Onderwerpen: Financiën

  • VS: Logan Paul veilt zeldzame Pokémonkaart voor recordbedrag

    VS: Logan Paul veilt zeldzame Pokémonkaart voor recordbedrag

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europese leiders verdeeld over het hervatten van de dialoog met Rusland

    » Duitsland: automarkt in zwaar weer door afname van het aantal banen

    De worstelaar verkocht hem voor 16,492 miljoen dollar

    Vijf jaar geleden vestigde Logan Paul een wereldrecord toen hij een Pokémonkaart kocht voor 5,275 miljoen dollar. Het bleek een goede investering: de Amerikaanse influencer en worstelaar verkocht diezelfde kaart voor een duizelingwekkend bedrag van 16,492 miljoen dollar, aldus CNN.

    De zeldzame Pikachu Illustratorkaart – een van slechts negenendertig exemplaren die eind jaren negentig werden gemaakt voor een Pokémonillustratiewedstrijd – werd medio februari geveild bij Goldin Auctions.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Naar schatting heeft Paul er na aftrek van de veilingkosten meer dan 8 miljoen dollar winst mee gemaakt. Direct na de veiling verscheen een official van Guinness World Records op het scherm die bevestigde dat Paul de duurste ruilkaart ooit op een veiling had verkocht.

    Pokémon is ‘s werelds meest winstgevende mediafranchise, zelfs winstgevender dan Disney en Star Wars. De waarde van de kaarten is enorm gestegen, ze hebben de S&P-aandelenmarkt met 3000 procent verslagen in de afgelopen twintig jaar.

  • Noord-Europa liet cash achter zich, maar komt daar stilletjes op terug

    Noord-Europa liet cash achter zich, maar komt daar stilletjes op terug

    In een wereld van betaalapps en digitale euro’s maakt baar geld een bescheiden comeback. ‘Sommigen vrezen dat te veel digitale betalingen Europa afhankelijk maken van Amerikaanse bedrijven.’

    Loop tijdens een gure winter een Zweedse kerk binnen en je zult in een van de nissen een flauw licht aantreffen. Een bosje kaarsen, aangestoken door bezoekers ter nagedachtenis aan een dierbare, leidt even af van de drukte van het moderne leven. Vroeger werden zulke momenten van bezinning alleen verstoord door het geluid van muntjes die in een metalen bakje vielen als betaling voor elke kaars. Nu niet meer. In deze moderne tijd zijn de kaarsen er nog steeds, maar het muntenbakje is vaak vervangen door een QR-code. Wie een kaars wil aansteken zoekt niet langer in zijn portemonnee, maar stuurt de kerk een paar kronen via de populaire betaalapp Swish. Het geluid van muntjes tegen metaal is vervangen door het doffe gezoem van mobiele telefoons die melden dat een betaling is gelukt.

    Europa, in elk geval het noordelijk deel ervan, is contant geld straal vergeten. In Noorwegen en Zweden behoren munten en bankbiljetten net zozeer tot het verleden als Vikingen en uit de handel genomen IKEA-spreien. Zweden betalen inmiddels 90 procent van al hun aankopen digitaal; nog maar de helft gebruikt überhaupt nog contant geld (schrijver dezes, die Zweden regelmatig bezoekt, heeft er al meer dan tien jaar geen bankbiljet meer gezien). Waar Japanners 22 procent van hun bnp in de vorm van papieren en metalen yens in hun portemonnee of onder hun matras (of futon) hebben zitten, is dat in Zweden minder dan 1 procent.

    Andere delen van het continent lopen de achterstand in. Contant geld blijft vaker de norm in Zuid-Europa, waar mensen armer zijn en kleine bedrijven het soms niet zo nauw nemen met hun belastingaangifte als in Scandinavië. Duitsland en Oostenrijk, waar ooit repressie heerste, hechten om redenen van privacy nog altijd aan fysiek geld. Maar zelfs daar worden contanten steeds vaker afgedankt. Europa telt half zoveel geldautomaten per persoon als Amerika, en dat aantal is dalende. Banken in Denemarken hebben nog zo weinig contant geld dat overvallers ze voorbijlopen.

    Banken in Denemarken hebben nog zo weinig contant geld dat overvallers ze voorbijlopen

    Al dat elektronische betalingsverkeer leek het toppunt van moderniteit, ondanks protesten van straatmuzikanten, bedelaars en belastingontduikers. Politici pleiten al lange tijd voor meer digitale betalingen om zwart geld en witwassen te bestrijden. Griekenland verplichtte bedrijven, inclusief restaurants en taxi’s, om digitale betalingen te accepteren en kwitanties te verschaffen (hoewel de pinautomaat in de taverne soms net buiten gebruik is als er moet worden afgerekend). De EU heeft drempels vastgesteld voor het gebruik van contant geld en eist nationale wetgeving die het gebruik van bankbiljetten bij grote zakelijke betalingen verbiedt. In 2019 is de Europese Centrale Bank zelfs gestopt met het uitgeven van nieuwe vijfhonderdeurobiljetten, omdat de omloop gering was en de verdenking bestond dat ze voornamelijk voor malafide transacties werden gebruikt. In Europese ogen was contant geld verleden tijd en vormden digitale betalingen de stralende toekomst.

    Dit bleef niet zonder protest, met name van de kant van populistisch rechts. In die kringen werden digitale betalingen lange tijd afgedaan als een douceurtje voor banken (die profiteren van elke kaarttransactie); contant geld, zo stellen zij, is een vorm van ‘vrijheid op papier’. Maar consumenten hebben met hun portemonnee gestemd. In de eurozone werd in 2016 79 procent van alle fysieke transacties contant afgerekend, tegen nog maar 52 procent in 2024 (voor een lager totaalbedrag, omdat bij grotere bedragen de voorkeur aan kaarten wordt gegeven). Koffiehuizen realiseerden zich dat het hun omzet ten goede kwam als klanten niet hun portemonnee trokken maar hun bankpas gebruikten. Vooral na de coronapandemie werd er in veel winkels nog maar zo zelden contant afgerekend dat het de moeite niet meer loonde. In steeds meer zaken verschenen bordjes met ‘alleen pinnen’: in 2024 weigerde 12 procent van alle bedrijven in Europa ronduit contant geld aan te nemen, tegen 4 procent nog maar drie jaar eerder. In sommige landen ligt het percentage nog hoger. Ruim een op de drie Nederlandse bioscopen accepteert geen biljetten en munten meer. Contant geld leek in een neerwaartse spiraal terecht te komen: steeds minder mensen namen euro’s op omdat steeds minder winkels die accepteerden, omdat steeds minder mensen ze gebruikten enzovoorts. 

    Toch vinden autoriteiten dat het inmiddels uit de hand is gelopen met het elektronisch betalingsverkeer. Al bepleiten ze geen terugkeer naar het verleden, ze willen er wel voor zorgen dat contant geld een alomtegenwoordig betaalmiddel blijft. In 2021 bepaalde het hoogste EU-hof dat papiergeld in beginsel geaccepteerd moet worden. Om alle verdere twijfel weg te nemen herhaalden de ministers van de 27 EU-lidstaten afgelopen december hun wens om bedrijven te verbieden contante betaling te weigeren. Er is een Europese wet in de maak die winkels en restaurants nog steeds toestaat de voorkeur te geven aan digitale betalingen, maar ze ook verplicht ouderwetse contanten te accepteren.

    COL Euro compressed edited scaled
    © Getty Images

    Vanwaar deze schijnbare terugval? Een van de zorgen is dat een aanzienlijke minderheid nog steeds een aversie heeft tegen digitaal betalen. Moderne apps en pinpassen zijn geweldig voor jonge, digitaal vaardige mensen en doenlijk voor minder digitaal vaardige mensen van middelbare leeftijd. Maar voor ouderen kan het goochelen met bankpassen en apps frustrerend zijn. Sommige arme mensen hebben zelfs moeite om überhaupt een bankrekening te openen.

    Van recentere aard zijn de zorgen over de veerkracht van betalingssystemen. Hoe handig het ook is wanneer alles goed werkt, het via de ether rondpompen van geld vereist elektriciteit en een dataverbinding. Door een landelijke stroomuitval afgelopen voorjaar in Spanje konden mensen geen voedsel en andere levensbehoeften kopen. En wat te denken van bedreigingen door buitenlandse tegenstanders? Sommigen vrezen dat te veel digitale betalingen Europa afhankelijk maken van Amerikaanse bedrijven als Visa en MasterCard, die worden geleid door politiek onvoorspelbare figuren. (Als reactie hierop overweegt de ECB invoering van een ‘digitale euro’, al zal dat nog jaren duren.) In de Baltische en Scandinavische landen, waar men vooral bang is voor Russische sabotage, blijven digitale betalingssystemen inmiddels ook enige tijd werken bij een stroomuitval. Maar als het aankomt op veerkracht gaat er niets boven contant geld. Zweden krijgen al lange tijd het advies om voldoende contant geld in huis te hebben om het een week te kunnen uitzingen, iets wat de EU nu ook aanbeveelt. Na jarenlang contactloos te hebben betaald ontdekt Europa dat wat baar geld ook geen kwaad kan.

  • Het sprookje van cashen en relaxen

    Het sprookje van cashen en relaxen

    Het klinkt mooi: een passief inkomen. Zonder werk toch omzet genereren. Maar zo eenvoudig is dat niet: om 2000 euro per maand bij te verdienen is al een klein vermogen nodig.

    Een onuitputtelijke geldbron, een boom in je achtertuin waar geld aan groeit, een magische, ongelimiteerde creditcard. Hoe verleidelijk zulke bronnen van rijkdom ook lijken, het zijn duidelijk verzinsels. Want, afgezien van het winnen van de loterij, geld zonder ervoor te werken is een sprookje. Toch?

    Sommige mensen zullen het daar wel volstrekt mee oneens zijn, tenminste als ze geloven in het moderne equivalent van de geldboom: een passief inkomen. Iedere maand geld binnenkrijgen zonder daar iets voor te hoeven te doen, dat klinkt als een sprookje. Daarom zijn er online ook mensen die beweren dat ze dat allang voor elkaar hebben, en jou zogenaamd waardevolle tips proberen te geven. Waarmee zij dan weer geld verdienen.

    Voordat we het over de methodes hebben, eerst een definitie: onder passief inkomen verstaan we een constante of regelmatige geldstroom waarvoor je niet hoeft te werken; bijvoorbeeld een uitkering of pensioen. Anders dan bij financiële onafhankelijkheid gaat het er bij een passief inkomen niet om alle kosten van levensonderhoud te dekken. De extra inkomstenstroom kan ook gewoon het maandbudget aanvullen of een kortere werkweek en meer vrije tijd mogelijk maken.

    Exclusieve indruk

    Het begrip ‘passief inkomen’ wordt veel gebruikt door zelfbenoemde zakelijke coaches en beleggingsprofessionals. Zij gebruiken deze term al jaren om ondoorzichtige bedrijfsstrategieën en dubieuze producten aan de man te brengen. Om een exclusieve en serieuze indruk te maken nodigen ze zogenaamd geselecteerde klanten uit voor chatgroepen waarin ze advies geven. Het verleidelijke join the group is op internet een meme geworden. Maar zijn dan alle mogelijkheden voor een passief inkomen flauwekul? Laten we een paar van de aangeprezen methodes eens onder de loep nemen.

    Een van de populairste strategieën voor een passief inkomen zijn huuropbrengsten. Daarbij zijn er verschillende opties die allemaal één gemeenschappelijk probleem hebben: je moet eerst onroerend goed bezitten. Dat kan behoorlijk in de papieren lopen, vooral in populaire grootstedelijke regio’s. Een simpel sommetje: wie met vastgoed 2000 euro per maand wil verdienen, dus 24.000 euro per jaar, moet bij een jaarlijks netto huurrendement van 2,4 procent bijvoorbeeld al 1 miljoen euro investeren.

    Om met een kleinere investering een hoger rendement te behalen, deed een paar jaar geleden het idee van ‘Airbnb-arbitrage’ opgeld. Een trend die vooral digital nomads, mensen die zonder vaste locatie werken en veel kunnen reizen, als geniale truc voor passief inkomen probeerden te verkopen. Daar was ‘alleen maar’ een aantal appartementen of huizen in verschillende landen voor nodig, liefst in populaire vakantieoorden met betaalbare koop- of huurprijzen. De leegstaande appartementen konden tijdelijk worden verhuurd als men er zelf geen gebruik van maakte, wat weer tot de beloofde ‘constante cashflow’ zou leiden.

    Als investeren geen optie is, moet je creatief zijn – in de ware zin van het woord

    Afgezien van de talrijke juridische restricties waarmee je in het buitenland bij de aankoop van onroerend goed en permanente onderverhuur rekening moet houden, is het verhuren van woningen natuurlijk een allesbehalve stressloze onderneming. Denk aan de schoonmaak, de sleutels overhandigen, communicatie, reparaties en de boekhouding. Een inkomen zonder te hoeven werken ziet er heel anders uit. En ook als je de appartementen alleen huurt – helemaal zonder startkapitaal wordt het lastig.

    Dat laatste probleem geldt ook voor passieve inkomensstrategieën op de aandelenmarkt. Om met ETF’s of aandelen een geldstroom van 2000 euro per maand te genereren, is een klein vermogen nodig. Als je ETF jaarlijks 4 procent dividend uitkeert, heb je een vermogen van 600.000 euro nodig om dat bedrag te realiseren. Bij een rendement van 2 procent is dat zelfs 1,2 miljoen euro. Bovendien is dividend nooit gegarandeerd en kunnen aandelenprij zen en dividenden sterk fluctueren. Zogenoemde P2P-leningen lijken aantrekkelijk door hun bijzonder hoge rendement. Ze zijn een populaire bron van passief inkomen, maar brengen ook aanzienlijke risico’s met zich mee. Het systeem werkt zo: via speciale platforms wordt het ingelegde geld als krediet aan particulieren verstrekt; de rente die zij betalen vloeit weer naar jou terug. Maar garanties zijn er niet. Het kan gebeuren dat kredietnemers hun schulden niet kunnen aflossen. En als het platform failliet gaat, is het voor beleggers vaak moeilijk hun geld terug te krijgen.

    Alle hier genoemde mogelijkheden voor het genereren van passief inkomen vereisen in het begin een forse kapitaalinvestering. Als dat geen optie is, moet je creatief zijn – in de ware zin van het woord. Een andere moge- lijkheid zijn namelijk creatieve bijver- diensten, ook wel side hustles genoemd. Met een blog kun je voor stukken met meer dan 1500 views per jaar in Duitsland geld krijgen van Verwertungsgesell- schaft Wort [een auteursrechtcollectief]. En dat niet alleen in het jaar van publicatie, maar ook langer, mits de artikelen genoeg lezers blijven trekken. Ook een YouTubekanaal kan aantrekkelijk zijn, omdat je op langere termijn van de advertentie-inkomsten van eenmaal gemaakte video’s kunt profiteren. De algoritmes van de meeste platforms zijn echter wel ontworpen om níéuwe content onder de aandacht te brengen; alleen als je continu produceert, heb je een kans om er op lange termijn geld mee te verdienen.

    Creatieve ‘side hustles’

    Het concept iets te creëren en daar jarenlang een deel van je inkomsten mee te genereren, werkt in theorie beter als je bijvoorbeeld een app programmeert en verkoopt of een boek schrijft. Maar in de praktijk is het probleem van creatieve side hustles, naast de aanvankelijke inspanning, dat de content relevant en populair genoeg moet zijn om er geld mee te verdienen. Online of van vrienden heb je misschien gehoord van andere mogelijkheden om passief inkomen te verwerven. Ook die functioneren niet zonder voorafgaande inspanning. Want het is net als met de geldboom: iemand moet hem wel eerst planten. Zonder tijd, werk of kapitaal te investeren kan er ook geen geldstroom ontstaan. De enige uitzonderingen zijn erfenissen, een prijs in de loterij of heel gulle vrienden.

    Het probleem met passief inkomen zit hem niet per se in de methodes; sommige werken wel, maar niet zoals de meeste mensen zich dat voorstellen. De term ‘passief’ is misleidend. Een betere term zou ‘inkomen op termijn’ zijn: na een periode van hard werken of een aanzienlijke kapitaalinvestering volgt een fase waarin je minder hoeft te doen en toch geld blijft verdienen. Dat is vermoedelijk ook wat de meeste coaches hopen die je online benaderen. Het feit dat ze zo actief proberen iets te verkopen, laat al zien dat ook zij de weg naar echt passief inkomen nog niet hebben gevonden.

    Thomas Kehl is opgeleid als bankier en informeert op zijn financiële YouTubekanaal ruim 3 miljoen mensen per maand.

    Laura Städtler studeerde politieke economie en bedrijfsjournalistiek en liep stage bij de economieredactie van SZ.

  • Spanje weigert te voldoen aan de 5-procentnorm van de NAVO

    Spanje weigert te voldoen aan de 5-procentnorm van de NAVO

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: gerechtshof kent Trump het recht toe om Nationale Garde in LA in te zetten

    » Tel Aviv: woning van de Noorse ambassadeur beschadigd door granaatinslag

    Het land kan de richtlijnen niet nakomen

    Met de belangrijke NAVO-top in Den Haag in aantocht stuurde secretaris-generaal Mark Rutte een brief naar alle lidstaten waarin duidelijk werd gemaakt wat de Amerikaanse president Donald Trump van hen verwachtte, waaronder een minimale uitgave van 5 procent van het bbp voor militaire doeleinden. ‘Dit is meer dan wat elk land op het moment aan defensie uitgeeft, inclusief de VS’, meldt El País. De Spaanse regering reageerde dan ook dat dit voor haar een te hoog bedrag is. In haar geval zou dit neerkomen op 80 miljard euro per jaar, dat is ongeveer de helft van haar nationale pensioenen.

    Aanbiedingen 360 artikel


    Bij de aankomende NAVO-top kunnen verscheidene landen een veto uitbrengen op bepaalde regelingen die unaniem moeten worden aangenomen. ‘Uiteraard willen wij niet de ambities van andere bondgenoten begrenzen of de uitkomst van de top in de weg zitten’, schrijft premier Sánchez in een brief aan Mark Rutte. ‘Voor Spanje zou het streven naar uitgaven van 5 procent niet alleen onredelijk zijn, maar ook contraproductief; Spanje zou zijn budget niet optimaal benutten en het zou de EU verhinderen om een sterk ecosysteem van veiligheid en defensie te genereren.’

    Verschillende NAVO-landen hebben ook kritiek geuit op de grote sprong in het bbp-percentage voor militaire uitgaven, dat op dit moment nog maar 2 procent bedraagt. ‘Sommige landen vinden dat de doelen niet een vast percentage zouden moeten zijn, maar eerder specifieke doelen en capaciteiten. Deze landen zouden liever andere uitgaven binnen deze 5 procent scharen: 3,5 procent voor puur militaire uitgaven en de overige 1,5 procent voor cybersecurity, infrastructuur en andere zaken’, aldus El País.

  • Passief inkomen is zo passief nog niet: de waarheid over de constante cashflow

    Passief inkomen is zo passief nog niet: de waarheid over de constante cashflow

    Het klinkt zo mooi: passief inkomen. Nietsdoen en toch inkomen genereren. Maar als je 2000 euro per maand wilt bijverdienen, heb je kapitaal nodig – of moet je heel creatief zijn.

    Een onuitputtelijke geldbron, een boom in je achtertuin waar geld aan groeit, een magische, ongelimiteerde creditcard. Hoe verleidelijk zulke bronnen van rijkdom ook lijken, het zijn duidelijk verzinsels. Want afgezien van het winnen van de loterij: geld zonder ervoor te werken is een sprookje. Toch?

    Sommige mensen zullen het daar wel volstrekt mee oneens zijn, tenminste als ze geloven in het moderne equivalent van de geldboom: een passief inkomen. Iedere maand geld binnenkrijgen zonder daar iets voor te hoeven te doen, klinkt als een sprookje. Daarom zijn er online ook mensen die beweren dat ze dat allang voor elkaar hebben en die deze zogenaamd waardevolle tips met je proberen te delen, waar zij dan weer geld mee verdienen. 

    Voordat we het over de methodes hebben, eerst een definitie: onder passief inkomen verstaan we een constante of regelmatige geldstroom waarvoor je niet hoeft te werken, zoals een uitkering of pensioen. Anders dan bij financiële onafhankelijkheid gaat het er bij een passief inkomen niet om het dekken van alle kosten van levensonderhoud. De extra inkomstenstroom kan ook gewoon het maandbudget aanvullen of een kortere werkweek en meer vrije tijd mogelijk maken. 

    Het begrip passief inkomen wordt veel gebruikt door zelfbenoemde businesscoaches en beleggingsprofessionals. Ze gebruiken deze slogan al jaren om ondoorzichtige bedrijfsstrategieën en dubieuze producten aan de man te brengen. Om een exclusieve en serieuze indruk te maken, nodigen ze zogenaamd geselecteerde klanten uit voor chatgroepen waarin ze advies geven. Het verleidelijke Join the group is op internet een meme geworden. Maar zijn alle mogelijkheden voor een passief inkomen dan flauwekul? Laten we een paar van de aangeprezen methodes eens onder de loep nemen. 

    De drempels voor passief inkomen

    Wil je meer met je geld doen, maar weet je niet hoe je dat moet aanpakken? Of vraag je je af welk ETF (exchange traded fund, een beleggingsfonds dat op de beurs wordt verhandeld) je moet kopen en hoeveel je eigenlijk elke maand in je pensioen zou moeten stoppen? 

    Een van de populairste strategieën voor een passief inkomen zijn huuropbrengsten. Daarbij zijn er verschillende opties die allemaal één gemeenschappelijk probleem hebben: je moet eerst onroerend goed bezitten. Dat kan behoorlijk in de papieren lopen, vooral in populaire grootstedelijke regio’s. Een simpel sommetje: wie met vastgoed € 2.000 per maand wil verdienen, dus € 24.000 per jaar, moet bij een jaarlijks netto-huurrendement van 2,4 procent bijvoorbeeld al een miljoen euro investeren. 

    Om met een geringere investering een hoger rendement te behalen, deed een paar jaar geleden het idee van ‘Airbnb-arbitrage’ opgeld. Een trend die vooral digitale nomaden, mensen die zonder vaste locatie werken en veel kunnen reizen, als geniale truc voor passief inkomen probeerden te verkopen. Daar waren ‘alleen maar’ een aantal appartementen of huizen in verschillende landen voor nodig, liefst in populaire vakantieoorden met betaalbare koop- of huurprijzen. De leegstaande appartementen konden tijdelijk worden verhuurd als men er zelf geen gebruik van maakte, wat weer tot de beloofde ‘constante cashflow’ zou leiden. 

    zelfs als je de appartementen enkel verhuurt, wordt dat zonder startkapitaal lastig

    Afgezien van de talrijke juridische restricties waarmee je in het buitenland bij de aankoop van onroerend goed en permanente onderverhuur rekening moet houden, is het verhuren van woningen natuurlijk een allesbehalve stressloze onderneming. Denk bijvoorbeeld aan schoonmaak, sleutels overhandigen, communicatie, reparaties en boekhouding. Inkomen zonder te hoeven werken ziet er heel anders uit. En zelfs als je de appartementen enkel verhuurt, wordt dat zonder startkapitaal lastig.

    Het probleem van startkapitaal geldt ook voor passieve inkomensstrategieën op de aandelenmarkt. Om met ETF’s of aandelen een geldstroom van € 2.000 per maand te genereren, is een klein vermogen nodig. Als je ETF jaarlijks 4 procent dividend uitkeert, heb je een vermogen van € 600.000 nodig om dat bedrag te realiseren. Bij een rendement van 2 procent is het zelfs € 1,2 miljoen. Bovendien is dividend nooit gegarandeerd en kunnen aandelenprijzen en dividenden sterk fluctueren.

    Zogenaamde P2P-leningen lijken aantrekkelijk door hun bijzonder hoge rendement. Ze zijn een populaire bron van passief inkomen, maar brengen ook aanzienlijke risico’s met zich mee. Het systeem werkt zo: via speciale platforms wordt het ingelegde geld als krediet aan particulieren verstrekt. De rente die zij betalen vloeit weer naar jou terug. Maar garanties zijn er niet. Het kan gebeuren dat kredietnemers hun schulden niet kunnen aflossen. En als het platform failliet gaat, is het voor beleggers vaak moeilijk om hun geld terug te krijgen.

    Als [een startkapitaal] geen optie is, moet je creatief zijn

    Alle hier genoemde mogelijkheden voor het genereren van passief inkomen vereisen een forse kapitaalinvestering in het begin. Als dat geen optie is, moet je creatief zijn – in de ware zin van het woord. Een andere mogelijkheid zijn namelijk creatieve bijverdiensten, in goed Dunglish: side hustles. Met een blog kun je voor stukken die meer dan 1.500 views per jaar krijgen – in Duitsland – geld krijgen van de Verwertungsgesellschaft Wort. En dat niet alleen in het jaar van publicatie, maar ook langer, mits de artikelen genoeg lezers blijven trekken. Ook een YouTube-kanaal kan aantrekkelijk zijn omdat je op langere termijn van de advertentie-inkomsten van eenmaal gemaakte video’s kunt profiteren. De algoritmes van de meeste platforms zijn echter wel ontworpen om steeds nieuwe content onder de aandacht te brengen; alleen als je continu produceert, heb je een kans er op lange termijn geld mee te verdienen.

    Het concept iets te creëren en daar jarenlang een deel van je inkomsten mee te genereren, werkt in theorie beter als je bijvoorbeeld een app programmeert en verkoopt of een boek schrijft. Maar in de praktijk is het probleem van creatieve side hustles dat naast de initiële inspanning ook de content relevant en populair genoeg moet zijn om er geld mee te verdienen. 

    De fout in de toverformule 

    Online of van vrienden heb je misschien gehoord van andere mogelijkheden om passief inkomen te verwerven. Ook die functioneren niet zonder voorafgaande inspanning. Want het is net als met de geldboom: iemand moet hem wel eerst planten. Zonder tijd, werk of kapitaal te investeren, kan er ook geen geldstroom ontstaan. De enige uitzonderingen zijn erfenissen, een prijs in de loterij of heel gulle vrienden. 

    Het probleem met passief inkomen is niet per se de methode. Sommige werken wel, maar niet zoals de meeste mensen zich dat voorstellen. De term ‘passief’ is misleidend. Een betere term zou ‘inkomen op termijn’ zijn: na een periode van hard werken of een aanzienlijke kapitaalinvestering volgt een fase waarin je minder hoeft te doen en toch geld blijft verdienen. 

    Dat is vermoedelijk ook wat de meeste coaches hopen die je online benaderen. Het feit dat ze zo actief proberen iets te verkopen, laat al zien dat ook zij de weg naar echt passief inkomen nog niet hebben gevonden.

  • Mexico-stad bouwt Utopia’s voor de armen

    Mexico-stad bouwt Utopia’s voor de armen

    Een visionaire burgemeester heeft haar voorstellingsvermogen gebruikt om gezondheid, welzijn en cultuur te versterken in een van de armste wijken in de Mexicaanse hoofdstad. Ze heeft Utopia’s opgezet, plaatsen waar arme mensen gratis toegang hebben tot allerlei diensten.

    De burgemeester van Mexico-Stad is nooit bang geweest voor controverse. Clara Brugada heeft ongebruikelijke plannen ingezet om de jarenlang aanhoudende economische ongelijkheid in de armste buurten van haar hoofdstad tegen te gaan. Ze heeft onder andere een bibliotheek in een oude Boeing 737 gebouwd met bagagerekken vol boeken en een park waar torenhoge robotdino’s staan. Deze maken deel uit van Brugada’s Utopia-project.

    Het is een zonnige doordeweekse dag in Utopia Libertad, een van de vijftien centra voor de gezondheid en het welzijn van de arbeidersklasse. Een vader en zoon slaan een balletje op de tennisbaan en twintig oude gepensioneerden, mannen en vrouwen, trekken baantjes in het zwembad. Zulke beelden zijn bekend in bescheiden wijken in het Globale Noorden, die vaak een buurthuis of recreatiecentrum hebben. Maar in Iztapalapa – waar men doorgaans geen toegang heeft tot culturele activiteiten of sport – zijn ze niet alleen ongebruikelijk, maar zelfs tegendraads.

    ‘De Utopia’s zijn een grote belofte voor de toekomst,’ zei Brugada, die het project tijdens haar ambtstermijn als burgemeester van Iztapalapa heeft opgezet. Ze is eerder dit jaar verkozen tot hoofd van de gemeenteraad. Zij vertelde bij Bloomberg Citylab, een conferentie over stadsontwikkeling in oktober, aan honderden stadsbestuurders: ‘Een van onze grootste doelen is dat de periferie van Mexico-Stad niet meer gelijkstaat aan ongelijkheid en verwaarlozing, maar dat er in die periferie juist nieuwe centra ontstaan.’

    ‘De Utopia’s zijn een grote belofte voor de toekomst’

    Brugada is zelf opgegroeid in Iztapalapa, de meest bevolkte en achtergestelde wijk in de Mexicaanse hoofdstad. Het ligt op 25 kilometer afstand van het commerciële centrum – een rit van twee uur door het drukke verkeer, en de zeeën van beton voelen tegenover de neokoloniale huizen, kunstgalerieën en toeristische cocktailbars als een compleet andere wereld. Van de 2 miljoen mensen die er wonen verdienen de meesten minder dan het minimumloon en er is nauwelijks toegang tot een bioscoop, een bibliotheek of een sportveld, aldus Raúl Basulto Luviano, de huidige burgemeester van Iztapalapa en Brugada’s opvolger. 

    De wijk staat bekend als een dumpplek voor lelijke of ongewenste projecten, zoals de stadsvuilnisbelt en een grote gevangenis, die naast Utopia Libertad staat. ‘Al jaren worden alle dingen die het centrum niet wil hier neergezet. We worden gezien als randgebied, als de achtertuin van de stad,’ zegt hij. Iztapalapa was onlosmakelijk verbonden met misdaad en drugs, maar volgens Luviano kwam daar in 2018 verandering in toen Brugada aan haar ambitieuze socialistische experiment begon, dat door heel Latijns-Amerika kan worden nagebootst om jarenlange verwaarlozing tegen te gaan. 

    Een Utopia in de stad

    Utopias is het Spaanse acroniem voor ‘eenheden voor verandering en organisatie omwille van inclusie en sociale harmonie’. Hier worden sociale diensten geboden om het gemeentewelzijn, maar ook sport en cultuur, te stimuleren. ‘Het plan was om de mensen van Iztapalapa het allerbeste te bieden,’ zegt Luviano, ‘om ze iets te geven waarvan ze dachten dat ze het nooit zouden krijgen.’

    Waar ooit vier hectare aan ongebruikt gebied lag, staat nu Utopia Libertad, waar mensen hun kleding kunnen wassen, kinderen kunnen spelen, waar men naar het planetarium kan en dieren kan bezoeken bij de kinderboerderij. ‘Ik kom hier elke dag. Het is het wachten waard,’ zegt de 68-jarige Guadalupe Hernandez, die zich in de rij voor een goedkope gezonde maaltijd met een parasol voor de zon beschut. ‘Dit kan je nergens anders vinden.’

    Er zijn allerlei gratis faciliteiten, waaronder een concertzaal met vierhonderd zitplekken waar klassieke muzieklessen worden gegeven en een temazcal – een traditioneel Azteekse sauna die door de Spaanse kolonisten verboden werd omdat de ruimte door naakte mannen en vrouwen werd gedeeld. In veel steden in Latijns-Amerika zijn zulke diensten onbetaalbaar of alleen toegankelijk voor de elite. Volgens Luviano was er tien jaar geleden in Iztapalapa één zwembad voor 2 miljoen inwoners. Nu zijn er dankzij Brugada negentien.

    ‘Dit idee kan niet alleen van Addis Ababa tot Maputo, maar ook van Londen tot Bristol navolging vinden’

    ‘Het beurt me op en het is heel inspirerend,’ zegt Manuel de Araújo, burgemeester van Quelimane in Mozambique, die de Citylab-conferentie bijwoonde. Het gebruik van de openbare ruimte om het recht op cultuur, creativiteit en ontspanning te waarborgen staat hem wel aan. ‘De meeste mensen zouden zo’n stuk land links laten liggen. Maar de gemeente besefte dat het nog ongebruikt was en dat hier de kans lag om mensen die zo lang uit ontwikkeling en beleid waren buitengesloten, samen te brengen. ‘Dit idee kan niet alleen van Addis Ababa tot Maputo, maar ook van Londen tot Bristol navolging vinden,’ aldus De Araújo.

    Een plek voor vrouwen

    De populairste attractie in deze Utopia is het ouderenhuis. In dit grote tipi-achtige gebouw volgen vijftien vrouwen een dansles. Met oefeningen wordt de cognitie gestimuleerd om aandoeningen zoals dementie tegen te gaan en er wordt therapie gegeven voor trauma, depressie en rouw, aldus Michelle Rodríguez, psycholoog en leidinggevende van het programma. ‘Zoals je kunt zien zijn ze nu een grote familie, ze helpen elkaar.’

    Het centrum biedt een gratis cursus tai chi, yoga, aromatherapie en massages voor vrouwen, van wie de meesten dierbaren zijn verloren en die zeggen veel eenzaamheid en rouw te ervaren. ‘Ik ben iemand verloren die veel voor mij betekende, en ik had helemaal geen hoop meer,’ zegt de tweeënzeventigjarige Juana de la Cruz Romero. ‘Het was verschrikkelijk. Godzijdank was er deze casa [dit huis] en de Utopia. Ze hebben mijn leven gered.’

    De vrouwen zijn een hechte gemeenschap geworden, vertelt de tachtigjarige Maria Luisa Ruiz Estrada. ‘Na een vierenzestigjarig huwelijk ben ik mijn man verloren. Je moest eens weten hoe ik me voelde, hoeveel ik leed. Ik wilde hier helemaal niet heen, maar mijn dochters hebben erop aangedrongen. Nu wil ik nooit meer weg,’ zegt ze. 

    Ongeveer 21.000 mensen maken dagelijks gebruik van de Utopia. De hoop is dat de welvaart van groepen waar de bevolking op steunt – zoals vrouwen – ook een positief effect zal hebben op naburige wijken.

    Ontwikkeling en twijfels

    James Anderson, hoofd overheidsvernieuwing bij Bloomberg Philanthropies, die dit project promootte bij de Citylabs-conferentie, zegt: ‘De Utopia zijn niet alleen uitzonderlijk wat betreft omvang en breedte, ze zetten ook vraagtekens bij het hele idee dat arme mensen geen goede diensten verdienen.’

    Pablo Lazo, hoofd stadsontwikkeling bij World Resources Institute, een organisatie die de impact van dit project bestudeert, kan aantonen dat het de ongelijkheidskloof ook heeft verkleind. De mensen uit Iztapalapa hadden eerder 5,5 keer minder culturele diensten in een straal van een half uur vergeleken met de rijkste buurten. Dat is nu gedaald naar 2,5 keer minder, zegt hij. ‘De Utopia’s hebben de kloof tussen Iztapalapa en andere wijken helpen overbruggen. Het is een grote stap in de juiste richting.’

    Volgens de gemeente hebben de Utopia’s bovendien de misdaad verlaagd in de wijk waar ooit een op de vijf moorden in Mexico-stad plaatsvond. Serieuze misdaden zoals geweldpleging, overval en moord zijn met tussen de 25 procent en 74,1 procent gedaald, het verschilt per Utopia. Brugada is van plan om honderd Utopia’s te bouwen zodat elke buurt er een heeft. ’We willen een stad die voor werkgelegenheid zorgt en armoede bestrijdt, een stad voor iedereen, waar de muren die ons scheiden (…) worden neergehaald. Een stad waar de armen vooropstaan, waar vrouwen vooropstaan,’ vertelde Brugada aan de burgemeesters bij de Citylab-conferentie. 

    ‘We willen een stad die werkgelegenheid maakt en armoede bestrijdt, een stad voor iedereen’

    Haar ambitieuze plannen zijn buiten haar linkse Morena-partij minder populair. Een oppositiekandidaat beschuldigde Brugada’s bewind van corruptie, van ‘fantoomutopia’s’ die nooit af zouden komen. Vertegenwoordigers van Brugada zeiden tegen The Guardian dat deze beweringen ongefundeerde campagnepolitiek zijn. Er zijn ook zorgen dat dit programma te idealistisch is. Er zijn stemmen die het een voorbeeld noemen van onhoudbare overheidsbesteding door de Latijns-Amerikaanse linkse politiek. Volgens het gemeentehuis kost elke Utopia ongeveer 5 miljoen dollar (4,6 miljoen euro) en ongeveer 500.000 dollar per jaar in onderhoud. 

    ‘Gezien de jarenlange verwaarlozing is die eerste investering helemaal terecht. Maar ik ben benieuwd naar de onderhoudskosten. Betaalt de gemeenschap deze of wordt het gesubsidieerd en gaat dit dan ten koste van andere diensten?’ vraagt Lazo zich af. De Utopia’s kwamen onder vuur te liggen omdat ze ‘luxediensten’ hydrotherapie, massages en klassieke muziekcursussen aanbieden terwijl een groot deel van Iztapalapa door een watercrisis op tankerreserves teert. 

    Maar deze radicale aanpak maakt het juist zo enerverend, aldus Miguel Robles-Durán, universitair hoofddocent bij Parsons The New School of Design in New York. ‘Je weet dat een programma werkt als de rijken klagen dat de armen een sportschool en een zwembad hebben,’ zegt Robles-Durán. ‘Dit is heel nieuw: een politieke economie waarin elke burger, ook de armsten, toegang moet kunnen hebben tot deze diensten. En het is de eerste keer in twintig, dertig jaar dat Mexico het neoliberale dogma dat hier geen geld voor is, doorbreekt. Dit is het levende bewijs dat je, als je dat wilt, prima geld aan arme mensen kan uitgeven.’

  • Geoff White: ‘Alleen samen kunnen overheden en techneuten witwassen tegengaan’

    Geoff White: ‘Alleen samen kunnen overheden en techneuten witwassen tegengaan’

    Om witwassen tegen te gaan moet zowel de overheid als de techsector zich minder dogmatisch opstellen, vindt specialist cybercriminaliteit Geoff White. ‘Zowel overheden als techneuten zullen wat water bij de wijn moeten doen.’

    De nieuwste financiële technologieën worden in rap tempo een belangrijke steunpilaar voor de georganiseerde misdaad, omdat ze de gevaarlijkste boeven ter wereld in staat stellen hun illegale buit te verplaatsen en aan het oog te onttrekken. Dat zal alleen maar erger worden als overheden en de industrie de handen niet ineenslaan.

    De geschiedenis van het witwassen van geld is bijna net zo oud als de misdaad zelf. Maar de technieken werden sterk verfijnd in de jaren tachtig, het tijdperk van de cocaïnecowboys, toen Amerika werd overspoeld met drugs.

    Het witwasproces van de drugssmokkelaars kende drie fasen: storting (placement), verhulling (layering) en integratie. Storting is het toevoegen van het zwarte geld aan de geldstroom van een legaal bedrijf. De contanten uit de drugshandel kunnen bijvoorbeeld vermengd worden met de inkomsten van een restaurant of een casino. Maar als de drugshandel wordt opgerold, zou de opbrengst ervan getraceerd kunnen worden via de bank die zakendoet met het legale bedrijf. Vandaar de tweede fase, verhulling: crimineel geld wordt eindeloos van rekening naar rekening gesluisd, opgenomen en opnieuw gestort en in andere valuta omgezet, om zo ervoor te zorgen dat de politie het spoor bijster raakt. In de laatste fase, integratie, plukt de crimineel de vruchten van zijn werk: dan zijn alle verbanden tussen het geld en zijn criminele oorsprong uitgewist en kan het besteed worden, idealiter aan zaken met een goed langetermijnrendement zoals kunst of vastgoed.

    Hackers

    Wat ten opzichte van de jaren tachtig vooral is veranderd, is de digitale revolutie in de financiële wereld: de aanhoudende innovatie in betalingssystemen, virtueel bankieren en dergelijke. Daarnaast leiden de nieuwe technologieën ook tot een nieuwe geldinfrastructuur buiten de traditionele financiële wereld, van cryptomunten tot NFT’S tot virtuele marktplaatsen in videogames, waarop inmiddels ook enorme bedragen omgaan.

    Door die voortsnellende financiële digitalisering is voor sommige criminelen de eerste fase van het witwasproces, het storten, minder belangrijk geworden. Dat is immers vooral van belang voor vormen van straatcriminaliteit zoals drugshandel en prostitutie, waarin veel contant geld omgaat. Het belang van verhulling en integratie van de geldstromen is navenant gegroeid. In een wereld waarin financiële transacties steeds meer digitale sporen achterlaten, is het moeilijker geworden om de buit uit handen van de opsporingsdiensten te houden.

    De mensen die daar de meeste ervaring mee hebben, zijn hackers. Zij hebben nieuwe manieren gevonden om gestolen geld weg te sluizen, mede met dank aan bitcoin en andere cryptovaluta, waarmee je overschrijvingen niet alleen praktisch anoniem (of op zijn minst onder een schuilnaam) kunt doen, maar ook grotendeels buiten het zicht van de toezichthouders die over de traditionele financiële wereld waken. Ook andere misdaadorganisaties beginnen de voordelen van digitaal witwassen daarom in te zien. Zelfs in de meer traditionele vormen van misdaad rukt het digitale domein op – van de drugshandel die steeds meer via het darkweb plaatsvindt tot de wildgroei aan online prostitutie. En dat leidt tot nieuwe witwasroutes.

    Door de explosieve groei van de digitale witwaspraktijken raakt de technologiesector steeds meer bij criminaliteit betrokken. Dat komt niet alleen doordat criminelen gebruikmaken van de nieuwste technologische vondsten. Op een dieper niveau komen de aspiraties van de technologievernieuwers en de wensen van de witwassers met elkaar overeen.

    Virtuele vluchtauto

    Witwassers willen in wezen drie dingen: een financiële omgeving met koortsachtig veel activiteit en wild schommelende prijzen, zodat ze veel geld kunnen rondpompen zonder argwaan te wekken. Een wereldomspannend systeem dat het makkelijk maakt om crimineel geld in pakweg Los Angeles te storten en in Londen op te nemen. En geen of minimale regelgeving. Dezelfde drie factoren dus waar techbedrijven bij gedijen. De overgrote meerderheid daarvan stimuleert de financiële wanpraktijken niet bewust, maar ook zij hebben baat bij grote en instabiele markten waarop geld makkelijk van land naar land stroomt en waar ze kunnen profiteren van mazen in de regelgeving.

    Iets anders wat beide partijen gemeen hebben is een libertaire inslag. Als het gezag oproept tot meer regelgeving om te voorkomen dat criminelen van de nieuwe technologie gebruikmaken, komen programmeurs en start-upondernemers meteen in het geweer tegen wat zij beschouwen als betutteling, en beschuldigen ze ‘trad-fi’ (de traditionele financiële wereld) van een slinkse campagne om de concurrentie van nieuwkomers te dwarsbomen.

    Een goed voorbeeld van deze tegenstellingen zie je in het verhaal van Tornado Cash. In maart 2022 werd door hackers die vermoedelijk banden hadden met Noord-Korea voor 625 miljoen dollar aan cryptovaluta gestolen uit de cryptogame Axie Infinity. Een groot deel van dat geld werd witgewassen met behulp van Tornado Cash, een zogenaamde cryptomixer. Zo’n cryptomixer vermengt de door gebruikers gestorte cryptovaluta met andere, waarna bij opname van het geld de herkomst niet meer te achterhalen is. Er kunnen goede privacyredenen zijn om van zo’n mixer gebruik te maken, maar voor de hackers die bij Axie Infinity hadden ingebroken, was het in feite een virtuele vluchtauto.

    De Amerikaanse overheid greep snel in: Tornado Cash kreeg sancties opgelegd waardoor het werd buitengesloten van het Amerikaanse banksysteem, en de twee softwareontwikkelaars die deze mixer zouden hebben opgezet werden aangeklaagd wegens witwassen en het overtreden van sancties. De reactie uit de techsector was al even direct. Cryptoactivisten spanden een proces aan tegen het Amerikaanse ministerie van Financiën omdat gebruikers door de sancties volgens hen werden beroofd van een essentieel privacyhulpmiddel. En critici vonden in het algemeen dat het Amerikaanse optreden een gevaarlijk precedent schiep voor softwareontwikkelaars wereldwijd. De mensen achter Tornado Cash mochten volgens hen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het misbruik van hun product.

    De autoriteiten en de techwereld staan hier dus tegenover elkaar. Overheden willen paal en perk stellen aan een volgens sommigen volledig losgeslagen technologiesector die innovaties uitrolt zonder zich om de maatschappelijke schade te bekommeren. Maar de cryptoliefhebbers hameren erop dat strenger toezicht funest zal zijn voor het technologische fundament waarop hun disruptieve nieuwe wereld rust. Het lijkt op de debatten rond de versleuteling van het berichtenverkeer in apps als WhatsApp en Telegram. Overheden willen een of andere vorm van wettelijke toegang tot de berichten op die platforms. Volgens de techwereld maakt zo’n voet tussen de deur uiteindelijk alle versleuteling zinloos.

    Om die patstelling te doorbreken zullen beide partijen wat water bij de wijn moeten doen. Overheden en toezichthouders moeten zich beter verdiepen in de technologie waarop deze innovaties berusten en meer moeite doen om te doorgronden hoe ze precies werken. Alleen dan hebben ze volgens de techwereld recht van spreken. En de techneuten moeten inzien dat ze elke discussie bij voorbaat verloren hebben zolang hun dogmatische verdediging van innovatie door tegenstanders kan worden neergezet als bereidheid om grootschalige financiële misdaad te faciliteren. Ergens in het midden tussen die twee standpunten ligt de toekomst van de fintech-sector.

  • Zo zetten de rijkste mensen van Europa de politiek naar hun hand

    Zo zetten de rijkste mensen van Europa de politiek naar hun hand

    De invloed van miljardairs en hun fortuin in de nationale en internationale politiek is niet te onderschatten. Wie de rijkste mensen in Europa zijn en hoe ze hun geld inzetten om de politiek te beïnvloeden, is de afgelopen maanden onderzocht door meer dan zeventig journalisten uit veertig landen.

    Stel je voor: je zit op je superjacht en leest in Financial Times over een nieuw belastingvoorstel waardoor je belastingtarief met minder dan 1 procent zou stijgen. Jij, iemand uit de klasse der superrijken, vindt dat je dit niet kunt laten gebeuren. Welke opties heb je? Je kunt een grote nationale krant overnemen en het redactionele standpunt beïnvloeden. Je kunt ook een onderzoekscentrum opzetten en financieren en het als onafhankelijk instituut ‘wetenschappelijke’ studies laten uitvoeren die jouw standpunt bevestigen. Je zou ook een groep lobbyisten kunnen financieren om in te praten op parlementsleden die de regels maken in jouw land.

    Al deze acties hebben in het verleden meer dan eens plaatsgevonden. De Franse mediamagnaat en miljardair Vincent Bolloré nam een gerenommeerd weekblad over en installeerde een extreemrechtse journalist als hoofdredacteur. Dit leidde in de zomer van 2023 tot wekenlange stakingen van het personeel van het blad. In Duitsland publiceerde een ‘klimaatinstituut’ rapporten waarin het effect van de mens op de klimaatcrisis wordt ontkend, vermoedelijk gefinancierd door olie- en gasbedrijven uit de Verenigde Staten. En de rijkste man van Europa, magnaat in luxegoederen Bernard Arnault, heeft naar verluidt advertenties van zijn bedrijven teruggetrokken uit kranten na kritische berichtgeving.

    Miljardairs kunnen de nationale en internationale politiek veranderen

    Miljardairs kunnen de nationale en internationale politiek veranderen en dat gebeurt vaak ook. Omdat ze beschikken over enorme sommen geld, zijn deze individuen van groot belang voor partijleiders en andere politieke spelers, die vaak donaties van hen ontvangen. Maar invloed hoeft niet vrijwillig of zelfs bewust te worden uitgeoefend. Wetgeving wordt bijvoorbeeld vaak zodanig ontworpen dat miljardairs ervoor kiezen in hun land te blijven. In de praktijk betekent dit dat wetgevers anticiperen op het humeur van miljardairs en hun tegemoetkomen voordat de miljardairs zelf er zelfs maar aan dachten om hun wensen kenbaar te maken.

    Zowel politieke partijen als rijke individuen hebben er geen belang bij om deze indirecte manier van lobbyen inzichtelijk te maken voor het publiek. De beslissingen van de superrijken kunnen de economische, sociale en culturele situatie van een land volledig veranderen, ten goede of ten kwade. Maar we weten nauwelijks iets over hun politieke banden of ambities of over de invloed die ze hebben op de nationale en internationale politiek.

    Amancio Ortega Gaona

    De Spaanse industrieel Amancio Ortega Gaona (1936) is met een geschat fortuin van 85 miljard euro de rijkste man van Spanje en nummer vijftien op de lijst van rijkste personen op aarde. In 2015 was hij zelfs even ’s werelds rijkste. Afkomstig uit een bescheiden gezin in Léon raakte hij op jonge leeftijd gefascineerd door mode en textiel.

    Hij begon zijn carrière als boodschappenjongen voor verschillende kledingwinkels in A Coruña, het centrum van de Spaanse textielindustrie. In 1972 begon hij Confecciones Goa, een bedrijf dat kamerjassen produceerde en verkocht. Van daaruit begon hij zich steeds meer te richten op snelle en betaalbare mode en in 1974 creëerde hij modemerk Zara. Hij ontwikkelde een innovatieve productie- en distributiestrategie die een revolutie teweegbracht in de modewereld. Het bedrijfsmodel van zijn bedrijf Inditex is gebaseerd op flexibele productie en distributie, snelle aanpassing aan de voorkeuren van de consument en de vestiging van winkels op strategische locaties overal ter wereld.

    Transparantie

    We weten zo weinig over hun rijkdom dat zelfs de academische wereld grotendeels vertrouwt op de ranglijsten met miljardairs van Forbes of Bloomberg (waar dit onderzoek ook op is gebaseerd). Sommige landen verbieden de publicatie van gegevens over rijkdom, zoals Luxemburg, waar ranglijsten van de rijken niet openbaar worden gemaakt. Het kleine land heeft een van de strengste antitransparantiewetten ter wereld. Hoewel er meer dan 47.000 miljonairs en naar schatting 17 miljardairs in het land wonen (in 2014 – de laatst beschikbare gegevens), weet zelfs de regering niet hoeveel de inwoners bezitten, omdat individuen hun bezittingen niet hoeven op te geven. Op dit moment bestaat er ook geen EU-wetgeving over transparantie van vermogen.

    Dit gebrek aan transparantie leidt tot herhaalde gevallen van financiële fraude en belastingontduiking, zoals de Panama Papers, de Paradise Papers en de Pandora Papers aan het licht brachten. Zonder transparantie kunnen we ook niet discussiëren over de grote morele vraag hoeveel ongelijkheid we als samenleving kunnen accepteren. Hoeveel mag de top 1-procent bezitten?

    Als we kijken naar de drie rijkste personen in veertig Europese landen, zijn slechts zes daarvan vrouw

    Het zal niemand verbazen dat er ook aan de top van de economische ladder sprake is van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Als we kijken naar de drie rijkste personen in veertig Europese landen, zijn slechts zes daarvan vrouw. Bovendien hebben de meeste vrouwelijke miljardairs op onze lijst hun rijkdom verkregen door te erven van hun vader of grootvader. Verschillende soorten ongelijkheid werken op elkaar in, en ongelijkheid in rijkdom is daarop geen uitzondering.

    Vermogensongelijkheid bestaat niet alleen binnen landen, maar binnen de Europese context ook tussen de niveaus van rijkdom. Eén persoon springt er in het bijzonder uit: Bernard Arnault, eigenaar van het Franse luxeconcern LVMH. Hij is veruit de rijkste persoon in Europa en bezit ruim 100 miljard euro meer dan de volgende miljardair in onze database. Ook opmerkelijk is dat drie van de vier Franse miljardairs in dit onderzoek rijk zijn geworden dankzij luxemerken zoals Louis Vuitton, l’Oréal of Gucci. Dat staat in schril contrast met de rest van het continent, waar miljardairs hun fortuin meestal verwierven in grotere industrieën, zoals bouwbedrijven of supermarkten.

    Het regionale verschil in rijkdom tussen de Balkan en delen van Oost-Europa en de rest van het continent is enorm. De Kroatische ‘verzekeringskoning’ Dubravko Grgić is de rijkste persoon op de Balkan en bezit vijf keer minder dan de rijkste Nederlander en dertig keer minder dan Bernard Arnault. Bovendien zijn de meeste miljardairs in West-Europa rijk geworden door voort te bouwen op geërfd geld of op eigendommen van hun familie. In Centraal- en Oost-Europa en op de Balkan hebben de meeste miljardairs zich omhooggewerkt, vaak ook door gebruik te maken van dubieuze praktijken in de jaren negentig.

    Susanne Klatten

    Susanne Klatten (1962) is als rijkste vrouw van Duitsland met een vermogen van ruim 21 miljard euro een prominent bewoner van miljardairsland. Ze is nummer 72 op de lijst van rijkste personen op aarde en staat daarmee ver boven bijvoorbeeld Rupert Murdoch. Klatten groeide op in Bad Homburg als dochter van industrieel Herbert Quandt. De familie Quandt heeft een uiterst dubieus naziverleden, dat later op verzoek van de familie door een historicus uit de doeken is gedaan.

    Susannes vader Herbert Quandt redde BMW in 1959 van een faillissement, waarmee hij een fortuin vergaarde dat later overging op zijn kinderen. Susanne en haar broer bezitten bijna de helft van de BMW-aandelen en kregen in maart van dit jaar ruim een miljard aan dividend uitgekeerd. Klatten is een van de grootste CDU-donateurs, is werkzaam in de Duitse start-upscene en actief betrokken bij tal van sociale en milieuorganisaties. En zoals zoveel ultrarijken is ze publiciteit liever kwijt dan rijk.

    Politiek

    Sommige miljardairs in onze database waren zelfs werkzaam in de politiek. Een paar opmerkelijke voorbeelden zijn de Britse premier, Rishi Sunak, die rijker is dan de Britse monarch; Bidzina Ivanisjvili, sinds jaar en dag de schaduwkoning van Georgië; Mészáros Lőrinc, de Hongaarse miljardair en trouwe vriend van Viktor Orbán; en Christoph Blocher, financier van de Zwitserse extreemrechtse Volkspartij (SVP). Bidzina Ivanisjvili verdiende voor zover bekend zijn geld door spotgoedkoop mijnbouw- en staalinfrastructuur te verwerven tijdens de periode van privatisering na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in de jaren negentig. Sinds 2000 zijn hij en zijn familie eigenaar van een van de grootste banken van Georgië.

    Hij werd in 2012 premier met de partij die hij oprichtte, maar na slechts een jaar in functie trad hij af. Maar hij heeft nog steeds grote invloed in het Kaukasische land. Hij wordt bekritiseerd omdat hij het buitenlandbeleid in de richting van Rusland stuurde, waardoor Georgië volgens velen een autocratische staat is geworden. Mészáros Lőrinc, die een van Orbáns meest loyale oligarchen wordt genoemd, was een redelijk succesvol zakenman tot de Fidesz-partij van Viktor Orbán in 2010 aan de macht kwam. Daarna werd hij snel superrijk door overheidsprojecten binnen te halen dankzij zijn banden met de Hongaarse premier.

    Hij probeerde burgemeester van zijn geboortestad te worden, wat alleen lukte na een hoogstpersoonlijke interventie van Orbán. In 2016 nam Lőrinc Mediaworks over, een van de grootste Hongaarse uitgevers. Op deze manier werkt hij samen met de regering in het verder beperken van de onafhankelijke pers en media in het land.

    Hij staat erom bekend de Zwitserse politiek naar rechts te dwingen door financiering van de extreemrechtse Zwitserse Volkspartij (SVP)

    Christoph Blocher is een Zwitserse miljardair die zijn geld verdiende als meerderheidsaandeelhouder van een groot Zwitsers chemiebedrijf. Hij staat erom bekend de Zwitserse politiek naar rechts te dwingen door financiering van de extreemrechtse Zwitserse Volkspartij (SVP), de grootste partij van het Alpenland. Als Zwitsers parlementariër speelde hij een belangrijke rol in het succesvolle referendum tegen het Zwitserse lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte in de jaren negentig. Later werd hij raadslid van de Zwitserse federale regering op Justitie, totdat hij in 2007 werd afgezet. Niettemin oefende hij tot lang daarna aanzienlijke invloed uit op het land door campagnes te financieren voor referenda tegen minaretten, boerka’s en alles wat buitenlands is. Zonder zijn rijkdom was de opkomst van de SVP niet mogelijk geweest.

    GettyImages 693703408 1
    Filantroop George Soros en zijn vrouw Tamiko Bolton in 2017, Berlijn. – © Getty images

    Ongelijkheid

    Twee derde van de Europeanen wil dat regeringen iets doen aan de ongelijkheid van rijkdom en ziet het belasten van de superrijken als een belangrijke taak van hun regeringen. Weinig onderwerpen kennen zo’n ruime instemming: in Oostenrijk bijvoorbeeld wil 80 procent van de bevolking hogere vermogensbelasting voor de rijken.

    De legendarische Amerikaanse investeerder Warren Buffett zei ooit in een interview dat hij volgens de wet minder belasting moest betalen dan zijn receptionist, ondanks het feit dat hij een van de rijkste personen ter wereld is. Hij had geen ongelijk, want de meeste miljardairs hebben geen traditioneel belastbaar inkomen. In plaats daarvan zit het grootste deel van hun geld in aandelen en andere financiële activa, die alleen belast worden als ze met winst worden verkocht. Omdat miljardairs doorgaans maar heel weinig aandelen verkopen – niet meer dan nodig om hun uitgaven te dekken – worden ze belast op deze zogenaamde vermogenswinsten in plaats van op een ‘normaal’ inkomen als werknemer.

    Hij moest volgens de wet minder belasting betalen dan zijn receptionist, ondanks dat hij een van de rijkste personen ter wereld is

    Er zijn maar heel weinig miljardairs die een aanzienlijk deel van hun vermogen aan filantropische activiteiten besteden. In de Verenigde Staten gaven 264 van de 400 grootste miljardairs minder dan 5 procent van hun vermogen weg, aldus cijfers van de Forbes Philanthropy Score. Hoewel een dergelijke ranglijst in Europa ontbreekt, bevestigt ons onderzoek dat de Europese cijfers overeenkomen met de Amerikaanse. Er zijn wel een paar miljardairs die waardevol werk financieren voor de verbetering van democratie en mensenrechten, zoals de Open Society Foundations van George Soros.

    Veel maatschappelijke organisaties zijn echter afhankelijk van financiering door deze filantropen, wat hun voortbestaan kan bedreigen als de financiering wordt ingetrokken, zoals blijkt uit de recente aankondiging van Open Society Foundations om de financiering in Europa volledig stop te zetten. In sommige landen is het maatschappelijk middenveld afhankelijk van een paar individuen of instellingen, die volledig buiten de democratische controle of besluitvorming opereren.

    Bernard Arnault

    Bernard Arnault (1949), de Franse zakenmagnaat die als kind van een rijke industriële familie al in weelde werd geboren, werkte zich op tot de rijkste man van Europa. En dat niet alleen, na Elon Musk is hij met een slordige 163 miljard euro de een-na-rijkste man op aarde. Arnault is oprichter, voorzitter en CEO van Louis Vuitton Moët Hennessy (LVMH), ’s werelds grootste bedrijf in luxegoederen.

    Hij studeerde aan de prestigieuze Franse ingenieursschool École polytechnique en nam op 27-jarige leeftijd het bouwbedrijf van zijn vader over, dat hij transformeerde tot vastgoedbedrijf. Maar de echte klapper kwam na de overname in 1984 van de zieltogende Boussac-groep, eigenaar van Christian Dior. Na die overname verkocht hij bijna alle activa van het bedrijf, ontsloeg 7000 werknemers en hield alleen Christian Dior en warenhuis Le Bon Marché over. Geholpen door de beurscrash van 1987 bemachtigde hij aandelen in de LVMH-groep, waarna hij er de grootste aandeelhouder van werd.

    Belastingen

    Filantropie is dus niet iets om op te rekenen. Er is eigenlijk maar één manier om met zulke extreme niveaus van concentratie van rijkdom om te gaan: belastingen, belastingen en nog eens belastingen.

    De politieke invloed van de rijken is een van de redenen waarom de rijksten niet meer belasting betalen. Maar er is meer aan de hand: het ontbreekt aan competentie bij beleidsmakers als het gaat om financiële kwesties, vooral aan de linkerkant van het politieke spectrum. Voor een recente studie werden progressieve Duitse politici ondervraagd, en daaruit bleek dat als het op belastingkwesties aankomt niet alleen lobbyisten, maar ook een gebrek aan kennis de invoering van vermogensbelasting in de weg staan.

    Politiek geïnteresseerde jongeren hebben de neiging om zich aan te sluiten bij linkse partijen omdat ze vooral geïnteresseerd zijn in werk en sociale zaken, en minder in financiële kwesties. Ondertussen bestaan er bij conservatieve parlementsleden wachtlijsten om lid te kunnen worden van financiële commissies. Door de enorme complexiteit – die soms kunstmatig wordt vergroot – is het lastig om de status quo te veranderen.

    Om de ongelijkheid in rijkdom goed aan te pakken, moet het belastingbeleid een zaak worden die progressieve partijen aan het hart gaat. Anders blijven politici onwetend en worden ze makkelijk overschaduwd door degenen die er alles aan doen om geen belasting te hoeven betalen.

    Het belastingbeleid moet een zaak worden die progressieve partijen aan het hart gaat

    In principe zijn er twee manieren om de superrijken effectief te belasten: vermogenswinstbelasting en vermogensbelasting. Zoals hierboven uiteengezet, worden zeer rijke mensen meestal proportioneel minder belast dan mensen met een normaal inkomen, omdat vermogenswinsten uit de verkoop van aandelen belast worden. In enkele landen met de meeste miljonairs en miljardairs per hoofd van de bevolking, zoals Luxemburg, Zwitserland en België, wordt geen vermogenswinstbelasting geheven. In Europese landen die wel belasting heffen op vermogenswinst uit de verkoop van beursgenoteerde aandelen, bedraagt deze belasting gemiddeld 19,4 procent. Ter vergelijking: volgens de Europese Commissie bedroeg de inkomstenbelasting in Europa van 1996 tot 2021 gemiddeld iets meer dan 40 procent.

    Het inkomen van miljardairs is echter maar een fractie van wat ze bezitten, omdat het meeste geld in activa zit, zoals aandelen en obligaties, onroerend goed, luxeartikelen en contant geld. Al deze rijkdom wordt systematisch te weinig belast. Van de twaalf Europese landen die in 1990 vermogensbelasting hieven, doen alleen Noorwegen, Spanje en Zwitserland dat tegenwoordig nog. Vermogensbelasting werd in veel landen afgeschaft, omdat de progressie ervan al vroeg merkbaar werd en diegenen trof die ‘slechts’ een paar miljoen op hun bankrekening hadden. Vervolgens vertrokken veel rijke mensen naar landen waar deze belasting niet bestaat, waardoor de totale belastinginkomsten in de vertreklanden daalden – dit gebeurde bijvoorbeeld nadat Noorwegen onlangs zijn vermogensbelasting licht verhoogde.

    De sociaaldemocratische regering verhoogde de vermogensbelasting van 0,85 procent naar 1,1 procent, en dat leidde tot een grote kapitaalvlucht door veel van de miljardairs in het land. Ze namen zo veel geld mee dat de vermogensbelasting in Noorwegen naar verwachting ruim 500 miljoen euro minder zal opleveren dan nu het geval is. Om te voorkomen dat miljardairs naar andere Europese landen verhuizen, moet de belasting in meerdere landen hetzelfde zijn. Dit is vergelijkbaar met het nieuwe wereldwijde minimumtarief voor vennootschapsbelasting van 15 procent voor multinationals, die werd ingevoerd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

    Beweging

    Er is op Europees niveau beweging in dit debat. In juni van dit jaar startte een groep economen, activisten, politici en multimiljonairs een Europees burgerinitiatief dat eist dat de Europese Commissie een permanente en progressieve jaarlijkse vermogensbelasting invoert. Om het deze keer te laten lukken, stelt een team van economen rond stereconoom Thomas Piketty een hoge drempel voor die ervoor zorgt dat alleen een kleine groep superrijken wordt getroffen. Bovendien zou geërfde rijkdom zwaarder belast moeten worden dan inkomen of selfmade rijkdom, omdat je je ouders nu eenmaal niet kunt kiezen. Europese burgerinitiatieven zijn zelden succesvol en de wetgevende bevoegdheid van de EU op het gebied van belastingen is beperkt. Toch zou dit bij uitstek een goed initiatief zijn waar linkse groepen zich achter zouden kunnen scharen in aanloop naar de Europese verkiezingen van 2024.

    Als samenleving hebben we weinig inzicht in de rol die de meeste superrijken spelen in de politiek. We moeten de mate van concentratie van rijkdom begrijpen – vooral de impact ervan op democratische processen en besluitvorming – om te kunnen bepalen wat eraan gedaan zou kunnen en moeten worden.

    In Noorwegen en Finland worden de belastingaangiften van alle burgers zonder uitzondering elk jaar gepubliceerd, zodat iedereen ze kan inzien. Media kunnen via een website lijsten samenstellen van de grootverdieners in het land. Kan dat misschien dienen ter inspiratie?

  • Het tijdperk van extreem goedkope spullen uit Azië is voorbij

    Het tijdperk van extreem goedkope spullen uit Azië is voorbij

    Fabrieken in heel Azië hebben moeite om jonge werknemers aan te trekken. Het geglobaliseerde productiemodel dat de verkoop van goedkope goederen over de hele wereld mogelijk maakte, is daardoor niet meer in stand te houden.

    De werkplek heeft ramen van de vloer tot het plafond, een café waar matcha wordt geserveerd en er zijn gratis yoga- en danslessen. Werknemers komen bij elkaar tijdens maandelijkse teambuildingsessies en om bier te drinken, te karten of te bowlen. Dit is niet Google. Dit is een kledingfabriek in Vietnam. 

    Azië, de werkplaats van de wereld en de bron van veel van de spullen die Amerikanen kopen, loopt tegen een groot probleem aan: de meeste jonge mensen willen niet in een fabriek werken. Daarom probeert deze kledingfabriek de werkvloer aantrekkelijker te maken. Ondertussen gaan er alarmbellen rinkelen bij westerse bedrijven die erop vertrouwen dat de goedkope arbeidskrachten uit deze regio betaalbare consumptiegoederen produceren. 

    ‘Iedereen wil instagrammer, fotograaf of stylist zijn, of in een café werken’

    De nadagen van de ultragoedkope Aziatische fabrieksarbeid zijn begonnen. Het is de nieuwste uitdaging voor het geglobaliseerde productiemodel, dat de afgelopen drie decennia een breed scala aan goedkoop gefabriceerde goederen voor consumenten over de hele wereld mogelijk maakte. Amerikanen die gewend zijn aan goedkope mode en flatscreens zullen binnenkort wellicht te maken krijgen met hogere prijzen.

    ‘Nergens ter wereld kun je wat dat betreft nog krijgen wat je wil,’ zegt Paul Norriss, de Britse medeoprichter van de Vietnamese kledingfabriek UnAvailable in Ho Chi Minhstad. ‘Mensen zullen hun consumentengedrag moeten aanpassen, en dat geldt ook voor merken.’

    Trainingsprogramma

    Werknemers van in de twintig, traditioneel gezien de arbeidskrachten in de kledingindustrie, stoppen vaak voortijdig met het trainingsprogramma van zijn bedrijf, zegt Norriss. En degenen die blijven, werken er vaak maar een paar jaar. Norriss hoopt dat het aantrekkelijker maken van de werkplek het verschil zal gaan maken. ‘Iedereen wil instagrammer, fotograaf of stylist zijn, of in een café werken,’ zegt hij.

    Als gevolg van de crisis hebben Aziatische fabrieken de lonen moeten verhogen en soms dure strategieën moeten toepassen om hun werknemers te behouden: van het verbeteren van het aanbod in kantines tot het realiseren van crèches voor de kinderen van werknemers. 

    Ook Nike gaf in juni aan dat de productiekosten zijn gestegen door de hogere arbeidskosten

    Speelgoedfabrikant Hasbro zei eerder dit jaar al dat het tekort aan arbeidskrachten in Vietnam en China de kosten heeft opgedreven. Barbiefabrikant Mattel, die een grote productiebasis heeft in Azië, worstelt ook met stijgende loonkosten. Beide bedrijven hebben de prijzen van hun producten verhoogd. Ook Nike, dat de meeste van zijn schoenen in Azië maakt, gaf in juni aan dat de productiekosten zijn gestegen door de hogere arbeidskosten. 

    ‘Amerikaanse consumenten die altijd gewend zijn geweest aan min of meer vaste prijzen voor bepaalde producten zullen zich moeten instellen op een nieuwe situatie,’ zegt de Londense econoom Manoj Pradhan, coauteur van The Great Demographic Reversal.

    Generatieprobleem

    Vanaf de jaren negentig werden China en andere Aziatische productiecentra onderdeel van de wereldeconomie, waardoor landen met arme boeren veranderden in grootmachten op productiegebied. Duurzame goederen zoals koelkasten en sofa’s werden goedkoper. Maar nu stuiten deze productielanden op een generatieprobleem. Jongere werknemers, die beter opgeleid zijn dan hun ouders en ervaring hebben met Instagram, TikTok en andere sociale media, vinden dat hun werk zich niet binnen fabrieksmuren zou moeten afspelen.

    Demografische verschuivingen spelen daarbij een rol. Jonge mensen in Azië krijgen minder en op latere leeftijd kinderen dan hun ouders, wat betekent dat ze, wanneer ze in de twintig zijn, minder onder druk staan om een vast inkomen te verdienen. Dankzij een bloeiende dienstensector kunnen ze kiezen voor minder slopend werk, als medewerker in een winkelcentrum of als receptionist in een hotel.

    In China is het probleem acuut. De jeugdwerkloosheid in de steden bedroeg daar in juni 21 procent, ook al hebben fabrieken een tekort aan arbeidskrachten. Multinationals hebben hun productie verplaatst van China naar landen als Maleisië, Indonesië, Vietnam en India, maar ook daar zeggen fabriekseigenaren moeite te hebben om jongeren aan te trekken.

    ‘Ik kreeg vaak vervelende opmerkingen van mijn leidinggevenden, waardoor ik gestrest raakte’

    Volgens gegevens van de Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties zijn de fabriekslonen in Vietnam sinds 2011 meer dan verdubbeld, tot 320 dollar per maand – een drie keer zo hoge stijging als in de VS. In China stegen de fabriekssalarissen van 2012 tot 2021 (de laatste periode waarover gegevens van de VN beschikbaar zijn) met 122 procent. 

    Nguyen Anh Tuan, een 25-jarige Vietnamees, stopte eerder dit jaar als monteur in een fabriek voor auto-onderdelen in een voorstad van Hanoi, om te gaan werken als motorrijder voor Grab, het lokale equivalent van Uber. Hij vervoert passagiers voor een lager uurloon dan hij in de fabriek verdiende, maar zegt dat de verandering de moeite waard is, want nu is hij zijn eigen baas. ‘Ik kreeg vaak vervelende opmerkingen van mijn leidinggevenden, waardoor ik gestrest raakte,’ zegt Tuan over de drie jaar die hij in de fabriek werkte. Hij zou alleen nog verleid kunnen worden tot fabriekswerk als ze zijn vroegere maandsalaris van 400 dollar zouden verdubbelen, zegt hij.

    In het verleden konden fabrikanten hun productie simpelweg naar minder dure bestemmingen verplaatsen, maar tegenwoordig is dat niet meer zo eenvoudig. Veel landen in Afrika en Zuid-Azië met grote hoeveelheden arbeidskrachten zijn politiek instabiel of hebben geen goede infrastructuur of voldoende geschoolde arbeidskrachten. Kledingmerken kregen het zwaar te verduren toen ze hun activiteiten uitbreidden naar Myanmar en Ethiopië, en daar werden geconfronteerd met onlusten en burgeroorlog. Bangladesh is een betrouwbare basis voor de productie van kleding, maar een restrictief handelsbeleid en te grote drukte in de havens verhinderen een verdere ontwikkeling.

    Liever boer

    India heeft een enorme bevolking en bedrijven die op zoek zijn naar alternatieven voor China gaan vaak die kant op. Maar ook in India beginnen fabrieksmanagers te klagen hoe moeilijk het is om jonge werknemers vast te houden. Veel jongeren worden liever boer, gesteund door socialewelzijnsprogramma’s, of verkiezen tijdelijke baantjes in de stad boven het leven in een industrieel centrum met fabrieksslaapzalen. Gediplomeerde ingenieurs verlaten fabrieken voor IT-banen.

    Aziatische fabriekseigenaren proberen de banen aantrekkelijker te maken door onder meer het subsidiëren van crèches en het financieren van technische trainingsprogramma’s. Sommigen verplaatsen hun fabrieken naar landelijke gebieden waar mensen eerder bereid zijn om met hun handen te werken. Dat brengt ze echter wel verder weg van havens en leveranciers, en dwingt ze om zich aan te passen aan het leven op het platteland, waar werknemers vaak tijdens de oogsttijd afwezig zijn. 

    Haar arbeiders zijn grotendeels tussen de veertig en zestig jaar oud en sommigen kunnen niet goed lezen

    Christina Chen, de Taiwanese eigenaar van een meubelbedrijf dat zijn producten verkoopt aan Amerikaanse winkelketens, besloot vier jaar geleden om haar fabriek weg te halen uit het zuiden van China, in de hoop dat het elders makkelijker zou zijn om personeel te werven. Eerst overwoog ze de industriegebieden rond Ho Chi Minhstad, maar ze hoorde vreselijke verhalen over een hoog personeelsverloop en torenhoge lonen.

    In plaats daarvan vestigde ze zich op het platteland van Noord-Vietnam. Haar arbeiders zijn grotendeels tussen de veertig en zestig jaar oud en sommigen kunnen niet goed lezen, zegt ze, waardoor het werk mondeling moet worden uitgelegd, of met visuele demonstraties. Maar het personeel is wel stabieler, zegt ze.

    Ze is blij met de jongere werknemers die wel kunnen lezen. Ze betrekt hen bij de besluitvorming, nodigt ze uit om haar Amerikaanse inkopers te ontmoeten die langskomen en laat hen foto’s zien van hun tafels en stoelen in Amerikaanse winkels. Haar bedrijf, Acacia Woodcraft Vietnam, is gedeeltelijk geautomatiseerd, zegt ze, maar voor veel taken is nog steeds menselijk vakmanschap nodig. 

    Tegenwoordig is de gemiddelde werknemer van Nike in China 40 jaar en in Vietnam 31

    Het arbeidslandschap zag er twintig jaar geleden heel anders uit, toen je om werknemers te vinden alleen maar de fabriekspoorten hoefde te openen en de arbeiders op de fiets binnenstroomden. In 2001 meldde Nike dat ruim 80 procent van zijn fabrieksarbeiders in Azië werkte en dat de gemiddelde arbeider 22 jaar oud was, alleenstaand en opgegroeid op het platteland. Tegenwoordig is de gemiddelde werknemer van Nike in China 40 jaar en in Vietnam 31, mede doordat de Aziatische landen snel vergrijzen.

    Extra trainingen

    Maxport Limited Vietnam, een toeleverancier van Nike die in 1995 werd opgericht, heeft de strijd om werknemers zien toenemen. Bij de fabrieken van dit bedrijf schijnt nu zonlicht door de ramen en Maxport heeft duizenden planten en bomen geplant. Het bedrijf geeft jonge werknemers extra trainingen, zodat ze kunnen doorgroeien tot supervisor. Toch heeft het moeite om jonge mensen aan te trekken. Het is gestopt met een trainingsprogramma voor jongeren die net van de middelbare school komen, deels omdat maar weinigen van hen daarna een baan accepteerden, zegt senior complianceofficer Do Thi Thuy Huong. Ongeveer 90 procent van de werknemers van Maxport is dertig jaar of ouder.

    Lovesac, een meubelfabrikant in Connecticut, zegt dat zijn personeelsbestand in China aan het vergrijzen is en dat het moeilijker is geworden om jongere werknemers te vinden om vacatures in te vullen. Directeur Shawn Nelson zegt dat jongeren uit landen als China en Vietnam, die tegenwoordig smartphones hebben en in contact staan met de rest van de wereld, minder interesse hebben in fabriekswerk. ‘Als ze eenmaal de Kardashians kunnen zien, willen ze dat werk niet meer doen,’ zegt hij. ‘Dan werken ze liever in een winkel.’ 

    ‘Als ze eenmaal de Kardashians kunnen zien, willen ze dat werk niet meer doen’

    Het bedrijf is van plan om een aantal activiteiten naar de VS te verplaatsen. Later dit jaar wil het beginnen met de productie van stoelen in een geautomatiseerde fabriek in North Carolina.

    Aziatische fabrieken die automatiseren hebben veel moeite om werknemers te vinden die de geavanceerde machines kunnen bedienen. Managers zeggen dat er niet genoeg jongeren zijn die geïnteresseerd zijn in werktuigbouwkunde, en dat degenen die dat wel zijn voor andere beroepen kiezen.

    Abhyuday Jindal, directeur van Jindal Stainless, een Indiase fabrikant van roestvrij staal, zegt dat werknemers uit generatie Z zich aangetrokken voelen tot de IT-sector en dat de meesten van hen ‘op zoek gaan naar een kantoorbaan, ook als ze worden aangenomen voor een technische functie’.

    Fabrieken ‘moeten ofwel meer betalen voor de vaardigheden die ze zoeken, ofwel concessies doen aan de capaciteiten die ze nodig hebben,’ zegt Richard Jackson, directeur van het in Thailand gevestigde wervingsbureau JacksonGrant.

    Uniform

    In Maleisië, een hub voor halfgeleiders en elektronica, laten fabrieken het dragen van een uniform achterwege – daar hebben jonge werknemers een hekel aan – en laten ze hun faciliteiten opnieuw ontwerpen. ‘We proberen onze fabrieken wat sexyer te maken, tussenwanden te openen, meer glas te gebruiken, meer licht binnen te laten, leuke muziek te draaien en een Apple-achtige omgeving te creëren,’ zegt Syed Hussain Syed Husman, voorzitter van de Maleisische werkgeversfederatie, die de fabrikanten vertegenwoordigt.

    Jonge mensen uit ontwikkelingslanden die anders fabriekswerk zouden doen, gaan nu aan de slag in de zorg voor het groeiende aantal ouderen in ontwikkelde landen; ze vullen de gaten op in de vergrijzende beroepsbevolking van die landen. Susi Susanti, een 29-jarige Indonesische, zegt dat ze na haar middelbare school een baan in een fabriek probeerde. Maar de druk die haar managers haar oplegden om sneller te werken, eerst in een elektronicafabriek en daarna in een baan waarbij ze schoenen maakte, beviel haar allerminst. Ze zei tegen haar moeder dat ze iets anders wilde gaan doen.

    Tijdens een zes maanden durende cursus leerde ze de basis van het Mandarijn, en vervolgens ging ze aan de slag als verzorgster van een ouder echtpaar in Taiwan. Haar loon is drie keer zo hoog als wat ze in haar thuisland in de fabrieken verdiende, zegt Susanti, en het is minder vermoeiend. ‘Als het goed gaat met de persoon voor wie ik zorg, kan ik me ontspannen.’ 

    Lees ook:

  • In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    Vorig jaar vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de Iraanse stad Iranshahr, waarbij 168 mensen omkwamen. Ondanks de gevaren zien veel inwoners geen andere uitweg: ‘Hoe moeten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    In de achtergestelde regio Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, houden inwoners het hoofd boven water met handel in diesel. Voor weinig geld leggen ze hun leven in de waagschaal door een uiterst brandbaar product honderden kilometers lang over slechte wegen te vervoeren.

    In het huis van Mohammad Hossein, in het dorp Karimabad, draagt iedereen zwarte rouwkleding. De reden: de 26-jarige Mohammad verbrandde levend in zijn pick-up. Dat gebeurde toen hij onderweg was als dieselsmokkelaar, het beroep waarmee hij in het levensonderhoud van een achtkoppig gezin voorzag.

    Twee keer per week reed hij midden in de nacht naar het dorp Pir Konar, 480 kilometer verderop. Eerst moest hij uren wachten voordat hij de tank achter zijn auto kon vullen met 2600 liter diesel. Daarna reed hij naar de Pakistaanse grens. Daar deed hij twee dagen over. Hij verkocht zijn lading aan een Pakistaanse dealer en keerde terug naar Karimabad.

    Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte

    Karimabad ligt in de provincie Sistan en Beloetsjistan, een regio bevolkt door de Beloetsjen, een minderheid die voornamelijk bestaat uit soennieten – dus geen sjiieten, die de dominante religie vormen in Iran, waardoor de soennieten slachtoffer zijn van discriminatie.

    Mohammad Hossein was het enige gezonde lid van de familie. Zijn vader loopt al jaren met een kruk. Zijn oudere broer, die lang hetzelfde werk deed, werd zo bang dat hij ermee moest stoppen. Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte. Hij herinnert zich nog goed wat er gebeurde op de dag dat het lot van zijn broer werd bezegeld:  ‘Om acht uur ’s ochtends kregen we te horen dat Mohammads auto was gekanteld. Hij vloog in brand nadat hij de vangrail had geraakt. Mohammad zat klem en verbrandde dus ook.’

    In brand 

    In 2022 vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de stad Iranshahr en kwamen er 168 mensen om – 147 van hen hadden kinderen.

    ‘We wisten dat het gevaarlijk was, maar we hadden geen keus,’ zegt de vader van Mohammad Hossein. ‘Hoe moesten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    Begin deze eeuw werden de stad Iranshahr en de omliggende dorpen door rampspoed getroffen: zeven jaar achter elkaar viel er geen druppel regen. Door de ongeorganiseerde aanleg van dammen en een landbouw die niet op de veranderde omstandigheden wist in te spelen werd vruchtbare grond verpest.

    De in de jaren negentig gestichte industriestad Iranshahr biedt tegenwoordig een spookachtige aanblik. Het is er leeg en stil. De kalksteen- en marmermijn is al jaren gesloten. Het geboortecijfer is hier echter hoger dan het landelijk gemiddelde.

    Krediet

    Mohammad Hossein, die al vanaf zijn vijftiende als assistent-chauffeur werkte, kocht twee jaar geleden een pick-up op krediet. Hij zat altijd in de schulden; door diesel te vervoeren, kon hij die maandelijks aflossen én de familie-uitgaven voor zijn rekening nemen.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr. Een voertuig dat in brand vliegt betekent het verlies van bestaansmiddelen voor zeker tien mensen.

    Het Khatam-ziekenhuis in Iranshahr, een stad waar zo’n 200.000 mensen wonen, telt landelijk het hoogste aantal operaties en amputaties die aan brandwonden zijn gerelateerd.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr

    Alle transporteurs die op de wegen hier in de buurt zijn verbrand, komen in dit ziekenhuis terecht. Met tien bedden en drie operatiekamers is dit het enige brandwondencentrum binnen een straal van 400 kilometer.

    Een arts die er wekelijks twee of drie jonge dieselsmokkelaars met brandwonden behandelt en opereert, betreurt dat ze ‘voor niets sterven’.

    Op de ringweg van Iranshahr heeft zich een kilometerslange rij van pick-ups, bestelwagens en auto’s gevormd. De chauffeurs staan twee rijen dik om een deel van hun vracht te verkopen voor dertig keer zoveel als de normale prijs – meestal twee- à driehonderd liter die ze hebben ingekocht tegen het overheidstarief.

    Hier bevindt zich een depot van gesmokkelde diesel, en de meeste vervoerders van Iranshahr zijn er klant. Hetzij om diesel aan het depot te verkopen, hetzij om er diesel in te kopen, die over de grens wordt gesmokkeld. Kleine overdekte, schemerige, stinkende binnenplaatsen, zwarte, vettige vloeren. Met een zuigpomp en een elektromotor worden tientallen vaten van elk 220 liter gevuld.

    Pinapparaat

    Eslam, de eigenaar, heeft een pinapparaat, contanten en een kluis.

    De prijs voor het kopen en verkopen van diesel verandert meerdere keren per dag. Noch de dieseltransporteurs, noch de verkopers weten wie die prijs bepaalt. Ze weten alleen dat het openen en sluiten van de Pakistaanse grens en zelfs het stijgen en dalen van het peil van de grensrivier er invloed op hebben.

    We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden

    In dit entrepot in Iranshahr heeft een tankwagen zijn inhoud nog maar net gelost of er arriveert een nieuwe pick-up. De chauffeur, een magere jongeman met een donker gezicht, die een eindje bij zijn auto vandaan staat om een sigaret te roken, maakt zich op om naar Pirkour te rijden. Het zal twee dagen duren voor hij bij de grens is. ‘De weg is zo slecht dat je het leven gaat vervloeken. We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden.’

    De pick-ups met diesel vormen een konvooi. De chauffeurs kiezen een jonge collega uit als verkenner. Een kwartier voordat de stoet vertrekt gaat hij er op een motorfiets vandoor, en hij keert terug om de chauffeurs te vertellen of er onderweg politie valt te verwachten.

    Leraar worden

    Mohammad Hossein betaalde de studie van zijn negentienjarige neef Chahab. Als hij dit jaar niet naar de universiteit gaat, zal ook hij moeten werken als dieseltransporteur, net als de rest van de jongens in het dorp.

    ‘In ons dorp ben ik de enige die naar de universiteit kan,’ zegt Chahab. ‘De andere jongeren hebben niet eens de middelbare school gedaan. Studeren interesseert ze niet. We hebben hier niet eens een park of een voetbalveld.’

    Een lokale bewoner zegt dat zelfs de clandestiene verkoop van diesel voor veel van deze jongeren te hoog is gegrepen: ‘Ze hebben minimaal 500.000 toman [9 euro] nodig om tanks en twee of drie meter slang te kunnen kopen. Met zo’n bedrag kun je een gezin van zeven een week lang van brood voorzien. En veel gezinnen in het dorp eten alleen brood.’

    Chahab wil alleen maar ‘een goede baan’ en ‘een eenvoudig leven’. ‘Mijn droom is om leraar te worden, maar hier, in dit dorp, is het waarmaken van je dromen een droom.’  

  • George Soros draagt imperium over aan Soros jr.

    George Soros draagt imperium over aan Soros jr.

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Militie vermoordt ruim veertig mensen in Democratische Republiek Congo

    » Controversiële Italiaanse oud-premier Berlusconi overleden

    De steenrijke filantroop George Soros zet een stap terug

    De filantropische miljardair George Soros zet een stap terug als zakenman en draagt zijn volledige imperium ter waarde van ruim 25 miljard dollar over aan zijn zoon Alexander. Dat laat laatstgenoemde weten in een interview met The Wall Street Journal. Eerder was Alexander Soros al benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van de Open Society Foundation, een prominent onderdeel van het Soros Fund Management.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Hongaars-Amerikaanse Soros is een actieve donateur in de Amerikaanse politiek, die al jarenlang miljarden in de Democratische Partij stopt. De Open Society Foundation steunt over de hele wereld organisaties die zich inzetten voor onderwijs, persvrijheid, klimaat en mensenrechten. Door deze steun is Soros de afgelopen jaren uitgegroeid tot het middelpunt van antisemitische complottheorieën die worden aangewakkerd door extreemrechtse bewegingen.

    Zijn opvolger en zoon Alexander Soros zegt het werk van zijn vader te willen voortzetten en zich actiever te willen inzetten voor progressieve politieke doelen. Daarbij wil hij vooral dat de Democratische Partij zich actiever inzetten om een linkse agenda te promoten en zich zo distantiëren van Trump en de Republikeinse Partij.

    Lees ook:

  • Spanje: vrouw krijgt factuur van reddingsoperatie na verijdelde zelfmoordpoging

    Spanje: vrouw krijgt factuur van reddingsoperatie na verijdelde zelfmoordpoging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Chinese miljardair gearresteerd in New York vanwege fraude

    » Meer dan twee ton natuurlijk uranium vermist in Libië, aldus nucleaire waakhond

    De vrouw wilde zelfmoord plegen vanwege geldproblemen

    Het zal je maar gebeuren: je onderneemt een zelfmoordpoging, wordt tegen je zin in door de brandweer gered en vervolgens krijg je een factuur met de kosten van de reddingsoperatie op de deurmat. Het overkwam een vrouw uit de Spaanse stad Alicante, schrijft El Mundo. Toen iemand uit haar omgeving in de gaten kreeg dat ze zelfmoord wilde plegen, belde die persoon het alarmnummer, waarop de brandweer werd ingeschakeld.

    De vrouw moest voor haar redding een rekening van 211 euro betalen, onder andere voor het laten uitrukken van acht brandweermannen, twee bluswagens en twee autoladders. Het wrangst is nog wel dat de vrouw uit het leven wilde stappen vanwege geldnood. Ze kon de factuur dan ook niet betalen.

    ‘Kwetsbare mensen worden onmenselijk behandeld, daardoor worden ze opnieuw slachtoffer’

    De vrouw heeft bezwaar aangetekend bij de afdeling Financiën van de gemeente Alicante, waarvan ze de brief met de factuur ontvangen had. Het gemeentehuis beloofde de zaak te heroverwegen en ervoor te zorgen dat ze het bedrag niet zou hoeven te betalen. Ook zou het protocol van de gemeente worden aangepast om herhaling van dit soort situaties in de toekomst te voorkomen.

    De politieke partij Unides Podem (‘Samen kunnen we het’) heeft het voorval aangegrepen om herziening van de fiscale regelgeving te eisen ‘om wrede sancties tegen kwetsbare mensen te voorkomen’. De regelingen zouden op dit moment nog geen onderscheid maken op grond van de financiële situatie en mentale gezondheid van mensen.

    ‘Kwetsbare mensen worden onmenselijk behandeld, aangezien ze nadat ze een bezwaar hebben ingediend tegen een factuur aan moeten tonen dat ze een laag inkomen hebben en gezondheidsverklaringen moeten laten zien. Daardoor worden ze opnieuw slachtoffer,’ aldus de coalitiepartij.

    Lees ook:

  • Controverse: ‘Elites in Davos negeren reële bedreigingen’

    Controverse: ‘Elites in Davos negeren reële bedreigingen’

    Het World Economic Forum in het Zwitserse Davos staat ter discussie als symbool van ongelijkheid en internationaal kapitalisme en is de kop van Jut in tal van complottheorieën. Veel wereldleiders gaven dit jaar dan ook geen acte de présence. Heeft het nog wel een functie als internationaal discussieforum van de machtigen der aarde?

    Nee, stelt Jim Geraghty van het conservatieve Amerikaanse tijdschrift National Review. De deelnemers van het World Economic Forum (WEF) in Davos zijn te veel bezig anderen hun wereldbeeld op te dringen, zonder kritisch naar zichzelf te kijken.

    Het WEF is wel degelijk in staat om de grote uitdagingen van deze tijd te agenderen, aldus Gideon Rachman in Financial Times. ‘[Davos] zou een gelegenheid kunnen bieden om rustig te reflecteren op de vraag hoe we kunnen voorkomen dat oorlogen en natuurrampen de wereldwijde economie zullen vernietigen.’

    Lees hieronder hun betogen:

    Elites in Davos negeren reële bedreigingen

    De deelnemers aan het World Economic Forum in het Zwitserse Davos waarschuwen dat de wereld te maken heeft met ‘een “polycrisis”, die gedomineerd wordt door de levensonderhoudskostencrisis, de klimaatcrisis en politieke instabiliteit, en die de felbevochten winsten op het gebied van ontwikkeling en groei dreigt terug te draaien’. Tjonge, zo’n grimmige betiteling wekt de indruk dat ‘s werelds machtigste en invloedrijkste mensen het echt slecht doen, vind je ook niet? Ik hoop dat de vergadering in Davos die machtige, invloedrijke, rijke elites kan opsporen die falen in hun leiderschap.

    Op hol geslagen inflatie, de inval van Rusland in Oekraïne, een wereldwijde recessie, een wereldwijd voedseltekort en klimaatverandering – hmmm, je zou die reeks gelijktijdige in elkaar grijpende wereldwijde crises zelfs ‘vijf naderende stormen’ kunnen noemen.

    Het plan om de wereld te redden houdt meestal in dat de rest van ons moet veranderen

    Ik vermoed dat onder veel conservatieven de reflexmatige reactie op de conferentie in Davos minachting is, en je kunt er niet omheen dat de elites van onze wereld hun portie minachting wel hebben verdiend. Het is niet alleen afgunst op hun rijkdom en macht, want in de wereld zullen er altijd mensen zijn die rijker en invloedrijker zijn dan anderen. Nee, het is meer dat zoveel Davos-deelnemers aankomen met een ambitieus plan om de wereld te redden, en dat plan om de wereld te redden houdt meestal in dat de rest van ons moet veranderen om in hun visie te passen.

    Van wie proberen de Davos-deelnemers de wereld te redden? Wie het ook is, China in ieder geval niet. De Chinese vicepremier Liu He sprak de aanwezigen vanochtend toe en deelde hun mee dat zijn land goed aan het herstellen is van covid-19 – sceptische grom invoegen – en gebruikte elf keer de zinsneden ‘versterking van de internationale samenwerking’ en ‘handhaving van de wereldvrede’. Hé, de organisatoren van Davos zien in een kleinigheidje als de voortgaande genocide op de Oeigoeren geen reden om de vertegenwoordiging van de Chinese regering de toegang te ontzeggen.

    Ishaan Tharoor van The Washington Post herinnert zich hoe ‘in 2013 de organisatoren van het WEF de bijdrage bejubelden van de Russische premier Dmitri Medvedev, die geroemd werd als een nationale leider die begreep wat “wereldwijde verantwoordelijkheden” zijn’. Ongeveer een jaar later rolden Russische strijdkrachten de Krim binnen en pakten deze van Oekraïne af. Als de globalisering leiders aanmoedigt om elk staatshoofd als een potentiële handelspartner te zien, zal dat hun instinct om bedreigingen te onderkennen waarschijnlijk afstompen.

    Nee, in plaats van de alarmklok te luiden over China en Rusland die de rest van de wereld in gevaar brengen, lijken de deelnemers aan Davos in veel gevallen veel meer in te zitten over jou, jouw sportwagen, jouw huis, jouw dieet (vooral het vlees dat je eet), jouw politieke opvattingen en jouw twijfel of globalisering wel zo’n win-win is als Davos beweert.

    Hun voorstellen eindigen meestal met de vraag of verplichting om iets op te geven

    De leiders in Davos bieden vaak een variant van de belofte ‘we gaan uw leven beter maken’, en toch eindigen hun voorstellen meestal met de vraag of verplichting om iets op te geven. De website van het World Economic Forum Agenda bevatte in 2016 een berucht geworden opiniestuk van Ida Auken, lid van het Deense parlement, met als kop: ‘Welkom in 2030: ik bezit niets, heb geen privacy en het leven is nog nooit zo goed geweest’.

    Veel mensen op sociale media hebben beweerd dat de toekomstvisie van Auken een formeel doel is van het World Economic Forum, terwijl veel factcheckers die beweringen hebben tegengesproken en beweren dat het om desinformatie gaat. De waarheid ligt er ergens tussenin: Davos heeft het nooit formeel onderschreven, maar Aukens visie werd ook niet begroet met algemene afwijzing of spot. Het WEF verwijderde uiteindelijk haar artikel, maar het is de moeite van het herbekijken waard nu we de post-pandemische wereld van deelauto’s, gedeelde kantoorruimte, pop-uprestaurants en -winkels, enz. binnengaan.

    Hier is mijn bijdrage aan de discussie: Slechts weinigen van ons zien het bezit van een eigen huis, een eigen auto en eigen kleren als een groot probleem dat moet worden opgelost, als het soort crisis waarvoor Deense wetgevers en elites uit het mondiale bedrijfsleven bijeen moeten komen om een plan te bedenken om ons te redden. En hallo, is het jullie opgevallen dat iedereen die naar Davos gaat veel spullen bezit? Ik zie geen deelnemers aan Davos die hun huizen, luxe auto’s of privéjets opgeven of hun ondergoed uitwisselen.

    De aanwezigen in Davos behoren tot de individuen met de grootste CO2-voetafdruk op aarde

    Waar komen de grootste problemen in de wereld dan vandaan? Misschien denkt u er anders over, maar ik zou deze nomineren voor de top tien: het brein van Vladimir Poetin; de territoriale ambities van het Chinese leger; het Wuhan Instituut voor Virologie – of waar covid-19 dan ook vandaan komt; de laboratoria en kantoren van de technologische knutselaars die blijven proberen om apps als TikTok nog verslavender te maken voor kwetsbare en beïnvloedbare jongeren; de scholen in binnen- en buitenland die er niet in slagen om jonge mensen het onderwijs te geven dat ze nodig hebben zich te redden in de wereld; de bemoeials die bedrijven in het nauw drijven in een poging ze dienstbaar te maken aan een ideologische agenda; drugskartels en drugssmokkelaars; mensenhandelaars; en islamitische terroristen, die nog steeds kerken bombarderen, agenten neersteken en massavernietigingswapens in handen proberen te krijgen, ook al halen ze niet meer de krantenkoppen die ze vroeger haalden.

    En als je nummer elf, namelijk de klimaatverandering, nog wilt horen, dan kunnen we China Energy Investment erbij halen, de drijvende kracht achter China’s toenemende gebruik van steenkool. (Oh, wacht even, China Energy Investment is een medesponsor van het World Economic Forum.) Wil je problemen oplossen, Davoisie? Focus je dan op bovengenoemde.

    O, en een ander detail in Davos dat we niet over het hoofd mogen zien: president Joe Biden staat op het punt een handelsoorlog te ontketenen met onze Europese partners, van wie velen lid zijn van de NAVO die hij beloofde te versterken.

    De BBC merkt op:

    ‘De nieuwe wetgeving van Joe Biden om de groene economie van Amerika aan te zwengelen omvat 367 miljard dollar aan subsidies (oftewel 336 miljard euro) voor de aankoop van elektrische auto’s, maar alleen als deze voor het grootste deel in Noord-Amerika worden geproduceerd. De Inflation Reduction Act heeft ook gevolgen voor een groot deel van de andere productiesectoren en haalt sommige Europese bedrijven over om fabrieken naar de VS te verplaatsen. Zelfs kunstmestbedrijven schudden hun hoofd en vragen zich af waarom Europese leiders niet soortgelijke wetten invoeren. De VS suggereert dat hun nieuwe wetgeving gericht is op concurrentie met China. Maar Europese leiders zijn woedend en staan op het punt om te reageren, mogelijk met forse subsidies uit eigen zak waarin vermoedelijk ook ‘Koop Europees’-clausules zijn opgenomen.’

    De noodzaak om de CO2-uitstoot te verminderen is jaar in, jaar uit een van de belangrijkste thema’s en boodschappen van de Davos-conferentie, terwijl de aanwezigen behoren tot de individuen met de grootste CO2-voetafdruk op aarde. Vorig jaar gebruikten de aanwezigen ongeveer duizend privéjets, en ‘onderzoekers ontdekten dat alle privéjetvluchten van en naar luchthavens die Davos bedienden tijdens het World Economic Forum 2022 in totaal 9700 ton CO2 uitstootten, wat overeenkomt met de uitstoot van ongeveer 350.000 doorsnee auto’s in een week’.

    Jim Geraghty – National Review


    Het WEF is bang voor het einde van een lange periode van welvaart

    Bijna een eeuw geleden verscheen De Toverberg, de klassieke roman van Thomas Mann die zich afspeelt in Davos, tegen de achtergrond van een dodelijke ziekte en een aanstaande wereldoorlog.

    Ook dit jaar komen de afgevaardigden van het World Economic Forum weer in Davos bijeen, en lijkt de wereld van Mann akelig veel weg te hebben van de wereld waarin wij leven. Het WEF is bang dat het einde van een lange periode van vrede, welvaart en wereldwijde economische integratie in zicht is – net als in 1914.

    Dit jaar is de slogan van Davos ‘Samenwerking in een versplinterde wereld’. Die versplintering begon met de coronacrisis, met zijn lockdowns, gesloten grenzen en ontwrichte productieketens. De bijeenkomst van het WEF in 2023 – die voor het eerst sinds het begin van de pandemie weer op de vaste winterlocatie plaatsvindt – zou om die reden beschouwd kunnen worden als het startschot voor een terugkeer naar het oude normaal. Het feit dat China plotseling afstand heeft genomen van zijn zerocovidbeleid, roept angst op dat er mogelijk weer een nieuwe golf varianten aan zit te komen.

    En ook al zou een nieuwe pandemie voorkomen worden, covid-19 heeft zijn stempel gedrukt op de manier waarop overheden en bedrijven tegen globalisering aankijken. De veronderstelling dat goederen en handelswaar altijd gemakkelijk over de hele wereld vervoerd kunnen worden, is de grond in geboord.

    Er wordt meer rekening gehouden met andere scenario’s die voorheen als onwaarschijnlijk gezien werden

    Wat de productieketen betreft, zijn bedrijven van ‘just in time’-strategieën overgestapt op ‘just in case’-strategieën. Er kunnen nog meer wereldwijde gezondheidscrises in het verschiet liggen. Er wordt meer rekening gehouden met andere scenario’s die voorheen als onwaarschijnlijk gezien werden. Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor, wat leidt tot nieuwe vragen over voedselveiligheid en reisgedrag. Cyberaanvallen door staten of criminelen bedreigen de infrastructuur waar de moderne economie op draait.

    Bedrijven moeten hun werkwijze aanpassen, vaak op aandringen van de regering. Het is niet verstandig om te vertrouwen op complexe productieketens die kwetsbaar zijn voor ziekte, oorlog en andere noodgevallen. Bedrijven zoals Apple – dat hoog opgaf van producten die ‘in Californië ontworpen en in China in elkaar gezet’ werden – moeten meer variatie in hun productie aanbrengen. Zo produceert Apple steeds meer in India en Vietnam. 

    De bewustwording van geopolitiek gevaar – ook wel bekend onder de naam oorlog – is toegenomen

    De inspanningen van bepaalde westerse bedrijven om minder afhankelijk van China te worden, werden gestimuleerd door de pandemie, maar zijn sindsdien in een stroomversnelling terechtgekomen doordat de bewustwording van geopolitiek gevaar – ook wel bekend onder de naam oorlog – is toegenomen.

    De Russische invasie in Oekraïne afgelopen jaar heeft aangetoond dat het ondenkbare kan gebeuren. Op nog geen 1600 km afstand van de luxe hotels van Davos wordt de grootste Europese oorlog sinds 1945 uitgevochten. 

    Aangezien het conflict in Oekraïne nog voortwoedt, blijft het risico op escalatie hoog. Een kernoorlog is het meest huiveringwekkende scenario waartoe het conflict zou kunnen leiden – een scenario waar het Witte Huis al rekening mee houdt sinds dat de gevechten in februari uitbraken. Zelfs al wordt het gebruik van kernwapens voorkomen, dan nog blijft het gevaar bestaan dat het conflict zich uitbreidt, aangezien de NAVO geavanceerde wapens aan Oekraïne levert en Iran Rusland van militaire drones voorziet.

    Politici en fabrikanten kijken al vooruit naar de volgende grote geopolitieke bedreiging

    Het conflict laat zien hoe oorlog de economische banden kan doorsnijden die de globalisering bij elkaar hielden. De EU is de import van Russische energie drastisch aan het verminderen, en op die manier wakkert ze inflatie in Europa aan en dreigt ze ervoor te zorgen dat bepaalde sectoren niet meer kunnen meeconcurreren. Rusland en Oekraïne zijn ook belangrijke graanleveranciers voor wereldmarkten. Door de oorlog tussen de twee landen zijn de voedselprijzen gestegen en dreigen miljoenen mensen in een hongersnood terecht te komen.

    Politici en fabrikanten kijken al vooruit naar de volgende grote geopolitieke bedreiging. Veel mensen hebben hun blik gericht op Taiwan, dat 90 procent van ’s werelds meest geavanceerde halfgeleiders produceert. Als China Taiwan zou binnenvallen, zou dat het einde kunnen betekenen van TSMC, de belangrijkste producent van halfgeleiders, met verwoestende gevolgen voor de wereldeconomie.

    Zelfs geopolitieke spanningen die niet leiden tot oorlog hebben de internationale handel verstoord. De steeds wantrouwigere houding van de VS tegenover China heeft de regering-Biden ertoe gebracht de uitvoer van gevoelige technologie sterk te beperken. Dit treft niet alleen Amerikaanse bedrijven, maar ook buitenlandse technologiereuzen, zoals het Zuid-Koreaanse Samsung, die Amerikaanse technologie gebruiken.

    Politieke leiders, en zeker die in het Westen, moeten zich ook zorgen maken over de binnenlandse druk van populisten. Velen van hen hebben van het WEF een symbool gemaakt van ongelijkheid en internationaal kapitalisme.

    Het idee dat Davos een besmet gebied is, heeft terrein gewonnen

    De laatste jaren heeft Davos zich de woede van antivaxers, klimaatsceptici, religieuze fanatici en onverzettelijke nationalisten op de hals gehaald. Het forum komt in een heel aantal complottheorieën ter sprake. In de uithoeken van het internet wordt het WEF ervan beschuldigd dat het de pandemie aangrijpt om de controle over de wereldeconomie in handen te krijgen. 

    Afgezien van zulke theorieën, heeft het idee dat Davos een besmet gebied is terrein gewonnen. Het is onwaarschijnlijk dat president Joe Biden, die zichzelf steevast presenteert als iemand die zich inzet voor de gewone werkende Amerikaan, op eigen risico in Davos ten tonele zal verschijnen – in tegenstelling tot Donald Trump, die het geen enkel probleem vond om zich onder de aldaar aanwezige CEO’s te scharen. 

    Zelfs centristische en conservatieve leiders uit Europa wegen zorgvuldig af of ze zullen komen of niet.

    De Franse president Emmanuel Macron, een voorstander van globalisering die in het verleden in Davos toespraken heeft gehouden, moet nog zien of hij in eigen land een hervorming van het pensioenstelsel erdoor krijgt, dus hij zou kunnen besluiten dat het hem deze keer niet uitkomt om het WEF bij te wonen. Normaliter zou men van Rishi Sunak, als de nieuwe Britse premier en iemand met een financiële achtergrond, verwachten dat hij van de gelegenheid gebruik zal maken om de harten van de machtigste CEO’s ter wereld te veroveren. Maar in het Verenigd Koninkrijk wordt een reeks stakingen verwacht, dus ook hij zal waarschijnlijk besluiten dat het verstandig is om Davos dit jaar aan zich voorbij te laten gaan.

    De wereldleiders die wel komen, doen er goed aan om de kabelbaan naar het Schatzalp Hotel te nemen die voor Mann dienstdeed als model voor het sanatorium in De Toverberg. Het uitzicht vanuit je hotelkamer is nergens zo mooi als in Davos – het zou een gelegenheid kunnen bieden om rustig te reflecteren op de vraag hoe we kunnen voorkomen dat oorlogen en natuurrampen de wereldwijde economie zullen vernietigen.

    Gideon Rachman – Financial Times

  • Wereldnieuws: Toenemende censuur in Indonesië & meer

    Wereldnieuws: Toenemende censuur in Indonesië & meer

    Toenemende censuur in Indonesië

    Eerder deze maand nam het parlement van Indonesië een wet aan die veel kritiek oogst omdat daarmee onder meer seks voor het huwelijk en samenwonen buiten het huwelijk strafbaar worden. Minder aandacht kreeg het feit dat diezelfde wet, die bekendstaat als KUHP, ook de greep van de regering op online-uitingen sterk vergroot, schrijft Rest of World. Dat betreft berichtgeving door traditionele media, maar ook uitingen van particulieren op sociale media. De wet beperkt een breed scala aan uitingen, uiteenlopend van het verspreiden van nepnieuws en marxistisch-leninistische ideologieën tot het beledigen van de president. Techbedrijven kunnen worden gedwongen om inhoud te verwijderen die de Indonesische regering onwelgevallig is.

    AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten

    Hoofdstuk 241 van de KUHP is bijvoorbeeld gericht tegen critici van de regering en betreft ‘verspreiding van vernederingen van de regering of staatsinstellingen’. Hoofdstuk 218 richt zich op degenen die ‘de eer en waardigheid’ van de president of vicepresident aantasten, behalve als dat gebeurt in ‘het algemeen belang of uit zelfverdediging’. Gebruikte termen als ‘vernedering’, ‘kritiek’ en ‘nepnieuws’ zijn uiterst vaag en rekbaar, is de klacht van onder meer Damar Juniarto, van het Southeast Asia Freedom of Expression Network (SAFEnet). Dat stelt de regering in staat dergelijke termen naar believen te interpreteren. De zinsnede ‘elke vorm van informatietechnologie’ betekent dat de wet kan worden toegepast op alle vormen van kritiek op sociale media. ‘Iedereen kan gecriminaliseerd worden,’ aldus Juniarto. AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten. 

    De nieuwe wet volgt op de eerdere zogenoemde PSE-verordening die digitale platforms verplicht zich in Indonesië te registreren, waarna de platforms zijn gehouden om alle inhoud te verwijderen die de regering ‘onwettig’ acht – een brede term die van toepassing kan zijn op van alles, variërend van pornografie tot grappen over de president. 

    hobi industri 7tXqXcVcLDM unsplash
    © Unsplash

    Tunesische vakbond waarschuwt president

    De UGTT, de machtigste vakbond van Tunesië, heeft de Tunesische president Kais Saied gewaarschuwd dat een tweede ronde van de omstreden parlementsverkiezingen moet worden uitgesteld om chaos te voorkomen, aldus Al Jazeera. Volgens de UGTT zal het nieuwe parlement geen legitimiteit hebben, gezien de absurd lage opkomst bij de eerste verkiezingsronde eerder deze maand, toen uit protest slechts 11,2 procent van de kiesgerechtigden stemde. ‘Ik verwachtte dat de president de boodschap van die lage opkomst zou hebben begrepen… maar hij gaat door met zijn plannen,’ aldus UGTT-voorman Noureddine Taboubi. Zijn vakbond met meer dan een miljoen leden wist eerder door stakingen de economie stil te leggen en speelde een belangrijke rol in de revolutie van 2011.

    In Tunesië is het onrustig sinds Saied vorig jaar het door de oppositie gedomineerde parlement ontbond en de grondwet zodanig wijzigde dat die ondergeschikt werd aan het presidentschap. De oppositie beschuldigt hem ervan een ‘staatsgreep’ te hebben gepleegd.

    Kais Said 2
    Kais Saied – © Houcemmzoughi / Wikimedia

    Vliegen met een geladen pistool

    De Transportation Security Administration (TSA), die zorg draagt voor de binnenlandse veiligheid in het luchtverkeer in de Verenigde Staten, liet deze maand weten dat de maximumstraf voor overtredingen met vuurwapens zal worden verhoogd, nadat medewerkers in 2022 een recordaantal vuurwapens onderschepten bij veiligheidscontroles op luchthavens. TSA-agenten namen meer dan 6301 vuurwapens in beslag, en daarvan was meer dan 88 procent geladen, schrijft BuzzFeed News. Dat aantal overtreft het vorige record van 5072 uit 2021, en volgens TSA zullen er in de laatste weken van dit jaar nog eens zo’n 300 wapens in handbagage worden gevonden. Dat betekent dat TSA dit jaar dagelijks bijna 16 geladen vuurwapens aantrof. Als reactie daarop zal de TSA de maximumboete voor overtredingen met vuurwapens verhogen tot 14.950 dollar, ruim 14.000 euro.

    patrick campanale oCsQLKENz34 unsplash
    O’Hare International Airport Chicago, VS – © Unsplash

    Opgedragen aan sekswerkers 

    Jaarkalenders hebben vaak een thema. Dat zette Playbabe-oprichters Aurélia Majean en Lucy Owen Jones aan het denken: waarom niet de 2023-editie opdragen aan sekswerkers? Playbabe is een non-profitproject dat verschillende feministische verenigingen steunt en kalenders gebruikt om geld in te zamelen.

    Vorig jaar zamelden zij geld in voor En Avant Toutes, dat zich inzet voor gendergelijkheid en het einde van geweld tegen vrouwen en mensen uit de lgbtqia+-gemeenschap. De Playbabe-kalender van 2023 doneert 100 procent van de verkoopwinst aan Hydra Berlin, dat opkomt voor de rechten van sekswerkers. Tot nu toe is er 1200 euro ingezameld, aldus Itsnicethat.


    Griekenland presteerde het best in 2022

    The Economist stelde een lijst samen van landen die het best en landen die het slechtst presteerden in 2022, dat als een slecht jaar de boeken in gaat. Door sterke inflatie gingen de meeste inkomens in rijke landen erop achteruit en aandelenmarkten kelderden wereldwijd met 20 procent. Verrassend genoeg heeft vooral het Middellandse Zeegebied reden voor een economisch feestje. Bovenaan de lijst staat Griekenland, en ook Portugal en Spanje scoren hoog. Ondanks de politieke chaos deed Israël het goed.

    In Zwitserland bleef de inflatie laag en stegen de consumentenprijzen met slechts 3 procent. Landen met niet-Russische energiebronnen, zoals Spanje, dat een groot deel van zijn gas uit Algerije betrekt, scoorden bovengemiddeld. Duitsland had een slecht jaar ondanks de politieke stabiliteit, en Estland en Letland – die werden geprezen om hun hervormingen – staan nu onderaan. Nederland eindigt op de 19e plek van de 34 geanalyseerde landen.


    Bedrijven bemoeien zich met uiterlijk Schotse binnensteden

    Meer dan drie van de vier grootste winkelcentra in Schotland zijn geregistreerd in belastingparadijzen, zo blijkt uit onderzoek door de Schotse onderzoeksjournalistieke site The Ferret. Het onderzoek maakt deel uit van de serie Who Owns Urban Scotland?, waarin de site oproept tot meer transparantie over de belangen van eigenaren en hun betrokkenheid bij Schotse steden. Gekeken werd naar 23 grote winkelcentra in Glasgow, Edinburgh, Dundee, Aberdeen, Inverness, Perth, Stirling en Dunfermline. Daarvan hebben 18 winkelcentra eigendomsstructuren die gebruik maken van in belasting-paradijzen geregistreerde bedrijven.

    Veel winkelcentra worstelen met de klappen die de retailmarkt vooral sinds de pandemie kreeg te verwerken

    Veel winkelcentra worstelen met de klappen die de retailmarkt vooral sinds de pandemie kreeg te verwerken. Tussen 2016 en 2021 ging 83 procent van de winkels failliet, waaronder grote warenhuizen als BHS en Debenhams – ‘ankerpunten’ waar winkelcentra traditioneel van afhankelijk waren. Hun verdwijnen bemoeilijkt het bestrijden van de huidige leegstand. Sommige buurten zullen worden omgevormd tot ‘stadswijken’ met nieuwe straten, kantoren, woningen en openbare ruimte. Critici betogen dat de ‘onzichtbare’ eigenaren van dergelijke winkelcentra een ‘onhoudbare invloed’ hebben op de ontwikkeling van Schotse stedelijke centra en pleiten voor wetgeving die een einde maakt aan het gebruik van belastingparadijzen. Registratie in een belastingparadijs is niet illegaal, maar organisaties als het Tax Justice Network, menen dat overheden hierdoor inkomsten mislopen en dat het kleinere, binnenlandse bedrijven ondermijnt.

    Billy Wilson Jenners Department Store Edinburgh Scotland
    Billy Wilson Jenners Department Store Edinburgh Scotland

  • Even ambitieus als de piramides van Egypte

    Even ambitieus als de piramides van Egypte

    Met een reeks megalomane projecten die dwars door de bergen en de woestijn lopen, wil prins Mohammed bin Salman de economie van zijn Saoedisch koninkrijk minder afhankelijk maken van olie.

    Toen de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman opdracht gaf het dorre land in het noordwesten van het koninkrijk in ontwikkeling te brengen, wilde hij iets wat even ambitieus was als de piramides van Egypte. Als reactie kwamen stedenbouwkundigen met plannen voor het grootste bouwwerk ter wereld: twee gebouwen van 490 meter hoog die zich over een lengte van 120 kilometer evenwijdig aan elkaar uitstrekken door kustgebied, bergen en woestijn en verbonden zijn door overdekte loopbruggen. Een vertrouwelijk document van enkele honderden bladzijden onthult voor het eerst de details van het ontwerp.

    De Mirror Line is de uitwerking van een eerder aangekondigd voornemen van prins Mohammed om een lineair woongebied te ontwikkelen. Naar verwachting zullen de kosten 1 biljoen dollar bedragen en zal het project na voltooiing woonruimte bieden aan zo’n vijf miljoen mensen.

    Bewoners zullen van voedsel worden voorzien door middel van verticale landbouw, geïntegreerd in de gebouwen

    Uit het ontwerp, dat dateert van afgelopen herfst, blijkt dat er onder de gespiegelde gebouwen een hogesnelheidstrein zal rijden. De bewoners zullen van voedsel worden voorzien door middel van verticale landbouw, geïntegreerd in de gebouwen. Voor ontspanning zal er op 300 meter hoogte een stadion verrijzen. Ook komt er een jachthaven die gelegen is onder een boog in de twee gebouwen.

    Topontmoeting

    De Mirror Line is onderdeel van Neom, een reeks prestigieuze projecten voor een grondgebied ter grootte van de Amerikaanse staat Massachusetts, waarmee prins Mohammed de economie van het koninkrijk minder afhankelijk van olie wil maken. Neom is eigendom van het Saoedische koningshuis en wil buitenlandse investeerders aantrekken en duizenden nieuwe banen creëren.

    skynews the line saudi arabia 5846101
    Videostills van het ontwerp voor The Line. – © YouTube

    Maar het aantrekken van buitenlandse investeerders verloopt tot nu toe moeizaam omdat veel westerse landen en bedrijven het koninkrijk en prins Mohammed, de feitelijke machthebber, sinds de moord op de journalist Jamal Khashoggi door Saoedische commando’s in 2018, boycotten vanwege de vele mensenrechtenschendingen in Saoedi-Arabië. Aan dat door het Westen gecreëerde isolement kwam enkele weken geleden een voorlopig einde toen de Amerikaanse president Biden een topontmoeting had met prins Mohammed, waarmee misschien de weg wordt vrijgemaakt voor meer buitenlandse investeringen in Neom.

    Belangrijk is ook dat het koninkrijk de wind in de zeilen heeft vanwege de hoge olieprijs, wat prins Mohammed in staat heeft gesteld in versneld tempo verder te gaan met ambitieuze projecten als Neom en daarmee van zijn land een van de aantrekkelijkste bestemmingen ter wereld te maken. De plannen voor het project kunnen overigens nog veranderen.

    Als Saoedi-Arabië erin slaagt de Mirror Line te realiseren, zal het bouwwerk met niets ter wereld vergelijkbaar zijn. Voor de stedenbouwkundigen die het ontwerpen is het een grote uitdaging. Zo kijken ze aan tegen de deadline 2030 en moeten ze nog vele vragen oplossen, bijvoorbeeld hoe het moet met de trekroute van miljoenen vogels die door de Mirror Line zal worden doorsneden.

    skynews the line saudi arabia 5846104
    Videostills van het ontwerp voor The Line. – © YouTube

    Volgens een eerste rapport uit januari 2021 zou de ontwikkeling van de Mirror Line in fases moeten verlopen en vijftig jaar kunnen duren. Neom-werknemers spraken in het rapport de vrees uit dat mensen na de pandemie niet meer in hoge gebouwen zouden willen wonen en dat de omvang van het bouwwerk de dynamiek van de grondwaterstroom in droge rivierbeddingen zou veranderen en de bewegingsvrijheid van vogels en andere dieren zou beperken.

    Bouwwoede

    Het ontwerp van de Mirror Line doet denken aan de bouwwoede die voor de wereldwijde financiële crisis heerste in het naburige Dubai, een stad die door prins Mohammed is geprezen vanwege zijn snelle en ambitieuze ontwikkeling. Het emiraat bouwde de hoogste toren ter wereld (829,80 meter); een palmvormig eiland met villa’s en appartementen en een archipel in de vorm van de wereldkaart.

    Maar net als in Dubai hoeven niet alle plannen in Saoedi-Arabië per se te worden gerealiseerd. Tijdens de laatste oliehausse wilde Saoedi-Arabië de hoogste wolkenkrabber ter wereld bouwen, een plan dat later in de ijskast is gezet. Neom heeft al heel wat masterplannen versleten en tal van buitenlandse werknemers zien vertrekken uit frustratie over het ontwikkelingstempo en de managementcultuur.

    Het volledige lineaire plan met een totale lengte van 168 kilometer is ‘The Line’ gedoopt

    De Mirror Line is ontworpen door het Amerikaanse bureau Morphosis Architects, opgericht door de gelauwerde architect Thom Mayne, en er werken minstens negen andere ontwerp- en ingenieursbureaus aan mee, waaronder WSP Global in Montreal en Thornton Tomasetti in New York. Zij willen het bouwwerk in fases bouwen door het aaneenkoppelen van 800 meter lange modules van maximaal 490 meter hoog, hoger dan het Empire State Building. Morphosis, WSP en Tomasetti waren niet bereikbaar voor commentaar, maar volgens Javier Quintana de Uña, leidinggevende van de in Chicago gevestigde non-profitorganisatie Tall Buildings and Urban Habitat, ‘gaan ze iets doen wat nooit eerder is vertoond’.

    skynews the line saudi arabia 5846107
    Videostills van het ontwerp voor The Line. – © YouTube

    Na voltooiing zal de Mirror Line vanaf de Golf van Akaba een bergketen doorsnijden die zich uitstrekt langs de kust. Hij zal verder lopen in oostelijke richting, in de bergen een vakantieoord huisvesten en in de woestijn uitgroeien tot een ‘luchtstad’ van woontorens.

    Het volledige lineaire plan met een totale lengte van 168 kilometer is ‘The Line’ gedoopt. Het is een idee waarvoor stedenbouwkundigen al meer dan een eeuw warm lopen. In 1882 stelde de Spaanse architect Arturo Soria y Mata al voor een langgerekte stadswijk te bouwen die de inspiratie vormde voor de wijk Ciudad Lineal in Madrid.

    ‘Ik wil mijn piramides bouwen’

    Prins Mohammed onthulde zijn idee voor een lineaire stad zonder auto’s noch enige andere vorm van vervuiling in januari 2021. In een video noemde hij het idee het toppunt van menselijk vernuft, vergelijkbaar met de uitvinding van penicilline en de maanlanding, en een manier om geen levens meer verloren te laten gaan door vervuiling en verkeersongelukken. ‘Het project The Line is een revolutionaire ontwikkeling in de beschaving die mensen op de eerste plaats zet,’ zei hij in de video.

    Nog maar een jaar eerder kreeg Neom kritiek van mensenrechtenorganisaties omdat het veiligheidstroepen inzette om stammen met geweld van hun land te verdrijven, waarbij een dode viel. In de video zei Prins Mohammed dat The Line een miljoen bewoners in staat moet stellen elkaar dagelijks te ontmoeten binnen een loopafstand van maximaal vijf minuten en om in twintig minuten van het ene uiteinde naar het andere te reizen. Het project zou groene energie gebruiken en de natuur in het ongerepte noordwesten beschermen. Details daarover zouden nog volgen. 

    Bewoners zullen een vast bedrag betalen voor ontbijt, lunch en diner

    Aanvankelijk voorzagen stedenbouwkundigen ook de bouw van woonwijken her en der langs The Line. Maar tijdens een privéontmoeting zei de prins tegen mensen die aan The Line werkten dat ze groot moesten denken. ‘Ik wil mijn piramides bouwen,’ zou hij vorig jaar volgens The Wall Street Journal tegen hen hebben gezegd.

    Stedenbouwkundigen zinnen al op manieren om het aantal bewoners van The Line te verhogen naar zes miljoen, waaronder vijf miljoen in de gebouwen van de Mirror Line. Voor de voedselvoorziening zal groente ‘autonoom worden geoogst en naar gemeenschappelijke kantines en keukens’ worden vervoerd. Bewoners zullen een vast bedrag betalen voor ontbijt, lunch en diner.

    Een van de grootste uitdagingen voor een constructie van twee hoge gebouwen die evenwijdig aan elkaar lopen is de schaduw die daarmee wordt gecreëerd. Gebrek aan zonlicht zou schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn, staat in de plannen. Ook krijgt het project te maken met een uitdaging waarmee bouwers nooit eerder hebben gekampt: de kromming van de aarde. Omdat die kromming een kleine 8 centimeter per kilometer bedraagt, aldus de plannen, stellen de ontwerpers voor een uitsparing aan te brengen in de top van de 800 meter lange modules om ze te laten ‘meebuigen’ met de wereld.