Onderwerpen: Bedrijf

  • Deze Amsterdamse non-profitorganisatie laat zien wat onze boodschappen echt kosten

    Deze Amsterdamse non-profitorganisatie laat zien wat onze boodschappen echt kosten

    Waarom kost dezelfde appel in de ene winkel meer dan in de andere? Die vraag stelt de Amsterdamse non-profitorganisatie True Price. Want de echte prijs van een product – inclusief externe kosten, vaak op het gebied van milieu en maatschappij – ligt vrijwel altijd hoger dan de winkelprijs.

    Eind 2020 zette de charmante Amsterdamse supermarkt De Aanzet een bord op straat met de tekst: ‘Welkom in de eerste supermarkt ter wereld met echte prijzen’. Binnen bleken steeds twee prijzen vermeld te staan bij aardappelen, paprika’s, bananen, broccoli, brood en allerlei andere levensmiddelen. De ‘normale’ prijs voor tomaten was 3,75 euro per kilo, maar de ‘echte’ prijs bedroeg 3,97 euro. Het verschil van 22 cent stond voor de verborgen kosten van de teelt en het vervoer van de tomaten – dus de kosten van de CO2-uitstoot, onderbetaling van arbeiders en water- en grondverbruik.

    Die echte prijzen waren berekend door de Amsterdamse non-profitorganisatie True Price, al in 2012 opgericht door Michel Scholte en Adrian de Groot Ruiz. Deze twee vrienden, de een kampioen in universitaire debatwedstrijden en de ander een voormalig universitair docent finance, werken samen met allerlei bedrijven – een chocoladeproducent, een bakkerijketen, banken en modemerken – om van uiteenlopende artikelen de werkelijke prijs te kunnen berekenen. De samenwerking met De Aanzet was hun meest publieke project tot nu toe. De dubbele prijsvermelding stelt consumenten voor een keuze. Ze kunnen de normale en de werkelijke prijzen nu met elkaar vergelijken: als het verschil tussen die twee bij de ene appel 5 cent en bij de andere 50 cent is, is die eerste appel dus afkomstig van een producent die milieubewuster en meer sociaal verantwoord bezig is. De klant kan er dan voor kiezen om voor zijn product de echte prijs te betalen, waarna De Aanzet dat extra geld doorsluist naar projecten die de kwalijke gevolgen van die stille kosten proberen tegen te gaan.

    Scholte en de Groot Ruiz leerden elkaar zo’n vijftien jaar geleden kennen bij een universitaire debatclub. Scholte studeerde sociologie aan de Vrije Universiteit en werkte als schoonmaker in de businesslounge op Schiphol. De Groot Ruiz studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vonden elkaar in hun belangstelling voor gedragseconomie, statistiek en de onderliggende structurele oorzaken van armoede en milieuvervuiling. Als tiener had De Groot Ruiz, die ook liefhebbert in de natuurkunde, met twee vrienden eens een techniek bedacht om energie te winnen uit de golfslag op zee. Toen kreeg hij te horen dat investeerders daar geen interesse in hadden omdat de ‘businesscase’ voor de ontwikkeling ervan zo onzeker is. Dat vond hij volstrekt irrationeel. De ware kosten van fossiele brandstoffen – het instorten van ecosystemen, stijgende zeespiegel, extreem weer – zijn uitzonderlijk hoog maar blijven buiten de boeken, zodat die brandstoffen in vergelijking met alternatieven onrealistisch goedkoop lijken.

    ‘Externaliteiten’

    In hun studietijd sloten de twee zich al aan bij de Nederlandse denktank Worldconnectors. Daar praatten ze met gelijkgestemden over wat economen wel ‘externaliteiten’ noemen: de externe kosten, vaak op het gebied van milieu en maatschappij, die niet worden meegenomen in prijsberekeningen. Mettertijd kwamen ze zo op het idee voor hun ‘echte prijzen’. Politici blijken vaak niet bereid bedrijven regelgeving op te leggen die streng genoeg is om de maatschappelijke en milieukosten fundamenteel te verlagen. Maar het is wel mogelijk de omvang van die kosten te schatten en die informatie direct in de prijzen te verwerken. Dus lanceerden Scholte en De Groot Ruiz in 2012 True Price, om bij te dragen aan de totstandkoming van duurzamere productieketens. De hoop is dat als bedrijven en consumenten zich minder illusies maken over de werkelijke kosten, dat zal leiden tot aanpassing van hun uitgavenpatroon en hun verkoop- en productiemethoden.

    Lage prijs is illusie

    Maarten Rijninks, de eigenaar van De Aanzet, hoorde voor het eerst over ‘echte prijzen’ op een lezing die Scholte in 2018 gaf. Hij beschouwt het nu als een manier om iets te doen aan een kwalijke situatie die zo wijdverbreid is dat we haar niet eens meer als vreemd ervaren. ‘Als je nu in een gewone supermarkt iets koopt, is dat altijd goedkoper dan hetzelfde product in mijn winkel, dat biologisch geteeld en duurder is,’ zegt Rijninks. Maar die lage prijs is een illusie: die is alleen mogelijk als je de ware kosten van de productie negeert. ‘Als je de echte prijzen berekent, zijn ook mijn producten goedkoper,’ zegt Rijninks. Sinds hij dit systeem hanteert, is de omzet van zijn winkel met een procent of vijf gestegen. Veel klanten zeggen het te waarderen. ‘Het probleem is dat klanten niet de middelen hebben om hun maatschappelijke en milieutechnische impact te verminderen,’ zegt hij. ‘Het is niet dat ze het niet willen.’

    Rijninks zegt tegen zijn klanten dat het systeem nog een experiment in uitvoering is. Een onontkoombaar probleem is misschien dat de gegevens van True Price niet perfect zijn. De analisten van de organisatie gaan soms uit van regionale gemiddelden, die de precieze productieomstandigheden van een specifiek artikel niet altijd goed weerspiegelen. En de herstelprojecten die De Aanzet heeft uitgekozen zijn niet altijd even doelgericht, zodat een klant die de echte prijs betaalt voor een banaan misschien meebetaalt aan een irrigatieproject van een spinazieboer. De komende jaren hoopt Rijninks met buitenlandse leveranciers gerichtere projecten op te zetten en ook meer producten in het systeem op te nemen dan alleen brood en verse groente en fruit. In de loop van dit jaar wordt het systeem ook nog op een andere manier uitgebreid: een vereniging van biologische winkels wil in al haar vestigingen in Nederland een pilot met echte prijzen gaan uitvoeren.

    De dubbele prijsvermelding stelt consumenten voor een keuze

    In De Aanzet kunnen de klanten de echte prijzen zien, maar bij andere bedrijven worden die voor interne analyse gebruikt. Tony’s Chocolonely vroeg Scholte en zijn mensen in 2013 om de ware kosten te berekenen van cacao uit Ghana en Ivoorkust. Ze hebben toen gekeken naar acht vormen van externe milieukosten en zes soorten maatschappelijke kosten, waaronder lucht-, bodem- en waterverontreiniging, klimaatverandering, onderbetaling en kinderarbeid. In West-Afrika, waar de meeste cacao in de wereld vandaan komt, zijn de arbeidsomstandigheden berucht: volgens een onderzoek van de universiteit van Chicago uit 2020 zijn in de cacaoproductie in Ghana en Ivoorkust anderhalf miljoen kinderen werkzaam. De grote merken beloven wel dat ze het probleem zullen oplossen, maar kinderarbeid blijft in deze sector een probleem.

    Tony’s Chocolonely

    True Price probeerde de kosten van al deze externe effecten te berekenen en kwam voor 2013 uit op een gemiddelde echte prijs voor cacao van 14,17 euro per kilo. Het grootste deel van die prijs, namelijk 12,07 euro, gaat op aan die externe kosten. Tony’s Chocolonely deed al erg zijn best om cacao van eerlijke producenten te krijgen, zodat zijn gemiddelde echte kosten een stuk lager waren: 7,93 euro, waarvan 5,99 euro de maatschappelijke kosten waren. Toen Tony’s het in 2017 opnieuw liet doorrekenen, was de echte prijs gedaald tot 4,52 euro, waarvan 2,93 voor externe kosten. En al zijn deze kosten slechts een beredeneerde gok – dus niet echt ‘echt’ – Tony’s Chocolonely kon ze goed gebruiken om doelstellingen te formuleren en de geboekte vooruitgang te meten.

    Tony’s spendeert 1 procent van zijn omzet aan investeringen in lokale infrastructuur en aan de lobby voor betere wetgeving rond productieketens

    Tony’s betaalt hoger dan gemiddelde prijzen voor cacaobonen, stimuleert efficiëntere en duurzamere landbouwtechnieken, heeft een initiatief opgezet om de grondstoffen in de productieketen te kunnen volgen en een systeem opgetuigd om toe te zien op het voorkomen van kinderarbeid. Het bedrijf spendeert 1 procent van zijn omzet aan investeringen in lokale infrastructuur en aan de lobby voor betere wetgeving rond productieketens. True Price stelde vast dat de boerencoöperaties die producten aan Tony’s Chocolonely leveren meer winst maken, veiliger zijn en zich minder vaak aan kinderarbeid schuldig maken dan de gemiddelde leverancier in de sector. Als het bedrijf op deze voet doorgaat, kunnen de verborgen kosten van de chocola van Tony’s in de komende jaren het nulpunt bereiken.

    Om een concreet cijfer te plakken op de kosten van kinderarbeid of bodemerosie moet je eerst een hele serie aannames doen. Ten eerste moet True Price natuurlijk beslissen welke kosten er moeten worden berekend. Daarbij gaan ze uit van kosten die verband houden met schendingen van mensenrechten zoals vastgelegd door de VN, in internationale verdragen of andere breed gedragen kaders. In deze op mensenrechten gebaseerde benadering is True Price compromisloos: zo verwerpen ze principieel de gedachte dat het scheppen van banen, aandeelhouderswaarde of het gemak van de consument het ‘waard’ kan zijn om mensenrechten te schenden – waaronder ook het recht op een gezonde natuurlijke leefomgeving. Bedrijven die grondstoffen betrekken uit gebieden waar sprake is van kinderarbeid kunnen hun echte prijzen voor True Price alleen verlagen door te zorgen dat er minder kinderen betrokken zijn bij hun productieproces. Ze kunnen die kinderarbeid niet wegstrepen tegen andere gunstige effecten en zeggen dat het nettoresultaat positief uitvalt.

    Andere onderzoekers voeren vergelijkbare berekeningen uit. Zo heeft een team in Italië berekend dat de verborgen kosten van een kilo rundvlees, inclusief de gevolgen voor het milieu en de gezondheid van de mens, zo’n 19 euro per kilo bedragen. Dat wil zeggen dat de verborgen kosten van de rundvleesconsumptie alleen al in Italië zo’n 36,6 miljard euro per jaar bedragen. En onderzoekers van de Britse Sustainable Food Trust hebben diezelfde kosten voor hun land berekend: zo’n 116 miljard per jaar. Volgens een rapport uit 2021 van The Rockefeller Foundation op basis van onderzoek door True Price en wetenschappers van de universiteiten Oxford, Harvard, Cornell en Tufts bedragen de ware kosten van het hele voedselsysteem van de VS, als de verborgen kosten voor maatschappij en milieu eenmaal worden meegerekend, minstens 3,2 biljoen dollar per jaar – bijna driemaal zoveel als de ‘normale’ uitgaven aan voedsel van het land, die 1,2 biljoen bedragen.

    Hervormingen

    Driemaal de huidige prijs voor voedsel betalen is geen houdbare strategie voor consumenten, bedrijven of overheden. Maar er zijn andere manieren om met behulp van echte prijzen tot hervormingen te komen. De afgelopen tien jaar heeft de federale Amerikaanse overheid gemiddeld 16 miljard dollar per jaar aan landbouwsubsidies uitgegeven, met name voor de productie van soja, maïs, rijst en graan. Als het terugdringen van de echte kosten een voorwaarde wordt voor die subsidies, zou dat een prikkel voor producenten zijn om aan een paar van de meest funeste landbouwpraktijken een eind te maken. Net als bij supermarkt De Aanzet zou transparantie over de echte prijs dan tot verandering kunnen aanzetten.

    Alleen al praten over prijzen kan zijn nut hebben. Een product heeft geen ‘echte’ prijs in de objectieve zin waarin een element een atomaire massa-eenheid heeft. Maar de vragen die echte prijzen opwerpen zijn ook weer niet hopeloos subjectief. De meeste mensen zijn voorstander van een verbod op artikelen die geproduceerd worden in gevaarlijke omstandigheden door slaven en jonge kinderen.

    Eerlijke prijzen zijn ook rechtvaardige prijzen

    De analyses van True Price en andere deskundigen sporen ons aan om die redenering ook toe te passen op andere zaken: lonen die een bestaansminimum garanderen, bescherming tegen intimidatie, veilige arbeidsomstandigheden, duurzame productietechnieken enzovoort. In dat opzicht zijn eerlijke prijzen ook rechtvaardige prijzen: ze weerspiegelen ons morele besef dat we de mensenrechten en de natuur geen geweld mogen aandoen om goedkope artikelen te kunnen produceren. Mettertijd zal beter onderzoek ons nog meer inzicht geven in de kosten van het herstel van een ecosysteem waarin het grondwater door meststoffen is vergiftigd, of van het aanbieden van onderwijs aan boerenfamilies op het Ghanese platteland. Wat we nu al weten, is dat het weglaten van die kosten uit de prijsberekening betekent dat consumenten, overheden en bedrijven onjuiste informatie over de wereld krijgen voorgeschoteld. Dat is een vorm van liegen – over de natuur, over de economie en over elkaar.

  • Monsanto aangeklaagd door de stad Los Angeles

    Monsanto aangeklaagd door de stad Los Angeles

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rijkste Russen verliezen gezamenlijk meer dan 83 miljard dollar

    » Moderna geeft vaccinpatenten in arme landen vrij

    Stad eist compensatie voor vervuiling

    De stad Los Angeles heeft een rechtszaak gestart tegen het agrochemische bedrijf Monsanto. Het gemeentebestuur eist ‘compensatie’ voor de kosten die zijn veroorzaakt door tientallen jaren van waterverontreiniging door chemicaliën, schrijft Los Angeles Times. Deze producten, bekend als PCB’s, werden vervaardigd door Bayer, het moederbedrijf van Monsanto, en werden gebruikt in verf, inkt, papier en smeermiddelen.

    Los Angeles vraagt ook om de oprichting van een ‘speciaal fonds voor toekomstige kosten’: de stad heeft tot nu toe ‘miljoenen en miljoenen dollars uitgegeven, en zal miljoenen en miljoenen dollars blijven uitgeven om dit probleem op te lossen’, aldus de aanklacht.

    Lees ook:

  • Het geheim van Spotify – en waarom iedereen er wil werken

    Het geheim van Spotify – en waarom iedereen er wil werken

    Spotify maakt de laatste jaren hypergroei door, met 365 miljoen gebruikers en ruwweg 70 miljoen tracks. En toch, zo wordt alom bevestigd, is het welzijn van werknemers er heilig. Wat is het geheim?

    Hoewel Spotify overal ter wereld vestigingen heeft, waarvan de grootste in New York, bevinden zijn hoofdkantoor en wortels zich nog altijd in Stockholm. En die oorsprong geeft het bedrijf een uniek karakter, waarbij ‘de mens vooropstaat’. Het bedrijf heeft in zijn groei karakteristieke Zweedse elementen proberen te behouden, zoals een vrij platte organisatiestructuur, een personeelsbeleid dat prima donna-gedrag ontmoedigt, een bedrijfscultuur waarin de nadruk ligt op openheid en teamwork – en goede secundaire arbeidsvoorwaarden. Waaronder enkele regelingen die in Zweden gewoon wettelijk verplicht zijn, maar elders bijna ongehoord, zoals zes maanden betaald ouderschapsverlof voor elke werknemer, man of vrouw.

    Sinds februari hanteert het bedrijf bovendien een thuiswerkbeleid (‘work from anywhere’) dat werknemers aanmoedigt te gaan wonen waar ze willen en digitaal vanuit huis te werken. Dit jaar krijgen alle werknemers de eerste week van november bovendien vrij om even bij te komen van de stress van de pandemie. Al het werkcontact – mails, zoombijeenkomsten en telefoongesprekken – wordt die week actief ontmoedigd. (Spotify blijft natuurlijk wel beschikbaar voor gebruikers, en wie moet doorwerken om het in de lucht te houden krijgt de week daarna vrij.)

    Fika

    En dan heb je de kleine dingetjes, zoals fika. Een Zweeds woord dat zoveel betekent als ‘koffiepauze’, maar dat door Zweden wordt ervaren als een deel van hun nationale identiteit: een dagelijkse herinnering aan het belang van een goede balans tussen werk en privé. Adam Winer, een Amerikaan die bij Spotify werkt als hoofd contentstrategie en analyse, zegt dat hij die fika inmiddels gebruikt bij de selectie van nieuw personeel: als onderdeel van de sollicitatie laat hij veelbelovende kandidaten altijd informeel koffiedrinken met vier of vijf Spotifiers.

    Hij geeft toe dat hij aanvankelijk een beetje sceptisch was toen hij hoorde over de cultuur van samenwerking en laagdrempelig contact met alle leidinggevenden, tot de oprichters aan toe. ‘Het is heel anders dan Amazon, waar managers geacht worden hun zwakste tien procent te ontslaan. Ik stond echt versteld van de mate van transparantie,’ zegt hij. ‘Je hoort er wel over praten, maar je kijkt er toch van op als je het echt ziet.’

    En hij voegt eraan toe: ‘Bij andere techbedrijven krijg je bij veel van die secundaire arbeidsvoorwaarden het gevoel dat ze alleen aardig voor je zijn om ervoor te zorgen dat je hard werkt, om je op kantoor te houden. Hier is het omdat ze echt om je geven als mens: “Wij zijn Zweden! Wij geloven hierin! Het zit in onze cultuur om elke zomer de boel dicht te gooien en een maand naar het strand te gaan, want in Zweden is het negen maanden van het jaar koud en donker, dus we moeten ervan genieten, en het is goed voor ieders welzijn en dat vinden we belangrijk.”’

    ‘Het is heel anders dan Amazon, waar managers geacht worden hun zwakste tien procent te ontslaan’

    Het in 2006 in Stockholm door Daniel Ek en Martin Lorentzon opgerichte Spotify heeft de muziekindustrie flink opgeschud. Het legale streamingalternatief heeft eerdere software zoals Napster verdrongen en er uiteindelijk toe geleid dat de mobiele telefoon nu het apparaat is waarop de meeste mensen muziek afspelen. Sommige grote sterren zoals Taylor Swift hebben wel geklaagd – en doen dat vaak nog steeds – dat het bedrijf zulke lage royalty’s betaalt. Maar nadat Swift haar muziek aanvankelijk van de streamingdienst af had gehaald, bereikte ze alsnog een akkoord met het bedrijf.

    Spotify zit duidelijk in de groei- en investeringsfase, met circa 365 miljoen actieve gebruikers per maand, waarvan 165 miljoen betalende abonnees. De rest accepteert advertenties om te kunnen luisteren naar Spotify’s immense muziekbibliotheek van ruwweg 70 miljoen tracks en 2,9 miljoen podcasts. Het bedrijf telt inmiddels zo’n 7000 werknemers in 79 kantoren overal ter wereld. Het maakt de laatste tijd veel werk van podcasts, waarvoor het onder meer de omstreden komiek en sportcommentator Joe Rogan heeft gestrikt, maar ook grote namen als Barack Obama en Bruce Springsteen. Het inmiddels beursgenoteerde Spotify heeft nog nooit winst gemaakt, maar de waarde wordt niettemin geschat op 46 miljoen dollar. Omzet over 2020: 9,1 miljard dollar.

    En ondanks die enorme groei zegt software-engineer Ching-Wei Chen: ‘Spotify is het grootste bedrijf waarvoor ik ooit heb gewerkt, maar het voelt als het kleinste. Wat betreft bureaucratie en hiërarchie voelt het als een klein bedrijf.’

    Naarmate het bedrijf steeds internationaler ging opereren en een culturele machtsfactor werd, was het wel steeds moeilijker om vast te houden aan die sfeer van een Zweeds bedrijf waar de mens centraal staat. ‘Dat is moeilijk,’ zegt hoofd R&D Gustav Söderström, ‘en dat hoort waarschijnlijk ook als je een goed bedrijf wilt zijn.’

    HR-manager Katarina Berg in Stockholm zegt dat het bedrijf een beetje ‘minder Zweeds’ is geworden in deze periode van ‘hypergroei’, die naar haar verwachting nog wel vier of vijf jaar zal aanhouden. ‘We brengen elke maand bijna honderdvijftig nieuwe mensen in de organisatie in,’ zegt ze. En in die sfeer van constante ‘beheerste chaos’ is een cultuurverandering onvermijdelijk: ‘Onze oprichters snappen dat een cultuur evolueert.’

    De traditionele Zweedse manier van werken behelst bijvoorbeeld een langzaam proces van discussie en overleg tot er binnen het hele bedrijf overeenstemming is bereikt over een grote stap. Bij Spotify gaat alles volgens Berg veel te snel om daaraan vast te houden, en in een bedrijf met meer dan zevenduizend werknemers verspreid over de wereld, dat in hoog tempo bedrijven opkoopt en producten toevoegt, kun je nooit ergens volledige overeenstemming over bereiken. ‘We hebben geen tijd voor politiek,’ zegt ze. Maar de traditie om dingen openlijk te bespreken, om informatie inzichtelijk en leidinggevenden aanspreekbaar te maken, die is niet veranderd. Alleen is het doel nu ‘instemming, geen toestemming’.

    ‘We willen dat een miljard mensen hiervan gaan profiteren, en dat is nog een hele opgave’

    In de woorden van Söderström: ‘Praten kost niks, zeg ik altijd, dus laten we dat maar lekker veel doen.’ Het kost in elk geval stukken minder dan talent en software-uitbreiding. ‘Overleg gaat soms langzamer,’ zegt hij. ‘Je moet meer gesprekken voeren met grotere groepen, meer mensen moeten over alles worden ingelicht.’ De paradox is volgens de leidinggevenden dat discussie en overleg aanvankelijk meer tijd kosten, maar dat Spotify-teams door het zo ontstane werknemersvertrouwen uiteindelijk sneller kunnen handelen, vanuit een gezamenlijk doel. Zoals Berg zegt: ‘Met het vertrouwen stijgt de snelheid.’

    Volgens Söderström werkt het decentrale overlegmodel veel beter dan het interne concurrentiemodel dat Amazon hanteert, of het exclusief focussen op een klein groepje kernproducten zoals bij Apple. Hij zegt dat het ook hoort bij de strategische doelstelling van Spotify om de oorspronkelijke rol als distributiekanaal voor professionele muzikanten en gevestigde labels te ontgroeien en zich te ontwikkelen tot wat hij een ‘platform’ noemt, waar allerlei mensen muziek en audio kunnen maken, waar makers en luisteraars vrij zijn om elkaar te vinden en zelfs van rol te wisselen. Het doel, zegt hij, is een enorme ‘cirkel van muziek maken en tot je nemen’. De bouw daarvan is volgens hem een ambitieuze en spannende technische en strategische uitdaging: ‘We willen dat een miljard mensen hiervan gaan profiteren, en dat is echt nog een hele opgave.’

    Geheime formule

    In de interne communicatie wordt het bedrijf vaak ‘de band’ genoemd. Dan moet je denken aan de blije Beatles van A Hard Day’s Night en niet aan de kibbelende supersterren van Let it Be. De metafoor van de popgroep heeft zijn goeie kanten, maar moet je volgens HR-chef Berg ook niet te letterlijk nemen. ‘We hebben onze Yoko Ono nog niet gevonden,’ grapt ze. ‘Het is meer het idee van vruchtbare samenwerking, een collectief waarin iedereen een unieke bijdrage levert die noodzakelijk is voor het geheel.’

    Liefde voor muziek lijkt wel een essentiële karaktertrek van de Spotify-werknemer te zijn. Zoals Chen zegt: ‘Dat is voor veel mensen hier wat hen diep raakt, het is een deel van wie ze zijn, en als je andere mensen vindt met diezelfde passie, dan werk je daar graag mee samen, het is iets wat je verbindt.’

    Spotify is net zo hard getroffen door de pandemie als andere bedrijven: mensen werden verplicht om thuis te werken en misten het alledaagse contact dat het leven zowel productiever als leuker kan maken. Het bedrijf heeft een aantal online initiatieven ontplooid om zijn kernwaarden te versterken en verfijnen, en om de werknemers met elkaar verbonden te houden. Wat zal het langetermijngevolg zijn van de veranderingen die de pandemie teweeg heeft gebracht?

    Contentstrateeg Adam Winer trad bij Spotify in dienst in New York, maar woont inmiddels in Minnesota. En zijn team van circa veertig mensen, die verspreid in het land wonen en door de pandemie niet bij elkaar konden komen, is nu zo groot dat hij meer moeite moet doen om af en toe gewoon ‘te vragen hoe het persoonlijk met ze gaat’. Het dagelijks contact op kantoor mist hij nog steeds. Maar hij denkt niet dat de pandemie iets fundamenteels heeft veranderd in de bedrijfscultuur. En wat het nieuwe thuiswerkbeleid betreft: ‘We waren al zo internationaal bezig dat het verrassend weinig verschil maakte.’

    Daarbij heeft de stress van de pandemie de aandacht voor het welzijn van de medewerkers alleen maar vergroot, zegt hij: ‘De managers wringen zich bijna in bochten om te zorgen voor een goede balans tussen werk en privé bij iedereen.’ Zo drukt hij zijn collega’s altijd op het hart, zegt hij, dat hij vaak buiten kantooruren mailt omdat hij thuis graag zit te werken als zijn kleine kinderen naar bed zijn, en zeker niet omdat hij in alle vroegte of in het weekend nog een antwoord verwacht. ‘Het laatste wat ik zou willen is dat iedereen in mijn team de laatste zes maanden zo hard gewerkt heeft dat ze uiteindelijk ontslag nemen en ik het de komende zes jaar zonder ze moet doen.’

    Chen, die ook in New York bij Spotify is begonnen, maar inmiddels in Asheville in North Carolina werkt, vindt ook niet dat de bedrijfscultuur de afgelopen twee jaar erg is veranderd. ‘Ik was blij verrast om te merken hoe hecht het bedrijf ook na corona nog steeds is. Want je weet maar nooit. Voor die tijd hadden we een heel fijn kantoor, een heel goed koffieapparaat, is dat dan wat de mensen verbindt? Maar we hebben in de pandemie de verbondenheid behouden.’ De belangrijkste reden is simpel. ‘Het is geen geheime Spotify-formule. Spotify is niet de enige plek waar je aardige mensen hebt,’ zegt hij, ‘maar ik vind dit toch wel de leukste groep mensen met wie ik in heel mijn loopbaan heb gewerkt.’

  • Lokaal verzet tegen groene energie: ‘Ik heb het recht mijn werk te beschermen’

    Lokaal verzet tegen groene energie: ‘Ik heb het recht mijn werk te beschermen’

    Groene energie stuit op dezelfde problemen als fossiele brandstoffen eerder: protesten vanuit de gemeenschap, vooral vanwege een bedreiging van de inkomsten. Wereldwijd lopen projecten hierdoor aanzienlijke vertraging op.

    Projecten voor wind- en zonne-energie vereisen grote land- en wateroppervlakken, tot ongenoegen van plaatselijke boeren en vissers. Ze stuiten in toenemende mate op protesten waarmee ook fossiele-brandstofbedrijven jarenlang zijn geconfronteerd. Franse vissers hebben onlangs geprotesteerd tegen de aanleg van een 2,5 miljard euro kostend windmolenpark voor de kust van Bretagne.

    Afgelopen juni omsingelden dertig plaatselijke vissersboten een torenhoog offshore installatieschip voor de kust van Bretagne om de aanleg tegen te houden van een 2,5 miljard euro kostend windmolenpark dat zal worden gerund door de Spaanse elektriciteitsmaatschappij Iberdrola SA. De vissers slaagden erin het schip te verjagen, wat heeft geleid tot een gerechtelijk onderzoek op last van Ailes Marines, de Franse poot van Iberdrola. De vissers zeggen dat ze zich tegen het project zullen blijven verzetten omdat het hen in hun levensonderhoud bedreigt door de verstoring van het visbestand en hun toegang daartoe.

    ‘Vissers zeggen dat de zee van hen is, maar die is van ons allemaal’

    In bredere zin onderstrepen hun protesten een wereldwijd almaar toenemend probleem voor energiemaatschappijen en regeringen die de productie van duurzame energie willen opvoeren: groene-energieprojecten vereisen grote land- en wateroppervlakken en vormen daarmee een potentiële bedreiging voor de inkomsten van boeren en vissers. Het resultaat is dat op uiteenlopende locaties als Massachusetts, Zuid-Korea en Colombia de installatie van groene-energievoorzieningen met hetzelfde soort gemeenschapsbezwaren worden geconfronteerd als vroeger de producenten van fossiele brandstoffen.

    Machtige tegenstanders

    De protesterende groeperingen hebben met een scala van machtige tegenstanders te maken. Overal ter wereld zetten regeringen zich in voor de ontwikkeling van duurzame energie om de uitstoot van CO2 te verminderen. En aandeelhouders en rechters oefenen steeds meer druk uit op bedrijven om te investeren in groene energie. Zo bepaalde afgelopen mei een Nederlandse rechter dat Shell mede verantwoordelijk is voor de klimaatverandering en kreeg het bedrijf het bevel zijn CO2-uitstoot uiterlijk in 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019. Enkele uren later verwierf bij Exxon Mobil een Amerikaans hedge fund dat een klein belang in de oliegigant heeft en wil dat deze zich meer op duurzame energie richt, zetels in de raad van bestuur van het bedrijf.

    Ook hebben de protesterende groeperingen het aan de stok met milieubewegingen, die vaak enigszins controversiële projecten steunen, zoals het windmolenpark voor de kust van Bretagne. Diezelfde regio werd in 1978 geconfronteerd met het scheuren van de romp van de mammoettanker Amoco Cadiz, een van de grootste olielekken uit de geschiedenis. ‘In die tijd zag ik vanuit mijn huis de enorme olievervuiling op het strand. Dat was voor mij de druppel,’ zegt Denez L’Hostis, erevoorzitter van France Nature Environnement, een koepel van Franse milieugroeperingen. Hij is voorstander van het Bretonse windmolenpark. ‘Vissers zeggen dat de zee van hen is, maar die is van ons allemaal,’ zegt hij.

    Volgens de Bretonse vissers zal het project schadelijk zijn voor ruim zevenhonderd hectare sint-jakobsschelpgronden en kan het lawaai van het park veel vis- en schelpdiersoorten uit het gebied verdrijven. Daardoor worden volgens hen drieduizend banen bedreigd.

    Volgens een woordvoerder van Ailes Marines kan de visserij doorgang blijven vinden in het gebied van het windmolenpark en heeft het bedrijf een budget van tien miljoen euro om eventuele vangstvermindering tijdens de bouw te compenseren. Ook zal het bedrijf de windmolenparken op grotere afstand van de sint-jakobsschelpgronden plaatsen en wordt het oorspronkelijk voorziene aantal van 100 windturbines teruggebracht naar 62. Daarmee zou vangst van sint-jakobsschelpen maar met 1,5 procent afnemen ten opzichte van het huidige niveau.

    Mede-eigenaar

    Maar de vissers willen dat het plan van tafel gaat. ‘Ik ben een voorstander van duurzame energie,’ zegt Jonathan Thomas, een van de protesterende vissers. ‘Maar ik heb het recht om mijn werk te beschermen, en dit project zal funest zijn voor de zeebodem.’

    Offshore windmolenparken ondervinden overal op de wereld verzet van vissers, met verschillend resultaat. In de VS hebben vissers die vangstverlies vrezen bezwaar aangetekend tegen de bouw van het 2,8 miljard dollar kostende windmolenpark voor de kust van Martha’s Vineyard in Massachusetts. Maar in mei is er federale toestemming gegeven voor het project, dat het eerste grootschalige windmolenpark in de VS zal zijn, en de bouw zal naar verwachting binnen een jaar beginnen. Volgens een woordvoerder van de ontwikkelaar van het park, Vineyard Wind LLC, is de omvang ervan teruggebracht en is na overleg met de visserijsector geld opzijgezet voor verlies van apparatuur of inkomsten.

    In Nederland en Duitsland is in sommige regio’s soms wel 90 procent van de windmolenparken in gemeenschapshanden

    In Zuid-Korea heeft de visserij bezwaar aangetekend tegen plannen van de regering om kolencentrales door windmolenparken te vervangen. Minstens dertig projecten zijn door de protesten met vele jaren vertraagd.

    Ook op het vasteland zijn projecten op het gebied van zonne-energie en geothermie vertraagd of zelfs geschrapt na protesten van boeren en anderen. Windmolenprojecten in Colombia en Mexico zijn herhaaldelijk tegengehouden – door middel van rechtszaken, betogingen en sabotage – door plaatselijke autochtone bevolkingsgroepen die zeiden dat ze onvoldoende werden gecompenseerd voor het verlies van hun voorouderlijke land. In 2017 werd de bouw van een windmolenpark in Kenia gestaakt nadat betogers een van de windmeetmasten hadden vernield en aannemers zich om veiligheidsredenen hadden teruggetrokken.

    In veel gevallen krijgt de plaatselijke bevolking een aandeel in duurzame-energieprojecten. Zo zijn Zuid-Koreaanse boeren in regio’s waar windmolenparken zijn gebouwd in totaal voor 30 procent eigenaar van alle windmolenparken in het land, wat volgens schattingen van de regering jaarlijks maar liefst 230 miljoen euro aan dividend kan opleveren. Dit model is op meer systematische basis ingevoerd in Denemarken, waar 75 procent van alle windturbines die het land telt in particuliere handen is. In Nederland en Duitsland is in sommige regio’s soms wel 90 procent van de windmolenparken in gemeenschapshanden en vormt het dividend daarvan een aanzienlijke bijdrage aan de pensioenpot.

    ‘Onze ervaring is dat gemeenschappen zich minder snel tegen projecten zullen verzetten als ze mede-eigenaars zijn en betrokken bij het runnen ervan,’ zegt Molly Walsh, student duurzame energie bij Friends of the Earth Europe, een netwerk van Europese milieugroeperingen. ‘Wanneer ze op deze manier betrokken zijn, kunnen plaatselijke gemeenschappen zelfs zo ver gaan dat ze de projecten niet alleen accepteren maar actief steunen.’

    Lees ook:

  • Protest bij Indiase Apple-leverancier na massale voedselvergiftiging

    Protest bij Indiase Apple-leverancier na massale voedselvergiftiging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedi-Arabië begint offensief tegen Jemen

    » China vervangt zijn sterke man in de Oeigoerse regio Xinjiang

    Honderdvijftig medewerkers in het ziekenhuis opgenomen

    Tientallen vrouwen in het Indiase Chennai zijn weer vrijgelaten nadat ze waren opgepakt voor het blokkeren van een belangrijke snelweg. De blokkade was een protest vanwege een voedselvergiftiging bij Foxconn, waardoor honderdvijftig medewerkers in het ziekenhuis moesten worden opgenomen, bericht South China Morning Post.

    Foxconn is een toonaangevende fabrikant van elektronische componenten voor onder meer iPads en iPhones van Apple; Kindles van Amazon en PlayStations van Sony. Het is het tweede geval van onrust bij een Apple-leverancier binnen een jaar. Landen als India, en ook Mexico en Vietnam, worden steeds belangrijker voor contractfabrikanten die aan Amerikaanse merken leveren, vanwege de handelsoorlog tussen China en de VS.

    Lees ook:

  • Huawei neemt niet langer personeel uit de VS aan. Uit Europa des te meer

    Huawei neemt niet langer personeel uit de VS aan. Uit Europa des te meer

    Ondanks Amerikaanse sancties is de Chinese techgigant overal ter wereld op zoek naar technisch talent voor hun ‘strijdmacht’. Nou ja, bijna overal. In Amerika is geen enkele vacature van het bedrijf te vinden.

    Wie dacht dat Huawei onder de druk van de jarenlange Amerikaanse campagne tegen het bedrijf was bezweken, zal er misschien van opkijken dat het zoveel vacatures heeft openstaan voor chipontwerpers in München, softwareontwikkelaars in Istanbul en AI-onderzoekers in Canada, en dat het zowel in China als daarbuiten honderden promovendi wil aantrekken. Deze wervingscampagne is een teken dat het bedrijf verre van verslagen is, maar juist vastberaden op zoek naar nieuwe manieren om te groeien, na de schade die de sancties en de politieke druk van Washington hebben toegebracht aan Huawei’s voorheen zo bloeiende handel in smartphones en telecomapparatuur.

    We hebben de vacatures op de verschillende wervingspagina’s en de officiële LinkedIn-account van het bedrijf geïnventariseerd en vonden honderden posities in Europa en Canada op het vlak van kunstmatige intelligentie, zelfrijdende auto’s, software- en computerinfrastructuur, chipontwikkeling en kwantumcomputers – allemaal terreinen waarop ook de VS zwaar investeert. In dat land heeft Huawei op deze gebieden momenteel echter geen vacatures.

    De Amerikaanse sancties legden op pijnlijke wijze de zwakke punten bloot in de toeleveringsketens van Huawei

    ‘In die nieuwe, opkomende vakgebieden kan Huawei het niet met lokaal talent alleen af, ze hebben ze internationaal talent nodig om technische vooruitgang te boeken en als bedrijf concurrerend te blijven,’ zegt Chiu Shih-fang, een specialist op het gebied van technologische productieketens bij het Taiwan Institute of Economic Research. ‘Vroeger trok Huawei jong talent aan door universiteiten donaties te geven of onderzoeksprogramma’s te financieren, maar dat wordt door de geopolitieke perikelen nu bemoeilijkt. Ze moeten dus andere manieren vinden om te zorgen dat hun kweekvijver van diverse talenten blijft groeien. Door in meerdere landen massaal mensen aan te nemen bijvoorbeeld.’

    De oprichter van Huawei, Ren Zhengfei, geeft dat zelf ook toe en heeft zich voorgenomen in 2021 minstens achtduizend pas afgestudeerde mensen in dienst te nemen en het budget voor onderzoek sterk uit te breiden. ‘2021 en 2022 worden de meest kritieke en uitdagende jaren voor het voortbestaan en de strategische ontwikkeling van Huawei. Talent speelt daarbij een sleutelrol,’ zo zei hij in een toespraak binnen het bedrijf waarvan wij de transcriptie hebben ingezien. Hij zei verder dat het bedrijf dit jaar nog ‘enkele miljarden dollars’ in toonaangevende technologieën wil steken, bovenop het normale R&D-budget.

    Bedreiging voor de nationale veiligheid

    Dat wervingsoffensief en die openlijke financiële injectie getuigen van een bewuste poging van Huawei om zijn technologische voorsprong te behouden en zo mogelijk zelfs te vergroten, in weerwil van de Amerikaanse tegenwerking die onder president Trump is ingezet. Het was Trumps regering die Huawei in mei 2019 een bedreiging voor de nationale veiligheid noemde en het op de zogenaamde Entity List plaatste van bedrijven waaraan Amerikaanse technologie niet zomaar mag worden verkocht. Om het hoofd boven water te houden, zocht Huawei toen zijn toevlucht bij leveranciers buiten de VS, waarop Washington het net van de handelsbeperkingen nog strakker aanhaalde: in 2020 verbood de Amerikaanse regering ook buitenlandse leveranciers om zonder voorafgaande toestemming producten met Amerikaanse technologie aan Huawei te leveren.

    De Amerikaanse sancties legden op pijnlijke wijze de zwakke punten bloot in de toeleveringsketens van Huawei, met name voor de geavanceerde chips waar hun apparaten op draaien. Zoals wij hier al eerder meldden, probeert Huawei daar iets aan te doen door zijn investeringen in Chinese chipfabrikanten flink op te schroeven. Ook onder de in januari aangetreden Biden lijken de maatregelen immers niet te worden versoepeld. De Amerikaanse minister van Handel Gina Raimondo zegt geen reden te zien om bedrijven van de zwarte lijst te halen en Huawei zegt zelf ook te verwachten dat het Amerikaanse verbod ‘een campagne van de lange adem’ zal zijn. Daarom richt het zich in zijn overlevingsstrategie niet meer alleen op de bestendiging van bestaande bedrijfssegmenten, zoals smartphones, maar ook op de uitbreiding met nieuwe activiteiten.

    En die trend is zichtbaar in het huidige wervingsoffensief. In München is Huawei verschillende ontwikkelingsteams aan het werven voor draadloze chipsets en chips voor de autoindustrie – München is ook de thuisbasis van BMW. Het Chinese bedrijf zet groot in op geavanceerde autotechnologie. Het werft niet alleen veel ingenieurs aan op het vlak van autotechniek en zelfrijdende systemen, maar werkt sinds kort ook met de Chinese autofabrikant Seres samen aan de ontwikkeling van ‘intelligente’ elektrische voertuigen. Verder heeft Huawei in München een laboratorium voor kwantumcomputers en optische computers. De wereld van de kwantumcomputers, ontworpen volgens de principes van de kwantummechanica en daardoor krachtiger dan conventionele supercomputers, is een cruciaal strijdperk voor de grootste technologiebedrijven ter wereld, waaronder IBM, Intel en Google.

    Software is een prioriteit geworden nadat de hardwaretak van het bedrijf door de Amerikaanse sancties onderuit werd gehaald

    Huawei’s onderzoekscentrum in Istanbul, zijn belangrijkste hub voor software-ontwikkeling buiten China, is ook op zoek naar meer dan veertig nieuwe werknemers. Software is een prioriteit geworden nadat de hardwaretak van het bedrijf door de Amerikaanse sancties onderuit werd gehaald. Op dit vlak werkt Huawei onder meer aan de ontwikkeling van HarmonyOS, zijn alternatief voor Googles besturingssysteem Android. In Canada, Finland, Zweden en Rusland zijn er de afgelopen maand verschillende vacatures bijgekomen voor AI-onderzoek en computerarchitectuur, en het bedrijf is ook op zoek naar wetenschappers voor zijn onderzoekscentrum in Zürich.

    Verder neemt Huawei ook in China honderden ingenieurs aan en is het bereid om goed te betalen voor toptalent. Een ervaren ingenieur verdient bij Huawei gemiddeld 191.024 dollar per jaar, inclusief bonussen. Ter vergelijking: volgens een overzicht van het wervingsplatform Glassdoor bedraagt het gemiddelde basissalaris voor dezelfde functie bij Google 161.733 dollar. Toptalent werd door Ren in zijn recente toespraak ‘van cruciaal belang voor elke strijd’ genoemd. ‘We hebben geld en ruimte genoeg om wereldwijd talent in huis te krijgen,’ hield hij zijn leidinggevenden voor, en hij spoorde ze aan op zoek te gaan naar veelbelovende kandidaten om de ‘strijdmacht’ van het bedrijf zo snel mogelijk mee uit te breiden. Volgens Huawei’s laatste rapport over maatschappelijk verantwoord ondernemen telde het bedrijf in 2019 op zijn totale personeelsbestand van 190.000 mensen al meer dan 37.000 buitenlandse werknemers.

    Verlies

    De vraag is alleen of deze wervings- en investeringsinitiatieven genoeg zijn om de klappen te compenseren die Huawei kreeg in de bedrijfsonderdelen die van oudsher het best rendeerden: smartphones en telecomhardware. Het is nog steeds wereldwijd de grootste fabrikant van telecomapparatuur, maar begint in die sector buiten China snel marktaandeel te verliezen, aldus Stephane Teral, hoofdanalist bij LightCounting Market Research. ‘Huawei heeft in heel Europa meer dan 90 procent van zijn marktaandeel verloren,’ zegt hij. ‘Meer dan veertig 5G-contracten gingen daar naar Ericsson, en ook elders hebben ze het overal zwaar te verduren, behalve in Rusland en een paar landen in Zuidoost-Azië.’ Volgens de ervaren telecomanalist trekt de VS geld uit om Ethiopië en andere landen in Afrika en het Midden-Oosten over te halen hun Huawei-apparatuur te vervangen. ‘Maar Huawei zal het hoe dan ook goed blijven doen in China, de grootste markt voor 4G en 5G ter wereld, en die trend houdt nog wel even aan,’ aldus Teral.

    Ondertussen kelderde Huawei’s marktaandeel op de mondiale smartphonemarkt naar 4 procent in het eerste kwartaal van 2021, waar het nog 18 procent was geweest in datzelfde kwartaal van het jaar ervoor, toen het de op één na grootste smartphonefabrikant na Samsung was, volgens cijfers van Counterpoint Research. Eind vorig jaar verkocht Huawei zijn budgetmerk Honor aan een groep investeerders onder aanvoering van de gemeentelijke overheid van Shenzhen. En HiSilicon Technologies, ooit China’s grootste ontwikkelaar van mobiele chips en een kroonjuweel van de Huawei-groep, is aan het kwakkelen sinds het door de Amerikaanse exportbeperkingen geïsoleerd werd van zijn belangrijkste productiepartner, Taiwan Semiconductor Manufacturing Co.

    Maar in andere opzichten heeft Huawei het tij weer mee: de ambitie om een zelfstandige productieketen voor chips op te zetten is helemaal in lijn met de doelstellingen van Beijing op dat vlak. China lanceerde in 2014 het zogenaamde ‘Grote Fonds’ om zijn eigen chipindustrie op te zetten. Toen Amerika in 2019 de druk op Huawei begon op te voeren, stak Beijing nog eens 204 miljard yuan (ruim 30 miljoen dollar) extra in dat fonds.

    ‘Of deze Chinese bedrijven hun buitenlandse tegenhangers echt kunnen vervangen, zal in de praktijk nog moeten blijken’

    Volgens onze analyse van cijfers die te vinden zijn bij Qichacha, een Chinese verzamelaar van bedrijfsgegevens, had Huawei in juni van dit jaar al in tien bedrijven geïnvesteerd die te maken hebben met de productie van chips. Dat betreft dan onder meer Rainbow Simulation Technologies en LEDA Technology, die software leveren voor het ontwerpen van chips – een sector die gedomineerd wordt door Amerikaanse leveranciers als Synopsys en Cadence Design Systems. Het in november opgerichte LEDA Technology zegt dat het zijn missie is om ‘China zelfredzaam te maken op het gebied van EDA-tools’ en vindt veel steun bij de overheid en particuliere klanten. Rainbow Simulation zegt dat zijn ontwerpsoftwaretools bruikbaar zijn voor verschillende soorten chips, telecommunicatiesystemen en defensie- en ruimtevaarttechnologie.

    In februari heeft Huawei een belang van 10 procent gekocht in het in Shanghai gevestigde Bonotec Electronic Materials, een fabrikant van hechtmiddelen die worden gebruikt bij de productie van halfgeleiders en beeldschermen. Tot de belangrijkste aandeelhouders van Bonotec behoren een investeringstak van het Grote Fonds en China’s grootste chipproducent, Semiconductor Manufacturing International Co.

    De investeringen van Huawei strekken zich inmiddels ook uit tot de apparatuur voor het produceren van chips, eveneens een sector die lange tijd is gedomineerd door Amerikaanse leveranciers als Applied Materials, Lam Research en KLA. Het heeft een belang genomen van ongeveer 5 procent in Beijing RSLaser Opto-Electronics Technology, een door de Chinese overheid gesteunde producent van lasers die gebruikt worden in lithografiemachines. Beijing RSLaser zegt in een openbare verklaring (te vinden bij Qichacha) dat het ‘de Chinese ambitie ondersteunt om zelfstandiger te worden in het maken van apparatuur voor chipproductie.’ Huawei wilde zelf geen commentaar geven op zijn investeringsstrategie.

    Er is natuurlijk geen enkele garantie dat zulke investeringen zich ook uitbetalen. ‘Huawei probeert zijn kwetsbaarheid in de toeleveringsketen van chips te verhelpen door opkomende Chinese aanbieders te helpen en stimuleren,’ zegt Chiu Shih-fang. ‘Maar of deze Chinese bedrijven hun buitenlandse tegenhangers echt kunnen vervangen, zal in de praktijk nog moeten blijken.’

    Nieuwe Infrastructuur Initiatief

    Toch lijken de inspanningen van Huawei wel vruchten af te werpen. In de bedrijfsonderdelen voor smartphones en telecomapparatuur, in 2020 nog goed voor respectievelijk 54 procent en 34 procent van de totale bedrijfsomzet, is de groei weliswaar gestagneerd, maar de afdeling bedrijfsdiensten groeit snel. Dit onderdeel levert clouddiensten en oplossingen voor digitale transformatie, voornamelijk voor overheidsinstanties, en zag zijn inkomsten vorig jaar met 23 procent stijgen, de snelste groei van alle onderdelen binnen het bedrijf. En China’s Nieuwe Infrastructuur Initiatief, dat vooral gericht is op de invoering van 5G-netwerken en digitale transformatie, levert Huawei veel omzet op door de vraag naar 5G-basisstations en apparatuur voor clouddiensten.

    ‘Nu Huawei in Amerika zo onder vuur ligt, doet het er goed aan om te blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling en innovatie, en om zich te blijven ontwikkelen op terreinen waar de VS niet zulke strenge beperkingen kan opleggen,’ zegt Donnie Teng, een technologieanalist bij Nomura Securities. ‘Zo kan Huawei zijn leger aan talent misschien vasthouden in afwachting van nieuwe kansen in de toekomst. Je kunt beter rustig blijven en vechten voor je leven dan te snel de handdoek in de ring gooien.’

  • Aan ‘Made in Xinjiang’ kleeft inmiddels een smet

    Aan ‘Made in Xinjiang’ kleeft inmiddels een smet

    De fabrieken van BASF, Coca-Cola en Volkswagen in Xinjiang zeggen te voldoen aan strenge normen met betrekking tot mensenrechten en milieu. Maar is dwangarbeid werkelijk uit te sluiten in een regio waar meer dan één miljoen Oeigoeren worden vastgehouden in interneringskampen?

    Het sist en het dreunt, stoom ontsnapt via smalle buisjes op de grond. De uit beton en staal opgetrokken blokken op het enorme terrein hebben diverse verdiepingen. Ze hebben wel wat weg van een parkeergarage – met dit verschil dat er op de etages geen auto’s staan maar tanks gevuld met chemicaliën en dat er overal pijpleidingen lopen. Een paar honderd meter verderop is aan de horizon een felle roodoranje vlam zichtbaar, daar worden overtollige gassen afgefakkeld. 

    Eigenlijk lijkt de fabriek van het Duitse chemieconcern BASF in de West-Chinese stad Korla erg op de hoofdvestiging van het bedrijf in Ludwigshafen. En toch is deze fabriek, die BASF met zijn Chinese jointventurepartner Markor exploiteert, niet als al die andere. Ze staat namelijk in Xinjiang, een provincie waar het Chinese staatsbestuur beticht wordt van zware schending van de mensenrechten. De regering van de Volksrepubliek China ‘begaat jegens Oeigoeren en leden van andere etnische en religieuze minderheidsgroepen in de autonome regio Xinjiang aanhoudend genocide en misdrijven tegen de menselijkheid’, waarschuwde de VS-regering vorige maand in een rapport. Hoezeer in Xinjiang productie en onderdrukking hand in hand gaan blijkt ook uit het voorbeeld BASF.

    Voor ondernemingen die zaken doen in Xinjiang niet alleen reputatieschade maar ook hoge geldstraffen

    De BASF-fabriek staat in de Korla Economic and Development Zone. Het is een industriegebied zoals er zoveel zijn in China. Een verharde weg met meerdere rijbanen voert door het gebied. Aan weerszijden ervan staan enorme industriecomplexen. Op een plek op hooguit tien minuten rijden buiten het stadscentrum exploiteert de Chinese overheid diverse gevangenkampen, aldus een internationaal veel aandacht trekkend onderzoek van de gerenommeerde Australische denktank Australian Strategic Policy Institute (ASPI). 

    Hier en in tientallen andere kampen en gevangenissen in Xinjiang zouden onder het mom van terreurbestrijding meer dan één miljoen leden van de Oeigoerse moslimminderheid tegen hun wil worden vastgehouden. Reden voor deze vaak maanden of jaren durende opsluiting kunnen volgens uitgelekte regeringsdocumenten kleinigheidjes zijn als het dragen van religieuze symbolen of het hebben van contact met buitenlanders. De Chinese overheid bestrijdt deze beschuldigingen. 

    Smet

    Stijn Brughmans, vicepresident Operations, Technology and Investments van BASF heeft in Azië-Pacific alle fabrieken van tussenproducten in zijn portefeuille. Hij leidt zijn bezoekers rond in het chemiecomplex in Korla, wijst op uitstaltafels met producten die gemaakt worden van de in Xinjiang gefabriceerde stoffen. Zoals inlineskates en sportkleding. Naar eigen zeggen lieten de berichten over wat er in de regio gebeurt hem ‘niet koud’.

    BASF zit er middenin, produceert in de regio van onderdrukking – en probeert zich volledig te distantiëren van aantijgingen van dwangarbeid en internering. En niet alleen BASF, 350 kilometer verderop, in Xinjiangs hoofdstad Ürümqi, hebben naast veel Chinese bedrijven ook het Amerikaanse drankenconcern Coca-Cola en de Duitse autoproducent Volkswagen een fabriek. Niet alleen de morele component geeft daarbij altijd weer aanleiding tot kritiek. Aanwezigheid in Xinjiang stelt bedrijven bloot aan het risico en de verdenking dat zij dwangarbeiders tewerkstellen – direct dan wel indirect via hun toeleveranciers. Omdat overal ter wereld regeringen intussen onder druk van de publieke opinie strikter toekijken op wat er in de regio gebeurt, dreigt voor ondernemingen die zaken doen in Xinjiang niet alleen reputatieschade maar ook hoge geldstraffen. Onlangs heeft het Duitse parlement een productieketenwet aangenomen die bedrijven met ingang van 2023 op straffe van boetes ertoe verplicht de eigen keten van toegevoegde waarde tot en met de toeleveranciers zo te controleren dat die voldoet aan de normen met betrekking tot mensenrechten en milieu. De EU werkt aan een soortgelijke regel.

    Aan ‘Made in Xinjiang’ kleeft inmiddels een smet. Na de internationale textielindustrie, die circa een vijfde van haar katoen uit de regio betrekt, wordt nu de solarbranche getroffen door Amerikaanse sancties tegen fabrikanten in de provincie.  

    De interneringskampen in de buurt van BASF en Volkswagen zijn vermomd als opleidingscentra

    BASF moet zich er meermaals van verzekeren dat niemand gedwongen tewerkgesteld wordt in zijn fabriek. In 2019 verordende CEO Martin Brudermüller een interne audit. Daarop volgde in 2020 een externe audit door een internationaal economisch onderzoeksbureau. Daarbij is volgens BASF-manager Brughmans onderzocht of bij het bedrijf in Xinjiang de internationale sociale normen en arbeidsstandaarden worden nageleefd. ‘Toen waren er geen aanwijzingen tegen welk vergrijp dan ook.’

    BASF houdt volgens Brughmans goed in de gaten dat alleen de joint venture beslist over de aanstelling van werknemers in de fabriek. ‘We werken bij de personeelsvoorziening of in het algemeen op humanresourcegebied niet samen met overheidsinstanties,’ benadrukt hij. Initiatieven vanuit overheidsinstanties om medewerkers te plaatsen zijn er bij zijn weten niet geweest. Vanwege de vereiste vakkennis kwamen de medewerkers niet vanuit de opleidingscentra, maar vanuit andere bedrijven naar BASF. 

    Maar controle ter plekke op het nakomen van arbeidsstandaarden wordt steeds moeilijker. ‘De pogingen van buitenlandse ondernemingen om naleving van mensenrechtstandaarden in China te implementeren, bijvoorbeeld via onderzoek, worden door de Chinese overheid inmiddels beschouwd als een vijandige daad, waartegen dan ook sancties worden getroffen,’ vertelt Katja Drinhausen die bij de Berlijnse denktank Mercis onderzoek doet naar mensenrechten in Xinjiang. De juridische basis hiervoor creëerde Beijing de afgelopen weken en maanden. Met de antisanctiewet bijvoorbeeld. 

    ‘Betrokkenheid’

    Van de in totaal 122 medewerkers die BASF met zijn jointventurepartner in Korla in dienst heeft, zijn er in de zengende hitte op het enorme terrein maar weinig te zien. Het Handelsblatt en de ARD-radio zijn de eerste internationale media die de fabriek in Korla bezoeken. Bij hun naspeuringen worden de teams gevolgd en geschaduwd – en dat moeten ze kennelijk merken ook. 

    Ondanks diverse verzoeken daartoe laat Volkswagen in zijn fabriek in Ürümqi geen bezoekers toe. Bezoek zou niet mogelijk zijn omdat er problemen zijn bij het afstemmen met zijn Chinese jointventurepartner SAIC, zo voert het autoconcern als reden aan. Ook weigert Volkswagen te antwoorden op gedetailleerde vragen hoe het bedrijf dwangarbeid denkt te voorkomen. Ditmaal onder verwijzing naar de halfjaarcijfers die binnenkort worden gepubliceerd.  

    Xinjang is een politiestaat. Messen in winkels en restaurants liggen aan een ketting

    Wie rondkijkt in Ürümqi kan moeilijk over het hoofd zien dat Xinjiang allang een politiestaat is. Om de paar honderd meter is er een politiebureau, agenten bewaken kruisingen en patrouilleren voor de grote Erdaoqiao-moskee. Messen in winkels en restaurants liggen aan een ketting. Zelfs voor benzinestations staan beveiligers en slagbomen. Daarbij komt nog alle bewakingstechniek. ‘Veel van de bewaking is niet meer zichtbaar maar vindt digitaal in het verborgene plaats,’ vertelt Mercis-expert Drinhausen. De Chinese overheid verdedigt de maatregelen onder het mom van terreurbestrijding. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw waren er telkens weer conflicten in de regio. 

    Waarnemers die geregeld in het gebied rondreizen klagen hoezeer de situatie veranderd is: veel inwoners zaten al in interneringskampen of hebben familieleden die daar hebben gezeten. Anderen zitten opgesloten in gevangenissen. Er heerst een klimaat van angst of berusting. Hoe denkt een Duits of een Amerikaans bedrijf hier te kunnen garanderen dat al zijn werknemers uit vrije wil bij hen werken? Hoe vrij kunnen medewerkers in een dergelijk systeem echt zijn?

    De interneringskampen in de buurt van BASF en Volkswagen zijn vermomd als opleidingscentra. Daarna worden betrokkenen, zo luidt de aanklacht, overgedragen aan ondernemingen, waar ze gedwongen tewerkgesteld worden. Zo moeten ze verder kunnen worden gecontroleerd. Meer dan 80.000 mensen moeten alleen al tussen 2017 en 2019 met dwangarbeid zijn geconfronteerd, aldus het ASPI in een analyse.

    Voor Duitse bedrijven zijn de fabrieken in de regio een last geworden. Hoewel niet hardop uitgesproken, gaat men er in economische kringen in Beijing van uit dat geen enkel Duits bedrijf vandaag de dag nog voor deze standplaats zou kiezen. Maar ook toen onder toeziend oog van China’s minister-president Li Keqiang en bondskanselier Angela Merkel in 2013 de contracten voor de fabriek van BASF werden ondertekend, gingen er al verhalen rond over de onderdrukking van de moslimbevolking in Xinjiang. Volkswagen besloot ongeveer in dezelfde tijd als BASF er een fabriek te bouwen. In zijn Chinees-Duitse joint venture SAIC-Volkswagen verschaft VW in Ürümqi werk aan 600 medewerkers, allen Chinees staatsburger. Ongeveer 10 procent van hen behoort volgens eerdere informatie van Volkswagen tot de Oeigoerse moslimminderheid. 

    Ondanks alle kritiek wil Volkswagen vasthouden aan zijn fabriek. ‘Wij staan voor onze betrokkenheid in China, ook in Xinjiang,’ zei CEO Herbert Diess onlangs in de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung: ‘Wij noch onze toeleveranciers stellen dwangarbeiders tewerk.’ 

    BASF is voorzichtiger met zulk soort uitspraken. Alle leveranciers hebben een codex ondertekend. Bij overtreding van clausules in het maatschappelijk contract spreekt het bedrijf zijn partners daarop aan, zegt Brughmans. Indien verandering achterwege blijft, zo vervolgt hij, ‘moeten we ons beraden op alternatieve bedrijfsmogelijkheden en dan behouden we ons ook het recht voor de zakenrelatie te beëindigen’.

  • Antiwoke-universiteit of noodzakelijke onderwijsvernieuwing?

    Antiwoke-universiteit of noodzakelijke onderwijsvernieuwing?

    De nieuwste universiteit van de VS was nog geen tien dagen oud of ze moest al in de verdediging. De instelling zou een uiterst rechts bastion zijn in plaats van een neutrale leerplek. Spraakmakende adviseurs van het eerste uur Steven Pinker en Robert Zimmer verlieten de raad van adviseurs, waar ze intellectuele steun gaven aan het idee van een op ‘vrij onderzoek’ gerichte plek.

    ‘We kunnen niet wachten tot universiteiten zichzelf herstellen. Dus beginnen we een nieuwe. Ik heb mijn positie als president van St. John’s College in Annapolis opgegeven om een universiteit in Austin te starten die is gewijd aan het onbevreesd nastreven van de waarheid.’ Zo kondigde Pano Kanelos op 8 november van dit jaar de oprichting aan van een splinternieuwe universiteit in Amerika, de ‘UATX’, University of Austin, Texas.

    Over de noodzaak voor deze nieuwe universiteit schreef hij: ‘Kunnen we echt beweren dat het nastreven van de waarheid – ooit het centrale doel van de universiteit – nog steeds de hoogste deugd is? Geloven we oprecht dat de cruciale middelen daarvoor, vrijheid van onderzoek en een open discours, nog de overhand hebben terwijl illiberalisme een alomtegenwoordig kenmerk van het universitair klimaat is geworden?’

    ‘Onze democratie hapert voor een belangrijk deel, omdat ons onderwijssysteem illiberaal is geworden’

    ‘De realiteit is dat veel universiteiten niet langer worden aangespoord een omgeving te creëren waarin intellectuele afwijkende meningen worden beschermd en modieuze meningen scherp worden bevraagd. Onze meest prestigieuze scholen dienen vooral als eindopleiding voor de aankomende nationale en mondiale elite. Te midden van baksteen en klimop houden deze studenten zich met steeds ontoegankelijkere theorieën bezig.’

    En dat is een groot probleem, aldus Kanelos. ‘Niet alleen worden studenten als individuen hiermee benadeeld; we laten de natie in de steek. Onze democratie hapert voor een belangrijk deel, omdat ons onderwijssysteem illiberaal is geworden.‘

    ‘Universiteiten zijn plekken waar de samenleving denkt, waar de gewoonten en zeden van onze burgers worden gevormd. Als deze instellingen niet open en pluralistisch zijn, als ze uitspraken beperken en degenen met onpopulaire standpunten verbannen, als ze wetenschappers ertoe brengen complete onderwerpen te mijden uit angst, als ze voorrang geven aan emotionele troost boven het vaak ongemakkelijke streven naar de waarheid, wie is er dan nog over om het discours vorm te geven dat nodig is om vrijheid in een zelfsturende samenleving in stand te houden?’

    Ayaan Hirsi Ali

    Kanelos introduceerde een lijst met namen van docenten, betrokkenen en adviseurs. De rechtse tot uiterst rechtse signatuur die hieruit naar voren kwam, leidde in de Amerikaanse universitaire en journalistieke wereld tot opgetrokken wenkbrauwen.

    ‘Ons project begon met een kleine bijeenkomst van degenen die zich zorgen maakten over de staat van het hoger onderwijs’, schreef Kanelos. ‘Niall Ferguson, Bari Weiss, Heather Heying, Joe Lonsdale, Arthur Brooks en ik, en sindsdien hebben ook vele anderen zich aangesloten, zoals de dappere professoren Kathleen Stock, Dorian Abt en Peter Boghossian. Maar ook universiteitsvoorzitters: Robert Zimmer, Larry Summers, John Nunes en Gordon Gee, en vooraanstaande academici, zoals Steven Pinker, Deirdre McCloskey, Leon Kass, Jonathan Haidt, Glenn Loury, Joshua Katz, Vickie Sullivan, Geoffrey Stone, Bill McClay en Tyler Cowen.

    We worden ook vergezeld door journalisten, kunstenaars, filantropen, onderzoekers en publieke intellectuelen, waaronder Lex Fridman, Andrew Sullivan, Rob Henderson, Caitlin Flanagan, David Mamet, Ayaan Hirsi Ali, Sohrab Ahmari, Stacy Hock, Jonathan Rauch en Nadine Strossen.

    Aan die politieke diversiteit van de nieuwe universiteit wordt ernstig getwijfeld

    Wij zijn een toegewijd team dat met de dag groeit. Onze achtergronden en ervaringen zijn divers; onze politieke opvattingen verschillen.’

    En precies over dat laatste ontstond een polemiek in de pers en de universitaire wereld, want aan die politieke diversiteit wordt ernstig getwijfeld.

    Zo schreef columnist Will Bunch in The Philadelphia Inquirer: ‘De echte reden voor het creëren van hun nieuwe bastion van hoger onderwijs is “wokeness”, waarvan zij beweren dat die het intellectuele debat verstikt. Volgens een van de bondgenoten, de conservatieve Ayaan Hirsi Ali: “Ons onderwijssysteem faalt: in plaats van een plek om te leren, zijn universiteiten getransformeerd in plekken van angst”, waarbij ze verwijst naar wat ze beschrijft als obsessies met “micro-agressies” rond huidskleur, geslacht of seksualiteit, de zogenaamde “cancelcultuur”, of het gebruik van de juiste voornaamwoorden.’

    ‘Zeker’, schrijft Bunch, ‘er zijn serieuze problemen rond vrijheid van meningsuiting op de campussen, maar dat ligt veel genuanceerder en gecompliceerder dan ze doen voorkomen. Ze zouden eens een paar dagen op een echte universiteit moeten doorbrengen, in plaats van alleen maar te lezen over de selectieve Breitbart/Fox News-“campus snowflake”-verontwaardiging van de dag.‘

    Onafhankelijkheid

    Voor Politico ging Derek Robertson verder op de zaak in met het artikel ‘Het is de university of Austin tegen iedereen – inclusief zichzelf’. Hij plaatst vraagtekens bij de neutraliteit en onafhankelijkheid die de nieuwe universiteit zegt na te streven.

    ‘Toen UATX begin november werd gelanceerd‘, aldus Robertson, ‘zei oprichter Pano Kanelos, dat “de betekenis van oldskool motto’s terug zouden keren. Licht. Waarheid. De wind van vrijheid” tegenover “universiteiten die er buitengewoon goed in zijn om studenten alles te bieden wat ze nodig hebben… behalve intellectuele durf”. Het was zowel een uitleg van zijn missie als een impliciete kritiek: de University of Austin zal “fel onafhankelijk” zijn, in tegenstelling tot het academische establishment dat hopeloos gevangen wordt gehouden door progressieve, censurerende ideologen.

    De oprichtingsaankondiging ging gepaard met klinkende namen om het project intellectuele glans te geven, zoals historicus Niall Ferguson van de Hoover Institution in Stanford – een van de oprichters van UATX – en voorts voormalig minister van Financiën en voormalig Harvard-voorzitter Larry Summers en econoom Tyler Cowen.

    Steven Pinker van Harvard zwijgt over waarom hij zijn deelname aan UATX heeft beëindigd, maar Robert Zimmer van de Universiteit van Chicago was er duidelijk over: hij is absoluut voor vrije meningsuiting, maar staat niet achter de directe aanval op het bestaande hoger onderwijs. In een verklaring zegt hij dat “de nieuwe universiteit een aantal uitspraken deed over het hoger onderwijs in het algemeen, het merendeel behoorlijk kritisch, die heel sterk afwijken van mijn eigen opvattingen”.

    ‘Het bijna onmogelijk om het project als iets anders te zien dan als politiek’

    Gordon Gee, president van de West Virginia University, een andere adviseur, blijft wel betrokken, maar was nog directer: “Ik ben het er niet mee eens dat andere universiteiten niet langer de waarheid zouden zoeken en ik heb ook niet het gevoel dat het hoger onderwijs onherstelbaar beschadigd is.”

    Al deze onenigheid weerspiegelt de ongemakkelijke tegenstelling in het hart van het ambitieuze project: ondanks de claim van onafhankelijkheid van de University of Austin in het politieke mijnenveld dat hoger onderwijs in 2021 is, is het bijna onmogelijk om het project als iets anders te zien dan als politiek op zich.

    Kanelos, de voormalige president van het St. John’s College, kondigde de lancering aan via de Substack-nieuwsbrief van Bari Weiss, een medeoprichter die geen academicus is, maar een journalist gespecialiseerd in het prikken in de liberale consensus. Medeoprichter en trustee Joe Lonsdale, tevens met Peter Thiel medeoprichter van het data-analysebedrijf Palantir, verdedigde het project in de conservatieve New York Post, en Ferguson schreef zuur bij Bloomberg dat ‘academische vrijheid sterft in wokeness’.

    De expliciet uitgesproken ideologische toewijding van de University of Austin is gericht op een pluralistische, klassiek liberale vrijheid van meningsuiting. Maar, zoals Zimmer en anderen hebben opgemerkt, berust het project van de universiteit in haar huidige vorm op een inherent politieke kritiek op bestaande instellingen. Voor een intellectueel vehikel dat zo toegewijd is aan diversiteit van denken dat het niet eens zou kunnen bestaan ​​in het huidige academische landschap, vormen de erbij aangesloten denkers zelf bijna een monocultuur: het zijn bijna allemaal iconen van hetzelfde confronterende, niet-vooruitstrevende liberale rationalisme.’

    Morele superioriteit

    ‘Het claimen van een open blik en van meritocratische, rationele vrijheid van ideologische dogma’s, is in de Amerikaanse politiek hetzelfde als morele superioriteit claimen’, vervolgt Robertson zijn artikel. ‘Door precies dat te doen, heeft UATX ongewild de kritiek bevestigd van de meeste linkse cultuurcritici die luidkeels opperen dat waarheid of objectiviteit niet bestaat. Op basis van haar huidige intellectuele kliek lijkt de zelfverklaarde “onafhankelijkheid” van UATX veel op een poging de dominantie van de eigen waarden van haar betrokkenen opnieuw te onderstrepen.

    Je hoeft je niet volledig over te geven aan relativisme om te erkennen dat morele superioriteit meer een doel of aspiratie is dan een toestand die je ooit echt kunt bereiken. Wanneer conservatieve figuren zoals senatoren Ted Cruz of Josh Hawley roepen dat Amerikaanse instellingen ideologisch gevangen zijn genomen en moeten terugkeren naar een of ander Eden-achtig, pre-woke ideaal, of wanneer progressieve opiniemakers zoals Nikole Hannah-Jones een objectieve feitelijke basis denken te kunnen claimen voor een project dat fundamenteel ideologisch is, dan verdraaien ze idealen voor hun eigen politieke doeleinden. Dat alles maakt deel uit van de slingerbeweging van het Amerikaanse intellectuele leven. Maar door te beweren daar buiten te staan, leggen UATX en zijn pleitbezorgers de lat onmogelijk hoog voor hun project.

    ‘Wat het project het meest kwetsbaar maakt voor kritiek in dit vroege stadium, is wie er niet bij betrokken zijn’

    Dat wil niet zeggen dat de structurele of ideologische kritiek op de academische wereld inherent verkeerd is; het zal moeilijk zijn om iemand te vinden (die geen goedbetaalde universiteitsbestuurder is) die zal beweren dat het huidige systeem perfect werkt. Maar de lancering van UATX, en de luidruchtige reacties die daarop volgden, kunnen worden gezien als een waarschuwing over de notie van objectiviteit in het moderne Amerikaanse intellectuele leven; over hoe verleidelijk het is aanspraak te maken op neutraliteit, en hoe een krachtig maar gevaarlijk gereedschap dat is geworden in de gereedschapskist van de cultuuroorlog.

    Ook al zijn de oprichtingsadviseurs van de universiteit uniform in hun oppositie tegen een bepaald soort progressieve retoriek, het is wel een beetje een lastig te plaatsen club. Tegenover alle gal die Ferguson verzamelde in zijn Bloomberg-opiniestuk, is er de omzichtigheid van iemand als Cowen; tegenover de zwaarwichtigheid van eikenhouten lambriseringen die een figuur als Gordon Gee omgeeft, is er het blotevuistengepolemiseer van Andrew Sullivan. Dan heb je nog een toneelschrijver, Trump-aanhanger David Mamet, en een geofysicus; Dorian Abbot, die meeschreef aan een opiniestuk waarin positieve discriminatie wordt bekritiseerd en wiens uitnodiging voor een prestigieuze MIT-lezing vervolgens werd afgezegd.

    Wat het project echter het meest kwetsbaar maakt voor kritiek in dit vroege stadium, is wie er niet bij betrokken zijn, namelijk iedereen van progressief links waarvan ze geloven dat die vrijheid van meningsuiting in de academische wereld zouden bedreigen. In een e-mail zei woordvoerder Hillel Ofek dat UATX ”geen enkele politieke of ideologische toegangstest zal doen. Wij zijn van mening dat het een fundamenteel onderdeel is van liberaal onderwijs om rigoureus om te gaan met radicaal alternatieve opvattingen en ideeën, inclusief die welke de vrijheid van meningsuiting in twijfel trekken. We zouden zeker iemand verwelkomen die een criticus is van de vrijheid van meningsuiting van links of rechts, zolang ze zich aan onze universitaire principes van open onderzoek en open en eerlijk debat houden.”’

    Vehikel tegen ‘wokeness’

    ‘Maar wat verklaart dan de rechtse signatuur van al die adviseurs van het eerste uur?’ vraagt Robertson zich af. ‘De meest barmhartige opmerking van critici zou kunnen zijn dat de oprichters van de universiteit progressieve censuur vrezen als een te grote bedreiging of belemmering (zie: Karl Poppers “paradox van tolerantie”). Maar, om Ockhams scheermes te gebruiken: het is veel gemakkelijker voor te stellen dat niemand ter linkerzijde, zeker niet in de moordende wereld van het hoger onderwijs waar reputatie goud waard is, bereid is om zich aan te melden voor een project dat door vakgenoten onvermijdelijk zal worden afgedaan als reactionair.

    “Ik betwijfel of iemand die, bij gebrek aan een betere terminologie, ‘progressief’ is, de kans zou verwelkomen om deel uit te maken van de raad van adviseurs”, denkt ook Nadine Strossen, professor aan de New York Law School en voormalig president van burgerrechtenorganisatie ACLU, die gelooft dat robuuste bescherming van de vrijheid van meningsuiting van het grootste belang is, niet alleen voor de bloei van het liberalisme, maar ook voor raciale rechtvaardigheid op zich.

    Strossen, een UATX-adviseur, zegt lange gesprekken te hebben gevoerd met universiteitsvoorzitter Pano Kanelos. “Ik twijfel er absoluut niet aan dat hij advies zou verwelkomen van iemand die zich uitspreekt en kritisch zou zijn over alles, inclusief de fundamentele missie.”

    En er is inderdaad iemand die de fundamentele missie van vrij onderzoek wil bekritiseren. Maar dat is geen criticus van links; het is Sohrab Ahmari, de aartsconservatieve katholiek die zichzelf omschreef als “postliberaal”. In een essay voor The American Conservative schreef Ahmari dat UATX het vooruitzicht verwelkomde van een traditionalistische interne dissident aan de tafel. “Ik denk dat het gewoon tijd wordt dat wij orthodoxe gelovigen de honneurs moeten gunnen aan liberale instellingen en onze aanwezigheid moeten gebruiken als een test van hun liberalisme, op grond van hun eigen principes.”

    Goedkeuring van iemand als Ahmari – bewonderaar van Viktor Orbans “illiberale democratie”, die ooit schreef dat conservatieve christenen “moeten proberen de waarden van beleefdheid en fatsoen te gebruiken om onze orde en orthodoxie af te dwingen, en nooit moeten doen alsof ze ooit neutraal kunnen zijn”  – is een vrij grimmig bewijs van de bewering van de school dat geen enkel idee te gevaarlijk is om niet ontgonnen te worden in de klas. Maar bij gebrek aan theoretische tegenhangers ter linkerzijde, maakt het van de universiteit ook een gemakkelijke schietschijf als niets meer dan een vehikel voor grieven tegen “wokeness”.’

    Neutraliteit

    ‘In 2018 schreef historicus David Greenberg voor Politico over “het einde van neutraliteit”, met het argument dat “als we niet kunnen vertrouwen op de regering en andere neutrale instanties om betrouwbare informatie te verstrekken en eerlijk te oordelen over verschillende standpunten, we het risico lopen een van de grootste deugden van onze democratie te verliezen, namelijk het vermogen om onze debatten vrij en controversieel te voeren, wetende dat de meesten van ons de uitkomsten uiteindelijk als legitiem zullen accepteren”’, schrijft Robertson tot slot.

    ‘Sommige grondleggers van de University of Austin proberen het type instelling te reconstrueren dat Greenberg beschrijft, maar dan wel naar hun eigen beeld, met alle inherente vooroordelen die dat met zich meebrengt, en met het uitgesproken streven om ze te bestrijden. En dat is uiteindelijk de reden waarom het project zoveel woede opwekt: in een wereld waar iedereen rationele en morele superioriteit claimt in dienst van hun ideologische verplichtingen, is het aannemen van een scheidsrechtersrol meer dan alleen overdreven hybris. Het is bedreigend.

    Daarom is het ook enigszins begrijpelijk dat links het project zoveel meer als een belediging ziet dan rechts. Iedereen houdt van vrijheid van meningsuiting totdat een eigen persoonlijke grens wordt overschreden, en bij afwezigheid van links in Austin heeft de beschuldiging van een intrarechtscentristisch feestje in ieder geval de schijn van waarheid.

    Maar voorlopig bestaat de University of Austin voornamelijk als een idee. Op een gegeven moment zal toewijding aan de kernmissie worden getest, zoals dat ook voor elke andere universiteit geldt, en het is onmogelijk te voorspellen of de verantwoordelijken dat zullen doen met de eerlijkheid en intellectuele gelijkmoedigheid die de oprichters zeggen na te streven.

    Als ze slagen, en daarmee bewijzen dat critici ongelijk hebben, zullen ze iets authentieks en nieuws hebben neergezet in het Amerikaanse intellectuele leven en met terugwerkende kracht het lawaai en de woede rond de aankondiging van de oprichting hebben gerechtvaardigd.’

  • Rechtszaak tegen Quantas

    Rechtszaak tegen Quantas

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Taiwan spreekt vertrouwen uit in VS

    » Hoe gaat het nu verder met Bolsonaro?

    Australische luchtvaartmaatschappij beschuldigd van discriminerend gedrag.

    De Australische luchtvaartmaatschappij Qantas wordt vervolgd wegens een conflict uit begin 2020 met een schoonmaker, meldt BBC. Arbeidswaakhond SafeWork NSW beschuldigt Qantas van discriminerend gedrag door het salaris stop te zetten van een werknemer die bezorgdheid uitte over blootstelling van werknemers aan covid-19. Schoonmaker Theo Seremetidis, verantwoordelijk voor gezondheid en veiligheid bij Qantas, had bij de vakbond aan de bel getrokken over het schoonmaakprocédé voor vliegtuigen die uit China kwamen.

    ‘We werden opgedragen om vliegtuigen schoon te maken met alleen water. Er was geen ontsmettingsmiddel voor de dienbladen, geen ontsmettingsmiddel voor wat dan ook’, aldus Seremetidis tegen de Australische Senaat die de zaak onderzoekt, geciteerd door The Australian. ‘Daardoor werden werknemers blootgesteld aan een serieuze risico om corona op te lopen en te verspreiden.’

    Qantas vindt dat Seremetidis niet het juiste protocol heeft gevolgd voor de vakbondsactie die hij heeft ondernomen. De maatschappij wijst erop dat er bovendien ‘geen enkel positief coronageval is vervoerd op onze vluchten uit China’.

  • Overheden moeten bedrijven en investeerders helpen bij de vergroening

    Overheden moeten bedrijven en investeerders helpen bij de vergroening

    Zogeheten groene knelpunten, zoals snelle prijsstijgingen en grondstoftekorten, zijn een teken dat CO2-vermindering eindelijk in de praktijk wordt gebracht. Ze kunnen alleen worden overkomen als overheden zich ‘activistisch’ opstellen, zonder er een tweede nationale agenda op na te houden.

    Terwijl de wereldeconomie aantrekt, hebben tekorten en snelle prijsstijgingen een alomvattende invloed: van de levering van Taiwanese chips tot de kosten van een Frans ontbijtje. Eén knelpunt verdient echter speciale aandacht: problemen aan de aanbodzijde, zoals schaarste aan metalen en beperkende regels voor grondgebruik die de hausse op het gebied van groene energie dreigen te vertragen. 

    Deze knelpunten zijn geenszins tijdelijk. Ze zouden de komende jaren een terugkerend probleem kunnen vormen in de wereldeconomie, doordat de overgang naar een schoner energiestelsel nog in de kinderschoenen staat. Aan overheden de taak om op deze signalen van de markt te reageren en de komende tien jaar een forse investeringsstijging in de particuliere sector mogelijk te maken. Doen ze dat niet, dan blijft capaciteitsvergroting uit en kunnen beloften van ‘nulemissies’ waarschijnlijk niet worden nagekomen.

    Gekanteld

    Wetenschappers en activisten maken zich al tientallen jaren zorgen over klimaatverandering. Sinds kort lijkt de boodschap bij politici te zijn aangekomen: landen die goed zijn voor meer dan 70 procent van het mondiale bbp én verantwoordelijk voor een even hoog percentage aan uitstoot van broeikasgassen, hebben nu doelstellingen voor nulemissies geformuleerd. De meeste moeten rond 2050 zijn gerealiseerd. 

    De houding van het bedrijfsleven is daarmee gekanteld. Beleggers eisen dat bedrijven het roer omgooien, aangespoord door de nieuwe realiteit dat schone technologieën goedkoper zijn. De reuzen van het fossiele-brandstoftijdperk, zoals Volkswagen en Exxonmobil, moeten hun investeringsplannen aanpassen, terwijl de pioniers op het gebied van schone energie hun kapitaaluitgaven snel opdrijven. Orsted, leider op het gebied van windmolenparken, voorziet dit jaar een stijging van 30 procent; Tesla, fabrikant van elektrische auto’s, maakt een sprong van 62 procent. Ondertussen stroomde in het eerste kwartaal van 2021 niet minder dan 178 miljard dollar naar inmiddels groene investeringsfondsen.

    Beleggers eisen dat bedrijven het roer omgooien, ook omdat schone technologieën goedkoper zijn

    Deze plotselinge verschuiving veroorzaakt de nodige spanningen, aangezien de vraag naar grondstoffen stijgt en er om de weinige wettelijk goedgekeurde projecten wordt gestreden. Uit berekeningen blijkt dat een samenstel van vijf mineralen voor gebruik in elektrische auto’s en elektriciteitsnetten het afgelopen jaar met 139 procent in prijs is gestegen. Houtmaffia’s stropen de Ecuadoraanse bossen af, op zoek naar balsahout voor verwerking in windturbinebladen. In februari bracht een Britse veiling van zeebodemrechten voor offshore windparken 12 miljard dollar op, omdat energiebedrijven gespitst zijn op exposure, ongeacht de kosten. 

    Ook tekenen zich financieringstekorten af: terwijl een handvol bedrijven op het gebied van hernieuwbare energie onder geld wordt bedolven, beginnen de waardebepalingen behoorlijk te zwabberen. Hoewel de hernieuwbare energiesector, getuige de indexcijfers van de consumptieprijzen, nog steeds weinig gewicht in de schaal legt, vrezen sommige financiers dat tekorten aan de aanbodzijde op den duur tot hogere inflatie kunnen leiden.

    Tien keer zo hoog

    Opvallend aan deze tekenen van overbelasting is dat er nu al sprake van is, terwijl de energietransitie nog voor geen 10 procent is voltooid (gemeten naar het aandeel reeds gepleegde cumulatieve energie-investeringen dat in 2050 nodig is). Weliswaar zijn sommige noodzakelijke technologieën nog nauwelijks gerealiseerd, zodat er niet in kan worden geïnvesteerd. Ook daarom zijn onderzoek en ontwikkeling bittere noodzaak. En op andere gebieden is het hersenwerk grotendeels gedaan, zodat dit decennium spijkers met koppen moet worden geslagen en veel kapitaal uitgegeven, waardoor gevestigde technologieën een hoge vlucht kunnen nemen.

    Cijfermatig blijkt hoe ontzaglijk de opgave de komende tien jaar is. Om op koers te blijven voor een netto uitstoot van nul, moet in 2030 de jaarlijkse productie van elektrische voertuigen tien keer zo hoog zijn als vorig jaar en moeten er eenendertig keer meer laadstations langs de weg staan dan nu het geval is. Duurzame energieopwekking moet verdrievoudigen en internationale mijnbouwbedrijven dienen de jaarlijkse productie van essentiële mineralen met 500 procent te verhogen. En misschien zal het nodig zijn om twee procent van het Amerikaanse grondgebied met turbines en zonnepanelen te bedekken.

    Energiebedrijven zijn gespitst op exposure, ongeacht de kosten

    Dit alles vergt het komende decennium zo’n 35 biljoen dollar, ofwel een derde van de activa waarover de vermogensbeheersector op dit moment wereldwijd beschikt. Het beste systeem om dit te realiseren is via het netwerk van grensoverschrijdende toeleveringsketens en kapitaalmarkten dat sinds de jaren negentig een wereldwijde revolutie teweeg heeft gebracht. Maar zelfs dit systeem schiet tekort. De energie-investeringen liggen op ongeveer de helft van het vereiste niveau, en vertonen een scheefgroei: ze komen grotendeels voor rekening van een aantal rijke landen en China. Ondanks de stijgende metaalprijzen, bijvoorbeeld, zijn mijnbouwbedrijven huiverig voor een verruiming van het aanbod.

    De voornaamste reden voor het investeringstekort is dat het te lang duurt om projecten goedgekeurd te krijgen, en dat het verwachte risico en rendement ondoorzichtig zijn. Overheden maken het er niet beter op door klimaatbeleid te gebruiken als vehikel voor andere politieke doeleinden. De Europese Unie streeft naar strategische autonomie op het gebied van batterijen, en met haar groene agenda sluist ze een deel van haar begroting naar achtergestelde gebieden. China overweegt binnenlandse prijsplafonds voor grondstoffen in zijn volgende vijfjarenplan op te nemen. Evenzo geeft het klimaatplan in wording van president Joe Biden prioriteit aan vakbondsbanen en lokale industrieën. Deze mix van vage doelen en protectionisme ‘light’ belemmert noodzakelijke investeringen.

    Snelheid van handelen

    Overheden moeten meer standvastigheid aan de dag leggen. Er is een cruciale rol weggelegd voor een activistische staat die helpt om essentiële infrastructuur zoals transmissielijnen te realiseren, en om onderzoek en ontwikkeling te stimuleren. Het aanjagen van particuliere investeringen heeft echter de allerhoogste prioriteit. 

    Dat moet op twee manieren gebeuren. In de eerste plaats door de regels voor planning te versoepelen. Wereldwijd kost het gemiddeld zestien jaar om een mijnbouwproject goedgekeurd te krijgen; bij een doorsnee windenergieproject in de VS zijn leaseovereenkomsten en vergunningen na ruim tien jaar rond – een van de redenen dat de offshorewindcapaciteit er nog geen honderdste van de Europese bedraagt. Snelheid van handelen vereist gecentraliseerde besluitvorming, waarbij lokale natuurbeschermers en bewakers van de eigen achtertuin het nakijken zullen hebben.

    In de tweede plaats kunnen overheden bedrijven en investeerders helpen om risico’s te beheersen. Bijvoorbeeld door bepaalde zekerheden te bieden, zoals gegarandeerde minimumprijzen voor elektriciteitsopwekking. Westerse regeringen hebben ook de plicht om goedkope financiering te verlenen waarmee ze investeringen in armere landen stimuleren. 

    Het allerbelangrijkste is echter dat er koolstofprijzen worden ingevoerd die marktsignalen verankeren in miljoenen dagelijkse zakelijke beslissingen, en dat ondernemers en investeerders een breder perspectief op de lange termijn krijgen. Vandaag de dag wordt slechts 22 procent van de uitstoot van broeikasgassen in de wereld gedekt door tariefregelingen, en die zijn niet geharmoniseerd. Groene knelpunten zijn een teken dat CO2-vermindering eindelijk van theorie naar praktijk verschuift. Een krachtige stoot voorwaarts is nu nodig om de revolutie werkelijk tot stand te brengen.

  • Google Maps gaat reisadvies geven op basis van CO2-uitstoot

    Google Maps gaat reisadvies geven op basis van CO2-uitstoot

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Regering-Biden vraagt hoogste rechters om abortuswet in Texas te blokkeren

    » Rusland verbreekt de banden met de NAVO

    Google vergroent zoekresultaten in Maps en Flights

    Door rekening te houden met factoren zoals verkeersdichtheid, weghellingen en dergelijke biedt Google Maps automobilisten voortaan de keuze uit routes met de laagste CO2-uitstoot, bericht techblog Grist. Als de reistijd in grote lijnen hetzelfde is, kiest Google Maps standaard voor de route met de laagste CO2-uitstoot. De nieuwe service is onderdeel van een milieuvriendelijker beleid.

    Volgens Google-CEO Sundar Pichai zorgt het initiatief jaarlijks voor een besparing van 1 miljoen ton koolstofdioxide

    Volgens Google-CEO Sundar Pichai zorgt het initiatief jaarlijks voor een besparing van 1 miljoen ton koolstofdioxide, het equivalent van 200.000 minder auto’s op de weg. De nieuwe optie werd vorige week gelanceerd in de VS en zal volgend jaar in Europa beschikbaar zijn.

    Andere groene initiatieven die door het technologiebedrijf werden aangekondigd, zijn onder meer het aanbieden van emissie-informatie bij zoekresultaten voor luchtvaarttarieven op Google Flights. Het programma biedt koolstofarme vluchtopties aan en wereldwijd kunnen gebruikers voortaan per stoel de CO2-uitstoot voor elke vlucht zien. In zoekopdrachten naar hotels wordt vanaf nu informatie over inspanningen voor duurzaamheid vermeld.

    Lees ook:

  • Hoe Telegram een (duister) universum op zich werd

    Hoe Telegram een (duister) universum op zich werd

    Telegram is een van de populairste chatapps ter wereld. Het platform is nauwelijks gereguleerd en is daarom populair bij zowel criminelen als extremistische organisaties, waaronder IS. De oprichter is een geniale Russische miljardair die inmiddels naar Dubai is gevlucht. Wat drijft hem?

    Pavel Doerov (36) zit op het dak van een hotel, lotuszit, ontbloot bovenlichaam, zijn blik op de verte gericht, met op de achtergrond vaag de skyline van Dubai. Zijn foto op Instagram ziet er precies zo uit als de duizenden selfies van andere influencers en is een van de weinige tekenen van leven van een van de rijkste en invloedrijkste internetondernemers ter wereld. Hij wordt ook wel ‘de Zuckerberg van Rusland’ genoemd, omdat hij in 2006 het sociale netwerk VKontakte oprichtte, een Russische kloon van Facebook. Nog veel indrukwekkender is zijn laatste investering: Telegram, misschien wel de gevaarlijkste berichtendienst ter wereld.

    Over de Russische miljardair, die als de rijkste man van zijn tweede vaderland Dubai wordt gezien, is bijna niets bekend. En wat hij in het openbaar over zichzelf vertelt, klinkt nogal raadselachtig. ‘De buitenwereld is een weerspiegeling van de binnenwereld’, schreef hij onder zijn portret op Instagram.

    Doerovs app is een supermacht, hij staat inmiddels op 570 miljoen smartphones. Sinds het begin van de corona-epidemie is hij populairder dan ooit, de messengerdienst is een van de weinige communicatieplatforms die de producten van Silicon Valley kan bijbenen. Miljoenen gebruikers zijn dit jaar van WhatsApp overgestapt op Telegram, ook in Europa.

    Maar Telegram is niet alleen een soort WhatsApp met andere wortels. Het wil uitdrukkelijk een platform zijn dat zich onttrekt aan het toezicht van staten en autoriteiten, en waarop iedereen kan schrijven en beweren wat hij wil. Dat trekt dwarsdenkers, rechts-extremisten, drugshandelaars en oplichters aan. Zonder lang zoeken vind je er een ‘dodenlijst’ met de namen van Duitse parlementsleden. Vervalsers verkopen via de app vaccinatiebewijzen, dealers bieden alle soorten drugs aan. Op Telegram worden openlijk strafbare feiten gepland en begaan. De app is een darknet voor in je broekzak geworden.

    ‘Tot op de dag van vandaag hebben wij 0 kB gebruikersgegevens aan derden ter beschikking gesteld, met inbegrip van alle regeringen’

    Elk internetplatform staat voor de vraag waar het de lijn trekt tussen de vrijheid van meningsuiting en verboden content. Twitter besloot Donald Trump na de Amerikaanse presidentsverkiezingen voorgoed te blokkeren; Facebook trad steviger op tegen volksopruiing. Op het Telegram van Pavel Doerov wordt content slechts sporadisch verwijderd.

    De autoriteiten moeten machteloos toezien, ook al omdat Doerov hun geen gegevens over gebruikers ter beschikking stelt. Hij heeft een haast ondoordringbaar vlechtwerk van bedrijven rond zijn onderneming gesponnen. Hier is de oude, maar zelden kloppende formule van toepassing dat internet een terrein is waar geen enkel recht geldt. Doerovs ondernemingen zijn geregistreerd op de Maagdeneilanden en in Belize. ‘Ik ben geen groot fan van het concept “land”,’ zei hij in 2014 tegen The New York Times. Andere internetdiensten werken bij een gerechtelijk verzoek samen met de autoriteiten. Bij Telegram wist het Duitse Openbaar Ministerie lange tijd niet eens op welk adres ze het bedrijf konden bereiken.

    Inmiddels bestaat er een adres in Dubai, maar opsporingsambtenaren hebben Der Spiegel laten weten dat het geen enkele zin heeft daar een verzoek naartoe te sturen. Elke keer als ze in verband met strafbare feiten willen weten wie er achter een account zit, krijgen ze van Telegram domweg geen antwoord. ‘Tot op de dag van vandaag hebben wij 0 kB gebruikersgegevens aan derden ter beschikking gesteld, met inbegrip van alle regeringen’, schrijft de onderneming daarover op haar website.

    Juridisch is Telegram tot nu toe vrijwel ongrijpbaar. Ook al probeert de politiek al jaren overal ter wereld internetconcerns te reguleren, messenger-apps worden door die wetten nauwelijks geraakt. De wet die internetbedrijven als Facebook, YouTube en Twitter in Duitsland verplicht strafbare content aan de federale recherche te melden, gold tot nu toe niet voor Telegram. 

    Dat moet veranderen. Volgens informatie van Der Spiegel eist het Duitse ministerie van Justitie van Telegram dat het zich aan de wet houdt. Zo moet het platform bereikbaar zijn voor de autoriteiten, strafbare content onmiddellijk verwijderen en gebruikersgegevens actief aan de opsporingsdiensten ter beschikking stellen. Het Bundesamt für Justiz, een onderdeel van het ministerie van Justitie, eist in twee procedures ook geldboetes van Telegram, omdat de onderneming geen aanspreekpunt voor de autoriteiten bekendgemaakt heeft en geen bezwarenprocedure voor strafbare content aanbiedt, wat in Duitsland wettelijk verplicht is. Het bedrijf kan een boete tot 55 miljoen euro krijgen. Het Bundesamt in Bonn heeft daartoe twee brieven voor hoorzittingen naar Dubai verzonden. Op 20 mei zijn ze als vertrouwelijke diplomatieke nota’s door de Duitse ambassade overhandigd aan het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Emiraten.

    ‘In wezen beschouwt Doerov zichzelf als de ingenieur van zijn eigen universum’

    Op Pavel Doerov zal het weinig indruk maken. Een aanwijzing voor hoe hij op verzoeken van landen reageert, vinden we in een procedure uit 2011. In Rusland vonden destijds de grootste anti-Kremlin-demonstraties plaats sinds het einde van de Sovjet-Unie. Ook in Doerovs geboortestad Sint-Petersburg demonstreerden tienduizend mensen tegen verkiezingsfraude en Poetins terugkeer als president. In die tijd was Doerov nog de baas van het sociale netwerk VKontakte, zijn Russische kopie van Facebook met meer dan 100 miljoen gebruikers. Dat de oppositie via dat netwerk opriep om te demonstreren, viel slecht bij de Russische regering. De binnenlandse geheime dienst FSB eiste van Doerov dat hij de accounts van die groepen verwijderde. In plaats van dat bevel op te volgen, publiceerde hij de brief van de geheime dienst op Twitter met daarnaast een foto van een hond in een hoodie die zijn tong uitsteekt naar de kijker. Drie dagen later stonden er gewapende mannen van de Omon, de speciale eenheid van de Russische politie, voor de deur van zijn luxeappartement. ‘Ze wekten de indruk dat ze de deur wilden forceren’, herinnerde Doerov zich later in een interview met The New York Times. Via de monitor van zijn intercom observeerde hij de agenten, maar hij deed niet open. Na een uur verdwenen ze weer.

    Deze geschiedenis is het begin van Doerovs gevecht met de Russische staat, de strijd van het moderne digitale Rusland tegen de oude machtselites. Dat is de legende achter de oprichting van Telegram: terwijl de veiligheidspolitie voor zijn deur stond, werd hem duidelijk dat hij geen veilig communicatiekanaal met zijn broer had, zegt hij. Dus moest hij er een creëren. Kort daarna begon het werk aan Telegram, en in augustus 2013 was de app startklaar.

    Maar Doerov was nog niet van de Russische staat af. Eerst werd er een onderzoek tegen hem ingesteld, zogenaamd vanwege een incident bij een verkeerscontrole. Daarna kocht een Kremlin-getrouwe ondernemer zich in VKontakte in. Doerov weigerde data over Oekraïense gebruikers die tegen de toenmalige Oekraïense president Viktor Janoekovitsj protesteerden te overhandigen aan de geheime dienst FSB. Hij werd door zijn eigen bedrijf op straat gezet en verliet een paar dagen later zijn vaderland. Met een paspoort van het Caribische staatje Saint Kitts en Nevis, dat hij voor 250.000 dollar had gekocht, trok hij als een nomade over de wereld. Op internet postte hij foto’s van de plaatsen waar hij verbleef, van een Telegram-feestje in Barcelona tot een werkconferentie in een Italiaans kasteel. Hij was regelmatig in Duitsland, waar hij toespraken hield op techconferenties in München en Berlijn. 

    Jaren later vestigde hij zich in Dubai. Ondernemers als hij zijn daar vrijgesteld van belasting, wat hij al in de oprichtingsfase van Telegram belangrijk vond. Aan de andere kant wordt de metropool gecontroleerd met alle instrumenten van de moderne controlestaat. Ngo’s bekritiseren de mensenrechtensituatie. Desondanks voelt Doerov zich er veilig, hij maakt kennis met de kroonprins van Dubai en laat zich samen met hem filmen op het dak van een torenflat. 

    Maar op het officiële kantoor van de firma is hij niet te vinden. Een autoritje van het hotel waar hij zichzelf in lotuszit heeft gekiekt naar de Al Kazim Towers duurt maar een paar minuten. De twee torens van 53 verdiepingen hoog staan in de buurt van de populaire Marina-boulevard, waar volop wordt geflaneerd. Telegram is gevestigd op de 23ste etage van toren A. De met marmer beklede verdieping telt zes deuren, achter de bruine deur met nummer 2301 bevindt zich het kantoor van Telegram. Naambordje noch bel vermelden de naam van de huurder, en ook na herhaald kloppen komt er geen reactie en blijft de deur dicht. De receptioniste beneden zegt dat ze in de drie jaar dat ze hier werkt nog nooit iemand het kantoor heeft zien binnengaan. ‘Het is heel vreemd, we hebben niet eens een contactpersoon van ze. Niets.’ Gelukkig staat Telegram wel in het systeem. Ook veel andere aspecten blijven een raadsel, zelfs het aantal medewerkers was lang onduidelijk. In het kernteam van Telegram werken vijfentwintig tot dertig mensen, zei Doerov in 2020 in een videoboodschap voor een Amerikaanse rechtbank. Voormalige medewerkers die nog contact hebben met het team bevestigen dat. Slechts weinig namen zijn openbaar, zogenaamd uit veiligheidsoverwegingen. 

    Eén belangrijk iemand is bekend: Pavels oudere broer Nikolaj Doerov, die verantwoordelijk is voor de techniek. Een wonderkind dat op zijn derde al kon lezen. Hij promoveerde twee keer in de wiskunde, waarvan één keer in Bonn. Zijn Duitse hoogleraar heeft de Fieldsmedaille gewonnen, een soort Nobelprijs voor wiskunde. Net als Pavel is Nikolaj al sinds zijn jeugd geïnteresseerd in programmeren. De broers groeiden grotendeels op in Sint-Petersburg, waar hun vader hoogleraar was en hun moeder docent.

    Sekte

    Andrej Lopatin, een voormalig medewerker, kent Nikolaj al van school. Samen wonnen ze programmeerwedstrijden op de universiteit en werkten ze eerst bij VKontakte en later bij Telegram. Lopatin herinnert zich hoe hij samen met Nikolaj in de datsja van de familie Doerov zat, waar ze de technische basis legden voor de berichtendienst. Veilig en snel moest de app worden.

    Lopatin, die later bij het bedrijf zou weggaan, is een van de weinige oud-medewerkers die bereid is openlijk opheldering te geven. Als het over de Doerovs gaat, kiest hij zijn woorden zorgvuldig. De relatie tussen de broers is altijd heel hecht geweest, alle strategische beslissingen werden door Pavel genomen. Vanbuiten zag Telegram eruit als een jongensclub, Doerov had het niet zo op vrouwen als programmeur. 

    Ex-medewerker Anton Rosenberg beschrijft het Telegram-team als een ‘sekte’. Rosenberg zorgde in 2017 voor opschudding door zich te beklagen over zijn ontslag als leidinggevend programmeur. Pavel Doerov kent de meeste medewerkers van Telegram al jaren, zegt Rosenberg in een videogesprek. Het is een samenzweerderige, gesloten gemeenschap waar Doerov het voor het zeggen heeft. 

    In gesprekken met voormalige medewerkers ontstaat het beeld van een directeur die niet wordt gedreven door geld, maar door invloed en wereldwijde erkenning. Doerov wil dat de app een platform is waarmee zo veel mogelijk mensen kunnen communiceren en vrijelijk informatie kunnen uitwisselen. En waar niemand zich mee kan bemoeien, zelfs regeringen niet. Dit beeld wordt gedeeld door verschillende mensen die Doerov hebben gekend.

    ‘In wezen beschouwt Doerov zichzelf als de ingenieur van zijn eigen universum,’ zegt Nikolaj Kononov, auteur van een boek over Doerov. Dat past bij Doerovs fascinatie voor de film The Matrix en de hoofdpersoon daaruit, de hacker Neo. Zijn enthousiasme gaat zo ver dat hij zich op een gegeven moment, net als Neo, geheel in het zwart ging kleden. Toen Doerov in 2001 eindexamen deed, antwoordde hij op de vraag hoe hij zichzelf over tien jaar zag: ‘Ik word een interneticoon.’ 

    Interviews geeft hij inmiddels niet meer. E-mails en berichten van Der Spiegel laten Doerov en de leden van zijn team onbeantwoord, net als een uitvoerige vragenlijst. Naar de buitenwereld communiceert hij uitsluitend via zijn Telegram-kanaal of met sporadische posts op Instagram. De broers hebben een wereldsucces gecreëerd, met Pavel als strateeg en Nikolaj als geniale programmeur op de achtergrond, en ze vormen een goed team. Telegram biedt gebruikersfuncties, zoals vrolijke stickers, vaak eerder en beter aan dan de concurrentie. Lang voor WhatsApp had Telegram al een buitengewoon veilige end-to-endversleuteling, waardoor het een tijdlang de favoriete chatapp van Islamitische Staat zou zijn geweest.

    Er circuleren zogenaamde dodenlijsten met de namen en soms ook adressen van politici

    Voor de groei van de afgelopen jaren zijn vooral de groepen en de kanalen erg belangrijk geweest. In de besloten of openbare groepen kunnen maximaal tweehonderdduizend mensen met elkaar chatten. Via de kanalen kunnen beheerders hun berichten aan een onbeperkt aantal leden sturen. Op WhatsApp hebben groepen maximaal 256 leden, wat past bij de strategie van deze Facebookdochter om geen openbare ruimte te willen zijn.

    Deze eigenschappen zorgen ervoor dat Telegram veel meer is dan een messengerdienst voor privécommunicatie. De QuerdenkenBewegung bijvoorbeeld [de Duitse beweging van coronaontkenners en antivaxers] coördineerde haar protestacties in talrijke steden meteen via meerdere Telegram-groepen. Haar oprichter Michael Ballweg noemde de app ‘een van de belangrijke succesfactoren’ van zijn beweging.

    In Duitsland is op Telegram een heel netwerk ontstaan, waar berichten van coronaontkenners, complotdenkers, neonazi’s en extreemrechtse terroristen door elkaar staan. Dat blijkt uit een evaluatie van de online-monitoringorganisatie Cemas, waarover Der Spiegel beschikt. Volgens deze evaluatie was op het Telegram-kanaal van Attila Hildmann [een auteur van veganistische kookboeken die nu vooral actief is als complotdenker] te zien hoe kritiek op de coronamaatregelen via complotverhalen radicaliseerde tot extreemrechtse berichtgeving. Meer dan duizend keer deelde Hildmann content van een kanaal dat overliep van ‘antisemitisme, vernietigingsfantasieën en het verheerlijken van geweld en het nationaalsocialisme’, schrijven de data-analisten. Op het laatst voerde hij op Telegram een hetze tegen de cabaretière Carolin Kebekus, nadat die een satirisch coronalied had uitgebracht met SPD-gezondheidsdeskundige Karl Lauterbach. Een van de leden gaf als commentaar dat Kebekus ‘onder Hitler in een werkkamp terecht zou zijn gekomen’. Drie uur later maakte Hildmann reclame voor kruisbogen. ‘Je hebt het recht je te verdedigen,’ schreef hij en voegde er ook nog een kortingscode voor een webshop aan toe.

    De dinsdagmiddag erna was het kanaal van Hildmann niet meer bereikbaar voor mobiele telefoons die gebruikmaken van een besturingssysteem van Apple of Google.

    Dat zo’n extreemrechts kanaal door Telegram wordt geblokkeerd, is een ‘absolute uitzondering’, zegt Fleming Ipsen van Jugendschutz.net. ‘Dit is voor het eerst dat we een actief en systematisch optreden van Telegram tegen strafbare content konden waarnemen.’

    De deskundigen van Cemas delen dat oordeel. ‘Omdat de beheerders praktisch nooit ingrijpen, is Telegram verworden tot de centrale plek voor complottheorieën en extreemrechtse content op internet,’ zegt Miro Dittrich, die samen met politicoloog Josef Holnburger de data-analyse maakte. Er circuleren zogenaamde dodenlijsten met de namen en soms ook adressen van politici. Na de stemming in de Bondsdag over de coronanoodrem in april duurde het slechts tweeënhalf uur voordat er een ‘dodenlijst’ opdook met de namen van alle afgevaardigden die voor de wet hadden gestemd. ‘Potentiële daders kunnen zich door zulke lijsten gesteund voelen, omdat ze geloven dat de meerderheid achter hen staat,’ zegt Dittrich. Telegram haalt de lijsten niet weg. Ook het kanaal van [r&b-zanger] Xavier Naidoo laat zien hoe vaak er geweld wordt gepredikt. Volgens de analyse heeft deze musicus sinds het begin van de pandemie meer dan honderdvijftig keer content van buitengewoon extremistische kanalen gedeeld. ‘Hun koppen eraf’, wordt gezegd in een door Naidoo gedeelde bijdrage over het Vaticaan, de Verenigde Naties en ‘Joodse vrijmetselaars’.

    Hoe op Telegram terroristen helden kunnen worden, is met name in de Verenigde Staten te zien. Daar wordt op verschillende kanalen de loftrompet gestoken over een 28-jarige inwoner van Texas die onlangs is gearresteerd. Via zijn mobieltje had hij een dreigement verstuurd dat rechercheurs als een urgent gevaar beschouwden. Ze waren ervan overtuigd dat de afzender een massamoord in een Walmart-supermarkt aan het beramen was. In zijn woning troffen ze wapens, munitie en vlaggen met nazisymbolen aan. Coleman B. had zijn Telegram-naam op het laatst zo veranderd dat die leek op de naam van de extreemrechtse massamoordenaar van Christchurch. ‘We hebben het “ondenkbare” nog net kunnen voorkomen,’ zei de verantwoordelijke sheriff. Maar op Telegram betuigden gebruikers hun solidariteit met de verdachte. Dat gebeurde vooral door de groep Injekt Division, die de verdachte kennelijk zelf had opgericht en waarvan hij ‘president’ was. ‘Ik bereid jullie voor op het terrorisme,’ postte hij aan hen. 

    ‘Terrorgram’

    Groepen en incidenten als deze hebben Doerovs app de bijnaam ‘Terrorgram’ bezorgd. Op meerdere kanalen wordt uitgelegd hoe je springstof kunt maken, wapens kunt fabriceren of dodelijk vergif kunt mengen. Een groep die ook een Duitse cel heeft, wordt in de Verenigde Staten in verband gebracht met vijf moorden. Leden van de extreemrechtse terreurgroepen Revolution Chemnitz en Oldschool Society wisselden in een Telegram-groep van gedachten. Anis Amri, die een aanslag pleegde op een kerstmarkt in Berlijn, waarbij twaalf doden vielen, chatte voor zijn daad via de app met IS-terroristen in Libië. 

    Op Telegram is nagenoeg elke denkbare misdaad te vinden die je via internet kunt begaan. Er zijn wapenhandelaars, aanbieders van vals geld en mensen die gehackte data beschikbaar stellen. De ledenaantallen van groepen die communiceren over het manipuleren van de financiële markten lopen soms in de honderdduizenden. Vanwege de talloze drugsgroepen heeft de politie van Berlijn inmiddels een speciale Messenger-eenheid ingesteld en al ruim honderd dealerbendes met soms wel twintigduizend leden geïdentificeerd, alleen al in Berlijn. Anders dan op het darknet, waar kopers de speciale adressen op de zwarte markt moeten kennen, is het verboden aanbod op Telegram vaak moeiteloos te vinden. 

    Officieel zegt Telegram dat illegale content niet is toegestaan, maar daar wordt niet op gehandhaafd, zoals een onderzoek van Jugendschutz.net afgelopen jaar aantoonde. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de dienst allang als probleemgeval geclassificeerd. ‘De wet, of het nu de Duitse of de Europese is, lijkt voor deze figuren geen enkele rol te spelen,’ zegt een hooggeplaatste ambtenaar. Als het bedrijf niet meewerkt, is het in extreme gevallen denkbaar dat het platform in Duitsland wordt geblokkeerd. De Duitse minister van Justitie Christine Lambrecht zegt: ‘Geen enkel platform dat in de EU door miljoenen mensen wordt gebruikt, mag zich aan onze rechtsorde onttrekken.’ Ze maakt zich sterk voor een regulering van dergelijke berichtendiensten op EU-niveau.

    Vanuit het oogpunt van de Duitse autoriteiten zou het platform juist in de periode voor de Bondsdagverkiezingen een bron van nepnieuws kunnen zijn, dat ook nog eens massaal wordt verspreid. In repressieve landen is Telegram daarentegen vaak een van de belangrijkste wapens van de prodemocratische beweging, bijvoorbeeld in Hongkong, Iran en Wit-Rusland. Toen in augustus 2020 tienduizenden mensen in Minsk uit protest tegen de verkiezingsfraude de straat op gingen, werd het Telegram-kanaal Nexta het belangrijkste instrument van de beweging. Dictator Aleksandr Loekasjenko liet websites en services dagenlang blokkeren, maar Pavel Doerov zorgde ervoor dat Telegram online bleef. Achter Nexta zat destijds onder anderen de blogger Roman Protasevitsj, de man wiens Ryanair-vlucht onlangs boven Wit-Rusland tot landen werd gedwongen.

    Het gespleten beeld van Telegram werpt de vraag op waar Pavel Doerov nu politiek gezien zelf staat. In het verleden had hij vooral een libertair gezicht: ‘De wereld verandert zo snel dat wetgevers daar niet op kunnen reageren’, schreef hij. In de eenentwintigste eeuw was het volgens hem daarom maar beter om in het geheel niet te reguleren. Dat past in zijn praktijk om illegale en extremistische content vergaand te accepteren en zich openlijk te verzetten tegen alle pogingen tot censuur. Zijn vroegere medewerker Anton Rosenberg gelooft dat er vooral financiële overwegingen achter zitten: ‘De strijd voor de vrijheid verkoopt goed en brengt nieuwe gebruikers binnen.’ In feite heeft Doerov altijd geprobeerd zich buiten de politiek te houden, zeggen andere mensen die hem kennen. ‘Neutraal’ blijven, noemt Ilja Perekopskij dat, zijn jarenlange collega en huidige plaatsvervanger bij Telegram. Ook toen de Russische oppositie Doerov in 2011 als haar held zag omdat hij zich publiekelijk tegen de FSB had gekeerd, zou hij dat vooral uit zakelijk oogpunt hebben gedaan: om geen gebruikers aan de concurrentie te verliezen.

    Hij liet biljetten van 5000 roebel uit de ramen van zijn kantoor op de zesde verdieping neerdwarrelen

    Hoe het met de financiën van Telegram is gesteld, blijft Doerovs geheim. Duidelijk is dat hij voor de app enorme kosten heeft gemaakt: tot 2017 had hij, volledig uit zijn privévermogen, 218 miljoen dollar geïnvesteerd, verklaarde hij in zijn videoboodschap. De verkoop van de resterende aandelen in VKontakte heeft hem volgens schattingen tussen de 300 en 400 miljoen dollar opgeleverd. Op zijn achtentwintigste beschikte Doerov naar eigen zeggen al over ‘honderden miljoenen’. ‘Ook al heeft me dat niet gelukkig gemaakt’, merkte hij in een van zijn blogs op. In zijn tijd bij VKontakte smeet hij nog letterlijk met geld. Samen met Perekopskij liet hij biljetten van 5000 roebel, destijds omgerekend 124 dollar, neerdwarrelen uit de ramen van zijn kantoor op de zesde verdieping van het prachtige Singergebouw, in het centrum van Sint-Petersburg. Oud-medewerker Rosenberg weet het nog goed. Het was de verjaardag van de stad en er waren veel mensen op straat. ‘Eerst gooiden ze de biljetten gewoon uit het raam, maar door de wind bleven die aan de ornamenten van de gevel hangen. Daarom maakten ze er vliegtuigjes van die naar beneden zeilden.’ De actie veroorzaakte veel tumult, en het logo van Telegram herinnert ons er nog altijd aan: een wit, papieren vliegtuigje, dat voor het idee van vrijheid heet te staan.

    Digitale munt

    In 2017 zetten de gebroeders Doerov vaart achter een gewaagd plan dat Telegram inkomsten moest opleveren zonder hun belofte van een gratis en advertentievrije app te breken. De dienst moest een eigen digitale munt krijgen en een blockchainsysteem dat Telegram Open Network heette, afgekort TON. Gebruikers moesten via de app geld aan elkaar kunnen overmaken en betalingen voor aankopen kunnen doen. Daarvoor haalde het team bij investeerders een bedrag van 1,7 miljard dollar op. Tot de belangstellenden behoorden Russische oligarchen, een fonds van Roman Abramovitsj en ook de inmiddels voortvluchtige manager van [het Duitse onlinebetaalsysteem] Wirecard, Jan Marsalek. Die was een uitgesproken fan van Telegram en verstuurde er gepersonaliseerde stickers met zijn eigen konterfeitsel mee. 

    Telegram had nauwe contacten met het door schandalen achtervolgde Duitse bedrijf. In Dubai hielden de twee bedrijven kantoor in dezelfde toren. In april 2019 kondigde Wirecard officieel aan met [ontwikkelaar] TON Labs te gaan samenwerken. In een mail aan zijn medewerkers schreef de toenmalige ceo van Wirecard, Markus Braun, dat het ‘in potentie een van de grootste deals uit onze geschiedenis’ was. Van echte samenwerking of gezamenlijke voorstellen is het nooit gekomen, vertelt een leidinggevende van TON Labs aan Der Spiegel. Hij had de naam Marsalek horen noemen, maar de man zelf had hij nooit ontmoet, er waren contacten op ontwikkelaarsniveau geweest. Alle gezamenlijke plannen met de Duitsers werden in oktober 2019 afgeblazen.

    De mislukte cryptovaluta-onderneming is wellicht het grootste fiasco van de gebroeders Doerov. De Amerikaanse toezichthouder SEC verordonneerde in oktober 2019 een onmiddellijke verkoopstop van de Telegram-valuta, de autoriteiten veroordeelden de verkoop als een illegale beursgang via de achterdeur. Telegram bestempelde dat als ‘onlogisch en volstrekt onnodig’, maar de rechter maakte het besluit niet ongedaan. Telegram moest zelfs een boete van 18,5 miljoen dollar betalen.

    Terwijl het met het zelfgecreëerde digitale geld niet lukte, verwierf Telegram in maart inkomstem met traditionele methoden: het gaf voor meer dan een miljard dollar aan leningen uit. Bovendien deden in Russische media geruchten de ronde over een mogelijke beursgang, met speculaties over een marktwaarde van 30 tot 50 miljard dollar. Ook zou er binnenkort reclame komen, weliswaar alleen in openbare kanalen en niet in privéchats. 

    Mogelijkerwijs zal het kapitaal de koers van de dienst meer bepalen dan alle politieke pogingen tot regulering. Voor adverteerders en investeerders is een beschaafde omgeving een voorwaarde. Ook kan Doerov niet helemaal om Apple en Google heen, want hij heeft hun appstores nodig om relevant te blijven. Wat Telegram anders te wachten staat, is te zien aan de chatapp Parler. Via die app werd de bestorming van het Capitool georganiseerd. In januari hebben Google en Apple Parler uit hun appstores gegooid, en daarmee de app van zijn bereik en betekenis beroofd. Zover zal Pavel Doerov het vast niet laten komen.

  • Wie nu ontslag neemt, begrijpt de arbeidsmarkt

    Wie nu ontslag neemt, begrijpt de arbeidsmarkt

    Sinds alles weer open is, besluiten steeds meer mensen hun baan op te zeggen. Is er een revolutie gaande op de arbeidsmarkt, of is het gewoon een nawee van de lockdown?

    Deze zomer was het helemaal hot om je baan op te zeggen. Meer Amerikanen hebben ontslag genomen dan in enige andere periode sinds begin deze eeuw, aldus het Amerikaanse ministerie van Werkgelegenheid. Van elke honderd werknemers in hotels, restaurants, cafés en de detailhandel namen er zo’n vijf ontslag.

    Laagbetaalden zijn niet de enigen die het voor gezien houden. In april hebben meer dan zevenhonderdduizend mensen in de categorie ‘professionele en zakelijke dienstverlening’ hun baan opgezegd – nooit eerder waren dat er zo veel binnen een maand. In alle sectoren van de arbeidsmarkt zeggen vier op de tien werknemers met de gedachte te spelen hun huidige baan vaarwel te zeggen.

    Binnen de arbeidseconomie staat stoppen voor een optimistische kijk op de toekomst

    Vanwaar die plotselinge golf van vrijwillige ontslagen? Een vrij algemene theorie is dat er momenteel een fundamentele verandering plaatsvindt in de structurele verhouding tussen werknemers en werkgevers, die ingrijpende gevolgen heeft voor de toekomst van de arbeidsmarkt. Op alle sporten van de inkomensladder hebben werknemers nieuwe redenen om tegen hun baas te zeggen dat hij de pot op kan. Het is niet ondenkbaar dat laagbetaalden die hebben geprofiteerd van gunstige regelingen tijdens de pandemie tot de ontdekking zijn gekomen dat ze niet genoeg verdienen nu ze weer aan het werk zijn gegaan. Ze laten niet meer met zich sollen, en restaurants en kledingzaken zien zich gedwongen hogere salarissen te betalen om het personeel te behouden.

    Yolo

    Ondertussen zeggen kantoorpersoneel en ambtenaren dat ze overwerkt zijn, of opgebrand, na het slopende coronajaar en stappen ze met nieuwe eisen naar de baas. Uit een recent onderzoek van Bloomberg-Morning Consult blijkt dat de helft van de werknemers onder de veertig zegt te overwegen op te stappen als ze van hun baas niet een paar dagen thuis mogen werken. En de cijfers laten zien dat dit niet altijd bluf is. 

    De mensen met hogere inkomens – van wie het hoornvlies is uitgedroogd door de ontelbare onlinevergaderingen en de onderrug gesloopt na maandenlang de bank als bureaustoel te hebben gebruikt – baden in het spaargeld dat ze in dit jaar van existentiële crisis niet hebben kunnen uitgeven. Ontslag nemen is voor hen de manier om de kwetsbaarheid van het leven het hoofd te bieden in deze tijden van kosmische angst. Kort gezegd: yolo.

    Wordt ergens mee stoppen vaak geassocieerd met pessimisme, luiheid en een gebrek aan zelfvertrouwen, binnen de arbeidseconomie staat stoppen juist voor het tegenovergestelde: een optimistische kijk op de toekomst, enthousiasme om aan iets nieuws te beginnen, het vertrouwen dat je niet te pletter zult slaan als je de sprong in het diepe waagt, maar dat je een zachte landing zult maken op een plek waar het beter toeven is.

    Veel mensen zien robots en arbeiders als aartsvijanden

    De zomer van het vrijwillige ontslag zou de voorbode kunnen zijn van iets groters: een nieuwe gouden eeuw, niet alleen van de macht van werknemers, maar ook van technologische aanpassingen en groei van productiviteit. Denk aan de laatste keer dat je een restaurant hebt bezocht (een bedrijfstak waar de lonen snel stijgen). Als je ervaring ongeveer gelijk is aan die van mij, had je geen gezellig gesprekje met een serveerster maar moest je een QR-code scannen. Het restaurant zette de gebruikelijke maaltijd op tafel, maar met minder personeel. Als je dat extrapoleert naar de hele economie, kun je met beter betaalde werknemers in combinatie met software de klant efficiënter bedienen. Dit optimistische verhaal zou heel goed bewaarheid kunnen worden: de arbeidsproductiviteit stijgt momenteel harder dan in de afgelopen twintig jaar, en het einde van die ontwikkeling is nog niet in zicht.

    Zoals economieschrijver Noah Smith uitlegt, zien veel mensen robots en arbeiders als aartsvijanden. Maar arbeidskracht en door technologie aangedreven productiviteitsgroei zouden ook hand in hand kunnen gaan. In een productieve cyclus zouden hogere lonen werkgevers ertoe kunnen zetten de duurste taken te automatiseren. Arbeidskracht zorgt voor een groei van de productiviteit, die de economie in het algemeen stimuleert, waardoor mensen meer geld uitgeven, wat weer werkgelegenheid creëert, zodat er voldoende banen zijn. In dit rooskleurige scenario bevinden we ons momenteel in het beginstadium van iets moois: een tijdperk van hogere lonen, een stijgende productiviteit en een steeds hogere levensstandaard voor iedereen.

    Het zou niet de eerste keer zijn dat een ramp uitmondt in vooruitgang

    Als deze keten staat voor een eerlijke en blijvende revolutie op het gebied van de rechten van arbeiders, zou dat niet de eerste keer zijn dat een ramp uitmondt in vooruitgang. Zoals ik vorig jaar al schreef, ‘kan een ingrijpende crisis blootleggen wat er scheef is en zo een nieuwe generatie leiders de kans bieden iets beters te bouwen’ – vaak op onverwachte manieren. De grote brand in Chicago in 1871 was deels de aanzet tot de uitvinding van de moderne wolkenkrabber, de blizzard aan de oostkust in 1888 resulteerde in het eerste Amerikaanse metronetwerk. ‘De coronapandemie eiste zeshonderdduizend levens en leidde tot een ingrijpende verschuiving in de arbeidsverhoudingen’ klinkt misschien niet als een erg voor de hand liggend causaal verband. Maar de wijze waarop wij op een ramp reageren kan de wereld veranderen op manieren die moeilijk zijn te voorspellen op het moment dat we de crisis zelf recht in de bek kijken.

    Aan de andere kant is dit misschien geen revolutie maar een illusie.

    In 2020 daalde het jaarlijkse aantal vrijwillige ontslagen met zo’n half miljoen, wat erop lijkt te wijzen dat veel mensen die normaal gesproken hun baan zouden hebben opgezegd, door de pandemie zijn blijven zitten op een plek waar ze niet gelukkig waren. Dat het aantal mensen dat ontslag neemt alsnog de hoogte in schiet, hoeft niet per se te betekenen dat er een ingrijpende verschuiving plaatsvindt. Het is eerder het beeld van de dichtgeknepen tuinslang: door de pandemie konden allerlei normale activiteiten geen doorgang vinden – ergens wat gaan drinken, een auto huren, een vervelende baan opzeggen – en nu ineens kan dat allemaal weer wél.

    Het Witte Huis lijkt zich bewust van deze dynamiek. In een blog van The Council of Economic Advisers werd onlangs gewaarschuwd dat de economische cijfers deze zomer op hol kunnen slaan. Een aantal commentatoren waarschuwt dat we geen al te stellige conclusies moeten trekken over de toekomst. ‘Het is voor een groot deel gebakken lucht,’ zegt Adam Ozimek, de hoofdeconoom van freelanceplatform Upwork. ‘Volgens mij is het Witte Huis op dit moment een stuk realistischer dan de gemiddelde liberale expert.’

    Voorspellingen

    Voorspellingen doen is lastig, niet alleen omdat het moeilijk is de toekomst te zien, maar ook omdat het lastig is het heden te bevatten. De cijfers over het aantal mensen dat ontslag neemt kunnen een voorteken zijn van een toenemende macht van de arbeider, na decennia waarin de lonen stagneerden en het arbeidsrecht is uitgehold. Maar ze zouden ook een kortstondig statistisch toeval kunnen zijn binnen de over het geheel genomen grillige economie van deze zomer. Hoe die twee dingen met elkaar te verenigen – het fantastische potentieel van dit moment en het feit dat de verwachtingen heel goed gestoeld kunnen zijn op gebakken lucht? Misschien is het antwoord: gewoon blijven doen wat je doet. Beleidsmakers moeten doen alsof de arbeidsmarkt ruimte biedt, omdat dat het geval is. En werkgevers moeten op zoek gaan naar complementaire technologie en ondertussen hun personeel beter betalen, omdat ze dat kunnen.

    MEER DAN ALLEEN WERK

    In aanloop naar zijn boek The End of Burnout: Why Work Drains Us and How to Build Better Lives, dat in
    januari verschijnt, publiceerde Jonathan Malesic onlangs een opinieartikel in The New York Times.

    Na bijna twee jaar massale werkloosheid en thuiswerken keren miljoenen mensen nu terug naar het ritme van de veertigurige werkweek en de droom van opwaartse mobiliteit, schrijft Malesic, ook al leidden die vóór de pandemie tot wijdverbreide ontevredenheid en burn-outs. Veel mensen zien werk niet alleen als een manier om de kost te verdienen, maar als cruciaal voor zelfontplooiing.

    De algemene gedachte is dat werk betekenis, zingeving en waardigheid verschaft en recht geeft op deelname aan de samenleving. Maar, aldus Malesic, je baan, of het ontbreken ervan, is niet bepalend voor je menselijke waarde. ‘We zouden moeten beginnen met het idee dat ieder van ons waardigheid heeft, of we nu werken of niet.’ De pandemie bewees dat: miljoenen verloren plotseling hun baan, maar niet hun waardigheid. Volgens Malesic is dit hét moment om te bedenken hoe we werk kunnen inpassen in ons leven: ‘De pandemie heeft ons eraan herinnerd dat we bestaan om meer te doen dan alleen maar werken.’ Zijn advies: zoek naar zingeving in dingen buiten je baan en pas je werk daarop aan, in plaats van andersom.

  • Twee doden bij explosie in Duitsland | Schikking in recordscheiding

    Twee doden bij explosie in Duitsland | Schikking in recordscheiding

    Schikking in recordscheiding

    De ex-vrouw van de Russische oligarch Farchad Achmedov, die in 2016 van het Britse hooggerechtshof een echtscheidingsuitkering van 525 miljoen euro kreeg toegewezen, de hoogste ooit in Groot-Brittannië, gaat akkoord met een schikking van ‘slechts’ 174 miljoen euro, bericht Daily Mail. Tatjana Achmedova heeft de strijd opgegeven om het vonnis van het hooggerechtshof ten uitvoer te brengen en accepteert nu een schikking in contanten en kunst van ongeveer een derde van het toegewezen bedrag. Daarvan moet Achmedova overigens ruim 86 miljoen euro betalen aan Burford Capital dat haar juridische strijd financierde.

    ‘Burford en zij hebben miljoenen uitgegeven aan een kostbare wereldwijde tournee’

    Achmedova claimde ook het superjacht Luna van 260 miljoen als onderdeel van de 525 miljoen, maar die eis werd in latere rechtszaken afgewezen. Volgens een woordvoerder van haar ex-man levert de zaak haar uiteindelijk weinig op vanwege de betrokkenheid van Burford. ‘Burford en zij hebben miljoenen uitgegeven aan een kostbare wereldwijde tournee langs verschillende jurisdicties om Luna te verkrijgen. Dat is mislukt.’


    Verzoening elf jaar na Ivoriaanse burgeroorlog

    De Ivoriaanse president Alassane Ouattara en zijn voorganger Laurent Gbagbo hebben dinsdag in Abidjan hun verzoening bezegeld, tijdens hun eerste ontmoeting sinds de burgeroorlog van 2010. ‘Het conflict werd uitgelokt door de weigering van Gbagbo om zijn nederlaag in de presidentsverkiezingen te aanvaarden’, aldus BBC. Het geweld heeft drieduizend mensenlevens gekost.


    Twee doden bij explosie in Duitsland

    Dikke zwarte rook heeft dinsdag de Duitse stad Leverkusen bedekt na een explosie in een afvalverwerkingsinstallatie in een chemisch industriepark. Inwoners van de stad werd verteld ‘naar huis te gaan en deuren en ramen af te sluiten’, meldde Deutsche Welle.

    Bij de explosie, waarvan de oorzaak onbekend is, vielen twee doden, 31 gewonden en raakten vijf mensen vermist.


    Turnster Simone Biles trekt zich terug

    Tot ieders verbazing heeft het Amerikaanse gymnastiekwonder Simone Biles zich dinsdag op de Olympische Spelen van Tokio teruggetrokken uit de meerkampwedstrijd voor teams. Ze vertelde verslaggevers dat ze ‘demonen in haar hoofd’ had en leed aan een gebrek aan ‘vertrouwen’ in zichzelf, volgens The New York Times. Haar teamgenoten wonnen de zilveren medaille.

  • Van visvoer tot megatrend: de evolutie van de erwt

    Van visvoer tot megatrend: de evolutie van de erwt

    Hoewel de smaak weinig markant is en de kleur wat aan de bleke kant, worden vrijwel alle eigenschappen van de erwt bejubeld. En de populariteit van de onopvallende peulvrucht zal alleen nog maar toenemen in een toekomst waarin vlees meer en meer wordt vervangen door de plantaardige variant.

    Op de velden rond het dorpje Knau in het zuiden van Thüringen staan dit voorjaar niet alleen zachtjes in de wind wuivende graanhalmen. Op 260 hectare schieten er ook de ranken van kruidachtige planten met groene bladeren uit de grond. In de vier Duitse fabrieken van de Emsland-groep – met een omzet van jaarlijks meer dan 600 miljoen euro een van de grootste verwerkers van agrarische producten in Europa – lopen niet meer enkel aardappelen over de lopende band. Met tonnen tegelijk worden er ook kleine korrelige vruchten schoongemaakt en opgesplitst. En nu op tv de reclameslogan ‘Vlees mevrouw, u weet wel waarom’ allang niet meer te zien valt, laat Amidori, een start-up uit Bamberg, zijn vegetarische braadworsten en gehaktballen aanprijzen door een animatiefiguurtje: een sprekende erwt. 

    De erwt is hét gewas van dit moment. En veel wijst erop dat de opmars die hij enkele jaren geleden begon, nog wel even voort zal duren. Dat is niet alleen zo in Duitsland, maar overal ter wereld: jaar na jaar worden er wereldwijd meer erwten geoogst; de grootste producenten zijn Canada en China. Het areaal waarop in Duitsland erwten geteeld wordt, is de laatste tien jaar verdubbeld. En nog altijd groeit de vraag sneller dan het aanbod. Tegenwoordig vertegenwoordigt deze onopvallende peulvrucht – in het spraakgebruik symbool voor alles wat nietig is – een miljardenmarkt. Daarop zijn landbouwbedrijven als Agrofarm Knau uit Thüringen actief, maar ook gevestigde ondernemingen zoals de Emsland-groep of opkomende bedrijven zoals Amidori.

    Megatrends

    Hoe kan dat? Maar liefst twee megatrends hebben de erwtenbusiness de wind in de rug gegeven. Als eerste: de zorg voor het milieu. Erwten bevatten veel eiwit, evenals linzen en bonen. Bovendien zijn ze goed voor de grond. Ze slaan er namelijk stikstof in op. Een boer die op een akker peulvruchten teelt, hoeft het volgend jaar minder kunstmest te gebruiken. Met als plezierig ecologisch bijeffect: wie erwten of veldbonen oogst, heeft voer voor het eigen vee. Voor de eiwitverzorging van zijn dieren hoeft deze boer dan niet langer zoveel soja uit Amerika te halen, een product dat als genetisch gemanipuleerde plant en notoire regenwoudkiller toch al in een kwaad daglicht staat. Om dit dubbel heilzame effect te bevorderen heeft de Duitse overheid in 2014 een ‘eiwitstrategie’ afgekondigd. Ook de EU zet een deel van haar agrarische subsidies in op de teelt van peulvruchten; sommige Duitse deelstaten zoals Thüringen leggen daar nog geld bij. Het was de prozaïsche reden voor bedrijven als Agrofarm in Knau om op grote schaal haar erwtenareaal uit te breiden. Zonder die subsidies, zo geven de boeren toe, zouden ze veel minder erwten telen.

    Op het moment dat politici en bureaucraten hun stimuleringsregelingen ontwierpen, was er van veggieburgers, visloze vis en melk zonder koeien nog maar nauwelijks sprake. Sindsdien hebben miljoenen mensen hun voedingspatroon aangepast – geen dierlijk voedsel meer, maar plantaardige vervangers. Aangespoord door gezondheidsapostelen, dierbeschermers en klimaatredders in Californië en aan de Amerikaanse oostkust, maar inmiddels ook salonfähig bij de gegoede burgerij in eigen land (zij het nog niet bij een meerderheid), is dat de tweede megatrend ter verklaring van de zegetocht van de erwt. De grote zoektocht naar alternatieven voor vlees, vis en melkproducten haalt tegenwoordig de hele levensmiddelenindustrie overhoop; vanwege de fantastische winstvooruitzichten zorgt hij over de hele wereld voor schitterende ogen bij financiële beleggers; zelfs het verder zo biovriendelijke pluimveeconcern PHW (Wiesenhof) doet hij ijverig samenwerken met fabrikanten van eiervervangers en vleesloze burgers. 

    En nu komt de clou: in deze burgers zit geen rundergehakt maar vooral erwtenpuree. Let wel, niet gemaakt van die groene erwten uit de diepvrieskast, maar van die gele korrelerwten die vroeger vooral aan het vee werden gevoerd en in de keuken tot hooguit een stevige soep werden verwerkt. Die tijden zijn voorbij. Met dank aan de veggiegolf. Tegenwoordig zit in alles erwten: in de tonijnvervanger van het Amerikaanse bedrijf Good Catch net zo goed als in het alom aangekondigde melkalternatief van VLY uit Berlijn, nog zo’n start-up uit het geheel van veggiebedrijven. Zelfs de Zwitserse voedingsmiddelengigant Nestlé brengt een erwtendrank op de markt. 

    Het is haast een wonder dat de erwt niet al veel eerder ontdekt is als een plant met grote toekomst

    Waarom groeide uitgerekend de erwt uit tot superster van de vleesvervangersbranche? Natuurlijk omdat hij zoveel eiwit bevat, tenslotte is dat de voedingsstof die vlees, vis en melk zo interessant maakt voor menselijke voeding. Maar ook alle overige peulvruchten bevatten veel eiwit. En subsidies die voor lage prijzen zorgen, zijn er ook voor linzen en bonen. Wat maakt de erwt dan zo bijzonder?

    Nina Blijdorp kan ons dat precies uitleggen aan de hand van een tabel met heel veel cijfers. Blijdorp is productmanager voor haver en erwten bij plantenverdelingsbedrijf KWS Saat in Einbeck; haar tabel bevat de aminozurenprofielen van een tiental verschillende planten. Want een eiwit is niet zomaar een eiwit, experts weten dat ze op onderdelen sterk kunnen verschillen: hoeveel histidine bevat het, hoeveel lysine, hoeveel fenylalanine? De erwt heeft alles precies in de juiste verhoudingen: een perfecte middelmaat. Bovendien bevat hij vrijwel geen stoffen die allergieën kunnen veroorzaken. En nog beter: de erwt doet dat allemaal zonder zelf erg veeleisend te zijn. ‘Hij heeft bijvoorbeeld maar ongeveer half zoveel water nodig als de veldboon,’ vertelt Nina Blijdorp.

    ANP 68140200
    Een erwtenoogstmachine leegt peulvruchten in een trailer van diepvriesbedrijf Frosta in Lommatzsch, Duitsland. Bijna alle erwten die in Duitsland worden gegeten, zijn diepgevroren. Bedrijven en boerderijen moeten in de vroege zomer voldoende erwten oogsten om aan de vraag van het hele jaar te voldoen. – © Sebastian Kahnert/dpa-Zentralbild/dpa/Newscom

    Zo bezien is het haast een wonder dat de erwt niet al veel eerder ontdekt is als een plant met grote toekomst. Het tegendeel was het geval. In de afgelopen vijftig jaar, zo geeft Nina Blijdorp toe, zijn er maar heel weinig pogingen ondernomen om de opbrengst te vergroten of de planten robuuster te maken. ‘De erwt was enigszins verwaarloosd, een soort weeskind. Maar sinds ongeveer vijf jaar is dat anders. Nu tonen landbouw en voedingsmiddelenindustrie ineens heel veel belangstelling voor onze veredelingspogingen.’ 

    Een paar jaar voor de meeste anderen ontdekte Friedrich Büse, de grondlegger van Amidori, het potentieel van de erwt. Büse voldeed dan ook aan de ideale voorwaarden om op dit gebied een pionier te worden. Opgeleid tot kok en slager werkte hij lange tijd in de vleeswarenindustrie. Tot hij zijn geloof in het hervormingsvermogen van zijn branche in de richting van meer dierenwelzijn en betere arbeidsomstandigheden verloor en het plan opvatte een onderneming te stichten die op planten gebaseerde alternatieven voor vlees op de markt moest brengen. Zo schildert Friedrich Büse het in elk geval zelf. ‘Sinds 2008 heb ik daarvoor diverse mogelijke eiwitbronnen onderzocht. Aanvankelijk stonden er zestien planten op mijn lijstje. In 2012 was duidelijk dat in Duitsland de erwt de meeste kansen bood. En in 2015 hadden we vervolgens de eerste oogst.’ In datzelfde jaar richtte Friedrich Büse in Bamberg Amidori op.

    Visvoer

    Vanuit landbouweconomisch perspectief is het een voordeel dat de erwt als voedingsmiddel in Europa een lange traditie heeft. ‘De boeren zijn er goed mee bekend,’ zegt Büse. ‘Bovendien laten erwten zich gemakkelijk opslaan. En waar koolzaad en linzen te klein zijn om ze in het productieproces veel verder te verwerken, hebben erwten daarvoor precies de juiste grootte.’ Zelfs wat in vroegere tijden eerder in het nadeel van de gele erwt was, verkeert nu in haar triomf. Dat de smaak weinig markant is en de kleur aan de bleke kant, maakt haar juist heel geschikt als proteïnebron voor vleesvervangers – die moeten immers niet op peulvruchten lijken en ernaar smaken, maar naar gehakt of braadworst, waarvoor dan weer een reeks andere plantaardige ingrediënten moet zorgen.

    Nu zit het zo: het vee in de stal vreet de korrelerwten zoals die in hun schil gegroeid zijn; ze hoeven alleen klein te worden gemaakt. Maar in de veggieburgers komen de erwten niet rechtstreeks van het veld, het deeg voor de plantaardige gehaktballen mengt ook vrijwel niemand thuis in de keuken. Daarvoor zijn de recepturen veel te complex. (Dat is ook een reden waarom vervangingsproducten zich zo goed lenen voor het opbouwen van merken met relatief hoge prijzen: aan de toonbank betaalt de klant ook voor de productie-knowhow van de producent.) De branche van nieuwe, alternatieve voedselproducenten noemt zich niet voor niets met een chic Engels woord FoodTech. Om aan de behoeften van deze FoodTech-bedrijven te voldoen, worden de erwten na de oogst eerst uitgesplitst in commercieel bruikbare bestanddelen. 

    Dat gebeurt bijvoorbeeld in de fabrieken van de Emsland-groep. Circa 180.000 ton erwten worden hier jaarlijks verwerkt. Ook op dit onderdeel van waardetoevoeging heeft een gunstig toeval de opmars van de erwt vereenvoudigd: het proces van schoonmaken, fijnwrijven, filteren en drogen dat de vrucht keurig uitsplitst in vezels, zetmeel en zogeheten proteïne isolaat met een zo hoog mogelijke eiwitconcentratie, hoefde niet specifiek voor de erwt te worden uitgevonden. Hetzelfde principe en dezelfde installaties worden op veel grotere schaal toegepast voor de verwerking van aardappelen. Met dit verschil dat de aardappel van oudsher vanwege haar zetmeel wordt gewaardeerd, terwijl het bij de erwt om het eiwit gaat.

    Binnen tien, misschien zelfs vijf jaar kan naar schatting van branchekenners 10 procent van het totale vleesverbruik van de wereldbevolking uit plantaardige vervangers bestaan

    Dat was overigens niet altijd zo, meldt Christian Kemper, een van de bedrijfsleiders van de ooit door aardappelboeren opgerichte Emsland-groep. ‘Het eiwit was een bijproduct; van groter belang was de vraag naar erwtenzetmeel en erwtenvezels vanuit de bakkerij- en zoetwarenindustrie, maar ook vanuit de papier- en textielproductie.’ Aan het begin van deze eeuw werd de overtollige erwtenproteïne nog vooral tot visvoer verwerkt. Stapje voor stapje is vervolgens echter het proteïne isolaat, een beige poeder, uitgegroeid tot het gewilde product. ‘Eerst werd het gebruikt voor sportvoeding, in de vorm van shakes en repen,’ vertelt Kemper. ‘Voor visvoer is erwtenproteïne inmiddels te duur geworden. Tegenwoordig leveren we circa 70 procent van deze proteïne aan fabrikanten van vleesvervangers.’

    In Duitsland is de omzet het afgelopen jaar met een kleine 40 procent gestegen tot 375 miljoen euro. Dat is weinig in vergelijking met de huidige 40 miljard euro die de vlees- en worstmarkt per jaar omzet. Maar de groeipercentages zijn enorm en er is sprake van een wereldwijde markt. Binnen tien, misschien zelfs vijf jaar, kan naar schatting van branchekenners 10 procent van het totale vleesverbruik van de wereldbevolking uit plantaardige vervangers bestaan. En dat betekent maar één ding: de wereld heeft meer erwten nodig.

    Wie daarvan overtuigd is, moet nu handelen. De Emsland-groep beraadt zich over de volgende grote investering in het verwerkingsproces van erwten. Friedrich Büse van Amidori stelt voor de tweede helft van dit jaar nieuwe producten in het vooruitzicht. En de plantenveredelaars van KWS Saat werken aan een erwtenplant met meer ranken en minder bladeren, die in oogsttijd niet meer zo vlak tegen de grond ligt. Dat is zo’n beetje de enige eigenschap van de erwt waarover momenteel niet wordt gejubeld.