Tag: Westen

  • Westen bekritiseert wetswijziging Xi Jinping

    Westen bekritiseert wetswijziging Xi Jinping

    Het Westen heeft hem verwelkomd, gevoed, opgeleid en gefinancierd, in de hoop een stuk van de Chinese markt te veroveren. Met de komst van keizer Xi realiseert het Westen zich, zij het een beetje laat, dat het een tijger aan de borst heeft gedrukt.

    Sinds Xi Jinping te kennen heeft gegeven dat hij de grondwet wilde wijzigen om voor onbeperkte tijd ‘keizer Xi’ te kunnen blijven, is de Chinese bevolking verontwaardigd zonder dat openlijk te durven uiten. Men ziet zich gedwongen zijn woede in te slikken en te accepteren dat de officiële pers deze ‘restauratie’, het in ere herstellen van het keizerschap, van harte onderschrijft. De internationale media daarentegen nemen geen blad voor de mond om deze maatregel te bekritiseren. De felste kritiek is waarschijnlijk afkomstig van The Economist. Het Britse blad herinnert in een hoofdartikel allereerst aan alle moeite die de westerse landen zich de afgelopen tien jaar hebben getroost om China onderdeel te laten worden van het globale politieke en economische systeem. Door Beijing te helpen bij zijn hervormingsbeleid en zijn pogingen zich meer open te stellen voor de buitenwereld, zo vervolgt het artikel, is het Westen een verkeerde weg ingeslagen, omdat het daarmee een monster heeft gecreëerd dat zijn greep op de samenleving onophoudelijk verstevigt en westerse beschavingswaarden als economische vrijheid, openheid en respect voor de mensenrechten opnieuw ter discussie stelt.

    Wolf tussen schapen

    Het verwijt dat men, zoals The Economist het uitdrukt, ‘een wolf tussen de schapen heeft gezet’, dekt misschien niet helemaal de lading, maar het scheelt niet veel. Ook al gaat het om een westers gezichtspunt, helemaal ongegrond is het niet. Toen Deng Xiaoping in 1979 zijn hervormingsbeleid lanceerde en naar meer openheid streefde, begaf hij zich allereerst naar de Verenigde Staten om contact te leggen met de Amerikaanse leiders; op die manier wilde hij zijn land gemakkelijker laten integreren in het internationale economische systeem dat werd gedomineerd door het Westen om zo de technologie, het kapitaal, de managementmethodes en de toegang tot de gigantische buitenlandse markt te verwerven waar China zo dringend behoefte aan had. Dat het Westen, en met name de VS, zich bereid toonde China te helpen zich open te stellen voor de markteconomie, was allereerst bedoeld om tegenwicht te bieden aan de invloed van de Sovjet-Unie en zowel het Westen als het Oosten onder druk te zetten.

    Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het Oostblok begin jaren negentig hoopte het Westen, met de Verenigde Staten voorop, op een vreedzame ontwikkeling in China. Men rekende erop dat dankzij de nieuwe middenklasse, ontstaan als gevolg van de markthervormingen, China het communistische bestel zou inruilen voor een liberale markteconomie en politieke liberalisering. Om die reden ondersteunde het Westen krachtig de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO), waardoor de Chinese export een hoge vlucht heeft genomen. Als het westerse kamp de Chinese toetreding tot de WHO zou hebben belet, zou het land veel meer moeite hebben gehad om de ‘werkplaats’ van de wereld te worden.

    Maar de grote westerse mogendheden hebben de snelheid van de ontwikkelingen in China onderschat, evenals de diepe politieke en sociale verankering van het autoritaire regime. De eerste jaren na zijn aansluiting bij de WHO 
(in 2001) respecteerde China als een gehoorzaam kind de internationale regels; het liet multinationals toe tot zijn binnenlandse markt zonder ze al te veel te dwarsbomen. Kortom, China was nog van zins een ‘goede leerling’ van het Westen te zijn en de voordelen van verwestersing en universele waarden te onderschrijven’.

    Maar sinds China zich als redder van ontwikkelingslanden heeft ontpopt en van internationale financiële instellingen die waren getroffen door de bancaire tsunami van 2007, is de situatie drastisch veranderd. China is zijn plaats in de economische en politieke wereldorde gaan opeisen, wat het 
land met name meer stemrecht in het Internationaal Monetair Fonds heeft opgeleverd en de mogelijkheid om daarvoor mensen te nomineren. Sinds 2012, toen Xi Jinping aan de macht kwam, probeert China niet langer een plaats in de bestaande orde te bemachtigen, maar die orde juist omver te werpen en het evenwicht tussen de bestaande machten te veranderen, 
met de bedoeling daarvoor een andere grondslag te leggen.

    Het Chinese parlement stemt over de historische wetswijziging. – 
© Getty Images
    Het Chinese parlement stemt over de historische wetswijziging. – 
© Getty Images

    De oprichting in 2001 van de Sjanghai-samenwerkingsorganisatie, die met name Rusland en diverse Centraal-Aziatische landen verenigt, was voor Beijing slechts een voorgerecht. Rond China gestructureerde projecten als de in 2013 gelanceerde implementatieplan OBOR (One Belt, One Road), dat moet voorzien in een nieuwe ‘zijderoute’, vormen de werkelijke uitdaging. Het beleid om zijn binnenlandse markt wijdopen te stellen voor buitenlandse bedrijven heeft het land snel laten varen; inmiddels worden aan die bedrijven steeds meer beperkingen opgelegd en moeten ze zich conformeren aan de regels van de Chinese overheid, op straffe van een boete of uitsluiting van de Chinese markt. Ook de beloofde openstelling van zijn financiële markten laat nog steeds op zich wachten; de greep van de regering en de Partij daarop is juist sterker dan ooit.

    Politiek gezien staat het er nog slechter voor. Het op hervormingen en meer openheid gerichte beleid uit de jaren tachtig had de weg gebaand voor buitenlandse ideeën. In geletterde en universitaire kringen kon redelijk vrij worden gedebatteerd zonder dat men bang hoefde te zijn voor repercussies. Binnen de Partij konden hervormers en afwijkende stemmen zich nog laten horen. De oppositie en apolitieke verdedigers van de mensenrechten, die met name tegen de speculatieve praktijken en de corruptie van plaatselijke leiders streden, werden nog getolereerd; ook maatschappelijke organisaties konden in een grijs gebied hun activiteiten ontplooien zonder door de regering in de ban te worden gedaan.

    The Economist betreurt dus terecht, zonder dat met zo veel woorden te zeggen, dat het Westen een wolf (in 
dit geval een tijger) tussen de schapen heeft gezet

    De afgelopen vijf jaar, sinds Xi Jinping aan de macht is, kenmerken zich door een ernstige politieke teruggang: de sfeer van openheid en pluralisme is een halt toegeroepen; dissidenten hebben het zwaarder te verduren dan ooit; reformistische of progressieve stemmen binnen de Partij is het zwijgen opgelegd, want iedereen dient zich 
aan de richtlijnen te houden van het Centraal Comité, oftewel ‘keizer Xi’. 
Op de universiteiten kan niet langer vrijelijk over politieke kwesties worden gedebatteerd; universele waarden zoals mensenrechten, vrijheid en democratie zijn inmiddels taboe. Wie daar nog aan refereert dreigt ontheven te worden van zijn functie als docent en zelfs in de gevangenis te belanden.
    Ondanks alle goede zorgen waarmee het China tientallen jaren heeft omringd blijkt het Westen uiteindelijk alleen maar een ‘kwaadaardige tijger’ te hebben gevoed die vrije concurrentie en politieke openheid de rug toekeert. Diezelfde tijger begint zich zelfs op te werpen als een alternatief voor de westerse waarden door overal op de wereld zijn ‘soft power’ uit te oefenen. The Economist betreurt dus terecht, zonder dat met zo veel woorden te zeggen, dat het Westen een wolf (in 
dit geval een tijger) tussen de schapen heeft gezet. Het probleem is dat die ‘kwaadaardige tijger’ springlevend is, en helemaal volwassen, met zijn scherpe klauwen en zijn puntige hoektanden die blinken dat het een aard heeft. Het Westen kan niet meer betreuren dat het hem heeft gevoed, en als het nog denkt hem tot economische en politieke liberalisering te kunnen verleiden, is dat een volstrekte illusie.

    Auteur: Lu Feng

    Apple Daily
    China | oplage 200.000

    Krant uit Hongkong die in 1995 werd opgericht. Staat bekend om zijn anti-regeringskoers, maar ook om zijn sensationele verslaggeving.

    CONTEXT I: Een nieuwe grootinquisiteur

    Het Chinese parlement, in Beijing bijeen voor zijn jaarvergadering, heeft niet alleen elke wettelijke grens overschreden door het presidentiële mandaat te vernieuwen en Xi Jinping absolute macht te verschaffen, maar ook een verstrekkende reorganisatie van de regeringsorganen in gang gezet. Minder ministeries en meer concentratie van bevoegdheden, dat lijkt het belangrijkste argument voor deze reorganisatie te zijn. Vijftien ministeries en staatssecretariaten verdwijnen. Diverse daarvan zijn in een superministerie van Ecologie en Milieu ondergebracht en er is een ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen gecreëerd, dat de beslissing over het toewijzen van hulpbronnen voortaan in handen van lokale overheden zal leggen, aldus webzine The Diplomat. Ook wordt een nieuw anticorruptieorgaan in het leven geroepen dat meer macht zal krijgen dan politie en justitie.

    CONTEXT II: Machtig anticorruptieorgaan

    Het is vooral de oprichting van een ‘Nationale Toezichtscommissie’, belast met de strijd tegen corruptie, die de aandacht van commentatoren trekt en zelfs tot enkele kritische opmerkingen in juridische kringen leidt. De Toezichtscommissie, die rechtstreeks onder de regering ressorteert en hoger in hiërarchie is dan het opperste volksparket en volkstribunaal, zal worden geregeld bij een wet die werd bekrachtigd op 20 maart, de sluitingsdag van de parlementszitting. Ze zal de strijd tegen corruptie, die in 2012 door Xi Jinping in gang is gezet, naar een hoger plan tillen. Deze strijd, die tot dusver onder de verantwoordelijkheid van de Disciplinaire Commissie van de Communistische Partij viel, heeft sinds 2012 al tot het ontslag 
van tientallen hoge functionarissen geleid en tot sancties tegen honderdduizenden ambtenaren.

    CONTEXT III: De openbare diensten als mikpunt

    De interne disciplinaire Partijcampagne, die in de ernstigste gevallen tot gerechtelijke vervolging heeft geleid, was echter ‘beperkt’ tot Partijleden. De nieuwe commissie zal ook naar anderen een onderzoek kunnen instellen: ‘ambtenaren, leidinggevenden van staatsbedrijven, scholen en medische instellingen, plaatselijke bestuurders, kortom iedereen die een openbare functie vervult’, aldus het Singaporese dagblad Lianhe Zaobao. Bovendien zal de nieuwe wet de commissie de bevoegdheid verlenen mensen gevangen te zetten. ‘Mensen die ervan worden verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan ernstige misdrijven of nalatigheden in de uitoefening van hun beroep, en bij wie de mogelijkheid bestaat dat ze vluchten of zelfmoord plegen, kunnen voor de duur van maximaal zes maanden in hechtenis worden genomen.’

    De instelling van deze nieuwe vorm van hechtenis hangende een onderzoek is een manier om een praktijk te wettigen die al bestond maar tot nu toe in een grijze zone verkeerde, schrijft de South China Morning Post.

    CONTEXT IV: Ongerustheid over het recht der verdediging

    Ook al is hun de afgelopen jaren door de steeds zwaardere repressie het zwijgen opgelegd, juristen die opkomen voor de mensenrechten blijven kritiek uiten op het detentiesysteem dat buiten ieder juridisch kader wordt gehanteerd. Het wetsontwerp inzake het toezicht voorziet in maatregelen die de rechten van verdachten garanderen, maar juristen zijn van mening dat deze maatregelen tekortschieten. Zo zou het wetsontwerp niet voorzien in het recht van verdediging in de aanwezigheid van een advocaat bij het verhoor van iemand naar wie een onderzoek wordt ingesteld.

    CONTEXT V: Anoniem gedicht

    anoniem gedicht

    Ik ben tegen
    Ik ben tegen de noordenwind
    Ik ben tegen de smog
    Ik ben tegen de bedekte en regenachtige ochtenden
    Ik ben tegen de sombere en decadente schemer
    Ik ben tegen de ontregelde jaargetijden
    Ik ben tegen de door elkaar gegooide uren
    Ik ben tegen de gordijnen voor de ramen, tegen de ijzeren deuren
    En die hoge muren
    Ik ben tegen de gecementeerde wegen waar geen bloem of boom kan groeien
    Ik ben tegen de vijvers die zwanen gevangenhouden
    En het prikkeldraad dat ze omgeeft
    Tegen de schoenen die om de voeten knellen
    En de uniforme kleur van hun leer
    Ik ben tegen de mannen die hun vrouwen slaan
    Ik ben tegen de ouders die hun kinderen mishandelen
    Ik ben tegen de kille en plotselinge scheidingen
    Ik ben tegen het verraad
    Ik ben tegen de ondankbaarheid
    Ik ben tegen het voldane gelach
    Ik ben tegen de doordringende kreten
    Ik ben tegen de machteloze snikken
    Ik ben tegen de afstotelijke gezichten
    En die vulgaire liederen die uit hun mond komen
    Ik ben tegen de wind die die liederen verspreidt
    Ik ben tegen het gras dat door de wind wordt platgedrukt
    Ik ben ook tegen mezelf
    Ik ben tegen mijn onbeholpenheid, mijn hebzucht en mijn lafheid
    Maar ik ben niet tegen het schrijven van dit gedicht
    Waarin ik zeg dat ik tegen ben
    Ik ben tegen het geschreeuw van de wereld
    Ik ben tegen de geveinsde kalmte
    Ik ben tegen de grandiositeit
    Ik ben tegen de onderdrukking ervan
    Ik ben tegen de gecensureerde waarheid
    Ik ben tegen de pure onnozelheid
    Ik ben tegen de volgende dagen die zingen
    Ik wil maar één ding: dat jullie samen met mij heel hard roepen
    ‘Ik ben tegen!’

    Ondanks de censuur proberen Chinese internetgebruikers in het geweer te komen tegen de ‘zelfbenoeming’ van keizer Xi. Dit anonieme gedicht heeft veelvuldig gecirculeerd.

  • Trumps handelsoorlog speelt China in de kaart

    Trumps handelsoorlog speelt China in de kaart

    Het is begrijpelijk dat president Trump de Amerikaanse staal- en aluminiumindustrie wil beschermen tegen China, schrijft zakensite Bloomberg. Maar door de importtarieven te verhogen kiest hij voor een ‘Game of Thrones-oplossing’ waarmee hij zijn partners van zich vervreemdt.

    Gary Cohn had een van de zwaarste klussen in Washington: een impulsieve president die stond te popelen om een handelsoorlog te ontketenen daarvan proberen te weerhouden. Nu Cohn is opgestapt als directeur van Trumps Nationale Economische Raad, is de weg voor de president vrij om hoge tarieven te heffen op de import van staal en aluminium uit de hele wereld. Ook heeft Trump meer speelruimte gekregen om China te straffen voor vermeende diefstal van intellectuele eigendom. De Verenigde Staten zijn van plan Chinese investeringen in te dammen en uiteenlopende Chinese goederen hoge invoerbelastingen op te leggen, vertelden goed ingevoerde waarnemers op 6 maart aan Bloomberg News.

    Trump en de nationalisten naar wie 
hij luistert, zoals minister van Economische Zaken Wilbur Ross en handelsadviseur Peter Navarro, hebben een punt. De Amerikaanse staal- en 
aluminiumindustrie is zwaar getroffen door oneerlijke Chinese concurrentie. 
China heeft onder internationale druk een begin gemaakt met de sluiting 
van enkele staalfabrieken. Toch is de productiecapaciteit nog altijd twee keer zo groot als in 2006, het jaar waarin de Chinese staatsraad aan-
kondigde structurele overproductie 
te willen stimuleren. De aluminium-
productie volgt hetzelfde patroon.

    Veel critici doen Trumps belofte 
om de importtarieven te verhogen af als een truc om stemmen te winnen 
of als spierballenvertoon. Dat is het 
misschien ook wel, maar het is meer dan dat

    Trump en zijn adviseurs hebben ook gelijk wanneer ze zeggen dat economische macht uitoefenen een kwestie is van nationale veiligheid en dat China dat spelletje beter beheerst dan de VS. Het is China’s vaste gewoonte om 
buitenlandse bedrijven te dwingen hun intellectuele eigendom af te staan – de kroonjuwelen van elk bedrijf. 
Het is de prijs die ze betalen om zaken te mogen doen in het land. Met het project ‘Made in China 2025’ maakt China middelen vrij voor een scala aan geavanceerde technologieën, zodat 
het land minder afhankelijk wordt van potentiële vijanden als de VS en Japan. In de door het Pentagon opgestelde nationale defensiestrategie voor 2018 beschuldigen de VS China en Rusland ervan ‘de internationale orde van 
binnenuit te ondermijnen’.

    Trump verdient daarvoor alle lof, 
want veel critici doen zijn belofte 
om de importtarieven te verhogen af als een truc om stemmen te winnen 
of als spierballenvertoon. Dat is het 
misschien ook wel, maar het is meer dan dat. Niemand minder dan 
Michael Froman, de voormalige 
handelsadviseur van president Obama en bepaald geen vriend van Trump, zei op 5 februari: ‘Het is in het nationale belang om een sterke eigen staal- en aluminiumindustrie te hebben.’

    Nu is het tragische dat Trump niet China maar de VS tot mondiale steen des aanstoots heeft gemaakt. De nationale veiligheid als rechtvaardiging opvoeren om de invoertarieven te verhogen geeft andere landen het excuus om hetzelfde te doen, waardoor een 
gat ontstaat in het web van handelsovereenkomsten dat de VS de afgelopen decennia zo zorgvuldig hebben gesponnen. En de tarieven aan alle landen opleggen, waarmee Trump heeft gedreigd, slaat een bres in het gezamenlijke front van Amerikaanse handelspartners dat nodig is om 
China een toontje lager te laten zingen. ‘Het zal worden beschouwd als laatste en belangrijkste signaal dat de VS onder Trump niet langer een betrouwbare economische partner zijn,’ zegt Roland Rajah van het Lowy Institute, een in Sydney gevestigde denktank.

    Een Amerikaanse staalarbeider snijdt een nieuw-gegoten plaat staal af in een fabriek in Indiana. – Scott Olson / Getty Images
    Een Amerikaanse staalarbeider snijdt een nieuw-gegoten plaat staal af in een fabriek in Indiana. – Scott Olson / Getty Images

    Critici zijn er als de kippen bij om erop te wijzen dat China de op tien na grootste staalleverancier van de VS is en de op drie na grootste aluminium-leverancier. Trumps tarieven vormen een gevaar voor ongeveer ‘nul procent’ van de Chinese economie, schreef 
Tom Orlik van Bloomberg Economics op 1 maart. Canada, de grootste exporteur van beide metalen naar Amerika, zal 
er veel meer last van krijgen.

    Ineens laait de discussie op over een mogelijke handelsoorlog tussen de 
VS en enkele van hun trouwste bondgenoten. De voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, nam de stoere taal van Trump over tijdens een toespraak in Duitsland op 2 maart: ‘We gaan de tarieven voor bourbon, Harley-Davidson-motoren en Levi’s-spijkerbroeken verhogen. Wij kunnen ook stom doen. We zullen wel zo stom moeten zijn.’ De kop van de Londense krant City A.M. maakte een toespeling op het beroemde nummer ‘American Pie’ van Don McLean: ‘Hit the Chevy with a Levy, Tax Your Whiskey & Rye’.

    Trump twitterde uiteraard terug dat als Europa zou terugslaan, de VS op hun beurt de invoertarieven op 
Europese auto’s zouden verhogen. Op 5 februari zond hij een tweet de wereld in dat hij mogelijk een uitzondering zou maken voor Canada en Mexico als ze bereid waren een ‘nieuwe en eerlijke’ Noord-Amerikaanse vrijhandelsovereenkomst te ondertekenen. Dat ondergroef uiteraard zijn eerdere 
argument dat de tarieven noodzakelijk waren uit oogpunt van nationale 
veiligheid.

    Game of Thrones

    Dat westerse leiders elkaar te dom af proberen te zijn speelt China in de kaart en verklaart misschien waarom Chinese leiders zich relatief stil hebben gehouden. Liu He, een hoge gezant van president Xi Jinping, hield zich gedeisd toen hij Washington bezocht en opriep tot samenwerking. Zoals Napoleon zou hebben gezegd: loop nooit een tegenstander voor de voeten die een verkeerd besluit neemt.

    De reden waarom Trump zijn bondgenoten op handelsgebied blijft aanvallen, is dat hij handel ondanks de inspanningen van adviseurs als 
Cohn beziet vanuit een Game of Thrones-perspectief: als een oorlog waarin een van beide partijen móét verliezen. 
Volgens de trumponomics is export goed en import slecht. Een handelstekort wordt vooral gezien als een bewijs dat de andere partij te kwader trouw is.

    Bij welke docent economie Trump op Wharton ook in de collegebanken heeft gezeten, die zal de huidige situatie met afgrijzen aanschouwen. Twee partijen hebben voordeel bij een internationale transactie, anders zouden ze geen zaken met elkaar doen. Sterker nog: het is heel normaal dat landen een overschot hebben bij sommige partners en een tekort bij andere, precies zoals het hoofd van het huishouden een ‘handelstekort’ bij zijn of haar supermarkt, huisarts of tandarts heeft en een ‘handelsoverschot’ bij zijn of haar werkgever.

    Hoewel een handelstekort met een land natuurlijk niet op problemen wijst, is het voor de VS niet gezond 
om overal ter wereld een hardnekkig tekort te hebben. Betere handelsovereenkomsten kunnen die tekorten terugdringen, doordat ze barrières voor de export van Amerikaanse goederen en diensten wegnemen. Daar heeft Trump gelijk in.

    Maar de Amerikaanse handelstekorten laten ook zien dat het land er niet in slaagt genoeg geld over te houden om in fabrieken, woningbouw, wegen et cetera te investeren. Het handelstekort is het statistische broertje van een gebrek aan middelen: de VS moeten lenen om hun consumptie te financieren, in plaats van dat het land import betaalt met export. Op dat vlak gaat het de verkeerde kant op. De belastingverlagingswet die meer banen moet opleveren, eind 2017 triomfantelijk door Trump ondertekend, zal er alleen maar voor zorgen dat het nationale begrotingstekort toeneemt. Dat zorgt er volgens economen weer voor dat 
het gebrek aan middelen groter wordt, evenals het handelstekort. Als een 
eeneiige tweeling komen het begrotings- en het handelstekort uit ‘dezelfde zygote’, aldus de titel van een 
onderzoeksrapport van de bank 
JPMorgan Chase & Co op 2 maart.


    Door zich onder verwijzing naar het zelden gebruikte ‘lid 232’ van de 
Handelsexpansiewet van 1962 op de nationale veiligheid te beroepen, scheppen de VS een precedent voor het omzeilen van de regels van de Wereldhandelsorganisatie. De WHO is traag 
en lang niet altijd effectief, maar wanneer landen haar beginnen te negeren en elkaar om de oren slaan met hoge tarieven en quota, kan de wereldhandel met een schok tot stilstand komen. Dat zou iedereen parten spelen.

    ‘De nationale veiligheid moet als 
argument voor speciale gelegenheden achter de hand worden gehouden, zoals het hoort,’ zegt Nicole Lamb-Hale, voormalig staatssecretaris van Economische Zaken in de regering-Obama. ‘Andere landen zullen zeggen: “Amerika doet het, dus wij mogen het ook”,’ aldus Lamb-Hale, tegenwoordig directeur bij Kroll Inc., een onderzoeks- en beveiligingsbedrijf.

    Het idee dat de VS hun metaalproductie zouden moeten opvoeren om schepen, tanks en vliegtuigen te vervangen die in de strijd zijn verwoest, is Tweede Wereldoorlogdenken, aldus Jeff Bialos, partner bij advocatenkantoor Eversheds Sutherland in Washington en voormalig staatssecretaris van Defensie in de regering-Clinton. ‘Vandaag de dag gaat het om kwalitatief overwicht,’ zegt hij. Als het schieten begint, 
‘vechten we met wat we hebben’.

    ‘Doen hetzelfde als China’

    Dat Trump met een handelsoorlog dreigt, maakt het lastiger om gecoördineerd op te treden tegen de nationalistische Chinese handels- en investeringsagenda. Duitsland is sinds 2016 een stuk scherper op zijn beleid op 
het gebied van buitenlandse investeringen. In dat jaar verijdelden de VS 
de verkoop van Aixtron, een Duitse fabrikant van apparatuur voor de 
productie van halfgeleiders, aan een Chinees investeringsbedrijf door de aankoop van de Amerikaanse tak te dwarsbomen. In september stelde Commissievoorzitter Juncker een 
systeem voor de hele EU voor om directe investeringen vanuit het buitenland te screenen. Vorig jaar gaf Australië opdracht tot het opstellen van een 
landelijk register van kwetsbare overheidsbezittingen. Het register dient om bestuurders te informeren die moeten besluiten over transacties waarbij de nationale veiligheid in het geding kan zijn. De Australiërs waren zich namelijk rot geschrokken toen een Chinese investeerder rechtstreeks met de overheid van de Northern Territory onderhandelde over de lease – 99 jaar lang! – van Darwin, een haven pal onder de neus van de Amerikaanse marine.

    Maar op dit moment lopen de VS het gevaar hun morele gelijk inzake handel en investeringen kwijt te raken. Daniel Rosenthal, adviseur bij Kroll op het gebied van buitenlandse investeringen in de VS, zegt dat de VS China al jaren de les lezen omdat het de nationale veiligheid als excuus gebruikt. Rosenthal: ‘We ondergraven ons eigen standpunt, want intussen doen we precies hetzelfde.’

    Auteur: Peter Coy

    Bloomberg
    Verenigde Staten | bloomberg.com

    Opgericht door Michael Bloomberg, de burgemeester van New York. Richt zich op de zakelijke en financiële markt.

  • Arabisch feminisme 
vind je op Facebook

    Arabisch feminisme 
vind je op Facebook

    De Palestijnse feministe Samah Salaime vond op het 
sociale netwerk tal van getuigenissen van vrouwen die zich langzaam ontworstelen aan tradities.

    Onlangs heeft een van mijn Facebook-vriendinnen me toegevoegd aan een groep Arabische vrouwen. ‘O nee! Weer zo’n suf groepje!’ dacht ik meteen. Maar goede feministe als ik ben, kon ik uiteraard de verleiding niet weerstaan er een blik op te werpen.

    Ik vond op deze pagina getuigenissen van Arabische vrouwen van alle leeftijden en uit alle uithoeken van Israël: moslima’s, druzen en christenen, meer of minder belijdend, getrouwd of vrijgezel. Zowel ontroerende verhaaltjes als pretentieloze anekdotes, confidenties over grote liefdes en al even 
grote teleurstellingen, verhalen over 
existentiële crises en een nieuw begin.

    Veerkracht

    De afgelopen jaren hebben tienduizenden vrouwen op Facebook een podium gevonden om zich te uiten. Het zijn leraressen, sociaal werksters, verpleegkundigen, zakenvrouwen en zelfstandig privécoaches die praktisch alle onderwerpen op hun pagina’s aansnijden.

    Zo stuitte ik op het verhaal van een jonge vrouw, Lamis, wier moeder 
tijdens de bevalling is overleden en die vanaf haar geboorte de naam draagt van een moeder die ze nooit heeft gekend of in de ogen gekeken. Lamis, te vroeg geboren met een lichamelijke handicap, beschrijft de moeilijkheden waarmee ze sinds haar kinderjaren kampt en weidt uit over de verschillende fases van haar leven. Momenteel geeft ze leiding aan een re-integratieprogramma voor jonge gehandicapten uit de Arabische gemeenschap. De naam van haar programma is ‘I can’.

    Hanan, een heel bijzondere vrouw van dertig, heeft haar getuigenis geïllustreerd met een foto van een tatoeage op haar arm: een esculaap, het symbool van de geneeskunde, met het onderschrift ‘Ik beloof dat ik het weer oppak’. Nadat ze geneeskunde was gaan studeren kreeg ze een ernstig ongeluk waardoor ze eenzijdig verlamd raakte. Ze zwoer dat ze als ze erbovenop zou komen haar studie weer zou oppakken, en maakte haar droom waar. Na een periode als EHBO’er te hebben gewerkt vatte ze de moed om terug te keren naar de medische faculteit, zoals ze zichzelf had beloofd, waar ze momenteel afstudeert als medisch onderzoeker. De vrouwen uit deze Facebook-groep hebben comfortabele posities opgegeven om hun kinderdroom te verwezenlijken. Fitnessinstructrices en gezondheidscoaches, leidsters van vrouwelijke wielrenploegen, een vrouw die haar baan bij een vrouwenorganisatie vaarwel zegde om styliste en modeontwerpster te worden.

    “Als ik naar de universiteit ging, streek hij mijn kleren”, vertrouwde ze me op een avond op Facebook toe

    Marianna, moeder van vier kinderen, verloofde zich op haar vijftiende en was zwanger toen ze eindexamen deed. ‘Een vroeg huwelijk’: dat was genoeg om meteen alle rode lampjes bij mij te doen branden. Toch heb ik niet te snel geoordeeld en ben ik door blijven lezen. Daarna nam ik contact met haar op om haar beter te kunnen begrijpen. Ze vertelde me over haar man, die haar niet alleen ‘toestemming’ had gegeven om te studeren en werken, maar haar ook echt steunde en haar dromen en ambities deelde. Geheel in tegenstelling met de in zijn milieu geldende normen zorgde hij voor de baby, en daarna voor het broertje dat anderhalf jaar later kwam, en stelde hij alles in het werk om zijn vrouw haar vleugels te laten uitslaan. ‘Als ik naar de universiteit ging, streek hij mijn kleren’, vertrouwde ze me op een avond op Facebook toe. ‘Ik kolfde voordat ik naar college ging, het huis was een puinhoop en het kwam voor dat de gootsteen vol vuile vaat stond 
en dat er niet één schoon lepeltje meer te vinden was. Maar hoewel ik daarna nog twee kinderen kreeg, lukte het me om af te studeren. Nu ga ik op zoek naar een baan en gaat mijn man door met zijn islam- en shariastudie. Want hij is imam in een moskee.’

    Imam? Ik wist niet wat ik hoorde. ‘Ja, hij is heel gelovig, en hij is heel oprecht en eerlijk. Hij behandelt me met alle egards die zijn geloof en zijn religieuze wet voorschrijven. De islam heeft niets tegen ambitie, en mijn man steunt me volledig bij mijn pogingen gelukkig te worden en me te ontplooien. Hij is aanwezig geweest bij mijn drie diploma-uitreikingen: mijn eindexamen, mijn bachelor en mijn master. Dat is inderdaad iets wat je niet vaak hoort,’ voegt ze eraan toe.

    © Ali Al-Shehabi  (Zie ook de toelichting onderaan)
    © Ali Al-Shehabi (Zie ook de toelichting onderaan)

    Ik had misschien liever gehad dat ze niet in haar eindexamenjaar was getrouwd, maar wie ben ik om te 
oordelen over het hart van een meisje dat weet wat ze met haar leven wil?

    Steeds meer vrouwen laten zich op het internet met ontroerende eerlijkheid van hun feministische kant zien. Het zijn geen verhalen die de voorpagina’s van kranten zullen halen, maar ze geven de lezeressen een gevoel van macht, helpen hen steviger in hun schoenen te staan en laten ze zien 
dat ze niet alleen zijn.

    In het veelsoortige ecosysteem van Facebook vind je vrouwen die op allerlei gebieden werkzaam zijn en hun dromen najagen, daarin slagen en zich ontplooien. Waarom zou je naar een Hollywoodfilm als Wonder Woman gaan om een vrouw te zoeken die haar lot in eigen hand neemt, obstakels uit de weg ruimt en met hetzelfde gemak plafonds van glas en beton doorbreekt, als je op Facebook zulke vrouwen kunt vinden die veel dichter staan bij de Arabische meisjes die hun eerste 
stappen in het leven zetten?

    Ik werk al twintig jaar met Arabische vrouwen. En elke keer weer ben ik getuige van de stille revolutie die deze vrouwen dag in dag uit in hun natuurlijke omgeving ontketenen. Met kleine stapjes leiden ze ons en onze samenleving naar een betere en inspirerendere toekomst.

    Sommigen van ons hebben het geluk gehad dat ze door hun ouders gemotiveerd en aangemoedigd zijn. Anderen hebben hun ouders nooit gekend en zijn slachtoffer geworden van geweld, onrechtvaardigheid en traumatische ervaringen. Er zijn vrouwen bij die fysieke, seksuele of psychologische mishandeling hebben ondergaan. Sommigen slaan zich er helemaal in hun eentje doorheen, maar de meesten van ons hebben in elk geval iemand 
die in ons gelooft. Om in het leven te slagen hebben Arabische vrouwen, zoals alle vrouwen ter wereld, 
soms maar één iemand nodig die hen begrijpt, plus de onbedwingbare wil om vooruit te komen.

    Met vreemde ogen

    Ik heb me afgevraagd waarom dit fenomeen me zo ontroerde en begeesterde. Zijn die tienduizenden sterke, actieve, onafhankelijke vrouwen een uitzondering? En zo ja, door wie worden de regels waarop ze een uitzondering 
vormen dan opgelegd?

    Ik ben tot de conclusie gekomen dat mijn enthousiasme zich deels laat 
verklaren door het ongelooflijk grote aantal getuigenissen van vrouwen die erin zijn geslaagd zich te ontplooien, wat me alleen maar sterkt in mijn feministische overtuiging. Aan de andere kant benadrukt mijn enthousiasme dat zelfs iemand zoals ik, die doorgaat voor een ‘verlichte Palestijnse’, het leven van de vrouwen uit haar gemeenschap met vreemde ogen blijft bezien. Het wordt hoog tijd daar verandering in aan te brengen.

    De ‘normale’ ontwikkeling van vrouwen in de Arabische samenleving 
verloopt volgens een westers patroon dat een onveranderlijke volgorde van de verschillende levensfases van de vrouw impliceert: schooltijd, jongens, werk, huwelijk, carrière en de ontplooiing van haar mogelijkheden. Daarom is elk verhaal dat ook maar enigszins afwijkt van deze normale sequens in mijn ogen een ‘indrukwekkende’ uitzondering. Vooral als het goed afloopt. Ze is immers tegen alle verwachtingen in geslaagd; ondanks dat ze een 
Arabische vrouw is, uit een dorp in het noorden of een stam in het zuiden komt, een hidjab draagt, is opgegroeid in een traditionele gelovige familie, jong is getrouwd, veel kinderen heeft gekregen, en heel wat andere obstakels heeft overwonnen – die vooral in onze gedachten bestaan.

    Van alle vrouwen die hun verhaal vertelden hebben vele niet het westerse persoonlijke ontwikkelingspatroon gevolgd. Zij hadden gewoon een ander uitgangspunt, of ze nou uit vrije wil handelden, of omdat ze geen andere keus hadden. In plaats van hun school af te maken, een vervolgopleiding te doen, te werken en daarna een gezin 
te stichten, heeft de overgrote meerderheid van de Arabische vrouwen 
een enigszins ander parcours gevolgd, waarbij liefdesbetrekkingen en seksualiteit onverbrekelijk verbonden zijn met het gezin en het instituut huwelijk. Ze proberen niet zozeer aan deze voorwaarden te tornen, maar gaan stug hun eigen gang ondanks de geldende omstandigheden. Het verlangen de regels te schenden en te normale gang van zaken te trotseren komen 
van binnenuit en met de jaren.

    We durven nog niet van de “verantwoordelijkheid” van de echtgenoot te spreken of te zeggen dat hij onze keuzes moet respecteren. We 
durven nog niet hardop ”Ik heb het allemaal zelf gedaan” te zeggen of openlijk over gelijkheid te praten

    Ik ben zelf op mijn twintigste getrouwd en kreeg op mijn eenentwintigste mijn eerste kind, zonder ook maar een moment stil te staan bij de gevolgen die dat zou hebben voor mijn studie en mijn carrière. Het heeft me enkele jaren gekost om te begrijpen dat ik voor een andere weg had kunnen kiezen. Maar één ding is zeker: in de Arabische samenleving zijn de sociale normen voortdurend in ontwikkeling, vooral dankzij de tienduizenden vrouwen die het er niet bij laten zitten.

    De vrouwen die zich uitspreken in deze verschillende Facebook-groepen hebben ook een partner: de nieuwe Arabische man.
    Het merendeel van de actieve vrouwen is getrouwd, en ook bij hun echtgenoot voltrekt zich een langzame, radicale en soms pijnlijke revolutie. De bevoorrechte status van de man die de scepter over het gezin zwaait omdat hij nu eenmaal een man is (iets wat men in feministische termen het patriarchaat noemt) wordt steeds meer ter discussie gesteld in het licht van nieuwe sociaaleconomische ontwikkelingen.

    De vrouw van tegenwoordig werkt, studeert, beslist mee en deelt de economische en familiale verantwoordelijkheden met haar echtgenoot. De man neemt niet meer dezelfde plaats in als vijftig jaar geleden.

    De meeste vrouwen met wie ik contact heb gehad prezen hun geweldige 
partner, die hen had gesteund en 
aangemoedigd en dankzij wie ze waren geslaagd in wat ze hadden ondernomen. We durven nog niet van de ‘verantwoordelijkheid’ van de echtgenoot te spreken of te zeggen dat hij onze keuzes moet respecteren. We 
durven nog niet hardop ‘Ik heb het allemaal zelf gedaan’ te zeggen of openlijk over gelijkheid te praten. 
Maar ik zou niets willen afdoen aan het ideaalbeeld dat deze vrouwen 
wensen voor te spiegelen, en een goede verstandhouding binnen het huwelijk kan alleen maar op waarde worden geschat.

    Toch is de gelijkheid tussen man en vrouw nog heel ver weg en heeft de feministische revolutie nog een lange weg te gaan.

    De Arabische man begint getuige te worden van de langzame en moeizame bewustwording van de vrouwen in zijn omgeving, die zich nog in een beginfase bevindt. Ik ben ervan overtuigd dat er een moment zal komen dat onze mannen, vaders, broers en zoons zich wel zullen moeten schikken in deze veranderingen en in de revolutie die tot een moderne Arabische man zal leiden, tot een nieuw idee over viriliteit. Er zullen natuurlijk altijd mannen blijven zijn die, omdat ze zich niet in de veranderingen kunnen vinden, 
hun vrouw weer onder de duim zullen proberen te krijgen en voorwendsels zullen zoeken om geweld, onderdrukking en andere vormen van dominantie te rechtvaardigen.

    Daarom, dames en heren, ontdoe ik mij hier en nu van een van die dikke lagen van westers feministisch bewustzijn die zich op mijn lichaam hebben afgezet en vervang ik die door de zachte, tere, onvolmaakte maar authentieke sluier van het Arabische feminisme. 
Ik zal de bevrijding van de Arabische vrouw niet langer als een vorm van eenrichtingsverkeer beschouwen, ik zal niet langer van mening zijn dat de enige legitieme weg de weg is die ons wordt opgelegd door de Israëlische samenleving of het westers feminisme. Het Arabische bevrijdingsproces is 
valide op zich, zonder dat we het ritme van onze veranderingen hoeven te 
vergelijken met dat van andere samenlevingen. De ‘sociologische gps’ moet gewoon de Arabische kaart leren lezen en zich aanpassen.

    Auteur: Samah Salaime

    Samah Salaime (te zien in het openingsbeeld) werd geboren in het noorden van Israël in een gezin van Palestijnse vluchtelingen. Ze behaalde een master Maatschappelijk Werk aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. In 2009 richtte ze de ngo Arab Women in the Center (AWC) op, die vrouwen aanmoedigt voor zichzelf op te komen. Deze ngo strijdt vooral tegen het geweld waaraan vrouwen in de Arabische gemeenschap worden blootgesteld. AWC spoort vrouwen en meisjes ook aan om een actieve rol te spelen in het protest tegen de verwoesting van Palestijnse huizen door het Israëlische leger.

    Bij het beeld van de twee vrouwen:

    De Bahreinse fotograaf Ali Al-Shehabi (23) putte voor zijn serie Freej Sisterhood uit zijn jeugdherinneringen aan de wijk Al Karama in Dubai. Als kleine jongen ontmoette hij vaak gesluierde vrouwen die hun inkopen kwamen doen in de buurt. Dit leidde tot de serie Freej Sisterhood (Freej betekent buurt in het Arabisch van de Golf).

  • 4. Sta ook eens stil 
bij het lot van 
de Arabische vrouw

    4. Sta ook eens stil 
bij het lot van 
de Arabische vrouw

    Prima, die #MeToo-discussie. Maar bezien vanuit de Arabische wereld – waar vrouwen op grote schaal worden uitgehuwelijkt, vermoord en verkracht – heeft ze iets gênants, schrijft de Libanese journaliste Diana Moukalled.

    Eigenlijk zouden we het Iraakse parlementslid Jamila Al-Obeidi, die plotseling beroemd is geworden met haar pleidooi voor polygamie, dankbaar moeten zijn. Zij vindt zelfs dat Irakezen toestemming moeten krijgen om een tweede, een derde en een vierde vrouw te nemen zonder dat met hun eerste vrouw te bespreken, omdat dat volgens haar een oplossing zou zijn voor het probleem van 
de weduwen en gescheiden vrouwen. Ze verscheen in het ene tv-programma na het andere om haar opvattingen over vrouwen te promoten. Aanvankelijk waren de reacties op haar idee sarcastisch, maar nu zou het wel eens bewaarheid kunnen worden want het is inmiddels een wetsvoorstel dat aan het Iraakse parlement zal worden voorgelegd.

    Eigenlijk zouden we haar dankbaar moeten zijn; haar initiatief kwam op het moment dat ik geheel in beslag werd genomen door een andere discussie, die zich voornamelijk afspeelt tussen Hollywood en Parijs. Ik heb het over het vervolg op de #MeToo-campagne die de val van beroemdheden uit de wereld van de media, de kunst en de politiek heeft veroorzaakt. Daarop kwam de verrassing uit Parijs, in de vorm van een manifest dat was ondertekend door honderd vrouwen, onder wie Catherine Deneuve. Binnen een paar uur raakte de westerse wereld in een verhit debat verzeild over de vraag waar de vrijheid die het individu zou moeten hebben, omslaat in een overmaat aan machismo dat via misbruik van macht en invloed leidt tot seksuele intimidatie.

    Ik kan niet voorkomen dat ik me beledigd voel door het ongezond elitaire karakter van dit debat, dat enerzijds eer betoont aan slachtoffers van seksuele agressie en anderzijds weigert de vrouw alleen als slachtoffer te zien

    Waar eindigt de individuele vrijheid? Vanaf welk punt is er sprake van agressie? Kan het artistieke scheppingsproces dienen om intimidatie toe te dekken? Zo stond de westerse discussie ervoor… toen ik het nieuws hoorde over mevrouw Al-Obeidi en haar campagne voor polygamie in Irak. Daardoor kwam ik weer met mijn voeten op de grond terecht en besefte ik weer hoe het er met ons, Arabische vrouwen, voorstaat.

    De feministische strijd waarmee wij hier in de regio te maken hebben, is van een heel andere orde. Ik vind niet dat ik het recht heb om een mondiale discussie over seksuele vrijheden weg te wuiven, maar ik kan niet voorkomen dat ik me beledigd voel door het ongezond elitaire karakter van dit debat, dat enerzijds – in Amerika – eer betoont aan slachtoffers van seksuele agressie en anderzijds – in Frankrijk – weigert de vrouw alleen als slachtoffer te zien. Ik kan alleen maar spreken vanuit mijn positie als Irakese, Syrische, Jemenitische, Saoedische, Egyptische, Tunesische…

    Privilege

    Al zeven jaar worden vrouwen in Syrië vermoord 
en verkracht, en wij zijn niet in staat hen te beschermen. Zoals de Syrische Mariam Khalaf het in de documentaire Syrie, le cri étouffé zegt over de systematische verkrachtingen onder het regime van Bashar al-Assad: ‘[Westerlingen] zullen deze film bekijken, 
er een naar gevoel van krijgen, en dan weer overgaan op iets anders.’ Dat is inderdaad de houding van de wereld tegenover de fysieke en morele vernietiging van duizenden en duizenden vrouwen in Syrië, 
om nog maar niet te spreken van de mannen en 
kinderen die ook een hoge prijs hebben betaald.

    Amerika maakt zich druk om het lot van Hollywoodsterren die seksueel geïntimideerd worden. 
De Parijse intellectuelen maken zich druk om wat 
zij beschouwen als preutsheid en een aanslag op het vrouw-zijn. Maar de wereld maakt zich nauwelijks druk om het verhaal van Mariam en duizenden – 
wat zeg ik? – miljoenen andere vrouwen uit haar land die veel erger geweld moeten ondergaan.

    Ik ken niet één vrouw die geen ervaring heeft met seksuele intimidatie. Het is mij ook overkomen. Ja, 
ik en veel andere vrouwen kunnen dat achter ons laten en verdergaan. Maar ik zie wel dat er ook andere vrouwen zijn die niet weten hoe ze verder moeten. Ik besef dat je niet alles door elkaar moet halen. Dit soort zaken is complex en moeilijk te ontwarren. Maar hoe kun je dit trans-Atlantische debat anders zien dan als een privilege, voorbehouden aan een elite, een luxe die wij ons niet kunnen veroorloven, wij die in landen leven waar onophoudelijk geweld tegen het lichaam en de ziel van vrouwen wordt gepleegd? Zolang men het niet nodig vindt 
om deze vrouwen te redden, heeft het huidige debat iets gênants, ja zelfs iets onfatsoenlijks.

    Auteur: Diana Moukalled
    Vertaler: Annemie de Vries

    Daraj
    Libanon | daraj.com

    Pan-Arabische nieuwssite met grootse ambities, 
o.a. om taboes te doorbreken. Richt zich vooral 
op millennials.

  • China wil niet langer het afvoerputje van de wereld zijn

    China wil niet langer het afvoerputje van de wereld zijn

    Begin dit jaar is China gestopt met het importeren van 24 soorten afval uit het Westen, die het vroeger recyclede. Zoals wordt aangekondigd in dit verhaal uit augustus 2017 wil het land zich meer gaan toeleggen op milieubescherming en het hergebruik van eigen afval.

    Op 28 maart 2005 verscheepte het Britse afvalverwerkingsbedrijf Grosvenor Waste Management in Kent duizend ton ‘schoon oud papier’, verdeeld over vijftig containers. Het schip vertrok vanuit de haven van Felixstowe en begon aan een lange reis over de Atlantische Oceaan en daarna via het Panamakanaal, met als eindbestemming China.

    Maar het enorme containerschip had nauwelijks 163 mijl afgelegd of het werd aangehouden door de Nederlandse politie. Na het openmaken van de containers constateerde deze dat die met vervuild en ongesorteerd afval waren gevuld, zoals plastic zakken, batterijen, blikjes en oude kleren. Het schip mocht zijn reis niet vervolgen en werd naar de haven van Rotterdam begeleid. [Toen Grosvenor in 2007 in Groot-Brittannië werd aangeklaagd wegens illegale export van niet-recycleerbaar afval, bekende het bedrijf schuld en betaalde een boete van 55.000 pond.] Deze verrassingscontrole opende de Chinezen voor het eerst de ogen voor de ‘commerciële bedoelingen’ van bepaalde individuen op het gebied van recycling van buitenlands afval.

    De affaire is inmiddels twaalf jaar geleden, maar het kat-en-muisspel gaat door: containerschepen met duizenden tonnen vast afval verlaten de havens en als ze bij de Chinese kust arriveren weten ze aan de waakzaamheid van de douaniers te ontsnappen dankzij valse verklaringen, door de frauduleuze lading achter andere producten te verstoppen of door de douane simpelweg te omzeilen.

    De import van bepaald vast afval is toegestaan op Chinees grondgebied. Dan gaat het om producten die transformeerbaar zijn tot industriële grondstoffen: gebruikt plastic, papier en karton, rubberproducten of slakken die overblijven na het smelten van edelmetaal. Maar ook afval dat niet geïmporteerd mag worden, mag zich in een warme belangstelling verheugen.

    Buitensporige winsten

    Volgens het Institute of Scrap Recycling Industries (ISRI), een overkoepelend orgaan van Amerikaanse recyclingbedrijven, importeerde China in 2016 het equivalent van 5,6 miljard dollar aan gebruikte metalen uit de Verenigde Staten. En 155.000 Amerikaanse banen zijn afhankelijk van de export van afval naar China, zegt Robin Wiener, de voorzitter van ISRI.

    China is momenteel de grootste importeur ter wereld van vast afval, met jaarlijkse volumes die overeenkomen met 56 procent van de wereldproductie van dit afval. In 2016 importeerde het land bijvoorbeeld 7,3 miljoen ton plastic, met een waarde van 3,7 miljard dollar.
    Deze gigantische commerciële mogelijkheden zijn koren op de molen van weinig scrupuleuze lieden. Volgens een onderzoek van een internationale organisatie zou er vanuit ontwikkelde landen elk jaar 50 miljoen ton gevaarlijk afval worden verscheept naar ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika, waarbij China het voornaamste slachtoffer is.

    Onderzoek door diverse media naar illegaal geïmporteerd afval in China heeft de volgende cijfers opgeleverd: hiervoor wordt 114 euro per ton berekend, waarvan 8 dollar voor de tussenpersoon. Na bijtelling van verdere kosten, met name de importheffingen, draaien de reële kosten per ton illegaal afval rond de 1000 à 1100 yuan (125 à 140 euro). En in gesorteerde vorm levert oud papier ongeveer 2000 yuan (250 euro) per ton op, plastic zoals water- en melkflessen tussen de 7000 en 10.000 yuan (900 à 1300 euro) en aluminiumproducten zoals blikjes rond de 4000 yuan (500 euro).

    In de sector van textielrecycling zijn de winsten nog buitensporiger. Chinese handelaren kopen illegaal geïmporteerd buitenlands afval voor tussen de 100 en 200 yuan per ton als het voornamelijk uit gebruikte kleren bestaat. Als het vervolgens goed is gesorteerd, kunnen ze het doorverkopen voor 2 yuan per kilo. En ook als je het arbeidsloon ervan aftrekt, blijft er nog een enorme marge over. Zelfs als bijna de helft van de oude kleren uiteindelijk niet verkoopbaar blijkt en eindigt in de vuilnisbak, weten deze handelaren over het algemeen hun inkoopprijs te vertienvoudigen.

    Arbeiders verwerken vuilnis bij de plaats Taicang aan de rivier Jangtsekiang. – © Getty Images
    Arbeiders verwerken vuilnis bij de plaats Taicang aan de rivier Jangtsekiang. – © Getty Images

    Hoe kunnen de verschillende schakels van deze illegale importketen bestaan? Hoe functioneert het allemaal?

    Op het gebied van vast afval kennen de ontwikkelde landen in Europa en Amerika sterk uiteenlopende regelingen, maar de controle op de export ervan kenmerkt zich over het algemeen door een zekere laksheid. Zo is de procedure om afval uit het Verenigd Koninkrijk te exporteren uiterst simpel.

    Stap 1: een vergunning krijgen (moeilijkheidscoëfficiënt: 1).
    Hoewel de Britse wet de export van vervuild afval als illegaal aanmerkt, is de export van ‘gemengd’ recycleerbaar afval geen enkel probleem. De bedrijven, die aan geen enkele speciale controle worden onderworpen, hoeven alleen maar het etiket ‘oud papier’ op de balen afval te plakken om gemakkelijk de benodigde vergunning te verkrijgen.

    Stap 2: een containerschip vinden (moeilijkheidscoëfficiënt: 1).
    Volgens statistieken van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt wereldwijd 85 procent van de verhandelde goederen (in termen van waarde) over zee vervoerd. Gezien het tekort op de handelsbalans van de westerse landen met China is er aan schepen geen gebrek!

    Volle lading afval

    Een groot deel van de in China geproduceerde goederen wordt naar Europa of Amerika geëxporteerd, maar het gebeurt maar zelden dat een schip met een lading van gelijke waarde naar China kan terugkeren. Als deze schepen leeg terugvaren, is dat pure verspilling. ‘Het is gebruikelijk dat containerschepen met een volle lading afval naar China terugvaren,’ zegt Ben Bredshaw, de voormalige Britse staatssecretaris van Milieu.

    China heeft al lange tijd een groot overschot op de handelsbalans met de ontwikkelde landen (in 2017 was het overschot met de Verenigde Staten 246 miljard dollar en 127 miljard met de Europese Unie). Dit verklaart het ontstaan van een grijze zone van illegale afvaltransporten, om de containerschepen maar niet leeg te laten terugkeren.

    In China is het sorteerproces nog niet up-to-date en wordt er bovendien de hand mee gelicht. Zodoende zijn de kosten van het inzamelen en recycleren van afval hoog, een andere reden waarom de illegale afvalimport een hoge vlucht heeft genomen. Omdat de Chinese bevolking zich nog onvoldoende bewust is van het belang van afvalscheiding, zitten er veelvuldig huishoudelijke resten tussen het ingezamelde afval en zelfs weggegooide geneesmiddelen tussen het oud papier en de plastic voorwerpen. Bovendien hebben de kleine ambulante inzamelaars, die een belangrijke schakel zijn in de afvalverwerkingsketen, niet bijster veel kennis van sorteertechniek. Dat alles heeft directe gevolgen voor de kosten en de kwaliteit van de recyclage in China.

    Zoals we hebben kunnen constateren, is het kostbare en weinig herbruikbare karakter van het Chinese afval reden voor veel chemische bedrijven om liever met buitenlandse leveranciers in zee te gaan. ‘Het kost maar zo’n 1400 yuan om (legaal) een ton plastic te importeren dat aan de normen voldoet, tegen 5000 yuan voor een ton Chinees plastic,’ constateert een van onze ondervraagden verbitterd.

    Waarom zou je de import van dit afval willen verbieden dat beantwoordt aan een vraag van de industrie en andere ondernemingen, en dat de containerschepen maar al te graag willen vervoeren?

    Op 27 juli 2017 heeft het directoraat-generaal van de Raad van Buitenlandse Zaken het ‘Plan voor het verbod op de import van bepaald afval en de bevordering van een hervormingssysteem voor de controle op vast afval’ gepubliceerd. Daarin werd het verbod voorzien, uiterlijk eind 2017, ‘op alle import van vast afval dat een belangrijk risico vormt voor het milieu en de volksgezondheid, zoals plastic huishoudafval, ongesorteerd oud papier, bepaalde textielsoorten en afval dat afkomstig is uit de productie van staal (dat met name vanadiumresten bevat). Eind 2019 wil China een eind hebben gemaakt aan de import van vast afval en die hebben vervangen door plaatselijke producten.’

    Maar waarom zou je de import van dit afval willen verbieden dat beantwoordt aan een vraag van de industrie en andere ondernemingen, en dat de containerschepen maar al te graag willen vervoeren?

    Dit besluit laat zich vooral verklaren vanuit de wens om het milieu te beschermen, want degenen die zich bezighouden met de verwerking van illegaal geïmporteerd afval dragen onvoldoende zorg voor ecologische recyclage. Volgens ons onderzoek gaat het vaak om vervuilende bedrijven, die op een anarchistische wijze te werk gaan en de regels aan hun laars lappen. Soms hebben ze niet eens zuiveringsinstallaties en wordt de naaste omgeving ernstig vervuild door hun uitstoot. Ook kan het illegaal geïmporteerde afval schadelijke giftige substanties bevatten zoals bacteriën, waarmee het personeel van de betrokken bedrijven rechtstreeks kan worden besmet.

    Op 18 juli jongstleden heeft China de Wereldhandelsorganisatie officieel te kennen gegeven dat het vóór eind 2017 wilde stoppen met de import van 24 soorten afval van vier verschillende klassen. In de brief die aan de WTO werd gestuurd, meldde de Chinese minister van Milieu: ‘Wij constateren dat grote hoeveelheden vervuild en gevaarlijk afval worden vermengd met recycleerbaar vast afval, wat voor China ernstige milieuvervuiling met zich meebrengt. Om het milieu en de volksgezondheid te beschermen moet de lijst van vast afval waarvan de import is toegestaan dringend worden herzien en moet de export van het meest vervuilende vaste afval naar ons grondgebied worden verboden.’

    Auteur: Yuan Yuan
    Vertaler: Peter Bergsma

    Guoji Jinrong Bao
    China | ifnews.com

    Dit financiële blad maakt deel uit van de Renmin Ribao (People’s Daily)-groep, het orgaan van de Chinese Communistische Partij.

    CONTEXT: Afvalverbod

    Sinds 1 januari verbiedt China de import van 24 categorieën vast afval, waaronder karton, ongesorteerd papier, bepaalde residuen van ijzer- of staalproductie, bepaalde textielsoorten zoals wol en katoen en acht soorten plastic, zoals folie, PVC en PET. Ook wordt de strijd tegen smokkelhandel opgevoerd door middel van meer douanecontrole en controle van recyclingbedrijven. Jarenlang heeft China zijn economische groei bevorderd met de massale import van afval, dat tot grondstoffen werd verwerkt. Maar nu het land met enorme milieuproblemen wordt geconfronteerd, wil het zijn sorteer- en recyclingketens verder ontwikkelen om de inhoud van zijn eigen vuilnisbakken te kunnen verwerken.

  • Saoedi-Arabië is ons vijgenblad

    Saoedi-Arabië is ons vijgenblad

    Saoedi-Arabië wordt vaak gezien als bron van alle kwaad in de islamitische wereld. Maar wie van het land een zondebok maakt, ontslaat moslims van zelfkritiek, vindt een Marokkaanse journalist.

    Terrorisme? IS? Vervolging van minderheden en cultureel conservatisme? Allemaal de schuld van Saoedi-Arabië. Het koninkrijk is de bron van alle kwaad, het kwaad dat we nog niet kennen inbegrepen, dat is welbekend. Je vraagt je bijna af hoe men het een eeuw geleden klaarspeelde om misstanden te verklaren, want in die tijd was Riyad [de hoofdstad] niet meer dan een door woestijn ingesloten vorstendom.

    Irrationele ‘saoedifobie’ en blinde ‘saoedifilie’ bestaan naast elkaar. Van dat laatste verschijnsel kennen we de oorzaak, of menen we die te kennen: oliedollars hebben Riyad wereldwijd trouwe volgelingen opgeleverd. Wat de haat betreft die alleen al het woord ‘Saoedi-Arabië’ opwekt: die zou voortkomen uit het bondgenootschap van de Saoedi’s met westerse imperialisten, en uit hun hardnekkige homofobie en onderdrukking van vrouwen.

    Islamitisch reveil

    Deze kijk op de wereld schiet op zijn zachtst gezegd ernstig tekort. Hoe rijk en ondernemend het koninkrijk ook is, niet alle gebreken van de huidige islamitische wereld kunnen eraan worden toegeschreven. Waarom wordt dat dan toch zo gretig te pas en te onpas gedaan?

    Omdat een zondebok ons vrijwaart van zelfkritiek. Wanneer we van het wahabisme de belangrijkste bron van neurotisch islamitisch hyperconservatisme maken, de Saoedische politiek als enige oorzaak opvoeren voor de depolitisering van omringende landen, het Saoedische geld als voornaamste reden noemen voor het succes van de politieke islam, dan kopen we ons voor een zacht prijsje vrij van alle schuld aan wat er mis met de huidige Arabisch-islamitische samenlevingen en hoeven we geen tijd te besteden aan pijnlijk zelfonderzoek.

    Het brede religieuze reveil en de daaropvolgende strijd om culturele en sociale hegemonie die de islamisten met overige politieke krachten uitvochten, staan los van Saoedi-Arabië. Want dat stelde In de negentiende eeuw, toen deze strijd grotendeels zijn beslag kreeg, nog bitter weinig voor. De islamitische heropleving voltrok zich in Caïro, Damascus, Tripoli, Libanon. Het wahabisme – de religieuze doctrine van Saoedi-Arabië – is dan alleen nog een primitief en aan de rand van de islamitische wereld werkzaam onderdeel van deze heropleving.

    Riyad, de hoofdstad van Saoedie-Arabië, was een eeuw geleden  nog een door woestijn ingesloten vorstendom. – © Wikimedia
    Riyad, de hoofdstad van Saoedie-Arabië, was een eeuw geleden nog een door woestijn ingesloten vorstendom. – © Wikimedia

    In de negentiende eeuw waren noch de Syrisch-Egyptische salafisten en hun volgelingen in de Maghreb en op het Indiase subcontinent, noch de politieke activisten van de Moslimbroederschap (in 1928 in Egypte opgericht) Riyad ook maar een beetje schatplichtig. Het pad was al lang en breed door anderen geëffend toen de Saoedi’s in de jaren tachtig op financieel, cultureel en diplomatiek gebied wat in de melk te brokkelen kregen. De Saoedische en Qatarese financiële steun aan conservatieve sociale bewegingen was welkom, maar de sterke invloed van de islamisten op de islamitische wereld bestond al, en dus veranderde er weinig. Als er van Saoedisch succes sprake is, dan komt dat door een reeds aanwezige rot in de landen die het koninkrijk probeert te beïnvloeden. Een diepe rot. Ja, onze samenlevingen zijn gecorrumpeerd door Saoedisch geld: niet alleen omdat ze corrumpeerbaar waren, ze waren reeds gecorrumpeerd. Conservatisme is een lokaal verschijnsel. Riyad bood alleen een helpende hand. Lang is Saoedi-Arabië gezien als de gewapende en rechtschapen arm van de islam tegen liberale of communistische machinaties. Nu vervult het een andere rol: dat van vijgenblad voor onze eigen ondeugden.

    Auteur: Omar Saghi
    Vertaler: Carl Stellweg

    TelQuel
    Marokko | weekblad | oplage 20.000

    Franstalig tijdschrift dat zich onderscheidt van zijn concurrenten door ruim baan te geven aan taboeonderwerpen als seksualiteit en door afstand te nemen van partijpolitiek.

  • Vrouwen, ontsluiert u in het Westen

    Vrouwen, ontsluiert u in het Westen

    De schrijver van dit artikel betoogt, heel voorzichtig, dat moslima’s die in het Westen wonen zich moeten aanpassen aan de wetten van de landen die hun een thuis bieden, om vrij te kunnen zijn.

    Moge God me bewaren! Nooit zou ik zoiets durven zeggen. Want ik zou gestenigd worden. En toch moet het gezegd worden. Alleen een religieus man kan dat doen, iemand die de religieuze teksten goed kent en de subtiliteiten daarvan begrijpt. Zo’n man bestaat. Het is (de Saoediër) Mohammed Al-Issa, secretaris-generaal van de wereldwijde Islamitische Liga (een Saoedische organisatie voor de verbreiding van de islam over de hele wereld. Mohammed Al-Issa is in Saoedi-Arabië minister van Justitie geweest). Hij heeft zich over de vraag gebogen of moslimvrouwen in het Westen een sluier moeten dragen en tijdens een conferentie in Wenen heeft hij tegenover een gehoor van gesluierde vrouwen zijn mening gegeven op basis van de sharia: ‘Wanneer een land democratisch besluit om de sluier niet toe te staan, moet je dat accepteren. Als je in dat land wilt blijven, moet je de sluier afdoen. Ben je daar niet toe bereid, dan moet je vertrekken.’

    Er zijn dus maar twee mogelijkheden: de sluier afleggen of vertrekken. Maar laten we eens wat nauwkeuriger kijken wat hierover precies is gezegd in de islamitische godsdienst. De islam predikt het respecteren van contractuele verplichtingen. Die hebben de waarde van een wet. En de wet bestaat uit veel contractuele verplichtingen, onder andere voor de manier waarop welke immigrant in welk land ook moet verblijven.

    Vrouwen moeten worden beschouwd als volwassenen, die vrij zijn, verantwoordelijk voor zichzelf, die verstand hebben en in staat zijn zelf over hun leven te beschikken

    Zo kan een land het verplicht stellen om de sluier te dragen en de winkels te sluiten op het uur van het gebed opdat iedereen naar de moskee gaat om te bidden; het kan alcohol verbieden evenals het uitoefenen van elke andere religie dan de islam, en dan kan het iedereen die zich daar niet aan houdt straf opleggen. Net zoals wij aan buitenlanders in ons land vragen om die regels te respecteren, moeten wij ons ook voegen naar de wetten die bij anderen gelden, ook als die tegen ons geloof ingaan. Anders kun je daar maar beter niet naartoe gaan. Wat een narigheid voor de gesluierde vrouwen in de westerse landen! Te midden van een veelkleurige wereld die de natuurlijke schoonheid eert, lijken zij vlekken van treurnis, buitenstaanders.

    Om de woedende reacties die ik nu misschien losmaak te pareren, wil ik duidelijk maken dat het me hier niet gaat om een oproep tot de bevrijding van de vrouwen. Dat is niet mijn onderwerp; dat is de zaak van de vrouwen zelf. Wij, de mannen, hebben niet langer het recht om te oordelen over hun zedelijkheid en hun gedrag. Want vrouwen moeten worden beschouwd als volwassenen, die vrij zijn, verantwoordelijk voor zichzelf, die verstand hebben en in staat zijn zelf over hun leven te beschikken.

    Waar ik het hier over hebben wil, is iets anders. Om mijn idee beter te illustreren, vraag ik u: wat zou er gebeuren 
als een westerse vrouw met ontbloot hoofd door de straten van Riyad zou lopen, in een strakke rode broek en een blouse die een deel van haar lichaam bloot liet? Dat zou onvermijdelijk een golf van protest en veroordelingen oproepen. De sociale media zouden overspoeld worden met boze reacties en met een beetje geluk zou dit een paar dagen lang trending zijn op Twitter.
    Dus evengoed als wij zelf niet blij zijn wanneer dat in ons land gebeurt, moeten we de wetten en regels bij de anderen accepteren. Dat is alleen maar gerechtigheid.

    Ons probleem zit hem in de manier waarop wij de rol van de wet zien. 
Voor ons dient de wet om een bepaald gezichtspunt vast te leggen van waaruit het leven van de mensen wordt geregeld. Zo handhaven we onze verbondenheid met al onze tradities en gewoonten, hoe extreem die in de ogen van anderen ook mogen lijken.
    Wanneer we in landen zijn die op cultureel, wettelijk en religieus gebied radicaal verschillen van het onze, zien wij het als een erezaak om ons te vertonen als een karikatuur van onszelf. En we zijn trots op ons vermogen onze gewoonten te verdedigen in zo’n andere omgeving. Daarbij vergeten we gemakshalve dat we dat alleen kunnen doen omdat die landen veel vrijheid toestaan aan alle buitenlanders.

    Twee volledig gesluierde islamitische vrouwen winkelen in Oxford street, Londen. – © Peter Hilz / HH
    Twee volledig gesluierde islamitische vrouwen winkelen in Oxford street, Londen. – © Peter Hilz / HH

    Vroeger verboden veel van onze geleerden ons categorisch om naar het Westen te reizen, tenzij het echt niet anders kon, bijvoorbeeld voor een medische behandeling. Na die periode hebben 
we hartstochtelijke discussies gevoerd over de verschillende varianten van de sluier, waarbij elke stroming de ene of de andere variant tot zijn banier verhief. Vandaar dat de kwestie van de hidjab (sluier die de haren bedekt) of de nikab (gezichtsbedekkende sluier) van het grootste belang is geworden om een identiteit te bepalen, een identiteit 
die je koppig, onwankelbaar dient te verdedigen, zelfs in landen waar dat associaties oproept met terrorisme en wordt gezien als een symbool van de onderwerping van de vrouw aan het mannelijke gezag.

    Dat is het resultaat van onze overdrijvingen op dat gebied. Iedereen weet nog hoe de taliban Afghaanse vrouwen behandelden, die met de dood bedreigd werden als ze geen sluier wilden dragen. Ook kreeg de rest van de wereld het idee dat vrouwen die een sluier dragen, deze willen gebruiken om een terroristische aanslag te plegen. Deze negatieve reactie is niet alleen in het Westen merkbaar, maar ook bij bepaalde moslims. Denk bijvoorbeeld aan Rula Ghani, de vrouw van de Afghaanse president Ashraf Ghani, die het Franse verbod op de gezichtsbedekkende sluier steunde. (Al is het waar dat zij een Libanese christelijke vrouw is.)

    Nu moeten we met grotere openheid tegenover de verschillende standpunten en vanuit een rationalistische benadering gaan werken aan een nieuwe, bij deze tijd passende, interpretatie van de teksten over de sluier; daarbij gaat het erom de waardigheid van de islamitische vrouw te bewaken en haar tegelijkertijd de mogelijkheid te bieden geaccepteerd te worden in andere samenlevingen en daar in vrijheid en op gelijke voet met de mannen te werken.

    Gebeurt dat niet, dan zal de vrouw geen andere keus hebben dan de sluier definitief af te doen dan wel zich in zichzelf terug te trekken en erin te berusten dat haar leven beperkt blijft tot een heel nauw kader. Ik hoop dat dit zonder spanningen kan verlopen.

    Auteur: Mohammed Al Moziani
    Vertaler: Annemie de Vries

    Al-Hayat
    Saoedi-Arabië | dagblad | oplage 110.000

    ‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.

  • Moorden is niet zo moeilijk, fatsoenlijk doorleven wel

    Moorden is niet zo moeilijk, fatsoenlijk doorleven wel

    De haast ondraaglijke waarheid, schrijft columnist 
Fintan O’Toole, is dat gruweldaden zoals die in Manchester voorlopig deel zullen uitmaken van ons bestaan.

    Een massamoord plegen is niet moeilijk en hoe buitensporiger, hoe makkelijker. Een lichaam is week en makkelijk uiteen te rijten. Een leven is kwetsbaar en makkelijk te verwoesten. Fatsoen, menselijke waardigheid en medeleven zijn broze en hachelijke waarden. De barricades die aarde van hel scheiden, beschaving van barbarisme, zijn poreus en zitten vol gaten.

    Onze huidige manier van leven gaat 
gepaard met de wetenschap dat deze barricades elk moment geslecht kunnen worden, dat we in een oogwenk van 
een doorsnee gelukkig bestaan in een onbestaanbare verschrikking kunnen belanden.

    Net als de wetenschap dat andere mensen met verrassend gemak van zoons, broers, collega’s of aardige buren kunnen veranderen in de meedogenloos wrede wezens die ons in de hel doen belanden en die zich verlustigen in het onmetelijke leed dat ze aanrichten.

    We houden die kennis op afstand omdat we niet anders kunnen. Om door te kunnen leven, de gewone dingen te blijven doen, om te kunnen blijven vasthouden aan de alledaagse banden, aan het vertrouwen en het 
fatsoen, alles wat het cement vormt van een samenleving, moeten we die wetenschap verbannen naar de randen van ons bewustzijn. Maar daar blijft hij niet zitten. Een gruweldaad als die in Manchester is bij uitstek bedoeld om die kennis weer naar de voorgrond van ons bewustzijn te halen, en te zorgen dat hij zich daar zo stevig verankert dat vertrouwen en fatsoen worden verdrongen en de samenleving uiteenvalt.

    Het heeft niet zo heel veel zin om die terroristen lafaards te noemen

    Het heeft niet zo heel veel zin om die terroristen lafaards te noemen. Vanuit het verwrongen perspectief van de terrorist, is er juist moed vereist om het allerergste te doen. Als je mensen ten diepste wilt vervullen van afschuw en haat, is het veel beter om een aanslag te plegen op kinderen dan op soldaten, is het veel moediger om alle morele grenzen te overschrijden dan je aan een soort erecode te houden. Voor de terrorist bestaat een taboe enkel om het te doorbreken. Het onacceptabele is het meest wenselijke, het ondenkbare het meest inspirerend, het onuitsprekelijke de beste manier om iets onder woorden te brengen.

    Hier in Ierland zijn we maar al te vertrouwd met deze gestoorde logica. We weten dat de mensen die gruweldaden begaan, die bommen laten ontploffen tijdens een concert, of in een pub, of tijdens een uitvaartdienst, geen monsters zijn – helaas. Het zijn domweg ware gelovigen. Ze geloven in een toekomstige plek, in een tijd van politieke harmonie, waarin iedereen gelukkig zal zijn en het recht zijn loop zal hebben. En ze weten dat anderen, de zwakke ongelovigen, de komst van deze gezegende toestand in de weg staan omdat zij de waarheid niet kunnen zien.

    Zij zijn niet verlicht. Ze zijn onwetend en voor hen is het heden – het onvolmaakte heden met zijn compromissen en zelfgenoegzaamheid en simpele genoegens – draaglijk. En dat maakt de onwetenden verachtelijk.

    Leven met een paradox

    Het is een kleine stap van verachten naar doden, van het neerkijken op anderen omdat ze jouw overtuiging missen naar denken dat ze het verdienen om geofferd te worden voor jouw streven.

    De haast ondraaglijke waarheid is dat zo lang er mensen onder ons zijn die 
er voldoende van overtuigd zijn dat deze manier van denken niet alleen acceptabel is, maar ook te verdedigen of zelfs verheven, gruweldaden deel zullen uitmaken van ons bestaan. Onze regeringen moeten waakzaam zijn, en slim, en efficiënt. We hebben veiligheids- en inlichtingendiensten nodig die de gemeenschappen en de culturen begrijpen waarin die dodelijke mentaliteit een voedingsbodem vindt.

    We hebben een politiek en een religieus discours nodig dat weigert deze gemeenschappen te verketteren of ze van ons te vervreemden, zonder ook maar een millimeter mee te gaan in dit kwaad. We hebben regeringen nodig die zich niet door gruweldaden laten verleiden om de democratie, de mensenrechten en de waarden van een open samenleving te verloochenen. Maar we weten ook dat zelfs wanneer we over dat alles beschikken, het niet moeilijk is om te doden. Het kan willekeurig waar gebeuren, met willekeurig welk wapen, tegen willekeurig welk menselijk doelwit – hoe zachter hoe beter. Maar wat moeten we met deze kennis? Er zit niets anders op dan te leven met een paradox – we moeten het ons realiseren en we moeten het vergeten. We moeten rouwen om de doden, ‘hun vele namen noemen,’ proberen te voelen wat hun naasten voelen, voor zover we dat aankunnen. We moeten wel, aangezien dat is wat een beschaving in leven houdt.

    Het is ook precies wat voorkomt dat 
we vervallen tot barbarij – dit rouwen, dit peilloze leed, het verdriet dat die levens stuk voor stuk uniek waren, een wonder, en nu voorgoed zijn verdwenen. De klokken die voor hen luiden, luiden voor ons allen – zodra we dat niet langer horen, zodra we zo zijn gehard en afgestompt dat de doden slechts getallen zijn, zijn we verloren.

    Zij kennen geen schaamte maar ze willen dat wij ons schamen voor onze dagelijkse decadentie en ons onbeduidende, banale bestaan

    Maar tegelijkertijd mogen we niet ons vermogen verliezen om te vergeten. We mogen niet toestaan dan onze geest wordt vergiftigd, zoals de moordenaars willen, door nihilisme of afschuw en wanhoop. We mogen niet toestaan dat de golf van walging en woede alle gewone dingen van het leven overspoelt.

    Er is altijd de kwestie van schuldgevoel – hoe kunnen we gewoon doorgaan met lachen en eten en liefhebben en dansen en naar luchtige liedjes luisteren terwijl er zo veel angst om ons heen heerst 
en er zo veel kwaad onder ons huist? Maar we mogen het niet laten gebeuren dat we ons gaan schamen voor de gewone dingen, want dat is precies wat de moordenaars van ons willen. 
Zij kennen geen schaamte maar ze willen dat wij ons schamen voor onze dagelijkse decadentie en ons onbeduidende, banale bestaan.

    Hun moed schuilt in het vermorzelen van de grenzen van het alledaagse, het opblazen van een gedeelde menselijkheid en een alledaagse wellevendheid. Onze moed schuilt in het verstevigen van diezelfde grenzen en daarbinnen ons eigen leven leiden. Onze moed is groter dan die van hen – doden is niet zo moeilijk, fatsoenlijk leven met de dreiging van de dood wél.

    Auteur: Fintan O’Toole
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Fintan O’Toole is een prominent Brits journalist voor The Irish Times, auteur en winnaar van de European Press Prize.

    Op 6 juni spreekt O’Toole in De Balie in Amsterdam over de Britse verkiezingen en de aanstaande Brexit. Aanvang 20:00 uur, tickets via debalie.nl.

  • Krim weet wel raad met sancties

    Krim weet wel raad met sancties

    Na de Russische annexatie van de Krim stelde de EU sancties in tegen het gebied, die vorig jaar werden verlengd tot 23 juni 2017. Een Poolse journalist besloot te gaan kijken of de maatregelen ook werken. Kort samengevat: nee.

    De controlepost op het Oekraïense schiereiland Tsjongar lijkt nauwelijks op een grensovergang. Hier geen strenge gebouwen, maar afdakjes van golfplaat. Twee naast elkaar geparkeerde groene legervoertuigen doen dienst als kantoortje. Door de raampjes controleren de grenswachters de paspoorten. Alles hier moet het tijdelijke karakter van de grensovergang benadrukken, in overeenstemming met de Oekraïense wet die bepaalt dat de Krim een gebied is dat tijdelijk door de Russen is bezet.

    Aan de Russische kant is de situatie heel anders. Hier heerst grote luxe. Een driekleurige vlag en een inscriptie op de lange barrière van enkele honderden meters melden dat we de grenspost Djankoj naderen. Alsof men aan deze kant van de grens wil duidelijk maken: ‘We zullen hier altijd blijven.’ Voorgesprekje met de douanier. Fotokopieën van alle bladzijden van het paspoort. Enkele minuten later wijst de grenswacht naar het portiek van de Federale Veiligheidsdienst (FSB). Het gesprek duurt anderhalf uur en lijkt soms op een karikatuur van een verhoor.

    ‘Waarom gaat u naar de Krim? Waar gaat u logeren? Wie gaat u ontmoeten? Waarover gaat u praten? Heeft de Oekraïense inlichtingendienst u iets gevraagd op Tsjongar?’ vraagt de functionaris.

    ‘We schrijven over de manier waarop de Russische integratie verloopt.’

    ‘Verzamelt u getuigenverklaringen voor het geval dat het westen van Oekraïne zich bij Polen wil aansluiten?’ vraagt de Rus lachend.

    Hij is beminnelijk. Hij probeert ons niet te laten voelen dat hij hier heer en meester is.

    ‘Heeft u in het leger gezeten? Zou u in het geval van oorlog de wapens oppakken? Om uw vaderland tegen de vijand te verdedigen?’ vervolgt hij.

    ‘Tegen wie zou die oorlog zijn?’ vragen we.

    ‘Ik heb het over een hypothetische vijand. Komt u uit Kiev?’ vraagt de man van de FSB om van onderwerp te veranderen. ‘Er zijn leuke meisjes in Kiev. Alle Oekraïense vrouwen zijn mooi,’ besluit hij.

    Eenmaal op het grondgebied van de Krim kun je maar moeilijk geloven dat het door het Kremlin is geannexeerd. De meeste mensen die we spreken zeggen dat ze in hun dagelijks leven geen last hebben van de sancties. Zelfs de pro-Oekraïners denken dat die strikt theoretisch zijn. Maar weinigen klagen over ongemakken. De mensen betalen hun aankopen met creditcards van Visa of Mastercard die zijn uitgegeven door Russische banken. Pavel Jestkov, die voor de Russische Nationale Handelsbank (RNKB) werkt, legt ons uit dat de grootste bank van het schiereiland in maart een systeem heeft ingevoerd waardoor bewoners van de Krim van dezelfde diensten gebruik kunnen maken als de burgers van de Europese Unie. We ontmoeten hem in Simferopol, de hoofdstad van het schiereiland, in een restaurant niet ver van het monument voor ‘de groene mannetjes’, de Russische soldaten die hier in februari 2014 naartoe zijn gestuurd om het schiereiland te annexeren.

    Geld en visa

    Om het ijs te breken zegt Jestkov tegen ons Polen dat hij graag naar Zakopane gaat, het skistation in het hooggebergte van Zuid-Polen. Daarna stappen we over op serieuzere zaken. ‘Sinds december werkt onze bank aan een systeem dat ons in staat stelt de hotels op het schiereiland te betalen met een kaart van Visa of Mastercard die is uitgegeven door westerse banken,’ legt hij uit, waarmee hij en passant bevestigt dat iemand met een Russische creditcard die ook probleemloos kan gebruiken. We vragen hem of dat in overeenstemming is met de sancties die na de annexatie tegen Rusland zijn uitgevaardigd. Volgens hem wel. Voor betalingen van westerlingen heeft de RNKB een computer- en terminalsysteem gecreëerd dat een bemiddelende rol speelt bij deze transacties. Dat programma heet ‘Otiel’, oftewel ‘hotel’.

    De betalingen belanden niet rechtstreeks vanaf de Krim op de rekeningen van Visa en Mastercard, maar via het centrale systeem in Moskou, dat deels is gecreëerd om niet in een totale oorlog met de creditcardmaatschappijen verzeild te raken. Volgens onze bronnen is het bureau van het Amerikaanse ministerie van Financiën dat buitenlandse tegoeden controleert en moet toezien op naleving van de sancties, volledig op de hoogte van deze procedure. Het probleem is alleen dat als je tegenwoordig op de Krim betaalt met een Russische Visakaart, het systeem niet herkent waar de transactie precies heeft plaatsgevonden, en ervan uitgaat dat die in Rusland is gerealiseerd. Daarmee is de sanctie niet langer van kracht, omdat ze alleen voor het bezette schiereiland geldt. Hoe is dat mogelijk?

    Er is ook een tweede, heel eenvoudige manier om de sanctie te omzeilen; je hoeft je alleen maar tot een RNKB-filiaal op de Krim te wenden en een Russische betaalkaart te laten maken die je in staat zal stellen al je bankzaken in het hele land te regelen. ‘De bedrijfstak zal altijd een manier vinden om zich uit moeilijke situaties te redden,’ zegt een glimlachende Natalia Parkhomenko-Stamboelnikova, die leiding geeft aan de vereniging van kleine hoteliers op de Krim en ons een interview heeft toegestaan. ‘Het eerste jaar was moeilijk, maar daarna zijn we gewend geraakt aan de sancties en aan onze breuk met Oekraïne,’ voegt ze eraan toe.

    De grensovergang van het Oekraïense Tsjongar naar de Krim. – © Pierre Crom / Getty
    De grensovergang van het Oekraïense Tsjongar naar de Krim. – © Pierre Crom / Getty

    Het omzeilen van de sancties gebeurt met instemming van de Russische regering en de centrale bank, die het nationale systeem voor betaalkaarten heeft ontwikkeld. Dit systeem speelt een bemiddelende rol en verwerkt alle geldbewegingen van de banken op de Krim. Rostourism, het agentschap dat zich met de ontwikkeling van het toerisme bezighoudt, maakt ook onderdeel uit van het systeem. Net als de plaatselijke overheid in Simferopol. Toch zorgen sommigen ervoor dat ze geen enkel document achterlaten, en gebeurt alles dus mondeling.

    Tijdens het interview vertelt Pavel Jestkov ons niet dat de RNKB, waarvoor hij werkt, op de lijst van Russische instellingen staat die onder de westerse sancties vallen. De Europese Unie heeft de bank daar in augustus 2014 op gezet en de VS in maart 2015. Washington heeft de bank ervan beschuldigd de separatisten op het schiereiland te hebben gesteund tijdens de annexatie. Eigenaar van de bank is het federale agentschap dat verantwoordelijk is voor het onroerend goed. Niemand ontkent wat er aan de hand is. De premier van de Krim, Sergej Aksionov, heeft het publiekelijk toegegeven. ‘Er zijn procedures die het mogelijk maken de sancties te omzeilen. Maar ik ga de geheimen daarvan niet onthullen’, verklaarde hij tijdens een interview met persbureau Tass.

    Hetzelfde scenario zien we bij visa. In principe krijgt de bezitter van een Russisch paspoort met een adres op de Krim geen visum voor de Europese Unie of de Verenigde Staten. Maar dat is zuiver theorie. Na de annexatie hebben de Russische autoriteiten de bewoners van de Krim gedwongen federale identiteitspapieren aan te vragen (wie niet de Russische nationaliteit bezit kan niet naar de dokter en vindt geen werk), waarbij ze uit puur pragmatisme de ogen sluiten voor het feit dat de bewoners hun Oekraïense paspoort hebben behouden, waarin de Schengen-visa staan. Onze gesprekspartner heeft dus twee paspoorten en twee adressen. Het ene in Simferopol, waar hij Rus is en Sergej heet, het andere in Cherson, waar hij Oekraïner is en Serhij heet. Als hij naar Duitsland wil, gaat hij naar de Duitse ambassade in Kiev en ontvangt daar probleemloos een visum.

    Hij vertelt dat hij onder de tafel achthonderd euro aan een bemiddelaar heeft betaald om een visum voor een West-Europees land te krijgen

    Om zijn leven makkelijker te maken bezit Sergej/Serhij ook twee verschillende kentekenplaten. Als hij zijn zuster in Cherson bezoekt, gebruikt hij zijn Oekraïense nummerbord, dat hij monteert in zijn garage zodat niemand het ziet. Maar als hij op de Krim rijdt, gebruikt hij zijn Russische kentekenplaten om geen achterdocht te wekken bij de politie. De procedure is simpel: toen de Russen na de annexatie de kentekenbewijzen hebben veranderd, heeft onze gesprekspartner op advies van een ambtenaar aangifte gedaan van het verlies van het zijne en van zijn kentekenplaten. De politie gaf hem een aangiftebewijs en tegelijkertijd nieuwe Russische nummerborden. In Oekraïne ontving hij op vertoon van het aangiftebewijs ook geheel legaal een nieuw kentekenbewijs en nieuwe nummerborden. Een groot aantal automobilisten op de Krim heeft hetzelfde gedaan.

    Volgens onze informatie bevinden de ambtenaren op de Krim van wie het paspoort is ingenomen zich in een moeilijker situatie. Maar ook daar valt wel wat te regelen. Een van de mensen die we spreken verzekert ons dat er inmiddels gespecialiseerde diensten zijn die hun hulp aanbieden om problemen te voorkomen. Hij vertelt dat hij onder de tafel achthonderd euro aan een bemiddelaar heeft betaald om een visum voor een West-Europees land te krijgen.

    Sebastopol heeft een status apart en valt niet onder het gezag van de Krim (de stad is een integraal onderdeel van de Russische Federatie). Hetzelfde geldt voor zijn haven, die zijn verbinding met de wereld garandeert. Na de annexatie was alle commerciële activiteit er praktisch tot stilstand gekomen. Maar nu meren er volgens onze gesprekspartner regelmatig schepen onder Turkse vlag aan. Dit wordt bevestigd door de politicoloog Taras Berezovec, die afkomstig is van de Krim en nauwe banden heeft met de Oekraïense regering. De autoriteiten in Kiev weten heel goed dat Turkse schepen het embargo schenden. ‘Het gaat om tientallen schepen. Alles verloopt volgens een vaste procedure. De schepen varen onder hun eigen Turkse vlag,’ bevestigt Berezovec. Ankara heeft veel ervaring op dit gebied. Dankzij de Turken kon Abchazië, een separatistische regio van Georgië, producten uit het buitenland importeren voordat Moskou in 2008 zijn onafhankelijkheid erkende.

    Het omzeilen van de sancties tegen de Krim begon op een onschuldige manier, met mobiele telefoons. Noch onze Poolse simkaarten noch Oekraïense stonden roaming toe. Na de annexatie hebben de Oekraïense providers zich van de markt teruggetrokken. De Russen durfden zich de mobiele telefoniemarkt op de Krim ook niet toe te eigenen, uit vrees voor sancties. Maar het probleem was snel opgelost, zoals we kunnen constateren. We kopen onze simkaart bij MTS, de grootste Russische provider van mobiele telefonie. Als die eenmaal is geactiveerd, hebben we een nummer dat is geregistreerd in de regio Krasnodar, een Russisch gebied dat grenst aan de Krim en waarmee het schiereiland een akkoord heeft gesloten. Zo functioneert de telefoon via roaming op de Krim voordat we daar ooit een voet hebben gezet. Volgens contract is niet MTS de provider van mobiele telefonie op de Krim, maar de plaatselijke provider K-telekom. Daardoor betaalt de gebruiker geen roamingkosten. Je betaalt net zo veel als wanneer je binnen Rusland belt.

    © Courrier International
    © Courrier International

    Er zijn ook nog steeds westerse bedrijven op het schiereiland actief. Tijdens een wandeling passeren we een METRO Cash & Carry, een Duits detailhandelsbedrijf dat twee filialen op de Krim bezit. Ook de Franse supermarktketen Auchan is aanwezig. We vragen de twee bedrijven of ze zich wel aan de sancties houden. ‘Metro AG houdt zich aan de wet en de Europese regels. En in dit specifieke geval aan de sancties. Wij handelen overeenkomstig de Russische handelswetten, zodat de sancties niet op ons van toepassing zijn,’ aldus Leiding Chen, de woordvoerder van Metro AG.

    Auchan deelt ons mee dat het merk heeft besloten ‘de Krim te blijven bevoorraden, vooral op het gebied van voedingsmiddelen. Wij hebben besloten de plaatselijke werkgelegenheid (250 mensen) te handhaven. Daarom blijft onze supermarkt in Simferopol open. Wij handelen overeenkomstig de wet en de regels van de EU,’ verklaart Marie Vanoye, persvoorlichter van Auchan. Ze benadrukt dat ‘de activiteiten van Auchan op de Krim op geen enkele manier indruisen tegen de sancties van de EU, en evenmin tegen de Oekraïense wet’.

    In het centrum van Sebastopol heeft de plaatselijke onderneming Smak de voormalige Kentucky Fried Chicken (KFC) vervangen door Crimean Fried Chicken (CFC). In plaats van Starbucks is er nu Starmaks

    Desondanks heeft een groot deel van de westerse bedrijven de Krim verlaten. Maar plaatselijke bedrijven zijn in het gat gesprongen. In het centrum van Sebastopol heeft de plaatselijke onderneming Smak de voormalige Kentucky Fried Chicken (KFC) vervangen door Crimean Fried Chicken (CFC). In plaats van Starbucks is er nu Starmaks, en in plaats van iStore ruStore, dat Apple-producten verkoopt die afkomstig zijn uit Rusland. ‘We kunnen zonder problemen westerse merkkleding en cosmetica kopen. Alles is er, alleen komt het nu via het Russische continent,’ vertelt een zakenvrouw op de Krim. Vroeger verwees het woord ‘continent’ naar Oekraïne, tegenwoordig naar Rusland.

    Eenmaal terug op het grondgebied dat door Oekraïne wordt bestuurd passeren we opnieuw de controle van de FSB en de douaniers. Een uur lang worden we uitvoerig ondervraagd. De grenswacht kijkt aandachtig naar het Russische visum dat een hele bladzij van ons paspoort beslaat, want de kaart die de achtergrond vormt neemt veel ruimte in. Vreemd genoeg staat de Krim daar niet op. Zoals die ook niet binnen de contouren van de Russische Federatie figureert. Het schiereiland is, althans volgens dit Russische document, Oekraïens.

    Auteur: Zbigniew Parafianowicz
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Een muurschildering van de Russische president Poetin in de plaats Simferopol op de Krim. De tekst erbij betekent ‘van ons’. – © Pavel Rebrov / Reuters

    Dziennik Gazeta Prawna
    Polen | dagblad | oplage 158.000

    Ontstaan uit een fusie van twee kranten. Sinds 2009 heeft deze rechtse Gazeta de strijd aangebonden met de veel bekendere Gazeta Wyborcza.

  • Antiamerikanisme is een heilloze weg

    Antiamerikanisme is een heilloze weg

    Veel Arabische commentatoren vinden dat de Arabische wereld zich verre moet houden van de maatschappelijke kwesties die het Westen verdelen. Een gevaarlijke fout, betoogt Hazem Saghieh.

    Veel Arabieren lijken niet wakker te liggen van de komst van Donald Trump naar het Witte Huis. Dat is althans de mening van een aantal Arabische commentatoren, die denken dat de enige keus die Amerika altijd heeft geboden die tussen kwaad en erger is. Wie zo over de Amerikaanse presidentsverkiezing denkt, en over de debatten die deze heeft uitgelokt, denkt dus dat Arabieren geen boodschap hebben aan uiteenlopende thema’s als vrouwenrechten, de plaats van religie in de maatschappij, de discussies over seksualiteit, de houding tegenover vluchtelingen, migranten en asielrecht, racisme, vrijheid van meningsuiting, scheiding van machten en bestuurskwesties.

    Deze Arabieren zouden evenmin geïnteresseerd zijn in de kant die de wereld opgaat, met meer dan wel minder openheid. Of in economische betrekkingen en de risico’s van handelsoorlogen. Of in de toename van extremisme en geweld. Ze zouden ook niet gevoelig zijn voor de huidige verstoring van het milieu, en voor de opwarming van de aarde.

    Ten slotte zou het eveneens betekenen dat ze geen belangstelling hebben voor kunst, niet naar de film gaan, niet de media volgen, geen gebruikmaken van de sociale netwerken. In bredere zin zouden ze zich niet druk maken over politieke zeden of het debat over ideeën. Kortom, ze zouden zich niets aantrekken van de toekomst van de Arabische wereld zelf, van de situatie in hun eigen land en van hun eigen volk, of van het lot van de vluchtelingen.

    ‘Als Trump ‘het ware gezicht van Amerika’ toont, tonen Osama bin Laden en Abu Bakr al-Baghdadi ‘het ware gezicht van de moslims”

    Daar moet wel worden bij gezegd dat een aantal extreemlinkse westerse krachten er alles aan doen om Arabieren het idee te geven dat ze buiten de wereld staan. De onthutsende conclusie is dat de beroemde zaken waarvoor de Arabieren zich inzetten ook los lijken te staan van de realiteit van de rest van de wereld. Volgens deze redenering zouden de Arabieren een soort schijnbestaan leiden en zou hun aanwezigheid in de wereld vergelijkbaar zijn met die van een parasitaire uitwas.

    Dit is uiteraard niet het geval. Maar het is wel de logische conclusie die je kunt trekken uit het discours van de voorvechters van het arabisme en het antiamerikanisme. Zo horen we zeggen dat er geen verschil is tussen Barack Obama en Donald Trump, noch tussen Hillary Clinton en Donald Trump, en dat er dus hoe dan ook niets nieuws onder de zon is. In werkelijkheid zijn de meningsverschillen over de belangrijkste thema’s levensgroot. Overal op de wereld beseft men dat. En toch wordt ons gezegd dat ze geen enkel invloed zullen hebben op de Arabische wereld.

    Degenen die stellen dat de Arabische wereld in dit opzicht losstaat van de rest van de wereld, graven het graf voor hun eigenheid. Als je weigert de invloed van de wereld op je eigen situatie te erkennen, kun je ook niet om de geringe invloed heen die je zelf op die wereld hebt.

    Want wat veel Arabieren niet willen inzien, is dat zijzelf en de rest van de wereld van elkaar afhankelijk zijn. Daarmee raak je precies aan een van de speerpunten van Trump, die muren wil bouwen en immigranten wil uitzetten omdat de ander alleen maar problemen veroorzaakt.

    Het leven gaat zijn gangetje op een markt in Saoedi-Arabië. – © Getty Images
    Het leven gaat zijn gangetje op een markt in Saoedi-Arabië. – © Getty Images

    Als je de Arabische wereld als een belegerd fort beschouwt, kun je jezelf ook wel feliciteren met de verkiezing van Trump, die eindelijk ‘het ware gezicht van Amerika’ toont, terwijl Obama en Clinton alleen maar een trompe-l’oeil waren om onze illusies te voeden. Op diezelfde manier zou een Trump-kiezer kunnen zeggen dat Osama bin Laden en Abu Bakr al-Baghdadi, de kalief van Islamitische Staat, ‘het ware gezicht van de moslims’ tonen. Dus om de volledige waarheid onder ogen te zien bespoedig je de komst van een ramp!

    Het drama van dit moment is dat dit soort taalgebruik gedoemd is te floreren onder het presidentschap van Trump, die hele volkeren en religies wegzet onder een globale noemer. En deze afschrikwekkende visie zal niet alleen de oorlog rechtvaardigen tussen twee groepen mensen, het Westen en de moslimwereld, maar zich ook alom verspreiden en de hele wereld besmetten.

    Auteur: Hazem Saghieh

    De Libanees Hazem Saghieh is politiek redacteur bij Al-Hayat. Hij publiceerde ook in Time, New Statesman en The Observer.

    Al-Hayat
    Saoedi-Arabië | dagblad | oplage 110.000

    ‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.

  • Stop de domme provocaties tegen Rusland

    Stop de domme provocaties tegen Rusland

    Volgens de bekende Britse journalist en polemist Rod Liddle is het Westen op een onnozele manier bezig om Rusland en Poetin zwart te maken. En vergeet het daarbij even de eigen fouten in Oekraïne, Syrië en Irak.

    Keuze uit het archief

    Deze week ging de oorlog in Oekraïne zijn vijfde jaar in. Er is al heel wat geschreven over de oorzaken en implicaties van dit conflict. In veel analyses ontbreekt echter de zelfreflectie, aldus journalist Rod Liddle. Het Westen draagt er met zijn eenzijdige kritiek op Rusland alleen maar aan bij dat het wederzijdse vijanddenken en de oorlogsretoriek in stand worden gehouden, betoogt hij in dit opiniestuk uit 2016.

    Al een paar weken vraag ik me af wat goedkoper zou zijn: een kelder uitgraven en een geigerteller en jodiumpillen kopen, of emigreren naar Nieuw-Zeeland. Je kunt me een angsthaas noemen, maar de kant die we opgaan bevalt me helemaal niet. Ik heb alleen de laatste jaren van de Koude Oorlog bewust meegemaakt, maar voor zover ik me kan herinneren toonden beide kanten, wij en zij, meestal wel een zekere mate van redelijkheid en gezond verstand.

    Ik heb liever dat een politicus pragmatisch is dan charismatisch, en als je me zou vragen wie mijn favoriete Russische politicus is, zou mijn antwoord dan ook altijd zijn: Brezjnev. Liever Brezjnevs grijze, verstikkende onverschilligheid en detente, dan Chroesjtsjov in zijn rol van onberekenbare boer die met de vuist op tafel slaat.

    Als Reagan in die tijd voor een microfoon aankondigde: ‘Over vijf minuten beginnen we met bombarderen’, snapte iedereen dat hij een grapje maakte. Als er nu een idioot parlementslid opkrabbelt en eist dat we Russische vliegtuigen gaan neerschieten, snapt iedereen dat hij geen grapje maakt, maar gewoon stompzinnig en gevaarlijk bezig is. Alleen, dit is een oorlogszuchtige stompzinnigheid die snel om zich heen grijpt. Elke dag schakelt de anti-Ruslandretoriek een tandje hoger. Soms komt die retoriek vanuit onze krijgsmacht, die zich misschien beter op haar gemak voelt met een vijand die ze begrijpt dan met allerlei bendes nihilistische, jihadistische gekken. Dan worden we gewaarschuwd dat de Russen Iskander-raketten in de buurt van de Baltische kust stationeren, om Letland, met zijn grote Russische minderheid, en Polen te bedreigen. En dan vertellen de tabloids ons elke dag dat Russische straaljagers telkens weer langs onze kust op en neer vliegen. Alsof ze dat niet al zeventig jaar doen. En alsof wij niet al zeventig jaar hetzelfde doen bij hen.

    Elke dag schakelt de anti-Ruslandretoriek een tandje hoger

    Van een krijgsmacht kun je dit soort zaken verwachten, neem ik aan. Maar als er ook politici aan boord klauteren, word ik echt ongerust. Want het is ónze kant die me bang maakt – niet de hunne. Boris Johnson, onze minister van Buitenlandse Zaken, riep als een clowneske ayatollah mensen op om te gaan demonstreren bij de Russische ambassade. Hiermee reageerde Boris op de inderdaad barbaarse luchtaanval van de Russen en het Syrische regeringsleger op Aleppo. Een week later ongeveer begon het Westen met chirurgische precisie in het laatste Iraakse IS-bolwerk, Mosul, mensen met echt volle baarden eruit te pikken en aan flarden te bombarderen, waarbij de fatsoenlijke, democratisch ingestelde burgers ter plaatse heel menselijk en barmhartig werden gespaard en natuurlijk zonder een schrammetje het bombardement overleefden.

    Slikken mensen die onzin? De VN en het Internationale Comité van het Rode Kruis hebben gewaarschuwd dat door de glorieuze inname van Mosul meer dan een miljoen mensen op de vlucht zullen slaan – en waarschijnlijk honderden mensen zullen omkomen. Maar als dat gebeurt, is het niet de schuld van de coalitie, het is de schuld van IS, of van wraakzuchtige sjiitische Iraakse soldaten, of van de bloeddorstige peshmerga. Wij hebben niks gedaan, chef.

    Wat de coalitie doet in Syrië en Irak, is net zo onsamenhangend en verkeerd als alle andere dingen die we de afgelopen tijd in het Midden-Oosten hebben gedaan – van de invasie in Irak en de steun aan de opstanden van de enigszins imaginaire ‘Arabische lente’ tot de rampzalige en domme interventie in Libië. Wat wij uit naam van een dwaas, goedbedoeld, liberaal evangelisme hebben gedaan, heeft veel meer levens gekost dan we op het conto van de Russen en Vladimir Poetin kunnen bijschrijven. In Syrië en Irak vechten we om mensen te ondersteunen die niet echt bestaan: de goedwillende, gematigde mensen, niet de jihadisten, maar ook niet Assad. Ze zijn op de vingers van één hand te tellen.

    © Tammo Schuringa
    © Tammo Schuringa

    Een tijdje geleden sprak ik iemand die voor de vluchtelingen in die twee ongelukkige landen werkt en die zeker geen vriend is van het Assad-regime. Wat zou nu het beste scenario zijn, vroeg ik hem. ‘Dat Rusland en Assad zo snel mogelijk winnen. Dan worden de minste burgers gedood.’ Maar wij doen wat we kunnen om die uitkomst te voorkomen, en verlengen zo de oorlog.

    Toen in de uitermate lichtgelovige westerse media de strijd om de bevrijding van Mosul werd aangekondigd, zei Vladimir Poetin te hopen dat de coalitie haar best zou doen om het aantal burgerslachtoffers als gevolg van de militaire acties te beperken; maar hij zei ook dat hij begreep dat een oorlog winnen soms onschuldige levens kost en dat hij niet zou gaan stampvoeten of iedereen zou oproepen om te gaan demonstreren bij de dichtstbijzijnde Amerikaanse of Britse ambassade.

    Kort nadat hij zijn verklaring had afgelegd, kondigden de Russen en de Syrische regering – uit humanitaire overwegingen – een staakt-het-vuren af in en rond Aleppo, zodat burgers zich via zes goed bewaakte corridors in veiligheid konden brengen. Dus terwijl de luchtmacht en de artillerie van de coalitie Mosul bombardeerden, kondigde Poetin zijn staakt-het-vuren af. En misschien is ook dat een reden voor de anti-Russische razernij van onze regering en de zwakke, angstige Amerikaanse regering – Poetin is sluw. Hij wint op zijn sloffen de propagandaoorlog.

    Jachtseizoen

    Het jachtseizoen op al wat Russisch is, is nu al een tijdje geopend. Hun atleten spelen vals en worden uitgesloten van sportevenementen. De onze slikken ondertussen prestatieverhogende medicijnen tegen de astma die ze anders de winst in de Tour de France zou kosten. De VS beschuldigen Poetin ervan dat Rusland een cyberoorlog voert om de presidentsverkiezingen te beïnvloeden. Maar moeten we soms geloven dat de VS géén geheime cyberoorlog voert?

    En dan is er Russia Today, dat nu naar de frontlinie is gedrongen. De Britse bank NatWest, grotendeels staatseigendom, heeft in serieuze, plechtige bewoordingen aangekondigd de bankrekeningen van deze in Groot-Brittannië gevestigde, door Rusland gefinancierde zender te zullen bevriezen. Verdomd, dat hebben we met de Pravda nooit gedaan. NatWest moest inbinden toen Russia Today – niet geheel ten onrechte – over beperking van de vrijheid van meningsuiting klaagde en dreigde dat de bankrekeningen van de BBC-poot in Rusland bevroren zouden worden. Onze regering ontkende glashard de hand te hebben gehad in het oorspronkelijke besluit van NatWest – ja hoor – en een woordvoerder van premier Theresa May voegde daar nogal onhandig aan toe: ‘Als je het breder bekijkt: willen we voorkomen dat er onjuiste informatie wordt verspreid? Ja, natuurlijk willen we dat.’

    Dus het is nogal duidelijk, nietwaar? De regering is hier wel degelijk direct bij betrokken. We proberen een zender dwars te zitten en liefst kapot te maken, omdat die iets uitzendt waar onze regering het niet mee eens is. Ik dacht altijd dat dat iets van de Russen was, dissidenten de mond snoeren? En toch, Russia Today mag dan standaard Poetins wandaden goedpraten, hun nieuwsuitzendingen onthullen soms een waarheid die anders verborgen zou zijn gebleven. Dan is het probleem niet dat ze desinformatie verspreiden, maar dat Russia Today juiste informatie verspreidt die de Britse overheid slecht uitkomt. Is de zender onbevooroordeeld, is hij onpartijdig, biedt hij altijd nuance en wederhoor? Nee, nee en nog eens nee. De BBC wel?

    We negeren onze eigen wandaden tegenover de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting

    Sommige Britten, vooral mannen van ongeveer mijn leeftijd, hebben een zekere neiging om Vladimir Poetin te bewonderen, voornamelijk vanwege zijn daadkracht en ultraconservatisme. Het Westen blijft tobben, maar Poetin treedt op – en misschien vergeven we hem daarom zijn homofobe oprispingen (of prijzen hem er zelfs om).

    Ik ben geen lid van deze ontluikende Britse fanclub. Het is gemakkelijk om daadkracht te tonen als je niet gehinderd wordt door democratie – zoals Poetin. Die is volgens mij amoreel, meedogenloos en oorlogszuchtig. En ik weet niet hoe diep zijn vreemde machismo van de-man-die-naakt-met-een-beer-worstelt gaat, of in hoeverre dat voor de show is. Dit is mijn zorg: wij provoceren en provoceren, we verdraaien de feiten tot ze in ons straatje passen, we demoniseren Poetin en zijn land op een oorlogszuchtige, eenzijdige manier en we negeren onze eigen wandaden tegenover de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting – in Oekraïne, in Syrië en in Irak.

    Ik hoop vurig dat Poetins oorlogszucht alleen maar een act is op het internationale toneel, en dat hij bij lange na niet zo dom is als Boris Johnson. Aan die hoop klamp ik me vast, voordat ik die tickets naar Wellington boek. Want het zou best ijdele hoop kunnen zijn. En het zou kunnen dat hij verder wordt gedreven dan hij kan verdragen.

    Voor een deel hebben we Poetin natuurlijk zelf geschapen. Je kunt een land niet in vijf of zes korte jaren zijn imperium, zijn politieke systeem en reden van bestaan, zijn industrie, zijn banen, zijn geld, zijn prestige en status in de wereld afnemen, en niet verwachten dat daarvoor iets terugkomt, een bepaalde hunkering naar het leven van vroeger, het verlangen naar een Stalin-light. Een hunkering naar Poetin. Het is een gemiste kans dat we Rusland halverwege de jaren negentig niet met liefde hebben overladen en niet hebben uitgenodigd om lid te worden van de NAVO. Het gevolg is dat we nu een antwoord moeten vinden op Poetin. En dat lukt ons niet. We verliezen het aan alle kanten.

  • 1. Gebruiken we straks allemaal Chinese stroom?

    1. Gebruiken we straks allemaal Chinese stroom?

    Het Chinese staatsbedrijf State Grid, de grootste energiereus ter wereld, wil de wereld gaan veroveren. In Brazilië laten de Chinezen zien dat het hen ernst is.

    Het is niet altijd duidelijk of de globale ambities van China megalomaan zijn of gewoon realistisch. Wie twijfelde er twintig jaar geleden niet ernstig aan het economisch potentieel van het land? Maar sindsdien heeft China de wereld ondubbelzinnig laten zien een economische grootmacht te zijn. Toch was het in maart van dit jaar door het Chinese staatsenergiebedrijf State Grid gelanceerde plan voor de bouw van een wereldwijd energienetwerk zelfs naar Chinese begrippen buitenissig. Het bedrijf kondigde aan van plan te zijn hier tussen nu en 2050 samen met een aantal partners maar liefst 50 biljoen (ja, biljoen) dollar in te investeren. Als één bedrijf op de wereld in staat zou zijn om deze reusachtige ambitie te realiseren, dan is het State Grid wel. Het is de grootste energiereus ter wereld, met 1,5 miljoen werknemers en een jaaromzet van 340 miljard dollar [304 miljard euro]. Het bedrijf is sinds zes jaar in Brazilië actief en wil, naar het recente beleid te oordelen, vanuit dit land beginnen met zijn plan om de wereld te veroveren.

    Door een serie van acquisities bezit het momenteel 7000 kilometer elektriciteitskabel in Brazilië en legt het nog 6600 kilometer nieuwe aan. In juni kondigde het de overname aan van het belang van de [Braziliaanse] groep Camargo Corrêa in het elektriciteitsbedrijf CBFL uit Saõ Paolo, het kroonjuweel van de Braziliaanse elektriciteitssector.

    Vrijwel zeker zal het ook de rest van de aandelen overnemen en het bedrijf voor een geschatte prijs van 25 miljard reais (6,8 miljard dollar) volledig in bezit krijgen. Als dit lukt, is het de grootste overname uit de geschiedenis van de Braziliaanse elektriciteitssector.

    Chinese dominantie

    Waarnemers van de sector wijzen erop dat de gretigheid waarmee het bedrijf overnames blijft doen past binnen een patroon dat nog maar in een eerste fase lijkt te zijn – de algehele dominantie van de sector door Chinese bedrijven. Gezien haar omvang is het logisch dat State Grid bij deze ontwikkeling vooroploopt. Maar het bedrijf is zeker niet als enige op de Braziliaanse markt actief.

    In de afgelopen vijf jaar investeerden de Chinezen zo’n 40 miljard dollar [35,8 miljard euro] in de Braziliaanse elektriciteitssector. China Three Gorges (CTG), dat de beroemde Drieklovendam (de grootste dam ter wereld) exploiteert, werd in 2013 in Brazilië actief met de aankoop van activa van het Portugese EDP. Inmiddels heeft het al 17 miljard reais (4,6 miljard euro) geïnvesteerd, wat CTG het op twee na grootste elektriciteitsbedrijf van het land maakt. Bij vrijwel alle overnamegesprekken in de Braziliaanse elektriciteitssector bevindt zich wel een Chinees bedrijf onder de kandidaten.

    De onderhandelingsstijl van de Chinese bedrijven is de afgelopen jaren steeds meer gaan lijken op wat internationaal gebruikelijk is. Van alle in Brazilië actieve bedrijven wordt CTG als het meest ‘westers’ beschouwd. De CEO voert zijn onderhandelingen met banken in het Engels en heeft meerdere Braziliaanse directeuren onder zich werken. State Grid daarentegen heeft voor elke Braziliaan een Chinese ‘tegenhanger’ in dienst.

    Tijdens onderhandelingen staan advocatenkantoren onder grote druk, aangezien alle documenten en contracten eerst in het Mandarijn vertaald moeten worden – de vraag naar vertalingen is daardoor zo groot dat er bij een recente transactie nergens een bekwame vertaler te vinden was. Alle afspraken moeten onder voorbehoud worden gemaakt, want de strenge hiërarchie van de Chinese bedrijven vereist dat alles eerst wordt voorgelegd aan superieuren in China. Hoe minder internationaal georiënteerd een bedrijf is, hoe langer de vergaderingen duren – tot wel veertien uur als de kopers verlangen dat alles van het Portugees in het Mandarijn vertaald wordt.
    In mei 2015 was premier Li Keqiang in Brazilië om voor 53 miljard dollar [47,5 miljard euro] aan handelsverdragen af te sluiten – en Chinese bedrijven aan te moedigen om toch vooral in het land te investeren.

    ‘Door het inzakken van hun economie zijn de Chinezen op zoek naar nieuwe markten waar ze hun ruim 3 biljard dollar aan deviezenreserves in kunnen investeren,’ vertelt Luis Augusto de Castro Neves, president van het Conselho Empresarial Brasil-China (een instelling die de wederzijdse handel tussen de twee landen moet bevorderen). De verovering van de Braziliaanse markt werd mogelijk door een radicale beleidswijziging van de regering in Brasília.

    Medewerkers van State Grid voeren een routinecontrole uit in een elektriciteitscentrale in het Braziliaanse Luziania. – © Xinhua News Agency / eyevine
    Medewerkers van State Grid voeren een routinecontrole uit in een elektriciteitscentrale in het Braziliaanse Luziania. – © Xinhua News Agency / eyevine

    Nog maar zo’n vijf jaar geleden deed de Braziliaanse regering er juist alles aan om de Chinezen te laten merken dat ze in Brazilië niet welkom waren. Toen State Grid in 2010 probeerde het aandeel van het Spaanse Iberdrola in het bedrijf Neoenergia over te nemen, werd de Spanjaarden duidelijk gemaakt dat de transactie ‘niet beviel’ – met andere woorden, de regering zou er zijn veto over uitspreken.

    Toen hetzelfde bedrijf in 2013 het belang van Camargo Corrêa in CBFL wilde overnemen (het belang dat het later inderdaad zou verwerven), riep de Braziliaanse regering pensioenfondsen op met deelnames in het bedrijf om hun recht van eerste koop uit te oefenen en zo de Chinezen de voet dwars te zetten. De overname ging niet door.

    Later kon men de realiteit binnen de sector niet langer negeren en moest de regering haar beleid wijzigen. Vanaf dat moment was er voor de gretige Chinese bedrijven meer aanbod van activa en aandelen in energiebedrijven dan ooit tevoren. Volgens bankiers en advocaten worden nu jaarlijks ruim 60 miljard aan activa te koop aangeboden.

    De ultieme ironie: door de nationalistische ijver van Dilma Rousseff valt de nationale elektriciteitssector in handen van de Chinezen

    Het op de markt komen van zo veel activa komt door de voorlopige beleidsmaatregel 579 van de inmiddels afgezette president Dilma Rousseff. Hierin werden elektriciteitsbedrijven verplicht om hun concessies tegen 20 procent lagere tarieven opnieuw af te sluiten – wie hiermee niet akkoord ging, kon zijn contract niet verlengen. Zowel voor bedrijven die het accepteerden als voor andere die niet meededen, betekende dit een forse ingreep in de bedrijfsvoering.

    Volgens consultancyfirma Thymos was het uiteindelijke verlies van de energieproducenten, -transporteurs en -distributeurs zo’n 67 miljard reais (18,5 miljard euro). Na deze maatregel werden de grote investeerders in de sector, zoals Petrobras, Eletrobras, Camargo Corrêa, Odebrecht, OAS en Queiros Galvão, ook nog eens verrast door de operatie-Lava Jato (gerechtelijk onderzoek naar het corruptieschandaal binnen Petrobras).

    Genoodzaakt om hun schulden te verminderen, en om hun investeringen in projecten terug te verdienen en boetes en afkoopsommen in arbitragezaken met de regering te betalen, deden deze bedrijven hun activa in de verkoop. Voor Braziliaanse investeerders waren de kosten van krediet voor deze overnames echter te hoog.

    ‘De Chinezen zijn momenteel praktisch de enigen met genoeg financiële armslag om dit grote aanbod te kunnen financieren,’ vertelt directeur Fernando Camargo van consultancyfirma LCA. Het is de ultieme ironie: door de nationalistische ijver van Dilma Rousseff valt de nationale elektriciteitssector in handen van de Chinezen.

    Auteur: Maria Luíza Filgueiras
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Exame
    Brazilië | tweemaandelijks | oplage 200.000

    Het tweemaandelijkse zakenblad Exame (Portugees voor onderzoek) bestaat precies vijftig jaar en wordt uitgegeven door Editora Abril in het Braziliaanse financiële centrum São Paulo. Het bevat nieuws en achtergrondinformatie over de algemene economie, investeringen, verkooptechnieken en nieuwe technologie. Het blad heeft een oplage van 200.000, waarvan 160.000 abonnementen. Het beschikt over kantoren in Rio de Janeiro, Brasilia en New York, bemand door zeventig journalisten. Dezelfde uitgeverij publiceert van tijd tot tijd ook Vip Exame, een blad dat zich richt op de aangename dingen voor de zakenman, zoals reizen, toerisme, culinair nieuws, mode en culture evenementen.

    Het zakenblad verschijnt onder gelijke naam in licentie in de voormalige Portugese kolonie Angola. In Portugal en in Mozambique worden financiële nieuwsbladen uitgegeven onder dezelfde titel, 
die echter niet tot dezelfde uitgeverij behoren.

  • Belmokhtar, tegen het Westen én IS

    Belmokhtar, tegen het Westen én IS

    Mokhtar Belmokhtar, het vermoedelijke brein achter de recente aanslagen in Bamako en Ouagadougou, blijft in alle opzichten ongrijpbaar.

    Mokhtar Belmokhtar werd in 1972 in het noorden van Algerije geboren en zou nu dus 43 [of 44] jaar zijn. Zoals meestal wanneer het gaat om wereldwijd gezochte terroristen, spreken ook de bronnen over Belmokhtar elkaar tegen. De afgelopen jaren is er al een aantal keren melding gemaakt van zijn dood, zowel door de Algerijnse regering als door westerse informatiebronnen.

    In zijn jeugd ontwikkelt Belmokhtar een fascinatie voor wapens en de dood, waarna hij zich aansluit bij de islamisten in Afghanistan die tegen de Sovjets vechten. Hij strijdt aan de zijde van 
Bin Laden en zweert hem trouw. (Een van zijn zoons zou hij later trouwens Osama noemen.) In deze zelfde tijd zou hij bij een ongelukje met explosieven een oog zijn kwijtgeraakt [vandaar zijn bijnaam ‘Eenoog’]. Niet altijd even 
handig, die doodsaanbidders…

    Mokhtar Belmokhtar op videobeeld. – © Reuters / Sahara Media
    Mokhtar Belmokhtar op videobeeld. – © Reuters / Sahara Media

    Vervolgens keert Belmokhtar in de jaren negentig terug naar Algerije om aan de zijde van de plaatselijke islamisten tegen de regering te vechten. Vanwege zijn terroristische activiteiten wordt hij door de Algerijnse justitie tweemaal ter dood veroordeeld. Nadat hij begin deze eeuw trouw zweert aan Al-Qaida, stapt hij in 2012 na een conflict met een lokale leider uit AQIM 
[Al-Qaida in de Islamitische Maghreb], waarvan hij op dat moment zelf een van de voormannen is. 
Momenteel is hij de leider van de terroristische organisatie Al-Mourabitoun, een filiaal van Al-Qaida in West-Afrika. En volgens een communiqué 
op satellietzender Al-Jazeera zou hij de aanval op het Radisson Blu-hotel in Bamako op 20 november jl. hebben uitgevoerd in samenwerking met AQIM.

    Achthonderd gijzelaars

    De laatste jaren heeft Belmokhtar twee grote aanvallen op touw gezet in Noord-Afrika en de Sahel: die op een gascomplex in [het Algerijnse] In Amenas in januari 2013, en de dubbele zelfmoordaanslag in een uraniummijn 
in Niger, een paar maanden later. Bij de aanval op het gascomplex in 2013 werden meer dan achthonderd mensen gegijzeld. De operatie was een 
antwoord op de Franse militaire interventie tegen de islamistische groepen in Mali. De aanval kostte het leven aan 39 gijzelaars, maar ook aan 29 strijders van Belmokhtar.

    Belmokhtar ziet meer in af en toe een grote aanslag dan in het regelmatig plegen van kleine aanslagen

    
Volgens Paul Melly, analist bij het Afrika-
programma van de Britse denktank Chatham House, heeft Belmokhtar altijd meer gezien in af en toe een grote aanslag met veel impact dan in het regelmatig plegen van kleine aanslagen. Zijn terroristische beweging is gekant tegen IS. De aanval op het Radisson Blu-hotel in Bamako [evenals de aanslagen van 15 januari jl. op het Splendid-hotel en café Cappuccino in Ouagadoudou, Burkina Faso, waarbij dertig doden vielen] zou trouwens ook 
onderdeel kunnen zijn van een soort gruwelijkheidscompetitie met IS. 
Dat Belmokhtar tegen IS is, valt te 
verklaren uit politieke en ideologische meningsverschillen. Hij heeft namelijk kritiek op de aanvallen die IS uitvoert op moslims in Syrië en keurt het af 
dat de terroristische organisatie verdeeldheid zaait onder de moedjahedien in het Midden-Oosten. Daarnaast is Al-Mourabitoun verwikkeld in een concurrentiestrijd met Boko Haram. Het noemt zichzelf overigens graag Al-Qaida in West-Afrika, als tegenhanger van de naam Islamitische Staat in West-Afrika, waarmee de gekken van Boko Haram zich graag tooien.

    In deze Champions League van gruwelijkheid verwacht je dat de scheidsrechter voor het einde van de wedstrijd fluit. Maar dan moet er wel een reglementaire speeltijd zijn…

    Auteur: Tarek S.W.

    Algérie-Focus
    Algerije | www.algerie-focus.com
    Onafhankelijk en geëngageerd, brengt sinds 2008 Algerijns nieuws en achtergronden met als motto ‘De plicht om te weten’.