Tag: VS

  • ‘Monsters bestaan – ook in onze tijd’

    ‘Monsters bestaan – ook in onze tijd’

    Mag je massamoordenaars monsters noemen? Ja, vindt hoogleraar filosofie Stephen T. Asma. ‘Monster is een woord dat we gebruiken voor mensen van wie we gedrag, motieven, denkpatronen vrijwel niet of totaal niet kunnen begrijpen.’ 

    Keuze uit het archief

    Ook al is het in liberale samenlevingen not done om mensen te demoniseren, stelt filosoof Stephen T. Asma in dit artikel uit 2017, toch zijn er nog steeds monsters onder ons. Zoals massamoordenaar Stephen Paddock, die in 2017 zestig mensen doodschoot tijdens een countryconcert in Las Vegas. Hoe gaan we om met dit soort mensen van wie de daden buiten ons voorstellingsvermogen liggen?

    Wat is een monster eigenlijk?

    ‘Het woord komt van het Latijnse werkwoord monstrare, waarschuwen. Met name in de antieke Griekse en Romeinse cultuur werd het woord bijvoorbeeld gebruikt voor een baby die was geboren als Siamese tweeling, of die een arm of been miste, of er juist een extra had. Zo’n kind werd beschouwd als een monster. De Grieken noemden hen teratos. Ze dachten dat het een gruwelijke straf was voor immoreel gedrag – een idee dat ook de middeleeuwse christenen graag toepasten om allerlei voorspellingen te doen. Het was een teken dat er onheil dreigde voor de staat of voor de keizer van dat moment of voor een bepaalde veldslag. Een monster is een mengeling van natuurlijke rampspoed en bovennatuurlijke betekenis.’

    Zijn monsters een uiting van weerzin?

    ‘Ja, er komt ook altijd een emotioneel en affectief aspect bij kijken. Een interessante filosoof, Noël Carroll, laat zien dat monsters, vooral moderne monsters uit het horrorgenre, altijd slijm uitscheiden of extra aanhangsels en tentakels hebben. Ze hebben iets wat ingaat tegen ons gevoel voor lichaamsbarrières of lichaamsbegrenzingen. Dat veroorzaakt vaak het gevoel van walging. Daarom zijn monsters vaak politiek zo nuttig. Een beschaving die ten oorlog trekt, zal altijd de tegenstanders demoniseren of “monsteriseren”. Die worden dan neergezet als onbeschaafd en walgelijk, bijvoorbeeld als het gaat om hun seksuele hygiëne. Ze worden een mikpunt van afkeer.’

    Dus in sociologische termen zijn zij de ‘outgroup’?

    ‘Juist: jij bent anders dan wij. Vreemdelingenhaat loopt als een rode draad door de geschiedenis van monsters. Als jij anders bent dan wij, dan reageren we met walging of zijn we bang en op onze hoede. Dat zie je in de antieke wereld, in de middeleeuwen en ook nu nog in het heden, aan de manier waarop wij onze vijanden neerzetten.’

    Heeft religie een rol gespeeld in het vormen van monsters?

    ‘Religie bouwt nooit alleen maar een pantheon van goden. Die goden zijn altijd een antwoord op een dreiging die wordt gepresenteerd via een of ander monsterverhaal. Als je naar de oudste verhalen kijkt, of dat nu in de hindoeïstische, de Chinese of de Mesopotamische literatuur is, zoals de Gilgamesj, altijd kom je er wel een monsterheld of heldmonster tegen. Dit moet wel te maken hebben met een evolutionaire strategie voor het vormen van fictieve familiegroepen. Hoe zorg je dat grote aantallen mensen die geen bloedverwanten zijn toch samenwerkende groepen worden? Daarvoor heb je dit soort verhalen nodig.’

    Frankenstein.
    Frankenstein

    Hebben monsters een evolutionaire functie?

    ‘Anderen wegzetten als monsters kan een uiterst nuttige aanpassing geweest zijn voor de eigen overleving als groep. De natuur was geen warm, gezellig holletje. Zulke horrorverhalen hadden nut omdat mensen erdoor gingen oppassen voor echte vijanden – zowel voor dieren als voor menselijke vijanden. Het folkloristische weerwolfverhaal was wijdverbreid in Europa. Dat is logisch, want de wolven in Noord-Europa waren een bedreiging voor Europeanen. In de Amerika’s bestaat een weerbeerfolklore, omdat oorspronkelijke Amerikanen zich zorgen maakten over echte beren en bang waren opgegeten of aangevallen te worden door beren. Als je naar de monsters van die werelden kijkt, zie je dat ze eenzelfde transformatiefunctie hebben. Het dier dat je kunt worden, of waarvoor je bang moet zijn, is het plaatselijke roofdier.’

    U schrijft dat er nog een andere kant aan het verhaal zit. Welke is dat?

    Dat gaat om een interessant gegeven dat niet veel aandacht krijgt. Daarbij gaat het niet om xenofobie, maar om xeno-nieuwsgierigheid. Een klassiek voorbeeld is dat van Sint-Augustinus. Hij weet dat monsters geacht worden in Afrika en het Oosten te leven. Daartoe behoren ook cyclopen en cynocehali, wezens met een hondenkop, en de blemmyes, wezens zonder hoofd maar met hun gezicht op hun borst. Iedereen denkt dat deze monsters incarnaties van het kwaad zijn, de kinderen van Kaïn: doorboor hun hart en ze zijn er geweest. Maar Augustinus benadrukt de “wonderlijke” kant van deze schepsels. Hij zegt: “Deze wezens zijn griezelig, maar als we met ze kunnen praten en als dan blijkt dat ze een bepaald vermogen tot redelijk denken bezitten, kunnen ze misschien gered worden, dan kunnen ze misschien deel uitmaken van de Verlossing.”’

    ‘Volgens het moderne, liberale standpunt heeft het monster een knuffel nodig, begrip en redelijke onderhandelingen’

    Hoe is deze traditie door de jaren heen overgeleverd?

    ‘Het is typisch iets voor het westerse liberale denken om de kring van tolerantie uit te willen breiden naar degenen die anders zijn dan jij. Vanuit het moderne liberale standpunt is het heel verkeerd om een afkeer te hebben van vreemdelingen. Je hoort anderen niet te monsteriseren of demoniseren, je hoort geen walging van hen te voelen. Zo kun je ook Frankenstein interpreteren. Als ze op middelbare scholen Frankenstein behandelen, gebruiken ze dat verhaal om te laten zien dat je agressie en geweld oproept door geen verschillen in je groep toe te laten. Dat is een liberale interpretatie van het monster. Het monster is niet het kwaad. Het monster heeft een knuffel nodig, begrip en redelijke onderhandelingen.’

    Wanneer werd ‘monster’ een term voor een mens?

    ‘Dat is echt een interessant onderwerp. Er zijn een paar lijnen die we kunnen volgen. Een loopt naar de oude Grieken, die het verschijnsel van een monsterlijk verlangen kenden. Je kon een verlangen in je hebben dat zo overweldigend was dat het je van jezelf vervreemdde. Dat Medea haar kinderen vermoordt, dat de ene persoon de andere doodt of dat liefde je krankzinnig maakt, komt doordat Eros je monsterlijke dingen laat doen. Het was een bezetenheid van binnenuit, een psychologisch vermogen dat je niet goed had gekanaliseerd. Ik denk dat die lijn doorloopt tot Freud en het idee van een “id” dat ons ware zelf is. In ons allemaal zit iets wat zorgvuldig moet worden beheerst. Anders pleegt het psychopathologische daden. Dat zie je nu met de schutter van Las Vegas. We willen weten waarom hij het deed. Is er iets in onszelf dat ons ook iets dergelijks kan laten doen als we het niet in de hand houden?’

    Zou u Stephen Paddock, de schutter van Las Vegas, een monster noemen?

    ‘Jazeker. Daar komt de term “monster” nog steeds goed van pas. Hij verwijst naar een categorie monster dat we niet kunnen begrijpen. Zodat we zeggen “Dit gaat er bij mij echt niet in. Hier snap ik helemaal niks van.”’

    Waarom komt de term ‘monster’ dan goed van pas?

    ‘Veel mensen denken: Ach, het woord monster is niet meer van deze tijd, je moet het niet meer gebruiken; je moet mensen en hun drijfveren begrijpen. Ik ben van mening dat de term monster nog steeds goed bruikbaar is wanneer je met iemand als Stephen Paddock te maken krijgt. Een van de kenmerken van een monster is dat het niet iemand is met wie je rationeel kunt onderhandelen. Met een vijand kun je nog raakvlakken vinden, zijn er dingen die je kunt volgen. Je vijand haat je misschien. Misschien heeft het conflict een economische achtergrond. Monster is een woord dat we alleen gebruiken voor mensen met wie niet onderhandeld kan worden. Het is vrijwel, zo niet geheel onmogelijk om hun gedrag, hun motieven, hun denkpatroon te begrijpen. Ons gebruikelijke inlevingsvermogen werkt bij deze mensen niet. “Monster” roept negatieve associaties op, en daar valt over te discussiëren. Maar in dit geval is het volkomen terecht om het woord te gebruiken.’

    Moeten we ons eenvoudigweg neerleggen bij het feit dat mensen monsterlijk kunnen zijn?

    ‘Dat is een lastige vraag. Ik heb eens een rechter geïnterviewd die zich dertig jaar lang had beziggehouden met de beestachtigste misdadigers waarover wij alleen maar in de krant lezen. Hetzelfde geldt voor mijn broer, die als detective voor een advocatenkantoor werkt. Allebei zeggen ze hetzelfde: soms ondervraag je iemand die gevangenzit omdat hij zijn kinderen heeft vermoord of iets anders gruwelijks heeft gedaan, maar zodra je met zo iemand in gesprek raakt, wordt het heel moeilijk om hem als monster te blijven zien. Mijn broer vertelde me een keer over zijn gesprek met een man die algemeen gezien wordt als een monster. Na een paar uur komt het gesprek op muziek. Het blijkt dat ze dezelfde muzikale smaak hebben. Misschien roken ze samen een sigaret. Plotseling heb je met zo iemand een natuurlijke menselijke relatie. Dat verandert wel iets aan je neiging om deze persoon alleen maar als een monster te zien.

    ‘In de rechtspraak bestaat de mogelijkheid om te zeggen: ‘Oké, je was dronken of high van iets en werd woedend en pleegde toen een gruwelijke misdaad’’

    De rechter maakte een onderscheid. Hij zei: “Ik vind hun daden monsterlijk, maar ik zie de persoon niet als een monster.” Volgens mij maakt de wet daar nog een extra onderscheid bij. In de rechtspraak bestaat de mogelijkheid om te zeggen: “Oké, je was dronken of high van iets en werd woedend en pleegde toen een gruwelijke misdaad.” Het Amerikaanse recht kent nog een categorie mens, die wordt aangeduid met die prachtig negentiende-eeuws klinkende term: iemand die een “kwaadaardig hart” heeft. Dat is echt een juridische term, want hij maakt deel uit van de juridische definitie van malice – boze opzet – en staat in de Californische strafwet. Het betekent dat het een karakterkwestie is. Deze persoon heeft de bedoeling een ander pijn te doen, en geniet daar mogelijk van. Ik vind het interessant dat de wet erkent dat er mensen zijn die gewoon door en door slecht zijn en ingeperkt moeten worden. Het is niet zo dat ze een moment van monsterlijkheid hadden of een monsterlijke daad pleegden. Dit zíjn monsters.’

    Maar kun je een persoon scheiden van zijn of haar daden? Het is toch een en hetzelfde brein dat erachter zit.

    ‘Ja, dit zijn typeringen die voortkomen uit de folklore, neem ik aan. Maar folklore is vaak overheersend in de wet. Aan de andere kant, als je er alleen vanuit de neurowetenschap naar kijkt, kan ik me voorstellen dat je al snel naar determinisme neigt. Wat zouden we tegenkomen wanneer we in de hersens van iemand als Stephen Paddock keken? Vinden we dan een tumor? Er is nog geen ander motief opgedoken, dus neig ik in die richting. Misschien was het iets dergelijks. De zaak is nog niet afgerond. We hebben meer informatie nodig. Maar je hebt gelijk: kan een beestachtige daad worden gescheiden van de persoon, is de persoon niet de som van zijn daden? Aan de andere kant hebben we wel enig onderscheid nodig tussen iemand die iets doet terwijl hij tijdelijk de controle over zichzelf kwijt is, en iemand die bewust een gruweldaad bedenkt en tot in de details uitwerkt. Daarom is een term als “karakter” nog steeds bruikbaar in de menswetenschappen. In termen van de neurowetenschap, tja, er zal heus geen afzonderlijk mensje in de hersens zitten, maar er is misschien wel een verhaal te vertellen over het falen van het systeem dat de impulsen moet beheersen.’

    Is elk mens in staat tot monsterlijkheid?

    ‘Ik denk dat elk mens in staat is tot het plegen van monsterlijke daden, maar echte monsters zijn vrij zeldzaam. Onze darwiniaanse erfenis heeft ons allemaal evolutionair gevormde vormen van agressie meegegeven, maar onze roofdierneigingen worden getemperd door verzorging en culturele opvoeding. Bij psychopathische persoonlijkheden spelen een gebrek aan goed ouderschap en culturele opvoeding vaak een rol, in combinatie met hersenafwijkingen. Toch kunnen ook bepaalde ideologieën zoals het jihadisme of het imperialisme een normaal gesproken empathisch persoon in een monster veranderen. Slechte ideeën kunnen onze prosociale gevoelens een andere richting geven en een kwaadaardig hart scheppen.’

    Wie of wat maakt een leider monsterlijk?

    ‘De tirannieke man heeft aantrekkingskracht voor mensen die zich bedreigd voelen of voor een staat die zich bedreigt voelt. Dat zie je telkens weer. Sociologen en antropologen noemen dit het verschijnsel van de “sterke man”: een groep voelt zich bedreigd, hun basisbehoeften worden niet vervuld, en er komt een charismatische, tirannieke figuur op. Zo ging het met Hitler. Zo ging het met Stalin. Ik heb in Cambodja gewoond en weet veel over het verhaal van de Rode Khmer en Pol Pot. Maar zelfs Plato zei het al in zijn Republica. Het interessante is dat het moeilijk is kritiek op zo iemand te leveren of er tegenwicht aan te bieden, omdat de tiran of de monsterlijke leider alleen maar agressief hoeft te zijn. Dat is zijn enige taak. Jij kunt wel zeggen dat hij irrationeel is of onlogisch, of moeilijk om mee samen te werken, maar dat maakt niets uit. Dat zijn gewoon de “deugden” van een monsterlijke leider. Neem het gedoe tussen Donald Trump en “Little Rocket Man”, zoals hij Kim Jong-un tegenwoordig noemt. De aantrekkingskracht van Trump op zijn aanhangers is denk ik dat Trump nu gestoord lijkt en dat andere grote mannen, grote bazen, misschien wel een andere gestoorde man zullen erkennen en respecteren. Dit zou een afschrikkend effect kunnen hebben. Het zou deels ook kunnen verklaren waarom een monsterlijke man aan de macht blijft.’

    Wat bedoelt u als u schrijft dat monsters een morele functie hebben?

    ‘Monsters kunnen deel uitmaken van de morele verbeelding als manier om te laten zien wat we niet willen zijn. Een duidelijk voorbeeld is dat van de jihadi die een journalist onthoofdt. Maar er zijn ook subtiele vormen, zoals Ebenezer Scrooge. Onze literatuur en cultuur scheppen iconen van immoraliteit en die dragen bij aan de vorming van ons gedrag en ons denken. Veel mensen genieten van horror in bijvoorbeeld The Walking Dead, omdat het een soort generale repetitie is. Ik verwacht geen zombieapocalyps, maar ik vraag me wel af wat er zou gebeuren als het netwerk uitviel en wij geen elektriciteit hadden en er opeens voedselgebrek zou zijn. Wat zou er gebeuren als de moderne samenleving knarsend tot stilstand kwam? Veel monsterscenario’s zouden een vervangende training kunnen zijn voor wat er tussen mensen zou kunnen gebeuren.’

    Wat is uw monster? ‘Ik ben bang voor diep, donker water. Het is een bijna verlammende angst voor zeemonsters, wat een volkomen irrationele en belachelijke angst is. Daardoor ben ik me gaan afvragen hoe het nou eigenlijk zit.’

    En, hoe zit het?

    ‘Als je filosofie studeert, ben je behept met het vooroordeel van dit vakgebied tegen irrationaliteit. Zijn de knopen eenmaal ontward, dan moet rationaliteit het grote licht van de psyche zijn. Dat licht schijnt naar binnen en verklaart bovennatuurlijkheid en irrationele angsten. Je hoeft alleen maar je geest goed te trainen en dan kun je de kelder van je psyche uitruimen bij het heldere licht van de rede. Ik begon te beseffen dat dat niet klopt. De rede is niet het grote besturingssysteem. De psyche is gebaseerd op een veel groter en ouder besturingssysteem, namelijk het emotionele besturingssysteem. Uit veel onderzoek blijkt dat rationele of cognitieve gedragstherapie mensen nauwelijks helpt om over echte, verlammende fobieën heen te komen. Het lijkt er echt op dat het iets anders of diepers is.’

    Waar komt die verlammende angst dan vandaan?

    ‘Dat zullen we de komende twintig jaar nog niet precies weten, maar ik denk wel dat het werk van affectieve neurowetenschappers als Jaak Panksepp, die helaas overleden is, Antonio Damasio, Kent Berridge en Richard Davidson uiteindelijk het antwoord zal opleveren. Zij geloven dat we een aangeboren emotionele bedrading hebben die flexibel genoeg is om verschillende gebeurtenissen en ervaringen te verwerken. Ik denk dat die zienswijze juist is, al komt er nu kritiek op van mensen als [neurowetenschapper, psycholoog en auteur van het boek How Emotions Are Made] Lisa Feldman Barrett. Maar ik ben het echt niet eens met haar theorie van geconstrueerde emoties. Ik denk dat ze veel te veel bezig is met de conceptuele ruimte van de geest.’

    In haar visie zijn emoties geen kant-en-klare circuits in het brein die worden getriggerd door ervaringen. Het zijn constructies, manieren van het brein om de wereld te begrijpen.

    ‘Ja, en ik denk dat wat zij beschrijft wel klopt voor een bepaald domein van het geestelijk leven, namelijk voor een puur menselijk domein daarvan. Maar als het om de geest gaat ben ik te veel darwiniaan om te denken dat dit voor meeste emoties opgaat. De meer subtiele soorten emoties, zoals het gevoel van vrees of verveling, passen misschien goed in Barretts visie. Maar ik denk dat we homologisch gezien basale affectieve systemen gemeen hebben met andere zoogdieren. Zij ontkent dat, en daarin ben ik het dus niet met haar eens. Ze intellectualiseert emoties zo sterk – door ze als concepten te zien – dat ze dierlijke emoties of emoties van baby’s niet kan verklaren. Uiteindelijk moet het verhaal van angst, fobie en horror geworteld zijn in de oudere emotionele systemen.’

    Hoe hebben monsters u ertoe gebracht om over verbeeldingskracht te schrijven?

    ‘Ik had veel nagedacht over beelden. Lang voordat we beschikten over geschreven talen en verhalen, hadden we in ons brein al beelden als gevolg van de waarneming. We moeten ooit een communicatievorm hebben gehad met beelden en lichamelijke gebaren, voordat we taal hadden. Daardoor ging ik me afvragen hoe oud de verbeeldingskracht eigenlijk is. Is die meegekomen met de taal of konden we allang met beelden communiceren voordat we taal hadden? Volgens mij zijn er veel manieren om kennis te hebben en met anderen te communiceren, die niet linguïstisch zijn maar te maken hebben met lichaamstaal, in de vorm van dansen, of via tekenen of beeldend werk, zoals de grotschilderingen in Lascaux of Chauvet. Al vóór het propositioneel denken bestond er een hele taal van verbeeldingskracht en geestelijk leven.’

    Leeft dat oude verbeeldende leven nog steeds in ons?

    ‘Volgens mij wel, ja. Het wordt overschaduwd doordat het propositioneel denken overheerst. We zijn nu in ons brein sterk uitvoerend georganiseerd. Dat is wat je doet als je een kind opvoedt. Je legt een neocorticaal besturingssysteem over de wirwar aan meer associatieve motorische waarnemingsprocessen heen. We leren allemaal onze geest te disciplineren, zoals we leren ons gedrag te disciplineren. Maar we kunnen die neocorticale controleur het zwijgen opleggen via creatieve activiteiten, zoals kunst, en uitstapjes maken naar deze vroegere vorm van denken.’

    Wat zou u zijn als u geen hoogleraar filosofie was?

    ‘Ik twijfel tussen muziek en visuele kunst, maar hoe dan ook zou ik kunstenaar zijn. Ik bén nog steeds kunstenaar. Ik word er alleen niet meer voor betaald.’

  • 2. Zege met een bittere nasmaak

    2. Zege met een bittere nasmaak

    De Syrische Koerden hielpen de VS om IS te verslaan. Maar nu de Amerikanen hen niet meer nodig hebben als bondgenoot, dreigen ze zoals zo vaak aan het kortste eind te trekken.

    Met de val van Raqqa is het lot van IS praktisch bezegeld. De beweging is bezig haar laatste stedelijke bolwerken in Syrië en Irak te verliezen en zal veroordeeld worden tot de rol van een guerrillagroep die verrassingsaanvallen uitvoert vanuit de woestijn. Tijdens het beleg van Raqqa, dat op 6 juni begon, verdedigde IS zich met verve, maar zag de groep zich voor een overmacht geplaatst.

    Ook de overwinnaars zijn echter niet te benijden. De Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) is een Koerdisch-Arabische strijdmacht, maar de militaire slagkracht komt van de YPG, de zogeheten Volksverdedigingstroepen: zeer gemotiveerde, goed georganiseerde en ervaren Syrisch-Koerdische strijders die banden hebben met de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in Turkije. De SDF hebben weliswaar bewezen over uitstekende grondtroepen te beschikken, maar danken hun grote successen niet alleen aan hun onmiskenbare militaire vaardigheden, maar ook aan de verwoestende vuurkracht van de door de VS geleide coalitie met haar bommen, raketten en drones.

    De Koerden in Syrië hebben zich altijd angstig afgevraagd wat er met hen zou gebeuren als de Amerikanen hen niet meer nodig hadden als cruciale bondgenoot tegen IS. Zij vormen een gemeenschap van zo’n 2,2 miljoen mensen die werden gemarginaliseerd en vervolgd tot aan de opstand tegen het Syrische regime in 2011. Het Syrische leger trok zich in 2012 terug uit hun leefgebied, waarop de Koerden de republiek Rojava (‘Het Westen’) uitriepen, een reeks Koerdische enclaves op een strook land in het noordoosten van Syrië, ten westen van Iraaks-Koerdistan (vandaar de naam) en ten zuiden van Turkije.

    In 2014 viel IS de Koerdische stad Kobani aan. Uiteindelijk schoot de Amerikaanse luchtmacht de Koerden te hulp met een grootschalige interventie. Het Pentagon was al lange tijd op zoek naar een plaatselijke bondgenoot en vond die in de YPG. De Amerikaans-Koerdische alliantie is ook zeer effectief gebleken, maar dreigt nu slachtoffer te worden van haar eigen succes.

    schermafbeelding 2017 11 01 om 1 11 18 pm

    Tegenwoordig zijn de Koerden actief in soennitisch-Arabische gebieden. Het is een illusie dat ze die gebieden kunnen behouden. Enkele SDF-eenheden zijn over de rivier de Eufraat doorgedrongen tot in de zuidelijke provincie Deir ez-Zor, waar de helft van de Syrische olie wordt geproduceerd en IS zich heeft teruggetrokken. Er dreigt echter ook een botsing tussen de Koerden en het Syrische leger, dat vanuit het westen oprukt.

    In het Witte Huis klinken geluiden om de YPG en soennitische stammen te blijven gebruiken voor de verwezenlijking van het plan van president Trump om Iran en zijn bondgenoot – het Syrische regime – te verzwakken. Daaraan kleven evenwel ernstige nadelen: het is mosterd na de maaltijd, omdat het pleit in Syrië feitelijk al is beslecht door het bewind van president Bashar al-Assad en zijn bondgenoten: de Libanees-sjiitische beweging Hezbollah, de Iraanse Revolutionaire Garde en Iraaks-sjiitische paramilitaire groepen. De SDF hebben aanzienlijke versterking nodig van lokale Arabische bondgenoten om nog een kans te maken, waarbij hun rol van afstandsbediening van de VS tot een confrontatie met Rusland kan leiden.

    Koerdische commandanten hebben het nu over onderhandelingen met Damascus, omdat het Assad-regime de Arabische oppositie grotendeels heeft verslagen en alleen de Koerdische minderheid als tegenstander overblijft. Trump sloeg onlangs een strijdlustige toon aan tegen Iran, maar het is twijfelachtig of hij verstrikt wil raken in een niet te winnen oorlog in Syrië die Washington mogelijk meer schade berokkent dan Teheran.

    Vele spelers

    De grootste bedreiging voor de Syrische Koerden komt van Turkije, dat de officieuze Koerdische staat langs zijn zuidgrens als een permanent gevaar ziet. Des te vervelender voor de Turken dat ze voorlopig weinig aan de situatie kunnen doen, zolang de VS en Rusland zich met de regio blijven bemoeien. Als Ankara zijn beperkte militaire activiteiten in Syrië wil uitbreiden, zal daarvoor luchtsteun nodig zijn. De Russen zullen geen Turkse vliegtuigen boven Syrië dulden.

    Het Syrische politieke en militaire schaakbord is complex en kent vele spelers. Raqqa markeert de zoveelste van een reeks nederlagen van IS. De beweging zal het nog moeilijk krijgen om te overleven, al zal ze op de val van de stad hebben geanticipeerd en een vlucht naar afgelegen gebieden hebben voorbereid met de aanleg van bunkers en wapen- en voedselopslagplaatsen. Met dat bijltje heeft IS, toen het nog ISI ofwel Islamitische Staat in Irak heette, tussen 2008 en 2011 al gehakt, na op de knieën te zijn gedwongen door een coalitie van de VS en soennitische stammen.

    In Syrië en Irak is de belangrijkste kwestie niet meer hoe IS te verslaan, maar wat te doen met de Koerden. Die zullen de grootste moeite hebben om de winst te behouden die zij in de oorlog hebben geboekt.

    Auteur: Patrick Cockburn
    Vertaler: Carl Stellweg

    The Independent
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 75.600

    Opgericht 1986 in het Thatcher-tijdperk, politiek neutraal. De kleinste kwaliteitskrant van Engeland.

  • Noord-Korea begrijpen? Kijk naar China in de jaren zestig

    Noord-Korea begrijpen? Kijk naar China in de jaren zestig

    Het optreden van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un wordt vaak als roekeloos en irrationeel gezien. Maar dat klopt niet, betoogt Yevgen Sautin. China volgde in de jaren zestig dezelfde strategie.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week riep de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un op tot een grondwetswijziging om Zuid-Korea te identificeren als de ‘vijandige staat nummer één’. Daarmee lijkt de belofte van het regime om het Koreaanse schiereiland te verenigen definitief van de baan te zijn. Het land dreigt zelfs met een oorlog.

    Die oorlogstaal is niets nieuws. Al jarenlang is Noord-Korea bezig met de ontwikkeling van een kernwapenprogramma. Raketproeven laten zien dat het land in staat is de VS met een kernaanval te bedreigen. Yevgen Sautin schreef al 2017 in The Diplomat dat we die nucleaire retoriek niet al te serieus hoeven te nemen. Sautin baseert dit standpunt op de strategie van China in de jaren zestig: bluffen over kernwapens om de eigen zwakte te verbergen en de achterstand ten opzichte van andere kernmachten te verdoezelen.

    Recente tests met intercontinentale ballistische raketten wijzen het uit: in de zeer nabije toekomst zal Noord-Korea in staat zijn het Amerikaanse vasteland met een kernaanval te bedreigen. De regering van president Trump heeft gezworen het land geen gelegenheid te geven zijn ‘destructieve koers’ voort te zetten. Het is echter nog niet duidelijk hoe de Amerikanen denken Pyongyang een halt te kunnen toeroepen. Wel hebben Amerikaanse regeringsfunctionarissen hun toon verscherpt. Noord-Korea is in hun ogen nu de meest urgente bedreiging van de VS.

    Het is van belang te beseffen dat er eerder met dit bijltje is gehakt. De 
Verenigde Staten bevonden zich ruim vijftig jaar geleden in een soortgelijke situatie. Zij werden toen geconfronteerd met de nucleaire ambities van het maoïstische China. En net als nu vroegen deskundigen zich ook toen bezorgd af of er wel rationele besluitvormers achter de knoppen zaten in 
de geïsoleerde communistische staat. Militaire opties – hoe riskant ook – werden serieus overwogen. Het vooruitzicht van een nucleair China vervulde Amerikaanse leiders met ontzetting.

    Maar gaandeweg kwam zowel de regering van Kennedy als die van Johnson tot de slotsom dat China’s bescheiden kernarsenaal niet zou leiden tot een verschuiving van de onderliggende machtsverhoudingen in Oost-Azië, noch dat het vertrouwen van de Amerikaanse bondgenoten in Washingtons veiligheidsgaranties een deuk zou oplopen. Het nucleair bewapende China bleef mondiale revolutionaire bewegingen steunen en ging ook door met militaire hulp aan Noord-Vietnam in de oorlog met de Verenigde Staten. Als het om kernwapens ging, werd de toon van Beijing allengs gematigder; het liet hiermee blijken in staat te zijn tot gecalculeerde beheersing jegens de VS.

    Hardnekkig depotisme

    In december 1960 waarschuwde een Amerikaanse National Intelligence Estimate (NIE) [een document dat de standpunten van Amerikaanse geheime diensten samenvat] dat ‘China’s arrogante zelfvertrouwen, revolutionaire vuur en vertekende beeld van de wereld’ tot een ‘verkeerde inschatting van risico’s’ kon leiden. Dat gevaar zou alleen maar toenemen als communistisch China kernwapens kreeg.

    Afgezien van het revolutionaire vuur zouden dezelfde conclusies kunnen worden getrokken voor Noord-Korea. Het is immers een van de meest geïsoleerde regimes ter wereld, met een uiterst wispelturige leider: Kim Jong-un. Daarnaast maakt het land zich ook nog schuldig aan ontvoering en moord, slingert het de Verenigde Staten de wonderlijkste verwensingen naar het hoofd en dreigt het regelmatig met nucleaire aanvallen op Zuid-Korea. Wie Noord-Korea van een afstand bekijkt, zou het land gemakkelijk kunnen aanzien voor een uitzonderlijk geval van hardnekkig despotisme.

    En dat klopt dus niet, zoals blijkt uit de NIE: ook China in de jaren zestig voldeed aan dat profiel. Chinese leiders deden weinig anders dan de gevaren van een kernoorlog afwimpelen en de onvermijdelijke overwinning van de volksmassa op het Amerikaanse imperialisme en het Sovjet-revisionisme benadrukken. Tegelijkertijd overdreven de Chinese leiders de mogelijkheden van hun eigen nucleaire programma enorm en bagatelliseerden ze de effecten van een tegenaanval op het Chinese vasteland.

    Noord-Koreaanse soldaten te fiets bij de Yalu-rivier bij de grens met China. – © Kevin Frayer / Getty
    Noord-Koreaanse soldaten te fiets bij de Yalu-rivier bij de grens met China. – © Kevin Frayer / Getty

    In feite was de Chinese oorlogsretoriek strategische bluf ter compensatie van de grote verschillen in nucleair vermogen tussen China en de twee supermachten: de VS en de Sovjet-Unie. In dat licht doet het haast onwezenlijk aan om Noord-Korea nu zichzelf te horen aanprijzen als ‘een sterke kernmacht’, in het bezit van ‘zeer krachtige intercontinentale ballistische raketten die elke plek op de wereld kunnen treffen’. Het is daarbij van belang in het oog te houden dat het Noord-Koreaanse nucleaire arsenaal nog altijd klein
is, dat het land niet in staat is tot een tegenaanval en nooit in zijn eentje de militaire machtsverhoudingen in de regio zal weten te wijzigen. Het wapengekletter van Noord-Korea heeft tot doel de aandacht af te leiden van de zwakte en angst voor de toekomst van het regime.

    Pyongyang heeft geen officiële nucleaire doctrine, waardoor analisten zich gedwongen zien de strategie van het land uit een aantal uitspraken af te leiden. Kim Jong-un rept van het belang het ‘nucleaire monopolie’ van de Verenigde Staten te doorbreken. Pyongyang zal niet als eerste kernwapens inzetten (‘no first use’) en is voorstander van wereldwijde, volledige ontwapening. Nochtans heeft Noord-Korea herhaaldelijk gedreigd kernwapens te gebruiken in preventieve aanvallen tegen de Verenigde Staten of Zuid-Korea. Sinds het uit het zeslandenoverleg [tussen de VS, Rusland, China, Japan, Zuid-Korea en Noord-Korea (2003-2008)] is gestapt, heeft Noord-Korea eventuele inspanningen om het Koreaanse schiereiland nucleair te ontwapenen onmogelijk gemaakt.

    De Noord-Koreaanse verklaringen over kernwapens sluiten nauw aan op de officiële standpunten van China over kernwapens in de jaren zestig. Na China’s eerste kernproef in 1964 formuleerde Beijing ook drie uitgangspunten: China ontwikkelde atoomwapens om ‘het supermachtmonopolie te doorbreken’, China zou nooit atoomwapens 
als eerste gebruiken, en China ondersteunde de volledige uitbanning van deze wapens. En toch was Beijing sterk gekant tegen het Verdrag voor een Beperkt Verbod op Kernproeven 
(Limited Test Ban Treaty, LTBT, ook wel Beperkt Kernstopverdrag genoemd) en bleef het wereldwijde nucleaire ontwapening vijandig gezind totdat zijn eigen kernprogramma in de jaren zeventig iets begon voor te stellen. Uit het Chinese optreden zou je kunnen afleiden dat Noord-Korea opzettelijk een agressieve houding aanneemt om de algehele zwakte van het Noord-Koreaanse arsenaal te verdonkeremanen.

    Als China’s nucleaire programma in de jaren zestig geen ernstige bedreiging vormde voor de Verenigde Staten, is er nu nog minder reden te vrezen voor Noord-Korea

    Zoals William Burr en Jeffrey T. Richelson stelden in Whether to “Strangle the Baby in the Cradle”: The United States and the Chinese Nuclear Program, 1960-64 (Moeten we het kind in de wieg smoren? De Verenigde Staten en het Chinese nucleaire programma, 1960-64), beschouwde John F. Kennedy een eventuele Chinese kernproef als ‘historisch waarschijnlijk de meest significante en ernstigste gebeurtenis van de jaren zestig’. Een nucleair China was voor de regering-Kennedy zo’n schrikbeeld dat elke denkbare maatregel, van directe Amerikaanse aanvallen tot het parachuteren van Chinese nationalistische commando’s vanuit Taiwan, werd overwogen. Kennedy gaf functionarissen zelfs toestemming om Amerika’s aartsrivaal, de Sovjet-Unie, te polsen over gezamenlijke preventieve actie tegen China.

    De president stond bepaald niet alleen in zijn vrees dat een nucleair China 
de grootste bedreiging voor de wereldvrede was. Terwijl de Culturele Revolutie woedde, was de US Navy bang dat China snel de beschikking zou krijgen over de technologie om ballistische raketten vanaf onderzeeërs te lanceren. En dat zou het misschien op zo’n manier doen dat het leek op een aanval van de Sovjet-Unie, met een mondiale kernoorlog als gevolg. (Zie Lyle J. Goldstein in When China Was a “Rogue State”: The Impact of China’s Nuclear Weapons
Program on US-China Relations during the 1960’s [Toen China een schurkenstaat was: de gevolgen van China’s nucleaire wapenprogramma op de betrekkingen tussen de VS en China in de jaren zestig]). Om deze vermeende dreiging het hoofd te bieden, adviseerde de Navy om China’s eerste met raketten bewapende onderzeeër op zijn maidentrip tot zinken te brengen. Deze angsten grensden aan paranoia en stoelden op een grove overschatting van de Chinese technologie; China zou zijn eerste ballistische onderzeeraket pas in 1982 lanceren. De pers was ook fel tegen het idee dat Mao over kernwapens zou komen te beschikken en riep op tot militaire actie om de nucleaire ambities van Beijing te beknotten.

    Onderhandelingstafel

    Niet iedereen in Kennedy’s regering deelde zijn angsten. De Policy Planning Council [Raad voor Beleidsplanning] van het ministerie van Buitenlandse Zaken leverde een invloedrijke studie af waarin de vreselijke gevolgen van een Chinese kernproef werden betwijfeld. De stelling luidde dat het Chinese arsenaal geen grote bedreiging voor de Verenigde Staten kon vormen en de machtsverhoudingen
in de regio er nauwelijks door zouden veranderen. Bovendien stond dat
arsenaal bloot aan tegenaanvallen van de Amerikanen, iets waartoe de Chinezen zelf niet in staat waren. Een nucleair China zou er dus weinig voor voelen de VS overmatig uit te dagen. De aanhangers van deze aanvankelijk omstreden visie wonnen uiteindelijk het pleit in het Witte Huis.

    In het rapport werd wel onderkend dat er negatieve politieke gevolgen kleefden aan een Chinese kernproef – zoals proliferatie – maar die konden worden bezworen door garanties van Washington aan zijn bondgenoten. En zie: in de nasleep van de eerste Chinese kernproef lukte het de regering-Johnson om Japan met een juiste mix van veiligheidswaarborgen en diplomatieke druk van het nucleaire pad af te houden. De jaren daarop oefenden de Verenigde Staten vergelijkbare druk uit op Taiwan en Zuid-Korea om niet met eigen kernwapenprogramma’s te komen.

    Als China’s nucleaire programma in de jaren zestig geen ernstige bedreiging vormde voor de Verenigde Staten, is er nu nog minder reden te vrezen voor Noord-Korea. Zelfs als Noord-Korea zijn raketten verbetert, behouden de Verenigde Staten en hun bondgenoten nog een overweldigend militair en economisch overwicht. Net als in de jaren zestig moeten de Verenigde Staten hun regionale bondgenoten en partners openlijk en op geloofwaardige wijze gerust stellen, dat is alles. Elke Noord-Koreaanse poging een wig te drijven in de alliantie tussen de VS en Zuid-Korea zal mislukken zolang Washington brede veiligheidsgaranties blijft leveren aan Seoul. Ook Japan zal drastische maatregelen niet nodig vinden als het zich openlijk gesteund weet door de regering-Trump.

    Ten slotte: de VS moeten zich krachtig uitspreken tegen het koppelen van de Noord-Koreaanse nucleaire kwestie aan problemen in de relatie tussen de VS en China die daar niets mee te maken hebben. Dat is nodig om de angst van Taiwan weg te nemen dat Washington de feitelijke onafhankelijkheid van het eiland zou willen opgeven in ruil voor Chinese druk op Noord-Korea. Het is inmiddels duidelijk dat Beijing, uit machteloosheid of onwil, Pyongyang niet zal dwingen een andere koers te kiezen. De Verenigde Staten moeten zich niet laten verleiden tot bredere besprekingen in de hoop op meer Chinese samenwerking inzake Noord-Korea.

    Na de Chinese kernproef van 1964 zette president Johnson handelscontroles 
en extra inlichtingenwerk in om het tempo van de Chinese nucleaire ontwikkeling af te remmen. Al bleef het Chinese kernprogramma een bron van zorg, Washington leerde er uiteindelijk mee leven. En dat was dankzij snelle en geloofwaardige Amerikaanse garanties aan belangrijke regionale bondgenoten, zoals Japan. Naarmate Chinese leiders hun strategie wijzigden en enige toenadering zochten tot het Westen, veranderden ook China’s nucleaire standpunten beetje bij beetje. Noord-Korea is China niet, maar een soortgelijk beleid van strategisch geduld en robuuste veiligheidswaarborgen aan Zuid-Korea en Japan is de beste optie om Noord-Korea weer terug te krijgen aan de onderhandelingstafel.

  • Voor de Koerden 
is het nu of nooit

    Voor de Koerden 
is het nu of nooit

    Al een eeuw strijden de Koerden in Irak voor zelfbestuur. Het referendum dat de Iraaks-Koerdische regering voor 25 september heeft uitgeschreven, biedt een unieke kans.

    Sinds de ontmanteling van de Koerdische provincie van het Ottomaanse rijk (als gevolg van de Britse bezetting van het gebied aan het einde van de Eerste Wereldoorlog), haken de Koerden in Irak naar onafhankelijkheid, in welke vorm dan ook. Aanvankelijk, aan het begin van de jaren twintig, richtten Europees georiënteerde nationalisten zich tot de Britse hoeders van het Iraakse mandaatgebied, met wie ze een wisselvallige relatie hadden. Onder auspiciën van de ‘koning van Koerdistan’, Mahmud Al-Hafid Barzanji, verzochten ze op de ‘lijst van nog te bevrijden volken’ te worden geplaatst. Ze wilden hiermee voorkomen dat ze weer onder Turks bewind zouden worden geplaatst.

    Nadat in 1932 de onafhankelijkheid van Irak was uitgeroepen – dat een Koerdische provincie kreeg – kwam de Koerdische nationalistische beweging voortdurend in botsing met de heersers in Bagdad. Achtereenvolgens waren dat de Hasjemitische dynastie (1932-1958), de nationalistische Iraakse leider Abdelkarim Al-Qassem (1958-1963) die Irak uitriep tot ‘eeuwige republiek’, en een reeks Baath-regimes: de gebroeders Abdelsalam en Abderrahman Aref (1963-1968), het duo Ahmed Hassan Al-Bakr en diens ‘secondant’ Saddam Hoessein (1968-1979), en tenslotte Saddam Hoessein zelf (1979-2003).

    De Amerikaanse invasie van Irak en de val van Saddam Hoessein in 2003 betekenden voor de Koerden dat ze niet meer voor een herstel van de tirannie van Bagdad hoefden te vrezen. Ze hadden al een autonoom gebied in Noord-Irak bevochten nadat de Amerikanen het bewind van Saddam in de nasleep van de Eerste Golfoorlog in 1991 vleugellam hadden gemaakt.

    schermafbeelding 2017 07 12 om 3 15 44 pm

    Nu is de Iraaks-Koerdische regering vastbesloten de nationalistische ambities volledig te verwezenlijken door op 25 september een referendum over onafhankelijkheid uit te schrijven. Er wordt openlijk van ‘afscheiding’ gesproken, een kortgeleden nog brandgevaarlijke term die tegenstanders van de Koerden gebruikten om hun autonomie in een kwaad daglicht te stellen.

    De situatie in de regio is weinig rooskleurig, maar dat komt de door schade en schande wijs geworden Koerden niet slecht uit. Zij weten immers dat hun omstandigheden verbeteren wanneer de vier staten waarover zij zijn uitgewaaierd (Irak, Iran, Syrië, Turkije) het zwaar te verduren krijgen. Alle spanningen tussen deze landen vormen voor de Koerden evenzovele bressen waarin zij zich kunnen nestelen.

    Mede dankzij het in 2006 ingestelde Iraakse federale systeem hebben de lokale autoriteiten van Erbil economische en politieke banden gesmeed met hun buurlanden, in het bijzonder met Iran en Turkije. Dit bewijst dat ze veel pragmatischer zijn dan uit hun nationalistische discours blijkt.

    Niet aan de grote klok

    Turkije en Iran hangen hun relatie met de Koerden in Irak liever niet aan de grote klok. Deze laatsten geven nu echter signalen af dat zij zich aan de kant van hetzij Ankara, hetzij Teheran zullen scharen, afhankelijk van de vraag welke partij het beste de Koerdische belangen dient. Daarom mijdt zowel Ankara als Teheran op dit moment meer dan ooit een confrontatie met de Iraakse Koerden. Want daarmee zou de ene regionale grootmacht de Koerden in de armen van de ander kunnen drijven, met ernstige economische en politieke schade als gevolg.

    De centrale regering in Bagdad is in dit politieke spel nog het minst te benijden, verzwakt als zij is door sektarische verdeeldheid, een neergaande economische situatie en een nog altijd haperende dagelijkse water- en stroomvoorziening. Bagdad – met zijn door sjiieten gedomineerde regering – wordt dermate door de eigen problemen in beslag genomen dat het zich van de rest van de Arabische wereld dreigt te vervreemden. Hierdoor is het minder in staat weerstand te bieden aan het Koerdische streven naar onafhankelijkheid. Het centrale Iraakse gezag is niet bij machte de Koerden zijn wil op te leggen. Het kan al helemaal geen oorlog tegen ze voeren, aangezien het Iraakse leger steeds verder uit elkaar valt. Blijft over: verbale agitatie.

    Overigens blijven de Koerden er heilig van overtuigd dat de Amerikanen het laatste woord zullen hebben, naast in mindere mate de Europeanen en de Russen

    Iraaks Koerdistan heeft zelf ook problemen, maar die zijn minder ernstig. Een optimistische visie luidt dat de onafhankelijkheid, die eventueel op het referendum volgt, een oplossing voor die problemen kan zijn. Salarissen zouden makkelijker kunnen worden betaald, en de spanningen tussen de regerende Koerdische Democratische Partij (KDP) en oppositiegroepen verminderen er wellicht door. Ook zou onafhankelijkheid een gunstig effect kunnen hebben op een transparant beheer van publieke gelden en op sociale gerechtigheid. Pessimisten vrezen juist dat de onafhankelijkheid vooral de huidige politieke elite ten goede zal komen en dat een nieuw Koerdistan meer zal lijken op Zuid-Soedan dan op een rechtsstaat en een baken van democratie. In dat scenario dient het referendum er alleen maar toe om de problemen te verdoezelen door nationalistische sentimenten op te poken.

    Hoe dan ook, voor een overweldigende meerderheid van de Koerden is dit referendum een unieke kans. De regionale Koerdische regering heeft daarom haar uiterste best gedaan haar betrekkingen met Arabische landen, met name de Golfstaten, op te poetsen. Dit om zo veel mogelijk steun voor de Koerdische onafhankelijkheid te verwerven. Toch blijven vooral Iran en Turkije sceptisch: ze zijn beducht voor het effect van die onafhankelijkheid op hun eigen Koerdische minderheden.

    Overigens blijven de Koerden er heilig van overtuigd dat de Amerikanen het laatste woord zullen hebben, naast in mindere mate de Europeanen en de Russen. Het Koerdische leiderschap zou het ook wel uit het hoofd hebben gelaten dit referendum te organiseren als het daarvoor geen groen licht van de wereldmachten had gekregen. Sinds 1991 hebben de Koerden geleerd zelfvoorzienend te zijn en rekening te houden met de duistere wetmatigheden die de internationale politiek dicteren.

    Evenzeer hebben zij een instinct ontwikkeld om de kansen te grijpen die de omstandigheden bieden. Op die manier zouden ze een einde kunnen maken aan de illusie van de ‘eeuwige’ republiek die de vroegere nationalistische Iraakse president Abdelkarim Al-Qassem koesterde.

    Of Koerdistan wordt nu onafhankelijk, of het wordt dat nooit meer: dat is de opvatting in de regio.

    Auteur: Shawrash Darwich

    Al-Hayat
    Saoedi-Arabië | dagblad | oplage 110.000

    ‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.

  • De ongemakkelijke waarheid over Noord-Korea en China

    De ongemakkelijke waarheid over Noord-Korea en China

    De regering-Trump probeert China over te halen om samen de kwestie Noord-Korea aan te pakken. Het probleem is alleen dat Beijing goede redenen heeft om niet te streng te zijn tegen Pyongyang, schrijft Azië-expert Andrei Lankov.

    Alle ogen zijn momenteel 
gericht op Noord-Korea: president Trump heeft te verstaan gegeven dat hij het ‘Noord-Koreaanse probleem’ eindelijk wil oplossen – oftewel, dat hij zal zorgen dat Noord-Korea kernwapenvrij wordt. Heel bijzonder is dat niet: de afgelopen 25 jaar heeft elke nieuwe Amerikaanse president beloofd iets aan de nucleaire ambities van Noord-Korea te zullen doen. Sommigen hebben het met onderhandelingen geprobeerd, anderen hebben de druk opgevoerd. Geen van beide benaderingen heeft tot dusver geholpen.

    De regering-Trump, die Noord-Korea als een van haar grootste buitenlandse problemen lijkt te zien, kiest voor de harde lijn, maar op een speciale manier: Trump hoopt China over te halen tot een aantal keiharde gemeenschappelijke sanctiemaatregelen. De zaak werd besproken tijdens de topontmoeting van Trump en Xi Jinping afgelopen april. De Amerikaanse regering schijnt zich bereid te hebben verklaard een deel van haar anti-Chinabeleid te heroverwegen – inclusief ingewikkelde handelskwesties – als China ‘volledig meewerkt’ aan het onder druk zetten van Noord-Korea.

    De regering-Trump gaat ervan uit dat Chinese sancties Noord-Korea aan de rand van de economische afgrond zouden brengen en hoopt de leiders in Pyongyang er op die manier toe te dwingen hun nucleaire ambities te heroverwegen. Gezien het feit dat zo’n 90 procent van de buitenlandse handel van Noord-Korea op het conto van China komt en dat Beijing het land bovendien van vitale levensbehoeften voorziet, zoals scheepsladingen gesubsidieerde brandstof, lijkt dit een redelijke verwachting.

    Politieke desintegratie

    Het probleem is alleen dat Beijing goede redenen heeft om niet te streng voor Pyongyang te zijn. Hoewel het kernwapenprogramma van Noord-Korea niet in goede aarde valt bij de Chinese leiders, zijn ze bang dat echt veelomvattende sancties inderdaad tot de economische instorting van het land zouden leiden, waarna politieke desintegratie zou volgen. Een Noord-Korea in staat van burgeroorlog zou in hun ogen een grotere bedreiging zijn dan het nucleair bewapende maar betrekkelijk stabiele Noord-Korea van dit moment. Erger nog, een crisis in Noord-Korea zou kunnen resulteren in een Duitslandachtige hereniging van het land onder leiding van Seoel – dat wil zeggen, in het ontstaan van een verenigde, democratische en nationalistische Koreaanse staat die waarschijnlijk een bondgenoot van de Verenigde Staten zou worden. Dat is niet iets waarop men in Beijing zit te wachten.

    Afgezien daarvan weten de Chinese deskundigen dat Noord-Korea kernwapens als de enige garantie ziet voor het overleven van het regime en er dus nooit afstand van zal doen, ook al is de druk nog zo groot. Daarom is het hoogst onwaarschijnlijk dat een Chinese boycot van Noord-Korea – zoals de regering-Trump die graag zou zien – tot de gewenste denuclearisering zou leiden, en is de kans veel groter dat die juist het soort crisis zou uitlokken waar China zo bang voor is.

    Daarom zijn de verwachtingen van de regering-Trump irreëel. Beijing zou nog liever geconfronteerd worden met de gevolgen van een handelsoorlog met Washington dan met die van een echte oorlog vlak in de buurt – al zullen ze dat niet gauw aan de grote klok hangen.

    Maar moeten we ons daar zorgen over maken? Moeten we het erg vinden dat het waarschijnlijk nog wel even zal duren voordat Trumps Chinese droom werkelijkheid wordt? Misschien niet, want de alternatieven zijn veel erger.

    Het eerste alternatief zou onderhandelen zijn, maar ook dat zal niet werken. Kim Jong-un gelooft dat hij voordat hij gaat onderhandelen een intercontinentale ballistische raket moet ontwikkelen en opstellen die in staat is het Amerikaanse continent te treffen. Zijn ingenieurs werken met opmerkelijke snelheid aan dit project en hun succes zal vermoedelijk een kwestie van jaren zijn, zo niet maanden – ook al twitterde Trump in januari dat zo’n IBR ‘er niet gaat komen’.

    Hopelijk zal Trump de les leren die ook zijn voorgangers tandenknarsend moesten aanvaarden: voor het Noord-Koreaanse kernwapenprobleem bestaat geen eenvoudige oplossing

    Dus als eenmaal duidelijk wordt – voor de zoveelste keer – dat sancties noch onderhandelingen werken, en dat Noord-Korea weleens het derde land ter wereld kan worden dat theoretisch in staat is San Francisco van de kaart te vegen, hoe zal de president dan reageren? Een militaire aanval zou een optie kunnen zijn – dat wil zeggen, daar hebben sommige sleutelfiguren in de regering al vele malen op gezinspeeld.

    Maar Noord-Korea is in staat om terug te slaan als het wordt aangevallen en zal dat waarschijnlijk ook doen – misschien door een massale artillerieactie tegen Seoel, de reusachtige hoofdstad die vlak bij de Noord-Koreaanse grens ligt. Als dat gebeurt, zullen de Zuid-Koreanen terugschieten en zullen de Verenigde Staten zich binnen de kortste keren in een landoorlog in Azië verwikkeld zien.

    Dus misschien is het maar goed dat de Chinezen momenteel nadenken over het meewerken aan sancties en tijd winnen terwijl ze de Verenigde Staten concessies op andere gebieden afdwingen. Een oorlog zou veel erger zijn. We moeten misschien ook hopen dat het geloof in een Chinees wonder zo’n lang leven beschoren zal zijn dat Trump de les zal leren die ook zijn voorgangers tandenknarsend moesten aanvaarden: voor het Noord-Koreaanse kernwapenprobleem bestaat geen eenvoudige oplossing. In het verleden duurde het meestal een jaar of twee voordat een nieuwe regering deze ongemakkelijke waarheid onder ogen zag.

    Auteur: Andrei Lankov

    Andrei Lankov (Rusland, 1963) is directeur van de Korea Risk Group, het moederbedrijf van NK News, een Amerikaanse betaalsite die nieuws en analyses brengt over Noord-Korea.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.

  • 1. De jacht op de beruchtste hacker

    1. De jacht op de beruchtste hacker

    Met één transactie 6,9 miljoen dollar stelen, en je hoeft er de deur niet eens voor uit. De Russische hacker Michailovitsj Bogatsjev drong moeiteloos miljoenen computers binnen, pleegde talloze digitale bankovervallen en blijft ongrijpbaar. Houdt de Russische overheid hem de hand boven het hoofd, waar de VS drie miljoen op hebben gezet?

    Op de ochtend van 30 december 2016, een dag nadat Barack Obama Rusland sancties had opgelegd wegens inmenging in de presidentsverkiezingen, zat Tillmann Werner in Bonn aan het ontbijt. Werner, onderzoeker bij cyberbeveiligingsbedrijf CrowdStrike, verdiepte zich in de details. Hij klikte een link naar een officiële verklaring aan en zag dat het Witte Huis een kleine stoet Russen en Russische instanties op de korrel had genomen: 2 inlichtingendiensten, 4 hoge medewerkers, 35 diplomaten, 3 techbedrijven en 2 hackers. De meeste details waren in nevelen gehuld. Maar Werners ogen bleven haken aan de naam van een van de doelwitten: Jevgeni Michailovitsj Bogatsjev.

    Werner wist dat Bogatsjev jarenlang ongestraft financiële instellingen over de hele wereld online had geplunderd. Hij wist hoe het was om het tegen hem op te nemen. Maar hij had geen idee welke rol Bogatsjev in de verkiezingshack kon hebben gespeeld. Bogatsjev onderscheidde zich van de anderen die door de sancties werden getroffen: hij was een bankrover, misschien wel de succesvolste ter wereld. Werner vroeg zich af wat hij in vredesnaam op die lijst deed.

    Slavik

    De strijd van Amerika tegen Ruslands grootste cybercrimineel begon in de lente van 2009. Speciaal agent en ex-marinier James Craig, nieuw op de FBI-vestiging in Omaha, Nebraska, stelde een onderzoek in naar een paar vreemde gevallen van onlinediefstal. Craig was net een half jaar in dienst, maar zijn baas zette hem vanwege zijn achtergrond op de zaak: hij werkte al jaren als IT’er bij de FBI.

    Het grootste slachtoffer in de zaak was een dochteronderneming van betaalverkeerreus First Data, die in mei 450.000 dollar was kwijtgeraakt. Kort daarna was 100.000 dollar gestolen van een cliënt van de First National Bank in Omaha. Het rare was dat de diefstallen leken te zijn gepleegd vanaf de eigen IP-adressen van de slachtoffers, met hun eigen inlogcodes en wachtwoorden. Toen Craig hun computers onderzocht zag hij dat ze met dezelfde malware waren besmet, een Trojaans paard dat Zeus heette.

    Craig ontdekte dat Zeus in kringen van onlinebeveiligers berucht was. De malware, die in 2006 voor het eerst opdook, gold zowel onder criminelen als beveiligingsexperts als een meesterwerk: hij werkte feilloos en was effectief en veelzijdig. Wie hem had gemaakt was een raadsel. De maker was alleen online bekend, waar hij zich bediende van het pseudoniem Slavik, de alias lucky12345 en nog een handjevol andere namen.

    Zeus besmette computers op kenmerkende manieren: nepmails van de fiscus en van koeriersbedrijf UPS lieten de ontvangers een bestand downloaden. Stond Zeus eenmaal op hun computer, dan liet hij hackers voor God spelen: ze konden websites kapen en met zogeheten keyloggers gebruikersnamen, wachtwoorden en pinpasnummers onderscheppen. De truc staat bekend als ‘man-in-de-browser’-aanval. Terwijl jij achter je computer inlogt op een schijnbaar veilige site, manipuleert de malware de pagina’s voordat ze geladen worden en sluist je vertrouwelijke gegevens en banksaldo door. Pas wanneer je vanaf een andere computer inlogt zie je dat je geld verdwenen is.

    Toen Craig aan zijn onderzoek begon was Zeus inmiddels de favoriete malware van de digitale onderwereld, zeg maar de Microsoft Office van de onlinefraude. Slavik was een zeldzaamheid in de malwarewereld: een echte professional. Hij kwam geregeld met een update van de Zeuscode en testte nieuwe functies. Op zijn product kon je voor verschillende soorten aanvallen en doelen eindeloos variëren. Een computer die met Zeus was besmet kon zelfs dienen als schakel in een botnet: een netwerk van geïnfecteerde computers die tezamen kunnen worden ingezet als spamserver, om DoS-aanvallen uit te voeren of nog meer nepmailtjes te versturen die de malware verder verspreiden.

    Craig en zijn collega’s belden financiële instellingen en bedrijven die het slachtoffer waren geworden van cyberfraude. Sommige hadden werknemers ontslagen die ze onterecht van diefstal hadden verdacht

    Kort voordat Craig in 2009 aan zijn klus begon had Slavik zijn koers verlegd. Hij was begonnen een selecte groep onlinecriminelen een variant van zijn malware te verstrekken, 
Jabber Zeus. Die ging vergezeld van 
een tool waarmee groepsleden ongemerkt met elkaar konden communiceren en aanvallen konden coördineren, zoals in Omaha. In plaats van zich bezig te houden met grootschalige besmettingscampagnes richtten ze zich op specifieke bedrijven en mensen die toegang hadden tot financiële systemen.

    Terwijl Slavik de kant van de georganiseerde misdaad opging snoeide hij drastisch in zijn malwarehandel. In 2010 kondigde hij online aan dat hij ‘met pensioen ging’ en vervolgens kwam hij met wat onder beveiligingsexperts bekendstaat als Zeus 2.1, een geavanceerde versie die wordt beschermd met een encryptiesleutel, waarmee elk exemplaar wordt gekoppeld aan één specifieke gebruiker. Prijskaartje: 10.000 dollar per exemplaar. Slavik werkte alleen nog maar met een ambitieuze groep elitehackers.

    Andere financiële instellingen begonnen melding te maken van diefstal en fraude. Craig besefte dat hij achter een goed georganiseerd, internationaal crimineel netwerk aanzat. De cybercrime waar de FBI eerder mee te maken had gehad viel erbij in het niet.

    Craigs eerste grote doorbraak in de zaak vond plaats in september 2009. Met behulp van experts achterhaalde hij een server in New York die een rol in het Zeus-netwerk leek te spelen. Dankzij een huiszoekingsbevel kon een forensisch FBI-team de data naar een harde schijf kopiëren, die naar Nebraska werden gestuurd. Toen een softwarespecialist ze onderzocht was hij zwaar onder de indruk. De schrijf bevatte tienduizenden chatsessies in het Russisch en het Oekraïens. Hij kon Craig melden dat hij de Jabberserver te pakken had.

    Op de server stonden alle digitale activiteiten van de hele bende: een soort wegenkaart van de hele zaak. Cyberveiligheidsbedrijf Mandiant detacheerde een paar maanden lang een technicus in Omaha om de code van Jabber Zeus te ontrafelen. Slavisten uit het hele land hielpen de chatgesprekken te ontcijferen. De berichten bevatten verwijzingen naar honderden slachtoffers, van wie de persoonsgegevens overal in de bestanden opdoken. Craig en zijn collega’s belden financiële instellingen en bedrijven die het slachtoffer waren geworden van cyberfraude. Sommige hadden werknemers ontslagen die ze onterecht van diefstal hadden verdacht.

    © Studio Vonq
    © Studio Vonq

    De zaak beperkte zich niet tot de virtuele wereld. In New York kwamen op een dag in 2009 drie jonge Kazachse vrouwen met een vreemd verhaal het plaatselijke FBI-kantoor binnen. Als werkzoekenden waren ze naar de VS gekomen, waar ze in een schimmig complot verwikkeld waren geraakt. Ze werden naar een bank gebracht door een man die zei dat ze er een rekening moesten openen. Ze moesten zeggen dat ze studeerden en op vakantie waren. Een paar dagen later bracht de man hen terug naar de bank, waar ze al het geld van hun rekening haalden. Ze kregen een klein deel en gaven de rest aan hem. De vrouwen bleken ‘geldezels’: ze moesten het online gestolen geld opnemen dat Slavik en de zijnen naar hun rekening hadden gesluisd.

    In de zomer van 2010 hadden agenten die op de zaak zaten banken in de wijde omtrek van New York gewaarschuwd voor verdachte geldopnames en gezegd dat ze in zulke gevallen de FBI moesten inschakelen. Tientallen geldezels werden opgepakt, die tienduizenden dollars hadden opgenomen. De meesten waren studenten of kersverse immigranten. Een vrouw was geldezel geworden toen een baantje in een supermarkt niet doorging. ‘Het was of dit of stripper worden.’ De meeste opnames bedroegen ongeveer 9000 dollar, net onder het transactiebedrag dat banken aan de federale bank moeten melden. Een geldezel kreeg 5 tot 10 procent, een deel ging naar zijn of haar ronselaar, de rest naar het buitenland.

    De Verenigde Staten bleken slechts een van de vele landen in een internationale fraudeoperatie, beseften de rechercheurs al snel. Vergelijkbare geldezelroutes werden gevonden in Roemenië, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Oekraïne en Rusland. De rechercheurs telden de gestolen bedragen op tot een totaal van ongeveer 70 tot 80 miljoen dollar, maar vermoedden dat het werkelijke bedrag veel hoger lag.

    Banken riepen de FBI op een einde aan de fraude te maken en de verliezen tegen te gaan. In de zomer sloot de New Yorkse afdeling het net rond belangrijke ronselaars en breinen achter de fraude. Twee Moldaviërs werden gearresteerd in een hotel in Milwaukee. In Boston moest een verdachte die wilde vluchten van een brandtrap worden gered.

    Intussen zette Craig zijn zaak tegen de Jabber-Zeus-bende voort. De FBI en het ministerie van Justitie hadden een gebied rond Donetsk, in Oost-Oekraïne, in het vizier, waar enkele spilfiguren rond Jabber Zeus zouden wonen. Aleksej Bron, alias ‘thehead,’ was gespecialiseerd in wereldwijd geldtransport. Ivan Viktorvitsj Klepikov (schuilnaam ‘petr0vich’) deed de IT, de webhosting en de domeinnamen van de bende. Vjatsjeslav Igorevitjs Pentsjoekov, bijnaam ‘tank’, bestuurde de hele operatie, waarmee hij de rechterhand van Slavik was. Ze spendeerden de enorme winsten aan dure auto’s, terwijl het in chatsessies vaak ging over buitensporige vakanties in Turkije, de Verenigde Arabische Emiraten en de Krim.

    20 terabyte

    In de herfst van 2010 was de FBI klaar om het netwerk te ontmantelen. Terwijl in Washington een persconferentie werd voorbereid reisde Craig per boemeltrein naar Donetsk, waar hij zich bij agenten van de Oekraïense veiligheidsdienst voegde om de huizen van tank en petr0vich binnen te vallen. De invallen duurden tot diep in de nacht; Craig ging pas om drie uur terug naar zijn hotel. Hij nam bijna 20 terabyte in beslag genomen data mee terug naar Omaha.

    Met 39 arrestaties in 4 landen slaagden de rechercheurs erin het netwerk op te rollen. Belangrijke leden wisten echter te ontkomen. Slavik, het grote brein, bleef tevens de grote onbekende. Rechercheurs gingen ervan uit dat hij vanuit Rusland opereerde en getrouwd was. Meer wisten ze niet. De formele aanklacht tegen de maker van Zeus verwijst naar hem met zijn onlinepseudoniem. Craig had zelfs geen idee hoe zijn hoofdverdachte eruitzag: ‘We hebben duizenden foto’s van tank en petr0vich, maar niet één van Slavik.’ Niet lang daarna wiste Slavik zelfs de sporen die hij op internet had achtergelaten. Wie hij ook was, hij verdween van de radar. Na zich zeven jaar met de jacht op Jabber Zeus te hebben beziggehouden, stapte James Craig over op andere zaken.

    Ongeveer een jaar nadat de FBI de groep rond Jabber Zeus had opgerold zagen, cybersecurityexperts dat een nieuwe variant van Zeus de ronde deed. De broncode van de malware was in 2011 op internet gelekt – wellicht doelbewust – waarmee Zeus in feite een open-sourceproject werd en de aanzet gaf tot een hele reeks nieuwe varianten. Maar de versie die de aandacht van de rechercheurs trok was anders: krachtiger en verfijnder, vooral als het ging om het opzetten van botnets.

    Tot dan toe programmeerde een hacker die een botnet wilde maken één zogeheten command server die rechtstreeks opdrachten gaf aan besmette computers: ‘zombiecomputers’. Die verstuurden vervolgens spam, verspreidden malware of voerden DoS-aanvallen op sites uit. Botnets met zo’n ontwerp waren voor wetshandhavers en beveiligingsexperts relatief makkelijk te ontmantelen. Als je de command server in handen kreeg of het de hacker onmogelijk maakt ermee te communiceren, hielp je het botnet om zeep.

    Op 12 november 2012 keek de FBI toe terwijl het GameOver-netwerk met één transactie 6,9 miljoen dollar stal, waarna het een dagenlange DoS-aanval op de benadeelde bank uitvoerde

    De nieuwe Zeusvariant maakte echter gebruik van zowel traditionele command servers als communicatie tussen zombiecomputers onderling, waardoor hij heel lastig was uit te schakelen. Besmette pc’s hielden een telkens bijgewerkte lijst van andere besmette machines bij. Zodra een pc ‘merkte’ dat de verbinding met de command server werd verstoord viel hij terug op het contact met andere pc’s om een nieuwe te zoeken.

    Het netwerk was ontworpen om ontmanteling tegen te gaan; zodra een command server offline werd gehaald kon de botnetbeheerder gewoon ergens anders een nieuwe installeren en de pc’s in het netwerk ernaartoe leiden. De nieuwe versie zou GameOver Zeus gaan heten, naar een van de bestandsnamen: gameover2.php. De naam getuigde van galgenhumor: zo’n ding op je computer betekende einde verhaal voor je bankrekeningen.

    Voorzover bekend werd GameOver Zeus beheerd door een groep elitehackers met Slavik als leider. Hij was sterker dan ooit teruggekomen. Slaviks nieuwe bende werd de Business Club genoemd. Net als bij het Jabber-Zeus-netwerk waren banken het voornaamste doelwit, waar de club zich nog genadelozer op richtte dan zijn voorganger.

    Het ging als volgt. Eerst stal GameOver Zeus de bankgegevens van een gebruiker, die werden onderschept zodra iemand met een besmette computer inlogde op een onlinerekening. Vervolgens haalde de Business Club de rekening leeg en maakte het geld over naar andere rekeningen in het buitenland. Was dat gebeurd, dan gebruikte de groep zijn machtige botnet voor een DoS-aanval op de getroffen financiële instellingen om bankemployees af te leiden en ervoor te zorgen dat het geld was veiliggesteld voordat klanten erachter kwamen dat het verdwenen was. Op 12 november 2012 keek de FBI toe terwijl het GameOver-netwerk met één transactie 6,9 miljoen dollar stal, waarna het een dagenlange DoS-aanval op de benadeelde bank uitvoerde.

    Anders dan de Jabber-Zeus-bende richtte het geavanceerdere netwerk achter GameOver zich op bankdiefstallen met bedragen van zes of zeven cijfers. Daardoor was het niet meer nodig om geldezels geld te laten opnemen in kantoren in Brooklyn. In plaats daarvan gebruikte de bende de zwakte van het stelsel van onderling met elkaar verbonden banken door de grootschalige diefstallen weg te moffelen tussen het dagelijkse verkeer van biljoenen dollars. Rechercheurs hadden vooral aandacht voor twee gebieden in het verre oosten van China, dicht bij de Russische stad Vladivostok. Daar sluisden geldezels grote bedragen gestolen geld door naar rekeningen van de Business Club. Die strategie betekende een evolutie in de georganiseerde misdaad. Bankrovers lieten niet langer sporen in de VS achter. Ze konden alles vanaf een afstand doen, buiten de Amerikaanse wetgeving om.

    De clubleden had het niet alleen op banken voorzien. Ze plunderden ook de rekeningen van andere dan financiële instellingen, non-profitorganisaties en zelfs privépersonen. In oktober 2013 begon Slaviks groep malware met de naam CryptoLocker te gebruiken, een vorm van ransomware die bestanden op een geïnfecteerde computer versleutelde en om dat ongedaan te maken de gebruiker dwong een vergoeding te betalen, zeg 300 tot 500 dollar. Het werd algauw een favoriete tool in de cybercrimewereld. Een gigantisch botnet inzetten om fraude te plegen in de wereld van de haute finance heeft als nadeel dat de meeste zombiecomputers niet aan vette zakenrekeningen verbonden zijn; Slavik en zijn kompanen werkten met tienduizenden voornamelijk inactieve zombiecomputers. Ook al leverde de ransomware geen grote bedragen op, de criminelen konden er munt uit slaan met verder inactieve besmette computers. Een beveiligingsfirma schatte dat in 2013 wereldwijd maar liefst een kwart miljoen computers met CryptoLocker waren besmet. Een onderzoeker bracht 771 ransom-gevallen in kaart die de bende van Slavik in totaal 1,1 miljoen dollar opleverden.

    © Studio Vonq
    © Studio Vonq

    Dagelijks stegen de verliezen van banken, bedrijven en personen; de slachtoffers varieerden van een plaatselijke bank in het noorden van Florida tot een Indianenstam in de staat Washington. Eén geval van diefstal kon een bedrijf makkelijk de hele jaarwinst kosten, zo niet meer. GameOver vergde intussen steeds meer inspanningen van de particuliere cybersecurity-industrie. ‘Ik denk dat maar weinig mensen beseffen hoe gigantisch het was. Een diefstal van 5 miljoen leidt de aandacht af van honderden kleinere gevallen,’ zegt beveiligingsexpert Michael Sandee van het Nederlandse bedrijf Fox-IT. ‘Als een bank een spervuur van aanvallen te verduren krijgt – honderd transacties per week – ben je niet meer geïnteresseerd in het specifieke soort malware. Je moet gewoon het bloeden stelpen.’

    Niet dat er geen poging werd gedaan. Tussen 2011 en 2014 probeerden cybersecurity-onderzoekers en bedrijven drie keer GameOver Zeus plat te leggen. Drie Europese beveiligingsexperts werkten in 2012 samen aan de eerste poging. Slavik sloeg die met gemak af. Vervolgens ondernam de Digital Crime-divisie van Microsoft in maart 2012 legale actie tegen het netwerk. Met een gerechtelijk bevel viel de Amerikaanse politie datacentra in Illinois en Pennsylvania binnen waar servers van Zeus stonden. 39 personen die aan het Zeus-netwerk waren gelieerd werden in staat van beschuldiging gesteld. (Slavik stond boven aan de lijst.) Maar het plan van Microsoft sloeg nog geen deuk in het pakje boter van GameOver. Het gaf Slavik inzicht in de kennis van de rechercheurs over zijn netwerk, zodat hij zijn tactiek kon verfijnen.

    Botnetbestrijders vormen een klein clubje trotse beveiligingstechneuten: het zijn zelfverklaarde ‘internetbewakers’ die hun best doen om onlinenetwerken soepel te laten functioneren. Binnen die groep stond Tillmann Werner van CrowdStrike bekend om zijn flair en enthousiasme. In februari 2013 nam hij tijdens een grote conferentie van de cybersecurity-industrie live op een podium de besturing over van het Kelihos-botnet, een berucht malwarenetwerk dat werkte via spam voor Viagra. Maar Kelihos, wist Werner, was geen GameOver Zeus. Hij volgde GameOver sinds het ontstaan ervan en verbaasde zich over de kracht en de flexibiliteit.

    In 2012 trok hij samen op met beveiligingsexpert Brett Stone-Gross – een Amerikaan uit Californië die net een paar maanden klaar was met school – en enkele onderzoekers om een plan te beramen om GameOver aan te vallen. Ze communiceerden via chats en bestudeerden de eerdere Europese poging om te bekijken waar die was mislukt.

    In januari 2013 waren ze zover: ze sloegen diepvriespizza’s in omdat ze rekening hielden met een langdurige belegering van Slaviks netwerk. (Tegen een botnet heb je volgens Werner maar één kans: ‘Het lukt of het lukt niet.’) Het idee was om het verkeer van het zombienetwerk van GameOver om te leiden naar een door de aanvallers beheerde server, een aanpak die ‘sinkholing’ wordt genoemd. Daarmee hoopten ze Slaviks communicatielijnen met het botnet af te snijden. In eerste instantie leek het te lukken. Niets wees erop dat Slavik terugvocht en Werner en Stone-Gross zagen dat steeds meer besmette computers met hun ‘sinkhole’ verbonden raakten.

    Op het hoogtepunt van de aanval hadden ze 99 procent van Slaviks netwerk in handen. Maar ze hadden een kritiek onderdeel in de architectuur van GameOver over het hoofd gezien: een kleine deelverzameling besmette computers die in het geheim communiceerde met Slaviks command servers. Slavik kon daardoor een software-update naar zijn netwerk sturen en het beheer weer in handen krijgen. De onderzoekers zagen met lede ogen toe hoe een nieuwe versie van GameOver Zeus zich over het internet verspreidde en Slaviks netwerk zich begon te herconfigureren. ‘We begrepen meteen wat er gebeurde. We hadden het communicatiekanaal straal over het hoofd gezien,’ zegt Werner.

    De list van de aanvallers – negen maanden werk – was mislukt. Slavik had gewonnen. In een onlinechat met een Pools beveiligingsteam kraaide hij dat alle pogingen om zijn netwerk over te nemen op niets waren uitgelopen. ‘Ik denk dat hij het onmogelijk achtte om zijn botnet te vloeren,’ zegt Werner. Stone-Gross en hij wilden niets liever dan een nieuwe poging ondernemen. Maar ze hadden hulp nodig.

    Cybersquad

    Het afgelopen decennium heeft het kantoor van de FBI in Pittsburgh zich opgewerkt tot grootste leverancier van cybercrimedagvaardingen, wat voor een belangrijk deel te danken is aan het hoofd van de ‘cybersquad’ aldaar, de voormalige vertegenwoordiger in meubelen J. Keith Mularski.

    Mularski is een soort beroemdheid in cybersecuritykringen. Eind jaren negentig kwam hij bij de FBI werken. De eerste zeven jaar deed hij in Washington spionage- en terrorismezaken. In 2005 greep hij de kans aan om terug te keren naar zijn geboorteplaats, Pittsburgh, waar hij aan een nieuw cyberinitiatief werkte, hoewel hij weinig van computers wist. Mularski kreeg het vak in de praktijk onder de knie tijdens een undercoveroperatie van twee jaar. Daarmee werd jacht gemaakt op criminelen die zich op het onlineforum DarkMarket schuldig maakten aan identiteitsdiefstal. Onder de schuilnaam Master Splyntr – geïnspireerd op de Teenage Mutant Ninja Turtles – slaagde Mularski erin DarkMarket-beheerder te worden, waarmee hij zich in het middelpunt plaatste van een ontluikende criminele onlinecommunity. In die hoedanigheid chatte hij zelfs met Slavik en besprak hij een vroege versie van de Zeus-malware. Dankzij zijn toegang tot DarkMarket werden uiteindelijk zestig mensen op drie continenten gearresteerd.

    De directeur van de FBI-vestiging in Pittsburgh besloot agressief in te zetten op de bestrijding van cybercrime. In 2014 fungeerden agenten uit Mularski’s team als aanklagers in enkele grote zaken. Twee van hen, Elliott Peterson en Steven J. Lampo, zaten de hackers achter GameOver Zeus op de hielen, terwijl hun collega’s werkten aan een zaak tegen vijf Chinese hackers die hadden ingebroken in computersystemen van Amerikaanse bedrijven.

    De FBI zat al een jaar op de GameOver-zaak toen Werner en Stone-Gross aanboden om met het Pittsburghse team samen te werken aan de ontmanteling van Slaviks botnet. Samenwerking tussen overheid en industrie was toen nog nieuw. Tot dusver nam de overheid aanwijzingen vanuit het bedrijfsleven over zonder zelf informatie te delen. Maar het Pittsburghse team geloofde juist in samenwerking en wist dat Werner en Stone-Gross de besten in hun vak waren. ‘We grepen de kans met beide handen aan,’ aldus Mularski.

    Beide partijen realiseerden zich dat ze, om het botnet neer te halen, tegelijk op drie fronten moesten werken. Ten eerste moesten ze er definitief achter zien te komen wie GameOver beheerde en een dossier voor gerechtelijke vervolging opbouwen; ook al waren er miljoenen dollars gestolen, de FBI noch de beveiligingsindustrie had ook maar één naam van een lid van de Business Club. Ten tweede moesten ze de digitale infrastructuur van GameOver zelf platleggen; daar kwamen Werner en Stone-Gross om de hoek kijken. Ten derde moesten ze de fysieke infrastructuur van het botnet uitschakelen door met dwangbevelen en hulp van buitenlandse overheden de servers in handen te krijgen. Was dat eenmaal gebeurd, dan moesten ze partners in de private sector zoeken om met software-updates en beveiligingspatches de geïnfecteerde computers op te schonen zodra het botnet was overgenomen.

    Mularski’s team bracht een voor de Amerikaanse overheid ongekende samenwerking tot stand tussen de Britse National Crime Agency, overheidsfunctionarissen uit Zwitserland, Nederland, Oekraïne, Luxemburg en nog een stuk of tien andere landen plus experts van Microsoft, CrowdStrike, McAfee, Dell SecureWorks en andere bedrijven.

    Op één foto poseerde Bogatsjev in een pyjama met luipaardprint, met een zonnebril op en in zijn armen een grote kat. Het onderzoeksteam besefte dat hij al op z’n tweeëntwintigste de eerste versie van Zeus had geschreven

    Om Slaviks identiteit te achterhalen en informatie over de Business Club te verzamelen werkte de FBI samen met Fox-IT, het Nederlandse bedrijf dat vermaard was om zijn deskundigheid op het gebied van forensisch onderzoek binnen de cyberwereld. De Nederlanders trokken oude gebruikersnamen en e-mailadressen van de kring rond Slavik na om een idee te krijgen van de manier waarop de groep opereerde.

    De Business Club bleek een los samenwerkingsverband van ongeveer vijftig criminelen, die ieder een soort entreegeld hadden betaald om achter de knoppen van GameOver te mogen plaatsnemen. Het netwerk werd beheerd via twee met wachtwoorden afgeschermde Britse websites, Visitcoastweekend.com en Work.businessclub.so. Toen rechercheurs toestemming kregen om een kijkje te nemen op de server van de Business Club, troffen ze een uiterst gedetailleerd logboek aan met alle fraudeoperaties van dat moment. ‘De professionaliteit spatte ervan af,’ volgens Michael Sandee. ‘Ze wisten beter dan de banken zelf wanneer er transacties tussen financiële instellingen plaatsvonden.’

    Na maandenlang elke aanwijzing te hebben nagetrokken, kregen de medewerkers van Fox-IT op een dag een tip binnen over een e-mailadres dat mogelijk interessant was. Ze kregen dat soort tips wel vaker, ‘broodkruimels’ volgens Mularski. Maar deze leidde naar iets belangrijks: het team wist het adres te herleiden tot een Britse server die Slavik gebruikte om de sites van de Business Club te beheren. Nog meer speurwerk en huiszoekingsbevelen leidden de autoriteiten uiteindelijk naar Russische socialmediasites, waar het adres werd gelinkt aan een naam: Jevgeni Michailovitsj Bogatsjev. Die zei de onderzoekers in eerste instantie niets. Er waren nog weken onderzoek voor nodig eer bleek dat het de naam was van de maker van Zeus en de oprichter van de Business Club.

    Slavik bleek een man van dertig die in Anapa woonde, een Russische badplaats aan de Zwarte Zee. Op foto’s genoot hij van een boottochtje met zijn vrouw. Het stel had een dochtertje. Op één foto poseerde Bogatsjev in een pyjama met luipaardprint, met een zonnebril op en in zijn armen een grote kat. Het onderzoeksteam besefte dat hij al op z’n tweeëntwintigste de eerste versie van Zeus had geschreven.

    Maar de meest verbijsterende onthulling was dat iemand aan het roer van GameOver soms tienduizenden geïnfecteerde computers niet alleen had doorzocht op e-mailadressen van Georgische medewerkers van inlichtingendiensten en leiders van elite-eenheden van de Turkse politie, maar ook op geheime Oekraïense documenten. Wie het ook was, hij zocht naar geheime informatie over het conflict in Syrië en Russische wapenleveranties. Op een gegeven moment viel het kwartje. ‘Het waren spionageopdrachten,’ volgens Sandee.

    GameOver was niet louter geavanceerde criminele malware, maar een verfijnde tool om inlichtingen te verzamelen. Voorzover de onderzoekers konden vaststellen was Bogatsjev de enige die van die functie van zijn botnet wist. Hij bleek onder de neus van ’s werelds succesvolste bankrovers een dekmanteloperatie te runnen. De FBI en het team van Fox-IT konden geen bewijs vinden van een verband tussen Bogatsjev en de Russische overheid, maar iets of iemand leek Slavik specifieke zoekopdrachten te verstrekken voor zijn gigantische zombiecomputernetwerk. Bogatsjev bleek van nut voor Russische inlichtingenoperaties.

    In maart 2014 keken onderzoekers toe hoe een internationale crisis mede werd uitgevochten in de sneeuwbol van Bogatsjevs criminele botnet. Enkele weken na de Olympische Winterspelen in Sotsji vielen Russische troepen de Krim binnen en probeerden ze het oostelijke grensgebied van Oekraïne te destabiliseren. In aansluiting op de Russische campagne gebruikte Bogatsjev een deel van zijn botnet om politiek gevoelige informatie op geïnfecteerde Oekraïense computers te zoeken die de Russen kon helpen hun vijand te slim af te zijn.

    Met pensioen

    Het team liet een voorlopige theorie en ontstaansgeschiedenis op het ontstaan van Bogatsjev’s spionageactiviteiten los. Blijkbaar verklaarde een band met de overheid waarom Bogatsjev wegkwam met zoiets misdadigs, maar die wierp ook nieuw licht op een paar mijlpalen in het bestaan van Zeus. Het systeem dat Slavik gebruikte voor zijn inlichtingenqueries dateerde ongeveer van het moment in 2010 waarop hij deed alsof hij ‘met pensioen’ ging en de toegang tot zijn malware exclusief maakte.

    Mogelijk was Slavik ergens in dat jaar op de radar van de Russische geheime diensten verschenen en stelde de staat bepaalde eisen in ruil voor toestemming om zonder rechtsvervolging fraude te mogen plegen – uiteraard buiten Rusland. Om daar efficiënt en in het diepste geheim aan te kunnen voldoen, haalde Bogatsjev de teugels rond zijn criminele netwerk aan.

    De ontdekking dat Bogatsjev waarschijnlijk banden met inlichtingendiensten onderhield maakte de operatie om GameOver uit te schakelen riskant, vooral als het ging om samenwerking met Rusland. Verder verliep alles voorlopig volgens plan. Nu de rechercheurs Bogatsjevs identiteit kenden kon hij eindelijk als brein achter GameOver Zeus worden aangeklaagd. Amerikaanse openbare aanklagers haastten zich om gerechtelijke bevelen uit te vaardigen met als doel het netwerk over te nemen. Negen van de vijfenvijftig medewerkers van het Amerikaanse openbaar ministerie in Pittsburgh zaten op de zaak. Het team vroeg internetproviders de proxyservers van GameOver over te mogen nemen zodat ze die op het juiste moment konden ‘omzetten’ om Slavik het beheer afhandig te maken. Intussen stonden het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid, de Carnegie Mellon University en enkele antivirusbedrijven klaar om klanten te helpen de macht over hun geïnfecteerde computers terug te geven.

    Aan het einde van de lente van 2014, terwijl pro-Russische troepen in Oekraïne vochten, stonden de troepen onder leiding van de Amerikanen klaar om GameOver over te nemen. Ze troffen al een jaar voorbereidingen. ‘Tegen die tijd kenden de onderzoekers de malware beter dan Slavik,’ zegt Elliott Peterson, een van de FBI-agenten die de operatie leidden. Mularski liep met het team alles nog eens door: ‘We zijn er juridisch, praktisch en technisch toe in staat.’ Enkele tientallen medewerkers, die communiceerden via ruim zeventig internetproviders, en nog eens tien handhavende instanties – van Canada en het Verenigd Koninkrijk tot Japan en Italië – zetten zich schrap om de aanval op vrijdag 30 mei in te zetten. Het Witte Huis was over het plan ingelicht en wachtte de resultaten af.


    De week voorafgaand aan de aanval was het een en al chaos. De code die Werner had geschreven bleek nog niet klaar en de laatste gerechtelijke bevelen waren nog niet binnen. En het dreigde ook nog eens bijna mis te gaan.

    Het team wist al maanden dat het GameOver-botnet werd beheerd via een server in Canada. Maar enkele dagen voor de aanval kwam het erachter dat er een tweede server in Oekraïne stond. De schrik sloeg iedereen om het hart. ‘Als je niet eens weet dat er een tweede server is,’ zegt Werner, ‘hoe weet je dan of er niet ook een derde is?’

    Op donderdag sprak Stone-Gross zorgvuldig de tijdens de aanval te volgen procedure met alle internetproviders door. Op het laatste moment haakte er een af, bang dat hij zich de woede van Slavik op de hals zou halen. Vervolgens kwamen Werner en Stone-Gross erachter dat een van de partners, McAfee, per ongeluk een blogbericht over de aanval had gepost.

    Nadat het bericht was verwijderd kon de aanval beginnen. Canadese en Oekraïense autoriteiten legden de command servers van GameOver een voor een plat. Werner en Stone-Gross leidden de zombiecomputers intussen om naar de uitgekiende sinkhole, waarmee ze de toegang van de Business Club tot zijn systemen blokkeerden. Urenlang leek de aanval geen effect te hebben; de onderzoekers speurden intensief naar bugs in hun code.

    “Het was een cyberversie van een man-tegen-mangevecht,” volgens de Pittsburghse aanklager David Hickton. “Fantastisch om naar te kijken”

    Rond enen had de sinkhole nog maar ongeveer honderd computers aangesproken, een minuscuul percentage van het botnet, dat was uitgegroeid tot minstens een half miljoen computers. Een hele stoet medewerkers keek in een vergaderzaal mee over de schouders van Werner en Stone-Gross terwijl ze hun code bugvrij maakten. ‘We willen jullie niet onder druk zetten, hoor,’ drong Mularski op een gegeven moment aan, ‘maar het zou wel fijn zijn als jullie de boel aan de praat kregen.’

    Eindelijk begon het dataverkeer naar de sinkhole te lopen. Aan de andere kant van de wereld kwam Bogatsjev online. De aanval verstoorde zijn weekend. Misschien was hij eerst niet erg onder de indruk omdat hij eerdere aanvallen eenvoudig had afgeslagen. ‘Hij keek de kat uit de boom, want wist niet wat we hadden gedaan,’ herinnert Peterson zich. Maar toen gordde Bogatsjev zich opnieuw aan voor de strijd om het beheer over zijn netwerk te behouden. Hij testte het, leidde verkeer om naar nieuwe servers en probeerde de strategie van het team te ontrafelen. ‘Het was een cyberversie van een man-tegen-mangevecht,’ volgens de Pittsburghse aanklager David Hickton. ‘Fantastisch om naar te kijken.’

    Het team kon de communicatie van Bogatsjev zien zonder dat hij het wist en schakelde zijn Turkse proxyserver uit. Vervolgens zagen ze dat hij via het anonieme Tornetwerk opnieuw online probeerde te komen in een wanhopige poging de schade te beperken. Ten slotte, nadat hij urenlang het ene na het andere gevecht had verloren, zweeg Slavik. De aanval werd hem te veel. ‘Hij moet hebben beseft dat justitie erachter zat en het niet zomaar een aanval van experts was,’ zegt Stone-Gross.
    Het team in Pittsburgh haalde de hele nacht door. Zondagavond, bijna zestig uur later, wist het dat het had gewonnen. Op maandag 2 juni maakten de FBI en het ministerie van Justitie bekend dat het botnet was uitgeschakeld en dat tegen Bogatsjev een aanklacht op veertien punten was ingediend.

    In de weken daarna namen Slavik en het team nog een paar keer de wapens op – Slavik voerde een tegenaanval uit toen Werner en Stone-Gross een presentatie hielden op een conferentie in Montreal – maar uiteindelijk won het team. Twee jaar later duurt het succes nog steeds voort: het botnet is niet opnieuw opgebouwd, hoewel wereldwijd nog zo’n vijfduizend computers met Zeusmalware zijn besmet. De sinkholeserver slokt al hun dataverkeer op.

    Nasleep

    Ongeveer een jaar na de aanval is zogeheten account-takeover-fraude nog steeds aan de orde van de dag. Onderzoekers en rechercheurs gingen er al langer vanuit dat tientallen bendes verantwoordelijk zijn voor grootschalige cybercrime tussen 2012 en 2014. Bijna alle diefstallen waren echter gepleegd door de Business Club. ‘Toen ik met dit werk begon zaten ze overal,’ zegt Peterson, ‘maar het is maar een klein netwerk, dat gemakkelijker is uit te schakelen dan je zou denken.’

    In 2015 zette het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken een premie van 3 miljoen dollar op het hoofd van Bogatsjev, de hoogste van de VS voor een cybercrimineel ooit. Hij is nog steeds op vrije voeten. Volgens bronnen bij Amerikaanse inlichtingendiensten gelooft de overheid helemaal niet dat Bogatsjev heeft deelgenomen aan de Russische campagne om de Amerikaanse verkiezingen te manipuleren. De regering-Obama zou hem onderdeel van de sancties hebben gemaakt om druk op de Russische overheid uit te oefenen. Ze hoopte dat de Russen Bogatsjev wilden overdragen als teken van goede wil, want het botnet waarmee hij succes had bestaat niet meer. Of misschien was de bijbedoeling dat iemand die 3 miljoen zou willen cashen door de FBI te tippen.

    Maar de ongemakkelijke waarheid is dat Bogatsjev en andere Russische cybercriminelen ver buiten het bereik van Amerika liggen. De grote vragen in verband met de GameOver-zaak – Wat is de precieze relatie tussen Russische inlichtingendiensten en Bogatsjev? Klopt het dat hij zo’n 100 miljoen dollar heeft buitgemaakt? – werpen hun schaduw vooruit op de uitdagingen die de onderzoekers van de verkiezingsfraude staan te wachten.

    Ook Mularski’s team en de cybersecurity-industrie staan nieuwe uitdagingen te wachten. De tactieken waar Bogatsjev in pionierde zijn gemeengoed geworden. Ransomware verspreidt zich steeds sneller. De botnets van nu – zoals Mirai, een netwerk van besmette Internet-of-Things-apparaten – zijn nog gevaarlijker dan de zijne.
    Geen mens weet intussen wat Bogatsjev bekokstooft. In Pittsburgh komen regelmatig tips binnen over zijn vermeende verblijfplaats. Niets wijst erop dat hij weer actief is. Nog niet.

    Auteur: Garrett M. Graff

    Wired
    Verenigde Staten, maandblad, oplage 750.000

    Wired bericht in print en online over de verbanden tussen technologische ontwikkelingen en cultuur, politiek en economie. Absolute referentie voor internationale technologie. Spraakmakende covers, ongeëvenaarde inhoud.

  • 7. Er komen twee moeilijke jaren

    7. Er komen twee moeilijke jaren

    Politicoloog Faruk Alpkaya, die kortgeleden bij de universiteit is ontslagen, vreest de onstabiliteit die voor Turkije dreigt als de ja-stem wint.

    Wat kunnen we verwachten als in Turkije een presidentieel regime wordt ingevoerd?

    Of dat nieuwe regime nu wordt ingevoerd of niet, ik denk dat we twee zeer moeilijke en roerige jaren tegemoet gaan. Niemand kan in de toekomst kijken, maar de economie zal afhankelijk worden van de binnenlandse consumptie. Binnen zes of zeven maanden zullen de mensen in hun dagelijks leven de gevolgen ondervinden van de val van de Turkse lira ten opzichte van de dollar. Bovendien belooft de campagne voor het referendum bijzonder gewelddadig te worden. Het zou absurd zijn te denken dat een machthebber die zelfs geen parlementaire oppositie meer duldt en elke vorm van protest verbiedt zijn burgers vrijelijk hun stem laat uitbrengen.

    Afgezien van de politieke polarisering en de economische crisis zal er de komende maanden vermoedelijk een nieuwe omslag komen in het Turkse buitenlandbeleid. Daar kun je vraagtekens bij zetten: gisteren veegde de Turkse regering Moskou de mantel nog uit en nu zijn ze de beste vrienden op de wereld. Behoort de historische wens van Rusland om toegang te krijgen tot de warme zeeën en de Bosporus te controleren tot het grijze verleden, of zullen onze leiders op een dag moeten erkennen dat ze zich in de luren hebben laten leggen?

    Ik ben ook van mening dat de Verenigde Staten een periode van ernstige instabiliteit tegemoetgaan

    Ik ben ook van mening dat de Verenigde Staten een periode van ernstige instabiliteit tegemoetgaan. De precieze gevolgen van Trumps aanwezigheid in het Witte Huis zijn nu nog niet te overzien. Voeg daar de situatie in Irak nog bij en de jihadistische groeperingen op ons grondgebied die zeer goed georganiseerd zijn, over ruime financiële steun beschikken en bezig zijn zich te bewapenen. Ten slotte is er de alliantie met de ultranationalistische MHP die de AKP in staat stelt ‘de man in de straat’ aan zich te blijven binden.

    Als je dat allemaal bij elkaar optelt, zie je dat er ons twee uiterst moeilijke jaren te wachten staan. De AKP kan het zich niet meer permitteren een verkiezing te verliezen. Zodra ze macht verliest, zullen de politieke gevolgen zo ernstig zijn dat de leiders zich op de een of andere manier voor de rechter zullen moeten verantwoorden voor de malversaties waaraan ze zich hebben schuldig gemaakt.

    Auteur: Kemal Göktas
    Vertaler: Peter Bergsma

    Beeld: Ook tijdens de regionale verkiezingen van 2014 waren door heel Turkije verspreid posters van Erdogan in het straatbeeld te vinden. Dit spandoek hing aan een gebouw boven een snelweg. – © Tanya Talaga / Toronto Star via Getty

  • 7. Stop de Mexicaanse hypocrisie over migratie

    7. Stop de Mexicaanse hypocrisie over migratie

    In plaats van te klagen over een strengere Amerikaanse migratiepolitiek, zou Mexico beter zijn eigen falende beleid kunnen aanpakken, vindt een lokale journalist.

    Tientallen jaren lang hebben we een volkomen disfunctionele kijk gehad op de illegale migratie naar de Verenigde Staten. We beschouwden die als een van de belangrijkste bronnen van aanvullend inkomen voor de Mexicanen. Het is zelfs zo ver met ons gekomen dat we een president als Vicente Fox hebben, die de toename van geldzendingen uit het buitenland voorstelt als een succes van zijn regering, terwijl het om Mexicanen gaat die werk doen ‘waar zelfs de negers hun neus voor optrekken’.

    Men praat, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, over het belang van geldzendingen voor de binnenlandse economie, en de Mexicaanse Bank loopt met de hoogte van het bedrag te koop, en sommigen zijn er zelfs trots op dat dat bedrag hoger is dan de inkomsten uit toerisme of dat het de daling van de olieprijs compenseert. Ook wordt erover gesproken in termen van records: zo bedraagt het momenteel meer dan 25 miljard dollar.

    Voor de overgrote meerderheid van de Mexicanen valt het bedrag van de buitenlandse geldzendingen in dezelfde categorie als de inkomsten uit export of toerisme, dat wil zeggen iets waar we trots op moeten zijn omdat het het product is van het samenspel tussen particulier initiatief en overheidsbeleid. Maar eigenlijk zouden we ons vooral moeten schamen voor die geldzendingen, omdat ze het product zijn van het mislukken van ons land en zijn plicht om alle rechten die in de grondwet zijn vastgelegd te realiseren.

    Mythologie

    Een groot deel van de migranten behoren tot onze beste landgenoten. Mannen en vrouwen die, in plaats van hun hand op te houden bij de overheid of mee te doen met het cliëntelisme van de politieke partijen, besluiten in de Verenigde Staten te zoeken wat ze hier voor zichzelf en hun families niet kunnen verwezenlijken. Het zijn mensen die onuitgenodigd dat land binnenkomen en buiten de wet leven. Het gaat om een realiteit die dramatisch is en waarvoor we ons als land zouden moeten schamen. Vandaar dat we er een hele mythologie omheen hebben gebouwd, die woorden met feiten verwisselt.

    We zeggen dat het geen illegale immigranten zijn, maar ‘mensen zonder papieren’. Heel wat ambtenaren en ex-ambtenaren van Buitenlandse Zaken stellen deze kwalificatie ter discussie. Als iemand geen werk- en/of verblijfsvergunning heeft, dan overtreedt die persoon de wet en is het niet juist om te zeggen dat hij alleen maar ‘geen papieren’ heeft.

    De politici, en ook de burgers, hebben er de mond van vol dat ze goed behandeld dienen te worden en toegang moeten hebben tot alle voorzieningen van de Verenigde Staten. Maar het punt is dat ze die rechten hier zouden moeten hebben, dat ze hier werk zouden moeten kunnen krijgen, dat ze bij hun gezin moeten kunnen zijn en dat ze, als ze willen emigreren, dat legaal zouden moeten doen, dat wil zeggen, volgens de regels van het gastland.

    Arbeiders werken aan een hek bij de grens tussen de VS en Mexico. – © HH
    Arbeiders werken aan een hek bij de grens tussen de VS en Mexico. – © HH

    Als natie zijn we hypocriet. Sommigen zeggen zich erg veel zorgen te maken over de behandeling die deze Mexicanen door de komst van Donald Trump in het Witte Huis te lijden zouden kunnen krijgen, evenals over de toename van racisme waar we de afgelopen tijd getuige van zijn geweest.

    Menig economisch expert maakt zich zorgen over de economische groei als er belasting over de geldzendingen zal worden geheven, of als ze verminderen ten gevolge van een verharding van de immigratiepolitiek. (Barack Obama heeft trouwens in zijn regeerperiode ruim 2,5 miljoen mensen gedeporteerd, het hoogste aantal in de geschiedenis van de Verenigde Staten.)

    Hoe dan ook is het een hypocrisie die onaanvaardbaar is.

    De migranten worden gezien als een soort overtollige Mexicanen die alleen dienen om geld uit het buitenland te sturen en die het beter maar uit hun hoofd kunnen laten om nog ooit terug te keren

    1. De illegale migratie naar de Verenigde Staten is het gevolg van het falen van de overheid en de maatschappij om alle Mexicanen de mogelijkheid te geven zich samen met hun familieleden te ontwikkelen in hun geboorteland.

    2. De geldzendingen uit het buitenland zijn een teken van het falen van het economisch beleid om voor economische groei te zorgen.

    3. Over de migranten wordt gesproken als grote helden en er wordt geroepen om maatregelen die ervoor zorgen dat ze goed behandeld worden in de Verenigde Staten.
    Maar dat zou in Mexico moeten gebeuren.

    De migranten worden gezien als een soort overtollige Mexicanen die alleen dienen om geld uit het buitenland te sturen en die het beter maar uit hun hoofd kunnen laten om nog ooit terug te keren, zoals blijkt uit de hysterie van veel sectoren in de maatschappij, die zich afvragen wat ze in godsnaam met al die mensen aan moeten als de nieuwe regering van de Verenigde Staten de immigratiepolitiek nog verder verhardt.

    Auteur: David Páramo
    Vertaler: Jos den Bekker

    Dinero en imagen
    Mexico | dineroenimagen.com

    Alles over geld in woord 
en beeld. Toegankelijke 
analyses en adviezen over hoe geld te besteden dan 
wel te verdienen.

  • 4. Groot-Brittannië als bruggenhoofd

    4. Groot-Brittannië als bruggenhoofd

    Volgens The Sunday Times is Groot-Brittannië na de Brexit en de overwinning van Trump de ideale kandidaat om een verbindende rol te spelen tussen Amerika en Europa.

    De uitverkiezing van Donald Trump gaat tegen alle bekende patronen in en het is geen wonder dat de wereld zich nu afvraagt wat het volgende is dat we uit Washington kunnen verwachten. Trumps overwinning was voor Amerikaanse-verkiezingenwatchers nog geen ‘Dewey verslaat Truman’-moment, maar het scheelde niet veel [de foutieve kop ‘Dewey verslaat Truman’ verscheen op 3 november 1948 op de voorpagina van de Chicago Daily Tribune, het was Truman die verrassend de verkiezingen gewonnen had]. De peilingbureaus, die vaak zeer geavanceerde methodes gebruiken, hadden een duidelijke overwinning voor Hillary Clinton verwacht.

    De deskundigen zaten er dus naast met de verkiezingsuitslag, en nu is de kans groot dat ze die ook nog verkeerd interpreteren. Het is belangrijk dat de overwinning van Trump niet wordt gezien als het begin van het einde van de vrijhandel, open markten en globalisering, net zo min als de stem voor de Brexit op 23 juni dat was. Volgens sommigen verkeert de liberale wereldorde nu in het grootste gevaar sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Dit klinkt mooi dramatisch, maar het is een onjuiste opvatting van de politieke gebeurtenissen van 2016.

    De Britse premier Theresa May kan op goede wil uit Washington rekenen. – © Reuters
    De Britse premier Theresa May kan op goede wil uit Washington rekenen. – © Reuters

    We moeten niet vergeten dat deze presidentsverkiezingen tussen twee kandidaten gingen die geen van beiden aantrekkelijk werden gevonden – Trump was voor genoeg mensen het beste van twee kwaden.

    Trump heeft gewonnen omdat hij, anders dan Clinton, direct tot de Amerikaanse arbeidersklasse sprak, die te lang door de politieke elite is genegeerd. ‘Make America great again’ was een even krachtige leus als ‘Taking back control’ voor de ‘vertrek’-campagne in Groot-Brittannië. De kiezers in de Rust Belt die op Trump hebben gestemd, verwachtten niet dat hij de verouderde staalfabrieken en gesloten kolenmijnen weer zal openen, maar zagen in Trump iemand die hun pijn verwoordde.

    Maar zelfs daar ligt het plaatje genuanceerder. Trump wist kiezers met een laag inkomen aan zijn kant te krijgen, maar de meerderheid daarvan steunde Clinton. De Democraten verliezen het contact met hun traditionele machtsbasis in de arbeidersklasse, maar ze zijn die niet kwijtgeraakt. En de verkiezingsuitslag was ook niet per se een protest tegen stagnerende inkomens.

    Trump mag dan veel over Europa te leren hebben, Europa voelt er andersom kennelijk niets voor iets te leren van Trumps overwinning en van de Brexit-uitslag

    Wat de globalisering betreft heeft de Amerikaanse verkiezingsuitslag ons geleerd dat mensen ervan overtuigd moeten zijn dat de open markten in hun voordeel zijn en niet alleen in dat van grote bedrijven, en dat mensen niet houden van de open grenzen en ongebreidelde immigratie waarmee globalisering gepaard gaat. Politici die dat gegeven negeren, zoals Hillary Clinton, krijgen klappen.

    Dit is nergens zichtbaarder dan in de Europese reactie op de overwinning van Trump. Europese Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker sloeg zoals altijd de verkeerde toon aan. ‘We moeten de nieuwe president leren wat Europa is en hoe het werkt,’ zei hij, en hij voorspelde dat er twee jaar verloren zullen gaan terwijl Trump ‘op rondreis is door een wereld die hij niet kent’. Angela Merkel, die met haar ‘open-deurimmigratiebeleid een van de ergste vergissingen uit de recente geschiedenis heeft begaan (bijna even erg als haar weigering om David Cameron tegemoet te komen op het punt van immigratie), zei dat ze alleen met Trump wil samenwerken op basis van ‘de waarden van democratie, vrijheid en respect voor de wet en de waardigheid van alle mensen, ongeacht afkomst, huidkleur, religie, sekse, seksuele geaardheid of politieke overtuiging’.

    Trump mag dan veel over Europa te leren hebben, Europa voelt er andersom kennelijk niets voor iets te leren van Trumps overwinning en van de Brexit-uitslag. Misschien komt dat nog, binnenkort, bij de presidentsverkiezingen in Oostenrijk, het constitutioneel referendum in Italië en de parlementsverkiezingen volgend jaar in Frankrijk en Duitsland. Als een meerderheid dan zijn proteststem laat horen, is die niet noodzakelijkerwijs gericht tegen de globalisering, maar tegen politieke elites die de onvrede onder het volk negeren.

    Het juiste pad

    Hier kan Groot-Brittannië een rol spelen. Het is belangrijk onze banden met de VS te koesteren, zonder ze te overdrijven. Theresa May kan op enige goede wil uit Washington rekenen, als premier van een land dat voor een Brexit koos en Trump daarmee in zijn eigen verkiezingscampagne van inspiratie voorzag. Het is belangrijk te beseffen dat Groot-Brittannië wel de EU verlaat, maar niet Europa en dat het zijn rol als brug naar Amerika kan blijven vervullen.

    Die rol moet zijn om aan beide kanten te blijven hameren op de noodzaak van open markten en economische samenwerking. Misschien zal de regering-Trump wel voelen voor een handelsakkoord tussen Groot-Brittannië en Amerika, maar de effecten daarvan gaan verloren als de nieuwe president elders voor protectionisme kiest. Hij heeft iemand nodig die hem op het pad zet van antidumpingmaatregelen en het aanpakken van oneerlijke handelspraktijken, en niet op het pad van een algemene aanval op de vrijhandel.

    Even urgent is dat Trumps kennelijke gebrek aan enthousiasme voor de NAVO en zijn terechte klacht dat Europa daarin niet genoeg bijdraagt, een open uitnodiging zijn aan de oorlogszuchtige Vladimir Poetin. Slechts vier EU-landen, namelijk Groot-Brittannië, Polen, Griekenland en Estland besteden 2 procent of meer van hun bnp aan defensie. Dat moeten meer landen gaan doen, en het is aan Theresa May om deze landen dat duidelijk te maken.

    Misschien is dat wel de belangrijkste brug die er gebouwd moet worden. Onze relatie met de VS, speciaal of niet, kan de komende jaren weer behoorlijk belangrijk worden.

    Vertaler: Annemie de Vries

    The Sunday Times
    Zuid-Afrika | zondagskrant | oplage 504.000

    De populairste zondagskrant van Zuid-Afrika. Stond ooit als conservatief te boek, maar is in de afgelopen jaren een steeds liberalere koers gaan varen.

  • Opdeling Jemen is de beste oplossing

    Opdeling Jemen is de beste oplossing

    De enige manier om de oorlog in Jemen te beëindigen, is om het land in tweeën te delen, schrijft Saoedi-Arabië- expert Simon Henderson.

    Het beleid van Saoedi-Arabië ten opzichte van Jemen stoelt sinds lange tijd op paranoia. Eerst betrof het paranoia ten aanzien van de Jemenieten zelf, nu zijn het de Iraniërs. De Houthi-rebellen in Jemen worden afwisselend ‘geholpen’, ‘gesteund’ of ‘geregisseerd’ door Iran. Het is duidelijk dat de Houthi’s een directe bedreiging vormen voor de internationaal erkende Jemenitische regering van president Abdu Rabbo Mansur Hadi, die nauwe banden 
heeft met Saoedi-Arabië. De rebellen hebben hem gedwongen het land te ontvluchten, nadat ze de krachten 
hadden gebundeld met de voormalige Jemenitische president (en lange tijd 
de grote tegenstander van de Saoedi’s) Ali Abdullah Saleh (die aanvankelik tegen de Houthi’s was, tot hij in 2012 onder dwang opstapte). Maar het valt sterk te betwijfelen of die rebellen, los van de Saoedische paranoia, echt een directe bedreiging vormen voor Riyad.

    Desalniettemin heeft Riyad in ruil voor Amerika’s herstel van de betrekkingen met Teheran de VS om steun gevraagd bij de pogingen van de door de Saoedi’s geleide coalitie om Hadi weer aan de macht te brengen. (Vooralsnog prefereert Hadi nog even de veiligheid van een hotelsuite in Riyad.) Daarvoor heeft Riyad nog een extra troef in handen: Washington wil betrokkenheid en goedkeuring van de Saoedi’s bij de strijd tegen Islamitische Staat in Syrië en Irak, een strijd die wordt gevoerd door een coalitie onder aanvoering van de VS.

    Angst, zo niet regelrechte paranoia, kenmerkt de Amerikaanse houding ten opzichte van Jemen

    Angst, zo niet regelrechte paranoia, zou ook de omschrijving kunnen zijn van de Amerikaanse houding ten opzichte van Jemen. In het rotsgebergte van Jemen heeft Al-Qaida zijn regionale trainingskampen voor het Saoedische schiereiland, waar de acties werden voorbereid van de ‘ondergoed’-terrorist die in 2009 een vliegtuig van Northwest Airlines wilde opblazen en van de mannen die in 2015 de aanslag op Charlie Hebdo uitvoerden. Een in Jemen voorbereide terroristische 
aanslag is een reële mogelijkheid, en de Amerikanen zijn bereid heel te ver te gaan om zoiets te voorkomen. Ook een succesvolle aanslag op een Amerikaans marineschip, zoals in 2000 met een zelfmoordduikboot op de USS Cole in 
de haven van Aden, zou als zeer ernstig worden ervaren.

    Tot vorig jaar de oorlog met de Houthi’s uitbrak, opereerden Special Forces van de VS vanuit de luchtmachtbasis Anad, even ten noorden van Aden. Ze speelden een kat-en-muisspel met de jihadi’s en waren soms wat succesvoller, zoals bij de moord met een Hellfire-raket op Anwar al-Awlaki, de fanatieke prediker (en Amerikaans staatsburger), in 2011. Nu worden VS-operaties opgezet vanuit het Afrikaanse Djibouti, aan de andere kant van de Rode Zee. De acties worden nog steeds voornamelijk door drones uitgevoerd. Ook zijn er verscheidene half-illegale operaties van Amerikaanse Special Forces op de grond.

    Jemenitische jongens op een gebombardeerde brug in de hoofdstad Sanaa. – © HH
    Jemenitische jongens op een gebombardeerde brug in de hoofdstad Sanaa. – © HH

    Maar een cruciaal verschil tussen de belangen van Saoedi-Arabië en die 
van de VS springt meteen in het oog. Terwijl de aandacht van Riyad zich voornamelijk richt op de Iraanse steun aan de Houthi-rebellen die de hoofdstad en Noord-Jemen onder controle hebben, focussen de VS hun bezorgdheid op het zuiden.

    Die twee aparte oorlogen van Riyad en Washington zijn met elkaar verbonden op een manier die voor buitenstaanders misschien niet meteen duidelijk is. 
De Saoedische en de Amerikaanse luchtmacht delen het luchtruim van Jemen. De twee landen moeten dus samenwerken en daarom het gedrag van de andere partij tolereren.

    Maar die tolerantie staat onder druk. Al voor het afschuwelijke bombardement op een uitvaartcentrum in Sanaa op 8 oktober, met meer dan 140 doden 
en honderden gewonden, had de 
Amerikaanse bezorgdheid over de Saoedische gevechtstactiek al geleid 
tot het terugschroeven van de samenwerking. Er werd minder informatie uitgewisseld over de zwaarte van de bommen, en over van welke hoogte, 
uit welke richting en op welk moment van de dag deze zouden worden ingezet (belangrijk bij het beperken van de 
collateral damage, ofwel het aantal 
burgerslachtoffers). De Saoedi’s hadden al klinieken en scholen gebombardeerd, en hun rechtvaardiging daarvan, namelijk dat de Houthi’s daar (of er vlakbij) militaire opslagplaatsen en hoofdkwartieren hadden gevestigd, was zeer discutabel.

    Verstandig

    Het bombarderen van een begrafenisplechtigheid op 8 oktober was zowel een humanitaire ramp als een grote tactische catastrofe voor de oorlog tegen de Houthi’s. Ook al was het doelwit een politicus die nauwe banden had met de Houthi’s, het bombarderen van zo’n plechtigheid was strijdig met de ethiek van het Amerikaanse leger. De Saoedi’s lieten alleen weten dat 
er een ‘vliegtuig van de coalitie’ bij betrokken was, een formulering die ongelukkigerwijs suggereerde dat het om door Amerika geleverde F-15’s ging, die munitie van Amerikaanse makelij bij zich hadden. De machtscentra in Washington – het Witte Huis, het 
Congres en de media – schreeuwden moord en brand.

    De opdeling van Jemen, een wens die Ibn Saud [de stichter van Saoedi-Arabië] op zijn sterfbed uitsprak, zou voor alle partijen de verstandigste oplossing zijn. Het Zuiden wil het. Hadi geeft er zelf waarschijnlijk ook de voorkeur aan. 
De cruciale buitenlandse macht in de regio, de Verenigde Arabische Emiraten, zou het ook de beste optie vinden. Omdat Iran het druk heeft met problemen elders, is dat land er waarschijnlijk ook niet tegen. Dan hangt het er dus waarschijnlijk van af of Saoedi-Arabië, en in het bijzonder Mohammad bin Salman (de minister van Defensie en plaatsvervangend kroonprins), van 
de wijsheid van zijn grootvaders laatste woorden overtuigd kan worden. Om een volgende catastrofe met burgerslachtoffers in Jemen of een terroristische aanslag in de Verenigde Staten 
te kunnen voorkomen zal Washington waarschijnlijk te veel in beslag worden genomen door de presidentswisseling. Maar het probleem van Jemen, of van de twee Jemens, ligt al te wachten op 
de volgende president.

    Auteur: Simon Henderson
    Vertaler: Paul Bruijn

    Foreign Policy
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000

    Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

  • 3. Voorkom confrontatie in Syrië

    3. Voorkom confrontatie in Syrië

    De spanning tussen Rusland en de VS is gevaarlijk hoog opgelopen, schrijft de Russische politicoloog Fjodor Loekianov. Een militair treffen in het Syrische luchtruim moet koste wat kost worden vermeden.

    Begin september schreef ik dat Moskou en Washington terug waren gekeerd ‘naar het lang vervlogen tijdperk waarin de twee landen de belangrijkste kwesties van de internationale politiek onderling konden regelen’. Dat was ietwat overhaast en daarvoor vraag ik de lezers om vergiffenis. Het presidentschap van Obama is intussen ten einde, en de spanning tussen Rusland en de Amerikanen is dermate hoog opgelopen dat er God weet wat kan gebeuren. Ik hoopte vergeefs dat de Amerikaanse president aan het eind van zijn regeerperiode vrijelijk beslissingen zou kunnen nemen en zijn termijn graag met constructieve akkoorden zou willen besluiten.

    De crisis in Syrië had op zich de aanleiding kunnen zijn voor een voorbeeldige samenwerking, weliswaar niet uit onderlinge sympathie, maar wel vanuit het besef dat de twee landen zonder elkaar niets kunnen beginnen. In plaats daarvan bleek die tot een verkilling van de onderlinge relatie te leiden. Diplomatieke oplossingen hebben definitief plaatsgemaakt voor militaire logica. De wapens spreken en ondanks alle discussies van de laatste jaren over de terugkeer van de ‘geest van de Koude Oorlog’, waren we daar toch niet meer aan gewend. Al sinds begin jaren tachtig was in de politieke arena de tactiek van de ‘laatste waarschuwing’ niet meer zo overheersend. Ook zagen we al heel lang niet meer bedreigingen over en weer elke hoop op een diplomatieke oplossing overstemmen. Noch tijdens het Russisch-Georgische conflict in 2008, noch aan het begin van de crisis in Oekraïne was de situatie zo ernstig.

    Al met al doen de gebeurtenissen vermoeden dat het lot van de wereld opnieuw in handen ligt van de regeringen van de twee vroegere supermachten. De ‘dialoog’ wordt ook nu via de luidsprekers gevoerd, en geen van beide partijen is bereid om knopen te ontwarren of ze door te hakken.

    In een gespannen periode als deze vormen misverstanden een groter gevaar dan de aloude “bolsjewistische onbuigzaamheid”, omdat ze kunnen leiden tot verkeerde inschattingen en funeste beslissingen

    Hoe heeft het zover kunnen komen? Dat is een andere, bijzonder lastige vraag. Zeker is dat deze situatie al vóór de burgeroorlog in Syrië is ontstaan en helaas nog voort zal duren wanneer die ten einde is. De lijst met wederzijdse verwijten blijft maar groeien en beide partijen benadrukken dat hun geduld bijna op is. Diplomatieke taal wordt allang niet meer gebezigd, de omgangsvormen zijn ouderwets hard.

    Wat valt hiertegen te doen? Allereerst moeten de oorlogsretoriek en het wapengekletter ons geen angst inboezemen. Soms helpen die bij het vermijden van een directe confrontatie. In een gespannen periode als deze vormen misverstanden een groter gevaar dan de aloude ‘bolsjewistische onbuigzaamheid’, omdat ze kunnen leiden tot verkeerde inschattingen en funeste beslissingen. Toch is het zorgwekkend als militairen volledig de toon van officiële mededelingen bepalen. Hun taak is het om met proportionele middelen op militaire dreigingen te reageren. Maar bij een conflict tussen grootmachten (en dat zijn we bijna) gaat het om een ingewikkeld samenspel van omstandigheden en belangen, waarin een groot aantal factoren moet worden meegewogen.

    Nieuwe kwetsbaarheden

    In een wereld waarin de internationale relaties veranderd zijn ten opzichte van die van de Koude Oorlog, is dat des te sterker het geval. Er zijn nieuwe kwetsbaarheden ontstaan, op veel gebieden zijn we tot meer in staat dan vroeger, op andere juist minder. Het idee om weer een Russische legerbasis op Cuba te openen, hoe aantrekkelijk misschien ook, heeft bijvoorbeeld meer symbolische dan praktische waarde; de kosten ervan zouden niet opwegen tegen de baten. Waarschijnlijk zal geprobeerd worden om Rusland met sancties op de knieën te krijgen. Onder valse voorwendselen zullen de sancties harder en langduriger worden, totdat Rusland er wellicht onder bezwijkt, zoals dat ook tussen 2010 en 2015 met Iran gebeurde.

    Als rechtvaardiging daarvoor zullen ‘oorlogsmisdaden’ in Syrië genoemd worden, of door de staat ‘georkestreerde’ cyberaanvallen, evenals het mislukken van de akkoorden van Minsk [inzake de burgeroorlog in Oekraïne]. En dit zal nog maar het topje van de ijsberg zijn, de lijst wordt ongetwijfeld nog veel langer. Het is vooralsnog niet duidelijk of Europa de Verenigde Staten hierin zal volgen. De Europese Unie is verdeeld, zowel de lidstaten onderling als de bevolking binnen deze landen. De discussie die sinds kort in Duitsland wordt gevoerd, zal de verschillen tussen de lidstaten nog verder versterken. Misschien kan een besluit tot nieuwe sancties nog worden vermeden, maar de versoepeling die twee maanden geleden nog werd verwacht zal er niet gaan komen. Recente uitspraken van de Franse regering doen vermoeden dat we er niet op hoeven rekenen dat het beleid van Europa wezenlijk zal verschillen van dat van de Verenigde Staten.

    De eerste Russische luchtaanval boven Aleppo tegen ISIS en Al-Nusra Front, 16 augustus 2016. – © TASS  TASS via Getty Images
    De eerste Russische luchtaanval boven Aleppo tegen ISIS en Al-Nusra Front, 16 augustus 2016. – © TASS TASS via Getty Images

    Dit alles staat op korte termijn te gebeuren, zij het misschien niet onmiddellijk. Koste wat kost moet een directe militaire confrontatie tussen het Russische en Amerikaanse leger in het Syrische luchtruim worden vermeden. Ook moet worden onderzocht of met de huidige proxy war [oorlog bij volmacht, waarbij de grootmachten zelf niet tegen elkaar vechten] de beoogde doelen wel kunnen worden bereikt. Met andere woorden, hoever willen de Verenigde Staten en hun bondgenoten gaan om de Syrische oppositie te steunen? Een koude oorlog is vooral gevaarlijk in het beginstadium, wanneer de ‘rode lijnen’ nog niet vastliggen. Het is zorgelijk dat er opnieuw naar dit paradigma wordt gegrepen. Het belangrijkste is nu om te voorkomen dat de allerergste scenario’s bewaarheid worden.

    Auteur: Fjodor Loekianov
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Rossia v Globalnoj Politike
    Rusland | oplage onbekend

    Opgericht in november 2002 en bedoeld als tegenhanger van het prestigieuze Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs. ‘Rusland in de wereldpolitiek’ heeft de ambitie een internationaal erkend Russischtalig tijdschrift over internationale betrekkingen te zijn. Het werd opgericht door onder andere de Raad voor Defensiebeleid en Russische Veiligheid en het tijdschrift Izvestia.

    CONTEXT – Poetins ultimatum

    Het Russische parlement, de Doema, keurde op 16 oktober jl. het wetsontwerp goed waarin wordt voorzien in het stopzetten van de uitvoering van het akkoord met Washington over de verwerking van overschotten aan plutonium met een militaire bestemming. Dat is de manier waarop Vladimir Poetin zijn ‘breuk’ met de Amerikanen gestalte gaf, schrijft het blad Expert, dat dicht bij het Kremlin staat.

    De Russische president heeft in een officieel document de voorwaarden vastgelegd waaronder Moskou de uitvoering van het akkoord wil hervatten.

    Tot die voorwaarden behoren – afgezien van een plan van uitvoering van het akkoord waar de Amerikanen zich volgens het Kremlin niet aan houden – het verlagen van het aantal strijdkrachten van de NAVO in Oost-Europa, het opheffen van de Magnitski-wet (die toegang tot het Amerikaanse grondgebied ontzegt aan hoge Russische functionarissen die verantwoordelijk worden gehouden voor de dood van de Russische advocaat Sergej Magnitski in 2009), het opheffen van alle andere sancties en, nogal bijzonder, schadeloosstelling voor de schade die Rusland heeft geleden door zijn tegenmaatregelen (dat wil zeggen voor de schade aangericht aan Rusland door het Russische embargo op producten uit het Westen, als antwoord op de westerse sancties).

  • Dossier: Poetins nieuwe Koude Oorlog

    Dossier: Poetins nieuwe Koude Oorlog

    Hoe reageert Donald Trump op de Russische provocaties?

    Bij zijn aantreden wacht de nieuwe Amerikaanse president Trump een pikante confrontatie met Vladimir Poetin, de man over wie hij lovende woorden sprak. Nooit immers sinds de val van de Berlijnse Muur was de spanning tussen het Westen en Rusland zo groot.

    Poetin zorgt voor onrust op de Balkan en in de Baltische staten, dreigde met het inzetten van kernwapens en zou hebben geprobeerd de Amerikaanse verkiezingen (in het voordeel van Trump) te beïnvloeden. De Russische politicoloog Fjodor Loekianov waarschuwt voor een confrontatie in Syrië, de Financial Times voor een cyberoorlog. 

    1. Het woord ‘oorlog’ valt weer in Sarajevo

    2. Hoofdbrekens voor Trump

    3. Voorkom confrontatie in Syrië

    4. De gevaren van een cyberoorlog

    5. Een heel ander soort Koude Oorlog

    6. Stop de domme provocaties tegen Rusland

    © Illustraties: Tammo Schuringa

  • Stop de domme provocaties tegen Rusland

    Stop de domme provocaties tegen Rusland

    Volgens de bekende Britse journalist en polemist Rod Liddle is het Westen op een onnozele manier bezig om Rusland en Poetin zwart te maken. En vergeet het daarbij even de eigen fouten in Oekraïne, Syrië en Irak.

    Keuze uit het archief

    Deze week ging de oorlog in Oekraïne zijn vijfde jaar in. Er is al heel wat geschreven over de oorzaken en implicaties van dit conflict. In veel analyses ontbreekt echter de zelfreflectie, aldus journalist Rod Liddle. Het Westen draagt er met zijn eenzijdige kritiek op Rusland alleen maar aan bij dat het wederzijdse vijanddenken en de oorlogsretoriek in stand worden gehouden, betoogt hij in dit opiniestuk uit 2016.

    Al een paar weken vraag ik me af wat goedkoper zou zijn: een kelder uitgraven en een geigerteller en jodiumpillen kopen, of emigreren naar Nieuw-Zeeland. Je kunt me een angsthaas noemen, maar de kant die we opgaan bevalt me helemaal niet. Ik heb alleen de laatste jaren van de Koude Oorlog bewust meegemaakt, maar voor zover ik me kan herinneren toonden beide kanten, wij en zij, meestal wel een zekere mate van redelijkheid en gezond verstand.

    Ik heb liever dat een politicus pragmatisch is dan charismatisch, en als je me zou vragen wie mijn favoriete Russische politicus is, zou mijn antwoord dan ook altijd zijn: Brezjnev. Liever Brezjnevs grijze, verstikkende onverschilligheid en detente, dan Chroesjtsjov in zijn rol van onberekenbare boer die met de vuist op tafel slaat.

    Als Reagan in die tijd voor een microfoon aankondigde: ‘Over vijf minuten beginnen we met bombarderen’, snapte iedereen dat hij een grapje maakte. Als er nu een idioot parlementslid opkrabbelt en eist dat we Russische vliegtuigen gaan neerschieten, snapt iedereen dat hij geen grapje maakt, maar gewoon stompzinnig en gevaarlijk bezig is. Alleen, dit is een oorlogszuchtige stompzinnigheid die snel om zich heen grijpt. Elke dag schakelt de anti-Ruslandretoriek een tandje hoger. Soms komt die retoriek vanuit onze krijgsmacht, die zich misschien beter op haar gemak voelt met een vijand die ze begrijpt dan met allerlei bendes nihilistische, jihadistische gekken. Dan worden we gewaarschuwd dat de Russen Iskander-raketten in de buurt van de Baltische kust stationeren, om Letland, met zijn grote Russische minderheid, en Polen te bedreigen. En dan vertellen de tabloids ons elke dag dat Russische straaljagers telkens weer langs onze kust op en neer vliegen. Alsof ze dat niet al zeventig jaar doen. En alsof wij niet al zeventig jaar hetzelfde doen bij hen.

    Elke dag schakelt de anti-Ruslandretoriek een tandje hoger

    Van een krijgsmacht kun je dit soort zaken verwachten, neem ik aan. Maar als er ook politici aan boord klauteren, word ik echt ongerust. Want het is ónze kant die me bang maakt – niet de hunne. Boris Johnson, onze minister van Buitenlandse Zaken, riep als een clowneske ayatollah mensen op om te gaan demonstreren bij de Russische ambassade. Hiermee reageerde Boris op de inderdaad barbaarse luchtaanval van de Russen en het Syrische regeringsleger op Aleppo. Een week later ongeveer begon het Westen met chirurgische precisie in het laatste Iraakse IS-bolwerk, Mosul, mensen met echt volle baarden eruit te pikken en aan flarden te bombarderen, waarbij de fatsoenlijke, democratisch ingestelde burgers ter plaatse heel menselijk en barmhartig werden gespaard en natuurlijk zonder een schrammetje het bombardement overleefden.

    Slikken mensen die onzin? De VN en het Internationale Comité van het Rode Kruis hebben gewaarschuwd dat door de glorieuze inname van Mosul meer dan een miljoen mensen op de vlucht zullen slaan – en waarschijnlijk honderden mensen zullen omkomen. Maar als dat gebeurt, is het niet de schuld van de coalitie, het is de schuld van IS, of van wraakzuchtige sjiitische Iraakse soldaten, of van de bloeddorstige peshmerga. Wij hebben niks gedaan, chef.

    Wat de coalitie doet in Syrië en Irak, is net zo onsamenhangend en verkeerd als alle andere dingen die we de afgelopen tijd in het Midden-Oosten hebben gedaan – van de invasie in Irak en de steun aan de opstanden van de enigszins imaginaire ‘Arabische lente’ tot de rampzalige en domme interventie in Libië. Wat wij uit naam van een dwaas, goedbedoeld, liberaal evangelisme hebben gedaan, heeft veel meer levens gekost dan we op het conto van de Russen en Vladimir Poetin kunnen bijschrijven. In Syrië en Irak vechten we om mensen te ondersteunen die niet echt bestaan: de goedwillende, gematigde mensen, niet de jihadisten, maar ook niet Assad. Ze zijn op de vingers van één hand te tellen.

    © Tammo Schuringa
    © Tammo Schuringa

    Een tijdje geleden sprak ik iemand die voor de vluchtelingen in die twee ongelukkige landen werkt en die zeker geen vriend is van het Assad-regime. Wat zou nu het beste scenario zijn, vroeg ik hem. ‘Dat Rusland en Assad zo snel mogelijk winnen. Dan worden de minste burgers gedood.’ Maar wij doen wat we kunnen om die uitkomst te voorkomen, en verlengen zo de oorlog.

    Toen in de uitermate lichtgelovige westerse media de strijd om de bevrijding van Mosul werd aangekondigd, zei Vladimir Poetin te hopen dat de coalitie haar best zou doen om het aantal burgerslachtoffers als gevolg van de militaire acties te beperken; maar hij zei ook dat hij begreep dat een oorlog winnen soms onschuldige levens kost en dat hij niet zou gaan stampvoeten of iedereen zou oproepen om te gaan demonstreren bij de dichtstbijzijnde Amerikaanse of Britse ambassade.

    Kort nadat hij zijn verklaring had afgelegd, kondigden de Russen en de Syrische regering – uit humanitaire overwegingen – een staakt-het-vuren af in en rond Aleppo, zodat burgers zich via zes goed bewaakte corridors in veiligheid konden brengen. Dus terwijl de luchtmacht en de artillerie van de coalitie Mosul bombardeerden, kondigde Poetin zijn staakt-het-vuren af. En misschien is ook dat een reden voor de anti-Russische razernij van onze regering en de zwakke, angstige Amerikaanse regering – Poetin is sluw. Hij wint op zijn sloffen de propagandaoorlog.

    Jachtseizoen

    Het jachtseizoen op al wat Russisch is, is nu al een tijdje geopend. Hun atleten spelen vals en worden uitgesloten van sportevenementen. De onze slikken ondertussen prestatieverhogende medicijnen tegen de astma die ze anders de winst in de Tour de France zou kosten. De VS beschuldigen Poetin ervan dat Rusland een cyberoorlog voert om de presidentsverkiezingen te beïnvloeden. Maar moeten we soms geloven dat de VS géén geheime cyberoorlog voert?

    En dan is er Russia Today, dat nu naar de frontlinie is gedrongen. De Britse bank NatWest, grotendeels staatseigendom, heeft in serieuze, plechtige bewoordingen aangekondigd de bankrekeningen van deze in Groot-Brittannië gevestigde, door Rusland gefinancierde zender te zullen bevriezen. Verdomd, dat hebben we met de Pravda nooit gedaan. NatWest moest inbinden toen Russia Today – niet geheel ten onrechte – over beperking van de vrijheid van meningsuiting klaagde en dreigde dat de bankrekeningen van de BBC-poot in Rusland bevroren zouden worden. Onze regering ontkende glashard de hand te hebben gehad in het oorspronkelijke besluit van NatWest – ja hoor – en een woordvoerder van premier Theresa May voegde daar nogal onhandig aan toe: ‘Als je het breder bekijkt: willen we voorkomen dat er onjuiste informatie wordt verspreid? Ja, natuurlijk willen we dat.’

    Dus het is nogal duidelijk, nietwaar? De regering is hier wel degelijk direct bij betrokken. We proberen een zender dwars te zitten en liefst kapot te maken, omdat die iets uitzendt waar onze regering het niet mee eens is. Ik dacht altijd dat dat iets van de Russen was, dissidenten de mond snoeren? En toch, Russia Today mag dan standaard Poetins wandaden goedpraten, hun nieuwsuitzendingen onthullen soms een waarheid die anders verborgen zou zijn gebleven. Dan is het probleem niet dat ze desinformatie verspreiden, maar dat Russia Today juiste informatie verspreidt die de Britse overheid slecht uitkomt. Is de zender onbevooroordeeld, is hij onpartijdig, biedt hij altijd nuance en wederhoor? Nee, nee en nog eens nee. De BBC wel?

    We negeren onze eigen wandaden tegenover de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting

    Sommige Britten, vooral mannen van ongeveer mijn leeftijd, hebben een zekere neiging om Vladimir Poetin te bewonderen, voornamelijk vanwege zijn daadkracht en ultraconservatisme. Het Westen blijft tobben, maar Poetin treedt op – en misschien vergeven we hem daarom zijn homofobe oprispingen (of prijzen hem er zelfs om).

    Ik ben geen lid van deze ontluikende Britse fanclub. Het is gemakkelijk om daadkracht te tonen als je niet gehinderd wordt door democratie – zoals Poetin. Die is volgens mij amoreel, meedogenloos en oorlogszuchtig. En ik weet niet hoe diep zijn vreemde machismo van de-man-die-naakt-met-een-beer-worstelt gaat, of in hoeverre dat voor de show is. Dit is mijn zorg: wij provoceren en provoceren, we verdraaien de feiten tot ze in ons straatje passen, we demoniseren Poetin en zijn land op een oorlogszuchtige, eenzijdige manier en we negeren onze eigen wandaden tegenover de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting – in Oekraïne, in Syrië en in Irak.

    Ik hoop vurig dat Poetins oorlogszucht alleen maar een act is op het internationale toneel, en dat hij bij lange na niet zo dom is als Boris Johnson. Aan die hoop klamp ik me vast, voordat ik die tickets naar Wellington boek. Want het zou best ijdele hoop kunnen zijn. En het zou kunnen dat hij verder wordt gedreven dan hij kan verdragen.

    Voor een deel hebben we Poetin natuurlijk zelf geschapen. Je kunt een land niet in vijf of zes korte jaren zijn imperium, zijn politieke systeem en reden van bestaan, zijn industrie, zijn banen, zijn geld, zijn prestige en status in de wereld afnemen, en niet verwachten dat daarvoor iets terugkomt, een bepaalde hunkering naar het leven van vroeger, het verlangen naar een Stalin-light. Een hunkering naar Poetin. Het is een gemiste kans dat we Rusland halverwege de jaren negentig niet met liefde hebben overladen en niet hebben uitgenodigd om lid te worden van de NAVO. Het gevolg is dat we nu een antwoord moeten vinden op Poetin. En dat lukt ons niet. We verliezen het aan alle kanten.

  • 5. Een heel ander soort Koude Oorlog

    5. Een heel ander soort Koude Oorlog

    Volgens de Egyptische politicoloog Ammar Ali-Hassan dreigt er een nieuw soort globaal conflict. Hij zet de tien belangrijkste kenmerken daarvan op een rij.

    Een kwart eeuw na het eindigen van de Koude Oorlog lijkt er een vergelijkbaar conflict op te doemen aan de horizon, al is de vorm ervan een beetje anders. Het conflict zal een uitvloeisel zijn van de recente gebeurtenissen in Syrië. En als het echt losbarst, zal het de volgende eigenschappen hebben:

    1. Ideologie zal er geen centrale plaats in hebben, zoals dat tijdens de Koude Oorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie wel het geval was. De strijd tussen het kapitalisme en het socialisme is voorbij.

    2. Als gevolg van de telecommunicatierevolutie en de vrijelijke verspreiding van informatie die daar het gevolg van is, zal een strategie van soft power overheersen en zullen ‘harde’ methoden minder gebruikelijk zijn.

    3. Het verdwijnen van totalitaire regimes (met name in Oost-Europa) ten gunste van democratische regeringen geeft het volk weer een stem. De oorspronkelijke Koude Oorlog werd gevoerd door regimes geleid door slechts een handvol mensen.

    4. Het terrorisme zal weer opleven. Dat komt doordat de twee belangrijkste grootmachten, de Verenigde Staten en Rusland, het als instrument gebruiken om hun doelen te bereiken. Zij ondersteunen hun welgevallige terroristische groeperingen terwijl ze andere fel bestrijden.

    Deze oorlog zal niet in het centrum beginnen om zich vervolgens uit te breiden naar de periferie. Hij is allang begonnen in de periferie en zal uiteindelijk ook het centrum bereiken

    5. Religieuze, etnische en xenofobe spanningen zullen door deze nieuwe Koude Oorlog verder oplopen. Elk van de twee grootmachten zal zich met bepaalde etnische, religieuze of confessionele groepen verbinden. Dit brengt de eenheid van sommige staten in gevaar.

    6. Er zullen meer conflicthaarden ontstaan. In Syrië en Oekraïne zullen de twee grootmachten nog vijandelijker tegenover elkaar komen te staan dan nu, en in Libië en Jemen mogelijk ook. Ook het Koreaans schiereiland zal zich niet aan deze dynamiek kunnen onttrekken.

    7. De Russische leiders zullen militaire activiteiten in het buitenland gebruiken om de publieke opinie af te leiden van binnenlandse problemen. Ook in de Verenigde Staten zullen bestuurders, vooral die uit de wapenindustrie, een grootschalige oorlog verwelkomen om de economie te stimuleren. Omgekeerd zullen politici en bedrijven in geval van een nieuwe economische en financiële crisis de oorlog de schuld kunnen geven.

    schermafbeelding 2016 11 16 om 11 58 48

    8. Deze oorlog zal niet in het centrum beginnen om zich vervolgens uit te breiden naar de periferie. Hij is allang begonnen in de periferie en zal uiteindelijk ook het centrum bereiken.

    9. Er zal geen verbond komen van niet-gebonden staten [zoals dat in 1956 tijdens de Koude Oorlog werd opgericht om tegenwicht te bieden aan de VS en de Sovjet-Unie], al staan veel landen er niet om te springen om in de invloedssfeer van Washington of Moskou terecht te komen.

    10. In de vorige Koude Oorlog stonden twee volstrekt tegengestelde partijen tegenover elkaar. Dit keer zal de opkomst van nieuwe spelers als China, India en de Europese Unie – die allemaal hun eigen belangen verdedigen en conflicten uit de weg gaan – de spanningen wellicht iets verzachten.

    Auteur: Ammar Ali-Hassan
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Al-Ittihad
    Abu Dhabi, Verenigde Arabische Emiraten | dagblad | oplage onbekend

    Deze in 1969 opgerichte krant is een van de oudste van de Emiraten. Onder toezicht van het ministerie van Informatie en Cultuur publiceert het dagblad achtergrondartikelen van intellectuelen, soms zeer kritisch ten opzichte van de Arabische wereld.

  • 4. De gevaren van een cyberoorlog

    4. De gevaren van een cyberoorlog

    De VS kunnen de Russische cyberaanvallen niet onbeantwoord laten, schrijft de Financial Times. Maar tegelijk moet men waken voor een escalatie.

    Als de beweringen van de Amerikaanse regering juist zijn, heeft Rusland op een nooit eerder vertoonde manier geprobeerd de uitkomst van de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden. De diefstal, vijf maanden geleden, van een enorme hoeveelheid data uit computers van het Democratisch Nationaal Comité en andere politieke organisaties zou het werk zijn van Russische hackers. Maar sindsdien is de gestolen informatie op een reeks nauwkeurig getimede momenten opgedoken op WikiLeaks en wordt de diefstal door het Departement Binnenlandse Veiligheid en de directeur van het Bureau Nationale Veiligheid toegeschreven aan de Russische regering.

    In de verkeerde handen kan malware worden gebruikt om belangrijke infrastructuur zoals de energievoorziening af te snijden of luchtverkeersleidingssystemen uit te schakelen

    Washington staat voor de cruciale vraag hoe hierop te reageren. De VS zijn in toenemende mate het slachtoffer van cyberaanvallen door van staatswege gesponsorde hackers, van de Revolutionaire Garde in Iran tot China en Noord-Korea. Westerse regeringen hebben hun eigen malware ontwikkeld die tegen tegenstanders kan worden ingezet en computernetwerken van andere landen onklaar kan maken. Sinds 2009 hebben de VS zelfs een militaire eenheid – Cyber Command – die zich met deze activiteiten bezighoudt.

    Maar de gevolgen van het inzetten van cyberagressie zijn op dit moment onzeker. Naar verluidt bestaan er vele aanvalsvormen. In de verkeerde handen kan malware worden gebruikt om belangrijke infrastructuur zoals de energievoorziening af te snijden of luchtverkeersleidingssystemen uit te schakelen, met fatale gevolgen. Dankzij lekken van ambtenaren weten we dat de VS zelf ook cyberaanvallen hebben uitgevoerd, zoals de Stuxnetaanval op het Iraanse nucleaire programma in 2010.

    Eenvoudige keuzes zijn er niet

    De laatste vermeende aanvallen door Moskou combineren het technologische vernuft van geraffineerde eenentwintigste-eeuwse hackers met de propagandakunst van de Koude Oorlog. Alleen de tegenstander is veranderd, van de bureaucratische maar voorspelbare Sovjetstaat in de ongrijpbare president Vladimir Poetin.

    Eenvoudige keuzes zijn er niet. De ‘softe’ optie van sancties tegen het Kremlin is asymmetrisch van aard en zal daarom minder gauw escaleren tot een cyberoorlog. Maar ook die optie is niet zonder problemen. Bij het zoeken naar internationale steun zou het Witte Huis zijn beweringen moeten boekstaven.

    Ook het inzetten van Amerikaanse cyberwapens kent zijn gevaren. Het accuraat uitvoeren van cyberaanvallen blijft meer een kunst dan een wetenschap. En aangezien er nooit regels zijn opgesteld voor wederzijdse cyberagressie, is er geen garantie dat de VS Rusland kunnen treffen zonder dat escalatie daarvan schade toebrengt aan Amerikaanse belangen.

    Ronald Reagan en Michael Gorbatsjov tekenen een nucleair verdrag om het aantal kernwapens terug te dringen in beide landen, 1987.
    Ronald Reagan en Michael Gorbatsjov tekenen een nucleair verdrag om het aantal kernwapens terug te dringen in beide landen, 1987.

    Voorlopig zullen de VS – net als andere westerse staten – moeten zorgen dat hun veerkracht toeneemt en dat hun verdediging, die in talrijke overheids- en privésectoren nog veel te zwak is, op orde komt. Maar de VS zullen Rusland ook duidelijk moeten maken, zoals dat ook bij de Chinezen is gebeurd, dat men dit soort activiteiten niet zal tolereren. Met China zijn er vergevorderde economische betrekkingen die Washington een stok achter de deur geven. Met Rusland zijn de betrekkingen in de nasleep van Poetins annexatie van de Krim beroerder dan ooit, en zijn de economische banden vrijwel verbroken. Dat maakt het moeilijk voor de VS om represailles te nemen, behalve door de al bestaande sancties te verscherpen, desnoods eenzijdig.

    Wat de drie landen zich dienen te realiseren, is dat cyberaanvallen een nieuwe vorm van oorlogvoering zijn, waarvan de gevolgen niet uit de hand mogen lopen. Het streven naar internationale afspraken om die te beperken blijft een moeilijke zaak. Toch moet er een manier worden gevonden om die pogingen nieuw leven in te blazen.

    Vertaler: Peter Bergsma

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

    Illustratie: © Tammo Schuringa

    CONTEXT: Komen er gedragsregels in cyberspace?

    De VS hebben de Russische staat er begin oktober officieel van beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor enkele recente ‘cyberaanvallen’. Volgens het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid, aangehaald door het Russische blad voor internationale betrekkingen Rossiya v Globalnoj Politike, betrof het ‘geperfectioneerde en omvangrijke aanvallen tegen de e-mailsystemen van Amerikaanse burgers, organisaties en instituties, met het doel zich te mengen in het electorale proces in de VS’. In het verleden heeft Washington ook China, Noord-Korea en Iran al van aanvallen via internet beschuldigd. Het Kremlin deed ditmaal de Amerikaanse beschuldiging af als ‘een absurd verzinsel’.

    ‘Dit symbolische wapengekletter getuigt ervan dat cyberspace, sinds de jaren negentig geweldig in ontwikkeling, niet bepaald het schouwtoneel is van praktische samenwerking tussen de grootmachten, maar meer van een arena’, schrijft het blad, dat constateert dat de bewapeningswedloop in cyberspace in volle gang is. Toch wordt er steeds vaker gesproken over het instellen van een ‘gedragscode voor staten inzake verantwoordelijk gebruik van cyberspace’. Ook Obama drong daar in september nog op aan.

    Maar Rusland was in 1998 de eerste lidstaat van de Verenigde Naties die een dergelijk voorstel deed ‘ter voorkoming van het gebruik van het wereldwijde web voor illegale doeleinden’. Pas in 2015 evenwel voltooide een groep experts van de VN een rapport waarin voor de eerste keer wordt opgesomd wat die gedragsregels zouden moeten inhouden. Moskou dringt erop aan dat de VN 
in 2017 een resolutie in die richting aannemen.

    Iedereen erkent dat het buitengewoon lastig is om in het geval van een cyberaanval onomstotelijk vast te stellen door wie de aanval is gepleegd

    De technologische sprong voorwaarts in de afgelopen kwarteeuw heeft de wereld zodanig veranderd dat de NAVO in 2016 cyberspace heeft aangewezen als ‘slagveld’.

    Voortaan rekent het bondgenootschap ‘de vijfde dimensie’ in dit opzicht tot dezelfde categorie als tot dusverre het land, het water, de lucht en inmiddels ook de ruimte.
    Militairen hebben grote belangstelling voor dit nieuwe strijdperk, en cyberspace is de geliefde zandbak geworden voor alle inlichtingendiensten. De politiek en de diplomatie hebben de wondere wereld ook ontdekt en geven er blijk van grote creativiteit.

    Iedereen erkent dat het buitengewoon lastig is om in het geval van een cyberaanval onomstotelijk vast te stellen door wie de aanval is gepleegd. Alleen een wereldwijd akkoord naar analogie van het akkoord inzake de nucleaire non-proliferatie zou cyberspace tot minder gevaarlijk terrein maken, meent het Russische diplomatieke tijdschrift.

    Maar alle initiatieven hiertoe blijven vooralsnog steken in goede bedoelingen. In feite heeft geen enkele cybermacht, Rusland inbegrepen, zin zich beperkingen op te laten leggen inzake een dergelijk attractief en effectief middel om de vijand te treffen.

    Litouwen bereidt zich voor op het ergste

    Sinds de annexatie van de Krim in het voorjaar van 2014 bekijkt Litouwen de Russen met argwaan. Bereidt de grote buurman niet een hernieuwde bezetting voor? ‘Twee Russische schepen met raketten die kernkoppen kunnen vervoeren zijn in de Baltische Zee waargenomen’, signaleerde Lietuvos Zinios, een economisch dagblad dat in Vilnius verschijnt, op 26 oktober. De raketten, opgesteld in de Russische enclave Kaliningrad, zijn voor de middellange afstand. Litouwen heeft garanties van de NAVO gevraagd en verkregen tijdens een recente top van het bondgenootschap in Warschau.

    Persagentschap BNS meldt dat begin volgend jaar een troepenmacht van vier- tot zeshonderd militairen, afkomstig uit Duitsland, in Litouwen wordt gestationeerd. De website Delfi bericht dat ‘drieduizend dienstplichtigen aan hun militaire opleiding zijn begonnen’. En het handboek voor burgerlijke verdediging, zo vond website 15min.lt uit, legt dit jaar de nadruk op ‘middelen tot actief verzet’.