Onderwerpen: Corruptie

  • In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    Vorig jaar vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de Iraanse stad Iranshahr, waarbij 168 mensen omkwamen. Ondanks de gevaren zien veel inwoners geen andere uitweg: ‘Hoe moeten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    In de achtergestelde regio Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, houden inwoners het hoofd boven water met handel in diesel. Voor weinig geld leggen ze hun leven in de waagschaal door een uiterst brandbaar product honderden kilometers lang over slechte wegen te vervoeren.

    In het huis van Mohammad Hossein, in het dorp Karimabad, draagt iedereen zwarte rouwkleding. De reden: de 26-jarige Mohammad verbrandde levend in zijn pick-up. Dat gebeurde toen hij onderweg was als dieselsmokkelaar, het beroep waarmee hij in het levensonderhoud van een achtkoppig gezin voorzag.

    Twee keer per week reed hij midden in de nacht naar het dorp Pir Konar, 480 kilometer verderop. Eerst moest hij uren wachten voordat hij de tank achter zijn auto kon vullen met 2600 liter diesel. Daarna reed hij naar de Pakistaanse grens. Daar deed hij twee dagen over. Hij verkocht zijn lading aan een Pakistaanse dealer en keerde terug naar Karimabad.

    Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte

    Karimabad ligt in de provincie Sistan en Beloetsjistan, een regio bevolkt door de Beloetsjen, een minderheid die voornamelijk bestaat uit soennieten – dus geen sjiieten, die de dominante religie vormen in Iran, waardoor de soennieten slachtoffer zijn van discriminatie.

    Mohammad Hossein was het enige gezonde lid van de familie. Zijn vader loopt al jaren met een kruk. Zijn oudere broer, die lang hetzelfde werk deed, werd zo bang dat hij ermee moest stoppen. Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte. Hij herinnert zich nog goed wat er gebeurde op de dag dat het lot van zijn broer werd bezegeld:  ‘Om acht uur ’s ochtends kregen we te horen dat Mohammads auto was gekanteld. Hij vloog in brand nadat hij de vangrail had geraakt. Mohammad zat klem en verbrandde dus ook.’

    In brand 

    In 2022 vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de stad Iranshahr en kwamen er 168 mensen om – 147 van hen hadden kinderen.

    ‘We wisten dat het gevaarlijk was, maar we hadden geen keus,’ zegt de vader van Mohammad Hossein. ‘Hoe moesten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    Begin deze eeuw werden de stad Iranshahr en de omliggende dorpen door rampspoed getroffen: zeven jaar achter elkaar viel er geen druppel regen. Door de ongeorganiseerde aanleg van dammen en een landbouw die niet op de veranderde omstandigheden wist in te spelen werd vruchtbare grond verpest.

    De in de jaren negentig gestichte industriestad Iranshahr biedt tegenwoordig een spookachtige aanblik. Het is er leeg en stil. De kalksteen- en marmermijn is al jaren gesloten. Het geboortecijfer is hier echter hoger dan het landelijk gemiddelde.

    Krediet

    Mohammad Hossein, die al vanaf zijn vijftiende als assistent-chauffeur werkte, kocht twee jaar geleden een pick-up op krediet. Hij zat altijd in de schulden; door diesel te vervoeren, kon hij die maandelijks aflossen én de familie-uitgaven voor zijn rekening nemen.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr. Een voertuig dat in brand vliegt betekent het verlies van bestaansmiddelen voor zeker tien mensen.

    Het Khatam-ziekenhuis in Iranshahr, een stad waar zo’n 200.000 mensen wonen, telt landelijk het hoogste aantal operaties en amputaties die aan brandwonden zijn gerelateerd.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr

    Alle transporteurs die op de wegen hier in de buurt zijn verbrand, komen in dit ziekenhuis terecht. Met tien bedden en drie operatiekamers is dit het enige brandwondencentrum binnen een straal van 400 kilometer.

    Een arts die er wekelijks twee of drie jonge dieselsmokkelaars met brandwonden behandelt en opereert, betreurt dat ze ‘voor niets sterven’.

    Op de ringweg van Iranshahr heeft zich een kilometerslange rij van pick-ups, bestelwagens en auto’s gevormd. De chauffeurs staan twee rijen dik om een deel van hun vracht te verkopen voor dertig keer zoveel als de normale prijs – meestal twee- à driehonderd liter die ze hebben ingekocht tegen het overheidstarief.

    Hier bevindt zich een depot van gesmokkelde diesel, en de meeste vervoerders van Iranshahr zijn er klant. Hetzij om diesel aan het depot te verkopen, hetzij om er diesel in te kopen, die over de grens wordt gesmokkeld. Kleine overdekte, schemerige, stinkende binnenplaatsen, zwarte, vettige vloeren. Met een zuigpomp en een elektromotor worden tientallen vaten van elk 220 liter gevuld.

    Pinapparaat

    Eslam, de eigenaar, heeft een pinapparaat, contanten en een kluis.

    De prijs voor het kopen en verkopen van diesel verandert meerdere keren per dag. Noch de dieseltransporteurs, noch de verkopers weten wie die prijs bepaalt. Ze weten alleen dat het openen en sluiten van de Pakistaanse grens en zelfs het stijgen en dalen van het peil van de grensrivier er invloed op hebben.

    We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden

    In dit entrepot in Iranshahr heeft een tankwagen zijn inhoud nog maar net gelost of er arriveert een nieuwe pick-up. De chauffeur, een magere jongeman met een donker gezicht, die een eindje bij zijn auto vandaan staat om een sigaret te roken, maakt zich op om naar Pirkour te rijden. Het zal twee dagen duren voor hij bij de grens is. ‘De weg is zo slecht dat je het leven gaat vervloeken. We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden.’

    De pick-ups met diesel vormen een konvooi. De chauffeurs kiezen een jonge collega uit als verkenner. Een kwartier voordat de stoet vertrekt gaat hij er op een motorfiets vandoor, en hij keert terug om de chauffeurs te vertellen of er onderweg politie valt te verwachten.

    Leraar worden

    Mohammad Hossein betaalde de studie van zijn negentienjarige neef Chahab. Als hij dit jaar niet naar de universiteit gaat, zal ook hij moeten werken als dieseltransporteur, net als de rest van de jongens in het dorp.

    ‘In ons dorp ben ik de enige die naar de universiteit kan,’ zegt Chahab. ‘De andere jongeren hebben niet eens de middelbare school gedaan. Studeren interesseert ze niet. We hebben hier niet eens een park of een voetbalveld.’

    Een lokale bewoner zegt dat zelfs de clandestiene verkoop van diesel voor veel van deze jongeren te hoog is gegrepen: ‘Ze hebben minimaal 500.000 toman [9 euro] nodig om tanks en twee of drie meter slang te kunnen kopen. Met zo’n bedrag kun je een gezin van zeven een week lang van brood voorzien. En veel gezinnen in het dorp eten alleen brood.’

    Chahab wil alleen maar ‘een goede baan’ en ‘een eenvoudig leven’. ‘Mijn droom is om leraar te worden, maar hier, in dit dorp, is het waarmaken van je dromen een droom.’  

  • Hollywoodproducent getuigt in corruptieproces Netanyahu

    Hollywoodproducent getuigt in corruptieproces Netanyahu

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Griekse premier Mitsotakis behaalt grote verkiezingsoverwinning

    » VS beschuldigen China van het produceren van fentanyl in hun land

    Milchan schonk het echtpaar Netanyahu van luxe cadeaus

    De achtenzeventigjarige Arnon Milchan heeft als filmproducent een reeks grote hits op zijn naam staan, waaronder Once Upon a Time in America en Pretty Woman. De Israëlische zakenman is ook close met het echtpaar Netanyahu. Zo bevestigde hij tijdens het corruptieproces tegen de Israëlische premier op zondag dat hij ze voorzag van champagne, sigaren en juwelen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    The Times of Israel beschrijft Milchan als ‘welwillend en joviaal’ tijdens een vijf uur durend videogesprek vanuit het Verenigd Koninkrijk. Volgens hem impliceerden deze geschenken echter geen wederdiensten. Zoals TOI echter opmerkt, wordt Benjamin Netanyahu ervan beschuldigd Milchan te hebben geholpen bij het verkrijgen van een visum in de Verenigde Staten en te hebben geprobeerd een wet door te voeren waardoor Milchan minder belasting zou hoeven betalen.

    Lees ook:

  • Peruaanse oud-president Toledo uitgeleverd aan Peru

    Peruaanse oud-president Toledo uitgeleverd aan Peru

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Diplomaten en buitenlanders geëvacueerd uit Soedan

    » Keniaanse politie vindt lichamen van tientallen sekteleden

    Toledo was in 2019 opgepakt op verdenking van fraude

    De Peruaanse oud-president Alejandro Toledo is dit weekend uitgeleverd aan Peru door de Verenigde Staten, meldt het Peruaanse La República. Toledo wordt in zijn thuisland verdacht van grootschalige corruptie. Zo zou hij miljoenen dollars hebben ontvangen in het Odebrechtschandaal.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Toledo was tussen 2001 en 2006 president van het Zuid-Amerikaanse land. In die periode zou hij voor zeker 20 miljoen dollar aan steekpenningen hebben ontvangen van het Braziliaanse bouwbedrijf Odebrecht in ruil voor het toekennen van grootschalige bouwcontracten. De oud-president was vier jaar geleden al gearresteerd in de VS, maar verzette zich altijd tegen uitlevering aan Peru.

    Hij zat lange tijd in voorarrest in een gevangenis in Californië en wachtte de afgelopen jaren de uitkomst van de zaak af in zijn huis. Mogelijk wordt Toledo de komende tijd vastgehouden in de gevangenis in Lima waar ook de Peruaanse oud-presidenten Alberto Fujimori en Pedro Castillo zitten.

    Lees ook:

  • Qatargate: Europees Parlement herziet lobbyregels voor ex-leden

    Qatargate: Europees Parlement herziet lobbyregels voor ex-leden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tunesië: oppositieleider Rached Ghannouchi gearresteerd

    » Amerikaanse justitie treedt op tegen Chinese inmenging

    EP voert afkoelperiode van zes maanden in

    Het Europees Parlement heeft maandag besloten voormalige EP-leden te verbieden om bij het parlement te lobbyen voor een periode van zes maanden vanaf het einde van hun mandaat. Deze afkoelperiode is de ‘eerste maatregel in reactie op Qatargate’, schrijft Le Soir.

    Na Qatargate, het corruptieschandaal dat in december aan het licht kwam, ontstond de noodzaak voor het aanscherpen van de lobbyregels. Verschillende EP-leden zijn in deze zaak aangeklaagd, evenals voormalig Italiaans EP-lid Antonio Panzeri, nu hoofd van een ngo, die toegaf ‘een van de leiders van een criminele organisatie te zijn (…), die banden heeft met Qatar en Marokko’, aldus de Belgische krant.

    Lees ook:

  • Moeten rijke landen meebetalen aan de klimaatrekening van Pakistan?

    Moeten rijke landen meebetalen aan de klimaatrekening van Pakistan?

    Pakistan heeft steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden als gevolg van de klimaatverandering, waar de rijke, vervuilende landen een groot aandeel in hebben. In hoeverre is het de plicht van deze landen om Pakistan uit het slop te trekken?

    Na maandenlang in een kamp voor ontheemden te hebben gewoond, zijn Rajab en Jado bezig met het heropbouwen van hun huis, waarvan ze nu al weten dat het er niet lang zal staan. Het echtpaar sleept kruiwagens met modder door kale velden en stilstaand water – sombere herinneringen aan de historische overstromingen die vorig jaar hun dorp Khoundi in het zuiden van Pakistan wegspoelden. Met de modder smeren ze de muur in die hun half afgebouwde bakstenen bungalow en geïmproviseerde tenten van zeildoek omringt.

    ‘We hebben niet genoeg geld om cement of goede bakstenen te kopen,’ zegt Rajab, wiens gezin van twaalf personen het met één maaltijd per dag moet doen. ‘We weten dat dit ook weer plat zal gaan. Maar wat moeten we anders doen?’

    Pakistan met zijn 230 miljoen inwoners lijdt nog steeds onder de overstromingen van juni en oktober 2022. De overstromingen, nog eens verergerd door de klimaatverandering, hebben naar schatting 30 miljard dollar schade en economische verliezen veroorzaakt, miljoenen huizen en boerderijen verwoest en het land – dat het financieel toch al moeilijk had – aan de rand van de afgrond gebracht.

    Tijdens de wederopbouw is Pakistan een testcase voor vragen van toenemend mondiaal belang: hoe herstellen kwetsbare landen van de verwoestingen die worden aangericht door steeds frequentere en extremere weersomstandigheden, landen die zelf amper bijdroegen aan de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen? En: in welke mate moeten vervuilende rijke landen hen helpen?

    Wederopbouwplan

    Deze vragen overheersten de COP27-klimaattop in november, waar bijna tweehonderd landen instemden met de oprichting van een fonds om de ‘verliezen en schade’ ten gevolge van de opwarming van de aarde te financieren. Hoe het fonds precies moet functioneren, moeten de mondiale onderhandelaars nog uitwerken. Intussen bracht Pakistan op een conferentie in Genève afgelopen januari eigenhandig 9 miljard dollar aan leningen en andere financiering bijeen, bedoeld voor herstel, wederopbouw en klimaatbestendigheid.

    Of donoren bereid zullen zijn om landen of kleine eilandstaten die de dupe zijn van klimaatverandering financieel te ondersteunen, hangt af van het wederopbouwplan. Volgens de Pakistaanse regering is pas over vijf tot zeven jaar te zien of het succesvol is geweest. Maar Pakistan nu al voorzien van klimaatfinanciering ligt ingewikkeld, niet in het minst vanwege de aanhoudende politieke instabiliteit en het economische wanbeheer in het land. Er is simpelweg geen garantie dat het geld goed wordt besteed.

    Pakistan is regelmatig afhankelijk van internationale reddingsoperaties. Premier Shehbaz Sharif probeert momenteel een tranche van een miljard dollar los te krijgen uit een IMF-leningsprogramma van 7 miljard dollar. Broodnodig, zeggen analisten, anders gaat het land failliet. De buitenlandse reserves zijn gedaald tot ongeveer 3 miljard dollar, wat minder is dan de waarde van wat er in een maand geïmporteerd wordt.

    Pakistan is bereid de klimaatverandering op lange termijn aan te pakken, maar wordt ook geconfronteerd met overweldigend veel problemen die direct moeten worden opgelost. Er is een groeiend tekort aan voedsel, brandstof en andere basisbehoeften. De armoede neemt toe en miljoenen mensen in de door overstromingen getroffen gebieden lijden honger, zitten zonder school of zijn ontheemd. Mensen als Rajab en Jado, die profiteren van een proefproject van Islamic Relief en het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, hebben geen tijd te verliezen nu het volgende regenseizoen alweer voor de deur staat.

    Pakistaanse autoriteiten en donoren proberen ook verder vooruit te kijken en geld te steken in projecten om toekomstige klimaatschokken op te vangen. Voorbeelden variëren van betere systemen voor vroegtijdige waarschuwing tot – in het geval van het proefproject in Khoundi – toiletten die op verhogingen worden gebouwd om verontreiniging tijdens overstromingen te bestrijden.

    ‘De uitdaging is om voor de klimaatrisico’s een langetermijnstrategie te bedenken en uit te voeren,’ zegt Alexandre Magnan, senior research fellow bij het Instituut voor duurzame ontwikkeling en internationale betrekkingen. ‘Het is de verantwoordelijkheid van nationale beleidsmakers en wellicht ook van regionale en internationale partners om daarop aan te dringen. We hebben echt voorbeelden nodig die aantonen dat het haalbaar is.’

    De meest geavanceerde economieën van de wereld hebben zich lang verzet tegen het idee om ‘verlies en schade’ te financieren

    De wereld is sinds het pre-industriële tijdperk al met ongeveer 1,1°C opgewarmd, en wetenschappers waarschuwen dat elke verdere stijging zal leiden tot meer frequente en extremere weersomstandigheden. Ze zullen vaak plaatsvinden in ontwikkelingslanden die niet over de middelen beschikken om zich te herstellen na overstromingen, branden of orkanen.

    Of en hoe rijke landen de armere landen moeten helpen om dergelijke verwoestingen het hoofd te bieden, blijft een open vraag. De meest geavanceerde economieën van de wereld hebben zich lang verzet tegen het idee om ‘verlies en schade’ te financieren, omdat zij vrezen dat dit een stilzwijgende erkenning van schuld betekent.

    Dat standpunt werd in 2022 onhoudbaar, mede door de druk die de overstromingen in Pakistan veroorzaakten. Volgens Animesh Kumar, hoofd van het VN-bureau voor Risicobeperking bij Rampen, gevestigd in Bonn, was dat ‘een openbaring’ die duidelijk maakte dat de wereld niet is voorbereid op komende klimaatcrises. Volgens een studie van de World Weather Attribution-groep waren de moessonregens in het land vorig jaar tot 50 procent heviger dan ze zonder klimaatverandering zouden zijn geweest.

    Op het hoogtepunt van de ramp werden 33 miljoen mensen en meer dan de helft van de districten getroffen. In Sindh, de zwaarst getroffen provincie, waarin Khoundi ligt, gingen de meeste rijst-, katoen- en suikerrietoogsten verloren. De overstromingen schaadden het bruto binnenlands product van Pakistan vorig jaar met minstens 2,2 procent, schat de Wereldbank.

    Het verlies- en schadefonds waarover tijdens COP 27 overeenstemming werd bereikt, is een doorbraak. Maar welke landen eraan zullen bijdragen, is nog niet definitief vastgesteld. Over dat thema zal de komende maanden worden gestreden. Het is onwaarschijnlijk dat nog dit jaar een besluit wordt genomen. Landen, waaronder EU-leden, vragen zich af of bijvoorbeeld China en Saoedi-Arabië hun steentje zullen bijdragen. Ondanks hun groei van de afgelopen dertig jaar worden ze in het VN-systeem aangemerkt als ontwikkelingsland.

    Cyclus

    Veel landen zeggen dat het niet alleen aan de regering is om de rekening te betalen. Ze roepen multilaterale ontwikkelingsbanken op om meer steun te verlenen aan verarmde landen die te lijden hebben onder klimaatschokken. Met name de Wereldbank, waarvan de president in februari onverwacht zijn ontslag aankondigde, staat onder druk om haar activiteiten te herzien en het klimaat in haar ontwikkelingswerk te integreren.

    Een andere hindernis is het becijferen van de omvang van de verwachte verwoesting. Onderzoekers van het Basque Centre for Climate Change schatten dat ontwikkelingslanden in 2030 een verlies van 580 miljard dollar zouden kunnen lijden. Alleen al in de eerste helft van 2022 waren er in 79 landen minstens 187 natuurgerelateerde rampen die meer dan 40 miljard dollar schade veroorzaakten, aldus de internationale rampendatabase Em-Dat.

    Als ze niet meer financiële hulp krijgen, dreigen ontwikkelingslanden verstrikt te raken in een cyclus van rampen en armoede. Op het Wereld Economisch Forum in Davos in januari waarschuwde Sherry Rehman, de Pakistaanse minister voor Klimaatverandering, voor ‘de valstrik van herstel’. Heropbouw kost tijd en geld, zei ze, en ‘tegen de tijd dat je ermee klaar bent, kijk je al tegen de volgende crisis aan’.

    Hoe het herstelgeld eerlijk verdeeld wordt is een politiek beladen discussie. ‘Gaat het geld naar mensen die het meest hebben verloren of naar hen die niets te verliezen hadden?’ vraagt bijvoorbeeld Daniel Clarke, directeur van het Centre for Disaster Protection.

    Pakistan schat dat het ongeveer 16 miljard dollar nodig heeft voor herstel. In Genève kreeg het meer dan de helft daarvan van internationale donoren, waaronder de Islamitische Ontwikkelingsbank, de Wereldbank en USAID. ‘Die financiële toezeggingen waren groter dan we dachten,’ zegt Knut Ostby, regionale vertegenwoordiger van het VN-ontwikkelingsprogramma in Pakistan. ‘Nu is het tijd om er vervolg aan te geven.’

    Veel van het geld bestaat in de vorm van leningen en die zijn eerder gekoppeld aan de financiering van specifieke projecten dan aan begrotingssteun. De Wereldbank is bijvoorbeeld van plan ongeveer 2 miljard dollar uit te lenen voor de heropbouw van huizen en de verbetering van irrigatie, naast andere projecten in Sindh.

    De snelheid van financiering verschilt van donor tot donor en dat leidt tot frustraties en cruciale vertragingen bij gemeenschappen die er het meest behoefte aan hebben.

    Uitbetaling is vaak ook onderhevig aan verlammende vertragingen, soms tot afstel

    In het district Dadu, waar Khoundi ligt, moeten de grootschalige wederopbouwwerkzaamheden nog beginnen. Het dorp Ibrahim Chandio ligt in puin. De vroegere bewoners wonen nu in tenten in de buurt en het ziet er niet naar uit dat daar binnenkort verandering in komt. De ontheemding maakt hun situatie netelig. Boeren hebben moeite om gewassen te verbouwen op de overstroomde grond en gezinnen hebben te weinig geld voor voedsel.

    Syed Murtaza Ali Shah, de hoogste lokale districtsambtenaar, zegt dat de autoriteiten een aantal wegen en dijken willen versterken om te voorkomen dat ze doorbreken, maar dat ze daar nog niet de middelen voor hebben. ‘De volgende moesson kan zwaarder zijn dan deze,’ zegt hij. Wat nu gedaan wordt is ‘een noodoplossing…  Iemand bouwt vijftig huizen, iemand anders er probeert tien te bouwen – met wat er ook maar beschikbaar is’.

    Sommige deskundigen, zoals Ali Tauqeer Sheikh, adviseur op het gebied van klimaatverandering in Islamabad, zijn op hun hoede voor ‘toegezegde’ fondsen. Geld voor bestaande programma’s wordt een tweede keer geteld.

    Uitbetaling is vaak ook onderhevig aan verlammende vertragingen, soms tot afstel, omdat op papier bedachte projecten in de praktijk moeilijk van de grond komen. Hoewel fondsenwerving voor Pakistan ‘een zeer belangrijk onderdeel’ is, aldus Sheikh, ‘kan het antwoord [op de vraag waar het geld naartoe gaat] in de praktijk nogal complex zijn’.

    Crisis na crisis

    Al vóór de overstromingen verkeerde Pakistan in een crisis.

    De inflatie is sterk gestegen: de prijsindex van dagelijkse artikelen steeg vorige week op jaarbasis met 41 procent. Vanwege de komende verkiezingen zijn Sharif en zijn regering verwikkeld in venijnig politiek gekibbel met rivaal Imran Khan, die vorig jaar werd afgezet als premier en onlangs een moordaanslag overleefde. De dreiging van gewelddadig extremisme neemt toe. Bij een bomaanslag op een moskee in januari kwamen ongeveer honderd mensen om.

    De regering van Sharif voert aan dat zij vanwege de overstromingen moet worden vrijgesteld van een aantal van de bezuinigingsvoorwaarden die het IMF wil opleggen om de leningen te hervatten. Die voorwaarden, waarschuwt ngo Human Rights Watch, ‘raken de mensen het hardst die al het zwaarst getroffen zijn’.

    ‘Geen enkel land is zo hard getroffen als Pakistan met deze klimaatramp van 30 miljard dollar,’ zegt Ahsan Iqbal, de Pakistaanse minister van Planning. ‘Het moge duidelijk zijn dat de economie niet zit te wachten op nog meer schokken.’

    Toch zeggen critici in binnen- en buitenland dat Pakistan veel van zijn problemen aan zichzelf te danken heeft. Volgens hen gaven opeenvolgende zwakke regeringen voorrang aan politiek gemotiveerde uitgaven op korte termijn. Importvriendelijk beleid heeft de rijken onevenredig bevoordeeld. Autoriteiten traden ook hard op tegen ngo’s, wat volgens critici het maatschappelijk middenveld heeft belemmerd in zijn vermogen om te reageren op crises.

    Bovendien is het politieke systeem gedestabiliseerd door het machtige leger, dat lange tijd controle uitoefende achter de schermen. Op de corruptieperceptie-index van Transparency International staat Pakistan op plek 140 van de 180 landen.

    ‘Onze samenleving is zeer elitair,’ zegt Miftah Ismail, die minister van Financiën was en in september aftrad. ‘De elite is blij met de status quo… In de politiek gaat het erom dat iedereen aan de macht wil komen, en de natie betaalt daar een hoge prijs voor.’

    In haar blauwdruk voor de wederopbouw erkent de Pakistaanse regering dat institutionele hervormingen nodig zijn. Er moeten bijvoorbeeld betere bouwvoorschriften gemaakt worden om te voorkomen dat er onveilig gebouwd wordt. Er moet een controlesysteem door derden worden opgezet dat erop toeziet dat het geld goed terechtkomt.

    Maar de dagen van Sharif als premier lijken geteld. Als de verkiezingen later dit jaar vrij verlopen dan wint Khan, aldus de voorspelling van veel analisten. En ook al heeft Khan het belang van klimaatbestendigheid onderschreven, plannen voor de lange termijn overleven moeilijk vanwege de veelvuldige en turbulente machtswisselingen in het land.

    Er zijn ongeveer tachtig kinderen ingeschreven, maar slechts vijftien tot twintig kinderen gaan elke dag naar school

    ‘Geld alleen is niet genoeg,’ zegt de Duitse klimaatgezant Jennifer Morgan. ‘Het is van cruciaal belang dat er in de ontvangende landen bestuursstructuren en -processen zijn die ervoor zorgen dat het geld terechtkomt bij de mensen die dat het hardst nodig hebben. Hoe zorgen we ervoor dat de middelen daadwerkelijk op lokaal niveau worden ingezet? Dat is een belangrijke vraag bij schade.’

    Sommige deskundigen in Pakistan zijn weinig optimistisch. Slechte relaties tussen rivaliserende federale, provinciale en districtsregeringen kunnen verhinderen dat de middelen bij projecten terechtkomen en echte veranderingen teweegbrengen. ‘Komen deze fondsen aan? In hoeverre zijn [lokale] overheidsstructuren veerkrachtig genoeg om geldstromen te faciliteren op een transparante manier?’ vraagt bijvoorbeeld Nausheen Anwar, deskundige op het gebied van stadsplanning aan het Institute of Business Administration in Karachi.

    Ook bestaat het risico dat slecht geplande of uitgevoerde projecten onbedoeld problemen in de toekomst veroorzaken, iets wat door sommige onderzoekers maladaption [‘slechte aanpassing’] wordt genoemd. In februari bijvoorbeeld organiseerden plaatselijke activisten in Badin, in Sindh, een conferentie over het decennia oude, deels door de Wereldbank gefinancierde, Left Bank Outfall Drain-project. Het [kanaal] kreeg barsten waardoor volgens de activisten de overstromingen werden verergerd. Een onafhankelijke inspectie in 2006 stelde talrijke ‘tekortkomingen’ vast in dit project dat een miljard dollar had gekost.

    Nergens is de desillusie groter dan in de gebieden die door de overstromingen getroffen zijn. De enige overheidsschool van het dorp Khoundi is een ruïne sinds het jaar 2010, het zoveelste met rampzalige overstromingen in de regio. De achtendertigjarige leraar Imdad Ali geeft nu op een bankje buiten les aan een handvol leerlingen. Er zijn ongeveer tachtig kinderen ingeschreven, maar slechts vijftien tot twintig kinderen gaan elke dag naar school, volgens de plaatselijke bewoners. De anderen gaan of naar een plaatselijke ngo-school of blijven thuis. Pakistan heeft het op een na hoogste aantal kinderen ter wereld dat niet naar school gaat: 23 miljoen.

    Bitter

    Sindh is de basis van de Bhutto-dynastie, wiens Pakistaanse People’s Party deel uitmaakt van de regeringscoalitie. Maar mensen hebben daar weinig vertrouwen in, evenals in andere partijen. ‘Er zijn geen faciliteiten, geen stoelen, geen tafels,’ zegt Ali. ‘We hebben meerdere keren om hulp gevraagd. Maar die komt niet.’

    Een wetenschappelijk artikel over de herstelpogingen van 2010, gepubliceerd in 2020 in het International Journal of Disaster Resilience in the Built Environment, concludeert dat ‘het lokale bestuur is teruggekeerd naar zijn dagelijkse routine, zonder programma’s die de veerkracht van de gemeenschap versterken of herstel op lange termijn aanbrengen’.

    Sobia Kapadia, een architect die tien jaar geleden hielp met het herstel, zegt dat de plannen dit keer om ‘vastberadenheid tot verandering’ vragen. Ook acht ze een ‘volledige [revisie] van bestaande systemen’ noodzakelijk om de omgangsvormen tussen lokale en federale autoriteiten te veranderen. Zo moet de balans tussen macht en middelen anders afgesteld worden.‘Tenzij en totdat je dingen op fundamenteel niveau aanpakt, met de gemeenschap, zal er niets veranderen,’ voegt ze eraan toe.

    Weinig inwoners geloven erin. Sommigen lachen bitter op de vraag of zij verwachten dat hun woonplaats ooit bestand zal zijn tegen klimaatschokken.

    Nazeer Hussain, een drieënveertigjarige graanmolenaar in Khoundi, zegt dat de leiders van het land er alleen op uit zijn om zichzelf van macht te verzekeren. ‘We hoorden in de media dat de regering vergaderde [om geld in te zamelen] voor de bouw van huizen en schuilplaatsen,’ voegt hij eraan toe. ‘Maar de kans daarop is nul.’

    Lees ook:

  • ‘Afghanen zijn vernederd, ik ben vernederd’

    ‘Afghanen zijn vernederd, ik ben vernederd’

    Het leven onder de last van onderdrukking, verstikking, tirannie en gebrek aan menselijke en morele waarden is een ramp, schrijft de Afghaanse dichter en vrouwenrechtenactivist Somaia Ramish.

    Vrijheid is altijd trots en gevangenschap is altijd vernederend. Het leven onder de last van onderdrukking, verstikking, tirannie en gebrek aan menselijke en morele waarden is een ramp. Leven in afwezigheid van vrijheid, of op zijn minst van het kunnen oefenen voor vrijheid, geeft niets anders dan frustratie. Op dit moment is er in Afghanistan een volstrekt gebrek aan visie, actie en denken in de richting van vrijheid. Van Afghanistan is niets meer over dan een geografisch gebied dat zo wordt genoemd. Wat op 15 augustus 2021 gebeurde, was de bitterste ervaring van een land dat toch al in de muil van menselijke tirannie en barbaarsheid was gevallen. De omvang van de ramp is enorm en verwoestend.

    Beschaving

    Ik maakte deel uit van een samenleving die ruim twintig jaar lang probeerde na te denken over beschaving, over menselijke waarden en het vorm geven aan burgerrechten. Ik leidde de stichting Moderne Denkers in Herat en was medeoprichter van Radio Shahrzad. Ik stelde me verkiesbaar voor de provinciale burgerraad. Die samenleving werd op 15 augustus 2021 vernederd, de hoop van een generatie die was toe gaan leven naar een betere toekomst werd vernederd. Onze gedachten, onze hoop op gerechtigheid en gelijkheid, onze taal, onze cultuur en onze hele beschaving werden vernederd.

    Afghanistan werd toevertrouwd aan een groepering die verstoken is van waarden. De taliban zijn een gewelddadige, versteende, extreem extreme, achterlijke en onderdrukkende beweging. Uiteindelijk zijn Afghanen vanuit menselijk oogpunt zo vernederd dat zelfs met de mond beleden vijandigheden tegen de taliban vernederend zijn voor Afghanen.

    Als ik aan de taliban denk, is het eerste dat in me opkomt het instorten van de boeddhabeelden

    Als ik aan de taliban denk, is het eerste dat in me opkomt het instorten van de boeddhabeelden. Denk nog eens aan die vernietiging! Of aan de kapotte poort van Ghazna, de vernielde schilderijen van Behzad in Herat, de kapotgemaakte instrumenten van artiesten, de met bloed doordrenkte haat die zangers ten deel viel, de aanval op de citadel van Herat. Weten mensen dat de straatnamen een voor een werden veranderd? Dat de kleur van de kleding van mensen veranderde, dat de angst en schrik op het gezicht van mensen op straat meegroeide met het aantal ongeschoren baarden? Dat ze mijn zus eigenhandig in een hijab staken en zo haar vrouwelijkheid ten grave droegen? Dat zelfs de lijken met stenen werden bekogeld?  

    Ik voelde me vernederd, alle dagen van het afgelopen jaar. 

    Waar ter wereld Afghanen het afgelopen jaar ook waren, ze voelden de vernedering met iedere hap eten in hun kwetsbare botten. Als we bleven, werden we vernederd. Door de voor de ogen van tienermeisjes gesloten poorten van scholen, de ogen van een moeder die haar zoon verloor in de oorlog met de taliban, de media met die zwartbedekte gezichten van vrouwelijke verslaggevers, de bakkerij die niet voor iedereen brood heeft, de straten met achtergebleven bloedvlekken en de anonieme graven van soldaten van het nationale leger.

    Niet langer vrij

    Als we het land verlieten werden we ook vernederd. Grenzen vernederden ons, zeeën, prikkeldraad, half kapotte boten, de grenswachten van Turkije en Iran, de hardvochtige politie van Pakistan, de gesloten poorten van India, migrantenkampen in New Jersey en Washington, afgelegen huizen in Kosovo, wetten, immigratie, vliegtickets, lange rijen voor brood en water, vermoeidheid achter de dichte deuren van ambassades, onbeantwoorde e-mails, de tijd en de lucht waarin we hingen en de aarde die geen plaats voor ons had. Alles in dit afgelopen jaar van ‘Het Heengaan’ was vernederend. 

    Ik ervaar de pijn van verpletterd en vernederd worden, en ik geloof nu dat vernedering alleen maar tot vernietiging kan leiden. De vernietiging van het hart van de Afghaanse samenleving kan niet worden ontkend. De gevolgen van deze onvermijdelijkheid zijn angstaanjagend. In elke uithoek van de wereld zitten we gevangen in ons eigen hart, omdat ons land niet langer vrij is. 

    Schermafbeelding 2022 11 20 om 21.43.25 1
    Een vergadering bij de stichting Moderne Denkers (Naw Andishan). Rechts vooraan: Somaia Ramish. © Elaha Sahel

    Voor mij blijft het woord ‘vrijheid’ een uitzinnige illusie, nu Afghanistan is ondergedompeld in deze brute en zwarte ervaring. Ik denk minder aan vrijheid. Iemand die voor de ogen van de wereld is vernederd heeft nog een lange weg te gaan om weer een essentie in zichzelf te vinden, die te polijsten en de roest te verwijderen die vanuit een andere eeuw naar onze eigen tijd blijkt te zijn gekomen. Ik ben verbitterd en teleurgesteld. Ik ben geworden als een lam dat de dood al voelt voordat het wordt geofferd. Nog bitterder stemt het mij als Afghaanse burger dat het onderwerp genaamd ‘Afghanistan’ in het internationale discours steeds minder interesse wekt, al hebben de etnische en tribale relaties, een dynastieke kijk op interne kwesties en het vermijden van elke vorm van nationalisme ook meegewerkt aan de vernietiging van de Afghaanse vrijheid. Het wantrouwen en de onderlinge onverenigbaarheid van bewegingen tegen de taliban hebben Afghanistan kwetsbaarder en beklagenswaardiger gemaakt. 

    Feit is dat ook wij de val nog steeds niet kunnen reconstrueren

    En helaas zijn wij, het geïsoleerde en over de hele wereld verspreide volk van Afghanistan, nog niet in het reine gekomen met het walgelijke, vernederende en krenkende verhaal van de val. Feit is dat ook wij de val nog steeds niet kunnen reconstrueren. We zijn nog niet ontsnapt aan het verhaal en worden zelf ook heen en weer geslingerd tussen de verhalen die loskomen, de ijzingwekkende en oncontroleerbare verhalen.

    Uit vele relaties is de charme verdwenen en het is alsof het vreedzaam naast elkaar bestaan van nationaliteiten en intellectuele minderheden, het leiden van een fatsoenlijk leven en het denken over vrijheid een jaar later nog meer een illusie zijn geworden.

    Somaia Ramish was vrouwenrechtenactivist in Afghanistan en is dichter en auteur. Na de val van Afghanistan vluchtte ze naar Nederland. Ze woont met haar man en twee kinderen in Rotterdam.

  • Privéjets, drugs en snelle auto’s: zo nemen Chinese bendes het Thaise nachtleven over

    Privéjets, drugs en snelle auto’s: zo nemen Chinese bendes het Thaise nachtleven over

    Recente invallen en politieonderzoek in Thailand wijzen op banden tussen Chinese gangsters en Thaise lokale functionarissen. Chinese criminelen wisten ongestraft honderden miljoenen dollars te verdienen met mensenhandel, kinderprostitutie en drugssmokkel.

    Een privéjet, auto’s van de buitencategorie, drugs en woonpaleizen: allemaal in Thailand verdiend door Chinezen die van criminele activiteiten worden verdacht. Roofgoed dat inmiddels in beslag is genomen, maar wel netelige vragen opwerpt, zoals: hoe konden buitenlandse misdadigers zo vrijelijk met miljoenen illegale dollars in het koninkrijk smijten?

    Het schandaal begon zich eind oktober te ontrafelen, toen de Thaise politie tijdens een landelijke antidrugsoperatie een illegale nachttent ontdekte. De club Jinling ging schuil achter een autowasserette in het zakendistrict Sathorn in Bangkok.

    De clientèle bestond vrijwel uitsluitend uit Chinezen. Die deden zich tegoed aan zakken ketamine en andere partydrugs in karaokekamers waar de hele nacht werd doorgehaald. En als het de gasten niet lukte al hun drugs in één sessie te consumeren, konden ze die ter plekke opbergen voor later gebruik.

    Voorraden methamfetamine lagen opgeslagen in peperdure appartementen in Bangkok

    Ook invallen in de badplaats Pattaya hebben het sterke vermoeden gewekt dat Chinese criminelen via een netwerk van Thaise stromannen contacten onderhielden met overheden die deze uitbundige nachtgelegenheden blijkbaar niet hadden opgemerkt, hoewel ze elke avond duizenden gasten trokken.

    En bij nog meer invallen in de daaropvolgende weken werden opzienbarende bezittingen aangetroffen, allemaal verdiend met deze illegale uitgaansgelegenheden – zoals een landhuis ter waarde van 5,7 miljoen dollar, auto’s van de buitencategorie, miljoenen dollars aan baar geld, en voorraden methamfetamine die in peperdure appartementen in Bangkok lagen opgeslagen, kennelijk voor verkoop in de clubs.

    113 miljoen dollar

    Uit allerlei arrestaties kan de conclusie worden getrokken dat vermoedelijk vijf Chinese bendes criminele ondernemingen runden met behulp van studentenvisa en onder een valse Thaise identiteit. Een van de verdachte leiders, die begin november is opgepakt, had zelfs een nepauto van de Chinese ambassade en een politiemotor voor escortes.

    De schijnwerpers zijn echter gericht op één verdachte in het bijzonder: Tuhao, die ook wel bekendstaat als Chainat Kornchayanan. Deze Chinees met Thais staatsburgerschap gaf zich op 23 november aan bij de politie. De tegen hem ingebrachte beschuldigingen van drugshandel en witwassen van geld wijst hij van de hand. 

    ‘Tuhao is getrouwd met de nicht van politie-generaal en voormalig minister van Justitie Pracha Promnok,’ aldus de prominentste politiechef van Thailand, luitenant-generaal Surachate Hakparn, die leiding geeft aan het stevige justitiële optreden. ‘Het is dus niet zo gek dat hij veel politiemensen en oud-ministers kent, dat is bepaald geen geheim.’

    ‘We moeten erachter zien te komen welke lokale ambtenaren hen geholpen hebben

    Hij voegt eraan toe dat de gangsters met hun Thaise identiteitsbewijzen kennelijk een manier hebben gevonden om de strikte Thaise immigratiewetten te omzeilen. ‘We moeten erachter zien te komen welke lokale ambtenaren hen geholpen hebben. We zoeken het tot op de bodem uit. Wie er ook schuldig is aan deze illegale praktijken, hij zal de wettelijke gevolgen voelen. Niemand ontloopt de dans.’

    Van Tuhao zijn ruim vijf miljard baht (113 miljoen dollar) aan bezittingen in beslag genomen, waaronder een vliegtuig, grond en drie landhuizen. Ondertussen wordt onderzocht of zijn zakenpartners iets te maken hebben met het Chinese eigendom van tientallen luxewoningen in Bangkok.

    Nuldollartoerisme

    Tuhao zou een wegbereider zijn geweest van het ‘nuldollartoerisme’, dat Chinezen in de jaren vóór de pandemie massaal naar Thailand lokte. Het concept stuwde Chinese bezoekersaantallen in niet meer dan een paar jaar naar een record van ongeveer tien miljoen. Daaraan kwam in 2018 abrupt een einde nadat een overvolle veerboot in Phuket zonk en tientallen Chinese toeristen stierven – toen pas kwam een businessmodel van goedkope arrangementen aan het licht, waarbij Chinese bedrijven geld naar elkaar doorsluizen, daarvan weinig in Thailand achterlaten, maar het wel gebruiken om een groot aantal vakantieoorden op te kopen.

    ‘Deze mensen hebben te veel macht,’ zegt een ervaren gids in Pattaya, een van de voornaamste bestemmingen van de ‘nuldollartours’. ‘Ze zijn dan wel gearresteerd, maar als de media dit niet serieus nemen, het niet blijven volgen, ben ik bang dat ze weer snel vrij komen.’

    Volgens de Thaise politie heeft Tuhao zijn zakelijke activiteiten tijdens de pandemie gediversifieerd. Hij is zich onder meer op het nachtleven gaan focussen, heeft bedrijven opgericht en onroerend goed gekocht waarvoor hij Thaise stromannen inzette. Zijn connecties met machtsdragers zijn inmiddels onder de loep genomen.

    De regerende Phalang Pracharat-partij erkende eind oktober dat Tuhao via legitieme kanalen ongeveer 100.000 dollar had gedoneerd. De kiescommissie buigt zich momenteel over de zaak.

    ‘Bedenk wel dat we het opnemen tegen superrijken, met enorm veel bezit’

    De politie onderzoekt hoe Tuhao het Thaise staatsburgerschap heeft kunnen krijgen na een verblijf van slechts enkele jaren in het land en speurt naar andere verborgen activa en bankrekeningen. In het hele land worden de gangen nagegaan van politiemensen en andere functionarissen, en neemt de reikwijdte van Tuhao’s netwerk af.

    ‘Bedenk wel dat we het opnemen tegen superrijken, met enorm veel bezit,’ aldus politie-luitenant-generaal Surachate. ‘We moeten dus heel grondig te werk gaan om bewijs te vinden waarmee we ze voor de rechter kunnen slepen.’

    Van een rechtbank in Bangkok mocht Tuhao niet op borgtocht vrij. Hij stelt dat hij in het proces zijn onschuld zal aantonen.

    Straffeloosheid

    Al die jaren van kennelijke straffeloosheid werpen pijnlijke vragen op voor de Thaise overheid: corruptie, beïnvloeding, verlening van gunsten aan mensen met geld die een loopje wilden nemen met de regels, waren kennelijk aan de orde van de dag. 

    ‘De samenleving zou mijn voorbeeld moeten nemen door zich af te vragen hoe iemand als Tuhao in slechts tien jaar tijd ruim vijf miljard baht heeft kunnen opstrijken,’ zegt Chuwit Kamolwisit, een voormalige tycoon in de uitgaansindustrie, tegenwoordig parlementariër en parttime corruptiebestrijder.

    Chuwit heeft een voortrekkersrol gespeeld in het aanklagen van de Chinese gangsters, onder andere met theatrale, vrijwel dagelijkse persconferenties waarin hij de vermeende rijkdom, connecties en financiën van de hoofdverdachten breed uitmeet.

    2821542173 a2274ff308 o
    Een verkiezingsposter Chuwit Kamolwisit voor het gouverneurschap van Bangkok uit 2008. © Ian Fuller / Flickr / CC

    Hij beweert dat de bendes tijdens de pandemie een list hebben bedacht om in het koninkrijk te blijven en duizenden landgenoten binnen te loodsen. Thaise immigratieambtenaren zouden geld hebben ontvangen zodat de Chinezen nepstichtingen konden oprichten, die ze vervolgens hebben gebruikt om vrijwilligersvisa te bemachtigen.

    Ten minste drieduizend Chinezen zijn via deze route het koninkrijk binnengekomen, aldus Chuwit, en velen zijn illegale bedrijven gaan bestieren en hebben zwart geld witgewassen. ‘Hoe is het mogelijk dat het Thaise volk niet werd beschermd, hoe kon men deze smerige Chinese bedrijven binnenlaten?’ 

    ‘Hoezo zou ik mij met duistere zaakjes bezig houden? Bewijs dat maar eens’

    De vlammende aantijgingen van Chuwit – vele gestaafd door de Thaise politie, andere nog onbewezen – hebben in ieder geval de aandacht gevestigd op de greep van illegaal Chinees geld over hele delen van de regionale economie.

    Er viel zelfs een zeldzame repliek in de media te noteren van Zhao Wei: achter deze publiciteitsschuwe miljardair gaat een van de beruchtste Chinese schurken van de Mekong-regio schuil. Hij is de grote man achter het Kings Romans Casino in de Speciale Economische Zone van de Gouden Driehoek in Laos, aan de grens met Thailand.

    ‘Wie is die Chuwit dan wel?’ aldus Zhao. ‘We hebben elkaar nooit ontmoet, dus wat bezielt hem om mij te beschuldigen?’ verzuchtte de magnaat tegen de Thaise tv-zender The Nation on Monday in een zeldzaam interview. ‘Ik ben gewoon een Chinese zakenman die dit gebied heeft ontwikkeld en het welvaart heeft gebracht. Hoezo zou ik mij met duistere zaakjes bezig houden? Bewijs dat maar eens.’

    Mensenhandel en kinderprostitutie

    Feit blijft dat het Amerikaanse ministerie van Financiën Zhao Wei in 2018 heeft gesanctioneerd voor het leiden van een criminele organisatie die zich bezighoudt met ‘een reeks afschrikwekkende illegale activiteiten, waaronder mensenhandel en kinderprostitutie, drugshandel en handel in wilde dieren’.

    Naarmate de naargeestige onthullingen van misdadige activiteiten in Thailand zich blijven opstapelen, groeien ook de zorgen over hoe Chinees geld – zowel legitiem als illegaal – Thaise burgers uit de markt kan stoten.

    Recent stelde de Thaise regering voor om de wet te wijzigen zodat buitenlanders niet meer dan ongeveer een vijfde hectare land kunnen bezitten, maar dat wekte zo veel woede onder de bevolking dat het plan werd ingetrokken. De angst bestond dat de Chinese investeerders de prijs zo zouden opdrijven met hun gespeculeer, dat gewone Thai het financieel niet meer zouden kunnen bijbenen.

    De hashtag #ChineseGreyBusinessMoney is al weken viraal op Thaise Twitteraccounts, waar de woede over de criminele activiteiten door buitenlanders toeneemt.

    ‘Hoe is het mogelijk dat deze mensen tientallen huizen konden kopen zonder argwaan te wekken?’ schreef een Twitter-gebruiker in een post die meer dan vijfduizend keer werd gedeeld. ‘Deze gasten gedragen zich in het hele land alsof het Thai zijn.’

    Lees ook:

  • Demonstranten in Peru: ‘Ze doen alsof we niets waard zijn’

    Demonstranten in Peru: ‘Ze doen alsof we niets waard zijn’

    Ongelijkheid, armoede en discriminatie liggen ten grondslag aan de explosie van woede op het platteland van Peru. Met protesten en wegblokkades verzetten campesinos zich tegen het rijke Lima. The Guardian reisde af naar het armere zuiden en sprak enkele opstandelingen.

    Keuze uit het archief

    Het Peruaanse parlement heeft donderdag twee moties van wantrouwen verworpen die waren ingediend door de oppositie tegen president Dina Boluarte. De Peruaanse president, die sinds december 2022 aan de macht is, wordt onderzocht wegens vermoedelijke illegale verrijking en het niet aangeven van luxe sieraden.
    Het eerste vrouwelijke staatshoofd van Peru staat bij veel Peruanen in een slecht blaadje, zo blijkt uit deze reportage van The Guardian van begin 2023. Het begon allemaal in december 2022, toen de linkse president Pedro Castillo werd afgezet en gearresteerd op beschuldiging van poging tot staatsgreep. Sindsdien heerst er een grimmige sfeer in Peru: demonstranten eisen dat Boluarte aftreedt vanwege de sociale ongelijkheid, schrijnende armoede en discriminatie in de samenleving, maar de protesten worden door de overheid hardhandig neergeslagen.

    Een voor een klimmen rebellerende campesinos op het geïmproviseerde podium dat ze bovenop een drie meter hoge barricade van aarde hebben gebouwd. Ze kondigen aan vastbesloten te zijn de president van Peru af te zetten. ‘Broeders en zusters, meer dan ooit heeft Peru ons nu nodig,’ zegt Nilda Mendoza Coronel, een vijfendertigjarige boerin, tegen honderden stakers die zich in de felle ochtendzon hebben verzameld. ‘We zullen vechten tot het einde, carajo!’ brult Mendoza door een megafoon. ‘Niemand stopt onze strijd!’

    In Sicuani in de Andes spoort een andere spreker, Aparicio Meléndez, de menigte aan om de berichten te negeren over legertroepen die onderweg zijn om hun opstand te beëindigen. ‘We blijven hier tot ze hun allerlaatste kogel hebben gebruikt,’ belooft de vijfenvijftigjarige veeboer terwijl hij uitkijkt over de demonstranten die de ruim vijftienhonderd kilometer lange snelweg door de Peruaanse Andes blokkeren.

    Op het asfalt achter de barricade is een woord gekalkt: ‘Volksopstand’. Sicuani is het centrum van de zeven weken durende opstand tegen de Peruaanse president, Dina Boluarte, en het politieke establishment van het land. De opstand begon begin december nadat de linkse president Pedro Castillo was afgezet en gearresteerd op beschuldiging van poging tot staatsgreep.

    Vreemde wind

    De laatste tijd waait er een vreemde en gewelddadige politieke wind door Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, met een extreemrechtse opstand in Brazilië, een politieke en sociale meltdown in Haïti en protesten na de arrestatie van een prominente oppositieleider in Bolivia. Maar nergens is de onrust zo groot en zo dodelijk als in Peru, waar sinds de dramatische val van Castillo ten minste negenenzestig mensen het leven lieten.

    Protesten en wegblokkades legden grote gebieden van het op drie na dichtstbevolkte land van Zuid-Amerika lam. Het begon na de val van Castillo, toen zijn aanhangers – evenals anderen die woedend zijn over het fatale ingrijpen van de regering – de straat op gingen. Ze eisen het aftreden van Boluarte, nieuwe verkiezingen en gerechtigheid voor de naar verluidt tientallen slachtoffers die door veiligheidstroepen werden gedood.

    Om met de opstandelingen te spreken, reisde The Guardian door het zwaarst getroffen gebied tussen de steden Cusco en Juliaca in de Andes, waar op de meest gewelddadige dag zeventien mensen werden gedood. De slopende tocht van 340 kilometer duurt drie dagen en voert langs tientallen controleposten die worden bewaakt door demonstrerende campesinos, en langs honderden barricades van rotsblokken, boomstammen, kapotte voertuigen, glas en schroot.

    Onderweg zien we enorme sociale ongelijkheid, schrijnende armoede en discriminatie. Ze vormen de basis van de uitbarsting van de plattelandswoede. Veel demonstranten noemen het politieke establishment in de hoofdstad Lima corrupt, egoïstisch en voornamelijk wit.

    ‘Het is alsof we geen mensen zijn. Alsof we niets waard zijn’

    ‘Het is alsof we geen mensen zijn. Alsof we niets waard zijn,’ zegt Raúl Constantino Samillán Sanga, wiens dertigjarige broer werd neergeschoten in Juliaca tijdens botsingen tussen politie en demonstranten. ‘De hele Andes zegt er nu genoeg van te hebben en eist dat hier verandering in komt.’

    De reis door het centrum van de politieke aardbeving in Peru begint in Cusco, ooit de hoofdstad van het Incarijk en tegenwoordig de belangrijkste toeristische bestemming, met bijna drie miljoen bezoekers per jaar. Sinds het begin van de opstand zijn de toeristen verdwenen. De luchthaven van Cusco wordt herhaaldelijk door de autoriteiten gesloten en het nabijgelegen Machu Picchu ging al eerder deze maand dicht. ‘Iedereen is gespannen, bezorgd en ook een beetje bang,’ zegt Hannah Jenkinson, een Britse modeontwerpster die een boetiek runt in het nu grotendeels verlaten historische centrum van Cusco.

    Een paar straten verderop marcheren honderden demonstranten naar het plein waar in de achttiende eeuw de inheemse leider Túpac Amaru werd gevierendeeld en onthoofd na een opstand tegen de Spaanse overheersing. ‘Ze gaat eraan! Ze gaat eraan! De moordenaar gaat eraan!’ scandeert de menigte. De betogers doelen op Boluarte. Ze bewegen zich door de geplaveide straten van Cusco, zwaaiend met de roodwitte vlag van Peru.

    Vijfentwintig kilometer ten zuidoosten van Cusco, langs pre-Incaruïnes en bergen bezaaid met eucalyptus, ligt het dorp Villahermosa. Hier is de eerste grote wegblokkade, langs de Peruaanse snelweg Route 3S. Tientallen dorpelingen, waaronder oudere vrouwen met traditionele huaraca, slingers geweven van alpacawol, hebben de weg met boomstammen en banden geblokkeerd. Ze zijn woedend over de tientallen jaren dat de regering hen achterstelde en over de recente golf van doden, waarvan de meeste aan de veiligheidstroepen worden geweten.

    Geen spoor van compromis

    Juvenal Luna Jara, tweeëntwintig jaar, zegt dat hij zich een week eerder heeft aangesloten bij de opstand. Hij is razend omdat er zoveel demonstranten zijn gedood in het lang verwaarloosde zuiden van Peru. Dit deel van het land vormde het centrum van de twaalf jaar durende brute oorlog van guerrillabeweging Lichtend Pad. Volgens hem verloren in deze gebieden de meeste mensen het leven omdat provincianos [plattelanders] als tweederangsburgers worden beschouwd, of erger. ‘Het is alsof ze honden afmaken,’ foetert hij.

    Boluarte smeekte de demonstranten om een landelijke wapenstilstand te aanvaarden. Maar in Villahermosa is geen spoor van een compromis te bekennen. De boeren komen er bijeen om hun woede te uiten over de rol van de president bij de afzetting van Castillo, een voormalige vakbondsleider die in armoede werd geboren. In 2021 werd hij door verarmde plattelandstemmers in plaatsen als deze tot president gekozen.

    ‘Als er geen oplossing komt, gaan we door met de strijd,’ schreeuwen de dorpelingen voordat de auto van The Guardian zijn weg mag vervolgen. In elk dorp langs de met keien bezaaide snelweg is de boodschap hetzelfde: gedesillusioneerde en onderdrukte boeren verzamelen zich bij de blokkades en houden hartstochtelijke toespraken over de toestand van hun land en over hoe hun mijnbouwregio – die rijk is aan grondstoffen – is uitgemolken voor winsten waarvan ze hier nooit iets terugzagen.

    Dina Quispe huilt als ze de Peruaanse autoriteiten fel bekritiseert over hoe ze de demonstranten wegzetten als door narco’s gefinancierde terrucos (terroristen) en hoe ze de oproep tot politieke verandering hebben beantwoord met onderdrukking en bloedvergieten.

    ‘We zijn vernederd en vergeten,’ zegt de eenenveertigjarige verkoopster uit Checyuyoc. ‘Ze vermoorden onze broeders met kogels.’ Door haar tranen heen toont Quispe haar afschuw over het feit dat ze haar voornaam deelt met de eerste vrouwelijke president van Peru. Boluarte is de bliksemafleider geworden voor een veel grotere ontgoocheling over de mislukte politiek van een land dat de afgelopen zes jaar zeven presidenten versleet en waar een kwart van de bevolking moeite heeft om zich behoorlijk te voeden. Tegen verslaggevers zegt Quispe: ‘Breng alsjeblieft deze stem van protest uit het hart van het nederigste Peru naar de wereld.’

    Een paar kilometer verderop, in Sicuani, een stad die nu bijna volledig van de buitenwereld is afgesloten door wegversperringen, lopen honderden Quechua-vrouwen met sombrero’s, pollera-rokken en schitterende quilts. ‘We vechten voor onze toekomst en die van onze kinderen en kleinkinderen,’ zegt Roxana Chahuanco (40). Ondertussen bereidt de plaatselijke bevolking zich voor op een debat over de volgende stap, nu de regering heeft aangekondigd troepen te zullen inzetten om de wegen vrij te maken.

    Boluarte maakte de inwoners van deze regio vorige week nog bozer toen ze buitenlandse journalisten vertelde dat ‘Puno geen Peru is’

    Mendoza Coronel roept de inheemse martelaren Túpac Amaru en zijn vrouw Micaela Bastidas in herinnering en spoort de lokale bevolking aan hun boerenopstand tegen de ‘corrupte’ elite van Lima te intensiveren. ‘Ze kijken op ons neer omdat we kinderen van campesinos zijn en omdat we mensen van het land zijn,’ zegt ze.

    In het volgende dorp staat een koeienschedel op een paal bovenop een barricade van twee hopen puin en aarde. ‘Dat is Dina,’ grapt een van de vrouwen die de controlepost bewaken. 

    Nooit meer dezelfde

    Vanuit Sicuani klimt de snelweg nog hoger de Andes in naar de spectaculaire 4300 meter hoge grens met het departement Puno, waar inheemse Aymara-gemeenschappen ook in opstand zijn gekomen tegen de nieuwe regering.

    Boluarte maakte de inwoners van deze regio vorige week nog bozer toen ze buitenlandse journalisten vertelde dat ‘Puno geen Peru’ is, een verklaring waarvan de president later beweerde dat ze verkeerd was begrepen. ‘Wij zijn Peruanen,’ zegt een vrouw die een wegversperring buiten de stad Ayaviri bewaakt. ‘In Puno werd het Incarijk geboren.’

    Na Ayaviri daalt de snelweg af naar de grootste stad van Puno, Juliaca, een vervallen en gespannen mijn- en smokkelcentrum, waar antiregeringsprotesten woeden en lokale families rouwen om hun doden. Achter een metalen deur versierd met een zwart rouwlint zit María Ysabel Samillan Sanga, die begin januari op een maandag haar jongere broer verloor. Marco Antonio Samillán Sanga was een student geneeskunde die als vrijwillige arts in Juliaca werkte toen demonstranten probeerden de luchthaven van de stad te bestormen en de veiligheidstroepen met scherp schoten. De dertigjarige student werd in het hart geraakt toen hij een jongen verzorgde die traangas had ingeademd. Hij is een van de minstens zeventien mensen die die dag in Juliaca omkwamen. ‘Het was een slachtpartij,’ zegt zijn zus. ‘Er is geen ander woord voor.’

    Samillán Sanga huilt als ze vertelt hoe haar broer zich uit de extreme armoede opwerkte om medicijnen te studeren. Hij droomde ervan neurochirurg te worden en gezondheidsprogramma’s op te zetten voor de armen op het platteland van Puno. ‘Als het aan mij ligt, zou ik ook sterven, want er zijn dagen dat ik de pijn niet aankan,’ zegt ze, terwijl de tranen over haar wangen stromen.

    Ook volgens Samillán Sanga werden de dood van haar broer en de opstand in Peru veroorzaakt door discriminatie en vooroordelen. ‘We hebben gevoelens. Wij zijn mensen. We voelen. Huilen. Hebben emoties. En we lijden,’ aldus haar broer Raúl Constantino. De familie zegt te vrezen voor represailles van de regering, maar laat zich niet het zwijgen opleggen. ‘Ik hoop dat iemand dit leest en zich afvraagt: hoe gaat het met de familie Samillán Sanga?’ zegt María Ysabel. ‘De waarheid is dat we kapot zijn. Mijn familie wordt nooit meer hetzelfde.’

    Lees ook:

  • Waarom heeft het Europees Parlement een corruptieprobleem?

    Waarom heeft het Europees Parlement een corruptieprobleem?

    Elke week pluist de redactie van 360 een nieuwsgebeurtenis uit de internationale pers voor je uit. Deze week gaan we dieper in op het recente corruptieschandaal in het Europees Parlement dat bekendstaat als ‘Qatargate’. Zo zou onder andere de Griekse vicevoorzitter van het EP, Eva Kaili, steekpenningen hebben aangenomen afkomstig uit Qatar en Marokko.

    Dit artikel verscheen woensdag in de tweede editie van de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is er gebeurd? 

    9 december 2022. Het WK in Qatar nadert de beslissende fase met de kwartfinales. De meeste westerse landen kijken de andere kant op. Het WK wordt gehouden in een land dat de mensenrechten schendt, maar waarvan zij voor hun energie afhankelijk zijn. Hoe sneller de toernooi voorbij is, hoe sneller de controverse verdwijnt, is de gedachte. Maar het tegendeel gebeurt: de Belgische autoriteiten slaan een gerechtelijke slag in het politieke hart van de EU door verscheidene personen te arresteren die betrokken zijn bij een corruptieregeling die rechtstreeks verband houdt met Qatar, aldus de Spaanse onlinekrant El Diario

    Een maandenlang onderzoek van de Belgische positie naar omkoping van Europarlementariërs door Qatar en Marokko resulteerde die dag in een inval in twintig woningen in en nabij Brussel. Daarbij werden zo’n 150.00 euro in contanten gevonden in de Brusselse woning van een van de vicevoorzitters van het Europees Parlement, de Griekse socialiste Eva Kaili. Ook haar vader werd met honderdduizenden euro’s in een koffer opgepakt. Haar daaropvolgende arrestatie onder verdenking van omkoping en witwassen ‘heeft een aardbeving in Brussel veroorzaakt’, aldus de Spaanse krant El País

    Naast Kaili zijn ook haar partner, Francesco Giorgi, en voormalig Europarlementariër Pier Antonio Panzeri gearresteerd – in zijn woning werd 600.000 euro aan cash gevonden. Giorgi was voorheen de assistent van Panzeri en samen werken ze nu voor de ngo Fight Impunity. Zowel Kaili als Panzeri maakt deel uit van De Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D), waartoe ook de PvdA behoort. Door verschillende media wordt Panzeri en zijn ngo beschreven als de spin in het web van het omkopingsschandaal. 

    Marokko en Qatar zouden via Panzeri invloed hebben willen krijgen in het Europees Parlement. ‘De belangrijkste kwesties waarop Marokko invloed wilde uitoefenen waren de rol van Rabat in de Westelijke Sahara [een gebied dat door het koninkrijk wordt opgeëist] en het beheer van de migratiestromen’, onthult La Repubblica. Om deze doelstellingen te bereiken zouden leden van de buitenlandse inlichtingendienst van het land, de DGED, in contact zijn gekomen met enkele van de personen die vanwege hun betrekkingen met Qatar werden gearresteerd.

    Afbeelding met tekst, binnen

Automatisch gegenereerde beschrijving
    Het geld dat op 8 december in beslag is genomen. Het totale bedrag is zo’n 1,5 miljoen. – © Federale Gerechtelijke Politie van België

    Hoe heeft het kunnen gebeuren? 

    Volgens El País zijn de onthullingen in Qatargate slechts ‘het puntje van de ijsberg’. Zowel internationale organisaties als veel leden van het Europees Parlement waarschuwen dat verschillende landen al jaren de grenzen van legitiem lobbyen overschrijden en roepen op tot duidelijkere transparantieregels voor alle partijen, bericht de Spaanse krant. ‘Soms gaat het om een duur geschenk, dat niet altijd binnen de grens van 150 euro valt die een Europese ambtenaar mag ontvangen zonder het te hoeven aangeven. Andere keren is het een reis, misschien vermomd als een zakelijk bezoek – een tripje naar een centrum, een conferentie –, maar met betaalde uitgaven voor luxe verblijven van meerdere dagen, soms zelfs met het gezin of meerdere gasten.’

    Wat niemand in Brussel heeft verbaasd, is het feit dat buitenlandse staten hebben geprobeerd de leden van het Europees Parlement te beïnvloeden om – in dit geval – een beleid te bereiken dat gunstig is voor hun belangen. In andere gevallen gaat het er bijvoorbeeld om kwesties als mensenrechtenschendingen niet aan bod te laten komen tijdens de vele debatten in het Europees Parlement, vervolgt El País.

    Zo verklaart voormalig socialistisch Europarlementariër Ana Gomes tegen de krant dat ze zich altijd bewust was van een sterke lobby van Marokko als het aankwam op de Westelijke Sahara, waarmee het land een grensconflict heeft. Zo zou Panzeri volgens Gomes altijd resoluties die de Westelijke Sahara steunen, hebben tegengehouden. ‘Ik heb altijd al vermoedens gehad dat Rabat Europarlementariërs omkocht,’ aldus een anoniem parlementslid tegen El País. Een ander parlementslid twijfelt er niet aan dat Qatar ook leden van andere organisaties en instituties van de EU heeft benaderd. ‘Deze zaak is een doos van Pandora.’

    Volgens Politico heeft het Europees Parlement dit schandaal aan zichzelf te danken. ‘Keer op keer hebben de leden van het Parlement zich verzet tegen voorstellen om meer licht op hun werk te werpen en hun schouders opgehaald over het gebrek aan handhaving van de bestaande regels. Ondertussen profiteren ze allemaal van extraatjes en privileges.’

    ‘Europarlementariërs verdienen een brutosalaris van ongeveer 9400 euro per maand, maar ze mogen ook een tweede (en derde en vierde et cetera) baan hebben. En ongeveer een kwart van de parlementsleden maakt daar gebruik van, volgens een EU-analyse van Transparency International uit 2021. Eén parlementslid – de Italiaanse Sandro Gozi – had twintig bijbaantjes, waarmee hij volgens zijn vrijwillige financiële verklaringen minstens 360.000 euro per jaar binnenhaalde (en misschien wel het dubbele)’, vervolgt Politico. Ook treedt de commissie die belast is met de naleving van de eigen gedragscode niet altijd op bij overtredingen.

    Afbeelding met persoon, person, binnen, kostuum

Automatisch gegenereerde beschrijving
    Het voormalige Italiaanse parlementslid Pier Antonio Panzeri, die sinds 9 december wordt vastgehouden, heeft op 17 januari toegezegd om samen te werken met de Belgische justitie en alles te zeggen wat hij weet over het schandaal. – © IPA / ABACAPRESS.COM

    Wat gaat het EP doen om corruptie in de toekomst te voorkomen? 

    In een interview met El País deed parlementsvoorzitter Roberta Metsola veertien voorstellen om ‘de integriteit, onafhankelijkheid en verantwoordingsplicht’ van de instelling te waarborgen. Hierover moet nog wel worden gestemd. Zo moet er volgens haar een nieuw ‘ethisch orgaan’ komen voor alle EU-instituties. Daarnaast moet er een afkoelingsperiode komen voor vertrekkende Europarlementariërs, zodat ze zich niet meteen kunnen inzetten voor een lobbyorganisatie en moeten zogenaamde ‘vriendschapsgroepen’ met landen buiten de EU verboden worden. Verder moet elk parlementslid potentiële belangenconflicten registreren als het lid wordt van een van de vele Europese commissies. 

    Of al deze maatregelen worden doorgevoerd is nog maar de vraag. Bij haar aantreden was Ursula von der Leyen al van plan om een onafhankelijk orgaan voor ethische kwesties op te richten, maar dit plan heeft vooralsnog op veel tegenstand kunnen rekenen. Ook veel voorgestelde transparantiemaatregelen zijn niet nieuw en werden tot nu toe altijd tegengehouden door het parlement zelf. Wellicht komt daar verandering in nu Qatargate de kwetsbaarheden wat betreft omkoping en beïnvloeding van de Europese instellingen heeft aangetoond.  

    Lees ook:

  • President Vietnam opgestapt vanwege corruptieverleden

    President Vietnam opgestapt vanwege corruptieverleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Wrocław meest beschaafde stad van Polen

    » Oekraïense minister omgekomen bij helikoptercrash

    Nguyen Xuan Phuc deed als premier weinig tegen corruptie

    In Vietnam is Nguyen Xuan Phuc, die sinds 2001 president was van het land, opgestapt, schrijft het Vietnamese Tuoi Tre News. Phuc was eerder premier van het communistische land. Hij zou als leider van zijn land weinig hebben gedaan om corruptie van partijgenoten te bestrijden. Sinds zijn ambtstermijn als premier afliep zijn honderden leden van de Communistische partij vervolgd vanwege corruptie.

    Phuc was tussen 2016 en 2021 premier van Vietnam. In die periode zouden veel hooggeplaatste Vietnamezen misbruik hebben gemaakt van hun positie, onder meer door familiereizen op geld van de overheid te maken en valse coronatests uit te delen. De secretaris-generaal van de Communistische partij is sinds de ambtstermijn van Phuc is afgelopen bezig corruptie binnen de partij hard aan te pakken.

    Meerdere ministers zijn afgetreden en Phuc is nu dus ook opgestapt. Volgens politieke commentatoren is er echter ook sprake van een interne machtsstrijd. De huidige secretaris-generaal van de partij zou mogelijk opgevolgd worden door Phuc, die in de rol als president van het communistische Vietnam een puur ceremoniële functie vervult.

    Lees ook:

  • 3. Belachelijke beschuldigingen & meer

    3. Belachelijke beschuldigingen & meer

    Belachelijke beschuldigingen

    Wegens het verspreiden van ‘valse informatie’ over het leger riskeert kunstenaar Aleksandra Skotsjilenko tien jaar gevangenisstraf. Het nieuwe gezicht van de Russische dissidenten zit in voorlopige hechtenis. Onlangs verlengd tot april 2023.

    Aleksandra Skotsjilenko is het nieuwe gezicht van de Russische dissidenten. Deze kunstenaar uit Sint-Petersburg had in een supermarkt prijsstickers vervangen door etiketjes met informatie over de oorlog in Oekraïne. Wegens het verspreiden van ‘valse informatie’ over het leger riskeert ze tien jaar gevangenisstraf. Aleksandra (Sasja) Skotsjilenko zit sinds april in voorlopige hechtenis en kampt met duizeligheid, buikpijn en hartproblemen, meldde haar advocaat Jana Nepovinnova op 17 november op Telegram. Hoewel een Russische rechter haar voorlopige hechtenis in september heeft verlengd tot april 2023, moeten de twee vrouwen toch af en toe lachen als ze de aanklacht tegen Sasja doorbladeren, ‘zo belachelijk zijn de beschuldigingen die erin staan’, aldus de advocaat.

    RUSLAND

    ALEKSANDRA SKOTSJILENKO

    Deze Russische musicus en kunstschilder heeft zich in het openbaar tegen de oorlog in Oekraïne gekeerd. Op 31 maart heeft ze in een supermarkt in Sint-Petersburg prijsstickers op producten vervangen door papieren etiketjes met informatie over de Russische invasie in Oekraïne.

    Elf dagen later werd Aleksandra Skotsjilenko aangehouden door de politie en, op grond van een artikel dat pas enkele dagen eerder in het Russische wetboek van strafrecht was opgenomen om critici de mond te snoeren, beschuldigd van het ‘opzettelijk verspreiden van onjuiste informatie over de inzet van de Russische strijdkrachten’. Nu wacht ze onder erbarmelijke omstandigheden haar proces af en riskeert ze tot tien jaar gevangenisstraf.

    WAT EIST AMNESTY?

    Intrekking van alle aanklachten en onmiddellijke invrijheidstelling.

    De 32-jarige Sasja werd op 11 april gearresteerd nadat er – volgens de officiële lezing – een klacht was ingediend door een gepensioneerde vrouw die in dezelfde supermarkt in Sint-Petersburg boodschappen deed als zij. Deze vrouw had papieren etiketjes aangetroffen met informatie over de Russische invasie in Oekraïne die door Sasja op artikelen waren geplakt. Er was informatie op te lezen die bijeen was gesprokkeld door onafhankelijke media in Rusland, zoals het bombarderen van het theater in Marioepol door het Russische leger terwijl zich daar kinderen bevonden, of het aantal Russische soldaten dat sinds het begin van de oorlog gesneuveld was. Deze informatie week inderdaad volstrekt af van het officiële verhaal, en de bejaarde dame was dan ook ‘uiterst verbolgen’. In haar aangifte legde ze uit dat ze sterk meeleefde met het lot van de Russische soldaten in Oekraïne zoals dat door de staatstelevisie werd getoond en dat ze het onverdraaglijk vond om zulke leugens te moeten lezen, aldus Radio Svoboda, de Russische tak van Radio Free Europe/Radio Liberty die door het Amerikaanse Congres wordt gefinancierd.

    Sasja blijft achter haar actie staan en houdt vol dat de informatie die zij heeft doorgegeven niet op leugens berust

    De rechercheurs hoefden alleen artikel 207.3 van het Russische wetboek van strafrecht maar van stal te halen dat begin maart, kort na de invasie in Oekraïne, via een wetswijziging in allerijl was ingevoerd. Ingevolge dit artikel staat op het ‘opzettelijk verspreiden van desinformatie over het Russische leger’ maximaal tien jaar gevangenisstraf. Het is inmiddels bijna tweeduizend keer toegepast tegen Russen die het optreden van hun leger in Rusland hebben bekritiseerd: bekende oppositieleden, studenten, docenten of pacifisten die door de politie in de gaten worden gehouden.

    FRANKRIJK

    ZINEB REDOUANE

    Op 1 december 2018, terwijl ze haar raam wilde sluiten, werd Zineb Redouane in het gezicht geraakt door een traangasgranaat die was afgevuurd door de politie om betogers uiteen te jagen. Ze overleed de volgende dag in het ziekenhuis. Bijna vier jaar later is het onderzoek naar haar dood nog steeds niet afgerond. Niemand is vanwege deze doodslag in staat van beschuldiging gesteld of geschorst.

    WAT EIST AMNESTY?

    Dat de Franse autoriteiten deze zaak ophelderen en dat er tegen degenen die er verantwoordelijk voor zijn een gerechtelijke procedure wordt aangespannen

    In het geval van Sasja was de tenlastelegging dat de informatie die op de door haar opgeplakte etiketten stond ‘onjuist’ was. De rechtbank gelastte een merkwaardig ‘linguïstisch onderzoek’ naar deze etiketten, uitgevoerd door twee vrouwelijke onderzoekers die bekendstaan als Kremlin-sympathisanten, aldus de in Litouwen gevestigde onlinekrant Meduza. Hun conclusie, waarin regelmatig de loftrompet werd gestoken over de ‘zeer humane houding van het Russische leger jegens de inwoners van Oekraïne’, luidde dat deze informatie onjuist was omdat ze niet overeenkwam met die welke door het Russische ministerie van Defensie werd verspreid. ‘Dit onderzoek is van nul en generlei waarde omdat de onderzoekers geen enkele kennis van de materie hebben,’ sneert advocaat Jana Nepovinnova. Sasja blijft achter haar actie staan en houdt vol dat de informatie die zij heeft doorgegeven niet op leugens berust.

    Zwakke gezondheid

    Het idee om de prijsstickers in Russische supermarkten te vervangen door etiketten over de oorlog was half maart gelanceerd door een organisatie die zich ‘Feministisch verzet tegen de oorlog’ noemt, aldus de Russische nieuwsdienst van de BBC. Op Telegram was zelfs al een opmaak gepost die klaar was om gedrukt te worden, vergezeld door enkele veiligheidsadviezen voor de activisten: mijd bewakingscamera’s en betaal alleen maar contant. ‘Maar al snel bleek dat deze maatregelen de anonimiteit van de activisten niet konden garanderen,’ vervolgde de BBC, die vermoedt dat in navolging van Sasja nog een tiental andere etikettenplakkers door de politie is geïdentificeerd en aan-gehouden.

    Op basis van getuigenissen van familie en goede bekenden kwam de BBC met een uitvoerig portret van deze veelzijdige jonge vrouw, die over een complexe en fragiele persoonlijkheid beschikt. Als kunstschilder, musicus en gelegenheidsjournalist (voor het onafhankelijke digitale blad Boemaga) was Sasja een bekende in het artistieke wereldje van Sint-Petersburg. Ze gaf toneel- en filmles aan Oekraïense kinderen, publiceerde een voor kinderen bedoeld boekje over ‘depressie’, speelde in toneelgroepen en deed al op haar tiende mee aan een komisch televisieprogramma. In een interview met Meduza vertelt haar partner Sonja dat Sasja al sinds haar kinderjaren met diverse gezondheidsproblemen kampt, waaronder een bipolaire stoornis en een glutenintolerantie, wat haar verblijf in de gevangenis extra zwaar maakt. 

    mikhail volkov yswsY2if JM unsplash
    Oekraïense troepen heroverden Boetsja, een stad vlak bij Kyiv.– © Unsplash

    Paul Biya slaat elke vorm van oppositie keihard neer

    De president, die al veertig jaar de absolute macht heeft, onderdrukt iedere vorm van oppositie, verlamt het land en schendt mensenrechten aan een stuk door.

    In februari 2017 eisten 27 Kameroense en internationale organisaties dat er een eind zou komen aan de willekeurige en illegale gevangennemingen in Kameroen, aldus Centrifuge Hebdo. Ook meldde het Kameroense weekblad dat er door deze organisaties een open brief was gestuurd aan Paul Biya, de president van de Republiek Kameroen.

    Naast Dorgelesse Nguessan, die gevangenzit nadat ze had deelgenomen aan een betoging, werden er nog talloze andere namen genoemd in dit openbare beroep dat op het staatshoofd werd gedaan. De open brief klonk als een lange opsomming van oppositieleden of gewone betogers die in het Kameroen van Paul Biya zijn gearresteerd en mishandeld. Zoals Penn Terence Khan: gearresteerd, gemarteld, beschuldigd van terrorisme en door een militaire rechtbank tot twaalf jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij T-shirts met politieke slogans had vervaardigd. En ook de onafhankelijke journalist Tsi Conrad, die door de militaire rechtbank tot vijftien jaar gevangenisstraf werd veroordeeld.

    KAMEROEN

    DORGELESSE NGUESSAN

    Dorgelesse Nguessan was kapster van beroep toen haar leven op zijn kop werd gezet. Op 22 september 2020 nam ze voor de eerste keer deel aan een vreedzame betoging in Douala, waarbij meer dan vijfhonderd mensen werden gearresteerd, onder wie Dorgelesse. Zij werd beschuldigd van rebellie, samenscholing en deelname aan een openbare betoging en veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

    WAT EIST AMNESTY?

    Onmiddellijke en onvoorwaardelijke invrijheidstelling.

    Een aantal van de mensen die werden genoemd had deelgenomen aan de mars op 22 september 2020, georganiseerd door partijen die oppositie voeren tegen het regime van Paul Biya en diens aftreden eisen. Volgens Human Rights Watch zetten de veiligheidstroepen vervolgens traangas en waterkanonnen in om overal in het land vreedzame betogingen uiteen te jagen. Bovendien zouden er meer dan vijfhonderd mensen zijn gearresteerd, voornamelijk leden en aanhangers van oppositiepartijen. De autoriteiten hebben bij zowel deze arrestaties als tijdens hun gevangenschap talloze mensen afgeranseld. Ook werden sommige betogers beschuldigd van bedreiging van de staatsveiligheid en tot lange gevangenis-straffen veroordeeld, aldus de website Cameroun1, die ook zelf met een lijst veroordeelden kwam. Op 8 december 2021 meldde de site dat minstens 154 activisten van de MRC [Beweging voor de weder-geboorte van Kameroen] en vijf andere van Stand Up for Cameroon, twee oppositiepartijen, creperen in de gevangenis.

    Paul Biya leidt Kameroen al sinds 1982 met ijzeren vuist. Bij de politieke crisis voegt zich inmiddels ook een ‘Engelstaligencrisis’, waarin de regering en separatistische groeperingen in Engelstalige regio’s in het westen van het land tegenover elkaar staan. Ook staat de veiligheid van Kameroen voortdurend onder druk door herhaaldelijke aanslagen van jihadistische groeperingen. Gevolg van deze spanningen is dat de veiligheidstroepen in het land de mensenrechten regelmatig schenden.

    285539 3 scaled 1
    Dorgelesse Nguessan’s zoon (l) en haar neefje voor hun huis. © Amnesty International

    Broer geëxecuteerde Nafid Afkari vreest voor zijn leven

    Na zijn arrestatie in 2018 op verdenking van moord werd deze tegenstander van het regime in de gevangenis met de dood bedreigd. Zijn geval illustreert de talloze ontsporingen van de Iraanse justitie, die wordt gecontroleerd door de machthebbers.

    Vahid Afkari was een eenvoudige stukadoor in Chiraz, een grote stad in het zuidwesten van Iran, toen hij op 17 september 2018 werd gearresteerd samen met zijn broer Navid, eveneens stukadoor maar ook een in Iran en het buitenland befaamde worstelaar. De autoriteiten beschuldigden de twee broers ervan in augustus 2018, tijdens een betoging vanwege de economische achteruitgang en de grote droogte, een man te hebben gedood die nu eens werd voorgesteld als een lid van de Iraanse inlichtingendienst en dan weer als een werknemer van het waterbedrijf van Chiraz.

    IRAN

    VAHID AFKARI

    Vahid Afkari en zijn twee broers hadden deelgenomen aan vreedzame betogingen in hun stad Chiraz, die waren gericht tegen de ongelijkheid en de politieke onderdrukking. Wegens die deelname werden ze thuis gearresteerd. Terwijl ze in afzondering werden gehouden en werden gemarteld, werden ze gedwongen overtredingen te ‘bekennen’ waaraan ze zich eerder herhaaldelijk onschuldig hadden verklaard. Een van de broers werd geëxecuteerd en de andere werd uiteindelijk vrijgelaten. Vahid zit sinds september 2020 in een isoleercel.

    WAT EIST AMNESTY?

    Een eind aan deze afschuwelijke mishandeling en intrekking van alle aanklachten.

    Navid Afkari werd ter dood veroordeeld en in september 2020 geëxecuteerd, ondanks internationale campagnes waarin het onrechtvaardige proces en de door marteling afgedwongen bekentenissen aan de kaak werden gesteld. Ook veroordeelde de rechter de broers van de worstelaar, Vahid en Habib Afkari, tot respectievelijk vierenvijftig en zevenentwintig jaar gevangenisstraf.

    Met de dood bedreigd

    Sindsdien crepeert Vahid in een isoleercel in de Adel Abad-gevangenis in Chiraz – zijn broer Habib is in maart 2022 vrijgelaten. In de context van de huidige, ongekende opstand tegen het regime van de moellahs zijn familie, goede bekenden en medestanders van Vahid beducht voor wraakacties en vrezen ze voor zijn leven, terwijl hij volgens diverse Iraanse media ook al aan mensonwaardige behandelingen wordt blootgesteld. Afgelopen augustus bevestigde zijn broer Saeed al op social media dat hij met de dood werd bedreigd en dat ‘de directeur van de Adel Abad-gevangenis weer een bewakingscamera in de isoleercel van Vahid wilde laten plaatsen voor zijn eigen veiligheid’, aldus Iran International, een in Londen gevestigde televisie-zender die tegen het Iraanse regime is gekant. Deze beslissing zou zijn ingegeven door het gerucht dat ‘bepaalde personen’ van de afwezigheid van een camera zouden willen profiteren om Vahid in de gevangenis te vermoorden, aldus zijn broer.

    IranWire, een andere oppositiesite, komt gedetailleerd terug op de arrestatie van de broers Afkari en citeert diverse getuigen die het officiële feitenrelaas ontkrachten en op talrijke juridische onregelmatigheden wijzen.

    Marteling

    Om te beginnen de plaats waar Vahid Afkari zich bevond toen de agent van de inlichtingendienst door de broers Afkari in Chiraz zou zijn gedood. Volgens een door de site geciteerd familielid was Vahid helemaal niet op de plek waar de moord plaatsvond. Toen hij werd gearresteerd ‘wilde justitie geen tussenkomst van onze advocaten in deze zaak zolang het onderzoek niet was afgerond’, zegt het familielid. ‘In de praktijk kwam het erop neer dat onze advocaten Vahid niet konden bijstaan voordat er (via marteling) een bekentenis was afgedwongen.’

    In augustus 2021 maakte Saïd Dehghan, de advocaat van de familie, bekend dat het verzoek om een nieuw proces door het hooggerechtshof was afgewezen, aldus BBC Persian. De advocaat maakte melding van ‘vierentwintig leugens en drie onwaarheden’ in het vonnis en noemde de vierenvijftig jaar gevangenisstraf waartoe was besloten ‘in strijd met het wetboek van strafrecht’. In een getuigenverklaring die in september 2020 in zijn gevangenis is opgenomen ging Vahid gedetailleerd in op de martelingen die hij tijdens zijn verhoren had moeten ondergaan. ‘Terwijl ik was vastgeketend hebben ze me over mijn hele lichaam geslagen en me elektrische schokken toegediend. Ze drukten me languit tegen de grond en sloegen met een knuppel tegen mijn voetzolen, waarna ze me dwongen om te lopen.’

    Begin april verklaarde Saeed Afkari op Twitter dat de gevangenisautoriteiten Vahid hadden geslagen en zijn hand hadden gebroken. ‘Wij zijn heel erg ongerust over onze broer maar onze weg blijft die van Navid en we zijn niet bang voor de dood,’ lichtte hij toe. 

    GettyImages 1229629333 kopie
    Maryam Rajavi, voorzitter van het National Council of Resistance of Iran (NCRI), betuigt haar respect aan de moeder van worstelkampioen Navid Afkari, die in 2020 werd geëxecuteerd. – © Siavosh Hosseini / SOPA Images / LightRocket via Getty Images

    Democratie opeisen is geen misdaad

    Twee gevangenisstraffen, dat is de prijs die Chow Hang-tung, een 37-jarige advocaat, moet betalen voor het verdedigen van democratische waarden. Ze was in Hongkong vicevoorzitter van het Verbond voor Steun aan Patriottistische Democratische Bewegingen in China.

    Omdat ze weigert te erkennen dat ze ergens schuldig aan is, zit Chow Hang-tung nog altijd achter de tralies. Haar twee veroordelingen houden verband met de herdenking van de massamoord op het Tiananmenplein in Beijing in juni 1989. Op 4 januari 2022 werd Chow tot vijftien maanden gevangenisstraf veroordeeld nadat ze drie weken eerder al een straf van een jaar opgelegd had gekregen.

    Tijdens een zitting van de rechtbank van West Kowloon op 2 september 2022 antwoordde Chow op de vraag van een rechterlijk ambtenaar of ze ‘de misdaad van het oproepen tot ondermijning van de staatsmacht’ erkende: ‘Het streven naar democratie is geen misdaad,’ aldus het nieuwsportaal Hong Kong 01. ‘In het Victoriapark hebben de inwoners van Hongkong zich van hun beste kant laten zien,’ verklaarde ze ontroerd tijdens dezelfde zitting. In haar jaren op de basisschool vergezelde ze haar moeder al naar het Victoriapark om de herdenking van Tiananmen bij te wonen. Nadat ze in 2010 haar doctorsgraad in de natuurkunde had behaald in Oxford, keerde Chow terug naar haar geboorteplaats om rechten te studeren. Tegelijkertijd werd ze vrijwilliger bij het in 1989 opgerichte Verbond voor Steun aan Patriottistische Democratische Bewegingen in China. Het Verbond – waarvan ze zes jaar later vicevoorzitter werd – ijvert voor ‘de invrijheidstelling van prodemocratische activisten’ en streeft naar een einde aan de eenpartijdictatuur. 

    HONGKONG

    CHOW HANG-TUNG

    Chow is een advocaat gespecialiseerd in mensenrechten. Op 4 juni 2021 heeft ze op social media mensen aangemoedigd de repressie op het Tiananmenplein te herdenken door middel van het aansteken van kaarsjes. Ze werd nog diezelfde dag gearresteerd wegens het ‘bevorderen van of ruchtbaarheid geven aan een niet-toegestane bijeenkomst’. Ze zit momenteel een gevangenisstraf van tweeëntwintig maanden uit wegens‘ongeoorloofde samenscholing’.

    WAT EIST AMNESTY?

    Intrekking van alle aanklachten en onmiddellijke invrijheidstelling.

    Elk jaar werd er op de avond van 4 juni een herdenking gehouden, zelfs na de overdracht van Hongkong aan de Volksrepubliek China in 1997, aldus de Singaporese krant Lianhe Zaobao, die eraan toevoegt dat zelfs in 2020, het jaar waarin de nationale veiligheidswet voor Hongkong werd aangenomen en de politie de bijeenkomst niet langer toestond, talrijke inwoners van Hongkong desondanks met kaarsen in de hand naar het park zijn blijven komen.

    Handlanger van het buitenland

    In augustus 2021 beschuldigde de politie van Hongkong het Verbond ervan ‘een handlanger van het buitenland’ te zijn en werden de gegevens van de leden opgeëist. Volgens de Amerikaanse zender Voice of America was dat de eerste keer dat de politie op grond van een artikel uit de nationale veiligheidswet inzake buitenlandse handlangers van een niet-gouvernementele organisatie eiste dat ze haar gegevens prijsgaf. Een maand later maakte het Verbond zijn opheffing bekend.

    PARAGUAY

    YREN ROTELA ET MARIANA SEPULVEDA

    Deze twee Paraguayaanse transgendervrouwen mogen hun voornaam niet veranderen en kunnen geen identiteitsbewijzen krijgen die stroken met hun genderidentiteit. Zij zetten zich in voor verandering. De overheid en conservatieve groeperingen in Paraguay staan vijandig tegenover de lhbtiq-gemeenschap en proberen haar onzichtbaar te maken. Betogingen, die vaak verboden zijn, vormen soms het mikpunt van aanslagen.

    WAT EIST AMNESTY?

    Dat het gender van transpersonen juridisch wordt erkend door de Paraguayaanse overheid zodat zij hun grondrechten kunnen
    uitoefenen.

    Op 29 mei 2022 postte Chow Hang-tung op Facebook: ‘Een kaarsje branden is geen misdaad.’ In haar post zei ze het te betreuren dat gezien de juridische context haar verbond geen herdenking meer kon organiseren. ‘De regering kan bijeenkomsten op een bepaalde plek verbieden, maar ze kan niet verbieden dat overal in Hongkong kaarsjes worden aangestoken.’ Chow’s advocaat zei tegen het blad Ming Pao, dat de kaars het gewicht van het geweten draagt en dat de inwoners van Hongkong de waarheid blijven spreken.’ Ze benadrukte dat ‘het aan hen te danken is die, goedschiks of kwaadschiks, een ruimte in dit land hebben weten te behouden waar de waarheid kan worden gesproken’. 

    Chow werd ervan beschuldigd ‘anderen aan te zetten tot deelname aan een verboden bijeenkomst’, meldde Ming Pao een maand later. De website van de krant schrapte Chows artikel, waarna het door de Chinees-Amerikaanse site China Digital Times werd overgenomen.

    Op 26 mei 2021 publiceerde Apple Daily, een andere toonaangevende krant in Hongkong, een portret van Chow: ‘Laat de angst zich niet verspreiden’, schreef het blad, eraan toevoegend dat ‘de angst als een aangekondigde plaag in alle hoeken van Hongkong om zich heen grijpt’. 

    Het portret eindigde met de vraag of er in het huidige Hongkong nog plaats is voor burgers zoals Chow. Uit angst voor represailles is Apple Daily een maand later dichtgegaan na eerst al zijn archieven te hebben geruimd. Het portret van Chow is bewaard door de site Wenku, een platform dat de geschiedenis van Hongkong ‘veilig wil stellen’.

    GettyImages 1233394082 kopie
    Chow Hang-tung spreekt met de pers voordat de rechtszitting begint tegen twintig prodemocratische activisten. © Hsiuwen Liu/SOPA Images / LightRocket via Getty Images

    Tot wel tien jaar celstraf voor post op Facebook

    Omdat hij zijn bezorgdheid over de plannen om een kolencentrale te bouwen in Banshkhali met jongeren had gedeeld, heeft milieuactivist Shahnewaz Chowdhury tachtig dagen gevangengezeten en riskeert nog eens tien jaar opsluiting.

    ‘Milieuactivist Shahnewaz Chowdhury is momenteel voorwaardelijk vrij,’ meldt Al-Jazeera op zijn website. Maar hij riskeert tien jaar gevangenisstraf vanwege een post op Facebook. Shahnewaz Chowdhury, die zich in Bangladesh actief inzet voor het milieu, was in mei 2021 gearresteerd omdat hij zijn bezorgdheid had uitgesproken over de plannen om een kolencentrale te bouwen in Banshkhali, een stad in het zuidwesten van Bangladesh.

    BANGLADESH

    SHAHNEWAZ CHOWDHURY

    Deze ingenieur heeft op social media zijn zorgen geuit over de bouw van een nieuwe kolencentrale in zijn dorp. Verder heeft hij de jongeren in zijn land aangemoedigd om luid en duidelijk in het geweer te komen. In mei 2021 is Shahnewaz vanwege zijn post op Facebook door de politie gearresteerd. Hij werd tachtig dagen vastgehouden onder onmenselijke omstandigheden, zonder veroor- deeld te zijn. Hij werd in augustus 2021 voorwaardelijk vrijgelaten maar riskeert tien jaar gevangenisstraf.

    WAT EIST AMNESTY?

    Intrekking van alle aanklachten tegen hem.

    In een ‘moedige boodschap’ had hij jongeren opgeroepen om ‘in opstand te komen tegen onrechtvaardigheid’ en hen deelgenoot gemaakt van zijn zorgen over een centrale die ‘het milieu verpest’. Dat kwam hem, ingevolge de wet op de digitale veiligheid, op een beschuldiging van het verspreiden van ‘onjuiste en beledigende’ informatie te staan en van het creëren van ‘chaos’.

    De 37-jarige man heeft tachtig dagen in de gevangenis gezeten en riskeert nog eens tien jaar opsluiting. De maximumstraf onder deze wet, die door critici als ‘draconisch’ wordt bestempeld, is veertien jaar gevangenis. Het plan om een kolencentrale in Banshkhali te bouwen is uitermate controversieel: meer dan twaalf mensen zijn geveld door politiekogels toen ze in april 2021 tegen de komst van de centrale protesteerden. ‘Het inzetten van de wet op de digitale veiligheid [tegen Shahnewaz Chowdhury] is niet te rechtvaardigen en een flagrant voorbeeld van wetsmisbruik,’ zegt C.R. Abrar, een Bengalese academicus, in de krant Daily Star.

    Zwijgen opleggen

    Mensenrechtenorganisaties beschul-digen de regering ervan de wet te misbruiken om milieuactivisten en andere critici het zwijgen op te leggen. ‘De arrestatie van Shahnewaz Chowdhury zal een ontmoedigende uitwerking hebben op mensen die de corruptie en de onrechtmatigheden aan de kaak stellen die gepaard gaan met het plan voor de kolencentrale,’ zegt Abrar, die oproept om de beschuldigingen aan het adres van de milieuactivist in te trekken. 


    Symbolen die worden gevangengezet

    Op 25 juni viel het vonnis, na een haastig proces achter gesloten deuren: de 34-jarige Luis Manuel Otero Alcántara werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

    Hij zat al sinds 11 juli 2021 in voorlopige hechtenis omdat hij wilde deelnemen aan de grote betogingen die Cuba die dag op zijn kop zetten. Als lid en medeoprichter van de Movimiento San Isidro, waarin Cubaanse kunstenaars en ontwerpers zich in 2018 hebben verenigd om in het geweer te komen tegen de censuur en de dictatuur op het eiland, was hij al diverse keren in de gevangenis beland. Otero Alcántara, die door het Amerikaanse blad Time tot een van de honderd invloedrijkste figuren van 2021 is uitgeroepen, werd veroordeeld vanwege ‘het beledigen van symbolen van het vaderland, het beledigen van de autoriteiten en het verstoren van de openbare orde’, schreef de Nuevo Herald in Miami de dag na het vonnis.

    De krant citeerde Julie Trébault, directeur van de Artist at Risk Connection van PEN America, een ngo die opkomt voor de vrijheid van meningsuiting, die zei dat ‘het gaat om een aanslag op de artistieke vrijheid op Cuba, op Cubaanse kunstenaars en activisten die strijden voor het recht om zich uit te spreken. Maar hoe de Cubaanse regering ook haar best doet om de vrijheid van meningsuiting met wortel en tak uit te roeien, ze zal daar niet in slagen.’

    Luis Manuel Otero Alcántara verscheen in een clip die in januari 2021 op YouTube werd gepost door een groep bekende funk- en rapartiesten op het eiland en werd daarmee een symbool van het Cubaanse protest. Zijn hit ‘Patria y Vida’, het tegenovergestelde van de favoriete slogan ‘Het vaderland of de dood’ van het castristische regime, bevat teksten als: ‘Geen leugens meer. Het volk eist vrijheid, geen doctrines meer. Wij roepen niet meer “Het vaderland of de dood” maar “Het vaderland en het leven”.’ Een van de schrijvers van het nummer, rapper Maykel ‘Osorbo’ Castillo, die nog op het eiland woont – de andere auteurs leven in ballingschap in Miami – werd tot negen jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens ‘belediging van de autoriteiten, verstoring van de openbare orde en smaad jegens instituties en helden en martelaars van de Cubaanse revolutie.’

    Luis Manuel Otero Alcántara ging afgelopen oktober een week in hongerstaking omdat hij niet mocht telefoneren noch bezoek mocht ontvangen.

    Dit artikel werd samengesteld in samenwerking met Courrier International en Amnesty International.

  • Wereldnieuws: Toenemende censuur in Indonesië & meer

    Wereldnieuws: Toenemende censuur in Indonesië & meer

    Toenemende censuur in Indonesië

    Eerder deze maand nam het parlement van Indonesië een wet aan die veel kritiek oogst omdat daarmee onder meer seks voor het huwelijk en samenwonen buiten het huwelijk strafbaar worden. Minder aandacht kreeg het feit dat diezelfde wet, die bekendstaat als KUHP, ook de greep van de regering op online-uitingen sterk vergroot, schrijft Rest of World. Dat betreft berichtgeving door traditionele media, maar ook uitingen van particulieren op sociale media. De wet beperkt een breed scala aan uitingen, uiteenlopend van het verspreiden van nepnieuws en marxistisch-leninistische ideologieën tot het beledigen van de president. Techbedrijven kunnen worden gedwongen om inhoud te verwijderen die de Indonesische regering onwelgevallig is.

    AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten

    Hoofdstuk 241 van de KUHP is bijvoorbeeld gericht tegen critici van de regering en betreft ‘verspreiding van vernederingen van de regering of staatsinstellingen’. Hoofdstuk 218 richt zich op degenen die ‘de eer en waardigheid’ van de president of vicepresident aantasten, behalve als dat gebeurt in ‘het algemeen belang of uit zelfverdediging’. Gebruikte termen als ‘vernedering’, ‘kritiek’ en ‘nepnieuws’ zijn uiterst vaag en rekbaar, is de klacht van onder meer Damar Juniarto, van het Southeast Asia Freedom of Expression Network (SAFEnet). Dat stelt de regering in staat dergelijke termen naar believen te interpreteren. De zinsnede ‘elke vorm van informatietechnologie’ betekent dat de wet kan worden toegepast op alle vormen van kritiek op sociale media. ‘Iedereen kan gecriminaliseerd worden,’ aldus Juniarto. AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten. 

    De nieuwe wet volgt op de eerdere zogenoemde PSE-verordening die digitale platforms verplicht zich in Indonesië te registreren, waarna de platforms zijn gehouden om alle inhoud te verwijderen die de regering ‘onwettig’ acht – een brede term die van toepassing kan zijn op van alles, variërend van pornografie tot grappen over de president. 

    hobi industri 7tXqXcVcLDM unsplash
    © Unsplash

    Tunesische vakbond waarschuwt president

    De UGTT, de machtigste vakbond van Tunesië, heeft de Tunesische president Kais Saied gewaarschuwd dat een tweede ronde van de omstreden parlementsverkiezingen moet worden uitgesteld om chaos te voorkomen, aldus Al Jazeera. Volgens de UGTT zal het nieuwe parlement geen legitimiteit hebben, gezien de absurd lage opkomst bij de eerste verkiezingsronde eerder deze maand, toen uit protest slechts 11,2 procent van de kiesgerechtigden stemde. ‘Ik verwachtte dat de president de boodschap van die lage opkomst zou hebben begrepen… maar hij gaat door met zijn plannen,’ aldus UGTT-voorman Noureddine Taboubi. Zijn vakbond met meer dan een miljoen leden wist eerder door stakingen de economie stil te leggen en speelde een belangrijke rol in de revolutie van 2011.

    In Tunesië is het onrustig sinds Saied vorig jaar het door de oppositie gedomineerde parlement ontbond en de grondwet zodanig wijzigde dat die ondergeschikt werd aan het presidentschap. De oppositie beschuldigt hem ervan een ‘staatsgreep’ te hebben gepleegd.

    Kais Said 2
    Kais Saied – © Houcemmzoughi / Wikimedia

    Vliegen met een geladen pistool

    De Transportation Security Administration (TSA), die zorg draagt voor de binnenlandse veiligheid in het luchtverkeer in de Verenigde Staten, liet deze maand weten dat de maximumstraf voor overtredingen met vuurwapens zal worden verhoogd, nadat medewerkers in 2022 een recordaantal vuurwapens onderschepten bij veiligheidscontroles op luchthavens. TSA-agenten namen meer dan 6301 vuurwapens in beslag, en daarvan was meer dan 88 procent geladen, schrijft BuzzFeed News. Dat aantal overtreft het vorige record van 5072 uit 2021, en volgens TSA zullen er in de laatste weken van dit jaar nog eens zo’n 300 wapens in handbagage worden gevonden. Dat betekent dat TSA dit jaar dagelijks bijna 16 geladen vuurwapens aantrof. Als reactie daarop zal de TSA de maximumboete voor overtredingen met vuurwapens verhogen tot 14.950 dollar, ruim 14.000 euro.

    patrick campanale oCsQLKENz34 unsplash
    O’Hare International Airport Chicago, VS – © Unsplash

    Opgedragen aan sekswerkers 

    Jaarkalenders hebben vaak een thema. Dat zette Playbabe-oprichters Aurélia Majean en Lucy Owen Jones aan het denken: waarom niet de 2023-editie opdragen aan sekswerkers? Playbabe is een non-profitproject dat verschillende feministische verenigingen steunt en kalenders gebruikt om geld in te zamelen.

    Vorig jaar zamelden zij geld in voor En Avant Toutes, dat zich inzet voor gendergelijkheid en het einde van geweld tegen vrouwen en mensen uit de lgbtqia+-gemeenschap. De Playbabe-kalender van 2023 doneert 100 procent van de verkoopwinst aan Hydra Berlin, dat opkomt voor de rechten van sekswerkers. Tot nu toe is er 1200 euro ingezameld, aldus Itsnicethat.


    Griekenland presteerde het best in 2022

    The Economist stelde een lijst samen van landen die het best en landen die het slechtst presteerden in 2022, dat als een slecht jaar de boeken in gaat. Door sterke inflatie gingen de meeste inkomens in rijke landen erop achteruit en aandelenmarkten kelderden wereldwijd met 20 procent. Verrassend genoeg heeft vooral het Middellandse Zeegebied reden voor een economisch feestje. Bovenaan de lijst staat Griekenland, en ook Portugal en Spanje scoren hoog. Ondanks de politieke chaos deed Israël het goed.

    In Zwitserland bleef de inflatie laag en stegen de consumentenprijzen met slechts 3 procent. Landen met niet-Russische energiebronnen, zoals Spanje, dat een groot deel van zijn gas uit Algerije betrekt, scoorden bovengemiddeld. Duitsland had een slecht jaar ondanks de politieke stabiliteit, en Estland en Letland – die werden geprezen om hun hervormingen – staan nu onderaan. Nederland eindigt op de 19e plek van de 34 geanalyseerde landen.


    Bedrijven bemoeien zich met uiterlijk Schotse binnensteden

    Meer dan drie van de vier grootste winkelcentra in Schotland zijn geregistreerd in belastingparadijzen, zo blijkt uit onderzoek door de Schotse onderzoeksjournalistieke site The Ferret. Het onderzoek maakt deel uit van de serie Who Owns Urban Scotland?, waarin de site oproept tot meer transparantie over de belangen van eigenaren en hun betrokkenheid bij Schotse steden. Gekeken werd naar 23 grote winkelcentra in Glasgow, Edinburgh, Dundee, Aberdeen, Inverness, Perth, Stirling en Dunfermline. Daarvan hebben 18 winkelcentra eigendomsstructuren die gebruik maken van in belasting-paradijzen geregistreerde bedrijven.

    Veel winkelcentra worstelen met de klappen die de retailmarkt vooral sinds de pandemie kreeg te verwerken

    Veel winkelcentra worstelen met de klappen die de retailmarkt vooral sinds de pandemie kreeg te verwerken. Tussen 2016 en 2021 ging 83 procent van de winkels failliet, waaronder grote warenhuizen als BHS en Debenhams – ‘ankerpunten’ waar winkelcentra traditioneel van afhankelijk waren. Hun verdwijnen bemoeilijkt het bestrijden van de huidige leegstand. Sommige buurten zullen worden omgevormd tot ‘stadswijken’ met nieuwe straten, kantoren, woningen en openbare ruimte. Critici betogen dat de ‘onzichtbare’ eigenaren van dergelijke winkelcentra een ‘onhoudbare invloed’ hebben op de ontwikkeling van Schotse stedelijke centra en pleiten voor wetgeving die een einde maakt aan het gebruik van belastingparadijzen. Registratie in een belastingparadijs is niet illegaal, maar organisaties als het Tax Justice Network, menen dat overheden hierdoor inkomsten mislopen en dat het kleinere, binnenlandse bedrijven ondermijnt.

    Billy Wilson Jenners Department Store Edinburgh Scotland
    Billy Wilson Jenners Department Store Edinburgh Scotland

  • VS: Frans cementbedrijf Lafarge zwaar bestraft voor steun aan IS in Syrië

    VS: Frans cementbedrijf Lafarge zwaar bestraft voor steun aan IS in Syrië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: hoofd cybersecurity ontslagen wegens vermeende banden met Rusland

    » Ethiopisch leger verovert verschillende steden in door oorlog verscheurd Tigray

    Lafarge krijgt boete van 778 miljoen dollar

    Het Franse cementbedrijf Lafarge moet 778 miljoen dollar betalen aan de VS voor het steunen van terroristische organisaties in Syrië, waaronder de Islamitische Staat, tussen 2013 en 2014, bericht France24. Het bedrijf pleitte dinsdag schuldig. In Frankrijk loopt er nog een aanklacht tegen Lafarge voor ‘medeplichtigheid aan misdaden tegen de menselijkheid’.

    Het Amerikaanse ministerie van Justitie beschuldigde het bedrijf ervan samen te werken met de Islamitische Staat tijdens de oorlog in Syrië. ‘Midden in een burgeroorlog maakte Lafarge de ondenkbare keuze om IS, een van de meest barbaarse terroristische organisaties ter wereld, geld toe te steken om cement te kunnen blijven verkopen’, zei federaal aanklager Breon Peace.

    De onderneming werd ervan verdacht in 2013 en 2014 via haar Syrische dochteronderneming Lafarge Cement Syria (LCS) miljoenen euro’s te hebben betaald aan terroristische groeperingen, waaronder de Islamitische Staat, en tussenpersonen, om de activiteit van een cementfabriek in de Syrische stad Jalabiya in stand te houden terwijl het land in oorlog was. Volgens het onderzoek van de Franse autoriteiten zouden alleen al de betalingen aan IS 4,8 tot 10 miljoen euro hebben bedragen.

    Lees ook:

  • Peru: president aangeklaagd voor corruptie

    Peru: president aangeklaagd voor corruptie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Venezuela: bijna honderd doden bij aardverschuivingen door regen

    » Biden dreigt Saoedi-Arabië met vergelding vanwege verlaging olieproductie

    Twee ex-ministers verdacht van machtsmisbruik

    De procureur-generaal van Peru, Patricia Benavides, diende dinsdag een grondwettelijk beroep in tegen president Pedro Castillo. Ze beschuldigt hem van corruptie, meldt El Comercio. Deze actie zou kunnen leiden tot de schorsing van het linkse staatshoofd.

    Twee voormalig ministers worden verdacht van lidmaatschap van een criminele organisatie

    Dit is de eerste keer in Peru dat een zittende president het doelwit is van een dergelijke actie. Benavides richt zich ook tegen twee voormalig ministers van de linkse regeringsleider, die sinds vijftien maanden aan de macht is: Juan Silva, belast met vervoer en communicatie, en Geiner Alvarado, belast met huisvesting. Beiden worden ze verdacht van machtsmisbruik en lidmaatschap van een criminele organisatie, geleid door de president.

    Het Peruaanse parlement zal zich de komende dagen over het beroep buigen. Er zijn ten minste 66 van de 130 stemmen nodig om Pedro Castillo, wiens linkse parlementaire alliantie in moeilijkheden verkeert en slechts een derde van de afgevaardigden heeft, te schorsen.

    Lees ook:

  • Mexicaanse justitie doet onderzoek naar voormalig president Peña Nieto

    Mexicaanse justitie doet onderzoek naar voormalig president Peña Nieto

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bibliotheken Oklahoma verboden om informatie over abortus te verstrekken

    » Oorlog in Jemen: wapenstilstand verlengd met twee maanden

    Peña Nieto mogelijk betrokken bij witwassen en corruptie

    Het Mexicaanse Openbaar Ministerie heeft dinsdag aangekondigd dat het een onderzoek instelt naar voormalig president Enrique Peña Nieto ‘wegens vermogensdelicten, witwassen van geld en corruptie’, meldt El Universal. In het bijzonder zal het OM onderzoek doen naar mogelijke misdrijven waarbij de Spaanse bouwgigant OHL betrokken is.

    De aankondiging komt bijna een maand na een rapport van de financiële inlichtingeneenheid van het ministerie van Financiën, waaruit bleek dat de voormalige president (2012-2018), die momenteel in Madrid verblijft, meer dan 1 miljoen dollar had ontvangen via illegale overmakingen. Peña Nieto ontkent elke illegale activiteit.

    Lees ook: