Techgiganten proberen de menselijke factor zo veel mogelijk uit hun producten te verwijderen, dit keer de taxichauffeur. ‘Big Tech vernietigt wederom een stuk menselijke interactie en noemt dat “gemak”.’
In het begin schiep God de mens en de mens schiep steden. En in deze steden werd een dienst in het leven geroepen om de mens door de stad te loodsen: de taxi. En zo was het goed. Zo goed dat de dienst door de eeuwen heen nauwelijks veranderde. Bezoekers van het oude Rome konden een cisium aanhouden, een open tweewielige wagen. In het zeventiende-eeuwse Frankrijk was er voor hen de fiacre, een huurkoets met tweespan. De negentiende-eeuwse Engelse versie van dit vervoermiddel heette hackney. Uiteindelijk verscheen de auto op het toneel en maakte de paardenkoets overbodig. Maar de ervaring bleef hetzelfde: passagiers wenkten een chauffeur en die hielp hen met het inladen van hun bagage en vertelde misschien iets over de stad terwijl hij ze naar hun bestemming bracht.
Vervolgens schiep de mens in 2009 de app voor het delen van ritten. En zo was het heel goed. Veel van de tot dan onvermijdelijk lijkende overlast door taxi’s verdween van de ene dag op de andere: wachten met een opgestoken hand in de vrieskou, chauffeurs die je weigeren ergens heen te brengen nadat je al bent ingestapt, taxi’s die aan je voorbij rijden vanwege je huidskleur, je spullen kwijtraken en nooit meer terugzien – allemaal ongemakken die ineens tot het verleden behoorden. Voortaan zouden we ons geheel anders door de steden bewegen.
Maar het delen van ritten heeft ook zo zijn nadelen: hoge prijzen bij slecht weer, voortdurende tariefverhogingen, verlate of afgezegde ritten. Maar bij alle manieren die ik heb bedacht om het moderne taxivervoer te verbeteren, kwam het afschaffen van chauffeurs nooit bij me op. Toch proberen de machtigen van Silicon Valley en hun geldschieters dit voor elkaar te krijgen.
De taxi zonder chauffeur
Tesla heeft al een taxidienst zonder bestuurder. Daarnaast kondigde het bedrijf eerder dit jaar aan dat zijn Gigafactory in Texas robotaxis zou gaan produceren zonder stuurwielen of pedalen. Waymo, de zelfrijdende taxidienst van Alphabet die in 2020 werd gelanceerd, haalde onlangs 16 miljard dollar aan investeringen op en is van plan uit te breiden naar meer dan twintig steden. Sinds november mogen Waymo-voertuigen in Los Angeles en San Francisco, waar het al actief was, zich op snelwegen begeven en naar sommige luchthavens rijden. Waymo heeft nu zijn zinnen gezet op het taximekka van de Verenigde Staten: New York.
Net als bij veel recente technologische ontwikkelingen in Silicon Valley is het bedoeling dat we onmiddellijk dolenthousiast raken van de taxi zonder bestuurder, want het gaat hier immers weer eens om een ‘toekomstdroom’ die eindelijk werkelijkheid wordt. O, dat gevoel van onvermijdelijke vooruitgang! Dat vooruitzicht van een veiligere, comfortabelere toekomst!
Zelfrijdende taxi’s zijn de volgende stap in de realisering van de technologische hoop op een brede toepassing van zelfrijdende auto’s. Uri Levine, medeoprichter van Waze, voorspelt datGeneratie Beta niet zal rijden. ‘Als je tegen een jongere van een volgende generatie zegt dat je zelf auto hebt gereden, zal die je niet geloven,’ beweerde hij in Business Insider.
Uri Levine, medeoprichter van Waze, voorspelt datGeneratie Beta niet zal rijden
Een van de genoemde voordelen van zelfrijdende auto’s is dat ze bevrijd zouden zijn van menselijke fouten die tot ongelukken leiden. ‘Het wordt zo’n geweldige technologie,’ zegt Sebastian Thrun, de roboticus en voormalig hoofd van het zelfrijdproject van Google. ‘Denk aan de 1,2 miljoen levens die we elk jaar verliezen door auto-ongelukken, met als oorzaak vaak onoplettendheid. Denk je eens in hoeveel van die levens we kunnen redden.’
Dat aantal van 1,2 miljoen klopt. Maar het is mondiaal gemeten, en meer dan 90 procent van de verkeersdoden valt in lage- en middeninkomenslanden, die geen deel uitmaken van de uitbreidingsplannen van Waymo of Tesla. Handelsorganisaties zoals de Autonomous Vehicle Industry Association, die pleiten voor ‘veilige en tijdige inzet van autonome rijtechnologie’, stellen dat zelfrijdende auto’s levens zullen redden. Organisaties zoals de Union of Concerned Scientists zijn evenwel sceptischer en wijzen op studies waaruit zou blijken dat geautomatiseerde voertuigen minder goed in staat zijn mensen van kleur en kinderen te detecteren. Ze vrezen ook dat de auto’s ‘miljoenen chauffeurs brodeloos zullen maken, een negatieve invloed zullen hebben op de financiering van het openbaar vervoer en de onrechtvaardigheid van het huidige transportsysteem in stand zullen houden’.
Zekerder dan de veiligheid zijn de winsten. Wanneer bedrijven het over veiligheid hebben, is dat ook een verkooppraatje. In 2030 zal de markt voor zelfrijdende auto’s naar verwachting 87 miljard dollar waard zijn. De gerobotiseerde ‘passagierseconomie’, met onder andere zelfrijdende taxi’s en robotbezorgdiensten, zou in 2050 zo’n 7 biljoen dollar kunnen genereren.
Wat zijn de voordelen van deze ontwikkeling? De kans is klein dat de gemiddelde Amerikaan veel van die winsten zal zien. Erger: Big Tech vernietigt wederom een stuk menselijke interactie en noemt dat ‘gemak’.
Big Tech vernietigt wederom een stuk menselijke interactie en noemt dat ‘gemak’
De meesten van ons leven in bubbels. We gaan vooral om met mensen die op ons lijken in termen van werk, opleiding, inkomen, taal en levensovertuiging. Er is niet al te veel gelegenheid om andere levenswijzen te leren kennen, om contact te leggen met mensen die een andere achtergrond hebben. De momenten waarop dat wel gebeurt zijn waardevol. En doen zich niet zelden voor in een taxi.
Steeds als ik in een vreemde stad ben, word ik ingewijd door een taxichauffeur. Zoals die ene die vroeger stunts deed in Hollywood en nu moet bijklussen, en mij verhalen vertelde over sterren en actiefilms in een tijd dat Los Angeles nog meer te besteden had. Of die zestiger, een veteraan van de Navy, die chauffeur werd toen zijn eethuizen door de pandemie over de kop gingen. Terwijl hij me naar het vliegveld in Pittsburgh reed, vertelde hij dat hij kort daarvoor contact had gelegd met een zoon van wie hij het bestaan niet had geweten, en die hem had gevonden via Ancestry.com. Of de jonge Pakistaanse chauffeur die bijzonder zenuwachtig was voor zijn bruiloft. Hij kreeg gratis advies en een mooie fooi.
Veel taxichauffeurs zijn immigranten. Velen zijn economisch achtergebleven – ze zijn gaan rijden vanwege een noodzakelijke financiële aanvulling op hun reguliere baan of op hun noodlijdende bedrijfjes, of omdat ze zorgtaken moeten combineren met hun werk. Misschien denkt Big Tech dat ze niet zullen worden gemist als ze weg zijn.
Ja, chauffeurs kunnen je op je zenuwen werken. Ze zijn soms praatziek, spelen muziek die je niet aanstaat. Maar ze kunnen ook genereus en innemend zijn en je verrassen. Interactie, hoe onvolmaakt ook, maakt ons menselijk.
Veel taxichauffeurs zijn immigranten. Misschien denkt Big Tech dat ze niet zullen worden gemist als ze weg zijn
En misschien is dat wel het probleem voor de titanen van Silicon Valley. Voor mensen moet je veel meer moeite doen dan voor robots. ‘Ik kan me niet voorstellen hoe ik een pasgeborene had moeten grootbrengen zonder ChatGPT’, zei Sam Altman, de CEO van OpenAI, onlangs. Artisan, een AI-startup, adverteert zijn diensten met de expliciete slogan ‘Stop met het inhuren van mensen’. Wat we nu meemaken, is de ultieme wraak van de nerds, een groep sociaal onhandige techbro’s die niet zullen rusten voordat de maatschappij waar ze nooit echt in pasten is vernietigd.
Willen we werkelijk dat deze mensen ingrijpende veranderingen in onze samenleving teweegbrengen? Technologie ontwikkelt zich deels doordat een klein aantal ondernemers of wetenschappers geweldig warm loopt voor iets, en een klein aantal investeerders zo mogelijk nog enthousiaster is over de enorme financiële mogelijkheden. Maar de rest van ons heeft wel degelijk iets in te brengen: we kunnen kiezen of we die technologie willen gebruiken of niet. We kunnen onze voorkeuren en de maatschappelijke gevolgen op de lange termijn overdenken. We kunnen weerstand bieden aan die ouderwetse hebzucht van bedrijven, een hebzucht verpakt in menslievende aanprijzingen van maatschappelijke vooruitgang en zorg.
Al twintig jaar zie ik hoe we blind in het ene na het andere verkooppraatje trappen. Elke app en noviteit gaat vergezeld van beloftes over ‘vooruitgang’, ‘connectiviteit’ en ‘gemak’. En ooit leverde Silicon Valley inderdaad handige toepassingen, zoals apps voor het delen van autoritten. Maar het rendement neemt af. We leven inmiddels in de toekomst van Silicon Valley, en die maakt ons eenzamer, angstiger en verdeelder dan ooit. Zijn de toepassingen beter? Veiliger? Misschien. Maar degenen die ze toepassen voelen zich ondertussen beroerd.
Uber ziet chauffeurs als zelfstandigen, niet als werknemers
Een federale jury in Phoenix, Arizona oordeelde donderdag dat het taxibedrijf verantwoordelijk is voor de seksuele wandaden van een van zijn chauffeurs. Jaylynn Dean spande in 2023 een rechtszaak aan tegen Uber, een maand nadat ze was aangerand.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Ze stelde dat Uber op de hoogte was van een golf van aanrandingen gepleegd door haar chauffeurs, maar dat het bedrijf had nagelaten elementaire stappen te ondernemen om de veiligheid van passagiers te verbeteren.
De uitspraak van de jury ‘schept een precedent dat als model kan dienen voor meer dan drieduizend lopende rechtszaken met betrekking tot seksuele aanranding en wangedrag’, waarin Uber wordt beschuldigd van ‘systematische veiligheidsfouten’, aldus The New York Times.
De gigant in de taxidienstensector heeft ‘al lange tijd volgehouden dat het niet verantwoordelijk is voor het wangedrag van zijn chauffeurs, die het beschouwt als zelfstandige ondernemers en niet als werknemers’, aldus de krant.
Maaltijdbezorgers en taxichauffeurs krijgen betere rechtsbescherming
Het heeft meer dan achthonderd dagen onderhandelen gekost, maar de Europese Unie heeft nieuwe regels voor platformwerk veiliggesteld nadat de lidstaten een akkoord hadden bereikt over minimale arbeidsvoorwaarden voor mensen die werken via digitale platforms. Dat schrijft Politico.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Lidstaten zijn vereist om rechtsbescherming voor platformwerkers, zoals maaltijdbezorgers en taxichauffeurs, in te voeren, maar mogen zelf de voorwaarden bepalen. Dit betekent niet dat platformwerkers in elk land zullen behandeld worden als werknemers, het aanvankelijke doel van de wet.
‘Het is niettemin een mijlpaal’, aldus Politico, aangezien het aantal platformwerkers dat door de wet betere arbeidsomstandigheden krijgt naar verwachting zal groeien van 28 miljoen in 2021 tot naar schatting 43 miljoen volgend jaar. De wet vereist ook dat digitale platforms transparanter zijn over de algoritmes die ze gebruiken en de werknemersgegevens beter beschermen.
Oproepdiensten, onregelmatige werktijden en slaaptekort zijn geen privéaangelegenheid, maar een wijdverbreid politiek probleem. De meerderheid die een dag- en nachtritme kan aanhouden, profiteert van de minderheid die onvoldoende aan haar rust komt. Hoe kunnen we deze cyclus doorbreken?
Voor Uber-chauffeurs die de eindjes aan elkaar moeten knopen, kan het verleidelijk zijn om in de auto te slapen. Daarmee worden een paar ritjes bespaard en kunnen de piekuren optimaal worden benut. De chauffeur blijft beschikbaar voor werk, en de app is zo gemaakt dat dat in je voordeel werkt. Er zijn parkeerplekken waar de slaapzakken na zonsondergang tevoorschijn komen, al is het maar voor vijf of zes uur.
Slapen in een voertuig is om voor de hand liggende redenen niet geweldig: hoe lig je comfortabel, hoe ga je om met licht, temperatuur en met gebrek aan faciliteiten? Je slaapt over het algemeen kort en slecht. Dan is er het gebrek aan privacy, de blootstelling aan pottenkijkers, van voorbijgangers tot aan politie. Slapen in een auto is normafwijkend, en wekt daardoor argwaan. Slapen op je werkplek kan vernederend zijn vanwege een gevoel van permanente gebondenheid, misschien wel van uitbuiting. En je slaapt doorgaans alleen.
De parkeerslaper is een schrijnend symptoom van het probleem van de slechte nachtrust in de wereld van nu. Mensen uit alle lagen van de bevolking en met allerlei beroepen, zowel in de openbare als in de particuliere sector, slapen slecht; de een nog veel slechter dan de ander. Tussen de uitersten van dakloosheid en luxe liggen allerlei vormen van stil leed. Een van de bijkomstigheden van de pandemie is dat er aandacht is gekomen voor de ongelijkheid op dit gebied, waarbij onder meer de uitgeputte arts en de oververmoeide bezorger symbool zijn komen te staan voor de uitzonderlijke eisen die aan sommigen worden gesteld. De verschillen op slaapgebied zijn zelden zo groot geweest.
En dit roept vragen op over rechtvaardigheid. Er ontstaan schadelijke, onverdiende en vermijdbare vormen van ongelijkheid doordat de normen van de samenleving voor sommigen onverenigbaar zijn met wat hun lichaam nodig heeft. Er doet zich een reeks fysieke, materiële en sociale ontberingen voor. Als daardoor bovendien bepaalde rechten minder goed kunnen worden uitgeoefend, zijn de gevolgen ook politiek. Wie geen slaap krijgt, wordt van veel meer beroofd dan alleen van zijn nachtrust. Degenen die deze ontberingen niet lijden, dragen soms onbedoeld bij aan het voortduren van de problemen, en hebben er zelfs profijt van. Zo belanden we in het domein van de slaap-waakgerechtigheid, met spandoeken waarop staat: Geen gelijkheid zonder gelijkheid van goede slaap!
Onderhandelbare behoefte
Slaapproblemen zijn niet slechts symptomen van andere problemen. Ze staan ook op zichzelf. Slecht slapen kan slechte omstandigheden minder draaglijk of zelfs ondraaglijk maken, en brengt risico’s met zich mee. Mensen kunnen hun vermogen verliezen om iets aan hun omstandigheden te doen, waardoor andere nadelen langer door blijven werken. Mogelijkheden om een situatie te verbeteren, worden eerder over het hoofd gezien wanneer mensen moe en gedemotiveerd zijn. Slecht slapen is een ernstig nadeel dat nog meer nadelen oplevert.
Slaap is een behoefte, maar wel een onderhandelbare behoefte. Door de tijd heen hebben samenlevingen uiteenlopende gewoontes gekend op dit vlak, en indien nodig kunnen mensen met minder toe. Iedereen weegt slaap af tegen andere prioriteiten. Die eigenschap brengt het risico mee dat een individu wordt uitgebuit, door zichzelf en door anderen. Ongelijkheid op slaapgebied blijft bestaan omdat de gevolgen kunnen worden uitgesteld – maar niet oneindig.
Er wordt vaak gezegd dat mensen steeds korter slapen. Zo wordt beweerd dat de gemiddelde Noord-Amerikaan nu 6,5 uur per dag slaapt, tegenover 10 uur aan het begin van de twintigste eeuw. Dergelijke beweringen worden vaak betwist, en gemiddelden zijn sowieso misleidend. Een verandering van de uitersten zegt meer. Slaaptekort treft een steeds grotere minderheid van de beroepsbevolking. Daarbij spelen verschillende factoren een rol, variërend van technologische veranderingen tot kapitalistische productiviteitseisen. Zwakke vakbonden en lage lonen verhogen de eisen die aan individuele werknemers worden gesteld – de druk om overuren te maken, of om meerdere banen aan te nemen. Die druk doet denken aan die van de negentiende eeuw, beschreven door Karl Marx in ‘De arbeidsdag’ [hoofdstuk 8 uit Het Kapitaal, 1867], maar tegenwoordig zijn er minder werknemersorganisaties om die te beteugelen. Geluidsoverlast door de hedendaagse vervoersinfrastructuur speelt een rol, net als elektronische apparaten die steeds meer aandacht opeisen.
Werknemers in ploegendienst noemen onregelmatig slapen een van de moeilijkste bijkomstigheden van hun werk
Kort slapen betekent vaak ook onregelmatig slapen. Voor een aanzienlijke minderheid veranderen de slaaptijden kort op elkaar. Er wordt soms niet ’s nachts geslapen en de slaapplaats is onzeker. De dienstensector kent vele voorbeelden. De term ‘clopening’ [een samentrekking van ‘closing’ en ‘opening’] beschrijft ploegendiensten waarbij een werknemer een zaak (een café, een bar) ’s avonds laat sluit en de volgende ochtend weer opent, zodat er geen tijd is voor een volledige nachtrust. Ondanks pogingen om deze praktijk te verbieden, blijft deze wijdverbreid in Noord-Amerika en elders.
Ook onregelmatig slapen kan een bron van uitputting zijn. Werknemers in ploegendienst noemen het een van de moeilijkste bijkomstigheden van hun werk. Het komt vaak voort uit een gebrek aan controle. In onzekere banen worden de roosters vaak op korte termijn gemaakt. In de VS krijgt een kwart van de werknemers in de dienstensector niet meer dan 72 uur van tevoren een oproep, volgens recent onderzoek van de Harvard Kennedy School. De planning is vaak geautomatiseerd, zodat er niemand is om tegen te klagen. De werknemer moet zich aanpassen of riskeert zijn baan; vooral vrouwen en minderheden hebben hieronder te lijden. In meer welvarende sectoren zorgt de opkomst van thuiswerken voor een extra verstoring van de rust, doordat de grens tussen werk en rust vervaagt.
Een derde hedendaagse trend, die minder vaak besproken wordt, is de desynchronisatie van slaap. Meer dan 10 procent van de Britse werknemers werkt ’s nachts, vooral in de zorg, de verpleging, de spoedeisende hulp en transport – een stijging van 3 procent in vijf jaar. Een soortgelijke trend doet zich ook voor in ontwikkelingslanden. Door outsourcing van callcenters en IT-diensten naar Oost-Europa en Azië zijn groepen werknemers ontstaan die geacht worden zich aan de tijdzones van de westerse markten te houden. Zo ontstaat een minderheid die gedwongen afwijkt van de plaatselijke norm. Naarmate de pandemie voor nieuwe onlinediensten zorgt – bijvoorbeeld in het onderwijs of de gezondheidszorg, en zowel in het Westen zelf als op westerse markten – komt een 24/7-wereld steeds dichterbij.
Slaapkloof
De inkorting, onregelmatigheid en desynchronisatie van slaap hebben niet enkel negatieve aspecten. De economische productiviteit kan toenemen. Individuen kunnen aansluiting vinden bij internationale markten. Nachtarbeiders hebben bijvoorbeeld het voordeel van afwezige bazen. Maar de ontwikkelingen roepen de vraag op wie de kans krijgt goed te slapen, en wel op zo’n manier dat het in zijn of haar leven in te passen valt.
Zoals een Britse arts in 2016 aan The Guardian vertelde: ‘Vorig jaar forensde ik 16 kilometer over kronkelige landweggetjes, en na een reeks van zeven opeenvolgende nachtdiensten (in totaal een negentigurige werkweek) botste ik met mijn auto tegen een stenen muur voor mijn huis. Gelukkig bleef het beperkt tot materiële schade. Mijn ziekenhuis had geen rustfaciliteiten na een nachtdienst, dus als ik om tien, elf uur ’s ochtends klaar was met mijn dienst, moest ik beslissen of ik het risico zou nemen om naar huis te rijden of in de gemeenschappelijke personeelsruimte zou slapen, waar mijn collega’s van de dagdienst hun pauzes hielden. Dit is geen waardige situatie. Het is niet veilig en het is niet eerlijk tegenover artsen die gedwongen worden deze beslissingen te nemen, noch tegenover de patiënten die zij behandelen.’
Slecht slapen beïnvloedt iemands stemming, en daarmee zijn inschattingsvermogen
Een verhoogd risico op ongevallen is een van de meest dramatische gevolgen van kort en onregelmatig slapen. Twee op de vijf artsen in het Verenigd Koninkrijk hebben gemeld wel eens achter het stuur in slaap te zijn gevallen, en enkelen zijn daarbij om het leven gekomen. Andere gevolgen van slecht slapen zijn zwaarlijvigheid, infecties, psychische aandoeningen, aandachttekort en een zwak geheugen. Slecht slapen verergert ook andere problemen. Het beïnvloedt iemands stemming, en daarmee zijn inschattingsvermogen en zijn beleving. Zo kunnen nadelen die samenhangen met klasse, afkomst en geslacht worden versterkt. Minder bevoorrechte groepen slapen meestal minder regelmatig, hebben minder controle over hun slaaptijden, minder motivatie om hun hoeveelheid slaap in de gaten te houden en minder invloed op de normen in de samenleving.
Je zou kunnen spreken van een ‘slaapkloof’ tussen degenen die slaap tekortkomen en degenen die uitgerust zijn. Degenen aan de verkeerde kant van deze verdeling zijn niet alleen degenen die korter slapen dan gemiddeld, maar ook degenen met afwijkende behoeften. Verschillende chronotypes reageren verschillend op de eisen van de samenleving. Vooral ‘van nature lange slapers’ hebben te lijden onder korte of onregelmatige slaap. Zieken kunnen een grotere behoefte aan slaap hebben. Leeftijd speelt ook een rol: etnografisch onderzoek wijst uit dat onregelmatig slapen nadeliger wordt naarmate mensen ouder worden. En dan zijn er nog de ‘leeuweriken‘ of ‘nachtbrakers‘, met een aanleg om vroeg respectievelijk laat op te staan, voor wie zelfs standaardroosters van werk of onderwijs moeilijk vol te houden zijn. Zij lijden onder een constante doorbreking van hun natuurlijke ritmes.
Vanuit een libertarisch perspectief zou je kunnen zeggen dat ongelijkheid op slaapgebied geen kwestie van onrecht is, maar een weerspiegeling van de keuzes die mensen maken. Die Uber-chauffeurs die een paar uurtjes slaap pakken op de parkeerplaats leiden misschien een oncomfortabel leven, maar hebben ze daar niet zelf voor gekozen? Het probleem is natuurlijk dat individuele keuzes vaak worden gemaakt vanuit een gebrek aan alternatieven. Zelfs de zogenaamde zelfstandigen kunnen er door platformtechnologie toe worden gedwongen langer en onregelmatiger te werken dan zij zouden willen. En wie chronisch slaaptekort heeft, is zich mogelijk niet bewust van zijn vermoeidheid, waardoor de eigen toestand niet goed kan worden ingeschat. Individuele beslissingen hebben bovendien gevolgen voor anderen, voor familie, buren en vreemden.
Slaapminderheid
Dit laatste wordt het duidelijkst als we kijken naar de gevolgen van slaapdesynchronisatie. Neem een medewerkster van een callcenter die een late dienst heeft en in de vroege uurtjes thuiskomt in de kleine flat die ze deelt met haar ouders. Ze slaapt op de bank om hun slaap niet te verstoren, maar haar vader slaapt licht en wordt wakker – de nacht begint met een ruzie. Die speelt nog door in haar hoofd als ze het te rusten legt, maar ze slaagt erin de slaap te vatten. Ze slaapt een paar uur vast, totdat de ouders om zeven uur opstaan om koffie te zetten. Ze vraagt hen stil te zijn en de radio zachter te zetten – dat doen ze even, maar de muren zijn dun, en de tweede keer dat ze het vraagt luisteren ze niet. Buiten gaat een groep luidruchtige kinderen op weg naar school. Het is te warm om het raam dicht te doen. Rond halfnegen is het even stil, maar dan begint boven een boormachine. Ze spreekt haar buurman aan, maar die kan er niets aan doen, want de bouwvakkers willen het zwaardere werk ’s morgens doen, en ze hebben al een uur moeten wachten.
Deel uitmaken van een slaapminderheid betekent verstoken zijn van de steun van sociale normen. Nachtslapers kunnen degenen die hen storen vragen om stil te zijn, en mogen verwachten dat hun persoonlijke ruimte wordt gerespecteerd. Dagslapers moeten assertiever zijn in het verdedigen van hun rust en privacy, en lopen veel meer kans genegeerd te worden of een uitbrander te krijgen. Wanneer ze ’s nachts wakker zijn, kunnen ze ervan worden beschuldigd de privacy van anderen te verstoren of zich zelfs verdacht te gedragen. Deel uitmaken van een slaapminderheid maakt dus kwetsbaar voor veroordeling. Het betekent jezelf moeten rechtvaardigen.
Slaapproblemen vergroten de bestaande ongelijkheid op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs
Het brengt ook een meer praktische ongelijkheid met zich mee. Van huisartsen- en tandartspraktijken tot scholen en universiteiten – alle openbare instellingen in de hedendaagse samenleving zijn nog altijd overdag open, ten nadele van minderheden die een ander ritme hebben. Niet alleen dagslapers worden rechtstreeks getroffen, ook hun gezinsleden. Werknemers in ploegendienst met schoolgaande kinderen zitten gevangen tussen twee slaaproosters en worden belast met de eisen van beide. Bij hun kinderen is vaker sprake van schoolverzuim en gedrags- en medische problemen. De problemen vergroten de bestaande ongelijkheid op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs, en hebben genderspecifieke effecten voor partners die thuis samen de lasten proberen te dragen.
Deze ongelijkheid is niet rechtvaardig zolang de gevolgen ongekozen of onverdiend zijn. Belangrijke minderheden worden uitgesloten van voordelen die de meerderheid wel heeft. Sterker nog, de meerderheid kan profiteren van het ritme van de minderheden, bijvoorbeeld omdat werknemers in ploegendienst sociale functies vervullen. Het zou pas eerlijk zijn als degenen die volgens een ‘normaal’ (nachtelijk) schema slapen, niet zouden meeliften (of goedkoop profiteren) van de offers van degenen die volgens een onregelmatig schema slapen.
De meest schadelijke vormen van ongelijkheid in verband met slaap zijn wellicht van politieke aard. Om aan burgerrechten te voldoen zijn ondersteunende middelen nodig, zoals economische en persoonlijke zekerheid, en de tijd en energie die mensen in staat stellen om verder te kijken dan hun directe behoeften. Wanneer de hoeveelheid slaap beperkt is, van slechte kwaliteit of op een zodanig tijdstip wordt gepland dat andere activiteiten worden belemmerd, lijdt de burgerlijke betrokkenheid daaronder.
Een vermoeide bevolking zal waarschijnlijk eerder instemmen met regimes die minder participatie verlangen
Er wordt gezegd dat chronisch vermoeiden minder vaak gaan stemmen en minder protesteren. Wie onregelmatig slaapt, heeft meer moeite de betrokkenheid in te plannen. Nachtwerkers kunnen zich bovendien vervreemd voelen van zaken en instellingen die zich overdag voordoen. Het feit dat slaapachterstanden vaak samengaan met andere vormen van achterstand betekent dat degenen die minder geneigd zijn om hun politieke rechten uit te oefenen, mogelijk degenen zijn die deze rechten het hardst nodig hebben. Beleidsmaatregelen waarvan zij zouden kunnen profiteren – zoals eerlijke compensatie voor arbeid die hun slaap aantast – worden minder waarschijnlijk als zij niet bij dit beleid betrokken worden. De desynchronisatie van slaap vermindert ook de hoeveelheid overlappende vrije tijd waarin mensen zich politiek kunnen organiseren. Actief burgerschap, van protesten tot partijvergaderingen, is enkel mogelijk als er voldoende vrije tijd is en neemt af wanneer mensen zo uitgeput zijn dat ze enkel rust en privacy verlangen.
Een vermoeide bevolking zal waarschijnlijk eerder instemmen met regimes die minder participatie verlangen. Vermoeidheid vermindert het vermogen van een individu om zelf beslissingen te nemen. Het remt de cognitieve functies af die nodig zijn voor een op de ander gerichte, weloverwogen en daadkrachtige blik. En het leidt waarschijnlijk tot politieke vervreemding en tot de acceptatie van vormen van bestuur die de besluitvorming in handen leggen van elites.
Erich Fromm merkte in Escape from Freedom (1941) op dat autocratische vormen van politiek gebaat zijn bij een bevolking die lijdt aan een ‘toestand van innerlijke vermoeidheid en berusting, (…) kenmerkend voor het individu in het huidige tijdperk, zelfs in democratische landen’. Voor Fromm, een psychoanalyticus, was een dergelijke kwetsbaarheid een van de omstandigheden die de opkomst van het fascisme in zijn geboorteland Duitsland mogelijk hebben gemaakt. Hij wees zelfs op Hitlers vermogen om een publiek te manipuleren door op hun uitputting in te spelen:
‘Hij [Hitler, in Mein Kampf] aarzelt zelfs niet om toe te geven dat de lichamelijke vermoeidheid van zijn publiek een welkome voorwaarde is voor hun suggestibiliteit. Over de vraag welk uur van de dag het meest geschikt is voor politieke massabijeenkomsten zegt hij: “Het schijnt dat ’s morgens en overdag de wilskracht van de mensen het best opgewassen is tegen degenen die hun mening en wil opdringen. ‘s Avonds echter bezwijken zij gemakkelijker voor de overheersende kracht van een sterkere wil.”’
Volgens Fromm hoopte de autoritaire heerser dat hij zijn mensen vanuit hun behoefte aan slaap kon manipuleren in te stemmen met een vermindering van hun politieke rechten.
Synchroon slapen
Slaap kan ook een manier zijn om te verdelen en te heersen, inspelend op de concurrentiedrang en onzekerheid bij de bevolking. Een van de functionele verklaringen voor synchroon slapen in moderne samenlevingen heeft te maken met conflictpreventie en solidariteit. Wanneer mensen synchroon slapen, is er minder reden voor individuen om bang te zijn dat anderen winst maken ten koste van hen. Echte rust, zou men kunnen zeggen, hangt af van de wetenschap dat anderen ook rusten, zodat er geen sprake is van concurrentie. Met de desynchronisatie van slaap in een 24/7-maatschappij gaat dit niet langer op. De volgende auto op de parkeerplaats staat al klaar, de Uber-app wacht op een bevestiging. Hoe een individu zijn slaap ook indeelt, hij moet rekening houden met de activiteit van wakkere collega’s. Hij moet rekening houden met het vooruitzicht iets te missen, zowel op het werk als in de maatschappij in het algemeen. Wie slaapt terwijl anderen met elkaar in contact staan, loopt altijd de kans dat belangrijke dingen buiten hem om gebeuren – dat tegen de tijd dat hij ontwaakt, het momentum al voorbij is.
Als slapen tegenwoordig in het overheidsbeleid al aan de orde komt, dan wordt het meestal gebracht als een kwestie van zelfzorg. Individuen worden aangemoedigd om de juiste keuzes te maken. Dit patroon komt terug in het publieke debat, waar ‘slaaphygiëne’ wordt aanbevolen, zoals het streven om rond tien uur ’s avonds te gaan slapen. Als aanpak van slaap-waak gerechtigheid is dit zeer ontoereikend. Zulke reacties neigen ertoe slaap en ongenoegens erover persoonlijk te maken. Individuen verantwoordelijk stellen voor collectieve problemen is over het algemeen al een slecht idee, maar helemaal als het op slaap aankomt, aangezien gevoelens van persoonlijke verantwoordelijkheid extra onrust opwekken.
Interessanter is de vraag of bestaande samenlevingen kunnen worden heringericht op een manier die de slaap-waakgerechtigheid ten goede komt. Wat zou dat inhouden? In de eerste plaats het aanpakken van de oorzaken van een korte en onregelmatige slaap. Naast controle op de werkweek zou men kunnen kijken naar controle op de lengte van diensten. Arbeidsrechten die werknemers meer zeggenschap geven over hun roosters zijn van cruciaal belang en in opkomst, bijvoorbeeld in de vorm van wetten inzake langer van tevoren bekendgemaakte (of vaste) roosters in de VS. Intussen biedt de voorgestelde EU-wetgeving inzake het recht om ‘uit te schakelen’ tijdens een aantal uur waarin van werknemers niet wordt verwacht dat zij op werkaanbiedingen reageren, enige garantie voor rusttijden. In veel sectoren, zo is gebleken uit aanpassingen tijdens de pandemie, zou werknemers meer vrijheid kunnen worden gegeven om te bepalen wanneer zij beginnen met werken.
Recht op slaap
Sommigen vinden dat slaap wettelijk beschermd moet worden: het ‘recht op slaap’. Maar dat lost het probleem van desynchronisatie niet op. Men zou kunnen streven naar een homoritmisch model, waarin het ideaal van gesynchroniseerde slaap centraal staat. Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld arbeidswetten die bepaalde uren aanwijzen voor gemeenschappelijke rust, naar het voorbeeld van wetten op de zondagshandel. Waar sprake is van internationale economische betrekkingen, is regelgeving nodig om de economische activiteit opnieuw te lokaliseren. Maar uiteindelijk kan geen enkele moderne samenleving streven naar een situatie waarin iedereen gelijktijdig slaapt. Ziekenhuizen en sommige andere instellingen moeten ’s nachts open zijn, dus een zekere mate van desynchronisatie moet worden aanvaard.
Een alternatief is om de desynchronisatie van de slaap te omarmen – een polyritmisch model. Dit zou inhouden dat verschillende slaaproosters mogelijk worden gemaakt, zodat de mate waarin een slaaprooster verstorend en benadelend kan werken, afneemt. Een dergelijke benadering respecteert de verschillende biologische behoeften van mensen en meer vrijheid om hun leven in te delen. Men kan zich een wereld voorstellen waarin dit model vrijelijk wordt omarmd – als een utopisch ideaal in plaats van een ongewenste realiteit.
Er zouden strengere regels moeten komen voor geluids- en lichtisolatie, voor sociale afstand en betaalbaarheid
Openbare instellingen zouden op alle uren toegankelijk moeten zijn – dus daginstellingen zouden dag-en-nachtinstellingen worden. Het gaat dan over UWV-kantoren, huisvestingsbureaus en stadskantoren, maar ook om vakbonden en politieke partijen. Minder voor de hand liggend is de oprichting van 24-uurs-burgercentra, met voorzieningen als wifi en openbare eetgelegenheden. Deze bieden een plek voor sociale interactie en zouden bijvoorbeeld een alternatief vormen voor het junkfood waar mensen die op onregelmatige tijden werken gewoonlijk op zijn aangewezen. Meer nationale feestdagen om de nachtrust te herstellen en gemeenschappelijke perioden van vrije tijd kunnen politieke betrokkenheid stimuleren. Instellingen en bedrijven kunnen worden verplicht tot een minimumduur voor besluitvormingsprocessen, zodat op elk moment binnen een periode van 24 uur kan worden gereageerd en bezwaar kan worden gemaakt.
Maar bij een polyritmische aanpak komen ook allerlei aspecten van sociale hervorming kijken. Hoge woondichtheid, van flatgebouwen tot rijtjeshuizen, dateert vaak uit een tijd waarin mensen op ongeveer dezelfde tijden werkten, zodat ze minder last hadden van elkaar. Om ze aan te passen aan een tijdperk van gedesynchroniseerde activiteit zouden er strengere regels moeten komen voor geluids- en lichtisolatie, voor sociale afstand en betaalbaarheid. De mogelijkheid om ruimer te wonen, vooral in de context van thuiswerken, lijkt van cruciaal belang om de ongelijkheden op slaapgebied te verminderen. Hiermee raken we aan de basis van hoe de maatschappij en de economie zijn georganiseerd.
Pleitbezorgers
Het probleem hiermee is dat deze aanpassingen een zekere mate van goede wil van de overheid veronderstellen. Veel van de besproken politieke uitdagingen ontstaan omdat hiervan juist weinig sprake is. En juist om die reden moeten mensen in staat worden gesteld deel te nemen aan democratische processen. Een uitgeruste bevolking, en alles wat nodig is om daarvoor te zorgen, heeft bij overheden misschien een lage prioriteit, en is misschien zelfs ongewenst. Wat zou het betekenen om de gevolgen van een slechte nachtrust aan te pakken zonder de steun van een overheid – op een manier die meer doet denken aan de negentiende-eeuwse strijd die Marx beschreef?
Het is moeilijk om een zogenaamde slaapkloof aan te pakken; degenen die slecht slapen hebben misschien hooguit dat kenmerk gemeen. Het kunnen ook minderheden van tijdelijke aard zijn, in die zin dat werkroosters van tijd tot tijd worden aangepast. Een van de uitdagingen rond slaap-waakgerechtigheid is dat het niet duidelijk is wie de pleitbezorgers ervan zouden zijn.
Het fundamentele probleem is dat alleen instellingen en organisaties – die ver afstaan van de kwetsbaarheden van het individu – de druk van vermoeidheid kunnen weerstaan en kunnen proberen de oorzaken ervan aan te pakken. Mensen die te maken hebben met korte, onregelmatige en gedesynchroniseerde slaap, zullen daar in het algemeen juist moeite mee hebben. Mensen die vermoeid zijn en door hun rustschema’s van elkaar worden gescheiden, zijn des te afhankelijker van instellingen als een politieke partij of beweging of een vakbond, maar kunnen daar vaak geen beroep op doen vanwege hun positie. Als de vermoeide minderheden een halt willen toeroepen aan de neerwaartse spiraal van het slechte slapen, moet het initiatief waarschijnlijk van de uitgeruste meerderheid komen.
Jonathan White is hoogleraar politicologie aan de London School of Economics and Political Science en visiting fellow aan The New Institute in Hamburg. Co-auteur van onder meer The Meaning of Partisanship (2016); auteur van Politics of Last Resort: Governing by Emergency in the European Union (2019).
In New York heeft Uber vrede met taxi’s gesloten, die nu in het platform zullen worden geïntegreerd. ’Bel een Uber, neem een yellow cab,’ vat de The New York Timessamen. De door een chauffeur aangedreven passagiersvoertuiggigant gaat samenwerken met twee taxibedrijven, Curb en CMT, waardoor New Yorkers een gele taxi kunnen bestellen via de Uber-app, zo maakten de bedrijven afgelopen donderdag bekend. ’De eens zo bittere rivalen, die jarenlang hebben gestreden om de heerschappij van de straten van de stad, hebben een onwaarschijnlijke alliantie gesloten’, schrijft het Amerikaanse dagblad.
Pascal Soriot, de CEO van AstraZeneca, zal in 2021 18 miljoen pond (bijna 21 miljoen euro) gaan verdienen. De aandeelhoudersvergadering van de Anglo-Zweedse farmaceut keurde deze week het beloningsbeleid voor het topmanagement goed, ook al was dat zeker niet eensgezind. Het groene licht kwam dankzij het ‘ja’ van 60,19 procent van de uitgebrachte stemmen, terwijl een ‘aanzienlijk deel’ protesteerde, zoals AstraZeneca zelf erkende, schrijft Corriere della Sera.
Sinds zijn aantreden in 2012 heeft Soriot in totaal 100 miljoen pond aan salaris ontvangen
Investeerders met 39,8 procent van de aandelen, waaronder activistische beleggers en grote fondsbeheerders zoals Aviva Investors en Standard Life Aberdeen, stemden tegen. Door het nieuwe beloningsbeleid komt Soriot nu in aanmerking voor een bonus van tweeënhalf keer zijn basissalaris; voorheen was dat vastgesteld op twee keer. Sinds zijn aantreden in oktober 2012 heeft Soriot in totaal 100 miljoen pond aan salaris van AstraZeneca ontvangen.
Het leiderschap van Soriot, een dierenarts die eerder voor Aventis en Roche werkte, is zonder twijfel goed geweest voor de multinational. In minder dan tien jaar is de aandelenkoers verdrievoudigd, waardoor de groep vandaag op 100 miljard pond wordt gewaardeerd.
Het Spaanse kabinet heeft dinsdag een controversiële wet geratificeerd die voorschrijft dat online bezorgplatforms hun koeriers voortaan als werknemers moeten classificeren in plaats van als onafhankelijke contractanten, bericht Politicovanuit Brussel. Onder leiding van de Spaanse minister van Arbeid, Yolanda Díaz, begonnen de onderhandelingen daarover afgelopen herfst.
‘Koeriers zullen nu alle relevante arbeidsbescherming genieten’
Uiteindelijk zijn vakbonden en bedrijfsverenigingen tot een akkoord gekomen en is de regering tevreden. ‘Koeriers worden nu beschouwd als werknemers in loondienst en zullen alle relevante bescherming genieten’, aldus Díaz.
Desondanks vindt de UGT, een grote Spaanse vakbond die deelnam aan de onderhandelingen, de nieuwe wet veel te zacht. Bedrijven hebben nog drie maanden om aan de nieuwe regels te voldoen en de UGT vreest dat er in de tussentijd banen zullen sneuvelen.
Ook bedrijven zijn ontevreden. Zo wijst Uber Eats op onderzoek dat voorspelt dat meer dan 75 procent van de dertigduizend Spaanse koeriers hun inkomen zullen verliezen en dat restaurants 250 miljoen euro aan extra inkomsten kwijt zullen zijn.
De federale regering van Duitsland heeft haar raming van de belastinginkomsten voor 2021 naar beneden bijgesteld. De federale, provinciale en lokale autoriteiten verwachten ongeveer 2,7 miljard euro minder te ontvangen dan in november werd gedacht. Corona heeft een enorm gat in de staatskas geslagen maar de regering verwacht dat het ergste binnenkort voorbij zal zijn, aldus het Duitse tijdschrift Focus.
NRA is niet failliet
De National Rifle Association (NRA) is niet failliet, zo heeft een federale rechter dinsdag geoordeeld. Die beslissing is een grote klap voor de oudste organisatie voor wapenrechten in de VS. De NRA vroeg op 15 januari faillissement aan om te kunnen verhuizen van New York naar Texas. Volgens rechter Harlin Hale was die faillissementsaanvraag een poging te kwader trouw van de NRA om een grote civiele rechtszaak te ontlopen die de New Yorkse procureur-generaal Letitia James vorig jaar heeft aangespannen met als oogmerk de organisatie in zijn geheel te ontbinden, schrijft Mother Jones.
‘De faillissementsaanvraag van de NRA is ingediend in een poging om een oneerlijk procesvoordeel te verkrijgen’, aldus de rechter
‘De rechtbank oordeelt, op basis van alle omstandigheden, dat de faillissementsaanvraag van de NRA is ingediend in een poging om een oneerlijk procesvoordeel te verkrijgen in de handhavingsactie van de procureur-generaal’, aldus de rechter. De beslissing komt na wekenlange hoorzittingen met huidige en voormalige NRA-medewerkers. Hun getuigenissen zouden corruptie van de NRA aan het licht hebben gebracht.
Ahmadinejad is weer presidentskandidaat Iran
De voormalige ultraconservatieve Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad stelt zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 18 juni. Volgens de Iraanse staatstelevisie heeft hij woensdag de vereiste registratieformulieren ingevuld, bericht Radio Free Europe/RFL.
Met de nucleaire programma tijdens zijn twee vorige ambtstermijnen tussen 2005 en 2013, dreef de 64-jarige ex-burgemeester van Teheran zijn land herhaaldelijk tot confrontaties met het Westen. Zijn omstreden herverkiezing in 2009 leidde tot de grootste massaprotesten sinds de Islamitische Revolutie van 1979. In 2017 werd hij uitgesloten van de verkiezingen.
Ahmadinejads politiek kenmerkt zich door dreigementen tegen Israël, Holocaustontkenning en beweringen dat er Iran geen homoseksuelen zijn
Zijn politiek kenmerkt zich door dreigementen tegen Israël, ontkenning van de Holocaust en beweringen dat er Iran geen homoseksuelen zijn, en droeg bij aan de marginalisering van Iran op het internationale toneel. In eigen land kreeg hij steun van het platteland door te strooien met geld en met programma’s voor woningbouw, maar zelfs enkele van zijn meest conservatieve bondgenoten lieten hem tegen het einde van zijn presidentschap in de steek.
Historische villa te koop
Een historische villa op Capri, die sinds 1996 in bezit is van de Italiaanse acteur Christian De Sica en zijn vrouw, staat te koop. Het complex werd tussen 1900 en 1903 ontworpen door de Amerikaanse schilder Elihu Vedder, en kunstenaars als de Engelse schrijver D.H. Lawrence, Cy Twombly en Joseph Beuys brachten er tijd door, schrijft het Italiaanse nieuwsplatform ANSA.
De villa van 250 vierkante meter biedt uitzicht over Capri, de baai van Napels en de Golf van Salerno, telt twee verdiepingen, en is omgeven door een tuin met citrus- en olijfbomen. Prijs van vele miljoenen op aanvraag bij makelaar Lionard Luxury Real Estate uit Florence.
Gevecht om de Peruaanse kiezer
Uit de laatste opiniepeilingen in Peru blijkt dat de afstand tussen de socialistische koploper Pedro Castillo en de conservatieve Keiko Fujimori snel kleiner wordt in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 6 juni, bericht Mercopress.
Veel investeerders en bedrijven vrezen voor een scherpe bocht naar links met Castillo, een onderwijzer afkomstig van het Peruaanse platteland. Fujimori, dochter van oud-president Alberto Fujimori die een gevangenisstraf van zevenenhalf jaar uitzit wegens corruptie en mensenrechtenschendingen, wakkert die vrees aan. Ze noemt Castillo een linkse extremist die de recente economische vooruitgang van het Andesland in gevaar zal brengen met zijn programma voor nationalisaties door de overheid.
‘Het proces is nog maar net begonnen [26 april], maar het team van Aleksej Navalny heeft besloten de rechter voor te zijn.’ Zoals het dagblad Nezavissimaja Gazeta meldt, hebben de 37 hoofdkwartieren van Navalny’s oppositiepartij, die beschuldigd worden van ‘extremistische activiteiten’, besloten hun activiteiten op te schorten, zonder het verbod af te wachten dat hen waarschijnlijk te wachten staat aan het eind van het proces.
Navalny’s team weerlegt de beschuldigingen, maar zegt dat het zijn activisten en aanhangers niet in gevaar wil brengen. ‘Op verzoek van het Openbaar Ministerie zijn wij gedwongen de activiteiten van onze regionale kantoren op te schorten. Regionale sociale netwerken zullen worden bevroren en maximaal worden geanonimiseerd’, kondigden de campagneleiders van Navalny aan op de platforms Telegram en Vkontakte [het Russische Facebook].
Naast de sluiting van de regionale kantoren eist het Openbaar Ministerie de stopzetting van de activiteiten van het Anti-Corruptie Fonds (FBK) en het Fonds voor de Verdediging van de Rechten van de Burgers, twee belangrijke organisaties die eveneens door Navalny in het leven zijn geroepen en die reeds als ‘buitenlandse agenten’ zijn opgenomen in het register van verenigingen die in Rusland actief zijn.
‘Als je een onderzoek van Navalny opnieuw post op sociale media, ga je naar de gevangenis’
Het dagblad Vedomostimeldt echter dat de anticorruptieorganisatie die Navalny tien jaar geleden aan het begin van zijn politieke carrière oprichtte, heeft aangekondigd dat haar leden zullen doorgaan met hun ‘strijd tegen corruptie, tegen de regerende partij Verenigd Rusland, die van het land steelt, en tegen Vladimir Poetin, die paleizen bouwt met staatsgeld en zijn politieke tegenstanders vermoordt’.
Volgens de Moskouse openbaar aanklager Denis Popov werken deze organisaties ‘aan het scheppen van voorwaarden die kunnen leiden tot destabilisatie van de sociale en politieke situatie, en om die reden kunnen zij als extremistisch worden bestempeld’.
Bulldozer
‘De bulldozer van Justitie is nog maar net begonnen’, schrijft Vedomosti. Navalny’s netwerk zal waarschijnlijk ‘zo niet volledig worden vernietigd, dan toch ten minste ondergronds worden gedreven vóór het eindvonnis van het proces’. Zeer binnenkort zal iedereen die ook maar in de verste verte iets met Navalny’s activiteiten te maken heeft, van extremisme worden beschuldigd.
Kommersant-commentator Dmitri Drize vermoedt dat, indien het vonnis de extremistische aard van de aan Navalny gelieerde structuren erkent, hun aanhangers en donateurs gevangenisstraffen van zes tot acht jaar kunnen krijgen. ‘Dit betekent dat het doen van giften [aan deze organisaties], het openlijk campagne voeren en het steunen van acties strafbaar worden. Als je een onderzoek van Navalny opnieuw post op sociale media, ga je naar de gevangenis.’
Met de parlementsverkiezingen in september in het verschiet, zal ook de verkiezingsstrategie van Navalny’s organisatie, ‘slim stemmen’ genaamd, oftewel stemmen op elke kandidaat die geen lid is van Verenigd Rusland, in het vizier van Justitie komen. Alleen al het feit dat deze strategie wordt bepleit, zal als een uiting van extremisme worden beschouwd.
Volgens Kommersant zou het slecht kunnen uitpakken voor de zittende macht als Navanly’s netwerk gedwongen wordt ondergronds te gaan: ‘Als de onvrede onder de bevolking zich opstapelt en geen uitweg vindt, kan dat [voor de regering] ernstiger gevolgen hebben dan de demonstraties en onderzoeken van Navalny’.
Chamber of Progress, een progressieve denktank in dienst van big tech
‘Chamber of Progress is een nieuwe coalitie binnen de techindustrie die zich inzet voor een progressieve samenleving en economie alsmede progressieve arbeids- en consumentenrechten’, aldus de website van deze Amerikaanse organisatie, die op 29 maart werd gelanceerd.
Een blurb verzekert: ‘Wij zijn niet zomaar een belangengroep. (…) Wij steunen overheidsbeleid dat zal leiden tot een rechtvaardiger en toleranter land, waar alle burgers profiteren van technologische vooruitgang.’
Een lobbygroep? Een denktank? Chamber of Progress lijkt zich op het kruispunt van beide te bevinden. De organisatie wordt gefinancierd door dertien grote techbedrijven, waaronder Amazon, Facebook, Google, Twitter en Uber. ‘De groep voegt zich bij een reeds lange lijst van brancheverenigingen en lobbygroepen in deze sector’, merkt Bloomberg op, ‘nu de praktijken van deze bedrijven onder de loep worden genomen op het gebied van privacy, monopolieposities, arbeidsomstandigheden en in verband met hun rol in desinformatie’.
Het linkse tijdschrift Mother Jones beschrijft de oprichter van de organisatie, Adam Kovacevich, als ‘een voormalige pr-bons bij Google en Lime’ [de marktleider in elektrische scooters]. Kovacevich ‘stond voorheen aan het hoofd van Google’s afdeling externe zaken en managede de regeringsrelaties voor Lime. Vervolgens werkte hij voor de Democraten in Washington’, aldus website Axios.
‘Deze lofzang op linkse waarden verhult een regelrechte verdediging van de voornaamste belangen van de industrie’
Zoals Bloomberg het samenvat, is zijn doel om ‘de Democraten eraan te herinneren dat digitale bedrijven hen steunen bij het verdedigen van progressieve doelen, waaronder stemrecht, het bestrijden van klimaatverandering en het verminderen van ongelijkheid. Dit is wat de Chamber of Progress van plan is te doen, mede door het organiseren van evenementen en het publiceren van opiniestukken in de Amerikaanse pers’.
Mother Jones waarschuwt echter: ‘Deze lofzang op linkse waarden verhult een regelrechte verdediging van de voornaamste belangen van de industrie’.
Volgens de oprichter zal Chamber of Progress ‘zich concentreren op het reageren op voorgestelde regelgeving’, in een context waarin de Democraten (de meerderheid in het Congres) duidelijk kritischer staan tegenover Gafam (Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft) dan de Republikeinen.
Kovacevich ‘wil voorkomen wat hij “extreme maatregelen” noemt, zoals het opsplitsen van techbedrijven’, vervolgt Mother Jones. ‘Hij haalt ook de steun van de Democraten voor vakbondsorganisatoren bij Amazon aan als een punt van zorg.’
Axios merkt op: ‘Lobby’s volgen de macht, dus de opkomst van een centrumlinkse groepering op een moment dat die ideologie domineert in Washington viel te verwachten’.
De beste whisky komt uit Japan
Voor het vijfde jaar op rij zijn de World Whiskies Awards in Engeland gegaan naar een whisky van een Japans merk, Ichiro, dat wordt gemaakt in een kleine distilleerderij in Chichibu, in de buitenwijken van Tokio, bericht de Japanse krant Asahi Shimbun. Elk jaar worden er maar vijfhonderd flessen van deze speciale whisky geproduceerd en verkocht voor een prijs van 198.000 yen – 1504 euro – per stuk.
Draghi’s coronaherstelplan krijgt groen licht
‘Alles liep op rolletjes’, vat Corriere della Sera samen. De twee kamers van het Italiaanse parlement hebben op dinsdag 27 april ‘groen licht’ gegeven voor het coronaherstelplan van de onlangs aangetreden premier Mario Draghi, aldus La Repubblica.
Een ‘zeer grote meerderheid’ stemde voor het plan van 222 miljard euro, dat door de Europese Unie wordt gefinancierd en een dag eerder door de premier werd gepresenteerd. 224 stemmen voor, 16 tegen en 21 onthoudingen in de Senaat; 442 stemmen voor, 19 tegen en 51 onthoudingen in het Huis van Afgevaardigden. Voormalig ECB-voorzitter Draghi sprak van een ‘uitdaging’ die ‘we niet mogen verliezen’ omdat ‘een mislukking ernstig zou zijn voor ons en de toekomst van Europa’. Hij noemde Italië momenteel ‘een van de meest kwetsbare landen in de EU’.
Journalist Maria Ressa wint UNESCO-prijs voor persvrijheid
Het cultuuragentschap van de VN heeft de jaarlijkse prijs voor persvrijheid toegekend aan de Filipijnse journalist Maria Ressa, bericht The Guardian. Door haar journalistieke werk is zij het doelwit geworden van de rechterlijke macht in haar land en van haatcampagnes op internet.
🔴 BREAKING!
Investigative journalist & media executive @mariaressa of the Philippines to receive the 2021 @UNESCO/ Guillermo Cano World #PressFreedom Prize.
— UNESCO 🏛️ #Education #Sciences #Culture 🇺🇳 (@UNESCO) April 27, 2021
Ressa, een voormalig onderzoeksjournalist voor de Amerikaanse zender CNN en hoofd van de binnenlandse zender ABS-CBN News, beheert nu de nieuwswebsite Rappler, waarvan menig bericht de woede van de Filipijnse leider, Rodrigo Duterte, heeft gewekt.
Ze is betrokken geweest bij vele internationale initiatieven ter bevordering van de persvrijheid, en is meerdere malen gearresteerd ‘wegens vermeende misdrijven in verband met de uitoefening van haar beroep’, aldus UNESCO.
‘Maria Ressa’s niet-aflatende strijd voor de vrijheid van meningsuiting is een voorbeeld voor vele journalisten over de hele wereld’, aldus de voorzitter van de internationale jury van de prijs, Marilu Mastrogiovanni. ‘Haar geval is emblematisch voor wereldwijde trends die een reële bedreiging vormen voor de persvrijheid en dus voor de democratie’, voegt de Italiaanse onderzoeksjournalist eraan toe.
Voor $1,1 miljard, circa €910 miljoen, koopt Uber de Amerikaanse alcoholbezorgdienst Drizly. Daarmee breidt Uber de tak voedsel- en andere bezorgdiensten verder uit, schrijft The Verge.
Drizly bemiddelt online voor lokale slijterijen. Het bedrijf schakelt bezorgers in om voor lokale verkopers bezorging af te handelen, vergelijkbaar met Uber Eats. Drizly is nu in ruim 1400 Amerikaanse steden actief.
Suzuki stopt in Myanmar
De Japanse autofabrikant Suzuki heeft de productie in zijn twee autofabrieken in Myanmar stopgezet om de veiligheid van zijn werknemers te kunnen waarborgen na de militaire staatsgreep in het land, een dag eerder. Andere grote Japanse bedrijven in Myanmar, zoals auto-onderdelenfabrikant Denso en Aeon, de grootste retailer in Azië, beraden zich nog.
In de Suzuki-fabrieken in Yangon werken 400 mensen. Het bedrijf levert 60 procent van de auto’s in Myanmar. In 2019 werden er 13.200 verkocht, volgens Japan Times.
Afgelopen maandag nam het leger van Myanmar de macht over van de democratisch gekozen regering van Aung San Suu Kyi. Nadat de partij van Suu Kyi in 2015 met grote overmacht de verkiezingen won en de eerste burgerregering in een halve eeuw aantrad, vestigden steeds meer Japanse bedrijven zich in het land, een groei die ook doorging ten tijde van de vervolging van de Rohingya-moslimminderheid.
Aangetrokken door een potentiële markt van meer dan 50 miljoen mensen telt Myanmar momenteel zo’n 400 Japanse bedrijven.
Twitteraars in India geblokkeerd
In India zijn afgelopen maandag honderden Twitteraccounts, waaronder die van nieuwswebsites, activisten en acteurs, voor meer dan twaalf uur bevroren op verzoek van de regering. Die beschuldigt de gebruikers ervan inhoud te publiceren die aanzet tot geweld.
Het verzoek van de regering aan Twitter kwam na wekenlange protesten van Indiase boeren tegen een nieuwe landbouwwet, aldus The Guardian. De protesten werden vorige week gewelddadig afgebroken toen de oproerpolitie werd ingezet. Een demonstrant werd gedood en honderden mensen raakten gewond, waaronder politieagenten.
Opschorting
Volgens een Indiase regeringswoordvoerder heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken om opschorting gevraagd van ‘bijna 250 Twitter-accounts’. ‘Het bevel werd uitgevaardigd tegen accounts die de hashtag #modiplanningfarmersgenocide [‘Modi plant genocide op boeren’] gebruikten sinds 30 januari’, aldus de overheidsbron.
Onder de geblokkeerde accounts bevinden zich die van de onderzoekssite Caravan India, politiek commentator Sanjukta Basu, activist Hansraj Meena, acteur Sushant Singh en Shashi Shekhar Vempati, de CEO van staatsomroep Prasar Bharti.
Australische gamesector wil steun
Door gebrek aan steun van de federale overheid loopt Australië ver achter bij de ontwikkelingen op het gebied van computergames. Buitenlandse investeerders blijven weg omdat Australië slechts goed is voor een extreem klein deel van een wereldmarkt, die nu zo’n €158 miljard bedraagt. Dit zegt Ron Curry, CEO van de Interactive Games & Entertainment Association in Australië, in Sydney Morning Herald.
‘Elke andere ontwikkelde natie in de wereld heeft stimuleringspakketten van de overheid voor game-ontwikkelaars. Behalve Australië’, aldus Curry.
‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames’
In 2016 pleitte een Senaatscommissie voor belastingvoordelen en directe steun voor de game-industrie, vergelijkbaar met steun die aan andere media wordt gegeven. Belangenorganisaties deden soortgelijke aanbevelingen, maar er is volgens Curry niets van terechtgekomen.
‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames.’ En dat terwijl de lokale industrie binnen tien jaar miljarden dollars waard zou kunnen zijn, als Australië hetzelfde niveau van ondersteuning zou kennen als andere ontwikkelde landen.
Duizenden verlaten Hongkong
Volgens de Amerikaanse nieuwszender ABC News hebben duizenden Hongkongers inmiddels besloten om naar Groot-Brittannië te verhuizen, sinds Beijing afgelopen zomer een strikte nationale veiligheidswet oplegde. Hun aantal zal naar verwachting toenemen tot honderdduizenden.
Sommigen vertrekken uit angst gestraft te worden voor steun aan de prodemocratische protesten die de voormalige Britse kolonie in 2019 overspoelden. Anderen menen dat China’s inbreuk op hun levenswijze en burgerlijke vrijheden ondraaglijk is geworden, en willen in het buitenland op zoek naar een betere toekomst voor hun kinderen. De meesten zeggen dat ze niet van plan zijn ooit terug te gaan.
Het proces zal naar verwachting versnellen nu 5 miljoen Hongkongers in aanmerking komen voor een visum voor Groot-Brittannië, waardoor ze daar kunnen wonen, werken en studeren en uiteindelijk aanspraak kunnen maken op Brits staatsburgerschap. Sinds zondag kunnen aanvragen officieel worden ingediend bij British National Overseas.
Banenverlies in Spanje
De derde coronagolf eist zijn tol op de Spaanse arbeidsmarkt, bericht El País. In januari gingen 218.953 banen verloren en raakten 76.216 mensen hun werk kwijt, zo blijkt uit cijfers die deze week werden gepubliceerd door de ministeries van Werkgelegenheid en Sociale Zaken.
De cijfers suggereren dat de Spaanse economie nog lang zal blijven lijden onder de gevolgen van de pandemie. Bij Spaanse sociale diensten staan nu 3,9 miljoen mensen geregistreerd als werkloos. Daarnaast zijn nog eens 738.969 werkenden met verlof gestuurd. In Andalusië steeg het aantal werklozen in januari het sterkst, met 18.249 geregistreerden, gevolgd door Catalonië (10.470) en Valencia (10.094).
Uruguay gunstige uitzondering
Transparency International heeft de corruptie-index voor 2020 gepubliceerd en die is niet bijster positief over Latijns-Amerika. Uruguay is de grote uitzondering en volgt Canada als beste van Noord- en Zuid-Amerikaanse landen, schrijft MercoPress. Uruguay staat op plaats 21 van de lijst met 180 landen, met een score van 71 van de 100. De eerstvolgende Latijns-Amerikaanse landen zijn Argentinië op plaats 78 en Brazilië (94).
De kop van de ranglijst laat weinig veranderingen zien vergeleken met de vorige index. Nieuw-Zeeland is koploper, gevolgd door Denemarken, Finland, Zwitserland, Singapore, Zweden, Noorwegen, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Canada, het VK en Australië.
Taxichauffeurs in Barcelona moeten zich aan nieuwe kledingvoorschriften houden. Hemdjes, korte broeken en slippers zijn verleden tijd.
Het Institut Metropolità del Taxi (Imet) scherpt de kledingvoorschriften van taxichauffeurs in Barcelona aan. Binnenkort mag deze beroepsgroep geen hemdje, trainingspak, sportkleding, korte broek of bermuda meer dragen tijdens het werk. Ook slippers zijn verboden. De taxichauffeurs zelf zijn wel te spreken over het plan. Op taxistandplaatsen aan de Plaza de Cataluña en de Plaza de Francesc Macià zeggen de chauffeurs dat het gros van hun collega’s netjes gekleed, gaat maar dat een enkeling zich slecht verzorgt, vooral in de zomer, als de hitte toeslaat.
‘En mogen de vrouwen ook geen hemdjes met spaghettibandjes meer dragen?’ vraagt een taxichauffeur zich af. ‘De nieuwe voorschriften zeggen niets over rokken, mogen wij mannen een rok dragen? Ik scheer mijn benen wel, als het moet,’ grapt een ander. ‘En hoofddoeken en haarbanden?’ wil nummer drie weten, ‘daar staat niets over in de nieuwe voorschriften.’
‘Genoeg grappen gemaakt, jongens,’ onderbreekt een taxichauffeur zijn collega’s. ‘Dit is een serieuze zaak. De chauffeurs van Cabify moeten verplicht een pak met stropdas dragen, en ook de Uberchauffeurs zien er tiptop uit. Dat soort details zijn belangrijk. Collega’s met blote armen achter het stuur moeten we niet willen. Dan worden we weggeconcurreerd.’
Het is verboden om tijdens de dienst een T-shirt of een korte (sport)broek te dragen of schoenen aan te hebben die tijdens het rijden gevaar kunnen opleveren
María Teresa Carillo, manager bij Imet, legt uit dat de raad van bestuur tijdens zijn laatste vergadering een aanpassing van artikel 42 van het taxireglement heeft aangenomen, omdat de huidige regels te veel aan de interpretatie van de inspecteur van dienst overlieten. De oude voorschriften dateren van vijftien jaar geleden en zijn vrij algemeen geformuleerd: taxichauffeurs dienen zich te kleden conform de huidige sociale standaarden, hun kleding mag niet stinken of vies zijn. Het is verboden om tijdens de dienst een T-shirt of een korte (sport)broek te dragen of schoenen aan te hebben die tijdens het rijden gevaar kunnen opleveren.
Alberto Álvarez, woordvoerder van Élite Taxi, de belangrijkste brancheorganisatie, juicht het initiatief van Imet eveneens toe. ‘De branche is wakker aan het worden. Er zijn steeds meer bedrijven die ook oog hebben voor dit soort details. Lastig alleen is dat Imet maar vier inspecteurs in dienst heeft, die overigens uitstekend werk leveren, maar hun kwaliteitseisen nauwelijks kunnen waarborgen.’ Imet laat weten dat hun inspecteurs vorig jaar 550 waarschuwingen hebben uitgedeeld aan taxichauffeurs die er slonzig uitzagen. Vijf van hen kregen een boete die tussen de 60 en 250 euro lag. Imet is niet van plan de boetes te verhogen met de invoering van nieuwe taxiregels.
‘Ons doel is het kwaliteitsimago van onze taxi’s te benadrukken,’ zegt Imet-manager Carrillo. ‘Deze taxiregels zijn duidelijker en kunnen efficiënter worden toegepast. Zo kunnen vrouwen en werknemers met een andere culturele achtergrond makkelijker toetreden tot de taxibranche.’ Mesa Técnica del Taxi, de organisatie waarin alle taxichauffeurs worden vertegenwoordigd, is het eens met de maatregel. ‘We gaan continu inspecteren en zullen nauwlettend in de gaten houden of deze regels worden nageleefd.’
Zomerpolo’s
De wereld van de taxidiensten is aan het veranderen. Taxi Ecològic, Radio Taxi Sant Cugat, Taximés: er zijn steeds meer taxibedrijven die zich willen onderscheiden. ‘Wij dragen sinds vijf maanden onze eigen T-shirts,’ zegt Pedro Barrera van Taxi Ecològic, ‘en over een paar maanden introduceren we onze zomerpolo’s. Er hebben zich al meer dan driehonderd taxichauffeurs bij ons aangesloten. Iedereen draagt nette schoenen en een bandplooibroek in gedekte kleuren. En al onze auto’s zijn hybride of elektrisch. We willen een merk zijn. Daarom hebben we een eigen autoparfum. Wij willen dat onze klanten in onze taxi’s de Middellandse Zee ruiken.’ Om deze reden liet men een exclusieve bedrijfsgeur ontwikkelen. Die heeft het bedrijf vijf maanden geleden geïntroduceerd.
Na het dodelijke ongeluk met een zelfrijdende auto van Uber in Arizona, laait het debat over de veiligheid van de voertuigen weer op.
JA
Voor het eerst heeft een zelfrijdende auto een voetganger doodgereden. Een vrouw in Arizona overleed nadat ze was aangereden door een Uber-auto. Hoe kon dat gebeuren? Zelfrijdende auto’s waren toch veiliger dan auto’s bestuurd door feilbare mensen? Of zijn ze dat ook? Zoals veel mensen schreven op sociale media, werden er in 2016 meer dan 37.000 mensen gedood door auto’s met menselijke bestuurders. Daarbij vergeleken is één dode voetganger, hoe droevig ook, nog niet zo’n slechte score. Maar hoe aantrekkelijk dit argument misschien ook klinkt, het is helaas onjuist.
Dodelijke auto-ongelukken worden berekend op basis van afgelegde ‘voertuigkilometers’. In 2016 was er 0,73 dode te betreuren voor elke 100 miljoen kilometer die Amerikaanse auto’s reden. Dat klinkt als heel weinig, maar aangezien alle Amerikaanse auto’s in dat jaar samen zo’n 5 biljoen kilometer aflegden, komt dat toch neer op tienduizenden doden. Om uit te vinden of zelfrijdende auto’s veiliger zijn dan traditionele, moeten we weten hoeveel kilometers zij reden voordat ze hun eerste dodelijke ongeluk maakten. Het antwoord is: veel minder dan 100 miljoen. Marktleider Waymo maakte kort geleden bekend zijn 6 miljoenste kilometer op de weg te hebben afgelegd. Die ritjes vonden veelal plaats in westelijke Amerikaanse staten, waar de rijomstandigheden gunstig zijn. Uber haalde onlangs met zijn autonome programma de 3 miljoen kilometer. Er werken ook andere bedrijven aan autonome voertuigen, maar al hun ritjes bij elkaar opgeteld komen lang niet aan de 100 miljoen.
Eén dode bij dit geringe aantal gereden kilometers wijst er niet bepaald op dat zelfrijdende auto’s veiliger zijn dan mensen. Integendeel: het lijkt eerder een flinke stap terug te zijn
Eén dode bij dit geringe aantal gereden kilometers wijst er niet bepaald op dat zelfrijdende auto’s veiliger zijn dan mensen. Integendeel: het lijkt eerder een flinke stap terug te zijn.
Dat wil niet zeggen dat we het autonome rijden maar beter kunnen vergeten. Er zijn allerlei andere voordelen aan verbonden, en het is de moeite waard om daaraan te blijven werken, ongeacht of deze auto’s op het moment misschien minder veilig zijn dan auto’s met menselijke chauffeurs.
We weten niet eens goed welke veiligheidsrisico’s er aan deze manier van rijden verbonden zijn. De veelgehoorde bewering dat zelfrijdende auto’s veiliger zijn dan door mensen bestuurde auto’s mag dan ongefundeerd zijn – maar een tegenreactie die roept dat ze duidelijk gevaarlijker zijn, is dat evengoed.
Gelukkig kan software verbeterd worden, en als zelfrijdende auto’s momenteel nog niet veiliger zijn dan door mensen bestuurde, dan zijn ze dat op een dag zonder twijfel wel. We hebben die toekomst alleen geen dienst bewezen door de indruk te wekken alsof we al zo ver zijn. Als we mensen gaan vertellen dat zelfrijdende auto’s hartstikke veilig zijn, en dat blijkt dan niet het geval, dan kan dat een felle tegenreactie uitlokken. Het uiteindelijk resultaat kan zijn dat zij, nog voordat ze zichzelf kunnen bewijzen, van de weg gehaald worden.
Megan McArdle werkt voor de opinieredactie van The Washington Post. Eerder schreef ze voor onder meer The Economist,The Atlantic,Newsweek/The Daily Beast en Bloomberg View.
1. Megan McArdle; 2. Michael Krüger.
NEE
Vroeger of later moest het gebeuren. Voor het eerst heeft een zelfrijdende auto een mens gedood. Een testauto van het taxibedrijf reed een vrouw op de fiets aan, die kort daarna overleed. Software-ontwikkelaars en managers waarschuwden al lang dat dit stond te gebeuren, al schreeuwden ze het niet van de daken. De interactie tussen de vele verkeersdeelnemers is immers zo complex dat een ongeluk onmogelijk valt uit te sluiten.
Degenen die sceptisch zijn over zelfrijdende auto’s zullen dit als een bevestiging zien. Ze kunnen zelfs nog een argument aan hun principiële bezwaren toevoegen. Hier ging het immers niet om de situatie waar ethici zo vaak over spreken, dat de computer moet beslissen of een onvermijdelijke botsing nu de overstekende vrouw, een willekeurige omstander of de passagier zelf treft.
Toch bewijs je de verkeerszekerheid geen dienst als je dit ongeval aangrijpt om nu een kruistocht tegen de zelfrijdende auto te beginnen. Want over één ding zijn ingenieurs, verkeersveiligheidsexperts en verzekeringswiskundigen het eens: de sensoren of de software van een robotauto maken misschien wel fouten, maar de kans dat een menselijke bestuurder dat doet ligt dramatisch veel hoger.
Experts gaan ervan uit dat het aantal ongelukken met negentig procent zou dalen als alleen computers auto’s zouden besturen
Experts gaan ervan uit dat het aantal ongelukken met negentig procent zou dalen als alleen computers auto’s zouden besturen. Aan dit cijfer ligt een simpele observatie ten grondslag: negentig procent van alle ongelukken zijn te wijten aan menselijke fouten.
Een computerchauffeur is zo veel betrouwbaarder dan zijn menselijke tegenhanger dat je je eigenlijk niet moet afvragen of computers auto’s mogen besturen, maar waarom ze dat nog steeds niet doen.
Bij het recente ongeluk met de Uber-testauto uitte de politie na een eerste inspectie van het bewijsmateriaal twijfel of een menselijke bestuurder dit ongeluk wel had kunnen verhinderen. De vrouw duikt op de beelden van de camera van de Uber-auto pas in de allerlaatste seconde op. Politiechef Sylvia Moir vertelde de San Francisco Chronicle dat de video laat zien dat ‘de vrouw direct uit de schaduw de rijweg’ op kwam. ‘Het is duidelijk dat deze botsing in alle gevallen, of het nou met een autonome of een door een mens bestuurde auto was, moeilijk te voorkomen was geweest.’ Het is overigens ook aan de moderne techniek te danken dat de oorzaken van dit ongeluk precies kunnen worden opgehelderd (en in de toekomst in vergelijkbare situaties met extra programmaregels eventueel verhinderd). Een bestuurder van vlees en bloed was waarschijnlijk pas na ruggespraak met zijn advocaat met een zorgvuldig geformuleerde statement gekomen, om zo te proberen zijn verantwoording voor het ongeluk te ontlopen.
Technologiereuzen uit Silicon Valley zijn huiverig om naar de beurs te gaan omdat ze vinden dat de markten te zeer zijn gefocust op de korte termijn. Daarom willen ze een nieuwe Long-Term Stock Exchange.
Hightechspecialisten uit Silicon Valley klagen dat aandelenmarkten lijden onder een te beperkte focus op kortetermijninkomsten en -winsten.
Om daar iets aan te doen is nu onder de naam Long-Term Stock Exchange een nieuwe instelling gelanceerd, die ondernemingsbestuur, investeringen en handel anders wil gaan organiseren. Topfiguren uit de Valley als durfkapitalist Marc Andreessen en medeoprichter van LinkedIn Reid Hoffman steunen het initiatief; de LTSE zegt binnenkort officiële toestemming aan te zullen vragen om al eind dit jaar de jongste Amerikaanse aandelenbeurs te kunnen worden.
‘Het enige wat er nu toe doet is: “Wat heb je Wall Street verteld en hoeveel heb je verdiend?’’,’ zegt Margit Wennmachers, partner bij Andreessens Californische bedrijf Andreessen Horowitz. ‘Ze hebben geen boodschap aan virtual reality of zelfrijdende auto’s en ook je langetermijnstrategie boeit ze niet.’
Volgens oprichter en CEO van de LTSE Eric Ries zou een aandelenbeurs die langetermijndenken stimuleert een oplossing kunnen zijn. Schrijver en start-upgoeroe Ries speelde in zijn boek The Lean Startup uit 2011 voor het eerst met het idee van zo’n aandelenbeurs.
Loyaiteitsstemrecht
Belangrijkste kenmerk van het systeem is dat de stem van aandelen zwaarder gaat wegen naarmate investeerders ze langer in hun bezit hebben. Alle aan deze beurs genoteerde bedrijven zullen dit principe van ‘loyaiteitsstemrecht’ moeten gaan gebruiken. Daarnaast zijn er nog talloze andere regels, zoals een verbod om de beloning van directieleden aan de kortetermijnresultaten van het bedrijf te koppelen.
Wordt de LTSE een succes, dan zou dat voor technologiereuzen als Airbnb en Uber, die nu nog in private handen zijn, een reden kunnen zijn om naar de beurs te gaan. Marktanalisten en toezichthouders vrezen namelijk dat de stap naar de beurs voor veel bedrijven momenteel niet erg aantrekkelijk is.
Sceptici vragen zich echter af of de LTSE niet gewoon een nieuwe manier voor de oprichters van de grote Silicon Valley-bedrijven en enkele grote investeerders is om de controle uit handen van andere aandeelhouders te houden.
Groen licht
De LTSE wordt opgericht met geld van een aantal durfkapitaalfondsen, waaronder Peter Thiels Founders Fund, Andreessen Horowitz, SV Angel en Greylock Partners, naast individuele investeerders als voormalig Twitter-baas Dick Costolo, AOL-medeoprichter Steve Case en Andrew Mason, oprichter van Groupon. Het bedrijf zegt 19 miljoen dollar te hebben opgehaald bij in totaal zeventig investeerders.
Hoffman vertelt dat hij zou willen dat de LTSE al bestaan had toen LinkedIn in 2011 naar de beurs ging. ‘Dan had ik de raad van bestuur sterk aangeraden om een notering aan de LTSE te krijgen,’ aldus Hoffman. Hij investeerde in het project via investeringsbedrijf Greylock, waarvan hij partner is.
Nu moet de LTSE bureaucraten in Washington ervan overtuigen de onorthodoxe aanpak groen licht te geven. Een aanvraag bij de Securities and Exchange Commission, om de status van aandelenbeurs te krijgen, is in de maak.
De LTSE wordt meer dan alleen een plek om in aandelen te handelen. Het staat voor een hele nieuwe benadering van het ondernemingsbestuur
Door de probusinessagenda van het Witte Huis is die aanvraag kansrijk. De door Trump benoemde bestuursvoorzitter van de SEC, Jay Clayton, zegt zich zorgen over te maken over de sterke afname van het aantal Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven in de afgelopen twintig jaar, met wel vijftig procent. Die afname komt vooral doordat bedrijven vaak langer in private handen blijven.
‘De timing had niet beter kunnen zijn,’ vertelt voormalig NASDAQ-ondernemer John Jacobs, die nu doceert aan de McDonough School of Business van Georgetown University.
Ries vertelt dat hij twee jaar lang verkennende gesprekken met het SEC voerde en bemoedigende reacties ontving van de toezichtsinstantie. Toch blijft het enorm lastig om toestemming voor een nieuwe beurs te krijgen; het proces kan meer dan een jaar vergen.
De LTSE wordt meer dan alleen een plek om in aandelen te handelen. Het staat voor een hele nieuwe benadering van het ondernemingsbestuur, waarbij bedrijven verplicht worden om loyaliteitsstemrecht in te voeren, naast allerlei andere beleidsmaatregelen die te maken hebben met de beloning van bestuurders, openheid en toezicht.
De bonussen van directieleden mogen bijvoorbeeld niet afhangen van financiële targets met een looptijd van minder dan een jaar. En als de directie in aandelen betaald krijgt, komen die pas na vijf jaar definitief in hun bezit. Weliswaar moeten aan de LTSE genoteerde bedrijven nog steeds hun kwartaalcijfers bekendmaken – een vereiste van de SEC –, maar ze mogen daarbij geen voorspellingen doen over toekomstige verdiensten, een praktijk die volgens critici kortetermijndenken in de hand werkt. In principe krijgt elke aandeelhouder van een aan de LTSE genoteerd bedrijf loyaliteitsstemrecht. Investeerders die meedoen, zien het stemrecht van hun aandelen in tien jaar langzaam groeien tot maximaal tien keer het stemgewicht van gewone aandelen. Worden de aandelen verkocht, dan begint de nieuwe eigenaar weer met het aanvankelijke lage stemgewicht.
Hoe dan ook de moeite waard
Volgens Ries zullen zulke algemene regels een ecosysteem doen ontstaan waarin bedrijven met een langetermijnvisie kunnen floreren. ‘Zelfs als dit mislukt, gaan we strijdend ten onder voor een goede zaak,’ zegt hij. ‘Dit experiment is hoe dan ook de moeite waard.’
Niet iedereen is het met de benadering eens. De manier van stemmen zal de aandelenprijzen van alle bedrijven in de LTSE omlaagbrengen, denkt voormalig CEO van de American Stock Exchange Neal Wolkoff. ‘Mensen zullen niet graag aandelen in een bedrijf willen kopen waar het management zich zo verschanst,’ zegt hij.
Maar Ries bestrijdt dat de LTSE goed is voor de oprichters van bedrijven en slecht voor alle anderen. Hij vindt het loyaliteitsstemrecht beter dan de oplossing die sommige andere bedrijven uit Silicon Valley aandragen: het beperken van het stemgewicht van gewone aandeelhouders door twee of meer klassen aandelen te hanteren.
Zo heeft het bedrijf Snap Inc. een controversiële aandelenstructuur met meerdere klassen; aandeelhouders die op de New Yorkse aandelenbeurs gewone aandelen kopen, hebben zelfs helemaal geen stemrecht. ‘Dat vinden wij geen goed idee,’ zegt Ries. ‘Absolute monarchieën hebben het in het verleden niet al te best gedaan.’
De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn, dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.
In de zogenaamde gig-economie, worden werknemers niet door werkgevers aangestuurd, maar door een algoritme dat met ze communiceert via hun smartphone. Is dat bevrijdend, of biedt het juist een ‘fantastische kans voor grove uitbuiting’?
Het Londense zijstraatje weergalmt van het gebrul van motorfietsen en het geloei van toeters. Een jongeman schreeuwt schor door een megafoon: ‘Ja, hierdoor komen ze in de problemen! Want wij komen ook in de problemen! Dat geld hebben we nodig om te leven!’ Tientallen mannen in T-shirt en spijkerbroek juichen en laten hun toeter of fietsbel horen. Veel deelnemers aan de demonstratie hebben een vel papier op hun rug geplakt waarop staat: ‘Wij zijn mensen, geen Uber-werktuig!’
Deze protestdemonstratie bij het Zuid-Londense kantoor van UberEats is een van de eerste arbeidsconflicten in de zogenaamde gig-economie [deeleconomie] van de city. Het is een vreemde actie. Dit zijn werknemers zonder werkplek, die staken tegen een bedrijf dat niet hun werkgever is. Ze worden niet door mensen aangestuurd, maar door een algoritme dat met ze communiceert via hun smartphone. En hun opstand is gericht tegen een app-update.
Net als veel andere ervaren koeriers heeft Manou zijn baan bij een andere bezorgdienst opgezegd omdat Uber beter betaalde. Niet meer dus
UberEats werd afgelopen juni in Londen gelanceerd, met de belofte ‘Het eten waar je zin in hebt, van je favoriete Londense restaurants, Uber-snel bezorgd.’ Aanvankelijk bood UberEats een loon van 20 pond [22 euro] per uur om zelfstandige koeriers te trekken die maaltijden van restaurants naar klanten brachten. Maar naarmate het aantal klanten steeg, ging het bedrijf het loon verlagen. Na een paar maanden verdienden de koeriers een stukloon volgens een ingewikkelde formule: 3 pond 30 per levering plus 1 pond per mijl, min 25 procent ‘Uber-servicekosten’, plus een ‘rittoeslag’ van 5 pond. Toen, op een dag, ontdekten de koeriers dat de app alweer een update had gehad. De ‘rittoeslag’ was verlaagd en bedroeg nu 4 pond voor bestellingen rond lunchtijd doordeweeks en voor het avondeten in het weekend, en 3 pond voor doordeweekse avonden en lunchtijd in het weekend. Buiten die periodes was hij helemaal afgeschaft.
‘Ze hebben ons belazerd,’ brult een man boven het geraas uit, hangend over het stuur van zijn motorfiets. Net als veel andere ervaren koeriers heeft Manou zijn baan bij een andere bezorgdienst opgezegd omdat Uber beter betaalde. Niet meer dus. ‘Ze geven ons het gevoel dat ze ons kunnen gebruiken en ons dan gewoon kunnen dumpen om nieuwe machines te bouwen,’ zegt hij. Imran Siddique, een van de leiders van de demonstratie, vertelt hoe ellendig hij zich voelt, omdat hij andere koeriers heeft overgehaald om zich ook bij UberEats te melden, voordat het bedrijf de betaling veranderde. ‘Als ze niet met een oplossing komen, zal deze staking zich als een bosbrand verspreiden.’
Het lijkt lastig om medestanders te verzamelen als je niet weet wie je collega’s zijn. Maar daar weten de koeriers wel raad mee. Ze openen hun app als klant en bestellen een maaltijd. Als UberEats-koeriers met hun pizza’s op de plek aankomen waar hun app ze heen heeft gedirigeerd, vertellen de stakers over het protest en roepen ze op om mee te doen. Hallo, algoritmisch management, maak kennis met algoritmisch actievoeren.
Algoritmisch management
Niemand weet precies hoe groot de gig-economie wereldwijd is, maar in de VS verdienen zo’n 800.000 mensen op deze manier geld – via online bemiddelaars als TaskRabbit, Lyft, Uber en Deliveroo – zonder bij iemand in dienst te zijn. De term ‘algoritmisch management’ werd vorig jaar gemunt door mensen van het Human-Computer Interaction Institute van de Carnegie Mellon University. Volgens hen is het deze innovatie die de gig-economie mogelijk maakt. Voor bedrijven als Uber, dat als missie heeft om ‘vervoer even betrouwbaar te maken als stromend water’, vormt algoritmisch management de oplossing van een probleem: hoe kun je een groep losse medewerkers die je niet in dienst hebt, zo controleren en aansturen dat hun dienstverlening snel, foutloos en gestandaardiseerd is?
Volgens voorstanders van algoritmisch management biedt de methode nieuwe kansen voor werkgelegenheid, een betere en goedkopere dienstverlening aan de consument, transparantie en eerlijkheid op dat gedeelte van de arbeidsmarkt waar inefficiëntie, ondoorzichtigheid en grillige menselijke bazen de dienst uitmaken. Maar de wilde stakingen in de Londense gig-economie hebben laten zien dat een deel van die losse arbeidskrachten genoeg krijgt van de tegenstelling tussen ‘eigen baas zijn’ en strak gemanaged worden door de smartphone in je broekzak.
De hoofdkantoren van de techbedrijven Lyft (links) en Uber in San Francisco.
Bezorger Bhone Kyaw staat al een halfuur stil op straat, als zijn telefoon tjilpt. Het is een zwoele maandagavond in de chique Londense wijk St. John’s Wood en eindelijk beginnen de orders binnen te komen. Kyaw is een van de 20.000 zelfstandige koeriers die werken voor Deliveroo, een maaltijdbezorgdienst die in 2013 door de voormalige bankier en investeerder Will Shu in Londen werd opgericht. Inmiddels is het bedrijf actief in 84 steden in 12 landen en onlangs heeft het 275 miljoen dollar opgehaald bij investeerders, zodat het totale budget bijna een half miljard dollar is, en daarmee is Deliveroo een van de best gefinancierde start-ups van Europa.
Kyaw, een jongensachtige dertiger, rijdt nu zo’n negen maanden voor Deliveroo. Hij werkt veertig tot vijftig uur per week, verdeeld over zes dagen en verdient tussen de 400 en 450 pond, waar dan nog belastingen en verzekering en onderhoud van zijn motor vanaf moeten. In de meeste delen van Londen maakt Deliveroo dienstroosters, waar de koeriers zich een week van tevoren op vastleggen. Ze moeten minstens twee van de drie weekendavonden werken (al zegt Deliveroo dat diensten eventueel geruild kunnen worden). Ze krijgen 7 pond per uur, plus 1 pond per levering en fooien en benzinegeld.
Een veegbalkje zegt “Accepteer bezorging”. Dat is de enige keuze
Kyaw rukt zijn telefoon tevoorschijn. De app verwacht van hem dat hij binnen dertig seconden op een nieuwe bestelling reageert. Het scherm toont een kaart en het adres van de plaatselijke Carluccio’s, een keten Italiaanse restaurants. Een veegbalkje zegt ‘Accepteer bezorging’. Dat is de enige keuze. Het algoritme vertelt hem pas op welk adres de bestelling bezorgd moet worden als hij de maaltijd bij Carluccio’s heeft opgehaald. Deliveroo-koeriers krijgen een redelijk klein werkgebied toegewezen, maar volgens Kyaw ligt het afleveradres soms ver buiten zijn zone.
Je kunt een bestelling alleen weigeren door de bezorgerslijn te bellen. ‘Daar zeggen ze dan: “Nee, je moet het wel doen, je hebt het eten al opgehaald.’’ Als je het eten terug wilt brengen naar het restaurant, noteren ze dat als een weigering van de koerier – dat is slecht.’
Hoezo slecht? Het algoritme van Deliveroo houdt de koeriers scherp in de gaten en stuurt ze elke maand een gepersonaliseerde ‘beoordeling op dienstverlening’, met hun gemiddelde ‘order-acceptatietijd’, ‘reistijd naar restaurant’, ‘reistijd naar klant’, ‘tijd bij klant’, ‘te laat afgeleverde bestellingen’ en ‘niet aangenomen bestellingen’.
Het algoritme vergelijkt de prestatie van elke koerier met zijn eigen geschatte tijd. Een voorbeeld van een van Kyaws beoordelingen: ‘Je gemiddelde reistijd naar klant lag onder onze schatting, wat betekent dat je op dit onderdeel aan het vereiste serviceniveau voldoet. Het verschil was gemiddeld -3,1 minuut.’
Rapport
Chauffeurs voor de taxi-app van Uber, waarvan er zo’n miljoen over de hele wereld zijn, worden via eenzelfde algoritme aangestuurd. Ze kiezen zelf wanneer ze willen werken, maar als ze eenmaal op de app inloggen, hebben ze maar tien tot twintig seconden om te reageren op ‘ritverzoeken’ die door het algoritme naar ze doorgestuurd worden. Ze komen de uiteindelijke bestemming van de passagiers pas te weten als ze ze hebben opgehaald. Als chauffeurs drie verzoeken achter elkaar missen, worden ze automatisch voor twee minuten uitgelogd. Uber stuurt de chauffeurs wekelijks een rapport waarin onder andere staat hoeveel ritten ze hebben aangenomen en hoe hoog hun gemiddelde klantwaardering is (op een schaal van vijf). Uber ‘deactiveert’ chauffeurs waarvan de scores te laag worden, al komt dat volgens het bedrijf ‘uiterst zelden’ voor.
Bij de stukken die werden ingediend tijdens een proces van de chauffeursvakbond tegen Uber in Londen, zat een e-mail aan chauffeur Ashley DaGama: ‘Hallo, we willen je graag een vrolijke kerst wensen en een gelukkig nieuwjaar. We zijn nu bezig met de planning voor 2014 en we willen jou ook graag weer inschakelen. Maar daarvoor moeten we wel verbetering zien in je huidige prestaties.’ Twee weken later stuurde Uber weer een e-mail om te melden dat zijn scores niet genoeg verbeterd waren en dat zijn account per direct was ‘gedeactiveerd’.
Algoritmisch aansturen klinkt misschien als toekomstmuziek, maar er klinken griezelige echo’s uit het verleden in door. Honderd jaar geleden veroverde een nieuwe theorie, ‘wetenschappelijk management’, de fabrieken van Amerika. Het was het geesteskind van Frederick W. Taylor. Hij zag in fabrieken arbeiders die zo langzaam mogelijk werkten, en werkgevers die zo weinig mogelijk betaalden. Dat was in zijn ogen erg inefficiënt en hij wilde ‘regels, wetten en formules instellen, die het eigen oordeel van de individuele arbeider vervangen’.
Om dat te bereiken stuurde hij managers met stopwatch en aantekenboek de werkvloer op. Zij observeerden, timeden en noteerden elk stadium van elk werkproces en bepaalden hoe dat het efficiëntst kon worden uitgevoerd. In zijn boek Scientific Management, dat in 2011 verscheen, schreef Taylor: ‘Het allerbelangrijkste in het moderne management is misschien wel de taakomschrijving. Deze schrijft niet alleen voor welke taak iemand moet uitvoeren, maar ook hoe hij die moet uitvoeren en hoe lang hij er precies over mag doen.’
Taylors wetenschappelijk management nam een grote vlucht en verbeterde de productiviteit van de enorme fabrieken in het begin twintigste-eeuwse Amerika. En de erfenis ervan is zichtbaar in de fabrieken, call centers en magazijnen van vandaag, al heeft nieuwe technologie de plaats ingenomen van Taylors instructiekaarten en stopwatches. Jeremias Prassl, hoogleraar Rechten in Oxford, ziet de algoritmisch-managementtechnieken van Uber en Deliveroo als taylorisme 2.0. ‘Algoritmes bieden een mate van controle en overzicht waarvan zelfs de meest fanatieke tayloristen niet durfden te dromen, zegt hij.
Shopperopbrengst
Het volgende terrein waarop het algoritmisch management zich waagt, is de traditionele dienstverlening in winkels en restaurants. Een van de bedrijven in Silicon Valley die zich daarop richt, is Percolata. Dit technologiebedrijf heeft veertig retailketens als klant, waaronder modeketen Uniqlo en supermarktbedrijf 7-Eleven. Het installeert in winkels sensoren die bijhouden hoeveel en wat voor type klanten de winkel in- en uitgaan, combineert dat met data over de hoeveelheid verkochte artikelen per winkelmedewerker, en berekent vervolgens de ‘werkelijke productiviteit van een winkelmedewerker’, zoals Percolata het zelf noemt. Dat cijfer heet dan ‘shopper-opbrengst’ of ‘verkoop gedeeld door traffic’.
Percolata voorziet het winkelmanagement van een lijst waarop de medewerkers staan gerangschikt van laagste naar hoogste ‘shopperopbrengst’. Met behulp van het algoritme maakt het bedrijf van elke medewerker een profiel – wanneer doet hij of zij het goed? Wanneer niet? Het laat zien of iemand misschien beter werk levert in combinatie met bepaalde collega’s, en slechter in combinatie met andere. Het houdt rekening met het weer, de hoeveelheid traffic op de website van de winkel en andere signalen die iets zeggen over het aantal klanten dat naar de winkel komt. Dan stelt het voor elk kwartier van de dag een rooster op met de voor de verkoop optimale mix aan personeel. De manager drukt op een knop en het rooster gaat naar de persoonlijke smartphones van de medewerkers. Mensen met de hoogste shopperopbrengst krijgen meestal meer uren dan de anderen. Sommige bedrijfsleiders van winkels printen de prestatielijst uit en hangen die in de kantine. ‘Dat verhoogt de onderlinge ambitie: als ik meer uren wil, moet ik wel een tandje bijzetten,’ verklaart Greg Tanaka, de 42-jarige oprichter van Percolata.
Het bedrijf doet ook ‘vergelijkend onderzoek’, waarbij het twee winkels neemt die sterk op elkaar lijken en bij één daarvan het systeem invoert. Tot nu toe wijzen de data erop dat het algoritme de verkoop met 10 tot 30 procent kan verhogen, volgens Tanaka. ‘Het ironische is dat we niet de banen van de verkoopmedewerkers automatiseren, maar die van de managers, en het blijkt dat ons algoritme beter werk levert dan zij.’
‘Een en dezelfde regel voor iedereen zou wel eens minder billijk kunnen uitvallen dan subtiel menselijk beoordelingsvermogen’
Beter voor de werkgever? Of beter voor de medewerkers? Voor allebei, beweert Tanaka. Anders dan menselijke bedrijfsleiders geven algoritmes geen extra uren aan mensen die ze aardig vinden, of die familie van ze zijn, of die op hen lijken. Tanaka levert voortdurend strijd tegen de ‘ongelooflijke vooroordelen’ van managers die zijn zo zorgvuldig uitgebalanceerde roosters willen aanpassen. ‘Dan denkt zo’n bedrijfsleider: Hee, degene met wie ik het best kan opschieten, werkt niet als ik werk, dus ik zal dat rooster even veranderen. En alleen al door dat te doen loopt hij procentpunten aan verkoop mis.’
Volgens Tanaka is zijn algoritme een betrouwbaarder baas omdat het de vraag beter kan voorspellen: medewerkers melden in de app wanneer ze beschikbaar zijn en krijgen hun rooster van tevoren toegestuurd. Ze hebben geen last van de chaos in veel retailbedrijven, waar medewerkers soms vroeg naar huis worden gestuurd omdat het onverwacht stil is in de winkel of thuis moeten zitten wachten tot ze een telefoontje krijgen om te komen werken.
Niet iedereen gelooft in het idee dat een algoritme mensen eerlijk behandelt. ‘Dat kun je niet serieus nemen,’ zegt Guy Standing, hoogleraar ontwikkelingsonderzoek aan de School of Oriental and African Studies van de University of London, die zich bezighoudt met het onderwerp los werk. ‘Een en dezelfde regel voor iedereen zou wel eens minder billijk kunnen uitvallen dan subtiel menselijk beoordelingsvermogen.’
Stukloon
Percolata kan een maand van tevoren de vraag voorspellen en de medewerkers daarnaar inroosteren, maar Tanaka gelooft dat retailbanen uiteindelijk zo flexibel zullen meebewegen met de vraag dat ze deel worden van de gig-economie. Zou het niet beter zijn om mensen meer te betalen voor de tijd waarin ze echt productief zijn? vraagt hij zich af. ‘Dat is wat Uber doet: zij betalen mensen ook niet om in hun auto te zitten wanneer daar verder niemand anders in zit.’
Deliveroo heeft onlangs ook voor deze benadering gekozen. Het bedrijf is in enkele delen van Londen een proef gestart met een nieuw systeem, waarbij koeriers niet van tevoren worden ingeroosterd, maar kunnen inloggen wanneer ze zelf willen. Daar staat tegenover dat ze een stukloon betaald krijgen: 3,75 pond per bezorging. Het levert ze flexibiliteit op, maar het betekent ook dat ze zelf het financiële risico dragen – dat voorheen voor het bedrijf was – van onbetaald staan wachten als er weinig vraag is.
Dat is prima voor iemand als Anja Bosio, een eenentwintigjarige studente die voor Deliveroo rijdt omdat ze van fietsen houdt en die voornamelijk in de drukke uren werkt. Vroeger werkte ze als serveerster, maar ze vindt het prettiger om in haar eentje op pad te gaan voor opdrachten die via haar telefoon binnenkomen. ‘Als serveerster liep ik voortdurend over mijn schouder te kijken. Dit is een stuk ontspannener.’
Maar het nieuwe beloningssysteem heeft andere koeriers wél in problemen gebracht, zoals Bhone Kyaw, voor wie Deliveroo een fulltimebaan is. Hij en zijn partner hebben twee kleine kinderen; zij werkt ook voor Deliveroo, maar alleen in het weekend, als haar moeder op de kinderen kan passen. ‘Wij kunnen echt niet leven van £ 3,75 per bestelling,’ zegt hij. Hij heeft meegedaan aan een wilde staking van Deliverookoeriers die – met hulp van de vakbond voor zelfstandigen – het management tot enkele concessies wist te dwingen: een gegarandeerd aantal bestellingen per uur tijdens piekuren in de proefperiode en een belofte dat wie niet aan de proef deel wilde nemen, in een andere zone kon gaan werken.
Maar Kyaw vreest dat Deliveroo het nieuwe systeem na het aflopen van de proef gewoon zal doorvoeren. Eerder die ochtend had hij drie uur gewerkt en vijf bestellingen gekregen. Volgens het oude systeem zou hij daarmee 26 pond hebben verdiend; volgens het nieuwe maar 18,75 pond.
Een paar maanden geleden werd hij aangereden op zijn motorfiets en hij moest de reparatie daarvan zelf betalen, omdat de verzekering van de schuldige partij de schade niet dekte. Hij was gewond aan zijn knieën en ellebogen en kon een week lang niet werken. ‘We hebben op zijn minst een vangnet nodig voor onze verdiensten, om onze motor te onderhouden, de verzekering te betalen, de huur, de vaste lasten.’ Is het onterecht dat koeriers Deliveroo proberen te gebruiken als fulltimebaan, terwijl het bedrijf daarop duidelijk niet is ingericht? Nee, houdt Kyaw vol. Deliveroo heeft hem als werknemer behandeld toen dat het bedrijf goed uitkwam. Bijvoorbeeld toen hij afgelopen maart griep kreeg en een e-mail stuurde om te melden dat hij niet kon werken. Deliveroo mailde hem: ‘Omdat u zonder bericht niet beschikbaar bleek heb ik besloten uw overeenkomst met Deliveroo te beëindigen… We betalen u uw borg niet terug en wachten met het betalen van uw laatste honorarium tot u uw opzegtermijn hebt volgemaakt, uw uitrusting hebt ingeleverd en hebt laten zien dat u alle Deliveroostickers van uw bezorgkoffer hebt verwijderd.’
Toen Kyaw screenshots had gestuurd waaruit bleek dat hij zich wel ziek had gemeld, namen ze hem weer aan. ‘Ze behandelen je als werknemer, dus hoe kunnen ze zeggen dat je zelfstandige bent?’ In zijn ogen heeft Deliveroo wel de macht van een werkgever, maar niet de verantwoordelijkheid.
Volgens sommige deskundigen oefenen bedrijven met dit soort algoritmes zo veel controle uit over degenen die voor hen werken, dat die volgens de letter van de wet eigenlijk bij hen in dienst zijn en dus een minimum uurloon, ziekengeld, vakantiegeld en dat soort dingen horen te krijgen.
Uitbuiting
De bedrijven van de gig-economie verlenen diensten die consumenten duidelijk graag willen afnemen, en veel mensen die er werken zijn onmiskenbaar blij met de flexibiliteit van kunnen werken wanneer je wilt. Wanneer je ons dwingt mensen te behandelen als traditionele werknemers, zeggen deze bedrijven, zal dat verdwijnen.
Maar voor critici als Guy Standing is ‘de flexibiliteit van de een de onzekerheid van de ander.’ De gig-economie schept volgens hem een ‘precariaat’ van losse arbeidskrachten die het moeten doen zonder de bescherming van een traditionele baan. Algoritmes bieden ‘fantastische kansen voor grove uitbuiting’ van mensen die toch al de onderkant van de arbeidsmarkt vormen. ‘Zo kan een bedrijf medewerkers controleren en ze alleen betalen voor de tijd waarvoor het echt wil betalen, en toch dag en nacht mensen klaar hebben staan die willen werken.’
Diezelfde discussie ontstond honderd jaar geleden rond het ‘wetenschappelijk management’ van Taylor. De Amerikaanse vakbonden wisten de methode nog een tijdlang tegen te houden. Maar net als veel bedrijven in de gig-economie van vandaag was Taylor stilletjes overtuigd van zijn gelijk. Net als Uber en Deliveroo had hij er vertrouwen in dat de kracht van zijn systeem de consument zou voorzien van betere en goedkopere spullen. En dat, geloofde hij, zou uiteindelijk alle bezwaren wegvagen.
‘Op het eerste gezicht lijkt het of hierbij maar twee partijen betrokken zijn: de arbeiders en hun werkgevers. We zien de machtige derde partij over het hoofd: de consumenten, die het product van deze twee kopen.’
‘Uiteindelijk,’ voorspelde hij, ‘zal het volk de nieuwe orde opleggen aan werknemer en werkgever.’
Auteur: Sarah O’Connor
Vertaler: Annemie de Vries
Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000
Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.
Facebook, Google en Uber maken ons leven leuker, makkelijker en goedkoper. Maar de technologiereuzen zuigen intussen zo veel geld en talent naar Californië dat de rest van de planeet het nakijken heeft. En in de toekomst wordt het alleen maar erger…
Silicon Valley is het nieuwe Rome. Net als in de tijd van Caesar hebben we te maken met een geavanceerde stadstaat die een groot deel van de wereld domineert, zo veel mogelijk regio’s met zijn technologie en manier van denken injecteert en daarmee enorme rijkdom vergaart.
Dankzij Peter Thiel – internetmiljardair en voorstander van monopolies en het vroegtijdig verlaten van school – maken veel mensen zich zorgen om de groeiende rijkdom en invloed van Silicon Valley. Thiel spendeerde stiekem 10 miljoen dollar om een ex-worstelaar [Hulk Hogan] te helpen procederen tegen roddelsite Gawker – naar verluidt omdat Thiel zelf nog een appeltje met de site te schillen had. Toen dat uitkwam, begon men zich in paniek af te vragen in hoeverre Silicon Valley-miljardairs de media hun wil kunnen opleggen. En dat is nog maar een van de vele soortgelijke verhalen. Facebook is ervan beticht conservatieve nieuwsberichten achter te houden, wat ook weer het spookbeeld van mediacensuur oproept. Ondertussen is die 10 miljoen van Thiel nog zuinig vergeleken bij de 30 miljoen dollar die Mark Zuckerberg uittrok om vier huizen rondom zijn eigen woning op te kopen en plat te gooien, louter om te zorgen dat hij geen inkijk heeft. Elders in het land, in Indiana, wordt wetgeving die discriminerend is voor LHBT’ers teruggedraaid onder druk van Marc Benioff, de directeur van Salesforce, die dreigde dat zijn bedrijf anders de staat zou verlaten. Het fenomeen Donald Trump profiteert vooral van boze kiezers die door de technologische ontwikkelingen hun banen verliezen.
Digitaal wereldrijk
De angst voor het Californische schiereiland met zijn nerds heeft de hele wereld in zijn greep. De Europese Commissie gaat tekeer tegen Google en Netflix, China begint het Apple moeilijk te maken en India heeft Facebooks plannen voor gratis internet een halt toegeroepen, uit angst alle controle over de draadloze infrastructuur te verliezen. ‘Er moeten regels worden opgesteld om te voorkomen dat India een digitale kolonie wordt,’ zei Sharad Sharma van de Indiase denktank iSPIRT.
En dan staat het digitale wereldrijk van Silicon Valley nog maar in zijn kinderschoenen. Er is een nieuwe generatie technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, 3D-printen en blockchain, die waarschijnlijk vooral in Silicon Valley zullen worden ontwikkeld en die, als ze straks mainstream worden, diep zullen ingrijpen in ons denken over industrie, geld, dienstverlening, nationale soevereiniteit en nog veel meer. Als je hoofd nu al tolt van de veranderingen sinds 2007, toen het tijdperk van smartphones, sociale netwerken en de cloud aanbrak, dan dreig je de komende tien jaar helemaal kortsluiting in je hersenen te krijgen.
Silicon Valley is hetzelfde als het Romeinse Rijk van tweeduizend jaar geleden. Leuk voor sommigen, zwaar klote voor anderen
Is dit nu goed of slecht? Het antwoord is net zo ingewikkeld als wanneer je die vraag stelt over het Romeinse Rijk van tweeduizend jaar geleden. Leuk voor sommigen, zwaar klote voor anderen. Hopelijk op de lange termijn een zegen voor de mensheid, maar het kan een paar eeuwen duren voordat we dat kunnen beoordelen.
Silicon Valley vindt het heerlijk om dingen overhoop te halen. En nu haalt het de hele wereld overhoop. De befaamde technologie-analist Mary Meeker kwam deze maand met haar jaarlijkse verslag van internettrends. Uit haar cijfers blijkt duidelijk hoezeer de rol van Silicon Valley in de wereldeconomie is gegroeid. Neem haar lijst van de twintig waardevolste technologiebedrijven in 2015: twaalf daarvan komen uit de Verenigde Staten, zeven uit China en een uit Japan. Niet een uit Europa of India of een andere regio. De Amerikaanse bedrijven tekenen voor 76 procent van de totale beurswaarde en 87 procent van de opbrengst. En slechts een van die twaalf Amerikaanse bedrijven zit buiten Silicon Valley (Priceline, in Connecticut).
Een andere manier om de dominantie van Californië te schetsen: nergens groeit het aantal internetgebruikers zo hard als in India. Die groei komt bijna geheel voor rekening van smartphonegebruikers. De drie meestgebruikte telefoonapps in India zijn al van Facebook (Facebook, WhatsApp en Facebook Messenger), dus geen wonder dat India niet wilde dat het bedrijf zijn tentakels nog verder uitstrekt. Bovendien draaien bijna alle mobiele telefoons in India op Googles Android of Apples iOS.
Een flink deel van de meest dynamische sector in India levert dus vooral Silicon Valley geld op. En zo gaat het in elk land ter wereld, behalve misschien Noord-Korea.
De geldstroom naar Silicon Valley heeft zich de laatste jaren uitgebreid van technologie naar sectoren die vroeger niet digitaal en zuiver lokaal waren. Hoe dat werkt wordt goed geïllustreerd door Uber: dat strijkt 20 procent van de prijs van elk ritje op. Vroeger bleef in Frankrijk 100 procent van alle inkomsten uit taxiritjes in eigen land.
Krijgt Uber een groot deel van de Franse taximarkt in handen, dan vloeit 20 procent van die opbrengst het land uit. Stel je nu eens voor dat het de ene na de andere bedrijfstak zo vergaat, in het ene land na het andere. (En wat betreft de enorme hoeveelheden geld die naar Uber stromen: een investeringstak van de Saoedische regering heeft onlangs nog 3,5 miljard dollar in het bedrijf gepompt. Blijkbaar konden de Saoedi’s in eigen land niet genoeg veelbelovende start-ups vinden om in te investeren.) Alphabet, het moederbedrijf van Google, strijkt volgens Adweek 12 procent op van wat er wereldwijd omgaat in de reclamebranche. Nooit eerder streek één bedrijf 12 procent van alle reclameopbrengsten wereldwijd op. En dat Google veel geld aan landen onttrekt, staat buiten kijf. In 2015 had Google een opbrengst van 75 miljard dollar, en 54 procent daarvan kwam uit het buitenland.
Op macroniveau is technologie een van de weinige economische sectoren die wereldwijd nog significante groei vertonen. Uit Meekers cijfers blijkt dat de groei van het bruto binnenlands product wereldwijd in zes van de afgelopen acht jaar onder het gemiddelde zat. Als de economie overal stagneert maar de technologiesector groeit als kool, moeten de andere sectoren het wel heel beroerd doen. En als de opbrengsten uit technologie grotendeels naar bedrijven in Silicon Valley vloeien, is dat dus ook verantwoordelijk voor veel van de economische groei in de wereld – en betaalt het grootste deel van de wereld Silicon Valley daar een prijs voor.
In de presidentscampagne hamert Trump er steeds op dat Amerika verliest. Maar dat klopt niet: op het gebied van technologie is Amerika aan het winnen, en niet zo’n beetje ook. Het probleem is dat er ook nog heel veel Amerika is buiten Silicon Valley, dat kleine lapje grond van San Francisco tot San Jose. Ook binnen de Verenigde Staten is Silicon Valley een soort Rome, dat de rest van het land tot een nieuw Judea kan degraderen. Want we hebben nu twee Amerika’s: een analoog en een digitaal Amerika. Het analoge Amerika is het Amerika van de fabrieken, de detailhandel, de dienstverlening en de restaurants: ouderwets werk dat je met je handen kunt doen. En dat oude Amerika heeft het zwaar. Uit federale cijfers blijkt dat de VS in mei de laagste banengroei in vijf jaar hadden. In de industriële productie zijn zo’n tienduizend banen verdwenen. De lonen van de middenklasse staan al jaren stil. Hele horden mensen verliezen hun baan door de automatisering. Opiniepeilers horen Trump-aanhangers zeggen dat ze zich machteloos voelen. Uit woede stemmen ze op Trump, om iets terug te doen.
Vroeger waren er talloze bedrijven die kaarten drukten. Nu is er op de wereldwijde markt van landkaarten voor consumenten nog maar één producent die ertoe doet: Google
Aan de andere kant van de kloof heb je het digitale Amerika: de mensen die software schrijven, data analyseren, apps verkopen, investeren in start-ups. Hier kan toptalent de werkgevers tegen elkaar op laten bieden. Overal in het land vind je enclaves van dit digitale Amerika, met hoge concentraties in steden als Boston, New York, Washington en Seattle, waar ook grote internetbedrijven zitten. Maar geen van die plaatsen kan zich meten met Silicon Valley – het land van de miljardairs met vlasbaardjes, idioot hoge huizenprijzen, snelwegen vol Tesla’s en Stanford University als regionale kweekvijver van digitaal toptalent. Hier wordt meer geïnvesteerd in meer bedrijven. In het eerste kwartaal van dit jaar harkten Californische bedrijven, merendeels uit Silicon Valley, 396 miljoen dollar aan durfkapitaal bij elkaar, bijna drie keer zo veel als New York (tweede plaats, met 149 miljoen) en vier keer zo veel als Massachusetts (derde plaats, 90 miljoen). En het geld dat Silicon Valley genereert blijft doorgaans in Silicon Valley. De beursgang van zo’n bedrijf maakt zelden mensen van elders rijk. Kijk naar de veertig grootste aandeelhouders van Facebook: ze wonen bijna allemaal in Silicon Valley. (Thiel is met 2,5 procent de op zes na grootste, waarmee zijn vermogen meer dan 2 miljard dollar bedraagt.)
Van heinde en ver trekt Silicon Valley slimme mensen aan die een internetbedrijf willen opzetten. De gebroeders Collison groeiden op in een klein dorpje in Ierland. De briljante broers gingen studeren in Boston: Patrick aan MIT, John aan Harvard. In 2010 zetten ze Stripe op, een nieuw platform voor digitale betalingen, en in 2011 kregen ze 2 miljoen dollar van drie investeerders uit Silicon Valley: Sequoia Capital, Andreessen Horowitz en… Peter Thiel. Inmiddels is Stripe meer dan 5 miljard dollar waard. Het zetelt niet in Ierland of Boston, maar in San Francisco.
En die ontwikkeling is voorlopig nog niet ten einde. Ik heb veel investeerders in de Bay Area gesproken. Tien of vijftien jaar geleden zochten ze interessante investeringsmogelijkheden in China en India, en sommigen zetten overal in de VS filialen op. Nu vinden de meesten dat ze niet verder hoeven te kijken dan een straal van nog geen honderd kilometer rond Palo Alto. Het meeste talent dat ertoe doet, zit daar al of komt er uiteindelijk vanzelf terecht.
Enrico Moretti, hoogleraar Economie aan de Universiteit van Californië, concludeert in zijn boek The New Geography of Jobs dat locatie – al zou je dat in deze tijd van netwerkverbindingen niet verwachten – in deze sector nog steeds een grote rol speelt. ‘In de innovatiesector is het succes van een bedrijf niet alleen afhankelijk van de kwaliteit van de werknemers, maar ook van het hele ecosysteem eromheen,’ schrijft Moretti. ‘Daardoor is zo’n bedrijf moeilijker naar een andere regio te verplaatsen dan traditionele fabrieksproductie.’ Een staalbedrijf of een schoenenfabriek kun je verkassen naar een regio waar arbeid en grondstoffen goedkoper zijn. Technologiebedrijven moeten op een paar plekken samenklonteren, en dan is Silicon Valley de sterkste magneet van allemaal.
In 2015 lieten de media hun oog vallen op de zogenaamde ‘eenhoorns’: nieuwe, nog niet beursgenoteerde start-ups waarvan de waarde op meer dan een miljard dollar werd geschat. Die schattingen begonnen de pan uit te rijzen. Er werd al gefluisterd over een bubbel. Ook tech-insiders voorspelden een terugslag. Maar al dat gebabbel over een bubbel wordt doorgeprikt door Meeker. ‘Er zijn internetbedrijven waarvan de waarde wordt overschat,’ zegt ze. ‘Maar er zijn ook bedrijven die worden onderschat. Er zijn maar heel weinig bedrijven die gaan winnen. Maar die bedrijven lopen dan ook gigantisch binnen.’
Play Bigger
In Play Bigger, het nieuwe boek dat ik in samenwerking met drie consultants uit Silicon Valley heb geschreven, beschrijven we het op een andere manier. Onze netwerksamenleving heeft een omgeving geschapen waarin één bedrijf een totaal nieuwe bedrijfstak kan ontwikkelen en domineren (zoals Facebook, Airbnb, VMware en tal van andere bedrijven doen), waardoor het in die sector de grote winnaar wordt. Geen enkele regio ter wereld brengt zo veel van dit soort dominante bedrijven voort als Silicon Valley, en de sectorwinnaars van de toekomst worden de belangrijkste bedrijven van de nieuwe generatie.
Waarschijnlijk worden ze nog veel groter dan de Facebooks en Googles van nu. Artificiële intelligentie (AI) is een technologie die alles op zijn kop gaat zetten, zoals cloud-gebaseerde apps dat de afgelopen vijf jaar hebben gedaan. Dat wordt een bron van vernieuwingen die we ons nu nog nauwelijks kunnen voorstellen. (Wat dacht je van piepkleine, door AI aangestuurde drones die bij gebouwen rondvliegen om een oogje in het zeil te houden, in plaats van beveiligers? Zit eraan te komen!) 3D-printen wordt zo goed dat een bedrijf als Nike niet langer schoenen in Azië zal laten maken om naar de VS te verschepen. Die schoenen worden straks ‘geprint’, in een netwerk van duizenden kleine printfabriekjes waar je je vers gemaakte gympen kunt ophalen. Blockchain, de technologie achter bitcoin, is nog maar net begonnen de hele financiële sector te hervormen. Virtual reality zal zo goed worden dat het revolutionaire gevolgen krijgt voor zaken als toerisme, sport of een bezoekje aan de dokter. Biotechnologie, robotica: er staat ons een waanzinnige stortvloed aan nieuwe technologische ontwikkelingen te wachten.
De gevolgen zullen zo ingrijpend zijn dat we volgens Hemant Taneja van General Catalyst Partners afstevenen op een ‘wereldwijde herprogrammering’. We gaan elk product en elke dienst ter wereld uit elkaar halen en terug in elkaar zetten met behulp van data, AI en al die andere nieuwe dingen.
Natuurlijk zullen ook bedrijven van buiten Silicon Valley hier hun kansen grijpen. Het om zijn virtual reality-techniek bejubelde Magic Leap zit in Florida. Belangrijke bijdragen aan de blockchain-ontwikkeling komen uit New York. Maar de overgrote meerderheid van de bedrijven die aan deze wereldwijde herprogrammering werken, zit in Silicon Valley. En zoals Meeker zegt: de paar bedrijven die een hele sector domineren zullen uitgroeien tot ware giganten, wat het voor andere regio’s in de wereld moeilijker dan ooit zal maken om Silicon Valley bij te benen.
Terug naar de vraag of dat nou een goede of een slechte ontwikkeling is.
Als je je smartphone pakt, zie je daar een hoop dingen waarvoor je vroeger moest betalen en die je nu voor niks of bijna voor niks krijgt. Je hebt een camera met flits, vroeger moest je die allebei apart kopen. Nieuws is gratis, je hoeft geen krant meer te kopen. Bellen met het buitenland kost via Skype bijna niks. Muziek: gratis of goedkoop met Spotify. En dat mobieltje is maar één voorbeeld van de impact van technologie en de globalisering. Die maken steeds meer zaken goedkoper of helemaal gratis, en verlagen zo de kosten van levensonderhoud. Dat geldt ook voor fysieke producten: dankzij de globalisering kun je bij H&M leuke kleren kopen voor veel minder geld dan twintig jaar geleden. Technologie zal die trend alleen maar versnellen.
Volgens Mike Maples, een van de partners van Floodgate, een investeringsfonds voor start-ups, gaan we toe naar een tijd van overvloed waarin we steeds meer krijgen voor veel minder geld dan ooit tevoren. Een beter leven voor minder geld. Klinkt goed.
Maar zoals uit de cijfers van Moretti blijkt, is diezelfde dynamiek ook funest voor de middenklasse, die banen ziet verdwijnen en salarissen dalen. Hoe meer dingen gratis of goedkoop te krijgen zijn, hoe minder mensen geld kunnen verdienen met het maken en verkopen van die dingen. Als een product tot een app wordt gereduceerd, blijft er maar een klein groepje mensen over dat dat wereldwijd kan verkopen – en zo al het geld opstrijkt. Neem landkaarten: vroeger waren er talloze bedrijven die kaarten drukten en winkels die ze verkochten. Nu is er op de wereldwijde markt van landkaarten voor consumenten nog maar één producent die ertoe doet: Google, in Mountain View, Californië. Al het geld dat met landkaarten kan worden verdiend gaat naar Google, en de meeste banen in die sector zijn in rook opgegaan.
Een groot deel van de wereld buiten Silicon Valley begint die nadelen sterker te voelen dan de voordelen. We zijn dol op onze smartphones, apps en goedkope producten, maar we vinden het minder fijn om economisch gemarginaliseerd te worden. En zo’n actie als die van Thiel tegen Gawker versterkt het beeld van een kleine elite die alles bepaalt. Boeken als Martin Fords Rise of the Robots suggereren dat technologie al onze banen gaat inpikken. Trump speelt in op die angst voor de toekomst die bij de middenklasse leeft. Bernie Sanders ook, al zou iemand hem eens moeten vertellen dat hij in het verleden leeft: de kapitalistische schurken van de toekomst vind je niet op Wall Street maar aan Highway 101 in Californië. (Op 1 juni sprak Sanders nog vierduizend aanhangers toe in Palo Alto, waar de huizenprijzen en de inkomensongelijkheid iedereen behalve miljonairs het leven onmogelijk maken.)
Machtigste regio ter wereld
Als je alle trends bij elkaar optelt, lijkt het onvermijdelijk dat Silicon Valley zal uitgroeien tot de machtigste regio ter wereld, ten koste van zo’n beetje de hele rest van de wereld. Het enige wat de Silicon Valley-expres misschien nog kan laten ontsporen, is zoiets als de Russische revolutie: een massale opstand van het proletariaat tegen de autocratie. Dat gevaar lijkt nog niet groot, maar het is wel een mogelijkheid die Silicon Valley onder ogen moet zien en moet ondervangen. Anders zal het steeds meer onder vuur komen te liggen van regeringen, activisten en de gefrustreerde massa. De grootste nachtmerrie van deze industrie is de invoering van regelgeving zoals die nu bestaat voor energie- en telecombedrijven: sectoren waar vroeger de grootste technologische vernieuwingen vandaan kwamen, maar die onder toeziend oog van de overheid zijn omgeturnd tot ingedutte bureaucratieën.
Decennialang hebben de krachtpatsers van de technologiesector zich uitsluitend gericht op innovatie en het opzetten van bedrijven. Nu breekt een nieuw hoofdstuk aan waarin ze moeten zorgen dat ook de rest van de wereld daarvan de vruchten plukt. Anders staat Peter Thiel straks viool te spelen terwijl het nieuwe Rome in vlammen opgaat.
Best fijn dat we tegenwoordig alles en iedereen een rating kunnen geven. Maar er is ook een keerzijde: de klant krijgt een bijna onbeperkte macht. Een Uber-chauffeur: ‘Je bent doodsbang om ook maar het kleinste foutje te maken, op het neurotische af.’
Binnenkort kun je bij restaurantketen Olive Garden je fettuccine Alfredo bestellen op de tablets van Ziosk die op de tafeltjes staan. En als je hebt afgerekend, kun je daarop de bediening een cijfer geven. Vervolgens kun je op die tablet een taxi van Uber bestellen, die je ook een waardering van één tot vijf sterren geeft. Daarmee rijd je dan naar je Airbnb-adresje, dat je ook in verschillende categorieën kunt beoordelen, en vervolgens laat je via klusjessite TaskRabbit of koeriersdienst Postmates iemand je boodschappen bezorgen. Die bezorger geef je ook een cijfer. Misschien check je nog even het werk van de webdesigner die je hebt ingehuurd via freelancersplatform Upwork: je bekijkt de screenshots die automatisch van haar computerscherm zijn gemaakt en bedenkt hoeveel sterren je haar wil geven als je website straks af is. Je zou via Handy ook nog iemand kunnen inhuren om het huis schoon te maken voor je vertrekt. Kun je weer met sterren strooien.
De nieuwe deeleconomie waarin alles op afroep verkrijgbaar is, verandert de verhoudingen tussen werkgever en werknemer op een wijze die rechtbanken en wetgevers nog maar net beginnen te ontrafelen. Tot nu toe spitst het debat zich vooral toe op de vraag of mensen die via zo’n platform hun diensten aanbieden werknemers of zelfstandigen zijn. Vaak komt dat neer op de vraag wie er eigenlijk de baas is: zijn ze freelancers en volledig eigen baas, zoals de bedrijven beweren, of is het platform eigenlijk hun baas – een baas die het werk verdeelt volgens vaste regels en computeralgoritmes? Maar er is nog een derde partij, die vaak over het hoofd wordt gezien: de klant. Zulke ratingsystemen bombarderen de klant zonder dat die het beseft tot middenkader, tot een chef die soms onbedoeld hard optreedt en veel efficiënter is dan iedere leidinggevende die het bedrijf zou kunnen inhuren: gratis, altijd aanwezig en hypergevoelig voor het kleinste foutje. Het enige wat het algoritme nog hoeft te doen, is alle scores bij elkaar optellen en iedereen met een lage score op non-actief stellen.
Klanten – wij – zijn soms arrogante eikels
Dankzij zulke ratingsystemen kunnen deze bedrijven heel grootschalig opereren, met een enorm bestand aan werknemers waarvoor ze opleidingskosten noch supervisie hoeven te betalen. Ook voor de klant is het fijn: die wordt voor weinig geld op zijn wenken bediend – al werkt die bediening soms met knikkende knieën. Maar voor degenen die het werk doen, en die toch al in een onzekere positie verkeren, is het een angstwekkend idee dat elke klant hun baas wordt. Want die klanten – wij – zijn soms arrogante eikels. ‘Je leert heel goed te slijmen, omdat je wel moet,’ hoorde ik van een Uber-chauffeur. ‘Uber en Lyft hebben een monsterlijk type klant in het leven geroepen, mensen die Ritz-Carlton-service verwachten voor een McDonald’s-prijs.’
Toen rechter Edward Chen tot ongenoegen van Uber in maart 2015 besloot dat chauffeurs een groepsprocedure tegen het bedrijf mogen starten, baseerde hij zich mede op de gedachte dat zo’n ratingsysteem niet alleen een manier is om klanten naar hun mening te vragen: het is ook een nieuwe vorm van toezicht die veel indringender is dan de wantrouwigste chef. Beoordelingen van klanten, schreef Chen in zijn vonnis, geven Uber ‘enorme macht over het functioneren van de chauffeur’. Citerend uit Foucaults Discipline, toezicht en straf schreef hij dat de chauffeur ‘opzettelijk bewust wordt gemaakt van zijn permanente zichtbaarheid, waardoor de macht automatisch kan functioneren’.
Beter dan overheidsbescherming
Al sinds eBay ermee begon, worden klantenbeoordelingen omschreven als een manier om vertrouwen tussen vreemden te kweken. Volgens sommigen werkt het zelfs beter dan overheidsregulering. ‘Uber en Airbnb behoren tot de best gereguleerde ecosystemen ter wereld,’ zei Joshua Gans, econoom aan de Universiteit van Toronto, eerder dit jaar op een workshop van de FTC [de Amerikaanse mededingingsautoriteit]. In plaats van één diploma dat je moet halen voordat je mag werken, is iedereen nu constant onderworpen aan de regulering van wederzijdse beoordelingen.
Soms maken klanten natuurlijk ook afschuwelijke dingen mee – roekeloos rijgedrag, rare opmerkingen – en dan is zo’n ratingsysteem een manier om daarover je beklag te doen. Maar voor het uitbannen van echt gevaarlijk gedrag vertrouwen deze nieuwe platforms toch op traditionele veiligheidsmaatregelen: identiteitscontrole, antecedentenonderzoek en de wetenschap dat onwettige activiteiten altijd kunnen worden onderzocht en opgespoord via het volgsysteem dat de chauffeurs verplicht aan boord hebben. Klantbeoordelingen geven geen informatie over een strafblad, ontoereikende scholing of achterstallig auto-onderhoud.
Wat beoordelen we dan wel? De route die chauffeurs kiezen, prijsschommelingen waar ze geen invloed op hebben, oponthoud in het verkeer, een chauffeur die weigert harder te rijden dan is toegestaan, eten dat koud is als het aankomt, een chauffeur die niet wil dat we in zijn auto bier drinken of onze vriend in de kofferbak stoppen. Alles in feite, waarbij onbewuste vooroordelen over huidskleur of sekse ook nog een rol spelen: een erkend probleem op onlineplatforms. En dat zou hooguit een kleine bron van irritatie zijn, als die feedback verder geen gevolgen had. Maar klantbeoordeling is de primaire factor geworden in de geautomatiseerde systemen die het werk verdelen. Stel je voor dat iemand ontslagen zou kunnen worden om de redenen waarvoor klanten soms een lage rating geven: dan zijn die klanten ineens wel heel wispelturige en hardvochtige werkgevers. Het is vreemd dat klanten zo veel macht hebben. Vooral omdat ze het vaak zelf niet eens beseffen.
Soms mogen dienstaanbieders ook de klant een cijfer geven, zoals bij Uber. Een woordvoerder van Uber: ‘Het is Ubers prioriteit om jou een veilige, betrouwbare rit te bezorgen. Waar je ook bent, waar je ook vandaan komt en waar je ook heen gaat. Om dat te bereiken moeten we een omgeving van wederzijdse verantwoording en respect creëren. We willen dat iedereen, altijd, een fijne rit krijgt, en wederzijdse feedback is een van de manieren om daarvoor te zorgen.’ En ook bij klusjes- en schoonmaaksite Handy benadrukte een woordvoerder dat het ratingsysteem twee kanten op werkt. ‘Handy is een transparant platform voor al uw huishoudelijke behoeften. Onderdeel van die transparantie is dat we een wederzijds ratingsysteem hebben waarin onafhankelijke professionals kunnen aangeven hoe de klus is gegaan, en de klant dat ook kan doen. Dat is voor beide kanten in de vraag-en-aanbodsituatie een prikkel om optimale kwaliteit na te streven, levert zowel professionals als klanten constructieve feedback op en is een extra communicatiemiddel om iedereen de best mogelijke huishoudelijke ervaring te garanderen.’ (TaskRabbit en Postmates hadden bij publicatie van dit artikel nog niet op vragen over hun ratingsysteem gereageerd.)
Balans
Maar bij die wederzijdse beoordelingen is de balans vaak zoek. Zo is slechts een van de twee partijen afhankelijk van een goede rating voor zijn broodwinning, om maar iets te noemen. Bovendien gelden voor dienstaanbieders en klanten verschillende normen. Uber-chauffeurs worden op non-actief gezet als hun gemiddelde beoordeling tot onder de 4,6 zakt (al is de precieze grens volgens Uber afhankelijk van het gemiddelde in een bepaalde regio), maar klanten met een lage rating worden nooit geweigerd. En soms zullen chauffeurs een klant met een lage rating misschien geen rit aanbieden, maar ze kunnen op non-actief worden gesteld als ze dat te vaak doen. Bovendien hebben de dienstaanbieders een informatie-achterstand: bij Handy en TaskRabbit hebben ze geen inzage in de rating van de klant. Mensen die via TaskRabbit werken, kunnen elkaar alleen over slechte klanten tippen via besloten Facebookgroepen.
Vanwege die scheve verhouding zijn de dienstaanbieders extreem op hun hoede voor klanten. De Uber-chauffeurs die ik heb gesproken, en die geen van allen willen dat hun naam hier wordt vermeld, zeiden dat ze elke klant met argusogen bekijken. Ze kijken dan niet zozeer naar de rating van die klant zelf, maar naar andere tekenen dat die klant makkelijk lage cijfers uitdeelt. Sommigen hebben liever geen passagier met een toprating van vijf sterren, want dat zou weleens een nieuwe klant kunnen zijn, en die weten vaak niet dat ze met een beoordeling van minder dan vijf sterren eigenlijk een onvoldoende geven.
Uber-chauffeurs worden op non-actief gezet als hun gemiddelde beoordeling tot onder de 4,6 zakt
En als je vastzit in het verkeer of als de beoogde klant zijn locatie verkeerd heeft opgegeven, zeiden anderen, dan annuleer je liever de rit dan dat je riskeert op non-actief te worden gesteld door een klant die al chagrijnig aan de rit begint omdat je te laat kwam. Als de passagier een plastic bekertje in zijn hand heeft of eruitziet alsof hij te veel mensen in de auto wil proppen, annuleren ze ook liever de rit dan dat ze een laag cijfer krijgen omdat ze nee moeten verkopen. Je moet uitkijken wie je meeneemt, zei één chauffeur: ‘Als je de transactie eenmaal aangaat, ben je de lul. Dan heeft de klant alle touwtjes in handen.’
De chauffeurs maken grappen over passagiers die onderweg voortdurend op Google Maps kijken of ze wel goed rijden. Chauffeurs die per ongeluk een verkeerde afslag nemen, doen de rest van de rit vaak cadeau: leuk voor de klant, maar een flinke verliespost voor de chauffeur. Hij moet kiezen tussen gratis werken of riskeren dat hij op non-actief wordt gesteld. ‘Je bent doodsbang om ook maar het kleinste foutje te maken, op het neurotische af,’ zei een chauffeur.
Onderdanig
Een subtieler gevolg van ratingsystemen is een soort opgelegde vriendelijkheid, een vorm van emotionele arbeid die reguliere taxichauffeurs zelden verrichten. ‘Die klantbeoordelingen zijn een ferme aansporing om je onderdanig op te stellen en altijd te lachen, of je nou blij bent of niet,’ zegt hoogleraar Brishen Rogers van de Temple Law School. ‘Taxichauffeurs hebben de vrijheid om chagrijnig te zijn. Dat is een van de voorrechten van dat werk.’ Een chauffeur in Los Angeles was er heel nuchter over: volgens hem zijn ratings onontbeerlijk ‘als remedie tegen de zwakke plek van veel chauffeurs: hun persoonlijkheid. Tot de zelfsturende auto het werk overneemt.’
Chauffeurs zeggen over het algemeen dat je veel moet lachen en ja knikken, controversiële gespreksonderwerpen moet vermijden en je contact sowieso moet beperken tot het strikt noodzakelijke. Verschillende chauffeurs trakteren hun passagiers op snoep en bronwater. Eentje biedt zelfs USB-oplaadpunten en een vlekkenverwijderaar aan. Sommige laten de passagier bepalen welke muziek er wordt gespeeld, wat wordt gestimuleerd door Ubers samenwerking met Spotify. Verschillende chauffeurs zeiden dat je je het beste kunt opstellen als een bediende. ‘De bediende anticipeert op behoeften, voorziet daarin zonder mankeren en spreekt alleen als hij wordt aangesproken: je merkt eigenlijk niet dat ze er zijn,’ zei een chauffeur in Sacramento. Zij was in Hongkong met bedienden in huis opgegroeid en filosofeerde dat de angst van klanten voor Uber deels voortkomt uit het feit dat ‘Amerikanen zich niets kunnen voorstellen bij de meester-dienaarrelatie; het idee van een klassenmaatschappij is heel on-Amerikaans.’
Dat ratingsystemen tot een groei van dit soort emotionele arbeid leiden, betekent ook dat meer mannen nu te maken krijgen met iets wat vrouwen al veel langer kennen. ‘Emotionele arbeid was heel lang typisch iets voor vrouwen,’ zegt Kati Sipp, oud-vakbondsvrouw en redacteur van de website Hack the Union. ‘Wat je onder meer ziet, vooral bij Uber en concurrent Lyft, is dat van mannen ineens het soort emotionele arbeid wordt verwacht dat vrouwen in de dienstensector al jaren gewend zijn. Ik ben in mijn studententijd ooit ontslagen omdat ik als serveerster niet genoeg naar de klanten lachte.’
Ratingsystemen geven ook ruim baan aan allerlei vooroordelen. Een moslim in Tampa grapte dat zijn beoordeling als chauffeur zakt naarmate zijn baard langer is. ‘Het is heel raar: ik heb een gemiddelde rating van 4,78, terwijl ik toch vriendelijk ben en in een mooie auto rijd,’ zei hij. Een week eerder had hij zelf een ritje gemaakt bij een blanke Uber-chauffeur die ‘reed als een maniak’, maar een gemiddelde beoordeling van 4,9 had. ‘Je kunt het niet bewijzen, maar ik schat dat ongeveer de helft van mijn passagiers vraagt waar ik vandaan kom, en dan zeg ik: Amerika, ik ben in Amerika geboren!’ Zolang de bedrijven de ratings van chauffeurs niet vrijgeven, weten we niet zeker of het klopt.
Maar uit een onderzoek onder Airbnb-gebruikers bleek dat zwarte verhuurders voor vergelijkbare woningen minder geld krijgen dan blanke, en uit een ander onderzoek bleek dat blanke taxichauffeurs hogere fooien krijgen dan zwarte. Er is geen enkele reden waarom die scheve verhouding niet ook zou doorwerken in de klantbeoordeling. Benjamin Sachs, hoogleraar Rechten aan Harvard, schreef onlangs dat als Uber door de rechter uiteindelijk tot werkgever wordt bestempeld, discriminatie in die ratings kan betekenen dat het bedrijf artikel VII van de Civil Rights Act overtreedt. En dat geldt dan voor alle dienstenplatforms met zo’n ratingsysteem. Uber zegt geen gegevens over etnische afkomst bij te houden, maar omdat de kans op grootschalige discriminatie zo levensgroot is, hebben deze bedrijven de plicht hier iets aan te doen, of ze nou werkgevers zijn of niet. De algoritmes die het werk verdelen zijn precies zo racistisch of seksistisch als de klant ze – via zijn beoordelingen – maakt.
‘Het is echt vreselijk. Ben jij wel eens ontslagen? Je voelt je zo machteloos. Ik probeerde de aandacht van Uber te trekken’
De gevolgen van een dalende rating kunnen ernstig zijn. Als je van zo’n onlineplatform afhankelijk bent voor je werk, is op non-actief gesteld worden wel even wat anders dan een slechte recensie voor je bedrijfje op Yelp [recensieplatform voor kleine bedrijven, zoals restaurants]. Het is meer alsof je wordt ontslagen, van je broodwinning beroofd. En dat als gevolg van een anoniem en ondoorzichtig ratingsysteem waartegen je heel weinig verweer hebt. ‘Op een dag ga ik naar mijn werk, ik sta op, kleed me aan, loop naar de auto, schakel de app in, en ik lees dat ik op non-actief ben gesteld,’ zei een chauffeur in Florida. Ze vermoedt dat ze een slechte beoordeling heeft gekregen omdat ze klanten had verboden met een drankje in de hand in te stappen. ‘Het is echt vreselijk. Ben jij wel eens ontslagen? Je voelt je zo machteloos. Ik probeerde de aandacht van Uber te trekken, ik zei: “Hé, ontsla mij nou niet, ik heb niks misdaan, ik houd me aan de regels. Ik sta niet toe dat ze alcohol drinken in mijn auto en dan ga je mij ontslaan?” Ik had geen idee dat ik me zo zou voelen.’ Uiteindelijk volgde ze een cursus van 100 dollar bij een door Uber goedgekeurde derde partij, en nu rijdt ze weer voor het bedrijf. Maar ze verdeelt haar tijd nu tussen het onberekenbare kroegpubliek op lucratieve tijdstippen en de slechter betaalde ritjes overdag.
Op andere platforms is het niet veel beter. Een koerier die via Postmates heeft gewerkt, werd op een dag op non-actief gesteld toen hij vanwege een sneeuwstorm in New York een paar pakketjes te laat had bezorgd. (Volgens de koeriers van Postmates ligt de drempel bij een waardering van 4,7.) Bij TaskRabbit word je niet op non-actief gesteld, maar ook daar kan een lage waardering je duur komen te staan, zeker als je vrij nieuw bent. Eén dienstaanbieder die had gezien wat vrienden met een lage rating was overkomen, nam voortaan tientallen slecht betaalde klusjes aan, louter om een flinke ratingbuffer op te bouwen. ‘We werken niet alleen om geld te verdienen,’ zei een Uber-chauffeur. ‘We werken om een goeie rating te krijgen. Maar zo’n rating is op zichzelf niks waard. Die zorgt er alleen voor dat je niet ontslagen wordt. We jagen allemaal als gekken op iets wat geen waarde heeft.’
Effectief systeem
Je hebt ratingsystemen en ratingsystemen. Ze kunnen worden gebruikt om het vertrouwen tussen klant en dienstaanbieder te vergroten, maar het kan ook een middel zijn om het niveau van de dienstverlening op peil te houden, zegt Arun Sundararajan, een docent aan de Stern School of Business van de New York-universiteit, die zich bezighoudt met digitale platforms. ‘Het gaat er dan niet om dat je klanten helpt beter te kiezen door ze meer informatie te geven, maar dat je een geautomatiseerde vorm van klantenfeedback hebt om te zien welke werknemers onder de maat presteren.’ Alle ratingsystemen van onlinedienstverleningsplatforms kunnen sancties opleveren. Bij Airbnb en TaskRabbit worden aanbieders met een lage rating er niet af gegooid maar onder aan de lijst gezet, zodat ze minder klanten en slechter betaalde klussen krijgen. Uber, Postmates en Handy zijn strenger: daar wordt iedereen wiens rating onder een bepaald niveau zakt op non-actief gesteld. Met als gevolg dat de platforms met een ongeorganiseerd bestand van individuele arbeidskrachten zonder officieel toezicht toch een opmerkelijk consistent niveau van dienstverlening kunnen garanderen.
Bedrijven proberen natuurlijk al veel langer om de mening van de klant in de bedrijfsvoering te verwerken. Bellers wordt gevraagd nog even aan de lijn te blijven om wat vragen te beantwoorden, hotelgasten krijgen een vragenlijst. Maar omdat apps na elke interactie meteen om een waardering vragen, reageren klanten ook echt. Door de hoge mate van respons kunnen bedrijven het management automatiseren, zodat de klant letterlijk altijd gelijk heeft. ‘Klanten hebben altijd macht gehad, feedback is van alle tijden en werknemers lopen altijd het gevaar te worden afgestraft voor een ontevreden klant,’ zegt Sachs. ‘Wat nieuw is, is het gemak waarmee je als klant je mening kunt geven, en de mate waarin die mening het personeelsbeleid bepaalt.’
Peeple, de omstreden ratingsite en -app waarmee je andere mensen kunt beoordelen.
De omschakeling van top-downmanagement naar een feedbacksysteem is een heel effectieve manier om een grote pool van gevarieerde en ongeschoolde arbeidskrachten om te vormen tot een overzichtelijk, flexibel netwerk. Maar in traditionele organisaties worden de arbeidskrachten door managers niet alleen gecontroleerd, maar ook tegen boze klanten beschermd. En die managers moeten op zijn minst een goede reden hebben om iemand te kunnen ontslaan.
Als je dat allemaal vervangt door ratings en geautomatiseerde systemen, wordt de positie van de arbeidskrachten wel heel hachelijk. ‘De geschiedenis van de vakbeweging bestaat voor een groot deel uit de strijd tegen de willekeur van leidinggevenden,’ zegt Sachs. ‘Je wilt niet dat iemand kan worden ontslagen enkel omdat de baas hem niet mag of vindt dat hij hem vreemd aankijkt. Vakbonden dwingen regels af, stellen paal en perk aan de mogelijke gronden voor ontslag en leggen zo de macht van de leidinggevende aan banden. Maar er is geen limiet aan wat klanten kunnen doen, en het is ook nauwelijks voorstelbaar hoe je dat kúnt beteugelen.’
In deze nieuwe deeleconomie zijn klanten onvermijdelijk medeplichtig. Ze zijn niet langer alleen een klant
En ratingsystemen zijn zo efficiënt dat hun opmars niet te stuiten is. Alle economen, investeerders en zelfs alle dienstaanbieders die ik sprak, waren het daarover eens.
Volgens een onderzoek in opdracht van de Freelancers Union werkt eenderde van alle Amerikanen als freelancer, en ratingsystemen zijn een enorm effectieve manier om die te organiseren en te reguleren. Het concept rukt op in traditionelere omgevingen, zoals restaurants met Ziosk-tablets, en het is de ruggengraat van nieuwe arbeidsplatforms zoals Uber, TaskRabbit en Upwork.
‘Hoe kun je anders zorgen dat een miljoen chauffeurs hun werk doen?’ vraagt de econoom Gans. Iemand die via TaskRabbit werkt, vertelde me over een ervaring die mij een kijkje in de toekomst leek. Bij zijn laatste klus was hij via TaskRabbit ingehuurd door Handy, het platform waar schoonmakers lagere tarieven en zelfs verbanning riskeren als hun rating te laag is. Handy zelf krijgt op zijn beurt vrij slechte recensies op Yelp. Nu moest deze jongen uitzoeken of nieuwe Handy-klanten mensen waren die veel Yelp-recensies schreven. Dan kon Handy zorgen dat die mensen in ieder geval goede schoonmakers kregen, ter bescherming van de goede naam van het platform. En zo regeren de ratings alom.
Ondanks alle klachten – en ik heb heel veel klachten gehoord – heb ik bijna geen dienstaanbieder gesproken die pleit voor afschaffing van het systeem. Ze verlangen allerlei verbeteringen: meer inzicht in de punten waarop ze worden afgerekend, de mogelijkheid om protest aan te tekenen tegen een onterechte beoordeling, betere voorlichting aan klanten over de gevolgen van hun beoordeling. Maar al die veranderingen betekenen natuurlijk meer werk: voor de klant, die uitgebreidere evaluaties moet invullen, of voor het bedrijf, in de vorm van een grotere HR-afdeling.
Monopolistische neigingen
Er is ook een radicaler idee: werkenden macht geven over hun ‘reputatiemiddelen’. Sipp, de redacteur van Hack the Union, vindt dat ze zeggenschap moeten krijgen over wat er met beoordeling gebeurt, en het recht om die mee te nemen naar een ander platform. Want de ratingsystemen pakken niet alleen oneerlijk uit, maar versterken volgens haar ook nog eens de macht van de bedrijven die ze hanteren. Als je weken- of maandenlang bezig bent geweest op één platform een goede reputatie op te bouwen, betekent overstappen naar een concurrerend platform dat je daar weer vanaf nul moet beginnen. Het netwerkeffect van ratingsystemen werkt de monopolistische neigingen van zulke platforms dus in de hand. ‘Het geeft de bedrijven die de data bezitten heel veel macht,’ zegt Sipp. ‘Als ik mijn brood wil verdienen als chauffeur in de nieuwe deeleconomie, waarom mag ik mijn reputatie dan niet meenemen van Uber naar Lyft? Zo ondermijn je de onderhandelingspositie van de arbeider en versterk je die van het platform, de baas.’
Ook Albert Wenger, een partner van investeringsfonds Union Square Ventures, ziet de uitwisseling van reputaties tussen platforms als een deel van de oplossing voor de onevenredige macht die platforms hebben. ‘We willen deze platforms wel hebben,’ zegt hij. ‘De vraag is wat we doen met het feit dat netwerkeffecten zo krachtig zijn dat veel van die platforms praktisch een monopolie uitoefenen. We moeten zorgen dat de deelnemers aan zo’n platform ook een rol krijgen in de software. Het probleem is: als je je als chauffeur door Uber onheus bejegend voelt, kun je hooguit stoppen met voor ze te werken. Chauffeurs en passagiers hebben geen echte macht. Het dreigement om massaal op een ander systeem over te stappen wordt pas geloofwaardig als mensen tegelijkertijd aan meerdere systemen kunnen deelnemen.’
Deze ideeën zijn allemaal nog theorie, het is niet duidelijk welke vorm zoiets moet krijgen. Een soort universele rating-ID zou dienstaanbieders in staat kunnen stellen makkelijker van platform te switchen en zo meer druk uit te oefenen om tot minder strenge beoordelingssystemen te komen. Maar het kan ook zorgen dat die ratings nog veel belangrijker en onvermijdelijker worden.
Een universele rating-ID klinkt al verdacht veel als Peeple, het ‘Yelp for people’ waarop je andere mensen kunt recenseren – een site waarvan de lancering alom reacties van afschuw uitlokte. En voorlopig ziet het er ook niet naar uit dat bedrijven als Uber, Handy of Upwork hun applicatie gaan openstellen voor de uitwisseling van gegevens zolang ze daar niet toe gedwongen worden. Ze willen niet dat concurrenten met hun reputatiedatabase aan de haal gaan. En onafhankelijke reputatiesites als Karma worden bijna alleen gebruikt voor sites die geen eigen ratingsysteem hebben, zoals Craigslist [een soort hippieversie van Markplaats].
Maar hoe groter deze bedrijven worden en hoe meer arbeidskrachten ze weten te verzamelen, des te dringender wordt de vraag hoe ze precies beslissen wie op hun platform actief mag blijven en wie niet, en des te dringender ook de noodzaak van serieuze aandacht van de vakbeweging en officiële toezichthouders. En het is ook iets waar klanten bij stil moeten staan, want in deze nieuwe deeleconomie zijn zij onvermijdelijk medeplichtig. Ze zijn niet langer alleen een klant. Ze zijn ook een baas om bang voor te zijn.
The Verge
Verenigde Staten | theverge.com
Toonaangevende technologiewebsite die zich de laatste jaren steeds meer ‘op het snijpunt van technologie, wetenschap, kunst en cultuur’ beweegt. Je vindt er naast nieuwsberichten en diepgravende reportages ook recensies van de nieuwste hightechproducten (tablets, smartphones en software), podcasts en veel videomateriaal. The Verge werd opgericht in 2011 en is in handen van het Amerikaanse Vox Media, tevens eigenaar van platforms als Curbed (vastgoed) en Eater.com. Met zijn gemêleerde content treedt The Verge in de voetsporen van media als Rolling Stone en technologietijdschrift Wired, die hun blikveld vooral online steeds verder hebben verbreed. Wat bereik betreft is The Verge deze illustere voorgangers trouwens allang voorbijgestreefd. De site trekt zo’n 13,5 miljoen unieke bezoekers per maand in de VS en 22,5 miljoen wereldwijd, zo’n 30 procent meer dan de twee concurrenten.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.