Iraanse vrouwen worden vaak mishandeld door hun man
Een kindbruid die deze maand in Iran zou worden geëxecuteerd vanwege de dood van haar man, is gespaard door haar schoonouders, die omgerekend 160.000 euro aan bloedgeld hebben gekregen in ruil voor hun vergiffenis voor hun schoondochter. Het oorspronkelijke bedrag van 10 miljard tomans (200.000 euro) was teruggebracht tot 8 miljard tomans (160.000 euro) en dat bedrag was bijeengebracht door middel van donaties, schrijft The Guardian.
De 25-jarige Goli Kouhkan zat de afgelopen zeven jaar in de dodencel in de centrale gevangenis van Gorgan in het noorden van Iran. Op 18-jarige leeftijd werd ze gearresteerd omdat ze zou hebben deelgenomen aan de moord op haar gewelddadige echtgenoot, Alireza Abil, in mei 2018, en veroordeeld tot qisas – vergelding in natura.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens Mai Sato, speciaal rapporteur van de VN voor de mensenrechtensituatie in Iran, is de zaak ‘een voorbeeld van de systematische genderdiscriminatie waarmee vrouwelijke slachtoffers van kindhuwelijken en huiselijk geweld binnen het strafrechtstelsel van Iran worden geconfronteerd’.
Kouhkan werd op 12-jarige leeftijd gedwongen om met haar neef te trouwen, raakte op 13-jarige leeftijd zwanger en beviel van een zoon. Ze werd jarenlang fysiek en emotioneel mishandeld. Op de dag dat haar man werd vermoord, betrapte Kouhkan hem terwijl hij hun zoon, toen vijf jaar oud, sloeg. Ze belde de neef van haar man, Mohammad Abil, om hulp. Toen hij arriveerde, brak er een gevecht uit dat resulteerde in de dood van haar man. Volgens Iran Human Rights zit Abil nog steeds in de dodencel.
Volgens de beschikbare gegevens executeert Iran het hoogste aantal vrouwen ter wereld. Amnesty International meldde dat vorig jaar minstens dertig vrouwen in het land zijn geëxecuteerd. In 2025 zijn tot nu toe minstens tweeënveertig vrouwen geëxecuteerd, van wie achttien voor de moord op hun echtgenoot, onder wie twee kindbruiden, aldus Iran Human Rights.
Toen Nai dertien was, hoorde ze van haar biologische vader dat het ‘tijd was om te trouwen’. Dankzij de steun van de Pastoral Women’s Council, een organisatie die zich al bijna dertig jaar inzet voor de rechten van vrouwen uit de Masai-gemeenschap, wist ze aan een kindhuwelijk te ontsnappen.
Naishorua Masago – bij iedereen bekend als Nai – was 13 jaar oud toen ze haar biologische vader ontmoette. Ze was net klaar met de basisschool en stond op de binnenplaats van haar huis, een klein gebouw van leisteen in het dorp Kirtalo, in het noorden van Tanzania, toen er een vreemdeling kwam aanlopen.
‘Mijn vader? Ik woonde al bij mijn vader en moeder. Ik wist niet wie deze man was,’ vertelt ze aan El País. Toch bleef hij aandringen: ‘Het is tijd om te trouwen, Nai,’ zei hij tegen haar. Die dag, in 2008, ontdekte deze jonge Masai-vrouw veel dingen: dat ze was opgegroeid bij haar grootouders, die ze als haar ouders beschouwde, en dat de man die ze nooit had ontmoet, al over haar toekomst had beslist.
In die tijd resoneerde het werk van de Pastoral Women’s Council (PWC) – een organisatie die in 1997 werd opgericht door negen Masai-vrouwen om op te komen voor hun rechten in de gemeenschap – al onder de bewoners van het gebied, een enorm gebied dat zich uitstrekt over tienduizenden kilometers tussen Kenia en Tanzania. Nai hoorde voor het eerst over de organisatie via de oprichter, Maanda Ngoitiko, die eregast was bij haar diploma-uitreiking. Nai was tweede geworden van haar klas en de PWC bood haar een beurs aan om verder te studeren aan de Emanyata Secondary School in het Ngorongoro-district, ook in het noorden van het land, die sinds 2006 door de organisatie wordt gerund. Dankzij deze hulp kon Nai voorkomen dat ze op jonge leeftijd werd uitgehuwelijkt.
‘Ik vertelde hem dat ik niet wilde trouwen. Mijn moeder zei dat dat een schande zou zijn’
‘Om een beurs van de PWC te krijgen, moet je uit een gezin komen met een laag inkomen en het risico lopen te worden uitgehuwelijkt of slachtoffer te worden van gendergerelateerd geweld,’ legt Lakati Kulal uit, sinds 2021 de directeur van de school. Nai, die aan beide voorwaarden voldeed, kon er in totaal vier jaar studeren.
Maar toen Nai met haar middelbareschooldiploma onder de arm terugkeerde naar het huis van haar oma, kwam haar vader terug. En deze keer nam hij haar mee. Ze was 17. ‘Ik vertelde hem dat ik verder wilde studeren en niet wilde trouwen. Mijn moeder zei dat dat een schande zou zijn,’ legt Nai uit. Ze is gekleed in een rode shuka, een traditioneel gewaad, en draagt verschillende kettingen.
Nai, die inmiddels 28 is, herinnert zich hoe ze wanhopig aan een passerende motorrijder vroeg om de PWC in te lichten, omdat haar bruiloft de volgende dag gepland stond. Op de ochtend van de ceremonie wist de organisatie haar te redden en naar een opvanghuis te brengen.
Vrouwen veranderen tradities
Tot 2019 mochten meisjes in Tanzania volgens de wet op 15-jarige leeftijd trouwden. Dat was in strijd met het Maputo-protocol – het in 2005 door de Afrikaanse Unie opgestelde Handvest voor de Rechten van de Vrouw – dat de minimumleeftijd vaststelt op 18 jaar. Maar in 2019 verbood het Hooggerechtshof van Tanzania het huwelijk voor de leeftijd van 18 jaar en beval de regering om de minimumleeftijd binnen een jaar te verhogen. Volgens gegevens van UNICEF komen kindhuwelijken echter nog steeds voor. Op dit moment zijn er 125 miljoen meisjes op het Afrikaanse continent die gedwongen werden om voor hun achttiende te trouwen. Volgens de internationale ngo Girls Not Brides: The Global Partnership to End Child Marriage, wordt een op de drie meisjes in Tanzania voor haar achttiende uitgehuwelijkt. En 5 procent van deze meisjes wordt voor hun vijftiende uitgehuwelijkt.
De Pastoral Women’s Council strijdt tegen gendergerelateerd geweld en gedwongen huwelijken, voor de afschaffing van vrouwenbesnijdenis en voor toegang tot drinkwater en landeigendom. De organisatie krijgt steun van Tanzaniaanse en buitenlandse donoren, waaronder de Europese Unie, aldus de leiders. Onderwijs is een belangrijk onderdeel van de strategie, waarvoor ze fundamentele steun van het Malala Fonds hebben gekregen.
Op Nai’s school hebben inmiddels al meer dan zevenhonderd meisjes met een studiebeurs kunnen studeren. En 250 meisjes hebben een universitaire opleiding afgerond. ‘Het zijn allemaal meisjes die aan kindhuwelijken zijn ontsnapt,’ merkt Kulal op. In de begindagen stuitte de PWC op veel obstakels om zijn werk van de grond te krijgen: ‘Het feit dat een groep vrouwen tradities kwam veranderen, werd niet goed ontvangen door de mannen. Maar het feit dat we Masai waren, speelde een doorslaggevende rol,’ zegt Ngoitiko.
‘Dit zijn nieuwe tijden: nu leveren we een bijdrage, we bedelen niet’
De oprichter geeft toe dat er vooruitgang zichtbaar is, hoewel bepaalde repressieve opvattingen nog steeds bestaan: ‘De Masai zijn een extreem patriarchale gemeenschap, waarin vrouwen en meisjes altijd als minderwaardig zijn behandeld,’ benadrukt ze.
In de loop der jaren heeft de PWC zijn werkterrein uitgebreid en projecten opgezet om de economische onafhankelijkheid van vrouwen te bevorderen. ‘In 2016 hebben we groepen van vijftien tot twintig vrouwen gevormd die wekelijks wat geld opzijzetten en bijdragen aan twee gemeenschappelijke fondsen: een voor noodgevallen en een voor kredieten,’ legt Stella James, een van de projectmanagers, uit. Daarmee veranderde het leven van duizenden Masai-vrouwen.
‘Voorheen bleven we thuis. Als we geld nodig hadden, moesten we dat aan onze mannen vragen. Nu hebben we allemaal kleine bedrijfjes: we hebben huizen gebouwd en we delen de winst,’ zegt Naire Lio, leider van zo’n fondsgroep in het Longido-district. ‘Dit zijn nieuwe tijden: nu leveren we een bijdrage, we bedelen niet,’ voegt ze eraan toe.
Lio en haar collega’s besloten hun kennis te delen met vrouwen uit naburige dorpen. Ze richtten ook zes nieuwe gemeenschapsbanken op. Ze bundelden hun inkomsten en kochten bijvoorbeeld een maïsmolen om het graan te kunnen malen zonder daarvoor te hoeven reizen. ‘Nu komen mensen bij ons kopen en met dat geld kunnen we onszelf onderhouden,’ legt ze uit. Dit model kreeg navolging in de 127 dorpen, verspreid over drie districten, waar de PWC actief is, waardoor de solidariteit in de gemeenschappen werd versterkt en meer dan 15.000 vrouwen erop vooruitgingen, aldus de organisatie.
Eigen land
Hoewel uit een recent onderzoek van Afrobarometer is gebleken dat 85 procent van de Tanzanianen vindt dat zowel vrouwen als mannen het recht zouden moeten hebben om land te bezitten, is slechts 8,1 procent van de vrouwen in Tanzania zelfstandig landeigenaar. ‘Masai-vrouwen hebben nooit het recht op eigendom gehad. Alles is van onze mannen: het huis, het vee… zelfs onze kinderen zijn van hen,’ klaagt Ngoije. Zij is een van de vrouwen uit het Longido-district die zelf land bezitten.
Landeigenaar zijn in Tanzania betekent ondergedompeld worden in een complex systeem, aangezien er een tweeledig rechtssysteem bestaat: het wettelijk recht – dat gelijke rechten toekent aan mannen en vrouwen – en het gewoonterecht (ongeschreven regels gebaseerd op gebruiken), dat mannen bevoordeelt. Daarom betrekt de PWC gemeenschapsleiders erbij en doordringt hen van het belang om land te registreren op naam van vrouwen. ‘Als hier een leider spreekt, is iedereen stil. We hebben het argument gebruikt dat de overheid land afpakt van de Masai[-mannen], dus dat de eigendommen op onze naam moeten worden geregistreerd,’ zegt Ngoije.
‘Het zou niet zijn gelukt als we onze echtgenoten hadden proberen te overtuigen. We moesten ons tot de stamhoofden wenden om dit te bereiken,’ gaat Ngoije verder. Ze heeft een officieel overheidsdocument waarin haar eigendomsrechten zijn vastgelegd. Tot nu toe hebben meer dan 350 vrouwen land aangevraagd en gekregen. ‘Het belangrijkste is de mentaliteitsverandering bij de mannen. We hebben nu een stem en onze rechten worden erkend,’ zegt Namyak Makanot. Zij is de dochter van Ngoije en heeft ook van deze verandering geprofiteerd.
Solidariteit van vrije vrouwen
‘Een Masai – man of vrouw – is [berooid] als hij of zij geen vee bezit,’ legt Nabulu uit, die in de plaats Loliondo woont. Dat was in 1998 aanleiding voor de oprichting van een speciaal soort boma: de solidariteits-boma’s. Dit zijn veecoöperaties die vrouwen helpen zelf vee te bezitten en een eigen inkomen te genereren. De solidariteits-boma’s zijn hetzelfde als de traditionele boma’s, met het verschil dat ze worden beheerd door vrouwen en dat het vee hun eigendom is.
Drie jaar lang leven verschillende vrouwen samen, runnen ze bedrijven, zorgen ze voor het vee, ondersteunen ze studenten en richten ze gemeenschapsbanken op, in een veilige ruimte waar alles besproken kan worden. Daarna keren ze terug naar huis met hun vee en hun spaargeld, terwijl een andere groep het van hen overneemt. ‘Op deze manier worden we gerespecteerd door de mannen en krijgen we een stem in de comités,’ legt Nabulu uit. Ze is van plan om zich kandidaat te stellen als de volgende gemeenschapsleider. ‘Masai-vrouwen moeten in machtsposities komen te zitten, zodat we onze eigen agenda kunnen bepalen en gewaardeerd worden,’ zegt ze.
Terwijl op de achtergrond de koebellen klingelen, geeft Runi Mukanda, een Masai-opperhoofd, toe dat hij vroeger dacht ‘dat vrouwen zwak waren. Maar nu is hun kracht duidelijk gebleken.’ Zijn vrouw Ngoije, die naast hem zit, valt hem bij: ‘Hij was erg agressief… maar nu kan ik me ontspannen als ik met hem praat.’ Mukanda dwong zijn dochter Namyak om te trouwen toen ze 14 was. Wat als hij terug in de tijd kon gaan; zou hij dan dezelfde beslissing nemen? ‘Ik denk dat ik niet eens het recht zou hebben om dat te doen. Een meisje mag nu zelf beslissen met wie ze trouwt en wanneer. Het is niet meer zoals vroeger,’ antwoordt de vader.
Veel vrouwen hebben amper toegang tot onderwijs en werk
Het Internationaal Strafhof (ICC) heeft dinsdag arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen ‘twee hoge talibanleiders, die worden beschuldigd van het vervolgen van vrouwen en meisjes in Afghanistan’, meldt de BBC. Het in Den Haag gevestigde hof verklaarde dat er ‘redelijke gronden’ waren om aan te nemen dat de hoogste leider Haibatullah Akhundzada en de voorzitter van het Hooggerechtshof Abdul Hakim Haqqani ‘een misdaad tegen de menselijkheid hebben begaan door de manier waarop zij vrouwen en meisjes hebben behandeld sinds zij in 2021 aan de macht kwamen’, voegt de Britse omroep toe.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Sinds hun machtsovername hebben de taliban ‘een reeks beperkingen ingesteld, met name op de toegang tot onderwijs voor meisjes boven de twaalf jaar en door vrouwen van veel banen uit te sluiten’. De taliban herhaalden in hun reactie op het arrestatiebevel dat zij het ICC niet erkennen en noemden de arrestatiebevelen een ‘duidelijke daad van vijandigheid’ en een ‘belediging’ voor moslims.
Landen zetten babybonussen, gesubsidieerde kinderopvang en ouderschapsverlof in om het snel dalende vruchtbaarheidscijfer weer omhoog te krijgen – grotendeels zonder resultaat. Hoe overtuig je mensen om meer kinderen te krijgen?
Sophia en haar partner aarzelen al vijf jaar over het krijgen van kinderen. Ze maken zich zorgen over de impact van de mensheid op de biodiversiteit en de klimaatverandering en over wat de toekomst voor ons in petto heeft.
‘Het gaat ons om twee dingen,’ zegt Sophia, een communicatiespecialist die liever niet haar volledige naam geeft. ‘Aan de ene kant: in hoeverre draagt een kind bij aan de mondiale [klimaat]crisis? Daarnaast gaat het erom hoe haar of zijn leven eruit zou komen te zien. Het verlies van de biodiversiteit raakt me diep. Ik denk veel na over de toekomst en dus ook over de toekomst van mijn kind.’
De angst voor klimaatverandering maakt dat stellen minder kinderen krijgen. Ongeveer een op de vijf vrouwelijke klimaatwetenschappers geeft aan door de klimaatcrisis geen of minder kinderen te willen.
Simpelweg onvoldoende
Het klimaat is niet de enige reden voor wat door regeringen en kranten een baby-, bevolkings-, vruchtbaarheids-, vergrijzings-, demografische of economische crisis wordt genoemd. Ook de kosten van levensonderhoud, huisvestingsproblemen en een gebrek aan kansen spelen een rol. Het resultaat is dat overheden over de hele wereld bezorgd zijn dat vrouwen simpelweg onvoldoende baby’s krijgen.
Volgens Elon Musk vormen dalende geboortecijfers een groter risico voor de beschaving dan de opwarming van de aarde. Er bestaat dan ook een groeiende beweging van zogeheten pronatalisten, die ‘veel kinderen’ willen krijgen om de wereld te redden.
Het is vrij duidelijk dat vrouwen die beter opgeleid en geëmancipeerder zijn en een betere toegang hebben tot anticonceptie, minder kinderen krijgen. Wat nog onbekend is, is hoe je ze kunt overtuigen om er meer te krijgen. Goedkopere kinderopvang? Flexibelere werkplekken? Meer hulp van de mannen? Betaalbare woningen? Meer optimisme over de toekomst?
Het rapport stelt dat ‘vrouwen tegenwoordig gemiddeld één kind minder krijgen dan rond 1990’
Statistieken tonen aan dat de meeste landen inmiddels onder het vervangingspercentage zitten. Dat bedraagt 2,1 kind per vrouw; genoeg om de bestaande bevolking te vervangen, met een kleine buffer.
Vijf decennia geleden leidde het boek The Population Bomb van Paul Ehrlich en Anne H. Ehrlich tot mondiale angst voor ‘massale hongersnood’ op een ‘stervende planeet’ als gevolg van overbevolking. Nu waarschuwen experts dat de vruchtbaarheidscrisis zorgt voor een afname van het aantal jongeren dat een toenemende vergrijzende bevolking moet ondersteunen, en gooien paniekerige regeringen over de hele wereld hier geld tegenaan.
In maart veroorzaakte een artikel in TheLancet een nieuwe golf van krantenkoppen die waarschuwden voor catastrofes. Een grootschalig onderzoek naar vruchtbaarheid, uitgevoerd in 205 landen in de periode 1950-2021, van het Institute for Health Metrics and Evaluation (IHME) van de Universiteit van Washington, stelde vast dat de wereld een ‘toekomst met lage vruchtbaarheid’ te wachten staat.
Volgens het IHME-onderzoek zal in 2050 meer dan driekwart van de landen onder het vervangingspercentage zitten. In 2100 zal dit 97 procent zijn. De enige landen die tegen die tijd naar verwachting een percentage van meer dan 2,1 zullen hebben zijn Samoa, Somalië, Tonga, Niger, Tsjaad en Tadzjikistan.
Pronatalistisch beleid
Plaatsen met lage inkomens en hogere vruchtbaarheidscijfers – zoals Afrika ten zuiden van de Sahara, waar tegen 2100 naar verwachting ruim de helft van de geboorten zullen plaatsvinden – hebben behoefte aan betere toegang tot voorbehoedsmiddelen en onderwijs voor vrouwen, aldus de onderzoekers. Landen met lage vruchtbaarheid en hogere inkomens, zoals Zuid-Korea en Japan, hebben behoefte aan vrije immigratie en beleid om ouders te ondersteunen.
In het onderzoek werd ook gekeken naar het bestaande beleid om het krijgen van kinderen te bevorderen, zoals gratis kinderopvang, beter ouderschapsverlof, financiële prikkels en arbeidsrechten. Maar de bevindingen suggereren dat zelfs dit soort beleid de vruchtbaarheidscijfers niet omhoog krijgt tot het vervangingsniveau. Wel ‘kunnen [deze maatregelen] voorkomen dat sommige landen naar een extreem laag vruchtbaarheidsniveau zakken’.
Historische vergrijzing Japan
Behalve de dalende kinderwens speelt er ondertussen ook nog een ander probleem. Uit een grootschalige meta-analyse blijkt dat de spermaconcentratie bij mannen wereldwijd in rap tempo afneemt. De gemiddelde waarde daalde tussen 1973 en 2018 van 101 naar 49 miljoen per milliliter, wat volgens onderzoeker Shanna Swan wijst op ‘subfertiliteit’. De afname versnelt bovendien: van 1,16 % per jaar vóór 2000 naar 2,64 % sinds 2000, schrijft Le Monde.
De oorzaak ligt volgens onderzoekers in een combinatie van leefstijlfactoren (zoals roken, obesitas en stress) en chemische vervuiling, zoals weekmakers en pesticiden. ‘Onze resultaten zijn de kanarie in de kolenmijn,’ waarschuwt epidemioloog Hagai Levine. Nieuw is dat de achteruitgang nu ook wordt vastgesteld in Afrika, Zuid-Amerika en Azië – een wereldwijd fenomeen dus. Onderzoekers pleiten voor actie, maar beleidsmaatregelen blijven uit. Volgens Swan gaat ook de vrouwelijke vruchtbaarheid achteruit, maar daar is minder aandacht voor omdat eicellen moeilijker te tellen zijn. De afname van spermakwaliteit hangt bovendien samen met andere problemen, zoals zaadbalkanker en aangeboren afwijkingen.
(Zie ook 360-editie 215)
Volgens Natalia V. Bhattacharjee, medeauteur van het onderzoek, zullen de trends ‘de wereldeconomie en het internationale machtsevenwicht volledig (…) hervormen en een reorganisatie van samenlevingen noodzakelijk maken’. Bhattacharjee waarschuwt ook dat sommige landen zouden kunnen proberen ‘drastischere maatregelen te rechtvaardigen’ om het recht op abortus te beperken.
Ondertussen worden in Taiwan, waar het vruchtbaarheidscijfer inmiddels is gedaald tot 0,86, scholen gesloten. In Japan, waar het vruchtbaarheidscijfer 1,21 bedraagt, overtreft de verkoop van incontinentieproducten voor volwassenen inmiddels de verkoop van luiers. In Griekenland, waar het vruchtbaarheidscijfer 1,26 bedraagt, is in sommige dorpen al jaren geen kind meer geboren en worden mensen aangespoord om zes dagen per week te werken. En in Zuid-Korea, met vruchtbaarheidscijfer 0,72, zal de bevolking naar verwachting tegen 2100 zijn gehalveerd. Het vruchtbaarheidscijfer in Australië bereikte in 1961 een piek van 3,5. In 1975 – niet lang nadat de belasting op de anticonceptiepil was afgeschaft – was het gedaald tot het vervangingsniveau (2,1), en nu staat het op 1,6.
Zelfs Scandinavische landen, met hun focus op gendergelijkheid en ouderschapsverlof, ervaren een afnemende vruchtbaarheid
Die dip in de jaren zeventig was te danken aan de pil, zegt Liz Allen, demograaf en docent aan het Centre for Social Research and Methods van de Australian National University, maar ook aan andere grote maatschappelijke veranderingen rond gendergelijkheid, waarbij vrouwen steeds beter opgeleid werden, steeds meer gingen werken en het makkelijker werd om te scheiden.
Er zijn mensen die besluiten dat ze geen kinderen willen. Er zijn vrouwen die het krijgen van kinderen uitstellen en uiteindelijk, omdat hun vruchtbaarheid afneemt, minder kinderen krijgen. En in Australië en andere ontwikkelde landen is er veel minder sprake van tienerzwangerschappen, wat over het algemeen als een goede zaak wordt beschouwd, maar eveneens bijdraagt aan een lager vruchtbaarheidscijfer.
Regeringen in de hele OESO – en in toenemende mate ook in de ontwikkelingslanden – proberen op allerlei manieren de vruchtbaarheid te bevorderen.
De meeste landen met een lage vruchtbaarheid kennen een vorm van zwangerschapsverlof. Vele hebben gesubsidieerde kinderopvang en een of andere vorm van kinderbijslag, en iets meer dan de helft van de landen heeft flexibele werkuren of belastingvoordelen voor gezinnen met kinderen, aldus de Verenigde Naties. Maar zelfs de Scandinavische landen, met hun focus op gendergelijkheid, ouderschapsverlof en sociale diensten, ervaren een afnemende vruchtbaarheid.
In China is de ‘eenkindpolitiek’ veranderd in een ‘driekindbeleid’, in combinatie met betere gezondheidszorg voor moeders en verminderde toegang tot abortus. Japanse politici proberen elkaar te overtreffen in hun pronatalistische beleid, met onder andere subsidies, gratis kinderopvang, betere werkzekerheid en steun voor vruchtbaarheidsbehandelingen. En de Zuid-Koreaanse regering heeft meer dan 200 miljard dollar uitgetrokken om gezinnen te ondersteunen bij het krijgen van kinderen.
Maar het werkt allemaal niet. De beste bedoelingen hebben niet zozeer geleid tot een babyboom als wel tot sporadische ‘babybumps’.
Succesvolgorde
Neem bijvoorbeeld de Australische babybonus, geïntroduceerd door de toenmalige minister van Financiën Peter Costello met de aansporing: ‘Eén voor mama, één voor papa, en één voor het land.’
De maatregel had enig effect, maar deskundigen beschrijven de stijging van de vruchtbaarheid meer als een kortstondige opleving. Dat heeft landen als Rusland, Griekenland en Italië er niet van weerhouden ook babybonussen in te voeren.
Jennifer Sciubba, een Amerikaanse demograaf, politicoloog en auteur van 8 Billion and Counting: How Sex, Death and Migration Shape Our World, sprak in de Ezra Klein-podcast over het complexe samenspel van factoren die van invloed zijn op onze kinderwens. Wie de ‘succesvolgorde’ wil aanhouden – eerst een opleiding, dan een goede baan, een huis en wat spaargeld – stelt het krijgen van kinderen uit. En hebben mensen eenmaal meer geld, dan verlangen ze ook naar andere dingen in hun leven, waar kinderen afbreuk aan kunnen doen: uit eten, op vakantie, een goede nachtrust.
Het hebben van meer dan twee kinderen kan onvoorstelbaar intensief, zwaar en duur lijken, zegt ze, maar het gaat nooit alleen om het geld. Hoe zit het met steun van de familie en de mensen in je omgeving? Religie? En logistieke zaken, zoals een nieuwe auto waar voldoende autostoeltjes in passen?
In Oost-Azië, aldus Sciubba, verspreidt zich [onder vrouwen] het idee dat ‘je niet langer hoeft te trouwen om een goed leven te leiden’. ‘Het huwelijk zou je zelfs kunnen verstikken vanwege de genderverhoudingen binnen de relatie,’ aldus Sciubba.
Ze vraagt zich af hoeveel de staat hier daadwerkelijk tegen kan doen. Zo is er ook nog de heersende cultuur; in Zuid-Korea bestaat bijvoorbeeld betaald vaderschapsverlof, maar daar wordt geen gebruik van gemaakt.
Hongarije heeft onder Viktor Orbán gratis ivf, belastingvoordelen en leningen tegen lage rente aangeboden aan gezinnen met kinderen, en hoewel het vruchtbaarheidscijfer wel omhoog is gegaan, zijn deze maatregelen ook een dekmantel voor nationalistische identiteitspolitiek en gaan ze gepaard met beperkingen op anticonceptie en abortus.
‘Je kunt individuele rechten wegnemen’ om de vruchtbaarheidscijfers te verhogen, zegt Sciubba. ‘Daar ben ik niet voor.’ Ze wijst op het voorbeeld van de Roemeense Nicolae Ceaușescu, de dictatoriale communistische leider die eind jaren zestig aan de macht kwam. Hij probeerde het vruchtbaarheidscijfer te verhogen door anticonceptie te verbieden, evenals abortus voor vrouwen onder de veertig met minder dan vier kinderen. Dit leidde ertoe dat vrouwen doodgingen aan een bevalling of abortus ‘in de achtertuin’ en de weeshuizen vol raakten met achtergelaten baby’s.
‘Je zag het aantal geboorten toenemen… zolang hij de druk erop hield. Daarna ging het weer omlaag,’ zegt Sciubba.
De drie belangrijkste factoren zijn de kosten, werkzekerheid en ‘iemand om van te houden’
Uit een onderzoek uit 2022, uitgevoerd door de Australian National University voor het bevolkingscentrum van de federale overheid, bleek dat financiële prikkels zoals de babybonus en het gezinsbelastingvoordeel een positief effect kunnen hebben op de vruchtbaarheid. ‘Maar dat effect is meestal klein, omdat deze subsidies slechts een klein deel van de totale directe kosten van kinderen dekken,’ aldus het rapport.
De babybonus lijkt het aantal geboorten tijdelijk met ongeveer twee procent te hebben verhoogd. Andere maatregelen, waaronder betere kinderopvang en beter ouderschapsverlof, kunnen allemaal wel iets uitrichten, maar lossen het probleem niet op. De drie belangrijkste factoren die verband houden met de beslissing om al dan niet kinderen te krijgen, zo bleek uit het ANU-onderzoek, zijn de kosten, werkzekerheid en ‘iemand om van te houden’.
Allen zegt dat er rond 2054 waarschijnlijk sprake zal zijn van een natuurlijke bevolkingsafname – meer sterfgevallen dan geboorten. Immigratie zal dus belangrijker worden dan ooit om tekorten op de arbeidsmarkt op te vullen en economische groei te stimuleren. Om huizen en wegen te bouwen. In Australië wordt immigratie gebruikt om het lage vruchtbaarheidscijfer te compenseren, maar erg soepel gaat beleid op dat gebied niet.
Poortwachters
Zonder oplossingen voorhanden, zegt Allen, vormt zich ook een ethisch probleem. Vrouwen wordt gevraagd om de kinderen te krijgen, voor de ouderen te zorgen, deel te nemen aan de arbeidsmarkt en het onbetaalde werk thuis te doen. En jongeren pikken dat niet langer, zegt ze.
Allen vertelt dat vrouwen in Australië al ten tijde van de kolonisatie onder druk werden gezet om de last van de demografische ‘crisis’ te dragen. Deze strategie maakte deel uit van het verdrijven van de oorspronkelijke bevolking en het creëren van een Europese buitenpost, zegt ze: ervoor zorgen dat de ‘juiste vrouwen’ zich voortplantten.
De oplossing van de elite
Nu de geboortecijfers wereldwijd in vrije val zijn, willen ‘pronatalisten’ in Silicon Valley die daling een halt toeroepen door zo veel mogelijk baby’s te krijgen.
In reactie op dalende geboortecijfers omarmen sommige rijke en hoogopgeleide mensen het pronatalisme – de overtuiging dat het krijgen van kinderen cruciaal is voor het voortbestaan van de mensheid. In Silicon Valley groeit deze beweging, schrijft The Telegraph, met steun van techondernemers, denkers en wetenschappers. Ze maken zich zorgen dat moderne samenlevingen kinderen ontmoedigen, terwijl juist verantwoordelijke, intelligente mensen zich zouden moeten voortplanten.
Het Amerikaanse echtpaar Simone en Malcolm Collins is het gezicht van deze trend. Ze stichtten Pronatalist.org om gezinnen te steunen die veel kinderen willen. Hun missie: een diverse, ethische gezinscultuur stimuleren als alternatief voor autoritaire of patriarchale oplossingen.
Tegenstanders uiten zorgen over verborgen racisme en nieuwe vormen van eugenetica, waarbij genetische selectie mogelijk leidt tot sociaal wenselijke baby’s. Voorstanders benadrukken dat het vrijwillig is en gericht op kansen maximaliseren, niet op perfectie. Elon Musk, een van de rijkste mensen in het heelal, die tien kinderen heeft bij drie verschillende vrouwen, is ongetwijfeld de beroemdste persoon met pronatalistische ideeën.
Tegenover ‘pronatalisme’, de algemene term voor overheidsbeleid dat erop is gericht het geboortecijfer op te krikken, staat ‘antinatalisme’: het idee dat het verkeerd is om een nieuwe mens op de wereld te zetten als het onwaarschijnlijk is dat die een goed leven zal hebben. De Voluntary Human Extinction Movement (VHEMT) gaat nog een stap verder: aanhangers pleiten ervoor dat mensen vrijwillig stoppen met voortplanten, zodat de mensheid uiteindelijk uitsterft – als een manier om de planeet en andere levensvormen te beschermen.
‘In de loop der tijd hebben we varianten van dezelfde aansporing gezien. Denk aan leuzen als “voortplanten of vergaan” (“populate or perish”), “Ga liggen en denk aan Engeland”, “Eén voor mama, één voor papa en één voor het land”, “De juiste vrouwen krijgen niet genoeg baby’s, de verkeerde vrouwen krijgen er te veel”,’ zegt Allen.
‘De schuld wordt bij vrouwen gelegd; ze worden gezien als hedonistisch en egoïstisch als ze geen kinderen krijgen.’
Ze wijst op een onderzoek uit 1944 naar de Australische geboortecijfers, waarin vrouwen voor het eerst hun zegje mochten doen. Als reactie op (de zoveelste) oproep aan vrouwen om zich voort te planten of te vergaan, uitte een vrouw haar frustratie over de last die op haar schouders werd gelegd. ‘Jullie mannen kunnen vanuit je luie stoel dit soort uitspraken doen,’ zei ze. ‘Nou, ik heb me voortgeplant én ben vergaan, in de kou.’
Sophia is nu zwanger, in de beginfase. Dat is de reden dat ze niet haar volledige naam wil gebruiken. ‘Ik was er vrij zeker van dat ik geen kinderen wilde. Daarbij speelde levensstijl een grote rol. Het verandert je leven als je verantwoordelijk bent voor een ander mens. Uiteindelijk was het een zeer egoïstische beslissing… daar kom ik voor uit. Ik wilde die extra diepgang in mijn leven. Maar het was geen makkelijke beslissing voor mijn partner en mij… het was nogal een bevalling, pun intended. Uiteindelijk besloten we dat dit was wat we wilden in ons leven.’
Afghaanse vrouwen zijn uitgesloten van het openbare leven
Vouwenrechten worden beperkt over de hele wereld. Als dat in het huidige tempo doorgaat, zal het meer dan 130 jaar duren voordat vrouwen en mannen wereldwijd dezelfde kansen hebben, schrijft Der Tagesspiegel, die voorbeelden geeft van de situaties van vrouwen over de hele wereld.
Steeds meer Afghaanse vrouwen worden uitgesloten van het openbare leven. Er zijn meer dan honderd decreten door de Taliban uitgevaardigd die de vrijheid van vrouwen inperken. Het aantal uitgehuwelijkte meisjes stijgt. Bovendien is het universele recht op onderwijs sinds december 2024 voor Afghaanse vrouwen uitgesloten. Een contrast met Rwanda, waar meer vrouwen dan mannen in het parlement zitten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Een ander land waar vrouwen worden beperkt is Soedan, dat nu in een bloedige burgeroorlog verkeert. ‘Er zijn begin 2024 honderden gevallen van seksueel geweld tegen kinderen vastgelegd,’ zo meldt de kinderafdeling van de Verenigde Naties. Meer dan vier miljoen vrouwen en meisjes zijn slachtoffer van seksueel geweld. Daarvan komt een vijfde uit Soedan. ‘Vaak zijn ze op de vlucht en worden ze gedwongen tot prostitutie.’
In Amerika is het recht op abortus afgeschaft sinds 2022, met uitzondering van zeven lidstaten. Er is echter verzet tegen de afschaffing van abortus. In Bangladesh speelt weer andere problematiek, meldt de Duitse krant: ‘Bangladesh heeft een van de hoogste huwelijkspercentages voor minderjarige meisjes.’ Volgens Unicef wordt bijna een derde van de kinderen onder de 15 jaar uitgehuwelijkt. Op de werkvloer lijkt voor vrouwenrechten ook geen plaats te zijn; meer dan 70 procent van de vrouwen ervaart seksueel geweld. Daarnaast zijn er 5500 werkgerelateerde sterfgevallen gemeld tussen 2013 en 2023, aldus Bangladesh Center for Workers Solidarity.
Vrouwenrechten staan in Turkije onder grote druk. Maar feministen slaan terug en boeken echte overwinningen. ‘De mannelijke staat weet dat hoeveel hij ook ingrijpt, vrouwen nooit zullen opgeven.’
Eind december zat ik in een strafhof in Istanbul en zag ik een tafereel dat in heel Turkije helaas maar al te herkenbaar is geworden. Een man werd beschuldigd van het binnendringen in het huis van zijn ex-vriendin, in strijd met een preventief bevel, op vier verschillende data in mei 2023. Hij had haar met de dood bedreigd en haar bezittingen vernield. Het slachtoffer was te bang om de rechtszaak bij te wonen.
Na een korte hoorzitting zag ik hoe de verdachte de rechtszaal uitliep, met in zijn hand één blad papier met de uitspraak van de rechter: Hij was vrijgelaten zonder voorlopige hechtenis.
‘Zulke zaken eindigen in moord,’ vertelde Evrim Kepenek, een Turkse journalist die zaken van huiselijk geweld volgt. ‘De man komt naar de rechtbank nadat hij het beschermingsbevel heeft geschonden en hoort dat er niets zal gebeuren, dus gaat hij door totdat hij haar vermoordt.’
Ik woonde van 2014 tot 2016 in Istanbul, een relatief hoogtepunt voor Turkse organisatoren die huiselijk geweld en andere problemen waar vrouwen wereldwijd mee te maken hebben onder de aandacht wilden brengen. Toen ik afgelopen winter voor twee weken terugkwam, viel het me op hoezeer de situatie is verslechterd voor vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld. Het land vaardigt jaarlijks tienduizenden preventieve bevelen uit, maar de handhaving is zwak. Het Women’s Rights Center van Istanbul onderzocht honderden gevallen van preventieve bevelen die in 2022 werden uitgevaardigd en ontdekte dat vrouwen weinig rechtsmiddelen hebben wanneer bevelen worden geschonden.
Democratische terugval
De Turkse vrouwenrechten zijn over het algemeen precair. Als premier van Turkije van 2003 tot 2014 bevorderde Recep Tayyip Erdoğan conservatieve moslimtradities, zoals het recht om een hoofddoek te dragen in openbare instellingen. Sinds hij in 2014 tot president werd gekozen, heeft hij zich ronduit denigrerend uitgelaten over seculiere vrouwen en is hij nog harder gaan optreden tegen nieuwe bedreigingen van zijn politieke macht. De aanvallen van Erdoğan op vrouwen zijn een voorbeeld van een welbekend patroon van autocratische leiders die vrouwen kleineren om hun eigen positie te verbeteren.
Autoritair gezinde leiders ‘hebben een strategische reden om seksistisch te zijn’, schreven Erica Chenowith en Zoe Marks, hoogleraren politieke wetenschappen aan Harvard, in 2022 in Foreign Affairs. ‘Inzicht in de relatie tussen seksisme en democratische terugval is van vitaal belang voor degenen die tegen beide willen vechten.’
Turkije laat zien dat wanneer democratieën wankelen, de omstandigheden voor vrouwen verslechteren. Toch vechten Turkse vrouwen terug, veranderen van tactiek als reactie op nieuwe uitdagingen en boeken echte overwinningen.
De vrouwenbeweging in Turkije is waarschijnlijk de meest succesvolle en langdurige maatschappelijke inspanning in de republiek. Lang voordat het Verdrag van Lausanne in 1923 de staat Turkije erkende, vochten vrouwen uit het Ottomaanse tijdperk om een einde te maken aan het recht van mannen op polygamie en eenzijdige echtscheiding. Naast de seculiere agenda van de vroege republiek drongen vrouwen aan op vervanging van de sharia door westerse burgerlijke en strafwetten, wat van Turkije het enige land in de regio maakte dat dit deed. Onder invloed van het feminisme in de Verenigde Staten, in de jaren 1980, brachten ze hun strijd naar de huiselijke sfeer. Door onophoudelijk campagne te voeren, bereikten ze tegen het begin van de jaren 2000 een gelijkwaardige besluitvorming in het huwelijk, de strafbaarstelling van verkrachting binnen het huwelijk, een einde aan strafvermindering voor ‘eremoorden’ en een aantal beschermingsmaatregelen tegen huiselijk geweld.
‘Dat jaar liep ik mee met een van de grootste optochten voor transrechten in de regio. De route was zo vol dat ik me zorgen maakte over een stormloop’
Toen ik in 2014 voor het eerst naar Turkije reisde, hadden vrouwen een aanzienlijke organisatiekracht ontwikkeld. Ze profiteerden van de belangstelling van de westerse media voor de regio na de Arabische Lente en de lopende gesprekken van Erdoğan met de Europese Unie om massale protesten te organiseren. Dat jaar liep ik mee met een van de grootste optochten voor transrechten in de regio, een van de vele grote protesten die vrouwen hielpen leiden. De route was zo vol dat ik me zorgen maakte over een stormloop. Hoewel Erdoğan voortdurend mensen beledigde die niet voldeden aan de traditionele genderconventies, waren activisten de oorlog van de wereldwijde publieke perceptie aan het winnen.
Conservatieve moslimvrouwen steunden Erdoğan echter. Vijfenvijftig procent van de vrouwelijke stemmers, tegenover achtenveertig procent van de mannen, stemde op Erdoğan in de presidentsverkiezingen van 2014. Door het opheffen van het hoofddoekverbod had hij de vrijheid van meningsuiting van sommige conservatieve vrouwen verruimd, en de huishoudens hadden geprofiteerd van een versterkte economie.
In de jaren daarna zouden de omstandigheden voor vrouwen over het hele politieke spectrum aanzienlijk verslechteren. Op 20 maart 2021 verbijsterde Turkije de Raad van Europa door zich terug te trekken uit het Verdrag van de Raad van Europa inzake de voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld – ook bekend als het Verdrag van Istanboel, naar de stad waar het werd opengesteld voor ondertekening – dat Turkije als eerste land had geratificeerd. Erdoğan beweerde dat de conventie familiewaarden ondermijnde en was ‘gekaapt door een groep mensen die homoseksualiteit proberen te normaliseren’, hoewel het document geen belangrijke uitspraken doet over homorechten.
Ondermijning
Kort daarna deed de regering van Erdoğan nog een poging om de vrouwenbeweging te ondermijnen door het We Will Stop Femicide-platform, een vrijwilligersgroep van advocaten en pleitbezorgers die slachtoffers van huiselijk geweld vertegenwoordigen, aan te klagen wegens ‘handelen tegen de goede zeden’. De aanklager adviseerde om de groep te ontmantelen. In een ongebruikelijke overwinning voor een mensenrechtenorganisatie ging de rechter in september 2023, na achttien maanden en vier hoorzittingen, in tegen de politieke agenda van Erdoğan en liet de zaak vallen wegens gebrek aan bewijs.
Erdoğans aanvallen op vrouwen namen toe naarmate zijn politieke steun verzwakte na kritiek op zijn reactie op de aardbeving van februari 2023 en te midden van een razende inflatie. Twee hard-line islamistische partijen stonden klaar om hem te versterken: de Nieuwe Welvaartspartij (YRP) en Hüda Par. De leider van de YRP heeft de Turkse wet op huiselijk geweld vergeleken met fascisme en Hüda Par pleit voor apart onderwijs voor mannen en vrouwen en het strafbaar stellen van seks buiten het huwelijk. In de verkiezingen van mei 2023 voerden beide partijen campagne voor het intrekken van wet 6284, die bepalingen bevat om vrouwen te beschermen maar huiselijk geweld niet strafbaar stelt. Hierdoor verloor Erdoğan aanzienlijke steun van conservatieve vrouwelijke kiezers.
Vorige maand kondigde Erdoğan zijn plannen aan om wet 6284 te wijzigen en af te zwakken en op 3 juli diende zijn partij een omnibuswet in bij het Turkse parlement die een belangrijke bepaling voor bescherming schrapt. Momenteel kan een huiselijk geweldpleger die een preventief bevel overtreedt een tijdelijke gevangenisstraf krijgen. Als de voorgestelde hervormingen worden aangenomen, kan de misbruiker deze preventieve opsluiting vermijden. Even zorgwekkend voor de vrouwenbeweging is dat de wetshervorming getrouwde vrouwen zou verplichten de naam van hun echtgenoot aan te nemen, wat de nadruk legt op het gezin als basis voor de samenleving. Het parlement buigt zich momenteel over het wetsvoorstel.
Op 8 maart namen Turkse vrouwen deel aan hun jaarlijkse mars ‘Feminist Night’, ondanks een verbod van de regering op protesten in de drukke wijk in het centrum waar ze zich hadden verzameld. De politie sloeg de vrouwen tot de beschermende schilden die ze droegen kapot waren en arresteerde demonstranten.
‘Dit is eigenlijk een uiting van hoe bang ze zijn voor vrouwen’
‘Dit is eigenlijk een uiting van hoe bang ze zijn voor vrouwen,’ zei Özgür Sevinç Şimşek, een filmregisseur die in 2021 werd vrijgelaten nadat hij vijf en een half jaar in de gevangenis had gezeten op beschuldiging van terrorisme. ‘De mannelijke staat weet dat hoeveel hij ook ingrijpt, vrouwen nooit zullen opgeven.’ Vanuit dit perspectief gezien is Erdoğan een rationele politieke actor die bedreigingen wil neutraliseren en zijn macht wil consolideren.
Ondanks alle tegenslagen zijn er tekenen van hoop. Bij de verkiezingen in mei 2023 wonnen Turkse vrouwen 11 van de 81 burgemeesterszetels, waaronder in vijf stedelijke centra en enkele conservatieve gebieden, waardoor hun vertegenwoordiging in de Turkse regering meer dan verdubbelde.
‘De verkiezingen vonden plaats tussen twee scherpe lijnen,’ zei de 31-jarige Gulistan Sonuk, die een burgemeestersrace in de oostelijke provincie Batman won met een grote marge tegen Hüda Par. ‘De ene was de mentaliteit die vrouwen als tweederangs zag, en de andere verdedigde de vrijheid van vrouwen. Het publiek koos voor het laatste.’
De Turkse vrouwenbeweging blijft terugvechten tegen Erdoğan, zelfs nu hij uithaalt naar de burgermaatschappij. De juridische en electorale overwinningen van de beweging tegenover onliberaal leiderschap en brute censuur zijn een baken van hoop voor verdedigers van vrouwen en democratie overal, hoewel hun strijd nog lang niet voorbij is.
Vandaag de dag worden vrouwenrechten en de liberale democratie aangevallen in landen over de hele wereld, waaronder de Verenigde Staten. De landen die de grootste bedreiging vormen voor de VS – Rusland, China en Iran – zijn autocratische patriarchaten waar vrouwen vaak de laatste verdedigingslinie vormen door te vechten voor hun rechten. Terwijl de democratische wereld met de handen in het haar zit tegenover de schijnbaar onstuitbare krachten van het illiberalisme, organiseren vrouwen zich nog steeds.
Het zou een buitenlands tv-station apparatuur hebben geleverd
De Afghaanse autoriteiten hebben dinsdag het bekende station Radio Begum in Kaboel doorzocht en twee medewerkers gearresteerd. Het ministerie van Informatie rechtvaardigde de ontmanteling van het radiostation door op X te verklaren dat ‘het niet alleen meerdere overtredingen heeft begaan, maar ook apparatuur en programma’s heeft geleverd aan een televisiestation in het buitenland’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens de nieuwswebsite KabulNow werd Radio Begum opgericht in maart 2021, enkele maanden voordat de taliban de controle over Kaboel overnamen. De medewerkers van het station zenden programma’s uit voor en door vrouwen, waaronder educatieve programma’s, boeklezingen en telefonisch advies. Afghanistan is het enige land waar meisjes en vrouwen niet naar de middelbare school of universiteit mogen.
Amnesty International heeft de Iraanse autoriteiten opgeroepen om ‘onmiddellijk en onvoorwaardelijk’ een studente vrij te laten. Ze werd in Iran gearresteerd nadat ze zich gedeeltelijk had uitgekleed. Dat deed ze naar aanleiding van wat de organisatie omschrijft als een publiek protest tegen de intimidatie in verband met de strenge kledingvoorschriften van het land, meldt The Guardian.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Op video’s die op sociale media zijn geplaatst lijkt de vrouw zich uit te kleden en in haar ondergoed de straat op te stappen,’ beschrijft de Britse krant. ‘Een tweede video lijkt te tonen hoe de vrouw in een auto wordt geduwd door mannen in burger.’
De president wil daarmee zijn verkiezingsbelofte inlossen
De Iraanse president Masoud Pezeshkian beloofde maandag te zullen voorkomen dat de zedenpolitie vrouwen die in het openbaar geen sluier dragen ‘lastigvalt’. ‘Het is niet de bedoeling dat ze de confrontatie met hen aangaat’, verklaarde de hervormingsgezinde Pezeshkian maandag in Teheran ter gelegenheid van de tweede verjaardag van het overlijden van Mahsa Amini, de Iraanse vrouw die werd doodgeslagen omdat ze haar hijab niet goed droeg. Tijdens zijn verkiezingscampagne beloofde de president de zedenpolitie, die erop toeziet dat vrouwen de verplichte sluier dragen, van de straat te verwijderen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Tekenen van een potentieel meer ontspannen houding ten opzichte van de strikte dresscode van het land (…) waren maandag zichtbaar op de persconferentie van Pezeshkian, waar sommige vrouwelijke journalisten losse sluiers droegen’, merkt de BBC op. ‘Dit is een opmerkelijke verandering ten opzichte van eerdere officiële evenementen waarbij vrouwelijke journalisten volledig bedekt moesten zijn met de hijab.’ In september 2022 leverde Pezeshkian, destijds lid van het Iraanse parlement, stevige kritiek op de politie vanwege de dood van Mahsa Amini.
Onder het mom van ‘bescherming van traditionele waarden’ proberen extreemrechtse leiders als Milei en Bukele vrouwenrechten in te perken en inclusieve taal en beleid te verbieden. Ondertussen is geweld tegen vrouwen in Latijns-Amerika aan de orde van de dag.
De culturele strijd onder leiding van president Javier Milei in Argentinië is erop gericht het gelijkheidsbeleid dat het feminisme het afgelopen decennium heeft gepromoot uit te wissen. Na om te beginnen het bestaan van de loonkloof tussen mannen en vrouwen – die volgens officiële statistieken 25 procent bedraagt – te hebben ontkend en het ministerie van Vrouwen, Gender en Diversiteit te hebben gedegradeerd tot een subsecretariaat, kondigde de regering aan dat ze inclusief taalgebruik en ‘alles wat te maken heeft met gendergelijkheid’ in de nationale overheidsdiensten zal verbieden.
Het officiële argument is dat gendergelijkheid is ingezet ‘als een politiek middel’ en bijdraagt aan de vernietiging van waarden. Om die reden acht de regering het noodzakelijk om de ideologie uit te bannen. De regering heeft niet gespecificeerd hoe ze zich zal verzetten tegen beleid dat buiten de bevoegdheid van de ministeries valt en deel uitmaakt van de internationale verplichtingen van Argentinië, zoals de Agenda 2030 van de Verenigde Naties of de Conventie van Belém do Pará tegen gendergerelateerd geweld. In enkele belangrijke programma’s beginnen de gevolgen van de bezuinigingen echter al voelbaar te worden, zoals lijn 144 voor slachtoffers van gendergeweld of de opvanghuizen die voor hen zijn opgezet.
Lesprogramma’s
Carolina Villanueva, directeur van de organisatie Grow Género y Trabajo, betwijfelt of de overheid het gebruik van inclusief taalgebruik in openbare instellingen kan controleren. Toch beschouwt ze de aankondigingen als onderdeel van een brede strategie om verworven rechten te herroepen, zoals de wet op uitgebreide seksuele voorlichting en de legalisering van abortus. De reactie van feministische bewegingen was op 8 maart, Internationale Vrouwendag, op straat te horen. Ondertussen heeft Milei gezelschap gekregen van andere ultrarechtse Latijns-Amerikaanse leiders, zoals Nayib Bukele.
De onderwijsautoriteiten van El Salvador hebben besloten om wat president Nayib Bukele ‘genderideologie’ noemt ‘te verwijderen’ uit de lesprogramma’s van openbare scholen. De beslissing werd aangekondigd door de minister van Onderwijs, José Mauricio Pineda, en leidde tot kritiek van feministische organisaties die zeggen dat het Midden-Amerikaanse land een van de landen in de regio is met het hoogste percentage geweld tegen meisjes en vrouwen. Kort daarvoor haalde Bukele tijdens een bijeenkomst van de Conservative Political Action Conference in de Verenigde Staten hard uit naar gendergelijkheid. De controversiële president zei dat hij ‘zulke ideologieën niet zou toestaan op scholen en universiteiten’. Minister Pineda zei bovendien dat ‘elk gebruik en ieder spoor van genderideologie uit de openbare scholen is verwijderd’, zonder uit te weiden over de implicaties van deze beslissing.
Statistieken tonen aan dat vrouwen in El Salvador vaak op gewelddadige wijze om het leven komen. Uit gegevens van UN Women blijkt dat dit in 2019 om 6,48 op de 100.000 vrouwen ging. Daarnaast haalt de organisatie rapporten aan van het Openbaar Ministerie waaruit blijkt dat in de eerste helft van 2021 315 vrouwen als vermist werden opgegeven, terwijl uit de Nationale Enquête Seksueel Geweld van 2019 bleek dat 63 procent van de vrouwen in het hele land (zes op de tien) aangaf ten minste één daad van seksuele agressie te hebben meegemaakt. ‘In het algemeen hebben vrouwen en meisjes te maken met voortdurende vormen van geweld en discriminatie die geworteld zijn in het patriarchale systeem en die alleen met een alomvattende en geïntegreerde aanpak kunnen worden uitgeroeid’, waarschuwt UN Women.
Ook in het jaar 2016 bleek de verborgen kracht die conservatieve groeperingen kunnen uitoefenen ter verdediging van het ‘traditionele gezin’. Op 2 oktober verwierpen de Colombianen het vredesakkoord tussen de regering van Juan Manuel Santos en de FARC-guerrilla. Van de verschillende redenen die een meerderheid van de burgers ertoe brachten om tegen het akkoord te stemmen, was het genderstandpunt – gelijkheid tussen mannen, vrouwen, homoseksuelen, heteroseksuelen en mensen met verschillende identiteiten – het punt dat de meeste controverse veroorzaakte.
‘Wat schiet zijn volk ermee op? Waar het om gaat is dat er nu tekorten, armoede en werkloosheid zijn’
Het klimaat van verzet was al maanden aan het broeien. Evangelische en katholieke groeperingen, die steun kregen van de partij van voormalig president Álvaro Uribe, waren die zomer de straat opgegaan tegen de ‘indoctrinatie van de genderidentiteit’ door de regering.
Het debat werd opgestookt door nepnieuws en virale berichten die de werkelijkheid verdraaiden, maar de woede aanwakkerden van een sector die diep geworteld is in de conservatieve Colombiaanse samenleving en veel invloed heeft. María Fernanda Cabal, de leidende senator van de meest radicale vleugel van rechts, zei bijvoorbeeld dat ‘genderideologie walgelijk is’.
In Brazilië gebruikten Bolsonaro en de zijnen het vage begrip ‘genderideologie’ tussen 2014 en 2022 minstens 206 keer op hun sociale netwerken, volgens een telling van het agentschap Diadorim. Het gebruik van de term steeg met elke naderende verkiezing; blijkbaar werkte het goed om hun achterban te mobiliseren, vooral het machtige evangelische electoraat. Extreemrechtse parlementsleden dienden zelfs wetsvoorstellen in om gendergelijkheid op scholen te verbieden, die echter geen van alle werden aangenomen. Het Hooggerechtshof verklaarde vier gemeentelijke wetten van deze strekking ongrondwettelijk.
In tegenstelling tot in sommige buurlanden heeft inclusief taalgebruik in Brazilië nooit echt wortel geschoten. Desondanks sprak het hoofd van het cultuurbeleid onder Bolsonaro zijn veto uit over inclusieve taal in projecten voor belastingvoordelen, en de voormalige president zelf spotte met de Argentijnse regering toen Alberto Fernández aankondigde over te gaan op inclusief taalgebruik in officiële communicatie. ‘Wat schiet zijn volk ermee op? Waar het om gaat is dat er nu tekorten, armoede en werkloosheid zijn. Moge God onze Argentijnse broeders en zusters beschermen en ons uit deze moeilijke situatie helpen,’ zei hij.
Directe reactie
Inclusief taalgebruik en gendergelijkheid zijn niet de belangrijkste onderwerpen in de conservatieve kruistocht van de leider van de Chileense extreemrechtse Republikeinse Partij, José Antonio Kast, maar al wel aanwezig. De partij, in 2019 door hem opgericht, is tegen het homohuwelijk, adoptie van kinderen door koppels van hetzelfde geslacht, abortus, seksuele voorlichting op scholen en tegen wat ze genderideologie noemen.
In zijn eerste presidentiële voorstel in de aanloop naar de verkiezingen van november 2021, in een deel van Kasts cultuurprogrammagenaamd ‘Recuperemos el Lenguaje, no más deformación cultural’ (Laten we de taal ontdekken, geen culturele deformatie meer) werd erop gewezen dat ‘het ten onrechte zo genoemde inclusieve taalgebruik deel uitmaakt van een politiek-ideologische agenda, niet van een culturele. We gaan het correcte gebruik van taal versterken, zonder enige vorm van discriminatie en zonder taalafwijkingen op te dringen’. Maar toen hij naar de tweede ronde ging in de strijd met Gabriel Boric, die in december van dat jaar werd gekozen, noemde hij het idee niet meer.
In augustus 2022 diende een groep afgevaardigden uit verschillende fracties, waaronder Benjamín Moreno van de Republikeinse Partij, een wetsvoorstel in om de Algemene Onderwijswet te wijzigen om ‘het correcte gebruik van taal en het verbod op zogenaamd “inclusief taalgebruik” in alle onderwijsinstanties’ tot een van de taken van onderwijsprofessionals en assistenten te maken. De parlementariër zei vervolgens dat deze taal ‘vanuit de ideologie probeert de manier waarop we communiceren te veranderen en vanaf jonge leeftijd begint met het ideologiseren van onze kinderen en jongeren’.
In Mexico hebben ultraconservatieve groeperingen het einde van wat zij de genderideologie noemen ook bovenaan hun agenda gezet. Dit is een directe reactie op het gelijkheidsbeleid en de uitbreiding van rechten voor vrouwen en de seksueel diverse gemeenschap. Ze zijn echter niet de enigen die zich tegen deze standpunten uitspreken. Meer traditionele partijen, zoals de Nationale Actiepartij (PAN), stemmen al decennialang tegen abortuswetgeving en proberen huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht tegen te houden.
Eduardo Verástegui, voormalig acteur, religieus fanaat en de laatste vertegenwoordiger van de meest conservatieve rechtse partijen, probeerde mee te doen aan de verkiezingen in juni, maar slaagde er niet in genoeg handtekeningen te verzamelen om zich als kandidaat te registreren. Desondanks wist hij munt te slaan uit de ontevredenheid van een deel van de maatschappij over de regering van López Obrador en creëerde hij een flinke aanhang. Hij heeft banden met extreemrechtse milieus, zoals de Spaanse partij Vox, en extreemrechtse leiders als Donald Trump en Javier Milei, en slaagt er in zijn zoektocht naar stemmen, clicks en ‘likes’ net als hen in om zijn antirechtendiscours te verspreiden. Zo noemde hij abortus ‘een misdaad’ en linkte hij de lhbtq-gemeenschap aan pedofilie.
Toen de taliban twee jaar geleden de macht overnamen, vluchtte de Afghaanse schrijver Homeira Qaderi naar de VS. Vaak denkt ze terug aan haar jeugd in haar thuisland. En aan haar vrienden van toen, waarvan geen nog in leven is.
Elke middag sluipen Lida, Shekiba, Farzaneh en Homeira het huis uit. Ze willen zien waar de wapens van de Sovjettroepen nieuwe gaten in de aarde hebben geslagen, om zich in te verstoppen. Het is halverwege de jaren tachtig. Ze zitten op de basisschool en Herat is een gevaarlijke plek voor kinderen, maar ook een speelparadijs.
Vandaag leeft alleen Homeira nog. Haar drie vriendinnen overleefden wel de tien jaar durende bezetting door het Sovjetleger. Ook de burgeroorlog in Afghanistan daarna, de honger en het geweld binnen families. Maar de uitzichtloosheid onder de taliban, die in 1996 het land voor het eerst volledig in handen kregen, overleefden ze niet. ‘Ze overgoten zich met olie en staken zichzelf in brand,’ zegt Homeira Qaderi zachtjes. De een na de ander, zoals zoveel vrouwen toen die van al hun vrijheden werden beroofd. ‘Ik voel me nog steeds schuldig dat ik leef.’
In Afghanistan pleegden meer vrouwen dan mannen zelfmoord; wereldwijd is dat slechts in een paar landen het geval. En het geldt ook nu weer, nadat de taliban in de zomer van 2021 de macht opnieuw overnamen. Officiële cijfers uit Afghanistan zijn er niet, maar de cijfers van individuele organisaties en ziekenhuizen uit de verschillende provincies komen overeen. Zo vertelde de Afghaanse politica en activiste voor vrouwenrechten Fawzia Koofi in juli 2022 aan de Verenigde Naties in Genève dat dagelijks minstens één vrouw zelfmoord pleegt. ‘In dit land is het makkelijker om een steen te zijn dan een meisje.’ Dat hoorde Qaderi al keer op keer van haar grootmoeder.
Speelparadijs
In een witte blouse onder een donkerblauwe trui neemt Qaderi half september plaats in de bibliotheek van het Literaturhaus in Zürich. Die avond zal ze hier voorlezen uit haar nieuwe boek. De boekenplanken vol romans reiken tot aan het plafond. ‘Zo stel ik me tegenwoordig een speelparadijs voor,’ zei ze bij binnenkomst. Siawash, haar zoon van negen, zit naast haar. Hij bladert door een stripverhaal, typt op zijn mobiele telefoon, maar intussen luistert hij naar zijn moeder. Moeten we niet naar een andere ruimte zodat haar kind al die wrede verhalen niet hoort? ‘Nee, nee,’ zegt Qaderi (43), ‘Hij heeft ze al vaak gehoord.’
Hoe de taliban haar huis twee keer met geweld overnamen, hoe ze jarenlang voor haar zoon moest vechten, maar ook hoe alleen lezen en schrijven haar hielpen om nooit de hoop op te geven. Daarover schreef Qaderi het boek Dancing in the Mosque – An Afghan Mother’s Letter to Her Son. Van de zes boeken die ze schreef is dit het eerste dat in het Duits is vertaald. Ze is een paar dagen met Siawash in Europa voor een lezing tournee; ze wonen nu in New Haven bij New York, waar ze een schrijfbeurs heeft aan Yale University. Deze professor in de Perzische literatuur staat midden in het leven, maar als ze over haar ervaringen praat, fluistert ze bijna, alsof die door zacht te spreken iets van hun gruwelijkheid verliezen.
Ze herinnert zich van haar jeugd in Herat niet alleen de schuilplaatsen, maar ook de dagen waarop ze honger leed. En de Sovjetsoldaten op hun tanks. Soms wierpen die haar een stuk brood toe, soms richtten ze lachend de loop op het kind. De kleine Homeira vond rust bij de moerbeiboom op de binnenplaats van haar ouderlijk huis, waar ze verhalen verzon.
Het leven van de familie verandert als de Sovjettroepen zich terugtrekken en de oprukkende taliban het land gaandeweg in bezit nemen. Er wordt nauwelijks meer geschoten in Herat, ‘maar we zaten opeens in een enorme gevangenis’, herinnert Qaderi zich. Meisjes mogen niet meer naar school, geen enkele vrouw mag door de stad lopen zonder een mahram, een mannelijke metgezel. De familie is zo arm dat moeder, dochter en tantes een burka moeten delen. Twee keer werd Qaderi op straat geslagen omdat ze alleen liep. ‘En ik was nog maar een kind.’
Boeken werden haar redding. ‘Ze waren nog maar net aan de macht of de taliban verboden elk boek behalve de Koran,’ zegt Qaderi. Uit angst wikkelt haar grootvader alle romans van de familie in plastic en begraaft ze in de tuin. ‘Dat was mijn redding. Want dankzij de literatuur begreep ik hoe anders de wereld buiten Afghanistan is en dat onze realiteit niets te maken heeft met de rest van de mensheid.’ Uit de Russische romans leert ze dat er salons zijn waar vrouwen en mannen met elkaar dansen. In Engelse boeken leest ze dat mensen in huizen wonen die meer dan honderd jaar oud zijn. ‘Die werden in geen geval vernietigd door bommen. ‘Families wonen er al generaties.’ Dit zijn de verhalen die zij als kind nooit vergat.
‘Ik sliep heel weinig omdat ik zoveel mogelijk wilde lezen. Ik was constant bang dat iemand me deze vrijheden weer zou afnemen’
Qaderi woont nu twee jaar in de VS. Siawash is zich al lang bewust van zijn nieuwe leven daar; hij spreekt Amerikaans Engels. Als zijn moeder niet op een woord kan komen, springt hij bij. En als er een foto moet worden gemaakt, vindt ze het resultaat pas goed als het door de negenjarige met zijn mobiele telefoon gedaan is. Moeder en zoon vormen een hecht team, ze hebben alleen elkaar.
Als de moeder van de dertienjarige Qaderi merkt hoe haar dochter lijdt onder de nieuwe situatie in Herat, stelt ze haar voor om andere meisjes te leren lezen en schrijven. Qaderi bloeit op. In het begin zitten er veertig of vijftig kinderen in de keuken van haar ouders en al snel heeft ze drie klassen per dag. Nog steeds put ze troost uit die tijd. ‘Misschien leven sommige van mijn leerlingen nog. ‘En ook al hebben ze geen boeken, ze kunnen in ieder geval schrijven.’
Ook Qaderi begint, zittend onder de moerbeiboom, haar gedachten op te schrijven. In 1996 publiceerde een lokale krant haar eerste korte verhaal, onder haar eigen naam. Dat is een groot risico en haar vader koopt zoveel exemplaren als zijn spaargeld het toelaat. Hij is trots op zijn dochter, zeker, maar uit angst voor de Taliban verbrandt hij de kranten. En uit angst besluiten de ouders van Homeira haar al op zeventienjarige leeftijd uit te huwelijken. Liever aan een jongeman uit de buurt voordat een strijder zijn oog op haar laat vallen.
Het jonge stel trekt in bij haar schoonouders, die voor hun werk naar Iran moeten verhuizen. Plotseling heeft ze daar vrijheden waar ze voorheen alleen maar van droomde. In Teheran kan ze naar de bioscoop en het museum, en ze kan er zelfs literatuur studeren. ‘Ik sliep toen heel weinig omdat ik zoveel mogelijk wilde lezen. Ik was constant bang dat iemand me deze vrijheden weer zou afnemen.’ In 2008 moest ze plotseling binnen een paar uur het land verlaten omdat ze eerder meedeed aan demonstraties tegen het Iraanse regime.
Bij haar terugkeer blijkt Afghanistan te zijn veranderd. Vrouwen kunnen alleen reizen, tenminste in de grote steden, en scholen zijn open voor alle kinderen, zegt Qaderi. Ze doceert literatuur aan de universiteit in Kaboel en werkt als consultant voor het ministerie van Onderwijs. In 2013 werd Siawash, haar zoon, geboren.
In datzelfde jaar besluit haar man, een politicoloog, een tweede vrouw te nemen. Als ze zich daartegen verzet, ontvangt ze van hem de volgende sms: ‘Echtscheiding, echtscheiding, echtscheiding’. Volgens de sharia kan een man die dit woord drie keer uitspreekt tegen zijn vrouw daarmee hun huwelijk beëindigen.
Scheiding
Door de scheiding verloor Qaderi niet alleen haar huis, maar ook haar kind. De peuter krijgt te horen dat zijn moeder tijdens de bevalling is overleden. ‘Ik mocht hem niet bezoeken, ik kreeg geen foto’s, ik mocht zijn stem niet horen aan de telefoon, niets. Ik heb mijn zoon pas weer gezien toen hij vijf jaar oud was.’ In de bibliotheek van Zürich tilt Siawash nu zijn hoofd op, zijn bril was naar het puntje van zijn neus gegleden terwijl hij las. Hij springt van zijn stoel om zijn moeder te omhelzen; later, op weg naar de lunch, laat hij haar hand niet los, slaat steeds weer zijn arm om haar heen, alsof hij zijn moeder wil beschermen. Hij laat haar niet los.
Na veertien jaar huwelijk is Homeira Qaderi alles kwijt. Uit wanhoop solliciteert ze voor een schrijfbeurs aan de Universiteit van Iowa. Ze wordt aangenomen en verlaat het land. Als ze in 2017 terugkeert naar Kaboel, heeft ze een plan. Ze stapt naar de rechtbank: de sharia bepaalt dat een kind na de scheiding van zijn ouders tot zijn zevende verjaardag bij zijn moeder mag blijven. Qaderi wordt in het gelijk gesteld. Later krijgt ze zelfs een verlenging voor nog eens twee jaar. Ze wordt geacht eind 2022 haar zoon terug te geven aan zijn vader, maar een jaar daarvoor verandert alles: eerst vallen de steden Kunduz, Kandahar en Herat en op 15 augustus 2021 bezetten de taliban het presidentiële paleis in Kaboel. De NAVO-strijdkrachten trekken zich terug.
Qaderi wil haar huis waarnaar ze net is teruggekeerd absoluut niet opnieuw verlaten, maar haar situatie verslechtert enorm doordat ze zich op radio en televisie onvermoeibaar uitspreekt tegen de taliban en voor vrouwenrechten. Haar vader smeekt haar: ‘Als je wilt praten, ga dan weg.’ Anders, licht ze toe, zou de rest van de familie ook gevaar lopen. Vrienden in het buitenland helpen haar ontkomen. Op de avond van 28 augustus 2021 krijgt ze een telefoontje dat ze uiterlijk veertig minuten later op het vliegveld moet zijn met haar zoon, over wie ze nog steeds de voogdij heeft. De VS halen in die dagen 124.000 mensen uit Afghanistan. ’s Nachts om kwart voor twee zitten Homeira Qaderi en Siawash in een van de laatste vliegtuigen.
‘Als je wilt praten, ga dan weg’
Siawash is nu al een jaar langer bij zijn moeder dan hij bij haar in Afghanistan had kunnen zijn. De jongen is goed ingeburgerd in zijn nieuwe woonplaats, hij heeft nieuwe vrienden gemaakt en is middenvelder in het voetbalteam van zijn school. Af en toe gaat het kleine gezin een pizza eten, maar ze letten er goed op dat ze aan het eind van de maand genoeg geld overhouden om naar de achterblijvers in Herat en Kaboel te sturen ‘Het maakt me woedend dat de wereld Afghanistan aan zijn lot heeft overgelaten. Vrouwen leven er weer als in een gevangenis en de meeste mannen ook,’ zegt Qaderi. Wat haar in verwarring brengt, zegt ze, is de selectieve aandacht van het Westen. Terwijl de strijd van Iraanse vrouwen wordt erkend, wordt de benarde situatie van Afghaanse vrouwen over het hoofd gezien.‘Niemand geeft om Afghanistan. Het is een verloren land.’
Maar Qaderi geeft de hoop niet op. Via internet geeft ze les in creatief schrijven aan jongens en meisjes; ze wil dat die hun ervaringen opschrijven zodat het leven in het Afghanistan van nu wordt vastgelegd. ‘Schrijven heeft mij tenslotte ook geholpen om te overleven.’ Zelf voelt ze zich verscheurd, ook al zegt ze dat niet graag in het bijzijn van haar kind; ze leunt opzij en schermt haar mond af met haar hand als ze het zegt. Ze schrijft nog steeds in het Farsi, maar bijna niemand in het buitenland kan haar boeken lezen. ‘Ben ik eigenlijk nog wel een schrijver als niemand mijn verhalen in mijn taal kan lezen?’
Binnenkort reizen Homeira Qaderi en Siawash naar Frankrijk, op uitnodiging van het literatuurfestival van Saint-Étienne. Daar wonen haar ouders nu. Ze kan nauwelijks slapen van geluk, zegt ze terwijl ze nog in Zürich is; de vreugde over het vooruitzicht om haar ouders na twee jaar weer te zien is groot. Kort nadat Qaderi vluchtte, verlieten ook zij Afghanistan en ze belandden in Frankrijk. Ze mogen momenteel niet naar andere landen reizen, ook niet om bijvoorbeeld hun dochter en kleinzoon te bezoeken.
Maar op de dag dat ze in Saint-Étienne aankomen wordt hun thuisland opgeschrikt door een aardbeving; vooral de regio bij Herat is zwaar getroffen. Op sociale media schrijft Qaderi: ‘Niet dat ik geen verdriet ken, geen armoede, geen oorlog of wanhoop… Toch begrijp ik hoe het kon dat ik elke keer weer opstond uit het stof, na alle wind en regen, na overstromingen en aardbevingen… lachend en nog altijd vol hoop.’
In het West-Afrikaanse woestijnland is het gebruikelijk om meerdere keren te scheiden. En wanneer dat gebeurt, vieren de vrouwen feest.
De hennakunstenaar zit over de hand van haar klant gebogen, terwijl ze geconcentreerd naar een afbeelding kijkt op de smartphone naast haar. Daarop staat het patroon dat de klant, een jonge vrouw uit een eeuwenoude woestijnstad in Mauritanië, voor de gelegenheid heeft uitgekozen. Onder het zachte maanlicht zit de jonge vrouw, Iselekhe Jeilaniy, op een matje. Ze houdt zich stil: de natte henna op haar huid mag niet uitlopen. Precies zo zat ze erbij aan de vooravond van haar trouwdag. Maar dit keer gaat ze niet trouwen, ze gaat scheiden. Morgen viert ze een scheidingsfeest.
‘Attentie, getrouwde dames: mijn dochter Iselekhe is nu gescheiden!’ roept Jeilaniy’s moeder naar de dorpsbewoners. Ze ululeert drie keer [een hoog mondgeluid als uiting van blijdschap] en trommelt op een omgekeerd plastic dienblad. Ze voegt er nog geruststellend aan toe dat het huwelijk op een niet al te nare manier ten einde is gekomen: ‘Ze leeft nog, en haar ex ook.’ Jeilaniy giechelt en kijkt naar haar telefoon. Ze is bezig foto’s van de henna op Snapchat te posten – de moderne manier om een scheiding bekend te maken.
In veel culturen wordt scheiden als beschamend gezien en draagt het een groot stigma met zich mee. In Mauritanië daarentegen zijn echtscheidingen niet alleen normaal, maar worden ze zelfs gezien als een reden voor feest; op die gelegenheden wordt bekendgemaakt en gevierd dat de vrouw weer beschikbaar is voor het huwelijk. Al eeuwenlang komen vrouwen samen op elkaars scheidingsfeest om te eten, te zingen en te dansen. Inmiddels worden deze vieringen aangepast aan de behoeften van de selfiegeneratie: naast het traditionele eten en de muziek worden er taarten met teksten erop geserveerd en filmpjes op sociale media gezet.
Twintig keer getrouwd
In dit bijna volledig islamitische land komen echtscheidingen vaak voor; veel mensen hebben er al vijf tot tien huwelijken op zitten, en sommige wel twintig. Sommige geleerden zeggen dat het land het hoogste scheidingspercentage ter wereld telt. Het is moeilijk om dat te controleren, omdat over Mauritanië weinig betrouwbare gegevens beschikbaar zijn. Scheidingsovereenkomsten worden er vaak mondeling vastgelegd en niet gedocumenteerd.
Volgens Nejwa El Kettab, een socioloog die vrouwen in de Mauritaanse samenleving bestudeert, zijn echtscheidingen hier onder andere zo gebruikelijk door de invloed van de Moren. De Moorse gemeenschap is de grootste bevolkingsgroep in het land en heeft van haar Berberse voorouders sterke ‘matriarchale neigingen’ geërfd. Voor de nomadische gemeenschappen van het land waren scheidingsfeesten een manier om de burgerlijke staat van vrouwen bekend te maken. Volgens El Kettab genieten vrouwen in Mauritanië, vergeleken met andere moslimlanden, relatief veel vrijheid en kunnen ze zelfs een ‘huwelijkscarrière’ nastreven. ‘Het is geen probleem als een jonge vrouw gescheiden is,’ zegt El Kettab. Gescheiden vrouwen worden volgens haar gezien als ervaren en dus begeerlijk. ‘Een scheiding kan de waarde van vrouwen verhogen.’
‘Een scheiding kan de waarde van vrouwen verhogen. Ze worden gezien als ervaren en begeerlijk’
Ondertussen is Jeilaniy voorzichtig in de weer met haar melafha – een lange, witte doek die om haar haar en lichaam is gedrapeerd en de donkere henna goed accentueert. Haar moeder, Salka Bilale, loopt heen en weer over de binnenplaats van het huis en poseert met gekruiste armen voor foto’s die later op campagneposters komen te staan. Bilale is ook jong gescheiden. Daarna werd ze apotheker; ze is nooit hertrouwd. Nu stelt ze zich kandidaat voor de nationale volksvertegenwoordiging namens haar woonplaats Ouadane. In het stadje, dat op een heuveltop is gelegen en grenst aan een negenhonderd jaar oude ruïnestad, wonen een paar duizend mensen in eenvoudige stenen huizen. Als Bilale wint, is ze de eerste vrouwelijke volksvertegenwoordiger van Ouadane.
Dankzij haar scheiding heeft Bilale dit alles kunnen doen. Op jonge leeftijd trouwde ze, nog voordat ze haar droom om arts te worden had kunnen waarmaken. Toen ze erachter kwam dat haar man vreemdging, scheidde ze van hem. Haar ex-man, die inmiddels is overleden, wilde dat ze bij hem terug zou komen, maar ze weigerde. Daarop besloot hij haar niet langer financieel te steunen. Eerst gaf hij haar helemaal niets meer, later een luttele 28 euro per maand waarvan ze hun vijf kinderen moest onderhouden, vertelt ze. Omdat ze dringend geld nodig had, opende Bilale een winkel, waarmee ze uiteindelijk genoeg geld verdiende om te gaan studeren. Vorig jaar werd er in Ouadane een nieuw ziekenhuis geopend, waar Bilale, inmiddels begin zestig, eindelijk een baan in de medische sector kreeg.
Andere ervaring
Haar dochters hadden een heel andere ervaring. Jeilaniy trouwde pas veel later, op haar 29ste, en Zaidouba (28) heeft tot nu toe alle huwelijksaanzoeken die ze kreeg afgeslagen; haar studie en een aantal stages gingen voor. Voor veel vrouwen biedt een scheiding mogelijkheden waar ze voor of tijdens hun huwelijk nooit van hadden durven dromen. Vooral na een eerste huwelijk is dat het geval. Hoewel Mauritaniërs door hun omgang met scheidingen vrij modern lijken, verloopt een eerste huwelijk er over het algemeen zeer traditioneel. Het is gebruikelijk dat de ouders zelf de bruidegom kiezen en hun dochters uithuwelijken als ze nog jong zijn; ruim een op de drie meisjes trouwt voor haar achttiende. De vrouwen hebben er dus weinig controle over wie hun huwelijkspartner wordt.
Lakwailia Rweijil, die ook in Ouadane woont, trouwde voor het eerst toen ze nog een tiener was. Haar vader had de huwelijksceremonie zonder haar medeweten georganiseerd. Het duurde niet lang voordat ze van haar man scheidde. Maar sindsdien is ze keer op keer uitgehuwelijkt. Rweijil kon niet kiezen met wie ze trouwde, en dat is niet zonder gevolgen geweest: ‘Ik koester mensen niet diep in mijn hart. Ze komen wanneer ze komen en gaan wanneer ze gaan,’ zegt ze. Van wie ze scheidde heeft ze daarentegen wel zelf kunnen beslissen.
In Mauritanië kunnen vrouwen onder bepaalde omstandigheden een echtscheiding aanvragen. Uiteindelijk zijn het in de praktijk meestal de mannen die het doen, maar vaak is dat op aandringen van de vrouw. Vrouwen hebben na de scheiding meestal meer recht op de eventuele voogdij dan mannen. Hoewel mannen wettelijk verplicht zijn om alimentatie te betalen, wordt die regel nauwelijks nageleefd en komen de financiële lasten doorgaans neer op de vrouw.
Gesteund door maatschappij
Veel Mauritaanse vrouwen kiezen ervoor getrouwd te blijven, maar degenen die wel scheiden kunnen volgens socioloog El Kettab daarna gemakkelijker hun leven weer oppakken dan vrouwen in andere landen. Ze legt uit dat dat komt doordat de maatschappij hen steunt, in plaats van hen te veroordelen. ‘Het is er heel laagdrempelig, waardoor het makkelijker is om de bladzijde om te slaan.’ Die steun komt ook vanuit de eigen kring van de vrouwen, bijvoorbeeld in de vorm van feestjes.
Jeilaniy vertelt dat ze is gescheiden omdat haar man veel te jaloers was en haar soms zelfs verbood om het huis uit te gaan. Nadat ze het verzoek had ingediend, moest ze drie maanden wachten voordat ze de scheiding kon afronden en haar scheidingsfeest kon geven. Die periode is verplicht om te voorkomen dat de vrouw onverwacht zwanger blijkt. Als ze wel zwanger is, wacht het koppel meestal met scheiden tot het kind is geboren.
De dag van Jeilaniy’s scheidingsfeest is aangebroken. Ze smeert foundation op haar wangen en accentueert haar donkere wenkbrauwen met goud, zoals ze op YouTube heeft gezien. Ze wikkelt zich in haar melafha, diep indigo van kleur, stapt de voordeur uit en gaat op weg. Het feest is georganiseerd door een vriendin van haar moeder, die de woonkamer van haar bescheiden stenen huisje beschikbaar heeft gesteld.
De vrouwen dopen dadels in room en gebruiken stukjes platbrood om kamelenvlees en uien mee te pakken. Ze eten handjes rijst uit een grote schaal, die ze tijdens het praten in hun handpalmen tot balletjes rollen. Langzaamaan wordt het feest steeds luidruchtiger. Kleine jongetjes gluren op hun hurken door de open ramen, die zich in Ouadane op straatniveau bevinden.
Er komen steeds meer vrouwen bij, het gezelschap begint te zingen. Vrouwen die al veel scheidingen hebben meegemaakt en veel scheidingsfeesten hebben bijgewoond, zingen over liefde en over de profeet Mohammed. Het is zweverige, lieflijke, soms droevige woestijnmuziek, enkel begeleid door trommels en geklap.
Land van miljoen dichters
Mauritanië, een land van nomaden, kamelen en uitgestrekte maanlandschappen, wordt ook wel het land van een miljoen dichters genoemd. Zelfs een echtscheiding is er poëtisch. ‘Er bestaat hier heel veel poëzie over het verleiden van gescheiden vrouwen,’ zegt Elhadj Ould Brahim, hoogleraar culturele antropologie aan de Universiteit van Nouakchott. Hij benadrukt dat dit in een groot deel van de moslimwereld, waaronder in buurlanden als Marokko, ondenkbaar is. In zijn woorden is het sociale stigma daar zo sterk dat het ‘voor een vrouw dodelijk is om te scheiden’. Er wordt nog steeds poëzie geschreven over scheidingen, zegt Ould Brahim, maar die is tegenwoordig visueler van aard en wordt veelal overgedragen via sociale media. ‘Snapchat is het nieuwe ululeren,’ zegt hij.
Ook Bilale is gearriveerd. Ze ploft neer op het tapijt, dicht bij Jeilaniy, die een groot deel van het feest berichten en selfies versturend op haar telefoon heeft doorgebracht. Het feest begint ten einde te lopen; Bilale kijkt naar haar oudste dochter. ‘Ze is alleen maar geïnteresseerd in trouwen en in mannen,’ zegt ze. ‘Toen ik zo oud was als zij, was ik allang met politiek bezig.’
Ze staat op van het kleed. Jeilaniy mag haar status als gescheiden vrouw dan niet willen gebruiken om carrièrestappen te zetten en onafhankelijker te worden, Bilale doet dat wel. Ze loopt de keuken in, waar ze een aantal potentiële stemmers voor de komende verkiezingen heeft gespot. ‘Ik ga die jongeren overtuigen om op me te stemmen,’ zegt ze.’
In sommige delen van India zijn heksenjachten nog aan de orde van de dag. Vroeger werd deze wrede praktijk grotendeels ingegeven door bijgeloof, vandaag de dag wordt ze vooral ingezet als middel om vrouwen te onderdrukken. ‘Ben ik nu een heks omdat jullie dat zeggen?’
Ze duwden de jonge vrouw hun huis binnen en sloten de deur achter haar. ‘Je bent een heks!’ schreeuwde een vrouwelijke aanvaller. Ze sloeg en trapte de zesentwintigjarige vrouw in haar buik, gezicht en borst. Haar ouders en haar oom deden mee.
Toen de afranseling na bijna twee uur eindelijk was afgelopen, werd de jonge vrouw aan haar haren naar buiten getrokken, door haar dorp gesleept en bewusteloos naast een tempel gedumpt. Haar kleren bedekten haar gehavende lichaam nauwelijks.
Deze mishandeling vond plaats in 2021 in de oostelijke Indiase deelstaat Jharkhand. Nog altijd heeft India moeite om het eeuwenoude kwaad van de heksenjacht uit te roeien, ondanks een reeks van wetten en andere initiatieven.
Het brandmerken van heksen werd eeuwenlang vooral door bijgeloof gedreven. Als een oogst mislukte, een bron droogviel of een familielid ziek werd, zochten de dorpelingen iemand uit – bijna altijd een vrouw – die ze de schuld gaven van het kwaad, waarvan ze de oorzaak niet begrepen.
Heksenjacht wordt simpelweg als excuus gebruikt om geweld te rechtvaardigen
Nog steeds is het bijgeloof niet verdwenen. Maar vaak zijn de aantijgingen van hekserij nu gewoon een middel geworden om vrouwen te onderdrukken, aldus mensen die de slachtoffers steunen. Het motief kan zijn om een stuk land te bemachtigen of een rekening te vereffenen. Of heksenjacht wordt simpelweg als excuus gebruikt om geweld te rechtvaardigen.
Over de zaak in Jharkhand zegt Durga Mahato, de aangevallen jonge vrouw, dat de problemen begonnen toen ze de seksuele avances van een prominente man in het dorp afwees. Hij, zijn broer, zijn vrouw en hun dochter verklaarden vervolgens dat Mahato een heks was, lokten haar naar hun huis en vielen haar aan.
Mahato, haar echtgenoot Nirmal en een plaatselijke politieagent gaven een beschrijving van de aanranding. De vooraanstaande man dreigde haar ook te verkrachten, vertelt ze. De man en zijn broer zijn op borgtocht vrijgelaten na enkele maanden in de gevangenis te hebben doorgebracht. Voor Mahato eindigde de heksenjacht niet met de afranseling. Ze mocht niet meer baden in het meertje in het dorp en mocht geen water meer halen uit de dorpspomp. Rond haar huis werd een houten hek gebouwd om te voorkomen dat ze het dorp in zou gaan.
Dorpsbewoners geven haar de schuld van ongeluk, zoals de dood van een koe. Slechts enkele mensen praten nog met haar. Ze heeft nog steeds pijn in haar middel en haar rug.
‘Wat heb ik misdaan dat God mij zo vreselijk straft?’ zegt ze op een avond, gezeten op een knalgele charpoy – een geweven bed – buiten haar stenen huis. ‘Van mij mogen ze me heks noemen, als ze dat zo graag willen,’ voegt ze eraan toe, terwijl ze in huilen uitbarst. ‘Ik heb drie jonge kinderen. Ik durf geen zelfmoord te overwegen.’
Heksenjachtpreventieteams
De heksenjacht bestaat nog in een tiental Indiase staten. De praktijk komt vooral voor in het midden en oosten van het land, in gebieden waar inheemse stammen wonen, aldus deskundigen. Veel deelstaten hebben wetten tegen dergelijke praktijken aangenomen. In sommige staten, waaronder Assam, zijn de straffen verscherpt – daar kunnen nu levenslange gevangenisstraffen worden opgelegd. Andere staten, waaronder Odisha, hebben aan hun wetgeving initiatieven toegevoegd om bewustzijn te creëren. Zo worden er bij de politiebureaus gedenktekens opgericht voor slachtoffers.
Bij vrouwen die tot heks werden verklaard, werden de nagels uitgetrokken. Ze werden gedwongen om uitwerpselen te eten, naakt tentoongesteld of bont en blauw geslagen. Sommige komen op de brandstapel of worden gelyncht. Volgens het Nationaal Bureau voor registratie van Criminaliteit werden in India tussen 2010 en 2021 meer dan vijftienhonderd mensen vermoord na beschuldigingen van hekserij.
Heksenjachten komen vaak voor in Jharkhand, een staat die rijk is aan mineralen maar waar armoede heerst en waar inheemse stammen ongeveer een kwart van de bevolking uitmaken. De aanval op Mahato was een van de 854 gevallen van hekserij die in 2021 in de deelstaat werden geregistreerd, waarvan 32 een dodelijke afloop hadden.
Jharkhand heeft gekozen voor een praktische aanpak om de plaag uit te roeien. Onder de naam Project Garima heeft de overheid zo’n vijfentwintig ‘heksenjachtpreventieteams’ opgezet, die met straattheater het bewustzijn trachten te vergroten. Beschermingscomités op dorpsniveau geven steun aan overlevenden van geweld. Er zijn centra voor juridische bijstand opgericht waar slachtoffers korte tijd kunnen verblijven. Medewerkers van een helpdesk bellen met overlevenden om op de hoogte te blijven van hun psychologische en economische toestand.
Maar de rechtshandhaving is nog niet streng genoeg. Madhu Mehra, oprichter van een juridische hulpgroep voor vrouwen, zegt dat haar organisatie bij een onderzoek naar heksenjachten in drie staten, waaronder Jharkhand, heeft vastgesteld dat de politie meestal alleen optreedt in geval van moord of poging tot moord. Dat, en de moeilijkheid om diepgewortelde overtuigingen te veranderen, heeft ertoe bijgedragen dat de praktijken blijven bestaan, zeggen activisten.
De staat had 2023 als streefjaar gesteld voor het uitroeien van de heksenjacht, maar volgens ambtenaren wordt dat nu met minstens drie jaar opgeschoven.
Majhi werd verdacht gevonden omdat ze niet voldeed aan de verwachtingen van de buren
In het geval van Mahato kwam de belangrijkste hulp niet van de regering, maar van een ander slachtoffer van de heksenjacht, Chhutni Mahato. Haar inspanningen om de praktijken uit te bannen worden door de Indiase regering erkend en gesteund. Een tante van Durga Mahato had gehoord over het werk van Chhutni Mahato (de twee vrouwen zijn geen familie van elkaar). Nadat ze twee weken in het ziekenhuis had gelegen kreeg Durga wekenlang onderdak in het lemen huis van Chhutni.
De gebroken tanden van Chhutni Mahato getuigen van de verschrikkingen die ze heeft ondergaan nadat dorpelingen haar de schuld hadden gegeven van de ziekte van een jong meisje. Ze ging ervandoor en begon jaren later te werken voor een niet-gouvernementele organisatie. Regelmatig valt ze politiebureaus binnen om actie te eisen tegen heksenjachten en aan de telefoon scheldt ze dorpshoofden uit. Slachtoffers komen via mond-tot-mondreclame bij haar terecht en inmiddels heeft ze meer dan honderdvijftig vrouwen in de staat geholpen.
Een van hen is Dukhu Majhi, die in een pittoresk dorpje woont op een paar honderd kilometer afstand. Majhi werd verdacht gevonden omdat ze niet voldeed aan de verwachtingen van de buren. Dorpelingen vroegen zich af hoe een ‘normale vrouw’ alleen met haar jonge kinderen diep in het bos kon leven, terwijl haar man weg was voor zijn werk. Uiteindelijk bestempelden ze haar tot heks.
‘Heeft iemand buikpijn of hoofdpijn, dan krijg ik de schuld. Ze stonden voor mijn huis te roepen: “Zij is de heks die ons al deze ellende bezorgt”,’ zegt Majhi. ‘Ik reageerde met “Ben ik nu een heks omdat jullie dat zeggen?”’
Afgelopen juli zaten dorpelingen haar achterna met bijlen en stokken. Ze rende haar huis binnen; de dorpelingen bonkten op de deur en probeerden die open te breken. ‘Ik hield mijn kinderen dicht tegen me aan gedrukt. We zaten allemaal te trillen van angst,’ vertelt Majhi.
Zij en haar man gingen naar de politie om een klacht in te dienen, maar Pintu Mahato, een plaatselijke politiefunctionaris, bagatelliseert de zaak. Mahato zei onlangs, gezeten op een plastic stoel buiten het politiebureau, dat de zaak door de dorpsoudsten was opgelost en dat iedereen weer harmonieus samenleefde. Hij was duidelijk niet op de hoogte, want kort na de aanval verliet Majhi haar huis. Zij kon met haar familie enkele dagen bij Chhutni Mahato schuilen, waarna ze een kamer vond in de buurt van een grotere stad. Haar man heeft een nieuwe baan gevonden.
Af en toe bezoeken ze hun huis in het bos, om te zien hoe hun schamele bezittingen en hun moestuin erbij staan, en om hun kinderen de kans te bieden even lekker op de bedden van charpoy te gaan liggen.
Voordat andere regeringsleiders dat deden, waarschuwde de Estse premier Kaja Kallas al voor Vladimir Poetin. Wie is deze vrouw, die nu als mogelijke secretaris-generaal van de NAVO genoemd wordt?
In Kaja Kallas’ familie worden twee soorten verhalen verteld over de jaren in Siberië. Er zijn verhalen over de honger, de kou en de angst. Over hoe Sovjet-soldaten Kallas’ moeder in 1949 met haar moeder en grootmoeder in een veewagen opsloten en hen naar het oosten deporteerden, tot voorbij Novosibirsk. En er zijn verhalen waar ze om lachen. Over hoe ze een naaimachine in de veewagen meetorsten en hoe deze machine hen van een bescheiden inkomen voorzag, omdat ze op een plaats waar alleen wat houten hutten stonden, voor anderen kleding oplapten. ‘Mijn grootouders hebben verschrikkelijke dingen doorstaan,’ zegt Kaja Kallas, ‘en ze hebben mij geleerd dat je moet vieren dat je leeft.’
Kallas zit aan de ovale tafel waar ze als regeringsleider van Estland buitenlandse gasten ontvangt. Twee dagen na ons gesprek zal ze hier de minister van Defensie van de Verenigde Staten Lloyd Austin ontmoeten en een week eerder was de Zweedse premier Ulf Kristersson op bezoek.
Allemaal kennen zij het verhaal van haar grootouders. Ze weten dat de minister-president de dochter is van een vrouw die als baby naar Siberië werd gedeporteerd en dat alleen met veel geluk heeft overleefd. Het verhaal stond in een artikel van Kallas in The New York Times, en ze vertelde het tijdens een toespraak voor het Europees Parlement in maart 2022, twee weken nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen.
Voor het tweede deel van Kallas’ familiegeschiedenis is zelden genoeg tijd. Voor de terugkomst uit Siberië en voor het gevoel dat haar grootouders aan hun kinderen en kleinkinderen hebben meegegeven: ons krijgen ze niet meer klein. Kallas zegt dat ze thuis heeft geleerd dat veel mensen zich in zware tijden van hun beste kant laten zien.
Al in januari 2022, toen de meesten in Europa meenden dat er alleen omdat Rusland meer dan 100.000 soldaten naar de Oekraïense grens stuurde, nog geen reden was voor paniek, kwam Kallas in actie. Ze eiste ondersteuning voor Oekraïne. En leverde wapens.
Waarschuwingen
De media berichtten destijds routinematig over haar waarschuwingen. Het was het Baltische geluid dat iedereen nou wel kende: Poetin is gevaarlijk, we moeten de NAVO in het oosten versterken, we moeten stoppen met Nord Stream. Na 24 februari zei Kallas hetzelfde, maar nu werd er wel naar haar geluisterd. De premier van een landje met maar net 1,3 miljoen inwoners veranderde in een politicus met wie op het wereldtoneel rekening wordt gehouden en die nu zelfs als kandidaat wordt genoemd voor de opvolging van Jens Stoltenberg als secretaris-generaal van de NAVO.
En dat niet alleen omdat de regeringsleiders in Berlijn, Parijs en Brussel hebben moeten toegeven dat Kallas het met haar inschatting van Poetin bij het rechte eind had – maar ook omdat zij optreedt als iemand die zich in het licht van de schijnwerpers van de wereldgeschiedenis op haar gemak voelt.
De digitalisering is onderdeel van een overlevingsstrategie van Estland
Haar liberale partij Reformier (de Hervormingspartij) blijft stabiel op ruim 30 procent. Daarop volgt lang niemand tot – allebei rond de 20 procent – de rechts-populistische partij EKRE (de Conservatieve Volkspartij) en de middenpartij Kesker (de Centrumpartij). Hoe komt het dat de 45-jarige Kallas, die haar ambt pas twee jaar bekleedt, een van de belangrijkste waarschuwende stemmen van Europa is geworden?
Medio december 2022 moet de bondskanselier Olaf Scholz in Berlijn tijdens het afsluitende panelgesprek van de Digitaliserings-top van de Duitse regering uitleggen hoe het vordert met de digitalisering in Duitsland. Hij zit erbij met zijn typische Scholzse verfrommeldheid, die erop lijkt te wijzen dat hij zich wel genoeglijkere dingen kan voorstellen voor een dergelijke vrijdagnamiddag. Naast hem zit Kallas. Ze straalt. ‘Het is een grote eer voor mijn land dat ik hier vandaag ben. Als men ziet waar wij vandaan komen en waar we vandaag staan, dat we gelijkwaardig zijn aan Duitsland – dat betekent heel veel voor ons,’ zegt Kallas.
Lichtend voorbeeld
Ze is hier uitgenodigd als lichtend voorbeeld, als premier van E-Estonia, de digitale koploper van de EU. En ze vervult die rol glansrijk. ‘Wij hebben alles al eens uitgeprobeerd. U heeft het voordeel dat u van onze fouten kunt leren,’ stelt ze. Spontaan applaus uit de zaal. ‘Er is natuurlijk wel een verschil wanneer je dit doet voor een land met 84 miljoen burgers en wanneer je het doet voor een land dat zo groot is als het uwe,’ bromt Scholz. ‘Wij hebben sinds 2007 te maken gehad met het afweren van cyberaanvallen vanuit Rusland,’ zegt Kallas.
Het beeld dat van dit panelgesprek blijft hangen is dat van een vrouw die in vlekkeloos Engels vertelt over behaalde successen, terwijl naast haar een man met de nodige tegenzin over de problemen van het federalisme spreekt.
Een underdog moet altijd meer moeite doen. Kallas heeft dat zozeer geïnternaliseerd dat je haar, wanneer je haar langere tijd volgt, vaak kunt zien wachten. Ze wacht tijdens de Veiligheidsconferentie in München midden februari op de Franse president Emmanuel Macron, die vanwege zijn begrip van macht graag als laatste een kamer binnenkomt. Precies zo zit ze in het Estse dorp Varbola in haar eentje voor twintig lege stoelen te wachten, terwijl de gepensioneerden die haar hebben uitgenodigd nog aan de koffie zitten.
Als Kallas tijdens het interview in haar kantoor in Tallinn over digitalisering spreekt, wordt duidelijk dat het er voor de Esten nooit alleen om ging hoe ze op soepele wijze uit het papieren tijdperk konden komen. De digitalisering is onderdeel van de overlevingsstrategie van het land, omdat ze Estland op de kaart zet. ‘Als mensen niet weten dat je bestaat, merken ze het ook niet als je verdwijnt,’ zegt Kallas. Dat is de les die de Esten hebben getrokken uit eenenvijftig jaar Sovjetbezetting. ‘Toen het IJzeren Gordijn werd neergelaten, hebben Frankrijk en Duitsland ons niet gemist. Maar wij, wij hebben jullie wel gemist. Wij hebben de vrijheid gemist.’
Hoe pak je dat aan, niet nog eens vergeten te worden? ‘We moeten nuttig zijn, we moeten laten zien dat we nodig zijn.’ Kallas somt op hoe Estse troepen hebben deelgenomen aan de Franse militaire missie in Mali, hoe Estse reddingswerkers kort na de aardbeving in Turkije zijn komen helpen.
Broche
Kallas heeft voor dit interview een lichtgele jurk aangetrokken en draagt op haar borst een blauw-zwart-witte broche, de kleuren van Estland. Die is op de gele ondergrond niet te missen. Het veiligheidsbeleid van het land, dat een grens van zowat 300 kilometer met Rusland deelt, schrijft niet alleen een verhoging tot drie procent in het defensiebudget voor. Het schrijft ook voor dat de Esten actief moeten laten zien dat het land bestaat.
Op een namiddag in februari, een uur rijden van de hoofdstad Tallinn, gaat Kallas op bezoek bij de vereniging van particuliere bosbezitters. Estland bestaat voor de helft uit bos. Wie niet kan meepraten over bodemkwaliteit en de behoeftes van berken, hoeft niet te proberen premier van Estland te worden.
Superwoman
De bosbezitters hebben dennentakken op het pad gelegd, zodat Kallas op haar weg van de auto naar het kampvuur en de worstjes niet uitglijdt over de bevroren grond. Een uur lang wordt er uitsluitend over bomen gesproken. Iets apart van het gezelschap staat Anniki Leppik, die administratief werk doet voor de bosbezitters.
Ze draagt wandelschoenen en een parka. ‘Hoe Kallas de wereld afreist, dat is een beetje zoals Superwoman, ze komt echt overal,’ zegt Leppik. Hier in het bos gaan ze wel op een bijzondere manier om met superhelden. Aan het einde wordt er geen groepsfoto gemaakt, geen selfies met Kallas. In plaats daarvan geven ze haar een fles vers getapt berkensap cadeau.
De ene vrede is de andere niet. Voor ons in Oost-Europa ging het stalinisme verder
Onderweg in het bos is Kallas met haar chauffeur en assistent bij een snackbar gestopt. Gehaktballen en een koolsalade voor 7,80 euro. Aan andere tafels wordt kort opgekeken als de premier met haar dienblad voorbijloopt, dan wordt er weer verder gegeten. ‘Zo gaat dat in Estland,’ zegt Kallas. ‘We laten elkaar met rust.’ Een man wenkt haar. Kallas begroet hem bij naam. ‘Nu ja, en daarnaast is het een klein land en kennen we elkaar.’
Voor Kallas geldt dat in het bijzonder. Haar vader, Siim Kallas, was een van de kopstukken in de Estse Onafhankelijkheidsbeweging en voorzitter van de Estse centrale bank. In 2002 werd hij premier. Vanaf 2004 was hij EU-commissaris voor Estland. De roddelpers berichtte over Kaja Kallas’ eerste huwelijk, omdat ze met begin twintig al tot de vooraanstaande personen van het land hoorde. Toen ze op haar drieëndertigste besloot de politiek in te gaan en een zetel in het Estse parlement bemachtigde, was het eerste commentaar van de pers dat ze niet hetzelfde voor elkaar zou kunnen krijgen als haar vader.
Vaders faam
Haar vaders faam bracht niet alleen met zich mee dat ze al vroeg in de schijnwerpers stond, maar ook dat haar jeugd in het teken stond van de politiek. Kallas herinnert zich hoe er op 20 augustus 1991 Sovjet-tanks naar Estland werden gestuurd nadat het land zich onafhankelijk had verklaard. Ze was veertien jaar oud en verbleef bij haar grootouders op het platteland; haar vader was in de hoofdstad. ‘Ik was ongelooflijk bang, ik dacht dat ik mijn vader nooit meer zou zien. Ik kende immers alle verhalen over wat de Russen doen met mensen die zich verzetten.’
Dit moment haalt Kallas ook aan omdat ze wil benadrukken wat ze sinds Ruslands oorlog tegen Oekraïne als een mantra herhaalt: de ene vrede is de andere niet. ‘Toen de Tweede Wereldoorlog voorbij was, begon men in West-Europa aan de wederopbouw. Voor ons in Oost-Europa ging het stalinisme verder. De deportaties, de moorden, de onderdrukking, de schaarste.’ Ieder kind weet dat oorlog verschrikkelijk is, zegt Kallas. En aan degenen die eisen dat Oekraïne zo snel mogelijk een vredesakkoord met Rusland sluit, legt ze – telkens opnieuw – uit hoe het voelt wanneer het einde van de bombardementen niet hetzelfde betekent als het einde van het geweld.
Op het eerste gezicht lijkt Kallas’ een sterke positie te hebben bemachtigd door als ooggetuige een zeer duister beeld van Rusland te schetsen, een beeld dat het Westen aanvankelijk niet serieus nam. Maar haar invloed is ook groot omdat ze over de toekomst spreekt. Over een toekomst die in Estland al werkelijkheid is en die, als het aan haar ligt, ook voor Oekraïne mogelijk moet worden.
Van 2014 tot 2018 was Kallas Europarlementariër. Ze werd in deze periode door de nieuwssite Politico als een van de invloedrijkste parlementariërs bestempeld. Zij was erbij toen de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne werd ondertekend. ‘Mijn vader heeft voor de Esten meegewerkt aan de toetredingsprocedure tot de Europese Unie. Een generatie later sta ik aan de kant van de EU en bereid de toetreding van de volgende staat voor,’ zegt ze. Voor Kallas is de Europese Unie een belofte dat er vooruitgang wordt geboekt.
Op haar Instagramprofiel zie je Kallas zelden handen schudden. Ze omhelst. Bijvoorbeeld de voorzitter van het Europees parlement, Roberta Metsola, die ze een vriendin noemt. Of de voorzitter van de Europese Commissie von der Leyen, die ze in ons gesprek kortweg Ursula noemt. Toen Kallas in 2018 een boek over haar tijd als parlementariër schreef en benadrukte wie ze allemaal had leren kennen, maakte de Estse pers daar grappen over. Vandaag verkondigt de publieke omroep: ‘Estland profiteert enorm van Kallas’ internationale zichtbaarheid.’
Netwerk
Kallas gebruikt haar wijdvertakte netwerk om haar opvattingen op het gebied van de buitenlandse politiek naar voren te brengen. Ze eist dat Vladimir Poetin als oorlogsmisdadiger wordt vervolgd. Ze staat erop dat Oekraïne de oorlog moet winnen en dat alleen Oekraïne kan bepalen wanneer die overwinning behaald is. En ze doet er alles voor om de oorlog bij de media op de voorgrond te houden.
Dat Estland meer dan zestigduizend vluchtelingen heeft opgenomen, wat percentueel meer is dan welk ander EU-land dan ook, laat ook zien hoe serieus zij is over solidariteit met Oekraïne. De Russische aanval op Oekraïne voelt voor Estland als een schampschot. Als de Russen Oekraïne aanvallen met de rechtvaardiging dat ze het land ‘bevrijden’, waarom zou die logica dan niet ook voor Estland gelden?
Uitgerekend op 24 februari viert Estland ieder jaar zijn onafhankelijkheid. Dit jaar wordt tegelijkertijd met de viering ook de aanval op Oekraïne op dezelfde datum herdacht. De Estse onafhankelijkheid presenteert Kallas niet als iets vanzelfsprekends, maar als iets waar zijzelf voor heeft gevochten. Kallas was achttien en studeerde nog aan de rechtenfaculteit toen ze tegelijkertijd op een ministerie aan de slag ging. ‘Mensen die niet veel ouder waren dan ik, hebben destijds onze staat opnieuw uitgevonden.’
Een partijgenoot zou haar eens hebben aangeraden zich mannelijker te gedragen, om succesvoller te zijn
In 1992 werd historicus Mart Laar op 32-jarige leeftijd premier van Estland. ‘We moesten onze relatie met de staat volledig herzien,’ zegt Kallas. Ten tijde van de Sovjet-Unie was je een held als je iets van de bezetter wist te stelen. Tegenwoordig is Estland een van de minst corrupte lidstaten van de EU. Op haar verkiezingsposters, die in februari overal in Tallinn hingen, zie je in een bovenhoek het symbool van haar partij. Het is een eekhoorn die op het punt staat op te springen. Een eekhoorn? Kallas: ‘Het is een ijverig en altijd actief beestje, dat zich er goed op voorbereidt de winter door te komen.’
Alleen wil en kan niet iedereen in Estland zich met het eekhoorntje identificeren. Hoezeer Kallas ook straalt in de buitenlandse politiek, in de binnenlandse politiek is haar positie minder stabiel. ‘De jaren waarin we de Esten telkens weer nieuwe successen zoals EU- of NAVO-toetreding konden voorschotelen, zijn voorbij,’ zegt politicoloog Tõnis Saarts van de Universiteit van Tallinn. Het zelfbeeld van het gestaag vorderingen boekende land vervaagt, en tegelijkertijd neemt het aantal mensen toe dat hard wordt getroffen door inflatie en stijgende energieprijzen. In Estland klinkt er geen sterk links geluid, en wie bang is voor achteruitgang, wendt zich tot de rechts-populistische partij EKRE. Kallas wordt door rechtse politici een ‘oorlogsprinses’ genoemd, haar defensiebeleid noemen ze ‘hysterisch’.
Desalniettemin wil geen van de tegenstanders van Kallas iets wezenlijks veranderen aan de grondslagen van de nationale buitenlandse politiek. Niemand in Estland verlangt dat het land uit de NAVO stapt of toenadering zoekt tot Rusland. ‘EKRE is een partij die zich in de eerste plaats op mannen richt, omdat veel van hun kiezers het niet kunnen verkroppen dat Estland voor het eerst door een vrouw wordt geregeerd,’ zegt Saarts.
Mannen
Wie eens wil meemaken dat Kallas haar diplomatieke en vriendelijke manier van spreken laat varen, moet haar vragen naar mannen in de politiek. ‘Vrouwen moeten twee keer zo hard werken,’ zegt Kallas, ‘en dan nog wordt onze competentie voortdurend betwijfelt.’ Een partijgenoot zou haar eens hebben aangeraden zich mannelijker te gedragen, om succesvoller te zijn. Inmiddels heeft Kallas voor vragen over haar nadrukkelijk vrouwelijke optreden een standaardantwoord klaarliggen. Totdat ze werd gekozen als premier had ze geen enkele broek in huis. Nu heeft ze er alleen een paar gekocht omdat het gemakkelijker is als ze bij een bezoek aan de troepen op een tank moet klimmen.
Als je met mensen praat die Kallas goed kennen, zeggen zij dat ze op haar sterkst is wanneer ze bij anderen weerstand voelt. Kallas zelf zegt over Estland hetzelfde als over haar grootouders: ‘Door onze geschiedenis weten we dat wij ook de moeilijkste tijden kunnen doorstaan.’ Om deze geschiedenis te begrijpen raadt zij aan het monument voor de slachtoffers van het Sovjetcommunisme te bezoeken, dat onder haar voorganger werd opgericht.
Het gedenkteken staat aan de rand van Tallinn, pal aan de Oostzee. Je loopt via een lange gang omhoog, op de wanden staan de namen van mensen die zijn gedeporteerd of zijn omgebracht. 75.000 mensen, een vijfde van de Estse bevolking, werden tussen 1940 en 1941 door de communistische bezetters gedood, opgepakt of gedeporteerd. Men had het bij dat aantal kunnen laten. In plaats daarvan is in het monument een fruittuin aangeplant. Boven een halve cirkel appelbomen staat in grote letters een gedicht. Het gaat over hoe een onweersbui een bijenvolk overrompelt. Op de muur, om de tekst van het gedicht heen, zitten twaalfduizend bijen van metaal, elk zo groot als een hand. Het is windig en donker in deze avond in februari, in geen van de appelbomen zitten knoppen. Maar de bijen spreken van de hoop dat er een nieuwe lente komt.
Regering verwacht massale schending van kledingvoorschriften
Het Iraanse regime heeft voor de zomer maatregelen aangekondigd om de geldende islamitische kledingvoorschriften te handhaven. De islamitische republiek verwacht dat het in de zomer in Iran uitzonderlijk heet wordt, wat voor veel vrouwen aanleiding zal zijn om de kledingvoorschriften te negeren, schrijft Gazeta Wyborcza. Er worden temperaturen van 40 graden Celsius verwacht.
Iraanse hardliners waarschuwen voor ‘naakte vrouwen’ die ’s zomers de straat op zullen gaan in korte rokjes en broeken en bloezen met korte mouwen, schrijft Financial Times. Daarom roepen religieuze leiders en parlementsleden op tot de invoering van strengere straffen voordat de zomer aanbreekt. De regering geeft daar nu gehoor aan.
Op openbare plekken worden camera’s opgehangen om te controleren of vrouwen verhullende kleding dragen
Als maatregel worden er op openbare plekken camera’s opgehangen om te controleren of vrouwen hun haar bedekken en verhullende kleding dragen. Bij de eerste overtreding krijgen ze een waarschuwing, bij de volgende keer worden ze gestraft. Die straf kan een arrestatie, een boete of verplicht onderwijs in de islamitische wetten zijn.
Veel Iraanse vrouwen hebben genoeg van de islamitische kledingvoorschriften. De dood van de jonge Koerdische vrouw Mahsa Amini in september vorig jaar, die stierf nadat ze was opgepakt omdat ze haar hoofddoek niet volgens de regels droeg, was de aanleiding voor massale protesten in het hele land. Eerst waren die nog gericht tegen het harde optreden van de politie, maar op den duur richtten ze zich steeds meer tegen de overheid. Bij de protesten zijn honderden demonstranten omgekomen, waaronder tientallen kinderen, en duizenden mensen gearresteerd.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.