Tag: Verkiezingen 2017

  • Het populisme is niet overwonnen

    Het populisme is niet overwonnen

    Het leidt geen twijfel dat de liberale ordening op dit moment voor het eerst sinds generaties ernstig bedreigd wordt. Maar zo gemakkelijk zal ze toch niet van het toneel verdwijnen?

    Hoewel de algehele levensstandaard vrijwel niet meer toeneemt en de ongelijkheid groeit, verheugen de meeste mensen in ontwikkelde democratieën zich nog altijd in een opmerkelijke welvaart. Weliswaar heeft de massale migratie tot flinke sociale en economische spanningen geleid, maar de burgers van de liberale democratieën kunnen nog altijd hun leven vrij inrichten, te midden van mensen die precies zo zijn als zijzelf – als ze dat willen, tenminste.

    Er is nog een andere groep, die op zijn manier zelfgenoegzaam is en vastbesloten om de signalen van politieke instabiliteit te negeren. Deze mensen willen niet toegeven dat de wereld voor onze ogen aan het veranderen is. Het zijn de mensen die menen dat Hillary Clintons nederlaag alleen toe te schrijven is aan racisme, seksisme of Rusland. Het zijn ook de mensen die in elke verkiezingsstrijd waarbij een populist geen absolute meerderheid haalt, een grote comeback van de liberale democratie zien. Dit kamp kwam luidkeels aan het woord toen de uitslagen van de Nederlandse verkiezingen binnenkwamen. ‘Is de populistische golf eindelijk over haar top heen?’ vroeg een verslaggever van CNN. ‘Ik herhaal, Trumps overwinning was het begin van het einde van de autoritaire golf in de westerse democratieën,’ antwoordde een Oostenrijkse journalist. ‘De Nederlandse verkiezingen kort samengevat: grote opkomst, veel winnaars, veel verliezers, teleurgestelde buitenlandse media. Conclusie: deze democratie is gezond,’ zo vatte een Nederlandse schrijver de nieuwe algehele stemming samen.

    Een “golf” suggereert een verschijnsel dat plotseling opduikt, steeds groter wordt, maar even snel weer om kan slaan om alsmaar kleiner te worden

    Het is de moeite waard om even pas op de plaats te maken en de aanleiding voor al dat gejubel wat preciezer te bezien: Geert Wilders is een van de meest rechtlijnige rechts-populisten die je je kunt denken. Onophoudelijk wakkert hij haat aan tegen Turkse en Marokkaanse immigranten, en tijdens de verkiezingscampagne liet hij weten moskeeën te willen sluiten – en ook de Koran te willen verbieden. Bij de laatste opiniepeilingen zag het ernaar uit dat Wilders ongeveer 15 procent van de kiezers achter zich zou krijgen. Zijn stem zou dan weliswaar aan kracht winnen, maar een regering zou hij daarmee nog lang niet kunnen vormen. In werkelijkheid haalde hij ongeveer 13 procent, wat zijn stem aan kracht doet winnen, maar waarmee hij toch ver verwijderd blijft van mogelijke regeringsvorming.

    Ziet u daarin alle reden voor een feestje? Ik evenmin.

    Deels komt dat misschien door de metafoor: een ‘golf’ suggereert een verschijnsel dat plotseling opduikt, steeds groter wordt, maar even snel weer om kan slaan om alsmaar kleiner te worden. Wetenschappers als Pippa Norris en Ron Ingleheart hebben echter aangetoond dat de opkomst van het populisme zich in de meeste landen langzaam voltrekt, al ver voor 2016 (of 2008) begon en steeds weer onderhevig is aan schommelingen.

    (Die Zeit, Yascha Mounk)
    (Vertaler: Marten de Vries)

    Openingsbeeld: Op de foto met Geert Wilders in Spijkenisse, tijdens de aftrap van de campagne van PVV (18 feb 2017). – © Peter Hilz / HH

  • De populistische geest in de fles

    De populistische geest in de fles

    Wie had kunnen denken dat de democratische planeet zich op 15 maart 2017 zo druk zou maken om verkiezingen in een plat en welvarend landje met zeventien miljoen inwoners?

    Heel Europa keek ademloos toe. Zelfs aan de andere kant van de Atlantische Oceaan was de nieuwsgierigheid gewekt: zou een overwinning van Geert Wilders, ‘de Nederlandse Trump’, de zegetocht van het populistische offensief bevestigen?

    Dat was de inzet van de strijd in Nederland, in een wereldoorlog die, in meer of mindere mate, al twee jaar aan de gang is. Een oorlog van ideeën, idealen en ideologieën. Een oorlog over cultuur, over erfgoed, over een manier van leven. Een oorlog over de verwezenlijking van de democratie en de visie van de politiek. Voorlopig is deze oorlog nog lang niet gewonnen – of verloren. Hij woedt volop. In deze strijd hoef je niet naar een denkbeeldige Maginotlinie te zoeken: we weten wat die waard is. We bevinden ons in het stadium dat de militair theoreticus Clausewitz in zijn verhandeling Vom Kriege ‘de mist van de oorlog’ noemde. ‘Oorlog’, schreef hij, ‘is het koninkrijk van de onzekerheid.’ We bevinden ons in het stadium waarin de tegenstander bekend is, waarin de mogelijkheden om hem te bestrijden zich aftekenen, maar waarin de traditionele troepen, die aan het eind van hun Latijn zijn, op versterking wachten; de uitkomst van de strijd is nog onzeker.

    In toom gehouden

    Daaraan ontleent de strijd in Nederland zijn belang. In Polen en in de Verenigde Staten heeft de tegenstander gewonnen door middel van een soort verrassingsaanval: de partij die aan de macht was, en overtuigd van haar overwinning, heeft die niet zien aankomen. Ze was totaal gechoqueerd. In Oostenrijk had het verrassingseffect minder succes, al waren daar wel twee verkiezingsrondes voor nodig. Toen ze de strijd in Nederland aangingen, wisten de twee kampen min of meer wat hun te doen stond. Ze hadden goed naar de Brexitcampagne in het Verenigd Koninkrijk gekeken, en naar de Amerikaanse presidentscampagne, en daaruit lering getrokken.

    Na de veldslag is het Nederlandse landschap sterk verdeeld: de populistische leider is ontegenzeglijk in toom gehouden, maar niet weggevaagd; hij heeft zelfs terrein gewonnen. Honend heeft hij zijn tegenstanders uitgedaagd ‘de geest weer in de fles te stoppen’. De winnaar, de centrum-rechtse premier Mark Rutte, heeft steken laten vallen tijdens het gevecht, vooral doordat hij dezelfde wapens gebruikte als zijn tegenstander: Rutte heeft het anti-immigratiesentiment soms net zo hard uitgebuit als Wilders, in plaats van het frontaal aan te vallen. En als hij het over de nederlaag van ‘slecht populisme’ heeft, impliceert hij dat er ook ‘goed populisme’ bestaat, het zijne.
    In de rest van het democratische Nederlandse kamp zijn nieuwe en veelbelovende krachten verrezen op de ruïnes van de Partij van de Arbeid, die door conflicten werd verdeeld. GroenLinks en D66 hebben spectaculaire winst geboekt door zich fel tegen extreem-rechts te keren en vóór Europa en diversiteit te pleiten. Deze onderling sterk verschillende partijen zullen een coalitie moeten vormen om de dreiging van Wilders af te wenden.

    De kloof die men elders heeft zien ontstaan tussen de voorstanders van nationale soevereiniteit en de “Europeanen”, kan de kloof tussen links en rechts overbruggen

    Wat kunnen de Franse strategen leren van de Nederlandse verkiezingen? Beide landen hebben in 2005 via een referendum tegen het verdrag over de Europese grondwet gestemd. Beide landen kampen al lange tijd met een extreem-rechtse beweging, met kwesties die verband houden met de islam en het anti-immigratiesentiment. Zowel in Frankrijk als Nederland bezwijkt de rechtse kandidaat soms voor de populistische verleiding en lijdt de socialistische partij schipbreuk.

    De Nederlandse campagne en de populistische geest in de fles hebben enkele nuttige breukvlakken onthuld. De kloof die men elders heeft zien ontstaan tussen de voorstanders van nationale soevereiniteit en de ‘Europeanen’, of tussen de nationalisten en de globalisten, kan de kloof tussen links en rechts overbruggen. Over immigratiekwesties en de houding tegenover de islam wordt in progressieve kringen inmiddels realistischer gedacht: de scheidslijn tussen de elite en het volk, waarvan de zorgen als die van ‘blanke boze mannen’ werden afgedaan, heeft de rampzalige opkomst van het populisme tot gevolg gehad. Steeds meer progressieve Europeanen, zoals de Nederlanders Luuk van Middelaar en Paul Scheffer, geven toe hoe belangrijk het is om de Europese burger in bescherming te nemen. Wat we van deze verkiezingen hebben geleerd, is dat degenen die overleven in een politiek landschap dat bezig is uit elkaar te vallen, niet degenen zijn die teruggrijpen op het verleden noch degenen die de status-quo verdedigen, maar degenen die een nieuwe toekomst willen opbouwen.

    Auteur: Sylvie Kaufmann
    Vertaler: Peter Bergsma

    Sylvie Kauffmann is de eerste vrouwelijke journalist die – kortstondig (2010-2011) – 
hoofdredacteur van Le Monde was. Ze schrijft nog altijd voor ‘de krant die nooit slaapt’ en voor de NYT over Europa, Azië en de VS.

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • De ineenstorting van centrum-links

    De ineenstorting van centrum-links

    Vrijwel elke internationale krant schreef over ‘het verlies van de PVV’. Anne Applebaum maakt zich meer zorgen over de neergang van de sociaal-democratie – volgens haar een ontwikkeling die van grote invloed zal zijn op het electoraat in heel Europa.

    Als je in de Engelstalige wereld woont, bezie je de rest van de wereld algauw door een populistische bril. Geen wonder: we zijn dagelijks bezig met het drama van 
de Brexit en het presidentschap van Trump, waarin in beide gevallen een hoofdrol is weggelegd (in wisselende maten) voor slechtgemanierde mannen met een slecht kapsel, aanvallen op deskundigen en immigranten en minachting voor nationale en internationale instituties die decennia lang voor vrede hebben gezorgd en de welvaart hebben bevorderd. Als we naar andere landen kijken, zijn we vanzelfsprekend op zoek naar diezelfde fenomenen.

    Om die reden hebben de verkiezingen in Nederland, waarvan de Engelstalige wereld gewoonlijk niet wakker ligt, dit jaar ongekend veel aandacht getrokken. Want daar stond, midden op het politieke toneel, Geert Wilders. Een Nederlandse politicus die al heel wat jaren meeloopt – hij werd voor het eerst in het parlement gekozen in 1998 en zijn partij heeft al eerder gedoogsteun aan een kabinet verleend – en die zich allengs heeft ontwikkeld tot een slechtgemanierde man met een slecht kapsel die erin slaagde de populistische fakkel op te pakken en naar Den Haag te dragen. Een vriend van Stephen K. Bannon en Nigel Farage.

    Wilders maakte dit jaar zijn opwachting op de Republikeinse Nationale Conventie in Washington, juichte de Brexit toe en deed zichtbare pogingen om zich aan te sluiten bij wat een internationale trend leek.

    Uiteindelijk zal de teloorgang van Oud Links, en het verhaal van zijn vervangers, misschien wel belangrijker blijken te zijn dan de opkomst van “Nieuw Extreem-rechts”

    Toen hij hoog in de peilingen stond, leek het er even op dat Wilders’ Partij voor de Vrijheid de grootste fractie zou worden in een sinds lange tijd sterk verdeeld Nederlands parlement. Maar een uitzonderlijk hoge opkomst zorgde voor een heel ander resultaat. Wilders behaalde een lichte winst en heeft nu 20 van de 150 Kamerzetels. Maar van een populistische triomf was geen sprake. De centrum-rechtse partij van de premier blijft de grootste in het parlement en de overgrote meerderheid van de kiezers heeft de voorkeur gegeven aan partijen die in de Europese Unie willen blijven.

    Omdat we Nederland door een populistische bril bezien, is het grotere verhaal ons ontgaan: de ineenstorting van de centrum-linkse Partij van de Arbeid, die ook van betekenis is voor heel Europa en het electoraat in bijna alle landen zal beïnvloeden. Hoewel de langzame neergang van de sociaal-democratie in sommige landen tijdelijk is bezworen door centristen als Tony Blair, is die al een feit sinds het eind van het communisme de droom van een door de staat geleide economie verstoorde en economische veranderingen de vakbonden ondermijnden, evenals de solidariteit van de arbeidersklasse die door die bonden werd bevorderd.

    Linkse kiezers

    Overal op het Europese continent zijn gedesillusioneerde voormalige linkse kiezers in de armen van xenofoben gedreven, vooral omdat velen daarvan – met name Marine Le Pen in Frankrijk, maar ook de Oostenrijkse FPÖ en de Poolse Partij voor Recht en Rechtvaardigheid – nu pleitbezorgers zijn van wat je ‘marxisme light’ zou kunnen noemen of, als je minder beleefd bent, nationaal-socialisme: elementen daarvan zijn renationalisatie van de industrie, handelsbelemmeringen en versterking van de verzorgingsstaat. 
Maar er zijn ook linkse spijtoptanten die een andere weg hebben gevolgd. Sommigen steunen liberalen zoals Emmanuel Macron in Frankrijk, of groenen zoals Alexander Van Der Bellen, de president van Oostenrijk. Bij de Nederlandse verkiezingen nam de steun voor sociale en economische liberalen, evenals voor de groenen, spectaculair toe.

    Uiteindelijk zal de teloorgang van Oud Links, en het verhaal van zijn vervangers, misschien wel belangrijker blijken te zijn dan de opkomst van ‘Nieuw Extreem-rechts’. Deze Populistische Internationale heeft echter ontegenzeglijk beter begrepen dat de dramatische gevolgen van internet, sociale media en automatisering, evenals van de economische globalisering, betekenden dat het democratische Westen nieuwe politieke partijen met nieuwe filosofieën nodig had. Haar antwoord was negatief, boos en in sommige gevallen gekenmerkt door ondemocratische radicale nostalgie; verwerping van het heden ten gunste van een revolutionaire terugkeer naar een geïdealiseerd en volledig wit verleden, waar iedereen werk had.

    Er zouden ook andere antwoorden kunnen zijn. Veel gedesillusioneerde kiezers kunnen ook voor positieve plannen worden gemobiliseerd. 
Misschien zullen ze zich aangetrokken voelen tot nieuwe partijen, of nieuwe leiders, die een visioen van een betere toekomst bieden in plaats van een onbereikbaar verleden. In de Engelstalige wereld is dat de laatste tijd niet zo goed gelukt. Maar dat betekent niet dat het onmogelijk is.

    Auteur: Anne Applebaum
    Vertaler: Peter Bergsma

    Anne Applebaum schrijft voor The Washington Post en Slate en is auteur van meerdere boeken over Oost-Europa. Voor Gulag: A History kreeg ze de Pulitzer Prize.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.