Onderwerpen: Column

  • Er is een derde manier om ‘woke’ te zijn

    Er is een derde manier om ‘woke’ te zijn

    We zouden ons meer zorgen moeten maken over economische en sociale structuren die leiden tot uitsluiting, dan over welke woorden je wel of niet mag gebruiken. Woke zou niet de cultuuroorlog van onze tijd moeten zijn.

    Wij, centrum-linkse liberalen, worden meestal niet gauw boos. Maar met het eindeloze debat over wat rechtse mensen ‘woke’ noemen ben ik helemaal klaar. In het gekibbel tussen rechts en de diverse identiteitsbewegingen komen liberalen nauwelijks aan bod. Wij moeten tussenbeide komen en tegen beide kanten schreeuwen: ‘Jullie hebben het allemaal mis! Luister naar ons!’

    Het debat over ‘wokeness’ is alleen al dwaas omdat niemand het erover eens is wat ‘woke’ nou eigenlijk betekent. De progressieve Amerikaanse schrijver James McAuley definieert het als ‘een verhoogd bewustzijn van rassenongelijkheid en sociale rechtvaardigheid’. De conservatieve Britse politicoloog Matthew Goodwin noemt het ‘de heiligverklaring van minderheden op raciaal, seksueel en gendergebied’. Het Democratische Amerikaanse Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez twitterde: ‘“Woke” is een term die experts tegenwoordig gebruiken als kleinerend eufemisme voor burgerrechten en rechtvaardigheid.’

    Derde weg

    Probleem nummer twee is dat de discussie van Amerikaanse makelij is, zoals zoveel debatten die op mondiale schaal worden gevoerd. En zoals alle hedendaagse Amerikaanse debatten is het tot in uitersten gepolariseerd. In algemenere zin kennen wij liberalen onze plaats op het Amerikaanse slagveld. We weten waar we staan tussen sociale rechtvaardigheid en de huidige Republikeinse Partij. In dat gevecht moet je nu eenmaal partij kiezen.

    Maar op het gebied van wokeness nemen wij liberalen een eigen positie in, noem het een ‘derde weg’. Soms zijn we het eens met strijders voor sociale rechtvaardigheid en soms met regelrechte conservatieven. (Alleen de trumpiaanse witte-identiteitsbeweging is op alle fronten fout.)

    Witte mannen moeten beseffen dat ze mogelijk alleen op een leidinggevende plek terecht zijn gekomen omdat ze witte mannen zijn

    Als liberaal sta ik achter de aanvallen van de zogeheten ‘wokesters’ op discriminatoire structuren. Witte mannen die vandaag de dag leidinggevende posities bekleden, moeten beseffen dat ze mogelijk alleen op die plek terecht zijn gekomen omdat ze witte mannen zijn. Onlangs gingen tijdens een Zoomgesprek twee succesvolle witte mannelijke vrienden tegen me tekeer over wokeness. De een klaagde dat vrouwen en zwarten in zijn vakgebied tegenwoordig moeiteloos opslag denken te krijgen, terwijl hij sinds de kostschool hard heeft moeten werken. Hij ziet zichzelf als slachtoffer. Ik denk dat hij woke moet worden waar het de werking van macht betreft. Nu verdienen anderen een kans.

    Wokesters

    Sociaal activisten hebben gelijk als ze vrouwen en minderheden een stem willen geven. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat oudere witte mannen vaak ‘woke’ roepen om hun eigen positie te beschermen. De wokesters hebben ook gelijk als ze standbeelden van racisten willen neerhalen. Dat is niet het ‘uitwissen van de geschiedenis’, maar het kiezen van andere mensen om te vereren.

    En als wokesters worden beschuldigd van het bevorderen van de ‘cancel-cultuur’, dan hebben ze gelijk als ze rechtse mensen hetzelfde verwijten. Een schooldistrict in Kansas heeft onlangs negentwintig boeken uit zijn bibliotheken verwijderd, onder meer van auteurs als Margaret Atwood en Toni Morrison. Een schoolbestuur in Virginia beval zijn bibliotheek ‘seksueel expliciete’ boeken te verwijderen – lees cancelen – en twee bestuursleden bepleitten een boekverbranding (het bevel werd later ingetrokken na een golf van kritiek).

    En dit zijn geen opzichzelfstaande incidenten of alleen maar voorbeelden van het ‘anekdotalisme’ dat het debat over wokeness vertekent. Van januari tot september 2021 zijn in de VS vierentwintig wetsvoorstellen ingediend om paal en perk te stellen aan wat opleidingsinstituten mogen onderwijzen over onderwerpen als racisme, gender en Amerikaanse geschiedenis, aldus non-profitorganisatie PEN America.

    Niemand verdient ‘emotionele bescherming’ tegen argumenten die hen niet bevallen

    Maar ik ben het eens met conservatieven als ze klagen over bepaalde strijders voor sociale rechtvaardigheid die de vrijheid van meningsuiting onderdrukken. Niemand verdient ‘emotionele bescherming’ tegen argumenten die hen niet bevallen. Het enige waartegen je beschermd moet worden is haatzaaien en bedreiging met geweld.

    Conservatieven hebben gelijk als ze zeggen dat witte mensen hetzelfde recht hebben om gehoord te worden als anderen. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat de witte arbeidersklasse vatbaar is voor discriminatie op grond van geografie, accent, kleding en religie. Ze hebben gelijk als ze klachten over ‘culturele toe-eigening’ verwerpen. Een witte zanger mag zich gerust door Afrikaanse muziek laten inspireren en een man mag gerust over een vrouw schrijven. En conservatieven hebben gelijk als ze zeggen dat onbewezen beschuldigingen nooit het einde van een carrière mogen betekenen. Zelfs standbeelden mogen alleen door verkozen organen worden neergehaald, niet door betogers.

    Een belangrijk liberaal standpunt is dat we mensen als individuele denkers beschouwen, niet als leden van identiteitsgroepen

    Een belangrijk liberaal standpunt is dat we mensen als individuele denkers beschouwen, niet als leden van identiteitsgroepen. Niemand wordt door zijn afkomst gedwongen om de regels te volgen die worden verstrekt door ‘leiders’ van hun zogenaamde genetisch bepaalde ‘gemeenschap’. Wanneer witte progressieven uitleggen wat de ‘Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap’ gelooft, wil ik vragen: ‘Behoren jullie tot de witte gemeenschap? Zo niet, waarom zou je zwarte mensen dan ook niet los zien van hun etniciteit?’

    Zwijgende meerderheid

    Dus wij liberalen moeten het debat op zijn kop zetten en alle anderen beledigen. Wij behoren waarschijnlijk tot de zwijgende meerderheid, zeker in het Verenigd Koninkrijk. We zouden tot de luidruchtige meerderheid moeten behoren.

    Wij zouden ernaar moeten streven het hele debat te marginaliseren. Woke zou niet de cultuuroorlog van onze tijd moeten zijn. De meeste levens worden er niet door bepaald. In Europa kom je het zelfs amper tegen, een enkele Britse universiteit daargelaten. We zouden ons meer zorgen moeten maken over discriminatoire economische en sociale structuren dan over lelijke woorden. Het is absurd dat sommige Amerikaanse universiteiten en media regels kennen tegen racistisch taalgebruik, terwijl er in het dagelijks leven een segregatie wordt getolereerd die niet onderdoet voor apartheid.

    Erik Bleich, verbonden aan Middlebury College in Vermont, zegt dat mensen twee eenvoudige ideeën in hun oren moeten knopen: vrijheid van meningsuiting is cruciaal. Begrijpen dat sommige mensen historisch in het nadeel zijn vanwege hun identiteit is ook cruciaal. Zo ingewikkeld is het niet.

  • ‘Waarom ik niet van reizen houd’

    ‘Waarom ik niet van reizen houd’

    We leven in een samenleving die is geobsedeerd door reizen. Leo McKinstry blijft liever thuis.

    Dit artikel verscheen eerder in #144, augustus 2018.

    Ik ben nooit zo’n avonturier geweest. Als kind in Belfast lag ik urenlang roerloos op de keukentafel en had geen enkele neiging om op onderzoek uit te gaan. Een keer kwam een bezorgde buurvrouw aan de deur omdat ze mij door het raam zo doodstil had zien liggen. ‘Maak je geen zorgen. Dat heeft hij zo vaak. Hij gaat nergens heen,’ was de reactie van mijn moeder op haar bezorgdheid.

    Die indolentie heb ik als volwassene nog steeds en die uit zich in mijn diepe afkeer van reizen. Ik heb geen greintje reislust in me. Ik fantaseer nooit over het bezoeken van verre landen, blader nooit verlangend door reiskaternen. De meeste mensen willen graag de wereld verkennen waarin ze leven, maar mij kan het echt niets schelen als ik geen nieuwe plekken bezoek. Ik heb liever een verregend weekend in Bridlington dan veertien dagen in Barcelona.

    Als reizen de nieuwe religie is, ben ik een ketter. Ik heb geen bucketlist, geen bestemmingen die ik per se gezien wil hebben

    Ik erken dat mijn zienswijze geheel tegen de tijdgeest in gaat. We leven in een samenleving die is geobsedeerd door reizen, waarin mensen net zo enthousiast exotische ervaringen als spullen verzamelen. Vooral millennials lijken te geloven dat voortdurend reizen niet alleen essentieel is voor je welzijn, maar je ook tot een moreel beter mens maakt. In een tijd van mondialisering is het toerisme een van de grootste industrieën ter wereld geworden, nog lucratiever dankzij goedkope vluchten en internet. Naar schatting is deze sector goed voor een op de elf banen, en worden er jaarlijks meer dan een miljard buitenlandse reizen gemaakt.

    Geen bucketlist

    Welnu, ik doe niet mee aan die verering van het globetrotten. Als reizen de nieuwe religie is, ben ik een ketter. Ik heb geen bucketlist, geen bestemmingen die ik per se gezien wil hebben. Mijn paspoort is bijna smetteloos. Laatst bij een etentje met vrienden vertelde een van hen over het huis dat zij en haar man in Sri Lanka hadden gebouwd. ‘Je moet echt een keer langskomen,’ zei ze vriendelijk. Ik reageerde alsof ze me had gevraagd of ik me bij de revolutionaire communistische partij wilde aansluiten. ‘Geen sprake van,’ antwoordde ik. Ik heb in mijn leven vier keer intercontinentaal gevlogen, twee keer naar de VS en terug, en ik hoop dat ik oud mag worden zonder dat nog een keer te hoeven meemaken.

    Gegeven onze huidige verslaving aan massatoerisme zou mijn instelling als een persoonlijkheidsstoornis gezien kunnen worden. Als ik anderen over mijn reisangst vertel, gaan ze er heel vriendelijk van uit dat het in wezen een vorm van vliegangst is. Maar dat is het helemaal niet. Ondanks al dat beveiligingsgedoe sinds 9/11 hou ik van de levendigheid op luchthavens en ik ben gefascineerd door alle vormen van luchtvaart, waarover ik ook drie boeken heb geschreven. Nee, niet de reis is het probleem, maar de bestemming.

    Gegeven onze huidige verslaving aan massatoerisme zou mijn instelling als een persoonlijkheidsstoornis gezien kunnen worden

    Deels overvalt me een diep gevoel van verveling als ik nadenk over een reis naar een bekende toeristenbestemming die ik maar al te goed ken uit een ware overvloed aan films en foto’s. Het is onmogelijk om niet blasé naar de Sixtijnse Kapel of de Taj Mahal te kijken. Maar ik moet bekennen dat ik daar soms wel heel ver in ga. Als jongeman had ik een vakantiebaantje als internationale luchtkoerier, waarbij ik pakketjes in een lijntoestel naar plaatsen in Europa en Egypte bracht. Twaalf keer ben ik via Frankfurt naar Cairo gevlogen, maar altijd weigerde ik om de piramiden te bezoeken, zelfs toen de vertegenwoordiger van het koeriersbedrijf aanbood om me erheen te brengen. ‘Nee, dank je wel, ik heb ze al vanuit het vliegtuig kunnen bekijken,’ zei ik, en ik bleef lekker veilig in mijn hotelkamer bij de luchthaven.

    Toch schrikt het idee me af om me, als een echte reiziger, ver van huis te wagen. ‘Buiten de gebaande paden’ ligt een akelig gebied, vol problemen met taal, kaarten, wc’s, geld, internetverbindingen en huurauto’s. Ik ontleen geen plezier aan het onbekende, alleen maar angsten. Dat is de kern van mijn houding. Als geboren tobber houd ik van de vertrouwde gang van zaken in mijn geregelde bestaan. Vaak wordt gezegd dat je uit je comfortzone moet stappen, maar ik zie niet in waarom. Ik heb er tientallen jaren over gedaan om heel zorgvuldig mijn eigen comfortzone op te bouwen. Daarom wil ik daar ook blijven, juist omdat het daar zo comfortabel is.

    Ik kan niet doen alsof mijn afkeer van reizen de emotionele erfenis is van een verschrikkelijke ervaring als kind in het buitenland, maar al mijn hele leven is mijn voornaamste gevoel bij bijna iedere reis de opluchting als ik weer thuis ben. In die context lijkt het wellicht tegenstrijdig dat ik niet alleen een huis in Kent heb, maar ook vijf jaar geleden samen met mijn echtgenote – een buitengewoon tolerante vrouw – een negentiende-eeuws huis in Noord-Frankrijk heb gekocht. Maar dit Gallische onderkomen ligt juist in het verlengde van mijn afkeer van reizen, want de aankoop ervan biedt me nog een excuus om niet ergens anders heen te reizen en stelt me in staat om nog een vertrouwde comfortzone te creëren.

    Hopeloze provinciaal

    ‘Reizen is leven,’ schreef Hans Christian Andersen. Als zijn woorden waar zijn, kom ik wel heel erg veel tekort. Veel doorgewinterde reizigers, die nu hun volgende reis naar Patagonië aan het voorbereiden zijn, zullen mij ongetwijfeld als een hopeloze provinciaal beschouwen. Meer dan ooit wordt reislust gelijkgesteld aan culturele belangstelling en ruimdenkendheid. Naast de zwemvliezen en de selfiestick maakt vaak ook een grote dosis hypocrisie onderdeel uit van de bagage.

    De zelfingenomen rugzaktoeristen laten een ecologische voetafdruk achter als van een asfaltmachine. Ik laat daarentegen nauwelijks een afdruk achter

    Maar de globetrotters mogen best wat minder zelfvoldaan zijn. De huidige verslaving aan reizen berokkent de planeet ongelooflijk veel schade, met name aan het milieu. Dit jaar moest de Thaise overheid besluiten om Maya Bay te sluiten, het gouden paradijs dat werd gebruikt in de succesvolle film The Beach met Leonardo DiCaprio, vanwege de vernielingen die het massatoerisme aan het ecosysteem had aangebracht. Volgens mariene biologen is negentig procent van het koraal vernietigd door afval, motorolie, het laten zakken van ankers en het verzamelen van souvenirs.

    Dichterbij heeft Dubrovnik onlangs het aantal bezoekers aan het historische centrum drastisch moeten beperken omdat de reusachtige toestroom van toeristen de status van de stad als werelderfgoed in gevaar bracht.

    De zelfingenomen rugzaktoeristen laten een ecologische voetafdruk achter als van een asfaltmachine. Ik laat daarentegen nauwelijks een afdruk achter. Ik mag dan een oppervlakkige, thuisblijvende cultuurbarbaar zijn, maar als het gaat om het redden van onze planeet, mag ik me daar zeker op laten voorstaan.

  • Waarom onzekerheid een zegen is

    Waarom onzekerheid een zegen is

    Wie terugschrikt voor het onzekere is geneigd rigide te denken, voorbarige conclusies te trekken en naar een duidelijk en voorspelbaar leven te verlangen. Daartegenover staan flexibele, nieuwsgierige denkers die beter in staat zijn met diversiteit, complexiteit en verandering om te gaan. Waarom het – juist in deze tijden – loont om onze onzekerheid toe te laten.

    Lexi Walker had al een verwarrend jaar achter de rug toen de pandemie uitbrak. Hoewel ze een gewoontedier is – ‘Als ik geen zekerheid heb, ga ik door het lint,’ zegt ze – had ze halverwege 2019 haar carrière als advocaat ingeruild voor een baan als fiduciair adviseur in haar woonplaats Taylors in South-Carolina. Toen overleed haar vader, en ze had hem nog niet begraven of de pandemie gooide alles overhoop. ‘Er is nu zoveel onzekerheid, en er is geen ontkomen aan,’ zegt ze. ‘Je leven kan morgen fundamenteel veranderen, je weet het gewoon niet. Je ziet algauw geen uitweg meer.’

    Walker maakt zich nog steeds zorgen, maar de laatste tijd is ze zich een nieuwe vraag gaan stellen: ‘De dingen die ik altijd deed, ga ik die nu weer doen?’ Een onnodige impulsaankoop dwingt tot bezinning. En ze kijkt vooruit als nooit tevoren en maakt haar eerste vijfjarenplan. ‘Je doet in feite minder op de automatische piloot,’ zegt ze. ‘Dit is een kans om een heleboel dingen te heroverwegen die ik anders zonder nadenken zou zijn gaan doen.’ Juist in de onzekerheid die ze zo vreesde ziet ze bijna onwillekeurig een mogelijkheid.

    Mensen vinden het van nature ongemakkelijk om dingen niet te weten. Om te overleven zijn we tot zoekers naar antwoorden geëvolueerd. Kennis helpt ons een oplossing te vinden. Onze afkeer van onzekerheid is zo hevig dat deelnemers aan een reeks psychologische experimenten veel gestresster bleken als ze niet wisten óf ze een elektrische schok zouden krijgen dan als ze daar zeker van waren.

    ‘Het voelen en ervaren van onzekerheid stelt ons in staat ons aan te passen’

    Momenteel stuwt een stortvloed aan onbekende factoren – aangejaagd door onrust, recessie, branden, overstromingen en plagen – de jammerklachten over ‘deze onzekere tijden’ tot koortsachtige hoogte op. Toch zou het onverstandig zijn om op dit kritische moment voor die onzekerheid terug te schrikken. Een nieuwe golf van onderzoeken toont aan dat deze gemoedstoestand lange tijd verkeerd is begrepen maar ons denken in veranderende tijden naar een hoger plan helpt te tillen. Wanneer een probleem ondoorzichtig of nieuw is, zet onzekerheid ons ertoe aan ons oordeel uit te stellen, een eerste en vaak onjuiste overtuiging nog eens nader te bekijken en naar een béter antwoord te zoeken.

    ‘Het voelen en ervaren van onzekerheid stelt ons in staat ons aan te passen,’ zegt dr. Paul K.J. Han, verbonden aan het Amerikaanse National Cancer Institute en leider van een recente studie naar de mechanismen van onzekerheid. ‘We moeten haar niet onderdrukken. Maar aan de andere kant zijn we er in de meeste omstandigheden niet blij mee.’ Het paradoxale pluspunt van onzekerheid is dat we erdoor van ons stuk worden gebracht.

    Op dit moment worden we met enorme uitdagingen geconfronteerd, van de verwoestende klimaatverandering en aanslagen op de democratie tot een hardnekkige pandemie. Maar deze complexe problemen kunnen alleen goed worden aangepakt als we onze voorkeur voor schijnzekerheid biedende noodoplossingen laten varen en kiezen voor de letterlijk tot nadenken stemmende gemoedsgesteldheid van het níét weten. Studies tonen aan dat de vrees voor onzekerheid ons vatbaar maakt voor starheid, bekrompenheid en angst, precies de gemoedsgesteldheden die in roerige tijden een handicap zijn.

    Misvatting

    Wie is de beste kandidaat? Welk vaccin is het veiligst? We weten allemaal hoe het is om onzeker te zijn, om het gevoel te hebben dat je kennis tekortschiet en dat er meer te weten valt. Maar opmerkelijk genoeg werd een onzekere gemoedsgesteldheid tot voor kort vaak als studieobject over het hoofd gezien. Psychologen zagen het als iets wat mensen zo snel mogelijk de kop in moesten drukken.

    Maar de misvatting dat niet-weten een cognitief niemandsland is verliest snel terrein. Gezondheidszorg bijvoorbeeld is een discipline die vanaf diagnose tot behandeling naar zekerheid streeft. Maar dat heeft zijn prijs. Geneeskundestudenten die ambiguïteit mijden tonen zich minder geïnteresseerd in het behandelen van kansarme patiënten met vaak complexe aandoeningen. De moeite die artsen met onzekerheid hebben, is in verband gebracht met excessief testen, met het voorschrijven van te veel antibiotica en met de burn-outs en depressies die ook al voor de pandemie tot een alarmerend niveau waren gestegen. Het is absoluut noodzakelijk ‘om de ongezonde reactie van de geneeskunde op onzekerheid’ aan te pakken, schreef dr. Arabella Simpkin, wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Harvard Medical School, afgelopen april in het Britse medisch tijdschrift The BMJ. En sommigen in het vakgebied zijn daar al mee begonnen.

    Een paar jaar geleden ontdekte de faculteit huisartsengeneeskunde van het Central Medical Center in Maine dat hun jonge artsen steeds meer moeite hadden met het behandelen van poliklinische patiënten met complexe en ambigue gezondheidsproblemen. Het duurde even voordat hun opleiders het probleem onderkenden: de artsen in opleiding konden slecht overweg met de onzekerheid die inherent is aan hun beroep. In 2015 voegde de faculteit een extra maand toe waarin men de poliklinische patiënten liet roteren, meer tijd uittrok voor begeleiding van de studenten, colleges over medische fouten inlaste en nieuwe nadruk legde op het idee dat ‘er niet maar één juiste manier is om een patiënt te behandelen’, zegt programmadirecteur dr. Bethany Picker. ‘We hebben het lesprogramma zodanig omgegooid dat mensen openstonden voor het niet-weten, zich daar niet langer tegen verzetten maar het juist opzochten. Toen zagen we dat er opeens lampjes gingen branden.’

    Het niet-weten bleek een wezenlijke voorwaarde voor goed nadenken

    Een pilotstudie uit 2018 door Picker, psycholoog Deborah Taylor, dr. Donald Woolever en anderen toonde aan dat nadat het nieuwe curriculum was toegevoegd, artsen in opleiding ambiguïteit minder snel als een dreiging ervoeren. Voordat men de poliklinische patiënten liet roteren waren de studenten het er over het algemeen van harte mee eens dat ‘een deskundige die niet met een duidelijk antwoord komt waarschijnlijk niet zoveel weet’. Naderhand, en ook nog zes maanden later, waren ze het daar sterk mee oneens. Het nieuwe curriculum had hun professionele identiteit veranderd.

    ‘We werden er bij herhaling op gewezen dat het oké is om te zeggen dat je het antwoord niet meteen weet of iets moet opzoeken, iets wat trouwens bijzonder moeilijk is om toe te geven,’ herinnert Nupur Nagrare zich, die in 2017 in Maine is afgestudeerd en nu praktiseert in het noorden van de staat New York. De opleiding heeft haar zelfvertrouwen – en zelfs moed – gegeven tijdens de pandemie. ‘Als je openstaat voor ambiguïteit, heb je geen tunnelvisie meer en is alles niet zo in steen gehouwen,’ zegt ze. 

    In het dagelijks leven varen mensen wel bij intuïtieve cognitie, het trekken van snelle conclusies op basis van eerdere ervaringen. Daardoor vermoedt een ervaren arts bijvoorbeeld dat pijn op de borst bij een patiënt op een hartaanval duidt. Maar als iets anders loopt dan verwacht of misgaat, moet onze geest de automatische piloot uitzetten en een nieuwe inschatting maken. Een fout, een tegenstrijdigheid, een discrepantie – een vals-positieve medische test, een bewustwording van sociale ongelijkheid – creëert een verwarrende kortsluiting tussen oude verwachtingen en een nieuwe realiteit.

    Wat er op dat moment in ons hoofd gebeurt is een van de belangrijkste aandachtspunten in de cognitieve wetenschap. Op dat moment verbreedt de onzekerheid onze focus en versterkt het werkgeheugen. Het noodt tot het ‘trage’ denken dat nodig is om het nu ontoereikende begrip van de wereld te updaten. Onzeker zijn is zowel een signaal van gevaar als een uitdaging om te onderzoeken wat er anders is, ontbreekt of niet klopt, een proces dat ‘conflictbeheersing’ wordt genoemd. ‘Onzekerheid kan informatief zijn, en dat lijken mensen zich vaak niet te realiseren,’ zegt Sander van der Linden, die leiding geeft aan een laboratorium van de University of Cambridge dat onderzoek doet naar het nemen van sociale beslissingen. ‘Het stuurt ons in de richting van wat we níét weten.’

    Niet binair

    Neem een baanbrekend onderzoek dat Nils Plambeck van de HEC Paris Business School en Klaus Weber van Northwestern University deden naar 104 Duitse CEO’s die in 2004 werden geconfronteerd met een dramatische uitbreiding van de Europese Unie, met onder andere een groot aantal voormalige communistische landen. Enkele maanden voor die verandering voorspelden sommige CEO’s dat hun bedrijf daar sterker uit zou komen, terwijl anderen zeiden dat het hun vooruitzichten zou schaden. Maar volgens een derde groep kon de uitbreiding van het Europese blok zowel positief als negatief uitpakken; ze waren niet zeker van de uiteindelijke afloop.

    Toen de onderzoekers meer dan een jaar later terugkeerden om te zien hoe het de CEO’s was vergaan, merkten ze tot hun verbazing dat de sterke ambivalentie niet verlammend had gewerkt maar juist het tegengestelde effect had gehad. Degenen die in tweestrijd hadden gestaan hielden rekening met een groter scala aan reacties, lieten meer uiteenlopende stemmen meewegen in hun beslissingen en namen meer innovatieve en gedurfde initiatieven. Ze beseften dat ‘er daarbuiten een realiteit bestaat die niet binair is’, aldus Weber. Maar degenen die hun vooruitzichten als goed of slecht hadden ingeschat of de situatie beter in de hand meenden te hebben, waren geneigd hun bedrijfsvoering op de oude voet voort te zetten; sommigen deden vrijwel niets.

    Onzekerheid is een horzel voor de geest die ons opschrikt uit onze zelf-genoegzaamheid, als we bereid zijn de handschoen op te pakken.

    ‘Onzeker zijn betekent dat het me aan zelfvertrouwen ontbreekt.’ ‘Er bestaat eigenlijk geen probleem dat niet kan worden opgelost.’ Dit zijn maatstaven die worden gehanteerd bij twee psychologische tests, ‘Intolerantie voor Onzekerheid’ en ‘Tolerantie voor Ambiguïteit’, die zich in nieuwe belangstelling mogen verheugen van de geneeskunde, de klinische psychologie en de zakenwereld als instrumenten om mensen te helpen de positieve kanten van het niet-weten te ontdekken. In wezen meten de tests de mate waarin mensen onzekerheid als een uitdaging of een dreiging ervaren, een schijnbaar onschuldig verschil in houding dat desondanks van invloed is op de manier waarop we leren, argumenteren en problemen oplossen.

    ‘Er bestaat eigenlijk geen probleem dat niet kan worden opgelost’

    Mensen die terugschrikken voor het onzekere zijn geneigd rigide te denken, voorbarige conclusies te trekken en naar een duidelijk en voorspelbaar leven te verlangen; zij zien kennis als een rots om je aan vast te klampen en te verdedigen. Aan de tegenovergelegen kant van het spectrum vinden we flexibele, nieuwsgierige denkers die beter in staat zijn met diversiteit, complexiteit en verandering om te gaan en daar zelfs naar streven. De implicaties zijn helder: tolerantie voor onzekerheid is de springplank naar cognitieve bloei.

    Het vermogen om steeds beter om te gaan met onzekerheid wordt niet alleen als een voorwaarde voor kritisch denken beschouwd, maar ook voor mentaal welzijn. Veel vooraanstaande klinisch psychologen geloven dat angst voor het onbekende een belangrijke oorzaak is voor, of een ‘transdiagnostische factor’ achter, tal van geestes ziekten zoals angsten, depressies en posttraumatische stressstoornissen. Angst komt in dit licht bezien voort uit excessieve of onnodige pogingen onzekerheid op te lossen door haar uit de weg te gaan of door via piekeren de illusie te wekken dat men de zaken onder controle heeft.

    Nieuwe behandelingen leren mensen met angststoornissen bijvoorbeeld meer te delegeren op hun werk, of beslissingen te nemen zonder eerst uitentreuren het internet te raadplegen. Ze leren in feite om te gaan met hun ernstigste angst, zoals iemand die bang is voor honden eerst een puppy kan leren benaderen en daarna een hond aan een riem. ‘Mensen zijn bang om kapot te gaan aan hun onzekerheid,’ zegt Kevin Alschuler, psycholoog bij de University of Washington. ‘Wij helpen hen in te zien dat ze ermee om kunnen gaan.’

    Kans op een reset

    In weerwil van wijdverbreide angst, wanhoop en uitputting gelooft meer dan de helft van de Amerikanen dat ‘we covid-19 moeten aangrijpen als een kans om belangrijke veranderingen in ons land door te voeren’, volgens een onderzoek van het onafhankelijke non-profitbureau More in Common. Een andere raciale benadering stimuleert de verbeeldingskracht, zei mensenrechtenactivist Opal Tometi tegen het blad The New Yorker. Leidinggevenden worden als minder competent beschouwd als ze in het openbaar een paar seconden pauzeren om na te denken. Het tempo en de visie van het technologische milieu kweekt de impliciete overtuiging dat ‘weten’ downloadbaar is, keurig en snel; na een paar minuten online zoeken zijn mensen geneigd te denken dat ze meer weten dan in feite het geval is. Het versterken van polarisering tast de persoonlijke onzekerheid aan die van wezenlijk belang is voor een compromis.

    Het grootste obstakel voor een weloverwogen verandering die ons verenigt is niet het ongelijk van de andere kant of de behoefte aan een beter algoritme, maar de intolerantie voor onzekerheid die ons op gevaarlijke afstand plaatst van een genuanceerd, veelzijdig, zich ontwikkelend begrip van de werkelijkheid.

    We kunnen lachen om het idee uit vervlogen tijden dat sterren en aarde aan een vaste plaats waren gebonden en dat de hersenen en de persoonlijkheid van volwassenen onveranderlijk waren. In plaats daarvan moeten we ons afvragen: welke sluier van zekerheden laat ons nu in het duister tasten over onszelf, onze wereld en elkaar? De grote, door de Verlichting geïnspireerde strijd om het niet-weten uit te roeien – wat John Dewey ‘het zoeken naar zekerheid’ noemde – loopt ten einde. Het is tijd om de ‘vijand’ te betrekken bij het oplossen van onze hedendaagse problemen.

    Niet lang geleden waren mijn man en ik betrokken bij de pijnlijke ontmanteling van een huis van een familielid. Eerder was afgesproken dat de inhoud zou worden verdeeld aan de hand van keuzen van de betrokkenen en daarna door het gooien van een dobbelsteen. Alles ging goed totdat wij iets wonnen waar een andere verwant zijn zinnen op had gezet en uitgeputte familieleden begonnen te eisen dat we afstand deden van het erfstuk.

    Aanvankelijk leek de keuze duidelijk: het erfstuk houden en familieleden boos maken of de vrede herstellen ten koste van de eerlijkheid. Maar toen realiseerde ik me dat we in onze collectieve haast om de zaak af te ronden verborgen aspecten van het probleem over het hoofd zagen. Misschien was het minder een win-verliessituatie dan we hadden gedacht. Misschien waren de herinneringen niet zo’n nulsomspel. Een moment van besluiteloosheid inspireerde me tot het bedenken van een derde optie: een transactie waarmee alle partijen konden leven. Het niet-weten bleek een wezenlijke voorwaarde voor goed nadenken, en niet de cognitieve nederlaag die we maar al te vaak vrezen.

  • ‘Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?’

    ‘Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?’

    Online ‘sextortion’-klachten in Libanon zijn in 2020 met 307 procent gestegen. Een onlangs aangenomen nieuwe wet die moet beschermen tegen intimidatie, geeft deze vrouwelijke activist weer een sprankje hoop op verbetering.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met virtuele intimidatie. In deze serie benadrukt de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld CIVICUS de gendergerelateerde aard van virtuele intimidatie middels verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices.

    Sinds de protesten van oktober 2019 in Libanon, beter bekend als de Oktoberrevolutie, roepen demonstranten in het hele land op tot het aftreden van de regering en uiten ze hun bezorgdheid over corruptie, slechte publieke diensten en een gebrek aan vertrouwen in de heersende klasse.

    Veiligheidstroepen hebben met ongekend geweld op de protesten gereageerd. Sinds het begin van de revolutie heeft de regering hard opgetreden tegen de vrijheid van meningsuiting en waren journalisten slachtoffer van aanvallen en bedreigingen

    Libanon wordt momenteel geconfronteerd met een aanhoudende politieke crisis, die nog eens werd verergerd door de explosie in de haven van Beiroet augustus vorig jaar. Feministen speelden een voortrekkersrol in de revolutie en zetten zich na de explosie massaal in om hulp te bieden.

    Maya El Ammar

    Maya El Ammar is een feministische schrijver, activist en communicatieprofessional die momenteel bijdraagt ​​aan verschillende mediakanalen, haar eigen opinievideo produceert over feministische en mensenrechtenkwesties en gendergerelateerde artikelen publiceert in samenwerking met onafhankelijke mediaplatforms. Daarnaast werkt ze als mediastrateeg voor een non-profit organisatie.

    Dit is het getuigenis van Maya El Ammar:

    Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?

    ‘Het lichaam van de presentator is als een snoepwinkel en een verkrachting waard’, was de reactie van een man op een video die ik in 2018 maakte, niet over suikerappels, maar over de vooringenomenheid van de Libanese media in hun verslaggeving over gevallen van vrouwenmoord. 

    ‘Als je dat voor je werk draagt ​​(…) vraag ik me af hoe je nachthemd eruitziet?’

    ‘Waarom eet je geen “banaan”?’ en: ‘Waarom zou ik iets aannemen van een onreine vrouw zoals jij?’ vroegen anderen zich af. 

    Die laatste was een reactie op mijn artikel datzelfde jaar over de kafala (voogdij): slavernij-achtige voorwaarden die worden opgelegd aan huishoudelijk personeel, en in hoeverre deze overeenkomen met huwelijkswetten in onze regio. 

    Een jaar later escaleerde het tot: ‘Beantwoord mijn e-mail en telefoontjes, anders moet ik naar je kantoor komen, Maya.’

    Dat was de eerste keer in mijn leven dat ik een advocaat raadpleegde, want deze zeer beleefde dreiging was de climax van een misselijkmakende combinatie van online en offline stalking, waanvoorstellingen, leugens en wat ik de ‘wraaktoorn’ noem van een man nadat ik een verhaal – mijn verhaal – had gemaakt zonder zijn medewerking. 

    Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met een vreemd soort acceptatie

    In mijn geval was het een mannelijke videograaf en een collega uit het maatschappelijk middenveld die ik tegenkwam. Hij is zelfs zo ver gegaan dat hij de persoon over wie het verhaal ging begon lastig te vallen, om mij te straffen. Maar gelukkig heb ik ook dat overleefd.

    Ik hield me zelfs voor wat ik nooit tegen mijn vrienden of sowieso hardop zou zeggen: dat dit nog aanzienlijk triviaal was vergeleken met de ernstiger overtredingen waarmee mijn collega’s, en vrouwen in het algemeen, worden geconfronteerd. Het ‘Het is nog geen dagelijkse bedreiging of verkrachting’-riedeltje hield me op de been, want er was zoveel wat ik wilde doen en ik wilde niet gestopt worden, laat staan in het openbaar delen wat me overkwam. 

    Nu pas realiseer ik dat terwijl ik dit schrijf, en terwijl je het leest, duizenden andere vrouwen te maken hebben met soortgelijke schendingen. 

    Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met die vreemde soort acceptatie. Ik zeg dit omdat ik denk dat wij vrouwen die vrouwenhaters en ad-hominemcommentaren altijd boven ons hoofd hebben zien zweven. Nu zijn ze geland in de digitale ruimtes die we besloten te claimen, zoals we eerder besloten de openbare ruimtes te claimen. De geschiedenis herhaalt zich soms.  

    Slachtoffer

    Dankzij onze ervaringen met gendergerelateerd geweld in de offline wereld, hebben we de realiteit, namelijk dat onze virtuele wereld enkel een natuurlijke weerspiegeling is van ons bestaan ​​buiten het scherm, gerationaliseerd. Dankzij de vrouwen wier inspirerende trajecten vaak eindigden als waarschuwing voor hun opvolgers, hebben we misschien onbedoeld geaccepteerd dat het onvermijdelijk is om door het leven te gaan als slachtoffer.

    Wij meisjes moesten blijkbaar voorbereid doch ongewapend ter aarde komen. En het ergste is het besef dat we decennia later als vrouwen nog steeds ongewapend en onvoldoende uitgerust zijn. Dus kunnen we misschien maar beter wat minder om onszelf en ons eigen welzijn geven, nietwaar?

    Als vrouwelijke journalisten en activisten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika werkt onze strijdvaardigheid destabiliserend, maar andere kwesties krijgen altijd voorrang. En dus krijgen we als onafhankelijke vrouwelijke journalisten en activisten geen bescherming of steun van hogerhand. 

    De digitale equivalenten van de vecht-of-vluchtreactie zijn negeren, blokkeren of rapporteren

    ‘Hoop op het beste, maar verwacht altijd het ergste’, zei mijn zus altijd tegen me. 

    In plaats van hoop na te jagen, koos ik ervoor op mijn hoede te zijn voor het ergste. Destijds dacht ik misschien dat ik hierdoor zou uitgroeien tot die ‘sterke, onafhankelijke vrouw’ waar Destiny’s Child over zingt. Maar later ontdekte ik dat het er eigenlijk op neerkwam dat ik met mijn angsten moest leren omgaan en mijn vecht-of-vluchtvaardigheden moest optimaliseren. De digitale equivalenten daarvan zijn negeren, blokkeren of rapporteren. 

    Nieuwe wet

    Maar rapporteren aan wie? Aan gigantische technologiebedrijven die onze veiligheid geen biet interesseert, en die prioriteit geven aan het verwijderen van taal die autoritaire en apartheidsregimes in de regio stoort boven het aanpakken van meldingen van seksistische en schadelijke inhoud? Aan bedrijven die eerder ‘gevoelige advertenties’ en politieke Arabische inhoud censureren dan te reageren op pesten, bedreigingen en intimidaties? 

    Aan nationale cybercrimebureaus die misschien effectief zijn gebleken bij het opsporen en arresteren van daders van chantage en sextortion, maar nog altijd veel effectiever in het onrechtmatig vervolgen van gebruikers van sociale media en het arresteren van journalisten, waaronder vrouwen, voor het uiten van ongewenste meningen?

    Terwijl ik deze regels schrijf, denk ik aan mijn vrouwelijke collega’s die constant gedwongen zijn om te gaan met een monsterlijk politieapparaat dat hen vrijwel altijd aanvalt op ‘wie ze zijn’, zelden op ‘wat ze zeggen’.

    Wonder boven wonder weigeren deze zelfde vrouwen zich terug te trekken en worden ze zelfs steeds vastberadener in hun missie om de corruptie en de kwelgeest onder de aandacht te brengen, om en antwoord te vinden op de vraag wie hun collega’s hebben vermoord – de onderzoekers, de denkers, de journalisten – en wie er verantwoordelijk was voor de onjuiste opslag van de 2750 ton ammoniumnitraat die half Beiroet vernietigde.

    Voor hen moet de onlangs goedgekeurde wet tegen intimidatie in Libanon zijn werk gaan doen. Deze nieuwe – zij het zwakkewet moet bescherming bieden aan alle vrouwen van wie altijd wordt verwacht dat ze steeds maar meer opofferen, terwijl zij zelf tijdens een crisis als eerste worden opgeofferd. De wet moet de 307 procent toename van officiële meldingen van online geweld tijdens de covid-19-pandemie tegengaan.

    Deze nieuwe wet, die online intimidatie omvat en ervoor kan zorgen dat de meest flagrante daders tot vier jaar in de gevangenis belanden, moet alle dappere vrouwen beschermen die individuele en collectieve actie ondernemen. En vooral moet de wet een uitkomst zijn voor degenen die besloten geen hulp te zoeken uit angst voor vergelding, en uit een gebrek aan vertrouwen en hoop. 

  • Ook genieën hebben 24 uur per etmaal. Hoe besteden ze die?

    Ook genieën hebben 24 uur per etmaal. Hoe besteden ze die?

    ‘We hebben allemaal dezelfde 24 uur als Beyoncé’ was een tweet die viral ging. Sommige mensen lijken niet alleen alles te hebben, maar slagen er op een of andere manier ook nog eens in alles te doen. Hoe dan?

    Dit artikel verscheen eerder in 360 Magazine # 57, mei 2014.

    Franz Kafka, ontevreden met zijn behuizing en het feit dat hij met overdag moest werken, schreef in 1912 in een brief aan Felice Bauer: ‘… mijn tijd is begrensd, mijn krachten zijn beperkt, het kantoor is een van verschrikking, mijn appartement is lawaaiig, en als een aangenaam, eenvoudig leven niet mogelijk is, dan moet je een manier vinden om je er subtiel tussendoor te manoeuvreren’.

    Kafka is een van de 161 geïnspireerde en inspirerende schrijvers, dichters, toneelschrijvers, schilders en filosofen, wetenschappers en wiskundigen met van wie de dagelijkse routine in het boek van Mason Currey wordt beschreven. Net als Kafka hadden ook de anderen te maken met talloze (soms zelf veroorzaakte) obstakels, wat resulteerde in een fascinerende verzameling ‘subtiele manoeuvres’ om hun werk iedere dag gedaan te krijgen; vroeg opstaan of juist laat gaan slapen, enorme hoeveelheden ’s koffie, lange wandelingen maken en ingeplande dutjes doen. Thomas Wolfe schreef als hij in de keuken stond en gebruikte de bovenkant van zijn ijskast als bureau. Jean-Paul Sartre kauwde altijd op Corydrane-tabletten (een mix van amfetamine en aspirine), waarvan hij tien keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid overschreed. Descartes bleef graag liggen luieren in bed, terwijl zijn gedachten in zijn slaap afdwaalden ‘naar bossen, tuinen en toverpaleizen’ waar hij ‘elk denkbaar plezier’ beleefde.

    George Balanchine, was gek op de was doen en verzette het meeste ‘werk’ als hij aan het strijken was

    En dan zijn er nog Anthony Trollope, die zichzelf elke ochtend verplichtte om voordat hij naar zijn werk op het postkantoor ging drieduizend woorden te schrijven (250 per kwartier, drie uur lang). Dat hield hij 33 jaar lang vol, waarin hij zo’n 25 boeken schreef; George Balanchine, was gek op de was doen en verzette het meeste ‘werk’ als hij aan het strijken was, George Gershwin zat twaalf uur per dag, van laat in de ochtend tot midden in de nacht, achter de piano te componeren in pyjama, badjas en slippers. James Joyce kon schrijven terwijl zijn gezin om hem heen dwarrelde, de naasten van Mark Twain bliezen op een posthoorn als ze hem écht nodig hadden – om maar niet op zijn deur te hoeven kloppen.

    Ook de routines van Jane Austen, Karl Marx, Charles Darwin, Pablo Picasso, Leo Tolstoj, Andy Warhol, John Updike, Twyla Tharp en Igor Stravinsky (die nooit een noot op papier kon zetten tenzij hij er zeker van was dat niemand hem kon horen en die, als hij zich geblokkeerd voelde, op zijn hoofd ging staan om ‘zijn hersenen ruimte te geven’) werden door Currey aan de hand van vooral (auto)biografieën, dagboeken en brieven uitgeplozen.

    Screen Shot 2021 04 09 at 6.37.36 PM
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.37.55 PM

    ‘Als een vaste routine op de juiste manier wordt toegepast, kan een nauwkeurig afgesteld mechanisme ontstaan waarbij beperkte middelen optimaal kunnen worden benut…. Op die manier kan iemand zijn mentale energie in goede banen leiden…’ – Mason Currey, auteur Daily Rituals

    Screen Shot 2021 04 09 at 6.41.12 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.41.01 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.51 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.40 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.20 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.09 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.57 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.48 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.37 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.24 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.15 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.00 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.47 PM 1 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.19 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.06 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.33 PM

    Mason Currey, Daily Routines, Knopf Doubleday Publishing Group, 2013.

    R.J. Andrews stelde aan de hand van de routines uit het boek op zijn site Info We Trust bovenstaande infographic samen.

  • We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    De Mexicaanse auteur Jorge Volpi doet naar aanleiding van de vele rellen die in zijn land plaatsvonden op vrouwendag een aanklacht tegen de huichelachtige tijd waarin we leven.

    Rellen in Mexico-Stad

    Volgens de Mexicaanse autoriteiten hebben 62 politiemensen en 19 vrouwen verwondingen opgelopen toen het tot een confrontatie kwam tussen betogers en de politie bij demonstraties op Internationale Vrouwendag. Demonstranten gingen de agenten te lijf met hamers, schilden en zelfgemaakte vlammenwerpers.

    De vrouwen protesteerden tegen het seksueel geweld waarmee ze dagelijks te maken hebben. Volgens México Evalua, een onafhankelijk onderzoeksbureau, zijn in de tweede helft van 2020 5 miljoen vrouwen in het land slachtoffer geworden van seksueel geweld. Volgens gegevens van de Mexicaanse regering zelf zijn in 2020 939 vrouwen vermoord omdat ze vrouw waren. Tussen 2015 en 2020 steeg het aantal femicidegevallen met 130 procent.

    De woede van de demonstranten richtte zich vooral op president López Obrador. Hij zou te weinig doen tegen het misbruik. Onlangs sprak de president nog zijn steun uit voor een politicus die door een aantal vrouwen is beschuldigd van verkrachting.

    De ex-president die de oorlog begon tegen de drugshandel – de directe oorzaak van honderdduizenden doden en verdwijningen –, juicht de protesten tegen de vrouwenmoorden toe. De spreekbuis van de huidige president noemt de metalen afzetting rond het Palacio Nacional, ons regeringsgebouw, tegen de feministische protesten een ‘vredesmuur’. De verantwoordelijke om de covid-19-pandemie te bestrijden loopt zonder mondkapje en wetend dat hij besmettelijk is, door een openbaar park om vervolgens de media uit te foeteren die inbreuk maken op zijn privacy. Voormalige linkse activisten rechtvaardigen het politieoptreden tegen de feministische demonstranten. De voornaamste oppositiepartij, fel gekant tegen de legalisering van abortus, staat achter de protesten van de #8M-beweging op 8 maart. De president zwijgt in alle talen over het geweld tegen de vrouwen maar toont zich vol lof over het feit dat de barricade rond het regeringsgebouw het heeft gehouden. De partij die de corruptie heeft verheven tot landspolitiek wijst witheet op een Accountantsonderzoek dat diverse onregelmatigheden in het huidige regeringsbeleid blootlegt. Hoge vrouwelijke functionarissen en leiders van MORENA (Movimiento Regeneración Nacional), die zich als feminist voordoen, reppen met geen woord over de poging van hun partij om een politicus voor te dragen die herhaaldelijk van verkrachting is beschuldigd.

    Mensenrechtenactivisten die de overstap hebben gemaakt naar overheidsfunctionaris, dekken het misbruik bij de politie. Mensenrechtenactivisten houden hun mond over de demonstranten die een groep vrouwelijke politieagenten afranselden. Een president die zichzelf progressief noemt – en geen dag voorbij laat gaan om zijn rivalen als conservatief te bestempelen – stelt voor zowel de legalisatie van abortus als de kandidatuur van de politicus die van verkrachting is beschuldigd, afhankelijk te maken van de publieke opinie. De voormalige kandidaat voor het presidentschap, die de conservatieve partij verliet, komt op zijn schreden terug en ambieert een functie in een gebied waar hij nooit heeft gewoond. De partij die zichzelf afficheert als sociaal komt aanzetten met een politicus die openlijk klassenjustitie en machismo voorstaat. Een partij die van oudsher als links bekend staat verbindt zich met de twee partijen die ze haar hele geschiedenis lang heeft bestreden. Een journalist die de politieopstelling steunde haalt dagelijks uit naar de president. De kandidaat die de demilitarisatie van het land beloofde draagt alle macht over aan het leger. Tientallen journalisten en intellectuelen die zich hebben verrijkt aan de vorige regimes, beschuldigen de huidige regering van censuur. 

    Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort

    En er zouden nog veel en veel meer voorbeelden te geven zijn. Als iets het Mexico van nu kenmerkt, al zie je hetzelfde gebeuren in andere delen van de wereld, is het niet zozeer de leugen – of wat we alternatieven feiten zijn gaan noemen – als wel het gebrek aan congruentie. Het feit dat er geen peil te trekken is op onze publieke spelers. Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort: we luisteren naar de tot vervelens toe herhaalde uiteenzettingen in de krakende ochtendpraatjes van de president, naar de opgewonden verklaringen van partijleiders, naar de raadselachtige commentaren van journalisten, woordvoerders en influencers, en bovenal naar de weerzinwekkende bagger op de sociale media, en constateren algauw dat de verkondigers met al hun flux de bouche en poeha over het algemeen precies het tegenovergestelde hebben gedaan van wat ze beweren.

    We leven in het rijk van de incongruentie. En van het cynisme.

    Kloof

    Hoe bestaat het dat we dulden dat Felipe Calderón zegt niets te hebben geweten van de banden met de drugshandel van zijn rechterarm, Genaro García Luna? Of dat Andrés Manuel López Obrador de kandidatuur van Félix Salgado Macedonio [die wordt beschuldigd van verkrachtig] steunt? Of dat de aanhangers van PAN (Partido Acción Nacional) hebben ingestemd met alle slogans die op de gevel van het Paleis werden geprojecteerd, behalve de oproep tot legalisering van abortus? Of dat MORENA zijn politieke macht niet heeft ingezet om die decriminalisering erdoor te krijgen?

    Hoe bestaat het dat we dag in dag uit al deze politici, ondernemers, activisten, journalisten en intellectuelen dulden die het ene zeggen en precies het tegenovergestelde doen? Hoe komt het dat de kloof tussen de boodschapper en de boodschap zo diep is geworden?

    Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog

    Ons openbare leven is ineens veranderd in een obscene setting waarin slechte toneelspelers ageren, die tegenover hun gehoor de ene rol vertolken en, eenmaal veilig thuis, hun masker afrukken om iemand anders te zijn. Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog, zolang de vijand maar in een kwaad daglicht wordt gesteld.

    Al hebben ik en de mijnen veel ergere dingen gedaan dan jij en de jouwen – denk aan PRI (Partido Revolucionario Institucional) en PAN –, nu gooien we het je woedend en verontwaardigd in het gezicht. Of: nu we de macht hebben – MORENA – doen we zelf wat we bij de oppositie het meest bekritiseerden. Of: nu ik ultraconservatieve maatregelen tref – zoals het land extreem militariseren of de slachtoffers negeren –, beschuldig ik alle anderen van conservatisme. Of: nu ik weer in de oppositie zit, bekritiseer ik jou omdat je hetzelfde doet als ik voorheen. 

    Daarom klappen we zo als iemand eens consequent is, zoals Estefanía Veloz, een militante feministe van MORENA, die aankondigde haar partij de rug te zullen toekeren als die doorging met haar steun aan Salgado Macedonio… en inderdaad vertrok. Dat zulk gedrag ons verbaast toont wel aan hoezeer we gewend zijn geraakt aan het tegendeel: gegoochel met woorden om wat niet te rechtvaardigen is te rechtvaardigen.

    We leven in het rijk van het onfatsoen.

    Als aan iets behoefte is in dit bedroevende panorama, dan is het aan onvervalste onderzoeksjournalistiek. Die kan dienen als geheugensteun om de ongerijmdheid of incongruentie te ontmaskeren en ons er, als spiegels van Dorian Gray, aan te helpen herinneren wie er schuilgaan achter die mooie facies van degenen die zo fier en vol overtuiging de anderen beschuldigen van wat zij zelf zijn.  

  • Aanbevolen door de redactie. Nieuwe Banksy beklad & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Nieuwe Banksy beklad & Meer

    Fantastische storytelling in The making off a Banksy. ‘Dit vraagt om een vervolg.’ Verder: parels uit het eminente verleden van The New Yorker & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en fotoreportages die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Parels uit het New Yorker-archief

    De wekelijkse nieuwsbrief The New Yorker Classics van Erin Overbey behoort tot de favoriete digitale post van redacteur IJsbrand van Veelen. Overbey is sinds 1994 archiefredacteur van The New Yorker, het onvolprezen weekblad voor eminente fictie en non-fictie dat over vier jaar zijn honderdjarige bestaan viert.

    Het is op zichzelf al een feest dat een blad met zo’n lange historie een archiefredacteur heeft die lezers wijst op parels uit het verleden die tot de canon van de journalistiek en literatuur behoren. Overbey weet dan ook nog eens te verrassen met haar wekelijkse keuze, die soms aansluit bij actuele gebeurtenissen en soms zomaar uit de lucht lijkt te komen vallen, maar die altijd haar gevoel voor kwaliteit weerspiegelt. 

    Eerder deze maand wees Overbey op het eerste korte verhaal van Donna Tartt dat in The New Yorker werd gepubliceerd en in haar nieuwsbrief van deze week schrijft ze over schrijver Paul Auster: ‘Een van mijn favoriete stukken van Paul Auster is “Why Write?”, een meditatief essay, gepubliceerd in 1995, over ervaringen die hem persoonlijk en als schrijver hebben gevormd. Het essay, later uitgebreid tot een boek, begint als een dun straaltje en zwelt uiteindelijk aan tot een stroom van herinneringen in proza.’ Het is inderdaad wederom een prachtig stuk.


    Een jaar lang corona

    ‘Als we op het ogenblik dat de wereld daarbuiten ontplofte, dit bakstenen gebouw als een grote taart van boven naar beneden hadden doorgesneden, zou het hele leven alle inwoners van dit poppenhuis zichtbaar zijn geweest’, zo begint het Spaanse dagblad El Mundo een prachtige multimediale reportage over een appartementengebouw in Madrid dat ze dit coronajaar hebben gevolgd, tipt redacteur Joep Harmsen.

    In ‘Het verhaal van een trap’ maken we kennis met ‘portaal 3’, een flatgebouw in een arbeiderswijk van Madrid. Een reconstructie van de impact van een jaar lang corona ‘aan de hand van wat de bewoners vertellen. En ook door wat de ruimtes verzwijgen.’

    Screen Shot 2021 03 19 at 2.49.38 PM
    © Screenshot El Mundo

    Natuurlijk zijn het overwegend tragische verhalen. Over bruiloften en communies die niet doorgingen. Over het missen van ouders en omhelzingen. Over een vrouw die hun stervende moeder niet kon bezoeken in het ziekenhuis.

    Toch is het niet alleen maar kommer en kwel dat achter de voordeuren schuilgaat. Zo zijn er mooie verhalen te vertellen, zoals die Marta en David van appartement 3D. Het koppel was pas een paar weken bij elkaar toen de lockdown in maart werd afgekondigd, in eerste instantie voor twee weken. Ze besloten te gaan samenwonen voor die twee weekjes, als een soort ‘wittebroodsweken’, maar de noodtoestand werd almaar verlengd. Inmiddels wonen ze een jaar samen.


    Het einde van de mensheid

    Voor degene die denken dat pandemieën georkestreerd zijn om de overbevolking een halt toe te roepen, eat your heart out. Het einde van de mensheid, of van een gedeelte daarvan, is dichterbij dan u denkt, las editor at large Katrien Gottlieb vrijdag in The Guardian. Het stuk is van de hand van Erin Brockovich, een Amerikaanse milieuactiviste die een belangrijke rol speelde in de zaak tegen de Pacific Gas and Electric Company of California in 1993, het machtig chemieconcern dat op grote schaal het grondwater vervuilde. In 2000 portretteerde Julia Roberts haar in de gelijknamige film.

    Als deze trend doorzet is het aantal spermacellen in 2045 tot nul gedaald. Nul, u leest het goed

    Hormoonverstorende chemicaliën zouden de vruchtbaarheid wereldwijd in een alarmerend tempo decimeren. Milieu- en voortplantingsepidemioloog Shanna Swan aan de Mount Sinai School of Medicine in New York, beweert dat het aantal zaadcellen van mannen sinds 1973 met bijna 60 procent is afgenomen. Als die trend doorzet is het aantal spermacellen in 2045 tot nul gedaald. Nul, u leest het goed.  

    De chemicaliën verantwoordelijk voor deze spermacrisis zitten in van alles, in plastic, in geurstoffen, schoonmaakproducten, zeep, elektronica, in vloerbedekking. In alle zogenaamde ‘forever chemicals’, omdat ze niet afbreken in het milieu of het menselijk lichaam. Ze stapelen zich op.

    En dat is nog niet alles blijkt uit Swan’s onderzoek. Behalve slap en/of sloom zaad, gaat ook de grootte van de penis en het volume van de testikels krimpen. Swan stelt wetgeving voor, maar wie weet is dit schrikbeeld voor veel mannen al genoeg om forever alle chemicals uit hun levenspatroon te bannen.


    Nieuwe Banksy beklad

    Een muurschildering van Banksy op de zijkant van een voormalige gevangenis waar Oscar Wilde zat opgesloten, is beklad met rode verf. Het kunstwerk, dat verscheen op een rode bakstenen muur van wat ooit de gevangenis van Reading was, toonde een gevangene die ontsnapt van een aan elkaar geknoopte rol papier uit een typemachine, schrijft The Guardian.

    Het kunstwerk werd op 28 februari ’s nachts gemaakt en op 4 maart officieel bevestigd als een Banksy, toen de ongrijpbare straatkunstenaar een video op zijn Instagram-account plaatste.

    Fantastische storytelling in The making off a Banksy by Bob Ross, Create escape, aldus art director Majel van der Meulen. ‘Op straat geeft ‘Team Robbo’ een andere wending aan het verhaal. Ik zie mogelijkheden voor een “wordt vervolgd”.’


    Analyse van een wereldverbeterend tijschrift

    Hoe gaat het met de site die ‘met liefde probeert de wereld opnieuw en menselijker vorm te geven’? vraagt het platform voor linkse journalistiek Neues Deutschland zich af. De auteur, Michael Bittner, zinspeelt op Rubikon, dat in 2017 door Jens Wernicke werd opgericht als een ‘tijdschrift voor kritische massa’.

    De naam, analyseert Bittner, is al niet handig gekozen. ‘Van een tijdschrift dat zichzelf identificeert als maatschappijkritisch, democratisch en antimilitaristisch, verwacht men geen titel die zinspeelt op de beslissing van generaal Julius Caesar om zich voor te doen als een militair dictator [hoewel in de Romeinse wet was vastgelegd dat een generaal met een staand leger rivier de Rubicon niet mocht oversteken, deed Caesar het op zijn veroveringstocht toch]. Fans van Donald Trump riepen aan het einde van zijn ambtsperiode hun held met de hashtag #CrossTheRubicon op om de staatsgreep te riskeren. Als de naam “Rubikon” een voorteken is voor het hele medium, dan is het geen goede.’

    Volgens Wernicke dient het woord ‘complottheorie’ om ongewenste zienswijzes in diskrediet te brengen

    Tja, what’s in a name? Van het initiatief blijft in Bittners vonnis weinig overeind. In zijn bespiegeling komt een interessant dilemma aan bod: ‘De overtuiging dat de bevolking niet in opstand komt tegen de onrechtvaardige omstandigheden omdat ze “gemanipuleerd” worden in de media, weerspiegelt dezelfde minachting voor “domme mensen” waarvan elites worden beschuldigd. Gaat dit misschien niet zozeer over de verwezenlijking van democratie als wel over het vervangen van een oude elite door een nieuwe?’

    Wernickes houding ten opzichte van conspiracydenken laat zien hoe dun de grens tussen dit verschijnsel en maatschappijkritiek kan zijn (zoals ook Willem Schinkel uiteenzet in deze geweldige podcast met Lex Bohlmeijer van De Correspondent). Volgens Wernicke dient het woord ‘complottheorie’ om ongewenste zienswijzes in diskrediet te brengen. ‘Dat kan soms het geval zijn,’ aldus Bittner. ‘Maar de omgekeerde conclusie die Wernicke praktisch trekt, gaat niet op: hij publiceert vrijwel alle onzin, zolang die maar in tegenspraak is met wat de “reguliere media” zeggen.’

    Het is mooi om te zien dat de media elkaar scherp houden, aldus hoofdredacteur Laura Weeda.

  • Seks, feest en geld over de balk smijten: is dit het tijdperk dat in 2024 aanbreekt?

    Seks, feest en geld over de balk smijten: is dit het tijdperk dat in 2024 aanbreekt?

    Als de mensheid haar dieptepunt heeft bereikt, richt ze zich meestal met hernieuwde krachten weer op. Vandaar dat er volgens velen gouden tijden aanbreken voor creditcardmaatschappijen en condoomfabrieken. Maar er kan niet alleen worden gevierd. Er moeten ook dingen veranderen.

    Terwijl de besmettingen tot recordhoogte zijn gestegen, wagen steeds meer experts zich aan voorspellingen over hoe de samenleving zich na de crisis zal gedragen. 

    Een frivool bacchanaal à la Paris Hilton met muziek van Rafaella Carrà. Moeilijk voor te stellen, nu ons dagelijks leven gedicteerd wordt door het tegenovergestelde met beperkingen die stress en verwarring oproepen. Om te weten waar we nu staan en welke kant we op gaan, zijn er kleurcodes (rood, oranje, groen), genummerde coronagolven, vaccinatieschema’s en avondklokken.  

    Het is niet zo raar dat we, heen en weer geslingerd tussen de hoop op groepsimmuniteit en de vermoeidheid vanwege een pandemie die maar voortduurt, ons afvragen wat er the day after zal gebeuren, wanneer het coronavirus ons leven niet langer bepaalt. 

    ‘Net als in de roaring twenties van de vorige eeuw zullen mensen onherroepelijk op zoek gaan naar sociale interactie’

    ‘Net als in de roaring twenties van de vorige eeuw zullen mensen onherroepelijk op zoek gaan naar sociale interactie. Men zal nachtclubs bezoeken, naar restaurants, politieke bijeenkomsten, sportevenementen en optredens gaan. Religiositeit zal afnemen en er zal meer risicovol gedrag zijn, het opgespaarde geld zal uitgegeven worden. Het zou goed kunnen dat er een tijd aanbreekt van seksuele uitspattingen en geldverspilling.  

    Dat is het feestje dat Nicholas Christakis, gerenommeerd arts en als socioloog, verbonden aan Yale University, voorspelt. Hij is door Time verkozen tot een van de invloedrijkste mensen van de wereld en auteur van Apollo’s Arrow, waarin hij de effecten van de pandemie op de samenleving vanuit historisch perspectief analyseert. Hij staat niet alleen: experts van uiteenlopende disciplines voorzien een periode waarin het optimisme hoogtij viert, een periode van economisch herstel, van wetenschappelijke vooruitgang en van culturele bloei.  

    2024

    In een interview met de BBC benadrukte Christakis dat het post-coronatijdperk in 2024 zijn intrede zal doen. Dan zijn de vaccinatiecampagnes achter de rug en zijn de sociale en economische wonden geheeld. 

    ‘Het hoort bij de menselijke logica om te veronderstellen dat het einde van een tragedie leidt naar feestgedruis,’ zegt Manual Arias Maldano, schrijver van het boek Desde las ruinas del futuro. Teoría política de la pandemia (Vanaf de puinhopen van de toekomst. Een politieke theorie van de pandemie).  ‘Het zal gaan bruisen van vitaliteit, al zal dit wel afhangen van de sociaaleconomische situatie van elk afzonderlijk land.’ 

    Mocht zich inderdaad een goddeloos tijdperk aandienen dan zouden er gouden tijden aanbreken voor creditcardmaatschappijen en condoomfabrieken, we zouden ons niks meer willen herinneren, op technologisch en humanistisch gebied zouden we onszelf opnieuw uitvinden. 

    ANP 301392481 1 1
    Variety / Ballet ‘Ehed Karina’ /
    1 Januari 1920. – © ANP

    Wordt reggaeton de nieuwe charleston? Zal een onvervalste Great Gatsby (zie openingsbeeld, afkomstig uit de verfilming van 2013) het kakkersuitgaansleven in Madrid op zijn kop zetten ? Is de opvolger van Hemingway een Chinese schrijver? Of staat er misschien een nieuwe Wittgenstein op die een Tractatus schrijft die de filosofie op zijn kop zet? 

    De geschiedenis laat zien hoe het zou kunnen gaan. Als de mensheid haar dieptepunt heeft bereikt, richt ze zich meestal met hernieuwde krachten weer op. De pest die een kaalslag veroorzaakte in de middeleeuwen mondde uit in de renaissance, na de Amerikaanse Burgeroorlog braken de gouden tijden aan, en in Spanje kwam, na de dictatuur en de oliecrisis de Movida, het voorportaal van een periode van grote welvaart.

    Dus? Breekt er, gelet op de geschiedenis, een periode aan waarin we het geld over de balk smijten, zoals Christakis ons wil doen geloven?  

    Als economische groei uitblijft dan is de vergelijking met de roaring twenties een beetje naïef

    ‘Vrije seksuele moraal? Dat is overduidelijk. Na de zondevloed verschijnt altijd een regenboog. Economische overvloed? Natuurlijk zal er meer geld worden uitgegeven, maar als economische groei uitblijft dan is de vergelijking met de roaring twenties een beetje naïef,’ nuanceert essayist Jorge Freire. 

    Socioloog Fernando Vidal, verbonden aan de Universidad Ponitificia Comillas ICADE, denkt dat de samenleving in de post-coronatijd op twee heel verschillende manieren zal reageren. ‘Er zal een mix zijn van euforie en ontlading. De grootste hedonisten leven zij aan zij met een deel van de bevolking die, huiveriger en worstelend met de nasleep, zich afvraagt hoe het zover heeft kunnen komen.’ 

    De samenleving zal uiteenvallen in twee postpandemische kasten: de bedachtzamen en de roekelozen

    Het ziet ernaar uit dat in de veronderstelde nieuwe Jazz Age er tevens gewetensvolle party poopers zullen zijn. De samenleving zal uiteenvallen in twee postpandemische kasten: de bedachtzamen en de roekelozen. Die laatsten zullen niet achterom willen kijken. 

    In dat licht vindt Vidal dat het optimisme na een crisis gepaard moet gaan met een behoorlijke dosis diepgang. ‘Vieren zal belangrijk zijn maar veranderen ook.’ En die visie was er bijvoorbeeld niet na de Eerste Wereldoorlog, wel na de Tweede. ‘Het was alsof men in de jaren twintig was vergeten wat een slachting de Eerste Wereldoorlog en de griepepidemie van 1918 waren geweest terwijl er na 1945, zelfs toen de consumptiemaatschappij opkwam, werd reflecteer op de tragedie van de Holocaust en de dreiging van kernwapens. 

    Verschillende peilingen laten zien dat een groot percentage van de bevolking bepaalde aspecten van het leven in de toekomst wil veranderen. Terug na het leven van voor corona volstaat niet. Het nieuwe leven dat men voor ogen heeft fluctueert van verhuizen van de plek waar men nu woont tot definitief besluiten om te gaan telewerken. Ook is er een sterker milieubewustzijn vastgesteld. 

    ‘Grote trauma’s veroorzaken grote gedragsveranderingen bij mensen,’ aldus Vidal. Toen Groot-Brittannië werd getroffen door de gekkekoeienziektecrisis – een crisis die vergelijkbaar was met de vervuilde koolzaadoliecrisis in Spanje – was er een gigantische stijging van het aantal vegetariërs en mensen die vraagtekens zetten bij de gangbare eetgewoontes. Stel je maar eens voor wat er gaat gebeuren met wat we nu meemaken.’ 

    Tijdens deze pandemie heeft één gebied onbetwistbaar aan kracht gewonnen: de wetenschap

    Die nieuwe dynamiek zou grote invloed kunnen hebben op allerlei gebieden. Tijdens deze pandemie heeft één gebied onbetwistbaar aan kracht gewonnen: de wetenschap. Zonder de wetenschap kunnen we fluiten naar een nieuwe roaring twenties. In de strijd tegen corona heeft zich een revolutie ontketend waarin de hoofdrol is weggelegd voor vaccins met de messenger-RNA, is kunstmatige intelligentie tot wasdom gekomen en wordt ruimtevaartprogramma’s nieuw leven in geblazen. De verwachtingen zijn hooggespannen. 

    Ook de kunstwereld zou een opleving kunnen beleven met een eigen Lost Generation, Duke Ellington en Coco Chanel. Financial Times-columnist Janan Ganesh schreef onlangs dat je in dit decennium factoren kunt aanwijzen voor het ontstaan van een Arcadia in de kunsten, net als in de vorige eeuw. Een cultuurexplosie die, aldus Ganesh, de sinds het begin van deze eeuw vastgeroeste kunsten nieuw leven kan inblazen. 

    ‘Het Westen kampt met het probleem dat de bevolking erg oud is’

    Arias Moldonado vindt de gedachte van Ganesh interessant, maar deelt zijn optimisme niet. ‘Destijds voelde men de noodzaak om zich te verzetten tegen de traditionele kunsten, je had de vitaliteit van de avant-garde,’ aldus Moldonado. ‘Zou dat kunnen in onze tijd, nu we denken dat alles verzonnen is? Dat zie ik niet zo voor me, al zou het goed kunnen dat die vernieuwingsdrang zich nu richt op andere belangrijke thema’s, zoals de strijd tegen klimaatverandering.’ 

    Honderd jaar geleden was het gemakkelijk om aan te geven waar de creatieve boom plaatsvond, vandaag de dag is dat bijna onmogelijk. Vroeger was het Westen het middelpunt van de wereld. Parijs was het culturele mekka, de beste universiteiten zaten in Engeland en Duitsland en de Verenigde Staten hadden het geld en de vitaliteit van een ondernemende samenleving om dit proces te schragen. 

    ‘Het Westen kampt met het probleem dat de bevolking erg oud is,’ constateert Maldonado.  ‘Het gebrek aan vitaliteit kon wel eens een obstakel zijn voor een mogelijke culturele revolutie, die zich misschien in Azië en Latijns-Amerika, waar de bevolking veel jonger is, wel kan voordoen. Het zou goed kunnen dat wij het al oké vinden als we de pandemie overleven.’ 

    Religieus instinct

    Van de aardse kunsten en wetenschap maken we een stap naar het geloof, dat in de nabije toekomst wel eens voor frictie zou kunnen zorgen. Christakis’ hypothese is dat we in onze donkerste dagen onze toevlucht nemen tot het geloof, maar hij voorspelt wel een regressie. ‘Het religieuze instinct zal blijven opborrelen, maar in een ander jasje,’ aldus Jorge Freire, schrijver van Agitación: sobre el mal de la impaciencia  (Stress: over het kwaad dat ongeduld heet). ‘De angst voor de dood is nauw verbonden met het geloof. Zolang de mens sterfelijk is zal hij zich willen vasthouden aan het geloof, en het ziet er voorlopig niet naar uit dat we onsterfelijk worden.’ 

    Zoals bij elk feestje is er iemand die de muziek uitzet en het licht uitdoet

    Afgaand op de voorspellingen weten we wanneer het grote postcoronafeest zal beginnen (2024), de gastenlijst is er ook (de bedachtzamen en de roekelozen) en Rafaella Carrà zal de muziek verzorgen. Wat we nog moeten uitzoeken is wie het feestje gaat betalen. 

    Laten we nog eens naar de geschiedenis kijken, misschien dat we daar een kompas voor onze toekomst vinden. Maart 1814. Het einde van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Het geruïneerde Spanje zet de laatste regimenten van de napoleontische leger het land uit. Freire: ‘Alle dorpen in Catalonië, Aragon en Castilië waar koning Fernando VII zijn opwachting maakte na de ondertekening van het Verdrag van Valençay zetten dit luister bij met opera’s, praalwagens en zelfs met bouwwerken, zoals triomfbogen, die voor de gelegenheid waren opgetrokken. Dat Fernando VII een flutkoning was doet er niet toe. Wij Spanjaarden hebben maar weinig nodig om ons in de armen van Bacchus te werpen. Vooral als de gemeente het feestje bekostigt.’ 

    Als dat zo is, dan betalen we met z’n allen het postcoronafeestje en delen we de kosten. 

    En zoals bij elk feestje is er iemand die de muziek uitzet en het licht uitdoet. Als het zover is en we ons weer afvragen wat we morgen gaan doen, moeten we niet vergeten dat op het feestje van de roaring twenties, waar zoveel experts ons op wijzen, de beurscrack van ’29 volgde, Adolf Hitler en de ergste oorlog die de mensheid heeft meegemaakt. Dus: laten we niet zo zeker zijn van onze zaak. 

  • ‘Klap voor de tiener die afgelopen zomer zijn eerste zoen misliep’

    ‘Klap voor de tiener die afgelopen zomer zijn eerste zoen misliep’

    Klap voor zorgverleners, klap voor helden. Klap voor leraren, klap voor vuilnisophalers, klap voor postbodes, klap voor apothekers, klap voor vakkenvullers, klap voor de politie. Klap voor buren die medicijnen brengen aan vroegere vijanden en het tasje maar een klein beetje in de regen laten staan. Klap voor freelancers die aan één stuk door werken om oude pornogewoontes tegen te gaan, waar hun huisgenoten vooral niet achter mogen komen. Klap voor de vrouw die tijdens haar dagelijkse wandeling vooruit sjokt alsof elke voetstap weer een vloek is. Klap voor het stel dat de straat oversteekt en omzichtig uitwijkt voor tegenliggers, alsof ze op de vroege ochtend al stomdronken zijn. 

    Klap voor de snackmakers die om de drie kwartier met nieuwe ideeën voor crumpets en kaasvervangers komen. Klap voor de vaatwassers, in het begin nog enthousiast over alle aandacht die ze kregen: was het afval van drie maaltijden per dag eerst een grote uitdaging (‘Een bord vol vegen Nutella en sriracha? Mijn God, ik ga ervoor!’), nu is het een belediging, en elke wasbeurt een volgende stap richting een elektrische dood. Klap voor de man in de flat aan de overkant die elke ochtend om tien uur ‘Yoga met Adriene’ doet en dan de rest van de dag in zijn badjas fanatiek Fifa speelt. Klap voor de planten in huis die ondanks het nieuwe, experimentele gietschema niet stierven. Klap voor de geurkaars die het huis vult met de herinnering aan grapefruit om de angstzweetlucht van vijf mensen te verdringen. 

    Klap voor de voetballers die in hun vrije tijd meer voor hongerige kinderen doen dan politici voor wie het hun werk is. Klap voor de ouders die een week met een halve tomaat en een zakje geraspte kaas doen. Klap voor de vreemden die anderen voeden die zichzelf niet kunnen voeden. Klap voor koffie, klap voor aspirine, klap voor Sinaspril, klap voor gin. Klap voor foto’s van andermans huizen op Instagram, in de jaren zeventig in warme landen van hout en beton gebouwd, vol kleine, smaakvolle details waar je ’s avonds op in kunt zoomen.

    Klap voor de avonden die betekenen dat er weer een dag voltooid is. Klap voor de kleine dingen die goed zijn gedaan, zoals een mooi geslepen potlood of een niet-aangebrande snee toast. Klap voor een uur thuisonderwijs zonder uitbarstingen, voor een niet-gesmeten boek. Klap voor de persoon die al maanden de deur niet is uit geweest en voor wie de slaapkamer een atletiekbaan is, het raam een spiegel, de telefoon een raam. Klap voor de Twitteraar die besluit een video over microchips in het vaccin niet te delen. Klap voor de honden, doodmoe van zoveel aandacht.

    Klap voor weer een vrijwel pijnvrije minuut en weer een en weer een

    Klap voor de tiener die afgelopen zomer die eerste zoen misliep, tongen en handen in de schaduw van een boom. Klap voor de moeder van de tiener die in een kleine ruimte met al die hormonen zit opgescheept. Klap voor de momenten van verbondenheid, zo zeldzaam en mooi dat ze flonkeren als lovertjes in de modder. Klap voor de tijd die voorbijging, al die uren waarin we niet zijn doodgegaan, al die weken, al die maanden, klap voor weer een vrijwel pijnvrije minuut en weer een en weer een.

    Klap voor het stel dat elkaar vond in de lockdown en klap voor de stuitende gewoontes die ze voor elkaar blijven verbergen in de donkere hoeken van hun tweekamerflat. Klap voor de dame met de afvalgrijper mondkapjes uit de struiken haalt. Klap voor de persoon die je zijn angstdroom vertelt, ook al onthult die veel te veel voor dit uur van de dag. Klap voor ovenfrites die zelfs nog eetbaar zijn als ze de hele nacht hebben gestaan. Klap voor to-dolijstjes, voor hun lonkende mogelijkheden. Klap voor de belofte van sneeuw.

    Klap voor de neef in de chatgroep die alle door zijn tante geforwarde hoax-berichten weerlegt zonder ooit een neerbuigende of geërgerde toon aan te slaan

    Klap voor de jongen die goed reageert op het plotselinge verdriet van zijn vriend. Klap voor maaltijdplanning en een pastasaus uitgesmeerd over meer dan twee weken. Klap voor het meisje dat haar schoonmaakritueel zo vakkundig heeft uitgebreid dat ze nu langer dan drie uur per dag haar paniek kan bedwingen. Klap voor de neef in de chatgroep die alle door zijn tante geforwarde hoax-berichten weerlegt zonder ooit een neerbuigende of geërgerde toon aan te slaan. Klap voor die heel grote boom in het park die vast ergere dingen heeft gezien.

    Klap voor de ex die galant een dronken middernachtelijk bericht negeert. Klap voor onbeperkte data. Klap voor de bedden die ’s morgens in kantoren veranderen en de keukens die veranderen in scholen. Klap voor de kat, die het allemaal niets kan schelen. Klap voor het weer, eens iets anders om over te praten. Klap voor het stukje duimnagel dat dapper standhield, ook al wordt het al elf hele maanden bijna continu lastiggevallen door zijn zusterhand. Klap voor de klassenassistent op Zoom die bij het voorleesuurtje alle stemmen doet en voor de videoles waarin de Brexit wordt toegelicht aan de hand van vuilniszakken.

    Klap en klap, laat je stukgewassen handen droog tegen elkaar slaan met de kracht en intensiteit van een baby die een ijsje ziet. Klap tot ze rauw zijn en blijf klappen en klap nog harder wanneer ze dreigen te gaan bloeden. Klap tot je je knokkels voelt, klap tot je het gevoel hebt dat je je handen tot aan de polsen afklapt.

    Klap, om je respect te tonen, om te laten zien dat je leeft, om te laten zien dat je deze kleine overwinningen opmerkt. Om iets te doen te hebben en zonder woorden iets te zeggen en al doet het een beetje pijn, je hoort iemand niet wuiven, maar wel klappen.