De VS zijn niet meer het symbool van de vrije wereld, stelt hij
De Franse Europarlementariër Raphaël Glucksmann deed onlangs een symbolische oproep aan de VS om het Vrijheidsbeeld aan Frankrijk terug te geven. Volgens hem hebben de VS onder Trump hun reputatie als symbool van de vrije wereld verspeeld. ‘Als jullie regering niet langer geïnteresseerd is in de vrije wereld, dan zullen wij hier in Europa de fakkel overnemen,’ schreef hij op X, geciteerd door Le Figaro.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Ik zou hier simpelweg niet zijn geweest als honderdduizenden jonge Amerikanen niet op onze stranden in Normandië waren geland,’ begon Glucksmann zijn tweet lovend. ‘Maar het Amerika van die helden vocht tégen tirannen, niet vóór hen. Het was de vijand van het fascisme, niet de vriend van Poetin.’ Karoline Leavitt, de woordvoerder van het Witte Huis, zei in een reactie dat het ‘aan de VS te danken is dat de Fransen nu geen Duits spreken (…) Ze zouden ons geweldige land heel erkentelijk moeten zijn.’
De vrijheid van meningsuiting is altijd in gevaar. Op alle continenten. Dit dossier is gewijd aan de activisten die door Amnesty International naar voren geschoven zijn; van Tunesië tot Canada en Polen, vervolgd omdat ze zich uitgesproken hebben.
Journalist Tobias Haberl van Süddeutsche Zeitung is pertinent tegen het afschaffen van contant geld. Een wereld zonder bankbiljetten en munten? Hij moet er niet aan denken – ook om politieke redenen. ‘Wie contant betaalt, laat geen sporen na en is minder berekenbaar, minder stuurbaar.’
Het was maar een kort berichtje afgelopen januari, maar omdat kleine nieuwsfeitjes vaak grote rampen blijken te zijn, sloeg me de schrik om het hart: elektronicawinkel Gravis, met veertig vestigingen in Duitsland, neemt geen contant geld meer aan. Je mag me cynisch of harteloos vinden, maar toen ik het hoorde, kon ik opeens aan niets anders meer denken; niet aan de oorlog, de elektriciteitsprijs, de klimaatverandering, het met de week afnemende aantal parkeerplaatsen bij mij in de buurt. Ineens had ik weer dat gevoel dat me al jaren achtervolgt: de angst dat er binnenkort wellicht geen bankbiljetten en munten meer zijn, en als ze er wel zijn, dan heb je er niets aan, zoals toen ik onlangs in een café mijn cappuccino niet kon betalen omdat ik wel een biljet van 100 euro, maar geen creditcard, laat staan een smartwatch bij me had.
De laatste tijd is die angst groter en op een of andere manier reëler geworden. Soms betrap ik mezelf erop dat ik me afvraag waarheen ik zou kunnen emigreren als cash al tijdens mijn leven verdwijnt. Nu de hele wereld uit zijn voegen raakt, kun je mijn paniek absurd of belachelijk vinden, maar aan de andere kant: is het in de loop van de geschiedenis niet altijd zo gegaan dat we ons concentreerden op de zogenaamde urgente problemen, terwijl andere, soms veel ernstiger kwesties uitgroeiden tot een catastrofe die door gebrek aan verantwoordelijkheid of uit naïviteit werd genegeerd? Onze afhankelijkheid van Russisch gas bijvoorbeeld?
Oké, het zal nog wel even duren, maar het gaat gebeuren, en de signalen zijn steeds duidelijker: dit najaar wil de Europese Centrale Bank een besluit nemen over het invoeren van de ‘digitale euro’, een elektronische versie van onze gemeenschappelijke munt. Al maanden wordt fel gediscussieerd over het verlagen van het plafond voor betalingen in contanten, soms zeggen ze 10.000 euro, dan weer 7000 euro. Tijdens de pandemie, toen bankbiljetten en munten (ten onrechte) als virusdragers werden bestempeld, bloeide niet alleen de onlinehandel op, maar zag je ineens ook overal pinapparaten verschijnen waar ze daarvóór niet waren, zelfs in het café op de hoek en in dönerzaken. Onlangs heb ik voor het eerst een onderbroek gekocht bij een zelfbedieningskassa. Ik hoefde hem maar in een bak te deponeren, model en prijs werden automatisch gescand, en dan: betalen met een kaart. O ja, mijn supermarkt doet daar nu ook aan mee. En laatst las ik een stukje waarin een auteur heel grappig en een beetje deprimerend beschreef hoe ze in Londen van haar pondbiljetten probeerde af te komen. Forget it. ‘Sorry, love, no cash’, kreeg ze vaak te horen. Inmiddels hebben zelfs straatmuzikanten een pinapparaat.
Het zou niet de eerste keer zijn dat we een stuk vrijheid opgeven voor het gemak en de zogenaamde veiligheid
De laatste zes jaar is het aandeel contante betalingen in de eurozone gedaald van 79 naar 59 procent. Zelfs Duitsers betalen steeds vaker digitaal, ook al houden ze traditioneel veel meer van cash dan bijvoorbeeld Scandinaviërs, die op de boerenmarkt zelfs appels met hun mobieltje betalen. Ook al zegt meer dan twee derde dat ze bankbiljetten en munten absoluut niet kwijt willen, ze gebruiken ze steeds minder. In Berlijn ligt het aandeel contante betalingen al onder de 26 procent. Het is net als met die gezellige boekhandel om de hoek: je bent blij dat hij er is, maar je bestelt je boeken toch veel te vaak bij Amazon. Weliswaar zijn eurobiljetten nog steeds het ‘enige onbeperkte wettige betaalmiddel’, maar als steeds minder mensen contant betalen, als het voor handelaren niet meer loont contant geld aan te nemen omdat de kosten in verhouding tot de omzet te hoog zijn, dan hoeft het niet eens formeel afgeschaft te worden, het sterft vanzelf uit, het mendelt uit, je raakt het per ongeluk kwijt. Het zou niet de eerste keer zijn dat we een stuk vrijheid opgeven voor het gemak en de zogenaamde veiligheid. In het digitale tijdperk lijkt het altijd te gaan om het afschaffen van prima werkende, analoge dingen, die ons daarna weer in digitale vorm in de maag worden gesplitst. Maar dan natuurlijk wel tegen provisie en ten koste van datadiefstal en controle.
Het is ingewikkeld geworden om überhaupt nog aan contant geld te komen; ik dwaal zelf in elk geval regelmatig door voetgangerszones op zoek naar een geldautomaat. Je rekent er al niet meer op dat die gratis zal zijn. Maar overal waar vroeger bankfilialen waren, zijn nu barber- en coffeeshops met een bordje bij de kassa: ‘Wij accepteren geen contant geld’. In feite gaat het met contant geld als met broodjes leverworst of dieselauto’s: het wordt niet alleen onpraktisch gevonden, maar ook achterhaald, een anachronistisch euvel, een symbool van de fossiele en patriarchale samenleving waar we zo snel mogelijk vanaf moeten komen. Digitaal betalen daarentegen geldt als transparant, duurzaam, toekomstgericht. Dat de CO₂-voetafdruk van één enkele bitcointransactie ongeveer gelijk staat aan een vlucht van New York naar Sydney? Wat kan het schelen. ‘Over twintig jaar denken we waarschijnlijk niet eens meer na over hoe we betalen,’ zegt Mastercard-directeur Michael Miebach. ‘Misschien gebeurt het met een knipoog, of met een glimlachje. Aan dat soort dingen werken we al.’
Eerlijk gezegd kan ik soms zelf niet geloven dat we in 2023 nog altijd betalen met een stukje papier met een getal erop. Het doet me denken aan de maaltijdbonnen uit bedrijfskantines, het ontroert me op een of andere manier. Ook kan ik sommige argumenten tegen contant geld best begrijpen: wisselgeld wordt overbodig, witwassen ingewikkelder, overvallen lonen niet meer. Bedrijven besparen personeel en geld, omdat contant geld geadministreerd, geteld en naar de bank gebracht moet worden. De productie van munten en biljetten valt weg; het fabriceren van één 1 eurocentmuntje kost tenslotte maar liefst 1,65 cent. En ja, ook ik word ongemakkelijk als vóór me aan de kassa een oudere heer minutenlang muntjes in zijn handpalm heen en weer schuift, er ook nog een laat vallen, zich bukt, niet meer overeind kan komen, enzovoort.
De Bundesbank heeft onlangs laten onderzoeken hoe lang de verschillende betalingsprocessen duren. Volgens dat onderzoek gaat betalen met smartphone of smartwatch het snelst (14 seconden), gevolgd door contactloos betalen zonder pincode (15,2 seconden), contant betalen (18,7 seconden), contactloos betalen met kaart en pincode (23,3 seconden) en tot slot de kaartbetaling waarbij de kaart wordt ingestoken (25,7 seconden). We zouden dus een paar seconden kunnen besparen, maar waarvoor? Let wel, ik heb niets tegen kaarten op zich, alleen tegen de beperking van mijn keuzemogelijkheden. Is het dat ik geen verstand van financiën heb, sentimenteel ben of sceptisch sta tegenover technologie? Waarschijnlijk niet. Ook vooraanstaand econoom Peter Bofinger zegt: ‘Een digitale euro is als alcoholvrije wijn. Wat wijn voor de meeste mensen waardevol maakt, is de alcohol, bij contant geld het feit dat het fysiek is.’
Erotische band
Ik heb een lichamelijke, bijna erotische band met contant geld. Ik zal het nooit in een portemonnee stoppen, ik heb het in mijn broekzak, wil het voelen, het horen rinkelen. Het gaat me ook niet om de waarde, maar om de aura, de materialiteit ervan. In Der Ring des Nibelungen van Wagner bezingen de Rijndochters het goud dat op de bodem van de rivier ligt ook niet omdat het waardevol is, maar omdat het zo mooi glanst. Dat is zo ongeveer hoe ik me voel. Een bundeltje bankbiljetten met een elastiekje erom? Love it. Ik weet nog dat ik als jongetje op Wereldspaardag met mijn spaarpot (een blauwe motorhelm) aandachtig luisterde hoe de muntjes door de mechanische telmachine ratelden. Ik hou trouwens van versleten munten en verkreukelde, gescheurde en weer slordig aan elkaar geplakte biljetten. Als ik er een in mijn vingers krijg, denk ik niet aan ziektekiemen of bacteriën, maar aan hoe het met de mensen zou gaan die het voor mij in handen hebben gehad en wat ze ermee hebben betaald: iets om mee op te scheppen of iets om te overleven? Iets overbodigs of iets noodzakelijks? Het klinkt misschien gek, maar even voel ik dan hoe alles met alles samenhangt, ik voel geschiedenis en noodlot, tragedie en geluk. Vroeger vond ik het mooi als iemand op het werk met een A5-envelopje van bureau naar bureau liep om geld in te zamelen voor de verjaardag van een collega. Sinds er alleen nog maar Paypal-gegevens worden rondgestuurd, geef ik niets meer.
Geld dat alleen nog uit datarecords bestaat, verliest zijn karakter. Het vertelt geen verhalen meer. Terwijl contant geld mensen met elkaar in contact brengt en ontmoetingen bewerkstelligt omdat het ‘overhandigd’ wordt. Als ik een bedelaar 50 cent geef, is het bijna altijd op het moment dat het muntje rinkelend in zijn beker valt, dat hij even opkijkt en onze blikken elkaar ontmoeten. Bent u weleens in een minibus door een Afrikaanse stad gereden? De munten worden van de achterste rij naar voren aan de chauffeur doorgegeven; even zijn alle inzittenden met elkaar verbonden, ze draaien zich om of tikken de man voor hen op de schouder, een choreografie van de solidariteit. Nu kun je natuurlijk zeggen dat je helemaal geen zin hebt om vreemde mensen aan te raken of in een gesprek betrokken te worden, maar dat is nou juist het probleem: dat we, nu alles steeds digitaler wordt, ons door spontane ontmoetingen eerder lastiggevallen dan verrijkt voelen. En contant geld heeft nog meer voordelen: er is geen elektriciteit voor nodig, het beschermt ons tegen phishing, behoedt ons voor negatieve rente en werkt disciplinerend, omdat het nu eenmaal makkelijker is een plastic kaartje op een pinapparaat te houden dan een briefje van 200 euro op tafel te knallen. Contant geld is nu eenmaal geen fictieve grootheid, maar heerlijk reëel.
Ik hou ervan dingen aan te raken en ernaar te kijken. Het maakt me nerveus dat zoveel dingen zich tegenwoordig aan hun aanschouwelijkheid onttrekken door zich te verstoppen op geheugenchips of in een cloud. Als alles onzichtbaar wordt, voel ik me hulpeloos, alsof belangrijke informatie me opzettelijk wordt onthouden. Ik besef dat er zonder contant geld geen koffers vol geld meer de kantoren van de EU kunnen worden binnengesmokkeld, maar ik heb zo’n idee dat via digitale kanalen veel doortraptere fraude mogelijk is. Zo zijn cryptocurrencies een geweldige manier om de herkomst van vermogen te verhullen. Volgens het Crypto Crime Report – ja, zoiets bestaat intussen – werd in 2022 minstens 23,8 miljard dollar witgewassen – een toename van 68 procent vergeleken met een jaar daarvoor. Na een cyberaanval wordt het losgeld allang niet meer in een plastic tas bij een benzinestation aan de snelweg betaald, maar in Bitcoin. Helaas worden niet alleen het recherchewerk, maar ook de criminelen steeds moderner, geraffineerder en digitaler.
Elke opwelling, elk verlangen, elk geheim, smerig of niet, kan door dataverzamelaars worden geregistreerd
En als techbedrijven, die hun miljarden toch al met onze persoonlijke data verdienen, de ene na de andere digitale betaaldienst ontwikkelen, ga ik er niet vanuit dat ze dat uit naastenliefde doen. Nieuwe mogelijkheden gaan altijd gepaard met nieuwe beperkingen. Bijna altijd hebben praktische oplossingen voor alledaagse problemen een prijs. Voor banken, techbedrijven en creditcardaanbieders is contant geld een nachtmerrie: hoe minder ervan is, hoe meer ze verdienen. Mocht het op een dag daadwerkelijk worden afgeschaft, dan zijn we definitief aan hen overgeleverd als volmaakt voorspelbare, transparante mensen. Al onze gewoontes, voorliefdes en wensen waar we geld voor uitgeven, zijn dan niet alleen toegankelijk voor de bedrijven die dat afhandelen, maar via big-data-applicaties ook voor alle aanbieders van goederen en diensten, voor de overheid en de geheime diensten. Elke opwelling, elk verlangen, elk geheim, smerig of niet, kan door dataverzamelaars worden geregistreerd, gevolgd en tegen ons worden gebruikt wanneer onze betalingsgegevens aan andere informatie worden gekoppeld, wat hoogstwaarschijnlijk ook zal gebeuren. Daarom gebruikt China al jaren de ‘digitale yuan’, daarom introduceert Rusland nu de ‘digitale roebel’.
Zonder contant geld verliezen we ons laatste restje vrijheid, wordt onze zogenaamd vrije samenleving een stuk gecontroleerder en ondemocratischer. Het is dan niet langer mogelijk op straat een munt van twee euro te vinden en onopgemerkt door de overheid, laten we zeggen, een appel te kopen. Het klinkt misschien banaal, maar het is van cruciaal belang dat u niet van deze aankoop kunt worden weerhouden, dat u de toegang daartoe niet kan worden ontzegd en u niet om een update of wachtwoord kunt worden gevraagd. Wie contant betaalt, laat geen sporen na en is minder berekenbaar, minder stuurbaar. Natuurlijk bevalt dat sommige mensen niet. En juist daarom is het belangrijk. Wie contant betaalt, is een vrijer mens.
Deze performancekunstenaar, die al sinds juli 2021 gevangenzit, blijft vanuit zijn cel zijn hoop op vrijheid verkondigen, berichtte de in Florida gevestigde website CubaNet.
Op maandag 23 mei 2022 heeft Luis Manuel Otero Alcántara voor de eerste keer van zich laten horen sinds hij op 11 juli 2021 werd gearresteerd toen hij zich probeerde aan te sluiten bij een betoging die op die dag op Cuba werd gehouden. De gesproken boodschap van deze Cubaanse ‘artivist’ [een kruising van de woorden ‘artiest’ en ‘activist’], die in een zwaarbewaakte gevangenis in Guanajay zit, is op Facebook gezet door kunstconservator Claudia Genlui: hij vraagt alle Cubanen ‘te blijven hopen dat het goede, de waarheid en de vrijheid zullen zegevieren’. ‘Ik wil iedereen vragen de vrije kunst, mijn kunst, te steunen, waar het ook is. Laat me niet in de steek, laten we Cuba niet in handen van een dictator of van het lot laten blijven.’
Trots
Otero Alcántara liet ook weten dat zijn gezondheid ‘naar omstandigheden goed’ is en hij heeft de na-bestaanden gecondoleerd van de slachtoffers van de ontploffing op 6 mei in Hotel Saratoga. Daarnaast bedankte hij ‘alle verlichte personen en instituties die zich bekommeren om en zich bezighouden met mijn snelle invrijheidstelling en die van alle andere politieke gevangenen die zich hebben ingezet voor de bevrijding van Cuba. Het is bijna een jaar geleden dat het Cubaanse volk op een vreedzame en ongehoorde manier massaal begon op te komen voor zijn vrijheid. Ik heb het afgelopen jaar nog niet gezegd hoe trots ik erop ben Cubaan te zijn, en hoe trots ik ben op mijn landgenoten, of ze nu op het eiland wonen of in ballingschap leven. Ik weet zeker dat de vrijheid heel, heel gauw zal komen.’
CUBA
LUIS MANUEL OTERO ALCÁNTARA
Luis Manuel Otero Alcántara is een van de krachtige stemmen van het collectief San Isidro, dat bestaat uit kunstenaars, journalisten en activisten en zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting op Cuba. Op 2 mei 2021 hebben agenten van de staatsveiligheidsdienst deze kunstenaar onder dwang naar een ziekenhuis gebracht toen hij in hongerstaking was om te protesteren tegen de inbeslagname van zijn werk door de autoriteiten. Na zijn vrijlating een maand later kondigde hij op 11 juli 2021 online aan dat hij zou deelnemen aan een van de grootste betogingen die Cuba sinds decennia had meegemaakt. Voordat de betoging begon werd hij gevangengezet. Na een proces achter gesloten deuren werd hij in juni 2022 tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld.
WAT EIST AMNESTY?
Zijn onmiddellijke en onvoorwaarde- lijke invrijheidstelling en het verlenen van de vereiste medische zorg.
Ook noemde Alcántara zichzelf ‘een kunstenaar en een mens die strijdt voor zijn vrijlating uit deze onrechtvaardige gevangenis’ maar verklaarde hij ook dat zijn liefde voor de vrije kunst ‘met de dag vastberadener’ werd en zijn ‘liefde voor zijn medemensen en Cuba met de dag onwankelbaarder’. ‘Het enige perspectief op vrijheid dat het regime me de afgelopen maanden heeft geboden is ballingschap ver buiten Cuba, of anders zeven jaar gevangenisstraf.’ Ook bracht hij de jaren van ‘onmenselijke vervolging en repressie door het Cubaanse regime’ in herinnering waaronder hijzelf en veel van zijn vrienden hebben geleden. ‘Nu droom ik dat alle Cubanen op de wereld, wat hun politieke kleur ook is, zich verzamelen langs de Malecón-boulevard [in Havana] om Cuba te verlossen van de dictatuur zodat alle andersdenkende Cubanen niet langer vervolgd, mishandeld of gevangengezet zullen worden.’
De verklaringen van Otero Alcántara, die lid is van de Movimiento San Isidro, een groep Cubaanse kunstenaars en ontwerpers die zich verzetten tegen de censuur, werden op 23 mei bekendgemaakt, tegelijkertijd met de aankondiging door het regime van de datum waarop het proces zou beginnen tegen hem en de rapper Maykel ‘Osorbo’ Castillo.
GUATEMALA BERNARDO CAAL XOL
Bernardo Caal Xol is op 24 maart 2022 vrijgelaten. Deze Guatemalaan was tot zeven jaar en vier maanden gevangenisstraf veroordeeld nadat hij op een vreedzame manier had geprotesteerd tegen de bouw van twee hydro-elektrische centrales langs de rivier de Cahabón, die heilig is voor de Kekchi-Maya’s die daar wonen. De Amnesty- petitie voor zijn vrijlating was door meer dan vijf miljoen mensen ondertekend.
De Egyptisch-Palestijnse activist Ramy Shaath is nu weliswaar een vrij man, maar heeft in ruil daarvoor zijn Egyptische staatsburgerschap moeten opgeven. De Egyptische krant Mada Masr sprak met tegenstanders van dit beleid.
‘Niemand mag worden gedwongen te kiezen tussen vrijheid en burgerschap,’ zo liet de familie van Shaath in een officiële verklaring weten. ‘Ramy is geboren als Egyptenaar en opgegroeid als Egyptenaar, Egypte is altijd zijn thuisland geweest en zal dat altijd blijven. Gedwongen afstand van burgerschap zal daar geen verandering in brengen.’
In de tweeënhalf jaar dat Shaath gevangenzat, voerde zijn vrouw Céline Lebrun-Shaath, een Française die na zijn arrestatie Egypte werd uitgezet, een langdurige publieke campagne voor zijn vrijlating. Ook de Franse president Macron eiste zonder omhaal, in het bijzijn van de Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi, Shaaths vrijlating.
‘Wet 140 is in het leven geroepen om de vrijlating en deportatie van Greste mogelijk te maken’
Het decreet dat deze ruil mogelijk zou maken werd in november 2014 uitgevaardigd door president Al-Sisi als ‘Wet 140’ dat de repatriëring van buitenlandse gevangenen naar hun thuisland toestaat, naar goeddunken van de president, voor het uitzitten van hun straf of nieuwe berechting. Het decreet werd afgekondigd vijf maanden nadat drie journalisten van Al Jazeera – de Australiër Peter Greste, de Egyptische Canadees Mohamed Fahmy en de Egyptenaar Baher Mohamed – waren veroordeeld tot gevangenisstraffen van zeven tot tien jaar op beschuldiging van terrorisme.
De spraakmakende zaak leidde tot internationale veroordelingen en kritiek van mensenrechtenorganisaties, westerse regeringen en de Verenigde Naties. Volgens advocaat Negad al-Borai, die Fahmy in deze zaak vertegenwoordigde, werd Wet 140 in het leven geroepen om de vrijlating en deportatie van Greste naar zijn geboorteland Australië mogelijk te maken. Drie maanden later volgde inderdaad Grestes deportatie.
Enige uitweg
Rond die tijd gaf Fahmy zijn Egyptische staatsburgerschap op, in de hoop naar Canada te worden uitgezet. Hij vertrouwde Mada Masr destijds toe dat hoge functionarissen hem tijdens zijn gevangenschap hadden bezocht om hem te vertellen dat afstand doen van het Egyptische staatsburgerschap zijn ‘enige uitweg’ was. Fahmy weigerde aanvankelijk, maar voelde zich onder druk gezet en wilde de gevangenis uit. Fahmy heeft zijn Egyptische staats-burgerschap terug gekregen.
In 2015 werd Mohamed Soltan, een Egyptisch-Amerikaanse activist die meer dan 640 dagen gevangen had gezeten, gedwongen zijn staatsburgerschap in te ruilen voor zijn vrijlating en deportatie naar de VS, iets waartoe de regering-Obama rechtstreeks had opgeroepen. Maar tijdens een bezoek aan Capitol Hill stelde de Egyptische inlichtingenchef dat Washington in 2015 had beloofd dat Soltan de rest van zijn levenslange gevangenisstraf in de VS zou uitzitten als Egypte hem vrijliet. Kamel overhandigde congresmedewerkers een document dat leek op een ondertekende overeenkomst tussen Egyptische en Amerikaanse functionarissen waarin een dergelijke regeling was vastgelegd.
Hoewel het decreet niemand dwingt zijn nationaliteit op te geven, is de keuze tussen burgerschap en vrijheid niet echt een keuze
Volgens advocaat Gamal Eid van het Arab Network for Human Rights Information is Wet 140 onconstitutioneel, omdat deze niet-Egyptenaren bevoordeelt. ‘Het idee was bedoeld als knieval aan buitenlandse regeringen om het imago van het regime op te poetsen, maar het decreet schendt het principe dat iedereen gelijk is voor de wet, een beginsel dat zelfs boven de grondwet uitstijgt. Ik keur de voortdurende opsluiting van dissidenten niet goed, maar ze moeten allemaal worden vrijgelaten, niet alleen de buitenlanders.’
Niet vrij
Hoewel het decreet niemand dwingt zijn nationaliteit op te geven, is de keuze tussen burgerschap en vrijheid niet echt een keuze. Hussein Baoumi, een expert van Amnesty International met Egypte in zijn portefeuille, zei tegen Mada Masr dat Shaath en Soltan feitelijk werden gedwongen hun Egyptische staatsburgerschap af te staan, wat volgens hem ongrondwettelijk is.
De burgerschapswet van 1975 stipuleert een aantal voorwaarden voor het intrekken van het Egyptische staatsburgerschap door de staat. Maar deze wet geldt niet voor Shaath of Soltan, omdat ze technisch gezien zelf afstand deden van hun burgerschap. Soltan en Shaath stellen echter allebei dat ze geen werkelijke keus hadden.
Na de vrijlating van Shaath tweette Soltan: ‘De keuze tussen je vrijheid en je burgerschap is gemakkelijk, want vrijheid komt altijd op de eerste plaats. Dit doet niets af aan het feit dat je bij een land hoort, dat land zit immers in je hart. En een regime dat de meest elementaire burgerrechten van vrijheid en leven afhankelijk stelt van het opgeven van je nationaliteit, versterkt hiermee zijn repressieve filosofie: het betekent onherroepelijk dat je als burger niet vrij bent.’
Wat betekent vrijheid als je leeft onder een militaire dictatuur? Op die vraag probeert de jonge Myanmarese activistenleider Thinzar Shunlei Yi een antwoord te geven.
Vrijheidslezingen
In de programmareeks The Freedom Lecture nodigt debatcentrum De Balie in Amsterdam vier keer per jaar iemand uit die uit eigen ervaring weet wat het betekent om niet vrij te zijn. Het doel van de lezingen is om de verhalen van de sprekers te delen, hun boodschap uit te dragen en te leren van hun strijd. Zo ontving De Balie eerder al FEMEN-leider Inna Sjevtsjenko, de Oegandese lhbt-activist Frank Mugisha, de Russische journaliste Jevgenia Albats, internetactiviste Esra’a Al Shafei uit Bahrein en Patrisse Cullors & Janaya Khan van de Black Lives Matter-beweging.
Hieronder volgt de lezing die mensenrechtenactivist Thinzar Shunlei Yi uit Myanmar uitsprak op 3 juli in De Balie.
Altijd wanneer ik aan Vrijheid denk, vraag ik me altijd af of ik de werkelijke betekenis en kleur daarvan wel ken. Want die heb ik nog nooit meegemaakt. Maar ik heb er wel mijn hele leven lang voor geknokt, me afvragend of vrijheid ons een betere wereld kan brengen.
Is vrijheid een toestand waarin we niet bang meer zijn, geen enkele vorm van discriminatie meer ervaren en bevrijd zijn van culturele normen en de beperking van onze vrijheid van meningsuiting?
Is vrijheid iets wat je door iemand, een militair of jezelf, wordt gegund?
Ik weet niet zeker of ik je de ware betekenis ervan kan uitleggen. Maar omdat ik dat wel graag wil proberen, maak ik hier van de gelegenheid gebruik om u te vertellen hoe vrijheid er volgens mij zou moeten uitzien.
Ik denk dat vrijheid een aangeboren kwaliteit is. We hebben haar moeten afleren omdat ze nu wordt onderdrukt. Maar om onszelf te kunnen zijn, proberen we haar onszelf opnieuw aan te leren.
Elk moment dat we onze stem verheffen om te eisen wat we willen, is een moment van vrijheid
Vrijheid is van niemand anders dan van ons. Om het terug te winnen, protesteren we in Myanmar elke dag. En omdat we bezig zijn onze vrijheid terug te winnen, zijn we nu vrijer dan we eerst waren. Elk moment dat we een vrijere samenleving opeisen, elk moment dat we onze stem verheffen om te eisen wat we willen, is een moment van vrijheid.
Daarom denk ik dat Myanmar nu vrijer is dan voor de staatsgreep van 1 februari. Mensen bevrijden zichzelf om dingen opnieuw te leren en een eind te maken aan de staatsgreep en het militaire regime. De coup heeft ons wakker geschud en ertoe aangezet ons tegen de onderdrukker te verzetten en onze vrijheid op te eisen. Deze strijd voeren we elke dag opnieuw. Zal het ons vandaag wel of niet lukken om vrij te blijven? Kunnen we onze mening vandaag vrij uiten of niet? Elke dag weer betalen we de prijs voor de vrijheid die we opeisen. Met levens. Met banen en geluk. Vrijheid wordt duur betaald, vind ik.
Niemand van ons heeft het recht de vrijheid die we hebben, van ons af te pakken of er misbruik van te maken. Vrijheid is voor mij innerlijke bevrijding. Om mezelf vrij te kunnen maken, moet ik eerst beseffen dat die macht in mij ligt en dat die macht me zonder mijn toestemming, nooit kan worden afgenomen. Vrijheid is het vermogen de macht zelf in handen te hebben.
We lopen tegen veel problemen en vraagstukken aan. De meeste daarvan hebben diepe wortels en de oorzaak is een volledige ontkenning van de omstandigheden. Als mensen de situatie niet accepteren zoals die is, blijven ze zichzelf voorliegen, de zaken vanuit hun eigen perspectief bekijken en de waarheid vanuit hun eigen blikveld formuleren. Vrijheid komt wanneer je je bewust bent van jezelf en je doel als mens op deze aarde. Vrijheid komt wanneer je situaties kunt accepteren zoals ze zijn en de gang van zaken aanvaardt. Zo kun je jezelf bevrijden en jezelf toestaan met de stroom mee te zwemmen en aanwezig te zijn in het hier en nu. Vrijheid komt met dit diepe innerlijke bewustzijn en het besef van je eigen kracht. Waar, hoe en wie je ook bent, we hebben allemaal de innerlijke kracht om wat met jou of anderen gebeurt, te begrenzen of toe te staan.
Als je wordt onderdrukt en je je daartegen verzet, ben je vrij.
Op 26 juni is het 46 jaar geleden dat de eerste studentenleider Salai Tin Maung Oo door de dictator van Myanmar ter dood werd veroordeeld. Voor hij werd vermoord, sprak hij deze ondubbelzinnige en indrukwekkende woorden: ‘Ik zal nooit buigen voor een dictator. Mij kun je vermoorden, maar mijn geloof en waar ik voor sta, zul je nooit kunnen uitwissen.’ Dit is een pregnant voorbeeld van innerlijke kracht en dat tot je laatste adem verdedigen. Hij werd vermoord maar zijn overtuigingen en nalatenschap stralen nog steeds omdat zijn innerlijke kracht overeind bleef. Hij heeft niet verkwanseld waar hij heilig in geloofde en hij heeft geen compromissen gesloten.
Zo ziet vrijheid eruit. Als je wordt onderdrukt en je je daartegen verzet, ben je vrij. Als je altijd achter je principes blijft staan en die onder alle omstandigheden blijft verdedigen, ben je vrij. Zelfs in levensbedreigende situaties, als je blijft opkomen voor de waarheid tegenover het gezag, ben je vrij. Vrijheid is gelukkig zijn zonder jezelf te hoeven inhouden en zonder je schuldig te voelen over wat je wel of niet in het verleden hebt gedaan. Vrijheid is de pure vreugde van in het moment te leven, bij je volle bewustzijn en zonder wroeging over waarom je nog steeds ademt.
Laten we onszelf afvragen of we echt vrij zijn.
Over de auteur
Thinzar Shunlei Yi won de Women of the Future Southeast Asia Award in 2019 en werd uitgeroepen als ‘Emerging Young Leader’ door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze werkt met lokale politieke coalitie CDD als rechtscoördinator voor mensenrechten en democratie in Myanmar. Thinzar is momenteel bezig met de wereldwijde campagne genaamd #Sisters2Sisters voor solidariteit met vrouwen in Myanmar.
Het coronavirus heeft onze wereld (tijdelijk) fundamenteel veranderd. Nu is er eindelijk hoop dat we de pandemie onder controle krijgen. En dan? Willen we gewoon doorgaan zoals voorheen, of de kans grijpen dingen te heroverwegen? GEO vroeg 15 deskundigen welke verbeterpunten zij zien.
1. Kunnen we de crisis als kans aangrijpen?
Geschiedenis – Historicus Mischa Meier ziet de coronapandemie als perspectief voor de herinrichting van ons samenleven.
De coronacrisis vertoont alle kenmerken van situaties waarin samenlevingen fundamenteel veranderen als gevolg van een dreiging die als existentieel wordt ervaren. Noch financiële crises, noch vluchtelingengolven, noch terroristische aanslagen noch milieurampen vertonen deze kenmerken. Het zijn eerder oorlogen, revoluties en epidemieën die een dergelijke ingrijpende verandering teweegbrengen.
Kenmerken van zulke situaties: ze raken iedereen zonder uitzondering en maken iedereen onrustig. De vaste routines van een samenleving staan gedurende een langere periode onder druk. Mensen verliezen hun vertrouwen in het handelen van hun medemens en het geloof in een zekere toekomst. Er ontstaat een dominante vorm van communicatie, de taal is moreel geladen.
Een voorbeeld van dat laatste waren de de foto’s van de doodskisten en vrachtwagens uit Bergamo in het voorjaar. De communicatie werd emotioneel en moreel, soms zelfs religieus. Ook dat is een kenmerk dat in de hele geschiedenis terugkomt.
De dreiging verliest zijn kracht naarmate de samenleving effectieve manieren vindt om deze te bestrijden. Op deze manier krijgen mensen een nieuw gevoel van veiligheid en onderdrukken of vergeten ze de dreiging geleidelijk, ook al is die er misschien nog steeds.
De pest brak voor het eerst uit in 541 na Christus en veranderde alles. Maar langzamerhand raakte de ziekte in de vergetelheid
Een voorbeeld uit de geschiedenis: de pest brak voor het eerst uit in 541 na Christus en veranderde alles. Maar langzamerhand raakte de ziekte in de vergetelheid, hoewel er door de eeuwen heen regelmatig plaatselijke uitbraken waren. Iets soortgelijks gaan we met het coronavirus meemaken: pas als we leren accepteren dat het virus bedreigend is maar niet weggaat, kunnen we ons leven echt reorganiseren.
Zoals in iedere crisis zijn er winnaars en verliezers, zoals we nu ook al zien als we kijken naar de economische gevolgen. Om kansen op verandering te benutten moeten wij – ook wij historici – heel bewust en zorgvuldig nadenken over hoe we individueel reageren – en wat voor gevolgen dat heeft voor onze toekomst.
Wanneer mensen zich bedreigd voelen, wordt één ding plotseling buitengewoon relevant: identiteit. Mensen gaan als individu en als collectief nadenken over bij wie ze horen, en ook: bij wie niet. Dat kan leiden tot conflicten. In wezen gaat het om de herstructurering van sociale machtsverhoudingen. Dat is tegelijkertijd ook onze kans, daaraan moeten we actief helpen vorm te geven.
2. Onze steden zullen bloeien
Stedelijke planning – Meer ruimte voor voetgangers: de pandemie versnelt verandering, zegt Christoph Koch, die o.a. onderzoek deed naar de toekomst van mobiliteit in Amsterdam.
Hoe minder mensen dagelijks naar de binnenstad gaan om te werken of te winkelen, hoe minder kantoorruimte er nodig is en hoe goedkoper de huren op de lange termijn zullen zijn. Nieuwe toepassingen in de binnensteden zijn dus niet alleen mogelijk, maar ook noodzakelijk. De coronapandemie laat zien dat omwentelingen die ondenkbaar leken, ineens haalbaar zijn. Meer woonruimte in het stadscentrum, meer ruimte voor cultuur in plaats van warenhuisketens. Nu hebben we ideeën nodig die deze verandering vormgeven.
Onze steden zijn nog steeds verdeeld: werken en winkelen in het centrum, wonen in de periferie. Als dit verandert, verandert ook het verkeer. De routes worden korter, wat het gebruik van fietsen en elektrische scooters bevordert. Speelstraten, meer fietspaden en 30km/uur-zones, zoals Parijs vanaf 2021 over de hele linie wil invoeren, krijgen een steeds breder draagvlak. Daarnaast neemt de behoefte aan groene recreatiegebieden in de steden toe.
Als we deze gelegenheid goed aangrijpen, zullen onze binnensteden over een paar jaar vriendelijker, bewoonbaarder en drukker zijn.
3. Een nieuw thuisgevoel
Toerisme – Reizen over lange afstanden worden steeds zeldzamer, wat de klimaatbescherming ten goede komt, zegt reisverslaggever Gunnar Herbst.
Corona heeft het over-the-toptoerisme tot stilstand gebracht en ons laten zien hoe het ook kan. Minder vaak reizen, langer ter plaatse blijven, naar bestemmingen in de buurt gaan, met de bus en trein reizen en korte vluchten vermijden.
Geen goedkope hotels huren die hun personeel uitbuiten, geen all-inclusive ketens, maar restaurants, winkels en musea bezoeken om de lokale bevolking te ondersteunen. Dat alles helpt om reizen duurzamer te maken. De pandemie heeft aangetoond dat het mogelijk is. Nu moeten we doorzetten.
4. Een groter gevoel van vrijheid
Werkomgeving – Velen die tijdens de coronacrisis konden blijven werken, zijn thuiswerken als het nieuwe normaal gaan beschouwen – en als een model voor de toekomst.
Kantoormeubelfabrikant Sedus Stoll merkt al jaren verandering. Het bedrijf bestaat al bijna 150 jaar. In het verleden bestonden bestellingen voor 85 procent uit tafels, stoelen en kasten. Rond de millenniumwisseling was dat 70 procent, nu 50.
In plaats daarvan zorgt het voormalige stoelenbedrijf nu ook voor banken, akoestische elementen, spraakcellen: ‘communicatieapparatuur’. Sedus bouwt bijvoorbeeld ook sensoren in kantoorapparatuur. De app kan worden gebruikt om werkplekken te reserveren en na te gaan wie welke gebruikt. Perfect in tijden van corona.
Series als The Office presenteren het kantoor als een soort kooi voor medewerkers.
Zo ontstaat langzaam het ‘flexkantoor’. Wellicht wordt het straks normaal om ongeacht de locatie een aanvraag in te dienen: één keer per maand een paar honderd kilometer reizen is beter dan vijftig kilometer pendelen per dag.
De historische redenen voor het kantoor zijn verdwenen, zegt ook de Londense auteur Philip Ross. ‘Het kantoor heeft een nieuwe bestemming nodig om te overleven.’
5. Herwaardering van de natuur
Milieubescherming – Mensen ontdekken hoe dicht ze bij de natuur kunnen zijn. Dat vraagt ook om extra bescherming van onze leefomgeving.
De behoefte om de stad uit te gaan is tijdens corona bij de meesten toegenomen. ‘Het besef dat je voorlopig niet ver kunt reizen, biedt ruimte voor reflectie’, zegt Christian Buer van Heilbronn University. Hij spreekt van een nieuwe ‘ervaring van je eigen rust en stilte’ en is ervan overtuigd dat degenen die zich ‘gast’ gaan voelen van de natuur daar bevrediging van ondervinden.
We moeten natuurbezoekers aanspreken, informeren, sturen – maar niet als indringers behandelen
Maar waar mensen massaal naar het platteland trekken, zijn conflicten onvermijdelijk. Wordt de druk op de natuur te groot? Holger Belz, die het Archezentrum runt, maakt zich geen zorgen. ‘De natuur is kwetsbaar, maar dat betekent niet dat mensen buitengesloten moeten worden’, zegt hij. ‘We moeten bezoekers aanspreken, informeren, sturen – maar niet als indringers behandelen. We willen dat ze de natuur beleven.’
6. Onze gezondheidssystemen zullen leren van de pandemie
Zorg – Prof.dr. Monika Klinkhammer-Schalke, voorzitter van het Duitse netwerk voor gezondheidsonderzoek, ziet vier belangrijke verbeterpunten voor de branche.
Beschikbaarheid van gegevens. De pandemie roept op medisch vlak vele vragen op: zijn er minder patiënten naar de dokter gegaan? Werd kanker later ontdekt, verminderde dat de overlevingskansen van de getroffenen? Wat is het effect van het uitstellen van operaties?
Er zijn al veel gegevens beschikbaar, bijvoorbeeld in onderzoek, in kankerregisters of bij zorgverzekeraars. Nu moeten we een manier vinden om de verschillende bronnen snel en in overeenstemming met de gegevensbeschermingsregels met elkaar te verbinden en te evalueren.
Netwerken. Daarnaast is het van belang dat medische professionals, gespecialiseerde verenigingen en verenigingen beter netwerken – nationaal en internationaal. Een positief voorbeeld: voor een anesthesieonderzoek staken aan het begin van de pandemie dertig universitaire ziekenhuizen over de hele wereld de koppen bij elkaar om ideeën uit te wisselen over de methode om covid 19-patiënten te intuberen. Het verliep vlot omdat alle betrokkenen vooraf waren verbonden.
Betere samenwerkingen. Er wordt wel geroepen om minder ziekenhuizen: grote topcentra in plaats van kleine, regionaal georiënteerde klinieken. Maar Klinkhammer-Schalke deed veel onderzoek naar de kwaliteit van leven van kankerpatiënten en zag hoe belangrijk het voor patiënten is om vrienden en familie aan hun zijde te hebben. Om de kwaliteit van de behandeling in kleinere ziekenhuizen te waarborgen, moet de samenwerking met de topcentra worden versterkt.
Betere betaling. Er zijn veel te weinig verplegers. Om knelpunten in het aanbod te voorkomen en meer mensen voor zorgberoepen te laten kiezen, moeten de salarissen omhoog. Daaraan moeten zowel de overheid als zorgverzekeraars bijdragen.
7. We hechten meer waarde aan kwaliteit
Economie – Groeiend bewustzijn van duurzaamheid: corona zal ons winkelgedrag blijvend veranderen, voorspelt econoom Thomas Straubhaar.
De verkoop op onlineplatforms en bij bezorgdiensten neemt enorm toe. We zien ook dat veel mensen hun huis opnieuw inrichten. Dat leidt tot een toename van bestellingen van met name duurzame consumptiegoederen; kopers zijn meer geïnteresseerd in kwaliteit.
Huidige en toekomstige generaties zullen steeds minder accepteren dat bepaalde producten in verband worden gebracht met kinderarbeid
Online kopen wordt momenteel niet geassocieerd met milieuvriendelijk gedrag, maar daar zal verbetering in komen. Online winkelen maakt het gemakkelijker om producten te vergelijken. Er zullen minder verkeerde aankopen worden gedaan en retouren worden verzonden en er zullen intelligente, collectieve leveringen plaatsvinden bij knooppunten in de wijk en in de buurt.
Big data helpt bovendien om meer overeenstemming te bereiken tussen wat klanten echt willen en wat providers kunnen leveren. Ook wat kwantiteit betreft leiden data-analyses tot een grotere nauwkeurigheid van vraag en aanbod.
Op middellange en lange termijn zal duurzaamheid minder worden afgedwongen door het consumentengedrag van individuen en steeds meer door de algemene stemming. Huidige en toekomstige generaties zullen steeds minder accepteren dat bepaalde producten in verband worden gebracht met kinderarbeid of slecht zijn voor het klimaat en het milieu.
En deze trend wordt versneld door corona.
8. Achteraf zullen we dankbaar zijn
Filosofie – Corona biedt kans op een zinvoller leven, zegt filosoof Wilhelm Schmid.
Corona bood een remedie tegen het rusteloze leven dat velen van ons leidden. Inzichten werken immers het beste als we geen theorie volgen, maar leren uit de praktijk.
We kregen de kans om na te denken over wat ‘leven’ eigenlijk is. Nu kunnen we onze ideeën hierover aanpassen aan het echte leven.
Velen dachten dat het alleen om het ‘goede leven’ ging, waarin alles altijd positief is en naar wens verloopt
Velen dachten dat het alleen om het ‘goede leven’ ging, waarin alles altijd positief is en naar wens verloopt. We moesten gelukkig zijn, wat er ook gebeurde. Zonodig offerden we er relaties voor op. Geen ruimte voor anderen die ons van ons geluk af dreigen te houden! Geen begrip ook voor onze eigen imperfecties.
Deze ideologie van autonomie weerhield ons ervan een zinvol leven te leiden. Wat niet altijd hetzelfde is als een gelukkig en goed leven. Want in het echte leven moet je accepteren dat de dingen niet altijd gaan zoals we graag willen.
Autonomie is een goede zaak; het maakt mensen zelfverzekerd en zelfvoorzienend. Ideologie is dat niet; het is blind
Autonomie is een goede zaak; het maakt mensen zelfverzekerd en zelfvoorzienend. Ideologie is dat niet; het is blind. De ideologie van autonomie deed ons geloven dat er geen grenzen zijn aan onszelf. Niets mocht ooit ons ego beïnvloeden – anderen niet, de omstandigheden niet, de samenleving niet, zeker de staat niet of een virus dat onzichtbaar is en daarom niet lijkt te bestaan.
Maar door corona moesten we inbinden – de een meer dan de ander. Dat doet denken aan de beoefening van ascese; het horrorconcept van de autonome levensgenieter die gewend is om op elk moment te nemen wat hij maar wil.
Toch is ascese ook bevorderlijk voor de volgende extase: hoe heerlijk smaakt de wijn dan, hoe fantastisch is de seks! Vandaar dat we dankbaar mogen zijn voor de periode die weldra achter ons ligt. We hebben een idee gekregen van wat de zin van het leven zou kunnen zijn.
9. Wetenschap stijgt in aanzien
Wetenschap – Ondanks alle gevolgen van de huidige situatie biedt de coronapandemie de wetenschap een enorme kans. GEO-hoofdredacteur Jens Schröder ziet nu al een toenemende waardering voor onderzoek.
Zelden is er een situatie geweest waarin zoveel mensen het werk van wetenschappers zo nauwlettend hebben gevolgd.
Vooraanstaande onderzoekers bereiken een miljoenenpubliek met podcasts waarin ze de voortgang van kennis becommentariëren. Talkshow kunnen nauwelijks nog zonder wetenschappelijk geschoolde gasten. Media worstelen zich een weg door de nieuwste onderzoeksresultaten, waarbij ze op de vaak dunne lijn tussen noodzakelijke vereenvoudiging en ontoelaatbare versimpeling balanceren. Meningsverschillen worden zichtbaar, over de betekenis van onderzoeken en over hoe nieuwe bevindingen worden vertaald in regels die voor iedereen zouden moeten gelden, al loopt niet iedereen evenveel risico.
Voor veel mensen is het de eerste keer dat ze een wetenschappelijk proces zo diepgaand meemaken. Ze zien het risico op fouten en doodlopende wegen, maar ook dat fouten worden ontdekt door een constructieve discussie tussen de experts.
Corrigeer elkaar, maak ruzie, stel veel vragen, maak fouten
Het is zeker niet gebruikelijk dat wetenschappelijke bevindingen zo serieus worden genomen. Neem bijvoorbeeld de risico’s van opwarming van de aarde door CO2-emissies. Waarschuwingen van de jongere generatie over klimaatbescherming zijn vaak niet serieus genomen. Maar wie heeft gezien hoe de curve van coronabesmettingen kan worden afgevlakt, kan zich dat wellicht ook beter voorstellen voor de curve van CO2-emissies.
Een extreme situatie als de coronapandemie kan de weg bereiden voor nieuwe inzichten. Alle betrokkenen bewegen zich op niet eerder gebaande paden. Corrigeer elkaar, maak ruzie, stel veel vragen, maak fouten. Ruzie is in de wetenschap – als het goed is – geen twist. Het is als het ware een vorm van kwaliteitsborging. Ook dat is een les die we dit jaar konden leren.
10. De pandemie verscherpt ons realiteitsbesef
Cultuur – Nieuwe vormen, nieuwe ideeën: corona zet aan tot creativiteit. Toch ziet theaterregisseur Karin Beier weinig reden tot optimisme.
Als de pandemie ons iets kan leren, is het een aangescherpt realiteitsbesef: nederigheid ten opzichte van de immense kwetsbaarheid van onze samenleving, kennis van onze eigen verantwoordelijkheid, het in twijfel trekken van alles wat normaal is.
Dat geldt ook voor de microkosmos van het theater. We zitten midden in de crisisbeheersing, we moeten leven van ons werk, alle medewerkers veiligstellen en blijven improviseren. Dat maakt de nodige creativiteit los.
We hebben oplossingen ontwikkeld voor problemen, die ook in de toekomst bepaalde mogelijkheden bieden: we veranderen minder vaak van repertoire, zodat de technologie niet constant opnieuw hoeft te worden opgebouwd. We zochten het publiek steeds vaker op via digitale kanalen.
Maar digitale formats kunnen alleen overbruggen en aanvullen. Theater behoeft direct contact. Het is een van de weinige openbare ruimtes waarin maatschappelijk relevante vraagstukken – inclusief het destructieve en utopische potentieel van de pandemie – gethematiseerd worden en op artistieke wijze tastbaar gemaakt. Live en met toeschouwers.
En is dit verlangen om zo snel mogelijk terug te keren naar pre-corona-omstandigheden niet even goed voelbaar in de politiek, in het bedrijfsleven, in de hele samenleving?
11. Onze kijk op jongeren verandert
Samenleving – ‘We maken deel uit van een radicale verandering, veroorzaakt door een natuurramp’, zegt socioloog en sociaal psycholoog Harald Welzer. In deze omwenteling legt het virus kwetsbaarheden bloot die al aanwezig waren. Maar de pandemie laat ook nieuwe ontwikkelingen zien.
We hebben gezien dat onze democratie werkt en stabiel is, zelfs in tijden van crisis. De overgrote meerderheid van de burgers bleek open te staan voor feitelijke argumenten. De bereidheid om samen te werken met de regering is een krachtig hulpmiddel voor democratie.
En hierin is een speciale rol weggelegd voor de jeugd. Jongeren werden tijdens de pandemie ten onrechte als onverantwoordelijk weggezet. In plaats daarvan hebben ze een hoge mate van solidariteit getoond met de risicogroepen, ook al behoren ze daardoor tot degenen die het hardst door de pandemie worden getroffen.
Vóór Corona veranderde de oudere generatie nauwelijks hun consumptie- en reisgedrag, maar van de jongeren werd automatisch verwacht dat ze de ouderen beschermden
Vóór Corona veranderde de oudere generatie nauwelijks hun consumptie- en reisgedrag, al liggen alle feiten over klimaatverandering op tafel. Maar van de jongeren werd automatisch verwacht dat ze de ouderen beschermden – wat ze ook deden.
Nu is het tijd om solidair terug te zijn, bijvoorbeeld door af te zien van onnodig consumentisme, ten gunste van de mogelijkheid tot leven en overleven in de eenentwintigste eeuw.
12 Corona helpt ons in de strijd tegen klimaatverandering
Wereldwijde opwarming – Corona is een uitdaging die ons zou kunnen leren hoe we die nog grotere uitdaging – klimaatverandering – kunnen aangaan, zegt politicoloog Kira Vinke.
Onze aanpak van de pandemie onthult op indrukwekkende wijze dat we in staat zijn om te handelen, als individuen en als collectief. Dat we profiteren van het implementeren van de aanbevelingen van de wetenschap. En dat individueel gedrag direct invloed heeft op het verloop van een mondiale dreiging.
De dreiging van een virus is concreet, terwijl velen klimaatverandering niet als onmiddellijke dreiging zien. Toch kan op sommige plekken al worden waargenomen dat mensen sterven door toenemende hittegolven, overstromingen en stormen. Om dergelijke noodsituaties te voorkomen – zo leert de coronacrisis ons – kunnen we niet wachten tot het probleem bij ons op de stoep staat.
Het goede nieuws is dat er nog zoveel ongerepte wildernis en zo veel bedreigde gebieden zijn die we effectief kunnen beschermen
Het is essentieel om preventief te handelen.
Het goede nieuws is dat er nog zoveel ongerepte wildernis en zo veel bedreigde gebieden zijn die we effectief kunnen beschermen. De financiële middelen en ook de technische oplossingen zijn beschikbaar. Maar de belangrijkste vereiste blijft een drastische vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.
Zowel corona- als de klimaatcrisis zijn vooral gebaat bij een principe dat elke functionerende samenleving bijeenhoudt: solidariteit.
13. Eindelijk digitaal onderwijs op school
Onderwijs – Afstandsonderwijs in lockdown: voor onderwijsonderzoeker Nele Hirsch was dit slechts een voorproefje van de school van de toekomst.
Corona heeft geleid tot meer openheid voor digitalisering. Leraren die er nog nooit mee in aanraking waren geweest, kregen bijscholing. Dit biedt de mogelijkheid om modern onderwijs te bevorderen en te verankeren in scholen.
Het gaat niet alleen om de overgang van analoog naar digitaal, maar van geïsoleerd tot verbonden: welke ervaringen hebben docenten, studenten en scholen gehad? Wat werkte wel en niet? Waar moet het heen? Hoe moeten de lessen er concreet uit komen te zien?
Deze ontwikkeling maakt docenten allesbehalve overbodig
Deze ontwikkeling maakt docenten allesbehalve overbodig. Ze moeten veel meer concepten ontwikkelen, ze moeten leeromgevingen ontwerpen. Leerlingen moeten individueel worden begeleid. Dat is tijdrovend. We hebben meer leraren nodig, meer tijd om bij te scholen, meer ruimte om kinderen individueel te ondersteunen. Up-to-date onderwijs kost geld.
Als de politiek daar niet op reageert, is dat fataal.
14. De verplichte onderbreking helpt om prioriteiten te stellen
Ervaring – Stephan Adelmund verloor de facto zijn baan door corona – en ontdekte de luxe van plotseling tijd hebben.
‘Ik had een evenementenbureau, een muziekschool, een strandclub en een online winkel.
Als zanger van de band Knallfrosch Elektro speelde ik 100 concerten per jaar. Ik racete zo snel dat ik niet meer wist hoe het was om niet onder druk te staan.
Toen kwam de pandemie. Alles viel plat. Ik had bang kunnen zijn. In plaats daarvan voelde ik opluchting. Ik kon afwegen welke dingen goed voor me waren en welke ballast. Ik stelde mezelf de vraag: welke materiële luxe heb ik echt nodig, en waar is de grotere luxe van gewoon tijd?
Muziek maken is goed voor mij, dat moest blijven. Maar ik heb mijn evenementenbureau ontbonden. Mijn grote huis voelde als een last. Ik heb het vakantiehuis van mijn ouders gerenoveerd en ben verhuisd naar 30 vierkante meter.
Nu weet ik: het waren de kleine dingen die mijn leven onnodig moeilijk maakten. Misschien lijkt het makkelijk om ergens afstand van te doen. Voor mij was de hindernis dat ik patronen moest doorbreken waar ik al decennia lang aan gewend was. Ik was verrast dat mijn nieuwe leven in alle opzichten gezonder aanvoelde.’
15. Europa komt sterker uit de crisis
Politiek – De pandemie heeft veel mensen in hun levensonderhoud gestoord. Maar de economie is overeind gebleven en de EU heeft bewezen te kunnen handelen.
Deze crisis is ingewikkelder dan eerdere economische crises. In dergelijke noodsituaties grijpt meestal de staat in, zodat de cyclus gaande blijft. Hij staat garant voor leningen, deelt geld uit zodat mensen blijven consumeren, zodat bedrijven nieuwe machines kunnen kopen et cetera. Maar nooit in de geschiedenis van de moderne industriële samenleving was de staat gedwongen om delen van de economie stil te leggen.
Sinds het begin van de crisis is het doel geweest om de economie, dus de oude wereld, weer zo snel mogelijk op gang te krijgen en de schade te beperken. Het gaat niet om minder of duurzamer, maar om überhaupt verder te kunnen.
The Economist omschreef de wereld tijdens de pandemie als ‘90 procent-economie’: een economie zonder luchtvaart en toerisme, zonder evenementen, cultuur en gastronomie. Tien procent minder klinkt niet eens zo erg, maar er zitten miljoenen banen in deze tien procent – in restaurants, bioscopen, theaters, muzikanten, fitnesstrainers, obers en koks.
Hier wordt een blauwdruk gecreëerd voor toekomstige crises. Europa is machtiger geworden
Veel landen hebben hun reddingspakketten zo ontworpen dat grote sommen geld naar nieuwe technologieën, digitalisering en klimaatbescherming stromen. Een derde van het pact van 1,8 miljard euro is bestemd voor klimaatbescherming. Hiervan maakt 750 miljard euro deel uit van het ‘corona-reddingspakket’: een historische prestatie die, ook al blijft het een omstreden beslissing, de EU op lange termijn zal veranderen. Hier wordt een blauwdruk gecreëerd voor toekomstige crises. Europa is machtiger geworden.
Elders hebben zich drie belangrijke veranderingen voorgedaan, of ze doen zich momenteel voor: enerzijds komt het land waarin de pandemie begon naar voren als de winnaar – de economie in China is allang hersteld. Ten tweede: de krachtige technologieplatforms (Google, Facebook, Amazon) zijn nog krachtiger geworden.
De derde grote verschuiving betreft de rol van de staat: in deze crisis treedt de staat niet alleen op als redder, maar als actor die steeds dieper doordringt in industrieën en bedrijven door middel van leningen en investeringen.
President Xi Jinping is een nieuwe campagne gestart tegen onlinekritiek van Chinese burgers. Vooral Twitteraars worden opgepakt, bedreigd en zelfs gevangengezet. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken.’
Sjanghai. Eén man zat vijftien dagen in de cel. De familie van een ander werd door de politie bedreigd. Een derde zat acht uur vastgeketend in de verhoorkamer. Hun misdaad: iets op Twitter zetten. In een fikse aanscherping van de Chinese internetcensuur wordt een groeiend aantal twitteraars door de politie opgepakt voor verhoor. Ook al is Twitter in China geblokkeerd en voor de overgrote meerderheid van de internetters daar dus onzichtbaar. Deze harde politieaanpak is de nieuwste uiting van Xi Jinpings campagne tegen ongewenste internetactiviteiten. De autoriteiten verstevigen hun greep op het onlineleven van de Chinese burgers, ook als de berichten die zij posten in het land zelf nauwelijks te zien zijn. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken,’ zegt mensenrechtenactivist Wang Aizhong, die zegt dat de politie hem opdroeg berichten met kritiek op de Chinese overheid te verwijderen.
Als de regering de activisten er niet toe kan bewegen zelf de tweets te verwijderen, wordt het wel door anderen gedaan. Zo weigerde Wang zijn tweets te wissen, maar toen hij vorige maand een boek zat te lezen, meldde zijn telefoon ineens dat hij berichten binnenkreeg met backupcodes voor zijn Twitter-account. Een uur later waren drieduizend van zijn tweets gewist, zegt hij. Hij ziet er de hand in van aan de overheid gelieerde hackers, al valt dat niet te verifiëren. Een woordvoerder van Twitter wilde geen commentaar geven op de nieuwe overheidscampagne.
China oefent natuurlijk al sinds jaar en dag strenge controle uit op wat zijn burgers mogen zien en zeggen, ook online. Maar uit dit nieuwe offensief blijkt dat de regering wereldwijd toezicht op sociale media wil houden. Tekstberichten op het in China eveneens geblokkeerde WhatsApp beginnen nu gebruikt te worden als bewijsmateriaal in rechtszaken. Steeds vaker eist de Chinese overheid dat Google en Facebook bepaalde inhoud offline halen, ook al zijn de sites van beide bedrijven op het Chinese internet niet te vinden. Toen de verbannen Chinese miljardair Guo Wengui op internet hooggeplaatste Chinese politici begon te beschuldigen van corruptie, werden zijn accounts op Facebook en Twitter tijdelijk afgesloten. Volgens de bedrijven gebeurde dit naar aanleiding van klachten van gebruikers en omdat hij persoonlijke informatie over anderen had verspreid.
Debat
Ondanks het Chinese verbod op Twitter speelt het platform een belangrijke rol in het politieke en maatschappelijke debat van het land. Een kleine maar actieve gemeenschap van internetters gebruikt speciale software om de overheidsrestricties te omzeilen en Twitter toch te kunnen bereiken. Op basis van een enquête onder 1627 Chinese internetters schat Daniela Stockmann, hoogleraar aan de Berlijnse Hertie School of Governance, dat slechts 0,4 procent van de Chinese internetters gebruikmaakt van Twitter, oftewel zo’n 3,2 miljoen mensen.
En Twitter mag voor normale burgers dan verboden zijn, officiële media zoals de partijkrant People’s Daily en persbureau Xinhua maken er wel gebruik van om de beeldvorming over China in het buitenland te beïnvloeden. ‘Aan de ene kant benutten de staatsmedia alle mogelijkheden van die platforms om miljoenen mensen te bereiken,’ zegt Sarah Cook, Oost-Azië-analist van Freedom House, een Amerikaanse onderzoeksgroep die ijvert voor de democratie in de wereld. ‘En aan de andere kant riskeren gewone Chinezen arrestatie en een gevangenisstraf als ze diezelfde platforms gebruiken om met elkaar en de buitenwereld te communiceren.’
Het zakelijke netwerk LinkedIn, een van de weinige Amerikaanse sociale media die in China zijn toegestaan, schikt zich al lang naar de censor. Zo sloot het vorige maand korte tijd de account af van Peter Humphrey, een Britse bedrijfsrechercheur die ooit in China in de cel heeft gezeten, en deze maand die van Zhou Fengsuo, een mensenrechtenactivist. De mails waarin ze dit van LinkedIn te horen kregen, leken sterk op de mail die gebruikers krijgen als berichten worden verwijderd op grond van de Chinese censuurwetgeving. ‘Wat we de laatste weken zien, is een drastische verscherping van de censuur op sociale media door de autoriteiten,’ zegt Humphrey. ‘Ik vind het verbluffend dat LinkedIn aan dat achterbakse muilkorven van burgers meewerkt en probeert te voorkomen dat hun berichten in China gelezen kunnen worden.’ Beide accounts zijn inmiddels weer hersteld en LinkedIn heeft een verklaring uitgestuurd waarin het bedrijf excuses aanbiedt en zegt dat de accounts per ongeluk waren afgesloten. ‘Ons Trust and Safety Team buigt zich over de interne processen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen,’ stelde de verklaring.
Met Twitter richten de Chinese autoriteiten zich nu op een vitaal medium voor Chinese activisten. Uit gesprekken met negen door de politie verhoorde twitteraars en een vier uur durende geluidsopname van één zo’n verhoor komt een bepaald patroon naar voren: de politie legt de gebruikers een print met tweets voor en spoort ze aan die specifieke berichten of zelfs hun hele account te deleten. Dat betreft vaak berichten met kritiek op de Chinese overheid of op president Xi. De opgepakte twitteraars zeggen door de politie bedreigd of zelfs vastgeketend te zijn. Huang Chengcheng, een activist met meer dan achtduizend volgers op Twitter, zegt dat hij tijdens zijn verhoor in Chongqing acht uur lang met handen en voeten aan zijn stoel geketend zat. Na afloop heeft hij een schriftelijke toezegging getekend dat hij niet meer zal twitteren.
De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest
De nieuwe aanpak is een initiatief van het machtige ministerie van Openbare Veiligheid, dat toeziet op justitie en de politieke veiligheid. Volgens diverse twitteraars werd in de verhoren expliciet verwezen naar de internetpolitie, de tak van het ministerie die het internetverkeer controleert. Die internetpolitie, die dit soort lokale acties omschrijft als ‘acties in het veld’, staat sinds afgelopen zomer onder leiding van een hardliner die bekend is geworden met zijn harde aanpak van telecomfraude in de zuidoostelijke kuststad Xiamen. Het ministerie en de Cyberspace Administration of China, de Chinese internetwaakhond, hebben niet op onze gefaxte vragen gereageerd.
De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest. Een twitteraar met een klein aantal volgers die online over milieuvervuiling had geklaagd, kreeg na een verhoor van vier uur een dringend advies van een politieagent. Deze twitteraar, die uit angst voor represailles niet bij naam genoemd wil worden, had een opname van het verhoor gemaakt, die hij ons liet horen.
‘Verwijder al je tweets en sluit je account af,’ zei de agent. ‘Alles op internet kan worden gevolgd, zelfs ongepaste opmerkingen in WeChat-groepen.’ WeChat is een populaire Chinese berichtendienst. ‘Ik geef je dit welgemeende advies,’ zei de agent. ‘Als dit nog een keer gebeurt, zullen de gevolgen ernstiger zijn. Dan krijgen je ouders er ook mee te maken. Je bent nog zo jong. Als je later trouwt en kinderen krijgt, houden die er ook last van.’
Deze harde aanpak zet een domper op het Chinese debat op Twitter, zegt Yaqiu Wang van Human Rights Watch, die in november over het offensief berichtte. Maar nog niet alle gebruikers laten zich het zwijgen opleggen. ‘Veel activisten willen vrijheid van meningsuiting,’ zegt Wang. ‘Ook al worden ze lastiggevallen en geïntimideerd, ze blijven dapper tweeten. Als daad van verzet tegen censuur en onderdrukking.’
Het zijn niet alleen de twitteraars met de meeste volgers die voor verhoor worden opgepakt. Pan Xidian, een 47-jarige werknemer van een bouwbedrijf in Xiamen, heeft er zo’n vierduizend. Hij tweette een strip van de dissidente cartoonist Rebel Pepper met kritiek op het mensenrechtenbeleid. In november werd hij door de politie twintig uur lang verhoord. Na enkele tweets te hebben verwijderd mocht hij naar huis en dacht hij dat de kous af was. Maar kort daarna werd hij op zijn werk bezocht door agenten die hem in een auto smeten. Ze vroegen hem een document te ondertekenen waarin hij bekende dat hij de maatschappelijke orde had verstoord. Dat deed hij. Toen toonden ze hem een ander document op basis waarvan hij werd aangehouden. Hij heeft twee weken in een cel gezeten met tien anderen, waar ze propagandafilmpjes te zien kregen.
‘In deze tijd zijn we wel bang, maar ik kan mezelf niet bedwingen,’ zei een huilende Pan na zijn vrijlating over de telefoon. ‘We leven in onderdrukking.’ En hij voegde eraan toe: ‘We zijn net lammetjes. De een na de ander wordt opgepakt. We kunnen ons niet verweren.’
De handhavingscampagne is buitengemeen breed en hard. Bij het censureren van binnenlandse sociale media namen de autoriteiten in het verleden vooral prominente gebruikers op de korrel. Slechts sporadisch werden gewone burgers opgepakt en ondervraagd. Bij het huidige offensief lijken de inspanningen van lokale en nationale opsporingsinstanties ook goed op elkaar afgestemd, zegt Xiao Qiang, hoogleraar aan de University of California. ‘Zo’n landelijke actie, waarbij zo veel mensen echt worden opgepakt, dat hebben we nog nooit gezien,’ zegt hij.
Verreweg de grootste en meest gezaghebbende krant van Amerika, met 1300 journalisten, 13 buitenlandredacties en reeds 125 Pulitzer-prijzen op zijn naam. Opgericht in 1851 en sinds 1896 in handen van de familie Ochs Sulzberger. De krant is links van het midden georiënteerd.
Waar de auto vroeger symbool stond voor vrijheid, wordt hij tegenwoordig vooral geassocieerd met vervuiling en fileleed. Maar betekent dit ook dat we ons vertrouwde vervoermiddel kunnen missen?
Keuze uit het archief
Door het conflict in het Midden-Oosten zijn de gas- en benzineprijzen fors gestegen. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) adviseert onder meer om thuis te werken en met het openbaar vervoer te reizen zodat er minder benzine verbruikt wordt.
Het zal nog niet meevallen om de auto vaker te laten staan en desnoods van de hand te doen, als we dit artikel van The Guardian moeten geloven. Onze liefde voor vrijheid wint het vooralsnog van de nadelen die aan de auto kleven, zoals files en milieuvervuiling.
Dit zijn, zo willen tal van stemmen ons doen geloven, de bitterzoete nadagen van onze langdurige liefdesrelatie met de auto. In Los Angeles, de stad met de meeste verkeersopstoppingen ter wereld, zat de gemiddelde automobilist vorig jaar 102 uur vast in de spitsdrukte. In Londen waren bestuurders drie dagen kwijt aan verkeersopstoppingen.
In Amerika bereikten het autobezit en het aantal jaarlijks gereden kilometers vijftien jaar geleden een hoogtepunt dat waarschijnlijk nooit meer zal worden geëvenaard. Jonge mensen, voor wie de auto ooit onmisbaar was als symbool van onafhankelijkheid en een eigen identiteit, om avonturen te beleven, te laten zien wie je was en (vaak seksuele) betrekkingen aan te knopen, hebben gekozen voor een ander vrijheidsapparaat: de smartphone. Het aantal jonge Amerikanen met een rijbewijs bedroeg in 1984 92 procent; sindsdien is dat aantal gedaald naar 77 procent. Ook in het Verenigd Koninkrijk is het aantal jonge automobilisten drastisch gedaald.
En jonge mensen zijn niet de enigen. Op een toon die varieerde van bezorgd tot dystopisch is de afgelopen twee decennia de wereldwijde crisis becommentarieerd die wordt veroorzaakt door onze toewijding aan voertuigen met een verbrandingsmotor, die bijna een kwart van de wereldwijde CO2-emissie uitbraken en ongeveer 1,3 miljoen levens per jaar kosten. Milieuactivisten bezingen de dood van de auto, terwijl in de hoofdkantoren in Detroit, Tokio en Wolfsburg de angst regeert.
Onlangs bepaalde een van de hoogste rechtbanken in Duitsland dat zwaar vervuilende dieselvoertuigen uit het centrum van Stuttgart en Düsseldorf mogen worden geweerd. En dit zijn lang niet de enige steden die het verkeer en de daarmee gepaard gaande milieuvervuiling proberen in te dammen. Maar het zou voorbarig zijn auto’s af te schrijven, omdat ze in veel landen nog altijd bepalend zijn voor het leven van alledag. In de VS is ‘automobiliteit’ al een manier van leven sinds de eerste auto’s van de lopende band begonnen te rollen.
Koninkrijk van de auto
Hoewel de automobiliteit zich ook in Duitsland, Engeland, Frankrijk en Japan al in een vroeg stadium ontwikkelde, werd Amerika door zijn weidse landschappen, zijn beperkte openbaar vervoer en zijn individualistische aard het ideale koninkrijk voor de auto. De aanleg van het interstatelijke snelwegennet in de jaren vijftig betekende een geweldige steun in de rug voor de olie-, automobiel- , rubber- en cementindustrie en voor bouwbedrijven en verzekeringsmaatschappijen. In vier decennia drong de automobiliteit door tot in alle uithoeken van de bebouwde omgeving en drukte ze een stempel op werk en vrije tijd.
De toegenomen belangstelling voor autorijden werd vaak toegeschreven aan het verlangen van mensen om gebruik te maken van de nuttige uitvinding die Henry Ford met zijn Model T betaalbaar maakte. Henry’s kleinzoon Henry Ford III verdedigde de dominante positie van de auto op transportgebied als de weerspiegeling van een ‘overweldigend publiek mandaat’. Maar deze bewering versluiert zowel de politieke invloed van de auto-industrie op het beleid – denk aan de road gang, de groep auto-industriëlen die in de jaren vijftig de toenmalige president Eisenhower adviseerde – als de manier waarop de auto werd gepromoot als een effectieve manier om mensen politiek te trainen.
Net als nu paste de praktijk van het autorijden perfect in het kapitalistische landschap: individualisme, concurrentie, gehoorzaamheid. Het gevoel van autonomie, zeggenschap en vrijheid dat we geacht worden te ervaren als we autorijden, sluit direct aan bij de manier waarop het kapitalisme wil dat we onszelf zien: als zelfstandige gebruiksartikelen die kunnen worden ingezet voor arbeid.
De massale, door de staat gefinancierde automobilisering van het Amerikaanse leven vond plaats in de schaduw van de Koude Oorlog, toen de regering erop gebrand was de onafhankelijkheid te tonen die burgers van de ‘vrije wereld’ genoten. Foto’s van automobilisten die in hun ‘vrijheidsmachines’ over de snelwegen raasden zonder, zoals Chuck Berry zong, ‘een speciale plek om naartoe te gaan’, dienden als propaganda. De fysieke immobiliteit van de burgers van communistische landen, daarentegen, toonde de verdorvenheid van regimes naar Sovjetmodel.
China is momenteel bezig zijn landschap te automobiliseren met een snelheid en omvang die wedijveren met die van de VS halverwege de vorige eeuw. Ook daar maakt de automobiliteit bij burgers kapitalistische gevoelens los. In de berichten van westerse media over het toenemende autogebruik in China getuigen tal van Chinese automobilisten van de vrijheid die ze achter het stuur ervaren. En door zijn reusachtige bevolking en zijn milieuproblematiek wordt China er sterk toe aangezet auto’s de technologische upgrade te geven die ze nodig hebben: het invoeren van zelfrijdende systemen en het vervangen van fossiele brandstoffen door rendabeler alternatieven. Hoe automobiliteit 2.0 er ook uit zal zien, ze zal bijna zeker ontstaan in een nadrukkelijk kapitalistisch China en de waarden daarvan uitstralen.
Het voorbeeld van China’s ambitieuze automobiliseringsplannen verwijst naar de tweede reden waarom automobiliteit niet zal verdwijnen – of worden gerevitaliseerd – in de VS: politieke afkalving. Bij het huidige politieke klimaat in de VS kun je je moeilijk voorstellen dat de federale regering iets als een interstatelijk snelwegennet realiseert. Het zal niet eens de infrastructuur financieren die nodig is om de zo bewierookte zelfrijdende auto’s te laten rijden.
Ondertussen hebben velen van ons die in de VS wonen en werken weinig andere keus dan ons leven rond de auto te structureren, ook al weten we dat die gevaren, opstoppingen en kosten met zich meebrengt. We houden niet meer van onze auto – als we dat al ooit hebben gedaan – maar we blijven ermee getrouwd.
Hadden de Syriërs beter niet in opstand kunnen komen tegen president Assad? Het lijkt gezien alle slachtoffers misschien een terechte vraag, maar dat is het niet, schrijft Youssef Bazzi. ‘De schuld ligt niet bij de bevolking, maar bij het regime.’
‘De revolutie had nooit mogen uitbreken,’ zeggen miljoenen Syriërs en andere Arabieren. Een opvatting die stoelt op de rampspoed en de verschrikkingen die alle Syriërs hebben bezocht. Het contrast tussen de dromen die de aanhangers van de revolutie koesterden en wat er op die revolutie volgde, is dan ook ondraaglijk.
Als er geen revolutie was geweest, zo luidt de verleidelijke redenering, waren er geen 500.000 Syriërs omgekomen en geen 2 miljoen mensen door kogels of granaatscherven verwond, zouden er geen 250.000 gevangenen zijn gemarteld noch 5 miljoen burgers zijn gevlucht of in ballingschap gegaan, waren er geen 6 miljoen anderen ontheemd geraakt en geen tientallen steden en honderden dorpen verwoest.
Zeven jaar van pijn, van tranen, van honger, van angst en moeten vluchten hadden voorkomen kunnen worden als de Syriërs deze vervloekte revolutie niet waren begonnen. Het leven was doorgegaan zoals het zich generaties lang had voltrokken, in een prachtig, bruisend, rijk en kalm Syrië. Zelfs een meedogenloze tirannie zou verre te verkiezen zijn geweest boven een vernietigd, verscheurd, verloren land.
De noodzakelijke uitkomst van een dergelijke logica is dat het bewind niet verantwoordelijk is voor wat deze oorlog heeft aangericht
De overtuigingskracht van een dergelijke voorstelling van zaken berust op een typisch menselijk instinct, waarvan het Syrische regime en zijn aanhangers gebruik hopen te maken om de meerderheid van de bevolking de schuld van de burgeroorlog in de schoenen te schuiven. Deze burgers hadden de vastbeslotenheid van het regime en de middelen die het tot zijn beschikking had onderschat door het aanvankelijk, in al zijn wreedheid, met een civiele opstand te tarten. Vervolgens grepen die burgers naar de wapens om hun huis en haard en dierbaren te verdedigen, en vernietigden ze het land.
De Syriërs verwijten dat zij een bloedige tragedie hebben uitgelokt omdat zij in opstand kwamen, dat zij voor politiek realisme hadden moeten kiezen, is een zuivere vorm van hypocrisie: het regime treft geen blaam, juist vanwege zijn brute aard. De schuld ligt dus bij de Syriërs, die na tientallen jaren van repressie beter hadden moeten weten. De noodzakelijke uitkomst van een dergelijke logica is dat het bewind niet verantwoordelijk is voor wat deze oorlog heeft aangericht.
De Syriërs die spijt hebben van de revolutie die in maart 2011 uitbrak, hadden liever continu onder het juk van een tirannie geleefd. Dat was immers altijd beter dan de dood die nu al zeven jaar lang om zich heen grijpt in het land. Ze vergeten één ding: vanaf 1970, toen Hafez Assad, vader van de huidige president, de macht greep, hebben Syriërs herhaaldelijk het risico van een revolutie en de prijs van de onderdrukking tegen elkaar afgewogen. Ruim veertig jaar lang aanvaardden ze dat een afschuwelijk regime beter was dan oorlog en vernietiging, dat stilte en angst de voorkeur genoten boven de strop. Degenen die zich thans in spijt wentelen zijn vergeten dat het Syrische volk gedurende het bewind van de Baath-partij het hoofd boven water hield met wijsheden als ‘liever vernedering dan het graf’ of ‘liever onderwerping dan de dood’.
De Syriërs hadden de lessen geleerd van de in bloed gesmoorde opstanden van Hama, Jisr al-Shoeghoer en Aleppo in de vroege jaren tachtig. Maar de wapenstilstand die ze daarop met Assad sloten omwille van civiele vrede en stabiliteit werd op den duur ondraaglijk. Zijn we al vergeten dat de Syriërs afzagen van een opstand in 2000, na het overlijden van president Hafez Assad, en in 2005, toen de Syrische troepen zich gedwongen uit Libanon terugtrokken? Tweemaal werd de ‘Damasceense lente’ afgezegd uit vrees dat deze in een uitslaande brand zou ontaarden.
Je kunt het ook zo zien: het regime heeft de revolutie zelf veroorzaakt. Het heeft er zelf voor gezorgd dat de mensen van Deraa, Homs en de buitenwijken van Damascus niet meer konden zwijgen. Het heeft de demonstraties aangegrepen om de woede op te stoken en te verspreiden. Het onderdrukte de protestbeweging op buitensporige wijze, om alle Syriërs te pijnigen. Met andere woorden, de revolutie is door het regime gefabriceerd. Dit was het moment waarop het had gewacht om het land de oorlog te verklaren.
Voor iedereen die het discours van loyalisten van het Syrische regime de afgelopen zeven jaar heeft gevolgd, de speeches van Bashar Assad heeft gehoord, alsmede de lof die ‘dichters’ en ‘kunstenaars’ hem toezongen, was het duidelijk hoe mateloos zij de Syriërs minachtten, hoe hartgrondig ze het volk haatten en hoezeer zij het wensten uit te roeien. Het regime en zijn handlangers wilden niet langer gedwongen samenleven met de meerderheid van de bevolking. In de ogen van het bewind was de revolutie een oorlog waard. Er deed zich onverhoopt de kans voor om Syrië buit te maken, het te koloniseren zelfs. Deze oorlog is namelijk een ware kolonisatieoorlog, compleet met uitroeiing, zuivering van hele gemeenschappen en demografische herschikking.
Nu, na zeven jaar, na wat in formele diplomatieke taal wordt gekenschetst als ‘de ergste humanitaire ramp sinds de Tweede Wereldoorlog’, luidt de eis aan de Syriërs dat zij een eind maken aan het bloedvergieten en het land beschermen – wat ervan is overgebleven. Niet alleen worden zij geacht te capituleren en hun nederlaag te erkennen (een kwestie van tijd), ook dienen zij, en dat is het allermoeilijkste, terug te keren in de schoot van het regime. Onder twee voorwaarden: ten eerste dat het regime wordt schoongewassen van alles wat het heeft aangericht en dat de schanddaden van zijn leger, zijn milities en zijn bondgenoten worden vergeten. De tweede eis, nog erger dan stilzwijgen, spijt en berouw, is de verplichting om van dit regime te houden. De zegevierende macht is niet langer tevreden met een geterroriseerd en onderdanig volk, want dat levert geen duurzame loyaliteit op. Elke terugkeer onder de vleugels van het bewind die een gedwongen indruk maakt, wordt streng bestraft. Aan de machthebbers de taak om ieders geest en geweten te doorzoeken op mogelijke kiemen van toekomstige opstandigheid.
Absolute liefde
Absolute liefde als voorwaarde voor overleving. Erger nog, de slachtoffers moeten uit het collectieve geheugen verdwijnen. Het is zaak dat de doden hun dood verbergen en dat de gefolterden hun beulen bedanken en hun handen kussen. Wat de levenden betreft: zij moeten zich schamen dat ze het hebben overleefd. Het regime eist van de Syriërs dat zij de door hun president tegen hen gepleegde misdaden beschouwen als een zegen, omdat hij ze van de zonde en de zelfmoord heeft gered.
Daarom is het idee dat de revolutie had moeten worden vermeden, niets anders dan een veroordeling tot slavernij. Het is het onveranderlijke antwoord op de vraag die de handlangers van Assad stelden toen zij de hoofden van de demonstranten met hun laarzen verpletterden: ‘Ach, is dat wat jullie willen? Vrijheid?’
Syria TV is een van de vele particuliere Syrische nieuwskanalen met een multimediasite. Het is gevestigd in Turkije en propageert de ‘waarden van de revolutie’ door op te roepen tot inclusief burgerschap en zowel de dictatuur als religieus extremisme te verwerpen. Syria TV is in 2017 opgericht door een groep jonge Syrische journalisten.
De Singaporese schrijver Alfian Sa’at, begin oktober te gast op het festival Read My World in Amsterdam, ging op bezoek bij de zestienjarige blogger Amos Yee.
Wie is Amos Yee?
Amos Yee Pang Sang (1998) is bekend van zijn filmpjes op YouTube. Kort na de dood van de voormalige Singaporese premier Lee Kuan Yew op 23 maart plaatste hij een filmpje waarin hij Lee vergeleek met Jezus, en waarbij geen van beiden er goed van afkwam. Ook postte hij een foto van Lee en Margaret Thatcher die anale seks hadden. Hij werd gearresteerd vanwege het kwetsen van de christelijke gemeenschap, obsceniteit en bedreigende en/of beledigende communicatie. Begin juli kwam hij weer vrij, en diende bezwaar in tegen het hof en de straf die hem was opgelegd. Verschillende mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International, hielden zich vervolgens bezig met zijn zaak.
Ik was niet van plan om over Amos Yee te schrijven, maar ik ben behoorlijk geschokt door de manier waarop hij door de media wordt afgeschilderd. Hij zou autistisch zijn, psychologisch zo in de war dat hij psychiatrische hulp nodig heeft, en kenmerken vertonen die je als ‘abnormaal’ zou kunnen kenschetsen.
Ik had het genoegen te dineren met Amos en zijn familie. De moeder, Mary Yee, is een dame met fonkelende ogen die steeds vooroverboog om me beter te kunnen verstaan. Ze maakte een constant nieuwsgierige en aandachtige indruk, en keek steeds om zich heen terwijl ze haar tas met bloemmotief stevig tegen zich aandrukte. Je zou kunnen vermoeden dat ze iets van haar leergierigheid heeft overgedragen op haar enig kind.
‘Wist u dat Amos erover heeft gedacht om zijn naam te veranderen?’ zei ze.
‘Waarom?’
‘Omdat zijn volledige naam Amos Yee Pang Sang is. En op school werd hij steeds gepest door andere kinderen die hem “Anus Yee Pang Sai” noemden. U moet weten dat pang sai in het Hokkien zoveel betekent als “zich ontlasten”.’
Ik wilde vragen of hij ‘Amos’ wilde veranderen, of ‘Pang Sang‘, of misschien allebei. Maar ik wierp een snelle blik op Amos, die afkeurend keek, en zag de denkbeeldige tekstballon boven zijn hoofd waarin te lezen stond: ‘Mam, zit me alsjeblieft niet zo belachelijk te maken waar deze mensen bij zijn.’ Dus ik besloot het daarbij te laten.
De vader, Alphonsus Yee, stelde zich iets gereserveerder op. Hij is een stevig gebouwde man die motor rijdt en zich wat meer op de achtergrond houdt, en hij stond daar met zijn armen over elkaar geslagen. Het kwam me voor dat de moeder de streken van haar zoon nog steeds beschouwt als een voortdurende bron van geheimzinnigheid, terwijl voor de vader de grens wel was bereikt wat dat soort onoplosbare raadsels betreft. Ik probeerde het ijs te breken bij de vader met de opmerking: ‘Volgens mij is uw zoon zeer intelligent.’
En de vader zei op vermoeide toon: ‘Ja, intelligent is hij zeker. Maar hij is niet verstandig.’
En Amos zelf? Hij is een slordig uitziende puber. Hij is erg bleek, heeft zeer smalle schouders, en het lijkt alsof zijn slordige, uitbundige kapsel een poging is om enig gewicht toe te voegen aan zijn spichtige gestalte. Hij had de gewoonte langs zijn kin te wrijven voordat hij iets zei, wat ik nogal aandoenlijk vond omdat dat langs-je-kin-wrijven het gebaar is van kinderen die een poging doen serieus genomen te worden – als intellectueel. Ik vroeg Amos wie zijn favoriete filmregisseur was.
‘Ik ben dol op Stanley Kubrick,’ zei hij.
‘O ja? Die is inderdaad goed, ja. Hoewel ik Barry Lyndon niet geweldig vond,’ zei ik. ‘Te gekunsteld voor mij.’
‘O, maar heb je hem twee keer gezien?’
‘Is het de moeite waard om twee keer te zien?’
‘Absoluut.’
Amos had zeer uitgesproken opvattingen, en hij deed me eerlijk gezegd denken aan een gewone, vroegrijpe puber: kalm, zelfverzekerd en zeer loyaal aan de dingen die hem dierbaar waren, maar niet in die mate dat hij zich afsloot voor het ontdekken van andere zaken.
‘Als je 2001: A Space Odyssey goed vond,’ zei ik, ‘dan moet je Solaris van Tarkovsky eens gaan zien.’ ‘Bedoel je dat er een sciencefictionfilm bestaat die net zo goed is als Space Odyssey?’
‘Misschien wel beter. Absoluut.’
Hij knikte en wreef weer langs zijn kin. Toen kwamen we over de video te spreken. Ik zei: ‘Ik ben het eens met wat je zei over Lee Kuan Yew, maar moest je daar echt de christenen bij halen? Je had toch gewoon je punt kunnen maken door te zeggen dat degenen die zo tegen hem liepen te slijmen en zwijmelen, deden alsof ze lid waren van een cultus.’
‘Maar alle godsdiensten zijn cultussen.’
‘Oké, maar waarom moet je dan net de christenen hebben? Je had ook iets kunnen zeggen over godsdienstig fanatisme zonder zo specifiek te worden.’
‘Maar het christendom is de godsdienst die ik beste ken.’
Daar was het weer: ‘maar’, het favoriete woord van iedere goedgebekte puber die volwassenen, met hun kritiekloze conventies, eigenlijk maar belachelijk vindt. ‘En al dat vloeken dan,’ zei ik terwijl ik een ouwelullentoon aansloeg. ‘Stel dat mensen daardoor afgeleid worden van de kern van je betoog?’
‘Zo druk ik mezelf nu eenmaal uit. Ik wil mezelf niet verloochenen.’
‘Je moet jezelf afvragen of het van belang is voor je boodschap. Volgens mij maak jij je video’s om iets te over te brengen op je publiek. Ik begrijp je behoefte om authentiek over te komen, maar soms struikelt je publiek over de krachttermen en dan luisteren ze niet meer naar je.’
‘Maar soms is het vloeken juist de boodschap.’
‘Jawel, Amos, ik heb genoeg Scorsese en Tarantino gezien om dat te weten.’
‘En dat zijn geweldige voorbeelden!’
‘Ja, intelligent is hij zeker. Maar hij is niet verstandig’
Ik glimlachte, maar zei niet dat hij in de verste verte geen gelijkenis vertoonde met een gangster of huurmoordenaar. Waarna het gesprek kwam op het onderwerp voorarrest en gevangenisstraf.
Amos zei: ‘Waarom zouden we ons zorgen maken over de gevangenis? Neem nou Mandela, die vocht voor een goede zaak en ging ook de gevangenis in.’
Op dat moment begon [acteur en theaterregisseur] Ivan Heng, die ook aan tafel zat, met zijn ogen te rollen. Hij zei: ‘Schat, jij bent Mandela niet. Dus als ik jou was zou ik zorgen dat ik niet in de problemen kwam.’
Amos keek ietwat schuldbewust. Volgens mij besefte hij dat hij, door de analogie die hij aanhaalde, zichzelf wel eens zou kunnen afschilderen als iemand met grootheidswaan. Glen Goei [eveneens film- en theaterregisseur], die ook aan tafel zat (en het etentje betaalde), zei: ‘Misschien ben je niet bang voor jezelf. Maar denk eens aan je ouders. Denk je niet dat ze zich zorgen zullen maken als je naar de gevangenis moet?’
‘Maar we kunnen ons leven niet altijd leiden op basis van wat onze ouders van ons vinden.’
‘We vragen alleen maar of je jezelf in hun positie kunt verplaatsen,’ zei Glen.
Amos wreef weer langs zijn kin. Ik voelde dat er een bijdehand weerwoord aan zat te komen – ‘als ik een kind had, dan zou ik willen dat hij dingen doet die hij met zijn geweten in overeenstemming kan brengen… dat hij leeft als een vrij mens met principes… dat hij de morele moed heeft om achter zijn eigen handelingen te staan’. Maar Amos zei niets.
Dit is mijn visie op de hele absurde affaire: Amos Yee is net zo normaal als alle andere pubers. Ze ergeren zich aan elke vorm van gezag, ze zijn altijd op zoek naar ruimte om te manoeuvreren en te onderhandelen, hebben een vlijmscherp instinct om de tegenstrijdigheden en hypocrisie van volwassenen aan de kaak te stellen, en spreken een taal vol met ‘maar’ en ‘waarom niet?’ die bedoeld is om je geduld op proef te stellen. Elke poging om een puber te ‘disciplineren’ wordt een koppige, uitzichtloze strijd; je kunt het met hem op een akkoordje proberen te gooien, maar als hij vindt dat hij ten onrechte gestraft wordt (nog voordat hij veroordeeld is), dan kun je verzet verwachten. Met dat soort pubers kun je proberen redelijk te overleggen, maar je moet voorbereid zijn op hun stellingname dat je redelijkheid in werkelijkheid volstrekt onredelijk is. Wat abnormaal is, is dat vanwege de aanklachten tegen hem alles wordt uitgespeeld op een veel groter podium. En volgens mij is dat het tragische van de hele zaak: als zo’n puber zich begint te verzetten – en Amos kan natuurlijk enorm uitdagend zijn en puberaal doen – kun je hem het beste negeren en laten uitrazen tot hij er moe van wordt.
Hysterisch
Maar nee hoor, sommige mensen besluiten dan schijnheilig te gaan doen, en dan krijg je de sneue situatie van een volwassene die een kind genadeloos afranselt in een supermarkt. Op zo’n moment vinden wij dat kind absoluut niet onhandelbaar; nee, het is de volwassene die zijn zelfbeheersing heeft verloren. En zo beschouw ik deze kwestie ook: de mensen die de klachten hebben ingediend bij de politie, de acht politieagenten die Amos thuis kwamen arresteren, de hoofdaanklager, de man die Amos een klap gaf voor het gerechtsgebouw, Bertha Henson, Lionel de Souza, de journalisten die foute lezingen blijven geven van de zaak: jullie maken zo’n gewelddadige, hysterische, waanzinnige en zwakke indruk. Door te proberen het ‘probleem’ Amos op te lossen, hebben jullie alleen maar je eigen problemen en neuroses tentoongespreid: jullie kleingeestigheid, jullie wreedheid, jullie beestachtigheid en jullie onzekerheid.
Alfian Sa’at Alfian Sa’at is schrijver van fictie en toneel, en tevens dichter. Op Read My World ensceneert hij onder meer de theatrale keynote speech van de auteurs Tash Aw en Laksmi Pamuntjak. Tijdens het Literair Café op 2 oktober draagt hij voor uit zijn werk en gaat hij in gesprek met dichter en programmamaker Frank Keizer.
De Venezolaanse oppositieleider Leopoldo López werd op 11 september jl. veroordeeld tot dertien jaar cel voor zijn rol tijdens antiregeringsprotesten in 2014. In het Westen geldt hij als een verdediger van de vrijheid, maar in eigen land is zijn positie omstreden.
Na de demonstraties die Caracas in februari 2014 op zijn kop zetten, oordeelde de Amerikaanse pers vooral gunstig over Leopoldo López, de Venezolaanse oppositieleider die sinds 18 februari 2014 gevangenzit. Het blad Newsweek noemde hem ‘een revolutionair die alles mee heeft’ en refereerde daarbij aan ‘zijn fonkelende chocoladebruine ogen en zijn hoge jukbeenderen’. The New York Times publiceerde een foto van de leider terwijl hij met opgeheven vuist tegenover een uitzinnige menigte stond en bood hem een forum in de krant. Op zijn vierenveertigste is Leopoldo López overal ter wereld de personificatie van vrijheid en democratie geworden.
Maar in Venezuela is dit beeld complexer. Leopoldo López is gevangengenomen wegens brandstichting, ordeverstoring en samenzwering. Zijn gevangenneming volgde op de eerste grote betoging tegen de regering op 12 februari 2014, die drie mensen het leven kostte en tot wekenlange manifestaties, barricades en geweldsuitbarstingen leidde. De aanklachten tegen hem – volgens Amnesty International ‘ingegeven door politieke overwegingen’ – hebben hem ruim dertien jaar gevangenisstraf opgeleverd. Maar er blijft een felle discussie woeden tussen degenen die Leopoldo López als een verdediger van de vrijheid zien die het slachtoffer is geworden van verzonnen beschuldigingen, en degenen die in hem een gewelddadige fascist zien die zich tegen de regering van Nicolas Maduro keert.
Vergeleken bij het geweld van de betogingen – waarbij 43 doden vielen, zowel onder de betogers van beide kanten als bij de nationale politie – is het proces tegen Leopoldo López betrekkelijk rustig verlopen.
Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten
Meestal werd het publiek in de rechtszaal gevormd door kleine groepjes sympathisanten onder aanvoering van Lilian Tintori, de vrouw van López. Andere leden van de oppositie pleitten weliswaar regelmatig voor zijn vrijlating, maar hielden zich verder op de vlakte. Toen de partij van Leopoldo López, Voluntad Popular, onlangs campagne voerde om de grondwet te herschrijven en de regering te reorganiseren, drong de leider van een rivaliserende oppositiepartij erop aan dat hij ‘zijn verantwoordelijkheid’ nam en zich ‘volwassen’ gedroeg. Een andere oppositieleider eiste ‘een eind aan de anarchie en de guarimbas’, de barricades die door de betogers waren opgeworpen.
Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten. ‘Leopoldo is een man die zeer sterk aan democratische en katholieke waarden hecht,’ bevestigt Alejandro Aguirre, lid van Javu (Juventud Activa Venezuela Unida), een van de belangrijkste studentengroeperingen die de aanzet gaven tot de betogingen in februari 2014. ‘Hij is een voorbeeld voor de jeugd.’
In mei 2014 nam Lilian Tintori, een voormalige mannequin, kitesurfkampioene en reality-tv-ster, deel aan een sympathiebetoging voor politieke gevangenen in Chacao in het district Caracas, waar haar man burgemeester en leider van de oppositie tegen de regering was. Chacao is ook een van de rijkste gemeenten van Venezuela.
Deze dag bood een inkijkje in het mediapopulisme waardoor Leopoldo López en zijn partij aan invloed wonnen terwijl de traditionele oppositie, geleid door de coalitie MUD (Mesa de la Unidad Democrática) het onderspit moest delven. De diepe kloof tussen MUD, geleid door Henrique Capriles, en de jongere en radicalere gelederen van de oppositie, geleid door Leopoldo López, is hartstochtelijk uit de doeken gedaan door de Venezolaanse media. ‘Alleen Hugo Chávez wordt door de oppositie nog meer veracht dan Leopoldo López,’ verklaarde Mary Ponte van de centrum-rechtse partij Primero Justicia in 2009 volgens een Amerikaans diplomatiek kabeltelegram. ‘Het enige verschil tussen de twee is dat Leopoldo López veel knapper is.’ In ditzelfde document, ‘Het probleem-López’ getiteld, wordt de leider beschreven als ‘bron van de verdeeldheid binnen de oppositie’ en een man die ‘vaak als arrogant, wraakzuchtig en machtsbelust wordt omschreven, ook al erkent de partij zijn blijvende populariteit, zijn charisma en zijn organisatietalent’.
Geen enkele Venezolaanse oppositieleider was er tot dan toe in geslaagd zich zo op het internationale podium te manifesteren als Leopoldo López. Zijn opkomst is met name te danken aan de afstand die hij heeft genomen van de bijzonder impopulaire staatsgreep van april 2002, toen militairen en grote zakenlieden Hugo Chávez voor 47 uur uit zijn functie onthieven. De twee advocaten die López en zijn familie vertegenwoordigen bevestigen dat ‘Leopoldo López de staatsgreep niet heeft gesteund en [dat] hij niet zijn handtekening heeft gezet onder het Carmona-decreet dat de vorming van een democratische overgangsregering van nationale eenheid, het afzetten van de president en het ontbinden van het parlement en het hooggerechtshof beoogde. Hij had evenmin banden met degenen die de staatsgreep pleegden.’
De waarheid lijkt echter complexer, te oordelen naar gesprekken met belangrijke hoofdrolspelers in de staatsgreep van 2002, het profiel dat intimi van Leopoldo López schetsen, de artikelen in de Venezolaanse pers en de beelden en documenten uit Amerika.
Leopoldo López werd geboren in 1971 als telg van een familie die tot de Venezolaanse elite behoort. Zijn moeder, Antonieta Mendoza, bekleedt een hoge functie in de groep Cisernos, een mondiaal mediaconglomeraat. Zijn vader, Leopoldo López Gil, is zakenman en lid van de redactieraad van het grote dagblad El Nacional.
‘Het enige verschil tussen Hugo Chávez en Leopoldo López is dat López veel knapper is’
Op de Hun School van de Amerikaanse Princeton University, die onder zijn oud-leerlingen Saoedische prinsen, de zoon van een Amerikaanse president en die van een grote zakenman uit de Fortune 500 telt, zegt Leopoldo López zich bewust te zijn geworden van zijn verantwoordelijkheid tegenover het volk van zijn vaderland. Hij studeerde vervolgens aan Kenyon College in Ohio, waar hij in contact kwam met mensen die belangrijk zouden worden voor zijn toekomst, zoals Rob Gluck, politiek consultant en een van de oprichters van Friends of a Free Venezuela, een groepering die in de Verenigde Staten een felle mediacampagne voert voor de vrijlating van de oppositieleider.
Volgens Rob Gluck, die ook zijn steentje heeft bijgedragen aan de verkiezing van Arnold Schwarzenegger tot Republikeins gouverneur van Californië in 2003, is Leopoldo López ‘altijd progressief geweest’ en zou hij zich in de Verenigde Staten op het centrum-linkse politieke vlak bevinden. Rob Gluck leidt de Friends of a Free Venezuela op vrijwillige basis, maar wel stuurt zijn kantoor rekeningen aan de familie van de oppositieleider voor, zoals hij het noemt, ‘het geven van ruchtbaarheid aan de situatie van Leopoldo’.
Na Kenyon College ontmoette López op de Harvard Kennedy School een andere invloedrijke figuur die een van zijn belangrijkste medestanders is geworden: de Venezolaanse staatsburger Pedro Burelli, voormalig bestuurslid van de JP Morgan Bank en lid van de raad van bestuur van PDVSA, de nationale oliemaatschappij van Venezuela, totdat in 1999 Hugo Chávez aan de macht kwam.
Een mislukte coup
Pedro Burelli noemt zichzelf een ‘zeer goede vriend’ van Leopoldo López die, legt hij uit, medeoprichter van Primero Justicia was toen hij van 1996 tot 1999 bij PDVSA werkte. Primero Justicia zou in 2000 een oppositiepartij worden.
In 1998 bleek uit onderzoek van het Venezolaanse ministerie van Financiën dat de moeder van Leopoldo López een bedrag van 120.000 dollar van de rekening van PDVSA naar die van Primero Justicia had overgemaakt, in de tijd dat Leopoldo en zijzelf bij de oliemaatschappij werkten – een transactie die in strijd was met de anticorruptiewet. De advocaten van López voerden aan dat Primero Justicia op dat moment een organisatie zonder winstoogmerk was, en hij is nooit voor deze aanklacht veroordeeld. Desondanks verklaarde Financiën hem onverkiesbaar voor enige publieke functie tussen 2008 en 2014.
López verliet Primero Justicia in 2007 en zwalkte van de ene partij naar de andere tot aan zijn onrealistische kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van 2012 namens zijn huidige partij Voluntad Popular. Hij speelde in die jaren een belangrijke rol bij de opkomst van de studentenbeweging binnen de Venezolaanse oppositie.
López stelde zijn basis veilig maar bleef in de schaduw van zijn oude bondgenoot Henrique Capriles, leider van Primero Justicia en tweemaal kandidaat bij de presidentsverkiezingen. Maar Capriles leed een verpletterende nederlaag tijdens de presidentsverkiezingen van 2012, wat mede leidde tot het debacle van de oppositie tijdens de gouverneursverkiezingen van datzelfde jaar. In 2013, toen er nieuwe verkiezingen werden gehouden na de dood van Hugo Chávez, verloor Henrique Capriles opnieuw, ditmaal van Nicolas Maduro. Deze nederlagen brachten Leopoldo López en de met hem sympathiseren- de studentenbeweging ertoe om in februari 2014 de straat op te gaan en het aftreden van Nicolas Maduro te eisen onder het scanderen van ‘¡Libertad!’ en ‘¡Democracia!’
Deze eis zou onmogelijk zijn geweest als de charismatische leider niet behendig afstand had genomen van een open wond van de Venezolaanse politiek: de korte poging tot een staatsgreep in 2002.
Half april 2002, tijdens een algemene staking tegen PDVSA die werd gesteund door de oppositie en massale betogingen tegen (maar ook voor) Hugo Chávez, arresteerde een groep militairen en toplieden uit het bedrijfsleven de president. Pedro Carmona, de toenmalige voorzitter van de Federatie van Kamers van Koophandel van het land, werd als tijdelijke plaatsvervanger benoemd. Een door de samenzweerders opgesteld document werd ondertekend in Miraflores, het presidentieel paleis, op 12 april 2012, de dag waarop Hugo Chávez werd gearresteerd. Dit document, bekend onder de naam ‘Carmona-decreet’, ontbond het parlement en het hooggerechtshof en blies de verkiezingen van 1999 af.
Hoge militairen hadden er al enkele dagen bij Hugo Chávez op aangedrongen om af te treden. De coupplegers hadden vervolgens – ten onrechte – bevestigd dat hij dat had gedaan. De krachten die Chávez gunstig gezind waren organiseerden op hun beurt massale betogingen en dreigden Pedro Carmona af te zetten, die daar onder de grote druk gehoor aan gaf. Hugo Chávez werd teruggebracht naar het presidentieel paleis.
Deze poging tot een staatsgreep is nog altijd erg impopulair in Venezuela, vooral vanwege het besluit van Carmona om de grondwet ongeldig te verklaren, die door een verpletterende meerderheid van de Venezolanen was aangenomen, met inbegrip van talrijke sympathisanten met de oppositie. De impopulariteit van deze listige zet werd bevestigd door de opzienbarende overwinning van Chávez toen er later over gestemd werd.
Leopoldo López heeft er voortdurend aan herinnerd dat hij het Carmona-decreet nooit heeft ondertekend – en niets wijst erop dat hij dat wel heeft gedaan – en dat hij op geen enkele manier betrokken was bij de organisatie van de staatsgreep. Toch stond hij niet zo ver van de coup en de samenzweerders af als hij wilde doen geloven. Onder de verantwoordelijken daarvoor en de ondertekenaars van het Carmona-decreet treffen we diverse intimi van López aan. Zoals Leopoldo Martínez, die samen met hem Primero Justicia leidde en korte tijd minister van Financiën was van de ‘regering’-Carmona, en María Corina Machado, zijn nauwste bondgenoot, die het decreet wel ondertekende, evenals Manuel Rosales, de voormalige leider van Un Nuevo Tiempo, de partij die López in 2007 had helpen opbouwen tot hij er in 2009 werd uitgezet. En tot de vierhonderd toplieden uit het bedrijfsleven en vertegenwoordigers van het leger, de media en de politiek die het decreet in Miraflores ondertekenden bevond zich ten slotte ook de vader van Leopoldo López.
‘Ik heb niets ondertekend,’ verzekerde deze me in mei 2015, ‘niemand onder de aanwezigen heeft ook maar iets ondertekend wat op een “decreet” leek. Er ging een presentielijst rond die vervolgens voor andere doelen is aangewend. Hoe zouden we iets hebben zkunnen ondertekenen wat we niet eens hadden gezien?’
Videobeelden van de ondertekening van het Carmona-decreet op 12 april 2002 die pas kortgeleden zijn opgedoken geven echter een ander idee van wat er gebeurd is: een zaal vol mannen in pak applaudisseert verwoed tijdens de voorlezing van delen van het decreet waarin alle regeringsinstanties worden afgeschaft.
In die tijd was Leopoldo López dertig en burgemeester van Chacao. Hij had de algemene staking en de grote mars van de oppositie gesteund die in april 2002 onmiddellijk aan de arrestatie van Hugo Chávez waren voorafgegaan. Twee gebeurtenissen die een beslissende bijdrage leverden aan het kortstondige succes van de coup.
Een opname van het televisieprogramma 24 Horas laat een Leopoldo López zien die, tijdens de parlementaire enquête die enkele maanden na de staatsgreep werd gehouden, duidelijk verheugd was over het afzetten van Chávez. ‘Die dag is voor mij altijd het begin van een onomkeerbare ontwikkeling geweest,’ verklaarde hij, ‘de dag waarop we aankondigden dat het masker van de dictatuur zou vallen en waarop we ons daarvoor uit alle macht hebben ingezet.’
In een andere uitzending zien we Leopoldo López op 9 april de tribune beklimmen om tienduizenden op te zwepen door te roepen: ‘We blijven hier de hele nacht en morgen de hele dag, net zo lang tot de president vertrekt!’ (Volgens zijn advocaat ‘waren de betogingen geen poging tot een staatsgreep’.)
Leopoldo López gebruikt herhaaldelijk de woorden renuncia (aftreden) en salida (vertrek) tijdens een interview op 11 april in Napoleon Bravo, het populaire ochtendprogramma van de zender Venevision. Hij geeft een korte beschrijving van hoe een ‘overgangsregering’ eruit zou kunnen zien en ziet slechts twee manieren om uit de crisis te geraken: een staatsgreep of de ontbinding van de regering.
Natuurlijk is Hugo Chávez nooit afgetreden. Hij is gearresteerd. In zijn boek over de gebeurtenissen, Mi testimonio ante la Historia [Mijn getuigenis tegenover de geschiedenis] getiteld, merkt Pedro Carmona op dat de mars van 11 april zich in de richting van het hoofdkantoor van PDVSA begaf, maar dat hij werd omgeleid naar het presidentieel paleis, waar zich de pro-Chávez-betogers hadden verzameld. De confrontatie tussen de twee kampen liep uit de hand en negentien betogers (van beide kanten) werden gedood door kogels. Voor de fatale omleiding van de mars was ‘toestemming gegeven door burgemeester Leopoldo López’, schrijft Carmona.
De meest controversiële affaire rond Leopoldo López blijft de arrestatie en gevangenzetting, op 12 april 2002, van Ramón Rodríguez Chacín, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken.
Leopoldo López en Henrique Capriles, die toen burgemeester was van Baruta (een andere gemeente in het district Caracas), hadden zich, zogenaamd gewaarschuwd door de buren, naar de op geen enkele manier beveiligde woning van de minister begeven om hem persoonlijk de dood van de negentien betogers ten laste te leggen en hem te arresteren. Waarom deze mensen zijn omgekomen is nooit opgehelderd.
Er zijn ook beelden van López die tegen een journalist zegt dat ‘president Carmona op de hoogte is van deze arrestatie’, nog een aanwijzing dat hij mogelijk heeft samengewerkt met de verantwoordelijke voor de staatsgreep. (Toen Chávez weer aan de macht was, kwam er een aanklacht tegen Henrique Capriles en Leopoldo López wegens vrijheidsberoving, maar ze werden vrijgesproken in het kader van een algehele amnestie die heel wat stof heeft doen opwaaien. In een programma van een regeringsgezinde zender uit 2012 gaf López desgevraagd toe dat deze arrestatie een vergissing was.)
In maart 2014 had ik een gesprek met Ramón Rodríguez Chacín, tegenwoordig gouverneur van de deelstaat Guárico, over de gebeurtenissen in april 2002. ‘Leopoldo is begonnen met de buren op te trommelen via zijn megafoon om bekend te maken dat ik een moordenaar was, dat ik verantwoordelijk was voor de doden van de vorige dag,’ aldus de voormalige minister. Een video toont hoe Ramón Rodríguez Chacín werd afgetuigd door de menigte.
Hersenschimmen of waarheid? López is nooit officieel beschuldigd van het aanzetten tot een coup. Maar in zijn land is algemeen bekend dat hij een rol heeft gespeeld bij de ongeregeldheden van 2002, en deze zekerheid is ongetwijfeld van invloed geweest op de meningsvorming over zijn betrokkenheid bij de betogingen in Caracas in februari 2014. In mei 2014 werd in een officieel regeringsrapport over de staatsgreep onthuld dat de ambassadeur van de Verenigde Staten in Colombia, Kevin Whitaker, en twee bondgenoten van Leopoldo López, María Corina Machado, tegenwoordig leider van de partij Vente Venezuela, en Pedro Burelli, zijn vriend van Harvard, betrokken waren bij een complot om Nicolas Maduro ‘uit te schakelen’ en de regering omver te werpen. Om deze beweringen te staven heeft de Venezolaanse regering onderlinge e-mails van de vermoedelijke samenzweerders gepubliceerd, evenals opgenomen gesprekken met Pedro Burelli, die tegenwoordig in McLean in Virginia woont. Deze laatste werpt alle beschuldigingen van zich af en verzekert dat de e-mails gefabriceerd zijn en dat er geen spoor van is terug te vinden op Google. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de verwijten aan het adres van zijn ambassadeur afgedaan als ‘leugenachtige aantijgingen die deel uitmaken van een stortvloed van ongefundeerde aanvallen door de Venezolaanse regering op diplomaten van de Verenigde Staten’. María Corina Machado bestempelt de beweringen als ‘hersenschimmen’.
In september 2014 werd ook Lorent Saleh, medeoprichter van Javu, gearresteerd op verdenking van terroristische handelingen. Justitie heeft video’s gepubliceerd waarin hij sprak over het laten ontploffen van bommen in discotheken en drankwinkels, het in brand steken van gebouwen en het inschakelen van scherpschutters om de leiders van de bewegingen die Nicolas Maduro gunstig gezind waren te elimineren. Tijdens de betogingen van februari 2014 was dit soort incidenten niet van de lucht: diverse leden van de veiligheidstroepen en sympathisanten met het regime kwamen door kogels om het leven.
Ten slotte werd in februari 2015 Antonio Ledezma, de burgemeester van Caracas en naast Leopoldo López en María Cornia Machado een van de hoofdfiguren tijdens de rellen van februari 2014, gearresteerd wegens rebellie en samenzwering in het kader van een nieuwe vermoedelijke couppoging. Lorent Saleh en Antonia Ledezma wijzen alle beschuldigingen van de hand. De advocaat van de laatste verklaart dat de aanklachten tegen zijn cliënt zijn ‘gebaseerd op falsificaties en verdraaiing van bewijslast’.
De arrestatie van Antonio Ledezma vond plaats nadat hij precies een week eerder, ter gelegenheid van de verjaardag van de gebeurtenissen van 2014, samen met Machado en López een Oproep tot de Venezolanen voor een nationaal overgangsakkoord had gepubliceerd. Dit document beijvert zich voor een ‘vreedzame overgang’ van de regering van Nicolas Maduro, die volgens hen ‘in haar terminale fase’ zou verkeren.
De Venezolaanse president heeft teruggeslagen door op 4 maart 2015 een ander document te publiceren dat aan de oppositie wordt toegeschreven, waarin een gedetailleerd overgangsplan van honderd dagen is uitgewerkt dat geheel strookt met het Carmona-decreet van 2002. Nicolas Maduro liet er geen twijfel over bestaan dat dit document was opgesteld door ‘gewelddadige individuen die in de gevangenis zitten’.
Complotten en andere intriges zijn misschien wel een constante factor in de huidige Venezolaanse politiek, maar ze worden inmiddels overschaduwd door de economische crisis die het land doormaakt.
Deze context lijkt de oppositie in de kaart te spelen: volgens recente peilingen moet Nicolas Maduro het zwaarst boeten voor de huidige crisis. Zijn populariteitsscore is in januari 2015 gedaald tot 23 procent, zijn laagste tot nu toe, terwijl die van Leopoldo López en Henrique Capriles in maart 40 procent steeg. (Het populariteitscijfer van de president is inmiddels weer gestegen tot 28 procent.) De Verenigde Socialistische Partij van Venezuela, die aan de macht is, blijft het best georganiseerd en behoudt grote steun onder de achtergestelde delen van de bevolking, wier stem doorslaggevend is voor de parlementsverkiezingen die zijn voorzien voor 6 december 2015.
Volgens Luís Vicente León van het Venezolaanse studiecentrum Datanálisis heeft Leopoldo López het meest geprofiteerd van het oproer van 2014. De gevangenis heeft zijn imago verbeterd, aldus de analist, en sommigen zien in hem ‘een moedige martelaar die onterecht is opgesloten, een politieke gevangene die tot zeldzame solidariteit inspireert’.
Zijn rijzende ster zou de ‘breuk’ binnen de oppositie best eens kunnen verdiepen, denkt León. Rest de vraag of de publieke opinie in hem een nieuwe stem zal zien voor democratische verandering of voor een radicaal getinte beweging.
Roberto Lovato
Biografie
1971 Geboren in Caracas.
1989 Gaat studeren in de Verenigde Staten.
2000 Treedt toe tot de Venezolaanse oppositie. Wordt verkozen tot burgemeester van Chacao, een gemeente in het district Caracas.
2002 Neemt actief deel aan de betogingen die voorafgaan aan de mislukte staatsgreep tegen Hugo Chávez.
2014 Wordt gearresteerd na gewelddadige betogingen in het hele land.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.