Tag: VS

  • Vintage speelkaarten werpen licht op de naoorlogse bezetting van Japan

    Vintage speelkaarten werpen licht op de naoorlogse bezetting van Japan

    Een toevallige vondst in Japan laat zien hoe kinderen de naoorlogse bezetting van het land hebben ervaren.

    In een tweet liet Matt Alt weten dat hij een set karuta (speelkaarten) had ontdekt die stamt uit de tijd van de geallieerde bezetting van Japan, waarschijnlijk net na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hij vertelde Global Voices dat hij de set vond toen hij rondneusde op de populaire maandelijkse Kobo-ichi-vlooienmarkt in Kyoto.

    De kaarten worden gebruikt voor menko, een traditioneel Japans kaartspel dat vooral door kinderen wordt gespeeld. Centraal in dit dek staat de Amerikaanse soldaat: misschien wel de meest prominente figuur van het dagelijks leven in het vroege naoorlogse Japan.

    Alt, oorspronkelijk afkomstig uit de Verenigde Staten, is voormalig presentator van Japanology Plus, dat populaire televisieprogramma’s uitzendt over de Japanse popcultuur. Hij is ook auteur van het onlangs verschenen Pure Invention: How Japan’s Pop Culture Conquered the World, en samen met Hiroko Yoda auteur van een populaire serie boeken over Japanse monsters, genaamd Yokai Attack!. Ook hebben Yoda en Alt onlangs meer dan 12.000 pagina’s vertaald uit Doraemon, een van de meest geliefde mangaseries van Japan.

    Op sommige kaarten stonden opmerkelijke pictogrammen die voor iedereen op de wereld herkenbaar zijn

    Na de nederlaag van het land in augustus 1945 werd Japan tot 1952 bezet en bestuurd door geallieerde troepen (de eilanden van Okinawa zouden tot 1972 door Amerikaanse troepen worden bestuurd). Het Amerikaanse leger speelde een prominente rol tijdens deze bezetting.

    US occupation of japan 800x450 1
    ‘Het is met de kinderen van een ander land dat de Amerikaanse soldaat voor het eerst vrienden maakt.’ Een Amerikaanse soldaat deelt snoep uit aan Japanse kinderen aan het begin van de geallieerde bezetting van Japan. Screenshot van Japan: Our Far East Partner Department of Defense. Audiovisueel centrum van het Amerikaanse leger (ca. 1974 – 15/05/1984). Openbaar domein, op YouTube geplaatst door Nuclear Vault.

    Hoewel de bezettingstroepen aanvankelijk tot doel hadden Japan te demilitariseren, werden ze vanwege verwoestingen, hongersnood en sociale onrust in het land al snel natiebouwers. In een door oorlog verwoest land boden Amerikaanse soldaten chocolade en snoep uit en werden ze een alomtegenwoordig onderdeel van het lokale leven. Ze regelden het verkeer, hielden de wacht buiten openbare gebouwen en deelden noodhulp uit.

    Dat is waarschijnlijk de reden waarom de bezettingsmacht in dit kaartspel voor kinderen voorkomt, aldus Alt.

    Screen Shot 2020 12 14 at 1.59.41 PM


    Op sommige kaarten stonden opmerkelijke pictogrammen die voor iedereen op de wereld herkenbaar zijn:

    End rorVcAAQhyJ

    Vertaling van tekst op kaart: ‘Waterstofbom’

    Nintendo

    Karuta-kaartspellen hebben een eeuwenoude geschiedenis in Japan. Ook de Japanse gamegigant Nintendo is oorspronkelijk ontstaan uit kaartspellen voor kinderen. Tarin Clanuwat, een onderzoeker en computerwetenschapper gespecialiseerd in karakterherkenning, machine learning en Japanse literatuur (en beter bekend als @tkasasagi op Twitter), plaatste naar aanleiding van Alts bericht een reeks tweets over de geschiedenis van Nintendo en speelkaarten:

    In een museum in de voormalige Mitsuke School in Iwata, in de prefectuur Shizuoka, is een uitgebreide collectie van dit soort kaartspellen te vinden.

  • 41 miljoen armen. Welkom in Amerika

    41 miljoen armen. Welkom in Amerika

    Uit ons archief: VN-rapporteur Philip Alston wil weten waarom 41 miljoen Amerikanen in armoede leven. The Guardian vergezelde hem twee weken lang tijdens een speciale missie naar het donkere hart van het rijkste land ter wereld.

    Dit stuk verscheen eerder op 12 januari 2018, in #132

    ‘Je moet een keuze maken, man. Je kunt rechtdoor, naar de hemel. Of je kunt rechtsaf slaan en dáár eindigen.’ We zijn in Los Angeles, in het hart van een van de rijkste steden van Amerika, en de geheel in het zwart gestoken General Dogon is onze gids. Naast hem kuiert een andere lange man, met grijs haar en keurig gekleed in spijkerbroek en colbertje. Professor Philip Alston is een Australische academicus met een officiële titel: speciale VN-rapporteur op het gebied van extreme armoede en mensenrechten. General Dogon, zelf een oudgediende van deze straten in de wijk Skid Row, stapt zonder commentaar over een dode rat heen en omzeilt een lichaam dat in een versleten oranje deken gewikkeld op het trottoir ligt.

    De twee mannen passeren het ene na het andere blok van sjofele tenten en geïmproviseerde optrekjes van zeildoek. Ervoor zitten of slapen mannen en vrouwen, soms in groepjes maar meestal alleen, als figuranten in een goedkope griezelfilm.

    We komen op een kruispunt, waar General Dogon stopt en zijn gast voor de eerdergenoemde keuze stelt. Hij wijst recht vooruit naar het eind van de straat, waar de glinsterende wolkenkrabbers van het centrum van LA als een belofte van goddelijke rijkdom ten hemel rijzen. Dan draait hij naar rechts, waarbij de Black Power-tatoeage in zijn nek zichtbaar wordt, en leidt onze blik weer naar Skid Row, vijftig blokken van opeengepakte menselijke vernedering. Een nachtmerrie in het volle zicht, in de stad van de dromen.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.44.51 PM

    Twee bewoners van Skid Row: General Dogon, de gids van Philip Alston die zich inzet voor buurtactiecentrum LACAN, en Lee Anne Leven. – © Désirée van Hoek

    Zo begint een reis van twee weken naar de schaduwkant van de Amerikaanse Droom. De belangstelling van de VN-rapporteur, die overal ter wereld een onafhankelijk oordeel velt over de mensenrechtensituatie, gaat ditmaal uit naar de VS en bereikt een hoogtepunt met de presentatie van zijn eerste bevindingen in Washington. Zijn feitenonderzoek naar het rijkste land dat de wereld ooit heeft gekend heeft hem naar de kern van de tragedie geleid: de 41 miljoen mensen die officieel in armoede leven. Negen miljoen daarvan hebben geen enkel inkomen – ze ontvangen geen cent overheidssteun.

    Alstons epische reis heeft hem van kust naar kust gevoerd, van armoede naar armoede. Hij begon in LA en San Francisco, reisde door de koloniale schandvlek Puerto Rico en daarna terug naar de zwaar beproefde kolenstreek van West Virginia, en overal zag hij met eigen ogen de funeste uitwerking van Amerika’s vertrouwen in het vrije ondernemerschap, waarbij publieke hulp uit den boze is.

    The Guardian kon de VN-gezant door het hele land volgen, woonde zijn belangrijkste bezoeken bij en was getuige van de extreme armoede waar hij persoonlijk kennis van nam. Zie het als een koekje van eigen deeg. Om met de VN-rapporteur zelf te spreken: ‘Washington wil maar al te graag dat ik de armoede en de slechte mensenrechtensituatie in andere landen aan de kaak stel. Ditmaal ben ik in de VS.’

    ‘Hier beneden is niks. Je ziet de tenten rug aan rug staan, de mensen kunnen nergens heen’

    De reis vindt plaats op een kritiek moment voor Amerika en de rest van de wereld. Hij begint op de dag dat de Republikeinen in de Amerikaanse Senaat voor drastische belastingverlagingen stemmen die de superrijken in de kaart zullen spelen, terwijl veel lage-inkomensgezinnen zich met hogere belastingen geconfronteerd zullen zien. Door de veranderingen zal de inkomensongelijkheid toenemen, die met drie mannen – Bill Gates, Jeff Bezos en Warren Buffet – die samen evenveel bezitten als de helft van het hele Amerikaanse volk, toch al extremer is dan in enig ander geïndustrialiseerd land.

    Een paar dagen na het begin van het VN-bezoek doen de Republikeinse leiders er nog een reusachtige schep bovenop. Ze kondigen een verdere aanslag aan op de sociale voorzieningen van een toch al tot op de draad versleten verzorgingsstaat.

    ‘Kijk omhoog! Kijk naar die banken, die hijskranen, die luxeflats die verrijzen!’ roept General Dogon, die vroeger dakloos was in Skid Row en zich nu inzet voor het buurtactiecentrum LACAN. ‘Hier beneden is niks. Je ziet de tenten rug aan rug staan, de mensen kunnen nergens heen.’

    Californië is een goed startpunt voor het VN-bezoek. De staat belichaamt zowel de onmetelijke rijkdom die de 0,001 procent aan de techboom heeft overgehouden als de gestegen huizenprijzen die daar het gevolg van zijn en waardoor het aantal daklozen de pan uit rijst. Los Angeles, de stad met veruit de grootste daklozenpopulatie van de VS, worstelt met het aantal crisisgevallen, dat het afgelopen jaar met 25 procent gestegen is tot 55.000.

    Ressy Finley (41) is druk doende met het ontsmetten van de witte emmer die ze als toilet gebruikt in haar tent waar ze nu al meer dan tien jaar af en aan woont. Ze houdt haar woonruimte – een hoop versleten matrassen en dekens en een paar andere bijeengeraapte bezittingen – zo schoon mogelijk in een verloren strijd tegen ratten en kakkerlakken. Ook kampt ze met bedwantsen, waar de rode plekken op haar schouder van getuigen. Ze heeft geen officieel inkomen, en wat ze verdient met het inzamelen van flessen en blikjes is bij lange na niet voldoende om zich de gemiddelde huur van 1400 dollar per maand voor een minuscuul eenkamerwoninkje te kunnen veroorloven. Een vriend brengt haar om de paar dagen eten; de rest van de tijd is ze aangewezen op voedselbanken in de buurt.

    ‘Ik weet dat ik het ga maken’

    Ze huilt tot twee keer toe tijdens ons korte gesprek, eenmaal wanneer ze vertelt hoe haar baby door welzijnswerkers uit haar armen werd getrokken vanwege haar drugsgebruik (hij is nu veertien, ze heeft hem nooit meer gezien). De tweede keer is als ze zinspeelt op het seksueel misbruik dat haar als kind op het pad van drugs en dakloosheid bracht.

    Bij dat alles is het opmerkelijk hoe positief Finley blijft. Wat vindt ze van de Amerikaanse Droom, het idee dat iedereen het kan maken als hij maar hard genoeg zijn best doet? Ze geeft onmiddellijk antwoord: ‘Ik weet dat ik het ga maken.’

    Een vrouw van 41 die op het trottoir in Skid Row woont en het gaat maken?
    ‘Tuurlijk, zolang ik er maar in blijf geloven.’

    Wat betekent ‘het maken’ precies voor haar?

    ‘Ik wil schrijver worden, dichter, ondernemer, therapeut.’

    Het stukje trottoir naast Finley wordt bezet door Robert Chambers. Hij heeft van houten pallets een gebied rond zijn tent gemaakt dat in Skid Row doorgaat voor een tuintje. Hij heeft een bord neergezet waarop ‘Dakloze Schrijverscoalitie’ staat, de naam van een groep daklozen die hij leidt om ze hun waardigheid te laten behouden tegenover wat hij de ‘animalistische’ aspecten van hun leven noemt. Hij doelt vooral op het gebrek aan openbare toiletten dat mensen dwingt hun behoefte op straat te doen.

    Het stadsbestuur van LA heeft meer beschikbare toiletten beloofd – wat hoognodig is, gezien de uitbraak van hepatitis A die zich vanuit San Diego langs de westkust verspreidt en al 21 mensen het leven heeft gekost, voornamelijk als gevolg van het gebrek aan sanitaire voorzieningen in daklozenkampen. ’s Nachts worden de parken met openbare toiletten gesloten om daklozen te weren.

    Skid Row telt ’s nachts negen toiletten voor 1800 mensen die op straat leven. Dat is beduidend minder dan de VN voorschrijft voor de kampen voor Syrische vluchtelingen. ‘Het is gewoon onmenselijk, en uiteindelijk zul je er een animalistische levensinstelling aan overhouden,’ zegt Chambers. Hij leeft al bijna een jaar op straat, omdat hij wegens drugsbezit de voorwaarden van zijn voorwaardelijke vrijlating heeft geschonden en uit zijn goedkope appartement is gezet. Hij is niet meer te helpen, zegt hij, van ‘het maken’ is geen sprake meer. ‘Het veiligheidsnet? Daar zitten voor mij te veel gaten in.

    Van alle mensen die het pad van de VN-rapporteur kruisen, is Chambers het negatiefst over de Amerikaanse Droom

    Van alle mensen die het pad van de VN-rapporteur kruisen, is Chambers het negatiefst over de Amerikaanse Droom. ‘Mensen realiseren zich niet dat het nooit beter wordt; mensen zoals wij kunnen er nooit bovenop komen. Ik ben 67, ik heb een hartkwaal, ik zou hier niet buiten moeten wonen. Ik zal het misschien niet lang meer maken.’

    Dat is een heleboel ellende om op één dag te verstouwen, en zelfs een doorgewinterde armoede-expert als Alston is erdoor van zijn stuk gebracht. Als speciale VN-rapporteur heeft hij eerder verslag uitgebracht over de erbarmelijke leefomstandigheden in onder andere Saoedi-Arabië en China. Maar Skid Row? ‘Ik was behoorlijk gedeprimeerd,’ vertelt hij The Guardian later. ‘Die eindeloze stroom gruwelverhalen. Op een bepaald moment ga je je afvragen of iemand er wel iets aan kan doen, laat staan ik.’

    Dan neemt hij het vliegtuig naar San Francisco, naar de wijk Tenderloin, waar het wemelt van de daklozen, en loopt de St. Boniface-kerk binnen. Wat hij daar ziet is balsem voor zijn ziel.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.49.43 PM

    San Francisco, Californië

    Zo’n zeventig daklozen liggen rustig te slapen op banken achter in de kerk, zoals hun op weekdagen elke ochtend is toegestaan, terwijl voor in de kerk de gelovigen eensgezind bidden. De kerk vangt hen op vanuit de katholieke gedachte dat iedereen een helpende hand verdient.

    ‘Ik vond die kerk heel erg opbeurend,’ zegt Alston. ‘Het was zo’n simpel schouwspel en zo’n voor de hand liggend idee. Ik dacht: als het christendom hier niet over gaat, waarover dan in hemelsnaam wel?’

    Het is een zeldzame druppel altruïsme aan de westkust, die het moet opnemen tegen een zee van vijandigheid. Californische steden hebben de afgelopen jaren meer dan vijfhonderd antidaklozenwetten aangenomen. En Ben Carson, de neurochirurg die door Donald Trump tot minister van Huisvesting is benoemd, decimeert het nationale budget voor betaalbare woningen.

    Het meest veelzeggende detail is misschien nog wel dat behalve St. Boniface en haar zusterkerk geen enkel gebedshuis in San Francisco daklozen opvangt. Sterker nog, vele hebben, zelfs in dit seizoen van naastenliefde, hun deuren voor iedereen gesloten om de daklozen maar buiten te houden.
    Zoals Tiny Gray-Garcia, die zelf op straat leeft, aan Alston vertelt, hebben zij en haar lotgenoten elke dag te maken met wat ze ‘het geweld van het wegkijken’ noemt.

    Die wrede trek is al sinds de stichting van het land een kenmerk van het Amerikaanse leven. Het afwerpen van het juk van een al te bemoeizuchtige overheid (de Britse monarchie) werd in de ogen van veel Amerikanen synoniem met het individualistische idee dat je het zelf moet maken – een idee dat prima is voor degenen die zo gelukkig zijn dat ze dat kunnen, maar minder voor degenen die aan de verkeerde kant van de spoorlijn zijn geboren.

    De New Deal van Franklin Roosevelt en de Great Society van Lyndon Johnson waren strijdig met dit idee en gingen ervan uit dat een samenleving zichzelf moet beschermen tegen de grillen van honger en werkloosheid. Maar de laatste tijd waait de wind sterk in de richting van ‘zoek het zelf maar uit’. Die trend werd in de jaren tachtig gezet door de belastingverlagingen van Ronald Reagan, gevolgd door Bill Clinton die in 1996 besloot de bijstand voor gezinnen met lage inkomens te schrappen, een maatregel waaronder nog steeds miljoenen Amerikanen gebukt gaan.

    Als gevolg van deze opeenstapeling van aanvallen op de verzorgingsstaat genieten gezinnen die moeite hebben om rond te komen, onder wie de vijftien miljoen kinderen die officieel in armoede leven, beduidend minder steun dan in enige andere geïndustrialiseerde economie. En nu worden ze misschien wel met de allergrootste dreiging geconfronteerd. Zoals Alston zelf schreef in een essay over het populisme van Trump en de agressieve uitdaging die dat voor de mensenrechten betekent: ‘Dit zijn bijzonder gevaarlijke tijden. Bijna alles lijkt mogelijk.

    Lowndes County, Alabama

    Trumps ondermijning van de mensenrechten, gevoegd bij het Republikeinse dreigement om volgend jaar nog verder in de sociale uitkeringen te snoeien en daarmee een deel van de belastingverlagingen te compenseren die nu door het Congres worden gejaagd, zal Afro-Amerikanen disproportioneel hard treffen. Zwarte mensen vormen 13 procent van de Amerikaanse bevolking, maar 23 procent van de mensen die onder de armoedegrens leven is zwart, evenals 39 procent van de daklozen.

    Het raciale element van Amerika’s armoedecrisis is nergens zo zichtbaar als in het diepe zuiden, waar de open wonden van de slavernij nog altijd bloeden. De volgende halte van de speciale VN-rapporteur is de ‘Black Belt’, een term die oorspronkelijk naar de rijke donkere grond verwees die in een strook door Alabama loopt, maar die mettertijd gebruikt ging worden voor de Afro-Amerikaanse bevolking die daar de meerderheid vormt.

    De link tussen bodemsoort en demografie was niet toevallig. De katoen tierde welig op dit vruchtbare land, wat op zijn beurt tot een levendige handel in slaven leidde om die te oogsten. De afstammelingen van de slaven wonen nog altijd in de Black Belt en behoren nog steeds tot de armsten van het land.

    Je kunt de geschiedenis van de Amerikaanse schande, van de slavernij tot het heden, in een reeks eenvoudige grafieken weergeven. De eerste toont de katoenvriendelijke bodem van de Black Belt, de tweede de slavenbevolking, gevolgd door het zwarte woongebied en de extreme armoede van vandaag de dag: allemaal vormen ze precies dezelfde halvemaan die door Alabama loopt.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.50.40 PM


    De huidige erbarmelijke situatie van de zwarte gemeenschap van Alabama zou je op vele manieren kunnen analyseren. De grimmigste is misschien wel het feit dat zo veel gezinnen in de Black Belt nog altijd geen toegang hebben tot sanitaire voorzieningen. Duizenden mensen leven nog steeds tussen open riolen die je normaliter met ontwikkelingslanden associeert.

    Eerder dit jaar onthulde The Guardian dat deze crisis tot een aanhoudende mijnwormepidemie heeft geleid, veroorzaakt door de gelijknamige intestinale parasiet die zich via menselijke ontlasting verspreidt. Deze komt voor in Afrika en Zuid-Azië, maar werd in de VS al jaren geleden als uitgeroeid beschouwd. Maar in de thuisstaat van Trumps minister van Justitie Jeff Sessions doet de worm zich nog altijd tegoed aan het bloed van arme mensen – een ziekte van ontwikkelingslanden die gedijt in het rijkste land ter wereld.

    Het openrioolprobleem is vooral nijpend in Lowndes County, een overwegend zwart district dat het epicentrum was van de burgerrechtenbeweging en vanwaaruit Martin Luther King in 1965 zijn mars van Selma naar Montgomery ondernam om voor algemeen kiesrecht te demonstreren. Ondanks de trotse geschiedenis schat Catherine Flowers dat 70 procent van de huishoudens in het gebied zijn uitwerpselen ofwel rechtstreeks op open terrein deponeert, ofwel in gebrekkige septic tanks die niet bestand zijn tegen zware regen. Toen haar organisatie, het Alabama Center for Rural Entreprise (Acre), er bij de plaatselijke overheid op aandrong daar iets aan te doen, investeerde deze 6 miljoen dollar in de uitbreiding van afvalverwerkingssystemen naar voornamelijk witte bedrijven, terwijl zwarte huishoudens in overgrote meerderheid werden overgeslagen. ‘Dat is een schrijnend voorbeeld van onrechtvaardigheid,’ zegt Flowers. ‘Mensen die zich geen eigen systeem kunnen veroorloven, moeten het zelf maar rooien, terwijl bedrijven die er wel het geld voor hebben van openbare diensten profiteren.’

    Walter, een inwoner van Lowndes County die zijn achternaam liever geheimhoudt uit vrees dat zijn watertoevoer wordt afgesneden omdat hij zijn mond heeft opengedaan, leeft met de dagelijkse gevolgen van deze vorm van publieke veronachtzaming. ‘Als het flink hard regent, komt het zo je huis binnen.’ Dat is een beleefde manier om te zeggen dat het rioolwater zijn gootsteen, wastafel en badkuip in gorgelt en een misselijkmakende zoete stank in het huis verspreidt. Wat vindt hij onder deze omstandigheden van de ideologie dat iedereen het kan maken als hij zijn best maar doet? ‘Als ze de kans kregen, zou dat ze waarschijnlijk wel lukken,’ zegt Walter. Hij pauzeert en voegt er dan aan toe: ‘Maar mensen krijgen de kans niet.’

    Zouden zijn rioolproblemen inmiddels wel zijn opgelost als hij wit was geweest? Na weer een pauze zegt hij: ‘Niet om racistisch te zijn, maar ja, ik denk van wel’

    Zouden zijn rioolproblemen inmiddels wel zijn opgelost als hij wit was geweest? Na weer een pauze zegt hij: ‘Niet om racistisch te zijn, maar ja, ik denk van wel.’

    Aan de achterkant van Walters huis komt de ware onrechtvaardigheid van de situatie aan het licht. Overal door de tuin lopen smalle geulen vanaf naburige huizen waar donkere vloeistof doorheen stroomt. De geulen komen samen in stroperige poelen die recht onder de stacaravan zijn gelegen waarin Walters zoon, schoondochter en zestienjarige kleindochter wonen. Het is het ultieme beeld van het lot van Alabama’s verarmde zwarte gemeenschap. Als Amerikaanse staatsburgers hebben ze evenveel recht op leven, vrijheid en het streven naar geluk. Alleen worden ze omringd door poelen met uitwerpselen.

    Onlangs sloeg de Black Belt terug. Toen werd er een nieuwe versie van die eenvoudige grafiek toegevoegd, waarop precies dezelfde halvemaan te zien is die door Alabama loopt, alleen was die dit keer niet zwart maar blauw. Die blauwe halvemaan staat voor het leger van Afro-Amerikaanse stemmers dat tegen alle verwachtingen in Doug Jones naar de Amerikaanse Senaat stuurde, de eerste Democraat uit Alabama sinds een hele generatie. Dat betekende een flinke bloedneus voor zijn tegenstander, de van kindermisbruik beschuldigde Roy Moore, en voor Steve Bannon en Donald Trump, van wie hij de marionet is. Dit kan met recht het belangrijkste vertoon van zwarte politieke spierkracht worden genoemd sinds de mars van King in 1965. Waar de eerdere grafieken voor ‘bodem’, ‘slavernij’ en ‘armoede’ stonden, zou bij deze grafiek het onderschrift ‘mondigheid’ moeten staan.

    Guayama, Puerto Rico

    Dus hoe ziet Alston de rol van VN-rapporteur en zijn bezoek? Zijn volledige rapport over de VS zal in mei verschijnen en aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève worden gepresenteerd. Niemand verwacht er veel van: de raad heeft niet genoeg macht om goed gedrag af te dwingen van recalcitrante regeringen. Maar Alston hoopt dat zijn bezoek de VS zo veel schaamte zal bezorgen dat men nog eens gaat nadenken over de eigen waarden. ‘Het is mijn rol om regeringen ter verantwoording te roepen,’ zegt hij. ‘Als de Amerikaanse regering niet over het recht op huisvesting, gezondheidszorg of voedsel wil praten, dan zijn er nog altijd basale normen voor mensenrechten waaraan moet worden voldaan. Het is mijn taak om daarop te wijzen.’

    In zijn eerdere onderzoek naar extreme armoede in landen als Mauritanië wond Alston er geen doekjes om. We mogen dezelfde onzachtzinnige liefde verwachten bij zijn analyse van Puerto Rico, de volgende halte tijdens zijn reis naar de donkere kant van Amerika.

    Drie maanden na Maria is de verwoesting die de orkaan op het eiland heeft aangericht genoegzaam bekend. Van zeventigduizend huizen is niets meer over, de industrie is tot stilstand gekomen en de algehele stroomstoring leidt nog steeds tot plunderingen. Maar het treurige lot van Puerto Rico dateert al van ver vóór Maria en is geworteld in de onverschilligheid waarmee het eiland is bejegend sinds het in 1898 als oorlogsbuit in bezit werd genomen.

    Bijna de helft van de Amerikanen heeft geen idee dat de drieënhalf miljoen Puerto Ricanen Amerikaanse staatsburgers zijn – des te kwalijker gezien het feit dat het eiland geen eigen vertegenwoordiging in het Congres heeft, terwijl zijn fiscale beleid wordt gedicteerd door een raad van toezicht die door Washington is aangesteld. Hoe zat het ook alweer met dat afwerpen van het juk van een al te bemoeizuchtige overheid?

    Evenmin zijn de meeste mensen zich ervan bewust dat het aantal armen op het eiland (44 procent) ruim twee keer zo groot is als dat in de minst welvarende Amerikaanse staten, inclusief Alabama (19 procent). En dat was nog vóór de orkaan, die volgens sommige schattingen het armoedepercentage heeft opgedreven tot 60 procent. ‘Puerto Rico wordt geregeerd door de Verenigde Staten, maar we worden nooit geraadpleegd,’ zegt Ruth Santiago, die als advocaat gespecialiseerd is in gemeenschapsrecht. ‘We hebben geen enkele invloed, we zijn gewoon hun speelbal.’

    De VN-rapporteur krijgt een idee van wat het betekent de speelbal van de VS te zijn wanneer hij naar Guayama reist, een stad van 42.000 inwoners in het zuiden, vlak bij de plek waar Maria aan land kwam. Verwoesting alom: gehavende huizen, ontbrekende daken, onheilspellend doorzakkende elektriciteitsleidingen. Boven de stad torent dreigend een kolencentrale uit die is gebouwd door de Puerto Ricaanse tak van AES Corporation, een multinational die zijn hoofdkwartier in Virginia heeft. De schoorsteen van de centrale domineert de horizon, evenals een enorme berg as van de verbrande kolen die oprijst als een reusachtig zandkasteel van ruim twintig meter hoog. De berg is blootgesteld aan de elementen, en de plaatselijke bevolking klaagt dat het gif ervan de zee in lekt en dat de vissers door kwikvergiftiging het brood uit de mond wordt gestoten. Ook is men bang dat het stof dat de berg verspreidt gezondheidsproblemen veroorzaakt, een zorg die wordt gedeeld door plaatselijke artsen die de VN-rapporteur vertellen dat ze veel patiënten hebben met ademhalingsaandoeningen en kanker. ‘De bladeren van mijn mangoboom gaan ervan dood,’ zegt Flora Picar Cruz (82). Ze ligt rond het middaguur in bed en ademt moeizaam door een zuurstofmasker.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.51.10 PM


    Onderzoek van de asberg wijst op gevaarlijke hoeveelheden giftige stoffen zoals arsenicum, broom, chloride en chroom. Desondanks is de regering-Trump bezig het relatief lakse toezicht op de schadelijke emissies ervan nog verder te versoepelen. AES Puerto Rico verzekerde The Guardian dat er geen reden tot zorg is, omdat de centrale een van de schoonste van de VS zou zijn, die met opzet zo is gebouwd dat er geen schadelijke stoffen in de lucht of de zee terecht kunnen komen. Maar daar denken de mensen in Guayama wel anders over. Zij vrezen dat de Amerikaanse kolonisten hen nog meer aan hun lot zullen overlaten dan ze nu al ruim een eeuw lang doen.

    Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo veel Puerto Ricanen stemmen met hun voeten; na de orkaan hebben bijna tweehonderdduizend van hen hun koffers gepakt en zijn naar Florida, New York of Pennsylvania vertrokken, waar inmiddels al meer dan vijf miljoen Puerto Ricanen wonen. Dat geeft de Amerikaanse Droom een geheel nieuwe betekenis: iedereen kan het maken, zolang hij zijn familie, zijn huis en zijn cultuur maar in de steek laat en koers zet naar een vreemd en ongastvrij land.

    Charleston, West Virginia

    ‘Jullie zijn kanjers! Al die jaren dat jullie schandalig zijn behandeld gaan we goedmaken, oké? Honderd procent zeker!’ Donald Trumps belofte aan de witte stemmers van West Virginia werd gedaan in mei 2016, op het moment dat hij de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen binnenhaalde. Zes maanden later beloonde zijn achterban in de staat hem royaal met een verpletterende overwinning.

    Als je bedenkt dat hij hun gouden bergen beloofde, is het niet zo verwonderlijk dat witte gezinnen in West Virginia positief reageerden op het charmeoffensief van Trump: ‘We gaan zorgen dat de mijnwerkers weer aan het werk komen!’ Getalsmatig is de meerderheid van alle Amerikanen die in armoede leven – 27 miljoen mensen – wit.

    Met name in West Virginia hebben witte gezinnen veel om verbitterd over te zijn. De mechanisering en het sluiten van kolenmijnen hebben tot grote werkloosheid en stagnerende lonen geleid. De overheveling van banen in de kolen- en staalsector naar supermarktketen Walmart heeft ertoe geleid dat de gemiddelde werknemer tegenwoordig 3,5 dollar per uur minder verdient dan in 1979. Wat wel verwonderlijk is, is dat zo veel trotse werkende mensen hun dromen aan een (veronderstelde) miljardair hebben toevertrouwd die zijn onroerendgoedimperium heeft gebouwd op wat zijn vader hem heeft toegestopt.

    Voordat hij presidentskandidaat was, toonde Trump maar weinig belangstelling voor de problemen van gezinnen met lage inkomens, wit of anderszins. Nu hij bijna een jaar in het Oval Office zit, zijn er ook weinig tekenen dat hij zich aan zijn campagnebeloftes houdt. Integendeel. Als de VN-rapporteur als laatste halte tijdens zijn rondreis Charleston, West Virginia, aandoet, wordt hij overspoeld door bewijs dat de president juist de mensen die hem hebben gekozen het mes op de keel zet.

    Met name in West Virginia hebben witte gezinnen veel om verbitterd over te zijn

    Diezelfde dag presenteren de Republikeinen in de Senaat en het Congres gezamenlijk hun plannen voor belastingverlaging, waarover de week erna zal worden gestemd. Veel mensen in West Virginia zullen voor zoete koek slikken dat deze veranderingen bedoeld zijn om hen te helpen, omdat aanvankelijk iedereen in de staat minder belasting zal gaan betalen. Maar in 2027, als het begrotingstekort moet worden aangezuiverd, zal de onderste 80 procent van de bevolking méér betalen, terwijl de bovenste 1 procent een meevaller behoudt van 21.000 dollar. ‘Het beleid van Trump zal de ongelijkheid doen toenemen, loonstijgingen blokkeren en het moeilijker maken voor gezinnen met lage inkomens om hulp te zoeken,’ zegt Ted Boettner, lid van de raad van bestuur van het niet-partijgebonden West Virginia Center on Budget and Policy.

    Als de riolering het aanhoudende probleem is waarmee de Black Belt kampt, dan is een mond vol rottende tanden en kiezen dat van West Virginia. Artsen van Health Right, een medisch vrijwilligerscentrum in Charleston dat 21.000 werknemers met lage inkomens gratis behandelt, toont de VN-rapporteur een foto van een van hun patiënten. De man is pas 32, maar zodra hij zijn mond opendoet wordt hij een heks uit Macbeth. Zijn paar resterende rotte tanden en kiezen en groenblauwe tandvlees zien eruit als etterende brij in een kokende ketel.

    Medicaid [een hulpverleningsprogramma voor mensen met lage inkomens] dekt geen tandheelkundige behandeling van volwassenen, tenzij er sprake is van een noodgeval, en dus doen de mensen wat het meest voor de hand ligt: ze wachten tot hun abcessen knappen, zodat ze naar de spoedeisende hulp moeten. Een vrouw die onlangs de mobiele tandartskliniek van het centrum bezocht, had alleen nog dertig wortels in haar mond, die allemaal behandeld moesten worden.

    Ook tijdens zijn andere ontmoetingen krijgt Alston een beeld van de manier waarop het leven van gezinnen met lage inkomens in West Virginia onder druk staat. Waar Lyndon Johnson de armoede de oorlog verklaarde, voert Trump oorlog tegen de armen. Mensen gaan jarenlang de gevangenis in omdat ze, in afwachting van hun proces, de borgtocht niet kunnen betalen; er worden privédetectives ingehuurd om mensen te bespioneren die aanspraak maken op een arbeidsongeschiktheidsuitkering; zware minimumstraffen wegens drugsbezit zijn weer in de mode; Jeff Sessions schrapt federale reclasseringsprogramma’s voor ex-gedetineerden; huurders van gesubsidieerde huizen leven in voortdurende vrees dat ze uit hun huis zullen worden gezet na de geringste overtreding. En ga zo maar door.

    En het resultaat van deze meedogenloze klappen? ‘Mensen raken uiteindelijk met elkaar in de clinch,’ zegt Eli Baumwell, beleidsdirecteur van de American Civil Liberties Union (ACLU) in West Virginia. ‘Je raakt zo geobsedeerd door wat jij bezit en wat je buurman bezit, dat je rancuneus wordt. Dat is wat Trump doet, mensen tegen elkaar opzetten.’
    En zo stapt Philip Alston voor de laatste keer in het vliegtuig om in Washington een samenvatting te presenteren van de kwellingen die het Amerikaanse volk ondergaat. Op een gegeven moment tijdens de vlucht zegt Alston dat hij een slapeloze nacht heeft gehad door het piekeren over de verloren zielen die we in Skid Row hebben ontmoet. Hij vraagt zich af hoe iemand anders in zijn positie – ‘Ik ben oud, een man, wit, rijk en ik heb een heel goed leven’ – op zo’n dakloze zou reageren. ‘Hij zou naar hem kijken en hem beschouwen als iemand die smerig is, die zich niet wast, die hij niet in zijn buurt wil hebben.’ Dan krijgt Alston een openbaring. ‘Ik besef dat de overheid hen zo ziet. Maar wat ik zie, is een maatschappelijk falen. Ik zie een maatschappij die zoiets laat gebeuren, die niet doet wat ze moet doen. En dat is heel treurig.’

    De rondreis van de speciale VN-rapporteur is ten einde.

    De Nederlandse fotograaf Désirée van Hoek werkt al sinds 2007 met tussenpozen op Skid Row in Los Angeles. In 2015 verscheen haar boek Skid Row, met een voorwoord van LA Times-verslaggever Gale Holland. Het boek werd in 2016 bekroond als een van de Best Verzorgde boeken van Nederland en Vlaanderen.

  • China ligt aan kop 
in nieuwe race om de ruimte

    China ligt aan kop 
in nieuwe race om de ruimte

    De landing van een Chinees ruimteschip op de achterkant van de maan begin januari betekent een doorbraak voor de ruimtevaart. China liep altijd achter op grootmachten VS en Rusland, maar zijn de rollen nu omgedraaid?

    JA

    De recente Chinese landing op de achterkant van de maan is meer dan alleen een wetenschappelijke doorbraak. Beijing geeft met zijn uitdijende ruimtevaartprogramma ook een sterk signaal af. ‘Dit is veel meer dan alleen een landing,’ zegt Alan Duffy, 
ruimtevaartdeskundige bij de Royal Institution of Australia. 
‘Het bewijst hoe volwassen de Chinese ruimtevaarttechnologie is geworden.’

    De geslaagde landing kwam voor veel wetenschappers als een verrassing: zij hadden verwacht dat die zou mislukken. Geen enkel land was ooit eerder op de achterkant geland. De moeilijkheid is dat die altijd van de aarde afgekeerd staat, wat direct radioverkeer onmogelijk maakt. Chinese onderzoekers wisten 
dit probleem echter te omzeilen door speciaal voor de communicatie met het Chang’e 4-ruimteschip en zijn verkenner een 
verbindingssatelliet te lanceren.

    Begin deze eeuw had vrijwel niemand verwacht dat China zo snel een koppositie in de ruimte zou gaan innemen, aangezien het land nooit veel interesse in ruimtevaart toonde. Toen China in 2003 voor het eerst astronauten in een baan om de aarde bracht, deden westerse waarnemers dit af als een futiele poging om achterstand op de Verenigde Staten en Rusland in te lopen. Maar terwijl het Chinese ruimtevaartprogramma steeds groter werd, nam in de twee landen die al succesvolle programma’s hadden het enthousiasme voor ruimtevaart juist af. In de Verenigde Staten en Rusland kromp het budget, in China groeide het. 
Al in 2007, lang voordat het land de krantenkoppen haalde met baanbrekende prestaties in de ruimte, lanceerde het verkenningsmissies om de achterkant van de maan te onderzoeken.

    En ondanks het veel kleinere budget staat het Chinese 
programma in veel opzichten nu al op gelijke hoogte met het Amerikaanse. Vorig jaar lanceerde China veertig ruimtemissies, ruim twee keer zoveel als in 2017. Deze verrassend snelle vooruitgang is volgens onderzoekers verklaarbaar doordat het land zich bewust richt op prestigeprojecten. Die moeten het land de status van ruimtegrootmacht bezorgen.

    China benadrukt dat het met de missies louter vredelievende bedoelingen heeft. Het Pentagon is daar echter minder van overtuigd en schreef in augustus vorig jaar dat het Chinese 
ruimtevaartprogramma ‘een cruciale rol speelt in moderne oorlogsvoering’. En terwijl de nasa nauw samenwerkt met Rusland, heeft het Amerikaanse Congres dergelijke samenwerkings-projecten met het Chinese ruimtevaartagentschap uit angst voor spionage verboden.

    De succesvolle Chinese landing is mogelijk een bedreiging voor het tanende Amerikaanse leiderschap in de ruimte, zij het niet op dezelfde manier als in 2007. ‘Dit gaat meer over prestige,’ aldus Duffy.

    Auteur: Rick Noack

    Washington Post | Verenigde Staten | dagblad | oplage 475.000
    De grootste krant van Washington en een van ’s werelds meest toonaangevende titels.

    adam minter 1

    Rick Noack is als buitenlandcorrespondent voor The Post grotendeels gevestigd in Berlijn, van waaruit hij schrijft over Australië, 
Nieuw-Zeeland 
en internationale veiligheid.

    Adam Minter is columnist voor Bloomberg. Hij schreef het boek Junkyard Planet: Travels in the Billion-Dollar Trash Trade, 
over de miljarden-industrie van onze afvalbergen.

    NEE

    De landing van het Chinese Chang’e-4 ruimteschip op de achterkant van de maan is een indrukwekkende technische prestatie die laat zien dat China een grootmacht in de ruimte is geworden. Het komende decennium wil het land een ruimtestation in een baan om de aarde brengen, sondes naar Mars en Jupiter sturen en asteroïdenmissies uitzenden. Voor 2030 staat een bemande maanmissie gepland en voor halverwege deze eeuw een permanente kolonie.

    De ambities van de nasa lijken daar schril bij af te steken. Sinds de laatste maanlanding van de Apollo in 1972 zijn Amerikaanse astronauten niet verder gekomen dan een baan om de aarde. 
Na ontmanteling van het spaceshuttleprogramma kunnen de Verenigde Staten het internationale ruimtestation ISS niet langer op eigen kracht bereiken. Nieuwe presidenten verlegden vaak hun prioriteiten, zodat de nasa dure missies, die al jaren gepland stonden, moest afbreken of herzien.

    Toch gaat het in veel opzichten ook wel goed met het Amerikaanse ruimtevaartprogramma. Een jaar of twaalf geleden stelde het Congres de nasa in staat om publiek-private samenwerkingen aan te gaan. Sindsdien adviseert het overheidsagentschap private ruimtevaartbedrijven en investeert het in hun activiteiten. Elon Musks SpaceX is het bekendste, maar er zijn tientallen bedrijven in de commerciële ruimte-industrie actief. Hun specialisme varieert van de lancering van kleine satellieten tot maanverkenning. De resultaten zijn spectaculair: naar 
schatting van de nasa zelf kostte de ontwikkeling van de Falcon 9-raket door SpaceX maar tien procent van wat het de nasa zou hebben gekost om die te bouwen. Ook elders levert de steun van de nasa veel op. In de komende weken lanceert SpaceX een capsule die Amerikaanse astronauten naar het iss-ruimtestation kan brengen. Ten minste twee andere bedrijven hebben plannen voor een eigen, commercieel, ruimtestation. Tegelijk is de nasa de pure wetenschap niet uit het oog verloren. Er zijn vier missies naar Mars gaande en een naar Jupiter, er cirkelt een sonde om 
de zon en twee ruimteschepen hebben de interstellaire ruimte bereikt. Geen enkel ander land, ook China niet, kan zich hiermee meten: de wetenschappelijke en technologische knowhow 
ontbreekt simpelweg.

    Zolang de vs de commerciële ruimtevaart blijft stimuleren en tegelijk met wetenschappelijke onderzoeksmissies steeds verder reikt, hoeft het land voorlopig niet bang te zijn om ingehaald te worden. Uiteraard heeft ook China het grote potentieel van de commerciële ruimtevaart ingezien en ontwikkelt het een eigen ruimte-industrie. Maar barst er inderdaad een nieuwe ruimterace los, dan hebben de Verenigde Staten alle kans die te winnen.

    Auteur: Adam Minter

    Bloomberg World View | Verenigde Staten | website | bloomberg.com
    Bloombergs blog World View schrijft uitvoerig over de opkomende markten, 
en wordt met toonaangevende schrijvers wereldwijd erkend als autoriteit op het gebied van Rusland, India en China.

  • ‘Jij hebt wiet nodig’

    ‘Jij hebt wiet nodig’

    Legalisering van cannabis staat tegenwoordig op elke politieke agenda. Uruguay nam het voortouw. Canada en sommige staten in de VS volgden. Simon Kuper dook een Amsterdamse coffeeshop in om lering te trekken uit het Nederlandse gedoogbeleid.

    Toen ik voor de krant wiet moest gaan roken in Amsterdam, vroeg ik een vriendin of ze me een goede ‘coffeeshop’ kon aanbevelen. Haar antwoord was heel Nederlands: ‘Ik ben nog nooit in een coffeeshop geweest.’ Ze koos de Paradox, de zaak die het dichtst bij de school van haar zoon was, zodat ze hem na afloop kon ophalen.

    Nu zitten we in wat voelt als een gezellige huiskamer vol met kussens, omringd door keurige, goedgeklede twintigers van over de hele wereld. De café-eigenaar, Ludo Bossaert, die de Paradox 27 jaar geleden is begonnen, beveelt Pure Special Haze Mix aan, een joint van 5 euro. Volgens de uitgebreide menukaart van de zaak zorgt die voor een ‘super high’.

    Waarschijnlijk ben ik de eerste klant in de geschiedenis van de Paradox die om een bonnetje vraagt. Ludo – een gedreven botanist, amateurnarcohistoricus en hasjsommelier – leert me eerst te zuigen voordat ik de joint opsteek, om van de zoete kaneelachtige smaak te genieten. Dan begin ik te roken. Hij steekt twee duimen op: ‘Dat noem ik nou onderzoeksjournalistiek!’

    Belangrijk onderwerp

    Iemand moet het doen, want cannabis is nu een belangrijk onderwerp geworden in de politiek. Op 17 oktober werd Canada de eerste grote economie die wiet legaliseerde voor recreatief gebruik, nadat Uruguay in 2013 het voortouw had genomen. Sinds 1 november kunnen artsen van de Britse National Health Service medicinale wiet voorschrijven. Dertig staten in de VS hebben medicinale cannabis al gelegaliseerd, terwijl negen recreatief gebruik toestaan.

    Donald Trump heeft al aangegeven dat hij de decriminalisering ondersteunt. Cannabis zou in de Angelsaksische wereld binnenkort net zo bij het dagelijks leven kunnen horen als alcohol of koffie, en sigaretten vervangen, die sociaal onaanvaardbaar worden. Kunnen we na bijna vijftig jaar decriminalisering in Nederland zeggen dat dit een goede ontwikkeling is? En is wiet een goed middel tegen pijn en allerlei kwalen?

    De cannabisplant wordt al minstens vijfduizend jaar door mensen gerookt, vaak als pijnstiller. Cannabispollen zijn aangetroffen in een 4200 jaar oud Nederlands graf. Zelfs koningin Victoria kreeg volgens John Hudak in Marijuana: A Short History ‘door de hofarts medicinale marihuana voorgeschreven als pijnstiller bij menstruatiekrampen’. Wiet werd in de VS voor het eerst controversieel in de jaren dertig, toen anti-immigratiepartijen marihuana (ze gebruikten bewust het Spaanse woord) in verband brachten met Mexicaanse immigranten.

    Al snel na de beëindiging van de Drooglegging begon de VS in 1937 met de harde aanpak van wiet, schrijft Hudak. Eind jaren vijftig was marihuana definitief illegaal in Amerika. In 1961 zette de VN cannabis tussen de meest verslavende middelen op Lijst 1, waarmee de plant bijna overal in de illegaliteit werd gedreven.

    Cannabis kan binnenkort net zo bij het dagelijks leven horen als koffie

    Toen kwam Richard Nixons war on drugs – wiet, heroïne, alles. Zijn doelwit was niet zozeer de wiet als wel de langharige jongelui die het als een sacrament leken te vereren. ‘Als je hasj rookt, leer je je innerlijk kennen,’ zei Bob Marley, en Bob Dylan zong dat iedereen stoned moest worden.

    In 1970 stelde president Nixon de commissie-Shafer in om advies in te winnen over de te volgen aanpak. Maar Shafers eindoordeel paste niet echt in zijn straatje: ‘De commissie is unaniem van mening dat het gebruik van marihuana niet zo’n ernstig probleem is dat mensen die marihuana roken [… ] onderworpen moeten worden aan criminele procedures.’ Dit advies schaarde zich in een reeks officiële Amerikaanse rapporten (te beginnen in 1944 met een rapport van de New Yorkse burgemeester Fiorello La Guardia) waarin werd geconcludeerd dat softdrugs niet echt een probleem vormden.

    Nixon negeerde Shafer. Hij ondertekende wetten en richtte een bureau op voor de strijd tegen de wiet. Intussen werd overal agressief reclame gemaakt voor tabak en alcohol, de drugs van zijn ‘zwijgende meerderheid’. (Nixon zelf was een zware drinker, die op eigen houtje het anti-epilepsiemedicijn Dilantin gebruikte als kalmeringsmiddel.)

    Onbedoeld zorgde Nixon ervoor dat cannabis cool werd. Veel Amerikaanse tieners wisten al uit eigen ervaring dat wiet waarschijnlijk niet je leven te gronde zou richten. Het werd een onschuldige vorm van rebellie.

    Hollands pragmatisme

    Terwijl de VS tegen de wiet streed, begon het slaperige Nederland de softdrug net te ontdekken. Waarschijnlijk was het eerste grote marihuanafeest buiten de Amsterdamse hippiekringen een popfestival in Rotterdam in 1970. Duizenden jongeren rookten ongehinderd softdrugs, terwijl politieagenten in burger rondliepen om hen in de gaten te houden.

    Cees Ottevanger, destijds een jonge politie-inspecteur, vertelde tientallen jaren later in het Nederlandse televisieprogramma Andere tijden: ‘Met de beste wil van de wereld konden we niet melden dat het slecht, vreselijk of onaangenaam was. Want de sfeer was fantastisch en er was geen enkele reden om bang te zijn dat er iets zou gebeuren.’

    De Nederlandse staat legaliseerde de cannabis niet, deels om de buurlanden niet voor het hoofd te stoten. Er werd echter wel besloten om gebruikers van softdrugs niet te vervolgen. De overheid vond niet dat blowen gevaarlijker was dan alcohol of koffie, en zelfs als dat wel zo was, vonden ze dat een drooglegging criminelen aan werk zou helpen.

    Het is een misverstand te denken dat de Nederlandse staat voor softdrugs is of voor prostitutie (legaal in Nederland). De Nederlandse staat is eerder pragmatisch. Ze hebben liever dat dergelijke riskante activiteiten in het zicht blijven zodat ze die kunnen reguleren (en er belasting over kunnen heffen), terwijl andere landen ze de illegaliteit in duwen, waar verdere controle ontbreekt.

    The Bulldog, de eerste coffeeshop in Amsterdam die in 1974 opende op de Wallen en inmiddels een keten is met vijf coffeeshops en ook nog enkele kleding- en souvenirwinkels. © Hollandse Hoogte
    The Bulldog, de eerste coffeeshop in Amsterdam die in 1974 opende op de Wallen en inmiddels een keten is met vijf coffeeshops en ook nog enkele kleding- en souvenirwinkels. © Hollandse Hoogte

    Ik heb het grootste deel van mijn puberteit in Nederland doorgebracht, van 1976 tot 1986. Waar ik woonde waren coffeeshops en een paar vrienden van mij zaten een tijdje in die scene, maar het was geen grote rage onder tieners. Op mijn middelbare school werd wiet niet geassocieerd met creativiteit en rebellie, maar met ongelukkige drop-outs. Sigaretten werden veel cooler gevonden.

    We kregen les over harddrugs. Ik herinner me nog dat we de angstaanjagende Duitse film Christiane F. te zien kregen, over een jonge heroïneverslaafde die prostituee wordt. Toen de Nederlandse staat in 2009 een rapport uitbracht met een lijst van de gevaarlijkste drugs, was dit de top 4: 1. crack; 2. heroïne; 3. tabak; 4. alcohol. Cannabis stond op de tiende plaats.

    Amerikanen van mijn generatie werden anders opgevoed. Nancy Reagan, de vrouw van de Amerikaanse president, voerde in de jaren tachtig oorlog tegen hard- en softdrugs met de kreet: ‘zeg gewoon nee’. Overal ter wereld zorgden paniek zaaiende, bekrompen types ervoor dat softdrugs de aantrekkingskracht van verboden vruchten kregen.

    Bezoekers van het Rotterdam Pop Festival in 1970, naar alle waarschijnlijkheid het eerste grote marihuanafeest buiten de Amsterdamse hippiekringen. – © Getty
    Bezoekers van het Rotterdam Pop Festival in 1970, naar alle waarschijnlijkheid het eerste grote marihuanafeest buiten de Amsterdamse hippiekringen. – © Getty

    Dat besefte ik als student in Engeland toen ik twee voetbaltrips naar Amsterdam organiseerde. Mijn teamgenoten wilden niet het Amsterdamse studentenleven verkennen, met de prachtige cafés en alle romantische mogelijkheden. Liever slenterden ze iedere avond over de Wallen of zaten ze in een dubieuze coffeeshop waar toeristen enorm werden afgezet. Ik werd sloom van de wiet (vooral toen mijn teamgenoten mijn neus dichthielden zodat ik niet kon uitademen), maar als hyperactieve twintigjarige wilde ik niet sloom worden.

    Toen ik protesteerde, wees de Amerikaanse doelman me erop dat het een kick gaf om legaal wiet te kunnen roken. Aan de andere kant, mijmerde hij, was het voor de Amerikaanse adolescent juist een kick om stíékem bier te drinken en wiet te roken. Het legaliseren van softdrugs zou dat verpesten, zei hij. Maar toen leek legalisering in de VS onvoorstelbaar. In die tijd gaf Bill Clinton als eerste president toe dat hij wiet had gerookt (en daarbij niet had geïnhaleerd). Die bekentenis verplichtte hem ertoe Nixons oorlog krachtig voort te zetten.
    De cannabisplant wordt al minstens vijfduizend jaar door mensen gerookt

    Niet legaal, wel gedoogd

    Het Nederlandse drugsbeleid komt ook voorbij in de gangsterfilm Pulp Fiction uit 1994 – met regie en scenario van Quentin Tarantino, die kort in Amsterdam heeft gewoond:

    Vincent: ‘Ja, het komt hierop neer: je kunt het legaal kopen, je kunt het legaal in bezit hebben en als je de eigenaar van een hasjcafé bent kun je het legaal verkopen. Het is illegaal om het bij je te hebben, maar dat maakt eigenlijk niet uit, want als je in Amsterdam wordt aangehouden door de politie mogen ze je niet fouilleren…’

    Jules: ‘O man! Ik ga erheen, punt uit. Ik ga er f**ing heen.’

    In feite zijn softdrugs niet legaal in Amsterdam. Ludo vertelt over een ruzie met een politieagent die een inval deed in de Paradox.

    Ludo: ‘Het is toch legaal?’

    Agent: ‘Het is helemaal niet legaal!’

    Ludo: ‘Dus het is illegaal.’

    Agent: ‘Nee, dat ook niet.’

    Ludo: ‘Wat dan?’

    Agent: ‘Het wordt gedoogd.’

    Spacecakes

    Ludo mag vijf gram per klant per dag verkopen, waarover hij belasting betaalt, maar geen btw – ‘omdat het geen bestaand product is in Europa’, legt hij uit. De levering – de zogenaamde ‘achterdeur’ van Nederlandse coffeeshops – is officieel illegaal. ‘Omdat de aanvoer illegaal is, zijn de prijzen voor wiet hoog, want je betaalt voor het risico,’ zegt Ludo. Hij koopt alleen met contant geld, van betrouwbare thuistelers.

    ‘Ik geef de voorkeur aan kleine hoeveelheden die met liefde zijn gekweekt. Met grotere partijen zijn de betrokkenen vaak halfcrimineel.’ Legaal mag hij maar vijfhonderd gram op voorraad hebben, dus de hele dag komen mensen met een bestelbusje of op de fiets langs om de drugs af te leveren. De politie komt regelmatig controleren. Als ze minderjarigen in zijn zaak aantreffen, of harddrugs, of een te grote voorraad, kunnen ze de tent sluiten.

    In 1995 waren er 350 coffeeshops in Amsterdam. Sindsdien is ongeveer de helft gesloten, vooral in een poging het drugstoerisme te ontmoedigen. Tot dusver heeft Ludo ervan geprofiteerd dat er concurrenten werden gesloten. Op een doordeweekse middag is elk tafeltje in de Paradox bezet.

    Hij is gespecialiseerd in spacecake: een dunne plak cake die één gram wiet per stuk bevat. Een klant uit Shanghai heeft hem eens een brief gestuurd, versierd met origamitekeningen om hem te bedanken voor ‘het brood’. Ludo legt uit: ‘Ze bedoelde cake, maar in China moet je op je woorden letten.’

    Spacecake is verraderlijk. Bij een joint wordt de wiet snel in je bloed opgenomen, waarna je stoned wordt en stopt met roken (een zelfbeperkingsmechanisme dat bij alcohol en tabak ontbreekt). Maar bij eetbare cannabis kan het uren duren voordat je het effect voelt, dus vaak nemen gebruikers te veel. De Amsterdamse gezondheidsdienst, die het zat was om Ludo’s bewusteloze klanten uit de goot te rapen, vroegen hem te stoppen met de verkoop van spacecake.

    Hij ging ermee door, maar verpakt nu iedere plak met uitgebreide instructies: ‘Als je nog nooit cannabis hebt gerookt: eet een kwart plak en wacht twee uur op het effect’, enzovoorts.

    Ingehaald

    Ik hou het bij de joints. Ik inhaleer te weinig om een ‘super high’ te krijgen, maar langzaam leer ik snel twee keer achter elkaar te inhaleren en een onbekende sensatie daalt in. Uiteindelijk weet ik wat het is: ik voel me ontspannen.

    ‘Alles wordt zachter en ronder,’ legt Ludo uit.

    Ik zie bleek, merkt mijn vriendin op.

    ‘Zijn bloedsuikerspiegel daalt,’ zegt Ludo. De budtender brengt een muntthee met honing, maar ik voel me vrolijk. Ik verlies elk besef van tijd en bekijk welwillend de andere klanten, van wie de meesten over hun schermpje gebogen zitten. Alles is rustig, tot buiten een auto toetert.

    ‘Willem, je taxi!’ roept een van de vaste klanten.

    Willem is een oudere man in een rolstoel, die zich eerder in onze discussie over het Amerikaanse drugsbeleid heeft gemengd. Zijn ‘taxi’ is eigenlijk een busje speciaal voor gehandicapten, dat hem komt ophalen. Zoals altijd rolt Ludo Willem naar buiten en via een loopplank het busje in. Het is een typisch Amsterdams tafereel.

    Al zo’n veertig jaar lang vormen de Amsterdamse coffeeshops de voorhoede van de mondiale cannabispolitiek. Eind twintigste eeuw werd in Nederland de toekomst uitgevonden. Ik groeide op met aparte fietsstroken op de weg; in 1999 bedachten de Nederlanders Big Brother, het eerste realitytelevisieprogramma; in 2001 waren ze de eersten met het homohuwelijk. Maar Nederland vindt niet langer de toekomst uit. Op het gebied van de cannabis is het Nederlandse gedoogbeleid inmiddels ingehaald door landen waar cannabis is gelegaliseerd.

    ‘Toen ik jong was, heb ik geïnhaleerd’, zei Barack Obama. ‘Daar ging het juist om’

    In deze eeuw begon de VS op een gegeven moment zijn eigen oorlog tegen de wiet ter discussie te stellen. Ondanks de tientallen miljarden die aan handhaving werden uitgegeven en alle levens die kapot werden gemaakt door arrestaties en gevangenisstraffen, konden de meeste Amerikanen makkelijk aan softdrugs komen.

    In 2008 bleek uit een data-analyse onder leiding van Louisa Degenhardt van het National Drug & Alcohol Research Centre van New South Wales dat langdurig cannabisgebruik in de VS en Nieuw-Zeeland (beide 42 procent) veel hoger was dan in andere landen. Het Nederlandse percentage was 20 (hoger dan de meeste andere Europese landen). Een gevolg van al dat blowen was dat jonge Amerikanen ontdekten dat softdrugs niet het grote kwaad waren.

    Barack Obama werd tot president gekozen nadat hij had gezegd: ‘Toen ik jong was, heb ik geïnhaleerd. Daar ging het juist om.’ (In zijn memoires uit 1995 Dreams From My Father heeft hij waarschijnlijk overdreven hoe vaak hij heeft geblowd.) Toch, zo legt Hudak uit, had Obama’s carrière behoorlijk kunnen ontsporen als hij als tiener was gearresteerd wegens het bezit van softdrugs – het lot van talloze zwarte jongeren, gezien het raciale onderscheid dat wordt gemaakt bij het handhavingsbeleid.

    De miljardairs George Soros en Michael Bloomberg hebben toegegeven dat ze wiet hebben gerookt. Nadat Elon Musk had getweet dat hij aandelen Tesla wilde terugkopen voor 420 dollar per stuk, beschuldigde de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC hem van fraude: ‘Musk verklaarde dat hij de prijs had afgerond op 420 dollar omdat hij onlangs had vernomen dat het een bekend getal was in de marihuanacultuur en dacht dat zijn vriendin “het wel grappig zou vinden”, wat natuurlijk geen geweldige manier is om een prijs vast te stellen.’ (‘420’ is Amerikaans slang voor cannabisgebruik.)

    Therapeutisch effect

    Kortom, wiet wordt algemeen aanvaard in Amerika. De overheid en veel staten zetten de strijd ertegen voort: in 2016 werden 587.700 Amerikanen gearresteerd voor het bezit van marihuana, meer dan alle andere geweldsmisdrijven bij elkaar. De minister van Justitie, Jeff Sessions, is een softdrugsbestrijder à la Nixon. Maar hij heeft de tijd niet mee. Trump is zich ervan bewust dat de meeste Amerikanen nu voor legalisering zijn. Ludo merkt op dat zijn Amerikaanse klanten blasé worden: Vroeger keken ze bewonderend naar mijn menukaart. Nu zeggen ze waarschijnlijk: “Die gast verkoopt maar vijf soorten wiet.”’

    Ludo vindt het medicinale gebruik in Engeland een veelbelovend begin: ‘Totale legalisering zou ze goeddoen, dan zou die stiff upper lip eens wat ontspannen. En het schept meteen werkgelegenheid voor duizenden mensen.’

    Als softdrugs worden gelegaliseerd in de Angelsaksische wereld zou dat Ludo’s bedrijf kunnen schaden. Maar hij hoopt dat daardoor ook het hoognodige medische onderzoek naar cannabis van de grond zal komen. Wetenschappers hebben de plant nooit intensief bestudeerd, uit angst voor een politie-inval in het lab. Voor zo’n algemeen gebruikte drug is het merkwaardig dat we er zo weinig van weten.

    We beginnen net te begrijpen welk deel van de plant wat doet. Nu liggen er verdere ontdekkingen in het verschiet. Er is veel hoop gevestigd op het gebruik van cannabis bij allerlei kwalen, van pijn tot epilepsie tot multiple sclerose. Een eerste verkennende studie door Dame Sally Davies, Chief Medical Officer in Engeland [medisch hoofdadviseur van de regering], concludeerde dat er bewijs is dat medicinale cannabis gunstige therapeutische effecten heeft.

    Schadelijk

    Cannabis kan positieve effecten hebben, maar ook negatieve. Iemand die ik goed ken zag ik veranderen in een paranoïde futloze blower met een gat van tien jaar in zijn cv, waar hij lang nadat hij was gestopt met blowen nog last van heeft gehad. De Amerikaanse beroepsvereniging van longartsen waarschuwt dat ‘marihuana die wordt gerookt echt schadelijk [is] voor de menselijke long’ en dat ‘geregeld gebruik kan leiden tot chronische bronchitis en ervoor [kan] zorgen dat iemand met een verzwakt immuunsysteem vatbaarder is voor longinfecties’. Zware gebruikers hebben ook een grotere kans op het ontwikkelen van een psychose.

    In de VS heeft het legaliseren tot een lichte stijging van het aantal blowers geleid. Sinds deze week mogen op Facebook cannabisgerelateerde bedrijven vermeld worden in de zoekresultaten van gebruikers.

    De opkomende Amerikaanse cannabisindustrie heeft er, net zoals de tabaksindustrie en het casino, baat bij om zware gebruikers aan te moedigen. Typisch wellicht dat de VS van massale opsluiting in gevangenissen kan overgaan op gelegaliseerde overconsumptie.

    Ik begrijp het gevaar en toch verlaat ik de Paradox als een bekeerling. Een vriend van me die veel van drugs afweet, adviseerde me eens: ‘Je bent zo hyper, ga nooit cocaïne gebruiken. Jij hebt wiet nodig.’ In het late namiddagzonnetje wandelend langs de Amsterdamse grachten, begrijp ik wat hij bedoelde.

    Cannabis zou prachtig passen bij mijn overvolle leven als veertigjarige met druk werk en een gezin. Ik heb geen tijd om heel alternatief ’s middags stoned op een sofa te liggen (tenzij de krant me meer van deze opdrachten geeft). Ik wil gewoon af en toe ’s avonds een joint opsteken om te ontspannen (te unwinden, zoals Ludo het in Nederengels noemt). Softdrugs lijken een gezondere methode dan wijn.

    David Nutt, hoogleraar neuropsychopharmacologie aan het Imperial College London, voorspelt: ‘Het zal medicinaal breed worden ingezet, maar voor verschillende medicijnen.’ Volgens hem had de epidemische vormen aannemende verslaving aan opiaten in de VS voorkomen kunnen worden als artsen cannabis in plaats van opiaten hadden voorgeschreven.

    Ludo is met name enthousiast over een stofje in cannabis dat CBD (cannabidiol) heet. Het is niet psychoactief, maar het kalmeert en helpt je in slaap te vallen, zegt hij. ‘Mensen geven het aan hun kinderen, hun hond.’ Keurige mensen zoals zijn tandarts en accountant vragen hem ernaar. Coca-Cola verklaarde vorige maand dat ‘ze nauwkeurig de ontwikkeling van het non-psychoactieve CBD volgen om het eventueel als ingrediënt te gebruiken in specifieke gezondheidsdrankjes.’ Cannabidiol zou dan maatschappelijk weleens aanvaardbaarder kunnen worden dan suiker.

    Headshop

    Voor ik Amsterdam verlaat, bezoek ik nog een headshop om een speciaal pijpje te kopen (ik vond joints te bitter). Ik neem echt geen wiet mee naar huis in Frankrijk, waar het illegaal is; ik zal het kopen bij een vriend van me in de buurt van Parijs, die regelmatig iets in huis heeft.

    Bij een Nederlandse drogisterij kocht ik een pakje CBD-pillen uit een grote kast met cannabidiolproducten. ‘Niet verslavend’ staat er demonstratief op de verpakking.

    Auteur: Simon Kuper

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • ‘Trump is de eerste
 racistische president’

    ‘Trump is de eerste
 racistische president’

    Je kunt gerust zeggen dat de wereld van vandaag zeer complex is geworden en in toenemende mate polariseert. Een diepe kloof verscheurt landen die voorheen de stabiliteit van een liberale democratie kenden. Hoe dat komt, vroeg 52 Insights aan de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama.

    Francis Fukuyama ziet de nieuwe gepolariseerde wereld als het resultaat van een toenemende scheiding tussen een linkervleugel die zich blindstaart op de identiteitspolitiek, en een rechtervleugel die wordt gevoed door populistische retoriek. De Amerikaanse politicoloog werd bekend met zijn invloedrijke essay ‘Het einde van de geschiedenis’, waarin hij verklaarde dat de liberale democratie een staat van zelfregulering had bereikt en dat we nu de post-ideologische wereldorde konden verwelkomen. Sinds hij dat in 1992 schreef, is de wereld immens veranderd: 9/11, de Arabische Lente, de financiële crisis in 2008, de terugval in de globalisering en niet te vergeten de snel voortschrijdende technologie hebben de wereld waarin we leven gedefinieerd. Intellectuelen doen wanhopige pogingen om de stukjes van de puzzel weer in elkaar te passen.

    Ondanks zijn profetische gave denken we niet dat Francis Fukuyama had kunnen raden dat de presentator van een reality-tv-programma met een neiging tot racisme en misogynie de positie van leider van 
de vrije wereld zou verkrijgen. Is dit slechts een stipje op de tijdlijn van de liberale democratie, of is er iets sinisterders en permanenters aan de hand?

    Hoe kijkt u als bekend intellectueel tegen dit mondiaal bijzonder gepolariseerde moment in 
de geschiedenis aan? Wordt u omarmd door links en weggeduwd door rechts?

    ‘Voor zover ik weet, zal rechts geen aandacht besteden aan wat ik zeg. Ik verwacht niet veel kritiek 
van die kant. De meeste serieuze kritiek verwacht 
ik van links, want zij geloven in een bepaalde vorm van identiteitspolitiek, dus zij zullen het meeste tegengas geven.

    Het is lastig, de vorige keer dat ik betrokken was bij een belangrijk debat, was na de invasie in Irak in 2003. Ik had het boek America at the Crossroads geschreven, waarin ik een harde lijn tegen Saddam Hoessein voorstond. Maar toen de invasie dichterbij kwam, vond ik dat we daartoe niet in de positie waren en werd ik heel kritisch op de regering-Bush. Dientengevolge kreeg ik veel kritiek over me heen, omdat 
ik eerst wel achter de invasie had gestaan. Ik denk dat er nog wel wat kwaad bloed uit die tijd zit.’

    Het is momenteel een bijzonder ongemakkelijke tijd voor iemand die neigt naar links. Links lijkt tegenwoordig net zo’n groot probleem als rechts.

    ‘Dat geldt zowel voor Engeland als voor de Verenigde Staten. Sinds 2016 is de polarisatie in de samenleving enorm toegenomen. In Engeland is dat een uitvloeisel van het Brexit-referendum. In Amerika is het onze president die de polarisatie aanzwengelt. Donald Trump is de weerspiegeling van de sluimerende polarisatie tussen links en rechts in de VS. Ons kiesstelsel maakte het mogelijk dat hij werd gekozen door een minderheid. In plaats van zich in het midden op te stellen, heeft hij er alles aan gedaan 
om de bestaande spanningen aan te wakkeren.

    Volgens mij is hij de eerste echt racistische president. En dientengevolge heeft hij links nog verder naar links geduwd. Dat doet hij expres, want hij wil in 2020 geen kansrijke kandidaat tegenover zich hebben. Het zorgt voor een moeilijke periode in 
onze politiek, waarin je geen centralistische positie kunt innemen, omdat mensen de extremen van het politieke spectrum opzoeken.’

    Hoe zijn we historisch gezien in deze situatie terechtgekomen? Ontstonden de voorwaarden daarvoor in 2016? Of broeide het huidige klimaat al langer?

    ‘Dat is een proces dat ik in mijn boek probeer te beschrijven. De moderne identiteitspolitiek begon bij links in de jaren zestig, als een voortvloeisel van veel sociale bewegingen die in die tijd waren ontstaan: de lhbt-beweging, de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging, de feministische beweging. Alle groepen die in de maatschappij waren gemarginaliseerd, eisten terecht erkenning voor hun problemen en specifieke ervaringen. De agenda van links, voorheen stevig verankerd in de arbeidersklasse, verschoof daardoor als geheel.

    In Europa was links voornamelijk marxistisch, in 
de VS was links gefundeerd in de vakbonden. Met de opkomst van de identiteitspolitiek begon links zich te mobiliseren rondom specifieke groepen en hun problemen. Toen Martin Luther King de burgerrechtenbeweging begon, betoogde hij dat zwarte Amerikanen gewoon net zo behandeld wilden worden als witte Amerikanen, dat ze deel wilden 
uitmaken van de Amerikaanse droom.

    In de loop van de tijd veranderde dat in een door sommigen – bijvoorbeeld de Black Powerbeweging – ingenomen standpunt dat zwarte Amerikanen anders waren dan witte Amerikanen. De rest van 
de Amerikaanse samenleving moest accepteren dat zwarte Amerikanen een eigen cultuur en waardestelsel hadden. Veel groepen hebben zich op die manier ontwikkeld; in het begin wilden ze geaccepteerd worden als onderdeel van de maatschappij, daarna splitste een deel zich af dat niet als gelijke behandeld wilde worden, maar juist erkenning zocht voor zijn anders-zijn. Op dat moment begint de identiteitspolitiek problematisch te worden. Kijk maar naar de opkomst van rechtse anti-immigratiegroeperingen in Europa die willen vasthouden aan een ouder besef van nationale identiteit.

    In de VS zien we het uiterst rechtse witte nationalisme, dat probeert de Amerikaanse identiteit terug te brengen naar iets wat wordt gedefinieerd door ras, naar zoals de Amerikaanse identiteit was vóór de burgerrechtenbeweging. Over het algemeen is het voor de democratie een ongezonde situatie als mensen zich terugtrekken in categorieën gebaseerd op afkomst. Dan krijg je geen overkoepelend besef van nationale identiteit dat probeert mensen te 
re-integreren in een democratische gemeenschap.’

    Een van de dingen die dit specifieke thema zo ongewoon maken, is het idee van waardigheid, het idee dat iedereen evenveel autoriteit krijgt toebedeeld en een podium heeft om te kunnen spreken. Dat is met name verontrustend en gevaarlijk als dat podium vooral wordt gebruikt door de schreeuwlelijken. Hoe denkt u daarover?

    ‘De roep om waardigheid en respect is niet nieuw, het is een essentiële component van de menselijke psychologie: we willen dat andere mensen ons erkennen en respecteren. Daar is de moderne democratie op gebaseerd. Neem Mohammed Bouazizi, 
de Tunesische fruitverkoper wiens kar in 2011 door het totalitaire regime van Ben Ali in beslag werd genomen. Hij kreeg geen enkele erkenning van het regime, overgoot zich met benzine en stak zichzelf in brand. Veel van de omwentelingen in de voormalige Sovjetrepublieken kwamen voort uit de eis van de bevolking dat het betreffende totalitaire regime hun fundamentele waardigheid moest erkennen: hun zelfbeschikkingsrecht en hun mens-zijn.

    Maar als de overgang naar een werkelijk liberale democratie is gemaakt, blijkt dat opeens een vanzelfsprekendheid te zijn. In het totalitaire Oost-Europa van voor 1989 verlangde het volk naar fundamentele rechten van de mens, maar toen de democratie daar eenmaal was bereikt, maakte vrijwel niemand zich daar nog druk om.’

    Francis Fukuyama:  ‘Er is een grote mate van ongelijkheid ontstaan door de moderne, zeer liberale, geglobaliseerde kapitalistische economie.’ – © HH
    Francis Fukuyama: ‘Er is een grote mate van ongelijkheid ontstaan door de moderne, zeer liberale, geglobaliseerde kapitalistische economie.’ – © HH

    In het verleden sprak u over thema’s die hebben bijgedragen aan het feit dat mensen in Amerika zich niet meer vertegenwoordigd voelen. Een 
verbetering van Obamacare had daar iets aan kunnen doen, maar Trump-stemmers zeggen juist dat Obamacare een boosaardig socialistisch complot is. Hoe lost u dat op, als ze niet willen luisteren?

    ‘Dat is een interessante vraag. Het blijkt dat veel 
kiezers met een laag inkomen profiteerden van 
Obamacare, terwijl Republikeinse leiders ervan 
overtuigd waren dat het een boosaardig socialistisch complot was. Maar nu ze weer in de oude situatie zijn beland, merken ze hoe duur het is om je tegen ziektekosten te verzekeren. Nu blijkt het misschien helemaal geen socialistisch complot te zijn, maar 
iets wat ze juist heel erg nodig hadden.

    Als de Democraten slim zijn, concentreren ze zich 
op dat brede sociale thema waar veel arme mensen voordeel van hebben, ongeacht hun huidskleur, 
etniciteit enzovoort. Dat zou het kernthema van 
hun verkiezingscampagne moeten zijn.’

    Versterkt de voortdurende mythevorming in 
de media deze steun aan complottheorieën?

    ‘Hier spelen meer dingen mee. Als je kijkt naar de afgelopen tien of vijftien jaar in de politiek, heeft de elite enorme fouten gemaakt; de financiële crisis van 2008 in de VS, de eurocrisis in 2010 en de immigratiecrisis in Europa werden allemaal veroorzaakt door beleidsfouten van de elite en troffen juist de gewone man. Wall Street doet het prima, het financiële 
centrum van Londen doet het afgezien van de Brexit geweldig. Als je niet inziet dat de verontwaardiging grotendeels voortkomt uit iets reëels, kom je nooit tot de kern van het probleem. Daarnaast is er ook de mediahype, en daarmee betreden we een complex terrein, want de conservatieve media neigen ertoe incidenten van bijvoorbeeld vluchtelingen die 
misdaden begaan extra uit te vergroten.

    Maar ook hier speelt onder de oppervlakte iets reëels mee. Een goed voorbeeld is het incident van enkele jaren geleden, waarbij in Keulen vrouwen werden aangerand door vluchtelingen, wat de Duitse pers enkele dagen onvermeld liet omdat ze de islamofobie niet verder wilden opstoken. Dat soort politieke correctheid is heel schadelijk geweest, omdat daarmee de reguliere media in diskrediet werden gebracht, hoe begrijpelijk hun intenties ook waren. Ze verhulden werkelijke problemen die zich voordoen bij de integratie van het grote aantal vluchtelingen. Dus 
ja, er is sprake van veel mythevorming en sensatie-beluste publiciteit.’

    Trump voelde goed aan dat hij de verkiezing kon winnen als hij inspeelde op de haat die leeft tegen de elite. Hij heeft een soort boeman gecreëerd 
die we niet kunnen zien, maar die onze banen en toekomst afpakt.

    ‘Een van de dingen die de komende jaren gaan gebeuren, is dat de elite zich zal moeten aanpassen, wil ze niet in de problemen komen. Er is een grote mate van ongelijkheid ontstaan door de moderne, zeer liberale, geglobaliseerde kapitalistische economie. Dus we zullen veel politieke veranderingen moeten doorvoeren om mensen daartegen te beschermen, 
en die aanpassing kost veel tijd. Over immigratie moet ook goed worden nagedacht, want dat probleem kan net zo’n belangrijke reden zijn om tegen de EU stemmen als economische factoren. In Engeland bleek de vluchtelingenkwestie een belangrijke factor om voor de Brexit te stemmen. Er zullen 
aanpassingen moeten komen, want de huidige 
situatie in Europa is niet houdbaar.’

    Denkt u dat de EU bij elkaar blijft?

    ‘Voorlopig wel. Nu is Italië het grote probleem, omdat ze daar een populistische regering hebben gekozen die, als ze de beloften van haar verkiezingscampagne inlost, de eurozone meer op haar grondvesten zal doen trillen dan Griekenland ooit dreigde te doen. Maar het is geen verrassing dat er nu een populistische regering is, want sinds het sluiten van de 
Balkanroute komen de meeste vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Afrika naar Griekenland en Italië. De eilanden en de steden van juist de zwakkere leden van de EU stromen vol. Dus als je geen helpende 
hand toesteekt, kom je nooit bij de onderliggende oorzaken van het populisme.’

    Rusland lijkt er op korte termijn garen bij te spinnen, maar wat is hun langetermijnstrategie? En hoe zou u hun identiteit als soevereine staat willen definiëren?

    ‘Het huidige Rusland verschilt van de oude Sovjet-Unie. In de voormalige Sovjet-Unie bestond een duidelijke messiaanse ideologie, die ze in theorie naar de rest van de wereld wilden exporteren. Poetin heeft zich echter teruggetrokken in een soort nationalistische ideologie, maar daar is niet veel messiaans aan. Hij is niet bezig Zuid-Amerika of sub-Sahara-Afrika te Ruslandiseren. De ideologie waarin hij noodzakelijkerwijs verzeild is geraakt, is het conservatieve nationalisme. Rusland is een christelijk land met conservatieve sociale waarden, dus geen homohuwelijk of dat soort fratsen. Dat maakt Rusland trouwens aantrekkelijk voor veel conservatieven in Europa en de VS. Maar de filosofie van Poetin en de zijnen gaat niet zo diep. Het is eerder iets waarachter ze zich uit pragmatische overwegingen scharen, dan een ideologie als het communisme, waaraan men zich in de tijd van de Sovjet-Unie daadwerkelijk verbond. Ze hebben een bloedhekel aan de intimiderende toon die veel westerse politici aannemen als ze de schending van de mensenrechten in Rusland aankaarten. Ze willen die landen terugpakken door hun uiterste best te doen om westerse democratieën op terroristen te laten lijken. Daar hebben ze veel succes mee.’

    Even terug naar uw stelling dat de elite haar aanpak moet heroverwegen. Is het juist om de liberale wereldorde gelijk te stellen aan de elite? En als dat zo is, zou het dan niet tijd zijn voor 
een grootschalige heroverweging?

    ‘Dat hangt af van wat je verstaat onder een grootschalige heroverweging. In de jaren negentig en aan het begin van deze eeuw maakten we een soort hyperliberale periode door waarin een poging werd gedaan om alle bestaande handels- en investeringsbarrières te slechten. In het begin van de 21ste eeuw geloofde men dat als je China toeliet in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de economie van dat land zou liberaliseren en de democratie bevorderd zou worden, waarna er uiteindelijk meer eenheid zou komen tussen China en de rest van de wereld. Nu gelooft niemand dat meer en ziet men in dat de komst van China in de WTO tot het verlies van 2 à 3 miljoen banen in de VS heeft geleid.

    Algemeen wordt nu wel erkend dat de globalisering in sommige opzichten vertraagd moet worden, 
dat het voor landen goed is om bepaalde nationale barrières te hebben, gebaseerd op hun inzichten 
op het gebied van sociale bescherming of milieu-bescherming.’

    Dus we moeten eerder de elitepolitiek dan het elitesysteem heroverwegen?

    ‘Er zullen altijd elites zijn. Waar we nu behoefte aan hebben, is een fundamentele heroverweging van het sociale contract, omdat er zo veel macht en middelen zijn geconcentreerd in de handen van een heel klein aantal mensen, en dat ontregelt ons democratische politieke systeem. Ik woon in Silicon Valley en ik vind dat techbedrijven zo snel mogelijk moeten worden aangepakt. Amazon, Google, Facebook en dergelijke zijn veel te groot. We moeten bedenken hoe we de antitrustwetten gaan aanpassen aan de veranderingen die de afgelopen jaren in de technologie hebben plaatsgevonden. Dat moet echt gebeuren.’

    Hoe moet het nu verder? Want het lijkt alsof de grote thema’s van vandaag – identiteitspolitiek, immigratie, automatisering en klimaatverandering – ons uit elkaar drijven. Hoe komen we vanuit die thema’s tot een zinvol, harmonieus systeem?

    ‘Het is een combinatie van factoren. We moeten 
ons concentreren op de re-integratie van een uiterst gepolariseerde maatschappij. Daarom benadruk ik 
de noodzaak van een liberale nationale identiteit als belangrijkste aandachtspunt voor een groot deel van onze politiek. We hebben manieren nodig om de 
globalisering te vertragen, zonder afbreuk te doen aan de fundamentele voordelen van hoe we handel drijven en investeren. Het sociale model dient te worden heroverwogen als tegenwicht om die machtsconcentraties aan te pakken en alles weer 
een beetje gelijkmatiger te verdelen. Dat zouden componenten moeten zijn van wat een verstandig antwoord is op de huidige tijd.’

    52 Insights
    Verenigd Koninkrijk | 52-insights.com

    Deze website is in 2015 opgericht door de Brit Ari Stein, die ‘de ruimte tussen wetenschap en cultuur wil bestuderen’ en ‘intelligentie weer hip wil maken’. Elke week publiceert de site een lang interview met een persoonlijkheid die onze perceptie van de wereld doet kantelen.

  • Rwanda heeft genoeg van afdankertjes

    Rwanda heeft genoeg van afdankertjes

    Afrikaanse landen, Rwanda voorop, willen af van de tweedehandskleding uit het Westen. Maar die blijkt moeilijk tegen te houden.

    Als er in de VS grote schoonmaak wordt gehouden, voelt het als een daad van onbaatzuchtigheid om geliefde kleren in een inzamelingsbak te gooien. Die sweaters met vlekken erop, T-shirts die je in het zomerkamp droeg en uit de mode geraakte shorts mogen wel naar iemand die ze harder nodig heeft, toch?

    Het ligt iets gecompliceerder. Het grootste deel van Amerika’s afgedankte kleren wordt door onder meer het Leger des Heils en Goodwill aan privébedrijven verkocht. Balen tweedehandskleren worden met containerladingen tegelijk verscheept, voornamelijk naar het Afrika ten zuiden van de Sahara – het is een industrie geworden waarin miljarden dollars omgaan.

    Maar Afrikaanse regeringen hebben daar langzamerhand meer dan genoeg van. Wat velen in het Westen beschouwen als een genereus gebaar, verhindert hen hun eigen kledingindustrieën op te bouwen, zeggen ze. In maart 2016 besloten vier Oost-Afrikaanse landen de importheffingen op tweedehandskleren te verhogen, in sommige gevallen zelfs met een factor twintig.

    De patstelling laat zien hoeveel moeilijkheden zelfs een lagelonenland als Rwanda kan ondervinden bij het ontwikkelen van een industrie in een sterk concurrerende wereldmarkt

    De Amerikaanse tweedehandskledinglobby trok aan de alarmbel en de regering-Trump startte vorig jaar een onderzoek naar de vraag of de vier landen misschien een achttien jaar oud handelsverdrag met de VS overtraden. De Oost-Afrikaanse regeringen werden onder druk gezet en verlaagden hun heffingen weer naar het oude niveau. Behalve Rwanda.

    Nu lijdt een Rwandese leider, die zichzelf als een trotse visionair ziet, onder de consequenties van zijn beslissing zich te verzetten tegen Washington. Binnenkort staat Rwanda volgens de African Growth and Opportunity Act de opschorting te wachten van enkele van zijn belastingvrije handelsprivileges op het gebied van kleding. De pogingen een binnenlandse kledingindustrie van de grond te krijgen, hebben intussen weinig resultaten opgeleverd. En Rwandezen die in de tweedehandskledingindustrie werken, klagen dat ze schade lijden.

    De patstelling tussen de economische reus van de wereld en een van Afrika’s snelst groeiende economieën kan niet echt een handelsoorlog worden genoemd – het is meer een schermutseling. De totale tweedehandskledingimport in Rwanda was in 2016 volgens regeringsstatistieken nog geen 7 procent van die van heel Oost-Afrika. En de kledingexport naar de VS bedroeg een minuscule 2 miljoen dollar. Maar het laat zien hoeveel moeilijkheden zelfs een lagelonenland als Rwanda kan ondervinden bij het ontwikkelen van een industrie in een sterk concurrerende wereldmarkt.

    ‘Made in Rwanda’

    President Paul Kagame is ervan overtuigd dat hij in Rwanda fabrieken kan opzetten en zijn land afstand kan laten doen van de tweedehandskleren die hij als onwaardig beschouwt. Hij maakt deel uit van een aantal Afrikaanse leiders die een dam willen opwerpen tegen de stroom gebruikte goederen – van kleren tot elektronica en medische apparatuur – die op het continent terechtkomen nadat iemand anders ze heeft weggegooid. ‘Wat mij betreft is het een simpele keus,’ zei Kagame vorig jaar tegen journalisten over het handelsgeschil. ‘Er zouden consequenties aan vast kunnen zitten.’ Maar, zei hij, Rwanda en andere landen in Afrika ‘moeten groeien en eigen industrieën opzetten’.

    Vroeger produceerde Rwanda, net als andere Oost-Afrikaanse landen, het grootste deel van zijn kleding zelf. Maar in de jaren tachtig werkten regionale leiders samen met de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds om hun economieën open te stellen en meer handel toe te laten. Dat resulteerde in een toevloed van goedkope import. De Rwandese genocide in 1994 bracht verdere schade toe aan de lokale industrie. De kleding die nu in Rwanda voor de lokale markt wordt geproduceerd, is voornamelijk erg duur en gericht op stedelingen met een goede baan.

    De regering van Kagame lanceerde onlangs ‘Made in Rwanda’, een campagne om lokale productie aan te moedigen en te subsidiëren. Tot nu toe heeft die echter nog weinig vooruitgang geboekt. Het luxemerk Kate Spade laat in Rwanda handtassen in elkaar zetten voor de export, en twee andere fabrieken hebben er hun deuren geopend – een met een Rwandese en een met een Chinese eigenaar.

    Rwanda heeft te kampen met talloze nadelen. Het is geheel door land omgeven en ligt ver van zeehavens, de binnenlandse markt is klein en arm, en er is een gebrek aan goed opgeleide arbeiders. Het zal niet snel het volgende Vietnam of Bangladesh worden.

    Rwandezen zoeken tweedehandskleding uit op een markt in de hoofdstad Kigali. – © Getty Images
    Rwandezen zoeken tweedehandskleding uit op een markt in de hoofdstad Kigali. – © Getty Images

    De Rwandese kledingindustrie is nauwelijks gegroeid en de markt voor tweedehandskleding – die chagua wordt genoemd, van het Swahilische woord voor ‘kiezen’ – is ingezakt vanwege de nieuwe invoerrechten, terwijl er meer dan 18.000 mensen werkzaam zijn. ‘Ik heb mijn prijzen moeten verdriedubbelen,’ zegt Zaetzev Sibomana (26), die tweedehandskleding verkoopt op de markt in de wijk Nyamirambo in Kigali, de hoofdstad van Rwanda. ‘Ze hebben de branche vernietigd en daarmee mijn spaarcentjes. Ik woon nog bij mijn ouders.’ De eigenaren van de winkel naast hem zijn de goedkope, Chinese kleding gaan verkopen die nu de Amerikaanse tweedehandskleren vervangt. Die Chinese kleren zijn nieuw, waardoor ze niet onderworpen zijn aan de hoge invoerrechten.

    Isai Mugabo, een van de winkeleigenaren, is niet blij met die verschuiving. Chagua was chiquer dan de Chinese kleren, mensen konden zich er modieus in voelen, zegt hij. ‘De meeste van mijn klanten gaan nu ontevreden de winkel uit. Vroeger vonden ze altijd wel iets unieks, maar nu gaat iedereen weg met hetzelfde overhemd. Ze lopen nu allemaal rond in een soort Chinees uniform.’

    ‘Banenverlies in VS’

    De belangrijkste Amerikaanse handelsvereniging voor tweedehandskleding, de Secondary Materials and Recycled Textiles Association, riep vorig jaar Amerikaanse handelsvertegenwoordigers op kritiek te leveren op de gestegen importheffingen van de Oost-Afrikaanse landen. Volgens hen hadden de maatregelen al een ‘dramatische, negatieve invloed’ op de Amerikaanse industrie. De industriegroep zei dat er 5000 banen in de private sector plus 19.000 posten bij non-profitorganisaties verloren waren gegaan, en dat uiteindelijk 40.000 Amerikaanse banen ‘negatieve invloeden’ konden ondervinden door de verhoogde heffingen. Een verzoek om een interview werd door de groep afgewezen.

    Drie onafhankelijke analisten zetten vraagtekens bij het berekende banenverlies in de industrie. ‘Die aantallen klinken absurd hoog,’ zegt Todd Moss, een voormalig Amerikaans plaatsvervangend staatssecretaris voor Afrikaanse Zaken, die nu staflid is van het Center for Global Development, een denktank. Hij en anderen hebben kritiek geleverd op de acties van de regering-Trump. ‘Het is buitengewoon schadelijk om te zien hoe de grootste economie ter wereld – om irrelevante, mercantilistische redenen – een Afrikaanse partner straft en intimideert,’ zegt Moss.

    Ambtenaren van de regering-Trump zeggen echter dat een strengere naleving van internationale overeenkomsten essentieel is om het handelsbeleid weer in evenwicht te brengen in het belang van Amerikaanse arbeiders. En Amerikaanse functionarissen merken op dat Oost-Afrikaanse landen zich moeten houden aan wat ze hebben afgesproken toen ze het akkoord, dat hun vele voordelen oplevert, sloten.

    Kagames woordvoerder wilde geen commentaar leveren op dit artikel, evenmin als Rwanda’s ministerie van Handel.

    ‘Wij in Rwanda willen duurzame dingen: kleren die lang meegaan, banen die blijven bestaan, een industrie die blijft bestaan’

    Op de korte termijn zou het handelsgeschil gunstig kunnen uitpakken voor China. In haar kritiek op de Oost-Afrikaanse verhoging van invoerrechten op tweedehandskleding voerde de Amerikaanse Handelsvertegenwoordiging aan dat Chinese import ‘een veel groter gevaar oplevert voor de Oost-Afrikaanse binnenlandse industrieën’ dan Amerikaanse tweedehandskleding. De Chinese kledingexport naar Oost-Afrika was in 2016 goed voor 1,2 miljard dollar, ‘een factor vier groter dan de waarde van tweedehandskleding’, schreef de instantie.

    Leveranciers van tweedehandskleding in Kigali zeggen dat zij en hun klanten zich in de steek gelaten voelen door de handelsverschuivingen. ‘Wij in Rwanda willen duurzame dingen: kleren die lang meegaan, banen die blijven bestaan, een industrie die blijft bestaan,’ zegt Nadine Ingabire, die al tien jaar chagua verkoopt. ‘Zover zijn we nog niet. We hebben chagua nodig tot we wel zover zijn. Die keus is noodzakelijk. Het is niet ideaal om alleen chagua te hebben, maar alleen goedkope Chinese kleding hebben is dat ook niet. En tegen mensen die zeggen ‘Koop in Rwanda gemaakte kleding’, zeg ik: niet iedereen kan zich een klerenkast vol zondagse kleren veroorloven.’

    Auteurs: Max Bearak en David J. Lynch
    Vertaler: Tineke Funhoff

  • Stad van Pablo Escobar is nu 
een paradijs voor pensionado’s

    Stad van Pablo Escobar is nu 
een paradijs voor pensionado’s

    Ooit gold Medellín als de gevaarlijkste stad op aarde. Maar die tijd is voorbij. Tegenwoordig is de stad met zijn zachte klimaat en goede voorzieningen een populaire bestemming voor Amerikaanse bejaarden.

    In een drukbezocht café aan een lommerrijke straat in Medellín drinkt Cindy Crawford Thomas een cappuccino. De gepensioneerde lerares uit Colorado Springs vertelt dat het haar geen enkele moeite kostte om het zuiden van Florida te verlaten en zich te vestigen in wat ooit de gevaarlijkste stad van de wereld was. ‘De beslissing om weg te gaan uit Florida was zo genomen. Het leven is daar te hectisch. Je kent je buren nauwelijks. Er zijn veel mensen, maar er is geen cohesie.’

    Medellín – waar Pablo Escobar opgroeide en vroeger ’s werelds gewelddadigste drugskartel zetelde – is een warme, kosmopolitische stad, vertellen Thomas en haar man David, met betaalbare huurwoningen, aangenaam weer en goede medische voorzieningen. Bovendien voelen ze zich hier veiliger dan in Florida. ‘Er wordt nog steeds gedacht dat in Medellín het hoogste aantal moorden ter wereld wordt gepleegd,’ zegt Thomas, ‘maar dat klopt niet meer.’

    Het echtpaar maakt deel uit van een almaar groeiende golf avontuurlijke gepensioneerden die besluiten naar Colombia te emigreren. In 2017 maakte de Amerikaanse Social Security 6704 pensioenuitkeringen over naar Colombia – een stijging van 85 procent ten opzichte van 2010 en op basis van voorlopige schattingen het hoogste aantal Amerikaanse pensioenen van alle landen in Latijns-Amerika, met uitzondering van Mexico.

    Pablo Escobar

    Media die zich op gepensioneerden richten, zijn vol lof over Medellín; televisieprogramma’s als House Hunters International brengen de stad prominent in beeld. En dat terwijl Medellín decennialang een plek was waar bezoekers met een grote boog omheen liepen. De stad was de thuishaven van drugsbaron Pablo Escobar en zijn Medellín-kartel. Huurmoorden en aanslagen met autobommen hielden de op een na grootste stad van het land in een wurggreep. Gedurende een groot deel van de jaren negentig werden er de meeste moorden ter wereld gepleegd, met als dieptepunt het jaar 1995: 225 moorden per 100.000 inwoners.

    Ondanks de bloedige reputatie die nog steeds aan de stad kleeft, is het aantal moorden gedaald naar 20 per 100.000 inwoners – veel lager dan in steden als St. Louis, Baltimore, New Orleans en Detroit.

    ‘Nu de stad steeds veiliger is geworden, komen er steeds meer toeristen en gepensioneerden deze kant op,’ zegt Juliana Cardona Quirós, wethouder Toerisme van Medellín. In 2017 bezochten meer dan 735.000 bezoekers de stad, een stijging van 5 procent ten opzichte van het jaar ervoor. ‘En het zijn niet alleen jonge mensen die je in cafés ziet zitten. Ook ouderen hebben de potentie van Medellín ontdekt,’ aldus Cardona. ‘Ze waarderen het zachte klimaat, het goede openbaar vervoer en een leven in een door natuur en bergen omringde stad.’

    Toch doen populaire series als Narcos of El Patrón del Mal, die zich afspelen in het gewelddadige verleden van de stad, afbreuk aan de reputatie van Medellín. Toen Nancy Kiernan en haar man met de gedachte speelden om na hun pensioen in Latijns-Amerika te gaan wonen, sprak ze een man die enorm enthousiast was over Medellín. ‘We glimlachten beleefd,’ weet ze zich nog te herinneren, ‘terwijl ik hem in gedachten voor gek verklaarde.’

    De 59-jarige Kiernan komt uit Maine en is manager medische dienstverlening. Toen ze bijna zes jaar geleden naar Medellín verhuisde, kende ze nauwelijks expats van haar leeftijd. Dat is wel anders sinds de stad zo vaak genoemd wordt in artikelen over pensioengerelateerde onderwerpen. Niet alleen trekt Medellín Amerikanen aan die in de VS wonen, maar ook Amerikanen die zich al hadden gevestigd in landen als Ecuador of Panama. ‘Sommige delen van de stad zitten vol gringo’s,’ zegt Kiernan.

     Het fraai gelegen Medellín is de tweede stad van Colombia met zo’n 2,5 miljoen inwoners. – © Jim Wyss / Getty Images
    Het fraai gelegen Medellín is de tweede stad van Colombia met zo’n 2,5 miljoen inwoners. – © Jim Wyss / Getty Images

    Het echtpaar Thomas verhuisde zes weken geleden van Boquete – een stad met ongeveer 25.000 inwoners in het noorden van Panama – naar Medellín. ‘Ik vond het daar saai, dus besloten we te kijken of Medellín beter zou bevallen,’ aldus Cindy Thomas.

    Ze vonden er een driekamerappartement dat ze delen met hun drie honden en drie katten. Ze betalen ongeveer 1400 dollar per maand. Hun maandelijkse uitgaven, inclusief lidmaatschap van een sportschool en frequente uitjes, schatten ze op ‘ruim onder de 3000 dollar’. Volgens Kiernan kan het overgrote deel van de mensen comfortabel leven voor minder dan 2000 dollar per maand. ‘Colombia is niet het goedkoopste land om in te leven, maar het is goed te doen,’ zegt Kiernan, terwijl ze haar vruchtensap drinkt in een glimmende shoppingmall vol winkels met internationale merken. ‘Het weer is fantastisch, het is een kosmopolitische stad, je kunt water uit de kraan drinken en de dienstverlening is deugdelijk.’

    De stad heeft een internationale luchthaven, waardoor Medellín makkelijk toegankelijk is vanuit de oostkust van de Verenigde Staten. Daarnaast zijn alle mogelijke medische voorzieningen aanwezig. Uit een enquête over het jaar 2017, gepubliceerd in het tijdschrift América Economía, blijkt dat 7 van de 49 belangrijkste ziekenhuizen van Latijns-Amerika in Medellín staan. Een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie plaatst Colombia op plek 22 in een ranking van medische voorzieningen in 190 landen, boven de Verenigde Staten en Canada, die op nummer 37 en 33 staan. Emigranten met een permanente verblijfsvergunning die in Medellín wonen, kunnen zich inschrijven bij het ziekenfonds, dat maar 30 dollar per maand kost. David Thomas vertelde dat een vriend met een particuliere verzekering onlangs met een hartaanval met spoed naar het ziekenhuis moest. Hij hoefde maar 14 dollar uit eigen zak te betalen.

    Colombia is nog altijd de grootste cocaïneproducent ter wereld, de regering blijft strijden tegen linkse guerrillastrijders en nog altijd zijn politieke moorden dagelijkse 
realiteit

    Ondanks de juichende woorden is Medellín niet voor iedereen geschikt, vindt Brad Hinkelman, eigenaar van Casacol, een makelaarskantoor dat diensten verleent aan beleggers die in vastgoed willen investeren en aan gepensioneerden die een tweede woning zoeken. Hinkelman verwijt de media dat ze onrealistische verwachtingen scheppen van Medellín: of het is een poel van verderf waar harddrugs de dienst uitmaken, of het is ‘het Parijs van Latijns-Amerika’. ‘Er komen mensen naar ons kantoor die niet adequaat zijn voorbereid op een leven in deze stad,’ zegt hij. ‘Ze denken dat ze met een uitkering een luxeleven kunnen leiden. Aan ons de taak om hen te confronteren met de werkelijkheid.’

    Bovendien kampt Colombia nog steeds met omvangrijke en hardnekkige problemen. Het land is nog altijd de grootste cocaïneproducent ter wereld, de regering blijft strijden tegen linkse guerrillastrijders en nog altijd zijn politieke moorden dagelijkse 
realiteit. Desondanks plaatste het gezaghebbende tijdschrift International Living, dat zich richt op gepensioneerden, Colombia als zesde op de lijst van landen waar je na je pensioen het best kunt gaan wonen.

    Het echtpaar Thomas gaf les op de J.P. Taravella 
High School in Broward County, op ongeveer 8 
kilometer van de Marjory Stoneman Douglas High School, waar onlangs zeventien leerlingen en 
docenten met een geweer werden afgeslacht. En de moeder van David Thomas woonde een tijd in het bejaardenhuis in Hollywood waar in 2017 twaalf 
personen omkwamen door een elektriciteitsstoring die werd veroorzaakt door de orkaan Irma. Incidenten als deze maken dat er op een andere manier naar de wereld wordt gekeken, waardoor zelfs een stad met de reputatie van Medellín veilig lijkt. ‘Ik denk niet dat we ooit nog terugkeren naar Florida,’ aldus Cindy Thomas.

    Auteur: Jim Wyss
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    El Nuevo Herald
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 42.000

    In 1977 voor het eerst uitgebracht als bijlage van de Miami Herald, sinds 1986 op eigen benen. Dé Spaanstalige krant (de tweede en meest gelezen in de VS) van de latinogemeenschap in Miami.

  • Dossier: De spion is terug

    Dossier: De spion is terug

    Het schandaal rond de vergiftigde Russische ex-spion Sergej Skripal heeft de verhoudingen tussen Rusland en het Westen nog meer op scherp gezet.

    Over en weer werd een ongekend aantal diplomaten uitgezet. Daarmee herleeft een oude strijd tussen de Russische en Britse geheime diensten. Deze volgt op de Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen. De spionnen zijn dus terug, maar ze zijn niet meer hetzelfde als in de tijd van John le Carré.

    1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    2. De spion als pr-instrument

    3. Wapens, cash en kompromat

    4. Hacker vervangt Rosa Klebb

  • 4. Hacker vervangt Rosa Klebb

    4. Hacker vervangt Rosa Klebb

    Russische spionnen – bruut, kil, verleidelijk en gewetenloos – zijn geliefde personages in westerse speelfilms. Maar ze worden in snel tempo vervangen door technologie.

    Tot de impertinenties die Russen al generaties lang moeten dulden, behoort het beeld dat in de westerse popcultuur van hen wordt geschetst. Als stiefmoeder van alle kwaad geldt nog altijd de ongekend lompe Rosa Klebb, die de Britse held James Bond wilde doden met een giftig mes in de punt van haar schoen. Ook de Black Widow uit de vroege Marvel Comics, een met hightechwapens uitgeruste femme fatale, is een Russische agente. Russinnen en Russen waren meestal bruut, kil en gewetenloos, en als ze eens een keer aardig waren, zoals de hulpvaardige kosmonaut Lev Andropov in Armageddon, dan hadden ze een bontmuts met oorkleppen op en waren ze dronken.

    Momenteel komt de herinnering aan Rosa Klebb weer tot leven, en dat komt niet zozeer door de film als wel door de werkelijkheid. De van oorsprong Russische en later Britse agent Sergej Skripal is onlangs in Engeland het slachtoffer geworden van een gifaanslag, uitgevoerd met een in de Sovjet-Unie ontwikkelde chemische stof. Dat misdrijf zou net zo goed uit de Koude Oorlog kunnen dateren als het verhaal van de Vietnamees Trinh Xuan Thanh, die kort geleden midden in Berlijn werd ontvoerd – op bevel van de Socialistische Republiek Vietnam, zijn geboorteland. Communistische of autoritaire diensten, waartoe ook de Russische behoren, hebben even weinig genade met hun slachtoffers als respect voor rechtsstaten. Het Westen bekruipt dan ook een gevoel van onbehagen.

    De ontmaskerde spionne Anna Chapman begon een succesvolle tweede carrière als televisiepresentatrice

    Lange tijd waren Russische agenten verdwenen uit het bewustzijn van Europeanen en Amerikanen. Dat kwam door het einde van de Koude Oorlog en door het islamistische terrorisme. De personificatie van het kwaad was niet meer een bejaarde leider van het politbureau met zijn hand op de atoomknop, maar een prediker met opgestoken wijsvinger in een Afghaanse tent. De islamisten hadden beter dan de communisten door welke kracht er uitging van beelden: nooit eerder heeft de werkelijkheid de film zo overtroffen als op 11 september 2001, toen Al-Qaida de massamoord live op televisie bracht. De geheime diensten van Amerika bestreden het nieuwe gevaar met methoden waarvan het Westen eerder de Sovjet-Unie zou hebben verdacht – met ontvoeringen, martelingen en gevangenissen die boven recht en grondwet waren verheven.

    De post-Sovjet-Russen waren ondertussen weliswaar niet gestopt met het bespioneren van het Westen, maar wekten geen al te groot onbehagen meer op. In 2010 werd bijvoorbeeld een spionagenet in de VS opgerold – tien Russinnen en Russen hadden zich jarenlang voorgedaan als brave burgers, maar in het geheim informatie doorgespeeld aan Moskou. Als ze in code met elkaar spraken, zeiden ze grappige dingen als: ‘Het is geweldig om een kerstman in mei te zijn.’ De Amerikanen reageerden eerder verbluft en geamuseerd dan gealarmeerd, en de ontmaskerde spionne Anna Chapman begon – ook dat paste goed bij die tijd – een succesvolle tweede carrière als televisiepresentatrice.

    Scenarioschrijver Joseph Weisberg maakte van deze ware gebeurtenis een televisieserie over spionnen ‘onder ons’, over Philip en Elizabeth die aan de rand van Washington twee kinderen opvoeden en daarnaast – of beter gezegd als hoofdtaak – voor Moskou werken. Ze verleiden, folteren en moorden; op een keer snijden ze het lijk van een vrouw in stukken, zodat het in een koffer past. Weisberg ondervond maar één probleem met dit thema: de griezelfactor ontbrak, want niemand was meer bang voor de Russen. De schrijver loste dit op door vooral de spanningen binnen het agentengezin te belichten en de handeling terug te verplaatsen naar de jaren tachtig, toen de Amerikaanse president Ronald Reagan de Sovjet-Unie het ‘Rijk van het Kwaad’ noemde.

    Als Weisberg zijn serie The Americans vandaag de dag had geschreven, dan zou hij de handeling met een gerust hart weer in het heden kunnen laten plaatsvinden, waarin dan misschien geen Koude Oorlog heerst, maar op zijn minst wel Koude Vrede. De Russische president Vladimir Poetin ziet zijn land belegerd door het Westen, vooral door de uitbreidingen van de NAVO. Zijn onmiskenbare doel dat Rusland weer serieus wordt genomen of misschien zelfs wordt gevreesd, heeft hij inmiddels bereikt. Sinds de annexatie van de Krim en zijn breed uitgemeten bondgenootschap met de Syrische vatbommenwerper Bashar al-Assad acht het Westen Poetin tot nagenoeg alles in staat. De Britse regering uit zelfs de verdenking dat hij persoonlijk verantwoordelijk is voor de moord op Skripal. Bewijzen ontbreken, maar de Britse pers mag er graag op wijzen dat Poetin ooit KGB-agent is geweest, wat verdere bewijsvoering kennelijk overbodig maakt. Poetin voltooit het beeld door verraders ‘een slechte afloop’ te voorspellen of door te dreigen terroristen in de wc te verdrinken.

    Maar zijn de geheime diensten van de landen die ten oosten van het IJzeren Gordijn lagen echt gewetenlozer dan de westerse? Het verleden biedt in elk geval tal van filmrijpe aanwijzingen daarvoor. In 1959 stierf de Oekraïense anticommunist Stephan Bandera in München nadat een agent met een speciaal pistool blauwzuur in zijn gezicht had geschoten. In 1978 brachten de KGB en de Bulgaarse geheime dienst de dissident Georgi Markov om het leven: op een brug in Londen stak iemand de punt van een paraplu in zijn huid, waarmee het dodelijke ricine werd toegediend. In 1981 probeerde de Stasi Wolfgang Welsch, die mensen de DDR uit smokkelde, uit de weg te ruimen door zijn gehaktballen met thallium te prepareren.

    Ook veel andere geheime diensten grijpen echter naar het uiterste. De Israëlische Mossad heeft duizenden echte en vermeende terroristen gedood; in 2010 vermoordden vermoedelijk Israëlische agenten Hamas-leider Mahmud al-Mabhuh in een hotel in Dubai. Ze deden dat zo handig dat het aanvankelijk leek alsof Al-Mabhuh een natuurlijke dood in bed was gestorven. In de leerboeken zal ook een plaatsje ingeruimd blijven voor de commandoactie waarbij Amerikaanse agenten Al-Qaida-leider Osama bin Laden in Pakistan om het leven brachten; later werd hiervan de film Zero Dark Thirty gemaakt. Werkelijkheid en fictie zijn in een eeuwige wedloop met elkaar verwikkeld. Dat de werkelijkheid vaak wint, ligt beslist niet alleen aan de Russen.

    Meer echter dan in het Westen worden in het Oosten diensten ook tegen dissidenten en critici ingezet. Na de ervaring met het stalinisme zag de Sovjetleiding erop toe dat een individu niet meer willekeurig agenten kon inzetten: partij en politbureau oefenden controle uit over de leiding van de geheime dienst. Onder Poetin daarentegen heerst opnieuw een man uit de diensten met de diensten en is er geen enkele politieke kracht te bekennen die toezicht op hem houdt.

    Tien Russische spionnen die werden gearresteerd vanwege werkzaamheden in de VS. Linksboven Anna Chapman, die een tweede carrière kreeg als tv-presentator. – © HH
    Tien Russische spionnen die werden gearresteerd vanwege werkzaamheden in de VS. Linksboven Anna Chapman, die een tweede carrière kreeg als tv-presentator. – © HH

    Maar ook in de VS waren het niet zozeer rechtsstatelijke principes die de methoden van de geheime dienst dicteerden als wel de toestand in de wereld en het heersende dreigingsgevoel. In de jaren vijftig smeedde de CIA groteske plannen om de Cubaanse revolutionair Fidel Castro om het leven te brengen. Later distantieerde de organisatie zich van dergelijke methoden, tot met de terreur van 2001 alle scrupules weer verdwenen. De Amerikaanse president Barack Obama breidde zijn dronesoorlog aanvankelijk uit, maar stelde er later ook nieuwe grenzen aan door gericht doden te beperken tot gevallen waarin terroristen een ‘direct’ gevaar betekenden. In beide gevallen hadden de burgers nauwelijks mogelijkheden om de staat te controleren.

    Een bijzonder bewijs voor de meedogenloosheid van autoritaire veiligheidsapparaten zien experts in ‘honingvallen’: agentes of agenten die buitenlandse tegenhangers verleiden of seksuele omgang met hen hebben. Ook westerse diensten hebben deze truc gehanteerd, maar de Sovjet-Unie was daarin onverslaanbaar, wat uit westerse optiek verband hield met hun meedogenloosheid. Frederick Hitz, een voormalige inspecteur-generaal van de CIA, duidt dat als volgt: ‘Maar weinig westerse diensten konden hun burgers opleggen dat hun lichaam aan de staat toebehoorde.’

    Dat hierover net een film draait in de bioscoop is zeker geen toeval. Red Sparrow, een film over een Russische agente die andere spionnen moet verleiden, zou in 2010 nauwelijks kijkers hebben getrokken. Nu voegt hij zich bij een lange lijst westerse films waarin Russen beestachtig te werk gaan en bereid zijn tot geweld. Red Sparrow is een film die zó in 1988 had kunnen draaien (als je even buiten beschouwing laat dat de Amerikaanse hoofdrolspeelster Jennifer Lawrence, die de Russische agente speelt, toen nog helemaal niet was geboren).

    Maar moet je nog met de vijand naar bed om hem uit te horen? Voor geheime diensten hebben de grootste veranderingen tegenwoordig meer van doen met technologie dan met ideologie. Waarom zou je iemand in bed geheimen ontlokken als je diens telefoon kunt uitlezen? Waarom zou je het leven van een agent riskeren als je de vijand ook met een drone kunt doden?

    Over de spionagefilm werd altijd gezegd dat het een onverwoestbaar genre was: regimes en ideologieën mogen komen en gaan, de strijder die zich in zijn eentje en voor een hoger doel blootstelt aan de grootste gevaren zal er altijd zijn. Maar voor twee centrale taken van de geheime dienst zijn mensen steeds minder nodig. Als het zo doorgaat met de bots en drones, dan zou de spionagefilm wel eens spoedig zijn belangrijkste acteur kunnen kwijtraken: de agent zelf.

    Zo beschouwd maakten juist de VS de voorbije jaren de indruk van een schurkenstaat. Ten eerste vanwege Obama’s drones, ten tweede vanwege de verzamelwoede van de National Security Agency, die in het wilde weg telefoongegevens opsloeg. Dat het veiligheidsapparaat van de aardige meneer Obama uitgerekend de mobiele telefoon van de Bondskanselier liet afluisteren, stond voor de Duitsers praktisch gelijk aan verraad. Sinds de annexatie van de Krim begin 2014 is het weer Moskou dat onder een vergrootglas ligt. Sindsdien doen de VS hun beklag over Russische hackeraanvallen en het doelbewust lekken van e-mails van de Democraten om de presidentsverkiezingen van 2016 te beïnvloeden. Speciaal aanklager Robert Mueller heeft gereconstrueerd hoe Russische agenten de VS bespioneerden en vervolgens vanuit Sint-Petersburg met geautomatiseerde socialmedia-accounts probeerden kiezers te beïnvloeden en het vertrouwen in de staat te ondermijnen. Is dat hoe de nieuwe oorlogsvoering eruitziet? Ophitsing, destabilisering, verwarring – zo geraffineerd uitgevoerd dat Moskou het steeds plausibel kan bestrijden? De voormalige FBI-man Clint Watts heeft ooit in het Amerikaanse congres gezegd: ‘Rusland hoopt de tweede Koude Oorlog met de macht van de politiek te winnen, niet meer met de politiek van de macht.’ De ironie wil dat de Amerikanen als uitvinders van Facebook en Twitter de Russen zelf van de noodzakelijke instrumenten hebben voorzien. Aan de andere kant: is de situatie zo dramatisch als politici en diensten in het westen schetsen? Tenslotte is politiek in de VS al sinds lange tijd toxisch, en dat de Amerikanen hun staat wantrouwen blijkt al uit hun grondwet. Wat hebben de Russen daar eigenlijk precies aan veranderd?

    In Duitsland is het niet anders: voor de Bondsdagverkiezingen verzamelden de Duitse geheime diensten bewijzen voor mogelijke beïnvloeding door Moskou – maar geen enkel schrikbeeld is bewaarheid. De stroom van slechte berichten over Moskous destructieve rol droogt desondanks niet op. De Amerikaanse regering stelde onlangs over bewijzen te beschikken dat Russische hackers westerse krachtcentrales kunnen binnendringen. Verschillende autoritaire diensten zouden zich er wel eens heimelijk over kunnen verkneukelen met welke lowbudgettrucs ze het Westen van zijn stuk kunnen brengen.

    Poetin lijkt de beschuldigingen uit het Westen niet erg serieus te nemen, alsof hij ervan geniet dat Europeanen en Amerikanen zich onzeker voelen. De New Yorkse professor Nina Khrushcheva heeft eens de theorie geponeerd dat Poetin nauwkeurig heeft bekeken hoe Russen in Hollywoodfilms overkomen. En dat hij toen heeft besloten zich precies zo te gedragen om het Westen angst in te boezemen.

    Auteurs: Georg Mascolo en Nicolas Richter
    Vertaler: Pieter Streutker

    Openingsbeeld: Still uit Hitchcocks The 39 Steps (1935).

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland, dagblad, oplage 358.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

  • 2. De spion als pr-instrument

    2. De spion als pr-instrument

    Het grote publiek is gefascineerd door spionnen, maar de waarde van hun inlichtingen is beperkt, schrijft Simon Kuper. ‘Ze zijn vaak het meest van nut als ze in de openbaarheid treden.’

    Ik heb net een boek geschreven waarvoor ik me moest begeven in de wereld van de Russisch-Britse dubbelspionnen ten tijde van de Koude Oorlog. Ik zag hoe deze mensen van het ene land naar het andere wipten, de schrik waren van elke Britse premier en vermoord werden – als het Russen waren. (Britse verraders brachten het er meestal levend vanaf, vooral als ze uit de hogere kringen kwamen.)

    Er is weinig veranderd. De Russische dubbelagent Sergej Skripal en zijn dochter Joelia belandden onlangs in kritieke toestand in het ziekenhuis van Salisbury, nadat ze waren aangevallen met een zenuwgas uit de Sovjettijd. Voormalig geheime politieman Vladimir Poetin herschept zijn eigen achtergrond: de wereld van de Koude-Oorlogsspionage. Poetin kan ons manipuleren omdat hij weet dat het bij spionage niet om de geheimen gaat. Het gaat om de reactie van publiek, media en politici, telkens als er weer een spion wordt ontmaskerd.

    Voor twee landen die weinig met elkaar te maken hadden voordat rijke Russen het centrum van Londen koloniseerden, hebben Rusland en Groot-Brittannië opmerkelijk lang aan uitgebreide wederzijdse spionage gedaan. Maar het grootste deel daarvan leidde nergens toe. Britse dubbelagenten als Kim Philby en Guy Burgess hebben zich er vaak over beklaagd dat de Sovjets hun inlichtingen negeerden. Veel van de Britse documenten die Philby aan de KGB leverde, werden niet eens in het Russisch vertaald.

    Paranoia

    Een van de oorzaken was paranoia. Een verrader kun je wel rekruteren, maar nooit vertrouwen. De KGB verdacht een gouden dubbelagent als Philby er altijd van dat hij een Britse mol was. En zelfs als de Sovjets wel in bepaalde informatie geloofden, raakte die nogal eens kwijt. Soms waren de koffers vol Britse geheimen gewoon te veel van het goede. Soms raakte informatie versnipperd of verdraaid op zijn weg door de KGB-hiërarchie. En stonden de inlichtingen de baas niet aan, dan gingen ze meestal alsnog de prullenmand in.

    Dat werd de Russen noodlottig toen Richard Sorge, een Russische agent in Tokio, herhaaldelijk het Kremlin waarschuwde voor een Duitse inval in de USSR. Op 15 mei voorspelde hij dat de invasie op 22 of 23 juni zou plaatsvinden. Maar Sorges inlichtingen wekten het misnoegen van de baas: Stalin beschouwde Duitsland toen nog als een bondgenoot. (Er werd gezegd dat Hitler de enige persoon was die hij vertrouwde.) Stalin zette Sorge weg als ‘een eikel die zichzelf een mooi leventje heeft bezorgd met wat fabriekjes en bordelen in Japan’. De Duitse invasie op 22 juni kwam voor de USSR als een volslagen verrassing.

    Ook Chroesjtsjov en Brezjnev stonden vaak sceptisch tegenover de informatie gespitst op bepaalde stukjes inlichtingen, schrijft de vroegere Britse ambassadeur in Moskou, Rodric Braithwaite, in zijn boek Armageddon and Paranoia. Braithwaite legt uit dat spionage nuttig is om bepaalde geheimen te vinden: zeg een scheikundige formule voor de atoombom. Maar het helpt zelden om de bredere intenties van de tegenstander te doorgronden. Zo voorzagen de spionnen van de Sovjets en die van het Westen in de jaren tachtig geen van beiden dat de andere kant bereid zou zijn om samen te werken aan het beëindigen van de Koude Oorlog.

    Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend

    De meeste geheimen zijn trouwens gewoon ergens te vinden, bijvoorbeeld op een obscure technologiewebsite, of op bladzijde 437 van een wetenschappelijk boek dat niemand heeft gelezen. Kortom, ontdekkingen van spionnen hebben zelden invloed op regeringsbeleid. De wereld van de spionage is niet zozeer een schatkist, eerder een uitdragerij waarvan de eigenaar het overzicht over zijn voorraad is kwijtgeraakt. Spionnen, zegt spionageromanschrijver John le Carré, ‘leveren tweedehands inlichtingen die spannender zijn door de geheimzinnigheid waarmee ze zijn verkregen dan vanwege hun werkelijke waarde’.

    Die spannende geheimzinnigheid is inderdaad het belangrijkst. Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend. Daarom hebben spionnen het grootste effect wanneer ze opduiken uit hun duistere wereld. Elke keer als een Britse functionaris werd ontmaskerd als Russische spion – een bijna rituele gebeurtenis die zich tussen 1946 en 1963 geregeld voordeed – nam het vertrouwen van de Britten in hun samenleving verder af. Britse spionnen konden elkaar niet meer aankijken zonder te denken: Ben jij misschien een KGB-agent?

    De angst binnen de Britse inlichtingenwereld draaide uit op een paranoïde ‘mollenjacht’ door ‘spionnenvanger’ Peter Wright, die de inlichtingendiensten in de jaren zestig en zeventig bijna verscheurde. Het werd een obsessie voor Wright om gerenommeerde Britse politici te ontmaskeren als Sovjetagenten. En zo veroorzaakten verraders als Philby een paranoïde verlamming binnen de Britse staat – niet door al die uren geheimen doorspelen aan contactpersonen in Londense bussen, maar door iets wat juist niet hun bedoeling was: hun ontmaskering.

    Evengoed is het Kremlin door het hacken van de saaie e-mails van de Amerikaanse Democratische Partij in 2016 waarschijnlijk ook niet meer over de VS te weten gekomen dan het al wist. Die hack was alleen belangrijk omdat de Russen (via Wikileaks) het materiaal openbaar maakten. De Amerikaanse media deden de rest. Rusland was van het aloude verzamelen van geheimen overgestapt op de informatieoorlog. Al dat lekken van verhalen heeft de presidentsverkiezingen duidelijk beïnvloed. Vervolgens zorgde de onthulling van de Russische rol (tegen de Russische wens in) ervoor dat de Amerikanen nog verder gepolariseerd raakten.

    Ook nu weer is de aanval op de afgedankte, onbeduidende dubbelagent Skripal voornamelijk een publiek statement. Rusland zegt tegen de Britten: wij kunnen in jullie land straffeloos moorden. En het zegt tegen machtige Russen in Groot-Brittannië: wij kunnen jou vermoorden. Omdat spionnen fascinerend zijn voor het publiek, komt de boodschap aan. (Eerdere mysterieuze sterfgevallen van Russische niet-spionnen in Groot-Brittannië hebben nauwelijks stof doen opwaaien.) De Russen gaan steeds bewuster paranoia zaaien. Net als veel andere Russische activiteiten in het buitenland verandert ook de Russische spionage in een pr-machine. Tegenwoordig is het de bedoeling dat Russische spionnen zichtbaar zijn.

    Auteur: Simon Kuper
    Vertaler: Annemie de Vries

    Openingsbeeld: Still uit The Spy Who Came in from the Cold.

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 186.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • 3. Trumps beste vriend in Europa

    3. Trumps beste vriend in Europa

    De vriendschap tussen Emmanuel Macron en Donald Trump lijkt bizar, maar de twee hebben meer gemeen dan je zou denken, betoogt columnist Roger Cohen.

    Het is verleidelijk te zeggen dat je je geen onwaarschijnlijker vriendschap kunt voorstellen dan die tussen Emmanuel Macron en Donald Trump, maar dan ga je wel aan de feiten voorbij.

    Natuurlijk, ze zijn het over maar heel weinig eens. Niet over Iran. Niet over de handel. Niet over de Europese Unie. Niet over of je kritiek moet hebben op Vladimir Poetin. Niet over het belang van waardigheid, of waarheid, of de Verlichting.

    Toch hoor ik dat ze elkaar voortdurend spreken. Trump volgt Macrons arbeidsmarkthervormingen en belt om hem de feliciteren. Het eerste staatsbezoek onder zijn regering zal dat van Macron zijn, volgende maand in Washington [het bezoek vond intussen plaats], een bijzondere eer voor een ‘great guy’. De Franse president is Trumps beste vriend in Europa, en misschien ook daarbuiten. Met de Britse premier Theresa May ging het mis. En met de Duitse bondskanselier Angela Merkel werd het ook niets. Trump-Macron is het enige trans-Atlantische scharnier dat niet knarst.

    Macron, die met zijn veertig jaar Trumps zoon zou kunnen zijn, heeft het politieke midden een grandioos toneel verschaft en daarmee de centristische politiek van een nieuw elan voorzien in tijden van populistische verleiding

    Echt verrassend is dat niet. Beide mannen zijn uit het niets gekomen, buitenbeentjes die tot het hoogste ambt van hun land zijn verheven door een golf van afschuw over de gangbare politiek. Ze zijn, elk op hun eigen manier, een historische toevalligheid, op het schild gehesen tijdens de overgang naar een nieuw tijdperk. Een verlangen naar ontwrichting bracht deze twee ontwrichters voort.

    Beiden rekenden af met het politieke establishment door het politieke midden weg te vagen of in te lijven. Beiden begrepen dat stemmers zowel verveeld als boos waren, wantrouwig tegenover de liberale consensus, woedend vanwege de alles verslindende globalisering, verlangend naar grandeur, snakkend naar onomwonden taal in plaats van de plichtmatige waarschuwingen van deskundigen.

    Macron, die met zijn veertig jaar Trumps zoon zou kunnen zijn, heeft het politieke midden een grandioos toneel verschaft en daarmee de centristische politiek van een nieuw elan voorzien in tijden van populistische verleiding. Hij is streng over immigratie omdat hij weet dat zijn overleving daarvan afhangt. Het toneel van Trump is dat van de zigzaggende bullebak, van onophoudelijk en vaak nietszeggend lawaai. Voor beide mannen zijn beweeglijkheid en actie van levensbelang.

    De gaullistische pompositeit, vermeden door Macrons voorganger, is terug van weggeweest. Als die nodig is om het racistische Front National te verslaan, schuw haar dan niet. Macron vierde zijn overwinning vorig jaar met een toespraak tot het Franse volk vanuit het Louvre, verwelkomde Poetin in Versailles en keerde dit jaar terug naar het paleis van de Zonnekoning voor een ‘Choose France’-top met ceo’s van over de hele wereld om een slordige drie miljard aan buitenlandse investeringen uit te bazuinen.

    ‘Het is niet “Make France Great Again”, maar het lijkt er veel op,’ zei een Franse vriend.

    wo16 fra macron tv

    Macrons viering van 14 juli, de nationale feestdag – compleet met gardisten te paard, troepen, tanks en gevechtsvliegtuigen – maakte zo’n indruk op zijn speciale gast, Donald Trump, dat deze nu zijn eigen versie wil met veel luchtmachtvertoon (maar sans tanks) op Veterans Day, de Amerikaanse viering van het einde van de Eerste Wereldoorlog.

    Belachelijk? Als je bedenkt dat Trump zich gewoonlijk met haviken omringt, lijkt deze vriendschap me zo belangrijk dat ik bereid ben veel te slikken.

    Of liever gezegd, mogelijkerwijs belangrijk. We moeten nog maar zien wat Macron uit deze vriendschap kan peuren. We weten niet of dat iets aardigs zal zijn of iets nuttigs. De band heeft Trump er niet van weerhouden het klimaatakkoord vaarwel te zeggen of Jeruzalem te erkennen als de hoofdstad van Israël. De jury is er nog niet uit.

    Trump heeft de Europese Unie uitgezonderd van importheffingen op staal en aluminium, iets waarop de Fransen sterk hadden aangedrongen. ‘Als we over één kam worden geschoren met China zou dat een groot probleem zijn,’ vertrouwde een hoge Franse ambtenaar me toe voordat Trump zijn beslissing nam.

    Iran

    Volgende kwestie: Iran. Als Macron het ergste niet kan voorkomen, namelijk dat Trump op 12 mei besluit het nucleaire akkoord te torpederen door de sancties niet langer op te schorten, dan zijn alle kansen verkeken. Het akkoord, dat op het nippertje voorkwam dat Iran zijn nucleaire programma voor militaire doeleinden zou gebruiken, werkt. De Fransen zijn vastbesloten het van kracht te laten blijven.

    Gebeurt dat niet, dan zal de confrontatie tussen sjiieten en soennieten in het Midden-Oosten verergeren, zal Iran in allerijl een bom ontwikkelen en zal Saoedi-Arabië niet ver achterblijven. Het non-proliferatieverdrag zou dan zo goed als zinloos worden.

    De voortekenen zijn niet zo goed. Mike Pompeo, de door Trump voorgedragen nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, is een havik wat Iran betreft. John Bolton, de nieuwe nationale veiligheidsadviseur, wil het nucleaire akkoord opzeggen en het Iraanse regime ten val brengen – en dat is nog maar het begin. Totale vernietiging dreigt. De uitdaging voor Macron – en Europa – om te voorkomen dat de kwestie-Iran uit de hand loopt, is alleen maar groter geworden.

    Macrons visie van herstelde grootsheid strookt met de Franse idealen. Die van Trump verraadt de Amerikaanse

    Terwijl het gedrag van Trump alleen maar grilliger wordt, een trend die de komende maanden nog zal verergeren door het onderzoek naar Russische bemoeienis met zijn uitverkiezing, biedt de vriendschap met Macron enige garantie tegen het ergste. Anders dan Trump weet de Franse president wat hij wil en is hij in staat een coherente strategie te hanteren.

    Hij is ook een bastion tegen de destructieve neigingen van Trump: diens gedweep met etnisch nationalisme en de steeds autoritairder wordende Poetin en Xi Jinping, de afkalving van de rechtsstaat, handelsoorlogen, de militarisering van het buitenlands beleid en de ondermijning van de Europese Unie.

    Macrons visie van herstelde grootsheid strookt met de Franse idealen. Die van Trump verraadt de Amerikaanse. Dat is het verschil. Veel hangt af van wat deze vriendschap oplevert.

    Auteur: Roger Cohen
    Vertaler: Peter Bergsma

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 540.000

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

    Cruciale rol in Syrië

    In een interview dat hij op 15 april gaf aan de Franse BFMTV, RMC en Mediapart rechtvaardigde Emmanuel Macron de raketaanvallen op Syrië door te wijzen op de rol van Frankrijk in dit deel van de wereld. ‘Hij wilde daarmee zijn leiderschap in de kwestie-Syrië benadrukken, hoewel de Franse deelname aan de operatie in zijn eigen land werd bekritiseerd’, schrijft The Wall Street Journal. In feite, vervolgt de Amerikaanse krant, betreurt de oppositie het ‘dat Frankrijk bezig is zijn onafhankelijkheid kwijt te raken door de VS en het Verenigd Koninkrijk te volgen’.

  • ‘Stad zonder banen’ wordt boomtown

    ‘Stad zonder banen’ wordt boomtown

    In 2009 telde Elkhart, een stadje in Indiana waar vooral campers worden gemaakt, nog twintig procent werklozen. Nu is vrijwel iedereen aan het werk.

    De zelfbenoemde camperhoofdstad van de wereld geeft een kijkje in hoe de Amerikaanse economie eruit zal zien als die op stoom is.

    Jongeren gaan hier na de middelbare school niet studeren maar werken in de fabriek omdat die een geweldig salaris en uitstekende arbeidsvoorwaarden biedt. Reclameborden waarop personeel wordt gevraagd schieten als bermonkruid uit de grond. En arbeiders zijn zó goed bij kas dat autodealers vertellen dat nieuwe pick-ups bijna niet aan te slepen zijn.

    Maar dat brengt ook spanningen met zich mee. Werkgevers kunnen werknemers niet aan zich binden en de huizenprijzen schieten omhoog. Het tekort aan personeel noodzaakte een filiaal van Kentucky Fried Chicken om 150 dollar tekenbonus aan te bieden. Een filiaal van McDonald’s kon afgelopen herfst niet open met de lunch omdat de managers niet genoeg personeel konden vinden voor acht dollar per uur om de rijen wachtenden aan de deur te helpen.

    Wat ons te wachten staat

    Nergens in de VS heeft zich zo’n ommekeer op de arbeidsmarkt voorgedaan als in deze stedelijke regio met 110.000 arbeiders, een mix van blanke fabrieksarbeiders, Mexicaanse immigranten en Amish. ‘Het is net 1955,’ zegt Michael Hicks, econoom aan de Ball State University. ‘Ook als je minimaal geletterd bent, vind je hier zo een baan.’

    De economische omstandigheden in Elkhart zijn uniek: de voorspoed heeft te maken met Elkharts centrale rol in de wederopleving van de campermarkt, waar automatisering noch buitenlandse concurrentie een bedreiging vormt. Maar nu de VS de periode van tien jaren werkloosheid achter zich heeft gelaten, breekt in de regio een toekomst aan van tekorten op de arbeidsmarkt en vechten om personeel.

    Het werkloosheidscijfer in de regio Elkhart daalde van twintig procent in 2009, het slechtst in de VS, naar net iets boven de twee procent in januari, de helft van het nationale gemiddelde. Het plaatselijke werkloosheidscijfer is nog dichter bij nul: zo’n 9500 openstaande vacatures. Dagelijks forenzen 25.000 arbeiders naar Elkhart, dat zelf 50.000 inwoners telt. Een economisch ontwikkelingsbureau van de county is in heel Appalachia en zelfs tot in Porto Rico op zoek naar kandidaten voor de vacatures.

    De toename in banen is in Elkhart het grootst van alle 403 stedelijke gebieden die door Moody’s Analytics zijn onderzocht. Terwijl het nationale werkloosheidscijfer naar de vier procent aan het zakken is, zit de Elkhart-regio al vierendertig achtereenvolgende maanden op dat niveau of lager. De rest van de VS zal waarschijnlijk nooit die duizelingwekkende ontwikkeling kunnen evenaren, maar de regio laat wel zien wat ons te wachten staat.

    In het derde kwartaal van 2017 was het gemiddelde weekloon met 6,3 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder, meldt het Labor Department, terwijl nationaal sprake was van een daling van 0,6 procent. In de camperindustrie van Elkhart, waar twaalf procent van de lokale arbeiders werkt, steeg het gemiddelde jaarsalaris met zeventien procent naar 68.000 dollar. En het stijgt nog steeds.

    LCI, een bedrijf dat camperonderdelen maakt, heeft vier “dream managers” in dienst, adviseurs die arbeiders helpen bij het plannen van hun vakantie of bij het aanpakken van gezinsproblemen

    Sommige arbeidsvoorwaarden klinken meer naar Silicon Valley dan naar de Rust Belt. LCI, een bedrijf dat camperonderdelen maakt, heeft vier ‘dream managers’ in dienst, adviseurs die arbeiders helpen bij het plannen van hun vakantie of bij het aanpakken van gezinsproblemen. ‘We willen dat de mensen een hoger doel in hun leven hebben,’ vertelt een manager, John Ferguson, een vroegere dominee.

    Een ander bedrijf, dat planken maakt, adverteert met een gratis gezondheidscentrum om nieuwe krachten te lokken.

    De jacht op de arbeider heeft elders de inflatie opgestuwd. De prijzen van woningen in het middensegment zijn in de afgelopen twee jaar jaarlijks met 6,5 procent gestegen, aldus Gary Decker, de vroegere voorzitter van de makelaarsvereniging van Elkhart County, meer dan twee keer zo snel als in eerdere herstelperiodes.

    Jayco Factory 44 ziet eruit als een reusachtige timmermanswerkplaats, compleet met het geratel van nietpistolen en het gezoem van elektrische zagen. Het bedrijf, dat Entegra-kampeerauto’s produceert van 475.000 dollar per stuk, is onderdeel van Thor Industries Inc.

    Thor koopt het stalen chassis en arbeiders bij Jayco bouwen de camper verder af. Werknemers duwen met de hand vijftien meter lange campers over een railsysteem. De voertuigen worden verplaatst van werkeenheid naar werkeenheid, waar specialisten de verscheidene onderdelen met de hand monteren: kastjes, bedrading, wanden en daken. Om vijf uur ’s morgens komen Amish aan en om een uur ’s middags keren ze weer terug naar hun boerderij. Thor, de grootste werkgever van de regio, is al via allerlei onconventionele manieren op zoek naar personeel. Het bedrijf zoekt gegadigden in Youngstown, Ohio en andere steden in het Midwesten met hoge werkloosheid. Het neemt ook gedetineerden uit de countygevangenis in dienst in het kader van scholingsverlofprogramma’s.

    Met het oog op de toekomst nodigt het bedrijf brugklassers uit om zijn vestigingen te bezoeken, en stuurt het mooi afgewerkte campers op tournee langs basisscholen in de streek.


    Een camper in aanbouw in Elkhart. – © Ty Wright / Getty Images
    Een camper in aanbouw in Elkhart. – © Ty Wright / Getty Images

    De lonen in de camperindustrie zijn op een niveau waar andere sectoren niet tegenop kunnen: acht van de tien grootste werkgevers in Elkhart maken campers of camperonderdelen. Het personeel wordt betaald op basis van geproduceerde eenheden. Bij een volle werkweek betekent dat 90.000 dollar per jaar voor assembleurs in camperfabrieken en 100.000 dollar voor voormannen.

    Het werk is zwaar. In de personeelsadvertentie voor een baan als assembleur bij LCI staat dat het werk betekent dat je de hele dag moet lopen, bukken, knielen, voorover buigen, kruipen, hurken en klimmen, plus dat je voorwerpen van meer dan vijfentwintig kilo moet tillen.

    Oudere arbeiders zoeken wat minder eisende banen bij camperbedrijven die onderdelen maken en waar het basisloon vijftien tot twintig dollar per uur is.

    Lamont Blackwell, de manager van het plaatselijke filiaal van McDonald’s, vertelt dat hij vroeger voor meer geld bij LCI werkte. ‘Ik heb overwogen om terug te gaan, maar ik kan het niet meer aan,’ zegt hij. ‘Ik ben veertig en mijn lichaam laat het afweten.’

    Werknemers wisselen in deze arbeidsmarkt vaak van baan. Volgens lokale fabrikanten is het verloop in de camperindustrie grofweg honderd procent. Nieuwe werknemers worden bonussen van vijfhonderd tot duizend dollar geboden als ze negentig dagen blijven.

    De stedelijke regio Elkhart functioneert als een olie-economie – een Koeweit te midden van de maisvelden – aldus Enrico Moretti, econoom aan de Universiteit van Californië in Berkeley. De lonen in de camperindustrie zijn op een niveau waar maar weinig concurrenten tegenop kunnen, en daarom is er weinig verscheidenheid.

    Toen president Barack Obama met een stimuleringsplan van 800 miljard dollar kwam, reisde hij twee keer af naar Elkhart ter illustratie van hoe dramatisch de recessie was. “Bij ons was de situatie het slechtst van het hele land”

    Als er slechte tijden komen, zijn ze ook echt slecht. In 2009 liep de verkoop van campers met de helft terug en dat gold ook voor het aantal banen. De campershow van Elkhart werd voor het eerst in meer dan vijftig jaar afgezegd.

    De Britse krant The Independent noemde Elkhart ‘de stad zonder banen’. In het district Elkhart stonden op de scholen duizend kinderen minder ingeschreven, ongeveer zeven procent, omdat gezinnen de stad uit gingen op zoek naar werk, vooral de mensen uit Mexico, die in 1990 nog twee procent van de bevolking van Elkhart City uitmaakten en in 2010 al vierentwintig procent.

    Velen die in Elkhart bleven raakten hun huis kwijt. Meer dan een derde van de verkochte huizen in 2010 waren executieverkopen, vertelt Decker, de vastgoedmakelaar. Toen president Barack Obama met een stimuleringsplan van 800 miljard dollar kwam, reisde hij twee keer af naar Elkhart ter illustratie van hoe dramatisch de recessie was. ‘Bij ons was de situatie het slechtst van het hele land,’ zegt Jason Lippert, directeur bij LCI Industries.

    Langzaam krabbelde Elkharts economie weer op. Het stimuleringsplan sloeg aan, hoewel ook een aantal projecten mislukten. Drie bedrijven vestigden zich er, kregen van de overheid meer dan 50 miljoen dollar steun en produceerden slechts twee elektrische voertuigen voordat ze over de kop gingen.

    Vanaf 2012 begon de camperindustrie – en bij uitbreiding Elkhart – sterk te groeien, voornamelijk vanwege de verbeterende economie in de VS. De productie van campers en stacaravans verdrievoudigde ten opzicht van 2009 tot 500.000, aldus de Recreational Vehicle Industry Association.

    Herinneringen

    Shelley Moore, een stadsplanoloog, zegt dat de stad in een race tegen de klok is gewikkeld om een diversere en duurzamere economie op te bouwen. Dat streven wordt gefrustreerd door het succes van de camperindustrie.

    Een baan is nu zo makkelijk te krijgen dat niemand in de regio doorleert, wat een risico betekent bij een volgende crisis. Elkhart staat qua aantal inwoners met een afgeronde vervolgopleiding op de 335ste plaats van de 380 stedelijke gebieden, meldt het Brookings Institution.

    De inschrijvingen bij de vestiging van het Ivy Tech Community College in Elkhart zijn sinds de recessie met de helft afgenomen. ‘We moeten opboksen tegen een florerende economie,’ zegt Kyle Hannon, directeur van de plaatselijke campus. ‘Het is een beetje maf.’

    Maar zelfs in goede tijden bepalen herinneringen aan de laatste recessie – en angsten voor de volgende – zakelijke en persoonlijke beslissingen in Elkhart. Inwoners leggen spaarpotjes aan, onzeker of ze de economische opbloei wel kunnen vertrouwen. Dat is logisch, zegt Hicks, econoom aan de Ball State University. Bij de volgende recessie worden ze volgens hem hard getroffen.

    Weinig camperfabrikanten willen investeren in automatisering, vanwege de pieken en dalen in de bedrijfstak in het verleden. Zonder grote investeringen ‘zijn we heel flexibel’, legt Robert Martin uit, de algemeen directeur van Thor. ‘We kunnen inkrimpen als er slechte tijden aanbreken.’

    Er is bijna geen woning meer te huur in en om Elkhart, maar weinig bouwers zullen het wagen om huizen of appartementen neer te zetten die leeg komen te staan in een economie die zo sterk fluctueert.

    Matt Stump, assembleur bij Jayco, vertelt dat hij in januari naar Elkhart is teruggekeerd nadat hij vijftien jaar met zijn gezin in Peoria, Illinois, had gewoond, waar hij bij Caterpillar werkte. Hij kon in Elkhart geen huurhuis voor zijn gezin vinden, dus hij zit nu alleen in een B&B en in de weekenden rijdt hij naar huis, een rit van 4,5 uur.

    Auteur: Bob Davis
    Vertaler: Paul Bruijn

    The Wall Street Journal
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 2.277.000

    De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn, dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.

    Elkhart vs VS.
    Elkhart vs VS.
  • Waarom Saoedi-Arabië 16 kerncentrales wil bouwen

    Waarom Saoedi-Arabië 16 kerncentrales wil bouwen

    Voor een land dat zwemt in de olie en makkelijk zou kunnen overschakelen op zonne-energie, is een mega-investering in kerncentrales een vreemde stap. Het echte doel is dan ook een kernwapenprogramma, vrezen sceptici.

    Saoedi-Arabië bezit de op een na grootste oliereserves ter wereld en hoeft zich dus weinig zorgen te maken om energie. Maar het koninkrijk wil nu toch een van de grootste investeringen in kernenergie aller tijden plegen: het steekt 80 miljard dollar in de bouw van zestien kernreactoren die de komende vijfentwintig jaar moeten verrijzen.

    Uit deze krachtpatserij blijkt dat het ’s werelds meest iconische oliegigant ernst is met het terugdringen van zijn bijna totale afhankelijkheid van olie – maar kan het ook zijn dat het land op termijn een kernarsenaal nastreeft?

    123-overeenkomst

    Saoedi-Arabië stelt dat het zijn energieportefeuille wil uitbreiden. Elektriciteitsopwekking uit kernreactoren betekent dat de Golfstaat zelf minder olie hoeft te consumeren en er dus meer van kan exporteren. Meer export betekent meer overheidsinkomsten.

    Volgens energiedeskundigen wil Saoedi-Arabië zo snel mogelijk munt slaan uit zijn oliereserves, omdat verwacht wordt dat de mondiale vraag op termijn zal afnemen vanwege de opkomst van hernieuwbare energie en de uiteindelijke dominantie van de elektrische auto. En dus is het zaak het accent in de Saoedische economie te verleggen van olie naar de tech- en entertainmentsector.

    Momenteel is Riyad in gesprek met bedrijven uit meer dan tien landen over de aankoop van nucleaire technologie om de eerste twee reactoren te bouwen – en Amerikaanse gegadigden staan vooraan in de rij. Probleem is wel dat de regering-Trump voorafgaand aan elke Amerikaanse verkoop een overeenkomst voor nucleaire samenwerking met Saoedi-Arabië moet sluiten, een zogeheten ‘123-overeenkomst’ waarin landen beloven dat ze de krachtige nucleaire installaties die ze van de VS kopen niet op oneigenlijke wijze zullen gebruiken.

    Gesprekken tussen de VS en Saoedi-Arabië over een dergelijk akkoord zijn al gaande – de Amerikaanse minister van Energie Rick Perry besprak de zaak in maart in Londen met Saoedische functionarissen, en ook president Trump zal de kwestie hebben aangesneden tijdens zijn ontmoeting met de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman kort geleden.

    Dekmantel

    Experts op het gebied van nucleaire proliferatie en Amerikaanse Congresleden van beide partijen maken zich echter grote zorgen over de deal. Zij vrezen dat Riyad zal proberen de technologie te gebruiken om een kernwapenprogramma op te zetten. Dat zou een van de meest instabiele regio’s ter wereld nog instabieler maken. Sommige sceptici denken zelfs dat het energieverhaal van Riyad louter een dekmantel is voor militaire ambities.

    Dit is meer dan een gissing. In een interview met de Amerikaanse omroep CBS op 18 maart gaf de Saoedische kroonprins, ook wel MBS genoemd, openlijk toe dat nucleaire bewapening een optie was: ‘Saoedi-Arabië wil geen kernwapens hebben, maar als Iran ze ontwikkelt, dan zullen wij zeker niet achterblijven.’

    De regering-Trump kan proberen ervoor te zorgen dat dit nooit gebeurt. Met de ‘123-overeenkomst’ kan het de Saoedi’s dwingen tot een juridisch bindende toezegging dat ze geen uranium zullen verrijken of verbruikte splijtstof zullen opwerken – processen die nodig zijn om kernwapens te maken.

    Naar verluidt overweegt Washington echter om Saoedi-Arabië toe te staan uranium te verrijken. Daarvoor zouden volgens deskundigen twee belangrijke redenen zijn. Ten eerste heeft Trump duidelijk een zwak voor Saoedi-Arabië: het was het eerste land dat hij op zijn eerste buitenlandse reis als president bezocht. Ook steunde hij een aantal van Riyads meest radicale politieke beslissingen, zoals de campagne van afgelopen zomer om buurland Qatar te isoleren en de vernietigende militaire interventie in Jemen.

    Ten tweede zou Trump kunnen zwichten voor het aanlokkelijke vooruitzicht van miljardencontracten voor Amerikaanse nucleaire productiebedrijven die dolgraag zaken willen doen. De verleiding om een deal te accepteren die de weg naar een Saoedische kernbom effent is mogelijk te groot om te weerstaan.

    Saoedi-Arabië blijft erbij dat het alleen kernenergie wil om de energieproductie te verhogen en niet om wapens te bouwen. ‘Wij voelen wij er niets voor nucleaire technologie aan te wenden voor militaire doeleinden en doen juist erg ons best om de verspreiding van kernwapens door anderen tegen te gaan,’ aldus de Saoedische minister van Energie Khalid al-Falih op een gezamenlijke persconferentie met minister Perry in december vorig jaar.

    Het nucleaire akkoord dat Iran in 2015 met onder meer de VS tekende, beperkt de mogelijkheden van het land om materiaal te maken dat nodig is voor een atoombom aanzienlijk, maar rond 2030 verlopen cruciale onderdelen van de overeenkomst

    Energiedeskundigen zeggen dat het zeker zin heeft voor Saoedi-Arabië om nieuwe vormen van energie te genereren, zodat het meer van zijn olie kan exporteren voordat de verwachte waardedaling van deze grondstof een feit is. Maar waarom gekozen voor nucleaire energie als alternatief, in plaats van hernieuwbare energie?

    Joe Romm, een voormalig onderminister van Energie tijdens de Clinton-jaren, vertelde me dat Saoedi-Arabië een groot deel van het land van stroom zou kunnen voorzien met zonne-energie. De uitgestrekte woestijnen waar de zon vrijwel permanent zeer fel schijnt zijn daarvoor van nature geschikt.

    Aangezien Saoedi-Arabië tegen extreem lage kosten zonne-energiecentrales zou kunnen bouwen om zonnestroom te produceren, is het, aldus Romm, ‘vanuit energie-oogpunt niet zo logisch dat de Saoedi’s zo’n sterke voorkeur aan de dag leggen voor de nucleaire optie, die notoir duur is’.

    Leg de plannen van Saoedi-Arabië om te investeren in hernieuwbare energie naast de voorgenomen investeringen in kernenergie, en je ziet volgens Romm dat Riyad minstens drie keer zo veel elektriciteit uit kernreactoren zal proberen op te wekken als uit hernieuwbare energie.

    Militaire ambities

    Amerikaanse experts op het gebied van buitenlandse politiek en nucleaire non-proliferatie zijn het door de bank genomen eens dat de voorkeur voor het ene programma boven het andere maar één ding kan betekenen: militaire ambities.

    ‘Ik denk dat een belangrijke – zo niet de belangrijkste – drijfveer voor het nucleaire programma van Saoedi-Arabië de veiligheidscompetitie met Iran is,’ aldus Kingston Reif, een non-proliferatie-expert bij de Arms Control Association.

    Iran is de aartsrivaal van Saoedi-Arabië in het Midden-Oosten en Saoedi-Arabië vreest dat Teheran zijn civiele nucleaire programma zal gebruiken om in de toekomst wapens te maken en de machtsverhoudingen in de regio daarmee in zijn voordeel te doen omslaan. Het nucleaire akkoord dat Iran in 2015 met onder meer de VS tekende, beperkt de mogelijkheden van het land om materiaal te maken dat nodig is voor een atoombom aanzienlijk, maar rond 2030 verlopen cruciale onderdelen van de overeenkomst.

    Die beperkingen kunnen nog veel sneller tot het verleden behoren wanneer Trump zijn herhaalde dreigementen uitvoert om zich uit de deal terug te trekken. Iran kan in dat geval binnen enkele dagen de nodige stappen zetten in de richting van wapenproductie.

    Aangezien MBS openlijk heeft toegegeven dat Saoedi-Arabië zich genoodzaakt zal voelen kernwapens na te streven als Iran hetzelfde doet, moet een Saoedisch civiel nucleair programma welhaast als een potentiële militaire troef worden beschouwd.

    De regering-Trump is momenteel in onderhandeling met de Saoedi’s over een overeenkomst inzake nucleaire samenwerking. Waarschijnlijk kwam die ter sprake toen de kroonprins op 20 maart te gast was in het Witte Huis. (Noch Saoedi-Arabië, noch de VS vermeldde hier iets over naar aanleiding van de bijeenkomst, wel werd er gezinspeeld op ‘nieuwe handelsovereenkomsten’.)


    Volgens recente berichten zal het Witte Huis Saoedi-Arabië mogelijk toestaan uranium te verrijken. Een land kan uranium verrijken om brandstof te produceren voor zijn kernreactoren, maar datzelfde proces kan ook dienen om een atoombom te maken – en dat heeft de bezorgdheid van Amerikaanse Congresleden van beide partijen gewekt.

    ‘Het interview met de kroonprins van vorige week zou reden genoeg moeten zijn voor de regering om de rem te zetten op de onderhandelingen en te benadrukken dat er geen 123-overeenkomst mogelijk is die verrijking en opwerking omvat,’ aldus het Republikeinse Congreslid Ileana Ros-Lehtinen, voorzitter van de Subcommissie Buitenlandse Zaken voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika van het Huis van Afgevaardigden. ‘Maar helaas blijkt uit het weinige dat de regering loslaat dat ze deze deal louter in handelstermen beziet en dat de nationale veiligheid niet of nauwelijks een overweging is.’

    Senator Bob Corker, voorzitter van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen, heeft de regering laten weten dat er in het Congres vanuit beide partijen weerstand is tegen een 123-overeenkomst die uraniumverrijking toestaat.

    Het Witte Huis moet de overeenkomst ter beoordeling aan het Congres voorleggen en Congresleden kunnen deze blokkeren met een gezamenlijke resolutie.
    Maar dat kan een averechts effect hebben: de Saoedi’s kunnen zich dan tot Russische of Chinese bieders wenden. En volgens analisten zullen de Russen en Chinezen minder geneigd zijn de verrijkings- of opwerkingsambities van Saoedi-Arabië te beteugelen. Om die reden stellen sommige analisten dat Washington een compromis met Riyad moet overwegen.

    ‘Ik zie liever de Amerikaanse nucleaire industrie in Saoedi-Arabië dan die van Rusland of China, dus moeten we ons met de Saoedi’s zien te verstaan’

    ‘Ik zie liever de Amerikaanse nucleaire industrie in Saoedi-Arabië dan die van Rusland of China, dus moeten we ons met de Saoedi’s zien te verstaan. We moeten de best mogelijke beperkingsclausules voor verrijking en opwerking zien te bedingen, inclusief een verbod voor langere tijd, bijvoorbeeld twintig of vijfentwintig jaar,’ aldus Robert Einhorn, voormalig adviseur wapenbeheersing en ontwapening van het ministerie van Buitenlandse Zaken, tegen The Washington Post. ‘We moeten enige flexibiliteit tonen.’

    Saoedi-Arabië beschouwt het vermogen om uranium te verrijken als een ‘soeverein’ recht, en kon geen 123-overeenkomst met de regering-Obama bereiken omdat president Obama weigerde dat recht te erkennen.

    Alexandra Bell, een expert op het gebied van wapenbeheersing uit het Obama-tijdperk, vertelde me dat de Saoedi’s niet zullen toegeven ‘zonder druk uit de allerhoogste kringen van het Witte Huis’. Dat wil zeggen: aanhoudende druk van de president zelf of topfunctionarissen als minister van Energie Perry. Maar Trump ligt misschien helemaal niet wakker van de verrijkingskwestie. Hij bekijkt de kwestie door een andere bril dan zijn voorganger – voor de huidige president stijgen de belangen van het Amerikaanse bedrijfsleven ver uit boven het veiligheidsaspect. Vorig jaar, toen Trump zijn enorme wapendeal van 110 miljard dollar met de Saoedi’s beklonk, verkocht hij dit aan het publiek als een manier om ‘banen, banen en nog eens banen’ voor de VS te creëren.

    Een nucleaire deal met de Saoedi’s betekent een stimulans voor de in zwaar weer verkerende Amerikaanse nucleaire bouwbedrijven. Westinghouse, de meest prominente Amerikaanse bieder, zit momenteel in een faillissementsprocedure, wat nu al duizenden banen heeft gekost.

    In hun onderhandelingen met Washington zullen de Saoedi’s Trumps gevoeligheid voor het werkgelegenheidsaspect waarschijnlijk als dankbaar drukmiddel gebruiken om hun zin te krijgen.

    Auteur: Zeeshan Aleem
    Vertaler: Carl Stellweg

    Vox
    Verenigde Staten | vox.com

    in 2014 opgerichte nieuws- en opiniesite die onderdeel is van Vox Media. Dit technologiebedrijf beheert ook de sportwebsite SB Nation, de technologiesite The Verge en gamingsite Polygon. Vox heeft als missie om ‘het nieuws uit te leggen‘ en richt zich op een jong en welvarend publiek.

  • De bibliotheek die gespaard bleef

    De bibliotheek die gespaard bleef

    Na de Amerikaanse invasie in Irak in 2003 werden veel bibliotheken in het land door vandalen verwoest. De oeroude bibliotheek al-Qadiriya ontsprong de dans, en dat was niet voor het eerst.

    Bibliothecaris Abdoellsalem Abdoelkarim beweegt zich behoedzaam tussen de boekenplanken van de al-Qadiriyya-bibliotheek. Historische pronkstukken met zijdezachte kaft worden uit glazen toonkasten gehaald en het bezoek met gepaste trots voorgelegd.

    In veel gevallen gaat het om rijkelijk versierde exemplaren van de Koran. Een ervan – handgeschreven, in twee delen, met pagina’s van bijna een meter lang – werd honderden jaren geleden gedoneerd door een Indiase prins van de Taj Mahal.

    ‘Deze hier is enig in zijn soort en dus heel bijzonder,’ zegt Abdoelkarim, terwijl hij een koran toont met randen van bladgoud en kleurrijke, vervlochten bloemenmotieven – ook al eeuwenoud en ooit door de moeder van een Ottomaanse sultan cadeau gedaan.

    ‘Door het hele boek zie je dat elk vers eindigt met een unieke afbeelding – een bloem, een zespuntige ster, een kom fruit, allerlei motieven,’ licht de bibliothecaris toe. ‘Nergens anders treffen we dit aan. Tal van deskundigen op het gebied van kalligrafie, tekens en symbolen komen dit boek bestuderen. De betekenis van veel afbeeldingen blijft echter mysterieus.’

    Zwart van de inkt

    De bibliotheek maakt deel uit van een uitgestrekt complex dat zowel een schitterende moskee als het heiligdom van Sjeik Abd al-Qadir al-Jilani herbergt. Deze Perzische wetenschapper uit de elfde eeuw bracht het grootste deel van zijn volwassen leven door in Bagdad en stichtte er de soefi-broederschap al-Qadiriyya.

    Een van de opmerkelijkste stukken is een gehavende, bevlekte, dertiende-eeuwse tekst die de plundering van Bagdad in 1258 overleefde. 800.000 inwoners vielen toen ten offer aan Mongoolse legers onder leiding van generaal Hulagu, kleinzoon van Dzjenghis Khan.

    ‘De Mongolen verbrandden de bibliotheken en gooiden zo veel boeken in de Tigris dat het water zwart werd van de inkt,’ vertelt Abdoelkarim. ‘Dit boek, dat uitleg biedt over de Koran en de islam, is een van de weinige die uit de rivier werden gered.’

    Samen met de volledige collectie van de al-Qadiriyya-bibliotheek ontsnapte het werk ook aan de golf van vernielingen en plunderingen die volgde op de door de VS geleide invasie van Irak in 2003. Alleen al in Bagdad werden tien bibliotheken verwoest. Het verlies van vele waardevolle boekencollecties omschreef Saad Eskander, directeur van de Nationale Bibliotheek en het Nationaal Archief, als een ‘nationale ramp die het voorstellingsvermogen te boven gaat’.

    ‘Dit was de enige bibliotheek die werd gespaard. Dat was te danken aan God en aan onze medewerkers en vrijwilligers. Gewone mensen, geen politie of bewakers, die hier bleven om de instelling te beschermen,’ vertelt sjeik Abdoelrahman, een vooraanstaand geestelijke die verbonden is aan de moskee.

    ‘Toen de Amerikanen poolshoogte kwamen nemen,’ vervolgt hij, ‘zeiden we dat we eenvoudige mensen waren die zich enkel bekommerden om ons heiligdom en onze religieuze voorwerpen, en dat we maar twee kalasjnikovs hadden voor onze veiligheid. We mochten die houden. Ze gingen weer weg.’

    Een Iraaks man redt een stapel boeken uit de verwoeste Nationale Bibliotheek in 2003. – © Oleg Nikishin / Getty Images
    Een Iraaks man redt een stapel boeken uit de verwoeste Nationale Bibliotheek in 2003. – © Oleg Nikishin / Getty Images

    Doodsbang dat de Qadiriyya-collectie hetzelfde lot zou treffen als andere geplunderde en in lichterlaaie gezette bibliotheken in Bagdad, besteedden hoofdbibliothecaris Abdoelmajid Mohamed en zijn personeel een volle dag aan het overbrengen van de meest kostbare boeken naar de kelder, die ze hermetisch afsloten terwijl in de hele stad geweervuur klonk. ‘Toen ik om tien uur ’s avonds wegging, waren de straten totaal verlaten,’ zegt Mohamed. ‘Iedereen was in die tijd doodsbang, dus reden er geen taxi’s. Ik ben te voet naar huis gegaan.’

    Het complex, tegenwoordig beschermd door betonnen muren en bewaakt door de militaire politie, doorstond in 2007 een aanslag met een autobom. De materiële schade was gering en er vielen relatief weinig burgerslachtoffers. Maar in 2014 werd het opnieuw bedreigd toen Aboe Bakr al-Baghdadi, de leider van IS, zijn strijders de opdracht gaf ‘de tombes van Hussein ibn Ali in Karbala (ten zuiden van Bagdad) en van Abdoel Qadir Jilani in Bagdad te vernietigen’, omdat het zou gaan om ‘polytheïstische centra’ van ketterse soefi’s en sjiieten.

    ‘We hielden ons hart vast na de verklaringen van die types van de zogenaamde Islamitische Staat, maar vertrouwden op God,’ zegt Sjeik Abdoelrahman, terwijl hij zich over een groep Pakistaanse pelgrims ontfermt. ‘Ze noemden zich moslims, maar wij vertegenwoordigen al eeuwenlang moslims en de islam, en we zijn er nog steeds. Waar zijn zij nu?’

    Volgens vrijwilligers lokt Jilani’s graf dagelijks een groot aantal Irakezen en honderden pelgrims. Soennieten zowel als sjiieten, die soms helemaal uit Pakistan en Mauritanië komen. Ook ontvangt het complex regelmatig christenen en af en toe een hindoe, en er schijnt zelfs elk jaar een boeddhist het heiligdom te bezoeken. Voor de bibliotheek hebben de bedevaartgangers echter weinig belangstelling.

    ‘Deskundigen voorkomen bederf door de boeken regelmatig te ‘vaccineren’. Onze bijna tweeduizend manuscripten, die ook erg waardevol zijn, behandelen ze met speciale middelen’

    Tot de verzameling behoren niet alleen religieuze boeken, maar ook veel waardevolle oude wetenschappelijke teksten en manuscripten. Het oudste is een 950 jaar oud werk over Arabische taalkunde. ‘We conserveren alles heel zorgvuldig omdat het uiterst kostbaar is,’ zegt Abdoelkarim. ‘Deskundigen voorkomen bederf door de boeken regelmatig te ”vaccineren”. Onze bijna tweeduizend manuscripten, die ook erg waardevol zijn, behandelen ze met speciale middelen.’

    Nora, een directe vrouwelijke afstammelinge van Jilani die in Londen studeert en daar hoopt te promoveren, brengt elk jaar een maand lang tussen de manuscripten door. Maar de leeszaal in de al-Qadiriyya-bibliotheek is heden ten dage vaak leeg. Honderden jaren lang kwamen er Iraakse studenten, onderzoekers en geleerden. Tegenwoordig geven die de voorkeur aan internet. De bibliotheek, die met 80.000 tot 85.000 titels een van de grootste van Bagdad is na de verwoestingen in 2003, moet nog wat aanhaken bij de moderne tijd. ‘We willen graag contact met bibliotheken in het buitenland, maar we hebben niet eens een e-mailadres,’ zegt Abdoelkarim.

    Auteur: Tom Westcott
    Vertaler: Carl Stellweg

    Middle East Eye
    Verenigd Koninkrijk | middleeasteye.net

    De website Middle East Eye werd in 2014 opgericht en wil de voornaamste nieuwsbron zijn voor het Midden-Oosten. Hoofdredacteur is David Hearst, voormalig buitenlandredacteur van The Guardian. Volgens critici heeft de site banden met de Moslimbroeders.

  • Raúl Castro treedt terug – maar raakt niet uit zicht

    Raúl Castro treedt terug – maar raakt niet uit zicht

    In februari krijgt Cuba een nieuwe president, als opvolger van Raúl Castro. Maar dat betekent niet dat de Castro-clan alle macht opgeeft, denken analisten. Daarvoor zijn de verhoudingen met de VS sinds de verkiezing van Donald Trump te gespannen.

    Wie de Cubaanse leider Raúl Castro na de aanstaande presidentsverkiezingen ook zal opvolgen, hij zal een storm van uitdagingen het hoofd moeten bieden met als absoluut hoogtepunt orkaan Donald Trump. De zesentachtigjarige Castro heeft gezegd dat hij van plan is na de landelijke verkiezingen van februari 2018 terug te treden als hoofd van de Staatsraad en de Ministerraad. Wel verwacht men dat hij zal aanblijven als leider van de Cubaanse Communistische Partij van Cuba.

    Sinds Donald Trump in januari 2017 zijn intrede deed in het Witte Huis is de relatie tussen de Verenigde Staten en Cuba duidelijk bekoeld. Zo verharde Trump zijn taal tegen Castro en heeft hij gezegd korte metten te maken met de toenaderingspolitiek van zijn voorganger Obama.

    Zakendoen met staatsbedrijven die door Cubaanse militairen worden geleid, is voortaan verboden. De spanning tussen beide landen liep onrustbarend op toen het nieuws naar buiten kwam dat Amerikaanse diplomaten in Havana en medewerkers van de ambassade doelwit zouden zijn van aanvallen met geluidswapens of iets van dien aard. Beide regeringen hebben over en weer beschuldigingen geuit en de aanvankelijk terughoudende Cubaanse media deinzen er niet langer voor terug om Trump een ongelikte beer te noemen. Al hebben de Verenigde Staten de Castro-regering niet rechtstreeks beschuldigd, toch hamert regeringswoordvoerder Heather Nauert erop dat de Cubaanse regering op de hoogte moet zijn geweest van wat er is voorgevallen. Op zijn beurt heeft Cuba verklaard zich van geen kwaad bewust te ziijn. De hele episode lijkt een flashback van de Koude Oorlog.

    ‘De Communistische Partij heeft veel ervaring met het voeren van een sober beleid. In de jaren negentig wist ze de eenheid in Cuba te bewaren’

    Voor Domingo Amuchástegui, voormalig analist bij de Cubaanse inlichtingendienst en momenteel woonachtig in Miami, is het ‘ondenkbaar’ dat onder de huidige omstandigheden iemand terug zal treden.

    Het ‘Trump-effect’ is voelbaar in het politieke debat in Cuba, menen enkele analisten. Trumps nieuwe maatregelen, die het reizen naar Cuba en de handel met staatsbedrijven aan banden leggen, voeden de oude staat-van-beleg-mentaliteit op het eiland, zegt 
de Cuba Study Group, de Cubaans-Amerikaanse organisatie die de toenaderingspolitiek van oud-president Barack Obama steunde. Hoe groot de macht is van de conservatieven binnen de Cubaanse regering bleek al toen de regering de afgifte van nieuwe licenties voor werknemers in de private 
sector stopzette. ‘Raúl Castro zegt al langer dat de oude mentaliteit het voornaamste obstakel voor hervormingen is. Ook heeft hij gezegd dat de hervormingen zo snel gaan als de consensus dat toestaat. Die twee dingen wijzen er wel degelijk op dat er een groep is die het proces vertraagt,’ meent Carlos Alzugaray, oud-ambassadeur van Cuba bij de Europese Unie.

    Wie de nieuwe president van Cuba ook wordt, hij zal het hoofd moeten bieden aan ingewikkelde uitdagingen die van invloed zijn op zijn politieke speelruimte. De olievoorziening uit Venezuela is het afgelopen jaar opgedroogd omdat Cuba’s bondgenoot zelf kampt met een economische crisis. Orkaan Irma, die over de noordkust van het eiland trok, heeft een spoor van verwoestingen achtergelaten. De Cubanen morren over de traag verlopende herstelwerkzaamheden en er waren kleine, spontane protestacties in de hoofdstad en in een aantal provincies. Econoom Carmelo Mesa-Lago verwacht dat de Cubaanse economie dit jaar opnieuw met 0,3 procent zal krimpen – het afgelopen jaar werd afgesloten met een recessie. Volgens Mesa Lago zit Cuba in de zwaarste economische crisis sinds 1990, het jaar waarin de Sovjet-Unie uiteenviel.

    Moody’s Investors Service voorspelt dat als gevolg van orkaan Irma en de nieuwe maatregelen van de Trump-regering de Cubaanse economie met 0,5 procent zal krimpen. Manuel Cuesta Morúa, een tegenstander van het regime, die het voortouw nam om onafhankelijke kandidaten op de lokale verkiezingslijsten te krijgen, acht het niet uitgesloten dat Raúl Castro voorlopig aanblijft als hoofd van de regering vanwege ‘de kritieke situatie’ waarin Cuba plotseling terecht is gekomen door de nasleep van orkaan Irma en de verslechterde relatie met de Verenigde Staten. ‘Zo’n crisis kan beter door ervaren mensen worden aangepakt dan door nieuwkomers.’ Wel denkt Morúa dat Raúl Castro het regeren zal overlaten aan vicepresident Miguel Díaz-Canel, de zichtbaarste kandidaat tot nu toe. ‘Ik denk dat de Cubanen in institutionele zin voldoende zijn voorbereid om de toenemende problemen te trotseren en tegelijkertijd de politieke overgang door te zetten,’ zegt Richard Feinberg, docent politicologie aan de Universiteit van Californië in San Diego. ‘De Communistische Partij heeft veel ervaring met het voeren van een sober beleid. In de jaren negentig wist ze de eenheid in Cuba te bewaren.’

    De gebroeders Castro.
    De gebroeders Castro.

    ‘Het is weinig waarschijnlijk, zo niet onmogelijk dat er zich géén wisseling van de wacht zal voordoen in de hoge echelons van de regering,’ meent oud-ambassadeur Alzugaray. ‘Raúl Castro heeft duidelijk te kennen gegeven dat hij wil terugtreden en de institutionele basis wil leggen voor het Cuba na de Castro’s. Raúl Castro is bijna negentig en staat bekend als iemand die het fijn vindt tijd met zijn familie door te brengen. Hij zal nu niet terugkrabbelen,’ aldus de Cubaanse ex-diplomaat. ‘Hij heeft niet voor niets voorgesteld dat een president maar twee termijnen mag aanblijven. Op die regel zal hij niet de eerste uitzondering zijn.’

    Castro’s plannen dateren van 2013. Toen zei hij voor het eerst dat hij van plan was zich na vijf jaar uit de staatsraad terug te trekken. Op het zevende congres van de Communistische Partij van Cuba in 2016 heeft de president voorgesteld een leeftijdslimiet in te stellen voor leden van de regering en van de Communistische Partij, een voorstel dat door de aanwezige tachtigers die tot de ‘historische generatie’ behoren – de mannen die samen met Fidel en Raúl Castro deelnamen aan de omverwerping van de Baptista-dictatuur – lauwtjes werd ontvangen.

    ‘Vanaf het moment dat hij president werd (officieel in 2008) heeft Castro gepoogd de instituties te versterken, hetgeen de beste garantie op voortzetting van het regime zou zijn,’ aldus William LeoGrande, docent aan de American University. ‘Maar Castro heeft met geen woord gerept over het opgeven van zijn plek als eerste secretaris van de Communistische Partij van Cuba, en in die hoedanigheid heeft hij een grote vinger in de pap bij belangrijke beslissingen.’

    Ander debat

    Maar zelfs áls Castro uit de regering stapt, dan liggen de kaarten van het politieke debat nu anders, meent Arturo López Levy van de Universiteit van Texas in Río Grande en voormalig analist bij de Cubaanse inlichtingendienst. ‘Eerst ging het erover of vicepresident Díaz-Canel genoeg in huis had om te kunnen omgaan met een geglobaliseerde wereld en een pluriformere samenleving. Nu is het debat over de politieke hervormingen in Cuba uitgesteld of zelfs stopgezet,’ aldus López Levy. De regering heeft bijvoorbeeld het verzoek afgewezen van meer dan honderd onafhankelijke kandidaten om deel te mogen nemen aan de lokale verkiezingen van 26 november. In plaats van over progressievere kandidaten of andere politieke hervormingen gaat het huidige debat erover of Díaz-Canel en zijn team voldoende zijn klaargestoomd om een adequate strategie te ontwikkelen tegen Trump, en of ze de energie hebben om het tegen Washington op te kunnen nemen.

    Auteurs: Nora Gámez Torres en Mimi Whitefield
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    El Nuevo Herald
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 95.000

    In 1977 voor het eerst uitgebracht als bijlage van de Miami Herald, staat sinds 1986 op eigen benen. Dé Spaanstalige krant (de tweede en meest gelezen in de VS) van de latinogemeenschap in Miami.