Tag: terrorisme

  • ‘In Pakistan zijn samenzweringstheorieën gevolg van het onderwijs’

    ‘In Pakistan zijn samenzweringstheorieën gevolg van het onderwijs’

    Samenzweringstheorieën doen het extra goed in landen waar staat en regering de informatievoorziening proberen te controleren. Zoals in Pakistan. Maar volgens cultuurcriticus en satiricus Nadeem F. Paracha speelt ook intellectuele luiheid een rol. Een interview.

    Dit artikel verscheen eerder in editie 102.

    Wat zijn je drie favoriete samenzweringstheorieën die in dit land de ronde doen?

    ‘De aanval op het meisje Malala was een opzetje van de heersende macht om een militaire operatie in Noord-Waziristan te kunnen beginnen, Modi en de MQM [Muttahida Qaumi Movement, een seculiere politieke partij in Pakistan, in grootte de vierde van het land] zaten achter de recente terroristische aanslag op het vliegveld van Karachi, en poliovaccinaties zijn bedoeld om Pakistanen onvruchtbaar te maken.’ 

    Je satirische krantenartikel over een gefingeerde moord op Malala – het schoolmeisje zou zijn neergeschoten door de CIA, de schietpartij was in scène gezet en de schutter was een Italiaanse Amerikaan genaamd Robert – werd voor waar aangenomen in Pakistan. Waarom hechten mensen in dit land geloof aan dit soort uitzinnige verhalen? 

    ‘Ons onderwijssysteem leert mensen van jongs af aan om alles letterlijk te nemen: ironie en symboliek snappen ze niet, en satire dus ook niet. Alles, van politiek tot geloof, wordt in een letterlijke en eenduidige vorm gegoten. Bovendien is intellectuele luiheid hier de norm. Illusies, toespelingen, percepties en abstracties zijn moeilijk te begrijpen. De lucht hoort blauw te zijn, waarom dan schrijven dat hij rood is en dat het Chinese ketchup regent?’ 

    ‘Samenzweringstheorieën zijn opgebouwd rondom waarheden en feiten’

    Helpen het schoolcurriculum, het veiligheidsestablishment, religieuze leiders en de zeer populaire commerciële televisie bij het verspreiden van samenzweringstheorieën? Wellicht om hun eigen tekortkomingen te verbergen, om zich belangrijk te voelen, om hun ego te strelen? 

    ‘Allereerst zijn samenzweringstheorieën, net als andere theorieën, opgebouwd rondom bepaalde waarheden en feiten. Liefst vage en onduidelijke waarheden en feiten, waar niet te veel over bekend is. Een wetenschappelijke benadering of een objectieve journalistieke houding vergt veel tijd omdat er aanvullende informatie gezocht moet worden die zo’n theorie kan schragen.

    Maar adepten van samenzweringstheorieën volgen liever de makkelijke weg, en bouwen op basis van zulke vage feiten uiterst vergezochte, duivelse scenario’s. Vaak zijn die bijzonder creatief en inventief, alleen helaas weinig steekhoudend. Na een gedegen diepgaand onderzoek blijft er meestal weinig van over.

    Samenzweringstheorieën gedijen in samenlevingen waar de staat en de regering de informatievoorziening inperken, of waar zij de media proberen te gebruiken voor het verkondigen van nationalistische, religieuze en politieke boodschappen. In zulke maatschappijen wordt het beeld dat het individu heeft van de landspolitiek gevoed met allerlei historische mythen en moderne legenden. Zo iemand gaat op den duur ook de wereldpolitiek vanuit dat perspectief bekijken. 

    Fasi Zaka and Nadeem F. Paracha 2006 1
    Fasi Zaka en Nadeem F. Paracha (rechts).

    Een groot deel van de samenleving begint dan vijanden te ontwaren waar die er helemaal niet zijn, en geen vijanden waar er juist heel veel zijn. Het onderwijs en het establishment hebben in Pakistan een dubieuze rol gespeeld bij het verspreiden van op mythen gebaseerde verhalen. Die worden gebruikt om te controleren hoe de Pakistanen denken over zaken als religie, etniciteit, patriottisme, enzovoort. 

    De media, politici en religieuze leiders baseren zich op mythen, percepties en halve waarheden die zich sowieso al diep in ons collectief bewustzijn hebben genesteld

    Maar niet alleen het establishment houdt zich tegenwoordig met zulke beïnvloeding bezig. De afgelopen decennia is het een wijdverbreide praktijk geworden en maken politieke partijen, religieuze groeperingen en elektronische media er ook volop gebruik van bij het verwezenlijken van hun doelen. De Pakistanen zijn allang niet meer werkelijk geïnteresseerd in concrete, verifieerbare feiten. Veel meer dan vroeger zijn ze geneigd te denken dat de problemen in het land kunnen worden opgelost met makkelijke antwoorden en vage theorieën.

    De media, politici en religieuze leiders zijn maar al te graag bereid om hun deze antwoorden te verschaffen, waarbij ze zich baseren op mythen, percepties en halve waarheden die zich sowieso al diep in ons collectief bewustzijn hebben genesteld.’ 

    Moslims denken dat de hele niet-islamitische wereld tegen hen samenspant. Waar komt, denkt u, die houding vandaan?

    ‘De Britten hebben er lang over gedaan om in te zien dat zij niet langer de enorme koloniale macht van vroeger waren. Maar toen dit pijnlijke besef eindelijk was doorgedrongen, gingen ze door met hun leven en werden een natie net als alle andere.

    De machtige islamitische rijken uit het verleden zijn sinds de achttiende eeuw verkruimeld. De intellectuele lijkschouwing die negentiende-eeuwse islamitische geleerden vervolgens pleegden, weet deze ineenstorting van de islamitische macht aan de decadentie, zelfgenoegzaamheid en stagnatie waar de islamitische maatschappijen toentertijd onder leden. 

    De suggestie werd al snel gedaan dat islamitische samenlevingen er weer bovenop konden komen door hun onderwijs en wetenschappen te moderniseren. Later, na de opkomst van het Europees imperialisme, werden deze op herstel gerichte plannen vooral tot pogingen om de geopolitieke macht van de moslims te herstellen.

    Op zich was daar niets mis mee, maar het had wel voorafgegaan moeten worden door een renaissance van de islamitische wereld. De aloude moslimtraditie van het assimileren van een waaier aan invloeden, ideeën en kennis had weer in ere hersteld moeten worden. 

    Uiteindelijk werden zelfreflectie en de broodnodige introspectie ingeruild voor het projecteren van de eigen frustraties

    Maar het idee van een politieke opleving ontaardde in holle borstklopperij en anarchistische acties en ideologieen, die nergens over gingen en onverenigbaar waren met de eisen van een snel veranderende wereld. Uiteindelijk werden zelfreflectie en de broodnodige introspectie ingeruild voor het projecteren van de eigen frustraties en tekortkomingen op buitenstaanders.

    Eerst op de westerse machten en op medemoslims die ervan verdacht werden anti-moslims te helpen. Momenteel figureren op de lange lijst van onze vijanden ook andersdenkende moslimsektes en zelfs facties daarvan. De voor onze kwalen verantwoordelijke vijand is nog steeds de “ander”, en dat kan evengoed een niet-moslim zijn als een moslim met wie we het niet eens zijn.’ 

    Kun je zeggen dat de massamedia en – recenter – de sociale media, met hun toch zo bevrijdende potentieel, mensen juist onwetend hebben gehouden? En zo ja, wordt dat dan bewust gedaan, onder invloed van de markt, of is het eerder een gebrek aan professionaliteit en gedegen onderzoeksjournalistiek? 

    ‘Dat is eigenlijk allemaal het geval. De postmodernisten geloofden dat door de ruimte te geven aan diverse gezichtspunten en ethische principes, zoals die in alle geledingen van de maatschappij leven, het juk opgeheven zou kunnen worden van het alomvattende modernistische verhaal, dat mensen van hun individualiteit berooft en lokale culturen bedreigt.

    Maar wat hebben deze postmodernistische idealen in de plaats kunnen stellen van de concrete en de zogenaamd niet-individualistische varianten van het modernisme? Allerlei denkbeelden die weliswaar erg gepassioneerd overkomen, maar in feite niets meer zijn dan cynische en reactionaire kreten die het goed doen op sociale en elektronische media.

    Daarop heerst sowieso al een cynische en reactionaire houding. Onder zulke omstandigheden gedijen samenzweringstheorieën uitstekend. Postmodernistische idealen hebben niets meer gedaan dan ooit marginale hersenspinsels de mainstream in helpen.’ 

    Hamid Mir is niet neergeschoten en Malala ook niet. De moord op Osama Bin Laden was een grap. Denkt u dat er een serieuze poging is gedaan om zulke verzinsels als irrationeel van de hand te wijzen? 

    ‘Dergelijke bizarre uitspraken zijn diep irrationeel en daarom eenvoudig onderuit te halen en te weerleggen. Maar ze doen het goed op de postmodernistische markt van luchtige soundbites. Die markt is vergeven van mannen en vrouwen die nooit een flauw benul hebben gehad van politiek en de geschiedenis erachter.

    Maar nu, omdat ze hun mening makkelijk op sociale en elektronische media kwijt kunnen, verkondigen ze luid het weinige wat ze ervan weten, hetgeen meestal neerkomt op de paranoïde onzin die op sociale media en andere websites circuleert.

    Soms lijken ze met dergelijke beweringen zichzelf te parodiëren, maar wat werkelijk om te schateren is, is hoe serieus ze zichzelf nemen. Soms weet je niet of je moet lachen of huilen.’ 

  • 5. Wie zijn de Franse moslims?

    5. Wie zijn de Franse moslims?

    En meer context bij het dossier.

    Hakim El Karoui.
    Hakim El Karoui.

    De Macronfluisteraar

    ‘Wie de hervorming van de islam die de Franse president voor het eerste semester van 2018 heeft aangekondigd misschien vaag vindt, richt zijn blik op Hakim El Karoui’, schrijft The Washington Post. Volgens deze krant, die jongstleden april een portret aan hem wijdde, is de voormalige investeringsbankier van Rothschild ‘het voorbeeld waardoor Macron zich laat inspireren om de moslimtradities met de Franse waarden te verenigen’. Als elitesymbool en vertrouweling van de president wordt El Karoui bekritiseerd door Franse vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap, die hem verwijten dat hij is losgezongen van de dagelijkse realiteit van de islam, aldus de Amerikaanse krant.

    ‘Snelkookpan van gemeenschappen’

    Wie vandaag de dag schrijft over de islam in Frankrijk, over zaken als de sluier van zangeres Mennel of de aanhouding van islamoloog Tariq Ramadan, stelt zich bloot aan ‘een stortvloed van e-mails en beledigingen’, meldt Richard Werly, de Parijse correspondent van de Zwitserse krant Le Temps. ‘In de snelkookpan van gemeenschappen die Frankrijk is’, schrijft Werly, verwijt men de journalist zijn ‘geveinsde onnozelheid’, en zijn er ook mensen die hun uitlatingen niet gedrukt willen zien uit vrees dat er een ‘karikatuur’ van wordt gemaakt. ‘Hoe moet dit seculiere Frankrijk dat verteerd wordt door een voorliefde voor banvloeken een “trotse” toekomst creëren voor deze miljoenen “islamitische Galliërs”, een uitdrukking die ik hoorde toen ik onderzoek deed naar Tariq Ramadan?’ vraagt de journalist zich af, die daarin de kern ziet van het Franse probleem: ‘Frankrijk wordt getraumatiseerd door de islam doordat een deel van de bevolking geen “trotse” islam wil in het republikeinse bestel.’

    Wie zijn de moslims in Frankrijk?

    Vorige maand vroeg de Franstalige Algerijnse krant El-Watan zich af hoeveel moslims er in Frankrijk woonden en waar ze vandaan kwamen. Aangezien de geloofsovertuiging uit de Franse statistieken is verbannen, is het moeilijk achter de juiste cijfers te komen, merkte de krant. ‘Vandaar de uit de losse pols verrichte schattingen van de aantallen moslims. Onrustzaaiers drijven dat aantal soms op tot 8 miljoen, om op die manier de brave burger schrik aan te jagen.’

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat bemoeienissen heeft met de in Frankrijk voorkomende godsdiensten, gaat uit van een aantal tussen 4 en 5 miljoen – een ‘weinig wetenschappelijke vork’ volgens de krant. Die vertrouwt meer op de cijfers van het Franse wetenschappelijke Institut Montaigne, ‘dat in 2016 het aantal Fransen van vijftien jaar en ouder van het islamitische geloof schatte op 1,7 miljoen’.

    ‘Wat vaststaat’, aldus de krant, ‘is dat op historische koloniale gronden het grootste deel van de moslims in Frankrijk afkomstig is uit de Maghreb [Algerije, Marokko en Tunesië], gevolgd door de Sahellanden en landen bezuiden de Sahara.’


    DRIE POLEMIEKEN IN 2018

    1. Maryan Pugetoux
    Een gesluierde vakbondsvoorzitter

    De voorzitter van de studentenvakbond Unef van de Universiteit Paris-IV ‘heeft nooit een militante rol geambieerd’, schrijft The Washington Post. ‘Maar we zijn in Frankrijk, en Maryam Pougetoux is gesluierd op de nationale televisie verschenen.’ Het gevolg is dat de jonge vrouw sinds 12 mei jongstleden het middelpunt is van een polemiek over haar hidjab en een stortvloed aan politieke reacties heeft ontketend. ‘Volgens haar critici heeft Maryam Pougetoux zich schuldig gemaakt aan een misdrijf, namelijk schending van het nationale laïcité-credo’, schrijft de Amerikaanse krant, onder de kop: ‘Voor sommige Franse hoogwaardigheidsbekleders is de sluier zo’n bedreiging dat ze niet schromen een jonge vrouw hard aan te pakken’.

    2. Tariq Ramadan
    Een islamoloog in conflict met justitie

    De Zwitserse islamprediker is afgelopen februari verhoord en in hechtenis genomen op verdenking van drie verkrachtingen. Zijn gevangenneming is hard aangekomen bij de Franse mosliminsituties, meldde destijds de Zwitserse krant Le Temps, die een woordvoerder van de moslimgemeenschap citeerde: ‘Dit is rampzalig. Ik zie niet in hoe Tariq Ramadan, hoe het uiteindelijke vonnis ook zal luiden, ooit weer het symbool van de islamitische trots en vernieuwing kan worden dat hij pretendeerde te zijn tijdens zijn openbare optredens.’

    800px tariq ramadan profile image

    3. Mennel Ibtissem
    Een afwijkende stem

    De zangeres Mennel, deelneemster aan de Franse versie van de talentenjacht The Voice, heeft van verdere deelname moeten afzien na een lawine van tweets in juli 2016, waarin de Franse staat rechtstreeks verantwoordelijk werd gesteld voor de aanslagen. ‘Het begon er allemaal mee dat ze gesluierd op het televisiescherm verscheen’, schreef destijds de Libanese krant Al-Modon. ‘In het geval van Mennel bleek haar uiterlijk belangrijker dan haar stem’, constateerde de verslaggever spijtig. Een andere journalist van Al-Modon noemde de solidariteitsbetuigingen aan het adres van Mennel ‘onbegrijpelijk’. Zeggen dat de jonge vrouw het slachtoffer was van racisme is ‘pure waanzin’. Hij voegde eraan toe: ‘Er is een algemene tendens bij Arabieren om in de slachtofferrol te kruipen.’

    mennel

    Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk: twee modellen

    Begin juni wijdde The New York Review of Books een lange beschouwing aan het verschil in behandeling van de islam in respectievelijk het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Voor het roemruchte Amerikaanse tijdschrift berust dat verschil op culturele en historische gronden. ‘Het Franse dirigisme en de Britse multiculturele inslag – en beider benadering van de integratie van immigranten – zijn het logische gevolg van de twee verschillende zienswijzen vanuit hun imperiale verleden (de beschavingsdrang van Frankrijk tegenover de losse teugel van de Britten). Een standpunt dat in het geval van Groot-Brittannië wordt geschraagd door het uitgangspunt van diversiteit dat voortvloeit uit de grondwet van het land.’

    Deze twee benaderingen zijn onderhevig aan kritiek aan weerszijden van Het Kanaal, schrijft het NYRB. ‘Tijdens de onlusten in de voorsteden in 2005, en vervolgens na de terreuraanslagen in januari 2015, wezen nogal wat Fransen op de keerzijde en de gevolgen van de politiek van doorgedreven integratie, die Noord-Afrikaanse immigranten ertoe dwong zich aan te passen aan alle aspecten van de Franse cultuur, met name de taal en de Republikeinse seculaire ideologie’, aldus het blad. ‘De Britten daarentegen stonden aan de diverse bevolkingsgroepen toe hun eigen onderscheiden karakteristieken te behouden, terwijl zij hen trachtten te verenigen rond symbolen als het parlement en het koningshuis.’

    Dat heeft terreuraanslagen op Britse bodem door islamitische daders niet kunnen voorkomen. ‘De aanslagen in Londen in 2005, met 52 dodelijke slachtoffers, hebben evenwel die optimistische benadering niet duurzaam aangetast. Daarbij moet worden opgemerkt dat het tijdsverloop van acht jaar tot de volgende jihadistische aanslag de Britten bovendien in staat stelde die gebeurtenis te beschouwen als een uitzonderlijk incident.’

    Als reactie op de demografische veranderingen en uit angst voor terrorisme heeft het Verenigd Koninkrijk heel openlijk de multiculturele samenleving afgezworen’

    Maar de afgelopen jaren is de Britse kijk op de zaken veranderd. ‘Als reactie op de demografische veranderingen en uit angst voor terrorisme heeft het Verenigd Koninkrijk onder David Cameron en meer recent onder Theresa May heel openlijk de multiculturele samenleving afgezworen – een ontwikkeling die eveneens kan hebben bijgedragen tot de neiging zich op zichzelf terug te trekken en met een zeer kleine meerderheid te stemmen voor Brexit.’

    Sindsdien, aldus het Amerikaanse blad, ‘berust de strijd tegen het extremisme op het aanprijzen van de zogeheten “Britse” waarden, zoals de democratie, de rechtsstaat, de individuele vrijheid en de tolerantie’, terwijl Frankrijk koos voor een steeds striktere secularisering, die het land te staan komt op een op zijn minst nogal onverwachte vergelijking in de NYRB: ‘Het in stelling brengen van een zeer doctrinaire secularisering in Frankrijk doet denken aan de wanhopige maatregelen in de seculaire republiek Turkije, eer die in handen viel van de nieuwe islamisten van Recep Tayyip Erdogan.’

  • 3. Is Frankrijk onverdraagzaam?

    3. Is Frankrijk onverdraagzaam?

    Twee maanden geleden heeft de Franse Raad van State de afwijzing bekrachtigd van de naturalisatieaanvraag van een jonge Algerijnse die weigerde een man een hand te geven. Een symbolische beslissing die tot verdeeldheid leidt.

    JA

    Overtreding van de wet

    De krant The National uit de Verenigde Arabische Emiraten is verontwaardigd over deze uitspraak en spreekt van een Frankrijk ‘dat een moslimvrouw vervolgt op grond van haar geloof’. Hisham Al-Zoubeir Hellyer schrijft in zijn artikel dat ‘het inburgeringsexamen alleen maar een truc is om een specifieke groep te stigmatiseren: de moslims’. Hij vindt deze beslissing discriminerend, omdat een Algerijnse man er geen enkel probleem mee zou hebben gehad de hand van een andere man te schudden en dus wel genaturaliseerd zou zijn. ‘Als de aanvraagster een Israëlische orthodoxe jodin zou zijn geweest, kun je je afvragen of ze op dezelfde manier zou zijn behandeld.’

    Volgens Hellyer duidt de weigering om iemand van het andere geslacht een hand te geven ‘misschien op een conservatieve, zo niet ultraconservatieve kijk [op de samenleving], maar dat mag geen beletsel vormen om Frans te worden’. Hij benadrukt de keuzevrijheid, die doorslaggevend zou moeten zijn in een samenleving als de Franse. ‘Sommige mensen kunnen ervoor kiezen om zich te laten zoenen, anderen om zich de hand te laten schudden en weer anderen om zich te laten omhelzen. In alle drie de gevallen is er sprake van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, maar het accepteren of verwerpen daarvan zou aan de individuele vrijheid van eenieder moeten worden overgelaten.’

    Hellyer denkt dat de oorspronkelijke nationaliteit van de aanvraagster ook een rol in deze beslissing heeft gespeeld: ‘Het koloniale verleden van Frankrijk in de vorige eeuw in Algerije heeft sporen nagelaten die in het huidige Frankrijk nog zichtbaar zijn.’

    NEE

    Kwestie van individuele vrijheid

    In een column getiteld ‘Waarom zou Frankrijk islamitische intolerantie moeten tolereren?’ ziet de correspondent van de conservatieve Britse krant The Spectator geen enkele aanwijzing voor islamofobe discriminatie. ‘Waarom zou een westers land een vrouw moeten opnemen die haar neus ophaalt voor een van zijn oudste vormen van beleefdheid?’ vraagt Gavin Mortimer, om vervolgens een direct verband te leggen met andere vormen van discriminatie: ‘Als het eenvoudige vooruitzicht een man een hand te moeten geven al onacceptabel voor haar is, is er gegronde reden haar ervan te verdenken dat ze ook niets opheeft met de rechten van homo’s en joden.’

    Mortimer citeert de slogans die op talrijke borden in de Franse straten prijken: ‘De Republiek treedt eenieder met open gezicht tegemoet.’ ‘Toch is er een klein aantal vrouwen dat de wet blijft overtreden door te weigeren hun gezicht te tonen’, aldus de columnist.

    Ter verdediging van zijn standpunt wijst hij op de Franse moslimgemeenschap als geheel, die volgens hem ‘het eerste slachtoffers van het extremisme’ is. ‘Deze miljoenen perfect geïntegreerde mannen en vrouwen worden dagelijks geconfronteerd met de intimidatie van islamisten die hen op ideologische gronden aanvallen.’ Als voorbeeld noemt de Britse journalist de sportwereld, waar het aantal jonge geradicaliseerden zou toenemen en vrouwen uit sommige sportverenigingen zouden worden geweerd ‘om de eenvoudige reden dat vrouwen niet welkom zijn in sportclubs die door islamisten zijn geïnfiltreerd’.

    Courrier International
    Frankrijk | weekblad | oplage 165.476

    De Franse 360. Sinds twintig jaar een begrip in de kiosk. Bijgenaamd het Pentagon van de journalistiek, omdat Courrier nauwlettend in de gaten houdt wat er over de hele wereld wordt geschreven door de media.

  • 2. Tekenen van een nationale identiteitscrisis

    2. Tekenen van een nationale identiteitscrisis

    Het in Tunis gevestigde digitale weekblad Meem heeft Tunesische onderzoekers en sociologen geïnterviewd om de ambivalente houding van de Franse samenleving tegenover de islam te analyseren.

    De gemiddelde Fransman staat sinds enige tijd vijandig tegenover moslims. Volgens sociologisch onderzoeker Abdessatar Sahbani is dat het gevolg van de ‘zware klappen’ die de Franse samenleving zijn toegebracht door de aanslagen waarbij talrijke onschuldige slachtoffers zijn gevallen. Om diezelfde reden, legt hij uit, ‘zijn de traditionele politieke partijen, die dit probleem niet hebben kunnen oplossen, weggevaagd’.

    Onderzoeker Sami Brahem daarentegen is van mening dat ‘Frankrijk een identiteitscrisis doormaakt omdat de consensus die het gevolg was van de wet van 1905, het fundament van het moderne Frankrijk, enkele vragen heeft opengelaten’. Hij vraagt zich af: ‘Betekent laïcité de scheiding tussen godsdienst en staat, of tussen godsdienst en het openbare leven? Verbiedt ze mensen om kleding te dragen waaruit hun godsdienstige overtuiging spreekt? Dat is de vraag die door de aanwezigheid van Fransen met uiteenlopende religieuze en culturele achtergronden wordt gesteld. Er is eerder sprake van een identiteitscrisis dan van een extremistische crisis, ook al bestaan er racistische antimoslimsentimenten.’

    ‘Het gebeurt maar zelden dat men in het Westen gesluierde vrouwen zelf aan het woord laat om een ander licht op de zaak te werpen’

    Dit extremisme laat zich verklaren, nog altijd volgens Brahem, door het grote aantal moslims. En daar komen de problemen in de Arabische en islamitische wereld nog bij, met name de Palestijnse kwestie. ‘De relatie tussen de islam en het Westen is van oudsher oververhit, al sinds de kruistochten,’ stelt hij. Daarom houdt de ontwikkeling van de islamofobie in Frankrijk volgens hem verband met ‘het westerse onderbewustzijn, dat de islam als bedreigend is gaan beschouwen. En het terrorisme heeft die angst aangewakkerd.’

    Wat de sluier betreft onderstreept Sami Brahem dat ‘de feministische bewegingen, niet alleen in het Westen maar zelfs in de Arabische wereld, van mening zijn dat die vernederend is voor de vrouw en haar reduceert tot haar fysieke dimensie. Het gebeurt maar zelden dat men in het Westen gesluierde vrouwen zelf aan het woord laat om een ander licht op de zaak te werpen.’ Terwijl deze polemiek de discussie over de moslims in Frankrijk weer aanwakkert, zijn veel betrokkenen van mening dat de oplossing ligt in het overwinnen van het minderwaardigheidscomplex door te mikken op opleiding en excellentie.

    ‘De uitdaging waarvoor Fransen van buitenlandse afkomst zich gesteld zien, is om zich Frans te voelen,’ legt Brahem uit. ‘Te meer omdat de meeste Fransen buitenlandse wortels hebben.’ Hij wil de derde en vierde generatie, die geen sterke band hebben met hun wortels, dan ook oproepen gebruik te maken van de rechten die de grondwet en het wetboek hun geven, maar ook om een goede opleiding te volgen en zich zodoende aan hun slachtoffercomplex te ontworstelen. ‘Islamitische wortels hoeven niet strijdig te zijn met Franse wortels. Afrekenen met een neerbuigende houding tegenover moslims is een strategische keus,’ besluit hij.

    Auteur: Aicha Garbi

    Meem
    Tunis | meemmagazine.net

    Dit Tunesische digitale tijdschrift is gespecialiseerd in de problematiek van vrouwen in de Arabische wereld. Het doel is hen aan het woord te laten maar ook om de samenlevingen aan te spreken waarin ze leven.

    Beeld: Winkelier in de arme Parijse immigrantenbuurt rond de Boulevard Barbes. – © Jonathan Alpeyrie / Polaris

  • Dossier: Frankrijk en de islam. De grote tegenstelling

    Dossier: Frankrijk en de islam. De grote tegenstelling

    Kan de islam zich conformeren aan nationale waarden? Dat is de vraag die ook premier Macron stelt om het hoofd te bieden aan de gewelddadige uitwassen van een religie met zes miljoen volgelingen.

    Hoe die hervorming zich verhoudt tot het Franse laïcité-model is een paradox en volgens de buitenlandse pers tegelijkertijd de kern van het probleem.

    1. Seculier of niet seculier?

    2. Tekenen van een nationale identiteitscrisis

    3. Is Frankrijk onverdraagzaam?

    4. Eerst de grondwet erkennen

    5. Wie zijn de Franse moslims?

    Beeld: Parijs, december 2017, meisjes op schoolreis maken een groepsselfie. – © Sabine Joosten / Hollandse Hoogte

  • 4. Eerst de grondwet erkennen

    4. Eerst de grondwet erkennen

    Voordat er van integratie sprake kan zijn moeten moslimorganisaties de grondwet erkennen en, zo schrijft Die Welt, hun houding ten aanzien van de Republiek ter discussie te stellen.

    De positie van de islam in Europa is omstreden. Sommigen – vooral toonaangevende politici in Duitsland – zeggen dat de islam, alleen al getalsmatig, deel uitmaakt van Europa. Volgens anderen geldt dat alleen voor seculiere moslims. In Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Nederland en ook de andere West-Europese landen is in de laatste vijftig jaar het aantal moslims, moskeeën en bijbehorende organisaties verveelvoudigd. Arbeidsmigratie en immigratie uit voormalige koloniën of van vluchtelingen stellen enorme eisen aan het integratievermogen van de ontvangende samenlevingen. De culturele integratie van met name de moslimmigranten is grotendeels mislukt. Parallelle samenlevingen en rechtssystemen, onderwijsachterstanden, hoge werkloosheid tot en met fundamentalisme en religieus gefundeerd terrorisme bepalen de agenda. De pogingen om de islamitische organisaties te betrekken in een maatschappelijke discussie blijven, zoals duidelijk werd aan de hand van de Duitse islamconferentie, in de aanzet steken. Vooral omdat het de vertegenwoordigers van de islam er in wezen slechts om te doen was dat hun groepsbelangen de maatschappelijke norm zouden worden. Er werd in alle ernst drie jaar lang gediscussieerd over de vraag of van islamitische organisaties mag worden verwacht dat ze de prioriteit van de grondwet boven de Koran, dus boven Alla’s wetten, als bindend erkennen.

    Nu heeft de Franse president Emmanuel Macron een nieuwe aanzet gegeven om de islam in Frankrijk te integreren. Hij wil nog dit jaar een plan presenteren dat ‘het fundament voor de volledig nieuwe inrichting van de islam in Frankrijk moet leggen’. In een interview met de Le Journal du Dimanche zei hij dat hij er op alle niveaus aan werkt ‘om opnieuw te ontdekken wat de kern van het secularisme uitmaakt: de mogelijkheid de gelegenheid te hebben om te geloven, maar ook om niet te geloven’. Het plan, waarvan de bijzonderheden nog niet zijn uitgewerkt, moet meerdere dingen regelen. De moslims moeten zich zo organiseren dat de staat een verantwoordelijke partner heeft die aangesproken kan worden. Macron wil een morele autoriteit instellen, zoiets als een ‘groot-imam’ voor Frankrijk. Deze moet, net als het door Napoleon georganiseerde Grand Sanhedrin, de Franse grondwet als bindend erkennen. Blijkbaar gaat de president ervan uit dat de moslims in Frankrijk in de Franse raad voor het islamitisch geloof vertegenwoordigd zijn.

    Invloed verminderen

    Eén probleem zal zijn dat in Frankrijk, net als in Duitsland, slechts een klein deel (ongeveer 10 procent) van de moslims is vertegenwoordigd in moskeeverenigingen. Ten tweede wil men ‘de invloed van Arabische landen verminderen’. Dat betekent dat een einde gemaakt moet worden aan de financiering van de moskeeën en koranscholen uit de Maghreb, Saoedi-Arabië of Turkije. Ook moeten de financiële zaken van de moskeeën – men gaat er blijkbaar van uit dat via de moskeeën een soort financiële zwarte markt wordt georganiseerd – transparant worden. Het financiële tekort moet dan via een ‘halal’-belasting, een belasting op islamconforme producten, gecompenseerd worden. Daarmee moet dan ook de imamopleiding in Frankrijk gefinancierd worden, zodat er niet, zoals in Duitsland, honderden imams vanuit het buitenland komen. Zulke plannen zijn hier theorie, want de moskeeverenigingen laten tot op heden de aan Duitse universiteiten opgeleide imams links liggen en engageren liever voorgangers uit Turkije of Saoedie-Arabië.

    Macrons plannen worden bij de Franse islamorganisaties enerzijds met instemming ontvangen, hun wordt immers maatschappelijke erkenning in het vooruitzicht gesteld, maar anderzijds wijzen ze invloed van de overheid op de imamopleiding resoluut af. Ook een mogelijke halalbelasting stuit op afwijzing. En de Franse islamorganisaties komen niet op het idee zichzelf of hun houding ten aanzien van de Republiek ter discussie te stellen en aan te zetten tot hervormingen.

    De Duitse politiek heeft – als we uitgaan van het regeerakkoord van de grote coalitie – geen plan hoe in de toekomst om te gaan met de Islam. De islamconferentie heeft een jaar geleden een laatste levensteken gegeven. Ook het initiatief van de CDU-politicus Jens Spahn, in dezelfde geest als Macrons plan, verdween een jaar geleden meteen weer in de vergetelheid. Of de Franse president succesvoller zal zijn, blijft afwachten.

    Auteur: Necla Kelek
    Vertaler: Piet Meeuse

    Die Welt
    Duitsland | dagblad | oplage 202.000

    In 1946 door de Britten opgericht in Hamburg als Duits equivalent van destijds quality newspaper The Times. Sinds 1953 conservatief vlaggenschip van Axel Springer. Op economisch gebied zeer uitgebreid, tevens aandacht voor toerisme en de huizenmarkt.

    Beeld: Mosims bij de Yahya-moskee in Saint-Etienne-du-Rouvray, Normandië, in juli 2016. Ze brachten een eerbetoon aan priester Jacques Hamel, die in dezelfde plaats werd vermoord door IS-aanhangers. – © François Mori / HH

  • Secularisme en islam, een ongelukkige combinatie?

    Secularisme en islam, een ongelukkige combinatie?

    Hoe kan een seculier land zich beschermen tegen gewelddadige ideeën die in naam van de islam worden gepredikt? Emmanuel Macron wil de godsdienst met zes miljoen aanhangers reorganiseren, maar dat is een contradictie. ‘Het is aan de moslims om het voortouw te nemen. Het is hun historische missie.’

    Keuze uit het archief

    Vorige week kondigde de Franse overheid een verbod af voor meisjes en vrouwen om op school een abaja te dragen, een besluit dat afgelopen donderdag door een hogere bestuursrechter werd bekrachtigd. De abaja werd niet als religieus gezien, tot eerder dit jaar. Dit besluit past binnen het patroon dat al jarenlang zichtbaar is in Frankrijk, een land waar de scheiding tussen kerk en staat – de zogeheten laïcité – hoog in het vaandel staat. Zo mogen middelbare scholieren in Frankrijk al sinds 2004 geen zichtbare religieuze symbolen dragen, zoals christelijke kruizen, joodse keppeltjes of islamitische hoofddoeken.

    Dit artikel van The Atlantic uit 2018 laat zien dat Frankrijk reeds tientallen jaren op zoek is naar de ideale manier om zich tot de islam te verhouden. Zo wil president Emmanuel Macron de godsdienst op seculiere leest schoeien en in overeenstemming brengen met de nationale waarden om zo radicalisme en terrorisme buiten de deur te houden. Volgens anderen is het echter beter om deze taak aan de moslims zelf uit te besteden, want ‘de staat kan zich niet bemoeien met religieus beleid of religieuze kwesties’.

    Toen de Franse president Emmanuel Macron vorige maand in een interview zei de islam in Frankrijk volledig te willen reorganiseren, kwam dat niet onverwacht. Hij beloofde immers vooral te zullen slagen waar zijn voorgangers hadden gefaald.

    Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben opeenvolgende Franse regeringen geprobeerd een vorm van islam te creëren die typisch is voor Frankrijk, met het tweeledige doel de moslimminderheid in het land te laten integreren en islamistisch extremisme te bestrijden. Het ging erom een islam te ontwikkelen die zich conformeert aan de nationale waarden, met name het secularisme, en tegelijkertijd immuun is voor de radicale interpretaties die in sommige delen van de wereld vaste voet aan de grond hebben gekregen.

    Ironisch genoeg werd bij eerdere pogingen om een soort Franse islam te codificeren nauw samengewerkt met de landen van herkomst van Franse moslims, met name Marokko, Algerije en Turkije. In 2015 tekende de toenmalige president François Hollande bijvoorbeeld een akkoord met het koninkrijk Marokko om Franse imams naar een opleidingsinstituut in Rabat te sturen.

    Gematigd

    Het gevolg is een crisis op het gebied van vertegenwoordiging en legitimiteit. Bestaande, al dan niet aan de staat gelieerde organisaties vertegenwoordigen de uiteenlopende moslimgemeenschappen in Frankrijk niet. Dit ondermijnt de integratie van moslims in de samenleving als geheel en schept volgens de regering-Macron ruimte voor gevaarlijke ideologieën. Tegelijkertijd vinden veel moslims een poging om de islam van hogerhand te reguleren domesticerend en bevoogdend, vooral in het licht van Frankrijks twijfelachtige nalatenschap in de Arabische moslimwereld – een manier om de islam net zo lang te assimileren tot hij onzichtbaar wordt.

    Er is nog een reden waarom pogingen van staatswege met scepsis worden bezien. Het belangrijkste doel, dat zelden expliciet wordt verwoord en dikwijls wordt verhuld in retorische platitudes over sociale cohesie, is duidelijk: het bestrijden van radicalisering. ‘Er wordt altijd geïmpliceerd dat een Franse islam gematigd is, en tegen terrorisme,’ zegt Olivier Roy, islamgeleerde en hoogleraar aan het European University Institute in Florence. ‘Maar wat betekent gematigdheid in het geval van een religie?’

    De naar schatting zes miljoen Franse moslims – acht procent van de bevolking – vormen momenteel het middelpunt van een discussie over nationale identiteit in een land dat vasthoudt aan de laïcité, oftewel staatssecularisme, het uit 1905 daterende wetsbeginsel dat kerk en staat scheidt en bepaalt dat de staat neutraal tegenover religie dient te staan. In het recente verleden heeft deze discussie zich meer toegespitst op het bestrijden van islamistisch extremisme, en de aanslagen van afgelopen maart in de zuidelijke steden Carcassonne en Trèbes, gepleegd door een man van Marokkaanse origine die in 2004 is genaturaliseerd, hebben de publieke angst nog verder aangewakkerd.

    Sinds 2013 hebben minstens zeventienhonderd Franse staatsburgers zich aangesloten bij IS in Irak en Syrië; ook achter de aanslagen waarmee Frankrijk in 2015 en 2016 werd geconfronteerd zaten Franse staatsburgers. Maar de nationale angst over de verenigbaarheid van de islam met de Franse Republiek dateert al van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, toen immigranten die als gastarbeiders uit voormalige Franse koloniën waren gekomen (met name in Noord-Afrika) zich permanent in Frankrijk begonnen te vestigen. Die realiteit leidde tot een reeks pogingen van staatswege om de moslimintegratie te reguleren.

    ‘De moslimgemeenschap is vermoeid en teleurgesteld geraakt door een opeenvolging van belachelijke en vernederende voorstellen,’ zegt M’hammed Henniche, voorzitter van het Verbond van Moslim Associaties van Seine-Saint-Denis, een departement ten noordoosten van Parijs waar de moslims in de meerderheid zijn. Hij doelt op het beleid dat de Franse islam voortdurend met de Arabische wereld in verband brengt.

    De Franse Raad voor het Moslimgeloof, in 2003 opgericht door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy, is een illustratie van dat ongenoegen. Volgens een enquête uit 2016 weet nauwelijks een derde van de Franse moslims waar die raad voor staat, en een onevenredig groot aantal leiders ervan vertegenwoordigt groeperingen die gelieerd zijn aan Algerije, Marokko, Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar. Andere organisaties onderhouden nauwe banden met Algerije, Marokko of de Moslimbroederschap.

    Toch is het geen verrassing dat de Franse overheid de institutionalisering van de islam heeft uitbesteed. ‘De staat kan zich niet bemoeien met religieus beleid of religieuze kwesties,’ zegt Roy. ‘Aan de andere kant is dat precies wat Franse regeringen al dertig jaar lang proberen te doen. Het hele plan is een volstrekte contradictie, waarbij een door en door seculiere staat een plan in elkaar flanst om zijn eigen nationale islam een plaats te geven.’

    Sommige van de gevaarlijkste imams zijn Frans, en preken in het Frans

    Hoewel het plan om de Franse islam te reorganiseren niet nieuw is, verschilt het initiatief van Macron zowel qua omstandigheden als zienswijze van eerdere pogingen. ‘Macron trad aan in 2015, vlak na een reeks terroristische aanslagen,’ zegt Bernard Godard, van 1997 tot 2014 als islamdeskundige verbonden aan het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘De publieke opinie ziet het organiseren van de islam als een veiligheidsnoodzaak die de zorgen van het land moet wegnemen. Maar wat dat concreet betekent weten we niet.’

    Een van Macrons plannen is het stoppen van buitenlandse financiering om Franse moslimorganisaties los te weken van andere landen. Een ander voorstel behelst de opleiding van imams. Waar vorige regeringen, zoals die van Hollande, de blik richtten op bondgenoten als Marokko – ‘een islam die we kennen’, aldus Godard – heeft Macron voorgesteld imams thuis op te leiden. In lijn met het secularisme zou die opleiding over culturele waarden moeten gaan, en niet over religieuze teksten, om een generatie imams te kweken die ‘made in France’ zijn.

    Maar het optuigen van een nationaal opleidingsprogramma om radicalisering tegen te gaan veronderstelt dat de imams die haat prediken uit het buitenland komen. Dat is nauwelijks het geval; stromingen als het salafisme hebben aan invloed gewonnen in Frankrijk. ‘Het is onlogisch om te zeggen dat dat door een islam uit de Maghreb of elders komt,’ zegt Godard. ‘We moeten erkennen dat er in Frankrijk een Franse salafistische islam bestaat.’ Sommige van de gevaarlijkste imams zijn Frans, voegt hij eraan toe, en preken in het Frans.

    De lessen die uit het recente terrorisme kunnen worden getrokken zijn in tegenspraak met het idee dat een inherent gematigde Franse islam – als die al van bovenaf kan worden opgelegd – als een bolwerk tegen extremisme zou kunnen dienen. France academici zijn gebotst over de drijfveren voor radicalisering, maar veel wijst op de niet-religieuze ondertoon daarvan. Dat wil niet zeggen dat de islam geen rol speelt in de verspreiding van radicale ideeën. Maar de jongemannen achter de bloedbaden in Parijs of Nice waren geen vrome moslims die regelmatig een moskee bezochten, ook al doodden ze in naam van de godsdienst. De meeste aanslagplegers zijn draaideurcriminelen die regelmatig korte tijd in de gevangenis zitten, waar ze vaak aan extremistische ideologieën worden blootgesteld. Anderen radicaliseren via het internet, waar volop wordt geworven voor Islamitische Staat. Redouane Lakdim, de aanslagpleger in Carcassonne en Trèbes, past in dat profiel: hij is in 2015 en 2016 gevangengezet wegens het bezit van respectievelijk vuurwapens en drugs en men wist dat hij actief was op salafistische websites.

    ‘Het is een belachelijk en irrelevant idee dat als alle imams in Frankrijk een gematigde islam aanhangen er geen terrorisme meer zal zijn,’ zegt Roy, om eraan toe te voegen dat Frankrijk volgens de grondwet geen salafistische imams kan vervangen door ‘gematigde’ zonder de neutraliteit die door de wet van 1905 wordt voorgeschreven geweld aan te doen. Desondanks heeft de recente aanslag enkele politici van de oppositie ertoe gebracht een ‘verbod op salafisme’ te eisen. Het is onduidelijk wat dat zou inhouden en of het wettelijk haalbaar zou zijn, laat staan of het effectief zou zijn als maatregel tegen terrorisme.

    Roy beschouwt de hardnekkige regeringsfocus op religie als ‘ideologisch’, het gevolg van een steeds verbetener laïcité waarbij religie, en de islam in het bijzonder, uit de openbare ruimte verdwijnt. Die reactionaire neiging vierde vooral hoogtij onder Hollande, wiens premier Manuel Valls de terroristische aanslagen aangreep om in naam van de nationale veiligheid met een antireligieuze agenda te komen, met name met zijn poging in 2016 om boerkini’s op stranden te verbieden.

    Valls, die de islam onlangs ‘een probleem’ voor Frankrijk noemde, staat niet alleen in die opvatting. En hoewel Macron heeft geprobeerd de discussie over laïcité en islam te temperen – hij waarschuwde voor een ‘radicalisering van de laïcité’, waarin sommigen een verhulde verwijzing naar de voormalige premier en diens talrijke volgelingen zagen – is hij daarbij in de minderheid, zowel binnen zijn regering als onder het publiek. Een van de geleerden die Macron over de islam wil raadplegen, Gilles Kepel, is lid van de Printemps Républicain (Republikeinse Lente), een groep intellectuelen en journalisten ter linkerzijde die een agenda voorstaat die strookt met de ideeën van Valls.

    Volgens een enquête in februari beschouwt 43 procent van de Fransen de islam als ‘onverenigbaar met de waarden van de Republiek’. Dat is minder dan de 56 procent in 2016, maar laat nog altijd zien dat de islam een splijtzwam is geworden die een hindernis vormt voor elke poging de godsdienst op een politiek aanvaardbare manier te institutionaliseren of reguleren zonder de moslims zelf van zich te vervreemden.

    En daarmee komt de legitimiteit aan de orde. Hoewel het antimoslimsentiment, dat na de aanslagen in 2015 en 2016 een hoogtepunt bereikte, beduidend is afgenomen, zeggen veel moslims dat dit vooroordeel nog altijd de overhand heeft op sociaal en juridisch gebied. Als voorbeelden noemen ze een wet uit 2004 die religieuze symbolen op openbare scholen verbiedt (inclusief symbolen van andere religies dan de islam), een verbod uit 2010 op het in het openbaar dragen van een volledig gezichtsbedekkende sluier en, met ingang van januari, een verbod op religieuze kleding in het parlement. In de ogen van sommige moslims zal het idee van een van staatswege gecreëerde Franse islam een voortzetting lijken van het beleid dat ze als een assimilatiemiddel zien om de vrijheid van religieuze uitingen te belemmeren.

    Franse schouders

    Volgens Hakim El-Karoui, verbonden aan de denktank Institut Montaigne en een van de deskundigen die Macron wil raadplegen, zou de staat het ontstaan van een Franse islam mogelijk moeten maken zonder die zelf te creëren. Macrons plan om de Franse islam los te weken van de Arabische wereld juicht hij toe, en hij gelooft dat die zelfs nog verder zou moeten gaan: ‘Ik stel voor dat we de verantwoordelijkheid op de schouders van Franse moslims leggen die geen ander belang hebben dan dat van Frankrijk,’ zegt hij, verwijzend naar wat hij de ‘zwijgende moslims’ noemt, afkomstig uit de hogere middenklasse en de elite.

    Maar dat zal misschien niet zo makkelijk zijn. ‘Veel moslims die hogerop zijn gekomen op de maatschappelijke ladder willen niet te veel in verband worden gebracht met de islam, de jihad of de banlieues, de verarmde buitenwijken van de Franse steden,’ zegt Roy.

    El-Karoui, die moslim is, is er niet van overtuigd dat de ‘zwijgende moslims’ hun verantwoordelijkheid zullen ontlopen, maar erkent dat het een langetermijnkwestie is. In zijn ogen gaat het om het bestrijden van de extremistische ideologieën die de ether hebben weten te veroveren. ‘Wie heeft het op de sociale media of in het publieke debat over de islam, wie heeft het over religie? Islamitische Staat aan de ene kant, en de salafisten aan de andere,’ zegt hij. Dat is misschien wat overdreven, maar die groeperingen zijn wel de luidruchtigste, met goed geoliede pr-machines die het gestamel van andere, niet verenigde actoren overstemmen. ‘We moeten het publiek een ander verhaal over de islam vertellen,’ zegt El-Karoui. Dat zou het antimoslimsentiment en het verwarren van islam met terrorisme kunnen verminderen.

    Maar het is onduidelijk of de mobilisering die El-Karoui voor ogen staat de moslims zal aanspreken die hun religieuze identiteit liever benadrukken dan afzwakken en zelfs weer religieuze symbolen zijn gaan dragen om de waargenomen discriminatie te bestrijden. Toen ik dit tegen El-Karoui zei, noemde hij de hoofddoek een symbool van het islamisme, de politieke ideologie die tot geweld heeft geïnspireerd, en niet van de islam, de godsdienst. Vrouwen die er een dragen moeten naar zijn mening erkennen dat het symbool dat ze met hun godsdienst associëren eigenlijk voor een misdadige politieke ideologie staat.

    ‘We proberen een godsdienst met zes miljoen aanhangers in Frankrijk te reorganiseren om te voorkomen dat tweehonderd van hen terrorist worden. Zien we dan niet hoe absurd dat is?’

    Maar dat zal moeilijk te verkopen zijn. Dat de Koran niet eist dat vrouwen een hoofddoek dragen, is voor de draagsters niet per se relevant. Veel meisjes voelen zich, onder invloed van de wet van 2004, afgewezen door een restrictieve visie op wat het betekent om Frans te zijn. Linda Merzouk, een achttienjarige die dagelijks haar hoofddoek afdoet voordat ze haar middelbare school in het oosten van Parijs binnengaat, beklaagde zich in een interview over de verplichting om ‘een integraal deel [van haarzelf] thuis te laten’ en beschreef het verbod als een ‘inbreuk op de vrijheid van godsdienst’ die ‘deuren [voor haar] sluit’ in de Franse samenleving. Het idee aan de zijlijn te belanden zou de slachtofferrol die groeperingen als IS zo effectief hebben gebruikt om jongeren aan hun kant te krijgen wel eens kunnen versterken.

    Voorlopig heeft Macron alleen de fundamenten gelegd. Het stoppen van buitenlandse financiering zou mosliminstituties in elk geval ten dele kunnen losweken van buitenlandse belangen. Maar als het de bedoeling is Frankrijk te beschermen tegen gewelddadige ideeën die in naam van de islam worden gepredikt, zal een standaardaanpak – vooral als die van bovenaf wordt opgelegd, met weinig aandacht voor de behoeften van de uiteenlopende Franse moslimgemeenschappen – zijn doel wel eens voorbij kunnen schieten.

    Voor Roy is de zaak duidelijk. ‘We proberen een godsdienst met zes miljoen aanhangers in Frankrijk te reorganiseren om te voorkomen dat tweehonderd van hen terrorist worden. Zien we dan niet hoe absurd dat is?’ zegt hij. En hoewel hij toegeeft dat de huidige situatie onhoudbaar is, zal elke verandering legitiem moeten zijn om te kunnen slagen. ‘Het is aan de moslims om het voortouw te nemen. Het is hun historische missie.’

  • De bloedende wond van Al-Andalus

    De bloedende wond van Al-Andalus

    Dat jihadisten juist Spanje als doelwit kozen, heeft te maken met de geschiedenis 
van het Iberisch Schiereiland. 
De mythe van 
‘Al Andalus’, zoals 
zij Spanje liever noemen, wordt als rechtvaardiging gebruikt bij de verwezenlijking 
van het kalifaat.

    In de ogen van de ideologen van het jihadterrorisme blijft Spanje ‘het verloren Al-Andalus’, een paradijselijk oord dat met geweld is afgepakt van de islam en dat hoe dan ook moet worden terugveroverd. Voorlopig is dat streven nog toekomstmuziek, eerst moet er een aantal andere doelen worden gerealiseerd. Zo moet de moslimwereld worden bevrijd van alle westerse invloed en moet het kalifaat de plaats innemen van de huidige regimes, zodat een effectieve invoering van de sharia is gewaarborgd. Toch zal de enorme omvang van deze eerste opdrachten de noodzaak om de ‘bloedende wond Al-Andalus’ te helen niet verminderen.

    Dat Spanje wordt genoemd is niet toevallig. Militante groeperingen putten uit een oude doctrine met een lange traditie die deze episode uit de geschiedenis aanwijst als de bron van al het kwaad in de door interne verdeeldheid geplaagde islamitische wereld, maar ook als een toetssteen op basis waarvan belangrijke lessen voor de toekomst van de moslimgemeenschap kunnen worden getrokken en wordt voorkomen dat de fouten uit het verleden opnieuw worden gemaakt.

    Verloren land

    De terroristen hebben de ideeën die al een tijd lang leefden bij vooraanstaande radicaal-islamitische intellectuelen op agressieve wijze eigengemaakt en nieuw leven ingeblazen. In zijn eerste publieke videoboodschap na de aanslag van 11 september aarzelde Osama Bin Laden niet om het volgende te zeggen: ‘Dat de hele wereld weet dat wij niet zullen toestaan dat de tragedie van Al-Andalus zich in Palestina herhaalt.’ Waarmee hij twee afzonderlijke gebeurtenissen die maar liefst vijf eeuwen van elkaar zijn gescheiden met elkaar verbond alsof het één enkele tragedie betrof waartegen hij op leven en dood zou strijden.

    Het discours van Islamitische Staat heeft niet alleen het merendeel van de door Al-Qaida uitgewerkte argumenten overgenomen, maar heeft ze ook meer kracht gegeven dankzij hun hyperactieve propagandamachine, die zijn gelijke niet kent in de geschiedenis van het terrorisme. In weerwil van de voortdurende strijd om het leiderschap van de globale jihadbeweging met de groep die nu wordt geleid door de Egyptenaar Ayman al-Zawahiri, blijft Al-Andalus krachtig klinken in het discours van IS. Niet alleen als legitimatie van het nietsontziende geweld waar we in Barcelona en Cambrils getuige van zijn geweest, maar Al-Andalus wordt ook gebruikt als wapen om de aan Al-Qaida gelieerde Noord-Afrikaanse jihadistische groeperingen aan te vallen, die wordt verweten zich niet genoeg in te spannen om de islam te verspreiden op het Iberisch Schiereiland en de rest van Europa, waarbij de Arabische veroveraars uit het verleden als glorieus bewijs van stal worden gehaald.

    De mythe van het verloren land en de territoriale honger naar de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla in Noord-Afrika verklaren waarom Spanje onevenredig vaak opduikt in de jihadpropaganda. De extra hoge dreiging in Spanje is structureel en zal niet veranderen, wat er ook binnen of buiten ons land zal gebeuren. De aanhoudende propaganda die op internet wordt verspreid zal tot gevolg hebben dat in de gewelddadige fantasieën van de huidige en toekomstige extremisten de woorden zullen blijven weerklinken van allen die op enig moment de mythe van Al-Andalus hebben gebruikt ter rechtvaardiging van hun doel en van de dood van eenieder die verzet biedt bij de verwezenlijking van het kalifaat, het nieuwe ideaal. Het doet er weinig toe dat de jihadistische protostaat die IS de laatste jaren heeft proberen op te bouwen uiteen aan het vallen is: het erfgoed waaraan IS ten koste van alles wil vasthouden is virtueel van aard.

    De video’s die een utopisch leven tonen in het nieuwe kalifaat dat in Syrië en Irak van de grond begon te komen, zullen worden gebruikt om de toekomstige generaties extremisten op te roepen tot wraak tegen de landen die, zoals Spanje, actief bijdroegen aan de mislukking van het nieuwe kalifaat. Ons land zal de komende decennia extra worden bedreigd vanwege twee onwrikbare argumenten: dat Spanje in het verleden het middeleeuwse kalifaat zijn kostbaarste deel heeft afgepakt, en dat het in het heden de realisering van de nieuwe jihadistische droom in de kiem heeft gesmoord.

    Auteur: Manuel R. Torres

    Manuel Torres is politicoloog. Hij geeft les aan de Universiteit van Sevilla en schreef onder andere: El eco del terror, over ideologie en propaganda in jihadterrorisme.

    Beeld: © De overgave van Granada. Francisco Pradilla, 1882. Granada is door de Reyes Catolicos in 1492 heroverd op de Moren

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Prijs voor het pappen en nathouden van links

    Prijs voor het pappen en nathouden van links

    Volgens tabloid Daily Mail is de tijd van tolerantie voor jihadi’s voorbij. ‘Hoeveel gruwelijkheden moeten we nog ondergaan voordat we stoppen hun mensenrechten boven onze veiligheid te stellen?’

    De timing en de plek werden met opzet zo uitgekozen dat 
er zo veel mogelijk mensen zouden worden gedood en verminkt. Het wapen vol spijkers, schroeven en moeren werd geselecteerd zodat overlevenden zo ernstig mogelijke verwondingen zouden worden toegebracht.

    De grootste wreedheid van de dader was de bewuste keuze voor het popconcert van een zangeres die met name populair is bij kinderen en tienermeisjes, kennelijk om het diepste verdriet teweeg te brengen en normale menselijke gevoelens maximaal geweld aan 
te doen.

    Als we al meer bewijs nodig hadden gehad dat we in het vrije Westen vijanden herbergen die, verteerd door haat, als doel hebben onze manier van leven te vernietigen, dan is dat op die maandagavond 22 mei vol bloed en tranen 
in de Manchester Arena wel geleverd.

    Zoals de gruweldaad in Manchester zo pijnlijk duidelijk maakt, wordt het toch tijd dat we onder ogen zien dat de balans in Groot-Brittannië om onze veiligheid te waarborgen dringend weer moet worden aangepast

    Na de ergste massamoord in Groot-Brittannië sinds de aanslagen van 7 juli 2005, zijn de gedachten van alle medewerkers van deze krant allereerst bij de dodelijke slachtoffers en hun families, de verminkten en allen die zo wreed zijn beroofd van hun ouders, geliefde kinderen en broertjes en zusjes. We zijn hun echter meer verschuldigd dan uitdagende verklaringen dat terrorisme niet kan winnen, of steun- en saamhorigheidsbetuigingen in ons aller verdriet.

    Sterker nog, hoewel de volledige details van de achtergrond van de zelfmoordterrorist nog boven water moeten komen, is er al voldoende bekend om essentiële leringen te trekken uit dit recentste voorbeeld uit een lange lijst gruweldaden die in naam van de islam door fanatici zijn gepleegd.

    Vijftien jaar geleden zei een vooraanstaand politicus over een andere massamoord: ‘Deze gebeurtenissen helpen ons er op een verschrikkelijke manier aan herinneren dat vrijheid eeuwige waakzaamheid vergt. En we zijn te lang onoplettend geweest. We hebben degenen die ons haten onderdak verleend, degenen die ons bedreigden getolereerd en het degenen die ons verzwakten naar de zin gemaakt.’

    Deze woorden kwamen van Margaret Thatcher en de gebeurtenissen waaraan zij refereert waren de aanslagen van 9/11. Vandaag de dag, nadat de roekeloze interventies van westerse politici in Irak, Libië en elders het islamitische fanatisme hebben doen oplaaien, zijn haar woorden nog steeds meer dan waar. Maar hoe lang moeten we nog in doodsangst verkeren voordat we naar die woorden gaan handelen?

    In elke samenleving moet er een balans zijn tussen burgerveiligheid en burgerlijke vrijheden. Zoals de gruweldaad in Manchester zo pijnlijk duidelijk maakt, wordt het toch tijd dat we onder ogen zien dat de balans in Groot-Brittannië om onze veiligheid te waarborgen dringend weer moet worden aangepast.

    3000 jihadstrijders

    Er zijn meer dan drieduizend jihadstrijders in het Verenigd Koninkrijk, en nog eens honderden komen terug uit Syrië of sturen hun gezinnen hiernaartoe. Dankzij het handenwringen over burgerlijke vrijheden door de ellendige Nick Clegg wordt maar een zevental strijders onderworpen aan vrijheidsbeperkende maatregelen ter preventie van terrorisme.

    Intussen verspreiden belastingontwijkende socialmediagiganten met 
dodelijke onverantwoordelijkheid terroristische rekruterings- en bommenbouwpakketvideo’s zonder dat de wet hun iets kan maken.

    Ook zelfmoordterrorist Salman Abedi volgt het overbekende patroon waarbij hij kennelijk is geradicaliseerd in dit land nadat zijn ouders hier bescherming hadden gekregen; in hun geval tegen het Libië van Gaddafi.

    Na de aanslag werd de bij, een oud symbool van de stad, weer populair in Manchester. – © HH
    Na de aanslag werd de bij, een oud symbool van de stad, weer populair in Manchester. – © HH

    Vertaler: Martinette Susijn

    Verontrustend genoeg heeft hij vermoedelijk wel de aandacht van veiligheidsdiensten getrokken, maar blijkt nergens uit dat hij ook onder bewaking is geplaatst.
    Hoeveel gruwelijkheden moeten we nog ondergaan voordat we verdachten routinematig gaan volgen en stoppen hun mensenrechten boven onze veiligheid te stellen? Hoeveel terugkerende jihadstrijders met hun gehersenspoelde vrouwen mogen hier nog terugkeren en ongehinderd rondlopen?

    Iedere rechtgeaarde Britse moslim zou de Mail moeten steunen in de eis voor grotere macht voor veiligheidsdiensten om degenen die de goede naam van hun religie door het slijk halen te volgen en uit te roeien.

    Onze premierskandidaat Jeremy Corbyn, die heeft meegedaan aan demonstraties ter ondersteuning van IRA-moordenaars en platforms met Midden-Oostenfanatici heeft gedeeld, spreekt graag in abstracte termen over terrorisme. Hij zou de gezinnen van de verminkte en gedode slachtoffers in Manchester eens moeten vragen wat het daadwerkelijk betekent.

    Zij weten het. Zo lang wij mensen blijven herbergen die ons haten, mensen tolereren die ons bedreigen en wij het de mensen die ons verzwakken naar de zin maken, zullen zij niet de laatsten zijn die onder de gruwelijke realiteit van terrorisme moeten lijden.

    Daily Mail
    VK | dagbad | oplage 2.100.855

    De politieke mening van de Daily Mail is rechts, conservatief en populistisch en de krant is kritisch over de EU, immigranten, buitenlanders en andere minderheden. Deze oriëntatie gaat terug tot de begindagen; de oprichter van de krant, Lord Rothermere, stond positief tegenover de politiek van Oswald Mosley en publiceerde in januari 1934 de krantenkop ‘Hurrah for the Blackshirts’, waarmee hij zijn sympathie voor de British Union of Fascists uitdrukte. Naast de gebruikelijke artikelen over politiek, economie, binnen- en buitenlands nieuws en opinie wordt zeer veel aandacht besteed aan sport, roddel, (seks-)schandalen van nationale en internationale beroemdheden, gezondheidstips en vrouwenzaken als make-up, mode en stijl. De bijnaam van de krant, vooral gebezigd door tegenstanders ervan, is de Daily Wail _(dagelijkse klaagzang) of de _Daily Fail (dagelijkse afgang).

  • Moorden is niet zo moeilijk, fatsoenlijk doorleven wel

    Moorden is niet zo moeilijk, fatsoenlijk doorleven wel

    De haast ondraaglijke waarheid, schrijft columnist 
Fintan O’Toole, is dat gruweldaden zoals die in Manchester voorlopig deel zullen uitmaken van ons bestaan.

    Een massamoord plegen is niet moeilijk en hoe buitensporiger, hoe makkelijker. Een lichaam is week en makkelijk uiteen te rijten. Een leven is kwetsbaar en makkelijk te verwoesten. Fatsoen, menselijke waardigheid en medeleven zijn broze en hachelijke waarden. De barricades die aarde van hel scheiden, beschaving van barbarisme, zijn poreus en zitten vol gaten.

    Onze huidige manier van leven gaat 
gepaard met de wetenschap dat deze barricades elk moment geslecht kunnen worden, dat we in een oogwenk van 
een doorsnee gelukkig bestaan in een onbestaanbare verschrikking kunnen belanden.

    Net als de wetenschap dat andere mensen met verrassend gemak van zoons, broers, collega’s of aardige buren kunnen veranderen in de meedogenloos wrede wezens die ons in de hel doen belanden en die zich verlustigen in het onmetelijke leed dat ze aanrichten.

    We houden die kennis op afstand omdat we niet anders kunnen. Om door te kunnen leven, de gewone dingen te blijven doen, om te kunnen blijven vasthouden aan de alledaagse banden, aan het vertrouwen en het 
fatsoen, alles wat het cement vormt van een samenleving, moeten we die wetenschap verbannen naar de randen van ons bewustzijn. Maar daar blijft hij niet zitten. Een gruweldaad als die in Manchester is bij uitstek bedoeld om die kennis weer naar de voorgrond van ons bewustzijn te halen, en te zorgen dat hij zich daar zo stevig verankert dat vertrouwen en fatsoen worden verdrongen en de samenleving uiteenvalt.

    Het heeft niet zo heel veel zin om die terroristen lafaards te noemen

    Het heeft niet zo heel veel zin om die terroristen lafaards te noemen. Vanuit het verwrongen perspectief van de terrorist, is er juist moed vereist om het allerergste te doen. Als je mensen ten diepste wilt vervullen van afschuw en haat, is het veel beter om een aanslag te plegen op kinderen dan op soldaten, is het veel moediger om alle morele grenzen te overschrijden dan je aan een soort erecode te houden. Voor de terrorist bestaat een taboe enkel om het te doorbreken. Het onacceptabele is het meest wenselijke, het ondenkbare het meest inspirerend, het onuitsprekelijke de beste manier om iets onder woorden te brengen.

    Hier in Ierland zijn we maar al te vertrouwd met deze gestoorde logica. We weten dat de mensen die gruweldaden begaan, die bommen laten ontploffen tijdens een concert, of in een pub, of tijdens een uitvaartdienst, geen monsters zijn – helaas. Het zijn domweg ware gelovigen. Ze geloven in een toekomstige plek, in een tijd van politieke harmonie, waarin iedereen gelukkig zal zijn en het recht zijn loop zal hebben. En ze weten dat anderen, de zwakke ongelovigen, de komst van deze gezegende toestand in de weg staan omdat zij de waarheid niet kunnen zien.

    Zij zijn niet verlicht. Ze zijn onwetend en voor hen is het heden – het onvolmaakte heden met zijn compromissen en zelfgenoegzaamheid en simpele genoegens – draaglijk. En dat maakt de onwetenden verachtelijk.

    Leven met een paradox

    Het is een kleine stap van verachten naar doden, van het neerkijken op anderen omdat ze jouw overtuiging missen naar denken dat ze het verdienen om geofferd te worden voor jouw streven.

    De haast ondraaglijke waarheid is dat zo lang er mensen onder ons zijn die 
er voldoende van overtuigd zijn dat deze manier van denken niet alleen acceptabel is, maar ook te verdedigen of zelfs verheven, gruweldaden deel zullen uitmaken van ons bestaan. Onze regeringen moeten waakzaam zijn, en slim, en efficiënt. We hebben veiligheids- en inlichtingendiensten nodig die de gemeenschappen en de culturen begrijpen waarin die dodelijke mentaliteit een voedingsbodem vindt.

    We hebben een politiek en een religieus discours nodig dat weigert deze gemeenschappen te verketteren of ze van ons te vervreemden, zonder ook maar een millimeter mee te gaan in dit kwaad. We hebben regeringen nodig die zich niet door gruweldaden laten verleiden om de democratie, de mensenrechten en de waarden van een open samenleving te verloochenen. Maar we weten ook dat zelfs wanneer we over dat alles beschikken, het niet moeilijk is om te doden. Het kan willekeurig waar gebeuren, met willekeurig welk wapen, tegen willekeurig welk menselijk doelwit – hoe zachter hoe beter. Maar wat moeten we met deze kennis? Er zit niets anders op dan te leven met een paradox – we moeten het ons realiseren en we moeten het vergeten. We moeten rouwen om de doden, ‘hun vele namen noemen,’ proberen te voelen wat hun naasten voelen, voor zover we dat aankunnen. We moeten wel, aangezien dat is wat een beschaving in leven houdt.

    Het is ook precies wat voorkomt dat 
we vervallen tot barbarij – dit rouwen, dit peilloze leed, het verdriet dat die levens stuk voor stuk uniek waren, een wonder, en nu voorgoed zijn verdwenen. De klokken die voor hen luiden, luiden voor ons allen – zodra we dat niet langer horen, zodra we zo zijn gehard en afgestompt dat de doden slechts getallen zijn, zijn we verloren.

    Zij kennen geen schaamte maar ze willen dat wij ons schamen voor onze dagelijkse decadentie en ons onbeduidende, banale bestaan

    Maar tegelijkertijd mogen we niet ons vermogen verliezen om te vergeten. We mogen niet toestaan dan onze geest wordt vergiftigd, zoals de moordenaars willen, door nihilisme of afschuw en wanhoop. We mogen niet toestaan dat de golf van walging en woede alle gewone dingen van het leven overspoelt.

    Er is altijd de kwestie van schuldgevoel – hoe kunnen we gewoon doorgaan met lachen en eten en liefhebben en dansen en naar luchtige liedjes luisteren terwijl er zo veel angst om ons heen heerst 
en er zo veel kwaad onder ons huist? Maar we mogen het niet laten gebeuren dat we ons gaan schamen voor de gewone dingen, want dat is precies wat de moordenaars van ons willen. 
Zij kennen geen schaamte maar ze willen dat wij ons schamen voor onze dagelijkse decadentie en ons onbeduidende, banale bestaan.

    Hun moed schuilt in het vermorzelen van de grenzen van het alledaagse, het opblazen van een gedeelde menselijkheid en een alledaagse wellevendheid. Onze moed schuilt in het verstevigen van diezelfde grenzen en daarbinnen ons eigen leven leiden. Onze moed is groter dan die van hen – doden is niet zo moeilijk, fatsoenlijk leven met de dreiging van de dood wél.

    Auteur: Fintan O’Toole
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Fintan O’Toole is een prominent Brits journalist voor The Irish Times, auteur en winnaar van de European Press Prize.

    Op 6 juni spreekt O’Toole in De Balie in Amsterdam over de Britse verkiezingen en de aanstaande Brexit. Aanvang 20:00 uur, tickets via debalie.nl.

  • Vermoord omdat ze kopten waren

    Vermoord omdat ze kopten waren

    De dubbele aanslag van 9 april op de koptische gemeenschap in Alexandrië en Tanta, ten noorden van Caïro, toont volgens deze commentator aan dat het veiligheidsbeleid van de regering-Al-Sisi een mislukking is.

    Dit jaar werd 9 april geen feest voor wie zich opmaakte om Palmzondag te vieren. Want in twee kerken, in Tanta en in Alexandrië, vloeide er bloed en vielen er in totaal 44 doden en zo’n honderd gewonden. Dat confronteert ons met een trieste realiteit, en we zouden nu de moed moeten hebben om het ronduit toe te geven: Arabische christenen hebben reden om zich onveilig te voelen in het Midden-Oosten.

    IS blijft dat keer op keer bewijzen. 
Maar het zet alleen voort wat anderen al eerder deden. Want van het ‘kalifaat’ van Mosul was nog geen sprake tijdens het antikoptische geweld in 1998 in Al-Kosheh, een stad in Midden-Egypte, en ook niet tijdens de schietpartij voor een kerk in Qena in 2010 [in het zuiden van het land], en evenmin tijdens de aanslagen op kerken in Alexandrië en Aswan in 2011, om nog maar te zwijgen van alle andere aanslagen in diverse Egyptische steden waar kopten zijn vermoord, enkel en alleen omdat ze kopten waren.

    De bom die op 11 december vorig jaar ontplofte in de Sint-Marcuskathedraal, waarbij 25 doden vielen, markeerde simpelweg het begin van de ‘mosulisering’ in deze lange reeks aanslagen op de koptische gemeenschap.

    Indoctrinatie

    Wij hebben, net als vele anderen, geschreven wat we moesten schrijven om deze schandelijke daden te veroordelen. We hebben gezegd wat we moesten zeggen over de verantwoordelijkheid van de Egyptische autoriteiten in verband met het toenemend sektarisch geweld, en over het falen van de overheid om haar burgers tegen het terroristische ongedierte te beschermen. Dit geweld treft trouwens niet alleen christenen. Een sjiitische moslim 
weet zich evenmin veilig als hij in een moskee van zijn geloofsgemeenschap gaat bidden. Hij moet voortdurend 
op zijn hoede zijn voor soennieten 
die geïndoctrineerd zijn met teksten als ‘sjiieten zijn ketters’. Maar ook de soennieten voelen zich bedreigd door sjiieten met een denkwereld die overloopt van een blind confessionalisme.

    In de buurt van Damascus zijn alevitische Syrische vrouwen door islamistische strijders gevangengenomen en in kooien opgesloten, in Syrië zijn christelijke priesters en monniken ontvoerd of vermoord, en de christenen in Mosul werden gedwongen in ballingschap te gaan toen ze weigerden djizja (hoofdelijke belasting) te betalen aan ‘kalief’ Abu Bakr al-Baghdadi.

    Dat er een confessionele wind door de Arabische wereld waait, valt dus moeilijk te ontkennen. Je hoeft ook maar te kijken wat er – minder zichtbaar, maar in feite even kwaadaardig – op sociale media voorbijkomt, waar bijvoorbeeld wordt uitgelegd dat je God niet om genade moet vragen voor een jonge christelijke Jordaniër die bij een auto-ongeluk is omgekomen.

    Met bloed besmeurde kerkbanken getuigen van de aanslag. – © HH
    Met bloed besmeurde kerkbanken getuigen van de aanslag. – © HH

    Ik dacht altijd dat Egyptenaren dankzij hun vaderlandsliefde eensgezind genoeg waren om de verleiding te weerstaan zich aan te sluiten bij de Arabische club van ongebreideld confessionalisme. Maar nu dringt het besef door dat het eerste begin, de burgeroorlog in Libanon, niet meer dan een opwarmronde was, want Syrië en Irak laten sinds een paar jaar zien dat het allemaal nog veel erger kan.

    Tegenwoordig doen alle Al-Sisi-gezinde grote kranten hun uiterste best om wetshandhavers vrij te pleiten van elk verzuim, maar daarbij weten ze niets beters aan te voeren dan dat er in Stockholm, Londen en Parijs ook terroristische aanslagen zijn geweest. Die kletspraatjes veranderen niets aan het feit dat met de dag duidelijker wordt dat dit regime, sinds het via een staatsgreep aan de macht is gekomen, mislukking op mislukking stapelt, zowel wat betreft de economie als de openbare veiligheid. Het bewijs: de vrijwel dagelijks voorkomende aanvallen op politie, militairen en kerken, om nog maar te zwijgen over de situatie in de Sinaï, die veel overeenkomsten vertoont met de strijd tussen de Turkse staat en de Koerden van de PKK.

    De aanslagen op kerken in Alexandrië en Tanta laten zien dat Egypte in een acute sociale en politieke crisis verkeert. De politiestaat van Abdel Fattah al-Sisi is niet bij machte geweest de Egyptenaren daarvoor te behoeden. Om de veiligheid van de Egyptenaren te waarborgen is het dan ook de hoogste tijd hen van dit regime te verlossen.

    Auteur: Maan Al-Bayari
    Vertaler: Tess Visser

    Al-Arabi Al-Jadid
    Ver. Koninkrijk | alaraby.co.uk

    Gefinancierd door Qatar en geleid door Azmi Bishara, adviseur van de emir, met de ambitie een media-imperium op te bouwen.

  • Vrij verkeer van terreurwapens

    Vrij verkeer van terreurwapens

    In naam van het vrije verkeer van goederen liet Brussel in Europa een markt voor ‘geneutraliseerde’ wapens opbloeien, waarvan terroristen als Amedy Coulibaly dankbaar gebruikmaakten. Ondanks diverse waarschuwingen is de wet niet veranderd, constateerde de Franse onderzoekswebsite Mediapart.

    Even na één uur ’s middags op vrijdag 9 januari 2015 wandelt een man in een warm donsjack met een capuchon met bontkraag over het trottoir voor de Hyper Cacher, de joodse supermarkt in de Parijse wijk Porte de Vincennes. Al lopend hangt hij een GoPro-camera voor zijn buik. De man blijft voor de ingang staan. De deur gaat open, hij verroert zich niet. Uiteindelijk zet hij de sporttas die hij over zijn schouder droeg op het asfalt, zoekt erin en haalt er een eerste kalasjnikov uit om beter bij de tweede te kunnen. Hij houdt het gebogen magazijn tegen zijn dij en de wijsvinger van zijn rechterhand gaat naar de trekker terwijl zijn linker de sporttas weer om zijn schouder hangt. Daarna richt Amédy Coulibaly zich weer op met zijn gezicht naar de Hyper Cacher. Hij mikt met de loop van zijn pistoolmitrailleur op het interieur van de winkel en haalt voor de eerste keer de trekker over.

    Yohan Cohen (20), die bezig is winkelwagentjes weer bij de ingang te zetten, grijpt de metalen stang van de parkeerplek voor de wagentjes vast en valt dan brullend van de pijn op de grond. Een kogel heeft zijn wang doorboord. De moordenaar gaat het supermarktje binnen en vuurt zijn kalasjnikov diverse keren af. Een tweede kogel belandt in de buik van de werknemer van de Hyper Cacher, die zijn werkgever smeekt hem te helpen. ‘Patrice, kom gauw, ik heb zo’n pijn…’

    Het wapen dat Yohan Cohen heeft gedood, het eerste en jongste van de vier slachtoffers van de Hyper Cacher, is een VZ-58 van het Tsjechische merk Ceska Zbrojovka. Alleen al dit geweer zou symbool kunnen staan voor de Europese wapenwetgeving die al tien jaar ernstig tekortschiet in naam van het vrije verkeer van goederen, zoals blijkt uit een onderzoek van de European Investigative Collaborations (EIC), een groep van negen media, waaronder Mediapart.

    Hoe ziet het leven van een dood zaaiend wapen eruit, vanaf het moment dat het de fabriek verliet tot het bloedbad dat het aanrichtte in 2015 in Parijs? Op deze vraag heeft de EIC antwoord willen geven met zijn eerste onderzoek, dat iets meer dan drie maanden geleden is gestart.

    hh 55257487

    Binnen de Europese Unie zijn naar schatting tachtig miljoen wapens met een vergunning in omloop. Maar de wettige levenscyclus van een wapen kan gemakkelijk worden verlengd om er een misdadig werktuig van te maken. De kalasjnikov die Coulibaly in staat heeft gesteld Yohan Cohen te executeren en die dateert van 1964, meer dan een halve eeuw geleden, is daar een van. Onder de verschillende lagen verf hebben de politiemensen de stempels aangetroffen van de firma Kol Arms, die momenteel in Slowakije is gevestigd. Net als de overgrote meerderheid van de wapens – geweren of pistolen – waarmee de terroristen in januari en november 2015 hun bloedbaden hebben aangericht, was de VZ-58 van Coulibaly afkomstig uit de wapenvoorraden van het Oostblok.

    De overheden daar zijn er in alle jaren sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie niet in geslaagd deze wapens te vernietigen of onklaar te maken. Een buitenkansje voor de zwarte markt en, uiteindelijk, voor criminelen en terroristen, zoals het grote publiek heeft kunnen zien in de film Lord of War (2005), het waargebeurde verhaal van de wapenhandelaar Viktor Bout. In de EU zouden momenteel minstens vijfhonderdduizend verloren of gestolen wapens circuleren, volgens de Europese autoriteiten.

    ‘Alarmwapens’

    De VZ-58 waarmee Yohan Cohen is vermoord, met het serienummer 63622, werd ongevaarlijk geacht nadat het in 2014 in Slowakije was geneutraliseerd zodat er alleen nog maar losse flodders mee konden worden afgevuurd – wat de specialisten een ‘alarmwapen’ noemen. In Slowakije behoort dit type wapens tot de categorie D, wat betekent dat ze vrijelijk kunnen worden aangeschaft door iedere volwassene. Ze zijn verkrijgbaar in wapenwinkels of, voor een paar honderd euro, bij internetbedrijven die ze vervolgens versturen per post.

    In de politiearchieven zijn er legio voorbeelden. Bij het ontmantelen van een illegale wapenhandel in een Parijse voorstad eind 2012 stuitte de politie op berichten (onder pseudoniem) op sites voor jagers en scherpschutters. De handelaren boden bij opbod materiaal aan, compleet met foto’s, en maakten soms zelfs reclame met het hoofd van een klant. ‘Binnenkort krijg ik Glocks 17, 3e generatie’, beloofde een van hen. De zeldzame en veelgevraagde AK 47’s gingen als warme broodjes. ‘Je zal nog even moeten wachten want ze vliegen de deur uit en de AK die ze hadden was al gereserveerd. Je hoort van me zodra ik er een heb’, meldde een handelaar spijtig volgens een familielid van een jihadist die samen met Chérif Kouachi en Amédy Coulibaly gevangenzat voor een ander vergrijp. Een andere handelaar beloofde: ‘De AK’s zullen er vóór de kerst zijn.’

    ‘Deze handel is in Frankrijk volstrekt illegaal, maar in de praktijk gemakkelijk’, onderstreepte het laboratorium van de technische recherche in Parijs, dat het arsenaal van Coulibaly heeft geanalyseerd, op 20 januari 2015 in een rapport. De remilitarisering van een alarmwapen is voor een kenner kinderspel. Van onschuldig verandert het weer in dodelijk. En hoewel talloze gespecialiseerde diensten de afgelopen jaren bij de Europese autoriteiten aan de bel hebben getrokken, houdt de regelgeving van de EU nog altijd geen rekening met dit gevaar. Niet alleen rept de Europese richtlijn voor de controle op wapens uit 2008 met geen woord van de problematiek van alarmwapens, ook heeft de Europese Commissie in 2010 besloten de reikwijdte van die richtlijn te beperken.

    In een rapport van de Commissie van 27 juli 2010 staat ook te lezen dat het illegaal ombouwen van alarmwapens, waarvoor de Europese autoriteiten al waren gewaarschuwd, ‘gerelativeerd dient te worden gezien het tamelijk grote aantal alarmpistolen dat binnen de Unie aanwezig is’. Ruim baan dus voor het vrije verkeer van goederen zonder het veiligheidsrisico op een objectieve manier te wegen: ‘Er zijn derhalve weinig aanwijzingen dat een Europese harmonisatie van nationale wetgeving (…) het functioneren van de interne markt zal verbeteren door het vrije verkeer van goederen aan banden te leggen, of door concurrentievervalsing tegen te gaan.’ Resultaat is het chronisch (en dramatisch) ontbreken van reglementaire harmonisatie tussen de EU-landen onderling.


    In 2013 drongen sommige politiediensten er desondanks nog sterker op aan de dreiging onder ogen te zien. De Slowaakse overheid verspreidde in september van dat jaar een in het Engels gestelde poster over de risico’s van het weer ombouwen van alarmwapens tot echte wapens – het document is momenteel toegevoegd aan de bewijslast voor het gerechtelijk onderzoek naar de aanslagen van januari 2015. Het land zag zich geconfronteerd met een toenemende remilitarisering van geneutraliseerde wapens, een fenomeen dat zich volgens de Slowaakse politie ook in toenemende mate bij andere EU-leden voordoet. In 2013 maakten de eerste geneutraliseerde Slowaakse wapens hun opwachting in Frankrijk, met name in de regio Marseille, aldus een rapport van de Franse technische recherche.

    Op 21 oktober 2013 publiceerde de Europese Commissie een nieuw rapport dat het probleem ditmaal onder ogen leek te zien: ‘De wetshandhavingsdiensten binnen de Unie maken zich zorgen over het feit dat geneutraliseerde vuurwapens worden gereactiveerd en verkocht voor criminele doeleinden, en dat alarmpistolen en luchtdrukgeweren tot illegale en dodelijke wapens worden omgebouwd.’ Wat had deze waarschuwing voor wettelijke consequenties? Geen enkele.

    De handel gaat door. En bloeit, dankzij het gebrek aan harmonisatie tussen de verschillende Europese wetgevingsinstanties. In 2013 vertelde een handelaar die gespecialiseerd was in remilitarisering tegen Mediapart dat hij niets moest hebben van wapens die volgens de strikte Franse richtlijnen waren geneutraliseerd: ‘Ik heb ze gehad, er is van alles aan veranderd wat voor het blote oog niet zichtbaar is, het is praktisch onmogelijk om ze weer operationeel te krijgen.’ Maar onklaar gemaakte wapens uit Spanje, Oostenrijk en Duitsland waren een zegen voor illegale wapenhandelaren. Daar was alleen de loop van dichtgelast. ‘Sommigen gaan hun wapens in Spanje kopen of in de vroegere Oostbloklanden, want die zijn makkelijker te remilitariseren’, bevestigt een Franse politiefunctionaris.

    In de zomer van 2014 werden in de Parijse regio wapens van Slowaakse origine – zoals dat van Coulibaly – ontdekt tijdens een onderzoek dat niet specifiek op terrorisme was gericht. In deze zelfde periode is op de site van het Slowaakse bedrijf AFG (dat ons niet te woord wil staan) de VZ-58 van Coulibaly aangeschaft door een extreemrechtse ex-militair uit de regio Lille, Claude Hermant.

    Hoe verbazingwekkend dat ook lijkt, er valt op Europese schaal geen enkele belangrijke wetsherziening te bespeuren na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher

    Hermant, die verdacht werd van handel in gedemilitariseerde wapens, was ook een betaalde politie-informant. Hij bevestigde tegenover de rechters dat hij de kalasjnikov had aangeschaft en doorverkocht die na de dood van Coulibaly in diens arsenaal werd aangetroffen. Maar nadat de VZ-58 was verkocht aan een tussenpersoon in de zware misdaad, een zekere Samir L., ging het spoor algauw verloren, zodat men nog altijd niet zeker weet bij wie Coulibaly het heeft aangeschaft.

    De waarschuwingen van de Europese instituties werden intussen steeds dringender. In juni 2014, zes maanden voor de golf aanslagen van januari, waarschuwde een door de Commissie geïnitieerde studie naar een mogelijke verbetering van de wapenwetgeving: ‘De tijdens deze studie verzamelde gegevens wijzen erop dat de veiligheid van Europese burgers op diverse manieren wordt bedreigd, en dat er bepaalde juridische en administratieve obstakels zijn om Europese wetgeving in werking te stellen. Wij bevelen een aantal maatregelen aan om de regels voor bepaalde types wapens aan te scherpen, zoals alarmwapens.’

    Een maand eerder, in mei 2014, moest het directoraat-generaal voor Handel en Industrie van de Europese Commissie tijdens een vergadering met een groep experts op het gebied van wapenhandel ronduit toegeven dat de wapenrichtlijn ‘op een principe van minimale harmonisatie was gebaseerd’.

    Maar hoe verbazingwekkend dat ook lijkt, er valt op Europese schaal geen enkele belangrijke wetsherziening te bespeuren na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher. Alleen in Slowakije is op 1 juli 2015 een wet van kracht geworden die bepaalt ‘dat gedeactiveerde wapens niet meer op internet mogen worden gekocht’, aldus Petar Lazarov, woordvoerder van het Slowaakse ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘Na iedere aanschaf van een gedeactiveerd wapen dient men voortaan over een aankoopbewijs te beschikken, en er zijn nieuwe standaardtechnieken geïntroduceerd om de mogelijkheid te beperken dat ze weer functioneel worden gemaakt’, voegt hij eraan toe.

    Jaroslav Nad, defensie-expert bij de Slowaakse veiligheidspolitie, bevestigt dat deze maatregelen zijn bedoeld ‘om het risico te beperken dat deze wapens voor criminele of terroristische doeleinden worden gebruikt’. Maar twee belangrijke knelpunten zijn niet weggenomen: aan de ene kant heb je geen enkele vergunning nodig om een gedeactiveerd wapen te kopen – een aankoopbewijs volstaat –, en aan de andere kant blijft wapenhandel via internet legaal ‘voor houders van een wapenvergunning of mensen die bevoegd zijn om in wapens en ammunitie te handelen’.

    Wetsherziening

    Het heeft tot de 130 doden van de Parijse aanslagen in november 2015 moeten duren, in de Bataclan, op de terrassen en in Saint-Denis, voordat de Europese Commissie, de enige instantie die een gemeenschappelijk en doeltreffend kader kan bieden om dit fenomeen te beteugelen, serieus werk maakte van een herziening van de wet.

    In een voorstel voor een nieuwe richtlijn voor de controle op wapens dat vijf dagen na de aanslagen van 13 november werd gepresenteerd, wordt onomwonden erkend dat de problematiek van alarmwapens ‘onvoldoende helder omschreven is in de regelgeving van de Unie’. De bekentenis in de tekst doet de haren ten berge rijzen: ‘De huidige richtlijn is niet van toepassing op alarmwapens.’ Verderop: ‘Informatie (…) duidt erop dat transformeerbare alarmwapens uit derde landen onbelemmerd toegang kunnen krijgen tot het grondgebied van de Unie, bij gebrek aan uniforme of gemeenschappelijke regels.’ De Commissie bevestigt – eindelijk – dat het ‘van wezenlijk belang is om het probleem op te lossen’, gezien ‘het grote risico dat alarmwapens tot echte vuurwapens kunnen worden getransformeerd, alsook het bewijs dat getransformeerde wapens tijdens enkele terroristische acties zijn gebruikt’.

    ‘Wij zullen niet langer tolereren dat de georganiseerde misdaad toegang heeft tot wapens voor militair gebruik en daarmee handel drijft in Europa,’ beloofde Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie. Maar voorlopig heeft nog geen enkele wetsherziening het licht gezien, en een woordvoerder van de Europese Unie kan niet zeggen wanneer daarover gestemd zal worden.

    Ondertussen lijkt niet iedereen zich bewust van het probleem. ‘Er zijn lobbyisten die druk uitoefenen op Europarlementariërs om de reikwijdte van de toekomstige wapenrichtlijn te beperken en zeggen dat de controle op wapenaankopen alleen maar eerlijke mensen zal treffen, terwijl de terroristen hun gang kunnen blijven gaan. Maar de mazen in de wet zijn al lange tijd bekend’, foetert een anonieme Franse politiefunctionaris die gespecialiseerd is in wapenhandel.

    De terroristen zelf zeggen tegen wie het maar horen wil dat ze geen enkele moeite hebben om aan wapens te komen. Dat verklaarde bijvoorbeeld een zekere Reda Hame, een uit Syrië teruggekeerde jihadist, afgelopen augustus tegenover functionarissen van het Franse directoraat-generaal voor de Binnenlandse Veiligheid (DGSI). ‘“Abou Omar” zei dat het geen enkel probleem zou zijn om aan wapens en ander materieel te komen. Ik hoefde maar te vragen wat ik nodig had, in Frankrijk of in Europa. Volgens mij hebben ze hele arsenalen.’ ‘Abou Omar’ is het strijderspseudoniem van Abdelhamid Abaaoud, de coördinator van de aanslagen van 13 november.

    Auteurs: Fabrice Arfi, Karl Laske en Matthieu Suc
    Vertaler: Peter Bergsma

    schermafbeelding 2017 04 05 om 1 07 12 pm

    Fabrice Arfi, Karl Laske en Matthieu Suc behoren tot het European Investigative Collaborations Network, waarin een aantal vooraanstaande Europese kranten en tijdschriften samenwerken: onder meer L’Espresso, El Mundo, Mediapart, Der Spiegel, Le Soir en Politiken.

    Mediapart
    Frankrijk | mediapart.fr

    Mediapart is een onlinemagazine dat door journalisten wereldwijd met argusogen wordt gevolgd, omdat het op eigen kracht (zonder advertenties) rendabel is geworden. Opgericht door Edwy Plenel, toen hij geen hoofdredacteur van Le Monde kon worden.

    schermafbeelding 2017 04 05 om 1 13 53 pm
  • Slaap Egypte slaap

    Slaap Egypte slaap

    Twee geliefden vertellen elkaar in de slaapkamer verhalen. Op basis van dit klassieke gegeven schreef de Egyptische auteur Ezzedine Chroukri Fishere een ophefmakende roman over de sluimerende Egyptische revolutie.

    Sinds het verschijnen van The Yacoubian Building (2002) van Alaa al-Aswany heeft geen boek in Egypte tot zo veel ophef geleid als de zesde roman van Ezzedine Choukri Fishere – het dystopische Exit Door, waarin een lid van de Moslimbroederschap president wordt, om vervolgens door zijn minister van Defensie ten val te worden gebracht. Het boek verscheen in 2012, nog voor de verkiezing en de uiteindelijke val van president Mohamed Morsi, een Moslimbroeder.

    Fishere had het vervolg – waarnaar reikhalzend werd uitgekeken, en dat een paar dagen geleden is verschenen bij Al-Karma – ‘Post-revolutionary bed-time stories from Egypt’ kunnen noemen, of ‘The most dangerous tales of Shahrazad’. Maar dat heeft hij niet gedaan, het boek heet Kol Hasa al-Haraa (‘Al die onzin’), en net als in het rauwe Exit Door spaart hij zichzelf noch de lezer. Het is een ambitieuze roman, een wilde verzameling van alle belangrijke revolutionaire gebeurtenissen die de afgelopen zes jaar in Egypte hebben plaatsgevonden, met thema’s zoals de buitenlandse financiering van activisten, seksueel geweld, politiegeweld, homoseksualiteit, corruptie en terrorisme. Alle protagonisten zijn betrokken bij gebeurtenissen als de revolutie van 25 januari, de rellen in Mohamed Mahmoud Street of de bloedbaden van Maspero, Port Said of Rabea al-Adaweya.

    Ze leveren zich over aan een koortsachtige stroom van verhalen, slechts onderbroken door slaap, seks of eten

    Zo’n aanpak kan al snel doorschieten, maar de vijftigjarige Fishere heeft met schijnbaar gemak een kleverig spinnenweb gesponnen dat de lezer al snel inkapselt. Al meteen vanaf de openingsscène – waarin Omar en Amal, die elkaar niet lijken te kennen, in hetzelfde bed ontwaken, kort nadat Amal is vrijgekomen uit de gevangenis – was deze lezer in ieder geval 324 pagina’s lang nauwelijks meer in staat het boek weg te leggen.

    Amal is een negenentwintigjarige Egyptisch-Amerikaanse jurist die gevangen is gezet omdat ze werkte voor een organisatie die illegaal door het buitenland werd gefinancierd (er wordt een impliciete parallel getrokken met de ngo’s die in 2011 keihard werden aangepakt). Ze heeft afstand gedaan van haar Egyptische staatsburgerschap zodat ze maar één jaar de gevangenis in hoefde (een detail dat ontleend zou kunnen zijn aan het lot van de Al Jazeera English -producer Mohamed Fahmy) en moet nu binnen 48 uur het land verlaten. Omars situatie is volkomen anders: hij is tweeëntwintig, van arme komaf, en hij werkt als taxichauffeur. Hij gaat ermee akkoord om tot Amals vertrek bij haar te blijven, in haar appartement in Zamalek, en haar verhalen te vertellen om haar op die manier bij te praten over wat er allemaal is gebeurd in het jaar dat zij heeft vastgezeten. Ze leveren zich over aan een koortsachtige stroom van verhalen, slechts onderbroken door slaap, seks of eten.

    De roman bestrijkt de 48 uur die ze in haar appartement doorbrengen en is opgedeeld in acht hoofdstukken. In zes van die hoofdstukken vertelt Omar verhalen over vrienden of familieleden, en de andere twee hoofdstukken zijn gewijd aan Amal en hem, die elkaar over zichzelf vertellen. Omars verhalen worden zo nu en dan onderbroken door Amal, met vragen of cynische opmerkingen, waarmee ze Omars sombere kijk op de wereld probeert te doorbreken. Haar Egyptische Arabisch is niet al te best, dus zij praat in het Engels, dat omwille van de lezer wordt omgezet in klassiek Arabisch, en niet in spreektalig Arabisch – behalve wanneer ze vloekt. Hun grappige gesprekken en Fishere zelf die af en toe als verteller tussenbeide komt met een ironische opmerking, bieden enig tegenwicht aan de zwaarte van Omars verhalen – de meeste van zijn vrienden zijn vermoord, gevangengezet of verbannen. In de vele dampende seksscènes tussen de twee verwijst Fishere naar geslachtsdelen als ‘lichaamsdelen waarvoor een rechter je gevangen kan zetten als je ze hardop benoemt’, alsof hij op die manier de zelfingenomen moraalridders onder zijn lezers – van de soort die Naji voor de rechter hebben gesleept – wil tarten.

    ‘Hoe is het mogelijk dat een taal die door driehonderd miljoen mensen wordt gesproken geen algemeen aanvaarde synoniemen kent voor de helft van de lichaamsdelen die ze herhaaldelijk en dagelijks aanraken, of voor de handelingen die ze verrichten?’ vraagt Omar zich af in het eerste hoofdstuk. ‘Alsof een of andere gezaghebber de Arabieren heeft veroordeeld tot een totaal stilzwijgen, waardoor ze al deze dingen doen, al deze lichaamsdelen aanraken en zien, zonder erbij te praten, zonder ook maar een woord te zeggen. Wat is dat voor vorm van onderdrukking?’

    Ezzedine Choukri Fishere.
    Ezzedine Choukri Fishere.

    Soms zegt Amal spottend Mawlay (mijn heer) tegen Omar, een omkering van het Sheherazade-motief. Misschien vertelt Omar de verhalen domweg om in de buurt te kunnen zijn van Amal, op wie hij verliefd begint te worden. Maar anders dan in De vertellingen van Duizend-en-een-nacht, waarin Shererazade Sjahriaar het ene na het andere verhaal vertelt zodat de koning haar zal sparen, wijst Fishere er in het voorwoord op dat zowel hijzelf als zijn fictionele protagonisten door deze verhalen in de gevangenis kunnen belanden. Fishere dreigt spottend degenen die het op hem hebben voorzien in zijn volgende boek op te voeren en zo wraak te nemen.

    Herdenken is natuurlijk ook een motief in dit werk. Misschien wil Fishere ons domweg herinneren aan iets wat de afgelopen drie jaar systematisch naar de achtergrond is gedrongen: de revolutie van 25 januari en alle gruwelijkheden die zijn begaan in de strijd tegen de revolutionairen. Het lijkt niet toevallig dat zijn boek is verschenen vlak na de zesde herdenkingsdag van de revolutie.

    All That Rubbish is, net als Exit Door, een politieke roman waarin fictie en realiteit in elkaar overlopen. In het vierde hoofdstuk haalt Fishere een artikel aan van Mada Masr, uit 2014, over veiligheidstroepen die op gruwelijke wijze een activiste hebben verkracht. Fishere voert haar ten tonele als een van zijn gekwelde personages en laat zien wat voor effect de verkrachting op haar leven heeft. Door het in een literaire vorm te gieten helpt hij ons eraan herinneren welk lot leden van de oppositie kan treffen. Een goed boek kan eeuwig meegaan, terwijl nieuwsfeiten vaak gedoemd zijn om in de vergetelheid te raken – al helemaal wanneer niemand verantwoordelijk wordt gehouden voor de misdaden. Omdat Amal herhaaldelijk Omars geloofwaardigheid in twijfel trekt, en hem ervan beschuldigt het allemaal te verzinnen, worden we er juist aan herinnerd dat de misdaden maar al te reëel zijn, doordat zijn verhalen van geen wijken weten.

    Niet alle verhalen zijn echter even sterk. In het derde hoofdstuk vertelt Omar over het lot van drie ‘ultra’s’ van Ahly Football Club, van wie er twee zijn omgekomen tijdens het bloedbad van Port Said in 2012. Maar hier romantiseert Fishere te zeer – de mannen worden enkel afgeschilderd als hardwerkende, heldhaftige en onschuldige jongens. Het is zelfs zo erg dat ik die stukken bijna heb overgeslagen. Het is duidelijk dat de verteller sympathie wil kweken, aangezien de ultra’s door de staatsmedia herhaaldelijk zijn weggezet als tuig en herrieschoppers, maar hier slaat Fishere door.

    Het zette mij ertoe aan me een voorstelling te maken van zijn lezerspubliek. All That Rubbish is een roman die uitgesproken pro-revolutie is, een boek dat vermoedelijk zal worden gelezen door gelijkgestemden. Afhankelijk van de reacties die het oproept, zullen misschien meer mensen geneigd zijn in dit boek te duiken – een boek dat meerdere thema’s kent, zoals overspel, huwelijksproblemen en het groeiende zelfinzicht van twee jonge geliefden.

    Er zijn ook hoofdstukken die een oorspronkelijke kijk bieden op de sociale mechanismen die onze perceptie vormgeven. Een voorbeeld daarvan is de pijnlijke coming out van een homostel, een ander voorbeeld is de tragische liefdesgeschiedenis van een sympathisante van de Broederschap en haar vriendje. Dit zijn momenten waarop Fishere met het vergrootglas van de schrijver inzoomt op de microvezels waaruit onze dagelijkse opvattingen en gedragingen bestaan.

    Ander pad

    All That Rubbish heeft alles in zich om een bestseller te worden, wat hopelijk weer andere schrijvers aanmoedigt om ook een ander pad in te slaan dan in de meeste romans die tot nog toe over de revolutie zijn verschenen, en die vooral dystopisch van aard zijn – van Basma Abdel Aziz’ The Queue tot Mohamed Rabies Otared — wellicht omdat er een soort consensus bestond dat het nog te vroeg was om onverbloemd te schrijven over iets wat nog altijd gaande was.

    Uit Exit Door sprak een optimistische toekomstvisie, ondanks alle politieke onrust. All That Rubbish is veel soberder. De roman begint met een wijs gezegde: ‘Je kunt maar beter slapen op de ellendige dagen.’ Omar en Amal lijken te hebben besloten dat ze zich maar het beste gedeisd kunnen houden en domweg moeten proberen te overleven zonder al te zware persoonlijke verliezen. Zeven van de acht hoofdstukken beginnen ermee dat de een de ander vraagt of hij al wakker is, waarmee Fishere lijkt te willen zeggen dat we, om het einde te halen van deze winterslaap waaraan geen einde lijkt te komen, best af en toe even wakker mogen worden om te eten, te vrijen en verhalen te vertellen, zolang we maar niet vergeten. Maar Amal en Omar lijken geen moment in staat zich echt over te geven aan de slaap.

    Auteur: Sherif Abdel Samad
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Marco Bulgarelli / Gamma-Rapho via Getty

    Mada Masr
    Egypte | madamasr.com

    Een Egyptisch blog dat onder auspiciën staat van de journalisten van de Egypt Independent (de Engelse versie van Al Masry al-Youm). ‘Mada Masr’ betekent: over Egypte.

  • Bekentenissen van een zelfmoordterroriste

    Bekentenissen van een zelfmoordterroriste

    Eind december werd in Jakarta een jonge vrouw aangehouden toen ze zich opmaakte om een zelfmoordaanslag te plegen op de presidentiële garde. Het weekblad Tempo wist haar op het politiebureau te spreken te krijgen. Een interview.

    De jonge vrouw is opmerkelijk kalm. Ze vermijdt elk oogcontact met mannen. Ze klinkt vastberaden als ze spreekt over de jihad en de amaliyah [een Arabische term die door extremisten wordt gebruikt voor (zelfmoord)aanslagen], de goede daden volgens een bepaalde interpretatie van de Koran. Er verschijnt alleen een lachje op haar gezicht als ze over haar man, Muhammad Nur Solihin, begint.

    Hoe kwam u ertoe om dit te doen?

    ‘Het begon met een soort nieuwsgierigheid. Waarom zou je moeten doden? Waarom iemand de handen afhakken? Ik vond de redenaties daarvoor hard, fanatiek. Ik was er fel op tegen en op de Facebookpagina van een jihadiste discussieerde ik daarover. Maandenlang bleef ik tegen de anderen ingaan. Ze zeiden: “Ukhti [zusje], als je werd verkracht, als er familie van je werd verkracht, wat zou er dan gebeuren? Dan zou je toch woedend zijn?”’

    Dus wat was uiteindelijk uw conclusie?

    ‘Dat ik wraak zou nemen natuurlijk. In de islam zijn we samen één lichaam. Als een van onze broeders of zusters wordt onderdrukt, wat voel je dan? Dan doet dat toch pijn? Daarmee begon mijn interesse. In alles wat ze zeggen zit wel een kern van waarheid, dacht ik toen. Maar ik begreep nog steeds niet waarom de media schreven dat we niet het recht hebben dit of dat te doen. Toen vroegen ze me: “Zusje, op welke media zoek jij? Op islamitische media of op media van ongelovigen?”’

    Kunt u een voorbeeld noemen van zo’n jihadistisch account?

    ‘Dat van oelama Binti Gulam. Ze zeggen dat ze in Syrië zit. Ze is als een grote zus voor me en legt me veel dingen uit. En er zijn ook anderen die dat doen.’

    ‘In de pauzes van mijn werk in een bejaardentehuis probeerde ik te begrijpen wat de zin van dat geweld was’

    Zelfs al weet u niet wie er echt achter die accounts zitten, dan gelooft u toch wat ze zeggen?

    ‘Het klopt niet dat ik dat niet weet. Als er een spion achter zo’n account zit, dan merk je dat uiteindelijk wel. Als je de reacties leest, dan weet je of het account echt of nep is. Om het zeker te weten doe ik rondvraag.’

    Hoe lang volgt u die jihadistische accounts al?

    ‘Sinds een jaar.’

    Maar wanneer bent u zich echt in de islamitische leer gaan verdiepen?

    ‘Sinds ik in Taiwan ben gaan werken. Daar zijn mobiele telefoons veel goedkoper in gebruik dan hier. In de pauzes van mijn werk in een bejaardentehuis probeerde ik te begrijpen wat de zin van dat geweld was. Op dat moment dacht ik nog helemaal niet aan de jihad. Ik dacht alleen dat de door de mens gemaakte wetten zouden moeten worden aangepast en vervangen door de wetten van de Koran.’

    Waarom zocht u op sociale media naar informatie over het geloof?

    ‘Omdat het me moeilijker leek om dat in de echte wereld te doen. Dan zijn de mensen die je ernaar vraagt geslotener, wantrouwender. Ze verdenken [als ze jihadist zijn] degenen die vragen stellen ervan spionnen te zijn. Ze zijn bang om ontmaskerd te worden. Dus het is veiliger om dat op sociale media te doen. Ik vroeg me af waarom je zou moeten doden en bommen plaatsen. Was er geen andere manier?’

    Toen ontstond uw plan voor amaliyah?

    ‘Toen ik [in maart 2016] uit Taiwan terugkwam nog niet meteen. Maar in de loop van de tijd werd mijn verlangen om dat te doen steeds groter. Toen de gelegenheid zich voordeed, insjallah, was ik er klaar voor.’

    Hebt u contact gehad met Bahrun Naim [het vermeende brein achter de aanslagen in Jakarta van januari 2016 waarbij vier doden vielen, en sinds 2014 strijder voor IS in Syrië]?

    ‘Ja, heel kort geleden nog, in december. Mijn man heeft me met hem gelinkt en daarna nam Bahrun Naim meteen contact met me op.’

    Wat zei hij tegen u?

    ‘Hij vertelde me wat het doelwit was, namelijk de presidentiële garde. Ik moest het doen tijdens de training, niet bij de wisseling van de wacht.’

    schermafbeelding 2017 01 26 om 11 27 11

    Kreeg u een schema van hem?

    ‘Bahrun Naim zei: “Maak je daarover maar niet druk. Er is een team dat de locatie gaat verkennen. Jij hoeft alleen jouw taak te kennen.”’

    Wat was het wachtwoord voor het tot ontploffing brengen?

    ‘Dat was er niet. Het moest meteen gebeuren, de ontploffing stond gepland voor zondagmorgen om zeven uur. Want dan oefent de presidentiële garde altijd. Het team had alles verkend.’

    Hadden ze u geleerd hoe je een bom tot ontploffing brengt?

    ‘Nee, dat moest mijn man me onderweg naar het doelwit leren.’

    Zou dat genoeg zijn geweest?

    ‘Insjallah.’

    Waarom volgde u de orders van Bahrun Naim op?

    ‘U bedoelt: waarom deed ik wat hij zei? Omdat mijn man en ik trouw hadden gezworen. Het was mijn opdracht om een goede daad te doen. En Bahrun Naim heeft hier de leiding over zijn broeders.’

    Gelooft u dat u dankzij deze zelfmoordaanslag in het paradijs was gekomen?

    ‘Het is aan Allah om te bepalen of ik naar het paradijs ga of naar de hel. Het gaat er vooral om dat ik alles doe om dat te verdienen, dat is genoeg.’

    ‘Ik was niet bang. Het was alsof ik naar een film keek. Ik dacht: O, dus zo ziet dat eruit’

    Had u al eerder zelfmoordaanslagen meegemaakt? Wat ging er door u heen toen u die zag gebeuren?

    ‘Ik heb er veel gezien. Waar ik aan dacht? Ik was niet bang. Het was alsof ik naar een film keek. Ik dacht: O, dus zo ziet dat eruit.’

    Is het nodig om voor ‘goede daden’ bommen in te zetten?

    ‘Dat wisselt per persoon. Je doet wat je kunt.’

    Beseft u dat u het risico loopt te worden veroordeeld?

    ‘Dat weet ik, ja. Er staat me vast een gevangenisstraf of de doodstraf te wachten. Ik ben er klaar voor.’

    Denkt u dat u het verkeerde pad hebt gekozen?

    ‘Misschien is dat zo voor de wet van de mensen, de wet die het parlement heeft aangenomen. Maar volgens de Koran is het de juiste weg.’

    Maar de Koran zegt niet dat je moet doden.

    ‘Hoezo? Wie is er begonnen met doden? Onschuldigen, onze moslimbroeders die niet gezondigd hebben, doden wij niet.’

    Bij de presidentiële garde zitten toch ook moslims?

    ‘Ja, maar die zijn in dienst van de president. En de president is de man die de wetten van de Koran heeft omgezet in door mensen gemaakte wetten, vandaar al dat onrecht.’

    Erkent u Joko Widodo als president?

    ‘Ja, hij is de president van Indonesië.’

    Auteurs: Wayan Agus Purnomo en Anton Aprianto
    Vertaler: Tess Visser

    CONTEXT: Undercover

    Op 11 december 2016, een dag na de arrestatie van zelfmoordterroriste Dian Yulia Novi en haar echtgenoot, benaderde Tempo de antiterrorisme-eenheid Brigade 88 met het verzoek om de twee te interviewen. Omdat de arrestatie in Indonesië werd gezien als een manier om de aandacht af te leiden van het proces wegens godslastering tegen de burgemeester van Jakarta [en door velen niet werd geloofd], stemde de brigade toe – op voorwaarde dat de journalisten hun identiteit geheim hielden. Pas aan het eind van het gesprek vertelden ze wie ze waren. Hierop verklaarden Dian en haar man dat ze geen bezwaar hadden tegen publicatie van het interview.

  • ‘Ideologie van IS is levensgevaarlijk’

    ‘Ideologie van IS is levensgevaarlijk’

    De Indonesiër Umar Patek zit twintig jaar uit voor zijn aandeel in de terreuraanslagen op Bali in 2002. In een exclusief interview betuigt hij spijt voor zijn daad, en waarschuwt hij voor de invloed van IS.

    Umar Patek stapt uit Cel nummer 1 van Blok F en begroet ons met een brede glimlach. We zijn in de gevangenis van Porong op Oost-Java. Umar Patek, ook bekend onder een aantal schuilnamen, herken je onmiddellijk aan zijn rode haar. De Indonesiër zit sinds 2011 een gevangenisstraf uit van twintig jaar voor zijn betrokkenheid bij de aanslagen op Bali [waarbij op 12 oktober 2002 tweehonderdtwee doden vielen]. Hij werd toen al gezocht door de Filipijnse politie vanwege zijn banden met de terreurgroep Abu Sayyaf en de Verenigde Staten hadden een beloning uitgeloofd van één miljoen dollar voor zijn gevangenneming.

    Op 25 januari 2011 hield de Pakistaanse veiligheidsdienst hem aan in de stad Abbottabad, niet ver van de verblijfplaats van Osama bin Laden. Vervolgens werd hij op 11 augustus 2011 uitgewezen naar Indonesië. Nu staat hij, in verband met de bevrijding op 1 mei 2016 van tien door Abu Sayyaf gegijzelde Indonesische burgers, weer even in de belangstelling.

    Umar Patek in februari 2012 op weg naar de rechtbank in Jakarta. – © Reuters
    Umar Patek in februari 2012 op weg naar de rechtbank in Jakarta. – © Reuters

    Bent u benaderd om met Abu Sayyaf te gaan praten over de vrijlating van de door de groep gegijzelde Indonesiërs?

    ‘Nee, dat is me niet gevraagd, ik heb het zelf aangeboden. Ik ken en begrijp heel goed de leden van deze groep, waar ik ooit deel van uitmaakte. Ik wilde proberen hen ervan te overtuigen de gijzelaars vrij te laten. Ik wilde graag helpen, omdat ik mij zorgen maakte over het lot van mijn Indonesische broeders. Mijn bedoelingen waren zuiver; ik stelde geen enkele voorwaarde.’

    Is uw raad opgevolgd?

    ‘Ik geloof het wel, want de vrijlating gebeurde in Parang [in de zelfstandige islamitische regio Mindanao]. Ik had aangeraden om met de derde vrouw van MNLF-chef Nur Misuari te onderhandelen [het MNLF (Moro National Liberation Front) vecht voor meer autonomie voor de Morominderheid]. De leider van de Abu Sayyaf-factie die de gijzeling uitvoerde, al-Habsi Misaya, komt uit dezelfde buurt in Parang als zij.’

    Hoe opereert deze factie?

    ‘Toen ik ooit meedeed aan een militair trainingskamp op de Filipijnen, heb ik kunnen zien dat deze groep gijzelaars niet wreed behandelt. Ze vragen alleen losgeld, maar mishandelen de gijzelaars niet, behalve wanneer zij proberen te vluchten. Ze zijn uitgegroeid tot meesters in de kunst van het op volle zee gevangennemen van mensen.’

    Waarom bent u destijds vertrokken naar de Filipijnen?

    ‘Om de Moro te helpen hun vaderland te heroveren, dat door de Filipijnen was bezet. Het probleem op de Filipijnen lijkt veel op dat in Palestina. Ik wilde me altijd al aansluiten bij de jihad in Palestina. In 1992, een jaar nadat ik was teruggekomen uit Afghanistan, vertrok ik naar de Filipijnen. Met mijn jihad belijd ik trouw aan de Indonesische grondwet van 1948. In de preambule daarvan staat dat koloniale praktijken overal ter wereld moeten worden geëlimineerd. Dat is de fundamentele reden van mijn jihad.’

    Ik vond dat zulke zelfmoordaanslagen uiteindelijk een vorm van lafheid waren

    Is uw kijk hierop na vijf jaar gevangenisstraf veranderd?

    ‘Nee, mijn overtuigingen zijn niet veranderd. Ik ben ertoe gekomen na een lang proces van nadenken, dankzij veel lezen en ook door mijn buitenlandse ervaringen met de praktijk van de jihad. Ik sta nog steeds achter alles wat ik gedaan heb, met uitzondering van de eerste aanslagen op Bali. Ik heb er spijt van dat ik aan die aanslagen heb deelgenomen, omdat er ook veel hindoeïstische, boeddhistische en zelfs moslimslachtoffers bij zijn omgekomen. Wie zal er in het hiernamaals voor al die doden verantwoordelijk worden gesteld? Hier in de gevangenis denk ik veel na over die uiteindelijke verantwoordelijkheid.’

    U zegt dat u niet achter de aanslagen op Bali van 2002 staat, maar waarom deed u er dan aan mee?

    ‘Die aanslagen zouden worden gepleegd, of ik er nou aan deelnam of niet. Ik heb mijn medestrijders uitgelegd wat mijn bezwaren waren. Ik vond dat zulke zelfmoordaanslagen uiteindelijk een vorm van lafheid waren. Het motief was zogenaamd om de slachtingen van moslims in Palestina te wreken. Ik antwoordde dat blanken in dat geval geen goed doelwit waren. [Het merendeel van de slachtoffers waren westerse toeristen, vooral Australiërs.] Ik zei dat deze blanken geen Israëliërs waren en niets te maken hadden met het uitmoorden van moslims in Palestina.’

    Werd naar die bezwaren niet geluisterd?

    ‘Nee, ze zetten hun plan door. Ik moest wel meedoen, omdat ik in die tijd Mukhlas en Dulmatin [de twee breinen achter de aanslagen op Bali] respecteerde. Zij waren ouderen naar wie ik luisterde.’


    Hoe denkt u over IS?

    ‘Mijn jihad is heel anders dan die van hen. Het zou heel slecht zijn als IS in Indonesië actief werd, want ze hebben een levensgevaarlijke ideologie. In deze gevangenis zitten drie mannen met banden met IS en zij hebben geen enkel contact [met anderen die wegens terrorisme gevangenzitten]. Zij beschouwen ons als ongelovigen. Ze willen zelfs niet meedoen aan het gezamenlijk gebed: ze bidden na ons. Ze weigeren elke vorm van discussie omdat ze ervan overtuigd zijn dat alleen zij gelijk hebben. Bovendien zijn ze erg onbeleefd, zelfs tegen gevangenen die ouder zijn dan zij.’

    U noemt de ideologie van IS gevaarlijk. Waarom?

    ‘IS-strijders zijn kharidjieten [een groep die zich buiten de gemeenschap van gelovigen plaatst, zich beroepend op de moslims die in 657 weigerden partij te kiezen tijdens de eerste grote onderlinge oorlog binnen de islam]. Zij beschouwen mensen die het niet met hen eens zijn als ongelovigen, van wie het bloed mag worden vergoten. Ze willen iedereen hun overtuigingen opleggen. Voor mij betekent de jihad het voeren van oorlog in landen waar islamieten worden onderdrukt door koloniale machten, zoals in Palestina of in Afghanistan. Maar niet in Indonesië, want Indonesische moslims hebben altijd en overal het recht om hun religie belijden. Daarom zeg ik: als je mee wilt doen aan de jihad, doe dat dan niet in Indonesië, want hier is niets om voor te strijden.’

    Denkt u dat het programma van het Nationaal Bureau voor Terrorismebestrijding [BNPT] tegen radicalisering werkt?

    ‘Dat programma heeft weinig effect. Ze komen niet vaker dan eens in de drie of vier maanden op bezoek en de leden van het BNPT kennen ons niet persoonlijk. Ik ben veel meer tot inzicht gekomen door discussies 
met mensen die voor iets anders dan terrorisme gevangenzitten. Dankzij hen heb ik begrepen dat er veel manieren van leven bestaan en dat 
ik de waarheid niet in pacht heb.’

    Auteurs: Tika Primandari en Nur Hadi
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Tempo
    Indonesië | weekblad | oplage 100.000

    Opgericht in 1971 met de bedoeling het publiek een nieuwe vorm van informatie te bieden, waarin de vrijheid van meningsuiting op iedere pagina wordt gerespecteerd.