Onderwerpen: Corona

  • ‘We hebben allemaal wel een slash’. De generatie die niet zonder plan B kan

    ‘We hebben allemaal wel een slash’. De generatie die niet zonder plan B kan

    In het neoliberale kapitalisme wordt flexibiliteit, het vermogen je aan te passen, hoog gewaardeerd. De slasher voert dat tot in het extreme door.

    Mariana Cáceres is illustrator/tatoeëerder en Gonçalo Vicente noemt zich personal trainer/osteopaat/opleider. Soraia Tomás is verpleegkundige/dj en Filipa Costa is logopedist/danseres. Ze zijn rond de dertig en hebben meer dan één professionele identiteit. Wie behoort tot de zogenaamde slash-generatie – in China een waar fenomeen – vindt ervaringen belangrijker dan carrière of kijkt eerder naar een bedrijfsmissie dan naar status. Maar in tijden van crisis kan het ook een alternatief bieden.

    Ze tekende altijd al graag. Mariana Cáceres (28) overwoog om architectuur of design te gaan studeren en volgde zelfs een cursus restauratie, maar koos uiteindelijk voor de designopleiding aan de faculteit voor beeldende kunst van de Universiteit van Lissabon, terwijl ze in diezelfde tijd bij instituut Ar.Co het illustreren en striptekenen ontdekte. Tatoeëren kwam er later bij. Illustrator/tatoeëerder worden was niet haar ambitie, het gebeurde gewoon. Via een vriend kwam ze in een tatoeagestudio. ‘Je maakt leuke tekeningen, wil je leren tatoeëren?’ werd haar gevraagd. ‘Zo is het begonnen, uit het niets.’

    ‘Ik had het niet verwacht, nu nog denk ik weleens: wat tatoeëer ik veel!’ vertelt ze. Ze heeft een eigen stijl, een lijnvoering die haar onderscheidt, of het nu op een poster, in een krant of met het menselijk lichaam als ondergrond is. Vier jaar geleden stopte ze met het parttimewerk in cafés en restaurants dat ze had om haar rekeningen te kunnen betalen. Ze is echter niet van plan om te kiezen tussen illustratie en tatoeage. Ze maakt deel uit van een generatie voor wie het verlangen om ‘meerdere dingen te doen’ en ‘te experimenteren’ bij het leven hoort – maar financiële onzekerheid ook.

    Plan B

    ‘We hebben bijna allemaal wel een slash. Het is heel moeilijk om alleen van het illustreren of tatoeëren te leven,’ legt Cáceres uit. Als je geen vaste baan of contract hebt, geeft een tweede professionele identiteit een beetje vrijheid en een mogelijk plan B om op terug te vallen. De afgelopen jaren kon ze dankzij het tatoeëren veel reizen en werken in steden als Berlijn – uitwisselingen tussen tatoeagestudio’s komen veel voor – maar in 2020 was het al een hele uitdaging om de lockdown te overleven. ‘Vanwege de pandemie gingen de studio’s dicht. In die tijd ben ik weer meer gaan illustreren,’ vertelt ze.

    De term ‘slasher’ werd ruim tien jaar geleden voor het eerst gebruikt in de context van meervoudige professionele identiteiten: het begrip werd in de Verenigde Staten gemunt, in een artikel uit 2007 van New York Times-columnist Marci Alboher. Toch is de zogenoemde ‘slash-generatie’ – beschreven in Susan Kuangs gelijknamige boek uit 2016 – nog steeds een actueel verschijnsel, en in China een populair fenomeen. Daar bestaat volgens de krant JingDaily zelfs een Slasher Festival.

    De benaming wordt gebruikt voor millennials, jongvolwassenen die nu in de twintig of dertig zijn, met een goede opleiding en werkzaam als zelfstandige, en met meer dan één professionele identiteit. In het Westen denk je dan aan freelancers – een al langer bestaand begrip dat niet precies hetzelfde betekent (maar daar komen we nog op terug) – terwijl het in communistisch China verwijst naar een homogenere, stedelijke elite die ervoor kiest om als zelfstandige te werken en het belangrijk vindt om ervaringen op te doen zonder zich te hoeven beperken tot één enkele professionele carrière.

    ‘Het freelancebestaan is een verschijnsel dat in de westerse context veel normaler is. In China is het veel baanbrekender,’ aldus marketingspecialist Carolina Afonso, die lesgeeft aan het hoger instituut voor economie en management van de Universiteit van Lissabon.

    Voor deze generatie geldt: ‘The coolest identity today is to have more than one’, zoals het in JingDaily heet. Oftewel: meerdere identiteiten hebben is synoniem met succes. Er zijn intussen al rond de tachtig miljoen Chinese slashers, van wie de overgrote meerderheid hoogopgeleid is en in de grote steden woont. Een groep in opkomst, die zich ook in zijn keuzes als consument onderscheidt en een uitdaging vormt voor de grote merken.

    Zoals de meeste millennials worden ze ‘gedreven door goede doelen’ en streven ze naar ‘nieuwe ervaringen’, zodat ‘de daad van het kopen voor hen een daad van kiezen is, iets wat zinvol moet zijn; ze halen hun neus op voor de vulgariteit van mainstreamluxe’, aldus Afonso.

    Levensstijl

    Alvorens gedetailleerder in te gaan op het verschijnsel slash-generatie, benadrukt Afonso dat ‘er niet eens consensus is’ over de begrenzing van de millennialgeneratie. ‘Jongeren staan meer open voor verandering. Maar millennial zijn is geen kwestie van leeftijd, het heeft veel meer te maken met een levensstijl,’ legt ze uit. Het kan ook inhouden dat je steeds meer verschillende functies opstapelt. ‘Ze laten zich niet definiëren door hun beroep. Vandaar die slash, omdat ze meer dan één beroep kunnen hebben.’ Het zijn jongeren ‘die veel belang hechten aan persoonlijke ontwikkeling en soft skills, die hun geld meer op waarde schatten en geïnteresseerd zijn in cultuur, milieukwesties, de doelstellingen van merken; dat telt voor hen meer dan status,’ aldus Afonso.

    Dat beeld wordt bevestigd door wat de 27-jarige slasher Gonçalo Vicente vertelt. ‘De laatste tijd koop ik liever wat minder en doelbewuster. Neem bijvoorbeeld mijn schoenen: ik let niet meer zo op de esthetische kant of op wat in de mode is, ik kies niet voor het bekendste merk, maar voor het merk dat schoenen maakt die echt een goede pasvorm hebben en gezonder zijn voor mijn voeten,’ zegt hij. Vicente is personal trainer/osteopaat/opleider – en niet zo lang geleden was hij ook nog ondernemer. ‘Ik ben afgestudeerd in de sportwetenschappen aan de faculteit menselijke bewegingsleer van de Universiteit van Lissabon, en personal trainer worden is altijd mijn ware passie geweest, maar ik wil niet stil blijven staan.’

    In de afgelopen drie jaar was het toerisme een ‘side business’ voor Vicente. De fitnessroutes in Lissabon brachten hem in aanraking met een bedrijf dat tuktuks verhuurde en dat nu is gesloten vanwege covid-19. Zijn eigenlijke drijfveer is zijn onuitputtelijke belangstelling voor het menselijk lichaam. In de osteopathie zocht hij therapeutische kennis die hij als aanvulling kon gebruiken bij de persoonlijke trainingen die hij binnen en buiten de sportschool geeft. Hij geeft ook cursussen aan de Fitness Academy Portugal, op het hoogste niveau, waarna je je officieel personal trainer mag noemen. Zich onderscheiden is een van zijn doelen, meer dan het verzamelen van identiteiten of beroepen. Uiteindelijk streeft hij ernaar zich ‘bewegingstherapeut’ te mogen noemen – een benaming die in Portugal nog niet zo gebruikelijk is – en zodoende weer een slash in zijn beroepsomschrijving te kunnen wegstrepen. Osteopathie en personal training ‘zijn gebieden die elkaar aanvullen’, aldus Vicente.

    Neokapitalisme

    Volgens Vítor Sérgio Ferreira, onderzoeker aan het instituut voor sociale wetenschappen van de Universiteit van Lissabon, is het vanuit sociologisch gezichtspunt niet zinvol het woord ‘generatie’ te gebruiken, ‘alsof alle jongeren hetzelfde zouden zijn’. Bovendien, waarschuwt hij, ‘is dat soort categorieën – de millennials, generatie X, generatie Y, generatie Z enzovoort – bijna altijd afkomstig uit buitenlandse literatuur, en niet alles gebeurt overal ter wereld tegelijkertijd op dezelfde manier’. Een voorbeeld? De zogenaamde babyboomers. ‘In Portugal had de Tweede Wereldoorlog minder ingrijpende gevolgen en deed die generationele verandering zich pas voor in de nasleep van 25 april’ [1974, de Anjerrevolutie]. 

    Toch wil de socioloog daarmee niet zeggen dat de slash geen relevante kwestie is. De tendens is volgens hem ‘feitelijk waarneembaar en is een sociaal gevolg van het neokapitalisme’. In een wereld die berust op voortdurende technologische veranderingen is het wenselijk dat werknemers ‘zo flexibel en wendbaar mogelijk zijn’.

    ‘De slasher voert flexibiliteit tot in het extreme door’

    ‘Het fenomeen “slash” is niet meer dan wat vroeger in de arbeidssociologie werd omschreven als ‘pluriactiviteit’ – een begrip dat sterk verbonden was met precaire sociale omstandigheden,’ aldus Ferreira. Dat in Portugal 16,5 procent van de werkzame bevolking zzp’er is, berust veelal eerder op noodzaak dan op vrije wil, en datzelfde geldt voor het hoge percentage mensen met een dubbele baan in de cijfers van het Portugese nationaal statistisch instituut. Door de pandemie is dat cijfer in het tweede trimester van 2020 gedaald tot 154.300, maar in 2019 hadden nog bijna 226.000 Portugezen, oftewel 4,6 procent van de werkzame bevolking, twee banen.

    Binnen de groep met een freelanceleefstijl wijst Ferreira op een subgroep die meer aansluit bij de definitie van de slash-generatie uit het boek van Susan Kuang: de jongeren in de kunstsector die hij tijdens zijn onderzoek naar ‘nieuwe droomberoepen’ de hele tijd tegenkwam. ‘In de tattoomarkt, bijvoorbeeld, waren de oudste professionals alleen tatoeëerder, maar dat is veranderd. Nu zijn het jongeren die een kunstopleiding hebben gevolgd en die tevens designer enzovoort zijn. Het idee heerst dat er een competentie is – namelijk: tekenen – die toepasbaar is in verschillende beroepsactiviteiten,’ aldus Ferreira. ‘Ambachtelijk werk krijgt steeds meer esthetische waardering en stijgt daarmee in aanzien. Als je tegenwoordig zegt dat je kok bent, of bierbrouwer, is dat niet meer hetzelfde als twintig jaar geleden; het houdt nu ook in dat je creatief bent.’

    Flexibiliteit

    Desondanks houdt een leven als slasher, waarin je verschillende dingen tegelijk doet, ook al is het misschien een keuze, ‘altijd verband met je leefomstandigheden’, benadrukt Ferreira. ‘Het neoliberale kapitalisme heeft flexibele mensen nodig. Er is een heel discours over ondernemerschap en soft skills, ook wel transversale competenties. Tegenwoordig wordt flexibiliteit, het vermogen om je aan te passen, hoog gewaardeerd en de slasher voert dat tot in het extreme door.’ 

    Of dat positief of negatief is, of het in tijden van crisis meer zekerheid biedt of niet, dat zijn volgens Ferreira moeilijk te beantwoorden vragen. ‘De mensen zijn kinderen van hun tijd. Dit is een actueel discours dat uiteindelijk voldoet aan de behoeften van het neoliberale kapitalisme. Voor sommigen is het goed, voor anderen slecht. Het hangt altijd af van je uitgangspositie. Als je uit een bemiddelde familie komt, zul je het zien als een kans om nieuwe dingen te ervaren. Zo niet, dan zul je die flexibiliteit zien als iets wat onzekerheid geeft. De sociale context is bepalend.’

    Los van de sociale omgeving is het algemeen bekend dat een bestaan als slasher makkelijker is geworden door internet. De 27-jarige Soraia Tomás woont in Coimbra, is verpleegkundige/techno-dj en wijdt zich binnen de organisatie Portugal Medical Cannabis aan het bestuderen en verbreiden van therapeutische toepassingen van cannabis. In het verleden verkocht ze vegetarische hamburgers; ze had zelfs een eigen merk. Ze ziet zichzelf als een jonge slasher in een geglobaliseerde en technologische wereld die dat mogelijk maakt, maar denkt niet dat het vermogen tot multitasken van de huidige jongeren een eigenschap van hun generatie is. ‘Ik denk zelfs dat de mensen vroeger harder werkten.’

    Tomás’ werk in de gezondheidssector kwam goed van pas in tijden van pandemie, nu er geen feesten zijn waar ze achter de draaitafel kan staan

    Haar wisseldiensten als verpleegkundige lieten haar altijd genoeg ruimte om technofeesten bij te wonen – en de tatoeages en piercings die horen bij haar imago als dj zijn tegenwoordig geen probleem meer, je kunt zijn wie je bent, ook binnen de context van een ziekenhuis. Haar werk in de gezondheidssector kwam goed van pas in tijden van pandemie, nu er geen feesten zijn waar ze achter de draaitafel kan staan. ‘Nadat ik mijn specialisatie had afgerond, besloot ik ontslag te nemen en alleen nog parttime te gaan werken. Ik dacht er zelfs over als verpleegkundige op een cruise mee te gaan om serieus geld te verdienen,’ vertelt ze. Corona gooide roet in het eten, maar ze klaagt niet. Ze heeft geen gebrek aan werk en in haar passie voor het onderzoek naar therapeutische cannabis heeft ze de motivatie gevonden waaraan het haar voorheen ontbrak.

    Ook het leven van slasher Filipa Costa uit Guimarães werd overhoop gegooid door de pandemie. De dertigjarige logopedist/danseres was gewend haar tijd te verdelen tussen de kliniek en de showwereld, maar sinds maart is haar werk als danseres bij concerten met populaire Portugese muziek bijna opgedroogd. ‘Ik heb alleen aan een paar televisieprogramma’s meegedaan,’ vertelt ze.

    Costa, die al sinds haar twaalfde danst, heeft verschillende opleidingen gevolgd en maakt deel uit van een dansgezelschap dat Midden-Oosterse dansen uitvoert en veel optreedt bij evenementen. Ze wilde kinderarts worden maar koos voor de logopedie en vertelt dat haar universitaire opleiding altijd ‘plan A’ is geweest. Evengoed is ze er trots op te hebben bijgedragen aan het doorbreken van het cliché dat muziek en volksdansen uit de Arabische wereld gelijkstaan met schaarsgeklede vrouwen. Het was niet gepland, maar wat aanvankelijk een betaalde hobby was, werd een tweede professionele identiteit. Ze ziet zichzelf als slasher en wil dat blijven ook. ‘Ik zie mezelf op dit moment niet kiezen.’ 

  • In Madrid gaat de show nog steeds door

    In Madrid gaat de show nog steeds door

    In de Spaanse hoofdstad zijn de theaters sinds juli weer open, een uitzondering in Europa. Hoe kan dat in een stad die onevenredig hard is getroffen door de pandemie?

    ‘Het applaus was overweldigend en de bijna duizend toeschouwers waren ontroerd. Een beetje zoals de wereld voor covid-19, maar dan met een mondkapje op’, schrijft Spanjecorrespondent Sandrine Morel in Le Monde. Ze bezocht deze week de opera Don Giovanni van Mozart (in de versie van Claus Guth) in het Teatro Real, het operahuis van Madrid. ‘Een eigenaardige ervaring. Wat ongetwijfeld te maken had met het vreemde gevoel onder het publiek zo bevoorrecht te zijn in een wereld waar de cultuur tot stilstand is gekomen’, aldus Morel.

    Terwijl wereldwijd de meeste grote operahuizen zijn gesloten, zoals The Metropolitan Opera in New York, Convent Garden in Londen en La Scala in Milan, is het Teatro Real al sinds juli weer open, zij het met een lagere bezetting. Zelfs toen in september en oktober de tweede golf de Spaanse hoofdstad hard trof – meer dan 43 procent van de bedden op de intensive care waren door coronapatiënten bezet – en een nieuwe lockdown dreigde, bleef in de regio Madrid het grootste deel van de culturele programmering in stand, aldus Le Monde. Dat uit contactonderzoek bleek dat er geen clusters waren te herleiden tot theaters was voor het regiobestuur reden genoeg om de zalen open te houden. Op dit moment daalt het aantal besmettingen in Spanje weer.

    dongiovanni 1
    Don Giovanni van Mozart in het Teatro Real in Madrid op 16 december 2020, in de versie van Claus Guth. Alleen de hoofdrolspelers dragen geen mondkapje. – © Javier del Real

    ‘In zes maanden tijd hebben we geen uitbraken gehad’, verklaart Marta Rivera de la Cruz, regiominister voor Cultuur en Toerisme – en romanschrijver – tegenover Le Monde. ‘Het was belangrijk om het culturele weefsel in stand te houden. Daarom hebben we deze zomer en herfst veel festivals georganiseerd en hebben we theaters financiële steun geboden, op voorwaarde dat ze weer opengaan.’ De enige beperkingen zijn de verplichting van een mondkapje voor het publiek en een maximale bezetting van 75 procent, met één vrije zitplaats tussen iedere twee personen of groepen die een reservering maken – wat de maximale bezetting in de praktijk op ongeveer 65 procent brengt, legt Le Monde uit.

    ‘Het theater en de cultuur moeten hun best doen om altijd open blijven’, aldus de directeur van Teatro Real, Ignacio García-Belenguer, tegen persbureau Associated Press. ‘We geloven dat dat onze taak is.’

    Protest

    Maar op 18 september ontstond er in het Teatro Real een protest onder toeschouwers die vonden dat ze niet genoeg afstand konden houden, meldt El País. Bezoekers die een kaartje hadden voor de balkons, zagen dat er geen stoelen vrij waren gehouden om mensen van elkaar te scheiden. Ook mensen die vooraan zaten verklaarden tegen het dagblad dat er onvoldoende mogelijkheid was om voldoende afstand te bewaren: ‘Er was geen enkele stoel vrij, we zaten als haringen in een ton.’

    Nog voor de voorstelling van start ging, begonnen aanwezigen met hun voeten te stampen en in hun handen te klappen om hun ongenoegen te uiten. Het theater kondigde aan dat mensen hun geld terug konden krijgen als ze wilden vertrekken en dat daarna de opera zou worden aangevangen. Maar vanwege aanhoudende chaos in de zaal, besloot de dirigent de voorstelling alsnog af te gelasten, aldus El País.

    ‘Ik voel me ongelooflijke geluksvogel om hier te mogen zijn’

    In een verklaring zegt het theater dat maar 51,5 procent van de stoelen waren verkocht en dat na de mogelijkheid om te vertrekken nog ‘een kleine groep bleef protesteren om de uitvoering te boycotten’. Toch zegt el Teatro Real dat het gaat onderzoeken hoe het zo mis heeft kunnen gaan, en dat het de nodige maatregelen zal nemen om te zorgen ‘dat komende voorstellingen gewoon hun doorgang kunnen vinden’, meldt El País. Hoewel het theater zich altijd aan de geldende regels heeft gehouden, besloot het om sindsdien één stoel na elke twee stoelen vrij te laten, meldt AP.

    dongiovanni 2224
    In het Teatro Real wordt van elke bezoeker de temperatuur opgenomen bij binnenkomst, en er zijn chirurgische mondkapjes en handgel te verkrijgen. – © Javier del Real

    De operazangers zijn in ieder geval blij dat het theater open blijft. ‘Ik voel me ongelooflijke geluksvogel om hier te mogen zijn’, zegt de Britse bariton Christopher Maltman tegen Le Monde. In Madrid vermijdt hij uit voorzorg het uitgaansleven, hoewel bars en restaurants tot middernacht open zijn: ‘Als ik positief test, verlies ik mijn baan. En ik heb ook een verantwoordelijkheid tegenover mijn medespelers.’

    Achter de schermen draagt iedereen mondkapjes, op het podium alleen de koorleden. Iedereen die in het theater werkt wordt wekelijks getest, de zangers zelfs om de twee dagen. Dagelijks worden de kostuums ontsmet met ultraviolet licht en het luchtverversingssysteem is aangepast. Verder heeft het Teatro Real een medisch team ingeschakeld die de veiligheid van de voorstellingen moet garanderen, aldus Le Monde. Na elke positieve test reageerde het theater onmiddellijk door vaak tot 50 mensen te testen die in contact waren geweest met de besmette persoon.

    Ook voor het publiek zijn extra maatregelen genomen, legt Associated Press uit. Zo wordt ieders temperatuur opgenomen bij binnenkomst, en zijn er chirurgische mondkapjes en handgel te verkrijgen.

  • Britten worden gewaarschuwd voor voedseltekorten

    Britten worden gewaarschuwd voor voedseltekorten

    Lange rijen, mensen die vechten om de laatste krop sla, sobere kersttafels. Dat is het schrikbeeld van de Britse tabloids. Aanleiding zijn de maatregelen die veel Europese landen namen toen dit weekend bekend werd dat op het schiereiland een besmettelijkere variant van het coronavirus rondgaat.

    ‘Waarschuwing voor kerstinkopen: Britten krijgen binnen enkele DAGEN te maken met voedseltekorten’, kopt Daily Express gistermiddag (22 december). De voorzitter van de Britse retailvereniging verklaarde dinsdag aan het parlement dat als er binnen 24 uur niets gedaan werd aan de grenscrisis, er een tekort in de supermarkten aan verse producten zou ontstaan, meldt de tabloidkrant.

    Sinds zondag heeft Frankrijk de grens met Groot-Brittannië gesloten voor verkeer, inclusief voedseltransport en ander vrachtverkeer. Door deze maatregel strandden dinsdagavond zo’n vierduizend vrachtwagens en ongeveer duizend transportbussen die het Kanaal naar Calais wilde oversteken in Kent, bericht The Guardian. Als de vrachtwagens niet kunnen terugkeren naar Frankrijk, waarschuwden de vervoerders, komt er een tekort aan vrachtwagens om verse goederen van het continent op te halen en op tijd terug te keren naar het Verenigd Koninkrijk om de rekken na Kerst weer te vullen.

    Een woordvoerder van Boris Johnson roept op om geen paniekaankopen te doen

    Een woordvoerder van Boris Johnson roept op om geen paniekaankopen te doen, meldt The Telegraph. ‘Mensen moeten hun normale inkopen doen en rekening met elkaar blijven houden.’ Door de extra strenge maatregelen die zaterdag zijn ingevoerd voor de regio Londen en Zuid-Engeland, moesten veel mensen hun kerstplannen bijstellen en inkopen doen voor een diner thuis, aldus het dagblad. De zogeheten niveau 4-maatregelen betekenen dat je geen contact mag hebben met mensen van een ander huishouden, behalve als je zorg nodig hebt of alleen woont.

    De Britse krant The Telegraph toont de lange rij voor een supermarkt in North Tyneside op dinsdag.

    Gelukkig is aan de oproep van de retail- en de vervoerssector gehoor gegeven en is vanaf vandaag vrachtverkeer via het Kanaal weer toegestaan. Toch is het probleem van voedseltekorten hier niet mee opgelost, meldt Daily Mail. Alle chauffeurs die de oversteek naar Frankrijk willen maken, moeten worden getest op corona, en negatief worden bevonden. Herculesarbeid als je bedenkt dat zich een rij van duizenden vrachtwagens voor de grens heeft gevormd. ‘Zelfs een sneltest, waarbij de uitslag na dertig minuten al bekend is, is een complete ramp’, zegt de International Road Transport Union tegen de tabloid.

    ‘Hoe afhankelijk is het Verenigd Koninkrijk van de Europese Unie als het gaat om voedsel?’ vraagt BBC News zich af. Groot-Brittannië importeert bijna de helft van de verse groenten en het grootste deel van het fruit uit de EU. Vooral in de winter is het VK afhankelijk van Europa voor verse producten, en dan in het bijzonder van warmere streken als Spanje of de Nederlandse glastuinbouw. Vrijwel al die producten steken tussen Calais en Dover het Kanaal over. Zo wordt 90 procent van de sla en 85 procent van de tomaten geïmporteerd uit Europa, rekent de BBC uit.

    john cameron IEeqknvHRKQ unsplash 1 1
    Tijdens de eerste golf in maart kampten Britse supermarkten ook al met tekorten. – © John Cameron / Unsplash

    ‘Het VK bevindt zich in het oog van een perfect storm: Frankrijk had zijn grens gesloten voor vracht uit het Verenigd Koninkrijk; winter betekent dat het Verenigd Koninkrijk voor vers voedsel afhankelijker is van de EU; Groot-Brittannië zal op 31 december stoppen met handel volgens de EU-regels; sommige Britse havens worden geconfronteerd met ernstige vertragingen; het coronavirus heeft de winkelgewoonten veranderd en de vraag is hoger door Kerstmis’, vat de BBC samen. Toch zeggen de grote Britse supermarkten dat ze nog voldoende voorraad hebben en dat hun klanten voor de kerstdagen ‘hun boodschappen kunnen doen zoals normaal’, waarmee de paniekerige kop van Daily Express wordt tegengesproken. Wel zouden na de kerst tekorten kunnen ontstaan aan verse groente en fruit, meldt The Guardian.

    Voor eieren, rijst, zeep en handzeep geldt er een beperking, daarvan mag een klant maar drie producten per keer inslaan

    Vanwege de lange wachttijden bij Dover zoekt de Britse voedsel- en transportsector naar andere mogelijkheden om verse producten naar het eiland te krijgen. Zo stuurt Lufthansa vandaag een noodvlucht vanuit Frankfurt met ‘beperkt houdbaar voedsel’, meldt nieuwsplatform Bloomberg. Het vliegtuig brengt zo’n tachtigduizend kilo verse producten naar het eiland.

    Tesco, een van de grootste supermarkten van Groot-Brittannië, gaat de verkoop van enkele producten beperken, meldt The Guardian. Zo mag per klant nog maar één pak wc-papier worden gekocht. Ook voor eieren, rijst, zeep en handzeep geldt er een beperking, daarvan mag een klant maar drie producten per keer inslaan. De maatregelen zijn nodig om te voorkomen dat mensen gaan hamsteren, niet omdat er tekorten zijn, aldus de supermarkt.

  • Rocksterfilosoof Sandel: ‘We moeten af van de maatschappij van winnaars en verliezers’

    Rocksterfilosoof Sandel: ‘We moeten af van de maatschappij van winnaars en verliezers’

    De enige uitweg uit de crisis is de maatschappij te ontdoen van ‘winnaars’ en ‘verliezers’. Dat zegt Michael Sandel, de ‘filosoof met de wereldwijde uitstraling van een rockster’.

    Michael Sandel was achttien jaar toen hij zijn eerste belangrijke les kreeg in de kunst van het politiek bedrijven. 

    De toekomstige filosoof was in 1971 voorzitter van de leerlingenvereniging van zijn highschool in de wijk Pacific Palisades in Los Angeles, op het moment dat Ronald Reagan, de toenmalige gouverneur van de staat California, in diezelfde stad woonde. Sandel, die over gebrek aan zelfvertrouwen nooit te klagen heeft gehad, daagde Reagan uit voor een debat ten overstaan van 2400 linkse tieners. Het was op het hoogtepunt van de oorlog in Vietnam, die had gezorgd voor de radicalisering van een hele generatie, en iedere studentencampus was vijandelijk gebied voor een conservatieve geest. Enigszins tot Sandels verbazing nam Reagan de handschoen op en kwam hij, geheel in stijl, in een zwarte limousine aan bij de universiteit. Het gesprek dat volgde voldeed allerminst aan de verwachtingen van de jeugdige gesprekspartner van de gouverneur.

    ‘Ik had een lange lijst voorbereid met in mijn ogen erg lastige vragen,’ vertelt de inmiddels 67-jarige Sandel via een videoverbinding vanuit zijn werkkamer in Boston. ‘Over Vietnam, over het stemrecht voor achttienjarigen – waar Reagan tegen was, over de Verenigde Naties, over sociale zekerheid. Ik dacht dat ik hem met zo’n publiek makkelijk de baas zou zijn. Hij reageerde vriendelijk, aimabel en respectvol. Na een uur realiseerde ik me dat ik niet de winnaar van dit debat was, maar de verliezer. Reagan pakte ons in, zonder ons te overtuigen met zijn argumenten. Negen jaar later wist hij op diezelfde manier in het Witte Huis te komen.’

    Sandel liet zich niet afschrikken door deze vroege nederlaag, maar ontwikkelde zich tot een van de beroemdste intellectuelen en debaters in de Engelstalige wereld, met een leerstoel aan de Harvard-universiteit. Hij is wel omschreven als een ‘filosoof met de wereldwijde uitstraling van een rockster’ die vanaf zijn basis op Harvard online een miljoenenpubliek bereikt. Luisteraars van zijn serie The Public Philosopher op BBC Radio 4 zullen vertrouwd zijn met zijn socratische manier van vragen stellen, waarbij hij de aannames van zijn publiek op een spitsvondige manier op de proef stelt. Miljoenen mensen die zijn lezingen over gerechtigheid gratis volgen via YouTube, zullen vertrouwd zijn met het hoge, ernstige voorhoofd en de vriendelijke, zachte manier van spreken.

    Politiek is Sandel ontegenzeglijk links georiënteerd. In 2012 zette hij Ed Milibands vernieuwingsplannen voor de Britse Labourpartij intellectuele luister bij, door op het partijcongres van dat jaar een lezing te houden over de morele grenzen van de markt. 

    Die toespraak, en zijn in datzelfde jaar verschenen boek What Money Can’t Buy, inspireerden Miliband tot zijn kritiek op het ‘roofdierkapitalisme’, waarmee de Labourleider na de financiële crisis een belangrijke bijdrage leverde aan het Britse politieke debat.

    What Money Can’t Buy bezegelde Sandels status als wellicht de meest geduchte criticus van het vrijemarktdenken in de Engelstalige wereld. Maar in een tijd waarin de politiek steeds gepolariseerder en giftiger wordt, moet hij steeds vaker terugdenken aan die vroege ontmoeting met Reagan. ‘Die heeft me veel geleerd over het belang van aandachtig luisteren,’ zegt hij,  ‘dat evenveel gewicht in de schaal legt als de kracht van argumenten. Voor mij was het een les in wederzijds respect en inclusiviteit in het publieke debat.’

    ANP 20630768
    Twee studenten klappen tijdens een gastcollege van de beroemde Amerikaanse filosoof Michael Sandel. – © Bert Spiertz / Hollandse Hoogte

    De vraag hoe je deze burgerdeugden nieuw leven kunt inblazen, vormt 
    de kern van Sandels nieuwe boek The Tyranny of Merit, dat afgelopen september verscheen. Hoe kan het – getuige de recente presidentsverkiezingen – diep verdeelde Amerika terugkeren naar een minder rancuneus, genereuzer openbaar leven? Het beginpunt blijkt ongemakkelijk genoeg een afrekening te zijn met de zelfgenoegzaamheid waarin een hele progressieve generatie zich heeft gewenteld.

    The Tyranny of Merit is Sandels reactie op de brexit en de verkiezing van Donald Trump. Voor mensen als Barack Obama, Hillary Clinton, Tony Blair 
    en Gordon Brown zal het uitdagende lectuur zijn. Door het bepleiten van een ‘tijdperk van verdienste’ als oplossing voor de uitdagingen van globalisering, ongelijkheid en de-industrialisatie, zo betoogt Sandel, hebben de Democratische Partij en haar Europese tegenhangers de westerse arbeidersklasse en haar waarden links laten liggen, met rampzalige gevolgen voor het algemeen belang.

    Opklimmen

    Sandels toon is gematigd als altijd, zijn formuleringen vertonen de kenmerkende souplesse en elegantie. Maar er is enige frustratie voelbaar wanneer hij de opkomst beschrijft van een stroming die hij beschouwt als ondermijnend links individualisme: ‘De oplossing voor de problemen van globalisering en ongelijkheid, zo werd ons aan weerszijden van de Atlantische Oceaan voorgehouden, was dat degenen die hard werken en zich aan de regels houden, zo hoog moeten kunnen opklimmen als hun inspanningen en talenten toelaten. Dat noem ik in het boek de “retoriek van het opklimmen”. Dat werd een geloofsartikel, een schijnbaar oncontroversiële stijlfiguur. We zullen een eerlijk speelveld creëren, werd door centrum-links gezegd, zodat iedereen gelijke kansen heeft. En als we dat doen, zullen degenen die dankzij hun inspanningen, talent en harde werken opklimmen, hun plaats ten volle hebben verdiend.’

    De aanbevolen manier om ‘op te klimmen’ was het volgen van een hogere opleiding. Oftewel, om de mantra van Blair te citeren: ‘Education, education, education.’ Sandel citeert een toespraak van Obama uit 2013 waarin de president studenten voorhield: ‘Wij leven in een eenentwintigste-eeuwse wereldeconomie. En in een wereldeconomie kunnen banen overal naartoe gaan. Bedrijven zoeken naar de best opgeleide mensen, waar die ook wonen. Als je geen goede opleiding hebt gevolgd, zal het moeilijk worden om een baan te vinden waarvan je kunt rondkomen.’ Aan degenen die bereid waren de vereiste inspanning te leveren werd beloofd: ‘Dit land zal altijd een plek zijn waar je kunt slagen als je je best doet.’

    Tegen deze benadering heeft Sandel twee fundamentele bezwaren. Het eerste, en meest voor de hand liggende, is dat het legendarische ‘eerlijke speelveld’ een hersenschim blijft. Hoewel zijn eigen Harvard-studenten er 
    volgens hem inmiddels in toenemende mate van overtuigd zijn dat hun succes het resultaat is van hun eigen inspanningen, is tweederde van hen afkomstig uit de hoogste inkomensklassen. Datzelfde is het geval op andere gerenommeerde Amerikaanse universiteiten. De relatie tussen sociale klasse en SAT-scores, op grond waarvan de vervolgopleiding van middelbare scholieren wordt bepaald, is onbetwist. In meer algemene zin, merkt Sandel op, stagneert de sociale mobiliteit in |de VS al decennialang. ‘Kinderen van arme ouders blijven als volwassenen meestal arm.’

    Succesethiek

    Maar het belangrijkste thema van The Tyranny of Merit is de links-liberale consensus die dertig jaar lang heeft geheerst en die nu door Sandel genadeloos op de korrel wordt genomen. Zelfs een perfecte meritocratie, zegt hij, zou een slechte zaak zijn. ‘Het boek probeert aan te tonen dat daar een donkere, demoraliserende kant aan zit,’ legt hij uit. ‘De implicatie is dat degene die niet opklimt dat alleen maar aan zichzelf te wijten heeft.’ 

    De centrum-linkse elite heeft de oude klassenloyaliteit laten varen en een nieuwe rol op zich genomen als moraliserende levenscoach, die zich erop toelegt individuen uit de arbeidersklasse een wereld te helpen vormen waarin ze op zichzelf zijn aangewezen. ‘Over globalisering,’ zegt Sandel, ‘zeiden deze lieden dat de keuze er niet langer een was tussen links en rechts, maar tussen “open” en “gesloten”. Open betekende een vrije stroom van kapitaal, goederen en mensen over grenzen heen.’ Deze stand van zaken werd niet alleen gezien als onomkeerbaar, maar ook gepresenteerd als heilzaam. ‘Wie er op enigerlei manier bezwaar tegen maakte, was bekrompen, bevooroordeeld en antikosmopolitisch.’

    De cultuur was doordesemd van een meedogenloze succesethiek: ‘Degenen aan de top hadden hun plek verdiend, maar hetzelfde gold voor de achterblijvers. Hun inspanningen waren minder effectief geweest. Ze hadden bijvoorbeeld geen universitaire graad behaald.’ Naarmate centrum-links en de vertegenwoordigers ervan een steeds betere economische positie kregen, nam de focus op opwaartse mobiliteit toe. ‘Ze raakten voor hun achterban – en in de VS ook voor hun financiering – steeds meer aangewezen op de hogere beroepsgroepen. In 2008 werd Obama de eerste Democratische presidentskandidaat die meer campagnegeld binnenhaalde dan zijn Republikeinse opponent. Dat was een keerpunt, maar het werd destijds niet opgemerkt of benadrukt.’

    In de Verenigde Staten stagneert de sociale mobiliteit al decennialang

    Arbeiders werd in feite voorgehouden dat als ze zich niet ‘verbeterden’, ze de last van hun mislukking zelf maar moesten dragen. Velen voelden zich verraden en stemden anders. ‘Het populistische verzet van de afgelopen jaren is een opstand tegen de tirannie van de verdienste, zoals die werd ervaren door degenen die zich vernederd voelen door de meritocratie en door deze algehele politieke ontwikkeling.’

    Het is een vernietigende analyse. Sympathiseert hij dan met het trumpisme? ‘Ik koester geen enkele sympathie voor Donald Trump, dat vind ik een verwerpelijke figuur. Maar in mijn boek betuig ik begrip voor degenen die op hem hebben gestemd. Het enige authentieke aan Trump, ondanks zijn ontelbare leugens, is zijn intense gevoel van onzekerheid en zijn diepe wrok tegen de elite, die volgens hem zijn leven lang op hem heeft neer-gekeken. Dat is een zeer belangrijke verklaring voor zijn politieke aantrekkingskracht.

    ‘Oordeel ik hard over de Democraten? Ja, omdat hun onkritische omhelzing van marktaannames en meritocratie de weg heeft vrijgemaakt voor Trump. Ook al heeft Trump nu de verkiezingen verloren en zal hij de Oval Office moeten verlaten, de Democratische Partij zal alleen in haar missie slagen als ze meer oog heeft voor legitieme grieven en ressentimenten, waaraan de progressieve politiek in het globaliseringstijdperk het nodige heeft bijgedragen.’

    Tot zover de diagnose. De enige uitweg uit de crisis, meent Sandel, is het 
    ontmantelen van de meritocratische aannames die een maatschappij van winnaars en verliezers van een moreel keurmerk hebben voorzien. De coronapandemie, en in het bijzonder de nieuwe waardering voor zogenaamd ongeschoold, slecht betaald werk, biedt een beginpunt voor vernieuwing. ‘Dit is het moment om een debat te beginnen over de waardigheid van werk; over de beloning van werk in zowel financiële zin als in termen van waardering. Nu pas realiseren we ons hoe enorm afhankelijk we niet alleen zijn van artsen en verpleegkundigen, maar ook van bezorgers, supermarktmedewerkers, vrachtwagenchauffeurs en mensen in de thuiszorg en de kinderopvang, van wie velen zijn aangewezen op een nulurencontract. Dat noemen we vitale arbeidskrachten, maar het zijn meestal niet de best betaalde of meest gerespecteerde arbeidskrachten.’

    Er moet een radicale herevaluatie komen van de manieren waarop 
    bijdragen aan het algemeen welzijn worden beoordeeld en beloond. Het geld dat wordt verdiend in de Londense City of op Wall Street, staat bijvoorbeeld in geen enkele verhouding tot de bijdrage van financiële speculatie aan de reële economie. Belasting op financiële transacties moet fondsen vrijmaken die op een eerlijker manier kunnen worden verdeeld. Maar voor Sandel is het woord ‘eer’ even belangrijk als de betalingskwestie. Er moet een herverdeling komen van zowel waardering als geld, en van beide moet er meer gaan naar de miljoenen mensen die werk doen waarvoor geen universitaire graad is vereist.

    ‘We moeten opnieuw nadenken over de rol van universiteiten als poortwachters van kansen,’ zegt hij, ‘een rol die we langzamerhand als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen. 

    Diplomaterreur is het laatste aanvaardbare vooroordeel geworden. Het zou een ernstige vergissing zijn om de investering in beroepsopleidingen en leertrajecten over te laten aan rechts. Meer investeringen zijn niet alleen belangrijk om mensen zonder een hogere opleiding te helpen de kost te verdienen; de publieke erkenning die eruit voortvloeit kan meer waardering kweken voor de bijdrage aan het algemeen welzijn door mensen die niet naar de universiteit zijn geweest.’

    Nieuw respect en een andere status voor niet-gediplomeerden, zegt hij, zouden eindelijk eens gepaard moeten gaan met enige nederigheid van de kant van de winnaars van de zogenaamde meritocratische wedloop. 

    Aan degenen die, zoals veel van zijn Harvard-studenten, geloven dat ze hun eigen succes simpelweg verdienen, geeft Sandel de wijsheid van Prediker mee: ‘Ik heb onder de zon opnieuw gezien dat niet altijd een snelle hard-loper de wedloop wint, een sterke held de oorlog, dat hij die wijs is niet altijd zijn brood heeft, en hij die inzicht heeft de rijkdom (…) Zij allen zijn afhankelijk van tijd en toeval.’

    Nederigheid

    ‘Nederigheid is een burgerdeugd die op dit moment van wezenlijk belang is,’ zegt Sandel, ‘omdat het een nood-zakelijk tegengif is tegen de meritocratische overmoed die ons uiteen heeft gedreven.’

    The Tyranny of Merit is het nieuwste salvo in Sandels levenslange intellectuele strijd tegen een sluipend individualisme dat sinds het tijdperk van Reagan en Thatcher overheersend is geworden in westerse democratieën. ‘Jezelf als selfmade en zelfvoorzienend beschouwen. Dat beeld van het zelf oefent grote aantrekkingskracht uit, omdat het je op het eerste gezicht macht geeft: ik red het zelf wel, ik kom er wel, als ik mijn best maar doe. Het is een bepaalde kijk op vrijheid, maar wel een die gebreken vertoont. Het leidt tot een competitieve marktmeritocratie die scheidslijnen versterkt en solidariteit ondermijnt.’

    Sandel hanteert een vocabulaire dat liberale ideeën over autonomie aan de kaak stelt op een manier die decennialang uit de mode is geweest. Woorden als ‘ondergeschiktheid’, ‘schuldplichtigheid’, ‘mysterie’, ‘nederigheid’ en ‘geluk’ komen herhaaldelijk voor in zijn boek. De impliciete stelling is dat kwetsbaarheid en wederzijdse erkenning de basis kunnen worden voor hernieuwde affiniteit en gemeenschapszin. Het is een maatschappijbeeld dat het absolute tegendeel vormt van wat het thatcherisme is gaan heten, met zijn nadruk op zelfredzaamheid als voornaamste deugd.

    Naast het ‘klappen voor de zorg’ zijn er volgens hem meer optimistische tekenen dat er eindelijk een ethische verschuiving plaatsvindt. ‘De Black Lives Matter-beweging heeft de progressieve politiek morele energie gegeven. Het is een multiraciale beweging van verschillende generaties geworden, die ruimte biedt voor een publieke afrekening met onrechtvaardigheid. Het toont aan dat je ongelijkheid niet alleen maar tegengaat door het opheffen van meritocratische grenzen.’

    Degenen aan de top hadden hun plek verdiend, maar hetzelfde gold voor de achterblijvers

    Aan het eind van het boek vertelt Sandel het verhaal van Henry Aaron, 
    de zwarte honkballer die opgroeide in het gesegregeerde zuiden van de VS en in 1974 het homerunrecord van Babe Ruth brak. Aarons biograaf schreef dat het slaan tegen een honkbal ‘de eerste meritocratische handeling in Henry’s leven was’. Dat is niet de lering die we moeten trekken, zegt Sandel. ‘De moraal van Henry Aarons verhaal is niet dat we van de meritocratie moeten houden, maar dat we een systeem van raciale onrechtvaardigheid moeten verachten waaraan je alleen kunt ontsnappen door homeruns te slaan.’

    Eerlijke concurrentie vormt geen rechtvaardige maatschappijvisie. Dat moeten Joe Biden en zijn Europese tegenhangers goed begrijpen. Als bron van inspiratie, zegt hij, zouden ze te rade kunnen gaan bij een van zijn intellectuele helden, de Engelse christen-socialist R.H. Tawney [1880-1962]. ‘Tawney betoogde dat gelijkheid van kansen hooguit een deelideaal was. Zijn alternatief was niet een onderdrukkende gelijkheid van resultaten. Het was een brede, democratische ‘gelijkheid van omstandigheden’ die burgers van alle rangen en standen in staat stelt met opgeheven hoofd door het leven te gaan en zichzelf te beschouwen als deelnemer aan een gezamenlijke onderneming. Uit die traditie komt mijn boek voort.’ 

    Dit artikel werd geselecteerd door journalist, programmamaker en presentator Chris Kijne.

  • Aanbevolen door de redactie. Kerstkiekjes uit de jaren 50 & meer

    Aanbevolen door de redactie. Kerstkiekjes uit de jaren 50 & meer

    De Spaanse Nobelprijswinnaar Santiago Ramón y Cajal schreef al in 1905 een verhaal waarin de bevolking werd gecontroleerd door middel van een vaccin. Verder: Kerstkiekjes uit de jaren vijftig en zestig, de communist met een voorliefde voor kerstkalkoen; het dandy-achtige leven van Friedrich Engels & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, podcasts en fotoreportages die wij deze week zijn tegengekomen.

    Complotdenkers

    Een artikel uit El País onthult een weinig bekende kant van Nobelprijswinnaar Santiago Ramón y Cajal, die in 1905 een sciencefictionverhaal schreef over het beheersen van mensen door middel van injecties.

    Een tip van editor at large Katrien Gottlieb: ‘Nu het vaccin dichterbij komt, wordt het verzet tegen deze inenting ook groter. We hoorden in eigen land al dat het vaccin niks anders is dan een chip die wordt ingespoten zodat elk individu in de gaten gehouden kan worden door de overheid. Nu blijken die theorieën van alle tijden te zijn. Hoe zit het nou ook alweer, was er eerst sciencefiction en daarna pas de zichtbare werkelijkheid? Dit (Engelstalige) stuk uit El País is een goed en speels tegengeluid voor de complotdenkers onder ons. 

    Kerstkiekjes

    Redacteur IJsbrand van Veelen stuitte op een bijzondere fotocollectie. ‘Dit beeldblog van vier jaar geleden is onverwoestbaar: 43 kiekjes van Amerikaanse vrouwen die in de jaren ’50 en ’60 poseren naast hun kerstbomen. Dat levert niet alleen een schitterend tijdsbeeld op, maar roept ook intrigerende vragen op over de levens van de geportretteerden.’

    De scherpe journalistieke pen van Taub

    Ben Taub is journalist van The New Yorker, het onvolprezen Amerikaanse magazine met schitterende longreads. Taub heeft op zijn 29ste al een indrukwekkende lijst van prestigieuze journalistieke prijzen op zijn naam staan, waaronder de Pulitzer Prize for Feature Writing van dit jaar voor zijn artikel ‘Guantanamo’s Darkest Secret’, over Mohamedou Ould Salahi, die van 2002 tot 2016 zonder aanklacht werd vastgehouden in Guantanamo Bay. 

    Redacteur IJsbrand van Veelen tipt in de huidige editie van The New Yorker zijn zeer lezenswaardige artikel ‘Murder in Malta’, een longread waarin hij de achtergronden van de moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia in 2017 blootlegt. 

    Latijns-Amerikaanse luisterverhalen

    Radio Ambulante is een Spaanstalige podcast van de Amerikaanse publieke omroep NPR. Elke aflevering komt er een Latijns-Amerikaans verhaal aan bod, soms over migranten in de VS, vaker over alles ten zuiden daarvan. De podcast wordt gepresenteerd door de Peruaanse schrijver Daniel Alarcón (fijne, warme stem) en biedt mooie, uitstekend geproduceerde reportages op locatie.

    ‘Prachtige en afwisselende verhalen,’ tipt redacteur Joep Harmsen. ‘Soms zijn het actuele verhalen, soms tijdloos, maar altijd vanuit een persoonlijk perspectief. Een aflevering die me in het bijzonder heeft geraakt is “Los cassettes del exilio”. In deze aflevering interviewt Alarcón de Chileen Dennis Maxwell, die op zolder oude videobanden van zijn vader vond. Zijn vader was tijdens de dictatuur van Pinochet naar Parijs gevlucht, en stuurde vanaf daar videobanden met persoonlijke boodschappen en verslagen van zijn wereldreizen aan zijn achtergebleven kinderen. Een ontroerend verhaal dat het grote politieke samenbrengt met het kleine persoonlijke, precies waar Radio Ambulante voor staat.’

    Engels, de communist met een voorliefde voor kerstkalkoen

    In deze longread voert de Amerikaanse auteur Christopher Sandford Friedrich Engels, medestichter van de de marxistische theorie, aan als ‘levend bewijs van de essentiële humaniserende tegenstrijdigheden van de mens’. Engels verdiende circa 1000 dollar per maand, een constructie van zelf toegekende bonussen, onkostenvergoeding en winstuitkering, in een tijd dat een dokter goed was voor $200. Bij zijn dood liet Engels het moderne equivalent van $4 miljoen achter in een portefeuille van aandelen in van alles, van zijn plaatselijke gasbedrijf tot het koloniale investeringsfonds van de Britse regering. ‘Ik ben niet zo simpel om over deze zaken de socialistische pers te raadplegen’, schreef hij aan socialist Eduard Bernstein. Daarvoor had hij The Economist.

    Sandford: ‘Het zegt iets over de ambivalentie van het vermogen van de mens tot gepassioneerd altruïsme en zijn eeuwige zoektocht naar materiële bevrediging dat de belangrijkste architect van Het Communistisch Manifest ook een fijnproever en oenofiel zou kunnen zijn met een bijzondere voorliefde voor het traditionele kerstkalkoen, afgerond met een genereuze portie van wat hij “tipsy-cake” noemde en een liefdevolle aanraking, zo niet meer, met iedere vrouw die onvoorzichtig genoeg was om onder de maretak te belanden.’

    Een relevant verhaal in onze huidige cancel culture, zegt hoofdredacteur Laura Weeda, waarin die ambivalentie van de mens te vaak over het hoofd wordt gezien.

  • Zweden houdt ook na vernietigend rapport vast aan soepel coronabeleid

    Zweden houdt ook na vernietigend rapport vast aan soepel coronabeleid

    Uit een rapport van de Zweedse coronacommisie blijkt dat de virusaanpak van de regering – een van de minst ingrijpende van Europa – heeft gefaald. Het hoge sterftecijfer in het Scandinavische land is vooral te wijten aan de gebrekkige bescherming van ouderen, is het oordeel.

    ‘Het zou vreemd zijn als we na een pandemie als deze niet de conclusie zouden trekken dat het anders moet’, aldus de sociaaldemocratische premier Stefan Löfven tijdens de persconferentie gisteren (15 december). ‘Deze en vorige regeringen moeten de verantwoordelijkheid nemen voor het feit dat de zorg voor ouderen in het algemeen niet toereikend is geweest’, tekent zakenblad Dagens Industri op uit de mond van de premier.

    Diezelfde dag is een vernietigend rapport verschenen van de Zweedse coronacommissie, die was ingesteld om de aanpak van het virus tijdens de eerste golf te evalueren. Vooral de bescherming van ouderen in verpleeghuizen krijgt harde kritiek, schrijft de Zweedse tabloid Expressen. De commissie wijst onder meer op de ‘al lang bekende structurele tekortkomingen’ in de ouderenzorg, wat problemen veroorzaakte toen het virus toesloeg. De eindverantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de regering, aldus het rapport.

    Het coronabeleid van de Zweedse overheid is er altijd op gericht geweest om de ouderen te beschermen door ze te isoleren. Zo hoopte ze het normale leven en de economie zoveel mogelijk buiten schot te houden, en toch sterfgevallen te kunnen voorkomen. Het is daarom extra pijnlijk voor Löfven en zijn kabinet dat het rapport concludeert dat ze juist op dit punt hebben gefaald.

    Hoge sterfte

    The Independent meldt dat Zweden tot gisteren een totaal van 320.098 besmettingen telde en dat er 7.514 mensen in het land zijn overleden aan het virus – een veel hoger dodental dan buurlanden Noorwegen, Finland of Denemarken.

    Volgens epidemioloog Anders Tegnell, de Zweedse Jaap van Dissel, is het hoge sterftecijfer in Zweden (706 per miljoen inwoners, Nederland telt er zo’n 586 per miljoen inwoners) te wijten aan de hogere bevolkingsdichtheid in vergelijking met Noorwegen en Finland en het hoge aantal migranten in steden, schrijft Expressen. De krant is kritisch op deze onderbouwing en stelt dat Denemarken het met een veel hogere bevolkingsdichtheid toch aanzienlijk beter doet. De Denen hebben echter wel strenge maatregelen genomen om het virus in te dammen. Zo sloten in Denemarken al in maart de scholen, werden alle bijeenkomsten met meer dan tien personen verboden en gingen de landsgrenzen dicht.

    ‘Er waren geen voorbereidingen om met een pandemie om te gaan en toen het eenmaal gebeurde, werden de tekortkomingen blootgelegd’

    Behalve het advies om afstand te houden, thuis te werken en je te laten testen bij klachten, is Zweden erg terughoudend geweest met het invoeren van maatregelen. Scholen, winkels en horeca zijn altijd open gebleven. Na stijgende besmettingscijfers in de herfst besloot de regering wel om de verkoop van alcohol na tien uur ’s avonds te verbieden, ook mogen mensen niet meer samenkomen in groepen groter dan acht personen, meldt Euronews.

    ANP 425036500 1 1
    Winkelend publiek in het centrum van Stockholm. In Zweden zijn alle winkels, ondanks de hoge besmettingscijfers, nog open. – © Fredrik Sandberg / TT / EPA

    ‘Meedogenloos’ is de kritiek op de ouderenzorg in het rapport, schrijft een commentator van SVP, de Zweedse publieke omroep. ‘Alles wordt op de korrel genomen, van onduidelijke verantwoordelijkheden tot een onhoudbare personeelssituatie. Er waren geen voorbereidingen om met een pandemie om te gaan en toen die er eenmaal was, werden de tekortkomingen blootgelegd.’ De commissie bekritiseert ook de huidige regering wegens het onvoldoende of te laat doorvoeren van maatregelen tijdens de eerste golf. Vooral een landelijk bezoekverbod voor ouderen in verpleeghuizen had veel eerder moeten worden ingevoerd, aldus de commissie. ‘Deze kritiek is voor de regering van Löfven moeilijk te pareren, omdat het gericht is op wat de regering wel of niet heeft gedaan tijdens de crisis’, analyseert Mats Knutson van SVP.

    ‘De overheid verantwoordelijk – wat betekent dat?’ vraagt columnist Mårten Schultz van Svenska Dagbladet zich af. ‘Kunnen de regering of ministers strafrechtelijk worden vervolgd?’ Dat lijkt Schultz onwaarschijnlijk, maar ‘het is niet onwaarschijnlijk dat iemand een schadeclaim zal indienen tegen de staat of een gemeente’. Toch stelt hij dat de regering haar verantwoordelijkheid niet voor de rechtbank maar vooral in het parlement moet afleggen.

    Verwaarloosd

    De oppositie heeft dan ook haar messen geslepen. Ebba Busch, leider van de christendemocraten, vindt dat premier Löfven moet overwegen of hij nog wel de juiste man is om Zweden door deze crisis te leiden, bericht Göteborgs-Posten. ‘KD [de christendemocratische partij] vertrouwt Stefan Löfven niet. Wij vinden dat hij de ouderen en de zorg al voor de pandemie heeft verwaarloosd.’

    Löfven leidt een minderheidskabinet van de sociaaldemocraten en een groene partij, Miljöpartiet, met gedoogsteun van de centrumpartij en de liberalen. Maar vooralsnog lijkt hij niet te vrezen over zijn positie, dat erkent ook Ebba Busch, die geen motie van wantrouwen richting het kabinet indient: ‘Op dit moment staat een meerderheid achter de regering van Löfven.’

    Ook Jimmie Åkesson, leider van de nationalistische Sverigedemokraten (SD), is uiterst kritisch over de premier. ‘Het tussenrapport dat vandaag is uitgekomen wijst op een mislukking. Het toont aan hoe slecht premier Stefan Löfven en zijn regering hebben gehandeld in een situatie waar veel druk op staat. Maar bovenal is het een tragisch verhaal over hoeveel mensen in 2020 in Zweden onnodig stierven’, bericht Expressen.

    Kerst

    Het rapport lijkt er niet toe te leiden dat Zweden hardere maatregelen, zoals lockdowns, gaat instellen. De focus voor de regering-Löfven ligt vooral bij het verbeteren van de ouderenzorg. ‘Mijn beeld is dat het al veel beter gaat in de verpleeghuizen’, aldus minister van Sociale Zaken Lena Hallengren, verantwoordelijk voor de verpleeghuiszorg, tegen Svenska Dagbladet. De minister zet vooral in op sneltesten voor bewoners en personeel, wat moet voorkomen dat het virus zich onder kwetsbare ouderen verspreidt.

    Svenska Dagbladet stelde ook een overzicht op van de geldende adviezen met Kerst, een feest waar de Zweden erg aan hechten. Zo luidt het advies om zo min mogelijk met het openbaar vervoer te reizen. Vooralsnog gelden er geen beperkingen. Ook mogen Zweden nog steeds hun oudere vrienden of familieleden bezoeken, zelfs in verpleeghuizen. Daarbij luidt het advies is om afstand te bewaren tijdens het bezoek en tien dagen van tevoren extra voorzichtig te zijn door het contact met anderen te beperken. Samenkomsten van meer dan acht personen worden ernstig afgeraden en Kerst moet dan ook in kleine kring gevierd worden. Hierbij wordt geen uitzondering gemaakt voor de Kerstman; ook die moet tot die kleine kring van acht behoren, volgens de Zweedse instantie voor volksgezondheid.

  • Hoor de sirenenzang van de buitenwijken

    Hoor de sirenenzang van de buitenwijken

    Redacteur Eva Wiseman beschrijft de grote voordelen van een verhuizing naar de buitenwijk, een trend die in de coronacrisis veel volgelingen heeft gekregen. Al blijft ze ‘iemand die op voet van beleefde knikjes met de tuin verkeert’.

    Voor de eerste keer in mijn leven ben ik een trendsetter. Jonge mensen die niet langer gebonden zijn aan kantoren, nachtclubs of ballenbakken voor volwassenen, verhuizen naar de buitenwijken, waar de huren van praktische maisonnettes in hetzelfde tempo stijgen als die van stadsflats dalen. Ik kan met trots zeggen dat ik er vroeg bij was; ik was de eerste die het officieel opgaf. Die de stad opgaf. Die de demonstratief op de stoep genuttigde koffie van vier pond opgaf, die de nachtbus die op je drempel stopt opgaf, die de nachtelijke uurtjes sowieso opgaf. Die het opgaf om tot in de details te weten hoe het orgasme van de buurman zich voltrekt, en die het heerlijke gevoel opgaf dat je krijgt als je opgaat in een menigte.

    Nu ik terug ben in de buitenwijk waaraan ik me vijf jaar geleden met zo veel moeite heb ontworsteld, deel ik met alle plezier mijn zuurverdiende kennis met de nieuwkomers.

    Je verlaat de stad voor een plek met ‘buitenruimte’. Je droomt misschien van het kweken van eigen basilicum om te kunnen overstappen van pesto uit een potje op verse. Vrienden, jullie hebben geen idee. De buitenruimte komt ons hier uit alle lichaamsopeningen. Een tuin, check, een veld daarginds, check, heus platteland, zij het vergolfbaand, aan gene zijde van de heuvel. 

    Twee kanten

    Na een maand buitenlucht, waarin je zaailingen hebt vertroeteld met een zorg die je voorheen alleen aan de reiniging van je poriën besteedde, kun je twee kanten op. Of je wordt hartstochtelijk tuinier en officieel ‘buitenmens’, die onbekenden uitvoerig waterdichte broeken met thermische isolatie aanbeveelt en foto’s deelt van zoiets uitzonderlijks als ‘bladeren’. Die omgeven door een psychedelische gloed praat over zijn ‘relatie met de natuur’ alsof je die rond sluitingstijd in een kroeg hebt ontmoet, om er de volgende 48 uur seks mee te hebben en over je kinderjaren te praten. Of je wordt zoals ik, iemand die op voet van beleefde knikjes met de tuin verkeert. Ik vind het prettig om te weten dat er een buiten is, op aanvraag beschikbaar, maar ik mis het gewone blokje om, in plaats van ‘een wandeling maken’, en ik mis het bescheiden gevaar van asfalt. Geniet van de buitenruimte, maar vooral vanachter glas.

    Het licht hier zwemt van limonade naar boter, dan zilver als folie, dan abrikoos

    Hoe had ik ooit kunnen bevroeden, toen ik naar mijn buitenwijk verhuisde, dat ik elke lokale hond bij naam zou leren kennen? Huisdieren zijn hier koning. Zo nu en dan zie ik nog weleens mensen een kat passeren zonder dag te zeggen, en dan frons ik mijn wenkbrauwen en vloek inwendig. Posters met vermiste dieren genieten ernstige aandacht, niet in het minst omdat diegenen onder ons die in hetzelfde (huisdieren)schuitje zitten nog altijd beducht zijn voor de beruchte kattenmepper die overal te lande de buitenwijken afstruinde op zoek naar dieren om in stukken te rijten. De politie gaf vossen de schuld. Wij, achter de schuif-ramen van onze als schouwtonelen verlichte twee-onder-een-kapwoningen, weten wel beter.

    Misschien zijn, omdat sommige mensen naar de buitenwijken verhuizen om aan misdaad te ontsnappen, angst en dreiging in deze straten geprent, op het asfalt getekend als fietspaden. In een vacuüm waar niets gebeurt zoeken we naar rottigheid. En dan melden we dat plichtsgetrouw in de buurtpreventie-appgroep.

    Maar het licht, het licht. Het licht hier zwemt van limonade naar boter, dan zilverkleurig, dan warm roze. Wachtend op de bus kun je van een uiterst trage vuurwerkshow genieten die stilletjes op je hand wordt weerkaatst.

    Er is een kans dat je, net als ik, je verhuizing uit de stad als een soort afgang beschouwt

    Er is een kans dat je, net als ik, je verhuizing uit de stad als een soort afgang beschouwt. Dat je, net als ik, de buitenwijken altijd associeerde met pijnlijke ideeën als ‘je settelen’, ‘grote supermarkten’ en ‘huisvrouwen’, en met van die fleecejacks die je over je hoofd aantrekt. 

    En daar zit ook wel een kern van waarheid in. En toch zitten we hier nu, jij en ik, ons koesterend in de slaperige omhelzing van een buitenwijk, half verstikt natuurlijk maar ook knus. Door weg te gaan uit de stad gaan we ons afvragen wie we zijn, en hoeveel daarvan gebonden is aan de mogelijkheden van de plekken waardoor we worden omringd. De kroegen waarin we misschien liefde vinden, de musea, de bruggen, de nabijheid van pinautomaten. En we gaan ons er ook door realiseren dat, hoe grootsteeds en druk het leven in de stad ook lijkt, degenen van ons die er wonen zonder het zelfs maar te merken gewoonten en vriendschappen hebben gecreëerd die zo beperkt en specifiek zijn dat ze niets anders meer van de stad nodig hebben dan fatsoenlijk werkende wifi. De buitenwijk in een torenflat.

    Passief-agressieve lasagne

    Het kan natuurlijk zijn dat ik de boel vergoelijk, dat ik me schuldig voel vanwege mijn basale behoeften, me schaam voor mijn al te voorspelbare aftocht naar een praktisch huis met een fatsoenlijke vrieskist, maar ik leg jullie de theorie toch voor, en jullie mogen ermee doen wat je wilt.

    Het duurt misschien even, als je je potten en pannen eenmaal hebt uitgepakt en door de straten loopt terwijl je je verwondert over de stilte, en een passief-agressieve lasagne van je buren in ontvangst hebt genomen. Het duurt misschien wel een maand. Maar langzaamaan zul je je realiseren… dat de stad er nog altijd is. Zelfs als je hier zit, en nadenkt over de inrichting van een ‘leeshoekje’, is de stad er nog. En zelfs als je er niet dagelijks doorheen marcheert, zullen er hopelijk nog restaurants zijn om je te verwelkomen als je uiteindelijk terugkomt voor een avondje uit, een museum, een staaltje van modernistische architectuur en een M&M’s World Store. Wij mogen de stad dan hebben verlaten, de stad verlaat ons nooit. 

    Openingsbeeld: Een rustige straat bij Ruskin Park aan de rand van het centrum van Londen, met op de achtergrond de wolkenkrabbers van de City. – © Richard Baker / Getty

  • Scholiere klaagt Oostenrijkse staat aan

    Scholiere klaagt Oostenrijkse staat aan

    Een middelbare scholiere uit het Oostenrijkse Stiermarken bestrijdt dat er bewijs is dat mondkapjes besmetting met het coronavirus voorkomen. Ze klaagt daarom de staat aan omdat het verplichte gezichtsmasker ‘ernstige gevolgen kan hebben voor de psyche’.

    De coronacijfers in Oostenrijk ontwikkelden zich dusdanig dat de overheid de teugels enigszins heeft laten vieren. Zo zijn sinds een week de scholen weer open, maar wel met de verplichting voor leerlingen om in de klas een mondkapje te dragen. De Oostenrijkse krant Die Presse schreef op maandag dat een vijftienjarige gymnasiaste een rechtszaak heeft aangespannen tegen de staat vanwege die mondkapjesplicht.

    De scholiere wordt in haar zaak gesteund door het coronasceptische ‘Initiatief voor op bewijs gebaseerde corona-informatie’ (ICI). ICI heeft in Oostenrijk al meerdere demonstraties georganiseerd met coronasceptici die ageren tegen beperkende maatregelen door de overheid. De groep is tevens initiatiefnemer van een referendum over een ‘Wiedergutmachungsgesetz zu den Covid-19-Maßnahmen’, waarin herstelbetalingen worden geëist voor de gevolgen van alle coronamaatregelen door de Oostenrijkse regering.

    In de aanklacht tegen de staat stelt de scholiere dat er geen bewijs bestaat dat het dragen van maskers besmetting met covid-19 kan voorkomen. Tegelijkertijd kunnen psychische en fysieke gevolgen niet worden uitgesloten wanneer mondkapjes permanent moeten worden gedragen, aldus de klacht. ICI heeft een video op YouTube gezet (zie boven) waarin Michaela Hämmerle, de advocaat van de studente, de maatregel strijdig met het proportionaliteitsbeginsel noemt. Ze noemt de mondkapjesplicht ‘een schending van rechtmatige belangen als leven en gezondheid, aangezien ernstige gevolgen voor de psyche van kinderen en jongeren niet kunnen worden uitgesloten’.

    Hämmerle verwijst naar een Deens onderzoek waaruit zou blijken dat het dragen van een mondkapje geen significante bescherming biedt tegen besmetting. De scholiere eist in haar zaak dan ook dat ze geen gezichtsbescherming hoeft te dragen. Blijft de staat daar toch aan vasthouden, dan wil ze de federale overheid aansprakelijk stellen voor alle gevolgschade die wordt veroorzaakt door het dragen van een mondkapje. Mocht de rechtszaak van de scholiere succesvol zijn, dan is ICI van plan een grote collectieve procedure tegen de staat aan te spannen.

    Popper suggereert vooral de ontwikkelingen in het grote buurland in de gaten te houden

    Der Standard, een andere Oostenrijkse krant, schreef maandagmiddag dat de coronacijfers in Oostenrijk zich ondertussen niet ontwikkelen zoals gehoopt. In plaats van substantieel verder te dalen, blijkt het aantal nieuwe besmettingen per 100.000 inwoners de afgelopen zeven dagen te zijn gestegen. Desondanks houdt de regering vooralsnog vast aan versoepeling van allerlei maatregelen. Zo is er van een eventuele hernieuwde schoolsluiting geen sprake, zo liet het ministerie van Onderwijs aan de krant weten. Volgens het ministerie is het reguliere onderwijs net weer hervat na een harde lockdown en het klassikale onderwijs zal zeker worden voortgezet tot 23 december. 

    De regering zegt ook vast te houden aan het plan om hotels en restaurants vanaf 7 januari onder bepaalde voorwaarden weer te openen. Simulatieonderzoeker Niki Popper vraagt zich af of dat voornemen wel zo verstandig is. ‘Als we in de kerstvakantie niet de waarde van minder dan 1000 nieuwe besmettingen per dag halen, moeten we goed nadenken of verdere versoepelingsstappen mogelijk zijn na de vakantie.’ Sterker nog: in plaats van heropening van hotels en restaurants vanaf 7 januari te overwegen, zouden besluitvormers beter kunnen gaan nadenken over hoe verder te gaan als het aantal besmettingen blijft stijgen. Met nieuwe beperkingen, of door beter en vaker te testen en te traceren, of door implementatie van isolatiestrategieën? Duitsland gaat woensdag over op een strikte lockdown en Popper suggereert dan ook vooral de ontwikkelingen in het grote buurland in de gaten te houden. 

  • Aanbevolen door de redactie. De beste Afrikaanse boeken & meer

    Aanbevolen door de redactie. De beste Afrikaanse boeken & meer

    Een vierdelige radioserie van de BBC over wat waarde eigenlijk is in tijden van kredietcrisis, coronacrisis en klimaatcrisis. De beste Afrikaanse boeken van 2020 volgens African Arguments & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, podcasts en radioshows die wij deze week zijn tegengekomen.

    Wat is waarde?

    Mark Carney, speciaal gezant van de Verenigde Naties voor het klimaat en financiën en voormalig gouverneur van de Bank of England, geeft een serie lezingen op de Britse zender BBC Radio 4 over wat waarde eigenlijk is. In vier afleveringen probeert hij een antwoord te geven op deze vraag en onderzoekt hij hoe ons idee van waarde van invloed is op de kreditcrisis, de coronacrisis en de klimaatcrisis.

    Editor at large Katrien Gottlieb: ‘Niet alleen vertelt Carney hoe waarde door de eeuwen heen steeds van gedaante verwisselde maar ook kijkt hij vooruit naar een postcoronawereld waarin financiële marktwaarde vermoedelijk scherp tegenover de waarde van het maatschappelijk welzijn komt te staan.’

    Alles over Afrikaanse muziek

    De Zuid-Afrikaan Sean Jacobs, universitair docent Internationale Betrekkingen aan The New School in New York, begon in 2009 met de site Africa is a Country. Het platform biedt boeiende en verrassende verhalen over Afrikaanse politiek, cultuur en samenleving, die vaak haaks staan op de manier waarop westerse media naar Afrika kijken. 
    Sinds eind vorige maand is op de site ook het maandelijkse radioprogramma Africa Is a Country Radio te horenDaarin duikt Chief Boima, muziekproducent, dj, schrijver en cultureel activist uit Sierra Leone, in de muziek en de culturele politiek van het Afrikaanse continent.

    Africa Is a Country Radio levert een een heerlijke mix op van muziek en interviews met musici, historici en journalisten. Warme aanrader in deze barre maand waarin we niet naar de zon mogen reizen,’ aldus redacteur IJsbrand van Veelen.

    De beste Afrikaanse boeken

    Opnieuw komt African Arguments, het pan-Afrikaanse nieuws- en debatplatform, met een lijst van de beste Afrikaanse boeken van 2020.

    Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda: ‘Vorig jaar tipten we ze al in ons magazine; de beste Afrikaanse boeken van het jaar, een overzicht van African Arguments, het onlinetijdschrift dat zich inzet voor een beter begrip van het continent. Dit jaar bevat de lijst weer veel voor ons onbekende namen en dus nieuwe zienswijzen.

    Een goed voorbeeld is Traveling when black van Nanjala Nyabola. Geen reismemoires’, zoals ze zelf aanstipt, maar een reeks essays die ras, identiteit, privileges en migratie onderzoeken. “Hoe zwart zijn betekent dat men zich kan mengen in Haïti of Burkina Faso, maar tegelijkertijd discriminatie van de ergste soort ervaart en elders zelfs de dood riskeert. Dit zijn niet alleen haar verhalen, maar die van velen, die de lezer voortdurend uitdagen om vragen te stellen en de wereld vanuit verschillende perspectieven te bezien.” Laat dat nou net de missie van 360 zijn.’

     Het boek doet ook denken aan het fotografieproject van Johny Pits, die door Europa reisde op zoek naar de “zwarte gemeenschappen”. Nog een tip: zijn werk is vanaf morgen tot 3 januari te zien in De Balie.’

    Chinas Rebel City The Hong Kong Protests South China Morning Post 1 1
    video still uit documentaire China’s Rebel City: The Hong Kong Protests van de South China Morning Post.

    Rebellerend Hongkong

    De documentaire China’s Rebel City: The Hong Kong Protests van de South China Morning Post vertelt het verhaal over de pro-democratische protesten in Hongkong vanaf het de demonstraties tegen het uitleveringsverdrag met China in 2019 tot nu. Aan het woord komen activisten en pro-democratische politici, maar ook pro-Chinese regeringsadviseurs en de korpsleider van de politie van de stadstaat aan de Zuid-Chinese Zee.

    ‘Verplichte kost als je alles over de situatie in Hongkong wilt weten,’ tipt redacteur Joep Harmsen. ‘Het is heel bijzonder voor een documentaire over zo’n gepolariseerde kwestie dat de hoofdrolspelers van beide kampen aan het woord komen. Ook is het inspirerend om te zien hoe Hongkongers blijven strijden voor hun democratie die steeds verder wordt ingeperkt.’

  • ‘Patiënt 1: Zhao, vrouw, 20 jaar oud, zonder vast werk’

    ‘Patiënt 1: Zhao, vrouw, 20 jaar oud, zonder vast werk’

    In Chengdu, in het westen van China, werd het privéleven van een jonge vrouw die besmet was met het coronavirus openbaar gemaakt op sociale media. Ze kreeg een golf van online haat en bedreigingen over zich heen.

    ‘Als je eenmaal besmet bent met het coronavirus, heb je dan geen recht meer op privacy?’ schrijft Phoenix Weekly uit Hongkong. Het antwoord is duidelijk nee – in China althans.

    Dinsdag publiceerde de Gezondheidscommissie van de stad Chengdu, de hoofdstad van provincie Sichuan, informatie op het sociale netwerk Weibo over drie mensen die met covid-19 besmet waren. Het betreft een familie die bestaat uit een jonge vrouw en haar twee grootouders. ‘Patiënt 1: Zhao, vrouw, 20 jaar oud, zonder vast werk.’

    De gezondheidscommissie heeft ook de verblijfplaats van de familie bekendgemaakt, zoals gebruikelijk sinds het begin van de epidemie. Ze vermeldde alleen de wijk waar de familie woont, maar heeft wel de exacte locaties aangegeven die de jonge vrouw de afgelopen veertien heeft bezocht, zoals het park, een nagelsalon, een restaurant en drie bars, die allemaal met naam en toenaam worden genoemd.

    Delen van Chengdu werden afgesloten om het virus meteen in te dammen, waardoor velen zich beklaagden over de overlast die dat veroorzaakte. Maar al snel richtten de pijlen van het publiek zich op de levensstijl van de jonge vrouw en begonnen de slutshaming en online haat, aldus de Hongkongse krant South China Morning Post.

    South China Morning Post maakte een item over het rigoureuze ingrijpen in Chengdu om het virus in te dammen na recente gevallen.

    Klopjacht

    Internetgebruikers organiseerden een klopjacht naar het identiteitskaartnummer van de vrouw, foto’s, voor- en achternaam en haar exacte adres, die vervolgens werden gepost op Chinese sociale netwerken, samen met een minutieus verslag van waar ze allemaal was geweest. Bijvoorbeeld: ‘Op 2 december bezocht ze rond 18 uur ’s avonds haar grootouders en heeft ze vervolgens dertig minuten met hen gegeten’, of: ‘Om 14.00 uur op 5 december verliet ze haar woning om een pakketje op te halen.’

    In China wordt de publicatie van nauwkeurige gegevens over de plaatsen die door geïnfecteerde mensen worden bezocht, beschouwd als een effectieve manier om de verspreiding van de epidemie tegen te gaan: zo blijft iedereen waakzaam en kunnen de contacten van de besmette persoon worden nagetrokken. Maar die aanpak heeft ernstige gevolgen gehad voor deze jonge vrouw, die een lawine van persoonlijke aanvallen over zich heen kreeg.

    Massaal vielen de internetgebruikers over haar openbaar gemaakte uitgaansleven, toen het volgende werd gepost: ‘Om middernacht op 6 december nam ze met vier vrienden een taxi naar de Haiwuli-bar, waar ze tot 3 uur ’s nachts bleven. Toen nam ze met drie van de vier vrienden een taxi naar de Heben-bar.’

    ‘Koningin van de bar’

    Kort daarna werd het slachtoffer door Chinese reageerders de ‘koningin van de bar’ genoemd. Ook werd ze aangevallen op haar losbandigheid: ‘Op haar leeftijd heeft ze plezier in bars, in plaats van dat ze thuisblijft. Ze is geen goed mens’ en: ‘Ze is 20, ze zit niet op school, heeft geen werkt, ze huurt een flat in haar eentje en hangt rond in bars. We weten allemaal wat ze echt doet.’

    Anderen verdedigden Zhao, aldus SCMP. Catch Up, een Weibo-blog dat zich richt op gendergelijkheid, zei dat Zhao’s levensstijl veel voorkomt onder jongeren en dat ze niet bekritiseerd moet worden.

    Het lijkt erop dat de officiële media een beslissende rol hebben gespeeld in deze openbare lynchpartij

    CCTV, het grootste televisiestation van China, probeert de zaak op Weibo te kalmeren door te schrijven dat ‘angst voor de epidemie geen aanleiding mag geven tot een dergelijke uitbarsting van online geweld’. Toch lijkt het erop dat de officiële media een beslissende rol hebben gespeeld in deze openbare lynchpartij. Met name een artikel van het Volksdagblad, de krant van de Communistische Partij, met de kop: ‘Dringend opsporingsbericht’, waarin de gangen van de jonge vrouw werden gespecificeerd. De officiële partijkrant verspreidde dus privacygevoelige aanwijzingen met het doel haar op te sporen.

    ‘Niet zo lang geleden plaatste de overheid op WeChat de telefoon- en identiteitskaartnummers van mensen in mijn stad die als contactpersonen werden geïdentificeerd’, zei een internetgebruiker op Weibo. ‘Als dit zo doorgaat, is niemand veilig voor [online haat]’, schreef een ander.

    Een 24-jarige man is gestraft voor het verspreiden van persoonlijke informatie van de jonge besmette vrouw, meldt South China Morning Post. SCMP laat ook weten dat het slachtoffer een verklaring heeft gepost dat zij en haar familie online zijn aangevallen en dat ze bedreigingen heeft ontvangen op haar telefoon. Ook schrijft ze dat ze niet zou zijn uitgegaan als ze wist dat ze besmet was. ‘Ik heb toevallig covid-19 gekregen, ik ben ook een slachtoffer.’

  • Dagboek van een proefpersoon. ‘Vanaf nu ben ik V.5674’

    Dagboek van een proefpersoon. ‘Vanaf nu ben ik V.5674’

    Pedro Greco is een van de vijfduizend Argentijnen die zich vrijwillig hebben aangemeld om een coronavaccin te testen. Sinds de eerste prik houdt hij in het tijdschrift Anfibia een dagboek bij. Greco beschrijft hoe het is om niet te weten waarmee je geïnjecteerd bent, maar ook over de voldoening die het geeft om je lichaam uit te lenen aan de wetenschap.

    Maandag 31 augustus 2020

    Eerste bezoek: vanaf nu ben ik V.5674

    Het kwam niet door het bloed. Ook niet door de naald. En ook niet door de prik. Het was al bijna voorbij toen ik flauwviel. Ik werd weer bij kennis gebracht door een windvlaag in mijn gezicht. Twee mensen wapperden met een paar witte blaadjes (waarschijnlijk het toestemmingsformulier van 29 pagina’s, het enige wat voorhanden was in al die klinische kilheid). Ik herinnerde me het laatste waarover ik het had gehad met de dokter, voordat ik flauwviel: hoe nobel het was om je lichaam ter beschikking te stellen van de wetenschap.

    Het kwam niet alleen door het epische moment. Dit gebeurt iedereen met een lage bloeddruk als hij of zij bloed afstaat. Ik bleef een half uur lang zitten. Ze namen twee keer mijn bloeddruk op. Toen ik was bijgekomen, durfde ik het te vragen. ‘We hebben drie buisjes afgenomen,’ vertelden ze. Ik zou kunnen zeggen dat ik mijn angst heb overwonnen, ware het niet dat ik in de twee jaar dat dit onderzoek naar een vaccin tegen covid-19 zal duren nog vier keer bloed moet afstaan.

    Ik ben verre van alleen: aan deze fase van het project doen dertigduizend mensen mee, in de Verenigde Staten, Duitsland, Brazilië en Argentinië

    ‘Probeer de volgende keer te gaan liggen,’ zei de vrouw die mijn bloed had afgetapt, en die ik nu niet meer herkende – spatbril, mondkapje en een wegwerpschort – voordat ze wegliep.

    Stipt om drie uur ’s middags haalde een taxi me op bij mijn huis in Lanús [een voorstad van Buenos Aires]. Veertig minuten later kreeg ik bij binnenkomst in het militair ziekenhuis een plastic tas met daarin een flesje water, een mueslireep, drie zuurtjes, een pak met vijf biscuitjes, een flesje handgel, een digitale thermometer die nog in de verpakking zat en een medisch mondmasker. Ze vroegen of ik mijn effen zwarte mondkapje wilde afdoen en het nieuwe wilde opzetten. Ik was nog nooit hier in deze witte kolos in Las Cañitas [een wijk in Buenos Aires] geweest. Van het moment dat je met de auto de eerste slagboom voorbijrijdt totdat je uitstapt, houden mensen in groene camouflagepakken je drie keer staande.

    HMC V G3 / 123-5674

    Vanaf vandaag zegt mijn dossier dat ik een heleboel nummers en hoofdletters ben: ‘HMC V G3 / 123-5674’. HMC: Hospital Militar Central [het militair ziekenhuis]. V: Voluntario [vrijwilliger]. En G3? Geen idee. Misschien een verwijzing naar de derde fase van het onderzoek? Het is goed mogelijk dat de rest ook HMC, V en G3 is. Wat ik daadwerkelijk ben geworden is een nummer: 5674, het nummer naast mijn naam dat de dokters bij mijn eerste bezoek bij elke stap met gele markeerstift op een lijst afstrepen. Ik ben ook een aankomstnummer, 4de vrijwilliger van de dag, en een spreekkamernummer, C36.

    Ik was geen moment alleen. Ik werd overal naartoe geleid, altijd onder begeleiding van iemand met een groene map met de papieren die mij moeten voorstellen gedurende het onderzoek van Pfizer en Biontech. Ik ben verre van alleen: aan deze fase van het project doen dertigduizend mensen mee, in de Verenigde Staten, Duitsland, Brazilië en Argentinië. In Argentinië zijn we met vijfduizend proefpersonen.

    Voordat ik flauwviel, las ik met Mariano, de dokter die me was toegewezen, een voor een de beide kanten van de vijftien pagina’s van het toestemmingsformulier (front and back, zou Ross van Friends zeggen), dat ik in tweevoud tekende. Waar het onderzoek om draait, voorwaarden, verplichtingen, voorzorgsmaatregelen, wie er toegang heeft tot je gegevens en wat ze daarmee mogen doen (dit is het exacte moment waarop fanatieke complotdenkers zouden afhaken), wanneer de aankomende bezoeken gepland staan en wat je dan te wachten staat.

    Vragen

    Ze willen voortdurend weten of je nog vragen hebt. In het document staat: ‘Ik heb dit toestemmingsformulier voor het hiervoor beschreven onderzoek gelezen en begrepen, en ik heb de kans gehad om vragen te stellen.’

    Waaruit bestaat het vaccin? Waarom doen ze bloedtesten bij mensen die het placebo hebben gekregen? Kan iedereen antistoffen opbouwen? Wanneer weten ze of het werkt of niet? Deze en andere prangende vragen – misschien lachwekkend voor een dokter – waren te horen in spreekkamer 36. Alle voorwaarden waarmee je instemt als je tekent, kunnen van het ene op het andere moment worden herroepen. Als je ermee wilt stoppen, hoef je het maar te zeggen. Als je wilt dat ze je gegevens vernietigen, doen ze dat.

    Laatste stop van de tour. Half zeven ’s avonds. Overgeleverd aan dat reusachtige doolhof waar ik de afgelopen anderhalf uur doorheen ben geleid, kom ik bij een zaal met tien school-banken. Ik heb nog steeds een raar gevoel in mijn neus van het wattenstaafje. Op elke tafel staan een flesje met handgel en een prullenbakje. Aan elke kant van zaal zitten vijf proefpersonen. Achterin, in het midden, in een soort van panopticum, zitten twee dokters in een elfde bank.

    Op de panelen die de proefpersonen van elkaar scheiden is een papier geplakt. Aan één kant staat, in hoofdletters op een zwarte achtergrond: ‘in afwachting van vaccin’, het teken voor degene die ons moet prikken – die voordat ze dat doet vriendelijk vraagt: ‘Welke arm heb je het liefst?’ Linkerarm. En prik. Aan de andere kant van het papier staan op een oranje achtergrond twee kolommen: ‘begin’ en ‘einde’. De dokter noteert het tijdstip van de injectie en dat van de controle waarbij wordt gekeken hoe het gebied rond de injectie na een half uur reageert.

    Om voor de hand liggende redenen mag je niet iemand meenemen. Misschien laten ze me daarom nooit alleen.

    Zaterdag 19 september 2020

    Dag 20: De tweede dosis

    ‘Voordat we beginnen: wordt hier mijn bloed afgenomen? De vorige keer zeiden ze dat ik beter op de behandeltafel kon gaan liggen…’

    In de kamer van twee bij drie meter is geen ruimte voor een behandeltafel. Wel voor een gewone tafel, twee stoelen, handgel, ontsmettingsalcohol en mijn groene map. De woorden van Nati, de dokter die mij dit keer is toe-gewezen, nemen mijn zorgen weg. Het tweede bezoek is het enige van de zes waarbij geen bloed wordt geprikt.

    Opnieuw de vragen: sommige bekend, andere nieuw. Allemaal beantwoord ik ze met nee. Als ik te lang wacht met antwoorden, selecteert de dokter al de optie ‘nee’ op haar tablet voordat ik iets zeg. Geen klachten tussen het eerste en het tweede bezoek, geen symptomen van covid-19, geen medicijnen, geen onderliggende aandoeningen. Nee, ik neem geen corticosteroïden. Nee, ik doe niet mee aan een ander onderzoek. Nee, ik werk niet bij een van de twee laboratoria. Nee, mijn familieleden ook niet.

    En wanneer is het vaccin beschikbaar? Ik ben opgehouden te tellen hoe vaak me dat is gevraagd

    Ik loop door het ziekenhuis alsof ik er al mijn hele leven word behandeld. Van de receptie op de begane grond naar spreekkamer 32 op de tweede verdieping. En daarna door naar de vijfde, waar ze me nog meer vragen stellen, een neus-swab afnemen, nog meer vragen, het vaccin (of een placebo), en wacht hier een half uur, laat je arm eens zien, nog meer vragen, doe het rustig aan en we zien je over een maand.

    Ze leggen veel meer nadruk op de mogelijke symptomen dan de vorige keer. Met de tweede dosis is de behandeling voltooid en kan ik mogelijk koorts of spierpijn krijgen. ‘Elke acht uur ibuprofen of paracetamol,’ raden ze me aan. Als het niet stopt, moet ik in mijn portemonnee het kaartje opzoeken dat ik drie weken geleden heb gekregen met daarop het nummer dat ik dan moet bellen. ‘Daar kunnen ze je helpen.’

    Effectief

    En wanneer is het vaccin beschikbaar? Ik ben opgehouden te tellen hoe vaak me dat is gevraagd. Ik weet het niet, en ook Pfizer, Biontech, of zelfs maar het militaire ziekenhuis, weten dat niet. Natuurlijk heb ik het bij het eerste bezoek gevraagd. Zoals dokter Mariano me vertelde, zouden ze in oktober of november de balans kunnen opmaken en kunnen zien of het effectief is geweest bij de 50 procent die de twee doses van het vaccin hebben gekregen.

    In principe. Mogelijk duurt het langer doordat de laboratoria hebben voor-gesteld om de onderzoeksgroep in de derde fase uit te breiden: van 30.000 proefpersonen zouden het er 44.000 worden om ‘een diverse bevolkingssamenstelling’ te kunnen onderzoeken. Drie weken geleden gaven ze een datum, vandaag een andere en over een maand misschien weer een andere. We zullen geduld moeten hebben en blijven het op de voet volgen.

    Vaccin: Stand van zaken

    In november meldden Pfizer en Biontech dat hun vaccin in ruim 95 procent van de gevallen effectief is. Onder andere de EU heeft dit Pfizer/Biontech-vaccin ingekocht. Op dit moment is het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) bezig met de evaluatie ervan. De verwachting is dat er in het eerste kwartaal van 2021 in Nederland kan worden gestart met vaccineren. Het Verenigd Koninkrijk heeft het vaccin al goedgekeurd en is begonnen met het inenten van mensen in verzorgingstehuizen.

  • Brussel bereidt zich voor op ‘plan B’

    Brussel bereidt zich voor op ‘plan B’

    De EU-top van donderdag en vrijdag moet het Pools-Hongaars tegen het rechtsstaatmechanisme breken. Europese commentatoren staan vrijwel unaniem achter de strenge opstelling van de EU.

    ‘Europa is in nood’, opent het commentaar van Der Tagespiegel. Het veto van Polen en Hongarije tegen het financiële pakket van de EU ter waarde van ruim 1800 miljard euro, bedreigt de slagkracht van de EU. Als de regeringleiders op de EU-top van donderdag en vrijdag geen overeenstemming bereiken, zal de EU zich voor het eerst in dertig jaar met een noodbegroting moeten behelpen. Geld voor onderzoek en infrastructuur kan dan niet meer worden uitbetaald. Het pakket bestaat uit de meerjarenbegroting 2021-2027 van bijna 1100 miljard euro en het coronaherstelfonds van 750 miljard euro.

    De Süddeutsche Zeitung is dan ook van mening dat ‘Merkel zich van haar strenge kant moet laten zien’. De Duitse bondskanselier heeft vanwege het Duitse voorzitterschap van de Europese Raad de leiding tijdens de EU-top. Merkel heeft altijd geprobeerd om eenheid te bewaren in de EU, maar als het gaat om ‘de democratie en de rechtstaat, is een klassiek Europees compromis uitgesloten’, aldus het Münchense dagblad.

    Druk

    Maar de EU heeft genoeg middelen om de dwarsliggende landen onder druk te zetten, aldus SZ. ‘Het is mogelijk om het coronaherstelfonds op te starten zonder Polen en Hongarije. Vooral Polen zou dit geld pijnlijk missen. Beide landen zouden er bovendien onder lijden als de EU met een noodbegroting komt. (…) Het is terecht dat Brussel nu openlijk dreigt met “Plan B” en eist dat de twee regeringen nog vóór de top stoppen te dreigen met een veto. Hoe geloofwaardiger de druk van Brussel is, des te moeilijker zal het voor Polen en Hongarije worden om te bepalen of ze werkelijk bereid zijn de prijs voor hun veto te betalen ten koste van hun eigen volk.’

    Manfred Weber, voorzitter van de Europese Volkspartij, verklaart tegen Bloomberg dat hij het veto van Polen en Hongarije ‘onverantwoordelijk’ vindt.

    Het Poolse weekblad Polityka verwacht dat Polen eerder zal buigen dan Hongarije. ‘Het blijft de centrale vraag of Viktor Orbán wordt gedreven vanuit een ideologisch principe [namelijk dat de EU niets te zeggen heeft over de Hongaarse rechtsstaat], in welk geval een veto nauwelijks te vermijden is, of dat hij vooral wil voorkomen dat er consequenties volgen wanneer wordt ontdekt dat er met EU-middelen is gefraudeerd. Polen wordt beschouwd als een minder harde noot om te kraken. In zijn huidige vorm zou het ‘geld in ruil voor controle op de rechtsstaat’-plan aanvaardbaar zijn voor de PiS-regering, aangezien de EU-fondsen in ons land min of meer correct worden beheerd.’

    © Wikipedia
    Merkel en Orbán op het congres van de Europese Volkspartij in 2015. – © Europese Volkspartij / Wikipedia

    Voor de Hongaarse onafhankelijke anticorruptieorganisatie K-Monitor is het evident dat Orbán aan zijn veto vasthoudt uit angst voor de aanpak van fraude in Hongarije. ‘Ik ben er vrij zeker van dat dit een van de redenen is waarom Orbán zijn veto uitsprak over het wetsvoorstel,’ zegt Sandor Lederer tegen Le Monde. Lederer is de directeur van K-Monitor en heeft zich de laatste jaren gericht op de vastgoedactiviteiten van familieleden van Orbán. Een van de verdachte vastgoedprojecten die met Europees geld werden gefinancierd, is een voetbalstadion met 4500 zitplaatsen in het Hongaarse dorp Felcsut, dat maar 1800 inwoners telt en het geboortedorp is van Orbán. [Lees hierover ook dit artikel uit 360: De roekeloze voetbalobsessie van Viktor Orbán.]

    ‘Wij, als inwoners van een land waarvan de politici vaak in de clinch liggen met Brussel, moeten het hier niet mee eens zijn’

    De Tsjechische kwaliteitskrant Hospodárske Noviny is kritisch over het ultimatum van de EU. Zij vreest dat wanneer de EU doorzet met een alternatief herstelplan en een noodbegroting zonder Polen en Hongarije, er een precedent wordt geschapen voor het uitsluiten van landen. En dat kan ook gevolgen hebben voor Tsjechië. ‘Wij, als inwoners van een land waarvan de politici vaak in de clinch liggen met Brussel’, schrijft de krant in een commentaar, ‘moeten het daar niet mee eens zijn. (…) Als er deze keer sprake is van een plan voor 25 landen zonder Polen en Hongarije, kan Tsjechië de volgende keer om wat voor reden dan ook eveneens worden buitengesloten.’

  • Aanbevolen door de redactie. Hoe China het weer manipuleert & meer

    Aanbevolen door de redactie. Hoe China het weer manipuleert & meer

    The Washington Post maakte een reportage over een seriemoordenaar die bijna veertig jaar ongestoord toe kon slaan. Een portret uit Time Magazine van reggea-ster Bobi Wine die zich kandidaat stelt voor het Oegandese presidentsschap & meer leestips van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, tippen wij voor u enkele interessante stukken die wij deze week zijn tegengekomen.

    Portret van en vrouwenmoordenaar

    Samuel Little is de dodelijkste seriemoordenaar uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. In meer dan 700 uur aan gefilmde politieverhoren, sinds mei 2018, heeft Little, nu tachtig, bekend 93 mensen te hebben vermoord, vrijwel allemaal vrouwen, in een moorddadige rooftocht die meer dan dertig jaar voortduurde in negentien staten. Doordat hij het vooral had voorzien op kwetsbare vrouwen – sekswerkers, drugsverslaafden – werden veel van zijn moorden nooit door de politie onderzocht.

    Redacteur Joep Harmsen tipt dit artikel uit The Washington Post: ‘Deze weerzinwekkende reportage in drie delen bezorgde me kippenvel. WP gaat minutieus na hoe Little bijna veertig jaar lang zijn gang heeft kunnen gaan.’

    Onconventionele presidentskandidaat

    ‘Ze lieten me geen muzikant zijn, dus ik dacht dan kan ik net zo goed president worden’, zegt Bobi Wine, die bij de jongeren in Oeganda nog bekendstaat als wietrokende raggae-artiest. Hoewel hij zichzelf niet de perfecte kandidaat vindt, neemt de 38-jarige Wine – wiens muziek sinds 2018 in het land is verboden – het in de verkiezingen 14 januari op tegen dictator Yoweri Museveni, die het land meer dan drie decennia regeert met gebruikmaking van onderdrukking, corruptie en geweld.

    ‘Een mooi portret uit Time Magazine van “de Oegandese Jay-Z”, zoals hij in zijn land wordt genoemd, die met gevaar voor eigen leven zijn land wil verbeteren,’ tipt hoofdredacteur Laura Weeda.

    Hoe China het weer manipuleert

    CNN bericht over een programma dat van grootschalige invloed is op het weer, uitgevoerd door China. Volgens een verklaring van de Staatsraad zal tegen 2025 het totale gebied dat wordt bedekt door kunstmatige regen of sneeuwval 5,5 miljoen vierkante kilometer bedragen, terwijl meer dan 580.000 vierkante kilometer (224.000 vierkante mijl) zal worden bedekt door hagelonderdrukkingstechnologieën. De verklaring voegt eraan toe dat het programma zal helpen bij rampenbestrijding, landbouwproductie, noodhulp bij bos- en graslandbranden en het omgaan met ongewoon hoge temperaturen of droogtes.

    ‘Het is niet alleen de vraag wat voor – potentieel desastreuze – gevolgen dat heeft op langere termijn, het kan ook nog eens gebruikt worden als grensoverschrijdend wapen,’ aldus redacteur IJsbrand van Veelen.

    Amazon neemt busladingen nieuwe werknemers aan

    De behoefte aan onlinewinkelen is door de coronapandemie als een razende toegenomen. Amazon nam in de eerste kwartaal van dit jaar ruim 400.000 medewerkers extra aan. Met 1,2 miljoen mensen in dienst mag het bedrijf zich de grootste werkgever in de VS noemen. Historici vergeleken deze grootschalige operatie vorige week in The New York Times met het rekruteren van soldaten in de Tweede Wereldoorlog of het uit de grond stampen van complete industrieën in oorlogstijd, zoals de scheepsbouw tijdens de eerste jaren of de woningbouw nadat de soldaten waren teruggekeerd.

    Editor at large Katrien Gottlieb: ‘Het degelijke en goed onderzochte artikel van Karen Weise licht dat aspect van Amazon een beetje bewonderend toe, in plaats van wat we zouden verwachten van een krant die de macht kritisch dient te volgen.
    Maar ‘wij van 360’ vinden het altijd verhelderend aannames te laten ontmantelen en nieuwe verhoudingen voorgelegd te krijgen. Zelfs al denken we de feiten te kennen uit een eerder artikel dat 360 Magazine publiceerde over de erbarmelijke arbeidsomstandigheden van Amazon.’

  • Olieproducenten draaien de kraan weer open. Japan kiest woord van het jaar

    Olieproducenten draaien de kraan weer open. Japan kiest woord van het jaar

    Aangemoedigd door de stijgende olieprijzen en het vooruitzicht van een coronavaccin hebben de olie-exporterende landen donderdag een voorzichtige verhoging van de productie vanaf januari aangekondigd.

    OPEC en zijn bondgenoten kwamen op donderdag met een ‘onverwachte beslissing: een verhoging van productie met 500.000 vaten per dag en een maandelijkse vergadering van energieministers om het evenwicht tussen vraag en aanbod opnieuw te beoordelen’, berichtte NPR. Veel deskundigen waren verrast door het bericht, de verwachting was dat de komende maanden de productie nog op hetzelfde niveau zou blijven.

    Het akkoord tussen OPEC en Rusland – OPEC+, in oliejargon – zorgt ervoor dat de drastische productievermindering die is doorgevoerd sinds het begin van de covid-19-pandemie enigszins wordt teruggeschroefd. ‘De productie zal vanaf januari slechts met 7,2 miljoen vaten per dag worden verminderd, vergeleken met de huidige 7,7 miljoen vaten per dag’, schrijft Al-Jazeera.

    Fox Business wijst erop dat het kartel in april vorig jaar zijn productie in historische proporties moest verminderen ‘om de markt te stabiliseren, terwijl de maatregelen die over de hele wereld werden ingevoerd om de verspreiding van covid-19 te vertragen, tot een vermindering van de vraag met 25 tot 30 miljoen vaten per dag’.

    De Amerikaanse zender CNBC meldt het bereikte OPEC-akkoord als breaking news.

    The Wall Street Journal schrijft dat het besluit van OPEC om de oliekraan weer voorzichtig open te draaien ‘suggereert dat de grootste producenten ter wereld van mening zijn dat de ergste vraagcrisis als gevolg van de pandemie achter hen ligt’.

    Het Amerikaanse zakenblad stelt vast dat ‘de internationale olieprijzen weer zijn gaan stijgen, met 25 procent sinds begin november, en dat de Aziatische economieën sterk zijn opgeveerd, waardoor de vraag is aangetrokken’. Investeerders verwachten een terugkeer van de vraag ‘in de rest van de wereld, na de veelbelovende resultaten van verschillende coronavaccins’.

    Maar de besprekingen die tot het besluit van de donderdag leidden gingen moeizaam en openbaarden ‘spanningen die het moeilijker konden maken’ om de outputdoelstellingen van het oliekartel ‘te halen als de wereldeconomie in de komende maanden weer opleeft’, aldus The New York Times.

    © Pxhere
    De olieprijzen zijn sinds november weer met 25 procent gestegen. – © Pxhere

    Volgens het financiële nieuwskanaal Bloomberg moest de OPEC+ genoegen nemen met een ‘compromis’ om ‘een breuk tussen de belangrijkste leden van het kartel: de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië’ te voorkomen. Laatstgenoemd land wilde de productievermindering op het huidige niveau handhaven, terwijl de Emiraten, waarvan de productiecapaciteit de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen, pleitten voor een versoepeling.

    ‘Tot voor kort bepaalden Saoedi-Arabië – dat de facto de OPEC runt – en zijn bondgenoten in de Golfstaten, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit, samen het productiebeleid’, analyseert persbureau Reuters. Maar de groeiende onafhankelijkheid van Abu Dhabi, die nu op veel punten afwijkt van de politieke lijn van Riyad, ‘zou kunnen betekenen dat het tijdperk van automatische samenwerking voorbij is’.

    Sanmitsu, het Japanse woord dat de coronamaatregelen samenvat

    ‘Sanmitsu’ is in Japan geselecteerd als woord van het jaar 2020. Na veelvuldig gebruik door politici, vooral door de gouverneur van Tokio, Yuriko Koike, is het de standaardterm geworden in de strijd tegen de epidemie in Japan.

    Net als in Nederland (anderhalvemetersamenleving, blokjesverjaardag) hebben veel nieuwe Japanse woorden die zijn ontstaan in 2020 iets te maken met de coronapandemie. Op 1 december publiceerde de Japanse uitgeverij Jiyukokuminsha haar selectie van nieuwe woorden en trends van het afgelopen jaar, en werd de jaarlijkse hoofdprijs toegekend aan de uitdrukking ‘sanmitsu’ (三密), meldt de publieke zender NHK. Het karakter 三 (san) geeft het nummer 3 aan, en het karakter 密 (mitsu) betekent ‘dicht op elkaar zitten’. De woord-van-het-jaarverkiezing, die in 1984 voor het eerst plaatsvond, is een traditie geworden in Japan en kondigt de komst van de winter en het einde van het jaar aan.

    Het woord ‘sanmitsu’ is sinds het bedacht is tijdens de eerste golf van de epidemie een gordiaanse knoop geweest voor vertalers

    Het woord ‘sanmitsu’ is sinds het bedacht is tijdens de eerste golf van de epidemie een gordiaanse knoop geweest voor vertalers. Het karakter mitsu (密) is aanwezig in de volgende drie woorden: mippei (密閉), misshu (密集), missetsu (密接). De Engelstalige pers in Japan, zoals de Japan Times vertaalt het als de ‘Three C’s’ die de drie situaties aanduiden die vermeden moeten worden om het verloop van de epidemie te vertragen. Het eerste woord, ‘mippei’, verwijst naar afgesloten ruimtes (closed spaces). Het tweede, ‘misshu’, naar drukke plekken (crowded places), en het derde, ‘missetsu’, naar nauw contact (close contact).

  • Maakt basisinkomen een einde aan de armoede in Kenia?

    Maakt basisinkomen een einde aan de armoede in Kenia?

    ‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, luidt de officiële coronarichtlijn in Kenia. Welk thuis? Welk werk? vragen veel Kenianen zich af. Oby Obyerodhyambo pleit, ondanks alle kritiek, voor een economisch ‘vaccin’ dat de kwetsbaren beschermt.

    Op het hoogtepunt van de coronapandemie deed de Keniaanse minister van Volksgezondheid Mutahi Kagwe een uitspraak die hem tot het mikpunt van spot maakte op sociale media. Hij zei: ‘Als we doorgaan ons normaal te gedragen, zal de ziekte ons abnormaal behandelen. Je onder deze omstandigheden normaal gedragen komt neer op het koesteren van een doodswens.’ Het getuigt van defaitisme, dit klagen over de vermeende onwil van de bevolking om zich aan officiële preventiemaatregelen te houden.

    De regering heeft het verkeer van en naar de hoofdstad Nairobi aan banden gelegd, evenals dat van en naar de provincies Mombassa en Kilifi. In het hele land geldt een avondklok en alle Kenianen moeten een mondkapje dragen, sociale gelegenheden en drukke plaatsen mijden, waaronder religieuze gebouwen, en geregeld de handen wassen met zeep en stromend water. ‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, is de officiële richtlijn.

    ‘Welk werk? Welk huis?’ vraagt een 32-jarige vader van twee kinderen zich af, een man die door de economische gevolgen van het virus zijn baan heeft verloren en kampt met gezondheidsproblemen. ‘Die verplichte thuisisolatie vond ik te streng, veel te streng. Mijn gezin moet toch eten? Ik leef van dag tot dag. We kunnen net eten van wat ik op een dag verdien. De volgende dag ga je zonder een cent op zak de deur uit. En je kunt zeggen wat je wilt, maar ontbijt of lunch koop je er niet voor. Zodra ik op tafel zet wat ik verdiend heb, gaat het schoon op. Dus social distancing is een doodsvonnis, en thuiswerken ook. Ik heb thuis helemaal geen werk. Hoe stel je je dat voor, als ik alleen met mijn handen kan werken?’

    ‘Normaal’

    Zijn verhaal illustreert dat de regering niet goed beseft wat ‘normaal’ betekent voor de meerderheid van de Kenianen. Ze mag dan wel zeggen dat doorgaan met je normale leven getuigt van een stille doodswens, maar het tegendeel is waar.

    De minister richtte zich tot een klein deel van de Keniaanse bevolking, namelijk diegenen die het zich kunnen veroorloven om feestjes te organiseren en gezondheidsadviezen in de wind te slaan. Voor de meerderheid van de Kenianen, die leven in armoede, gaan zijn woorden niet op. Het coronavirus heeft hun leven overhoop gehaald en om te overleven moeten ze, zoals altijd, hun bestaan bij elkaar schrapen.

    In een rapport van [de Zweedse armoedebestrijdingsorganisatie] SIDA staat dat bijna 80 procent van de Kenianen arm is of net boven de armoedegrens leeft. Dat betekent dat de meerderheid van hen zich op de rand van de afgrond bevindt en maar een klein zetje nodig heeft om erin te vallen. Het rapport schetst een somber beeld van de economische situatie in Kenia: ‘De informele sector bestaat uit kleine zelfstandigen, bijvoorbeeld huishoudelijk personeel, groente- en fruitverkopers, wasvrouwen, straatverkopers, ambachtslieden, motor- en fietstaxichauffeurs en bouwvakkers. 72 procent van de huishoudens van mensen die in deze informele sector werken, heeft geen vast inkomen en leeft van dag tot dag.’

    Volgens een verkenning door het Keniaanse Rode Kruis uit april 2020 lijdt de meerderheid van de bevolking ernstig honger. Slechts één op de vier huishoudens in de krottenwijken van Nairobi kan rekenen op een stabiel inkomen.

    Water is in krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten

    Al voordat het coronavirus toesloeg, ging het slecht met de Keniaanse economie; covid-19 was de nagel aan de doodskist. Wie maar met moeite rondkwam, vecht nu om te overleven. Toen de pandemie om zich heen greep, schoten de voedselprijzen omhoog en bereikten het hoogste punt in drie jaar. Veel essentiële producten, zoals paraffine, voor de verlichting en om op te koken, werden ruim 20 procent duurder.

    Mildred Lucia, een alleenstaande moeder van vier kinderen, die voor de coronacrisis als wasvrouw werkte, klaagt over de stijgende prijzen van alledaagse producten: ‘Alles is opeens veel duurder geworden, maismeel was eerst 40 shilling en kost nu 50 tot 55 shilling. Of rijst: dat kostte altijd 40 shilling voor een halve kilo, maar nu opeens ook 55!’

    Sinds het uitbreken van de pandemie zijn de voedselprijzen met ruim 25 procent gestegen. Voedsel en huur zijn voor de meeste mensen in de krottenwijken de grootste doorlopende kostenpost, gevolgd door gezondheid. Doordat ze geen of te weinig werk hebben, moeten veel bewoners zich in de schulden steken. In andere steden is de situatie al even desolaat.

    Coronamaatregelen

    Bouwvakkers kwamen zonder werk te zitten nadat veel bouwplaatsen moesten worden gesloten. En ging het werk wel door, dan konden er door de avondklok minder uren worden gedraaid. De bouwvakkers werkten hierdoor niet alleen minder uren, maar kregen ook minder per uur betaald. De vrouwen die voedsel en water aan de bouwvakkers verkochten, raakten hun waren niet meer kwijt. Wasvrouwen, die een magere 200 shilling per dag verdienden, werden opeens tot persona non grata verklaard in de huizen van de rijken, die bang waren dat de vrouwen het virus aan hen zouden overdragen. Verkopers van groenten, fruit en andere waren kregen niet alleen te maken met allerlei restricties, maar verkochten ook een stuk minder, doordat hun klanten bijna niets meer verdienden. En boda boda [fiets- en motorfietstaxi]-chauffeurs hadden door de reisbeperkingen en het thuiswerken nauwelijks nog klanten.

    Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen

    Van de ene dag op de andere kregen kinderen uit krottenwijken helemaal geen onderwijs meer, omdat ze geen computer bezaten om de onlinelessen te volgen. Kinderen liepen doelloos buiten rond, wat hun ouders veel zorgen baarde. In de overbevolkte krottenwijken is het vaak geen optie om thuis te blijven, maar als kinderen alleen rondlopen, maken ouders zich zorgen dat ze besmet raken. Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen. Water is in de krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten, waar het uit de kraan komt.

    Toen er geen werk meer was en al het spaargeld was opgebruikt, maakten mensen schulden om voedsel, brandstof en de huur te kunnen betalen. Huisbazen zetten hun huurders zonder pardon op straat en deden een slot op het huis, soms nog met de spullen van de bewoners erin. Veel mensen in krottenwijken bouwden een enorme huurachterstand op, wat veel van hen aanzette tot wanhoopsdaden.

    Universeel basisinkomen

    ‘Het universeel basisinkomen is het antwoord op de door covid-19 verscherpte ongelijkheid.’ Deze boude stelling is de titel van een blog van Kanni Wignaraja en Balazs Horvath van het UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties. Kanni pleitte er al eerder voor om het universeel basisinkomen een prominente plek te geven in het coronabeleid. Ze schreef dat de sociale gevolgen op de lange termijn zeer ernstig kunnen zijn, als er niet iets aan de armoede wordt gedaan. Alle maatregelen om getroffen economieën weer aan de praat te krijgen, zouden dan voor niets zijn geweest.

    Van alle vormen van sociale hulp is het universeel basisinkomen waarschijnlijk de radicaalste. Sociale hulp is eigenlijk een verzamelnaam voor een scala aan interventies – zowel directe als indirecte, in geld of in goederen. Denk aan sociale dienstverlening, publieke en private initiatieven om mensen minder kwetsbaar te maken, onder andere voor catastrofes als de huidige pandemie, steun bij het overwinnen van acute en chronische armoede en verbetering van de sociale status en rechten van gemarginaliseerde groepen.

    Toen het coronavirus om zich heen begon te grijpen, startte een consortium van niet-gouvernementele organisaties met steun van de Europese Unie een financieel hulpprogramma in de krottenwijken van Nairobi. Het begon in juni en was bedoeld als aanvulling op een al bestaand programma van de Keniaanse overheid. 11.250 huishoudens die maandelijks 2000 shilling van de regering ontvingen, kregen daar nog eens 5668 shilling bovenop.

    Daarnaast wees het project via deze al bestaande structuur nog eens 8250 huishoudens aan die vervolgens maandelijks hetzelfde bedrag kregen als de anderen: 7668 shilling. Dit bedrag was zo gekozen dat het kon voorzien in tenminste 50 procent van de zogenaamde Minimum Expenditure Basket, oftewel het geld dat een gemiddeld huishouden nodig heeft om te kunnen overleven. De Deense ambassade gaf ook geld, waarmee nog eens veertigduizend kwetsbare huishoudens in krottenwijken in Mombassa en Nairobi konden worden ondersteund. Een druppel op een gloeiende plaat, maar wie weet kan zo’n model worden opgeschaald om chronische armoede tegen te gaan.

    Meer effect

    Over het algemeen hebben sociale hulpprogramma’s waarin direct geld wordt overgedragen meer effect dan initiatieven van de overheid. Sociale hulpprogramma’s van de Keniaanse regering wisten zo’n 90 procent van de informele werknemers niet te bereiken, zo bleek uit onderzoek, terwijl dat in Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied maar 50 procent is. Mensen in de informele sector hebben niet, zoals vaste werknemers, via hun werk toegang tot medische hulp. En ouderen en gehandicapten zijn vaak nog slechter af.

    Kanni Wignaraja van het UNDP stelde dat het absoluut nodig is om een minimuminkomen te garanderen; anders dreigen de allerarmsten te sterven van de honger of als gevolg van andere ziekten, nog voordat covid-19 hen te pakken neemt. In de krottenwijken van Nairobi wist het sociale hulpprogramma mensen te redden uit de klauwen van de dood.

    Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag

    Beatrice Mbendo, een 39-jarige zwangere, alleenstaande moeder van drie kinderen, die als wasvrouw bijna niets meer verdiende, kon met het geld eindelijk haar huur- en andere schulden aflossen. Zij vindt dat de regering ook als de pandemie voorbij is een sociaal hulpprogramma zou moeten instellen. Mildred Lucia, die nu zakdoekjes verkoopt op straat, is het daarmee eens. De moeder van vier kinderen kreeg toen de pandemie begon opeens geen werk meer als wasvrouw, omdat klanten bang waren het virus van haar op te lopen. Het bedrag dat aan steun ontving gaf ze bijna helemaal uit aan voedsel voor haar gezin, dat daarvóór maar één maaltijd per dag kreeg. Een klein deel investeerde ze in haar business en zo hoopt ze de armoede te kunnen ontvluchten.

    De ontvangers vertellen hoe ze dankzij deze financiële steun weer overeind konden krabbelen. Albert Otieno liep zijn huurachterstand in, kocht voedsel voor zijn gezin en kankermedicijnen voor zichzelf. Ook zorgde het geld voor minder spanningen in huis en bracht het een glimlach op het gezicht van zijn vrouw. Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag. Otieno kan nog steeds niet geloven dat hij aan het programma mocht meedoen zonder daarvoor iemand te hoeven kennen, een peetoom in te schakelen of iemand om te kopen.

    Margaret Mutambi werd na een gewelddadig huwelijk van elf jaar uit huis gegooid. Met de financiële steun kon zij haar nieuwe huis een beetje inrichten, achterstallige huur betalen en haar kinderen te eten geven. Ze vindt het belachelijk dat er geen echte banen zijn voor al die vrouwen die in de informele sector werken; volgens haar zijn zij door hun afhankelijkheid van mannen kwetsbaarder voor seksueel en andere geweld.

    Als sociale ontwikkelingsstrategie stuit het direct uitkeren van geld ook op kritiek. Het zou economisch onhaalbaar zijn en afhankelijkheid in de hand werken. Ontvangers zouden niet langer hun best doen om zelfredzaam te worden. Anderen vinden ‘gratis geld’ oneervol; het zou het zelfrespect van de ontvangers schaden. Ook wordt wel beweerd dat het lethargie en luiheid in de hand zou werken, dat de ontvangers eraan gewend raken en geen reden hebben om ervan af te zien zodra hun omstandigheden verbeteren. Veel tegenstanders zeggen dat arme mensen niet met geld kunnen omgaan en het geld dat ze krijgen alleen maar uitgeven aan onzinnige dingen. Talloze onderzoeken en evaluaties hebben deze mythes echter ontkracht: de directe overdracht van geld blijkt een prima manier om sociale hulp te bieden.

    Steuntje in de rug

    Een goed ontworpen sociaal hulpprogramma moet hele gemeenschappen kunnen helpen om zich op te werken uit diepe armoede en door sociale bedrijvigheid de eigen levensstandaard te verhogen. Het model van de Grameen Bank [uit Bangladesh] heeft overtuigend aangetoond dat armen zich vanuit de armoede omhoog kunnen werken als ze aan het begin een financieel steuntje in de rug krijgen. Eind 2008 had de bank 7,6 miljard dollar uitgeleend aan armen op het platteland van Bangladesh; 99,6 procent van het geld werd netjes terugbetaald. 97 procent van de leners waren vrouw. De bank en zijn oprichter Muhammad Yunus kregen er in 2006 de Nobelprijs voor de Vrede voor.

    De Grameen Bank gaat ervan uit dat armen zelf het best weten hoe zij hun situatie moeten verbeteren. De bank gelooft niet dat armen misbruik zullen maken van onvoorwaardelijke steun en alleen maar dieper in de armoede raken. Onderzoek laat zien dat het hun inderdaad de steun geeft die ze nodig hebben om weer op te krabbelen. Het idee dat ze niet geneigd zouden zijn om weer aan het werk te gaan, klopt simpelweg niet.

    In krottenwijken gaat het normale leven noodgedwongen door. Het is een schamel normaal, dat nog schameler wordt door alle pogingen het virus te beteugelen. Zolang er voor de bewoners geen directe financiële ondersteuning komt, is het minder gevaarlijk de officiële richtlijnen te negeren dan je eraan te houden.

    Inmiddels is de geldelijke steun van de staat en zijn partners opgedroogd, terwijl miljoenen mensen nog steeds gevangen zitten in armoede. Welke lessen kunnen we leren uit deze tijdelijke ‘vaccinatie’ tegen armoede met een universeel basisinkomen? Een tijdlang beschermde ze twintigduizend huishoudens tegen covid-19. Is het wellicht een blauwdruk voor nationale en regionale overheden, voor een sociaal hulpprogramma dat mensen iets van bestaanszekerheid kan bieden?