Tag: terrorisme

  • Muziek als wapen tegen terrorisme

    Muziek als wapen tegen terrorisme

    Door op straat te spelen en te zingen probeert een groep jonge Tunesiërs de angst eronder te houden.

    Ze vrolijken met hun muziek onze straten op, spelen tegen de angst en brengen hoop. Wij spraken met deze zes jongeren om twee uur ’s middags af voor een cultureel centrum in het centrum van Tunis. Daar treffen we eerst Khaled, die de anderen aan ons voorstelt: Nour Zamen, Souhaib, Raghda, Mouhib en Mehdi. Het collectief Art is an Arm zou in het centrum optreden, maar aarzelt nu, omdat het geluid er slecht is en er binnen geen voorzieningen zijn. Er barst een discussie los en iedereen brengt zijn argumenten in. We gaan nog maar even weg.

    Van de rue de Rome tot de rue de Marseille, de rue Mokhtar Attia en het Place du 14-janvier, op pleintjes en in hoekjes, overal in Tunis heeft deze eerste Tunesische groep straatmuzikanten gespeeld.

    Het collectief Art is an Arm. – © Hamza Blaiech / YouTube
    Het collectief Art is an Arm. – © Hamza Blaiech / YouTube

    Het begon allemaal acht maanden geleden. Eerst waren ze met zijn tweeën, toen sloten anderen zich spontaan aan en nu bestaat de formatie uit zes: gitaar, slagwerk, melodica, klarinet, bas en cajón. De jongeren, die allemaal rond de twintig zijn, komen uit verschillende werelden, ze gaan naar de middelbare school of studeren. En wat de muziek aangaat, sommigen hebben gestudeerd op het conservatorium, zoals Khaled, terwijl anderen, zoals Mouhib, alles zelf hebben geleerd.

    ‘We hebben besloten ons steentje bij te dragen aan de maatschappij en onze burgerplicht te doen via de muziek,’ zegt Souhaib, die uit Bizerte is gekomen om bij de groep te spelen. De dag na de gebeurtenissen in Ben Guerdane [IS pleegde er een aanval waarbij negentien doden vielen] ging Art is an Arm met zijn instrumenten voor een winkelcentrum staan zingen en spelen. Ze zwaaiden er met een spandoek met de slogan ‘Wij gaan met kunst het terrorisme bestrijden’. ‘We wilden zowel met woorden als met muziek een boodschap overbrengen tegen de angst,’ zegt Mouhib.

    Binnen de kortste keren zagen ze bij hun vrolijk makende optredens de mensen toestromen, lag de gitaarhoes vol muntjes en stortten de media zich op dit nieuwe fenomeen. Iedereen vond het prachtig, alleen de eigenaar van het restaurant waarvoor ze af en toe speelden was niet blij. ‘Hij wilde een percentage van wat de mensen ons gaven en heeft uiteindelijk de politie op ons afgestuurd. Die dwong ons een verklaring te ondertekenen dat we niet meer op straat spelen. En dat terwijl het niet verboden is,’ vertelt Raghda.

    Hun optredens doen denken aan taferelen uit de straten van Berlijn of New York, maar hier staat de straat niet voor een leven in de marge, maar wordt die straat juist heroverd

    Dit voorval, dat begin april plaatsvond tijdens de Muziekdagen in Carthago, heeft hen totaal niet afgeschrikt en hun nog meer steun opgeleverd. Zelfs het ministerie van Cultuur boog zich over deze zaak.

    Ze gingen de straat weer op. Op 15 april, na het concert in het cultureel centrum dat ze uiteindelijk wel besloten te geven, gingen ze naar de Rue Marseille waar ze veel succes hadden met hun covers van Labess [oftewel ‘Alles gaat goed’, een muziekgroep die in 2004 in Montreal werd gelanceerd door de jonge Algerijn Nedjim Bouizzoul en die vooral in Tunesië veel succes heeft] en van Goeltrah Sound System [letterlijk gul (zeggen) en trah (zien), een Tunesische alternatieve groep die in 2006 is opgericht en in 2015 gestopt], en hun eigen repertoire, dat bestaat uit drie nummers: Samra [brunette], El-Sour [de muur] en West El-Ain [letterlijk midden in het oog, de pupil].


    Hun optredens doen denken aan taferelen uit de straten van Berlijn of New York, maar hier staat de straat niet voor een leven in de marge, maar wordt die straat juist heroverd. Toch is er een overeenkomst: dat het in beide gevallen financieel gezien problematisch is om een concertzaal af te huren of om voet aan de grond te krijgen bij een productiebedrijf of in het commerciële circuit. Maar nu kunnen we er hier ook voor kiezen rechtstreeks te gaan luisteren naar deze muziek van een nieuwe tijd. Het is een prachtige en vrolijk makende proeve van de na 14 januari 2011 zo duur bevochten vrijheid van meningsuiting [op die datum viel het dictatoriale regime van Ben Ali]. De groep wordt nu bedolven onder concertaanbiedingen en mediaoptredens, maar het belangrijkste voor hen is om met beide benen op de grond te blijven staan en trouw te zijn aan wat ze echt willen.

    Allereerst gaan ze nu een serie concerten geven. Volgens Mehdi is de volgende stap voor de groep na de akoestische optredens om te gaan repeteren en te wennen aan versterkt spelen. Volgens Mouhib is het om hun liedjes op te nemen en ze op YouTube zetten, om internationale bekendheid te krijgen. ‘Door op straat te spelen hebben we geweldige momenten van verbondenheid met de mensen beleefd. Sommigen volgden ons van de ene plek naar de andere om ons te zien spelen,’ vertelt hij. ‘Inmiddels spelen er meer groepen op straat. Op een dag gaan we misschien andere dingen doen, maar dan hebben we wel deze trend gezet, waar anderen na ons hopelijk mee doorgaan.’

    Auteur: Narjès Torchani

    La Presse
    Tunesië | dagblad | oplage 98.000

    Opgericht in 1936 als private krant. Kwam eind jaren zestig onder toezicht van de staat en steunde het regime van Ben Ali. Na de revolutie van januari 2011 keerde de vrijheid terug, wat de kwaliteit ruimschoots ten goede kwam.

  • De terroristen zijn onder ons

    De terroristen zijn onder ons

    Een Tunesische journalist wijt het toenemende terroristische geweld in zijn land aan de islamisering die werd ingezet onder het bewind van de Ennahda-partij in 2011.

    Sinds 7 maart vinden in Ben Guerdane gewelddadige confrontaties plaats tussen het leger en terroristische elementen. Het kleine stadje in het zuidoosten, aan de grens met Libië, staat in vuur en vlam; er zijn negentien doden gevallen: twaalf soldaten en zeven burgers. Een aanval als deze hebben we nog niet eerder meegemaakt. Hoe is het mogelijk dat terroristen op ons grondgebied kunnen toeslaan met de bedoeling om er een IS-kalifaat te vestigen?

    Natuurlijk heeft het alles te maken met de situatie in de regio: het naburige Libië valt uit elkaar en terroristische organisaties floreren er. Verder is Tunesië de speelbal van geopolitieke belangen. Onderwijl probeert het land zo goed en zo kwaad als het gaat het hoofd boven water te houden.

    Laten we niet vergeten dat er momenteel meer dan vijfduizend Tunesische jihadisten in Syrië, Irak en Libië vechten

    Uiteraard kunnen de toename van terroristische aanslagen in ons land en de verslechterde veiligheidssituatie niet los worden gezien van deze grotere internationale ontwikkelingen. Ons land staat zeker niet buiten de wereldpolitiek. Maar toch zijn er ook specifiek Tunesische factoren die de groeiende macht van de religieuze radicalen mogelijk hebben gemaakt, of er zelfs aan hebben bijgedragen. Zo hebben we de weg geplaveid voor de indoctrinatie van duizenden jongeren die zich bij terroristische groeperingen willen aansluiten. Laten we niet vergeten dat er momenteel meer dan vijfduizend Tunesische jihadisten in Syrië, Irak en Libië vechten.

    In de periode dat [de islamistische partij] Ennahda in Tunesië aan de macht was (tussen november 2011 en januari 2014), werd de Tunesische maatschappij in rap tempo islamitischer. Religieuze facties droegen de ideologie van de politieke islam uit waar ze maar konden. Moskeeën werden met geweld bezet door extremistische imams, die een terugkeer naar de sharia predikten en een boodschap uitdroegen van haat jegens ongelovigen. Dit liep al snel uit de hand. De religieuze sfeer vermengde zich met de politieke en tegenstanders werden gedenigreerd of voor ongelovigen uitgemaakt. Hier en daar werd zelfs opgeroepen hen te doden. De publieke ruimte was al evenmin veilig: voor de deur van scholen werden gebedstenten opgesteld, ongehinderd door de autoriteiten. Indoctrinatie was overal.

    Obscurantisme

    Vanaf 2012 luidden leger, burgers en politici de alarmbel over de onstuitbare opkomst van radicale bewegingen; men zag hierin terecht een risico voor de toekomst. Waarschuwingen werden niet gehoord, of men deed of men ze niet hoorde. De leider van Ennahda, Rached Ghannouchi, vertelde hoezeer zijn salafistische kinderen hem deden terugdenken aan zijn jeugd, en zei blij te zijn dat zij ‘een nieuwe cultuur willen’. In 2012 kwam er een video-opname naar buiten waarop te zien was hoe hij een delegatie van salafisten ontving, sprak over de lessen van de recente Algerijnse geschiedenis en de strijders opriep geduld te hebben en het project van islamisering stap voor stap te volbrengen. Dit was volgens Ghannouchi nodig omdat noch de media, noch het veiligheidsapparaat en het leger, noch de Tunesische regering (al) overtuigd waren van de noodzaak ervan.


    Ook hebben we in Tunesië te maken met een toestroom van buitenlandse predikers, die ideeën van zuiver wahabistische snit komen uitdragen. Er worden lezingenseries georganiseerd, en op deze surrealistische bijeenkomsten valt een mengeling van obscurantisme en radicalisme te beluisteren. De leiders van Ennahda en van het Congres voor de Republiek [CPR, centrum-linkse partij die tweede werd bij de verkiezingen van 2011] heetten deze types, die uit alle uithoeken kwamen om de sharia en de besnijdenis van kleine meisjes te bepleiten, allerhartelijkst welkom.

    Maar dat was nog maar het begin. In datzelfde jaar 2012 ontstond er ongerustheid over de aanwezigheid van terroristen in de westelijke hooglanden, om precies te zijn op de flanken van de berg Chaambi [op de grens met Algerije; bij de strijd van het leger en de nationale garde tegen de daar verschanste terroristen vielen meerdere doden]. De woordvoerder van minister van Binnenlandse Zaken Khaled Tarouche becommentarieerde deze zorgwekkende situatie door luchtig op te merken dat het maar om een paar sportievelingen ging die iets aan hun verhoogde cholesterol probeerden te doen. We weten allemaal hoe dat afliep.

    Slachtofferrol

    Nu hebben de leiders van Ennahda voor een slachtofferrol gekozen en roepen ze luid dat ze worden vervolgd. Je hoort overal: ‘Eerst was het schrikbeeld Ennahda, nu zijn het de salafisten, maar we zijn niet van plan om de confrontatie met die groepen aan te gaan.’

    Zo kon het gebeuren dat er op de Avenue Habib Bourguiba, in het centrum van Tunis, een grote manifestatie plaatsvond van salafisten die de invoering van de sharia eiste. Verder was er in Kairouan een grote bijeenkomst van Ansar Al-sharia, een beweging die na de aanval op de Amerikaanse ambassade in september 2012 als terroristisch was aangemerkt. Leider Abou Iyadh [de man achter deze aanslag] ontving mensen als Sadok Chourou en Habib Ellouze van Ennahda, evenals Abderraouf Ayadi van het CPR. Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Ali Larayedh had deze Abou Iyadh na de aanslag op de Amerikaanse ambassade laten lopen, waarna hij kon uitgroeien tot onze nationale volksvijand nummer één. Op een cruciaal moment was hij door het leger ingesloten in de El Fath-moskee [in het centrum van Tunis]. De troepen wachtten alleen nog op het bevel van de minister van Buitenlandse Zaken om hem te overmeesteren, dat niet kwam. Ongehinderd kon de leider van Ansar Al-sharia toen door medestanders over de grens met Libië worden gesmokkeld.

    Tunesische politieagenten protesteren bij het huis van de premier in Tunis. Ze eisen meer geld en betere werkomstandigheden nu ze geregeld worden aangevallen door islamistische militanten. – © Zoubeir Souissi / Reuters
    Tunesische politieagenten protesteren bij het huis van de premier in Tunis. Ze eisen meer geld en betere werkomstandigheden nu ze geregeld worden aangevallen door islamistische militanten. – © Zoubeir Souissi / Reuters

    Deze politici zagen in hem als niet meer dan een vogelverschrikker, maar uiteindelijk groeide hij uit tot een serieuze bedreiging van de staatsveiligheid. Met de moorden op Chokri Belaïd [op 6 februari 2013], Mohammed Brahmi [op 25 juli 2013] en tientallen van onze dappere soldaten, en met de talloze aanslagen waarvan die in Ben Guerdane tot nog toe de laatste was, lijkt aan deze bloedige periode voorlopig nog geen einde gekomen.

    Toen in 2015 de partij Nidaa Tounes aan de macht kwam [de centrumpartij die de parlementsverkiezingen van oktober 2014 won, evenals de presidentsverkiezingen van december 2014], haalde een groot deel van onze maatschappij opgelucht adem en dacht dat de veiligheidssituatie nu snel zou gaan verbeteren. Helemaal omdat Nidaa zich aanvankelijk een onverzettelijk tegenstander van de islamistische beweging Ennahda betoonde. Maar sindsdien zijn Nidaa en Ennahda alweer vriendjes geworden en is alles wat er is voorgevallen met de mantel der liefde bedekt.

    Auteur: Ikhlas Latif

    Business News
    Tunesië businessnews.com.tn

    Business News is een onlinetijdschrift gericht op politiek, economie en technologie

    CONTEXT: Opgeleid in Libië

    ‘Volgens een woordvoerder van de afdeling terreurbestrijding van het ministerie van Justitie zijn de lichamen van de 22 terroristen die op 7 maart
werden gedood bij de drievoudige aan-val op Ben Guerdane geïdentificeerd. Het zijn allen Tunesiërs,’ bericht La Presse.

    De klopjacht op de terroristen is voortgezet en in totaal zijn er vijftig gedood en acht gearresteerd. Zij waren opgeleid in Sabratha en in Sirte, in Libië, en hun doel was een kalifaat te
vestigen volgens de regels van de sharia. 
Maar de bevolking is de straat op gegaan ‘om hen met stenen te verdrijven’ en de regeringstroepen te ondersteunen, benadrukt Business News.

    Premier Habib Essid heeft de Tunesiërs opgeroepen om giften te doen aan 
het Nationale Fonds voor Terreurbestrijding.

  • Dossier Brussel 5. De strijd tegen het terrorisme begint pas

    Dossier Brussel 5. De strijd tegen het terrorisme begint pas

    We hebben het terrorisme te lang gezien als een ver-van-mijn-bedshow, aldus de Italiaanse journalist Alberto Negri. Daardoor konden terroristen als Salah Abdeslam onder de radar blijven.

    De bloedige aanslagen in Brussel bewijzen het falen van de inlichtingendiensten van België, maar ook van die van Europa, dat getroffen is in zijn hoofdstad die tevens de zetel van de NAVO is. We hoefden alleen maar te wachten tot de Europese jihadisten zich zouden proberen te wreken na de arrestatie van Salah Abdeslam op 18 maart, en tot andere terroristische cellen in actie zouden komen. Na al het topoverleg over de samenwerking tussen de Europese inlichtingendiensten toont de werkelijkheid op tragische wijze dat zelfs de Belgen en de Fransen er niet in slagen om samen te werken.

    De geschiedenis van Salah Abdeslam en zijn doodseskader zijn daarvan het symbolische bewijs. De ongrijpbare terrorist is gearresteerd op een steenworp afstand van de straat waar enkele maanden geleden nog arrestaties en huiszoekingen plaatsvonden: hij was teruggekeerd naar Molenbeek, een wijk die hem beschermde als ware het een onneembare jihadistische vesting.

    Nu beginnen we eindelijk te beseffen dat Europa in oorlog is

    Salah heeft maandenlang in ons midden geleefd en ongestraft grenzen kunnen oversteken. Op 9 september 2015 werd hij samen met Mohamed Belkaïd, een van de vermoedelijke coördinatoren van de aanslagen in Parijs die op 15 maart is gedood, bij de grens met Hongarije gearresteerd door de Oostenrijkse politie, die heel goed is in het bouwen van muren tegen vluchtelingen maar niet bij machte om iemands identiteit naar behoren te controleren: ze lieten hem door, samen met een andere kandidaat voor het martelaarschap.

    Europa moet beseffen dat het terrorisme onder ons is, dat slachtoffers en beulen naast elkaar wonen, dat het niet om afzonderlijke gevallen gaat, dat ze hun wortels hebben in oorlogen in het Midden-Oosten en in conflicten die het continent verscheuren. Hier in Europa voeren we op een versnipperde, ongecoördineerde manier oorlog tegen IS en zijn we al tevreden als een drone of een luchtaanval een terroristische leider in Syrië of Libië heeft uitgeschakeld, in de troostrijke overtuiging dat de westerse technologie van een meedogenloze precisie is. Niets is minder waar. Wat er om ons heen gebeurt, wat zich werkelijk afspeelt tussen Europa en Raqqa [het bolwerk van IS in Syrië] en Mosul [de op een na grootste stad van Irak, die sinds 2014 in handen is van IS], blijft in mysteriën gehuld en is een complete verrassing voor de inlichtingendiensten.

    Charlie Hebdo plaatste na de aanslagen deze karikatuur van Stromae met de tekst 'Papa où t'es?' ('Papa, waar ben je?'), een verwijzing naar zijn hit. – Marc Piasecki / Getty Images
    Charlie Hebdo plaatste na de aanslagen deze karikatuur van Stromae met de tekst ‘Papa où t’es?’ (‘Papa, waar ben je?’), een verwijzing naar zijn hit. – Marc Piasecki / Getty Images

    Nu beginnen we eindelijk te beseffen dat Europa in oorlog is. Terwijl de Europese mogendheden dat al jarenlang zijn, denk maar aan Afghanistan, Irak of Libië. Wat nu nodig is, is dat we helder nadenken over deze conflicten en ons afvragen of de beroemde ‘oorlog tegen het terrorisme’, die na de aanslagen op 11 september 2001 door de Amerikanen is begonnen, onze veiligheid al dan niet heeft versterkt. Het antwoord is natuurlijk nee. Eerst hadden we Al-Qaida, daarna kwam Islamitische Staat en misschien kunnen we binnenkort andere organisaties tegemoetzien.

    Maar ook hier in Italië weten we dat het contraterrorisme vóór de tragedie moet beginnen, vóór de golf van kamikazeacties. Het moet beginnen met preventie, met discreet maar nauwkeurig onderzoek dat misschien jarenlang duurt, met voortdurende waakzaamheid en kennis van de broeinesten, met goedgekozen indicatoren. Het gaat erom de grenzen tussen de zichtbare wereld en de ondergrondse wereld te verkennen. 
Is dat gebeurd? Duidelijk niet.

    Als het terrorisme met zo veel duivelse doeltreffendheid kan huishouden op Europese bodem, dan is dat omdat we te vaak buiten onze grenzen hebben gekeken en hebben gedacht dat we de situatie wel met onze drones of onze luchtaanvallen konden oplossen: een riskante keuze waardoor we geen oog hebben gehad voor wat er zich in het hart van Europa afspeelde, in het complexe sociale weefsel van onze buitenwijken, vooral in het noorden. Het lijkt misschien paradoxaal, maar de oorlog tegen het terrorisme, althans een oorlog die op een intelligente manier wordt gevoerd, moet eigenlijk nog beginnen.

    Auteur: Alberto Negri

    Il Sole 24 Ore
    Italië | dagblad | oplage 266.088

    Het prachtige resultaat van de fusie tussen Il Sole en 24 Ore. Financieel gezond, mede dankzij het zondagse magazine. Economisch nieuws heeft de voorkeur.

  • Dossier Brussel 4. Europa, kom in actie

    Dossier Brussel 4. Europa, kom in actie

    Europa reageert veel te slap op aanslagen zoals die in Brussel, schrijft de Spaanse krant El País. Het is onze Europese identiteit die wordt aangevallen, dus moeten we ook gezamenlijk reageren.

    Bij elke aanslag op Europees grondgebied is het scenario hetzelfde, en altijd is het even ontluisterend: terwijl de terroristen Europa op grote schaal aanvallen, is de reactie van Europa minimaal.

    Zowel uit de communiqués die de aanslagen rechtvaardigen als uit de verklaringen en handelwijzen van de jihadisten (vooral van degenen die in Europa zijn geboren) spreekt een diepgewortelde haat jegens alles waar Europa voor staat: individuele vrijheid, democratische waarden en een ongeëvenaarde tolerantie op religieus gebied.

    Europa blijft een abstracte entiteit waarvoor niemand wil sterven

    Iedereen die zich verbonden voelt met dit Europa, dat evenzeer een idee is als een project en een manier van leven, is een potentieel doelwit, zelfs moslims. Vandaar dat de plegers van de aanslag in de Bataclan de vijftienhonderd toeschouwers die zich daar bevonden niet op religie of nationaliteit selecteerden voordat ze hen executeerden. In hun ogen verdienden ze allemaal de dood.

    De Europese Unie was in november al aangevallen in Parijs, maar ze heeft niet overeenkomstig gehandeld. In plaats van te eisen dat artikel 222 van het functioneringsverdrag van de EU in werking werd gesteld, zodat alle lidstaten op een collectieve en gecoördineerde manier konden reageren, nam Parijs liever zijn toevlucht tot artikel 42, dat een intergouvernementele reactie mogelijk maakte, buiten de Europese instituties om.

    Het Brusselse Beursgebouw werd een herdenkingsplek. – © Christopher Furlong / Getty Images
    Het Brusselse Beursgebouw werd een herdenkingsplek. – © Christopher Furlong / Getty Images

    Uit deze juridische subtiliteit sprak een zeer duidelijke boodschap: de Franse autoriteiten wilden hun volledige handelingsvrijheid behouden op alle fronten in de strijd tegen het terrorisme, zoals bleek uit de beslissing van Hollande om onmiddellijk doelen van IS in Syrië te gaan bombarderen.

    Of het nu gaat om het oplossen van de vluchtelingencrisis of het beleid inzake Syrië, de lidstaten willen zelf de controle behouden over alle gevoelige kwesties die te maken hebben met hun veiligheid. En dat terwijl de betrokkenheid van Belgische netwerken bij de aanslagen in Parijs al voor eens en voor altijd had aangetoond dat het een ernstige vergissing is om bij zulke kwesties de nationale soevereiniteit te willen bewaren.

    Om ons daaraan te herinneren, hebben de jihadisten recentelijk Brussel aangevallen, de hoofdstad van de Europese Unie. Maar één ding is zeker: velen zullen blijven denken dat deze aanslag tegen België was gericht. Europa blijft een abstracte entiteit waarvoor niemand wil sterven. Dat velen bereid zijn Europeanen te doden, zou echter aanleiding moeten zijn om ons nog eens flink achter de oren te krabben over de kracht van onze identiteit en ons project.

    Auteur: José Ignacio Torreblanca

    José Ignacio Torreblanca is hoofd van ECFR (European Council on Foreign Relations) in Madrid en betrokken bij het European Power-programma.

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    De grootste krant van Spanje, met een centrum-linkse signatuur.

  • Dossier Brussel 3. Het nieuwe normaal

    Dossier Brussel 3. Het nieuwe normaal

    De strijd tegen het terrorisme wordt er een van de lange adem, waarschuwt The Economist. ‘Europa en Amerika zullen moeten wennen aan een lange terreurcampagne waarin wij allemaal doelwit zijn.’

    De komende tijd zal Europa opnieuw de verschillende stadia van rouw doormaken die bij terrorisme horen: wanhoop over de onschuldige levens die zijn afgebroken; woede op de jonge mannen en vrouwen (soms uit eigen land) die moorden in naam van de jihad; onzekerheid of politie en inlichtingendiensten dit wel aankunnen; en tot slot, terwijl de nieuwsuitzendingen en krantenkoppen wegebben, gelaten berusting.

    Toch vallen er nu al, zo kort na de aanslagen, twee lessen te trekken. De eerste is dat IS, ondanks het feit dat het al jarenlang boven aan de lijst van meest vervolgde organisaties staat, nog steeds in staat is gecoördineerde bomaanslagen te plegen in het hart van Europa. De tweede les, die uit de eerste volgt, is dat grote steden in Europa en Amerika zullen moeten wennen aan een lange terreurcampagne waarin wij allemaal doelwit zijn.

    Terrorisme is iets anders dan doodgaan door een ongeluk of willekeurige moord

    De dreiging neemt voorlopig niet af. Sommige toekomstige terroristen zullen lokaal gerekruteerd worden. Duizenden mannen en vrouwen zijn uit Europa vertrokken naar het zelfbenoemde kalifaat in Syrië en Irak, waar ze getraind en gehersenspoeld zijn. In Libië broeit het. Al-Qaida en IS proberen elkaar de loef af te steken in het bewijzen van hun jihadistische geloofwaardigheid. Het is vrijwel zeker dat er meer aanslagen komen in meer steden.


    Hoe moeten regeringen daarop antwoorden? Om te beginnen moeten ze zich realiseren dat terroristen erop uit zijn om overreactie op te roepen. Ze juichen wanneer politici als Donald Trump beloven moslims uit de Verenigde te Staten te zullen weren, wanneer leiders uit Oost-Europa zeggen dat ze alleen migranten uit Syrië willen toelaten als het christenen zijn, of wanneer Marine Le Pen, leider van het Franse Front National, het op straat bidden van moslims vergelijkt met de nazibezetting. Dankzij dat soort intolerantie worden ontevredenen sympathisanten en gaan radicalen bommen gooien. Zo spint IS er ook garen bij wanneer westerse landen veel meer aandacht besteden aan de aantallen mensen die in eigen land zijn omgekomen dan aan de honderden moslims die zijn gestorven door bommen in Beiroet en Turkije, of aan de miljoenen die wegkwijnen in vluchtelingenkampen of slachtoffer zijn van de burgeroorlog in Syrië. Het beleid moet erop gericht zijn radicalen af te zonderen, niet om gewone mensen in hun armen te drijven.

    Een beeld waaraan we moeten wennen: ook het VN-gebouw in Brussel wordt zwaar bewaakt. – © Dursun Aydemir / Getty Images
    Een beeld waaraan we moeten wennen: ook het VN-gebouw in Brussel wordt zwaar bewaakt. – © Dursun Aydemir / Getty Images

    Een andere prioriteit is om burgers de zekerheid te geven dat de overheid bezig is hen te beschermen. Sommige politici vinden de angst onder het volk om slachtoffer te worden van een terroristische aanslag irrationeel. Onlangs vertelde Barack Obama in een interview met The Atlantic hoe hij zijn medewerkers graag voorhoudt dat er nog steeds meer Amerikanen sterven door een val in bad. Maar terrorisme is iets anders dan doodgaan door een ongeluk of zelfs door een willekeurige moord. Mensen reageren zo sterk op terrorisme omdat ze voelen dat hun regering niet in staat is haar basistaak te vervullen: hen beschermen tegen dat soort vijanden. De angst die terrorisme oproept is niet alleen maar een statistische misvatting, maar ook een aanwijzing dat mensen die geen grenzen kennen een samenzwering tegen de staat organiseren.

    Het kost overheden grote moeite om een antwoord te vinden op die roep om geruststelling zonder te vervallen in overreactie. In Frankrijk, dat zwaar te lijden heeft gehad onder twee aanvallen, geldt nog steeds de noodtoestand. President Hollande en zijn eerste minister verklaren nog geregeld dat Frankrijk in oorlog is. Stevige woorden en het opschorten van normale rechten waren begrijpelijk vlak na de aanslagen in november. Nu zouden ze wel eens contraproductief kunnen zijn.

    De beste bescherming zou vrede in het Midden-Oosten zijn – helaas een verre droom. De coalitie heeft vooruitgang geboekt tegen IS in zijn kalifaat, dat grondgebied en mensen verliest. Maar om het kalifaat te vernietigen zijn Iraakse troepen nodig (die daar nog niet klaar voor zijn) en grondtroepen in Syrië (die nog niet bestaan).

    Ondertussen zal het vermogen van IS om terroristen aan te trekken en te inspireren blijven bestaan, en bovendien moet het Westen zijn eigen geradicaliseerde jihadisten het hoofd bieden.

    Veiligheidsdiensten

    En dus moeten de politie en de inlichtingendiensten in eigen land actief zijn op elk terrein, van surveillance tot deradicalisatie. Eén ding dat snel kan worden opgelost is het gebrek aan investeringen in deze diensten. Verouderde IT-systemen belemmeren samenwerking. De veiligheidsdiensten moeten ook kunnen doordringen tot jihadistische netwerken en hun aanhangers, door gebruik te maken van menselijke rekruten en geavanceerde methoden om elektronische communicatie te onderscheppen. De samenwerking tussen de verschillende diensten is verbeterd, maar de bescherming van de privacy belemmert nog steeds het delen van data. Jihadisten kunnen makkelijker over de grenzen heen opereren dan veiligheidsdiensten. Beter politiewerk en betere gevangenissen kunnen helpen voorkomen dat kleine criminelen radicaliseren. Aan het economische en culturele isolement van wijken als Molenbeek moet een eind komen. Het wordt lang en hard werken.

    Velen zien op tegen de moeilijke strijd die voor ons ligt en betreuren het nooit eindigende conflict tussen veiligheid en vrijheid. Maar zolang jihadisten het Westen bedreigen, ontkomen we niet aan de noodzaak om op te treden. Welkom in het nieuwe normaal.

    Vertaler: Annemie de Vries

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • Dossier Brussel 2. Molenbeek genezen van zijn kankers

    Dossier Brussel 2. Molenbeek genezen van zijn kankers

    De hoofdredacteur van La Libre Belgique is klaar met de Franse kritiek op zijn land. Maar tegelijk roept hij zijn landgenoten op om nu eindelijk de problemen eens aan te pakken.

    Laten we niet in de wanhoop en zwaarmoedigheid blijven hangen die ons overvalt bij het lezen van de reacties, vooral uit Frankrijk, waarin België uiteindelijk verantwoordelijk wordt gesteld voor de 130 slachtoffers van de aanslagen in Parijs, op 13 november jongstleden. Poujadisme [Franse politieke stroming die zich keerde tegen het establishment en de bestaande politiek], demagogie en hooghartig nationalisme vieren nog altijd hoogtij. En in een mediawereld die zwakzinnige commentaren verkiest boven diepgravende analyses, gaan de auteurs van verwerpelijke verhalen, belust als ze zijn op stompzinnige simplificeringen en venijnige oordelen, gouden tijden tegemoet.

    Om maar tolerant te lijken hebben sommige politici en intellectuelen verzuimd te voorkomen dat er haat werd gezaaid in de geest van een kwetsbare jeugd die geen enkel houvast heeft

    Moeten we daaruit afleiden dat de Belgische politie, de Belgische politiek en de Belgische media niet hebben gefaald en deze zaak – die van het radicalisme – met de nodige strengheid, zorgvuldigheid en visie hebben aangepakt? Het antwoord is uiteraard ontkennend. Er zijn gruwelijke blunders begaan. Dat men heeft toegestaan dat er zich in de hoofdstad van België en Europa salafistische netwerken hebben ontwikkeld die zich aan alle regels onttrokken was een magistrale fout waarvoor België een zware prijs betaalt, en nog lang zal moeten betalen. Om maar tolerant te lijken hebben sommige politici en intellectuelen verzuimd te voorkomen dat er haat werd gezaaid in de geest van een kwetsbare jeugd die geen enkel houvast heeft.


    Nog onverdraaglijker is het dat dit lakse beleid het imago heeft beschadigd van een creatieve, multiculturele wijk – Molenbeek – die zich zo goed en zo kwaad als het ging probeerde te verzetten tegen de funeste invloed van oncontroleerbare haatpredikers. Het is een enorme maar onontkoombare opgave om een deel van de jeugd te resocialiseren. Een eerste stap is gezet. Maar de weg zal lang en moeilijk zijn.

    Ook moeten we ons vragen stellen over het volgende: hoewel hij in heel Europa door de politie werd gezocht, is Salah Abdeslam zijn wijk dus kennelijk 126 dagen niet uit geweest. Hij heeft in die tijd op de steun van talrijke handlangers kunnen rekenen. Deze laatsten vormen ook een gevaar en moeten als potentiële bommen worden beschouwd. Want het laat zich raden dat de vrienden van de terrorist uit zijn op wraak. We mogen hopen dat ze zo goed mogelijk in de gaten zullen worden gehouden. Is Molenbeek gedoemd een broeinest van terrorisme te blijven? Natuurlijk niet. We moeten geen ‘opruiming’ houden in Molenbeek. We moeten Molenbeek vooral genezen van de kankers die we hebben laten groeien: armoede, radicalisering en uitsluiting.

    Auteur: Francis Van de Woestyne

    La Libre Belgique
    België | dagblad | oplage 60.900

    Franstalige pendant van De Standaard. Katholiek en heldhaftig tijdens WOII. La Libre verscheen clandestien in het bezette België. Met de naam werd met een knipoog gerefereerd aan de collaborerende krant La Belgique.

  • Dossier Brussel 1. Terrorisme vraagt om sterke staat

    Dossier Brussel 1. Terrorisme vraagt om sterke staat

    Kort na de aanslagen in Parijs schreef de Britse filosoof John Gray een invloedrijk essay, dat na ‘Brussel’ opnieuw de cover haalde van de Britse New Statesman. In navolging van zijn beroemde voorganger Thomas Hobbes pleit Gray voor een sterke staat om de gevaren van het mondiale terrorisme in te dammen.

    De gevolgen van de wreedheden in Parijs lijken vrij duidelijk. De staat valt terug op zijn belangrijkste taak, namelijk het garanderen van veiligheid. We zien dat een essentiële waarheid wordt herontdekt: onze vrijheden zijn geen op zichzelf staande, absolute waarheden, maar wankele gedachteconstructies die alleen overeind blijven dankzij de bescherming van de staatsmacht. De geschiedenis is in de ogen van de weldenkende mens de ideale beschavende orde. De taak om de openbare veiligheid te handhaven rust op de schouders van nationale regeringen, de enige instituties die beschikken over het vermogen hun burgers te beschermen.

    De vrijzinnige gedachte dat vrijheid zich over de wereld verspreidt, heeft ervoor gezorgd dat westerse samenlevingen zich niet realiseren hoe kwetsbaar ze zijn. Door in naam van de vrijheid despoten omver te werpen, zijn we in een situatie beland waarin onze eigen vrijheid op het spel staat. Volgens de vrijzinnige leer is vrijheid een heilige waarde – ondeelbaar en onaantastbaar – waar niet op valt af te dingen. In hooggestemde theorieën over mensenrechten is strenge inperking van de staatsmacht een universele voorwaarde voor rechtvaardigheid. Dat een plaatselijke uitbarsting van anarchie een veel hardnekkiger obstakel op weg naar beschaving is dan uiteenlopende soorten despotisme, wordt veronachtzaamd en over het hoofd gezien, omdat het te verontrustend is om bij stil te staan.

    Moderne denker

    Slechts één moderne denker begreep dat een sterke staat een voorwaarde is voor een beschaafde maatschappelijke orde. Thomas Hobbes [politiek filosoof, 1588-1679] was ervan overtuigd dat alleen staatsbestuur bescherming kon bieden tegen sektarische strijd. Iedereen die de voordelen van een ‘gerieflijk leven’ wilde genieten, moest zich onderwerpen aan een soevereine macht die beschikte over de autoriteit om te doen wat noodzakelijk was om de vrede te bewaren. Anders zouden er, zoals Hobbes het in een beroemde passage uit zijn meesterwerk Leviathan (1651) formuleerde, ‘geen kunsten, geen letteren, geen samenleving [zijn] en, het ergst van al, permanente angst voor en kans op een gewelddadige dood en een teruggetrokken, armoedig, ellendig, wreed en kort leven’.

    Hobbes wordt wel bekritiseerd omdat hij de noodzaak tot bescherming tegen de staat zou negeren, die onmiskenbaar was in de twintigste eeuw, toen de ergste misdaden het werk waren van totalitaire regimes. Maar je hoeft niet de complete politieke theorie van Hobbes te omarmen om in te zien dat hij enkele blijvende inzichten onder woorden heeft gebracht die de linkse goegemeente verkiest te vergeten. De vorm van het bestuur – democratisch, despotisch, monarchistisch of republikeins – doet er minder toe dan zijn vermogen om voor vrede te zorgen. Momenteel is het niet de staat, maar de zwakte van de staat die de grootste bedreiging van de vrijheid vormt.

    Hoewel het relatief eenvoudig is om een staat te vernietigen, is het heel moeilijk om hem opnieuw op te bouwen. De wederopbouw van Irak en Syrië valt niet op enige reëel voorstelbare termijn te voorzien

    Neem de vluchtelingencrisis. Het eerste en meest voor de hand liggende inzicht is dat die wordt veroorzaakt doordat mensen mislukte staten ontvluchten. De grootste groep komt uit Syrië. Andere komen uit Irak, Afghanistan, Eritrea, Somalië, Soedan en elders. Het kan geen toeval zijn dat zovele van deze migranten landen ontvluchten waarvan de staten zijn ontmanteld door de westerse politiek van regimewijziging. Maar hoewel het relatief eenvoudig is om een staat te vernietigen, is het heel moeilijk om hem opnieuw op te bouwen. De wederopbouw van Irak en Syrië valt niet op enige reëel voorstelbare termijn te voorzien.

    Door mislukte staten te creëren, heeft het Westen de anarchistische regio’s mogelijk gemaakt waarin IS gedijt. Daar wordt tegen ingebracht dat de Vernietigde Staten wrede dictatoriale regimes waren. Maar het Irak van Saddam Hussein was een seculiere despotische staat, net als het Syrië van Assad. Door de beide regimes omver te werpen, heeft het Westen de krachten van de theocratie ontketend en seculier bestuur in het Midden-Oosten zo goed als onmogelijk gemaakt. Erger is dat het, door te volharden in zijn pogingen Assad ten val te brengen, de kans loopt een ramp te veroorzaken van een schaal die zich niet eerder heeft voorgedaan. Als Assad met geweld zou worden afgezet, zou het Syrische leger waarschijnlijk uiteenvallen en de Syrische staat ophouden te bestaan. Het land zou een anarchistisch killing field worden waar tientallen jihadistische groeperingen om de macht strijden. Gemeenschappen die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van Assads regime, zoals de alevieten, de druzen en de christenen, zouden een reële kans lopen het slachtoffer te worden van genocide, even reëel als die van de jezidi’s in Irak. Het resultaat zou een nog grotere stroom wanhopige mensen richting Europa zijn.

    Beveiliging bij het gebouw van de Europese Unie in Brussel. © Yves Herman / Reuters
    Beveiliging bij het gebouw van de Europese Unie in Brussel. © Yves Herman / Reuters

    Het Westen blijft zich verzetten tegen samenwerking met Rusland omdat het Vladimir Poetin en zijn cliënt Assad beschouwt als vreselijke tirannen. Vanuit hobbesiaans oogpunt bezien is dat irrelevant. De vraag waar het om draait is wat het grootste kwaad is. Hoe kan de dictatuur van Assad erger zijn dan een sekte die kinderen ontvoert en verkracht, vrouwen vermoordt die te oud worden bevonden om als seksslavin te dienen, homo’s van daken gooit, schrijvers, cartoonisten en joden vermoordt, evenals gehandicapten in rolstoelen, en onvervangbaar cultureel erfgoed met de grond gelijk maakt? Als het waar is dat Assad meer mensen heeft vermoord dan IS, dan komt dat niet doordat de jihadisten niet geprobeerd hebben hem te overtroeven. Naar elke redelijke maatstaf gemeten vormt IS een veel grotere bedreiging voor de wereldvrede dan Assad.

    De impact van de aanslagen in Parijs is groot. De droom van Schengen om mensen vrij te laten reizen in een Europees continent zonder grenzen, is een fatale klap toegediend. Het ontbreekt Europese instituties aan de capaciteit om een veiligheidsprobleem van deze omvang aan te pakken. Alleen nationale regeringen beschikken over die macht, en door de controle van hun grenzen op te eisen leggen ze een fundamentele zwakte van de Europese Unie bloot. Velen vinden dat Europese leiders toegeven aan vreemdelingenhaat, terwijl ze juist zouden moeten opkomen voor openheid en menselijkheid.

    Vrijheid van verkeer

    Maar het is de moeite waard de situatie vanuit hobbesiaans perspectief te bezien. De mensenstroom in toom houden schakelt niet de IS-strijders uit die er al zijn. Sommigen zijn al jaren geleden Europa binnengekomen of in een Europees land geboren en naar oorlogsgebieden afgereisd, waar ze zijn gedrild in terroristische vaardigheden. Hoe het ook zij, onbeteugelde immigratie zoals die van het afgelopen jaar voorkomt niet dat zich veiligheidsrisico’s kunnen voordoen die lijken op die van een oorlog. Als IS-strijders slechts 0,1 procent van de ongeveer miljoen vluchtelingen vormen die Europa tot nu toe binnen zijn gekomen, dan zijn er ongeveer duizend nieuwe risico’s ontstaan. Een handvol mensen kan al voor grote terroristische dreiging zorgen.

    De zwakte van de Europese Unie is in dit opzicht een direct resultaat van de vrijheid van verkeer, die een van haar kenmerkende eigenschappen is. Als gebied zonder grenzen kan de Unie de verplaatsing van mensen alleen aan de rand controleren. Maar wanneer de grenzen van Frankrijk in feite in Griekenland liggen, is het praktisch onmogelijk om reizigers in de gaten te houden. In plaats van een overladen superstaat, zoals veel eurosceptici zeggen, is de Europese Unie eerder een pseudostaat, een institutie die aanspraak maakt op de privileges van het staat-zijn, maar niet kan voldoen aan de voornaamste, allesoverheersende behoefte aan veiligheid waarin staten per definitie moeten voorzien. Bovendien heeft deze pseudostaat minstens één semimislukte staat binnen de gelederen. De versplinterde en vleugellamme staat België is een toevluchtsoord voor jihadisten, van waaruit ze aanslagen plegen.

    Politici die beweren dat vrijheid en veiligheid niet op gespannen voet met elkaar staan, houden zichzelf en ons voor de ge

    Het patroon van de aanslagen dat zich aftekent moet eveneens in aanmerking worden genomen. Onder jihadistische organisaties neemt IS in die zin een unieke positie in dat de groepering blijk heeft gegeven van het vermogen om guerrillatactieken en spectaculaire terreurdaden tot één strategie te smeden. De aanslagen in Parijs waren een reactie op nederlagen in Syrië. Lijdt IS er daar meer van, dan zal de groepering haar campagne van stadsterrorisme in westerse landen nog verder opvoeren.
    Strengere veiligheidsmaatregelen kunnen dat niet voorkomen. Verdachten kunnen worden geïdentificeerd en sommige plannen verijdeld, maar er is een grens aan de mogelijkheden wanneer ieder lid van de bevolking doelwit is. Zolang IS blijft bestaan, zullen er aanslagen volgen.

    Aangezien de ‘oorlog tegen terreur’ enkele van de voorwaarden heeft geschapen die tot de opkomst van het jihadisme hebben geleid, is het een afschrikwekkend vooruitzicht dat op dit moment verdere militaire actie nodig zou zijn. Maar zelfs al is het Westen bereid om op de een of andere manier op te treden, IS zal niet ten onder gaan zonder nog meer aanslagen op westerse steden te plegen. Dat is de reden waarom de macht van de staat mogelijk moet worden uitgebreid, onder andere met beperkingen van de vrijheid die veel progressieven bij voorbaat in het verkeerde keelgat zullen schieten.

    Ook hier is het de moeite waard een hobbesiaans gezichtspunt te overwegen. Het progressieve deel der natie reageert geschokt op voorstellen van 
de regering om inlichtingendiensten toe te staan gegevens over inwoners te verzamelen. Die reactie is niet geheel onterecht, omdat waarborgen nodig zijn. Toestaan dat veiligheidsdiensten onze e-mailberichten uitpluizen leidt tot verlies van privacy, een belangrijk aspect van vrijheid. Een universele surveillancemaatschappij is geen prettig vooruitzicht. Politici die beweren dat vrijheid en veiligheid niet op gespannen voet met elkaar staan, houden zichzelf en ons voor de gek. Het conflict is even reëel als onvermijdelijk. Wie dergelijke vrijheden onaantastbaar vindt, moet zich afvragen welke prijs hij ervoor wil betalen.

    Niet alleen de veiligheid is in het geding als de vrijheid van privacy als onaantastbaar wordt beschouwd. Dat geldt ook voor andere vrijheden. Massaal toezicht is geen oplossing voor de omstandigheden die mensen tot het jihadisme hebben gebracht. Zo is het leven in de banlieues kapotgemaakt door generaties lange verwaarlozing en racisme. En massaal toezicht voorkomt al evenmin toekomstige aanslagen. Aan het filteren van data komt nooit een einde; er zijn vele dreigingen en ze veranderen voortdurend. Toch kan het nuttig zijn om internetverkeer in de gaten houden, en in sommige gevallen is dat zelfs van vitaal belang. Een verbod op het verzamelen van data om de privacy te beschermen is alleen verstandig als je aanvaardt dat andere vrijheden erdoor in gevaar komen. Maar is het ook verstandig de privacy principieel te beschermen als je daardoor de vrijheid om spotprenten te publiceren opgeeft?

    en man loopt langs het getroffen Maalbeek-metrostation, een week na de aanslagen. © Reuters
    en man loopt langs het getroffen Maalbeek-metrostation, een week na de aanslagen. © Reuters

    Vrijheid is niet ondeelbaar. Politiek is een kwestie van voortdurend keuzes maken tussen vrijheden die gepaard gaan met de alledaagse sleur van samenleven met anderen. Afgezien van de vele voordelen die pluralistische samenlevingen bieden, zijn ze een onveranderlijk gegeven van de moderne tijd. Maar ze werken alleen zolang de staat over de middelen en de bereidheid beschikt om gezamenlijke vrede af te dwingen. Als grote middenpartijen die uitdaging niet aangaan, geven ze ruim baan aan extreem-rechts.

    Het gedachtegoed van Thomas Hobbes heeft zijn beperkingen, waarvan sommige relevant zijn voor het huidige tijdsgewricht. Omdat Hobbes geweld beschouwde als een middel tot lijfsbehoud, liet hij buiten beschouwing dat mensen geweld kunnen gebruiken om hun identiteit en hun opvattingen te verdedigen. Omdat hij ervan overtuigd was dat ze voor alles aan hun overleving hechten, dacht hij dat ze hun opvattingen omwille van de lieve vrede terzijde zouden schuiven. ‘De rede voorziet in passende bepalingen voor vrede,’ schreef Hobbes, ‘op grond waarvan mensen tot een overeenkomst kunnen komen.’ De geschiedenis van zijn tijd en die van de onze vertellen een ander verhaal. Veel mensen zijn bereid om te doden en te sterven voor datgene wat hun leven zin geeft.

    Apocalyptische mythe

    Het is een cliché geworden om de aanvallen van IS te betitelen als nihilistisch, maar ‘nihilisme’ is een begrip dat tegenwoordig niets meer betekent. Het werd oorspronkelijk gebruikt voor negentiende-eeuwse Russische radicalen die de religie afwezen ten gunste van de wetenschap en die terreur propageerden als middel om de mensheid te bevrijden van het juk van het verleden. Sindsdien wordt het woord gebruikt om iemand zonder opvattingen of waarden aan te duiden. Maar in plaats van dat ze nergens in geloven, zijn jihadisten bezeten door het geloof. Hoewel sommige berichten doen vermoeden dat ze mogelijk worden aangespoord door drugs die voor een roes van euforie zorgen, zijn de aanslagen die ze plegen geen willekeurige terreurdaden. Het zijn zetten in een systematische, wrede strategie die in dienst staat van een apocalyptische mythe. IS is bezield door fantasieën over een rampzalige, eindtijdachtige strijd en een universeel kalifaat. Niet voor niets stelt de groepering weinig tot geen concrete eisen.

    Hobbes kan ons niet bevrijden uit een situatie waarin we het doelwit zijn geworden van mensen die dood en verderf verheerlijken. Anders dan een niet-aflatende vastberadenheid om onszelf te verdedigen, is er geen oplossing voor dat probleem. Wat Hobbes wel kan doen, is afrekenen met de gemakzuchtige zekerheden en de ijdele hoop van de dominante vrijzinnigheid. De les van de recente aanslagen is dat vreedzaam samenleven niet de standaardtoestand van de moderne mensheid is. We zullen eraan moeten wennen dat de realiteit van een ‘gerieflijk leven’ een hoge prijs vraagt.

    Auteur: John Gray
    Vertaler: Paul Bruijn

    John Nicholas Gray (South Shields, 1948) is een prominente Britse politiek filosoof en schrijver. Hij was hoogleraar European Thought aan de London School of Economics and Political Science.

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 23.900

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • Zo werkt het geheime bankennetwerk van IS

    Zo werkt het geheime bankennetwerk van IS

    Geldwisselkantoren in Irak, Syrië, Turkije en Jordanië sluizen dagelijks miljoenen dollars van en naar het kalifaat. The Wall Street Journal legt uit hoe dit in zijn werk gaat.

    Al langer dan een jaar treffen de VS en hun bondgenoten Islamitische Staat met luchtaanvallen en financiële sancties. Desondanks weet de extremistische beweging nog altijd haar strijders te bevoorraden, voedsel te importeren en snelle winsten te maken door middel van geldspeculatie.

    Dat laatste gebeurt dankzij mannen als Abu Omar, een de facto bankier van de terreurgroep. De Iraakse zakenman maakt deel uit van een netwerk van financiers dat zich uitstrekt over Noord- en Midden-Irak. Al tientallen jaren regelen zij de financiële transacties van lokale handelaren die gewone banken mijden.

    Toen Islamitische Staat de regio in 2014 in handen kreeg, deed ’s werelds rijkste terreurgroep hem een aanbod waarop hij besloot in te gaan: hij kon zijn bedrijf houden als hij ook het geld van de IS zou beheren.

    ‘Ik stel geen vragen,’ zegt Abu Omar, wiens geldwisselkantoren in de Iraakse steden Mosoel, Suleimaniya, Arbil en Hit tien procent rekenen voor het overmaken van geld van en naar het gebied waar de extremisten de baas zijn – twee keer zo veel als het normale tarief. ‘Islamitische Staat is goed voor de zaken.’

    Deze financiers zorgen ervoor dat miljoenen dollars in contanten dagelijks de Islamitische staat in- en uitstromen, wat de internationale inspanningen frustreert om de groep af te snijden van het mondiale banksysteem, zo zeggen betrokkenen uit de financiële wereld. Ze opereren dwars door grenzen en slagvelden heen in een van ’s werelds gevaarlijkste conflicten, beschermd door winsten en hun onmisbare rol in de regionale economie.

    Daarnaast heeft Islamitische Staat, hoewel geleid door soennitische fundamentalisten, blijk gegeven van pragmatisme waar het de financiering van zijn activiteiten betreft. ‘IS volgt de wetten van het geld, niet die van de religie of politiek. Wat dat betreft is de beweging zo Iraaks als wat,’ zegt een geldwisselaar uit Al-Anbar, wiens netwerk reikt van de Jordaanse hoofdstad Amman tot Fallujah en Bagdad.

    ‘Er is geen eenvoudige of snelle manier om IS van zijn enorme rijkdommen te beroven’

    Daniel Glaser, de Amerikaanse onderminister die zich bezighoudt met terrorismefinanciering, zegt dat geldwisselkantoren – waarvan er alleen al in Irak meer dan zestienhonderd zijn – een zorgwekkende link naar de buitenwereld zijn voor het zelfverklaarde kalifaat.

    ‘We proberen op verschillende manieren IS zijn financiële middelen te ontnemen en de toegang tot het internationale financiële stelsel te ontzeggen,’ zegt Glaser. De Federal Reserve en het Amerikaanse ministerie van Financiën werken samen met bondgenoten in het Midden-Oosten. Maar, zegt hij, er is ‘geen eenvoudige of snelle manier om IS van zijn enorme rijkdommen te beroven’.

    Hawala

    De mannen die de wisselkantoren en bijbehorende lege vennootschappen beheren, weerspiegelen de verscheidenheid aan etnische en religieuze groepen in Irak. Hun netwerk stoelt op vertrouwen. Hun leden voeren overboekingsopdrachten uit, in realtime. Iemand betaalt met contant geld in een kantoor en ver daarvandaan int een ontvanger hetzelfde bedrag, een praktijk die hawala heet en in het Midden-Oosten ouder is dan het moderne banksysteem.

    Geldwisselaars bieden een betrouwbare manier om transacties van tienduizenden dollars uit te voeren tussen plekken die honderden kilometers uit elkaar liggen. Ze voldoen hun rekeningen door grote hoeveelheden bankbiljetten heen en weer te vervoeren, vaak door oorlogsgebied.

    Drie Iraakse geldwisselaars zeggen dat ze sjiitische milities, die tegen Islamitische Staat vechten, betalen om geldtransporten te bewaken vanuit Bagdad, dwars door de frontlinies, naar gebied dat door strijders wordt gecontroleerd, in de provincie Anbar. Iraaks-Koerdische militanten, die ook in gevecht zijn met Islamitische Staat, worden omgekocht om doorgang te verlenen aan geldtransporten, dwars door hun frontlinies, naar gebieden rond Mosoel, die in handen zijn van IS. Volgens de geldwisselaars bedingen zowel sjiitische als Koerdische commandanten hiervoor tarieven van tussen de duizend en tienduizend dollar.

    Islamitische Staat heft op zijn beurt een belasting van twee procent op contanten die zijn grondgebied binnenkomen. In ruil hiervoor krijgen smokkelaars bescherming op het laatste stuk van hun route naar de wisselkantoren, zo melden vier betrokkenen.

    Een geldwisselkantoor in de Grote Bazaar in Istanboel. – © Kerem Uzel / Getty Images
    Een geldwisselkantoor in de Grote Bazaar in Istanboel. – © Kerem Uzel / Getty Images

    Het geld wordt via minstens drie routes afgeleverd. Een begint in de smalle straatjes achter de Grote Bazar van Istanboel en leidt via Iraaks-Koerdische steden naar Mosoel, de grootste stad in handen van Islamitische Staat. Een andere verbindt Amman met Bagdad en de door IS gecontroleerde delen van de provincie Anbar in Irak. Een derde voert van de stad Gaziantep in het zuiden van Turkije naar de Syrische regio rond Raqqa, het bestuurscentrum van IS.

    Financiële inperking

    Volgens Turkse en Jordaanse functionarissen zetten hun overheden alles op alles om Islamitische Staat te bestrijden. Zowel het witwassen van geld als de financiering van terreur worden stevig aangepakt. Iraakse functionarissen zeggen dat geldwisselaars met een vergunning een belangrijke rol spelen in de financiële sector van het land, maar dat wie de wet overtreedt of terroristen steunt moet worden gestraft.

    Ministers van Buitenlandse Zaken van de door de VS geleide coalitie tegen IS herhaalden vorige maand dat ze vastbesloten waren de economie en de financiële activa van de groep, die worden geschat op 300 miljoen tot 700 miljoen dollar, te verstoren. Deze pogingen tot financiële inperking maken deel uit van een campagne die verder bestaat uit Amerikaanse luchtaanvallen op oliebronnen van IS. Ook zijn er aanvallen geweest op kluizen in het centrum van Mosoel. Amerikaanse functionarissen vermoeden dat die contanten bevatten waarmee strijders worden betaald.

    Het Amerikaanse ministerie van Financiën en andere Amerikaanse instellingen sturen Bagdad regelmatig rapporten over vermoedelijke terroristische financiële transacties, aldus Amerikaanse ambtenaren. Ze onderhouden ook nauwe betrekkingen met toezichthouders en veiligheidsdiensten in de buurlanden. Desondanks blijft het geld stromen.

    In een half uur tijd hebben de klanten volgens deelnemers ongeveer 50.000 dollar naar Mosoel overgemaakt

    De Centrale Bank van Irak publiceerde in december een lijst van 142 geldwisselkantoren die Washington ervan verdenkt geld door te sluizen voor Islamitische Staat. De centrale bank sloot deze bedrijven uit van zijn tweemaandelijkse dollarveilingen, in de hoop een tekort aan Amerikaanse bankbiljetten te veroorzaken bij de terreurgroep – de economie van IS draait op contant geld, net als in een groot deel van Irak.

    Ten minste twee bedrijven op de lijst, beide gevestigd in Mosoel, blijven geld overmaken van Turkije naar Iraakse en Syrische steden in handen van IS, zo stellen drie klanten. Een van hen, Azva El Seyig, zegt over de telefoon geen financiële diensten – ook geen geldovermakingen – te verrichten binnen het grondgebied van de Islamitische Staat, omdat dit te moeilijk is geworden.

    Toch staan er op een regenachtige februariochtend ongeveer twintig Iraakse en Syrische mannen in de rij bij het kantoor van het bedrijf in de wijk Beyazit van Istanboel. In een half uur tijd hebben de klanten volgens deelnemers ongeveer 50.000 dollar naar Mosoel overgemaakt. Twee klanten ontvangen 10.000 dollar uit Raqqa, Syrië. Niemand op het kantoor vraagt wat het doel is van de transacties of naar de precieze herkomst van het geld.

    De employee achter het glazen raampje heeft maar één vraag voor een klant die 700 dollar uit Mosoel wilde innen: wordt de ontvanger gezocht door IS? ‘Dat is de enige transactie die we niet kunnen verrichten,’ zegt de werknemer.

    Raderen van de economie

    Iraakse vluchtelingen en zakenmensen in Turkije, Jordanië en de Koerdische stad Arbil in Irak zeggen dat de afgelopen anderhalf jaar nog veel meer van dergelijke bedrijven zijn ontstaan, vermoedelijk om te profiteren van de groei van de Islamitische Staat.

    ‘Geld stroomt makkelijker dan water,’ aldus de Iraakse handelaar Kemal, die gebruikmaakt van de diensten van een ander Turks-Iraaks bedrijf, Taha Cargo, om fondsen over te hevelen van IS, en vervolgens zijn logistieke netwerk benut om in ruil hiervoor goederen te vervoeren. Taha wil geen commentaar geven.

    Dergelijke transacties maken deel uit van het sociale weefsel in het Midden-Oosten, vanwege de service die ze verlenen, hun discretie en hun tijdige levering. Ze opereren vanuit kantoren die niets verraden van wat ze precies doen en van de hoeveelheid geld die ze beheren.

    De financiers van deze praktijken kennen de liquiditeit van hun handelspartners en gaan geen transacties aan die niet kunnen worden voldaan. Bedrog en overvallen komen zelden voor. In een dergelijke hechte beroepsgroep weten geldwisselaars dat hun families verantwoordelijk zullen worden gesteld voor onbetaalde schulden, en dat hun stam onder eventuele malversaties zal lijden.


    Iraakse bankiers en ontwikkelingsorganisaties schatten dat meer dan de helft van de Iraakse detailhandel vertrouwt op geldwissel- en geldovermakingsbedrijven, in plaats van op gewone banken. Hierdoor moeten Iraakse ambtenaren een midden zien te vinden tussen internationale vereisten en de gezondheid van hun economie. Ontmanteling van het netwerk van geldwisselaars zal een economische schok veroorzaken.

    ‘Ze zijn de raderen van de Iraakse economie. Zonder hen hebben we geen geïmporteerde kleding, komt er geen verse groenten binnen,’ zegt Yahya al-Kubaisi, een analist bij het Iraakse Studies Center in Jordanië en een voormalige Iraakse politicus.

    Kluizen van Mosoel

    Voordat IS Mosoel veroverde, had deze stad van bijna twee miljoen inwoners 40 banken en ongeveer 120 geldwisselaars en overmakingskantoren met een vergunning, zo melden de centrale bank en geldwisselaars in Irak.

    Alleen banken en overmakingskantoren hebben een vergunning om geld over te maken in binnen- of buitenland. Maar geldwisselaars lappen deze regels al lang aan hun laars en verleenden deze diensten in Mosoel, de economische motor van Noord-Irak.

    Toen IS Mosoel in juni 2014 veroverde, en daarna andere steden in Irak en het oosten van Syrië, betekende dat het einde van lokale banken. De terreurgroep plunderde de kluizen en maakte volgens Amerikaanse schattingen honderden miljoenen dollars buit.

    De Verenigde Staten en regionale overheden ondernamen onmiddellijk stappen om bankkantoren binnen de Islamitische Staat af te snijden van het internationale bancaire netwerk. Transacties die de identificatiecode van de in beslag genomen kantoren vermeldden, werden ongeldig verklaard.

    © Osman Orsal / Reuters
    © Osman Orsal / Reuters

    Daardoor groeiden geldwisselaars uit tot de enige aanbieders in een regio met enkele miljoenen inwoners. Een ondernemer in de provincie Anbar zegt dat zijn kantoren aan het einde van de zomer van 2014 500.000 dollar per week aan geldtransacties in en uit de Islamitische Staat behandelden. De commissie voor deze diensten bedroeg volgens hem tien procent. Voor de komst van IS lag het tarief tussen de drie en vijf procent.

    ‘Irak heeft geen accountants, Irak heeft ambtenaren die steekpenningen verwachten’

    Aanvankelijk werden sommige transacties verricht voor mensen die aan de extremistische groep wilden ontsnappen. De geldwisselaars ‘vroegen niet waarom je geld stuurde of wie de ontvanger was, zelfs als ze wisten dat je het de Islamitische Staat uit stuurde, voor jezelf of de familie,’ zegt Mohammed, een voormalige professor in Mosoel, nu een vluchteling vanwege zijn verklaarde atheïsme, waardoor hij een doelwit is van IS.

    Een geldwisselaar in Fallujah zegt dat hij in juni 2015 100.000 dollar naar Bagdad overmaakte voor een man uit Anbar die in de ogen van de Iraakse autoriteiten mogelijk een strijder was van IS. De geldwisselaar zou de transactie hebben gedaan omdat hij niet geloofde dat de beschuldiging terecht was: ‘Ik vind niet dat ik iets verkeerd heb gedaan.’

    Tegen die tijd werden vrijwel alle goederen die de Islamitische Staat inkwamen – zoals motorolie voor auto’s die strijders vervoerden en de voor vrouwen verplichte zedige kleding – ingekocht via het netwerk van geldwisselaars, aldus drie betrokken handelaren.

    IS-leiders verboden wisselkantoren vorig jaar om geldovermakingen over de grenzen van de Islamitische Staat goed te keuren zonder ontvangstbewijs waaruit bleek dat de klant tien procent religieuze belasting (zakat) had betaald.

    Behalve met belastinginning, heeft het netwerk van geldwisselaars IS ook geholpen te profiteren van geldspeculatie – bijvoorbeeld door meer geld aan belasting te geven, en via de rechtstreekse winsten van wisselkantoren.

    Al jaren nemen wisselkantoren deel aan de tweemaandelijkse, door de centrale bank georganiseerde dollarveilingen. Ze kopen dollars op tegen de officiële koers en verkopen die met winst op straat. Het tariefverschil bedroeg het afgelopen jaar zeven procentpunten.

    Zwarte lijst

    Voor de eerste veiling in december plaatsten geldwisselbedrijven orders voor meer dan 20 miljoen dollar. Gezien de koersverschillen tussen de veiling en de zwarte markten in de Islamitische Staat, waren deze transacties goed voor een potentiële winst van ruim 330.000 dollar.

    De Centrale Bank van Irak heeft een grotendeels door oliereserves gefinancierde rekening bij de Federal Reserve, en onttrekt daaraan regelmatig grote zendingen van nieuwe bankbiljetten van 100 dollar. Het geld wordt door een gecharterd vliegtuig van een Fed-faciliteit in Rutherford, New Jersey, naar Bagdad overgevlogen.

    De Fed blokkeerde vorige zomer tijdelijk leveringen, uit angst dat de biljetten via de wisselkantoren bij IS terecht zouden komen. Een gebrek aan contanten dreigde, totdat de zendingen in augustus werden hervat, nadat Irak had toegezegd meer inzage te geven in de bestemmingen van het geld.

    Veel geldwisselbedrijven in de Islamitische Staat – of hun geaffilieerde kantoren elders in Irak – namen tot half december deel aan de veilingen, waarna de VS Irak onder druk zetten om tientallen bedrijven die mogelijk samenwerkten met de terreurgroep te verbieden.

    Geldwisselaars die nog steeds deelnemen aan de valutaveiling twijfelen aan de effectiviteit van de zwarte lijst. Irak heeft geen mechanisme om te voorkomen dat de eigenaars van verboden bedrijven de restricties omzeilen. Ze kunnen simpelweg nieuwe bedrijven oprichten, of een verborgen eigendomsbelang nemen in andere ondernemingen.

    ‘Irak heeft geen onderzoekers of accountants,’ zegt geldwisselaar Abu Omar. ‘Irak heeft ambtenaren die steekpenningen verwachten.’

    Auteur: Margaret Coker*
    Vertaler: Carl Stellweg

    • Suha Ma’ayeh in Amman, Emre Peker in Istanboel, Ali Nabhan in Bagdad en Emily Glazer droegen bij aan dit artikel.

    The Wall Street Journal
    Verenigde Staten | dagblad, oplage 2.000.000

    De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn, dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.

  • De risico’s van een interventie in Libië

    De risico’s van een interventie in Libië

    Het heeft er steeds meer schijn van dat het Westen militair wil gaan ingrijpen in Libië. Maar zal dit de situatie niet juist verergeren?

    Westerse landen staan op 
het punt een offensief te lanceren tegen IS in Libië, aldus een militaire woordvoerder in de westelijke stad Misrata. Maar ter plekke bestaan grote zorgen dat verdere internationale inmenging in het land de situatie alleen maar zal verergeren.

    Libië is de afgelopen weken opgeschrikt door een reeks grote aanslagen van IS, waaronder een bomaanslag op een 
politiebureau in Zliten, bij Misrata, op 
7 januari, waarbij vijfenzestig mensen omkwamen en honderd anderen gewond raakten. Ook heeft IS aanslagen uitgevoerd op de belangrijkste olieterminals van Libië in R’as Lanoef en Sidra. Het zijn deze incidenten die 
hebben geleid tot speculaties dat de VS en zijn bondgenoten hun strijd tegen IS wel eens zouden kunnen uitbreiden naar Libië.

    De situatie op 8 februari.
    De situatie op 8 februari.

    Het nationale oliebedrijf van Libië (NOC) heeft ook opgeroepen tot een interventie om strategische delen van het land, waaronder de olieterminals, te beschermen. Ibrahim Bate el Mal, een woordvoerder voor de militaire raad van Misrata, verklaarde dat officials al gesprekken hebben gevoerd met Amerikaanse, Franse en Italiaanse militaire contacten. ‘Ik kan alleen maar zeggen dat de Amerikanen, Fransen 
en Italianen hebben gevraagd hoe zij de Libiërs kunnen helpen tegen IS te vechten, en dat de operatie niet lang zal duren. We zijn dicht bij een interventie,’ aldus Bate el Mal.

    Maar hij gaf ook toe dat veel mensen bezorgd zijn dat een militaire interventie kan mislukken en het misschien al te laat zou kunnen zijn. ‘Ik denk dat het verkeerd was om zo lang te wachten. We hebben het gevaar waarschijnlijk onderschat. Ik denk dat zelfs de westerse regeringen het verkeerd hebben gezien,’ zei hij. ‘Het punt is dat enerzijds de expansie van IS uit de hand is gelopen, maar dat anderzijds het gevaar bestaat dat de situatie door een militaire interventie alleen maar slechter wordt. Dat is het gevoel van onze mensen en onze troepen.’

    IS zal het spookbeeld oproepen van een westerse overname van het land

    In 2011 was een door de NAVO geleide luchtcampagne – met Amerikaanse, Franse, Italiaanse en Britse steun – van cruciaal belang bij het omverwerpen van het regime van de Libische leider Muammar Kadhafi. Maar het land is sindsdien in de greep van instabiliteit en onrust.

    Volgens Basher Bernani, lid van de gemeenteraad van Zliten, zijn de meeste mensen tegen buitenlands ingrijpen. ‘Deze situatie kan niet 
langer worden opgelost door luchtaanvallen,’ aldus Bernani. ‘Ze hadden eerder tussenbeide moeten komen, maar nu heeft IS Sirte helemaal ingenomen. Er zijn fundamentalistische militieleden in Benghazi, Misrata en Bin Jawad, er zijn “sleeper cells” in Tripoli en hier in Zliten en in Sabratha zijn twee trainingskampen.’

    Mensensmokkel

    Bernani zegt dat de plaatselijke bevolking bang is dat een buitenlandse interventie door IS als propaganda 
kan worden gebruikt om het spookbeeld op te roepen van een westerse overname van het land. Daardoor wint IS aan steun onder jonge mensen en kan de beweging sympathiserende strijders aantrekken uit Tunesië, Marokko, Algerije en andere landen, via de poreuze grenzen van Libië. ‘Het is waarschijnlijk dat Europese militaire actie de situatie zal verergeren en tientallen buitenlandse strijders hierheen zal brengen,’ zegt hij.

    Sinds IS op 7 januari zijn aanwezigheid in Zliten kenbaar maakte door de bomaanslag op het politiebureau, terwijl driehonderd rekruten op het plein daarvóór aan het trainen waren, hebben officials als Bernani voortdurende gewapende bescherming nodig gehad als zij zich door de stad bewogen. Terwijl we over het verwoeste plein lopen, wijst hij op scherven van de bomvrachtwagen, die was volgeladen met stukjes ijzer en scherpe messen om zo veel mogelijk slachtoffers te maken. ‘We hebben de armen en benen van onze jongens teruggevonden op de derde verdieping van het slaapverblijf,’ zegt hij. ‘Twaalf families hebben zonen verloren en kunnen niet rouwen, omdat de lichamen onherkenbaar zijn verminkt.’

    Een Tunesische militaire helikopter bij de grens met Libië, waar een 196 kilometer lange geul is gegraven om de doortocht van voertuigen te bemoeilijken. – © Nacer Talel / Getty
    Een Tunesische militaire helikopter bij de grens met Libië, waar een 196 kilometer lange geul is gegraven om de doortocht van voertuigen te bemoeilijken. – © Nacer Talel / Getty

    Bersani zegt dat onderzoekers denken dat IS het politiebureau op de korrel heeft genomen vanwege de banden met de Libische Kustwacht, die de 
faciliteit ook als rekruterings- en trainingscentrum gebruikte. Hij zegt dat Zliten een belangrijk tussenstation is voor mensen die de Middellandse Zee proberen over te steken naar Europa, en dat IS connecties lijkt te zijn aangegaan met andere militiegroeperingen die betrokken zijn bij de mensensmokkel, als een manier om inkomsten te verwerven. ‘Het wordt nu steeds duidelijker dat IS betrokken is bij de mensensmokkel, waardoor ze verzekerd zijn van grote hoeveelheden contanten,’ zegt hij.

    Volgens andere officials was de aanval in Zliten voor IS ook belangrijk, omdat de beweging zo aantoonde dat ze aanwezig is in de kuststrook tussen Tripoli en Misrata, en dat ze de middelen en de manschappen heeft om elders in Libië aanslagen te plegen.

    Mustafa Ben Aish, een ander lid van de gemeenteraad van Zliten en de directeur van een noodeenheid die in actie kwam na de bomaanslag op het politiebureau, verklaarde dat IS profiteert 
van de machtsstrijd tussen de rivaliserende regeringen in Tripoli en Tobroek. De situatie werd deze maand verder gecompliceerd door de aankondiging van een nationale regering. Deze wordt gesteund door de VN, maar afgewezen door veel leden van de twee concurrerende parlementen van Libië.

    ‘De Libiërs zijn niet klaar voor een nieuwe oorlog’

    Martin Kobler, de VN-gezant voor het land, gaf toe dat het politieke vredesproces te traag is verlopen om gelijke tred te kunnen houden met de expansie van IS. Hij betichtte de groepering van het ‘stelen van grondgebied van het Libische volk’.

    ‘De enige echte winnaar is IS, en de verwoesting van de barakken is daar het bewijs van,’ zegt Ben Aish, terwijl hij een lijst laat zien van de doden en gewonden. ‘De zwaarst gewonden werden geëvacueerd naar andere landen. Er zijn er nu vijftien in Italië en ongeveer twintig in Turkije. Sommigen van hen verkeren in kritieke toestand en iedere keer dat ik een telefoontje van hun familie krijg denk ik dat het in plaats van die jongens ook mijn eigen zoon had kunnen zijn. Dat is heel pijnlijk voor me,’ zegt hij.

    Na de bomaanslag in Zliten heeft IS aanvallen gepleegd op de olieterminals in R’as Lanoef en Sidra, waarbij minstens 37 personen zijn omgekomen en een stuk of vijf opslagtanks in brand zijn gevlogen, zodat een nieuwe klap 
is uitgedeeld aan de toch al zwaar belaagde Libische oliesector.

    Olie

    Vóór de revolutie van 2011 produceerde Libië 1,6 miljoen vaten ruwe olie per dag, vandaag nog geen 350.000. De aanvallen van IS doen vrezen voor een totale ineenstorting van de industrie. Voor IS lijkt het doel niet het verkopen van olie, zoals de beweging in Syrië en Irak heeft gedaan, maar het saboteren van de economie, waardoor Libië nóg instabieler wordt en IS kan profiteren van het machtsvacuüm.

    Volgens Bate el Mal zijn de militaire inlichtingenchefs bang dat een mogelijke interventie het land verder kan destabiliseren. IS-strijders uit Syrië, Irak en van elders zouden aan de oproep 
gehoor kunnen geven het territorium van het zelf uitgeroepen kalifaat te komen verdedigen. Hij zei dat strijders uit Soedan, Tunesië, Egypte, Algerije en Jemen zich al in Sirte aan het verzamelen waren, en opperde dat Kadhafi-loyalisten die uit zijn op wraak de beweging in de geboortestad van de vroegere leider steunen, net zoals aanhangers van Saddam Hoessein ervan zijn beticht IS in Irak te hebben gesteund.

    ‘We zien hier gebeuren wat in Irak al met de Baath-partij is gebeurd,’ zei hij.

    ‘De Libiërs betalen nu de prijs voor de gevolgen van hun revolutie. Ze zijn niet klaar voor een nieuwe oorlog, maar hun kinderen sterven door toedoen van IS. Al wat de beweging wil is het land verwoesten.’

    Auteur: Francesca Mannocchi
    Vertaler: Menno Grootveld

    Middle East Eye
    VK | middleeasteye.net

    Onafhankelijke site met een groot reservoir aan correspondenten, die de gebeurtenissen in ‘Midwest-Azië’ op de voet volgen o.l.v. David Hearst, afkomstig van The Guardian.

    CHRONOLOGIE: van hoop tot chaos

    20 okt 2011 | Dictator Muammar Kadhafi wordt gedood in Sirte. Drie dagen later roept de Nationale Overgangsraad (CNT) ‘de bevrijding’ van het land uit als slotstuk van de opstand die in februari begon en door een westerse coalitie wordt ondersteund.

    7  juli 2012 | Eerste vrije verkiezingen. Het Verbond van Nationale Krachten (AFN) komt als winnaar uit de bus. Het correcte verloop van de verkiezingen lijkt hoopgevend. Op 8 augustus draagt de CNT de macht over aan het parlement, de Algemene Nationale Raad (CGN).

    14 okt 2012 | Ali Zeidan wordt tot premier benoemd.

    2013 | De milities die Kadhafi hebben bestreden, weigeren de wapens neer te leggen en blijven actief in de grote steden. Islamistische stromingen, in het parlement vertegenwoordigd door de Partij voor Recht en Wederopbouw (PJC), blijven de regering in de wielen rijden. In het oosten van het land roeren de federalisten van Ibrahim Jadran zich. Het komt sporadisch her en der tot botsingen.

    20 feb 2014 | Vorming van een Grondwetgevende Raad, die in april voor het eerst bijeenkomt.

    11 maart 2014 | Ali Zeidan wordt afgezet en ontvlucht het land. Abdallah al-Theni neemt tijdelijk zijn plaats in.

    16 mei 2014 | Generaal Khalifa Haftar, ex-balling in de VS, duikt op in Libië en begint de Operatie Waardigheid tegen de islamistische milities.

    25 juni 2014 | Opnieuw verkiezingen. Het nieuwe parlement, zetelend in Tobroek, krijgt internationale erkenning.

    22 augustus 2014 | Een coalitie van islamistische milities, waaronder de Libische Dageraad, bezet Tripoli en steunt de CGN, die weigert het nieuwe parlement te erkennen.

    september 2014 | Er komt een dialoog op gang onder leiding van de VN-gezant Bernardino Léon.

    september 2014 | IS duikt op in Derna.

    januari 2015 | IS bezet Sirte, maar wordt uit Derna verdreven.

    17 dec 2015 | Er wordt in Skhirat (Marokko) een akkoord gesloten tussen een aantal strijdgroepen na bemiddeling van de nieuwe VN-gezant Martin Kobler.

    14 jan 2016 | Gevechten met IS rond de belangrijkste olie-installaties.

    19 januari | Er wordt een regering van nationale eenheid gevormd onder leiding van de voormalige architect Faiez Sarraj, onafhankelijk van beide ‘parlementen’. De regering zal in Tripoli zetelen. Om alle politieke groeperingen en alle etnische minderheden een stem te geven, telt deze regering 32 ministers, maar zij wordt (nog) niet erkend door alle deelnemers.

  • 2. Drie vragen over de verlenging van de noodtoestand

    2. Drie vragen over de verlenging van de noodtoestand

    Waarom werd de Franse noodtoestand met drie maanden verlengd? 
En welke extra bevoegdheden levert dit de overheid op? De gratis krant 20 minutes legt uit.

    1. 
Kan de Franse regering de wet op de noodtoestand opnieuw aanscherpen?

    De twee belangrijkste mogelijkheden waarin de noodtoestand voorziet, 
zijn het opleggen van huisarrest en 
het verrichten van huiszoeking zonder rechterlijk bevel (zoals ook het geval 
is in het gewone Franse recht). 
De prefecten kunnen ‘het verkeer van personen of voertuigen’ in bepaalde zones verbieden.

    Huisarresten blijven gehandhaafd voor de duur van de noodtoestand

    Na de aanslagen van 13 november is de wet van 1955 gewijzigd op enkele punten, die grotendeels verband hielden met de technologische ontwikkeling. 
‘Maar vooral is het toepassingsgebied verruimd,’ zegt Bertrand Mathieu, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit van Parijs en voormalig lid van 
de Hoge Raad voor de Magistratuur. 
In 1955 maakte de wet het mogelijk huisarrest op te leggen aan eenieder ‘wiens handelen gevaarlijk blijkt voor de veiligheid en de openbare orde’. 
De versie van 2015 richt zich op ieder individu tegen wie ‘serieuze verdenking bestaat dat zijn gedrag een bedreiging vormt voor de veiligheid 
en de openbare orde’.

    Kan de uitvoerende macht besluiten de bevoegdheden van prefecten en politie te verruimen? Er is niets wat dat in de weg staat, mits de wet vervolgens wordt aangenomen door het parlement, meent Mathieu. De Staatsraad (Conseil d’État, de hoogste administratieve rechter in Frankrijk) kan echter bepaalde bevoegdheden intrekken als hij van mening is dat er ‘geen proportionaliteit bestaat tussen de aantasting van de vrijheid en de eisen van de openbare orde’.

    Demonstranten in Parijs protesteren tegen de noodtoestand. – © Geoffroy Van der Hasselt / Getty
    Demonstranten in Parijs protesteren tegen de noodtoestand. – © Geoffroy Van der Hasselt / Getty

    2. 
Waarom wordt deze maatregel met drie maanden verlengd?

    Waarom zou men besluiten de noodtoestand met drie maanden te verlengen als de terroristische dreiging van alle tijden is? Door een verlenging 
van drie maanden voor te stellen, 
koos de regering de voorzichtige weg. In november werd de verlenging van de noodtoestand vrijwel unaniem door het parlement goedgekeurd. Sindsdien heeft de doeltreffendheid van de maatregel, volgens de wetscommissie van het parlement, ‘aan kracht ingeboet’. En de parlementariërs zijn inmiddels wat minder overtuigd van de noodzaak van deze maatregel.

    Door voor te stellen de noodtoestand met drie maanden te verlengen, beperkt de regering het risico van parlementaire afkeuring of een verbod van de Staatsraad. Zij hoopt daarmee tevens ‘de overgang te versoepelen van de noodtoestand naar een herziening van de grondwet’, voegt Bertrand Mathieu eraan toe. Het is onwaarschijnlijk dat de uitvoerende macht zich dit veiligheidsarsenaal zal laten ontnemen in het zicht van het EK 2016 dat van 10 juni tot 10 juli 2016 in Frankrijk gehouden wordt.

    3. 
Worden gevallen van huisarrest automatisch verlengd?

    Wat gaat er gebeuren met de 392 mensen aan wie huisarrest is opgelegd? Gezien het feit dat ‘aan de huisarresten geen einddatum verbonden is, gaat men ervan uit dat ze gehandhaafd kunnen blijven voor de duur van de noodtoestand’, zegt de ongeruste advocaat Daphné Pugliesi, van wie enkele cliënten sinds november 2015 huisarrest hebben. Het vooruitzicht dat deze sanctie hernieuwd zal worden leidt volgens haar bij sommige cliënten tot ‘psychologische trauma’s’.

    Het is mogelijk dat de regering bij de verlenging van de noodtoestand rekening zal houden met het lot van degenen aan wie huisarrest is opgelegd. ‘Ik durf te hopen dat men er na drie maanden wel achter is welke gevallen van huisarrest verlengd dienen te worden en welke niet,’ zegt Pugliesi. ‘Maar de wetgever kan evengoed besluiten de duur van de huisarresten te verlengen,’ voegt Bertrand Mathieu daaraan toe.

    Vertaler: Peter Bergsma

    20 minutes
    Frankrijk, dagblad, oplage 800.000

    Gratis krant van het Zweedse Schibsted en de Ouest France Group, in twaalf Franse steden. Voor lezers die gewend zijn aan beknopte informatie.

  • Dossier: Noodtoestand

    Dossier: Noodtoestand

    De Franse Vijfde Republiek schudt op haar grondvesten. De noodtoestand, die geldt sinds de aanslagen van 13 november, werd onlangs tot in mei verlengd. Wat er daarna gebeurt is onduidelijk, want premier Valls heeft verklaard dat de huidige toestand gehandhaafd blijft ‘tot IS is verslagen’. Wat betekent dit voor Frankrijk? Kan de rechtstaat zich weer herstellen, of glijdt het land af richting autoritair bestuur?

    1. Noodtoestand: de uitzondering is regel geworden

    2. Drie vragen over de verlenging van de noodtoestand

    3. ‘Frankrijk vervalt snel in autoritaire reflexen’

    4. Kroniek van een aangekondigd aftreden

    5. Een buitengewoon gevaarlijk artikel

    6. De clan-Hollande gebruikt de grondwet als poetsdoek

    7. De rechtsstaat is vervangen door het recht van de staat

    Beeld bovenaan: President François Hollande en premier Manuel Valls in het Elysée. – © Chesnot / Getty

  • 1. Noodtoestand: de uitzondering is regel geworden

    1. Noodtoestand: de uitzondering is regel geworden

    De noodtoestand in Frankrijk werd onlangs verlengd tot minimaal eind mei. Daarnaast schuift de regering steeds meer uitzonderingsbepalingen het normale strafrecht in. ‘Een aanzienlijk risico voor de rechtsstaat,’ waarschuwt een hoofdofficier van justitie.

    Nog drie maanden erbij: de noodtoestand die sinds de aanslagen van 13 november van kracht was, is verlengd. 
Dat betekent dat Frankrijk in elk geval tot eind mei blijft leven onder deze 
uitzonderingssituatie – die nu ook in de Grondwet wordt opgenomen. En waarom zou er in het voorjaar wél een einde aan komen? In juni is het EK voetbal. Het wordt voor de regering lastig om uit te leggen dat in ‘de oorlog tegen het terrorisme’ die dan nog steeds wordt gevoerd, de noodtoestand wordt opgeheven.

    Al sinds half december was de regering bezig met de vraag wat er moest gebeuren na het opheffen van deze noodtoestand, die zou aflopen op 26 februari. Terugkeren naar de normale situatie, met het gevaar om ‘slap’ gevonden te worden door rechts en extreemrechts, die met inzet van al hun demagogische kracht zouden uitleggen dat ‘de Fransen niet meer veilig zijn zonder de noodtoestand’? Of hem handhaven en door een deel van links, de Europese Unie en een aantal vakbonden te worden beschuldigd van 
het aantasten van de burgerlijke vrijheden? Ondanks kritiek op de effectiviteit ervan hebben president François Hollande en premier Manuel Valls uiteindelijk gekozen voor een verlenging. Met het gevaar dat het straks moeilijk wordt om er weer vanaf te komen.

    Waakzaam zijn

    Op 7 januari, precies een jaar na de aanval op Charlie Hebdo, sprak François Hollande de veiligheidstroepen toe: 
‘In een democratie die zich wil verdedigen, maar die ook zijn vrijheden wil verdedigen,’ benadrukte het staatshoofd, ‘is het zeker niet de bedoeling dat de noodtoestand blijft voortbestaan.’ Op dat moment leken de signalen nog te wijzen op een niet-verlenging. Twee weken later merkte Manuel Valls tegenover journalisten ook op dat de wet met betrekking tot de noodtoestand in 1955 was opgesteld in verband met een duidelijke en directe dreiging. ‘Welnu, we hebben te maken met een constante en wereldwijde dreiging,’ onderstreepte de premier toen. Maar hij vroeg zich wel af: ‘Stel dat er op een bepaald moment geen dreiging is, en er dan toch twee weken later er een aanslag komt?’ Nu de angst voor nieuwe aanslagen zo groot is, willen Hollande en Valls niet het verwijt krijgen niet waakzaam genoeg te zijn geweest. ‘Als er een nieuwe aanslag komt,’ zei een minister uit de directe omgeving van Hollande, ‘zal iedereen zeggen dat wij de Fransen niet hebben beschermd.’

    Een Franse soldaat patrouilleert voor de Notre Dame in Parijs. – © Charles Platia / Reuters
    Een Franse soldaat patrouilleert voor de Notre Dame in Parijs. – © Charles Platia / Reuters

    In theorie had het Elysée tot eind februari kunnen wachten met een beslissing over een verlenging. Maar eind januari zei Valls in een interview met de BBC dat de noodtoestand gehandhaafd moest blijven ‘totdat IS verslagen is’ en tegelijkertijd dat ‘het 
in geen geval de bedoeling is om die 
tot in het oneindige te verlengen’. 
Dus moest het Elysée wel voor duidelijkheid zorgen. In een persverklaring die avond bevestigde het kabinet van de president dan ook de verlenging met ten minste drie maanden. In een periode waarin de president rechts nodig had om zijn grondwetswijziging erdoor te krijgen – het vastleggen van de noodtoestand en de uitbreiding van de mogelijkheden om terroristen die ‘in Frankrijk geboren zijn’ de Franse nationaliteit te ontnemen – wilde hij de oppositie niet de kans geven hem aan te vallen op het onderwerp veiligheid.

    Als men puur naar de cijfers kijkt, leverden die twee maanden uitzonderingstoestand wel resultaten op. Althans, op het eerste gezicht. De autoriteiten maakten ruimschoots gebruik van de twee belangrijkste maatregelen die deze uitzonderingstoestand biedt: de mogelijkheid tot huiszoeking zonder gerechtelijk bevel (tot 21 januari 3189 keer uitgevoerd) en het opleggen van huisarrest (tot dezelfde datum 392 keer opgelegd). Het aantal keren dat vervolging werd ingesteld lijkt op het eerste gezicht ook gestegen: 549 rechtszaken zijn aangespannen de huiszoekingen. In de overgrote meerderheid van die zaken gaat het echter om drugshandel, illegaal verblijf in het land of wapenhandel.

    De rechterlijke macht staat steeds vaker buitenspel

    De onderzoeken die zijn verwezen 
naar de afdeling antiterrorisme van het parket in Parijs, die het hele land bestrijkt, zijn op de vingers van één hand te tellen: in totaal zijn er vijf 
procedures begonnen wegens lidmaatschap van een terroristische 
organisatie, waarvan één tot een gerechtelijk onderzoek heeft geleid. Slechts één persoon is aangehouden, volgens de cijfers die het ministerie van Justitie aan Libération verstrekte. 
En de kans is groot dat de cijfers nog verder teruglopen.

    Het hoofd van de politie in een grote stad vertrouwde ons eind november toe dat de arrestaties zeldzamer werden naarmate het verrassingseffect verdween. Dat is ook de visie van een socialistisch parlementslid dat in november nog voor de verlenging van de noodtoestand stemde: ‘De politiechefs luiden al sinds december de alarmklok: het werkt niet meer zonder het verrassingseffect, en er is niet voldoende personeel voor beschikbaar.’ Later nuanceerde deze politiechef: ‘De resultaten op het gebied van handel in wapens en drugs nemen af, maar de huiszoekingen leveren ook informatie op. Veel gegevens die boven water zijn gekomen bij de huiszoekingen, worden nog nader onderzocht.’

    Vanwege dit gebrek aan effectiviteit van een uitzonderingstoestand ‘die een ernstige bedreiging betekent voor de fundamentele vrijheden’, heeft de Liga voor de Rechten van de Mens (LDH) een verzoekschrift ingediend bij de Raad van State. In haar verzoekschrift schetste de LDH een mogelijke, geleidelijke uitweg uit de uitzonderingstoestand. Daarbij zouden bepaalde maatregelen behouden blijven (het huisarrest bijvoorbeeld), terwijl andere bevoegdheden van de staat uitgesloten werden (het verbod op demonstreren of huiszoekingen zonder gerechtelijk bevel).


    De regering koos echter voor een andere weg met haar voorstel voor een antiterrorismewet. Dat voorstel is de weerslag van de diverse crises van de afgelopen tijd en bepaalt opnieuw de regels voor noodweer van de politie, de rechten van de verdediging, de strafrechtprocedure en de rol van de officier van justitie, die meer bevoegdheden krijgt.

    In het voorstel worden ook maatregelen van de noodtoestand opgenomen in het strafrecht. Om te beginnen het huisarrest. Weliswaar zou die maatregel beperkt worden tot personen die terugkeren uit de oorlogsgebieden (Syrië, Irak, Libië) of die daarheen willen reizen. Maar de beslissing erover wordt genomen door de minister van Binnenlandse Zaken. Volgens Laurence Blisson van het Syndicat de la Magistrature, de vakbond van gerechtsdienaren, betekent dit dat de noodtoestand binnendringt in het algemeen recht, en dat werd al eerder in gang gezet. 
‘In de wet Cazeneuve van 13 november 2014,’ aldus Blisson, ‘werd het al mogelijk om mensen, zonder tussenkomst van de rechter, te verbieden het land te verlaten.’
    Het gevolg: de rechterlijke macht staat steeds vaker buitenspel, zoals de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, Bertrand Louvel, begin januari klaagde. In aanwezigheid van [de inmiddels uit protest tegen de mogelijkheid tot het ontnemen van de nationaliteit opgestapte] minister van justitie Christiane Taubira, vroeg Louvel zich af: ‘Waarom wordt het gerechtelijk gezag op deze manier ontweken?’

    President François Hollande en premier Manuel Valls in het Elysée. © Chesnot / Getty
    President François Hollande en premier Manuel Valls in het Elysée. © Chesnot / Getty

    De hoofdofficier van justitie, Jean-Claude Marin, sprak zelfs van ‘een aanzienlijk risico voor de rechtsstaat’ als de noodtoestand de norm zou worden.

    Tegen de huisarresten kan wel protest aangetekend worden bij de bestuursrechter, maar ‘de bestuursrechter komt uit een andere hoek dan de gewone rechter,’ zegt Marie Dosé. Deze advocate spreekt uit ervaring: behalve voor de verdediging van de militanten die huisarrest opgelegd hebben gekregen, komt ze ook bij de bestuursrechter voor zaken over uitzetting van illegale vreemdelingen. ‘Je loopt tegen een muur op: onze tegenpartij (de vertegenwoordiger van het ministerie van 
Binnenlandse Zaken voor de zaken 
van huisarrest) komt uit dezelfde hoek als de voorzitter van de rechtbank,’ klaagt zij. ‘Uiteindelijk heb je twee
 partijen tegenover je.’

    Auteurs: Pierre Alonso, Lilian Alemagna
    Vertaler: Annemie de Vries

    Libération
    Frankrijk, dagblad, oplage 151.000
    In 1973 opgericht door o.a. Jean-Paul Sartre. De krant hoort inmiddels bij de grote, serieuze Franse dagbladen. Nieuwsgierig en brutaal.

  • ‘Op korte termijn is er geen andere oplossing dan Assad’

    ‘Op korte termijn is er geen andere oplossing dan Assad’

    Tijdens zijn recente bezoek aan Frankrijk 
gaf de Iraanse president Rohani een exclusief interview aan Le Monde. Hij sprak over Syrië, 
de crisis tussen Iran en Saoedi-Arabië, de strijd tegen het terrorisme 
en de naderende parlementsverkiezingen in zijn land.

    U bent ontvangen door de 
paus in Rome en door 
François Hollande in Parijs. Is Iran niet langer een paria op het internationale toneel?
    ‘Iran is nooit een paria geweest, noch vóór het nucleaire akkoord, noch daarna. In 2013 is mijn initiatief voor een wereld zonder geweld en extremisme unaniem aanvaard door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ik heb bij die gelegenheid een groot aantal Europese leiders gesproken: ze waren allemaal tegen de sancties en ik kreeg het idee dat er maar weinig landen waren die Iran wilden isoleren. Economisch gezien heeft Iran enigszins onder deze situatie geleden, maar inmiddels is de situatie gunstiger.’

    U wisselt gevangenen uit met de 
Verenigde Staten en er is weer 
diplomatiek contact. Is dat niet al 
een vorm van normalisering?
    ‘Er heeft zich de afgelopen 37 jaar een groot aantal meningsverschillen met de Verenigde Staten ontwikkeld en die los je niet in zo’n korte tijd op. Tijdens mijn gesprek met president Obama heb ik gezegd dat wij de spanningen tussen de twee landen willen verminderen en daar lijkt nu een begin mee 
te zijn gemaakt. Als de verkiezingen 
in Iran en de Verenigde Staten achter de rug zijn, zullen we de draad weer moeten oppakken. De problemen tussen twee grote landen mogen niet eeuwig voortbestaan en op een dag zullen we ze uit de weg ruimen. Maar het is duidelijk dat je niet alles op korte termijn kunt regelen.’

    Is er een ommekeer in de Amerikaanse politiek in de regio, namelijk een toenadering tot Iran en een afstandelijkere houding jegens Saoedi-Arabië?
    ‘Het nucleaire dossier vormde op zich een moeilijk en ingewikkeld probleem. Amerika heeft een actieve en belangrijke rol gespeeld in het oplossen daarvan. Het feit dat wij dit akkoord hebben gesloten met de groep ‘5+1’ – de Verenigde Staten, Rusland, China, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland – betekent een stap voorwaarts. Wat de onderhandelingen over Syrië betreft, wij nemen deel aan dezelfde vergaderingen als de Verenigde Staten, wat enkele jaren geleden nog ondenkbaar was. De situatie is sterk veranderd. De Amerikanen zijn van mening dat Iran het enige land in de regio is dat het terrorisme kan bestrijden. Wij houden regelmatig verkiezingen in Iran, terwijl in de landen om ons heen democratische verkiezingen een zeer zeldzaam fenomeen zijn.’

    Iran is nooit een paria geweest, noch vóór het nucleaire akkoord, noch daarna

    U doelt hier misschien op Saoedi-
Arabië, waarmee u de banden hebt verbroken na de executie van een 
sjiitische hoogwaardigheidsbekleder, gevolgd door de plundering en in het brand steken van de Saoedische ambassade in Teheran…
    ‘Er hebben zich enkele gebeurtenissen tussen onze twee landen voltrokken waarover we het niet eens zijn. Aan de ene kant was er de terdoodbrenging van een belangrijke sjiitische geestelijke die in opstand kwam tegen discriminatie. Het Iraanse volk was daar diepbedroefd over en zelfs de westerse landen hebben deze daad veroordeeld als in strijd met alle principes. Aan de andere kant weet u wat er met de Saoedische ambassade in Teheran is gebeurd. Wij hebben dat niet goedgekeurd, ik was de eerste om het te veroordelen en ik heb opdracht gegeven de schuldigen te arresteren. Ze zitten in de gevangenis en zullen worden berecht. Maar de reactie van Saoedi-Arabië op deze gebeurtenissen was buiten alle proportie. Het deed me denken aan iemand die een fout heeft gemaakt en vervolgens chaos creëert om zijn verantwoordelijkheid te ontlopen. Het Saoedische volk is onze nabuur en geloofsgenoot. We moeten de problemen die ons uiteendrijven 
op een verstandige manier oplossen.’

    De Iraanse president Hassan Rohani. – © Chesnot / Getty Images
    De Iraanse president Hassan Rohani. – © Chesnot / Getty Images

    Welke gestes verwacht u van Riyad om de diplomatieke betrekkingen 
te herstellen?
    ‘Het land dat de diplomatieke betrekkingen heeft verbroken zal de eerste stap moeten zetten om ze te herstellen en deze situatie op te lossen. Ik ben ervan overtuigd dat Saoedi-Arabië zijn daden in de toekomst zal betreuren. Wij hoeven niets goed te maken.’

    U beschuldigt Saoedi-Arabië ervan dat ze het terrorisme en de Islamitische Staat financieren. Welke bewijzen hebt u daarvoor?
    ‘Dat is niet zo moeilijk, je hoeft het maar aan de regeringen en volkeren te vragen die getroffen worden door het terrorisme in Irak en in Syrië. Waar komt dat geweldsdenken vandaan? Wat zijn 
de wortels ervan? Wie heeft de eerste 
terroristische acties uitgevoerd, 
welke nationaliteit? Dat valt allemaal makkelijk te achterhalen. Daar ligt 
het probleem niet. Het is noodzakelijk dat iedereen in de regio het terrorisme bestrijdt, want het bedreigt niet 
alleen de regio maar de hele wereld.’

    Bent u bereid de krachten te bundelen en samen te werken met de internationale coalitie tegen IS waarvan Frankrijk en de Verenigde Staten deel uitmaken?
    ‘Er bestaat ook een coalitie van Iran, Irak, Syrië en Rusland, er bestaan een heleboel coalities. Zonder onze hulp zouden ook andere Iraakse steden dan Mosul zijn gevallen. Het gaat niet om de namen, maar om de daden. Als we willen optreden in Irak, moeten we dat afstemmen met de Iraakse regering.’

    Ik ben ervan overtuigd dat Saoedi-Arabië zijn daden in de toekomst zal betreuren

    U verliest veel mensen in Syrië, 
zelfs generaals. Tot wanneer blijft 
u militair in Syrië aanwezig?
    ‘Onze adviseurs zijn aanwezig in Irak en in Syrië op verzoek van de regeringen van die landen. Wanneer er militaire adviseurs naar een oorlogsgebied 
worden gestuurd, kunnen er slachtoffers vallen. Wij zijn niet bereid de onveiligheid in Irak en Syrië te 
accepteren, en zelfs niet in Afghanistan. De onveiligheid in deze landen kan zich uitbreiden naar andere landen. Dus we kunnen niet voorzien hoelang het gaat duren.’

    De vredesonderhandelingen over Syrië moeten op vrijdagochtend 29 januari beginnen in Genève. 
Wat verwacht u ervan? [De onderhandelingen zijn intussen opgeschort tot 25 februari.]
    ‘We hopen dat de onderhandelingen 
zo snel mogelijk zullen zijn afgerond, maar dat zou me verbazen, omdat er in Syrië groeperingen zijn die niet alleen in oorlog zijn met de centrale regering, maar ook met elkaar. Er is ook sprake van buitenlandse inmenging en van buitenlandse wapenzendingen. De oplossing voor de crisis in Syrië is een politieke, maar het zal moeilijk zijn 
om die binnen enkele weken en enkele vergaderingen te realiseren. Dat is te optimistisch gedacht. De Syrische kwestie vereist inspanningen van iedereen, ze moet onze prioriteit zijn. We moeten beginnen met het bestrijden en uitroeien van het terrorisme, zodat er weer vrede en stabiliteit komt en de vluchtelingen kunnen terugkeren. Daarna zal de grondwet moeten worden gewijzigd. Onderhandelingen tussen de centrale regering en de oppositie zullen tot verkiezingen moeten leiden. Er is een heleboel te doen. Een staakt-het-vuren is de eerste stap.’

    De westerse leiders lijken steeds meer bereid om Bashar al-Assad voor lief te nemen, ondanks de misdaden die hij heeft gepleegd.
    ‘Degenen die in Syrië misdaden plegen zijn de terroristen, zij onthoofden onschuldigen, zij plegen massamoorden. Zij zijn de echte misdadigers. We moeten hen te gronde richten, uitroeien. Wat de toekomst van de Syrische regering betreft, die is op dit moment niet aan de orde. Op korte termijn is er geen andere oplossing dan Bashar al-Assad. Als we het terrorisme willen bestrijden, zullen we het Syrische leger moeten helpen, dat zijn werk niet kan doen zonder een stabiele centrale regering. Het dilemma Bashar of geen Bashar doet geen recht aan de realiteit ter plaatse. Daar kunnen we op de lange termijn over nadenken, maar de westerse landen moeten accepteren dat 
de keus niet aan hen is, maar aan het Syrische volk. We zullen eerst moeten zorgen dat het land veilig wordt. Hoe kun je betrouwbare verkiezingen houden als 60 procent van het land door terroristen wordt bezet? Hoe kun je onder die omstandigheden aan een toekomst denken? De strijd tegen het terrorisme is een eerste vereiste.’

    De westerse landen moeten accepteren dat de keus niet aan hen is, maar aan het Syrische volk

    Eind februari komen er parlementsverkiezingen in Iran. Veel kandidaten zijn uitgesloten en u hebt uw irritatie daarover laten blijken. Hebt u de indruk dat bepaalde groeperingen 
uw hervormingen proberen te dwarsbomen?
    ‘De kandidatuur voor de parlementsverkiezingen kent diverse stadia. 
De Raad van Hoeders van de Grondwet zal zich in laatste instantie uitspreken. We wachten op hun interventie zodat een groter deel van de bevolking kan deelnemen. De Iraniërs mogen niet bedrogen worden. Er bestaan bij ons verschillende denkrichtingen en dus uiteenlopende meningen. Men mag oppositie voeren tegen het beleid van de regering, mits dat uiteraard binnen de wettelijke en morele grenzen blijft.’

    Tijdens uw campagne beloofde u 
verbeteringen op het gebied van de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting. Toch worden er nog steeds journalisten gevangengezet 
en minderjarigen geëxecuteerd.
    ‘De regering handelt binnen de grenzen van haar bevoegdheden en het volk weet heel goed wat die grenzen zijn. De rechterlijke macht is onafhankelijk, evenals de wetgevende macht. Het kan gebeuren dat er geen overeenstemming bestaat tussen deze drie machten. 
Ik kan wetten aan het parlement voorstellen die het niet zal aannemen. 
Over bepaalde dossiers kan ik mijn eigen mening hebben. Maar het is van wezenlijk belang dat we ons aan de wet houden. Ook als ik het niet eens ben met een bepaalde maatregel die door het parlement is goedgekeurd en door de Raad van Hoeders is bekrachtigd, ben ik als president verplicht om er uitvoering aan te geven. Wat mijn beloftes betreft, die heb ik voor een groot deel ingelost. Voor de rest doe ik mijn uiterste best. De economische situatie is verbeterd, maar we gaan een moeilijk jaar tegemoet vanwege de olieprijs, die van 100 naar 20 dollar 
per vat is gezakt. Blijft het feit dat de huidige situatie heel anders is dan 
hetgeen ik bij mijn aantreden aantrof, en niemand kan me verwijten maken. Veel mensen kunnen het zich trouwens vandaag de dag permitteren om de regering in alle vrijheid verwijten te maken. Op de universiteiten kunnen politieke groeperingen zich vrijelijk uitspreken. Ik hoop al mijn beloftes in te lossen in de tijd die me rest.’

    Auteur: Christophe Ayad
    Vertaler: Peter Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000
    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • 4. IS verslaan?

    4. IS verslaan?

    Bombarderen of niet bombarderen? Daarover gaat de discussie in het Westen als het IS betreft. Maar volgens de Libanese nieuwssite Now hebben militaire acties geen zin. Alleen door te proberen Irak nu eens écht te begrijpen, kunnen we een begin maken met een oplossing.

    Op dit moment heeft Amerika twee opties om IS te bestrijden, en die zijn geen van beide militair van aard. De eerste, een noodoplossing die in de toekomst wel eens contraproductief zou kunnen werken, houdt in dat het evenwicht tussen soennieten en sjiieten in Irak en de hele regio wordt hersteld. Daarvoor is het noodzakelijk dat Washington zich krachtig opstelt tegenover Iran, maar dat is een politiek die Obama zichtbaar tegenstaat. Dit ondanks het feit dat een nucleair akkoord met Teheran naar zijn eigen zeggen de VS de vrijheid zou bieden om zich zonder angst voor een nucleaire countdown te kunnen concentreren op de destabilisatiepolitiek van Iran.

    De tweede optie is Irak écht begrijpen – iets waar de Amerikanen niet voor openstaan, zoals Obama veelvuldig heeft herhaald. Amerika moet het idee loslaten een natie op te bouwen, en er juist voor zorgen dat het hele Midden-Oosten zich ontwikkelt tot een regio waarin gerechtigheid het wint van het recht van de sterkste.

    Pech gehad

    Om IS te ontmantelen moet Amerika eerst begrijpen wat de oorzaken zijn geweest voor het ontstaan van deze organisatie. Helemaal omdat Washington grotendeels verantwoordelijk is voor de situatie waaruit deze ergste terroristische groepering op aarde 
uiteindelijk is voortgekomen.

    Als u een Iraakse man bent die begin jaren zeventig geboren is, zoals geldt voor de meeste leiders van IS, dan hebt u vermoedelijk rond uw negende het uitbreken van de oorlog met Iran 
meegemaakt. In de jaren tachtig ging het op de Iraakse televisie alleen maar over dit conflict en werden de hele 
dag vaderlandslievende liederen en items met het laatste nieuws van het front uitgezonden. Tijdens deze oorlog werden de Irakezen voortdurend geconfronteerd met de dood van tientallen jonge mensen – ouders, vrienden, buren, naasten. In die tijd behoorden verdriet, sterfgevallen en begrafenissen tot de dagelijkse realiteit.

    Irakezen werden voortdurend geconfronteerd met de dood van ouders, vrienden, naasten

    In 1991 zou een Iraakse man die begin jaren zeventig geboren was rond de twintig zijn. Op dat moment viel Irak Koeweit binnen, dat vervolgens naar het stenen tijdperk werd teruggebombardeerd door de luchtaanvallen van een coalitie van veertien landen die 
de hele infrastructuur vernietigden 
en het Iraakse leger totaal uiteensloegen om het uit Koeweit te verdrijven.

    Dat was het moment waarop Washington de sjiieten in het zuiden en de Koerden in het noorden aanmoedigde om hun lot in eigen handen te nemen en tegen Saddam Hoessein in opstand te komen. Maar nadat de dictator de rebellen verpletterend had verslagen, was de enige reactie van Amerika: ‘pech gehad’.


    Vervolgens kregen de Irakezen ook nog een zwaar VN-embargo te verduren dat bijna tot hongersnood leidde. Door hyperinflatie daalde de dinar sterk in waarde, waarna de Iraakse regering geen andere keuze had dan het voedsel te rantsoeneren, en dat wordt tot op de dag van vandaag volgehouden.

    Net als Obama volgde ook oud-president Bill Clinton dezelfde beleidslijn – zich niet langer in de situatie ter plaatse mengen, maar wel de sancties hand‑
haven – met als enig resultaat dat de Iraakse bevolking nog verder verzwakte. Saddam en zijn handlangers hadden uiteraard geen last van het embargo 
en hebben het zelfs gebruikt om het weinige wat het land nog kon voortbrengen te plunderen. De rest van de bevolking leed armoede.

    De door de Amerikanen beloofde vrijheid was alleen voor de sjiieten weggelegd

    Om de internationale sancties te overleven begonnen Irakezen die dicht bij de grens woonden te smokkelen. Na 2003 bleken de zo ontstane netwerken ook heel geschikt om mensen, geld en wapens te leveren voor een opstand die aan meer dan vierduizend Amerikanen het leven heeft gekost. Deze netwerken bestaan nog steeds en maken IS tot een goed geoliede organisatie, ondanks allerlei financiële sancties die door Amerika en de rest van de wereld zijn opgelegd.

    Afgezien van de wijdverspreide armoede en de werkloosheid moesten de Irakezen ook nog leven in de greep van een megalomane leider die steeds wreder werd naarmate zijn machts‑
basis verder afbrokkelde. Alsof deze optelsom van armoede, werkloosheid, geweld en economisch isolement nog niet genoeg was, bleven Amerika en zijn bondgenoten Irak bestoken op 
het punt van zijn programma voor massavernietigingswapens, ook al 
was dat inmiddels stopgezet. Van tijd tot tijd bombardeerden westerse 
jachtvliegtuigen Bagdad of andere delen van het land. Operatie Desert 
Fox in 1998 is daar een voorbeeld van.

    Operatie Wraak

    Als u een Iraakse man bent die begin jaren zeventig geboren is, en u hebt twee verwoestende conflicten, een VN-embargo, armoede, werkloosheid en de dictatuur van Saddam overleefd, dan hebt u dus de Operatie Iraqi Freedom in 2003 meegemaakt. Maar de door de Amerikanen beloofde vrijheid was alleen voor de sjiieten weggelegd. Was u soenniet, dan was 2003 het jaar dat u er opeens onterecht van werd beschuldigd ofwel een Baath-aanhanger ofwel een terrorist te zijn. Zo raakten de vele duistere gevangenissen uit de tijd van Saddam langzaam vol met soennieten.

    Tegenwoordig zijn de Amerikanen en de rest van de wereld ervan overtuigd dat het een grove vergissing van Washington is geweest om de oorlog tegen Irak te beginnen, want dat gebeurde op grond van verkeerde inlichtingen van de onlangs overleden Ahmed Chalabi. Maar dat is enkel het topje van de ijsberg. Chalabi, van wie later duidelijk werd dat hij voor [de Iraanse] generaal Qasem Soleimani werkte, heeft de Verenigde Staten gevoed met valse inlichtingen, niet alleen voorafgaand aan, maar vooral na de oorlog. Onder invloed van Chalabi, dus in feite onder invloed van Iran, is Operatie Iraqi Freedom omgebogen in Operatie Wraak van Iran. De nieuwe Iraakse leiders – voornamelijk uit 
ballingschap teruggekeerde sjiieten 
en getrouwen van Teheran – hebben de Amerikaanse macht gebruikt om 
de fanatieke Saddam-aanhangers, maar tegelijk ook alle soennieten, 
volledig uit te schakelen.

    Auteur: Hussein Abdul Hussein
    Vertaler: Tess Visser

    Now
    Libanon | now.mmedia.me

    Arabische en Engelstalige nieuwssite sinds 2007, aanvankelijk geconcentreerd op Libanees nieuws. In 2012 werd de focus verlegd naar het gehele Midden-Oosten.

  • 3. Turkije biedt stilzwijgend steun aan IS

    3. Turkije biedt stilzwijgend steun aan IS

    Als de Turken Koerdische strijdkrachten hun gang lieten gaan, zou IS kunnen worden uitgeschakeld.

    Na de terreuraanslagen in Parijs kon men van de westerse staatshoofden verwachten dat zij, zoals gebruikelijk, de oorlog zouden verklaren aan degenen die ervoor verantwoordelijk waren. Dat deden ze ook, maar ze meenden het eigenlijk niet. Terwijl ze tijdens de G20 in Antalya, twee dagen na ‘Parijs’, hun vastberaden uitspraken deden, babbelden diezelfde leiders met de Turkse president Erdogan, de man wiens stilzwijgende politieke, economische en zelfs militaire steun bijdraagt aan het vermogen van IS om diezelfde aanslagen in Parijs te plegen – nog afgezien van de eindeloze stroom van wandaden in het Midden-Oosten zelf.

    Een Iraaks meisje wacht met haar zusje op hun moeder (r) die hen voedsel komt brengen tijdens gevechten om Basra in 2003. – © Jerry Lampen / Reuters)
    Een Iraaks meisje wacht met haar zusje op hun moeder (r) die hen voedsel komt brengen tijdens gevechten om Basra in 2003. – © Jerry Lampen / Reuters)

    Hoe kan IS worden uitgeschakeld? In de regio weet iedereen dat: door de goeddeels Koerdische strijdkrachten van de YPG (Democratische Unie) in Syrië en de PKK in Irak en Turkije erop los te laten. Zij hebben bewezen uitermate effectief te zijn. Tegen de gebieden in Syrië die door de YPG worden gecontroleerd, heeft Turkije evenwel een embargo afgekondigd, en de PKK-eenheden worden door de Turkse luchtmacht gebombardeerd. Daarentegen steunt Turkije Jabhat al-Nusra, de Syrische tak van Al-Qaida.

    Vertaler: Lambiek Berends

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.