Tag: VN

  • 41 miljoen armen. Welkom in Amerika

    41 miljoen armen. Welkom in Amerika

    Uit ons archief: VN-rapporteur Philip Alston wil weten waarom 41 miljoen Amerikanen in armoede leven. The Guardian vergezelde hem twee weken lang tijdens een speciale missie naar het donkere hart van het rijkste land ter wereld.

    Dit stuk verscheen eerder op 12 januari 2018, in #132

    ‘Je moet een keuze maken, man. Je kunt rechtdoor, naar de hemel. Of je kunt rechtsaf slaan en dáár eindigen.’ We zijn in Los Angeles, in het hart van een van de rijkste steden van Amerika, en de geheel in het zwart gestoken General Dogon is onze gids. Naast hem kuiert een andere lange man, met grijs haar en keurig gekleed in spijkerbroek en colbertje. Professor Philip Alston is een Australische academicus met een officiële titel: speciale VN-rapporteur op het gebied van extreme armoede en mensenrechten. General Dogon, zelf een oudgediende van deze straten in de wijk Skid Row, stapt zonder commentaar over een dode rat heen en omzeilt een lichaam dat in een versleten oranje deken gewikkeld op het trottoir ligt.

    De twee mannen passeren het ene na het andere blok van sjofele tenten en geïmproviseerde optrekjes van zeildoek. Ervoor zitten of slapen mannen en vrouwen, soms in groepjes maar meestal alleen, als figuranten in een goedkope griezelfilm.

    We komen op een kruispunt, waar General Dogon stopt en zijn gast voor de eerdergenoemde keuze stelt. Hij wijst recht vooruit naar het eind van de straat, waar de glinsterende wolkenkrabbers van het centrum van LA als een belofte van goddelijke rijkdom ten hemel rijzen. Dan draait hij naar rechts, waarbij de Black Power-tatoeage in zijn nek zichtbaar wordt, en leidt onze blik weer naar Skid Row, vijftig blokken van opeengepakte menselijke vernedering. Een nachtmerrie in het volle zicht, in de stad van de dromen.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.44.51 PM

    Twee bewoners van Skid Row: General Dogon, de gids van Philip Alston die zich inzet voor buurtactiecentrum LACAN, en Lee Anne Leven. – © Désirée van Hoek

    Zo begint een reis van twee weken naar de schaduwkant van de Amerikaanse Droom. De belangstelling van de VN-rapporteur, die overal ter wereld een onafhankelijk oordeel velt over de mensenrechtensituatie, gaat ditmaal uit naar de VS en bereikt een hoogtepunt met de presentatie van zijn eerste bevindingen in Washington. Zijn feitenonderzoek naar het rijkste land dat de wereld ooit heeft gekend heeft hem naar de kern van de tragedie geleid: de 41 miljoen mensen die officieel in armoede leven. Negen miljoen daarvan hebben geen enkel inkomen – ze ontvangen geen cent overheidssteun.

    Alstons epische reis heeft hem van kust naar kust gevoerd, van armoede naar armoede. Hij begon in LA en San Francisco, reisde door de koloniale schandvlek Puerto Rico en daarna terug naar de zwaar beproefde kolenstreek van West Virginia, en overal zag hij met eigen ogen de funeste uitwerking van Amerika’s vertrouwen in het vrije ondernemerschap, waarbij publieke hulp uit den boze is.

    The Guardian kon de VN-gezant door het hele land volgen, woonde zijn belangrijkste bezoeken bij en was getuige van de extreme armoede waar hij persoonlijk kennis van nam. Zie het als een koekje van eigen deeg. Om met de VN-rapporteur zelf te spreken: ‘Washington wil maar al te graag dat ik de armoede en de slechte mensenrechtensituatie in andere landen aan de kaak stel. Ditmaal ben ik in de VS.’

    ‘Hier beneden is niks. Je ziet de tenten rug aan rug staan, de mensen kunnen nergens heen’

    De reis vindt plaats op een kritiek moment voor Amerika en de rest van de wereld. Hij begint op de dag dat de Republikeinen in de Amerikaanse Senaat voor drastische belastingverlagingen stemmen die de superrijken in de kaart zullen spelen, terwijl veel lage-inkomensgezinnen zich met hogere belastingen geconfronteerd zullen zien. Door de veranderingen zal de inkomensongelijkheid toenemen, die met drie mannen – Bill Gates, Jeff Bezos en Warren Buffet – die samen evenveel bezitten als de helft van het hele Amerikaanse volk, toch al extremer is dan in enig ander geïndustrialiseerd land.

    Een paar dagen na het begin van het VN-bezoek doen de Republikeinse leiders er nog een reusachtige schep bovenop. Ze kondigen een verdere aanslag aan op de sociale voorzieningen van een toch al tot op de draad versleten verzorgingsstaat.

    ‘Kijk omhoog! Kijk naar die banken, die hijskranen, die luxeflats die verrijzen!’ roept General Dogon, die vroeger dakloos was in Skid Row en zich nu inzet voor het buurtactiecentrum LACAN. ‘Hier beneden is niks. Je ziet de tenten rug aan rug staan, de mensen kunnen nergens heen.’

    Californië is een goed startpunt voor het VN-bezoek. De staat belichaamt zowel de onmetelijke rijkdom die de 0,001 procent aan de techboom heeft overgehouden als de gestegen huizenprijzen die daar het gevolg van zijn en waardoor het aantal daklozen de pan uit rijst. Los Angeles, de stad met veruit de grootste daklozenpopulatie van de VS, worstelt met het aantal crisisgevallen, dat het afgelopen jaar met 25 procent gestegen is tot 55.000.

    Ressy Finley (41) is druk doende met het ontsmetten van de witte emmer die ze als toilet gebruikt in haar tent waar ze nu al meer dan tien jaar af en aan woont. Ze houdt haar woonruimte – een hoop versleten matrassen en dekens en een paar andere bijeengeraapte bezittingen – zo schoon mogelijk in een verloren strijd tegen ratten en kakkerlakken. Ook kampt ze met bedwantsen, waar de rode plekken op haar schouder van getuigen. Ze heeft geen officieel inkomen, en wat ze verdient met het inzamelen van flessen en blikjes is bij lange na niet voldoende om zich de gemiddelde huur van 1400 dollar per maand voor een minuscuul eenkamerwoninkje te kunnen veroorloven. Een vriend brengt haar om de paar dagen eten; de rest van de tijd is ze aangewezen op voedselbanken in de buurt.

    ‘Ik weet dat ik het ga maken’

    Ze huilt tot twee keer toe tijdens ons korte gesprek, eenmaal wanneer ze vertelt hoe haar baby door welzijnswerkers uit haar armen werd getrokken vanwege haar drugsgebruik (hij is nu veertien, ze heeft hem nooit meer gezien). De tweede keer is als ze zinspeelt op het seksueel misbruik dat haar als kind op het pad van drugs en dakloosheid bracht.

    Bij dat alles is het opmerkelijk hoe positief Finley blijft. Wat vindt ze van de Amerikaanse Droom, het idee dat iedereen het kan maken als hij maar hard genoeg zijn best doet? Ze geeft onmiddellijk antwoord: ‘Ik weet dat ik het ga maken.’

    Een vrouw van 41 die op het trottoir in Skid Row woont en het gaat maken?
    ‘Tuurlijk, zolang ik er maar in blijf geloven.’

    Wat betekent ‘het maken’ precies voor haar?

    ‘Ik wil schrijver worden, dichter, ondernemer, therapeut.’

    Het stukje trottoir naast Finley wordt bezet door Robert Chambers. Hij heeft van houten pallets een gebied rond zijn tent gemaakt dat in Skid Row doorgaat voor een tuintje. Hij heeft een bord neergezet waarop ‘Dakloze Schrijverscoalitie’ staat, de naam van een groep daklozen die hij leidt om ze hun waardigheid te laten behouden tegenover wat hij de ‘animalistische’ aspecten van hun leven noemt. Hij doelt vooral op het gebrek aan openbare toiletten dat mensen dwingt hun behoefte op straat te doen.

    Het stadsbestuur van LA heeft meer beschikbare toiletten beloofd – wat hoognodig is, gezien de uitbraak van hepatitis A die zich vanuit San Diego langs de westkust verspreidt en al 21 mensen het leven heeft gekost, voornamelijk als gevolg van het gebrek aan sanitaire voorzieningen in daklozenkampen. ’s Nachts worden de parken met openbare toiletten gesloten om daklozen te weren.

    Skid Row telt ’s nachts negen toiletten voor 1800 mensen die op straat leven. Dat is beduidend minder dan de VN voorschrijft voor de kampen voor Syrische vluchtelingen. ‘Het is gewoon onmenselijk, en uiteindelijk zul je er een animalistische levensinstelling aan overhouden,’ zegt Chambers. Hij leeft al bijna een jaar op straat, omdat hij wegens drugsbezit de voorwaarden van zijn voorwaardelijke vrijlating heeft geschonden en uit zijn goedkope appartement is gezet. Hij is niet meer te helpen, zegt hij, van ‘het maken’ is geen sprake meer. ‘Het veiligheidsnet? Daar zitten voor mij te veel gaten in.

    Van alle mensen die het pad van de VN-rapporteur kruisen, is Chambers het negatiefst over de Amerikaanse Droom

    Van alle mensen die het pad van de VN-rapporteur kruisen, is Chambers het negatiefst over de Amerikaanse Droom. ‘Mensen realiseren zich niet dat het nooit beter wordt; mensen zoals wij kunnen er nooit bovenop komen. Ik ben 67, ik heb een hartkwaal, ik zou hier niet buiten moeten wonen. Ik zal het misschien niet lang meer maken.’

    Dat is een heleboel ellende om op één dag te verstouwen, en zelfs een doorgewinterde armoede-expert als Alston is erdoor van zijn stuk gebracht. Als speciale VN-rapporteur heeft hij eerder verslag uitgebracht over de erbarmelijke leefomstandigheden in onder andere Saoedi-Arabië en China. Maar Skid Row? ‘Ik was behoorlijk gedeprimeerd,’ vertelt hij The Guardian later. ‘Die eindeloze stroom gruwelverhalen. Op een bepaald moment ga je je afvragen of iemand er wel iets aan kan doen, laat staan ik.’

    Dan neemt hij het vliegtuig naar San Francisco, naar de wijk Tenderloin, waar het wemelt van de daklozen, en loopt de St. Boniface-kerk binnen. Wat hij daar ziet is balsem voor zijn ziel.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.49.43 PM

    San Francisco, Californië

    Zo’n zeventig daklozen liggen rustig te slapen op banken achter in de kerk, zoals hun op weekdagen elke ochtend is toegestaan, terwijl voor in de kerk de gelovigen eensgezind bidden. De kerk vangt hen op vanuit de katholieke gedachte dat iedereen een helpende hand verdient.

    ‘Ik vond die kerk heel erg opbeurend,’ zegt Alston. ‘Het was zo’n simpel schouwspel en zo’n voor de hand liggend idee. Ik dacht: als het christendom hier niet over gaat, waarover dan in hemelsnaam wel?’

    Het is een zeldzame druppel altruïsme aan de westkust, die het moet opnemen tegen een zee van vijandigheid. Californische steden hebben de afgelopen jaren meer dan vijfhonderd antidaklozenwetten aangenomen. En Ben Carson, de neurochirurg die door Donald Trump tot minister van Huisvesting is benoemd, decimeert het nationale budget voor betaalbare woningen.

    Het meest veelzeggende detail is misschien nog wel dat behalve St. Boniface en haar zusterkerk geen enkel gebedshuis in San Francisco daklozen opvangt. Sterker nog, vele hebben, zelfs in dit seizoen van naastenliefde, hun deuren voor iedereen gesloten om de daklozen maar buiten te houden.
    Zoals Tiny Gray-Garcia, die zelf op straat leeft, aan Alston vertelt, hebben zij en haar lotgenoten elke dag te maken met wat ze ‘het geweld van het wegkijken’ noemt.

    Die wrede trek is al sinds de stichting van het land een kenmerk van het Amerikaanse leven. Het afwerpen van het juk van een al te bemoeizuchtige overheid (de Britse monarchie) werd in de ogen van veel Amerikanen synoniem met het individualistische idee dat je het zelf moet maken – een idee dat prima is voor degenen die zo gelukkig zijn dat ze dat kunnen, maar minder voor degenen die aan de verkeerde kant van de spoorlijn zijn geboren.

    De New Deal van Franklin Roosevelt en de Great Society van Lyndon Johnson waren strijdig met dit idee en gingen ervan uit dat een samenleving zichzelf moet beschermen tegen de grillen van honger en werkloosheid. Maar de laatste tijd waait de wind sterk in de richting van ‘zoek het zelf maar uit’. Die trend werd in de jaren tachtig gezet door de belastingverlagingen van Ronald Reagan, gevolgd door Bill Clinton die in 1996 besloot de bijstand voor gezinnen met lage inkomens te schrappen, een maatregel waaronder nog steeds miljoenen Amerikanen gebukt gaan.

    Als gevolg van deze opeenstapeling van aanvallen op de verzorgingsstaat genieten gezinnen die moeite hebben om rond te komen, onder wie de vijftien miljoen kinderen die officieel in armoede leven, beduidend minder steun dan in enige andere geïndustrialiseerde economie. En nu worden ze misschien wel met de allergrootste dreiging geconfronteerd. Zoals Alston zelf schreef in een essay over het populisme van Trump en de agressieve uitdaging die dat voor de mensenrechten betekent: ‘Dit zijn bijzonder gevaarlijke tijden. Bijna alles lijkt mogelijk.

    Lowndes County, Alabama

    Trumps ondermijning van de mensenrechten, gevoegd bij het Republikeinse dreigement om volgend jaar nog verder in de sociale uitkeringen te snoeien en daarmee een deel van de belastingverlagingen te compenseren die nu door het Congres worden gejaagd, zal Afro-Amerikanen disproportioneel hard treffen. Zwarte mensen vormen 13 procent van de Amerikaanse bevolking, maar 23 procent van de mensen die onder de armoedegrens leven is zwart, evenals 39 procent van de daklozen.

    Het raciale element van Amerika’s armoedecrisis is nergens zo zichtbaar als in het diepe zuiden, waar de open wonden van de slavernij nog altijd bloeden. De volgende halte van de speciale VN-rapporteur is de ‘Black Belt’, een term die oorspronkelijk naar de rijke donkere grond verwees die in een strook door Alabama loopt, maar die mettertijd gebruikt ging worden voor de Afro-Amerikaanse bevolking die daar de meerderheid vormt.

    De link tussen bodemsoort en demografie was niet toevallig. De katoen tierde welig op dit vruchtbare land, wat op zijn beurt tot een levendige handel in slaven leidde om die te oogsten. De afstammelingen van de slaven wonen nog altijd in de Black Belt en behoren nog steeds tot de armsten van het land.

    Je kunt de geschiedenis van de Amerikaanse schande, van de slavernij tot het heden, in een reeks eenvoudige grafieken weergeven. De eerste toont de katoenvriendelijke bodem van de Black Belt, de tweede de slavenbevolking, gevolgd door het zwarte woongebied en de extreme armoede van vandaag de dag: allemaal vormen ze precies dezelfde halvemaan die door Alabama loopt.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.50.40 PM


    De huidige erbarmelijke situatie van de zwarte gemeenschap van Alabama zou je op vele manieren kunnen analyseren. De grimmigste is misschien wel het feit dat zo veel gezinnen in de Black Belt nog altijd geen toegang hebben tot sanitaire voorzieningen. Duizenden mensen leven nog steeds tussen open riolen die je normaliter met ontwikkelingslanden associeert.

    Eerder dit jaar onthulde The Guardian dat deze crisis tot een aanhoudende mijnwormepidemie heeft geleid, veroorzaakt door de gelijknamige intestinale parasiet die zich via menselijke ontlasting verspreidt. Deze komt voor in Afrika en Zuid-Azië, maar werd in de VS al jaren geleden als uitgeroeid beschouwd. Maar in de thuisstaat van Trumps minister van Justitie Jeff Sessions doet de worm zich nog altijd tegoed aan het bloed van arme mensen – een ziekte van ontwikkelingslanden die gedijt in het rijkste land ter wereld.

    Het openrioolprobleem is vooral nijpend in Lowndes County, een overwegend zwart district dat het epicentrum was van de burgerrechtenbeweging en vanwaaruit Martin Luther King in 1965 zijn mars van Selma naar Montgomery ondernam om voor algemeen kiesrecht te demonstreren. Ondanks de trotse geschiedenis schat Catherine Flowers dat 70 procent van de huishoudens in het gebied zijn uitwerpselen ofwel rechtstreeks op open terrein deponeert, ofwel in gebrekkige septic tanks die niet bestand zijn tegen zware regen. Toen haar organisatie, het Alabama Center for Rural Entreprise (Acre), er bij de plaatselijke overheid op aandrong daar iets aan te doen, investeerde deze 6 miljoen dollar in de uitbreiding van afvalverwerkingssystemen naar voornamelijk witte bedrijven, terwijl zwarte huishoudens in overgrote meerderheid werden overgeslagen. ‘Dat is een schrijnend voorbeeld van onrechtvaardigheid,’ zegt Flowers. ‘Mensen die zich geen eigen systeem kunnen veroorloven, moeten het zelf maar rooien, terwijl bedrijven die er wel het geld voor hebben van openbare diensten profiteren.’

    Walter, een inwoner van Lowndes County die zijn achternaam liever geheimhoudt uit vrees dat zijn watertoevoer wordt afgesneden omdat hij zijn mond heeft opengedaan, leeft met de dagelijkse gevolgen van deze vorm van publieke veronachtzaming. ‘Als het flink hard regent, komt het zo je huis binnen.’ Dat is een beleefde manier om te zeggen dat het rioolwater zijn gootsteen, wastafel en badkuip in gorgelt en een misselijkmakende zoete stank in het huis verspreidt. Wat vindt hij onder deze omstandigheden van de ideologie dat iedereen het kan maken als hij zijn best maar doet? ‘Als ze de kans kregen, zou dat ze waarschijnlijk wel lukken,’ zegt Walter. Hij pauzeert en voegt er dan aan toe: ‘Maar mensen krijgen de kans niet.’

    Zouden zijn rioolproblemen inmiddels wel zijn opgelost als hij wit was geweest? Na weer een pauze zegt hij: ‘Niet om racistisch te zijn, maar ja, ik denk van wel’

    Zouden zijn rioolproblemen inmiddels wel zijn opgelost als hij wit was geweest? Na weer een pauze zegt hij: ‘Niet om racistisch te zijn, maar ja, ik denk van wel.’

    Aan de achterkant van Walters huis komt de ware onrechtvaardigheid van de situatie aan het licht. Overal door de tuin lopen smalle geulen vanaf naburige huizen waar donkere vloeistof doorheen stroomt. De geulen komen samen in stroperige poelen die recht onder de stacaravan zijn gelegen waarin Walters zoon, schoondochter en zestienjarige kleindochter wonen. Het is het ultieme beeld van het lot van Alabama’s verarmde zwarte gemeenschap. Als Amerikaanse staatsburgers hebben ze evenveel recht op leven, vrijheid en het streven naar geluk. Alleen worden ze omringd door poelen met uitwerpselen.

    Onlangs sloeg de Black Belt terug. Toen werd er een nieuwe versie van die eenvoudige grafiek toegevoegd, waarop precies dezelfde halvemaan te zien is die door Alabama loopt, alleen was die dit keer niet zwart maar blauw. Die blauwe halvemaan staat voor het leger van Afro-Amerikaanse stemmers dat tegen alle verwachtingen in Doug Jones naar de Amerikaanse Senaat stuurde, de eerste Democraat uit Alabama sinds een hele generatie. Dat betekende een flinke bloedneus voor zijn tegenstander, de van kindermisbruik beschuldigde Roy Moore, en voor Steve Bannon en Donald Trump, van wie hij de marionet is. Dit kan met recht het belangrijkste vertoon van zwarte politieke spierkracht worden genoemd sinds de mars van King in 1965. Waar de eerdere grafieken voor ‘bodem’, ‘slavernij’ en ‘armoede’ stonden, zou bij deze grafiek het onderschrift ‘mondigheid’ moeten staan.

    Guayama, Puerto Rico

    Dus hoe ziet Alston de rol van VN-rapporteur en zijn bezoek? Zijn volledige rapport over de VS zal in mei verschijnen en aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève worden gepresenteerd. Niemand verwacht er veel van: de raad heeft niet genoeg macht om goed gedrag af te dwingen van recalcitrante regeringen. Maar Alston hoopt dat zijn bezoek de VS zo veel schaamte zal bezorgen dat men nog eens gaat nadenken over de eigen waarden. ‘Het is mijn rol om regeringen ter verantwoording te roepen,’ zegt hij. ‘Als de Amerikaanse regering niet over het recht op huisvesting, gezondheidszorg of voedsel wil praten, dan zijn er nog altijd basale normen voor mensenrechten waaraan moet worden voldaan. Het is mijn taak om daarop te wijzen.’

    In zijn eerdere onderzoek naar extreme armoede in landen als Mauritanië wond Alston er geen doekjes om. We mogen dezelfde onzachtzinnige liefde verwachten bij zijn analyse van Puerto Rico, de volgende halte tijdens zijn reis naar de donkere kant van Amerika.

    Drie maanden na Maria is de verwoesting die de orkaan op het eiland heeft aangericht genoegzaam bekend. Van zeventigduizend huizen is niets meer over, de industrie is tot stilstand gekomen en de algehele stroomstoring leidt nog steeds tot plunderingen. Maar het treurige lot van Puerto Rico dateert al van ver vóór Maria en is geworteld in de onverschilligheid waarmee het eiland is bejegend sinds het in 1898 als oorlogsbuit in bezit werd genomen.

    Bijna de helft van de Amerikanen heeft geen idee dat de drieënhalf miljoen Puerto Ricanen Amerikaanse staatsburgers zijn – des te kwalijker gezien het feit dat het eiland geen eigen vertegenwoordiging in het Congres heeft, terwijl zijn fiscale beleid wordt gedicteerd door een raad van toezicht die door Washington is aangesteld. Hoe zat het ook alweer met dat afwerpen van het juk van een al te bemoeizuchtige overheid?

    Evenmin zijn de meeste mensen zich ervan bewust dat het aantal armen op het eiland (44 procent) ruim twee keer zo groot is als dat in de minst welvarende Amerikaanse staten, inclusief Alabama (19 procent). En dat was nog vóór de orkaan, die volgens sommige schattingen het armoedepercentage heeft opgedreven tot 60 procent. ‘Puerto Rico wordt geregeerd door de Verenigde Staten, maar we worden nooit geraadpleegd,’ zegt Ruth Santiago, die als advocaat gespecialiseerd is in gemeenschapsrecht. ‘We hebben geen enkele invloed, we zijn gewoon hun speelbal.’

    De VN-rapporteur krijgt een idee van wat het betekent de speelbal van de VS te zijn wanneer hij naar Guayama reist, een stad van 42.000 inwoners in het zuiden, vlak bij de plek waar Maria aan land kwam. Verwoesting alom: gehavende huizen, ontbrekende daken, onheilspellend doorzakkende elektriciteitsleidingen. Boven de stad torent dreigend een kolencentrale uit die is gebouwd door de Puerto Ricaanse tak van AES Corporation, een multinational die zijn hoofdkwartier in Virginia heeft. De schoorsteen van de centrale domineert de horizon, evenals een enorme berg as van de verbrande kolen die oprijst als een reusachtig zandkasteel van ruim twintig meter hoog. De berg is blootgesteld aan de elementen, en de plaatselijke bevolking klaagt dat het gif ervan de zee in lekt en dat de vissers door kwikvergiftiging het brood uit de mond wordt gestoten. Ook is men bang dat het stof dat de berg verspreidt gezondheidsproblemen veroorzaakt, een zorg die wordt gedeeld door plaatselijke artsen die de VN-rapporteur vertellen dat ze veel patiënten hebben met ademhalingsaandoeningen en kanker. ‘De bladeren van mijn mangoboom gaan ervan dood,’ zegt Flora Picar Cruz (82). Ze ligt rond het middaguur in bed en ademt moeizaam door een zuurstofmasker.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.51.10 PM


    Onderzoek van de asberg wijst op gevaarlijke hoeveelheden giftige stoffen zoals arsenicum, broom, chloride en chroom. Desondanks is de regering-Trump bezig het relatief lakse toezicht op de schadelijke emissies ervan nog verder te versoepelen. AES Puerto Rico verzekerde The Guardian dat er geen reden tot zorg is, omdat de centrale een van de schoonste van de VS zou zijn, die met opzet zo is gebouwd dat er geen schadelijke stoffen in de lucht of de zee terecht kunnen komen. Maar daar denken de mensen in Guayama wel anders over. Zij vrezen dat de Amerikaanse kolonisten hen nog meer aan hun lot zullen overlaten dan ze nu al ruim een eeuw lang doen.

    Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo veel Puerto Ricanen stemmen met hun voeten; na de orkaan hebben bijna tweehonderdduizend van hen hun koffers gepakt en zijn naar Florida, New York of Pennsylvania vertrokken, waar inmiddels al meer dan vijf miljoen Puerto Ricanen wonen. Dat geeft de Amerikaanse Droom een geheel nieuwe betekenis: iedereen kan het maken, zolang hij zijn familie, zijn huis en zijn cultuur maar in de steek laat en koers zet naar een vreemd en ongastvrij land.

    Charleston, West Virginia

    ‘Jullie zijn kanjers! Al die jaren dat jullie schandalig zijn behandeld gaan we goedmaken, oké? Honderd procent zeker!’ Donald Trumps belofte aan de witte stemmers van West Virginia werd gedaan in mei 2016, op het moment dat hij de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen binnenhaalde. Zes maanden later beloonde zijn achterban in de staat hem royaal met een verpletterende overwinning.

    Als je bedenkt dat hij hun gouden bergen beloofde, is het niet zo verwonderlijk dat witte gezinnen in West Virginia positief reageerden op het charmeoffensief van Trump: ‘We gaan zorgen dat de mijnwerkers weer aan het werk komen!’ Getalsmatig is de meerderheid van alle Amerikanen die in armoede leven – 27 miljoen mensen – wit.

    Met name in West Virginia hebben witte gezinnen veel om verbitterd over te zijn. De mechanisering en het sluiten van kolenmijnen hebben tot grote werkloosheid en stagnerende lonen geleid. De overheveling van banen in de kolen- en staalsector naar supermarktketen Walmart heeft ertoe geleid dat de gemiddelde werknemer tegenwoordig 3,5 dollar per uur minder verdient dan in 1979. Wat wel verwonderlijk is, is dat zo veel trotse werkende mensen hun dromen aan een (veronderstelde) miljardair hebben toevertrouwd die zijn onroerendgoedimperium heeft gebouwd op wat zijn vader hem heeft toegestopt.

    Voordat hij presidentskandidaat was, toonde Trump maar weinig belangstelling voor de problemen van gezinnen met lage inkomens, wit of anderszins. Nu hij bijna een jaar in het Oval Office zit, zijn er ook weinig tekenen dat hij zich aan zijn campagnebeloftes houdt. Integendeel. Als de VN-rapporteur als laatste halte tijdens zijn rondreis Charleston, West Virginia, aandoet, wordt hij overspoeld door bewijs dat de president juist de mensen die hem hebben gekozen het mes op de keel zet.

    Met name in West Virginia hebben witte gezinnen veel om verbitterd over te zijn

    Diezelfde dag presenteren de Republikeinen in de Senaat en het Congres gezamenlijk hun plannen voor belastingverlaging, waarover de week erna zal worden gestemd. Veel mensen in West Virginia zullen voor zoete koek slikken dat deze veranderingen bedoeld zijn om hen te helpen, omdat aanvankelijk iedereen in de staat minder belasting zal gaan betalen. Maar in 2027, als het begrotingstekort moet worden aangezuiverd, zal de onderste 80 procent van de bevolking méér betalen, terwijl de bovenste 1 procent een meevaller behoudt van 21.000 dollar. ‘Het beleid van Trump zal de ongelijkheid doen toenemen, loonstijgingen blokkeren en het moeilijker maken voor gezinnen met lage inkomens om hulp te zoeken,’ zegt Ted Boettner, lid van de raad van bestuur van het niet-partijgebonden West Virginia Center on Budget and Policy.

    Als de riolering het aanhoudende probleem is waarmee de Black Belt kampt, dan is een mond vol rottende tanden en kiezen dat van West Virginia. Artsen van Health Right, een medisch vrijwilligerscentrum in Charleston dat 21.000 werknemers met lage inkomens gratis behandelt, toont de VN-rapporteur een foto van een van hun patiënten. De man is pas 32, maar zodra hij zijn mond opendoet wordt hij een heks uit Macbeth. Zijn paar resterende rotte tanden en kiezen en groenblauwe tandvlees zien eruit als etterende brij in een kokende ketel.

    Medicaid [een hulpverleningsprogramma voor mensen met lage inkomens] dekt geen tandheelkundige behandeling van volwassenen, tenzij er sprake is van een noodgeval, en dus doen de mensen wat het meest voor de hand ligt: ze wachten tot hun abcessen knappen, zodat ze naar de spoedeisende hulp moeten. Een vrouw die onlangs de mobiele tandartskliniek van het centrum bezocht, had alleen nog dertig wortels in haar mond, die allemaal behandeld moesten worden.

    Ook tijdens zijn andere ontmoetingen krijgt Alston een beeld van de manier waarop het leven van gezinnen met lage inkomens in West Virginia onder druk staat. Waar Lyndon Johnson de armoede de oorlog verklaarde, voert Trump oorlog tegen de armen. Mensen gaan jarenlang de gevangenis in omdat ze, in afwachting van hun proces, de borgtocht niet kunnen betalen; er worden privédetectives ingehuurd om mensen te bespioneren die aanspraak maken op een arbeidsongeschiktheidsuitkering; zware minimumstraffen wegens drugsbezit zijn weer in de mode; Jeff Sessions schrapt federale reclasseringsprogramma’s voor ex-gedetineerden; huurders van gesubsidieerde huizen leven in voortdurende vrees dat ze uit hun huis zullen worden gezet na de geringste overtreding. En ga zo maar door.

    En het resultaat van deze meedogenloze klappen? ‘Mensen raken uiteindelijk met elkaar in de clinch,’ zegt Eli Baumwell, beleidsdirecteur van de American Civil Liberties Union (ACLU) in West Virginia. ‘Je raakt zo geobsedeerd door wat jij bezit en wat je buurman bezit, dat je rancuneus wordt. Dat is wat Trump doet, mensen tegen elkaar opzetten.’
    En zo stapt Philip Alston voor de laatste keer in het vliegtuig om in Washington een samenvatting te presenteren van de kwellingen die het Amerikaanse volk ondergaat. Op een gegeven moment tijdens de vlucht zegt Alston dat hij een slapeloze nacht heeft gehad door het piekeren over de verloren zielen die we in Skid Row hebben ontmoet. Hij vraagt zich af hoe iemand anders in zijn positie – ‘Ik ben oud, een man, wit, rijk en ik heb een heel goed leven’ – op zo’n dakloze zou reageren. ‘Hij zou naar hem kijken en hem beschouwen als iemand die smerig is, die zich niet wast, die hij niet in zijn buurt wil hebben.’ Dan krijgt Alston een openbaring. ‘Ik besef dat de overheid hen zo ziet. Maar wat ik zie, is een maatschappelijk falen. Ik zie een maatschappij die zoiets laat gebeuren, die niet doet wat ze moet doen. En dat is heel treurig.’

    De rondreis van de speciale VN-rapporteur is ten einde.

    De Nederlandse fotograaf Désirée van Hoek werkt al sinds 2007 met tussenpozen op Skid Row in Los Angeles. In 2015 verscheen haar boek Skid Row, met een voorwoord van LA Times-verslaggever Gale Holland. Het boek werd in 2016 bekroond als een van de Best Verzorgde boeken van Nederland en Vlaanderen.

  • China’s nieuwe IP

    China’s nieuwe IP

    Op een VN-bijeenkomst kwam een team van het Chinese telecombedrijf Huawei met een voorstel voor een nieuw internetprotocol, een nieuwe infrastructuur die de macht weghaalt bij het individu en teruggeeft aan de staat. De Britse zakenkrant de Financial Times zocht het tot op de bodem uit.

    Op een frisse dag in september betrad een handvol Chinese ingenieurs vorig jaar een vergaderzaal in het hartje van de VN-wijk in Genève. Ze hadden een uur de tijd om afgevaardigden uit meer dan veertig landen te overtuigen van hun visie: een ander soort internet, ter vervanging van de technische architectuur die al een halve eeuw ten grondslag ligt aan het wereldwijde web dat we kennen. Het huidige internet is van iedereen en niemand, maar zij willen iets heel anders bouwen: een nieuwe infrastructuur die de macht weghaalt bij het individu en teruggeeft aan de staat.

    Het voorstel voor dit ‘Nieuwe IP’ (internetprotocol) werd gepresenteerd door een team van de Chinese telecomreus Huawei. Geen enkel ander bedrijf had zo’n grote delegatie afgevaardigd naar deze bijeenkomst van de International Telecommunication Union (ITU), een VN-organisatie die wereldwijde standaarden voor technologie vastlegt. De Chinezen gaven een simpele powerpointpresentatie, die weinig informatie bevatte over hoe die nieuwe techniek precies werkt en voor welk specifiek probleem het een oplossing is. Wel was de presentatie gelardeerd met plaatjes van futuristische technologie, van levensgrote hologrammen tot zelfrijdende auto’s. Die moesten illustreren dat het huidige internet een achterhaalde techniek is, die de grenzen van zijn mogelijkheden heeft bereikt. Het wordt tijd, zo stelde Huawei, voor een nieuw wereldwijd netwerk met een top-downontwerp, en de Chinezen willen dat maar al te graag bouwen.

    Overal ter wereld lijken overheden het erover eens dat de huidige vorm van internetregulering – in feite niet meer dan wetteloze zelfregulering door merendeels Amerikaanse bedrijven – niet functioneert. Het Nieuwe IP is de recentste van een hele reeks pogingen om daar verandering in te brengen, vaak onder aanvoering van landen die vijftig jaar geleden niet bij het ontstaan van het internet waren betrokken. ‘De conflicten rond internetregulering zijn de nieuwe plaatsen waar politieke en economische macht zich in de eenentwintigste eeuw ontplooit,’ schreef Laura DeNardis in 2014 in haar boek The Global War for Internet Governance.

    Censuurmodel

    Vooral China beschouwt de ontwikkeling van een nieuwe infrastructuur en nieuwe standaarden voor internet als kernpunt van zijn digitale buitenlandbeleid, en het ziet zijn censuurmodel als schoolvoorbeeld van een efficiënter internet dat naar andere landen kan worden geëxporteerd. China ‘wil natuurlijk een technologische infrastructuur die de overheid net zo’n totale macht geeft als ze in de samenleving heeft, een technisch ontwerp dat tegemoetkomt aan de totalitaire drang,’ zegt Shoshana Zuboff, sociaal wetenschapper aan Harvard en auteur van The Age of Surveillance Capitalism. ‘Dat vind ik eng, en iedereen zou dat eng moeten vinden.’

    Volgens Huawei wordt het Nieuwe IP alleen ontwikkeld om tegemoet te komen aan de technische eisen van een razendsnel veranderende digitale wereld en is er nog geen specifieke vorm van regulering in het ontwerp opgenomen. Het telecombedrijf leidt een ITU-studiegroep die onderzoekt welke netwerktechnologie de wereld in 2030 nodig heeft, en het Nieuwe IP moet daaraan voldoen, aldus een woordvoerder. Informatie over het voorstel is vooral afkomstig uit twee met jargon doorspekte documenten waarin de Financial Times inzage kreeg. Het zijn de teksten van de twee presentaties die afgelopen september en februari achter gesloten deuren zijn gegeven aan de afgevaardigden bij de ITU. Het betreft een voorstel voor technische standaarden en een powerpointpresentatie getiteld ‘New IP: Shaping the Future Network’.

    Hoewel internet een invloedrijk medium is, kent het eigenlijk geen toezicht. De macht berust er nu grotendeels bij een handjevol Amerikaanse bedrijven: Apple, Google, Amazon, Facebook. Juist door het ontbreken van centraal toezicht heeft internet zo’n grote verandering teweeg kunnen brengen in onze manier van leven en communiceren. Maar het heeft ook geleid tot een uitvergroting van de breuklijnen in onze maatschappij, door manipulatie van het maatschappelijk debat, ondermijning van de democratie en de opkomst van massaspionage.

    De machtsbalans begint te verschuiven, maar de wensen van staten lopen sterk uiteen. Zo willen de VS, Groot-Brittannië en Europa het huidige systeem aanpassen om beter toezicht te kunnen houden en inlichtingendiensten meer inzage te bieden in de gegevens van individuele gebruikers. Het Chinese Nieuwe IP is veel radicaler, want daarbij kan centraal toezicht in de technische structuur worden ingebakken. Volgens diverse aanwezigen op de ITU-bijeenkomsten viel het Chinese voorstel in goede aarde bij Saoedi-Arabië, Iran en Rusland. Ook bleek uit het voorstel dat de blauwdrukken voor deze nieuwe netwerkstructuur al klaarliggen en dat er een begin is gemaakt met de bouw. Elk ander land kan deze straks overnemen.

    Wat we nodig hebben, is een westers internet dat berust op een visie van een digitale toekomst verenigbaar met democratie

    ‘We hebben nu twee soorten internet: een door de markt gedomineerde kapitalistische versie waarin alles draait om het volgen van gebruikers voor commercieel gewin; en een autoritaire versie waarin alles net zo goed draait om het volgen van gebruikers,’ zegt Zuboff. ‘De vraag is: slaan Europa en Noord-Amerika de handen ineen om de juridische en technologische kaders te ontwerpen voor een democratisch alternatief?’

    Bij de presentatie van het Nieuwe IP wordt van de digitale wereld in 2030 een beeld geschetst waarin virtual reality, holografische communicatie en robotchirurgie aan de orde van de dag zijn. Het traditionele IP-protocol wordt ‘onstabiel’ en ‘verregaand ontoereikend’ genoemd, met ‘tal van problemen op het vlak van veiligheid, betrouwbaarheid en techniek’.

    De documenten bevatten een pleidooi voor een top-downontwerp en voor de uitwisseling van data tussen landen ‘ten behoeve van artificiële intelligentie, big data en allerlei andere toepassingen’. Veel deskundigen vrezen dat internetproviders, vaak in handen van de staat, met dit nieuwe internetprotocol precies kunnen zien welke apparaten met het netwerk verbonden zijn en vervolgens de toegang van individuele gebruikers kunnen afsluiten of bespioneren. Er wordt al aan gewerkt door technici ‘van bedrijven en universiteiten’ in ‘meerdere landen’, zei Huawei’s teamleider Sheng Jiang in september, al wilde hij geen namen noemen, want dat was commercieel gevoelige informatie. Zijn gehoor bestond uit oudgedienden in de ITU, voornamelijk regeringsafgevaardigden uit Groot-Brittannië, Amerika, Nederland, Rusland, Iran, Saoedi-Arabië en China.

    Sommigen van hen is dit hele idee een gruwel. Als de ITU het Nieuwe IP zou legitimeren, kunnen staten volgens hen kiezen of ze hun burgers een westers dan wel Chinees internet opleggen. In het laatste geval heeft iedere burger in zo’n land toestemming van zijn internetprovider nodig om iets op het internet te kunnen doen, van het downloaden van een app tot het bezoeken van een site – en krijgen beheerders de macht om ze dat recht zomaar te ontzeggen. In plaats van via één groot wereldwijd web moeten mensen dan contact met elkaar zoeken via een lappendeken van nationale internetten, elk met zijn eigen regels – een idee dat in China bekendstaat als ‘cybersoevereiniteit’.

    Agressieve benadering

    Recente gebeurtenissen in Iran en Saoedi-Arabië geven een indruk van de mogelijke gevolgen. Daar werd het internet in tijden van sociale onrust langdurig aan banden gelegd door de overheid: alleen essentiële diensten als banken en medische zorg waren nog beperkt bereikbaar. Rusland heeft in november een wet voor ‘soeverein internet’ aangenomen die de overheid het recht geeft om alle internetverkeer nauwlettend te volgen. Zo bleek hoezeer de Russen het internationale internet al buiten de deur kunnen houden – een mogelijkheid die ze met hulp van Chinese bedrijven als Huawei hebben ingebouwd. Deskundigen vragen zich nu af of China’s visie op internettoezicht verschuift van een defensieve opstelling, waarbij het de vrijheid opeist om autoritair toezicht uit te oefenen in eigen land, naar een agressievere benadering, waarbij andere landen actief worden opgeroepen om China’s voorbeeld te volgen.

    Volgens de bedenkers van het nieuwe internetprotocol zijn onderdelen van hun technologie volgend jaar al klaar om te worden getest. Hun pogingen om andere ITU-delegaties van het nut te overtuigen zullen verder worden opgevoerd op de grote ITU-conferentie die in november in India plaatsvindt. Om de ITU zover te krijgen dat het voorstel binnen een jaar wordt goedgekeurd, zodat het een officiële standaard wordt, moet er consensus zijn binnen de studiegroep, ofwel instemming van een meerderheid van de afgevaardigden. Als dat niet lukt, vindt er een besloten stemming plaats onder de lidstaten, en staan het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties dus buitenspel.

    Dat hoge tempo zint de westerse delegaties niet, en volgens de aan ons gegeven documenten gaan eral stemmen op om het proces te vertragen. Een lid van de Nederlandse delegatie schreef in een officiële reactie, die ons door verschillende bronnen werd toegespeeld, dat ‘de open en flexibele aard’ van het internet – zowel wat de technische structuur als het toezicht betreft – van fundamenteel belang is geweest voor het succes ervan, en dat hij ‘zich met name zorgen maakt’ dat dit nieuwe model afwijkt van die filosofie. De eveneens aan ons doorgespeelde scherpe kritiek van een Britse afgevaardigde luidde: ‘Het is verre van duidelijk of er goede technisch redenen zijn voor zo’n radicale stap.’

    hh 400237471

    Een van de meest uitgesproken critici van het Nieuwe IP is Patrik Fältström, een eigenzinnige, langharige IT’er die in zijn vaderland Zweden bekendstaat als een van de vaders van het internet. Begin jaren tachtig, toen hij in Stockholm wiskunde studeerde, werd hij ingehuurd om mee te bouwen aan de infrastructuur voor een nieuwe technologie, door de Amerikaanse overheid ‘internet’ genoemd. Tegenwoordig dient hij de Zweedse regering van advies over digitale zaken en heeft hij zitting in de meeste standaardiseringsinstanties voor internet, waaronder de ITU.

    Dertig jaar geleden werkte hij mee aan de ontwikkeling van de bouwstenen van het internet, en nu is hij de verpersoonlijking van de cyber-libertaire westerse idealen die in de structuur ervan verweven zijn.

    ‘De architectuur van het internet maakt het voor de internetprovider heel moeilijk, zo niet onmogelijk om te weten waarvoor het wordt gebruikt, of daaraan beperkingen op te leggen,’ zegt hij. ‘Dat is een probleem voor opsporingsinstanties en anderen die liever zien dat de internetprovider daar wel greep op heeft, zodat het internet niet kan worden gebruikt voor zaken als de illegale verspreiding van films of kinderporno. Maar ik ben bereid om te accepteren dat je nu eenmaal misdadigers hebt die verkeerde dingen doen en dat de politie dat niet [allemaal] kan tegengaan. Dat offer heb ik ervoor over.’

    Great Firewall

    Een heel andere opvatting is te horen in Wuzhen, het dorpje bij Sjanghai dat elk najaar wordt schoongeveegd om plaats te bieden aan de ondernemers, academici en beleidsmakers die daar bijeenkomen voor een evenement met de prestigieuze naam World Internet Conference. De Cyberspace Administration of China, de Chinese internetwaakhond, organiseert deze conferentie al sinds 2014, het jaar nadat Xi Jinping aantrad.

    De bezoeker wordt er verwelkomd door een rij vlaggen van overal ter wereld – een verwijzing naar Xi Jinpings droom van ‘een gemeenschap met een gezamenlijke toekomst in cyberspace’. Allerlei kopstukken uit de computerwereld, van Tim Cook van Apple tot Steve Mollenkopf van Qualcomm, hebben er met hun optredens geloofwaardigheid verleend aan Xi’s ambitie om daar de internationale top van de technologiesector bijeen te brengen. Maar de laatste jaren loopt de buitenlandse deelname terug, nu de technologische oorlog tussen China en de VS is opgelaaid en ondernemers niet de indruk willen wekken dat ze al te innige banden hebben met Beijing.

    Begin jaren negentig begon China met het ontwikkelen van wat bekend kwam te staan als de Great Firewall: een reeks technische maatregelen om Chinezen af te schermen van verboden buitenlandse websites (van Google tot The New York Times), politiek gevoelige binnenlandse content te censureren en te voorkomen dat burgers zich online konden organiseren. De controle van Beijing wordt uitgevoerd door grote censuurteams van de overheid en van internetbedrijven als Baidu en Tencent. Overal ter wereld heb je in principe alleen een computer en een internetverbinding nodig om je eigen website online te kunnen zetten, maar in China moet je daar een vergunning voor aanvragen. Telecomproviders en sociale media zijn ook verplicht de politie te helpen met het opsporen van ‘misdaden’, zoals dat je Xi Jinping in een besloten chatgroep een ‘gestoomd broodje’ noemt: daar heeft iemand twee jaar cel voor gekregen.

    Toch lukt het nog niet om alles wat de overheid onwelgevallig is volledig van internet te weren. ‘Het lekke wereldwijde web blijft de Chinese censors frustreren. En ze steken er heel veel tijd en geld in, maar als je al die problemen in één klap kunt oplossen door er een beter geautomatiseerd en technisch proces van te maken, misschien met dat Nieuwe IP, dan zou dat voor hen natuurlijk fantastisch zijn,’ zegt James Griffiths, de schrijver van The Great Firewall of China: How to Build and Control an Alternative Version of the Internet.

    Het internet is een gepolitiseerd machtsmiddel geworden

    Voortrekker van de plannen voor het Nieuwe IP is Richard Li, hoofd Onderzoek bij Futurewei, de R&D-afdeling van Huawei in Californië. Hij ontwikkelt het voorstel voor de nieuwe technische specificaties en standaarden samen met ingenieurs van Huawei in China en met de staatsbedrijven China Mobile en China Unicom – met expliciete steun van de Chinese overheid. Toen onze krant hem hierover benaderde, kreeg hij van Huawei niet de gelegenheid het Nieuwe IP nader uit te leggen. Het bedrijf zei in een verklaring: ‘Het Nieuwe IP moet nieuwe technologische oplossingen bieden voor toekomstige applicaties zoals het Internet of Everything, holografische communicatie en telegeneeskunde. Wetenschappers en ingenieurs van overal ter wereld kunnen deelnemen en bijdragen aan het onderzoek en de innovatie van het Nieuwe IP.’

    Critici noemen de technische beweringen over het Nieuwe IP in de documentatie onjuist of onduidelijk en zeggen dat het typisch ‘een oplossing op zoek naar een probleem’ is. Zij houden vol dat het huidige IP-systeem nog prima voldoet, ook in een wereld die in hoog tempo digitaliseert.

    ‘Het internet is ontworpen als een verzameling afzonderlijke modulaire bouwstenen die losjes met elkaar verbonden zijn, dat is er juist zo briljant aan,’ zegt Alissa Cooper, voorzitter van de Internet Engineering Task Force (IETF), een Amerikaanse brancheorganisatie voor de bewaking van technische standaarden. Tijdens een IETF-bijeenkomst in Singapore hield Li in november een presentatie voor een klein groepje aanwezigen, onder wie Cooper. De huidige infrastructuur, zegt zij, ‘staat in schril contrast met wat je in het voorstel voor het Nieuwe IP ziet, namelijk een monolithische top-downarchitectuur waarin applicaties gekoppeld zijn aan het netwerk. Het internet is er nu juist precies op ontworpen om dat te voorkomen.’

    We maken een welhaast racistische, imperialistische karikatuur van de Chinezen

    De gevolgen voor de gemiddelde gebruiker kunnen enorm zijn. ‘Je geeft alle macht aan telecombedrijven die in handen zijn van de staat,’ zegt een lid van de Britse ITU-delegatie. ‘Dan kun je dus niet alleen bepalen of iemand toegang krijgt tot bepaalde content op internet, of bijhouden wie die content bekijkt, maar je kunt apparaten compleet afsluiten van een netwerk.’ China werkt al aan een sociaalkredietsysteem voor zijn bevolking, waarin punten worden toegekend op basis van je gedrag online en in de echte wereld en van ‘misstappen’ uit het verleden, zegt de Britse afgevaardigde. ‘Dus als iemands kredietsaldo onder een bepaalde waarde zakt omdat die persoon te actief is op sociale media, kun je regelen dat de telefoon van die persoon wordt afgesloten van het netwerk.’

    Chinese telecombedrijven hebben een schat aan gegevens over hun abonnees. Klanten zijn verplicht om zich te legitimeren als ze een telefoonnummer of internetaansluiting aanvragen, en die gegevens kunnen worden ingezien door andere bedrijven, zoals banken. Ook zijn alle ‘netwerkbeheerders’, waaronder telecombedrijven, bij wet verplicht om ‘internetlogs’ bij te houden – al is het niet duidelijk wat dat precies inhoudt.

    De Tunesische Bilel Jamoussi, hoofd studiegroepen bij de ITU, stelt dat het niet aan de ITU is om te beoordelen of voorstellen voor een nieuwe internetarchitectuur ‘top-down’ zijn of misbruikt kunnen worden door autoritaire regimes. ‘Bij alles wat je bouwt, snijdt het zwaard aan twee kanten. Je kunt er goede en slechte dingen mee doen, en dat is de soevereine beslissing van elke lidstaat,’ zegt hij.

    Het lekke wereldwijde web blijft de Chinese censors frustreren

    De ambitie van Beijing om meer mogelijkheden voor toezicht in te bouwen wordt door sommigen niet zozeer als een probleem gezien, maar gewoon als het volgende hoofdstuk in de ontwikkeling van het internet. ‘Het internet was oorspronkelijk bedoeld als een neutrale infrastructuur, maar het is een gepolitiseerd machtsmiddel geworden. De internetinfrastructuur wordt steeds meer ingezet voor de uitvoering van beleid, voor de economische en fysieke onderdrukking van mensen. Dat hebben we gezien in Kasjmir, in Myanmar en bij de onthullingen van Edward Snowden,’ zegt Niels ten Oever, een voormalig lid van de Nederlandse ITU-delegatie. ‘Voor mij is de grote vraag: hoe kunnen we een openbaar netwerk bouwen op een infrastructuur die in particuliere handen is? Dat is het probleem waar we mee worstelen. Wat is de rol van de staat tegenover die van bedrijven?’

    In zijn ogen ontwikkelen bedrijven vooral technologieën om er winst mee te maken. ‘Het internet wordt gedomineerd door Amerikaanse bedrijven, alle data stroomt daarheen. En die macht willen zij allicht behouden,’ zegt hij. ‘We zijn bang voor Chinese onderdrukking. We maken een welhaast racistische, imperialistische karikatuur van de Chinezen. Maar de regulering van internet zoals die nu is, werkt niet. Er is best ruimte voor een alternatief.’

    Waar onze digitale toekomst op dit moment ook ontwikkeld wordt, wereldwijd lijkt men het erover eens dat het tijd is voor een betere versie van cyberspace. ‘Ik denk dat sommigen zullen zeggen dat ons huidige model van het internet grote gebreken vertoont, en misschien zelfs helemaal stuk is. Op dit moment is er maar één alomvattend en volledig uitgewerkt alternatief, en dat is het model van China,’ schreef Griffiths in The Great Firewall of China. ‘Als wij geen derde model bedenken – een model dat enerzijds gebruikers meer macht geeft en democratie en onlinetransparantie bevordert, en anderzijds de macht van grote bedrijven en veiligheidsdiensten beteugelt – bestaat het risico dat steeds meer landen zullen neigen naar het Chinese model, liever dan te blijven lijden onder het gebrekkige model van Silicon Valley.’

    De ‘Onafhankelijkheidsverklaring van Cyberspace’, bedoeld als beginselverklaring voor het internet, begint steeds achterhaalder te lijken. Dat manifest, in 1996 geschreven door John Perry Barlow, medeoprichter van de Electronic Frontier Foundation en tekstschrijver voor de Grateful Dead, klonk strijdlustig. ‘Regeringen van de Industriële Wereld, vermoeide reuzen van vlees en staal, ik kom uit Cyberspace, de nieuwe zetel van de Geest,’ begint de tekst. ‘Namens de toekomst vraag ik jullie van het verleden om ons met rust te laten. Jullie zijn niet welkom in ons midden. Waar wij bijeenkomen, hebben jullie geen zeggenschap.’

    Een geluid uit een tijd toen het internet nog niet gedomineerd werd door biljoenenbedrijven, zeggen critici. Maar er is nog hoop – en misschien een derde weg, een alternatief voor de twee soorten internet die er nu bestaan. ‘Wat ons nu onderscheidt van China is dat de mensen in het Westen zich nog steeds kunnen mobiliseren en kunnen meepraten. Het is nu vooral aan de politiek om de democratie te beschermen in deze tijd van massaspionage, of die nu wordt gedreven door de markt of door autoritaire regimes,’ zegt Zuboff. ‘De slapende reus van de democratie begint zich eindelijk te roeren en de wetgevers worden wakker, maar ze moeten wel de druk van de mensen in hun nek voelen. Wat we nodig hebben, is een westers internet dat berust op een visie van een digitale toekomst die verenigbaar is met democratie. Dat is de opgave voor het komende decennium.’  

    Madhumita Murgia & Anna Gross

    Met medewerking van Yuan Yang en
    Nian Liu

    Auteurs: Madhumita Murgia & Anna Gross

    Met medewerking van Yuan Yang en Nian Liu

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 185.000, 740.000 digitaal

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. De krant wordt nu op 23 locaties gedrukt en heeft onder meer een redactie in Amsterdam.

  • Mogen daklozen worden opgepakt?

    Mogen daklozen worden opgepakt?

    Een nieuwe wet in Hongarije verbiedt daklozen op straat te slapen, op straffe van een taakstraf of opsluiting. De VN is tegen en ook in Hongarije zelf is de wet niet onomstreden.

    JA

    Op zondag 14 oktober, de dag voordat de wet in werking trad die daklozen verbiedt om op straat te slapen, demonstreerde de liberale linkse intelligentsia er nog eenmaal tegen. Enkele 
honderden personen verzamelden zich voor het parlement in Boedapest om het Hongaarse volk hun grootmoedigheid te tonen. Maar bovenal verdedigden de demonstranten het onvervreemdbare recht van daklozen om op straat dood te vriezen. Oppositiemedia liepen te hoop tegen de criminalisering van een permanent verblijf in de publieke ruimte en de schaamteloze ‘jacht’ op daklozen.

    De realiteit is echter anders. De regering wil in de eerste plaats proberen om mensen die geen permanent woonadres hebben weer te integreren in de maatschappij. Nu 
al bestaan er opvangcentra voor daklozen, waar zij medisch onderzocht kunnen worden, in een goed bed slapen en een douche nemen. Sommigen vinden zelfs werk en hebben op den duur de opvang niet meer nodig. Uiteraard gelden er in deze centra elementaire regels die de bewoners moeten respecteren. Dronkaards wordt de toegang geweigerd en consumptie van alcohol is strikt verboden.

    Er zijn zo’n driehonderd individuen die de regels van de opvangcentra niet respecteren en dagelijks onze pleinen, straten en metrostations bevuilen. Ze urineren tegen de muren. We moeten met een boog om hen heen lopen en soms zelfs over hen heen stappen, wanneer ze weer eens dronken en agressief aanspraak maken op onze generositeit in plaats van zelf hun brood te 
verdienen. Onze kinderen moeten hen zien vechten, ze aarzelen niet om een van hun miserabele kameraden een knal te verkopen om hun territorium op het Jászai Mariplein bij de Donau te 
verdedigen.

    De zevenduizend personen voor wie nu al wordt gezorgd, bewijzen dat de overheid hen niet vervolgt

    Zij weigeren geschreven en ongeschreven wetten 
te respecteren die het maatschappelijk verkeer in goede banen leiden. De boze kunstenaars op het Kossuthplein demonstreren voor zwervers die het schamele inkomen dat zij met bedelarij weten te bemachtigen, onmiddellijk spenderen aan drank. De regering wil deze mensen vooral tegen zichzelf beschermen door hun weer een plek binnen het ‘systeem’ te geven. Ja, zelfs hun leven redden, door hun een warm onderdak te geven en ervoor te zorgen dat ze niet doodvriezen.

    De zevenduizend personen voor wie nu al wordt gezorgd, bewijzen dat de overheid hen niet vervolgt. Integendeel, daklozen worden juist zo goed en humaan als maar mogelijk is beschermd tegen de funeste consequenties van het verlies van hun woning. Deze zevenduizend personen bewijzen de driehonderd die nog in de marge verblijven, dat er een andere oplossing mogelijk is dan in de kou op straat te creperen of aan alcoholisme te bezwijken. De linkse intelligentsia mogen zoveel protesteren als ze willen voor het recht van daklozen om dood te vriezen op het trottoir. Van nu af aan zal de regering deze ongelukkigen echter behoeden voor een zekere dood.

    Auteur: Bence Apáti

    Bence Apáti is een Hongaarse balletdanser, die sinds 2000 als solist is verbonden aan de Hongaarse Staatsopera. Sinds kort is hij ook verslaggever, onder andere in een Hongaars tv-programma over politici en sterren.

    Magyar Idök | Hongarije | magyaridok.hu
    Opgericht in 2015, pro-Orbán en zelfbenoemde stem van conservatief Hongarije.

    1. Bence Apáti; 2. Bálint Misetics.
    1. Bence Apáti; 2. Bálint Misetics.

    NEE

    15 oktober zal altijd herinnerd worden als de dag waarop 
Hongarije besloot om dakloosheid te verbieden in naam van een grondwetswijziging die van bedelarij een misdaad maakt. De nieuwe wet verbiedt het om op straat te verblijven, zonder verder de vraag te stellen of een dakloze anderen in de openbare ruimte tot last is of normoverschrijdend gedrag vertoont.

    De praktische gevolgen van dit nationale verbod zijn nog 
onduidelijk. We kunnen ervan uitgaan dat veel politiemensen 
het met deze criminalisering oneens zijn en een oogje zullen dichtknijpen. Ook zij zullen begrijpen dat we beter ernstige en lang genegeerde sociale problemen kunnen oplossen dan 
ongelukkige slachtoffers van asociaal beleid straffen.

    De Hongaarse staat zou zich moeten schamen voor de manier waarop hij sinds 2010 met deze problematiek is omgegaan. 
De laatste acht jaar heeft de regering onophoudelijk wetten, decreten en amendementen uitgevaardigd die onevenredig streng zijn voor daklozen. De staat was zeer fanatiek in de 
vervolging van bedelarij. Wat zou er gebeurd zijn als de machthebbers zich even serieus van de taak hadden gekwijt dit 
fenomeen te voorkomen als het te bestraffen?

    Deze criminalisering van overheidswege is niet alleen onverantwoordelijk, maar ook diep immoreel en mensonwaardig. Bovendien vergt de handhaving van zo’n verbod enorm veel van de 
toch al overvraagde overheidsdiensten.

    Als de Hongaarse staat de afgelopen acht jaar een werkelijk sociaal beleid had gevoerd dat er vooral op was gericht mensen onderdak te bieden, was het aantal mensen dat op straat moet leven veel lager geweest

    Als de Hongaarse staat de afgelopen acht jaar een werkelijk sociaal beleid had gevoerd dat er vooral op was gericht mensen onderdak te bieden, in plaats van naar believen het strafrecht en de grondwet te wijzigen, zou het aantal mensen dat 
vandaag de dag in Hongarije op straat moet leven zonder 
twijfel veel lager zijn geweest. Alle partijen zouden tevreden 
zijn gesteld, in de eerste plaats de daklozen zelf. Veel van hen hadden zich in dat geval niet hoeven te verlagen tot bedelarij.

    Ook alle mensen die simpelweg medelijden hebben met dak-lozen, zich onwillekeurig afvragen of de bedelaar die zij op hun weg naar huis tegenkwamen morgenochtend nog wel in leven is, zouden dolblij zijn geweest met deze geste tegenover hulp-behoevende mensen. Hetzelfde geldt voor ouders die geen goed antwoord klaar hebben op de simpele vraag van hun kind: ‘Waarom heeft die mevrouw die daar op straat ligt geen huis?’ Idem voor al diegenen die zich niet thuis kunnen voelen in een stad waar niet iedereen een thuis heeft. En zelfs zij die niets anders willen dan dat ‘die luie zwervers eindelijk eens oprotten’, waren op hun wenken bediend.

    Auteur: Bálint Misetics

    Bálint Misetics studeerde sociologie aan Bard College (New York) en Berkeley (Californië) en behaalde zijn master aan Oxford. Momenteel promoveert hij in Hongarije op politieke wetenschappen en de welvaartstaat.

    Heti Világgazdaság | Hongarije | weekblad | oplage 110.000
    Economisch weekblad dat wordt gezien als de Hongaarse The Economist.

  • In Myanmar help je elkaar, maar niet de moslims

    In Myanmar help je elkaar, maar niet de moslims

    De inwoners van Myanmar staan bekend om hun buitengewone solidariteit. Alleen geldt die dus niet voor de Rohingya.

    De eerste buurt in Yangon waar ik woonde had al vrijwel geen charme toen ik er aankwam. Vlak daarna raakten we het enige wat er nog leuk aan was kwijt toen de gemeenteraad de bomen langs de straat liet kappen om de weg tot zes banen te verbreden. In één klap werd de tot dan toe verwaarloosde straat een drukke verbindingsweg tussen de flats in het centrum en de buitenwijken van de stad in het oosten.

    Op een avond zag ik een auto de hoek om slingeren en een man aanrijden die langs de kant van de weg liep. In minder dan een minuut hadden vele tientallen mensen zich rond de plek van het ongeluk verzameld. Twee van hen verzorgden de gewonde man terwijl tien of vijftien anderen het verkeer gingen regelen. Omdat de politie nergens te bekennen was, haakten weer anderen de handen in elkaar om een versperring te vormen en te voorkomen dat de man achter het stuur, die duidelijk dronken was, ervandoor zou gaan. Algauw kwam er een plaatselijke ambulance, bemand door een groep vrijwilligers, die de gewonde man op een brancard van bamboe afvoerden naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

    Zes cijfers

    Ik dacht na over die avond tijdens een recent bezoek aan Phandeeyar, een technologisch centrum in Yangon dat de drijvende kracht is achter Myanmars opkomende, digitale industrie. De afgelopen twee jaar heeft Phandeeyars ‘Accelerator’-programma met succes jonge ontwikkelaars begeleid die op apps gebaseerde bedrijven willen opzetten. In twee van de eerste start-ups worden al investeringen gedaan die tot in de zes cijfers lopen.

    Wat vooral opvallend is aan het programma is de maatschappelijke betrokkenheid van de mensen die eraan meedoen. Eén start-up werkt aan de digitalisering van medische dossiers, wat een steunpilaar kan zijn voor de gezondheidszorg in Myanmar, die onder chronische financiële tekorten lijdt. Een ander werkt aan de start van een nationaal recyclingsysteem, dat van de grond af moet worden opgebouwd. De initiatiefnemers ontlenen hun motivatie aan de treurige aanblik van al het vuil waarmee afvoeren en rivieren door het hele land verstopt raken. De oprichters van RecyGlo werken intussen samen met kantoren en privéscholen om het vuilnis in Yangon op te halen – papier wordt verkocht aan plaatselijke bedrijven terwijl andere recyclebare producten in grote hoeveelheden naar China worden verscheept.

    ‘Dit hoort eigenlijk door de staat te worden gedaan,’ zei RecyGlo’s medeoprichter Yamin Oo. ‘Maar in een ontwikkelingsland kan de staat niet zo veel doen. Daar is een ondersteunend systeem voor nodig.’

    Het technologisch centrum Phandeeyar in Yangon. – © Taylor Weidman / Getty Images
    Het technologisch centrum Phandeeyar in Yangon. – © Taylor Weidman / Getty Images

    Myanmar staat bekend als een van de meest liefdadige landen ter wereld als het om giften en vrijwilligerswerk gaat. Maar het is misschien juister om te zeggen dat de mensen hier gewend zijn geraakt een handje te helpen als de staat daar de middelen niet voor heeft. Nadat ongekende overstromingen in 2015 meer dan honderdduizend dorpelingen uit hun huis verdreven, vormden zich rondom Yangon spontaan liefdadigheidsgroepen die geld vroegen aan automobilisten om voorraden te kopen die ze later zelf naar de opvangkampen reden. Vorig jaar, na wanordelijk verlopen onderhoudswerkzaamheden aan een aantal drukke buslijnen, boden vrijwilligers gestrande reizigers een rit in hun auto aan.

    Maar dit verantwoordelijkheidsgevoel jegens de gemeenschap, dat zo vaak een voorbeeld is van Myanmar op zijn best, heeft ook een donkere keerzijde. Het afgelopen jaar heeft het land zich ingegraven als reactie op het massale geweld tegen de Rohingya-minderheid, die nog steeds buiten de grenzen van die collectieve solidariteit valt. Onlineactivisten die Aung San Suu Kyi steunen – de feitelijke leider van het land, wier regering verantwoordelijk is voor de chaotische reactie op de vluchtelingenexodus – hebben geprobeerd om buitenlandse media in diskrediet te brengen en de wereldwijde verontwaardiging over Myanmar af te doen als een samenzwering.

    In de staat Rakhine, het epicentrum van de crisis in het afgelopen jaar, hielden inwoners humanitaire hulp aan Rohingya tegen. In één stad beschuldigden inwoners een boeddhistische winkeleigenares ervan dat ze zaken deed met moslims, waarna ze haar kaalschoren en lieten rondlopen met een bord waarop ‘verrader’ stond.

    Tot nu toe heeft de regering weinig gedaan om haar burgers in het gareel te houden of om de destructievere instincten een halt toe te roepen. Maatschappelijke organisaties zeggen dat ze worden tegengewerkt. Kundige technocraten die geen banden hebben met de partij van Suu Kyi worden wantrouwig bekeken. Mensen die antimoslimagitatie veroordelen worden bedreigd en kunnen niet rekenen op hulp van de politie of steun van de staat. Of, erger nog, ze worden het doelwit van hinderlijke aanklachten.

    Een groot deel van Myanmars recente geschiedenis is een aaneenschakeling van gemiste kansen. Het is moeilijk om het gevoel af te schudden dat we weer zo’n gemiste kans voorbij zien komen.

    Auteur: Sean Gleeson
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Nikkei Asean Review
    Japan | weekblad | oplage 12.000

    In 2013 opgericht magazine over politiek, economie, zaken en internationale betrekkingen, vanuit een Aziatisch perspectief. Onderdeel van mediareus Nikkei, onder meer de eigenaar van de Financial Times.

    CONTEXT: VN-bezoek

    Myanmar gaat in beginsel akkoord met het bezoek van de ambassadeurs van de lidstaten van de Veiligheidsraad van de VN, die op dit moment wordt voorgezeten
    door Peru. De internationale vertegenwoordiging gaat op een nog niet vastgesteld tijdstip ook naar Bangladesh, naar de omgeving van Cox’s Bazar, waar zich zevenhonderd- duizend uit Birma gevluchte Rohingya’s bevinden.

    De Birmaanse regering had in februari een dergelijk bezoek nog uitgesloten. Nu, begin april, heeft ze haar toestemming gegeven, maar de details over het bezoek zijn nog niet bekend. Daarom is het onduidelijk of de VN-delegatie ook toegang krijgt tot de Birmaanse deelstaat Arakan (tegenwoordig Rakhine), het woongebied van de Rohingya’s.

  • ‘Journalistiek is 
toe aan verandering’

    ‘Journalistiek is 
toe aan verandering’

    Ulrik Haagerup, voormalig directeur informatieve programma’s van de Deense publieke omroep, vindt dat de journalistiek toe is aan verandering. ‘Traditionele media vertellen een deprimerend verhaal. Het wekt wantrouwen en apathie op.’

    Le Temps: De digitale revolutie heeft de media-wereld op zijn kop gezet. U hebt gezegd dat de journalistiek in een crisis verkeert.

    Ulrik Haagerup: ‘De economische basis van de pers kalft af. Maar dat is niet het enige probleem waarmee de journalistiek te kampen heeft. De mensen hebben geen vertrouwen meer in ons. Ze geloven niet meer in de berichtgeving van de media. Tegelijkertijd neemt ook het vertrouwen in ons politieke systeem af, het populisme viert hoogtij, de angst neemt toe en er is een groeiende kloof tussen de 
werkelijkheid en de perceptie van die werkelijkheid bij de burgers. Verandering is dan ook onontkoombaar. Maar die verandering moet niet alleen van de anderen komen.’

    Moet de verandering van de journalisten komen?

    ‘Als journalisten doen we erg ons best om aan politici uit te leggen dat zij verantwoordelijk zijn voor de crisis waarin de democratie zich bevindt en dat zij moeten veranderen. Maar we moeten ook zelf in de spiegel kijken en opnieuw nadenken over de fundamenten van de journalistiek. Er is een reëel probleem met de manier waarop wij het vak uitoefenen. Constructieve journalistiek is een manier om met andere ogen naar het vak te kijken, zonder de basisprincipes van goede, evenwichtige en kritische journalistiek geweld aan te doen. Deze manier van journalistiek bedrijven kan ons een nieuwe rol geven in een tijd waarin de media zwaar onder vuur liggen.’

    Kunt u een voorbeeld geven van de crisis waarin de journalistiek zich bevindt?

    ‘Een Amerikaanse sportschoolketen heeft pas geleden aangekondigd dat ze televisies in de trainingsruimtes gaan verbieden; het bedrijf vindt dat het niet bij een gezonde levensstijl past om naar nieuws op 
tv te kijken. Wij hebben altijd geleerd dat een verantwoordelijke burger de krant leest, op de hoogte blijft van het nieuws, zowel lokaal als nationaal als 
internationaal. Vorig jaar heeft het Reuters Institute for the Study of Journalism van de Universiteit van Oxford een enquête gehouden onder miljoenen mensen die besloten hebben de traditionele nieuwsmedia links te laten liggen. Van de ondervraagden denkt 48 procent dat het een negatieve invloed heeft op hun geestelijk welzijn als ze het nieuws volgen; 37 procent zegt geen vertrouwen te hebben in de media en 28 procent denkt dat er toch niets aan alle problemen te doen is. Vooral jongeren en vrouwen vinden het verhaal dat de traditionele media vertellen deprimerend. Het wekt wantrouwen en apathie op.’

    ‘De mensen hebben het gevoel dat de wereld er veel slechter aan toe is dan eigenlijk het geval is’

    Waar zit het probleem in?

    ‘Zelfs de serieuze media zijn de wereld gaan filteren naar hun eigen opvattingen, en hebben zo een kloof geschapen tussen de werkelijkheid en de perceptie van die werkelijkheid bij het publiek. De mensen hebben het gevoel dat de wereld er veel slechter aan toe is dan eigenlijk het geval is. In die context is de constructieve journalistiek meer nodig dan ooit, gezien de gebeurtenissen rond president Trump en de Brexit.’

    Hoe zou de journalistiek met Trump moeten omgaan?

    ‘Hoe het komt dat Trump is gekozen, blijft voor een deel een raadsel. Maar duidelijk is dat hij heeft geprofiteerd van een ongekende gratis media-aandacht. Geen enkele presidentskandidaat heeft zo veel aandacht van de media gekregen. De reden daarvoor? Donald Trump wist in te spelen op de behoeften 
van de media. Elke keer als hij zijn mond opendoet, roept hij een controverse op. Hij maakt heel efficiënt en beter dan wie ook gebruik van de sociale media. Doordat hij zo buitensporig is, zijn zelfs de 
zogenaamd serieuze media in zijn ban geraakt.’

    Is de constructieve journalistiek een antwoord 
op Donald Trump?

    ‘Nee. Dit is geen anti-Trump-beweging. Wel is de verkiezing van Trump symbolisch voor wat de 
journalistiek oplevert wanneer ze alleen de uitersten belicht, wanneer ze voorrang geeft aan simplistische boodschappen, aan een zwart-witbeeld van de wereld. De wereld is complex. Als de media de indruk geven dat de wereld op instorten staat, moet je niet verbaasd staan dat de mensen zich zorgen maken, dat ze bang zijn hun baan te verliezen en denken 
dat er meer criminaliteit is dan ooit. In zo’n context is het voor een kandidaat gemakkelijk om te zeggen dat hij de oplossing heeft.’

    Zijn de media hiervoor verantwoordelijk?

    ‘Door de manier waarop zij de actualiteit filteren, effenen ze het pad voor figuren als Donald Trump. Wij vertellen alleen wat niet goed gaat. Dat wil 
niet zeggen dat we liegen, maar we schetsen geen compleet beeld van de werkelijkheid. Want de werkelijkheid van deze planeet is nog nooit zo positief geweest. De criminaliteit neemt af, het aantal 
verkeersongelukken is gedaald. In de geschiedenis van de mensheid zijn er nooit eerder zo weinig doden als gevolg van oorlog gevallen, en dat zelfs ondanks de tragedie in Syrië. Maar de mensen weten dat niet. Zij denken dat het juist van kwaad tot erger gaat. Of als ze gaan stemmen, baseren ze zich niet 
op de feiten, maar op wat zij dénken van de feiten.

    Daarom doen veel kandidaten in politieke functies geen moeite meer om de feiten te presenteren. Ze brengen alleen de perceptie over die zij het publiek willen inprenten. Die verschuiving grijpt steeds verder om zich heen en is heel gevaarlijk voor de democratie en de journalistiek. Zo wordt het falen van de journalisten zichtbaar. Carl Bernstein, een van de twee Washington Post-onderzoeksjournalisten in het Watergateschandaal, heeft eens tegen me gezegd: “Journalistiek is op zoek gaan naar de versie die het dichtst bij de waarheid komt, en die aan het publiek presenteren.” Het is tijd om de mediacultuur te veranderen.’

    Ulrik Haagerup schreef het boek Constructive News: How to Save the Media and Democracy with Journalism of Tomorrow en is directeur en medeoprichter van het Constructive Institute, ofwel het instituut voor constructieve journalistiek, in het Deense Aarhus.
    Ulrik Haagerup schreef het boek Constructive News: How to Save the Media and Democracy with Journalism of Tomorrow en is directeur en medeoprichter van het Constructive Institute, ofwel het instituut voor constructieve journalistiek, in het Deense Aarhus.

    Maak je de werkelijkheid niet mooier dan ze is, 
als je alleen maar goed nieuws brengt?

    ‘Constructieve journalistiek wil niet een soort Noord-Koreaanse journalistiek bedrijven. Het gaat erom 
dat we andere invalshoeken kiezen en ons op de 
toekomst richten in plaats van op het verleden. 
De journalistiek moet proberen een inspiratiebron 
te zijn. Onze taak als journalisten is om meer mensen bij het debat te betrekken, zodat we samen oplossingen kunnen vinden. Journalisten moeten daarin de rol van bemiddelaar en facilitator spelen.’

    Kan constructieve journalistiek wel samengaan met onderzoeksjournalistiek die de werkelijke zwaktes van de macht wil blootleggen?

    ‘David Boardman, de vroegere hoofdredacteur van de Seattle Times en de vader van de onderzoeksjournalistiek, drukte dat heel goed uit tijdens onze 
grote conferentie vorig najaar in Aarhus. Hij zei: 
‘De constructieve journalistiek sluit de cirkel van 
de onderzoeksjournalistiek.” Hij bedoelde dat 
journalistiek een tweerichtingsproces is dat de samenleving helpt zichzelf te corrigeren. Ja, het is ons werk om vraagtekens te plaatsen bij de macht, 
om aan te tonen waar die niet goed functioneert. Maar tot nu toe dachten wij meestal dat goede 
journalistiek ging om het opsporen van nieuwe 
problemen, zonder dat wij ons bezig hoefden te houden met de vraag hoe die opgelost moesten worden. Die leemte probeert constructieve 
journalistiek op te vullen.’

    Wat is het doel van het Constructive Institute waarvan u aan het hoofd staat?

    ‘Ons doel is even ambitieus als naïef. We willen in vijf jaar tijd de mondiale informatiecultuur veranderen. Dat het vertrouwen in de media is verdwenen is zo ernstig en gevaarlijk voor de democratie dat we geen vijf jaar meer kunnen afwachten. Willen journalisten gerespecteerd worden door de samenleving, dan moeten ze weten waar ze over praten. Dat vraagt om journalisten die hun eigen belangen ondergeschikt maken aan het gemeenschappelijk belang. Het is niet de roeping van de journalist om verhalen te 
verkopen aan adverteerders. En ook niet om een 
activist te zijn die probeert de manier waarop mensen denken te beïnvloeden.’

    U was bij een persontmoeting van de VN. Welke indruk hebt u daaraan overgehouden?

    ‘De VN vervullen een enorme taak, maar de communicatiecultuur tussen de woordvoerders van de VN 
en de internationale pers concentreert zich op wat de journalisten aan hun redactie kunnen ‘verkopen’: dramatische gebeurtenissen en voortdurende problemen. Het gevolg: de mensen over de hele wereld krijgen telkens weer het idee dat alles van kwaad 
tot erger gaat. We moeten de Bermudadriehoek van het populisme veranderen: politici, deskundigen en 
journalisten moeten een genuanceerd, realistisch en onderbouwd beeld geven van de werkelijkheid, om burgers te helpen de weg te vinden in onze bedreigde democratieën.’

    Het economische model van de pers staat zwaar onder druk. Hoe moeten de media gefinancierd worden?

    ‘Als Europeaan heb ik me grote zorgen gemaakt over het referendum van 4 maart in Zwitserland over de publieke omroep. Dat de Zwitsers, enigszins uit onwetendheid, ervoor konden kiezen om die vorm van journalistiek, de publieke omroep, af te schaffen, was heel gevaarlijk voor de cohesie van het land. Die cohesie heeft een prijs. Ik zeg niet dat de publieke omroep niet kan veranderen, dat je er geen kritiek op kunt hebben. Maar het was naïef om te denken dat de markt, Facebook en Google het Zwitserse publiek, ook op het platteland, even goed zouden kunnen informeren.’

    Auteur: Stéphane Bussard

    Le Temps
    Zwitserland | dagblad | oplage 49.000

    Rechts van het midden, populair bij leidinggevenden, krant voor Franstalige Zwitsers.

    CONTEXT: Referendum Omroepbijdrage

    De Zwitsers blijven een bijdrage betalen voor hun publieke omroep; bij een referendum stemde 71 procent tegen het voorstel om de Billagomroepbijdrage [genoemd naar het bedrijf dat de gelden incasseert, Billag ] af te schaffen. Elk huishouden in Zwitserland betaalt ongerekend zo’n 390euro per jaar voor de publieke omroep. Het voorstel kreeg warme bijval in het Italiaanssprekende kanton Tessin. In de Duits- en Franssprekende landsdelen was het enthousiasme een stuk minder. Weliswaar zijn de Zwitsers het erover eens dat de publieke omroep het wel wat zuiniger aan moet doen en dat een bijdrage voor de publieke omroep niet meer van deze tijd is, vooral door de opkomst van streamingdiensten als Netflix, maar een meerderheid vindt dat in alle taalgebieden programma’s van dezelfde kwaliteit moeten worden uitgezonden, waarvoor alleen de publieke omroep garant kan staan; 68 procent vreesde in de nieuwsvoorziening al te afhankelijk te worden van omroepen die geheel door het bedrijfsleven
    worden gesponsord.

  • 41 miljoen armen, welkom in Amerika

    41 miljoen armen, welkom in Amerika

    VN-rapporteur Philip Alston wil weten waarom 41 miljoen Amerikanen in armoede leven. The Guardian vergezelde hem twee weken lang tijdens een speciale missie naar het donkere hart van het rijkste land ter wereld.

    Los Angeles, Californië

    ‘Je moet een keuze maken, man. Je kunt rechtdoor, naar de hemel. Of je kunt rechtsaf slaan en dáár eindigen.’ We zijn in Los Angeles, in het hart van een van de rijkste steden van Amerika, en de geheel in het zwart gestoken General Dogon is onze gids. Naast hem kuiert een andere lange man, met grijs haar en keurig gekleed in spijkerbroek en colbertje. Professor Philip Alston is een Australische academicus met een officiële titel: speciale VN-rapporteur op het gebied van extreme armoede en mensenrechten. General Dogon, zelf een oudgediende van deze straten in de wijk Skid Row, stapt zonder commentaar over een dode rat heen en omzeilt een lichaam dat in een versleten oranje deken gewikkeld op het trottoir ligt.

    De twee mannen passeren het ene na het andere blok van sjofele tenten en geïmproviseerde optrekjes van zeildoek. Ervoor zitten of slapen mannen en vrouwen, soms in groepjes maar meestal alleen, als figuranten in een goedkope griezelfilm.

    We komen op een kruispunt, waar General Dogon stopt en zijn gast voor de eerdergenoemde keuze stelt. Hij wijst recht vooruit naar het eind van de straat, waar de glinsterende wolkenkrabbers van het centrum van LA als een belofte van goddelijke rijkdom ten hemel rijzen. Dan draait hij naar rechts, waarbij de Black Power-tatoeage in zijn nek zichtbaar wordt, en leidt onze blik weer naar Skid Row, vijftig blokken van opeengepakte menselijke vernedering. Een nachtmerrie in het volle zicht, in de stad van de dromen.

    Zo begint een reis van twee weken naar de schaduwkant van de Amerikaanse Droom. De belangstelling van de VN-rapporteur, die overal ter wereld een onafhankelijk oordeel velt over de mensenrechtensituatie, gaat ditmaal uit naar de VS en bereikt een hoogtepunt met de presentatie van zijn eerste bevindingen in Washington. Zijn feitenonderzoek naar het rijkste land dat de wereld ooit heeft gekend heeft hem naar de kern van de tragedie geleid: de 41 miljoen mensen die officieel in armoede leven. Negen miljoen daarvan hebben geen enkel inkomen – ze ontvangen geen cent overheidssteun.

    Van armoede naar armoede

    Alstons epische reis heeft hem van kust naar kust gevoerd, van armoede naar armoede. Hij begon in LA en San Francisco, reisde door de koloniale schandvlek Puerto Rico en daarna terug naar de zwaar beproefde kolenstreek van West Virginia, en overal zag hij met eigen ogen de funeste uitwerking van Amerika’s vertrouwen in het vrije ondernemerschap, waarbij publieke hulp uit den boze is.

    The Guardian kon de VN-gezant door het hele land volgen, woonde zijn belangrijkste bezoeken bij en was getuige van de extreme armoede waar hij persoonlijk kennis van nam. Zie het als een koekje van eigen deeg. Om met de VN-rapporteur zelf te spreken: ‘Washington wil maar al te graag dat ik de armoede en de slechte mensenrechtensituatie in andere landen aan de kaak stel. Ditmaal ben ik in de VS.’

    De reis vindt plaats op een kritiek moment voor Amerika en de rest van de wereld. Hij begint op de dag dat de Republikeinen in de Amerikaanse Senaat voor drastische belastingverlagingen stemmen die de superrijken in de kaart zullen spelen, terwijl veel lage-inkomensgezinnen zich met hogere belastingen geconfronteerd zullen zien. Door de veranderingen zal de inkomensongelijkheid toenemen, die met drie mannen – Bill Gates, Jeff Bezos en Warren Buffet – die samen evenveel bezitten als de helft van het hele Amerikaanse volk, toch al extremer is dan in enig ander geïndustrialiseerd land. Een paar dagen na het begin van het VN-bezoek doen de Republikeinse leiders er nog een reusachtige schep bovenop. Ze kondigen een verdere aanslag aan op de sociale voorzieningen van een toch al tot op de draad versleten verzorgingsstaat.

    ‘Kijk omhoog! Kijk naar die banken, die hijskranen, die luxeflats die verrijzen!’ roept General Dogon, die vroeger dakloos was in Skid Row en zich nu inzet voor het buurtactiecentrum LACAN. ‘Hier beneden is niks. Je ziet de tenten rug aan rug staan, de mensen kunnen nergens heen.’

    ©  Désirée van Hoek
    © Désirée van Hoek

    Californië is een goed startpunt voor het VN-bezoek. De staat belichaamt zowel de onmetelijke rijkdom die de 0,001 procent aan de techboom heeft overgehouden als de gestegen huizenprijzen die daar het gevolg van zijn en waardoor het aantal daklozen de pan uit rijst. Los Angeles, de stad met veruit de grootste daklozenpopulatie van de VS, worstelt met het aantal crisisgevallen, dat het afgelopen jaar met 25 procent gestegen is tot 55.000.

    Ressy Finley (41) is druk doende met het ontsmetten van de witte emmer die ze als toilet gebruikt in haar tent waar ze nu al meer dan tien jaar af en aan woont. Ze houdt haar woonruimte – een hoop versleten matrassen en dekens en een paar andere bijeengeraapte bezittingen – zo schoon mogelijk in een verloren strijd tegen ratten en kakkerlakken. Ook kampt ze met bedwantsen, waar de rode plekken op haar schouder van getuigen. Ze heeft geen officieel inkomen, en wat ze verdient met het inzamelen van flessen en blikjes is bij lange na niet voldoende om zich de gemiddelde huur van 1400 dollar per maand voor een minuscuul eenkamerwoninkje te kunnen veroorloven. Een vriend brengt haar om de paar dagen eten; de rest van de tijd is ze aangewezen op voedselbanken in de buurt.

    Ze huilt tot twee keer toe tijdens ons korte gesprek, eenmaal wanneer ze vertelt hoe haar baby door welzijnswerkers uit haar armen werd getrokken vanwege haar drugsgebruik (hij is nu veertien, ze heeft hem nooit meer gezien). De tweede keer is als ze zinspeelt op het seksueel misbruik dat haar als kind op het pad van drugs en dakloosheid bracht.

    Bij dat alles is het opmerkelijk hoe positief Finley blijft. Wat vindt ze van de Amerikaanse Droom, het idee dat iedereen het kan maken als hij maar hard genoeg zijn best doet? Ze geeft onmiddellijk antwoord: ‘Ik weet dat ik het ga maken.’

    Een vrouw van 41 die op het trottoir in Skid Row woont en het gaat maken?

    ‘Tuurlijk, zolang ik er maar in blijf geloven.’

    Wat betekent ‘het maken’ precies voor haar?

    ‘Ik wil schrijver worden, dichter, ondernemer, therapeut.’

    Zelfs een doorgewinterde armoede-expert als Alston is erdoor van zijn stuk gebracht

    Het stukje trottoir naast Finley wordt bezet door Robert Chambers. Hij heeft van houten pallets een gebied rond zijn tent gemaakt dat in Skid Row doorgaat voor een tuintje. Hij heeft een bord neergezet waarop ‘Dakloze Schrijverscoalitie’ staat, de naam van een groep daklozen die hij leidt om ze hun waardigheid te laten behouden tegenover wat hij de ‘animalistische’ aspecten van hun leven noemt. Hij doelt vooral op het gebrek aan openbare toiletten dat mensen dwingt hun behoefte op straat te doen.

    Het stadsbestuur van LA heeft meer beschikbare toiletten beloofd – wat hoognodig is, gezien de uitbraak van hepatitis A die zich vanuit San Diego langs de westkust verspreidt en al 21 mensen het leven heeft gekost, voornamelijk als gevolg van het gebrek aan sanitaire voorzieningen in daklozenkampen. ’s Nachts worden de parken met openbare toiletten gesloten om daklozen te weren.

    Skid Row telt ’s nachts negen toiletten voor 1800 mensen die op straat leven. Dat is beduidend minder dan de VN voorschrijft voor de kampen voor Syrische vluchtelingen. ‘Het is gewoon onmenselijk, en uiteindelijk zul je er een animalistische levensinstelling aan overhouden,’ zegt Chambers. Hij leeft al bijna een jaar op straat, omdat hij wegens drugsbezit de voorwaarden van zijn voorwaardelijke vrijlating heeft geschonden en uit zijn goedkope appartement is gezet. Hij is niet meer te helpen, zegt hij, van ‘het maken’ is geen sprake meer. ‘Het veiligheidsnet? Daar zitten voor mij te veel gaten in.’

    Van alle mensen die het pad van de VN-rapporteur kruisen, is Chambers het negatiefst over de Amerikaanse Droom. ‘Mensen realiseren zich niet dat het nooit beter wordt; mensen zoals wij kunnen er nooit bovenop komen. Ik ben 67, ik heb een hartkwaal, ik zou hier niet buiten moeten wonen. Ik zal het misschien niet lang meer maken.’

    Dat is een heleboel ellende om op één dag te verstouwen, en zelfs een doorgewinterde armoede-expert als Alston is erdoor van zijn stuk gebracht. Als speciale VN-rapporteur heeft hij eerder verslag uitgebracht over de erbarmelijke leefomstandigheden in onder andere Saoedi-Arabië en China. Maar Skid Row? ‘Ik was behoorlijk gedeprimeerd,’ vertelt hij The Guardian later. ‘Die eindeloze stroom gruwelverhalen. Op een bepaald moment ga je je afvragen of iemand er wel iets aan kan doen, laat staan ik.’

    Dan neemt hij het vliegtuig naar San Francisco, naar de wijk Tenderloin, waar het wemelt van de daklozen, en loopt de St. Boniface-kerk binnen. Wat hij daar ziet is balsem voor zijn ziel.

    San Francisco, Californië

    Zo’n zeventig daklozen liggen rustig te slapen op banken achter in de kerk, zoals hun op weekdagen elke ochtend is toegestaan, terwijl voor in de kerk de gelovigen eensgezind bidden. De kerk vangt hen op vanuit de katholieke gedachte dat iedereen een helpende hand verdient.

    ‘Ik vond die kerk heel erg opbeurend,’ zegt Alston. ‘Het was zo’n simpel schouwspel en zo’n voor de hand liggend idee. Ik dacht: als het christendom hier niet over gaat, waarover dan in hemelsnaam wel?’

    Het is een zeldzame druppel altruïsme aan de westkust, die het moet opnemen tegen een zee van vijandigheid. Californische steden hebben de afgelopen jaren meer dan vijfhonderd antidaklozenwetten aangenomen. En Ben Carson, de neurochirurg die door Donald Trump tot minister van Huisvesting is benoemd, decimeert het nationale budget voor betaalbare woningen.

    Het meest veelzeggende detail is misschien nog wel dat behalve St. Boniface en haar zusterkerk geen enkel gebedshuis in San Francisco daklozen opvangt. Sterker nog, vele hebben, zelfs in dit seizoen van naastenliefde, hun deuren voor iedereen gesloten om de daklozen maar buiten te houden.

    Zoals Tiny Gray-Garcia, die zelf op straat leeft, aan Alston vertelt, hebben zij en haar lotgenoten elke dag te maken met wat ze ‘het geweld van het wegkijken’ noemt. Die wrede trek is al sinds de stichting van het land een kenmerk van het Amerikaanse leven. Het afwerpen van het juk van een al te bemoeizuchtige overheid (de Britse monarchie) werd in de ogen van veel Amerikanen synoniem met het individualistische idee dat je het zelf moet maken – een idee dat prima is voor degenen die zo gelukkig zijn dat ze dat kunnen, maar minder voor degenen die aan de verkeerde kant van de spoorlijn zijn geboren.

    De New Deal van Franklin Roosevelt en de Great Society van Lyndon Johnson waren strijdig met dit idee en gingen ervan uit dat een samenleving zichzelf moet beschermen tegen de grillen van honger en werkloosheid. Maar de laatste tijd waait de wind sterk in de richting van ‘zoek het zelf maar uit’. Die trend werd in de jaren tachtig gezet door de belastingverlagingen van Ronald Reagan, gevolgd door Bill Clinton die in 1996 besloot de bijstand voor gezinnen met lage inkomens te schrappen, een maatregel waaronder nog steeds miljoenen Amerikanen gebukt gaan.

    © Désirée van Hoek
    © Désirée van Hoek

    Als gevolg van deze opeenstapeling van aanvallen op de verzorgingsstaat genieten gezinnen die moeite hebben om rond te komen, onder wie de vijftien miljoen kinderen die officieel in armoede leven, beduidend minder steun dan in enige andere geïndustrialiseerde economie. En nu worden ze misschien wel met de allergrootste dreiging geconfronteerd. Zoals Alston zelf schreef in een essay over het populisme van Trump en de agressieve uitdaging die dat voor de mensenrechten betekent: ‘Dit zijn bijzonder gevaarlijke tijden. Bijna alles lijkt mogelijk.’

    Lowndes County, Alabama

    Trumps ondermijning van de mensenrechten, gevoegd bij het Republikeinse dreigement om volgend jaar nog verder in de sociale uitkeringen te snoeien en daarmee een deel van de belastingverlagingen te compenseren die nu door het Congres worden gejaagd, zal Afro-Amerikanen disproportioneel hard treffen. Zwarte mensen vormen 13 procent van de Amerikaanse bevolking, maar 23 procent van de mensen die onder de armoedegrens leven is zwart, evenals 39 procent van de daklozen.

    Het raciale element van Amerika’s armoedecrisis is nergens zo zichtbaar als in het diepe zuiden, waar de open wonden van de slavernij nog altijd bloeden. De volgende halte van de speciale VN-rapporteur is de ‘Black Belt’, een term die oorspronkelijk naar de rijke donkere grond verwees die in een strook door Alabama loopt, maar die mettertijd gebruikt ging worden voor de Afro-Amerikaanse bevolking die daar de meerderheid vormt.

    De link tussen bodemsoort en demografie was niet toevallig. De katoen tierde welig op dit vruchtbare land, wat op zijn beurt tot een levendige handel in slaven leidde om die te oogsten. De afstammelingen van de slaven wonen nog altijd in de Black Belt en behoren nog steeds tot de armsten van het land.

    Je kunt de geschiedenis van de Amerikaanse schande, van de slavernij tot het heden, in een reeks eenvoudige grafieken weergeven. De eerste toont de katoenvriendelijke bodem van de Black Belt, de tweede de slavenbevolking, gevolgd door het zwarte woongebied en de extreme armoede van vandaag de dag: allemaal vormen ze precies dezelfde halvemaan die door Alabama loopt.

    De huidige erbarmelijke situatie van de zwarte gemeenschap van Alabama zou je op vele manieren kunnen analyseren. De grimmigste is misschien wel het feit dat zo veel gezinnen in de Black Belt nog altijd geen toegang hebben tot sanitaire voorzieningen. Duizenden mensen leven nog steeds tussen open riolen die je normaliter met ontwikkelingslanden associeert.

    Als Amerikaanse staatsburgers hebben ze evenveel recht op leven, vrijheid en het streven naar geluk. Alleen worden ze omringd door poelen met uitwerpselen

    Vorig jaar onthulde The Guardian dat deze crisis tot een aanhoudende mijnwormepidemie heeft geleid, veroorzaakt door de gelijknamige intestinale parasiet die zich via menselijke ontlasting verspreidt. Deze komt voor in Afrika en Zuid-Azië, maar werd in de VS al jaren geleden als uitgeroeid beschouwd. Maar in de thuisstaat van Trumps minister van Justitie Jeff Sessions doet de worm zich nog altijd tegoed aan het bloed van arme mensen – een ziekte van ontwikkelingslanden die gedijt in het rijkste land ter wereld.

    Het openrioolprobleem is vooral nijpend in Lowndes County, een overwegend zwart district dat het epicentrum was van de burgerrechtenbeweging en vanwaaruit Martin Luther King in 1965 zijn mars van Selma naar Montgomery ondernam om voor algemeen kiesrecht te demonstreren. Ondanks de trotse geschiedenis schat Catherine Flowers dat 70 procent van de huishoudens in het gebied zijn uitwerpselen ofwel rechtstreeks op open terrein deponeert, ofwel in gebrekkige septic tanks die niet bestand zijn tegen zware regen. Toen haar organisatie, het Alabama Center for Rural Entreprise (Acre), er bij de plaatselijke overheid op aandrong daar iets aan te doen, investeerde deze 6 miljoen dollar in de uitbreiding van afvalverwerkingssystemen naar voornamelijk blanke bedrijven, terwijl zwarte huishoudens in overgrote meerderheid werden overgeslagen. ‘Dat is een schrijnend voorbeeld van onrechtvaardigheid,’ zegt Flowers. ‘Mensen die zich geen eigen systeem kunnen veroorloven, moeten het zelf maar rooien, terwijl bedrijven die er wel het geld voor hebben van openbare diensten profiteren.’

    Walter, een inwoner van Lowndes County die zijn achternaam liever geheimhoudt uit vrees dat zijn watertoevoer wordt afgesneden omdat hij zijn mond heeft opengedaan, leeft met de dagelijkse gevolgen van deze vorm van publieke veronachtzaming. ‘Als het flink hard regent, komt het zo je huis binnen.’ Dat is een beleefde manier om te zeggen dat het rioolwater zijn gootsteen, wastafel en badkuip in gorgelt en een misselijkmakende zoete stank in het huis verspreidt.

    Wat vindt hij onder deze omstandigheden van de ideologie dat iedereen het kan maken als hij zijn best maar doet? ‘Als ze de kans kregen, zou dat ze waarschijnlijk wel lukken,’ zegt Walter. Hij pauzeert en voegt er dan aan toe: ‘Maar mensen krijgen de kans niet.’

    Zouden zijn rioolproblemen inmiddels wel zijn opgelost als hij blank was geweest? Na weer een pauze zegt hij: ‘Niet om racistisch te zijn, maar ja, ik denk van wel.’

    Aan de achterkant van Walters huis komt de ware onrechtvaardigheid van de situatie aan het licht. Overal door de tuin lopen smalle geulen vanaf naburige huizen waar donkere vloeistof doorheen stroomt. De geulen komen samen in stroperige poelen die recht onder de stacaravan zijn gelegen waarin Walters zoon, schoondochter en zestienjarige kleindochter wonen. Het is het ultieme beeld van het lot van Alabama’s verarmde zwarte gemeenschap. Als Amerikaanse staatsburgers hebben ze evenveel recht op leven, vrijheid en het streven naar geluk. Alleen worden ze omringd door poelen met uitwerpselen.

    Onlangs sloeg de Black Belt terug. Toen werd er een nieuwe versie van die eenvoudige grafiek toegevoegd, waarop precies dezelfde halvemaan te zien is die door Alabama loopt, alleen was die dit keer niet zwart maar blauw. Die blauwe halvemaan staat voor het leger van Afro-Amerikaanse stemmers dat tegen alle verwachtingen in Doug Jones naar de Amerikaanse Senaat stuurde, de eerste Democraat uit Alabama sinds een hele generatie. Dat betekende een flinke bloedneus voor zijn tegenstander, de van kindermisbruik beschuldigde Roy Moore, en voor Steve Bannon en Donald Trump, van wie hij de marionet is. Dit kan met recht het belangrijkste vertoon van zwarte politieke spierkracht worden genoemd sinds de mars van King in 1965. Waar de eerdere grafieken voor ‘bodem’, ‘slavernij’ en ‘armoede’ stonden, zou bij deze grafiek het onderschrift ‘mondigheid’ moeten staan.

    Guayama, Puerto Rico

    Dus hoe ziet Alston de rol van VN-rapporteur en zijn bezoek? Zijn volledige rapport over de VS zal in mei verschijnen en aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève worden gepresenteerd. Niemand verwacht er veel van: de raad heeft niet genoeg macht om goed gedrag af te dwingen van recalcitrante regeringen. Maar Alston hoopt dat zijn bezoek de VS zo veel schaamte zal bezorgen dat men nog eens gaat nadenken over de eigen waarden. ‘Het is mijn rol om regeringen ter verantwoording te roepen,’ zegt hij. ‘Als de Amerikaanse regering niet over het recht op huisvesting, gezondheidszorg of voedsel wil praten, dan zijn er nog altijd basale normen voor mensenrechten waaraan moet worden voldaan. Het is mijn taak om daarop te wijzen.’

    In zijn eerdere onderzoek naar extreme armoede in landen als Mauritanië wond Alston er geen doekjes om. We mogen dezelfde onzachtzinnige liefde verwachten bij zijn analyse van Puerto Rico, de volgende halte tijdens zijn reis naar de donkere kant van Amerika.
    Drie maanden na Maria is de verwoesting die de orkaan op het eiland heeft aangericht genoegzaam bekend. Van zeventigduizend huizen is niets meer over, de industrie is tot stilstand gekomen en de algehele stroomstoring leidt nog steeds tot plunderingen. Maar het treurige lot van Puerto Rico dateert al van ver vóór Maria en is geworteld in de onverschilligheid waarmee het eiland is bejegend sinds het in 1898 als oorlogsbuit in bezit werd genomen.

    Bijna de helft van de Amerikanen heeft geen idee dat de drieënhalf miljoen Puerto Ricanen Amerikaanse staatsburgers zijn – des te kwalijker gezien het feit dat het eiland geen eigen vertegenwoordiging in het Congres heeft, terwijl zijn fiscale beleid wordt gedicteerd door een raad van toezicht die door Washington is aangesteld. Hoe zat het ook alweer met dat afwerpen van het juk van een al te bemoeizuchtige overheid?

    Evenmin zijn de meeste mensen zich ervan bewust dat het aantal armen op het eiland (44 procent) ruim twee keer zo groot is als dat in de minst welvarende Amerikaanse staten, inclusief Alabama (19 procent). En dat was nog vóór de orkaan, die volgens sommige schattingen het armoedepercentage heeft opgedreven tot 60 procent. ‘Puerto Rico wordt geregeerd door de Verenigde Staten, maar we worden nooit geraadpleegd,’ zegt Ruth Santiago, die als advocaat gespecialiseerd is in gemeenschapsrecht. ‘We hebben geen enkele invloed, we zijn gewoon hun speelbal.’

    General Dogon, de gids van Philip Alston die zich inzet voor buurtactiecentrum LACAN. – © Désirée van Hoek
    General Dogon, de gids van Philip Alston die zich inzet voor buurtactiecentrum LACAN. – © Désirée van Hoek

    De VN-rapporteur krijgt een idee van wat het betekent de speelbal van de VS te zijn wanneer hij naar Guayama reist, een stad van 42.000 inwoners in het zuiden, vlak bij de plek waar Maria aan land kwam. Verwoesting alom: gehavende huizen, ontbrekende daken, onheilspellend doorzakkende elektriciteitsleidingen. Boven de stad torent dreigend een kolencentrale uit die is gebouwd door de Puerto Ricaanse tak van AES Corporation, een multinational die zijn hoofdkwartier in Virginia heeft. De schoorsteen van de centrale domineert de horizon, evenals een enorme berg as van de verbrande kolen die oprijst als een reusachtig zandkasteel van ruim twintig meter hoog. De berg is blootgesteld aan de elementen, en de plaatselijke bevolking klaagt dat het gif ervan de zee in lekt en dat de vissers door kwikvergiftiging het brood uit de mond wordt gestoten. Ook is men bang dat het stof dat de berg verspreidt gezondheidsproblemen veroorzaakt, een zorg die wordt gedeeld door plaatselijke artsen die de VN-rapporteur vertellen dat ze veel patiënten hebben met ademhalingsaandoeningen en kanker. ‘De bladeren van mijn mangoboom gaan ervan dood,’ zegt Flora Picar Cruz (82). Ze ligt rond het middaguur in bed en ademt moeizaam door een zuurstofmasker.

    Onderzoek van de asberg wijst op gevaarlijke hoeveelheden giftige stoffen zoals arsenicum, broom, chloride en chroom. Desondanks is de regering-Trump bezig het relatief lakse toezicht op de schadelijke emissies ervan nog verder te versoepelen. AES Puerto Rico verzekerde The Guardian dat er geen reden tot zorg is, omdat de centrale een van de schoonste van de VS zou zijn, die met opzet zo is gebouwd dat er geen schadelijke stoffen in de lucht of de zee terecht kunnen komen. Maar daar denken de mensen in Guayama wel anders over. Zij vrezen dat de Amerikaanse kolonisten hen nog meer aan hun lot zullen overlaten dan ze nu al ruim een eeuw lang doen.

    Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo veel Puerto Ricanen stemmen met hun voeten; na de orkaan hebben bijna tweehonderdduizend van hen hun koffers gepakt en zijn naar Florida, New York of Pennsylvania vertrokken, waar inmiddels al meer dan vijf miljoen Puerto Ricanen wonen. Dat geeft de Amerikaanse Droom een geheel nieuwe betekenis: iedereen kan het maken, zolang hij zijn familie, zijn huis en zijn cultuur maar in de steek laat en koers zet naar een vreemd en ongastvrij land.

    Charleston, West Virginia

    ‘Jullie zijn kanjers! Al die jaren dat jullie schandalig zijn behandeld gaan we goedmaken, oké? Honderd procent zeker!’ Donald Trumps belofte aan de blanke stemmers van West Virginia werd gedaan in mei 2016, op het moment dat hij de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen binnenhaalde. Zes maanden later beloonde zijn achterban in de staat hem royaal met een verpletterende overwinning.

    Als je bedenkt dat hij hun gouden bergen beloofde, is het niet zo verwonderlijk dat blanke gezinnen in West Virginia positief reageerden op het charmeoffensief van Trump: ‘We gaan zorgen dat de mijnwerkers weer aan het werk komen!’ Getalsmatig is de meerderheid van alle Amerikanen die in armoede leven – 27 miljoen mensen – blank.

    Met name in West Virginia hebben blanke gezinnen veel om verbitterd over te zijn. De mechanisering en het sluiten van kolenmijnen hebben tot grote werkloosheid en stagnerende lonen geleid. De overheveling van banen in de kolen- en staalsector naar supermarktketen Walmart heeft ertoe geleid dat de gemiddelde werknemer tegenwoordig 3,5 dollar per uur minder verdient dan in 1979. Wat wel verwonderlijk is, is dat zo veel trotse werkende mensen hun dromen aan een (veronderstelde) miljardair hebben toevertrouwd die zijn onroerendgoedimperium heeft gebouwd op wat zijn vader hem heeft toegestopt.

    Voordat hij presidentskandidaat was, toonde Trump maar weinig belangstelling voor de problemen van gezinnen met lage inkomens, blank of anderszins. Nu hij bijna een jaar in het Oval Office zit, zijn er ook weinig tekenen dat hij zich aan zijn campagnebeloftes houdt. Integendeel. Als de VN-rapporteur als laatste halte tijdens zijn rondreis Charleston, West Virginia, aandoet, wordt hij overspoeld door bewijs dat de president juist de mensen die hem hebben gekozen het mes op de keel zet.

    ‘Het beleid van Trump zal de ongelijkheid doen toenemen, loonstijgingen blokkeren en het moeilijker maken voor gezinnen met lage inkomens om hulp te zoeken’

    Diezelfde dag presenteren de Republikeinen in de Senaat en het Congres gezamenlijk hun plannen voor belastingverlaging, waarover de week erna zal worden gestemd. Veel mensen in West Virginia zullen voor zoete koek slikken dat deze veranderingen bedoeld zijn om hen te helpen, omdat aanvankelijk iedereen in de staat minder belasting zal gaan betalen. Maar in 2027, als het begrotingstekort moet worden aangezuiverd, zal de onderste 80 procent van de bevolking méér betalen, terwijl de bovenste 1 procent een meevaller behoudt van 21.000 dollar. ‘Het beleid van Trump zal de ongelijkheid doen toenemen, loonstijgingen blokkeren en het moeilijker maken voor gezinnen met lage inkomens om hulp te zoeken,’ zegt Ted Boettner, lid van de raad van bestuur van het niet-partijgebonden West Virginia Center on Budget and Policy.

    Als de riolering het aanhoudende probleem is waarmee de Black Belt kampt, dan is een mond vol rottende tanden en kiezen dat van West Virginia. Artsen van Health Right, een medisch vrijwilligerscentrum in Charleston dat 21.000 werknemers met lage inkomens gratis behandelt, toont de VN-rapporteur een foto van een van hun patiënten. De man is pas 32, maar zodra hij zijn mond opendoet wordt hij een heks uit Macbeth. Zijn paar resterende rotte tanden en kiezen en groenblauwe tandvlees zien eruit als etterende brij in een kokende ketel.

    Medicaid [een hulpverleningsprogramma voor mensen met lage inkomens] dekt geen tandheelkundige behandeling van volwassenen, tenzij er sprake is van een noodgeval, en dus doen de mensen wat het meest voor de hand ligt: ze wachten tot hun abcessen knappen, zodat ze naar de spoedeisende hulp moeten. Een vrouw die onlangs de mobiele tandartskliniek van het centrum bezocht, had alleen nog dertig wortels in haar mond, die allemaal behandeld moesten worden.

    Ook tijdens zijn andere ontmoetingen krijgt Alston een beeld van de manier waarop het leven van gezinnen met lage inkomens in West Virginia onder druk staat. Waar Lyndon Johnson de armoede de oorlog verklaarde, voert Trump oorlog tegen de armen. Mensen gaan jarenlang de gevangenis in omdat ze, in afwachting van hun proces, de borgtocht niet kunnen betalen; er worden privédetectives ingehuurd om mensen te bespioneren die aanspraak maken op een arbeidsongeschiktheidsuitkering; zware minimumstraffen wegens drugsbezit zijn weer in de mode; Jeff Sessions schrapt federale reclasseringsprogramma’s voor ex-gedetineerden; huurders van gesubsidieerde huizen leven in voortdurende vrees dat ze uit hun huis zullen worden gezet na de geringste overtreding. En ga zo maar door.

    En het resultaat van deze meedogenloze klappen? ‘Mensen raken uiteindelijk met elkaar in de clinch,’ zegt Eli Baumwell, beleidsdirecteur van de American Civil Liberties Union (ACLU) in West Virginia. ‘Je raakt zo geobsedeerd door wat jij bezit en wat je buurman bezit, dat je rancuneus wordt. Dat is wat Trump doet, mensen tegen elkaar opzetten.’

    En zo stapt Philip Alston voor de laatste keer in het vliegtuig om in Washington een samenvatting te presenteren van de kwellingen die het Amerikaanse volk ondergaat. Op een gegeven moment tijdens de vlucht zegt Alston dat hij een slapeloze nacht heeft gehad door het piekeren over de verloren zielen die we in Skid Row hebben ontmoet. Hij vraagt zich af hoe iemand anders in zijn positie – ‘Ik ben oud, een man, blank, rijk en ik heb een heel goed leven’ – op zo’n dakloze zou reageren. ‘Hij zou naar hem kijken en hem beschouwen als iemand die smerig is, die zich niet wast, die hij niet in zijn buurt wil hebben.’ Dan krijgt Alston een openbaring. ‘Ik besef dat de overheid hen zo ziet. Maar wat ik zie, is een maatschappelijk falen. Ik zie een maatschappij die zoiets laat gebeuren, die niet doet wat ze moet doen. En dat is heel treurig.’

    De rondreis van de speciale VN-rapporteur is ten einde.

    Auteur: Ed Pilkington
    Vertaler: Peter Bergsma

    De Nederlandse fotograaf Désirée van Hoek werkt al sinds 2007 met tussenpozen op Skid Row in Los Angeles. In 2015 verscheen haar boek Skid Row, met een voorwoord van Skid Row-verslaggever Gale Holland van de Los Angeles Times. Het boek werd in 2016 bekroond als een van de Best Verzorgde boeken van Nederland en Vlaanderen.

    Fotografie:
    De Nederlandse fotograaf Désirée van Hoek werkt al sinds 2007 met tussenpozen op Skid Row in Los Angeles. In 2015 verscheen haar boek Skid Row, met een voorwoord van LA Times- verslaggever Gale Holland. Het boek werd in 2016 bekroond als een van de Best Verzorgde boeken van Nederland en Vlaanderen. www.desireevanhoek.com

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • Vladimir Poetin: ‘Het is niet nodig om bang te zijn voor Rusland’

    Vladimir Poetin: ‘Het is niet nodig om bang te zijn voor Rusland’

     

    Vladimir Poetin gaf tijdens een bezoek aan Italië in 2015 een spraakmakend interview aan de krant Corriere della Sera. De Russische president noemt de angst voor zijn land zwaar overtrokken: ‘Slechts een krankzinnig persoon, en dan nog alleen in zijn dromen, kan zich voorstellen dat Rusland de NAVO aanvalt.’

     

    Keuze uit het archief

    Hij wordt paranoia genoemd, een gevaarlijke gek, een mokkende puber, en wat al niet meer. Er wordt beweerd dat Poetin nu toeslaat omdat Merkel weg is, en hij eerder niet durfde. Of dat hij alleen maar een oorlog is begonnen om binnenlands protest de kop in te drukken. Kortom: er wordt volop invulling gegeven aan wat er omgaat in zijn hoofd.

    In dit diepgravende interview geeft hij daar inzicht in. Veel thema’s die nu spelen komen aan bod, en Poetin spreekt openlijk over de internationale betrekkingen. ‘We hebben Europa nooit als maîtresse gezien. Ik ben nu heel serieus.’

    Vladimir Poetin
    Goedenavond.

    Luciano Fontana
    Goedenavond, meneer de president. Om te beginnen willen we u bedanken voor deze belangrijke kans om u vandaag te mogen interviewen.

    Vladimir Poetin
    Het genoegen is geheel aan mijn kant.

    Luciano Fontana
    Mijn naam is Luciano Fontana. Ik ben de nieuwe hoofdredacteur van Corriere della Sera, en dit is mijn collega Paolo Valentino, die heel lang in Rusland heeft gewerkt en zelfs met een Russische vrouw is getrouwd.

    Vladimir Poetin
    Bent u de nieuwe hoofdredacteur van het dagblad?

    Luciano Fontana
    Ja, sinds een maand.

    Vladimir Poetin
    Gefeliciteerd met uw benoeming.

    Luciano Fontana
    Dank u zeer, meneer de president. Ik zou willen beginnen met een vraag over de Russisch-Italiaanse betrekkingen. Die zijn altijd nauw en speciaal geweest, zowel in de economische als in de politieke sfeer. Maar ze hebben schade geleden door de Oekraïense crisis en de sancties. Zouden het recente bezoek van de Italiaanse premier Matteo Renzi aan Rusland en uw aanstaande bezoek aan Milaan deze trend kunnen keren, en zo ja, wat is daar dan voor nodig?

    Vladimir Poetin
    In de eerste plaats ben ik ervan overtuigd dat Rusland niet verantwoordelijk was voor de verslechtering van de betrekkingen tussen ons land en de staten van de Europese Unie. Dit was niet onze keus, maar werd ons opgedrongen door onze partners. Het waren niet wij die beperkingen van de handel en de economische activiteiten introduceerden. We waren eerder het doelwit en moesten reageren met vergeldingsmaatregelen om ons te beschermen.

    Maar de betrekkingen tussen Rusland en Italië zijn inderdaad altijd speciaal geweest, zowel op het gebied van de politiek als op dat van de economie. De afgelopen jaren is de handel tussen onze landen bijvoorbeeld elf maal groter geworden, van zo’n 4,2 miljard dollar – we rekenen in dollars – naar ruim 48, bijna 49 miljard dollar.

    Er zijn vierhonderd Italiaanse bedrijven actief in Rusland. We werken actief samen in de energiesector, en in een brede reeks andere sectoren. Italië is de op twee na grootste consument van onze energiebronnen. We hebben ook veel gezamenlijke hightechprojecten: in de ruimte- en luchtvaartindustrie, en in veel andere sectoren. Ook de Russische regio’s werken nauw met Italië samen. Vorig jaar bezochten bijna een miljoen Russische toeristen, zo’n 900.000 mensen, Italië en daar hebben ze ruim een miljard euro uitgegeven.

    We hebben ook altijd op vertrouwen gebaseerde betrekkingen in de politieke sfeer onderhouden. De instelling van het Beraad van Rusland en de NAVO was een Italiaans initiatief – Silvio Berlusconi was destijds premier. Dit advieslichaam is ongetwijfeld uitgegroeid tot een belangrijke veiligheidsfactor in Europa. In dit opzicht heeft Italië altijd een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de dialoog tussen Rusland en Europa, en met de NAVO als geheel. Om maar te zwijgen van onze speciale samenwerking op cultureel en humanitair gebied.

    Dit alles vormt uiteraard de basis voor een bijzondere relatie tussen onze twee landen. En van het bezoek van de zittende Italiaanse premier aan Rusland is een zeer belangrijke boodschap uitgegaan, die inhield dat Italië bereid is deze betrekkingen verder te ontwikkelen. Het is alleen maar natuurlijk dat dit niet onopgemerkt voorbijgaat aan de regering van de Russische Federatie en het algemene publiek.

    Wij zijn uiteraard bereid om deze uitgestoken hand te beantwoorden en onze samenwerking te verdiepen, zolang onze Italiaanse partners bereid zijn hetzelfde te doen. Ik hoop dat mijn aanstaande bezoek aan Milaan in dit opzicht zal helpen.

    Luciano Fontana
    Ik wil graag mijn nieuwsgierigheid bevredigen en u nog één vraag over Italië stellen. U heeft diverse voorzitters van de Italiaanse ministerraad gekend – Romano Prodi, Silvio Berlusconi, Massimo D’Alema en Matteo Renzi. Met wie had u de beste verstandhouding? En in hoeverre denkt u dat het bestaan van een persoonlijke band – zoals u die had met Silvio Berlusconi – bijdraagt aan de goede betrekkingen tussen landen?

    Vladimir Poetin
    Het maakt niet uit wat voor posities we bekleden of welke banen we hebben, we blijven mensen, en persoonlijk vertrouwen is zeker een heel belangrijke factor in ons werk, bij het bewerkstelligen van goede relaties op interstatelijk niveau. Een van de mensen die u zojuist noemde heeft ooit tegen mij gezegd: ‘U moet de enige zijn (waarmee hij bedoelde dat ik ook écht de enige was) – die vriendschappelijke betrekkingen onderhoudt met zowel Berlusconi als Prodi.’ Ik kan u vertellen dat dat niet moeilijk voor me was, en dat ik dat nog steeds niet moeilijk vind, en ik kan u ook vertellen waarom. Mijn Italiaanse partners hebben altijd de belangen van Italië en van het Italiaanse volk vooropgesteld en geloofd dat zij, om de belangen van hun land te dienen, inclusief de economische en politieke belangen, vriendschappelijke betrekkingen met Rusland moeten onderhouden. Wij hebben dat altijd zo begrepen en gevoeld.

    Dit was het sleutelelement dat ten grondslag lag aan onze goede betrekkingen. Ik heb altijd een werkelijk eerlijk belang gevoeld als het ging om het uitbouwen van de interstatelijke relaties, ongeacht de binnenlandse politieke situatie. Ik zou in dit verband willen zeggen dat de houding die de mensen in Rusland jegens Italië hebben ontwikkeld niet afhangt van de vraag welke politieke partij aan de macht is.

    © Aykut Unlupinar / Anadolu Agency / Getty Images
    © Aykut Unlupinar / Anadolu Agency / Getty Images

    Paolo Valentino
    Meneer de president, u komt naar Milaan voor de viering van Rusland-dag op de Wereldtentoonstelling EXPO 2015. Het kernthema van de tentoonstelling van dit jaar is ‘Het voeden van de planeet, energie voor het leven.’ Wat is de bijdrage van Rusland aan dit thema? Wat betekent deze inspanning voor de betrekkingen tussen de staten?

    Vladimir Poetin
    Dit is een van de grootste uitdagingen waar de mensheid vandaag de dag voor staat. Ik moet dus erkennen dat de Italiaanse organisatoren een van de belangrijkste thema’s voor deze tentoonstelling hebben gekozen.

    De wereldbevolking groeit. Volgens de deskundigen zal zij in 2050 een omvang hebben bereikt van 9 miljard mensen. Maar zelfs vandaag al zijn volgens dezelfde VN-bronnen 850 miljoen mensen op de hele planeet ondervoed of hongerlijdend, en 100 miljoen daarvan zijn kinderen. Er kan dus niet aan worden getwijfeld dat dit een van de belangrijkste problemen van onze tijd is. Veel andere kwesties, die daar schijnbaar niets mee te maken hebben, zullen afhangen van de manier waarop we dit aanpakken. Ik heb het dan onder meer over de instabiliteit, te weten de politieke instabiliteit van hele regio’s, het terrorisme, enzovoort. Al deze problemen zijn onderling verbonden. De golf aan illegale immigratie waarmee Italië en Europa vandaag de dag te kampen hebben, behoort hier ook toe. Ik zou willen herhalen dat de organisatoren in mijn optiek het juiste besluit hebben genomen door te wijzen op de noodzaak aandacht te besteden aan dit probleem.

    Wat de bijdrage van Rusland betreft: wij dragen ruim 200 miljoen dollar bij via de diverse VN-programma’s. Veel landen in de wereld ontvangen dankzij de Russische financiering van deze programma’s noodzakelijke steun en hulp. Wij besteden aanzienlijke aandacht aan de ontwikkeling van de landbouw in ons land. Ondanks alle problemen waar de ontwikkeling van de Russische economie nu voor staat is onze landbouwsector, de sector van de agrarische productie, gestaag gegroeid – die groei bedroeg vorig jaar nog zo’n 3,4 tot 3,5 procent. In het eerste kwartaal van dit jaar is de groei op hetzelfde peil gebleven, boven de 3 procent, om precies te zijn op 3,4 procent. Rusland is nu de op twee na grootste graanexporteur ter wereld. Vorig jaar hadden we een recordoogst graan, een van de grootste van de afgelopen jaren, met 105,3 miljoen ton. Rusland heeft op dit terrein uiteindelijk een enorm potentieel. Ik denk dat wij de grootste oppervlakte aan bebouwbaar land in de wereld hebben en de grootste zoetwatervoorraden, omdat Rusland qua grondgebied het grootste land ter wereld is.

    Paolo Valentino
    Dank u, meneer Poetin. Als we het hebben over de schaduw die over onze betrekkingen hangt, zegt u dat dit niet uw keuze was, en er wordt gezegd dat Rusland zich verraden voelt, in de steek gelaten door Europa, als een minnaar die door zijn maîtresse is verlaten. Wat zijn de problemen waaronder onze relatie vandaag de dag gebukt gaat? Denkt u dat Europa zich in de Oekraïense crisis te afhankelijk van de Verenigde Staten heeft opgesteld? Wat verwacht u van Europa in verband met de sancties? Misschien heb ik nu te veel vragen tegelijk gesteld.

    Vladimir Poetin
    U heeft zeker veel vragen gesteld, met typisch Italiaanse flair (lacht).

    Eerst iets over die maîtresse. In dit soort relaties met vrouwen, als je geen verplichtingen bent aangegaan, mag je je partner ook geen eisen stellen. We hebben Europa nooit als een maîtresse gezien. Ik ben nu heel serieus. We hebben altijd een serieuze relatie nagestreefd. Maar nu heb ik de indruk dat Europa feitelijk heeft geprobeerd op grondstoffen gebaseerde betrekkingen met ons aan te gaan, en louter voor eigen gewin. Zo is er de beruchte ‘Third Energy Package’ [een pakket wettelijke maatregelen ten behoeve van het verder openstellen van de gas- en elektriciteitsmarkt in de EU] en het weigeren van onze nucleaire producten op de Europese markt, ondanks alle bestaande overeenkomsten.

    We hebben Europa nooit als maîtresse gezien. Ik ben nu heel serieus

    Er is onwil om de legitimiteit van ons handelen te erkennen en onwil om samen te werken met instellingen die zijn gevormd op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie. Ik heb het over de douane-unie, die we in het leven hebben geroepen en die nu is uitgegroeid tot de Euraziatische Economische Unie. Want het is goed als Europa integreert, maar als we hetzelfde doen op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie, proberen ze dat uit te leggen met een verwijzing naar de Russische wens om het oude imperium in ere te herstellen. Ik begrijp niet wat daaraan ten grondslag ligt.

    Wij allemaal, ook ikzelf, hebben het al lange tijd over de noodzaak om een gemeenschappelijke economische ruimte in te richten, die zich uitstrekt van Lissabon tot aan Vladivostok. De Franse president Charles de Gaulle heeft al veel eerder iets soortgelijks gezegd. Vandaag de dag verzet niemand zich daartegen, iedereen zegt dat we hierop uit moeten zijn. Maar wat gebeurt er in de praktijk? De Baltische Staten hebben zich bijvoorbeeld bij de Europese Unie aangesloten. Goed, dat is geen probleem. Maar vandaag de dag wordt tegen ons gezegd dat deze landen, die deel uitmaken van het energiesysteem van de voormalige Sovjet-Unie en Rusland, zich moeten aansluiten bij het energiesysteem van de Europese Unie. Wij vragen dan of er problemen zijn met de energielevering of met andere zaken. Waarom is dat nodig? – Nee, er zijn geen problemen, maar we hebben besloten dat het zo beter is.

    Wat betekent dit in de praktijk voor ons? Het betekent dat we ons gedwongen zien extra elektriciteitscentrales te bouwen in een paar westelijke regio’s van Rusland. Omdat de hoogspanningslijnen die door de Baltische Staten naar bepaalde Russische regio’s liepen nu allemaal op het Europese net zullen worden aangesloten, moeten wij nieuwe hoogspanningslijnen aanleggen om de elektriciteitstoevoer zeker te stellen. Dit zal ons twee tot 2,5 miljard euro kosten.

    Laten we ook eens kijken naar het Associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne. Dat stipuleert niet dat Oekraïne deel gaat uitmaken van het Europese energiesysteem, hoewel dat wel mogelijk wordt geacht. Maar als dat gebeurt, zullen we niet 2 tot 2,5 miljard euro kwijt zijn, maar waarschijnlijk 8 tot 10 miljard. De vraag is: waarom is dit nodig, als we geloven in het uitbouwen van die gemeenschappelijke economische ruimte tussen Lissabon en Vladivostok? Wat is het doel van het ‘Eastern Partnership’-programma van de Europese Unie? Is het doel het integreren van de hele voormalige Sovjet-Unie in één enkele ruimte met Europa – ik herhaal het nu voor de derde keer, van Lissabon tot aan Vladivostok – of het opwerpen van een nieuwe grens tussen het moderne Rusland en de westelijke territoria, waaronder – bijvoorbeeld – Oekraïne en Moldavië?

    Laat ik u nu nog iets anders vertellen, en u mag zelf beslissen wat u daarvan wilt publiceren en wat niet. Wat zijn de grondoorzaken van de Oekraïense crisis? Die lijken in geen verhouding te staan tot wat vandaag de dag een enorme tragedie is geworden die vele levens eist in het zuidoosten van dat land. Wie heeft deze crisis in gang gezet? De voormalige president Viktor Janoekovitsj zei dat hij moest nadenken over het ondertekenen van het Associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU, en dat hij mogelijk wat veranderingen wilde aanbrengen en consultaties met Rusland wilde houden, de grootste handelspartner van zijn land.

    Zogenaamd op grond hiervan braken rellen uit in Kiev, die actief werden ondersteund door onze Europese en Amerikaanse partners. Daarna volgde een staatsgreep – een volslagen anticonstitutionele daad. De nieuwe autoriteiten maakten bekend dat ze het Associatieverdrag zouden ondertekenen, maar de tenuitvoerlegging ervan zouden uitstellen tot 1 januari 2016. De vraag is: waar was die staatsgreep dan voor nodig? Waarom moest de situatie escaleren tot een burgeroorlog? De uitkomst is immers precies dezelfde.

    Bovendien stonden wij eind 2013 op het punt Oekraïne een lening te geven van 15 miljard dollar, ondersteund door nog eens 5 miljard dollar via commerciële banken; we hadden het land daarvóór al 3 miljard dollar gegeven en beloofd de gasprijs omlaag te brengen als ze op tijd zouden betalen. We waren er helemaal niet op tegen dat Oekraïne een Associatieverdrag met de Europese Unie zou tekenen. Maar uiteraard wilden we participeren in de uiteindelijke besluitvorming, omdat Oekraïne toen een lidstaat was – en nog steeds is – van de vrijhandelszone van het GOS, wat wederzijdse verplichtingen met zich meebrengt.

    Er is op de Europese markt geen vraag naar Oekraïense producten, noch in termen van kwaliteit noch in termen van de prijs

    Hoe is het mogelijk dit volledig te negeren en hier zo minachtend mee om te gaan? Ik kan dat eenvoudigweg niet begrijpen. De gevolgen zijn een staatsgreep, een burgeroorlog, een verlies van honderden mensenlevens, een verwoeste economie en samenleving, een lening van 17,5 miljard dollar van het IMF met een looptijd van vier jaar en de volledige desintegratie van de economische banden met Rusland. Maar de Russische en Oekraïense economie zijn diepgaand met elkaar verknoopt.

    De Europese Unie heeft eenzijdig de invoerheffing voor Oekraïense producten opgeheven. Maar het volume van de Oekraïense export naar de Europese markt is niet gegroeid. Waarom niet? Omdat er niets te verkopen is. Er is op de Europese markt geen vraag naar Oekraïense producten, noch in termen van kwaliteit noch in termen van de prijs, boven op de producten die al eerder werden verkocht.

    Wij hebben in Rusland wel een markt voor Oekraïense producten, maar veel banden zijn van Oekraïense kant eenzijdig doorgesneden. Alle motoren voor onze gevechtshelikopters kwamen bijvoorbeeld uit Oekraïne. Nu zijn de leveringen gestopt. We hebben al een nieuwe fabriek in Sint-Petersburg moeten bouwen en dit jaar zal er nog een worden voltooid. Maar de productie van die motoren in Oekraïne zal moeten worden beëindigd, omdat Italië, Frankrijk of Duitsland er geen behoefte aan hebben of zullen krijgen. Het is voor Oekraïne onmogelijk een nieuwe markt voor deze producten aan te boren, want daarvoor zouden miljardeninvesteringen nodig zijn. Ik begrijp niet waarom dit is gedaan. Ik heb veel van mijn collega’s, ook in Europa en Amerika, ernaar gevraagd.

    Poetin met de toenmalige Russische president Medvedev (midden) en Silvio Berlusconi (l) in een Super Jet 100 Sukhoi jetliner op het vliegveld in Sotsji in 2010. – © Reuters
    Poetin met de toenmalige Russische president Medvedev (midden) en Silvio Berlusconi (l) in een Super Jet 100 Sukhoi jetliner op het vliegveld in Sotsji in 2010. – © Reuters

    Paolo Valentino
    En wat antwoordden zij?

    Vladimir Poetin
    Dat de situatie uit de hand is gelopen. Weet u, ik zou u en uw lezers graag één ding vertellen. Vorig jaar, op 21 februari, ondertekenden president Janoekovitsj en de Oekraïense oppositie een overeenkomst over hoe verder te gaan en hoe het politieke leven in het land te organiseren, en over de noodzaak om vervroegde verkiezingen te houden. Ze hadden moeten samenwerken bij de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, vooral omdat drie Europese ministers van Buitenlandse Zaken de overeenkomst mede hadden ondertekend ter waarborging ervan.

    Als deze collega’s werden gebruikt, om een bepaalde schijn te wekken, en als ze geen zicht hadden op de situatie ter plekke, die in feite in handen was van de Amerikaanse ambassadeur of een functionaris van de CIA, hadden ze moeten zeggen: ‘Weet u, we zijn niet akkoord gegaan met een staatsgreep, dus we zullen u niet steunen; u moet in plaats daarvan verkiezingen houden.’

    Hetzelfde kan worden gezegd over onze Amerikaanse partners. Laten we aannemen dat ook zij de controle over de situatie zijn kwijtgeraakt. Maar als Amerika en Europa tegen degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan deze ongrondwettelijke daden hadden gezegd: ‘Als je op deze manier aan de macht bent gekomen, zullen we jullie onder geen enkele voorwaarde steunen; jullie moeten eerst verkiezingen houden en die winnen’ – overigens hadden ze honderd procent kans op de overwinning, en iedereen weet dat. De situatie zou zich dan volledig anders hebben ontwikkeld.

    Ik geloof dus dat deze crisis doelbewust is gecreëerd en het gevolg is van de onprofessionele daden van onze partners. En de manier waarop dit proces in het nieuws is gekomen was volkomen onaanvaardbaar. Ik wil graag nogmaals benadrukken: dit was niet onze keuze, wij waren er niet op uit, wij zijn eenvoudigweg gedwongen te reageren op wat er gebeurt.

    Ter conclusie – vergeef me deze lange monoloog – wil ik graag zeggen dat we ons niet bedrogen of oneerlijk behandeld voelen. Dat is het punt niet. Het punt is dat goede betrekkingen een langetermijnbasis moeten hebben en niet geworteld moeten zijn in een sfeer van confrontatie, maar in een geest van samenwerking.

    Paolo Valentino
    U zegt dat de situatie uit de hand is gelopen. Maar is dit niet het juiste moment voor Rusland om het initiatief te grijpen, om een manier te vinden om de Amerikaanse en Europese partners te betrekken bij de speurtocht naar een oplossing voor de situatie, om aan te tonen dat u bereid bent dit probleem aan te pakken?

    Vladimir Poetin
    Dat is ook precies wat we aan het doen zijn. Volgens mij is nu het document waarover we het in Minsk eens zijn geworden en dat ‘Minsk-II’ heet, de beste overeenkomst die er is, en misschien wel de enige ondubbelzinnige oplossing voor dit probleem. We waren er nooit mee akkoord gegaan als we niet hadden geloofd dat het eerlijk, rechtvaardig en uitvoerbaar was.

    Van onze kant doen we alles, en zullen we dat ook blijven doen, om de autoriteiten van de niet-erkende en zelfuitgeroepen republieken van Donetsk en Loegansk te beïnvloeden. Maar niet alles hangt van ons af. Onze Europese en Amerikaanse partners moeten druk uitoefenen op de huidige regering in Kiev. We zijn niet bij machte, zoals Europa en de Verenigde Staten dat wel zijn, om Kiev ertoe te bewegen alles te doen wat in Minsk is afgesproken.

    Ik kan u vertellen wat er moet gebeuren; misschien loop ik daarmee vooruit op uw volgende vraag. Het belangrijkste onderdeel van de politieke regeling was het scheppen van de juiste voorwaarden voor dit gezamenlijke werk, maar het was van essentieel belang een einde te maken aan de vijandelijkheden en de zware wapens terug te trekken. Over het geheel genomen is dat ook gelukt. Helaas wordt er nog steeds zo nu en dan geschoten en vallen er slachtoffers, maar er vinden geen grootschalige gevechten meer plaats en de partijen zijn van elkaar gescheiden. Het is tijd om de Akkoorden van Minsk ten uitvoer te gaan leggen.

    In specifieke zin moet er een grondwetswijziging komen die autonome rechten toekent aan de niet-erkende republieken. De autoriteiten in Kiev willen het geen autonomie noemen en geven de voorkeur aan andere termen, zoals decentralisatie. Onze Europese partners, diezelfde partners die de dienovereenkomstige clausule in de Akkoorden van Minsk hebben geschreven, hebben uitgelegd wat onder decentralisatie dient te worden verstaan. Het geeft deze mensen het recht hun eigen taal te spreken, hun eigen culturele identiteit te hebben en zich met grensoverschrijdende handel bezig te houden – niets bijzonders en niets anders dan een beschaafde interpretatie van de rechten van etnische minderheden in welk ander Europees land dan ook.

    Er moet een wet komen over gemeenteraadsverkiezingen in deze gebieden, en een amnestiewet. Dit alles moet gebeuren, zo schrijven de Akkoorden van Minsk voor, in samenwerking met de Volksrepubliek Donetsk en de Volksrepubliek Loegansk,
    Het probleem is dat de huidige autoriteiten in Kiev niet eens met deze mensen willen praten. Daar kunnen wij niets aan doen. Alleen onze Europese en Amerikaanse partners kunnen daar invloed op uitoefenen. Er is geen reden ons met sancties te dreigen. Wij hebben daar niets mee te maken, zij vertegenwoordigen niet ons standpunt. Wij streven de tenuitvoerlegging van de Akkoorden van Minsk na.

    Het is van eminent belang de economische en sociale wederopbouw van deze gebieden ter hand te nemen. Wat is daar precies voorgevallen? De huidige autoriteiten in Kiev hebben ze eenvoudigweg van de rest van het land afgesneden. Ze hebben alle sociale uitkeringen stopgezet – de pensioenen, de werkloosheidsuitkeringen; ze hebben het bankensysteem losgekoppeld, een regelmatige energievoorziening onmogelijk gemaakt, enzovoort. Dus u ziet, er voltrekt zich een humanitaire ramp in deze regio’s. En iedereen doet net alsof er niets aan de hand is.

    Onze Europese collega’s hebben bepaalde verplichtingen op zich genomen. In het bijzonder hebben zij beloofd te zullen helpen het banksysteem in deze gebieden te herstellen. Ten slotte geloof ik, omdat we praten over wat er kan en moet worden gedaan, en door wie, dat de Europese Unie zeker meer financiële steun aan Oekraïne kan bieden. Dit zijn de voornaamste punten.
    Ik wil graag benadrukken dat Rusland geïnteresseerd is in en zal streven naar de volledige en onvoorwaardelijke tenuitvoerlegging van de Akkoorden van Minsk, en ik geloof niet dat er vandaag de dag een andere manier is om dit conflict op te lossen.

    De leiders van de zelfuitgeroepen republieken hebben overigens publiekelijk verklaard dat zij onder bepaalde voorwaarden – waarmee ze de implementatie van de Akkoorden van Minsk bedoelen – bereid zijn zichzelf te zien als onderdeel van de Oekraïense staat. Dat is van fundamenteel belang. Ik denk dat dit standpunt moet worden beschouwd als een gezonde basis voor de start van substantiële onderhandelingen.

    Er voltrekt zich een humanitaire ramp in deze regio’s. En iedereen doet alsof er niets aan de hand is

    Er moet een wet komen over gemeenteraadsverkiezingen in deze gebieden, en een amnestiewet. Dit alles moet gebeuren, zo schrijven de Akkoorden van Minsk voor, in samenwerking met de Volksrepubliek Donetsk en de Volksrepubliek Loegansk.

    Het probleem is dat de huidige autoriteiten in Kiev niet eens met deze mensen willen praten. Daar kunnen wij niets aan doen. Alleen onze Europese en Amerikaanse partners kunnen daar invloed op uitoefenen. Er is geen reden ons met sancties te dreigen. Wij hebben daar niets mee te maken, zij vertegenwoordigen niet ons standpunt. Wij streven de tenuitvoerlegging van de Akkoorden van Minsk na.

    Het is van eminent belang de economische en sociale wederopbouw van deze gebieden ter hand te nemen. Wat is daar precies voorgevallen? De huidige autoriteiten in Kiev hebben ze eenvoudigweg van de rest van het land afgesneden. Ze hebben alle sociale uitkeringen stopgezet – de pensioenen, de werkloosheidsuitkeringen; ze hebben het bankensysteem losgekoppeld, een regelmatige energievoorziening onmogelijk gemaakt, enzovoort. Dus u ziet, er voltrekt zich een humanitaire ramp in deze regio’s. En iedereen doet net alsof er niets aan de hand is.

    Onze Europese collega’s hebben bepaalde verplichtingen op zich genomen. In het bijzonder hebben zij beloofd te zullen helpen het banksysteem in deze gebieden te herstellen. Ten slotte geloof ik, omdat we praten over wat er kan en moet worden gedaan, en door wie, dat de Europese Unie zeker meer financiële steun aan Oekraïne kan bieden. Dit zijn de voornaamste punten.

    Ik wil graag benadrukken dat Rusland geïnteresseerd is in en zal streven naar de volledige en onvoorwaardelijke tenuitvoerlegging van de Akkoorden van Minsk, en ik geloof niet dat er vandaag de dag een andere manier is om dit conflict op te lossen.

    De leiders van de zelfuitgeroepen republieken hebben overigens publiekelijk verklaard dat zij onder bepaalde voorwaarden – waarmee ze de implementatie van de Akkoorden van Minsk bedoelen – bereid zijn zichzelf te zien als onderdeel van de Oekraïense staat. Dat is van fundamenteel belang. Ik denk dat dit standpunt moet worden beschouwd als een gezonde basis voor de start van substantiële onderhandelingen.

    Vladimir Poetin na zijn ontmoeting met de Italiaanse president Sergio Mattarella in Rome. – © Reuters
    Vladimir Poetin na zijn ontmoeting met de Italiaanse president Sergio Mattarella in Rome. – © Reuters

    Paolo Valentino
    U zegt dus dat het scenario dat zich op de Krim heeft afgespeeld zich in het oosten van Oekraïne beslist niet zal herhalen?

    Vladimir Poetin
    Het scenario van de Krim is geen weerspiegeling van het Russische standpunt, maar dat van de mensen die op de Krim wonen.
    Al onze daden, inclusief die waarbij geweld is gebruikt, waren niet bedoeld om dit grondgebied van Oekraïne af te nemen, maar om de mensen die daar wonen in de gelegenheid te stellen hun mening te geven over hoe ze hun leven willen leiden.

    Ik wil dit graag nog eens benadrukken, zoals ik al meerdere malen heb gedaan: als de Albanezen in Kosovo dit mochten, waarom de Russen, Oekraïners en Krim-Tataren die op de Krim wonen dan niet? Het besluit over de onafhankelijkheid van Kosovo werd overigens exclusief door het parlement van Kosovo genomen, terwijl in de Krim een regio-breed referendum is gehouden. Ik denk dat een gewetensvolle waarnemer louter heeft kunnen zien dat de mensen vrijwel unaniem vóór hereniging met Rusland hebben gestemd.

    Ik wil degenen die deze stemming niet willen erkennen vragen of zij zichzelf als democraten beschouwen en wat ‘democratie’ voor hen precies inhoudt. Voor zover ik weet, is ‘democratie’ de heerschappij van het volk, of de heerschappij die is gebaseerd op de wil van het volk. De oplossing voor de kwestie van de Krim moet dus op de wil van de mensen die daar wonen zijn gebaseerd.

    In Donetsk en Loegansk hebben de mensen voor onafhankelijkheid gestemd, maar de situatie daar is anders. Toch is het belangrijkste, iets wat we altijd in ons achterhoofd moeten houden, dat we de gevoelens en de keuzes die mensen maken altijd moeten respecteren. En als iemand wil dat deze territoria deel blijven uitmaken van Oekraïne, moeten ze deze mensen duidelijk maken dat hun levens beter, comfortabeler en veiliger zullen zijn binnen de contouren van de eenheidsstaat; dat ze binnen deze staat voor zichzelf zullen kunnen zorgen en de toekomst van hun kinderen zullen kunnen verzekeren. Maar je kunt mensen nooit met wapengeweld overtuigen. Dit soort kwesties kan slechts op vreedzame wijze worden opgelost.

    Paolo Valentino
    Over vrede gesproken, de landen die deel uitmaakten van het Warschaupact en vandaag de dag NAVO-landen zijn, zoals de Baltische staten en Polen, voelen zich bedreigd door Rusland. De NAVO heeft besloten speciale strijdkrachten in het leven te roepen om deze zorgen het hoofd te bieden. Mijn vraag is of het Westen gelijk heeft met zijn voornemen ‘de Russische beer’ in toom te houden. En waarom blijft Rusland zo’n strijdlustige toon aanslaan?

    Vladimir Poetin
    Rusland praat met niemand op strijdlustige toon, en in zulke zaken – om een politiek figuur uit het verleden, Otto von Bismarck, aan te halen – zijn het niet de discussies maar is het het potentieel dat telt. En wat laat dit feitelijke potentieel ons zien? De Amerikaanse militaire uitgaven zijn hoger dan die van alle andere landen in de hele wereld samen. De gezamenlijke militaire uitgaven van de NAVO-landen zijn tien maal – let op, tien maal – zo hoog als die van de Russische Federatie. Rusland heeft bijna geen bases in het buitenland. We hebben de restanten van onze strijdkrachten (die nog dateren uit de Sovjettijd) in Tadzjikistan, aan de grens met Afghanistan, een gebied waar de terreurdreiging bijzonder hoog is. Dezelfde rol speelt onze luchtbasis in Kirgizië; die is ook bedoeld om een wal op te werpen tegen de terreurdreiging en is ooit opgezet op verzoek van de Kirgizische autoriteiten, na een aanval van terroristen uit Afghanistan op Kirgizië.

    We hebben sinds de Sovjettijd een militaire eenheid op een basis in Armenië. Die speelt een zekere stabiliserende rol in de regio, maar is tegen niemand in het bijzonder gericht. We hebben onze bases in diverse regio’s van de wereld, waaronder Cuba, Vietnam, enzovoort, ontmanteld. Dit betekent dat ons beleid in dit opzicht niet mondiaal, offensief of agressief is.

    Ik nodig u uit om een wereldkaart in uw krant te publiceren, waarop alle Amerikaanse militaire bases staan. U zult het verschil zien.
    Soms worden mij vragen gesteld over onze vliegtuigen die ergens ver weg vliegen, boven de Atlantische Oceaan. Het patrouilleren door strategische vliegtuigen in afgelegen regio’s werd tijdens de Koude Oorlog alleen door de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten uitgevoerd. Begin jaren negentig zijn wij, het nieuwe, moderne Rusland, met deze vluchten gestopt, maar onze Amerikaanse vrienden bleven maar langs onze grenzen vliegen. Waarom? Een paar jaar geleden hebben wij deze vluchten hervat. En u wilt beweren dat wij agressief zijn geweest?

    Amerikaanse onderzeeërs verkeren permanent in staat van hoogste paraatheid, vlak buiten de Noorse kust; ze zijn uitgerust met raketten die Moskou binnen zeventien minuten kunnen bereiken. Maar wij hebben al onze bases op Cuba lang geleden ontmanteld, zelfs de niet-strategische. En u noemt ons agressief? U heeft zelf de expansie van de NAVO in het oosten genoemd. Wij expanderen nergens; het is de NAVO-infrastructuur, inclusief de militaire, die zich naar onze grenzen toe beweegt. Is dat een blijk van onze agressie?

    Tenslotte hebben de Verenigde Staten zich eenzijdig teruggetrokken uit het ABM-verdrag tegen ballistische raketten, dat in grote mate de hoeksteen vormde van het hele internationale veiligheidssysteem. Antiraketsystemen, bases en radars bevinden zich op Europees grondgebied of in de zee, bijvoorbeeld in de Middellandse Zee, en in Alaska. We hebben heel vaak gezegd dat dit de internationale veiligheid ondermijnt. Vindt u dat ook een uiting van onze agressie?

    Alles wat we doen is slechts een reactie op de dreigingen die ons omringen. Bovendien is wat wij doen beperkt in omvang, maar voldoende om de veiligheid van Rusland te garanderen. Of had iemand verwacht dat Rusland eenzijdig zou ontwapenen?
    Ik heb onze Amerikaanse partners voorgesteld zich niet eenzijdig uit het verdrag terug te trekken, maar samen een nieuw ABM-systeem in het leven te roepen, met zijn drieën: Rusland, de Verenigde Staten en Europa. Maar dit voorstel werd afgewezen. Wij zeiden destijds: ‘Dit is een duur systeem, en de doelmatigheid ervan is niet bewezen, maar om het strategisch evenwicht te garanderen zullen wij ons strategisch-offensieve potentieel moeten ontwikkelen en systemen van overweldigende antiballistische defensie moeten opbouwen.’ En ik moet zeggen dat we op dit terrein aanzienlijke vorderingen hebben gemaakt.

    Wat de zorgen van sommige landen over de mogelijk agressieve daden van Rusland aangaat, denk ik dat slechts een krankzinnig persoon, en dan nog alleen in zijn dromen, zich kan voorstellen dat Rusland plotseling de NAVO aanvalt. Ik denk dat sommige landen eenvoudigweg profiteren van de angst die mensen omtrent Rusland koesteren. Zij willen graag de rol van landen ‘in de frontlinie’ spelen, waardoor ze een beroep kunnen doen op extra militaire, economische, financiële en andere hulp. Daarom slaat het nergens op dit idee te ondersteunen; het is absoluut zinloos. Maar sommigen kunnen belang hebben bij het aanmoedigen van dergelijke angsten. Ik kan daar alleen maar naar gissen.

    De Amerikanen willen bijvoorbeeld niet dat Rusland toenadering zoekt tot Europa. Dat weet ik niet zeker, het is slechts een hypothese. Laten we veronderstellen dat de Verenigde Staten hun leiderschap in de Atlantische Gemeenschap willen behouden. Dan is er een externe dreiging, een externe vijand nodig om dat leiderschap te verzekeren. Iran is duidelijk niet genoeg – die dreiging is niet groot genoeg. Wie kan er dan wel genoeg angst aanjagen? En plotseling is er die crisis in Oekraïne. Rusland wordt gedwongen te reageren. Misschien was het kwade opzet, dat weet ik niet. Maar wij hadden er niets mee te maken.

    Laat mij u iets zeggen – het is niet nodig om bang te zijn voor Rusland. De wereld is zo drastisch veranderd dat mensen met enig gezond verstand zich zo’n grootschalig militair conflict vandaag de dag niet eens meer kunnen voorstellen. Ik verzeker u dat we andere dingen hebben om over na te denken.

    Het hedendaagse terrorisme lijkt in al zijn verschijningsvormen sterk op het nazisme

    Paolo Valentino
    Maar u werkt met de Verenigde Staten samen inzake Iran, en het bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry heeft in dit verband opnieuw een boodschap doen uitgaan. Of zie ik dat verkeerd?

    Vladimir Poetin
    Nee, u ziet dat goed – het klopt. We werken niet alleen samen op het gebied van het Iraanse nucleaire programma, maar ook bij andere serieuze kwesties. Ondanks de Amerikaanse terugtrekking uit het ABM-verdrag zetten wij onze dialoog over wapenbeheersing voort.

    We zijn niet alleen maar partners; ik zou zeggen dat we bondgenoten zijn als het gaat om de aanpak van kwesties als de non-proliferatie van massavernietigingswapens. We zijn ongetwijfeld bondgenoten in de strijd tegen het terrorisme. Er zijn ook andere terreinen waarop we samenwerken. Het centrale thema van de Expo Italiano, die u eerder noemde, is een ander voorbeeld van ons gezamenlijke werk. Er zijn veel kwesties die we gezamenlijk blijven aanpakken.

    Paolo Valentino
    Meneer Poetin, op 9 mei heeft Rusland de zeventigste verjaardag gevierd van de Grote Overwinning, waardoor uw land en heel Europa van het nazisme bevrijd werden. Geen land ter wereld heeft zo’n bloedige prijs voor deze overwinning betaald als Rusland. Maar er stonden geen westerse leiders naast u op het Rode Plein. Il Corriere della Sera heeft de brief van Silvio Berlusconi gepubliceerd waarin hij deze leiders bekritiseert wegens hun afwezigheid. Ik heb twee vragen die daarmee samenhangen.
    Denkt u dat ze door hun afwezigheid te weinig respect toonden voor het Russische volk? Wat betekent de herinnering aan de Grote Patriottische Oorlog voor de Russische identiteit vandaag de dag?

    Vladimir Poetin
    Dit is geen kwestie van identiteit. Identiteit is gegrondvest op cultuur, taal en geschiedenis. Deze oorlog is een tragische bladzijde uit onze geschiedenis. Als we zulke dagen vieren, die feestelijk maar ook droevig zijn, gezien het aantal levens dat in die oorlog verloren is gegaan, denken we aan de generaties die onze vrijheid en onafhankelijkheid mogelijk hebben gemaakt, aan degenen die het nazisme overwonnen hebben. We denken ook aan het feit dat niemand het recht heeft deze tragedie te vergeten, vooral omdat we moeten bedenken hoe we een herhaling van zoiets in de toekomst kunnen voorkomen. Dit zijn niet alleen maar woorden; het is geen ongefundeerde angst.

    Vandaag de dag horen we sommige mensen bijvoorbeeld zeggen dat er niet zoiets heeft plaatsgevonden als de holocaust. We zijn getuige van pogingen om de nazi’s en hun collaborateurs te verheerlijken. Dat is nu deel van ons leven geworden. Het hedendaagse terrorisme lijkt in al zijn uiteenlopende verschijningsvormen sterk op het nazisme: er is zelfs nauwelijks verschil tussen. Wat de collega’s betreft die u noemde, het is uiteraard hun persoonlijke keuze om wel of niet naar Moskou te komen en aan de festiviteiten deel te nemen. Ik denk dat ze niet in staat waren door de huidige complexiteit in de internationale betrekkingen heen te kijken, naar iets veel belangrijkers dat niet alleen verbonden is met het verleden, maar ook met de noodzaak om voor onze gemeenschappelijke toekomst te vechten.

    Zij hebben hun keuze gemaakt, maar deze dag is vooral onze feestdag. Er waren veteranen uit een groot aantal landen in Moskou: uit de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Polen en andere Europese landen. Het zijn deze mensen die de echte helden van deze dag zijn, en dit was heel belangrijk voor ons. Tijdens deze viering hebben we niet alleen degenen geëerd die het nazisme in de Sovjet-Unie bestreden; we hebben ook de verzetsstrijders in Duitsland zelf, in Frankrijk en in Italië herdacht. We herdenken hen allemaal en brengen hulde aan alle mensen die zichzelf niet hebben gespaard in de strijd tegen het nazisme.
    We begrijpen maar al te goed dat het de Sovjet-Unie was die de beslissende bijdrage heeft geleverd aan de Overwinning en de ernstigste verliezen heeft geleden in de strijd tegen het nazisme. Het is niet alleen een militaire overwinning voor ons, maar ook een morele. Vrijwel ieder gezin heeft in deze oorlog wel iemand verloren. Hoe kunnen we dat vergeten? Dat is onmogelijk.

    De Russische oppositie zou vaker geïnterviewd worden als ze iets interessants te melden had

    Paolo Valentino
    Er zijn nog een paar korte vragen over.

    Vladimir Poetin
    Dan hoop ik maar dat ze inderdaad kort zullen zijn.

    Luciano Fontana
    U bent een zeer populair leider in Rusland, maar in andere landen en zelfs in uw eigen land wordt u vaak autoritair genoemd. Waarom is het zo moeilijk in Rusland tot de oppositie te behoren?

    Vladimir Poetin
    Wat is daar zo moeilijk aan? Als de oppositie bewijst dat zij de problemen waar een district, een regio of het hele land voor staan kan aanpakken, zullen de mensen dat volgens mij altijd opmerken. Het aantal partijen in ons land heeft zich vermenigvuldigd. De afgelopen jaren hebben we de procedure om een politieke partij op te richten, en die naar een regionaal en nationaal niveau te tillen, geliberaliseerd. Het gaat allemaal over hun vermogen om met het electoraat, met het volk, samen te werken.

    Paolo Valentino
    Waarom worden de oppositieleden dan zo zelden geïnterviewd op de belangrijkste Russische televisiezenders?

    Vladimir Poetin
    Ik denk dat ze vaker geïnterviewd zouden worden als ze iets interessants te melden zouden hebben. Wat de politieke concurrentie aangaat, weten we dat er diverse middelen tegen politieke rivalen kunnen worden ingezet. Kijk maar naar de meest recente geschiedenis van Italië.

    Paolo Valentino
    Meneer de president, Griekenland heeft te kampen met tal van problemen in zijn betrekkingen met Europa. Als Griekenland de eurozone verlaat, zou Rusland dan bereid zijn om politieke en economische steun te bieden?

    Vladimir Poetin
    We bouwen aan onze betrekkingen met Griekenland, ongeacht de vraag of dat land lid is van de EU, de eurozone of de NAVO. We onderhouden van oudsher nauwe en goede betrekkingen met Griekenland, wat de reden is dat het aan de Grieken zelf is om een soeverein besluit te nemen over de vraag van welke unie en zone ze deel willen uitmaken. Maar we kunnen niet weten wat er in de toekomst zal gebeuren, dus het zou verkeerd of zelfs schadelijk zijn voor de Griekse en de Europese economie als we – zoals het gezegde luidt – zouden proberen ‘koffiedik te kijken’.

    Voor een economie als de Griekse zijn er bepaalde problemen die worden veroorzaakt door de gemeenschappelijke Europese regels. Ze kunnen de drachme niet devalueren, want die hebben ze niet meer; ze zitten met hun hele hebben en houwen aan de euro vast. Hun grenzen zijn helemaal open voor Europese goederen, wat voordelig is voor op de export gerichte economieën. Gemeenschappelijke besluiten worden genomen over sectoren als de landbouw en de visserij, waar Griekenland bepaalde concurrentievoordelen zou kunnen hebben, maar er zijn ook grenzen.

    Een andere sector waarin het land in het voordeel is, is uiteraard die van het toerisme, maar dat heeft betrekking op het Schengengebied en er zijn bepaalde beperkingen. Wij hebben een visa-overeenkomst met Turkije, waardoor vorig jaar 5 miljoen Russische toeristen dat land konden bezoeken, terwijl er nog geen miljoen Russische toeristen naar Griekenland zijn gegaan – voor zover ik weet slechts zo’n 300.000. Maar Griekenland krijgt leningen en financiële steun uit de Europese schatkist, en het land heeft toegang tot de Europese arbeidsmarkt. Er zijn ook andere voordelen verbonden aan het lidmaatschap van de Europese familie. Het is niet aan ons hier in Rusland om te besluiten wat voordeliger is voor Griekenland. Opnieuw is het aan het Griekse volk om een soeverein besluit te nemen, in overleg met hun Europese partners.

    Paolo Valentino
    Ik zou u graag nog twee korte vragen willen stellen.

    Vladimir Poetin
    Blijven we hier dan tot de ochtend?

    Paolo Valentino
    We zien in deze zaal vier Russische tsaren. Welke historische figuur inspireert u het meest?

    Vladimir Poetin
    Weet u, mensen stellen mij die vraag heel vaak. Ik geeft er de voorkeur aan hem te ontwijken, want het antwoord is dikwijls voor velerlei uitleg vatbaar (lacht). Ik zal het dus zo zeggen: ik probeer niemand te idealiseren. Of beter gezegd: ik word in mijn werk geleid door de belangen van het Russische volk, rekening houdend met alles wat voorheen is gebeurd en de omstandigheden waarin we vandaag de dag leven. Ik probeer een indruk te krijgen van de manier waarop we ons leven, onze economie en ons beleid moeten vormgeven – in de allereerste plaats ons binnenlands beleid, maar ook ons buitenlands beleid, vanuit het perspectief van de middellange of lange termijn.

    Er zijn veel goede voorbeelden, zowel in de Russische als in de Europese geschiedenis. Maar al die mensen hebben onder bepaalde omstandigheden geleefd en gewerkt. Het belangrijkste is dat je eerlijk tegen jezelf bent, en tegen de mensen die jou dit werk hebben toevertrouwd.

    Luciano Fontana
    Eén laatste vraag. Waar heeft u het meeste spijt van? Wat vindt u een vergissing die u nooit meer wilt begaan?

    Vladimir Poetin
    Ik zal eerlijk tegen u zijn. Ik kan me zoiets niet voor de geest halen. Bij Gods gratie heb ik nergens spijt van.

    Luciano Fontana
    U bent een gelukkig iemand.

    Vladimir Poetin
    Dat ben ik, godzijdank.