Tag: toerisme

  • Duitse toerist krijgt geld terug wegens gebrek aan ligruimte op vakantie

    Duitse toerist krijgt geld terug wegens gebrek aan ligruimte op vakantie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » België: vier doden bij botsing tussen trein en schoolbus

    » Griekenland: oud-premier Alexis Tsipras lanceert een nieuwe partij

    De ligstoelen werden met handdoeken constant bezet gehouden

    Een Duitse toerist heeft ruim 900 euro teruggekregen omdat hij er tijdens zijn vakantie in Griekenland niet in slaagde een ligstoel te bemachtigen, aangezien alle stoelen met handdoeken waren gereserveerd. De man, die in 2024 met zijn gezin een pakketreis maakte naar het Griekse eiland Kos, zei dat hij elke dag twintig minuten bezig was naar een ligstoel te zoeken, terwijl hij om 06.00 uur al wakker werd, schrijft de BBC.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Vervolgens klaagde hij zijn touroperator aan omdat hij het reserveringssysteem had toegestaan en gasten die ligstoelen met handdoeken reserveerden niet hierop had aangesproken. Volgens de toerist waren de ligbedden zo vaak gereserveerd dat ze onbruikbaar waren en zijn kinderen op de grond moesten liggen. De rechter stelde hem in het gelijk en oordeelde dat het gezin recht had op een restitutie van 986,70 euro.

  • IJslandse zwembaden staan onder druk door internationale aandacht

    IJslandse zwembaden staan onder druk door internationale aandacht

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: Die Zeit lanceert razend populaire NSDAP-zoekmachine

    » Londen: politie richt speciale eenheid op ter bestrijding van antisemitisme

    Zwembaden zijn in IJsland sociale ontmoetingsplekken

    De recente opname van IJslandse zwembaden op de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed heeft de interesse van buitenlandse media en toeristen aangewakkerd, meldt Iceland Monitor. Ook een reportage van The New York Times droeg bij aan de groeiende aandacht voor de baden, die in IJsland gelden als belangrijke sociale ontmoetingsplekken.

    Hoewel veel IJslanders de erkenning verwelkomen, zijn er ook zorgen. Zwembaden fungeren traditioneel als een soort toevluchtsoord, weg van drukke toeristische hotspots. Met jaarlijks zo’n twee miljoen bezoekers in een land met minder dan 400.000 inwoners vrezen sommigen dat ook deze plekken steeds meer toeristen zullen aantrekken.

    De baden spelen een centrale rol in het dagelijks leven, zowel voor ochtendzwemmers als voor ouderen die samenkomen in warmwaterbaden. Volgens The New York Times functioneren ze als een ‘derde plek’ – naast thuis en werk – waar sociale interactie centraal staat.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Toenemende belangstelling kan ook praktische gevolgen hebben. Zo maken sommige bezoekers zich zorgen over hygiëne, omdat strikte douchevoorschriften niet altijd door buitenlandse gasten worden nageleefd. Anderen vrezen dat de informele en lokale sfeer verdwijnt als grotere groepen toeristen de baden gaan bezoeken.

    De discussie raakt aan een bredere spanning: erkenning kan helpen om cultureel erfgoed te beschermen, maar kan het tegelijkertijd ook onder druk zetten.

  • VS willen media-accounts van buitenlandse toeristen zonder visum screenen

    VS willen media-accounts van buitenlandse toeristen zonder visum screenen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: mensen konden 350.000 jaar eerder vuur maken dan gedacht

    » Hamas stelt ‘bevriezing’ van wapens voor in plaats van ontwapening

    Het aantal buitenlandse reizigers in de VS daalt al maanden

    De regering-Trump wil van bezoekers zonder visum eisen dat ze gegevens van hun accounts van de afgelopen vijf jaar overleggen, volgens een bericht dat woensdag in de Federal Register, het officiële Amerikaanse staatsblad, werd gepubliceerd. Dit voorstel betreft met name Franse, Britse, Australische en Israëlische burgers. De maatregel zal binnen zestig dagen worden ingevoerd, tenzij deze voor de rechter wordt aangevochten, zo staat in het bericht.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Deze beslissing baart de Amerikaanse toeristische sector zorgen. Al enkele maanden ziet het land een daling van het aantal buitenlandse reizigers, die afgeschrikt worden door het beleid van Trump. Een vertegenwoordiger van de sector, geïnterviewd door The New York Times, verklaarde dat bedrijven binnen de toerismesector niet op de hoogte waren gesteld van de maatregel. Hij bestempelde het besluit als een ‘aanzienlijke escalatie’ van de screening van reizigers.

  • Bestaat er zoiets als een goede toerist?

    Bestaat er zoiets als een goede toerist?

    Protesten tegen overtoerisme nemen toe, en toch blijft de vraag naar goedkope reizen en verre bestemmingen groeien. Hoe kun je op vakantie gaan zonder deel van het probleem te worden?

    Sinds 2019 gaat het vaak over ‘vliegschaamte’; het ongemak wanneer je in een vliegtuig stapt terwijl je je bewust bent van de CO₂-uitstoot die dit met zich meebrengt. Treinen en boten wonnen als vervoermiddel aan populariteit en de vliegbranche leek zelfs gevaar te lopen omdat het aantal passagiers op zakelijke reizen bleef dalen. Cijfers als die uit Spanje – 222 miljoen gebruikers van de luchthavens in 2018 tegenover 236 miljoen in 2023 – laten echter zien dat het ecologisch bewustzijn bij de burger nog altijd minder groot is dan hun wens de wereld te verkennen.

    Massatoerisme is niets nieuws, maar concentreerde deze bedrijfstak zich eerst op bepaalde gebieden die erop in waren gespeeld, zoals de Spaanse stad Benidorm, inmiddels dreigt het alles op te slokken. Met de groeiende impact ervan heeft het idee postgevat dat, in de woorden van antropoloog en ecoloog Emilio Santiago, ‘onze beschaving aan toerisme ten gronde gaat’. 

    Als het gaat om verzet tegen misstanden in de consumptiemaatschappij, is je onttrekken vaak een vorm van luxe

    In 2019 waren protesten als die op de Canarische eilanden in mei en die van 28 juni 2024 in Malaga moeilijk voorstelbaar, waarbij milieukwesties werden gekoppeld aan de woningnood en de uitzichtloze situatie van de jongeren. Maar ook die uitgebuite jongeren willen in het hoogseizoen, als ze vakantie hebben, even van omgeving veranderen en als ze het zich kunnen permitteren liefst ergens ver weg uitrusten of nieuwe omgevingen verkennen. Oftewel: zelf in een toerist veranderen.   

    Juist daarom is het van belang om, net als bij de mode-industrie of de grote techbedrijven die onze data beheren, kritisch te kijken naar de vraag in hoeverre we willen deelnemen aan deze sector. En of we het ons wel kunnen permitteren dat niet te doen. Want als het gaat om verzet tegen misstanden in de consumptiemaatschappij, is je onttrekken vaak een vorm van luxe.

    Van schuld naar het zoeken van alternatieven

    ‘Een van de potsierlijkste privileges die het neoliberalisme in stand houdt, is het weekendje weg. Op zulke dagen krijgen de technische structuren van de kapitalistische samenleving even vrij spel – en dat uit zich in een van haar troosteloze uitwassen: feesten, drinken, een beetje seks’, schrijft Emilio Santiago in zijn recente essay ‘Psychogeografie van nabij; poëtische wandelingen tegen de toeristische dwang’. Toch stelt de ecoloog even later ook dat wie toerisme om morele redenen afwijst en denkt het te bestrijden door simpelweg de ongemakkelijke waarheid over de sociale en ecologische schade te onthullen, onherroepelijk op een politiek fiasco afstevent.

    Mogelijk helpt ‘vliegschaamte’ om de minderheid die verantwoordelijk is voor de meeste vluchten (in Frankrijk bedient 50 procent van de vluchten 2 procent van de bevolking) een schuldgevoel te bezorgen zodat ze enkele van hun verplaatsingen heroverwegen, maar het is niet erg effectief – en ook niet eerlijk – om een beroep te doen op de meerderheid van de bevolking. Al in 2001 stelde de VN een Mondiale Morele Code voor het Toerisme op met tien punten om het toerisme te veranderen in een activiteit die het milieu respecteert en bovendien de landen van bestemming ten goede komt. Maar deskundigen zijn het erover eens dat het verschijnsel eerder samenhangt met grote zakelijke en politieke belangen dan met het gedrag van de individuele toerist.

    Heeft het dan zin je af te vragen of je goed bezig bent op het moment dat je een vakantie plant? Bestaat er, naast die universele code van de VN, een richtlijn die ons als individu kan begeleiden wanneer we toerist worden? 

    Toeristen die onder toerisme lijden

    ‘Het toerisme is als een inktvis die zijn armen naar alle kanten uitstrekt,’ verzucht Juan Luis Toboso, curator en docent, die heeft gezien hoe Porto, de stad waar hij al ruim tien jaar woont, in korte tijd is veranderd. ‘Een van de vervelendste ervaringen wat mij betreft is dat deze stad ineens verschillende ritmes heeft. Die waren er altijd al wel voor degenen die de publieke ruimte innemen: je hebt nachtwerkers, kinderen die naar school gaan, vroege joggers… Maar er kwam een moment dat wij, die door de stad bewogen om ons steentje bij te dragen, werden gedomineerd door groepjes mensen met een ander ritme; dat van de grote menigte toeristen (dat zich op zijn beurt laat opsplitsen: dat van de senioren, dat van de feestgangers, dat van de wandelaars). Zoals wanneer je ’s avonds nog wat boodschappen wilt doen en je kunt er niet langs omdat de stoep vol staat met een groep sangríadrinkers.’ 

    Wat doet Toboso als hij zelf wil ontsnappen uit zijn ‘gekoloniseerde stad’? ‘Het valt niet mee om aan het toerisme te ontkomen, maar er zijn wel wat methodes,’ antwoordt hij. ‘Zo houd ik ervan om op vakantie vrienden te bezoeken. Ik zoek mensen op die al een tijd in een bepaalde stad wonen en probeer dan lokale producten te kopen en naar gewone cafés te gaan, niet naar trendy gelegenheden, en zo de meute en het toeristisch circuit te ontvluchten. Maar dat maakt natuurlijk dat die plekken op een gegeven moment misschien ook toeristisch worden. Een van de oorzaken van het probleem is onze obsessie om alles te posten. Als ik ergens lekker eet vertel ik het niet meer door aan vrienden van vrienden, want ik wil niet dat ze daarheen gaan, foto’s maken en zo het balletje aan het rollen brengen. Ik neem je straks mee naar een geweldig restaurant, maar vertel het niet verder! En ik zal niet toestaan dat je een foto neemt,’ waarschuwt hij.

    ‘Ik denk dat als mensen minder egoïstisch en inhalig waren, de algemene ervaring anders zou zijn’

    Fotograaf en cineast Raquel Agea is in Benidorm geboren en getogen. Ze vertelt dat opgroeien in een stad die zo sterk op toerisme gericht was, haar bewust heeft gemaakt van problemen die voor bezoekers vaak onzichtbaar blijven. Zo vraagt ze zich constant af of toerisme ook eerlijk kan zijn voor zowel werknemers als ecosystemen. ‘Ook als consument zou ik heel graag het antwoord op die vraag hebben. Ik denk dat als mensen minder egoïstisch en inhalig waren, de algemene ervaring anders zou zijn,’ merkt ze op. Ook zij ziet niet af van reizen, maar probeert het zo duurzaam mogelijk te doen. ‘Normaal gesproken passen de toeristische plaatsen zich uiteindelijk aan de bezoekers aan. Mijn insteek is precies andersom: ik wil zo’n plek als toerist en bezoeker benaderen vanuit respect, aandacht, liefde.’

    Overigens beseft Agea heel goed dat het begrip ‘verantwoordelijk toerisme’ – net als veel andere termen omtrent onthaasting en duurzaamheid – ongemerkt iets elitairs kan krijgen. Terwijl we het hier hebben over iets dat in wezen nog altijd een recht is. Vergelijk het met situaties waarin we, ondanks beter weten, toch voor de minst duurzame optie kiezen, simpelweg omdat dat is wat we ons kunnen veroorloven. ‘Alles is terug te brengen tot de economische klasse waartoe je behoort: als je geen geld en tijd hebt, kies je uiteindelijk voor de makkelijkste en snelste weg. En die ene keer per jaar dat je kunt reizen, hoef je je voor je gevoel niet zo druk te maken over duurzaamheid.’

    Tegenstrijdigheden

    Net als elke andere bedrijfstak roept het toerisme tegenstrijdige gevoelens op waar je niet zomaar omheen kunt, zeker wanneer er bijvoorbeeld wordt gestunt met goedkope aanbiedingen. Je kunt proberen je persoonlijke impact te beperken, je CO₂-voetafdruk meten of je aansluiten bij platforms die streven naar politieke en economische verandering. Maar zolang het systeem niet fundamenteel verandert, is het misschien nog het eerlijkst om de tegenstellingen gewoon onder ogen te zien.

    En laten we wel wezen, zegt Agea, als toerist veranderen we allemaal een beetje in een parodie van onszelf. ‘Het is grappig om mensen te zien die, naarmate de connotaties van toerisme negatiever worden, ontkennen er zelf een te zijn – omdat ze zogenaamd de typische valkuilen vermijden. Ook zij maken onvermijdelijk deel uit van wat ze proberen tegen te gaan.’

    Enrique Rey

    werkt sinds 2000 voor El País waar hij alledaagse zaken benadert vanuit de literatuur en de filososofie. Hij surft, ook graag op het internet.

  • Waarom de eeuwige kritiek op toeristen onterecht is

    Waarom de eeuwige kritiek op toeristen onterecht is

    Vakantiegangers beschadigen het klimaat, verdringen de lokale bevolking en zien er vaak ook nog eens belachelijk uit. Toch is het volgens Philipp Laage in Der Spiegel ronduit verkeerd – en elitair – om anderen het recht op vakantie te ontzeggen.

    Lang was reizen iets gewilds: iemand die regelmatig met het vliegtuig op vakantie ging om andere landen te zien, werd beschouwd als kosmopoliet. Dat is nu wel anders. Vandaag de dag zijn toeristen klimaatzondaars die de lokale bevolking het leven onmogelijk maken. Ze worden niet alleen als storend gezien vanwege een bepaald soort gedrag, ze zijn per definitie misplaatst. Het algehele nut van reizen wordt in twijfel getrokken.

    Maar door wie eigenlijk? En vooral, waarom? De waarheid is: zolang mensen bewust en bedachtzaam met zichzelf, anderen en hun omgeving omgaan, maakt het niet uit waar ze zijn. En als ze dat niet doen, geldt hetzelfde. Het is niet zo dat reizen mensen beter of slechter maakt. En misschien is het zelfs wel zo dat directe culturele uitwisseling door persoonlijke ontmoetingen steeds belangrijker wordt nu de spanningen wereldwijd toenemen. Is het niet gemakkelijker om interpersoonlijke grenzen te overstijgen als je ook geografische grenzen overschrijdt?

    Het nieuwe kolonialisme

    Veel mensen lijken het nu anders te zien. Onder andere veel journalisten. Jens Jessen maakt in Die Zeit de balans op van het onbeschaamde massatoerisme en noemt het ‘het nieuwe kolonialisme’. Hij observeert ‘een onstuimig verlangen van mensen die aan huis gebonden zitten om minstens één keer per jaar anderen te kunnen lastigvallen en kleineren’. Geen beste reden voor een vakantie. Andere culturen leren kennen, je horizon verbreden, vooroordelen afbreken – wat is daarmee gebeurd?

    Blijkbaar allemaal zelfbedrog. Vakantie is ook gewoon werk, schrijft Nils Markwardt, eveneens in Die Zeit. Als je iets wilt leren, kun je een boek kopen. Hetzelfde geldt voor wie zichzelf wil ontdekken. ‘Dus het is het beste om gewoon thuis te blijven’, besluit de auteur stellig.

    Vice ergerde zich een paar jaar geleden vooral aan ‘kinderen van rijke ouders op zelfontdekkingsreis’. Van reizen worden we slechtere mensen omdat we het klimaat verpesten, aldus de strekking. Alle eventuele voordelen moeten wijken voor de ecologische crisis.

    De Amerikaanse filosoof Agnes Callard baarde opzien met een essay in The New Yorker. Ze vraagt zich daarin af of reizen wel echt zo verrijkend is. Haar belangrijkste bezwaar: we weten al wie we zijn als we terugkomen. Ook avonturlijkere reizigers hebben haar zegen niet. Ze wenden verandering voor, maar zijn uiteindelijk niet in staat om zichzelf objectief te bekijken en te beoordelen. Je kunt je afvragen: de auteur wel dan?

    Het essay ging viraal en herhaalde de bekende beschuldigingen tegen toeristen: ze zien niets, leren niets, veranderen niet. Het is allemaal vluchtgedrag, narcisme en zelfbedrog. Reizen verandert ons enkel in de slechtste versie van onszelf, aldus Callard.

    Volgens Die Welt is reizen binnenkort simpelweg niet meer van deze tijd. De krant spreekt van een ‘nieuwe haat tegen toeristen’ – maar zo nieuw is die niet.

    Cruise naar de ondergang

    Het zwartmaken van toeristen gaat ver terug. Al in de negentiende eeuw werd er geklaagd dat het plebs in aantocht was en dat de beste tijden voorbij waren. Al toen vakantiegangers nog in verantwoorde aantallen reisden, werden ze beschouwd als schapen en lemmingen die de massa volgden; als een kudde, roedel of zelfs als een zwerm insecten die steeds weer ergens anders neerdaalden.

    Het ongemak met toerisme is altijd gevoed door de culturele oppervlakkigheid en het ontwrichtende massale karakter ervan. Critici maken graag onderscheid tussen toeristen en ‘echte reizigers’, die hun horizon willen verbreden. Al die kritiek en spot heeft de massa er echter nooit van weerhouden om te reizen. De laatste tijd geven Duitsers meer geld uit aan vakanties dan ooit tevoren en langeafstandsreizen en vliegen zijn nog altijd razend populair.

    Wel heeft het onbehagen dat de vakantieganger veroorzaakt nu een morele implicatie: toeristen worden ervoor verantwoordelijk gehouden de mensheid dichter bij haar einde te brengen, als op een cruise naar de ondergang.

    De toerist lijkt niet te passen in een tijdperk dat soberheid predikt. In haar boek Bleibefreiheit [Blijfvreugde] stelt filosoof Eva von Redecker dat vrijheid niet gedefinieerd moet worden in termen van ruimte, maar in termen van tijd: we moeten thuisblijven om de basisvoorwaarden van het leven in de toekomst garanderen. Niet uit dwang of plicht, maar omdat dat ons voldoening schenkt. In deze utopie is letterlijk weinig ruimte voor de vakantieganger; de Oostzee en de Beierse meren zijn immers al overvol.

    Wie verder weg wil rijden of vliegen, moet de klimaatimpact van zijn eigen vakantie verantwoorden en wordt al snel veroordeeld. Daarbij wordt vaak met twee maten gemeten. De thuisblijvers houden er immers misschien wel een levensstijl op na die in het dagelijkse leven meer uitstoot veroorzaakt dan die van sommige reizigers. Toegegeven, dat is whataboutism. Maar moeten we ons wel kritisch opstellen ten opzichte van elkaars prioriteiten?

    De moraalridder uithangen zal er waarschijnlijk niet toe leiden dat die ander dat zal veranderen

    Vliegen is gewoon een dure luxe, wordt wel gezegd. In tegenstelling tot huisvesting, bijvoorbeeld. Reisemissies zijn daarom onnodig en dus immoreel. De vraag is wat je met zulke beschuldigingen wilt bereiken. De moraalridder uithangen en je opwinden over andermans gedrag zal er waarschijnlijk niet toe leiden dat die ander dat zal veranderen. Dat is tenminste wat de maatschappelijke ontwikkeling van de afgelopen jaren ons toont. Er valt weinig te winnen door anderen de legitimiteit van hun belangen en behoeften te ontzeggen. Ook als die behoefte een vakantiebestemming is die verder ligt dan het Zwarte Woud, Texel of het Vierwoudstedenmeer.

    Niets wijst erop dat de meerderheid van de mensen binnenkort vrijwillig zal afzien van vliegreizen. Slechts enkelen kiezen ervoor om het niet te doen (en gaan daar prat op). Degenen met minder geld willen ook weleens met het vliegtuig op vakantie, en laten zich daarin niet door anderen beperken.

    Eén suggestie is om iedereen een persoonlijk CO₂-budget te geven. Als je van reizen houdt, kun je je budget daaraan spenderen en moet je elders bezuinigen. Maar wie moet dit gaan controleren? Een nieuwe superautoriteit? Daar hebben we waarschijnlijk een dictatuur voor nodig.

    Met het definiëren van de term overtoerisme lopen we tegen eenzelfde probleem aan: wie naar Mallorca vliegt om van de zon te genieten moet wegblijven, maar cultuurreizigers zijn welkom? Wie kan het doel van de reis beoordelen en bij twijfel de boeking weigeren?

    Nee, de markt moet reguleren. En omdat bekend is dat de markt op hol slaat en alle neveneffecten negeert als we haar haar gang laten gaan, moeten politici haar in toom houden. Ze moeten een prijs zetten op klimaatschade, woningen beschermen en infrastructuur reguleren. Met belastingen en boetes, eisen en regels, lokkertjes en compromissen. Hoe dit op een sociaal aanvaardbare manier kan worden bereikt is een belangrijke vraag, die niet eenvoudig te beantwoorden is.

    Elitair

    Veel vakantiegangers passen zich aan, slechts weinigen lappen de regels moedwillig aan hun laars. De meeste van hen zijn helemaal niet zo onwetend als ze vaak worden afgeschilderd. Bovendien moeten we niet over het hoofd zien dat slechts een paar plaatsen op aarde echt zonder bezoekers kunnen. In veel regio’s heeft toerisme een doorslaggevende bijdrage geleverd aan de welvaart. De ongelijke verdeling van inkomsten en het gebrek aan sociale normen zullen niet worden opgelost als er over het algemeen minder te verdelen valt. Integendeel.

    Het is onrealistisch om van toeristen te verwachten dat ze deze problemen oplossen door hun consumptiegedrag aan te passen. De verantwoordelijkheid voor structurele veranderingen kan niet worden afgeschoven op de reizigers. Nuttiger zou het zijn om politieke maatregelen te promoten die klimaatbescherming en sociale rechtvaardigheid bevorderen.

    Het nut van het snel toenemende Instagramtoerisme is zonder meer discutabel. Hoe we reizen is en blijft dan ook een belangrijke vraag. Natuurlijk kun je door minder te vliegen een persoonlijke bijdrage leveren aan de bescherming van het klimaat, of het nu daadwerkelijk iets oplevert of niet. Maar anderen veroordelen en het recht ontzeggen om op vakantie te gaan, is ronduit verkeerd en elitair.

    Waarom iemand op vakantie gaat, moet hij zelf weten. Het gaat waarschijnlijk zelden echt om die persoonlijke transformatie, al suggereert filosoof Callard van wel. Het lijkt niet bij deze auteur op te komen dat mensen die naar het buitenland reizen gewoon op zoek zijn naar een beetje plezier, of ontspanning.

    Misschien is de toerist zo’n populaire boeman omdat mensen in het licht van complexe, escalerende crises duidelijkheid willen: wie staat aan de goede kant, wie aan de verkeerde? Eenvoudige antwoorden maken de wereld draaglijker. Maar niet beter. 

  • Nog even en we zitten in hartje winter aan de Rivièra

    Nog even en we zitten in hartje winter aan de Rivièra

    De wereldwijde temperatuurstijging zal onze vakanties drastisch veranderen. Niet alleen zullen we andere bestemmingen kiezen, ook de traditionele zomer als hoogseizoen staat onder druk.

    In 1975 scoorde zanger en presentator Rudi Carrell een hit in Duitsland met het lied Wann wird’s mal wieder richtig Sommer?, waarin hij verlangde naar de hittegolven van weleer. Een tijd waarin men volgens Carrell nog geen sauna nodig had, en de schapen ’s zomers graag werden geschoren:

    Ein Sommer, wie er früher einmal war,
    Ja, mit Sonnenschein von Juni bis September
    Und nicht so nass und so sibirisch, wie im
    letzten Jahr

    Bewoners van kille, noordelijke streken hebben altijd naar hete zomers verlangd. In elk geval sinds 1923, toen de Amerikaanse socialites Gerald en Sara Murphy zich pioniers toonden op het gebied van zonnen aan de Franse Rivièra. Langzaam ontstond er brede overeenstemming over de ideale weersomstandigheden – een zonnige lucht en temperaturen rond de 25 graden – en de plek die daarbij hoorde: het strand.

    Maar sinds de hittegolven van 2019 is de zomer veranderd van een tijd om naar uit te kijken in een tijd om te vrezen. Europa, dat twee keer zo snel opwarmt als het mondiale gemiddelde, had zijn heetste zomer ooit in 2022.

    De heetste zomer daarvóór was een jaar eerder, en dit alles gebeurde nog voor de warme klimaatcyclus El Niño de wereld andermaal komt plagen. Geen strand is aangenaam bij 40 graden, of met bosbranden in de verte. Voor veel rijke mensen is het veranderen van de vakantiebestemming het eerste tastbare effect van klimaatverandering. Dat is tenslotte gemakkelijker dan ergens anders gaan wonen. Vakantie vieren verandert het klimaat – het toeristenvervoer neemt 5 procent van de mondiale uitstoot voor zijn rekening – en tegelijkertijd verandert het klimaat het vakantie vieren. Nu de pandemie heeft plaatsgemaakt voor een piek in het toerisme, tekent zich een nieuwe wereldkaart met vakantiebestemmingen af.

    Kusttoerisme

    Voorlopig prijken stranden nog prominent op de kaart. ‘Kusttoerisme is de grootste component van de mondiale toeristenindustrie’, zo leert een studie uit 2014 van de Universiteit van Cambridge. Ruim 60 procent van de Europeanen kiest voor strandvakanties, en in de Verenigde Staten is het segment goed voor ruim 80 procent van de inkomsten uit toerisme.

    Sommige strandbestemmingen, zoals de Malediven en delen van het Caribisch gebied, zullen echter onder de golven verdwijnen. Ook langs de Middellandse Zee, en dan vooral aan de Afrikaanse kust, kalven de stranden af door de stijgende zeespiegel. Bovendien wordt het in het hele Middellandse Zeegebied ondraaglijk heet. De trend zal zich waarschijnlijk bewegen in de richting van strandvakanties in het koelere noorden van Spanje, in Normandië, in het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavië, totdat de hitte ook die plaatsen uiteindelijk zal overmannen. Alaska en het noordpoolgebied zouden binnenkort al aangename zomerparadijzen kunnen worden.

    Geen strand is aangenaam bij 40 graden, of met bosbranden in de verte

    Dertig jaar geleden bracht ik een paar maanden door in St. Leonards-on-Sea, een stadje aan de zuidkust van Engeland dat ooit betere tijden heeft gekend. Sinds 1820 was het een chique badplaats geweest, totdat goedkope vluchten naar de Middellandse Zee het Britse strandtoerisme de das omdeden. Ik herinner me de plek vanwege de ooit elegante hotels aan de kust, die nu werden bevolkt door krakkemikkige gepensioneerden en mensen met psychische problemen die er door Londense deelgemeenten werden gehuisvest.

    Het nieuwe, opgewarmde klimaat zou St. Leonards in de kaart kunnen spelen (mits de Engelse waterbedrijven het lozen van ongezuiverd rioolwater in rivieren en de zee staken). Dagen dat het te warm is om te zonnen zijn geschikt om de lokale wijngaarden in Sussex te verkennen. Ondertussen zou de kokende Costa del Sol de rol van verlaten vakantiebestemming wel eens kunnen overnemen. Dergelijke verschuivingen zullen de historische stroom van toeristengeld van rijkere naar armere landen gedeeltelijk omkeren.

    Voorjaar

    Nog een ontwikkeling die eraan zit te komen: de zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen. Ten eerste is het dan te warm om voor je plezier te reizen. Ten tweede neemt het aantal stellen zonder kinderen toe, en die zijn niet gebonden aan de schoolvakanties. Ten derde hebben populaire toeristische bestemmingen in het hoogseizoen bijna geen ruimte meer. Dus zullen strandresorts zich weer richten op het voorjaar, waarin ze noorderlingen hun eerste zachte zonnestralen van het jaar kunnen bieden. Misschien gaan we zelfs terug naar de jaren twintig van de vorige eeuw, toen de Britse heersende klasse hartje winter aan de Franse Rivièra neerstreek.

    De wintersport zal op den duur verdwijnen. Momenteel gaat 40 procent van de wintersporters naar de Alpen, en daar zijn al honderden resorts gesloten wegens een gebrek aan sneeuw. Bijna alle Alpengletsjers zullen deze eeuw verdwijnen. In een aantal resorts in de VS is het skiseizoen in de periode van 1982 tot 2016 al 34 dagen korter geworden, bleek uit onderzoek. Skisteden proberen zichzelf om te vormen tot bestemmingen voor zomerse wandel- en fietstochten.

    Er wachten ons traumatische veranderingen in vakantiepatronen. En de grootste slachtoffers zijn de miljoenen werknemers in de toeristenindustrie in arme landen en de familieleden die zij onderhouden. Maar deze omwenteling is nog maar een voorproefje van de nog fundamentelere verschuivingen die in het verschiet liggen.

  • Het Lloret de Mar van Noord-Korea

    Het Lloret de Mar van Noord-Korea

    Deze zomer opent aan de Noord-Koreaanse oostkust een strandresort – voor honderdduizend gasten. En dat terwijl het regime nauwelijks buitenlandse toeristen toelaat. Vanwaar Kim Jong-uns behoefte aan dit reusachtige vakantieparadijs?

    Dit artikel werd origineel gepubliceerd op 9 juni in Die Süddeutsche Zeitung, voordat Wonsan-Kalma de deuren opende. De openingsceremonie heeft op 26 juni plaatsgevonden.

    Reisorganisator Simon Cockerell hoopte aanvankelijk dat Noord-Korea door de pandemie misschien wat interessanter zou kunnen worden als toeristische bestemming. ‘Ik dacht: misschien zien ze wel een kans in hun isolatie van de buitenwereld en breiden ze hun aanbod wat uit.’ Cockerell, een Brit uit Thornbury, is directeur van het Chinese reisbureau Koryo Tours, dat vanuit Beijing al ruim dertig jaar reizen aanbiedt voor westerse toeristen naar het mysterieuze rijk van de Kim-dynastie. Zelf is hij al meer dan honderdtachtig keer naar Noord-Korea gereisd; maar sinds het land in 2020 vanwege de pandemie de grenzen sloot, is hij er nog maar één keer geweest. Dat was in april, toen hij tweehonderd hardlopers uit vijftig landen begeleidde voor de marathon van Pyongyang.

    Cockerells hoop bleek tevergeefs: Noord-Korea is moeilijker toegankelijk dan ooit. En ook het nieuws dat het nieuwe strandresort Wonsan-Kalma deze zomer de deuren zal openen, geeft hem amper meer hoop.

    Het resort ligt aan de oostkust van Noord-Korea, op het idyllische schiereiland Kalma, dat bij de stad Wonsan hoort. ‘Kijk eens hoe groot dit is,’ zegt Cockerell. Er zijn zeventienduizend hotelkamers en er is plek voor maximaal honderdduizend gasten, meldt het Russische reisbureau Wostok Intur. De paar duizenden toeristen die jaarlijks naar Noord-Korea komen, zouden in dit enorme hotellandschap verdwalen. ‘Voor hen is dit dus niet bedoeld, dat zou idioot zijn,’ zegt Cockerell. Maar voor wie is vakantieparadijs Wonsan-Kalma dan wel bedoeld?

    Op vakantie naar Noord-Korea

    Toerisme in Noord-Korea: het klinkt een beetje als een vleesbuffet op een vegetarisch feestje – als iets wat eigenlijk niet kan. Het regime ziet invloeden van buitenaf en pottenkijkers uit het buitenland doorgaans als gevaar voor zijn voortbestaan. Toch ligt de werkelijkheid in Noord-Korea wat complexer dan het cliché. De Kims willen blijkbaar wel dat hun land ook iets van diezelfde gezelligheid uitstraalt die rijke, vrije landen hun mensen te bieden hebben. En daarbij horen ook geld uitgevende buitenlanders, die de lokale trekpleisters komen bewonderen, en gezinnen uit de eigen middenklasse die er een weekendje op uit gaan in de natuur.

    Toerisme kan het imago verbeteren, en het zorgt voor werkgelegenheid. Dit geldt ook voor Noord-Korea, maar uiteraard wel met enig voorbehoud.

    Cockerell kan bevestigen dat het regime tot 2020 nooit professioneel georganiseerde vakanties naar Noord-Korea heeft geweigerd. ‘Natuurlijk werd alles streng gecontroleerd,’ zegt hij. Zo moest Koryo Tours het reisprogramma van tevoren indienen bij partnerbedrijven van de staat, moesten alle deelnemers te allen tijde bij de reisleider blijven en was internetgebruik verboden. Toch waren de reizen gevarieerd. ‘Mensen gingen voornamelijk naar Pyongyang, naar de gedemilitariseerde zone en naar de stad Kaesong, en dan misschien nog naar een paar andere plekken aan de oost- of westkust,’ vertelt Cockerell.

    ‘Het is gevaarlijk als je de regels overtreedt’

    De risico’s? ‘Het is gevaarlijk als je de regels overtreedt,’ zegt Cockerell. Maar het is niet zo moeilijk om je aan de regels te houden. Hij heeft zelf nog nooit problemen ervaren, en dat terwijl hij ‘tienduizenden toeristen’ naar Noord-Korea heeft begeleid, voornamelijk Britten, Australiërs en Duitsers. En tot 2017 ook Amerikanen. Maar toen stierf de student Otto Warmbier uit Ohio, nadat hij (overigens niet met Koryo Tours) naar Noord-Korea was gereisd, daar was gearresteerd en in de gevangenis om onopgehelderde redenen in coma was geraakt. Sindsdien is het in de VS verboden om naar Noord-Korea te reizen, net als overigens in Zuid-Korea. Voor 2020 kwamen er in Noord-Korea al weinig toeristen uit het Westen, vertelt Cockerell. ‘De meesten, ruim 95 procent, kwamen uit China.’ Dat zijn zo’n driehonderdduizend reizigers per jaar.

    Maar de oude reisroutine bestaat niet meer. Sinds het einde van de pandemie is het toerisme naar Noord-Korea meer een soort etalage geworden voor de nieuwe vriendschap van het land met Rusland.

    In de zomer van 2023 bouwde Noord-Korea zijn coronalockdown langzaam af. Kim Jong-uns eerste buitenlandse reis was een bezoek aan Rusland, waar hij president Vladimir Poetin ontmoette. De twee konden het goed met elkaar vinden. Vanaf begin 2024 mocht het reisbureau Wostok Intur uit Vladivostok de eerste reizen organiseren naar skiresort Masik-Ryong, bij Wonsan. Maar dan ook alleen Wostok Intur, en alleen voor Russen. Pas in februari leek het erop dat ook Koryo Tours en andere reisorganisaties hun activiteiten konden hervatten; niet-Russische toeristen mochten de stad Rason in het noordoosten van het land bezoeken.

    Maar na drie weken gingen de grenzen weer dicht voor niet-Russische toeristen. Waarom? ‘Geen idee,’ zegt Cockerell, ‘er werd geen officiële verklaring voor gegeven.’ Westerse media vermoeden dat het door kritische reisverslagen kwam, maar Cockerell gelooft daar niets van. Kritische youtubers waren er eerder ook al wel, en dat had dan nooit gevolgen.

    Op actuele beelden is er ook een groot waterpark met reuzenglijbanen te zien.

    En nu staat de opening van het gigantische strandparadijs op het schiereiland Kalma voor de deur. Staatsmedia meldden in december dat het resort Wonsan-Kalma in de zomer de deuren zal openen. Op satellietbeelden is de voortgang van de bouwwerkzaamheden te volgen.

    In 2017 was het gebied rond de plaatselijke luchthaven nog grotendeels onbebouwd. Een jaar later, in november, stonden de eerste ruwbouwconstructies al overeind. Op 13 april van dit jaar, enkele maanden voor de opening, zijn er hotelcomplexen met ronde vormen te zien, met zwembaden en tennisbanen. In een park ligt een grote vijver met kunstmatige eilanden.

    Langs het kilometerslange strand loopt een promenade. Op een foto van 5 juni is te zien dat de strandstoelen voor de gasten al klaarstaan. Iets zuidelijker is een amfitheater te zien. Eén gebouw trekt met name de aandacht: met zijn glinsterende metallic grijze dak heeft het wat weg van een schildpad. Het zou een aquarium kunnen zijn. Op actuele beelden is er ook een groot waterpark met reuzenglijbanen te zien. In totaal bevinden zich op het 2,8 vierkante kilometer grote terrein 17 [1] grote hotels, 37 hostels en 29 winkelcentra, zo blijkt uit een analyse van een toeristenbrochure door de Zuid-Koreaanse website NK News. Noord-Korea lijkt met Wonsan te willen laten zien dat het zich niet alleen op militaire macht richt. Toch blijft de vraag: waarom heeft het regime dit vakantieoord laten aanleggen? En voor wie?

    Een vakantieparadijs voor niemand

    In 2018 sprak Kim Jong-un voor het eerst over het plan. Maar toen sloeg de pandemie toe, en waren er andere dingen aan de orde. Nu is niet alleen de pandemie voorbij, ook is het veiligheidsverdrag van kracht dat Poetin en Kim in 2024 ondertekenden. Noord-Korea levert wapens en manschappen voor Poetins aanvalsoorlog tegen Oekraïne. In ruil daarvoor steunt Rusland Noord-Korea, en blijkbaar niet alleen op het gebied van bewapening. Misschien wil het regime met het resort laten zien hoe de welvaart toeneemt dankzij de hechte banden met Rusland.

    Kim Jong-un was in december nog in Wonsan-Kalma. Voor de camera’s van de staatsmedia maakte hij een strandwandeling met zijn dochter. Ook bezichtigden ze een paar hotelkamers en namen ze een kijkje in een van de weelderige eetzalen.

    Kim Jong-un noemde het project de ‘eerste grote stap’ voor het nationale toerisme. Pure propaganda. Maar Wonsan-Kalma is te groot om louter te dienen als decor voor Kims ego. Eigenlijk is het is voor alle mogelijke scenario’s te groot.

    Misschien wil het regime met het resort laten zien hoe de welvaart toeneemt dankzij de hechte banden met Rusland.

    Toen Kim Jong-un voor het eerst over het resort sprak, waren de gemoederen tussen Noord- en Zuid-Korea ietwat aan het ontdooien. Een toeristisch initiatief tussen de twee zusterstaten leek niet ondenkbaar. Maar nu is de relatie weer ijzig koud; voorlopig gaan er geen Zuid-Koreanen naar Wonsan-Kalma. Zelfs voor toeristen uit China lijkt het resort te groot uitgevallen. Bovendien mochten de laatste tijd vrijwel alleen nog maar Russische toeristen het land in.

    Is Wonsan-Kalma dan bedoeld als een soort Noord-Koreaans Lloret de Mar voor Russische vakantievierders? Wostok Intur heeft in januari namelijk de eerste reizen naar Wonsan-Kalma voor juli aangekondigd. Op Telegram maakte het bedrijf reclame voor ‘een onvergetelijke vakantie naar een van de meest milieuvriendelijke reisbestemmingen ter wereld, met eersteklas entertainment voor elk budget’. In mei vertelde Alexander Mazegora, de Russische ambassadeur in Noord-Korea, aan de krant Iswestija dat er wordt gewerkt aan een nieuwe veerdienst tussen Vladivostok en Wonsan-Kalma. De ambassade verheugde zich er al op: ‘Wij gaan er zeker heen.’

    Maar als we de meest recente cijfers van de Russische binnenlandse geheime dienst FSB moeten geloven, valt het met dat Russische enthousiasme voor een reisje naar Noord-Korea wel mee: in het eerste kwartaal van 2025 gingen er maar 262 Russen op vakantie.

    ‘Ik ga niet doen alsof ik weet wat de hogere machten in Noord-Korea hiermee van plan zijn’

    Misschien zijn de Noord-Koreanen zelf de belangrijkste doelgroep. ‘Er is waarschijnlijk wel vraag naar in het land,’ zegt Peter Ward, Noord-Korea-expert aan het Sejong-instituut in Seoel. Te meer omdat er in 2023 een salarisverhoging was, waardoor vooral ambtenaren en het hogere kader wat meer geld te besteden hebben. Cockerell beaamt dat de toeristische sector in Noord-Korea in de lift zit. ‘Reisjes worden vaak aangeboden als beloning voor fabrieksarbeiders,’ zegt hij. Maar Ward en Cockerell zijn het ook over iets anders eens: dat de vraag onder Noord-Koreanen nooit genoeg zal zijn om het resort te vullen.

    In Noord-Korea zien huizen er vaak alleen van de buitenkant mooi uit. Het is dus goed mogelijk dat de satellietfoto’s van Wonsan-Kalma de waarheid ietwat verfraaien. ‘Tja,’ zegt Cockerell, ‘wie weet.’ Ook voor een Noord-Korea-kenner als hij is het reusachtige resort een raadsel. ‘Ik ga niet doen alsof ik weet wat de hogere machten in Noord-Korea hiermee van plan zijn.’ Het enige wat Cockerell met zekerheid kan zeggen, is dat Noord-Korea sinds de pandemie voor de gemiddelde toerist nauwelijks is veranderd. Die indruk kreeg hij tijdens de marathon van Pyongyang. ‘Er gelden nog steeds dezelfde regels. Het is nog steeds dezelfde plek.’

    Als het aan Simon Cockerell lag, zou het land weer net zo open worden als vroeger. In plaats daarvan opent er binnenkort waarschijnlijk een vakantieparadijs dat voor bijna niemand toegankelijk is.

  • Hoe toeristen hun belangstelling voor Chinese nepoude dorpen verloren

    Hoe toeristen hun belangstelling voor Chinese nepoude dorpen verloren

    De afgelopen twintig jaar zijn in China min of meer fictieve oude dorpen als paddenstoelen uit de grond geschoten. Allemaal volgens hetzelfde model gebouwd om tegemoet te komen aan de wensen van het toegenomen toerisme. Nu stort de markt hiervoor echter in.

    In China is de reconstructie van oude dorpen onderwerp van discussie. Zhangjiajie, een toeristische trekpleister in Centraal-China, waar de film Avatar werd opgenomen, is zo goed als verleden tijd. Op 16 december 2024 kondigde de Zhangjiajie Lüyou-groep, dat er de toeristische attracties beheert, het faillissement aan van het bedrijf, nadat het in vier jaar tijd een verlies van 700 miljoen yuan [meer dan 92 miljoen euro] had geleden, waarvan ruim 61 miljoen in de eerste helft van 2024.

    De ‘nieuwe oude stad’ Dayong leed in deze periode verliezen van meer dan 64 miljoen yuan. De herbouw ervan, die 2,4 miljard yuan [314 miljoen euro] had gekost, ging gepaard met grote verwachtingen… Maar nu is het niet veel meer dan een spookstad, met een kolossaal exploitatietekort.

    In China ondergaan veel ‘zogenaamd oude steden’ hetzelfde lot. Als je door het land reist, kom je ze bijna overal tegen. Ze worden allemaal gebouwd volgens hetzelfde model. In de steegjes hangt dezelfde geur van inktvis en gegrilde tofu; overal zijn dezelfde zilveren sieraden te verkrijgen en snuisterijen verleend aan oude culturen. Overal dezelfde borden die aangeven waar de toerist een foto kan maken.

    Verbitterd

    Het gelijkenispercentage bedraagt maar liefst 99 procent. De lokale bevolking is verbitterd en vaak defaitistisch: ‘Alleen buitenlanders willen hier nog heen.’ Het probleem is alleen dat zelfs buitenlanders deze oude steden niet meer bezoeken.

    Neem Dayong. Dit toeristische en culturele project, waarvan de verbouwing van het stadscentrum in 2016 van start ging, is het duurste in Zhangjiajie. Zhangjiajie Lüyou verwachtte aanvankelijk een jaarlijkse nettowinst van 184 miljoen yuan, met een rendement op de investering dat pas na ongeveer tien jaar zou worden gerealiseerd.

    Maar dat bleek wat rooskleurig te zijn ingeschat. De toeristische attractie leed verlies vanaf het moment dat deze in 2021 op proef opende. Na drieënhalf jaar exploitatie was er sprake van een tekort van 547 miljoen yuan – voornamelijk door een gebrek aan bezoekers.

    Mensen parkeren er graag hun auto, maar hebben weinig behoefte om tijd te spenderen in deze nepoude stad

    Volgens het financiële rapport van de groep werden in de eerste helft van 2024 slechts 2300 toegangskaarten verkocht, wat neerkomt op iets meer dan tien toeristen per dag. De oude stad heeft een oppervlakte van 185.000 vierkante meter, wat overeenkomt met een kwart van de Verboden Stad in Beijing. De lege steegjes ogen troosteloos.

    De schamele jaarlijkse inkomsten komen hoofdzakelijk van de parkeerplaatsen; mensen parkeren er graag hun auto, maar hebben weinig behoefte om tijd te spenderen in deze nepoude stad.

    Deze vorm van toerisme ontstond voor het eerst in de provincies Jiangsu en Zhejiang [die rond Shanghai liggen]. De stad Zhouzhuang, halverwege Shanghai en Suzhou, staat bekend als ‘de eerste waterstad van China’. Terwijl de omliggende plattelandsgemeenschappen in de jaren tachtig in hoog tempo industrialiseerden, kon deze regio vanwege het gebrek aan goede transportverbindingen en elektriciteitsvoorzieningen  minder snel groeien. Maar elk nadeel heeft een voordeel: een groot aantal oude bruggen en gebouwen kon door middel van restauratie behouden blijven, zelfs in hun oorspronkelijke staat.

    In de loop van de tijd trokken deze goed in tact gebleven oude steden en dorpen stadsbewoners aan die genoeg hadden van de ‘stadsjungle’ en de wolkenkrabbers en snelwegen inruilden voor de charme van kleine bruggetjes en rustige kanalen. 

    De kopie is het origineel

    Geldt in het Westen het origineel als heilig en onvervangbaar, in Oost-Aziatische culturen is de kopie vaak net zo waardevol. Volgens de Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han, zoals uiteengezet in een artikel voor Aeon, weerspiegelt dit fundamentele verschil een dieper cultureel verschil: waar het Westen gefixeerd is op discontinuïteit, revolutie en geniecultus, koestert het Oosten juist continuïteit, cyclische vernieuwing en proces. Dit leidt regelmatig tot onbegrip. Westerse musea voelen zich bijvoorbeeld bedrogen als ze een kopie van een kunstwerk ontvangen, terwijl hun Chinese tegenhangers dit met volle overtuiging als ‘hetzelfde’ beschouwen.

    Lees het artikel van Byung-Chul Han in magazine #141.

    Sinds half jaren negentig hebben veel oude dorpen in Jiangsu en Zhejiang zich ontwikkeld naar het voorbeeld van Zhouzhuang. Een succesverhaal is Wuzhen. Hoewel de geschiedenis van de stad duizend jaar teruggaat, zijn de meeste gebouwen pas enkele decennia oud. Toen het in 2001 een toeristische trekpleister werd, werden veel bewoners gedwongen te vertrekken. Dankzij het renovatieprogramma is dit kleine, voorheen onbekende dorp uitgegroeid tot een toonaangevende toeristische bestemming, zowel nationaal als internationaal. Tussen 2016 en 2019 verwelkomde de plaats gemiddeld bijna 10 miljoen bezoekers per jaar, wat een omzet van 2,2 miljard yuan [285 miljoen euro] genereerde en in het beste jaar een nettowinst van 807 miljoen yuan [meer dan 105 miljoen euro].

    Het project werd uitgevoerd door het bedrijf CYTS, dat naar hetzelfde model als Wuzhen de rivierstad Gubeikou bouwde in de buitenwijken van Beijing, die vanaf het eerste jaar van exploitatie, in 2014, winstgevend was.

    Politieke koers

    Het bedrijfsmodel, waarbij oude, vervallen dorpen een opknapbeurt krijgen, werkte aanstekelijk. De voordelen zijn evident: niet alleen krijgen verlaten plekken een nieuw leven, doordat de grondprijzen en de prijzen voor omliggend onroerend omhooggaan, ook stijgt het bbp en wordt er werkgelegenheid gecreëerd. Bovendien past het model perfect binnen de politieke koers van het land, die gericht is op revitalisering en culturele vernieuwing van plattelandsgebieden.

    Bij oude binnensteden gaat het om restauratie- en ontwikkelingswerkzaamheden. Op andere plaatsen, waar oorspronkelijk geen interessante historische of culturele bronnen te vinden waren, werden bouwwerken geheel in gewapend beton opgetrokken in een pseudoantieke stijl.

    Volgens gegevens van het Nationaal Directoraat voor Cultureel Erfgoed staan slechts 312 steden op de lijst van Chinees historisch en cultureel erfgoed. Deze bevinden zich vooral in de provincies Jiangsu, Zhejiang en Sichuan. Maar Lin Peng, directeur van het China Research Institute of Ancient Towns and Culture, schat dat er in China al meer dan 2800 oude steden zijn ontwikkeld of in ontwikkeling zijn. Gezien het feit dat het land minder dan 1500 hoofdsteden van plattelandsdistricten heeft, betekent dit dat er veel meer dan één ‘oude stad’ per district is.

    Figuranten worden ingehuurd om de rol van ‘locals’ te spelen, alsof het een slechte realityshow betreft 

    Toen het ministerie van Volkshuisvesting en Bouw in 2016 opriep tot meer aandacht voor karakteristieke dorpen, groeide het aantal oude stadskernen gestaag door. Maar volgens het Tianyancha-platform, waarop een overzicht van bedrijven te vinden is, zijn er vandaag de dag nog maar zo’n drieduizend bedrijven actief in China die gespecialiseerd zijn in de toeristische ontwikkeling van oude steden en dorpen. Vijftienhonderd vergelijkbare ondernemingen hebben inmiddels faillissement aangevraagd.

    Zoals te verwachten viel leidde de wildgroei van al deze oude steden tot een verzadiging van de toeristenmarkt. Helemaal doordat al deze oude stadjes en dorpen, ongeacht de regio, op elkaar lijken, of het nu gaat om de gebouwen of om de diensten die worden geboden. Volgens een onderzoek van het China Tourism Research Institute vertonen ze overeenkomsten die door 51 procent van de ondervraagden als ‘vrij opvallend’ worden beschouwd, door 39 procent zelfs als ‘zeer significant’.

    Hun karakter is dus verloren gegaan. Oorspronkelijke bewoners worden in sommige gevallen onteigend en elders ondergebracht. Hun oude huizen worden gesloopt om plaats te maken voor nieuwe huizen, in de gewenste architectonische stijl, en er worden figuranten ingehuurd om de rol van ‘locals’ te spelen, alsof het een slechte realityshow betreft. 

    Oude steden en dorpen zouden er goed aan doen om terug te keren naar hun oorsprong, om zo hun eenvoudige, lokale karakter te benadrukken en weer een toevluchtsoord te vormen voor stadsbewoners. Mensen zijn nou eenmaal niet bereid om grote bedragen uit te geven om ‘typische’ gehuchten te bezoeken die alle vrijwel identiek zijn, en om ‘lokale specialiteiten’ te proeven die men door het hele land heen tegenkomt. 

  • Massatoerisme is niet te verenigen met Japanse etiquette

    Massatoerisme is niet te verenigen met Japanse etiquette

    Toeristen in Japan lijken steeds minder geïnteresseerd in de cultuur van het land. Ook zijn ze vaak niet bereid de etiquetteregels na te leven. Grote drukte bij bezienswaardigheden en in het openbaar vervoer wordt een steeds groter probleem.

    De extreme beleefdheid en het goede gedrag in openbare ruimtes, die zo kenmerkend zijn voor Japan, lijden ernstig onder het massatoerisme. Met een in waarde dalende yen is het land een steeds populairdere toeristische bestemming geworden, maar de overgrote meerderheid van de nieuwe bezoekers is meer geïnteresseerd in winkelen dan in cultuur. ‘De laatste tijd zijn er steeds meer toeristen die onvoorbereid aankomen, zonder enige voorkennis van de cultuur,’ zegt Enrique Medina, een fotograaf en reisleider uit Madrid die groepen uit Spanje en Latijns-Amerika rondleidingen door het land geeft.

    Tot voor kort verdiepten buitenlandse toeristen zich vooraf nog wel in het land, voordat ze naar Japan gingen, merkt hij op. Als voorbeeld noemt hij mensen die in april komen om de kersenbloesems te zien, een jaarlijks spektakel waar reikhalzend naar wordt uitgekeken en dat parken en lanen in het hele land in lichtroze hult. Maar het motto voor toeristen lijkt nu eerder ‘minder tempels en meer winkelen, minder sushi en meer fastfood’, zegt Medina. Dat komt mede door devaluatie van de yen, die dit jaar een ­historisch dieptepunt bereikte ten opzichte van de euro en de dollar.

    Strikte etiquette

    Reisgidsen doen hun uiterste best om toeristen de normen en waarden uit te leggen van het land dat ruim tweehonderd jaar (van de zeventiende tot de negentiende eeuw) van de wereld afgesloten is geweest en waar bij dagelijkse gesprekjes een complexe, voor westerse begrippen nogal strikte etiquette geldt. Toeristen luisteren met verwondering wanneer gidsen als Medina vertellen over het gedrag van forenzen in de metro van Tokio: die wachten op het perron netjes en stil in de rij om het in- en uitstappen van passagiers te versnellen en vertraging te voorkomen. Buiten het spitsuur is het meestal vrij stil in de wagons; de regel dat er niet mobiel gebeld mag worden wordt strikt nageleefd. Maar als er toeristen instappen, nemen die vaak met hun lawaaierige aanwezigheid de ruimte over. Veel Japanse passagiers raken dan geïrriteerd, maar omdat ze geleerd hebben om confrontaties te vermijden, kiezen ze er dan voor om in een andere wagon te gaan zitten.

    Dergelijke taferelen doen zich op de belangrijkste metrolijnen regelmatig voor, en daarom zijn vervoersbedrijven begonnen met bewustmakingscampagnes. Op een poster van Toei Transportation zijn drie apen te zien die in een wagon aan het schreeuwen zijn, terwijl naast hen een vos probeert te lezen, een ijsbeer haar bange jong troost en een eekhoorn verontwaardigd zijn handen op zijn hoofd legt. ‘Denk om de mensen om je heen’, luidt de zin op de poster, die is vertaald in het Engels, maar ook in het Chinees en het Koreaans – de meeste toeristen in Japan komen uit China en Zuid-Korea. De illustratie is een verwijzing naar de ‘drie wijze apen’, een bekende illustratie van een aap met zijn handen voor zijn ogen, een met zijn handen voor zijn oren en een derde met zijn handen voor zijn mond, die volgens de traditie ‘zie geen kwaad, hoor geen kwaad, spreek geen kwaad’ betekent. Met de campagne wil Toei Transportation ‘passagiers comfort bieden en voor harmonie zorgen’, aldus een woordvoerder.

    In de oude wijk Gion belagen hordes toeristen met camera’s en mobiele telefoons de geisha’s en hun leerlingen

    Uit een onderzoek van adviesbureau EY Japan is gebleken dat de drie ergste gevolgen van massatoerisme slechte omgangsvormen zijn, grote drukte in het openbaar vervoer en drukte in buurten met toeristische attracties. Omdat de stad niet heel groot is, maar wel over meerdere traditionele toeristische attracties beschikt, heeft Kyoto erg te lijden onder het massatoerisme. In de oude wijk Gion belagen hordes toeristen met camera’s en mobiele telefoons de geisha’s en hun leerlingen, de zogeheten maiko, zozeer dat de lokale media er de bijnaam ‘geishapaparazzi’ voor hebben bedacht. De lokale overheid heeft een aantal ingangen van Gion voor het publiek gesloten, borden geplaatst met de tekst ‘verboden te fotograferen’ en boetes van 60 euro ingevoerd voor overtreders.

    De bekendste maatregel om de excessen van het toerisme aan te pakken was de plaatsing, afgelopen mei, van een groot zwart doek in de stad Fujikawaguchiko, ten westen van Tokio, om te voorkomen dat mensen de berg Fuji zouden fotograferen. Het doel was om bezoekers te ontmoedigen om op daken van huizen te gaan staan, of zelfs midden op de weg, om de op sociale media populaire foto te maken van een winkel van Lawson met op de achtergrond de iconische vulkaan. Eind augustus, na een tyfoonwaarschuwing, werd het doek weggehaald; de ­burgemeester van Fujikawaguchiko zei tegen lokale media dat het niet opnieuw zal worden opgehangen, omdat buitenlandse toeristen ‘zich hebben gerealiseerd dat dergelijke maatregelen niet nodig zijn als ze zich netjes gedragen’. Sommige media meldden evenwel dat toeristen een andere winkel in de buurt hadden ontdekt, waar ze een soortgelijke foto konden maken.

    Een recent onderzoek dat in The Japan Times werd gepubliceerd, toont aan dat Japan in 2023 zo’n 25 miljoen buitenlandse toeristen ontving, oftewel 0,2 toeristen per hoofd van de bevolking; dat is laag in vergelijking met Frankrijk en Spanje, die respectievelijk 1,5 en 1,8 toeristen per hoofd van de bevolking ontvangen. Japan streeft ernaar om tegen het einde van het decennium 60 miljoen bezoekers te ontvangen, waardoor het aantal bezoekers zou stijgen tot ongeveer 0,5 per hoofd van de bevolking, een aantal dat, volgens hetzelfde onderzoek, naar Europese maatstaven nog steeds laag is.

    Nieuw leven

    Volgens Teruo Nakanishi, een taxichauffeur van in de zestig die in Kyoto werkt, heeft het massatoerisme alleen invloed op het centrum en heeft het de economie van zijn stad nieuw leven ingeblazen. ‘Er zijn veel hotels en pensions verrezen, zelfs in straten waar je amper in kunt rijden,’ zegt hij, verwijzend naar het eeuwenoude stadscentrum, dat tijdens de Amerikaanse bombardementen in de Tweede Wereldoorlog werd ontzien vanwege het belangrijke culturele erfgoed. Hij is blij dat taxibedrijven in Kyoto vacatures plaatsen voor mensen tot 64 jaar vanwege het tekort aan arbeidskrachten, dat door de vergrijzing alleen maar erger wordt.

    Een ander gevolg van het toerisme dat zich begint af te tekenen is de geleidelijke acceptatie door de Japanse samenleving van buitenlandse immigratie. Veel hotels en bedrijven in Kyoto en andere steden zijn voor hun horeca- en schoonmaakpersoneel inmiddels afhankelijk van Filipijnse en Vietnamese arbeidskrachten. 

  • Hoe de zomervakantie verandert als gevolg van klimaatverandering

    Hoe de zomervakantie verandert als gevolg van klimaatverandering

    Voor veel Europeanen zal de aanpassing van de vakantiebestemming het eerste tastbare gevolg zijn van de stijgende temperaturen wereldwijd, schrijft Simon Kuper van de Financial Times. ‘De zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen.’

    ​In 1975 scoorde zanger en televisiepresentator Rudi Carrell een hit in Duitsland met het lied Wann wird’s mal wieder richtig Sommer, waarin hij verlangde naar de hittegolven van weleer. Een tijd waarin volgens Carrell men nog geen sauna nodig had, en de schapen ’s zomers graag werden geschoren:

    Ein Sommer, wie er früher einmal war,
    Ja, mit Sonnenschein von Juni bis September
    Und nicht so nass und so sibirisch, wie im letzten Jahr

    Bewoners van kille, noordelijke streken hebben altijd naar hete zomers verlangd. In elk geval sinds 1923, toen de Amerikaanse socialites Gerald en Sara Murphy zich pioniers toonden op het gebied van zonnen aan de Franse Rivièra. Langzaam ontstond er brede overeenstemming over de ideale weersomstandigheden — een zonnige lucht en temperaturen rond de 25 graden — en de plek die daarbij hoorde: het strand.

    Maar sinds de hittegolven van 2019 is de zomer veranderd van een tijd om naar uit te kijken in een tijd om te vrezen. Europa, dat twee keer zo snel opwarmt als het mondiale gemiddelde, had zijn heetste zomer ooit in 2022. De heetste zomer daarvóór was een jaar eerder — en dit alles gebeurde nog voordat de opwarmende klimatologische cyclus El Niño de wereld andermaal komt plagen. Geen strand is aangenaam bij 40 graden of met bosbranden in de verte.

    Nieuwe zomerparadijzen

    Voor veel rijke mensen is het veranderen van de vakantiebestemming het eerste tastbare effect van klimaatverandering. Dat is tenslotte gemakkelijker dan ergens anders gaan wonen. Vakantie vieren verandert het klimaat — toeristenvervoer neemt 5 procent van de mondiale uitstoot voor zijn rekening — en tegelijkertijd verandert het klimaat het vakantie vieren. Nu de coronapandemie plaatsmaakt voor een toerismepiek, tekent zich snel een nieuwe vakantiekaart af.

    Voorlopig prijken stranden nog prominent op de vakantiekaart. ‘Kusttoerisme is de grootste component van de mondiale toeristenindustrie’, zo leert een studie uit 2014 van de Universiteit van Cambridge. Ruim 60 procent van de Europeanen kiest voor strandvakanties, in de Verenigde Staten is het strandsegment goed voor ruim 80 procent van de inkomsten uit toerisme.

    Enkele strandbestemmingen — de Malediven en delen van het Caribisch gebied — zullen echter onder de golven verdwijnen. Ook in de Middellandse Zee, en dan vooral aan de Afrikaanse kust, kalven de stranden af door de stijgende zeespiegel. Bovendien wordt het in het hele Middellandse Zeegebied ondraaglijk heet. De trend zal zich waarschijnlijk bewegen in de richting van strandvakanties in het koelere noorden van Spanje, in Normandië, in het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavië, totdat de hitte ook die plaatsen overmant. Alaska en het noordpoolgebied zouden binnenkort al aangename zomerparadijzen kunnen worden.

    Traumatische verschuivingen

    Dertig jaar geleden bracht ik een paar maanden door in St. Leonards-on-Sea, een stadje aan de zuidkust van Engeland dat betere tijden had gekend. Sinds 1820 was het een chique badplaats geweest, totdat goedkope vluchten naar de Middellandse Zee het Britse strandtoerisme de das omdeden. Ik herinner me de plek vanwege de ooit elegante hotels aan de kust, nu bevolkt door krakkemikkige gepensioneerden en mensen met psychische problemen die daar door gemeenteraden uit Londen werden gehuisvest.

    Het nieuwe, opgewarmde klimaat zou St. Leonards in de kaart kunnen spelen, mits Engelse waterbedrijven het lozen van ongezuiverd rioolwater in rivieren en de zee staken. Dagen dat het te warm is om te zonnen zijn geschikt om de lokale wijngaarden in Sussex te verkennen. Ondertussen zou de kokende Costa del Sol in Spanje de rol van verlaten vakantiebestemming op zich kunnen nemen. Dergelijke verschuivingen zullen de historische stroom van toeristengeld van rijkere naar armere landen gedeeltelijk omkeren.

    Nog een ontwikkeling die eraan zit te komen: de zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen. Ten eerste wordt het dan te warm om voor je plezier te reizen. Ten tweede neemt het aantal kinderlozen toe, en die zijn niet gebonden aan de schoolvakanties. Ten derde hebben populaire toeristische bestemmingen in het hoogseizoen bijna geen accommodatie meer. Dus zullen strandresorts zich weer richten op het voorjaar, waarin ze noorderlingen hun eerste zachte zonnestralen van het jaar kunnen bieden. Misschien gaan we zelfs terug naar de jaren 20 van de vorige eeuw, toen de Britse heersende klasse hartje winter aan de Franse Rivièra neerstreek.

    ‘Door de verschuiving van het ideale strandklimaat naar het noorden, verschuiven ook de geldstromen’

    De wintersport zal op den duur verdwijnen. Momenteel gaat 40% van de wintersporters naar de Alpen, en daar zijn al honderden resorts gesloten wegens gebrek aan sneeuw. Bijna alle Alpengletsjers zullen deze eeuw verdwijnen. In een aantal resorts in de VS werd het skiseizoen tussen 1982 en 2016 34 dagen korter, bleek uit onderzoek. Skisteden proberen zichzelf om te vormen tot bestemmingen voor zomerse wandel- en fietstochten.

    Er wachten ons traumatische veranderingen in vakantiepatronen. En de grootste slachtoffers zijn de miljoenen werknemers in de toeristenindustrie in arme landen en de familieleden die zij onderhouden. Maar deze omwenteling is nog maar een voorproefje van de nog fundamentelere verschuivingen die in het verschiet liggen.

  • Ongekende droogte in Zuid-Europa. Kan het toerisme zich aanpassen?

    Ongekende droogte in Zuid-Europa. Kan het toerisme zich aanpassen?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken naar Zuid-Europa, waar ongekende droogte en hitte een grote impact hebben op het vakantieseizoen. Hoe vindt de regio een balans tussen de behoeften van het toerisme en die van de lokale bevolking?

    Buiten de grenzen is exclusief voor abonnees. Heb je deze nieuwsbrief doorgestuurd gekregen en wil je blijven lezen? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf € 1,50 per maand – op 360 Magazine.

    Hoe droog is het in Zuid-Europa?

    ‘De parochianen van Perpignan besloten zich nog eens te richten tot sant Galdric, beschermheilige van de Catalanen, om eindelijk regen te brengen naar het [Franse departement] Pyrénées-Orientales. Op zondag 10 maart organiseerden ze voor het tweede achtereenvolgende jaar een processie door de straten van de stad. In het uiterste zuiden van Frankrijk, net als in het hele westelijke Middellandse Zeegebied, heeft de droogte toegeslagen’, zo opende Le Monde dit voorjaar een artikel over de ongekende droogte in Zuid-Europa. 

    Al sinds het begin van 2022 kampt de regio met aanhoudende droogte. ‘De ergste sinds het begin van de metingen in 1959’, zegt klimatoloog Simon Mittelberger, werkzaam bij Météo-France – de Franse KNMI – tegen de krant. ‘De winter van 2023-24 was nog droger dan de vorige, met een regentekort van 55 procent.’

    ‘Het gebrek aan regenval is verergerd door de hogere temperaturen die veroorzaakt zijn door de klimaatverandering’

    ‘De droogte is bijzonder verwoestend, zeggen experts, omdat het gebrek aan regenval verergerd is door de hogere temperaturen die veroorzaakt zijn door de klimaatverandering’, aldus The New York Times in een reportage over droogte op Sicilië. Le Monde beaamt dat: ‘Van de Maghreb tot aan Italië, via de Algarve in het zuiden van Portugal, de hele oostkust van Spanje, de Balearen, het uiterste zuiden van Frankrijk, Sicilië, Sardinië, Malta en zo ver zuidwaarts als Kreta, is het duidelijk dat de huidige situatie niet uitzonderlijk is (…) maar een langetermijnverschijnsel.’ Zo warm als afgelopen winter was het nog nooit op de wereld, blijkt uit de metingen. Ook in juli zijn twee dagen op rij de hoogste gemiddelde wereldwijde temperatuur gemeten.

    korng sok vb2WuKt2p9Y unsplash 2
    Bezoekers bij Parc Güell, een van de grootste toeristische attracties van Barcelona. De gemiddelde toerist gebruikt twee keer zoveel water als de gemiddelde bewoner van Barcelona. – © Korng Sok / Unsplash

    De Algarve, Sardinië en Sicilië hebben het watergebruik beperkt in steden en de regels voor het sproeien van tuinen verscherpt. Catalonië, dat volgens regiopresident Pere Aragonès te kampen heeft met de ‘ergste droogte in een eeuw’, heeft sinds 1 februari de noodtoestand uitgeroepen en een reeks beperkingen ingesteld op het verbruik van water. Barcelona wil zoet water per boot uit Valencia halen en is bezig met de bouw van twee grote zeewaterontziltingsinstallaties om haar inwoners te bevoorraden.

    De European Drought Observatory spreekt van een alarmtoestand voor het zuiden en oosten van Spanje, het zuiden van Frankrijk, het grootste deel van Italië, Malta, Cyprus en delen van Roemenië, Griekenland en Turkije. In het algemeen is het hele westelijke Middellandse Zeegebied zwaar getroffen.

    De landbouw, een sector met een hoog waterverbruik, heeft flink te lijden aanhoudende droogte. The New York Times bracht onlangs de situatie in kaart op Sicilië. Daar zag koeienboer Lorenzo Iraci Sareri zich gedwongen zijn melkkoeien te laten slachten. Na maanden van droogte had hij geen water of voedsel om ze in leven te houden. In veertig jaar tijd had Sareri dit nog nooit meegemaakt. ‘Het is verschrikkelijk,’ zei hij met betraande wangen tegen de krant.

    Wat merkt het toerisme ervan?

    ‘De dreiging van nog een droge zomer in Spanje plaatst toeristen tegenover de lokale bevolking en links tegenover rechts in een strijd om water in de vakantiehotspots van het land’, stelt Financial Times. Het strijdtoneel: hotelzwembaden. Want door het watertekort ziet het regionale bestuur zich genoodzaakt om strenge controles op watergebruik in te voeren om te voorkomen dat er helemaal geen druppel meer uit de kraan komt.

    ‘Rechtse politici proberen de zonaanbidders in de watten te leggen, terwijl linkse leiders de hotels als deel van het probleem aanwijzen’

    ‘Rechtse politici proberen de zonaanbidders in de watten te leggen, terwijl linkse leiders de hotels als deel van het probleem aanwijzen’, vervolgt FT. ‘De door conservatieven geleide regio Andalusië, met strandparadijzen aan de Costa del Sol als Málaga en Marbella, heeft hotels toegestaan hun zwembaden te vullen, maar verbiedt dat voor de meeste appartementencomplexen en privéwoningen. Daarentegen heeft de linkse regionale regering in Catalonië deze week [sinds april] voor het eerst beperkingen opgelegd aan het watergebruik in hotels, nu de regio te kampen heeft met wat ze de ergste droogte in honderd jaar noemt.’

    ‘De toeristische sector moet zich aanpassen aan de situatie die we nu meemaken, die absoluut abnormaal is’, vertelde Patrícia Plaja van de Catalaanse regering aan Financial Times. ‘Het is een zeer belangrijke sector, maar met dezelfde rechten en dezelfde plichten als elke andere.’ Voor hotels in gebieden die zich in code rood bevinden, waaronder Barcelona, betekent dat dat ze per hotelbed maximaal 100 liter water per dag mogen gebruiken, dezelfde limiet als voor inwoners geldt. 

    paul la rosa 8zeHnDjjyNs unsplash 1
    Geiten in de buurt van de Siciliaanse stad Agrigento. Boeren op Sicilië zijn gedwongen hun dieren naar het slachthuis te sturen vanwege een tekort aan water. – © Paul La Rosa / Unsplash

    In Andalusië heerst onvrede met de ongelijke behandeling van toeristen en lokale bevolking. ‘De maatregelen die ze hebben genomen zijn oneerlijk’, zei Andrés Marín, manager van een hoveniersbedrijf in Málaga en woordvoerder van een groep bedrijven die tegen de waterbeperkingen zijn, tegen de Britse zakenkrant. ‘Toeristen die naar Málaga komen, mogen als ze willen zeven keer per dag douchen, zo vaak als ze willen de jacuzzi vullen, er zijn geen beperkingen.’

    Toch is vooralsnog voorkomen dat er geen water meer uit de kraan komt in Spanje. Dat het Spaanse watersysteem tot nu toe niet heeft gefaald, heeft een zekere ‘cognitieve dissonantie’ mogelijk gemaakt, aldus Gonzalo Delacámara, directeur van het Centrum voor Water- en Klimaatadaptatie aan de IE Universidad. Terwijl de mensen constant de boodschap krijgen dat ‘we een zeer ernstige droogteperiode doormaken, dat er een klimaatnoodtoestand is’, is de realiteit dat het systeem nog steeds veerkrachtig genoeg is en in staat is om ‘24/7’ water te leveren.

    Op Sicilië is de situatie nijpender. In het stadje Agrigento is het water op een nog strikter rantsoen gezet. Sommige huizen aan de rand van de stad die bekendstaat om de Griekse tempels hebben al weken geen water. ‘Waterschaarste betekende dat een klein aantal kleine bed-and-breakfasts ook een aantal kamers van de markt moest halen of klanten moest doorverwijzen naar andere hotels’, bericht The New York Times. Om het centrum, waar de meeste hotels en B&B’s zitten, van water te blijven voorzien, heeft de burgemeester vrachtwagens met watertanks ingezet. Ondertussen moeten boeren hun dieren naar het slachthuis brengen en gaan oogsten verloren.

    ‘Als toeristen die komen niet kunnen douchen, ontstaat er negatieve mond-tot-mondreclame’

    Ook op het Italiaanse eiland Sardinië krijgt het toerisme voorrang op de landbouw. ‘We hebben besloten om de landbouw op te offeren’, zei Giancarlo Dionisi, de plaatselijke prefect van de Sardijnse provincie Nuoro, tegen NYT. Terwijl de boeren gecompenseerd zouden worden voor hun verliezen, zei hij, zou de schade van waterloze hotels wel eens langer kunnen duren. ‘Als toeristen niet kunnen douchen, ontstaat er negatieve mond-op-mondreclame.’

    Tegen het onbegrensde watergebruik van het toerisme schrijft de Griekse journalist Nicole Leivadari een aanklacht in de Griekse zakenkrant Naftemporiki, in zijn geval tegen het watermanagement op de Egeïsche eilanden. ‘Sifnos heeft geen water om te drinken, het verkeert in een noodtoestand vanwege watertekort. Maar overal zijn er spa’s, jacuzzi’s en zwembaden. In juni, toen het jaarlijkse “zwembaden vullen”-feest begon, was het waterverbruik met 100 procent gestegen vergeleken met vorig jaar.’

    Wat wordt er gedaan om de droogte te voorkomen?

    In Catalonië doen de regionale overheid en de gemeente er veel aan om de regio leefbaar te houden in tijden van droogte. Volgens Vicenç Acuña Salazar, directeur van het Catalaans Wateronderzoeksinstituut (ICRA), is het nodig om toeristen in Barcelona beter te informeren over waterschaarste en te zorgen dat de stad minder afhankelijk is van regenval. ‘We zijn begonnen met het samenstellen van een groep belanghebbenden uit de toeristische sector, mensen van de vereniging van hoteleigenaren en hopelijk ook het Spaanse ministerie van Milieu om een systeem te ontwikkelen en te implementeren voor het meten van waterverbruik bij toeristische activiteiten’, zegt hij tegen Euronews. ‘Zodat je, wanneer je moet kiezen welk hotel je gaat bezoeken, kunt zien hoe efficiënt ze met water omgaan, of ze hebben geïnvesteerd in het terugwinnen van regenwater en het vervolgens hergebruiken in het hotel.’

    Want ook voor toeristen is er een gedragsverandering nodig. Volgens data van het ICRA gebruikt die groep twee keer zo veel water per persoon als lokale inwoners.

    ANP 502678789 1
    Een man vult waterflessen bij een aquaduct op Sicilië. Door de aanhoudende droogte hebben niet alle huishoudens op het eiland toegang tot stromend water. – © Carmelo Sucameli / Alamy Limited

    Maar alleen bewustwording is niet genoeg, vindt de Catalaanse regering. Die investeert namelijk bijna 2,5 miljard euro in het Catalaans Wateragentschap (ACA) om de watervoorraden te beheren en toekomstige droogtes aan te pakken. Het plan, dat loopt van dit jaar tot 2027, zal eerdere investeringen verdrievoudigen, het aantal waterproductieinstallaties uitbreiden van 24 naar 40 en de waterproductie uit de rivier de Besos in Barcelona opvoeren. Ook moeten de watersystemen in de regio worden gemoderniseerd. Volgens het ACA ging in Catalonië in 2022 een kwart van het water verloren door lekkages.

    Daarnaast wordt dit jaar nog wordt voor de kust van Barcelona een drijvende ontziltingsinstallatie geïnstalleerd, die jaarlijks 14 hm³ water produceert – 6 procent van het verbruik van de agglomeratie – en vanaf juni worden 12 mobiele ontziltingsinstallaties gebouwd langs de noordelijke Costa Brava. Deze installaties, die 10 miljoen euro kosten, zullen dagelijks 1000 m³ water leveren, wat 35 procent van het waterverbruik in meer dan een dozijn gemeenten dekt.

    ‘Het optimale scenario is dat het niet uitmaakt wie het water gebruikt’

    Ook de nationale regering van Pedro Sánchez, de socialistische premier van Spanje, houdt toezicht op een miljardeninvesteringsplan om beschadigde waterbronnen te herstellen, toevoersystemen te moderniseren en waterrecycling en ontzilting te bevorderen, meldt FT.

    Maar ontzilting is niet omstreden, schrijft Euronews in een ander artikel. ‘Een recent rapport van Accenture toonde aan dat de centrales tot 23 keer meer energie verbruiken dan conventionele waterbronnen. Het rapport wijst op de aanzienlijke risico’s voor het zeeleven door het lozen van pekel, het residu dat overblijft na ontzilting.’ Pekel is namelijk schadelijk, en in bepaalde concentraties zelfs dodelijk, voor het zeeleven. 

    Om het waterverbruik echt te verminderen, moet ook het toerisme worden ingeperkt, vinden actiegroepen en veel lokale bewoners in Barcelona en Catalonië. Maar daar wil de lokale overheid nog niet aan. Tegen Politico zei locoburgemeester van Barcelona Laia Bonet dat de stad vooral nastreeft het waterverbruik van de sector te verminderen: ‘Het optimale scenario is dat het niet uitmaakt wie het water gebruikt, of het nu de lokale bewoner of de bezoeker is.’ Van het weren van toeristen is dus vooralsnog geen sprake.

  • Wie van toeristen af wil, moet de prijzen verhogen

    Wie van toeristen af wil, moet de prijzen verhogen

    In Mallorca en op de Canarische eilanden demonstreren inwoners tegen toeristen. Maar waarom? Als hotels en restaurants hun prijzen zouden verhogen, was het probleem vermoedelijk sneller opgelost.

    Mallorca: een inferno van ‘Wein, Weib und Gesang’. Berlin-Mitte: vrijwel onbewoonbaar vanwege drinkende toeristen die een weekendje Airbnb’en. De Dolomieten: verstikt in de Instagram-waanzin. ‘Overtoerisme’ heet dat lijden van de inwoners onder hun bezoekers. Dat klinkt intellectueel. En het duidt op een diep wantrouwen tegenover dé factor die een einde zou kunnen maken aan deze nachtmerrie: de prijs. Wie het te druk vindt worden, verhoogt de prijs. Wie dat niet doet, vindt het niet te druk.

    Tot ver in de twintigste eeuw was toerisme een zaak van de welgestelden, de hoogopgeleiden en de rijken. De grens over gaan was duur en ingewikkeld, er waren niet veel vrije dagen. De middenstand permitteerde zich een zomervakantie op het platteland, de kleine man kwam in het beste geval niet verder dan de rand van de stad. Wie verlangde naar zon en frisse lucht voer in een bootje op de Müggelsee, amuseerde zich in de Englische Garten (München), of bewerkte zijn volkstuintje. Dat was al heel wat.

    Dat veranderde ingrijpend in de zestiger jaren. In West-Duitsland en enkele andere Europese landen begon nu ook de massa te reizen. De eerste klachten over drukte op het strand in Italië, lelijke toeristenhotels in Spanje en al te zakelijke horeca in Parijs lieten niet lang op zich wachten. Indertijd waren het de reizigers die zich beklaagden over de gevolgen van het massatoerisme, niet de middenstanders. Die verheugden zich over hun toenemende welvaart.

    Druk

    In het nieuwe millennium begonnen de echte problemen. Intussen duiken in de zomermaanden niet meer alleen een paar miljoen Duitsers, Fransen en Engelsen op de beste plekken ter wereld op als luidruchtige, maar ook trouwe toeristen met volledig verzorgde vakanties. Ook de landen van het voormalige oostblok zijn welvarend geworden, en hun burgers halen in wat hun decennialang verboden was. China en India zijn de volkrijkste landen ter wereld. Hoe meer welvaart daar wordt bereikt, hoe groter ook de reislust wordt. In 2019 werden er wereldwijd 1,5 miljard reizen over grenzen gemaakt – ongeveer de helft daarvan ging naar Europa.

    Het is dus druk geworden. De vraag is groot, het aanbod kan het niet bijhouden. In elke normale wereld zouden de aanbieders nu twee mogelijkheden hebben om daarmee om te gaan. Ze zouden de capaciteit kunnen uitbreiden, of de prijzen verhogen. In de wereld van het toerisme bestaat blijkbaar nog een derde mogelijkheid: de bijzonder populaire bestemmingen breiden de capaciteit uit, verhogen de prijzen een beetje – en klagen.

    Veel mensen met weinig ruimte, dat geeft problemen. Nogal wiedes. Op Mallorca en Tenerife wordt gedemonstreerd tegen de toeristen al tegen gevaarlijke en gewelddadige misdadigers. In de Alpen worden vakantiegangers als kalveren op een veemarkt door de dalen geloodst en in Florence moeten bezoekers in de toekomst misschien wel ’s nachts langs de David van Michelangelo schuifelen. En dat terwijl deze problemen zeer eenvoudig op te lossen zijn. Wanneer een parkeertarief van 70 euro per dag het gebrek aan ruimte in het centrum van Florence niet oplost, moet het dus 100 euro worden. Wanneer een biertje voor 6,50 euro in strandtent de Ballermann op Mallorca niemand belet om zich zwaar te bezatten, ligt de all-you-can-drinkgrens misschien op 15 euro. Per glas, niet per liter. Reken daar bovenop nog luchthavenbelasting, tolgeld per straat, overnachtingstarieven – de overspoelde regio’s hebben alle mogelijkheden om de toestroom te beperken als ze de toegangsprijs zouden verhogen. New York, Londen en Zürich laten zien hoe het moet.

    Wantrouwen

    Waarom doen de andere steden, hun bewoners en horeca dat niet? Omdat het ze misschien toch niet zó hoog zit, en omdat ze bang zijn. Ze wantrouwen de prijs als reguleringsmechanisme. Wat doen ze als de strijd om de handdoeken bij de hotelzwembaden plotseling luwt omdat er nauwelijks nog iemand op komt draven? Hoe zouden ze reageren als de zuiptoeristen zich weer vol lieten lopen in de lallende hel van Rüdesheim, de Drosselgasse?

    Dan zouden de klaagzangen van de bewoners gegarandeerd nog luider klinken. De bezettingsgraad zou teruglopen, arbeidsplaatsen zouden verdwijnen, de zaken zouden zich verspreiden en naar elders verplaatst worden. Op Sicilië worden tegenwoordig nog leegstaande huizen voor niks weggegeven, in de Harz hoef je zelfs in de zomer niet lang op je bekertje ijs te wachten, en in de Baltische landen zijn de Oostzeestranden minstens zo mooi als op Rügen. 

    De mensen zouden toch blijven reizen. Alleen ergens anders heen. En dat is het laatste wat de Mallorcanen, de Berlijners en de Zuid-Tirolers willen.

  • Spanje: honderden mensen bezetten het beroemdste strand van Mallorca

    Spanje: honderden mensen bezetten het beroemdste strand van Mallorca

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland: leden van Islamitische Staat gedood tijdens gijzeldrama in gevangenis

    » Minstens 19 buitenlandse pelgrims sterven tijdens hadj in Mekka

    Lokale bevolking verzet zich tegen overtoerisme

    Afgelopen zondag bezetten zo’n driehonderd inwoners van het Spaanse eiland Mallorca het strand Es Caló des Moro. Dat schrijft El País. De eilandbewoners wilden zo de gevolgen zichtbaar maken van het overtoerisme waaronder zij te lijden hebben.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het aantal bezoekers op Mallorca is ook dit jaar weer toegenomen. Zo kwamen er afgelopen mei 3,8 miljoen toeristen – voornamelijk Britten en Duitsers – aan op het vliegveld van Palma, de hoofdstad van het eiland. Dat is 12,3 procent meer dan vorig jaar. ‘Een situatie die zijn tol begint te eisen van een bevolking die in veel gevallen is gestopt met het ondernemen van bepaalde activiteiten, zoals naar het strand gaan of wandelen in bepaalde plaatsen, die ooit heel gewoon waren’, schrijft de Spaanse krant.

    Een van de plekken die niet meer toegankelijk is voor lokale bewoners is Es Caló des Moro. Vorige zomer stond hier een rij van drie uur om toegang te krijgen tot de baai, die door de prachtige ligging tussen de rotsen en het helblauwe water populair is onder toeristen die een mooie vakantiefoto willen maken. Omwonenden konden zelfs hun huizen niet verlaten door parkeeroverlast van bezoekers.

  • Backpackersparadijs Nepal wil weer rijke toeristen trekken

    Backpackersparadijs Nepal wil weer rijke toeristen trekken

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Raadselachtige ruïnes in Mexico zouden behoren tot ‘ecokoninkrijk’

    » Zimbabwe: droogte bedreigt maisoogst

    Investeerders zetten in op luxehotels

    De afgelopen decennia werd Nepal vooral gezien als een budgetbestemming voor backpackers, terwijl het nabijgelegen Bhutan zichzelf profileerde als de luxere hotspot in de Himalaya. Maar als het aan verschillende toerisme-investeerders ligt, komt daar nu verandering in, aldus South China Morning Post.

    Insiders uit de sector zeggen tegen de Hongkongse krant dat een relatief stabiel politiek klimaat – ondanks frequente regeringswisselingen en een investeringsbeleid dat nog te wensen overlaat – investeerders heeft aangemoedigd om in heel Nepal luxueuze accommodaties op te zetten. Ze zien dit als de wedergeboorte van het luxetoerisme in Nepal en hopen niet alleen westerlingen aan te trekken, maar ook koopkrachtige toeristen uit India, China, Hongkong, Thailand en Singapore.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Het aantal boekingen voor toeristen uit het topsegment is voor ons toegenomen,’ zegt Bijay Amatya, ceo van het in Kathmandu gevestigde Kora Tours, tegen South China Morning Post. ‘De belangrijkste indicator voor de opleving is dat investeerders optimistisch zijn en dat er veel luxehotels naar Nepal komen. Investeerders zijn enthousiast, omdat ze perspectief zien.’

    In de jaren zestig werd Nepal een trekpleister voor goed betalende toeristen die afkwamen op de mythische, mysterieuze charme van het moeilijk toegankelijke Himalayaland. Maar een tien jaar durende maoïstische opstand, die in 1996 begon en een einde wilde maken aan de monarchie en het feodalisme, heeft het toerisme van het land, een van de belangrijkste sectoren, hard getroffen.

    De toeristenindustrie van Nepal heeft zich inmiddels grotendeels hersteld; in 2022 droeg ze 6,7 procent bij aan het bruto binnenlands product, volgens gegevens van de Wereldbank. Vorig jaar verwelkomde Nepal meer dan 1 miljoen toeristen. De uitgaven van die toeristen blijven echter laag: volgens de laatste beschikbare gegevens van het Nepalese ministerie van Cultuur, Toerisme en Burgerluchtvaart gaven reizigers in 2022 slechts 40,50 dollar per dag uit, tegen 48 dollar per dag in 2021.

  • Albanië wil het nieuwe Dubai zijn

    Albanië wil het nieuwe Dubai zijn

    Een stijgend bbp, politieke stabiliteit, explosieve toename van het toerisme – alle seinen staan op groen in Albanië, waar de economie een hoge vlucht neemt. Het Italiaanse dagblad Il Sole 24 Ore bezocht hoofdstad Tirana om de redenen voor dit succes te onderzoeken.

    Nog maar een paar jaar geleden was het een gigantische ruïne in het centrum van Tirana. Een gebouw met gebroken ruiten, vol met graffiti, een overblijfsel uit een verleden van armoede, ellende en chaos dat mensen het liefst zo gauw mogelijk vergeten. Maar sinds een paar weken is het voormalige piramidevormige mausoleum dat gewijd is aan Enver Hoxha, de communistische dictator die Albanië in de twintigste eeuw [tussen 1941 en 1985] met ijzeren vuist regeerde, het grootste technologiecentrum op de Westelijke Balkan geworden dat zich bezighoudt met start-ups en innovatie. Zodoende is men erin geslaagd de geschiedenis en een pijnlijk verleden te recyclen op een manier die consistent is met het nieuwe nationale verhaal van Albanië: de overgang van callcenters naar digitale centra, op weg om een soort Tel Aviv van de Balkan te worden.

    In de afgelopen dertig jaar, die werden gekenmerkt door turbulente politieke perioden – van postcommunistische anarchie tot maffiademocratie en tien jaar ‘ramistische’ regering (genoemd naar de premier, Edi Rama) – was Albanië vooral een land van economische activiteit gebaseerd op een grote, goedkope beroepsbevolking. Maar er is iets aan het veranderen in een staat die de herinnering aan een van de meest gesloten en paranoïde dictaturen van de twintigste eeuw lijkt te hebben verdrongen.

    Albanië heeft ook de bladzijde omgeslagen van de jaren negentig, de tijd van massale emigraties, gewapende bendes en de ‘virtuele burgeroorlog’ die werd uitgelokt door de ineenstorting van de ‘financiële piramides’ die door de staatstelevisie werden aangemoedigd en die het spaargeld van bijna 70 procent van de bevolking hadden opgeslokt. Dat was in 1997.

    Strategisch

    ‘Vandaag de dag is er nog steeds het grote voordeel van arbeidskrachten, met basissalarissen tussen de 410 en 420 euro per maand,’ merkt Antonio Nidoli op, voorzitter van de Italiaanse Kamer van Koophandel in Albanië. Maar dat is niet het enige wat het land te bieden heeft. ‘De regering heeft een wet aangenomen die gunstig is voor startende bedrijven en heeft voordelige belastingmaatregelen ingevoerd die nieuwe bedrijven aantrekken, met name in de digitale sector.’ 

    Op deze manier hoopt Tirana een land met minder dan 3 miljoen inwoners om te vormen tot een soort ‘nieuw Singapore of Dubai’, door zich te richten op informatietechnologieën, de digitale transitie en megadata. ‘Het is een klein land, maar wel een strategisch land,’ stelt Sergio Fontana, voorzitter van de Puglia-Albania-tak van de Italiaanse werkgeversorganisatie Confindustria. 

    Dus naast de traditionele uitbesteding van IT-contracten aan jonge Albanese software-ingenieurs, is er nu een markt gebaseerd op hightechbedrijven die hier flexibele arbeidskrachten vinden met een gedegen opleiding en een uitstekende beheersing van het Engels.

    ‘Tegenwoordig ligt de toekomst voor veel jonge mensen thuis en niet meer in de diaspora, vooral in de technologiesector,’ legt Nidoli uit. Maar in tegenstelling tot de vorige generatie, die twintig jaar geleden naar Italiaanse televisiezenders keek, spreken de jongeren van nu vaker Engels dan de taal van Dante.

    Ook op het gebied van onderwijs heeft het land schoon schip gemaakt met het oerwoud aan privéuniversiteiten die in het nieuwe Albanië floreerden en waarvan de neonreclames veel gebouwen in het centrum van de hoofdstad verlichtten.

    Tirana telde er zo’n dertig, waarvan de meeste diplomafabrieken waren. Nu zijn het er veel minder en de serieuzere, zoals de katholieke universiteit Notre-Dame-du-Bon-Conseil, leiden de middenklasse op door dubbele studieprogramma’s aan te bieden in samenwerking met bepaalde Italiaanse universiteiten. De kinderen van de nieuwe oligarchie studeren daarentegen rechtstreeks in Londen, Duitsland of de Verenigde Staten. 

    Tirana, de hoofdstad van Albanië, die zich nu uitstrekt langs de hellingen van de omringende bergen, is een weerspiegeling van al deze invloeden.

    ‘Als je de stad bekijkt vanaf een van de gebouwen die de afgelopen jaren zijn verrezen, zie je drie stedelijke lagen,’ legt Daniele Rielli uit, een schrijver die een paar jaar geleden een prachtige reportage over Albanië schreef. ‘De oude laagbouw uit het communistische tijdperk, die heeft plaatsgemaakt voor de bouwwerken uit het eerste democratische tijdperk; de flatgebouwen van tien tot twaalf verdiepingen, en tot slot het hedendaagse Tirana, met zijn wolkenkrabbers die voortdurend in aanbouw zijn.’

    Deze esthetische evolutie is vooral duidelijk rond het Skanderbergplein, dat omgeven is door departementen die tijdens het fascistische tijdperk werden gebouwd, toen Albanië in feite nog een kolonie van Mussolini was.

    ‘Tegenwoordig ligt de toekomst voor veel jonge mensen thuis’

    ‘Twintig jaar geleden telde Tirana 250 000 inwoners, nu zijn het er bijna een miljoen. Er staan kranen zover het oog reikt en de vastgoedprijzen rijzen de pan uit. Het is ook een erg veilige stad geworden, waar de politie zeer sterk aanwezig is. Kleine criminaliteit bestaat niet en zware criminaliteit is nauwelijks merkbaar,’ vat Francesco Milella samen, voormalig directeur van het bedrijf Publikompass in Bari, die in de Albanese hoofdstad een nieuwe roeping heeft gevonden sinds hij de kliniek voor cosmetische chirurgie Medicalba opgericht heeft.

    ‘Gezondheidstoerisme, van esthetiek tot orthodontie, is een andere snelgroeiende sector in Albanië,’ vervolgt Milella. ‘Onze patiënten komen voornamelijk uit Italië en Ticino, in Zwitserland.’ 

    In zijn postcommunistische geschiedenis heeft Albanië twee zeepbellen gekend: de financiële zeepbel van de financiële piramides en de vastgoedzeepbel. ‘Deze laatste bestaat vandaag de dag nog steeds, deels omdat veel Albanezen in de diaspora om emotionele redenen huizen in Albanië terugkopen, met de bedoeling om er later weer te gaan wonen, of gewoon om te bewijzen dat ze hun zaken goed op orde hebben,’ merkt Nidoli op.

    Naast de bouw-, technologie- en digitale sectoren zet het nieuwe Albanië nu ook zwaar in op de agrarische business. ‘Gezien de uitstekende waterbronnen en vruchtbare grond van het land is dit een sector die hoge groeipercentages belooft,’ aldus Fontana.

    Tot slot speelt ook het toerisme een belangrijke rol in deze lange economische transitie. Het bewijs: deze zomer ontving Albanië een recordaantal toeristen als gevolg van een stijging van 32 procent. De kustlijn die zich uitstrekt van Durrës en Vlorë tot aan de gouden stranden van Ksamil en Sarandë, tegenover Corfu, staat vol met prachtige locaties die sterk doen denken aan het Griekenland van begin jaren negentig. Landschappen op een ansichtkaart die de grote internationale ketens aantrekken die de nieuwe luxe hotels en vakantiedorpen moeten beheren die de nieuwe lokale bouwbaronnen blijven bouwen.

    ‘Begin oktober 2023 hadden we al 8,3 miljoen toeristen verwelkomd,’ vertelt de minister van Infrastructuur en Energie, Belinda Balluku. Het doel is om de grens van 10 miljoen te passeren en daarmee de cijfers van 2022 te verdubbelen. Daarmee zou het kleine Balkanland officieel op de radar komen van Europa’s populairste bestemmingen aan zee.

    Alle gemakken

    Naast toeristen zijn gepensioneerden een andere groep die graag voet aan de grond wil krijgen in Albanië, vooral sinds Portugal, dat een paar maanden geleden nog een gouden toevluchtsoord was, een einde heeft gemaakt aan de belastingvrijstelling voor buitenlandse gepensioneerden. Sinds 23 januari 2020 belast Albanië alleen nog inkomsten die in het land zelf zijn gegenereerd. In gewone taal betekent dit dat gepensioneerden die naar Albanië verhuizen met een geldige verblijfsvergunning het pensioen blijven ontvangen dat ze in Italië hebben verdiend, dat belast is door de Italiaanse belastingdienst maar niet door de Albanese belastingdienst, zodat dubbele belastingheffing wordt vermeden.

    Carmine Iampietro werkte zijn hele leven in Novara, vlak bij Milaan. Ongeveer tien jaar geleden verhuisde hij naar Durrës, waar hij de Vereniging van Italiaanse Gepensioneerden in Albanië oprichtte. Hij legt uit: ‘We hebben een overeenkomst met zorginstellingen, makelaars en advocatenkantoren.’ Net als de meeste van de bijna duizend Italiaanse gepensioneerden die in Albanië wonen, woont hij in Durrës, in een woonwijk aan de zee.

    ‘We zitten op minder dan een half uur rijden van Tirana, waar je artsen in alle specialismen hebt. Je bent hier van alle gemakken voorzien: de kosten van levensonderhoud zijn aanzienlijk lager dan in Italië, het hele jaar door een aangenaam klimaat, de zee, lekker eten en, niet in de laatste plaats, het feit dat iedereen boven de veertig Italiaans spreekt.

    Ondanks deze troeven neemt de levendigheid van het nieuwe Albanië zeker niet de enorme problemen weg van een land dat nog steeds in clantermen denkt, een erfenis van een plattelandswereld die standhoudt buiten Tirana en de grote steden. En dan is er nog de diaspora, die het gevolg is van het isolement en de langdurige dictatuur (1,25 miljoen Albanezen wonen nu in het buitenland, dat is 40 procent van de totale bevolking van het land).

    De diaspora ziet er echter niet meer zo hopeloos uit als aan het begin van de jaren negentig, toen het koopvaardijschip Vlora, overvol met wanhopige mensen, aanmeerde in de haven van Bari (op 8 augustus 1991) en de foto’s ervan de hele wereld over gingen.

    Arjan Vasjari, een Albanees die jurisprudentie studeerde in Bari, is een gecultiveerde en briljante man met een academische achtergrond die vandaag de dag consul-generaal van Albanië is in de hoofdstad van de Italiaanse regio Apulië. ‘Albanië is een tumultueuze democratie,’ geeft hij toe. ‘Onze geschiedenis na de dictatuur hangt ook van valpartijen aan elkaar, maar we zijn altijd weer opgestaan. We proberen onze problemen niet onder het tapijt te vegen, maar ze bij de horens te pakken.’

    ‘De huidige politieke en institutionele overgang in Albanië is zeker een goede zaak, vooral in vergelijking met andere Balkanlanden,’ aldus Fabrizio Bucci, de Italiaanse ambassadeur in Albanië. ‘Edi Rama is bezig aan zijn derde termijn, hij garandeert stabiliteit en blijft regeren met een grote meerderheid.’ Kredietbeoordelaar Moody’s geeft het land ‘een stabiele aanblik, met een groei van het bbp van naar schatting 3,5 procent in 2023, tegenover 5 procent in 2022’, aldus Vasjari.

    Edi Rama richt zich resoluut op Europa, maar blijft tegelijk Turkije en de Golfstaten in de gaten houden

    De afgelopen jaren heeft de regering grote hervormingen doorgevoerd, te beginnen bij de justitie. Er lopen nog steeds onderzoeken om zo’n achthonderd Albanese magistraten [verdacht van vriendjespolitiek en corruptie] te berechten en er zijn nog zo’n honderd zaken die onderzocht moeten worden. Tot nu toe heeft de procedure geleid tot het ontslag van 60 procent van de magistraten, terwijl anderen er de voorkeur aan hebben gegeven ontslag te nemen om aan de publieke veroordeling te ontkomen.

    ‘Albanië boekt ook vooruitgang op het internationale toneel en heeft officieel onderhandelingen geopend over het EU-lidmaatschap tijdens de eerste intergouvernementele conferentie in juli 2022,’ vervolgt Bucci.

    Meer in het algemeen rekent de internationale gemeenschap op Albanië om een turbulente Balkanregio te helpen stabiliseren. ‘Als ambassadeur herinner ik onze grote bedrijven er voortdurend aan dat Tirana binnenkort lid zal zijn van Europa en dat het de poort is naar de Balkan’ – een markt van 22 miljoen mensen die al geconcentreerd zijn in een vrijhandelszone, de ‘Open Balkan’ tussen Servië, Albanië en Noord-Macedonië.

    Toch zal Albanië nog minstens zeven of acht jaar moeten wachten voordat het officieel tot Europa kan toetreden. Het hangt er helemaal van af hoe snel Tirana voldaan heeft aan het stappenplan van Brussel. ‘Het belangrijkste is dat het proces al in volle gang is: de vraag is niet meer of, maar wanneer,’ concludeert Bucci.

    Edi Rama richt zich resoluut op Europa, maar blijft tegelijk Turkije en de Golfstaten in de gaten houden. ‘Vergeet niet dat het hart van deze regering en van Albanië weliswaar naar het Westen leunt, maar dat de portefeuille ondertussen aan de kant van het Oosten staat,’ waarschuwt Carlo Bollino, een Italiaanse journalist die al jaren in Albanië woont.

    Albanië is per slot van rekening nog altijd een overwegend islamitisch land.