Tag: vakantie

  • Duitse toerist krijgt geld terug wegens gebrek aan ligruimte op vakantie

    Duitse toerist krijgt geld terug wegens gebrek aan ligruimte op vakantie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » België: vier doden bij botsing tussen trein en schoolbus

    » Griekenland: oud-premier Alexis Tsipras lanceert een nieuwe partij

    De ligstoelen werden met handdoeken constant bezet gehouden

    Een Duitse toerist heeft ruim 900 euro teruggekregen omdat hij er tijdens zijn vakantie in Griekenland niet in slaagde een ligstoel te bemachtigen, aangezien alle stoelen met handdoeken waren gereserveerd. De man, die in 2024 met zijn gezin een pakketreis maakte naar het Griekse eiland Kos, zei dat hij elke dag twintig minuten bezig was naar een ligstoel te zoeken, terwijl hij om 06.00 uur al wakker werd, schrijft de BBC.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Vervolgens klaagde hij zijn touroperator aan omdat hij het reserveringssysteem had toegestaan en gasten die ligstoelen met handdoeken reserveerden niet hierop had aangesproken. Volgens de toerist waren de ligbedden zo vaak gereserveerd dat ze onbruikbaar waren en zijn kinderen op de grond moesten liggen. De rechter stelde hem in het gelijk en oordeelde dat het gezin recht had op een restitutie van 986,70 euro.

  • Wordt dit de zomer van de ‘staycation’?

    Wordt dit de zomer van de ‘staycation’?

    Door de explosieve stijging van de kerosineprijzen en de vrees voor tekorten schieten de prijzen van vliegtickets omhoog. Nu luchtvaartmaatschappijen een deel van hun vluchten voor mei en juni annuleren, vrezen vakantiegangers dat hun plannen in duigen vallen. Wat staat ons deze zomer te wachten?

    Wat is er aan de hand?

    ‘Kerosinecrisis: een lijst met luchtvaartmaatschappijen die te maken hebben met vluchtannuleringen en tariefverhogingen’, kopt het Britse dagblad The Independent op 27 april. Het artikel bespreekt de maatregelen van 46 maatschappijen, van Aegean Airlines tot AirAsia X en van Air India tot Air Canada. In Frankrijk kondigde budgetmaatschappij Transavia op zondag 26 april aan bepaalde vluchten in mei en juni te schrappen, onder verwijzing naar ‘de gevolgen van de huidige geopolitieke situatie in het Midden-Oosten voor de prijs van vliegtuigbrandstof’.

    Hoewel Transavia heeft aangegeven dat de annuleringen ‘minder dan 2 procent van de vluchten in de periode mei-juni’ betreffen, ligt dat percentage bij andere maatschappijen veel hoger. In Duitsland ‘schrapt Lufthansa sinds maandag 20 april dagelijks meer dan honderd korte vluchten binnen Europa’, meldt de Duitse omroep ZDF. De luchtvaartmaatschappij heeft zo meer dan twintigduizend vluchten geschrapt, met name naar bepaalde luchthavens in Polen, Noorwegen en Ierland, om ‘meer dan veertigduizend ton kerosine te besparen’.

    ‘Reizigers moeten rekening houden met het risico dat ze vast komen te zitten op hun bestemming’

    De crisis rond de Straat van Hormuz, een strategische doorgang die nog altijd wordt geblokkeerd als reactie op de Israëlisch-Amerikaanse oorlog, voedt de vrees voor een kerosinetekort. Het Internationaal Energieagentschap heeft gewaarschuwd dat Europa minder dan zes weken aan reserves heeft. De vereniging Airlines for Europe, die zestien maatschappijen verenigt, waaronder KLM en Ryanair, heeft Brussel gevraagd om ‘noodsteunmaatregelen’ te nemen.

    Ook in China wordt de bevolking overrompeld door vluchtannuleringen in de aanloop naar 1 mei, de zogenaamde ‘gouden week’, waarop de zomervakantie begint. ‘Met een stijging van 75 procent in de kerosineprijs wordt het voor luchtvaartmaatschappijen onmogelijk om op dezelfde schaal te blijven vliegen’, schrijft Jingji Guancha Bao in de Chinese krant The Economic Observer.

    Volgens luchtvaartexpert Hansjörg Egger, geciteerd door de Zwitserse krant Blick, ‘moeten reizigers rekening houden met het risico dat ze vast komen te zitten op hun bestemming of meer moeten betalen voor hun terugvlucht’. Voor wie toch wil reizen, adviseert Nancy McGehee, hoogleraar hospitality- en toerismemanagement aan de Virginia Tech, om tussenstops te vermijden en waar mogelijk voor rechtstreekse vluchten te kiezen. Door de vele annuleringen is het namelijk niet altijd eenvoudig om een gemiste aansluiting op te vangen, aldus CNN.

    Welke alternatieven zijn er?

    Eind maart gaf het Amerikaanse medium Business Insider al verschillende voorbeelden van gezinnen die om diverse redenen hun reisplannen naar het buitenland hadden laten gaan. Zo verruilde de familie Crooks hun oorspronkelijke bestemming Cancún – vanwege het toenemende geweld in Mexico afgelopen februari –  voor een reis naar Hawaï, al is ook die inmiddels onzeker geworden. 

    Verwijzend naar de stijgende kerosineprijzen constateert de nieuwssite dat ‘het moeilijke tijden zijn voor wie een reis wil plannen’. De internationale context ‘heeft de onzekerheid nog een stapje verder opgedreven voor consumenten en werknemers die al bezorgd waren vanwege de inflatie, de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en het risico op een economische recessie’. 

    ‘Wanneer er onzekerheid heerst, is er iets geruststellends aan het idee dat je niet te ver van huis gaat’

    Sommige Amerikaanse vakantiegangers kiezen daarom voor ‘vakanties dicht bij huis’, meldt Business Insider. ‘Wanneer er wereldwijd onzekerheid heerst, is er iets geruststellends aan het idee dat je niet te ver van huis gaat.’ Daarnaast wijst de website op nog een ander voordeel: elf Amerikaanse steden organiseren WK-wedstrijden, met kaartjes die misschien wel goedkoper zijn dan vliegtickets naar Europa. Dat brengt Business Insider tot de vraag of 2026 de zomer van de staycation wordt.

    Ook in het Verenigd Koninkrijk lijkt de staycation populair, aldus CNN. De familiehotelketen Butlins meldde een ‘aanzienlijke’ toename in de vraag naar binnenlandse vakanties, een ontwikkeling die volgens CEO Jon Hendry Pickup ‘door het conflict is aangewakkerd’. Bovendien is het aantal vakanties buiten het hoogseizoen met 40 procent gestegen ten opzichte van vorig jaar.

    Daarnaast zoeken steeds meer mensen naar alternatieve vervoermiddelen. Zelfs in de Verenigde Staten, waar veel binnenlandse vluchten zijn, groeit de belangstelling. Zo adviseert The Minnesota Star Tribune om gebruik te maken van de beroemde Greyhound-bussen die Noord-Amerikaanse steden met elkaar verbinden, maar ook van Flixbus, of van de ‘zeer populaire’ Borealis-trein van Amtrak – die rijdt tussen Chicago (Illinois) en Saint Paul (Minnesota). ‘Andere voordelen: je hoeft niet twee uur van tevoren op het station te zijn voor de veiligheidscontroles, en eenmaal aan boord kun je je vrij bewegen.’

    Wat betekent dit voor de sector?

    Hoewel veel reizigers deze zomer wellicht met teleurstelling en onzekerheid te maken krijgen, vreest Dan Akins, een econoom bij het luchtvaartadviesbureau Flightpath Economics, dat het mogelijk een zware klap zal betekenen voor economieën die afhankelijk zijn van het toerisme. ‘Een lagere vraag naar vliegreizen en benzine heeft gevolgen voor hotels, tankstations en restaurants’, legt hij uit aan CNN. ‘De hele toeristische keten wordt geraakt.’

    Dan Akins waarschuwt dat de economische gevolgen van het conflict nog enkele jaren kunnen aanhouden

    Akins waarschuwt dat de economische gevolgen van het conflict nog enkele jaren kunnen aanhouden. ‘We hebben nog nooit te maken gehad met een dergelijke aanbodschok’, zegt hij over de brandstoftekorten. ‘Niemand was er echt op voorbereid.’

    The Brussels Times ziet het brandstoftekort daarentegen als kans om te groeien. ‘De luchtvaart is momenteel een van de weinige sectoren die nog geen grote stap voorwaarts in de energietransitie heeft gezet’, schrijft het blad. Andere grote vervuilers, zoals het wegvervoer en de scheepvaart, zijn al verder in hun verduurzaming.

    De Europese vliegtuigbouwer Airbus schrapte rond de pandemie zijn programma voor elektrische vliegtuigen en het vooruitzicht op vliegen op pure waterstof wordt nog altijd gezien als iets voor de verre toekomst. Dat komt onder andere doordat duurzame alternatieven erg duur zijn en nog altijd beperkt schaalbaar, maar de krant is hoopvol: ‘Deze crisis zou dat proces kunnen versnellen. Misschien wordt 2026 wel het jaar waarin de luchtvaart een grote sprong voorwaarts maakt.’

  • Dit doen de superrijken op vakantie

    Dit doen de superrijken op vakantie

    Een diner op de Noordpool, kite-skiën op Antarctica of racen op een vulkaan; vermogenden kiezen steeds vaker de meest extreme ‘luxepedities’.

    Henry Reid had de Matterhorn ‘gebeast’ door binnen zes uur naar boven en weer naar beneden te klimmen, en zocht nu naar een nieuwe uitdaging. Zo belandde de eenenveertigjarige op een speedboat die met tachtig kilometer per uur over de Noorse Trollfjord suisde, voorzien van survivalpak, skiboots en ski’s om de verse sneeuw uit te proberen.

    De projectontwikkelaar uit Berkshire had samen met een groep vrienden wekenlang getraind voor de drie uur lange klim – en afdaling – van een 650 meter hoge berg te beklimmen, door kakelverse sneeuw. ‘Ik wist dat dit een van de fysiek uitdagendste dingen was die ik ooit zou doen,’ zegt hij.

    De wandeling door de sneeuw vol kick-turns en zigzags, met ‘skins’ op hun ski’s om de helling op te kunnen lopen, was uitputtend. Maar volgens Reid was het het waard toen ze bij de ijzige afgrond aankwamen en zich ‘konden voorstellen hoe de Scandinaviërs op de mythen van de Walkuren waren gekomen’.

    Toen ze na de terugreis door sneeuw tot aan hun middel weer bij de boot aankwamen was het tijd voor een bezoek aan een plaatselijke herberg genaamd Metro, naar zijn oorsprong als meteorologiestation. Na een diner bereid door een Italiaanse chef kwam de eigenaar van Metro, Matthias, ‘naar ons toe en zei: “Als jullie nog nooit het noorderlicht hebben gezien, moet je nu even naar buiten gaan,”’ vertelt Reid. ‘De hemel werd groen, met witte en blauwe strepen; het was de perfecte afsluiting van een perfecte dag.”

    Het is de norm van een nieuw soort reiziger om met extreme vakanties de grenzen van het menselijke uithoudingsvermogen op te zoeken, op zowel fysiek als mentaal vlak. Dit zijn niet het soort avonturiers die in juni 2023 in de zwarte, ijzige diepte van de Atlantische Oceaan omkwamen in de Titan-onderzeeër van Ocean Gate. Denk eerder aan de techbro’s uit de film Mountainhead van Jesse Armstrong, die in identieke oranje skipakken de top van een berg in Utah beklimmen en daar neerstrijken om uit te rusten en hun netto vermogens met elkaar te vergelijken. Niet alleen de sneeuw was diep, maar ook hun portefeuille.

    Gewoontjes

    Nu recente rapporten aantonen dat de Mount Everest te vol en vervuild raakt – en dergelijke klimsessies inmiddels zo populair zijn dat ze te gewoontjes zijn geworden voor vermogende wereldmigranten – krijgen onaangeraakte bergtoppen, de krochten van de zee en zelfs de ruimte steeds meer aantrekkingskracht.

    Neem Henry Cookson. Hij begon een nieuwe carrière waarbij hij anderen meeneemt naar het einde van de wereld en – als het meezit – weer terug. ‘Ik was een bankier met overgewicht die veel te veel tijd doorbracht in de Londense cafés. Mijn leven veranderde toen ik een uitnodiging ontving voor de Scott Dunn Polar Challenge,’ vertelt hij vanaf de top van een alp, waar hij eindelijk tijd heeft mij telefonisch te woord te staan.

    Hij won de race van 580 kilometer naar de magnetische noordpool en brak met zijn tijd van elf dagen het parcoursrecord. Vervolgens wandelde en kiteski’de hij naar het zuidelijke punt van onbereikbaarheid – het punt in Antarctica dat in alle richtingen het verst van de zee ligt. Op 19 januari 2007, 48 dagen na het vertrek van het Novolazarevskaya-station, vestigde hij met zijn drie teamgenoten een wereldrecord; ze waren de eersten die de plek bereikten zonder gebruik te maken van motorvoertuigen.

    ‘Als je de juiste mensen om je heen hebt kan je de meest wonderbaarlijke dingen bereiken’

    ‘Ik wist helemaal niet hoe je een poolexpeditie ondernam. Ik kon niet langlaufen en was zeker niet fit. Maar als je de juiste mensen om je heen hebt kan je de meest wonderbaarlijke dingen bereiken,’ vertelt hij.

    Met zijn bedrijf Cookson Adventures, dat hij na die reis oprichtte, kunnen klanten overal heen. Zo biedt hij een diner op de Noordpool aan, waarbij klanten vanuit Canada, waar het ijs dik genoeg is, naar het poolgebied reizen, en in een zogeheten jump plane naar de Noordpool vliegen, waar ze vervolgens naar een gedekte tafel op het ijs skydiven.

    ‘Sommige cliënten kunnen al skydiven, anderen worden aan een expert vastgemaakt,’ vertelt Cookson.
    Het ijs rondom de noordpool drijft rond en het is best een opgave om in te schatten welke richting het op gaat. Het is de bedoeling dat ze zich tegen de tijd dat het kamp staat en de gasten per parachute arriveren precies op de pool bevinden. ‘Iedereen wil een foto waarop de GPS bevestigt dat ze op de pool staan,’ legt Cookson uit.

    Nadat de gasten een nacht op het ijs hebben doorgebracht zet Cooksons team een sauna met koelbad klaar om de gasten goed wakker te krijgen. De prijs: ‘Vanaf 1,2 miljoen dollar [ongeveer 1,04 miljoen euro],’ zegt hij, met nadruk op ‘vanaf’.

    Sauna op de pool1
    Na een overnachting op de Noordpool naar de sauna en tussen de sessies een duik onder het ijs. – © Cookson Adventures

    Geen prijslimiet

    Deze nieuwe niche voor reizen voor amateuravonturiers draagt de vreselijke naam luxepedities. Volgens onderzoek van reisconsulent Grand View bedraagt deze sector wereldwijd al ruim 1,4 biljoen dollar, met een verwachte jaarlijkse groei van 7,9 procent. Zo veel nullen op de rekening vallen in het niet naast de belofte van een ultieme uitdaging. ‘Als er een prijslimiet is, hebben we die nog niet gevonden,’ aldus directeur Kevin Jackson van EXP Journeys, die met het Dineh-volk in Noord-Amerika samenwerkt om voor het eerst een expeditie naar de top vande Tower Butte te organiseren, een 300 meter lange rotsachtige toren in Arizona met uitzicht op Lake Powell, om daar vervolgens te kamperen.

    ‘Zo heb je je privébergtop,’ vertelt hij. ‘Het is nooit eerder gedaan. Het uitzicht bij zonsopkomst en zonsondergang is een van de mooiste in de wereld.’

    Na op de 23 meter lange woonboot Sumerset op Lake Powell te hebben overnacht, wandelen de gasten door de ravijnen naar de rotspilaar. Die beklimmen ze vervolgens van de zuidoostelijke zijde met reeds bevestigde touwen en de Jumartechniek – een soort touwladder. Eenmaal aan de top slaan ze hun kamp op met chef Shon Foster, die een ‘veredelde Navajo-tacomaaltijd’ voor ze bereidt. De volgende dag gebruiken ze de touwen om weer naar beneden te abseilen.

    De laatste dag is minder uitputtend. Die besteden ze bij Amangiri, een post van Aman, de hotelgroep met de filosofie ‘less is more’ (totdat je de rekening ziet). De reis kost 20.000 dollar per persoon, uitgaande van een tienkoppige groep. Wrang detail: de dodelijke Titanic-expeditie kostte 250.000 dollar de man.

    ‘Je wilt niet graag terugkijken en denken: “God, wat had ik dat graag eens geprobeerd”’

    Waar komt deze toename in luxepedities vandaan? Voor de techbro-scene van Mountainhead spelen het gevaar voor eigen leven en de kans om jezelf te bewijzen spreken een rol. Maar Geordie Mackay-Lewis en Jimmy Carroll, voormalig kapiteins in het Britse Leger en oprichters van Pelorus, de firma achter Reid’s Noorse odyssee, hebben het niet zo op opschepperij en noemen een andere motivatie.

    ‘Je groeit, ontwikkelt en leert een heleboel over jezelf als je doorzet en jezelf uitdaagt,’ legt Carroll uit. ‘Klanten merken vaak dat ze van dit soort reizen weerbaarder worden, meer waardering krijgen voor teamwork onder druk en dat ze, als het leven wordt gereduceerd tot zijn puurste vorm, beter gaan inzien wat er echt toe doet.’

    Reid stemt hiermee in: ‘Voor mij draait het niet om het patsen. Skiën is een van mijn favoriete bezigheden met vrienden. Je wilt niet graag terugkijken en denken: “God, wat had ik dat graag eens geprobeerd.” Die reis naar Noorwegen wilde ik al jaren maken. Voor mij en mijn vrienden betekent het veel, het gaat niet om de buitenwereld.’ Na de zware klim kozen de vrienden ervoor de laatste twee dagen van hun Arctic Elements ski-ervaring over te gaan op heli-skiën, waarbij ze zich op tussen de 600 en 1500 meter hoogte vanuit de helikopter naar beneden lieten vallen.

    Geprikkeld en uitgedaagd

    Lauren Ho, reisdirecteur van de wereldwijde lifestylebijbel Wallpaper magazine, beaamt dat veel reizigers verlangen naar ‘vervreemding, ontdekking en de mogelijkheid op tijdens het reizen en geprikkeld en uitgedaagd te worden’.

    Op weg van Londen naar Saudi-Arabië legt ze uit: ‘Het is nooit zo makkelijk geweest om ergens te komen, maar tegelijkertijd is het nooit zo moeilijk geweest om te weten waarom. Ooit reisden we om de wereld te ontdekken, nu boeken we hotels en restaurants vanwege hun beoordeling op Tripadvisor, allemaal geselecteerd door algoritmen en voor ons gemak geoptimaliseerd.

    We bewegen ons door de wereld zonder al te veel uitdagingen. De plekken die er echt toe doen – en die ons bijblijven – zijn de plekken die provoceren, die ons confronteren en waar we nog lang na de reis aan terugdenken.’

    ‘Het is nooit zo makkelijk geweest om ergens te komen, maar tegelijkertijd is het nooit zo moeilijk geweest om te weten waarom’

    De door The White Lotus geïnspireerde trend om het nieuwste ‘it’-resort te bezoeken en op sociale media ervaringen met vaak gekunstelde luxe te delen, zet sommige welgestelde reizigers ertoe aan nieuwe horizonten op te zoeken. ‘Voordat het iets werd om te documenteren diende reizen om te ervaren. Men ging niet op reis om in contact te komen met de buitenwereld, maar om eraan te ontsnappen. Het was niet performatief maar persoonlijk. Geen publiek, enkel de spanning om op een plek te komen die niet eens doorhad dat je was gearriveerd.’ Luxereizenonsulent en hoofd van Brown en Hudson Philippe Brown is beaamt dat de drukke plekken, bekend van Instagram, er inmiddels ‘goedkoop’ uitzien voor rijke reizigers die ze al eerder bezochten. Hij ontwijkt de trendy ervaringen en kiest in plaats daarvan voor ‘zeldzame, ongebruikelijke paden, die juist resoneren met mensen die alles al hebben.’

    Reisagent Jaclyn Charles, oprichter van Sienna Charles, beklaagt ‘de celebrityvorming van het reizen. Neem bijvoorbeeld Jeff Bezos en Lauren Sánchez.’ Het stel vierde hun bruiloft door in Venetië een week lang te feesten op Koru, hun superjacht van 500 miljoen dollar.

    Charles, die voormalig VS-president George Bush en zangeres Mariah Carey onder haar klanten mag rekenen, biedt reizen op maat aan waarmee men volledig off the grid kan gaan. ‘We hoeven niet naar Mount Everest om iets speciaals te creëren.’ Of naar Venetië in een superjacht.

    ‘Met de juiste gidsen kunnen “extreme” omgevingen veilig worden voor niet- ontdekkingsreizigers’

    Mackay-Lewis en Carroll merken op dat verbeteringen op het gebied van veiligheid het misschien nog niet makkelijk, maar zeker praktischer maken om vrijwel ieder avontuur aan te gaan – behalve dan naar de maan reizen, maar ook dat is waarschijnlijk slechts een kwestie van tijd.

    Mackay-Lewis, die op een foto op de Pelorus-website hand in poot staat afgebeeld met een wolf, zegt: ‘Met de juiste gidsen en voorbereiding kunnen “extreme” omgevingen veilig worden voor niet-ontdekkingsreizigers en niet-extreme reizigers.’

    Zo is het vandaag de dag mogelijk om vier actieve vulkanen in Nicaragua te beklimmen binnen 24 uur, een prestatie die Carroll de ‘Le Mans 24-hour challenge’ noemt, ‘maar dan met vulkanen in plaats van auto’s. Het gaat om een van de minst bezochte en toch een van de mooiste plekken op aarde, met actieve lavavelden.’

    82.000 euro

    Voor degenen die na deze uitdaging wat willen ontspannen, organiseert Pelorus een uitstapje van een paar dagen naar het privé-eiland Calala, naast de kust van Nicaragua, waar diëtisten, wellness- en herstelexperts beschikbaar zijn. Een avontuur van acht dagen, inclusief de challenge van 24 uur en een week op het eiland, kost vanaf 95.000 dollar (ongeveer 82.000 euro) per persoon, uitgaande van een groep van vier personen.

    Naast veiligheid speelt voldoening een grote rol. Toen een rijke familie een reis naar de Noordpool aanvroeg, organiseerde Pelorus een pakket met genoeg activiteiten om een hele David Attenborough-documentaire mee te vullen, inclusief pinguïns voor de kleuters, een gletsjerwandeling voor de grootouders en een ijsbeersafari op een Zodiacboot voor het hele gezelschap. Lunch werd geserveerd op de rand van een ijskap, op een grote tafel geflankeerd door met bont beklede stoelen.

    Diner op de pool 1
    De tafel is gedekt voor een familite op ‘expeditie’ op de Noordpool. – © Pelorus

    Reizen naar de noordelijkste plek op aarde zijn niet ongewoon voor Pelorus, wiens reizen op een luxejacht rondom Spitsbergen vanaf 20.000 dollar per persoon (exclusief vlucht) worden aangeboden. Degenen die voet aan wal willen zetten op de Noordpool kunnen eventueel met een OceanSky-schip op reis, waar, als ze weer terug aan boord zijn, de klanten worden vergast op sterrendiner.

    Zijn dit soort extreme reisjes het geld waard, al maken ze maar een klein deukje in de portemonnee van de een- procenter? ‘Honderd procent!’ zegt Mackay-Lewis terwijl hij de zoveelste flinke cheque incasseert. Hij wijst ons op de benodigde creativiteit om uit te blinken op de reismarkt.

    ‘Als ze naar een normaal luxueus reisbureau gaan en zeggen: “Ik wil naar Namibië,” staat ze waarschijnlijk een standaardrondreis te maken. Er zit geen verhaal achter. Er is geen echte onderdompeling bij inheemse gemeenschappen en geen aandacht voor natuurbehoud.’

    Donaties

    Cookson beaamt dat maatschappelijke baten op langere termijn een krachtige prikkel zijn voor luxpeditionisten. Hij wijst erop dat na zulke avonturen de donaties snel volgen – of het nu gaat om weeshuizen, de filantropische stichtingen van de reisorganisaties of om hoge toegangs-/permit-fees voor ‘onbereikbare’ locaties die als donatie worden gepresenteerd.

    Om het Bhutaanse Koninklijke Park Manas te mogen bezoeken, waar men naar de bedreigde Bengaalse tijger en de Aziatische olifant op zoek gaat, of om op nieuwe routes in het heuvelgebied van het Himalayagebergte te wandelen, moeten Cooksons klanten een lokale ngo, school of conservatieproject steunen – bovenop de standaardprijs van 250.000 voor de tiendaagse reis. ‘Het koninklijk huis van Bhutan staat erop dat groepsreizen een duidelijk doel hebben en een bijdrage leveren aan het land,’ legt Cookson uit.

    Cookson en Lenin
    Henry Cookson op de Antarctic Pole of Inaccessibility. – © Cookson Adventures

    Zelf doet hij daar graag nog een schepje bovenop. ‘We hebben plannen om een uniek en nooit eerder vertoond eco-kamp te stichten op een prachtige plek in Groenland, een bestemming waar we steeds meer organiseren,’ zegt hij. Het gebied ontwikkelt momenteel een internationale toerismesector – zo werd er vorig jaar een nieuw vliegveld geopend, met nog twee in het vooruitzicht.

    Niet alle welgestelde vakantieaanbieders hebben echter de duurzaamheidsboodschap meegekregen. ‘Sommigen lijkt het helemaal niets te kunnen schelen,’ aldus Mackay-Lewis. Dus ‘rekent Pelorus het door aan de klant’, met een extra ‘planeetrekening’ op elke factuur, en een heffing van 1 procent voor natuurbehoud.

    Luxpeditionisten moeten er van hen aan geloven – of hun miljoenenbudget voor avonturen ergens anders besteden.

  • Bestaat er zoiets als een goede toerist?

    Bestaat er zoiets als een goede toerist?

    Protesten tegen overtoerisme nemen toe, en toch blijft de vraag naar goedkope reizen en verre bestemmingen groeien. Hoe kun je op vakantie gaan zonder deel van het probleem te worden?

    Sinds 2019 gaat het vaak over ‘vliegschaamte’; het ongemak wanneer je in een vliegtuig stapt terwijl je je bewust bent van de CO₂-uitstoot die dit met zich meebrengt. Treinen en boten wonnen als vervoermiddel aan populariteit en de vliegbranche leek zelfs gevaar te lopen omdat het aantal passagiers op zakelijke reizen bleef dalen. Cijfers als die uit Spanje – 222 miljoen gebruikers van de luchthavens in 2018 tegenover 236 miljoen in 2023 – laten echter zien dat het ecologisch bewustzijn bij de burger nog altijd minder groot is dan hun wens de wereld te verkennen.

    Massatoerisme is niets nieuws, maar concentreerde deze bedrijfstak zich eerst op bepaalde gebieden die erop in waren gespeeld, zoals de Spaanse stad Benidorm, inmiddels dreigt het alles op te slokken. Met de groeiende impact ervan heeft het idee postgevat dat, in de woorden van antropoloog en ecoloog Emilio Santiago, ‘onze beschaving aan toerisme ten gronde gaat’. 

    Als het gaat om verzet tegen misstanden in de consumptiemaatschappij, is je onttrekken vaak een vorm van luxe

    In 2019 waren protesten als die op de Canarische eilanden in mei en die van 28 juni 2024 in Malaga moeilijk voorstelbaar, waarbij milieukwesties werden gekoppeld aan de woningnood en de uitzichtloze situatie van de jongeren. Maar ook die uitgebuite jongeren willen in het hoogseizoen, als ze vakantie hebben, even van omgeving veranderen en als ze het zich kunnen permitteren liefst ergens ver weg uitrusten of nieuwe omgevingen verkennen. Oftewel: zelf in een toerist veranderen.   

    Juist daarom is het van belang om, net als bij de mode-industrie of de grote techbedrijven die onze data beheren, kritisch te kijken naar de vraag in hoeverre we willen deelnemen aan deze sector. En of we het ons wel kunnen permitteren dat niet te doen. Want als het gaat om verzet tegen misstanden in de consumptiemaatschappij, is je onttrekken vaak een vorm van luxe.

    Van schuld naar het zoeken van alternatieven

    ‘Een van de potsierlijkste privileges die het neoliberalisme in stand houdt, is het weekendje weg. Op zulke dagen krijgen de technische structuren van de kapitalistische samenleving even vrij spel – en dat uit zich in een van haar troosteloze uitwassen: feesten, drinken, een beetje seks’, schrijft Emilio Santiago in zijn recente essay ‘Psychogeografie van nabij; poëtische wandelingen tegen de toeristische dwang’. Toch stelt de ecoloog even later ook dat wie toerisme om morele redenen afwijst en denkt het te bestrijden door simpelweg de ongemakkelijke waarheid over de sociale en ecologische schade te onthullen, onherroepelijk op een politiek fiasco afstevent.

    Mogelijk helpt ‘vliegschaamte’ om de minderheid die verantwoordelijk is voor de meeste vluchten (in Frankrijk bedient 50 procent van de vluchten 2 procent van de bevolking) een schuldgevoel te bezorgen zodat ze enkele van hun verplaatsingen heroverwegen, maar het is niet erg effectief – en ook niet eerlijk – om een beroep te doen op de meerderheid van de bevolking. Al in 2001 stelde de VN een Mondiale Morele Code voor het Toerisme op met tien punten om het toerisme te veranderen in een activiteit die het milieu respecteert en bovendien de landen van bestemming ten goede komt. Maar deskundigen zijn het erover eens dat het verschijnsel eerder samenhangt met grote zakelijke en politieke belangen dan met het gedrag van de individuele toerist.

    Heeft het dan zin je af te vragen of je goed bezig bent op het moment dat je een vakantie plant? Bestaat er, naast die universele code van de VN, een richtlijn die ons als individu kan begeleiden wanneer we toerist worden? 

    Toeristen die onder toerisme lijden

    ‘Het toerisme is als een inktvis die zijn armen naar alle kanten uitstrekt,’ verzucht Juan Luis Toboso, curator en docent, die heeft gezien hoe Porto, de stad waar hij al ruim tien jaar woont, in korte tijd is veranderd. ‘Een van de vervelendste ervaringen wat mij betreft is dat deze stad ineens verschillende ritmes heeft. Die waren er altijd al wel voor degenen die de publieke ruimte innemen: je hebt nachtwerkers, kinderen die naar school gaan, vroege joggers… Maar er kwam een moment dat wij, die door de stad bewogen om ons steentje bij te dragen, werden gedomineerd door groepjes mensen met een ander ritme; dat van de grote menigte toeristen (dat zich op zijn beurt laat opsplitsen: dat van de senioren, dat van de feestgangers, dat van de wandelaars). Zoals wanneer je ’s avonds nog wat boodschappen wilt doen en je kunt er niet langs omdat de stoep vol staat met een groep sangríadrinkers.’ 

    Wat doet Toboso als hij zelf wil ontsnappen uit zijn ‘gekoloniseerde stad’? ‘Het valt niet mee om aan het toerisme te ontkomen, maar er zijn wel wat methodes,’ antwoordt hij. ‘Zo houd ik ervan om op vakantie vrienden te bezoeken. Ik zoek mensen op die al een tijd in een bepaalde stad wonen en probeer dan lokale producten te kopen en naar gewone cafés te gaan, niet naar trendy gelegenheden, en zo de meute en het toeristisch circuit te ontvluchten. Maar dat maakt natuurlijk dat die plekken op een gegeven moment misschien ook toeristisch worden. Een van de oorzaken van het probleem is onze obsessie om alles te posten. Als ik ergens lekker eet vertel ik het niet meer door aan vrienden van vrienden, want ik wil niet dat ze daarheen gaan, foto’s maken en zo het balletje aan het rollen brengen. Ik neem je straks mee naar een geweldig restaurant, maar vertel het niet verder! En ik zal niet toestaan dat je een foto neemt,’ waarschuwt hij.

    ‘Ik denk dat als mensen minder egoïstisch en inhalig waren, de algemene ervaring anders zou zijn’

    Fotograaf en cineast Raquel Agea is in Benidorm geboren en getogen. Ze vertelt dat opgroeien in een stad die zo sterk op toerisme gericht was, haar bewust heeft gemaakt van problemen die voor bezoekers vaak onzichtbaar blijven. Zo vraagt ze zich constant af of toerisme ook eerlijk kan zijn voor zowel werknemers als ecosystemen. ‘Ook als consument zou ik heel graag het antwoord op die vraag hebben. Ik denk dat als mensen minder egoïstisch en inhalig waren, de algemene ervaring anders zou zijn,’ merkt ze op. Ook zij ziet niet af van reizen, maar probeert het zo duurzaam mogelijk te doen. ‘Normaal gesproken passen de toeristische plaatsen zich uiteindelijk aan de bezoekers aan. Mijn insteek is precies andersom: ik wil zo’n plek als toerist en bezoeker benaderen vanuit respect, aandacht, liefde.’

    Overigens beseft Agea heel goed dat het begrip ‘verantwoordelijk toerisme’ – net als veel andere termen omtrent onthaasting en duurzaamheid – ongemerkt iets elitairs kan krijgen. Terwijl we het hier hebben over iets dat in wezen nog altijd een recht is. Vergelijk het met situaties waarin we, ondanks beter weten, toch voor de minst duurzame optie kiezen, simpelweg omdat dat is wat we ons kunnen veroorloven. ‘Alles is terug te brengen tot de economische klasse waartoe je behoort: als je geen geld en tijd hebt, kies je uiteindelijk voor de makkelijkste en snelste weg. En die ene keer per jaar dat je kunt reizen, hoef je je voor je gevoel niet zo druk te maken over duurzaamheid.’

    Tegenstrijdigheden

    Net als elke andere bedrijfstak roept het toerisme tegenstrijdige gevoelens op waar je niet zomaar omheen kunt, zeker wanneer er bijvoorbeeld wordt gestunt met goedkope aanbiedingen. Je kunt proberen je persoonlijke impact te beperken, je CO₂-voetafdruk meten of je aansluiten bij platforms die streven naar politieke en economische verandering. Maar zolang het systeem niet fundamenteel verandert, is het misschien nog het eerlijkst om de tegenstellingen gewoon onder ogen te zien.

    En laten we wel wezen, zegt Agea, als toerist veranderen we allemaal een beetje in een parodie van onszelf. ‘Het is grappig om mensen te zien die, naarmate de connotaties van toerisme negatiever worden, ontkennen er zelf een te zijn – omdat ze zogenaamd de typische valkuilen vermijden. Ook zij maken onvermijdelijk deel uit van wat ze proberen tegen te gaan.’

    Enrique Rey

    werkt sinds 2000 voor El País waar hij alledaagse zaken benadert vanuit de literatuur en de filososofie. Hij surft, ook graag op het internet.

  • Waarom de eeuwige kritiek op toeristen onterecht is

    Waarom de eeuwige kritiek op toeristen onterecht is

    Vakantiegangers beschadigen het klimaat, verdringen de lokale bevolking en zien er vaak ook nog eens belachelijk uit. Toch is het volgens Philipp Laage in Der Spiegel ronduit verkeerd – en elitair – om anderen het recht op vakantie te ontzeggen.

    Lang was reizen iets gewilds: iemand die regelmatig met het vliegtuig op vakantie ging om andere landen te zien, werd beschouwd als kosmopoliet. Dat is nu wel anders. Vandaag de dag zijn toeristen klimaatzondaars die de lokale bevolking het leven onmogelijk maken. Ze worden niet alleen als storend gezien vanwege een bepaald soort gedrag, ze zijn per definitie misplaatst. Het algehele nut van reizen wordt in twijfel getrokken.

    Maar door wie eigenlijk? En vooral, waarom? De waarheid is: zolang mensen bewust en bedachtzaam met zichzelf, anderen en hun omgeving omgaan, maakt het niet uit waar ze zijn. En als ze dat niet doen, geldt hetzelfde. Het is niet zo dat reizen mensen beter of slechter maakt. En misschien is het zelfs wel zo dat directe culturele uitwisseling door persoonlijke ontmoetingen steeds belangrijker wordt nu de spanningen wereldwijd toenemen. Is het niet gemakkelijker om interpersoonlijke grenzen te overstijgen als je ook geografische grenzen overschrijdt?

    Het nieuwe kolonialisme

    Veel mensen lijken het nu anders te zien. Onder andere veel journalisten. Jens Jessen maakt in Die Zeit de balans op van het onbeschaamde massatoerisme en noemt het ‘het nieuwe kolonialisme’. Hij observeert ‘een onstuimig verlangen van mensen die aan huis gebonden zitten om minstens één keer per jaar anderen te kunnen lastigvallen en kleineren’. Geen beste reden voor een vakantie. Andere culturen leren kennen, je horizon verbreden, vooroordelen afbreken – wat is daarmee gebeurd?

    Blijkbaar allemaal zelfbedrog. Vakantie is ook gewoon werk, schrijft Nils Markwardt, eveneens in Die Zeit. Als je iets wilt leren, kun je een boek kopen. Hetzelfde geldt voor wie zichzelf wil ontdekken. ‘Dus het is het beste om gewoon thuis te blijven’, besluit de auteur stellig.

    Vice ergerde zich een paar jaar geleden vooral aan ‘kinderen van rijke ouders op zelfontdekkingsreis’. Van reizen worden we slechtere mensen omdat we het klimaat verpesten, aldus de strekking. Alle eventuele voordelen moeten wijken voor de ecologische crisis.

    De Amerikaanse filosoof Agnes Callard baarde opzien met een essay in The New Yorker. Ze vraagt zich daarin af of reizen wel echt zo verrijkend is. Haar belangrijkste bezwaar: we weten al wie we zijn als we terugkomen. Ook avonturlijkere reizigers hebben haar zegen niet. Ze wenden verandering voor, maar zijn uiteindelijk niet in staat om zichzelf objectief te bekijken en te beoordelen. Je kunt je afvragen: de auteur wel dan?

    Het essay ging viraal en herhaalde de bekende beschuldigingen tegen toeristen: ze zien niets, leren niets, veranderen niet. Het is allemaal vluchtgedrag, narcisme en zelfbedrog. Reizen verandert ons enkel in de slechtste versie van onszelf, aldus Callard.

    Volgens Die Welt is reizen binnenkort simpelweg niet meer van deze tijd. De krant spreekt van een ‘nieuwe haat tegen toeristen’ – maar zo nieuw is die niet.

    Cruise naar de ondergang

    Het zwartmaken van toeristen gaat ver terug. Al in de negentiende eeuw werd er geklaagd dat het plebs in aantocht was en dat de beste tijden voorbij waren. Al toen vakantiegangers nog in verantwoorde aantallen reisden, werden ze beschouwd als schapen en lemmingen die de massa volgden; als een kudde, roedel of zelfs als een zwerm insecten die steeds weer ergens anders neerdaalden.

    Het ongemak met toerisme is altijd gevoed door de culturele oppervlakkigheid en het ontwrichtende massale karakter ervan. Critici maken graag onderscheid tussen toeristen en ‘echte reizigers’, die hun horizon willen verbreden. Al die kritiek en spot heeft de massa er echter nooit van weerhouden om te reizen. De laatste tijd geven Duitsers meer geld uit aan vakanties dan ooit tevoren en langeafstandsreizen en vliegen zijn nog altijd razend populair.

    Wel heeft het onbehagen dat de vakantieganger veroorzaakt nu een morele implicatie: toeristen worden ervoor verantwoordelijk gehouden de mensheid dichter bij haar einde te brengen, als op een cruise naar de ondergang.

    De toerist lijkt niet te passen in een tijdperk dat soberheid predikt. In haar boek Bleibefreiheit [Blijfvreugde] stelt filosoof Eva von Redecker dat vrijheid niet gedefinieerd moet worden in termen van ruimte, maar in termen van tijd: we moeten thuisblijven om de basisvoorwaarden van het leven in de toekomst garanderen. Niet uit dwang of plicht, maar omdat dat ons voldoening schenkt. In deze utopie is letterlijk weinig ruimte voor de vakantieganger; de Oostzee en de Beierse meren zijn immers al overvol.

    Wie verder weg wil rijden of vliegen, moet de klimaatimpact van zijn eigen vakantie verantwoorden en wordt al snel veroordeeld. Daarbij wordt vaak met twee maten gemeten. De thuisblijvers houden er immers misschien wel een levensstijl op na die in het dagelijkse leven meer uitstoot veroorzaakt dan die van sommige reizigers. Toegegeven, dat is whataboutism. Maar moeten we ons wel kritisch opstellen ten opzichte van elkaars prioriteiten?

    De moraalridder uithangen zal er waarschijnlijk niet toe leiden dat die ander dat zal veranderen

    Vliegen is gewoon een dure luxe, wordt wel gezegd. In tegenstelling tot huisvesting, bijvoorbeeld. Reisemissies zijn daarom onnodig en dus immoreel. De vraag is wat je met zulke beschuldigingen wilt bereiken. De moraalridder uithangen en je opwinden over andermans gedrag zal er waarschijnlijk niet toe leiden dat die ander dat zal veranderen. Dat is tenminste wat de maatschappelijke ontwikkeling van de afgelopen jaren ons toont. Er valt weinig te winnen door anderen de legitimiteit van hun belangen en behoeften te ontzeggen. Ook als die behoefte een vakantiebestemming is die verder ligt dan het Zwarte Woud, Texel of het Vierwoudstedenmeer.

    Niets wijst erop dat de meerderheid van de mensen binnenkort vrijwillig zal afzien van vliegreizen. Slechts enkelen kiezen ervoor om het niet te doen (en gaan daar prat op). Degenen met minder geld willen ook weleens met het vliegtuig op vakantie, en laten zich daarin niet door anderen beperken.

    Eén suggestie is om iedereen een persoonlijk CO₂-budget te geven. Als je van reizen houdt, kun je je budget daaraan spenderen en moet je elders bezuinigen. Maar wie moet dit gaan controleren? Een nieuwe superautoriteit? Daar hebben we waarschijnlijk een dictatuur voor nodig.

    Met het definiëren van de term overtoerisme lopen we tegen eenzelfde probleem aan: wie naar Mallorca vliegt om van de zon te genieten moet wegblijven, maar cultuurreizigers zijn welkom? Wie kan het doel van de reis beoordelen en bij twijfel de boeking weigeren?

    Nee, de markt moet reguleren. En omdat bekend is dat de markt op hol slaat en alle neveneffecten negeert als we haar haar gang laten gaan, moeten politici haar in toom houden. Ze moeten een prijs zetten op klimaatschade, woningen beschermen en infrastructuur reguleren. Met belastingen en boetes, eisen en regels, lokkertjes en compromissen. Hoe dit op een sociaal aanvaardbare manier kan worden bereikt is een belangrijke vraag, die niet eenvoudig te beantwoorden is.

    Elitair

    Veel vakantiegangers passen zich aan, slechts weinigen lappen de regels moedwillig aan hun laars. De meeste van hen zijn helemaal niet zo onwetend als ze vaak worden afgeschilderd. Bovendien moeten we niet over het hoofd zien dat slechts een paar plaatsen op aarde echt zonder bezoekers kunnen. In veel regio’s heeft toerisme een doorslaggevende bijdrage geleverd aan de welvaart. De ongelijke verdeling van inkomsten en het gebrek aan sociale normen zullen niet worden opgelost als er over het algemeen minder te verdelen valt. Integendeel.

    Het is onrealistisch om van toeristen te verwachten dat ze deze problemen oplossen door hun consumptiegedrag aan te passen. De verantwoordelijkheid voor structurele veranderingen kan niet worden afgeschoven op de reizigers. Nuttiger zou het zijn om politieke maatregelen te promoten die klimaatbescherming en sociale rechtvaardigheid bevorderen.

    Het nut van het snel toenemende Instagramtoerisme is zonder meer discutabel. Hoe we reizen is en blijft dan ook een belangrijke vraag. Natuurlijk kun je door minder te vliegen een persoonlijke bijdrage leveren aan de bescherming van het klimaat, of het nu daadwerkelijk iets oplevert of niet. Maar anderen veroordelen en het recht ontzeggen om op vakantie te gaan, is ronduit verkeerd en elitair.

    Waarom iemand op vakantie gaat, moet hij zelf weten. Het gaat waarschijnlijk zelden echt om die persoonlijke transformatie, al suggereert filosoof Callard van wel. Het lijkt niet bij deze auteur op te komen dat mensen die naar het buitenland reizen gewoon op zoek zijn naar een beetje plezier, of ontspanning.

    Misschien is de toerist zo’n populaire boeman omdat mensen in het licht van complexe, escalerende crises duidelijkheid willen: wie staat aan de goede kant, wie aan de verkeerde? Eenvoudige antwoorden maken de wereld draaglijker. Maar niet beter. 

  • Nog even en we zitten in hartje winter aan de Rivièra

    Nog even en we zitten in hartje winter aan de Rivièra

    De wereldwijde temperatuurstijging zal onze vakanties drastisch veranderen. Niet alleen zullen we andere bestemmingen kiezen, ook de traditionele zomer als hoogseizoen staat onder druk.

    In 1975 scoorde zanger en presentator Rudi Carrell een hit in Duitsland met het lied Wann wird’s mal wieder richtig Sommer?, waarin hij verlangde naar de hittegolven van weleer. Een tijd waarin men volgens Carrell nog geen sauna nodig had, en de schapen ’s zomers graag werden geschoren:

    Ein Sommer, wie er früher einmal war,
    Ja, mit Sonnenschein von Juni bis September
    Und nicht so nass und so sibirisch, wie im
    letzten Jahr

    Bewoners van kille, noordelijke streken hebben altijd naar hete zomers verlangd. In elk geval sinds 1923, toen de Amerikaanse socialites Gerald en Sara Murphy zich pioniers toonden op het gebied van zonnen aan de Franse Rivièra. Langzaam ontstond er brede overeenstemming over de ideale weersomstandigheden – een zonnige lucht en temperaturen rond de 25 graden – en de plek die daarbij hoorde: het strand.

    Maar sinds de hittegolven van 2019 is de zomer veranderd van een tijd om naar uit te kijken in een tijd om te vrezen. Europa, dat twee keer zo snel opwarmt als het mondiale gemiddelde, had zijn heetste zomer ooit in 2022.

    De heetste zomer daarvóór was een jaar eerder, en dit alles gebeurde nog voor de warme klimaatcyclus El Niño de wereld andermaal komt plagen. Geen strand is aangenaam bij 40 graden, of met bosbranden in de verte. Voor veel rijke mensen is het veranderen van de vakantiebestemming het eerste tastbare effect van klimaatverandering. Dat is tenslotte gemakkelijker dan ergens anders gaan wonen. Vakantie vieren verandert het klimaat – het toeristenvervoer neemt 5 procent van de mondiale uitstoot voor zijn rekening – en tegelijkertijd verandert het klimaat het vakantie vieren. Nu de pandemie heeft plaatsgemaakt voor een piek in het toerisme, tekent zich een nieuwe wereldkaart met vakantiebestemmingen af.

    Kusttoerisme

    Voorlopig prijken stranden nog prominent op de kaart. ‘Kusttoerisme is de grootste component van de mondiale toeristenindustrie’, zo leert een studie uit 2014 van de Universiteit van Cambridge. Ruim 60 procent van de Europeanen kiest voor strandvakanties, en in de Verenigde Staten is het segment goed voor ruim 80 procent van de inkomsten uit toerisme.

    Sommige strandbestemmingen, zoals de Malediven en delen van het Caribisch gebied, zullen echter onder de golven verdwijnen. Ook langs de Middellandse Zee, en dan vooral aan de Afrikaanse kust, kalven de stranden af door de stijgende zeespiegel. Bovendien wordt het in het hele Middellandse Zeegebied ondraaglijk heet. De trend zal zich waarschijnlijk bewegen in de richting van strandvakanties in het koelere noorden van Spanje, in Normandië, in het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavië, totdat de hitte ook die plaatsen uiteindelijk zal overmannen. Alaska en het noordpoolgebied zouden binnenkort al aangename zomerparadijzen kunnen worden.

    Geen strand is aangenaam bij 40 graden, of met bosbranden in de verte

    Dertig jaar geleden bracht ik een paar maanden door in St. Leonards-on-Sea, een stadje aan de zuidkust van Engeland dat ooit betere tijden heeft gekend. Sinds 1820 was het een chique badplaats geweest, totdat goedkope vluchten naar de Middellandse Zee het Britse strandtoerisme de das omdeden. Ik herinner me de plek vanwege de ooit elegante hotels aan de kust, die nu werden bevolkt door krakkemikkige gepensioneerden en mensen met psychische problemen die er door Londense deelgemeenten werden gehuisvest.

    Het nieuwe, opgewarmde klimaat zou St. Leonards in de kaart kunnen spelen (mits de Engelse waterbedrijven het lozen van ongezuiverd rioolwater in rivieren en de zee staken). Dagen dat het te warm is om te zonnen zijn geschikt om de lokale wijngaarden in Sussex te verkennen. Ondertussen zou de kokende Costa del Sol de rol van verlaten vakantiebestemming wel eens kunnen overnemen. Dergelijke verschuivingen zullen de historische stroom van toeristengeld van rijkere naar armere landen gedeeltelijk omkeren.

    Voorjaar

    Nog een ontwikkeling die eraan zit te komen: de zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen. Ten eerste is het dan te warm om voor je plezier te reizen. Ten tweede neemt het aantal stellen zonder kinderen toe, en die zijn niet gebonden aan de schoolvakanties. Ten derde hebben populaire toeristische bestemmingen in het hoogseizoen bijna geen ruimte meer. Dus zullen strandresorts zich weer richten op het voorjaar, waarin ze noorderlingen hun eerste zachte zonnestralen van het jaar kunnen bieden. Misschien gaan we zelfs terug naar de jaren twintig van de vorige eeuw, toen de Britse heersende klasse hartje winter aan de Franse Rivièra neerstreek.

    De wintersport zal op den duur verdwijnen. Momenteel gaat 40 procent van de wintersporters naar de Alpen, en daar zijn al honderden resorts gesloten wegens een gebrek aan sneeuw. Bijna alle Alpengletsjers zullen deze eeuw verdwijnen. In een aantal resorts in de VS is het skiseizoen in de periode van 1982 tot 2016 al 34 dagen korter geworden, bleek uit onderzoek. Skisteden proberen zichzelf om te vormen tot bestemmingen voor zomerse wandel- en fietstochten.

    Er wachten ons traumatische veranderingen in vakantiepatronen. En de grootste slachtoffers zijn de miljoenen werknemers in de toeristenindustrie in arme landen en de familieleden die zij onderhouden. Maar deze omwenteling is nog maar een voorproefje van de nog fundamentelere verschuivingen die in het verschiet liggen.

  • Maakt reizen je een beter mens?

    Maakt reizen je een beter mens?

    Reizen wordt vaak gezien als een manier om je wereldbeeld te verruimen en empathie te vergroten, maar is dat wel echt zo? Twee opiniemakers gaan met elkaar in debat.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    ‘Wat als reizen niets meer is dan een placebo, een projectie van ons eigen wensdenken?’

    Volgens journalist en auteur Dominik Prantl in een opiniestuk in Süddeutsche Zeitung is het lastig te achterhalen vanaf wanneer reizen precies werd gezien als onbetwistbaar heilzaam. In elk geval kunnen de lovende woorden over dit onderwerp teruggevoerd worden tot de oudheid. Zoals Augustinus van Hippo ooit zei: ‘De wereld is een boek, en wie niet reist, leest slechts één bladzijde.’

    Door de jaren heen heeft de mensheid reizen verheerlijkt. ‘Als we de geschiedenis mogen geloven, heeft reizen ons altijd slimmer, toleranter, gelukkiger en – als je naar influencers op Instagram kijkt – zelfs mooier gemaakt.’ Het omgekeerde wordt ook al lange tijd verkondigd. Wie niet reist, zou als vreemd of onwetend worden gezien. ‘Dan ben je een weirdo, heb je geen geld en blijf je dom, bekrompen en triest.’ Volgens Prantl speelt de reisindustrie hier slim op in, met slogans als ‘See the world with different eyes’ en ‘Travel interesting’ van onder andere het Duitse cruiseshipbedrijf Aida en het digitale reisbureau Expedia. 

    ‘Hoe verder je reist, hoe beter. Zwart Afrika scoort meer punten dan het Zwarte Woud, Nepal meer dan Napels.’ Het lijkt dus niet alleen uit te maken óf je reist, maar ook waarheen. ‘De ervaring leert dat afstand en exotisme – denk maar aan de reisverslagen die de meeste “oohs” en “ahhs” van vrienden en familie ontlokken – nog doorslaggevend zijn bij de evaluatie van een reis, ongeacht de kosten in termen van inspanning en uitstoot.’ 

    ‘Op veel plaatsen wordt er al meer gekreund dan gejuicht doordat het hamsterwiel dat toerisme heet’

    Volgens Prantl staat het niet vast dat reizen je een beter mens maakt. Wat als we het mis hebben? Wat als reizen niets meer is dan een placebo, een projectie van ons eigen wensdenken?’ In een wereld waarin steeds meer mensen het zich kunnen en kunnen veroorloven om te reizen, worden de nadelen van deze groeiende rusteloosheid steeds groter en duidelijker. ‘Op veel plaatsen wordt er al meer gekreund dan gejuicht doordat het hamsterwiel dat toerisme heet, sneller wordt aangedreven dan de infrastructuur en de lokale bevolking kunnen bijbenen.’ Voorbeelden van overtoerisme variëren van het Eibseemeer tot Barcelona en Machu Picchu.

    Prantl vraagt zich af of de beroemde uitspraak van Mark Twain, die reizen het tegengif noemde tegen vooroordelen en bekrompenheid, nog steeds geldt in het tijdperk van massatoerisme. ‘Is het voldoende om naar het buitenland te gaan om je wereldbeeld te verruimen? En hoe lang moet je dan wegblijven? Drie weken op de Balkan? Drie maanden in Bangladesh?’ Hij twijfelt of reizen werkelijk de remedie is tegen onwetendheid. ‘Is het niet misschien eerder zo dat degenen die al leergierig zijn gewoon liever reizen en geen lesje kosmopolitisme meer nodig hebben? Hoe komt het dat de collega die ooit zo idealistisch was, ineens een beetje, nou ja, neokolonialistisch overkomt na zijn reis naar Afrika?’

    ‘We moeten niet verwachten dat onze reizen de wereld en onszelf zullen genezen’

    Het bewijs dat reizen ons echt beter maakt, lijkt volgens Prantl dun gezaaid. ‘Als je online zoekt naar antwoorden, kom je vooral persoonlijke verhalen tegen, ondersteund door onderzoeken die zelden objectief zijn.’ In 2017 publiceerde Journal of Sustainable Tourism een studie waaruit blijkt dat korte reisjes mensen gelukkiger maken, maar het benadrukt dat de conclusies beperkt zijn. ‘Dit onderzoek volgde slechts vierentwintig mensen en ging over weekendjes weg in eigen land. Strikt genomen zouden de resultaten zo geïnterpreteerd kunnen worden: waarom afdwalen naar verre oorden als je het dichter bij huis kan zoeken?’

    Een ander onderzoek, dat werd uitgevoerd door onderzoekers van de Erasmus Universiteit in Rotterdam en de Breda University of Applied Sciences met ongeveer vijftienhonderd proefpersonen, kwam tot de conclusie dat een geluksgevoel weliswaar aanwezig is na een vakantie, maar dat het enkele weken na terugkomst weer wegebt. ‘Het onderzoek toont niet aan dat reizigers gelukkiger zijn dan niet-reizigers.’ 

    Maar wat kun je doen in een tijd waarin reizen nog steeds wordt verheerlijkt als het hoogtepunt van het jaar en is opgeklommen tot hét dominante gespreksonderwerp? ‘Misschien is reizen, tegen alle verwachtingen in, wel echt “geconcentreerd geluk” en een van de “weinige kansen op het onvoorziene”, zoals de geschiedenisprofessor Valentin Groebner het ooit beschreef.’ Maar Prantl benadrukt ook dat we realistisch moeten blijven. ‘We moeten niet verwachten dat onze reizen de wereld en onszelf zullen genezen. Beter kunnen we aan onszelf toegeven dat reizen meestal niets meer is dan puur hedonisme.’

    Dominik Prantl, geboren in 1977, is journalist en auteur. Hij schrijft voor Süddeutsche Zeitung en andere media over toerismebeleid, reizen en Oostenrijk. Prantl heeft verschillende boeken geschreven, zoals Gipfelbuch, Gebrauchsanweisung für Namibia en meest recent Tirol – eine Landesvermessung in 111 Begriffen


    ‘Nu de wereld steeds meer verbonden raakt, is internationale ervaring onderdeel van een volledige opleiding’

    ‘Waarom heeft de isolationistische vleugel van het Congres hulp aan Oekraïne geblokkeerd en is het in feite een instrument geworden voor president Vladimir Poetin van Rusland?’ vraagt opiniemaker Nicholas Kristof zich af in een opiniestuk in The New York Times van begin dit jaar. ‘Republikeinse politiek verklaart een deel van deze dwaasheid, maar ik denk dat een andere reden pure domheid is. Het Congres is nogal gesloten en, vergeleken met andere rijke landen, slecht bereisd. Slechts 48 procent van de Amerikanen heeft een paspoort en ze staan erom bekend slecht te zijn in het spreken van vreemde talen.’

    Volgens Kristof is een gebrek aan vertrouwdheid en bekendheid met de wereld een van de redenen waarom de Verenigde Staten regelmatig een ‘zelfdestructief beleid’ voeren in de wereldpolitiek. ‘Misschien wel de grootste fout op het gebied van buitenlands beleid deze eeuw was de verwachting van de regering-Bush dat de Irakezen in 2003 de Amerikaanse troepen met bloemen zouden verwelkomen; dat is het soort waanidee dat je aantreft bij mensen die nog nooit een gesprek hebben gevoerd met een Arabier.’ Hij waarschuwt dat een tweede presidentschap van Trump zelfs ’nog grotere fouten’ met zich mee kan brengen, zoals een terugtrekking uit de NAVO, Oekraïne in de steek laten en daarmee het internationale systeem van na de Tweede Wereldoorlog op zijn kop zetten.

    Kristof stelt dat tijd doorbrengen in het buitenland vooroordelen doet vervagen en empathie doet groeien, omdat we beter beseffen dat we allemaal mensen zijn. ‘Het maakt ons land ook competitiever: ik zou willen beweren dat Utah er economisch van heeft geprofiteerd dat het buitengewoon kosmopolitisch is.’ Een deel van de inwoners heeft namelijk in het buitenland gewoond als Mormoonse missionaris. ‘Mijn boodschap aan jonge mensen: Ga naar het westen! Ga naar het oosten! Ga naar het noorden! En vooral, ga naar het zuiden!’ Universiteiten zouden studenten moeten aanmoedigen om minstens een semester in het buitenland te studeren of om voor de universiteit een tussenjaar te nemen om in een ander land te werken of te studeren, aldus het betoog.

    ’Probeer Engelse les te geven in een klein stadje in Zuid-Korea, Taiwan of Japan. Of doe vrijwilligerswerk in Nepal of Sierra Leone’ 

    ‘We zouden afgestudeerden niet als volledig ontwikkeld beschouwen als ze nog nooit Shakespeare hadden gelezen, de derdemachtswortel van 27 niet kenden en dachten dat Plato’s Republiek een klein Midden-Amerikaans land was’, schrijft hij. ‘Nu de wereld steeds meer met elkaar verbonden raakt, is een ander belangrijk onderdeel van een volledige opleiding de internationale ervaring.’

    Kristof heeft tijdens zijn studie een zomer geld verdiend door op een boerderij in Frankrijk te werken en dat heeft naar eigen zeggen zijn levensloop veranderd. ‘En denk niet dat studeren in het buitenland noodzakelijkerwijs betekent dat je met een meute door Rome of Londen toert. Probeer in plaats daarvan Engelse les te geven in een klein stadje in Zuid-Korea, Taiwan of Japan. Of doe vrijwilligerswerk in Nepal of Sierra Leone.’ 

    De Verenigde Staten integreren steeds meer met Latijns-Amerika, dus Spaans leren is volgens Kristof geen slecht idee. ‘En leer het dan niet in een klaslokaal. Voor een fractie van het collegegeld kun je in je eentje studeren of werken in Chili, Argentinië of een veilig deel van Mexico. Of in Bolivia – bestaat er een magischer land? De beste manier om een taal te leren is via vrienden en vriendinnen.’

    ‘Je zult over jezelf leren en je horizon verbreden’

    De kosten zijn een obstakel voor jongeren die een universitaire graad willen halen, en studeren in het buitenland kan de studieschuld nog zwaarder maken. ‘Hogescholen zouden daarom meer programma’s moeten aanbieden in goedkope landen zoals India, Marokko en Mexico.’ Ook vindt Kristof dat er meer nadruk moet liggen op jonge mensen die met een klein budget de wereld rondreizen. ‘Het beste voorbeeld is misschien wel de manier waarop jonge Australiërs – waaronder mannen en vrouwen uit de arbeidersklasse – soms een paar jaar sparen, hun baan opzeggen en een enkele reis naar Europa maken. Velen hebben me verteld dat het een bepalende ervaring in hun leven was.’ 

    Volgens Kristof moet iedereen de sprong wagen en zichzelf in het diepe gooien. ‘Je zult over jezelf leren, je horizon verbreden en na terugkomst een aantal bekrompen leden van ons Congres goede raad kunnen geven over Oekraïne en de hele wereld.’

    Nicholas D. Kristof is columnist bij The New York Times en tweevoudig winnaar van de Pulitzer Prize. Samen met zijn vrouw, Sheryl WuDunn, heeft hij vier bestsellers geschreven, waaronder het boek Half the Sky. Nicholas Kristof schrijft bij The New York Times over mensenrechten, vrouwenrechten, gezondheid en internationale betrekkingen.

  • Hoe de zomervakantie verandert als gevolg van klimaatverandering

    Hoe de zomervakantie verandert als gevolg van klimaatverandering

    Voor veel Europeanen zal de aanpassing van de vakantiebestemming het eerste tastbare gevolg zijn van de stijgende temperaturen wereldwijd, schrijft Simon Kuper van de Financial Times. ‘De zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen.’

    ​In 1975 scoorde zanger en televisiepresentator Rudi Carrell een hit in Duitsland met het lied Wann wird’s mal wieder richtig Sommer, waarin hij verlangde naar de hittegolven van weleer. Een tijd waarin volgens Carrell men nog geen sauna nodig had, en de schapen ’s zomers graag werden geschoren:

    Ein Sommer, wie er früher einmal war,
    Ja, mit Sonnenschein von Juni bis September
    Und nicht so nass und so sibirisch, wie im letzten Jahr

    Bewoners van kille, noordelijke streken hebben altijd naar hete zomers verlangd. In elk geval sinds 1923, toen de Amerikaanse socialites Gerald en Sara Murphy zich pioniers toonden op het gebied van zonnen aan de Franse Rivièra. Langzaam ontstond er brede overeenstemming over de ideale weersomstandigheden — een zonnige lucht en temperaturen rond de 25 graden — en de plek die daarbij hoorde: het strand.

    Maar sinds de hittegolven van 2019 is de zomer veranderd van een tijd om naar uit te kijken in een tijd om te vrezen. Europa, dat twee keer zo snel opwarmt als het mondiale gemiddelde, had zijn heetste zomer ooit in 2022. De heetste zomer daarvóór was een jaar eerder — en dit alles gebeurde nog voordat de opwarmende klimatologische cyclus El Niño de wereld andermaal komt plagen. Geen strand is aangenaam bij 40 graden of met bosbranden in de verte.

    Nieuwe zomerparadijzen

    Voor veel rijke mensen is het veranderen van de vakantiebestemming het eerste tastbare effect van klimaatverandering. Dat is tenslotte gemakkelijker dan ergens anders gaan wonen. Vakantie vieren verandert het klimaat — toeristenvervoer neemt 5 procent van de mondiale uitstoot voor zijn rekening — en tegelijkertijd verandert het klimaat het vakantie vieren. Nu de coronapandemie plaatsmaakt voor een toerismepiek, tekent zich snel een nieuwe vakantiekaart af.

    Voorlopig prijken stranden nog prominent op de vakantiekaart. ‘Kusttoerisme is de grootste component van de mondiale toeristenindustrie’, zo leert een studie uit 2014 van de Universiteit van Cambridge. Ruim 60 procent van de Europeanen kiest voor strandvakanties, in de Verenigde Staten is het strandsegment goed voor ruim 80 procent van de inkomsten uit toerisme.

    Enkele strandbestemmingen — de Malediven en delen van het Caribisch gebied — zullen echter onder de golven verdwijnen. Ook in de Middellandse Zee, en dan vooral aan de Afrikaanse kust, kalven de stranden af door de stijgende zeespiegel. Bovendien wordt het in het hele Middellandse Zeegebied ondraaglijk heet. De trend zal zich waarschijnlijk bewegen in de richting van strandvakanties in het koelere noorden van Spanje, in Normandië, in het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavië, totdat de hitte ook die plaatsen overmant. Alaska en het noordpoolgebied zouden binnenkort al aangename zomerparadijzen kunnen worden.

    Traumatische verschuivingen

    Dertig jaar geleden bracht ik een paar maanden door in St. Leonards-on-Sea, een stadje aan de zuidkust van Engeland dat betere tijden had gekend. Sinds 1820 was het een chique badplaats geweest, totdat goedkope vluchten naar de Middellandse Zee het Britse strandtoerisme de das omdeden. Ik herinner me de plek vanwege de ooit elegante hotels aan de kust, nu bevolkt door krakkemikkige gepensioneerden en mensen met psychische problemen die daar door gemeenteraden uit Londen werden gehuisvest.

    Het nieuwe, opgewarmde klimaat zou St. Leonards in de kaart kunnen spelen, mits Engelse waterbedrijven het lozen van ongezuiverd rioolwater in rivieren en de zee staken. Dagen dat het te warm is om te zonnen zijn geschikt om de lokale wijngaarden in Sussex te verkennen. Ondertussen zou de kokende Costa del Sol in Spanje de rol van verlaten vakantiebestemming op zich kunnen nemen. Dergelijke verschuivingen zullen de historische stroom van toeristengeld van rijkere naar armere landen gedeeltelijk omkeren.

    Nog een ontwikkeling die eraan zit te komen: de zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen. Ten eerste wordt het dan te warm om voor je plezier te reizen. Ten tweede neemt het aantal kinderlozen toe, en die zijn niet gebonden aan de schoolvakanties. Ten derde hebben populaire toeristische bestemmingen in het hoogseizoen bijna geen accommodatie meer. Dus zullen strandresorts zich weer richten op het voorjaar, waarin ze noorderlingen hun eerste zachte zonnestralen van het jaar kunnen bieden. Misschien gaan we zelfs terug naar de jaren 20 van de vorige eeuw, toen de Britse heersende klasse hartje winter aan de Franse Rivièra neerstreek.

    ‘Door de verschuiving van het ideale strandklimaat naar het noorden, verschuiven ook de geldstromen’

    De wintersport zal op den duur verdwijnen. Momenteel gaat 40% van de wintersporters naar de Alpen, en daar zijn al honderden resorts gesloten wegens gebrek aan sneeuw. Bijna alle Alpengletsjers zullen deze eeuw verdwijnen. In een aantal resorts in de VS werd het skiseizoen tussen 1982 en 2016 34 dagen korter, bleek uit onderzoek. Skisteden proberen zichzelf om te vormen tot bestemmingen voor zomerse wandel- en fietstochten.

    Er wachten ons traumatische veranderingen in vakantiepatronen. En de grootste slachtoffers zijn de miljoenen werknemers in de toeristenindustrie in arme landen en de familieleden die zij onderhouden. Maar deze omwenteling is nog maar een voorproefje van de nog fundamentelere verschuivingen die in het verschiet liggen.

  • Kunnen we nog wel in de zomer op vakantie? ‘Het is te warm om naar het strand te gaan’

    Kunnen we nog wel in de zomer op vakantie? ‘Het is te warm om naar het strand te gaan’

    Dit jaar heeft het hele palet aan extreem weer – van bloedhitte tot branden, overstromingen, tornado’s en hagelstormen als gevolg van klimaatverandering – de plannen van reizigers wereldwijd in de war geschopt. Bevindt de zomervakantie zich op een keerpunt?

    Keuze uit het archief

    Het is de laatste jaren een vast zomerritueel aan het worden: hittegolven met temperaturen tot en boven de 40 graden. Afgelopen week was met name Zuid-Europa de klos. Zo werd het in El Granado in Spanje maar liefst 46 graden.
    De opwarming van de aarde heeft gevolgen voor het toerisme en de plaatsen waar mensen heen gaan, zo blijkt uit dit stuk van The New York Times van twee jaar geleden. Bij de keuze voor een vakantiebestemming geeft de hitte vaak de doorslag. ‘De cognitieve dissonantie van zomerreizen in een opwarmende wereld dringt zich steeds meer op.’

    De meeste reizigers konden er deze zomer op wachten: het onvermijdelijke oranje. Hele stroken kleurden feloranje en roodbruin op de weerkaarten wereldwijd. Vier warmtekoepels, van het zuiden van de Verenigde Staten tot Oost-Azië, gijzelden gelijktijdig miljoenen mensen. Inwoners van Phoenix moesten 31 dagen lang temperaturen van ruim 40 graden Celsius doorstaan. In Italië golden in zo’n tien steden waarschuwingen voor extreem weer. En in Zuid-Korea werden tijdens de wereldjamboree van de scoutingbeweging minstens 125 mensen in het ziekenhuis opgenomen wegens hittegerelateerde aandoeningen.

    In Florida liep het in juni zo uit de hand dat Jacki Barber, een vijftigjarige maatschappelijk werker, een strandtrip naar St. Augustine afzegde. De reden? ‘De watertemperatuur was boven de 30 graden.’ 

    Ze is eraan gewend dat orkanen, tropische stormen en zelfs de gebruikelijke zware onweersbuien haar plannen in de war sturen, vervolgt ze. ‘Maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit tegen iemand heb gezegd: Weet je wat? Het is te warm om naar het strand te gaan.’

    Toen de zomervakantieperiode dit jaar op zijn hoogtepunt was, had niet alleen de verzengende hitte invloed op de zorgvuldig gemaakte plannen. Ook branden, overstromingen, tornado’s en hagelstormen gooiden roet in het eten. Twintig centimeter regen veroorzaakte catastrofale overstromingen in Vermont. Tienduizenden mensen, onder wie duizenden toeristen, moesten Griekse eilanden vanwege bosbranden halsoverkop verlaten. (Premier Kyriakos Mitsotakis heeft de gedupeerde reizigers een gratis verblijf van een week aangeboden in 2024 – in de lente of de herfst.) En in Nederland werd het populaire muziekfestival Awakenings afgeblazen vanwege de voorspelling van hagel, bliksem en onweer.

    Reizen verlost je even van de realiteit, gunt je een adempauze

    Het weer op traditionele zomerbestemmingen bergt steeds meer gevaar in zich; men dient rekening te houden met grilligere omstandigheden, meer kans op dodelijke slachtoffers en hogere kosten. Volgens de National Oceanic and Atmospheric Administration heeft de VS sinds mei vier klimaatrampen gekend, met een schade van elk ruim een miljard dollar. De National Park Service schat dat de hitte sinds juni meer bezoekers het leven heeft gekost dan in een gemiddeld jaar. De indirecte tol valt vrijwel zeker hoger uit: een recent onderzoek heeft uitgewezen dat vorig jaar zomer in Europa door hittegolven 61.000 mensen zijn omgekomen.

    Zomerreizen zijn heel lang in trek geweest. Natuurlijk, de rijen op luchthavens zijn langer en hotelkamers zitten eerder vol, maar het is schoolvakantie, de zon schijnt en de stranden lokken. Reizen in de zomer overstijgt sociale klassen; of je nu naar de kermis gaat of naar Sardinië, je verzilvert kostbare vakantiedagen. Je krijgt een bruin kleurtje, je eet meer en geeft kwistiger geld uit. Reizen verlost je even van de realiteit, gunt je een adempauze.

    Maar ook al is de zomervakantie een hardnekkig cultureel fenomeen, de vraag is hoe praktisch uitvoerbaar dat nog is. Het spreekt in ieder geval een stuk minder vanzelf waar je naartoe gaat – voor de realiteit vluchten gaat een stuk minder makkelijk als de realiteit zeewater van boven de 30 graden behelst, of een uitslaande bosbrand.

    Groeiende sector

    Ondanks alle crises zal het totale aantal toeristen dat een landsgrens passeert naar verwachting 30 procent hoger liggen dan vorig jaar. Dat voorspelt de Intelligence Unit van The Economist. De Wereldorganisatie voor Toerisme meldt dat reizen naar Europa momenteel op 90 procent van het niveau van vóór de pandemie zitten.

    Toerisme is big business. Volgens de World Travel & Tourism Council presteerde de sector in 2019 ruim 40 procent beter dan het mondiale bruto binnenlands product. Datzelfde jaar had de bedrijfstak 333 miljoen mensen in dienst – oftewel 1 op de 10 banen wereldwijd. Toerisme is goed voor een dikke 10 procent van de wereldeconomie.

    Dus blijven ze voorlopig bestaan, die eindeloze rijen voor het Louvre, rond het Colosseum en op de trappen naar de Akropolis (die deze zomer al meerdere keren in de middaguren op slot ging). De bezoekers die daar en op andere bestemmingen wachten om binnen te mogen, laten zich niet snel afschrikken door hoge temperaturen. Ze hebben vluchten geboekt, voor kamers betaald, en hun beperkte tijd ingepland. Leslie Cafferty, woordvoerster van Booking.com, zegt dat het bedrijf geen signalen ziet dat mensen hun oorspronkelijke reisplannen op hun kop zetten of heroverwegen. 

    ‘Alles is afgestemd op het verlangen om de zon op te zoeken’

    Volgens Susanne Becken, hoogleraar duurzaam toerisme aan de Griffith University in Australië, zijn de huidige problemen gedeeltelijk te wijten aan hoe het toerisme de afgelopen vijftig jaar wereldwijd in de praktijk is gebracht. ‘Alles is afgestemd op het verlangen om de zon op te zoeken.’ Denk aan de luchthavens, accommodaties en andere dure projecten die louter bestaan om bezoekers van befaamde zonnige plekken te bedienen. ‘Zo hebben we een enorme infrastructuur opgebouwd rond de Middellandse Zee, Mexico, noem maar op.’

    Italië heeft bijna 1,1 miljoen hotelkamers in de aanbieding; Finland minder dan 65.000. Een veelzeggend verschil. Tientallen jaren van voorspelbaar reizen hebben een uitgesleten pad gebaand naar populaire bestemmingen, waardoor de meest voor de hand liggende oplossing voor een veranderend klimaat moeilijk te realiseren valt: ga gewoon eens een keer ergens anders naartoe.

    Toch is er verandering op til, los van de vraag of koelere bestemmingen daarop zijn toegerust. De Europese Commissie verwacht dat het toerisme op het continent – het meest bezochte ter wereld – ondanks de opwarming blijft groeien, maar dat de vraag zal verschuiven door hogere temperaturen, waardoor meer toeristen hun heil in Noord-Europa zullen zoeken in plaats van rond de Middellandse Zee. Zuidelijke regio’s zouden volgens één voorspelling zelfs bijna een tiende van hun huidige zomertoeristen verliezen.

    Gewijzigde plannen

    Sommige reizigers hebben hun reisgewoontes al veranderd. Miku Sekizawa wilde in augustus met haar gezin van Chicago naar Athene vliegen, maar ze ging twijfelen vanwege het weer. Ze is in verwachting, de baby komt in november, en ze heeft al een kind van twee jaar. ‘We hebben vorige week voor een andere reis gekozen nadat we ons realiseerden hoe warm het daar is. Hitte en zwangerschap tegelijk is geen pretje,’ aldus de 36-jarige accountant. Dankzij de gratis annuleringsvoorwaarden kon ze zonder financiële pijn de vluchten wijzigen en gaat het gezin nu naar Parijs, Straatsburg en Amsterdam.

    Bestemmingen waar gematigde temperaturen heersen hebben echter hun eigen klimaatproblematiek. Avery Baldwin, een 27-jarige tenniscoach uit Brooklyn, is zijn hele leven vaak te vinden geweest in een stadje in New Hampshire. Het gebied werd deze zomer door regen geteisterd. Uit een studie van de Universiteit van Massachusetts bleek dat er de afgelopen tien jaar elk jaar meer neerslag is gevallen in New Hampshire dan gemiddeld in de 20e eeuw.

    ‘Het weer is tegenwoordig zonder meer vaak onderwerp van gesprek,’ zegt Baldwin. De nattigheid maakt populaire activiteiten als wandelen gevaarlijker, waardoor mensen binnenblijven. ‘Je kunt nog altijd puzzelen,’ zegt hij. Toch is hij van plan deze zomer terug te keren.

    De nattigheid maakt populaire activiteiten als wandelen gevaarlijker, waardoor mensen binnenblijven

    Sommige overheden voeren een beleid om het toeristenverkeer om te leiden. China wil grote bergresorts bouwen als onderdeel van een programma dat ‘22-gradenbestemmingen’ heet – 22 graden Celsius is volgens China namelijk de optimale vakantietemperatuur. Doel is om binnenlandse toeristen uit steden als Shanghai en Beijing tijdens de heetste maanden naar de bergen te lokken. Dr. Becken, hoogleraar duurzaam toerisme, woonde een conferentie over klimaatverandering bij waarop de regering het initiatief onthulde. ‘Ze bouwen systematisch resorts in de bergen,’ zegt ze.

    Ook hotels, touroperators en dienstverleners hebben te maken met steeds instabielere omstandigheden, die hun verdienmodel op de tocht zetten en hun klanten frustreren.

    ‘De mensen die hier komen willen dingen doen,’ zegt Pierce McCully, eigenaar van Villa Trieste M in de Italiaanse stad Asolo. De villa ligt in de uitlopers van de Dolomieten, een gebied dat geliefd is bij wandelaars en fietsers. Deze zomer werd echter ontsierd door aanhoudende regenval en een hagelbui die zelfs internationale krantenkoppen haalde. Er ging een streep door ruim een kwart van de boekingen, en voor bezoekers die wel komen is er een grotere behoefte aan indoorvoorzieningen. ‘We wilden echt voorkomen dat we tv’s moeten ophangen,’ zegt McCully, ‘maar gasten die in een kamer vastzitten kunnen de minibar niet blijven plunderen.’

    Chris Kelly en Nina Rehfeld, die eigenaar zijn van Grand Canyon Journeys, een tourbedrijf in Arizona, zeggen dat ze voorzichtiger zijn geworden met het aanbieden van wandelingen in het Grand Canyon National Park en de nabijgelegen Antelope Canyon.

    Airconditioning aan

    ‘Dit jaar lijkt het ronduit gevaarlijk,’ zegt Nina Rehfeld. Twee vrouwen van in de zeventig hadden een wandeling geboekt door Antelope Canyon, maar bij 40 graden in de schaduw leek dat onverstandig. Chris Kelly nam ze daarom mee op een rondrit langs bezienswaardigheden, met de airconditioning aan.

    Jason Danoff biedt met Trail Lovers Excursions begeleide wandelingen en fietstochten aan, ook in Arizona. Vanwege de talrijke annuleringen is zijn omzet gedaald ten opzichte van vorig jaar. ‘Je wordt aan beide kanten geraakt, want je moet wél je gids blijven betalen en het annuleringsgeld terugstorten,’ zegt hij. Maar als het Amerikaanse Staatsbosbeheer onverwachts gebieden afsluit, of als een hittegolf de veiligheid van klanten in gevaar brengt, staat hij voor een voldongen feit. Ondertussen zijn de verzekeringskosten van Danoff met 60 procent gestegen. Hij streeft nu naar meer boekingen in het tussenseizoen, maar dat brengt ook risico’s met zich mee.

    ‘Je kunt een hoop geld uitgeven om het bezoek in pak ’m beet januari of februari op te krikken,’ zegt hij, ‘maar dan kan het wel eens meer dan vijftig dagen regenen en zit je met een enorme strop.’

    Om de hitte in Parijs te verzachten, heeft de Eiffeltoren luchtvernevelaars en waterstations geïnstalleerd voor de rij wachtenden, aldus Patrick Branco Ruivo, directeur-generaal van de toren. De kaartverkoop gaat nu ook vaker via een online reserveringssysteem, wat de wachttijden voor bezoekers verkort. 

    Dat is maar een voorbeeld. En heel veel zegt het niet. De reisindustrie is van nature gefragmenteerd: een keten van exploitanten — luchtvaartmaatschappijen, autoverhuurbedrijven, reisleiders, verzekeraars, hotels en restaurants, musea of culturele attracties — bedient toeristen en verdient aan ze, maar de neuzen wijzen zelden allemaal in dezelfde richting, om wat voor probleem het ook gaat.

    Dat blijkt ook uit een rapport dat in 2007 verscheen en werd uitgevoerd in opdracht van de Wereldorganisatie voor Toerisme, het VN-Milieuprogramma (UNEP) en de Wereld Meteorologische Organisatie. Aan bod komt een aantal academische studies over hoe lokale beleidsambtenaren en exploitanten inspelen op het risico van klimaatverandering. En die studies wijzen op ‘relatief geringe zorg en weinig aantoonbare strategische langetermijnplanning voor toekomstige veranderingen in het klimaat’.

    Sommige landen hebben rampenplannen uitgestippeld en agentschappen opgericht, speciaal voor reizigers

    Historisch gezien is een ministerie van toerisme vooral een marketingbureau met bescheiden onderzoeks- en investeringsmogelijkheden, zegt professor Becken. Ambtenaren krijgen de opdracht extra bezoekers te lokken en zich niet te laten afremmen door veiligheidsoverwegingen – afgezien van zeldzame gevallen in sommige rijke en door toeristen overspoelde bestemmingen als Amsterdam.

    Sommige landen – niet toevallig de landen die het afhankelijkst zijn van toerisme – hebben rampenplannen uitgestippeld en agentschappen opgericht, speciaal voor reizigers. De Bahama’s hebben tegenwoordig een Tourism Emergency Coordinating Committee om ervoor te zorgen dat de bedrijfstak adequaat kan reageren op een grote orkaan.

    Op dit moment vertrouwen veel landen op lokale overheden en vrijwilligers. In Italië ‘heeft elke regio zijn eigen systeem voor burgerbescherming en is elke burgemeester daarvoor verantwoordelijk’, zegt Pierfrancesco Demilito, woordvoerder van de Italiaanse Burgerbescherming. Die instelling helpt bij het toewijzen van middelen op nationaal niveau, maar ‘het is de burgemeester van Rome, of Florence of Venetië die bij noodsituaties door extreem weer beslist over maatregelen’.

    Om de toenemende warmte het hoofd te kunnen bieden zijn er meer gecoördineerde inspanningen op alle overheidsniveaus nodig, en misschien ook meer gespecialiseerde instanties.

    Disney-model

    Bij gebrek aan nationale of uniforme steun, valt de planning in handen van bedrijven met genoeg geld om op grote schaal middelen te verzamelen. ‘Disney is een schoolvoorbeeld van goed en effectief met grote aantallen mensen omgaan,’ zegt Daniel Scott, hoogleraar geografie en milieubeheer aan de Universiteit van Waterloo, in Canada. Hij suggereert dat de geïntegreerde resorts van Disney navolging verdienen als bedrijfsmodel, omdat daarin één enkele entiteit eigenaar is van de infrastructuur en op die manier bezoekerservaringen beter kan sturen.

    Het is onmogelijk om te weten hoe het verder moet. Maar de cognitieve dissonantie van zomerreizen in een opwarmende wereld dringt zich steeds meer op. Dramatische krantenkoppen en statistieken schreeuwen om een kritische blik op de aard van toerisme: wie ervan profiteert en wie eraan mag deelnemen. Meer mensen zullen persoonlijke en steeds moeilijkere beslissingen moeten nemen – en, zoals Jacki Barber, misschien worden gedwongen een minder aantrekkelijke maar comfortabelere optie te kiezen: ‘We zijn gewoon allemaal thuisgebleven, in een kamer met de airconditioning aan.’

    Lauren Sloss en Niki Kitsantonis droegen bij aan deze reportage.

  • Lange rijen aan grens dreigen ‘nieuwe normaal’ te worden voor Britse vakantiegangers

    Lange rijen aan grens dreigen ‘nieuwe normaal’ te worden voor Britse vakantiegangers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VN-chef Guterres: De wereld is ‘één misverstand verwijderd van nucleaire vernietiging’

    » VS doden Al-Qaida-leider in droneaanval

    Britse vakantiegangers na brexit langer in de rij

    Lange rijen aan de grens dreigen na brexit het ‘nieuwe normaal’ te worden voor Britse vakantiegangers, aldus The Guardian. Tussen Groot-Brittannië en Frankrijk is een diplomatieke ruzie uitgebroken over de lange files met vakantiegangers die uren moeten wachten in Dover. Rishi Sunak en Liz Truss, de twee overgebleven kandidaten voor het leiderschap van de Conservatieve Partij, geven Frankrijk de schuld van de vertragingen. Voormalig minister van Financiën Sunak zei dat de Fransen ‘brexit niet de schuld moeten geven en eerst maar eens voldoende personeel moeten werven om aan de vraag te kunnen voldoen’. Minister van Buitenlandse Zaken Truss zei dat ze contact had opgenomen met haar Franse collega en noemde een ‘gebrek aan middelen aan de grens’ als reden voor de vertragingen.

    Volgens de nieuwe regels moeten alle paspoorten worden gecontroleerd; deskundigen noemen dat de grootste boosdoener

    Diplomaten en grensbeambten zeggen echter dat de vertragingen het gevolg zijn van de nieuwe grensregelingen, die nu aan de eerste grote worden onderworpen test sinds het Verenigd Koninkrijk de EU heeft verlaten. Volgens de nieuwe regels moeten alle paspoorten worden gecontroleerd; deskundigen noemen dat de grootste boosdoener, die niet makkelijk op te lossen is. Clément Beaune, de Franse minister van Transport, zegt nauw samen te werken met de Britten, maar ‘Frankrijk is niet verantwoordelijk voor brexit’. 

    Bestuurders van de haven van Dover zijn boos omdat de Britse regering een aanvraag van 39 miljoen euro heeft afgewezen om de haven bestendig te maken tegen de extra druk na brexit. Afgelopen december kreeg de haven daarvoor slechts 33.000 pond. 

    Lees ook:

  • Het toerisme van de toekomst: langzamer, milieuvriendelijker, minder

    Het toerisme van de toekomst: langzamer, milieuvriendelijker, minder

    Ook vóór corona was het al duidelijk: als we natuur en steden willen sparen, moeten we onze manier van reizen gaan veranderen. Maar hoe?

    In een niet al te verre toekomst zullen we net zo naar ons reisverleden kijken als nu naar Mad Men, de serie uit de jaren 60 waarin ongeremd gerookt en gedronken wordt en het plastic bestek na de picknick gewoon in de natuur achterblijft: ging dat toen echt zo?

    Eerlijkheidshalve zouden we dan moeten toegeven: ja, dat ging toen zo en niemand die er zich druk over maakte. Mij zouden dan bijvoorbeeld mijn reizen in het jaar 2019 te binnen schieten: in maart bewonderde ik op de Lofoten het noorderlichttheater, in de zomer stroopte ik enkele eilanden van de Cycladen af en tot slot laste ik nog een weekendje weg naar Porto in, waar we onszelf warmdronken in de kilte van de vroege herfst. Tussen die vakanties door was ik achtmaal op dienstreis – met het vliegtuig. Met al dat gereis zou ik 2019 kwalificeren als een heel normaal jaar – het laatste voordat de wereld tot stilstand kwam.

    Wereldwijd registreerden hoteliers en exploitanten van vakantiehuizen in 2019 1,5 miljard boekingen

    In dat jaar brak het mondiale toerisme alle records. Nooit eerder werd er zo vaak bezichtigd, bereisd en verwelkomd. Wereldwijd registreerden hoteliers en exploitanten van vakantiehuizen 1,5 miljard boekingen, terwijl toerismeonderzoekers zelfs een verdere stijging naar 1,8 miljard voor mogelijk hielden. Elke anderhalve seconde steeg er wel ergens op onze planeet een vliegtuig op om nieuwsgierigen zoals ikzelf af te zetten in toeristische bestemmingen als New York, Barcelona of Praag – even gewoon als een busreisje en dankzij de prijsvechters niet eens veel duurder. De wereld van 2019 was een onbegrensd draaiende vliegcarrousel.

    DO 2.1 1

    Tegelijkertijd was 2019 het jaar waarin we waarschuwingssignalen dat het zo niet verder kon nog maar moeilijk over het hoofd konden zien. Of het nu de door cruiseschippassagiers geplaagde binnenstad van Dubrovnik in Kroatië betrof of de verstopte toegangswegen naar de Walchensee in Beieren, toeristische hotspots herkenden we aan de fluitconcerten van geïrriteerde autochtonen, aan ‘tourist go home’-graffiti en aan de nare diagnose overtourism in de media. In Europa’s warmste jaar sinds de start van de weerregistraties werden wij, frequent travellers, om de oren geslagen met het begrip ‘vliegschaamte’; circa 80 procent van de reis-gerelateerde CO2-emissies wordt veroorzaakt door vliegreizen naar onze plekken van bestemming.

    Toerismecarrousel

    Toen kwam covid-19. De pandemie legde de toerismecarrousel die tot dan toe voor een soort van mensenrecht was doorgegaan, stil. Als was het een gigantische parkeerklem. Bij nader inzien was de pandemie echter geen rem maar een turbo. ‘Overtoerisme, milieubescherming, duurzaamheid – de coronacrisis werkt als vliegwiel voor ontwikkelingen die toch al vraagtekens plaatsen bij het massatoerisme,’ zegt Alexis Papathanissis, hoogleraar toerismemanagement aan de hogeschool van Bremerhaven. 180 jaar nadat de Engelsman Thomas Cook reizen begon te organiseren en het toerisme onze aarde begon te belasten, moeten we het radicaal heruitvinden.

    Maar als onze oude manier van reizen niet langer functioneert, hoe zou een nieuwe er dan uit kunnen zien? Want helemaal niet meer reizen kan geen oplossing zijn. Reizen voorziet in een essentiële behoefte – waarvan je je net als bij de liefde pas goed bewust bent als het er ineens niet meer is. Juist nu is het verlangen heftig: nog maar net ingeënt trekken waarschijnlijk massa’s mensen binnenkort de wijde wereld in. De prijsvechters breiden hun vloot al uit.

    Maar hoe zou het toerisme er na de gevreesde post-coronaparty dan wel moeten uitzien? Ik maak afspraken met een trendonderzoeker, een avonturier, een toerisme-expert en een klimaatdeskundige – mensen van wie ik antwoorden hoop te krijgen op vragen als: hoe zullen we over vijf of tien jaar op reis gaan? Mag dat eigenlijk nog wel? Hoe kunnen we onze wereld verkennen zonder een verschroeide aarde achter te laten?

    Wie in de toekomst kijkt, moet eerst weten waar hij staat. Daarom vraag ik Nikolaj Koch: Welk effect heeft een jaar met veel reizen zoals dat van mij, op het klimaat? De 38-jarige Koch is klimaatexpert bij Arktik in Hamburg, een organisatie waar je je eigen CO2-uitstoot kunt berekenen en compenseren.

    Koude douche

    Kochs conclusie blijkt een nog koudere douche dan ik al vreesde. Met mijn CO2-voetafdruk heb ik veel weg van een bankier bij Lehman Brothers kort voor het begin van de financiële crisis – het type tot wie nog niet is doorgedrongen hoe megafailliet hij eigenlijk is. Tijdens de 5800 kilometer die ik in 2019 achter het stuur zat, stootte mijn Volvo volgens Kochs berekeningen ongeveer 1300 kilo broeikasgas uit. Hierbij vergeleken vielen mijn 2500 treinkilometers met 90 kilo aan broeikasgassen in het niet. Maar de elf vliegreizen deden het pas echt: het stedentripje naar Porto, mijn vakantietrips naar de Lofoten en Griekenland, samen met een paar businessvluchten binnen Duitsland, veroorzaakten – zo rekende Koch mij voor – bij elkaar een wolk van circa 6800 kilogram CO2. Al met al had ik dus in de loop van het jaar onze klimaatzieke planeet met ruim acht ton kooldioxide opgezadeld – alleen al door mijn mobiliteit. Vanuit klimaatoptiek bezien sta ik sindsdien diep in het rood. ‘Acht ton is meer dan dubbel zoveel als waar een aardbewoner jaarlijks recht op heeft,’ zegt klimaatexpert Koch. En wat nog veel erger is: de mede door mij geproduceerde kooldioxide zal nog in de atmosfeer aanwezig zijn als ik mij allang niet meer aan een of andere vertrekgate meld maar in plaats daarvan voor het avondeten in het verzorgingshuis. Toeristen mogen dan graag bagatelliseren dat het vliegverkeer verantwoordelijk is voor slechts 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot – als we eerlijk het staartje aan condensstrepen, zwavel- en stikstofoxiden en het effect daarvan meerekenen, valt de bijdrage van het vliegverkeer aan de opwarming van de aarde minimaal tweemaal zo hoog uit. Die 6 procent CO2-last weegt nog weer zwaarder als we ons realiseren dat maar ongeveer 5 à 10 procent van de wereldbevolking überhaupt vliegt.

    Wij, de piepkleine minderheid van wereldwijde topverdieners, hebben dus een uiterst sterke hefboom in handen die in de toekomst voor de resterende 90 procent van de wereldbevolking een merkbaar verschil kan maken. ‘Onze huidige uitstoot van kooldioxide zal negatief uitwerken op de leefomstandigheden van honderden miljoenen mensen,’ zegt Volker Quaschning, hoogleraar hernieuwbare energiesystemen aan de Hogeschool voor Techniek en Economie in Berlijn. Hij onderzoekt hoe onze energiehuishouding eruit zou moeten zien, willen we het klimaat op aarde niet volkomen ruïneren. In het kort komt dat hierop neer: het moet radicaal anders. ‘Overstromingen, droogte, voedselgebrek, gezondheidsschade en andere gevolgen van onze klimaatverandering zullen generaties na ons nog treffen,’ waarschuwt professor Quaschning.

    Electrofuels

    Bieden de zogeheten electrofuels waarmee de luchtvaartindustrie op een dag klimaatneutraal hoopt te worden, dan misschien een oplossing? De expert in hernieuwbare energiebronnen heeft er weinig fiducie in. Weliswaar kunnen zulke synthetische vliegtuigbrandstoffen inderdaad via wind- of zonnestroom en daarmee CO2-neutraal geproduceerd worden, maar de productie ervan vergt helaas extreem veel energie – meer dan 80 procent daarvan gaat onderweg verloren – en is acht à negen keer zo duur als de productie van conventionele kerosine. Quaschning: ‘Er gaan nog heel wat jaren overheen voor electrofuels inzetbaar en betaalbaar zijn, als dat ooit al het geval zal zijn. Tot dat moment is en blijft het vliegtuig het schadelijkste transportmiddel voor het klimaat’. 

    En compenseren? Dat levert te weinig op. Dus besluit ik ter plekke tot een eigen aanpak. In plaats van voor stedentrips het vliegtuig te nemen, ga ik voortaan vaker met de trein en op de fiets; verplaats ik zakenafspraken van de ochtend naar de middag om niet met de ochtendvlucht maar met de trein te kunnen komen. En mijn volgende vakantie naar Italië maak ik met een van de nachttreinen die de Oostenrijkse spoorwegen net als vroeger door Europa laten rollen. In de toekomst moeten dat er duidelijk meer worden: met de Franse en Duitse collega’s werken de Oostenrijkers aan een netwerk van snelle treinverbindingen dat voor het eind van dit decennium een flink aantal Europese metropolen met elkaar moet verbinden.

    Langzamer, milieuvriendelijker, minder – zou de komende jaren weleens mainstream kunnen worden

    Langzamer, milieuvriendelijker, minder – al die oude reisadviezen zouden de komende jaren weleens mainstream kunnen worden. Want de nood groeit – en het bewustzijn ook: het hoeft niet noodzakelijkerwijs af te doen aan ons plezier wanneer we op onze weg door de wereld wat meer verantwoordelijkheid op ons zouden nemen. Het vereist alleen wat meer denkwerk. Maar dat leidt meteen tot de volgende ongemakkelijke vraag: wat leveren al die inspanningen op als we gewoon met te veel mensen zijn?

    De toerist ‘vernietigt wat hij zoekt door het te vinden,’ stelde schrijver Hans Magnus Enzensberger droogjes vast. Geen wonder dat ze ons op veel plaatsen niet meer willen, in elk geval niet in de hoeveelheden die goedkope luchtvaartmaatschappijen, cruiseschepen en busondernemingen neerkiepen bij de poorten van de hotspots. Bewoners vluchten voor maandhuren die als gevolg van het toerisme onbetaalbaar zijn geworden, hun manier van leven bezwijkt onder de massa’s. Waar lokale toerismemanagers vroeger zoveel mogelijk betalende gasten naar hun bestemming probeerden te lokken, willen ze ons nu zo efficiënt mogelijk spreiden. De fraaie aansporing van de bestseller 1000 Places to See Before You Die heeft op termijn als neveneffect dat de ‘plaatsen die je gezien moet hebben’, langzaam sterven.

    In Barcelona, waar het aantal van 1,7 miljoen bezoekers in 1990 explosief steeg naar dertig miljoen in 2019, worden al geruime tijd geen nieuwe hotels in de binnenstad meer toegestaan en aan de ooit wild voortwoekerende Airbnb-business worden boetes tot wel 30.000 euro opgelegd. Bergen beknot het aantal cruiseschepen dat deze Noorse havenstad mag aandoen, Venetië strijdt nog over een oplossing voor de plaag van drijvende SUV‘s. Amsterdam probeert de toeristische stortvloed van 18 miljoen bezoekers per jaar om te leiden naar minder belaste gebieden, bijvoorbeeld door het 30 kilometer verderop gelegen Zandvoort om te dopen tot Amsterdam Beach.

    Met zulk soort maatregelen kan lokaal mogelijk de grootste stormloop het hoofd worden geboden. Maar wat wanneer de groeiende middenklasse in China, Rusland, India en Brazilië haar koffers pakt en op reis gaat – miljoenen mensen met net zoveel recht op het San Marcoplein, het noorderlicht en het strand van de Cycladen als wij? In China is slechts 10 procent van de bevolking in het bezit van een paspoort maar dit minieme aandeel correspondeert wel met zo’n honderd miljoen potentiële Venetië-gangers.

    Om het groeiende concentratierisico van toeristen van zijn scherpe kantjes te ontdoen, is er duidelijk meer nodig dan wat onbeholpen inreisbeperkingen. Een man die aan zulk soort alternatieve ideeën knutselt, is Guido Sommer, hoogleraar toerismemarketing aan de Hogeschool van Kempten. En een oplossing heeft hij al in zijn zak zitten.

    BayernCloud

    Opgewekt blikt Sommer me op een ochtend via het Zoom-venster op mijn laptop tegemoet. ‘Ziet u dit hier?’ vraagt de 47-jarige wetenschapper terwijl iets uit zijn broekzak frommelt. ‘Het zou weleens een oplossing voor het probleem van het overtoerisme kunnen betekenen.’ Hij houdt zijn iPhone voor de camera. Onze smartphones, zo licht hij toe, wacht een grote carrière in het toerisme. Van een simpel communicatiemiddel waarmee we onderweg hotelprijzen, weersverwachting, alternatieve routes en openingstijden bijeen googelen ontwikkelt het mobieltje zich tot reisgids, reisbureau en risicomanager ineen. Dat wordt mogelijk dankzij een nieuw soort databanken waarin meteorologische diensten, hoteliers, skiliftexploitanten en andere ondernemers in de toeristenbranche voortaan in realtime hun data invoeren. Zo’n centraal informatiebureau is de BayernCloud die momenteel aan Sommers hogeschool wordt ontwikkeld. Al vanaf de zomer van 2022 moet het als een alwetende datawolk boven Beieren zweven. Soortgelijke datacentra ontstaan momenteel op allerlei plaatsen op aarde omdat ze immers een duidelijke meerwaarde te bieden hebben: alle voor toeristen relevante informatie in één enkele, uiterst actuele databron die afgetapt kan worden via één enkele app en een klein apparaatje dat ieder van ons gemiddeld 80 maal per dag ter hand neemt.

    ‘U vindt dat weinig spectaculair klinken?’ vraagt Sommer die mijn licht ontnuchterende blik kennelijk niet ontgaan is. ‘Het is wel degelijk revolutionair.’ Want met kunstmatige intelligentie gevoerde data-aggregators, zoals de BayernCloud, bieden reizigers twee niet te overtreffen voordelen: ze verklappen ons niet alleen de actuele omstandigheden op onze bestemming maar ook de situatie in de nabije toekomst. En nog fascinerender: ze kunnen die toekomst zelfs in positieve zin voor ons veranderen.

    Met slimme reisbegeleiders zullen we intelligenter en ontspannener, maar ook duidelijk zichtbaarder onderweg zijn

    ‘Neem mij bijvoorbeeld,’ zegt Sommer. Hij vertelt over zo’n typische zaterdagochtend in de winter als hij vanuit zijn woonplaats Kempten in de auto stapt om te gaan skiën in de Allgäuer Alpen. Helaas doen op zonnig-koude zaterdagen met verse sneeuw veel Kemptenaren dat. Niet zelden staat Sommer daarom korte tijd later al in de file, geïrriteerd dat hij toch niet vroeger is vertrokken, en verdoet hij op de plaats van bestemming kostbare minuten met het zoeken van een parkeerplaats om tegen het middaguur op het Oberjoch of de Fellhorn zijn eerste bochtjes te draaien. Dan is hij al een typische toerist; zo eentje die opgefokt is van te veel mensen die hetzelfde willen als hij.

    Maar volgend jaar winter zou dat heel anders kunnen zijn. Met zijn gedownloade BayernCloud kan Sommer al aan de ontbijttafel de voorziene drukte op de parkeerplekken en de rijen voor de skiliften zien – en wel op het moment dat hij denkt aan te komen. Als de sensoren onder de parkeerterreinen en bij de skiliften een cruciale belasting aangeven doet zijn app, nog voor hij in zijn auto is gestapt, al voorstellen voor minder volle alternatieven. ‘Smart assistents als deze zullen ons’ volgens Sommer ‘in de toekomst van onze eerste plannetjes tot aan de ervaring ter plekke op elke fase van onze reis begeleiden’.

    Hoe meer de algoritmes hierbij leren over onze favoriete activiteiten en doelen, hoe preciezer ze een ons passend aanbod kunnen doen. Als de skipistes rond Oberstdorf naar verwachting overvol worden, kunnen ze multisporter Sommer een weinig geboekte skitocht voorstellen of een cursus deltavliegen in het nabije Sonthofen, vanwaar de meteorologische dienst op de app juist een fantastische thermiek en een paar vrije startplaatsen heeft gemeld. Het zou de redding zijn voor zijn zaterdag en ook voor het skigebied – dat zo een overvloed aan mensen bespaard blijft.

    ‘Natuurlijk hebben dergelijke services een prijs,’ zegt Sommer. ‘Voor dat alles betalen we met onze data’. Met slimme reisbegeleiders zullen we in de toekomst niet alleen intelligenter en ontspannener, maar ook duidelijk zichtbaarder onderweg zijn. Willen we dat echt? Tegenvraag: wie wil de voordelen ervan missen?

    Transport naar behoefte

    Want op pad met digitale helpers kunnen we niet alleen betere alternatieven ontdekken maar die zelfs zelf creëren. Verondersteld dat naast Guido Sommer ook andere Kemptenaren in datzelfde weekend belangstelling hebben voor hetzelfde skigebied, dan zou het algoritme van de app voor de betreffende dag een busdienst kunnen activeren die de skiërs één voor één ophaalt en afzet bij het dalstation. ‘Het achterhaalde principe van star streekvervoer met vaste routes kan vervangen worden door het principe van MOIA – individueel transport naar behoefte,’ zegt de toerisme-onderzoeker. Weekendskiërs hoeven dan niet meer naar een vrije parkeerplek te zoeken, ze hoeven helemaal niet meer te zoeken. En mocht de vraag naar een bepaald skigebied, wandelroute of bezienswaardigheid naar verwachting te groot worden, dan schakelt de app ogenblikkelijk over op de methode Galapagos: op die eilandengroep in de Grote Oceaan worden geen nieuwe toeristen meer toegelaten, zodra de aanvaardbare hoeveelheid bezoekers wordt overschreden. Zo zouden ook in Oberstdorf en elders nieuwe gasten vroegtijdig gewaarschuwd en met zachte hand omgeleid kunnen worden voordat ze de toegangswegen en ingangen versperren.

    Op die manier kunnen digitalisering en datawolken een kernprobleem van het moderne toerisme – te veel mensen willen op hetzelfde moment hetzelfde – helpen ontwarren. Bezoekersstromen kunnen er zo mee worden gestuurd dat gedrang en reisfrustratie uitblijven.

    Dat ik ooit omhoog zou blikken naar een geanimeerde noorderlichtversie kan ik me maar moeilijk voorstellen

    Maar er is ook al een visie die nog verder gaat. De gerenommeerde Zwitserse econoom Bruno S. Frey komt met een noodoplossing die bepaald radicaal is. Zijn idee voorziet in een reeks origineelgetrouwe kopieën van publiektrekkers zoals Salzburg, Venetië of Vaticaanstad, een soort golfbrekers die een deel van de last van de hotspots kunnen opvangen. Op dat denkbeeld kwam Frey – niet onverwachts – tijdens een totaal verpeste vakantie in Venetië. Naar zijn mening zouden zulke kunstmatige tweelingen reizigers zelfs een intensere vakantie-ervaring kunnen bieden dan hun echte voorbeeld: ‘Bezoekers van een Venetië-kloon zou bijvoorbeeld een multimediapresentatie over kunstgeschiedenis aangeboden kunnen krijgen of een carnaval waarin ze echt kunnen participeren.’

    Maar hoe goedbedoeld zulke afleidingsmanoeuvres ook zijn – dat ik ooit omhoog zou blikken naar een geanimeerde noorderlichtversie aan een kunstmatige Lofotenhemel, kan ik me maar moeilijk voorstellen. Ook voor een wandeling langs het strand van een Santorini-kloon schiet mijn fantasie tekort.

    Dat leidt tot de volgende wezenlijke vraag: wat zijn mijn verwachtingen als ik ergens arriveer? En waar in hemelsnaam vind ik die? Die vraag stel ik aan een man die in de loop van zijn leven al een behoorlijk stuk van onze aardbol heeft verkend.

    Alastair Humphreys fietste na een lichtvaardige aankondiging tegenover kroegvrienden in vier jaar en drie maanden 74.000 kilometer rond de wereld. Te voet doorkruiste hij de grootste zandwoestijn op aarde, hij was National Geographic Adventurer of the Year en één van de vier gekken die in 2012 in een piepklein roeibootje de Atlantische Oceaan overstaken.

    Microavontuur

    Maar zijn grootste prestatie volbracht Humphreys thuis achter zijn bureau. De Engelse vrijbuiter en schrijver wist het wijdverbreide idee over vrijheid en avontuur op zijn kop te zetten. Hij deed dat door ideeën over even onopzienbarende als verrassende ondernemingen in de nabije omgeving op papier te zetten, er een boek van te maken en dat alles van een duidelijke titel te voorzien: Microadventures.

    ‘Toen ik aan mijn microavonturen begon, heb ik telkens naar het waarom gevraagd: Waarom zou ik als dertiger in mijn voortuin gaan slapen? Moet ik als robuust avonturier geen robuuste dingen maken?’ vertelt Humphreys, die met zijn gezin in een dorp in het zuiden van Engeland woont. ‘Maar een klein avontuur is beter dan geen avontuur.’ Hymphreys definieert een microavontuur als een kleine vlucht in de naaste omgeving die iedereen ’s avonds of in het weekend kan ondernemen. Bijvoorbeeld door tussen twee heel gewone kantoordagen in een nacht in een slaapzak in het bos door te brengen. Door een wandeling van de verst gelegen tramhalte terug naar huis of door een uitstapje met een zelf getimmerd vlot op de rivier die je tot nog toe alleen vanuit het autoraampje kent. Dat alles volgens de formule: weinig voor nodig, minimale voorbereiding, intensieve ervaring.

    Nu zou je daartegen in kunnen brengen dat een man die de halve wereld al over is getrokken gemakkelijk een loflied op eigen land kan zingen. Maar Humphreys was er helemaal niet op uit om een nieuw reisconcept te bedenken – als vader van twee kleine kinderen zocht hij simpelweg naar manieren om zijn drang naar verre landen en lust in avontuur af te kunnen stemmen op zijn gezinsverplichtingen.

    En het werkt. Ik kan er zelf over meepraten. Na de dag dat ik Humpreys Microadventures in handen kreeg sliep ik verschillende nachten in een hangmat in het bos en bracht ik diverse dagen door met eigen miniwandeltochten. Enkele zomers geleden leende ik met vrienden waterdichte zakken en supboards en liet die te water in het mij tot dan toe volstrekt onbekende Feldberger Seenlandschaft. Vier dagen achtereen gleden we van het ene meer naar het andere en hoewel het hoogzomer was, peddelden we vrijwel ongestoord door het glinsterende water. Rond ons bossen van een soort die we eerder in New England of Finland zouden verwachten. ’s Avonds schoven we onze supboards door de rietkraag op de oever en fileerden we forellen die we onderweg hadden gekocht bij een visser. En inderdaad, op de Krüselinsee schoot vlak naast ons een visadelaar het water in om vervolgens met zijn spartelende buit weer op te stijgen.

    ‘Door microavonturen hervond ik mijn geestelijke gezondheid’

    De Krüselinsee ligt op drie uur rijden van mijn stadsappartement in Hamburg, maar toen ik daar op de avond van de vierde dag nat van het zweet mijn supboard uitlaadde, leek het alsof ik terugkwam uit een andere wereld. In die vier dagen had ik meer meegemaakt en meer ervaren dan in alle voorgaande georganiseerde vakanties bij elkaar. Op het verlangen naar verre reizen hebben microavonturen hetzelfde effect als een proteïnerijk tussendoortje op stevige trek: ze zijn geen vervanging voor de gewone maaltijd maar ze vullen die aan door in korte tijd een intensieve ervaring te bieden. Tenslotte is het oneindig veel opwindender om voor jezelf een slaapplaats in het bos te zoeken dan dat je je in een hotel te ruste legt in een vers opgemaakt bed.

    Van zo’n concept profiteren waarschijnlijk niet alleen wij reizigers, maar ook de vakantieregio’s in eigen land. Die kunnen zich zo op een gemakkelijke manier in de markt zetten – en zich laten ontdekken. En het beste is nog dat ze er geen bezoekerscentra voor hoeven in te richten, attractieparken aan te leggen of infrastructuur op te bouwen – alle benodigdheden voor een microavonturier zijn er immers al.

    ‘Door microavonturen hervond ik mijn geestelijke gezondheid want ze zorgden voor een dosis wildernis, stilte en fysieke inspanning in mijn leven,’ vertelt Alastair Humphreys. Zelf besefte ik na mijn trip naar het Feldberger Seenlandschaft dat ik voor onvergetelijke momenten geen vliegticket, verleend jaarlijks verlof of touroperators nodig heb. Vereist zijn eerder fantasie, wat durf en waterdicht schoeisel.

    Resonantie

    Als we Verena Muntschick mogen geloven, maak ik daarmee deel uit van een trend. De Frankfurter toekomstonderzoeker en haar team wijdden zich enige tijd terug aan de vraag hoe we in de toekomst gaan reizen en wat we in een vakantie zullen zoeken. De belangrijkste trend die Muntschick en haar collega’s bij het Frankfurter Zukunftsinstitut blootlegden, vatten zij samen in de term ‘resonantie’. Achter dit lastig te doorgronden begrip schuilt volgens Muntschick de ‘behoefte om op reis ervaringen op te doen die je bijblijven, die verdergaan dan het serviceaanbod, de bezienswaardigheden en de beloofde uren zonneschijn’. Met andere woorden: we reizen weer om het echte leven te ontdekken en daarbij ook meteen onszelf. Voortekenen van die trend zijn bijvoorbeeld de pelgrims naar Santiago de Compostella, de couchsurfers of de stellen die na jarenlang hotelvakanties nu een Volkswagenbusje kopen om op eigen houtje de wijde wereld in te trekken.

    ‘Natuurlijk zijn dat allemaal nog niches,’ geeft Muntschick toe, ‘maar die niches worden wel gestaag groter’. De Corendons en de all-in-concepten zullen altijd wel blijven bestaan en ook het massatoerisme zal niet verdwijnen omdat een paar mensen op een sup in eigen land vakantie houden in plaats van met een surfplank op Bali. Maar jongere reizigers zijn opgegroeid met een heel andere gevoeligheid voor de ecologische en sociale gevolgen van onze reisactiviteit. En daarmee stellen ze ook hogere eisen aan de toeristenbranche: ‘Mensen willen niet meer als economisch object behandeld worden maar als vriend van een gemeenschap.’

    Liever een handvol echte ervaringen dan duizend overvolle places to see

    De vraag is alleen: is dat echt de toekomst? Feldberg klinkt nu eenmaal minder aanlokkelijk dan Faro, Brandenburg saaier dan de Balearen. Zijn we echt verstandig en bereid genoeg om van dat alles af te zien?

    Op den duur ligt de toekomst ook helemaal niet in de keuze tussen het een of het ander, maar in een eerlijke mix. Voor mij betekent dit dat ik naar de Cycladen of het noorderlicht zal kunnen blijven gaan, maar misschien niet meer zo vaak als vroeger en niet per vliegtuig maar met veerboot en trein. Wel zou ik, zelfs als je royaal tijd voor het inchecken meerekent, meer dan tweemaal zolang naar mijn bestemming onderweg zijn. Maar als er iets is wat vakantiegangers in de toekomst hebben, dan is het wel tijd.

    Sinds het opkomen van de naoorlogse reisgolf in 1950 is onze levensverwachting met gemiddeld vijftien jaar gestegen. Dat zijn vijf uren per dag die wij meer ter beschikking hebben dan onze grootouders. Elke dag weer. Anders dan zij, die ook nog eens zes dagen per week zwaar werk verrichtten, hoeven wij onze reizen niet in een paar vakantiedagen te persen. De oude drieklank van het leven – school, werk, oude dag – kunnen we vervangen door een meer ontspannen soundtrack. De tijd speelt voor ons. We kunnen hem nemen. Altijd krijgen we te horen dat de toekomst ligt in levenslang leren. Ik zou dat willen aanvullen: ze ligt in levenslang reizen.

    Dat is niet in het minst te danken aan een neveneffect van corona: door de pandemie is ook de laatste scepticus ervan overtuigd geraakt dat zeker kantoormedewerkers probleemloos vanaf diverse plekken met elkaar samen kunnen werken, vooropgesteld dat er WLAN en elektriciteit aanwezig is. En juist dat zullen veel van ons na de pandemie ook willen. Waarom niet vanuit een bergboerderij inloggen bij een Zoom-bijeenkomst? Waarom dat nieuwe idee niet uitwerken op een wandeltocht met collega’s?

    Werkverblijf

    ‘Het concept van de “mooiste weken van het jaar” waarin we bij moeten komen van de met werk gevulde rest van het jaar, is momenteel zienderogen aan het verdwijnen,’ zegt Claudia Brözel, hoogleraar economie van het toerisme (afdeling duurzame ontwikkeling) aan de Hogeschool van Eberswalde. In de toekomst zou bijvoorbeeld een reeks microavonturen gecompleteerd kunnen worden met een maandenlang werkverblijf aan de Middellandse Zee, een tuinierproject in een naburig dorp met een lange sabbatical waarin we door half Afrika trekken. Onder het motto: liever een handvol echte ervaringen dan 1000 overvolle places to see. Niet langer ‘meer’, maar ‘indringender’. Beleven in plaats van bereizen.

    Dit volslagen andere idee van wat een vakantie dient te zijn en wat hij ons moet brengen, zou weleens de sterkste veranderingskracht voor het toerisme kunnen blijken. Niet uitgesloten dus dat we ons op een dag het jaar 2019 herinneren als het jaar waarin we op een heel nieuwe manier begonnen te reizen.

    We zullen veel in de natuur zijn omdat we het digitale ‘always on’ moe zijn

    De visionair Bernd Neff, initiator van het Berlin Travel Festival en voormalig marketingmanager van Design Hotels, voorspelt een trend naar een luxe en groene vakantie. Historisch gezien werden pandemieën altijd gevolgd door fases van verhoogde levenslust en luxe. Nadat de pest was overwonnen gingen de mensen overal in Europa trouwen en zetten ze kinderen op de wereld; op de Spaanse griep volgden de roaring twenties. Wij zullen in de post-coronajaren een tijd van luxereizen meemaken. Maar het zal een nieuwe, minder materieel bepaalde vorm van luxe zijn. We zullen in kleinere groepen op vakantie gaan en veel in de natuur zijn omdat we het digitale always on moe zijn. Overal zullen nederzettingen met tiny houses ontstaan of zoals in Italië, albergi diffusi: goed voorziene hideaways in de buurt van steden. In Berlijn ontwikkelt een start-up onder de naam Raus momenteel zo’n mix van boutique-hotel, boshut en smart loft. Wilde tuinen, workshops en wellness maken deel uit van het concept. Wat verdwijnen gaat is dat zinledige snel-maar-ergens-heen-vliegen. Net als ecofashion en veganisme zal bewustzijn van de gevolgen van al ons reizen gemeengoed worden. We zullen weer waardering krijgen voor wat lokaal is, per slot van rekening was het nogal saai om van Tokio tot aan Quebec dezelfde restaurantketens en merken aan te treffen. Reizen zal inspirerender worden. ‘Nachttreinen in plaats van budgetvluchten, drie maanden in een work-away-hotel in plaats van een driedaags stedentripje. Voor mij is dat de echte luxe.’

    De veelsporige Monisha Rajesh reisde ‘de wereld rond in tachtig treinen’ en schreef er een boek over. Die goeie ouwe trein heeft de toekomst, voorspelt de Britse schrijfster. ‘Als treinreiziger houd je steeds een gevoel voor ruimte en tijd – in tegenstelling tot bij een vliegreis. Je kunt met een kopje thee in bed liggen, samen eten, werken en de wereld aan jezelf voorbij zien trekken. Ik ben er vast van overtuigd dat het reizen per trein – ook vanwege de gunstige CO2- balans – een grote toekomst wacht. In Azië, Afrika en Latijns-Amerika is de trein ook nog eens een relatief goedkoop transportmiddel. De beste ter wereld zijn in mijn ogen de Japanse. Met de Shinkansen kun je binnen een paar uur bijna het halve land doorkruisen. Op het eindstation voltrekt zich een ‘zevenminutenwonder’: schoonmaakpersoneel bestormt de trein, draait de zittingen om, maakt tafeltjes en vloeren schoon, voert afval af en zeven minuten later springt het weer naar buiten en kunnen er nieuwe gasten instappen.

    In Europa wordt reizen per trein lastig zodra we de grens overgaan. Elk land heeft zijn eigen spoorwegmaatschappij, er is geen centrale website of een aanbieder die alle verbindingen bestrijkt. Mocht er een Europese spoorminister komen en ik zou die baan krijgen, dan zijn mijn eerste maatregelen: invoering van extra nachttreinverbindingen, prijsdalingen van tickets en opbouw van een centraal boekingssysteem voor heel Europa.’

    ‘Niet zo lang geleden nam ik samen met een vriend spontaan de trein richting Slowakije. Een geweldig avontuur’

    Anselm Pahnke fietste 414 dagen door vijftien landen in Afrika. Hij is filmmaker, schrijver (Von Anderswo und anderen Orten) en een van de oprichters van Terran e.V. voor reizen zonder vliegtuig. ‘Het is waar, zelf heb ik de wereld kunnen ontdekken en mijn reishonger uitvoerig kunnen stillen. Ik heb ook een vaag vermoeden van wat het succes van mijn film aan reizen naar Afrika heeft veroorzaakt. Daarom zou het absurd zijn om nu anderen moreel de les te lezen over vliegen. Maar voor mij moeten reisdoel en reistijd wel met elkaar in overeenstemming zijn. Drie weken naar Thailand staan in geen verhouding tot de kostbare reis. Steeds meer beroepen en bedrijven zullen in de toekomst een sabbatical kennen waarin mensen een deel van de wereld kunnen leren kennen zonder hectisch heen en weer terug te moeten vliegen. Althans dat hoop ik. Bij mij duurde het vijf maanden voor ik me in Afrika op mijn gemak begon te voelen.

    Sinds ik weer in Freiburg woon, ben ik veel met de fiets, de trein en te voet op pad, Naar Denemarken of in de Alpen. Dat geeft absoluut niet de exotische kick die Afrika mij gaf, maar het voelde ook in geen enkel opzicht als minder. Niet zo lang geleden nam ik samen met een vriend spontaan de trein richting Slowakije. Na twintig uur kwamen we daar aan. Een geweldig avontuur. Om eerlijk te zijn: het is opwindender om onvoorbereid op een trein richting Oost-Europa te stappen dan voor een georganiseerde safari naar Kenia te vliegen.’ 

    Technoloog Marta Kwiatkowski Schenk, wetenschappelijk onderzoeker aan het Gottlieb Duttweiler Institut in Rüschlikon (Zwitserland) vertrouwt de reisleiding al gauw toe aan digitale assistentie. ‘Reizen betekent kiezen. Huur ik een auto of beschikt mijn hotel over fietsen? Biedt het restaurant glutenvrije maaltijden en kan ik die wandeling ook met een slechte knie maken? Al die informatie moeten we moeizaam bijeengaren. En daarna moeten we beslissen. Reizen betekent daarom altijd ook stress. Dat zullen slimme assistenten ons binnen enkele jaren uit handen nemen. Zij zullen ons als privéreisbureau, navigator, reisgids en ticketshop vergezellen en helpen bij de besluitvorming. We zullen er ook geen extra apparaat voor aan te hoeven schaffen. De assistentietechnologieën zullen verwerkt zitten in onze polshorloges, koelkasten, auto’s en misschien zelfs wel in kledingvezels. Onopvallend op de achtergrond zullen zij hun werk verrichten. We noemen dat calm tech. Dankzij kunstmatige intelligentie zullen zij ons alleen voorstellen doen voor belevenissen die relevant voor ons zijn. Zij kennen ons immers omdat zij ons voortdurend begeleiden.

    Het zal sommigen van ons doen denken aan de sciencefictionfilm Her en inderdaad vormde deze film van Spike Jonze een inspiratiebron voor ons onderzoek. Maar digitale assistentie is geen sciencefiction, het maakt al deel uit van onze werkelijkheid, zij het ook nog niet zo uitontwikkeld als het ooit zal zijn en alles op zijn kop zal zetten.’

  • Augustusnummer | De grens over

    Augustusnummer | De grens over

    »  Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Over de grens. De toekomst van toerisme

    » ‘Made in Bagladesh’ zorgt voor booming telefoonbusiness

    » Van visvoer tot megatrend: de evolutie van de erwt

    Weet je nog?

    Redactioneel

    Over niet al te lange tijd heft het alles overspoelende massatoerisme zich vanzelf op. Op zoek naar zon, zee en strand, of welke attractie dan, het liefst in korte broek en op sandalen, en wat kan het schelen als er honderden andere vakantiegangers op hetzelfde idee zijn gekomen… Wie doet het straks nog? Wie wil er straks nog ver van huis om naar adem te snakken onder de rook van bosbranden of te verschroeien door de ondraaglijke temperatuurstijging die zich opdringt tot in het Arctisch gebied. Stel je voor, wordt het miezerige weer in Nederland nog een zegen waar we in plaats van permanent over klagen nu nostalgisch mijmerend aan terug denken. Weet je nog, hoe je op de fiets zat met die heerlijke slagregens en die verrukkelijke telkens draaiende wind.

    Het klimaat, dat we zo graag willen vergeten, naar onze hand willen zetten, waar we pas aandacht aan besteden wanneer het uitkomt, dat we bezingen en verguizen, waar we zo lang veronachtzaamd mee zijn omgesprongen wetende dat al onze dagelijkse handelingen op enigerlei manier invloed op de temperatuur van de atmosfeer hebben, laat zich nu in al haar grootsheid zien.

    Onoverwinnelijk tegen wil en dank.

    Gingen vroeger mensen nog fysiek ergens heen?

    Hoogste tijd, nee het is al ná hoogste tijd, als we de klimaatdeskundigen mogen geloven om rigoureuze en onmiddellijke maatregelen door te voeren. Van overheidswege hoeven we dat niet te verwachten zolang er ministers zijn die zeggen dat ze er wel ‘een juridische truc’ voor zullen vinden, terwijl het dezelfde overheid is die het wel lukt om 17 miljoen mensen langdurig binnen te houden. Wat de politiek ervan weerhoudt om radicale hervormingen door te voeren, is inherent aan de politiek zelf; gefragmenteerd, zichzelf vastgeketend aan allerlei leibanden, angstvallig rekening houdend met genoeg draagvlak, et cetera. Dus moeten we het toch zelf doen, in plaats van blijven hameren op een grootscheepse wijziging van het systeem. That will be the day. Hoopvol is dan ook de opening van Harald Willenbrock in Geo (p.12), waarin hij schetst hoe we in een niet al te verre toekomst net zo verbaasd naar ons alledaags consumentisme en reisverleden kijken als nu naar Mad Men, de serie uit de jaren 60 waarin het plastic bestek na de picknick gewoon in de natuur achterblijft. Waren we echt zo milieu-onbewust, propten we tachtig budgetvluchten per dag vol voor 35 euro retour? Hadden ze toen nog geen virtuele reizen met voelbare temperatuur- en hoogteverschillen? Wat? Gingen mensen nog fysiek ergens heen? Hoor je dat, ze vlogen nog en droegen vakantiekleren.

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    cover LR 1 1

  • Haïtiaanse president Jovenel Moïse vermoord

    Haïtiaanse president Jovenel Moïse vermoord

    Vijfde golf rolt over Spanje

    Geconfronteerd met een toename van het aantal coronabesmettingen, vooral onder jongeren, draaien de Spaanse autonome regio’s de duimschroeven aan om de heropleving van de epidemie te beteugelen. In Catalonië sluiten uitgaansgelegenheden vanaf vrijdag 9 juli weer voor veertien dagen hun deuren.

    Op maandag 5 juli verklaarde de hoofdepidemioloog van het Spaanse ministerie van Volksgezondheid, Fernando Simón, dat het aantal besmettingen onder jongeren 600 gevallen per 100.000 bedraagt – driemaal het nationale gemiddelde van alle leeftijdsgroepen bij elkaar. Als oorzaak wordt vooral gewezen naar de uitbraak tijdens examenreizen op de Balearen van afgelopen maand.

    Als reactie hierop beginnen de autonome regio’s, die verantwoordelijk zijn voor de volksgezondheid, maatregelen te nemen om de opmars van de epidemie af te remmen. In Catalonië zullen uitgaansgelegenheden (zoals nachtclubs, bars en karaokebars) vanaf vrijdag 9 juli gedurende minstens twee weken gesloten zijn.

    Klap voor de sector

    Dit besluit ‘is ontvangen als een klap voor de sector’, die hun activiteiten na een sluiting van anderhalf jaar nog maar nauwelijks had hervat, zo schrijft het conservatieve dagblad ABC. Dit zal echter geen gevolgen hebben voor de festivals die voor die twee weken zijn gepland, aldus El Periódico de Catalunya.

    Ook moet iedereen die buitenevenementen met meer dan vijfhonderd mensen bijwoont, een negatieve antigeen- of PCR-test van minder dan twaalf uur oud kunnen overleggen of gevaccineerd zijn. De Catalaanse autonome regering raadt aan om ook in de buitenlucht een mond-neusmaskers te dragen.

    Andere autonome regio’s, zoals Castilië en León, overwegen de avondklok opnieuw in te stellen. Intussen is al meer dan 40 procent van de Spaanse bevolking volledig gevaccineerd.

    ‘Buitenlandse toeristen verkassen naar plaatsen waar het aantal besmettingen minder alarmerend is dan aan de Spaanse kust’

    In Barcelona spreekt de liberaal-conservatieve La Vanguardia zich in een redactioneel met de titel ‘De vijfde golf’ bezorgd uit over het Spaanse toerisme in het licht van deze toename van het aantal gevallen: ‘Een groot deel van de reserveringen die voor deze zomer waren gemaakt zijn geannuleerd. Buitenlandse toeristen blijven liever thuis of verkassen naar plaatsen waar het aantal besmettingen minder alarmerend is dan aan de Spaanse kust.’

    Commentator Mariano Guindal erkent dat de situatie ‘niet zo belabberd is als tijdens de vorige vier golven’, vooral wat betreft het aantal ziekenhuisopnames en sterfgevallen.

    Maar gezien de situatie in de rest van Europa was Spanje gewaarschuwd, stelt hij. ‘Het Verenigd Koninkrijk, dat een van de landen met de hoogste vaccinatiegraad was, is plotseling weer het toneel van de grootste uitbraak van de nieuwe Delta-variant geworden. Ons buurland Portugal, dat als eerste de gevolgen ondervond van het uitblijven van tijdige maatregelen, zag zich genoodzaakt de avondklok weer in te stellen.’


    Haïtiaanse president Jovenel Moïse vermoord

    Jovenel Moïse, president van Haïti sinds 2017, werd in de nacht van 6 op 7 juli in zijn privéwoning vermoord, maakte de vertrekkende premier Claude Joseph op 7 juli in een verklaring bekend, weergegeven door de Haïtiaanse site Alterpress.

    ‘Omstreeks één uur ’s nachts (…) heeft een groep niet-geïdentificeerde personen, van wie sommigen Spaans spraken, de privéwoning van de president van de Republiek bestormd en daarbij het staatshoofd dodelijk verwond’, aldus de premier.

    ‘Haïti ging al gebukt onder bendegeweld en protesten tegen [Moïses] steeds autoritairder bewind’

    De politie doodde vier verdachten en arresteerde uren later nog twee anderen, ‘te midden van groeiende chaos in een land dat al gebukt gaat onder bendegeweld en protesten tegen [Moïses] steeds autoritairder bewind’, schrijf Associated Press.

    Drie politieagenten die door de vermoedelijke schutters werden gegijzeld, werden woensdag vrijgelaten nadat de politie een huis had omsingeld waar enkele van de verdachten zich schuilhielden, zei Léon Charles, hoofd van de nationale politie van Haïti, aldus het persbureau.

    De website van Haïti Press Network meldt dat ‘de gewonde first lady Martine Moïse momenteel wordt behandeld in een ziekenhuis (…)’.

    Controversiële president

    Het presidentschap van Jovenel Moïse wordt al enkele maanden betwist vanwege zijn autoritaire methoden, met name door een heterogene groep tegenstanders die een ‘voorlopige overgangspresident’ hebben aangesteld. Onlangs kondigde hij aan nieuwe parlementsverkiezingen uit te schrijven. Op maandag 5 juli had hij een nieuwe premier benoemd, Ariel Henry.

    Het land wordt al maandenlang geteisterd door extreem geweld van bewapende bendes, met name in sommige wijken van Port-au-Prince, de hoofdstad. Dit ongecontroleerde geweld heeft de kritiek op het staatshoofd, die al bijna twee jaar het doelwit is van spontane of door de oppositie georganiseerde demonstraties, aangewakkerd.

    ‘Alle maatregelen worden genomen om de continuïteit van de staat te waarborgen en de natie te beschermen’, vervolgde de aftredende regeringsleider in zijn verklaring.

    Lees ook:


    Donald Trump klaagt Twitter, Facebook en Google aan

    De voormalige president van de VS, die na de gebeurtenissen op Capitol Hill op 6 januari 2021 van de sociale netwerken werd geweerd, slaat terug en beschuldigt Facebook, Twitter en Google van censuur. Hij zegt dat hij ‘triljoenen’ aan schadevergoeding wil.

    NPR ziet het als ‘de nieuwste escalatie in de langlopende vete tussen Trump en de sociale netwerken waar hij voor en tijdens zijn presidentschap gretig gebruik van maakte’. Woensdag kondigde het voormalige staatshoofd vanuit zijn golfbaan in Bedminster, New Jersey, aan dat hij Facebook, Twitter en Google aanklaagde, omdat zij hem en de Republikeinen zouden censureren.

    ‘Wij eisen een einde aan de schaduwverboden, een einde aan het monddood maken en een einde aan de zwarte lijsten, verbanningen en het cancelen,’ zei de man die door de drie techbedrijven werd geschorst voor berichten die voor, tijdens en na de aanslag van 6 januari op het Capitool in Washington werden geplaatst.

    Volgens CNN doet Trump een ‘laatste wanhoopspoging’ om terug te komen op sociale media

    Donald Trump zegt dat hij een schadevergoeding wil die potentieel kan oplopen tot ‘triljoenen dollars’, al ‘lijkt dit onwaarschijnlijk’, vat The Verge samen.

    Volgens CNN doet Trump een ‘laatste wanhoopspoging’ om terug te komen op sociale media. De zakenman ‘heeft een lange geschiedenis van het nemen van gerechtelijke stappen als tactiek om angst aan te jagen zonder daadwerkelijk door te gaan met de rechtszaak.’ Als hij deze keer zou doorzetten, is zijn aanklacht ‘waarschijnlijk bij voorbaat al gedoemd’, aldus CNN

    Zoals Yahoo! opmerkt, beweert Trumps juridische team in de drie aanklachten dat de techreuzen hem door het Eerste Amendement gewaarborgde vrijheid van meningsuiting hebben geschonden. Maar ‘het amendement beschermt tegen overheidscensuur, niet tegen censuur door bedrijven’, verduidelijkt de site. ‘Juristen hebben onmiddellijk kritiek geuit op de aanklachten en voorspeld dat hij weinig kans van slagen heeft in de rechtbank’, bevestigt The Washington Post.

    Sectie 230

    Ook in het geding is Sectie 230, een wet uit de jaren negentig die webbedrijven extra bescherming biedt. Toen Donald Trump in het Witte Huis zat, probeerde hij deze tevergeefs te hervormen door middel van een presidentieel decreet.

    De wet ligt echter zowel van links als van rechts onder vuur, waarbij de Democraten zeggen dat zij de verspreiding van desinformatie mogelijk maakt en de Republikeinen dat zij maatregelen tegen censuur verhindert. In het laatste geval, merkt CNN op, hebben verschillende studies aangetoond dat ‘partijdige stemmen, vooral aan de rechterzijde, op grote schaal gebruikmaken van het platform’.

    ‘Dat Trump zich voordoet als verdediger van de vrijheid van meningsuiting is nogal gedurfd gezien zijn verleden’

    The Atlantic spaart de voormalige president niet. ‘Dat hij zich voordoet als verdediger van de vrijheid van meningsuiting is nogal gedurfd’, schrijft het tijdschrift, dat eraan herinnert dat Trump journalisten heeft aangeklaagd voor hun uitlatingen, heeft opgeroepen tot wetgeving om gemakkelijker iemand te kunnen aanklagen voor smaad en heeft geprobeerd de procureur-generaal in te schakelen om achter zijn critici aan te gaan.

    De aanklachten zijn zonder twijfel een publiciteitsstunt, schrijft The Atlantic. Hij probeert ‘de aandacht af te leiden van de echte juridische problemen die hij heeft, met de denkbeeldige problemen die hij wil’. Hoewel zijn ban van Twitter en Facebook al dateert van januari, is het niet toevallig dat de aankondiging een week na de aanklacht tegen de Trump Organization in een rechtbank in New York kwam, aldus The Atlantic.

    The Washington Post meldt dat de aanklachten, die zijn ingediend in een federale rechtbank in Miami, waarschijnlijk weerklank zullen vinden bij Trump-aanhangers die ervan overtuigd zijn dat de platforms niet genoeg conservatieve stemmen laten horen. Terloops merkt The Wall Street Journal op dat ‘kort na de persconferentie’ de Republikeinse Partij en het Trump-comité de rechtszaken naar voren brachten in hun oproepen om donaties.

  • Vaccinatiebewijzen gestolen in L.A. | Alle auto‘s in Syndey worden elektrisch

    Vaccinatiebewijzen gestolen in L.A. | Alle auto‘s in Syndey worden elektrisch

    Alles elektrisch

    De Australische minister van Transport Andrew Constance zegt vastbesloten te zijn ervoor te zorgen dat alle auto’s, bussen en vrachtwagens in de deelstaat New South Wales (NSW), waar Sydney de hoofdstad van is, elektrisch worden. Vanwege de voortvarende plannen van de regering om het aantal snelwegen uit te breiden, groeit de bezorgdheid in de deelstaat over de luchtkwaliteit en de volksgezondheid, schrijft Sydney Morning Herald.

    ‘Ik ben de eerste staatsminister in onze geschiedenis die om gezondheidsredenen probeert de elektrificatie van transportvoertuigen te realiseren’

    Constance zei dat hij die zorgen wil wegnemen door eerst de transportsector en daarna alle voertuigen elektrisch te maken. ‘Ik ben de eerste staatsminister in onze geschiedenis die om gezondheidsredenen probeert de elektrificatie van transportvoertuigen te realiseren’, meent hij. ‘Onze infrastructuur moet aan alle milieu-eisen voldoen en daarvoor zetten we wetenschappers in. Maar mijn doel is om dat overbodig te maken door auto’s, bussen en vrachtwagens te elektrificeren.’

    Zijn beloften komen niet uit de lucht vallen. Recent gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek van universiteiten van Sydney en NSW, openbaarde dat zorgen over gezondheidseffecten rondom de miljarden kostende transportprojecten van de overheid, tijdens de kritieke planningsfase vaak worden genegeerd.


    Booking ontwijkt belasting

    Booking.com heeft ruim 150 miljoen euro aan omzetbelasting ontweken in Italië. Dat zei de Guardia di Finanza, de Italiaanse financiële politie, deze week. Het in Nederland gevestigde Booking.com, een mondiale gigant op het gebied van online hotelreserveringen, heeft ‘geen belasting betaald over bemiddeling bij verhuur van privéwoningen en gastenkamers’, meent de Guardia di Finanza, geciteerd door The Local. Het onderzoek, dat de jaren 2013 tot 2019 bestrijkt, ‘heeft een grootschalige belastingontduiking van meer dan 150 miljoen euro aan btw aan het licht gebracht’, aldus de politieverklaring. Booking had volgens de politie in die zes jaar meer dan 153 miljoen euro aan btw moeten betalen over 700 miljoen euro aan commissies in Italië.

    ‘In overeenstemming met de EU-btw-wetgeving, is het ons standpunt dat onze partners in de EU zelf verantwoordelijk zijn voor de lokale btw en de afdracht aan de betreffende regeringen’, aldus een woordvoerder van Booking, die zei dat het bedrijf de zaak nu bestudeert.


    Demonstraties in Polen

    Duizenden mensen namen deze week deel aan protesten in Warschau, die waren georganiseerd door vakbonden van mijnwerkers en arbeiders uit de energiesector.

    Er werd gedemonstreerd bij Poolse staatsgebouwen en bij kantoren van de Europese Commissie in Warschau. De demonstranten eisen dat de regering plannen voor de sector opstelt en werkgaranties biedt voor degenen die hun baan zullen verliezen als gevolg van de overgang naar groene energie, aldus Notes from Poland.

    ‘Gisteren was het Moskou dat onze soevereiniteit afnam; vandaag is het Brussel’ en ‘Handen af van Turów’, zo was op borden te lezen. Vorige maand heeft het Hof van Justitie van de EU de kolenmijn van Turów bevolen werkzaamheden onmiddellijk stop te zetten na een klacht van Tsjechië dat Polen de EU-milieuwetgeving schendt. 

    De Poolse regering heeft een akkoord bereikt met mijnwerkers om steenkool de komende decennia geleidelijk af te bouwen, maar goedkeuring door de EU is onzeker en vakbonden klagen dat details ontbreken.


    ‘Zet LHBTI’ers Oezbekistan uit’

    De leider van een van de belangrijkste politieke partijen in Oezbekistan heeft voorgesteld om homo’s, lesbiennes en transgenders het staatsburgerschap te ontnemen en hen het land uit te zetten, meldt EurAsiaNet. Hij beweert dat de LHBTI-gemeenschap dat ook wil. Alisher Kadyrov, leider van Milliy Tiklanish, de tweede partij van Oezbekistan, beschouwt zichzelf als een voorvechter van tradities en familiewaarden. In een interview zei hij dat het intrekken van het staatsburgerschap van LHBTI-mensen andere landen zou forceren om ze op te nemen. 

    ‘Toen ik dit voorstelde op sociale media, namen zo’n honderd LHBTI-mensen contact met me op en ze stemden in met mijn suggestie. Ze zeiden dat ze nu namelijk geen visa kunnen krijgen voor landen die Oezbekistan veroordelen vanwege zijn houding tegenover LHBTI’ers’, zei Kadyrov. De Oezbeekse regering weigert om gehoor te geven aan oproepen van internationale mensenrechtenorganisaties om strafbaarstelling van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht op te heffen.


    Vaccinatiebewijzen gestolen

    Een man uit Las Vegas is ervan beschuldigd honderden blanco vaccinbewijzen te hebben gestolen. De politie startte een onderzoek toen vaccinatielocatie Pomona Fairplex in Los Angeles melding deed van verdwenen vaccinbewijzen, volgens CBS. De 45-jarige man, een niet-klinische oproepkracht bij de locatie, werd betrapt toen hij een aantal bewijzen in zijn auto verborg. Nader onderzoek wees uit dat hij ook nog eens 528 bewijzen op zijn hotelkamer had liggen, die hij in april zou hebben gestolen. De man is in staat van beschuldiging gesteld. 

    Overigens zal de locatie halverwege deze maand sluiten, omdat steeds minder mensen een vaccinatie komen halen.


    Veel Ieren blijven thuis

    Zeven op de tien inwoners van Ierland zegt dit jaar in eigen land op vakantie te gaan, zo blijkt uit onderzoek door het Ierse Centraal Bureau voor de Statistiek, schrijft The Journal uit Dublin. De zuidwestelijke regio van het land is de meest populaire bestemming voor Ieren die de komende twaalf maanden een reis willen maken, gevolgd door de westelijke en zuidoostelijke regio’s met respectievelijk 20% en 13%. Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer 73,6% van de mensen denkt binnen zes maanden een binnenlandse reis met overnachting te zullen maken. Meer dan 32% van de mensen zegt op reis naar het buitenland te zullen gaan.


    11.000.000

    Het Amerikaanse JBS, ’s werelds grootste vleesleverancier, heeft 11 miljoen dollar aan losgeld in bitcoins betaald aan hackers, na overleg met het technische team en externe experts op het gebied van cyberbeveiliging, schrijft YahooNews. De vermoedelijk Russische hackers, die op 30 mei een cyberaanval deden, zeiden de toegang tot het computersysteem pas terug te geven als ze het losgeld hadden ontvangen.

  • Hoe wordt toerisme nieuw leven ingeblazen?

    Hoe wordt toerisme nieuw leven ingeblazen?

    Nu de zomer nadert, zijn veel landen zich aan het beraden op een manier om zo veel mogelijk toeristen te kunnen verwelkomen. De strategie per land loopt daarbij nogal uiteen.

    Europa werkt aan een vaccinatiepaspoort, Mexico stelt zijn stranden wijd open alsof de pandemie nooit heeft bestaan, Turkije rekent op huwelijkstoerisme… Nu vaccinatiecampagnes die over de hele wereld in een stroomversnelling raken, Amerikanen hun vakantie voorbereiden en luchtvaartmaatschappijen hun luchtwassers uit de kast halen, zal het zomerseizoen van 2021 er heel anders uitzien dan dat van 2020, dat grotendeels werd geannuleerd door de pandemie. Maar het zal ook niet zijn zoals het voor corona was. 

    Europa: het nieuwe paspoort

    Het vooruitzicht om de zomervakantie op ‘het oude continent’ door te brengen krijgt voor steeds meer toeristen vorm, met name Amerikanen. De Europese Unie voert tegen juni een ‘digitaal groen certificaat’ in, een soort vaccinatiepaspoort. Op de Amerikaanse zender CBS zinspeelde Emmanuel Macron op een geleidelijke opheffing van de beperkingen aan de grenzen, ondanks de nog steeds zorgwekkende gezondheidstoestand, en riep hij Amerikanen op naar Europa te komen.

    Een paar dagen eerder stelde The Washington Post echter een probleem aan de orde. Nu ‘veel landen ongeduldig wachten op de terugkeer van Amerikaanse toeristen en hun dollars’, schreef het Amerikaanse dagblad, ‘kunnen er nogal verontrustende verschillen tussen reizigers en inwoners optreden’. De introductie van het Europese vaccinatiepaspoort houdt in dat geïmmuniseerde mensen een streepje voor hebben.

    Terwijl vaccinatiecampagnes in Europa te maken hebben met ‘vertragingen en beperkingen bij de levering van AstraZeneca’, hebben de Verenigde Staten ongeveer een derde van de bevolking ingeënt – een gang van zaken die bij Europeanen tot grote frustratie zou kunnen leiden. 

    The Washington Post verwijst naar de situatie in Spanje afgelopen winter. Terwijl Europese toeristen konden profiteren van de heropening van bars en restaurants, was het Spanjaarden zelf niet toegestaan om tussen regio’s te reizen.

    Mexico: niks aan de hand

    Sinds het uitbreken van de pandemie heeft Mexico de radicale keuze gemaakt om een ​​sleutelsector van zijn economie, het toerisme, te sparen: de grenzen bleven open en reizen tussen de dertig deelstaten waren toegestaan. Tijdens Kerstmis en Pasen gingen beelden van Mexicaanse en buitenlandse toeristen op de stranden van Acapulco of Cancún de wereld over. Opvallend was ook dat maar weinigen zich aan de al schaarse regels hielden: afstand houden en een gezichtsmasker dragen.

    Volgens dagblad El Financiero zijn de inkomsten van buitenlandse toeristen (75 procent Amerikaans) in 2020 desondanks met 13,5 miljard dollar gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar. In termen van sterftecijfers is Mexico het op een na meest getroffen land ter wereld, na Jemen.

    Turkije: huwelijkstoerisme

    Ook Turkije probeert het toeristenseizoen te redden. Het land verwelkomde in 2020 15 miljoen bezoekers, een daling van 69 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Om reizigers aan te trekken, is het land op alles voorbereid, tot strikte herfinanciëring (van 29 april tot 17 mei).

    Er is echter een nieuwe sector in opkomst: huwelijkstoerisme. Terwijl in veel landen ceremonies om gezondheidsredenen worden geannuleerd of via videoverbinding plaatsvonden, bieden Turkse reisbureaus bruiloftsfeesten aan langs de kust, meldt online media Haber7. De stad Bodrum, met zijn chique restaurants, zou bijvoorbeeld zeilexcursies aanbieden. 

    De doelgroep bestaat uit Russen, maar ook Britten. Volgens de krant Aksam  leidde de bruiloft van voormalig Manchester United-speler Rio Ferdinand in september tot een storm van kritiek, waarna deze zomer tot 1500 Britse stellen zich aan de Turkse kust lieten huwen, met zo’n 150.000 toeristen in hun kielzog.

    In Kroatië word je geïsoleerd van de lokale bevolking

    In Kroatië, een land waar 17 procent van het bnp afhankelijk is van toerisme, werken de staat, reisbureaus en hotels actief samen om de sector te redden. Dubrovnik, de parel van het Kroatische toerisme, sloot graag aan in het rijtje van Europese bestemmingen en kondigde de vorming van reisbubbels aan. Maar het lijkt erop dat die vooral om de reiziger heen worden gebouwd.

    ‘De toeristen die van de cruiseschepen afstappen, worden geïsoleerd van de lokale bevolking: ze zullen in groepen de stad bezoeken, haar wallen, de musea, de locaties van de Game of Thrones-set, de nationale parken. Voor degenen die met het vliegtuig naar Dubrovnik zijn gekomen, overwegen we de aanleg van luchtbruggen, met vervoer naar hotels en boten voor het bezoek van de eilanden of de kust. Het pakket is inclusief snelle en regelmatige tests in hotels’, aldus Mato Frankovic, burgemeester van de stad, geciteerd door de krant Novosti

    Omdat de PCR-test voor inwoners van bepaalde landen verplicht is, hebben organisaties en hotels de kosten bij de prijs voor het verblijf inbegrepen, legt de krant Slobodna Dalmacija uit.

    Sinds 31 maart geeft Kroatië toegang tot zijn grondgebied aan toeristen die Russische of Chinese coronavaccins hebben ontvangen. Deze zijn vrijgesteld van PCR-tests en quarantaine. De maatregel is met name gericht op Hongarije en Servië, waar de bevolking massaal vaccins heeft ontvangen die nog niet zijn goedgekeurd door het Europees Geneesmiddelenbureau. Volgens de regionale site Seebiz vormt dit echter geen probleem: ‘De landen van de Europese Unie hebben het recht om individueel de geldigheid van Chinese en Russische vaccins te bepalen.’

    Particuliere Grieken reizen om toeristen te verwelkomen

    Nu het orthodoxe Pasen nadert, besloot de regering op 21 april om de interregionale reizen per 2 mei op te schorten. Voor het tweede jaar op rij ‘zetten we de rem op het vieren van Pasen in het dorp van herkomst’, aldus dagblad Ta Nea. Normaal gesproken keren ongeveer 2 miljoen Grieken (op een bevolking van 10 miljoen) terug naar de eilanden en dorpen van hun familie voor de belangrijkste vakantie van het jaar.

    Zoals I Kathimerini uitlegt, ‘zou het risico van versoepeling van de beperkingen tijdens deze vierdaagse vakantie kunnen leiden tot een nieuwe piek in de epidemie, en het plan om het zomerse toeristenseizoen te openen in gevaar brengen.’

    De autoriteiten zijn sterk afhankelijk van de inkomsten uit toerisme en hebben de invoer van een digitaal vaccinatiepaspoort op Europese schaal aangemoedigd om een ​​herhaling van de catastrofe van 2020, met een omzetdaling van 75 procent, te voorkomen. Maar de afgelopen weken kan een dramatische stijging van het aantal besmettingen in de regio Attica, waaronder de hoofdstad Athene, en op het eiland Kreta, het seizoen alsnog in gevaar brengen.

    Hoewel het succesvolle vaccinatieprogramma een reden is om optimistisch te zijn, is deze laatste etappe beladen met obstakels, waaronder de vermoeidheid van de bevolking, vooral jonge mensen – wat blijkt uit het groeiende aantal overvolle feesten buiten de stadscentra. ‘Nu mikt de regering in Griekenland op 8 mei, de eerste zaterdag na Pasen, als de waarschijnlijke datum om reizen en de opening van restaurants toe te staan.’