Onderwerpen: Extremisme

  • Mannelijke Staat: de akeligste online actiegroep van Rusland

    Mannelijke Staat: de akeligste online actiegroep van Rusland

    Een bende online vrouwenhaters in Rusland laat op allerlei duistere kanalen van zich horen. Bellingcat deed onderzoek naar de beweging en legde extreme intimidatie van vrouwen bloot, die helaas in Rusland geen uitzondering is.

    In een rechtszaal in Nizjni Novgorod leek op 18 oktober 2021 de toekomst op het spel te staan van een bende online vrouwenhaters die zich in het Russisch Moezjskoje Gosoedarstvo noemt, ofwel Mannelijke Staat. Enkele weken eerder had het Openbaar Ministerie de rechter in die Russische stad gevraagd om een verbod op Mannelijke Staat omdat het een extremistische groepering zou zijn. Met tienduizenden leden ageren ze in Rusland tegen gendergelijkheid en halen ze met hun acties geregeld de voorpagina’s in binnen- en buitenland.

    Rechter Anna Belova was niet erg onder de indruk van de verdediging door advocaat Dzjambolat Garabajev. ‘Dit zijn vrouwen die zelf het mannelijk deel van de bevolking in diskrediet wilden brengen,’ luidde zijn reactie op bewezen intimidatiecampagnes tegen vrouwen. Na enkele minuten beraad bepaalde Belova dat Mannelijke Staat moet worden aangemerkt als extremistische organisatie, waardoor de beweging in Rusland geen activiteiten meer mag ontplooien. Naar verluidt wil Mannelijke Staat in beroep gaan.

    Het is het sluitstuk van een bijzonder druk jaar voor de beweging. Alleen al in de afgelopen maanden hebben leden diverse winkelketens bekritiseerd en bedreigd vanwege advertenties waarin zwarte fotomodellen figureerden, hebben ze de contactgegevens gepubliceerd van een lid van de feministische protestband Pussy Riot, die vervolgens veel haatmail kreeg, en zouden ze ook bedreigingen hebben gestuurd naar Russische vrouwen die een relatie met niet-Russische mannen hebben.

    Die groeiende agressiviteit wekte steeds meer afkeer in delen van de Russische samenleving en dat leidde tot een roep om maatregelen. Het is onduidelijk of de groep in haar huidige vorm kan voortbestaan. Maar hun methode is makkelijk te kopiëren: extreme intimidatie, mede mogelijk gemaakt door sociale media zoals Telegram, die het verwijt krijgen dat ze dit soort haatzaaierij mogelijk maken. Mannelijke Staat heeft alle berichten op zijn Telegramaccount van voor september 2021 onlangs verwijderd. Maar onderzoekers van Bellingcat hadden alles al opgeslagen, ook de berichten uit een besloten groepschat, en daaruit rijst het beeld van een archetypische online groepering voor vrouwenhaat zoals die in Rusland helaas geen uitzondering is.

    ‘Manosphere’

    De groep is opgezet door fitnessfanaat en gesjeesd medicijnenstudent Vladislav Pozdnjakov, die van meet af aan vooral naar publieke erkenning leek te snakken. Volgens zijn voormalige rechterhand Dmitri Popov waren ze aanvankelijk uit op online aandacht en inkomsten uit online advertenties, en merkten ze al snel dat dat het beste lukte met ‘berichten waarin meisjes worden aangepakt’. Vrouwen die ruzie hadden met een lid van Mannelijke Staat, of die iets online hadden gezet wat de groep onwelgevallig was, merkten dat hun foto’s, filmpjes en privégegevens ineens zonder hun toestemming binnen de groep werden gedeeld. Vaak met online intimidatie tot gevolg. Het taalgebruik in de groep staat bol van de stoere praat uit de zogenaamde ’manosphere’, compleet met verhalen over alfa-, beta- en omegamannen die berusten op allang ontkrachte biologische theorieën over diergedrag.

    Daarnaast leggen de leden van Mannelijke Staat en hun leider Pozdnjakov ook een bijzondere haat aan de dag jegens Russische vrouwen die een relatie hebben met wat zij zien als niet-witte mannen, met name zwarte mannen. Vrouwenhaat is de kern van hun wereldbeeld, maar het gedachtegoed van Mannelijke Staat is uitgegroeid tot iets wat ze zelf ‘nationaal patriarchaat’ noemen. In naam van dat patriarchaat gaan ze tekeer tegen wat zij zien als de verloedering en degeneratie van Rusland door toedoen van een aantal duidelijke vijanden die uiteenlopen van feministen en lhbt-activisten tot Russen uit Centraal-Azië en de Kaukasus. Die cocktail van extreemrechtse standpunten komt niet uit de lucht vallen. 

    butylka 2
    Een bericht op Telegram van 29 maart 2021 waarin in grove taal de noodzaak wordt beschreven van een ‘nationaal patriarchaat‘ om te voorkomen dat vrouwen schande over Rusland spreken.

    Volgens Tanja Lokot, een mediawetenschapper die onderzoek doet naar het Russischtalige internet, zijn de ideeën die Mannelijke Staat aanhangt, zoals vrouwenhaat, homohaat en een diep geloof in traditionele rolpatronen, in het maatschappelijk en politiek debat in Rusland allang genormaliseerd, al worden ze niet altijd zo radicaal verwoord.

    In 2017 werden er in verschillende steden cellen van Mannelijke Staat gevormd. Zo ook in Chabarovsk, in het verre oosten van Rusland. Die cel werd geïnfiltreerd door een informant van de Russische veiligheidsdienst FSB. Vier leden van de cel werden in december van dat jaar aangehouden en uiteindelijk veroordeeld voor extremisme. Ondanks mediaberichten dat Pozdnjakov de groep aanstuurde en zijn naam vaak opdook in het onderzoek, is hij nooit voor verhoor opgeroepen. Tijdens het WK voetbal in Rusland in 2018 zette Pozdnjakov foto’s en filmpjes online van Russische vrouwen die volgens hem en zijn volgelingen het land ‘te schande maakten’ door aan te pappen met buitenlanders die naar de wedstrijden kwamen kijken. Daarna werden die vrouwen zowel online als in het echt lastiggevallen en bedreigd. Dat ging de autoriteiten te ver en in september 2018 werd Pozdnjakov aangeklaagd wegens het aanzetten tot vrouwenhaat. Hij kreeg twee jaar voorwaardelijk, maar dat vonnis werd nietig verklaard toen de feiten waarvoor hij was veroordeeld in 2019 deels uit het strafrecht werden gehaald.

    ‘Vijanden van ons volk’

    Pozdnjakov beweert kort daarna Rusland te hebben verlaten. In juli 2020 werd Mannelijke Staat met 160.000 leden in het Verenigd Koninkrijk verboden wegens het aanzetten tot geweld. Daarna verplaatsten ze hun activiteiten naar Telegram, waar een wirwar van kanalen rond Mannelijke Staat en Pozdnjakov ontstond. ‘We hopen dat jullie onze trouwe strijdmakkers worden in de informatieoorlog tegen de vijanden van ons volk,’ schreef Mannelijke Staat in augustus 2021 op zijn Telegramkanaal, bij wijze van welkomstbericht aan de vele nieuwe volgers die waren toegestroomd als gevolg van media-aandacht. ‘Ons doel is het samenbrengen en verenigen van de Slavische volkeren: Russen, Oekraïners en Wit-Russen, Polen en andere Slaven,’ ging de tekst verder. ‘In blanke gezinnen het patriarchaat terugbrengen, want alleen zo kunnen gezinnen orde en welvaart kennen. Moraal en fatsoen in ere herstellen en afrekenen met de onzin die ons wordt opgedrongen door tolerante liberale kletspraat. De geesten van onze kinderen vrijwaren van alle uitingen van lhbt-bagger en andere linkse smetten.’

    Het gevaar dat hun extreem vrouwonvriendelijke denkbeelden doorsijpelen in de mainstream kwam in juli 2021 weer naar voren toen Russische activisten beweerden dat er bij een instantie binnen het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken sprake is van ‘actieve samenwerking’ met Mannelijke Staat. Een lijst met persoonsgegevens van activisten die Mannelijke Staat publiceerde, en die ertoe leidde dat die activisten werden lastiggevallen, was volgens hen identiek aan een lijst met persoonsgegevens in een rapport van het ministerie. Dat werd opgepikt door het toenmalige parlementslid Oksana Poesjkina, een voormalig tv-presentatrice die van 2016 tot 2021 voor Poetins partij Verenigd Rusland in de Doema zat, maar die zich opvallend profileerde met haar pro-lhbt-standpunten. Zij vroeg het ministerie officieel om opheldering over deze aantijgingen. Het ministerie, wettelijk verplicht om daarop te antwoorden, ontkende alle betrokkenheid.

    image4
    Een inmiddels verwijderd bericht op het kanaal van Mannelijke Staat van 9 januari 2021, waarin volgelingen wordt verteld dat ‘een vrouw instinctief bij een leider of een dominant iemand wil zijn, niet bij een gelijke’ en nog een feit volgens de groep is dat ‘hoe minder we van een vrouw houden, hoe meer ze van ons houdt’ – dit laatste is mogelijk een verwijzing naar een passage uit Aleksandr Poesjkins Jevgeni Onegin.

    ‘Zodra een of ander initiatief in Rusland enorm populair wordt, rijst altijd het vermoeden dat de overheid erachter zit. Maar ik weet zeker dat Mannelijke Staat een zelfstandig project was, aangestuurd van bovenaf,’ zegt Aleksandr Verchovski, directeur van het Russische mensenrechtencentrum SOVA, dat nationalisme en vreemdelingenhaat in Rusland in kaart brengt. (SOVA is in Rusland inmiddels aangemerkt als ‘buitenlandse agent’.) ‘Je hebt natuurlijk radicalen die niet gevaarlijk en soms zelfs nuttig zijn voor de autoriteiten, en je hebt kleine splintergroepjes van radicalen die de overheid tot in lengte van dagen kan blijven gedogen,’ zegt Verchovski. Maar Mannelijke Staat viel volgens hem in geen van beide categorieën. ‘Die werd te populair, kreeg te veel leden, en ging te veel over de tong. De beweging kon de regering niet meer tot nut zijn. De regering kan wel maatregelen nemen tegen feministen, maar niet zo openlijk tegen vrouwen in het algemeen, dat zou waanzin zijn. Mannelijke Staat was gewoon te radicaal.’ Wat de politieke motivering van het verbod ook was, het vonnis kwam voor de mensenrechtenactivist niet als een verrassing. ‘Het ging om reële bedreigingen. Ze zetten expliciet aan tot geweld en andere strafbare feiten,’ concludeert hij.

    Privékanaal

    Nadat Mannelijke Staat in juli 2020 ook in het Verenigd Koninkrijk werd verboden en zich op Telegram vestigde, was het hoofdkanaal, simpelweg Mannelijke Staat geheten, aanvankelijk openbaar toegankelijk. Maar in augustus 2021 werd het een privékanaal: je kunt er alleen op uitnodiging lid van worden via een speciale link en het is niet zichtbaar in de openbare zoekresultaten op Telegram. Maar de inhoud van het kanaal, inclusief verwijderde berichten, kon in oktober 2021 nog steeds worden bekeken en geanalyseerd via sites zoals telemetr.io. Van circa 27.000 in januari 2021 groeide het aantal abonnees eerst gestaag tot 29.000 in mei 2021. Maar in de zomer vertoonde die groei een sterke piek als gevolg van de publiciteit die enkele haatcampagnes met zich meebrachten. In augustus telde het kanaal al 40.000 abonnees, en begin oktober 46.000. Daarnaast is er ook nog een besloten groepschat, met in oktober 2021 bijna 2300 leden, waarop duizenden berichten per dag worden uitgewisseld.

    De naam van de groep werd een aantal keer veranderd, in ‘Mannelijke kracht’, ‘Mannelijk pad’ en ‘Mannenlegioen’

    Nadat Mannelijke Staat in Rusland in opspraak kwam en er pogingen werden ondernomen om de groep te verbieden, verloren ze in het najaar van 2021 ruim honderd abonnees. Dat ontlokte aan het kanaal een woedende reactie in de vorm van een beledigend bericht aan de groepsverlaters, dat inmiddels weer is verwijderd. In oktober 2021 verwijderde Mannelijke Staat bijna al zijn oude berichten op het kanaal: van vóór september 2021 is er niets meer te lezen. In de uren nadat de groepering op 18 oktober door de Russische rechter werd verboden, werden ook de profielfoto en de naam van de groep een aantal keer veranderd, in ‘Mannelijke kracht’, ‘Mannelijk pad’ en ‘Mannenlegioen’. In de 24 uur na het vonnis haakten er weer ruim 1500 abonnees af en vervolgens verwijderde het kanaal alle berichten van vóór 17 oktober, dus de dag voor de uitspraak.

    Maar Mannelijke Staat is meer dan alleen het officiële Telegramkanaal dat tot voor kort die naam droeg en waarvan Pozdnjakov overigens onlangs ontkende dat hij het beheert. Zijn persoonlijke kanaal, dat hij in 2017  begon, bleek nog veel populairder dan dat van zijn beweging. In januari 2021 had hij daar zo’n 82.000 abonnees en dat aantal groeide eerst vrij langzaam verder, in juli 2021 had hij er 83.000, tot het in augustus 2021, op het hoogtepunt van diverse haatcampagnes van Mannelijke Staat, ineens piekte tot bijna 100.000. Net als bij Mannelijke Staat besloot Pozdnjakov er een gesloten kanaal van te maken omdat Apple en Google het in de ban dreigden te doen, waardoor het niet meer toegankelijk zou zijn op apps uit de App Store en de Google Play Store. In oktober 2021 was het zover, en die maand verwees Pozdnjakov zijn abonnees door naar zijn backup-kanaal. Half oktober had dit kanaal, zijn nieuwe hoofdplatform, alweer meer dan 63.000 abonnees. Daarna heeft hij nog een ander backup-kanaal opgezet, dat binnen één dag meteen 17.000 abonnees had. En zijn oorspronkelijke kanaal is ook nog steeds toegankelijk voor wie de Telegram-app niet downloadt uit de appstores van Apple of Google. Pozdnjakov heeft zijn volgelingen een handleiding gegeven voor hoe ze op die app toegang kunnen houden tot zijn oorspronkelijke kanaal, een kanaal waarop hij beloofd heeft binnenkort ‘aanvallen’ te gaan organiseren.

    Pozdnjakovs andere hoofdkanaal heet Boetylka (fles), met als openbare naam butylka1488: een getal met symboolwaarde in neonazikringen. Dit in juli 2020 aangemaakte kanaal had in januari 2021 al zo’n 45.000 abonnees, onderging in juli en augustus dezelfde groeispurt als andere aan Mannelijke Staat gelieerde kanalen en bereikte in oktober 2021 een piek van 60.000 abonnees. Nog weer een ander en kleiner aan Pozdnjakov gelinkt Telegramkanaal is NAP (‘Nationalism and Patriarchy’) dat is opgericht in oktober 2020 en dat een jaar later  9100 abonnees telde. Daarnaast heeft Pozdnjakov nog een persoonlijk kanaal dat vooral gericht is op fitness; dat telde in oktober 2021 zo’n 32.000 abonnees.

    image9 1
    Een typisch bericht op Telegram van de groep in september waarin zij lhbt, feminisme en ‘kinderlozen’ gelijkstelt aan extremisme. Geen kinderen krijgen is volgens hen een ideologische stellingname die moet worden bestreden.

    Als je de berichten op al die Telegramkanalen leest, daal je af in de donkerste krochten van het Russischtalige internet. Het is één lange aaneenschakeling van scheldpartijen, tegen vrouwen, tegen lhbt’ers, tegen leden van minderheden en tegen iedereen die als vijand van de groep wordt beschouwd. De groepsleden kramen allerlei racistische en andere discriminerende taal uit tegen iedereen die zij als niet-wit beschouwen. Vooral mensen uit de Kaukasus en Centraal-Azië en mensen van Afrikaanse afkomst krijgen de grofste verwensingen naar het hoofd geslingerd. Alle praatjes over ‘Slavische eenheid’ ten spijt worden ook Oekraïners niet gespaard. En het is niet moeilijk om antisemitische teksten te vinden op de kanalen en in de chatgroepen.

    Het gedrag van Mannelijke Staat op Telegram in september en oktober 2021 lijkt erop te wijzen dat de groepering zich zorgen maakt over haar toekomst en al voorzag dat ze mogelijk als extremistische groep zou worden aangemerkt. Pozdnjakov heeft er zelfs afstand van proberen te nemen door te beweren dat hij al ruim een jaar niet meer aan het hoofd staat. Toch riep hij zijn volgelingen in oktober 2021 nog op om ‘een maandje wat minder aanvallen uit te voeren zodat de storm wat gaat liggen’ en beloofde hij op zoek te gaan naar nieuwe geldbronnen.

    Pavel Doerov, de topman van Telegram, weigerde vorige maand nog het kanaal te verbieden. Volgens hem ontbraken daarvoor de juridische gronden. Terwijl diezelfde Doerov enkele weken eerder wel sommige Telegrambots verboden had, zoals de ‘Smart Voting’-chatbot van de aanhangers van de gevangengezette oppositieleider Aleksej Navalny. Volgens Doerov werd hij daartoe gedwongen door Apple en Google, die eerder ook al het omstreden besluit hadden genomen de Smart Voting-app uit hun appstore te halen.

    In augustus 2020 werd een vrouwelijke blogger op straat in haar gezicht geslagen door een man die zei dat ze dat verdiende omdat ze ‘schunnige video’s’ had gepost. Pozdnjakov merkte later op dat de belager geabonneerd was op zijn Telegramkanaal. Toen de Russische sushiketen Yobidoyobi in augustus 2021 adverteerde met foto’s waarop zwarte fotomodellen te zien waren, zette hij zijn volgelingen tot actie aan. Hij zette in zijn teksten driedubbele haken om de naam van het bedrijf (antisemitische codetaal om aan te geven dat iemand van Joodse afkomst is) en spoorde zijn lezers aan Yobidoyobi met nepbestellingen te bestoken en excuses en intrekking van de advertenties te eisen. De eigenaar van het bedrijf werd bedreigd, en nadat Pozdnjakov de contactgegevens van de modellen in de advertentie had gepubliceerd, ontvingen ook zij bedreigingen. Verder werd de website van het bedrijf gehackt. Uiteindelijk verontschuldigde Yobidoyobi zich ervoor dat ‘het publiek’ aanstoot had genomen aan hun advertenties. Vervolgens nam Mannelijke Staat een andere sushiketen op de korrel, Tanuki, omdat die steun had betuigd aan Yobidoyobi. Dat resulteerde niet alleen in een stortvloed aan haatmail, bedreigingen en pogingen om de website van het bedrijf uit de lucht te halen, maar de filialen van Tanuki in Moskou ontvingen zelfs bommeldingen, waarvan Pozdnjakov zich trachtte te distantiëren. Maar Tanuki bond niet in en schreef op Instagram dat er altijd ‘leden van verschillende geloven, nationaliteiten, rassen en oriëntaties’ in hun advertenties zouden staan.

    Ook Aljona Sjvets, een van de populairste vrouwelijke muzikanten in Rusland, werd mikpunt voor Pozdnjakov en zijn Mannelijke Staat. In juni 2021 spoorde hij zijn volgelingen aan om vanwege vermeende ‘lhbt-propaganda’ in haar muziek aangifte tegen haar te doen bij de afdeling van het departement van Binnenlandse Zaken dat verantwoordelijk is voor de strijd tegen extremisme. Dit is hetzelfde departement dat er door activisten van wordt beticht met Mannelijke Staat samen te werken. Pozdnjakov jutte zijn volgers op om te proberen haar aankomende concert in de stad Astrachan geannuleerd te krijgen. En dat lukte.

    Online vrouwenhaat

    Er zijn nog veel meer gevallen bekend van vrouwen die door Mannelijke Staat zijn belaagd, geïntimideerd en bedreigd. ‘Eerst haalde ik er mijn schouders over op,’ vertelde een vrouw die anoniem wilde blijven aan journalist Anton Danilov van Wonderzine. ‘Maar toen kwam ik erachter dat Pozdnjakov zijn abonnees opjut om hun slachtoffers ook echt op te zoeken. En toen begon ik het eng te vinden. Het is eng omdat je niet weet hoe ver die lui willen gaan om Pozdnjakov te behagen.’

    Wat de slachtoffers van Mannelijke Staat en vergelijkbare groeperingen over zich heen krijgen, kun je niet afdoen als ‘alleen maar’ online pestgedrag, zo waarschuwen deskundigen. ‘Er is geen harde grens, geen simpele schakelaar die je omzet waardoor online intimidatie ineens omslaat in fysieke intimidatie,’ zegt Nina Jankowicz, onderzoeker aan het Wilson Center, die binnenkort een boek publiceert over online vrouwenhaat. ‘Online intimidatie en scheldpartijen zijn bedoeld om vrouwen offline te houden en te voorkomen dat ze meedoen aan het openbaar debat.’

    Hoewel Pozdnjakov zelf beweert dat hij niets meer met Mannelijke Staat te maken heeft, wordt hij alom nog als de leider van de beweging beschouwd. Als je de Russische media moet geloven, bevindt hij zich nu in Polen, of in Duitsland, of op Noord-Cyprus. Maar over dat soort zaken heeft hij wel vaker gelogen. In september 2021 gaf hij bijvoorbeeld toe dat het verhaal over zijn arrestatie aan de grens met Azerbeidzjan een verzinsel was. En in juni 2020 zette hij zelfs zijn eigen dood in scène bij wijze van publiciteitsstunt, zoals hij later toegaf. Bellingcat wilde hij niet te woord staan. ‘Met zulke vragen hoepel je maar op,’ kregen we binnen tien minuten te horen nadat we hem via Telegram een lijstje vragen hadden gestuurd.

    ‘Wat betekent het om een organisatie te verbieden wanneer er geen organisatie als zodanig bestaat? Als er geen kantoor of bankrekening is die je kunt sluiten?’ vraagt Verchovski van SOVA zich af. Toch denkt hij dat de vrees voor vervolging op grond van de strenge Russische wetgeving tegen extremisme de leden ervan kan weerhouden door te gaan met Mannelijke Staat. Maar de denkbeelden van de groepering blijven bestaan, waarschuwt hij. ‘Mannelijke Staat zal wel een langzame dood sterven. Maar dit zijn populaire denkbeelden en er zijn aantoonbaar effectieve methoden om ze te verspreiden,’ zegt Verchovski. ‘Er is niet veel voor nodig om een Telegramkanaal aan te maken, dat kan iedereen.’

  • Voetbal, racisme en homohaat. De banden van Hongaarse hooligans met extreemrechts

    Voetbal, racisme en homohaat. De banden van Hongaarse hooligans met extreemrechts

    Orbán en veel van zijn collega’s vertonen zich in de media graag met tienduizenden brullende Hongaren op de achtergrond. De teksten die worden gebruld liegen er niet om, hoewel supporters zelf zeggen dat ze weliswaar fanatiek zijn, maar geen racisten.

    Uit het archief

    Onlangs boekte de Hongaarse premier Viktor Orbán een grote zege bij de verkiezingen en haalde hij opnieuw een tweederdemeerderheid in het parlement. Zijn antiliberale beleid en retoriek lijken weinig veranderd. Dit onderzoeksartikel van Bellingcat laat het duistere gedachtegoed van het extreemste deel van Orbáns achterban zien.

    Vóór de WK-kwalificatiewedstrijd op 2 september in Boedapest tegen Engeland zei de Hongaarse bondscoach dat hij achter de Engelse spelers stond die van plan waren om voor de aftrap te knielen als protest tegen racisme.

    Toen hem werd gevraagd wat hij vond van eventuele racistische reacties van Hongaarse fans, zei bondscoach Marco Rossi: ‘Ik hoop erg dat die uitblijven, maar mochten ze er toch zijn, dan staan we helemaal aan hun kant, de kant van de Engelse spelers, bedoel ik.’

    Een groot deel van de Hongaarse fans trok zich weinig van zijn woorden aan. Zodra de Engelse spelers voor de aftrap knielden, werden zij door Hongaarse fans onthaald op luid boegeroep. En toen Raheem Sterling de score opende voor de Engelsen werd hij bekogeld vanuit het vak van de Karpatische Brigade, een groep hardcoresupporters van het Hongaarse nationale elftal. Na de wedstrijd – die Engeland met 4-0 won – werd duidelijk dat een aantal van hen racistische apengeluiden richting zwarte Engelse spelers had gemaakt.

    Ook de Engelse supporters maken zich geregeld schuldig aan zulk racistisch gedrag, bijvoorbeeld in juli 2021. Nadat hun team de WK-finale na strafschoppen van Italië had verloren, werden de Engelse spelers online massaal beledigd door eigen fans. Ook bij Engelse competitiewedstrijden worden spelers die knielen uit protest tegen racisme uitgejouwd. Vóór het WK weigerden de Britse premier Boris Johnson en de minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel Engelse fans te veroordelen die hieraan mee hadden gedaan.

    Maar de harde kern van de Hongaarse supporters maakte het nog veel bonter. De Europese voetbalorganisatie UEFA legde de Hongaarse voetbalbond een boete op van 100.000 euro en verplichtte het elftal om twee wedstrijden zonder publiek te spelen, vanwege anti-lgbt- en racistische uitlatingen van Hongaarse fans tijdens EK-wedstrijden in Boedapest en München.

    De wedstrijd van 2 september tegen Engeland was een WK-kwalificatiewedstrijd en viel dus onder verantwoordelijkheid van de mondiale voetbal-organisatie FIFA. Bij de UEFA-straf werd deze daarom niet meegewogen.

    Volgens de Hongaarse voetbalbond werden haar sporters vooral gestraft vanwege anti-lgbt-spreekkoren en -spandoeken. De uitspraak van de UEFA preciseert dit: het ging om een anti-lgbt-spandoek en spreekkoren tijdens de eerste wedstrijd in de poulefase tegen Portugal in Boedapest op 15 juni 2021, anti-lgbt-spreekkoren en een anti-BLM-spandoek tijdens de wedstrijd tegen Frankrijk in Boedapest op 19 juni 2021 en tot slot een anti-lgbt-spandoek en spreekkoren tijdens Hongarijes laatste wedstrijd tijdenshet toernooi tegen Duitsland op 23 juni in München.

    Anti-lgbt-wetsvoorstel

    De spreekkoren en de spandoeken volgden op het aannemen van een controversieel anti-lgbt-wetsvoorstel door het Hongaarse parlement, waarin de rechtse Fidesz-partij van premier Orbán de meerderheid heeft.

    De wet verbiedt het om homoseksualiteit of transgenderisme te promoten en af te beelden onder minderjarigen. Hongaarse lgbt-ers voelen zich hierdoor gestigmatiseerd en vrezen voor hun toekomst.

    Een formele band tussen Fidesz en de supportersgroepen die betrokken waren bij de racistische en homofobe incidenten is er niet. Prominente Hongaarse politici wimpelen kritiek op deze incidenten echter af, bagatelliseren ze en gingen er de afgelopen maanden soms zelfs achter staan.

    Lees ook:

    Voor Orbán en zijn medestanders is voetbal meer dan een spelletje. Fidesz heeft in de ogen van veel Hongaren het voetbal ‘gekoloniseerd’ en gebruikt zowel het nationale elftal als de topclubs om aan de macht te blijven. Aan Fidesz gelieerde zakenlui bezaten dit seizoen 11 van de 12 clubs in de hoogste Hongaarse divisie. In de loop van het afgelopen decennium werden minstens 25 stadions gebouwd, dankzij belastingvoordelen voor bouwbedrijven – vaak gelieerd aan Fidesz – die schenkingen doen aan sportteams.

    Orbán en veel van zijn collega’s vertonen zich in de media graag met tienduizenden brullende Hongaren op de achtergrond. Een artikel uit juni 2021 van het politieke weekblad HVG merkte op dat Fidesz-politici ‘meer foto’s posten van de toeschouwers bij wedstrijden van het nationale elftal dan van de wedstrijden zelf’.

    Hongaarse hooligans: wij zijn misschien ‘fanatici’, maar geen racisten

    Toen supporters bij een vriendschappelijke interland vlak voor het EK knielende Ierse voetballers uitjouwden, nam Orbán het voor de supporters op. En alhoewel de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó toegaf dat er tijdens de wedstrijd tegen Engeland racistische incidenten hadden plaatsgevonden, suggereerde hij dat de ophef erover overdreven was. Wel bekritiseerde hij Engelse supporters die bij een eerdere wedstrijd het volkslied van de tegenstander met boegeroep hadden overstemd.

    Orbán ging zelfs zo ver te suggereren dat de voetbalfans die de knielende Ierse voetballers uitjouwden waren uitgelokt. Op CNN zei hij: ‘Hun reacties zijn niet altijd even verfijnd, maar we moeten begrip hebben voor hun motieven… Ik sta aan de kant van de supporters.’

    Toen de UEFA het verbood om tijden de wedstrijd tussen Hongarije en Duitsland op het EK de Allianz Arena in München te verlichten in de kleuren van de regenboogvlag, juichte Szijjártó de beslissing toe en noemde hij het plan ‘een politieke provocatie van Hongarije’.

    Ondanks een ellenlange lijst van antisemitische, anti-zwarte, anti-Roma en homofobe incidenten houden prominente Hongaarse hooligans vol dat zij misschien ‘fanatici’ zijn, maar nog geen racisten. Toch wordt de supporterscultuur in en om veel Hongaarse voetbalstadia gedomineerd door extreemrechtse groepen – al maken zij maar een minderheid van de fans uit.

    De Hongaarse keeper Péter Gulácsi sprak zich zelfs uit vóór lgbt-rechten en het homohuwelijk

    Normaal gesproken richten deze extremistische supporters zich op hun rivaliteit met andere clubs, die soms uiterst gewelddadige vormen aanneemt. Maar zodra het nationale elftal speelt, zetten zij hun verschillen opzij en sluiten veel van hen zich aan bij de Karpatische Brigade, een in 2009 opgerichte groep hardcoresupporters van het nationale elftal met een lange geschiedenis van racistische, antisemitische en anti-lgbt-retoriek.

    Deze Karpatische Brigade waarschuwde de supporters op haar Facebook-pagina bijvoorbeeld om, voordat zij naar Duitsland gingen, tattoos ‘die niet in overeenstemming zijn met lokale wetten’ te bedekken. Waarschijnlijk wordt gedoeld op een artikel uit het Duitse Wetboek van Strafrecht dat extremistische symbolen verbiedt, helemaal als die met neonazi’s geassocieerd zijn.

    Zeker niet alle bij de Karpatische Brigade aangesloten supporters zijn neonazi’s, en lang niet alle Hongaarse fans deden mee met het boegeroep tegen Engelse en Ierse knielende spelers. Eerder dit jaar sprak de Hongaarse keeper Péter Gulácsi, die voor de Duitse club RB Leipzig speelt, zich zelfs uit vóór lgbt-rechten en het homohuwelijk.

    Toch bleek uit een opensourceonderzoek van Bellingcat dat sommige supporters van het nationale elftal die vóór het EK beledigende anti-lgbt-spandoeken in hun bezit hadden en deze later in de stadions toonden, nauwe banden hebben met notoire extreemrechtse- en neonazigroeperingen.

    ‘LMBT? Nein Danke’

    In de poulefasewedstrijd van het EK 2020 tegen Duitsland, die op 23 juni in München werd gespeeld, ontrolden Hongaarse supporters een spandoek met de tekst ‘LMBT? Nein Danke’ (LMBT is de Hongaarse afkorting voor lgbt). Erbij stond een grove, met de hand geschilderde afbeelding.

    Het spandoek was die avond in München niet voor het eerst te zien. Al eerder die middag, zeker acht uur voor de wedstrijd, werd er een foto van gepost op een Telegram-kanaal van neonazi-hooligans van de club Budapest Honvéd FC, vaak afgekort als Kispest.

    Het is geen geheim dat Légió Hungária, een aan de extreemrechtse partij Mi Hazánk gelieerde paramilitaire beweging, en extreemrechtse voetbalsupporters relaties met elkaar onderhouden. Légió Hungária plaatst geregeld berichten van extreemrechtse voetbalsupporters die hun bijeenkomsten bezoeken.

    ‘De gemeenschap van voetbalfans in Hongarije is erg nationalistisch en daar zijn we trots op’

    Toen Bellingcat Légió Hungária om commentaar vroeg, wilde de organisatie Bellingcats vragen over hun relatie met de Karpatische Brigade niet beantwoorden. ‘De gemeenschap van voetbalfans in Hongarije is erg nationalistisch en daar zijn we trots op,’ vertelt een zegspersoon van Légió Hungária per e-mail. ‘Légió Hungária is solidair met alle voetbalsupportersgroepen die zichzelf rechts noemen.’

    Légió Hungária liet Bellingcat bovendien weten dat het wenste dat alle landen ter wereld supporters hadden zoals de Hongaren – fans die tegen zogenaamde deviantsi zijn. Die fans maken van Hongarije, in hun woorden, een ‘baken’, waar deze ‘afwijkingen’ nooit wortel zullen schieten.

    Na ons verzoek om commentaar te hebben ingewilligd, beklaagde Légió Hungária zich op haar Telegram-kanaal over de journalist van Bellingcat en zijn berichtgeving over de groep. ‘Als iemand zich niet eerlijk tegen ons gedraagt, dan proberen wij diegene als het even kan met gelijke munt terug te betalen.’

    De acties van een minderheid van de Hongaarse voetbalfans stellen natuurlijk niet alle supporters van het nationale elftal in een kwaad daglicht, laat staan Hongarije als land. Maar de weigering van de Hongaarse regering om deze supporters, na de straf van de UEFA, af te vallen, is typerend voor hoe Orbán en zijn medestanders met internationale kritiek omgaan. De premier en zijn collega’s kloppen zichzelf op de borst over een vermeende Hongaarse wedergeboorte, die in zou gaan tegen een algehele, smorende ‘politieke correctheid’.

    ‘Voetbalsupporters hebben een belangrijk aandeel gehad in de opkomst van populistische, onliberale regeringen’

    Het eerder genoemde commentaar van Péter Szijjártó is een goed voorbeeld van dit herwonnen Hongaarse zelfgevoel. In een Facebookbericht beklaagde hij zich over het slechte gedrag van Engelse fans jegens Italiaanse supporters tijdens de EK-finale. Szijjártó gaf weliswaar toe dat er racistische incidenten hadden plaatsgevonden tijdens de wedstrijd tegen Engeland, maar beklaagde zich over de ‘dubbele maatstaven’ die werden gehanteerd – geheel in lijn met eerdere reacties vanuit Boedapest op internationale kritiek.

    Misschien bestaan er tussen de Hongaarse machthebbers en de marginale extreemrechtse groeperingen geen formele banden. Maar de weigering van politici om de acties van een kleine groep ‘fanatici’ te veroordelen, roept hoe dan ook vragen op. Weten ze wel hoe extreem de supporters zijn die deze spandoeken omhooghielden? En als ze het weten, maakt het ze dan iets uit? Voetbalsupporters hebben immers, volgens de Britse schrijver James Montague, ‘een belangrijk aandeel [gehad] in de opkomst van populistische, onliberale regeringen, vooral in Oost-Europa en op de Balkan’.

    Volgens Montague, die een boek publiceerde over subculturen van voetbalsupporters, zijn hooligans door hun extreme standpunten heel lang outsiders bleven. Maar nu in landen als Hongarije, Servië en Polen de kleur van de regering is veranderd, ‘zijn deze gezichtspunten opeens niet meer zo radicaal. Veel politici beseften dat ze dit sentiment konden gebruiken.’

    Lees ook:

  • Hoe Telegram een (duister) universum op zich werd

    Hoe Telegram een (duister) universum op zich werd

    Telegram is een van de populairste chatapps ter wereld. Het platform is nauwelijks gereguleerd en is daarom populair bij zowel criminelen als extremistische organisaties, waaronder IS. De oprichter is een geniale Russische miljardair die inmiddels naar Dubai is gevlucht. Wat drijft hem?

    Pavel Doerov (36) zit op het dak van een hotel, lotuszit, ontbloot bovenlichaam, zijn blik op de verte gericht, met op de achtergrond vaag de skyline van Dubai. Zijn foto op Instagram ziet er precies zo uit als de duizenden selfies van andere influencers en is een van de weinige tekenen van leven van een van de rijkste en invloedrijkste internetondernemers ter wereld. Hij wordt ook wel ‘de Zuckerberg van Rusland’ genoemd, omdat hij in 2006 het sociale netwerk VKontakte oprichtte, een Russische kloon van Facebook. Nog veel indrukwekkender is zijn laatste investering: Telegram, misschien wel de gevaarlijkste berichtendienst ter wereld.

    Over de Russische miljardair, die als de rijkste man van zijn tweede vaderland Dubai wordt gezien, is bijna niets bekend. En wat hij in het openbaar over zichzelf vertelt, klinkt nogal raadselachtig. ‘De buitenwereld is een weerspiegeling van de binnenwereld’, schreef hij onder zijn portret op Instagram.

    Doerovs app is een supermacht, hij staat inmiddels op 570 miljoen smartphones. Sinds het begin van de corona-epidemie is hij populairder dan ooit, de messengerdienst is een van de weinige communicatieplatforms die de producten van Silicon Valley kan bijbenen. Miljoenen gebruikers zijn dit jaar van WhatsApp overgestapt op Telegram, ook in Europa.

    Maar Telegram is niet alleen een soort WhatsApp met andere wortels. Het wil uitdrukkelijk een platform zijn dat zich onttrekt aan het toezicht van staten en autoriteiten, en waarop iedereen kan schrijven en beweren wat hij wil. Dat trekt dwarsdenkers, rechts-extremisten, drugshandelaars en oplichters aan. Zonder lang zoeken vind je er een ‘dodenlijst’ met de namen van Duitse parlementsleden. Vervalsers verkopen via de app vaccinatiebewijzen, dealers bieden alle soorten drugs aan. Op Telegram worden openlijk strafbare feiten gepland en begaan. De app is een darknet voor in je broekzak geworden.

    ‘Tot op de dag van vandaag hebben wij 0 kB gebruikersgegevens aan derden ter beschikking gesteld, met inbegrip van alle regeringen’

    Elk internetplatform staat voor de vraag waar het de lijn trekt tussen de vrijheid van meningsuiting en verboden content. Twitter besloot Donald Trump na de Amerikaanse presidentsverkiezingen voorgoed te blokkeren; Facebook trad steviger op tegen volksopruiing. Op het Telegram van Pavel Doerov wordt content slechts sporadisch verwijderd.

    De autoriteiten moeten machteloos toezien, ook al omdat Doerov hun geen gegevens over gebruikers ter beschikking stelt. Hij heeft een haast ondoordringbaar vlechtwerk van bedrijven rond zijn onderneming gesponnen. Hier is de oude, maar zelden kloppende formule van toepassing dat internet een terrein is waar geen enkel recht geldt. Doerovs ondernemingen zijn geregistreerd op de Maagdeneilanden en in Belize. ‘Ik ben geen groot fan van het concept “land”,’ zei hij in 2014 tegen The New York Times. Andere internetdiensten werken bij een gerechtelijk verzoek samen met de autoriteiten. Bij Telegram wist het Duitse Openbaar Ministerie lange tijd niet eens op welk adres ze het bedrijf konden bereiken.

    Inmiddels bestaat er een adres in Dubai, maar opsporingsambtenaren hebben Der Spiegel laten weten dat het geen enkele zin heeft daar een verzoek naartoe te sturen. Elke keer als ze in verband met strafbare feiten willen weten wie er achter een account zit, krijgen ze van Telegram domweg geen antwoord. ‘Tot op de dag van vandaag hebben wij 0 kB gebruikersgegevens aan derden ter beschikking gesteld, met inbegrip van alle regeringen’, schrijft de onderneming daarover op haar website.

    Juridisch is Telegram tot nu toe vrijwel ongrijpbaar. Ook al probeert de politiek al jaren overal ter wereld internetconcerns te reguleren, messenger-apps worden door die wetten nauwelijks geraakt. De wet die internetbedrijven als Facebook, YouTube en Twitter in Duitsland verplicht strafbare content aan de federale recherche te melden, gold tot nu toe niet voor Telegram. 

    Dat moet veranderen. Volgens informatie van Der Spiegel eist het Duitse ministerie van Justitie van Telegram dat het zich aan de wet houdt. Zo moet het platform bereikbaar zijn voor de autoriteiten, strafbare content onmiddellijk verwijderen en gebruikersgegevens actief aan de opsporingsdiensten ter beschikking stellen. Het Bundesamt für Justiz, een onderdeel van het ministerie van Justitie, eist in twee procedures ook geldboetes van Telegram, omdat de onderneming geen aanspreekpunt voor de autoriteiten bekendgemaakt heeft en geen bezwarenprocedure voor strafbare content aanbiedt, wat in Duitsland wettelijk verplicht is. Het bedrijf kan een boete tot 55 miljoen euro krijgen. Het Bundesamt in Bonn heeft daartoe twee brieven voor hoorzittingen naar Dubai verzonden. Op 20 mei zijn ze als vertrouwelijke diplomatieke nota’s door de Duitse ambassade overhandigd aan het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Emiraten.

    ‘In wezen beschouwt Doerov zichzelf als de ingenieur van zijn eigen universum’

    Op Pavel Doerov zal het weinig indruk maken. Een aanwijzing voor hoe hij op verzoeken van landen reageert, vinden we in een procedure uit 2011. In Rusland vonden destijds de grootste anti-Kremlin-demonstraties plaats sinds het einde van de Sovjet-Unie. Ook in Doerovs geboortestad Sint-Petersburg demonstreerden tienduizend mensen tegen verkiezingsfraude en Poetins terugkeer als president. In die tijd was Doerov nog de baas van het sociale netwerk VKontakte, zijn Russische kopie van Facebook met meer dan 100 miljoen gebruikers. Dat de oppositie via dat netwerk opriep om te demonstreren, viel slecht bij de Russische regering. De binnenlandse geheime dienst FSB eiste van Doerov dat hij de accounts van die groepen verwijderde. In plaats van dat bevel op te volgen, publiceerde hij de brief van de geheime dienst op Twitter met daarnaast een foto van een hond in een hoodie die zijn tong uitsteekt naar de kijker. Drie dagen later stonden er gewapende mannen van de Omon, de speciale eenheid van de Russische politie, voor de deur van zijn luxeappartement. ‘Ze wekten de indruk dat ze de deur wilden forceren’, herinnerde Doerov zich later in een interview met The New York Times. Via de monitor van zijn intercom observeerde hij de agenten, maar hij deed niet open. Na een uur verdwenen ze weer.

    Deze geschiedenis is het begin van Doerovs gevecht met de Russische staat, de strijd van het moderne digitale Rusland tegen de oude machtselites. Dat is de legende achter de oprichting van Telegram: terwijl de veiligheidspolitie voor zijn deur stond, werd hem duidelijk dat hij geen veilig communicatiekanaal met zijn broer had, zegt hij. Dus moest hij er een creëren. Kort daarna begon het werk aan Telegram, en in augustus 2013 was de app startklaar.

    Maar Doerov was nog niet van de Russische staat af. Eerst werd er een onderzoek tegen hem ingesteld, zogenaamd vanwege een incident bij een verkeerscontrole. Daarna kocht een Kremlin-getrouwe ondernemer zich in VKontakte in. Doerov weigerde data over Oekraïense gebruikers die tegen de toenmalige Oekraïense president Viktor Janoekovitsj protesteerden te overhandigen aan de geheime dienst FSB. Hij werd door zijn eigen bedrijf op straat gezet en verliet een paar dagen later zijn vaderland. Met een paspoort van het Caribische staatje Saint Kitts en Nevis, dat hij voor 250.000 dollar had gekocht, trok hij als een nomade over de wereld. Op internet postte hij foto’s van de plaatsen waar hij verbleef, van een Telegram-feestje in Barcelona tot een werkconferentie in een Italiaans kasteel. Hij was regelmatig in Duitsland, waar hij toespraken hield op techconferenties in München en Berlijn. 

    Jaren later vestigde hij zich in Dubai. Ondernemers als hij zijn daar vrijgesteld van belasting, wat hij al in de oprichtingsfase van Telegram belangrijk vond. Aan de andere kant wordt de metropool gecontroleerd met alle instrumenten van de moderne controlestaat. Ngo’s bekritiseren de mensenrechtensituatie. Desondanks voelt Doerov zich er veilig, hij maakt kennis met de kroonprins van Dubai en laat zich samen met hem filmen op het dak van een torenflat. 

    Maar op het officiële kantoor van de firma is hij niet te vinden. Een autoritje van het hotel waar hij zichzelf in lotuszit heeft gekiekt naar de Al Kazim Towers duurt maar een paar minuten. De twee torens van 53 verdiepingen hoog staan in de buurt van de populaire Marina-boulevard, waar volop wordt geflaneerd. Telegram is gevestigd op de 23ste etage van toren A. De met marmer beklede verdieping telt zes deuren, achter de bruine deur met nummer 2301 bevindt zich het kantoor van Telegram. Naambordje noch bel vermelden de naam van de huurder, en ook na herhaald kloppen komt er geen reactie en blijft de deur dicht. De receptioniste beneden zegt dat ze in de drie jaar dat ze hier werkt nog nooit iemand het kantoor heeft zien binnengaan. ‘Het is heel vreemd, we hebben niet eens een contactpersoon van ze. Niets.’ Gelukkig staat Telegram wel in het systeem. Ook veel andere aspecten blijven een raadsel, zelfs het aantal medewerkers was lang onduidelijk. In het kernteam van Telegram werken vijfentwintig tot dertig mensen, zei Doerov in 2020 in een videoboodschap voor een Amerikaanse rechtbank. Voormalige medewerkers die nog contact hebben met het team bevestigen dat. Slechts weinig namen zijn openbaar, zogenaamd uit veiligheidsoverwegingen. 

    Eén belangrijk iemand is bekend: Pavels oudere broer Nikolaj Doerov, die verantwoordelijk is voor de techniek. Een wonderkind dat op zijn derde al kon lezen. Hij promoveerde twee keer in de wiskunde, waarvan één keer in Bonn. Zijn Duitse hoogleraar heeft de Fieldsmedaille gewonnen, een soort Nobelprijs voor wiskunde. Net als Pavel is Nikolaj al sinds zijn jeugd geïnteresseerd in programmeren. De broers groeiden grotendeels op in Sint-Petersburg, waar hun vader hoogleraar was en hun moeder docent.

    Sekte

    Andrej Lopatin, een voormalig medewerker, kent Nikolaj al van school. Samen wonnen ze programmeerwedstrijden op de universiteit en werkten ze eerst bij VKontakte en later bij Telegram. Lopatin herinnert zich hoe hij samen met Nikolaj in de datsja van de familie Doerov zat, waar ze de technische basis legden voor de berichtendienst. Veilig en snel moest de app worden.

    Lopatin, die later bij het bedrijf zou weggaan, is een van de weinige oud-medewerkers die bereid is openlijk opheldering te geven. Als het over de Doerovs gaat, kiest hij zijn woorden zorgvuldig. De relatie tussen de broers is altijd heel hecht geweest, alle strategische beslissingen werden door Pavel genomen. Vanbuiten zag Telegram eruit als een jongensclub, Doerov had het niet zo op vrouwen als programmeur. 

    Ex-medewerker Anton Rosenberg beschrijft het Telegram-team als een ‘sekte’. Rosenberg zorgde in 2017 voor opschudding door zich te beklagen over zijn ontslag als leidinggevend programmeur. Pavel Doerov kent de meeste medewerkers van Telegram al jaren, zegt Rosenberg in een videogesprek. Het is een samenzweerderige, gesloten gemeenschap waar Doerov het voor het zeggen heeft. 

    In gesprekken met voormalige medewerkers ontstaat het beeld van een directeur die niet wordt gedreven door geld, maar door invloed en wereldwijde erkenning. Doerov wil dat de app een platform is waarmee zo veel mogelijk mensen kunnen communiceren en vrijelijk informatie kunnen uitwisselen. En waar niemand zich mee kan bemoeien, zelfs regeringen niet. Dit beeld wordt gedeeld door verschillende mensen die Doerov hebben gekend.

    ‘In wezen beschouwt Doerov zichzelf als de ingenieur van zijn eigen universum,’ zegt Nikolaj Kononov, auteur van een boek over Doerov. Dat past bij Doerovs fascinatie voor de film The Matrix en de hoofdpersoon daaruit, de hacker Neo. Zijn enthousiasme gaat zo ver dat hij zich op een gegeven moment, net als Neo, geheel in het zwart ging kleden. Toen Doerov in 2001 eindexamen deed, antwoordde hij op de vraag hoe hij zichzelf over tien jaar zag: ‘Ik word een interneticoon.’ 

    Interviews geeft hij inmiddels niet meer. E-mails en berichten van Der Spiegel laten Doerov en de leden van zijn team onbeantwoord, net als een uitvoerige vragenlijst. Naar de buitenwereld communiceert hij uitsluitend via zijn Telegram-kanaal of met sporadische posts op Instagram. De broers hebben een wereldsucces gecreëerd, met Pavel als strateeg en Nikolaj als geniale programmeur op de achtergrond, en ze vormen een goed team. Telegram biedt gebruikersfuncties, zoals vrolijke stickers, vaak eerder en beter aan dan de concurrentie. Lang voor WhatsApp had Telegram al een buitengewoon veilige end-to-endversleuteling, waardoor het een tijdlang de favoriete chatapp van Islamitische Staat zou zijn geweest.

    Er circuleren zogenaamde dodenlijsten met de namen en soms ook adressen van politici

    Voor de groei van de afgelopen jaren zijn vooral de groepen en de kanalen erg belangrijk geweest. In de besloten of openbare groepen kunnen maximaal tweehonderdduizend mensen met elkaar chatten. Via de kanalen kunnen beheerders hun berichten aan een onbeperkt aantal leden sturen. Op WhatsApp hebben groepen maximaal 256 leden, wat past bij de strategie van deze Facebookdochter om geen openbare ruimte te willen zijn.

    Deze eigenschappen zorgen ervoor dat Telegram veel meer is dan een messengerdienst voor privécommunicatie. De QuerdenkenBewegung bijvoorbeeld [de Duitse beweging van coronaontkenners en antivaxers] coördineerde haar protestacties in talrijke steden meteen via meerdere Telegram-groepen. Haar oprichter Michael Ballweg noemde de app ‘een van de belangrijke succesfactoren’ van zijn beweging.

    In Duitsland is op Telegram een heel netwerk ontstaan, waar berichten van coronaontkenners, complotdenkers, neonazi’s en extreemrechtse terroristen door elkaar staan. Dat blijkt uit een evaluatie van de online-monitoringorganisatie Cemas, waarover Der Spiegel beschikt. Volgens deze evaluatie was op het Telegram-kanaal van Attila Hildmann [een auteur van veganistische kookboeken die nu vooral actief is als complotdenker] te zien hoe kritiek op de coronamaatregelen via complotverhalen radicaliseerde tot extreemrechtse berichtgeving. Meer dan duizend keer deelde Hildmann content van een kanaal dat overliep van ‘antisemitisme, vernietigingsfantasieën en het verheerlijken van geweld en het nationaalsocialisme’, schrijven de data-analisten. Op het laatst voerde hij op Telegram een hetze tegen de cabaretière Carolin Kebekus, nadat die een satirisch coronalied had uitgebracht met SPD-gezondheidsdeskundige Karl Lauterbach. Een van de leden gaf als commentaar dat Kebekus ‘onder Hitler in een werkkamp terecht zou zijn gekomen’. Drie uur later maakte Hildmann reclame voor kruisbogen. ‘Je hebt het recht je te verdedigen,’ schreef hij en voegde er ook nog een kortingscode voor een webshop aan toe.

    De dinsdagmiddag erna was het kanaal van Hildmann niet meer bereikbaar voor mobiele telefoons die gebruikmaken van een besturingssysteem van Apple of Google.

    Dat zo’n extreemrechts kanaal door Telegram wordt geblokkeerd, is een ‘absolute uitzondering’, zegt Fleming Ipsen van Jugendschutz.net. ‘Dit is voor het eerst dat we een actief en systematisch optreden van Telegram tegen strafbare content konden waarnemen.’

    De deskundigen van Cemas delen dat oordeel. ‘Omdat de beheerders praktisch nooit ingrijpen, is Telegram verworden tot de centrale plek voor complottheorieën en extreemrechtse content op internet,’ zegt Miro Dittrich, die samen met politicoloog Josef Holnburger de data-analyse maakte. Er circuleren zogenaamde dodenlijsten met de namen en soms ook adressen van politici. Na de stemming in de Bondsdag over de coronanoodrem in april duurde het slechts tweeënhalf uur voordat er een ‘dodenlijst’ opdook met de namen van alle afgevaardigden die voor de wet hadden gestemd. ‘Potentiële daders kunnen zich door zulke lijsten gesteund voelen, omdat ze geloven dat de meerderheid achter hen staat,’ zegt Dittrich. Telegram haalt de lijsten niet weg. Ook het kanaal van [r&b-zanger] Xavier Naidoo laat zien hoe vaak er geweld wordt gepredikt. Volgens de analyse heeft deze musicus sinds het begin van de pandemie meer dan honderdvijftig keer content van buitengewoon extremistische kanalen gedeeld. ‘Hun koppen eraf’, wordt gezegd in een door Naidoo gedeelde bijdrage over het Vaticaan, de Verenigde Naties en ‘Joodse vrijmetselaars’.

    Hoe op Telegram terroristen helden kunnen worden, is met name in de Verenigde Staten te zien. Daar wordt op verschillende kanalen de loftrompet gestoken over een 28-jarige inwoner van Texas die onlangs is gearresteerd. Via zijn mobieltje had hij een dreigement verstuurd dat rechercheurs als een urgent gevaar beschouwden. Ze waren ervan overtuigd dat de afzender een massamoord in een Walmart-supermarkt aan het beramen was. In zijn woning troffen ze wapens, munitie en vlaggen met nazisymbolen aan. Coleman B. had zijn Telegram-naam op het laatst zo veranderd dat die leek op de naam van de extreemrechtse massamoordenaar van Christchurch. ‘We hebben het “ondenkbare” nog net kunnen voorkomen,’ zei de verantwoordelijke sheriff. Maar op Telegram betuigden gebruikers hun solidariteit met de verdachte. Dat gebeurde vooral door de groep Injekt Division, die de verdachte kennelijk zelf had opgericht en waarvan hij ‘president’ was. ‘Ik bereid jullie voor op het terrorisme,’ postte hij aan hen. 

    ‘Terrorgram’

    Groepen en incidenten als deze hebben Doerovs app de bijnaam ‘Terrorgram’ bezorgd. Op meerdere kanalen wordt uitgelegd hoe je springstof kunt maken, wapens kunt fabriceren of dodelijk vergif kunt mengen. Een groep die ook een Duitse cel heeft, wordt in de Verenigde Staten in verband gebracht met vijf moorden. Leden van de extreemrechtse terreurgroepen Revolution Chemnitz en Oldschool Society wisselden in een Telegram-groep van gedachten. Anis Amri, die een aanslag pleegde op een kerstmarkt in Berlijn, waarbij twaalf doden vielen, chatte voor zijn daad via de app met IS-terroristen in Libië. 

    Op Telegram is nagenoeg elke denkbare misdaad te vinden die je via internet kunt begaan. Er zijn wapenhandelaars, aanbieders van vals geld en mensen die gehackte data beschikbaar stellen. De ledenaantallen van groepen die communiceren over het manipuleren van de financiële markten lopen soms in de honderdduizenden. Vanwege de talloze drugsgroepen heeft de politie van Berlijn inmiddels een speciale Messenger-eenheid ingesteld en al ruim honderd dealerbendes met soms wel twintigduizend leden geïdentificeerd, alleen al in Berlijn. Anders dan op het darknet, waar kopers de speciale adressen op de zwarte markt moeten kennen, is het verboden aanbod op Telegram vaak moeiteloos te vinden. 

    Officieel zegt Telegram dat illegale content niet is toegestaan, maar daar wordt niet op gehandhaafd, zoals een onderzoek van Jugendschutz.net afgelopen jaar aantoonde. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de dienst allang als probleemgeval geclassificeerd. ‘De wet, of het nu de Duitse of de Europese is, lijkt voor deze figuren geen enkele rol te spelen,’ zegt een hooggeplaatste ambtenaar. Als het bedrijf niet meewerkt, is het in extreme gevallen denkbaar dat het platform in Duitsland wordt geblokkeerd. De Duitse minister van Justitie Christine Lambrecht zegt: ‘Geen enkel platform dat in de EU door miljoenen mensen wordt gebruikt, mag zich aan onze rechtsorde onttrekken.’ Ze maakt zich sterk voor een regulering van dergelijke berichtendiensten op EU-niveau.

    Vanuit het oogpunt van de Duitse autoriteiten zou het platform juist in de periode voor de Bondsdagverkiezingen een bron van nepnieuws kunnen zijn, dat ook nog eens massaal wordt verspreid. In repressieve landen is Telegram daarentegen vaak een van de belangrijkste wapens van de prodemocratische beweging, bijvoorbeeld in Hongkong, Iran en Wit-Rusland. Toen in augustus 2020 tienduizenden mensen in Minsk uit protest tegen de verkiezingsfraude de straat op gingen, werd het Telegram-kanaal Nexta het belangrijkste instrument van de beweging. Dictator Aleksandr Loekasjenko liet websites en services dagenlang blokkeren, maar Pavel Doerov zorgde ervoor dat Telegram online bleef. Achter Nexta zat destijds onder anderen de blogger Roman Protasevitsj, de man wiens Ryanair-vlucht onlangs boven Wit-Rusland tot landen werd gedwongen.

    Het gespleten beeld van Telegram werpt de vraag op waar Pavel Doerov nu politiek gezien zelf staat. In het verleden had hij vooral een libertair gezicht: ‘De wereld verandert zo snel dat wetgevers daar niet op kunnen reageren’, schreef hij. In de eenentwintigste eeuw was het volgens hem daarom maar beter om in het geheel niet te reguleren. Dat past in zijn praktijk om illegale en extremistische content vergaand te accepteren en zich openlijk te verzetten tegen alle pogingen tot censuur. Zijn vroegere medewerker Anton Rosenberg gelooft dat er vooral financiële overwegingen achter zitten: ‘De strijd voor de vrijheid verkoopt goed en brengt nieuwe gebruikers binnen.’ In feite heeft Doerov altijd geprobeerd zich buiten de politiek te houden, zeggen andere mensen die hem kennen. ‘Neutraal’ blijven, noemt Ilja Perekopskij dat, zijn jarenlange collega en huidige plaatsvervanger bij Telegram. Ook toen de Russische oppositie Doerov in 2011 als haar held zag omdat hij zich publiekelijk tegen de FSB had gekeerd, zou hij dat vooral uit zakelijk oogpunt hebben gedaan: om geen gebruikers aan de concurrentie te verliezen.

    Hij liet biljetten van 5000 roebel uit de ramen van zijn kantoor op de zesde verdieping neerdwarrelen

    Hoe het met de financiën van Telegram is gesteld, blijft Doerovs geheim. Duidelijk is dat hij voor de app enorme kosten heeft gemaakt: tot 2017 had hij, volledig uit zijn privévermogen, 218 miljoen dollar geïnvesteerd, verklaarde hij in zijn videoboodschap. De verkoop van de resterende aandelen in VKontakte heeft hem volgens schattingen tussen de 300 en 400 miljoen dollar opgeleverd. Op zijn achtentwintigste beschikte Doerov naar eigen zeggen al over ‘honderden miljoenen’. ‘Ook al heeft me dat niet gelukkig gemaakt’, merkte hij in een van zijn blogs op. In zijn tijd bij VKontakte smeet hij nog letterlijk met geld. Samen met Perekopskij liet hij biljetten van 5000 roebel, destijds omgerekend 124 dollar, neerdwarrelen uit de ramen van zijn kantoor op de zesde verdieping van het prachtige Singergebouw, in het centrum van Sint-Petersburg. Oud-medewerker Rosenberg weet het nog goed. Het was de verjaardag van de stad en er waren veel mensen op straat. ‘Eerst gooiden ze de biljetten gewoon uit het raam, maar door de wind bleven die aan de ornamenten van de gevel hangen. Daarom maakten ze er vliegtuigjes van die naar beneden zeilden.’ De actie veroorzaakte veel tumult, en het logo van Telegram herinnert ons er nog altijd aan: een wit, papieren vliegtuigje, dat voor het idee van vrijheid heet te staan.

    Digitale munt

    In 2017 zetten de gebroeders Doerov vaart achter een gewaagd plan dat Telegram inkomsten moest opleveren zonder hun belofte van een gratis en advertentievrije app te breken. De dienst moest een eigen digitale munt krijgen en een blockchainsysteem dat Telegram Open Network heette, afgekort TON. Gebruikers moesten via de app geld aan elkaar kunnen overmaken en betalingen voor aankopen kunnen doen. Daarvoor haalde het team bij investeerders een bedrag van 1,7 miljard dollar op. Tot de belangstellenden behoorden Russische oligarchen, een fonds van Roman Abramovitsj en ook de inmiddels voortvluchtige manager van [het Duitse onlinebetaalsysteem] Wirecard, Jan Marsalek. Die was een uitgesproken fan van Telegram en verstuurde er gepersonaliseerde stickers met zijn eigen konterfeitsel mee. 

    Telegram had nauwe contacten met het door schandalen achtervolgde Duitse bedrijf. In Dubai hielden de twee bedrijven kantoor in dezelfde toren. In april 2019 kondigde Wirecard officieel aan met [ontwikkelaar] TON Labs te gaan samenwerken. In een mail aan zijn medewerkers schreef de toenmalige ceo van Wirecard, Markus Braun, dat het ‘in potentie een van de grootste deals uit onze geschiedenis’ was. Van echte samenwerking of gezamenlijke voorstellen is het nooit gekomen, vertelt een leidinggevende van TON Labs aan Der Spiegel. Hij had de naam Marsalek horen noemen, maar de man zelf had hij nooit ontmoet, er waren contacten op ontwikkelaarsniveau geweest. Alle gezamenlijke plannen met de Duitsers werden in oktober 2019 afgeblazen.

    De mislukte cryptovaluta-onderneming is wellicht het grootste fiasco van de gebroeders Doerov. De Amerikaanse toezichthouder SEC verordonneerde in oktober 2019 een onmiddellijke verkoopstop van de Telegram-valuta, de autoriteiten veroordeelden de verkoop als een illegale beursgang via de achterdeur. Telegram bestempelde dat als ‘onlogisch en volstrekt onnodig’, maar de rechter maakte het besluit niet ongedaan. Telegram moest zelfs een boete van 18,5 miljoen dollar betalen.

    Terwijl het met het zelfgecreëerde digitale geld niet lukte, verwierf Telegram in maart inkomstem met traditionele methoden: het gaf voor meer dan een miljard dollar aan leningen uit. Bovendien deden in Russische media geruchten de ronde over een mogelijke beursgang, met speculaties over een marktwaarde van 30 tot 50 miljard dollar. Ook zou er binnenkort reclame komen, weliswaar alleen in openbare kanalen en niet in privéchats. 

    Mogelijkerwijs zal het kapitaal de koers van de dienst meer bepalen dan alle politieke pogingen tot regulering. Voor adverteerders en investeerders is een beschaafde omgeving een voorwaarde. Ook kan Doerov niet helemaal om Apple en Google heen, want hij heeft hun appstores nodig om relevant te blijven. Wat Telegram anders te wachten staat, is te zien aan de chatapp Parler. Via die app werd de bestorming van het Capitool georganiseerd. In januari hebben Google en Apple Parler uit hun appstores gegooid, en daarmee de app van zijn bereik en betekenis beroofd. Zover zal Pavel Doerov het vast niet laten komen.

  • De zaak-Tampa: hoever mag de FBI gaan?

    De zaak-Tampa: hoever mag de FBI gaan?

    De Amerikaanse FBI hield vorig jaar ruim vierhonderd uur een man in Florida in de gaten met spionagevliegtuigen – zonder gerechtelijke toestemming. Centraal in de rechtszaak staat een fundamentele kwestie: in hoeverre is de politie geoorloofd de bewegingen van een verdachte te volgen?

    ‘Deze surveillance vanuit de lucht, beschreven in stukken die eind augustus bij een Amerikaanse federale rechtbank werden ingediend, toont voor het eerst de mogelijkheden waarover die de FBI beschikt om met behulp van vliegtuigen langdurig toezicht te houden op één persoon.’ Dat schrijft Trevor Aaronson in een artikel voor The Intercept, waarin hij een Amerikaanse rechtszaak bespreekt tegen een man die wordt verdacht aanhanger van IS te zijn.

    ‘De vloot van FBI-vliegtuigen, vaak kleine luchtvaartuigen, is uitgerust met hightech videocamera’s en volgapparatuur die bekend staat als “celsite-simulators”. Daarmee worden mobiele telefoons misleid om verbinding te maken met apparatuur van de FBI in plaats van met legitieme gsm-masten,’ aldus Aaronson.

    De onthullingen over deze extreme vorm van surveillance kwamen aan het licht in een rechtszaak tegen Muhammed Momtaz Alazhari, vermeend aanhanger van Islamitische Staat, die volgens federale aanklagers een terroristische aanslag beraamde in het gebied rond Tampa Bay. Alazhari pleitte onschuldig aan een aanklacht van materiële steun aan terroristen en twee aanklachten wegens vuurwapenbezit.

    Geen toestemming

    Samuel Landes, de pro-Deoadvocaat van Alazhari, heeft een klacht ingediend over de zaak. Landes vindt dat de luchtsurveillance van de FBI een vorm van illegale huiszoeking is waarvoor geen toestemming werd aangevraagd en hij stelt dat de informatie die uit deze surveillance is verkregen, mogelijk is gebruikt om informanten te werven en de aanvraag tot huiszoeking te rechtvaardigen. ‘De surveillance is onredelijk omdat hij werd uitgevoerd zonder een bevel’, aldus Landes. ‘Uiteindelijk kan de regering niet aantonen dat bewijzen niet zijn verkregen door de illegale surveillance vanuit de lucht.’

    ‘Het zou me verbazen als dit het enige geval is’

    Wetshandhavers hebben geen bevel nodig om een criminele verdachte te surveilleren vanuit een auto, maar het Amerikaanse Hooggerechtshof oordeelt dat een bevel tot huiszoeking wel is vereist voor surveillances waarbij technologie wordt gebruikt waarmee de politie álle bewegingen van een verdachte kan volgen. Daarom kan de zaak in Florida gevolgen hebben voor de slagkracht van de FBI om bij toekomstige onderzoeken geheime spionagevliegtuigen te gebruiken.

    ‘Deze zaak laat zien hoe ver de regering wil gaan om het argument door te drukken dat het vierde amendement [de grondwettelijke bescherming van burgers tegen onredelijke huiszoekingen en inbeslagnames door de overheid] niet van toepassing is op observatie van jou in het openbaar’, zegt Brett Max Kaufman, advocaat van ACLU, het Amerikaanse centrum voor burgerlijke vrijheden. ‘Het zou me verbazen als dit het enige geval is waarin ze een dergelijke vorm van surveillance op één persoon hebben losgelaten, en ik betwijfel of dit de laatste keer is dat we hierover zullen horen.’

    FBI-spionagevliegtuigen

    Dat de FBI surveilleert met met spionagevliegtuigen kwam in 2015 aan het licht bij protesten in Baltimore nadat Freddie Gray overleed in politiehechtenis. Op verzoek van de politie van Baltimore stuurde de FBI Cessna-vliegtuigen de lucht in die van 29 april tot 3 mei 2015 de menigte in de gaten te hielden. Een jaar later maakte de FBI die videobeelden openbaar.

    Zowel Associated Press als BuzzFeed News meldden destijds dat het spionageprogramma met vliegtuigen landelijk door de FBI werd ingezet en dat er meer dan honderd Cessna-vliegtuigen in gebruik waren. Uit de registratiegegevens van de Federal Aviation Administration blijkt dat veel van deze vliegtuigen eigendom waren van wat leek op bedrijven die door de FBI als dekmantel werden gebruikt, zoals KQM Aviation en PXW Services. Aan de kant van de piloot zijn aan de onderzijde van de vliegtuigen bewakingscamera’s gemonteerd en piloten vliegen patronen tegen de klok in om die camera constant op hun doelen gericht te houden.

    ‘Het luchtvaartprogramma van de FBI is niet geheim’, was het antwoord van FBI-woordvoerder Christopher Allen in 2015 op vragen van Associated Press. ‘Maar specifieke vliegtuigen en hun mogelijkheden worden geheim gehouden vanwege operationele veiligheidsdoeleinden.’

    Uit een analyse van Buzzfeed met behulp van gegevens van Flightradar24, een site waarmee vluchten gevolgd kunnen worden, bleek dat de FBI ook spionagevliegtuigen gebruikte na de schietpartij in San Bernardino in 2015, waarbij Syed Rizwan Farook en zijn vrouw Tashfeen Malik veertien mensen doodden en tweeëntwintig verwondden op een bedrijfsfeest. Twee vliegtuigen cirkelden rond de plek van de schietpartij, meldde BuzzFeed, en de week daarop toonden vluchtgegevens aan dat drie verschillende FBI-vliegtuigen hadden rondgecirkeld rond de moskee die door Farook werd bezocht.

    Tot nu toe was echter niet duidelijk hoe de FBI haar vloot spionagevliegtuigen kan gebruiken tegen een individuele verdachte.

    De zaak-Tampa

    In mei 2019 raakte de FBI geïnteresseerd in Alazhari, een medewerker van Home Depot die toen 23 jaar oud was, nadat er aanwijzingen waren opgedoken dat hij naar IS-propaganda keek en positief sprak over de terroristische groepering, aldus de autoriteiten in de gerechtelijke dossiers. Federale agenten vernamen ook dat Alazhari in 2015 in Saoedi-Arabië was veroordeeld op beschuldiging dat hij van plan was naar Syrië te reizen om zich aan te sluiten bij Jaysh al-Islam, een islamitische militante groepering die juist tegenover IS stond.

    Alazhari zou in april 2020 hebben geprobeerd een wapen te kopen op eBay. De FBI nam toen het account van de eBay-verkoper over en een undercoveragent begon rechtstreeks met Alazhari te communiceren. Alazhari vertelde de undercoveragent dat hij al verschillende wapens had, waaronder een uzi, die hij mogelijk wilde verkopen. ‘Wat eigenlijk echt cool is aan deze Uzi, is dat hij echt heel nauwkeurig is’, zei Alazhari tegen de agent. Alazhari besprak ook de mogelijke aankoop van een AK-47 van de undercoveragent, die hij wilde omvormen tot volautomatisch wapen.

    In totaal hield de FBI Alazhari bijna 429 uur vanuit de lucht in de gaten

    De bijna constante FBI-surveillance van Alazhari vanuit de lucht gebeurde terwijl hij aan het communiceren was met de undercoveragent die zich voordeed als de eBay-verkoper. Van 18 april 2020 tot 12 mei 2020 hield de FBI Alazhari elke dag, met uitzondering van één dag, vanuit de lucht in de gaten, uiteenlopend van twee uur tot maar liefst twintig uur per dag.

    In totaal hield de FBI Alazhari bijna 429 uur vanuit de lucht in de gaten. Een deel van deze surveillance resulteerde in bewijs dat de regering tegen Alazhari heeft ingediend, waaronder beelden waarvan het ministerie van Justitie beweert dat Alazhari ‘doelen verkent voor een mogelijke grootschalige schietpartij’. Toch volgden de vliegtuigen van de FBI Alazhari vooral tijdens zijn dagelijkse bezigheden. Zo werd hij gevolgd op uitstapjes naar Honeymoon Island State Park, voor de westkust van Florida, en naar Orlando.

    De vliegtuigen volgden Alazhari tijdens alledaagse handelingen en gebeurtenissen, zoals het ophalen van post uit zijn brievenbus, het bezoeken van zijn zus, een bezoek aan de spoedeisende hulp en zelfs een keer toen hij zich inschreef bij een instelling voor psychiatrische patiënten. De enige dag waarop de FBI Alazhari tijdens deze periode niet vanuit de lucht in de gaten hield, was de dag waarop hij geestelijke gezondheidszorg kreeg.

    Om Alazhari in de gaten te houden, gebruikte de FBI een roterend systeem van vliegtuigen, waarbij steeds een nieuw vliegtuig opsteeg als een ander vliegtuig was geland. De camera’s van de vliegtuigen konden ver genoeg inzoomen om mensen op de grond te identificeren en konden schakelen tussen verschillende instellingen, waaronder een modus die hitte herkende en zo mensen kon ontwaren die aan het zicht werden onttrokken door bomen of andere objecten.

    ‘De surveillance klinkt als het geraaskal van een paranoïde schizofreen’

    De FBI gebruikte minstens negen vliegtuigen om Alazhari in de gaten te houden; een feit dat de advocaat van Alazhari kon vaststellen aan de hand van de bestandsnamen van de video’s van de FBI, die aan de verdediging zijn overhandigd in de strafzaak. Elk van de bestandsnamen bevatte wat de advocaat beschreef als ‘een schijnbaar betekenisloos alfanumeriek patroon’. Die alfanumerieke aanduidingen zijn de staartnummers van de FBI-vliegtuigen.

    De gegevens van de Amerikaanse luchtvaartautoriteiten laten zien dat de vliegtuigen zijn geregistreerd bij wat lijkt op bedrijven die de FBI als dekmantel gebruikt, zoals RKT Productions, KQM Aviation, NG Research, OBR Leasing en PSL Surveys. Een van de vliegtuigen die werd gebruikt om Alazhari te bewaken, een Cessna 182T met het staartnummer N404KR, werd ook door de FBI gebruikt in Californië in de dagen na de schietpartij in San Bernardino.

    ‘De surveillance klinkt als het geraaskal van een paranoïde schizofreen’, schreef Landes, de advocaat van Alazhari, in het dossier waarin hij de wettigheid van deze surveillance vanuit de lucht betwist, en waarin hij verklaart waarom de rechtbank de surveillance moet beschouwen als onwettige huiszoeking. ‘De samenleving is bereid om de volkomen normale aanname van de heer Alazhari, dat hij niet constant van bovenaf door de FBI mocht worden bekeken, te erkennen als redelijk.’

  • ‘Historische’ abortusuitspraak in Mexico | Myanmar laat extremistische monnik vrij

    ‘Historische’ abortusuitspraak in Mexico | Myanmar laat extremistische monnik vrij

    ‘Historische’ abortusuitspraak in Mexico

    Het Mexicaanse Hooggerechtshof heeft op dinsdag 7 september ‘een historisch precedent’ geschapen door de strafbaarstelling van abortus in de noordelijke deelstaat Coahuila ongrondwettelijk te verklaren, schrijft de Mexicaanse krant Excelsior.

    ‘Dit besluit zal gevolgen hebben voor het hele land, zodat vrouwen die hun zwangerschap vroegtijdig afbreken in geen enkele staat kunnen worden gestraft’, aldus de krant.

    ‘Wat de beslissing van het Hof niet doet, is abortus volledig legaliseren

    ‘Wat de beslissing van het Hof niet doet, is abortus legaliseren in de dertig staten die het verbieden, noch op federaal niveau, schrijft de krant Reforma. De rechters hebben alleen de antiabortuswet van Coahuila ongeldig verklaard, ‘zodat de antiabortuswetten van de andere 29 staten die vrijwillige abortus strafbaar stellen (…) van kracht blijven’. Momenteel zijn Oaxaca en Mexico-Stad de enige staten waar abortus binnen de eerste twaalf weken van de zwangerschap volledig is gedecriminaliseerd, aldus Reforma.

    Maar deze uitspraak zal ‘alle rechters in het land ervan weerhouden vrouwen te vervolgen die beschuldigd worden van het misdrijf van vrijwillige abortus‘, en ‘als er tot vervolging wordt overgegaan, zal de federale rechterlijke macht in staat zijn die ongedaan te maken‘. Vrouwen die hun zwangerschap willen afbreken kunnen nu naar de rechter stappen ‘zodat een federale rechter de betrokken kliniek of het betrokken ziekenhuis kan bevelen de abortus uit te voeren’.

    Groene sjaals

    ‘Coahuila zwaait met groene sjaals!‘ kopt El Financiero. Dinsdag gingen in Saltillo, de hoofdstad van de deelstaat, verschillende feministische groepen de straat op met groene sjaals – het symbool van de strijd voor toegang tot abortus – om het nieuws te vieren.

    ‘Dit is een nieuwe stap in de historische strijd voor gelijkheid, waardigheid en volledige uitoefening van de rechten van de vrouw‘, aldus voorzitter Arturo Zaldívar van het Hooggerechtshof. Tijdens de stemming benadrukte rechter Ana Margarita Ríos Farjat dat de federale grondwet abortus niet verbiedt en dat het strafbaar stellen ervan in strijd is met de mensenrechten ‘zoals de menselijke waardigheid, autonomie, vrije ontplooiing van de persoonlijkheid, rechtsgelijkheid, gezondheid en reproductieve vrijheid‘, aldus El Universal.

    De rechter voegde hieraan toe dat naar schatting elk jaar tussen de 350.000 en een miljoen abortussen worden uitgevoerd in Mexico, waarvan een derde complicaties oplevert, doordat vrouwen moeilijk toegang hebben tot medische zorg, schrijft La Jornada.

    Lees ook:


    Myanmar laat extremistische monnik vrij

    De ultranationalistische monnik Ashin Wirathu, bekend om zijn anti-islamretoriek, is vrijgelaten en de aanklachten tegen hem zijn door het Myanmarese militaire regime ingetrokken. Wirathu had zich november vorig jaar aan de politie overgegeven na verscheidene maanden op de vlucht te zijn geweest, schrijft de website Myanmar Now. Hij werd vervolgd wegens opruiing, na toespraken waarin hij het voormalig de facto staatshoofd, Aung San Suu Kyi, had aangevallen.

    Sindsdien is de politieke situatie radicaal veranderd doordat het leger de verkozen regering van Aung San Suu Kyi op 1 februari omver heeft geworpen.

    Wirathu had zijn aanhangers opgeroepen om ‘het leger te koesteren alsof het Boeddha belichaamde’

    In 2019 had Wirathu zijn aanhangers opgeroepen om ‘het leger te koesteren alsof het Boeddha belichaamde’. Nationalistische groeperingen hebben sinds de machtsovername door het leger om zijn vrijlating gevraagd.

    Myanmar Now meldt dat het leger sinds 1 februari veel gevangenen heeft vrijgelaten, waaronder een andere boeddhistische extremist. Ook zijn gewone gevangenen vrijgelaten, alsmede personen die dicht bij het regime staan.

    In 2013 stond Wirathu op de voorpagina van het tijdschrift Time met de kop ‘Het gezicht van boeddhistisch terrorisme’. Tien jaar eerder was hij veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf wegens het aanzetten tot antimoslimrellen in Kyaukse, in de regio Mandalay, schrijft Myanmar Now.

    Lees ook:


    Singapore geeft ‘zero covid’ op

    Singapore heeft besloten niet langer te streven naar ‘zero covid’ en zal moeten leren ‘leven met het virus’, aldus de premier van het land, Lee Hsien Loong. ‘Het is niet langer mogelijk om covid-19-gevallen tot nul te reduceren, ook al zouden we voor lange tijd op slot gaan. Daarom moeten we ons erop voorbereiden dat covid-19 endemisch wordt, zoals griep of waterpokken’, aldus Lee.

    Singapore heeft een van de hoogste vaccinatiepercentages ter wereld

    Zijn vaststelling komt ondanks het feit dat Singapore een van de hoogste vaccinatiepercentages ter wereld heeft, met 80 procent van de volwassenen die volledig zijn gevaccineerd. Daarmee staat Singapore op de tweede plaats na Malta met 82 procent, schrijft Gizmodo.

    Singapore, met ongeveer 5,7 miljoen inwoners, behoorde tot het handvol landen die een strategie volgen om covid-19 volledig uit te bannen, in plaats van alleen het virus te onderdrukken. Andere ‘zero covid’-landen waren het afgelopen jaar Nieuw-Zeeland, Taiwan, China, Vietnam en Australië.

  • De taliban, de grootste drugshandelaren ter wereld

    De taliban, de grootste drugshandelaren ter wereld

    De machtsovername door de taliban in Afghanistan twee jaar geleden betekende niet de overwinning van de islam, maar de overwinning van de heroïne, aldus de Italiaanse journalist en auteur van Gomorra Roberto Saviano. ‘Het is verkeerd om de taliban “moslimmilitanten” te noemen: het zijn drugshandelaren.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week, op 15 augustus, was het twee jaar geleden dat de Afghaanse hoofdstad Kaboel viel. Kort daarop namen de taliban de macht in Afghanistan over en nu, twee jaar later, zitten ze nog altijd stevig in het zadel. Deze religieuze beweging staat natuurlijk vooral bekend om haar islamitische en vrouwonvriendelijke opvattingen, maar dit artikel laat ze van een geheel andere kant zien. De letterlijke betekenis van het woord taliban mag dan ‘koranstudenten’ zijn, volgens de schrijver van dit artikel is het gepaster om ze voortaan aan te duiden als ‘drugshandelaars’. Ze hebben van Afghanistan een ‘narcostaat’ gemaakt, zo stelt hij.

    Als je de rapporten leest van het UNODC, het Bureau voor Drugs en Criminaliteit van de Verenigde Naties, zie je steeds dezelfde data: meer dan 90 procent van alle heroïne wereldwijd wordt geproduceerd in Afghanistan. Dat betekent dat de taliban samen met de Zuid-Amerikaanse narco’s de machtigste drugshandelaren ter wereld zijn. In de afgelopen tien jaar zijn ze ook een belangrijke rol gaan spelen in de handel van hasj – ze produceren niet alleen Afghaanse hasj maar ook charas [een cannabisconcentraat] – en marihuana. Het lijkt misschien verwarrend, maar als het over Afghanistan gaat, wordt de voornaamste dynamiek van het conflict altijd vermeden, de primaire bron van inkomsten voor de financiering van de oorlog wordt genegeerd. Daardoor ontbreekt bij het beeld dat je hebt van het eeuwige conflict in dat verre land het centrale element, namelijk opium. 

    De oorlog in Afghanistan is een opiumoorlog. Vóór de koranscholen, de verplichte boerka, vóór de kindbruiden, vóór dat alles zijn de taliban drugshandelaren die een absoluut monopolie eisen op het gebied van drugsgebruik en -teelt, die in 2001 nog zogenaamd door hen werd verboden. Daarbij heeft de Amerikaanse regering een van haar grootste fouten gemaakt. In 2002 verklaarde generaal Franks, de eerste die de invasie in Afghanistan door Amerikaanse grondtroepen coördineerde: ‘Wij zijn geen antidrugstaskforce. Dat is niet onze missie.’ De boodschap was gericht aan de opiumbaronnen, om ze aan te sporen zich niet aan te sluiten bij de taliban, en betekende in feite dat de Verenigde Staten de teelt van opium zouden toestaan. James Risen onthulde in 2009 in een artikel in The New York Times waarin stond dat wie de kant van de Amerikaanse troepen had gekozen, niet langer op de zwarte lijst van het Pentagon stond van heroïnehandelaren die moesten worden gearresteerd.

    Akhundzada is de belangrijkste leider van de taliban en een van de grootste drugshandelaren ter wereld

    Maar het loopt hoe dan ook niet goed af, want met de Amerikaanse militaire aanwezigheid worden de zaken van de opiumsmokkelaars, die zich juist snel moesten kunnen bewegen, voortdurend tegengehouden, geïnspecteerd en geautoriseerd. De taliban kunnen zich daarentegen wel snel bevoorraden en bewegen, maar dat niet alleen: ze gaan ook dubbel belasting heffen bij producenten die niet voor hen werken en hun eigen papavervelden bebouwen. In plaats van af te persen gaan ze dus zelf de drugshandel managen.

    De moedjahedien waren daar al eerder mee begonnen, in de oorlog tegen de Sovjets, met steun van het Westen. De boeren hadden toen geen keus: zodra de troepen van het Rode Leger zich in 1989 hadden teruggetrokken, begreep moellah Akhundzada dat het innen van de 10 procent protectiegeld van de heroïnehandelaren moest stoppen en dat zij, de guerrillastrijders van God, zelf de drugshandel moesten overnemen. Hij beval dat de hele Helmand-vallei in het zuiden van Afghanistan zou worden bebouwd met opium en dat wie zich verzette en toch met staatssteun granaatappelbomen bleef kweken of tarwe verbouwen, zou worden gecastreerd. Het resultaat was een productie van 250 ton heroïne.

    Nu wordt Akhundzada de belangrijkste leider van de taliban genoemd en is hij een van de grootste drugshandelaren ter wereld. Vergeleken met vroeger klimmen steeds meer talibanleiders die actief zijn in de drugshandel op in de binnenlandse hiërarchie (ook de religieuze), zodat de capabelste militaire leiders en religieuze figuren toegang krijgen tot baantjes en infrastructuur. 

    Belangrijke as

    De heroïne van de taliban gaat naar de camorra, de ‘ndrangheta en de cosa nostra, voorziet de Russische drugskartels en de Amerikaanse cosa nostra en alle distributieorganisaties in de Verenigde Staten, met uitzondering van de Mexicanen die onafhankelijk proberen te worden van de Afghaanse opium (wat moeilijk is, want Sinaloa-heroïne is duurder dan Afghaanse). Via de route Afghanistan-Pakistan-Mombassa (Kenia) leveren de taliban ook aan de gigantische markt van de kartels van Johannesburg in Zuid-Afrika.

    Ze leveren heroïne aan Hamas, ook een organisatie die zichzelf financiert met hasj en heroïne, en die zelfs heeft verklaard: ‘Wij feliciteren het islamitische volk van Afghanistan met de nederlaag van de Amerikaanse bezetting op het gehele Afghaanse territorium, en de taliban en hun goede leiderschap met deze overwinning, die het hoogtepunt vormt van hun lange strijd van de afgelopen twintig jaar.’ Dit lijken politiek-ideologische bondgenootschappen, maar het zijn in feite criminele pacten.

    De heroïne van de taliban heeft een belangrijke as gecreëerd met de maffia van Mumbai, de D-Company van Dawood Ibrahim, de koning van de Indiase drugshandel, die wordt beschermd door Dubai en Pakistan en de feitelijke distributeur is van het Afghaanse goud. De Chinese markt is nog niet veroverd, maar de ambities van de taliban zijn gericht op het Oosten; daar willen ze ook Japan overnemen (de Japanse criminele organisatie Yakuza krijgt de drugs aangeleverd uit Laos, Vietnam en Myanmar) en vooral de Filipijnen, een land met een bloeiende markt die altijd op gespannen voet staat met de Myanmarese heroïnemarkt. De Myanmarese heroïne is, net als de Chinese, rechtstreeks in handen van de militairen en kan daardoor rekenen op een snelle en efficiënte productie, die voor de kartels, gebonden als ze zijn aan smeergeld en provisies, vaak niet haalbaar is.

    Het is belangrijk dat men inziet dat drugsoorlogen niet kunnen worden gewonnen met bezettingen

    2017 was het jaar van de grootste opiumproductie in de geschiedenis: 9900 ton met een waarde van ongeveer 1,4 miljard dollar. Maar als je kijkt naar alle drugs samen – hasj, marihuana en heroïne – bedraagt de omvang van de totale illegale economie van Afghanistan in dat jaar 6,6 miljard dollar, aldus de UNODC. Gretchen Peters, de journalist die de band tussen heroïne en taliban van dichtbij heeft gevolgd, merkt in haar boek Seeds of Terror op: ‘De grootste mislukking in de strijd tegen terrorisme is niet dat Al-Qaida zich aan het reorganiseren is in tribale gebieden in Pakistan en waarschijnlijk nieuwe aanvallen tegen het Westen aan het beramen is. Nee, de grootste mislukking is het spectaculaire onvermogen van de westerse wetshandhavingsinstanties om de geldstroom die hun netwerken in stand houdt, te stoppen.’

    De guerrillabeweging FARC kon het Colombiaanse leger het hoofd bieden door 26 procent van het land te bezetten, en hun economische kracht was gebaseerd op cocaïne. Ook al kun je deze twee guerrillabewegingen niet met elkaar vergelijken, toch is het belangrijk dat men inziet dat drugsoorlogen niet kunnen worden gewonnen met bezettingen en evenmin met de klassieke oorlog tegen drugs: plantages afbranden, telers straffen, handelaren arresteren. 

    Fatale fout

    De taliban hebben het internationale strijdperk veranderd. Cosa nostra en de Marseillaanse maffia importeerden van de jaren zestig tot 2000 hun heroïne uit Zuidoost-Azië; het opiummonopolie bevond zich toen in de Gouden Driehoek, het grensgebied van Myanmar, Laos en Thailand. Nu is die plaats ingenomen door de taliban en is er in Zuidoost-Azië nog slechts een restmarkt met een marktaandeel van 1 tot 4 procent. Toen de Verenigde Staten beseften dat ze werden verraden door de opiumbaronnen en dat de taliban de nieuwe bazen in de drugshandel waren, gaven ze 8 miljard dollar uit om de papavervelden te vernietigen: een fatale fout, want de Afghaanse boeren konden niet anders dan de kant kiezen van de ‘koranstudenten’ – de betekenis van het woord ‘taliban’. Paradoxaal genoeg investeerden de Verenigde Staten dus miljarden dollars in de strijd tegen een guerrillabeweging die zichzelf financierde met de verkoop van heroïne aan haar eigen burgers. De eerste en tweede heroïnemarkt in Europa zijn het Verenigd Koninkrijk en Italië. De westerse regeringen negeren al jarenlang het debat over drugs.

    Drugsgebruik is niet simpelweg een zonde of een immorele neiging: de kwaliteit van leven verslechtert, concurrentie maakt de gemoedsrust kapot. Zowel de geprivilegieerde westerling als de wanhopige boer in het Midden-Oosten heeft toegang tot drugs: zonder die drugs zouden ze worden verpletterd door de ondraaglijkheid van het leven. Terwijl vorig jaar de coronapandemie woedde, nam de papaverteelt toe met 37 procent. Hoe onmenselijker het leven in deze wereld wordt, des te groter de behoefte aan drugs zal worden en des te meer winst de handelaren zullen opstrijken. 

    Een feit waarover in geen enkel debat wordt gesproken. Maar de taliban verkopen niet alleen aan kartels: zonder opium kunnen er geen pijnstillers worden gemaakt. Zonder opium is er geen morfine, en geen codeïne. Farmaceutische bedrijven kopen opium van erkende producenten, maar die kopen op hun beurt steeds vaker van Indiase bedrijven die rechtstreeks afnemen van de Afghanen. De taliban beslissen dus ook over onze narcose en onze psychofarmaca. In 2005 zei de toenmalige Afghaanse president Karzai: ‘Óf Afghanistan vernietigt de opium, óf de opium zal Afghanistan vernietigen.’ Het is precies gegaan zoals zijn tweede hypothese voorspelde. Maar zijn uitspraken waren grotendeels een façade. Karzai was een van de belangrijkste eigenaren van Afghaanse opiumraffinaderijen. In feite zei hij: ‘We zullen de opium van de taliban vernietigen en de onze behouden.’ Kortom: het monopolie van deze drug is niet te vermijden, moge de beste handelaar winnen. 

    Afghanistan is veranderd in een narcostaat

    De nieuwe generaties taliban zijn identiek aan de oude, met één wezenlijk verschil: de oude taliban zagen de anti-Sovjet-moedjahedien als helden, de nieuwe taliban hebben de grote drugshandelaren als voorbeeld, degenen die het verloop van de oorlog (en van hun eigen leven) hebben veranderd met opium. De taliban gebruiken de islamwet om een autoritair regime op te bouwen dat noodzakelijk is voor hun handel. Ze verbieden muziek en oogschaduw, terwijl ze de drugs tot twintig jaar geleden uitsluitend buiten de landsgrenzen verkochten. Er is een koersverandering opgetreden; nu verkopen ze ook in eigen land. Drugsverslaving is in Afghanistan een epidemie geworden die door niemand serieus wordt genomen maar die elk jaar toeneemt. Daar profiteren de taliban van: de jonge rekruten worden volgestopt met hasj. En dat is nog het minst erge, want ze krijgen ook toegang tot heroïne: sluit je aan bij onze groep en je kunt heroïne gebruiken, luidt de onuitgesproken (twintig jaar geleden nog ondenkbare) oproep van de talibanleiders. En wanneer die rekruten uiteindelijk tot wrakken zijn verworden, worden ze als uitgeteerde zombies afgedankt. 

    Afghanistan is veranderd in een narcostaat. Als je het Amerikaanse leger ziet, met zijn pantservoertuigen en zijn helikopters, lijkt het misschien een schatrijke legermacht, tegenover de herders met lange baarden en roestige messen. Maar de Verenigde Staten hebben in twintig jaar oorlog 80 miljard dollar uitgegeven om een Afghaans leger te trainen en officiers, troepen, politieagenten en lokale rechters aan te stellen, terwijl de taliban in twintig jaar tijd meer dan 120 miljard dollar hebben verdiend aan opium. Welk leger was het rijkst? Welke kant kon je het beste kiezen?

    De overwinnende taliban zullen niet rusten. Hun volgende vijanden zijn de Iraniërs. Iran heeft net zo hard heroïne nodig als benzine, en alle heroïne die in Teheran wordt gebruikt komt uit Afghanistan. De Iraanse drugshandelaren willen de Afghaanse heroïne kunnen beheren, ze willen dat niet langer de Turken en de Libanezen (en de Koerden) de tussenhandelaren met Europa zijn, maar zijzelf. Ze willen niet alleen de controle over Hezbollah als instrument van de hasj- en heroïnehandel, ze willen ook de Afghaanse opium beheren, en de taliban zullen spoedig hun vijanden zijn die moeten worden overwonnen en vervangen door hun eigen mannen. Iran wordt verteerd door een heroïne-epidemie, maar dat is een ander verhaal. Nu gaat het om de afspraak om de taliban voortaan bij hun naam te noemen: drugshandelaren.

    Lees ook:

  • Deze Duitse soldaat dweepte met Hitler en bereidde een aanslag voor – en hij was niet alleen

    Deze Duitse soldaat dweepte met Hitler en bereidde een aanslag voor – en hij was niet alleen

    Franco A. bereidde zich samen met collega’s van het Duitse leger voor op ‘Dag X’: het moment dat extreemrechts de macht overneemt. Onlangs begon het proces tegen deze Bundeswehr-officier. Wie is Franco A.?

    Op de avond van 3 februari 2017 arresteert de Oostenrijkse politie op luchthaven Wien-Schwechat een Duitser. Hij probeerde een pistool op te halen die verstopt was in een toilet voor gehandicapten. Twee weken eerder had hij het daar gedeponeerd. Maar een schoonmaker ontdekte het wapen en de politie zette een val op. De arrestant heet Franco A. Hij is net 28 geworden en eerste luitenant bij de Bundeswehr, gestationeerd bij het Jäger-bataljon 291 [lichte infanterietroepen] in het Franse Illkirch.

    Zijn verhoor begint volgens het proces-verbaal om 23 uur 33. Daarmee begint ook een van de opzienbarendste zaken in de strafrechtgeschiedenis van de Bondsrepubliek. Heel Duitsland kent Franco A. nu als een valse Syriër en vermoedelijk extreemrechtse terrorist. Vanaf 20 mei staat hij daarom in Frankurt am Main voor de rechter.

    Officiersbal

    In 2017 vertelt Franco A. aan de Weense ondervragers dat hij met kameraden het ‘officiersbal’ in de Hofburg bezocht heeft. De volgende dag was hij nog dronken en had het wapen gevonden terwijl hij in de struiken stond te plassen. Hij had het meegenomen en was het vergeten. Pas op de luchthaven herinnerde hij zich weer wat hij bij zich droeg en had hij het pistool verstopt in het toilet. Twee weken later wilde hij het weer ophalen en naar hij zei bij de Weense politie inleveren.

    Het verhoor duurt bijna drie uur. Franco A. haalt zijn mobiele telefoon tevoorschijn en geeft de toegangscode, dan mag hij gaan. Voorlopig.

    De Duitse politie ontdekt later dat Franco A. het pistool wellicht al in juli 2016 heeft gekocht in Parijs. Het gaat om een wapen van de fabrikant M.A.P.F., model 17, kaliber 7,65 mm. Zulke wapens hebben officieren van de Duitse Wehrmacht in het bezette Frankrijk gebruikt. Die van Franco A is geladen met zes patronen.

    Mogelijk wilde hij de aanslagen vermomd als Syriër plegen om haat tegen vluchtelingen aan te wakkeren

    Op zijn smartphone treffen de rechercheurs geluidsopnamen en foto’s aan; ook van een vermoedelijk doelwit voor een aanslag. Ze vinden chatgroepen, waaronder een waarin preppers zich voorbereiden op een ‘Dag X’. Bovendien is een asielzoeker met de naam David Benjamin geregistreerd met de vingerafdrukken van Franco A., zogenaamd een Franstalige christen die uit Syrië zou zijn gevlucht. 

    Franco A. moet in voorarrest, de procureur-generaal van het hoogste federale gerechtshof neemt het onderzoek over. Op notitieblaadjes die bij Franco A. worden aangetroffen, wordt melding gemaakt van wapens. Bovendien is er een soort reisschema, per motor, trein en auto. Halteplaatsen: Offenbach, Berlijn, Straatsburg, Bayreuth, Erding. Daarnaast staat het woord ‘jachtgeweer’. In de notities staan concrete namen. De procureur-generaal meent dat Franco A. aanslagen op bekende politici en activisten wilde plegen: op de toenmalige minister van Justitie (en nu van Buitenlandse Zaken) Heiko Maas (SPD), de vicevoorzitter van de Bondsdag Claudia Roth van de Groenen en Anetta Kahane, voorzitter van de Amadeu Antonio Stiftung. Alle drie zijn in rechtse kringen gehate figuren. Van het gebouw van de Amadeu Antonio Stiftung heeft Franco A. een situatieschets gemaakt en in de ondergrondse garage foto’s gemaakt. Mogelijk wilde hij de aanslagen vermomd als Syriër plegen om racistische haat tegen vluchtelingen aan te wakkeren.

    Lees ook:

    De zaak van Franco A. zet de Bundeswehr en de politiek onder druk. De toenmalige minister van Defensie vermoedt een mentaliteitsprobleem bij het leger en laat kazernes doorzoeken naar Wehrmachtsouvenirs [uit de nazitijd]. Door journalistiek onderzoek ontstaat de verdenking dat soldaten en ander veiligheidspersoneel extreemrechtse netwerken hebben gevormd. De autoriteiten proberen het klein te houden, maar Die Tageszeitung en andere media brengen steeds meer bewijzen aan het licht. Toch staat er nu nog maar één verdachte voor de rechter wegens ‘voorbereiding van een zware, staatsgevaarlijke gewelddaad’: Franco A. Hij mag zijn proces in vrijheid afwachten en is door de Bundewehr geschorst.

    Om een zo precies mogelijk beeld te schetsen van de soldaat en het netwerk om hem heen hebben we bewijsstukken doorgenomen, en bovendien vonnissen en gerechtsbesluiten, stukken van het ministerie van Defensie en interne documenten van de organisaties waarmee Franco A. te maken had. We konden geheime chatgroepen inzien en spreken met mensen uit zijn omgeving en met personen die beroepshalve met de casus bezig zijn. In het jaar 2019 hebben we ook met Franco A. gesproken. Urenlang. Maar we mogen hem niet citeren. Op een nieuw verzoek heeft hij niet gereageerd.

    De rechtbank in Frankfurt am Main heeft om te beginnen twaalf zittingsdagen gepland om de vraag te beantwoorden of Franco A. een terrorist is. Wat nu al gezegd kan worden: hij heeft bewust toenadering gezocht tot nieuwrechtse organisaties en zat tot zijn nek in de rechtsextremistische scene. Zijn ideologische standpunten lijken al lang geleden verankerd te zijn: nationalistisch, nativistisch en antisemitisch.

    Droombaan: soldaat

    Franco A. zit in groep zeven als de soldaat in hem wakker wordt. Zo staat het letterlijk in de krant van zijn school in Offenbach. Tijdens een nachtelijke wandeling menen de scholieres een gestalte te zien, en worden bang. ‘Franco, een van de jongens, naderde heldhaftig het “lijk” dat daar in het bos stond,’ zo luidt het in de krant. ‘De soldaat in hem ontwaakte’. De gestalte blijkt een oud bord te zijn. 

    In zijn eindexamenboek beschrijft Franco A. zichzelf als ‘loyaal, invoelend, eerlijk’. Hij wil graag winnaar van een Olympische medaille voor Duitsland worden. Zijn droombaan: soldaat. Het beroep dat hem het meest tegenstaat: ‘bankier, deviezenhandelaar, speculant’.

    Franco A. groeit op in Offenbach. Zijn moeder voedt hem en zijn broer op naast haar baan als medewerkster personeelszaken. Met zijn vader, een Italiaanse gastarbeider, heeft hij geen contact. In het huis wonen ook zijn groottouders en zijn oom.

    Franco A. wilde altijd een betere Duitser zijn ‘dan de Duitsers zelf’

    De oom is dakdekker en vertrekt later met zijn firma van Offenbach naar Weinböhla, in de buurt van Dresden. Een deel van de familie woonde daar al in de tijd van de DDR. Zijn oom is op Facebook gecharmeerd van pagina’s van de AfD en van rechtsextremistische organisaties. Als kind en jongeman is Franco al regelmatig op bezoek in Weinböhla. De laatste keer moet in het voorjaar van 2018 zijn geweest, toen de procureur-generaal hem net had aangeklaagd.

    Zijn oom wil niet met ons praten, maar een neef van Franco A.’s moeder, die ook in Weinböhla woont, zegt dat de aanklachten tegen Franco absurd zijn. Dat hij tegen mensen met een migratieachtergrond zou zijn, is onmogelijk. ‘Hij is zelf half Italiaans.’ Franco zou te intelligent zijn voor bizarre aanslagplannen; dat hij zich als Syriër zou voordoen is een idioot idee. 

    Met zijn grootvader had Franco A. een nauwe band. Dat blijkt onder andere uit een geluidsopname die A. een paar jaar geleden heeft opgenomen bij diens graf in Offenbach. Hij zegt in zijn mobieltje hoe dankbaar hij zijn grootvader is, omdat die hem richting in het leven heeft gegeven. Op de grafsteen staan voor de geboorte- en de sterfdatum Germaanse runen. De nationaalsocialisten hebben beide letters veranderd tot tekens voor leven en dood. Zijn grootvader had bij de Kriegsmarine gezeten, zegt de neef van A.’s moeder. ‘Ik denk dat Franco’s hele instelling van hem komt.’ Franco A. wilde altijd een betere Duitser zijn ‘dan de Duitsers zelf’, zegt zijn achterneef. A. was zeker ook geen vriend van de islam. En ja, zijn eindwerkstuk, dat was zeker tendentieus. 

    ‘Politieke verandering en subversieve strategie’ luidt de titel van de masterswerkscriptie van Franco A., geschreven aan de Franse militaire academie Saint-Cyr. Daarin stelt hij immigratie gelijk aan een genocide en rechtvaardigt geweld omdat het volk beschermd moet worden tegen ‘buitenlandse elementen’. Een deskundige noemt het werkstuk een ‘radicaalnationalistisch, racistisch appèl.’

    Franco A. wordt berispt en mag een nieuw werkstuk schrijven. Meer gebeurde er destijds niet.

    Medeplichtigen

    De rechercheurs hebben niet alleen Franco A. onderzocht, maar ook vermoedelijke medeplichtigen. Een kameraad uit de Bundeswehr en een oude vriend uit de roeivereniging zitten meerdere maanden in voorarrest. Tenminste negen soldaten die privé of beroepshalve met Franco A. te maken hadden, worden door de geheime dienst van de Bundeswehr (MAD) verdacht van rechtsextremisme.

    Mathias F., de roeicompaan, heeft voor Franco A. minutie bewaard toen die door het politie-onderzoek nerveus werd. Meer dan duizend patronen, waarvan sommige bestemd voor semi-automatische geweren van de Bundeswehr. Wegens overtreding van de wet op krijgswapencontrole werd Mathias F. veroordeeld tot een jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. Hij wist van Franco A.’s dubbelleven als vluchteling en A. liet hem ook een keer wapens zien. De geheime diensten wisten van beide niets af.

    De soldaat Maximilian T. was op de avond voor zijn arrestatie met Franco A. in Wenen op pad. Van het pistool uit de struiken zou hij niets afweten. Bij hem vinden de rechercheurs handgeschreven notities. Onder het opschrift ‘Politiek en media’ staan namen, in de categorieën A tot D. Niet allemaal prominenten.

    In een chatbericht heeft Josef R. Franco A. ‘iets lekkers’ aangeboden. Een code voor munitie?

    Het onderzoek tegen Maximilian T. wordt in de herfst van 2018 gestaakt. Hij is dan al begonnen met een bijbaantje in de Bondsdag, voor een AfD-afgevaardigde. Die neemt hem in bescherming en beweert dat T. het namenlijstje heeft gebruikt voor zijn studie. In Saksen-Anhalt liet Maximilian T. zich kiezen in het landelijk bestuur van de Jungen Alternative [de jongerenafdeling van de AfD] en stelt zich kandidaat voor de AfD bij de landelijke verkiezingen in juni.

    En welke rol speelt Josef R., een eerste luitenant die als ingenieur bij de Bundeswehr werkt? Franco A. en hij kennen elkaar van de officiersopleiding. In een chatbericht heeft R. Franco A. ‘iets lekkers’ aangeboden. Een code voor munitie?

    Josef R. woont in een provinciestadje in Hessen, waar hij in maart AfD-kandidaat was bij de gemeenteverkiezingen. We bellen bij hem aan. Hij wil niets zeggen, want zijn proces loopt nog. Waarom heeft hij Franco A. ‘iets lekkers’ aangeboden? Dat heeft niets met het proces te maken volgens hem.

    Naar Josef R. heeft de procureur-generaal een onderzoek ingesteld op basis van informatie van Die Tageszeitung over hulp bij de voorbereiding van een zware, staatsgevaarlijke gewelddaad, maar hij heeft de beschuldiging laten vallen. De zaak ligt nu bij de plaatselijk bevoegde staatsadvocaat. Maar het gaat alleen nog om het feit dat de rechercheurs bij R. onder andere een rookgranaat van de Bundeswehr hebben gevonden.

    Prepper

    Franco A. heeft zich voorbereid op een catastrofe. In de kelder van zijn moeder heeft hij een noodvoorraad voedsel aangelegd, blikken benzine, tabak en jenever. Dat doen veel zogenaamde preppers. Ze willen voorbereid zijn als de staat en de infrastructuur ineen storten. Franco A. slaat bovendien nog munitie en rook- en oefenhandgranten op.

    Een kameraad van de Bundeswehr nodigt hem eind 2015 uit in een chatgroep op Telegram. Die noemt zich gewoon ‘Süd’. Franco doet daar als ‘Franki’ aan mee. Meteen aan het begin wordt de chatgroep gewist en opnieuw opgestart. Een van de woordvoerders motiveert dat met vooraf geposte ‘gedachten en beelden’. Men zou moeten verhinderen dat de chat ‘in de ogen van buitenstaanders als vijandig tegenover de regering, rechts-extremistisch, staatsgevaarlijk of zoiets wordt ingeschat’. Vanaf nu moeten alleen nog de leiders zenden, de anderen ontvangen.

    Interessant is wat de mannen van de chatgroep ‘Süd’ als problematisch beschouwen en wat niet. Scenario’s waarin vluchtelingen uit Syrië samen met Amerikaanse huurlingen en strijders van het Franse vreemdelingenlegioen Duitsland in een apocalyps storten, worden als feiten beschouwd. Pas als een lid een e-mail post die eindigt met ‘DEUTSCHLAND ERWACHE! HEIL, SEGEN UND SIEG’ [‘Duitsland ontwaak! Verlossing, zegen en zege’] grijpt er iemand in.

    Het Sieg-mailtje wordt uitgerekend door ‘Franki’ verdedigd: ‘Gemoraliseer zoals jij dat hier bedrijft, is steeds opnieuw oorzaak van een benauwde en onvrije gedachtenwisseling,’ schrijft hij. ‘Daar zou onze groep van verschoond moeten blijven.’

    De groep ‘Süd’ is deel van een netwerk, er zijn soortgelijke chatgroepen in andere delen van Duitsland, in Oostenrijk en in Zwitserland. Het netwerk werd in het leven geroepen door André S., een soldaat van het Kommando Spezialkräfte (KSK) [de Duitse commandotroepen] van de Bundeswehr, de eenheid die de zwaarste klussen opknapt. Deze KSK-soldaat noemt zich Hannibal. Hij voorziet zijn medestrijders van zogenaamd geheime inlichtingen: islamisten zouden van plan zijn om kazernes aan te vallen. ‘Men mag de tegenstander nooit onderschatten,’ schrijft hij. Het gaat ook over verzamelpunten en safehouses, dus veilige plekken om zich terug te trekken op Dag X.

    Leden van de chatgroep bespraken dat ze tijdens Dag X kazernes voor elkaar zouden openstellen

    Als een dergelijke locatie duidt Hannibal in de chatgroep de kazerne in Calw aan, die blijkbaar overgenomen zou moeten worden. Daar is het KSK gestationeerd. Bij een van de persoonlijke ontmoetingen bespreken de leden van de chatgroep of de soldaten tijdens de noodtoestand kazernes voor elkaar zouden openstellen. Zodat ze aan wapens, munitie en voertuigen kunnen komen. Zo vertelt iemand die erbij was.

    Ook Franco A. neemt deel aan die bijeenkomst op 31 januari 2016; hij is intussen als Syrische vluchteling toegewezen aan de landkreis Erding. De bijeenkomst vindt plaats in de schietvereniging in Albstadt, in het zuiden van Baden-Würtemberg. André S., alias Hannibal, heeft vooraf per sms bevolen: ‘Mobieltjes in de auto laten.’ Minstens één keer is Franco A. ook in de woning van André S. in Sindelfingen.

    Voor scenario’s zoals de overname van een kazerne zouden bondgenoten wel welkom zijn. Meerdere KSK-soldaten zouden Franco A. hebben gekend, zegt een man met de chatnaam Petrus tegen de rechercheurs. Ook Petrus zit bij de KSK, net als André S., alias Hannibal. Hij hielp Hannibal met het organiseren van de chatgroepen en zegt dat het in Calw bekend was dat Franco A. heel intelligent was.

    Bewapende eenheid

    Hannibal plaatst in de groep ‘Süd’ steeds opnieuw berichten over een vereniging met de naam Uniter, bijvoorbeeld de uitnodiging voor het jaarlijkse feest. Uniter heeft hij opgericht samen met strijdmakkers, onder wie soldaten, politieagenten en een medewerker van de veiligheidsdienst van Baden-Würtemberg. Uit onderzoek van Die Tageszeitung is gebleken dat de vereniging op een sekte-achtige manier werd geleid. De veiligheidsdienst verdenkt haar intussen van rechtsextremisme. Uniter werkte heimelijk aan de opbouw van een bewapende eenheid. Die zou naar verluidt reddingsmissies in het buitenland beveiligen. Maar het is ook denkbaar dat ze in Duitsland ingezet zou worden – tegen de vijanden die Hannibal en zijn chatgenoten hadden aangewezen.

    Dat Hannibal er zeker van wilde zijn dat de noodtoestand goed voorbereid zou zijn, blijkt onder andere uit een bericht aan de chatgroep ‘Süd’ dat ‘patches als herkenningstekens’ waren uitgedeeld. Een patch is een lapje stof dat op kleding genaaid wordt. De patches van Uniter vertonen het logo van de vereniging: een zwaard met daarachter een blauwe T op zwarte ondergrond. De vereniging heeft honderd van zulke patches laten maken, en nog vijfentwintig in camouflage. Ze zijn niet bestemd voor fans, om uit te delen of te verkopen. De patches dienen om op Dag X te weten wie vriend is en wie vijand. Bij Franco A. werden twee Uniter patches gevonden.

    Dat men op Dag X de goeden op die manier moet onderscheiden van de kwaden, dat heeft Franco A. ook verteld aan een wapenhandelaar uit de Oberpfalz die hij voor Uniter wilde aanwerven en uitnodigde bij de chatgroep ‘Süd’. Dat heeft de wapenhandelaar verklaard. Franco A. zou hem derhalve verteld hebben over zijn G3 semi-automatisch geweer, dat hij in juli 2016 ingeschoten zou hebben op de schietbaan van de wapenhandelaar. Maar de wapens die A. naast het pistool van de Weense luchthaven zou hebben bezeten, werden nooit gevonden.

    Franco A. zou nooit officieel lid van Uniter zijn geweest, zo verdedigt Hannibal zich later. Maar dat is helemaal niet van belang: de chatgroep en Uniter gingen in elkaar over, tot begin 2017, toen de chatgroep werd opgeheven.

    Hannibal en Franco A. geloven beiden dat vluchtelingen een gevaar vormen voor Duitsland, ze delen rechtsextremistisch en racistisch gedachtengoed. Beiden zijn gefascineerd door geheime verbonden en riddergenootschappen. Ze zien zichzelf als de goeden, misschien zelfs als redders. ‘Jullie geloven nog altijd dat je deel uitmaakt van deze staat,’ zegt Franco A. in een geluidsopname op zijn mobieltje van 18 januari 2016. Maar ze moeten er mee ophouden de bestaande staat overeind te houden. ‘Iedereen die eraan bijdraagt dat dit construct kapot gaat, doet iets goeds.’

    Derde Wereldoorlog en omvolking

    Ten laatste in 2014 begint Franco A. zulke opnamen te maken. Gedachtenflarden, notities, dialogen. Meer dan 100 van zulke opnames hebben de rechercheurs veilig gesteld. De transcripties daarvan konden wij inzien.

    Franco peinst over leven, liefde en twijfel aan zichzelf. Nu eens richt hij zich tot zijn groepsleider, dan weer noemt hij zijn politieke tegenstanders ‘Schweine’. Hij heeft het over een dreigende Derde Wereldoorlog. Hij zegt dat alles wat Hitler in een kwaad daglicht stelt een leugen is. Of hij deze opnamen verstuurd heeft, en zo ja: aan wie, weten we niet.

    Begin 2016 spreekt hij een redevoering in over de ‘diaspora in eigen land’. Duitsland en de hele mensheid worden bedreigd door een systematische vernietiging. Hij spreekt over een bewust georganiseerde omvolking en dat de zionisten probeerden de wereldheerschappij naar zich toe te trekken.

    In december 2016 houdt hij een redevoering met soortgelijke inhoud. Deze keer voor publiek, bij de ‘Pruisenavond’ in München. Alleen genodigden hebben toegang en het spectrum van mensen aan wie de organisatoren van de Pruisenavond hun uitnodigingen versturen reikt tot uiterst rechts. Holocaustontkenners hebben daar gesproken, onder wie Bernard Schaub van de Europäische Aktion. Vroegere leden van deze organisatie werden in Oostenrijk onlangs veroordeeld wegens nationaalsocialistische activiteiten.

    Wij ontmoeten de organisator van de Pruisenavond in april 2021 in een voorstad van München. Hij zit in een rolstoel op het terras van zijn huis, zijn witte haren achterover gekamd, de benen bedekt met twee wollen dekens. Hij is 96 jaar oud. Ja, zegt hij, hij heeft Franco A. uitgenodigd als spreker. Maar er waren maar weinig mensen geweest, hij zelf in elk geval niet.

    Franco A. was een heel fatsoenlijke man, correct, beleefd. En dan: ‘Nu stel ik eens een vraag: is het soms verkeerd als iemand het verleden onderzoekt?’

    Franco A. wilde een extreemrechtse ‘Zentralrat’ opzetten die ’het hele systeem verscheurd’

    De man zegt dat hij Franco A. heeft leren kennen bij een ander discreet gezelschap: de rechtsconservatieve Jagsthausener Kreis. Dat is een kring waarin onder andere militairen, mensen van de geheime dienst, ambtenaren en zakenlui uit Duitstalige landen elkaar al decennia lang ontmoeten. In de herfst van 2016 stonden als sprekers onder andere op het programma: de AfD-politicus Alexander Gauland en de nieuwrechtse publicist Bruno Bandulet. Een van de leidende figuren van de Jagsthausener Kreis, een ingenieur uit Salzburg, vertelt aan de telefoon dat hij zich Franco A. nog goed herinnert. A. had levendig deelgenomen aan de discussie.

    De titel van Franco A.’s voordracht op de Pruisenavond in München luidt: ‘Het nieuwe zelfbeeld van de Duitse conservatieven als centrale raad van de Duitsers, of: Duitse conservatieven, de diaspora in eigen land.’ 

    Het idee van een ‘Zentralrat’ spookt al jaren rond in extreemrechtse kringen. De doelen die Franco A. daarmee nastreefde waren volgens de rechercheurs radicaal: ‘Aanvallen door de antifa in scène zetten/een einde maken aan de praktijken van verraders.’ En: ‘Systeem benutten in ons voordeel/sleutelposities uitschakelen, of infiltreren, of het hele systeem verscheuren.’

    Die Tageszeitung presenteert het manuscript van Franco A.’s redevoering, waarover de Bayerische Rundfunk als eerste berichtte. Daarin is te lezen over de ‘absolute triomf van de liefde over het duivelse’ en over zijn bekentenis antisemiet te zijn omdat hij het niet verdraagt ‘dat één groep de slachtofferrol voor eeuwig in pacht heeft.’ Het gaat Franco A. erom, het systeem te veranderen, het systeem dat toelaat ‘dat de autochtone meerderheid volledig onderworpen wordt.’ In de tekst roept A. zijn publiek op tot een strijd: ‘Wij moeten zelf meehelpen en daartoe hebben we alle van God gegeven recht.’

    Een dag na deze voordracht wordt Franco A. in Beieren ‘subsidiaire bescherming’ toegekend als de vluchteling David Benjamin. Vijf weken later verstopt hij het pistool op de luchthaven van Wenen.

    Lees ook:

  • Andrew Anglin, de trollenkoning van de neonazi’s

    Andrew Anglin, de trollenkoning van de neonazi’s

    Andrew Anglin veranderde van antiracistische veganist in de belangrijkste trol van de alt-right-beweging. Luke O’Brien van The Atlantic volgde hem, dook in zijn verleden en stelde zich twee vragen: hoe is dit gebeurd, en wat kan ertegen worden gedaan?

    Keuze uit het archief

    Deze week werd in Groot-Brittannië de moord op Jo Cox herdacht, dinsdag tien jaar geleden. Cox was een politica van de Labour Party die tegenstander was van de Brexit. Ze werd vermoord door een man met extreemrechtse en neonazistische sympathieën die tegenstander was van EU-lidmaatschap.
    Deze reportage van The Atlantic uit 2018 beschrijft het radicaliseringsproces van de prominente neonazi Andrew Anglin en laat zien hoe hij met zijn websites een wijdverbreide extremistische beweging op touw zette die op meerdere plekken terreuraanslagen pleegde. Het artikel probeert een antwoord te vinden op de vraag die iedereen die Anglin als kind heeft gekend, zich stelt: ‘Hoe komt het toch dat hij een neonazi is geworden?’

    Op 16 december 2016 ging de telefoon van Tanya Gersh. Ze nam op en hoorde pistoolschoten. Geschrokken hing ze op. Gersh, een makelaar in Montana, dacht aan een flauwe grap. Maar haar telefoon ging nog een keer. Weer pistoolschoten. Weer hing ze op. Weer ging de telefoon. Nu hoorde ze een man: ‘Zo houden we de Holocaust in stand,’ zei die. ‘We kunnen je begraven zonder je aan te raken.’

    Met trillende handen hing ze weer op. Ze was een van de circa honderd Joden in het stadje Whitefish en omgeving. Ze wist wel dat zich daar ook rechts-extremisten en antioverheidsactivisten ophielden, maar voor Gersh, die er al woonde sinds haar afstuderen, meer dan twintig jaar geleden, was deze schilderachtige wintersportplaats nooit anders dan een idyllisch oord geweest. Ze had niet eens een huissleutel, omdat ze simpelweg nooit de behoefte had gevoeld haar voordeur op slot te doen. Dat gevoel van veiligheid werd nu bruut beëindigd. De telefoontjes waren het begin van een maandenlange treitercampagne, op touw gezet door Andrew Anglin, de man achter ’s werelds populairste neonazisite, The Daily Stormer. Volgens Anglin had Gersh haar stadsgenoot Sherry Spencer onder druk gezet om een pand te verkopen. Sherry’s zoon Richard Spencer is ook een beruchte rechts-extremist en het gezicht van de zogenaamde alt-right-beweging.

    De Spencers hadden oude banden met Whitefish, Richard woonde er al jaren. Hij had zich inmiddels wereldwijd berucht gemaakt door na de verkiezingszege van Donald Trump op een bijeenkomst in Washington ‘Heil Trump!’ te roepen, wat zijn gehoor had beantwoord met de Hitlergroet. Sommige bewoners van Whitefish wilden daarom bij een bedrijfsgebouw van Sherry Spencer in de stad gaan demonstreren. Volgens Gersh klopte Sherry bij haar aan voor advies en ried zij haar aan om het pand te verkopen, geld te doneren aan een goed doel en publiekelijk afstand te nemen van de standpunten van haar zoon. Maar volgens Sherry uitte Gersh ‘verschrikkelijke dreigementen’ aan haar adres. In een bericht op de blogsite Medium schreef ze op 15 december dat Gersh haar in feite probeerde af te persen. (Sherry Spencer wilde ons hierover niet te woord staan.)

    Richard Spencer en Andrew Anglin kenden elkaar destijds nauwelijks. Spencer beschouwt zichzelf als de denker van extreem-rechts en verpakt zijn racisme in intellectueel jargon. Anglin is meer van de grove schuttingtaal en scheldpartijen, zoals je die in de ergste onlinediscussieforums aantreft. Maar een dag voordat Sherry’s blogbericht op Medium verscheen, waren Spencer en Anglin samen verschenen in een podcast waarin ze elkaar bewierookten. Anglin sprak van een ‘historische’ stap richting grotere eenheid op rechts.

    Trumps Amerika

    Het was in de geest van die nieuwe samenwerking dat Anglin allerlei persoonsgegevens van Gersh en haar man Judah en andere Joodse inwoners van Whitefish op internet gooide. Hij voorzag hun foto’s van een Jodenster en fotoshopte hun twaalfjarige zoontje in een afbeelding van de toegangspoort van Auschwitz. De lezers, zijn ‘Stormer-trollenleger’, werden aangespoord om ze ‘te grazen te nemen’.

    ‘Jullie verdienen allemaal de kogel’, mailde een zo’n Stormer. ‘Stop die arrogante slet van een vrouw terug in haar kooi, vuile jid’, luidde een mail aan Judah. ‘Vuile Joodse hoer,’ zei Andrew Auernheimer, webmaster van The Daily Stormer, op de voicemail van Gersh. ‘We leven nu in Trumps Amerika.’ Bedrijven, mensenrechtenactivisten en raadsleden in Whitefish, iedereen die iets met de zaak te maken kon hebben werd de week daarop met zulke berichten bestookt. Volgens de politie werd Judahs kantoor in drie dagen vijfhonderd keer gebeld door één man. Op een avond kwam Gersh thuis en zat haar man in het donker op de bank, met de koffers gepakt, en vroeg haar of ze niet moesten vluchten. ‘Ik ben nog nooit van mijn leven zó bang geweest,’ vertelde ze mij.

    Dat een gesjeesde student van 33 als Anglin zo veel schade kon aanrichten – Bill Dial, de korpschef van Whitefish, noemde het ‘binnenlands terrorisme’ – geeft wel aan hoe zelfverzekerd alt-right inmiddels is geworden. Anglin is een ideologisch erfgenaam van mannen als George Lincoln Rockwell, die eind jaren vijftig aan de wieg stond van de American Nazi Party, en William Luther Pierce, in de jaren zeventig oprichter van een andere belangrijke extreem-rechtse groepering, de National Alliance. Anglin bewondert deze voorgangers, die zichzelf beschouwden als leiders van een revolutionaire beweging die het land moest terugveroveren voor de blanken. Hij droomt van een gewelddadige opstand tegen de overheid. Maar waar Rockwell en Pierce het moesten hebben van stencils, nieuwsbrieven, radio-uitzendingen en groepsbijeenkomsten, heeft Anglin het internet tot zijn beschikking. Zijn bereik is enorm veel groter, zijn mogelijkheden om aansluiting bij geestverwanten te vinden zijn ongeëvenaard. En hij had het tij toevallig ook mee. Een populair concept in extreem-rechtse kringen is het zogenaamde Raam van Overton: dat staat voor het geheel aan ideeën, van uiterst links tot uiterst rechts, die door de samenleving nog als acceptabel gedachtegoed worden beschouwd. Al jarenlang proberen rechts-radicalen dat venster van bespreekbaarheid op te rekken. En tot hun verrassing en grote blijdschap zagen ze het hele raam tijdens Trumps verkiezingscampagne plotseling wijd open vliegen. Ineens mocht je het gewoon hebben over een inreisverbod voor moslims en mocht je Mexicanen afschilderen als misdadigers en profiteurs, en lagen Anglins eigen, nog extremere ideeën dus lang niet meer zo ver buiten de mainstream. Als de meest bedreven propagandist van alt-right appelleert Anglin met zijn teksten aan dezelfde woede en onvrede waaraan Trump zijn presidentschap heeft te danken – vooral een gevoel van miskenning onder blanke mannen.

    Na zes dagen kondigde Anglin de tweede fase van zijn Whitefish-campagne aan: gewapend protest. ‘De wetgeving op het dragen van wapens is in Montana extreem tolerant’, schreef hij op The Daily Stormer. ‘Mijn advocaat zegt dat we makkelijk met zware geweren door de stad kunnen marcheren.’ Hij plande een protestmars voor 16 januari, Martin Luther King Jr. Day, en voorspelde een opkomst van zo’n tweehonderd man bij deze ‘James Earl Ray Day Extravaganza’, om de moordenaar van King eer te bewijzen. Hij beloofde bussen met skinheads uit San Francisco en omgeving te sturen.

    Een van de weinige foto’s die van Anglin in de omloop zijn. – © Wikimedia
    Een van de weinige foto’s die van Anglin in de omloop zijn. – © Wikimedia

    Toen de nationale media daar lucht van kregen, belegden bezorgde inwoners van Whitefish een bijeenkomst. Korpschef Dial zag daar een negentigjarig Joods stel beven van angst. Sommige mensen lieten een inbraakalarm installeren. Eén angstige rabbijn had al visioenen van skinheads die met nachtkijkers en geweren met telescoopvizier door de bossen trokken. De politie ging intensiever surveilleren. De gouverneur van Montana bracht een bliksembezoek, evenals vertegenwoordigers van de Joodse antidiscriminatiebeweging Anti-Defamation League. De voorzitter van het World Jewish Congress eiste een verbod van de protestmars, volgens hem ‘een gevaarlijke en levensbedreigende demonstratie die heel Amerika in gevaar brengt’. Anglin stookte de hysterie flink op door te schrijven dat ook Europese nationalisten en vertegenwoordigers van Hamas en de Iraanse Revolutionaire Garde acte de présence zouden geven. ‘Niets kan ons tegenhouden,’ verklaarde hij.

    Uiteindelijk kwam er helemaal niemand opdagen – geen Europese nationalisten, geen gewapende skinheads en geen vertegenwoordigers van Hamas. Er kwam helemaal geen protestmars. En Anglin liet niets meer van zich horen, nadat hij het kleine stadje bijna een maand de stuipen op het lijf had gejaagd. De aanval op Whitefish had zijn reputatie als ‘oppertrol’ van alt-right gevestigd, maar ook de vraag doen rijzen of het de beweging wel ernst was. Was het allemaal gewoon een zieke grap geweest? In de maanden daarna bleef Anglin echter nieuwe lezers winnen, die hij aanspoorde hun haat niet alleen op internet maar ook op straat te spuien. Toen extreem-rechts in augustus vorig jaar daadwerkelijk een grote demonstratie hield in Charlottesville, liepen daar veel lezers van Anglin rond die door hem verzonnen slogans scandeerden. Alt-right had definitief de stap van onlineforums naar de straat gemaakt.

    Ik volgde Anglin toen al maanden. Ik probeerde niet alleen te begrijpen wie hij was en hoe hij zo’n schare volgelingen had weten op te bouwen, maar ook hoe ernstig de bedreiging was die hij en alt-right eigenlijk vormden. De weg die hem naar zijn extreem-rechtse gedachtegoed had gevoerd, was verontrustend en veel minder direct dan ik had verwacht. Maar zijn ontwikkeling strookte wel met een patroon dat deskundigen beschrijven, in de zin dat hij aanvankelijk meer gedreven leek te worden door het verlangen om status te verkrijgen en ergens bij te horen dan door diepe inhoudelijke overtuigingen. Anglin wilde iets voorstellen, en het internet bood hem daartoe de kans.

    Zoals veel rechts-radicalen had Anglin niet alleen zijn geloof verloren in het idee van de Verenigde Staten als liberale democratie: hij wilde die ook volledig verwoesten

    Columbus in Ohio is een ouderwets, ongepolijst stadje waar ik in januari op zoek ging naar informatie over Anglins verleden. Op een regenachtige zaterdag stonden er 45 demonstranten, van wie sommigen met zwarte bivakmutsen, te protesteren bij een groezelig gebouwtje in de voorstad Worthington: het bedrijfspand waar Anglins vader Greg een therapiepraktijk op christelijke grondslag heeft.

    Zijn eigen woonadres houdt Anglin geheim. Hij heeft jarenlang in Europa rondgezworven en van een familielid hoorde ik dat hij rond 2015 in Rusland zat. Dat is zijn laatst bekende adres in het buitenland. Iemand anders toonde me Facebookberichten van een jeugdvriend van Anglin waaruit zou blijken dat hij daar nog steeds woont. Maar hij bleef met Columbus verbonden via zijn vader, die zegt dat hij ‘niet echt iets met Andy’s site te maken’ heeft. Maar dat heeft hij wel. Hij heeft The Daily Stormer als handelsmerk gedeponeerd en een bedrijf van zijn zoon geregistreerd dat Moonbase Holdings heet – waarschijnlijk een verwijzing naar de complottheorie dat Hitler aan het eind van de oorlog naar een geheime maanbasis is gevlucht. En hoewel geen enkele betaaldienst met The Daily Stormer in zee wil, kost het Anglin weinig moeite om fondsen te verzamelen. Volgens John Bambenek, een expert op het gebied van internetveiligheid die de bitcoinstromen van neonazi’s volgt, heeft hij sinds 2014 al voor een kwart miljoen dollar aan bitcoins binnengeharkt. Anglin vroeg zijn lezers ook om cheques. Die donaties kwamen binnen op Gregs adres, en dat was de reden voor die demonstranten, veelal lokale leden van het nationale Anti-Racist Action-netwerk, om daar te komen protesteren.

    Anglin had mijn aandacht voor het eerst getrokken in de zomer van 2015, toen hij op The Daily Stormer zijn steun uitsprak voor Trump als presidentskandidaat. Toen ik hem vorig jaar per e-mail interviewde voor The Huffington Post, betrapte ik hem op diverse leugens – over de bezoekersaantallen van zijn site, de herkomst van zijn geld, zijn verblijfplaats. Nog voordat mijn artikel uitkwam, werd ik er op The Daily Stormer valselijk van beschuldigd FBI-informatie over zijn verblijfplaats te hebben verzonnen. Ik heb herhaaldelijk voorgesteld al mijn informatie met hem door te lopen, maar daar reageerde hij niet op. Ook mijn herhaalde verzoeken om een gesprek voor dit artikel heeft hij afgeslagen. Sinds ons laatste contact heb ik hem onvermoeibaar tirades zien spuien en zien pochen dat ‘alleen een kogel’ hem kan tegenhouden. Maar hij kwam nooit achter zijn toetsenbord vandaan. En hoewel hij er niet voor terugdeinst anderen te belasteren en tot mikpunt van haatcampagnes te maken, reageert hij steeds extreem defensief zodra iemand iets over hemzelf te weten probeert te komen.

    Inmiddels was The Daily Stormer duidelijk uitgegroeid tot de voornaamste website voor neonazi’s en veel populairder dan Stormfront, waar de neonazi’s zich in de jaren negentig voor het eerst online manifesteerden. Anglin was een productieve schrijver met een vlotte pen, die met overdrijving en sarcasme een jonger publiek wist aan te spreken. ‘Niet-ironisch nazisme dat zich voordoet als ironisch nazisme’, zo heeft hij zijn benadering ooit omschreven. Hij kon zich altijd achter die ironie verschuilen, zeggen dat het allemaal toch maar een geintje was. Hij zei geïnspireerd te zijn door sites als Infowars, Vice en Buzzfeed, maar qua vorm en toon had zijn eigen site vooral veel weg van Gawker. Net als dat inmiddels opgedoekte blog bracht The Daily Stormer het dagelijkse nieuws met een duidelijke eigen inbreng. Maar heel anders dan Gawker drukte Anglin overal zijn eigen racistische stempel op. Hij zei te verlangen naar een rassenoorlog en spoorde zijn lezers aan zich op te maken voor de strijd tegen de vage krachten die ontketend zouden zijn door Joden, zwarten, moslims, latino’s, vrouwen, liberalen, journalisten – iedereen die het oprukken van alt-right in de weg kon staan. Zoals veel rechts-radicalen had Anglin niet alleen zijn geloof verloren in het idee van de Verenigde Staten als liberale democratie: hij wilde die ook volledig verwoesten. ‘We naderen snel een tijd waarin elke stad in het Blanke Westen bezaaid zal zijn met stapels lijken zo hoog als ze gestapeld kunnen worden’, schreef hij. ‘En dan ben je ofwel een van de stapelaars, ofwel een van de gestapelden.’

    Doodgewoon kind

    Anglin breidde zijn invloed tot buiten internet uit met zogenaamde ‘leesclubs’, bedoeld om zijn volgelingen aan te sporen ‘de daad bij het woord’ te voegen. Dat waren kleine clubjes van lezers in verschillende steden in Amerika, Canada en andere landen. Een zo’n groepje in Columbus hield bijeenkomsten op een schietclub. Andere ‘leesclubjes’ zijn uit kroegen verbannen vanwege antisemitische uitlatingen of het pronken met nazisymbolen. Anglin spoorde zijn lezers aan om vechtsporten te beoefenen, met vuurwapens te leren omgaan en met een luchtbuks te trainen op ‘oorlogssituaties’.

    Een van de mensen die bij het kantoor van Greg in de regen stonden te demonstreren was Anglins oude kleuterjuf Gail Burkholder. Zij was geschokt toen ze erachter kwam dat een jongetje uit haar klas zo’n beruchte racist was geworden. ‘Het is toch onvoorstelbaar dat een van je leerlingen uitgroeit tot een nazi die jou wil vermoorden?’ zei Burkholder, die zelf Joods is. Ze hoorde Anglins naam voor het eerst in het nieuws na de moordaanslag op negen zwarte kerkgangers in Charleston door Dylann Roof. Roof zou ook reacties op The Daily Stormer hebben geschreven en groeide uit tot een cultheld voor Anglins lezers, die een meme hebben gecreëerd rond zijn bloempotkapsel. Roof is niet de enige moordenaar die The Daily Stormer las. Kijk maar naar de Brit Thomas Mair, die in 2016 het Lagerhuislid Jo Cox vermoordde. En James Harris Jackson, die dit jaar in New York een zwarte man vermoordde met een zwaard en die The Daily Stormer als een van zijn ideologische invloeden noemde. Of Devon Arthurs, een achttienjarige, tot de islam bekeerde voormalige neonazi die dit jaar in Tampa twee huisgenoten doodschoot. Die huisgenoten waren neonazi’s. Een derde, die aan het bloedbad ontkwam, werd later opgepakt vanwege de grote voorraad explosieven in hun huis.

    Tot het bloedbad in de kerk in Charleston had Burkholder niet meer teruggedacht aan dat ‘schattige’ en ‘vrolijke’ ventje dat zo dol was op dinosaurussen. Als kind was Anglin een doodnormaal joch dat hooguit opviel door zijn extreem nasale stemgeluid. Dat was zo erg dat Burkholder zelfs dacht dat hij misschien een luchtwegaandoening had en zijn moeder Katie daarop aansprak. Dat is bijna dertig jaar geleden. En iedereen die Anglin als kind heeft gekend, lijkt zich hetzelfde af te vragen: hoe komt het toch dat hij een neonazi is geworden?

    Zo op het oog had Anglin een fijne jeugd, in ieder geval tot zijn tienertijd. Hij groeide op in een groot huis in de gegoede wijk Worthington Hills, als doodgewoon kind dat X-Men-strips verzamelde, computergames speelde, hamburgers at in de allereerste Wendy’s-vestiging en over muziek kletste met zijn beste vriend, West Emerson. En lezen, dat deed hij ook graag. Hij was vooral diep onder de indruk van Weasel, een kinderboek over een jongen in het Wilde Westen die wraak wil nemen op een psychopaat die, als er geen indianen meer zijn om te vermoorden, zijn moordlust op blanke boeren gaat botvieren.

    Vanaf 1999 ging Anglin naar het Linworth Alternative Program, een middelbare school met een progressieve signatuur. Medeleerlingen herinneren zich een stille, onzekere jongen die naar aandacht snakte en er graag bij wilde horen. Hij noemde zich atheïst, liet zijn rossige haar in dreadlocks groeien en droeg slobberbroeken. Ook droeg hij vaak een hoodie met de tekst ‘fuck racism’. Als een van de enige twee veganisten op de school kreeg hij al snel iets met de andere veganiste, Alison, een brunette die één klas hoger zat en die hij verleidde door veganistische koekjes voor haar te bakken. Zij was een populair meisje en via haar kwam hij in contact met een bonte verzameling van de hippere kinderen op school. Die vonden Anglin aardig en grappig, maar ook wat beïnvloedbaar. Zo was Alison erg begaan met dierenleed – en was hij dat ineens ook.

    Volgens verschillende mensen gebruikte hij ook veel drugs: lsd op school of in het schilderachtige Highbanks Metro Park in het noorden van de stad. Ketamine, paddo’s, cocaïne in het weekend. Hij slikte zo veel van het hoestmiddel Robitussin dat hij er maagklachten van kreeg en op school in prullenbakken stond te kotsen. In het souterrain van zijn ouderlijk huis zat hij urenlang muziek te downloaden en naar filmpjes te kijken op internet. Volgens zijn toenmalige vriend Cameron Loomis zat hij vooral graag op rotten.com, een site vol afbeeldingen van misvormde mensen, verminkte lijken en seksuele perversie. Anglin zette een website op voor een niet-bestaand platenlabel, Andy Sucks! Records, waarmee hij bandjes verleidde om hem demo’s te sturen. Op die site was goed te zien hoe links hij op dat moment was: hij spoorde mensen aan anonieme doodsbedreigingen te sturen naar de homofobe Westboro Baptist Church en dreef de spot met de Ku Klux Klan en andere racistische organisaties. Hij verschilde destijds weinig van de antifascistische activisten die later bij het kantoor van zijn vader zouden demonstreren.

    Tanya Gersh was het doelwit van een langdurige treitercampagne waartoe Andrew Anglin op The Daily Stormer had aangezet. – © Dan Chung / Southern Poverty Law Center
    Tanya Gersh was het doelwit van een langdurige treitercampagne waartoe Andrew Anglin op The Daily Stormer had aangezet. – © Dan Chung / Southern Poverty Law Center

    Maar mensen die Anglin op de middelbare school hebben gekend, zeggen dat hij rond het begin van zijn tweede jaar vreemd en verontrustend gedrag begon te vertonen. Vrienden die bij hem thuis kwamen, zagen gaten in de wanden van zijn slaapkamer en wisten dat hij met zijn hoofd tegen dingen beukte als hij overstuur was. Verschillende mensen herinnerden zich een voorval op een feestje: Anglin begon te huilen toen Alison in een dronken bui met een andere jongen zoende, stormde naar buiten en begon met zijn hoofd op het trottoir te bonken. En hij vertoonde wel meer vormen van zelfverminking. Hij probeerde de naam van zijn favoriete band Modest Mouse op zijn bovenarm te tatoeëren, maar gaf het na tweeënhalve letter op, zodat er alleen ‘MOI’ stond. Hij liet zijn oorlellen piercen en rekte ze op door er dikke viltstiftdoppen in te duwen tot het bloed eruit droop. Hij beweerde geen pijn te voelen en hield aanstekers tegen zijn onderarm tot de huid wegsmolt. Hij kon andere leerlingen net zo lang jennen tot ze hem begonnen te slaan, en dan vocht hij niet terug maar liet zich lachend in elkaar slaan. Zo werd hij door twee jongens eens tegen de grond geslagen. Hij bleef gewoon in de goot liggen tot ze, uit mededogen en verwarring, vanzelf stopten.

    Volgens schoolgenoten hadden Anglins ouders geen oog voor zijn verontrustende gedrag. Hij kon lief zijn voor zijn jongere broer en zus, Chelsey en Mitch, en trouw aan zijn vrienden, maar hij had ook een sadistische kant. Alison (die haar achternaam hier liever niet vermeld ziet) vertelde me dat ze Anglin in zijn tweede jaar op Highworth overstuur opbelde om te vertellen dat ze door de oudere broer van een vriendin was verkracht, nadat ze op een feestje buiten westen was geraakt. In plaats van troost en medeleven te bieden, moest Anglin alleen maar lachen en maakte hij het uit. ‘Je bent een slet’, zijn de woorden die haar bijbleven. Diverse meisjes die Anglin kende van een andere school, begonnen haar tot diep in de nacht thuis te bellen, iets wat andere bronnen me hebben bevestigd. ‘Je verdient het,’ zeiden ze dan. ‘Slet.’ Alison zegt dat het wekenlang zo doorging en dat Anglin ook een filmpje aan zijn vrienden liet zien waarop zij seks met elkaar hadden.

    Over de periode daarna vertelt Dan Newman, een andere schoolvriend, dat Anglin één keer zo furieus met zijn hoofd tegen de muur beukte dat zijn moeder de politie moest bellen. Volgens verschillende klasgenoten heeft Anglin de rest van zijn schooltijd geen vriendinnetje meer gehad en probeerde hij soms weleens jongens te kussen, waaronder één zwarte leerling die hij bijzonder leuk vond. Of dat nu een vorm van experimenteren was of dat hij alleen maar wilde provoceren, het staat in ieder geval in schril contrast met de radicale homohaat die Anglin later op The Daily Stormer en elders aan de dag legde. Daar pleitte hij er bijvoorbeeld voor om homo’s van gebouwen te gooien, net zoals IS doet.

    In zijn derde schooljaar liep het huwelijk van zijn ouders op de klippen. Mensen die zijn moeder Katie toen kenden, zeggen dat ze onder de plak zat. Iemand die een van Gregs voormalige cliënten goed kent en twee predikanten die bekend zijn met Gregs werk als christelijk therapeut, beweren alle drie dat Greg nogal intieme banden ontwikkelde met zijn vrouwelijke cliënten – emotioneel en soms ook seksueel. Rechtbankverslagen over de scheiding bevestigen dat: een voormalige cliënt staat daarin vermeld als zijn vriendin. Ze zou later compagnon in zijn therapiepraktijk worden. (Anglins ouders hebben niet op vragen gereageerd.)

    Rond de tijd dat de echtscheiding in gang werd gezet, kreeg Anglin een nieuwe hobby: luisteren naar een rechtse radiopresentator die beweerde dat de aanslagen van 11 september vanuit Amerika zelf waren beraamd. Dat was Alex Jones, die zou uitgroeien tot Amerika’s bekendste verspreider van complottheorieën. Zo maakte Anglin kennis met de ‘waarheidsbeweging’, een groep aanhangers van de vreemdste paranoïde waanideeën die op internet welig tieren. Al snel nam hij klasgenoten apart om ze te waarschuwen voor reptielmensen. Na het eindexamen hebben weinig van zijn schoolvrienden hem nog gezien.

    In één chatgroep probeerden de gebruikers elkaar te overtreffen in het bedenken van (zogenaamd grappig bedoelde) racistische uitspraken. Na verloop van tijd verdween de humor naar de achtergrond en bleef alleen het racisme over

    Wie een tijdje rondneust op de onlineforums van die complotdenkers (de zogenaamde truthers), voelt al snel hoe ze hun valstrikken spannen en hun klauwen in je zetten. Onwillekeurig zeurt een stemmetje in je achterhoofd: stel dat er toch wat in zit? Voor mensen met weinig kritische zin kan het al snel verslavend worden om op zulke sites rond te hangen. Daar denk je dan geestverwanten te vinden, gelijkgestemden die de verborgen werkelijkheid opdelven achter de geaccepteerde ‘feiten’: dat de condensatiestrepen van straalvliegtuigen eigenlijk chemische stoffen zijn die door de overheid in de dampkring worden gespoten. Of dat de maanlanding in scène is gezet.

    Na zijn schooltijd stortte Anglin zich vol overgave in deze wereld. Hij toerde door het land, luisterde naar complotdenkers en woonde zowat in zijn Honda Civic. In 2004 bracht hij in Santa Barbara een nachtje in de cel door wegens rijden onder invloed. Toen hij na een maandenlange roadtrip terugkeerde in Columbus, schreef hij zich in voor een studie Engelse letteren op Ohio State University, waar hij al na één semester de brui aan gaf. Begin 2006 werd hij in de buurt van de campus opgepakt voor drugsbezit.

    Anglin was inmiddels erg actief op 4chan, een website waarop gebruikers anoniem foto’s en commentaren kunnen posten. De site trekt hele horden sociaal gemankeerde jongeren die graag afgeven op politieke correctheid. 4chan was vaak een bron van memes en massale practical jokes, en uiteindelijk van treitercampagnes zoals Gamergate, waarbij vrouwen in de gamewereld het mikpunt werden van dreigementen en scheldpartijen. In één chatgroep probeerden de gebruikers elkaar te overtreffen in het bedenken van (zogenaamd grappig bedoelde) racistische uitspraken. Na verloop van tijd verdween de humor naar de achtergrond en bleef alleen het racisme over. ‘Niets heeft zoveel invloed op me gehad als 4chan’, mailde Anglin me vorig jaar nog, voordat hij alle contact met me verbrak.

    In november 2006 lanceerde Anglin zijn eigen aan complottheorieën gewijde website, waarvan hij in de periode dat ik aan dit artikel werkte praktisch alle sporen van internet heeft gewist. De site heette Outlaw Journalism, naar Hunter S. Thompson, een idool van Anglin – al doet zijn eigen stijl meer denken aan het geraaskal van Alex Jones: wilde tirades vol vrouwenhaat en afkeer van buitenlanders. ‘Welkom in de toekomst’, schreef hij. ‘We leven in een sciencefictionnachtmerrie.’ In maart 2007 plaatste Anglin daar voor het eerst een bericht waarin Donald Trump voorkomt: een fragment uit een zogenaamde roast van Rudy Giuliani in 2000, waarin de toenmalige burgemeester vriendschappelijk te kakken wordt gezet. In het fragment draagt Giuliani vrouwenkleren en spuit hij parfum op zijn nepborsten, waarop Trump er zijn gezicht in begraaft. In zijn bericht maakte Anglin ze allebei uit voor ‘flikkers’ en schreef dat Giuliani waarschijnlijk ‘een perverse travestietenaffaire met Donald Trump heeft’. Verder speculeerde Anglin op zijn site over satanische rituelen en ondergrondse tunnels van pedofielen en mensen die foetussen eten. Hij omschreef de Amerikaanse regering als een ‘wetenschappelijke dictatuur’ die de hersenen van zijn burgers van een microchip wil voorzien om een ‘wereldwijd slavennetwerk te creëren’.

    Uiteindelijk werden die waanideeën ook Anglin zelf te veel. ‘Ik draaide helemaal door van dat samenzweringsgelul’, erkende hij jaren later in een podcast. Hij trok zich terug op het landgoed van een familielid, waarschijnlijk zijn oma van moederskant, die ten zuiden van Columbus een boerderij heeft met 33 hectare grond, compleet met weiden, bos en een beek. ‘Ik zat niet lekker in mijn vel en ben naar het platteland verkast’, schreef hij in mei 2007 op Outlaw Journalism, en hij merkte op dat hij nu ‘zo’n 200 procent helderder denkt’. Hij keek er ’s nachts naar de sterrenhemel en genoot van ‘de enorme weldaad van een lange wandeling over onverharde wegen’.

    Outlaw Forum

    Maar het complotdenken liet Anglin niet los. Hij zette Outlaw Forum op, een discussieforum in de trant van 4chan waar gebruikers over samenzweringen konden smoezen. Al snel begonnen ze een collectieve cyberaanval op andere complotdenkers met wie Anglin het aan de stok had gekregen. Het was zijn eerste onlinepestcampagne.

    De complotdenkers hadden met internet wel een nieuw medium, maar hun manier van denken was verre van nieuw. De historicus Richard Hofstadter schreef in 1964 een beroemd geworden essay, ‘The Paranoid Style in American Politics’, over de voorliefde voor complottheorieën onder aanhangers van presidentskandidaat Barry Goldwater, en zijn beschrijving klinkt nog steeds opvallend relevant: ‘Modern rechts voelt zich bestolen: Amerika is hun afgepakt, maar ze zijn vastbesloten het te heroveren, voordat ze naar het verwoestende laatste middel van een opstand moeten grijpen.’ Bij de complotdenkers op internet zie je een vergelijkbare angst voor verlies van macht en status. Geen wonder dus dat velen vanuit dat kamp de overstap maken naar alt-right. In hun obsessie voor machtsstructuren hameren de complotdenkers graag op de Joodse invloeden in de maatschappij. Sommigen ontkennen zelfs dat de Holocaust heeft plaatsgevonden, volgens hen is het niet meer dan een slimme smoes waardoor Joden ten koste van anderen de slachtofferrol kunnen spelen. Die ‘holohoax’, zoals zij het noemen, is hun excuus om een Joodse samenzwering de schuld te geven van alles wat ze kwaad maakt: feminisme, immigratie, globalisering, liberalisme, egalitarisme, de media, de wetenschap, feiten, gameverslaving, een mislukt liefdesleven, de dominantie van zwarte spelers in het Amerikaanse basketbal. In de holohoax-theorie valt dat allemaal onder één groot complot om het traditionele blanke patriarchaat te ondermijnen en een parasiterend Jodendom de baas te laten spelen over de wereld.

    Het is geen wereldbeeld dat Anglin van meet af aan onderschreef, maar ook in zijn vroegste schrijfsels vind je al sporen van antisemitisme. Hij ging tekeer tegen de ‘zionistische bezetting’, en na de veroordeling wegens haatzaaien van een beruchte Holocaustontkenner in Duitsland spoorde hij zijn lezers aan om daartegen te protesteren bij de Duitse ambassade. En naarmate Anglins eigen maatschappelijke vooruitzichten verslechterden, werd zijn wereldbeeld naargeestiger. Uit rechtbankverslagen blijkt dat hij in februari 2008 tien dagen in de cel zat wegens rijden onder invloed. In januari 2009 schreef hij dat hij vijftig uur per week in een winkel werkte en nog steeds niet genoeg verdiende om op zichzelf te wonen. In juni van dat jaar plaatste hij wat jarenlang zijn laatste bericht op Outlaw Journalism zou zijn: een waarschuwing over het bankwezen, de wereldregering, orgaandiefstal en het samenvoegen van dierlijk en plantaardig DNA. ‘Lichtgevende groene apen kunnen lichtgevende groene apenjongen krijgen’, schreef hij. ‘De enige logische uitweg voor de mensheid is om de beschaving radicaal de rug toe te keren en weer over te gaan op de levensstijl van de jager-verzamelaars’, was zijn conclusie. Hij wilde in een blokhut wonen en vissen en jagen en zijn eigen groente verbouwen, hij verlangde naar een leven van ‘lol hebben, verhalen vertellen, musiceren, kunst maken, dansen, vrijen met het vrouwtje, dollen met de ouwelui en gewoon genieten van het leven’.

    Dus nam hij het vliegtuig naar de jungle van Zuidoost-Azië. Daar zou hij, na een afdaling in de diepste krochten van zijn waanideeën, de definitieve overstap naar het neonazisme maken.

    Richard Spencer, berucht rechts- extremist en het gezicht van de alt-rightbeweging, Washington, 19 november 2017. – © Linda Davidson / The Washington Post via Getty Images
    Richard Spencer, berucht rechts- extremist en het gezicht van de alt-rightbeweging, Washington, 19 november 2017. – © Linda Davidson / The Washington Post via Getty Images

    Het water gutste van het dak van de bamboehut en droop van de bladeren van de tropische bomen. Anglin zat in de jungle, maar was daar niet zonder omwegen beland. Half Azië had hij al afgereisd en nu was hij in de Filipijnen beland. Hij had Joseph Campbells beroemde werk over mythologie gelezen en wilde zijn eigen heldenverhaal smeden. Anglin was op zoek naar een stam – een echte. Hij had overal gezocht. Hij was de bergen in getrokken met jongens die water dronken uit plastic kunstmestcontainers en was in krottenwijken bij Manilla geweest waar mensen ‘rioolwater dronken’. Hij doorkruiste het eiland Mindanao op een scooter en maakte selfies met een ironische glimlach en een Marlboro tussen zijn lippen of achter zijn oor. Op een filmpje staat hij op het strand in zijn blote bast de gruwelen van de ontbossing te beschrijven.

    Zijn uitvalsbasis werd de Sampaguita Tourist Inn, een spotgoedkoop hotel in Davao City, waar hij maandenlang teerde op het geld dat zijn vader hem stuurde. Hij zat er graag met zijn laptop en een mok oploskoffie in de lobby om zijn volgende uitstapje te beramen. Davao werd destijds met ijzeren vuist bestuurd door de autoritaire burgemeester Rodrigo Duterte, de latere president. (Anglin heeft hem ooit de hand geschud, en lof voor deze geweldsbeluste politicus is een terugkerend thema op The Daily Stormer.) Het was de op twee na grootste stad van het land, maar geen trekpleister voor Amerikaanse twintigers. Vandaar dat Anglin al snel aan de praat raakte met Edward, een 33-jarige New Yorker en de enige andere jongere Amerikaan in het hotel. Edward (die zijn achternaam hier liever niet vermeld ziet) bracht destijds ieder jaar enkele maanden in de Filipijnen door. Hij raakte bevriend met Anglin en een tijd lang gingen ze bijna iedere dag samen ergens eten.

    Edward vond Anglin geestig en intelligent, en zijn muzieksmaak beviel hem. Hij had zelf een tijdje in de muziekbusiness gezeten, en toch kende Anglin bands die nieuw voor hem waren, zoals de Felice Brothers. Er hing wel iets vreemds rond Anglin, die bijvoorbeeld zei dat hij niet terug zou keren naar de VS. ‘Hij was duidelijk op de vlucht,’ vertelde Edward me. Maar waarvoor? Volgens Edward beweerde Anglin dat hij cocaïne had gesmokkeld. ‘Ik dacht echt dat hij daarom het land was ontvlucht,’ zei hij.

    Edward zei dat Anglin zichzelf slimmer vond dan anderen, en doordat jonge blanke mannen ‘in dat land als een god worden behandeld’ werd zijn eigendunk alleen maar groter. Tot zijn eigen ergernis is Anglin klein van stuk: naar eigen zeggen 1 meter 70, al houden verschillende mensen die ik sprak het eerder op 1 meter 60. Maar in Davao probeerde hij elke knappe Filipijnse die hij tegenkwam te versieren, vaak met succes, soms profiterend van hun verlangen om aan de armoede te ontkomen door een rijke Amerikaan aan de haak te slaan. Meestal waren het meiden van achttien of negentien, maar volgens Edward waren ze soms ook jonger. Hij vertelt dat Anglin één keer een meisje van veertien in een café oppikte en met haar de nacht doorbracht.

    Anderzijds klaagde Anglin over de manier waarop de Filipijnse cultuur onder invloed van het Westen was verloederd. Hij gaf af op christelijke missionarissen en vond het afschuwelijk dat Filipijnen liever naar Lady Gaga luisterden dan naar hun eigen traditionele muziek. ‘Als je ziet hoe blanken – want het zijn toch de blanken – de hele wereld zijn rondgetrokken en iedereen hebben verneukt’, zei hij in een daar gemaakte podcast. ‘Ik denk dat het blanke ras doodgefokt moet worden.’ In andere podcasts spuide hij vergelijkbare ideeën.

    Fascistische Disneyfilm

    En toen vond Anglin op een van zijn uitstapjes in de binnenlanden zijn stam. In 2011 bracht hij enkele weken door bij de T’boli in het zuiden van Mindanao, in een streek met bergmeren vol lotusbloemen. De T’boli staan bekend om hun traditionele muziek en dans, hun kralen en vlechtwerk. ‘Hun manier van leven was waanzinnig mooi’, zegt Anglin in een van zijn podcasts. Daar kon hij terugkeren naar de natuur. Je zat daar op een hele dag reizen van het dichtstbijzijnde stopcontact, zei hij. Alles in het bos had een spirituele betekenis voor de T’boli. Elke keer als Anglin bijvoorbeeld een beek overstak, wreef hij zijn gezicht en handen en voeten in met een natte steen om leiding te vragen van de watergeest, die overal in het bos de weg kent. ‘Ik hou van deze mensen’, zei Anglin nadat hij een tijdje van dat leven had geproefd. Hij vatte het plan op om ergens in het bos zijn eigen hut te bouwen en er ‘helemaal buiten het systeem’ te gaan leven. Hij wilde eerst terugkeren naar de T’boli, maar hoopte later verder de bergen in te trekken, op zoek naar moslimstammen en ‘mensen die nog steeds met speren vechten en mijnwerkers en houthakkers doden’. Tegelijkertijd wilde hij, paradoxaal genoeg, een nieuwe website lanceren, Reality Situation, om verslag te doen van zijn nieuwe leven buiten de maatschappij. Hij zette al zijn spullen te koop om geld bij elkaar te krijgen voor een paard, kippen en eenden. Er sprak een messiaanse begeestering uit zijn plannen. ‘Ik ga het echt doen,’ zei hij tegen iemand uit de ‘waarheidsbeweging’. ‘Ik ga leven zonder geld. En ik ga een gemeenschap opzetten die dat ook doet. En ik ga het allemaal filmen.’

    In januari 2012 lanceerde Anglin Reality Situation en trok hij de jungle weer in. Hij las over ufo’s en downloadde podcasts over paranormale verschijnselen. Hij was nog steeds geobsedeerd door chips in onze hersenen, beïnvloeding via tv-uitzendingen, geënsceneerde maanlandingen en satanische seksrituelen. Zijn ideeën over een utopisch leven in het regenwoud waren al even maf. Volgens Edward was Anglin in die tijd ‘een combinatie van kolonel Kurtz en Travis Bickle’ [hoofdpersonen in respectievelijk Apocalypse Now en Taxi Driver]. ‘Hij wilde daar als de grote blanke held iedereen in de jungle gaan leren hoe ze gewassen moesten verbouwen.’ En hij had volgens Edward nog een ander motief: ‘Hij wilde trouwen met twee zestienjarige moslimmeisjes. Hij had ze al ontmoet en kocht vee om als bruidsschat te geven.’

    Vervolgens verdween Anglin een maand of zes bijna totaal van internet. Alleen in mei 2012 plaatste hij nog een berichtje op Reality Situation, over de aanplant van bomen, duurzame landbouw en voorlichting aan kinderen over de gevaren van het christendom en het kapitalisme.

    Daarna verdween hij weer. Wat hij in de jungle precies heeft meegemaakt, blijft in nevelen gehuld. Hij heeft later gezegd dat hij er te veel ‘sterke palmwijn’ dronk en zich ‘enorm depressief en eenzaam’ begon te voelen. Hij besefte dat zijn notie van een heldenontvangst en een leven waarin je ‘het fruit van de bomen plukt en op wilde zwijnen jaagt’ niet meer dan ‘een romantische dagdroom’ was geweest. En dat was natuurlijk weer de schuld van anderen, ditmaal van de Filipijnen: ‘Ze waren in hun denken al net zo primitief als in hun manier van leven’, schreef hij. Alleen bij ‘het Europese ras’ kon hij zich thuis voelen: ‘Alleen zij delen mijn bloed en doorgronden mijn ziel.’

    Edward heeft hem daarna nog één keer gezien, in Davao. Anglin leek een ander mens geworden. Hij had zijn haar gemillimeterd en zag er nu uit als een bendelid: wit haltertje en baggy jeans. Hij klonk kwaad, vooral als het over de omgang tussen de rassen ging. En hij had een pistool. De stam had hem afgewezen, vertelde hij Edward. ‘Idioten zijn het,’ zei hij. ‘Stelletje apen.’ Hij doekte zijn website Reality Situation op, vertrok uit de Filipijnen en keerde na een kort verblijf in China terug naar Ohio. In december 2012 lanceerde hij daar weer een nieuwe site, Total Fascism, een serieuze voorloper van The Daily Stormer. ‘Uit het brandend wrak van de zogenaamde waarheidsbeweging is een groep mensen verrezen’, schreef hij. ‘We hebben de waarheid gevonden. We hebben het licht gevonden. We hebben Adolf Hitler gevonden.’

    Anglin zonderde zich weer af op de boerderij van zijn familie. Hij pleitte inmiddels voor ‘meedogenloos extremisme’. Hij schreef dat hij ‘nu nog niet’ opriep tot geweld, maar voegde eraan toe: ‘Als ik dacht dat we ons met geweld van het juk van de Jood konden bevrijden, zou ik er absoluut en onvoorwaardelijk voor pleiten.’ Hij ontwikkelde een welhaast religieuze aanbidding van Poetin, of ‘tsaar Poetin I, verdediger van de menselijke beschaving’, zoals hij hem noemde. In hem zag hij de grote blanke held, een ‘man van enorme kracht’. Die fixatie op fysieke kracht zie je wel meer bij leden van alt-right, maar bij Anglin neemt ze extreme vormen aan. ‘Zijn wereldbeeld is dat van een fascistische Disneyfilm,’ zei een prominente rechts-extremistische activist die met hem heeft samengewerkt. Volgens hem denkt Anglin dat als hij maar hard genoeg roept, de volgelingen vanzelf zullen toestromen en hem helpen een nieuwe Hitler te doen verrijzen. ‘Hij denkt echt dat hij over magische krachten beschikt.’ Bij zijn hart heeft hij een tatoeage van een zogenaamd Sonnenrad of ‘zwarte zon’, een symbool uit een occulte stroming van neonazi’s die onder meer denken dat Hitler een incarnatie van Visjnoe was.

    In maart 2013 werd The Daily Stormer geregistreerd door Anglin of misschien door zijn vader, in ieder geval via diens mailadres. Daarna vertrok Anglin weer uit Amerika. Eerst ging hij naar Athene, waar hij drie maanden in een hostel zat. Hij verdiende de kost met het geven van rondleidingen op toeristische locaties als het Parthenon en woonde bijeenkomsten bij van de extreem-rechtse Gouden Dageraad. Op 4 juli 2013 werd de bètaversie van The Daily Stormer gelanceerd, de opvolger van Total Fascism. De naam verwijst naar Der Stürmer, een fel antisemitisch weekblad uit de jaren dertig dat Hitler trouw las. (Het officiële beleid van de site, zoals Anglin het later formuleerde: ‘Joden moeten worden uitgeroeid.’) The Daily Stormer was iets nieuws in de wereld van de neonazi’s: een helder ontwerp en berichten die bol stonden van Anglins wrange humor. Het extreem-rechtse equivalent van Gawker. En dat sloeg aan.

    Van Hitler heeft Anglin geleerd om zijn verhaal simpel te houden: helden tegen schurken. Van Alinsky leerde hij de tactieken van de protestcultuur

    Inhoudelijk leunt Anglins aanpak, zoals hij in verschillende podcasts heeft uitgelegd, op ideeën uit Mein Kampf en Saul Alinsky’s activistenhandboek Rules for Radicals. Van Hitler heeft Anglin geleerd om zijn verhaal simpel te houden: helden tegen schurken. En om steeds te blijven hameren op een handvol simpele thema’s. Van Alinsky leerde hij de tactieken van de protestcultuur: je aanval niet richten op instituten maar op mensen. Het doelwit isoleren. Bedreigen. Vooral één richtlijn bleef Anglin bij: ‘Spot is het machtigste wapen.’ Spot is lastig te bestrijden. Dus maakte Anglin alles belachelijk. Hij kreeg zijn lezers aan het lachen. ‘Je moet zo schandalig mogelijk uit de hoek komen’, schreef hij op zijn site. ‘Je moet er een mediaspektakel van maken, een enorm circus, zodat de mensen zulke ideeën steeds minder als schokkend gaan ervaren.’ Met grappen over Mengele die honden traint om Joodse vrouwen te verkrachten heb je als komiek volgens hem ‘goud in handen’.

    In 2014, toen Anglin in Europa verbleef, vond hij een nieuwe kompaan in Andrew Auernheimer, bijgenaamd ‘weev’, een neonazistische hacker en trol. Auernheimer komt uit de Ozarks en kreeg in 2013 een federale gevangenisstraf wegens identiteitsdiefstal en hacken. Toen hij een jaar later in hoger beroep werd vrijgesproken, verliet hij het land. Hij woont nu in Transnistrië, een door Rusland gesteunde maar niet internationaal erkende afsplitsing van Moldavië. Auernheimer nam de technische leiding van The Daily Stormer op zich. Hij demonstreerde zijn vernuft door printers van Amerikaanse universiteiten te hacken, zodat ze flyers met swastika’s begonnen uit te draaien. ‘Ik zou niet weten wat ik zonder hem moest,’ zei Anglin vorig jaar in een interview met een geestverwant. ‘In feite is hij degene die de hele boel bij elkaar houdt.’

    Ondertussen werd Anglin berucht om zijn treitercampagnes. In 2015 stookte hij het vuur op toen studenten van de Universiteit van Missouri protesteerden tegen racisme op de campus. Hij voedde de verontwaardiging met nepnieuws op Twitter, zoals het bericht dat Ku Klux Klan-leden kruizen kwamen verbranden en samenwerkten met de universiteitspolitie. Hij beweerde dat een KKK-lid op demonstranten had geschoten en plaatste er een foto bij van een zwarte man in een ziekenhuisbed. Mede door zijn valse geruchten liepen de gemoederen hoog op. Maar alleen ruzie stoken was voor Anglin niet genoeg. Hij schreef ook handleidingen voor het opzetten van anonieme mailaccounts en VPN-verbindingen, het afschermen van je IP-adres en het vervalsen van Twitter- en appberichten. Hij zette propagandaplaatjes en slogans online die zijn ‘Stormers’ konden gebruiken. Daarbij maande hij ze wel om niet te dreigen met geweld – dat zei hij erbij om te voorkomen dat hij justitie achter zich aan kreeg.

    Want met zijn campagnes zaaide hij wel terreur. Hij hitste zijn lezers op tegen de eerste zwarte vrouw die voorzitter werd van een Amerikaanse studentenvakbond. Tegen Erin Schrode, een Joodse kandidaat voor het Californische Huis van Afgevaardigden, en tegen Jonah Goldberg en David French, schrijvers van National Review. Terwijl ik aan dit artikel werkte, zette Anglin zijn trollen ook tegen mij op. Mijn contacten met sommigen van hen bevestigden mijn vermoeden dat het veelal jonge knullen betreft die zoekende zijn, die zich door de maatschappij uitgekotst voelen en die op internet een manier vinden om daar eens lekker hard tegen uit te halen. Als ik ze aan de praat kreeg over hun eigen leven, gaven ze soms toe dat ze moeizame relaties met vrouwen hadden. Eentje vertelde dat hij worstelde met zijn homoseksuele geaardheid. De meesten vonden dat ze zich alleen maar verweerden tegen een doorgeschoten politieke correctheid die blanke mannen tot zondebok maakt. Hoe meer ze door het linkse establishment werden verketterd, hoe meer ze zich verlustigden in hun zelfgekozen schurkenrol.

    ‘Duister viertal’

    De laatste jaren hebben psychologen een sterk verband geconstateerd tussen pesten op internet en wat wel het ‘duistere viertal’ persoonlijkheidskenmerken wordt genoemd: psychopathie, sadisme, narcisme en machiavellisme. De eerste twee eigenschappen blijken internetpestgedrag significant vaak te voorspellen, en bij alle vier is er een sterk verband met het genot dat iemand aan zulk gedrag beleeft. Uit een in juni 2017 gepubliceerd onderzoek van de Australische psychologen Natalie Sest en Evita March blijkt dat internettrollen vaak hoog scoren op cognitieve empathie, wat inhoudt dat ze wél beseffen dat ze anderen emotionele schade berokkenen, maar laag in affectieve empathie, wat erop neerkomt dat het ze niks kan schelen. Ze zijn, kortom, uiterst bedreven in de meedogenloze manipulatie van hun medemens.

    In de zomer van 2015 verscheen er een nieuwe grote blanke held op het toneel, eentje die zelf een stokebrand is; te midden van een hoop betaalde figuranten stapte hij in Manhattan van zijn gouden roltrap. En luttele dagen nadat Donald Trump zijn kandidaatschap daar had aangekondigd – met een tirade tegen Mexicaanse ‘verkrachters’ – werd hij door Anglin op het schild geheven als ‘de enige die echt voor onze belangen opkomt’. Anglin begon zich onmiddellijk in te zetten voor zijn verkiezing. Hij schreef aan de lopende band juichende berichten over hem en hitste zijn trollen op tegen Trumps tegenstanders. Hij ontketende enkele van zijn vuilste campagnes tegen Joodse journalisten die kritiek hadden op Trump of zijn kompanen. Jarenlang had Anglin niet gestemd, maar op Trump wilde hij koste wat kost zijn stem uitbrengen. Zijn schriftelijke stem arriveerde in Ohio vanuit Krasnodar, een stad in Zuidwest-Rusland, niet ver van de Zwarte Zee.

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat de Russische overheid niet op de hoogte was van deze Amerikaan die vanuit Rusland een belangrijke neonazistische website onderhield. Anglin aanbad Poetin en leek een ideale online-onruststoker om de Amerikaanse verkiezingen te verstoren. Afgelopen maart schreef Auernheimer in een van zijn commentaren op The Daily Stormer dat hij het forum verhuisde naar ‘een veel krachtiger server in de Russische Federatie’. Anglin zou de lezers op zijn site later bezweren – ‘op straffe van vervolging voor meineed’ – dat hij nooit geld of instructies van de Russische overheid had gekregen. Maar of hij het wist of niet, het succes van zijn site lijkt wel degelijk vanuit Rusland te zijn gesteund. Uit een door onderzoekscollectief Susan Bourbaki Anthony uitgevoerde analyse van het Twitterbereik van The Daily Stormer tussen 2 februari en 2 maart 2017 bleek dat Anglins berichten op Twitter werden verspreid via een mysterieus netwerk van vage accounts. Dit nog steeds actieve netwerk is al minstens vanaf begin dit jaar bezig het politieke debat in Amerika te polariseren. Het omvat bots [geautomatiseerde accounts] en ‘sock puppets’ (accounts onder een valse naam) en het ligt stil van vijf uur ’s middags tot elf uur ’s avonds New Yorkse tijd – ofwel van middernacht tot half zeven ’s ochtends Russische tijd.

    Mede door de verkiezingen groeide The Daily Stormer van een van de vele neonazisites uit tot hét platform voor alt-right – al was de site ook weer lang niet zo populair als Anglin het graag deed voorkomen. De miljoenen unieke bezoekers per maand waar hij en Auernheimer prat op gingen, waren er volgens onderzoeksbureau comScore in het echt hooguit zo’n zeventigduizend. Maar Anglin wist hoe hij ketelmuziek moest maken, en wat de precieze cijfers ook zijn, door de opkomst van Trump zat zijn site absoluut in de lift. In mei 2016 vroeg Wolf Blitzer van CNN aan Trump wat hij vond van de scheldkanonnades en bedreigingen die verslaggeefster Julia Ioffe ontving van Anglins volgelingen nadat ze een artikel over Melania Trump had geschreven voor GQ. (Ioffe werkt inmiddels voor The Atlantic.) ‘Ik heb geen boodschap voor de fans’, was Trumps antwoord. De fans. Zijn mensen. Toen een journalist Anglin vroeg hoe hij aankeek tegen Trumps pertinente weigering om neonazi’s te veroordelen, zei hij: ‘Wij zien dat als een steunbetuiging.’

    Eric ‘The Butcher’ Fairburn op een herdenkingsconcert voor de oprichter van de American Nazi Party, George Lincoln Rockwell, 27 augustus 2005 in Pennsylvania. – © Getty Images
    Eric ‘The Butcher’ Fairburn op een herdenkingsconcert voor de oprichter van de American Nazi Party, George Lincoln Rockwell, 27 augustus 2005 in Pennsylvania. – © Getty Images

    In februari ben ik weer naar Columbus gegaan. Ik had gehoord dat Anglin daar een hoorzitting bij de rechtbank had: om de een of andere reden had hij kwijtschelding aangevraagd van zijn strafblad voor drugsbezit in 2006. Ik wilde proberen om hem bij de rechtbank aan te schieten. Op de dag van mijn komst stond er toevallig net een lang artikel over Anglin in de wekelijkse stadskrant Columbus Alive. De avond daarop liep Anglin een supermarkt binnen waar een demonstrant werkte die in dat artikel werd geciteerd. Zij vertelde me later dat hij ondanks de kou slechts gekleed ging in een wit T-shirt en zwarte trainingsbroek. Met een energiedrankje in zijn hand kwam hij naar haar toe, staarde haar aan en zei: ‘Hoe gaat ie?’ Daarna verdween hij in de nacht.

    Ik logeerde niet ver van de oude Exile Bar, ooit de voornaamste homobar in Columbus en destijds een goede bron van inkomsten voor Anglins familie: zijn oom Todd was de eigenaar geweest van deze en nog een andere homobar. Nadat Todd aan aids was overleden, kwamen de cafés in handen van Greg. Volgens twee zegslieden gingen de wilde dansfeesten en fetisjavonden toen gewoon door, terwijl Greg in zijn praktijk ook homobekeringstherapie aanbood. Greg bezat aardig wat onroerend goed in het stadje; een aantal van die panden, die er niet altijd even florissant uitzagen, ben ik afgegaan op zoek naar zijn neonazistische zoon.

    Ik dacht ook dat Anglin misschien logeerde bij zijn jeugdvriend West Emerson, die een ‘lievelingscitaat’ van Hitler en verschillende verwijzingen naar alt-right op zijn Facebookpagina heeft staan. Emerson schepte graag op over zijn vriendschap met Anglin. Verschillende mensen die ik sprak hebben hem horen zeggen dat hij dagelijks contact met hem had. In appjes aan een van hen beweerde hij op een gegeven moment dat hij ‘terwijl ik dit schrijf’ met Anglin zat te praten. Maar mij wilde hij niet te woord staan. (Emerson heeft The Atlantic laten weten dat hij Anglins standpunten niet deelt, hem in geen vijftien jaar heeft gezien en zijn telefoonnummer niet eens heeft.)

    Een week na de publicatie van het verhaal in Columbus Alive leverde Anglin de verslaggevers uit aan de woede van zijn lezers. Hij zette hun contactgegevens online, plus foto’s van hun huizen, auto’s, echtgenoten en kinderen, waaronder een baby van zes maanden. ‘Tijd voor actie’, jutte hij zijn lezers op, die de journalisten vervolgens per telefoon, post en e-mail met bedreigingen bestookten. Ze voelden zich niet meer veilig in hun eigen huis. De politie moest vaker gaan surveilleren in hun wijk.

    Op een avond reed ik naar een adres waar Anglins moeder misschien woonde. Het schemerde, alleen in de woonkamer brandde licht. Van een afstandje had ik een dunne vrouw voor het raam zien staan, maar toen ik mijn auto parkeerde was het licht al uit. Ik belde aan, klopte en wachtte een paar minuten. Er werd niet opengedaan. Ik krabbelde snel een briefje – ‘Ik moet nodig iemand spreken die van Andy houdt en het voor hem wil opnemen’ – en schoof dat tussen de deur. Een paar dagen later heb ik de voicemail op haar werk nog ingesproken. Ze heeft nooit van zich laten horen. Ik was er wel aan het juiste adres. Anglin zette later een foto van mijn briefje online en beschuldigde mij van een ‘vuile verschroeide aarde-campagne’ om zijn familie en vrienden te bedreigen. Hij noemde me een terrorist die hem het zwijgen wil opleggen. Ik kreeg telefoontjes en mails van boze Stormers. Eentje gaf me valse informatie over Anglins verblijfplaats. Ik kreeg een handjevol e-mails met een virus.

    Het is hem juridisch toegestaan om te beweren dat “moslims uitgeroeid moeten worden”. Hij mag alleen geen specifieke moslim met uitroeiing bedreigen

    Anglin zelf bleef ongrijpbaar. Zijn hoorzitting stond gepland voor maandagochtend tien uur, maar die nacht liepen vijf verdiepingen van de rechtbank waterschade op door een breuk in de waterleiding. Alle zittingen op die verdiepingen werden uitgesteld, waaronder die van Anglin. Ik ging er de ochtend daarna om negen uur wel kijken, in de hoop dat Anglin zich toch zou vertonen. Het duurde even voor ik de juiste verdieping had gevonden. Anglin en zijn advocaat bleken nog vroeger te zijn gekomen en de veroordeling was geschrapt. Ik was hem net misgelopen.

    In april is Anglin door Tanya Gersh en het Southern Poverty Law Center (SPLC) voor de federale rechter gedaagd wegens privacyschending, het opzettelijk toebrengen van emotioneel leed en overtreding van een staatswet tegen intimidatie. Hij moest zich verantwoorden voor wat in de aanklacht een ‘terreurcampagne’ werd genoemd, die Gersh paniekaanvallen had bezorgd waarvoor ze nu in therapie moest. Dat ze haar heil beter kon zoeken in een civiele procedure dan in aangifte van een strafbaar feit, was veelzeggend. De autoriteiten konden weinig uithalen tegen de haatdragende teksten op The Daily Stormer; die worden beschermd door het recht op vrije meningsuiting en Anglin weet dat. Hij verwijst vaak naar ‘Brandenburg versus Ohio’, een uitspraak van het Hooggerechtshof over een toespraak die KKK-lid Clarence Brandenburg in 1964 hield op een boerderij bij Cincinnati. Brandenburg trok daarin fel van leer tegen Joden en zwarten, en zei dat er weleens ‘wraak genomen kon worden’ als de overheid doorging met het onderdrukken van blanken. Het Hooggerechtshof oordeelde dat zijn geraaskal onder de vrijheid van meningsuiting viel, aangezien zijn woorden te abstract waren geweest om aan te zetten tot ‘directe wederrechtelijke daden’ en ook niet voldeden aan het criterium dat ze een ‘duidelijk en onmiddellijk gevaar’ vormden. De ‘Brandenburg-test’ geeft nu zo’n beetje aan hoe ver haatzaaiers kunnen gaan, en Anglin zorgt er altijd voor dat zijn oproepen tot geweld voldoende vaag blijven. Zo is het hem juridisch toegestaan om te beweren dat ‘moslims uitgeroeid moeten worden’. Hij mag alleen geen specifieke moslim met uitroeiing bedreigen.

    Wel heeft hij mogelijk een juridische grens overschreden met de pestcampagnes die hij instigeert. Cyberstalking (ofwel het gebruik van internet op een wijze die ‘anderen aanzienlijke emotionele schade berokkent of beoogt te berokkenen of redelijkerwijs verwacht kan worden te berokkenen’) is een federaal misdrijf waarop maximaal vijf jaar cel en een boete van 250.000 dollar staat. Daarnaast hebben ook veel afzonderlijke staten het als misdrijf in hun wet opgenomen. Het is moeilijk om daarvoor iemand te veroordelen, omdat de belagers hun identiteit goed weten te verbergen. Eén trol kan één keer op je voicemail inspreken dat je als een heks op de brandstapel moet, maar dat voldoet nog niet aan de criteria voor cyberstalking. Toch wordt het doodeng als honderden trollen dat ineens tegelijk doen. ‘Het is net een bijenzwerm,’ zegt Danielle Citron, hoogleraar Rechten aan de Universiteit van Maryland en een deskundige op het gebied van cybercriminaliteit. ‘Je wordt duizend keer gestoken. En elke steek doet pijn. Maar wat je ziet is één grote, gruwelijke, gonzende massa.’

    En al doet Anglin zelf niet mee aan de pesterijen, hij zet er wel toe aan en faciliteert het, zegt Citron. Dat zijn weer misdrijven op zich – alleen geen misdrijven waar politie en justitie werk van willen maken. Weinig politiekorpsen hebben de middelen om achter internetpesters aan te gaan. Volgens Citron hebben federale rechercheurs hun handen al meer dan vol aan de jacht op kinderporno, fraude en terrorisme, en krijgt cyberstalking dus geen prioriteit. Daarom zat er voor Gersh niets anders op dan Anglin voor de rechter te slepen. Een week later startte Auernheimer een campagne op WeSearchr, een crowdfundsite van Chuck Johnson, een extreem-rechtse activist en trol die banden met de regering-Trump zegt te hebben. Binnen een maand doneerden de Stormers meer dan 150.000 dollar voor Anglins advocatenkosten. Anglin nam Marc Randazza in de arm, een specialist op het gebied van de vrijheid van meningsuiting, die ook de verdediging heeft gevoerd voor Mike Cernovich, een andere voorman van extreem-rechts.

    De regiezitting vond afgelopen december plaats [de rechtszaak zelf zal pas 22 januari 2019 van start gaan]. Dit was de eerste keer dat een beruchte internettrol voor de rechter kwam vanwege het instigeren van een intimidatiecampagne. Dat zal de rechter misschien dwingen om zich eens uit te spreken over de vraag of een trolaanval – Anglins aansporing om ‘ze te grazen te nemen’ – onder de vrijheid van meningsuiting valt. Het risico is natuurlijk dat als Anglin straks vrijuit gaat, sadistische trollen carte blanche krijgen om op internet helemaal los te gaan. Aan de andere kant zegt Randazza dat het een gevaarlijk precedent zou scheppen als Anglins getreiter aan banden wordt gelegd. Anglin ‘heeft het volste recht om mensen te vragen hun mening te delen, hoe verwerpelijk die meningen soms ook zijn’, hield hij me voor. ‘Dat is de rottige prijs die we voor onze vrijheid moeten betalen.’

    Witte supremacisten, neonazi’s en alt-rightaanhangers bij een standbeeld van Thomas Jefferson na een mars door de universiteit in Charlottesville, 11 augustus 2017. – © Samuel Corum / Anadolu Agency / Getty Images
    Witte supremacisten, neonazi’s en alt-rightaanhangers bij een standbeeld van Thomas Jefferson na een mars door de universiteit in Charlottesville, 11 augustus 2017. – © Samuel Corum / Anadolu Agency / Getty Images

    In augustus kwamen kopstukken van de alt-right-beweging naar Charlottesville voor de grootste bijeenkomst van extreem-rechts in meer dan tien jaar. Richard Spencer, Mike Enoch, Matthew Heimbach, Eli Mosley en zelfs David Duke, het oude KKK-lid dat zich nu achter alt-right schaart om aansluiting te vinden bij racistische jongeren. Iedereen behalve Anglin. ‘We zijn boos’, had Anglin een paar dagen eerder geschreven. ‘We verlangen weer naar een tijdperk van geweld. We willen oorlog.’ Veel van zijn volgelingen trokken ook naar Charlottesville. Goed voorbereid op knokpartijen. Sommigen hadden zelfgemaakte, met doodskoppen gesierde schilden bij zich. Maar Anglin is nooit het type geweest om zich fysiek in de strijd te werpen.

    Alles wees erop dat hij na de rechtbankzitting in Columbus in Amerika was gebleven en in de loop van de zomer nog dieper was ondergedoken. Het SPLC schakelde deurwaarders in om Anglin van de rechtszaak in kennis te stellen, maar ze konden hem nergens vinden, hoewel ze het op zeven verschillende adressen herhaaldelijk hebben geprobeerd. In één appartement in Columbus werd de deur geopend door Anglins jongere broer Mitch, maar ook die werkte niet mee. Dat ‘kon hij niet maken’ tegenover zijn broer, zei hij. Op een ander adres kreeg de deurwaarder de indruk dat Anglin wel binnen zat maar niet opendeed. Randazza moest lachen om die onvindbaarheid van zijn cliënt. (Al snel kreeg Anglin nog twee federale rechtszaken aan zijn broek: van Dean Obeidallah, moslim, komiek en radiopresentator, die hem van smaad beticht, en van inwoners van Charlottesville die de kopstukken van alt-right verantwoordelijk houden voor het geweld met dodelijke afloop tijdens de protesten in hun stad.) Toen Anglin tegen CNN zei dat hij naar Nigeria was verhuisd, maakten de Stormers zich vrolijk dat de zender die leugen uitzond. Een van hen probeerde mij wijs te maken dat Anglin in Tsjechië zat. Maar ik had een betrouwbare tip dat hij ergens in het Midwesten uithing.

    De Stormers hadden een besloten chatserver bij de chat-app Discord waarop ik onder een schuilnaam kon inloggen. Dan zag ik ze over genocide kletsen in bewoordingen die weinig aan de verbeelding overlieten. ‘Het enige wat ik voor mijn dood nog wil, is zien hoe die [Joden] krijsend in een poel van ellende ten onder gaan op de grond van mijn vaderland’, schreef Auernheimer. ‘Ik hoef geen rijkdom. Ik hoef geen macht. Ik wil alleen dat hun dochters voor hun ogen worden doodgemarteld en ik wil ze lachend in hun gezicht spugen terwijl ze het uitschreeuwen van ellende.’

    In juli plaatste Auernheimer een nieuwe huisregel op hun Discord-forum: ‘Praat niet met de politie. Als we erachter komen dat je om welke reden dan ook met de politie hebt gesproken, word je van het forum gegooid.’ Eindelijk leek justitie dan toch interesse te tonen in Anglins activiteiten. En van de weeromstuit leek hij nog gekker te worden. In een bij alt-right zeer populaire podcast begon hij tegen de verbijsterde presentatoren te orakelen over het ‘elektrisch universum’ en ‘de deconstructie van de werkelijkheid’, en hij verzekerde ze dat ‘zodra die Joden eindelijk zijn uitgeroeid, de strijd tegen de aliens zal beginnen’.

    Op zijn site begon hij een meme te creëren rond ‘witte sharia’, vergezeld van pleidooien dat vrouwen door mannen mochten worden mishandeld en verkracht, beroofd moesten worden van hun stemrecht en als bezit van hun man moesten worden gezien. Vrouwen ‘zijn nog lager dan honden’, schreef hij. ‘Het zijn allemaal vuile, immorele, domme hoeren die geen enkel respect verdienen.’ Dat was verwarrend voor veel van zijn lezers en tegen het zere been van de paar vrouwen die de site bezochten. Ook begrepen veel Stormers niet waarom Anglin een concept uit de islam wilde propageren. Maar Anglin bleef er onvermoeibaar op hameren, en na tientallen berichten begon zijn meme toch navolging te krijgen. ‘Witte sharia’ was een van de slogans die radicaal-rechtse betogers in augustus in Charlottesville scandeerden. Het was wat James Alex Fields Jr. riep voordat hij met zijn auto op antiracistische demonstranten inreed en werd aangeklaagd voor de moord op Heather Heyer.

    Victorie

    Anglin kraaide victorie: de protestmars die hem in Whitefish voor ogen had gestaan, werd hier verwezenlijkt. Als iemand voor deze betoging had geijverd, was hij het wel. Zijn site was cruciaal geweest voor de organisatie. ‘Alt-right is opgestaan. Dit valt niet terug te draaien’, schreef hij. ‘Dit was onze Bierkellerputsch.’ En toen Trump de extreem-rechtse betogers weer weigerde te veroordelen, was hij helemaal in zijn nopjes. ‘Geen afstand nemen’, schreef hij. ‘Heel, heel goed. Bovenste beste kerel.’ De dag na de betoging schreef Anglin dat Heyer een ‘dikke slons’ was geweest en dat ‘de meeste mensen blij zijn dat ze dood is’. Dat bericht werd binnen een dag vaker op Facebook gedeeld dan enig ander bericht van The Daily Stormer tot dan toe. Op hun besloten chatserver opperde Auernheimer het idee om neonazi’s naar haar begrafenis te sturen.

    Maar al pochten ze nog zo hard dat ze het Raam van Overton oprekten, Anglin had niet voorzien dat naarmate zijn uitingen bloeddorstiger werden, zijn invloed ook steeds meer zou worden beknot. The Daily Stormer verloor zijn domeinregistratie bij GoDaddy en kon al snel geen gebruik meer maken van de maildiensten van Zoho en SendGrid. Ook Cloudflare, dat bescherming bood tegen cyberaanvallen, stelde geen prijs meer op hun klandizie. De site ging op zwart, evenals andere sites van alt-right. Discord gooide de server dicht waarop ze hun plannen bekokstoofden en sloot ook diverse andere chatrooms van racistische groeperingen. Richard Spencer had al gewaarschuwd voor ‘Het Grote Afknijpen’, en dat was nu begonnen. Anglin en Auernheimer deden verwoede pogingen om The Daily Stormer weer online te zetten, maar kregen bij een handvol domeinregistratiebedrijven steeds nul op het rekest – zelfs bij het Russische Rozcom. Op het moment van schrijven hebben ze weer een versie in de lucht bij een provider in de Filipijnen, waar ze hun site nu omschrijven als ‘Amerika’s grootste pro-Duterte-nieuwssite’. Maar Anglin heeft veel lezers verloren. Het aantal bijdragen op de reactiepagina’s, de voornaamste aanjager van zijn gemeenschap, is gedecimeerd.

    Zijn paniek was bijna voelbaar toen hij zijn extremistische imago dit najaar probeerde te temperen. ‘Ik ben niet echt een “Neo-Nazi White Supremacist”, ik weet niet eens wat dat precies betekent’, schreef hij half september. Hij beweerde dat zijn gewelddadige teksten nooit serieus bedoeld waren, dat hij alleen de spot wilde drijven met mensen die je meteen voor nazi uitmaken als je ‘opkomt voor de rechten van blanke mensen’ of ‘weigert te geloven in de achterlijke leugens over Hitler’ of in de ‘zogenaamde’ Holocaust. Hij legde uit wat volgens hem van meet af aan zijn ware insteek was geweest: ‘Ironisch nazisme vermomd als echt nazisme vermomd als ironisch nazisme.’ Vijf dagen later schreef hij dat ‘de wereld geregeerd wordt door reptielen uit een andere dimensie of een ander alienras van reptielen of insecten’. Moeilijk te bepalen wat nog ironie was en wat niet. Ik heb Anglin nog één keer gemaild met een verzoek om een interview. Geen antwoord. De volgende dag schreef hij een bericht waarin hij opriep tot de massa-executie van journalisten. ‘Ik wil journalistenhersenen van de muur zien druipen’, schreef hij.

    In de maanden dat ik Anglin heb gevolgd, kwam hij soms over als een dolgedraaide methodacteur die zo diep in zijn rol is weggezonken dat hij zich er niet meer van kan losmaken. Ik moest denken aan een zinnetje van Kurt Vonnegut: ‘We zijn wat we pretenderen te zijn, dus we moeten oppassen met wat we pretenderen te zijn.’ Anglin had er, zoals zoveel jonge mannen die met hun gevoelens in de knoop zitten, voor gekozen om op internet iemand of iets te zijn wat groter was dan hijzelf – iets vervaarlijks, ter verhulling van zijn innerlijke breekbaarheid, die hij niet kon uitstaan. Nu was de werkelijkheid ingehaald door zijn fantasie en kon hij er niet meer aan ontkomen. Wie was hij nog, als hij niet de trollenkoning van de nazi’s was?

  • ‘Draai de geldkraan voor IS dicht’

    ‘Draai de geldkraan voor IS dicht’

    Ook de Franse ex-premier Dominique de Villepin maakt zich zorgen over de opmars van terreurbeweging IS in Irak. Als we niet oppassen wordt de hele regio gedestabiliseerd, waarschuwt hij in Le Monde. Slechts een gezamenlijke inspanning van het Westen én regionale partijen kan een uitweg bieden.

    Het lijkt erop dat er iedere dag een nog erger bloedbad dreigt dan de dag ervoor. Honderdduizenden christenen in het Midden-Oosten, die van oudsher banden hebben met Frankrijk, worden met de dood bedreigd en slaan onder erbarmelijke omstandigheden op de vlucht. Vrouwen, kinderen en ouden van dagen komen in de Iraakse woestijn om van de dorst, enkel en alleen omdat ze christen of yezidi zijn. Al elf jaar gaat in Irak de religieuze verscheidenheid teloor die gedurende duizenden jaren een van de rijkdommen van het land uitmaakte. Frankrijk heeft de plicht om zijn stem te verheffen en in actie te komen, omdat het nog altijd instaat voor de mensenrechten, omdat het ertoe verplicht is op grond van zijn eigen pijnlijke geschiedenis.

    Ik heb het afgelopen maand al gezegd, tijdens de bliksemsnelle opmars van de Islamitische Staat in Irak en de Levant [ISIS, inmiddels IS]: het gif van de identiteit tast, zoals de ergste gifsoorten, het gehele organisme in minder dan geen tijd aan. Als we deze bedreiging willen tegengaan, moeten we proberen haar te begrijpen en gezamenlijk te bestrijden, op methodische wijze.

    Het is absoluut geen onheugelijke clash van beschavingen, tussen de islam en het christendom, het is niet de tiende kruistocht. Het is evenmin de zoveelste strijd tussen de beschaving en de barbarij, want het is te gemakkelijk om ervan uit te gaan dat je bij voorbaat het gelijk aan je zijde hebt. Nee, het betreft een ingrijpende en complexe historische gebeurtenis, die verband houdt met nationale onafhankelijkheid, mondialisering en de Arabische Lente.

    Het Midden-Oosten maakt een moderniseringscrisis door die een existentieel karakter heeft en die de sociale en politieke krachtsverhoudingen zodanig verandert dat alle oude scheidslijnen weer tevoorschijn komen. De grenzen uit het tijdperk Sykes-Picot worden weggevaagd. De politieke modellen uit de postkoloniale tijd en de Koude Oorlog zijn verouderd. De sjiieten en de soennieten staan tegenover elkaar en de minderheden vallen ten prooi aan zuiveringen. Om kort te gaan, het islamisme verhoudt zich tot de islam zoals het fascisme zich verhield tot de idee van de natiestaat in Europa, een monsterlijke dubbelganger die niet gecontroleerd kan worden, een kruising van archaïsme en moderniteit. Archaïsche en middeleeuwse denkbeelden, ultramoderne communicatie- en propagandatechnologieën.

    Het is onze taak het Midden-Oosten te helpen kiezen voor het leven en tegen de dood

    Het zal een generatie duren voordat het Midden-Oosten is aanbeland in zijn eigen gekalmeerde moderniteit, maar voor het zover is wordt het bedreigd door de nihilistische verzoeking, door de zelfmoord van zijn beschaving. We staan aan de vooravond van een beslissend moment waarop de regio naar een van beide kanten zal overhellen. Het is onze taak om het Midden-Oosten zo goed mogelijk te helpen om te kiezen voor het leven en tegen de dood.

    rtr2v6so

    De eerste politieke uitdaging, zoals altijd, is de eenheid en het recht die de internationale gemeenschap moeten vertegenwoordigen. Geweld is slechts een laatste redmiddel om het ergste te voorkomen. Het moet gericht zijn. En laten we ons er wel van bewust zijn dat de jihadisten niets liever willen dan geweld om hun strijd een heldhaftig karakter te geven en de geesten te radicaliseren tegen het Westen, dat altijd verdacht kan worden van kruistochten of kolonialisme.

    De tweede uitdaging zijn niet zozeer de fanatieke groepjes als wel de massa’s die ze meekrijgen en die ze kunnen mobiliseren, zowel uit angst voor een groter gevaar – zoals het geval is bij sommige stamhoofden en plaatselijke soennitische machthebbers – als uit haat. Er moet methodisch te werk gegaan worden om de afzonderlijke aspecten van elkaar te scheiden die tezamen hebben geleid tot de huidige ingewikkelde politieke situatie op soennitisch grondgebied. Wat heeft de regering-al-Maliki voor elkaar gekregen? Niets. Er moet een inclusieve regering komen waarin alle vreedzame groeperingen van de Iraakse samenleving zitting hebben. Er moet een beleidsprogramma komen om ervoor te zorgen dat al deze groeperingen vertegenwoordigd zijn in het leger en in de administratie, om de vicieuze cirkel van frustratie en haat te doorbreken.

    De toekomst van het Midden-Oosten voor de komende decennia wordt nu bepaald

    De belangrijkste uitdaging is – en we moeten de moed hebben om het hardop te zeggen – de financiering van de Islamitische Staat. Deze beschikt over steeds aanzienlijker financiële middelen, door de bevolking af te persen, goudreserves in te pikken of zich olievelden toe te eigenen. Die toevoer moet worden afgesloten. Maar ook de geldkraan van geldschieters moet worden dichtgedraaid, zonder welke de Islamitische Staat nergens is.

    In een ernstig verdeeld Midden-Oosten zijn er altijd behoudzuchtige krachten, individuen of circuits, die soms geworteld zijn in de samenleving, soms in overheidskringen, die destructief opereren uit angst om de macht te verliezen maar soms ook uit vrees voor vernieuwende en democratische ideeën. Het moet Saoedi-Arabië en conservatieve monarchieën duidelijk worden gemaakt dat ze deze destructieve koers moeten loslaten, want hun dynastieën zullen de eerste slachtoffers zijn van een Jihadistan dat zich uitbreidt over het Arabisch schiereiland; er is daar immers geen enkel alternatief, afgezien van de huidige traditionele machten. Of het nu is uit geopolitieke rivaliteit of uit politieke overtuiging, deze landen moeten ophouden het vuur in het Midden-Oosten op te stoken. Frankrijk kan zijn steunpunten in de regio aanspreken, en met name druk uitoefenen op Qatar.

    De derde politieke uitdaging is dubbel spel te vermijden van staten die in hun destructieve beleid nog altijd denken dat ze er op een of andere manier garen bij zullen spinnen. Turkije moet zijn standpunten in de regio verduidelijken en een evenwichtig Irak steunen met een stabiele Koerdische component, door uit alle macht de netwerken van de Islamitische Staat te bestrijden die het Turkse grondgebied gebruiken als uitvalsbasis. Geen enkel natiestaat in de regio volgt nu de duidelijke, heldere en noodzakelijke politieke koers die nodig is, noch Iran, noch Egypte. Het is hoog tijd, gezien het gevaar dat al deze landen worden weggevaagd, dat zij al hun kortzichtige plannetjes laten varen.

    Het moment voor een constructieve regionale inspanning is aangebroken. We moeten ons goed realiseren dat het Midden-Oosten van de komende decennia nu wordt bepaald. Er is een langetermijnstrategie en -beleid nodig waarbij alle actoren in de regio worden betrokken. Het onderhandelingsproces over de nucleaire proliferatie van Iran is doorslaggevend voor de positie van een genormaliseerd Iran in de regio. De enige oplossing is nu een regionale conferentie waardoor er vooruitgang geboekt kan worden in de grote strategische, economische en politieke dossiers, van de oliewinning tot de verdeling van de watervoorraden.

    Frankrijk heeft gelijk dat het onder aanvoering van François Hollande in actie wil komen. Het heeft gelijk dat het de weg van de Verenigde Naties bewandelt. Maar er moet wel duidelijk worden aangegeven wat Frankrijks koers, middelen én beperkingen zijn.

    Auteur: Dominique de Villepin
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Le Monde
    Frankrijk, dagblad, oplage 345.000
    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan z’n onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

    Dominique de Villepin (1953) is een Frans politicus en diplomaat. Hij was minister van Buitenlandse Zaken en premier tijdens de regering van Jacques Chirac. Na diens aftreden deed hij in 2012 een mislukte gooi naar het presidentschap. Naast zijn politieke carrière schreef De Villepin poëzie, politieke en historische essays en een boek over Napoleon.