Onderwerpen: Corruptie

  • Twee mannen raakten gefascineerd door Noord-Korea – en infiltreerden

    Twee mannen raakten gefascineerd door Noord-Korea – en infiltreerden

    Een werkloze kok heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit op film was vastgelegd: hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars bereid zijn om de VN-sancties grof te schenden. Dat toont de film De Mol. Het verhaal is zo bizar, dat velen aan de echtheid twijfelen.

    Aan het einde van de film, in een van de laatste shots, zit Ulrich Larsens echtgenote Sacha met de rug naar de camera. Haar blik is op haar man gericht, en langzaam zegt ze: ‘Ik vind dat je een idioot bent. Ook omdat je me niets verteld hebt.’ Wat antwoorddde UlrIch Larsen, ‘de mol’ zoals hij in de film genoemd wordt, zijn vrouw? ‘Ja, je hebt gelijk.’

    Een van de beste geheime operaties

    Hij is werkelijk naar de afspraak gekomen, de man die verantwoordelijk is voor wat Ola Kaldager, ooit chef van de Noorse inlichtingendienst E14, ‘een van de beste geheime operaties’ noemt die hij ooit heeft gezien. De man die door de Noord-Koreanen een leugenaar en een manipulator wordt genoemd. Nu zit hij in een onopvallend café in een onopvallende buitenwijk van Kopenhagen, waar Ulrich Larsen met zijn vrouw en kinderen woont. Hij draagt een grijs sweatshirt en heeft een kaalgeschoren hoofd. Je begrijpt meteen hoe zo iemand zich onzichtbaar kan maken. Hij is bovendien rustig en analytisch, en een nauwkeurige verteller met een verbazingwekkende opmerkzaamheid. 

    Ze hadden nooit gedacht dat het zo groot zou worden. Ulrich Larsen niet, die de hele zaak op touw had gezet, en Jim Latrache-Qvortrup, de ‘dritte im Bunde’, al evenmin. ‘Het werd voor een deel zo gek dat ik de mensen begrijp die zeggen: “Dat kan helemaal niet,”’ zegt Latrache-Qvortrup. ‘Hoe moet je in hemelsnaam deze film uitleggen aan iemand die hem nog niet gezien heeft? Hoe doe je dat?’

    Een poging: een Deense kok die door ziekte arbeidsongeschikt is verklaard en van een uitkering leeft, duikt in de bizarre wereld van de vrienden van Noord-Korea in Europa. Daar speelt hij tien jaar lang als undercover de trouwe communist, en dringt hij steeds dieper door in de inner circle van de hiërarchie, tot hij samen met een voormalige cokedealer en legionnair van het vreemdelingenlegioen bij geheime ontmoetingen in Beijing en Pyongyang Noord-Koreaanse wapenhandelaars ertoe brengt verdragen te ondertekenen die onder andere voorzien in de bouw van een ondergrondse fabriek voor drugs en wapens door Noord-Korea op een eiland in het Victoriameer in Oeganda.

    Dat zou, in grote lijnen, pas de helft van het verhaal zijn. Klinkt dat te grotesk voor een Hollywood-scenario? Het wordt nog gekker: Ulrich Larsen heeft elke afzonderlijke stap in deze reis gefilmd, met inbegrip van het ondertekenen van het verdrag voor de wapenfabriek in een geheime kelder in Pyongyang.

    De mol

    Al die jaren werkte Ulrich Larsen samen met de documentairefilmer Mads Brügger uit Kopenhagen. Lars zocht contact met hem nadat hij een vroegere documentaire over Noord-Korea van Brügger had gezien, en bood hem aan materiaal te leveren. Aanvankelijk was Brügger niet geïnteresseerd. ‘Die Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging is een tamelijk deprimerende aangelegenheid,’ zegt Mads Brügger bij een gesprek in zijn kantoor in de binnenstad van Kopenhagen. ‘Maar ik heb tegen Larsen gezegd: als er ontwikkelingen zijn, hou me dan op de hoogte.’

    Er waren ontwikkelingen. En Mads Brügger maakte daarvan uiteindelijk de documentaire De mol, die in première ging bij de BBC en de publieke tv-zenders in onder andere Denemarken, Noorwegen en Zweden [en Nederland]. 

    Nogmaals: een werkloze kok, vader van een gezin uit een buitenwijk van Kopenhagen, fan van Metallica en liefhebber van modelspoorbaantjes, heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit door iemand op film was vastgelegd – namelijk hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars blijkbaar bereid zijn om de door de Verenigde Naties uitgevaardigde sancties grof te schenden.

    En terwijl Noord-Korea-deskundigen erover twisten of de in de film getoonde Noord-Koreanen zich wel echt aan hun deel van de deal gehouden hebben, of dat in dit schimmenspel misschien iedereen alle anderen voor de gek houdt, hebben medewerkers van de Verenigde Naties contact gelegd met de filmmakers en bestuderen ze het door hen geleverde materiaal. En de ministers van Buitenlandse Zaken van Zweden en Denemarken meldden zich met een gemeenschappelijke verklaring: ‘Wij nemen de inhoud van de documentaire zeer serieus,’ heet het. Men heeft besloten de zaak voor te leggen aan de EU en het VN-comité voor sancties.

    ‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf. Ik had een project nodig’ 

    Waarom steekt iemand zijn neus in zulke zaken? In het café vertelt Ulrich over zijn vader die werkte op de veerboten die van Denemarken naar Duitsland voeren. Als kind mocht hij vaak meevaren, meestal naar Puttgarden, maar soms ook naar het Oost-Duitse Warnemünde. De zeelui hadden er plezier in de jongen te waarschuwen om niet aan land te gaan. ‘Ze zeiden dat daar het communisme wachtte.’ Kort na de val van de muur, als hij dertien is, leerde hij op een van die schepen een jongen uit Rostock en zijn zus kennen. De families bezochten elkaar over en weer. ‘Wij kwamen in Rostock en zij bij ons in Gedser. We voerden urenlange gesprekken, ook over socialisme en kapitalisme, over het gedeelde Duitsland.’ Sindsdien spreekt Larsen bijna accentloos Duits.

    Hij wilde altijd kok worden, zegt Larsen, en toen hij het werd, voelde hij zich helemaal op zijn plek: de vriendschap in de keuken, het plezier, en dan elke dag het moment ‘waarop de stilte in een paar seconden verandert in een wervelstorm’. 

    Op zeker moment deed zijn alvleesklier niet meer mee, hij kreeg zware diabetes. Nog altijd is eten pijnlijk voor hem. Algauw was van werken geen sprake meer. ‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik had een project nodig.’ Toen zag hij op televisie The Red Chapel, een film van Mads Brügger, die in 2009 met twee uit Korea afkomstige Deense komieken naar Noord-Korea gereisd was. Noord-Korea fascineerde hem, zegt Larsen. Urenlang zocht hij informatie op het internet. Aanvankelijk was hij vooral geboeid door de parallellen met het gedeelde Duitsland, maar algauw boezemde het atoomprogramma van de regerende Kim-dynastie hem angst in. ‘Ik dacht: Kan ik misschien iets doen?’

    Ulrich Larsen legt contact met de filmmaker. En wordt lid van de Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging, een troosteloos stelletje socialisten van de oude stempel. Van het begin af aan nam hij zijn camera mee en gebruikte die om korte fimpjes van de vergaderingen op het net te zetten. In die filmpjes wordt Larsen een propagandist van het regime, hij prijst het goede leven in Noord-Korea. ‘Het ging erom het vertrouwen van die mensen te winnen,’ zegt hij. Steeds weer gebeurde er maandenlang niets. Larsen blijft geduldig. Hij vertelt zijn vrouw over de vriendschapsvereniging, maar niet over zijn ware bedoelingen, niet over het filmproject.

    In 2012 wordt Ulrich voor het eerst uitgenodigd om naar Noord-Korea te komen. Daar krijgt hij een medaille van het regime voor zijn loyaliteit, en op die reis leert hij Alejandro Cao de Benós kennen, een van de meest kameleontische figuren in het verhaal: Cao de Benós stamt af van verarmde Spaanse adel maar heeft in de voorbije jaren met zijn ‘Korean Friendship Association’ (KFA) naam gemaakt als de grootste cheerleader van het regime

    Hij trad de laatste jaren in het Westen steeds weer op als bemiddelaar voor degenen die toegang wilden krijgen tot het geïsoleerde land. In de film leren we Alejandro Cao de Benós kennen als iemand die in Pyongyang in een operette-achtig officiersuniform voor duizenden partijbonzen Koreaanse slagzinnen brult, en die Larsen waarschuwt voor ‘de neger’, die ‘alleen maar slaapt en steelt’.

    ‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in’ 

    Interessant wordt het verhaal op het moment waarop de Spanjaard Ulrich Larsen opneemt in zijn KFA, hem tot zijn ‘Scandinavische vertegenwoordiger’ maakt en hem dan verzoekt om investeerders te zoeken voor het door de sancties geteisterde Noord-Korea. Het is intussen 2016. En nu spitst regisseur Mads Brügger zijn oren. ‘Ik wist dat we Alejandro een investeerder moesten presenteren.’ Dus ging hij op zoek naar een acteur die voor hem de rol kon spelen van een Noorse oliemiljonair. En hij vond ‘mr. James’, in het echte leven Jim Latrache-Qvortrup, voormalig soldaat van het vreemdelingenlegioen en cocaïnedealer van de Kopenhaagse jetset, die op dat moment juist vrijkwam uit de gevangenis. ‘In het Deens zeggen we dan: alsof er een sinaasappel in je tulband valt,’ zegt Mads Brügger. Een gelukstreffer. ‘Jim bloeit op in gevaarlijke situaties. En dan ontpopt hij zich ook nog als een begenadigd toneelspeler.’

    ‘Eerst zei ik tegen Mads: je maakt een grapje zeker,’ vertelt Jim Latrache-Qvortrup, ‘en toen: ik doe het.’ Zijn luide schaterlach rolt door de lobby van het hotel. Latrache heeft voorgesteld het gesprek te voeren in het ‘Angleterre’, de elegantste gelegenheid van Kopenhagen. Hij heeft een kortgeknipte volle baard en perfect gekamde haren, net alsin de film. ‘Jezus,’ zegt hij. ‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in.’ 

    In de docu speelt hij een in Karl Lagerfeldpakken geklede blaaskaak die op zoek is naar crystal meth en wapens. In werkelijkheid heeft hij, dyslectisch als hij is, met de hulp van zijn vrouw – model en Zuid-Oostazië-specialist – in de gevangenis alsnog zijn eindexamen gehaald, en speelt hij tijdens het diner de liefdevolle en charmante tafelheer. ‘Voor mij was het een achtbaanritje op adrenaline,’ zegt hij.

    Krankzinnige reis

    Vanaf dat moment reizen Ulrich Larsen en ‘mr. James’ samen. Het wordt een krankzinnige reis. Deels gefilmd met een verborgen camera, maar vaak ook heel openlijk door Larsen, die de kameraden al jaren kennen als YouTuber voor de Noord-Koreaanse zaak. We zien Alejandro Cao de Benós die al tijdens het eerste gesprek met ‘mr. James’ opschept dat Noord-Korea ‘zich aan geen enkele regel hoeft te houden’: ze kunnen zorgen voor crystal meth, maar willen ook graag ‘fabrieken bouwen om duikboten en tanks te produceren.’

    Allemaal loze praatjes? In een schriftelijke reactie verklaart Cao de Benós dat de film ‘in scène gezet en gemanipuleerd’ is. Hij zou nooit een opdracht uit Noord-Korea voor wapen- of drugsdeals hebben gekregen. Maar in de film zitten de twee Denen na zijn bemiddeling al snel met mensen van de Noord-Koreaanse geheime dienst achter in een limousine in Pyongyang, en vervolgens in een ondergronds restaurant, waarin de ondertekening van een heel bijzondere overeenkomst ’wordt gevierd met karaoke en vele rondjes “Skol!”: de Noord-Koreanen hadden voorgesteld een ondergrondse fabriek voor crystal meth en wapens te bouwen in Oeganda, op een eiland in het Victoriameer, onder een luxe resort. Codenaam: “The Tourism Project”’.

    ‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’

    Ze ontmoeten de Noord-Koreanen in Oeganda om het eiland te bezichtigen, en horen een als ‘Danny’ voorgestelde Noord-Koreaan zeggen: ‘Jullie brengen je vliegtuigen onder de dekmantel van humanitaire hulp naar ons land, dan kunnen wij de bestelde goederen inladen. Jullie betalen ons en vliegen terug.’ De president van de Narae Trading Corporation, een wapenfabriek, overhandigt ze in Pyongyang een catalogus en een prijslijst: vele bladzijden vol met raketwerpers, drones, luchtafweerraketten, scudraketten met een bereik van 1350 kilometer, veertien miljoen dollar per stuk. De Noord-Koreanen stellen een keer een driehoeksdeal voor. Het idee: zij krijgen olie van een zakenman uit Jordanië, bouwen voor mr. James de fabriek in Oeganda, en daarvoor betaalt mr. James de Jordaniër. Ze vragen mr. James of hij voor hen geen wapens naar Syrië kan transporteren: ‘Projectielen, bommen…’ Ten slotte wordt Ulrich Larsen uitgenodigd in de Noord-Koreaanse ambassade in Stockholm, waar een diplomaat hem het uitgewerkte plan overhandigt voor de als luxe hotel vermomde wapenfabriek in het Victoriameer: ‘Het ziet eruit als in een film,’ zegt de heimelijk gefilmde Noord-Koreaan, en dan: ‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’

    Mads Brügger noemt zich in de film een keer een ‘filmmaker die uit is op sensatie’. Men verwijt hem dat hij zijn beide protagonisten op onverantwoorde wijze blootgesteld heeft aan gevaar in een regime dat bekendstaat om zijn meedogenloosheid. Ulrich Larsen en Jim Latrache-Qvortrup ontkennen dat allebei. ‘In tegendeel,’ zegt Latrache-Qvortrup: ‘Mads en de producent hebben mij afgeremd toen ik verder wou gaan.’ En het was tenslotte allemaal zijn idee, zegt Ulrich Larsen. Niemand heeft hem ooit ergens toe gedwongen. Maar terwijl ‘mr. James’ beweert van ‘ieder moment’ van het avontuur te hebben genoten, is aan Larsen nu nog de beklemming te merken als hij over scènes vertelt waarin hij bijna werd ontmaskerd.

    Detector

     In Tarragona zat hij een keer met Alejandro Cao de Benós in zijn ‘bunker’, toen de Spanjaard een afluisterdetector haalde en Larsen – die microfoon en camera op zijn lichaam droeg – daarmee scande. In de film hoor je de detector plotseling luid piepen. ‘Op dat moment dacht ik: Nu is alles voorbij,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik dacht aan mijn vrouw. Dat zou het ergste geweest zijn: als het hier was afgelopen, dan zou ik mijn gezin nooit de waarheid verteld hebben.’

    Larsen bleef koel en gaf de schuld aan de elektrische sleutel van de huurauto. Hij komt ermee weg, zichtbaar geschrokken, en gaat toch door. ‘Ik wilde gewoon die informatie eruit krijgen,’ zegt hij. ’Ik wilde de wereld laten zien hoe Noord-Korea en zijn bondgenoten handelen.’

    Nu zijn zijn beelden publiek geworden. En de deskundigen twisten over de interpretatie ervan. De door de filmmaker geleverde details zijn ‘adembenemend’, zeggen de Noord-Koreadeskundigen Rüdiger Frank en Peter Ward: ‘Vroegere berichten over hoe Noord-Korea probeert de sancties te omzeilen, worden hier bevestigd en dramatisch geïllustreerd.’ Maar er zijn ook onbeantwoorde vragen. Sommigen geloven in een misleidingspoging van Noord-Korea. Hebben de Noord-Koreanen gewoon geprobeerd om de beide Denen te bedriegen? Waarom hebben de Noord-Koreanen nooit een grondig antecedentenonderzoek gedaan naar die zogenaamde oliemiljonair mr. James? Anderen brengen daar tegenin dat de documentaire op haar manier ook toont hoe goed de sancties van de VN functioneerden en dat de Noord-Koreanen ronduit vertwijfeld waren in hun zoektocht naar geld.

    De intentie van de Noord-Koreanen in de film is niet met zekerheid te achterhalen. ‘Dat het werkelijk tot wapenleveranties zou komen, was wat ons betreft uitgesloten,’ zegt regisseur Brügger. ‘Dat was de rode lijn die we nooit overschreden zouden hebben.’

    ‘Allemaal gelogen’

    In Kopenhagen zetten beide protagonisten intussen de eerste stappen terug in hun normale leven. Jim Latrache-Qvortrup verdient zijn geld tegenwoordig met een exclusieve massagepraktijk. Angst voor vergelding van de kant van Noord-Korea heeft hij niet, zegt hij. Ze hebben een ontmoeting gehad met mensen van de Deense geheime dienst PET, en ook hun inschatting luidt; wees voorzichtig, maar er is geen acuut gevaar. De documentaire, meent Jim Latrache-Qvortrup, heeft sinds de uitzending zijn leven veranderd. Degenen die hem eerder altijd als een ex-crimineel hadden bestempeld, zagen hem nu met andere ogen. ‘Zelfs als ik morgen neergeschoten zou worden, zou ik nu sterven als een held en de naam van mijn tweee zoons zou gezuiverd zijn.’ Dan lacht hij, als bevrijd.

    De Noordkoreaanse ambassade in Zweden noemt de film in een verklaring ‘verzonnen’ en ‘deel van de intriges van vijandige krachten’ tegen Noord-Korea. Over de ‘manipulator Ulrich’ heet het dat hij ‘op het moment wel is ondergedoken’, maar dat men zijn leugens snel kan ontkrachten: ‘Het zou niet moeilijk zijn hem te vinden.’

    Ulrich Larsen heeft voor de film nooit een cent gekregen. Ook hij houdt contact met de Deense geheime dienst. Nee, hij is niet verhuisd, en hij zit niet in een getuigenbeschermingsprogramma. Maar hij let nu wel op met wie hij afspreekt, waar hij heen gaat en rijdt; hij verandert zijn routes elke dag. Hij is opgelucht, zegt hij, dat zijn gezin nu alles weet. Dat zijn vrouw hem heeft vergeven. Bij de première in een Kopenhaagse bioscoop waren ze allemaal trots op hem: zijn vader, zijn vrouw en beide dochters. De veertienjarige toonde hem opgewonden een berichtje op haar mobiel: haar vrienden deden nu in de klas een project over zijn film. ‘Ik ben opeens een coole vader,’ zegt Ulrich Larsen. Zijn eigen vader heeft hem na de premiere geschreven dat hij trots op hem was: ‘Maar doe zoiets nooit weer!’ Zou hij dat dan doen? Hij zwijgt. ‘Je weet het nooit,’ zegt hij. 

    Ulrich Larsen, de mol. Een paar keer tijdens het gesprek heeft hij Noord-Korea zijn ‘hobby’ genoemd. Het is maar goed, zegt hij ten slotte, dat hij nog een andere hobby heeft: zijn modelspoorbaan, een Märklin. Als hij een keer geld heeft, dan wil hij een wens vervullen: een moderne Märklin Mini, computergestuurd, tweemaal anderhalve meter. ‘Ik zou een kleine stad bouwen, met huizen en treinen, zes, zeven stuks misschien.’ Het klinkt als een groot avontuur.

    De documentaire is te kijken op NPO Plus.

  • Het gevecht om de Peruaanse kiezer | 21 miljoen voor CEO AstraZeneca

    Het gevecht om de Peruaanse kiezer | 21 miljoen voor CEO AstraZeneca

    21 miljoen voor CEO AstraZeneca

    Pascal Soriot, de CEO van AstraZeneca, zal in 2021 18 miljoen pond (bijna 21 miljoen euro) gaan verdienen. De aandeelhoudersvergadering van de Anglo-Zweedse farmaceut keurde deze week het beloningsbeleid voor het topmanagement goed, ook al was dat zeker niet eensgezind. Het groene licht kwam dankzij het ‘ja’ van 60,19 procent van de uitgebrachte stemmen, terwijl een ‘aanzienlijk deel’ protesteerde, zoals AstraZeneca zelf erkende, schrijft Corriere della Sera.

    Sinds zijn aantreden in 2012 heeft Soriot in totaal 100 miljoen pond aan salaris ontvangen

    Investeerders met 39,8 procent van de aandelen, waaronder activistische beleggers en grote fondsbeheerders zoals Aviva Investors en Standard Life Aberdeen, stemden tegen. Door het nieuwe beloningsbeleid komt Soriot nu in aanmerking voor een bonus van tweeënhalf keer zijn basissalaris; voorheen was dat vastgesteld op twee keer. Sinds zijn aantreden in oktober 2012 heeft Soriot in totaal 100 miljoen pond aan salaris van AstraZeneca ontvangen.

    Het leiderschap van Soriot, een dierenarts die eerder voor Aventis en Roche werkte, is zonder twijfel goed geweest voor de multinational. In minder dan tien jaar is de aandelenkoers verdrievoudigd, waardoor de groep vandaag op 100 miljard pond wordt gewaardeerd.

    Lees ook:


    Spaanse koeriers voortaan in loondienst

    Het Spaanse kabinet heeft dinsdag een controversiële wet geratificeerd die voorschrijft dat online bezorgplatforms hun koeriers voortaan als werknemers moeten classificeren in plaats van als onafhankelijke contractanten, bericht Politico vanuit Brussel. Onder leiding van de Spaanse minister van Arbeid, Yolanda Díaz, begonnen de onderhandelingen daarover afgelopen herfst.

    ‘Koeriers zullen nu alle relevante arbeidsbescherming genieten’

    Uiteindelijk zijn vakbonden en bedrijfsverenigingen tot een akkoord gekomen en is de regering tevreden. ‘Koeriers worden nu beschouwd als werknemers in loondienst en zullen alle relevante bescherming genieten’, aldus Díaz.

    Desondanks vindt de UGT, een grote Spaanse vakbond die deelnam aan de onderhandelingen, de nieuwe wet veel te zacht. Bedrijven hebben nog drie maanden om aan de nieuwe regels te voldoen en de UGT vreest dat er in de tussentijd banen zullen sneuvelen.

    Ook bedrijven zijn ontevreden. Zo wijst Uber Eats op onderzoek dat voorspelt dat meer dan 75 procent van de dertigduizend Spaanse koeriers hun inkomen zullen verliezen en dat restaurants 250 miljoen euro aan extra inkomsten kwijt zullen zijn.

    Lees ook:


    2,7 miljard euro minder dan verwacht

    De federale regering van Duitsland heeft haar raming van de belastinginkomsten voor 2021 naar beneden bijgesteld. De federale, provinciale en lokale autoriteiten verwachten ongeveer 2,7 miljard euro minder te ontvangen dan in november werd gedacht. Corona heeft een enorm gat in de staatskas geslagen maar de regering verwacht dat het ergste binnenkort voorbij zal zijn, aldus het Duitse tijdschrift Focus.


    NRA is niet failliet

    De National Rifle Association (NRA) is niet failliet, zo heeft een federale rechter dinsdag geoordeeld. Die beslissing is een grote klap voor de oudste organisatie voor wapenrechten in de VS. De NRA vroeg op 15 januari faillissement aan om te kunnen verhuizen van New York naar Texas. Volgens rechter Harlin Hale was die faillissementsaanvraag een poging te kwader trouw van de NRA om een grote civiele rechtszaak te ontlopen die de New Yorkse procureur-generaal Letitia James vorig jaar heeft aangespannen met als oogmerk de organisatie in zijn geheel te ontbinden, schrijft Mother Jones.

    ‘De faillissementsaanvraag van de NRA is ingediend in een poging om een oneerlijk procesvoordeel te verkrijgen’, aldus de rechter

    ‘De rechtbank oordeelt, op basis van alle omstandigheden, dat de faillissementsaanvraag van de NRA is ingediend in een poging om een oneerlijk procesvoordeel te verkrijgen in de handhavingsactie van de procureur-generaal’, aldus de rechter. De beslissing komt na wekenlange hoorzittingen met huidige en voormalige NRA-medewerkers. Hun getuigenissen zouden corruptie van de NRA aan het licht hebben gebracht.


    Ahmadinejad is weer presidentskandidaat Iran

    De voormalige ultraconservatieve Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad stelt zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 18 juni. Volgens de Iraanse staatstelevisie heeft hij woensdag de vereiste registratieformulieren ingevuld, bericht Radio Free Europe/RFL.

    Met de nucleaire programma tijdens zijn twee vorige ambtstermijnen tussen 2005 en 2013, dreef de 64-jarige ex-burgemeester van Teheran zijn land herhaaldelijk tot confrontaties met het Westen. Zijn omstreden herverkiezing in 2009 leidde tot de grootste massaprotesten sinds de Islamitische Revolutie van 1979. In 2017 werd hij uitgesloten van de verkiezingen.

    Ahmadinejads politiek kenmerkt zich door dreigementen tegen Israël, Holocaustontkenning en beweringen dat er Iran geen homoseksuelen zijn

    Zijn politiek kenmerkt zich door dreigementen tegen Israël, ontkenning van de Holocaust en beweringen dat er Iran geen homoseksuelen zijn, en droeg bij aan de marginalisering van Iran op het internationale toneel. In eigen land kreeg hij steun van het platteland door te strooien met geld en met programma’s voor woningbouw, maar zelfs enkele van zijn meest conservatieve bondgenoten lieten hem tegen het einde van zijn presidentschap in de steek.


    Historische villa te koop

    Een historische villa op Capri, die sinds 1996 in bezit is van de Italiaanse acteur Christian De Sica en zijn vrouw, staat te koop. Het complex werd tussen 1900 en 1903 ontworpen door de Amerikaanse schilder Elihu Vedder, en kunstenaars als de Engelse schrijver D.H. Lawrence, Cy Twombly en Joseph Beuys brachten er tijd door, schrijft het Italiaanse nieuwsplatform ANSA.

    De villa van 250 vierkante meter biedt uitzicht over Capri, de baai van Napels en de Golf van Salerno, telt twee verdiepingen, en is omgeven door een tuin met citrus- en olijfbomen. Prijs van vele miljoenen op aanvraag bij makelaar Lionard Luxury Real Estate uit Florence.


    Gevecht om de Peruaanse kiezer

    Uit de laatste opiniepeilingen in Peru blijkt dat de afstand tussen de socialistische koploper Pedro Castillo en de conservatieve Keiko Fujimori snel kleiner wordt in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 6 juni, bericht Mercopress.

    Veel investeerders en bedrijven vrezen voor een scherpe bocht naar links met Castillo, een onderwijzer afkomstig van het Peruaanse platteland. Fujimori, dochter van oud-president Alberto Fujimori die een gevangenisstraf van zevenenhalf jaar uitzit wegens corruptie en mensenrechtenschendingen, wakkert die vrees aan. Ze noemt Castillo een linkse extremist die de recente economische vooruitgang van het Andesland in gevaar zal brengen met zijn programma voor nationalisaties door de overheid.

  • Bellingcat ontmaskert Kremlins geheim agenten

    Bellingcat ontmaskert Kremlins geheim agenten

    Bellingcat en de Tsjechische regering achten bewezen dat Russische inlichtingenofficiers betrokken waren bij een explosie in een wapendepot in 2014. Volgens Bellingcat betrof dit een belangrijke missie voor het Kremlin.

    Bellingcat heeft kunnen reconstrueren dat de operatie van de Russische inlichtingendienst GROe die volgens de Tsjechische autoriteiten achter de explosie zat van het munitiedepot in Vrbetice op 16 oktober 2014, werd uitgevoerd door minimaal zes agenten van eenheid 29155 van deze dienst. De missie werd persoonlijk geleid door generaal Andrej Averijanov. Hij reisde vlak voor de operatie undercover naar Midden-Europa en vertrok enkele uren na de explosie weer naar Moskou. Voor zover we weten is Averijanov slechts één keer eerder hoogstpersoonlijk voor een clandestiene operatie naar het buitenland gereisd; de geheime missie moet voor de Russische regering dus van groot belang zijn geweest. Generaal Andrej Averijanov is een hooggeplaatste militair die, zo maakt Bellingcat op uit gespreksgegevens, direct telefonisch contact onderhoudt met zowel de hoogste baas van de GROe als met het Kremlin.

    Bij de operatie waren ook minimaal twee andere GROe-officiers betrokken. Kort voor de aanslag vlogen zij onder een diplomatieke dekmantel naar Boedapest, een stad op vijf uur rijden van het munitiedepot. Waarschijnlijk niet toevallig reisde één van deze diplomaten enkele maanden later naar een luchthaven op een vergelijkbare afstand van de Bulgaarse hoofdstad, kort voordat Emilian Gebrev daar door leden van deze zelfde GROe-eenheid werd vergiftigd met een chemisch wapen.

    Overigens wijzen de door Bellingcat blootgelegde reisgegevens erop dat de operatie oorspronkelijk waarschijnlijk gepland stond voor een eerdere datum, maar om onbekende redenen een week werd uitgesteld. Het lijkt erop dat verschillende leden van eenheid 29155 vlak voor de operatie via aangrenzende landen naar Tsjechië reisden. Al op een eerder moment troffen ze elkaar in Zwitserland voor een voorbereidingsmissie.

    Voorbereiding

    Op 25 september 2014 vlogen majoor generaal Denis Sergejev en luitenant-kolonel Jegor Gordjenko van Moskou naar Genève en checkten in in het Nash Airport Hotel. Ze reisden onder de namen ‘Sergej Fedotov’ en ‘Georgi Gorsjkov’, identiteiten die de GROe hen had verschaft. Later zou Bellingcat Sergejev aanwijzen als de ‘derde man’ in de operatie waarbij de Skripals werden vergiftigd. En zes maanden na de reis naar Genève zou hij samen met ‘Gorsjkov’ naar Bulgarije reizen om de Bulgaarse wapenfabrikant Emilian Gebrev te vermoorden.

    Gens 1
    Links: Generaal Andrej Averijanov.
    Rechts: Luitenant-kolonel Jegor Gordjenko.

    De ochtend na aankomst in Genève huurden Sergejev en Gordjenko bij Sixt een BMW 116i. Uit documenten in handen van Bellingcat blijkt dat zij in de vijf dagen dat zij de auto huurden, 545 kilometer aflegden. Een eerder Bellingcat-onderzoek liet al zien dat Sergejev’s telefoon gedurende zijn reizen naar Genève opdook in de omgeving van Chamonix, een Frans skidorp op zestig kilometer afstand van de stad. Later berichtten Franse media dat westerse geheime diensten ontdekt hadden dat eenheid 29155 daar een verborgen logistieke basis opgezet had. Het doel van deze reis is onduidelijk, maar vast staat dat Sergejev gedurende dit korte verblijf intensief communiceerde met zijn chef, kolonel-generaal Andrej Averijanov. Eerder door Bellingcat verkregen telefoongegevens laten zien dat Sergejev sowieso altijd contact hield met Averijanov. Beiden gebruikten bij buitenlandse operaties anonieme prepaid-simkaarten – zo ook bij de vergiftiging van de Skripals.

    De GROe-officiers ontvingen niet lang na hun missie militaire onderscheidingen

    Op 2 oktober 2014 boekte de commandant van de twee spionnen – generaal Andrej Averijanov – een vliegticket van Moskou naar Lissabon voor twee dagen erna, zaterdag 4 oktober. Averijanov reisde als toerist, onder zijn valse naam Andrej Overijanov, die maar één letter verschilt van zijn echte. Niet duidelijk is of de GROe-generaal in de Portugese hoofdstad iemand ontmoette of daar het Schengengebied binnenkwam louter omdat het land zijn alter ego een visum had verstrekt. Voor de 7e oktober had hij een doorreis geboekt van Lissabon naar Wenen, maar deze ticket gebruikte hij niet. In plaats daarvan nam Averijanov nog diezelfde dag – 4 oktober 2014 – een vlucht naar Genève, waar Sergejev en Fedotov op hem wachtten. Twee dagen later – op 6 oktober – vloog hij terug naar Moskou met een overstap in Warschau.

    De volgende dag verschenen generaal Averijanov en vier andere leden van eenheid 21955 op hun werk aan de Korosjevskoje Chaussee 76B, het GROe-hoofdkwartier in Moskou. De mannen boekten tickets voor verschillende vluchten, die hen allen een week later tot op een paar uur rijden van het Tsjechische munitiedepot zouden brengen.

    Formatievliegen

    Op 7 oktober 2014 boekte generaal Averijanov – opnieuw onder zijn valse identiteit Overijanov – een Aeroflot-vlucht naar Wenen op 13 oktober 2014. De terugvlucht boekte hij voor twee dagen later, 15 oktober.

    Op datzelfde moment kocht luitenant-kolonel Nikolaj Jezjov, een ander lid van eenheid 29155, een ticket naar Wenen voor 11 oktober 2014, twee dagen eerder dus dan zijn chef. Net als Averijanov boekte hij zijn terugvlucht voor 15 oktober, onder het alias Nicolaj Kononichin.

    Tegelijkertijd kochten ook twee andere leden van eenheid 29155 – doctor Alexandr Misjkin en kolonel Anatoli Tsjepiga, tickets naar Midden-Europa. Net als Jezjov zouden zij reizen op 11 oktober -maar naar Praag, niet naar Wenen. Zij boekten hun tickets onder valse identiteiten van vertegenwoordigers in sportvoeding: ‘Alexandr Petrov’ en ‘Ruslan Bosjirov’- onder deze zelfde aliassen waren zij vier jaar later te zien in een uitzending van televisiezender RT als gestrande toeristen. Uit hun reisgegevens blijkt dat zij geen terugvlucht boekten, schijnbaar was die datum nog onzeker.

    Ook twee andere leden van eenheid 29155 boekten die ochtend vliegtickets. In tegenstelling tot de anderen vlogen zij onder hun eigen namen: Aleksej Kapinos en Jevgeni Kalinin. De twee deden zich voor als diplomaten op dienstreis naar de Russische ambassade in Boedapest, met in hun bagage diplomatieke post. Hun heenvlucht stond gepland voor 10 oktober 2014 en de terugvlucht, net als die van Averijanov en Jezjov, op 15 oktober 2014.

    kaartje
    © Bellingcat

    Enkele dagen later bevonden de vijf GROe-agenten zich in Midden-Europa. ‘Petrov’ en ‘Bosjirov’ landden op 11 oktober in Praag, checkten in in hun hotel en zetten zelfs een foto van het oude stadscentrum op sociale media. Dat bericht zou ons later in staat stellen het tweetal te volgen in de nasleep van de vergiftiging van de Skripals.

    Rond diezelfde tijd landde Nikolaj Jezjov in Wenen. En op 13 oktober kwam ook Jezjovs baas Andrej Averijanov in Wenen aan. Nog diezelfde dag reden ‘Bosjirov’ en ‘Petrov’ van Praag naar Ostrava, een stad op één uur rijden van het munitiedepot, waar zij hun intrek namen in Hotel Corrado. Uit gespreksgegevens blijkt dat Averijanovs telefoon na zijn aankomst op 13 oktober maar een paar uur lang verbonden was met Oostenrijkse netwerken en pas ’s middags op 16 oktober weer verbinding maakte. Een werkhypothese is dat Jezjov en Averijanov naar Ostrava reden – op iets meer dan drie uur rijden van Wenen – waar zij de agenten Misjkin en Tsjepiga ontmoetten en naar alle waarschijnlijkheid ook de twee als diplomaten reizende officiers Kapinos en Kalinin – om de plaatsing van de op afstand detoneerbare explosieven in het Vrbetice-depot voor te bereiden.

    Nog niet duidelijk is, wanneer en hoe de GROe-missie toegang kreeg tot het terrein van het munitiedepot om de explosieven te kunnen plaatsen. Volgens de Tsjechische politie en media deden Tsjepiga en Misjkin zich mogelijk voor als potentiële wapenkopers van de Nationale Garde van Tadzjikistan. Zij vroegen expediteur Imex, één van de gebruikers van het munitiedepot, toegang tot het streng bewaakte terrein voor de dagen van 13 tot 17 oktober 2014. Onduidelijk is of de twee er binnenkwamen via een contact bij Imex (het bedrijf zegt dat het tweetal nooit kwam opdagen), of langs andere weg – wellicht via een andere gebruiker van de opslagplaats. Hoe het ook zij, om 9:25 uur op 16 oktober 2014 ontplofte munitiedepot nummer 16, een felle explosie waarbij gebouwen werden weggevaagd en twee werknemers van Imex om het leven kwamen.

    Terugkeer

    Minuten na de explosie van het munitiedepot in Vrbetice gingen Anatoli Tsjepiga en Alexandr Michkin aan boord van hun Aeroflot-vlucht van Wenen naar Moskou. Het vliegtuig steeg op om 10:05 uur ‘s ochtends.

    Later die dag reden de twee andere GROe-officiers, generaal Averijanov en luitenant-kolonel Nikolaj Jezjov terug naar Wenen en gingen vandaar direct naar het vliegveld. Averijanov – die de vorige dag zijn terugvlucht had gemist – kocht op de luchthaven om 18:17 uur een nieuw ticket en steeg op om 22:46 uur richting Moskou.

    Nikolaj Jezjov, die ook een dag eerder zijn terugvlucht had gemist, bleef nog enkele dagen in Oostenrijk. Hij probeerde tussen 27 oktober en 2 november een aantal malen een terugvlucht te boeken en vloog uiteindelijk terug op 3 november 2014. We weten nog niet of hij gedurende deze tijd in Oostenrijk bleef of terugkeerde naar Tsjechië.

    passports 1
    De paspoorten die Tsjepiga en Misjkin gebruikten om toegang te vragen tot het wapendepot in Vrbetice.

    De bevindingen van Bellingcat in dit voorlopig onderzoek naar de explosie van het Tsjechische munitiedepot in 2014 onderschrijven verklaringen van de Tsjechische autoriteiten over de betrokkenheid van GROe-eenheid 29155. Ze geven de indruk dat het om een hoogst geavanceerde operatie ging, waar niet minder dan zes undercover GROe-officiers bij betrokken waren. Schijnbaar was zelfs de directe betrokkenheid nodig van de commandant van de eenheid, generaal Averijanov. Normaal gesproken reizen commandanten van geheime diensten nooit undercover, vanwege de risico’s die dat oplevert. Uit onze analyse van zijn reisgegevens blijkt dat Averijanov slechts bij één andere missie, in 2015, reisde onder valse naam.

    De directe betrokkenheid van generaal Andrej Averijanov wijst ook naar de Russische politieke leiders. Averijanov is meer dan alleen een hoge commandant in de Russische militaire geheime dienst die – zo blijkt uit analyses van zijn telefoonverkeer – direct verslag uitbrengt aan de directeur van de GROe. Hij staat in direct contact met het Kremlin, onder meer – zo blijkt uit zijn gespreksgegevens -met het kantoor van de minister van Buitenlandse Zaken Lavrov. Met deze laatste voerde Averijanov zowel vóór als na de vergiftiging van de Skripals geregeld gesprekken.

    Hoe belangrijk deze operatie was voor het Kremlin, blijkt wel uit het feit dat de deelnemende leden van de eenheid niet lang na hun missie militaire onderscheidingen ontvingen. Al eerder meldden wij dat Alexandr Misjkin en Anatoli Tsjepiga in december 2014 de hoogste Russische militaire onderscheiding kregen. Rond diezelfde tijd ontvingen ook andere leden van het team, waaronder Gordjenko en Jezjov, militaire eerbewijzen, zo blijkt uit gelekte documenten in ons bezit. Het geeft aan dat de missie voor de militaire en politieke leiders van Rusland van groot belang was en als succesvol werd beschouwd.

    In een volgend rapport zullen we dieper ingaan op de waarschijnlijke motieven achter de operatie en het verband met de vergiftiging van drie Bulgaarse burgers in 2015. 

    Het onderzoek

    • In 2018 identificeerde Bellingcat samen met haar onderzoekspartner The Insider de vermoedelijke daders van de vergiftiging van Sergej en Joelia Skripal met Novichok. Het ging om twee kolonels van de Russische militaire inlichtingendienst GROe, Alexandr Misjkin en Anatoli Tsjepiga. In 2019 identificeerde Bellingcat nog een derde bij de vergiftigingsmissie betrokken GROe-officier, generaal-majoor Denis Sergejev.

    • In een vervolgonderzoek identificeerde Bellingcat Denis Sergejev als de agent die in 2015 voor GROe-eenheid 29155 de vergiftiging uitvoerde van de Bulgaarse wapenfabrikant Emilian Gebrev.

    • In 2020 onthulde Bellingcat dat leden van eenheid 29155 – waaronder Tsjepiga en Misjkin – zich in Tsjechië bevonden op het moment dat in het noorden van Moravië een groot wapendepot ontplofte.

    • Op 17 april 2021 kwamen de Tsjechische autoriteiten met hun eigen bevindingen: volgens hen zat GROe-eenheid 29155 achter de explosies in Tsjechische wapendepots in 2014. De Tsjechische politie baseerde zich op een recent ontdekte e-mailcorrespondentie. Daarin vroegen Alexandr Petrov en Anatoli Tsjepiga, kort voordat de explosie plaatsvond, onder valse namen toegang tot het munitiedepot.

    Dit onderzoek werd uitgevoerd met partners The Insider, Der Spiegel en Respekt.cz

  • Poseren met een babycheeta. Omdat het kan

    Poseren met een babycheeta. Omdat het kan

    Bekend is dat op sociale media in exotische, meestal illegale (huis)dieren wordt gehandeld. Bellingcat onderzocht hoe beroemdheden en influencers een gevaarlijke miljoenenindustrie in stand houden door op Instagram met een tijgerwelpje te poseren.

    Het aapje kronkelt terwijl een vrouw het met één hand zonder commentaar ophoudt naar de camera. De korte TikTokvideo heeft geen beschrijving; het enige geluid is het gekir van het babyaapje. Andere filmpjes op sociale media tonen jonge tijgers, leeuwen, cheeta’s en poema’s, maar ook aapjes, luiaards en stokstaartjes, allemaal zonder commentaar.

    ANP 422074224
    Toen afgewerkte dierenhuiden nog onomstreden waren, hulden actrices en modellen zich graag in bont. Marcelle Ranson (l) en Marie Daëms poseren met een chinchilla en een babytijger voor de lancering van een nieuwe creatie van bontwerker Fredy Weil. – © AFP

    Steeds vaker worden deze jonge dieren door influencers en beroemdheden gebruikt om hun socialemediapagina’s mee op te leuken. Rappers, filmsterren, grote ondernemers, tv-presentatoren, modellen, vloggers en zelfs een voortvluchtige crimineel posten beelden waarop ze met de dieren poseren. Onderzoek laat zien dat de individuele dieren te herleiden zijn tot een kleine groep van anonieme personen die exotische dieren illegaal verhuren en mogelijk zelfs verhandelen.

    De handel in exotische dieren is een miljoenenindustrie. Net als auto’s en horloges doen exotische dieren het goed als statussymbool, vooral in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Schijnbaar geeft niemand erom dat het niet goed is voor leeuwen, tijgers en andere wilde dieren om als ‘huisdier’ te fungeren: erger nog, het brengt ze fysieke en mentale schade toe.

    Bovendien is het verboden en werkt het stroperij en georganiseerde misdaad in de hand. In 2017 werd in de VAE een wet van kracht die het verbiedt om gevaarlijke of exotische dieren als apen en grote katten te bezitten, te verhandelen of te transporteren. Sindsdien hebben dierentuinen en fokbedrijven met sterke beperkingen te maken gekregen.

    Ondanks deze nieuwe wet gaat de handel gestaag door. Nog steeds laten socialemediasterren hun miljoenen volgers foto’s en filmpjes van tijgers, cheeta’s en apen zien. Daarmee maken ze gratis reclame voor illegale handelaars – met als enige voordeel dat ze onderzoeksjournalisten de kans bieden om met opensourcetechnieken meer te weten te komen over deze duistere handel.

    Vooral foto’s met leeuwen- of tijgerwelpjes doen het goed. Meestal vinden de fotosessies plaats als zo’n welpje pas een paar maanden oud is. Tijgerwelpjes zijn niet alleen peperduur om aan te schaffen, maar ook om te verzorgen. Wanneer ze wat ouder zijn, worden ze al snel gevaarlijk.

    Het meest gewild zijn misschien wel witte tijgers. Eigenlijk zijn dit Bengaalse tijgers met een pigmentaandoening die extreem zeldzaam is in het wild. Ze zijn dan ook het product van inteelt in gevangenschap, waardoor ze niet zelden ernstige genetische aandoeningen hebben.

    In augustus 2019 trakteerde de Indiase filmactrice en fotomodel Esha Gupta haar 5 miljoen Instagramvolgers op een foto waarop ze een witte tijgerwelp in de armen houdt. De foto is inmiddels alweer gewist maar is nog terug te vinden in Google’s cache en op Pinterest.

    Diezelfde maand postte Moe Money, een socialemediamanager die veel beroemdheden bijstaat en zelf ook 400.000 Instagramvolgers heeft (@moemoneyofficial), een aantal beeldverhalen waarin een tijgerwelp figureert.

    En op 1 september 2019 zette MoVlogs, die wel 10 miljoen abonnees heeft op YouTube, een video op het platform met als titel ‘Swimming with babytigers’. Er zijn een witte tijger met welpje in te zien en hij is opgenomen bij hem thuis.

    Strepen van tijgers veranderen hun hele leven niet. We konden daarom vrij eenvoudig nagaan of het één en hetzelfde welpje is dat in deze drie video’s voorkomt. Verschillen in belichting, resolutie en camerahoek daargelaten, zouden de strepen en vlekken, naast de kleur van de ogen en de snorhaarstippen, identiek moeten zijn.

    En dat zijn ze. Het patroon van alle strepen, hoe vaag ook, komt duidelijk overeen, net als dat van de snorhaarstippen en het vlekje op de neus.

    MBE.777

    Behalve het feit dat hetzelfde welpje erin voorkomt, hebben deze drie filmpjes nog iets met elkaar gemeen. Bij alle drie stond MBE.777 getagd in de posts, het verhaal of de beschrijving. MBE.777 is de naam van een privé-Instagramaccount waar ook veel naar wordt verwezen in andere posts en verhalen van beroemdheden over tijgers, leeuwen en cheeta’s.

    Zo poseerden de Britse rapper Fredo (1,1 miljoen volgers), de Saoedische beroemdheid Dyler (2,7 miljoen volgers) en de Egyptische tv-presentator Sara Khalifa (738.000 volgers) allemaal in november 2019 met weer een andere witte tijgerwelp. Deze Instagramposts zijn gemarkeerd met MBE.777, wat feitelijk neerkomt op gratis reclame voor dit account bij de vele volgers van deze beroemdheden. De witte tijgerwelp is in alle drie de Instagramposts dezelfde.

    Niet alleen beroemdheden verwijzen naar dit account, ook fotografen doen dat, schijnbaar huren zij exotische dieren in om hun fotosessies mee op te fleuren.

    Wereldwijd leverbaar, tegen contante betaling bij ontvangst

    In dezelfde maand dat deze beelden van een tweede witte tijgerwelp op Instagram verschenen, schreef de Britse krant de Birmingham Mail dat de Britse voortvluchtige crimineel Zahid Khan, terwijl hij zich schuilhield in Dubai, met een witte tijgerwelp poseerde. Khan was in Groot-Brittannië wegens fraude bij verstek veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf; de Britse autoriteiten hebben de Verenigde Arabische Emiraten om zijn uitlevering gevraagd.

    En al noemt Khan MBE.777 niet in zijn post, aan het uiterlijk van de welp is duidelijk te zien dat het om hetzelfde dier gaat dat eerder op de foto’s van de drie beroemdheden te zien was.

    Deze twee welpen bezorgden deze beroemdheden duizenden – voor hen zeer welkome – views. Maar waar komen ze eigenlijk vandaan?

    Over MBE.777 is weinig bekend – en dat wil hij blijkbaar graag zo houden. Op zijn Instagramposts is nooit zijn gezicht te zien of zijn stem te horen. Deze zorgvuldig in stand gehouden anonimiteit suggereert dat hij de wetten in de Verenigde Arabische Emiraten over het houden van exotische en gevaarlijke dieren maar al te goed kent.

    Ondanks dat het om een besloten account gaat, heeft MBE.777 bijna 15.000 Instagramvolgers. Zijn volgers vragen vaak ‘hoeveel?’ Als antwoord worden ze uitgenodigd voor een privéchat.

    image20
    Op foto’s met exotische dieren worden illegale dierenhandelaars getaggd, zoals MBE.777.
    image11
    De tijger die Humaid Albuqaish in zijn privédierentuin houdt.

    Continue aanvoer

    MBE.777 houdt al zeker sinds oktober 2019 dieren: er is een continue aanvoer van leeuwen- en tijgerwelpen en andere exotische dieren. Foto’s en filmpjes die MBE.777 op sociale media zet zijn steeds opgenomen in dezelfde kamers. Ondanks MBE.777’s hang naar privacy verraden andere personen in zijn netwerk toch details over hem. Soms staan deze mensen samen met hem getagd, ze posten vanaf dezelfde locatie of zijn op de achtergrond te zien, soms alleen in een ruit of een spiegel.

    Alhoewel MBE.777 alleen binnenshuis te zien is, kunnen we deze ruimtes toch lokaliseren dankzij de socialemediapost van een Russische vrouw die schijnbaar tot zijn intimi behoort. De foto’s die zij op sociale media zet zijn genomen in dezelfde kamers, met exact dezelfde meubels erin.

    Zijn volgers vragen vaak ‘hoeveel?’ Als antwoord worden ze uitgenodigd voor een privéchat

    Op een van de foto’s is door het raam een blauw reclamebord op het gebouw ernaast te zien. Het laat zich herkennen als een twintig verdiepingen hoge flat op Jumeirah Beach Residence in Dubai.

    De meubels en de tags van MBE.777 maken het ook mogelijk om gebruikers te identificeren die dit appartement bezochten om met tijger- en leeuwenwelpen te poseren. Dezelfde bank en hetzelfde model televisie zijn, opnieuw getagd met MBE.777, te zien op foto’s van de Indiase beroemdheid Adnaan Shaikh (13.4 miljoen Tiktokvolgers), de Duitse ondernemer Saygin Yalcin (717.000 Instagramvolgers) en de Indiase ‘mode-influencer’ Shadan Farooqui (4.2 miljoen Instagramvolgers). Uit de overeenkomstige locatie en de tijdspanne tussen de posts valt af te leiden dat MBE.777 de jonge dieren weken achtereen in het Dubaise appartement moet hebben gehouden. Daarnaast blijken de dieren ook geregeld naar andere locaties of huizen te worden getransporteerd voor fotosessies met beroemdheden.

    Wereldwijd leverbaar

    MBE.777 organiseert niet alleen fotosessies maar lijkt de dieren die hij in zijn Dubaise appartement houdt ook te verkopen. Een Instagramaccount met de toepasselijke naam Exotic Pets Dubai [Exotische Huisdieren Dubai] helpt MBE.777 zo te zien bij de verkoop. In de beschrijving van het account lezen we dat de dieren die in de post voorkomen wereldwijd leverbaar zijn, tegen contante betaling bij ontvangst. Het account valt aan MBE.777 te koppelen doordat er in de post afbeeldingen en filmpjes te zien zijn van dieren die ook figureren in afbeeldingen en filmpjes van MBE.777. Ze zitten of liggen op dezelfde meubels.

    ‘Veel geluk, schat, bij je nieuwe familie’

    Ook op andere accounts in MBE.777’s netwerk is sprake van handel. De Russische vrouw die MBE.777 goed lijkt te kennen deelt afbeeldingen van dezelfde dieren, maar geeft er meer informatie bij. Zo deelde zij op VKontakte [een Russische socialemediasite] een foto van een cheetawelp. Cheeta’s staan als kwetsbaar aangemerkt op de rode lijst van de IUCN [International Union for the Conservation of Nature]. Naar schatting leven er nog maar achtduizend in het wild, een aantal dat door de dierenhandel aanzienlijk daalt. Net als leeuwen gelden ze in de Golfstaten en in Saoedi-Arabië als statussymbool.

    Toen een gebruiker haar vroeg of de cheeta van haar was, antwoordde ze: ‘Was van mij, maar is nu verkocht.’ Op Instagram deelde ze een video van dezelfde welp en schreef ze erbij dat ze zat te wachten op een oudere cheeta.

    Een andere gebruiker vroeg haar of een anderhalve maand oude welp op een foto haar huisdier was. Zij antwoordde dat het welpje de nacht bij hen had doorgebracht en nu naar een ander land was gevlogen. De vraagsteller zei te hopen dat ‘de kat het goed maakt’, waarop zij antwoordde met een verdrietig biddende emoji.

    Ze kan bidden wat ze wil, maar met deze dieren gaat het absoluut niet goed. Tijgers hebben in gevangenschap veel ruimte, specialistische zorg en een gebalanceerde voeding nodig.

    MBE.777 wordt gevolgd door een Saoedische man die zelf ook in exotische dieren handelt. Ruim een jaar geleden postte hij een foto van dode dieren, waaronder een witte tijgerwelp en een leeuwenwelp, die op plastic zakken lagen. ‘Van de hitte,’ schreef hij erbij.

    Iemand anders uit de omgeving van MBE.777, die vaak dezelfde dieren toont, deelde een filmpje van twee leeuwen. Een van de twee zit in een kleine kooi, de ander is vastgeketend en lijdt aan lensluxatie. Deze medische aandoening, waar honden ook vaak aan lijden, is op zich geen teken van slechte behandeling, maar er moet wel door een arts naar worden gekeken.

    Andere exotische dieren die eerder in het netwerk van MBE.777 te zien waren, doken later als huisdieren op bij andere instagrammers.

    Op 27 maart 2020 postte MBE.777 een video van een servalwelp. De serval is een bedreigde wilde katachtige die in de recente wet van de Verenigde Arabische Emiraten ook expliciet als ‘gevaarlijk’ wordt vermeld, een dier dat je niet mag verhandelen en niet als huisdier mag houden. Toch vraagt een van de gebruikers in het commentaar naar de prijs. Drie dagen later, op 30 maart, verschijnen op het Instagramaccount van ene Dubai_Serval, een volger van MBE.777, video’s van een dier dat er precies zo uitziet.

    image15 1
    Een (bedreigde) serval op het account van MBE.777. Onder: dezelfde serval op het account van iemand die door de handelaar wordt gevolgd.
    image1
    De welp in handen van MoVlogs, Esha Gupta en MoeMoney. Omdat strepen van tijgers hun leven lang niet veranderen, is het eenvoudig aan te tonen dat het om steeds hetzelfde welpje gaat.

    Tijger- en leeuwenwelp

    Is het inderdaad dezelfde serval? Verschillen qua resolutie, camerahoek en belichting daargelaten, lijkt het vlekkenpatroon identiek. Ook de stippen bij de snorharen komen overeen. Nog voordat hij twee maanden oud was, werd deze serval schijnbaar vanuit MBE.777’s appartement overgebracht naar het huis van iemand anders en leeft hij daar nu al tien maanden als huisdier.

    Dit is maar één voorbeeld; een ander geval betreft een Chinese vrouw die MBE.777 volgde en later een tijger- en een leeuwenwelp als huisdier nam.

    Zo te zien is het dezelfde tijgerwelp als op de eerdere foto’s van de Russische vrouw uit MBE.777’s naaste omgeving. In de beschrijving schreef ze: ‘Veel geluk, schat, bij je nieuwe familie.’ Een nauwgezette vergelijking van het strepenpatroon en de snorhaarstippen laat zien dat het dier op de foto’s inderdaad hetzelfde is.

    Ergens moeten ook de moederdieren aanwezig zijn. Volwassen cheeta’s en tijgers kun je moeilijk in een appartement houden, dus er moet een ruimere faciliteit bestaan waar die worden gehouden. Alhoewel MBE. 777 zijn gezicht zorgvuldig verborgen houdt, is zijn contactenlijst niet geheim. Veel van deze personen staan geregeld naast MBE.777 getagd. Zo postte een van zijn contacten, die ook het appartement bezocht, een Instagramverhaal waarin een andere man getagd is die een welpje vasthoudt. Zou dit soms MBE.777 zijn? Het zou dezelfde man kunnen zijn die op de achtergrond in een video van MoVlog te zien is wanneer de welpen arriveren. Op beide foto’s had hij de zuigfles in de hand die ook op het profiel van MBE.777 te zien is.

    Ook een andere man komt vaak in de fotosessies voor. In een video van MoVlog draait de camera opeens weg als de tijger wegloopt, waardoor onbedoeld de mensen achter de schermen te zien zijn.

    Op een fotosessie van Rohit Roy (@doncasanova), een autoverzamelaar die zeer actief is op Instagram, zijn dezelfde twee personen te zien. Een gaat schuil achter het account Safari_Dubai, waarop, naast veel selfies, foto’s staan van jonge dieren. Volgens zijn Instagramprofiel is zijn voornaam Abdulla.

    Abdulla’s digitale voetafdruk is veel groter dan die van MBE.777. Ten eerste werd zijn Instagrampseudoniem ooit in de Daily Mail genoemd, in een artikel uit augustus 2019 waarin een beroemdheid beschuldigd werd van dierenmishandeling nadat hij geposeerd had met een leeuwenwelp. Ten tweede tagden gebruikers soms MBE.777 en Safari_Dubai in dezelfde Instagramverhalen.

    Wie is Safari_Dubai?

    Anders dan zijn naam doet vermoeden, heeft Abdulla niets met safari’s van doen. Wel hield hij openlijk jonge dieren in kooien in een vrij kleine tuin, dieren die elkaar snel opvolgden. Op 3 maart 2002 merkte een verslaggever in een kort televisie-interview met hem op dat het een dure hobby is om dieren groot te brengen. Hij vroeg of Abdulla van plan was om bezoekers en toeristen toe te laten. Abdullah antwoordde dat hij dat niet nodig heeft, dat het zijn huis is en hij gewoon graag dieren fokt en traint.

    In een interview met de krant Al-Ittihad op 22 januari van dit jaar vertelt Abdulla, die zegt voluit Abdulla bin Sabd te heten, dat zijn hobby dieren fokken is, wat volgens de wet uit 2017 nog gewoon mag. Op dit moment houdt hij twee jonge volwassen leeuwen; de ouders van de welpen die hij eerder hield (waaronder tijgers, witte tijgers en witte leeuwen) zijn nergens te zien.

    In een van zijn Instagramposts vermeldt Abdulla zijn mobiele nummer. Dit nummer uit de Verenigde Arabische Emiraten is ook terug te vinden op onlinemarktplaatsen waar dieren worden verhandeld. In een van deze advertenties staan jonge hyena’s te koop voor iets meer dan negenhonderd euro. De foto bij deze advertentie is identiek aan het openingsshot van een filmpje dat hij op dezelfde dag op zijn Instagrampagina plaatste, maar waarop zijn hoofd onherkenbaar is gemaakt.

    Ook hyena’s gelden volgens de wet uit 2017 als gevaarlijke dieren. De gestreepte hyena, waar Abdulla er een van vasthoudt, is een bijna-bedreigde diersoort die steeds zeldzamer wordt.

    In andere Instagramposts waarop leeuwenwelpen te zien zijn, vragen volgers herhaaldelijk naar de prijs van de dieren. Net als MBE.777 antwoordt Abdulla steevast door een privéchat voor te stellen. Uit andere berichten op sociale media blijkt dat Abdulla in contact staat met privédierentuinen die een vergunning hebben voor het houden van exotische dieren.

    Herinner je je die eerste witte tijgerwelp die in augustus 2019 door meerdere beroemdheden werd geknuffeld, allemaal getagd met MBE.777? Dezelfde welpen verschenen in juli 2019 op Safari_Dubai’s Instagramaccount.

    In mei 2020 was dezelfde tijger te zien in de privédierentuin van ene Humaid Albuqaish, een Instagraminfluencer uit de Emiraten die bekendstaat om zijn weelderige levensstijl. Albuqaish zette meerdere foto’s van hemzelf op sociale media met de tijger aan een lijn, staand naast zijn huis, auto’s en boot. Opnieuw valt uit de vlekken en strepen op te maken dat het dezelfde tijger is die wederom van hand is gewisseld.

    Safari_Dubai houdt ook leeuwen, individuen die figureren op socialemediaposts van beroemdheden. Weliswaar hebben leeuwen geen strepen, maar je kunt ze heel goed identificeren aan de hand van hun snorhaarstippen. Dit unieke stippenpatroon blijft het hele leven van een leeuw onveranderd. Gebruikmakend van een door Living with Lions ontwikkelde methode, kunnen we nagaan of sommige beroemdheden wellicht dieren van Safari_Dubai en MBE.777 gebruikten zonder ze te taggen.

    Memphis Depay

    Zo kreeg de Nederlandse voetbalster Memphis Depay kritiek omdat hij op sociale media en in zijn muziekvideo Dubai Freestyle had geposeerd met een leeuwenwelp. We kunnen de welp die in deze muziekvideo voorkomt vergelijken met een jonge leeuw die Safari_Dubai in juli 2020 filmde. Gezien de algehele gelijkenis (naast de vlek op de neus en de kleur van de ogen), lijkt het om dezelfde leeuw te gaan – eentje die Depay huurde van Safari_Dubai.

    Volgens de Nederlandse website Voetbal Primeur liet Depay op Instagram weten dat hij de welp van een ‘privédierentuin’ geleend had. Schijnbaar was hij er zich niet van bewust waar deze welpen en leeuwen eerder waren geweest.

    Een jonge hyena is te koop voor iets meer dan negenhonderd euro

    Beroemdheden en rijke mensen poseren met tijger- en leeuwenwelpen en taggen MBE.777 en Safari_Dubai in hun posts. MBE.777 houdt al geruime tijd welpen in zijn appartement in een torenflat en het lijkt erop dat hij ze online verkoopt en verhuurt.

    Safari_Dubai, zo blijkt, fokt openlijk wilde dieren. Het is goed mogelijk dat hij dit legaal doet en dat tenminste een van zijn tijgers in een privédierentuin is beland. Wel kunnen we vraagtekens zetten bij de onlineadvertenties waarin exotische dieren te koop worden aangeboden en waarin hij te zien is. Bovendien suggereert zijn aanwezigheid op de achtergrond van meerdere foto’s dat Safari_Dubai samenwerkt met MBE.777. De twee mannen hebben dezelfde welpen in handen gehad.

    Het is gevoeglijk bekend dat op sociale-media in exotische dieren gehandeld wordt en hoe gevaarlijk deze industrie is. Nauwelijks bekend echter is de rol die beroemdheden en influencers hierin spelen. Door te poseren met leeuwen- en tijgerwelpen en deze accounts te taggen, maken socialemediasterren onder hun miljoenen volgers reclame voor een netwerk dat online exotische dieren verhandelt. Sommige van deze dieren worden meerdere keren per maand gebruikt voor fotosessies en eindigen vaak als huisdier bij privépersonen.

    Dit heeft niet alleen juridische consequenties en bedreigt het welzijn van deze dieren, maar maakt ook wilde populaties kwetsbaarder voor stroperij. Experts waarschuwen dat zelfs als deze dieren gefokt worden en niet gevangen, hun rol als statussymbool de handel een impuls geeft. Fans en volgers kunnen dat tegengaan door de relatie tussen Instagramfoto’s en deze handel te benoemen. Dit maakt de posts verdacht en dat kan indirect een positief effect hebben op populaties wilde dieren.

    ‘Ons team heeft gemerkt dat zich online een gedragsverandering voltrekt: steeds meer mensen spreken zich uit tegen de eigenaars van exotische huisdieren. Ze zijn zich bewuster van de negatieve gevolgen van het houden van een wild dier, voor de eigenaar, de mensen om hem heen en ook voor het natuurlijk leefmilieu van het dier,’ vertelt Elsayed Mohamed van het IFAW, het Internationale Fonds voor Dierenwelzijn. Mohamed prijst daarom de Verenigde Arabische Emiraten voor de nieuwe, strenge wetgeving op dit gebied.

    Bellingcat vroeg MBE.777 en Safari_Dubai of zij zich bewust waren van de wet uit 2017, of zij de dieren die te zien zijn op hun foto’s verkopen en waar ze vandaan komen. Geen van beiden heeft geantwoord.

    In januari 2021 veranderde MBE.777 zijn Instagrampseudoniem naar_79797_ en wiste een flink aantal volgers. Niet lang na ons verzoek om commentaar verwijderde MBE.777 ook de laatste van zijn foto’s op Instagram. Safari_Dubai blokkeerde ons op meerdere kanalen.

  • Hulporganisaties op de Middellandse Zee onder vuur

    Hulporganisaties op de Middellandse Zee onder vuur

    Reddingsacties van ngo‘s op de Middellandse Zee zouden volgens de Europese en Italiaanse grensautoriteiten mensensmokkel faciliteren. Maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat de autoriteiten samenwerken met Libische smokkelaars, terwijl de hulporganisaties en migranten zelf worden aangeklaagd.

    Lees hier deel 1 van dit artikel.

    In 2014 breekt een nieuwe etappe aan in het werk van DNAA, het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap dat zich de laatste jaren toelegde op het aanpakken van mensensmokkelaars op de Middellandse Zee, en zijn directeur Franco Roberti. Italië heeft Mare Nostrum, een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die meer dan 150.000 mensen redde, na een jaar opgeheven vanwege budgettaire beperkingen en een gebrek aan Europese samenwerking.

    In haar kielzog heeft de EU twee nieuwe operaties opgezet, een via Frontex en de ander onder militaire vlag, Operatie Sophia genaamd. Deze operaties zijn niet gefocust op het redden van mensenlevens, maar op grensbeveiliging en mensensmokkelaars uit Libië. Vanaf 2015 werden vertegenwoordigers van Frontex en Operatie Sophia toegevoegd aan de bijeenkomsten van DNAA, waarbij Italiaanse aanklagers erop toezagen dat beiden zich aan de nieuwe onderzoeksstrategie hielden.

    Die strategie betekende dat iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, als medeplichtige aan mensensmokkel moest worden beschouwd en onderworpen moest worden aan de Italiaanse jurisdictie. Zo konden ze de Libische smokkelaars aanpakken zoals ze eerder de Italiaanse maffia hadden aangepakt.

    Belangrijk voor het onderzoek zijn foto‘s van reddingsacties, zoals de luchtfoto die door de Italiaanse kustwacht aan Dieudonne, een Kameroense bootvluchteling die werd verhoord door de kustwacht, werd getoond, waarmee de politie op een andere manier kon identificeren wie de boten bestuurde en wie hielp bij het navigeren.

    Ngo’s in het vizier

    Bij gebrek aan reddingsschepen van de overheid begon een vloot van schepen van hulporganisaties aan een groot aantal reddingsacties in de internationale wateren voor de kust van Libië. Deze schepen, die werden gecoördineerd door het Italiaanse reddingscentrum van de kustwacht in Rome, maakten het moeilijk voor aanklagers en politie om bewijsmateriaal te verzamelen. Volgens de notulen van een vergadering van DNAA, die Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino van The Intercept hebben ingezien, gaven sommige ngo‘s, waaronder MOAS, routinematig foto‘s aan de Italiaanse politie en Frontex. Anderen weigerden met het argument dat het leveren van bewijs voor onderzoek naar de mensen die ze hadden gered, hun doeltreffendheid en neutraliteit zou ondermijnen.

    In de jaren na Mare Nostrum was de ngo-vloot verantwoordelijk voor meer dan een derde van alle reddingen in het centrale Middellandse Zeegebied, volgens schattingen van Operatie Sophia. Omdat de ngo‘s geen informatie van geredde migranten verzamelden voor de politie, werd ‘informatie die essentieel is om het begrip van het bedrijfsmodel van smokkel te vergroten’, niet verkregen, aldus een uitgelekt rapport.

    Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie

    Tijdens een volgende bijeenkomst herhaalden zes aanklagers hun bezorgdheid. Reddingsacties van hulporganisaties betekenden dat de politie migranten op zee niet kon ondervragen, zeiden ze, en daarom moesten gevallen worden geseponeerd door gebrek aan bewijs. Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie, omdat dan ‘een moment van empathie is bereikt’. ‘Het is niet mogelijk om deze taak uit te voeren als de reddingsinterventie wordt uitgevoerd door schepen van ngo’s’, aldus de admiraal tegen de groep.

    Ngo’s veroorzaakten dus problemen voor de DNAA-strategie. Tijdens de bijeenkomsten bespraken Italiaanse aanklagers en vertegenwoordigers van de kustwacht, de marine en het ministerie van Binnenlandse Zaken wat ze konden doen om dehulporganisaties in toom te houden. Tegelijkertijd richtten verschillende aanklagers afzonderlijk hun vizier op de ngo’s zelf.

    Zo beschuldigde Frontex in een intern rapport, dat later volledig werd gepubliceerd door The Intercept, een vaartuig van een ngo ervan migranten rechtstreeks van Libische smokkelaars te hebben overgenomen, op grond van informatie van ‘Italiaanse autoriteiten’. Die claim werd weersproken met videobewijs en door de bemanning van het schip.

    ’Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen

    Maanden later maakte Carmelo Zuccaro, de officier van justitie van Catanië, bekend dat hij onderzoek deed naar reddingsorganisaties. ‘Samen met Frontex en de marine proberen we toezicht te houden op al deze ngo’s die hebben laten zien over grote financiële middelen te beschikken’, zei Zuccaro tegen de Italiaanse krant La Repubblica. Zijn uitspraak ging viraal in Italiaanse en Europese media. ‘Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen van humanitaire ngo’s door anti-immigratiepolitici en extreemrechts in Italië.

    Zuccaro zou uiteindelijk zijn beweringen terugdraaien en een parlementaire commissie vertellen dat hij op dat moment met een hypothese werkte maar geen bewijs had om zijn uitspraak te staven.

    In een interview met de  Duitse krant Die Welt in februari 2017 onthield de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, zich van expliciete kritiek op het werk van reddingsorganisaties, maar hij zei wel dat ze het politieonderzoek in de Middellandse Zee belemmerden. Omdat hulporganisaties een groter percentage reddingen verrichtten, aldus Leggeri, ‘wordt het voor de Europese veiligheidsautoriteiten steeds moeilijker om door ondervraging van migranten meer te weten te komen over de smokkelnetwerken‘.

    ‘Die lastercampagne ging heel, heel ver’, zegt voormalig minister van Buitenlandse Zaken Emma Bonino. Verwijzend naar Marco Minniti, destijds de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, voegt ze eraan toe: ‘Ik probeerde Minniti ertoe aan te zetten niet zo geobsedeerd te zijn door de mensen die hierheen kwamen, maar om een integratiebeleid voor Italië in te voeren. Maar hij concentreerde zich uitsluitend op Libië, op het smokkelen en op het criminaliseren van ngo’s met behulp van officieren van justitie.’

    Volgens Bonino vormde de actie tegen ngo’s deel van een groter plan om het Europese beleid in het centrale Middellandse Zeegebied te veranderen. De eerste stap was de verschuiving van humanitaire redding naar grensbeveiliging en smokkel. De tweede stap ‘was de ngo’s aan te klagen of hen te arresteren. Het was een smerige campagne tegen hen. Met na zoveel jaren als resultaat dat er geen veroordelingen, geen straffen, geen processen zijn.’

    ‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen, maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje’

    Een derde stap behelsde het opzetten van een nieuwe kustwacht in Libië om te doen wat de Europeanen volgens het internationaal recht niet konden: mensen op zee onderscheppen en terugbrengen naar Libië, van waaruit ze net waren gevlucht.

    Aanvankelijk waren de leiders bij Frontex voorzichtig. ‘Als Frontex kijken we met bezorgdheid naar Libië; er is daar geen stabiele staat’, zei Leggeri in het interview van 2017. ‘We helpen nu 60 officieren op te leiden voor een mogelijke toekomstige Libische kustwacht. Maar dit is op zijn best een begin.’ Maar Bonino ziet dat anders. ‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen,’ zegt ze. ‘Maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje.’

    Dezelfde uniformen, dezelfde schepen

    Dieudonne, een Kameroense migrant die veilig is aangekomen in Italië, werd nooit opgeroepen als getuige door de rechtbank. Hij hoopt dat geen van zijn lotgenoten in de gevangenis is beland, maar zegt graag te getuigen tegen mensenhandelaars mocht hij worden gebeld. ’Ik heb de politie de contactgegevens van mensenhandelaars gegeven, ik heb ze namen gegeven’, aan boord van het kustwachtschip, zo vertelt hij The Intercept.

    De smokkeloperaties in Libië gebeurden in het zicht, maar de Italiaanse politie moest in internationale wateren blijven. Uitgelekte documenten van Operatie Sophia beschrijven jarenlange inspanningen van Europese ambtenaren om de Libische politie ertoe te bewegen smokkelaars te arresteren. Achter gesloten deuren gaven Italiaanse en EU-topfunctionarissen toe dat diezelfde smokkelaars waren verweven met de nieuwe Libische kustwacht die Europa aan het opzetten was en dat samenwerking met hen mogelijk in strijd zou zijn met het internationaal recht.

    Al in 2015 merkten meerdere functionarissen op de antimaffiabijeenkomsten van DNAA op dat sommige smokkelaars verontrustend dicht bij leden van de Libische regering stonden. ‘Milities gebruiken dezelfde uniformen en dezelfde schepen als de Libische kustwacht die door de Italiaanse marine wordt getraind’, zei schout bij nacht Enrico Credendino, verantwoordelijk voor Operatie Sophia, in 2017. Het hoofd van de Libische kustwacht en de Libische minister van Defensie, beide bondgenoten van de Italiaanse regering, onderhouden ‘nauwe relaties met enkele militiebazen’, aldus Credendino.

    Een van de Libische kustwachtofficieren werd veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie

    Een van de Libische kustwachtofficieren die aan beide kanten opereerde, was Abd al-Rahman Milad, ook wel bekend als Bija. In 2019 onthulde de Italiaanse krant Avvenire dat Bija, met de Italiaanse grenspolitie en inlichtingenfunctionarissen in mei 2017 deelnam aan een bijeenkomst op Sicilië die was gericht op het tegengaan van migratie vanuit Libië. Een maand later werd hij door de VN-Veiligheidsraad veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie in de kustplaats Az Zawiyah, en, zoals de VN het omschreef, voor ‘het met vuurwapens tot zinken brengen van migrantenboten.’

    Volgens gelekte documenten van Operatie Sophia zijn kustwachtofficieren die onder Bija’s bevel stonden, getraind door de EU tussen 2016 en 2018.

    Terwijl de Italiaanse regering vermeende smokkelaars in Italië vervolgde, werkten ze ook samen met mensen waarvan ze wisten dat het smokkelaars waren in Libië. Minniti, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken van Italië, rechtvaardigde de deals van zijn regering met Libië, want het vooruitzicht van massale migratie vanuit Afrika bezorgde hem ‘angst voor het welzijn van de Italiaanse democratie’.

    In een van de antimaffiabijeenkomsten van 2017 schetste Vittorio Pisani van het ministerie van Binnenlandse Zaken een plan dat voorzag in de directe coördinatie van de nieuwe Libische kustwacht. Ze zouden ‘een operatiekamer in Libië creëren voor de uitwisseling van informatie met het ministerie van Binnenlandse Zaken’, aldus Pisani, ‘voornamelijk over de positie van ngo-schepen en hun reddingsoperaties. Zodoende kon de Libische kustwacht aan de slag in zijn nationale wateren.’

    ‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’

    En daarmee werd de derde stap van het plan in gang gezet. Aan het einde van de bijeenkomst stelde Roberti voor om vertegenwoordigers van de Libische politie uit te nodigen voor hun volgende bijeenkomst. In een interview met The Intercept bevestigde hij dat Libische vertegenwoordigers ten minste twee antimaffiabijeenkomsten bijwoonden en dat hij zelf Bija ontmoette tijdens een bijeenkomst in Libië, een maand nadat het rapport van de VN-Veiligheidsraad was gepubliceerd. Een jaar later werd Bija bestraft door de commissie van de Veiligheidsraad voor Libië, met bevriezing van zijn tegoeden en een verbod op internationale reizen.

    ‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’, zegt Roberti in het Napolitaanse café. ‘Zijzelf waren de mensenhandelaars.’

    Een veilige plek

    Roberti ging in 2017 met pensioen bij DNAA. Hij zei dat de organisatie onder zijn leiding een basis creëerde voor de omgang met migratie in heel Europa. Maar hij erkent dat zijn uitbreiding van DNAA naar migratiekwesties gemengde resultaten heeft opgeleverd. Hij zegt dat de antimaffiastrategie haperde – net als zijn reis naar Duitsland in de jaren negentig met Giovanni Falcone om internationale maffiapraktijken aan te pakken – vanwege een gebrek aan samenwerking met de ngo’s, met andere Europese regeringen en met Libië.

    ‘Op Europees niveau werkt de samenwerking niet’, aldus Roberti. En wat betreft Libië voegt hij eraan toe: ‘We hebben het geprobeerd. En ik denk dat de afspraken die de regering maakte, juist waren. Maar uiteindelijk werd het een mislukking.’

    Uitgebreid

    DNAA heeft zijn activiteiten sindsdien uitgebreid. Tussen 2017 en 2019 keurde de Italiaanse regering twee wetsvoorstellen goed die het antimaffia-agentschap belast met vrijwel alle illegale immigratiekwesties. Sinds 2017 zijn vijf Siciliaanse aanklagers, die allemaal ten minste één coördinatievergadering bijwoonden, vijftien afzonderlijke gerechtelijke procedures begonnen tegen medewerkers van hulporganisaties. Tot dusver zijn er geen veroordelingen. Drie zaken zijn door de rechtbank verworpen en de rest loopt nog.

    Eerder deze maand kwam het nieuws naar buiten dat Siciliaanse aanklagers journalisten en mensenrechtenadvocaten hebben afgeluisterd voor een van deze onderzoeken. Ze luisterden wettelijk beschermde gesprekken af met bronnen en cliënten. Het Italiaanse ministerie van Justitie heeft een onderzoek ingesteld naar het incident, dat volgens Italiaanse juridische experts neerkomt op crimineel handelen. De officier van justitie die de telefoontaps goedkeurde, woonde tenminste één coördinatievergadering van DNAA bij, waar onderzoeken tegen ngo’s uitvoerig werden besproken.

    Sinds DNAA zijn bereik heeft vergroot, zijn de belangrijkste spelers van eerdere coördinatievergaderingen gestegen in de pikorde van Italiaanse en Europese instellingen. Een officier van justitie, Federico Cafiero de Raho, leidt nu het antimaffia-agentschap. Salvi, de voormalige officier van justitie van Catanië, is nu procureur-generaal van Italië. Pisani, de voormalige medewerker van het ministerie van Binnenlandse Zaken, is plaatsvervangend hoofd van de Italiaanse inlichtingendiensten. En Roberti is lid van het Europees Parlement.

    Cafiero de Raho staat achter de onderzoeken en arrestaties die het antimaffia-agentschap door de jaren heen heeft verricht. Hij noemde de coördinatievergaderingen een essentieel instrument voor aanklagers en politie in moeilijke tijden.

    Gevraagd naar zijn specifieke opmerkingen tijdens de bijeenkomsten, met name zijn verklaringen dat humanitaire hulporganisaties gereguleerd moesten worden en zijn herhaalde erkenning dat leden van de nieuwe Libische kustwacht betrokken waren bij smokkelactiviteiten, zegt Cafiero de Raho dat zijn opmerkingen in de juiste context moeten worden geplaatst, namelijk het ontwikkelen door Italië en de EU van een kustwacht in een deel van Libië dat grotendeels werd geregeerd door lokale milities.

    Zijn uiteindelijke doel is wat hij in de coördinatievergaderingen van DNAA de ‘buitengerechtelijke oplossing’ noemde: proberen om het bestaan van misdaden tegen de menselijkheid in Libië te bewijzen, zodat ‘de VN troepen naar Libië kan sturen om migrantenkampen te ontmantelen die zijn opgezet door mensenhandelaars… en de controle over dat gebied te heroveren.’

    De overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen wordt onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië

    Een woordvoerder van de afdeling buitenlands beleid van de EU, die Operatie Sophia leidde, weigerde rechtstreeks te reageren op het bewijs dat de leiders van de Europese militaire operatie wisten dat delen van de nieuwe Libische kustwacht ook betrokken waren bij smokkelactiviteiten, maar merkte wel op dat Bija zelf niet is opgeleid door de EU. Een woordvoerder van Frontex zegt dat zijn organisatie ‘niet is betrokken bij de selectie van te trainen officieren’.

    In 2019 veranderde de Europese migratiestrategie opnieuw. Nu wordt de overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië. In maart 2019 haalde Operatie Sophia al haar schepen terug uit het reddingsgebied en richt zich sindsdien op luchtpatrouilles om de Libische kustwacht aan te sturen en te coördineren. Mensenrechtenadvocaten in Europa hebben daarop zes juridische procedures tegen Italië en de EU aangespannen: in strijd met het internationaal recht zouden ze de terugkeer van migranten naar gevaarlijke omstandigheden faciliteren.

    Gedurende vier jaar van coördinatievergaderingen hebben Italië en de EU inderdaad privé toegegeven dat het onwettig is om mensen naar Libië terug te sturen. ‘Fundamentele schendingen van de mensenrechten in Libië maken het onmogelijk om migranten terug te drijven naar de Libische kust’, zei Pisani in 2015. Twee jaar later ontwierp hij het begin van een plan dat precies dat zou doen.

    Het resultaat van louter toeval

    Dieudonne weet dat hij geluk heeft gehad. De scheidslijn tussen verdachte en slachtoffer is geheel afhankelijk van de eerste indrukken van politieagenten in de minuten of uren na een reddingsactie. Volgens politierapporten die in rechtszaken werden gebruikt, waren fysieke kenmerken, zoals ‘een lichtere huidskleur’, of gedrag aan boord van het schip, zoals het nauwkeurig in de gaten houden van politiebewegingen ‘met opmerkelijke belangstelling’, voldoende om argwaan te wekken.

    In een uitspraak uit 2019 waarin zeven vermeende smokkelaars werden vrijgesproken na drie jaar voorarrest, schreven rechters dat ‘de selectie van de verdachten aan de ene kant en de getuigen aan de andere kant, met als enige uitzondering de stuurman, nagenoeg het resultaat is van louter toeval’.

    Meewerken met Libische smokkelaars heeft andere migranten in Italië lange gevangenisstraffen gekost. In september 2019 werd een 22-jarige Guinees, bijgenaamd Suarez, gearresteerd bij aankomst in Italië. Vier getuigen vertelden de politie dat hij had samengewerkt met gevangenisbewakers in Az Zawiyah, in het detentiecentrum voor immigranten dat wordt beheerd door de beruchte Bija.

    ‘Suarez was ook een gevangene die gedwongen meewerkte’, zei een van de getuigen tegen de rechtbank. Degenen die zich geen betaling van losgeld kunnen veroorloven, helpen vaak met maaltijden uitdelen of toezicht houden, verklaarde een ander. ‘Je zou er moeten zijn om de situatie te begrijpen’, aldus de eerste getuige. Suarez werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, die onlangs in hoger beroep is teruggebracht tot twaalf jaar.

    Verrassend kalmte

    Dieudonne herinnert zich zijn reis op zee levendig, met verrassende kalmte. Toen de boot water begon te maken, probeerde hij te helpen. ‘Je moet helpen waar dat nodig is.’ In zijn kantoor in Bari buigt hij zich voorover en maakt schepbewegingen met zijn armen, alsof hij water uit een boot haalt.

    ‘Zouden ze mij ook moeten veroordelen?’ vraagt hij zich af. Hij vindt het ironisch dat het de Libiërs waren die Bija uiteindelijk in oktober arresteerden op beschuldiging van mensenhandel. De Italianen en Europeanen, zegt hij lachend, hadden het te druk samen te werken met de corrupte kustwacht. Overigens werd Bija vorige maand vrijgelaten uit de gevangenis nadat een Libische rechtbank hem van alle aanklachten heeft vrijgesproken. Hij is gepromoveerd bij de kustwacht en weer aan het werk gezet.

    Dieudonne denkt vaak aan de mensen die hij identificeerde aan boord van het kustwachtschip midden op zee. ‘Ik heb de politie de waarheid verteld. Maar als dat leidt tot de veroordeling van een onschuldig persoon, dan is dat verkeerd’, zegt hij. ‘Omdat ik weet dat die persoon niets fout heeft gedaan. Integendeel, hij heeft ons leven gered door dat vlot te besturen.’

    Dit artikel werd samengesteld door IJsbrand van Veelen.

  • Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Een Italiaanse antimaffia-instantie coördineert de Italiaanse en Europese aanpak van smokkelaars die mensen vanuit Libië naar Europa proberen te krijgen. De aanpak lijkt succesvol en bedient de wensen van de publieke opinie, maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat het voornamelijk migranten zijn die worden opgepakt en veroordeeld. Smokkelbendes blijven grotendeels buiten schot.

    ‘Afana Dieudonne noemt zichzelf geen held, want hij heeft dingen gedaan waar hij niet trots op is. Zoals iedereen in zijn situatie zou doen om te overleven, zegt hij. Dieudonne reisde van Kameroen naar Tunesië per vliegtuig, vandaar met de auto en te voet door de woestijn naar Libië, en belandde vervolgens in een rubberboot op de Middellandse Zee.’ Zo beginnen Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino hun verhaal voor The Intercept. Het verhaal van Afana Dieudonne kenmerkt de huidige aanpak van het migrantendrama.

    Mensensmokkelaars in Libië die het onderduikadres beheerden waar Dieudonne verbleef, vroegen om zijn hulp. Hij sprak een beetje Engels en wilde geen problemen, dus hij hielp hen, beducht omdat ze vaak stoned waren en altijd gewapend. Soms vroegen ze hem voedsel en water onder de andere migranten te verdelen. Andere keren verklikte hij degenen die hun bevelen niet opvolgden. Soms dwongen de mensenhandelaars hem tot geweld tegen zijn lotgenoten. Zij of ik, redeneerde hij.

    Op 30 september 2014 duwden de smokkelaars Dieudonne en 91 anderen in een rubberboot de zee op. In de pikdonkere nacht zagen ze de lichten van de Libische kust uit het zicht verdwijnen. Na een dag op zee begon de overvolle rubberboot water te maken. De opvarenden werden gered door een schip van een hulporganisatie en overgebracht naar een schip van de Italiaanse kustwacht. Dieudonne werd eruit gepikt voor ondervraging.

    Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist

    De eerste vragen die hem werden gesteld waren kort en routineus: naam, leeftijd, nationaliteit. En toen veranderde de ondervraging van toon: de agenten wilden weten hoe de mensenhandel in Libië werkte, zodat ze de betrokkenen konden arresteren. Ze wilden weten wie de rubberboot had bestuurd en wie had genavigeerd.

    Hij vertelde alles en wees ook de ‘kapitein’ aan, tussen aanhalingstekens, want er was geen echte kapitein. De echte mensensmokkelaars blijven in Libië, aldus Dieudonne, en degenen die handelen als ‘de “kapiteins” doen dat niet uit vrije wil’.

    Het antimaffia-agentschap

    Om migratie in het centrale Middellandse Zeegebied aan te pakken waren de inspanningen van de Italiaanse regering en de Europese Unie jarenlang gefixeerd op de achterblijvers in Libië. Die worden afwisselend facilitators, smokkelaars, mensenhandelaars of militieleden genoemd. Ze voorzien in hun levensonderhoud door anderen te helpen op illegale wijze Europa binnen te komen. Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist.

    De Europese poging om deze smokkelnetwerken te ontmantelen wordt aangestuurd door een opmerkelijk instituut: de Direzione nazionale antimafia e antiterrorismo (DNAA): het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap. Deze kleine politie-afdeling uit Rome verwierf in de jaren negentig en begin 2000 aanzien door grote delen van de maffia in Sicilië en elders in Italië te ontmantelen.

    Uit niet eerder gepubliceerde interne documenten blijkt dat DNAA een belangrijke rol speelde bij het toezicht op de zuidelijke zeegrenzen van Europa, in nauwe samenwerking met het EU-grensagentschap Frontex en Europese militaire missies die voor de Libische kust opereren.

    Illegale migratie naar Europa kreeg dezelfde aanpak als de maffia

    Onder leiding van de ervaren maffiajager Franco Roberti ontwikkelde DNAA een strategie die uniek was, in ieder geval nieuw voor de instanties die de grenzen moeten bewaken. Illegale migratie naar Europa zou dezelfde aanpak als de maffia krijgen. Hierdoor kregen de Italiaanse en Europese politie, kustwacht en marine, die volgens het internationaal recht verplicht zijn om gestrande vluchtelingen op zee te redden, de mogelijkheid om op zijn minst een aantal arrestaties en veroordelingen te verrichten.

    Het idee was om laaggeplaatste handlangers te arresteren en hen met dwang en de belofte van strafvermindering ertoe te brengen hun opdrachtgevers prijs te geven. Zo zouden onderzoekers de mensen een stap hoger op de ladder kunnen identificeren, om uiteindelijk de smokkelbendes in Libië te ontmantelen. Bij elke boot die in Italië arriveerde, verrichtte de politie een handvol arrestaties. Iedereen die tijdens de overtocht een actieve rol had gespeeld, van het sturen tot het vasthouden van een kompas tot het uitdelen van water of het repareren van een lek, kon worden gearresteerd op grond van de nieuwe wettelijke richtlijnen die werden opgesteld door Roberti’s antimaffia-eenheid.

    Aanklachten varieerden van smokkel tot transnationale criminele samenzwering en zelfs moord, als opvarenden benedendeks waren gestikt of waren verdronken. Het aantal mensen dat sinds 2013 is gearresteerd wordt in de duizenden geschat.

    Voor de politie, aanklagers en betrokken politici waren deze arrestaties een belangrijk binnenlands politiek succes want de publieke opinie in Italië had zich tegen migratie gekeerd, en nu haalden politiefoto’s van vermeende smokkelaars regelmatig de voorpagina‘s.

    De meeste ‘succesvolle’ vervolgingen betroffen veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald

    The Intercept vroeg documenten op via de Italiaanse Wet openbaarheid van bestuur. Uit notulen van niet-openbare gesprekken tussen leidinggevenden blijkt dat de meeste ‘succesvolle’ vervolgingen alleen betrokkenen op laag niveau betroffen, veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald. Smokkelbazen zelf werden zelden veroordeeld. Uit de documenten blijkt dat veel rechtszaken zijn gebaseerd op overhaaste onderzoeken en ondervragingen waarbij sprake was van dwang.

    In de jaren die volgden ging DNAA tot het uiterste om de stroom van arrestaties voort te zetten. Volgens interne documenten coördineerde het bureau een reeks strafrechtelijke onderzoeken naar de civiele hulporganisaties die levens redden in de Middellandse Zee en ervan worden beschuldigd het werk van de politie te belemmeren. DNAA zag ook toe op pogingen om een nieuwe kustwacht in Libië op te richten en op te leiden, wetende dat sommige kustwachtofficieren samenwerken met de smokkelnetwerken die de Italiaanse en Europese diensten juist proberen te bestrijden.

    Sinds de oprichting heeft het antimaffia-agentschap ongekende onderzoeksinstrumenten gebruikt en fungeerde het als een brug tussen politici en de rechtbanken. De documenten onthullen tot in de kleinste details hoe het agentschap met Italiaanse en Europese functionarissen, gebruikmaakte van allerlei bevoegdheden om vermeende smokkelaars aan te pakken, terwijl ze wisten dat het in de meeste gevallen ging om wanhopige mensen die op de vlucht waren voor armoede en geweld en die beperkte middelen hadden om zichzelf in de rechtbank te verdedigen.

    Tragedie en kansen

    DNAA werd begin jaren negentig opgericht na een decennium van escalerend maffiageweld. Tegen die tijd waren honderden aanklagers, politici, journalisten en politieagenten neergeschoten, opgeblazen of ontvoerd, en nog veel meer werden afgeperst door georganiseerde misdaadfamilies die actief waren in Italië en ver daarbuiten.

    In Palermo, de Siciliaanse hoofdstad, was officier van justitie Giovanni Falcone een rijzende ster in de Italiaanse rechterlijke macht. Falcone had ongekend succes behaald met een aanpak van de georganiseerde misdaad die gebaseerd was op het volgen van geldstromen, het in beslag nemen van activa en het centraliseren van bewijsmateriaal dat door openbare aanklagers op het eiland was verzameld. Maar toen de maffia uitbreidde naar de rest van Europa, bleek Falcone‘s werk ontoereikend.

    In september 1990 reisde een maffiacommando vanuit Duitsland naar Sicilië om een 37-jarige rechter neer te schieten. Weken later, bij een politiecontrole in Napels, bleek dat de Siciliaanse chauffeur van de vrachtwagen vol wapens, explosieven en drugs, ingezetene van Duitsland was. Een maand na diens arrestatie reisde Falcone naar Duitsland om een infrastructuur voor informatie-uitwisseling met de autoriteiten op te zetten. Hij bracht een jongere collega uit Napels mee, Franco Roberti.

    Het was een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken

    ‘We stonden tegenover een ondoordringbare muur’, aldus een bittere Roberti, die drie decennia later met The Intercept sprak in Napels. Inmiddels 73 jaar oud en met de hese stem van een levenslange roker, beschrijft Roberti het Italiaanse maffiaprobleem in directe bewoordingen. Hij betreurt het gebrek aan internationale samenwerking dat volgens hem tot op de dag van vandaag voortduurt. ‘Ze beweerden dat ze geen onderzoek hoefden te doen,’ aldus Roberti, ‘omdat het aan ons was om Italiaanse maffiosi in Duitsland te traceren.’

    Toen de aanklagers met lege handen terugreisden naar Italië, vertelde Falcone hem dat we ‘een gecentraliseerd nationaal orgaan nodig hadden dat rechtstreeks met buitenlandse gerechtelijke autoriteiten kon spreken en onderzoeken in Italië kon coördineren’.

    ‘Zo ontstond het idee van het antimaffia-agentschap’, aldus Roberti. De twee begonnen met het opzetten van wat de eerste nationale antimaffiastrijdmacht van Italië zou worden.

    Destijds was er veel weerstand tegen het project. Critici voerden aan dat Falcone en Roberti ‘superaanklagers’ creëerden met buitensporige macht over de rechtbanken, terwijl ze ondertussen onderhevig waren aan politieke druk van de regering in Rome. Het was, zo luidde de kritiek, een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken; handig om de maffia te veroordelen, maar gevaarlijk voor de Italiaanse democratie.

    Toch werd het project in januari 1992 goedgekeurd door het Italiaanse parlement. Maar Falcone zou er nooit leiding aan geven want enkele maanden later werd hij gedood door een maffiabom, samen met zijn vrouw en de drie agenten die hen begeleidden. Door die aanslag verstomde alle kritiek op het plan van Falcone.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen’

    DNAA werd een van de belangrijkste instellingen van Italië, als nationale autoriteit voor alles wat betrekking heeft op de georganiseerde misdaad en als de instantie die verantwoordelijk is voor het gedeeltelijk bevrijden van het land uit de eeuwenlange greep van de maffia. In de decennia na de dood van Falcone deed DNAA wat velen in Italië voor onmogelijk hielden, door grote delen van de vijf belangrijkste Italiaanse misdaadfamilies te ontmantelen en het aantal moorden door de maffia bijna te halveren.

    Maar tegen de tijd dat Roberti er de leiding kreeg in 2013, was het alweer jaren geleden dat de laatste spraakmakende maffiavervolging had plaatsgevonden. Tegelijkertijd kreeg Italië te maken met een ongekend aantal migranten dat per boot arriveerde. Zo kwam Roberti op het idee om DNAA te laten optreden tegen wat hij zag als een ander soort maffia. Hij richtte zijn blik op Libië.

    ‘We moesten beter gecoördineerd handelen om mensensmokkel te bestrijden en dus nodigde ik iedereen aan tafel met als belangrijkste doel om levens te redden, schepen in beslag te nemen en smokkelaars te pakken’, aldus Roberti. ‘En dat hebben we gedaan.’

    Gewelddadigheden

    Afana Dieudonne bereikte de Libische havenstad Zuara in augustus 2014. Hij hoefde alleen nog de Middellandse Zee over en hij zou in Europa zijn. De smokkelaars die hij voor die stap betaalde, namen hem al zijn bezittingen af en stopten hem in een verlaten gebouw dat diende als onderduikadres om zijn beurt af te wachten.

    Dieudonne vertelt zijn verhaal in een klein kantoor in Bari, de Italiaanse havenstad waar hij nu een coöperatie runt die nieuwkomers helpt toegang te krijgen tot lokaal onderwijs. Hij is vurig en charismatisch. Telkens als hij iets betoogt, tikt hij met zijn knokkels op tafel. Hij stond drong er bij The Intercept op aan dat ze zijn echte naam zouden publiceren. Anderen die de reis recenter maakten en in afwachting zijn van beslissingen over hun verblijfsvergunning of vluchtelingenstatus, waren minder bereid om openlijk te spreken.

    Dieudonne herinnert zich zijn onderduik in Zuara als een aaneenschakeling van gewelddadigheden. De smokkelaars kwamen één keer per dag met eten en vroegen dan wie hun bevelen niet hadden opgevolgd. De aanwezigen in het gebouw wisten dat ze niet snel zouden worden ontdekt door politie of rivaliserende smokkelaars, maar ze wisten ook dat ze niet vrij waren om te vertrekken.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen‘, herinnert Dieudonne zich verontwaardigd. Hij was getuige van martelingen, schietpartijen en verkrachtingen. ‘De eerste keer dat je het ziet, doet het je pijn. De tweede keer doet het je minder pijn. De derde keer’, zegt hij schouderophalend, ‘wordt het normaal. Het is de enige manier om te overleven.’

    ‘Daarom moet ik erom lachen dat mensen die een boot bestuurden worden aangehouden en dan als mensensmokkelaar worden behandeld’, zei Dieudonne. Migranten die naar Italië reisden, meldden dat ze onder bedreiging van een vuurwapen hebben moeten sturen. ‘Dat doe je alleen om niet ter plekke te sterven.’

    Mare Nostrum

    Twee jaar na de val van de regering van Moammar Qadhafi was een groot deel van de noordwestkust van Libië veranderd in een pleisterplaats voor smokkelaars die overtochten naar Europa organiseerden in grote houten vissersboten. Die overvolle schepen, ondermaats bestuurd door amateurs, kapseisden onvermijdelijk, met honderden doden als resultaat. In oktober 2013 eisten twee schipbreuken voor de kust van het Italiaanse eiland Lampedusa meer dan vierhonderd levens, wat tot publieke verontwaardiging leidde in heel Europa. Als reactie hierop lanceerde de Italiaanse staat twee plannen, het ene openbaar en het andere privé.

    ‘Het was een grote schok toen de tragedie bij Lampedusa plaatsvond’, herinnert de Italiaanse senator Emma Bonino zich, destijds de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken. De premier ‘belegde een spoedvergadering en we besloten om onmiddellijk met een reddingsprogramma te beginnen’, zei Bonino. ‘Iemand wilde het programma “veilige zeeën” noemen, maar ik zei nee, niet veilig, want er zullen zeker nog andere tragedies volgen. Laten we het Mare Nostrum noemen.’

    Mare Nostrum, ‘onze zee‘ in het Latijn, werd de naam voor een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die een jaar duurde en die meer dan 150.000 mensen redde. De operatie bracht Italiaanse schepen, vliegtuigen en onderzeeërs dichter dan ooit bij de Libische kust. Franco Roberti, net twee maanden hoofd van DNAA, zag mogelijkheden om het juridische bereik van het land uit te breiden en een dodelijke slag toe te brengen aan smokkelbendes in Libië.

    Vijf dagen na de start van Mare Nostrum lanceerde Roberti zijn plan: een reeks coördinatievergaderingen tussen de hoogste echelons van de Italiaanse politie, marine, kustwacht en justitie. Onder leiding van Roberti zouden deze bijeenkomsten vier jaar duren en uiteindelijk vertegenwoordigers van Frontex, Europol, een militaire operatie van de EU en zelfs Libië omvatten.

    Iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, moest als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd

    De notulen van vijf van deze bijeenkomsten, die door Roberti werden gepresenteerd aan een commissie van het Italiaanse parlement en die in handen zijn van The Intercept, bieden een ongekend kijkje achter de schermen van de gebeurtenissen aan de zuidelijke grenzen van Europa sinds het drama van Lampedusa.

    Tijdens de eerste bijeenkomst, gehouden in oktober 2013, vertelde Roberti de deelnemers dat de antimaffiabureaus in de Siciliaanse stad Catanië een innovatieve manier hadden ontwikkeld om migrantensmokkel aan te pakken. Door Libische smokkelaars aan te pakken zoals ze de Italiaanse maffia hadden aangepakt, konden aanklagers jurisdictie claimen over internationale wateren tot ver buiten de Italiaanse grenzen. Dat, aldus Roberti, betekende dat ze legaal aan boord konden gaan van schepen op volle zee om ze te onderzoeken en er beslag op te leggen en dat gevonden bewijsmateriaal in de rechtbank kon worden gebruikt.

    De Italiaanse autoriteiten weten al sinds lange tijd dat ze volgens de internationale maritieme wetgeving verplicht zijn om mensen die Libië ontvluchten op overvolle boten te redden en in veiligheid te brengen. Toen het aantal mensen dat de oversteek probeerde te maken steeg, raakten veel Italiaanse officieren van justitie en kustwachters ervan overtuigd dat smokkelaars op deze reddingsacties vertrouwden om hun bedrijfsmodel te laten werken. Daarom luidde de antimaffiaredenering: iedereen die als bemanningslid optreedt of een noodoproep doet op een boot met migranten, moet als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd en onderworpen worden aan de Italiaanse jurisdictie.

    Europese leiders zochten koortsachtig naar een oplossing voor wat zij zagen als een dreigende migratiecrisis. Italiaanse functionarissen dachten dat ze het antwoord hadden en rechtvaardigden hun beslissingen publiekelijk om toekomstige verdrinkingen te voorkomen.

    Maar volgens de notulen van de antimaffiavergadering in 2013 was deze nieuwe strategie zeker een week ouder dan de schipbreuken bij Lampedusa. Siciliaanse aanklagers hadden het plan al opgesteld om de migratie over de Middellandse Zee aan te pakken, maar misten de instrumenten en de publieke steun om het in daden om te zetten. Na de tragedie van Lampedusa en de oprichting van Mare Nostrum, hadden ze plotseling allebei.

    Scafisti

    Dieudonne en 91 anderen werden gered in de internationale wateren voor de kust van Libië door een Europese ngo genaamd MOAS (Migrant Offshore Aid Station). Ze brachten twee dagen door aan boord van het schip van MOAS voordat ze werden overgebracht naar een schip van de Italiaans kustwacht, de Nave Dattilo, om naar Europa te worden gebracht.

    Aan boord van de Dattilo vroegen kustwachters aan Dieudonne waarom hij Kameroen had verlaten. Ze lieten hem een foto zien van de rubberboot die vanuit de lucht was genomen. ‘Ze vroegen me wie er stuurde, wie welke rol had en zo’, zegt hij. ‘Toen vroegen ze me of ik kon vertellen hoe mensenhandel in Libië werkt, dan zouden ze me verblijfsdocumenten geven.’

    Aanvankelijk wilde hij niet niet graag meewerken. Hij wilde geen lotgenoten beschuldigen, maar was ook bang dat hij verdachte zou kunnen worden. Per slot van rekening had hij de stuurman een paar keer geholpen tijdens de reis. ‘Ik dacht dat ze me pijn zouden doen als ik niet meewerkte‘, zegt hij. ‘Niet zozeer lichamelijk, maar ze zouden me als oneerlijk kunnen beschouwen, als iemand die deel uitmaakt van de mensenhandel.’

    Dieudonne kan niet begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika

    Tot op de dag van vandaag zegt hij dat hij niet kan begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika. Hij somt gebeurtenissen van alleen al het afgelopen jaar op: dienstplicht, hongersnood, corruptie, gewapende milities, aanvallen op scholen. ‘En je probeert dan iemand te veroordelen omdat hij erin is geslaagd daaraan te ontkomen?’

    Het kustwachtschip legde aan in Vibo Valentia, een stad in Calabrië. Tijdens het ontschepen vertelde een plaatselijke politieagent aan een journalist dat ze vijf mensen hadden gearresteerd. De journalist vroeg hoe de politie de verdachte had geïdentificeerd. ‘Er is veel gedaan door de kustwacht’, antwoordde de agent. ‘De migranten zijn twee dagen geleden opgepikt en de vermeende smokkelaars zijn bekend. En we hebben getuigenverklaringen en video’s.’

    Gevallen als deze, waarbij arrestaties worden verricht op basis van foto- of videobewijs en verklaringen van getuigen zoals Dieudonne, komen vaak voor, aldus Gigi Modica, een rechter in Sicilië die veel immigratie- en asielzaken heeft gedaan. ‘Het is meestal hetzelfde verhaal. Ze pakken drie of vier mensen op, niet meer. Ze stellen hen twee vragen: wie bestuurde de boot en wie hield het kompas vast’, aldus Modica. ‘Dat is alles. Zo krijgen ze namen en de rest maakt ze niets uit.’

    Als een van de eerste rechters in Italië sprak Modica mensen vrij die beschuldigd waren van het besturen van rubberboten, in het Italiaans bekend als scafisti, op grond van het feit dat ze daartoe gedwongen werden. Dergelijke ‘noodtoestand’-uitspraken komen sindsdien steeds vaker voor. Modica noemt de onregelmatigheden op die hij in soortgelijke gevallen heeft gezien: systemisch racisme, getuigenverklaringen waarvan migranten later zeiden dat ze die niet hadden afgelegd, ondervragingen zonder aanwezigheid van een vertaler of advocaat, en in sommige gevallen aanmoediging door de politie om afstand te doen van het recht om asiel aan te vragen.

    ‘Heel vaak zijn deze vermeende scafisti gewone mensen die door smokkelaars in Libië gedwongen werden een boot te besturen’, aldus Modica.

    Getuigen worden enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk

    Documenten van meer dan een dozijn processen die door The Intercept zijn ingezien, laten zien dat vervolgingen grotendeels zijn gebaseerd op getuigenissen van migranten aan wie een verblijfsvergunning is beloofd in ruil voor medewerking. Getuigen worden al enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk.

    In veel gevallen worden identieke verklaringen, inclusief typefouten, toegeschreven aan verschillende getuigen en gekopieerd en geplakt in verschillende politierapporten. Sommige van deze rapporten zorgden voor decennialange straffen. In andere gevallen weerspraken of ontkenden getuigen de verklaringen van de politie tijdens een kruisverhoor in de rechtbank.

    De Italiaanse kustwacht besloot in sommige gevallen redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van schepen om arrestaties uit te voeren

    Al in 2015 bespraken de aanwezigen op de antimaffiabijeenkomsten het probleem van dergelijke vervolgingen. Tijdens een bijeenkomst in februari erkende Giovanni Salvi, toen de officier van justitie van Catanië, dat migrantenboten vaak in internationale wateren werden achtergelaten door smokkelaars. Toch zette de Italiaanse politie vaart achter vervolging van degenen die aan boord waren achtergebleven.

    Deze vervolgingen werden zo belangrijk geacht dat de Italiaanse kustwacht in sommige gevallen besloot redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van de ‘de komst van institutionele schepen die arrestaties kunnen uitvoeren’, zo vertelde een kustwachtcommandant tijdens de bijeenkomst.

    Gevraagd naar de opmerkingen van de commandant, ontkende de Italiaanse kustwacht ‘ooit’ een reddingsoperatie te hebben vertraagd. Het uitstellen van redding om welke reden dan ook is in strijd met het internationale en Italiaanse recht en zou volgens verschillende mensenrechtenadvocaten in Europa aanleiding kunnen zijn voor strafrechtelijke aansprakelijkheid.

    Lees hier deel 2 van dit artikel.

  • Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega krijgt steeds meer dictatoriale trekjes. Protesten tegen sociale hervormingen worden hard neergeslagen, met inmiddels ruim driehonderd doden tot gevolg.

    In een soort geteleviseerde vergadering kondigde Daniel Ortega in april 2018 aan dat de hervorming van het sociale zekerheidsstelsel werd ingetrokken. Dezelfde hervorming die een paar dagen eerder tot een golf van geweld had geleid, die door de regering met harde hand werd onderdrukt en waarbij meer dan tien doden vielen. ‘Ik deel het Nicaraguaanse volk mede dat ik heden het besluit heb ontvangen van het Directoraat Sociale Zekerheid (…) om de maatregel in te trekken (…) die tot zoveel protest heeft geleid.’ De aankondiging was niet het einde, maar het begin van een nieuwe etappe die Nicaragua op zijn grondvesten deed schudden.

    ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenisexperiment uit 1971.

    Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
    De volgende machthebbers doorstonden de test niet:

    ▪ Abiy Ahmed, sinds 2018 premier van Ethiopië, kreeg in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede, onder andere omdat hij erin geslaagd was het langlopende grensconflict met Eritrea op te lossen. Inmiddels voert hij een oorlog tegen de noordelijke regio Tigray, waarbij meldingen worden gedaan van wijdverbreide plunderingen en mensenrechtenschendingen.

    ▪ Asma al-Assad had mooie dromen voor Damascus, Syrië, toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen rebelse groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoencollectie.

    ▪ ‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.

    ▪ Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.

    Het systeem van sociale zekerheid in Nicaragua kent ruime uitkeringen, maar kampt sinds 2013 met tekorten. Door de hervorming werden de pensioenen verlaagd van 80 procent naar 70 procent van het gemiddelde inkomen over een bepaalde periode. Tevens werd onder andere de werkgeverspremie in 2020 verhoogd van 19 procent naar 22,5 procent en de werknemerspremie van 6,25 procent naar 7 procent.

    ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet’

    Volgens een rapport van het CELAG (Centrum voor Geopolitieke en Sociaal-Economische Studies in Latijns-Amerika) vereist het pensioensysteem zoals voorgesteld in de Nicaraguaanse hervorming – in grote lijnen hetzelfde als de vigerende systemen in Argentinië, Colombia en Uruguay – een verdubbeling van het aantal premiejaren. Met andere woorden: de hervorming was geen disproportionele aanpassing in een land als Nicaragua, dat in vergelijking met de andere Midden-Amerikaanse landen over zeer positieve macro-economische en sociale indicatoren beschikt.

    Het bnp groeide in 2008 met 2,9 procent en met 4,7 procent in 2016. Het percentage geweldsdelicten met dodelijke gevolgen, dat Honduras, El Salvador en Guatemala tot de meest gewelddadige landen ter wereld maakt, is in Nicaragua relatief erg laag: in de buurlanden schommelde het in 2010 tussen de 77,5 en 41 procent, terwijl het in Nicaragua maar 9,1 procent was. De sociale programma’s, zoals Hambre Cero (Nul Honger), Usura Cero (Nul Woekerpraktijken) en Desempleo Cero (Nul Werkloosheid), hielpen het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leefde naar beneden te brengen: volgens de officiële cijfers daalde het van 45 procent in 2006 naar 24,9 procent in 2016 en hetzelfde gebeurde met de ongelijkheidsindex.

    ANP 360238985 2
    Een gemaskerde demonstrant houdt een zelfgemaakte mortier vast. Hij neemt deel aan een protestmars tegen de regering Ortega in Managua, op 2 september 2018. – © Inti Ocón / AFP

    Toch veroorzaakte de hervorming een explosie van protesten onder een bepaald deel van de bevolking, met name jonge studenten van de belangrijkste Nicaraguaanse universiteiten. Jongeren die de revolutie niet hadden meegemaakt. Op 18 april 2018 begonnen ze zich te mobiliseren en gingen ze de straat op om barricades op te werpen en scholen te bezetten. De repressie van de overheid was buitensporig.

    De verklaring voor deze crisis moet niet in sociaal-economische factoren gezocht worden. Als het een politieke crisis was, dan was de grootste fout van de overheid wel dat ze de oplossing zocht in geweld, want daardoor werden de mensenrechtenactivisten, de vrouwen, de families van de slachtoffers, vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk en een heel groot deel van de bevolking juist extra gemobiliseerd. Ondanks het intrekken van de hervorming sloeg de opstand razendsnel over naar andere steden en naar delen van het platteland, vooral de zone langs de Pacifische kust en het centrale noorden van Nicaragua. Het leek erop dat de mensen het aftreden wilden van het presidentieel paar, en de reactie van de overheid was verhoogde repressie en criminalisering van het protest.

    Er volgden massale demonstraties, twee landelijke stakingen, bezettingen van universiteiten, en overal werden wegversperringen opgeworpen, sommige permanent, andere met tijdelijke doorgang. Die blokkades, een van de meest karakteristieke aspecten van het conflict, werden verdedigd met zelfgemaakte mortieren en ander wapentuig. Medio mei, op het hoogtepunt van de crisis, werd een rondetafelconferentie georganiseerd, onder auspiciën van de Katholieke Kerk en met deelname van de regering en de recent opgerichte ‘Burgerlijke Alliantie voor Democratie en Recht’, een amalgaam van studenten- en boerenorganisaties, leden van de burgerij en werkgeversorganisaties, zoals de COSEP (Hoge Raad van Privé-Ondernemingen). Op de eerste vergadering eiste de Alliantie het aftreden van de regering Ortega en vervroegde verkiezingen. En de regering eiste verwijdering van de wegversperringen. De onderhandelingen liepen vast en zijn nog steeds niet vlot getrokken.

    Patroon

    Het geweld van de staat was er vooral op gericht deelname aan demonstraties te ontmoedigen, wegversperringen te ontmantelen en de uitingen van politieke onvrede de kop in te drukken. Het CIDH, het Inter-Amerikaans Comité voor Mensenrechten, zag een patroon: excessief en willekeurig geweld door de politie en de anti-oproereenheden, alsmede het inzetten van parapolitionele eenheden of knokploegen, met oogluikende toestemming en zelfs medewerking van het openbaar gezag. De eenheden maakten gebruik van vuurwapens, traangasgranaten en rubberkogels. Die repressieve reactie van de staat heeft geleid tot verhoogde spanning onder de demonstranten, de veiligheidstroepen en de oproerpolitie en heeft de polarisatie in de hand gewerkt, met als gevolg grote onlusten, botsingen met de demonstranten en allerlei soorten geweld in het hele land.

    In feite heeft de reactie van de regering-Ortega op het sociaal protest een nieuwe spiraal van politiek geweld in de geschiedenis van het land in gang gezet en het klimaat overrijp gemaakt voor het ontstaan – aan beide kanten van het conflict – van gemaskerde en gewapende burgermilities die terreur onder de bevolking zaaien. Volgens het rapport van het CIDH heeft het repressieve beleid van de overheid, met excessief en arbitrair gebruik van de politiemacht, geleid tot 220 doden in de periode 18 april tot 1 juli 2018. Begin augustus van dat jaar was het dodental opgelopen tot bijna driehonderd. Het comité telde in de periode tot 6 juni ook 1337 gewonden en 507 arbitraire arrestaties.

    Aan de andere kant, bij de overheid en het FSLN (het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront), telde het comité in de periode tot 6 juni minstens 5 dode en 65 gewonde politieagenten. Inmiddels is het dodental bij de politie opgelopen tot minstens 9, waarvan 4 agenten op 12 juli het leven lieten bij de aanval op Morrito, in het departement Río San Juan. Ook vielen er volgens het CIDH 17 slachtoffers onder mensen die gelieerd waren aan de overheid of het FSLN en die door geweld of een regelrechte moordaanslag om het leven waren gekomen. Verder 40 gevallen van brandstichting of andere schade aan eigendommen van de regering of het FSLN, plus 29 ontvoeringen, merendeels van politieagenten of mensen die voor de lokale overheid werkten. Vermeld dient te worden dat er bij zes van de aangegeven ontvoeringen tekenen van marteling werden gemeld.

    De staat verloor het vermogen om ‘geweldloos gehoorzaamheid’ af te dwingen

    Deze nieuwe verharding van het politiek geweld duidt op twee dingen: 1) dat de overheid niet in staat is gebleken een structuur op te zetten die het monopolie op de uitgeoefende machts- en dwangmiddelen vast in handen hield, 2) dat de regering faalt in de uitoefening van beleid, en 3) dat de staat nog steeds zwak is.

    De Midden-Amerikaanse socioloog Edelberto Torres-Rivas hangt de theorie aan dat uit de kleinschalige guerrilla van de Contra’s – georganiseerd en ondersteund door de Verenigde Staten – tegen de Sandinistische revolutie een electorale democratie ontstond met een zwak staatsapparaat. Die minimale democratie, een noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde voor een democratische politiek, leidde tot een labiel regime dat vanaf 2008 door het FSLN werd ondermijnd, waarna een proces van delegitimering volgde. De staat verloor het vermogen om, in de woorden van Weber, geweldloos gehoorzaamheid af te dwingen.

    Daniel Ortega maakte deel uit van de Regering van Nationale Wederopbouw (1979-1985), hij was van 1985 tot 1990 president van Nicaragua en kwam in 2006 opnieuw aan de macht door middel van verkiezingen, nadat hij een verbond met de leiders van de Contra’s had gesloten. In 2011 werd hij door middel van een hoogst kwestieuze grondwetswijziging herkozen en wederom in 2016, samen met zijn vrouw, Rosario Murillo, als vicepresident. Hij had de verkiezingen met meer dan 72 procent van de stemmen gewonnen en het FSLN won een meerderheid in het Congres met 67 procent van de stemmen. Maar volgens sommige waarnemers werd er tijdens die verkiezingen alleen gediscussieerd over de opkomst: de oppositie stelde dat minder dan 35 procent van de kiezers naar de stembus was gegaan, terwijl het officiële opkomstpercentage op 68,2 procent stond. De legitimiteit van de uitslag werd betwist.

    Geen vernieuwing

    Na 2008 waren er in het politieke speelveld geen tegenkrachten meer, zoals sommige politicologen hebben aangetoond. De Hoge Kiesraad had de Conservatieve Partij en de MRS, de Sandinistische Hervormingsbeweging, een afsplitsing van het FSLN, een wettelijke status onthouden. De MRS was in 1995 opgericht door de pragmatisch-vernieuwende vleugel van het FSLN en werd geleid door Sergio Ramírez, ex-vicepresident onder Daniel Ortega. Sindsdien draaide het FSLN grotendeels om de persoon van Daniel Ortega en werd elke ‘vernieuwing’ van het partijbestuur aan de kant geschoven, iets wat in 2002 in de partijstatuten werd vastgelegd.

    In 2006 wees de sandinistische socioloog Orlando Núñez de MRS aan als een van de grote vijanden van de regering, samen met de ‘conservatieve oligarchie’, de Amerikaanse ambassade, de bankiers, de krant La Prensa en de ondernemers verenigd in de COSEP. Destijds was hij van mening dat die coalitie weinig in de melk te brokkelen had, omdat ze de leiding had verloren van het leger, de politie en de Katholieke Kerk. Volgens Núñez, de mentor van Hambre Cero, had die coalitie in 2006 tot doel Nicaragua opnieuw te polariseren en uiteen te rijten tussen ‘democraten en ethisch gezinden’ aan de ene kant en ‘corrupte konkelaars en terroristen’ aan de andere kant. Twaalf jaar later lijkt het erop dat het discours onveranderd is gebleven, want Daniel Ortega beweert dat sommige groeperingen uit zijn op ‘omverwerping van de constitutionele en institutionele orde’ om ‘het gezag en de wettig gekozen regering te vervangen’. Het lijkt erop dat dit de rechtvaardiging was voor het buitensporig gebruik van geweld.

    Ortega knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China

    Die interpretatie behoeft nog wel enige nuancering. De eerste is dat het bedrijfsleven in 2007 wat dichter tegen de regering aan begon te schurken (de ‘Publiek-Private Alliantie’ heette dat, maar die ging in april 2018 weer ter ziele). De tweede is dat de Katholieke Kerk gaandeweg haar handen van de regering aftrok, met als klap op de vuurpijl een expliciete veroordeling van de regering wegens haar vervolgingspraktijken en twijfels van het bisdom Nicaragua of het nog door zou gaan met bemiddelen in de nationale dialoog. En de derde is de toenadering van de Nicaraguaanse regering tot de Verenigde Staten, om gesprekken te openen over cruciale onderwerpen als migratie en drugshandel.

    Torres-Rivas zei dat het niet de consensus is die de staatsmacht democratisch maakt, maar het succesvol overbruggen van de verschillen, zodat conflicten binnen de kaders van de wet worden opgelost en het inzetten van de machtsfactor gelegitimeerd is. ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet.’

    ANP 358621712
    Demonstranten houden een spandoek vast met de tekst ‘Ortega en Murillo moordenaars’, verwijzend naar de Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, tijdens een bedevaart in Managua op 28 juli 2018. – © Marvin Recinos / AFP

    In januari 2007 wachten Evo Morales, Daniel Filmus, Rafael Correa en Manuel Zelaya op de inauguratie van Daniel Ortega, die na zeventien jaar weer president van Nicaragua wordt. De ceremonie was al met een uur uitgesteld: de nieuwe gezaghebbers hadden besloten op Hugo Chávez te wachten, die opgehouden was. Onder de genodigden bevonden zich ook Tom Shannon, onderminister voor Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, en tien andere staatshoofden. Chávez, de commandant van de Bolivariaanse Revolutie, en Ortega, de president van de Sandinistische Revolutie, tekenden de volgende dag een aantal samenwerkingsverdragen: voor de levering van olie, voor landbouwleningen, voor de bouw van krachtcentrales, voor kwijtschelding van schulden. Het was het hoogtepunt van het ‘Roze Tij’ of de ‘Draai naar Links’, de ‘nationaal-populistische’ of ‘post-neoliberale’ regeringen, die na de crisis van het neoliberalisme in Latijns-Amerika opkwamen.

    Evo Morales ‘keert terug’

    Morales moest in 2019 aftreden als president na protesten tegen zijn herverkiezing. Er zou sprake zijn van verkiezingsfraude. Nu is de voormalig cocaboer bezig met een comeback.

    Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’

    De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.

    Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.

    De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.

    Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.

    Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.

    In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’

    En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’

    In Washington fronste men de wenkbrauwen. Midden-Amerika is een cruciale regio in de veiligheidsdoctrine van de VS. Nicaragua was, vanaf zijn politieke onafhankelijkheid, een belangrijke issue in de Amerikaanse buitenlandse politiek. De terugkeer aan de macht van het FSLN kon een versterking betekenen van de ‘Bolivariaanse Alliantie’, een regionaal blok dat door Venezuela was opgezet als alternatief voor de ‘Vrijhandelszone van Amerika’, die in 2005, op een mislukte onderhandelingstop in Mar del Plata, ten grave werd gedragen – maar niet in Midden-Amerika, waar een jaar eerder, in 2004, een vrijhandelsverdrag werd getekend tussen de VS, Midden-Amerika, en de Dominicaanse Republiek (CAFTA-DR in het Engels: Dominican Republic – Central America Free Trade Agreement).

    Handelspartner VS

    De Verenigde Staten hadden ook nog andere plannen, zoals het ‘Puebla-Panama Plan’ (PPP), later omgedoopt tot ‘Mesoamerica Project’, ter bevordering van de grondstofwinning, de bouw van infrastructuur, de export van regionale goederen, controle over migratie en uitbreiding van het zogeheten ‘Mérida Initiatief’ en het ‘Plan Colombia’ naar Midden-Amerika. Washington wilde de door Cuba en Venezuela opgezette allianties ontkrachten. Het was tekenend dat Honduras, vanouds een bondgenoot van de Verenigde Staten, zich na de militaire staatsgreep tegen Manuel Zelaya uit de Bolivariaanse Alliantie terugtrok.

    Ortega trok zich niet terug uit de ‘Vrijhandelszone van Amerika’ en ook niet uit het ‘Mesoamerica Project’. Hij steunde de VS zelfs in zijn migratiepolitiek en zijn war on drugs. De VS bleef de belangrijkste handelspartner van Nicaragua. Maar Ortega sloot zich wel onmiddellijk aan bij de Bolivariaanse Alliantie en intensifieerde de politiek economische banden met Chávez. Hij knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China. Vervolgens kondigde hij de aanleg aan van het Nicaraguakanaal, een project dat uitgevoerd zou worden door de Chinese HKND Group en dat aanleiding heeft gegeven tot talloze speculaties. Met die besluiten toonde Nicaragua zijn onafhankelijkheid op het terrein van internationale betrekkingen, en deze uitingen van nationale soevereiniteit, die tegen de belangen van de VS ingaan, zijn een klap in het gezicht van de Noord-Amerikanen, met hun traditionele politieke arrogantie en hun systematische streven om hun wil aan de regio op te leggen.

    Politieke landschap

    In de periode tussen het opnieuw aan de macht komen van Ortega en de huidige crisis, die zijn regime doet wankelen, is het politieke landschap in Latijns-Amerika veranderd: van de ‘Draai naar Links’ naar de ‘Conservatieve Restauratie’. In Argentinië en Chili kwam rechts via verkiezingen aan de macht. In Haïti (2004), Honduras (2009), Paraguay (2012) en Brazilië (2016) gebeurde dat door middel van allerlei vormen van machtsontzetting, meestal, maar niet altijd, in samenwerking met hun Noord-Amerikaanse tegenhangers. Venezuela, de grote steunpilaar van Nicaragua, beleeft een van de zwaarste crises in zijn geschiedenis: bovenop de binnenlandse factoren komt nog eens de systematische druk die de Verenigde Staten en zijn Latijns-Amerikaanse bondgenoten sinds de staatsgreep van 2002 op de Bolivariaanse revolutie uitoefenen. De overwinning van Trump bemoeilijkte het dubbelspel van Ortega nog verder. Eind 2017 werd in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de ‘NICA Act’ (Nicaragua Investment Conditionality Act) aangenomen, die additionele internationale leningen aan Nicaragua – van groot belang voor de economische groei van het land – moest blokkeren. Het is binnen die regionale context dat de Nicaraguaanse regering op de massale protesten van de bevolking met toenemend geweld reageert.

    Eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was

    ‘Ik voelde me vereerd in het gezelschap te verkeren van de Nicaraguaanse studentenleiders die hun leven wagen voor de vrijheid…’, zo luidt de tweet bij de foto waarop drie Nicaraguaanse studenten poseren met de Texaanse Republikein Ted Cruz. Nog breder is hun glimlach op de foto met Ileana Ros-Lehtinen (de drijvende kracht achter de NICA Act) of met Marco Rubio, twee mensen met wie ze zich ook lieten fotograferen tijdens hun bezoek aan de VS, dat gefinancierd werd door Freedom House, de aan de CIA gelieerde organisatie die in de jaren tachtig een vinger in de pap had van de zogenaamd ‘anticommunistische’ psychologische oorlog in Midden-Amerika en die zich tegenwoordig ook bemoeit met bepaalde groeperingen binnen de Venezolaanse oppositie. Dezelfde organisatie die de Argentijnse mediamagnaat Héctor Magnetto in 2016 vereerde met de Prijs voor Vrijheid van Meningsuiting. Ook het National Democratic Institute (NDI) en de National Endowment for Democracy (NED), twee studentenorganisaties uit de VS, zijn actief in Nicaragua.

    Volgens officiële cijfers heeft de NED tussen 2014 en 2017 4,2 miljoen dollar aan verschillende lokale organisaties uitgedeeld. De Nicaraguaanse studenten brachten ook een bezoek aan El Salvador, waar ze een ontmoeting hadden met de burgemeester van de hoofdstad en gedeputeerden van ARENA, de Nationalistische Republikeinse Alliantie, die de harde kern vormt van politiek rechts in het land. De tournee zorgde voor heftige discussies binnen de Nicaraguaanse studentenorganisaties, want eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was, terwijl tevens het gebrek aan leiderschap en de complexiteit van de binnenlandse verhoudingen aan het licht kwamen. Daarin schuilt het grootste obstakel voor een democratisch-politieke uitweg uit de crisis, die zowel het pact tussen de sociaal-economische elites als de Noord-Amerikaanse inmenging het hoofd kan bieden.

    Ontoereikende stap

    Nadat Daniel Ortega eind juli 2018 een deel van de wegversperringen en blokkades had weggeruimd, gaf hij te kennen open te staan voor het uitschrijven van een referendum over het vervroegen van de presidentsverkiezingen van 2021 naar 2019. Dat idee was een goede, maar ontoereikende politieke stap. Zonder politieke veranderingen die het democratisch bestel, op het vlak van de mensenrechten en de soevereiniteit van het volk, geloofwaardig maken, kan de crisis elk moment weer losbarsten. 

  • Persvrijheid in Duitsland verslechtert | Libanon produceert eigen auto

    Persvrijheid in Duitsland verslechtert | Libanon produceert eigen auto

    Taiwanees trouwt voor verlofdagen

    In Taiwan, een van de weinige landen ter wereld waar stellen recht hebben op acht dagen huwelijksverlof, trouwde een bankmedewerker op 6 april 2020 met zijn partner. Tien dagen later scheidden ze, maar de volgende dag hertrouwden ze. Op 28 april en 29 april volgden nog een scheiding en een derde huwelijk. Na een derde scheiding, op 11 mei, trouwden ze voor de vierde keer, op 12 mei, meldt The New York Times.

    Volgens de werkgever van de man, een bank in hoofdstad Taipei, maakte hij misbruik van het verlofbeleid. Na het verlof van acht dagen voor zijn eerste huwelijk wees de bank nieuwe verlofaanvragen af. Daarop diende de man een klacht in bij de arbeidsdienst wegens schending van verlofrechten. De bank kreeg afgelopen oktober een boete van 700 dollar, maar ging in beroep en beweerde dat de werknemer zijn rechten had misbruikt. Uiteindelijk werd de bank in het gelijk gesteld en de boete is nu ingetrokken.


    Persvrijheid in Duitsland verslechterd

    Op de wereldwijde ranglijst van persvrijheid die Reporters Without Borders (RSF) jaarlijks publiceert, is Duitsland voor het eerst uit de kopgroep gevallen. Door veelvuldige aanvallen op journalisten tijdens coronademonstraties ‘moesten we de waardering van de persvrijheid in Duitsland verlagen van ”goed” naar “voldoende”, aldus een RSF-woordvoerder tegen Die Zeit. Op de lijst met 180 landen staat Duitsland nu op de dertiende plaats.

    Meer dan driekwart van alle aanvallen op journalisten gebeurde tijdens demonstraties tegen coronamaatregelen

    In 2020 bereikte het geweld tegen mensen die in de media werken ‘een ongekend niveau‘, aldus RSF. De organisatie telde maar liefst 65 gewelddadige aanslagen, vijf keer zoveel als in 2019. Aangenomen wordt dat ook het aantal niet-gemelde gevallen hoger is dan in voorgaande jaren.

    Meer dan driekwart van alle aanvallen gebeurde tijdens demonstraties tegen coronamaatregelen. Ook bij demonstraties tegen het verbod op het linkse internetplatform linksunten.indymedia.org en 1 mei-demonstraties werden journalisten belaagd. ‘Journalisten werden geslagen, geschopt en tegen de grond geduwd, ze werden bespuugd en lastiggevallen, beledigd, bedreigd en het werken belet’, aldus RSF.


    Berlijn koopt stroomnet terug

    De senaat van Berlijn heeft besloten Berliner Stromnetz GmbH terug te kopen van energiebedrijf Vattenfall voor 2,143 miljard euro, bericht Die Presse. ‘De overname van het bedrijf en dus ook van het elektriciteitsnet is onder financieel redelijke voorwaarden mogelijk en daarom hebben we het voorstel van Vattenfall aanvaard’, aldus de Berlijnse Senaat in een verklaring.


    Eerste Libanese auto

    In Libanon werd deze week een nieuwe elektrische auto gepresenteerd, ondanks de zware economische crisis die onder meer gepaard gaat met frequente stroomuitval. De rode sportwagen, ‘Quds Rise’ genoemd, naar de Arabische naam voor Jeruzalem, is een project van de in Libanon geboren Palestijnse zakenman Jihad Mohammad, schrijft Al Jazeera. Het is de ‘eerste auto die lokaal wordt gemaakt’, aldus Mohammad tijdens de onthulling op een parkeerplaats ten zuiden van Beiroet. Het prototype is aan de voorkant versierd met een gouden logo van de Rotskoepel. Gelegen naast de Al-Aqsa-moskee in Jeruzalem is dat de derde heiligste plek van de islam.

    De productie van maximaal tienduizend voertuigen, die zo‘n 25.000 euro per stuk gaan kosten, zal naar verwachting later dit jaar starten en de auto’s zullen over een jaar op de markt komen, aldus Mohammad. De vijftigjarige directeur heeft zijn bedrijf EV Electra vier jaar geleden opgericht en heeft driehonderd Libanese en Palestijnse personeelsleden in dienst.


    Italiaan vijftien jaar betaald afwezig

    Een Italiaanse ziekenhuismedewerker heeft het klaargespeeld om zich gedurende 15 jaar niet op zijn werk te vertonen, maar wel zijn salaris te ontvangen. Volgens de politie heeft deze ‘Koning der Absenten’ in totaal 538.000 euro opgestreken, ook al is hij sinds 2005 niet meer verschenen in het Pugliese Ciaccio-ziekenhuis in de stad Catanzaro, schrijft The Guardian.

    De 67-jarige man wordt beschuldigd van ambtsmisbruik, valsheid in geschrifte en afpersing

    De man bedreigde in 2005 de ziekenhuisdirecteur om te voorkomen dat ze zijn verzuim zou rapporteren. De directeur ging vervolgens met pensioen, maar het verzuim van de man ging onverminderd door omdat zijn aanwezigheid nooit werd gecontroleerd door de nieuwe directeur noch door de afdeling personeelszaken.

    De nu 67-jarige man wordt beschuldigd van ambtsmisbruik, valsheid in geschrifte en afpersing. Ook zes managers worden ondervraagd over hun rol bij het mogelijk maken van het verzuim, een fenomeen dat overigens wijdverbreid is in de Italiaanse publieke sector. In 2016 heeft de regering de wet aangescherpt nadat uit politieonderzoeken bleek hoe omvangrijk het ziekteverzuim in de publieke sector is.


    Athene opent nachtopvang voor dakloze kinderen

    In Athene is de eerste slaapzaal voor dakloze tieners geopend, met een capaciteit van honderd bedden. De nachtopvang is bedoeld voor niet-begeleide minderjarige migranten en voor andere dakloze kinderen tussen de 12 en 18 jaar. Volgens schattingen zijn dat er enkele tientallen in de Griekse hoofdstad.

    ‘Toen we met de plannen voor deze opvang begonnen, wisten we niet hoe groot het probleem was. Maar het lijkt erop dat veel tieners op straat zijn beland’, aldus Metadrasi, de NGO die samen met de gemeente verantwoordelijk is voor de exploitatie, tegen Ekathimerini. Sinds 2019 runt Metadrasi ook een dagcentrum dat dakloze kinderen van voedsel voorziet.


    Internetstoring door bevers

    In Tumbler Ridge, een kleine, afgelegen gemeente in het Canadese Brits-Columbia, zaten negenhonderd mensen vorig weekend zonder internet. Bij zestig klanten werkte de kabeltelevisie niet en ook het lokale mobiele telefoonverkeer was verstoord, meldt Earther Gizmodo.

    Deze ‘unieke Canadese storing’, volgens provider Telus, was het gevolg van bevers die een glasvezelkabel hadden doorgeknaagd. ‘Ons team heeft een nabijgelegen beverdam gevonden’, aldus Telus, ‘en het lijkt erop dat de bevers onze kabel hebben aangetast. Die ligt ongeveer een meter onder de grond en wordt beschermd door een buis van twaalf centimeter dik. Die hebben ze eerst doorgeknaagd voordat ze op meerdere plekken aan de kabel begonnen.’

  • Boris Johnson wordt achtervolgd door schandalen. Maar zullen ze hem schaden?

    Boris Johnson wordt achtervolgd door schandalen. Maar zullen ze hem schaden?

    De Britse premier zit in de problemen door een reeks onaangename onthullingen. Zo zou hij een rijke donateur hebben laten betalen voor de herinrichting van zijn ambtswoning, en zou hij hebben gezegd dat hij ‘geen f-ing lockdowns meer wilde – laat de lijken zich maar met duizenden tegelijk opstapelen’.

    Downing Street 10 schudt op zijn grondvesten, inclusief de – gloednieuwe – meubels. Onder andere door een blogbericht dat op vrijdag 23 april is gepubliceerd door Dominic Cummings, voormalig brein achter de brexitcampagne en voormalig rechterhand van Boris Johnson. In de loop van deze explosieve tekst van ongeveer duizend woorden beschuldigt Cummings de Britse premier ervan dat hij mogelijk geld van een donateur van de Conservatieve Partij heeft ontvangen voor de renovatie van zijn ambtswoning. Dit is ‘in strijd met de regels voor de financiering van politieke partijen’, aldus de Britse zondagskrant The Observer.

    De Britse kiescommissie – een onafhankelijk agentschap dat de financiering van partijen reguleert – heeft een formeel onderzoek ingesteld naar de wijze waarop Boris Johnson de renovatie van zijn appartement in Downing Street heeft gefinancierd. Volgens de commissie zijn er redelijke gronden om te vermoeden dat er verschillende overtredingen zijn begaan, bericht The Guardian.

    Maar tijdens een harde ondervraging in het parlement door Keir Starner, de leider van de Labourpartij, beweerde de premier: ‘Ik heb persoonlijk betaald voor de renovatie van Downing Street.’

    Johnson zou naar verluidt ‘in het geheim’ een donateur van de Conservatieve partij hebben willen overhalen om 58.000 pond (66.500 euro) bij te dragen aan de renovatie. Een ‘domme actie en mogelijk illegaal’ volgens de wet op partijfinanciering, beweert Cummings op zijn website.

    Dat geld zou hij nodig hebben gehad voor een grondige herinrichting van Downing Street omdat zijn verloofde Carrie Symonds niets moest hebben van de ‘John Lewis-nachtmerrie’ waarin Theresa May de woning had achtergelaten, bericht The Guardian. John Lewis is een Britse interieurwinkel voor de gewone man en erg populair bij de gemiddelde conservatieve kiezer, aldus de linkse krant. Het schandaal wordt door The Guardian betiteld als ‘geld voor gordijnen’ (cash for curtains).

    Cummings, die afgelopen november vertrok als speciaal adviseur, laat nog een andere bom vallen in zijn blogbericht. Volgens hem heeft Johnson eind vorig jaar overwogen een intern onderzoek stop te zetten naar wie er verantwoordelijk was voor de perslek over de op handen zijnde tweede lockdown.

    ‘Het lek heeft veel schade aangericht en onzekerheid veroorzaakt onder de bevolking, op het slechtst mogelijke moment’, aldus The Observer. ‘Cummings beweert dat Johnson het onderzoek wilde beëindigen uit angst dat de bron iemand zou blijken te zijn die dicht bij zijn verloofde stond.’

    ‘Killerprins’

    Voor de linkse krant zou ‘als een van deze beschuldigingen wordt bewezen, dit genoeg moeten zijn om Johnsons verblijf op Downing Street 10 te beëindigen’. De Tory-leider lag twee weken geleden al onder vuur vanwege een berichtenwisseling met Sir James Dyson. De sms’jes, die naar de BBC zijn gelekt, gingen over een belastingkwestie waarin Boris Johnson hulp zou bieden aan de Britse ondernemer en miljardair, wiens bedrijf – bekend van de Dyson-stofzuigers – aan het begin van de pandemie opdracht kreeg om beademingsapparatuur aan het Verenigd Koninkrijk te leveren.

    The Daily Mail schreef medio april bovendien dat ‘killerprins’ Mohammed Bin Salman van Saoedi-Arabië Johnson vorig jaar via een sms zou hebben gevraagd ‘om een “verkeerde” beslissing van de Britse voetbalbond, die ervan werd beschuldigd een overname van 300 miljoen pond van Newcastle United te blokkeren, te “corrigeren en te heroverwegen”’.

    De boze kroonprins waarschuwde de premier dat de betrekkingen tussen het VK en Saoedi-Arabië beschadigd zouden worden als de beslissing niet werd teruggedraaid.

    Johnson gaf zijn Midden-Oostengezant Ed Lister de opdracht de klacht af te handelen. Lister stapte onlangs op wegens belangenverstrengeling doordat hij ook werkzaam was voor een lobbygroep, bericht The Daily Mail.

    ‘Maar al te vaak lijkt de regering bereid de wet te omzeilen ten voordele van haar aanhangers en donateurs’

    ‘Vaak wordt gezegd dat de ondergang van een premier al in het begin van zijn carrière in de maak is’, schrijft The Times. ‘Johnson zwakke plek zou zijn arrogante houding tegenover de regels van het politieke ambt kunnen zijn.’ Zelfs als leerling aan de prestigieuze privéschool Eton sprak een van zijn leraren over zijn neiging ‘nooit toe te geven dat regels die voor anderen gelden, ook voor hem gelden’.

    De reeks onthullingen heeft in het Verenigd Koninkrijk een fel debat op gang gebracht over de controle op lobbyactiviteiten. ‘Maar al te vaak lijkt de regering bereid de wet te omzeilen ten voordele van haar aanhangers en donateurs, waardoor zij zich kwetsbaar maakt voor beschuldigingen van vriendjespolitiek’, aldus The Times. De krant dring aan op meer transparantie, met name in het geval van verzoeken die rechtstreeks aan Johnson worden gericht.

    Wraak

    Zoals The Telegraph opmerkt, verscheen het onthullende blogbericht van Cummings enkele uren nadat Downing Street hem had beschuldigd van het lekken van berichten tussen Johnson en Dyson. Cummings ontkent dat in zijn tekst en ‘neemt wraak’, aldus het conservatieve dagblad.

    Als de voormalige adviseur inderdaad over belastende documenten of correspondentie beschikt, ‘hebben Boris Johnson en zijn regering reden tot bezorgdheid’, schrijft The Times. The Telegraph wijst erop dat de beschuldigingen ‘deel uitmaken van Cummings’ jarenlange obsessie om aan te tonen hoe de staat haar burgers tekortdoet door incompetente ambtenaren en ministers’.

    ‘Sinds Cummings opstapte, na een ruzie waarbij Johnsons verloofde Carrie Symonds betrokken was, is de relatie tussen de premier en zijn voormalige adjudant van kwaad tot erger geworden’, schrijft ook The Guardian.

    ‘Cummings is niet in de positie om iemand de les te lezen op het gebied van moreel gedrag’

    In zijn blogpost noemt Cummings het ‘triest om te zien dat de premier en zijn kabinet zo ver onder de normen van bekwaamheid en integriteit zakken die het land verdient’. Hij dringt ook aan op ‘een onderzoek naar het optreden van de regering sinds het begin van de pandemie’.

    ‘Cummings is niet in de positie om iemand de les te lezen op het gebied van moreel gedrag’, schrijft The Financial Times in een ander artikel. ‘Dit is een man die de brexitcampagne heeft gebouwd op een web van leugens, waaronder het idee dat het land door de EU te verlaten 350 miljoen pond per week zou terugkrijgen om te besteden aan de NHS [het Britse openbare gezondheidszorgstelsel]’.

    Desondanks dringt het financiële dagblad aan op een onderzoek naar de ‘ernstige’ beschuldigingen – net als veel parlementsleden van de oppositie. ‘De onthullingen versterken het beeld van een regering van gesjacher en corruptie’, terwijl zakenlieden die dicht bij de Conservatieve Partij staan sinds het begin van de pandemie hebben geprofiteerd van contracten ter waarde van 2,3 miljard euro, aldus FT.

    The Telegraph ziet de ernst van de beschuldigingen aan het adres van Johnson niet in. ‘Het is ongelooflijk dat de politieke klasse midden in een pandemie zo opgewonden doet over het renoveren van een flat’, aldus het conservatieve dagblad. The Sun sluit zich hierbij aan en zegt dat de premier wel belangrijker dingen aan zijn hoofd heeft, zoals ‘doorgaan met het heropenen van het land, het opstarten van de economie en de vruchten plukken van onze briljante vaccinatiecampagne’.

    ‘Duizenden lijken’

    Johnson kwam deze week ook nog eens in opspraak doordat naar buiten was gekomen dat hij vorig jaar herfst tijdens een overleg zou hebben gezegd dat hij ‘liever had dat “de lijken zich met duizenden tegelijk zouden opstapelen”’ dan dat hij een tweede lockdown zou afkondigen, zoals The Daily Mail maandag onthulde. Volgens The Guardian en BBC hebben verschillende regeringsbronnen deze uitspraak bevestigd.

    Johnson ontkende die woorden tijdens een parlementair debat gisteren (28 april), bericht The New York Times. Maar hij gaf toe dat hij tijdens een overleg zijn diepe frustratie had geuit en zei dat ‘het zeer bittere, zeer moeilijke beslissingen waren voor elke premier’.

    ‘Lockdowns zijn ellendig’, aldus een zichtbaar gekrenkte Johnson. ‘Lockdowns zijn een verschrikkelijke maatregel om te nemen.’

    De premier beweerde dat de aanvallen van de Labourpartij een poging waren om de aandacht af te leiden van de succesvolle vaccinatiecampagne, die, zo voorspelde hij, zou worden beloond door de kiezers bij de regionale verkiezingen op 6 mei, schrijft de Amerikaanse krant.

    ‘Ze vergeven hem omdat hij een winnaar is. Als zijn troepen daaraan beginnen te twijfelen, zal Boris hun respect verliezen’

    De laatste opiniepeilingen voor die lokale verkiezingen lijken Johnsen gelijk te geven. ‘Volgens de pelingen staan de Conservatieven nog steeds aan de leiding met een marge van tien punten op Labour’, berichtte The Times, ‘en hoewel de streken van de regering hen in kwaad daglicht stellen, zullen ze Johnson en zijn kamp niet de overwinning kosten’. Voor nu tenminste.

    Reaction.life denkt er anders over. ‘Boris zal verzwakt uit deze affaire komen’, aldus de Tory-website. ‘De meeste van zijn parlementsleden kennen zijn gebreken’, weten dat het hem ‘aan ethiek ontbreekt’, zoals Cummings hem op zijn blog verwijt. ‘Ze vergeven hem omdat hij een winnaar is. Als zijn troepen daaraan beginnen te twijfelen, zal Boris hun respect verliezen. En zullen ze hem bij de volgende landelijke verkiezingen misschien niet meer aanwijzen als hun leider.’

    The Sun wijst de kritiek op Johnsons uitspraken over het coronabeleid resoluut van de hand: ‘Achteraf gezien had Boris misschien zijn mond moeten houden. Maar hij mocht ervan uitgaan dat hij onder vier ogen sprak, met collega’s die hij vertrouwde – zoals elke premier of directeur zou verwachten. Hij had nooit gedacht dat hij zou worden verraden door iemand die tot dit heiligdom was toegelaten – en zeker niet door zijn rechterhand en consigliere, Dominic Cummings. Nog belangrijker: daden zeggen meer dan woorden. Er kwam een volgende lockdown. Die heeft levens gered.’

    Of de kiezer daar genoegen mee neemt, zal op 6 mei blijken.

  • Waarom een farmaceut een privédetective afstuurde op een wereldberoemd kunstenaar

    Waarom een farmaceut een privédetective afstuurde op een wereldberoemd kunstenaar

    De pijnstiller OxyContin van Purdue Pharma heeft in een kwart eeuw tot een opioïdecrisis geleid die alleen al in de VS 500.000 mensenlevens heeft geëist en honderdduizenden verslaafd heeft gemaakt. Fotograaf Nan Goldin, die een OxyContin-verslaving te boven kwam, richtte een belangengroep op die, naar nu blijkt, door detectives van de farmaceut in de gaten werd gehouden.

    ‘De eerste keer dat Megan Kapler merkte dat een vreemdeling haar vanuit zijn auto bekeek, was op 6 september 2019, toen ze in Brooklyn het appartement van kunstenaar en mede-activist Nan Goldin verliet. De tweede keer dat Kapler dezelfde man observeerde, stond hij voor haar huis geparkeerd en nam hij een foto van haar met zijn telefoon. Een week later stond hij weer voor het huis van Goldin.’ 

    Zo begint Valentina Di Liscia haar artikel voor kunst- en cultuursite Hyperallergic over de duistere wegen van de familie Sackler, eigenaar van Purdue Pharma en verantwoordelijk voor de verwoestende rol die hun pijnstiller OxyContin heeft gespeeld in het leven van honderdduizenden mensen. Di Liscia baseert zich voor haar verhaal op het zojuist verschenen boek Empire of Pain: The Secret History of the Sackler Dynasty, waarin Patrick Radden Keefe de oorsprong van het fortuin van de Sackler-familie blootlegt en laat zien hoe Purdue Pharma de opioïde-epidemie in de Verenigde Staten heeft aangejaagd door de bedrieglijke en agressieve marketing waarmee OxyContin op de markt is gebracht.

    De privédetective stond niet voor niets voor het huis van Nan Goldin, want zij was zelf verslaafd aan OxyContin en richtte in 2018 PAIN (Prescription Addiction Intervention Now) op, een groep die de belangen behartigt van slachtoffers en die de Sackler-familie verantwoordelijk houdt voor de dood van zeker 500.000 Amerikanen. ‘Sinds we begonnen met PAIN zijn we gewaarschuwd dat er sprake zou kunnen zijn van fysieke of digitale intimidatietactieken, maar geen enkele voorzorg kan je er echt op voorbereiden’, zo liet de groep aan Hyperallergic weten. ‘Het is echt een volledige schending van je veiligheid en dat laat sporen na.’ Hyperallergic volgt de activiteiten van Goldin en PAIN al sinds januari 2018 in een reeks artikelen.

    Verslaafd aan OxyContin

    Drie jaar geleden vertelde Nan Goldin aan Joanna Walters van The Guardian hoe ze in de OxyContin-nachtmerrie terechtkwam. ‘Mijn dealer kwam hier 24 uur per dag, zeven dagen per week. Ik was een van zijn beste klanten.’ Ze giechelt sarcastisch. ‘Hij stuurde me een sms toen ik in de afkickkliniek zat en zei dat hij uitverkoop hield.’ Hij had zijn prijzen verlaagd in de hoop haar terug te kunnen lokken. Sindsdien heeft ze zijn nummer van haar telefoon verwijderd, is ze tien maanden uit de afkickkliniek en drugsvrij. ‘Ik heb dit huis bijna drie jaar niet verlaten’, zegt ze. Goldin kijkt rond in de woonkamer van haar elegante appartement in Brooklyn, gevuld met schilderijen en foto’s, overigens geen eigen werk, en met Larry, een opgezette coyote, bij het raam.

    ‘Haar meest recente drugservaring was beslist heel anders dan vroeger, toen ze een van ’s werelds beroemdste kunstfotografen werd, die zichzelf en de mensen om haar heen vastlegde terwijl ze high werd, seks had en rondhing in afbraakhuizen in de jaren zeventig en tachtig’, schrijft Walters, verwijzend naar The Ballad of Sexual Dependency, de fotoserie over de harddrug-subcultuur rond de New Yorkse Bowery, waar Goldin wereldberoemd mee werd.

    Deze tweede ervaring met drugs begon bij een arts in Berlijn, waar ze een tweede huis heeft, vervolgt Walters. ‘In 2014 kreeg Goldin het krachtige verdovende middel OxyContin voorgeschreven voor pijnlijke tendinitis in haar linkerpols. Ze raakte prompt verslaafd, ondanks het feit dat ze de pillen keurig nam zoals werd voorgeschreven.

    “De eerste keer dat ik het kreeg, was het 40 milligram en dat was te sterk voor mij; het maakte me misselijk en suf. Uiteindelijk gebruikte ik 450 mg per dag”, zegt ze. Uiteindelijk versneed ze het en begon ze het te snuiven. Terug in New York, waar dokters weigerden haar nog meer voor te schrijven, wendde ze zich tot de zwarte markt en tot goedkopere harddrugs als haar geld op was.

    De familie Sackler

    ‘Toen ze afgelopen maart 2017 uit een revalidatiecentrum in Massachusetts kwam, begon ze over OxyContin te lezen en realiseerde ze zich dat het medicijn hoofdverdachte is in de opioïdecrisis die de afgelopen rwintig jaar door de VS is getrokken. De epidemie heeft tot nu toe meer dan 200.000 mensen gedood’, schreef Walters in januari 2018. ‘Nu heeft ze de oorlog verklaard aan leden van de geheimzinnige Amerikaanse familie achter de uitvinding van OxyContin, en achter de ingenieuze marketingstrategie die werd gebruikt om artsen ervan te overtuigen dat het middel onschadelijk was en dat patiënten het echt nodig hadden.’

    ‘“Ik begrijp niet hoe ze met zichzelf kunnen leven”, zegt Goldin. Synthetische opioïden bootsen de effecten na van natuurlijke opioïdegeneesmiddelen zoals opium en heroïne. Het gebruik ervan, op recept, neemt nu ook toe in het VK en daarbuiten en doet alarmbellen rinkelen bij gezondheidsdeskundigen. (De makers van OxyContin hebben dochterondernemingen in Europa, Azië en Latijns-Amerika.)

    ‘De naam Sackler doet misschien een belletje rinkelen als je over het nieuwe plein voor het Victoria & Albert Museum in Londen bent gelopen, of als je in 2013 de vestiging van de Sackler Gallery bij de Serpentine Gallery hebt opgemerkt’, schrijft Walters. ‘Of als je de oude Egyptische tempel van Dendur in de Sackler-vleugel van het Metropolitan Museum in New York hebt bezocht, of het Sackler Center for Arts Education in het Guggenheim of een groot aantal andere kunstinstellingen over de hele wereld met galerijen of vleugels die naar de familie zijn vernoemd.

    Met liefdadigheidsstichtingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan hebben de Sacklers, die in New York zijn gevestigd, miljoenen gedoneerd aan de kunsten en aan faculteiten van Yale en veel andere universiteiten. Bij elke gelegenheid wordt de naam van de familie prominent geafficheerd als weldoener. Forbes schatte de gezamenlijke waarde van de twintig kernfamilieleden op 13 á 14 miljard dollar in 2015, een fortuin dat deels afkomstig is van de  35 miljard dollar aan verkoopopbrengsten van OxyContin tussen 1995 en 2015.’

    Soms kregen patiënten kortingsbonnen aangeboden voor een maand gratis gebruik

    Dat vermogen is afkomstig van Purdue Pharma, een particulier bedrijf uit Connecticut dat de familie Sackler heeft opgezet en volledig in bezit heeft. Het bedrijf bracht in 1995 een revolutie teweeg in de markt voor pijnstillers op recept met de uitvinding van OxyContin, een medicijn dat een legale, geconcentreerde, chemische versie van morfine of heroïne is. Het is ontworpen om veilig te zijn; toen het voor het eerst op de markt kwam, was de werking door langzame afgifte uniek. Na goedkeuring door de autoriteiten werd het geprezen als een medische doorbraak.

    Het middel werd agressief aangeprezen bij artsen, van wie velen werden uitgenodigd op luxe uitstapjes. Ze kregen misleidende informatie en werden betaald om lezingen over het medicijn te houden, terwijl patiënten ten onrechte werd verteld dat de pillen een betrouwbare langetermijnoplossing boden voor chronische pijn. Soms kregen patiënten kortingsbonnen aangeboden voor een maand gratis gebruik. 

    Goldin is woedend dat niemand in de Sackler-familie ter verantwoording wordt geroepen. Ze startte een campagne die poogt de Sacklers te dwingen te betalen voor afkickcentra en geneesmiddelen tegen overdosering in plaats van te doneren aan ruimtes in kunstmusea. ‘Ik vraag de musea niet om het geld terug te geven,’ zegt ze, ‘maar ik wil niet dat ze nog meer aannemen van de Sacklers, en ik wil dat ze zich solidair verklaren met mijn campagne.’

    Een groep vrienden en activisten komt wekelijks bijeen in haar appartement in Brooklyn, om te brainstormen over ideeën voor aankomende campagnes. Tijdens een lezing in Brazilië maakte ze voor het eerst publiekelijk bekend dat ze afgelopen herfst herstellende was van een opioïdeverslaving, en vervolgens schreef ze over de Sacklers in het Amerikaanse kunsttijdschrift Artforum: ‘Om hun aandacht te trekken, gaan we ons richten op hun filantropie. Ze hebben hun bloedgeld door de zalen van musea en universiteiten over de hele wereld laten stromen.’

    Mysterieuze vreemdeling

    Nu, ruim drie jaar later, blijken die activiteiten vruchten af te werpen, zo laat Valentina Di Liscia zien in haar artikel voor Hyperallergic: ‘Door de activiteiten van Goldin en PAIN hebben inmiddels talrijke organisaties, waaronder de New York University, de Dia Art Foundation en het Metropolitan Museum of Art, gehoor gegeven aan hun oproep om geen giften meer te accepteren van de Sacklers en om de naam van de familie als sponsor uit hun expositieruimtes te verwijderen.’ De Sackler-familie heeft geprobeerd dit niet zonder slag of stoot te laten gebeuren.

    Kapler en haar collega’s vermoeden sterk dat de mysterieuze vreemdeling die ze in 2019 bij het huis van Nan Goldin en elders zagen, een privédetective was die door Purdue of de Sacklers was ingehuurd om hen te volgen. Die vermoedens zijn echter moeilijk te bewijzen, zo bevestigt Keefe in zijn boek over de Sacklers. Privédetectives worden vaak ingehuurd door tussenpersonen zoals advocatenkantoren, waardoor het onduidelijk is welke persoon of instantie daadwerkelijk om hun activiteit heeft gevraagd. In veel gevallen, voegt Keefe toe, weet de detective zelf niet wie zijn cliënt is.

    ‘Natuurlijk zijn we blij te zien hoeveel instellingen toekomstige financiering door de Sacklers hebben geweigerd’, liet PAIN aan Hyperallergic weten. ‘Maar gezien deze onvergeeflijke bedreigingen vinden we dat niet genoeg.’ Kapler heeft dan ook aangifte gedaan bij de politie.

    ‘Ook al was deze dreiging alleen bedoeld om ons mentaal wakker te schudden, als vrouwen voelden we de geweldsdreiging in ons lichaam’, vertelden Goldin en Kapler aan Hyperallergic. ‘Omdat hij zichzelf zo duidelijk vertoonde, vragen we ons inmiddels af welke andere tactieken de Sacklers mogelijk nog meer gebruiken.’

    ‘Er zit een continuïteit in hun tactiek, in de neiging om hun gewicht te laten gelden en te proberen het verhaal te sturen’

    Patrick Keefe beschrijft in het nawoord van zijn boek hoe hij afgelopen zomer op een middag in zijn huis in een buitenwijk van New York aan zijn boek zat te werken, toen een buurman voor de tweede keer opmerkte dezelfde man zijn huis observeerde. Keefe vertelde recentelijk tijdens een interview met NPR over dat incident.

    ‘Ik kan niet met zekerheid zeggen dat de Sacklers hem gestuurd hebben,’ aldus Keefe. ‘Maar ik kan je wel vertellen dat ik op dat moment niet aan andere projecten werkte en dat de Sacklers zich van commentaar onthielden toen ik ze vroeg of ze hier verantwoordelijk voor waren.’

    Het doel van de aanwezigheid van de detective, zo veronderstelt Keefe in zijn boek, was ‘niet om iets te ontdekken, maar om te intimideren’. En de gebeurtenis is niet uniek in de geschiedenis van Purdue Pharma: New York Times-verslaggever Barry Meier, een van de eersten die over Purdues misleidende marketing van OxyContin schreef, had bijna twee decennia geleden een soortgelijke ervaring.

    ‘Er zit een continuïteit in hun tactiek, in de neiging om hun gewicht te laten gelden en te proberen het verhaal te sturen,’ aldus Keefe. Hyperallergic nam contact op met een pr-bureau dat leden van de familie Sackler vertegenwoordigt, maar dat heeft nog niet gereageerd op het verzoek om commentaar.

    Afgelopen oktober verklaarde Purdue Pharma zich schuldig aan federale aanklachten in verband met zijn rol in de opioïdecrisis. Maar PAIN noemt de schikking van 8,3 miljard dollar die Purdue met het ministerie van Justitie trof een vrijbrief voor individuele leden van de familie Sackler om geen misdrijven te hoeven erkennen. Procureur-generaal Maura Healey uit Massachusetts, een van de tientallen staten die rechtszaken tegen het bedrijf hebben aangespannen, zei dat gerechtigheid alleen kan plaatsvinden door ‘de waarheid aan het licht te brengen en de daders ter verantwoording te roepen’.

    Filantropisch imago

    Zoals Keefe in zijn boek laat zien, hebben de Sacklers opzettelijk geprobeerd afstand te nemen van Purdue, ondanks het feit dat ze een groot deel van hun rijkdom, geschat wordt zo’n 13 miljard dollar, ontlenen aan de maker van OxyContin. In de afgelopen jaren zijn de bronnen van die rijkdom en de invloed ervan op de culturele wereld steeds meer onder een vergrootglas komen te liggen, waarbij groepen zoals PAIN de wijdverspreide aanwezigheid van de naam Sackler in musea, universiteiten en andere instellingen aan de kaak stellen als ‘artwashing’. Een grote hoeveelheid privéberichten tussen familieleden van Sackler, voor het eerst gepubliceerd door The.Ink afgelopen december, onthult hoezeer de familie vertrouwt op haar filantropische imago gedurende het hoogtepunt van de aanklachten tegen Purdue Pharma.

    Minder dan twee maanden voor de eerste vermeende waarneming van de privédetective door leden van PAIN, in juli 2019, verwijderde het Louvre in Parijs de naam Sackler uit zijn vleugel van oosterse oudheden en werden ook alle naamsvermeldingen van de website gewist. Die stap volgde op een actie van de groep in het museum twee weken eerder. Enkele dagen na de tweede waarneming van de detective protesteerde PAIN buiten het hoofdkantoor van Purdue Pharma in Stamford, Connecticut, samen met Truth Pharm, een non-profitorganisatie die pleit voor beleidswijzigingen om de behandeling van geneesmiddelenmisbruik te verbeteren.

    Courtney Love

    Dat was in de week dat Joss Sackler, die is getrouwd met David Sackler, een Purdue-bestuurslid van 2012 tot 2018, haar kledinglijn presenteerde tijdens de New York Fashion Week. Courtney Love sloeg een uitnodiging voor die show af, daarbij verwijzend naar de connectie van de ontwerper met de medicijnfabrikant. Het zorgde voor krantenkoppen en ophef in de modewereld. Love, zelf herstellende van een opioïdeverslaving, ‘Says She Turned Down $100.000 to Attend Opioid Heiress’s Fashion Show’, kopte Spin. Drie dagen later, op 15 september 2019, vroeg Purdue Pharma faillissement aan.

    Vorige maand boden leden van de Sackler-familie aan om 4,3 miljard dollar te betalen voor het schikken van duizenden rechtszaken, een stijging ten opzichte van de aanvankelijk voorgestelde 3 miljard dollar. Als onderdeel van het herstructureringsplan voor het faillissement zouden de Sacklers ook het eigendom van de binnenlandse activiteiten van Purdue Pharma opgeven, maar wel de controle behouden over de buitenlandse activiteiten voor ten minste de komende zeven jaar.

    Ondertussen heeft de Commissie voor Toezicht en Hervorming van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de SACKLER-wet geïntroduceerd: Stop Shielding Assets from Corporate Known Liability by Eliminating non-debtor Releases. De wetgeving moet voorkomen dat personen die worden beschuldigd van wangedrag, zoals leden van de familie Sackler, gevrijwaard kunnen worden van rechtszaken door een faillissementsprocedure.

    Hopelijk markeert het nieuwe boek van Patrick Keefe ‘het begin van het einde voor het Sackler imperium’, zeggen leden van PAIN. ‘Instellingen waar nog steeds de naam Sackler te zien is, zouden verontrust moeten zijn over het feit dat een van de prominente kunstenaars waarvan ze werk hebben in hun permanente collectie, in de gaten werd gehouden door een van hun weldoeners. De erfenis van Sackler is voor altijd aangetast. Het is tijd om hun naam niet langer hoog te houden.’

  • ‘Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?’

    ‘Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?’

    Online ‘sextortion’-klachten in Libanon zijn in 2020 met 307 procent gestegen. Een onlangs aangenomen nieuwe wet die moet beschermen tegen intimidatie, geeft deze vrouwelijke activist weer een sprankje hoop op verbetering.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met virtuele intimidatie. In deze serie benadrukt de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld CIVICUS de gendergerelateerde aard van virtuele intimidatie middels verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices.

    Sinds de protesten van oktober 2019 in Libanon, beter bekend als de Oktoberrevolutie, roepen demonstranten in het hele land op tot het aftreden van de regering en uiten ze hun bezorgdheid over corruptie, slechte publieke diensten en een gebrek aan vertrouwen in de heersende klasse.

    Veiligheidstroepen hebben met ongekend geweld op de protesten gereageerd. Sinds het begin van de revolutie heeft de regering hard opgetreden tegen de vrijheid van meningsuiting en waren journalisten slachtoffer van aanvallen en bedreigingen

    Libanon wordt momenteel geconfronteerd met een aanhoudende politieke crisis, die nog eens werd verergerd door de explosie in de haven van Beiroet augustus vorig jaar. Feministen speelden een voortrekkersrol in de revolutie en zetten zich na de explosie massaal in om hulp te bieden.

    Maya El Ammar

    Maya El Ammar is een feministische schrijver, activist en communicatieprofessional die momenteel bijdraagt ​​aan verschillende mediakanalen, haar eigen opinievideo produceert over feministische en mensenrechtenkwesties en gendergerelateerde artikelen publiceert in samenwerking met onafhankelijke mediaplatforms. Daarnaast werkt ze als mediastrateeg voor een non-profit organisatie.

    Dit is het getuigenis van Maya El Ammar:

    Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?

    ‘Het lichaam van de presentator is als een snoepwinkel en een verkrachting waard’, was de reactie van een man op een video die ik in 2018 maakte, niet over suikerappels, maar over de vooringenomenheid van de Libanese media in hun verslaggeving over gevallen van vrouwenmoord. 

    ‘Als je dat voor je werk draagt ​​(…) vraag ik me af hoe je nachthemd eruitziet?’

    ‘Waarom eet je geen “banaan”?’ en: ‘Waarom zou ik iets aannemen van een onreine vrouw zoals jij?’ vroegen anderen zich af. 

    Die laatste was een reactie op mijn artikel datzelfde jaar over de kafala (voogdij): slavernij-achtige voorwaarden die worden opgelegd aan huishoudelijk personeel, en in hoeverre deze overeenkomen met huwelijkswetten in onze regio. 

    Een jaar later escaleerde het tot: ‘Beantwoord mijn e-mail en telefoontjes, anders moet ik naar je kantoor komen, Maya.’

    Dat was de eerste keer in mijn leven dat ik een advocaat raadpleegde, want deze zeer beleefde dreiging was de climax van een misselijkmakende combinatie van online en offline stalking, waanvoorstellingen, leugens en wat ik de ‘wraaktoorn’ noem van een man nadat ik een verhaal – mijn verhaal – had gemaakt zonder zijn medewerking. 

    Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met een vreemd soort acceptatie

    In mijn geval was het een mannelijke videograaf en een collega uit het maatschappelijk middenveld die ik tegenkwam. Hij is zelfs zo ver gegaan dat hij de persoon over wie het verhaal ging begon lastig te vallen, om mij te straffen. Maar gelukkig heb ik ook dat overleefd.

    Ik hield me zelfs voor wat ik nooit tegen mijn vrienden of sowieso hardop zou zeggen: dat dit nog aanzienlijk triviaal was vergeleken met de ernstiger overtredingen waarmee mijn collega’s, en vrouwen in het algemeen, worden geconfronteerd. Het ‘Het is nog geen dagelijkse bedreiging of verkrachting’-riedeltje hield me op de been, want er was zoveel wat ik wilde doen en ik wilde niet gestopt worden, laat staan in het openbaar delen wat me overkwam. 

    Nu pas realiseer ik dat terwijl ik dit schrijf, en terwijl je het leest, duizenden andere vrouwen te maken hebben met soortgelijke schendingen. 

    Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met die vreemde soort acceptatie. Ik zeg dit omdat ik denk dat wij vrouwen die vrouwenhaters en ad-hominemcommentaren altijd boven ons hoofd hebben zien zweven. Nu zijn ze geland in de digitale ruimtes die we besloten te claimen, zoals we eerder besloten de openbare ruimtes te claimen. De geschiedenis herhaalt zich soms.  

    Slachtoffer

    Dankzij onze ervaringen met gendergerelateerd geweld in de offline wereld, hebben we de realiteit, namelijk dat onze virtuele wereld enkel een natuurlijke weerspiegeling is van ons bestaan ​​buiten het scherm, gerationaliseerd. Dankzij de vrouwen wier inspirerende trajecten vaak eindigden als waarschuwing voor hun opvolgers, hebben we misschien onbedoeld geaccepteerd dat het onvermijdelijk is om door het leven te gaan als slachtoffer.

    Wij meisjes moesten blijkbaar voorbereid doch ongewapend ter aarde komen. En het ergste is het besef dat we decennia later als vrouwen nog steeds ongewapend en onvoldoende uitgerust zijn. Dus kunnen we misschien maar beter wat minder om onszelf en ons eigen welzijn geven, nietwaar?

    Als vrouwelijke journalisten en activisten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika werkt onze strijdvaardigheid destabiliserend, maar andere kwesties krijgen altijd voorrang. En dus krijgen we als onafhankelijke vrouwelijke journalisten en activisten geen bescherming of steun van hogerhand. 

    De digitale equivalenten van de vecht-of-vluchtreactie zijn negeren, blokkeren of rapporteren

    ‘Hoop op het beste, maar verwacht altijd het ergste’, zei mijn zus altijd tegen me. 

    In plaats van hoop na te jagen, koos ik ervoor op mijn hoede te zijn voor het ergste. Destijds dacht ik misschien dat ik hierdoor zou uitgroeien tot die ‘sterke, onafhankelijke vrouw’ waar Destiny’s Child over zingt. Maar later ontdekte ik dat het er eigenlijk op neerkwam dat ik met mijn angsten moest leren omgaan en mijn vecht-of-vluchtvaardigheden moest optimaliseren. De digitale equivalenten daarvan zijn negeren, blokkeren of rapporteren. 

    Nieuwe wet

    Maar rapporteren aan wie? Aan gigantische technologiebedrijven die onze veiligheid geen biet interesseert, en die prioriteit geven aan het verwijderen van taal die autoritaire en apartheidsregimes in de regio stoort boven het aanpakken van meldingen van seksistische en schadelijke inhoud? Aan bedrijven die eerder ‘gevoelige advertenties’ en politieke Arabische inhoud censureren dan te reageren op pesten, bedreigingen en intimidaties? 

    Aan nationale cybercrimebureaus die misschien effectief zijn gebleken bij het opsporen en arresteren van daders van chantage en sextortion, maar nog altijd veel effectiever in het onrechtmatig vervolgen van gebruikers van sociale media en het arresteren van journalisten, waaronder vrouwen, voor het uiten van ongewenste meningen?

    Terwijl ik deze regels schrijf, denk ik aan mijn vrouwelijke collega’s die constant gedwongen zijn om te gaan met een monsterlijk politieapparaat dat hen vrijwel altijd aanvalt op ‘wie ze zijn’, zelden op ‘wat ze zeggen’.

    Wonder boven wonder weigeren deze zelfde vrouwen zich terug te trekken en worden ze zelfs steeds vastberadener in hun missie om de corruptie en de kwelgeest onder de aandacht te brengen, om en antwoord te vinden op de vraag wie hun collega’s hebben vermoord – de onderzoekers, de denkers, de journalisten – en wie er verantwoordelijk was voor de onjuiste opslag van de 2750 ton ammoniumnitraat die half Beiroet vernietigde.

    Voor hen moet de onlangs goedgekeurde wet tegen intimidatie in Libanon zijn werk gaan doen. Deze nieuwe – zij het zwakkewet moet bescherming bieden aan alle vrouwen van wie altijd wordt verwacht dat ze steeds maar meer opofferen, terwijl zij zelf tijdens een crisis als eerste worden opgeofferd. De wet moet de 307 procent toename van officiële meldingen van online geweld tijdens de covid-19-pandemie tegengaan.

    Deze nieuwe wet, die online intimidatie omvat en ervoor kan zorgen dat de meest flagrante daders tot vier jaar in de gevangenis belanden, moet alle dappere vrouwen beschermen die individuele en collectieve actie ondernemen. En vooral moet de wet een uitkomst zijn voor degenen die besloten geen hulp te zoeken uit angst voor vergelding, en uit een gebrek aan vertrouwen en hoop. 

  • De overheid bemoeit zich al niet meer met deze Colombiaanse barrio

    De overheid bemoeit zich al niet meer met deze Colombiaanse barrio

    De enige wet die in Altos de Cazucá, Colombia, geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. De delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Sinds corona is hun speelruimte enkel vergroot. Luz Mary, en andere burgers met haar, bieden de enige vorm van verzet die mogelijk is.

    Altos de Cazucá, Soacha – Halverwege maart, als Colombia in lockdown gaat om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, weet Luz Mary wat haar te doen staat. Het is niet de eerste keer dat ze thuis zit opgesloten. De snel pratende moeder van twee kinderen doet de deur op slot, vanaf dat moment speelt haar leven zich af in de kamers van haar huis.

    Toen Luz Mary zich in het verleden in huis opsloot, was dat vanwege een andere doodsdreiging. De gewapende mannen die de dienst uitmaken in haar wijk hadden er geen doekjes om gewonden: als ze niet tijdelijk uit beeld zou verdwijnen, zou ze weleens voorgoed kunnen verdwijnen.

    ‘Er zijn dagen en weken geweest dat ik het huis niet uit kon,’ vertelt ze. ‘Je leert scherp observeren – aan de manier waarop mensen zich gedragen zie je of er iets broeit in de wijk.’

    Delincuentes

    Luz Mary is actief binnen de gemeenschap – sommige Colombianen zouden haar een ‘maatschappelijk leider’ noemen. Haar werk richt zich op de kinderen in de verpauperde wijk. Ze leidt een programma, Semillas y Raíces (Zaden en wortels) om kinderen kennis te laten maken met muziek en toneel en ze ondertussen enige basiskennis bij te brengen op het gebied van gedragsregels en hygiëne.

    Semillas y Raíces doet meer dan de deelnemers instrueren. Het programma biedt ook een veilige haven. Het huis van Luz Mary kijkt uit over een steile helling zonder verharde wegen en uit de onverharde paadjes tussen de groepen huisjes steekt her en der een waterleiding. 

    Delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Volgens de bewoners hebben deze bandieten banden met nationale drugskartels. Luz Mary zegt dat ze haar als een kwelgeest zien omdat zij de jongeren opvangt die zij proberen te ronselen – jongens en meisjes van soms nog geen negen jaar oud, die de delincuentes gebruiken om op de uitkijk te staan of om kleine klusjes te doen, in ruil voor eten of spullen die de ouders van de kinderen zich niet kunnen veroorloven.

    Semillas y Raíces is ‘een manier om van de straat te blijven en weg te blijven van de drugs,’ zegt een tienermeisje in Luz Mary’s geïmproviseerde theater op het dak. ‘Als ik niet hier zou zijn, zou ik op straat rondhangen.’

    Luz Mary’s werk is onbezoldigd – het programma levert haar niets op en ze bekostigt het zelf, met geld dat ze bijeensprokkelt met losse baantjes, het inleveren van afgedankte, herbruikbare materialen, en zo nu en dan een bescheiden gift. Het werk is ook gevaarlijk. Ze is talloze keren met de dood bedreigd. Toen ze dat meldde bij de autoriteiten, haalden die slechts hun schouders op, zegt ze. Dus probeert ze goed en zo kwaad als het gaat voor haar eigen bescherming te zorgen. Kinderen van het programma waarschuwen Luz Mary als ze ergens in de buurt dreigende woorden opvangen, en Luz Mary heeft van haar spaargeld camera’s laten plaatsen bij haar huis. ’s Avonds laat ligt ze vaak naar de wazige zwart-witbeelden te kijken en durft niet te gaan slapen. Ze moet er niet aan denken de kinderen in haar programma aan hun lot over te laten, maar ze speelt elke dag met de gedachte Altos de Cazucá te verlaten.

    Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen

    Het bijzondere verhaal van Luz Mary doet de ronde door heel Colombia. Overal in het land zien we maatschappelijk leiders, zowel in stadswijken als in dorpen – ze leveren vaak diensten en komen op voor rechten waar de overheid het laat afweten. Activisten en organisatoren nemen zo’n belangrijke positie in binnen de maatschappij dat ze een plek hebben gekregen in het historische vredesakkoord tussen de overheid en de guerrillabeweging FARC (de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia), waarin is vastgelegd dat ze overheidsbescherming zullen krijgen. Ook is in het akkoord vastgelegd dat er ingrijpende hervormingen zullen worden doorgevoerd om ongelijkheid tegen te gaan en te voorkomen dat gemeenschappen ten prooi vallen aan geweld.

    Maar waar een zekere mate van bescherming is beloofd, zijn veel maatschappelijk leiders zoals Luz Mary sinds 2016 alleen maar geconfronteerd met nog meer dreiging. De afgelopen vier jaar heeft een golf van geweld meer dan 415 maatschappelijk leiders het leven gekost. De coronapandemie heeft die trend alleen nog maar versterkt. Door een landelijke lockdown van zes maanden zitten mensen als Luz Mary als weerloze slachtoffers thuis. Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen. De beleidsmakers, die toch al vaak de ogen sluiten voor de benarde situatie op plekken als Altos de Cazucá, worden nu goeddeels in beslag genomen door de crisis in de gezondheidszorg.

    Luz Mary is bij toeval uitgegroeid tot maatschappelijk leider nadat ze was verhuisd naar een sloppenwijk op een heuvel in Soacha, een stad ten zuiden van Bogotá, zonder te weten in wat voor ellende ze daar zou belanden. Inwoners zeggen dat ze wel begrijpen dat Soacha zo’n sterke aantrekkingskracht uitoefent op drugshandelaren, milities en guerrilla’s – je hoeft alleen maar naar de kaart te kijken. De snelweg die de stad in tweeën snijdt is de voornaamste verbinding tussen de hoofdstad en het zuiden van Colombia, met de grote havenstad Buenaventura. Wat nog een extra aantrekkingskracht uitoefent op criminelen, zijn de poreuze, meanderende grenzen tussen de verschillende wijken van Soacha en Bogotá zelf. De politie houdt de hoofdweg in de gaten, maar niemand controleert de stroom mensen en goederen die overal de ongemarkeerde gemeentegrens overgaat die door glooiende heuvels vol geïmproviseerde huisjes loopt.

    ‘Er is hier sprake van een juridisch en administratief vacuüm,’ zegt een jonge leider die aan de grens woont. ‘Deze buurt is van niemand.’

    Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht

    In 1990 beschouwde het oostelijke front van de FARC de corridor Soacha-Bogotá als een essentieel onderdeel van de strategie om de hoofdstad te omsingelen. De FARC stationeerde strijders op plekken als Altos de Cazucá. Vervolgens mengden paramilitaire groepen van de andere kant zich in de strijd. Deze rechtse milities, een buitengerechtelijke strijdmacht die is gelieerd aan de staat, deden rond 1997 hun intrede in Soacha, omdat zowel zij als de regering de guerrilla’s uit Bogotá wilden verdrijven en wilden voorkomen dat de FARC haar doel zou bereiken.

    Vanaf dat moment is Altos de Cazucá een broeinest van geweld. Tussen 2003 en 2006 zijn duizenden paramilitairen gedemobiliseerd, maar volgens de inwoners van veel buurten in Soacha zijn ze nooit echt vertrokken. De namen zijn veranderd maar de structuren zijn ongewijzigd, en dat geldt met name voor de hiërarchieën die zijn verbonden met de illegale economie. Vandaag de dag lopen er geen geüniformeerde mannen meer door de straat, zoals de paramilitairen ooit deden. Maar de delincuentes hoeven geen gevechtstenue te dragen om de bevolking angst in te boezemen. Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht.

    Net als in de tijd van de guerrilla’s en paramilitairen, zijn de wijken van Soacha nog altijd belangrijke corridors, met name voor drugs maar ook voor wapens en andere smokkelwaar, en voor illegale immigranten. Cocaïne, crack en marihuana gaan naar Bogotá, de rijkste binnenlandse afzetmarkt. Grondstoffen en andere producten die nodig zijn voor de bereiding van cocaïne, gaan Bogotá uit. De autoriteiten hebben cocapasta in beslag genomen, maar ook bewerkte cocaïne, wat erop duidt dat er in Soacha vermoedelijk drugslaboratoria zijn gevestigd die waarde – en winsten – toevoegen aan de aangevoerde smokkelwaar.

    De wetteloosheid die de hellingen van Soacha zo lucratief maakt voor de drugshandel maakt diezelfde hellingen betaalbaar voor de vele arbeiders die werken in Bogotá maar zich de hoge huren daar niet kunnen veroorloven. Plaatselijke overheden noemen Soacha ‘een vat vol slachtoffers’ omdat een groot deel van de bevolking naar Soacha is getrokken na van huis en haard te zijn verdreven in een binnenlandse strijd die al meer dan een halve eeuw woedt. De afgelopen jaren zijn er ook tienduizenden Venezolaanse immigranten naar het gebied getrokken. Officieel telt Soacha 645.000 inwoners, maar Crisis Group heeft van de inwoners zelf en van het stadsbestuur begrepen dat het bevolkingsaantal in werkelijkheid de miljoen is gepasseerd. De mensen leven – vaak dicht opeengepakt – in niet meer dan 200.000 onderkomens, waarvan vele worden bedreigd door aardverschuivingen of overstromingen.

    De sloppenwijken van Soacha staan lokaal bekend als invasiones omdat vele zijn gebouwd op privéterrein, of op land dat met geweld is ingenomen. Daarbij wordt telkens hetzelfde patroon gevolgd: tierreros, machtige makelaars met banden met de georganiseerde misdaad – delincuentes ofwel corrupte politici – leggen beslag op stukken land om er ondermaatse huizen te bouwen. Vervolgens verkopen de tierreros die aan straatarme mensen, die zelfs een lening krijgen aangeboden om de aankoop te kunnen bekostigen. Om de zoveel jaar verkopen de makelaars hetzelfde stuk land weer door en zetten de bewoners uit, die geen juridische hulp kunnen inschakelen.

    Lokaasmethode

    Luz Mary is maar al te bekend met deze lokaasmethode. Zij en haar man konden zich geen huis permitteren in Bogotá, maar een terriero wist hen ervan te overtuigen dat ze in Altos de Cazucá wel een eigen huis konden kopen. Omdat de verkopers zeiden dat de grond binnen een aantal jaar zou worden gelegaliseerd, sloten ze een lening van enkele duizenden dollars af om het huis te kunnen betalen. Ze hebben hun schuld nog lang niet afbetaald, maar inmiddels is duidelijk dat het stukje grond nooit hun bezit zal worden.

    Soacha kent een aantal overheidsvoorzieningen en de clandestiene handelaren proberen overal van te profiteren, van het openbaar vervoer tot aan de watervoorziening, waardoor de armlastige inwoners het alleen nog maar zwaarder krijgen. Veel winkeliers betalen een ‘vaccin’-belasting aan lokale groepen die beweren voor bescherming te zorgen. Die groepen maken zich schuldig aan afpersing en wie niet meewerkt, wordt daar meedogenloos voor gestraft. Door mensen te vermoorden die hun het hoofd bieden, geven ze een duidelijke boodschap af wie er de baas is.

    Toen Luz Mary nog klein was, ging ze met haar moeder mee naar Bogotá, op de vlucht voor paramilitair geweld in een klein plaatsje niet ver van Manizales, in het westen van het land. Daarvoor woonden ze in Suba, een arbeiderswijk in het noordwesten van Bogotá. Luz Mary vertelt: ‘We gingen naar de stad in de hoop op een beter leven, maar we werden geconfronteerd met nog grotere problemen.’ Haar jeugd is getekend door armoede, onveiligheid en misbruik.

    Tegen de tijd dat ze een jonge vrouw is, moet Luz Mary de grootste moeite doen om de eindjes aan elkaar te knopen in Suba. Als ze net zwanger is, verhuist ze met haar man naar Altos de Cazucá, in de hoop op een nieuw begin. Binnen enkele weken nadat ze hun intrek hebben genomen in het huisje van twee verdiepingen dat een tierrero hun heeft verkocht, wordt hun hoop getemperd. Ze komt tot de ontdekking dat er twee drugverkooppunten – ollas – in hun huizenblok zijn, eentje iets hoger op de heuvel en eentje vlak naast hun huis. De hogergelegen olla wordt gedreven door een paramilitaire groep; de lagergelegen olla wordt naar verluidt gerund door ‘guerrilla’s’. Haar buren zijn verslaafd aan crack. Luz Mary leert haar kinderen hun handen voor hun ogen te houden en hun oren dicht te stoppen, om ze af te schermen van de afschuwelijke beelden en geluiden in de buurt.

    Langzaam krijgt Luz Mary een beeld van wat er om haar heen gebeurt. Lokale bendes drijven de drugverkooppunten en persen plaatselijke winkeliers af. Maar het zijn niet zomaar boefjes die hun kans schoon zien. Zoals de buren uitleggen maken deze groepen deel uit van groter en doelgerichter geheel. De staatsombudsman van Colombia, die tot taak heeft de mensenrechtensituatie in beeld te brengen, noemt deze opzet tercerización. Het is een soort piramide-achtige bedrijfsstructuur waarin gewapende, kartelachtige groepen de macht over een bepaalde buurt uitbesteden aan plaatselijke milities. De grotere groepen betalen de voetsoldaten meestal uit in drugs, die de laatsten weer doorverkopen om in hun levensonderhoud te voorzien. De overkoepelende organisatie wast de handen in onschuld aangezien het de delincuentes zijn die geweld gebruiken om hun macht te behouden.

    Geleidelijk, maar gaandeweg steeds sneller, vallen Luz Mary en haar man ten prooi aan een depressie – ze zitten gevangen in een turbulente situatie door de schuld die ze zijn aangegaan nadat ze zonder het te weten een stuk gestolen land hebben gekocht.

    Muziek

    Op een wel heel troosteloze dag pakt de man van Luz Mary, gezeten op hun geel met bruine bank, zijn oude gitaar en begint te zingen. De muziek raakt hen, en op dat moment realiseren ze zich dat ze twee keuzes hebben. Ze kunnen blijven hangen in hun situatie of ze kunnen, om de woorden van Luz Mary te gebruiken ‘afrekenen met het idee dat ze slachtoffer zijn’ en iets dóén. Ze zijn allebei geschokt dat voor veel kinderen in de buurt geweld de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Het is onvoorstelbaar waar kinderen allemaal aan wennen,’ zegt Luz Mary.  Dat is het moment waarop ze besluit op zoek te gaan naar een manier om die kinderen te helpen.

    Luz Mary en haar man zien muziek als de beste manier om jonge mensen te bereiken. Maar eerst moeten ze de kinderen zo ver zien te krijgen dat ze zich aansluiten bij een gestructureerd programma. De delincuentes delen eten uit om de jongeren te paaien, dus besluiten zij hetzelfde te doen.

    Luz Mary herinnert zich de eerste kinderen die haar huis binnen kwamen stommelen en nieuwsgierig om zich heen keken, op zoek naar een reden om te blijven. In het begin komen er maar een paar kinderen, later zijn dat er tientallen. Luz Mary begrijpt dat ze zullen moeten beginnen bij de basis. ‘De kinderen die kwamen, stonken verschrikkelijk,’ zegt ze. ‘Ze wasten zich niet en ze hadden een grote mond, want de mentaliteit die ze meekrijgen is dat ze toch niets voorstellen.’ Als ze één ding kon bereiken, dacht ze, dan was dat om die jongeren een ander zelfbeeld te geven.

    Het programma dat ze samen met haar man opzet, Semillas y Raíces, bestaat uit muziekles, kleinschalige toneelvoorstellingen en kleine buurtprojecten, In de begintijd van Semillas y Raíces laat het staatswaterleidingbedrijf de inwoners weten dat ze gratis water krijgen als ze een eigen aquaduct bouwen. Luz Mary en de kinderen gaan aan de slag, storten beton en leggen een voor een de leidingen. 

    Bij het uitbreken van de pandemie komt de overheidssteun traag op gang en verdwijnen allerlei baantjes. Semillas y Raíces schraapt alles bij elkaar om ouderen en hulpbehoevenden in de buurt eten te kunnen geven. In september en oktober zijn de kinderen en andere inwoners weken in de weer om een steile lokale weg te plaveien zodat de regen niet de huizen binnen stroomt.

    ‘We roeien met de riemen die we hebben en we werken ons uit de naad,’ zegt Luz Mary. ‘We krijgen geen enkele hulp. We recyclen en we verkopen van alles en nog wat om aan geld te komen. We krijgen eten dat anders weggegooid zou worden.’

    Momenteel zijn er meer dan honderd kinderen die geregeld bij Luz Mary over de vloer komen en die zijn uitgegroeid tot een soort broertjes en zussen van haar eigen kinderen. De kinderen hoeven niets te betalen, al dragen sommige ouders bij wat ze maar kunnen missen. Sommige kinderen komen zonder dat hun ouders het weten, soms omdat hun vader of moeder lid is van de gewapende groepering. Om die kinderen te beschermen, maakt Luz Mary een afspraak met hen. Als ze elkaar op straat tegenkomen, doen ze of ze elkaar niet kennen.

    ANP 359045489 1 1 1
    © Joaquin SARMIENTO / AFP

    De bedreigingen beginnen zodra duidelijk wordt dat Semillas y Raíces effect sorteert. Het aquaductproject van Luz Mary valt slecht bij sommige bewoners die zelf de watertoevoer in de hand hadden willen houden om zo weer andere bewoners te kunnen afpersen. Later komt Luz Mary erachter dat een van de mannen die zich benadeeld voelt een huurmoordenaar in de arm heeft genomen – een man van eenentwintig die al tientallen moorden op zijn naam zou hebben staan. Ze is bang dat er nog altijd een prijs op haar hoofd staat.

    Dan volgen de berichtjes op haar telefoon. De eerste keer leest Luz Mary het berichtje niet eens – meestal is het reclame, of onzin. Als ze er toevallig wel een keer een blik op werpt, raakt ze in paniek door de mengeling van gedetailleerde dreigementen en beledigingen. Er wordt een ultimatum gesteld: ze krijgt twintig dagen om uit Soacha te vertrekken en anders komen ze haar vermoorden, staat er. Ze is van mening dat haar ‘vergrijp’ tweevoudig is. Om te beginnen heeft haar programma de vijver drooggelegd van jonge rekruten voor de bendes. Ten tweede heeft het programma met behulp van kleine giften genoeg geld bij elkaar weten te sprokkelen om T-shirts te laten drukken – wat leidt tot geruchten dat Semillas y Raíces geen armoedig clubje is, maar een rijke organisatie die geld probeert te verdienen.

    Doodsbang daalt Luz Mary de helling af in de hoop op hulp van de autoriteiten in het centrum van Soacha. Rondom het plein, daterend uit de koloniale tijd, staan overheidsgebouwen, waar merendeels overwerkte ambtenaren de rijen mensen te woord staan die zich dag in dag uit melden met hun problemen. Luz Mary vertelt dat ze naar de officier van justitie is gegaan om een aanklacht in te dienen. Ze zegt dat ze ook naar het politiebureau en de ombudsman is gegaan om melding te maken van de doodsbedreigingen. De dagen verstrijken en ze hoort niets. ‘Ik stond weer met beide benen op de grond,’ zegt ze. ‘Ik begreep dat niemand me te hulp zou komen.’

    De buren raden haar aan zich een tijdje gedeisd te houden. Als ze ophoudt met haar werk, zeggen ze, zullen de bedreigingen ook wel ophouden. Ze weet nog dat ze op het gemeentehuis hetzelfde advies kreeg, toen ze daar maanden later aan de bel trok. ‘Ik vertelde mijn verhaal, maar ze zeiden dat ik zelf verantwoordelijk was voor de situatie, gezien de plek waar we wonen.’

    Wanneer maatschappelijk leiders op een dergelijke manier worden bedreigd, moeten volgens de Colombiaanse wet de plaatselijke overheden als eerste reageren. Maar hoewel Soacha elk jaar tijdelijk andere huisvesting regelt voor een beperkt aantal mensen dat met vergelijkbare bedreigingen te maken krijgt, schiet de reactie van de overheid vaak te kort en dan kunnen de maatschappelijk leiders eigenlijk nergens meer terecht. Luz Mary hoopt in aanmerking te komen voor het beschermingsprogramma van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat grofweg zo’n vijfduizend maatschappelijk leiders in heel Colombia helpt met kogelvrije vesten of zelfs bodyguards.  Ze is maanden bezig om de vereiste papieren bij elkaar te krijgen en het ingewikkelde aanvraagformulier te doorgronden, dat ze uiteindelijk ingevuld en wel afgeeft op een politiebureau. Dit jaar alleen al hebben bijna zevenduizend leiders hulp gevraagd bij deze instantie – slechts zestien procent van de aanvragen is gehonoreerd.

    Inmiddels vertrouwt Luz Mary voor haar veiligheid niet langer op de overheid, maar op het netwerk dat ze met Semillas y Raíces heeft opgebouwd. Meer dan eens is ze door kinderen uit gezinnen die banden hebben met de gewapende bandieten gewaarschuwd dat hun ouders het over haar hadden. Dat is voor haar het teken om zich binnenshuis op te sluiten, met als enige gezelschap haar beveiligingscamera’s. Ze registreert alles wat zich op straat afspeelt, tot diep in de nacht, en als er echt iets gebeurt hoopt ze dat haar camera’s het allemaal hebben vastgelegd. 

    Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen

    Door de pandemie is alles anders. Zoals Luz Mary zegt: ‘Alle problemen die in onze gemeenschap spelen komen nu naar de oppervlakte – en ineens zijn het er drie keer zoveel.’

    Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona – en de lockdown om de verspreiding van het virus een halt toe te roepen – als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen. Omdat er maar weinig lokale autoriteiten zijn om de lockdown af te dwingen, hebben de delincuentes hun eigen beperkingen aan de bewegingsvrijheid ingesteld. In augustus meldt de ombudsman dat er bepaalde groepen in Soacha zijn die bepalen welke winkels wel of niet open mogen om bevoorraad te worden, waarmee ze duidelijk laten zien wie de macht in handen heeft in Altos de Cazucá. De enige wet die hier geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. Wie een bedreiging meldt of in het geweer komt tegen de intimidatie wordt bestempeld tot sapo, informant. Wie de gewapende groeperingen ook maar een strobreed in de weg legt, loopt gevaar. Alleen al het melden van een misdaad kan beteken dat je tot vijand wordt bestempeld. Luz Mary zegt dat er tijdens de lockdown twee mensen zijn vermoord, maar dat ‘niemand zijn mond open heeft gedaan’.

    De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger

    De scholen in Colombia zijn sinds maart gesloten vanwege de pandemie, wat de gewapende groeperingen nieuwe kansen biedt om de kinderen los te weken van hun gezin. De meeste kinderen in Soacha volgen geen virtuele lessen; in plaats daarvan krijgen ze opdrachten mee die een zekere mate van ouderlijke supervisie vereisen – en dat is voor veel gezinnen domweg te hoog gegrepen. In juni heeft de inspecteur-generaal melding gemaakt van een toenemend aantal kinderen dat wordt gerekruteerd in stedelijke gebieden zoals Soacha, waar jongeren zich aansluiten bij de plaatselijke bendes of zelfs bij gewapende groeperingen verspreid over het hele land. Maatschappelijk leiders die het ergste proberen te voorkomen moeten nog meer moeite doen dan voorheen om die kinderen een veilige omgeving te bieden.

    Onlangs heeft Luz Mary haar buurtgenoten bij elkaar geroepen voor een toneelles – in de nieuwe realiteit van corona. ‘De enige manier om op dit soort plekken les te geven is door een interactieve school op te zetten,’ zegt ze. Een man gekleed in een vuilniszak en met een geschminkt gezicht loopt met gespreide armen van de ene kant van de straat naar de andere. Hij doet alsof hij een vliegtuig is dat het virus van het ene land naar het andere brengt. Hij ‘infecteert’ iedereen die hij aanraakt.

    De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger. ‘Er gebeuren hier de meest vreselijke dingen,’ zegt ze. ‘Er komt geen einde aan de dreigementen. Soms heb ik het gevoel dat ik het niet langer aankan. Maar dan vraag ik me af: als ik het niet meer doe, wie moet het dan doen? (…) Er gebeuren veel afschuwelijke dingen in het leven. Mijn bijdrage aan deze wereld is dat ik deze kinderen iets leer.’ 

  • Naakt naar de film in Australië | Beppe Grillo onder vuur

    Naakt naar de film in Australië | Beppe Grillo onder vuur

    Zo verdient de presidentsdochter aan seizoenarbeiders

    Veel inwoners van Tadzjikistan zijn voor hun inkomen afhankelijk van seizoensarbeid in Rusland. De stormloop op Rusland door zo’n 200.000 Tadzjiekse seizoenarbeiders, voornamelijk mannen, begint normaal gesproken in de lente en in de herfst keren ze terug naar hun families. Door de pandemie kwam dat vorig jaar maart allemaal tot stilstand, maar vorige maand kondigde de Russische regering aan om lijnvluchten met Tadzjikistan weer te hervatten, schrijft Eurasianet

    Vooralsnog gaat het om slechts enkele vluchten per week, maar Tadzjieken staan al te dringen om een ticket te bemachtigen. In hoofdstad Dushanbe vormen zich dagelijks vanaf vier uur ’s ochtends rijen van honderden mensen voor het kantoor van Air Travel Agency, dat als enige tickets naar Moskou verkoopt. Niemand weet precies uit te leggen waarom juist dit bedrijf een monopolie heeft op reizen naar Rusland, maar gegevens van de belastingdienst werpen licht op de zaak: het bedrijf is eigendom van Tachmina Rachmonova en haar echtgenoot. Tachmina is een dochter van de Tadzjiekse president Rachmon. 

    Officieel spreken de autoriteiten van prijsinflatie, maar ‘corruptie’ dekt de lading waarschijnlijk beter

    Toen het nieuws over hervatting van vluchten naar Rusland bekend werd, lieten de autoriteiten weten dat tickets ongeveer 415 euro zouden gaan kosten. Maar doordat duizenden mensen op korte termijn naar Rusland willen reizen, hield dat bedrag niet lang stand. Officieel spreken de autoriteiten van prijsinflatie, maar ‘corruptie’ dekt de lading waarschijnlijk beter. Politiemensen, die de wachtenden buiten in goede banen moeten leiden, vragen zo’n 500 somoni, circa 37,50 euro, voor hulp om de wachtrij te ontlopen. Binnen worden openlijk kaartjes verkocht voor 8000 somoni (582 euro), aanzienlijk meer dus dan het door de overheid vastgestelde bedrag. Sommige seizoenarbeiders zeggen zelfs het dubbele van de officiële prijs te hebben betaald. Natuurlijk zijn ze boos maar ze leggen zich neer bij de corruptie, want als ze geen ticket bemachtigen, lopen ze zeer waarschijnlijk een plek voor een heel seizoen betaalde arbeid mis.


    Schimmige handel in vaccins

    Vanuit een kantoortje in Abu Dhabi leiden de Oekraïense Natalya Muzaleva en haar Hongaarse echtgenoot Istvan Perger een klein zakelijk imperium. Ze runnen een kunstgalerie, een makelaarskantoor en een servicebedrijf voor de olie-industrie. 

    Sinds kort hebben ze nog een bedrijf. Dat probeert covid-19-vaccins aan Europa te verkopen, meldt Al Jazeera.

    Muzaleva bood de Tsjechische ambassadeur in de Verenigde Arabische Emiraten ten minste een miljoen doses aan van het AstraZeneca-vaccin. De vaccins zouden worden geleverd door een niet nader genoemde partner van AstraZeneca-fabrieken ‘in het Verenigd Koninkrijk en India’ en levering zou binnen 45 dagen volgen na ontvangst van betaling. De Tsjechische regering ging niet op het aanbod in, maar de zaak kwam begin maart aan het licht toen premier Andrej Babis Muzaleva bij naam noemde tijdens een persconferentie, waarop hij zei de ‘zwarte markt’ niet te steunen. Na zijn persconferentie liet AstraZeneca weten tegen verkoop of distributie van het vaccin door particulieren te zijn.

    Ook de Duitse regering zegt van tussenpersonen verschillende aanbiedingen voor de levering van vaccins te hebben ontvangen, waarna fabrikanten, de Europese Commissie en internationale opsporingsinstanties werden ingelicht. ‘Deze pandemie creëert een sfeer van goudkoorts waarin mensen allerlei deals proberen te sluiten’, zei de Duitse minister van Volksgezondheid Jens Spahn eerder deze maand. ‘Onze regering koopt uitsluitend bij fabrikanten.’ 

    Volgens OLAF, het Europees Bureau voor Fraudebestrijding, heeft een tiental Europese landen aanbiedingen van tussenpersonen gemeld voor de levering van grote hoeveelheden vaccins, met als kennelijk doel om aanbetalingen te innen en vervolgens met het geld te verdwijnen.


    Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet?

    Na Ronald Reagan, Arnold Schwarzenegger en Donald Trump zou hij niet de eerste met een Hollywood-verleden zijn die de Amerikaanse politiek in gaat. Bovendien zinspeelde acteur Matthew McConaughey al vaker op een politieke carrière. De vraag in Texas is nu: Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet?  Gaat hij meedoen aan de verkiezingen om het gouverneurschap van de Lone Star State? Volgens een recente enquête van The Dallas Morning News staat McConaughey er beter voor dan zittend gouverneur Greg Abbott: 45 procent van de geregistreerde kiezers zou op McConaughey stemmen, 33 procent op Abbott gaan en 22 procent op iemand anders. 

    McConaughey bepleit een ‘agressief centristische’ positie als oplossing voor de politieke polarisatie in de VS en hij bekritiseert zowel democraten als republikeinen. ‘Er zijn veel bekrompen linkse mensen die absoluut neerbuigend, betuttelend en arrogant doen tegen de andere 50 procent’, zei hij vorig jaar. Maar ook de Republikeinen kregen ervan langs: ‘Rechts meent nu nepnieuws te moeten gebruiken om de nederlaag van Trump te ontkennen.’


    Naakt naar de film

    Publiek van filmfestivals in Melbourne en Sydney is gevraagd zich uit te kleden tijdens speciale vertoningen van de Belgische culthit Patrick van regisseur Tim Mielants, die wordt aangeprezen als ‘een shakespeariaanse tragikomedie in een nudistenkolonie’.

    ‘Dit wordt een unieke en gedenkwaardige filmervaring’, denkt Hudson Sowada, directeur van het Fantastic Film Festival Australia, geciteerd door The Sydney Morning Herald. ‘Patrick is over de hele wereld vertoond, maar nog niet eerder aan een naakt publiek.’ Het enige precedent dat Sowada kon vinden was naakt Israëlisch publiek bij de Franse komedie Normandie nue uit 2018.

    Sowada heeft wel wat regels opgesteld. Bezoekers moeten gekleed naar de bioscoop komen en een handdoek meenemen om op te zitten. Eenmaal op hun stoel kleden ze zich uit, ‘in ieder geval tot hun ondergoed’ en leggen ze hun kleren naast zich. Fotograferen is verboden. Mocht er onverhoopt nog extra popcorn gehaald moeten worden, dan dienen bezoekers wel weer even wat aan te trekken.


    Verontwaardiging over Beppe Grillo

    Beppe Grillo, de Italiaanse stand-upcomedian en oprichter van de populistische Vijfsterrenbeweging, is onder vuur komen te liggen vanwege de manier waarop hij zijn zoon meent te moeten verdedigen, schrijft ANSA. Ciro Grillo wordt met twee andere mannen beschuldigd van verkrachting. Daarop publiceerde Beppe een video waarin hij zegt dat Ciro onschuldig is en dat het vermeende slachtoffer na de verkrachting doodleuk ging kitesurfen en acht dagen wachtte met aangifte. 

    https://www.youtube.com/watch?v=IKJZ7sThK_k

    Typisch staaltje van victim blaming vindt de familie van het meisje. ‘We zijn overstuur. Deze poging een toneelstukje op te voeren ten koste van anderen is een weerzinwekkende farce.’

    ‘Mijn zoon heeft niets gedaan, arresteer mij in plaats van hem,’ zegt Grillo in de video. Commentatoren vinden dat Grillo vooruit loopt op de zaken en verwijten hem dat hij weigert het Italiaanse rechtssysteem zijn loop te gunnen.

  • Hoe Facebook zich ondanks plechtige beloften nog altijd leent voor politici die het publiek willen misleiden

    Hoe Facebook zich ondanks plechtige beloften nog altijd leent voor politici die het publiek willen misleiden

    Na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 beloofde Facebook plechtig om misbruik voor politieke doeleinden aan te pakken. Desondanks zijn politici nog steeds in staat om via Facebook het publiek te misleiden of tegenstanders lastig te vallen, ook als het bedrijf ervan weet.

    Julia Carrie Wong, correspondent van The Guardian in San Francisco, beschrijft hoe The Guardian inzage kreeg in uitgebreide interne documentatie die laat zien hoe Facebook is omgegaan met politiek manipulatief gedrag in meer dan dertig gevallen in vijfentwintig landen. Dergelijk ‘niet-authentiek’ gedrag, zoals Facebook het zelf noemt en dat volgens de regels van het bedrijf ontoelaatbaar is, werd ontdekt én gemeld door personeel van Facebook, maar het bedrijf liet het na er iets mee te doen.

    Uit het onderzoek door The Guardian blijkt dat Facebook misbruik van zijn platform toeliet in arme, kleine, niet-westerse landen, omdat het bedrijf prioriteit geeft aan misstanden die aandacht van de media trekken in rijke landen. Meer specifiek: Facebook handelde snel als het ging om politieke manipulatie in landen als de VS, Taiwan, Zuid-Korea en Polen, maar kwam langzaam of helemaal niet in actie als het gevallen betrof in Afghanistan, Irak, Mongolië, Mexico en een groot deel van Latijns-Amerika.

    Fiasco

    Na het historische fiasco van de Amerikaanse verkiezingen van 2016, toen Russische agenten niet-authentieke Facebook-accounts gebruikten om Amerikaanse kiezers te misleiden en tegen elkaar op te zetten, deed Facebook een plechtige belofte om door de staat gesteunde politieke manipulatie via het platform te bestrijden. Maar sindsdien heeft het bedrijf herhaaldelijk nagelaten om tijdig actie te ondernemen op momenten dat het werd geconfronteerd met bewijs van ongebreidelde manipulatie en misbruik door politieke leiders van over de hele wereld.

    ‘Er wordt veel schade aangericht via Facebook, waarop het bedrijf niet reageert omdat deze schade niet wordt beschouwd als een pr-risico’, aldus Sophie Zhang, voormalig datawetenschapper bij het bedrijf. Zhang werkte bij de zogenoemde ‘integriteitsafdeling’ van Facebook, die ongebruikelijk gedrag moet bestrijden. ‘De schade die wordt aangericht door manipulatie raakt niet Facebook, maar de rest van de wereld’, meent Zhang.

    Facebook ontsloeg Zhang in september 2020 wegens ‘ondermaatse prestaties’. Op haar laatste dag publiceerde ze een afscheidsmemo van bijna zevenduizend woorden waarin ze beschreef hoe ze ‘meerdere flagrante pogingen van buitenlandse nationale regeringen had ontdekt om het platform op grote schaal te misbruiken ter misleiding van hun burgers’. Ze beschuldigt Facebook ervan die misstanden niet te hebben aangepakt. ‘Ik weet inmiddels dat ik bloed aan mijn handen heb’, schreef Zhang. Delen van haar memo werden vorig jaar september als eerste gepubliceerd door BuzzFeed News

    Ontoelaatbare activiteiten

    Zhang treedt nu opnieuw naar voren in de hoop dat haar onthullingen Facebook zullen dwingen rekenschap af te leggen over de invloed die het bedrijf uitoefent op de wereld. ‘We hebben gezien dat verschillende presidenten ontoelaatbare activiteiten kennelijk zo waardevol vinden voor hun autocratische ambities, dat ze niet eens de moeite nemen om ze te verhullen’, zei Zhang tegen The Guardian.

    ‘Er is voor Facebook geen sterke prikkel om dit aan te pakken, behalve de angst dat iemand een boekje opendoet en veel ophef veroorzaakt. En dat is precies wat ik nu doen. Want de hele kwestie “niet-authentieke activiteit” speelt niet echt bij het bedrijf, en je kunt iets alleen maar verbeteren als je erkent dat het bestaat.’ 

    ‘Ik heb geprobeerd dit probleem binnen Facebook op te lossen (…) Ik sprak tot in detail met mijn manager, de manager van mijn manager, verschillende teams en iedereen tot aan een vicepresident van het bedrijf toe. Ik heb herhaaldelijk geprobeerd om mensen dingen recht te laten zetten (…) Ik bood aan om gratis aan te blijven nadat ze me hadden ontslagen, maar ze zeiden nee. Ik hoopte met mijn vertrekmemo mensen te kunnen overtuigen om dingen te veranderen, maar dat is niet gelukt.’

    Liz Bourgeois, woordvoerder van Facebook, zegt in een reactie: ‘We zijn het fundamenteel niet eens met de karakterisering van mevrouw Zhang aangaande onze prioriteiten en inspanningen om misbruik op ons platform uit te bannen. We gaan agressief achter misbruik over de hele wereld en hebben gespecialiseerde teams die dit werk voor ons verrichten. Als gevolg hiervan hebben we meer dan honderd netwerken met gecoördineerd niet-authentiek gedrag verwijderd.’ 

    ‘Ongeveer de helft van die netwerken’, vervolgt de zegsvrouw, ‘betrof binnenlandse netwerken die actief waren over de hele wereld, in onder meer Latijns-Amerika, het Midden-Oosten, Noord-Afrika, en in de Aziatisch-Pacifische regio. Het is onze prioriteit om “gecoördineerd niet-authentiek” gedrag te bestrijden. We pakken ook de problemen rond spam en nepinteracties aan. We onderzoeken elk probleem voordat we actie ondernemen of er openbare uitspraken over doen.’  

    Het succesvol bespelen van het algoritme kan het verschil betekenen tussen een miljoenenpubliek of onzichtbaarheid

    Met 2,8 miljard gebruikers speelt Facebook een dominante rol in het politieke discours van bijna elk land ter wereld. Maar de algoritmes en functies van het platform kunnen worden gemanipuleerd om het politieke debat te sturen of te verstoren. Dit kan bijvoorbeeld met nepinteracties zoals likes, opmerkingen, deelacties en reacties die worden geplaatst door ‘niet-authentieke’ of gecompromitteerde Facebook-accounts. 

    Daarmee kan de publieke perceptie van de populariteit van een politieke leider worden gestuurd. Daarnaast kunnen nepinteracties van invloed zijn op het o zo belangrijke algoritme dat de berichtenstroom van Facebook, de newsfeed, bepaalt. Het succesvol bespelen van dat algoritme kan het verschil betekenen tussen een miljoenenpubliek of onzichtbaarheid.

    Zhang werd in januari 2018 door Facebook ingehuurd en toegevoegd aan een team dat zich bezighoudt met het uitroeien van nepinteracties. Ze ontdekte dat de overgrote meerderheid van nepactiviteit zich voordeed in berichten van individuen, bedrijven of merken, maar ook in wat Facebook ‘maatschappelijke’, dat wil zeggen: politieke, accounts noemt.

    Honduras

    Het meest schaamteloze voorbeeld is dat van Juan Orlando Hernández, de president van Honduras. In augustus 2018 betroffen maar liefst 90 procent van alle nepinteracties de president van het Midden-Amerikaanse land. Zhang ontdekte in die maand bewijs dat personeel van Hernández rechtstreeks betrokken was bij een campagne om de status van zijn Facebookaccount op te krikken met honderdduizenden neplikes.

    Een van de beheerders van de officiële Facebook-pagina van Hernández beheerde ook honderden andere pagina’s die leken op gewone gebruikersprofielen. De stafmedewerker gebruikte deze namaakpagina’s om berichten van Hernández te voorzien van likes, als een digitaal equivalent van het optrommelen van een ingehuurde menigte voor een toespraak.

    Deze methode om nepbetrokkenheid te verwerven, die Zhang ‘Pages-misbruik’ noemt, is mogelijk door een maas in het beleid van Facebook. Het bedrijf vereist dat gebruikersaccounts authentiek zijn en verbiedt gebruikers meer dan één account te hebben, maar dat geldt niet voor Facebook Pages, de profielen voor bedrijven, organisaties of publieke figuren. Met Facebook Pages kunnen veel handelingen worden verricht die ook met gewone accounts mogelijk zijn, zoals liken, delen en reageren.

    Deze mogelijkheid bleef open door een gebrek aan handhaving, en het lijkt erop dat de optie momenteel wordt gebruikt door de regerende partij van Azerbeidzjan om miljoenen intimiderende opmerkingen te verspreiden op de Facebook-pagina’s van onafhankelijke nieuwskanalen en Azerbeidzjaanse oppositiepolitici.

    Niet-authentiek gedrag

    Dergelijk misbruik van Facebook Pages lijkt op wat het Russische Internet Research Agency deed tijdens de Amerikaanse verkiezingen van 2016, toen het Facebook-accounts aanmaakte die zogenaamd van Amerikaanse burgers waren. Deze accounts werden gebruikt om individuen te manipuleren en politieke debatten te beïnvloeden. Facebook noemt dit ‘gecoördineerd niet-authentiek gedrag‘ (‘coordinated inauthentic behavior’ – CIB) en heeft een eliteteam van onderzoekers, zogenaamde ‘dreigingsontregelaars’, belast met de opdracht om dergelijk gedrag op te sporen en te verwijderen. In maandelijkse rapporten bericht Facebook nu over CIB-campagnes die worden ontdekt, en volgens het bedrijf worden nepaccounts en namaak-Pages verwijderd.

    Maar de ‘dreigingsontregelaars’ en tal van Facebook-managers en leidinggevenden deden aanvankelijk geen onderzoek naar misbruik in Honduras en Azerbeidzjan, ondanks bewijzen dat het misbruik in beide gevallen verband hield met de nationale regering. ‘Ik denk niet dat Honduras hier erg speelt voor de mensen’, zei een manager tegen Zhang.

    Onder de bedrijfsleiders die Zhang over haar bevindingen informeerde, bevonden zich Guy Rosen, vicepresident van de integriteitsafdeling; Katie Harbath, de voormalige directeur openbaar beleid voor verkiezingen wereldwijd; Samidh Chakrabarti, het toenmalige hoofd van de afdeling burgerlijke integriteit en David Agranovich, de leider van het wereldwijde team van ‘dreigingsontregelaars’.

    Beide gevallen waren bijzonder zorgwekkend vanwege de aard van de betrokken politieke leiders. Hernández werd in 2017 herkozen in een verkiezingsstrijd die wijd en zijd als frauduleus werd aangemerkt. Zijn regering wordt gekenmerkt door beschuldigingen van ongebreidelde corruptie en schendingen van de mensenrechten. Azerbeidzjan is een autoritair land zonder persvrijheid of vrije verkiezingen.

    Op vragen aan de persvoorlichter, advocaat en minister van Transparantie van Hernández werd niet gereageerd. De YAP, de regerende partij van Azerbeidzjan, ontkende na publicatie van dit artikel op 6 maart via zijn Pages intimiderende opmerkingen te hebben gepost op de Facebook-pagina van nieuwskanaal Azad Soz.

    ‘We moeten van bovenaf beginnen (toplanden, gebieden met topprioriteit, invloedrijke zaken, enz.) en vandaar naar beneden werken’

    Facebook had er bijna een jaar voor nodig om het Honduras-netwerk uit te schakelen en veertien maanden om de Azerbeidzjaanse campagne te verwijderen. In beide gevallen heeft Facebook vervolgens het misbruik doodleuk laten terugkeren. Facebook zegt dat het handmatige en geautomatiseerde detectiemethoden gebruikt om eerdere gevallen van CIB-handhaving in de gaten te houden en dat het ‘continu’ accounts en pagina‘s verwijdert die zijn verbonden aan eerder verwijderde netwerken. De langdurige vertragingen zouden grotendeels het gevolg zijn van het prioriteitssysteem van Facebook om het politieke discours en verkiezingen te beschermen.

    ‘We hebben letterlijk honderden of duizenden soorten van misbruik (dat betekent in ieder geval werkzekerheid op onze integriteitsafdeling, hè!?),’ liet Rosen aan Zhang weten in een chat van april 2019, nadat ze had geklaagd over het gebrek aan actie tegen Honduras. ‘Daarom moeten we van bovenaf beginnen (toplanden, gebieden met topprioriteit, invloedrijke zaken, enz.) en vandaar naar beneden werken.’

    Zhang vertelde Rosen in december 2019 dat haar was meegedeeld dat de afdeling ‘dreigingsontregeling’ alleen prioriteit zou geven aan het onderzoeken van verdachte CIB-netwerken in ‘de VS / West-Europa en buitenlandse tegenstanders zoals Rusland / Iran / enz.’ Rosen onderschreef dat: ‘Ik denk dat dat de juiste priorisering is.’

    Zhang voegde tientallen uitbreidingen toe het taakbeheersysteem van Facebook om het dreigingsinformatieteam te waarschuwen voor netwerken van nepaccounts of Pages die het politieke discours verstoorden in onder meer Albanië, Mexico, Argentinië, Italië, de Filippijnen, Afghanistan, Zuid-Korea, Bolivia, Ecuador, Irak, Tunesië, Turkije, Taiwan, Paraguay, El Salvador, India, de Dominicaanse Republiek, Indonesië, Oekraïne, Polen en Mongolië.

    Die netwerken voldeden vaak niet aan de prioriteitencriteria van Facebook wat betreft CIB-verwijderingen. Anders gezegd: Facebook liet ze begaan. En dat terwijl hun activiteiten niet in overeenstemming waren met het beleid van het bedrijf. Ze hadden moeten worden verwijderd.

    In sommige gevallen die Zhang ontdekte, waaronder die in Zuid-Korea, Taiwan, Oekraïne, Italië en Polen, ondernam Facebook snel actie, resulterend in onderzoeken door het dreigingsinformatieteam en, in de meeste gevallen, leidend tot het verwijderen van niet-authentieke accounts.

    Donald Trump

    In andere gevallen stelde Facebook het ondernemen van actie maandenlang uit. Toen Zhang in oktober 2019 een netwerk van nepaccounts ontdekte die nepinteractie creëerden voor politici in de Filippijnen, liet Facebook die langzaam uitdoven. Maar toen een klein onderdeel van datzelfde netwerk in februari 2020 een onbeduidende hoeveelheid nepbetrokkenheid begon te creëren op de Page van Donald Trump, ging het bedrijf snel over tot actie om deze te verwijderen. In een aantal andere gevallen ondernam Facebook helemaal geen actie.

    Een onderzoeker van het team van dreigingsontregelaars vond bewijs dat een Albanees netwerk, dat massaal niet-authentieke commentaren produceerde, in verband kon worden gebracht met personen in de regering, maar liet de zaak vervolgens gaan.

    Een Boliviaans netwerk van nepaccounts ter ondersteuning van een presidentskandidaat in de aanloop naar de betwiste algemene verkiezingen van oktober 2019, werd volledig genegeerd. Honderden niet-authentieke accounts die deze presidentskandidaat ondersteunden bleven actief na de laatste werkdag van Zhang in september 2020. Netwerken in Tunesië en Mongolië werden evenmin onderzocht, ondanks dat er verkiezingen waren in Tunesië en Mongolië in een constitutionele crisis verkeerde.

    “We hebben deze persoon betrapt op het beroven van een bank. Dat mag echt niet, hoor”

    Te midden van massale protesten en een politieke crisis in Irak in 2019, vroeg de Irak-specialist van Facebook om prioriteit te geven aan twee netwerken die Zhang vond. Een onderzoeker was het ermee eens dat de accounts moesten worden verwijderd, maar niemand voerde ooit een handhavingsactie uit, en op haar laatste werkdag ontdekte Zhang dat ongeveer zeventienhonderd nepaccounts die een politieke figuur in het land te steunen nog altijd actief waren.

    Uiteindelijk is Facebook zeer terughoudend als het erom gaat machtige politici te straffen. En als het bedrijf wel handelt zijn de gevolgen vaak te mild, zo stelt Zhang. ‘Stel, je hebt met succes een bank beroofd. Je straf is dat je gereedschap voor bankovervallen in beslag wordt genomen en er komt een openbare mededeling in de krant waarin staat: “We hebben deze persoon betrapt op het beroven van een bank. Dat mag echt niet, hoor.” Dat is in wezen wat er bij Facebook gebeurt. Het gevolg daarvan is, dat meerdere regeringsleiders hebben besloten dat dit een acceptabel risico is. In deze analogie is het geld al uitgegeven. Het kan niet meer worden opgeëist.’

    Op haar laatste werkdag bekeek ze de lijst met openstaande taken die ze had ingediend over nog actieve netwerken van niet-authentieke accounts en liet ze notities achter voor mensen waarvan ze hoopte dat die haar werk na haar vertrek zouden oppakken. Er waren nog steeds tweehonderd verdachte accounts die een politicus in Bolivia steunden, legde ze vast; honderd in Ecuador, vijfhonderd in Brazilië, zevenhonderd in Oekraïne, zeventienhonderd in Irak, vierduizend in India en meer dan tienduizend in Mexico.

  • Bedreiging persvrijheid in Tunesië | Idriss Déby krijgt een zesde termijn

    Bedreiging persvrijheid in Tunesië | Idriss Déby krijgt een zesde termijn

    Tsjadische president Idriss Déby Itno wordt herkozen voor een zesde termijn

    De Tsjadische Idriss Déby Itno werd bij de presidentsverkiezingen van 11 april herkozen voor een zesde termijn met 79,32 procent van de uitgebrachte stemmen, volgens de voorlopige officiële resultaten die maandag door het nationale verkiezingsorgaan Alwihdainfo.com bekend werden gemaakt. De voormalige en laatste premier van Déby, Albert Pahimi Padacké, werd tweede met 10,32 procent van de uitgebrachte stemmen. De opkomst bij deze verkiezing was 64,81 procent, zoals eveneens is te lezen op de site.

    Eerdere verkiezingen werden door oppositiepartijen bestempeld als een farce. Ook dit keer kwam zijn herverkiezing niet als een verrassing, aangezien zijn rivalen bij de verkiezingen niet veel politiek gewicht in de schaal konden brengen, schrijft o.a. het Zuid-Afrikaanse Mail&Guardian. Het Afrikaanse land wordt al sinds Déby in 1990 met een staatsgreep aan de macht kwam met ijzeren vuist geleid.


    In Tunesië zijn journalisten in oorlog met hun nieuwe CEO

    De benoeming van Kamel Ben Younes tot hoofd van het officiële Tunesische persbureau, Tunis Afrique Presse (TAP), heeft een ernstige crisis veroorzaakt. Afgelopen dinsdag schakelde de nieuwe baas zelfs de politie in om zijn kantoor te bereiken, waar journalisten de ingang blokkeerden, meldt de site van Business News

    Dit is ongehoord in de geschiedenis van het persbureau. De journalisten demonstreerden tegen zijn recente benoeming door de regering. Een aantal van hen werd door de politie met geweld aangepakt.

    De kersverse CEO van TAP, die zich al lange tijd dicht bij de macht bevindt van voormalig president Zine El-Abidine Ben Ali, wordt er door zijn werknemers van beschuldigd in dienst te zijn van de islamistische beweging Ennahda.

    Volgens de Tunesische site Kapitalis maakt Kamel Ben Younes deel uit van de RCD, de partij van ex-dictator Ben Ali; ‘De crème de la crème van wetteloze benalisten, opportunisten die klaarstaan ​​om hun vaders en moeders op de politieke markt te verkopen.’

    Bedreiging voor de persvrijheid

    ‘Waarom is het zo erg dat Kamel Ben Younes aan het hoofd van TAP wordt geplaatst?’ vraagt ​​de site Webdo.tn zich af. Mounir Souissi, journalist en lid het persbureau, legt het uit: ‘De TAP is de locomotief van de publieke media. Hichem Mechichi (het hoofd van de regering) weet dit en wil hier op deze manier invloed kunnen uitoefenen.’

    De krachtige interventie van de politie bij het gebouw van TAP lokte sterke reacties uit binnen de beroepsgroep, in het bijzonder bij de Internationale Federatie van Journalisten, die van mening is dat wat er is gebeurd niet alleen ‘een bedreiging is voor de gevestigde journalisten, maar [ook] voor de persvrijheid in Tunesië’.

    Kamel Ben Younes vertrok uiteindelijk zonder zijn kantoor te hebben bereikt. De journalisten blijven om de beurten sit-ins houden om de regering te dwingen haar besluit te herzien.


    In Ghana worden homoseksuelen achtervolgd als nooit tevoren

    Afgelopen zondag kwam in Ghana een ​​interreligieuze groep christelijke hoogwaardigheidsbekleders – priesters, pastors, dominees, bisschoppen – bijeen tijdens een nationale gebedsbijeenkomst in Accra. Het centrale thema en de titel van hun gebeden luidde: ‘Homoseksualiteit: een verfoeilijke zonde voor God.’

    Het evenement werd georganiseerd met de steun van Ghanese media en bracht vertegenwoordigers van de islam, traditionele religies, het maatschappelijk middenveld en het parlement samen. Deze invloedrijke figuren spraken ook over de criminalisering van de LGBTQI+ gemeenschap en ‘de heropvoeding, hulp en ondersteuning’ van deze ‘verloren zielen’.

    ‘Onnatuurlijke relaties’

    De golf van homofobie begon eind januari, toen LGBT+ Rights Ghana een ontmoetingsruimte in Accra opende. Het was de eerste in zijn soort en de ruimte bleef er niet lang, want het nieuws werd snel opgepakt door de lokale media.

    De eerste ronde van protest behelste een campagne waarin de regering werd opgeroepen het centrum te sluiten en de verantwoordelijken te arresteren. Leden van de regering haastten zich om zich bij het homofobe discours aan te sluiten.

    In de zeldzame interviews met homo’s vroegen journalisten hen of ze niet zelf verantwoordelijk waren voor het geweld waarmee ze te maken hadden

    Tegelijkertijd geven Ghanese media parlementsleden alle ruimte om hun homofobe opvattingen te uiten. In de zeldzame interviews met homo’s vroegen journalisten hen of ze niet zelf verantwoordelijk waren voor het geweld waarmee ze te maken hadden, door gelijke rechten te eisen.

    Op 24 februari zorgden al deze gebeurtenissen tezamen ervoor dat de politie het kantoor van de vereniging sloot, waarvan het team vervolgens onderdook. Sinds de sluiting is volgens activisten het aantal verbale en fysieke aanvallen op homoseksuelen toegenomen, vooral op het afgelegen platteland. 

    Homoseksualiteit, een ‘westers kwaad’

    Eind februari liet president Nana Akufo-Addo uit het niets weten dat hij legalisering van het homohuwelijk nooit zou toestaan. Begin maart hebben acht afgevaardigden van de regering een nieuwe versie van een eerder ingediend wetsvoorstel voorgesteld, waarin expliciet wordt opgeroepen tot strafbaarstelling van homoseksualiteit en verplichte ‘seksuele heroriëntatietherapie’ voor degenen die ervan worden ‘verdacht’.

    Veel homofoben beweren dat homoseksualiteit een product van westerse import is. Maar, zoals in veel voormalige koloniën, zijn de homofobe wetten van Ghana een residu van de Europese overheersing. De Commissie voor christelijk huwelijk en gezinsleven (CCMFL), die pleit voor het heteroseksuele gezinsmodel, werd in 1966 opgericht met financiering van een Britse organisatie, Christian Aid. Meer recentelijk hebben organisaties zoals de National Coalition for Appropriate Sexual Rights and Family Values ​​het discours van Amerikaanse evangelisten herhaald, onder meer met de officiële steun van het World Congress of Families, een organisatie gevestigd in de Verenigde Staten.

    Schaduwgevecht

    LGBT+ Rights Ghana heeft een geldinzamelingsactie gelanceerd om een ​​permanent pand te verwerven voor de huisvesting van een nieuw sociaal centrum. De vereniging heeft tot nu toe meer dan 40.200 dollar opgehaald.

    Andere verenigingen oefenen druk uit op afgevaardigden om te voorkomen dat nieuwe wetgeving wordt aangenomen die homoseksualiteit expliciet strafbaar stelt. Vanwege het risico op vervolging organiseren de meeste activisten zich ondergronds.