Tag: VS

  • De Iran-oorlog is het zoveelste ethische obstakel voor het WK in de VS

    De Iran-oorlog is het zoveelste ethische obstakel voor het WK in de VS

    De VS, het hoofdgastland van het wereldkampioenschap voetbal 2026, zijn in oorlog met een land dat zich heeft gekwalificeerd. De ethische conflicten rond dit kampioenschap worden met de dag groter.

    Volgens Donald Trump is Iran nog steeds welkom op het kampioenschap, al zou het land voor zijn eigen veiligheid misschien beter van deelname kunnen afzien, zegt hij. Iran, op zijn beurt, heeft aangegeven dat degenen die van het toernooi zouden moeten worden uitgesloten juist de Amerikanen zijn in plaats van zijzelf. Ondertussen houdt FIFA-voorzitter Gianni Infantino vol dat het wereldkampioenschap mensen dichter bij elkaar kan brengen.

    In de FIFA-statuten staat nergens dat gastlanden niet in staat van oorlog mogen verkeren. Wel verbindt de organisatie zich in artikel 3 aan het respecteren van de internationaal overeengekomen mensenrechten. Desondanks kende Infantino de eerste FIFA Peace Prize toe aan Trump. Bovendien was hij aanwezig bij de lancering van de door Trump opgerichte Vredesraad, hoewel artikel 4 stelt dat de organisatie op politiek gebied neutraal is.

    ‘Trump en Infantino doen gewoon wat ze willen, zonder zich te houden aan de democratische principes van de organisaties die ze vertegenwoordigen,’ zegt Alan Tomlinson, professor aan de University of Brighton en gespecialiseerd in de sociale geschiedenis van sport in het algemeen en die van de FIFA in het bijzonder.

    Iran

    Het besluit van de VS om samen met Israël een oorlog te beginnen tegen Iran is niet de enige reden waarom voetbalfans zich afvragen of ze er goed aan doen naar het toernooi af te reizen en of het evenement eigenlijk wel door zou moeten gaan.

    In de maanden voorafgaand aan het uitbreken van de oorlog waren het gewelddadige optreden van ICE-agenten jegens migranten, inreisverboden voor sommige nationaliteiten, moeilijkheden rond het verkrijgen van visa en de prijs van toegangskaarten aanleiding voor vele discussies en zorgen rond het wereldkampioenschap. De wedstrijden worden verdeeld over de VS, Canada en Mexico, maar het overgrote deel (78 van de 104) wordt gespeeld in de VS. Eind januari, toen Trump dreigde Groenland te zullen binnenvallen, werd de roep om een Europese boycot luider. De vraag is of de oorlog met Iran een sleutelmoment zal zijn voor het WK 2026.

    ‘Ik denk niet dat Iran het kantelpunt zal zijn, maar dat zou het misschien wél moeten zijn,’ zegt onderzoeker Jake Wojtowicz, die schrijft over sportfilosofie en zich vooral richt op de ethische dilemma’s van de sportfan. Volgens hem is het een kwestie van perceptie.

    ‘Infantino heeft de ethische conflicten die het huidige voetbal kenmerken ongetwijfeld verergerd’

    ‘Amerika heeft in het Westen een enorme culturele invloed, terwijl dat voor [gastland WK 2022] Qatar totaal niet geldt. Dus als er bij het WK een land naar voren komt waarvan bekend wordt dat er onacceptabele praktijken gaande zijn, is het makkelijker om kritisch te zijn. Aan misdragingen van de VS zijn we al gewend.’

    In de internationale sportwereld komen geregeld ethische dilemma’s voor, zoals we konden zien bij de laatste twee wereldkampioenschappen, in Rusland (2018) en Qatar (2022). Maar is de oorlog tegen Iran onze denkwijze over het kampioenschap aan het veranderen?

    ‘Een gastland in oorlog, met een politiek leider die vol trots een dubieuze vredesprijs accepteert, terwijl het vijf weken durende mondiale sportevenement al voor de deur staat, is ongetwijfeld een morele grens die we niet zouden moeten overschrijden,’ zegt Tomlinson. ‘Maar morele grenzen zijn geen commerciële of economische overwegingen.’

    Ongehoord

    Wojtowicz is het met hem eens. ‘Ik denk dat het probleem ontstaat wanneer je in principe vindt dat dit [de oorlog tegen Iran] onacceptabel is en dan naar het WK gaat of op tv naar de wedstrijden kijkt en begint te denken dat de VS eigenlijk zo slecht nog niet zijn,’ zegt hij. ‘Dan associeer je de VS ineens met Harry Kane die in de finale twee goals scoort tegen Brazilië in plaats van met ICE en de uitzettingen van migranten. Dat is het risico: dat het WK je moreel beoordelingsvermogen in de weg zit.’

    Voor dit artikel werden Human Rights Watch en Amnesty International benaderd, maar er kwam geen reactie. Wel uitten deze twee organisaties eind 2025 publiekelijk hun zorgen over het handelen van de FIFA en verzochten de wereldvoetbalbond met klem om mensenrechtenkwesties aan te pakken.
    ‘Infantino’s handelen is op politiek en ethisch vlak ongehoord,’ vindt Tomlinson.

    Dat was wel anders toen hij in functie trad, als opvolger van Sepp Blatter, wiens bestuur getekend was door schandalen. Maar Infantino heeft het in vele opzichten nog bonter gemaakt dan zijn voorgangers.
    Infantino heeft na afloop van het WK in Rusland in 2018 uit handen van Vladimir Poetin een prijs aangenomen, in de aanloop naar het controversiële WK in Qatar bleef hij Qatar steunen en ging er zelfs wonen, en zonder al te lang beraad wees hij Saoedi-Arabië aan als gastland voor de editie van 2034. In de aanloop naar het aankomende WK ging hij in Miami wonen, zo’n beetje voor de deur bij zijn mentor Trump,’ legt Tomlinson uit.

    ‘Dat is niet hoe een vertegenwoordiger van een mondiale democratische organisatie zich zou moeten gedragen. Infantino heeft de ethische conflicten die het huidige voetbal kenmerken ongetwijfeld verergerd,’ voegt hij eraan toe.

    Toch doorgang

    Veel sportevenementen hebben zich gesteld gezien voor ethische dilemma’s, maar in de meeste gevallen vinden ze toch doorgang. Een onderzoek uit 2025 van Paul Bertin en Pauline Grippa, gepubliceerd in Political Psychology, wees uit dat veel fans die van plan waren geweest de editie in 2022 te boycotten dat uiteindelijk niet hebben gedaan. Onder andere op basis hiervan concludeert Wojtowicz dat de grote aantrekkingskracht van voetbal boycots onwaarschijnlijk maakt. Toch moeten fans kritisch blijven, vindt hij.

    ‘Als iemand zich naar je omdraait en opmerkt: “Nou, die Trump heeft toch maar een mooi WK neergezet, of niet?”, zou je moeten antwoorden: “Waar héb je het over? Dat is niet aan hem te danken, hij gebruikt het WK alleen maar om zijn image te verbeteren,”’ zegt Wojtowicz.

    ‘Het belangrijkste is dat je je betrokken toont. Dat je nadenkt en de dingen niet zomaar laat passeren omdat het WK tóch wel doorgaat,’ zegt Wojtowicz. ‘Ook kleine verzetsdaden kunnen helpen.’

  • Hoe Pedro Sánchez de Europese aartsvijand van Donald Trump werd

    Hoe Pedro Sánchez de Europese aartsvijand van Donald Trump werd

    Waar andere Europese leiders zwijgen, spreekt de Spaanse premier zich uit tegenover Donald Trump. Maar volgens sommigen heeft hij zich verrekend.

    Toen de Spaanse premier Pedro Sánchez waarschuwde dat de Verenigde Staten met hun ‘illegale’ aanval op Iran een spiraal van geweld dreigden te ontketenen, haalde hij tegelijk hard uit naar Donald Trump, iets wat geen enkele andere Europese leider aandurft. Volgens Sánchez moeten politici het leven van mensen verbeteren: ‘Het is volstrekt onaanvaardbaar dat leiders die daar niet in slagen een oorlog gebruiken om hun eigen tekortkomingen te verhullen en ondertussen de zakken vullen van een kleine minderheid – van diegenen die profiteren wanneer de wereld stopt met het bouwen van ziekenhuizen en begint met het maken van raketten.’

    Zo’n sneer, een duidelijke verwijzing naar ongelijkheid en de macht van de rijken, hoor je zelden zo expliciet van een Europese leider. Sommigen proberen juist in te spelen op Trumps ijdelheid en persoonlijke belangen, bijvoorbeeld met staatsbezoeken, kostbare geschenken of zelfs golfpartijen. Anderen kiezen ervoor zijn ideologie deels over te nemen of hun meningsverschillen juist te bagatelliseren.

    Maar Sánchez – de meest ervaren socialistische leider binnen de EU, en politiek linkser dan zijn Britse tegenhanger Keir Starmer – is de enige die openlijk de confrontatie met de Amerikaanse president aangaat. Omgekeerd is Sánchez voor Trumps MAGA-beweging uitgegroeid tot het ideale mikpunt: het prototype van de linkse Europese politicus die te soft zou zijn op thema’s als defensie, China en migratie. Na meer dan een jaar van opborrelende spanningen heeft de oorlog in het Midden-Oosten de strijd tussen Trump en Sánchez tot een kookpunt gebracht.

    Sánchez is voor Trumps MAGA-beweging uitgegroeid tot het ideale mikpunt

    De vraag is of de Spaanse leider, een zelfverklaard pacifist, te ver is gegaan: hij weigerde de VS toegang tot twee militaire bases in Spanje en haalde fel uit naar de Amerikaans-Israëlische aanvallen, die hij vergeleek met de ‘onrechtmatige’ invasie van Irak in 2003.

    Trump dreigde op zijn beurt Spanje te straffen voor het blokkeren van die bases door de handel met het land stop te zetten. ‘We willen niets met Spanje te maken hebben,’ zei de Amerikaanse president, waarbij hij zinspeelde op een algeheel ‘embargo’ om de handel volledig stil te leggen.

    Handel

    Hoewel het tot nu toe bij harde woorden is gebleven, vragen analisten zich af of Sánchez binnenkort echt de gevolgen van Trumps woede zal ondervinden.

    ‘Het Iran-beleid is een misrekening voor Spanje,’ zegt Juan Luis Manfredi, docent buitenlandse politiek aan de Universiteit van Castilla-La Mancha. ‘De VS zullen wel andere havens of bases vinden voor hun operaties. Spanje wint hier niets mee en loopt het risico zich juist op een bijzonder gevoelig moment verder te profileren als politieke tegenstander.’

    De Spaanse sectoren die het meest naar de VS exporteren zijn olijfolie, wijn, keramiek, elektrische apparatuur en machines. Toch is Spanje voor zijn uitvoer minder afhankelijk van de VS dan veel andere eurolanden: in 2025 ging slechts 4,6 procent van de export naar de VS, aldus de Spaanse centrale bank.

    DOS Sanchez edited
    Pedro Sánchez, tijdens een vragenuur in het parlement in Madrid. – © Getty Images

    Volgens Manfredi ligt de kwetsbaarheid voor Spanje eerder bij de import van gas uit de VS. Spanje is een belangrijk Europees knooppunt voor vloeibaar aardgas (lng), waarvan de VS de afgelopen twaalf maanden goed waren voor 31 procent van de aanvoer – en in januari zelfs 44 procent, volgens de Spaanse netbeheerder Enagás. ‘Stijgende energieprijzen zouden uiteindelijk het huidige kabinet in de problemen kunnen brengen,’ aldus Manfredi.

    Lange tijd pakten de ideologische verschillen tussen Trump en Sánchez voor beide kanten gunstig uit. Het opnemen tegen Trump viel goed bij Sánchez’ linkse achterban, maar ook bij Spanjaarden die hem na bijna acht jaar aan de macht minder genegen zijn.

    Amanda Sloat, voormalig Europa-adviseur van oud-president Joe Biden en nu hoogleraar aan IE University in Spanje, zegt: ‘Sánchez is de Europese leider die het meest consequent en openlijk tegen Trump ingaat. Juist omdat veel andere Europese leiders bewust stil blijven, valt zijn kritiek extra op.’

    ‘Juist omdat veel andere Europese leiders bewust stil blijven, valt Sánchez’ kritiek extra op’

    Dat is ook de MAGA-beweging niet ontgaan. Zo haalde Elon Musk, een van Sánchez’ felste critici, recent nog naar hem uit op X. Nadat de premier had voorgesteld sociale media te verbieden voor kinderen onder de zestien, schreef Musk: ‘Dirty Sánchez is een tiran en een verrader van het Spaanse volk.’

    Ook de Heritage Foundation, een denktank die nauw verbonden is met de MAGA-beweging, bekritiseerde Spanje, omdat het spanningen tussen de VS en China deels wijt aan Amerikaans protectionisme. Vorig jaar, toen Sánchez zich voorbereidde op zijn derde bezoek in twee jaar aan de Chinese president Xi Jinping, waarschuwde de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent dat nauwere samenwerking met China zou neerkomen op jezelf in de voet schieten.

    Ook de Heritage Foundation stelt dat Spanjaarden in gevaar worden gebracht door wat zij een ‘onzorgvuldige’ nationale veiligheidsstrategie van Madrid noemt.

    NAVO en Europa

    De laatste openlijke botsing tussen Sánchez en Trump vond plaats in juni, toen de Spaanse premier weigerde in te stemmen met de nieuwe NAVO-norm om 5 procent van het bbp aan defensie te besteden. Trump verweet Spanje dat het ’gratis wil meeliften’ en dreigde het land ‘het dubbele’ te laten betalen via invoertarieven, al werd die dreiging uiteindelijk niet waargemaakt.

    Door de verwevenheid van Europese productieketens is het lastig om specifiek Spaanse goederen met importheffingen te treffen zonder ook andere EU-landen te raken. Maar Trump beschikt over een breed scala aan middelen, waaronder een volledig embargo dat voor Spanje veel schadelijker zou kunnen uitpakken. Bessent ontweek onlangs op CNBC een vraag over zo’n embargo, maar zei wel: ‘De Spanjaarden brengen Amerikaanse levens in gevaar.’

    Later verklaarde Karoline Leavitt, de woordvoerder van het Witte Huis, dat Spanje van koers was veranderd en had ingestemd met ‘samenwerking’ met het Amerikaanse leger. Spanje sprak dat met klem tegen: volgens minister van Buitenlandse Zaken José Manuel Albares was het standpunt ‘geen millimeter veranderd’.

    In de tussentijd sprak de Franse president Emmanuel Macron in een telefoongesprek met Sánchez zijn steun uit voor Spanje.

    ‘We zullen niet medeplichtig zijn aan iets dat slecht is voor de wereld’

    In Spanje verwijten critici de premier dat hij zijn buitenlandse beleid inzet om in eigen land politiek voordeel te behalen

    Volgens Paco Camas, hoofd opinieonderzoek bij peilingbureau Ipsos in Spanje, brengt Sánchez’ verzet tegen Trump de conservatieve Partido Popular, de belangrijkste oppositiepartij, in een lastig parket, omdat haar kiezers de Amerikaanse president overwegend afwijzen. De rechts-populistische partij Vox is daarentegen eerder geneigd Trumps kant te kiezen. Volgens Camas is het conflict met Iran voor Sánchez bovendien een kans: ‘Het stelt hem in staat het initiatief te nemen, een eigen geluid te laten horen en zichtbaarder te zijn.’

    Op het internationale toneel probeerde Sánchez de kritiek te pareren dat zijn standpunten onrealistisch zouden zijn. ‘Ik geloof helemaal niet dat onze houding naïef is,’ zei hij. ‘We zullen niet medeplichtig zijn aan iets dat slecht is voor de wereld en indruist tegen onze waarden en belangen, simpelweg uit angst voor mogelijke vergeldingsmaatregelen.’

  • Iran heeft ‘geen intentie om te onderhandelen’. Trump beweert van wel 

    Iran heeft ‘geen intentie om te onderhandelen’. Trump beweert van wel 

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ghana en de EU tekenen hun eerste partnerschapsovereenkomst 

    » Belarussisch president Loekasjenka brengt tweedaags bezoek aan Noord-Korea 

    Het Witte Huis lijkt bezorgd over de nasleep van de oorlog

    ‘Soms worden er dingen gezegd (…) maar kan dat op geen enkele manier worden omschreven als dialoog of onderhandeling’, zei minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi woensdag tegen de Iraanse staatstelevisie. 

    ‘Ze onderhandelen wel degelijk en willen absoluut tot een akkoord komen, maar ze durven dat niet te toe te geven,’ sprak de Amerikaanse president hem even later tegen. Trump suggereerde dat Iraanse functionarissen zwegen uit ‘angst’ om ‘door hun eigen mensen te worden gedood’. 

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Naarmate de oorlog heviger wordt, groeit de bezorgdheid binnen de Amerikaanse regering over het gebrek aan een duidelijk plan voor wat er daarna komt’, vertelden voormalige Amerikaanse functionarissen en nauwe bondgenoten van het Witte Huis aan de BBC

    Terwijl er in de Amerikaanse pers berichten verschenen over de verplaatsing van duizenden troepen richting het Midden-Oosten, waarschuwde de voorzitter van het Iraanse parlement, Mohammad Bagher Ghalibaf, woensdag dat de ‘vijanden’ van de Islamitische Republiek zich voorbereidden om een ​​van haar eilanden in de Perzische Golf binnen te vallen. 

    In het geval van een Amerikaanse grondinvasie zou Iran een ‘nieuw front’ openen in een zeestraat die cruciaal is voor het wereldwijde scheepvaartverkeer en die de Rode Zee verbindt met de Golf van Aden, aldus een militaire bron tegenover persbureau Tasnim.

  • VS: Trump ontslaat zijn minister van Binnenlandse Veiligheid, Kristi Noem 

    VS: Trump ontslaat zijn minister van Binnenlandse Veiligheid, Kristi Noem 

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VK: Labour wil onderzoek laten instellen naar donaties voor Reform UK 

    » De EU gaat de term ‘plantaardige steak’ verbieden 

    Ze wordt ‘speciaal gezant’ voor Latijns-Amerika 

    De Amerikaanse president kondigde donderdag het ontslag aan van Kristi Noem, een sleutelfiguur in zijn beleid van massale deportaties van immigranten. De Republikeinse minister, die als ‘speciaal gezant’ voor Latijns-Amerika zal fungeren, wordt op 31 maart vervangen door de Republikeinse senator Markwayne Mullin, zo maakte Trump bekend op zijn sociale medium Truth Social. 

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Deze aankondiging lijkt Kristi Noem te hebben verrast, aangezien ze aan naaste medewerkers had verteld dat de president haar had gevraagd aan te blijven tot de tussentijdse verkiezingen, aldus een bericht in The Washington Post

    Volgens de Amerikaanse krant was Trump met name boos over het feit dat zijn minister tijdens gespannen hoorzittingen in het Congres deze week beweerde zijn goedkeuring te hebben gekregen voor een reclamecampagne van 220 miljoen dollar. Deze campagne zou bedoeld zijn om immigranten aan te moedigen terug te keren naar hun land van herkomst in plaats van te wachten op deportatie.

  • De VS claimen al de overwinning: ‘Iran is verslagen en dat weten ze’

    De VS claimen al de overwinning: ‘Iran is verslagen en dat weten ze’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brazilië: Senaat ratificeert vrijhandelsakkoord tussen EU en Mercosur

    » Oorlog in Oekraïne: Poetin laat twee Oekraïens-Hongaarse gevangenen vrij

    Trump heeft onbeperkte bevoegdheden om het conflict te leiden

    ‘De oorlog in het Midden-Oosten wordt steeds minder een Midden-Oosten-oorlog’, merkt El País op, nu het conflict zich steeds verder buiten de landsgrenzen verspreidt. Op de vijfde dag van het conflict breidde de Israëlisch-Amerikaanse oorlog zich uit naar de Indische Oceaan, ‘waar de Verenigde Staten een Iraans oorlogsschip tot zinken brachten voor de kust van Sri Lanka’. Turkije, een NAVO-lid, ‘onderschepte een raket die vanuit Iran was afgevuurd’ en Frankrijk ‘steun verleende aan de Verenigde Arabische Emiraten bij het neerhalen van drones die door Teheran waren gestuurd’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ondanks deze ‘voortdurende geografische uitbreiding van het conflict’ gaf het Pentagon in de persoon van defensieminister Pete Hegseth een ‘boodschap af om de wereld een triomfaal beeld te schetsen’, voegt de Spaanse krant eraan toe. ‘We winnen’, verklaarde Hegseth. ‘Iran zal het niet veel langer volhouden dan wij, ze zijn verslagen en dat weten ze’, verkondigde hij.

    Trump gebruikte soortgelijke taal. ‘Op militair gebied doen we het erg goed – dat is nog zacht uitgedrukt.’ Om er met zijn gebruikelijke grootspraak aan toe te voegen: ‘Iemand vroeg me: “Welk cijfer zou u de operatie geven op een schaal van 1 tot 10?” Ik zei: ongeveer 15.’

    Ondanks de Amerikaanse tegenstand – 59 procent van de Amerikanen keurt de bombardementen op Iran af, aldus een peiling van CNN van afgelopen weekend – zal Donald Trump het conflict naar eigen goeddunken kunnen leiden.

    De Amerikaanse Senaat stemde namelijk tegen een resolutie die de bevoegdheden van de Amerikaanse president in de oorlogvoering wilde beperken, ‘ondanks de zorgen die door verschillende Republikeinse senatoren werden geuit over het ontbreken van een duidelijke strategie om het conflict te beëindigen’, aldus The Hill.

  • Waarom kozen de VS en Israël juist nu voor oorlog met Iran?

    Waarom kozen de VS en Israël juist nu voor oorlog met Iran?

    Om de week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de snel escalerende oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran. Wat schrijven buitenlandse media over de achtergrond van het conflict – en over de mogelijke gevolgen voor de regio en de wereldeconomie?

    Proberen de Verenigde Staten en Israël het Midden-Oosten opnieuw vorm te geven?

    Volgens verschillende internationale analyses is de aanval op Iran meer dan een militaire operatie. Het Israëlische platform Ynet beschrijft de campagne van de Verenigde Staten en Israël bijvoorbeeld als een poging om de geopolitieke orde in het Midden-Oosten ingrijpend te veranderen.

    Iran speelt al jaren een centrale rol in een regionaal netwerk van bondgenoten en milities, waaronder Hezbollah in Libanon, sjiitische milities in Irak en de Houthi’s in Jemen. Door Iran zelf aan te vallen, proberen Washington en Tel Aviv niet alleen het nucleaire programma van het land te verzwakken, maar ook deze bredere machtsstructuur te ondermijnen, schrijft Ynet.

    Toch gaat het volgens analisten om een strategische gok. Als Iran besluit het conflict uit te breiden via zijn bondgenoten, kan de oorlog snel regionaliseren. Bovendien kan een aanval op het regime in Teheran politieke chaos veroorzaken – een scenario dat in landen als Irak en Libië eerder tot langdurige instabiliteit leidde.

    De VS en Israël proberen het Iraanse regime militair zo zwaar te verzwakken dat het zijn regionale invloed verliest

    In het Libanese dagblad L’Orient-Le Jour wordt de oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran gezien als onderdeel van een bredere hertekening van de machtsverhoudingen in het Midden-Oosten. De krant schrijft dat Washington en Tel Aviv het Iraanse regime militair zo zwaar proberen te verzwakken dat het zijn regionale invloed verliest – of uiteindelijk instort.

    Toch blijft het onzeker of deze strategie zal slagen. Volgens L’Orient-Le Jour hangen de ontwikkelingen van het conflict vooral af van twee cruciale vragen: hebben de Verenigde Staten en Israël een duidelijke exit-strategie, en hoe ver zal Iran gaan in zijn tegenaanval?

    Teheran beschikt over verschillende mogelijkheden om de kosten van de oorlog te verhogen. Zo kan het land Amerikaanse bases in de Golfregio aanvallen, regionale milities activeren of proberen de Straat van Hormuz te verstoren.

    Ook Hezbollah speelt hierin een belangrijke rol. De Libanese militie heeft gedreigd Iran te steunen als het regime ernstig wordt bedreigd. Tegelijk zou een directe deelname aan de oorlog voor Hezbollah – en voor Libanon – waarschijnlijk verwoestende gevolgen hebben.

    ‘Zelfs binnen de logica van Hezbollah lijkt het opofferen van Libanon om Iran te redden moeilijk te rechtvaardigen’

    Dat plaatst de organisatie voor een strategisch dilemma: loyaal blijven aan Iran, of voorkomen dat Libanon opnieuw het toneel wordt van een grote oorlog met Israël. ‘Zelfs binnen de logica van Hezbollah lijkt het opofferen van Libanon om Iran te redden moeilijk te rechtvaardigen’, schrijft L’Orient-Le Jour

    De geopolitieke betekenis van het conflict wordt overigens nog groter door de dood van de Iraanse leider Ali Khamenei. In The Atlantic beschrijft Iran-expert Karim Sadjadpour hem als ‘de woordvoerder van een geest’, een leider die probeerde een revolutionair systeem in stand te houden dat steeds minder aansluiting vond bij de Iraanse samenleving.

    Khamenei stond sinds 1989 aan het hoofd van de Islamitische Republiek en zag het als zijn historische taak om de revolutie van 1979 te beschermen. Volgens Sadjadpour hield het regime zich vooral staande dankzij de veiligheidsdiensten en de Revolutionaire Garde, terwijl de ideologische legitimiteit bij een groot deel van de bevolking geleidelijk afbrokkelde.

    The Atlantic wijst bovendien op iets ironisch: Khamenei stond bekend om slogans als ‘Death to America’ en ‘Death to Israel’, maar stierf uiteindelijk door een aanval van precies die landen. Daarmee symboliseert zijn dood ook de confrontatie die hij zelf jarenlang heeft aangewakkerd, aldus het Amerikaanse opinieblad.

    Waarom breekt deze oorlog juist nu uit?

    Niet alle analyses richten zich uitsluitend op de geopolitieke logica van het conflict. In het essay Why Attack Iran? op zijn Substack stelt historicus Timothy Snyder een andere vraag: waarom vindt deze oorlog juist op dit moment plaats?

    Volgens hem verklaren officiële argumenten – zoals nucleaire dreiging of regionale veiligheid – de timing van de aanval niet volledig. In plaats daarvan suggereert Snyder dat het conflict mogelijk moet worden begrepen vanuit de binnenlandse politiek van de Verenigde Staten.

    In de geschiedenis zijn buitenlandse oorlogen vaker gebruikt om politieke steun te mobiliseren of leiders intern te versterken. Nationale crises kunnen de oppositie verzwakken, kritiek als onpatriottisch framen en de aandacht van binnenlandse problemen afleiden.

    Daarom pleit Snyder ervoor om niet alleen naar geopolitieke motieven te kijken: ‘Wanneer een oorlog geen duidelijke verklaring heeft, moeten we vragen wie er politiek voordeel bij heeft.’

    Ook binnen de Verenigde Staten klinkt kritiek op de manier waarop de oorlog is begonnen. In The New York Times bekritiseert columnist David French het feit dat president Donald Trump de aanval op Iran aankondigde via een korte video op sociale media, zonder vooraf toestemming te vragen aan het Amerikaanse Congres.

    De Amerikaanse grondwet moest voorkomen dat één leider het land in een conflict kan storten

    Volgens French ondermijnt dat een fundamenteel principe van de Amerikaanse grondwet. De grondleggers van de Verenigde Staten wilden juist voorkomen dat één leider het land eigenhandig in een oorlog kon storten. Daarom verdeelt de grondwet de militaire macht bewust tussen twee instellingen: het Congres, dat het aangaan van een oorlog moet goedkeuren, en de president, die als opperbevelhebber de strijdkrachten aanvoert.

    Volgens French dwingt deze verdeling een regering ook om haar plannen publiekelijk te verantwoorden: waarom een oorlog nodig is, wat de doelen zijn en welke risico’s eraan verbonden zijn.

    Hij verwijst naar een waarschuwing van Abraham Lincoln uit 1848, die destijds schreef dat koningen hun volk vaak in oorlog meeslepen die hun veel leed aandoen terwijl ze beweren dat deze in hun belang is. De Amerikaanse grondwet moest voorkomen dat één leider het land in een conflict kan storten.

    Wat betekent de oorlog voor de wereldeconomie – en voor Iran zelf?

    De gevolgen van een oorlog met Iran reiken bovendien ver voorbij het Midden-Oosten. In een analyse waarschuwt The Economist dat het conflict kan uitmonden in de grootste schok op de oliemarkt in jaren.

    Het grootste risico ligt bij de Straat van Hormuz, de smalle zeestraat tussen Iran en Oman waar dagelijks ongeveer vijftien miljoen vaten olie passeren – bijna een derde van alle olie die wereldwijd over zee wordt vervoerd. Als die route wordt verstoord, kunnen energieprijzen wereldwijd sterk stijgen.

    Volgens het tijdschrift hangen de olieprijzen af van drie factoren: welke doelen Iran kiest voor zijn tegenaanvallen, of olie de wereldmarkt nog kan bereiken en wat er politiek met Iran gaat gebeuren. ‘De onzekerheid die de oorlog ontketent kan nog lang blijven hangen,’ aldus The Economist.

    Veel van deze dissidenten waarschuwen dat een buitenlandse oorlog Iran niet zal bevrijden

    Te midden van alle geopolitieke analyses wijst tijdschrift The Nation op een perspectief dat in het internationale debat vaak onderbelicht blijft: dat van Iraanse dissidenten zelf.

    Na de recente protesten veroordeelden activisten, schrijvers, vakbonden en studenten de massale repressie door het regime. Zij spreken van ernstige mensenrechtenschendingen en eisen politieke hervormingen, de vrijlating van politiek gevangenen en een democratische transitie.

    Tegelijk waarschuwen veel van deze dissidenten dat een buitenlandse oorlog Iran niet zal bevrijden, maar juist verder kan destabiliseren. Volgens hen zou militaire escalatie de hardliners binnen het regime versterken en vooral de Iraanse bevolking treffen.

    Volgens deze groep Iraniërs – die zowel het autoritaire regime als buitenlandse interventie afwijzen – kan echte verandering alleen van binnenuit komen. ‘Buitenlandse militaire interventie zal ons niet bevrijden, maar begraven,’ aldus de activisten geciteerd door The Nation.

  • VS: vader van schoolschutter schuldig bevonden aan moord en doodslag

    VS: vader van schoolschutter schuldig bevonden aan moord en doodslag

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Polen: drie artsen veroordeeld tot celstraf wegens dood zwangere vrouw 

    » Voorverkiezingen in Texas: nieuwe stemregels zorgen voor verwarring 

    Hij had zijn zoon een geweer cadeau gedaan 

    De vader van een tienerjongen die ervan beschuldigd wordt twee leerlingen en twee leraren te hebben gedood bij een schietpartij op een middelbare school in Georgia in 2024, is dinsdag schuldig bevonden voor onder andere doodslag, aldus The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De vierenvijftigjarige Colin Gray werd veroordeeld voor meer dan twintig aanklachten, waaronder doodslag en onvrijwillige doodslag, in verband met de dodelijke schietpartij op 4 september op de Apalachee High School in Georgia. Hij pleitte onschuldig aan alle aanklachten.

    De aanklagers beschuldigen Gray van ‘criminele nalatigheid’ en betogen dat hij zijn veertienjarige zoon Colt Gray toegang gaf tot een vuurwapen en munitie nadat hij ‘voldoende waarschuwingen had ontvangen dat Colt Gray een ander leed zou kunnen toebrengen’. Ook zou hij op de hoogte zijn geweest van de geestelijke toestand van zijn zoon. 

    Colt Gray wordt ervan beschuldigd op 4 september 2024 twee leerlingen en twee leraren op de Apalachee High School te hebben doodgeschoten met een aanvalsgeweer. Hij wordt aangeklaagd voor vijfenvijftig misdrijven, waaronder vier gevallen van moord met voorbedachten rade. De aanklagers vervolgen hem als volwassene. Hij heeft onschuldig gepleit en wacht op zijn proces.

  • Voorverkiezingen in Texas: nieuwe stemregels zorgen voor verwarring 

    Voorverkiezingen in Texas: nieuwe stemregels zorgen voor verwarring 

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: vader van schoolschutter schuldig bevonden aan moord en doodslag

    » Polen: drie artsen veroordeeld tot celstraf wegens dood zwangere vrouw 

    Democraten verwijten Republikeinen het stemrecht te belemmeren

    Democratische kiezers werd dinsdag in twee districten de toegang tot stembureaus ontzegd tijdens de voorverkiezingen om de Democratische en Republikeinse kandidaten voor de tussentijdse verkiezingen in november te kiezen, meldt The Washington Post

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Normaal gesproken kunnen kiezers hun stem uitbrengen in elk stembureau in hun district. Maar een besluit van lokale Republikeinen in Texas veranderde deze regel, waardoor ze verplicht zijn om te stemmen in het stembureau in hun eigen district. Democraten beschuldigen de Republikeinen ervan de stemrechten te belemmeren. 

    Nu de tussentijdse verkiezingen, cruciaal voor het verloop van Trumps tweede presidentschap, nog maar een paar maanden verwijderd zijn, zullen deze voorverkiezingen naar verwachting een eerste indicatie geven van wat de kiezers belangrijk vinden.

    Volgens de eerste resultaten die dinsdagavond werden bekendgemaakt, zal eind mei een tweede stemronde nodig zijn tussen de zittende senator John Cornyn, een prominent figuur binnen het conservatieve establishment, en de 63-jarige procureur-generaal van Texas, Ken Paxton, een fervent Trump-aanhanger met radicale standpunten – met name tegen abortusrechten.

  • Oorlog en vrede mogen niet afhangen van één enkele man

    Oorlog en vrede mogen niet afhangen van één enkele man

    Door middel van een korte video gaf Donald Trump bevel tot een oorlog, zonder daarvoor toestemming te vragen aan het Congres. Volgens opinieschrijver en voormalig veteraan David French is dat ronduit gevaarlijk. ‘Het Iraanse regime verdient zijn ondergang, maar ik ben bang dat we niet meer dan de voorwaarden scheppen voor een nog groter bloedbad onder burgers, zonder dat we tegenstanders van het regime ook maar enig redelijk vooruitzicht op succes bieden.’

    Acht minuten.

    Zolang duurde het filmpje waarmee president Trump op sociale media zijn oorlog met Iran aankondigde. Hij ging niet naar het Congres. Hij vroeg niet om een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Nee, hij zette misschien wel de meest monarchale stap die hij in zijn toch al monarchale tweede termijn heeft gezet: hij gaf simpelweg bevel tot een oorlog.

    Ik doe voor niemand onder in mijn afkeer van het Iraanse regime. Ik zal geen traan laten om de dood van de hoogste leider ayatollah Khamenei, die zaterdag omkwam bij een luchtaanval. Mijn woede over het Iraanse bewind is persoonlijk. Toen ik in 2007 en 2008 in Irak in het leger diende, werden mannen die ik kende daar gedood of zwaar verwond door milities die door Iran werden gesteund, met wapens die door Iran waren geleverd. 

    Maar mijn persoonlijke afkeer gaat niet boven de grondwet, en dat zou voor iedereen moeten gelden. Zoals ik op zaterdag in een debat hierover met medecolumnisten al zei, ben ik bang dat veel mensen nu zullen zeggen: ‘Ach ja, in een ideale wereld had Trump dit eerst aan het Congres gevraagd, maar dat is een gepasseerd station.’ En zo moeten we deze oorlog juist níét benaderen.

    Toestemming

    Uiteindelijk komt het simpelweg hierop neer: Trump had het Congres om toestemming moeten vragen voor een aanval op Iran of hij had van een aanval moeten afzien. Zonder die toestemming verkleint hij de kans dat deze oorlog uiteindelijk een succes wordt en vergroot hij de kans dat we dezelfde fouten maken die wij, net als andere machtige landen, al vaker hebben gemaakt.

    Door hierop te wijzen offer je het landsbelang niet op aan juridische proceduredwang, maar herinner je Amerikanen aan de goede redenen waarom de beslissingsbevoegdheid over oorlog en vrede zo geregeld is als in onze grondwet.

    De grondwet van 1787 was vooral bedoeld om een republikeinse staatsvorm te vestigen. Daarvoor moesten de traditionele bevoegdheden van de vorst uiteengerafeld worden om ze onder te brengen bij verschillende takken van de overheid. Voor militaire aangelegenheden werd in de grondwet de bevoegdheid om een oorlog uit te roepen in andere handen gelegd dan het opperbevel over de strijdkrachten. Simpel gezegd mag Amerika eigenlijk alleen ten strijde trekken op last van het Congres, maar berust het opperbevel van de strijdkrachten in zo’n geval bij de president.

    Het belangrijkste van deze grondwettelijke taakverdeling is dat vrede vooropstaat. Ons land kan alleen oorlog gaan voeren als de regering een meerderheid van het Congres ervan weet te overtuigen dat een oorlog in het landsbelang is. En dit geldt zowel voor een directe oorlogsverklaring als voor de daaraan nauw verwante toestemming voor de inzet van militair geweld, zoals bij Desert Storm in de eerste Golfoorlog, operatie Enduring Freedom in Afghanistan en operatie Iraqi Freedom in Irak.

    Aan het einde van Desert Storm had de VS het Iraakse leger weggevaagd

    Maar dit grondwettelijke kader doet nog veel meer: het dwingt een regering ook om haar beleid te verantwoorden. Als een president het Congres toestemming vraagt om oorlog te voeren, moet hij daarvoor niet alleen schetsen wat zijn redenen zijn, maar ook welke doelen hij zich stelt. Zo kunnen eventuele zwaktes in het pleidooi voor die oorlog worden aangewezen, en kan de slaagkans dan wel het risico op mislukking worden ingeschat.

    Mij bekruipt bijvoorbeeld een akelig gevoel van déjà vu bij de suggestie dat het verzwakken van regeringstroepen door middel van luchtaanvallen zal leiden tot de omverwerping van het regime door ongewapende (of toch grotendeels ongewapende) burgerdemonstranten en de vorming van een nieuwe regering. Aan het einde van Desert Storm had de VS het Iraakse leger weggevaagd en veel meer slachtoffers gemaakt dan Israël en de VS dit weekend in Iran. Het Iraakse volk kwam in opstand en de hoop bestond dat de dictator zou worden afgezet en de democratie zou zegevieren. Maar Saddam Hoessein had nog steeds meer dan genoeg vuurkracht en genoeg trouwe aanhangers om de opstand neer te slaan, nog ruim tien jaar aan de macht te blijven en tienduizenden tegenstanders te vermoorden.

    Het Iraanse regime verdient zijn ondergang, maar ik ben bang dat we niet meer dan de voorwaarden scheppen voor een nog groter bloedbad onder burgers, zonder dat we tegenstanders van het regime ook maar enig redelijk vooruitzicht op succes bieden.

    En als het regime al bezwijkt, dan is er geen garantie dat het resultaat naar onze zin zal zijn. Van Irak tot Syrië en Libië hebben we al gezien dat burgeroorlog leidt tot chaos, extremisme, terrorisme en destabiliserende migratiegolven.

    Afweging

    In een openbaar debat in het Congres hadden deze punten allemaal afgewogen kunnen worden. De regering had ons kunnen voorbereiden op de consequenties, zoals verlies van mensenlevens en economische ontwrichting. In plaats daarvan zei Trump zaterdag in zijn summiere toespraak: ‘Dit kan moedige Amerikaanse helden het leven kosten, er kunnen slachtoffers vallen. Zo gaat dat vaak in een oorlog.’ Ja, dat kun je wel zeggen. Maar daar blijft het niet bij, verre van. Het Amerikaanse volk had meer informatie moeten krijgen. Daar had het recht op.

    Er waren goede redenen om Iran aan te vallen.

    Iran heeft een verdorven regime dat Amerika vijandig gezind is en militair agressief, zoals medecolumnist Bret Stephens betoogt. Het is al decennialang met de VS in conflict. Vanaf de gijzelingscrisis van 1979, toen Amerikaanse diplomaten en ambassademedewerkers 444 dagen door de Iraniërs werden gegijzeld, heeft Iran de Verenigde Staten talloze malen direct en indirect aangevallen.

    Door Iran gesteunde terroristen pleegden in 1983 de bomaanslag op een kazerne in Libanon die 241 Amerikanen het leven kostte. Door Iran gesteunde terroristen waren verantwoordelijk voor de dood van 19 Amerikanen bij de bomaanslag op het wooncomplex Khobar Towers in Saoedi-Arabië in 1996. Door Iran gesteunde milities hebben in Irak honderden Amerikaanse militairen gedood.

    Je mag wel stellen dat Iran al decennialang onvermoeibaar bezig is Amerikanen aan te vallen en te doden

    Sinds de tweede Irakoorlog worden Amerikaanse troepen in Irak onophoudelijk door milities van Iran belaagd. Je mag wel stellen dat Iran al decennialang onvermoeibaar bezig is Amerikanen aan te vallen en te doden.

    Daarnaast heeft Iran een van de meest agressieve en destabiliserende regimes ter wereld. Het steunt Hamas, Hezbollah en de Houthi’s, drie van de meest geduchte terroristische milities ter wereld, het vuurt raketten af op Israël en heeft Rusland drones geleverd voor zijn illegale invasie van Oekraïne.

    En de eigen bevolking wordt hardhandig onderdrukt. Het regime drukt alle kritiek de kop in, ontneemt vrouwen de meest elementaire mensenrechten en deinst er niet voor terug om bij protesten de eigen burgers bij duizenden af te slachten.

    Als je een lijstje wil maken van landen die vooral niet de beschikking moeten krijgen over een kernwapen, eindigt Iran heel hoog, zo niet bovenaan. Verhinderen dat Iran een kernwapen kan inzetten moet een van onze hoogste nationale veiligheidsprioriteiten zijn.

    Maar er waren ook goede argumenten tegen een aanval.

    Tegenargumenten

    Zoals mijn collega Eric Schmitt eerder berichtte, is Trump door zijn stafchef, generaal Dan Caine, gewaarschuwd dat er een groot risico bestaat op slachtoffers en dat een campagne tegen Iran een zware wissel trekt op de voorraad precisiewapens, net nu die hard nodig zijn om China te weerhouden van eventuele manoeuvres tegen Taiwan.

    Bovendien komt Iran nu misschien tot de overtuiging dat het zich niet meer hoeft in te houden, maar simpelweg zo veel mogelijk slachtoffers moet gaan maken onder de Amerikaanse strijdkrachten (en misschien zelfs onder Amerikaanse burgers). Het heeft al verschillende landen in de Golfregio aangevallen. Tot dusver hebben die aanvallen niet veel schade aangericht, maar het is te vroeg om daaruit op te maken dat Iran de VS of onze bondgenoten geen pijn kan doen.

    En als we die verliezen lijden zonder dat we een eind maken aan een nucleair programma waarvan Trump bovendien eerder gezegd heeft dat het al ‘weggevaagd’ wás, zonder dat er uiteindelijk een nieuw regime komt (ook al is de hoogste leider nu dood) en zonder dat we demonstrerende burgers ook maar enige bescherming kunnen bieden, dan hebben we straks in feite een zinloze, dodelijke oorlog verloren.

    Laat u door niemand wijsmaken dat moderne presidenten het Congres nu eenmaal overslaan. Dat we aan Trump eisen stellen die we aan niemand anders stellen. Het ministerie van Justitie liet president Bush in 2002 weten dat hij beschikte over ‘afdoende wettige en grondwettelijke gronden voor de inzet van geweld tegen Irak’, ook zonder expliciete toestemming van het Congres of een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Toch vroeg Bush eerst om die toestemming en die resolutie (die hij ook kreeg), net zoals zijn vader eerder had gedaan met operatie Desert Storm tegen Saddam Hoessein.

    Er is geen nationale consensus over het besluit om Amerikaanse levens op het spel te zetten

    Hoe je ook denkt over operatie Iraqi Freedom (ik stond er toen en sta er nog steeds achter), onze troepen trokken ten strijde in het besef dat een meerderheid van het Amerikaanse volk achter hen stond. Ze wisten dat politici aan beide kanten van het politieke spectrum voor die strijd hadden gestemd.

    Nu zijn miljoenen Amerikanen verbijsterd door de gebeurtenissen. Er is geen nationale consensus over het besluit om Amerikaanse levens op het spel te zetten. Er is zelfs geen consensus onder de Republikeinen. Er is alleen een individuele consensus, van een grillige man die zo is losgezongen van de realiteit dat hij op Truth Social daadwerkelijk een artikel heeft doorgelinkt met de kop: ‘Iran probeerde in 2020 en 2024 de verkiezingen te verstoren om een zege van Trump te verhinderen, en kan nu weer oorlog met de VS verwachten’. Maken Trumps complottheorieën hem ook meer bereid om oorlog te voeren?

    Na afloop van de Amerikaanse oorlog met Mexico schreef het kersverse Congreslid Abraham Lincoln in 1848: ‘Altijd hebben koningen hun volk meegesleept in en armer gemaakt door oorlogen, waarbij ze doorgaans, zij het niet altijd, pretendeerden dat die oorlogen in het belang van dat volk werden gevoerd. Dit vonden onze grondleggers de meest schadelijke van alle vormen van koninklijke onderdrukking, en ze besloten daarom de grondwet zo te formuleren dat niemand de macht kreeg om ons aan deze vorm van onderdrukking te onderwerpen.’ Dat waren toen wijze woorden en dat zijn ze nog steeds. Trump is geen koning, hoe hij daar zelf ook over moge denken. Maar door Amerika op eigen houtje een oorlog in te slepen, gedraagt hij zich wel zo.

    David French schrijft over recht, cultuur, religie en gewapende conflicten. Hij is een veteraan van Operatie Iraqi Freedom en voormalig constitutioneel advocaat.

  • Iran belooft een ‘lange oorlog’, Israël ‘snelle en beslissende actie’ 

    Iran belooft een ‘lange oorlog’, Israël ‘snelle en beslissende actie’ 

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Griekenland: treinongeluk bij Tempi na drie jaar nog altijd een open wond

    » Verloren gewaande Rembrandt na 65 jaar herontdekt

    De bombardementen over en weer gaan nog altijd door

    Er is geen einde in zicht nu de vierde dag van het conflict tussen de VS, Israël en Iran aanbreekt. Israël lanceerde eerst een nieuwe aanval op Teheran in de nacht van maandag op dinsdag. ‘Een aanhoudende reeks explosies’ klonk in de Iraanse hoofdstad, aldus lokale correspondenten van Al Jazeera die melden dat ‘de aanhoudende bombardementen heviger zijn dan in de voorgaande nachten’. Het hoofdkantoor van de Iraanse staatsomroep IRIB werd geraakt, maar ‘de programmering gaat door’, bevestigde de Qatarese zender.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In een interview maandagavond met Fox News beweerde de Israëlische premier Benjamin Netanyahu dat zonder onmiddellijke actie het Iraanse nucleaire programma binnen enkele maanden ‘onaantastbaar’ zou zijn. ‘Jullie krijgen geen eindeloze oorlog’, benadrukte hij, en hij beloofde ‘snelle en beslissende actie’.

    Iran van zijn kant belooft een ‘lange oorlog’ en wijst elke vorm van onderhandeling af, na maandag nieuwe aanvallen te hebben uitgevoerd op Tel Aviv, Haifa en Oost-Jeruzalem, evenals op verschillende doelen in de Golfstaten.

  • CEO’s leren leven met Trumps overstap naar staatskapitalisme

    CEO’s leren leven met Trumps overstap naar staatskapitalisme

    Hoewel inmenging door de overheid in een branche vaak ongewenst is, weten bepaalde bedrijven van Trumps beleid te profiteren.

    Begin december kreeg Nvidia eindelijk toestemming om zijn meest geavanceerde halfgeleiderchips aan China te verkopen. Niet zonder voorwaarden: de Amerikaanse regering strijkt een kwart van de opbrengst op.

    Deze gang van zaken spreekt boekdelen over de verhouding tussen overheid en bedrijfsleven onder Trump. Zijn regelmatige bemoeienis met de bedrijfsvoering – het opeisen van gewone of ‘gouden’ aandelen of een deel van de omzet, het aansporen van bedrijven om hun prijzen te verlagen of medicijnen via een overheidswebsite te verkopen – is een vorm van staatskapitalisme, waarbij de staat niet per se eigenaar is van bedrijven, maar zijn aanzienlijke invloed gebruikt om hun gedrag te sturen.

    ‘Wat er ook voor nodig is om in China te kunnen verkopen, wij vinden het best’

    Staatskapitalisme is tweerichtingsverkeer. Door zich te conformeren aan Trumps agenda krijgen veel bedrijven een voorkeursbehandeling, bijvoorbeeld op het gebied van hun handel met China, de invoerheffingen, de regelgeving voor hun sector en de toestemming om fusies aan te gaan. Met andere woorden, staatskapitalisme dient niet alleen de belangen van de staat, maar ook die van een bevoorrechte groep kapitalisten.

    Nvidia betaalt in feite voor een licentie die voorheen gratis was, maar heeft daar geen bezwaar tegen gemaakt. Het bedrijf krijgt immers toegang tot een lucratieve markt die anders gesloten zou blijven. Afgelopen augustus, kort nadat Trump voor het eerst een afdracht van 15 procent had bedongen, zei Nvidia-CEO Jensen Huang in een interview: ‘Wat er ook voor nodig is om in China te kunnen verkopen, wij vinden het best.’

    Of deze innige relatie tussen de staat en een selectieve groep kapitalisten wel zo goed is voor de VS, is een andere vraag.

    ‘Tussenvorm’

    Staatskapitalisme is geen socialisme dat alle productiemiddelen in handen van de staat legt, maar het is ook geen laissez-fairekapitalisme. Het is een soort tussenvorm die elders ter wereld in verschillende varianten al langer gemeengoed is. Het was ooit populair in Japan en West-Europa en blijft in wisselende mate een prominente rol spelen in China, Rusland en andere landen.

    Het opkopen van aandelen of het vorderen van een productielijn waren stappen die de Amerikaanse overheid vroeger alleen zette in noodsituaties, zoals bij corona of de financiële crisis. Onder Trump is het dagelijkse praktijk geworden.

    ‘Ik vind dat we belangen in bedrijven moeten nemen,’ zei Trump onlangs tegen The Wall Street Journal. ‘Sommige mensen zullen zeggen dat dat niet erg Amerikaans klinkt. Ik vind het juist heel Amerikaans.’

    ‘Ik vind dat we belangen in bedrijven moeten nemen. Sommige mensen zullen zeggen dat dat niet erg Amerikaans klinkt. Ik vind het juist heel Amerikaans’

    Binnenskamers moeten veel bedrijfsleiders niets hebben van zijn inmenging, zoals ze ook bezwaar hebben tegen zijn aanvallen op de centrale bank en op advocatenkantoren en mediabedrijven die hem tegenwerken. In het openbaar zwijgen ze meestal of steunen ze hem zelfs.

    Daar zijn verschillende redenen voor, waar angst een van is. Instemming met de bredere agenda van de president is een andere. Na de regeldrang onder voormalig president Joe Biden zijn velen ingenomen met Trumps bedrijfsvriendelijke aanpak. Hij draait bedrijfsregelgeving en -toezicht terug, staat meer fusies toe en ondertekent wetten die de belasting voor bedrijven verlagen.

    De meeste zakenmensen zien het liefst een terughoudende overheid die hen hun gang laat gaan. Maar dat zit er met Trump niet echt in. Dus proberen ze veelal met hem en zijn naaste adviseurs samen te werken aan wat voor hen van belang is. Zo beloofde Pfizer de prijzen van sommige geneesmiddelen voor Amerikaanse afnemers te verlagen, een aantal geneesmiddelen via de overheidswebsite TrumpRx te verkopen en in binnenlandse productie te investeren, allemaal in ruil voor een verlaging van invoertarieven. Pfizer-topman Albert Bourla betuigde op een bijeenkomst in het Witte Huis zijn dank aan Trump en beloofde dat deze ‘historische’ overeenkomst tegemoetkwam aan de door Trump geëiste verlaging van de medicijnkosten.

    Silicon Valley

    Dat de staat en het kapitalisme op één lijn zitten kwam het duidelijkst naar voren tijdens de jacht op kunstmatige intelligentie (AI). Silicon Valley en Trump zijn het erover eens dat de AI-wedloop van vitaal belang is voor de economische groei en de strategische voorsprong op China.

    Silicon Valley heeft zich vanaf het prille begin achter Trump geschaard. Topmensen uit de sector woonden zijn inauguratie bij. De volgende dag kondigde de president in het Witte Huis een AI-infrastructuurproject aan ter waarde van 500 miljard dollar, Stargate genaamd, onder leiding van Open AI, Oracle en SoftBank.

    Ondertussen heeft Trump de prioriteiten van de sector krachtig gesteund. Hij trok Bidens AI-richtlijnen op het gebied van nationale veiligheid en volksgezondheid in en drong aan op versterking van het energienet om aan de enorme elektriciteitsbehoefte van AI te voldoen. Begin december ondertekende hij nog een presidentieel besluit om staten te straffen die AI reguleren. Belangrijke technologische importproducten, zoals chips van Nvidia en iPhones van Apple, zijn tot nu toe grotendeels vrijgesteld van importheffingen.

    De regering-Trump stimuleert de AI-sector niet alleen, maar is er ook zelf actief in

    De regering-Trump stimuleert de AI-sector niet alleen, maar is er ook zelf actief in. Kort nadat Trump een belang van 10 procent in Intel eiste en kreeg, investeerde ook Nvidia in het bedrijf, dat een leverancier én een potentiële concurrent is.

    En dat was nog maar een van de vele vestzak-broekzakdeals waarbij de scheidslijnen tussen concurrenten, afnemers en soms zelfs de overheid vervagen. Nvidia heeft ook geïnvesteerd in OpenAI, Anthropic en xAI, die allemaal Nvidia-chips gebruiken. Microsoft, dat de rekenkracht levert aan OpenAI en Anthropic, heeft in beide geïnvesteerd. SoftBank heeft geïnvesteerd in OpenAI, en OpenAI heeft een optie om aandelen te kopen van AMD, een concurrent van Nvidia.

    ‘Circulaire AI-deals zijn geen rechtstreekse acquisities, maar eerder partnerschappen en gezamenlijke investeringen,’ zegt Doha Mekki, die tijdens de eerste termijn van Trump en onder Biden werkzaam was bij de antitrustafdeling van het ministerie van Justitie. ‘Maar als je er een diagram van maakt, beginnen de combinaties verdacht veel op trusts te lijken.’ 

    Als AI, zoals door velen wordt gevreesd, een zeepbel is, vormt het uiteenspatten daarvan een gevaar voor het kapitaal waarmee de datacenters en de economische groei van de VS gefinancierd worden. Sommigen in Silicon Valley zijn zich bewust van deze risico’s en vinden dat Washington de sector moet steunen, zoals in het verleden ook met de banken is gebeurd. OpenAI heeft aangedrongen op ‘federale subsidies, overeenkomsten over kostendeling, leningen of kredietgaranties’ om de capaciteit en de veerkracht van de sector te vergroten. 

    Landskampioen Nvidia

    Geen enkel Amerikaans bedrijf voldoet beter aan het profiel van landskampioen dan Nvidia, dat een dominante marktpositie heeft op het gebied van grafische processors die worden gebruikt bij het trainen en interpreteren van AI-modellen.

    De regering-Biden en aanvankelijk ook de regering-Trump verboden Nvidia om veel van zijn meest geavanceerde chips aan China te verkopen. Omdat AI-vaardigheid als cruciaal wordt beschouwd voor economische en militaire dominantie, was het verbod bedoeld om de opmars van belangrijke Chinese ontwikkelaars van AI-modellen zoals DeepSeek te vertragen.

    Nvidia-topman Huang heeft daarover herhaaldelijk gesprekken gevoerd met Trump en anderen binnen de overheid en in het Congres. Hij hamerde erop dat verkoop van zijn chips aan China juist zou bijdragen aan behoud van de Amerikaanse voorsprong, omdat Chinese ontwikkelaars dan afhankelijk bleven van Amerikaanse technologie. Zonder Amerikaanse chips, zei hij eerder deze maand in het Center for Strategic and International Studies, ‘gaan ze hun eigen volledige technologielijn bouwen. En als ze die eenmaal hebben, gaan ze hem zo snel mogelijk exporteren.’

    Vóór Trump had ook Biden al een industriebeleid geïntroduceerd waarbij bepaalde sectoren door de overheid werden gesubsidieerd. Hij tekende de door zowel Republikeinen als Democraten gesteunde CHIPS Act, in het kader waarvan miljarden dollars aan subsidie naar Intel en andere bedrijven werden doorgesluisd voor de bouw van faciliteiten die geavanceerde chips konden produceren, zoals die van Nvidia.

    ‘[China gaat zijn] eigen volledige technologielijn bouwen. En als ze die eenmaal hebben, gaan ze hem zo snel mogelijk exporteren’

    Maar anders dan Biden vindt Trump dat die hulp Washington ook financieel ten goede moet komen. De regering heeft belangen genomen in bedrijven waarmee ze contracten en leningen heeft afgesloten voor het vergroten van de aanvoer van kritieke mineralen. Minister van Binnenlandse Zaken Doug Burgum zei tegen The Wall Street Journal dat die belangen in eerste instantie zullen worden beheerd door een staatsinvesteringsfonds.

    Trump heeft de Intel-subsidie omgezet in aandelen. Ondanks de verwatering van het pakket van bestaande aandeelhouders steeg het aandeel Intel. Beleggers gokken erop dat de federale overheid Intel meer omzet zal bezorgen, zoals Beijing dat ook doet voor zijn landskampioenen.

    Misschien was het pleidooi van Huang en Sacks voor chipverkoop aan China op zichzelf al genoeg om de regering te overtuigen. Maar het marktaandeel van 25 procent heeft vermoedelijk wel geholpen.

    Het risico is natuurlijk dat de winst van het ministerie van Financiën op Intel en de verkoop van chips aan China de aandacht afleiden van de nationale veiligheid. Sinds Intel bijvoorbeeld zijn CHIPS-subsidies in aandelen heeft omgezet, is het bedrijf niet langer gehouden aan de voorwaarden die de regering-Biden aan die subsidies had verbonden, namelijk dat bepaalde types geavanceerde halfgeleiders alleen in de VS worden geproduceerd.

    Vriendjespolitiek

    Staatskapitalisme wordt geacht het land ten goede te komen. Machthebbers komen echter gemakkelijk in de verleiding de belangen van de staat gelijk te stellen aan hun eigen belangen, zodat staatskapitalisme steeds meer op vriendjespolitiek gaat lijken.

    Skydance Media, een door David Ellison geleide filmstudio, stemde vorig jaar in met een fusie met Paramount Global. Trumps toezichthouders keurden de fusie pas goed nadat Paramount had geschikt in een rechtszaak die Trump had aangespannen tegen de CBS-nieuwsdivisie van Paramount over de montage van een interview met de Democratische presidentskandidaat Kamala Harris.

    Paramount, dat nu onder leiding staat van diezelfde Ellison, heeft inmiddels een bod uitgebracht op Warner Bros. Discovery, dat al heeft toegezegd zijn studio’s en de streamingdienst HBO Max aan Netflix te verkopen. President Trump heeft gezegd dat Warners nieuwszender CNN een andere eigenaar moet krijgen, welk bedrijf Warner ook overneemt. Ellison heeft functionarissen van de regering-Trump verzekerd dat hij, als hij Warner zou kopen, ingrijpende veranderingen zou doorvoeren bij CNN, een zender die regelmatig Trumps woede wekt. Trumps schoonzoon Jared Kushner doet ook mee aan de bieding. De financiering komt grotendeels van Ellisons vader Larry Ellison, een Trump-aanhanger met een meerderheidsbelang in Oracle.

    In andere landen die staatskapitalisme kennen zou de uitkomst al vaststaan. In Rusland, Hongarije, Turkije en India zijn de kritische media allemaal opgekocht en monddood gemaakt door eigenaren die warme banden hebben met het regime. In de VS staat het nog te bezien wie het laatste woord heeft: de markt of de staat.

  • VS: zevenhonderd ICE-agenten verlaten Minneapolis per direct 

    VS: zevenhonderd ICE-agenten verlaten Minneapolis per direct 

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nigeria: president gaat leger inzetten na bloedbad met 162 doden

    » The Washington Post ontslaat ruim een derde van zijn redactie 

    Er blijven nog tweeduizend agenten ter plaatse

    Dit is de ‘eerste significante tegenslag in Operatie Metro Surge na enkele weken van verscherpte immigratiecontroles’ in Minnesota, aldus The Minnesota Star Tribune. Donald Trumps gezant voor Minneapolis, Tom Homan, kondigde woensdag de terugtrekking van deze immigratiefunctionarissen aan, na weken van spanning in de stad die gestempeld werden door de dood van twee demonstranten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens hem blijven er ongeveer tweeduizend agenten ter plaatse. ‘Ik vertrek niet voordat we hiermee klaar zijn’, verklaarde Homan, die vorige week door Trump naar Minneapolis was gestuurd om de gemoederen te bedaren, als vervanger van het zeer strenge hoofd van de grensbewaking, Greg Bovino. ‘Ik heb geleerd dat een meer subtiele aanpak wellicht nuttig kan zijn. Maar we moeten nog steeds streng zijn’ bij de uitvoering van het immigratiebeleid, zei de Republikeinse president woensdag in een interview met NBC.

  • Kan Trumps Board of Peace een effectief middel zijn voor vrede en wederopbouw in Gaza?

    Kan Trumps Board of Peace een effectief middel zijn voor vrede en wederopbouw in Gaza?

    Trumps Vredesraad, de Board of Peace, is een omstreden initiatief dat voortkomt uit de plannen voor de wederopbouw van Gaza. Critici zien er een project in dat Palestijnse zelfbeschikking ondermijnt en politieke schijnoplossingen verkoopt. Anderen stellen juist dat Trumps onconventionele aanpak beweging kan afdwingen waar klassieke diplomatie vastloopt.

    Ja: ‘Ambitieus én ridicuul – maar ondanks de kleine kans op succes kan de Vredesraad toch nuttig zijn’

    De door president Donald Trump voorgestelde Vredesraad wil functioneren als een soort vervanging van de Verenigde Naties. ‘Dat klinkt ambitieus én ridicuul – maar kan ondanks de kleine kans op succes toch nuttig zijn’, schrijft Dan Perry, voormalig hoofdredacteur van The Associated Press in Europa, Afrika en het Midden-Oosten, voormalig voorzitter van de Foreign Press Association in Jeruzalem en auteur in The Forward, een Amerikaanse nieuwsorganisatie voor een Joods-Amerikaans publiek.

    ‘Realistisch gezien zou het voor elk land een vergissing zijn om zijn veiligheid in handen te leggen van een mechanisme dat persoonlijk door Trump wordt gecontroleerd. Een dergelijke structuur – met de macht in handen van één man – is onverenigbaar met democratische principes, transparantie en de rechtsstaat. Dit maakt dat de Board of Peace geen toekomst heeft als instrument voor wereldvrede.’ Perry benadrukt daarnaast dat de VN ook ernstige tekortkomingen hebben, ‘met name de anti-Israëlische vooringenomenheid van de VN, vooral in organen als de Mensenrechtenraad. Maar het feit dat de VN niet goed functioneren, betekent niet dat ze gemakkelijk te vervangen is.’

    Het voorstel van Trump zou de tekortkomingen van de VN bovendien niet corrigeren, en geldt dus niet als legitiem alternatief. ‘Kijk maar naar het gedrag van Trump de afgelopen tijd.’ De agressie tegenover Groenland heeft het NAVO-bondgenootschap diep geschokt. ‘Een ineenstorting van de NAVO is waarschijnlijk het laatste wat je wilt als vrede je na aan het hart ligt. Deze Vredesraad is dus ridicuul, onwerkbaar en mogelijk ronduit gevaarlijk. Er is één reden waarom ik aarzel om het volledig te veroordelen: Gaza.’

    ‘De dwingende stijl van Trump kan voor beweging zorgen waar traditionele diplomatie vastloopt’

    Wat betreft de rampzalige oorlog in Gaza heeft het ingrijpen van Trump volgens Perry goed uitgepakt. ‘Zijn hardhandige optreden dwong Netanyahu om in te stemmen met een staakt-het-vuren, waardoor tientallen gijzelaars en nog veel meer Gazanen werden gered.’

    Trump geeft zich volgens Perry bovendien niet makkelijk gewonnen. ‘Als hij druk blijft uitoefenen, waardoor de greep van Hamas op Gaza verzwakt, dan kan de Vredesraad van groot belang zijn. Zelfs als de structuur ervan onverdedigbaar is.’

    Perry erkent dat het Midden-Oosten de afgelopen decennia geen tekort heeft gehad aan mislukte vredesprocessen. ‘Maar er is wel een tekort aan actoren die bereid zijn om ondanks enorme obstakels de nodige veranderingen door te voeren. De stijl van Trump is dwingend, transactioneel en vaak roekeloos, maar kan voor beweging zorgen waar traditionele diplomatie vastloopt.’ En in Gaza is beweging van cruciaal belang.

    ‘Deze twee dingen kunnen dus naast elkaar bestaan: Trumps groteske Vredesraad ondermijnt de betekenis van diplomatie. En tegelijkertijd kan Trumps aanpak in dit specifieke geval heel nuttig zijn. Ondanks alle redenen om sceptisch te zijn, is het daarom de moeite waard af te wachten wat het oplevert.’

    Dan Perry is voormalig Midden-Oostenredacteur in Caïro en Europa/Afrika-redacteur in Londen bij Associated Press. Hij was voorzitter van de Foreign Press Association in Jeruzalem en schreef twee boeken over Israël. Hij schrijft opiniestukken voor onder andere Newsweek en The Forward.


    Nee: ‘De voorstellen zien er misschien indrukwekkend uit, maar inhoudelijk gezien zijn ze hol’

    De verwoesting van Gaza vraagt om een serieuze wederopbouw. Woningen, ziekenhuizen, scholen, boerderijen, cultureel erfgoed en basisinfrastructuur liggen in puin. ‘De humanitaire nood is onmiskenbaar. Maar urgentie mag nooit een excuus worden voor valse hoop, spektakel en symboolpolitiek’, schrijft Sultan Barakat, hoogleraar openbaar beleid aan de Hamad Bin Khalifa University en honorair hoogleraar aan de University of York, in Al Jazeera

    ‘Terwijl Donald Trump en verschillende wereldleiders in Davos bijeenkwamen om het handvest van de zogenaamde Board of Peace te ondertekenen en glanzende wederopbouwplannen te onthullen, gingen de moorden in Gaza gewoon door.’ Sinds het staakt-het-vuren op 10 oktober van kracht werd, zijn er 480 Palestijnen gedood. Vier van hen werden gedood op de dag dat het handvest werd ondertekend door negentien ministers en staatsvertegenwoordigers.

    De plannen voor Gaza omvatten onder andere een havengebied, een vliegveld, luxe appartementen en wolkenkrabbers. ‘De voorstellen zien er misschien indrukwekkend uit en klinken hoopvol, maar inhoudelijk gezien zijn ze hol.’ Ze gaan volgens Barakat namelijk voorbij aan de echte oorzaken van het conflict. ‘De mooie praatjes van Trumps adviseur en schoonzoon Jared Kushner duiden Gaza niet aan als een getraumatiseerde samenleving, maar als kans om te investeren in luxe woningen, commerciële zones, datacentra en strandpromenades.’ 

    ‘Geen enkele skyline kan politieke uitsluiting compenseren’

    Een opvallende tekortkoming van het ‘masterplan’ is dat de Palestijnen zelf systematisch worden uitgesloten van het vormgeven van hun toekomstvisie. ‘De vastgoedplannen worden onthuld in conferentiezalen voor de elite, maar niet besproken met de mensen wier wijken met de grond gelijk zijn gemaakt.’ Zonder Palestijnse inspraak heeft het plan volgens de auteur geen legitimiteit; ‘Een gebied dat militair belegerd, economisch afgesloten en politiek onderworpen blijft, zal nooit een duurzaam herstel bereiken.’

    De plannen voor Gaza vallen samen met de oprichting van de Vredesraad. ‘De naam Board of Peace suggereert neutraliteit en collectief bestuur, maar in werkelijkheid ligt de macht en het initiatief bij Trump.’ De plannen berusten bovendien op een volgens Barakat valse aanname: dat economische groei politieke rechten kan vervangen. ‘Mensen verzetten zich niet alleen omdat ze arm zijn; ze verzetten zich omdat ze geen waardigheid, veiligheid, vrijheid van meningsuiting en zelfbeschikking hebben. Geen enkel masterplan kan deze realiteit omzeilen. Geen enkele skyline kan politieke uitsluiting compenseren.’

    Dit betekent niet dat Gaza moet wachten op totale vrede alvorens te kunnen worden herbouwd, benadrukt Barakat. ‘Het herstel moet dringend worden voortgezet. Maar de structuren die de onderdrukking in stand houden moeten worden ontmanteld, in plaats van verankerd in beton en bestemmingsplannen.’

    Zolang dat ontbreekt, dreigt de Board of Peace precies te worden wat hij lijkt: ‘een sterk staaltje zandkastelendiplomatie – indrukwekkend voor het wereldpubliek, geruststellend voor elites en gedoemd weg te spoelen bij de eerste serieuze golf van politieke realiteit.’

    Sultan Barakat is hoogleraar openbaar beleid aan de Hamad Bin Khalifa University, erehoogleraar aan de University of York en lid van de Raoul Wallenberg Institute ICMD Expert Reference Group. Hij staat bekend als pionier op het gebied van onderzoek naar door oorlog verscheurde samenlevingen en hun herstel. Professor Barakat richtte het Centrum voor Conflict- en Humanitaire Studies op aan het Doha Institute for Graduate Studies.

  • Hoe Trump met zijn wetten de ongelijkheid alleen maar vergroot

    Hoe Trump met zijn wetten de ongelijkheid alleen maar vergroot

    Trumps ‘big beautiful bill’ heeft de vermogendste 10 procent financieel bijgestaan, terwijl gezinnen met lagere inkomens er gemiddeld door achteruitgaan. Hierdoor wordt het verschil tussen arm en rijk alleen maar groter.

    In Greenwich, Connecticut, kun je bij juwelierszaak Shreve, Crump & Low voor 210.000 dollar een ‘Grand Sport Tourbillon’-horloge van Laurent Ferrier kopen. Ze hebben het druk. ‘We boffen hier in Greenwich,’ zegt mede-eigenaar Bradford Walker. De luxe Zwitserse horloges, diamanten, saffieren en smaragden waarin de winkel gespecialiseerd is, lopen allemaal goed. ‘De vraag is het afgelopen half jaar zelfs gestegen.’

    In de gemeente Bridgeport, een half uurtje rijden verderop, is ook sprake van toegenomen vraag – maar naar heel andere dingen. Hier is het dringen bij de voedselbanken en de gaarkeukens nu steeds meer gezinnen met lage inkomens gebukt gaan onder de stijgende kosten van levensonderhoud. ‘Ik leef nu van de hand in de tand,’ zegt de in Jamaica geboren Roselyn Macdonald, die eieren komt halen bij de voedselbank in The Hollow, een arme immigrantenwijk in Bridgeport. Ze is werkloos en heeft moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.

    Dit is echt een verhaal van twee werelden: twee stadjes op nog geen vijftig kilometer van elkaar die het tegenwoordig zo verschillend vergaat dat ze elk in een ander land lijken te liggen. Samen staan ze symbool voor de groeiende welvaartskloof in Amerika, waar de rijken steeds rijker worden terwijl de huishoudens met lagere inkomens kampen met een stagnerende of zelfs dalende levensstandaard. Door die groeiende ongelijkheid is het thema van de koopkracht met stip gestegen op de politieke agenda, en dat is een probleem voor de Republikeinse partij in de tussentijdse verkiezingen dit jaar en voor de slagkracht van Trump als president.

    Er is bijna geen county in Amerika waar de inkomenskloof zo groot is als hier in Fairfield, waar de gemeenten Greenwich en Bridgeport liggen. In Greenwich, de thuisbasis van hedgefondsen als AQR, Viking Global Investors en Lone Pine Capital, bedroeg het gemiddelde bruto-inkomen per belastingbetaler in 2023 687.000 dollar. In Bridgeport amper meer dan een tiende daarvan: net 70.500 dollar. En dat verschil is de afgelopen jaren gegroeid. ‘De kloof neemt niet af, maar toe,’ zegt David Rabin, voorman van de lokale non-profitorganisatie Greenwich United Way.

    De ’big beautiful bill‘

    De belangrijkste wet die de Republikeinen er dit jaar doorheen hebben gekregen, de ‘big beautiful bill’ die Trump in juli tekende, heeft de situatie voor sommige huishoudens alleen maar verslechterd. Die wet verlaagt de belastingen voor de rijken, maar verlaagt ook het overheidsbudget voor Medicaid, het met belastinggeld betaalde programma van ziektekostenverzekeringen voor lage inkomens, en het zogenaamde SNAP-programma voor voedselbonnen. Volgens het Congressional Budget Office, een politiek neutrale overheidsinstantie, gaat de armste 10 procent van de huishoudens er door die wet zo’n 1600 dollar per jaar op achteruit, terwijl de welvarendste 10 procent 12.000 dollar rijker wordt.

    Nationale cijfers bevestigen dat beeld. Uit de index voor het consumentenvertrouwen van de universiteit van Michigan blijkt dat mensen met een beleggingsportefeuille veel positiever denken over de economie dan mensen die geen aandelen bezitten: onder die laatsten is het vertrouwen gedaald tot het laagste punt sinds de universiteit dit in 1998 begon te peilen. En dat verschil is in Fairfield County goed zichtbaar. In Greenwich en andere rijke gemeenten zoals Darien en New Canaan ‘zijn de netto-inkomens en de vermogens van mensen gestegen naarmate de huizenprijzen en de beurskoersen omhoog schoten,’ aldus Mark Abraham van DataHaven, een non-profitorganisatie in Connecticut die openbare cijfers over maatschappelijke trends verzamelt. ‘Maar de grote meerderheid, mensen die aan het begin van hun werkende leven staan of nog geen eigen huis of aandelenportefeuille hebben, die hebben moeite om het hoofd boven water te houden,’ zegt Abraham.

    Volgens Mendi Blue Paca, hoofd van de Fairfield County’s Communities Foundation, een stichting die goede doelen steunt, was er in deze regio zes jaar geleden amper nog sprake van dakloosheid, maar rijzen de cijfers sinds corona weer ‘de pan uit’. ‘De opvangcentra zitten tjokvol, de voedselbanken kunnen de vraag niet meer aan,’ zegt ze. ‘En het zijn niet alleen mensen onder de armoedegrens die daar eten komen halen, maar ook werkende armen die nu niet meer genoeg te eten hebben.’

    ‘De opvangcentra zitten tjokvol, de voedselbanken kunnen de vraag niet meer aan’

    In Greenwich, met zijn villa’s aan het water, privéstranden en Lamborghini-dealers, spelen die problemen praktisch niet. De gemiddelde prijs van een woning, vorig jaar nog 3,1 miljoen dollar, was er in juli gestegen tot 3,5 miljoen. Het stadje profiteert van beurskoersen die dit jaar bijna recordhoogtes bereikten: de HFRI Fund-Weighted Composite Index, de barometer voor de mondiale hedgefondssector, steeg in november met 11 procent, bijna de hoogste stijging sinds 2016. ‘Er zijn hier veel mensen die veel geld verdienen,’ zegt Bruce McGuire, hoofd van de belangenvereniging Connecticut Hedge Fund Association. ‘De winkels en restaurants aan Greenwich Avenue boeren zo te zien allemaal heel goed.’

    Niettemin groeien de problemen ook in Greenwich, waar 9 procent van de inwoners onder de federale armoedegrens zit. Gezinnen met lage en middeninkomens hebben volgens Rabin vaak grote moeite om de 151.000 dollar per jaar te verdienen die je er bij elkaar kwijt bent aan huur, voedsel en kinderopvang. ‘Bijna een derde van de inwoners is maar één loonstrookje van een financiële schipbreuk verwijderd,’ zegt hij. Hij wijst erop dat door de wet van Trump ongeveer een kwart van de 850 inwoners van Greenwich die voorheen voedselbonnen kregen, daar nu niet meer voor in aanmerking komt.

    AM Inkomensongelijkheid hergecomprimeerd
    Mensen staan in de rij om boodschappen op te halen bij voedselbank Forgotten Harvest. – © Getty Images

    In Bridgeport hakt de wet er nog veel harder in. Een groot deel van de inwoners is daar afhankelijk van Medicaid en de voedselbonnen van SNAP, zegt Rhonda Neal, hoofd van hulporganisatie Bridgeport Rescue Mission: ‘Met bezuinigingen daarop tref je werkende armen, ouderen en kinderen.’ De groeiende behoefte aan hulp is goed zichtbaar in het Thomas Merton Family Center in Bridgeport, waar een lange rij alleenstaande mannen en echtparen staat te wachten op een bord pasta. ‘We zien hier elke dag weer nieuwe gezichten,’ zegt hoofdkok Kelemen. Vier jaar geleden lunchten er dagelijks zo’n 125 tot 150 mensen. ‘Dat zijn er nu 200 tot 250.’ Juan Cardona is een typische klant, een dakloze ex-gedetineerde die in een tent woont. ‘Het is zwaar in Bridgeport,’ zegt hij. ‘Maar het kan alleen maar beter worden.’

    Klachten over ‘onbetaalbare boodschappenprijzen’ worden door Trump afgedaan als ‘boerenbedrog’. Maar hij hamert er ook op dat zijn regering zich inzet voor een daling van de prijzen. Op 17 december gaf hij in een toespraak in het Witte Huis zijn voorganger Joe Biden de schuld van de hoge kosten van levensonderhoud en stelde hij dat zijn regering momenteel bezig is de inflatie ‘de kop in te drukken’. In Bridgeport geloven ze er niks van. ‘Trump liegt dat het gedrukt staat,’ zegt Robert Walsh, een dakloze man die als coördinator van de voedselbank op het Thomas Merton Family Center werkt. ‘Hij zei dat hij als president vanaf de eerste dag de prijzen zou laten dalen. Maar ze zijn alleen maar enorm gestegen.’

  • De grote afbrokkeling is begonnen

    De grote afbrokkeling is begonnen

    Met enkele uitzonderingen is er sinds de Tweede Wereldoorlog vooral vrede geweest tussen de grootmachten van de wereld. Deze status quo kunnen wij echter niet meer voor lief nemen, aldus hoogleraar rechten en politieke wetenschappen Oona Hathaway: ‘die vrede is de afgelopen tien jaar afgebrokkeld en lijkt momenteel een totale ineenstorting nabij.’

    Het besluit van president Trump om de Venezolaanse president Nicolás Maduro door middel van een geheime ​​militaire operatie te arresteren is een flagrante schending van de internationale rechtsorde. Deze actie dreigt een einde te maken aan een periode van langdurige vrede en ons weer in een wereld te storten waar het recht van de sterkste geldt. De prijs hiervoor zal met mensenlevens worden betaald.

    Vorig jaar was het tachtig jaar geleden dat na het einde van de Tweede Wereldoorlog 51 landen het Handvest van de Verenigde Naties ondertekenden. De ondertekenaars beloofden alles in het werk te stellen om ‘toekomstige generaties te behoeden voor de gesel van de oorlog’. De grote mogendheden hebben sindsdien geen oorlog meer met elkaar gevoerd en geen enkele VN-lidstaat is door een buitenlandse verovering van de kaart geveegd.

    Maar die vrede is de afgelopen tien jaar afgebrokkeld en lijkt momenteel een totale ineenstorting nabij. Als dat gebeurt, zullen de gevolgen catastrofaal zijn. De verwoestende tol is nu al zichtbaar: volgens mijn berekeningen bedroeg het gemiddelde aantal doden als gevolg van grensoverschrijdende conflicten tussen 1989 en 2014 minder dan 15.000 per jaar. Vanaf 2014 is dat gemiddelde gestegen tot meer dan 100.000 per jaar. Nu staten steeds minder terugschrikken voor het onrechtmatig gebruik van geweld, is dit wellicht slechts het begin van een nieuw tijdperk van dodelijke conflicten.

    Het handvest

    De relatieve vreedzaamheid van de afgelopen acht decennia is allerminst vanzelfsprekend. Eeuwenlang was oorlog voeren volkomen legaal. Sterker nog, het was de aangewezen manier voor staten om hun geschillen te beslechten. Ze konden met wapens dreigen om verdragen af te dwingen en een oorlog beginnen als die verdragen alsnog werden geschonden. Staten die een oorlog wonnen, hadden het wettelijk recht om te behouden wat ze veroverden – land, goederen, mensen. Staten kwamen op en gingen weer ten onder, veroverden land en verloren het weer, en de bewoners van het betreffende gebied waren de dupe.

    Aan dat systeem van legale oorlogvoering kwam in 1928 een eind met de ondertekening van het Kellogg-Briand-pact, dat staten verbood conflicten nog langer door middel van oorlog te beslechten. Deze afspraak werd in 1945 herbevestigd door het VN-Handvest, dat het afzweren van oorlog tot een van de kernpunten van een nieuwe internationale rechtsorde verhief. Territoriale veroveringen en machtspolitiek waren voortaan uit den boze; in plaats van oorlog werden economische sancties het belangrijkste instrument voor internationale rechtshandhaving en landen die een oorlog begonnen konden voortaan strafrechtelijk worden vervolgd, zoals na de Tweede Wereldoorlog gebeurde tijdens de processen in Neurenberg en Tokio.

    Helemaal vreedzaam werd het helaas nooit, getuige de bloedige conflicten in Korea, Vietnam en Cambodja. Als gevolg van dekolonisatie nam het aantal staten in de wereld allengs toe en er woedden steeds meer burgeroorlogen, waarvoor geen specifieke bepalingen golden in VN-Handvest. Toch had het Handvest een opmerkelijk gevolg: het aantal buitenlandse veroveringen nam af en er vielen minder doden in conflicten buiten de eigen landsgrenzen.

    Helemaal vreedzaam werd het helaas nooit, getuige de bloedige conflicten in Korea, Vietnam en Cambodja.

    Dit laatste blijkt uit gegevens van het Uppsala Conflict Data Program, dat het aantal gevallen van georganiseerd geweld en de daaruit voortvloeiende sterfgevallen bijhoudt. De gegevens tonen aan dat het aantal doden als gevolg van grensoverschrijdende conflicten – inclusief conflicten tussen staten, zoals de Russische inval in Oekraïne, en gevallen waarin een staat zich mengt in een intern gewapend conflict in een andere staat, zoals de Amerikaanse aanvallen op Islamitische Staat in Irak – relatief laag was van de jaren 90 tot halverwege de jaren 2010.

    Er waren een paar uitzonderingen. In 1991 kwamen meer dan 20.000 mensen om bij de Iraakse invasie van Koeweit en de reactie daarop van de internationale gemeenschap. In 1992 stierven er meer dan 20.000 mensen in Bosnië-Herzegovina en in 1999 en 2000 vielen er tienduizenden slachtoffers in de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea. Ook in 2003, toen de Verenigde Staten de oorlog tegen Irak begonnen, was er een stijging van het aantal doden.

    Maar vanaf begin 2000 kwam er de klad in de wettelijke restricties op oorlogvoering. Na de verwoestende aanslagen van Al Qaida in de Verenigde Staten op 11 september 2001 begonnen de VS overal in het Midden-Oosten geweld te gebruiken tegen iedereen die ze als een terroristische dreiging beschouwden. Om de voortzetting van de aanvallen en de uitbreiding ervan naar tal van andere terroristische groeperingen te rechtvaardigen, een strijd die later door sommigen als ‘de eeuwige oorlog’ werd bestempeld, beriepen de Verenigde Staten zich op een nieuwe uitleg van het VN-Handvest: zelfverdediging tegen niet-statelijke groeperingen die als een bedreiging werden gezien.

    De VS verschaften andere staten een legale dekmantel om op internationale schaal unilateraal geweld te gebruiken

    Tot dat moment was het regel onder VN-leden dat het door het Handvest geformuleerde recht op zelfverdediging alleen gold voor bedreiging door een andere staat. Door deze regel te verruimen tot bedreiging door niet-statelijke groeperingen, verschaften de VS andere staten een legale dekmantel om op internationale schaal unilateraal geweld te gebruiken. In het daaropvolgende decennium namen steeds meer regeringen deze theorie over.

    Tegen 2014 werden de gevolgen van deze verschuiving merkbaar. Met de opkomst van Islamitische Staat voerden de Verenigde Staten hun strijd tegen het terrorisme in het hele Midden-Oosten op, en vele andere landen sloten zich daarbij aan. In datzelfde jaar beëindigden de Verenigde Staten en de NAVO officieel hun gevechtsoperaties in Afghanistan, maar ze bleven in aanzienlijke mate steun verlenen aan de Afghaanse strijdkrachten. Tijdens het afgelopen decennium was er ook een golf van dodelijke conflicten in Syrië, Irak, Ethiopië, Jemen, de Democratische Republiek Congo, Nigeria, Somalië, Libië en Gaza, waarbij de buitenlandse staten die zich in die conflicten mengden meestal naar het recht op zelfverdediging verwezen. Dat heeft honderdduizenden levens gekost.

    Ondertussen zijn oorlogen tussen staten, waarvan het aantal na 1945 tot een nieuw dieptepunt was gezakt, weer volop terug. De grootschalige invasie van Oekraïne door Rusland in 2022 heeft jaarlijks tienduizenden Russen en Oekraïners het leven gekost. In datzelfde jaar vielen er doden bij interstatelijke conflicten in Syrië, Polen, Kirgizië en Tadzjikistan. In 2024 braken er conflicten uit tussen Iran en Israël en Afghanistan en Pakistan en gebruikten de Verenigde Staten en verschillende bondgenoten dodelijk geweld in Jemen.

    Ook andersoortige conflicten zijn de afgelopen jaren toegenomen. De oorlog tussen Israël en Gaza, waarvoor nu een fragiel en instabiel staakt-het-vuren geldt, heeft meer dan 72.000 levens gekost. Tienduizenden burgers zijn omgekomen in de burgeroorlog in Soedan, die in 2025 flink escaleerde.

    Internationaal recht

    Nu heeft Trump het Amerikaanse leger opdracht gegeven Venezuela te bombarderen, een operatie die volgens plaatselijke autoriteiten minstens tachtig mensen het leven heeft gekost. Uit deze aanval, gevoegd bij de Amerikaanse luchtaanvallen op meer dan dertig vermeende Venezolaanse drugssmokkelboten, blijkt dat de restricties op oorlogvoering die het Handvest formuleert volstrekt worden genegeerd en dat het recht van de sterkste terug is van weggeweest.

    Recht op zelfverdediging is geen rechtvaardiging voor deze militaire operatie. Drugshandel is geen ‘gewapende aanval’ op de Verenigde Staten, het internationale rechtscriterium voor een rechtmatige daad van zelfverdediging. Ook al is Maduro illegaal aan de macht gekomen en heeft hij zich schuldig gemaakt aan strafbare feiten, dan nog wettigt dat niet het gebruik van militair geweld tegen Venezuela. Geweldloze middelen, zoals economische en diplomatieke sancties, zijn de enige reacties die het internationaal recht toestaat. Het gebruik van militair geweld om een ​​ongewenste regering ten val te brengen zal zich niet beperken tot de Verenigde Staten. Reken maar dat anderen het voorbeeld zullen volgen.

    Misschien is er nog tijd om deze ontwikkeling te stoppen. Toen Rusland Oekraïne binnenviel, werd de invasie door meer dan 140 staten als illegaal veroordeeld, waardoor een vermoedelijke doodsteek voor het rechtssysteem werd afgewend. Zoiets is hoognodig om de internationale rechtsorde te beschermen wanneer een machtige staat de regels overtreedt. Tot nu toe is echter maar een handjevol staten bereid geweest zich krachtig tegen Trump te verzetten. Als staten er niet in slagen om gezamenlijk het verbod op het gebruik van geweld – de hoeksteen van de naoorlogse rechtsorde – te handhaven, zullen er nog veel meer doden vallen in conflicten waartegen geen kruid gewassen is.

    ‘Geleidelijk en toen opeens’

    In Ernest Hemingways roman En de zon gaat op legt het personage Mike Campbell uit hoe hij bankroet is geraakt: ‘Geleidelijk en toen opeens.’ De decennia van onvolmaakte maar ongekende vrede waaraan het VN-Handvest mede heeft bijgedragen wacht ​​nu hetzelfde lot. Nu de Verenigde Staten zich niet langer houden aan de grondbeginselen van de internationale rechtsorde die zij ooit zelf voorstonden, dreigt het toch al wankele rechtssysteem volledig in te storten.

    Oona Hathaway is hoogleraar Rechten en Politieke Wetenschappen aan Yale University en als extern onderzoeker verbonden aan de Carnegie Endowment for International Peace. Daarnaast wordt hij binnenkort voorzitter van de American Society of International Law.