerikaanse oorlogsdoelen is bereikt

    Niet alleen is de taliban terug in grote delen van Afghanistan, inmiddels hebben nóg radicalere groeperingen bovendien IS-Khorasan geformeerd. Vlak bij de Pakistaans-Afghaanse grens – in Nangarhar – kan IS vrijwel straffeloos zijn gang gaan. Op 4 oktober 2016 kwam een Amerikaanse soldaat om het leven, die te voet op patrouille was, door een bom van IS. Hij was de derde Amerikaanse soldaat die in 2016 om het leven kwam. Aanvankelijk werkte IS samen met groeperingen van de taliban, maar later werden de banden verbroken. Het is een van de vele plekken in het grensgebied van Pakistan en Afghanistan waar de zwarte vlag wappert. Mijn vriend en collega, wijlen Saleem Shahzad, schreef dat al in 2008 ‘de ideologie van Al-Qaida zich zo diep had genesteld in de hoofden van de bewoners van de bergstreken, dat hun strategie zo duidelijk in alle bergen en alle rotsen en alle stenen van het gebied was geëtst, dat de aanvoerders van de strijders zich niet al te veel zorgen maakten over de krachtmeting met de sterkste legers ter wereld’. Het doet er weinig toe of de plaatselijke groepering is gelinkt aan Al-Qaida, aan het Haqqani-netwerk of aan Islamitische Staat – ze hebben allemaal hetzelfde streven.

    Niet een van de Amerikaanse oorlogsdoelen is bereikt: Afghanistan is nog altijd een toevluchtsoord voor strijders en democratie lijkt een onhaalbaar ideaal in deze situatie. In Kaboel zijn zonder meer successen geboekt – de stad is gegroeid en de bevolking heeft toegang tot bepaalde diensten. Hier maakt Ashraf Ghani de dienst uit, de voormalig topman van de Wereldbank – hij bestudeert statistieken om een beleid te ontwikkelen dat niet verder rijkt dan de buitenwijken van de hoofdstad. Ghani weet dat veiligheid van het allergrootste belang is. Vlak nadat Ghani in 2014 aan de macht kwam zocht hij toenadering tot Pakistan – dat nog altijd steun biedt aan de taliban, zowel op militair terrein als op het gebied van de inlichtingendiensten. Hij wilde dat Pakistan een vredesovereenkomst zou sluiten met de taliban en andere militante groeperingen. De Afghaanse Quadrilaterale Coördinatie Groep – QCQ – die dit jaar in het leven is geroepen, bestaande uit Afghanistan, China, Pakistan en de Verenigde Staten, is bedoeld om druk uit te oefenen op de strijders teneinde hen aan de onderhandelingstafel te krijgen. Tot nog toe is daar weinig van gekomen. Ghani lijkt niet langer goede banden te onderhouden met Pakistan. Zijn troepen doen hun uiterste best maar ze spelen weinig meer klaar dan het eigen grondgebied behouden, of grondgebied terugveroveren dat de taliban had ingenomen. Niets wijst erop dat ze aan de winnende hand zouden zijn.

    Een Afghaanse soldaat houdt de wacht bij het vliegveld van Kunduz, dat vorig jaar werd belegerd door de taliban. – © Omar Sobhani / Reuters
    Een Afghaanse soldaat houdt de wacht bij het vliegveld van Kunduz, dat vorig jaar werd belegerd door de taliban. – © Omar Sobhani / Reuters

    Amerika mag dan zijn grondtroepen hebben teruggetrokken, het blijft de taliban en andere militante groeperingen bestoken vanuit de lucht. Bij deze aanvallen – voornamelijk met drones – worden weliswaar leiders gedood, maar ze brengen de taliban geen echte schade toe. Toen de taliban in 2015 erkende dat hun leider – moellah Omar – twee jaar eerder was omgekomen, werd er meteen bij gezegd dat moellah Akhtar Mansour de nieuwe leider was. Op 21 mei 2016 werd Akhtar Mansour gedood door een Amerikaanse droneaanval in de Pakistaanse provincie Beloetsjistan. Zijn dood leek de taliban nauwelijks te deren. Hij werd vrijwel ogenblikkelijk vervangen door de islamitische geleerde moellah Haibatullah Akhundzada. Akhundzada’s naaste medewerkers zijn de zoon van moellah Omar, moellah Yaqoob, en Sirajuddin Haqqani, die aan het hoofd staat van het Haqqani-netwerk. Deze taliban kan niet op de knieën worden gedwongen door de leiders uit te schakelen.

    Vredesbesprekingen met de taliban zitten er niet in. Militaire overwinningen in het hele land sterken hen in het idee dat ze nog veel grotere delen van het land kunnen innemen voordat ze aanschuiven bij de onderhandelingen. Ondertussen heeft president Ashraf Ghani een deal gesloten met een van de meest weerzinwekkende moedjahedienleiders – Gulbuddin Hekmatyar, die aan het hoofd staat van Hezb-e-Islami. Vele jaren geleden vertelde de Afghaanse communistenleider Anahita Ratebzad me dat Hekmatyar de gevaarlijkste is van alle moedjahedienleiders. Hij had naam gemaakt door zuur in het gezicht te gooien van studentes aan de universiteit van Kaboel. De Amerikanen roemden hem tijdens de jihad tegen de communistische regering, noemden hem een ‘strijder voor de vrijheid’. Het was destijds een stuitend schouwspel, en nu is het een bewijs van het totale mislukken van het Amerikaanse project en van Ghani’s op statistieken gebaseerde ‘good governance’. Hekmatyar is Pakistans handlanger in Kaboel.

    Linkse krachten

    Amerika heeft dit jaar alleen al zevenhonderd luchtaanvallen uitgevoerd – allemaal ter ondersteuning van het Afghaanse leger. Amerika heeft bijna driehonderd droneaanvallen uitgevoerd in Pakistan, gericht tegen de top van de taliban en Al-Qaida. De aanval waarbij moellah Mansour om het leven kwam was in Beloetsjistan, buiten de aanvalszone die in 2010 is overeengekomen tussen Amerika en Pakistan. Dit is niet de enige indicatie dat de betrekkingen tussen Amerika en Pakistan onder druk staan. Amerika heeft Pakistan onomwonden laten weten dat men niet moet rekenen op F-16’s of militaire steun zonder dat aan strikte voorwaarden is voldaan. In de National Defense Authorization Act van 2016 staat letterlijk dat Pakistan de taliban in Noord-Waziristan moet blijven bestoken, het Haqqani-netwerk moet ondermijnen en moet voorkomen dat Pakistaanse militanten Afghanistan binnendringen.

    Het is ijdele hoop dat een overeenkomst tussen Afghanistan en Pakistan afdoende is om dit probleem op te lossen. Tientallen jaren geleden heeft het Westen de handen ineengeslagen met mensen als Hekmatyar, teneinde de linkse groeperingen in Afghanistan te dwarsbomen. Vandaag de dag is er weinig meer over van die linkse groeperingen. Ze zijn van de kaart geveegd – verbannen of vermoord – en de herinnering eraan is volledig weggevaagd. De middelen waarover Afghanistan beschikt om een einde te maken aan de nachtmerrie van de laatste jaren zijn ernstig verminderd door een totale afwezigheid van linkse krachten. De sociale krachten die zijn losgemaakt door het Westen, Saoedi-Arabië en Pakistan hebben de Afghaanse samenleving verscheurd. Deze sociale omwenteling – met de moedjahedien als culminatie van het Afghaanse patriottisme – heeft niet alleen ongekende investeringen geëist, maar ook veel tijd. Momenteel is er geen beweging die tegengas kan geven. Er gloort misschien een heel kleine kans op vrede in Afghanistan, maar denk vooral niet dat er op lange termijn sprake kan zijn van stabiliteit en vooruitgang. Toen Links aan het bewind was, werd zeventig procent van de banen in het onderwijs vervuld door vrouwen, en bestond het ambtenarenapparaat voor vijftig procent uit vrouwen. Veel mensen zullen ervan opkijken dat destijds veertig procent van de artsen in Afghanistan vrouw was. Het Westen heeft deze positieve ontwikkeling eigenhandig gedwarsboomd. Dat het Westen Afghanistan heeft teruggezet in de tijd, onder het mom van vrouwenrechten, is ronduit stuitend. Dat Hekmatyar weer in Kaboel zit en dat de taliban overal in het land weer in opkomst is, moet niet worden gezien als bewijs van een of andere inherente vorm van Afghaanse wreedheid. De sociale morbiditeit van de Afghaanse samenleving vertoont de vingerafdrukken van het Westen en de Saoedi’s. Dat er geen eenvoudige oplossingen zijn is niet de schuld van Afghanistan. Iemand als Anahita Ratebzad, de Afghaanse communiste, had een visioen van hoe de samenleving eruit zou kunnen zien. Als zij nog had geleefd, zou ze opnieuw hebben gehuild van woede om haar land – na vijftien jaar van een wereldwijde strijd tegen het terrorisme.

    Auteur: Vijay Prashad
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Vijay Prashad is hoogleraar International Studies aan Trinity College in Hartford, Connecticut. Hij schreef achttien boeken, waaronder Arab Spring, Libyan Winter, The Poorer Nations: A Possible History of the Global South en The Death of a Nation and the Future of the Arab Revolution. Hij schrijft iedere woensdag een column op AlterNet.

    Alternet
    VS | www.alternet.org

    Voormalig Mother Jones- redacteur Don Hazen biedt alternatieve journalistiek. 
1,5 miljoen bezoekers klikken op artikelen en reprints.