Onderwerpen: Financiën

  • Sri Lankaanse economie staat ‘compleet op instorten’

    Sri Lankaanse economie staat ‘compleet op instorten’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bulgaarse regering moet na zes maanden al aftreden

    » Zorgverleners Maradona beschuldigd van doodslag

    Land hoopt op hulp IMF

    De minister-president van Sri Lanka zegt dat de economie in zijn land ‘compleet op instorten’ staat. Volgens The Wall Street Journal wil regeringsleider Ranil Wickremesinghe zijn medeburgers voorbereiden op onvermijdelijke bezuinigingsmaatregelen, die nodig zijn om hulp van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) te krijgen.

    Sri Lanka heeft te kampen met een inflatie van meer dan 50 procent en er zijn grote tekorten aan energie, voedsel en medicijnen. Ook zijn er scholen gesloten om gas te besparen.

    ‘Als we goedkeuring van het IMF krijgen, zal de wereld ons weer vertrouwen’

    Afgevaardigden van het IMF arriveerden maandag in Sri Lanka, zo meldt de Amerikaanse krant, om eventuele steun te bespreken. ‘Als we goedkeuring van het IMF krijgen, zal de wereld ons weer vertrouwen,’ zei de premier.

    Voor het eerst in zijn geschiedenis werd het land geconfronteerd met een faillissement. Het risico dat de economische crisis over zal slaan naar naburige landen, blijft volgens de krant beperkt.

    Lees ook:

  • Koers Japanse yen zakt naar laagste punt in 24 jaar

    Koers Japanse yen zakt naar laagste punt in 24 jaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italië: Minister van BZ verlaat Vijfsterrenbeweging en begint nieuwe fractie

    » Mexico geschokt door moord op twee jezuïeten

    Japanse premier wil monetair beleid niet wijzigen

    De waarde van de Japanse yen is dinsdag gekelderd tot het laagste punt in vierentwintig jaar, meldt Nikkei Asian Review. Vierentwintig jaar geleden, tijdens de financiële crisis van 1998, was de dollar voor het laatst 36,39 yen waard. De Japanse centrale bank moet niettemin ‘de huidige koers [van haar monetair beleid] aanhouden’, kondigde premier Fumio Kishida aan. Een beleid dat minder streng is dan dat van de Federal Reserve, de centrale bank van de Verenigde Staten, en dat door de oppositie wordt aangewezen als ‘een factor die heeft bijgedragen aan de spectaculaire val van de yen’, aldus Nikkei Asian Review.

    De Japanse regeringsleider geeft toe dat de daling zorgwekkend is, maar maakt zich zorgen over de gevolgen van een stijging van de rente voor de gehele economie. In plaats daarvan overweegt hij ‘gerichte maatregelen’, zoals het verlagen van de energie- of voedselprijzen.

    Lees ook:

  • Gokken met graan: hoe westerse speculanten verdienen aan honger in Afrika

    Gokken met graan: hoe westerse speculanten verdienen aan honger in Afrika

    Amerikaanse en Europese handelaren proberen hoge winsten te behalen met tarwespeculatie. De wereldwijde voedselprijzen zijn dan ook nog nooit zo hoog geweest. Met als gevolg dat miljoenen mensen verhongeren.

    Egypte importeert het grootste deel van zijn tarwe. De explosie van de broodprijs in 2011 zorgde voor protesten die uiteindelijk de regering omver zouden werpen. In april van dit jaar kocht de Egyptische staat 350.000 ton tarwe voor 450 dollar per ton, 427 euro. In februari was dat nog 252 dollar voor tarwe van dezelfde kwaliteit.

    In die tussenliggende twee maanden viel Rusland Oekraïne binnen. Beide landen behoren tot ’s werelds belangrijkste graanproducenten. Sancties en oorlog betekenen minder graan. Maar andere landen zijn in het gat gesprongen en verbouwen nu meer graan. Dus er moeten andere factoren in het spel zijn die de prijs van graan en andere basisvoedingsmiddelen opdrijven.

    Onderzoek door de Europese non-profitorganisatie voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports, waar The Continent aan deelnam, wijst uit dat een van de belangrijkste oorzaken van de hoge voedselprijzen ongebreidelde speculatie is. Enkele investeerders hebben handig gebruik gemaakt van de mazen in de Europese en Amerikaanse wetgeving.

    Meer voedsel maar hogere prijzen

    Volgens de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, zijn de voedselprijzen gemiddeld een derde hoger dan vorig jaar. Ze liggen zelfs op het hoogste niveau sinds de organisatie in 1990 de gegevens begon bij te houden. Het Wereldvoedselprogramma verwacht dat hun voedselkosten dit jaar met 50 procent zullen stijgen. Alleen al in West-Afrika nemen die kosten dit jaar toe met 136 miljoen dollar.

    GettyImages 1395731677

    Een officier van het Oekraïense leger inspecteert een graanopslagplaats die door Russische troepen werd beschoten nabij de
    frontlinies van Cherson in Novovorontsovka, Oekraïne. – © John Moore/Getty Images

    Dit is de derde voedselprijzencrisis in vijftien jaar. Een stijging van de voedselprijzen met 1 procentpunt zorgt er volgens de Wereldbank voor dat het aantal mensen dat in extreme armoede leeft met zo’n 10 miljoen toeneemt. Opmerkelijk genoeg is de wereldvoedselproductie in diezelfde vijftien jaar juist toegenomen. Wereldwijd is er momenteel ongeveer een derde meer graan voorradig dan nodig is om iedereen te voeden. En dat ondanks politieke instabiliteit en klimaatverandering.

    Een aanwijzing voor wat er aan de hand is, komt van de Parijse markt voor maaltarwe, de grootste graanmarkt in Europa. In 2018 was ongeveer een kwart van de voedselcontracten op deze markt gericht op speculatie. Dat aantal is inmiddels verdrievoudigd tot driekwart.

    Een gezonde mate van speculatie stelt landbouwers en graankopers in staat om hun risico’s af te dekken

    Deze markten maken het mogelijk om de toekomstige voedselvoorraad nu al te verkopen. Gewoonlijk verwacht een boer aan het eind van het seizoen een bepaalde hoeveelheid tarwe te oogsten. Een molenaar gaat ermee akkoord om zijn graan tegen een bepaalde prijs te kopen. De boer krijgt geld en kan zo betalen voor kunstmest en alle andere zaken die hij nodig heeft voor het verbouwen van het graan. Uiteindelijk wordt de tarwe geleverd. Maar aan deze gang van zaken is een risico verbonden. Gewassen kunnen mislukken. Oorlogen kunnen uitbreken. Een recordoogst kan tot een prijsval leiden.
    Om dat risico te beheersen kan de molenaar zijn contract voor de hoeveelheid graan verkopen op de termijnmarkt, de markt voor zogenoemde futures. En daar kunnen speculanten opduiken: een investeerder die meteorologische patronen of vraagcycli bestudeert en die erop gokt dat de prijs zal stijgen tegen de tijd van de oogst, koopt dan het contract van de molenaar. Een gezonde mate van speculatie stelt landbouwers en graankopers in staat om hun risico’s af te dekken en hun inkomens minder wisselvallig te maken dan het weer.

    Als een zogenaamde hefboom tegen inflatie hebben institutionele beleggers sinds de millenniumwisseling steeds meer geïnvesteerd in de futuresmarkten voor grondstoffen
    Maar speculatie kan ook te ver gaan. Als er ‘buitensporig’ veel wordt gespeculeerd, kan de stijgende vraag van speculanten die proberen te profiteren van een voorspelde prijsstijging de prijzen van futures dermate doen stijgen dat deze niet meer worden bepaald door vraag en aanbod van het voedsel zelf. En omdat de prijzen van futures worden gebruikt als maatstaf voor de werkelijke tarweprijzen, heeft dit invloed op de prijs van levensmiddelen.

    Vraag en aanbod zijn dan niet langer de belangrijkste arbiters voor de prijs

    Dergelijke speculatie betekent dat een ander soort logica wordt losgelaten op de kosten van levensmiddelen. Als een zogenaamde hefboom tegen inflatie hebben institutionele beleggers zoals pensioenfondsen sinds de millenniumwisseling steeds meer geïnvesteerd in de futuresmarkten voor grondstoffen. Volgens deskundigen betekent dit dat de prijs van futures wordt gedicteerd door hun investeringsbeslissingen, die niets te maken hebben met fundamentele marktontwikkelingen.

    Normaal gesproken wordt voedsel gekocht in de verwachting dat het daarna met winst kan worden doorverkocht. Hoe meer voedsel er is, hoe goedkoper het wordt en des te minder winst er wordt gemaakt. Dat betekent dat voedselprijzen geleidelijk van jaar tot jaar veranderen doordat droogte en overstromingen wereldwijd worden afgewisseld met recordoogsten. Maar door te veel speculatie van beleggers die voedsel als handelswaar beschouwen, verandert dat. Vraag en aanbod zijn dan niet langer doorslaggevend voor de prijs. In de afgelopen vijftien jaar heeft dit ertoe geleid dat de voedselprijzen schommelden, terwijl het mondiale aanbod ondertussen stabiel bleef.

    ‘Gokken op honger’

    In gesprek met het consortium van nieuwsredacties zei Olivier De Schutter, de speciale VN-rapporteur voor extreme armoede en mensenrechten en medevoorzitter van het internationale panel van deskundigen inzake duurzame voedselsystemen, dat bepaalde fondsen ‘gokken op honger, waardoor de honger verergert’. Tussen januari en april werd ten minste 1,3 miljard dollar gestort in twee van die fondsen onder beheer van Teucrium en Invesco; 589 miljoen dollar daarvan kwam in de eerste week van maart binnen. Ter vergelijking: vorig jaar brachten ze 200 miljoen dollar op. De vraag naar aandelen in Teucrium explodeerde en The New York Times meldde dat er geen aandelen meer beschikbaar waren voor mensen die wilden meeprofiteren.

    Afgelopen oktober schreef de tarwefondsmanager van Teucrium op de website van het bedrijf: ‘Terwijl voedselinflatie de wereldeconomie negatief dreigt te beïnvloeden, kunnen goed geïnformeerde beleggers mogelijk profiteren van een trend van stijgende prijzen.’ In een rapport over voedselprijzen dat deze week werd gepubliceerd wijst het panel voor voedselsystemen van De Schutter erop dat de hoge prijzen worden opgedreven door ‘roofzuchtige financiers die weddenschappen afsluiten op voedsel’ en ‘gokken met voedselprijzen’.

    In reactie op de vragen van het consortium zei Teucrium slechts: ‘Investeringsstromen op het gebied van grondstoffen stimuleren de productie, de efficiëntie en de investeringen, wat uiteindelijk resulteert in een betrouwbaarder aanbod van basis(voedsel)producten en verminderde prijsschommelingen op termijn.’

    In Congo verkeren 21 miljoen mensen in een voedselcrisis en nog eens 7 miljoen in een noodsituatie

    Invesco wees extreem weer aan als aanjager van prijsschommelingen en zei: ‘Fundamentele economische factoren zoals marktvraag en aanbodvoorwaarden, bieden de meest consistente verklaring voor de recente prijsontwikkelingen van grondstoffen.’

    Deze week verscheen het zesde Global Report on Food Crises, een samenwerkingsverband van organisaties zoals het Wereldvoedselprogramma. Uit dit rapport blijkt dat van de 90 miljoen mensen in de Democratische Republiek Congo er bijna 21 miljoen zijn die kunnen worden geclassificeerd als ‘verkerend in een voedselcrisis’. Dat houdt in dat mensen maaltijden overslaan en al hun spaargeld moeten aanspreken om te kunnen eten. Nog eens 7 miljoen mensen verkeren in een noodsituatie, wat betekent dat mensen sterven van de honger. De verwachting is dat de stijgende voedselprijzen de honger dit jaar nog zullen verergeren, vooral in Noord-Nigeria, Burkina Faso, Niger, Kenia, Zuid-Soedan en Somalië.

    In de tussentijd profiteert een kleine minderheid en lijden nog veel meer mensen honger
    Het effect van voedselspeculatie op de stijging van de voedselprijzen is niet volledig duidelijk, want de voornamelijk westerse markten die gokken met de mogelijkheid van mensen om hun gezin te voeden, zijn niet verplicht hun gegevens in detail te overleggen.

    Toen zich in 2007 een soortgelijke crisis rond de voedselprijzen voordeed, kwamen regelgevers in Europa en de Verenigde Staten in actie. Maar de industrie reageerde door intensief te lobbyen en rechtszaken aan te spannen. De regelgeving die aanvankelijk al zwak was, werd in 2020 nog verder afgezwakt. Het gevolg daarvan is dat voedsel duurder wordt en er weinig mogelijkheden zijn om dat tegen te gaan. In de tussentijd profiteert een kleine minderheid en lijden nog veel meer mensen honger.

    Lees ook:

  • Waarom big tech zo geheimzinnig doet over zijn inkomstenbronnen

    Waarom big tech zo geheimzinnig doet over zijn inkomstenbronnen

    Uit een diepgravend onderzoek van The Economist blijkt dat de almachtige techreuzen kwetsbaarder zijn dan je zou vermoeden. De winstgevende onderdelen zijn weliswaar uiterst lucratief, maar verzwegen informatie wijst ook op zwakheden.

    De Amerikaanse techgiganten verdienen onchristelijk veel geld. In 2021 bedroeg de gezamenlijke jaaromzet van Alphabet, Amazon, Apple, Meta en Microsoft 1,4 biljoen dollar. Dat geld komt uit een breed en continu groeiend scala aan inkomstenbronnen, van telefoons en geneesmiddelen tot videostreaming en virtuele assistenten. Analisten verwachten dat de gecombineerde omzet van de grote vijf in het eerste kwartaal van 2022 boven de 340 miljard dollar zal komen, zo’n 7 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

    Het driemaandelijkse ritueel van opzienbarende kwartaalcijfers begon dit jaar op 26 april, toen de eerste van de grote vijf zijn cijfers bekendmaakte: Alphabet kon bogen op een omzet van 68 miljard dollar, een stijging van 23 procent ten opzichte van vorig jaar, al was door een dalende groei van de advertenties de nettowinst gedaald tot 16,4 miljard. Diezelfde dag rapporteerde Microsoft een omzet van 49,4 miljard, 18 procent meer dan vorig jaar, en een nettowinst van 16,7 miljard. Een dag later rapporteerde Meta een omzet van 27,9 miljard met een nettowinst van 7,5 miljard dollar. Amazon en Apple moesten op het moment van schrijven nog met hun cijfers komen.

    Ze zijn een stuk zwijgzamer over hoeveel ze nu eigenlijk verdienen met hun verschillende producten en diensten

    Het is begrijpelijk dat de grote techbedrijven zich graag op deze indrukwekkende cijfers en hun gevarieerde productaanbod beroemen. Maar ze zijn een stuk zwijgzamer over hoeveel ze nu eigenlijk verdienen met hun verschillende producten en diensten. In de jaarcijfers en andere openbare stukken worden de inkomstenstromen meestal zo veel mogelijk op één hoop gegooid en zo vaag mogelijk omschreven. Vorig jaar waren de verkoopcijfers van de grote vijf bijvoorbeeld verdeeld over 32 bedrijfssegmenten. Vergelijk dat eens met de in totaal 56 segmenten van de vijf best presterende Amerikaanse bedrijven in andere sectoren. 

    Apple verdeelt zijn omzet in vijf segmenten, Meta maar in drie (zie grafiek 1). De categorie ‘Google Other’ was bij Alphabet vorig jaar goed voor 28 miljard dollar aan inkomsten. Daaronder vallen Googles appstore, de verkoop van smartphones en andere apparaten, en abonnementen van dochteronderneming YouTube. De advertentie-inkomsten van YouTube, die Alphabet pas in 2020 voor het eerst bekendmaakte, bedroegen vorig jaar 29 miljard dollar. Dat betekent dat Google Other en de advertentieafdeling van YouTube allebei meer opbrachten dan vier vijfde van de bedrijven in de S&P 500-index van de grootste Amerikaanse bedrijven.

    Niet te veel openheid

    Het is logisch dat je daar als bedrijf niet te veel openheid over wilt geven. Zolang concurrenten in het duister tasten, kunnen ze je goedlopende businessunits niet kopiëren en niet aan je marges gaan knibbelen. Andy Jassy, de algemeen directeur van Amazon, klaagt over het vooruitzicht dat hij zijn bedrijfscijfers nader zou moeten specificeren, omdat die cijfers ‘concurrentiegevoelige informatie’ bevatten.

    Helaas voor de techbaronnen wordt het ze steeds moeilijker gemaakt om die informatie te versluieren. Toezichthouders, politici en investeerders zien daar steeds meer een probleem in en roepen de grote platforms op tot meer transparantie over alles, van de werking van hun betaalsystemen tot de CO2-uitstoot waarvoor ze verantwoordelijk zijn. En er is ook steeds meer informatie beschikbaar uit andere bronnen, zoals rapporten van vermogensbeheerders, analyses van hedgefondsen en vooral uit mededingingsrechtszaken die overal ter wereld door concurrenten en toezichthouders worden aangespannen. Daaruit komen steeds meer details naar voren over hoe het er in de big tech intern aan toegaat.

    Daaruit rijst het beeld op dat de techreuzen kwetsbaarder zijn dan hun schijnbare almacht doet vermoeden

    Om daar inzicht in te krijgen heeft The Economist rechtbankdocumenten, interne e-mails, rapporten van analisten en uitgelekte dossiers uitgeplozen over Alphabet, Amazon, Apple en Meta (Microsoft heeft onderzoek naar monopolievorming ditmaal kunnen voorkomen, waardoor er over de inkomsten van dat bedrijf minder geheime cijfers naar buiten zijn gekomen). Daaruit rijst het beeld op dat de techreuzen kwetsbaarder zijn dan hun schijnbare almacht doet vermoeden. De winstgevende onderdelen van hun bedrijf zijn wel zo lucratief dat ze diepe zakken hebben, maar de verzwegen informatie wijst toch ook op enkele zwakheden. Drie daarvan springen eruit: grote winstconcentratie, afnemende klantentrouw en de enorme tegenvallers die ze riskeren op te lopen in de verschillende mededingingsrechtszaken.

    Winstmakers

    Allereerst de winstmakers. De grootste zijn meestal heel helder. De iPhone blijft de grote melkkoe van Apple, Amazon harkt het meeste geld binnen met clouddiensten, en Alphabet en Meta zouden nergens zijn zonder advertentie-opbrengsten. Maar de bedrijven zijn niet scheutig met gegevens over andere, kleinere maar snelgroeiende bedrijfsonderdelen.

    De grootste stille winstmakers voor Alphabet en Apple zijn misschien wel hun appstores. Voor alle aankopen binnen apps strijken ze een commissie op, meestal van wel 30 procent (al zijn ze als tegemoetkoming aan de toezichthouders wel bezig om die percentages te verlagen voor kleine softwareontwikkelaars en apps die afhankelijk zijn van abonnees). De resulterende inkomstenstroom is nog niet opzienbarend. Volgens een door diverse Amerikaanse staten aangespannen rechtszaak bedroeg de appstore-omzet voor Google in 2019 zo’n 11 miljard dollar, en analisten schatten dat die van Apple vorig jaar op zo’n 25 miljard dollar uitkwam. Maar doordat de onderhoudskosten van die appstore miniem zijn, is de winstmarge enorm. Uit de stukken van een rechtszaak die gamefabrikant Epic Games tegen de appstores heeft aangespannen, blijkt dat de winstmarge voor Apple wel 78 procent bedraagt, en voor Google 62 procent. Ter vergelijking: de operationele marge van heel Apple is 35 procent en van Alphabet (dat nog steeds vooral op advertentie-inkomsten leunt) 31 procent.

    Bij Apple werken vijf- tot zeshonderdduizend ontwikkelaars aan 1,8 miljoen apps

    De appstores zijn dus booming. Volgens de Competition and Markets Authority (CMA), de Britse mededingingsautoriteit, is de opbrengst van opdrachten die tussen 2017 en 2020 voor Google en Apple zijn uitgevoerd grofweg verdubbeld. In 2020 werkten acht- tot negenhonderdduizend ontwikkelaars aan tweeënhalf tot drie miljoen apps voor de Google appstore. Dat was iets meer dan bij Apple, waar vijf- tot zeshonderdduizend ontwikkelaars aan 1,8 miljoen apps werkten. Afgaande op de rechtszaak van Epic en het onderzoek van de CMA wijst niets erop dat deze groei afneemt of dat de marges slinken. Voor de Google appstore is de brutomarge de laatste jaren een paar procentpunt gestegen.

    In de jaarcijfers van Apple valt de opbrengst van de appstore onder de categorie ‘diensten’, die vorig jaar 68 miljard dollar opleverde, oftewel 19 procent van de totale bedrijfsomzet. Maar de appstore is nog niet Apples meest winstgevende dienst. Exacte cijfers zijn niet voorhanden, maar de CMA schat dat de brutomarge op Apples zoekadvertenties nog groter is. Dat is volgens de toezichthouder het gevolg van een deal die het met Google heeft gesloten om Google als standaardzoekoptie in te stellen op de meeste Apple-apparaten. In ruil daarvoor krijgt Apple van Google tussen de 8 en 12 miljard dollar per jaar (2 tot 3 procent van zijn totale omzet). En het kost Apple praktisch niets, dus dit is bijna zuivere winst.

    Diepe zakken

    Amazon en Meta zijn (iets) minder geheimzinnig over de herkomst van hun inkomsten en winsten. Meta mag zich nu anders in de markt willen zetten en het accent willen verleggen naar de virtual reality van het ‘metaverse’, maar het steekt niet onder stoelen of banken dat het nog steeds 97 procent van zijn omzet haalt uit onlinereclameopbrengsten. Amazon doet ook niet moeilijk over de omzet van zijn omstreden Marketplace, waar derden producten kunnen aanbieden en dan op elke verkoop, waarmee ze direct concurreren met Amazons eigen aanbod, een commissie afdragen van 19 procent (was 11 procent in 2017). In 2021 droeg Marketplace 103 miljard dollar bij aan Amazons omzet, wat een verzesvoudiging is ten opzichte van 2015 en 22 procent van de bedrijfsomzet.

    Maar het vergde spitwerk van analisten om te komen tot de schatting dat Instagram vorig jaar goed was voor 42 miljard omzet, bijna twee vijfde van Meta’s totaal en een flinke stijging ten opzichte van 2019, toen Instagrams aandeel nog 20 miljard bedroeg. Met andere woorden, de rol van het fotoplatform in het succes van dit socialemedia-imperium is spectaculair gegroeid. En uit een door het District of Columbia aangespannen rechtszaak tegen Amazon blijkt dat de winstmarge van Marketplace 20 procent bedraagt, vier keer zo hoog als die voor Amazons eigen verkoopactiviteiten. (Uit de rechtbankstukken blijkt niet of het hier gaat om bruto-, netto- of operationele marges.)

    Zulke big spenders worden intern ‘whales’ genoemd, net als in casino’s

    Dankzij die inkomstenbronnen hebben de bedrijven dus diepe zakken. Maar kijk je nog eens goed, dan blijkt de basis toch verrassend smal. In de appstore van Apple komt 70 procent van alle inkomsten bijvoorbeeld uit games, zo blijkt uit stukken in de door Epic aangespannen rechtszaak. Het leeuwendeel daarvan is afkomstig van aankopen die gamers binnen een app doen, bijvoorbeeld voor gekke attributen voor hun avatar of om virtueel geld te kopen. In 2017 was 88 procent van de gameomzet van de appstore afkomstig van 6 procent van de gameconsumenten. Die grootverbruikers geven gemiddeld ieder meer dan 750 dollar per jaar uit aan hun apps.

    Uit de Epic-rechtszaak blijkt ook dat 1 procent van Apples gamers goed was voor 64 procent van de omzet in de appstore, en dat die gamers er jaarlijks 2694 dollar aan uitgaven. Zulke big spenders worden intern ‘whales’ (walvissen) genoemd, net als in casino’s. Uit onderzoek van de CMA kwam bij de Google appstore hetzelfde patroon naar voren: in 2020 was ongeveer 90 procent van de Britse omzet afkomstig van nog geen 5 procent van de apps. En weer kwam het leeuwendeel van de omzet hier van aankopen binnen de app.

    Ook in de onlineadvertentiesector zie je een grote concentratie van het uitgavenpatroon. De CMA boog zich over cijfers over Britse adverteerders die in 2019 samen 7 miljard pond uitgaven aan Google Ads, een advertentiekanaal dat vooral bedoeld is voor kleine bedrijven. De bovenste 5 à 10 procent van de adverteerders (gerangschikt naar besteding) was goed voor meer dan 85 procent van de omzet van Google Ads. De grootste klanten zaten in de detailhandel, de financiële sector en de reissector. Bij Facebook bleek die concentratie nog groter. Daar was de bovenste 5 à 10 procent van de adverteerders goed voor meer dan 90 procent van de omzet (zie grafiek 2). In de segmenten detailhandel, entertainmentsector en consumentengoederen werd er het meest aan uitgegeven.

    Van concentratie is ook sprake als het gaat om het aantal vertoningen of ‘impressies’, het vakjargon voor elke keer dat een advertentie op iemands scherm verschijnt. Dat bleek uit intern onderzoek van Google, dat naar buiten kwam in een rechtszaak die tegen het bedrijf werd aangespannen door weer een andere groep Amerikaanse staten. Uit dat onderzoek bleek dat in de VS 20 procent van alle vertoningen van advertenties goed was voor 80 procent van de advertentieopbrengst voor onlineadverteerders. De waardevolste vertoningen zijn gericht op gebruikers bij wie er een grote kans bestaat dat ze een aankoop zullen doen. Bij Google werd dit verschijnsel intern ‘cookieconcentratie’ genoemd.

    Afhankelijkheid

    Naast die grote afhankelijkheid van een paar grote winstmakers is er nog een andere zwakte in het bedrijfsmodel die zelden wordt benoemd: klantenverloop. Men gaat er vaak van uit dat de klanten van de techgiganten verknocht, ja zelfs verslaafd zijn aan hun diensten en producten. De bedrijven zullen dat niet openlijk ontkennen, want het bevestigt het beeld dat ze de markt in hun greep hebben – een beeld dat investeerders graag zien. Maar in werkelijkheid kan die greep weleens een stuk zwakker zijn.

    Uit de Epic-rechtszaak blijkt dat pakweg 20 procent van de iPhone-gebruikers die in 2019 en 2020 een nieuwe telefoon kochten op een ander merk is overgestapt. Uit gelekte documenten van Meta blijkt dat steeds minder tieners zich bij Facebook aanmelden en dat ze er minder tijd op doorbrengen. Zelfs het bij de jeugd populairdere Instagram begint het af te leggen tegen concurrenten. Uit een gelekt intern rapport uit maart vorig jaar blijkt dat tieners meer dan twee keer zoveel tijd doorbrengen op het hippere TikTok.

    Jongeren zijn niet de enige klanten die de grote platforms de rug beginnen toe te keren

    Jongeren zijn niet de enige klanten die de grote platforms de rug beginnen toe te keren. Je ziet het ook bij jonge bedrijven. Start-ups beleefden vorig jaar gouden tijden. Het mondiale reservoir aan durfkapitaal bedroeg dat jaar 621 miljard dollar, meer dan twee keer zoveel als het jaar daarvoor. Volgens een rapport van Bridgewater Associates, het grootste hedgefonds ter wereld, gaat ongeveer een vijfde van al het in start-ups geïnvesteerde geld naar clouddiensten, een markt die wordt gedomineerd door Alphabet, Amazon en Microsoft. Nog eens twee vijfde gaat naar marketing, waarbij in de digitale wereld Alphabet, Meta en in toenemende mate Amazon de dienst uitmaken. En Bridgewater schat dat alles bij elkaar zo’n 10 procent van de totale omzet van Alphabet, Amazon en Meta afkomstig is uit het ecosysteem van start-ups. Dat staat gelijk aan 84 miljard dollar per jaar.

    Die geldstroom kan weleens gaan slinken. Door zorgen over de stijgende inflatie, de oorlog in Oekraïne en de kans op een recessie zijn de aandelen van de techbedrijven gekelderd. De Nasdaq, waar de technologiesector zwaar in meeweegt, is na zijn hoogtepunt in november al met 20 procent gedaald. De dalingen van de beurskoersen krijgen nu ook gevolgen in de start-upwereld. Instacart, een bezorgdienst voor supermarkten, heeft op 24 maart zijn bedrijfswaardering met 38 procent verlaagd. Met een lagere waardering krijgen bedrijven het moeilijker om kapitaal aan te trekken. Investeerders zeggen te verwachten dat start-ups de komende maanden de broekriem gaan aanhalen. Dat leidt tot minder bestedingen aan clouddiensten en advertenties.

    Wat betekenen al deze kwetsbaarheden bij elkaar? In het ergste geval heel veel, als de strengste toezichthouders in de VS, Groot-Brittannië en de EU hun zin krijgen. Vorige maand is de laatste hand gelegd aan de Wet inzake digitale markten (WDM), een verstrekkend pakket aan nieuwe EU-regels om de grote techbedrijven aan banden te leggen. Dat zal alleen sommige bedrijfsonderdelen treffen en is vooral gericht op de Europese activiteiten. Volgens vermogensbeheerder Bernstein verdienen Alphabet, Apple, Amazon en Meta 267 miljard dollar in Europa, pakweg een vijfde van hun gezamenlijke totaalomzet. En een snelle rekensom leert ons dat de Europese WDM een gevaar vormt voor 40 procent van de Europese omzet van deze vier bedrijven.

    Vrezen voor omzetdaling

    Wereldwijd is Alphabet het kwetsbaarst: dat moet vrezen voor bijna 90 procent van zijn Europese inkomsten (27 procent van zijn wereldwijde omzet). In de VS wordt het zoekmonopolie van Google onder vuur genomen door een team aanklagers uit diverse Amerikaanse staten. Het federale ministerie van Justitie overweegt ook stappen te zetten. Zo komt ook de 70 miljard aan Amerikaanse omzet op zoekadvertenties in gevaar – een kwart van Alphabets totale omzet. Verlaagt Alphabet zijn commissie op aankopen binnen apps van 30 naar 11 procent, het percentage dat Google op 23 maart overeenkwam met Spotify, dan keldert de omzet van de Amerikaanse appstore van 11 naar 4 miljard. Alles bij elkaar vormt dit een bedreiging voor misschien wel 150 miljard dollar aan omzet, zo’n 60 procent van Alphabets mondiale totaalomzet.

    Het gevaar dat Apple bij dit doemscenario loopt is kleiner, maar nog steeds aanzienlijk. Als de monopoliebestrijders een eind maken aan de afspraak met Google, scheelt dat al 8 tot 12 miljard per jaar. Verlaagt Apple net als Alphabet de commissies in zijn appstore, al dan niet onder dwang van nieuwe wetgeving, dan kunnen de app-gerelateerde inkomsten dalen van 25 tot circa 9 miljard dollar. In totaal kan Apple er zo’n 35 miljard dollar bij inschieten, een tiende van zijn mondiale omzet. Amazon kan rekenen op een daling van 77 miljard per jaar, 16 procent van zijn mondiale omzet, als het zijn eigen verkoopactiviteiten op Marketplace moet loskoppelen van die van derden.

    Sommige politici en toezichthouders zijn al begonnen over de noodzaak om Amazon helemaal op te splitsen, in bijvoorbeeld een winkelbedrijf en een clouddienst. Het bedrijf dat Amazon blijft heten verliest dan dus ofwel zijn onlineverkoopkanaal (momenteel goed voor 70 procent van zijn omzet) of zijn winst uit clouddiensten (goed voor ongeveer driekwart van zijn winst). Zo gaan er ook stemmen op om Meta op te splitsen. Als de Amerikaanse Federal Trade Commission haar zin krijgt en Facebook wordt gedwongen Instagram en WhatsApp af te stoten, derft het bedrijf 42 miljard dollar aan inkomsten uit Instagram en nog eens 2 miljard dollar uit WhatsApp, twee vijfde van het totaal.

    Een paar geslaagde aanvallen op de bedrijven kunnen hun toekomstperspectieven flink ontregelen

    Als alles tegenzit moeten Alphabet, Amazon, Apple en Meta dus vrezen voor maar liefst 330 miljard dollar aan omzetdaling, oftewel een kwart van het totaal. En dat is nog buiten de gevolgen gerekend van twee grote mededingingswetten die momenteel in het Amerikaanse Congres worden behandeld. Die zouden de eigenaren van platforms zoals appstores en zoekmachines onder meer verbieden hun eigen producten een voorkeursbehandeling te geven. De financiële gevolgen daarvan zijn nog niet duidelijk, maar zouden net als die van de Europese wet aanzienlijk kunnen zijn.

    Het is niet waarschijnlijk dat dit rampscenario voor de grote techbedrijven zich echt zal voltrekken. Eerdere pogingen om hun macht te beteugelen zijn al vaak gestrand. De huidige pogingen zullen waarschijnlijk nog worden afgezwakt en het kan jaren duren voordat ze echt in werking treden. Maar een paar geslaagde aanvallen op de bedrijven kunnen hun toekomstperspectieven wel flink ontregelen. En doordat rechtszaken een tipje van de sluier oplichten over hun geldstromen, krijgen potentiële concurrenten meer zicht op waar de marges zitten waarvan ze kunnen proberen iets af te snoepen.

  • Wat goed is voor Mohammed bin Salman, is niet per se goed voor Israël

    Wat goed is voor Mohammed bin Salman, is niet per se goed voor Israël

    De vorming van een Israëlisch-soennitisch front tegen Iran is cruciaal voor de veiligheid van Israël, volgens deze journalist.  Maar een akkoord met het autocratische en corrupte Saoedische koninkrijk van Mohammed bin Salman kan ook verkeerd aflopen.

    Neem twee Joodse Amerikanen. De ene heet Jared Kushner en is de schoonzoon en speciaal adviseur van de voormalige Amerikaanse president Donald Trump. De andere heet Steven Mnuchin en is de voormalige minister van Financiën van de regering-Trump. Sinds de regeringswisseling in Washington zijn deze twee mannen weer actief in de privésector en inmiddels danken ze een deel van hun immense fortuin aan twee nieuwe bedrijven met ronkende namen, en vooral aan Saoedi-Arabië. 

    Kushner heeft de wereldwijd actieve investeringsmaatschappij Affinity Partners opgezet en Mnuchin heeft zich aan een soortgelijk avontuur gewaagd met zijn onderneming Liberty Strategic Capital. Het kapitaal van Kushner is voornamelijk afkomstig van het publieke investeringsfonds PIF (Public Investment Fund) van het Saoedisch koninkrijk en bedraagt maar liefst twee miljard dollar, terwijl Mnuchin zich moet ‘tevredenstellen’ met een miljard dollar.

    Volgens een onderzoek dat op 10 april jongstleden werd gepubliceerd door The New York Times heeft de raad van bestuur van PIF, bestaande uit Saoedische economen en ervaren westerlingen, Saoedi-Arabië aanvankelijk afgeraden in het bedrijf van Kushner te investeren. De bezwaren van PIF golden ‘de onervarenheid van de directie van Affinity Partners’, de mogelijkheid dat het koninkrijk direct verantwoordelijk zou worden voor ‘het gros van de investeringen en risico’s’, de matige financiële resultaten van de jonge onderneming, de ‘excessieve’ beheerskosten (lees: commissies) en ‘risico’s op het gebied van public relations’ vanwege de rol die Kushner eerder had gespeeld als belangrijkste adviseur en schoonzoon van de voormalige Amerikaanse president.

    Mohammed bin Salman

    PIF wordt geleid door de Saoedische kroonprins en feitelijke monarch Mohammed bin Salman, beter bekend onder de initialen MBS. Deze heeft klaarblijkelijk maar enkele dagen nodig gehad om de raad van bestuur over te halen om Kushner de twee miljard dollar te verstrekken die hij vroeg.

    Je hoeft geen financieel expert te zijn om de logica achter deze beslissing te begrijpen: op deze manier danken de leiders van het Midden-Oosten de buitenlanders die hen in het verleden hebben gesteund, en op deze manier investeren ze in de toekomst van toekomstige politieke leiders. Als Trump en Kushner op een dag het Witte Huis heroveren, zullen ze zich herinneren wie hen heeft gesteund.

    De Saoedische kroonprins gokt op de politieke perspectieven van Kushner, niet op zijn financiële

    De Saoedische kroonprins gokt op de politieke perspectieven van Kushner, niet op zijn financiële. De politieke perspectieven in de Verenigde Staten zijn wel enkele miljarden waard. Dat heeft MBS beter begrepen dan de financiële hyena’s.

    De twee begunstigden zijn niet alleen verklaarde Joden. Ze staan ook openlijk en volledig achter Israël, en de relaties die ze inmiddels onderhouden met de Saoedische kroonprins zouden misschien een officieel proces van normalisering tussen het Saoedische koninkrijk en de Joodse staat op gang kunnen brengen.

    Ook al laten de Israëlische premier Naftali Bennett en zijn minister van Buitenlandse Zaken Yaïr Lapid zich liever niet openlijk over de kwestie uit, ze zijn zich allebei bewust van het belang ervan. Ze zijn ervan overtuigd dat als Saoedi-Arabië besluit het voorbeeld van de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein te volgen door een vredesakkoord met Israël te tekenen, het Midden-Oosten een belangrijke verandering zou ondergaan die de status van Israël in de regio blijvend zou versterken.

    Gevaarlijke figuur

    Het probleem is dat Saoedi-Arabië, net als zijn meeste buren, een autocratisch en corrupt regime kent en dat de leider een avontuurlijke, onstabiele en gevaarlijke figuur is – de moord op journalist Jamal Khashoggi in oktober 2018 herinnerde daar nog maar eens aan. Een Amerikaan die MBS kent vertelde me dat hij hem een keer had gevraagd waarom hij honderden miljoenen dollars uitgaf aan kunstwerken die hem niet aanspraken en luxueuze jachten die aan de kade bleven liggen. De Saoedische prins had droogjes geantwoord: ‘Omdat ik het me kan permitteren.’

    Een Israëlisch-soennitisch front is cruciaal voor de veiligheid van Israël

    Israël heeft alle reden om samen te werken met MBS, kroonprins Mohammed bin Zayed van Abu Dhabi, de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, de Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi en andere leiders in de regio. De vorming van een Israëlisch-soennitisch front tegen Iran is cruciaal voor de veiligheid van Israël, en zelfs voor het voortbestaan van het land. Maar laten we nooit de ware aard van deze regimes vergeten. Wat goed is voor Jared Kushner, is niet per se goed voor de staat Israël.

    We moeten samenwerken met deze regimes, maar we moeten vooral niet besmet raken met hun normen. Dit dilemma wordt geïllustreerd door de ambigue relaties van Israël met Qatar. Aan de ene kant helpt het geld van Qatar Israël om de spanningen in de Gazastrook te verminderen en het terrorisme op afstand te houden. Aan de andere kant verleent deze Golfstaat politieke steun aan terroristische Palestijnse groeperingen. Iedereen doet zaken met Qatar, zelfs de Iraniërs. Israëlische zakenlieden en gepensioneerde hoge officieren zijn financieel zeer actief in het Qatarese schimmenspel. Het is begrijpelijk waarom dat van belang is voor de leiders van Qatar, maar wat zegt het over onze eigen normen?

    Lucratieve relaties

    De oudsten onder ons herinneren zich nog de lucratieve relaties tussen Israël en de dictatuur van de sjah van Iran. De Joodse staat zond militaire adviseurs naar Teheran die terugkeerden als multimiljonair. Op diezelfde manier kleefde er in de ogen van sommige Israëliërs iets heroïsch, om niet te zeggen romantisch aan de relaties met de christelijke facties tijdens de Libanese burgeroorlog, maar dat strookte niet met de werkelijkheid. De falangistische leiders manipuleerden de Israëliërs gewoon. Een officier van het Israëlisch leger zei me destijds: ‘Een Thaise generaal omkopen kost een miljoen dollar, maar in Jounieh [een christelijke stad ten noorden van Beiroet] kunnen Israëliërs toe met een eenvoudig bord humus.’

    Sinds zijn ontstaan heeft het zionisme altijd gepretendeerd te willen integreren in het Midden-Oosten. Dat blijft een loffelijk streven. Maar dan niet volgens de methode-Kushner.

  • Hoe Antwerpen de diamanthoofdstad van de wereld werd

    Hoe Antwerpen de diamanthoofdstad van de wereld werd

    De helft van het mondiale aanbod van geslepen diamanten en 85 procent van de ruwe diamanten belandt bij Antwerpse experts. Waarom eigenlijk? 

    Met 1700 diamantbedrijven en 4500 diamantwerkers is de diamantwijk van Antwerpen een stadsdeel waar bovengemiddeld veel geld circuleert. De ‘Square Mile’ heet dit op het oog onaanzienlijke samenraapsel van donkere, uit de Middeleeuwen stammende steegjes op krap één vierkante kilometer in de buurt van het station. 

    In 1886 arriveerden er de eerste ladingen diamanten. Op de tafels in de achterkamer van café Flora werden ze geanalyseerd. Door de ontdekking van Zuid-Afrikaanse mijnen in die jaren vertienvoudigde de hoeveelheid edelstenen waarvoor de Vlaamse stad als doorvoerzone diende. De pioniers van de Belgische diamantindustrie richtten in 1893 officieel de Diamond Club op, het eerste wereldwijde centrum voor diamanten, waar vandaag de dag nog steeds grote geslepen stenen worden verhandeld.

    Destijds droegen veel experts een zwarte vilten hoed, een kenmerkend kledingstuk van Joods-orthodoxe gemeenschappen. De eerste Joden kwamen in de vijftiende eeuw in Antwerpen aan, nadat ze eerst uit Spanje en vervolgens uit Portugal waren verdreven.

    Mazzel en broge

    In 1904 zag de eerste echte diamantbeurs het levenslicht: de Beurs voor Diamanthandel, die nog steeds is gevestigd in hetzelfde neoclassicistische gebouw, het enige pand van enige allure in de wijk. Transacties worden er beklonken zonder schriftelijke overeenkomst, met een handdruk en het traditionele Jiddische gezegde ‘mazzel en broge’, waarmee al sinds de negentiende eeuw een koop wordt gesloten. Tegenwoordig telt Antwerpen in totaal vier diamantbeurzen. Naast de historische beurs zijn dat de Diamantclub van Antwerpen, de Vrije Diamanthandel en de Antwerpsche Diamantkring.

    De Eerste Wereldoorlog was een klap voor de stad, die het grootste deel van haar handel in edelstenen verloor aan concurrent Amsterdam. Nederland profiteerde van zijn neutraliteit in het conflict. Na de oorlog probeerde de Belgische overheid Antwerpen er weer bovenop te krijgen door belastingvoordelen, soepeler regelgeving en lagere lonen in te voeren dan de Nederlandse hoofdstad kende. Zo ontstond er een ecosysteem van meer dan tienduizend arbeiders, verdeeld over ongeveer honderdzestig slijperijen.

    Niet alleen de Eerste maar ook de Tweede Wereldoorlog ontwrichtte de Antwerpse handel. Vanaf 1942 werd 65 procent van de Antwerpse Joden gedeporteerd, onder wie ook diamanthandelaren, en nazi-Duitsland vorderde de diamantvoorraden.

    In de jaren zestig veerde de bedrijfstak op: er kwamen drie diamantscholen bij, de vier diamantbeurzen waren altijd vol en er werkten ongeveer dertigduizend slijpers. Aan diamanten gerelateerde bedrijvigheid vond plaats in de daarvoor bestemde wijk, maar ook in de Kempen, aan de rand van de stad.

    Maar in de jaren zeventig kreeg Antwerpen er een geduchte concurrent bij. In Bombay polijstten duizenden lapidaristen – ambachtslieden die edelstenen snijden en graveren – de residuen van de Antwerpse slijpers, die ze tegen lage prijzen opkochten. Aanvankelijk was deze toestroom van stenen gunstig voor Antwerpen. Van 1977 tot 1979 steeg de prijs voor een onberispelijke diamant van 1 karaat van 8500 naar 63.000 dollar. Maar deze speculatieve zeepbel spatte uiteindelijk uit elkaar.

    Tegenwoordig zijn zes van tien meest vooraanstaande diamantairs in Antwerpen van Indiase afkomst

    Sinds die tijd kent Antwerpen een prominente Indiase gemeenschap van diamantairs. Tegenwoordig zijn zes van tien meest vooraanstaande diamantairs in Antwerpen van Indiase afkomst. Daarnaast zijn er ook Armeniërs en Libanezen actief.

    De helft van het mondiale aanbod van geslepen diamanten en 85 procent van de ruwe diamanten belandt op de tafels van Antwerpse experts. Elke dag wordt er 500.000 karaat onderzocht, oftewel meer dan 26 miljard dollar aan diamanten op jaarbasis. Krankzinnige bedragen, die uiteraard hebzucht aanwakkeren. In de nacht van 15 op 16 februari 2003 werd het Antwerp World Diamond Center getroffen door de ‘roof van de eeuw’. De daders haalden 123 van de 160 kluizen leeg, zonder dat de alarmsystemen aansloegen. De buit, die ook goud en juwelen bevatte, werd geschat op 180 miljoen euro. 

  • Russisch jacht mag niet tanken

    Russisch jacht mag niet tanken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Uber sluit vrede met gele taxi’s in New York

    » Polio duikt voor het eerst in dertig jaar op in Malawi

    Lokale olieleveranciers weigeren schip te bevoorraden

    Het 68 meter lange superjacht Ragnar van de Russische oligarch Vladimir Strzjalkovski is gestrand in het Noorse havenstadje Narvik omdat lokale olieleveranciers weigeren het schip te bevoorraden, aldus The Huffington Post. Strzjalkovski is voormalig KGB-agent, voormalig onderminister van economie en oud-medewerker van Vladimir Poetin en verdiende zijn fortuin met de winning van nikkel. Hij kreeg in 2012 een gouden handdruk van 100 miljoen dollar toen hij na vier jaar aftrad als CEO van het mijnbouwbedrijf Norilsk Nickel.

    Strzjalkovski stond niet op de Europese lijst van oligarchen die zijn gesanctioneerd als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne, maar de lokale bevolking van Narvik besloot zelf maatregelen nemen. ’Waarom zouden we ze helpen?’ antwoordde olieleverancier Sven Holmlund op vragen van de Noorse omroep NRK. ’Laten ze maar naar huis roeien. Of een zeil gebruiken.’ Noorse politici hebben aangedrongen op confiscatie van het schip, maar volgens een regeringsfunctionaris is dat wettelijk onmogelijk zonder EU-richtlijnen.

    Lees ook:

  • Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    De Maleisische kunstenaar Red Hong Yi raakte geïnspireerd door centrale banken die overal ter wereld geld bijdrukken. Ze maakte haar eigen bankbiljetten met behulp van geëtste koperplaten en opende een heuse bank: Memebank.

    Met een vriendelijk gezicht kijkt Red Hong Yi in de camera alsof ze een persoonlijke bekentenis voor Instagram gaat opnemen. ‘Ik heb besloten niet langer kunstenaar te zijn’, zegt ze ernstig. Maar dan klaart haar gezicht op. Een lach ontbloot haar tanden – boven en onder voorzien van een beugeltje – en ze vervolgt uitbundig: ‘Want ik ben geïnspireerd door centrale banken. En hoe ze gewoon geld kunnen drukken als het op is. Op een dag was mijn geld op en toen dacht ik: Waarom druk ik niet mijn eigen geld? En dat ben ik gaan doen.’ En zo ontstond Memebank, een parodie op het geldsysteem van centrale banken overal in de wereld, met de 36-jarige Maleisische kunstenaar Hong Yi, beter bekend als ‘Red’, als oprichter en directeur. 

    George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen

    Inspiratie voor de door haar ontworpen bankbiljetten komt van de Amerikaanse dollar, de Maleisische ringgit, de Japanse yen, het Britse pond en de Singaporese dollar. George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen. Op het aan de ringgit ontleende biljet staat de tekst ‘2 seconds after buying crypto’ en heeft koning Tuanku Abdul Rahman plaatsgemaakt voor drie orang-oetans, waarvan er een vraagt: ‘Where Lambo?’ Oftewel: waar is de Lamborghini, want met crypto word je toch schathemeltjerijk? Op het aan de yen ontleende papiergeld staat Satoshi Nakamoto, die ontkent dat hij de bedenker is van de bitcoin en daarom een zonnebril op heeft.

    Red opende eind januari het eerste filiaal van haar Memebank in Kuala Lumpur. Het gebouw van een voormalige drukkerij werd omgetoverd in een heuse bank, voorzien van geldautomaten bij de entree en overal tapijt in de knalrode bedrijfskleur. Aan het plafond hingen duizenden biljetten van het Memebank-geld, ‘speciale’ klanten werden ontvangen in een vipruimte en ondertussen waren medewerkers van het team bezig met het drukken van nieuw geld. Geheel in de geest van het project vond de financiering plaats volgens de laatste ontwikkelingen in de financiële kunstwereld: Red Hong Yi vergaarde de benodigde financiën door zes koperen printplaten waarmee ze haar geld drukt te verkopen als NFT, als non-fungible token, een ‘niet-inwisselbaar bewijs’.

    Het is allemaal meer dan simpelweg een parodie, vindt Red. Ze hoopt mensen bewust te maken van de economische systematiek die schuilgaat achter het geld waarvan ze dagelijks afhankelijk zijn, en hoopt dat ze zich vragen gaan stellen over de afkomst en de betekenis ervan. Over inflatie bijvoorbeeld, die ontstaat door maar geld bij te blijven drukken. 

    Het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven

    Daarom komt ook de modernisering van het financiële systeem met vindingen zoals cryptocurrency’s aan de orde. Daarover zegt Joe, voormalig bankier en nu adviseur van Memebank: ‘De opkomst van alternatieve investeringen zoals crypto is de afgelopen jaren een uitdaging geworden voor het bestaande monetaire systeem. Grote groepen mensen zien de efficiëntere en transparantere technologie erachter en beschouwen die als een afdekking tegen inflatie.’ Waarmee Memebank maar wil zeggen: het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven.

  • Miljarden bankbiljetten zijn spoorloos. Waarom maakt niemand zich daar druk om?

    Miljarden bankbiljetten zijn spoorloos. Waarom maakt niemand zich daar druk om?

    In veel winkels kun je al niet meer met contant geld betalen, toch beleeft ouderwets papiergeld hoogtijdagen. De totale waarde van alle Britse bankbiljetten is in twintig jaar verdriedubbeld tot 75 miljard pond. Maar 50 miljard pond is van de radar verdwenen. Hoe is dat mogelijk?

    In oktober 2020 kwam Tara Hanlon op een zaterdagavond met vijf koffers naar Heathrow. Toen de douane de jonge vrouw vroeg waarom ze zo veel bagage bij zich had, legde ze uit dat ze met vrienden naar Dubai vloog en nog niet wist welke kleren ze daar wilde dragen. Met haar lange haar, pronte lippen en geprononceerde wenkbrauwen had ze wel iets weg van Kim Kardashian, en ook haar uitleg was een diva waardig, maar de douanier nam er geen genoegen mee. 

    Haar bagage werd doorzocht en bleek stapels bankbiljetten te bevatten (1.940.120 pond [ruim 2,3 miljoen euro] in totaal) die waren bestrooid met koffie, blijkbaar in een poging de snuffelhonden op een dwaalspoor te zetten. De politie gaf later een foto vrij van alle stapeltjes bankbiljetten naast elkaar op een tafel – de Britse vorstin staarde je vanuit alle hoeken aan. Het was de grootste inbeslagname van contant geld in Groot-Brittannië dat jaar.

    Toen ik op mijn telefoon een melding kreeg over het nieuws van die vangst, had ik al in maanden geen bankbiljet meer in handen gehad. Ik was bijna vergeten hoe glad zo’n polymeren briefje van 10 in je vingers voelt. Sinds het begin van de lockdown accepteerden de winkels in mijn buurt, zoals in heel het land, alleen nog pinbetalingen, uit angst dat briefgeld het virus kon overdragen. Het aantal opnames uit geldautomaten kelderde tot ongeveer de helft van het aantal in 2019. Maar de daling van het gebruik van papiergeld is al ver voor de coronacrisis begonnen. Al sinds 2017 worden in Groot-Brittannië meer winkelaankopen betaald met pintransacties dan met contant geld. De pandemie heeft die trend alleen maar versneld.

    GettyImages 1234215757 a
    Tara Hanlon komt aan in Isleworth Crown Court, West-Londen, waar ze twee jaar en tien maanden gevangenisstraf kreeg nadat ze schuld bekende aan witwaspraktijken ter waarde van meer dan 5 miljoen pond. –  © Yui Mok / PA Images / Getty

    Toch lijkt contant geld ook zonder de steun van saaie consumenten als ik zich nog prima te redden. Sterker nog, het beleeft hoogtijdagen. De totale waarde van alle Britse bankbiljetten die in omloop zijn is volgens de Britse Rekenkamer de afgelopen twintig jaar verdriedubbeld en bedraagt nu zo’n 75 miljard pond. 

    Als je naar een verklaring voor die grote vraag naar contant geld zoekt, zijn daar weinig openbare gegevens over te vinden. Slechts een derde van die 75 miljard gaat om in het soort alledaagse transacties die de overheid kan vastleggen. De resterende 50 miljard zwerft ergens rond zonder dat men weet waarvoor het wordt gebruikt. ‘De Bank of England weet niet waar, door wie of waarvoor en lijkt er ook niet erg benieuwd naar,’ aldus Meg Hillier, voorzitter van een parlementaire commissie die zich onlangs boog over de toekomst van contant geld.

    Er is 7000 dollar aan contant geld in omloop op elke Amerikaanse burger, en meer dan 4000 euro op elke ingezetene van de eurozone

    Dat gebrek aan interesse beperkt zich niet tot de Bank of England. Nergens lijken centrale banken zich erg druk te maken om al die ontraceerbare biljetten. Alleen al in 2020 is de gezamenlijke waarde van alle papieren dollars die in omloop zijn met 16 procent gestegen en daarmee voor het eerst boven de 2 biljoen dollar gekomen, viermaal zoveel als twintig jaar geleden. Er is 7000 dollar aan contant geld in omloop op elke Amerikaanse burger, en meer dan 4000 euro op elke ingezetene van de eurozone. En toch wordt contant geld zowel in de VS als in Europa door de meeste mensen nauwelijks nog voor grotere aankopen gebruikt dan een kop koffie.

    Dat de hoeveelheid contant geld zo is gegroeid terwijl er steeds minder geregistreerde betalingen mee worden verricht is een echte denkpuzzel, en zo kijken de meeste centrale banken er ook tegen aan. Af en toe komen ze met een speculatieve verklaring waarin weinig urgentie doorklinkt. Toch toont het geval van Tara Hanlon wel aan dat al die verdwenen bankbiljetten meer zijn dan alleen een rimpeltje in een abstract model. Volgens de Britse opsporingsdiensten vertegenwoordigt de vangst slechts een fractie van al het geld dat jaarlijks het land uit wordt gesmokkeld. Misschien is de echte vraag niet wat er met al dat contant geld gebeurt, maar waarom het de mensen die de geldpers bedienen zo onverschillig laat.

    De eerste centrale bankier die erkende dat er met briefgeld iets vreemds aan de hand was, was Andrew Bailey in 2009. Nu is hij hoofd van de Bank of England, destijds was hij er hoofdkassier. Sinds 1853 staat op elk Brits bankbiljet de handtekening van de hoofdkassier, wiens taak het is ervoor te zorgen dat er in Groot-Brittannië genoeg geld in omloop is. Bailey verkeerde dus in een goede positie om te weten wat er gebeurde met al het geld dat er wordt gedrukt.

    Elektronisch geld 

    Contant geld stond in 2009 niet bovenaan het prioriteitenlijstje van de Bank of England. Na de kredietcrisis van 2007-2008 begonnen centrale banken aan een radicaal project om krediet goedkoop te houden, de zogenaamde kwantitatieve verruiming. Dat wordt vaak omschreven als het laten draaien van de geldpers, al wordt er niet daadwerkelijk geld bijgedrukt. In plaats daarvan scheppen de centrale banken elektronisch geld dat ze gebruiken om staatsobligaties en andere effecten op te kopen.

    De kwantitatieve verruiming heeft een duizelingwekkende hoeveelheid nieuw geld in omloop gebracht, vooral sinds de pandemie: aan het begin daarvan injecteerde de Fed, de Amerikaanse centrale bank, zo’n 3 biljoen dollar in de economie. De toename van de hoeveelheid elektronisch geld is vele malen groter dan de stijging van het aantal gedrukte bankbiljetten, en is er verder niet zo relevant voor. Maar die toename van de hoeveelheid elektronisch geld verklaart misschien wel waarom zo weinig mensen zich druk maken om al dat briefgeld dat spoorloos is.

    ANP 361063843g 1
    Frank Grap, medewerker van het US Bureau of Engraving and Printing (BEP), haalt een vel gedeeltelijk bedrukte biljetten van twintig dollar 
    uit de printer voor inspectie, Washington D.C.  © Karen Bleier / AFP

    Al was er dan een financiële crisis en werden er overvloedige hoeveelheden elektronisch geld bij gemaakt, Bailey bleef ook verantwoordelijk voor de prozaïschere taken van de centrale bank. Alle grote centrale banken hebben een ‘elastische’ geldvoorziening, wat inhoudt dat ze de financiële instellingen zoveel contant geld laten opnemen of storten als zij of hun klanten willen. Een commerciële bank laat elektronisch geld bijschrijven in het grootboek van de centrale bank, die dat bedrag dan uitkeert in bankbiljetten die kunnen worden opgenomen in een geldautomaat of gedistribueerd naar geldwisselkantoren. Het doel is duidelijk: iedereen die wil, moet geld kunnen opnemen.

    Historisch gezien was de Bank of England er altijd op gericht de vraag naar contant geld bij te benen (pas sinds de jaren zestig kunnen Britten met een creditcard betalen). De bank laat haar geld drukken door De La Rue, een particulier bedrijf dat voor verschillende landen geld drukt. Maar toen Bailey in 2009 een lezing gaf op een conferentie in Washington D.C., waren digitaal betaalverkeer en online-winkelen al zo gemeengoed geworden dat er voor de centrale banken een nieuw probleem leek op te doemen: wat moesten ze doen met het papiergeld waarnaar geen vraag meer was?

    Dat was de vraag waarop Bailey voor zijn publiek van valutadeskundigen en centrale bankiers nader inging. Hij wees erop dat het aandeel van alle aankopen die cash werden betaald in twintig jaar tijd was gehalveerd. Maar hij had een verrassing in petto voor wat hij de ‘cash-is-doodlobby’ noemde: in diezelfde periode was de vraag naar contant geld ook gestegen. Hij noemde dat ‘de paradox van de bankbiljetten’.

    Bailey had daar een tweeledige verklaring voor. Ten eerste had de kredietcrisis het vertrouwen in banken aangetast, betoogde hij, zodat veel mensen liever contant geld in huis hadden. En ten tweede groeide het aantal geldautomaten en was er meer briefgeld nodig om die gevuld te houden. Die verklaringen waren niet echt toereikend, want de toename van de hoeveelheid contant geld dateerde al van voor de explosieve groei van het aantal geldautomaten en van voor de kredietcrisis (al had die crisis de toename wel versneld). En vanuit ons huidige perspectief schieten ze helemaal tekort. In Groot-Brittannië is het aantal geldautomaten nu aan het dalen en de financiële crisis ligt alweer ver achter ons, maar zowel het aantal bankbiljetten in omloop als hun totale waarde groeit steeds sneller.

    Elektronisch geld was alleen maar gedoe en het leverde niets op

    De Amerikaanse centrale bank had zo zijn eigen kijk op de paradox: omdat de inflatie zo laag was, voelden burgers geen behoefte hun geld op de bank te zetten. Als het geld zijn waarde toch wel behoudt, waarom zou je dan de moeite nemen om de stad in te rijden en een stortingsformulier in te vullen? Daarnaast waren de rentetarieven al sinds 2008 ongekend laag, zo betoogde de Fed, dus spaarders waren er nauwelijks bij gebaat om geld op hun rekening te zetten: elektronisch geld was alleen maar gedoe en het leverde niets op.

    Die twee verklaringen pasten mooi bij elkaar en klonken ongetwijfeld overtuigend voor iedereen die zijn tijd vooral doorbrengt met nadenken over inflatie en rentetarieven. Maar in de echte wereld klinken ze nogal bizar. Voor de meesten van ons is een bankrekening geen kwestie van winst of verlies, maar van zekerheid: je voorkomt ermee dat je al je spaargeld in één keer kwijtraakt aan een brand, een inbraak of een knaagdierenplaag. En je verhindert jezelf om in een opwelling met al je geld naar het casino te gaan en alles op zwart in te zetten. Allemaal goede redenen om je spaargeld naar de bank te brengen, hoe laag de rente ook staat. (Zo’n 5 procent van de Amerikaanse huishoudens maakt geen gebruik van een bank, meestal omdat ze niet genoeg geld hebben om te voldoen aan de minimumeisen.)

    Andere economen hebben andere verklaringen geopperd, meestal gerelateerd aan de omstandigheden van een specifiek moment: dat de hoeveelheid briefgeld in omloop stijgt omdat de situatie te stabiel is, of te onstabiel is, omdat mensen te weinig vertrouwen in financiële instellingen hebben om zich daarmee in te laten, of omdat er zo veel gebruik wordt gemaakt van geldautomaten. Deze verklaringen kunnen niet allemaal tegelijk opgaan, ze zijn vaak strijdig met elkaar.

    Paradox

    Toch zijn al deze verklaringen nog beter dan die waar de Europese Centrale Bank (ECB) in februari 2021 mee kwam, toen die een lang rapport over de paradox van de bankbiljetten uitbracht. Na analyse van de cashtransacties in de landen van de eurozone kwam de bank tot de conclusie dat maar ongeveer een vijfde van de in omloop zijnde bankbiljetten in het betalingsverkeer werd gebruikt – een aandeel dat sinds het begin van de coronapandemie nog verder is geslonken. Maar in 2020, het jaar van de pandemie, was de vraag naar bankbiljetten blijkbaar zo hoog dat de centrale banken van de eurozone voor zo’n 140 miljard euro aan geld hebben bijgedrukt. De waarde van de bankbiljetten die nu in omloop zijn nadert de 1,5 biljoen euro.

    ‘Deze schijnbaar onmogelijke paradox kan worden verklaard uit de vraag naar bankbiljetten als waardeopslag in de eurozone in combinatie met de vraag naar eurobankbiljetten buiten de eurozone,’ zo luidde de conclusie van de ECB. Denk het jargon even weg en er staat gewoon dat mensen bankbiljetten willen omdat mensen bankbiljetten willen. Niet waarom ze dat willen.

    Als je echt meer te weten wilt komen over de onzichtbare vraag naar contant geld, is het geen gek idee om je licht op te steken bij Kenneth Rijock. Deze charmante Vietnamveteraan met een vierkante kin en een gulle glimlach heeft tegenwoordig alle tijd om met je in een koffietentje van gedachten te wisselen. In de jaren tachtig zou hij daar geen tijd voor hebben gehad: toen was hij druk met geld witwassen voor drugdealers in Miami.

    Hij propte sjofele oude koffers vol met geld en reed daarmee naar het vliegveld, uitgedost als ‘de sufste toerist die ooit uit een vliegtuig was gestapt’. Dan vloog hij naar een piepklein staatje in de Cariben, naar een bank die al dat geld zonder naar de herkomst te vragen maar al te graag op de rekening van een brievenbusfirma liet storten. Was het eenmaal omgezet in giraal geld, dan sluisde hij het via banken in verschillende landen eerst naar allerlei tussenrekeningen om het moeilijk traceerbaar te maken, om het ten slotte weer over te maken naar Florida, waar zijn klanten het in vastgoed konden steken, alsof het wit geld was.

    Die gouden tijd van offshorebankieren door criminelen is voorbij. Eind jaren tachtig begonnen overheden banken te verplichten tot strengere controle op het geld dat ze doorsluisden. En dat toezicht is zeker na 9/11 alleen maar intensiever geworden. (Rijock liep zelf tegen de lamp en verdween in 1990 achter de tralies. Tegenwoordig adviseert hij opsporingsdiensten over het aanpakken van criminelen.)

    Offshorerekeningen zijn tegenwoordig een heel riskante manier om illegaal verkregen geld naar een ander rechtsgebied te sluizen. En cryptomunten zijn niet-liquide, onstabiel en moeilijk uit te geven in de legale economie. Daarom grijpen criminelen vaak terug op de oudste technologie, die anoniem, robuust en universeel geaccepteerd is. ‘Het smokkelen van grote hoeveelheden contant geld is de botste en primitiefste maar nog steeds de effectiefste manier om ongezien geld wit te wassen,’ zegt Rijock.

    Dus terwijl de centrale bankiers overpeinzen waar hun bankbiljetten toch zijn gebleven, is dat volgens de bestrijders van witwaspraktijken niet zo’n mysterie. Volgens sommige schattingen wordt misschien wel de helft van al het contant geld in omloop door criminelen gebruikt om te ontkomen aan het steeds intensievere toezicht van de overheid op het betalingsverkeer.

    Vijf koffers vol geld

    De avonturen van Tara Hanlon zijn daar een voorbeeld van. Ze kreeg 3000 pond om met die vijf koffers vol geld naar Dubai te vliegen, en op drie eerdere reisjes had ze in totaal al 3,5 miljoen pond het land uit gesmokkeld. ‘Die koffers zijn ZWAAR. En niemand die je helpt. Staan alleen maar te kijken. Ik dacht echt van hallo,’ appte ze naar de vrouw die haar had geronseld. Ze maakte deel uit van een netwerk van koeriers die crimineel geld naar de Verenigde Arabische Emiraten smokkelen, waar de gebrekkige rechtshandhaving een ideale omgeving creëert voor het witwassen van zwart geld.

    Het Britse National Crime Agency (NCA), dat zich bezighoudt met de bestrijding van de georganiseerde misdaad, heeft geanalyseerd hoeveel bankbiljetten er worden gedrukt, hoeveel er bij geregistreerde transacties worden gebruikt en wat de omvang van de criminele economie in het land is. De conclusie is dat er elk jaar zo veel geld het land uit gaat dat er vrachtwagens nodig zijn voor het vervoer. De NCA heeft dan ook een nieuwe taakgroep opgezet om de geldstromen te onderzoeken, ‘Project Plutus’.

    Groot-Brittannië is niet het enige land dat moeite heeft om in beeld te krijgen hoeveel geld er illegaal de grens over gaat. Er zijn ook miljarden dollars in omloop buiten de VS, en 750 miljard aan euro’s buiten de eurozone. Dat zal niet allemaal voor louche doeleinden worden ingezet, maar het is duidelijk dat er sprake is van een enorm mondiaal schaduwbankstelsel waar de autoriteiten praktisch geen vat op hebben.

    Corrupte ambtenaren, terroristen en maffiosi gebruiken allemaal contant geld om invloed te kopen, geld te verplaatsen en hun organisatie te financieren

    Corrupte ambtenaren, terroristen en maffiosi gebruiken allemaal contant geld om invloed te kopen, geld te verplaatsen en hun organisatie te financieren. En handhavers en compliance-officers doen wel hun best om criminelen de toegang tot het mondiale bankenstelsel steeds moeilijker te maken, maar ondertussen hebben de mensen die een rem kunnen zetten op de beschikbaarheid van contant geld nauwelijks oog voor het probleem. 

    De kern van de complexe relatie die centrale banken met contant geld hebben is gelegen in het muntloon, een begrip zo oud dat er in het Engels een Oudfrans woord voor wordt gebruikt: seigniorage, ‘wat wordt opgeëist door de seignior’, oftewel de landheer. In de tijd dat zich voor het eerst staten begonnen te vormen, eisten de vorsten het monopolie op de uitgifte van muntgeld op. Het goud ging naar de Munt om te worden gewogen en getaxeerd, waarna er munten van werden geslagen met daarop een afbeelding van de vorst als een garantie voor de kwaliteit. Seigniorage was het bedrag dat de vorst hiervoor opstreek.

    Dat leverde die vorsten grif geld op, zeker toen ze eenmaal beseften dat ze om de zoveel jaar met een nieuw muntontwerp konden komen, zodat de munten geregeld moesten worden omgesmolten en opnieuw geslagen. En de winsten stegen nog verder toen men er ook andere, goedkopere metalen voor ging gebruiken, al hielden de vorsten vol dat de nieuwe munten dezelfde waarde hadden als hun voorgangers van goud of zilver.

    Maar het slaan van al die munten was een bewerkelijke zaak en dat beperkte de hoeveelheid geld die op deze manier kon worden gemaakt. Een grote stap vooruit werd in de zeventiende eeuw gezet, toen Europese centrale banken eerst zelf bankbiljetten begonnen uit te geven en later ook bepaalden dat niemand anders daartoe gerechtigd was. Het drukken van een bankbiljet kost slechts een paar cent, maar de waarde van het biljet is wat erop gedrukt staat. Zo begonnen de seigniorage-inkomsten lekker op te lopen.

    In het tijdperk van elektronisch geld is het moeilijker om dat muntloon te berekenen dan in de Middeleeuwen, maar het idee blijft hetzelfde: het is de opbrengst van het monopolie op de uitgifte van geld. Het drukken van een biljet van 100 dollar, een fraai versierd stukje papier dat 100 dollar waard is louter omdat de Amerikaanse overheid dat zegt, kost een schamele 14 cent. En elke keer dat de Fed zo’n briefje uitgeeft, kan ze de resterende 99,86 dollar dus investeren in iets wat rente oplevert. Het is wel duidelijk: geld drukken geeft centrale banken een vrijbrief om geld te drukken. 

    Aan het drukken van de bijna 2 miljoen pond van Tara Hanlon zou de Bank of England meer dan 1,5 miljoen pond hebben verdiend (het drukken van een pondbiljet kost maar een paar penny). Een deel van die opbrengst gaat op aan diverse kosten, maar de rest komt ten goede aan de schatkist. Seigniorage is dus een mooie bron van inkomsten voor een regering – als je even vergeet hoeveel geld belastingontduiking en de georganiseerde misdaad de schatkist kosten.

    Apathie

    Als er al een keer een debat is over waar alle bankbiljetten in de wereld toch naartoe gaan, komt dat lucratieve muntloon bijna nooit ter sprake. Volgens Kenneth Rogoff, econoom aan Harvard en schrijver van het boek The Curse of Cash, praten economen liever over verfijnde nieuwe concepten als kwantitatieve verruiming dan over zoiets prozaïsch als de vraag hoe bankbiljetten eigenlijk worden gemaakt. ‘Economen hebben de neiging om te denken: Dat is niet keynesiaans, dus dat doet er niet toe,’ zegt hij. 

    En waarschijnlijk speelt ook apathie een belangrijke rol in de bereidheid van centrale bankiers om geld te blijven drukken. De opgave om fundamentele hervormingen voor de geldvoorziening te bedenken is weinig aanlokkelijk in een situatie waarin er al zoveel andere eco-nomische problemen zijn om je zorgen over te maken.

    Maar Peter Sands, oud-topman van de bankengroep Standard Chartered, denkt dat de seigniorage-inkomsten mede verklaren waarom er geen actie wordt ondernomen. ‘Als een geneesmiddel ongunstige bijwerkingen heeft, wordt de fabrikant verplicht uitgebreid onderzoek te doen naar de frequentie, de ernst en de onderliggende oorzaken daarvan,’ zo zei hij op een conferentie over de toekomst van contant geld in 2017. ‘Maar als de hoogste opsporingsambtenaar van het continent zegt dat contant geld een cruciale rol speelt in witwaspraktijken en de financiering van terrorisme, als de fiscus stelt dat het niet aangeven van cash-inkomsten de grootste bron van belastingontduiking is, zien we dan de producenten van contant geld ook hun best doen om daarover data te verzamelen en analyses op te stellen?’ Het antwoord was natuurlijk nee. ‘Ik wil hier niet beweren dat het allemaal alleen maar eigenbelang is,’ besloot Sands. ‘Maar ik denk dat je toch moet inzien dat hier sprake is van belangenverstrengeling.’

    De veroordeling van Tara Hanlon ging gepaard met een persbericht met foto’s en al waarin het National Crime Agency zichzelf op de borst sloeg. Maar binnenskamers was de stemming bij de opsporingsdienst een stuk somberder. Het criminele netwerk waarvoor Hanlon werkte had niet echt veel moeite gedaan om voorzichtig te zijn met het smokkelen van die 2 miljoen pond. Dat wekte de indruk dat dit bedrag een druppeltje was in een grote oceaan van contanten die continu de grens over stroomt. ‘We moeten inzien dat criminelen niet in één keer 2 miljoen zouden proberen te smokkelen als ze zich grote zorgen maakten dat het wordt onderschept,’ kreeg ik van een opsporingsambtenaar te horen. ‘De omvang van deze vangst geeft waarschijnlijk alleen maar aan hoeveel zendingen ons ontgaan.’

    De Britse misdaadbestrijders hebben één troost: het Britse pond is niet de favoriete munt van de criminele netwerken. En één blik op de foto met het in beslag genomen geld van Hanlon maakt ook wel duidelijk waarom. Het waren bijna allemaal paarse briefjes van 20, met hier en daar een biljet van 10. Er was maar één briefje van 50 te zien, de grootste coupure die de Bank of England uitgeeft. In de zin van ruimte versus waarde zijn Britse bankbiljetten onaantrekkelijk voor smokkelaars: je hebt heel veel briefjes van 20 nodig om een groot bedrag te smokkelen. Had Hanlon haar hele buit in biljetten van 100 dollar vervoerd, dan had alles in anderhalve koffer gepast. Met briefjes van 500 euro had ze aan één koffer genoeg gehad. Dus als je geld wilt smokkelen, kun je beter de grote coupures van de EU en de VS gebruiken dan de flappen die de Bank of England drukt.

    Er zijn genoeg goede redenen voor centrale banken om geld te blijven drukken. Maar er zijn wel mensen die zich afvragen of het nou echt nodig is om zo veel grote coupures uit te geven. Meer dan 80 procent van al het dollargeld in omloop is in de vorm van briefjes van 100, meer dan zestien miljard biljetten in totaal, dus twee voor ieder mens ter wereld (en ik heb er geen, dus minstens één persoon moet er vier hebben). 

    Er zijn bijna vierhonderd miljoen paarse katoenflappen met de tekst ‘500 euro’ in omloop (al is de ECB in 2016 met het drukken daarvan gestopt op aandrang van de Franse regering, die meende dat de biljetten bijdroegen aan de financiering van terrorisme). In de eurozone zijn in totaal voor 750 miljoen aan biljetten van 200 euro gedrukt, en voor nog eens 3,5 miljard aan biljetten van 100. Waarom willen de meeste rijke landen die grote coupures niet afschaffen? India heeft dat in 2016 met zijn twee hoogste coupures immers al gedaan (al was het geen onverdeeld succes). 

    Iedereen op één lijn 

    Het probleem is, zoals zo vaak bij de regulering van het internationale financiële systeem, dat het zo moeilijk is om iedereen op één lijn te krijgen. Zodra de Fed of de ECB bijvoorbeeld de grote coupures afschaft, stappen internationale criminelen en kleptocraten gewoon over op andere valuta. En dan gaan alle inkomsten van het drukken van bankbiljetten dus naar een centrale bank die wel grote coupures blijft uitgeven, zonder dat de andere landen de mondiale misdaad zien teruglopen. In afwachting van een wonderbaarlijk staaltje multilateralisme zal in de afzienbare toekomst het huidige systeem wel blijven voorbestaan.

    Afgelopen juni bekende Tara Hanlon in de rechtszaal via een videoverbinding dat ze schuldig was aan witwassen. Ze kreeg drie jaar celstraf opgelegd. Een week daarvoor had De La Rue, de drukkerij van het Britse papiergeld, haar jaarcijfers bekendgemaakt. De geldpers, gehuisvest in een modernistische fabriek in Essex die De La Rue in 2003 overnam van de Bank of England, draait op volle toeren, aldus 
    het bedrijf. Hoe dat komt? ‘De aanhoudend grote mondiale vraag naar contant geld.’ 

  • ‘Rijk, ik?’ Zolang de bovenklasse ontkent, ontstaat er nooit een eerlijke verdeling

    ‘Rijk, ik?’ Zolang de bovenklasse ontkent, ontstaat er nooit een eerlijke verdeling

    In Duitsland wordt elk jaar ongeveer 400 miljard euro nagelaten. Erfgenamen ontvangen vaak een bedrag dat hoger is dan wat zij zelf gedurende hun leven verdienen. Hoe zou vermogen eerlijker verdeeld kunnen worden?

    I hob da wos übawiesn (‘Ik heb wat naar je overgemaakt’), bromde mijn vader door de telefoon en dat was niet echt een verrassing. Mijn vader is geen man die van bankbiljetten vlinders vouwt en tussen een bosje bloemen steekt. Zijn verjaardagscadeaus rollen via BIC en IBAN naar mij toe, meestal enkele honderden euro’s waarvoor ik dan nieuwe schoenen koop of op vakantie ga. Maar dit keer was het 5000 euro. Vet. Veel. Geld. Zo veel geld dat de salarisoverschrijving van de Süddeutsche Zeitung die direct daaronder op mijn rekeningafschrift stond haast een lachertje leek en ik me afvroeg of ik in plaats van te werken voortaan niet gewoon elke drie maanden mijn verjaardag moest vieren.

    Dat was tien jaar geleden en voor het eerst drong het tot mij door dat mijn vader misschien wel geld te veel had. Een andere aanwijzing was het mij toegebromde Wenns eich wos Eigenes kaffa woits, dann gib i eich scho wos dazu (‘Wanneer jullie iets voor jezelf willen kopen, dan geef ik jullie er wel wat bij’). Niet veel later kochten we een woning in München en mijn vader maakte de daarvoor noodzakelijke eigen inleg naar mij over. Een bedrag dat hoger was dan al mijn salarissen en honoraria tot op dat moment tezamen.

    Niet iedereen krijgt dus iets. De helft van de Duitsers heeft niets en erft niets

    Wat doet dat met mij? En wat doet het met onze samenleving dat het zo gaat – en dat niet alleen bij mij? Naar schatting wordt elk jaar in Duitsland wel 400 miljard euro nagelaten. In Frankrijk ontvangt 12 tot 15 procent van de erfgenamen een bedrag dat hoger is dan wat zij zelf gedurende hun leven verdienen. Momenteel berekent econoom Timm Bönke die cijfers voor Duitsland, hij verwacht soortgelijke uitkomsten. Niet iedereen krijgt dus iets. De helft van de Duitsers heeft niets en erft niets. 

    ‘De mensen bij mij in de straat haten alles wat grof, dom en luidruchtig is, ze willen in het journaal niet worden lastiggevallen met wat onbehouwen types – vooruit, laten we ze medeburgers noemen – van dit land vinden. Dat komt doordat zij een beetje meer in Duitsland opgegroeid zijn dan de anderen, de ziekenhuizen en scholen waren altijd al meer van hen, hun hele leven is één Leeuwenkoning, dit alles zal eens van jou zijn. Alles, Simba.’ 

    Zo schrijft Sophie Passmann over haar en mijn milieu in haar vorig jaar verschenen boek Komplett Gänsehaut. Dat milieu is welgesteld, stedelijk en beschaafd. Het koopt fair en organic, woont in de schil rond de binnenstad in een vooroorlogs huis, eet pizza met fior di latte. Ze zijn politiek links-groen-liberaal, maar als het erop aankomt handelen ze conservatief, kopen ze aandelen, beleggen ze in onroerend goed en nemen ze een belastingadviseur in de arm om er voor zichzelf nog wat meer uit te halen. Ze zien zichzelf als het politieke en economische midden, geen van beide is waar, en dat is het probleem.

    Foutief zelfbeeld

    In enquêtes is slechts 1,2 procent van de mensen van mening dat ze tot de bovenste 10 procent behoren, zelfs [kanselier] Olaf Scholz (maandsalaris: 15.500 euro) en [Bondsdaglid] Friedrich Merz (jaarsalaris met vijf nullen en een miljoenenvermogen) rekenen zich tot de middenklasse. Daarom deze definitie om het eigen buikgevoel te onderzoeken: tot de 10 procent best betaalden behoren diegenen die als single ongeveer 3500 euro netto per maand verdienen, bij een stel is dat 5300 euro. Tot de meest vermogende 10 procent behoort iedereen die meer dan 477.200 euro bezit (beleggingen in onroerend goed en aandelen tellen natuurlijk ook mee).

    Het foutieve zelfbeeld van de bovenklasse is een probleem, omdat zij het is die in bedrijven de besluiten neemt, de wetten schrijft en uitlegt hoe de wereld in elkaar steekt. Wie beweert dat hij middenklasse reist en vervolgens alle medereizigers het uitzicht vanaf het bovendek beschrijft, geeft alle anderen het gevoel simpelweg te stom te zijn om uit het raam te kijken. Voor dit artikel spreek ik met veel mensen over geld, bijvoorbeeld met een echtpaar, beiden bedrijfsadviseur, dat samen een kwart miljoen per jaar verdient, met een grafisch kunstenaar die in het huis van haar oma woont en met een gepensioneerde man die zijn huisje in een dure buurt van München heeft afbetaald. Allemaal protesteren ze verontwaardigd als ik hen rijk noem.

    Rijk? Wij toch niet! De rijken, dat zijn in veel hoofden mensen als Kim Kardashian, die oorbellen van 75.000 dollar in zee verliest, of de mensen die ruim 9 miljoen euro neertelden voor de duurste woning van München, met uitzicht op het Maximilianeum. Het goedverdienersechtpaar ziet zichzelf niet als rijk, omdat zij geen vermogen hebben en drie kinderen moeten onderhouden. De grafisch kunstenaar vindt zichzelf als zzp’er ook niet rijk, de maandelijkse honoraria zijn karig en onzeker. En grootvader in zijn afbetaalde eengezinswoning? Die heeft toch zeker hard voor zijn geld gewerkt.

    Welvaart hangt veel minder af van eigen prestaties dan van wat hun vaders en groot-vaders bij elkaar hebben gebracht

    Het probleem van de generatie van Sophie Passmann (1994) is dat hun welvaart veel minder afhangt van eigen prestaties dan van wat hun vaders en grootvaders (meestal waren het mannen) bij elkaar hebben gebracht. Nog maar de helft van wat de Duitsers tegenwoordig aan eigen vermogen bezitten, hebben zij met werken vergaard; de rest werd geërfd of kregen ze cadeau. Voor mijzelf geldt dat momenteel ook min of meer. Zonder schenkingen van mijn vader had ik een heel andere levensstandaard gehad; ik zou in een huurhuis wonen en in plaats van naar de biomarkt zou ik naar de discounter gaan. Mijn ongemak hierover snapt hij niet echt. Vroeger heeft hij voor zijn koophuis ook wat startkapitaal van zijn schoonouders gekregen. Bovendien heeft hij hard voor zijn geld gewerkt, hij heeft het zelf nu eenmaal niet nodig en geeft het aan mij. En ik werk toch zeker ook hard – waarom dan die schaamtegevoelens?

    Maar veel mensen van mijn generatie die even hard werken, krijgen niets en dat scheidt ons. De een betrekt op zijn gemak een eigen huis, de ander zwoegt om de huur te betalen. Ondertussen vertellen de boomers nog altijd het sprookje van vooruitkomen door hard werken – het verhaal van de middenklasse – en preken zij de mythe van gelijke kansen. Maar het Duitsland waarin mensen op eigen kracht  welvaart konden vergaren, dat Duitsland bestaat niet meer, zoals Julia Friedrichs in haar recente boek Working Class laat zien. 

    De waarde van grond blijft altijd veranderlijk

    Het begrip ‘grootgrondbezitter’ is sinds mensenheugenis zo’n beetje synoniem aan rijk en machtig.
    In de Middeleeuwen bijvoorbeeld kon adel in bezit van grond de rest van de bevolking uitknijpen, omdat grondbezit letterlijk van levensbelang was: er groeide voedsel op. En als je nergens anders je voedsel vandaan kunt halen, ben je bereid om jezelf als slaaf te onderwerpen in ruil voor een appel en een ei. Gelukkig is die feodale wereld grotendeels verdwenen en tegelijkertijd zijn de betekenis en de waarde van grootgrondbezit veranderd.
    Natuurlijk is het nog steeds prettig om als miljardair een groot stuk grond te kunnen aanschaffen, of liever nog: een compleet eiland, om pottenkijkers buiten de deur te houden. Maar het bezit van veel grond is niet langer per definitie een teken van rijkdom. Het is zelfs de vraag of het een zegen is. Vraag maar eens aan boeren in bijvoorbeeld het verpauperde deel van Noord-Frankrijk. Al die hectares leveren hun niet of nauwelijks iets op, maar ze staan dagelijks wel met gebogen rug te ploeteren om de boel een beetje bij te houden. Ondertussen denkt iemand die daarentegen ‘slechts’ 50 of 100 vierkante meter bezit in het centrum van een populaire stad vrolijk fluitend aan zijn oude dag in een zonnig oord.

    Grond is een raar iets, want er zal nooit meer van komen, maar de waarde blijft altijd veranderlijk. Dezelfde stukken peperdure grond in binnensteden, waar momenteel prinsen met hippe brillen op afkomen als vliegen op stroop, waren plekken waar je 150 jaar geleden ver weg van bleef vanwege cholera en andere narigheid; de spekkopers zaten toen in Noord-Frankrijk.

    Schaamte

    Dus voelt iedereen schaamte. De een omdat hij geen geld heeft en meent zelf schuldig te zijn aan zijn misère. De ander omdat hij geld heeft en het vage gevoel dat het ergens niet klopt. Maar omdat men niet graag toegeeft te profiteren van de situatie, wordt de eigen welvaart gebagatelliseerd. In smalltalk is de eigen woning dan zo’n 100.000 euro minder waard, waarmee de ander het gevoel krijgt de vastgoedmarkt niet goed te begrijpen. Die designbank? Was heel goedkoop, liep ik toevallig tegenaan. Die vakantiewoning in Kitzbühel? Hebben mijn ouders al eeuwen, vroeger was het immers nog prima betaalbaar daar. Die pseudobescheidenheid is vaak aardig bedoeld. Maar de facto doet zulk soort zinnen de minder bevoorrechten wanhopen. Over hun eigen arbeidskracht, hun eigen handigheid, 
    hun eigen waarde. Waarom slagen zij wel en ik niet? Misschien zou je beter kunnen zeggen: ik heb een kwart miljoen geërfd en kan het me permitteren, jij nou eenmaal niet, sorry.

    Juist in de bovenklasse ontbreekt het bewustzijn van de eigen welvaart

    Absoluut, zegt Julia Friedrichs. Eerlijkheid inzake geld is belangrijk, ook tegenover jezelf. Maar juist in de bovenklasse ontbreekt het bewustzijn van de eigen welvaart. ‘Daar groeien kinderen vaak op met de verkeerde gedachte “zoals het bij ons is, is het overal”,’ zegt Friedrichs. Daardoor voelen zij zich dan als volwassene al net zomin verantwoordelijk voor sociale ongelijkheid. 

    Natuurlijk kun je hun dat ook niet kwalijk nemen. Die verdedigingsreflex – ‘ik heb toch niemand iets afgepakt?’ – steekt onmiddellijk de kop op wanneer je met welgestelden over geld en rechtvaardigheid spreekt. Dat vermogen zich vandaag de dag vrijwel niet meer laat vergaren met werk, ligt aan een belastingwetgeving die arbeid en consumptie steeds meer en bedrijf, kapitaal en vermogen steeds minder belast. Aan een arbeidsmarktbeleid dat een levenslange vaste aanstelling meer en meer laat vervangen door tijdelijke contracten, uitzendwerk, onderaannemers en zzp’ers. Aan bedrijfsmanagers zoals Thomas Middelhoff, die zichzelf schaamteloos hoge bonussen laten uitbetalen voor het fileren, verpatsen en liquideren van ondernemingen. Enzovoorts. Bij twijfel ligt het altijd aan ‘het systeem’, maar daar maken wij allemaal deel van uit. Daarom is het mij te goedkoop om alleen maar naar de regering of naar directie-etages te wijzen en te zeggen: maak dat weer in orde, ik was het niet. Wie geld heeft, heeft verantwoordelijkheid. Maar wat doe ik daarmee?

    Het werkt als een soort aflaathandel met de hele maatschappij: overal keurig te veel betalen om zich vervolgens volkomen superieur te voelen

    Om in elk geval niets naars met dat fijne geld aan te richten dumpt de bovenklasse haar geld bij voorkeur op de biomarkt, koopt uitsluitend fair geproduceerde kleding, steunt lokale producenten, geeft de pakketbezorger, de werkster en de taxichauffeur een overdreven fooi en kiepert het resterende muntgeld in het kartonnen bekertje van de bedelaar voor de discounter. Het werkt als een soort aflaathandel met de hele maatschappij: overal keurig te veel betalen om zich vervolgens volkomen superieur te voelen. Bij verjaardagsfeestjes laat je weten geen cadeaus te willen (‘we hebben alles al, we hebben niets nodig’) en vraag je in plaats daarvan om donaties voor bootvluchtelingen of voor de kampen op Lesbos. 

    Dit mechanisme wordt behoorlijk meedogenloos beschreven door Anke Stelling in haar romans Schäfchen im Trockenen en Bodentiefe Fenster. Ze verhaalt van vrouwen die hun werkster de afgedankte Gucci-jurk cadeau doen omdat het zo slecht bij hun feministische multiculti-zelfbeeld past dat ze hun huis laten opruimen door migrantenvrouwen. Maar het is wel een afgedankte jurk. De geefster zelf ontbreekt het aan niets. Met al deze moreel correcte consumptie en het royaal doorgeven van gebruikte zaken ga je immers nooit over je eigen pijngrens heen. Ook ik niet.

    Dat het de consument van bioproducten en faire kleding om een betere wereld te doen is, gelooft Friedrichs niet echt. Ze ziet in de labels een herkenningsteken waarmee de bovenklasse zich kenbaar maakt en onderscheidt. En als we het toch over fair hebben: ze kent niemand die haar werkster werkelijk behoorlijk betaalt, maar wel veel mensen die zich dat goed zouden kunnen permitteren.

    Op de vraag welk uurloon ze juist zou vinden, antwoordt ze: 20 à 25 euro. En dat, ja dat zijn de hefbomen waarmee welgestelden echt iets ten goede zouden kunnen veranderen, meer dan met moreel shoppen en een egocentrische schaamteshow op Instagram. Wereldverbeteraars uit de bovenklasse zouden hun vastgoed betaalbaar moeten verhuren, zich in hun bedrijf hard moeten maken voor een rechtvaardige beloning (ook wanneer zijzelf het geld helemaal niet zo hard meer nodig hebben) en hun medewerkers en dienstverleners behoorlijk betalen. Maar je inzetten voor politieke verandering, dat zou het allerbelangrijkst zijn. Allereerst voor een hogere succesiebelasting en een vermogensheffing. En dan zegt Friedrichs nog: ‘Het ministerie van Financiën heeft een giftenrekening.’

    Rijk? Ik toch niet

    Ja, dus? Het geld dat ik geschonken kreeg lag ruim onder de vrijstellingsgrens voor de successiebelasting. Ik vind dat natuurlijk niet goed, ik vind de successiebelasting te laag, de vrijstellingsgrens te hoog, maar dat vind ik ook van het reiskostenforfait of de gunstige fiscale behandeling van partners. Dat mag ik dan allemaal niet goed vinden, ze komen wel allemaal terug in mijn belastingaangifte en ik betaal aan de fiscus geen euro te veel. Is dat niet wat goedkoop? Een hogere successiebelasting in theorie juist vinden maar in de praktijk niets vrijwillig afstaan zolang de politiek mij daar niet toe dwingt? In gedachte rechtvaardig ik me voor mijzelf: ik ga toch niet vrijwillig successiebelasting betalen aan een staat die daarmee vervolgens zijn schulden betaalt? Dan geef ik het geld toch liever zelf uit. Of: laten de superrijken eerst maar eens beginnen met vrijwillig belasting  betalen, de BMW-erfgenamen Susanne Klatten en Stefan Quandt bijvoorbeeld, die alleen al afgelopen jaar 800 miljoen euro aan dividend opstreken.

    Daar gaan we weer: rijk? Ik toch niet! En zo ja, dan jij ook, dan wij allemaal. Met zulke cirkelredeneringen om jezelf te rechtvaardigen kan iedereen eeuwig niets blijven doen. De bescheiden financiële injecties die sommigen van de naoorlogse generatie aan hun kinderen konden doorgeven, is in veel voormalige middenstandsgezinnen uitgegroeid tot een flink vermogen. Ze waren als het gist dat het deeg van economische bloei en individuele vlijt deed rijzen. Vandaag worden daarentegen gelijk de koeken nagelaten.

    De Bewegunsstiftung deelt geen brood uit, maar helpt het gist rijzen

    In plaats van die gewoon op te eten zouden erfgenamen via de Bewegungsstiftung ook iets heel nieuws kunnen bakken. In 2002 stichtten Christoph Bautz en Jörg Rohwedder met kennissen deze stichting op met een startkapitaal van 250.000 euro. Inmiddels hebben via de stichting bijna tweehonderd mensen ettelijke miljoenen euro in diverse projecten geïnvesteerd. Bijvoorbeeld in de Seebrücke (project voor het redden van bootvluchtelingen), in meer sociale woningbouw en in meer verplegend personeel in ziekenhuizen. Het verschil met andere liefdadigheidsprojecten: de Bewegungsstiftung ondersteunt uitsluitend projecten die maatschappelijke verandering bevorderen. Zij deelt geen brood uit, maar helpt het gist rijzen.

    Een ander idee is om op z’n minst een deel van de enorme nalatenschap (weet u het nog: 400 miljard euro per jaar) rechtvaardiger te verdelen. Dat vergt een hogere successiebelasting, een hogere vermogensheffing, logisch. Maar dan moeten die gelden niet simpelweg naar de rijksbegroting vloeien, maar direct weer worden uitgekeerd: als startkapitaal voor iedereen die meerderjarig wordt. ‘Sociale nalatenschap’, noemt Julia Friedrichs dit voorstel van liberale wetenschappers in haar boek; het zou een soort gist zijn voor iedereen. Mij spreekt dit idee het meeste aan en als het ministerie van Financiën daartoe een rekening zou openen, zou ik wel wat overmaken.

  • Het mysterieuze fortuin van een vrouw uit het gevolg van Poetin en Lavrov

    Het mysterieuze fortuin van een vrouw uit het gevolg van Poetin en Lavrov

    OCCRP, het internationale onderzoeksjournalistieke platform naar georganiseerde misdaad en corruptie, deed onderzoek naar een anonieme vrouw uit de zeer naaste omgeving van Sergej Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken, en bracht haar mysterieuze miljoenenbezit in kaart.

    De vrouw sprong voor het eerst in het oog tijdens een bijzondere bijeenkomst waarbij behalve Sergej Lavrov ook Vladimir Poetin aanwezig was, aldus OCCRP.

    ‘Uwe Heiligheid! Lieve vrienden! Ik heb meer dan ooit zin om vandaag te spreken’, sprak Sergej Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken, op 8 december 2014. “Omdat het niet om werk gaat, maar om een oproep vanuit het hart.” Staande bij het altaar, omringd door priesters in met goud versierde gewaden, sprak Lavrov patriarch Kirill en andere kerk- en lekenfunctionarissen toe tijdens een uitgebreide inwijdingsceremonie‘, aldus het artikel van Roman Anin, Dmitri Velikovski en Roman Romanovski.

    Lavrov sprak in de kerk van St. Sergius van Radonezj, in de buurt van het oude tsaristische landgoed van Tsarskoe Selo, die was herbouwd na verwoestingen in het Sovjettijdperk. Lavrov, die zelden veel emotie toont in zijn openbare optredens, zei ontroerd te zijn dat hij was gevraagd om de raad van toezicht van de kerk te mogen gaan leiden.

    Tijdens hun bezoek werden Lavrov en Poetin vergezeld van een onbekende vrouw, gekleed in een zwarte mantel en een witte sjaal

    Ook president Vladimir Poetin was aanwezig. De Russische leider kreeg een rondleiding door de kerk, vergezeld van Lavrov, de patriarch, en een vertegenwoordiger van het kerkmuseum, en bewonderde een uniform gedragen door keizer Nicolaas II en andere historische voorwerpen. Dat was allemaal niet zo uitzonderlijk, maar een YouTube-video van het evenement, geplaatst door de Russisch-orthodoxe kerk, onthult een opmerkelijk detail dat de interesse van journalisten wekte. 

    Tijdens hun bezoek werden Lavrov en Poetin vergezeld van een onbekende vrouw, gekleed in een zwarte mantel en een witte sjaal. Haar identiteit werd niet veel later onthuld toen de patriarch haar een onderscheiding uitreikte voor haar hulp bij het herstel van de kerk.

    De vrouw werd door een geestelijke aangekondigd als ‘Svetlana Aleksandrovna Poljakova, medewerker van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Russische Federatie’, en zij werd onderscheiden ‘met de Orde van de Russisch-orthodoxe kerk van St. Euphrosyne, Groothertogin van Moskou’. 

    Deze Svetlana Poljakova is, zo blijkt uit het onderzoek door OCCRP, niet zomaar een medewerker van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

    Lavrov en Polyakova

    Poljakova heeft al jarenlang, aldus een bron die dicht bij een ambtenaar van het ministerie staat, een zeer nauwe relatie met Lavrov. Verslaggevers ontdekten dat ze, naast haar aanwezigheid in de kerk van St. Sergius, ook met Lavrov naar Sotsji en Sint-Petersburg is gereisd. Ze verschijnt zelfs onder zijn achternaam in adresboeken van mobiele telefoons.

    Ze bezit daarnaast aanzienlijke activa, die voor een ‘gewone’ medewerker van het ministerie van Buitenlandse Zaken vrijwel zeker niet zijn weggelegd. Uit verschillende eigendomspapieren blijkt dat zij en haar familie onroerend goed bezitten in Rusland en Groot-Brittannië, met een totale waarde van ongeveer 1 miljard roebel, zo’n 11,5 miljoen euro. 

    De decennialange diplomatieke carrière van Sergej Lavrov begon in de vroege jaren zeventig, toen hij op de Sovjet-ambassade in Sri Lanka werkzaam was. Tussen 1994 en 2004 leidde hij de permanente missie van Rusland bij de Verenigde Naties. Daarna werd hij benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken, een functie die hij na zventien jaar nog steeds bekleed.

    De 71-jarige Lavrov staat bekend om zijn harde en meedogenloze promotie van de belangen van de Russische regering op het wereldtoneel en hij is een van de populairste en langst dienende ministers van het land. Hondstrouw aan Poetin dus.

    De inwijdingsceremonie.

    Om die reden vroeg de Russische president hem dan ook te figureren op de lijst van de regerende partij Verenigd Rusland voor de Doema-verkiezingen die van 17 tot 19 september werden gehouden. Bij de aanvaarding van zijn kandidatuur eerder dit jaar zei Lavrov: ‘Ik beschouw dit aanbod van de president als een eer.’

    De verkiezingen werden geheel volgens verwachting, te midden van een stroom aan berichten over verkiezingsfraude, met 50 procent van de stemmen gewonnen door Poetins partij. 

    Lavrov is getrouwd en heeft een dochter. Uit zijn jaarlijkse inkomensverklaringen, die hij als topfunctionaris moet indienen, blijkt dat het paar de afgelopen vijf jaar jaarlijks tussen de zes en tien miljoen roebel, tussen de 85.000 en 115.000 euro, verdiende.

    The Insider, een onafhankelijk nieuwskanaal dat door de Russische regering eerder dit jaar tot ‘buitenlandse agent’ werd verklaard, berichtte dat de minister van Buitenlandse Zaken onroerend goed bezit ter waarde van meer dan 600 miljoen roebel, zo’n 7 miljoen euro, hetgeen moeilijk valt te rijmen het inkomen dat door hem is opgegeven.

    Invloed

    Maar zijn bezittingen verbleken als ze worden vergeleken met de eigendommen in het bezit van zijn metgezel, BuZa-‘medewerker’ Svetlana Poljakova, waarvan de journalisten van OCCRP nu het doopceel hebben gelicht. Volgens IStories, de Russische partner van OCCRP, dat met de bron van BuZa sprak over haar hechte en langdurige relatie met Lavrov, heeft Poljakova inmiddels aanzienlijke invloed op het ministerie.

    Lange tijd konden verslaggevers Poljakova nog steeds niet identificeren omdat ze haar patroniem, haar achternaam van vaderskant, niet wisten, totdat die werd onthuld op de YouTube-video van de inwijdingsceremonie. Het feit dat Poljakova rondliep in de kerk met de elitegroep van Lavrov en Poetin, suggereert dat ze een speciale status heeft. Om bij dergelijke gelegenheden dichtbij de president te mogen verschijnen, vereist vele stadia en stappen van goedkeuring.

    Met haar volledige naam konden verslaggevers ook het telefoonnummer van Poljakova opsporen. Vervolgens gebruikten ze een app die telefoonnummers koppelt aan namen in contactlijsten op mobiele telefoons, en ze ontdekten dat ze bij verschillende mensen vermeldt stond als ‘Svetlana Lavrova’ of ‘Lavrova Svetlana’, hoewel ze nooit officieel de achternaam van de minister heeft gehad. Een check bevestigde de betrouwbaarheid van de app: alvorens het telefoonnummer van Poljakova te controleren, controleerden verslaggevers hun eigen nummer en de app toonde hun mobiele nummers in de telefoonboeken van anderen met de juiste voor- en achternamen.

    Verder bewijs van de relatie tussen Lavrov en Poljakova komt van een bron die toegang heeft tot een database met vluchtgegevens. Daaruit blijkt dat Poljakova minstens drie keer met Lavrov reisde: één keer van Moskou naar Sotsji en één keer van Moskou naar Sint-Petersburg en terug. 

    Verslaggevers van IStories vergeleken de betrouwbaarheid van deze database op dezelfde manier als die van de telefoonapp, door informatie over eigen vluchten, data, routes en reisgenoten te controleren. Die informatie was correct maar niet uitputtend, dus mogelijk deelde Poljakova meer vluchten met Lavrov dan uit de database blijkt.

    Bescheiden bedrijven, onbescheiden rijkdom

    Naast haar werk bij het ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt Poljakova verschillende andere bronnen van inkomsten te hebben gehad. Uit zakelijke gegevens blijkt dat ze tot 2012 mede-eigenaar was van Consul, een restaurant in de diplomatieke academie van het ministerie van Buitenlandse Zaken in het centrum van Moskou.

    Het restaurant kreeg staatscontracten om maaltijden te verstrekken aan studenten, docenten en bezoekende buitenlandse diplomaten. Maar volgens de financiële gegevens was het bedrijf niet bijzonder winstgevend. In de vijf jaar tussen 2015 en 2020 bedroeg de totale omzet slechts 120 miljoen roebel (1,36 miljoen euro).

    Poljakova had verschillende andere bedrijven die vermeld stonden als restaurantbedrijven, maar ook die leverden volgens financiële rapporten geen hoge inkomsten op. Desondanks bezit ze volgens Russische eigendomsgegevens onroerend goed met een geschatte waarde van ongeveer 1 miljard roebel. 

    Daaronder bevindt zich een appartement van 260 vierkante meter in een wooncomplex in het centrum van Moskou genaamd Pretsjistenka 13, gelegen in het zogenaamde ‘Gouden Mijl’-gebied, waar enkele van de duurste appartementen van de stad zijn gevestigd. Tot de bewoners van Pretsjistenka 13 behoren naar verluidt familieleden van invloedrijke zakenlieden en functionarissen, evenals Leonid Michelson, een van de rijkste mensen van Rusland. Een appartement met bijna dezelfde grootte als dat van Poljakova in hetzelfde gebouw, staat momenteel te koop voor meer dan 700 miljoen roebel, ruim 8 miljoen euro.

    In de badplaats Sotsji bezit Poljakova ook een appartement in een gebouw voor de elite ter waarde van ongeveer 50 miljoen roebel (580.000 euro) en in een dorp in de buurt van Moskou is ze eigenaresse van een huis met een waarde van ongeveer 57 miljoen roebel (660.000 euro).

    IStories beschikt ook over een document waaruit blijkt dat de familie van Poljakova een vloot luxe auto’s bezit. Zij en haar moeder bezitten drie peperdure Mercedes-Benz-voertuigen ter waarde van in totaal ongeveer 40 miljoen roebel (464.000 euro), evenals een Porsche. Poljakova bezat tot 2016 ook een Bentley.

    En dan is er nog het opmerkelijke bezit van haar 26-jarige dochter Polina, die studeerde aan de Imperial College Business School in Londen. Polina is eigenaar van het bedrijf PPK Investments Ltd, dat staat geregistreerd op een adres in Kensington, een van de duurste wijken van de Britse hoofdstad. De hoofdactiviteit van het bedrijf is aankoop en verkoop van onroerend goed.

    In 2016 huurde Polina voor 999 jaar een appartement in datzelfde gebouw, een veel voorkomende vorm van indirect vastgoedbezit in het Verenigd Koninkrijk. Ze betaalde 4,4 miljoen Britse ponden (5,15 miljoen euro) voor de huurovereenkomst. Op dat moment was ze net eenentwintig jaar oud.

    Nadat ze al deze gegevens boven water hadden gekregen resteerde voor de journalisten van OCCRP de vraag: hoe komt Poljakova en haar familie aan dit miljoenenbezit? Noch Poljakova, noch het ministerie van Buitenlandse Zaken wilde reageren op verzoeken van de journalisten om commentaar.

  • ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    Binnenkort vertrekt ze, na zestien jaar en vier verkiezingsoverwinningen, vele crises en catastrofen, successen en rampen. Der Spiegel boog zich in een speciaal nummer over het tijdperk Angela Merkel. In dit overzichtsartikel van Dirk Kurbjuweit wordt haar leiderschap zorgvuldig geëvalueerd, aan de hand van de belangrijkste thema’s die haar tijd kenmerkten.

    Het tijdperk-Merkel was een tijd van spoken. Het was doortrokken van crises die zich aanvankelijk onzichtbaar uitbreidden en daarom zo’n griezelige indruk maakten. Dat gold voor de kredietcrisis en de eurocrisis, voor de pandemie en de klimaatverandering. Er was iets aan de hand, maar wat er precies aan de hand was begrepen alleen deskundigen, wetenschappers echt goed. Voor de anderen bleef er vooral een gevoel van onzekerheid hangen, van angst ook. Hoe zal dat spook mijn leven veranderen of beschadigen? Want al die crises hadden of hebben mogelijk ook catastrofale gevolgen op persoonlijk vlak: verlies van banen, van een levenstandaard, ziekte en dood.

    Angela Merkel had veel in zich om de juiste bondskanselier voor deze tijd te zijn, om een gelukstreffer van de geschiedenis te worden. In haar eerste leven werkte ze als wetenschapper, ze was een vrouw van getallen, tabellen, curven. Ze is hoog intelligent, doordrenkt van rationaliteit. Gespook kan haar niet bang maken omdat ze in staat is om het wezen ervan, de feiten erachter, te doorgronden. 

    Maakte dat Merkel de juiste kanselier voor deze tijd, voor de jaren 2005 tot 2021, een tijd van crises en catastrofen zoals de bondsrepubliek die niet eerder beleefd heeft? Binnenkort treedt ze af, zodra de bondsdag een opvolger of opvolgster heeft gekozen, waarschijnlijk in de herfst. Merkel zal zich dan voorlopig terugtrekken uit de politiek, na 31 jaar.

    In 1990 begon haar adembenemende carrière, meteen na de val van de muur, toen Angela Merkel een streep zette onder haar bestaan als fysicus aan de Akademie der Wissenschaften van de DDR en de politiek in ging.

    Ze was in elk geval een subtiel grapje van de geschiedenis. Een vrouw uit het Oosten moest meehelpen om het Westen door zijn grote crisis heen te leiden. Dat was de tweede grote ontwikkeling van haar tijdperk, naast de spookachtige crises: de liberale democratieën in Europa, Noord-Amerika en Australië werden stevig door elkaar geschud. Het begon precies twintig jaar geleden met de islamitische terreuraanslagen van 11 september 2001, werd doorgetrokken met een nieuwe agressieve houding van Rusland, de snelle opkomst van China als supermacht en de mislukte poging om een westers stempel te drukken op een deel van de islamitische wereld, in Irak en Afghanistan. 

    Ook de interne toestand van het Westen biedt een somber beeld: brexit, Donald Trump, rechts populisme in veel landen, vooral de grote vragen die de kredietcrisis en de klimaatverandering hebben opgeworpen over de westerse economie en levenswijze, de twijfel of liberale democratieën efficiënt genoeg zijn om pandemieën effectief te bestrijden – dat alles maakte het Westen tot een crisisgebied, knaagde aan het zelfbewustzijn in de grote westerse samenwerkingsverbanden, de EU en de NAVO.

    Merkel moest antwoorden vinden, vooral voor de bondsrepubliek, maar ook voor Europa en de wereld. Hoe goed ze dat daadwerkelijk gedaan heeft, zullen we pas over een paar jaar, of decennia, weten. De geschiedenis neemt vaak de tijd voor haar oordeel. We kennen nog niet alle gevolgen van Merkels handelen, misschien zullen we ze onder invloed van haar opvolgers opnieuw beoordelen. Maar een voorlopige balans is natuurlijk mogelijk, en aan het eind van haar tijdperk noodzakelijk.

    Hier volgt een balans in zeven hoofdstukken, de zeven catastrofes of crises die met name een stempel hebben gezet op Merkels ambtsperiode. De catastrofe op de financiële markten, de eurocrisis, de eeuwige dreiging die Poetin heet, de grote toevloed van vluchtelingen, Donald Trump, wiens naam hier staat voor de aanval op de liberale democratie in het algemeen, de klimaatverandering en de pandemie.

    Daar moest ze doorheen. Dat beheerste haar overvolle, sombere agenda. Dat was haar tijd, haar tijdperk.


    1. De kredietcrisis

    ‘Wij zeggen tegen de spaarders dat hun tegoeden veilig zijn.’

    – Merkel op 5 oktober 2008

    Het gespook begint. Banken melden problemen, aandelenkoersen storten in, vakjargon overspoelt de publieke discussie: subprime, interbancaire handel, asset-backed security’s. Derivaten. Slechte leningen. Nog meer banken melden problemen. Op 15 september 2008 gaat de zakenbank Lehman Brothers in New York onderuit, met catastrofale gevolgen voor de financiële economie in de hele wereld.

    Merkel maakte een radeloze indruk in de beginfase van deze crisis. Ze wist ook niet precies wat er gebeurde, hoe diep de val kon zijn. Maar ze heeft zich snel ingewerkt, heeft haar intellect gevoed met informatie en analyses over de verwevenheden in de financiële wereld, ze heeft gelezen en vele uren met deskundigen gepraat. Toen was ze er klaar voor, op de hoogte van de nieuwe tijd.

    In de VS hadden banken vastgoedkredieten zonder toereikende dekking verhandeld. Die werden door het financiële systeem gebundeld tot producten waarvan de inferieure kwaliteit niet meteen zichtbaar was. Zulke pakketten lagen wereldwijd overal opgeslagen als mijnen die wachtten op het signaal om te ontploffen. Lehman Brothers was dat signaal.

    Kort daarna viel ook het Duitse Hypo Real Estate (HRE) om. In de nacht van 28 op 29 september pokerde Merkel met de toenmalige baas van de Deutsche Bank, Josef Ackermann, met als inzet welk aandeel de banken op zich zouden nemen voor het debâcle van HRE. Merkel eiste 10 miljard. Te veel, vond Ackermann. 9 miljard, zei Merkel. Nee, zei Ackermann. Bij 8,5 miljard hadden ze een deal. De staat moest 26,5 miljard dragen.

    Veel burgers toonden zich niettemin verontrust, grote bankbiljetten werden hier en daar schaars omdat men thuis geld oppotte. Op 5 oktober stelde Merkel zich met toenmalig minister van Financiën Peer Steinbrück op voor de camera’s en verzekerde de burgers dat hun spaartegoeden veilig waren. Een vangnet voor de banken van 480 miljard werd door de bondsdag gejaagd.

    Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen

    Met de legendarische slooppremie en verruimde arbeidstijdverkorting ving Merkels regering de gevolgen voor de reële economie op. Weliswaar zakte het bruto nationaal product in 2009 met 5,7 procent, maar de werkgelegenheid bleef op niveau.

    Dit succes legde de basis voor Merkels reputatie als goede crisismanager. Een ander effect was ingrijpender. De financiële schok beroofde de bondskanselier volkomen van haar hervormingseuforie. Ze had de Duitsers al eerder als een angstig volk aangeduid, en nu wilde ze haar brave burgers niet nog meer belasten. Merkel, die zich met neoliberale ideeën een weg had gebaand naar het kanseliersambt, bouwde de verzorgingsstaat verder uit met een minimumloon, moederpensioen en oudergeld.

    Dat pakte ten dele heel goed uit, ook voor Merkel zelf, die zich daarmee verzekerde van herverkiezing, maar de hoognodige grondige hervorming van het pensioenstelsel bleef uit. Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis bovendien het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen: de bondskanselier weigerde in te gaan op de diepere oorzaken van de crisis en hoe het beter zou kunnen. Ze hield geen rede die houvast bood in een onheilspellende tijd.

    Merkel heeft de financiële crisis monetair en technocratisch opgelost, maar niet intellectueel, niet emotioneel in de publieke discussie. Dat men de banken hielp om uit de door hen zelf veroorzaakte crisis te komen ging het begripsvermogen van veel burgers te boven en maakte ze wantrouwend tegenover de politiek. Merkel versterkte die stemming nog door Josef Ackermann in 2008 te eren met een groot diner in haar ambtswoning, alsof hij zich verdienstelijk had gemaakt voor het algemeen belang. Terwijl juist de Deutsche Bank had willen profiteren van de handel in giftige financiële producten, en Ackermann zich had laten kennen als verachter van de staat.

    De kredietcrisis liet nog een tweede patroon zien in Merkels regeerstijl: ze hield afstand van lastige thema’s, had geen langetermijnplan om gewetenloos kapitalisme in te dammen. Zodra het weer opwaarts ging met het bruto nationaal product hield ze zich niet langer met deze problemen bezig, alsof ze opgelost waren.

    Maar het is eigen aan een langdurig kanselierschap dat onopgeloste problemen terugkomen, soms met een diepzwarte pointe. Toen in 2020 het Duitse fintechbedrijf Wirecard wegzonk in een stinkend moeras van bedrog en hebzucht, was dat ook de schuld van een falend overheidstoezicht op de financiële markt.

    Merkel moest zich een pijnlijke ondervraging door een onderzoekscommissie van de bondsdag laten welgevallen. Al was haar persoonlijke betrokkenheid bij dit schandaal niet groot, ze zat daar in zekere zin terecht: als een bondskanselier die maar weinig had gedaan om het financieel kapitalisme aan banden te leggen. 


    2. De eurocrisis

    ‘Mislukt de euro, dan mislukt Europa.’

    – Merkel op 19 mei 2010

    Over president Franklin D. Roosevelt werd ooit gezegd: ‘Een tweederangsintellect, maar een eersterangstemperament.’ Met deze combinatie loodste hij de VS uit een zware recessie, versloeg hij Hitler en kreeg hij een plaats in John Lewis Gaddis’ meesterwerk On Grand Strategy, over grote politieke strategiëen.

    Bij Merkel is het omgekeerd: hoogintelligent, weinig temperament. Dat gold als haar kracht, maar misschien is dat een vergissing. In de eurocrisis had meer Roosevelt een gunstig effect gehad.

    Voor de Europese Unie had Merkel vanaf het begin een strategisch doel: het oude continent te ertüchtigen (harder te maken), om het met een van haar lievelingswoorden te zeggen. De Unie moest naast de VS en China haar plaats innemen als de derde kracht in een nieuwe wereldorde. Daarmee wilde ze bovendien Duitsland verzekeren van een plaats in de wereldpolitiek.

    ‘Ertüchtigen’ betekende voor Merkel: de concurrentiekracht verbeteren, vooral in de andere lidstaten. Ze wilde politieke kracht ontlenen aan de de economische kracht.

    Aan dit idee hield ze vast toen in 2009 Griekenland als eerste door een schuldencrisis getroffen werd. Boven Merkels kanselierschap hing een paar jaar lang de allesbeheersende vraag: zal de euro het houden?

    Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s

    Zij wilde de problemen gewoontegetrouw met het hoofd oplossen, probeerde alles met elkaar in overeenstemming te brengen. De behoeften van de noodlijdende staten, de in spaarzaamheid getrainde Duitsers, de financiële markten, waarin ook gewetenloze spelers nog steeds hun slag wilden slaan. In Brussel marchandeerde ze nachtenlang met haar collega’s uit het Zuiden, voor wie ze te weinig Europeaan was, en kreeg vervolgens van haar eigen partij te horen dat ze de Duitse belangen verwaarloosde.

    Ze draaide hier en daar wat aan schroefjes en hield op de een of andere manier de machine aan de praat, maar wat ontbrak was een grand strategy voor een sterk Europa. De vooraanstaande Duitse intellectueel Jürgen Habermas verweet de kanselier ‘tranquilistisch geworstel’.

    In zekere zin was dat succesvol: de euro stortte niet in, ook dankzij een genereuze Europese Centrale Bank.

    Crises, zegt men, zijn ook kansen. Deze werd gemist. Europa staat er tegenwoordig slechter voor dan aan het begin van Merkels kanselierschap. De Britten zijn er niet meer bij, de regeringen van Polen en Hongarije hebben afscheid genomen van de liberale democratie, nationaal egoïsme overschaduwt bijna overal het idee van de Unie, ook in Duitsland. Belangrijke projecten zoals een gemeenschappelijke defensiepolitiek zijn blijven steken.

    Daarvoor is natuurlijk niet alleen Merkel verantwoordelijk. Maar tijdens de crisis had ze de kans om het Europese idee glans te geven door meer solidariteit te tonen. Dat had haar een zeker gezag verschaft waarmee ze het continent bijeen had kunnen houden. Dat zij tijdens de pandemie het roer omgooide en instemde met gemeenschappelijke schulden, kwam daarvoor te laat.

    Een inzicht uit het tijdperk-Merkel is dat grote intelligentie geen grote politiek nastreeft. Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s. En de berekening van politici komt bijna altijd neer op de overweging hoe de nationale verkiezingen te winnen zijn.

    Om risico’s te nemen is meer temperament nodig, in dit geval een hartstocht voor Europa die Merkel nu juist niet kon ontwikkelen. Haar biograaf Ralph Bollmann motiveert dat zo: ‘Een Europeaan in hart en nieren is Merkel nooit geweest, dat lag al besloten in haar socialisatie. Kohls Europese pathos bleef de voormalige DDR-burger vreemd.’

    Ook daarom is Europa’s slechte toestand niet een crisis die Merkel heeft overwonnen, maar een crisis die ze heeft achtergelaten.


    3. Poetin

    ‘Hoewel de Russische president, denk ik, heel goed wist dat ik er niet bepaald happig op was zijn hond te begroeten, bracht hij hem toch mee.’

    – Hondenhaatster Merkel over een bezoek aan Poetin in 2007

    Eén iemand was er altijd, al die zestien jaar. Merkels eeuwige kwelgeest, haar nemesis: Vladimir Poetin. Soms als minister-president, soms als president van Rusland. Zijn naam staat voor de permanente crisis van haar kanselierschap, voor de hoofdstukken ‘oorlog’ en ‘criminaliteit’. Ook de Turk Recep Tayyip Erdogan heeft Merkel gedurende haar hele tijdperk begeleid en gepest, maar hij was niet zo machtig en gevaarlijk als Poetin.

    Haar betrekkingen tot hem vormden geopolitiek gezien haar belangrijkste rol, als onderhandelaar van het Westen tegenover Rusland. Omdat ze uit haar eerste leven het Oostblok kende en omdat ze Russisch spreekt, was het vooral haar taak om Poetin in de hand te houden en tegenover hem het ‘normatieve project’ van het Westen, zoals historicus Heinrich August Winkler het heeft genoemd, overeind te houden: het bevorderen van vrijheid, democratie en mensenrechten overal ter wereld.

    Aan deze opdracht begon ze energiek; het kind van de onvrijheid streed hartstochtelijk voor de vrijheid, voerde een op waarden gebaseerde buitenlandse politiek, maande Poetin in 2006 om de moord op de kritische journaliste Anna Politkovskaja op te helderen, en ontving een jaar later de Dalai Lama, een vertegenwoordiger van de Tibetanen, die door de Chinese machthebbers bruut onderdrukt worden.

    Merkels doel was een betere wereld, en daarmee heeft ze veel mensen enthousiast gemaakt. Maar niet voor lang.

    Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten

    Poetin is niet een man die makkelijk te imponeren is. Het Russische regime liet openlijk vermeende tegenstanders vergiftigen of neerschieten, onder wie een Georgiër in de Berlijnse Tiergarten. Het land voerde en voert oorlogen in Georgië, in Syrië en stiekem in Oekraïne. Het annexeerde de Krim. Het overspoelde de westerse wereld met cyberaanvallen, ook de bondsdag en het kantoor van Merkel daar.

    Keer op keer belde Merkel met Moskou, uitte kritiek, waarschuwde, smeekte. In Minsk onderhandelde ze met Poetin over een wapenstilstand in Oekraïne en zag alleen aan het type maaltijd nog hoe laat het was. Ze is niet ingestort, ze toonde zich hard voor zichzelf en hardnekkig tegenover anderen, ze verwierf veel respect, ook van Poetin, maar alles bij elkaar heeft ze nauwelijks iets bereikt voor het normatieve project van het Westen.

    Omdat ze in principe een pacifiste is. Ze was niet bereid wapens tegen Rusland in te zetten en was ertegen dat de VS raketten leverde aan Oekraïne. Een wijs besluit, zeker. Oorlog met Rusland moest vermeden worden, zelfs al bezorgt dat het Westen een zwakke onderhandelingspositie omdat Poetin weet dat hij geen rekening hoeft te houden met een aanval.

    Bovendien verloor Merkel het doel van een betere wereld algauw uit het oog. De zaken van de BV Duitsland waren voor haar dan toch belangrijker; het vergroten van de welvaart van de natie werd snel haar belangrijkste project. De idealiste veranderde in de hoogste functionaris van het Duitse economische belang. Koppig hield ze vast aan de gaspijplijn NordStream 2 van Rusland naar Duitsland, hoewel ze daarmee de toorn van de VS afriep over Duitsland en haar geloofwaardigheid ondermijnde. Sancties zette ze tegen Poetins regime slechts met mate in. Na de gifaanslag tegen Aleksej Navalny, de criticus van het regime, vlamde haar engagement met de mensenrechten nog éénmaal op, maar al met al volgde ze een koers van appeasement.

    Nog duidelijker was Merkels koerswijziging in het geval van China, dat steeds belangrijker werd voor de Duitse export. De dalai lama heeft ze nooit meer officieel ontvangen, haar kritiek op het regime in Beijing klonk in elk geval niet luid. Enthousiasme wist ze niet meer op te wekken.

    Een ander patroon in Merkels kanselierschap kwam hier voor het eerst aan het licht: op idealistische aanzetten volgde weldra de ommekeer, het afscheid van zichzelf.

    Ze was vaak bereid het eigen project de rug toe te keren en haar volgelingen van dat moment teleur te stellen. Naast grote strategieën ontbrak het haar ook aan de wil vast te houden aan mooie doelen wanneer de prijs daarvoor haar te hoog leek.

    Dat geldt voor de hele westerse wereld, zoals blijkt in Afghanistan. De export van democratie was ook een doelstelling van deze militaire operatie. Vrouwen en mannen die de Amerikanen, de Duitsers en anderen vertrouwd hebben, zijn na de haastige aftocht overgeleverd aan de taliban en moeten vrezen voor hun leven. Dit komt vooral op rekening van de Amerikanen. Maar ook Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten. Het heeft haar nooit na aan het hart gelegen.


    4. De vluchtelingencrisis 

    ‘Wir schaffen das.’ 

    – Merkel in de nationale persconferentie op 31 augustus 2015

    Deze woorden blijven ons bij. Merkel sprak ze uit op het hoogtepunt van haar macht. Ze had de verkiezingen in de herfst van 2013 met een overweldigende meerderheid gewonnen, ze was geliefd bij de Duitsers, onomstreden in de CDU – er waren geen concurrenten. Toen kwamen de vluchtelingen. Dat was het kantelpunt voor Merkels kanselierschap.

    Toen zij op 4 september 2015 besloot om in Boedapest gestrande vluchtelingen naar Duitsland te laten komen, was dat niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart. Hier toonde ze een temperament, een hartstocht voor de vrijheid, een afkeer van muren, en haar christelijke opvoeding, vooral door haar vader, die predikant was.

    Veel Duitsers haastten zich naar de stations, heetten de vluchtelingen welkom, deelden eten en kleding uit, stelden hun huizen open. Zelden was een regeringsleider het zo eens met een groot deel van de bevolking. Het was een magisch moment, een zeldzaam mooie politieke gebeurtenis. Time Magazine verkoos Merkel tot persoon van het jaar. Zij was de stralende ster van het Westen, de profetes van het normatieve project, van de op waarden gebaseerde politiek.

    Aan de andere kant rakelde de toestroom van vluchtelingen ressentimenten op, racisme en haat tegen het zogeheten andere, het vreemde. De AfD groeide van een splinterpartij uit tot een machtsfactor en zette voortaan de liberale democratie onder druk.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten

    Wat deed Merkel? Ze liet de enthousiastelingen in de steek en maakte politiek voor de anderen, de sceptici, de angstigen, de haters. Toen haar intellect weer de overhand kreeg, toen de berekening over verkiezingskansen domineerde, accepteerde en bedreef Merkel een politiek van afscherming, die vooral werd bevorderd door de CSU onder leiding van haar toenmalige partijleider Horst Seehofer.

    De nieuwe muur liet ze oprichten door de Turkse president Erdogan, met wie ze een deal sloot die verhinderen moest dat mensen over de Egeïsche zee de EU binnenkwamen. Daarmee leverde ze zich uit aan een despoot. Ze nam het later zelfs voor hem op, toen hij zich opwond over een satirische kritiek van de tv-komiek Jan Böhmermann. Dat was een klap voor de de vrijheid van meningsuiting, de kern van het normatieve project.

    Zo ontstond uit het mooie het lelijke. Seehofer heeft Merkel openlijk vernederd, heeft haar de les gelezen, getreiterd, en zij verweerde zich niet, zij nam het voor lief dat de politiek zich onder haar niveau afspeelde, werd verprutst en huichelachtig werd. Er viel een schaduw over de stralende ster.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten. Merkel wilde vluchtelingen voortaan ver van Duitsland houden, maar ze wilde de grenzen niet zichtbaar sluiten, wilde de mythe van haar liberale hoogtepunt in stand houden.

    Zo liet de vluchtelingencrisis meerdere patronen zien in Merkels regeringsstijl. Opnieuw had ze geen strategie gevolgd. In 2014 op z’n laatst werd al duidelijk dat er meer en meer vluchtelingen naar Europa zouden komen. Zij kon dat niet over het hoofd zien, maar ze heeft zich daar te weinig zorgen om gemaakt. Dat uit het stijgende aantal vluchtelingen een vluchtelingencrisis groeide, heeft ook te maken met die tekortkoming. 

    Opnieuw gaf ze een liberaal project op, omdat de prijs haar te hoog leek. En weer liet ze na om een grote kwestie met een grote rede te begeleiden. 

    Haar beslissing van 4 september 2015 veranderde haar kanselierschap. De samenleving, die lang in een soort nieuwe Biedermeierstemming verkeerde en was ingedut, werd wakker, discussieerde en polemiseerde. Voor Merkel zelf begon de lange afdaling.


    5. Trump

    ‘I love her.’ 

    – De toenmalige president van de VS Donald Trump bij de NAVO-top in 2018

    Niet Poetin was voor Merkel de grootste crime in de persoonlijke omgang, en Seehofer ook niet. Deze rol was weggelegd voor Donald Trump: een derderangsintellect, een wild temperament. Hij was haar tegenpool: irrationeel, zonder scrupules, en ijdel op het belachelijke af.

    Toen hij in 2016 tot president van de VS werd gekozen, was dat een dieptepunt in de crisis van de liberale democratie. Een verachter van het systeem veroverde met populisme en nationalisme de topfunctie in dat systeem. Hij was de laatste hoop van de Amerikanen die zich gemarginaliseerd voelden. Vervolgens viel hij vooral op door de vuiligheid die hij via Twitter de wereld in blies. 

    Dat verhief Merkel in veler ogen voor korte tijd tot aanvoerster van het liberale Westen. 

    Zijzelf wees deze promotie, als ze daarmee werd geconfronteerd, af met een van haar gezichten vol onbegrip – en terecht. Duitsland was te klein om deze rol een basis te verschaffen, en de leider van een verenigd Europa was Merkel niet geworden.

    Thuis moest ze de liberale democratie zelfs verdedigen tegen islamitische terreur en rechtsextremistische aanslagen in Halle en in Hanau.

    Toen de Thüringer Landtag in februari 2020 een FDP-politicus met stemmen van de AfD tot deelstaatpremier koos, was dat een klap voor de grote consensus van de bondsrepubliek: dat niets wat herinnert aan de tijd van het nationaalsocialisme bestaansrecht heeft. Merkel noemde de verkiezing ‘onvergeeflijk’, de uitkomst zou ‘ongedaan gemaakt’ moeten worden, zei ze ook met het oog op de Thüringer CDU, die zich niet stevig van de AfD distantieerde. Dit werd gezien als inmenging in de belangen van een bondsland en was daarom omstreden, maar evengoed was het wel Merkels beste daad voor de liberale democratie in Duitsland. Overigens toonde ze zich op dit gebied wankel.

    Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd

    Haar strategie van de ‘asymmetrische demobilisering’ blijft haar onvergeeflijke zonde tegen de democratie. In meerdere verkiezingen trok Merkel door het land als een zandmannetje en verspreidde een slaperige stemming. Lakse aanhangers van andere partijen moesten vooral geen reden zien om naar de stembus te gaan om zo Merkels herverkiezing te voorkomen. Ze was lief voor bijna iedereen en drukte daarmee de opkomstcijfers tot historische dieptepunten.

    Dat verkiezingen een feest voor de democratie moeten zijn, daar had ze geen gevoel voor. Een feest van strijd, maar ze hield niet van openlijke strijd. Ze wilde niet inzien dat een democratie deze brandstof nodig heeft bij het zoeken naar de beste oplossingen.

    Merkel heeft een grote hartstocht voor de vrijheid, maar niet voor het wezen van de democratie, die ze eerder met haar intellect bezag, op een instrumentele manier. Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd.

    Merkel had niet alleen tot Erdogan een ambivalente verhouding, maar ook tot Viktor Orbán, die in Hongarije een illiberale democratie heeft gevestigd. Lange tijd trad ze niet vastberaden tegen hem op, omdat zijn Fidesz net als de CDU deel uitmaakte van de Europese Volkspartij in het Europees parlement. Ze had hem nodig als deel van haar eigen kamp. Ook hier gaf berekening de doorslag. Het nutsprincipe werd bij Merkel nauwelijks gehinderd door diepe overtuigingen.

    Wat Trump betreft vond ze de meeste van zijn opvattingen beslist ook afschuwelijk, maar meer nog hekelde ze het irrationele, onberekenbare. Daarom voelde ze zich meer verbonden met de Chinese president dan met de Amerikaanse. Wie haar in de loop van haar ambtsperiode over China hoorde spreken, constateerde een groeiend begrip voor de collega’s in Beijing, die hun reusachtige rijk autoritair regeren. Merkel kon zich verplaatsen in hun rationaliteit. 

    Dit is een nadeel van lange regeringsperioden: men gaat steeds meer executief denken, men voelt zich deel van een internationale clan die iets voor elkaar moet krijgen. In een democratie komt het echter niet alleen op het resultaat aan, maar ook op het proces dat tot die resultaten leidt. Daar heeft Merkel te weinig rekening mee gehouden. Een groot democraat was ze om deze redenen niet.


    6. De klimaatcrisis

    ‘Het gaat om de grondslagen van het leven van de generaties die na ons komen. Wij weten dat we nu moeten handelen.’ 

    – Merkel bij de VN klimaatconferentie van 2015 in Parijs

    Na een VN-rapport over de dramatische gevolgen van hogere temperaturen verplicht Merkel de EU in maart 2007 om bindende klimaatdoelen te stellen. In juni dat jaar, bij de G8-top in Heiligendam, overtuigt ze de Amerikaanse president George W. Busch om de klimaatpolitiek in VN-verband te voeren, en reist in augustus naar Groenland, waar zij zich in een rood jack vermanend en schilderachtig laat fotograferen voor de witte, smeltende gletsjers. Merkel, zo lijkt het, heeft haar thema gevonden. Enthousiasme: Duitsland heeft een klimaatkanselier.

    In deze zes maanden van het jaar 2007 legde Merkel het fundament voor een groot kanselierschap. Sluit even de ogen en stel je voor hoe zij en Duitsland ervoor zouden staan als ze sindsdien een consequente klimaatpolitiek had gevoerd.

    Maar dat heeft ze niet gedaan.

    Vanaf 2009 of al eerder wilde ze zich niet meer zo veel met dit thema bezighouden. De financiële crisis verminderde de welvaart, Merkel wilde de burgers niet nog meer belasten. De partijen waarmee ze al die jaren regeerde hadden toch al geen diep gevoel voor klimaatbescherming ontwikkeld, noch CDU en CSU, noch de FDP en de SPD. En de kanselier hield zich aan haar eigen uitspraak: ‘Politiek is wat mogelijk is.’

    De onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten

    Dat zijn woorden zonder enig temperament, koud en levenloos als diepgevroren vissticks. Dat is naakt pragmatisme.

    Politiek is echter ook de opdracht om datgene waarin je gelooft mogelijk te maken. Maar niet voor Merkel, die vooral herkozen wilde worden en daarom ook in de klimaatkwestie het eigen project en de enthousiastelingen in de steek liet. Als opperlobbyist van de Duitse auto-industrie streed ze in Brussel voor een afzwakking van de geplande grenswaarden voor de CO2-uitstoot.

    Maar aan het klimaatthema kon ze tijdens haar langdurige kanselierschap niet ontkomen. In 2019 dook het weer volop op omdat scholieren, ‘de generaties die na ons komen’, het vertrouwen in de politiek verloren hadden en naar het voorbeeld van de Zweedse Greta Thunberg demonstreerden voor een consequente klimaatpolitiek.

    Wat volgde was een bizarre, nauwelijks navolgbare vloed van steeds nieuwe klimaatdoelen voor Duitsland en de EU. ‘Kletskoek’ was niet meer genoeg, bitste de kanselier in 2019 in een fractievergadering van de CDU, waarmee ze onbewust ook een oordeel over haar eigen politiek uitsprak. Ze heeft zeker meer gedaan dan veel collega’s in andere landen, maar het was gewoon niet genoeg, zoals ze later zelf inzag. Dit falen werd zelfs door het Duitse constitutioneel gerechtshof bevestigd, dat de klimaatpolitiek tot dan toe in het voorjaar van 2021 als te laks, en daarmee in strijd met de grondwet brandmerkte. Een diepe val voor de klimaatkanselier van weleer.

    In de laatste maanden van haar ambtsperiode moest ze nog beleven hoe het spook ook werkelijkheid werd in Duitsland, waar de klimaatverandering zich tot dan toe meestal ongemerkt had voltrokken. Nu vernietigde die in de vorm van stortregens het bestaan en het leven van mensen.

    Ook al was het Merkel als voormalige wetenschapper steeds duidelijk wat er gebeurde, de onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten. Voor haar opvolger zal dat niet meer mogelijk zijn.


    7. De pandemie

    ‘Het is serieus. Neem het ook serieus.’ 

    – Merkel in een tv-toespraak op 18 maart 2020

    Het ergste kwam aan het eind, de zevende grote crisis van haar ambtsperiode: de gesel van de mensheid, corona. Als iemand die precies weet wat een exponentiële ontwikkeling is, leek ze daarvoor heel goed uitgerust. En ook als iemand die haar zenuwen de baas is, als de meest ervaren toppolitica ter wereld.

    Zoals vele anderen vond Merkel maar langzaam haar weg in de crisis, een mondkapjesplicht wees ze aanvankelijk af, maar daarna leidde ze Duitsland omzichtig door de eerste golf. Bescherming van het leven plaatste ze boven de vrijheid zonder een coronadictatuur op te tuigen, zoals beweerd werd in de rechtse, ‘dwarsdenkende’ hoek. Deze periode behoort tot de sterkste van haar kanselierschap, ook omdat Merkel communicatiever was dan gewoonlijk en haar bureaucratische grondtoon afzwakte, zo nu en dan een zorgzame indruk wekte. Ze gaf zelfs de tip de mondkapjes heet te strijken, zodat ze effectief blijven.

    Maar covid-19 liet zich er niet onder krijgen. En hoe langer de strijd duurde, hoe zwakker de indruk was die de kanselier maakte. Deels verbazingwekkend zwak. Het lukte haar nauwelijks nog om haar ideeën voor een voorzichtige pandemiepolitiek in de kring van deelstaatpremiers erdoor te krijgen.

    Dat was als het ware de finale pointe: de vrouw die juist zo succesvol was geweest in het bedrijven van machtspolitiek, die al haar rivalen had uitgezeten of uitgeschakeld, die zich nauwelijks door haar eigen overtuigingen liet hinderen, waardoor ze zich van compromis naar compromis voort kon slingeren, deze vrouw ontbrak het in de zwaarste weken en maanden van de bondsrepubliek aan de macht om goed te kunnen regeren.

    Nu was ze een lame duck, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde

    Dat had veel te maken met haar grootste vergissing. In het moeilijke jaar 2018, toen de ruzies met Horst Lorenz Seehofer [bondsminister van Binnenlandse Zaken en Heimat] bijzonder onaangenaam waren, toen de CDU bij landelijke verkiezingen veel stemmen verloor, gaf Merkel het voorzitterschap van de CDU op. Dit was een nogal zeldzaam geval van egoïstisch aftreden: ze wilde haar kanselierschap daarmee redden.

    Hier zou een compleet aftreden consequent zijn geweest. Nu was ze een ‘lame duck’, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde. Juist de deelstaatpremiers van de CDU lieten zich nauwelijks nog door haar leiden. Het systeem-Merkel is op z’n laatst in de herfst van 2020 ingestort. Het gevolg was een wirwar van maatregelen die niemand kon overtuigen.

    Merkel werd nerveus, toonde soms een onrustige, norse gemoedstoestand, schimpte bij de parlementszittingen, liet gedachten aan aftreden doorschemeren, zonder dat die gevolg kregen. De soevereiniteit was weg. Ook haar omzichtigheid was ze kwijt. Ze liet de kans lopen om zich vroegtijdig met man en macht in te zetten voor een vaccinatiestrategie.

    Bovendien werden nalatigheden uit haar lange ambtsperiode zichtbaar. De bondsrepubliek bleek een ouderwets land dat te weinig aan digitalisering had gedaan. Vooral de scholen lijden daar nog altijd onder.

    Niettemin staat de bondsrepubliek er qua corona internationaal gezien helemaal niet zo slecht voor. We kunnen daar tevreden mee zijn, maar we kunnen ook zeggen dat het beter had kunnen en had móéten verlopen, zodat er minder mensen aan zouden sterven.

    En opnieuw geldt: wat er misging is niet alleen aan Merkel toe te schrijven, maar ook aan de politiek als geheel, de structuren en de stellingnames in het land. Maar zij was zestien jaar lang bondskanselier, ze heeft enorm veel gedaan om de macht te veroveren, te vergroten, te verdedigen. Wat er aan de hand was en is, heeft vanzelfsprekend veel te maken met wat zij wel en niet heeft gedaan.


    Een groot kanselier? 

     ‘Wat je mist, merk je pas als je het niet meer hebt.’ 

    – Merkel op 22 juli 2021 bij de nationale persconferentie

    Dit zei Merkel op de vraag wat ze na deze laatste persconferentie zou missen.

    Natuurlijk waren er niet alleen slechte ontwikkelingen tijdens haar kanselierschap. De Duitse economie toonde zich robuust, de werkloosheid bleef relatief laag, ondanks zware tegenslagen als gevolg van de kredietcrisis en de coronacrisis. Dat is veel waard.

    De grootste moderniseringsslag werd gemaakt in haar eerste ambtstermijn, met wetten die de combinatie kind en carrière voor vrouwen gemakkelijker maakten en hun onafhankelijkheid versterkten, met oudergeld, met de uitbreiding van kinderdagverblijven, met een nieuw scheidingsrecht dat de vaak levenslange alimentatie afschafte om vrouwen te motiveren een beroep uit te oefenen. Dat alles droeg ertoe bij de verhouding tussen mannen en vrouwen in een nieuwe balans te brengen. Deze of gene man zal misschien met gemengde gevoelens terugdenken aan deze bondskanselier wanneer hij krachtige vrouwelijke concurrentie ondervindt in zijn beroep, maar de vrouwen en de maatschappij als geheel heeft Merkel een grote dienst bewezen.

    Al met al verdient haar tijdperk toch veeleer de titel van een status quo-kanselierschap. Ondanks de crises en de catastrofes staat Duitsland er tamelijk goed voor, de welvaart werd over het geheel genomen gehandhaafd. Bij alle crises mag niet vergeten worden dat de meeste Duitsers in al die jaren van Merkels kanselierschap naar verhouding een goed leven hadden.

    In haar balans valt op dat zij, de kanselier van de CDU, geen echt conservatief programma had. Met haar politiek voor mensenrechten, vluchtelingen en klimaatbescherming enthousiasmeerde ze vooral mensen uit het andere kamp. Maar geen van deze projecten hield ze vol. Wat bij haar groot begon, eindigde bijna steeds in kleinmoedigheid. Het ontbrak het intellect meestal aan een temperament dat haar aanspoorde om vol te houden.

    Zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes

    Bij de grote internationale thema’s valt weinig goeds te vermelden. De toestand van de EU, de toestand van het westen, de positie van de liberale democratie in de wereld, het klimaat – op deze belangrijke gebieden ziet het er nu slechter uit dan zestien jaar geleden. Merkel maakte deel uit van een internationaal leiderscollectief dat deze ontwikkelingen niet kon tegengaan.

    De ware consequenties staan ons nog te wachten: China’s dominantie in grote delen van de wereld, een leven met steeds drastischer gevolgen van de klimaatverandering, een Europa dat uiteenvalt in een liberaal en een illiberaal deel, nieuwe vluchtelingenstromen door onopgeloste conflicten overal ter wereld. Vergeleken daarmee zou het tijdperk-Merkel nog wel eens als een prettige tijd kunnen gelden, als de toestand die we missen.

    En zijzelf? Toen Merkel kanselier werd, was de vraag vooral wat een vrouw anders zou gaan doen. Wat echt anders was, in vergelijking met bijna al haar voorgangers: zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes. Ze komt in 2021 niet heel anders uit het kanselierschap tevoorschijn dan ze er in 2005 aan begonnen is, afgezien van de slijtage na zestien jaar zwoegen.

    Haar eigenheid, die huiselijke pruimentaartbakkerij tussen twee telefoongesprekken over wereldpolitiek door, heeft bijgedragen aan haar doorgaans grote populariteit. Soms maakte ze een koddige indruk met haar oncontroleerbare mimiek, maar niemand zou daardoor op het idee komen haar niet serieus te nemen. Wat de serieuze, onvermoeibare uitoefening van haar ambt betreft heeft Merkel een hoge standaard neergezet.

    Toch blijft er uiteindelijk een gevoel van teleurstelling over. Toen eind 1989 de muur openging, kwam er een vrouw naar het Westen die ongemeen nieuwsgierig was, die een wakkere blik op de wereld wierp. Die heeft ze tot op heden behouden.

    Nieuwsgierigheid is de belangrijkste voorwaarde voor kennis. Je moet willen leren, je moet begerig zijn naar nieuwe kennis, nieuwe gedachten, ook van jezelf.

    Bij Merkel is dat het geval, en daarom was het meestal interessant om met haar te praten. Wat kennis en gedachten aangaat, was ze meestal goed op de hoogte van de problemen waarmee zij, Duitsland en de wereld te maken hadden. Dat grote voordeel van haar persoonlijkheid heeft ze te weinig benut.

    Een lichtgestalte met schaduwzijden.

  • Generatie corona. Hoe nu verder?

    Generatie corona. Hoe nu verder?

    In plaats van de wereld te verkennen, zaten Europese jongeren thuis. In plaats van verliefd te worden, hielden ze afstand. De pandemie heeft hun een heleboel dingen afgepakt die horen bij jong zijn. Hoe pakken ze de draad weer op? Zesentwintig getuigenissen.

    Onze laatste zorgeloze zomer is algauw twee jaar geleden. Als je jong bent, lijkt dat wel een half leven. Die zomer hadden we nog nooit gehoord van besmettingsaantallen. We lagen op het gras, op het strand of bij het zwembad, samen op een badhanddoek en zo dicht bij elkaar als nu verboden is. We wisselden blikken met mensen die we nog niet kenden en die we leuk vonden. We trokken het ene biertje na het andere open, speelden volleybal, voetbalden, omhelsden elkaar na elk doelpunt en na een tijdje gingen we ergens anders heen, tot diep in de nacht. We waren nog niet gearriveerd, natuurlijk niet, we waren pas net op zoek.

    Bij volwassen worden hoort dat je nog niet hoeft te weten wie je bent en wie je wilt worden, dat je de plek waar je thuishoort nog mag vinden. Maar wat als de zoektocht al voorbij is voor je de kans hebt om ergens aan te komen?

    Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten

    De pandemie heeft alles wat volwassen worden is, veranderd in het tegendeel: in plaats van dichter bij elkaar te komen, moesten we afstand houden. Grenzen respecteren in plaats van overschrijden, thuis blijven in plaats van de wereld in te trekken. De eerste zoen, voor het eerst alleen met vrienden op vakantie, de eerste stage: allemaal uitgesteld. Voor onbepaalde tijd. En dat kunnen we nooit allemaal inhalen: als je op je achttiende verjaardag thuis zat, kun je een jaar later niet met vrienden en vriendinnen gaan vieren dat je meerderjarig bent geworden. Als je tijdens de pandemie eindexamen hebt gedaan, kun je met je klasgenoten niet meer maanden later proosten op het begin van het nieuwe leven. En als je een studie bent begonnen, kun je waarschijnlijk niet gaan dansen op het introductiefeest.

    In plaats van eindelijk rond te kijken in de wereld zaten wij, scholieren, studenten en mensen die voor het eerst gingen werken, weer bij onze ouders aan tafel te luisteren hoe zij zich moed inspraken door herinneringen op te halen aan de goede oude tijd. Terwijl wij jongeren nog amper herinneringen hadden. Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten.

    Gedesillusioneerde jeugd

    Het is een collectief gevoel, dat in heel Europa wordt ervaren. Dat blijkt uit een gezamenlijk enquête van Süddeutsche Zeitung, The Guardian, La Stampa, Le Monde en La Vanguardia. Honderden jongeren hebben in deze enquête verteld hoe het afgelopen jaar hen heeft veranderd, met name in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Spanje. De enquête is niet representatief, maar geeft een beeld van een gedesillusioneerde jeugd. In de antwoorden, waarvan we hier een selectie laten zien, is sprake van een verloren jaar, van een leven in vliegtuigmodus. Veel jongeren hebben het afgelopen jaar de hoop verloren dat ze door de politiek worden gezien, en al helemaal dat ze serieus worden genomen.

    ‘Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes houden,’ zegt er een. ‘Dat we alleen thuis zitten, met de last van school of universiteit op onze schouders, maar zonder dat we als compensatie iets van een leven mogen hebben, daar horen we politici niet over.’ Een ander: ‘Ik ben zwaar teleurgesteld en verbijsterd hoe consequent allerlei beslissingen eerst te laat en dan verkeerd worden genomen.’ Nog iemand: ‘Mijn doel is zonder blijvende geestelijke schade uit deze crisis te komen.’

    Psychische gezondheid

    Een onderzoek van het academisch ziekenhuis van Hamburg-Eppendorf, waarvoor tussen half december 2020 en half januari 2021 meer dan duizend kinderen en jongeren zijn ondervraagd, laat zien dat bijna een derde van de jongeren ‘psychologisch opvalt’. In de loop van de pandemie is hun psychische gezondheid steeds verder achteruitgegaan: veelvoorkomende symptomen zijn depressie en psychosomatische gevolgen als maag- en hoofdpijn. Vergelijkbare resultaten geeft een onderzoek van de Donau-Universität Krems in Oostenrijk van dit voorjaar, dat bij meer dan de helft van de drieduizend ondervraagde jongeren symptomen van depressie heeft geconstateerd en bij de helft angststoornissen. Ongeveer 16 procent had regelmatig suïcidale gedachten, een enorme toename vergeleken met de laatst beschikbare cijfers.

    Heeft de pandemie van ons, de jonge mensen die de hele tijd ‘weinig risico’ liepen, te veel gevergd? Is de samenleving, die solidariteit van ons eiste, misschien onvoldoende solidair met ons geweest? Tenslotte moesten scholen en universiteiten sluiten, terwijl veel bedrijven juist open mochten blijven. Tenslotte lijken kinderen en jongeren de laatsten te zijn die door een vaccinatie terug kunnen keren naar een vrij leven. 

    Antwoorden zijn er haast nog niet, wel voortdurend nieuwe vragen. 

    Inhaalprogramma om te leven

    De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe heeft de pandemie ons toekomstbeeld beïnvloed? Wat gaan we doen als alles eindelijk echt voorbij is? Blijven we thuis op de bank zitten, omdat we niet weten dat het ook anders kan? Berusten we, en laten we de politiek de politiek? Of gaan we de straat op om te vechten voor een betere toekomst, voor ons recht om mee te doen, mee te beslissen? 

    Ook daar is nu nog geen antwoord op te gegeven, maar één reactie heb ik al. Een reactie op het ‘inhaalprogramma’ waartoe de regering onlangs heeft besloten, om met miljarden euro’s de leerachterstanden van de afgelopen maanden in te halen. We hebben geen inhaalprogramma nodig om te leren. We hebben een inhaalprogramma nodig om te leven.

    Een inhaalprogramma voor een jaar van gemiste kansen en gemiste vriendschappen. Drukke cafés en feestjes waar je over de hoofden kunt lopen, dat is wat we nodig hebben. We hebben een quotum nodig van dagen dat we mogen spijbelen, van school, van de universiteit, van ons werk, omdat we in plaats van leren en werken nu eerst eens naar het zwembad moeten. Allemaal tegelijk naar het strand, een bergwandeling maken, of gewoon de hele zomer op een picknickdeken liggen, heel dicht bij elkaar. We hebben niet alleen de middagen nodig, of de zomervakantie, maar ook de ochtenden om elkaar te zien en te lachen en eindelijk weer onze armen om elkaar heen te kunnen slaan. Als er één inhaalslag is die we moeten maken, dan echt alleen die ene: leren om weer zorgeloos te zijn.

    Antje Fischbach, 23, studente osteopathie in München

    ‘Ik mis het ongedwongene. Ik mis het uitgaan, onder de mensen zijn, een beetje aangeschoten voor een club hangen met vrienden. Iets idioots doen en er achteraf samen om lachen. Als ik vroeger ontevreden was over mijn leven, veranderde ik iets. Dat kan nu niet. Dit jaar ben ik volwassener geworden, wat niet alleen positief bedoeld is. Ik vind het heel erg dat we voor de politiek geen enkele rol spelen. Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes organiseren. Maar dat we in ons eentje thuis zitten, met de last van school of universiteit, zonder enige compensatie waardoor we toch iets van een leven hebben, daar hoor je de politiek niet over. Je hebt het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt en dat je niet serieus wordt genomen. Daar word ik soms echt boos en wanhopig van. Vaak stel ik me voor hoe het is als het leven weer echt begint. Net zoiets als een fantastische vakantie, waar je je al maanden tevoren op verheugt. Maar dan nog beter. Alleen al iedere keer dat je je armen om iemand heen slaat, voelt het een beetje als zomer. 

    In geloof dat we onderschatten hoeveel kracht deze tijd ons later zal geven. Ik bedoel: nu deze shitpandemie ons niet klein heeft gekregen, kunnen we alles aan. Ooit zijn we er weer, onder de mensen, met harde muziek. Ik weet zeker dat we dan op een gegeven moment allemaal even stilstaat en denken: Fuck, ik heb het gered. Ook al wist ik soms niet of ik het wel aan kon. En nu sta ik hier. Tussen een massa mensen, aan de vooravond van een leven dat nog afwisselender en opwindender zal zijn dan hiervoor.’

    Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen

    Matthieu Baubry, 19, student vreemde talen in La Roche-sur-Yon, Frankrijk

    ‘Ik heb de indruk dat we hier nooit uit zullen komen. Het lijkt me een utopie dat we over tien jaar geen mondkapje meer dragen. Ik ben bang dat vandaag of morgen alles voorbij is. En ik ben niet eens boos: tenslotte is het niemands schuld. Ik leg me er gewoon steeds meer bij neer. Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen. Volgend jaar wil ik taal en literatuur gaan studeren om later journalist te worden, gespecialiseerd in videogames. Online wereldkampioenschappen kijken vind ik echt helemaal te gek. Bovendien is het internet een terrein met grote toekomstmogelijkheden, dan hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel werk vind.

    In elk geval heb ik van de zomer een baan. Ik ga in de bediening werken in een restaurant aan de westkust, aan het strand, bij Saint-Jean-de-Monts in de Vendée. Ik blijf gewoon bij mijn ouders in Challans wonen, maar dat gaat wel lukken omdat ik niet meer 24 uur per dag thuis ben. En als ik werk, staat er eindelijk weer geld op mijn rekening. Tijdens de tweede lockdown ben ik mijn baan in de supermarkt kwijtgeraakt, en ondanks dat ik een beurs had kon ik de huur niet meer betalen. Zonder mijn ouders stond ik op straat.’

    Sandra Birner, 26, kinderverpleegkundige in München

    ‘Wat ik enorm mis, is dansen. Je laten gaan in de roes van het ritme en één zijn met de menigte om je heen. Mensen ontmoeten, ook partners, want ik ben single en heel open over mijn seksleven. Ik prijs me gelukkig dat ik als kinderverpleegkundige kan blijven werken, dat ik iets te doen heb en in mijn levensonderhoud kan voorzien. Toch is het moeilijk om zo vaak alleen te zijn, in een flatje van 24 vierkante meter, zonder balkon, zonder man, zonder medebewoners. Daardoor ben ik gaan roken. Op een vrije dag is roken voor mij de enige reden om op te staan. Afgelopen winter was ik zwaar depressief, ik moest bijna aan de medicijnen, ik at niet meer en deed niets meer. Waarom zou ik? Des te dankbaarder ben ik voor mijn vrienden, we steunen elkaar geweldig in deze moeilijke tijden. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit weer in een disco zal staan, of in een bar of een biertent en kan dansen en zoenen en lachen. Misschien moet ik een poes nemen, want als je voor corona geen partner had, vind je er nooit meer een.’

    Joy 1 1
    © Tommaso Ausili / Contrasto

    Digital natives

    Dalila Regesta, 19, uit Imperia, Italië, student economie in Straatsburg, Frankrijk

    ‘Ik ben een van de weinigen die kan zeggen dat het afgelopen jaar positief is geweest. Tijdens de pandemie heb ik begrepen wat echt belangrijk voor me is. Dichtbij mijn vrienden en familie zijn bijvoorbeeld. En ik heb het afgelopen jaar daadwerkelijk weer oude vriendschappen kunnen oppakken. De sociale media hebben daarbij echt geholpen, omdat je over allerlei grenzen heen contacten kunt leggen, al is het maar in een video call of via een story op Instagram. Als ik naar de toekomst kijk, is mijn grote zorg dat er niet naar ons wordt geluisterd. Wij zijn digital natives, en vergeleken met de vorige generatie maken de sociale media voor ons van alles mogelijk. Maar dat betekent nog niet dat er aan de andere kant van het scherm automatisch iemand naar je luistert.’ 

    Conor Spielberg, 23, journalist in Dublin, Ierland

    ‘Net als veel jonge mensen hier in Dublin woon ik bij mijn ouders, en het ergste is dat ik op mijn drieëntwintigste financieel nog steeds van hen afhankelijk ben. Ik schrijf recensies over stripverhalen, maar dat levert niet echt veel op. Ik kan gewoon geen ander werk vinden. Het afgelopen jaar heb ik in elk geval heel veel geschreven, maar voor een baan met het minimumloon zou ik een moord doen. Het moeilijkste aan de lockdown vond ik dat ik tegenover vrienden nu eenmaal veel opener ben dan tegenover mijn familie. Het is best vreemd dat ik in een camera kan kijken of in een headset kan zeggen: “Ik ben verdomd ongelukkig” en het tegelijk onvoorstelbaar vind om dat tegen iemand te zeggen die tegenover me zit. Het enige goede aan dit verschrikkelijke jaar is, dat we nu het duidelijke bewijs hebben wat er gebeurt als je de wetenschap negeert omwille van de winst. Hopelijk gaan we daardoor anders denken over klimaatverandering. Grote bedrijven en regeringen hebben dat probleem decennialang genegeerd, en ik ben echt verbijsterd dat er nog steeds mensen zijn die proberen te voorkomen dat we een oplossing vinden voor de klimaatcrisis.’

    ‘De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan’

    Mariska Faassen, 17, scholier in Nederland

    ‘Het gaat er niet om dat ik wil feesten of met mijn vrienden rondhangen. Het gaat me er vooral om dat het niet eerlijk is: ieder bedrijf en ieder restaurant dat dicht ging, heeft geld gekregen van de staat. En nu mogen wij, de jongeren, in de toekomst een kapitaal aan belasting gaan betalen. Onze toekomst staat op het spel, en wij hebben er niets over te zeggen. Ik ben heus bereid mijn stem te laten horen, maar ik zou niet weten hoe. We leven in een democratie, maar beslissingen die extreem veel invloed op ons dagelijks leven hebben, worden zonder enige discussie met de burgers genomen. De burgers in ons land zijn de slachtoffers van de fouten van het kabinet, zoals bij het vaccinatieprogramma en de capaciteit van de ziekenhuizen. De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan.’

    Sara-Besme Shabib, 21, scholier in München

    ‘Tot voor kort zat ik op het mbo, maar door corona heb ik de hoop mijn examen te halen opgegeven en ben ik ermee opgehouden. Terwijl het mijn grootste wens was om scheikunde te studeren. Maar in de huidige omstandigheden kan ik dat niet aan. Het hoogtepunt van de week is mijn uurtje therapie. Mijn therapeut zie ik vaker dan wie ook. Dat is een constante waaraan ik kracht ontleen, omdat ik er het huis voor uit moet. Bovendien is me duidelijk geworden dat ik mijn sociale contacten niet als vanzelfsprekend mag beschouwen, en ben ik dankbaar voor elke minuut die ik met mijn vrienden kan doorbrengen. Over de regering hoef ik het niet te hebben, neem ik aan? Economie voor, economie na, het komt me mijn oren uit. Ik krijg voortdurend het gevoel dat ik in het beeld moet passen dat de maatschappij van ons jongeren heeft. Maar veel jongeren zijn aan het eind van hun Latijn. Toch verwachten ze van leerlingen dat ze studeren, bijblijven en examen doen. En daarna liefst meteen solliciteren of met een opleiding of een studie beginnen. “Jullie zijn de toekomst,” laat me niet lachen. Niemand helpt ons. Ze zouden iedereen die nu van school komt gelijk een tegoedbon voor een burn-outkliniek bij moeten geven.’

    Bang voor de toekomst

    Volgens een enquête van de Bertelsmann Stiftung vreest 65 procent van de vijftien- tot dertigjarigen in Duitsland dat de politiek geen oog heeft voor hun zorgen over de pandemie. Krap de helft van de zevenduizend ondervraagden is bang voor de toekomst.

    Benoît Frimon-Richard, 25, uit Égly, Frankrijk, studeert farmacie in Parijs

    ‘Voor de pandemie had ik eigenlijk besloten om naast mijn studie farmacie in Parijs ook een master in bestuurskunde te gaan doen om ooit bij een instantie in de gezondheidszorg te gaan werken. Maar toen de pandemie begon, ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Égly, in de provincie, in het zuiden van het departement Essonne. Van daaruit studeer ik nu online en daarnaast werk ik parttime in een apotheek. Ook al maak ik grappen dat ik leef als een monnik: sinds ik terug ben op het platteland slaap ik beter, eet ik beter, drink ik helemaal geen alcohol meer en doe ik meer aan sport. Ik heb zelfs spieren gekregen! Ik verdien geld en geef praktisch niets uit omdat ik thuis woon. Ondertussen zijn mijn toekomstpannen radicaal veranderd en heb ik besloten dat ik liever in een apotheek op het platteland werk dan op een kantoor. In het contact met mensen voel ik me nuttiger. Mijn plan is al tamelijk concreet: over twee jaar neem ik vermoedelijk een apotheek over, in de gemeente Angervilliers met vijftienhonderd inwoners.’

    Matthias Montesano, 21, barkeeper in Turijn, Italië

    ‘Ik ben barkeeper en heb lang helemaal niet kunnen werken. Thuis heb ik geprobeerd mijn cocktails te verbeteren en nieuwe technieken uit te proberen. Maar het viel niet mee om me te concentreren. Ik geloof dat de politiek in Italië al met al goed heeft gereageerd, ook al zijn er natuurlijk fouten gemaakt. Waarom waren bijvoorbeeld kerken wel open, terwijl musea en theaters dicht moesten blijven? Waarom was het ja tegen godsdienst en nee tegen cultuur? In allebei die sectoren kunnen ze toch dezelfde veiligheidsmaatregelen nemen? Dan zou het allemaal veel beter zijn gegaan. Het virus heeft ons natuurlijk ook volkomen onverwachts overvallen. Misschien moeten we het allemaal als een waarschuwingssignaal zien. We moeten onze levensstijl veranderen en onze extreme consumptiedrift afremmen. Nadenken over wat echt belangrijk is. Deze pandemie heeft ons te veel afgenomen om het allemaal gewoon achter ons te laten zonder het ook als een kans op verandering te zien. Ook wat betreft mijn familie: ik heb gemerkt dat je die in moeilijke momenten om je heen wilt hebben. In het gewone leven wil je dat nog wel eens vergeten.’

    ‘Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet’

    Lucas Hoorn, 23, leerling-docent aardrijkskunde en sociale studies in Dresden

    ‘Tijdens de pandemie heb ik veel tijd voor allerlei beeldschermen doorgebracht. Ik heb er eigenlijk geen moeite mee om alleen te zijn, maar zoveel eenzaamheid doet pijn. Mijn medebewoners en -bewoonsters helpen geholpen, maar steeds vaker voel ik me vanbinnen leeg. Gewoon niets. Op een ander moment ben ik van binnen des te impulsiever, mijn internetbubble maakt dat ik steeds bozer word op wappies en coronaontkenners, maar ook op onze politieke leiders. In wezen ben ik heel dankbaar dat we in een echte democratie leven, en waardeer ik ons federalisme. Eigenlijk was ik er ook van overtuigd dat we hier in Duitsland ondanks allerlei democratische hindernissen snel en efficiënt kunnen handelen. Maar blijkbaar mankeert het ons aan daadkracht. Ik ben zwaar teleurgesteld dat beslissingen constant eerst te laat en daarna verkeerd genomen worden. Het gevoel in de steek gelaten te zijn, geeft dat heel goed weer. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet.’

    Niet systeemrelevant

    Lena Iris Brendel, 25, student muziek in Stuttgart

    ‘Het afgelopen jaar zou mijn jaar zijn. Ik studeer muziek en zat in mijn buitenlandsemester, klaar om de wereld te veroveren. In plaats daarvan zat ik weer in mijn kinderkamer en moest ik ook nog toekijken hoe mijn beroep verdween. Opeens moest ik me afvragen: ‘Waarom zou ik nog oefenen? Zeven jaar keihard studeren, de allerbeste cijfers. Waarvoor? Opeens was ik bezig op internet te zoeken naar “beroepen voor zij-instromers”, “bedrijfseconomie online” en “met welke opleidingen verdien je het meest?” Wat me daarvan het meest op de zenuwen werkt? Vaak vraag ik andere mensen wat hun leven de moeite waard maakt. Het antwoord is nooit “De winst van mijn bedrijf” of “Het bruto binnenlands product”. Maar: festivals, concerten, film, theater. En wie maakt die hele zooi? Wij, die niet systeemrelevant zijn.

    Wat wel heel mooi was: ik heb nog nooit in mijn leven zoveel tijd met mijn vader doorgebracht. Opeens waren we lotgenoten: thuiswerker en thuisstudent. Samen wandelen, samen koffiepauze. Voor het eerst in mijn leven had ik gelegenheid veel over mezelf te vertellen en hij was veel beter in staat begrip te hebben voor zijn gekke kunstenaarsdochter. Als ik ooit iets over deze tijd zou moeten vertellen, zou ik me alleen nog herinneren hoe fijn het was dat ik zo veel met mijn vader was.’

    Alba Fernandez, 24, verpleger in Madrid, Spanje

    ‘Ik ben verpleegster in een ziekenhuis in Madrid. In de afgelopen veertien maanden heb ik het leed en de eenzaamheid van heel dichtbij meegemaakt. En het sterven. Het was afschuwelijk. Niemand is op zoiets voorbereid. Onze gezondheidszorg kon het niet aan, en wij konden van achter onze gezichtsbescherming amper met onze patiënten communiceren. We glimlachten dan en raakten ze aan, ook al was het met latexhandschoenen. Maar wij in de Spaanse ziekenzorg hebben elkaar geholpen, en veel levens gered.’

    Phoebe Hanson, 19, uit Staffordshire, Engeland, studeert politiek in Lancaster

    ‘Mijn hele leven speelt zich af in en rond mijn studentenhuis. Mijn relatie, vrienden, werk, studie, vrije tijd, slaap. Ik voel me net als in een Big Brotherhuis, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Mijn geestelijke gezondheid heeft eronder geleden. Ik was voor het eerst weg van mijn familie in Staffordshire, kon maandenlang niet naar ze toe. In die periode hebben mijn ouders ook nog corona gekregen en zijn ze ziek geworden. En ik kon niets doen. Dat was zwaar.

    Door de pandemie heb ik me gerealiseerd hoe afhankelijk wij mensen ervan zijn dat we elkaar zien. Als ik nu een keer naar huis bel, eindigt dat inmiddels altijd met zwijgen, omdat er niets meer is waar we het over kunnen hebben. We zitten allemaal de hele dag thuis. De pandemie heeft me in elk geval laten zien met wie ik plichtmatig verbonden ben en met wie uit oprecht verlangen om dingen te delen. Mijn vriendschappen van school bijvoorbeeld zijn allemaal voorbij.

    Echt teleurgesteld ben ik over de politiek en het onderwijssysteem. Eerst zouden de examens gewoon doorgaan, toen weer niet, toen weer wel. Totale chaos. Ik heb het gevoel dat die negenduizend pond collegegeld dit jaar gewoon weggegooid geld is. En na onze studie staan we voor de afgrond: mensen hebben ongelooflijk hoge verwachtingen van afgestudeerden: we moeten jaren ervaring meenemen, maar we kunnen ons in deze crisis absoluut niet permitteren onbetaald stage te lopen of tijdrovend vrijwilligerswerk te doen. Mijn carrière is nu voor mij dan ook het belangrijkste.’

    Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde

    Leonard Strickler, 24, werkzaam in Freiburg

    ‘Ik (…) merk in gesprekken met mensen van boven de veertig dat ze me vaak proberen op te vrolijken. Terwijl ik helemaal niet het gevoel heb dat ik opgevrolijkt hoef te worden. Ik heb het geluk dat ik al veel heb beleefd en daar met vrienden met veel plezier herinneringen aan kan ophalen. De hele zaak doet kinderen en jongeren duidelijk meer kwaad. Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde. In het weekend voetbal ik zelf een beetje met een paar vrienden, hoewel 80 procent van mijn sociale contacten de afgelopen maanden online verliep. Mijn gameconsole was een verbazingwekkend zinvolle investering van mijn zestienjarige ik. In plaats van mezelf tijdens een zoomconferentie achter mijn laptop op een fles wijn te trakteren, kon ik met vrienden op mijn Playstation spelen. Alcohol heb ik alleen ’s maandags gedronken wanneer ik met mijn pubquizmaten had afgesproken voor een online quiz. Dat was best geinig, maar er gaat niets boven afspreken in levende lijve. Pas toen dat echt niet meer kon, werd me duidelijk hoe belangrijk het kan zijn om af en toe naar het café te gaan.’

    Michela Petrini, 21, student in Bra, Italië

    ‘Ik zou graag hoop uitstralen, maar eerlijk gezegd ben ik door de pandemie verbitterd geraakt. Inmiddels neem ik niets meer als vanzelfsprekend aan, ook vriendschappen niet. Tijdens de eerste lockdown namen maar weinig vrienden de moeite iets van zich te laten horen. Veel van die oppervlakkige contacten heb ik uiteindelijk beëindigd. Ik geloof dat de regering-Conte heeft gedaan wat mogelijk was; want met een crisis in de gezondheidszorg als deze heeft nog nooit iemand te maken gehad. Maar ik denk steeds vaker dat de regering-Draghi niet doet wat ze zou kunnen. Misschien verliezen wij jongeren nu de hoop, en dat mag eigenlijk niet gebeuren. We moeten vertrouwen hebben in ons land, al is het maar omdat er geen alternatief is. Nu moeten we op de zak van onze ouders teren en die zijn door de pandemie even aangeslagen als wij en hebben moeite om rond te komen.’

    Claire-Lyse Thomann, 18, middelbare schoolstudent in Rennes, Frankrijk

    ‘Begin dit jaar heb ik mijn achttiende verjaardag gevierd. Ik dacht altijd dat ik dan eindelijk naar een nachtclub mocht! Mooi niet. Dat kan ik nooit meer inhalen. En ik ben bang voor de toekomst. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds vaker af of het wel een goed idee is om kinderen op deze wereld te zetten. Ik heb het er met vriendinnen over gehad of we kinderen willen of niet. Ik was de enige die het niet wilde of die het in elk geval niet zeker wist. Wat hebben mijn kinderen eraan om in een tijd van klimaatverandering in de ene crisis na de andere te leven? Ik weet dat er als vrouw van je wordt verwacht dat je kinderen krijgt. Maar dat het kan, betekent nog niet dat het moet.’

    Egoïsme

    Chloé Lassel, 22, rechtenstudent in Versailles, Frankrijk

    ‘Toen ik alleen nog maar thuis zat, is me duidelijk geworden dat ik al een tijdje niet meer zo enthousiast ben over mijn studie rechten. In het weekend help ik altijd in een boekwinkel hier in de buurt. Die kant wil ik op. Ik wil iets anders, ik hou ervan onder de mensen te zijn, om klanten boeken aan te raden. Ook tijdens de pandemie kwamen er veel mensen in de boekwinkel, om iets te kopen en om een praatje te maken. Al wilden sommige geen mondkapje opdoen of hun handen desinfecteren. Als ik dat dan vriendelijk vroeg, begonnen ze te betogen dat ze jeuk kregen van het desinfectiemiddel, of dat ze last hadden van het mondkapje. We moeten ons afvragen hoe we met dat soort egoïsme willen omgaan. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en alleen komen we daar niet uit. De crisis heeft veel dingen zichtbaar gemaakt, ook dingen die we eigenlijk niet willen zien.’

    Lara Oreiro, 24, student in A Coruña, Spanje

    ‘Jong zijn is nooit makkelijk geweest, ook tegenwoordig niet. Mijn generatie moet vechten tegen het stigma dat ze “altijd alles had”. Maar op het ogenblik hebben we weinig en verliezen we een heleboel. Dit zou het jaar zijn dat ik volwassen werd. Ik zou mijn studie afronden en gaan werken. Ik wilde groeien, persoonlijk en in mijn beroep. Die droom heb ik ondertussen laten varen. Veel jonge mensen hier in La Coruña zitten vol opgekropte woede. We lijden aan slapeloosheid en voelen ons machteloos en onrustig. We denken dat het ergste leed geleden is, maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Het ergste moet nog komen, zodra we met de nawerkingen van de coronacrisis worden geconfronteerd. Wanneer we proberen een baan met een fatsoenlijk salaris te vinden om zelf een onafhankelijk bestaan op te bouwen. We zullen moeten vechten zoals al heel lang geen jong mens meer heeft hoeven vechten.’

    Risico op depressie

    64 procent van de 18- tot 34-jarigen in de Europese Unie loopt het risico een depressie te ontwikkelen. Dat blijkt uit een enquête uit het voorjaar van 2021 van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie. In dezelfde periode in 2020 was dat 53 procent.

    Ana Carrasco, 23, student communicatiewetenschappen in Sevilla, Spanje

    ‘Toen de lockdown begon, kreeg ik paniekaanvallen door het bombardement van cijfers over aantallen besmettingen en doden. Ik ben opgehouden met mijn onlinecursussen en heb de tv uitgezet. In plaats daarvan heb ik de radio aangezet, alleen om naar muziek te luisteren, en ben ik boeken gaan lezen, maar alleen als ze goed aflopen. Ik heb Trivial Pursuit gespeeld met mijn vader, liedjes gezongen met mijn zus en films gekeken met mijn moeder. We aten tussen de middag en ’s avonds altijd met zijn vieren en hebben elkaar op moeilijke momenten gesteund. Zo is het ons gelukt in balans te blijven. Nu ga ik beginnen aan een master journalistiek in Barcelona en heb ik weer zin om te studeren.’

    Paula Mols, 23, student maatschappelijk werk in Münster

    ‘Omdat ik sinds het begin van de pandemie van mijn partner af ben, moest ik eerst uitzoeken wie ik was zonder hem. Dat heeft voor mij de pandemie, stom gezegd, draaglijker gemaakt. Toen ik weer klaar was om andere mensen te leren kennen, voelde het toch oneerlijk dat ik mijn singlebestaan niet kon uitleven. Kortgeleden heb ik via Tinder mijn nieuwe vriend leren kennen. Op onze eerste date gingen we samen wandelen. Wat moet je anders. Nu breng ik de meeste tijd met hem door en helpt hij me door deze moeilijke maanden heen.

    Voor de pandemie vond ik politieke onderwerpen taai, maar inmiddels begrijp ik altijd wat er aan de hand is en blijf ik op de hoogte door de corona-update met Christian Drosten en de Tagesschau. Ik moet zeggen dat ik heel teleurgesteld ben over onze regering en het idee heb dat ze gefaald heeft. Het coronajaar heeft me zo uitgeput dat ik haast lethargisch ben. Het liefst zou ik naar bed gaan en slapen tot de pandemie eindelijk voorbij is!’

    ‘Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan’

    Greta Carosso, 18, scholier in Bra, Italië

    ‘Vroeger had ik nooit veel haast om bepaalde ervaringen op te doen. Inmiddels is dat anders geworden en vind ik het belangrijk zodra een gelegenheid zich voordoet die te benutten. Voor mij is niets vanzelfsprekend meer. Een paar van mijn vrienden en ik zijn inmiddels onder behandeling bij een psycholoog. We zijn vanbinnen ontzettend kwaad en weten niet wat we daarmee aan moeten. Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan. Wij jongeren moeten nu gewoon weer energie vinden.’

    Francesco Piacentini, 20, student in Ferrara, Italië

    ‘De laatste drie jaar van het gymnasium heb ik op een militaire school gezeten. Tijdens de pandemie was ik gedwongen al mijn tijd daar door te brengen. Toen heb ik gemerkt dat wat ik in het leven echt wil, niets met het leger te maken heeft. Ik wil liever proberen een onbezorgd en vreedzaam leven te leiden, een leven waarin ik anderen kan helpen. Op school heb ik nooit problemen gehad, maar nu ik op de universiteit zit, staat het water me aan de lippen. Eerlijk gezegd geloof ik dat de mensen de coronatijd het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Vooral de arbeidersklasse, die het zwaarst getroffen is. Daarom geloof ik ook dat er uiteindelijk niets verandert, en ik denk ook niet dat dat nodig is.’

    Ruaidhrí Ó Conaill, 24, docent sport en Ierse taal in Cork, Ierland

    ‘Door mijn werk als leraar heb ik geleerd hoe groot de behoefte aan een reorganisatie van het Ierse onderwijssysteem is. Een voorbeeld: alles is gericht op één eindexamen in het laatste schooljaar, het Leaving Cert. Na de catastrofe van het afgelopen jaar toen het centrale eindexamen gewoon doorging, wat zelfs tot processen heeft geleid, is het echt de hoogste tijd om de leerlingen continuer te toetsen.

    Een ander probleem: sommige scholieren werken sinds het begin van de pandemie alleen nog op hun smartphone, terwijl we tegelijkertijd proberen de smartphoneverslaving van deze generatie te bestrijden. Ook al wordt Ierland steeds liberaler, de regering heeft de laatste tijd het contact met de jonge mensen verloren. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat zoveel jonge Ieren nog steeds weg willen. Wat me ook bezighoudt: met het oog op de klimaatverandering moeten we onze manier van leven aanpassen. Hoe we eten, reizen, wat voor kleren we dragen, bijna alles in ons leven moet anders. Kortom: het kapitalisme moet verdwijnen en worden vervangen door een meer bewuste, groenere en meer holistische levenswijze. Had u me tien jaar geleden verteld dat de wereld ten onder zou gaan, dan had ik u voor gek verklaard. Nu beaam ik het.’

    Geen student, maar een robot

    Victor Volmer, 20, student jazz in Berlijn

    ‘In september ben ik naar Berlijn gegaan, een compleet vreemde, grote stad, om aan mijn muziekstudie te beginnen. Ik wilde andere musici ontmoeten, in plaats daarvan zat ik opgesloten op mijn veel te dure kamertje en deed ik ongelooflijk mijn best om de virtuele lessen leuk te vinden. Muziek moet het tenslotte hebben van het samen spelen met anderen. Ik heb een tot nog toe onbekend potentieel aan agressie in mezelf ontdekt, wat ik verklaar uit mijn algehele ontevredenheid. 

    Ik geloof dat de grote uitdaging voor mij is de hedonist in mezelf uit te schakelen ten bate van de ander en tegelijk in de gaten te houden dat het met mij ook goed blijft gaan, vooral mentaal. Daarin een balans vinden is echt heel moeilijk. Jezelf niet helemaal isoleren, maar ook niet naar een feestje van een vriend of een vriendin gaan waar ook nog tien anderen zijn uitgenodigd. Mijn doel is in elk geval om zonder blijvend geestelijk letsel uit deze crisis te komen.’

    Isabelle Koch, 22, uit Freiburg, studeert management in München

    ‘Het voelt alsof je het belangrijkste stuk van je leven gewoon overslaat. De hoorcolleges aan de technische universiteit in München, te midden van studiegenoten en vrienden, zijn veranderd in studie op afstand: in mijn eentje thuis achter mijn laptop. Ik heb mijn kamer in de woongroep, waar ik zoveel heb gefeest, opgezegd en woon weer bij mijn ouders in de buurt van Freiburg, op het platteland. Ik voel me geen student meer, maar een robot. Ik ben dankbaar dat we in deze crisis nog kunnen studeren. Toch heb ik het gevoel dat we door de regering zijn vergeten. Over studenten hebben ze het nooit. Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat het de grootste uitdaging voor mijn generatie is om tot een besluit te komen. Omdat voor ons bijna te veel mogelijkheden open liggen en we zo veel kansen hebben die we moeten benutten. Tijdens de pandemie is dat veranderd. Ons grootste probleem nu is het gebrek aan perspectief. Ik hoop dat dat snel verandert.’

    Fotoreeks van Tommaso Ausili

    De Itialaanse fotograaf Tommaso Ausili maakte een reeks portretten van jongeren tijdens de lockdown, die hier te bekijken is. ‘De psychologische gevolgen van de pandemie werden vooral opgemerkt bij adolescenten’, aldus de fotograaf op de pagina. ‘In deze levensfase beleeft de persoon een groeiproces, de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid en de ontdekking van zichzelf. Adolescenten streven naar een cognitieve en emotionele band met de sociale omgeving en omgeving. Een van de belangrijkste doelstellingen van adolescenten is het bereiken van autonomie, wat een innerlijke reis vereist langs zekerheid en verwarring, tevredenheid en onvrede. (…) De meeste adolescenten ervoeren gevoelens van angst en ontmoediging die hun dagelijkse levensstijl sterk beïnvloedden.’


  • Smeltende gletsjer is mondiaal gevaar | Ikea krijgt een boete

    Smeltende gletsjer is mondiaal gevaar | Ikea krijgt een boete

    Waarom deze smeltende gletsjer een mondiaal gevaar is

    De smeltende Pine Island-gletsjer van West-Antarctica stond al bekend als de grootste aanjager van de zeespiegelstijging. Dat wordt nog erger omdat de ijsplaat versneld uiteenvalt. Dit schrijft The Washington Post naar aanleiding van een nieuw onderzoek dat afgelopen vrijdag werd gepubliceerd.

     De Pine Island-gletsjer, een ijsrivier van 260 kilometer lang, staat bekend als de zwakke plek van West-Antarctica. Hij draagt meer bij aan de zeespiegelstijging dan enige andere gletsjer van het continent en behoort tot de snelst smeltende gletsjers ter wereld.

    In tegenstelling tot andere Antarctische gletsjers, wordt de Pine Island-gletsjer niet beschut tegen de opwarmende oceaan door een grote massa zee-ijs. Het enige dat voorkomt dat hij rechtstreeks in de Amundsenzee stroomt, is een drijvende ijsplaat aan de voorkant van de gletsjer. Die fungeert als een kurk in een fles die de enorme druk aan de achterkant opvangt.

    Maar die ijsplaat scheurt nu zelf uit elkaar. De afgelopen vijf jaar ging een vijfde van zijn massa verloren, waardoor ijsbergen zo groot als steden zijn afgestoten. Er zijn scheuren ontstaan in het midden van de ijsplaat, hetgeen mogelijk bijdraagt aan de instabiliteit.

    Als dit proces doorgaat, ‘kan de hele ijsplaat de komende jaren uit elkaar vallen en dat is veel sneller dan we hadden verwacht’

    Inmiddels is er een nieuwe reden voor zorgen om de Pine Island-gletsjer. Volgens het onderzoek dat vrijdag in Science Advances is gepubliceerd, stroomt de gletsjer 12 procent sneller naar de oceaan dan vier jaar geleden; het gevolg van de afbrokkelende, verzwakte ‘kurk’.

    Als dit proces doorgaat, ‘kan de hele ijsplaat de komende jaren uit elkaar vallen en dat is veel sneller dan we hadden verwacht’, aldus Ian Joughin, een glacioloog aan het Applied Physics Laboratory van de University of Washington, die meeschreef aan het rapport.

    Het verlies van de ijsplaat zou het verval van de Pine Island-gletsjer verder versnellen. Hoe sneller die stroomt, hoe meer ijs er in de oceaan terecht komt, waardoor de zeespiegel stijgt. De gletsjer voegt elk jaar al een zesde millimeter toe aan de zeespiegelstijging, maar het verlies van de ijsplaat zou die snelheid kunnen verdubbelen of verdrievoudigen, volgens Joughin. Pine Island bevat ongeveer 180 biljoen ton ijs en dat is genoeg om een zeespiegelstijging van zo’n 49 centimeter te veroorzaken. ‘Ik ben echt geen catastrofedenker’, zegt Joughin. ‘Maar de staat van de ijsplaat staat zeker ter discussie.’

    Afkalven

    Eerder richtten wetenschappers zich op het langzame maar gestage dunner worden van de ijsplaat doordat warm oceaanwater eronder stroomt. Dit smelten maakt ijsplaten kwetsbaarder voor instorting tijdens de Antarctische zomer, wanneer hoge temperaturen zorgen dat het oppervlak smelt. Maar aangezien de temperaturen in West-Antarctica zelden meer dan een paar graden boven het vriespunt liggen, werd verwacht dat dat proces eeuwen zou duren.

    Wat er nu gebeurt, gaat veel sneller en is minder voorspelbaar, volgens Joughin. Het lijkt erop dat de snelle verschuiving van de gletsjer breuken veroorzaakt in de ijsplaat, wat ertoe leidt dat er meer stukken afbreken of ‘afkalven’. Computersimulaties en wiskundige modellen ondersteunen het idee dat dit proces verantwoordelijk is voor de versnelde stroming van de gletsjer.

    De ijsplaat van Pine Island kalfde vroeger om de vier tot zes jaar af, volgens NASA, maar sinds 2017 zijn er elk jaar enorme brokken ijs verloren gegaan. Radarinstrumenten aan boord van de Sentinel-1-satellieten van de European Space Agency leggen elke zes dagen beelden van de gletsjer vast, zelfs tijdens de maandenlange duisternis in de Antarctische winter. Hierdoor kunnen wetenschappers de ijsplaat bijna in realtime zien breken.

    NASA-wetenschappers vlogen in 2018 over een van de nieuwgevormde ijsbergen van Pine Island. Zelfs vanaf 450 meter hoogte besloeg een deel ter grootte van de stad Seattle het hele gezichtsveld van de onderzoekers. ‘Het was spectaculair, inspirerend en nederig makend tegelijk’, schreef Brooke Medley, projectwetenschapper voor Operation IceBridge, in een blogpost.

    Maar slechts twee jaar later braken grote stukken af van de randen van de ijsplaat. Daardoor is het alsof de kurk in de fles met de Pine Island-gletsjer aan het afbrokkelen is.

    Iets soortgelijks gebeurde in de jaren negentig en het begin van de jaren 2000 met gletsjers op het Antarctisch Schiereiland, het staartvormige deel van het continent dat zich uitstrekt naar Zuid-Amerika. Daar veroorzaakten warme temperaturen het catastrofale uiteenvallen van ijsplaten in de loop van slechts een paar jaar. Twee decennia later stromen de gletsjers van het schiereiland nog steeds twee of drie keer zo snel als voorheen, hetgeen bijdraagt aan de zeespiegelstijging.

    ‘De waarneming van zo’n zelfde proces op de Pine Island-gletsjer is nieuw en zorgwekkend’, zegt Bethan Davies, een glacioloog aan de Royal Holloway University of London die niet betrokken was bij de nieuwe studie.

    Pine Island en andere West-Antarctische gletsjers zijn veel groter dan de gletsjers die uit het Antarctische schiereiland stromen, aldus Davies, waardoor de gevolgen veel extremer zullen zijn. ‘Het verlies van ijs hier zou catastrofaal en onomkeerbaar kunnen zijn.’

    De modellen van Joughin kunnen niet zeggen wat er daarna gaat gebeuren. Hij en zijn collega’s hebben geen smeltvijvers waargenomen op het oppervlak van de ijsplaat, iets waarvan bekend is dat het ijs er minder stabiel door wordt. Het scheuren van het ijs leek in 2020 te verminderen. Maar als de versnelde stroom van de gletsjer breuken blijft veroorzaken, kan dit leiden tot een terugkoppeling waardoor de ijsplaat in een spiraal van verval terecht komt. ‘Het is zeker niet ondenkbaar dat de rest van de ijsplaat over tien jaar verdwenen is’, zegt Joughin. 

    Als ijsplaten snel en resoluut kunnen verschuiven, kan de mensheid dat ook. Door het ozongat te helen en snel actie te ondernemen tegen klimaatverandering, zullen de omstandigheden in de atmosfeer en de oceanen van Antarctica veranderen en dat zal helpen de gletsjers van het continent te stabiliseren.

    ‘De toekomst kan veranderd worden’, zegt Davies, ‘op voorwaarde dat mensen doen wat nodig is.’


    Hoe een tachtigjarige vecht voor haar taal

    In Zuid-Afrika is de kliktaal n|uu uniek, maar ook bedreigd: slechts enkele hoogbejaarden spreken het nog vloeiend. Daarom is er nu een schrijfsysteem ontwikkeld om de taal te bewaren en te kunnen onderwijzen, schrijft het Britse iNews.

    Katrina Esau groeide op in een blanke boerderij aan de rand van de Kalahari-woestijn in Zuid-Afrika tijdens de apartheid. Haar werkgever verbood haar om de taal te spreken die ze van haar moeder had geleerd. De taal N|uu, bekend van de ‘klik’klanken en ooit gesproken door de jager-verzamelaars van de Noord-Kaap die tegenwoordig bekend staan als San of ‘bosjesmannen’, was een halve eeuw lang bijna vergeten.

    Dat was het gevolg na eeuwen van uitroeiing en assimilatie van de San. Decennialang werd gedacht dat N|uu, zoals veel van de oorspronkelijke kliktalen van zuidelijk Afrika, was uitgestorven.

    Maar eind jaren negentig, na decennia van apartheid, deed Elsie Vaalbooi, een N|uu-spreker, op de lokale radio een beroep op andere sprekers om naar voren te komen. Het bleek dat er nog ongeveer twintig bejaarde sprekers van de taal in de regio van de Noord-Kaap leefden. Een paar jaar later was dat aantal al drastisch afgenomen. Tegenwoordig is Katrina Esau de enige die het N|uu nog vloeiend spreekt. Ze is achter in de tachtig.

    De afgelopen twee decennia heeft Esau gewijd aan het onderwijzen van N|uu, in een poging de taal en cultuur van de San te behouden. In een klaslokaal aan de voorkant van haar huis in Upington leert ze lokale kinderen de oorspronkelijke taal van haar thuisland. Ondanks jaren van verplicht zwijgen, verloor ze nooit haar spreekvaardigheid. ‘Ik heb deze taal niet geleerd maar kreeg hem via de borst van mijn moeder’, zegt ze in Lost Tongue, een film over N|uu die in 2016 werd gemaakt.

    Afrika is het enige continent met talen waarin klikken gewone medeklinkers zijn. Het kenmerkende geluid wordt geproduceerd met de punt van de tong tegen de boventanden. N|uu, geclassificeerd als ernstig bedreigde taal door Unesco, is een van de slechts drie talen waarvan bekend is dat ze een ‘kiss-klik’ hebben die met beide lippen wordt geproduceerd.

    Om deze buitengewoon rijke taal te onderwijzen, gebruikt Esau, die nooit heeft leren lezen of schrijven, zang, spel en beelden. Het helpt haar leerlingen, in de leeftijd van drie tot negentien jaar, om basisbegrippen te leren, zoals begroetingen, lichaamsdelen, dierennamen en korte zinnen.

    Zij zijn de enige studenten van N|uu ter wereld die een taal leren met 114 verschillende geluiden, waaronder 45 klikken, 30 niet-klikmedeklinkers en 39 klinkers. Om dit in context te plaatsen: Engels, Russisch en Chinees hebben ongeveer 50 klanken.

    Lees ook:

    De afgelopen jaren werd Esau in haar missie bijgestaan door academici Sheena Shah en Matthias Brenzinger. Samen met leden van de gemeenschap hebben ze een N|uu-orthografie opgesteld, conventies voor het schrijven van de taal, en leermiddelen gemaakt voor Esau’s school.

    De kroon op het werk is een geïllustreerde drietalige N|uu-Afrikaans-Engelse reader van honderdzestig pagina’s, waarin de mondelinge taal is omgezet in een geschreven taal. De reader dient als een hulpmiddel waarmee ook Esau’s kleindochter, Claudia Snyman, leerlingen de geschreven taal kan onderwijzen.

    ‘Wat Ouma Katrina heel graag wilde, was les- en leermateriaal’, aldus Shah. ‘Kinderen in haar gemeenschap gingen ’s ochtends naar school met schoolboeken voor wiskunde, Engels en Afrikaans. Maar voor haar naschoolse lessen bestond geen gedrukt materiaal. Ze wilde dat haar taal op hetzelfde niveau werd behandeld.’

    De titel van de reader, Ouma Geelmeid ke kx’u ||xa||xa N|uu (Ouma Geelmeid leert N|uu), bevat een verhaal uit Esau’s verleden. Als kind noemde de Afrikaanse eigenaar van de boerderij waar ze werkte haar ‘Geelmeid’, een aanstootgevende verwijzing naar haar huidskleur. Tegenwoordig staat ze bekend als Ouma (Oma) Katrina.

    ‘Voor Ouma Katrina is N|uu een centraal onderdeel van haar leven’, zegt Shah, die haar tijd verdeelt over universiteiten in Hamburg, Londen en Bloemfontein in Zuid-Afrika. ‘Als taalkundigen zijn we geïnteresseerd in hoe mensen taal gebruiken in de dagelijkse communicatie. Met Ouma Katrina kun je uren luisteren naar de verhalen die ze vertelt en de liedjes die ze zingt.’

    Schildpad en struisvogel

    Gezien haar hoge leeftijd wordt hard gewerkt om ervoor te zorgen dat de taal ook in de toekomst gehoord blijft worden. Volgens Brenzinger, van de Universiteit van de Vrijstaat in Bloemfontein, zijn er audio- en video-opnamen gemaakt van Esau, zodat de gesproken taal behouden kan blijven.

    Een ander hoopgevend teken is de recente publicatie door Esau en haar kleindochter van een boek met kinderverhalen in het N|uu, Afrikaans en Engels, genaamd !Qhoi n|a Tjhoi (schildpad en struisvogel). Het volksverhaal, verteld door Esau, is bedoeld om jongeren te inspireren door de sluwe capriolen van een schildpad.

    Elinor Sisulu, directeur van een stichting voor kinderliteratuur die achter het kinderboek staat, bepleit dat het werk van Esau financieel moet worden ondersteund. ‘Ouma Katrina is de wereldexpert in de N|uu-taal en de cultuur van haar mensen’, zegt ze. ‘Niemand weet meer dan zij. Als zodanig zou ze de status van professor van de N|uu-taal moeten krijgen en een overeenkomstig salaris moeten krijgen.’

    Voor Esau, die een van Zuid-Afrika’s hoogste onderscheidingen ontving, de Orde van de Baobab in zilver, als erkenning voor haar inspanningen om de taal en cultuur van de San te behouden, gaat het essentiële werk door. Nadat ze haar onderscheiding had ontvangen van de toenmalige president Jacob Zuma, zei ze: ‘Andere mensen hebben hun eigen taal. Waarom moet mijn taal sterven? Het moet doorgaan. Zolang er mensen zijn, moet de taal doorgaan.’


    Boete voor Ikea

    Een Franse rechtbank heeft het meubel- en woninginrichtingsconglomeraat Ikea dinsdag veroordeeld tot het betalen van een boete van 1 miljoen euro nadat het bedrijf schuldig is bevonden aan het bespioneren van zijn personeel en het opslaan van personeelsgegevens. Dit schrijft Deutsche Welle.

    In 2012 begon een strafrechtelijk onderzoek naar het bedrijf, naar aanleiding van berichten over wijdverbreid ‘gesnuffel’ dat werd gebruikt tegen zowel werknemers als klanten die een geschil hadden met Ikea Frankrijk.

    Volgens de aanklagers had de Franse dochteronderneming een particulier beveiligingsbedrijf en privédetectives ingehuurd om illegaal informatie over werknemers en toekomstige medewerkers te verkrijgen als onderdeel van een ‘spionagesysteem’ dat van 2009 tot 2012 actief was.

    De voormalige topman van Ikea France, Jean-Louis Baillot, werd schuldig bevonden en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar. Hij kreeg ook een boete van  50.000 euro voor het opslaan van persoonlijke gegevens.

    Baillot had eerder ontkend dat hij iets verkeerd had gedaan en legde de schuld bij zijn voormalige hoofd risicobeheer, Jean-Francois Paris. Die heeft toegegeven namen van mensen naar een particulier beveiligingsbedrijf, Eirpace, te hebben gestuurd.

    Ongeveer vijftien mensen stonden terecht voor het spionagesysteem, waaronder een andere voormalige CEO van Ikea Frankrijk, Stefan Vanoverbeke. Ook vier politieagenten stonden terecht. Ze worden ervan beschuldigd vertrouwelijke informatie aan Ikea Frankrijk te hebben overhandigd.

  • Vaccinatiebewijzen gestolen in L.A. | Alle auto‘s in Syndey worden elektrisch

    Vaccinatiebewijzen gestolen in L.A. | Alle auto‘s in Syndey worden elektrisch

    Alles elektrisch

    De Australische minister van Transport Andrew Constance zegt vastbesloten te zijn ervoor te zorgen dat alle auto’s, bussen en vrachtwagens in de deelstaat New South Wales (NSW), waar Sydney de hoofdstad van is, elektrisch worden. Vanwege de voortvarende plannen van de regering om het aantal snelwegen uit te breiden, groeit de bezorgdheid in de deelstaat over de luchtkwaliteit en de volksgezondheid, schrijft Sydney Morning Herald.

    ‘Ik ben de eerste staatsminister in onze geschiedenis die om gezondheidsredenen probeert de elektrificatie van transportvoertuigen te realiseren’

    Constance zei dat hij die zorgen wil wegnemen door eerst de transportsector en daarna alle voertuigen elektrisch te maken. ‘Ik ben de eerste staatsminister in onze geschiedenis die om gezondheidsredenen probeert de elektrificatie van transportvoertuigen te realiseren’, meent hij. ‘Onze infrastructuur moet aan alle milieu-eisen voldoen en daarvoor zetten we wetenschappers in. Maar mijn doel is om dat overbodig te maken door auto’s, bussen en vrachtwagens te elektrificeren.’

    Zijn beloften komen niet uit de lucht vallen. Recent gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek van universiteiten van Sydney en NSW, openbaarde dat zorgen over gezondheidseffecten rondom de miljarden kostende transportprojecten van de overheid, tijdens de kritieke planningsfase vaak worden genegeerd.


    Booking ontwijkt belasting

    Booking.com heeft ruim 150 miljoen euro aan omzetbelasting ontweken in Italië. Dat zei de Guardia di Finanza, de Italiaanse financiële politie, deze week. Het in Nederland gevestigde Booking.com, een mondiale gigant op het gebied van online hotelreserveringen, heeft ‘geen belasting betaald over bemiddeling bij verhuur van privéwoningen en gastenkamers’, meent de Guardia di Finanza, geciteerd door The Local. Het onderzoek, dat de jaren 2013 tot 2019 bestrijkt, ‘heeft een grootschalige belastingontduiking van meer dan 150 miljoen euro aan btw aan het licht gebracht’, aldus de politieverklaring. Booking had volgens de politie in die zes jaar meer dan 153 miljoen euro aan btw moeten betalen over 700 miljoen euro aan commissies in Italië.

    ‘In overeenstemming met de EU-btw-wetgeving, is het ons standpunt dat onze partners in de EU zelf verantwoordelijk zijn voor de lokale btw en de afdracht aan de betreffende regeringen’, aldus een woordvoerder van Booking, die zei dat het bedrijf de zaak nu bestudeert.


    Demonstraties in Polen

    Duizenden mensen namen deze week deel aan protesten in Warschau, die waren georganiseerd door vakbonden van mijnwerkers en arbeiders uit de energiesector.

    Er werd gedemonstreerd bij Poolse staatsgebouwen en bij kantoren van de Europese Commissie in Warschau. De demonstranten eisen dat de regering plannen voor de sector opstelt en werkgaranties biedt voor degenen die hun baan zullen verliezen als gevolg van de overgang naar groene energie, aldus Notes from Poland.

    ‘Gisteren was het Moskou dat onze soevereiniteit afnam; vandaag is het Brussel’ en ‘Handen af van Turów’, zo was op borden te lezen. Vorige maand heeft het Hof van Justitie van de EU de kolenmijn van Turów bevolen werkzaamheden onmiddellijk stop te zetten na een klacht van Tsjechië dat Polen de EU-milieuwetgeving schendt. 

    De Poolse regering heeft een akkoord bereikt met mijnwerkers om steenkool de komende decennia geleidelijk af te bouwen, maar goedkeuring door de EU is onzeker en vakbonden klagen dat details ontbreken.


    ‘Zet LHBTI’ers Oezbekistan uit’

    De leider van een van de belangrijkste politieke partijen in Oezbekistan heeft voorgesteld om homo’s, lesbiennes en transgenders het staatsburgerschap te ontnemen en hen het land uit te zetten, meldt EurAsiaNet. Hij beweert dat de LHBTI-gemeenschap dat ook wil. Alisher Kadyrov, leider van Milliy Tiklanish, de tweede partij van Oezbekistan, beschouwt zichzelf als een voorvechter van tradities en familiewaarden. In een interview zei hij dat het intrekken van het staatsburgerschap van LHBTI-mensen andere landen zou forceren om ze op te nemen. 

    ‘Toen ik dit voorstelde op sociale media, namen zo’n honderd LHBTI-mensen contact met me op en ze stemden in met mijn suggestie. Ze zeiden dat ze nu namelijk geen visa kunnen krijgen voor landen die Oezbekistan veroordelen vanwege zijn houding tegenover LHBTI’ers’, zei Kadyrov. De Oezbeekse regering weigert om gehoor te geven aan oproepen van internationale mensenrechtenorganisaties om strafbaarstelling van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht op te heffen.


    Vaccinatiebewijzen gestolen

    Een man uit Las Vegas is ervan beschuldigd honderden blanco vaccinbewijzen te hebben gestolen. De politie startte een onderzoek toen vaccinatielocatie Pomona Fairplex in Los Angeles melding deed van verdwenen vaccinbewijzen, volgens CBS. De 45-jarige man, een niet-klinische oproepkracht bij de locatie, werd betrapt toen hij een aantal bewijzen in zijn auto verborg. Nader onderzoek wees uit dat hij ook nog eens 528 bewijzen op zijn hotelkamer had liggen, die hij in april zou hebben gestolen. De man is in staat van beschuldiging gesteld. 

    Overigens zal de locatie halverwege deze maand sluiten, omdat steeds minder mensen een vaccinatie komen halen.


    Veel Ieren blijven thuis

    Zeven op de tien inwoners van Ierland zegt dit jaar in eigen land op vakantie te gaan, zo blijkt uit onderzoek door het Ierse Centraal Bureau voor de Statistiek, schrijft The Journal uit Dublin. De zuidwestelijke regio van het land is de meest populaire bestemming voor Ieren die de komende twaalf maanden een reis willen maken, gevolgd door de westelijke en zuidoostelijke regio’s met respectievelijk 20% en 13%. Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer 73,6% van de mensen denkt binnen zes maanden een binnenlandse reis met overnachting te zullen maken. Meer dan 32% van de mensen zegt op reis naar het buitenland te zullen gaan.


    11.000.000

    Het Amerikaanse JBS, ’s werelds grootste vleesleverancier, heeft 11 miljoen dollar aan losgeld in bitcoins betaald aan hackers, na overleg met het technische team en externe experts op het gebied van cyberbeveiliging, schrijft YahooNews. De vermoedelijk Russische hackers, die op 30 mei een cyberaanval deden, zeiden de toegang tot het computersysteem pas terug te geven als ze het losgeld hadden ontvangen.