De Mukaab is het zoveelste megalomane stedelijke project uit de koker van Mohammed bin Salman, alias MBS, de zoon van koning Salman die samen met zijn vader de scepter zwaait over Saoedi-Arabië. MBS wil de economie diversifiëren, want die is nu nog volledig afhankelijk van olie-inkomsten.
Het nieuwste stedelijke megaproject van Mohammed bin Salman, bijgenaamd ‘MBS’, de kroonprins van Saoedi-Arabië: de Mukaab, een gigantisch kubusvormig bouwwerk met een hoogte, breedte en diepte van 400 meter. Het moet het symbool van Riyad worden. Een soort Saoedische Eiffeltoren of Big Ben, maar dan in XXL-formaat, met 2 miljoen vierkante meter aan vloeroppervlak, die plaats moet bieden aan een armada van hotels, winkelcentra en zelfs een ‘immersief theater’. Volgens berekeningen van de Amerikaanse media belooft deze mastodont twintig keer zo groot te worden als het Empire State Building.
Dit Babylonische project is afkomstig uit de koker van MBS, de zoon van koning Salman die samen met zijn vader de scepter zwaait over Saoedi-Arabië. Hij wil een revolutie ontketenen in het koninkrijk door te breken met ouderwetse sociaal-religieuze aspecten en door de economie, die nu nog volledig afhankelijk is van olie-inkomsten, te diversifiëren.
Voordat hij zijn plan voor de Mukaab lanceerde, had deze overactieve, met games opgegroeide dertiger al andere projecten geïnitieerd die minstens zo opzienbarend zijn: Neom in het noordwesten van het land, een megalopolis met robotbedienden, vliegende taxi’s en een kunstmaan; The Line, een klimaatneutrale stad die zich in een lijn van 170 kilometer lang uitstrekt door de woestijn; Qiddiya, een reusachtig entertainmentproject aan de rand van Riyad dat drie keer zo groot moet worden als Parijs; Trojena, een prestigieus skiresort in de bergen boven de stad Tabuk, waar naar verwachting de Aziatische Winterspelen van 2029 zullen worden gehouden; het Red Sea Project, met een reeks super-de-luxe hotels aan de Rode Zee, et cetera.
Imago opvijzelen
Grillen van een megalomane postpuber? Pogingen om minder flatteuze acties in het vergeetboek te doen geraken, zoals de rampzalige oorlog in Jemen of de moord op journalist Jamal Khashoggi, die in 2018 in het Saoedische consulaat in Istanboel met een botzaag in stukjes werd gesneden? De werkelijkheid is complexer. Naar alle waarschijnlijkheid zal maar een deel van deze enorme bouwwerken het daglicht zien, geheel in lijn met eerdere half voltooide megaprojecten. Zo is de Koning Abdoellah Economische Stad, waarmee de voorganger van Salman een eiland van liberalisme wilde stichten aan de oevers van de Rode Zee, nooit echt van de grond gekomen. Het faraonische karakter van de projecten is bedoeld om het imago van de Saoedische kroonprins op te vijzelen. Ze moeten een ander verhaal vertellen, dat van de jonge prins die zich meer dan ooit als ondernemer van de toekomst presenteert, naar het voorbeeld van een van zijn idolen, Elon Musk, de baas van SpaceX die Mars wil koloniseren.
De productiviteit van de Saoedische bevolking, die gewend is aan een uiterst genereuze staatsruif, ligt notoir laag
Deze projecten zijn een teken voor de rest van de planeet, en in het bijzonder voor investeerders, dat het koninkrijk daadwerkelijk bezig is zich aan zijn verstarring te ontworstelen. ‘MBS wil een nieuw Saoedi-Arabië creëren, en het lijdt geen twijfel dat hij daarin slaagt,’ zegt Bertrand Besancenot, voormalig Frans ambassadeur in Riyad, die in 2015 zag hoe het nieuwe fenomeen zijn intrede deed op het Saoedische politieke toneel. ‘Hij ziet zichzelf als de nieuwe Ibn Saoed (de eerste koning van het moderne Saoedi-Arabië, die het koninkrijk in 1932 tot een eenheid smeedde) en wil van zijn land een van de tien machtigste ter wereld maken.’
Deze kentering begon in 2016, met de inperking van de bevoegdheden van de zedenpolitie. De muttawa, die een sinistere reputatie genoot, was belast met de handhaving van de geboden van het wahabisme, de ultrapuriteinse stroming binnen de islam die lange tijd de staatsgodsdienst van Saoedi-Arabië was. In de jaren daarna heeft MBS de zachte dictatuur waarvan lange tijd sprake was weliswaar vervangen door een ultra-autoritair bewind, maar is hij doorgegaan met het doorbreken van taboes, door muziekuitvoeringen toe te staan (2016), het verbod op autorijden voor vrouwen op te heffen (2017), bioscopen te heropenen (2018), de scheiding tussen mannen en vrouwen in restaurants op te heffen (2019), winkels toestemming te geven om tijdens gebedstijden open te blijven (2021) et cetera.
Vierde Saoedische staat
Het dewahabiseringsproces is in gang gezet, en te oordelen naar het succes van de hervormingen is de bevolking, van wie tweederde jonger is dan 35, rijp voor deze revolutie. Het proces is des te moeilijker te stoppen doordat MBS ervan verzekerd is dat hij na de dood van zijn vader, die nu 87 is, de troon zal bestijgen; rekening houdend met zijn jonge leeftijd (37) zou hij, mits er geen ongelukken gebeuren, nog drie of vier decennia moeten kunnen regeren.
‘We zijn in feite getuige van de geboorte van de vierde Saoedische staat,’ zegt politicoloog Stéphane Lacroix, gespecialiseerd in de geschiedenis van het Arabisch Schiereiland. Eerst was er het emiraat Diriyah, dat duurde van 1727 tot 1818, toen het emiraat Nadjd, van 1824 tot 1891, en daarna het koninkrijk dat in 1932 door Abdoel Aziz al-Saoed werd gesticht. ‘Dit idee van een vierde staat was een geliefd thema van de Saoedische oppositie, die lange tijd heeft gedroomd van de stichting van een constitutionele monarchie,’ aldus Lacroix. ‘Maar MBS is bezig een geheel ander project te verwezenlijken: een door moderniseringsdrift en grootheidswaanzin bezielde autocratie. Hij is de opperheerser die alle regels aan zijn laars lapt, goedschiks of kwaadschiks.’
Vrouwen
Met dit hervormingsproces was al langzaam maar zeker een begin gemaakt in de tijd van koning Abdoellah. Aan hem is, behalve de Economische Stad, ook de toegang van vrouwen tot de Majlis al-Shura (het Saoedische surrogaatparlement) te danken, evenals het staatsmonopolie op fatwa’s en de eerste investeringen in toerisme en mijnbouw – de twee belangrijkste sectoren waarmee MBS de afhankelijkheid van olie wil verminderen. Maar de macht in Saoedi-Arabië was in die tijd nog sterk verdeeld en de pogingen van Abdoellah liepen vaak al snel spaak.
Mohammed bin Salman heeft lering getrokken uit deze mislukkingen en besloten dat het systeem alleen kan worden veranderd door het ten val of op z’n minst aan het wankelen te brengen. Vandaar zijn grootschalige arrestatiecampagnes, zowel onder islamisten als liberalen, en zowel binnen de koninklijke familie als binnen vooraanstaande zakenfamilies en geestelijke kringen. Zo wil hij een verticale machtsstructuur creëren en het – al dan niet reële – verzet tegen zijn grootse plannen breken.
Vooral op religieus gebied heeft hij opvallend veel succes geboekt. De wahabitische geestelijkheid die in ruil voor haar trouw aan koning Saoed de hele maatschappij haar obscurantistische credo oplegde, is volledig monddood gemaakt. De islamitische toon wordt inmiddels gezet door MBS zelf, die zich heeft ontpopt als een voorvechter van de iitidal, de religieuze gematigdheid. Tijdens een opzienbarend interview met de zender Al-Arabiya in 2021 tergde de kroonprins de traditionalisten zelfs tot het uiterste door op te roepen om Mohammed ibn Abdul-Wahhab, stichter van het wahabisme, niet als een heilige te vereren.
Deze modernisering wordt niet alleen ingegeven door imago-overwegingen. In een recent boek, L’Arabie saoudite. De l’or noir à la mer Rouge, beschrijft de Franse historicus en diplomaat Louis Blin, voormalig consul in Djedda, hoe het ‘antimodernisme’ van de fundamentalisten, gepaard met de verslaving aan het zwarte goud, de industriële ontwikkeling van Saoedi-Arabië heeft gedwarsboomd. ‘Het welslagen van de postwahabitische gok van de kroonprins staat of valt met zijn vermogen om het rentenierssysteem dat door de salafisten wordt gesteund te vervangen door een productie-economie,’ aldus Blin.
Maar de productiviteit van de Saoedische bevolking, die gewend is aan een uiterst genereuze staatsruif, ligt notoir laag, en de kroonprins weet dat. Het succes van zijn plannen is afhankelijk van een ontwikkeling van het arbeidsethos en een integrale hervorming van het lokale opleidingsstelsel. Het bekeren van de Saoediërs tot het wereldwijde materialisme, het onuitgesproken doel van Mukaab, Trojena en andere soortgelijke projecten, zal niet volstaan om het koninkrijk te hervormen.
In de Kunsthal in Rotterdam is vanaf eind april een tentoonstelling te zien over Haus-Rucker-Co, een Weens collectief van radicale architecten. Met hun creaties zetten de architecten zich af tegen de consumptiemaatschappij en de toenemende klimaatschade.
Haus-Rucker-Co, het in 1967 opgerichte Weense collectief van radicale architecten, reageerde op het toenemende gevoel van vervreemding in de consumptiemaatschappij en de toenemende verstedelijking en klimaatschade. De mannen waren erop uit de ‘traditionele opvattingen over ruimte uit te dagen, machtshiërarchieën te doorbreken en utopische stedelijke ruimten te creëren, vol schone lucht en een sterk gemeenschapsgevoel’. Wie wil dat niet?
Voor de tentoonstelling Mind Expanders is een selectie gemaakt van werken uit 1967-1972, de periode waarin het collectief zijn kenmerkendste en vernieuwendste architecturale projecten ontwikkelde. Te zien zijn bijvoorbeeld Balloon for 2 (een transparant pvc-membraan dat is opgeblazen tot een grote luchtbel), Yellow Heart (een pneumatische ruimtecapsule) en Food City I (een eetbare stadsmaquette).
Hoogtepunt vormt de interactieve installatie Giant Billiard, die voor het eerst in Nederland te zien is. Iedereen (van minimaal 1,20 meter) die het luchtkussen van 14 bij 14 meter betreedt met daarop drie reusachtige opblaasballen van vinyl, wordt onderdeel van een spel zonder vastgestelde regels en omgangsvormen. Zo wil Haus-Rucker-Co vragen oproepen over hoe onze fysieke omgeving van invloed is op de manier waarop we met elkaar omgaan.
Ongeveer een maand geleden, op 31 oktober, werden Lydia en Timothy Ridgeway geboren. Die dag kwamen er wel meer kinderen ter wereld, maar wat deze tweeling zo bijzonder maakt is dat ze zijn geboren uit wat volgens het Amerikaanse National Embryo Donation Center de langst bevroren embryo’s zijn die ooit tot een levende geboorte hebben geleid, meldt CNN. De embryo’s werden op 22 april 1992 ingevroren. Ze waren afkomstig van een anoniem echtpaar dat in-vitrofertilisatie (ivf) had ondergaan. Bijna drie decennia lang werden de embryo’s bewaard in een tank met vloeibare stikstof van bijna 200 graden onder nul.
‘Het is verbazingwekkend’
‘Het is verbazingwekkend,’ zegt vader Philip Ridgeway, die met zijn vrouw en kinderen in Portland, Oregon, woont. ‘Ik was vijf jaar oud toen God Lydia en Timothy het leven schonk, en sindsdien heeft Hij dat leven in stand gehouden.’ Het stel heeft nog vier andere kinderen, van acht, zes, drie en bijna twee jaar oud, die geen van allen via ivf of donoren zijn verwekt.
Een opgraving in het riool van het Colosseum in Rome heeft half opgegeten snacks opgeleverd van toeschouwers die ooit keken hoe gladiatoren vochten op leven en dood, aldus Ansa. Ook werden er resten gevonden van dieren die in de arena werden opgejaagd. Onder de gevonden hapjes zijn stukjes gegrild vlees, pizza, groenten en fruit, aldus archeologe Federica Rinaldi, die de werkzaamheden leidde. De opgraving bracht botten aan het licht van leeuwen, luipaarden, beren en honden, die gedwongen werden met elkaar te vechten of gedood werden door jagers.
Ook zijn er munten gevonden, waaronder een sestertie met het hoofd van Marcus Aurelius, vertelt archeologe Francesca Ceci. ‘Met een beetje fantasie kun je je voorstellen hoe deze glimmende munten naar beneden werden gegooid, in het zand van de arena terechtkwamen en wegstroomden met het bloed van mensen en dieren.’
Met Bigger & Closer (not smaller & further away) maakt de wereldberoemde kunstenaar David Hockney een zogenaamde immersive ervaring van zijn werken, schrijft It’s Nice That. In plaats van ervoor te staan, kan de bezoeker de afbeeldingen werkelijk binnentreden. Het wordt de eerste tentoonstelling in Lightroom, een vier verdiepingen hoge ruimte in Kings Cross die is uitgerust met de nieuwste digitale projectie- en audiotechnologie. De reis door zijn werk kan bovendien gemaakt worden met commentaar van Hockney zelf, waarin hij uitlegt hoe hij fotografie gebruikt als een manier om te tekenen met een camera. Hockney werkte drie jaar lang met Lightroom samen om de tentoonstelling technisch te vervolmaken. Van 25 januari tot 23 april 2023.
Volgens The Economist dient de beste kans voor Poetin om een wig te drijven tussen Oekraïne en het Westen zich deze winter aan. Vóór de oorlog leverde Rusland 40 tot 50 procent van het aardgas dat de EU importeert. In augustus draaide Poetin de kraan van een grote pijpleiding naar Europa dicht en schoten de brandstofprijzen omhoog.
Meer kou betekent dat meer mensen sterven
Tot nu toe heeft Europa deze schok goed doorstaan door voldoende gas op te slaan. Maar ook al zijn de marktprijzen voor brandstoffen in-middels gedaald, de reële gemiddelde kosten voor gas en elektriciteit voor huishoudens in Europa liggen veel hoger dan voorheen. Modellen die The Economist maakte, suggereren dat dat weleens grote gevolgen zou kunnen hebben. Meer kou betekent dat meer mensen sterven. Gegeven de relatie tussen sterfte, weersomstandigheden en energiekosten zou het aantal slachtoffers van Poetins ‘energiewapen’ in Europa weleens hoger kunnen uitvallen dan het aantal soldaten dat tot nu toe in Oekraïne is omgekomen.
Amsterdam op ‘No List 2023’
Fodor’s, het bedrijf voor reisinformatie dat groot werd door mensen te vertellen waar ze heen moeten om te slapen, eten en drinken, heeft nu een lijst gepubliceerd met plekken wereldwijd waar je in 2023 juist níét heen moet gaan, schrijft Grist. Hun ‘No List 2023’ adviseert niet om deze bestemmingen te vermijden vanwege het slechte eten, de slechte bezienswaardigheden of gevaar, maar omdat een teveel aan toeristen op deze plekken ecologische, culturele en sociale schade veroorzaakt.
De lijst richt zich op de impact van het wereldwijde toerisme op drie specifieke gebieden: unieke natuurlijke omgevingen die steeds verder worden aangetast door toeristen, culturele hotspots die te kampen hebben met grote drukte en een overbelaste infrastructuur, en bestemmingen die te maken hebben met een watercrisis.
Na een korte onderbreking vanwege de pandemie is het toerisme weer explosief gestegen
Lake Tahoe in Californië en Antarctica haalden de lijst van natuurwonderen die vanwege hun kwetsbaarheid het wegblijven van toeristen verdienen. Op de lijst met culturele bestemmingen waar de infrastructuur onder hoogspanning staat en stijgende kosten van levensonderhoud de plaatselijke bevolking verjagen, wordt Amsterdam genoemd, naast Venetië en de Amalfikust in Italië, Cornwall in Engeland en Thailand.
Door een combinatie van voedselconsumptie, accommodatie, vervoer en de aankoop van souvenirs draagt het wereldwijde toerisme voor 8 procent bij aan de mondiale uitstoot van broeikasgassen. Na een korte onderbreking vanwege de pandemie is het toerisme weer explosief gestegen en inmiddels worden de cijfers van voor de pandemie zelfs overtroffen.
Musk jaagt adverteerders weg
Het is een understatement om te zeggen dat het niet echt lekker gaat met Twitter sinds miljardair Elon Musk het platform op 27 oktober voor 44 miljard dollar overnam. Eind november had ruim eenderde van de honderd grootste marketeers al gedurende twee weken niet meer geadverteerd op het platform, zo blijkt uit een analyse door The Washington Post. Dat geeft aan dat adverteerders sinds de overname terughoudend zijn geworden. Tientallen topadverteerders, waaronder veertien bedrijven uit de top-50, stopten met adverteren, aldus de analyse van de krant op basis van van gegevens van Pathmatics, een bedrijf dat gespecialiseerd is in merkanalyses en digitale marketingtrends.
Advertenties van A-merken zoals Jeep en snoepfabrikant Mars, die in de zes maanden vóór de overname door Musk tot de top-100 van Amerikaanse adverteerders op Twitter behoorden, zijn in elk geval sinds 7 november niet meer op de site te zien geweest. ‘We zijn eind september begonnen met het opschorten van reclameactiviteiten op Twitter, toen we hoorden van enkele belangrijke ontwikkelingen op onder meer het gebied van merkveiligheid, die gevolgen hadden voor onze merken,’ aldus een verklaring van Mars, dat naast het gelijknamige snoepgoed ook voedingsmiddelen en producten voor huisdieren maakt.
Het gevaar voor hen en voor Twitter is dat Musk ‘zelf een heel sterk merk wordt’
Ook farmaceut Merck, ontbijtgranenproducent Kellogg’s, telecommunicatiereus Verizon en bierbrouwer Boston Beer hebben de afgelopen weken hun advertenties stopgezet, volgens gegevens van Pathmatics.
Volgens Matthew Quint, directeur van het Center on Global Brand Leadership aan de Columbia Business School in New York, zijn veel bedrijven zich bewust van ‘de mogelijke druk van belanghebbenden en consumenten, wanneer ze zich verbinden met inhoud die als opruiend wordt gezien.’ Het gevaar voor hen en voor Twitter is dat Musk ‘zelf een heel sterk merk wordt, een controversieel merk zelfs,’ aldus Quint. ‘Hoe meer hij op de voorgrond treedt, des te meer adverteerders er waarschijnlijk voor kiezen om niet geassocieerd te worden met een Elon Musk-platform.’
Droogte maakt onder water gezette monumenten weer zichtbaar
Als het skelet van een uitgestorven zeemonster is de Dolmen van Guadalperal opgedoken uit de bodem van het stuwmeer van Valdecañas in West-Spanje, waar door de aanhoudende droogte in Europa het waterpeil sterk is gedaald, meldt The New York Times. De overblijfselen van deze graven uit de bronstijd, bijgenaamd het Spaanse Stonehenge, zijn nu voor de vijfde keer volledig blootgelegd sinds het gebied in 1963 opzettelijk onder water werd gezet als onderdeel van een plattelandsontwikkelingsproject.
Dolmens, ook wel hunebedden genoemd, waren graftombes met één kamer die vaak werden gebruikt voor religieuze ceremonies en nauwkeurige waarnemingen van de zon. De onlangs in Spanje opgedoken dolmen dateert uit het vierde of vijfde millennium voor Christus en is daarmee zo’n tweeduizend jaar ouder dan zijn Keltische neef op de Salisbury-vlakte in Engeland.
Wie wil begrijpen waarom er meer dan dertig jaar na de val van het communisme nog steeds een diepe kloof gaapt tussen aspiratie en realiteit, hoeft eigenlijk alleen maar te bestuderen wat er gebeurt bij het kruispunt op het Museumsinsel in Berlijn. ‘Het is volslagen idioot hier.’
Vanaf de Ebertsbrücke tussen de Tucholskystraße en de zuidelijke oever van de Spree heb je een schilderachtig uitzicht op Berlin-Mitte. Naar het oosten toe strekt zich een adembenemend panorama uit. Amateurfotografen zijn gek op deze plek.
Bij zonsondergang staan er tientallen met hun camera’s in de aanslag. Het Bode-Museum, het Museumsinsel, dat werelderfgoed is, en de televisietoren van Berlijn worden dan door de avondzon in een unieke gloed gehuld, zoals je meestal alleen op ansichtkaarten ziet. Beneden glinstert de Spree in het laatste restje daglicht. Op geen enkele andere plek is de meest opwindende stad van Duitsland op dit tijdstip zo mooi.
De verkeerssituatie leidt al meer dan dertig jaar tot woede, afschuw, machteloosheid en onverschilligheid
Maar schijn bedriegt. Want deze plek, vooral het kruispunt aan de zuidkant van de brug die de Torstraße moet verbinden met de prachtige boulevard Unter den Linden, wordt door Berlijners gehaat. De verkeerssituatie hier roept al meer dan dertig jaar woede, afschuw, machteloosheid of onverschilligheid op en leidt soms zelfs tot tranen en pijn.
‘Wij zijn één Berlijn’ luidt de fantasieloze reclameslogan van Berlijn, bedoeld om de hoofdstad te bevrijden van het groezelige imago een ‘mislukte stad’ te zijn. Maar wie wil begrijpen waarom er meer dan dertig jaar na de val van het communisme nog steeds een diepe kloof gaapt tussen ambitie en realiteit, hoeft eigenlijk alleen maar te bestuderen wat er gebeurt op dat kleine kruispunt tussen Am Weidendamm, Kupfergraben en Geschwister-Scholl-Straße.
Het is zeven uur ’s morgens op een gewone woensdag. Over een paar minuten barst de storm op het kruispunt los. Nu ziet het er nog overzichtelijk uit. Een eenzame kraai zit op de versleten stalen relingen. Die zorgen er in theorie voor dat voetgangers op alle hoeken van het kruispunt de rijbaan alleen maar kunnen oversteken door een omweg van een paar honderd meter te maken. Om precies te zijn gaat het om 152 meter massieve, buikhoge stalen leuningen die in beton zijn gegoten. En deze stalen relingen, hoe onbeduidend ze ook mogen lijken, zijn exemplarisch voor een geschiedenis van ongelukken, ambtelijk falen en slordigheden.
De brug
Op de brug is de chaos nu begonnen. Terwijl verderop in de Geschwister-Scholl-Straße een gestreste chauffeur in een Ford Ka luid toetert en ‘Lazer op!’ roept naar een jonge fietser, is het al weer zover. Een ongeluk. Vanuit de Tucholskystraße kwam een jonge vrouw in stevige pas aangelopen. Ze wilde over het trottoir van de Ebertsbrücke richting Unter den Linden lopen. Even stond ze in verwarring voor de stalen reling, maar na een onhandige sprong staat ze nu plotseling op de rijweg. Een aanstormende fietser probeert te remmen. Zijn verse remspoor voegt zich bij de vele andere op het asfalt. Te laat. De uitwijkmanoeuvre eindigt met een knal tegen de reling.
De man ligt als een insect op het wegdek en grijpt naar zijn arm. Een druppel bloed druipt van zijn elleboog op de weg. De jonge vrouw helpt de man overeind. Terwijl de twee bij de reling staan, het hoofd schuddend en nogal geschrokken, maakt een familie uit Los Angeles gebaren aan de overkant van de straat, ook hoofdschuddend. Onderweg van de Friedrichstraße naar het Pergamon Museum hebben ze besloten niet over de reling te springen. In plaats daarvan kiezen ze voor een 169 meter lange omweg langs de hekken. De veiligere, maar moeilijkere weg.
We zien een man met een zonnebril, een beige trenchcoat en klassieke herenschoenen, die behendig over de reling klimt en doelgericht over de rijbaan langs geparkeerde auto’s richting Unter den Linden loopt. We spreken hem aan. Zijn naam is Fabian von Ritter, hij is advocaat insolventierecht en legt deze route minstens drie keer per week af. Hij rekent ons voor: met minstens 180 keer oversteken per jaar is hij in de vijf jaar dat hij in de Tucholskystraße woont al zeker 900 keer over de reling gesprongen. Voor zijn werk. Daarbovenop, zegt hij, deed hij dat privé nog eens 500 keer. Dat zijn minstens 1400 sprongen over de reling.
‘Het is volslagen idioot hier’
Als het regent en hij schoenen met leren zolen draagt, gaat hij soms onder de reling door, want ‘dan is het te gevaarlijk om eroverheen te springen’. Von Ritter laat ons precies zien waar hij zijn sprong maakt. ‘Dit is waar de pro’s het doen. Hier is de middelste sport van de reling iets lager,’ zegt hij. ‘Dat maakt het makkelijker voor de gewrichten.’ We zien dat de leuningen niet uit één stuk bestaan. Hier en daar, zo lijkt het, zijn er later onderdelen toegevoegd, getuige de onafgewerkte lasnaden. Een man in een blauwe overall wijst geërgerd naar de tegenoverliggende hoek Am Weidendamm/Geschwister-Scholl-Straße: ‘Tien jaar geleden was daar nog een opening in het hekwerk.’
In de loop van ons onderzoek zal duidelijk worden dat de man gelijk heeft. Waarom voetgangers inmiddels deze beperking is opgelegd, is op dit moment voor de betrokkenen onduidelijk. We vragen de advocaat in de regenjas naar zijn mening. ‘Het is volslagen idioot hier,’ zegt Von Ritter. Hij ziet hier regelmatig ongelukken. Een week geleden maakte een oude vrouw die terugkwam van een bezoek aan het kerkhof een zware val en brak haar arm.
Von Ritter zegt allang aan deze toestand gewend te zijn, maar het is voor hem onbegrijpelijk dat in de dertig jaar sinds de bouw van de provisorische brug niemand op het idee is gekomen de situatie voor de bewoners te verbeteren: ‘Vooral omdat onze voormalige bondskanselier Angela Merkel hier slechts honderd meter verderop aan de Kupfergraben woont. Alleen al het feit dat dit zich onder haar ogen afspeelt, zet me aan het denken en maakt me boos.’
Provisorische brug
Sleutelwoord: provisorische brug. Om te begrijpen waarom deze oversteekplaats zo gevaarlijk is, is het de moeite waard een blik te werpen op de turbulente geschiedenis van deze plek. We leren dat in 1820 een zekere heer Ebert, die destijds de grond aan de oevers van de Spree bezat, de brug aanlegde om tol te kunnen vragen. Aanvankelijk stond hier een eenvoudige houten jukbrug, die later door de stad werd vervangen door een prachtige stenen brug naar een ontwerp van Karl Friedrich Schinkel. Toen hier in de jaren dertig ondergronds de huidige S2-spoorlijn werd aangelegd, werd de Schinkelbrug in 1937 vervangen door een stalen brug.
Bijna alle Berlijnse bruggen over de Spree werden in het voorjaar van 1945 opgeblazen door de Wehrmacht als onderdeel van Hitlers Nero-bevel – bedoeld om te voorkomen dat het Rode Leger zou oprukken. Dat lot trof ook de Ebertsbrücke. Tot 1946 kon de S2 niet rijden omdat door het opblazen van de brug de tunnel eronder was beschadigd en volgelopen met water. Gedurende de DDR-tijd was er ruim veertig jaar lang helemaal geen Ebertsbrücke. Uiteindelijk werd in 1992 een noodbrug over de Spree aangelegd, steunend op twee elektriciteitsmasten. Deze vorm van de brug is nog altijd in gebruik.
Toen in 1992 de Weidendammer Brücke tussen Friedrichstadtpalast en station Friedrichstraße gerenoveerd moest worden, werd het verkeer omgeleid over de nieuwe tijdelijke Ebertsbrücke. Maar wat was bedoeld als een tijdelijke oplossing, is nu al meer dan dertig jaar permanent. En zo zijn waarschijnlijk de relingen in kwestie verschenen. Het onheil kon beginnen.
We hebben een afspraak met Roland Stimpel voor een korte rondleiding door de buurt. Stimpel, ronde nikkelen bril, T-shirt en witte krullen à la Rainer Langhans [een bekende Duitse activist, acteur, schrijver en filmmaker], kent de buurt goed, want hij woont in de Planckstraße, één straat verderop. En nog belangrijker voor ons onderzoek: Stimpel is een professional. Hij is bekend van Der Tagesschau [het Duitse achtuurjournaal] in zijn hoedanigheid als woordvoerder van de Duitse vereniging voor voetgangersverkeer (Fuss e.V.) en dus als ‘Duitslands belangrijkste pleitbezorger voor voetgangers’.
In 30 seconden tellen we 26 sprongen over de stalen buizen en helpen we een fietser overeind die gevallen is
‘In 1986 waren die relingen er nog niet.’ Dat vertelde zijn kwieke buurvrouw van tachtig hem. Waarom zijn ze er eigenlijk? vragen we ons af. We kijken rond met Roland Stimpel. We onderzoeken samen de leuningen, kijken een tijdje naar het verkeer. In 30 seconden tellen we 26 sprongen over de stalen buizen en helpen we een fietser overeind die gevallen is.
We zien een enorme wooncontainer voor bouwvakkers van drie verdiepingen die het voetpad verspert, helemaal aan het einde van de reling. Kennelijk goedgekeurd door het stadsdeelbestuur. Doordeweeks worden hier tot aan de kruising auto’s geparkeerd door Poolse arbeiders die aan de andere kant van de Spree op een van de grote bouwterreinen rond het oude telegraafkantoor aan het werk zijn. Achter de container zit een grote kuil in het trottoir. Al weken liggen hier stroomkabels bloot. Niet ongevaarlijk.
En niet alleen de leuningen bij de kruising zijn een curiositeit. Tegenover het Bode-Museum, een paar honderd meter naar het oosten, zien we gaten van vijf meter lang waar de prachtige balustrades uit de keizertijd langs de Spree ooit met grof geweld zijn afgebroken. Die plekken werden later opgevuld met stukken lelijk groen tuinhek. Waarom?
Een inwoner weet het antwoord. In de extreem strenge winter van 1979/80 had het in Berlijn zo hard gesneeuwd dat de straten in heel Oost-Berlijn met zwaar materieel werden schoongeveegd. De sneeuw belandde in de Kupfergraben, waar deze vijf meter hoog werd opgetast. Ambtenaren besloten dat de sneeuwmassa’s gewoon met bulldozers door de oude hekken geduwd konden worden, maar met de bevroren sneeuwmassa’s werden hele stukken reling gewoon mee de Spree in geduwd. Hoewel die later door duikers zijn geborgen, werden ze niet teruggeplaatst. Blijkbaar was het Berlijnse bestuur ook vóór de val van het communisme niet ideaal.
‘Ik heb al vijf keer bijna iemand aangereden’
Maar goed, terug naar ons kruispunt. Een jonge vrouw op een Ferrari-rode scooter rijdt voorbij. Ze vertelt dat door de grote container en het hekwerk de voorrangsregels hier niet echt inzichtelijk zijn. Iedereen doet maar wat hij wil, zegt ze. Als je een ongeluk wilt vermijden, kun je maar het beste stapvoets rijden. ‘Ik heb al vijf keer bijna iemand aangereden.’
Wij zetten onze wandeling met Stimpel van Fuss e.V. voort en houden de rondzwervende toeristen en voorbijgangers in de gaten. ‘Deze hoek is volkomen absurd. Iedereen probeert hier over te steken, vooral degenen die hier onbekend zijn,’ zegt Stimpel. Sommigen klimmen over twee relingen, anderen over drie, sommigen lopen 100 meter over de rijweg. ‘Iedereen probeert op de een of andere manier langs dit volstrekt ongeplande verkeerspunt te komen. Hier is geen seconde over nagedacht. Waarom is het in dertig jaar bij niemand opgekomen die relingen weg te halen en de stoepranden gewoon te verlagen?’ vraagt Stimpel zich af.
Een typische Berlijnse straathoek
Helaas is dit een typische Berlijnse straathoek, zegt Stimpel. De burgers zijn eraan gewend geraakt dat de politiek geen verantwoordelijkheid neemt. ‘Hier ben je op jezelf aangewezen. In Berlijn zijn het altijd de mensen die de meeste hulp en bescherming nodig hebben, mensen in een rolstoel, met een kinderwagen, of oude en zieke mensen, die de sjaak zijn. Het gebeurt hier zo vaak dat de zwaksten het moeten ontgelden.’
En inderdaad: terwijl een gepensioneerde in zijn elektrische karretje nog dapper diagonaal over de kasseien (à la Via Appia) op het kruispunt rijdt, begeleid door woest getoeter van auto’s, hebben drie leerkrachten van een dertigkoppige klas van een speciale school uit Bad Dürkheim in Rijnland-Palts hun handen eraan vol hun geestelijk en lichamelijk gehandicapte leerlingen veilig van A naar B te brengen. In een lange rij staan de bange kinderen op de rijweg, met één hand aan de reling, terwijl ze er in kleine groepjes overheen worden geleid.
‘Het stadsdeel heeft ons oude mensen opgegeven’
Vanaf de overkant van de straat beziet de 85-jarige Oost-Berlijnse Marianne Irler de problemen van de groep. ‘Ik moet hier regelmatig oversteken om bij de dokter in de Geschwister-Scholl-Straße te komen,’ zegt de vermoeide gepensioneerde met gebloemde blouse en rollator. ‘In de Tucholskystraße kom ik de stoepranden al niet meer op. Ik wil gewoon de straat oversteken, maar dat kan dus niet.‘ In plaats daarvan moet ze een omweg van 86 meter maken. ‘En op mijn leeftijd,’ zegt ze, ‘ben ik al zo uitgeput van het lopen dat ik de kracht niet meer heb om me erover op te winden. Het stadsdeel heeft ons oude mensen opgegeven.’
Een licht gedeukte Opel Zafira van de Berlijnse politie komt de hoek om. We spreken de bebaarde agent en zijn blonde collega aan. Officieel en onder hun echte namen, mogen ze ons geen informatie geven, maar anoniem kunnen ze wel iets zeggen. Al met al is het goed geregeld, zegt de officier terwijl zijn collega knikt. ‘Een reling is als een verkeersbord. Die geeft duidelijk aan dat je eromheen moet. Eroverheen springen is verboden.’ Iedereen moet zich eraan houden, en wie dat niet doet begaat een overtreding.
Wij wijzen de politie erop dat deze reling voor geen van de voorbijgangers zin heeft en dus gewoon wordt genegeerd. Het ijskoude antwoord: ‘Het maakt me niet uit wat mensen ervan vinden, regels zijn regels.’ Wij staan nogal perplex en vragen ons af of het oude adagium ‘de politie, uw vriend en helper’ nog steeds geldt in het moderne Berlijn. Wat zou Marianne Irler hierop te zeggen hebben?
Poolse bouwvakkers
Pas laat op de avond komt alles zodanig samen dat we ons een duidelijk beeld kunnen vormen. We ontmoeten twee Poolse bouwvakkers (precies, die uit de wooncontainer) die over de brug schuifelen met emmers verf. We vragen hun als vakmannen om hun oordeel. Ze zeggen dat het vrij duidelijk is waarom alle mensen hier ondanks het verbod over de reling springen. ‘Deze reling is niet van Pruisische degelijkheid,’ zegt er een. ‘De lasnaden zijn slecht, de verbindingspunten slordig, en alles is krom en scheef,’ voegt de ander toe. Ze schudden hun hoofd. En geen van beiden kan zich voorstellen dat dit het werk van een Duitse overheidsinstelling is. ‘Berlijn is veel chaotischer dan Warschau,’ lacht de eerste. ‘Niets doet het,’ vult de tweede aan.
We hebben genoeg gezien. Tijd voor navraag bij de bevoegde Berlijnse autoriteiten. En omdat je in Berlijn nooit precies weet wie wáárvoor verantwoordelijk is, moeten we onze e-mails met vragenlijsten wijd rondstrooien. Wij geven de autoriteiten een redelijke termijn van 72 uur om te antwoorden. Al snel hebben we in de gaten welke afdeling waarschijnlijk niet verantwoordelijk is. Binnen 25 minuten ontvangen we een vriendelijke afwijzing van het Departement voor Stedelijke Ontwikkeling. Iedere Berlijner hunkert naar zo’n snel antwoord van de autoriteiten wanneer er iets moet worden opgehelderd.
‘We weten niet waarom deze nogal bizarre toestand niet is verholpen in dertig achtereenvolgende jaren’
Beetje bij beetje druppelen de antwoorden binnen. Bij het ter perse gaan hadden wij van de Berlijnse politie nog geen informatie ontvangen over ongevallenstatistieken. We vernemen dat het Gemeentelijke Departement voor Milieu, Mobiliteit, Consumentenbescherming en Klimaatbescherming verantwoordelijk is voor de brug. Het zegt: ‘We weten niet waarom deze nogal bizarre toestand, met relingen die een voetpad blokkeren, in dertig achtereenvolgende jaren niet is verholpen.’
Stadsdeelkantoor Berlin-Mitte is verantwoordelijk voor het kruispunt. Om precies te zijn: gemeenteraadslid voor Verkeer Almut Neumann van de Groenen zei bij haar aantreden eind 2021 in een YouTube-video: ‘Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om goed werk te leveren voor u.’ En verder: ‘Ik wil grotere verkeersveiligheid (…), vooral voor kinderen en ouderen, door veilige kruispunten, meer ruimte op de trottoirs, beschermde fietsstroken en voetgangerszones.‘
Het officiële antwoord
We geloven het raadslid op haar woord. Maar waarom zijn die relingen er dan? Het omvangrijke officiële antwoord van de autoriteit: ‘Als gevolg van bouwtechnische beperkingen door de brugconstructie zorgt hoogteverschil aan de zuidkant voor een structureel ongebruikelijk en daardoor onvoorspelbaar trede-effect voor voetgangers in het gebied direct naast de rijbaan, dat zonder passende beschermende maatregelen een hoog risico op ongevallen zou betekenen en ook in strijd zou zijn met de in Berlijn geldende beginselen van toegankelijkheid.’
En verder: ‘Aangezien het verlagen of ombouwen van stoepranden op alle vier de hoeken van het kruispunt momenteel niet mogelijk is vanwege de hierboven uiteengezette structurele omstandigheden en beperkingen, bestaat het risico dat met name medeburgers met beperkte mobiliteit op deze punten struikelen en zich bezeren; het is daarom moeilijk om deze oversteekplaats als zodanig zonder beveiliging aan te bieden aan weggebruikers die willen oversteken.’
Aha, dus de hoge stoepranden zijn de reden
Aha, dus de hoge stoepranden zijn de reden. Maar waarom was de reling dan open tot ten minste 2008, zoals te zien is op Google Streetview? We zoomen in. Aan de zuidkant van de kruising zijn zelfs kleine treden ingebouwd om het ‘hoogteverschil’ te overbruggen, waardoor men er gemakkelijk zonder leuningen kan lopen. Bovendien zouden volgens de logica van het stadsdeelbestuur dan bijna alle trottoirs aan de oevers van de Spree van leuningen moeten worden voorzien (zoals erg populair was in de DDR, die niet bekendstond om haar liberale principes). In tegenstelling tot wat de autoriteiten beweren, zijn de stoepranden daar – de Berliner Zeitung heeft het met een liniaal nagemeten – soms wel tien centimeter hoger dan op het kruispunt.
En in de aangrenzende Tucholskystraße in het noorden zou dan ook een reling moeten worden aangebracht bij de oversteekplaats bij de twee trappen naar de oevers van de Spree. Want ook hier is veel bedrijvigheid en staan veel voorbijgangers verward om zich heen te kijken. Hier zijn de stoepranden zelfs tot acht centimeter hoger dan bij het kruispunt. Kortom, de relingen op het kruispunt hebben wat ons betreft geen enkele zin.
Volgens het gemeenteraadslid is de afzetting op de Ebertsbrücke ‘bizar, en als voorbijganger heb ik me er in het verleden eerlijk gezegd aan geërgerd’, maar ‘de situatie structureel aanpassen is zeer complex vanwege de structurele beperkingen van het brugsysteem en lijkt niet haalbaar op korte of middellange termijn’.
Is dat echt zo? We vragen het aan iemand die het zou moeten weten. Bernhard Strecker is de bekendste bruggenbouwer van Berlijn. De 82-jarige speelde een belangrijke rol bij het in oude luister herstellen van veel bruggen in Berlijn-Mitte die in 1945 door de Wehrmacht waren opgeblazen. Strecker ontwierp onder meer de noordelijke Monbijoubrücke, die direct naast de Ebertsbrücke ligt, en de Neue Friedrichsbrücke naar Museumsinsel, en hij is voor de hoofdstad het meest competente aanspreekpunt in zaken die de Ebertsbrücke betreffen. Al jaren vraagt hij de autoriteiten en met name de stadsdeelburgemeester om de ‘verschrikkelijke toestand’ rond de Ebertsbrücke te verhelpen.
‘Dit zou op korte termijn met weinig geld binnen een paar weken kunnen worden opgelost’
Door de lastige verkeerssituatie onder de brug is het niet mogelijk om de huidige brug te vervangen door een ‘prachtige overbrugging’, aangezien de aanleg de steunmuren van de onderliggende S-Bahn-tunnel zou kunnen beschadigen. Dat laat onverlet dat het na ruim drie decennia hoog tijd is dat het bovengrondse gebied eindelijk eens goed wordt aangepakt. De stadsdeelburgemeester mag zich niet langer achter de brug verschuilen, zegt hij. ‘Het zijn allemaal slappe excuses,’ mompelt Strecker. ‘Dit zou op korte termijn met weinig geld binnen een paar weken kunnen worden opgelost.’
Actie ondernemen
Mevrouw Neumann, de eerste verantwoordelijke ambtenaar sinds de bouw van de brug in 1992, kondigt in een e-mail aan dat zij nu eindelijk actie zal ondernemen. ‘Persoonlijk kan ik me bijvoorbeeld voorstellen dat de relingen worden verwijderd. In plaats daarvan kunnen we met waarschuwingsborden en andere markeringselementen wijzen op de aanwezigheid van hoogteverschillen. Maar dat moeten we eerst rustig bespreken.’ Ook zij wil een ‘oplossing die redelijk snel kan worden uitgevoerd’.
In Berlijn kan ‘redelijk snel’ dertig jaar betekenen
De Berliner Zeitung vreest echter dat ‘redelijk snel’ in het Berlijns een eufemisme is voor nog eens dertig jaar nietsdoen en biedt daarom graag nu al hulp aan. Wij stellen graag drie redacteuren ter beschikking die gedurende twee dagen op z’n minst de verwijdering van de relingen voor hun rekening kunnen nemen. De kosten voor het stadsdeel zijn overzichtelijk. Bij bouwmarkt Hellweg koop je een haakse slijper voor minder dan 100 euro. Een zak cement om de gaten te vullen kost 3,29 euro en bij Robben & Wientjes kun je een vrachtwagen huren voor 44 euro per dag. Ook de kosten voor de catering zijn te overzien: bij bakkerij Backmühle in de Tucholskystraße kost een filterkoffie 1,70 euro en een half broodje vlees slechts 1,50 euro.
En omdat de redactie van de Berliner Zeitung niet bestaat uit boeven en de relingen eigendom zijn van het stadsdeelbestuur, hebben we ook uitgezocht waar het overtollige staal heen kan. We hebben een expert het gewicht van de 152 meter lange stalen buizen laten schatten. Die kwam op vier tot vijf ton staal. De schrootprijzen zijn op dit moment niet slecht. Door het hekwerk te verkopen aan bijvoorbeeld de schroothandel in Marzahn-Hellersdorf tegen de huidige dagprijs van 1,45 euro per kilo V2A-staal, kan het stadsdeel tussen de 5800 en 7250 euro verdienen.
Dat geld zou mevrouw Neumann dan weer kunnen steken in de door haar gewenste verkeersverbeteringen in de hoofdstad, zoals pop-upfietspaden en houten zitjes en banken voor de nieuwe voetgangersgebieden die geleidelijk aan overal in Berlin-Mitte de vele parkeerplaatsen moeten gaan vervangen.
Hoewel de twee Poolse arbeiders beweren dat zij de stoepranden op de kruising binnen een week verwijderd hebben, zal er de komende jaren waarschijnlijk geen bevredigende oplossing komen voor Marianne Irler met haar rollator. Zal ze het nog meemaken? Het is onduidelijk, want bij het Gemeentelijke Departement voor Milieu, Mobiliteit, Consumenten en Klimaatbescherming krijgen we off the record te horen: ‘Stoepranden zijn heilig’. Het verplaatsen van stoepranden of zelfs het verlagen ervan vereist een moeizaam en langdurig planningsproces. Op korte termijn kan er niets worden gedaan.
In de loop van ons onderzoek hebben wij natuurlijk ook een verzoek gestuurd aan onze voormalige bondskanselier, die in het zicht van het knooppunt Am Kupfergraben woont. Wij wilden weten of zij zelf door de relingen wordt beperkt en of de situatie haar stoort. De ex-kanselier liet onze vragen echter onbeantwoord, ook al bevinden de obstakels zich pal op weg naar haar favoriete Edeka-supermarkt op station Friedrichstraße (naast de Hit-Ullrich-supermarkt op Mohrenstraße 69). Of mevrouw Merkel een omweg om de afzettingen maakt, er moedig overheen springt of onder de buizen door duikt, blijft dus vooralsnog onbekend.
De toekomst zit al besloten in het indrukwekkende oeuvre van de Brits-Iraanse architect Zaha Hadid. In haar voormalige studio in Londen zijn nu Hadids visies voor de stad van 2066 te zien.
Wie een idee wil hebben hoe Londen er in 2066 uit zal zien, wende zich voor het meest spectaculaire antwoord tot de Brits-Iraanse architect Zaha Hadid, een pionier op het gebied van de vrije vorm in computergestuurd ontwerpen. Dat deed het tijdschrift Vogue al in 1991, wat de wonderlijkste visioenen opleverde. Helaas stierf Hadid zes jaar geleden, op vijfenzestigjarige leeftijd, aan een hartaanval.
De toekomst zit al besloten in haar indrukwekkende oeuvre, dat is terug te vinden van Duitsland tot Azerbeidzjan en Hongkong. Haar eerste grote opdracht was het Vitra Fire Station (1993) in het Duitse Weil am Rhein, daarna volgde het Guangzhou Opera House (2010) in de Chinese provincie Guangdong en de voetgangersbrug over de Ebro in het Spaanse Zaragoza, die uit 29.000 driehoeken bestaat. Elk jaar dook wel ergens een scheef perspectief op, een vertaling van Hadids tekeningen in verwrongen, de zwaartekracht tartende driedimensionale vormen.
Wolkenkrabbers zijn ondergronds en worden gekoeld door watervallen, bruggen tellen veertien verdiepingen
Dat zou zij zeker tot in lengte der dagen hebben volgehouden. In 2066 had de volgende generatie kluwen slagaders kunnen zien uitwaaieren over het centrum van Londen, die oostwaarts stromen en weer samenkomen in een crescendo van gekleurde scherven. Wolkenkrabbers zijn dan ondergronds en worden gekoeld door watervallen, bruggen tellen veertien verdiepingen en gebouwen vallen uit elkaar en steken het water over om aan de andere kant weer een geheel te vormen.
Reimagining London is te zien op de begane grond van Hadids voormalige studio in een victoriaans schoolgebouw in Clerkenwell.
In Ierland zien veel pubs zich genoodzaakt om twee dagen per week te sluiten als gevolg van personeels-tekorten, meldt RTÉ. Die tekorten zijn vanwege de pandemie nog groter geworden dan ze al waren. Dat heeft een delegatie van Ierse publicans, caféhouders, laten weten aan een speciale commissie van de Oireachtas, het Ierse parlement.
Volgens Donall O’Keeffe, voorzitter van de Licensed Vintners Association, de organisatie van publicans in Dublin, hebben twee jaar van sluitingen en beperkingen een verwoestend effect gehad op het behoud van personeel in de sector. Hij schat dat ongeveer een derde van het personeel de sector heeft verlaten. Er waren volgens hem al tekorten aan geschoold personeel voordat corona uitbrak, en het vertrek van chef-koks, managers en hoger barpersoneel tijdens de pandemie heeft die situatie verergerd. Sinds de pubs weer open mogen is de beschikbaarheid van personeel de grootste remmende factor voor een volledig herstel, aldus O’Keeffe.
De regering van New South Wales in Australië introduceerde eind 2019 de DDL (digital driver’s licence), oftewel het digitale rijbewijs. Mensen kunnen sindsdien hun iPhone of Android-telefoon gebruiken om hun identiteits- en leeftijdsbewijs te tonen bij politiecontroles langs de weg of in cafés, aldus Ars Technica. De overheid beloofde dat het digitale rijbewijs een ‘hoger niveau van veiligheid en bescherming tegen identiteitsfraude zou bieden dan het plastic rijbewijs’ dat decennialang werd gebruikt.
Maar onderzoek wijst nu uit dat het een eitje is om identiteitsbewijzen te vervalsen met behulp van de DDL. Mensen die wettelijk geen alcohol mogen drinken, kunnen simpelweg hun geboortedatum veranderen en fraudeurs kunnen valse identiteiten aanmaken. Dat proces neemt nog geen uur in beslag, vereist geen speciale hard- of software en levert valse id-bewijzen op die moeiteloos de controle doorstaan van het elektronische verificatiesysteem dat door de politie en deelnemende cafés wordt gebruikt.
Sky Bridge 721
Niet ver van de Poolse grens en het skigebied Dolní Morava beschikt Tsjechië sinds kort over de langste voetgangersbrug ter wereld, meldt Colossal. De ‘Sky Bridge 721’ is zo smal (1,20 meter) dat er geen tegenliggers kunnen passeren en voetgangers maar in één richting over de brug kunnen lopen. Omkeren kan dus niet. 721 slaat op het aantal meters dat de hangbrug lang is. De brug verbindt twee bergkammen op meer dan 1100 meter boven de zeespiegel met elkaar en zou met zijn 8 centimeter dikke stalen kabels vijfhonderd mensen tegelijkertijd moeten kunnen dragen. De bouw van de toeristische attractie kostte ruim 8 miljoen euro. Er staat ook nog een uitkijktoren naast, die uitzicht biedt op de vallei van de Morava en het Králicky Snezník-gebergte.
De belangrijkste kledingstukken die Amerikanen kochten tijdens de pandemie waren… sokken. Volgens marktonderzoekbureau NPD Group zijn sokken sinds twee jaar de belangrijkste kledingaankoop en hebben ze de aankoop van T-shirts verdrongen, aldus Quartz. Een op de vijf kledingitems die in 2020 en 2021 in de VS werden gekocht, was een paar sokken. Sokken om mee te slapen vertegenwoordigen slechts 3 procent van de sokkenmarkt, maar de verkoop van slaapsokken groeide wel vier keer zo snel als die van sokken in het algemeen. Volgens de marketeers kwam dat doordat mensen tijdens de pandemie meer tijd doorbrachten in bed. Een verklaring voor de verkoopgroei ligt mogelijk ook in de explosieve groei van e-commerce: sokken zijn relatief goedkoop en worden gemakkelijk aan een bestelling toegevoegd als een klant nog maar een paar dollar verwijderd is van gratis verzending, aldus NPD.
Door stijgende temperaturen als gevolg van klimaatverandering wordt de nachtrust van mensen wereldwijd korter, zo blijkt uit de grootste studie naar dit onderwerp tot nu toe, dat aangehaald wordt door The Guardian. Door de opwarming van de aarde stijgen de nachttemperaturen sneller dan die overdag. Naarmate de aarde verder opwarmt zal slaapverlies verder toenemen, maar sommige mensen worden meer getroffen dan andere. Het slaapverlies per graad opwarming is bij vrouwen ongeveer een kwart hoger dan bij mannen, twee keer zo hoog bij 65-plussers en drie keer zo hoog bij mensen in minder welvarende landen.
Eerdere studies toonden al aan dat stijgende temperaturen schadelijk zijn voor de gezondheid
Het onderzoek is gebaseerd op gegevens van 47.000 mensen in 68 landen, gedurende in totaal 7 miljoen nachten. Uit het onderzoek bleek dat de gemiddelde burger per jaar nu al 44 uur minder slaapt. Dat komt neer op elf nachten met minder dan zeven uur slaap. Eerdere studies toonden al aan dat stijgende temperaturen schadelijk zijn voor de gezondheid, onder meer door toename van het aantal hartaanvallen, zelfmoorden en psychische crises, door ongevallen en verwondingen, maar ook door een verminderd vermogen om te werken. De onderzoekers vinden het verontrustend dat hun gegevens niet aantonen dat mensen in staat zijn om zich aan te passen aan warmere nachten.
Volgens Kelton Minor van de Universiteit van Kopenhagen, die het onderzoek leidde, ‘slapen wereldwijd steeds meer mensen onvoldoende.’ Hij voegde eraan toe dat het onderzoek het topje van de ijsberg kan zijn, ‘want zeer waarschijnlijk zijn onze schattingen aan de conservatieve kant’.
Xi wil zwaargewicht als mediabaas
De huidige Chinese onderminister van Buitenlandse Zaken Le Yucheng wordt volgens ingewijden het nieuwe hoofd van de Nationale Radio en Televisie Administratie (NRTA) van China, de organisatie die toezicht houdt op de staatstelevisie en -radio in China, aldus South China Morning Post. Zijn benoeming lijkt een gevolg van de eis van president Xi Jinping om de positie van China in de mediaoorlog met de VS en diens bondgenoten te versterken. Xi riep vorig jaar op tot een ‘sterk Chinees narratief’ en keerde zich tegen westerse media die ‘alle middelen aanwenden’ om China te belasteren en te demoniseren. Berichtgeving over mensenrechten in Xinjiang, het Chinese standpunt over de oorlog in Oekraïne en het politieke systeem van China leidden sindsdien meermaals tot boze reacties van Chinese diplomaten en in de propaganda van de staatsmedia.
De laatste jaren legde Le al vaker openbare verklaringen af over de diplomatieke positie van China
Le wordt als hoofd van de NRTA ook adjunct-directeur van de Centrale Propaganda-afdeling, die toezicht houdt op informatieverspreiding, media en film. De laatste jaren legde hij al vaker openbare verklaringen af over de diplomatieke positie van China. Na de ontmoeting van Xi Jinping met Vladimir Poetin op 4 februari in Beijing, bijvoorbeeld, was het Le die de staatsmedia informeerde over de gesprekken en die vertelde dat de banden tussen de twee landen ‘geen bovengrens’ hebben.
Le begon zijn diplomatieke loopbaan in de jaren tachtig op een afdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken die verantwoordelijk was voor de relatie met de Sovjet-Unie en het Oostblok. Hij werkte twee keer op de Chinese ambassade in Moskou en diende later als ambassadeur in Kazachstan en India. In 2018 werd hij onderminister van Buitenlandse Zaken, de op twee na hoogste amb-telijke functie van het ministerie. In een recent interview zei hij dat Washington moet accepteren dat ‘de Amerikaanse hegemonie’ afneemt, ook al zal het voor China ‘voorlopig moeilijk zijn’ om de VS in te halen.
Voorzitter FIFA betwist onderzoek van The Guardian
Gianni Infantino, sinds 2016 voorzitter van FIFA (Fédération Internationale de Football Association), heeft op een conferentie in Los Angelos gereageerd op geruchten over migranten die worden gedwongen te werken aan de bouw van nieuwe stadions en over het aantal arbeiders dat op deze bouwplaatsen is omgekomen: 6500, volgens een gepubliceerd onderzoek in The Guardian.
Qatar is later dit jaar gastheer van het Wereldkampioenschap voetbal. Duizenden migranten worden ingezet voor projecten die met het toernooi te maken hebben, zoals de bouw van stadions en de beveiliging. De rol die de FIFA naar verluidt speelt bij het mogelijk maken van de uitbuiting van migranten is stelselmatig bekritiseerd door organisaties als Amnesty International, dat recentelijk verklaarde dat sommige WK-arbeiders ‘dwangarbeid’ hebben moeten verrichten.
‘Het is geen liefdadigheid’
‘Laten we één ding niet vergeten als we over dit onderwerp spreken’, zei Infantino op het Milken Institute, geciteerd door The Athletic. ‘Wanneer je iemand werk geeft, zelfs in moeilijke omstandigheden, geef je hem waardigheid en trots. Het is geen liefdadigheid.’
Ook ging hij in op het onderzoek van The Guardian: ‘Wat betreft de bouw van de WK-stadion: we onderzoeken al deze zaken met behulp van externe partijen. Het zijn drie personen die zijn overleden. Dat is drie te veel, maar het zijn er geen zesduizend.’
Infantino erkent dat de verschillende controverses rond de wedstrijd ‘een schaduw hebben geworpen op de voorbereiding’ van het evenement.
‘Met deze prijs, die beschouwd wordt als de Nobelprijs van de architecteur, wordt Francis Kéré de beroemdste Afrikaanse architect’, schrijft Burkina24 over de toekenning van de Pritzker Architecture Prize aan de Burkinese architect, afgelopen dinsdag. Francis Kéré maakt al vele jaren indruk op de wereld van de architectuur. Hij heeft verschillende werken op zijn naam staan in Burkina Faso, Mali, Togo en Europa. ‘Tijdens de huidige veiligheidscrisis moet ons land niet vergeten dat het ook uitzonderlijke mannen als Francis Kéré heeft voortgebracht’, aldus de site.
‘Het is mede dankzij zijn toewijding aan het verheffen van de gemeenschap waar hij vandaan komt dat Kéré, zesenvijftig jaar oud, de Pritzker Prize verdient, de hoogste eer in de architectuur’, schrijft The New York Times.
‘Zijn gebouwen (…) zijn verbonden met de grond waarop ze staan en met de mensen die er gebruik van maken. Ze zijn aanwezig maar niet pretentieus en hebben impact vanwege hun gratie’, citeert de krant het juryrapport.
De Notre-Dame in Parijs, de Big Ben in Londen en de San-Marco-basiliek in Venetië gelden als bakens van de westerse, Europese beschaving. Maar volgens een spraakmakend nieuw boek is het ontwerp – de dubbele torens, de roosvensters, de koepelgewelven – gekopieerd uit de islamitische wereld.
Keuze uit het archief
Op 15 april 2019, afgelopen dinsdag zes jaar geleden, zag de wereld met lede ogen aan hoe de Notre-Dame in Parijs in lichterlaaie stond. Door de brand stortten een toren en een deel van het dak in. Inmiddels is de schade hersteld en is de kathedraal weer geopend voor het publiek.
Hoewel de Notre-Dame altijd als rooms-katholiek kerkgebouw in gebruik is geweest en als een staaltje westerse architectuur wordt beschouwd, gaat het ontwerp ervan terug op de islamitische cultuur. Dat schrijft Midden-Oosten-expert Diana Darke in haar boek Stealing from the Saracens. In dit artikel van The Guardian vertelt ze hoe de Arabische cultuur Europa heeft gestempeld en hoe het komt dat veel Europeanen dit helemaal niet weten.
Toen de Notre-Dame vorig jaar in vlammen was gehuld, betreurden velen het verlies van deze baken van westerse beschaving. De kathedraal, het ultieme symbool van de Franse culturele identiteit en het hart van de natie, dreigde in rook op te gaan. Maar Midden-Oosten-expert Diana Darke zag het anders. Zij wist dat de herkomst van het majestueuze gotische bouwwerk niet alleen kan worden teruggevoerd op de annalen van de Europese christelijke geschiedenis, maar is te vinden in de bergachtige woestijn van Syrië. In een dorpje iets ten westen van Aleppo, om precies te zijn.
‘Het architectonische ontwerp van de Notre-Dame is net als dat van alle andere gotische kathedralen in Europa rechtstreeks ontleend aan de vijfde-eeuwse Kalb Lose-kerk uit Syrië,’ twitterde Darke op de ochtend van 16 april, toen het stof van de brand nog overal in Parijs neerdaalde. ‘Kruisvaarders namen het idee van de dubbele torens in de twaalfde eeuw mee naar Europa.’
Niet alleen stammen de dubbele torens en het roosvenster uit het Midden-Oosten, schreef Darke, dat geldt ook voor de ribgewelven, spitsbogen en zelfs de receptuur voor gebrandschilderd glas. De gotische architectuur zoals wij die kennen heeft veel meer aan het Arabische en islamitische erfgoed te danken dan aan plunderende Goten. ‘Ik was verbijsterd door die reactie,’ zegt Darke. ‘Ik dacht dat veel meer mensen daarvan op de hoogte waren, maar er lijkt sprake van grote onwetendheid over de geschiedenis van culturele toe-eigening. Tegen de achtergrond van de toenemende islamofobie leek het me goed om te vertellen hoe de vork in de steel zit.’
En dat doet ze nu met Stealing from the Saracens, een verkwikkend, grondig boek dat licht werpt op een eeuwenlange geschiedenis van ontlening. Ze volgt het spoor van belangrijke Europese gebouwen – van het Britse parlementsgebouw, Westminster Abbey en de kathedraal van Chartres tot aan de San Marco-basiliek in Venetië – terug naar hun Midden-Oosterse voorlopers. Het gaat zowel over politieke macht, rijkdom en trends als over religieuze overtuigingen, met verhalen over plunderende kruisvaarders, modebewuste bisschoppen en bereisde kooplui die nieuwe stijlen en technieken ontdekten en ze mee naar huis namen. ‘Tegenwoordig kennen we het onderscheid tussen Oost en West,’ zegt Darke. ‘Maar dat bestond toen nog helemaal niet. Overal vond culturele uitwisseling plaats, vooral van het oosten naar het westen. Er ging maar heel weinig de andere kant op.’
Spitsbogen en ribgewelven
Omdat ze zo veel voorkomen in de grote kathedralen van Europa, zou je zomaar kunnen denken dat spitsbogen en ribgewelven oorspronkelijk uit de christelijke cultuur komen. Maar de eerste gaan terug op een zevende-eeuwse islamitische graftombe in Jeruzalem, terwijl de laatste voor het eerst werden gebruikt in een moskee uit de tiende eeuw in Andalusië, in Spanje. Dat eerste bekende voorbeeld van een ribgewelf bestaat nog steeds.
Bezoekers van de Mezquita in Córdoba vergapen zich nog elke dag aan de talloze, elkaar overlappende bogen in dit meesterwerk van toegepaste geometrie en decoratief bouwen, dat in zijn duizendjarige bestaan nooit gerestaureerd hoefde te worden. De gewelfde maqsura – het deel van de moskee dat voor de kalief gereserveerd was – werd zo ontworpen dat die een heilige gloed over de geestelijk leider wierp. De officiële toeristenfolder vertelt echter weinig over de islamitische oorsprong van het gebouw, misschien wel omdat het al sinds 1236 in gebruik is als katholieke kerk.
De spitsboog was een praktische oplossing voor een probleem waar de steenhouwers die werkten aan de Rotskoepel in Jeruzalem mee te maken kregen. Deze moskee, een van de belangrijkste heiligdommen uit de islamitische wereld, werd in het jaar 691 gebouwd door de heerser over het eerste islamitische rijk.
Het interieur van de Mezquita in Córdoba. Het gebouw was oorspronkelijk een moskee, maar is al eeuwenlang in gebruik als kathedraal. – Ingo Mehling / Wikipedia
Het was een uitdaging om een buitengalerij met ronde bogen gelijk te laten lijnen met een kleinere binnengalerij en tegelijkertijd het plafond ertussen horizontaal te houden. Daartoe moesten de steenhouwers de bogen van de binnengalerij versmallen, zodat ze zich genoodzaakt zagen er spitsbogen van te maken. Een andere wereldwijde primeur is hoog in het heiligdom te vinden: aan de binnenkant van de koepel loopt een galerij van drielobbogen, waar daarna praktisch elke Europese kathedraal mee werd uitgerust, omdat het boogtype onmiddellijk werd geadopteerd als symbool van de heilige drie-eenheid.
‘Het valt me telkens weer op,’ zegt Darke, ‘dat het feit dat we zo veel dingen als typisch westers en Europees beschouwen, berust op onbekendheid met veel oudere islamitische bouwvormen en een verkeerde interpretatie daarvan.’ Ze legt uit dat de enorme invloed van de Rotskoepel te danken was aan middeleeuwse kruisvaarders, die het gebouw ten onrechte voor de tempel van Salomo aanzagen. Ze gebruikten het gewelfde, ronde ontwerp van het heiligdom, waarvan ze dachten dat het christelijk was, als voorbeeld voor tempelierskerken, zoals de Temple Church in de Londense City.
Ze namen zelfs het decoratieve Arabische opschrift over, dat christenen verguist omdat ze in de drie-eenheid geloven in plaats van in de ene god. Zulke pseudo-Koefische kalligrafie sierde vervolgens het metselwerk van Franse kathedralen en de zomen van rijk versierde stoffen, zonder dat ook maar iemand enig idee had wat die precies betekende.
Uienkoepel
De verwarring werd alleen nog maar verergerd door de eerste gedrukte kaart van Jeruzalem, die in 1486 werd uitgegeven in het Duitse Mainz. Niet alleen wordt de Rotskoepel daarop ten onrechte aangeduid als ‘Tempel van Salomo’, het gebouw wordt ook verkeerd afgebeeld, namelijk met een uienkoepel, een oriëntaalse fantasie die ontsproot aan het brein van de Nederlandse houtsnijwerker Erhard Reuwich.
Het boek waar de kaart deel van uitmaakte werd een bestseller. Het werd dertien keer herdrukt en in vele talen vertaald, waardoor uivormige kerkkoepels zich in de zestiende eeuw over heel Europa verspreidden. Het is een verhaal over verkeerde voorstellingen en de onbedoelde gevolgen ervan – perfect materiaal voor een Monty Python-sketch.
Het viel niet altijd mee om islamitische motieven mee te nemen naar het Westen. De spitsboog kwam daar pas na veel omwegen terecht. Darke reconstrueert dat de boog eerst in Caïro opdook, waar hij tijdens het kalifaat van de Abbasiden nog spitser werd, om er door kooplui uit de rijke Italiaanse havenstad Amalfi te worden bewonderd. Zij verwerkten de ontdekkingen die ze op hun reizen deden in hun eclectische basiliek uit de tiende eeuw. Dat exotische gebouw trok weer de aandacht van abt Desiderius van Benevento, die Amalfi in 1065 aandeed toen hij op zoek was naar zeldzame kostbaarheden. Desiderius besloot het ontwerp van de boog te gebruiken voor zijn abdij van Monte Cassino. De ramen werden vervolgens gekopieerd in het benedictijner klooster van het Franse Cluny, dat destijds over de grootste kerk ter wereld beschikte.
Het beviel abt Suger, raadsman van de koningen Lodewijk VI en Lodewijk VII, dat de ramen meer licht binnenlieten, en daarom paste hij hetzelfde ontwerp meteen toe in de kathedraal van Saint-Denis in Parijs. De kathedraal, die wel wordt beschouwd als het eerste volledig gotische gebouw, werd voltooid in 1144, waarna de architect meewerkte aan de Notre-Dame. ‘Ze kopieerden het gewoon allemaal van elkaar,’ zegt Darke. ‘Het waren de machtigste kerken van Europa, dus de stijl sloeg overal aan, zoals dat gaat met modes. Als de machtigen der aarde iets hebben, wil iedereen het.’
De lijst is nog veel langer. Zo zijn er bijvoorbeeld de vroege vierkante minaretten, zoals die te vinden zijn op de Grote Moskee van Damascus, waarvan het bovenste gedeelte spits toeloopt en wordt bekroond met een bolvormige pinakel. Ze vormden de inspiratie voor beroemde Italiaanse torens, zoals die van het Palazzo Vecchio in Florence en de Campanile van Venetië, waarna eeuwenlang vergelijkbare kerktorens werden gebouwd.
Voortbordurend op onderzoek van architectuurhistoricus Deborah Howard laat Darke zien dat Venetië eerder Arabisch is dan Europees, van de smalle, kronkelende straatjes en de huizen met binnenplaats en dakterras tot de islamitische versieringen van het Dogenpaleis (gebaseerd op de Al-Aqsa-moskee in Jeruzalem) en de uienkoepel van de San Marco.
Ze zijn allemaal het resultaat van de reizen die Venetiaanse kooplui maakten naar Egypte, Syrië, Palestina en Perzië. De invloed daarvan strekte zich zelfs uit tot de mode: Venetiaanse vrouwen hulden zich in het openbaar in sluiers en gingen van top tot teen gekleed in het zwart. ‘Ze tonen hun gelaat voor geen goud,’ aldus het commentaar van een vijftiende-eeuwse bron. ‘Ze zijn zo verhuld dat ik niet begrijp hoe ze zich over straat kunnen begeven.’
Het boek van Darke verschijnt in een beladen tijd waarin de zogenaamd westerse architectuur door rechtse nationalistische groeperingen wordt aangegrepen om hun geïdealiseerde visie van een ‘zuivere’ Europese identiteit kracht bij te zetten.
Talloze socialmedia-accounts verspreiden tegenwoordig boodschappen over witte superioriteit, vermomd als liefde voor het eigen erfgoed, terwijl vergelijkbare sentimenten sinds kort doorklinken in overheidspublicaties van bepaalde landen. Het boek maakt op een welsprekende manier korte metten met zulke kortzichtige, verkapte propaganda en laat zien dat de monumenten die zo door alt-right worden vereerd geworteld zijn in juist die cultuur waar ze zo weinig van moet hebben.
Die onwetendheid heerst alom, en misschien is het meest verrassende aan Stealing from the Saracens wel dat de lezer van nu zich helemaal niet over die oosterse invloeden zou moeten verbazen. In het boek haalt Darke telkens weer de woorden aan van de Engelse architect Christopher Wren (1632-1723), die zich heel goed bewust was van de Midden-Oosterse oorsprong van de gotische architectuur en van de bouwtechnieken die hij gebruikte voor zijn beroemde St. Paul’s Cathedral.
‘Stealing from the Saracens: How Islamic Architecture Shaped Europe’ van Diana Darke is uitgekomen op 20 augustus. Diana Darke is arabist en cultuurkenner, ze woont en werkt al meer dan dertig jaar in het Midden Oosten.
‘De hedendaagse gotiek,’ schreef Wren begin achttiende eeuw, ‘kenmerkt zich door lichtheid, doordat haar hoge bouwsels zo gedurfd zijn, door de fijnzinnigheid, de overdaad en de extravagantie van de ornamenten. Dergelijke hoge gebouwen staan niet toe dat de zware Goten als hun bedenker worden aangemerkt.’ In plaats daarvan, besloot hij, ‘moeten alle kenmerken van de nieuwe architectuur uitsluitend worden toegeschreven aan de Moren, of – wat hetzelfde is – aan de Arabieren of Saracenen.’
De ironie schuilt in die laatste naam. In de tijd van Wren was ‘Saracenen’ een scheldwoord voor Arabische moslims, waartegen de kruisvaarders immers hun ‘heilige oorlog’ hadden gestreden. Het stamt van het Arabische woord saraqa, dat ‘stelen’ betekent, omdat de Saracenen werden beschouwd als plunderaars en dieven. En dat terwijl de kruisvaarders plunderend door Europa, Jeruzalem en Constantinopel trokken en onderweg de wonderen van de islamitische architectuur stalen, intussen de herkomst van hun buit verdoezelend.
Voor het eerst ziet de reisindustrie zich geconfronteerd met een groep waarvoor ze tot nog toe geen aandacht heeft gehad: de oorspronkelijke bewoners, die meer dan ooit klagen dat ze hun stad niet meer terug kennen. Eindelijk worden er maatregelen genomen om de aantallen toeristen in te perken.
Keuze uit het archief
Hoewel de klimaatverandering de nodige invloed zal hebben op het toerisme, dat zich bijvoorbeeld steeds vaker naar het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen zal verplaatsen, zullen de meesten zich er niet van laten weerhouden te reizen. De velen die afhankelijk zijn van de toeristenindustrie zijn daar blij mee, maar voor de meeste anders ‘locals’ geldt dit niet, zoals te lezen is in dit stuk uit 2018.
Het duurt niet lang of de mevrouw van de hotelreceptie haalt de stadsplattegrond van Porto tevoorschijn. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘dit is de binnenstad met de Douro, daar is de haven en hier … (nu klinkt er trots door in haar stem)… de mooiste boekhandel ter wereld: Livraria Lello!’
Dat klinkt fantastisch en het ziet er op de foto’s ook fantastisch uit. Een pand van twee verdiepingen in neogotische stijl. Veel donker hout, veel oude boeken, ornamenten en gekleurd glas, en een monumentale trap in het midden. De boekhandel, geopend in 1906, is een kathedraal vol boeken, een droom voor leergierigen uit de hele wereld. Een plek met een magische aantrekkingskracht. Op reis wil je toch op zoek naar schoonheid, die eerder in het verleden dan in het heden te vinden is. Misschien wil je zelfs ook een boek kopen, vakantielectuur voor ’s avonds aan de Atlantische Oceaan. J.K. Rowling zou vaak in de Livraria zijn geweest toen ze begin jaren negentig in Porto woonde, waar ze Engels doceerde en ook Harry Potter bedacht.
Porto is geen grote stad, telt maar iets meer dan 200.000 inwoners en de binnenstad is compact. Het eerste dat er van Livraria Lello te zien is, zijn de lange rijen mensen voor de deur. Jonge Japanse meisjes, Scandinavische backpackers, gezinnen uit Frankrijk, stelletjes uit China, Amerikanen en ook Duitsers. Uiteraard.
Roofkever
Een imposante portier bewaakt de toegang. Alleen zij die in de winkel ernaast voor 5 euro een voucher hebben gekocht, met daarop een portret van Fernando Pessoa, de beroemdste Portugese dichter, mogen naar binnen. Ook voor die winkel staat een rij, tussen afzetbanden als bij de incheckbalie op een luchthaven. Het publiek schuifelt er langs rekken met souvenirs, ansichtkaarten en sleutelhangers, het gebruikelijke assortiment.
De boekhandel zelf is in werkelijkheid al even mooi als op de foto’s. Ook al is het eigenlijk helemaal geen boekhandel meer. Nauwelijks iemand bladert en snuffelt er in de boeken, iedereen heeft de smartphone in de hand om foto’s te maken. Foto’s die er net zo uitzien als de meer dan zevenduizend plaatjes die al op TripAdvisor zijn gezet, de grootste toeristensite ter wereld, die de Livraria als een van de topbezienswaardigheden van de stad opvoert.
Vier jaar geleden nog dreigde Livraria Lello failliet te gaan, zoals dat eigenlijk voor het hele land gold na de financiële crisis. De boekhandel werd toen al goed bezocht, maar boeken werden steeds minder verkocht. Iemand opperde op een dag om dan maar gewoon 5 euro entree te gaan heffen. Dat klonk idioot, maar inmiddels komen er gemiddeld vierduizend mensen per dag binnen, en in de zomermaanden zelfs vijfduizend. In 2017 bedroeg het totale aantal bezoekers van Livraria Lello 1,2 miljoen en beliep de omzet ruim 7 miljoen euro.
Wie een boek wil kopen – want ook dat schijnt voor te komen – vindt hier de Portugese klassiekers in vertaling en natuurlijk ook Harry Potter. De voucher wordt op het aankoopbedrag in mindering gebracht. Livraria Lello zou model hebben gestaan voor Klieder & Vlek, de boekhandel waar Harry Potter zijn toverboeken koopt. Een museum, een decor, maar als plek met een magische aantrekkingskracht duidelijk ontsproten aan een rijke fantasie. En een symbool voor het moderne toerisme dat als een roofkever alle mooie plekjes aanvreet. Maar voor de inwoners van Porto staat de boekhandel symbool voor de opleving van een land dat een paar jaar geleden nog tot de crisisgebieden van Europa behoorde.
Wanneer zou er eigenlijk voor het laatst een inwoner van Porto in de Livraria zijn geweest? En moest die ook in de rij staan en 5 euro betalen?
Dat herstel heeft Portugal mede te danken aan het toerisme, dat met dubbele cijfers groeit, ook in het vroegere arme noorden rond Porto. Ryanair en EasyJet vliegen al jaren op de stad, die allang is uitgegroeid tot nieuwe hotspot van het stedentoerisme. Afgelopen jaar kwamen er ongeveer 2,5 miljoen buitenlandse toeristen naar deze streek, van wie een op de twee een bezoek bracht aan Livraria Lello. Porto is nog niet zo ver als Barcelona of Amsterdam, steden waarvan de bewoners zich inmiddels teweerstellen tegen de toeristen die de stad overnemen, maar er is allang een Porto van de toeristen en een Porto van de bewoners. Wanneer zou er eigenlijk voor het laatst een inwoner van Porto in de Livraria zijn geweest? En moest die ook in de rij staan en 5 euro betalen?
Er zijn tijden geweest dat de reusachtige toeristenhotels nabij de stranden van Benidorm, El Arenal op Mallorca en aan de Adriatische kust in Italië symbool stonden voor de lelijkheid van het moderne massatoerisme. Achteraf beschouwd waren dat rustige tijden. Benidorm en El Arenal zijn steden ‘uit de reageerbuis’, gebouwd zodat Europa in de zomermaanden aan het strand kon liggen. Kunstmatige reservaten, niet mooi, maar doelmatig, toeristenfabrieken die men vroeg of laat ook weer had kunnen ontmantelen.
Tegenwoordig zijn die reservaten niet meer toereikend. Handdoek aan handdoek verdringen zich de zonaanbidders op de stranden van Zuid-Europa. De kleine baaien van Mallorca zouden vanwege overbezetting eigenlijk gesloten moeten worden. Ook aan de Noord- en Oostzee, op Sylt, op Rügen, zijn hotels en pensions volgeboekt.
Toch maken strandgangers nog maar nauwelijks de helft uit van het moderne toerisme in Europa – de andere helft wordt gevormd door cruisevaarders en stedentrippers. Al lange tijd wordt het beeld in de mooie, bijzondere steden van Europa meer door toeristen bepaald dan door de oorspronkelijke bewoners. Steden veranderen in musea en amusementsparken, ontwikkelen speciale zones voor toeristen, waar de stedelingen niet wonen maar alleen werken. In de traditionele restaurants zitten toeristen, die geringschattend toekijken hoe andere toeristen wachten tot er iets gaat gebeuren. Staren is er de belangrijkste bezigheid en gezelligheid is ver te zoeken. Het is als een overval. Ze komen, ze blijven maar even en dan zijn ze weer weg – maar ze doen in tussentijd alsof de stad die ze bezoeken van hen is.
Reizen is van luxe tot gemeengoed geworden, het snel stijgende aanbod van goedkope reizen via internet heeft nieuwe klantenlagen aangeboord voor de toeristische sector: wie een paar dagen in Palma, in Barcelona of op het strand wil doorbrengen, vindt met een paar muisklikken een geschikte vlucht en onderdak. En vaak nog voor een spotprijs ook.
De infrastructuur ter plaatse kan de toestroom van reizigers echter niet meer aan, zowel op de bestemmingen als in het land van herkomst. Op de Duitse luchthavens ontstonden er deze warme zomer soms chaotische toestanden. Mensen verdrongen zich zenuwachtig voor de beeldschermen met vluchtinformatie. Het aantal uitgevallen vluchten was in het eerste halfjaar met 146 procent gestegen, het aantal vertraagde vluchten met 31 procent. In München en Frankfurt kwam in een tijdsbestek van enkele dagen het hele vliegverkeer tot stilstand, omdat nog niet gecontroleerde passagiers door een veiligheidssluis waren gelopen.
Overbelaste infrastructuur, overvolle steden en stranden: de reisbranche lijkt aan het eigen succes ten onder te gaan. Naar schatting 670 miljoen mensen waren afgelopen jaar in Europa op pad. Alleen al in deze zomermaanden reisden er waarschijnlijk bijna 200 miljoen toeristen over het continent. Niet alleen Europeanen die elkaars landen verkennen, maar ook de winnaars van de globalisering en vertegenwoordigers van de nieuw ontstane middenklassen in Rusland, het Verre Oosten en de Arabische landen zorgen voor de groei van het mondiale toerisme.
En voor groeiende problemen, want de sterke toename kent ook verliezers. En die komen steeds vaker in verzet, zoals onlangs de piloten van Ryanair, wier werkgever dankzij hun slechte arbeidsomstandigheden en lage lonen een prijsvechtersstrategie kan voeren.
Verliezers, dat voelen zich vooral ook de inwoners van de steden en regio’s die de stroom van bezoekers nog maar nauwelijks aan kunnen. Mensen die uit hun woning worden verdrongen, omdat het voor de eigenaar veel lucratiever is om die ruimte per dag of per week aan toeristen te verhuren. Mensen die zich in overvolle vervoermiddelen moeten persen, omdat toeristen bezit hebben genomen van bussen en treinen. Mensen die zich niet meer thuis voelen in hun wijk, omdat ze in hun vertrouwde cafés en restaurants tot een minderheid behoren. Áls ze daar al een plekje kunnen vinden – en zich de stijgende prijzen nog kunnen veroorloven.
Private winsten en maatschappelijke verliezen
De toeristenindustrie ziet zich plotseling geconfronteerd met een groep waarvoor ze tot nog toe geen aandacht heeft gehad. Ze had steeds oog voor de gasten en was de gastgevers simpelweg vergeten. ‘Het toerisme is een fenomeen met veel private winsten en veel maatschappelijke verliezen,’ zegt Christian Laesser, hoogleraar toerisme aan de universiteit van het Zwitserse Sankt Gallen.
De winsten komen vaak ten gunste van enkelen, de verhuurders en hoteleigenaren; slechts een gering deel gaat naar de vaak slechtbetaalde werknemers in de reissector. De grote rest wordt opgescheept met alleen het lawaai, de rommel, de hoge huren en het gevoel een vreemde in eigen land te zijn, een figurant in een soort Disney World voor toeristen.
Dat gevoel is op veel plekken omgeslagen in openlijke vijandigheid: ‘Tourists go home’, spuiten activisten in veel toeristenbolwerken op de muren, en op Mallorca hebben ze een ‘summer of action’ uitgeroepen, met protestacties op de luchthaven en in hotels. In Palma worden toeristen met paardenvijgen bekogeld, in Barcelona worden ze van hun fiets geduwd en in cafés lastiggevallen, in Venetië hebben zelfbenoemde piraten de toegang tot cruiseschepen geblokkeerd.
De reisindustrie heeft inmiddels ingezien dat het eigen succes het fundament van het businessmodel steeds meer aan het uithollen is. ‘Overtoerisme’ is de leus die momenteel de congressen van de branche beheerst. Besproken wordt hoe de toeristenstromen zodanig kunnen worden gespreid dat ze niet meer als een bedreiging worden ervaren.
Maar hoe doe je dat als tegelijkertijd het aantal toeristen blijft toenemen? In de opkomende landen in Azië treden jaar in jaar uit miljoenen mensen toe tot de nieuwe middenklasse. Zij kunnen het zich plotseling veroorloven om verre reizen te maken. En dat doen ze dan ook. Volgens schattingen van de branche zal het aantal toeristen tot 2030 wereldwijd toenemen met 500 miljoen, van wie de helft Chinezen. Velen van hen zullen ook Europa en de bezienswaardigheden daar bezoeken.
Toerisme is op dit moment waarschijnlijk de belangrijkste bedrijfstak ter wereld, veel groter dan de olie-industrie en de automobielbranche. De omvang wordt geschat op circa 7000 miljard euro per jaar, 10 procent van het bruto mondiaal product. Bij dit enorme bedrag inbegrepen zijn behalve de directe omzetten ook die van aanverwante bedrijfstakken als het hotelwezen, het transportwezen met al zijn vliegtuigen, cruiseschepen en touringcars, en de souvenir- en de reisbureaubranche.
‘Massatoerisme is een fenomeen van onze postmaterialistische maatschappij. Bezit is niet meer het belangrijkst, we willen worden vermaakt’
In vakantieland Spanje draagt de reisindustrie zelfs 14,9 procent bij aan het bruto binnenlands product. In veel landen is het aantal bezoekers groter dan het aantal inwoners, zoals in Griekenland, Portugal, Spanje, Frankrijk en Tsjechië. Dat creëert banen en een bescheiden welvaart, maar maakt ook afhankelijk – en dat is gevaarlijk zodra reizigers wegblijven, zoals de afgelopen jaren het geval was in Turkije en Egypte. Beide landen zien evenwel geleidelijk aan een terugkeer van de toeristen, omdat dat grotendeels vergeetachtige wezens zijn die gevaren als terreuraanslagen verdringen en schendingen van mensenrechten negeren – als het weer maar goed is en de prijs laag.
Goedkoop moet het zijn en goedkoop is reizen geworden, vooral dankzij de digitalisering. Reisportals als Expedia, Trivago en Booking.com hebben de gevestigde reisbureaus gemarginaliseerd en bedreigen ook concerns als TUI en Thomas Cook, die tot nog toe de markt beheersten. Doorlopend bieden ze vluchten en overnachtingen tegen bodemprijzen.
Anders dan de vakantieaanbieders uit het catalogustijdperk runnen de digitale concurrenten geen eigen hotels en hebben ze geen vliegtuigen, cruiseschepen en reisbureaus, maar verdienen ze alleen aan de bemiddeling bij diensten van anderen. Ze kunnen via hun platforms prijzen nagenoeg ‘realtime’ bijsturen en optimaliseren doorlopend hun algoritmen om winst te genereren. Doelgericht verzamelen ze gegevens over de voorkeuren van klanten, en inmiddels krijgen ze het zelfs voor elkaar om op het optimale moment op maat gesneden aanbiedingen te sturen.
Reizen is dankzij de goedkope vliegtickets een soort allemansrecht geworden, zoals goedkope T-shirts en winkelen bij een discounter. Een weekendje Berlijn of Barcelona was opeens een alternatief voor een uitstapje in eigen land, met dramatische gevolgen voor de verschillende bestemmingen. Barcelona heeft zich bijvoorbeeld ontwikkeld van geheimtip tot massabestemming; het marktaandeel van de prijsvechters is daar bijna 70 procent. Op de luchthaven Berlijn-Schönefeld zijn die goed voor bijna 90 procent van de vliegbewegingen. Alleen al in de voorbije tien jaar is het aantal vertrekkende passagiers daar verdubbeld, van circa 6 naar bijna 13 miljoen.
De Duitse hoofdstad is een favoriete bestemming in Europa geworden en moet alleen nog Londen en Parijs voor laten gaan in populariteit. ’s Avonds en in het weekeinde trekken honderden op feest beluste jongeren uit heel Europa door het stadsdeel Mitte. Ze laten meestal niet veel geld achter in de stad, maar wel een hoop afval en lege bierflessen.
Jarenlang zag het ernaar uit dat het traditionele overstap- en het prijsvechtersverkeer onverminderd naast elkaar verder konden groeien. Maar deze zomer loopt dit model voor het eerst tegen grenzen aan. Geannuleerde vluchten, vertragingen en omboekingen zijn aan de orde van de dag. Volgens berekeningen van de wereldluchtvaartorganisatie IATA zijn de vertragingen in het luchtverkeer boven Europa alleen al in het eerste halfjaar van 2018 toegenomen met 133 procent. Sommige luchthavens, zoals Frankfurt, Düsseldorf en Berlijn, verzoeken de reizigers inmiddels dringend om drie uur voor vertrek op de luchthaven aanwezig te zijn om de mensenmassa te kunnen verwerken.
Dat reizen een bezigheid vol stress is geworden, ergert de toeristen, maar het schrikt ze niet af. Paolo Giuntarelli, socioloog, weet ook waarom: ‘Massatoerisme is een fenomeen van onze postmaterialistische maatschappij. Bezit is niet meer het belangrijkst, we willen worden vermaakt.’ Giuntarelli is manager van het verkeersbureau van de Italiaanse regio Lazio. Zijn kantoor bevindt zich in Rome. Hij houdt daar tamelijk eenzaam de wacht, want veel Romeinen zijn deze weken naar het platteland getrokken omdat het hun in de stad te warm werd.
Maar de bezoekers van Rome laten zich niet afschrikken door de temperatuur.
Er zijn weken dat Rome compleet onder de voet wordt gelopen. Zoals eind juli, toen 60.000 misdienaars uit heel Europa de stad binnentrokken, van wie 50.000 uit Duitsland. Het motto van hun pelgrimsreis was: ‘Zoek de vrede en jaag haar na!’ Maar wat ze vooral najoegen, waren de bezienswaardigheden.
Op dinsdagavond waren de altaarjongens bij de paus. Toen tegen achten de audiëntie ten einde liep, was het Sint-Pietersplein bezaaid met plastic flesjes, A4-tjes met liedteksten, lege Haribozakjes en bananenschillen. Hetzelfde gold voor het aangrenzende Piazza Papa Pio XII. De vuilniszakken in de houders langs de straat puilden allang uit, of waren gescheurd. Ook vrome mensen produceren afval.
Rome: dat zijn lange avonden op de piazza’s, met pasta, rode wijn en vrolijke liedjes. Later op de avond moeten de toeristen het inmiddels doen zonder wijn en bier, want sinds 2017 mag er in Rome na tienen buiten geen alcohol meer worden gedronken. Het verbod, uitgevaardigd door burgemeester Virginia Raggi, is van juli tot oktober van kracht.
In 2017 schuifelden 14,7 miljoen bezoekers door de straatjes van Rome, oftewel een op de vier bezoekers van Italië. Wie in de stad overnacht, blijft gemiddeld tweeënhalve dag, en dat is vergelijkbaar met andere Europese metropolen.
Lazio
In Frascati, Tivoli of andere steden in de regio Lazio raken de bezoekers maar zelden verzeild. Giuntarelli zou de toeristenstroom graag willen laten afbuigen, de regio in, naar een van de kleinere plaatsen. Daar zouden ze kennis kunnen maken met de Italiaanse manier van leven, ‘goed eten, goede wijn’. Of het Franciscuspad kunnen lopen dat door Lazio voert.
In krantenadvertenties en radiospots prijst Giuntarelli Lazio aan, op vakantiebeurzen deelt hij folders uit. Een daarvan presenteert Lazio als trouwlocatie, een andere maakt reclame voor de warmwaterbaden van de regio. Ook als golfbestemming wil Giuntarelli de regio groot maken – ‘we werken eraan’.
Omdat Lazio niet alleen staat met zijn problemen, heeft de regio zich aangesloten bij NecsTour, een netwerk van 37 Europese regio’s die zich verplichten tot duurzaam toerisme, een vorm van reizen die vakantiegangers en economie gelukkig maakt zonder schadelijk te zijn voor het milieu. Dus ongeveer het tegenovergestelde van cruises. ‘Dat is niet het toerisme dat we willen stimuleren,’ zegt Giuntarelli.
De reusachtige schepen stoten massaal smerigheid uit en leveren de regionale handel en horeca nauwelijks iets op. De passagiers zijn maar een paar uurtjes in de stad, overnachten aan boord en nemen bij het passagieren vaak zelf proviand mee. Ze laten nauwelijks geld achter, maar wel veel afval. ‘Cruisetoerisme is alleen goed voor de aanbieders van cruises,’ zegt Giuntarelli met een laatdunkend glimlachje.
In het Kroatische Dubrovnik geven cruisepassagiers gemiddeld slechts 24 euro per dag uit, andere gasten daarentegen ongeveer 160 euro. De stad heeft bijzonder te lijden onder de toestroom van toeristen. Sinds de schilderachtige binnenstad het decor was van de serie Game of Thrones, zijn de bezoekersaantallen exponentieel gestegen. Maar daarvan komen er jaarlijks 800.000 met de boot.
Het aantal bezoekers van Dubrovnik moet worden teruggedrongen naar achtduizend per dag
Dubrovnik heeft 42.000 inwoners, die het liefst thuisblijven als de cruiseschepen binnenvaren. Niet alleen de inwoners hebben te lijden, maar ook het middeleeuwse centrum van de stad, en daarom moet het aantal bezoekers worden teruggedrongen naar achtduizend per dag. Anders, zo heeft Unesco gedreigd, raakt de stad zijn status als cultureel werelderfgoed kwijt.
‘Er is een herbezinning gaande – weg van het eenzijdige groeidenken dat het toerismebeleid in de meeste steden tot nog toe heeft gekenmerkt,’ zegt planoloog Johannes Novy, die op dit moment aan de Universiteit van Westminster in Londen onderzoek doet naar stadsontwikkeling en toerisme. ‘Te lang ging het alleen maar om de vraag: hoe krijgen we meer toeristen in de stad? Andere doelen werden niet besproken, en ook niet hoe je negatieve gevolgen zou kunnen tegengaan.’ Niet altijd is het toerisme als zodanig overigens het probleem, zegt Novy, soms zijn het bepaalde verschijningsvormen ervan, ‘zoals het in veel steden om zich heen grijpende partytoerisme, of de lange tijd ongebreidelde stijging van het aanbod van vakantiewoningen’.
Steeds vaker doen de verantwoordelijken hun best om de ‘groeipijnen’ van het toenemende aantal reizigers te bestrijden: ze willen de stroom van toeristen laten afbuigen, zoals in Rome, of zelfs aan banden leggen, zoals in Dubrovnik. Barcelona geeft geen toestemming meer voor nieuwe hotels, Parijs heeft Airbnb en andere woningbemiddelaars sterk gereguleerd, Palma de Mallorca heeft de verhuur van vakantiewoningen via dat platform zelfs helemaal verboden. Maar er is geen stad die zo rigoureus optreedt tegen het overtoerisme als Amsterdam.
En toch zijn ze er nog, de plaatsen en regio’s waar toeristen welkom zijn die elders niet meer zo graag gezien zijn en waar niemand zich opwindt over langdurige party’s en zuiprituelen. Daniel Stefanov staat op een podium, ingeklemd tussen de weg en het strand, en kijkt hoe de menigte in het schuim verdwijnt. Er staan twee sneeuwkanonnen op de dansvloer van Megapark Dolphin, een reusachtig partycomplex dat Stefanov samen met zakenpartners is begonnen in het Bulgaarse Zlatni Pjasatsi (Goudstrand), een vakantieoord aan de Zwarte Zee. Uit het ene kanon daalt het schuim als vlokken taartdeeg op de feestende vakantiegangers neer, uit het andere regent het fijne wolkjes zeepsop. De menigte juicht en staat tot kniehoogte in het schuim. Daniel Stefanov is weer een stuk dichter bij zijn doel gekomen om van Goudstrand een vaste bestemming van Duitse feesttoeristen te maken, als alternatief voor El Arenal en Playa de Palma.
Zon, strand en zuipen
Vijftien jaar geleden openden Stefanov en zijn 44-jarige partner Sava Daritkov in Zlatni Pjasatsi de openluchtdiscotheek Megapark Dolphin, een zwemparadijs met aangrenzende dansvloer. Acht jaar geleden kwam daar de Partystadl bij, waar schlagers worden gedraaid en een halve liter bier omgerekend 2 euro kost.
Stefanov en Daritkov hebben veel geïnvesteerd in hun droom. Ze importeerden witbier uit Duitsland, huurden zangers in die anders in de Bierkönig en de Oberbayern op Mallorca optraden en gingen schuimparty’s organiseren. Sindsdien krijg je hier op dinsdag en zaterdag voor 20 euro entree een uur lang cocktails naar keuze en schuim uit het kanon.
De eigenaren draaien het beste seizoen ooit. Allereerst kwamen aan het begin van de zomer de eindexamenkandidaten uit Duitsland, vervolgens de voetbalverenigingen en kegelclubs, en daarna de vrouwen, maar vooral mannen van begin tot midden twintig, die naar eigen zeggen voor vakantiegeluk maar drie dingen nodig hebben: ‘zon, strand en zuipen’. Het seizoen zou weleens tot eind september kunnen doorgaan, denkt Daritkov. En er is nog iets wat hij per se kwijt wil: ‘Wij zijn blij met onze gasten.’
Het is een zinnetje dat een nieuwe betekenis heeft gekregen sinds de ‘Ballermann’ [strandbar Balneario 6 op Mallorca] niet meer zo goed uit de voeten kan met de feestende massa’s. Mallorca wil geen feesteiland meer zijn en heeft de nachtelijke zuippartijen en seks op het strand verboden. Goudstrand, zo luidt de boodschap, is niet alleen de goedkopere, maar ook de ‘betere Ballermann’.
Niklas, Marvin en Marcel staan aan de bar in Megapark Dolphin met in de hand een glas vodka peach en een felgroen shirt aan met het motto van hun trip van vorig jaar: ‘Malle 2017. Einer für alle. Alle für Malle’. Daar [Mallorca] zijn ze met zo’n tien vrienden geweest. De nieuwe verordeningen op het eiland zijn een van de redenen dat ze deze zomer naar Bulgarije zijn gegaan, zegt de 24-jarige vrachtwagenmonteur Niklas. In El Arenal hebben ze gezien hoe de Spaanse politie met drie auto’s kwam aanscheuren toen er ondanks het verbod een emmer sangria op het strand verzeild was geraakt. Dat vonden ze wel een beetje overdreven.
Op Goudstrand is dat anders. Omwonenden zouden hun beklag kunnen doen over de drukte. Maar omwonenden zijn er hier niet.
Dit dossier werd samengesteld door Der Spiegel -redacteuren Dinah Deckstein, Lothar Gorris, Sebastian Hammelehle, Nils Klawitter, Alexander Kühn, Armin Mahler, Martin U. Müller, Ann-Kathrin Nezik, Raniah Salloum en Robin Wille.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.