Onderwerpen: Censuur

  • Achter de schermen bij het Myanmarese leger. ‘De meeste militairen zijn gehersenspoeld’

    Achter de schermen bij het Myanmarese leger. ‘De meeste militairen zijn gehersenspoeld’

    In Myanmar leven de militairen apart van de rest van de samenleving. Ze mogen hun bases nauwelijks onbegeleid verlaten en hebben geen toegang tot internet. In combinatie met een gestaag propagandadieet, leidt dit tot tot de overtuiging dat burgers – de zogenaamde vijand – zonder pardon mogen worden gedood.

    Kapitein Tun Myat Aung boog zich over het hete wegdek in Yangon, de grootste stad van Myanmar, en raapte kogelhulzen op. Hij voelde zich misselijk worden. De hulzen, wist hij, betekenden dat er geweren waren gebruikt, dat er met echte kogels op echte mensen was geschoten.

    Diezelfde avond, begin maart, ontdekte hij op Facebook dat er in Yangon meerdere burgers waren gedood door soldaten van de Tatmadaw, zoals het Myanmarese leger wordt genoemd. Door mannen in uniform, net als hij.

    Enkele dagen later glipte de kapitein van de 77ste Lichte Infanteriedivisie, berucht om het massaal afslachten van burgers in heel Myanmar, de basis uit en deserteerde. Hij zit nu ondergedoken.

    ‘Ik hou zoveel van het leger,’ zegt hij. ‘Maar de boodschap die ik aan mijn medemilitairen wil meegeven is: Als je moet kiezen tussen het land en de Tatmadaw, kies dan alsjeblieft voor het land.’

    Robotleger

    De Tatmadaw, die over een half miljoen parate manschappen zegt te beschikken, wordt vaak afgeschilderd als een robotleger dat getraind is om te doden. Na het afzetten van de burgerregering van Myanmar twee maanden geleden, dat overal in het land tot protesten heeft geleid, hebben de militairen hun meedogenloze reputatie alleen maar versterkt door het doden van meer dan 420 mensen en het aanvallen, gevangenzetten of martelen van duizenden anderen.

    Op zaterdag 27 maart, de dodelijkste dag sinds de coup op 1 februari, hebben de veiligheidstroepen volgens de Verenigde Naties meer dan honderd mensen gedood. Zeven van hen waren kinderen, onder wie twee jongens van dertien en een jongen van vijf.

    ‘We moeten elk bevel van onze meerderen opvolgen’

    Uit diepgaande interviews met vier officieren, van wie er twee na de coup zijn gedeserteerd, komt een complex beeld naar voren van een institutie die Myanmar al zes decennia lang domineert. Vanaf het moment dat ze aan hun opleiding beginnen leren manschappen van de Tatmadaw dat ze hoeders zijn van een land en een religie die zonder hen ten onder zullen gaan.

    Ze vormen een geprivilegieerde staat binnen een staat, waarin militairen apart van de rest van de samenleving leven en werken en een ideologie ingeprent krijgen die hen ver boven de burgerbevolking verheft. De beschreven officieren worden continu in de gaten gehouden door hun meerderen, zowel in de kazerne als op Facebook. Een gestaag propagandadieet voedt hun idee dat er op iedere straathoek vijanden staan.

    Lees ook:

    Dit leidt alles bij elkaar tot een wereldbeeld dat het rechtvaardigt om ongewapende burgers zonder pardon dood te schieten. Hoewel er volgens de militairen enige onvrede over de staatsgreep bestaat, achten ze het onwaarschijnlijk dat het leger op grote schaal in opstand zal komen. Dat maakt meer bloedvergieten tijdens de komende dagen en maanden des te waarschijnlijker.

    ‘De meeste militairen zijn gehersenspoeld,’ zegt een kapitein die is afgestudeerd aan de prestigieuze militaire academie van Myanmar. Net als de twee anderen met wie The New York Times heeft gesproken, wil hij zijn naam niet gepubliceerd zien vanwege mogelijke represailles; hij is nog in actieve dienst.

    ANP 429648468 2
    Parade van de Tatmadaw ter gelegenheid van de 76ste Dag van de Strijdkrachten afgelopen maart in Naypyidaw, Myanmar. – © Xinhua / Zhang / AFP

    ‘Ik ben bij de Tatmadaw gegaan om het land te beschermen, niet om tegen ons eigen volk te vechten,’ zegt hij. ‘Ik vind het zo verschrikkelijk om soldaten onze eigen mensen te zien doden.’

    De Tatmadaw verkeert al sinds het land onafhankelijk werd in 1948 op voet van oorlog met militaire guerrilla’s, etnische opstandelingen en pleitbezorgers van de democratie. Binnen de cultachtige grenzen van de Tatmadaw wordt het boeddhistische Bamar-volk, dat de etnische meerderheid vormt, verheerlijkt ten koste van de vele etnische minderheden die Myanmar rijk is en die al decennia lang met militaire onderdrukking worden geconfronteerd.

    De vijand kan zich ook in de eigen gelederen bevinden. Een doelwit van de toorn van de Tatmadaw is Daw Aung San Suu Kyi, de burgerleider die na de staatsgreep van twee maanden geleden is afgezet en opgesloten. Haar vader, generaal Aung San, heeft de Tatmadaw opgericht. 

    Tegenwoordig komen de vijanden van de Tatmadaw niet langer uit het buitenland maar uit eigen land: de miljoenen mensen die de straat op zijn gegaan om tegen de staatsgreep te protesteren of die aan stakingen hebben deelgenomen.

    Beschermen

    Op zaterdag 27 maart, de Dag van de Strijdkrachten, hield generaal Min Aung Hlaing, de opperbevelhebber die de staatsgreep in gang heeft gezet, een toespraak waarin hij zwoer ‘het volk tegen alle gevaar te beschermen’. Terwijl tanks en soldaten over de brede avenues van Naypyidaw paradeerden, de hoofdstad vol bunkers die door een eerdere junta is gebouwd, schoten in meer dan veertig steden veiligheidstroepen op zowel demonstranten als omstanders.

    ‘Ze beschouwen demonstranten als criminelen omdat iedereen die niet aan het leger gehoorzaamt of ertegen protesteert een crimineel is,’ zegt kapitein Tun Myat Aung. ‘De meeste soldaten hebben hun hele leven nog geen democratie meegemaakt. Ze weten nog niet wat dat inhoudt.’

    Hoewel de Tatmadaw in de vijf jaar die aan de staatsgreep voorafging enige macht met een gekozen regering heeft gedeeld, behielden de militairen hun greep op het land. Ze hebben hun eigen conglomeraten, banken, ziekenhuizen, scholen, verzekeringsmaatschappijen, aandelenopties, mobiele netwerk en groentekwekerijen.

    ‘Ik zou deze situatie moderne slavernij noemen’

    Het leger runt televisiestations, uitgeverijen en een filmindustrie met opwindende titels als Happy Land of Heroes en One Love, One Hundred Wars. De Tatmadaw heeft dansgroepen, traditionele muziekensembles en vragenrubrieken waarin vrouwen worden gemaand zich zedig te kleden.

    Verreweg de meeste officieren en hun gezinnen wonen op een militair complex, waar al hun bewegingen worden gevolgd. Sinds de staatsgreep hebben de meesten van hen die complexen niet langer dan een kwartier zonder toestemming mogen verlaten.

    ‘Ik zou deze situatie moderne slavernij noemen,’ zegt een officieren die na de staatsgreep is gedeserteerd. ‘We moeten elk bevel van onze meerderen opvolgen. We mogen de juistheid of onjuistheid ervan niet aan de orde stellen.’

    Officierskinderen

    Kinderen van officieren trouwen vaak met andere officierskinderen, of met het nageslacht van rijke zakenlieden die van hun militaire connecties hebben geprofiteerd. Infanteristen brengen dikwijls de volgende generatie infanteristen voort. Het ecosysteem van de Raad voor het Staatsbestuur, zoals de junta die vorige maand de macht heeft gegrepen zichzelf noemt, is een kluwen van onderling verstrengelde stambomen.

    Zelfs tijdens de vijf jaar van politieke openheid was een kwart van de parlementszetels voor mannen in het groen gereserveerd. Ze mengden zich niet met andere parlementsleden en stemden alleen maar en bloc. De belangrijkste ministeries bleven in militaire handen.

    ‘Ik wil heel graag het volk dienen, maar militair zijn betekent dat je de leiders van de Tatmadaw dient,’ zegt een legerarts in Yangon. ‘Ik wil ontslag nemen, maar dat kan niet. Als ik dat doe, sturen ze me naar de gevangenis. Als ik vlucht, martelen ze mijn familie.’

    De geïsoleerde positie van de Tatmadaw verklaart misschien mede waarom de leiding de felheid van het verzet tegen de putsch heeft onderschat. Officieren die in psychologische oorlogvoering zijn getraind, planten dikwijls complottheorieën over democratie in Facebookgroepen die worden bezocht door militairen, aldus socialmedia-experts en een van de officieren die met onze krant sprak.

    Een moslimsamenzwering wordt beschuldigd van pogingen het boeddhistische geloof de kop in te drukken

    In deze paranoïde wereld viel de dreun die Aung San Suu Kyi’s Nationale Liga voor Democratie tijdens de verkiezingen van afgelopen november toebracht aan de partij die de steun van het leger genoot, gemakkelijk af te schilderen als verkiezingsfraude.

    Een moslimsamenzwering, gefinancierd door rijke oliesjeiks, wordt beschuldigd van pogingen het boeddhistische geloof van de Myanmarese meerderheid de kop in te drukken. Invloedrijke monniken, aan wier voeten ook generaals bidden, prediken dat de Tatmadaw en de boeddhistische monniken zich moeten verenigen om de islam te bestrijden.

    ANP 429855592 kopie 2
    Demonstranten maken de drievingergroet voor democratie. – © AFP

    De Tatmadaw wil doen geloven dat het roofzuchtige Westen Myanmar elk moment kan veroveren. Angst voor een invasie geldt als een van de redenen waarom de militaire machthebbers de hoofdstad begin deze eeuw van Yangon, dat aan de kust ligt, naar de landinwaarts gelegen stad Naypyidaw hebben verplaatst.

    ‘Nu doden soldaten mensen met het idee dat ze hun land voor buitenlandse interventie behoeden,’ zegt de kapitein die nog in actieve dienst is. Zijn brigade is in een niet nader genoemde stad ingezet om een woedende volksmenigte in toom te houden.

    De gevreesde invasie hoeft niet per se door de lucht of over zee te komen, maar kan ook door de ‘zwarte hand’ van buitenlandse invloed worden bewerkstelligd. George Soros, de Amerikaanse filantroop en pleitbezorger voor de democratie, wordt in kringen van de Tatmadaw beschuldigd van pogingen het land te ondermijnen met grote sommen geld voor activisten en politici. Een legerwoordvoerder impliceerde tijdens een persconferentie dat ook mensen die tegen de staatsgreep protesteren door het buitenland worden gefinancierd.

    Kapitein Tun Myat Aung zegt dat hij tijdens zijn eerste jaar op de militaire academie een film te zien kreeg waarin democratische activisten uit 1988 werden afgeschilderd als dolgedraaide beesten die soldaten het hoofd afsneden. In werkelijkheid werden dat jaar duizenden betogers en anderen door de Tatmadaw gedood.

    Een van de manschappen van kapitein Tun Myat Aung werd kortgeleden in het oog getroffen door een projectiel uit de katapult van een betoger, zegt hij. Maar de kapitein erkent dat de andere kant beduidend veel meer slachtoffers heeft gemaakt.

    ‘De meeste militairen leiden een geïsoleerd bestaan, en voor hen is de Tatmadaw de enige wereld’

    Op Facebookberichten van de Tatmadaw zie je soms soldaten die worden belegerd door gewelddadige betogers met zelfgemaakte brandbommen. Maar in werkelijkheid zijn het de veiligheidstroepen die artsen hebben aangevallen, kinderen hebben gedood en omstanders hebben gedwongen nederig door het stof te kruipen.

    Volgens de militairen die met onze krant hebben gesproken was het opschorten van de toegang tot mobiele data de afgelopen twee weken evenzeer bedoeld om manschappen te isoleren die twijfels begonnen te krijgen over de bevelen die ze kregen, als om de bevolking onwetend te houden.

    Kort na de staatsgreep verklaarden enkele militairen zich op Facebook solidair met de betogers. ‘Het leger is aan het verliezen. Geef niet op, mensen’, schreef een inmiddels ondergedoken kapitein in een Facebookbericht. ‘Uiteindelijk zal de waarheid zegevieren.’

    Loyaliteit

    De geïsoleerde positie van de Tatmadaw dient ook een ander doel. Decennia lang heeft het leger op talrijke fronten tegen talrijke vijanden gevochten, voornamelijk gewapende etnische groeperingen die op zelfbestuur aandrongen. Een sterk gevoel van saamhorigheid is nodig om desertie te beperken en loyaliteit te bevorderen.

    Dodentallen worden niet gepubliceerd in Myanmar omdat ze als een staatsgeheim worden beschouwd. Maar uit uitgelekte documenten die The New York Times heeft kunnen inzien, zoals over een aantal gesneuvelde soldaten in de westelijke staat Rakhine een paar jaar geleden, blijkt dat er elk jaar minimaal honderden militairen omkomen.

    Volgens de kapitein die nog in actieve dienst is, is het gebruikelijk dat ongetrouwde militairen lootjes trekken om met de weduwe van een in de strijd gesneuvelde collega te kunnen trouwen. De vrouw, zegt hij, heeft weinig te zeggen over wie haar nieuwe man wordt. ‘De meeste militairen leiden een geïsoleerd bestaan, en voor hen is de Tatmadaw de enige wereld.’

    Etnische minderheden, die ruwweg een derde van de Myanmarese bevolking uitmaken, leven in voortdurende angst voor de Tatmadaw, die door onderzoekers van de Verenigde Naties van genocidale acties is beschuldigd, waaronder massaverkrachtingen en executies. De bekendste slachtoffers van zulke campagnes zijn de Rohingya-moslims, maar ze hebben zich ook op andere etnische groeperingen gericht, zoals de Karen, de Kachin en de Rakhine.

    Kapitein Tun Myat Aung zegt dat toen zijn 77ste Lichte Infanteriedivisie in de staat Shan in het noordoosten van Myanmar vocht, hij de weerzin van mensen uit diverse etnische groeperingen kon voelen. Als lid van een andere etnische minderheid, de Chin, begreep hij hun angst voor de Bamar-meerderheid maar al te goed.

    ‘Etnische minderheden haten het leger om wat dat hun heeft aangedaan’

    Hoewel hij zegt alleen te hebben geschoten om te verwonden, niet om te doden, heeft kapitein Tun Myat Aung acht jaar in de frontlinies doorgebracht. Volgens hem heeft hij in al die tijd maar met één dorpeling contact gehad. ‘Mensen haten het leger om wat dat hun heeft aangedaan,’ zegt hij.

    Maar de Tatmadaw heeft hem ook gered. Zijn moeder overleed toen hij tien was. Zijn vader dronk. Hij werd naar een kostschool voor leerlingen uit etnische minderheden gestuurd, waar hij uitblonk. Op de militaire academie leerde hij natuurkunde en Engels. ‘Het leger werd mijn familie,’ zegt hij. ‘Ik was automatisch blij als ik mijn uniform zag.’

    In de vroege uurtjes van 1 februari klom een nog half slapende kapitein Tun Myat Aung in Yangon in een legertruck en gordde zijn helm vast. Hij wist pas wat er aan de hand was toen een collega iets over een staatsgreep fluisterde. ‘Op dat moment was het alsof ik alle hoop voor Myanmar verloor,’ zegt hij. 

    Enkele dagen later zag hij zijn majoor met een doos kogels, echte, niet van rubber. Die nacht huilde hij. ‘Ik realiseerde me,’ zegt hij, ‘dat de meeste militairen het volk als de vijand beschouwen.’ 

  • ‘Hij noemde me een prostituee. Daarna werd hij premier’

    ‘Hij noemde me een prostituee. Daarna werd hij premier’

    De Sloveense premier Janez Janša, bondgenoot van Orbán, noemt journalisten zijn ‘belangrijkste politieke tegenstanders’. Vooral vrouwen zijn het slachtoffer van zijn online intimidaties. Journalist Evgenija Carl vertelt haar verhaal.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met virtuele intimidatie. In deze serie benadrukt de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld CIVICUS de gendergerelateerde aard van virtuele intimidatie door middel van de verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheden. Deze getuigenissen worden hier gepubliceerd via een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices.

    Sinds de regering van premier Janez Janša in maart 2020 aan de macht kwam, is de persvrijheid in Slovenië in het geding. De premier uit zowel online als offline bedreigingen tegen journalisten en onafhankelijke media.

    De omvang van deze aanvallen door de premier en de leidende Sloveense Democratische Partij (SDS) was zelfs aanleiding voor de Raad van Europa om te waarschuwen tegen pesterijen en intimidatie van journalisten.

    Ondertussen heeft de regering stappen ondernomen om de media-onafhankelijkheid te verminderen, waarbij kanalen zoals Nova24 TV, Nova24 online en Planet TV in toenemende mate worden gefinancierd door partijen uit de omgeving van de autoritaire premier van Hongarije, Viktor Orbán, die een bondgenoot van Janša is. Ook maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met cultuur, mensenrechten, mediavrijheid en het milieu zijn herhaaldelijk beperkingen opgelegd.

    Evgenija Carl

    Evgenija Carl is een onderzoeksjournalist uit Slovenië. Nadat ze in 2016 een televisiereportage had gemaakt over de oppositiepartij SDS, noemde een vooraanstaand politicus, Janez Janša, haar op Twitter een ‘prostituee’. Toen Janša later premier van Slovenië werd, nam het onlinemisbruik toe.

    Dit is het verhaal van Evgenija Carl:

    ‘Ze zijn in staat ons straffeloos te beledigen

    Hij noemde mijn collega en mij, journalisten die werkzaam zijn op het gebied van internationale politiek voor de nationale Sloveense televisiezender (RTVSLO), ‘gepensioneerde prostituees’ die onze diensten verkopen voor 30 tot 35 euro. En daarna werd hij premier van Slovenië: Janez Janša.

    Zijn tweet luidde als volgt:

    ‘Bordelen bieden goedkope diensten aan van gepensioneerde prostituees Evgenija C en Mojca PŠ. Een voor 30 €, de tweede voor 35 €. #PimpMilan.’

    Ik ben onderzoeksjournalist en werk al vijfentwintig jaar in de journalistiek. Ik ben aanvallen gewend van degenen die mijn berichtgeving niet bevalt, maar vijf jaar geleden, in 2016, werd ik door het genoemde incident voor het eerst onderwerp werd van een openbare lynchpartij op sociale media.

    facebook 1 1 1
    Evgenija Carl.

    Dat begon met een beledigende tweet van Janez Janša, leider van de grootste Sloveense oppositiepartij op dat moment, de Sloveense Democratische Partij (SDS). Hij schreef hierin ook dat de toenmalige president van Slovenië, Milan Kučan, onze pooier was.

    Ik wist dat het gekozen pad niet gemakkelijk zou zijn, maar ik had nooit kunnen voorzien wat we allemaal over ons heen kregen – het was een stormloop

    U vraagt zich misschien af waar we Janša’s aanval aan te danken hadden? Het betrof een vergelding voor ons tv-item over leden van de SDS-partij van Janša. Hij wilde ons vernederen als journalisten en nog meer als vrouwen, want voor hem zijn we maar gewone ‘hoeren’. Dit is hoe Janša omgaat met vrouwen in het algemeen.

    Mijn collega en ik spanden een rechtszaak tegen hem aan en werden opnieuw doelwit van hem en zijn trouwe volgers, waaronder politici en enkele extreemrechtse media. Een nog nooit eerder vertoonde rechtszaak in Slovenië, die nog steeds loopt. Ik wist dat het gekozen pad niet gemakkelijk zou zijn, maar ik had nooit kunnen voorzien wat we allemaal over ons heen kregen.

    De kring van Sloveense extreemrechtse populisten – zoals Janša, enkele lokale politici, hun aanhangers, sympathisanten en volgers – belaagden ons via sociale media als Twitter en Facebook. Ze gebruiken extreemrechtse media, die de propaganda van de partij steunen, om vernederende artikelen te schrijven over journalisten die hun politieke opvattingen niet delen. Deze mediakanalen zijn opgericht door leden van de SDS-partij, die het merendeel van de belangen hebben verkocht aan Hongaarse bedrijven met eigenaren die dicht bij Janša’s bondgenoot Orbán staan.

    Ook ontving ik regelmatig enveloppen met wit poeder; één keer zat er een stof in de envelop die mijn luchtwegen aantastte

    Sinds Janša’s eerste tweet wordt vaak het label ‘prostituee’ aan mijn naam gehecht. Ik ontvang regelmatig openbare beledigingen, cynische opmerkingen, brieven en e-mails van anonieme mensen die mij willen vernederen. Een recente tweet die aan mij was gericht, luidde: ‘Ze is gewoon een ordinaire jihadist (…) journalistiek is prostitutie (…) In Amerika zouden ze haar een “tiendollarhoer” noemen!’

    Ook ontving ik regelmatig enveloppen met wit poeder; één keer zat er een substantie in de envelop die mijn luchtwegen aantastte. De brieven bevatten ook doodsbedreigingen en komen bijna altijd binnen na hoorzittingen in de rechtszaak tegen Janša.

    En ze vallen mijn kinderen aan, door ze in hun artikelen over mij of op sociale media te noemen. Niets, absoluut niets is heilig voor ze als ze zich op mij uitleven. In de elf maanden sinds Janez Janša opnieuw de leiding over de Sloveense regering heeft, zijn de aanvallen steeds erger geworden.

    ‘Coalitie van de dood’

    Tijdens de pandemie verklaarde de Sloveense president oorlog aan de media in het algemeen en noemde hij journalisten zijn ‘belangrijkste politieke tegenstanders’. Hij manipuleert foto’s en opnames en verspreidt leugens. Vrouwelijke journalisten zijn ‘teven, hoeren of dronkaards’. Dit is kenmerkend voor het mannelijk chauvinisme dat wordt gecultiveerd door de Sloveense politiek onder leiding van de premier.

    Een paar weken geleden deelde ik een bericht over een protest van ouders en kinderen tegen de sluiting van scholen. Vervolgens werd ik ervan beschuldigd medeplichtig te zijn aan het veroorzaken van coronadoden: beweerd werd dat de demonstranten het virus verspreidden. Janša noemde mijn collega’s en mij de ‘coalitie van de dood’.

    Soms heb ik het gevoel dat ik in een parallel universum leef, omdat dit voor een normaal, redelijk, beschaafd persoon ondenkbaar is

    Wat dit met me doet? Soms voel ik me depressief en hopeloos. Soms heb ik het gevoel dat ik in een parallel universum leef, omdat zoiets voor een normaal, redelijk, beschaafd persoon ondenkbaar is. Ik verwonder me over die ‘toetsenbordstrijders’, die altijd maar bereid zijn hun gedachten op een agressieve manier te uiten, en over het feit dat de kleinste kwestie een explosie van seksisme en vrouwenhaat kan veroorzaken.

    Diverse Europese instellingen en media over de hele wereld doen hun werk en vestigen aandacht op de ondraaglijke situatie onder het leiderschap van Janša en zijn houding ten opzichte van de media en journalisten, vooral zijn primitieve gedragingen ten opzichte van vrouwen, die door zijn volgelingen worden overgenomen.

    Dergelijke uitingen en acties zijn toegestaan ​​in Slovenië. Ze worden nooit bestraft. Onder het mom van vrijheid van meningsuiting nemen de beledigingen enkel toe. De politici zitten vol vooroordelen met betrekking tot vrouwen, alsof we niet al een lange weg hebben afgelegd, alsof er nog geen obstakels waren doorbroken, alsof de gevechten die door de vrouwen voor ons zijn gewonnen, niets hebben opgeleverd.

    Ik zou willen dat er juridische kaders kwamen, die een einde kunnen maken aan dergelijke intimidatie. Ik zou willen dat beledigende berichten snel worden verwijderd – veel berichten over mij staan ​​nog altijd online. Ik zou willen dat de media aanvallen op journalisten krachtdadiger veroordelen.

    Toen Janša ons ‘gepensioneerde prostituees’ noemde, handelde de directeur van de nationale Sloveense televisie ronduit opportunistisch: hij veroordeelde de daad niet. Het bestuur van het mediahuis waar ik voor werk hield zich een week lang stil, en werd toen door de publieke druk bijna gedwongen de belediging te veroordelen. Janša werd door hen niet genoemd.

    De angst voor wraak, opportunisme en pragmatisme dringen door tot in elke porie van ons land, en nemen alleen maar toe.

    Lees ook de andere bijdragen in deze reeks:

  • Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega krijgt steeds meer dictatoriale trekjes. Protesten tegen sociale hervormingen worden hard neergeslagen, met inmiddels ruim driehonderd doden tot gevolg.

    In een soort geteleviseerde vergadering kondigde Daniel Ortega in april 2018 aan dat de hervorming van het sociale zekerheidsstelsel werd ingetrokken. Dezelfde hervorming die een paar dagen eerder tot een golf van geweld had geleid, die door de regering met harde hand werd onderdrukt en waarbij meer dan tien doden vielen. ‘Ik deel het Nicaraguaanse volk mede dat ik heden het besluit heb ontvangen van het Directoraat Sociale Zekerheid (…) om de maatregel in te trekken (…) die tot zoveel protest heeft geleid.’ De aankondiging was niet het einde, maar het begin van een nieuwe etappe die Nicaragua op zijn grondvesten deed schudden.

    ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenisexperiment uit 1971.

    Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
    De volgende machthebbers doorstonden de test niet:

    ▪ Abiy Ahmed, sinds 2018 premier van Ethiopië, kreeg in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede, onder andere omdat hij erin geslaagd was het langlopende grensconflict met Eritrea op te lossen. Inmiddels voert hij een oorlog tegen de noordelijke regio Tigray, waarbij meldingen worden gedaan van wijdverbreide plunderingen en mensenrechtenschendingen.

    ▪ Asma al-Assad had mooie dromen voor Damascus, Syrië, toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen rebelse groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoencollectie.

    ▪ ‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.

    ▪ Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.

    Het systeem van sociale zekerheid in Nicaragua kent ruime uitkeringen, maar kampt sinds 2013 met tekorten. Door de hervorming werden de pensioenen verlaagd van 80 procent naar 70 procent van het gemiddelde inkomen over een bepaalde periode. Tevens werd onder andere de werkgeverspremie in 2020 verhoogd van 19 procent naar 22,5 procent en de werknemerspremie van 6,25 procent naar 7 procent.

    ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet’

    Volgens een rapport van het CELAG (Centrum voor Geopolitieke en Sociaal-Economische Studies in Latijns-Amerika) vereist het pensioensysteem zoals voorgesteld in de Nicaraguaanse hervorming – in grote lijnen hetzelfde als de vigerende systemen in Argentinië, Colombia en Uruguay – een verdubbeling van het aantal premiejaren. Met andere woorden: de hervorming was geen disproportionele aanpassing in een land als Nicaragua, dat in vergelijking met de andere Midden-Amerikaanse landen over zeer positieve macro-economische en sociale indicatoren beschikt.

    Het bnp groeide in 2008 met 2,9 procent en met 4,7 procent in 2016. Het percentage geweldsdelicten met dodelijke gevolgen, dat Honduras, El Salvador en Guatemala tot de meest gewelddadige landen ter wereld maakt, is in Nicaragua relatief erg laag: in de buurlanden schommelde het in 2010 tussen de 77,5 en 41 procent, terwijl het in Nicaragua maar 9,1 procent was. De sociale programma’s, zoals Hambre Cero (Nul Honger), Usura Cero (Nul Woekerpraktijken) en Desempleo Cero (Nul Werkloosheid), hielpen het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leefde naar beneden te brengen: volgens de officiële cijfers daalde het van 45 procent in 2006 naar 24,9 procent in 2016 en hetzelfde gebeurde met de ongelijkheidsindex.

    ANP 360238985 2
    Een gemaskerde demonstrant houdt een zelfgemaakte mortier vast. Hij neemt deel aan een protestmars tegen de regering Ortega in Managua, op 2 september 2018. – © Inti Ocón / AFP

    Toch veroorzaakte de hervorming een explosie van protesten onder een bepaald deel van de bevolking, met name jonge studenten van de belangrijkste Nicaraguaanse universiteiten. Jongeren die de revolutie niet hadden meegemaakt. Op 18 april 2018 begonnen ze zich te mobiliseren en gingen ze de straat op om barricades op te werpen en scholen te bezetten. De repressie van de overheid was buitensporig.

    De verklaring voor deze crisis moet niet in sociaal-economische factoren gezocht worden. Als het een politieke crisis was, dan was de grootste fout van de overheid wel dat ze de oplossing zocht in geweld, want daardoor werden de mensenrechtenactivisten, de vrouwen, de families van de slachtoffers, vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk en een heel groot deel van de bevolking juist extra gemobiliseerd. Ondanks het intrekken van de hervorming sloeg de opstand razendsnel over naar andere steden en naar delen van het platteland, vooral de zone langs de Pacifische kust en het centrale noorden van Nicaragua. Het leek erop dat de mensen het aftreden wilden van het presidentieel paar, en de reactie van de overheid was verhoogde repressie en criminalisering van het protest.

    Er volgden massale demonstraties, twee landelijke stakingen, bezettingen van universiteiten, en overal werden wegversperringen opgeworpen, sommige permanent, andere met tijdelijke doorgang. Die blokkades, een van de meest karakteristieke aspecten van het conflict, werden verdedigd met zelfgemaakte mortieren en ander wapentuig. Medio mei, op het hoogtepunt van de crisis, werd een rondetafelconferentie georganiseerd, onder auspiciën van de Katholieke Kerk en met deelname van de regering en de recent opgerichte ‘Burgerlijke Alliantie voor Democratie en Recht’, een amalgaam van studenten- en boerenorganisaties, leden van de burgerij en werkgeversorganisaties, zoals de COSEP (Hoge Raad van Privé-Ondernemingen). Op de eerste vergadering eiste de Alliantie het aftreden van de regering Ortega en vervroegde verkiezingen. En de regering eiste verwijdering van de wegversperringen. De onderhandelingen liepen vast en zijn nog steeds niet vlot getrokken.

    Patroon

    Het geweld van de staat was er vooral op gericht deelname aan demonstraties te ontmoedigen, wegversperringen te ontmantelen en de uitingen van politieke onvrede de kop in te drukken. Het CIDH, het Inter-Amerikaans Comité voor Mensenrechten, zag een patroon: excessief en willekeurig geweld door de politie en de anti-oproereenheden, alsmede het inzetten van parapolitionele eenheden of knokploegen, met oogluikende toestemming en zelfs medewerking van het openbaar gezag. De eenheden maakten gebruik van vuurwapens, traangasgranaten en rubberkogels. Die repressieve reactie van de staat heeft geleid tot verhoogde spanning onder de demonstranten, de veiligheidstroepen en de oproerpolitie en heeft de polarisatie in de hand gewerkt, met als gevolg grote onlusten, botsingen met de demonstranten en allerlei soorten geweld in het hele land.

    In feite heeft de reactie van de regering-Ortega op het sociaal protest een nieuwe spiraal van politiek geweld in de geschiedenis van het land in gang gezet en het klimaat overrijp gemaakt voor het ontstaan – aan beide kanten van het conflict – van gemaskerde en gewapende burgermilities die terreur onder de bevolking zaaien. Volgens het rapport van het CIDH heeft het repressieve beleid van de overheid, met excessief en arbitrair gebruik van de politiemacht, geleid tot 220 doden in de periode 18 april tot 1 juli 2018. Begin augustus van dat jaar was het dodental opgelopen tot bijna driehonderd. Het comité telde in de periode tot 6 juni ook 1337 gewonden en 507 arbitraire arrestaties.

    Aan de andere kant, bij de overheid en het FSLN (het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront), telde het comité in de periode tot 6 juni minstens 5 dode en 65 gewonde politieagenten. Inmiddels is het dodental bij de politie opgelopen tot minstens 9, waarvan 4 agenten op 12 juli het leven lieten bij de aanval op Morrito, in het departement Río San Juan. Ook vielen er volgens het CIDH 17 slachtoffers onder mensen die gelieerd waren aan de overheid of het FSLN en die door geweld of een regelrechte moordaanslag om het leven waren gekomen. Verder 40 gevallen van brandstichting of andere schade aan eigendommen van de regering of het FSLN, plus 29 ontvoeringen, merendeels van politieagenten of mensen die voor de lokale overheid werkten. Vermeld dient te worden dat er bij zes van de aangegeven ontvoeringen tekenen van marteling werden gemeld.

    De staat verloor het vermogen om ‘geweldloos gehoorzaamheid’ af te dwingen

    Deze nieuwe verharding van het politiek geweld duidt op twee dingen: 1) dat de overheid niet in staat is gebleken een structuur op te zetten die het monopolie op de uitgeoefende machts- en dwangmiddelen vast in handen hield, 2) dat de regering faalt in de uitoefening van beleid, en 3) dat de staat nog steeds zwak is.

    De Midden-Amerikaanse socioloog Edelberto Torres-Rivas hangt de theorie aan dat uit de kleinschalige guerrilla van de Contra’s – georganiseerd en ondersteund door de Verenigde Staten – tegen de Sandinistische revolutie een electorale democratie ontstond met een zwak staatsapparaat. Die minimale democratie, een noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde voor een democratische politiek, leidde tot een labiel regime dat vanaf 2008 door het FSLN werd ondermijnd, waarna een proces van delegitimering volgde. De staat verloor het vermogen om, in de woorden van Weber, geweldloos gehoorzaamheid af te dwingen.

    Daniel Ortega maakte deel uit van de Regering van Nationale Wederopbouw (1979-1985), hij was van 1985 tot 1990 president van Nicaragua en kwam in 2006 opnieuw aan de macht door middel van verkiezingen, nadat hij een verbond met de leiders van de Contra’s had gesloten. In 2011 werd hij door middel van een hoogst kwestieuze grondwetswijziging herkozen en wederom in 2016, samen met zijn vrouw, Rosario Murillo, als vicepresident. Hij had de verkiezingen met meer dan 72 procent van de stemmen gewonnen en het FSLN won een meerderheid in het Congres met 67 procent van de stemmen. Maar volgens sommige waarnemers werd er tijdens die verkiezingen alleen gediscussieerd over de opkomst: de oppositie stelde dat minder dan 35 procent van de kiezers naar de stembus was gegaan, terwijl het officiële opkomstpercentage op 68,2 procent stond. De legitimiteit van de uitslag werd betwist.

    Geen vernieuwing

    Na 2008 waren er in het politieke speelveld geen tegenkrachten meer, zoals sommige politicologen hebben aangetoond. De Hoge Kiesraad had de Conservatieve Partij en de MRS, de Sandinistische Hervormingsbeweging, een afsplitsing van het FSLN, een wettelijke status onthouden. De MRS was in 1995 opgericht door de pragmatisch-vernieuwende vleugel van het FSLN en werd geleid door Sergio Ramírez, ex-vicepresident onder Daniel Ortega. Sindsdien draaide het FSLN grotendeels om de persoon van Daniel Ortega en werd elke ‘vernieuwing’ van het partijbestuur aan de kant geschoven, iets wat in 2002 in de partijstatuten werd vastgelegd.

    In 2006 wees de sandinistische socioloog Orlando Núñez de MRS aan als een van de grote vijanden van de regering, samen met de ‘conservatieve oligarchie’, de Amerikaanse ambassade, de bankiers, de krant La Prensa en de ondernemers verenigd in de COSEP. Destijds was hij van mening dat die coalitie weinig in de melk te brokkelen had, omdat ze de leiding had verloren van het leger, de politie en de Katholieke Kerk. Volgens Núñez, de mentor van Hambre Cero, had die coalitie in 2006 tot doel Nicaragua opnieuw te polariseren en uiteen te rijten tussen ‘democraten en ethisch gezinden’ aan de ene kant en ‘corrupte konkelaars en terroristen’ aan de andere kant. Twaalf jaar later lijkt het erop dat het discours onveranderd is gebleven, want Daniel Ortega beweert dat sommige groeperingen uit zijn op ‘omverwerping van de constitutionele en institutionele orde’ om ‘het gezag en de wettig gekozen regering te vervangen’. Het lijkt erop dat dit de rechtvaardiging was voor het buitensporig gebruik van geweld.

    Ortega knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China

    Die interpretatie behoeft nog wel enige nuancering. De eerste is dat het bedrijfsleven in 2007 wat dichter tegen de regering aan begon te schurken (de ‘Publiek-Private Alliantie’ heette dat, maar die ging in april 2018 weer ter ziele). De tweede is dat de Katholieke Kerk gaandeweg haar handen van de regering aftrok, met als klap op de vuurpijl een expliciete veroordeling van de regering wegens haar vervolgingspraktijken en twijfels van het bisdom Nicaragua of het nog door zou gaan met bemiddelen in de nationale dialoog. En de derde is de toenadering van de Nicaraguaanse regering tot de Verenigde Staten, om gesprekken te openen over cruciale onderwerpen als migratie en drugshandel.

    Torres-Rivas zei dat het niet de consensus is die de staatsmacht democratisch maakt, maar het succesvol overbruggen van de verschillen, zodat conflicten binnen de kaders van de wet worden opgelost en het inzetten van de machtsfactor gelegitimeerd is. ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet.’

    ANP 358621712
    Demonstranten houden een spandoek vast met de tekst ‘Ortega en Murillo moordenaars’, verwijzend naar de Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, tijdens een bedevaart in Managua op 28 juli 2018. – © Marvin Recinos / AFP

    In januari 2007 wachten Evo Morales, Daniel Filmus, Rafael Correa en Manuel Zelaya op de inauguratie van Daniel Ortega, die na zeventien jaar weer president van Nicaragua wordt. De ceremonie was al met een uur uitgesteld: de nieuwe gezaghebbers hadden besloten op Hugo Chávez te wachten, die opgehouden was. Onder de genodigden bevonden zich ook Tom Shannon, onderminister voor Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, en tien andere staatshoofden. Chávez, de commandant van de Bolivariaanse Revolutie, en Ortega, de president van de Sandinistische Revolutie, tekenden de volgende dag een aantal samenwerkingsverdragen: voor de levering van olie, voor landbouwleningen, voor de bouw van krachtcentrales, voor kwijtschelding van schulden. Het was het hoogtepunt van het ‘Roze Tij’ of de ‘Draai naar Links’, de ‘nationaal-populistische’ of ‘post-neoliberale’ regeringen, die na de crisis van het neoliberalisme in Latijns-Amerika opkwamen.

    Evo Morales ‘keert terug’

    Morales moest in 2019 aftreden als president na protesten tegen zijn herverkiezing. Er zou sprake zijn van verkiezingsfraude. Nu is de voormalig cocaboer bezig met een comeback.

    Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’

    De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.

    Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.

    De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.

    Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.

    Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.

    In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’

    En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’

    In Washington fronste men de wenkbrauwen. Midden-Amerika is een cruciale regio in de veiligheidsdoctrine van de VS. Nicaragua was, vanaf zijn politieke onafhankelijkheid, een belangrijke issue in de Amerikaanse buitenlandse politiek. De terugkeer aan de macht van het FSLN kon een versterking betekenen van de ‘Bolivariaanse Alliantie’, een regionaal blok dat door Venezuela was opgezet als alternatief voor de ‘Vrijhandelszone van Amerika’, die in 2005, op een mislukte onderhandelingstop in Mar del Plata, ten grave werd gedragen – maar niet in Midden-Amerika, waar een jaar eerder, in 2004, een vrijhandelsverdrag werd getekend tussen de VS, Midden-Amerika, en de Dominicaanse Republiek (CAFTA-DR in het Engels: Dominican Republic – Central America Free Trade Agreement).

    Handelspartner VS

    De Verenigde Staten hadden ook nog andere plannen, zoals het ‘Puebla-Panama Plan’ (PPP), later omgedoopt tot ‘Mesoamerica Project’, ter bevordering van de grondstofwinning, de bouw van infrastructuur, de export van regionale goederen, controle over migratie en uitbreiding van het zogeheten ‘Mérida Initiatief’ en het ‘Plan Colombia’ naar Midden-Amerika. Washington wilde de door Cuba en Venezuela opgezette allianties ontkrachten. Het was tekenend dat Honduras, vanouds een bondgenoot van de Verenigde Staten, zich na de militaire staatsgreep tegen Manuel Zelaya uit de Bolivariaanse Alliantie terugtrok.

    Ortega trok zich niet terug uit de ‘Vrijhandelszone van Amerika’ en ook niet uit het ‘Mesoamerica Project’. Hij steunde de VS zelfs in zijn migratiepolitiek en zijn war on drugs. De VS bleef de belangrijkste handelspartner van Nicaragua. Maar Ortega sloot zich wel onmiddellijk aan bij de Bolivariaanse Alliantie en intensifieerde de politiek economische banden met Chávez. Hij knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China. Vervolgens kondigde hij de aanleg aan van het Nicaraguakanaal, een project dat uitgevoerd zou worden door de Chinese HKND Group en dat aanleiding heeft gegeven tot talloze speculaties. Met die besluiten toonde Nicaragua zijn onafhankelijkheid op het terrein van internationale betrekkingen, en deze uitingen van nationale soevereiniteit, die tegen de belangen van de VS ingaan, zijn een klap in het gezicht van de Noord-Amerikanen, met hun traditionele politieke arrogantie en hun systematische streven om hun wil aan de regio op te leggen.

    Politieke landschap

    In de periode tussen het opnieuw aan de macht komen van Ortega en de huidige crisis, die zijn regime doet wankelen, is het politieke landschap in Latijns-Amerika veranderd: van de ‘Draai naar Links’ naar de ‘Conservatieve Restauratie’. In Argentinië en Chili kwam rechts via verkiezingen aan de macht. In Haïti (2004), Honduras (2009), Paraguay (2012) en Brazilië (2016) gebeurde dat door middel van allerlei vormen van machtsontzetting, meestal, maar niet altijd, in samenwerking met hun Noord-Amerikaanse tegenhangers. Venezuela, de grote steunpilaar van Nicaragua, beleeft een van de zwaarste crises in zijn geschiedenis: bovenop de binnenlandse factoren komt nog eens de systematische druk die de Verenigde Staten en zijn Latijns-Amerikaanse bondgenoten sinds de staatsgreep van 2002 op de Bolivariaanse revolutie uitoefenen. De overwinning van Trump bemoeilijkte het dubbelspel van Ortega nog verder. Eind 2017 werd in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de ‘NICA Act’ (Nicaragua Investment Conditionality Act) aangenomen, die additionele internationale leningen aan Nicaragua – van groot belang voor de economische groei van het land – moest blokkeren. Het is binnen die regionale context dat de Nicaraguaanse regering op de massale protesten van de bevolking met toenemend geweld reageert.

    Eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was

    ‘Ik voelde me vereerd in het gezelschap te verkeren van de Nicaraguaanse studentenleiders die hun leven wagen voor de vrijheid…’, zo luidt de tweet bij de foto waarop drie Nicaraguaanse studenten poseren met de Texaanse Republikein Ted Cruz. Nog breder is hun glimlach op de foto met Ileana Ros-Lehtinen (de drijvende kracht achter de NICA Act) of met Marco Rubio, twee mensen met wie ze zich ook lieten fotograferen tijdens hun bezoek aan de VS, dat gefinancierd werd door Freedom House, de aan de CIA gelieerde organisatie die in de jaren tachtig een vinger in de pap had van de zogenaamd ‘anticommunistische’ psychologische oorlog in Midden-Amerika en die zich tegenwoordig ook bemoeit met bepaalde groeperingen binnen de Venezolaanse oppositie. Dezelfde organisatie die de Argentijnse mediamagnaat Héctor Magnetto in 2016 vereerde met de Prijs voor Vrijheid van Meningsuiting. Ook het National Democratic Institute (NDI) en de National Endowment for Democracy (NED), twee studentenorganisaties uit de VS, zijn actief in Nicaragua.

    Volgens officiële cijfers heeft de NED tussen 2014 en 2017 4,2 miljoen dollar aan verschillende lokale organisaties uitgedeeld. De Nicaraguaanse studenten brachten ook een bezoek aan El Salvador, waar ze een ontmoeting hadden met de burgemeester van de hoofdstad en gedeputeerden van ARENA, de Nationalistische Republikeinse Alliantie, die de harde kern vormt van politiek rechts in het land. De tournee zorgde voor heftige discussies binnen de Nicaraguaanse studentenorganisaties, want eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was, terwijl tevens het gebrek aan leiderschap en de complexiteit van de binnenlandse verhoudingen aan het licht kwamen. Daarin schuilt het grootste obstakel voor een democratisch-politieke uitweg uit de crisis, die zowel het pact tussen de sociaal-economische elites als de Noord-Amerikaanse inmenging het hoofd kan bieden.

    Ontoereikende stap

    Nadat Daniel Ortega eind juli 2018 een deel van de wegversperringen en blokkades had weggeruimd, gaf hij te kennen open te staan voor het uitschrijven van een referendum over het vervroegen van de presidentsverkiezingen van 2021 naar 2019. Dat idee was een goede, maar ontoereikende politieke stap. Zonder politieke veranderingen die het democratisch bestel, op het vlak van de mensenrechten en de soevereiniteit van het volk, geloofwaardig maken, kan de crisis elk moment weer losbarsten. 

  • Russisch OM legt Navalny’s organisatie plat | Draghi’s herstelplan krijgt groen licht

    Russisch OM legt Navalny’s organisatie plat | Draghi’s herstelplan krijgt groen licht

    Navalny’s organisatie opgeschort

    ‘Het proces is nog maar net begonnen [26 april], maar het team van Aleksej Navalny heeft besloten de rechter voor te zijn.’ Zoals het dagblad Nezavissimaja Gazeta meldt, hebben de 37 hoofdkwartieren van Navalny’s oppositiepartij, die beschuldigd worden van ‘extremistische activiteiten’, besloten hun activiteiten op te schorten, zonder het verbod af te wachten dat hen waarschijnlijk te wachten staat aan het eind van het proces.

    Navalny’s team weerlegt de beschuldigingen, maar zegt dat het zijn activisten en aanhangers niet in gevaar wil brengen. ‘Op verzoek van het Openbaar Ministerie zijn wij gedwongen de activiteiten van onze regionale kantoren op te schorten. Regionale sociale netwerken zullen worden bevroren en maximaal worden geanonimiseerd’, kondigden de campagneleiders van Navalny aan op de platforms Telegram en Vkontakte [het Russische Facebook].

    Lees ook:

    Naast de sluiting van de regionale kantoren eist het Openbaar Ministerie de stopzetting van de activiteiten van het Anti-Corruptie Fonds (FBK) en het Fonds voor de Verdediging van de Rechten van de Burgers, twee belangrijke organisaties die eveneens door Navalny in het leven zijn geroepen en die reeds als ‘buitenlandse agenten’ zijn opgenomen in het register van verenigingen die in Rusland actief zijn.

    ‘Als je een onderzoek van Navalny opnieuw post op sociale media, ga je naar de gevangenis’

    Het dagblad Vedomosti meldt echter dat de anticorruptieorganisatie die Navalny tien jaar geleden aan het begin van zijn politieke carrière oprichtte, heeft aangekondigd dat haar leden zullen doorgaan met hun ‘strijd tegen corruptie, tegen de regerende partij Verenigd Rusland, die van het land steelt, en tegen Vladimir Poetin, die paleizen bouwt met staatsgeld en zijn politieke tegenstanders vermoordt’.

    Lees ook:

    Volgens de Moskouse openbaar aanklager Denis Popov werken deze organisaties ‘aan het scheppen van voorwaarden die kunnen leiden tot destabilisatie van de sociale en politieke situatie, en om die reden kunnen zij als extremistisch worden bestempeld’.

    Bulldozer

    ‘De bulldozer van Justitie is nog maar net begonnen’, schrijft Vedomosti. Navalny’s netwerk zal waarschijnlijk ‘zo niet volledig worden vernietigd, dan toch ten minste ondergronds worden gedreven vóór het eindvonnis van het proces’. Zeer binnenkort zal iedereen die ook maar in de verste verte iets met Navalny’s activiteiten te maken heeft, van extremisme worden beschuldigd.

    Kommersant-commentator Dmitri Drize vermoedt dat, indien het vonnis de extremistische aard van de aan Navalny gelieerde structuren erkent, hun aanhangers en donateurs gevangenisstraffen van zes tot acht jaar kunnen krijgen. ‘Dit betekent dat het doen van giften [aan deze organisaties], het openlijk campagne voeren en het steunen van acties strafbaar worden. Als je een onderzoek van Navalny opnieuw post op sociale media, ga je naar de gevangenis.’

    Met de parlementsverkiezingen in september in het verschiet, zal ook de verkiezingsstrategie van Navalny’s organisatie, ‘slim stemmen’ genaamd, oftewel stemmen op elke kandidaat die geen lid is van Verenigd Rusland, in het vizier van Justitie komen. Alleen al het feit dat deze strategie wordt bepleit, zal als een uiting van extremisme worden beschouwd.

    Volgens Kommersant zou het slecht kunnen uitpakken voor de zittende macht als Navanly’s netwerk gedwongen wordt ondergronds te gaan: ‘Als de onvrede onder de bevolking zich opstapelt en geen uitweg vindt, kan dat [voor de regering] ernstiger gevolgen hebben dan de demonstraties en onderzoeken van Navalny’.


    Chamber of Progress, een progressieve denktank in dienst van big tech

    ‘Chamber of Progress is een nieuwe coalitie binnen de techindustrie die zich inzet voor een progressieve samenleving en economie alsmede progressieve arbeids- en consumentenrechten’, aldus de website van deze Amerikaanse organisatie, die op 29 maart werd gelanceerd.

    Een blurb verzekert: ‘Wij zijn niet zomaar een belangengroep. (…) Wij steunen overheidsbeleid dat zal leiden tot een rechtvaardiger en toleranter land, waar alle burgers profiteren van technologische vooruitgang.’

    Een lobbygroep? Een denktank? Chamber of Progress lijkt zich op het kruispunt van beide te bevinden. De organisatie wordt gefinancierd door dertien grote techbedrijven, waaronder Amazon, Facebook, Google, Twitter en Uber. ‘De groep voegt zich bij een reeds lange lijst van brancheverenigingen en lobbygroepen in deze sector’, merkt Bloomberg op, ‘nu de praktijken van deze bedrijven onder de loep worden genomen op het gebied van privacy, monopolieposities, arbeidsomstandigheden en in verband met hun rol in desinformatie’.

    Lees ook:

    Het linkse tijdschrift Mother Jones beschrijft de oprichter van de organisatie, Adam Kovacevich, als ‘een voormalige pr-bons bij Google en Lime’ [de marktleider in elektrische scooters]. Kovacevich ‘stond voorheen aan het hoofd van Google’s afdeling externe zaken en managede de regeringsrelaties voor Lime. Vervolgens werkte hij voor de Democraten in Washington’, aldus website Axios.

    ‘Deze lofzang op linkse waarden verhult een regelrechte verdediging van de voornaamste belangen van de industrie’

    Zoals Bloomberg het samenvat, is zijn doel om ‘de Democraten eraan te herinneren dat digitale bedrijven hen steunen bij het verdedigen van progressieve doelen, waaronder stemrecht, het bestrijden van klimaatverandering en het verminderen van ongelijkheid. Dit is wat de Chamber of Progress van plan is te doen, mede door het organiseren van evenementen en het publiceren van opiniestukken in de Amerikaanse pers’.

    Lees ook:

    Mother Jones waarschuwt echter: ‘Deze lofzang op linkse waarden verhult een regelrechte verdediging van de voornaamste belangen van de industrie’.

    Volgens de oprichter zal Chamber of Progress ‘zich concentreren op het reageren op voorgestelde regelgeving’, in een context waarin de Democraten (de meerderheid in het Congres) duidelijk kritischer staan tegenover Gafam (Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft) dan de Republikeinen.

    Lees ook:

    Kovacevich ‘wil voorkomen wat hij “extreme maatregelen” noemt, zoals het opsplitsen van techbedrijven’, vervolgt Mother Jones. ‘Hij haalt ook de steun van de Democraten voor vakbondsorganisatoren bij Amazon aan als een punt van zorg.’

    Axios merkt op: ‘Lobby’s volgen de macht, dus de opkomst van een centrumlinkse groepering op een moment dat die ideologie domineert in Washington viel te verwachten’.


    De beste whisky komt uit Japan

    Voor het vijfde jaar op rij zijn de World Whiskies Awards in Engeland gegaan naar een whisky van een Japans merk, Ichiro, dat wordt gemaakt in een kleine distilleerderij in Chichibu, in de buitenwijken van Tokio, bericht de Japanse krant Asahi Shimbun. Elk jaar worden er maar vijfhonderd flessen van deze speciale whisky geproduceerd en verkocht voor een prijs van 198.000 yen – 1504 euro – per stuk.


    Draghi’s coronaherstelplan krijgt groen licht

    ‘Alles liep op rolletjes’, vat Corriere della Sera samen. De twee kamers van het Italiaanse parlement hebben op dinsdag 27 april ‘groen licht’ gegeven voor het coronaherstelplan van de onlangs aangetreden premier Mario Draghi, aldus La Repubblica.

    Lees ook:

    Een ‘zeer grote meerderheid’ stemde voor het plan van 222 miljard euro, dat door de Europese Unie wordt gefinancierd en een dag eerder door de premier werd gepresenteerd. 224 stemmen voor, 16 tegen en 21 onthoudingen in de Senaat; 442 stemmen voor, 19 tegen en 51 onthoudingen in het Huis van Afgevaardigden. Voormalig ECB-voorzitter Draghi sprak van een ‘uitdaging’ die ‘we niet mogen verliezen’ omdat ‘een mislukking ernstig zou zijn voor ons en de toekomst van Europa’. Hij noemde Italië momenteel ‘een van de meest kwetsbare landen in de EU’.


    Journalist Maria Ressa wint UNESCO-prijs voor persvrijheid

    Het cultuuragentschap van de VN heeft de jaarlijkse prijs voor persvrijheid toegekend aan de Filipijnse journalist Maria Ressa, bericht The Guardian. Door haar journalistieke werk is zij het doelwit geworden van de rechterlijke macht in haar land en van haatcampagnes op internet.

    Ressa, een voormalig onderzoeksjournalist voor de Amerikaanse zender CNN en hoofd van de binnenlandse zender ABS-CBN News, beheert nu de nieuwswebsite Rappler, waarvan menig bericht de woede van de Filipijnse leider, Rodrigo Duterte, heeft gewekt.

    Ze is betrokken geweest bij vele internationale initiatieven ter bevordering van de persvrijheid, en is meerdere malen gearresteerd ‘wegens vermeende misdrijven in verband met de uitoefening van haar beroep’, aldus UNESCO.

    ‘Maria Ressa’s niet-aflatende strijd voor de vrijheid van meningsuiting is een voorbeeld voor vele journalisten over de hele wereld’, aldus de voorzitter van de internationale jury van de prijs, Marilu Mastrogiovanni. ‘Haar geval is emblematisch voor wereldwijde trends die een reële bedreiging vormen voor de persvrijheid en dus voor de democratie’, voegt de Italiaanse onderzoeksjournalist eraan toe.

    Lees ook:

  • ‘Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?’

    ‘Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?’

    Online ‘sextortion’-klachten in Libanon zijn in 2020 met 307 procent gestegen. Een onlangs aangenomen nieuwe wet die moet beschermen tegen intimidatie, geeft deze vrouwelijke activist weer een sprankje hoop op verbetering.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met virtuele intimidatie. In deze serie benadrukt de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld CIVICUS de gendergerelateerde aard van virtuele intimidatie middels verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices.

    Sinds de protesten van oktober 2019 in Libanon, beter bekend als de Oktoberrevolutie, roepen demonstranten in het hele land op tot het aftreden van de regering en uiten ze hun bezorgdheid over corruptie, slechte publieke diensten en een gebrek aan vertrouwen in de heersende klasse.

    Veiligheidstroepen hebben met ongekend geweld op de protesten gereageerd. Sinds het begin van de revolutie heeft de regering hard opgetreden tegen de vrijheid van meningsuiting en waren journalisten slachtoffer van aanvallen en bedreigingen

    Libanon wordt momenteel geconfronteerd met een aanhoudende politieke crisis, die nog eens werd verergerd door de explosie in de haven van Beiroet augustus vorig jaar. Feministen speelden een voortrekkersrol in de revolutie en zetten zich na de explosie massaal in om hulp te bieden.

    Maya El Ammar

    Maya El Ammar is een feministische schrijver, activist en communicatieprofessional die momenteel bijdraagt ​​aan verschillende mediakanalen, haar eigen opinievideo produceert over feministische en mensenrechtenkwesties en gendergerelateerde artikelen publiceert in samenwerking met onafhankelijke mediaplatforms. Daarnaast werkt ze als mediastrateeg voor een non-profit organisatie.

    Dit is het getuigenis van Maya El Ammar:

    Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?

    ‘Het lichaam van de presentator is als een snoepwinkel en een verkrachting waard’, was de reactie van een man op een video die ik in 2018 maakte, niet over suikerappels, maar over de vooringenomenheid van de Libanese media in hun verslaggeving over gevallen van vrouwenmoord. 

    ‘Als je dat voor je werk draagt ​​(…) vraag ik me af hoe je nachthemd eruitziet?’

    ‘Waarom eet je geen “banaan”?’ en: ‘Waarom zou ik iets aannemen van een onreine vrouw zoals jij?’ vroegen anderen zich af. 

    Die laatste was een reactie op mijn artikel datzelfde jaar over de kafala (voogdij): slavernij-achtige voorwaarden die worden opgelegd aan huishoudelijk personeel, en in hoeverre deze overeenkomen met huwelijkswetten in onze regio. 

    Een jaar later escaleerde het tot: ‘Beantwoord mijn e-mail en telefoontjes, anders moet ik naar je kantoor komen, Maya.’

    Dat was de eerste keer in mijn leven dat ik een advocaat raadpleegde, want deze zeer beleefde dreiging was de climax van een misselijkmakende combinatie van online en offline stalking, waanvoorstellingen, leugens en wat ik de ‘wraaktoorn’ noem van een man nadat ik een verhaal – mijn verhaal – had gemaakt zonder zijn medewerking. 

    Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met een vreemd soort acceptatie

    In mijn geval was het een mannelijke videograaf en een collega uit het maatschappelijk middenveld die ik tegenkwam. Hij is zelfs zo ver gegaan dat hij de persoon over wie het verhaal ging begon lastig te vallen, om mij te straffen. Maar gelukkig heb ik ook dat overleefd.

    Ik hield me zelfs voor wat ik nooit tegen mijn vrienden of sowieso hardop zou zeggen: dat dit nog aanzienlijk triviaal was vergeleken met de ernstiger overtredingen waarmee mijn collega’s, en vrouwen in het algemeen, worden geconfronteerd. Het ‘Het is nog geen dagelijkse bedreiging of verkrachting’-riedeltje hield me op de been, want er was zoveel wat ik wilde doen en ik wilde niet gestopt worden, laat staan in het openbaar delen wat me overkwam. 

    Nu pas realiseer ik dat terwijl ik dit schrijf, en terwijl je het leest, duizenden andere vrouwen te maken hebben met soortgelijke schendingen. 

    Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met die vreemde soort acceptatie. Ik zeg dit omdat ik denk dat wij vrouwen die vrouwenhaters en ad-hominemcommentaren altijd boven ons hoofd hebben zien zweven. Nu zijn ze geland in de digitale ruimtes die we besloten te claimen, zoals we eerder besloten de openbare ruimtes te claimen. De geschiedenis herhaalt zich soms.  

    Slachtoffer

    Dankzij onze ervaringen met gendergerelateerd geweld in de offline wereld, hebben we de realiteit, namelijk dat onze virtuele wereld enkel een natuurlijke weerspiegeling is van ons bestaan ​​buiten het scherm, gerationaliseerd. Dankzij de vrouwen wier inspirerende trajecten vaak eindigden als waarschuwing voor hun opvolgers, hebben we misschien onbedoeld geaccepteerd dat het onvermijdelijk is om door het leven te gaan als slachtoffer.

    Wij meisjes moesten blijkbaar voorbereid doch ongewapend ter aarde komen. En het ergste is het besef dat we decennia later als vrouwen nog steeds ongewapend en onvoldoende uitgerust zijn. Dus kunnen we misschien maar beter wat minder om onszelf en ons eigen welzijn geven, nietwaar?

    Als vrouwelijke journalisten en activisten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika werkt onze strijdvaardigheid destabiliserend, maar andere kwesties krijgen altijd voorrang. En dus krijgen we als onafhankelijke vrouwelijke journalisten en activisten geen bescherming of steun van hogerhand. 

    De digitale equivalenten van de vecht-of-vluchtreactie zijn negeren, blokkeren of rapporteren

    ‘Hoop op het beste, maar verwacht altijd het ergste’, zei mijn zus altijd tegen me. 

    In plaats van hoop na te jagen, koos ik ervoor op mijn hoede te zijn voor het ergste. Destijds dacht ik misschien dat ik hierdoor zou uitgroeien tot die ‘sterke, onafhankelijke vrouw’ waar Destiny’s Child over zingt. Maar later ontdekte ik dat het er eigenlijk op neerkwam dat ik met mijn angsten moest leren omgaan en mijn vecht-of-vluchtvaardigheden moest optimaliseren. De digitale equivalenten daarvan zijn negeren, blokkeren of rapporteren. 

    Nieuwe wet

    Maar rapporteren aan wie? Aan gigantische technologiebedrijven die onze veiligheid geen biet interesseert, en die prioriteit geven aan het verwijderen van taal die autoritaire en apartheidsregimes in de regio stoort boven het aanpakken van meldingen van seksistische en schadelijke inhoud? Aan bedrijven die eerder ‘gevoelige advertenties’ en politieke Arabische inhoud censureren dan te reageren op pesten, bedreigingen en intimidaties? 

    Aan nationale cybercrimebureaus die misschien effectief zijn gebleken bij het opsporen en arresteren van daders van chantage en sextortion, maar nog altijd veel effectiever in het onrechtmatig vervolgen van gebruikers van sociale media en het arresteren van journalisten, waaronder vrouwen, voor het uiten van ongewenste meningen?

    Terwijl ik deze regels schrijf, denk ik aan mijn vrouwelijke collega’s die constant gedwongen zijn om te gaan met een monsterlijk politieapparaat dat hen vrijwel altijd aanvalt op ‘wie ze zijn’, zelden op ‘wat ze zeggen’.

    Wonder boven wonder weigeren deze zelfde vrouwen zich terug te trekken en worden ze zelfs steeds vastberadener in hun missie om de corruptie en de kwelgeest onder de aandacht te brengen, om en antwoord te vinden op de vraag wie hun collega’s hebben vermoord – de onderzoekers, de denkers, de journalisten – en wie er verantwoordelijk was voor de onjuiste opslag van de 2750 ton ammoniumnitraat die half Beiroet vernietigde.

    Voor hen moet de onlangs goedgekeurde wet tegen intimidatie in Libanon zijn werk gaan doen. Deze nieuwe – zij het zwakkewet moet bescherming bieden aan alle vrouwen van wie altijd wordt verwacht dat ze steeds maar meer opofferen, terwijl zij zelf tijdens een crisis als eerste worden opgeofferd. De wet moet de 307 procent toename van officiële meldingen van online geweld tijdens de covid-19-pandemie tegengaan.

    Deze nieuwe wet, die online intimidatie omvat en ervoor kan zorgen dat de meest flagrante daders tot vier jaar in de gevangenis belanden, moet alle dappere vrouwen beschermen die individuele en collectieve actie ondernemen. En vooral moet de wet een uitkomst zijn voor degenen die besloten geen hulp te zoeken uit angst voor vergelding, en uit een gebrek aan vertrouwen en hoop. 

  • De overheid bemoeit zich al niet meer met deze Colombiaanse barrio

    De overheid bemoeit zich al niet meer met deze Colombiaanse barrio

    De enige wet die in Altos de Cazucá, Colombia, geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. De delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Sinds corona is hun speelruimte enkel vergroot. Luz Mary, en andere burgers met haar, bieden de enige vorm van verzet die mogelijk is.

    Altos de Cazucá, Soacha – Halverwege maart, als Colombia in lockdown gaat om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, weet Luz Mary wat haar te doen staat. Het is niet de eerste keer dat ze thuis zit opgesloten. De snel pratende moeder van twee kinderen doet de deur op slot, vanaf dat moment speelt haar leven zich af in de kamers van haar huis.

    Toen Luz Mary zich in het verleden in huis opsloot, was dat vanwege een andere doodsdreiging. De gewapende mannen die de dienst uitmaken in haar wijk hadden er geen doekjes om gewonden: als ze niet tijdelijk uit beeld zou verdwijnen, zou ze weleens voorgoed kunnen verdwijnen.

    ‘Er zijn dagen en weken geweest dat ik het huis niet uit kon,’ vertelt ze. ‘Je leert scherp observeren – aan de manier waarop mensen zich gedragen zie je of er iets broeit in de wijk.’

    Delincuentes

    Luz Mary is actief binnen de gemeenschap – sommige Colombianen zouden haar een ‘maatschappelijk leider’ noemen. Haar werk richt zich op de kinderen in de verpauperde wijk. Ze leidt een programma, Semillas y Raíces (Zaden en wortels) om kinderen kennis te laten maken met muziek en toneel en ze ondertussen enige basiskennis bij te brengen op het gebied van gedragsregels en hygiëne.

    Semillas y Raíces doet meer dan de deelnemers instrueren. Het programma biedt ook een veilige haven. Het huis van Luz Mary kijkt uit over een steile helling zonder verharde wegen en uit de onverharde paadjes tussen de groepen huisjes steekt her en der een waterleiding. 

    Delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Volgens de bewoners hebben deze bandieten banden met nationale drugskartels. Luz Mary zegt dat ze haar als een kwelgeest zien omdat zij de jongeren opvangt die zij proberen te ronselen – jongens en meisjes van soms nog geen negen jaar oud, die de delincuentes gebruiken om op de uitkijk te staan of om kleine klusjes te doen, in ruil voor eten of spullen die de ouders van de kinderen zich niet kunnen veroorloven.

    Semillas y Raíces is ‘een manier om van de straat te blijven en weg te blijven van de drugs,’ zegt een tienermeisje in Luz Mary’s geïmproviseerde theater op het dak. ‘Als ik niet hier zou zijn, zou ik op straat rondhangen.’

    Luz Mary’s werk is onbezoldigd – het programma levert haar niets op en ze bekostigt het zelf, met geld dat ze bijeensprokkelt met losse baantjes, het inleveren van afgedankte, herbruikbare materialen, en zo nu en dan een bescheiden gift. Het werk is ook gevaarlijk. Ze is talloze keren met de dood bedreigd. Toen ze dat meldde bij de autoriteiten, haalden die slechts hun schouders op, zegt ze. Dus probeert ze goed en zo kwaad als het gaat voor haar eigen bescherming te zorgen. Kinderen van het programma waarschuwen Luz Mary als ze ergens in de buurt dreigende woorden opvangen, en Luz Mary heeft van haar spaargeld camera’s laten plaatsen bij haar huis. ’s Avonds laat ligt ze vaak naar de wazige zwart-witbeelden te kijken en durft niet te gaan slapen. Ze moet er niet aan denken de kinderen in haar programma aan hun lot over te laten, maar ze speelt elke dag met de gedachte Altos de Cazucá te verlaten.

    Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen

    Het bijzondere verhaal van Luz Mary doet de ronde door heel Colombia. Overal in het land zien we maatschappelijk leiders, zowel in stadswijken als in dorpen – ze leveren vaak diensten en komen op voor rechten waar de overheid het laat afweten. Activisten en organisatoren nemen zo’n belangrijke positie in binnen de maatschappij dat ze een plek hebben gekregen in het historische vredesakkoord tussen de overheid en de guerrillabeweging FARC (de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia), waarin is vastgelegd dat ze overheidsbescherming zullen krijgen. Ook is in het akkoord vastgelegd dat er ingrijpende hervormingen zullen worden doorgevoerd om ongelijkheid tegen te gaan en te voorkomen dat gemeenschappen ten prooi vallen aan geweld.

    Maar waar een zekere mate van bescherming is beloofd, zijn veel maatschappelijk leiders zoals Luz Mary sinds 2016 alleen maar geconfronteerd met nog meer dreiging. De afgelopen vier jaar heeft een golf van geweld meer dan 415 maatschappelijk leiders het leven gekost. De coronapandemie heeft die trend alleen nog maar versterkt. Door een landelijke lockdown van zes maanden zitten mensen als Luz Mary als weerloze slachtoffers thuis. Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen. De beleidsmakers, die toch al vaak de ogen sluiten voor de benarde situatie op plekken als Altos de Cazucá, worden nu goeddeels in beslag genomen door de crisis in de gezondheidszorg.

    Luz Mary is bij toeval uitgegroeid tot maatschappelijk leider nadat ze was verhuisd naar een sloppenwijk op een heuvel in Soacha, een stad ten zuiden van Bogotá, zonder te weten in wat voor ellende ze daar zou belanden. Inwoners zeggen dat ze wel begrijpen dat Soacha zo’n sterke aantrekkingskracht uitoefent op drugshandelaren, milities en guerrilla’s – je hoeft alleen maar naar de kaart te kijken. De snelweg die de stad in tweeën snijdt is de voornaamste verbinding tussen de hoofdstad en het zuiden van Colombia, met de grote havenstad Buenaventura. Wat nog een extra aantrekkingskracht uitoefent op criminelen, zijn de poreuze, meanderende grenzen tussen de verschillende wijken van Soacha en Bogotá zelf. De politie houdt de hoofdweg in de gaten, maar niemand controleert de stroom mensen en goederen die overal de ongemarkeerde gemeentegrens overgaat die door glooiende heuvels vol geïmproviseerde huisjes loopt.

    ‘Er is hier sprake van een juridisch en administratief vacuüm,’ zegt een jonge leider die aan de grens woont. ‘Deze buurt is van niemand.’

    Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht

    In 1990 beschouwde het oostelijke front van de FARC de corridor Soacha-Bogotá als een essentieel onderdeel van de strategie om de hoofdstad te omsingelen. De FARC stationeerde strijders op plekken als Altos de Cazucá. Vervolgens mengden paramilitaire groepen van de andere kant zich in de strijd. Deze rechtse milities, een buitengerechtelijke strijdmacht die is gelieerd aan de staat, deden rond 1997 hun intrede in Soacha, omdat zowel zij als de regering de guerrilla’s uit Bogotá wilden verdrijven en wilden voorkomen dat de FARC haar doel zou bereiken.

    Vanaf dat moment is Altos de Cazucá een broeinest van geweld. Tussen 2003 en 2006 zijn duizenden paramilitairen gedemobiliseerd, maar volgens de inwoners van veel buurten in Soacha zijn ze nooit echt vertrokken. De namen zijn veranderd maar de structuren zijn ongewijzigd, en dat geldt met name voor de hiërarchieën die zijn verbonden met de illegale economie. Vandaag de dag lopen er geen geüniformeerde mannen meer door de straat, zoals de paramilitairen ooit deden. Maar de delincuentes hoeven geen gevechtstenue te dragen om de bevolking angst in te boezemen. Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht.

    Net als in de tijd van de guerrilla’s en paramilitairen, zijn de wijken van Soacha nog altijd belangrijke corridors, met name voor drugs maar ook voor wapens en andere smokkelwaar, en voor illegale immigranten. Cocaïne, crack en marihuana gaan naar Bogotá, de rijkste binnenlandse afzetmarkt. Grondstoffen en andere producten die nodig zijn voor de bereiding van cocaïne, gaan Bogotá uit. De autoriteiten hebben cocapasta in beslag genomen, maar ook bewerkte cocaïne, wat erop duidt dat er in Soacha vermoedelijk drugslaboratoria zijn gevestigd die waarde – en winsten – toevoegen aan de aangevoerde smokkelwaar.

    De wetteloosheid die de hellingen van Soacha zo lucratief maakt voor de drugshandel maakt diezelfde hellingen betaalbaar voor de vele arbeiders die werken in Bogotá maar zich de hoge huren daar niet kunnen veroorloven. Plaatselijke overheden noemen Soacha ‘een vat vol slachtoffers’ omdat een groot deel van de bevolking naar Soacha is getrokken na van huis en haard te zijn verdreven in een binnenlandse strijd die al meer dan een halve eeuw woedt. De afgelopen jaren zijn er ook tienduizenden Venezolaanse immigranten naar het gebied getrokken. Officieel telt Soacha 645.000 inwoners, maar Crisis Group heeft van de inwoners zelf en van het stadsbestuur begrepen dat het bevolkingsaantal in werkelijkheid de miljoen is gepasseerd. De mensen leven – vaak dicht opeengepakt – in niet meer dan 200.000 onderkomens, waarvan vele worden bedreigd door aardverschuivingen of overstromingen.

    De sloppenwijken van Soacha staan lokaal bekend als invasiones omdat vele zijn gebouwd op privéterrein, of op land dat met geweld is ingenomen. Daarbij wordt telkens hetzelfde patroon gevolgd: tierreros, machtige makelaars met banden met de georganiseerde misdaad – delincuentes ofwel corrupte politici – leggen beslag op stukken land om er ondermaatse huizen te bouwen. Vervolgens verkopen de tierreros die aan straatarme mensen, die zelfs een lening krijgen aangeboden om de aankoop te kunnen bekostigen. Om de zoveel jaar verkopen de makelaars hetzelfde stuk land weer door en zetten de bewoners uit, die geen juridische hulp kunnen inschakelen.

    Lokaasmethode

    Luz Mary is maar al te bekend met deze lokaasmethode. Zij en haar man konden zich geen huis permitteren in Bogotá, maar een terriero wist hen ervan te overtuigen dat ze in Altos de Cazucá wel een eigen huis konden kopen. Omdat de verkopers zeiden dat de grond binnen een aantal jaar zou worden gelegaliseerd, sloten ze een lening van enkele duizenden dollars af om het huis te kunnen betalen. Ze hebben hun schuld nog lang niet afbetaald, maar inmiddels is duidelijk dat het stukje grond nooit hun bezit zal worden.

    Soacha kent een aantal overheidsvoorzieningen en de clandestiene handelaren proberen overal van te profiteren, van het openbaar vervoer tot aan de watervoorziening, waardoor de armlastige inwoners het alleen nog maar zwaarder krijgen. Veel winkeliers betalen een ‘vaccin’-belasting aan lokale groepen die beweren voor bescherming te zorgen. Die groepen maken zich schuldig aan afpersing en wie niet meewerkt, wordt daar meedogenloos voor gestraft. Door mensen te vermoorden die hun het hoofd bieden, geven ze een duidelijke boodschap af wie er de baas is.

    Toen Luz Mary nog klein was, ging ze met haar moeder mee naar Bogotá, op de vlucht voor paramilitair geweld in een klein plaatsje niet ver van Manizales, in het westen van het land. Daarvoor woonden ze in Suba, een arbeiderswijk in het noordwesten van Bogotá. Luz Mary vertelt: ‘We gingen naar de stad in de hoop op een beter leven, maar we werden geconfronteerd met nog grotere problemen.’ Haar jeugd is getekend door armoede, onveiligheid en misbruik.

    Tegen de tijd dat ze een jonge vrouw is, moet Luz Mary de grootste moeite doen om de eindjes aan elkaar te knopen in Suba. Als ze net zwanger is, verhuist ze met haar man naar Altos de Cazucá, in de hoop op een nieuw begin. Binnen enkele weken nadat ze hun intrek hebben genomen in het huisje van twee verdiepingen dat een tierrero hun heeft verkocht, wordt hun hoop getemperd. Ze komt tot de ontdekking dat er twee drugverkooppunten – ollas – in hun huizenblok zijn, eentje iets hoger op de heuvel en eentje vlak naast hun huis. De hogergelegen olla wordt gedreven door een paramilitaire groep; de lagergelegen olla wordt naar verluidt gerund door ‘guerrilla’s’. Haar buren zijn verslaafd aan crack. Luz Mary leert haar kinderen hun handen voor hun ogen te houden en hun oren dicht te stoppen, om ze af te schermen van de afschuwelijke beelden en geluiden in de buurt.

    Langzaam krijgt Luz Mary een beeld van wat er om haar heen gebeurt. Lokale bendes drijven de drugverkooppunten en persen plaatselijke winkeliers af. Maar het zijn niet zomaar boefjes die hun kans schoon zien. Zoals de buren uitleggen maken deze groepen deel uit van groter en doelgerichter geheel. De staatsombudsman van Colombia, die tot taak heeft de mensenrechtensituatie in beeld te brengen, noemt deze opzet tercerización. Het is een soort piramide-achtige bedrijfsstructuur waarin gewapende, kartelachtige groepen de macht over een bepaalde buurt uitbesteden aan plaatselijke milities. De grotere groepen betalen de voetsoldaten meestal uit in drugs, die de laatsten weer doorverkopen om in hun levensonderhoud te voorzien. De overkoepelende organisatie wast de handen in onschuld aangezien het de delincuentes zijn die geweld gebruiken om hun macht te behouden.

    Geleidelijk, maar gaandeweg steeds sneller, vallen Luz Mary en haar man ten prooi aan een depressie – ze zitten gevangen in een turbulente situatie door de schuld die ze zijn aangegaan nadat ze zonder het te weten een stuk gestolen land hebben gekocht.

    Muziek

    Op een wel heel troosteloze dag pakt de man van Luz Mary, gezeten op hun geel met bruine bank, zijn oude gitaar en begint te zingen. De muziek raakt hen, en op dat moment realiseren ze zich dat ze twee keuzes hebben. Ze kunnen blijven hangen in hun situatie of ze kunnen, om de woorden van Luz Mary te gebruiken ‘afrekenen met het idee dat ze slachtoffer zijn’ en iets dóén. Ze zijn allebei geschokt dat voor veel kinderen in de buurt geweld de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Het is onvoorstelbaar waar kinderen allemaal aan wennen,’ zegt Luz Mary.  Dat is het moment waarop ze besluit op zoek te gaan naar een manier om die kinderen te helpen.

    Luz Mary en haar man zien muziek als de beste manier om jonge mensen te bereiken. Maar eerst moeten ze de kinderen zo ver zien te krijgen dat ze zich aansluiten bij een gestructureerd programma. De delincuentes delen eten uit om de jongeren te paaien, dus besluiten zij hetzelfde te doen.

    Luz Mary herinnert zich de eerste kinderen die haar huis binnen kwamen stommelen en nieuwsgierig om zich heen keken, op zoek naar een reden om te blijven. In het begin komen er maar een paar kinderen, later zijn dat er tientallen. Luz Mary begrijpt dat ze zullen moeten beginnen bij de basis. ‘De kinderen die kwamen, stonken verschrikkelijk,’ zegt ze. ‘Ze wasten zich niet en ze hadden een grote mond, want de mentaliteit die ze meekrijgen is dat ze toch niets voorstellen.’ Als ze één ding kon bereiken, dacht ze, dan was dat om die jongeren een ander zelfbeeld te geven.

    Het programma dat ze samen met haar man opzet, Semillas y Raíces, bestaat uit muziekles, kleinschalige toneelvoorstellingen en kleine buurtprojecten, In de begintijd van Semillas y Raíces laat het staatswaterleidingbedrijf de inwoners weten dat ze gratis water krijgen als ze een eigen aquaduct bouwen. Luz Mary en de kinderen gaan aan de slag, storten beton en leggen een voor een de leidingen. 

    Bij het uitbreken van de pandemie komt de overheidssteun traag op gang en verdwijnen allerlei baantjes. Semillas y Raíces schraapt alles bij elkaar om ouderen en hulpbehoevenden in de buurt eten te kunnen geven. In september en oktober zijn de kinderen en andere inwoners weken in de weer om een steile lokale weg te plaveien zodat de regen niet de huizen binnen stroomt.

    ‘We roeien met de riemen die we hebben en we werken ons uit de naad,’ zegt Luz Mary. ‘We krijgen geen enkele hulp. We recyclen en we verkopen van alles en nog wat om aan geld te komen. We krijgen eten dat anders weggegooid zou worden.’

    Momenteel zijn er meer dan honderd kinderen die geregeld bij Luz Mary over de vloer komen en die zijn uitgegroeid tot een soort broertjes en zussen van haar eigen kinderen. De kinderen hoeven niets te betalen, al dragen sommige ouders bij wat ze maar kunnen missen. Sommige kinderen komen zonder dat hun ouders het weten, soms omdat hun vader of moeder lid is van de gewapende groepering. Om die kinderen te beschermen, maakt Luz Mary een afspraak met hen. Als ze elkaar op straat tegenkomen, doen ze of ze elkaar niet kennen.

    ANP 359045489 1 1 1
    © Joaquin SARMIENTO / AFP

    De bedreigingen beginnen zodra duidelijk wordt dat Semillas y Raíces effect sorteert. Het aquaductproject van Luz Mary valt slecht bij sommige bewoners die zelf de watertoevoer in de hand hadden willen houden om zo weer andere bewoners te kunnen afpersen. Later komt Luz Mary erachter dat een van de mannen die zich benadeeld voelt een huurmoordenaar in de arm heeft genomen – een man van eenentwintig die al tientallen moorden op zijn naam zou hebben staan. Ze is bang dat er nog altijd een prijs op haar hoofd staat.

    Dan volgen de berichtjes op haar telefoon. De eerste keer leest Luz Mary het berichtje niet eens – meestal is het reclame, of onzin. Als ze er toevallig wel een keer een blik op werpt, raakt ze in paniek door de mengeling van gedetailleerde dreigementen en beledigingen. Er wordt een ultimatum gesteld: ze krijgt twintig dagen om uit Soacha te vertrekken en anders komen ze haar vermoorden, staat er. Ze is van mening dat haar ‘vergrijp’ tweevoudig is. Om te beginnen heeft haar programma de vijver drooggelegd van jonge rekruten voor de bendes. Ten tweede heeft het programma met behulp van kleine giften genoeg geld bij elkaar weten te sprokkelen om T-shirts te laten drukken – wat leidt tot geruchten dat Semillas y Raíces geen armoedig clubje is, maar een rijke organisatie die geld probeert te verdienen.

    Doodsbang daalt Luz Mary de helling af in de hoop op hulp van de autoriteiten in het centrum van Soacha. Rondom het plein, daterend uit de koloniale tijd, staan overheidsgebouwen, waar merendeels overwerkte ambtenaren de rijen mensen te woord staan die zich dag in dag uit melden met hun problemen. Luz Mary vertelt dat ze naar de officier van justitie is gegaan om een aanklacht in te dienen. Ze zegt dat ze ook naar het politiebureau en de ombudsman is gegaan om melding te maken van de doodsbedreigingen. De dagen verstrijken en ze hoort niets. ‘Ik stond weer met beide benen op de grond,’ zegt ze. ‘Ik begreep dat niemand me te hulp zou komen.’

    De buren raden haar aan zich een tijdje gedeisd te houden. Als ze ophoudt met haar werk, zeggen ze, zullen de bedreigingen ook wel ophouden. Ze weet nog dat ze op het gemeentehuis hetzelfde advies kreeg, toen ze daar maanden later aan de bel trok. ‘Ik vertelde mijn verhaal, maar ze zeiden dat ik zelf verantwoordelijk was voor de situatie, gezien de plek waar we wonen.’

    Wanneer maatschappelijk leiders op een dergelijke manier worden bedreigd, moeten volgens de Colombiaanse wet de plaatselijke overheden als eerste reageren. Maar hoewel Soacha elk jaar tijdelijk andere huisvesting regelt voor een beperkt aantal mensen dat met vergelijkbare bedreigingen te maken krijgt, schiet de reactie van de overheid vaak te kort en dan kunnen de maatschappelijk leiders eigenlijk nergens meer terecht. Luz Mary hoopt in aanmerking te komen voor het beschermingsprogramma van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat grofweg zo’n vijfduizend maatschappelijk leiders in heel Colombia helpt met kogelvrije vesten of zelfs bodyguards.  Ze is maanden bezig om de vereiste papieren bij elkaar te krijgen en het ingewikkelde aanvraagformulier te doorgronden, dat ze uiteindelijk ingevuld en wel afgeeft op een politiebureau. Dit jaar alleen al hebben bijna zevenduizend leiders hulp gevraagd bij deze instantie – slechts zestien procent van de aanvragen is gehonoreerd.

    Inmiddels vertrouwt Luz Mary voor haar veiligheid niet langer op de overheid, maar op het netwerk dat ze met Semillas y Raíces heeft opgebouwd. Meer dan eens is ze door kinderen uit gezinnen die banden hebben met de gewapende bandieten gewaarschuwd dat hun ouders het over haar hadden. Dat is voor haar het teken om zich binnenshuis op te sluiten, met als enige gezelschap haar beveiligingscamera’s. Ze registreert alles wat zich op straat afspeelt, tot diep in de nacht, en als er echt iets gebeurt hoopt ze dat haar camera’s het allemaal hebben vastgelegd. 

    Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen

    Door de pandemie is alles anders. Zoals Luz Mary zegt: ‘Alle problemen die in onze gemeenschap spelen komen nu naar de oppervlakte – en ineens zijn het er drie keer zoveel.’

    Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona – en de lockdown om de verspreiding van het virus een halt toe te roepen – als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen. Omdat er maar weinig lokale autoriteiten zijn om de lockdown af te dwingen, hebben de delincuentes hun eigen beperkingen aan de bewegingsvrijheid ingesteld. In augustus meldt de ombudsman dat er bepaalde groepen in Soacha zijn die bepalen welke winkels wel of niet open mogen om bevoorraad te worden, waarmee ze duidelijk laten zien wie de macht in handen heeft in Altos de Cazucá. De enige wet die hier geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. Wie een bedreiging meldt of in het geweer komt tegen de intimidatie wordt bestempeld tot sapo, informant. Wie de gewapende groeperingen ook maar een strobreed in de weg legt, loopt gevaar. Alleen al het melden van een misdaad kan beteken dat je tot vijand wordt bestempeld. Luz Mary zegt dat er tijdens de lockdown twee mensen zijn vermoord, maar dat ‘niemand zijn mond open heeft gedaan’.

    De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger

    De scholen in Colombia zijn sinds maart gesloten vanwege de pandemie, wat de gewapende groeperingen nieuwe kansen biedt om de kinderen los te weken van hun gezin. De meeste kinderen in Soacha volgen geen virtuele lessen; in plaats daarvan krijgen ze opdrachten mee die een zekere mate van ouderlijke supervisie vereisen – en dat is voor veel gezinnen domweg te hoog gegrepen. In juni heeft de inspecteur-generaal melding gemaakt van een toenemend aantal kinderen dat wordt gerekruteerd in stedelijke gebieden zoals Soacha, waar jongeren zich aansluiten bij de plaatselijke bendes of zelfs bij gewapende groeperingen verspreid over het hele land. Maatschappelijk leiders die het ergste proberen te voorkomen moeten nog meer moeite doen dan voorheen om die kinderen een veilige omgeving te bieden.

    Onlangs heeft Luz Mary haar buurtgenoten bij elkaar geroepen voor een toneelles – in de nieuwe realiteit van corona. ‘De enige manier om op dit soort plekken les te geven is door een interactieve school op te zetten,’ zegt ze. Een man gekleed in een vuilniszak en met een geschminkt gezicht loopt met gespreide armen van de ene kant van de straat naar de andere. Hij doet alsof hij een vliegtuig is dat het virus van het ene land naar het andere brengt. Hij ‘infecteert’ iedereen die hij aanraakt.

    De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger. ‘Er gebeuren hier de meest vreselijke dingen,’ zegt ze. ‘Er komt geen einde aan de dreigementen. Soms heb ik het gevoel dat ik het niet langer aankan. Maar dan vraag ik me af: als ik het niet meer doe, wie moet het dan doen? (…) Er gebeuren veel afschuwelijke dingen in het leven. Mijn bijdrage aan deze wereld is dat ik deze kinderen iets leer.’ 

  • Deze Filipijnse journalist strijdt elke dag tegen haar angst

    Deze Filipijnse journalist strijdt elke dag tegen haar angst

    Een persoonlijke getuigenis van de Filipijnse journalist Inday Espina-Varona.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met online-intimidatie. In deze serie benadrukt CIVICUS, de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld, de gendergerelateerde aard van online-intimidatie door middel van verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices [een internationale gemeenschap van schrijvers, bloggers en digitale activisten].

    Sinds president Rodrigo Duterte in 2016 aan de macht kwam, bevindt het maatschappelijk middenveld op de Filipijnen zich in een vijandige omgeving. Moorden, arrestaties, bedreigingen en intimidatie van activisten en critici van de regering blijven vaak onbestraft. Volgens de Verenigde Naties wordt het belasteren van mensen met een afwijkende mening ‘in toenemende mate geïnstitutionaliseerd en genormaliseerd op manieren die zeer moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt’.

    Ook wordt in de Filipijnen hardhandig opgetreden tegen onafhankelijke media en journalisten. Het bedreigen en aanvallen van journalisten, evenals de inzet van trollenlegers en onlinebots, vooral tijdens de pandemie, hebben bijgedragen aan zelfcensuur – met een huiveringwekkend effect op het medialandschap en grote gevolgen voor het grote publiek.

    Red-tagging

    Een tactiek die de regering steeds vaker gebruikt, is om activisten en journalisten te bestempelen als ‘terroristen’ of als ‘communistisch front’, met name diegenen die kritiek hebben geuit op Dutertes dodelijke ‘oorlog tegen drugs’, die al aan duizenden mensen het leven heeft gekost. Dit proces, dat in de Filipijnen bekend staat als ‘red-tagging’, brengt voor activisten het risico met zich mee dat ze in handen vallen van de staat of van regeringsgezinde milities. Sommigen die een ‘red tag’ kregen, werden later vermoord. Anderen kregen in privéberichten of op sociale media doodsbedreigingen of werden bijvoorbeeld beschuldigd van seksueel misbruik.

    Vanwege de grootschalige straffeloosheid is er vrijwel geen sprake van aansprakelijkheid voor aanvallen tegen activisten en journalisten. Rechtbanken in de Filipijnen bieden geen gerechtigheid. Het maatschappelijk middenveld heeft opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek om de ernstige schendingen aan te pakken.

    ‘Zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie’

    Het verhaal van Inday Espina-Varona.

    ‘Het geluid van Tibetaans klokkenspel en stromend water ging over in het constante trillen van mijn telefoon in de nacht dat tientallen bezorgde vrienden een Facebookbericht aan me doorstuurden van mijn gezicht met daarboven een schreeuwende kop, die impliceerde dat ik informatie had doorgespeeld aan communistische guerrillastrijders.

    Oude heks, menopauzekreng, persoon “van verwarde seksualiteit” – zo word ik op sociale media genoemd. Trollen verzoeken routinematig om mijn arrestatie als communist. Maar de actie op 4 juni 2020 was anders. Een anonieme rechtse Facebookpagina beschuldigde mij van terrorisme, van het inbreken in en het doorspelen van gevoelige, vertrouwelijke militaire informatie aan rebellen.

    Die avond beperkte mijn avondeten zich tot twee happen. Mijn maag voelde als een zak stenen die op een kwaadaardige stroming in de rondte draaiden. Mijn verzameling zenmuziek, urenlang naar de sterren staren, grote hoeveelheden kalmerende olie – niets hielp om in slaap te komen.

    Eentje vroeg hoe het voelde om ‘de muze van terroristen’ te zijn

    De volgende dag meldden zich vreemden via Messenger. Eentje vroeg hoe het voelde om “de muze van terroristen” te zijn. Een ander zei: “Maghanda ka na bruha na terorista” (“Bereid je maar voor, jij terroristische heks”). Een derde zei in vulgaire taal dat ik het eerste schot in de vagina moest krijgen, een verwijzing naar wat president Rodrigo Duterte zijn soldaten ooit opdroeg om met vrouwelijke rebellen te doen.

    Ik ben 57 jaar oud, en een kankerpatiënt met een chronisch slechte rug. Ik sluip ’s nachts niet rond. Ik trek niet rond over het platteland. Ik schrijf niet eens over het leger. Maar wekenlang voelde ik me een doelwit op een schietbaan. Wekenlang gluurde ik in zijspiegels naar motorfietsen met twee passagiers – die vaak worden vermeld in berichten over moorden.

    Ook zag ik de grotere dreiging in. Deze aanval was niet gericht op ideeën of woorden. De aanklacht betrof een handeling waarop gevangenisstraf stond, of erger. Zoals ook sommige militaire functionarissen overkomt.

    Niet verrassend; de huidige regering houdt zich weinig bezig met feiten. Ze gebruikt “communistisch” als een verzamelnaam voor alles wat de Filipijnen bezighoudt. Anonieme groeperingen hebben bijna driehonderd andersdenkenden gedood, en deze aanvallen volgden meestal op red-taggingcampagnes. Ook werden sinds Duterte in 2016 aan de macht kwam negentien journalisten vermoord.

    Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem

    Journalisten, wetgevers, voorvechters van burgerlijke vrijheden en internetgebruikers noemden het bericht al een leugen. Tientallen meldden het bericht bij de beheerder. Waaronder ikzelf. We kregen allemaal een geautomatiseerd antwoord: het bericht was niet in strijd met de voorwaarden van Facebook.

    Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem, maar toch verzamelde ik bewijs alvorens contact op te nemen met de managers van Facebook. Mijn normale reactie op beledigende berichten op Facebook of Twitter is een lachende emoji en een block. Bedreigingen zijn een andere zaak.

    “Laten we eens kijken hoe dapper je bent als we je komen opzoeken in de straat waar je woont” wisten we te traceren tot een Filipijnse criminoloog die in een Japanse bar werkte. Hij verontschuldigde zich en verwijderde het bericht.

    Nadat ik Duterte factcheckte op zijn gewoonte om verkrachting af te schuiven op drugsgebruik, zei iemand dat mijn “verdedigingsverslaafdheid” moest worden bestraft met de verkrachting van mijn dochter.

    “Dat zou je moeten leren”, luidde de boodschap van een account zonder teken van leven. Een ander zei dat hij mij zou komen verkrachten. Beide accounts hadden dezelfde eigenschappen. Ze linkten naar vergelijkbare accounts. Facebook verwijderde deze, evenals de journalist-ontpopt-zich-tot-rebelse-spionpagina.

    Gevaren trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting uit te oefenen, is niet hetzelfde als een regering die deze rechten respecteert

    De publieke druk om producten van trollen op te ruimen heeft het aantal haatboodschappen doen afnemen. Maar er is nog altijd een toename in het aantal anonieme pagina’s die zijn gericht op red-tagging, waarvan politie- en militaire functionarissen en regeringsaccounts de berichten verspreiden.

    Sommige officieren werden zelfs ontmaskerd als het brein achter dergelijke pagina’s. Toen Facebook onlangs verschillende accounts verwijderde die aan de strijdkrachten werden gelinkt, waren regeringsfunctionarissen woedend en brulden ze valse beweringen over “een aanval op de vrijheid van meningsuiting”.

    Deze reactie illustreert hoe onofficiële en officiële platforms in ons land verbonden zijn en vaak overeenkomstig optreden. Wat begint als desinformatie op sociale media, kan vervolgens worden opgepikt door de overheid of dankzij een officiële uitspraak een extra boost krijgen op diezelfde sociale media.

    Gerechtigheid werkt traag

    We hebben officieel klachten ingediend tegen een aantal overheidsfunctionarissen, inclusief degenen die betrokken zijn bij de meest fanatieke antiopstandgroep op Facebook. Maar gerechtigheid werkt traag. Ondertussen doe ik ademhalingsoefeningen en probeer ik voorzorgsmaatregelen te nemen.

    Ambtenaren ontkennen elk onderdrukkend effect van deze continue aanvallen af, omdat Filipino’s in het algemeen, en journalisten in het bijzonder, zich blijven uitspreken. Maar gevaren moeten trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting te kunnen blijven uitoefenen, is iets anders dan een regering hebben die deze rechten respecteert.

    Twee jaar geleden vroeg journalist Patricia Evangelista van Rappler aan een kleine groep collega’s wat ons zou doen zwijgen. “Niets”, was de eenduidige reactie. En dus vecht ik elke dag tegen mijn angst. Ik moet wel, want zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie. En daar zal ik nooit aan toegeven.’

    Inday Espina-Varona

    Inday Espina-Varona is een bekroonde journalist uit de Filipijnen en redacteur voor ABS-CBN News en het katholieke persbureau LiCAS.news. Ze is voormalig voorzitter van de National Union of Journalists of the Philippines (NUJP) en de eerste journalist uit het land die de Reporters Without Borders (RSF)-prijs voor Onafhankelijkheid ontving.

  • Hoe Facebook zich ondanks plechtige beloften nog altijd leent voor politici die het publiek willen misleiden

    Hoe Facebook zich ondanks plechtige beloften nog altijd leent voor politici die het publiek willen misleiden

    Na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 beloofde Facebook plechtig om misbruik voor politieke doeleinden aan te pakken. Desondanks zijn politici nog steeds in staat om via Facebook het publiek te misleiden of tegenstanders lastig te vallen, ook als het bedrijf ervan weet.

    Julia Carrie Wong, correspondent van The Guardian in San Francisco, beschrijft hoe The Guardian inzage kreeg in uitgebreide interne documentatie die laat zien hoe Facebook is omgegaan met politiek manipulatief gedrag in meer dan dertig gevallen in vijfentwintig landen. Dergelijk ‘niet-authentiek’ gedrag, zoals Facebook het zelf noemt en dat volgens de regels van het bedrijf ontoelaatbaar is, werd ontdekt én gemeld door personeel van Facebook, maar het bedrijf liet het na er iets mee te doen.

    Uit het onderzoek door The Guardian blijkt dat Facebook misbruik van zijn platform toeliet in arme, kleine, niet-westerse landen, omdat het bedrijf prioriteit geeft aan misstanden die aandacht van de media trekken in rijke landen. Meer specifiek: Facebook handelde snel als het ging om politieke manipulatie in landen als de VS, Taiwan, Zuid-Korea en Polen, maar kwam langzaam of helemaal niet in actie als het gevallen betrof in Afghanistan, Irak, Mongolië, Mexico en een groot deel van Latijns-Amerika.

    Fiasco

    Na het historische fiasco van de Amerikaanse verkiezingen van 2016, toen Russische agenten niet-authentieke Facebook-accounts gebruikten om Amerikaanse kiezers te misleiden en tegen elkaar op te zetten, deed Facebook een plechtige belofte om door de staat gesteunde politieke manipulatie via het platform te bestrijden. Maar sindsdien heeft het bedrijf herhaaldelijk nagelaten om tijdig actie te ondernemen op momenten dat het werd geconfronteerd met bewijs van ongebreidelde manipulatie en misbruik door politieke leiders van over de hele wereld.

    ‘Er wordt veel schade aangericht via Facebook, waarop het bedrijf niet reageert omdat deze schade niet wordt beschouwd als een pr-risico’, aldus Sophie Zhang, voormalig datawetenschapper bij het bedrijf. Zhang werkte bij de zogenoemde ‘integriteitsafdeling’ van Facebook, die ongebruikelijk gedrag moet bestrijden. ‘De schade die wordt aangericht door manipulatie raakt niet Facebook, maar de rest van de wereld’, meent Zhang.

    Facebook ontsloeg Zhang in september 2020 wegens ‘ondermaatse prestaties’. Op haar laatste dag publiceerde ze een afscheidsmemo van bijna zevenduizend woorden waarin ze beschreef hoe ze ‘meerdere flagrante pogingen van buitenlandse nationale regeringen had ontdekt om het platform op grote schaal te misbruiken ter misleiding van hun burgers’. Ze beschuldigt Facebook ervan die misstanden niet te hebben aangepakt. ‘Ik weet inmiddels dat ik bloed aan mijn handen heb’, schreef Zhang. Delen van haar memo werden vorig jaar september als eerste gepubliceerd door BuzzFeed News

    Ontoelaatbare activiteiten

    Zhang treedt nu opnieuw naar voren in de hoop dat haar onthullingen Facebook zullen dwingen rekenschap af te leggen over de invloed die het bedrijf uitoefent op de wereld. ‘We hebben gezien dat verschillende presidenten ontoelaatbare activiteiten kennelijk zo waardevol vinden voor hun autocratische ambities, dat ze niet eens de moeite nemen om ze te verhullen’, zei Zhang tegen The Guardian.

    ‘Er is voor Facebook geen sterke prikkel om dit aan te pakken, behalve de angst dat iemand een boekje opendoet en veel ophef veroorzaakt. En dat is precies wat ik nu doen. Want de hele kwestie “niet-authentieke activiteit” speelt niet echt bij het bedrijf, en je kunt iets alleen maar verbeteren als je erkent dat het bestaat.’ 

    ‘Ik heb geprobeerd dit probleem binnen Facebook op te lossen (…) Ik sprak tot in detail met mijn manager, de manager van mijn manager, verschillende teams en iedereen tot aan een vicepresident van het bedrijf toe. Ik heb herhaaldelijk geprobeerd om mensen dingen recht te laten zetten (…) Ik bood aan om gratis aan te blijven nadat ze me hadden ontslagen, maar ze zeiden nee. Ik hoopte met mijn vertrekmemo mensen te kunnen overtuigen om dingen te veranderen, maar dat is niet gelukt.’

    Liz Bourgeois, woordvoerder van Facebook, zegt in een reactie: ‘We zijn het fundamenteel niet eens met de karakterisering van mevrouw Zhang aangaande onze prioriteiten en inspanningen om misbruik op ons platform uit te bannen. We gaan agressief achter misbruik over de hele wereld en hebben gespecialiseerde teams die dit werk voor ons verrichten. Als gevolg hiervan hebben we meer dan honderd netwerken met gecoördineerd niet-authentiek gedrag verwijderd.’ 

    ‘Ongeveer de helft van die netwerken’, vervolgt de zegsvrouw, ‘betrof binnenlandse netwerken die actief waren over de hele wereld, in onder meer Latijns-Amerika, het Midden-Oosten, Noord-Afrika, en in de Aziatisch-Pacifische regio. Het is onze prioriteit om “gecoördineerd niet-authentiek” gedrag te bestrijden. We pakken ook de problemen rond spam en nepinteracties aan. We onderzoeken elk probleem voordat we actie ondernemen of er openbare uitspraken over doen.’  

    Het succesvol bespelen van het algoritme kan het verschil betekenen tussen een miljoenenpubliek of onzichtbaarheid

    Met 2,8 miljard gebruikers speelt Facebook een dominante rol in het politieke discours van bijna elk land ter wereld. Maar de algoritmes en functies van het platform kunnen worden gemanipuleerd om het politieke debat te sturen of te verstoren. Dit kan bijvoorbeeld met nepinteracties zoals likes, opmerkingen, deelacties en reacties die worden geplaatst door ‘niet-authentieke’ of gecompromitteerde Facebook-accounts. 

    Daarmee kan de publieke perceptie van de populariteit van een politieke leider worden gestuurd. Daarnaast kunnen nepinteracties van invloed zijn op het o zo belangrijke algoritme dat de berichtenstroom van Facebook, de newsfeed, bepaalt. Het succesvol bespelen van dat algoritme kan het verschil betekenen tussen een miljoenenpubliek of onzichtbaarheid.

    Zhang werd in januari 2018 door Facebook ingehuurd en toegevoegd aan een team dat zich bezighoudt met het uitroeien van nepinteracties. Ze ontdekte dat de overgrote meerderheid van nepactiviteit zich voordeed in berichten van individuen, bedrijven of merken, maar ook in wat Facebook ‘maatschappelijke’, dat wil zeggen: politieke, accounts noemt.

    Honduras

    Het meest schaamteloze voorbeeld is dat van Juan Orlando Hernández, de president van Honduras. In augustus 2018 betroffen maar liefst 90 procent van alle nepinteracties de president van het Midden-Amerikaanse land. Zhang ontdekte in die maand bewijs dat personeel van Hernández rechtstreeks betrokken was bij een campagne om de status van zijn Facebookaccount op te krikken met honderdduizenden neplikes.

    Een van de beheerders van de officiële Facebook-pagina van Hernández beheerde ook honderden andere pagina’s die leken op gewone gebruikersprofielen. De stafmedewerker gebruikte deze namaakpagina’s om berichten van Hernández te voorzien van likes, als een digitaal equivalent van het optrommelen van een ingehuurde menigte voor een toespraak.

    Deze methode om nepbetrokkenheid te verwerven, die Zhang ‘Pages-misbruik’ noemt, is mogelijk door een maas in het beleid van Facebook. Het bedrijf vereist dat gebruikersaccounts authentiek zijn en verbiedt gebruikers meer dan één account te hebben, maar dat geldt niet voor Facebook Pages, de profielen voor bedrijven, organisaties of publieke figuren. Met Facebook Pages kunnen veel handelingen worden verricht die ook met gewone accounts mogelijk zijn, zoals liken, delen en reageren.

    Deze mogelijkheid bleef open door een gebrek aan handhaving, en het lijkt erop dat de optie momenteel wordt gebruikt door de regerende partij van Azerbeidzjan om miljoenen intimiderende opmerkingen te verspreiden op de Facebook-pagina’s van onafhankelijke nieuwskanalen en Azerbeidzjaanse oppositiepolitici.

    Niet-authentiek gedrag

    Dergelijk misbruik van Facebook Pages lijkt op wat het Russische Internet Research Agency deed tijdens de Amerikaanse verkiezingen van 2016, toen het Facebook-accounts aanmaakte die zogenaamd van Amerikaanse burgers waren. Deze accounts werden gebruikt om individuen te manipuleren en politieke debatten te beïnvloeden. Facebook noemt dit ‘gecoördineerd niet-authentiek gedrag‘ (‘coordinated inauthentic behavior’ – CIB) en heeft een eliteteam van onderzoekers, zogenaamde ‘dreigingsontregelaars’, belast met de opdracht om dergelijk gedrag op te sporen en te verwijderen. In maandelijkse rapporten bericht Facebook nu over CIB-campagnes die worden ontdekt, en volgens het bedrijf worden nepaccounts en namaak-Pages verwijderd.

    Maar de ‘dreigingsontregelaars’ en tal van Facebook-managers en leidinggevenden deden aanvankelijk geen onderzoek naar misbruik in Honduras en Azerbeidzjan, ondanks bewijzen dat het misbruik in beide gevallen verband hield met de nationale regering. ‘Ik denk niet dat Honduras hier erg speelt voor de mensen’, zei een manager tegen Zhang.

    Onder de bedrijfsleiders die Zhang over haar bevindingen informeerde, bevonden zich Guy Rosen, vicepresident van de integriteitsafdeling; Katie Harbath, de voormalige directeur openbaar beleid voor verkiezingen wereldwijd; Samidh Chakrabarti, het toenmalige hoofd van de afdeling burgerlijke integriteit en David Agranovich, de leider van het wereldwijde team van ‘dreigingsontregelaars’.

    Beide gevallen waren bijzonder zorgwekkend vanwege de aard van de betrokken politieke leiders. Hernández werd in 2017 herkozen in een verkiezingsstrijd die wijd en zijd als frauduleus werd aangemerkt. Zijn regering wordt gekenmerkt door beschuldigingen van ongebreidelde corruptie en schendingen van de mensenrechten. Azerbeidzjan is een autoritair land zonder persvrijheid of vrije verkiezingen.

    Op vragen aan de persvoorlichter, advocaat en minister van Transparantie van Hernández werd niet gereageerd. De YAP, de regerende partij van Azerbeidzjan, ontkende na publicatie van dit artikel op 6 maart via zijn Pages intimiderende opmerkingen te hebben gepost op de Facebook-pagina van nieuwskanaal Azad Soz.

    ‘We moeten van bovenaf beginnen (toplanden, gebieden met topprioriteit, invloedrijke zaken, enz.) en vandaar naar beneden werken’

    Facebook had er bijna een jaar voor nodig om het Honduras-netwerk uit te schakelen en veertien maanden om de Azerbeidzjaanse campagne te verwijderen. In beide gevallen heeft Facebook vervolgens het misbruik doodleuk laten terugkeren. Facebook zegt dat het handmatige en geautomatiseerde detectiemethoden gebruikt om eerdere gevallen van CIB-handhaving in de gaten te houden en dat het ‘continu’ accounts en pagina‘s verwijdert die zijn verbonden aan eerder verwijderde netwerken. De langdurige vertragingen zouden grotendeels het gevolg zijn van het prioriteitssysteem van Facebook om het politieke discours en verkiezingen te beschermen.

    ‘We hebben letterlijk honderden of duizenden soorten van misbruik (dat betekent in ieder geval werkzekerheid op onze integriteitsafdeling, hè!?),’ liet Rosen aan Zhang weten in een chat van april 2019, nadat ze had geklaagd over het gebrek aan actie tegen Honduras. ‘Daarom moeten we van bovenaf beginnen (toplanden, gebieden met topprioriteit, invloedrijke zaken, enz.) en vandaar naar beneden werken.’

    Zhang vertelde Rosen in december 2019 dat haar was meegedeeld dat de afdeling ‘dreigingsontregeling’ alleen prioriteit zou geven aan het onderzoeken van verdachte CIB-netwerken in ‘de VS / West-Europa en buitenlandse tegenstanders zoals Rusland / Iran / enz.’ Rosen onderschreef dat: ‘Ik denk dat dat de juiste priorisering is.’

    Zhang voegde tientallen uitbreidingen toe het taakbeheersysteem van Facebook om het dreigingsinformatieteam te waarschuwen voor netwerken van nepaccounts of Pages die het politieke discours verstoorden in onder meer Albanië, Mexico, Argentinië, Italië, de Filippijnen, Afghanistan, Zuid-Korea, Bolivia, Ecuador, Irak, Tunesië, Turkije, Taiwan, Paraguay, El Salvador, India, de Dominicaanse Republiek, Indonesië, Oekraïne, Polen en Mongolië.

    Die netwerken voldeden vaak niet aan de prioriteitencriteria van Facebook wat betreft CIB-verwijderingen. Anders gezegd: Facebook liet ze begaan. En dat terwijl hun activiteiten niet in overeenstemming waren met het beleid van het bedrijf. Ze hadden moeten worden verwijderd.

    In sommige gevallen die Zhang ontdekte, waaronder die in Zuid-Korea, Taiwan, Oekraïne, Italië en Polen, ondernam Facebook snel actie, resulterend in onderzoeken door het dreigingsinformatieteam en, in de meeste gevallen, leidend tot het verwijderen van niet-authentieke accounts.

    Donald Trump

    In andere gevallen stelde Facebook het ondernemen van actie maandenlang uit. Toen Zhang in oktober 2019 een netwerk van nepaccounts ontdekte die nepinteractie creëerden voor politici in de Filippijnen, liet Facebook die langzaam uitdoven. Maar toen een klein onderdeel van datzelfde netwerk in februari 2020 een onbeduidende hoeveelheid nepbetrokkenheid begon te creëren op de Page van Donald Trump, ging het bedrijf snel over tot actie om deze te verwijderen. In een aantal andere gevallen ondernam Facebook helemaal geen actie.

    Een onderzoeker van het team van dreigingsontregelaars vond bewijs dat een Albanees netwerk, dat massaal niet-authentieke commentaren produceerde, in verband kon worden gebracht met personen in de regering, maar liet de zaak vervolgens gaan.

    Een Boliviaans netwerk van nepaccounts ter ondersteuning van een presidentskandidaat in de aanloop naar de betwiste algemene verkiezingen van oktober 2019, werd volledig genegeerd. Honderden niet-authentieke accounts die deze presidentskandidaat ondersteunden bleven actief na de laatste werkdag van Zhang in september 2020. Netwerken in Tunesië en Mongolië werden evenmin onderzocht, ondanks dat er verkiezingen waren in Tunesië en Mongolië in een constitutionele crisis verkeerde.

    “We hebben deze persoon betrapt op het beroven van een bank. Dat mag echt niet, hoor”

    Te midden van massale protesten en een politieke crisis in Irak in 2019, vroeg de Irak-specialist van Facebook om prioriteit te geven aan twee netwerken die Zhang vond. Een onderzoeker was het ermee eens dat de accounts moesten worden verwijderd, maar niemand voerde ooit een handhavingsactie uit, en op haar laatste werkdag ontdekte Zhang dat ongeveer zeventienhonderd nepaccounts die een politieke figuur in het land te steunen nog altijd actief waren.

    Uiteindelijk is Facebook zeer terughoudend als het erom gaat machtige politici te straffen. En als het bedrijf wel handelt zijn de gevolgen vaak te mild, zo stelt Zhang. ‘Stel, je hebt met succes een bank beroofd. Je straf is dat je gereedschap voor bankovervallen in beslag wordt genomen en er komt een openbare mededeling in de krant waarin staat: “We hebben deze persoon betrapt op het beroven van een bank. Dat mag echt niet, hoor.” Dat is in wezen wat er bij Facebook gebeurt. Het gevolg daarvan is, dat meerdere regeringsleiders hebben besloten dat dit een acceptabel risico is. In deze analogie is het geld al uitgegeven. Het kan niet meer worden opgeëist.’

    Op haar laatste werkdag bekeek ze de lijst met openstaande taken die ze had ingediend over nog actieve netwerken van niet-authentieke accounts en liet ze notities achter voor mensen waarvan ze hoopte dat die haar werk na haar vertrek zouden oppakken. Er waren nog steeds tweehonderd verdachte accounts die een politicus in Bolivia steunden, legde ze vast; honderd in Ecuador, vijfhonderd in Brazilië, zevenhonderd in Oekraïne, zeventienhonderd in Irak, vierduizend in India en meer dan tienduizend in Mexico.

  • Bedreiging persvrijheid in Tunesië | Idriss Déby krijgt een zesde termijn

    Bedreiging persvrijheid in Tunesië | Idriss Déby krijgt een zesde termijn

    Tsjadische president Idriss Déby Itno wordt herkozen voor een zesde termijn

    De Tsjadische Idriss Déby Itno werd bij de presidentsverkiezingen van 11 april herkozen voor een zesde termijn met 79,32 procent van de uitgebrachte stemmen, volgens de voorlopige officiële resultaten die maandag door het nationale verkiezingsorgaan Alwihdainfo.com bekend werden gemaakt. De voormalige en laatste premier van Déby, Albert Pahimi Padacké, werd tweede met 10,32 procent van de uitgebrachte stemmen. De opkomst bij deze verkiezing was 64,81 procent, zoals eveneens is te lezen op de site.

    Eerdere verkiezingen werden door oppositiepartijen bestempeld als een farce. Ook dit keer kwam zijn herverkiezing niet als een verrassing, aangezien zijn rivalen bij de verkiezingen niet veel politiek gewicht in de schaal konden brengen, schrijft o.a. het Zuid-Afrikaanse Mail&Guardian. Het Afrikaanse land wordt al sinds Déby in 1990 met een staatsgreep aan de macht kwam met ijzeren vuist geleid.


    In Tunesië zijn journalisten in oorlog met hun nieuwe CEO

    De benoeming van Kamel Ben Younes tot hoofd van het officiële Tunesische persbureau, Tunis Afrique Presse (TAP), heeft een ernstige crisis veroorzaakt. Afgelopen dinsdag schakelde de nieuwe baas zelfs de politie in om zijn kantoor te bereiken, waar journalisten de ingang blokkeerden, meldt de site van Business News

    Dit is ongehoord in de geschiedenis van het persbureau. De journalisten demonstreerden tegen zijn recente benoeming door de regering. Een aantal van hen werd door de politie met geweld aangepakt.

    De kersverse CEO van TAP, die zich al lange tijd dicht bij de macht bevindt van voormalig president Zine El-Abidine Ben Ali, wordt er door zijn werknemers van beschuldigd in dienst te zijn van de islamistische beweging Ennahda.

    Volgens de Tunesische site Kapitalis maakt Kamel Ben Younes deel uit van de RCD, de partij van ex-dictator Ben Ali; ‘De crème de la crème van wetteloze benalisten, opportunisten die klaarstaan ​​om hun vaders en moeders op de politieke markt te verkopen.’

    Bedreiging voor de persvrijheid

    ‘Waarom is het zo erg dat Kamel Ben Younes aan het hoofd van TAP wordt geplaatst?’ vraagt ​​de site Webdo.tn zich af. Mounir Souissi, journalist en lid het persbureau, legt het uit: ‘De TAP is de locomotief van de publieke media. Hichem Mechichi (het hoofd van de regering) weet dit en wil hier op deze manier invloed kunnen uitoefenen.’

    De krachtige interventie van de politie bij het gebouw van TAP lokte sterke reacties uit binnen de beroepsgroep, in het bijzonder bij de Internationale Federatie van Journalisten, die van mening is dat wat er is gebeurd niet alleen ‘een bedreiging is voor de gevestigde journalisten, maar [ook] voor de persvrijheid in Tunesië’.

    Kamel Ben Younes vertrok uiteindelijk zonder zijn kantoor te hebben bereikt. De journalisten blijven om de beurten sit-ins houden om de regering te dwingen haar besluit te herzien.


    In Ghana worden homoseksuelen achtervolgd als nooit tevoren

    Afgelopen zondag kwam in Ghana een ​​interreligieuze groep christelijke hoogwaardigheidsbekleders – priesters, pastors, dominees, bisschoppen – bijeen tijdens een nationale gebedsbijeenkomst in Accra. Het centrale thema en de titel van hun gebeden luidde: ‘Homoseksualiteit: een verfoeilijke zonde voor God.’

    Het evenement werd georganiseerd met de steun van Ghanese media en bracht vertegenwoordigers van de islam, traditionele religies, het maatschappelijk middenveld en het parlement samen. Deze invloedrijke figuren spraken ook over de criminalisering van de LGBTQI+ gemeenschap en ‘de heropvoeding, hulp en ondersteuning’ van deze ‘verloren zielen’.

    ‘Onnatuurlijke relaties’

    De golf van homofobie begon eind januari, toen LGBT+ Rights Ghana een ontmoetingsruimte in Accra opende. Het was de eerste in zijn soort en de ruimte bleef er niet lang, want het nieuws werd snel opgepakt door de lokale media.

    De eerste ronde van protest behelste een campagne waarin de regering werd opgeroepen het centrum te sluiten en de verantwoordelijken te arresteren. Leden van de regering haastten zich om zich bij het homofobe discours aan te sluiten.

    In de zeldzame interviews met homo’s vroegen journalisten hen of ze niet zelf verantwoordelijk waren voor het geweld waarmee ze te maken hadden

    Tegelijkertijd geven Ghanese media parlementsleden alle ruimte om hun homofobe opvattingen te uiten. In de zeldzame interviews met homo’s vroegen journalisten hen of ze niet zelf verantwoordelijk waren voor het geweld waarmee ze te maken hadden, door gelijke rechten te eisen.

    Op 24 februari zorgden al deze gebeurtenissen tezamen ervoor dat de politie het kantoor van de vereniging sloot, waarvan het team vervolgens onderdook. Sinds de sluiting is volgens activisten het aantal verbale en fysieke aanvallen op homoseksuelen toegenomen, vooral op het afgelegen platteland. 

    Homoseksualiteit, een ‘westers kwaad’

    Eind februari liet president Nana Akufo-Addo uit het niets weten dat hij legalisering van het homohuwelijk nooit zou toestaan. Begin maart hebben acht afgevaardigden van de regering een nieuwe versie van een eerder ingediend wetsvoorstel voorgesteld, waarin expliciet wordt opgeroepen tot strafbaarstelling van homoseksualiteit en verplichte ‘seksuele heroriëntatietherapie’ voor degenen die ervan worden ‘verdacht’.

    Veel homofoben beweren dat homoseksualiteit een product van westerse import is. Maar, zoals in veel voormalige koloniën, zijn de homofobe wetten van Ghana een residu van de Europese overheersing. De Commissie voor christelijk huwelijk en gezinsleven (CCMFL), die pleit voor het heteroseksuele gezinsmodel, werd in 1966 opgericht met financiering van een Britse organisatie, Christian Aid. Meer recentelijk hebben organisaties zoals de National Coalition for Appropriate Sexual Rights and Family Values ​​het discours van Amerikaanse evangelisten herhaald, onder meer met de officiële steun van het World Congress of Families, een organisatie gevestigd in de Verenigde Staten.

    Schaduwgevecht

    LGBT+ Rights Ghana heeft een geldinzamelingsactie gelanceerd om een ​​permanent pand te verwerven voor de huisvesting van een nieuw sociaal centrum. De vereniging heeft tot nu toe meer dan 40.200 dollar opgehaald.

    Andere verenigingen oefenen druk uit op afgevaardigden om te voorkomen dat nieuwe wetgeving wordt aangenomen die homoseksualiteit expliciet strafbaar stelt. Vanwege het risico op vervolging organiseren de meeste activisten zich ondergronds.

  • De Turkse variant op ‘I can’t breath’ | Aan eindexamen in Kenia doen veel zwangere meisjes mee

    De Turkse variant op ‘I can’t breath’ | Aan eindexamen in Kenia doen veel zwangere meisjes mee

    Electorale tegenslag voor Arauz in Ecuador  

    Ecuador koos zondag een nieuwe president. Guillermo Lasso, voormalig bankier en conservatieve kandidaat, won 52,52 procent van de stemmen uit 92,53 procent van de getelde stemmen, meldt El Comercio. Zijn tegenstander, de socialist Andrés Arauz, econoom en voormalig minister onder Rafael Correa, won in de tweede ronde 47,48 procent van de kiezers. 

    In zijn woorden werd de dag gekenmerkt door ‘een electorale tegenslag’, maar geen ‘politieke of morele nederlaag’. Zijn tegenstander Lasso gaf als commentaar: ‘Op 24 mei zullen we de verantwoordelijkheid nemen voor de uitdaging om het lot van ons vaderland te veranderen en voor heel Ecuador de kansen en welvaart te bereiken waarnaar we streven.’ 

    Het land kampt met een ernstige economische crisis.


    Een ongebruikelijk moment van transparantie?

    In wat Daily Beast een ‘ongebruikelijk moment van transparantie’ noemt, gaf China toe dat zijn vaccins een beperkte effectiviteit hebben: voor Sinovac is dat ongeveer 50 procent, voor Sinopharm 79,43 procent en 65 procent voor CanSino. Ter vergelijking: Pfizer en Moderna claimen dat de efficiëntie van hun product hoger ligt dan 93 procent. 

    Zaterdag zei directeur van het Chinese Centrum voor Ziekten Gao Fu op een medische conferentie dat de vaccins ‘geen erg hoge beschermingsgraad hebben’, alvorens te suggereren dat ze mogelijk moeten worden gecombineerd met andere vaccins. 

    Zondag kwam hij tegen de Chinese Global Times terug op deze woorden. De krant, die zich dicht bij de macht bevindt, publiceerde een interview met Fu waarin hij ‘de interpretatie weerlegt’ van zijn verklaring door buitenlandse media, en spreekt van een ‘compleet misverstand’. 

    Volgens South China Morning Post is China van plan om tegen het einde van het jaar 3 miljard doses van het vaccin te hebben geproduceerd.


    Aan eindexamen in Kenia doen veel zwangere meisjes mee

    Sinds het begin van de pandemie, toen de meeste scholen werden gesloten, is het aantal tienerzwangerschappen in Kenia naar verluidt ontploft. Volgens Daily Nation maken de eindexamens op de middelbare scholen, die op dit moment plaatsvinden, het mogelijk ‘de ernst van de crisis te onderzoeken’. Volgens het Keniaanse dagblad doen tientallen jonge meisjes dit jaar de KSCE-tests (het equivalent van het eindexamen) als moeder.

    Tien studenten leggen hun examens af in een ziekenhuiskamer in Kericho County, zes in Homa Bay, acht in West Pokot, vier in Nandi County… Officieel is het moeilijk om de algemene omvang van het fenomeen te overzien. Overheidsstatistieken ontbreken, maar ‘enquêtes in de provincies geven aan dat duizenden schoolmeisjes binnenkort moeder zullen zijn’, schat Daily Nation. ‘Een van de kandidaten uit Londiani, (…) is net bevallen van een tweeling. Ze doet haar examen in het ziekenhuis’, bevestigt bijvoorbeeld ook een ambtenaar uit de provincie Rift Valley in het westen van Kenia.

    Lees ook:

    De Standaard bezocht scholen om erachter te komen of deze zwangerschappen invloed hadden op de examens, en tekende enkele verhalen op van de meisjes. Op een school in Kakamega County vertelt bijvoorbeeld Joan (niet de echte naam): ‘Ik raakte maart vorig jaar zwanger, toen scholen sloten vanwege de pandemie. Ik was alleen thuis en mijn vriend, een student op een nabijgelegen school, was veel bij ons. Maar toen ik hem vertelde dat ik twee maanden zwanger was, gaf hij geen gehoor meer en werd hij overgeplaatst naar een andere school, ver hier vandaan.’

    Nadat ze haar zwangerschap aan haar naasten had aangekondigd werd ze weggestuurd van huis. In de slaapzaal waar ze nu woont en studeert verblijven tien andere jonge moeders met hun kinderen.

    Verband met covid-19

    Volgens Standard zou het aantal schoolmeisjes dat zwanger werd tijdens de pandemie verdrievoudigd zijn ten opzichte van 2019. In juni 2020 zei het in 2010 opgerichte Afrikaanse Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (Afidep) echter in de overtuiging te zijn dat veel van de circulerende cijfers ‘overdreven’ waren. Volgens het instituut zouden de aantallen juist afnemen: in alle landen ter wereld is het aantal tienerzwangerschappen tussen januari en mei gedaald van 175.488 in 2019 tot 151.433 in 2020.

    Lees ook:

    Maar in een artikel uit de Keniaanse krant van voor de pandemie stelt de auteur dat bijna een kwart van de Keniaanse vrouwen op haar achttiende al is bevallen. Op twintigjarige leeftijd is dat bijna de helft.


    Ook Turkse studenten krijgen geen adem meer

    Protesten bij een van de bekendste instellingen van Turkije, de Boğaziçi-univeristeit, gaan hun vierde maand in. Ze zijn veroorzaakt door de benoeming van een nieuwe, niet-gekozen rector Melih Bulu.

    Bulu, die op 1 januari aantrad, heeft banden met de regerende Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) en werd benoemd door president Erdogan, dankzij een wetsdecreet uit 2016 dat de president machtigde om rechtstreeks rectoren aan universiteiten te benoemen, schrijft de Turkse krant Hurriyet

    Studenten van de Boğaziçi-universiteit hebben al sinds de eerste dag van de protesten tegen Bulu’s benoeming te maken met politiegeweld. Op 7 februari maakte het Boğaziçi Solidariteitsplatform bekend dat ten minste 560 studenten werden vastgehouden (en hoewel ze allemaal zijn vrijgelaten, is hun vervolging nog aan de gang), 25 werden veroordeeld tot huisarrest en 11 werden gearresteerd op beschuldiging van ‘het publiek uitlokken tot haat en vijandigheid’, ‘weerstand bieden aan het gezag’, ‘overtreding van de demonstratiewet’ en ‘verzet om publieke plicht na te komen’.

    Volgens de Turkse site van Deutsche Welle werden eind maart ten minste vijf studenten vastgehouden wegens het dragen van LGBT-vlaggen. Anderen kregen reisbeperkingen en gerechtelijke controles opgelegd, waarbij ze zich regelmatig bij het dichtstbijzijnde politiebureau moeten melden. 

    Lees ook: Demonstranten in Turkije gearresteerd na aanval Erdogan op LGBT-beweging

    Bulu blijft volhouden dat hij de rechten en vrijheden van LGBT-individuen verdedigt, en voegt daaraan toe dat hij er al lange tijd van droomde deze positie te bekleden en dat hij van Boğaziçi een van de honderd beste universiteiten ter wereld wil maken, aldus nieuwssite Bianet.

    Op 3 februari zei hij tegen verslaggevers van Haaretz: ‘We zullen de Boğaziçi-universiteit naar een hoger niveau tillen.’

    Tot dusverre voldoen zijn beslissingen niet aan zijn ambities, aldus de Turkse krant. In april stapte Bulu uit de Commissie voor de preventie van seksuele intimidatie en stuurde hij zijn coördinator Cemre Baytok met onbetaald verlof. In maart kondigde hij nieuwe kandidaten aan voor de belangrijkste posities van de universiteit, met inbegrip van de vicerectoren, enkel mannelijke, waarvan een aantal verantwoordelijk is voor meer dan één positie, schrijft Bianet.

    Volgens Human Rights Watch werden tientallen studenten tuchtrechtelijk onderzocht op grond van ‘het beledigen van campusbeveiligingspersoneel’ en ‘het organiseren van ongeautoriseerde protesten op de campus’, wat zou kunnen resulteren in tijdelijke of permanente schorsing van de universiteit, schrijft Evrensel

    Een groep studenten en academici in Turkije en in het buitenland heeft sinds januari solidariteit betuigd met de studenten van de Boğaziçi-universiteit. Sommigen per brief, andere hebben zich aangesloten bij de protesten. Faculteitsleden die zich tegen de aanstellingen keerden, stonden de afgelopen twee maanden uit protest buiten het rectoraatsgebouw, met hun rug naar het gebouw gekeerd.

    Uit rapporten blijkt dat de politie traangas en rubberen kogels heeft gebruikt in demonstraties, evenals buitensporig geweld, waarbij studenten op de grond werden gegooid en bij de keel gegrepen.

    Het bewijs dat op Twitter rondgaat van het politiegeweld herinnert velen aan de dood van George Floyd door toedoen van Amerikaanse politieagenten, waardoor de Turkse vertaling van ‘Ik kan niet ademen’, de woorden die Floyd uitsprak voor zijn dood, trending zijn in Turkije. Voorzien van hashtag #NefesAlamiyorum worden foto’s gedeeld die getuigen van de onverdraagzaamheid van de overheid ten opzichte van de studentendemonstraties.

    https://twitter.com/Serrrkany/status/1378031170710089738?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1378031170710089738%7Ctwgr%5E%7Ctwcon%5Es1_&ref_url=https%3A%2F%2Fglobalvoices.org%2F2021%2F04%2F08%2Fturkish-university-students-cant-breathe-under-police-brutality%2F

  • De dubieuze connecties tussen Malta en China

    De dubieuze connecties tussen Malta en China

    Een autobom maakte op 16 oktober 2017 een einde het leven van Daphne Caruana Galizia, onderzoeksjournaliste op Malta. Haar speurwerk naar corruptie, verkoop van visa, energiedeals en offshorebedrijven van Maltese politici werd haar fataal. Anderen hebben haar werk voortgezet en naar nu blijkt komen alle verhalen die ze aan het onderzoeken was op één punt samen: in China.

    ‘Het lijdt geen twijfel dat Caruana Galizia is vermoord vanwege haar werk’, schreef OCCRP (Organized Crime and Corruption Reporting Project) in 2018 ter introductie van The Daphne Project, dat na haar dood werd gestart. ‘Met haar brutale, onbevangen en compromisloze stijl hekelde ze corruptie, vriendjespolitiek, cliëntelisme en ander crimineel gedrag in haar kleine EU-lidstaat.’

    Na haar dood pakte een groep van 45 journalisten die 18 nieuwsorganisaties in 15 landen vertegenwoordigen, haar werk op. Ze besteedden maanden aan het bestuderen van haar bevindingen, aan het verzamelen van documenten en aan gesprekken met bronnen, om te proberen de vele aanknopingspunten te doorgronden die Caruana Galizia had achtergelaten. Volgens OCCRP slaagde de groep erin om ‘verrassende nieuwe informatie te ontdekken over corruptie, die uiteindelijk leidde tot de val van de Maltese regering. En ze zijn nog steeds aan het graven.’

    Dat voortgaande gegraaf heeft inmiddels weer nieuw brisant materiaal opgeleverd. Eind maart publiceerde Martin Young van OCCRP, tegelijk met Reuters, Times of Malta en Süddeutsche Zeitung een uitgebreid artikel waarin hij uiteenzet hoe de sporen die Caruana Galizia volgde, samenkomen in China.

    Schokgolven

    ‘Voor een klein land heeft de mediterrane eilandstaat Malta een groot aantal corruptieschandalen voortgebracht’, zo begint Martin Young, ‘en de Maltese onderzoeksjournalist Daphne Caruana Galizia heeft op haar strijdbare blog Running Commentary de meeste ervan besproken.’

    Caruana Galizia was een van de eersten die verslag deed van 17 Black, een mysterieus bedrijf in Dubai waarvan ze geloofde dat het banden onderhield met hoge Maltese functionarissen. Ze verdiepte zich ook in de schimmige omstandigheden rond de verkoop van een groot belang in het enige elektriciteitsbedrijf van Malta aan een Chinees staatsbedrijf in 2014, en aan een daaropvolgende verdachte investering in een windmolenpark in Montenegro. En in 2016 werd haar aandacht getrokken door een Chinees mediabericht, waarin wordt beweerd dat Malta verblijfsvisa zou verkopen aan rijke Chinese burgers, zonder vragen te stellen over de financiële achtergrond van de aanvragers.

    Caruana Galizia heeft de uitkomst van deze onderzoeken niet meegemaakt. In oktober 2017, enkele uren na de publicatie van haar laatste blogpost die waarschuwde ‘dat er overal waar je nu kijkt boeven zijn’, werd ze gedood door een autobom. Volgens Young veroorzaakte de moord een schandaal dat corruptie in het hart van de Maltese regering blootlegde, de premier tot opstappen dwong en schokgolven veroorzaakte in de hele Europese Unie.

    Drie mensen zitten sindsdien gevangen in verband met de moord. Een van hen, een huurmoordenaar, zei deze maand in de rechtbank in Valletta dat Caruana Galizia was vermoord omdat ze op het punt stond ‘enkele details’ over een niet nader gespecificeerd onderwerp te publiceren. Het vermeende brein achter de bomaanslag, de Maltese magnaat Yorgen Fenech, zit in de gevangenis in afwachting van zijn proces.

    Piratenschip

    Op basis van aanwijzingen die Caruana Galizia ontdekte, hebben journalisten van OCCRP en partners een spoor gevolgd dat leidt van Malta naar China. Twee figuren blijken de drie verhalen die ze volgde met elkaar te verbinden. Het gaat daarbij om het 17 Black-corruptieschandaal, dubieuze energiedeals en het Visa-for-saleprogramma.

    ‘Wat deze schandalen duidelijk maken, is dat ze steeds opnieuw wijzen op de betrokkenheid van dezelfde groepen mensen’, aldus Daphnes zoon Matthew Caruana Galizia nadat hij de bevindingen van het nieuwe onderzoek had gezien. ‘Het is een duidelijke indicatie van hoe een paar individuen in korte tijd in staat waren om het hele staatsapparaat van een EU-land over te nemen en er een piratenschip van te maken voor hun eigen persoonlijk gewin.’

    Ownership Structures 1

    Nadat Caruana Galizia was vermoord, haastten journalisten zich wereldwijd om de onderwerpen op te pakken waar ze mee bezig was geweest. Een daarvan is 17 Black. Ze had herhaaldelijk over het bedrijf geschreven en suggereerde dat het verbonden was met toppolitici, maar slaagde er nooit in haar vermoedens te bewijzen.

    In 2018 onthulden Reuters en de Times of Malta dat 17 Black eigendom is van Yorgen Fenech, een flamboyante Maltese zakenman met een vermeende voorliefde voor cocaïne en renpaarden. Hij stond dicht bij enkele van de machtigste politieke figuren van Malta, waaronder premier Joseph Muscat en zijn stafchef, Keith Schembri, en leidde een conglomeraat. Dat conglomeraat maakte deel uit van een consortium dat in 2013 een grote concessie verwierf door voor 450 miljoen euro een krachtcentrale te bouwen. 

    ‘Deze nieuwe onthullingen bevestigen wat ze wist en waarvan ze anderen probeerde te overtuigen’

    Fenech gebruikte 17 Black blijkbaar om steekpenningen naar politici te sluizen. In het onderzoek dook een cruciaal bewijsstuk op. In een mail uit 2015 van het Maltese accountantskantoor Nexia BT, staat dat 17 Black naar verwachting tot 2 miljoen dollar zou overmaken naar brievenbusfirma’s die in Panama waren opgezet door twee hooggeplaatste Maltese politici: stafchef Schembri en minister van Energie Konrad Mizzi.

    Er werd echter nog een ander mysterieus bedrijf in de mail genoemd als bron van fondsen voor de brievenbusfirma’s van Mizzi en Schembri: ‘Macbridge’. Nadat ze deze mail onder ogen had gekregen en uit een bron had vernomen dat Macbridge en 17 Black ‘cruciaal waren voor het ontrafelen van het web’, was Caruana Galizia in stilte onderzoek naar dat bedrijf begonnen, zo zeggen haar zoon en journalisten die inzage hadden in haar onderzoek.

    Sensatie

    Macbridge bleek moeilijker te traceren dan 17 Black en Maltese functionarissen weigerden vragen over het bestaan van het bedrijf te beantwoorden. Toen de toenmalige minister van Financiën Edward Scicluna vorig jaar door een verslaggever werd gevraagd wie eigenaar was van Macbridge, antwoordde hij cryptisch: ‘Kijk, als je sensatie wilt, ga dan verder.’ Journalisten vermoedden dat het een bedrijf uit de Verenigde Arabische Emiraten was, zoals 17 Black, maar daar werd er nooit een spoor van gevonden.

    Nu blijkt waarom niet. De wortels van het bedrijf liggen namelijk elders in de wereld, in Hongkong, zoals OCCRP en partners hebben ontdekt. Het bedrijf is daar in het Engels geregistreerd als ‘Macbridge International Development’; voor de registratie in het Chinees zijn de karakters voor ‘Malta’ en ‘China’ gecombineerd.

    Offshore Companies NEXIA BT 1

    Verslaggevers ontdekten ook dat 17 Black medio 2016 1 miljoen euro stuurde naar een ander bedrijf in Hongkong, Dow’s Media, dat een vergelijkbare opzet en structuur heeft als Macbridge. Dow’s Media werd opgericht in oktober 2014, slechts enkele weken na Macbridge, met dezelfde in Hongkong gevestigde agent en op dezelfde adressen in Hong Kong en Shanghai. Opmerkelijk is ook dat beide bedrijven in januari 2019 binnen één week na elkaar werden ontbonden.

    Speurders in Malta zochten in 2018 naar details over beide bedrijven uit Hongkong en China als onderdeel van een onderzoek naar ‘mogelijke corruptie en witwassen van geld’. Zowel Macbridge als Dow’s Media zijn zo opgezet dat het moeilijk is om te bepalen wie daadwerkelijk hun eigenaar is. Ze staan onder zeggenschap van brievenbusmaatschappijen op respectievelijk de Seychellen en de Marshalleilanden.

    Journalisten ontdekten echter dat beide bedrijven via gevolmachtigde familieleden worden geleid door één man: een Chinese consultant die ook centraal staat in enkele grote deals van energiebedrijf Enemalta, dat door de Maltese overheid wordt gesteund.

    De Chen Cheng-connectie

    Caruana Galizia had al uitgebreid geschreven over deze man, Chen Cheng, directeur van de Chinese energiedivisie van het wereldwijde adviesbureau Accenture. Chen was in 2014 een belangrijke factor in de onderhandelingen van het Chinese staatsbedrijf Shanghai Electric Power dat een derde van Enemalta wilde kopen.

    Deze deal van 320 miljoen euro betrof de grootste buitenlandse investering ooit in Malta, maar werd op het eiland en in de blog van Caruana Galizia bekritiseerd, vanwege de opmerkelijke gunstige voorwaarden voor het Chinese bedrijf. Accenture adviseerde Shanghai Electric Power over de deal, en Chen prees de investering in Chinese media aan als een mijlpaal voor het Nieuwe Zijderoute-project dat werd onderschreven door de Chinese premier Li Keqiang.

    Caruana Galizia meldde destijds dat een bron haar vertelde dat Chen ‘bijzonder dicht bij minister van Energie Konrad Mizzi’ stond, die toezicht hield op de onderhandelingen van Maltese zijde. Een volgend onderzoek onthulde e-mails tussen Chen, Mizzi en anderen over een plan om in datzelfde jaar een bureau op te richten in China om investeringen in Malta te promoten.

    Ze onthulde ook een belangrijk detail over Chen: toen accountantskantoor Nexia BT Schembri en Mizzi hielp bij het registreren van geheime bedrijven in Panama, creëerde het ook een bedrijf voor Chen op de Britse Maagdeneilanden. Wat Daphne niet wist, was dat Chen niet alleen betrokken was bij de offshorebedrijven in het hart van het smeergeldschandaal dat ze aan het ontwarren was, maar ook bij regelingen voor visa, waar ze al langer achterdochtig over was.

    Chen and Maos Maltese Connections 1

    In dezelfde periode dat Chen aan de Enemalta-deal werkte, werden in Hongkong de firma’s Macbridge en Dow’s Media opgericht door Tang Zhaomin, zijn schoonmoeder, en Wang Rui, nicht van zijn schoonmoeder. Verslaggevers traceerden Wang in de Chinese stad Nanjing, waar zij en Tang samen een bedrijf runnen. Wang zei in een telefonisch interview dat Chen haar had gevraagd om Dow’s Media op te zetten, omdat zijn connecties met een Chinees staatsbedrijf het voor hem ‘lastig’ maakten om dat zelf te doen. Ze zei niets te weten over zakelijke activiteiten of de ontvangst van 1 miljoen euro afkomstig van 17 Black.

    Tang kon niet worden bereikt voor commentaar. Maar de zakelijke verbintenis met haar familielid Chen via Macbridge suggereert dat hij een rol speelde bij het doorsluizen van geld naar de geheime Panamabedrijven van Schembri en Mizzi.

    Montenegro

    Welk geld? Dat is onduidelijk, maar na de succesvolle investering van Shanghai Electric Power in Enemalta werd Chen een belangrijke promotor van het volgende Enemalta-project: investeringen in het Mozura-windmolenproject in Montenegro, in 2015.

    Volgens een intern Enemalta-onderzoek adviseerde Accenture in december 2014 over deze investering, waarbij Chen het idee aan Enemalta presenteerde met een PowerPoint. Dat interne onderzoek is reden voor ernstige bezorgdheid over deze deal, waarin ook de al eerder genoemde zakenman Fenech een rol speelde. Zijn 17 Black hielp in december 2015 in het geheim bij de financiering van de aankoop door Enemalta van een meerderheidsbelang in het windmolenpark voor €2,9 miljoen. 

    Dat ging via een lening aan een tussenstation op de Seychellen genaamd Cifidex. Dat bedrijf, door Chen bij de deal betrokken, verkocht zijn aandelen in het project vervolgens twee weken later voor 10,3 miljoen euro aan Enemalta, hetgeen dus een enorme winst opleverde. Cifidex betaalde vervolgens de lening terug aan 17 Black, samen met 4,6 miljoen euro winst uit de deal. 17 Black stuurde op zijn beurt 1 miljoen euro naar Dow’s Media rond dezelfde tijd, in de periode mei tot juli 2016.

    Hoewel OCCRP geen definitief bewijs heeft gevonden dat het hier om hetzelfde geld gaat, suggereert deze nieuwe informatie dat Chen niet alleen betrokken was bij het faciliteren van geheime geldstromen voor Maltese toppolitici, maar ook zelf profiteerde via de 17 Black-connectie.

    Een woordvoerder van Enemalta laat slechts weten dat het interne rapport over de Montenegro-deal ‘is doorgegeven aan de politie als mogelijke steun bij eventuele onderzoeken’. Verder zwijgt het bedrijf want ‘andere opmerkingen zouden in dit stadium onvoorzichtig zijn.’

    ‘Ik verwerp ook de suggestie dat ik zakelijke plannen had met Macbridge, of persoonlijke belangen in enig ander publiek project’

    Gevraagd naar de vermeende activiteiten van Chen rond de energiedeal, de offshorebedrijven, en over zijn schijnbare belangenconflicten, zegt Accenture in een verklaring: ‘We nemen deze kwestie zeer serieus en bekijken deze beschuldigingen zorgvuldig omdat ze betrekking hebben op een van onze mensen. We houden ons aan de hoogste ethische normen in elke markt waarin we actief zijn en tolereren geen enkele afwijking van die normen.’ Chen reageerde zelf niet op verzoeken om commentaar.

    Mizzi liet per mail weten dat hij ‘geen informatie’ heeft over Macbridge of iemand die ermee verbonden is, en voegde eraan toe dat hij ‘stelselmatig de suggestie afwijst dat er een directe of andere verbinding bestaat’ tussen zijn bedrijf en Macbridge. ‘Ik verwerp ook de suggestie dat ik zakelijke plannen had met Macbridge, of persoonlijke belangen in enig ander publiek project’, vervolgt hij. ‘Ik ken Chen Cheng als een consultant die [Shanghai Electric Power] bijstaat bij meerdere initiatieven, en mijn interacties met hem vonden plaats binnen die officiële context.’

    Schembri reageerde niet op een verzoek om commentaar. Overigens hebben Maltese aanklagers de afgelopen dagen hem, zijn vader en negen zakenpartners, waaronder medewerkers van Nexia BT, aangeklaagd wegens fraude en het witwassen van geld vanwege een andere, niet-gerelateerde zaak.

    Shanghai en visa uit Malta

    Chen en zijn schoonmoeder zijn niet alleen betrokken bij offshorebedrijven en energiedeals. Verslaggevers ontdekten dat ze ook banden hebben met een van de grootste inkomstenbronnen van Malta: de verkoop van burgerschaps- en verblijfsvisa aan rijke buitenlanders, die de Maltese papieren kunnen gebruiken als achterdeur naar de Europese Unie.

    Deze banden lopen via een zakenman uit Shanghai die in China de verkoop van Maltese verblijfsvisa controleert via hetzelfde bedrijf dat Caruana Galizia belichtte in haar eerder genoemde blogpost van 2016.

    Destijds had ze weinig meer dan een enkel mediabericht en een foto. Daarop is de ondertekeningsceremonie te zien van de lancering van het zogenoemde ‘Malta Residence and Visa Program in China’, onder voorzitterschap van Sai Mizzi Liang, de vrouw van Konrad Mizzi. Maar Caruana Galizia vermoedde toen al dat er meer aan de hand was.

    ‘De volgende stap die hier gezet moet worden, en alsjeblieft, journalisten, ga hierin mee’, schreef ze in haar blog, ‘is een manier te vinden om het aandeelhouderschap en de betrokkenheid van dat bedrijf in China te onderzoeken, wat erg moeilijk maar noodzakelijk is.’

    Ze had gelijk dat het moeilijk is om bedrijven in China op te sporen. Want hoewel het land een bedrijfsregistratiesysteem heeft, is de informatie erin vaak ongestructureerd of onvolledig en kan deze alleen worden geraadpleegd door iemand die vloeiend Chinees spreekt.

    Desondanks ontdekten verslaggevers na maanden onderzoek dat Shanghai Overseas Exit-Entry Services, dat de officiële concessie heeft om Maltese verblijfsvisa in China te verkopen, wordt gerund door een zakenman genaamd Mao Haibin, ook wel bekend als Kevin Mao. Uit Chinese gegevens blijkt dat hij banden heeft met zowel Chen als zijn schoonmoeder, de vrouw die Macbridge leidt.

    Mao en Chen waren partners in tenminste twee bedrijven, waaronder Shanghai Visabao Network Technology, dat actief is in verschillende grote Chinese steden en dat Chinese burgers helpt bij het verkrijgen van visa voor het buitenland.

    Chens schoonmoeder is manager en aandeelhouder van een reclamebureau in Shanghai dat wordt gecontroleerd door Mao, en dat een belangrijke sponsor was van Malta Residence en Visa Program-evenementen in China. 

    Maltese visa voor rijke Chinezen

    Mao, die niet reageerde op verzoeken om commentaar, heeft meerdere andere zakelijke belangen met betrekking tot het faciliteren van Chinese investeringen in het buitenland en dan in het bijzonder in Malta.

    De afgelopen jaren heeft hij een belangrijke rol gespeeld in de inspanningen van Malta om rijke Chinese staatsburgers aan te trekken voor het visumverkoopprogramma. Hij verscheen op meerdere evenementen in Shanghai om het programma te promoten, naast hoge Maltese functionarissen zoals John Aquilina, de ambassadeur van Malta in China en Aldo Cutajar, de voormalige consul-generaal van Malta in Shanghai.

    Sommige van deze evenementen, met uitbundige banketten, werden bijgewoond door Maltese topdiplomaten, waarbij veel warme woorden vielen voor Malta als ‘sleutelknooppunt’ in de ‘Maritieme Zijderoute’ van China.

    Maar de Maltese industrie voor staatsburgerschap wordt geplaagd door controverse. In augustus 2020 werd Aldo Cutajar gearresteerd door de Maltese autoriteiten op beschuldiging illegaal te profiteren van visumverkopen in China en het witwassen van de opbrengsten. Tijdens een huiszoeking in zijn huis werd meer dan 540.000 euro aan contanten aangetroffen en vier Rolexen. Een maand later werd Schembri gearresteerd omdat hij smeergeld zou hebben aangenomen voor de verkoop van Maltese paspoorten aan rijke Russen.

    Mao heeft diverse andere visum- en vastgoedondernemingen die zich richten op rijke Chinese burgers die in het buitenland willen investeren. Sommige van die bedrijven overlappen met zijn werk om Maltese verblijfsvergunningen te verkopen. Zo zijn er Shanghai Bangyi, een visum- en immigratiedienstbedrijf en Grandstone Investment, dat vermogensbeheer aanbiedt voor Chinese staatsburgers die geld in het buitenland willen stallen. De website van Grandstone biedt toegang tot directe aanvragen voor het Malta Residence and Visa Program.

    Mao is zelfs eigenaar van een Maltees bedrijf, Asiatica Corporate Services, samen met de persoonlijke advocaat van Mizzi, Aron Mifsud Bonnici, die ook een rol speelde in de onderhandelingen over de investering in het windpark van Enemalta in Montenegro.

    Mizzi Chen Handshake
    Konrad Mizzi (linksachter) en Chen Cheng (rechtsachter) schudden elkaar de hand tijdens de Shanghai Electric Power-Enemalta-onderhandelingen. –  © Running Commentary/daphnecaruanagalizia.com

    In antwoord op vragen zegt Mifsud Bonnici dat hij Mao kent ‘in zijn hoedanigheid als CEO van Shanghai Overseas Exit Entry Services’, en dat hij in zijn rol als advocaat visumaanvragen heeft behandeld via officiële immigratiekanalen. Hij zegt dat Asiatica is gestart om zakelijke diensten te verlenen aan visumaanvragers, maar nooit echt heeft gedraaid. ‘Het heeft nooit gewerkt en is nu daarom in afwachting van liquidatie’. Hij zegt Chen te kennen als adviseur van Shanghai Electric Power, en hem te hebben ontmoet tijdens zijn ambtsperiode als bestuurssecretaris van Enemalta.

    De broer van Mao

    In 2019 richtte Mao’s jongere broer, Mao Haichun, twee Maltese bedrijven op samen met Roderick Cutajar, het voormalige hoofd van het Malta Residence Visa Agency, dat wereldwijd toezicht houdt op de verkoop van visa. Een van hun joint ventures verkoopt verblijfsvergunningen in Malta en andere Europese landen aan Chinese en internationale kopers; de andere is een verwante vastgoedmaatschappij.

    Roderick Cutajar laast weten dat de visumfirma, immVest, geen banden heeft met Mao Haibins Shanghai Overseas Entry. ‘Ik heb uitsluitend een relatie met immVest International’, zegt hij. ‘U kunt er zeker van zijn dat ik geen persoonlijke of zakelijke relatie heb met Aldo Cutajar, Chen Cheng of Macbridge.’

    In een toespraak die in januari van dit jaar op Chinese videoblogs werd gepost, is Roderick Cutajar lyrisch over het streven van Malta om Chinees kapitaal en nieuwe burgers aan te trekken. Hij beweert China meer dan veertig keer te hebben bezocht en dat de zaken goed gaan. ‘Het is onze bedoeling te blijven groeien.’

    ‘Ondertussen, ver weg van China’, zo beëindigt Martin Young zijn artikel voor OCCRP, ‘treurt de familie van Caruana Galizia nog steeds om haar dood en zoekt ze gerechtigheid. Matthew Caruana Galizia zegt dat zijn moeder blij zou zijn geweest met de nieuwe informatie over de kluwen van bedrijven die ze onderzocht: “Deze nieuwe onthullingen bevestigen wat ze wist en waarvan ze anderen probeerde te overtuigen: dat de criminele verstrengeling van politieke en zakelijke belangen een belangrijk en bepalend probleem is van onze tijd. Corruptie kost levens, zoals het mijn moeder het hare heeft gekost”, aldus Matthew Caruana Galizia. “Als ze nog zou leven en dit zou zien, zou ze opgelucht zijn dat haar werk gerechtvaardigd is en dat ze niet alleen is in haar strijd.”’

    Openingsbeeld: De lanceringsceremonie van het MRVP-programma in 2016. Sai Mizzi Liang, de vrouw van Konrad Mizzi, staat op de achtergrond, vierde van rechts. Graphics: © OCCRP

  • Dit bedrijf dumpt jaarlijks vijf miljoen ton fosfor in de Middellandse Zee. De gedupeerden willen er werken

    Dit bedrijf dumpt jaarlijks vijf miljoen ton fosfor in de Middellandse Zee. De gedupeerden willen er werken

    De Tunesische regio Gabès, ooit een idyllisch gebied aan de Middellandse Zee, is gaandeweg geruïneerd sinds er in de jaren zeventig chemische industrie werd gevestigd. Het milieu op het land en in de zee is zwaar verontreinigd en bewoners kampen met gezondheidsklachten die uiteenlopen van ademhalingsproblemen tot kanker. Diezelfde bewoners eisen werk in de chemische fabrieken.

    Abdellah Nouri is al ruim twee jaar niet meer op zee geweest. Bij de visser uit de stad Ghannouch in de Tunesische kustregio Gabès, werd in 2018 kanker vastgesteld en zijn ziekte en de behandeling ervan hebben hem aan huis gebonden. Nouri vist al op de Middellandse Zee sinds zijn zeventiende. Hij gelooft dat zijn gezondheidsproblemen worden veroorzaakt door vervuiling afkomstig van het nabijgelegen industriecomplex.

    ‘De industrie heeft mij, mijn gezondheid en mijn levensonderhoud vernietigd’, citeert de Tunesische journaliste Layli Foroudi Nouri in haar verslag over de desastreuze invloed van de chemische industrie op de regio Gabès aan de Tunesische Middellandse Zeekust. 

    ‘Zittend op de grond in zijn woonkamer wijst hij [Nouri] in de richting van een grote fabriek van het staatsbedrijf Groupe Chimique Tunisien (GCT), die ruw fosfaatgesteente verwerkt. Imposante schoorstenen blazen enorme wolken de lucht in en jaarlijks loost de fabriek miljoenen tonnen giftig zwart slib in de zee.’ 

    Fosfaatindustrie

    Ooit was het Tunesische Gabès, een gebied van ruim 7000 vierkante kilometer met 400.000 inwoners aan de Middellandse Zee, beroemd om zijn overvloedige zeeleven, granaatappelbomen, hennaplanten en dadelpalmen. Een ideaal gebied om te ontwikkelen voor toerisme, maar mogelijke plannen daartoe gingen definitief in rook op toen de regering in de jaren zeventig besloot dat Gabès het belangrijkste centrum van de Tunesische fosfaatindustrie moest worden. Fosfaat is essentieel voor de productie van meststoffen en conserveringsmiddelen.

    Een elektronisch display zou de niveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak in de lucht moeten aangeven, maar het ding is al jaren kapot

    Industriële vervuiling door GCT heeft de kustgemeenschappen van Gabès verwoest. Bewoners kampen in hoge mate met luchtwegaandoeningen en kanker en de oogsten van lokale akkerbouwers zijn karig geworden. In Gabès, de hoofdstad van de provincie, zou een elektronisch display de niveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak in de lucht moeten aangeven, maar het ding is al jaren kapot.

    Het bord is van GCT, met drie fabrieken de grootste vervuiler. Daarnaast zijn er in het gebied nog zo’n twintig zeer vervuilende particuliere fabrieken in bedrijf. Ze produceren onder meer aluminiumfluoride dat wordt gebruikt in metaalgieterijen, en fosfaatzout dat nodig is voor de productie van wasmiddelen en keramiek.

    GCT verwerkt jaarlijks 3,5 miljoen ton ruw fosfaat uit fosfaatgesteente, dat zo’n 160 kilometer verderop wordt gedolven, in de heuvels van de Gafsa. Het fosfaat wordt vervolgens met containerschepen geëxporteerd naar tientallen landen over de hele wereld. De chemische industrie biedt werk aan bijna 5000 mensen, waarvan 2800 werkzaam bij GCT.

    Hoewel het bedrijf dus voor broodnodige banen in het gebied zorgt, zijn de effecten van vervuiling desastreus. Het stuk strand tussen de stad Chott Salem en de industriële zone, die op minder dan anderhalve kilometer ligt, is bedekt met een dikke, zwarte laag fosforgips, een afvalproduct dat ontstaat tijdens de productie van fosforzuur. Uit een rapport van de Europese Unie uit 2018 blijkt dat GCT elk jaar ongeveer vijf miljoen ton daarvan in de Middellandse Zee dumpt.

    Fosforgips is licht radioactief en bevat zowel uranium als radium. Volgens een overheidsstudie uit 2012 is de visvangst aan de kust tussen 1997 en 2006 met meer dan dertig procent gedaald als gevolg van het chemische afval. In het rapport wordt vastgesteld dat het mariene ecosysteem ‘ernstig is beschadigd en dat een situatie is ontstaan die nu volledig onomkeerbaar is’.

    Ontmanteling

    Nouri zegt dat de lokale vissers een dramatische inkomensdaling hebben gezien. ‘Sinds de jaren negentig is hier niets meer. Vroeger nam je op één dag bijna zeventig kilo inktvis mee naar huis’. Volgens hem is de gemiddelde dagvangst nu gedaald tot drie kilo. Hij verhuurt zijn kleine boot inmiddels aan een visser uit een andere stad en betaalt zijn behandelingen tegen kanker met donaties van zijn buren. Hij mist zijn oude leven. ‘Mijn hart ligt op zee. Ik ben er kapot van.’

    Volgens natuurbeschermingsgroep BirdLife TunisiaAir heeft luchtverontreiniging gezorgd voor een afname van de vogelpopulatie. Onder de lokale bevolking circuleren geruchten over dalende vruchtbaarheidscijfers en frequente miskramen.

    ‘Een paar onderzoeken tonen aan dat er wat kleine problemen zijn, maar geen grote’

    Ondertussen houdt Moez Haddad, de secretaris-generaal van GCT, tijdens een telefoongesprek vol dat er geen bewezen schadelijke gevolgen zijn van het dumpen  van fosforgips in zee. ‘Een paar onderzoeken tonen aan dat er wat kleine problemen zijn, maar geen grote,’ beweert hij. Hij erkent wel dat GCT van plan is om in overeenstemming met internationale normen het dumpen ‘uit voorzorg’ te beëindigen. Gevraagd naar de hoge percentages kanker en ademhalingsproblemen bij inwoners in de regio Gabès, zegt hij dat ‘er geen officiële onderzoeken zijn die een oorzakelijk verband aantonen tussen gezondheidsproblemen en de effecten van Groupe Chimique Tunisien op het milieu.’

    In 2017 beloofde de Tunesische regering om de bestaande GCT-fabrieken te ontmantelen en te verhuizen naar een nieuwe locatie, ver weg van de woonwijken. Ook het dumpen van fosforgips in zee zou stoppen. Daarna werd het stil.

    Na de recente dood van vijf arbeiders bij een brand in een asfaltfabriek in de industriezone doen lokale milieuactivisten inmiddels opnieuw oproepen voor meer regelgeving en verhuizing van de fabrieken. ‘We zijn bang dat er van Gabès op een dag niets anders meer overblijft dan as’, zegt Haifa Bedoui, een activist van de lokale campagnegroep Stop Verontreiniging, tegen honderden mensen die zich hebben verzameld bij het kantoor van Mongi Thameur, de gouverneur van Gabès. Tijdens een bezoek na de brand erkende president Kais Saied de milieucrisis in de regio en beloofde hij een centrum voor kankerbehandeling voor de bewoners. De Tunesische regering zegt een onderzoek te zullen starten om de oorzaak van de brand vast te stellen.

    Langdurige gezondheidsproblemen

    De inwoners van Chott Salem en Ghannouch kunnen de vervuiling van de chemische fabrieken in hun huizen zien en ruiken. Traditionele huizen in de regio zijn gebouwd rond een open binnenplaats. Die gemeenschappelijke ruimte is bedoeld voor mensen om samen te komen en voor kinderen om te spelen. Nu zeggen ouders tegen hun zoons en dochters dat ze in hun slaapkamers moeten blijven.

    In 2017 werden negen leerlingen van een basisschool in Bouchema, een stad op iets meer dan anderhalve kilometer afstand van de fabrieken, naar het ziekenhuis gebracht met verstikkingsverschijnselen nadat gassen waren vrijgekomen bij de verwerking van zwavelzuur en ammoniumnitraat. De plaatselijke gouverneur wuifde zorgen van de bewoners weg als louter ‘paniek’.

    Dit terwijl lokale gezondheidswerkers patiënten behandelen die langdurige gezondheidsproblemen hebben die het gevolg lijken te zijn van de verontreiniging. Dr. Hamida Kwass, werkzaam op de afdeling Luchtwegaandoeningen van het regionale ziekenhuis Mohammed Ben Sassi in Gabès, zegt dat astma vooral voorkomt bij kinderen uit de stad Ghannouch. ‘De fabrieken staan bijna in hun huizen’, zegt ze.

    Kwass wil een studie uitvoeren naar luchtverontreiniging en de effecten daarvan op inwoners. ‘Er zijn vervuilende deeltjes uit de chemische industrie waarvan bekend is dat ze verband houden met een toename van luchtwegaandoeningen. Ze veroorzaken ziekte of zijn een verergerende factor.’

    Awatef Mansour, dertig, woont in Ghannouch en gaat elke maand ongeveer zes keer naar het regionale ziekenhuis. Haar drie kinderen van drie, zes en zeven jaar hebben allemaal astma. ‘Als de wind van richting verandert en uit de richting van het industrieterrein komt, hebben mijn kinderen ademhalingsproblemen.’ Ze merkte dat de gezondheidsproblemen van haar kinderen vorig jaar weg waren, toen ze met haar familie kort tijd in Zarzis woonde, een stad aan de kust op 130 kilometer afstand van de fabrieken. ‘Volgens de arts komen de allergieën door activiteiten op het bedrijventerrein.’

    Gebrekkige informatie

    Volgens Samir Aloulou, hoofd van de kankerafdeling van het Mohamed Ben Sassi-ziekenhuis, is de verspreiding van nasofaryngeale kanker schrikbarend hoog in Chott Salem en Ghannouch. Deze specifieke vorm van kanker, waar ook Nouri aan lijdt, tast het deel van de keel aan dat de achterkant van de neus met de mond verbindt. Aloulou is van mening dat het moeilijk is om een ‘honderprocentrelatie’ te leggen tussen de prevalentie van deze vorm van kanker en de chemische industrie. ‘Er is zeker verband tussen vervuiling en kanker, maar kanker heeft meerdere oorzaken. Behalve vervuiling spelen ook roken, voedsel en zwaarlijvigheid een rol’, zegt hij.

    ‘Er is een flagrant gebrek aan geloofwaardige informatie en data van de Tunesische autoriteiten’, aldus Mounir Majdoub, een econoom die meewerkte aan het EU-rapport uit 2018 over de luchtkwaliteit in de regio Gabès. Het rapport meldt dat verhoogde niveaus van deeltjes die gemakkelijk in de longen terecht kunnen komen verband houden met kanker en hart- en luchtweginfecties. ‘De conclusies van het rapport onthullen niet zozeer de daadwerkelijke gezondheidssituatie als gevolg van vervuiling, maar laten vooral zien dat er behoefte is aan gedegen studies’, zegt hij.

    ‘Soms houdt mijn knie er gewoon mee op. Als een auto zonder benzine’

    Andere ziekten zijn gemakkelijker in verband te brengen met de chemische industrie. Rachid Ben Othman werkte vroeger als monteur voor Flourine Chemical Industries (ICF), een privébedrijf dat aluminiumfluoride produceert. Hij kan zijn elleboog maar gedeeltelijk krommen, verder buigen lukt hem niet. Hij lijdt aan fluorose, veroorzaakt door overmatige blootstelling aan fluor. ‘Het begon in mijn polsen en daarna in mijn ellebogen. Het is verkalking van de gewrichtsbanden. Soms houdt mijn knie er gewoon mee op. Als een auto zonder benzine’.

    Othman werd zich in 2000 voor het eerst bewust van het probleem. Zijn gewrichten waren zo stijf dat hij ze niet volledig kon strekken of buigen. Het werd moeilijker om te werken en uiteindelijk ook te moeilijk om nog handschoenen aan te trekken. Maar pas in 2011 werd fluorose daadwerkelijk gediagnosticeerd.

    Hij zegt dat hij een van de weinige ICF-werknemers is die met succes een compensatie wist te eisen voor zijn handicap. Hij ontvangt nu 115 euro per maand en van zijn medische rekeningen wordt veertig procent voor hem betaald. Othman vermoedt dat sommige van zijn collega’s ook fluorose hebben. ‘Ze vertellen me over pijn in hun schouders, pijn hier en daar, verkalking. Ik ken de symptomen.’

    Taboe-onderwerp

    Behalve de inactiviteit van de overheid, laten ook organisaties die zouden moeten opkomen voor de veiligheid en het welzijn van werknemers het afweten. Leidinggevenden van de lokale afdeling van de Tunesische Algemene Vakbond (UGTT) zeggen het niet als hun taak te zien om zich uit te spreken over kwesties als volksgezondheid en vervuiling.

    Tijdens een gesprek over de omstandigheden in de regio met twee leiders van de regionale vakbond in Gabès en een manager van een van de GCT-fabrieken, lacht de laatste zachtjes en zegt: ‘Dat is een taboe-onderwerp.’ Een van de vakbondsleiders laat weten dat hij niet over vervuiling wil praten omdat de fabrieken hebben gezorgd voor de ontwikkeling van de regio en werkgelegenheid bieden aan duizenden mensen.

    Werkloosheid

    Hoewel Tunesië lange tijd een van ’s werelds grootste fosfaatexporteurs is geweest, is de industrie de afgelopen jaren gekrompen als gevolg van politieke instabiliteit en door frequente protesten van werkloze jongeren die banen eisen in de fosfaatmijnen.

    Volgens Habib Wahachi, adjunct-secretaris-generaal van de Gabès-afdeling van de UGTT, bedroeg de jaarproductie van Groupe Chimique Tunisien sinds de revolutie van 2010 gemiddeld minder dan een derde van wat het daarvoor was. Tunesië moest afgelopen oktober zelfs voor het eerst fosfaten importeren uit buurland Algerije.

    GCT heeft sinds 2017 geen nieuwe medewerkers meer aangenomen in de regio. De werkloosheid in Tunesië bedraagt momenteel 17,4 procent. Maar in Gabès is in totaal 24 procent werkloos en van de jongeren zit de helft zonder werk.

    Honderden jongeren uit Gabès blokkeerden van eind november tot december vorig jaar de industriezone in Ghannouch en het GCT-administratiegebouw in het stadscentrum van Gabès. Ze hekelden de vervuiling maar eisten tegelijkertijd banen in de fabrieken.

    ‘Geef me een baan zodat ik kan overleven. Wij zijn degenen die rechtstreeks door de verontreiniging worden getroffen’, stelde Youssef Hajej, een werkloze universitair afgestudeerde uit Ghannouch. Hij betoogde dat de GCT de lokale bevolking werk verschuldigd is ter compensatie van alle verwoestingen die het bedrijf heeft aangericht in de regio en de vernietiging van traditionele industrieën. ‘Ze vernietigen alles en het is dan ook normaal dat mensen hier vragen om daar in ieder geval een klein beetje van mee te kunnen profiteren.’

  • Na Spoetnik-schandaal treedt Slowaakse premier af | Tweede ban Tiktok in Pakistan

    Na Spoetnik-schandaal treedt Slowaakse premier af | Tweede ban Tiktok in Pakistan

    Pakistan verbiedt TikTok voor de tweede keer

    Nadat TikTok in oktober 2020 voor tien dagen werd verboden in Pakistan, werd onlangs een tweede verbod aangekondigd. De Pakistaanse Telecommunicatie Autoriteit (PTA) beval alle internetproviders om verkeer naar het platform te blokkeren in overeenstemming met een uitspraak van het Hooggerechtshof van Peshawar in Khyber Pakhtunkhwa, waarin TikTok-inhoud werd beschreven als ‘obsceen, immoreel en in strijd met de traditie’.

    De uitspraak was een reactie op een gezamenlijke petitie die was ingediend door veertig inwoners van Peshawar, schrijft Global Voices.

    De PTA tweette: ‘Dit is de tweede keer dat TikTok wordt geblokkeerd in het Zuid-Aziatische land. Afgelopen oktober blokkeerde de PTA het zonder een gerechtelijk bevel, omdat het er niet in was geslaagd onwettige inhoud te verwijderen.’

    Volgens analisten is de belangrijkste drijfveer achter het verbod inderaad censuur en schending van de ‘islamitische levenscode’ en niet vijandigheid jegens China, dat volgens Al Jaazeera een nauwe bondgenoot van Pakistan is.

    H2 2020 Transparantierapport

    Na de laatste blokkering bracht TikTok een verklaring uit waarin staat dat het een combinatie van technologie en moderatie gebruikt om inhoud te detecteren en te beoordelen die in strijd is met de servicevoorwaarden en communityrichtlijnen.

    Het bedrijf noemt zijn H2 2020 Transparantierapport, waarin voorbeelden worden getoond van inhoud die is verwijderd volgens de wetten van Pakistan. Het videoplatform erkende echter ook dat het is toegewijd aan het waarborgen van de rechten van zijn gebruikers om zich creatief uit te drukken op het platform, zolang dit in overeenstemming is met het bedrijfsbeleid.

    TikTok is erg populair in Pakistan en de influencers van het land hebben dan ook volop kritiek geuit op het verbod. ‘Als de staat iets moet verbieden, dan is het terrorisme zijn’, ‘Alle jongeren zouden Psiphon VPN moeten installeren, het is gratis’, luiden bijvoorbeeld enkele reacties.

    De ban van Pakistan volgde het voorbeeld van India, dat vorig jaar zomer het platform afsloot, schrijft Times of India. In oktober 2020 heeft Pakistan nieuwe regels aangenomen voor socialemediaplatforms die inhoud verbieden die ‘lasterlijk, obsceen, godslasterlijk en pornografisch’ is. Platforms die niet voldoen, kunnen een boete krijgen van maximaal Rs 500 miljoen (ca. 2,6 miljoen euro).


    Slowaakse premier uit de macht gezet vanwege Spoetnik-schandaal

    Nadat hij door zowel de oppositie als zijn eigen bondgenoten werd bekritiseerd vanwege de geheime bestelling van twee miljoen doses van het Russische Spoetnik-vaccin, dat nog moet worden goedgekeurd door de Europese Unie, moest Igor Matovic ermee instemmen zijn post te verlaten zonder dat werd voldaan aan de voorwaarden die hij enkele dagen voor zijn vetrek had geëist.  

    De centrumrechtse leider wordt vervangen door Eduard Heger, net als hij lid van OL’aNO, en minister van Financiën. Matovic zal die laatste post gaan bekleden.

    ‘Een premier treedt af, waardoor nieuwe verkiezingen worden voorkomen’, analyseert de Oostenrijkse krant Der Standard. Twee partijen in deze coalitie dreigden zich terug te trekken als de heer Matovic op zijn plaats bleef. ‘De afgelopen tien dagen hebben zes ministers ontslag genomen om hem te dwingen het op te geven’, licht Politico Europe toe. 

    In ruil voor zijn vertrek eiste de premier eerst nog dat Richard Sulik, zijn aftredende minister van Economie en oprichter van de liberale partij Vrijheid en Solidariteit, geen deel zou uitmaken van de nieuwe regering. Zondag liet hij deze voorwaarde achterwege en beriep hij zich, volgens Politico, op een religieus vocabulaire:

    ‘Aan de vooravond van de Goede Week, die we vieren als een symbool van lijden, opoffering en vergeving, heb ik besloten een gebaar te maken naar de mensen die om mijn ontslag hebben gevraagd’, zei hij vanuit de regeringszetel in Bratislava.

    Igor Matovic heeft ‘herhaaldelijk naar originele antwoorden op de pandemie gezocht’

    Bloomberg merkt op dat Igor Matovic ‘herhaaldelijk naar originele antwoorden op de pandemie [heeft] gezocht’. Zo probeerde hij alle volwassenen in het land met 5,5 miljoen inwoners te testen. ‘Zijn persoonlijkheid heeft, sinds hij in februari 2020 aan de macht kwam in het kader van een anticorruptieprogramma, vaak voor problemen gezorgd.’

    De vaccinatieaffaire zou dan ook vooral de aanleiding voor de crisis zijn geweest. ‘De essentie van het probleem ligt vanaf het begin in Matovics stijl van besturen, het niet nakomen van afspraken en het voortdurend uitlokken van conflicten. (…) Zijn regering viel omdat een ​​meerderheid in het parlement voor het aannemen van wetten niet nodig achtte’, aldus een column op de Pravdasite

    Een deel van de lokale pers beschuldigt Matovic ervan tijd te hebben verspild in een land waar de covid 9500 mensen heeft gedood. ‘Hij danste op de rand van de afgrond waarin zijn regering wegzakte’, meent dagblad KMO. ‘De regerende coalitie zegt lessen te hebben getrokken uit de crisis. De komende tijd zal blijken of dit het geval is.’

    De crisis heeft een verwoestend effect op de Slowaken had, meent Dennik N. ‘We hebben maart verloren in de coalitieruzie. Het resultaat is vermoeienis, walging en publieke twijfel. Er zijn duizenden extra mensen die steeds minder in politiek geloven’, betreurt de Slowaakse krant.

    Het is nu aan Eduard Heger om het voortouw te nemen; een voormalige zakenman die pas vijf jaar geleden de politiek inging, door Dennik N omschreven als ‘charismatisch’ en een vrome christen. Maar HLAS-SD, de sociaaldemocratische partij, spreekt van ‘een absolute farce’ en ziet in Heger een ​​potentiële marionet.


    Poolse auteur beledigt de president

    Jakub Żulczyk, een populaire fictieauteur wiens roman Blinded by the Lights (Ślepnąc od światłość) is bewerkt tot een populaire tv-show met dezelfde naam, wordt aangeklaagd voor het beledigen van de Poolse president in een post op Facebook. Hij kan een gevangenisstraf van maximaal drie jaar tegemoet gaan, meldt de Poolse Wyborcza.

    Żulczyk reageerde in een ander Facebook-bericht, waarin hij onder andere opmerkt: ‘Wat interessant is, is dat zowel ik als mijn advocaat Krzysztof Nowiński, die mij in deze zaak vertegenwoordigt, de beschuldigingen niet via officiële kanalen hebben vernomen, maar via het overheidsvriendelijke wPolityceportaal. Dat is hoe de dingen hier in Polen gaan. (…) Een ander grappig aspect van deze hele zaak is dat ik misschien wel de eerste schrijver in heel lange tijd in dit land ben die terecht zal staan voor wat hij schreef.’

    ‘Joe Biden is de 46e president van de Verenigde Staten, Andrzej Duda is een idioot’

    De zaak voert terug tot 7 november vorig jaar, toen de Poolse president Andrzej Duda in plaats van een felicitatie aan Joe Biden met zijn overwinning, zijn inmiddels beroemde woorden tweette: ‘Felicitaties aan @JoeBiden voor een succesvolle presidentiële campagne. In afwachting van de benoeming door het Kiescollege, is Polen vastbesloten om een ​​hoog niveau en hoogwaardig strategisch partnerschap tussen PL en VS in stand te houden voor een nog sterkere alliantie.’

    Żulczyks reactie luidde: ‘Andrzej Duda, de president van Polen, schreef op Twitter dat hij wacht op de benoeming van Joe Biden, verkozen president van de Verenigde Staten, door het Kiescollege. Toegegeven, de Amerikaanse politiek en de zaken in dit land zijn tegenwoordig slechts een hobby van me, maar ik heb nog nooit gehoord van zoiets als een “nominatie door het Kiescollege” in het Amerikaanse verkiezingsproces. Biden won de verkiezingen. Hij kreeg 290 electorale stemmen. Uiteindelijk, na een hertelling in Georgia, zal hij waarschijnlijk 306 krijgen. Om de race te winnen had hij er 270 nodig. (…) Alles wat vanaf deze dag volgt (…) is slechts een formele procedure. Joe Biden is de 46e president van de Verenigde Staten, Andrzej Duda is een idioot.’

    Algoritmen

    De site Dobreprogramy.pl meldt nog dat ‘Google deze gevolgen [dat Żulczyk op zijn woorden zou worden gepakt] wel had verwacht, dus direct nadat de uitdrukking aan populariteit won, de controversiële uitdrukking in de zoekmachine [tegenging] na het invoeren van “Andrzej Duda”. (…) De algoritmen detecteerden simpelweg het “verkeerde” woord en blokkeerden het voor weergave in verband met populaire presidentgerelateerde vragen.’

    De zoekmachine meldde zelf dat ‘Google geen verzoek heeft ontvangen om deze te verwijderen met betrekking tot de controversiële hints. Het is gewoon een kwestie van regels.’

    Hoe dan ook is de auteur nu aangeklaagd. Zelf heeft hij aangegeven dat zijn verklaring een kritische beoordeling was van het handelen van de president. Maar in de ogen van de aanklager is de gebruikte term beledigend, aldus Wyborcza. ‘Het is onaanvaardbaar om het te beschouwen als een vorm van inhoudelijke kritiek die wordt gerechtvaardigd door het recht op vrijheid van meningsuiting’, aldus de aanklager.

  • Iconische boekwinkel in Parijs moet sluiten | Opnieuw burgers aangevallen in Niger

    Iconische boekwinkel in Parijs moet sluiten | Opnieuw burgers aangevallen in Niger

    Opnieuw burgers aangevallen in Niger

    De Nigerese regering maakte maandagavond bekend dat de inval van zondag door gewapende mannen tegen dorpen in de Tahoua-regio, niet ver van Mali, heeft geleid tot de dood van 137 mensen. Een week geleden vielen er ook al 66 doden bij aanslagen. 

    ‘Enkele tientallen mannen arriveerden op motorfietsen. Ze vielen nomadische kampen aan in de steden Intazayene, Woursanat en Bakorat’, schrijft de Nigerse krant News a Niamey. Omdat het woestijngebied erg geïsoleerd ligt, is er gebrekkige communicatie en duurde het een tijd totdat de berichten waren bevestigd, aldus de Nigerse krant.

    ‘Wat de tragedies van de afgelopen maanden gemeen hebben, is dat ze alleen burgers hebben getroffen die normaal gesproken worden gespaard in tijden van gewapende conflicten. Ze maken duidelijk (…) dat we te maken hebben met een grote verschuiving in de strategie van gewapende groepen’, merkt Info Agadez op.

    ‘Na een reeks aanvallen die voornamelijk gericht waren op de defensie- en veiligheidstroepen, lijken gewapende groepen te hebben besloten hun wapens nu tegen burgers te richten; en dit om redenen die de gewone man nog steeds niet kan bevatten, en die geen enkele specialist in conflicten heeft geprobeerd bloot te leggen en uit te leggen. Toegegeven, dat is een lastige taak, omdat geen van de laatste aanslagen is geclaimd’, vervolgt de krant uit Noord-Niger.

    ‘De uitdagingen zijn talrijk en urgent, te beginnen met de veiligheidscrisis’

    De terroristische operaties in het westen van het land vormen de grootste uitdaging voor het nieuwe staatshoofd, Mohamed Bazoum, wiens presidentiële overwinning zondag werd bevestigd door het Constitutionele Hof van Niger. Zijn tegenstander, Mahamane Ousmane, betwistte de resultaten van de stemming en claimde de overwinning met 50,3 procent van de stemmen.

    Het Burkinabese dagblad Le Country spoort aan om geen tijd meer te verliezen met deze tweestrijd en aan de slag te gaan, ‘want de uitdagingen zijn talrijk en urgent, te beginnen met de veiligheidscrisis, die een nachtmerrie wordt voor de autoriteiten en voor grote bezorgdheid zorgt.’


    Israëliërs zijn het stemmen beu

    Vandaag (23 maart) vinden in Israël de vierde parlementsverkiezingen plaats in minder dan twee jaar tijd. Volgens de laatste peilingen maken de beide kandidaten, Benyamin Netanyahu en Yaïr Lapid, nog ongeveer evenveel kans. 

    Afgelopen weekend wist ongeveer 40 procent van de Israëlische kiezers nog altijd niet goed wie ze zouden gaan stemmen – 20 procent van de Israëli’s was van plan op het allerlaatste moment te beslissen, schrijft Ynet, het populaire portaal van dagblad Yediot Aharonot. Het zou gaan om tien tot dertien onvoorspelbare zetels.

    Ook Israel Hayom heeft het over ‘het besluiteloosheid tot het einde’. De zwevende stemmen zouden de machtsverhoudingen tussen de twee grote blokken, pro- en anti-Benyamin Netanyahu, de vertrekkende premier, kunnen doen verschuiven. Volgens het gratis verspreide dagblad speelt bij de besluiteloosheid een gebrek aan informatie mee over de strategieën die de partijen zullen volgen bij de vorming van de nieuwe coalitie na de verkiezingen. De krant spoort aan om desondanks te gaan stemmen: ‘Alles ligt nog steeds in onze handen’. Bij de verkiezingen in maart 2020 was de opkomst 71,5 procent.

    Niemand zal spijt krijgen van de vertrekkende coalitie

    Ha’Aretz noemt als oorzaken voor deze mogelijke lage opkomst de pandemie, die het verkiezingsproces bemoeilijkt en de kiezers in gevaar kan brengen, maar ook een grote vermoeidheid met het Israëlisch kiesstelsel; veel Israëliërs hebben last van een ‘déjà-vu’ en zijn het stemmen beu.

    Yediot Aharonot heeft het in dit verband over ‘de vierde symfonie van Benyamin Netanyahu’, die nog meer dan de vorige drie het werk van de Israëlische premier zou zijn. ‘Hij is de componist, dirigent en uitvoerder.’ Maar, benadrukt de krant, het is belangrijk om niet te vergeten naar de muziek te luisteren. Wat de uitkomst van deze verkiezingen ook is, één ding is zeker: niemand zal spijt krijgen van de vertrekkende coalitie.


    VS, VK en EU verenigen zich om China te sanctioneren

    De Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada spraken zich op maandag 22 maart gezamenlijk uit tegen de massale internering van Oeigoerse moslims en namen parallelle sancties tegen Chinese functionarissen in de provincie Xinjiang, die worden beschuldigd van mensenrechtenschendingen. Beijing reageerde onmiddellijk door tien leden van het Europees Parlement op de zwarte lijst te zetten, meldt The South China Morning Post

    ‘Het bewijsmateriaal, onder meer afkomstig uit eigen documenten, satellietbeelden en ooggetuigenverklaringen van de Chinese regering, is overweldigend. China’s uitgebreide onderdrukkingsprogramma omvat onder meer strenge inperkingen van religieuze vrijheid, het gebruik van dwangarbeid, massale detentie in interneringskampen, gedwongen sterilisaties en de gezamenlijke vernietiging van het Oeigoerse erfgoed’, citeert SCMP.

    Volgens het Hongkongse dagblad zou dit kunnen leiden tot een dramatische escalatie van ‘spanningen met Beijing’ en maakt het duidelijk dat de nieuwe regering van Joe Biden ‘voornemers is van zijn allianties een krachtig instrument te maken om zich tegen China te verzetten’.

    De Rubicon over

    In de woorden van The Guardian zijn de EU en het VK ‘de Rubicon overgestoken’ door sancties op te leggen aan een kleine groep Chinese hoge functionarissen; ‘Dit zijn de eerste sancties die door Europeanen zijn genomen tegen Chinese functionarissen sinds de bloedige onderdrukking van het Tian’anmen-plein in 1989.’

    De Britse minister van Buitenlandse Zaken Dominic Raab benadrukt dat de sancties tegen de Chinese leiders het resultaat waren van een ‘intense’ diplomatieke inspanning tussen de betrokken westerse landen, omdat ‘het bewijs van wijdverbreide schendingen van de mensenrechten in Xinjiang niet kan worden genegeerd’.

    De VS kondigden de sancties aan slechts enkele dagen na een verhitte discussie tussen Amerikaanse en Chinese diplomaten tijdens een bijeenkomst in Anchorage (Alaska), schrijft CNN. Directeur van het ministerie van Financiën van het Office of Foreign Assets Control Andrea M. Gacki verklaarde dat ‘de Chinese autoriteiten consequenties [zullen] blijven ondervinden zolang er gruweldaden plaatsvinden in Xinjiang tegen Oeigoeren en andere etnische minderheden.’


    De geest uit Quartier Latin

    ‘De sluiting van de geliefde Gibert Jeune-boekwinkel in het Quartier Latin van Parijs, de thuisbasis van talloze schrijvers, filosofen, kunstenaars, revolutionairen en studenten, is de laatste in een reeks klappen voor de culturele levendigheid van de buurt, een langdurige achteruitgang die werd versneld door de pandemie’, schrijft The New York Times over de sluiting deze week van een iconische Parijse boekwinkel, die volgens het dagblad ‘de geest van het Quartier Latin het beste belichaamde’.

    Libération noemt de sluiting: ‘een teken van de tijd’. Het gebouw behoorde toe aan een ‘afstammeling van de historische familie’, en is nu verkocht aan de hoogste bieder. Om de nieuwe verhuurder te kunnen betalen, had de jaaromzet van de winkel met 2 miljoen moeten stijgen. ‘Onhoudbaar voor een kuip die te oud en te zwaar is en aan alle kanten lekt.’ 

    De winkel was onder andere zeer populair bij studenten, die er tweedehands boeken kochten. ‘Het verhaal van een wijk in Parijs die ooit zo vreugdevol was en lang werd geassocieerd met studie, ideeën, jeugd en kennis’ is ten einde’, schrijft ook Le Monde; ‘De Franse boekhandel wordt geconfronteerd met nieuwe lees- en koopgewoonten en een verstikkende vastgoedmarkt.’

  • We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    De Mexicaanse auteur Jorge Volpi doet naar aanleiding van de vele rellen die in zijn land plaatsvonden op vrouwendag een aanklacht tegen de huichelachtige tijd waarin we leven.

    Rellen in Mexico-Stad

    Volgens de Mexicaanse autoriteiten hebben 62 politiemensen en 19 vrouwen verwondingen opgelopen toen het tot een confrontatie kwam tussen betogers en de politie bij demonstraties op Internationale Vrouwendag. Demonstranten gingen de agenten te lijf met hamers, schilden en zelfgemaakte vlammenwerpers.

    De vrouwen protesteerden tegen het seksueel geweld waarmee ze dagelijks te maken hebben. Volgens México Evalua, een onafhankelijk onderzoeksbureau, zijn in de tweede helft van 2020 5 miljoen vrouwen in het land slachtoffer geworden van seksueel geweld. Volgens gegevens van de Mexicaanse regering zelf zijn in 2020 939 vrouwen vermoord omdat ze vrouw waren. Tussen 2015 en 2020 steeg het aantal femicidegevallen met 130 procent.

    De woede van de demonstranten richtte zich vooral op president López Obrador. Hij zou te weinig doen tegen het misbruik. Onlangs sprak de president nog zijn steun uit voor een politicus die door een aantal vrouwen is beschuldigd van verkrachting.

    De ex-president die de oorlog begon tegen de drugshandel – de directe oorzaak van honderdduizenden doden en verdwijningen –, juicht de protesten tegen de vrouwenmoorden toe. De spreekbuis van de huidige president noemt de metalen afzetting rond het Palacio Nacional, ons regeringsgebouw, tegen de feministische protesten een ‘vredesmuur’. De verantwoordelijke om de covid-19-pandemie te bestrijden loopt zonder mondkapje en wetend dat hij besmettelijk is, door een openbaar park om vervolgens de media uit te foeteren die inbreuk maken op zijn privacy. Voormalige linkse activisten rechtvaardigen het politieoptreden tegen de feministische demonstranten. De voornaamste oppositiepartij, fel gekant tegen de legalisering van abortus, staat achter de protesten van de #8M-beweging op 8 maart. De president zwijgt in alle talen over het geweld tegen de vrouwen maar toont zich vol lof over het feit dat de barricade rond het regeringsgebouw het heeft gehouden. De partij die de corruptie heeft verheven tot landspolitiek wijst witheet op een Accountantsonderzoek dat diverse onregelmatigheden in het huidige regeringsbeleid blootlegt. Hoge vrouwelijke functionarissen en leiders van MORENA (Movimiento Regeneración Nacional), die zich als feminist voordoen, reppen met geen woord over de poging van hun partij om een politicus voor te dragen die herhaaldelijk van verkrachting is beschuldigd.

    Mensenrechtenactivisten die de overstap hebben gemaakt naar overheidsfunctionaris, dekken het misbruik bij de politie. Mensenrechtenactivisten houden hun mond over de demonstranten die een groep vrouwelijke politieagenten afranselden. Een president die zichzelf progressief noemt – en geen dag voorbij laat gaan om zijn rivalen als conservatief te bestempelen – stelt voor zowel de legalisatie van abortus als de kandidatuur van de politicus die van verkrachting is beschuldigd, afhankelijk te maken van de publieke opinie. De voormalige kandidaat voor het presidentschap, die de conservatieve partij verliet, komt op zijn schreden terug en ambieert een functie in een gebied waar hij nooit heeft gewoond. De partij die zichzelf afficheert als sociaal komt aanzetten met een politicus die openlijk klassenjustitie en machismo voorstaat. Een partij die van oudsher als links bekend staat verbindt zich met de twee partijen die ze haar hele geschiedenis lang heeft bestreden. Een journalist die de politieopstelling steunde haalt dagelijks uit naar de president. De kandidaat die de demilitarisatie van het land beloofde draagt alle macht over aan het leger. Tientallen journalisten en intellectuelen die zich hebben verrijkt aan de vorige regimes, beschuldigen de huidige regering van censuur. 

    Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort

    En er zouden nog veel en veel meer voorbeelden te geven zijn. Als iets het Mexico van nu kenmerkt, al zie je hetzelfde gebeuren in andere delen van de wereld, is het niet zozeer de leugen – of wat we alternatieven feiten zijn gaan noemen – als wel het gebrek aan congruentie. Het feit dat er geen peil te trekken is op onze publieke spelers. Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort: we luisteren naar de tot vervelens toe herhaalde uiteenzettingen in de krakende ochtendpraatjes van de president, naar de opgewonden verklaringen van partijleiders, naar de raadselachtige commentaren van journalisten, woordvoerders en influencers, en bovenal naar de weerzinwekkende bagger op de sociale media, en constateren algauw dat de verkondigers met al hun flux de bouche en poeha over het algemeen precies het tegenovergestelde hebben gedaan van wat ze beweren.

    We leven in het rijk van de incongruentie. En van het cynisme.

    Kloof

    Hoe bestaat het dat we dulden dat Felipe Calderón zegt niets te hebben geweten van de banden met de drugshandel van zijn rechterarm, Genaro García Luna? Of dat Andrés Manuel López Obrador de kandidatuur van Félix Salgado Macedonio [die wordt beschuldigd van verkrachtig] steunt? Of dat de aanhangers van PAN (Partido Acción Nacional) hebben ingestemd met alle slogans die op de gevel van het Paleis werden geprojecteerd, behalve de oproep tot legalisering van abortus? Of dat MORENA zijn politieke macht niet heeft ingezet om die decriminalisering erdoor te krijgen?

    Hoe bestaat het dat we dag in dag uit al deze politici, ondernemers, activisten, journalisten en intellectuelen dulden die het ene zeggen en precies het tegenovergestelde doen? Hoe komt het dat de kloof tussen de boodschapper en de boodschap zo diep is geworden?

    Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog

    Ons openbare leven is ineens veranderd in een obscene setting waarin slechte toneelspelers ageren, die tegenover hun gehoor de ene rol vertolken en, eenmaal veilig thuis, hun masker afrukken om iemand anders te zijn. Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog, zolang de vijand maar in een kwaad daglicht wordt gesteld.

    Al hebben ik en de mijnen veel ergere dingen gedaan dan jij en de jouwen – denk aan PRI (Partido Revolucionario Institucional) en PAN –, nu gooien we het je woedend en verontwaardigd in het gezicht. Of: nu we de macht hebben – MORENA – doen we zelf wat we bij de oppositie het meest bekritiseerden. Of: nu ik ultraconservatieve maatregelen tref – zoals het land extreem militariseren of de slachtoffers negeren –, beschuldig ik alle anderen van conservatisme. Of: nu ik weer in de oppositie zit, bekritiseer ik jou omdat je hetzelfde doet als ik voorheen. 

    Daarom klappen we zo als iemand eens consequent is, zoals Estefanía Veloz, een militante feministe van MORENA, die aankondigde haar partij de rug te zullen toekeren als die doorging met haar steun aan Salgado Macedonio… en inderdaad vertrok. Dat zulk gedrag ons verbaast toont wel aan hoezeer we gewend zijn geraakt aan het tegendeel: gegoochel met woorden om wat niet te rechtvaardigen is te rechtvaardigen.

    We leven in het rijk van het onfatsoen.

    Als aan iets behoefte is in dit bedroevende panorama, dan is het aan onvervalste onderzoeksjournalistiek. Die kan dienen als geheugensteun om de ongerijmdheid of incongruentie te ontmaskeren en ons er, als spiegels van Dorian Gray, aan te helpen herinneren wie er schuilgaan achter die mooie facies van degenen die zo fier en vol overtuiging de anderen beschuldigen van wat zij zelf zijn.