Tag: Westen

  • De val van het westers narratief

    De val van het westers narratief

    De Indiase schrijver Pankaj Mishra vraagt om een radicale herijking van hoe wij macht, geschiedenis en waarheid begrijpen. Daarvoor is een ander perspectief nodig dan het westerse wereldbeeld dat decennialang het beleid en de pers domineerde.

    De drie uitgangspunten waarop zowel het westerse beleid als de journalistiek drie decennia lang hebben gestoeld, zijn momenteel stuk voor stuk aan gruzelementen geslagen.

    ‘In den beginne was de pers en toen verscheen de wereld’, schreef Karl Kraus in 1921.

    Deze bijbelse toespeling was geen retorisch middel. De Oostenrijkse schrijver, en misschien wel de eerste grote mediacriticus, had redenen om aan te nemen dat de journalistiek niet langer functioneerde als een neutraal filter tussen de verbeelding van brede lagen van de bevolking en de wereld om hen heen. De journalistiek had het voortouw genomen in het vórmen van de realiteit.

    Kraus’ kritiek was aangescherpt tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen hij kranten begon te verwijten dat zij het drama waarvan ze verslag dienden te doen, alleen maar verergerden. ‘Hoe wordt de wereld bestuurd en een oorlog in gemanoeuvreerd?’ vroeg Kraus zich af. Hij betoogde dat de oorsprong van de grote oorlog van de twintigste eeuw school in een uitholling, over het gehele continent, van cognitieve functies en verbeeldingskracht, in gang gezet door de pers, waardoor de Europese landen een oorlog in waren gerommeld die ze net zo min konden voorzien als beëindigen. ‘Na tientallen jaren oefening’, schreef hij, ‘is [de verslaggever] erin geslaagd de mens zijn verbeeldingskracht te ontnemen, zozeer zelfs dat hij nu in staat is een vernietigende oorlog tegen zichzelf te voeren.’

    Pankaj Mishra

    Pankaj Mishra is een gevierde Indiase auteur, essayist en cultureel criticus wiens werk zich richt op de complexe relaties tussen geschiedenis, politiek en identiteit in een geglobaliseerde wereld.

    Pankaj Mishra werd geboren in 1969 in Jhansi, India, en heeft een indrukwekkende carrière opgebouwd, met bijdragen aan gerenommeerde publicaties zoals The Guardian, The New York Review of Books en The London Review of Books. Hij staat bekend om zijn scherpe analyses van kolonialisme, kapitalisme en de culturele spanningen tussen het Westen en niet-westerse samenlevingen. Hij is een invloedrijke stem in het mondiale intellectuele debat, waarbij hij zich richt op de kruispunten van geschiedenis, rechtvaardigheid en de toekomst van democratie.

    Mishra’s oeuvre omvat zowel fictie als non-fictie. In zijn baanbrekende boek From the Ruins of Empire: The Revolt Against the West and the Remaking of Asia (2012) onderzoekt hij de opkomst van antikoloniale bewegingen in Azië en Afrika; het werd wereldwijd geprezen. Andere invloedrijke werken, zoals Age of Anger: A History of the Present (2017), leggen de wortels van mondiale onvrede en populisme bloot. Zijn schrijfstijl combineert intellectuele scherpte met een diepgevoelde empathie voor gemarginaliseerde stemmen.

    Pankaj Mishra heeft talloze prijzen ontvangen, waaronder de prestigieuze Weston International Award in 2024 voor zijn bijdrage aan de non-fictie.

    Hij woont afwisselend in Londen en Mashobra, India.

    Vanaf onze hooggelegen en gerieflijke positie is het makkelijk om neer te kijken op de bekrompen wereld van de Weense tijdschriften waartegen Kraus van leer trok. Maar nu verwoestende oorlogen onstuitbaar door Europa en het Midden-Oosten razen, met de dreiging alsmaar verder om zich heen te zullen grijpen, en nu het sociale weefsel van meerdere samenlevingen wordt verscheurd, klinkt Kraus’ kritiek op de pers, die zogenaamde pijler van de democratie, urgenter dan ooit. Er resoneert een bredere analyse, van het afbrokkelen van democratische instituties in het Westen.

    De inherente kwetsbaarheid van die instituties was de Aziatische en Afrikaanse onderdanen van Europese kolonialisten al veel langer duidelijk. Mohandas ‘Mahatma’ Ghandi, die democratie letterlijk beschouwde als de heerschappij van het volk, benadrukte dat het begrip in het Westen slechts ‘symbolisch’ was. Het kon onmogelijk realiteit worden zolang er sprake was van ‘een diepe kloof tussen de rijken en de hongerige miljoenen’ en zolang stemgerechtigden zich lieten leiden ‘door kranten die vaak niet te vertrouwen zijn’.

    Een minstens zo boude bewering anno nu zou zijn dat een groot deel van de digitale media, die handelen in nepnieuws en samenzweringstheorieën, stelselmatig onbetrouwbaar is. De reguliere pers, die vaak in handen is van grote concerns, gaat er prat op haar politieke en ethische verantwoordelijkheid te nemen en beweert een baken te zijn in de duisternis waarin de democratie ten onder dreigt te gaan. Maar in de drie decennia dat ik zelf in de journalistiek werkzaam ben geweest, hebben ook daar de bewijzen van ontoereikend of zelfs corrupt gedrag zich in een verontrustend tempo opgestapeld.

    Mijn carrière als schrijver van literaire non-fictie is eigenlijk begonnen met de war on terror, dé oorlog van onze eigen eeuw, die verwoestende gevolgen heeft gehad voor grote delen van Azië en Afrika, en de burgerrechten in het Westen heeft uitgehold, om uiteindelijk in 2021 te eindigen met de vernederende terugtrekking van het Westen uit Afghanistan. Begin 2001 ben ik naar Afghanistan en Pakistan gereisd voor Granta en de New York Review of Books. Mijn uitgebreide artikelen naar aanleiding van die reizen zijn betrekkelijk kort na 11 september verschenen. Als gevolg hiervan zijn velen binnen de Amerikaanse en Europese media mij gaan beschouwen als ‘terrorisme-expert’. 

    In de fantasieën van de extreemrechtse nationalisten van nu staat een vijand met een donkere huidskleur

    Ik had me krachtiger moeten verzetten tegen dat label. Destijds waren er maar heel weinig schrijvers van niet-westerse origine in de Anglo-Amerikaanse pers; de opiniepagina’s van de kranten stonden bol van de anti-islamretoriek. Ik voelde een zware verantwoordelijkheid op mijn schouders rusten. Hoewel ik ver wilde blijven van de kinderlijke vraag ‘Waarom haten ze ons?’ wilde ik er alles aan doen om te voorkomen dat de toch al zo zwaar getroffen samenlevingen, zoals Afghanistan en Irak, nog meer werden beschadigd en dat minderheden in het Westen werden gedemoniseerd.

    Ik kon slechts vol ongeloof toezien hoe de BBC op primetime een documentaire uitzond over de gunstige invloed van het Britse Rijk wereldwijd. In mijn stukken voor westerse tijdschriften voelde ik een zekere druk om niet al te zeer af te wijken van de breed gedeelde consensus: dat de gelijktijdige invasie van meerdere landen goed was, gerechtvaardigd en noodzakelijk, bedoeld om de bevolking aldaar, en dan met name de vrouwen, te bevrijden van wrede onderdrukkers en om de democratie te bevorderen.

    Ik kon slechts machteloos toezien hoe de meest gerespecteerde westerse media niet alleen een oorlog aanmoedigden die stoelde op onwaarheden, maar ook nog eens hielpen om die oorlog in hoge mate te racialiseren. In de fantasieën van de extreemrechtse nationalisten van nu staat een vijand met een donkere huidskleur, die minder is dan een mens en momenteel huisdieren verslindt, klaar om de westerse beschaving te vernietigen. Maar geweldsfantasieën gericht tegen deze getinte nemesis doen al jaren opgang in traditionele gedrukte media en onder liberale intellectuelen.

    ‘Time to Think about Torture’ (Tijd om marteling te overwegen), kopte Newsweek enkele weken na 11 september. ‘Focused brutality’ (gerichte wreedheid), luidde de aanbeveling van Time. Toen de invasie in Irak begon, zette The Atlantic in een hoofdartikel uiteen wat de voordelen waren van torture lite (lichte marteling). In New York Times Magazine spoorde Michael Ignatieff de Amerikanen niet alleen aan om hun leidende rol in de wereld te pakken en Irak binnen te vallen, maar zette deze hoogleraar mensenrechten ook uiteen hoe zwarte en bruine lichamen konden worden onderworpen aan ‘vormen van slaapdeprivatie’ en ‘desoriëntatie (zoals een kap over het hoofd van gevangenen doen) die voor stress zullen zorgen’. Het artikel verscheen op een wel heel ongelukkig moment, net toen de eerste foto’s uit de Abu Ghraibgevangenis naar buiten kwamen, van gevangenen met een kap over hun hoofd. Dat Israël in Gaza straffeloos bijna tweehonderd schrijvers, wetenschappers en journalisten kon vermoorden, nadat alle buitenlandse verslaggevers waren verbannen van de plek waar de executies plaatsvonden, was te danken aan de steun van de westerse bondgenoten na 11 september. In 2002, nadat Israël op de Westelijke Jordaanoever het gebouw van een omroep had gebombeerd en in de as gelegd, stelde Anne Applebaum, tegenwoordig een vooraanstaand criticaster van ‘autocratie’, dat ‘het passend is dat Israël zijn woede richt op de officiële Palestijnse media’. Trumps ‘moslimban’ en de gewelddadige fantasieën van J.D. Vance lijken buitensporig, totdat we ons weer herinneren dat schrijver Martin Amis in 2006 op samenzweerderige toon tegen een Londense journalist zei dat hij ‘een sterke drang’ voelde om dingen te zeggen als: ‘De moslimgemeenschap zal moeten lijden totdat ze haar zaken op orde heeft. Wat ik onder lijden versta? Dat ze niet mogen reizen. Deportatie – naar een heel eind verderop. Inperken van vrijheden. Mensen fouilleren die eruitzien alsof ze uit het Midden-Oosten of Pakistan komen.’

    Moreel fiasco

    Tegenwoordig wordt de war on terror algemeen gezien als een militair en geopolitiek falen. Maar nog altijd wordt niet onderkend dat het een intellectueel en moreel fiasco van ongekend formaat is: een poging van de westerse media en de politieke klasse om de realiteit naar eigen hand te zetten, wat is uitgelopen op een rampzalige mislukking. Maar ondertussen zijn ze er wel in geslaagd wreedheid en leugenachtigheid diep in de maatschappij te verankeren. En mede omdat dit fiasco nooit is onderkend – redacteuren en schrijvers die valse narratieven in omloop hebben gebracht en geweld op grote schaal hebben toegejuicht, zijn nooit aan de kaak gesteld, hebben soms zelfs promotie gemaakt – zien we nu hetzelfde gebeuren in de manier waarop de westerse media berichten over Israëls oorlog tegen Gaza: wederom een oorlog die een vreugdevuur heeft gestookt van internationale juridische en morele normen en die gewetens heeft afgestompt en geperverteerd.

    Historicus Omer Bartov heeft erop gewezen dat Israël, ogenschijnlijk in reactie op een ongekende terroristische aanval van Hamas, vanaf begin af aan heeft beoogd ‘de gehele Gazastrook onbewoonbaar te maken en de bevolking dusdanig te verzwakken dat ze ofwel zal sterven ofwel alle mogelijke middelen zal aanwenden om het gebied te ontvluchten’. 

    GettyImages 2175528913
    Persrondleiding in Beiroet, Libanon. – © Getty

    En nu, terwijl Israël de Gazastrook bestookt met bommen van duizend kilo, proberen de extreemrechtse leiders van Israël hun bezetting van de Westoever en Gaza nog verder te militariseren en hun vijanden in Libanon en Iran mee te sleuren in de oorlog door middel van terroristische daden. Maar hoewel al deze overduidelijke feiten, en zelfs de vernietiging van Gaza, zowel door de daders als de slachtoffers live worden gestreamd, worden ze dag in dag uit verhuld, om niet te zeggen ontkend door de grote westerse media.

    Palestijnen en Arabieren zijn al tientallen jaren vertrouwd met de vele verborgen rode lijnen die het debat over Israëls handelswijze inperken. Mijn eigen sporadische pogingen uit het verleden om het onderwerp op de agenda te zetten hebben me duidelijk gemaakt hoe slinks het regime van repressie en verboden in het Westen is. Maar het zijn niet alleen niet-westerse perspectieven, zoals die van mij, die worden onderdrukt of genegeerd. Hoofdredacteuren in het Westen, zo is later gebleken, lijken een breder decreet te hebben uitgevaardigd in een poging hun kromme logica staande te houden. Gideon Rachman, hoofd van de buitenlandredactie van Financial Times, verwoordt het als volgt: ‘De beste manier om een humanitaire ramp in Gaza te voorkomen, is Israël te steunen.’

    Is het nog wel mogelijk om de cognitieve capaciteit te vergroten in het slinkende koninkrijk van de westerse journalistiek

    In schril contrast met de eenduidige veroordeling van het barbaarse Russische optreden in Oekraïne, wordt in de westerse verslaglegging over de Israëlische wreedheden het liefst de passieve vorm gehanteerd, waardoor het lastiger is om te zien wie wie wat aandoet, en onder welke omstandigheden. (‘De eenzame dood van een man met het syndroom van Down’ was de aanvankelijke kop van een BBC-artikel over Israëlische soldaten die een hond loslieten op een gehandicapte Palestijn en hem vervolgens lieten creperen.) Het verslag in The New York Times van een grimmige mijlpaal, het door Israël vermoorden van dertigduizend Palestijnen, merendeels vrouwen en kinderen, kreeg als kop ‘Lives Ended in Gaza’ (Levens beëindigd in Gaza). Een recenter artikel van de Associated Press, over het Israëlische beleid van uithongering, had als kop: ‘A 10-month-old Palestinian baby suddenly stopped crawling. Polio had struck Gaza’ (Een tien maanden oude Palestijnse baby hield ineens op met kruipen. Gaza getroffen door polio).

    Niet-geverifieerde berichten, die uiteindelijk vals bleken te zijn, over onthoofde Israëlische baby’s, kregen van zowel journalisten als de Amerikaanse president onverdeelde aandacht. Samen hebben ze een deken van stilte gelegd over de vele gedocumenteerde meldingen van verkrachting en marteling in Israëlische gevangenissen. In een artikel in The Atlantic, momenteel onder redactie van een voormalig IDF-medewerker die overduidelijk valse berichten over Irak heeft verspreid, wordt, zelfs na de moord op duizenden kinderen in Gaza, beweerd dat ‘het mogelijk is om legaal kinderen te doden’.

    De manier waarop de westerse media verslag doen van Israëls ‘zelfverdediging’ toont maar weer eens de verregaande discrepantie tussen wat er wordt beweerd door mainstream media in het Westen en wat de rest van ons ziet gebeuren in de wereld. Ik kan me niet onttrekken aan een déjà-vugevoel, en er dringt zich een oude vraag op: is het nog wel mogelijk om de cognitieve capaciteit te vergroten in het slinkende koninkrijk van de westerse journalistiek – het betoverde land waar ik het grootste deel van mijn leven goed garen bij heb gesponnen?

    Een veel grotere wereld

    We leven tenslotte in een veel grotere wereld dan die van Karl Kraus’ Wenen aan het begin van de twintigste eeuw, een wereld met een oneindig grotere variëteit aan ervaringen en zienswijzen. Er is een veel grotere demografische verscheidenheid in uitgevers- en medialand dan toen ik begon als schrijver. Zouden de onophoudelijke intellectuele en morele debacles in de journalistiek kunnen worden voorkomen door een minder conformistisch klimaat van meningen, en een open houding ten aanzien van verschillende ervaringen en zienswijzen?

    Misschien, maar een eerste stap in die richting is het onderkennen van de enorme obstakels die we op ons pad zullen vinden; we leven in een bijzonder verwarrende tijd, en dat is met name ingewikkeld voor een oudere generatie westerse journalisten en commentatoren. Zij zijn volwassen geworden in de decennia na het einde van de Koude Oorlog en de ineenstorting van het communisme, een periode waarin op westerse leest geschoeide democratie en kapitalisme de toekomst van de gehele wereld leken te bepalen.

    Tegenwoordig is vrijwel elke vooronderstelling waarop het westerse beleid en de journalistiek drie decennia lang stoelden, aan gruzelementen geslagen. We leven in een wereld waarin de toekomst van de democratie allerminst een gegeven is – niet in Europa en Amerika, laat staan in India. Het op westerse leest geschoeide kapitalisme heeft geleid tot veel te veel ongelijkheid en heeft inmiddels een felle tegenbeweging in gang gezet. Demagogen en despotische leiders zijn in opkomst. En wat misschien nog wel het meest verontrustend is: na een lange afwezigheid zien we een terugkeer van het wit-nationalisme, de expliciete ideologie van sommige mainstream politieke partijen aan beide kanten van de Atlantische Oceaan.

    In een tijd van brede economische onrust zien we dat etnonationalisten elkaar vinden in hun antipathie jegens immigranten

    In een tijd van brede economische onrust zien we dat etnonationalisten in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, en in Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Polen en Italië, elkaar vinden in hun antipathie jegens immigranten en dat ze hun pijlen richten op instellingen die onvoldoende patriottistisch zouden zijn of te toegeeflijk ten aanzien van seksuele of etnische minderheden. Dit grimmige scenario kan nog verder worden uitgewerkt. De voornaamste economische ideologieën van onbeperkte groei en wereldwijde welvaart lopen niet alleen op tegen milieubeperkingen en technologische innovatie, maar ook tegen inherente grenzen, en ze lijken niet langer levensvatbaar.

    Redacteuren en schrijvers in hoog aangeschreven tijdschriften waren op geen enkele manier mentaal voorbereid op de ineenstorting van hun ideologie van kapitalistische globalisering en op de snelle afkalving van de macht, de legitimiteit en het prestige van het Westen. Ook waren ze door hun afkomst, klasse en opleiding te zeer gehecht geraakt aan de intellectuele aannames die waren ontstaan tijdens de onbetwiste hegemonie van het Westen. Omdat ze persoonlijk te zeer zijn verwikkeld in de doodsstrijd van de oude wereld, zijn ze niet in staat de barensweeën te voelen van de komst van een nieuwe wereld. Ze hebben de grootste moeite met hun eigen samenlevingen, die drastische veranderingen doormaken; ze klampen zich vast aan wat louter symptomen zijn van een versplinterde sociale consensus, zoals ‘cultuuroorlogen’, en uiteindelijk proberen ze betekenis te distilleren uit abstracties als ‘populisme’, ‘ontdemocratisering’ en de ‘crisis van het liberalisme’. 

    Een groter probleem is dat zowel de intellectuele als de politieke elites in het Westen beschikken over maar weinig middelen om de rest van de wereld te begrijpen, laat staan te duiden. Mainstream journalisten proberen de snelheid en de schaal van een continue verandering van wereldhistorisch formaat – de opkomst van het mondiale Zuiden – bij te benen door middel van kwantitatieve analyse. Ze komen met statistieken over het toenemende aandeel van China in de buitenlandse handel, over de groeiende economieën van India, Brazilië en Indonesië.

    Maar deze gegevens en statistieken zijn slechts rimpelingen op de golf van wereldwijde verandering, een golf die alles wegvaagt waarvan we ooit zeker meenden te zijn.

    Politieke censuur

    Mishra trok onlangs een artikel terug uit het Canadese The Globe and Mail omdat hierin verwijzingen naar Israël waren verwijderd.

    Dat zijn felle debat en constante herinnering aan wat hij westerse hypocrisie noemt, niet overal met open armen worden ontvangen, is geen verrassing meer voor de beroemde Indiase auteur. Over de censuur van dagblad The Globe and Mail zegt hij: ‘Wij worden voortdurend geconfronteerd met censuur en onderdrukking. Niet alleen Palestijnen, niet alleen Arabieren, maar ook succesvolle schrijvers van niet-westerse afkomst kunnen talloze verhalen vertellen over redacteuren die zeggen: “Dit kunnen we zo niet publiceren. Kun je dat veranderen? Kun je dat anders formuleren?”’

    In zijn toespraak bekritiseert Mishra de ‘onvergeeflijke verdraaiing’ van de verslaggeving over Gaza in de westerse media, waarbij hij de media beschuldigt van het maskeren van misstanden en het normaliseren van geweld. Mishra’s originele tekst, met passages zoals: ‘De vernietiging van Gaza wordt dag in dag uit verhuld, om niet te zeggen ontkend door de grote westerse media’, werd door The Globe and Mail aangepast. Dit illustreert volgens hem een intellectuele crisis in de journalistieke cultuur, waarin ongemakkelijke waarheden liever niet in de bek gekeken worden. Mishra trok zijn bijdrage in omdat de wijzigingen de kern van zijn boodschap uitholden.

    Hij heeft vertrouwen in de jongere generatie die tegen deze vervormingen strijdt en alternatieve platforms creëert om complexe en controversiële onderwerpen aan te pakken.

    We leven in een wereld die radicaal anders is dan de wereld van nog maar twee decennia geleden, niet alleen qua politieke opvattingen en persoonlijke zienswijzen, maar ook wat betreft economische structuren. De geschiedenis is altijd een clash geweest van verhalen waarin mensen zichzelf proberen te herkennen. In onze favoriete verhalen over het verleden verhouden wij ons tot de wereld zoals die is, hebben we een plek en een identiteit, en worden in grote lijnen onze ideeën beschreven over wat er allemaal mogelijk is. Het in brede kring gangbare kader van de westerse journalistiek stoelt op westerse overwinningen: het verslaan van totalitaire regimes in twee wereldoorlogen, het na afloop op de knieën dwingen van Duitsland, Italië en Japan, gevolgd door een overwinning op het communisme tijdens de Koude Oorlog en daarna het over de hele wereld verspreiden van het westerse model van kapitalisme en democratie. Deze unieke vooruitgangservaring in de naoorlogse westerse wereld maakte het diegenen die hier wel bij voeren mogelijk om vanuit een optimistische visie te generaliseren over veranderingen in de rest van de wereld, en over het vermogen van het Westen om dat proces te sturen.

    Maar dit verhaal, waar verschillende generaties westerse journalisten zichzelf op gloedvolle wijze in herkenden, botst nu met een ander, veel groter verhaal, dat sterker resoneert en overtuigender is: het verhaal van dekolonisatie, dat voor de overgrote meerderheid van de mensheid de belangrijkste gebeurtenis van de twintigste eeuw is.

    Het woord is voor het eerst gebruikt om het historische proces te beschrijven dat is begonnen in de jaren veertig, toen de ‘donkere volken’ (een term van W.E.B. Du Bois) in Azië en Afrika zich geleidelijk bevrijdden van de directe en indirecte westerse overheersing. Maar tegenwoordig verwijst het naar meer dan alleen wereldhistorische verschuivingen van politieke en economische macht. Het begrip dekolonisatie dient als een omschrijving van de manier waarop veel niet-witte mensen, onder wie veel Afro-Amerikanen en immigrantengemeenschappen in het Westen, zichzelf positioneren in een langduriger historisch continuüm – de manier waarop ze tegen hun verleden aankijken en hun toekomstige potentieel inschatten.

    En inderdaad, als er één analytisch kader is dat een hele reeks aan nationale en internationale fenomenen kan verklaren – van de opkomst van het Chinese nationalisme en de heropleving van extreemrechts in het Westen, van cultuuroorlogen in Europa en Noord-Amerika, ongeregeldheden over Gaza aan Amerikaanse universiteiten, verdeeldheid bij PEN America of Kylie Jenner die bijna een miljoen volgers is kwijtgeraakt op Instagram – dan is het wel dekolonisatie.

    Herijking

    Dat is de reden dat er een beroep wordt gedaan op westerse leiders en commentatoren, zeker op diegenen onder hen die te zeer in beslag zijn genomen door de post-1989-fantasie van het einde van de geschiedenis, om te reageren op meer dan alleen een fundamentele historische dynamiek: het herijken van het westerse machtsevenwicht dat oorspronkelijk was gestoeld op imperialisme. Ze hebben ook de plicht om de vele culturele en psychologische manieren te doorgronden waarop deze herijking tot uiting komt. 

    Het mag duidelijk zijn dat dit een aanzienlijke opgave is. Want sommige rudimentaire feiten in de wereldgeschiedenis – imperialisme, dekolonisatie – zijn niet zo eenvoudig te vinden: ze kwijnen weg in de duisternis achter de monumentale Van-Plato-tot-NATO-narratieven over de westerse beschaving. Ik herinner me dat in de jaren negentig, toen ik in Europa en Amerika begon te publiceren, schrijvers en journalisten hun land gewoonlijk opvoerden als schatplichtig aan de Atheense democratie, het Renaissancistische individualisme en de rationaliteit van de Verlichting.

    Je zou miljoenen woorden kunnen lezen over de verdiensten van de westerse democratie en het liberalisme en het kwaad van het oosterse totalitarisme, van de hand van verlichte Anglo-Amerikaanse intellectuelen als Michael Ignatieff, Timothy Garton Ash, Martin Amis, Thomas Friedman en Anne Applebaum, zonder ook maar één alinea tegen te komen over de gevolgen van slavernij, imperialisme en dekolonisatie. Deze zogenaamd liberale internationalisten lijken geobsedeerd met de misdaden van Hitler, Stalin en Mao, maar geven er nauwelijks blijk van zich bewust te zijn van de moderne westerse geschiedenis van massale knechting, koloniale onteigening en genocidale oorlogen tegen inheemse volkeren.

    Een dergelijke onwetendheid was ooit een luxe die men zich kon permitteren

    Een dergelijke onwetendheid was ooit een luxe die men zich kon permitteren, maar voor een jongere generatie van journalisten en commentatoren anno nu zou het fnuikend zijn: zij worden geconfronteerd met een wereldorde waarin democratie en liberalisme of zelfs maar een stabiele politieke situatie niet langer vanzelfsprekend zijn. Zij zullen de wereld moeten zien zoals die is, zonder het Koude Oorlogs-gebod om de eigen kant mooier voor te stellen dan hij is. Zij worden in zekere zin gedwongen om ons gefragmenteerde geopolitieke en culturele landschap nauwkeurig in kaart te brengen en om oog te hebben voor de verschillende geschiedenissen en geografieën en opkomende krachtenconstellaties.

    Dat betekent op de allereerste plaats dat men moet onderkennen dat de verschillende verworpenen der aarde in hun strijd zijn verenigd door de gedeelde overtuiging dat etnisch privilege niet langer de pijler onder de wereldorde kon en mocht zijn – een overtuiging die het postkoloniale falen van veel natiestaten heeft overleefd. Vandaag de dag worden in landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika de dominante westerse aannamen op radicale wijze getart door assertieve of zelfs agressieve geschiedverhalen en wereldbeelden. De geschiedenis had moeten eindigen met de triomf van het op westerse leest geschoeide liberalisme en kapitalisme. Maar de leden van een niet-westerse intelligentsia – een architect in Jakarta, een arts in Kuala Lumpur, een jurist in Mumbai, een socioloog in Istanboel, een econoom in Doha, een hoogleraar in Lahore, een student in Kaapstad – kiezen er vandaag de dag echter voor om zelf hun ervaringen onder woorden te brengen, zelf hun geschiedenis en tradities onder de loep te nemen.

    Verantwoording

    Zij zien dat leiders, beleidsmakers en journalisten die verantwoordelijk zijn voor de noodlottige oorlogen van het Westen tot op heden geen verantwoording hebben hoeven afleggen. Ook kunnen zij het ongekende contrast zien tussen de genereuze gastvrijheid van het Westen ten aanzien van Oekraïense vluchtelingen en de muren en hekken die de Europese landen en de Verenigde Staten optrekken om de donkerder getinte slachtoffers van hun eigen oorlogen buiten de deur te houden.

    Zij herinneren zich dat het Westen tijdens een langdurige en verwoestende epidemie niet alleen armere landen de toegang ontzegde tot de technologie om zelf vaccins te maken, maar ook vaccins hamsterde totdat die zelfs al over de houdbaarheidsdatum heen waren. Deze ‘vaccinapartheid’ heeft miljoenen mensen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika het leven gekost en heeft in de ogen van velen opnieuw het beeld bevestigd dat het Westen altijd zijn eigen belangen behartigt onder het mom van een universalistische retoriek van democratie en mensenrechten.

    Het valt te begrijpen dat deze make-over voor veel mensen in het Westen onacceptabel is

    We zien dit verhoogde bewustzijn heel duidelijk terug in de woedende reacties uit niet-westerse landen op het Israëlische en westerse geweld in het Midden-Oosten. De kennelijk onverzoenlijke animositeit tussen Israëli’s en Palestijnen wordt afgetekend op een van de verraderlijkste breuklijnen van de moderne geschiedenis: de ‘kleurlijn’,  door W.E.B. Du Bois het centrale probleem van de internationale politiek genoemd, ‘de vraag in hoeverre etnische verschillen vanaf nu zullen worden gebruikt als uitgangspunt om meer dan de helft van de wereld het recht te ontzeggen om naar hun uiterste vermogen te delen in de kansen en de privileges van onze moderne samenleving’. De verontwaardiging onder de wereldbevolking neemt exponentieel toe nu een westerse gevolmachtigde in het Midden-Oosten laat zien hoe makkelijk het nog altijd is om zwarte en bruine lichamen vast te zetten, te verwonden en te vernietigen, buiten alle normen en wetten van oorlogsvoering om.

    Lang voordat de oorlog uitbrak en de berichtgeving erover schaamteloos leugenachtig werd, drongen mensen met een niet-westerse achtergrond al met klem aan op een dekolonisatie van westerse kennissystemen en een bijstelling van het zelfbeeld van de voormalige grootmachten die witte suprematie afdwongen. Dat behelst onder meer een herziening van culturele uitingsvormen – van het vervangen van naambordjes, standbeelden en museale collecties tot een nuancering van wetenschappelijke curricula, journalistieke en politieke retoriek.

    GettyImages 2160986618
    President Joe Biden tijdens de laatste dag van de NAVO-top in Washington D.C., Verenigde Staten. – © Getty

    Het valt te begrijpen dat deze make-over voor veel mensen in het Westen onacceptabel is. Ze reageren door alleen nog maar fanatieker in te zetten op bewezen slechte ideeën en aannames die onderuit zijn gehaald, en door uit alle macht te proberen de structuren van ongelijkheid te versterken die voor hen gunstig uitpakten. Het wit nationalisme binnen de politiek anno nu heeft op cultureel terrein een sinistere tegenhanger gekregen die probeert af te rekenen met culturele diversiteit maar ondertussen lippendienst bewijst aan demografisch pluralisme.

    We hebben deze despotische krachten in werking gezien in de poging van velen binnen de westerse wereld van politiek, bedrijfsleven en media om wetenschappelijke en artistieke verkenningen van racisme en imperialisme te onderdrukken. De lezing die ik zou geven over Israël, Gaza en het Westen voor London Review of Books werd afgelast door het Barbican Centre in Londen. Toen ik naar Canada ging, kwam ik meer voorbeelden tegen van mensen die zich proberen te verzetten tegen de opgelegde depolitisering van literatuur en kunst met als gevolg dat ze worden uitgestoten.

    De wereld na Gaza

    Pankaj Mishra bekritiseert in zijn meest recente boek (De wereld na Gaza, Atlas Contact, vertaald door Rogier van Kappel, verschijnt in februari 2025) de Israëlische politiek waarin de Shoah gebruikt wordt om politieke doelen te legitimeren en publieke sympathie te winnen, terwijl tegelijkertijd Palestijnen systematisch onderdrukt worden en nu van de kaart dreigen te worden geveegd. Primo Levi vreesde al dat deze benadering Israël internationaal zou isoleren en het Joodse morele gezag zou ondermijnen. Levi vond dat het Joodse bestaan weer teruggebracht diende te worden naar de diaspora, in plaats van deze volledig te concentreren in de Israëlische staat.

    De holocaust mag het morele ijkpunt van het Westen zijn; in de rest van de wereld was de dekolonisatie het belangrijkste referentiekader van de vorige eeuw. Een onderwerp waar Mishra al jaren over schrijft en dat altijd draait om het hypocriete westerse zelfbeeld en de voortdurende mondiale raciale ongelijkheid. Hij stelt en beantwoordt fundamentele vragen: of sommige levens er meer toe doen dan andere, welk lijden het verdient herinnerd te worden en waarom radicaal-rechts op winst staat in het Westen.

    Ook Holocaust-overlevende Jean Améry riep Israël al vroeg op om systematische martelingen van Palestijnen te veroordelen en sprak zich uit tegen de manier waarop de Shoah door Israëlische leiders werd ingezet om militaire acties en de uitbreiding van nederzettingen te verdedigen. Hij zag dit als een gevaarlijke morele verschuiving die Israël en diasporajoden als ‘twee gedoemde partijen’ dreigde te verenigen: zij die vastzitten in een slachtoffermentaliteit en zij die deze misbruiken voor nationale expansie​.

    In 2018 riep The New York Times Wanda Nanibush uit tot ‘een van de krachtigste stemmen die zich inzet voor de inheemse cultuur binnen de Noord-Amerikaanse kunstwereld’. Vorig jaar was ze ineens uit beeld verdwenen, van de ene op de andere dag, na een paar posts op Instagram over Palestina. Dat riep onheilspellende herinneringen op aan de manier waarop zelfs zeer machtige mensen binnen totalitaire regimes van de aardbodem zijn verdwenen.

    Naomi Klein schrijft dat ‘de uitzonderlijke invallen, arrestaties en inbeslagnames van eigendommen van de zogeheten Indigo 11 [een groep pro-Palestina-demonstranten] symbool staan voor een aanval op de politieke meningsuiting zoals ik niet eerder in Canada heb gezien’. 

    Is het puur toeval dat The Globe and Mail alle verwijzingen naar Israël uit mijn speech heeft gehaald toen ze voorstelden een deel ervan te publiceren? 

    De Zuid-Afrikaanse schrijver Kagiso Lesego Molope vroeg een paar maanden geleden tijdens het Writer’s Trust-gala in Toronto: ‘De tijd komt dat de wereld zich zal verontschuldigen voor wat er gebeurt – en als die tijd daar is, zal ons worden gevraagd: wat hebben jullie gedaan met jullie macht?’ Het is een vraag die alle individuen en instituties zichzelf moeten stellen. Maar velen hebben in het gunstigste geval de houding overgenomen van de Democratische gedelegeerden in Chicago die hun vingers in hun oren staken en het congrescentrum verlieten toen de namen van dode Palestijnse kinderen werden voorgelezen.

    Vrije wereld

    In het ergste geval heeft een reeks westerse instituties – van Ivy League-universiteiten tot publieke omroepen – hun toevlucht genomen tot overduidelijk antidemocratische middelen, die indruisen tegen de eigen principes van vrijheid van geweten en vrijheid van meningsuiting. Onlangs heeft de University of California op haar website een lijst gepubliceerd van militaire wapens die ze nodig heeft om oorlog te voeren met de studenten: op de lijst staan 3000 patronen traangas, 500 rubberen 40 mm-kogels, 12 drones en 9 granaatwerpers.

    Eind februari schreef ik dat we in zekere zin getuige zijn van een ineenstorting van de vrije wereld. Sindsdien stapelen de bewijzen zich in een alarmerend tempo op. Misschien zou dat me niet moeten verbazen. De intellectuele incompetentie en de verdorven moraal van de pers werden al vastgesteld toen Kraus waarschuwde voor ‘de intellectuele zelfvernietiging van de mens door middel van de pers’. Vooruitkijkend naar onze tijd voorspelde Gandhi dat ‘zelfs de landen die momenteel in naam een democratie zijn’ waarschijnlijk ‘onverholen totalitair’ zullen worden, aangezien een regime waarin ‘de zwaksten het onderspit delven’ en een ‘paar kapitalisten met bezittingen’ goed gedijen, alleen kan overleven met behulp van geweld, openlijk of verbloemd’. Václav Havel, die in het Westen gold als een gevierde anticommunistische ‘dissident’, betoogde in zijn essay uit 1984, ‘Politics and Conscience’ (Politiek en geweten), dat totalitaire systemen in de Sovjet-Unie en Oost-Europa de toekomst van de westerse wereld belichaamden; hij waarschuwde tegen de macht die ‘buiten elke vorm van geweten om functioneert, een macht die is geworteld in een alomtegenwoordige ideologische leugen waarin alles kan worden gerationaliseerd zonder ook maar één moment aan de waarheid te raken’.

    Wij zijn ertoe veroordeeld om machteloos toe te zien hoe een macht die buiten elke vorm van geweten om werkt en geworteld is in ideologische leugens, zelfs een gelivestreamde genocide kan rationaliseren. Na Gaza heb ik in ieder geval nog minder vertrouwen in de mogelijkheid dat we het feitenvrije tijdperk te boven komen. Mijn eigen bijdragen aan de literaire en intellectuele journalistiek in de afgelopen drie decennia lijken nu zeer onbeduidend, in schril contrast met de erkenning en de materiële beloningen die ik ervoor heb ontvangen.

    Ik ontkom niet aan de conclusie dat we dringend behoefte hebben aan nieuwe ideeën over hoe we ons verleden moeten herijken en welke koers we moeten volgen om vanuit ons heden tot een levensvatbare toekomst te komen. Ik ben ervan overtuigd dat die ideeën zullen komen van een jongere generatie schrijvers, kunstenaars en journalisten. Ik weet ook dat naarmate onze policrisis – onafwendbare oorlogen, klimaatrampen en politieke aardverschuivingen – verhevigt, ons verlangen naar een levendige en eerlijke beschrijving van de wereld niet te stuiten zal zijn, en velen van ons zullen zich genoopt voelen dat verlangen te stillen.

    ‘Het enige wat de Palestijnen in moreel opzicht blijken te kunnen doen, is sterven’

    Er zijn veel schrijvers en journalisten die ons niet zullen helpen bij deze cruciale taak. Dat zijn de schrijvers, wetenschappers en journalisten die zijn vermoord door het Israëlische leger. Ik kan er niet over uit dat de buitengerechtelijke executies van onze collega’s, en de vernietiging van scholen, universiteiten en bibliotheken in Gaza nog altijd niet breed worden erkend door de literaire, academische en journalistieke gemeenschappen in het Westen.

    Arundhati Roy merkte op – en hier lijkt ze steeds meer gelijk in te krijgen: ‘Het enige wat de Palestijnen in moreel opzicht blijken te kunnen doen, is sterven. Het enige wat wij allemaal in wettelijke zin kunnen doen is toekijken hoe ze sterven. En zwijgen. Als we dat niet doen, riskeren we onze aanstellingen, beurzen, gage voor lezingen en inkomen.’

    Dit is het moment waarop ik me moet aansluiten bij diegenen die proberen de onmenselijke ketenen van onze geest en ziel te verbreken. Ik draag deze onderscheiding op aan de herinnering van de schrijvers die zijn vermoord in Gaza. Het geldbedrag heb ik al voor een groot deel weggegeven, en de rest schenk ik aan schrijvers en journalisten in Palestina. Dank u. 

  • Poetin: ‘Conflict in Oekraïne heeft een mondiaal karakter gekregen’

    Poetin: ‘Conflict in Oekraïne heeft een mondiaal karakter gekregen’

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zweden: batterijontwikkelaar Northvolt vraagt faillissement aan

    » ICC vaardigt arrestatiebevelen uit tegen Netanyahu, Gallant en Hamas-leider

    Het Westen raakt steeds meer bij de oorlog betrokken

    Vladimir Poetin heeft donderdag de confrontatie met het Westen opgevoerd door te beweren dat Moskou ‘een nieuwe ballistische raket voor de middellange afstand heeft afgevuurd op Oekraïne als reactie op het recente gebruik door dat land van Amerikaanse en Britse wapens om dieper in Russisch gebied toe te slaan,’ aldus The New York Times.

    Tijdens een televisietoespraak op donderdagavond, waarin ‘een verontrustend dreigement doorklonk aan het adres van de westerse bondgenoten van Oekraïne, zei Poetin ook dat Rusland het recht heeft om de militaire installaties van landen aan te vallen’ die toestaan dat ‘hun wapens worden gebruikt’ tegen Russische installaties, voegt het dagblad uit New York eraan toe.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘In dit stadium zijn deze dreigementen gericht aan de Verenigde Staten, waarvan de ATACMS-raketten zijn ingezet in Rusland, en de Britten, waarvan de Storm Shadow-raketten woensdag een commandopost in de Koersk-regio hebben vernietigd,’ aldus Le Soir.

    ‘Hoewel het onwaarschijnlijk lijkt dat Moskou Portsmouth of Boston zal bombarderen, is het duidelijk een strategie om de spanningen op te voeren, om het Westen te dwingen een rem te zetten op zijn steun aan Oekraïne,’ analyseert het Belgische dagblad.

  • Poetin waarschuwt voor NAVO-conflict door westerse raketten

    Poetin waarschuwt voor NAVO-conflict door westerse raketten

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » OpenAI lanceert een ‘met rede begiftigd’ nieuw AI-model

    » Zweden wil toelage bij terugkeer van migranten aanzienlijk verhogen

    De levering van langeafstandsraketten is onderwerp van debat

    De Russische president dreigde donderdag met een ‘oorlog met NAVO-landen’ als westerse landen Kyiv zouden toestaan om met langeafstandsraketten diep in Russisch grondgebied toe te slaan. Deze kwestie staat momenteel centraal in de debatten tussen Oekraïense bondgenoten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Oekraïne wil met name meer vrijheid om de Storm Shadow-raketten te gebruiken die door het Verenigd Koninkrijk zijn geleverd en de ATACMS die door de Verenigde Staten zijn geleverd. Deze wapens hebben een maximaal bereik van enkele honderden kilometers en kunnen logistieke locaties van het Russische leger en vliegvelden waar zijn bommenwerpers opstijgen bereiken.

    De uitspraken van Poetin komen op het moment dat het Russische leger een tegenoffensief is begonnen in de Russische regio Koersk en beweert dat het de Oekraïense troepen in twee dagen tijd uit tien steden die begin augustus werden ingenomen, heeft verdreven. ‘Keert het tij voor de Oekraïense troepen in de regio?’ vraagt Le Temps.

    ‘Iets meer dan een maand na hun verrassingsinvasie in deze oblast in het zuiden van Rusland, worden ze geconfronteerd met de eerste serieuze poging van het Russische leger om een eind te maken aan deze blamage’. Het Zwitserse dagblad merkt echter op dat westerse raketten de Oekraïense strijdkrachten ‘op beslissende wijze kunnen helpen om Rusland in de Koersk-regio te blijven uitdagen’.

  • De VS verliezen grip op wereldwijd leiderschap

    De VS verliezen grip op wereldwijd leiderschap

    Na vier jaar Donald Trump zou Joe Biden de Verenigde Staten weer een leidende rol in de wereld geven. Met een focus op strategische allianties en internationale diplomatie leek hij zijn belofte waar te maken. Toch is de wereld steeds minder bereid om de Amerikaanse hegemonie te accepteren.

    Na vier jaar Donald Trump moest Joe Biden het mondiale leiderschap van de Verenigde Staten herstellen. Volgens veel heersende criteria in Washington heeft hij die belofte waargemaakt. Hij voorzag de Russische invasie van Oekraïne en mobiliseerde kundig het verzet van de NAVO daartegen. In Azië versterkte hij oude allianties, bouwde hij nieuwe op en blies hij de economische tegenwind waaronder China zucht verder aan. Nadat Israël was aangevallen, wist hij het land te steunen zonder dat dit tot een totale regionale oorlog leidde.

    Mondiaal leiderschap houdt echter meer in dan vrienden steunen en vijanden van repliek dienen. Werkelijke leiders handhaven niet alleen hun toppositie; ze lossen problemen op en wekken vertrouwen. Trump pretendeert nauwelijks dat hij dit soort wereldleiderschap in huis heeft. Maar aangezien de meeste Amerikaanse bestuurders die pretentie wel hebben, is het frappant hoe de Amerikaanse macht er tegenwoordig voorstaat. Het land lijkt meer op de leider van een factie, die slechts de partij van hun voorkeur verdedigt tegen steeds eensgezindere tegenstanders. Ondertussen kijkt een groot deel van de wereld toe, zich afvragend waar de Amerikanen het idee vandaan halen dat zij de baas zijn.

    Toen Rusland Oekraïne binnenviel, ging er een vertrouwde tinteling van opwinding door Washington. De aanval betekende immers dat de Verenigde Staten, na tientallen jaren dubieuze oorlogen te hebben gevoerd, weer de rol van mondiale good guy op zich zou nemen. Uncle Sam ging de wereld verenigen tegen de flagrante schending van de internationale orde door het Kremlin. 

    In de eerste maanden boekte het Witte Huis glanzende tactische successen: Oekraïne werd in staat gesteld zichzelf te verdedigen, de hulp van bondgenoten werd in goede banen geleid, en Finland en Zweden konden soepel toetreden tot de NAVO. Rusland betaalt dus een hoge prijs voor zijn invasie. Maar ook de Verenigde Staten hebben – strategische – tegenslag te verduren gekregen. 

    De Verenigde Staten hebben nu te maken met een in het nauw gedreven en onvoorspelbare nucleaire tegenstander in Moskou. Erger nog, China, Iran en Noord-Korea zochten elkaar op in hun streven de Russische oorlogsinspanningen van voldoende middelen te voorzien en zich te verzetten tegen wat zij als de mondiale hegemonie van de VS beschouwen. Dit anti-Amerikaanse bondgenootschap is al sterk genoeg gebleken om het effect van de westerse hulp aan Oekraïne te temperen. Zo wordt de prijs die de Amerikanen moeten betalen voor hun militaire dominantie steeds hoger. Rusland grenst direct aan zes landen die de Verenigde Staten krachtens het NAVO-verdrag moeten verdedigen. Het Pentagon bereidt zich ondertussen voor op een Chinese invasie van Taiwan. De VS worden nog niet overvleugeld, maar zijn wel zwaar overbelast.

    Zijlijn

    Daarbij komt dat de rest van de wereld allerminst massaal de zijde van Washington kiest. De meeste landen hangen geen van de partijen aan: ze hekelen de Russische agressie, maar de reactie van het Westen evengoed. President Biden heeft de zaken er niet beter op gemaakt door het conflict af te schilderen als een ‘strijd tussen democratie en autocratie’ en weinig zichtbare pogingen te ondernemen om via diplomatie vrede te bereiken. Zo lijkt het alsof hij andere landen vraagt ​​zich aan te sluiten bij een eindeloos conflict. Behalve de Amerikaanse bondgenoten heeft haast geen enkel land sancties opgelegd aan Rusland. Het isoleren van China, indien het Taiwan aanvalt, is een nog grotere opgave. In Afrika, Azië, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten is het imago van Rusland en China sinds 2022 zelfs verbeterd.

    De Gaza-oorlog kwam op het slechtst mogelijke moment, en Biden reageerde op deze ramp door onmiddellijk steun voor de genadeloze militaire campagne van Israël te beloven in plaats van als voorwaarde te stellen dat deze hulp burgers zou helpen beschermen. Hij stelde zich op als volger in plaats van als leider, en veroordeelde zichzelf tot een rol aan de zijlijn, alwaar hij commentaar geeft op het gedrag van Israël. In een cruciaal conflict zijn de Verenigde Staten erin geslaagd zowel zwak als repressief te zijn. De kosten voor de reputatie en veiligheid van Washington beginnen nu zichtbaar te worden.

    Nog niet zo lang geleden probeerden de Verenigde Staten te bemiddelen tussen Israëli’s en Palestijnen rond voorwaarden die beide partijen zouden kunnen aanvaarden. Washington gebruikte diplomatie om Iran van nucleaire acties te weerhouden en moedigde de Saoedi’s aan de omgang met hun Iraanse rivalen te verbeteren. Vanaf nu streeft de regering-Biden er blijkbaar naar om weinig meer te doen dan een anti-Iranblok te consolideren. In ruil voor normalisering van de betrekkingen met Israël door Saoedi-Arabië, wil Washington er zich via een verdrag toe verplichten het Saoedische koninkrijk militair te verdedigen. Komt deze deal er, dan is er een minieme kans dat die vrede en stabiliteit zal brengen in het Midden-Oosten, terwijl de kans dat de Verenigde Staten verder verwikkeld raken in regionaal geweld enkel toeneemt.

    Een deel van het probleem is de neiging van de president om zich te veel te identificeren met Amerikaanse partners. Hij heeft de vraag of vredesonderhandelingen moeten worden voortgezet aan Oekraïne overgelaten en geen weerwerk geboden aan de maximalistische oorlogsdoelstellingen van het land. Hij versnelde hulp aan Israël, hoewel hij publiekelijk zijn twijfel uitsprak over de Israëlische oorlogsplannen. Biden beloofde ook tot vier keer toe Taiwan te zullen verdedigen, waarmee hij verder ging dan de officiële Amerikaanse toezegging het eiland te bewapenen, maar er niet noodzakelijkerwijs voor te vechten. Zijn voorgangers waren niet altijd zo eenzijdig en hielden ‘strategische ambiguïteit’ in ere, bijvoorbeeld over de vraag of de Verenigde Staten oorlog zouden voeren om Taiwan.

    Naïeve verwachting

    De instincten van Biden geven blijk van een dieper falen van het land, dat al tientallen jaren latent aanwezig is. Na de Koude Oorlog hebben Amerikaanse beleidsmakers mondiaal leiderschap gelijkgesteld aan militaire dominantie. De Verenigde Staten beschikten zonder meer over beide. De militaire reikwijdte kon worden vergroot zonder de vrees voor dodelijke tegenstand van grote landen. ‘De wereld is niet langer verdeeld in twee vijandige kampen,’ verklaarde Bill Clinton in 1997, het jaar waarin hij zich voorstander toonde van de oostelijke uitbreiding van de NAVO. ‘In plaats daarvan smeden we nu banden met landen die ooit onze tegenstanders waren.’

    Maar het smeden van die banden kon nooit het wederzijdse wantrouwen wegnemen, deels omdat de Verenigde Staten hun eigen mondiale dominantie bleven koesteren. Opeenvolgende regeringen breidden Amerikaanse bondgenootschappen uit, begonnen regelmatig oorlogen en probeerden de liberale democratie te verspreiden, in de verwachting dat potentiële rivalen zich zouden neerleggen bij de Amerikaanse wereldorde. Die naïeve verwachting is inmiddels verleden tijd, maar de dominantiereflex blijft bestaan. De Verenigde Staten blijven zich uitbreiden, maar stuiten daarbij op formidabele weerstand. Washington wordt er op zijn beurt toe verleidt er een schep bovenop te doen, terwijl een groot deel van de wereld in zijn schulp kruipt. Dit kan alleen maar misgaan. En Amerikanen zullen steeds meer moeten riskeren en uitgeven om deze kansloze strategie vol te houden.

    Er is een betere aanpak voorhanden. Om het mondiale leiderschap terug te winnen moeten de Verenigde Staten een argwanende wereld de wil tonen vrede te sluiten en weerbaarheid op te bouwen. Het volstaat niet vijanden te laten bloeden en bondgenoten te steunen. Dat zou betekenen dat we Oekraïne weliswaar moeten steunen, maar ons tegelijkertijd moet inzetten om de oorlog aan de onderhandelingstafel te beëindigen. Een en ander dient samen te gaan met een geleidelijke verschuiving naar een kleinere rol in de NAVO en druk op Europa om zijn eigen defensie in handen te nemen. Het recente voorstel van Biden voor een staakt-het-vuren in Gaza was lovenswaardig, maar het ontbrak aan de dreiging te stoppen met het sturen van wapens naar Israël als Israël zou weigeren.

    Een terugtrekking uit Europa en het Midden-Oosten zou de Amerikaanse betrokkenheid verbeteren waar die er het meest toe doet: in Azië. Ze zou duidelijk maken dat Washington geen hegemonie nastreeft, zoals de Chinese propaganda beweert, maar China veeleer ervan wil weerhouden een eigen Aziatische hegemonie te vestigen. Op die manier zou het Amerikaanse leiderschap in de Indo-Pacifische regio een vastere basis kunnen krijgen, zelfs als China nog sterker wordt dan het al is. China is momenteel zeer zeker niet in staat de hele regio zijn wil op te leggen, en de uiterst riskante inname van Taiwan zal dat ook niet bewerkstelligen.

    Het zal niet gemakkelijk zijn dit allemaal voor elkaar te krijgen. Maar denk eens aan het alternatief. Door slechts een fractie van de wereld te leiden, veranderen de Verenigde Staten in een rusteloze volger. De Amerikanen zullen voortdurend op de rand van oorlog verkeren in het Midden-Oosten, Europa en Azië, uit angst dat terreinverlies op één plek een wereldwijde catastrofe zal veroorzaken. Maar het echte gevaar is dat een groot deel van de mondiale veiligheid op het spel wordt gezet door te grote bemoeizucht van één land. Echte leiders weten wanneer ze anderen de ruimte moeten geven.

    Dr. Wertheim is historicus en analist van het Amerikaanse buitenlandse beleid.

  • Thomas Piketty: ‘Zonder externe druk blijft vrede in Israël en Palestina een onmogelijke droom’

    Thomas Piketty: ‘Zonder externe druk blijft vrede in Israël en Palestina een onmogelijke droom’

    Volgens de Franse econoom en historicus Thomas Piketty zouden westerse landen krachtige sancties moeten invoeren. Alleen zo kan de tweestatenoplossing weer binnen handbereik komen.

    Laten we met een optimistische noot beginnen: zowel in Israël als in Palestina zijn er vredesbewegingen van burgers die met grote vasthoudendheid en verbeeldingskracht pleiten voor een vreedzame, democratische oplossing. Helaas vormen deze groepen een minderheid, en zonder krachtige steun van buitenaf leggen ze te weinig gewicht in de schaal. 

    Om de impasse te doorbreken moeten de Europese Unie en de VS, tezamen goed voor bijna 70 procent van de Israëlische export, hoognodig de daad bij het woord voegen. Als westerse regeringen de tweestatenoplossing werkelijk steunen, is het tijd om de Israëlische regering sancties op te leggen. Die regering vertrapt immers elk uitzicht op vrede openlijk door haar aanhoudende politiek van kolonisatie en repressie en door zich te verzetten tegen het bestaan van een Palestijnse staat.

    Concreet betekent dit dat de militaire hulp moet stoppen. Bovenal dienen de VS en Europa Benjamin Netanyahu en zijn medestanders in de portemonnee te raken met handels- en financiële sancties, net zolang tot ze een daadwerkelijke ontmoediging van het huidige beleid tot gevolg hebben. De academische boycot van universiteiten volstaat niet. Tegelijkertijd moeten Europa en de VS niet alleen sancties opleggen aan Israël maar ook aan Hamas en zijn externe bondgenoten, en tegelijkertijd representatieve en democratische Palestijnse organisaties wezenlijk versterken.

    Zo’n nauwe externe betrokkenheid, die westerse landen en een coalitie van zuidelijke landen kan samenbrengen, is vooral zo belangrijk omdat een tweestatenoplossing onhaalbaar is zonder een soort Israëlisch-Palestijnse Unie – vergelijkbaar met de Europese Unie – die beide staten omvat en een aantal fundamentele rechten waarborgt. De gebieden en volken zijn innig verweven, vanwege alle Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, Palestijnen die in Israël werken en familiebanden hebben met Israëlische Arabieren en ook omdat de Palestijnse gebieden – de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever – niet aan elkaar grenzen. In de eerste plaats dient de Israëlisch-Palestijnse Unie vrij verkeer te garanderen, en basale sociale en politieke rechten te scheppen voor Israëli’s die in Palestina wonen of werken, evenals voor Palestijnen die in Israël wonen of werken. Een van de best uitgewerkte plannen in deze richting komt van de opmerkelijke Israëlisch-Palestijnse burgerbeweging A Land for All, die in het buitenland te vaak over het hoofd wordt gezien.

    Prijs

    Deze confederale structuur zou kunnen uitgroeien tot een werkelijke binationale Israëlisch-Palestijnse staat, die al zijn burgers gelijk behandelt, ongeacht afkomst, levensovertuiging en religie. Om dit proces op gang te brengen is zeer sterke druk van buitenaf essentieel, geschraagd door aanzienlijke financiële middelen (maar zeker behapbaar voor Europa en de VS) en een multinationale strijdmacht die het akkoord kan afdwingen en Hamas en andere extremistische groeperingen aan beide zijden kan ontwapenen. 

    Ja, ga d’r maar aan staan. Maar wat is het alternatief? Lijdzaam toezien tot er 40.000, 50.000, 100.000 Palestijnse burgers worden afgeslacht? De westerse passiviteit heeft een exorbitante morele en politieke prijs. Ze is vooral te wijten aan het navelstaren van Europese en Amerikaanse samenlevingen, die te zeer verstrikt zitten in hun eigen verdeeldheid om werkelijk geïnteresseerd te zijn in constructieve oplossingen voor Israël en Palestina. Natuurlijk speelt het traditionele antisemitisme, dat nooit is uitgedoofd, een rol. Elk moment kan het weer oplaaien door onwetendheid over en onbegrip van de ander. Iedere Jood beschuldigen van medeplichtigheid met Israëlische generaals is net zo dom als iedere moslim verdenken van medeplichtigheid met jihadisten.

    Nieuw is de beschamende uitbuiting van de strijd tegen antisemitisme. Bij rechts maar nu ook in het politieke midden worden pro-Palestijnse bundelingen van krachten onmiddellijk gebrandmerkt als antisemitisch – zelfs door beruchte antisemieten – en in verband gebracht met een denkbeeldige islamitisch-links gedachtegoed, zonder enige aandacht voor wat er werkelijk wordt gezegd en voorgesteld. In elk kamp bevinden zich provocateurs die bereid zijn met vuur te spelen. Helaas lijkt de angst voor (of zelfs haat jegens) de islam en de Europese moslims soms elke kalme reflectie in de weg te staan. En beschuldigingen van antisemitisme stellen ons in staat ons geweten te sussen en de ogen te sluiten voor alle bloedbaden.

    In de VS is de moslimminderheid kleiner dan in Europa, maar de politieke reflexen zijn hetzelfde, met daarbovenop een messiaanse, half-hallucinatoire beweging van evangelische christenen die Israël steunen. Omgekeerd is er nu een trans-Atlantisch bondgenootschap van Joodse studenten en seculiere Joden van alle leeftijden dat opkomt voor Palestijnse rechten. Zij zijn de belangrijkste reden voor hoop. Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan verwerpen jonge mensen zowel de oude verdeeldheid als de nieuwe haat. Ze zien duidelijk dat wat in Israël-Palestina op het spel staat de mogelijkheid is om samen te leven, ongeacht onze oorsprong. Het is op deze hoop dat we de toekomst moeten bouwen.

  • Aanslag Moskou: directeur FSB wijst naar VS, VK en Oekraïne

    Aanslag Moskou: directeur FSB wijst naar VS, VK en Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oppositie Venezuela kan gewenste kandidaat niet inschrijven voor verkiezingen

    » Gewelddadige boerenprotesten in het centrum van Brussel

    Bewijs voor zijn beschuldigingen gaf Bortnikov niet

    De directeur van de Russische FSB, de machtigste veiligheidsdienst in het land, heeft dinsdag gezegd dat hij gelooft dat Oekraïne, samen met de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, betrokken waren bij de aanslag vlak bij Moskou. Dat meldt de BBC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Oekraïne, dat herhaaldelijk elk verband met de aanslag van vrijdag ontkent, deed de Russische beschuldigingen af als leugens. Groot-Brittannië zei dat ze ‘volslagen onzin’ waren. Islamitische Staat, de militante groep die ooit de controle zocht over delen van Irak en Syrië, heeft eerder al de verantwoordelijkheid opgeëist voor de massale schietpartij. Bij de aanslag kwamen minstens 139 mensen om het leven.

    ‘We geloven dat de actie werd voorbereid door zowel de islamitische radicalen zelf als werd gefaciliteerd door westerse speciale diensten’, zei Alexander Bortnikov, directeur van de Federale Veiligheidsdienst (FSB), op televisie. ‘De speciale diensten van Oekraïne zijn hier rechtstreeks bij betrokken.’ Bewijs voor zijn beschuldigingen gaf Bortnikov niet.

  • Estland: Rusland bereidt zich voor op confrontatie met het Westen

    Estland: Rusland bereidt zich voor op confrontatie met het Westen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ruim 200 miljoen Indonesiërs naar de stembus

    » Huis van Afgevaardigden zet Amerikaanse minister af

    Rusland heeft de Estse premier Kallas op een zwarte lijst gezet

    Rusland bereidt zich voor op een militaire confrontatie met het Westen in de komende tien jaar. Dat hebben de Estse inlichtingendiensten dinsdag gezegd, schrijft Deutsche Welle. Alleen een grote tegenaanval van het Westen zou hen kunnen afschrikken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het hoofd van de inlichtingendienst zei dat hun verwachtingen zijn gebaseerd op Russische plannen om het aantal troepen te verdubbelen langs de grens met NAVO-leden Finland en de Baltische staten Estland, Litouwen en Letland. Een dergelijke troepenopbouw zou ook waarneembaar zijn geweest in aanloop naar de invasie van Oekraïne.

    Intussen heeft het Kremlin de Estse premier, Kaja Kallas, op een lijst van gezochte personen gezet. Volgens de woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken wordt Kallas beschuldigd van het ‘vernietigen van monumenten voor Sovjetsoldaten’.

  • Hoe overleef je als niet-gebonden land een spagaat tussen supermachten

    Hoe overleef je als niet-gebonden land een spagaat tussen supermachten

    Verreweg de meeste landen ter wereld nemen een pragmatisch neutraal standpunt in en willen vooral uit politieke en economische overwegingen geen partij kiezen tussen de VS, China en Rusland. Een analyse van de zogeheten niet-gebonden landen.

    Veel landen die gevangen zitten tussen Amerika, China en Rusland willen in geen geval partij kiezen. Nu de naoorlogse, door de VS geleide wereldorde uiteenvalt en economieën almaar verder losgekoppeld raken, proberen ze deals te sluiten die scheidslijnen overstijgen. Een transactiegerichte aanpak die de geopolitiek een nieuw aanzien geeft.

    Wil je de niet-gebonden machten goed in kaart brengen, bekijk je ze dan eens door een Russische lens. Onze zusterorganisatie EIU [Economist Intelligence Unit, een organisatie die ontstaan is uit The Economist en analyses uitvoert voor het bedrijfsleven] heeft landen geanalyseerd op basis van hun economische en militaire banden met Moskou, hun diplomatieke standpunten zoals die blijken uit hun stemgedrag in de VN en hun steun aan en uitvoering van sancties. Er zijn 52 landen, goed voor 15 procent van de wereldbevolking, die het optreden van Rusland hekelen: het Westen en zijn bondgenoten. Slechts 12 landen staan achter Rusland. Dit betekent dat de overige 127 staten niet duidelijk voor een van beide kampen kiest.

    Wat niet-gebonden landen gemeen hebben is een nietsontziend pragmatisme 

    Om een idee te krijgen van wat niet-gebondenheid precies inhoudt, heeft The Economist ook gekeken naar de 25 grootste economieën (t25) die de kat uit de boom hebben gekeken bij de Oekraïense oorlog, of die neutraal willen blijven in de Chinees-Amerikaanse confrontatie, of beide. Deze ‘transactiegerichte’ groep is in termen van welvaart en politieke organisatie buitengewoon gevarieerd van samenstelling: zowel het reusachtige India als dwergstaat Qatar behoren ertoe. Wat ze gemeen hebben is een nietsontziend pragmatisme. 

    Ze vertegenwoordigen nu 45 procent van de wereldbevolking. Hun aandeel in het mondiale bbp is gestegen van 11 procent in 1992 naar 18 procent in 2023, en is daarmee hoger dan dat van de EU. Hun strategie van neutraliteit brengt ernstige risico’s met zich mee, maar biedt ook grote kansen. Hun succes of falen zal de wereldorde tientallen jaren beïnvloeden. En zowel de VS als China zullen proberen deze landen voor zich te winnen.

    Kloof

    In de twintigste eeuw had niet-gebondenheid verschillende betekenissen voor verschillende landen op verschillende momenten. Tijdens conferenties in Bandung in Indonesië (1955) en Belgrado in Joegoslavië (1961) presenteerden leiders een ‘derde wereld’, naast het Westen en het Sovjetblok. Vanaf het einde van de jaren zestig richtten deze landen hun pijlen steeds meer op economische ongelijkheid tussen het ‘mondiale zuiden’ (een minder beladen term voor ‘derde wereld’) en het industriële noorden. De niet-gebonden beweging was een formele instelling waarvan bijna elke Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse staat lid werd. Toen de Koude Oorlog ten einde kwam werd ze, in de woorden van een Indiase academicus, ‘een zieltogende organisatie, die een waardige begrafenis behoefde’.

    De niet-gebonden landen van nu zijn niet te herkennen aan lidmaatschap van een instelling, maar aan gedrag. Middelgrote machten zijn het, die zich laten leiden door pragmatisme en opportunisme. In een recent boek betoogt de voormalige Chileense diplomaat Jorge Heine dat landen in de twintigste eeuw vaak per toeval in een van de invloedssferen van de supermachten terechtkwamen. Tegenwoordig is het meer zo dat ze mogelijkheden ‘actief’ evalueren om bepaalde doelen te bereiken, zo stelt hij. Sommigen noemen dit ‘minilateralisme’ (in tegenstelling tot multilateralisme) – het aansturen van discrete allianties of groeperingen, in plaats van je lot in handen van één blok te leggen.

    ‘Europa moet zich bevrijden van de mentaliteit dat de problemen van Europa de problemen van de wereld zijn, maar dat de problemen van de wereld niet de problemen van Europa zijn’

    Niet-gebonden landen vinden westerse leiders meestal hypocriet. In het eerste jaar van de oorlog werd ongeveer 170 miljard dollar aan hulp toegezegd aan Oekraïne – ongeveer 90 procent van wat de ontwikkelingscommissie van de OESO, een groep van 31 westerse donoren, in 2021 aan mondiale hulp uitgaf. Voor het Westen is deze vrijgevigheid een uiting van solidariteit met een mededemocratie; voor anderen toont ze aan dat rijke landen vooral geld ophoesten als dit hun belangen dient. ‘Europa moet zich bevrijden van de mentaliteit dat de problemen van Europa de problemen van de wereld zijn, maar dat de problemen van de wereld niet de problemen van Europa zijn,’ zo stelde Subrahmanyam Jaishankar, de Indiase minister van Buitenlandse Zaken, vorig jaar.

    Deze stellingname komt in grote lijnen overeen met de publieke opinie. Uit een rapport van Cambridge University van vorig jaar bleek dat in liberale democratieën 75 procent een negatief beeld heeft van China en 87 procent ongunstig over Rusland oordeelt. Onder de 6 miljard mensen die elders wonen is het beeld nagenoeg omgekeerd. Er is dus een kloof tussen hoe het Westen de wereld ziet en hoe de rest van de wereld die ziet. In een opiniepeiling, eerder dit jaar gepubliceerd door de Europese Raad voor Buitenlandse betrekkingen (een denktank), stelde 48 procent van de Indiërs en 51 procent van de Turken dat multipolariteit of niet-westerse dominantie de toekomstige wereldorde zal bepalen. Slechts 37 procent van de Amerikanen, 31 procent van de EU-bevolking en 29 procent van de Britten waren het hiermee eens. Het Westen denkt dat het naar een vervolgaflevering van de Koude Oorlog kijkt, de rest van de wereld ziet een geheel nieuwe film.

    Gemeenschappelijk doel

    Wie zitten er dan allemaal in die t25? Het is, zoals gezegd, een diverse groep die bestaat uit landen met bevolkingen die tot de grootste ter wereld behoren, waarvan er twee – India en Indonesië – de grootste democratieën ter wereld zijn. Je hebt ook Vietnam, Saoedi-Arabië en Egypte, alle bestuurd door autocraten van uiteenlopende snit. Er zijn grote verschillen wat welvaartsniveau betreft. In Saoedi-Arabië is het bbp per persoon ruim 24.000 euro, ongeveer evenveel als dat van een aantal Europese landen, terwijl het in Pakistan op zo’n 1440 euro blijft steken.

    Naarmate de globalisering zich uitbreidde, zijn de t25 een handel in vele richtingen gaan drijven. Zo’n 43 procent geschiedt met het westerse blok, 19 procent met het Chinees-Russische blok en 30 procent met landen uit geen van beide kampen. Misschien is het gezien de ligging van Mexico niet verrassend dat 77 procent van de totale handel van dat land met het Westen is, en dat ook Israël en Algerije voor meer dan 60 procent handel daarmee drijven. Geen ander t25-land kent zo’n intensief handelsverkeer met China als Chili (meer dan een derde), maar tegelijkertijd betreft 40 procent van dat handelsverkeer het Westen. Meer dan de helft van de Argentijnse handel, en bijna de helft van die van India, wordt met andere niet-gebonden landen gedreven.

    De wapeninvoer toont ook een complex netwerk van loyaliteiten. India dekt zich slim in. Tussen 2018 en 2022 was Rusland de belangrijkste leverancier, die India voor 45 procent van zijn wapens voorzag, maar het land ontving van Europa nog eens 29 procent en waarschijnlijk zal het zich nog zelfredzamer maken met Amerikaanse hulp. Met het rivaliserende China, dat levert aan India’s aartsvijand Pakistan, kan geen sprake zijn van handel. Israël, Marokko, Saoedi-Arabië en Zuid-Afrika verlaten zich voor het overgrote deel op de Verenigde Staten als het om wapenimport gaat.

    Geopolitieke allianties zijn sinds 2018 almaar belangrijker geworden bij het bepalen van directe buitenlandse investeringen

    Er is geen bestuursorgaan dat niet-gebonden landen en hun belangen vertegenwoordigt. En dat zal er waarschijnlijk ook niet komen. In plaats daarvan zijn er uiteenlopende organisaties, zoals de G20, die platforms bieden die grote niet-gebonden landen in meer of mindere mate van nut zijn. De BRICS-groep – Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika – is een forum voor middelgrote machten die expansie nastreven: er is een discussie gaande over of Iran en Saoedi-Arabië mogen toetreden. Tijdens klimaatgesprekken in VN-verband is een brede groep van meer dan honderddertig landen, waaronder China, rond de tafel gaan zitten.

    Ondanks hun verschillen hebben de niet-gebonden landen een gemeenschappelijk doel: gunstige overeenkomsten sluiten in een veranderlijke omgeving. Twintig jaar lang konden velen relaties opbouwen met zowel het Westen en China als Rusland. Dat is verleden tijd. Het Westen legt Rusland sancties op en beperkt China’s toegang tot technologie.

    Voor veel landen betekent dit nu een ernstige bedreiging. Door de sancties tegen Rusland stegen de energie- en voedselprijzen wereldwijd, met ernstige gevolgen voor de niet-westerse wereld. Onlangs heeft Janet Yellen, de Amerikaanse minister van Financiën, Amerikaanse bedrijven aangespoord om hun toeleveringsketens naar bevriende staten over te hevelen. Ook investeringen verplaatsen zich. En ondertussen bloeit er iets moois op tussen Beijing en Moskou. Recent onderzoek van het IMF heeft uitgewezen dat geopolitieke allianties, zoals die blijken uit stemgedrag in de VN, sinds 2018 almaar belangrijker zijn geworden bij het bepalen van directe buitenlandse investeringen. De scenario’s van het IMF ten aanzien van gefragmenteerde handel voorspellen dat de impact in opkomende markten meer dan twee keer zo slecht kan zijn als in ontwikkelde markten.

    Geen ‘automatische allianties’

    Maar velen in de niet-gebonden wereld gokken er ook op dat ze voordeel kunnen putten uit deze economische en politieke fragmentatie door hun relaties met diverse grootmachten af te palen en zelf andere landen te beïnvloeden. Om deze transactiestrategie te begrijpen, is het goed te kijken naar de aanpak van enkele grote landen die tussen twee vuren zitten. Neem Brazilië. Dat verzet zich tegen wat Mauro Vieira, minister van Buitenlandse Zaken, ‘automatische allianties’ noemt. Luiz Inácio Lula da Silva, die in januari aan zijn tweede leven als president van Brazilië begon, ziet ambtsgenoot Biden als een bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering; op hun bijeenkomst in Washington DC in februari werden gezamenlijke milieu-instellingen, die door de vorige president Bolsonaro waren opgedoekt, in ere hersteld. De VS zien Brazilië als een ‘grote niet-NAVO-bondgenoot’, en die status geeft recht op robuustere samenwerking met de Amerikaanse strijdkrachten.

    Maar ook Brazilië laveert tussen de supermachten. Net als andere landen in de regio heeft het afwijzend gereageerd op westerse voorstellen om oud materieel van Russische makelij aan Oekraïne te leveren in ruil voor nieuwe wapens. Het bezoek van Lula aan Beijing in april onderstreept het economische belang van China. De handel tussen Brazilië en China bedroeg in 2022 een kleine 140 miljard euro, wat 37 keer zo veel is als twintig jaar geleden. Dit is onder meer te danken aan de wijze waarop Brazilië gebruik heeft gemaakt van de tarievenoorlog tussen China en de VS. Ten koste van Washington voerde het de export van landbouwproducten naar China op.

    De angst van India voor China heeft in een aantal opzichten gezorgd voor toenadering tot het Westen

    Brazilië gaat ook zelf op avontuur. Lula bezoekt binnenkort Afrika om de invloed van Brazilië daar nieuw leven in te blazen. Tijdens zijn eerste periode als president steeg de handel met Afrika van een kleine 5,5 miljard euro in 2003 naar ruim 23 miljard euro in 2012, en Zuid-Afrika mocht toetreden tot het brics-blok. Lula’s voorganger begaf zich niet naar Afrika. Hijzelf vindt duidelijk wel dat het de moeite loont.

    De angst van India voor China heeft in een aantal opzichten gezorgd voor toenadering tot het Westen. In maart bracht de premier van Japan – dat net als India, de VS en Australië tot het ‘quadrilaterale’ Indo-Pacifische veiligheidsforum Quad behoort – een historisch bezoek aan Delhi. In het financiële jaar 2021-22 overtrof de handel van India met de VS die met China. Toch koopt India nog steeds wapens en goedkope olie van Rusland en is het onwaarschijnlijk dat het zijn jarenlange banden met dit land zal verbreken, tenzij het regime van Poetin kernwapens gaat inzetten.

    Praktisch, niet partijdig

    Net als Brazilië profileert India zich in het buitenland: alleen China zit dieper in de import en export met Afrika bezuiden de Sahara. Het gemiddelde jaarlijkse totaal aan directe buitenlandse investeringen van India bedroeg van 2004 tot 2008 0,7 miljard euro (minder dan de helft van die van Zweden), maar een decennium later 28 miljard (meer dan die van Duitsland en Japan samen). Vorige maand nodigde India vertegenwoordigers van 31 Afrikaanse landen uit voor war games. En India heeft beloofd zijn voorzitterschap van de G20 dit jaar te gebruiken om de ‘stem van het mondiale zuiden’ te laten horen.

    Turkije wil zijn invloed in het mondiale zuiden eveneens vergroten. Het heeft veiligheidsovereenkomsten met dertig Afrikaanse staten gesloten. De militaire export naar Afrika vervijfvoudigde tussen 2020 en 2021. Adviseurs van de Turkse president Erdogan zeggen dat het ‘nieuwe Turkije’ zijn eigen partners kan uitkiezen. Dat kan verklaren waarom Turkije zich neutraal opstelt ten aanzien van de oorlog in Oekraïne. Ankara heeft zijn banden met Moskou recent aangehaald. De Turkse export naar Rusland kwam in 2022 uit op bijna 7 miljard euro, een stijging van 45 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

    Saoedi-Arabië verkleint zijn afhankelijkheid van zijn historische bondgenoot, de VS, door tegen China aan te schurken, dat nu de grootste handelspartner van het koninkrijk is. Kijk naar de besluiten, deze maand, en in oktober, door de OPEC, waarin Saoedi-Arabië het hoogste woord voert, om de olieproductie terug te dringen. Vorige maand ondertekende Saoedi-Arabië een overeenkomst met Iran, waarbij China had bemiddeld, en sloot het zich aan bij de Shanghai Co-operation Organization, een Euraziatische praatclub. China zegt zo snel mogelijk een vrijhandelsovereenkomst met de Golf te willen sluiten.

    De betrekkingen van de Golfstaten met Afrika bleven ooit beperkt tot energie, landbouw en de politiek van de Hoorn van Afrika. Nu willen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten contracten voor de winning van delfstoffen in de wacht slepen; DP World, een havenexploitant uit Dubai, is bezig uit te groeien tot een cruciaal bedrijf op het Afrikaanse continent, en Qatar manifesteert zich op uiteenlopende manieren op het diplomatieke toneel. Vorige maand was het betrokken bij onderhandelingen over de vrijlating van Paul Rusesabagina, een gedetineerde Rwandese dissident (en inspirator voor de film ‘Hotel Rwanda’).

    Zelden klonken westerse beloften om de veiligheid te garanderen in sommige delen van Afrika zo hol

    Afrikaanse landen hebben zich lange tijd naar beide grootmachten gericht. Het Westen is door de bank genomen hun belangrijkste voorziener in ‘zachte‘ behoeften geweest: onderwijs, gezondheid en, mocht een regering dat willen, mensenrechten. China biedt ‘hardware’: bruggen, wegen, havens, en de leningen om die te bouwen. Voor infrastructuurprojecten ten zuiden van de Sahara bedroegen de leningen van het belangrijkste Amerikaanse ontwikkelingsbureau tussen 2007 en 2020 minder dan een tiende van de leningen die de twee grote ontwikkelingsbanken van China verstrekten (1,7 miljard tegen ruim 20 miljard euro).

    Zelden klonken westerse beloften om de veiligheid te garanderen in sommige delen van Afrika zo hol. ‘De Amerikaanse troepen en agenten moeten ergens slapen. Maar de veiligheidsrelatie komt onze economische ontwikkeling helemaal niet ten goede,’ legt een voormalig adviseur van een Afrikaanse president uit. ‘Daarvoor hebben we China nodig.’ In augustus verlieten, na negen jaar, de laatste Franse troepen Mali; de Wagner-groep, bestaande uit Russische huurlingen, houdt de regerende junta nu overeind.

    De niet-gebonden landen kiezen liever geen partij. Maar de grootmachten VS en China willen ze graag in hun invloedssfeer trekken. Beijing ziet zijn leiderschap over het mondiale zuiden als een manier om beter weerwerk te kunnen bieden aan de VS. Het positioneert zich als rolmodel binnen een brede familie van ontwikkelingslanden. Het zet zich af tegen het Westen, dat volgens Beijing meer waarde hecht aan exclusiever gezelschap, zoals dat van de G7. ‘China laat zich zien waar en wanneer het Westen dat niet doet,’ zegt Yemi Osinbajo, de vertrekkende vicepresident van Nigeria.

    Oosterse vrienden, westerse vrienden

    China is de belangrijkste handelspartner van ongeveer 120 landen en voor velen de geldschieter in eerste en laatste instantie. Tussen 2007 en 2020 stopte het meer geld in infrastructuur ten zuiden van de Sahara dan de volgende acht grootste geldschieters tezamen. Dit is van cruciaal belang voor het oplossen van staatsschuldcrises. Uit een analyse van 73 ontwikkelingslanden door het IMF blijkt dat China in 2006 slechts 2 procent van de externe schulden van deze groep bezat, waar de ‘club van Parijs’ – een groep grotendeels westerse crediteuren – 28 procent voor zijn rekening nam. In 2020 bedroegen deze percentages respectievelijk 18 en 10.

    Westerlingen mogen hier terecht hun wenkbrauwen bij fronsen. China’s ‘win-win’-retoriek verdonkeremaant de meedogenloze houding van Beijing. In het boek Banking on Beijing (2022), van onder anderen Bradley Parks van AidData (een onderzoeksinstelling), valt te lezen hoe China zijn economische instrumenten gebruikt voor politieke doeleinden. Geldstromen worden vaak naar de thuisdistricten van zittende leiders omgebogen, en ook is China meer dan westerse landen bereid geld te lenen aan corrupte en autocratische landen. AidData ontdekte ook dat als een land 10 procent vaker met Beijing meestemt bij de VN, het ook meer Chinese projecten in dat land tegemoet mag zien. Chinese leningen gaan vergezeld van ongewoon strikte clausules betreffende vertrouwelijkheid en onderpand. Chinese ontwikkelingsprojecten zouden echter wel tot een verhoging van het bbp per persoon leiden, merkt Parks op.

    De VS bedrijft nu diplomatie op plekken die het eerder heeft verwaarloosd

    De VS en bondgenoten proberen de Chinese inspanningen te ondervangen door hun boodschap aan de niet-gebonden wereld te verfijnen. Washington erkent dat de internationale orde die het leidt alleen legitiem is als andere landen er vrijwillig mee instemmen. ‘Landen willen niet gedwongen worden te kiezen, en dat willen wij ook niet,’ aldus Jake Sullivan, nationale veiligheidsadviseur van president Biden, eerder dit jaar in The Washington Post. De VS bedrijft nu diplomatie op plekken die het eerder heeft verwaarloosd. Kamala Harris, de Amerikaanse vicepresident, Janet Yellen en Antony Blinken, minister van Buitenlandse Zaken – allemaal hebben ze Afrika in 2023 bezocht. Biden volgt binnenkort.

    De VS hebben ook de veiligheidssamenwerking met invloedrijke niet-gebonden landen versterkt. In november ontmoette minister van Defensie Lloyd Austin zijn Indonesische collega voor de vierde keer; in januari kwamen Amerikaanse en Indiase functionarissen overeen de samenwerking op het gebied van geavanceerde defensietechnologieën verder uit te bouwen. In totaal onderhoudt de VS 88 ‘defensiepartnerschappen’ (uitgezonderd formele allianties zoals die met de NAVO), al is een aantal vrij beperkt van aard. 

    Hoewel de VS en de EU de afgelopen jaren de Belt and Road Initiative, ofwel de door China geïnstigeerde Nieuwe Zijderoute, probeerden te pareren met concurrerende plannen, blijft de indruk bestaan dat je nog altijd beter bij Beijing kunt aankloppen voor geld om je infrastructuur te verbeteren en daarmee je economie te transformeren. Nadat Kamala Harris een soundtrack met Afrikaanse artiesten had uitgebracht om haar recente bezoek aan het continent luister bij te zetten, merkte een hoge Afrikaanse functionaris droogjes op dat de Chinezen met leningen en ingenieurs komen aanzetten en de Amerikanen met playlists.

    Een politieke paradox

    Alom wordt ervan uitgegaan dat de regering-Biden een buitenlands beleid op twee niveaus voert: op de eerste plaats komen de betrekkingen met de belangrijkste democratische bondgenoten in Europa en Azië (met de hoop dat India daarvan ooit deel zal uitmaken) – en daarna met rammelende mondiale instituties. Aan de bemiddelende rol van die instituties heeft een brede groep landen, waaronder de meeste niet-gebonden landen, behoefte, of het nu gaat om ontwikkeling, schuldverlichting, veiligheid of financiën.

    Dat brengt drie uitdagingen met zich mee. In de eerste plaats moet de westerse eenheid standhouden. Dat is niet vanzelfsprekend. Tijdens zijn recente bezoek aan China zei de Franse president Emmanuel Macron dat de Europese staten het Amerikaanse beleid ten aanzien van Taiwan niet zomaar moeten volgen, noch een boodschap hoeven te hebben aan het Amerikaanse ‘ritme’.

    Het risico van deze bundeling van krachten is dat het mondiale zuiden verder vervreemd raakt van de internationale orde

    De tweede uitdaging is de mogelijkheid dat China de mondiale instellingen ondermijnt door bijvoorbeeld te kiezen voor bilaterale schuldenverlichting in plaats van zich volledig in te zetten voor gecoördineerde inspanningen op dat gebied. De halsstarrige houding van Chinese crediteuren bij het IMF vermindert de flexibiliteit die het kan bieden aan landen die met schulden worstelen.

    De laatste uitdaging betreft het wantrouwen jegens het Westen vanwege al zijn verbroken beloften. Neem de klimaatfinanciering. In 2009 zeiden rijke landen dat ze in 2020 ruim 90 miljard euro per jaar naar arme landen zouden sluizen; het jaarlijkse totaal is nooit hoger geweest dan 77 miljard.

    Op grond van hun gedeelde liberale waarden en geschiedenis schaarden westerse landen zich achter Oekraïne na de Russische invasie. Zij hebben ook hernieuwde vastberadenheid aan de dag gelegd jegens een autoritair China. Het risico van deze bundeling van krachten is evenwel dat het mondiale zuiden verder vervreemd raakt van de internationale orde. Het zou tragisch zijn als de VS, door het Westen te verenigen, het contact met de rest van de wereld verliest.

    Lees ook:

  • Westerse landen werken aan F-16-coalitie na diplomatie Zelensky

    Westerse landen werken aan F-16-coalitie na diplomatie Zelensky

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Franse oud-president Nicolas Sarkozy veroordeeld tot drie jaar celstraf

    » Oudste joodse bijbel ooit voor ruim 35 miljoen euro verkocht

    Zelensky deed de afgelopen tijd meerdere Europese landen aan

    Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en meerdere andere westerse landen werken samen om op den duur mogelijk F-16’s of andere gevechtsvliegtuigen te gaan leveren aan Oekraïne. Dat schrijft The Guardian. De samenwerking volgt op een charmeoffensief van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky, die onlangs Nederland, Frankrijk, Duitsland en het VK aandeed.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Britse premier Rishi Sunak sprak onder meer met de Nederlandse premier Mark Rutte over een internationale coalitie die er niet alleen voor moet zorgen dat Oekraïne F-16’s krijgt, maar die zich ook moet gaan buigen over de logistiek en de opleiding van piloten. Oekraïne zou tot vijftig van de geavanceerde gevechtsvliegtuigen willen hebben om beter het hoofd te kunnen bieden aan Russische luchtaanvallen.

    Het VK heeft onlangs al een grote stap gezet richting nieuwe wapenleveringen door langeafstandsraketten te leveren aan Oekraïne, als eerste westerse bondgenoot. Zo leveren de VS momenteel alleen HIMARS-raketten, die maximaal tachtig kilometer ver kunnen komen, om te voorkomen dat Oekraïne de raketten inzet om Russisch grondgebied te raken. Het VK kan overigens zelf geen F-16’s leveren, omdat de Britse luchtmacht andere gevechtsvliegtuigen gebruikt.

    Lees ook:

  • De westerse relaties met Afrika en Azië staan op instorten en daar profiteert Rusland van

    De westerse relaties met Afrika en Azië staan op instorten en daar profiteert Rusland van

    Supermachten willen dat de landen in Afrika en Azië een kant kiezen, maar daar kunnen ze niet zo makkelijk toe worden gedwongen. Moskou begrijpt dat, het Westen niet, aldus de Congolese politicus Jérémy Lissouba. ‘Ontwikkelingslanden pikken de paternalistische houden van het Westen niet meer.’

    Al meer dan een jaar, sinds het begin van de oorlog in Oekraïne, bevindt de wereld zich tussen twee vuren. En tegen een achtergrond van hoge energie- en voedselprijzen, een verwoestende inflatie, sociale onrust en angst voor een nieuwe wereldwijde recessie, wedijveren het westerse en het Russische blok opnieuw om de steun van de ontwikkelingslanden.

    Leiders als de Franse president Emmanuel Macron, de Duitse bondskanselier Olaf Scholz, de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov, de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Qin Gang, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken en de Amerikaanse vicepresident Kamala Harris zijn maar enkele van de namen die het afgelopen jaar een spraakmakend bezoek aan Afrika hebben gebracht, waarbij het centrale thema keer op keer samenwerking en handel was. Toch ademde elk bezoek een soort nieuwe Koude Oorlogssfeer, met Oekraïne als een van de belangrijkste symptomen.

    Allemaal proberen deze supermachten op hun eigen manier – en gewapend met hun eigen propaganda – de landen in Afrika en Azië partij te laten kiezen. Maar anders dan in de vorige eeuw kunnen deze landen ditmaal niet meer zo makkelijk tot een keus worden gedwongen, en is dat ook niet nodig. Rusland begrijpt dat. Het Westen niet.

    Het is geen geheim dat Afrika aarzelt om de Russische acties in Oekraïne openlijk te veroordelen, of deel te nemen aan westerse sancties tegen de Russische agressor of pogingen om die te isoleren. In plaats daarvan blijven deze landen hun jarenlange partner met open armen ontvangen en veroordelen ze weliswaar in brede kring de oorlog, maar niet Rusland zelf.

    Faux pas

    In Malawi bijvoorbeeld wordt de Russische levering van tienduizenden tonnen kunstmest, op een moment dat er een wereldwijd tekort is, door ploeterende boeren als een geschenk uit de hemel beschouwd en heeft de minister van Landbouw Rusland dankbaar ‘een echte vriend’ genoemd. En de door Moskou aangekondigde plannen om 260.000 ton kunstmest naar andere landen op het Afrikaanse continent te sturen zullen daar zeker soortgelijke gevoelens losmaken.

    In mijn eigen land, Congo-Brazzaville, heeft de regering ondanks de oorlog in Oekraïne vijf grote samenwerkingscontracten met Rusland getekend, bijvoorbeeld voor de bouw van een nieuwe oliepijplijn en intensivering van de militaire samenwerking.

    Dit charmeoffensief – prominent geleid door minister Lavrov, die sinds afgelopen januari op bezoek is geweest in Zuid-Afrika, Swaziland, Angola, Eritrea, Mali, Soedan en Mauritanië – bevordert overal op het continent de pro-Russische houding en staat in schril contrast met het jammerlijk mislukte recente Afrikaanse avontuur van Emmanuel Macron.

    Macron bestond het zelfs om de Congolese president de les te lezen over persvrijheid

    Misschien wel de meest toondove faux pas van zijn hele reis beging Macron door, hoewel hem dat tijdens een persconferentie in de Democratische Republiek Congo (DRC) herhaaldelijk werd verzocht, te weigeren de Rwandese steun voor M23-rebellen te veroordelen die zo veel schade aanrichten in de DRC, een situatie die sterke overeenkomsten vertoont met de semiheimelijke steun die Moskou de afgelopen jaren aan de separatisten in de Donbas-regio heeft verleend. Hij bestond het zelfs om de Congolese president de les te lezen over persvrijheid.

    Ondanks de omstandige retoriek van de Franse president over ‘nieuwe relaties’ en ‘een nieuw begin’ was zijn uitbarsting de zoveelste bittere herinnering aan de langdurige paternalistische en oneigenlijke houding van Europa jegens Afrika, dezelfde houding die ervoor heeft gezorgd dat decennia van Europese en militaire invloed op het Afrikaanse continent geen noemenswaardig resultaat hebben opgeleverd en waardoor die invloed misschien zelfs wel daadwerkelijk is ondermijnd.

    Afrikanen zijn zich hiervan bewust en pikken het niet langer, getuige het groeiende anti-Franse sentiment in westelijk Afrika. Rusland, China en anderen grijpen alleen maar de kansen die zich voordoen, al valt ook hun het nodige te verwijten.

    Korreltje zout

    Ondertussen, terwijl het Europese aandeel in de hulp aan Afrika aanzienlijk is afgenomen, krijgt de Europese Unie in Azië met soortgelijke problemen te maken. Met uitzondering van China is het EU-aandeel in de export naar Zuidoost-Aziatische landen de afgelopen twee decennia met een derde afgenomen en was in 2021 minder dan een tiende van de Maleisische, Singaporese, Zuid-Koreaanse en Taiwanese export voor West-Europa bestemd.

    Ook hier is Rusland als de wiedeweerga in het gat gesprongen door China als zijn belangrijkste handelspartner te bestempelen en consequent olie en gas naar gretige Aziatische kopers te exporteren. En toen Rusland half maart zijn verdragen ter voorkoming van dubbele belasting opschortte in het geval van tal van ‘onvriendelijke landen’ overal op de wereld, werden de meeste Zuidoost-Aziatische landen van deze maatregel uitgezonderd.

    Bovendien is Rusland het afgelopen decennium ook de grootste wapenleverancier in de regio geworden en heeft het recentelijk gezamenlijke marine-oefeningen gehouden met de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties. Indonesië, de Filippijnen en Maleisië hebben allemaal geweigerd Moskou sancties op te leggen, en Maleisië heeft eerder dit jaar een memorandum van overeenstemming met Rusland getekend ter verbetering van de agrarische handelsbetrekkingen.

    We kunnen het deze landen niet kwalijk nemen dat ze samenwerken met internationale partners om hun dringendste maatschappelijke prioriteiten aan te pakken. Evenmin kunnen we ze kwalijk nemen dat ze het Europese discours over internationale waarden en verandering met een korreltje zout nemen wanneer deze veronderstelde verandering niet voortkomt uit de erkenning van huidige tekortkomingen, maar wordt ingegeven door opkomende mondiale trends.

    Zolang de onderliggende veronderstellingen en overtuigingen niet veranderen blijven de relaties tussen de oude en de nieuwe wereld gespannen

    Wat voor lessen vallen er te geven over territoriale integriteit en rechtvaardigheid wanneer de gebeurtenissen van 2011 in Libië, en de blijvende gevolgen daarvan, een open wond blijven in de Afrikaanse ziel? Of wanneer de houding van deze landen ten opzichte van de oorlog in Oekraïne bijna identiek is aan die van Europa ten opzichte van het conflict in het oosten van de Democratische Republiek Congo?

    Wat voor lessen vallen er te trekken uit de procedures van Europese rechtbanken om Maleisische activa en eigendommen ter waarde van 15 miljard dollar in beslag te nemen op grond van een twijfelachtige arbitrage-uitspraak van een Spaanse arbiter die zelf strafrechtelijk vervolgd dreigt te worden? En wie zal daar werkelijk van profiteren als je bedenkt dat deze aanspraak op soeverein grondgebied, die voortvloeit uit een halverwege de negentiende eeuw gemaakte afspraak tussen een allang verdwenen sultanaat en een Brits bedrijf uit de koloniale tijd, wordt gefinancierd door onbekende externe investeerders?

    Wat het antwoord op deze vragen ook is, het is duidelijk dat de relaties tussen de oude en de nieuwe wereld gespannen zullen blijven zolang de onderliggende veronderstellingen en overtuigingen niet veranderen.

    Nieuwe leest

    Wat we specifiek nodig hebben is een verandering in het denken, en een besef bij het Westen dat ontwikkelingslanden niet blind zijn voor de vele retorische en praktische contradicties die kenmerkend zijn voor de wereld zoals we haar kennen, of het nu gaat om een hulp- en handelssysteem dat de onbalans en de misstanden die het beweert aan te pakken alleen maar versterkt, of om een discours over internationale wetten en waarden waar overtredingen uit het verleden en de huidige hervormingsdrang niets van overlaten, of zelfs om onderhandelingen over klimaatfinanciering waarvan de urgentie staat of valt met westerse economische belangen.

    De westerse wereld kan deze gang van zaken alleen omdraaien als ze haar relaties met de Afrikaanse en Aziatische landen werkelijk op een nieuwe leest schoeit en haar kijk op een respectvol partnerschap tussen landen met een gelijkwaardige legitimiteit grondig herziet.

    Het gaat er niet om dat het moeite kost om op een overtuigende manier lippendienst aan idealen te bewijzen, en evenmin dat deze idealen op het altaar van het economisch pragmatisme moeten worden geofferd. Het gaat erom dat er voldoende verantwoordelijkheid wordt genomen voor de huidige stand van zaken, dat toekomstverwachtingen worden begrepen, dat er echte concessies worden gedaan en dat het discours gepaard gaat met dollars en daadkracht.

    Alleen dan zal de westerse wereld ons ervan overtuigen dat de beloften van het VN-Handvest en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens niet alleen maar voorwendsels waren om te voorkomen dat de westerse hegemonie in haar bestaan werd bedreigd, maar in plaats daarvan een blijvend perspectief bieden op een betere wereld die het alleszins waard is om voor te vechten.

    Jérémy Lissouba is parlementslid voor de belangrijkste oppositiepartij in de Republiek Congo. Hij is ook plaatsvervangend rechter in het Hooggerechtshof van het land en een alumnus van het 2018 Africa Leaders Program van de Obama Foundation.

    Lees ook:

  • OPEC en Rusland straffen Westen door olieproductie te verminderen

    OPEC en Rusland straffen Westen door olieproductie te verminderen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïne: Poetin eigent zich kerncentrale Zaporizja toe

    » Spanje neemt wet aan om slachtoffers van Franco-regime op te sporen

    Saoedi-Arabië en Rusland sluiten akkoord

    Saoedi-Arabië en Rusland, die optreden als leiders van het energiekartel OPEC+, hebben gisteren ingestemd met een productievermindering van twee miljoen vaten olie per dag. De organisatie van olie-exporterende landen doet dat om de prijzen te doen stijgen, in weerwil van pogingen van de VS en Europa om de enorme inkomsten die Moskou uit de verkoop van ruwe olie haalt, af te snijden, analyseert The New York Times. De vermindering vertegenwoordigt ongeveer 2 procent van de wereldwijde olieproductie en is de eerste in meer dan twee jaar.

    De prijs van ruwe Brentolie steeg na de vergadering met 1,5 procent

    Door de productie te verlagen, wilde OPEC+ ook een signaal afgeven aan de energie-importerende landen over de cohesie van de organisatie tijdens de oorlog in Oekraïne en haar bereidheid om snel te handelen om te hoge prijzen te voorkomen, aldus analisten. Het Witte Huis bekritiseerde het besluit en omschreef het in een verklaring als ‘kortzichtig’, gezien de toestand van de wereldeconomie, aldus het New Yorkse dagblad.

    De prijs van ruwe Brentolie, de internationale benchmark, die tijdens de zomer was ingezakt, steeg na de vergadering met meer dan 1,5 procent, waarmee de prijsstijging van de afgelopen dagen werd doorgezet en de prijzen weer op het niveau van medio september kwamen.

    Lees ook:

  • Wapens voor Oekraïne kunnen bij criminelen terechtkomen, waarschuwt Interpol

    Wapens voor Oekraïne kunnen bij criminelen terechtkomen, waarschuwt Interpol

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden bezoekt Saoedi-Arabië – ondanks belofte om oliestaat als paria te behandelen

    » Canada betaalt historische schadevergoeding aan inheemse gemeenschap

    Criminelen richten zich al op oorlogswapens

    Wapens die naar Oekraïne worden gestuurd om het Oekraïense leger te helpen zich te verdedigen tegen de Russische invasie, kunnen in handen van criminelen terechtkomen, aldus Jürgen Stock, secretaris-generaal van Interpol. Stock vertelde dat de internationale markt overspoeld zou kunnen worden door wapens zodra het conflict beëindigd is, bericht Evening Standard.

    ‘Zodra de oorlog [in Oekraïne] stopt, zal het aantal illegale wapens toenemen. Dat zien we bij veel oorlogssituaties. Criminelen richten zich zelfs op dit moment al op deze wapens,’ zei Stock. ‘De georganiseerde misdaad probeert misbruik te maken van deze chaotische situatie en de grote beschikbaarheid van wapens.’

    ‘Geen enkel land in onze regio kan dit alleen aanpakken, want de criminelen waarover ik het heb, opereren wereldwijd’

    ‘Wij kunnen een toevloed van wapens in Europa en daarbuiten verwachten,’ vervolgde Stock. ‘De verwachting is dat deze wapens niet alleen naar buurlanden maar ook naar andere continenten worden gesmokkeld.’ Jürgen Stock drong er bij de leden van Interpol op aan om wapens te registreren bij het zogenaamde ‘track and trace’-systeem van de organisatie. Hij voegde eraan toe: ‘Geen enkel land in de regio kan dit alleen aanpakken, want de criminelen waarover ik het heb, opereren wereldwijd.’

    Kyiv zal de komende dagen nog meer leveringen van westerse wapens ontvangen nu de troepen van Zelensky de Russische opmars in de Donbas proberen te stuiten.

    Lees ook:

  • Waarom westerse sancties tegen China mogelijk onverstandig zijn

    Waarom westerse sancties tegen China mogelijk onverstandig zijn

    De economische sancties die het Westen aan Rusland heeft opgelegd, zijn een waarschuwing voor China als het zijn buurland helpt of zijn dreigementen aan Taiwan doorzet. Maar China speelt zo’n grote rol in de wereldhandel dat het verbreken van de banden zeer onwaarschijnlijk lijkt.

    Wat zou het betekenen als Washington China, de op een na grootste economie ter wereld, destructieve financiële en economische sancties zou opleggen, bijvoorbeeld door het land uit het internationale Swift-betalingssysteem te zetten en buitenlandse reserves te bevriezen? Die optie werd eigenlijk nooit publiekelijk overwogen. Maar sinds Rusland sancties kreeg opgelegd vanwege de invasie in Oekraïne, is daar verandering in gekomen.

    De reikwijdte van die sancties en de snelheid waarmee ze zijn toegepast, hebben Beijing een idee gegeven van de eventuele gevolgen van steun aan Moskou, of van een gewelddadige poging Taiwan te herenigen met het Chinese vasteland. Maar China is geen Rusland: de economie is ongeveer tien keer zo groot en veel nauwer verweven met de rest van de wereld. Het land blijft in hoge mate afhankelijk van buitenlandse handel en heeft de grootste deviezenreserves ter wereld, waarvan een groot deel is opgeslagen in de Verenigde Staten en Europa.

    ‘China zou veel meer schade van sancties ondervinden dan Rusland’

    ‘De uitgebreide economische sancties die door westerse landen onder leiding van de VS aan Rusland zijn opgelegd, vormen een waarschuwing voor China. Ze tonen hoe ver die sancties kunnen gaan,’ zegt He Weiwen, voormalig economisch en commercieel adviseur van het Chinese consulaat in New York en San Francisco.

    Volgens sommigen zouden de economische gevolgen voor China veel ernstiger kunnen zijn. ‘China zou veel meer schade van sancties ondervinden dan Rusland,’ zegt een Europese diplomaat uit Beijing die anoniem wil blijven. ‘China maakt zich zorgen en heeft weinig middelen om er iets tegen te doen.’ Aan de andere kant: China heeft zo’n sterke positie verworven in de wereldwijde waardeketen dat het volgens analisten voor meer dan honderdtwintig landen en regio’s, waaronder de Verenigde Staten, uiterst ingewikkeld, zo niet onmogelijk zou zijn om de banden met hun belangrijkste handelspartner volledig te verbreken.

    Belang bij elkaar

    He Weiwen, nu senior fellow bij de denktank Centre for China and Globalisation (CCG) in Beijing, zegt daarover: ‘China en de VS hebben belang bij elkaar, dus voor de VS is China een heel ander geval dan Rusland. De politieke overwegingen zullen onvermijdelijk worden beïnvloed door economische omstandigheden.’

    Ook Lu Xiang, senior fellow van de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen (CASS), denkt dat als China soortgelijke sancties worden opgelegd, dat onbedoelde gevolgen zou hebben voor de landen die deze initiëren. ‘De gevolgen van sancties zijn wederzijds,’ aldus Lu. ‘Wij hebben activa in de VS en Europa, en zij hebben die in China.’

    Sommige Amerikaanse sancties zullen ongetwijfeld worden gehandhaafd, en misschien volgen er meer, maar dat zal in het huidige tempo gebeuren, denkt Shi Yinhong, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Renmin Universiteit en adviseur van de Staatsraad, het nationale kabinet. ‘Een forse en plotselinge toename van sancties is vrij onwaarschijnlijk,’ aldus Shi.

    Nu de oorlog in Oekraïne al maanden duurt, wordt het voor Beijing steeds moeilijker om zich ervan te distantiëren. Terwijl Chinese diplomaten oproepen tot een vreedzame oplossing, bekritiseren de VS en hun bondgenoten Beijings neutrale houding. In zijn toespraak voor studenten en docenten van het Georgia Institute of Technology noemde CIA-directeur William Burns China vorige maand ‘een stille deelnemer aan Poetins agressie’.

    De levering van wapens wordt algemeen erkend als grens om mogelijke secundaire sancties tegen China in gang te zetten

    De levering van wapens wordt algemeen erkend als grens om mogelijke secundaire sancties tegen China in gang te zetten, hoewel Washington hierover vaag is en spreekt van ‘consequenties’ als Beijing ‘materiële steun aan de Russische invasie’ zou bieden. ‘Die ambiguïteit is een strategie van de VS,’ zegt een buitenlandse diplomaat in Beijing. ‘Ook China wil graag precies weten onder welke specifieke omstandigheden het sancties kan verwachten.’

    Geen bewijs

    Volgens Ned Price, woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, hebben de Amerikaanse inlichtingendiensten geen bewijzen gevonden dat China wapens aan Rusland verkoopt. ‘We volgen de zaak op de voet,’ zei hij op een persconferentie op 18 april. ‘Enkele weken geleden lieten we weten dat we geen wapenleveranties op het spoor zijn gekomen, en daar is sindsdien geen verandering in gekomen.’

    Net als staatsbanken en ondernemingen die zakelijke relaties hebben met Rusland, heeft de Chinese regering zich sinds het begin van de oorlog inderdaad zeer voorzichtig opgesteld, zegt professor Shi van de Renmin Universiteit. China had de westerse houding ten opzichte van de Russische agressie ‘waarschijnlijk volledig voorzien, dus ik denk dat China tot nu toe vooral zijn activa heeft willen beschermen’, aldus Shi.

    ‘Hoofdzaak is dat de VS geen redenen zien om China sancties op te leggen vanwege de oorlog’

    Verschillende staatsbedrijven in China, zoals banken, oliemaatschappijen en producenten van halfgeleiders, hebben advies ingewonnen over de vraag of ze hun handel met Rusland na de invasie konden voortzetten, zo lieten juridische bronnen deze krant weten. Maar zolang China geen munitie aan Rusland levert, zijn secundaire sancties tegen China niet aan de orde, zegt Wang Huiyao, oprichter van de denktank CCG en adviseur van de Staatsraad. ‘China drijft normale handel met Rusland, net als de EU,’ aldus Wang. ‘Hoofdzaak is dat de VS geen redenen zien om China sancties op te leggen vanwege de oorlog.’

    Ondertussen gebruiken Amerikaanse functionarissen de maatregelen tegen Rusland steeds vaker als een waarschuwing aan China, met de suggestie dat de VS een soortgelijk draaiboek zullen volgen als China op een dag probeert Taiwan met geweld in te nemen. Iedereen die ervan uitgaat dat de VS in dat geval terughoudend zullen zijn in hun vergeldingsmaatregelen, begrijpt niet hoe snel en in welke mate het debat in Washington sinds de oorlog in Oekraïne is veranderd, zo vertelde een Amerikaanse functionaris deze krant.

    Taiwan

    Beijing beschouwt Taiwan als een afgescheiden provincie die moet worden herenigd met het vasteland, desnoods met geweld. De spanningen liepen de laatste jaren op nadat Washington afstand had genomen van het één-Chinabeleid, dat vier decennia lang het fundament vormde van de Chinees-Amerikaanse betrekkingen.

    Sommige Chinese regeringsadviseurs suggereren dat Beijing mogelijk geen enkele haast heeft om Taiwan met geweld in te nemen. ‘Hoewel er regelmatig spanningen zijn rond de kwestie Taiwan, is de basis vrij stabiel,’ zegt Shi. ‘Onder de omstandigheden die we nu kunnen voorzien zal er geen wezenlijk conflict tussen China en de VS over ontstaan. China tolereert de onafhankelijkheid van Taiwan of buitenlandse controle over Taiwan absoluut niet, en dat weten de Verenigde Staten heel goed. Dus uiteindelijk denk ik dat Beijing en Washington elkaar prima begrijpen.’

    Wat Xinjiang en de Zuid-Chinese Zee betreft, is het voor de VS niet de moeite waard om sancties op te leggen die de eigen economie in gevaar kunnen brengen, denkt He, de voormalig diplomaat. ‘Voor de VS is Xinjiang meer een pion die zij kunnen inzetten om het China lastig te maken en tegelijkertijd internationale steun te verwerven. Zolang China goede betrekkingen onderhoudt met de ASEAN-landen, kunnen de VS geen golven veroorzaken in de Zuid-Chinese Zee.’

    Gevoelige kwestie

    Maar zoals de oorlog in Oekraïne heeft laten zien, kan er van de ene op de andere dag nogal wat veranderen, zegt Lu van de CASS. ‘China heeft de Verenigde Staten herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat Taiwan de gevoeligste en belangrijkste kwestie is in de relatie tussen de twee landen, en de VS begrijpen dit goed. De vraag is of de VS China op dit punt zullen uitdagen, juist omdat ze het belang ervan inzien. We moeten met verschillende scenario‘s rekening houden.’

    Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne wordt het betalingssysteem Swift algemeen beschouwd als de effectiefste manier om Rusland af te snijden van het internationale financiële verkeer. De VS en hun westerse bondgenoten hebben dan ook algauw bepaalde Russische banken van het systeem uitgesloten. Toch was dit maar een gedeeltelijke uitsluiting: de handel in energie kan tot dusver gewoon doorgang vinden.

    ‘Het internationale betalingssysteem is eigenlijk de internationale toeleveringsketen in omgekeerde richting,’ schreef Shahin Vallee, hoofd van het Geo-Economics Programme bij de Deutsche Gesellschaft für Auswärtige Politik, in een artikel in maart. ‘Het is niet mogelijk om Rusland af te snijden van het internationale betalingssysteem, tenzij men bereid is het land af te snijden van de wereldwijde toeleveringsketens – of, in dit geval, van energieleveringen aan Europa.’

    China’s grootste kracht is zijn sterke rol binnen de mondiale toeleveringsketen, en die baart de VS dan ook extra zorgen

    China’s grootste kracht is zijn sterke rol binnen de mondiale toeleveringsketen, en die baart de VS dan ook extra zorgen. Als de VS de maatregelen tegen Rusland ook op China toepassen, zijn Amerikaanse bondgenoten mogelijk minder geneigd om dat voorbeeld te volgen. ‘De VS weten heel goed dat Europa terughoudender zal zijn in het opleggen van sancties aan China, omdat de economische en handelsbetrekkingen tussen China en de EU daarvoor veel te nauw zijn,’ aldus een buitenlandse diplomaat in Beijing.

    Toch moet Beijing alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat China niet wordt uitgesloten van Swift, zeggen voormalige Chinese regeringsfunctionarissen. Er is nog een lange weg te gaan voordat de Chinese yuan internationaal hetzelfde niveau heeft bereikt als de Amerikaanse dollar of de euro. En China’s eigen betalingssysteem in yuan, het Cross-Border Interbank Payment System (CIPS), is voor grensoverschrijdend financieel verkeer nog altijd afhankelijk van Swift.

    ‘Het is belangrijk om de bouw en de externe verbinding van het grensoverschrijdende CIPS te versnellen. Maar de grootste prioriteit is om de samenwerking met Swift te blijven versterken,’ schreef Wang Yongli, voormalig vicepresident bij de Bank of China en voormalig bestuurslid van Swift, in maart in een artikel.

    Grootste deviezenreserve

    Intussen is een veel krachtiger maatregel van de VS en hun bondgenoten, namelijk het bevriezen van overzeese tegoeden van de Russische centrale bank, in Beijing niet onopgemerkt gebleven. China bezit ’s werelds grootste deviezenreserve, waarvan het grootste deel in Amerikaanse dollars. De totale waarde bedraagt sinds 2020 ongeveer 3,2 biljoen dollar [circa 3,04 biljoen euro]. Dat is meer dan het dubbele van nummer twee, Japan.

    Binnen China wordt gesproken over inkrimping van die enorme reserves

    Binnen China wordt gesproken over inkrimping van die enorme reserves, maar volgens deskundigen is dat geen haalbaar doel, omdat een plotselinge verandering in het volume catastrofale gevolgen zou kunnen hebben voor de wereldmarkten. ‘Die enorme deviezenreserves zijn zwaar bevochten en het zijn China’s “financiële kernbommen”, met een krachtig afschrikkend effect. Ze moeten op de juiste manier worden gebruikt en kunnen niet gemakkelijk worden ingekrompen,’ aldus Wang Yongli. ‘Natuurlijk is het niet uitgesloten dat China zijn aankoop van goud of andere strategische materialen vergroot, of dat het de valuta- en landensamenstelling van zijn deviezenreserves aanpast om zijn Amerikaanse dollarreserves af te bouwen. Maar we vermijden deze aanpak zo veel mogelijk als middel om de confrontatie met de VS aan te gaan.’

    Volgens gegevens van de State Administration of Foreign Exchange heeft China de afgelopen twee decennia inderdaad zijn inspanningen opgevoerd om zijn deviezenreserves te spreiden. In 1995 bestonden China’s reserves voor 79 procent uit dollars; veel hoger dan het internationale gemiddelde van 59 procent. Maar het Chinese aandeel is tussen 2014 en 2016 tot onder de 60 procent gedaald en ligt nu onder het internationale gemiddelde van ruim 65 procent.

    Tegenmaatregelen die China kan nemen zijn het verruimen van de economische en financiële openstelling naar de buitenwereld en het aanmoedigen van buitenlandse investeerders om meer Chinese activa aan te houden, aldus Chinese regeringsadviseurs.

    Voorbereid

    Ondertussen zijn buitenlandse multinationals al voorbereid op een scenario waarin China inderdaad sancties krijgt opgelegd. Sommige zullen bijvoorbeeld de implementatie van de ‘in China, voor China’-strategie versnellen. Dat betekent dat goederen specifiek voor lokale consumptie worden geproduceerd, aldus de eerdergenoemde Europese diplomaat die denkt dat China meer last van sancties zal hebben dan Rusland.

    Volgens Dan Wang, technologieanalist bij Gavekal Dragonomics, doet China zijn best om eventuele nevenschade van de westerse sancties tegen Rusland in te perken, bijvoorbeeld door minder afhankelijk te zijn van buitenlandse markten en kritieke technologieën zoals chips, zaden en luchtvaart. ‘Er wordt aan gewerkt om de zelfredzaamheid te vergroten, maar het is onwaarschijnlijk dat China zich in het huidige decennium zal weten los te maken,’ aldus Wang. ‘Zodra China geen westerse technologieën meer nodig heeft, zal het misschien minder terughoudend worden.’

    ‘Een slechtere relatie tussen Rusland en de VS betekent niet een betere relatie tussen China en de VS’

    Qin Gang, de ambassadeur van China in de VS, publiceerde op 18 april een opiniestuk in The National Interest, waarin hij schreef: ‘Een slechtere relatie tussen Rusland en de VS betekent niet een betere relatie tussen China en de VS. Net zomin betekent een slechtere relatie tussen China en Rusland een betere relatie tussen de VS en Rusland. Wat veel belangrijker is: als de relatie tussen China en de VS verslechtert, voorspelt dat weinig goeds voor de relatie tussen Rusland en de VS en de rest van de wereld.’

  • Westplaining: hoe linkse opiniemakers het verhaal van het Kremlin overnemen

    Westplaining: hoe linkse opiniemakers het verhaal van het Kremlin overnemen

    Jeffrey Sachs, Varoufakis en Naomi Klein maken zich volgens deze auteur schuldig aan ‘gedachteloze propaganda’. ‘Ze hanteren een opvatting van het begrip soevereiniteit die opvallend veel lijkt op die van Rusland.’

    Door de Russische aanval op Oekraïne te wijten aan de oostelijke uitbreiding van de NAVO, herhalen enkele prominente figuren van het westerse politieke links gedachteloos de propaganda van het Kremlin. Anderen onthullen gedachteloos hun ware houding ten opzichte van Oost- en Centraal Europa: even neerbuigend en postkoloniaal als die van de imperialisten die ze zo gretig bekritiseren.

    Naomi Klein, die zo briljant de door Amerika geleide poging om Irak te ‘bevrijden’ heeft beschreven in de context van de westerse belangen omtrent olie in het Midden-Oosten, en die zo meeleefde met de Irakezen die aan de ‘shockdoctrine’ waren blootgesteld, prees onlangs Phyllis Bennis’ ‘uitstekende analyse’ van de oorlog in Oekraïne. Volgens Bennis moet men, om de aanval van Poetin op Oekraïne te begrijpen, teruggaan naar 1997, toen Washington ‘de NAVO onder druk zette om naar het Oosten uit te breiden, waardoor een veiligheidsgarantie werd verbroken die de VS na de Koude Oorlog aan Rusland hadden gegeven’. 

    Amerika zou geen wapens naar Oekraïne moeten sturen, want dat zou het militair-industrieel complex enkel ten goede komen

    Ze noemt de NAVO een ‘anachronistische alliantie’ die aan Rusland is opgedrongen, waardoor Rusland NAVO-troepen in zijn directe omgeving als een bedreiging beschouwt. Daarom, zelfs als de oorlog in Oekraïne ‘ongerechtvaardigd’ is, is deze niet ‘niet-uitgelokt’ – Rusland werd simpelweg door de VS die richting in geduwd. Amerika zou geen troepen en wapens naar Oekraïne moeten sturen, want dat zou het militair-industrieel complex enkel ten goede komen. Het moet de sancties ook niet aanscherpen, want die leveren gewoonweg geen resultaat op. De reactie op het conflict moet diplomatie zijn.

    Dus de NAVO en de VS moeten gezamenlijk besluiten om zware wapens en raketten terug te trekken van de Russische grens en in het openbaar erkennen wat de NAVO voor zichzelf allang heeft erkend: dat Oekraïne in de nabije toekomst niet zal toetreden tot de militaire alliantie.’

    Maar hoe zit het met Oekraïne? Moet het gewoonweg accepteren dat een buurland zijn territoriale integriteit heeft geschonden, zijn bevolking vermoordt en zijn steden verwoest? Wie kan het wat schelen? Niet die auteur van de ‘uitstekende analyse’, noch Naomi Klein. Na een overweldigend kritische reactie – Adrian Zandberg, een prominent linksgeoriënteerd lid van het Poolse parlement, nam de auteur van The Shock Doctrine haar ondraaglijke naïviteit en Angelsaksische arrogantie kwalijk – verwijderde Klein de tweet.

    NAVO

    Owen Jones, columnist van The Guardian, podcaster en activist, die welsprekend de belangen van de arbeidersklasse verdedigt, fanatiek islamofobie en transfobie aan de kaak stelt en (regelmatig) de trieste ondergang van Boris Johnsons regering voorspelt, deelde een soortgelijke analyse met de wereld, geschreven door Jeffrey Sachs. 

    Ook Sachs is van mening dat de VS moeten verzekeren dat ze Oekraïne niet tot de NAVO zullen toelaten. Vooral omdat ‘het uitbreiden van het convenant naar het oosten na de ineenstorting van de USSR onnodig, roekeloos en provocerend was’. Echte vrienden van Oekraïne, redeneert Sachs, zouden tot een compromis tussen de VS en de NAVO met Rusland moeten oproepen – ‘een compromis dat de legitieme veiligheidsbelangen van Rusland respecteert en tegelijkertijd de soevereiniteit van Oekraïne 
    volledig ondersteunt’.

    Het creëren van een ‘neutrale bufferzone’ tussen Rusland en het Westen is een uitstekend idee

    Jones tweette het opiniestuk van Sachs en voegde eraan toe dat het creëren van een ‘neutrale bufferzone’ tussen Rusland en het Westen een uitstekend idee is. Toegegeven, na vele kritische reacties kwam hij tot inkeer en verontschuldigde hij zich voor zijn ‘extreem domme, gevoelloze en simpelweg foute’ tweet. Vervolgens begon hij te waarschuwen voor het nucleaire conflict dat ons te wachten staat als het Westen betrokken zou raken bij de oorlog in Oekraïne.

    Hypocrisie

    Dezelfde waarschuwingen worden herhaald door een andere prominente linkse columnist, namelijk Bernie Sanders’ voormalige speechschrijver David Sirota, die, tot groot genoegen van Poetin, Amerikanen beschuldigt van hypocrisie: ‘Het is moeilijk om te zien dat de mensen die met hun leugens Amerika ertoe aanzetten honderdduizenden Irakezen te vermoorden, nu doen alsof ze belang hechten aan het internationaal recht en onschuldige levens.’

    ‘De enige hoop op een vreedzame oplossing is een NAVO-verklaring dat Oekraïne niet zal toetreden tot het bondgenootschap’

    Een andere hoogvlieger van het westerse politieke links, Yanis Varoufakis, de voormalige Griekse minister van Financiën, die zo overtuigend het recht van Griekenland verdedigde om soevereine beslissingen te nemen over zijn toekomst, roept al meer dan een week dat ‘de enige hoop op een vreedzame oplossing een NAVO-verklaring is dat Oekraïne niet zal toetreden tot het bondgenootschap’.

    The Guardian publiceerde op zijn beurt een artikel van Ted Galen Carpenter, een expert gelieerd aan het libertaire Cato Institute – een denktank die wordt gefinancierd door de gebroeders Koch, sponsors van rechts Amerika. Carpenters verhaal dat de aanval op Oekraïne is toe te schrijven aan het ‘arrogante en toondove’ beleid van de NAVO, en dat de ‘vriendschappelijke’ waarschuwingen van Rusland werden genegeerd, sluit naadloos aan op het narratief van het Kremlin. Carpenter suggereert dat Moskou inderdaad recht heeft op de Baltische staten; ze maakten immers niet alleen deel uit van de USSR, maar ook van het Russische Rijk. ‘De schokkend arrogante bemoeienis van het kabinet-Obama’ zou op zijn beurt hebben geleid tot de val van een pro-Russische president in 2014. Vervolgens bracht deze houding Rusland ertoe de Krim te annexeren, uit angst voor zijn veiligheid. ‘We betalen nu de prijs voor de kortzichtigheid en arrogantie van het buitenlandse beleid van Amerika,’ besluit hij.

    Branko Marcetic waarschuwde in de belangrijkste uitlaatklep van het jonge Amerikaanse extreemlinkse Jacobin dat ‘de CIA sinds 2015 in het geheim anti-Russische groeperingen in Oekraïne traint. Alles wat we tot dusver weten wijst erop dat neonazi’s extreemrechtse terroristen over de hele wereld inspireren.’ En in februari klaagde hij dat ‘progressieve wetgevers de crisis in Oekraïne hebben moesten temperen in een wereld die nog steeds besmet is met de na 2016 virale cocktail van 
    anti-Russische hysterie en McCarthy-achtige beschuldigingen’.

    Soevereiniteit

    De benadering van (sommige) westerse linkse experts ten aanzien van de oorlog in Oekraïne toont niet alleen hun verregaande mildheid tegenover Rusland, maar ook een opvatting van het begrip soevereiniteit – of in ieder geval de soevereiniteit van Oekraïne en heel Oost- en Centraal Europa – die opmerkelijk veel lijkt op die van het Kremlin.

    Het Westen is schuldig omdat het Rusland heeft uitgelokt. Maar welke zonden het ook heeft begaan, het heeft hoe dan ook recht op onafhankelijkheid – het is tenslotte ondenkbaar dat iemand beslissingen zou nemen voor de VS, Canada of het VK. De mensen die door het Westen worden onderdrukt – Irakezen, Afghanen, Palestijnen en inheemse bevolkingen – hebben dit recht ook en verdienen het des te meer vanwege eeuwenlange koloniale onderdrukking. Oost- en Centraal-Europa daarentegen – een beetje wild, een beetje barbaars, een beetje tussen een jongere broer en een provinciale oom in, het mythische land Bordurië, Zubrowka, Ruritanië – kan worden opgeofferd. Het is niet voor het eerst dat dat zou gebeuren, en het zal ook niet de laatste keer zijn.

    Het gebied van Oost- en Centraal-Europa is slechts een pion op het geopolitieke schaakbord

    Volgens deze logica waren het niet de Oekraïners die in 2014 besloten dat ze dichter bij de Europese Unie dan de Euraziatische Unie stonden – het waren de VS die een staatsgreep pleegden, ogenschijnlijk in een maatschappelijk vacuüm. Of de Oost- en Midden-Europese staten zich bij de NAVO wilden aansluiten, is allerminst van belang: hun toelating tot de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie was duidelijk een vergissing, want hoe zouden ze ooit aan de verplichtingen kunnen voldoen? Het zou veel beter zijn om het bij een ​​‘bufferzone’, een niemandsland, te laten. Het gebied van Oost- en Centraal-Europa is slechts een pion op het geopolitieke schaakbord, zonder enige zeggenschap over zijn eigen toekomst. 

    En hoewel zo’n cynische en botte benadering aan de rechterzijde van het politieke spectrum geen verrassing zou zijn, is het onbegrijpelijk dat politiek links, dat meestal zo gevoelig is voor andermans leed en het recht op een eigen identiteit verdedigt, dezelfde houding aanneemt. Blijkbaar kunnen sommige van zijn vertegenwoordigers geen twee simpele dingen tegelijk: ze zijn niet in staat én het Amerikaanse imperialisme aan de kaak te stellen én het Russische imperialisme te zien voor wat het is. Nou, Rusland heeft een scala aan methoden en een lange traditie van inspirerende dienstbare idioten om uit te putten. 

  • ‘Het is schandalig dat Russen uitgesloten worden alleen omdat ze Russen zijn’

    ‘Het is schandalig dat Russen uitgesloten worden alleen omdat ze Russen zijn’

    Mensen zouden niet hoeven boeten voor de misdaden van hun leiders, schrijft de Mexicaanse econoom en socioloog Jorge Zepeda Patterson. Het Westen overschrijdt een grens door willekeurige maatregelen te treffen jegens mensen die je niet verantwoordelijk kunt houden voor de beslissingen van hun regering.

    In een oorlog sneuvelt de waarheid het eerst omdat alles propaganda wordt, het tweede dat sneuvelt is het fatsoen. Wat Poetins leger het volk in Oekraïne aandoet is zonder enige twijfel misdadig, maar hoe de internationale publieke opinie zich jegens veel Russen opstelt is onfatsoenlijk. Uiteraard heb ik het niet over de corrupte oligarchen, pilaren van het regime, van wie geheel terecht jachtschepen en enorme fortuinen in beslag zijn genomen, maar over de inwoners van Rusland die worden benadeeld, ontslagen of tegengewerkt vanwege iets waarvoor ze niet verantwoordelijk zijn. 

    Het is schandalig dat miljoenen Oekraïense families worden gedwongen om hun huis te ontvluchten of moeten lijden doordat hun geliefden sterven als gevolg van de invasie van Russische soldaten die zij persoonlijk niks hebben aangedaan. Maar het is ook schandalig dat vakmensen, kunstenaars en Russische sporters hun carrière kapot zien gaan alleen omdat ze Russen zijn. Het zijn twee schanddaden die verschillen in schaal, maar in het eerste geval kunnen we niets doen, behalve Poetin onder druk zetten om te stoppen; het tweede geval daarentegen hebben we in eigen hand. Onder het mom van rechtvaardigheid en moraal overschrijdt het Westen een grens door willekeurige en hysterische maatregelen te treffen jegens mensen die je niet verantwoordelijk kunt houden voor de beslissingen van hun regering.

    Niemand zal het in zijn hoofd halen om Serena Williams te weren van Roland Garros of Madonna’s wereldtournee af te gelasten alleen maar omdat Bush een aantal decennia geleden Irak binnenviel om even absurde redenen (massavernietigingswapens) als die waarmee Poetin nu schermt, en met net zulke tragische gevolgen voor miljoenen onschuldige burgers. Uitgejouwde tennissers en voetballers, kunstenaars wie het werken onmogelijk wordt gemaakt, vakmensen en deskundigen wier leven plotseling te gronde wordt gericht. Velen van hen hebben geleden onder Poetin en worden nu tot zondebokken uitgeroepen opdat het Westen zijn woede kwijt kan en de regeringsleiders hun zogenaamde plichtsgevoel kunnen sussen. 

    Oekraïne vanuit Syrisch perspectief

    Syriërs die zich verzetten tegen Assad zijn solidair met Oekraïne en de Oekraïners, schrijft Yassin Swehat in al Al-Jumhuriya.

    Syriërs kunnen zich makkelijk identi-ficeren met Oekraïne. Desondanks voelen ze ook bitterheid, omdat experts en journalisten kennelijk nu pas het imperialisme, de gewelddadigheid en de valse propaganda van het Kremlin zien, aldus Swehat. En er is bezorgdheid om sommige politieke krachten en militaire onderdelen die zich tegen de Russische invasie verzetten. Vanuit Syrisch oogpunt is alleen hun verzet reden om hen te bewonderen, ‘want ze hebben de afgelopen zeven jaar niets voor ons gedaan’. Van bepaalde neonazigroepen in Oekraïne hebben Arabieren en moslims niet meer te verwachten dan van extreemrechtse krachten in Europa. Hoe dan ook, schrijft Swehat, Syriërs kunnen zich identificeren met de slachtoffers van deze nieuwe Poetin-oorlog, omdat ze de tanks en vliegtuigen kennen, en de beelden van konvooien met bussen en van vrouwen die met zware koffers de grens oversteken.

    ‘We identificeren ons daarom met de burgerslachtoffers in Oekraïne, en betuigen respect voor de heldenmoed van hen die hun land verdedigen, ook al zijn we het niet eens met grote delen van hun politieke spectrum. Syrië is een van de essentiële strijd-tonelen als we ons willen ontdoen van het poetinisme en despoten als Assad.’

    Heksenjacht

    Wat maakt deze heksenjacht van ons? Hoe verschilt deze van de ranchero’s die een klopjacht openden op Comanche-indianen omdat Navajo-indianen een karavaan hadden aangevallen? Van het lynchen van de ene Afro-Amerikaan (zoals zwarte Amerikanen nu worden genoemd) omdat de andere een winkel had overvallen, van het niet in dienst nemen van latino’s uit angst voor de misdaden van de Mara Salvatrucha-bendes?

    Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) adviseerde om Russen en Belarussen voortaan uit te sluiten van sportwedstrijden, wat een breuk betekent met een lange traditie van neutraliteit met betrekking tot het politieke en geopolitieke debat. Wat ik kan begrijpen, is dat Russische teams die nu uitkomen voor hun land worden uitgesloten van deelname. Op een bepaalde manier vertegenwoordigen ze niet alleen hun land, maar eveneens de regering die hun deelname financiert. Maar een operazanger niet langer laten optreden alleen omdat hij in dat land geboren is, of het werk van een componist die al vijftig jaar dood is niet langer uitvoeren, dat gaat veel te ver. 

    Ana Netrebko, die voor de opera is wat Messi is voor het voetbal en die vanwege haar buitengewone stem en talent heel dicht in de buurt komt van de mythische Maria Callas, is een in ongenade gevallen koningin omdat ze Russisch is, ook al woont ze al jaren in Wenen. Twee dagen na de invasie liet ze via haar sociale media weten: ‘Ik neem de tijd om na te denken, want de situatie is te ernstig om mijn mening te geven zonder er goed over na te hebben gedacht. Maar vóór alles wil ik zeggen dat ik tegen deze oorlog ben. Ik ben Russisch en ik hou van mijn land, maar ik heb veel vrienden in Oekraïne en mijn hart breekt bij het zien van het leed en de pijn. En ik wil zeggen dat het niet juist is om een kunstenaar of een publieke figuur te dwingen zijn politieke standpunten uit te dragen en zijn land te veroordelen. Zoals veel van mijn collega’s houd ik me niet bezig met politiek. Ik ben evenmin een politiek expert. Ik ben kunstenaar en mijn doel is om mensen te verbinden, ongeacht hun uiteenlopende politieke standpunten.’

    Irrationele hypocrisie

    Aangezien ik deze talentvolle zangeres volg, nam ik aan dat ze met haar statement de brandstapel zou ontlopen. Het leek me een oprechte, gevoelige reactie, die zelfs getuigt van politiek verantwoordelijkheidsgevoel. Het bleek een illusie; ik had de macht van de irrationele hypocrisie onderschat. Luttele uren later werd naar buiten gebracht dat ze de rest van dit jaar geen concerten zou doen. Als ze haar houding niet veranderde uit praktische overwegingen, zou haar carrière voorbij zijn. Netrebko reageerde op dit affront met slechts enkele woorden: ‘Niemand moet vergeten wie hij is en waar hij vandaan komt.’ Een waardige reactie van iemand die vindt dat je je afkomst nooit moet verloochenen, ook al ben je het niet eens met je regering. 

    Het is een barbaarsheid die alle begrip te boven gaat

    Het lijkt me dat de sancties tegen de Russische regering en de groep die haar politiek en economisch steunt noodzakelijk zijn, maar om blindelings alles wat Russisch is te straffen, is barbaars en toont enkel het onvermogen om verder te kijken dan een karikaturale wereld van goeden en slechteriken, die onze eigen geschiedenis niet rechtvaardigt. Eén voorbeeld volstaat: stelt u zich een middeleeuwse scène voor met op het slagveld een invasieleger en een verdedigingsleger. Het invasieleger gaat niet de strijd aan met zijn tegenstanders maar verschanst zich in een vallei, valt de eerste de beste stad binnen en rijgt de vrouwen en kinderen van zijn vijand aan het mes. Omdat het invasieleger er niet in slaagt de vijand op de knieën te krijgen, valt het een tweede stad binnen, richt een slachtveld aan onder de inwoners en dreigt hiermee door te zullen gaan. Het verdedigingsleger geeft zich over omdat de prijs die hun families moeten betalen onaanvaardbaar is. Het is een barbaarsheid die alle begrip te boven gaat. Toch? Nou, dit is wat de Verenigde Staten deden toen ze hun kernbommen dropten op Nagasaki en Hiroshima in naam van de democratie, de rechtvaardigheid en de vrijheid. Het ging hier niet om militaire doelen, er werd simpelweg besloten honderdduizenden burgers te doden om zo de militairen te dwingen hun wapens neer te leggen. 

    We zijn zo gewend te denken dat het Westen symbool staat voor ‘het goede’ dat we onze immorele daden niet eens meer opmerken. Op Twitter en Facebook kunnen pro-Russische standpunten worden geblokkeerd omdat ze de waarheid zouden vervormen, terwijl we tegenovergestelde berichten zonder blikken of blozen laten circuleren, of ze onwaarheden bevatten of niet. Het zou netter zijn om met de echte reden naar buiten te komen (wij liegen ook, maar het zijn wel ónze leugens) dan onszelf op de borst te kloppen vanwege onze ‘waarheid’ of ‘objectiviteit’. 

    Kortom, wat Poetin doet is onaanvaardbaar. Maar dat rechtvaardigt niet zijn antwoord: de terugkeer naar de tijd van McCarthy, een inquisitie of een heksenjacht die maakt dat we de beulen worden van mensen die niet zouden moeten boeten voor de misdaden van hun leiders.