Fotograaf Søren Solkaer laat met zijn foto’s van graffitikunstenaars zien dat het genre volwassen is geworden. Zijn werk is tot en met 25 september te zien in het Fotomuseum aan het Vrijthof in Maastricht.
De Deense fotograaf Søren Solkaer (1969) maakte naam met portretten van popmuzikanten als U2, Björk, Patti Smith en Amy Winehouse. Tijdens een wandeling door Melbourne in 2012, waar hij de bijbehorende expositie had geopend, kwam hij op het idee om de beoefenaars van een heel ander genre vast te leggen: graffiti en straatkunst. Vervolgens bezocht Solkaer vijf jaar lang dertien wereldsteden om in totaal 135 kunstenaars bij een van hun werken in beeld te brengen.
In zijn bespreking voor The Sydney Morning Herald schrijft Michael Dwyer dat Solkaer zijn kader en enscenering zo kiest dat ‘elke foto een verhaal vertelt waar een filmmaker hooguit aan kan tippen’. Tegelijkertijd laat de expositie Surface volgens hem goed zien ‘hoe graffiti zich de afgelopen jaren tot een volwassen kunstvorm heeft ontwikkeld’.
The Edinburgh Newsis minder enthousiast over het werk van Solkaer. De recensent vindt dat hij voornamelijk boeken produceert die ‘het goed doen op de koffietafel. De fotograaf is er vooral op uit de status of mythe van zijn subject te vergroten en niet om de kijker een diepere of andere kijk op hen te verschaffen.’
‘De fotograaf gaat te werk volgens de Tsjechische traditie: als een biograaf’
Angie Kordic van het Zwitserse digitale kunstplatform Widewalls vindt dat hij dat juist wel doet: ‘Boven op het dak, in smalle steegjes of rond een treinstation; Solkaer draagt zowel de geest van het kunstwerk als de manier waarop de kunstenaar naar de wereld kijkt op ons over.’
De criticus van het onlinemagazine Brooklyn Street Art noemt het alleen al bewonderenswaardig dat Solkaer zo veel straatkunstenaars, al dan niet herkenbaar, voor zijn lens heeft gekregen. ‘De fotograaf gaat te werk volgens de Tsjechische traditie: als een biograaf. Door zijn kadrering en orkestratie ziet hij kans de onderscheidende elementen van elke kunstenaar, diens stijl en werkwijze in één beeld te vangen.’
De expositie Surface van Søren Solkaer is tot en met 25 september te zien in het Fotomuseum aan het Vrijthof in Maastricht.
360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.
Aldwyths ogen
DOCUMENTAIRE | Onterecht lang een outsider in de kunst-wereld gebleven is de Amerikaanse Mary Aldwyth Dickman. Nu is er de fascinerende documentaire Aldwyth: Fully Assembled, over de kunstenares die het gender uit haar naam haalde en verder ging als Aldwyth toen een conservator het rood in haar werk als menstruatiebloed interpreteerde. Pas na twaalf ongelukken, een scheiding en dertien ambachten stortte zij zich maniakaal op het maken van collages. Zoals het doek Casablanca (classic version) (2003-2006) – geïnspireerd door de Hollywoodklassieker uit 1942, waarin Humphrey Bogart de beroemde filmzin ‘Here’s looking at you, kid’ de wereld in slingerde – dat bestaat uit honderden verschillende ogen van grote en minder grote kunstenaars die zij door de jaren heen verzamelde. Omdat Aldwyth anticipeerde op de vraag van wie die oogballen dan wel allemaal zijn, vermeldde ze aan de zijkant van de collage zorgvuldig welke oog aan wie toebehoort.
Wat ze niet gekregen of gehaald had, kreeg ook een vakje
Veel erkenning kreeg ze niet. Ook dat zette ze om in kunst: in de sculptuur We Regret to Inform You doorboorde ze alle afwijzingen met roestige spijkers. Om een South Carolina Fellowship te krijgen, stuurde ze een drie-dimensionale cv in: een in delen uitklapbaar houten koffertje met tientallen vakjes die elk stonden voor een verworvenheid in haar carrière. Wat ze niet gekregen of gehaald had, kreeg ook een vakje.
In haar propvolle studio staan de tijdschriften waar ze haar materiaal uit haalt in hoge stapels tegen de muur. Want alles wat ze gebruikt moet uit een origineel drukwerk afkomstig zijn. Toen een aandoening haar dat geknip niet meer toeliet, kon ze dankzij een beurs iemand inhuren om dat voor haar te doen. Waar ze dan woonde, wilde een interviewer weten, waarop Aldwyth een matras boven op een werktafel uitrolde en zei: ‘Hier.’
Jon Bernthal
SERIE | De serie We Own This City, gebaseerd op ware gebeurtenissen uit het van Baltimore Sun-verslaggever Justin Fenton, volgt de opkomst en ondergang van de corrupte afdeling moordzaken van agent Wayne Jenkins, gespeeld door Jon Bernthal.
We Own This City, vanaf 25 april te zien op HBO Max.
Beiroet in Berlijn
TENTOONSTELLING | In het Berlijnse Gropius Bau is een heterogene mix te zien van kunstenaars uit de gouden jaren zestig in Beiroet, van de Libanoncrisis van 1958 tot 1975. Vol drang naar vernieuwing en vasthoudende politieke overtuigingen.
Beirut and the Golden Sixties: A Manifesto of Fragility, tot 12 juni te zien in Gropius Bau, Berlijn.
Adolf Mas
FOTOGRAFIE | De Catalaanse fotograaf Adolf Mas werkte voor architecten die hem opdracht gaven hun gebouwen te fotograferen. Ondertussen legde hij met verhalende beelden de Spaanse stad uit het begin van de twintigste eeuw vast.
Los ojos de Barcelona, tot 18 mei te zien in Fundación Mapfre, Barcelona.
Een jaar lang Paul Robeson
TENTOONSTELLING | Burgerrechtenactivist, zanger en acteur Paul Robeson (1898-1976) was een charismatisch en compromisloos leider in de strijd tegen het kolonialisme en het imperialisme. Hij stond op de barricade voor de emancipatie van de zwarte bevolking. In de jaren dertig speelde Robeson de hoofdrol in Othello in Stratford, trok hij in Londen op met toekomstige leiders van Afrika zoals Kenyatta en Nkrumah, werkte hij samen met regisseur Sergei Eisenstein en plande hij een film over de Haïtiaanse revolutionair Toussaint Louverture.
Robeson bleef een onvermoeibare voorvechter van de menselijke waardigheid en verzette zich zijn leven lang tegen het fascisme en racisme. Zijn activisme wordt wel gezien als de basis van de burgerrechtenbeweging. Ook produceerde hij nog eens 250 songs, speelde in 11 speelfilms en stond op talloze podia. Zijn indrukwekkende nalatenschap zal een jaar lang het onderwerp zijn in kunstcentrum West in Den Haag, met films, optredens, opnames, muziek, toespraken en interviews onder leiding van curator Baruch Gottlieb.
The Artist as Revolutionary, tot 4 maart 2023 te zien in Kunstcentrum West, Den Haag.
Zeven jaar ongemak
TENTOONSTELLING | In Amsterdam-Noord is een selectie te zien van internationale kunstenaars die de verschillende aspecten van het fenomeen ‘ongemak’ in hun werk onderzoeken, zowel visueel als conceptueel. In hoeverre manifesteert deze gemoedstoestand zich in de beeldende kunst? Wat veroorzaakt hinder of ongerief in het hoofd van de kunstenaar, of zit het ’m juist in de spanning van het materiaal of het object, en hoe wordt dat zichtbaar?
Maar net zo goed gaat het over ongemak ten opzichte van de hedendaagse politiek, met technologie of de tijd waarin we leven. De expositie Are You Comfortable? toont kunstwerken van zeven kunstenaars, onder wie Jose Dávila, Melanie Smith, William Kentridge en de Spaanse multidisciplinaire kunstenares Alicia Framis, die mode en architectuur gebruikt om maatschappelijke kwesties aan de orde te stellen.
Are You Comfortable?, tot 31 juli te zien in Project Space on the Inside, Amsterdam.
Honden kunnen kanker, Parkinson, malaria en andere aandoeningen ruiken die veranderingen in de lichaamsgeur veroorzaken. Ze kunnen zelfs corona ruiken. Het zou enorme gevolgen voor de volksgezondheid hebben om dat vermogen van honden in een draagbare, toegankelijke vorm te hebben zodat ziekten in een vroeg stadium kunnen worden gesignaleerd, aldus Vox. Een smartphone kan al horen, zien en voelen, maar nog niet ruiken.
Het zal niet lang duren voordat het zover is, denkt Andreas Mershin, onderzoeker en uitvinder aan het MIT. ‘Ik denk dat het nog ongeveer vijf jaar zal duren om geurdetectie in een telefoon te krijgen. In miljoenen telefoons.’ De privacy-implicaties zijn niet gering, maar het voordeel lijkt duidelijk: een robotneus in zakformaat kan immers levensreddend zijn. ‘Ieder van ons kan een moedervlek hebben die kwaadaardig wordt,’ zegt Mershin. ‘Als je zes maanden wacht, wordt dat soms een doodvonnis.’ Maar met een telefoon die een geurverandering waarneemt, word je mogelijk eerder gewaarschuwd.
In de Zuidspaanse provincie Almeria, ook wel de moestuin van Europa genoemd, wordt behalve veel groente en fruit elk jaar ook zo’n 30.000 ton plastic afval geproduceerd. In The Greenhouse Series II brengt de Duitse fotograaf Tom Hegen dit door landbouw overspoelde landschap, dat zich uitstrekt over 360 vierkante kilometer ruig, bergachtig terrein, in beeld als een abstracte landkaart. De meestal zelfgebouwde kassen bestaan bijna volledig uit een soort folie dat wordt achtergelaten zodra het niet meer bruikbaar is. De kleine plastic deeltjes komen uiteindelijk in de zee terecht, dus in de vis en uiteindelijk bij de consument.
Recent onderzoek keek naar verschillen tussen mannen en vrouwen die hun eigen intelligentie of IQ moesten schatten. Het blijkt dat eerst het biologische en daarna het psychologische geslacht het sterkst de overschatting van IQ voorspellen, aldus The Conversation. Oftewel: geboren zijn als man of sterke mannelijke eigenschappen hebben (zowel mannen als vrouwen) vergroot de kans op een opgeblazen intellectueel zelfbeeld. Over het algemeen denken mannen dat ze beduidend slimmer zijn, terwijl vrouwen zichzelf veel bescheidener inschatten.
Dit effect wordt wel het probleem van de mannelijke hybris en de vrouwelijke nederigheid genoemd. Voor onderwijspsychologen is dit onderzoek belangrijk omdat het iets zegt over bijvoorbeeld vakkenkeuze op school: als je denkt dat je iets niet kunt, doe je het niet. De onderzoekers denken dat de uitkomsten voor een deel ook de genderloonkloof kunnen verklaren.
Bibliotheek voor verboden boeken
In de bibliotheek van het afgelegen, honderd inwoners tellende Matinicus Isle, 35 kilometer voor de kust van Maine, zijn alle boeken welkom, maar de bibliotheek heeft een speciale voorkeur voor boeken die elders in het land verboden zijn. Zo kwam bewoner Eva Murray onlangs terug van het vasteland met onder meer And Tango Makes Three, het verhaal van twee mannelijke pinguïns die samen een kuiken grootbrengen. Volgens de American Library Association is dat een van de meest verboden boeken in de VS. ‘We kopen verboden boeken om publiekelijk weerstand te bieden tegen de drang om boeken te verbieden,’ zegt vrijwilliger Murray in gesprek met Bangor Daily News. Het past bij Matinicus, waar tolerantie voor leven en laten leven en waardering voor verschillen essentieel is. ‘Wij zijn in de bevoorrechte positie om te zeggen: we verbieden geen boeken.’
Verbod mobiele telefoon zorgt voor achterstand meisjes in India
In conservatieve delen op het platteland van India is het taboe voor meisjes om mobiele telefoons te gebruiken, uit angst dat ze online mogelijk jongens zullen ontmoeten of gecorrumpeerd zullen worden door online-invloeden, aldus NPR. Jongens met een smartphone worden daarentegen gezien als vooruitstrevend en slim. Dit zegt Shabnam Aziz, hoofd gendergelijkheid en inclusiviteit bij Educate Girls, een non-profitorganisatie voor meisjesonderwijs die in meer dan 20.000 dorpen in India werkt. Een UNICEF-rapport van vorig jaar bevestigt dat meisjes van 15 tot 19 jaar in de voorafgaande twaalf maanden minder vaak een mobiele telefoon bezaten dan jongens van hun leeftijd en minder vaak internet gebruikten. Dat was vooral het geval in Zuid-Azië, inclusief India. Daardoor was het voor meisjes tijdens de pandemie bijzonder moeilijk om over te stappen naar online-onderwijs, zeggen experts en activisten.
Het gebrek aan toegang tot mobiele telefoons brengt hoge kosten met zich mee voor meisjes: het kan wezenlijk hun toekomst beïnvloeden, zegt econoom Mitali Nikore. Haar denktank Nikore Associates bestudeert de genderbarrières waarmee meisjes worden geconfronteerd als het gaat om technologie. Zonder telefoon hebben meisjes veel moeilijker toegang tot online-inhoud, nodig om in de toekomst een baan te vinden. ‘Ze kunnen niet op kantoor werken zonder kennis van Word of Excel. Ze kunnen geen ondernemer worden als ze niet weten hoe ze betaalapps moeten gebruiken. En voor digitale marketing moet je sociale media kunnen gebruiken,’ aldus Nikore.
Belarus pakt Wikipedia-redacteur op
Half maart werd Mark Bernstein uit Minsk gearresteerd door Belarussische troepen. Hij zou zijn gearresteerd voor ‘het verspreiden van valse anti-Russische informatie’, meldt Haaretz. Bernstein, die werkt onder de gebruikersnaam Pessimist2006, is een van de meest prominente en productieve redacteuren van het Russische Wikipedia. Zijn artikelen worden door het Kremlin gezien als kritisch ten aanzien van de Russische president Vladimir Poetin.
Toen de eerste Russische troepen de grens met Oekraïne overstaken, startten vrijwilligers in Rusland een Russischtalig Wikipedia-lemma over de ‘Russisch-Oekraïense oorlog’ van 2022. Dat is sindsdien omgedoopt tot ‘Russische invasie van Oekraïne’ en werd al miljoenen keren gelezen. Bernstein had er verschillende artikelen over de invasie voor geredigeerd.
Wikimedia Foundation (WMF), een in de VS gevestigde non-profitorganisatie die toezicht houdt op verschillende ‘wiki’-projecten waaronder Wikipedia’s in verschillende talen, ontving onlangs een brief met het verzoek sommige artikelen over de invasie te verwijderen. Afzender: het Russische bureau dat de facto de autoriteit is op het gebied van internetcensuur. WMF, die zich nooit bemoeit met de inhoud van de open encyclopedie, weigerde dat. In een verklaring aan de San Francisco Examiner gaf Maryana Iskander, CEO van WMF, daar een verklaring voor: ‘In een tijd waarin kennis en informatie steeds meer gepolitiseerd worden, is het belangrijker dan ooit om de betrouwbaarheid van de informatie op Wikipedia te handhaven.’
De arrestatie van Mark Bernstein is de meest recente en expliciete poging van het Kremlin om de online-encyclopedie, die wordt gemaakt door vrijwilligers in de hele wereld, te ondermijnen. Moskou verzet zich al langer tegen Wikipedia. In het kader van een breder optreden tegen onafhankelijke media dreigde Poetin eerder al de toegang tot Wikipedia te blokkeren. Drie jaar geleden suggereerde hij plannen te hebben voor een Grote Russische Encyclopedie online die, anders dan Wikipedia, ‘betrouwbare’ informatie zou bevatten.
In de Londense Photographers’ Gallery zijn tweehonderd albumcovers tentoongesteld. Andy Warhols iconische bananenhoes, die hij ontwierp voor The Velvet Underground & Nico, ontbreekt uiteraard niet.
Platenhoezen zijn zo ongeveer sinds de uitvinding van het vinyl geliefde schilderdoeken voor kunstenaars en vormgevers. Iedereen heeft wel een herinnering aan een of meerdere covers. In de Londense Photographers’ Gallery zijn tweehonderd iconische hoezen tentoongesteld waarbij de bijdragen van fotografen en andere visuele kunstenaars onmiskenbaar aanwezig zijn. Uiteraard ontbreekt Andy Warhol niet met zijn bananenhoes die hij ontwierp voor The Velvet Underground & Nico.
De lijst met artistieke grootheden is indrukwekkend; de unieke creaties van onder anderen Cindy Sherman, David Bailey, Joseph Beuys, Nan Goldin, Richard Avedon en William Eggleston werpen licht op de talloze manieren waarop dit vierkante formaat is gebruikt door artiesten. De covers komen uit de collectie van Antoine de Beaupré, eigenaar van meer dan vijftienduizend albums.
For the Record: Photography & the Art of the Album Cover, The Photographers’ Gallery, Londen 25/3 t/m 12/6
Fotograaf Zanele Muholi brengt als chroniqueur van de zwarte lhbtiq+-gemeenschap een ode aan al die individuen die hun veiligheid riskeren om authentiek te kunnen leven.
Visueel activist Zanele Muholi strijd tegen de ismen – racisme voorop. Sinds begin 2000 documenteert zij de zwarte lhbtiq+-gemeenschappen met intieme en krachtige foto’s. In een overzichtstentoonstelling van haar werk in Gropius Bau in Berlijn komen alle hedendaagse thema’s aan de orde.
Naast minder bekende, vroege beeldreeksen omvat de tentoonstelling recent werk, zodat het hele scala van Muholi’s fotografische praktijk aan bod komt. Muholi’s foto’s getuigen niet alleen van empowerment, maar dagen ook de heteronormatieve blik uit. Series als Faces and Phases en Brave Beauties vormen een groeiend visueel archief van zwarte queer en trans identiteiten en zijn een ode aan al die individuen die hun veiligheid riskeren om authentiek te leven in het aangezicht van onderdrukking en discriminatie.
Zanele Muholi, tot 13 maart 2022, Gropius Bau, Berlijn.
Het dagelijks leven en de zeden en gebruiken van de Mexicaanse bevolking legde Graciela Iturbide altijd vast met oog voor de waardigheid van haar onderwerp. Fondation Cartier mocht grasduinen in haar studio.
Vanaf het begin gebruikte de Mexicaanse fotografe Graciela Iturbide (Mexico-Stad, 1942) monochrome film en vertrouwde zij uitsluitend op natuurlijk licht, een techniek die een betoverende rauwheid aan haar werk gaf. Zelf keek ze ook liever in zwart-wit, de wereld kwam haar zonder kleur ‘waarachtiger’ voor.
Vogels bij een elektriciteitspaal langs de snelweg naar Guanajuato, Mexico, 1990.Zelfportret in de Sonorawoestijn, Mexico, 1979.
Ontdekkingsreiziger Iturbide, leerling van landgenoot en zielsverwant Manuel Álvarez Bravo, heeft de diversiteit van haar geliefde land jarenlang met grote empathie in beeld gebracht. Exquise of wrang, voor haar lens krijgt alles een uitnodigende poëtische zachtheid.
Zapoteekse vrouw in Tonalá, Oaxaca, 1974.
Wat voor de willekeurige toerist wellicht onopgemerkt blijft, het onbekende Mexico, wordt door haar in het (natuurlijke) daglicht gezet. Hiermee zet Iturbide de sterke traditie voort van andere Mexicaanse kunstenaars en fotografen uit haar tijdperk.
Saguaro-cactus in de Sonorawoestijn, Mexico, 1979.
De Fondation Cartier laat tweehonderd werken zien uit het archief van Graciela Iturbide die dateren van de jaren zeventig tot vandaag. Naast de meest iconische foto’s van het dagelijks leven en de mensen die zij in de loop der jaren aantrof, maakte Iturbide voor de gelegenheid ook een nieuwe kleurenserie. Met datzelfde oog.
Heliotropo 37, van 12 februari tot 29 mei, Fondation Cartier, Parijs
Moeder en zoon in de Sonorawoestijn, Mexico, 1979.Cristina aan het fotograferen in Oost-Los Angeles, Verenigde Staten, 1986.
In haar serie Drummies presenteert de fotograaf Alice Mann een tegenverhaal over Zuid-Afrikaanse meisjes. In plaats van als slachtoffers toont ze hen als trotse uitblinkers.
‘Mijn focus heeft altijd op mensen gelegen. Ik ben altijd weer verrast door [foto’s van] mensen. Ze zijn magisch,’ citeert The Cut de Zuid-Afrikaanse fotograaf Alice Mann. Misschien wel haar meest magische project tot nu toe, oordeelt de New Yorkse site, is de bekroonde serie Drummies, die ‘alle kwaliteiten omvat die ze in haar werk wil vertegenwoordigen’. De beelden laten een Zuid-Afrikaanse subcultuur zien: die van jonge majorettes of ‘drummies’, die begin jaren tachtig opkwam.
De speelse samenwerking tussen de meisjes en de fotograaf is het eerste wat opvalt als je de foto’s ziet’
Meisjes die eraan deelnemen zijn vaak afkomstig uit gezinnen met lage inkomens, en vinden hierin een manier om uit te blinken, waarbij ‘de onderscheidende uniformen dienen als marker van succes, en emancipatie van hun omgeving vertegenwoordigen’, aldus The Guardian. ‘Ik denk dat er veel objectificering of slachtofferschap is van vrouwen, vooral van Zuid-Afrikaanse vrouwen. Ik ben geïnteresseerd in het vertegenwoordigen van een tegenverhaal,’ verklaart Mann. Ze bezocht jarenlang zes verschillende scholen en slaagt er volgens webzine Fold goed in de individuele persoonlijkheden van de jonge meisjes over te brengen. Ook de vertrouwensband die ontstaat, ondanks Manns privilege als witte fotograaf – waar ze zelf mee zegt te worstelen – is zichtbaar, meent The New Yorker: ‘De speelse samenwerking tussen de meisjes en de fotograaf is het eerste wat opvalt als je de foto’s ziet.’
Wiskundige en kunstenaar Shigeru Onishi is voor het eerst te zien in Foam. De Japanner inspireerde generaties met zijn revolutionaire combinatie van fotografie en schilderkunst.
In 1955 trok de Japanse wiskundige Shigeru Onishi veel aandacht met een tentoonstelling die vanwege de ‘rauwe, poëtische foto’s’ volgens Art Limited mogelijk van invloed is geweest op de Provoke-generatie, een experimentele stroming genoemd naar het gelijknamige Japanse undergroundtijdschrift. Kenmerkend voor Onishi’s werk noemt de kunstsite het gebruik van fotografie om ‘handeling [weer te geven] in plaats van een momentopname’, en ‘als gevoelsuiting in plaats van als document’. In zijn ambitie om tijd en ruimte overstijgen, aldus Art Limited, lapte de Japanner ‘alle regels van de donkere kamer aan zijn laars’.
Zo ‘schilderde’ hij met een kwast de fotografische emulsie op het fotopapier, waardoor hij bewust onregelmatigheden aanbracht in de ontwikkeling van het beeld. Hij gebruikte nieuwe technieken zoals meervoudige belichting in de donkere kamer, speciale ontwikkelingsmethoden en kunstmatige kleurstoffen, en slaagde er in de woorden van de Japanse dichter en kunstenaar Shuzo Takiguchi in om ‘unieke en fantastische werelden’ te scheppen, schrijft kunstblog The Unknown Project.
Verzamelaar Michel Tapié noemde Onishi een ‘avant-gardekalligraaf van de informele schilderkunst’
Tokyo Artbeat haalt de prominente kunstcriticus en verzamelaar Michel Tapié aan, die Onishi een ‘avant-gardekalligraaf van de informele schilderkunst’ noemde, een stroming die door Tapié zelf was geïntroduceerd en die kunst beschrijft ‘die uitsluitend de schilderende daad vooropstelt en waarbij pas tijdens dat proces, al dan niet spontaan, leesbare symbolen ontstaan’.
Na een paar jaar verdween Onishi even plotseling uit de fotografiewereld als hij was opgedoken. Voor het eerst wordt zijn werk nu in Europa tentoongesteld.
Van 17 september tot 9 januari 2022 in Foam, Amsterdam.
Lange tijd is de westerse wetenschap beheerst door antropocentrisme, ofwel de overtuiging dat de mens een unieke plaats inneemt in het centrum van de wereld. Doordat dit voor Japan niet gold, ontdekten studenten hier ‘precultuur’ bij dieren. Ben Crair wilde dit zelf waarnemen en koos ervoor de Japanse sneeuwaap te bestuderen: die was het schattigst.
De Snow Monkey Expresswas bijna leeg toen ik met een paar andere toeristen van Nagano naar de laatste stop in Yamanouchi reed, een stad met 12.400 inwoners. Een spandoek verwelkomde ons in Snow Monkey Town en borden op het station toonden rode Japanse makaken die tot aan hun nek in warm bronwater zaten te weken. De apen hadden de ogen gesloten en de armen uitgestrekt terwijl stoom om hen heen opsteeg en sneeuwvlokken neerdaalden in de droge vacht op hun hoofd.
Na een lange reisdag besloot ik zelf een duik te nemen in een van de onsenbaden van de stad. Ik liet mezelf in het kokendhete zwavelhoudende water zakken en dacht aan soortgelijke ervaringen die ik op andere plaatsen had gehad: de geurige vochtige hitte van de Russische banya, het Indiase ayurvedische stoombad in de kitscherige cabine. Door de eeuwen heen hebben mensen over de hele wereld de eenvoudige praktijk van het baden op vele verschillende uitgebreide manieren beoefend. Japanse primatologen waren de eersten die zich afvroegen of ook dieren hun eigen rituelen hebben ontwikkeld.
De sneeuwapen zijn een van de vele groepen Japanse makaken die de manier waarop we dieren en onszelf zien hebben veranderd. Ze hebben ons geholpen de ware complexiteit van dierlijk gedrag te herkennen – en daarmee inzicht gegeven in de evolutionaire oorsprong van ons gedrag. Mijn plan was om verschillende van deze apentroepen door heel Japan te bezoeken en in deze Snow Monkey Town te beginnen omdat, nou ja, de apen hier het schattigst waren.
Allesbehalve zen
De volgende ochtend liep ik enkele kilometers door het bos naar het Jigokudani Monkey Park, waar een bord voor een ‘apenonsen’ over een voetgangersbrug wees. De poel stoomde op de rand van een klif boven de Yokoyu-rivier, en in het midden zat een enkele aap, een oud vrouwtje met een lange snuit en ronde amberkleurige ogen. Ze was een van de ongeveer veertig makaken die wel eens in bad gingen. Andere apen kibbelden over het graan dat arbeiders in het apenpark op de rivieroever en op de berghelling hadden uitgestrooid.
De foto’s die ik voor de reis had gezien, gaven een indruk van ontspannen kleine dieren, maar het tafereel was allesbehalve zen. Wetenschappers beschrijven Japanse makakengemeenschappen als ‘despotisch’ en ‘nepotistisch’. Elke aap binnen een bepaalde groep had een plaats in een lineaire dominantiehiërarchie, één voor mannen en één voor vrouwen, en ze verdrongen voortdurend ondergeschikten om hun rang te versterken. De apen waren waakzaam terwijl ze graan uit de sneeuw plukten, ze keken voortdurend over hun schouders om hun buren in de gaten te houden; een hogere aap zou ze aan hun been mee kunnen slepen of zijn tanden in hun nek kunnen zetten.
Toen etenstijd voorbij was, begonnen de apen elkaar te verzorgen – hun manier om niet alleen parasieten te elimineren, maar ook om een meerdere te paaien of een alliantie te vormen. Een paar juvenielen sprongen in de onsen, terwijl volwassen vrouwtjes voorzichtig het water in waadden. Ik hurkte neer voor een vrouwtjesmakaak, die met beide handen een steen vastpakte en haar achterhand onder water plaatste. Haar puberzoon hurkte achter haar terwijl haar dochtertje naast haar peddelde. De zoon kamde met zijn poot door haar vacht, eerst met zijn linkerhand en toen met zijn rechterhand, werkte door haar grijze ondervacht naar de blanke huid en at de stukjes op die hij erin vond. De moeder sloot haar blauwachtige oogleden en legde haar rode wang op de rots tussen haar handen. Haar naam was Tomiko, vertelde een parkmedewerker me. ‘Tomiko houdt erg van onsen’, verklaarde hij.
Apen zoals Tomiko begonnen bijna zestig jaar geleden te baden in de onsen in Jigokudani. ‘Ik was de eerste die ze erin zag gaan’, vertelt een gepensioneerde professor genaamd Kazuo Wada van het Primate Research Institute van de Universiteit van Kyoto. Het was 1963, en hij bestudeerde de apen in Jigokudani. Het park voorzag in die tijd een groep van 23 apen van appels, in de buurt van een onsen waar gasten van een lokale ryokan, een traditionele Japanse herberg, kwamen om te baden. De apen vermeden het water, tot op een dag een appel het bad in rolde. ‘Een aap ging erachteraan en ontdekte dat het warm was’, herinnert Wada zich. Een paar minuten later nam de aap nog een duik. Jonge apen die vanaf de rand toekeken, werden nieuwsgierig en probeerden het al snel zelf.
Zowel wetenschappers als de lokale bevolking keken al jaren naar de Jigokudani-apen, maar tot dat moment had niemand ze het water in zien gaan. Binnen een paar maanden was baden populair bij de jongere apen in de groep. Het was meer dan een rage. Hun baby’s leerden ook zwemmen. Uiteindelijk was een derde van alle apen in de troep aan het baden. In 1967 moest het park om hygiënische redenen een speciale apenonsen in de buurt bouwen zodat ze niet samen met hun gasten in het bad zouden gaan.
‘Monkey see, monkey do’ is een meestal spottend gebruikte uitdrukking voor leren middels imitatie, maar wetenschappers van Jigokudani geloofden dat ze getuige waren van iets diepgaands. Ze waren discipelen van Kinji Imanishi, een ecoloog en antropoloog die in 1967 het Primate Research Institute mede oprichtte. Terwijl westerse wetenschappers het leven als een darwinistische strijd om te overleven beschouwden, geloofde Imanishi dat in de natuur harmonie de basis vormde, en dat cultuur een uitdrukking was van deze harmonie. Hij voorspelde dat bij alle dieren die leefden in een ‘eeuwige sociale groep’ waar individuen van elkaar leerden en generaties lang bij elkaar bleven, een eenvoudige vorm van cultuur zou ontstaan. Antropologen hadden nooit aandacht besteed aan dieren, omdat de meesten van hen aannamen dat ‘cultuur’ strikt menselijk was. Vanaf de jaren vijftig ontdekten Imanishi’s studenten in Jigokudani en andere locaties in Japan dat dit niet het geval was.
Net als mensen vertrouwen dieren op sociale gewoonten en tradities om belangrijk gedrag door te geven dat individuen niet instinctief kennen en niet zelf kunnen bedenken
Tegenwoordig zijn culturen niet alleen erkend bij apen, maar ook bij verschillende zoogdieren, vogels en zelfs vissen. Net als mensen vertrouwen dieren op sociale gewoonten en tradities om belangrijk gedrag door te geven dat individuen niet instinctief kennen en niet zelf kunnen bedenken. De verspreiding van dit gedrag wordt bepaald door de sociale relaties tussen de dieren – degenen met wie ze tijd doorbrengen en degenen die ze mijden – en verschilt per groep. Onderzoekers hebben bijna veertig verschillende gedragingen bij chimpansees gevonden die ze als cultureel beschouwden, van een groep in Guinee die noten kraakt tot een andere in Tanzania die danst in de regen. Potviswetenschappers hebben verschillende vocale clans geïdentificeerd met hun eigen klikdialecten, waardoor wat een wetenschapper ‘multiculturele gebieden’ noemt in de zee zijn ontstaan.
Cultuur is zo belangrijk voor sommige dieren dat Andrew Whiten, een evolutionair en ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit van St. Andrews in Schotland, het een ’tweede overervingssysteem’ noemt naast genetica. En wanneer dieren verdwijnen, verdwijnen ook de culturen die ze in de loop van de generaties hebben ontwikkeld. Instandhoudingsprogramma’s kunnen soms nieuwe dieren in een leefgebied herintroduceren, maar deze nieuwkomers kennen niets van het culturele gedrag van hun voorgangers. In 2019 publiceerde het tijdschrift Science twee artikelen waarin werd betoogd dat inspanningen voor natuurbehoud de impact van menselijke activiteit op gedrags- en culturele diversiteit bij dieren altijd over het hoofd hebben gezien. De auteurs van een van de artikelen drongen aan op het creëren van ‘culturele erfgoedsites’ voor chimpansees, orang-oetans en walvissen.
De kranten maakten geen melding van Japanse makaken, die namelijk geen bedreigde diersoort zijn. Maar het voorstel van culturele erfgoedsites voor dieren deed me meteen denken aan Japan, waar Imanishi en zijn studenten in de eerste plaats dierenculturen leerden herkennen. Van Jigokudani trok ik naar mijn volgende bestemming: de meest legendarische van hun veldsites, een eiland genaamd Koshima.
‘Eén ding waar mensen makaken niet de eer voor geven, is dat ze na mensen de meest succesvolle primaten zijn’
Vanuit Jigokudani reed ik met een oude bus langs de Pacifische kust door Kyushu, het meest zuidelijke van de vier belangrijkste eilanden van Japan. Kleine huizen werden door hun tuinen grotendeels aan het zicht onttrokken, bergen rezen op en omarmden het water in de ronde blauwe baaien. Deze regio was ooit populair bij Japanse pasgetrouwden, maar de gouden eeuw eindigde toen het gemakkelijk werd om naar plaatsen als Hawaï te vliegen. Ik stapte uit de bus bij het veldstation dat in 1967 was opgericht door het Primate Research Institute en nu wordt beheerd door de Universiteit van Kyoto.
Een Amerikaanse student genaamd Nelson Broche Jr. wachtte me op bij de bushalte. Hij bestudeerde acute stress bij Japanse makaken in het Koshima Field Center. ‘Eén ding waar mensen makaken niet de eer voor geven, is dat ze na mensen de meest succesvolle primaten zijn,’ vertelde hij me. Je kunt verschillende soorten makaken vinden in heel Azië, ook in de harten van grote steden zoals Delhi. Japanse makaken hebben zich aangepast aan bijna elke natuurlijke habitat in het land, van de besneeuwde bergen van Jigokudani tot de subtropische bossen op Kyushu.
Broche stelde me voor aan Takafumi Suzumura, die al achttien jaar voor de universiteit van Koshima werkt. We liepen naar het water en ze wezen naar Koshima, een stuk groen bos in een kalme turquoise zee. Het was zo dichtbij dat surfers erheen konden zwemmen. We betaalden een visser om ons om de rotsachtige kustlijn heen naar een verborgen inham met een strand te varen.
De apen stonden op het zand te wachten, als overlevenden van een schipbreuk. Zodra we verschenen begonnen ze te kirren en te zoemen. ‘Dat betekent: “Geef me eten”’, zei Suzumura. Het alfamannetje, Shika, stapte op Suzumura af met zijn staart in de lucht en joeg elke andere aap die te dichtbij kwam weg. In tegenstelling tot de apen in Jigokudani, die volledig onverschillig waren voor mensen, gromden sommige apen op Koshima naar me en vielen me aan als ik in de buurt kwam. Suzumura zei dat ik rustig moest blijven, oogcontact moest vermijden en me geen zorgen moest maken. ‘Ze bijten nooit,’ zei hij.
Imanishi en zijn studenten arriveerden in 1948 op hetzelfde strand. Ze waren op zoek naar bewijs van ‘precultuur’ bij dieren, een fundamenteel proces dat ook de evolutionaire grondslag zou kunnen zijn van de diverse en verfijnde samenlevingen van de mens. Hun doel was om te onderzoeken hoe ‘een eenvoudig gedragsmechanisme zich heeft ontwikkeld tot een hoger complex mechanisme’, schreef Syunzo Kawamura, een student van Imanshi. Ze begonnen hun onderzoek ergens daar in de buurt op halfwilde paarden maar schakelden over op apen nadat ze merkten hoe goed hun troep was georganiseerd. Ze ontmoetten een plaatselijke leraar, Satsue Mito genaamd, die bekend was met de apen van Koshima. In 1952 hielp zij hen om twintig apen te voorzien van graan en zoete aardappelen op bospaden en op het strand.
Het was ongebruikelijk voor onderzoekers om wilde dieren te voeren, maar er was wel meer ongebruikelijk aan het onderzoek van Imanishi. Hij moest de apen tolerant maken tegenover menselijke waarnemers, zodat ze elk individueel dier konden identificeren en gedetailleerde observaties konden doen over hun gedrag en sociale relaties gedurende meerdere generaties. Het zou nog een decennium duren voordat westerse wetenschappers zoals Jane Goodall en Dian Fossey op deze manier naar apen gingen kijken. De meeste westerse wetenschappers waren gedrild om dieren nooit te antropomorfiseren. Ze gaven ze alfanumerieke identiteiten in plaats van namen en deden niet aan langetermijnobservaties: in hun ogen waren individuele dieren uitwisselbaar en niet in staat tot complexe sociale relaties.
Anti-antropomorfisme kreeg steeds meer trekjes van een ander bekend vooroordeel: antropocentrisme, ofwel de overtuiging dat de mens een unieke plaats in het centrum van de wereld inneemt
Anti-antropomorfisme kreeg steeds meer trekjes van een ander bekend vooroordeel: antropocentrisme, ofwel de overtuiging dat de mens een unieke plaats in het centrum van de wereld inneemt. De moderne westerse wetenschap ontwikkelde zich in samenlevingen met ouderwetse opvattingen over de suprematie van de mens over dieren, zoals de Nederlandse primatoloog Frans de Waal opmerkte. In de religieuze tradities in Japan heeft de mens daarentegen geen speciale status. ‘De Japanse cultuur benadrukt het verschil tussen mensen en dieren niet’, schreef de Japanse primatoloog Junichiro Itani. ‘En we hebben het gevoel dat dat veel belangrijke ontdekkingen mogelijk maakte.’
Preculturele verspreiding
Nadat de apen het graan van Suzumura op Koshima hadden opgegeten, begonnen ze op het strand naar eten te zoeken. Ze ontspanden zich en namen weinig zelfbewuste houdingen aan. Sommigen ploften languit op het zand neer terwijl een metgezel zich over hen heen boog, als Orpheus die om Eurydice rouwde. Anderen gingen slap over rotsen hangen, als offerslachtoffers. Eentje keek me bedeesd over haar schouder aan; een ander bekeek me hooghartig, met de kin in de lucht. Moeders hielden hun baby’s tegen hun borst gedrukt zoals elke Madonna die ik ooit heb gezien met haar kind doet.
Terwijl ik met mijn smartphonecamera zo dicht mogelijk bij de apen probeerde te komen, verzamelde Suzumura met een paar eetstokjes fecesmonsters uit het zand. Hij hield gedetailleerde gegevens bij van elke aap op het eiland. Hij kon elk van hen identificeren en wist van alle apen de naam, leeftijd, sociale rang en status en de persoonlijkheid te vertellen. De gegevens gingen helemaal terug tot de tijd van Imanishi en volgden de levensgeschiedenis van elke individuele aap op Koshima gedurende meer dan zeventig jaar. Ze lieten zien hoe sommige apenfamilies de overhand kregen terwijl andere gaandeweg verdwenen. Imanishi en zijn studenten waren de eersten die zich realiseerden dat apen hun hele leven hechte allianties met familieleden onderhielden – en dus ‘nepotistisch’ waren. Precies het soort complexe sociale orde waaruit Imanishi voorspelde dat cultuur zou ontstaan.
Imanishi en zijn team waren al vijf jaar op Koshima toen ze op een dag zagen hoe een anderhalfjarige aap genaamd Imo een zoete aardappel pakte en deze naar de rand van een beek droeg. Ze doopte de aardappel in het water en veegde het zand van de schil. Zo smaakte hij mogelijk beter, want daarna bleef ze haar aardappelen op die manier schoonmaken. De eerste apen die Imo kopieerden, waren twee die veel tijd met haar doorbrachten: haar moeder en een speelkameraadje. Al snel probeerden haar familieleden het ook, en hun speelkameraadjes kopieerden hen weer. Het wassen van zoete aardappelen werd een rage onder jongere apen. In 1958 wasten vijftien van de negentien jonge apen hun aardappelen.
Masao Kawai, een andere student van Imanishi, beschreef deze fase als ‘preculturele verspreiding’. Imo had nieuw gedrag ontwikkeld dat zich verspreidde onder haar leeftijdsgenoten. Leeftijd en geslacht waren beide van invloed op de overdracht: jongere apen en vrouwtjes leerden zich vaker aan hun aardappelen te wassen dan volwassen apen en mannetjes. De volgende fase begon toen Imo en haar leeftijdsgenoten volwassen werden en zich voortplantten. Nu werd het gedrag overgegeven aan de volgende generatie, zowel mannetjes als vrouwtje, die het wassen van de zoete aardappelen van hun moeder leerde. Leeftijd en geslacht speelden niet langer een rol. ‘Preculturele druk werkt’, schreef Kawai. Een nieuw gedrag was vastgesteld binnen de troep.
In 1961 wasten de meeste apen hun aardappelen niet langer in de beek maar in de zee. Misschien omdat zeewater overvloediger was, hoewel sommige wetenschappers dachten dat de apen misschien de smaak van het zoute water prefereerden: sommige doopten de aardappel er na elke hap weer in.
Ik had gehoopt de huidige populatie apen op Koshima hun zoete aardappelen te zien wassen, maar Suzumura voerde ze nog slechts één of twee keer per jaar zoete aardappelen. De oorspronkelijke groep van twintig apen groeide in 1971 tot honderdtwintig. Sinds 1972 leverde het Primate Research Institute alleen nog graan. Toch was de culturele impact van het zoete aardappelen wassen nog altijd zichtbaar op Koshima.
De kieskeurige kleine Imo had nóg een nieuw gedrag ontwikkeld dat zich snel verspreidde binnen de groep: ze scheidde haar tarwe van het zand waarmee het vermengd raakte door het in het water te gooien. Het graan bleef drijven en het zand zonk. (Sommige apen wassen hun tarwe nog steeds, zei Suzumura, maar zelf zag ik het niet gebeuren.) Baby’s die tijdens het wassen van de aardappelen door hun moeder mee het water in werden gedragen, begonnen tijdens het spelen te zwemmen, iets wat hun ouders nooit hadden gedaan.
Voordat Imanishi’s team arriveerde, brachten de apen bijna al hun tijd door in het bos. Nu brachten ze ook een groot deel van hun tijd op het strand door en hadden ze een nieuw repertoire van gedragingen aangeleerd. ‘Sinds de wetenschappers voor het eerst begonnen met het voeren van de makaken op het eiland Koshima, heeft zich een geheel nieuwe levensstijl ontwikkeld’, schreven de Israëlische onderzoekers Eva Jablonka en Eytan Avital. Ze noemden dit een voorbeeld van ‘cumulatieve culturele evolutie’. Kawai was verrast door hoe snel de apen zich aanpasten aan hun nieuwe strandomgeving, gezien hun aanvankelijke afkeer van water. ‘We leren via de Koshima-troep dat zodra dat sterke traditionele conservatisme door een of andere oorzaak begon af te breken, het gemakkelijk helemaal verdween’, schreef hij.
Toen ik er was slenterden de apen enkele uren over het strand. Het was middag, de temperatuur begon al te dalen en de dieren verdwenen in het bos om te foerageren. Het lege strand stak misschien bleek af bij ‘culturele erfgoedsites’ in de mensenwereld, zoals paleizen en kathedralen. De apen hadden niets gebouwd dat op architectuur leek, zelfs geen zandkasteel. Maar wat Koshima ons liet zien, is dat cultuur geen product was. Het was een proces. Stap voor stap begon het leven van de apen in Koshima er anders uit te zien dan dat van andere apen – en begon het iets meer op het onze te lijken.
Ik was nieuwsgierig om apen te zien die nog nooit door mensen waren gevoerd
Ik moest kiezen waar ik heen wilde na Koshima. Er waren andere sites die in aanmerking konden komen als cultureel erfgoed voor Japanse makaken. In Arashiyama bij Kyoto begonnen sommige apen in de jaren zeventig met stenen te spelen, en dat gedrag verspreidde zich in hetzelfde patroon als het wassen van zoete aardappelen in Koshima en het baden in Jigokudani: eerst horizontaal onder leeftijdsgenoten en vervolgens van de ene generatie op de andere. De wetenschapper die het gedrag voor het eerst observeerde, een Amerikaan genaamd Michael Huffman die nu verbonden is aan het Primate Research Institute, merkte dat verschillende groepen apen in de loop der tijd hun eigen manier ontwikkelden om met stenen om te gaan. In sommige groepen wreven de apen ze tegen elkaar, in andere knuffelden ze de stenen of sloegen ermee op de grond.
Maar ik was nieuwsgierig om apen te zien die nog nooit door mensen waren gevoerd. De Japanse onderzoekers realiseerden zich ook dat het nieuwe gedrag op plaatsen als Koshima, Jigokudani en Arashiyama niet bepaald natuurlijk was. De wetenschappers zelf hadden hun ontwikkeling gestimuleerd door te voeren, waardoor de dieren in onbekende habitats terecht kwamen en tijd hadden om nieuw gedrag uit te proberen. Ook op andere plekken had het voeren invloed op het leven van de groep. ‘In de voederplaatsen waren de relaties tussen de mannetjes heel duidelijk. De ene is dominant, de andere is ondergeschikt,’ vertelde Yukimaru Sugiyama, een voormalig wetenschapper van het Primate Research Institute. Maar toen hij apen het bos in volgde, zaten jonge mannetjes vaak in de buurt van dezelfde dominante apen die ze op de voederplaats hadden vermeden.
Naarmate de interesse van onderzoekers in het natuurlijke leven van de primaten toenam, leerden ze ze beter kennen door ze simpelweg te volgen. Aanvankelijk renden de primaten weg, maar de meeste verloren uiteindelijk hun angst voor mensen. Vanaf het einde van de jaren vijftig brachten Imanishi en zijn studenten wat ze in Japan hadden geleerd naar Afrika om chimpansees, gorilla’s en andere primaten te bestuderen. Door een combinatie van veldobservatie en experimenteel werk hebben ze daar veel van wat ze van apen in Japan hadden geleerd over cultuur, kunnen verifiëren en verbeteren. Dankzij het werk van mensen als Goodall kwamen westerlingen tot hun huidige technieken en bevindingen.
Onheilspellend
Omdat ik ze niet helemaal naar Afrika kon volgen, ging ik naar een ander eiland, genaamd Yakushima. Je kan naar Yakushima vliegen of een hogesnelheidsveerboot nemen, maar ik koos voor de goedkoopste optie: een tocht van dertien uur op een nachtelijk vrachtschip vanuit Kagoshima, een stad naast een vulkaan op de zuidpunt van Kyushu. Het eiland zag er onheilspellend uit toen we de volgende ochtend de haven binnenvoeren, de bergen omringd door mist en regen. Yakushima was beroemd om zijn oude mos en oerbossen. Ook leefden er ongeveer 10.000 Japanse makaken op het eiland – ongeveer evenveel als de menselijke populatie van ongeveer 13.000. De apen leefden in groepen van minder dan vijftig, en er was geen bevoorrading. Ze zochten naar fruit, bladeren, eikels en scheuten, maar ook naar insecten en spinnen.
‘Op Yakushima houden apen van paddestoelen’, zegt Akiko Sawada, een onderzoeker van de Chubu Universitaire Academie van Opkomende Wetenschappen. De Yakushima-apen aten meer dan zestig verschillende soorten en Sawada onderzocht of ze konden ruiken of een paddestoel al dan niet giftig was. Ze dacht dat dit sociale kennis was, waarbij een jonge aap leerde welke paddestoelen hij moest eten en welke hij moest vermijden door naar zijn moeder en andere volwassenen te kijken. Het was moeilijk te zeggen of gedragingen in Yakushima cultureel waren of op een andere manier aangeleerd, zoals door instinct of gewoon door vallen en opstaan. Al deze processen werkten samen om het leven van een aap vorm te geven en konden in een volledig natuurlijke omgeving niet gemakkelijk van elkaar worden gescheiden.
Sawada nam me mee naar de rustige westkust van Yakushima, waar wetenschappers verschillende groepen hadden ondergebracht. De apen waren gemakkelijk te vinden, omdat ze onderweg graag elkaar verzorgden en zonnebaadden. Ze haastten zich uit de weg voor auto’s die snel reden, maar reageerden nauwelijks op langzaam rijdend verkeer. Het was ook paartijd en mannetjes en vrouwtjes zochten elkaar op en maakten leeftijdsgenoten op een afstand jaloers. Sawada wees erop hoe een van de oudere apen achterover leunde en naar haar armen keek terwijl ze een partner verzorgde: haar zicht werd slechter.
We volgden een grote groep vanaf de weg het bos in. Professor Sugiyama had gelijk: er waren minder conflicten, omdat de apen een groot gebied hadden om te foerageren. Sommige braken eikels met hun tanden; anderen klommen in bomen voor fruit. Een jonge vrouw ontdeed de bodem van het bos van opgekrulde dode bladeren. ‘Ik denk dat ze cocons zoekt,’ zei Sawada.
Tijdens de wandeling werden we door vier herten vergezeld. Ze waren zo klein als honden en bijna net zo vertrouwd met mensen. De apen waren rommelige eters en de herten volgden hen om hun restjes op te rapen. Er ontstond een relatie: de apen verzorgden de herten, en klommen er soms op. Op een andere onderzoekslocatie in de buurt van Osaka bestegen apen soms zelfs herten in een zeldzaam voorbeeld van seks tussen soorten. Het is mogelijk dat de herten zachtaardiger partners waren voor kleine adolescenten die routinematig werden afgewezen door het andere geslacht of fysieke schade riskeerden van agressieve volwassenen. ‘Toekomstige observaties op deze plek zullen uitwijzen of deze groepsspecifieke seksuele eigenaardigheid een kortstondige rage was of het begin van een cultureel in stand gehouden fenomeen’, schreven de onderzoekers.
Die middag liet Sawada me verschillende video’s zien die zij en haar collega’s in het bos hadden opgenomen. In één verslond een aap een gigantische duizendpoot; in een andere wreef een aap een rups tussen haar handen heen en weer om de stekende stekels te verwijderen voordat ze hem at; in een derde plukte een aap mollige witte horzellarven uit een nest. Sawada giechelde toen ze een video afspeelde van de apen die op grote hoogte leefden en bamboe aten: ze waren, om redenen die niemand echt begreep, extreem dik.
Later, toen ik in mijn eentje de berg beklom, waren er geen bamboebossen of mollige apen op de rotsachtige top. Ik keek neer op het bladerdak van het oude cederbos en over de zee, denkend aan wat de primatoloog Itani had waargenomen: dat de Japanse cultuur geen sterk onderscheid maakt tussen mensen en dieren. In het Westen lijken cultuur en wetenschap vaak gescheiden krachten, maar hier versterkten ze elkaar. De wetenschap had de makakencultuur ontcijferd en de cultuur had ons wetenschappelijke begrip van de dierenwereld verbreed.
Maciek Pożoga, gevestigd in Frankrijk, heeft voor dit verhaal twee weken lang Japanse makaken gefotografeerd. Bekijk in het originele artikel zijn werk.
FOTOGRAFIE | In traditiegetrouwe, documentaire stijl schoot Magnum-fotograaf Alec Soth (1969) jarenlang beelden van voorbijgangers, onbekenden en mensen op weg naar hun werk. Tot hij tijdens een reportage in Finland begon te twijfelen aan zijn werkwijze. Soth, volgens The Washington Post een van de belangrijkste fotografen van deze tijd, nam een jaar vrijaf en besloot zijn lens voortaan anders te gebruiken. Met als resultaat het boek I know how furiously your heart is beating en een gelijknamige expositie.
‘Krachtige portretten van mensen die zelf interieur en achtergrond bepaalden. Intieme beelden, ver weg van het verhaal waar hij op straat bij toeval in verzeild raakte,’ schrijft Megan Williams voor de Britse cultuursite Creative Review.
‘Voor een fotograaf die is gespecialiseerd in chemie met volslagen vreemden is dit een radicale omslag’
‘Voor een fotograaf die is gespecialiseerd in chemie met volslagen vreemden is dit een radicale omslag’, vindt Jordan Teicher van The New York Times. ‘Bovendien werkte Soth voor deze serie bijna uitsluitend met natuurlijk licht: een enorme uitdaging bij een groot formaat camera.’
Sylvia Rani van het Amerikaanse cultuurmagazine The Wake werd geraakt door Soths beelden van interieurs zonder bewoner: ‘Ook bezittingen en woonomgeving roepen een intieme sfeer op. Afbladderende verf, een losse, met goud omrande bladzijde of een verbleekte honkbalposter vertellen net zo goed een persoonlijk verhaal.’
I know how furiously your heart is beating, foto-expositie van Alec Soth, in FOAM, Amsterdam. Tegen een kleine donatie is hier een onlinetour te verkrijgen.
De Britse fotograaf Alastair Philip Wiper bootst in zijn werk de ‘onbedoelde schoonheid’ na die hij vindt in fabrieken, laboratoria en industriële ruimten. Van de oneindige uitgestrektheid van fabrieksvloeren tot de grote complexiteit van specifieke machines.
Zijn werk is een voortzetting van de fascinatie die Alastair Philip Wiper heeft met symmetrie en functionele perfectie die hij overal ter wereld zoekt en vindt. Hij laat gebruikelijke gebruiksvoorwerpen zien die in menig dagelijks leven een grote rol spelen, maar in zijn compositie een nieuwe betekenis krijgen in geometrie en patronen. Wil hij soms zeggen dat het menselijk vernuft zijn weerga niet kent?
‘We leven in een maatschappij die buitengewoon afhankelijk is van wetenschap en technologie, maar waarin bijna niemand iets weet over wetenschap en technologie’
In zijn boek Unintended Beauty citeert Wiper de overleden Amerikaanse astronoom Carl Sagan: ‘We leven in een maatschappij die buitengewoon afhankelijk is van wetenschap en technologie, maar waarin bijna niemand iets weet over wetenschap en technologie.’
In zijn beelden domineren juist de oneindige uitgestrektheid van een fabrieksvloer en de grote complexiteit van specifieke machines of een ingewikkeld netwerk van pijpen en buizen, schijnbaar complex maar met een duidelijke logica. En bovendien indrukwekkend om te zien, ook zonder logica.
Bekend is dat op sociale media in exotische, meestal illegale (huis)dieren wordt gehandeld. Bellingcat onderzocht hoe beroemdheden en influencers een gevaarlijke miljoenenindustrie in stand houden door op Instagram met een tijgerwelpje te poseren.
Het aapje kronkelt terwijl een vrouw het met één hand zonder commentaar ophoudt naar de camera. De korte TikTokvideo heeft geen beschrijving; het enige geluid is het gekir van het babyaapje. Andere filmpjes op sociale media tonen jonge tijgers, leeuwen, cheeta’s en poema’s, maar ook aapjes, luiaards en stokstaartjes, allemaal zonder commentaar.
Steeds vaker worden deze jonge dieren door influencers en beroemdheden gebruikt om hun socialemediapagina’s mee op te leuken. Rappers, filmsterren, grote ondernemers, tv-presentatoren, modellen, vloggers en zelfs een voortvluchtige crimineel posten beelden waarop ze met de dieren poseren. Onderzoek laat zien dat de individuele dieren te herleiden zijn tot een kleine groep van anonieme personen die exotische dieren illegaal verhuren en mogelijk zelfs verhandelen.
De handel in exotische dieren is een miljoenenindustrie. Net als auto’s en horloges doen exotische dieren het goed als statussymbool, vooral in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Schijnbaar geeft niemand erom dat het niet goed is voor leeuwen, tijgers en andere wilde dieren om als ‘huisdier’ te fungeren: erger nog, het brengt ze fysieke en mentale schade toe.
Bovendien is het verboden en werkt het stroperij en georganiseerde misdaad in de hand. In 2017 werd in de VAE een wet van kracht die het verbiedt om gevaarlijke of exotische dieren als apen en grote katten te bezitten, te verhandelen of te transporteren. Sindsdien hebben dierentuinen en fokbedrijven met sterke beperkingen te maken gekregen.
Ondanks deze nieuwe wet gaat de handel gestaag door. Nog steeds laten socialemediasterren hun miljoenen volgers foto’s en filmpjes van tijgers, cheeta’s en apen zien. Daarmee maken ze gratis reclame voor illegale handelaars – met als enige voordeel dat ze onderzoeksjournalisten de kans bieden om met opensourcetechnieken meer te weten te komen over deze duistere handel.
Vooral foto’s met leeuwen- of tijgerwelpjes doen het goed. Meestal vinden de fotosessies plaats als zo’n welpje pas een paar maanden oud is. Tijgerwelpjes zijn niet alleen peperduur om aan te schaffen, maar ook om te verzorgen. Wanneer ze wat ouder zijn, worden ze al snel gevaarlijk.
Het meest gewild zijn misschien wel witte tijgers. Eigenlijk zijn dit Bengaalse tijgers met een pigmentaandoening die extreem zeldzaam is in het wild. Ze zijn dan ook het product van inteelt in gevangenschap, waardoor ze niet zelden ernstige genetische aandoeningen hebben.
In augustus 2019 trakteerde de Indiase filmactrice en fotomodel Esha Gupta haar 5 miljoen Instagramvolgers op een foto waarop ze een witte tijgerwelp in de armen houdt. De foto is inmiddels alweer gewist maar is nog terug te vinden in Google’s cache en op Pinterest.
Diezelfde maand postte Moe Money, een socialemediamanager die veel beroemdheden bijstaat en zelf ook 400.000 Instagramvolgers heeft (@moemoneyofficial), een aantal beeldverhalen waarin een tijgerwelp figureert.
En op 1 september 2019 zette MoVlogs, die wel 10 miljoen abonnees heeft op YouTube, een video op het platform met als titel ‘Swimming with babytigers’. Er zijn een witte tijger met welpje in te zien en hij is opgenomen bij hem thuis.
Strepen van tijgers veranderen hun hele leven niet. We konden daarom vrij eenvoudig nagaan of het één en hetzelfde welpje is dat in deze drie video’s voorkomt. Verschillen in belichting, resolutie en camerahoek daargelaten, zouden de strepen en vlekken, naast de kleur van de ogen en de snorhaarstippen, identiek moeten zijn.
En dat zijn ze. Het patroon van alle strepen, hoe vaag ook, komt duidelijk overeen, net als dat van de snorhaarstippen en het vlekje op de neus.
MBE.777
Behalve het feit dat hetzelfde welpje erin voorkomt, hebben deze drie filmpjes nog iets met elkaar gemeen. Bij alle drie stond MBE.777 getagd in de posts, het verhaal of de beschrijving. MBE.777 is de naam van een privé-Instagramaccount waar ook veel naar wordt verwezen in andere posts en verhalen van beroemdheden over tijgers, leeuwen en cheeta’s.
Zo poseerden de Britse rapper Fredo (1,1 miljoen volgers), de Saoedische beroemdheid Dyler (2,7 miljoen volgers) en de Egyptische tv-presentator Sara Khalifa (738.000 volgers) allemaal in november 2019 met weer een andere witte tijgerwelp. Deze Instagramposts zijn gemarkeerd met MBE.777, wat feitelijk neerkomt op gratis reclame voor dit account bij de vele volgers van deze beroemdheden. De witte tijgerwelp is in alle drie de Instagramposts dezelfde.
Niet alleen beroemdheden verwijzen naar dit account, ook fotografen doen dat, schijnbaar huren zij exotische dieren in om hun fotosessies mee op te fleuren.
Wereldwijd leverbaar, tegen contante betaling bij ontvangst
In dezelfde maand dat deze beelden van een tweede witte tijgerwelp op Instagram verschenen, schreef de Britse krant de Birmingham Mail dat de Britse voortvluchtige crimineel Zahid Khan, terwijl hij zich schuilhield in Dubai, met een witte tijgerwelp poseerde. Khan was in Groot-Brittannië wegens fraude bij verstek veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf; de Britse autoriteiten hebben de Verenigde Arabische Emiraten om zijn uitlevering gevraagd.
En al noemt Khan MBE.777 niet in zijn post, aan het uiterlijk van de welp is duidelijk te zien dat het om hetzelfde dier gaat dat eerder op de foto’s van de drie beroemdheden te zien was.
Deze twee welpen bezorgden deze beroemdheden duizenden – voor hen zeer welkome – views. Maar waar komen ze eigenlijk vandaan?
Over MBE.777 is weinig bekend – en dat wil hij blijkbaar graag zo houden. Op zijn Instagramposts is nooit zijn gezicht te zien of zijn stem te horen. Deze zorgvuldig in stand gehouden anonimiteit suggereert dat hij de wetten in de Verenigde Arabische Emiraten over het houden van exotische en gevaarlijke dieren maar al te goed kent.
Ondanks dat het om een besloten account gaat, heeft MBE.777 bijna 15.000 Instagramvolgers. Zijn volgers vragen vaak ‘hoeveel?’ Als antwoord worden ze uitgenodigd voor een privéchat.
Op foto’s met exotische dieren worden illegale dierenhandelaars getaggd, zoals MBE.777.De tijger die Humaid Albuqaish in zijn privédierentuin houdt.
Continue aanvoer
MBE.777 houdt al zeker sinds oktober 2019 dieren: er is een continue aanvoer van leeuwen- en tijgerwelpen en andere exotische dieren. Foto’s en filmpjes die MBE.777 op sociale media zet zijn steeds opgenomen in dezelfde kamers. Ondanks MBE.777’s hang naar privacy verraden andere personen in zijn netwerk toch details over hem. Soms staan deze mensen samen met hem getagd, ze posten vanaf dezelfde locatie of zijn op de achtergrond te zien, soms alleen in een ruit of een spiegel.
Alhoewel MBE.777 alleen binnenshuis te zien is, kunnen we deze ruimtes toch lokaliseren dankzij de socialemediapost van een Russische vrouw die schijnbaar tot zijn intimi behoort. De foto’s die zij op sociale media zet zijn genomen in dezelfde kamers, met exact dezelfde meubels erin.
Zijn volgers vragen vaak ‘hoeveel?’ Als antwoord worden ze uitgenodigd voor een privéchat
Op een van de foto’s is door het raam een blauw reclamebord op het gebouw ernaast te zien. Het laat zich herkennen als een twintig verdiepingen hoge flat op Jumeirah Beach Residence in Dubai.
De meubels en de tags van MBE.777 maken het ook mogelijk om gebruikers te identificeren die dit appartement bezochten om met tijger- en leeuwenwelpen te poseren. Dezelfde bank en hetzelfde model televisie zijn, opnieuw getagd met MBE.777, te zien op foto’s van de Indiase beroemdheid Adnaan Shaikh (13.4 miljoen Tiktokvolgers), de Duitse ondernemer Saygin Yalcin (717.000 Instagramvolgers) en de Indiase ‘mode-influencer’ Shadan Farooqui (4.2 miljoen Instagramvolgers). Uit de overeenkomstige locatie en de tijdspanne tussen de posts valt af te leiden dat MBE.777 de jonge dieren weken achtereen in het Dubaise appartement moet hebben gehouden. Daarnaast blijken de dieren ook geregeld naar andere locaties of huizen te worden getransporteerd voor fotosessies met beroemdheden.
Wereldwijd leverbaar
MBE.777 organiseert niet alleen fotosessies maar lijkt de dieren die hij in zijn Dubaise appartement houdt ook te verkopen. Een Instagramaccount met de toepasselijke naam Exotic Pets Dubai [Exotische Huisdieren Dubai] helpt MBE.777 zo te zien bij de verkoop. In de beschrijving van het account lezen we dat de dieren die in de post voorkomen wereldwijd leverbaar zijn, tegen contante betaling bij ontvangst. Het account valt aan MBE.777 te koppelen doordat er in de post afbeeldingen en filmpjes te zien zijn van dieren die ook figureren in afbeeldingen en filmpjes van MBE.777. Ze zitten of liggen op dezelfde meubels.
‘Veel geluk, schat, bij je nieuwe familie’
Ook op andere accounts in MBE.777’s netwerk is sprake van handel. De Russische vrouw die MBE.777 goed lijkt te kennen deelt afbeeldingen van dezelfde dieren, maar geeft er meer informatie bij. Zo deelde zij op VKontakte [een Russische socialemediasite] een foto van een cheetawelp. Cheeta’s staan als kwetsbaar aangemerkt op de rode lijst van de IUCN [International Union for the Conservation of Nature]. Naar schatting leven er nog maar achtduizend in het wild, een aantal dat door de dierenhandel aanzienlijk daalt. Net als leeuwen gelden ze in de Golfstaten en in Saoedi-Arabië als statussymbool.
Toen een gebruiker haar vroeg of de cheeta van haar was, antwoordde ze: ‘Was van mij, maar is nu verkocht.’ Op Instagram deelde ze een video van dezelfde welp en schreef ze erbij dat ze zat te wachten op een oudere cheeta.
Een andere gebruiker vroeg haar of een anderhalve maand oude welp op een foto haar huisdier was. Zij antwoordde dat het welpje de nacht bij hen had doorgebracht en nu naar een ander land was gevlogen. De vraagsteller zei te hopen dat ‘de kat het goed maakt’, waarop zij antwoordde met een verdrietig biddende emoji.
Ze kan bidden wat ze wil, maar met deze dieren gaat het absoluut niet goed. Tijgers hebben in gevangenschap veel ruimte, specialistische zorg en een gebalanceerde voeding nodig.
MBE.777 wordt gevolgd door een Saoedische man die zelf ook in exotische dieren handelt. Ruim een jaar geleden postte hij een foto van dode dieren, waaronder een witte tijgerwelp en een leeuwenwelp, die op plastic zakken lagen. ‘Van de hitte,’ schreef hij erbij.
Iemand anders uit de omgeving van MBE.777, die vaak dezelfde dieren toont, deelde een filmpje van twee leeuwen. Een van de twee zit in een kleine kooi, de ander is vastgeketend en lijdt aan lensluxatie. Deze medische aandoening, waar honden ook vaak aan lijden, is op zich geen teken van slechte behandeling, maar er moet wel door een arts naar worden gekeken.
Andere exotische dieren die eerder in het netwerk van MBE.777 te zien waren, doken later als huisdieren op bij andere instagrammers.
Op 27 maart 2020 postte MBE.777 een video van een servalwelp. De serval is een bedreigde wilde katachtige die in de recente wet van de Verenigde Arabische Emiraten ook expliciet als ‘gevaarlijk’ wordt vermeld, een dier dat je niet mag verhandelen en niet als huisdier mag houden. Toch vraagt een van de gebruikers in het commentaar naar de prijs. Drie dagen later, op 30 maart, verschijnen op het Instagramaccount van ene Dubai_Serval, een volger van MBE.777, video’s van een dier dat er precies zo uitziet.
Een (bedreigde) serval op het account van MBE.777. Onder: dezelfde serval op het account van iemand die door de handelaar wordt gevolgd.De welp in handen van MoVlogs, Esha Gupta en MoeMoney. Omdat strepen van tijgers hun leven lang niet veranderen, is het eenvoudig aan te tonen dat het om steeds hetzelfde welpje gaat.
Tijger- en leeuwenwelp
Is het inderdaad dezelfde serval? Verschillen qua resolutie, camerahoek en belichting daargelaten, lijkt het vlekkenpatroon identiek. Ook de stippen bij de snorharen komen overeen. Nog voordat hij twee maanden oud was, werd deze serval schijnbaar vanuit MBE.777’s appartement overgebracht naar het huis van iemand anders en leeft hij daar nu al tien maanden als huisdier.
Dit is maar één voorbeeld; een ander geval betreft een Chinese vrouw die MBE.777 volgde en later een tijger- en een leeuwenwelp als huisdier nam.
Zo te zien is het dezelfde tijgerwelp als op de eerdere foto’s van de Russische vrouw uit MBE.777’s naaste omgeving. In de beschrijving schreef ze: ‘Veel geluk, schat, bij je nieuwe familie.’ Een nauwgezette vergelijking van het strepenpatroon en de snorhaarstippen laat zien dat het dier op de foto’s inderdaad hetzelfde is.
Ergens moeten ook de moederdieren aanwezig zijn. Volwassen cheeta’s en tijgers kun je moeilijk in een appartement houden, dus er moet een ruimere faciliteit bestaan waar die worden gehouden. Alhoewel MBE. 777 zijn gezicht zorgvuldig verborgen houdt, is zijn contactenlijst niet geheim. Veel van deze personen staan geregeld naast MBE.777 getagd. Zo postte een van zijn contacten, die ook het appartement bezocht, een Instagramverhaal waarin een andere man getagd is die een welpje vasthoudt. Zou dit soms MBE.777 zijn? Het zou dezelfde man kunnen zijn die op de achtergrond in een video van MoVlog te zien is wanneer de welpen arriveren. Op beide foto’s had hij de zuigfles in de hand die ook op het profiel van MBE.777 te zien is.
Ook een andere man komt vaak in de fotosessies voor. In een video van MoVlog draait de camera opeens weg als de tijger wegloopt, waardoor onbedoeld de mensen achter de schermen te zien zijn.
Op een fotosessie van Rohit Roy (@doncasanova), een autoverzamelaar die zeer actief is op Instagram, zijn dezelfde twee personen te zien. Een gaat schuil achter het account Safari_Dubai, waarop, naast veel selfies, foto’s staan van jonge dieren. Volgens zijn Instagramprofiel is zijn voornaam Abdulla.
Abdulla’s digitale voetafdruk is veel groter dan die van MBE.777. Ten eerste werd zijn Instagrampseudoniem ooit in de Daily Mail genoemd, in een artikel uit augustus 2019 waarin een beroemdheid beschuldigd werd van dierenmishandeling nadat hij geposeerd had met een leeuwenwelp. Ten tweede tagden gebruikers soms MBE.777 en Safari_Dubai in dezelfde Instagramverhalen.
Wie is Safari_Dubai?
Anders dan zijn naam doet vermoeden, heeft Abdulla niets met safari’s van doen. Wel hield hij openlijk jonge dieren in kooien in een vrij kleine tuin, dieren die elkaar snel opvolgden. Op 3 maart 2002 merkte een verslaggever in een kort televisie-interview met hem op dat het een dure hobby is om dieren groot te brengen. Hij vroeg of Abdulla van plan was om bezoekers en toeristen toe te laten. Abdullah antwoordde dat hij dat niet nodig heeft, dat het zijn huis is en hij gewoon graag dieren fokt en traint.
In een interview met de krant Al-Ittihad op 22 januari van dit jaar vertelt Abdulla, die zegt voluit Abdulla bin Sabd te heten, dat zijn hobby dieren fokken is, wat volgens de wet uit 2017 nog gewoon mag. Op dit moment houdt hij twee jonge volwassen leeuwen; de ouders van de welpen die hij eerder hield (waaronder tijgers, witte tijgers en witte leeuwen) zijn nergens te zien.
In een van zijn Instagramposts vermeldt Abdulla zijn mobiele nummer. Dit nummer uit de Verenigde Arabische Emiraten is ook terug te vinden op onlinemarktplaatsen waar dieren worden verhandeld. In een van deze advertenties staan jonge hyena’s te koop voor iets meer dan negenhonderd euro. De foto bij deze advertentie is identiek aan het openingsshot van een filmpje dat hij op dezelfde dag op zijn Instagrampagina plaatste, maar waarop zijn hoofd onherkenbaar is gemaakt.
Ook hyena’s gelden volgens de wet uit 2017 als gevaarlijke dieren. De gestreepte hyena, waar Abdulla er een van vasthoudt, is een bijna-bedreigde diersoort die steeds zeldzamer wordt.
In andere Instagramposts waarop leeuwenwelpen te zien zijn, vragen volgers herhaaldelijk naar de prijs van de dieren. Net als MBE.777 antwoordt Abdulla steevast door een privéchat voor te stellen. Uit andere berichten op sociale media blijkt dat Abdulla in contact staat met privédierentuinen die een vergunning hebben voor het houden van exotische dieren.
Herinner je je die eerste witte tijgerwelp die in augustus 2019 door meerdere beroemdheden werd geknuffeld, allemaal getagd met MBE.777? Dezelfde welpen verschenen in juli 2019 op Safari_Dubai’s Instagramaccount.
In mei 2020 was dezelfde tijger te zien in de privédierentuin van ene Humaid Albuqaish, een Instagraminfluencer uit de Emiraten die bekendstaat om zijn weelderige levensstijl. Albuqaish zette meerdere foto’s van hemzelf op sociale media met de tijger aan een lijn, staand naast zijn huis, auto’s en boot. Opnieuw valt uit de vlekken en strepen op te maken dat het dezelfde tijger is die wederom van hand is gewisseld.
Safari_Dubai houdt ook leeuwen, individuen die figureren op socialemediaposts van beroemdheden. Weliswaar hebben leeuwen geen strepen, maar je kunt ze heel goed identificeren aan de hand van hun snorhaarstippen. Dit unieke stippenpatroon blijft het hele leven van een leeuw onveranderd. Gebruikmakend van een door Living with Lions ontwikkelde methode, kunnen we nagaan of sommige beroemdheden wellicht dieren van Safari_Dubai en MBE.777 gebruikten zonder ze te taggen.
Memphis Depay
Zo kreeg de Nederlandse voetbalster Memphis Depay kritiek omdat hij op sociale media en in zijn muziekvideo Dubai Freestyle had geposeerd met een leeuwenwelp. We kunnen de welp die in deze muziekvideo voorkomt vergelijken met een jonge leeuw die Safari_Dubai in juli 2020 filmde. Gezien de algehele gelijkenis (naast de vlek op de neus en de kleur van de ogen), lijkt het om dezelfde leeuw te gaan – eentje die Depay huurde van Safari_Dubai.
Volgens de Nederlandse website Voetbal Primeur liet Depay op Instagram weten dat hij de welp van een ‘privédierentuin’ geleend had. Schijnbaar was hij er zich niet van bewust waar deze welpen en leeuwen eerder waren geweest.
Een jonge hyena is te koop voor iets meer dan negenhonderd euro
Beroemdheden en rijke mensen poseren met tijger- en leeuwenwelpen en taggen MBE.777 en Safari_Dubai in hun posts. MBE.777 houdt al geruime tijd welpen in zijn appartement in een torenflat en het lijkt erop dat hij ze online verkoopt en verhuurt.
Safari_Dubai, zo blijkt, fokt openlijk wilde dieren. Het is goed mogelijk dat hij dit legaal doet en dat tenminste een van zijn tijgers in een privédierentuin is beland. Wel kunnen we vraagtekens zetten bij de onlineadvertenties waarin exotische dieren te koop worden aangeboden en waarin hij te zien is. Bovendien suggereert zijn aanwezigheid op de achtergrond van meerdere foto’s dat Safari_Dubai samenwerkt met MBE.777. De twee mannen hebben dezelfde welpen in handen gehad.
Het is gevoeglijk bekend dat op sociale-media in exotische dieren gehandeld wordt en hoe gevaarlijk deze industrie is. Nauwelijks bekend echter is de rol die beroemdheden en influencers hierin spelen. Door te poseren met leeuwen- en tijgerwelpen en deze accounts te taggen, maken socialemediasterren onder hun miljoenen volgers reclame voor een netwerk dat online exotische dieren verhandelt. Sommige van deze dieren worden meerdere keren per maand gebruikt voor fotosessies en eindigen vaak als huisdier bij privépersonen.
Dit heeft niet alleen juridische consequenties en bedreigt het welzijn van deze dieren, maar maakt ook wilde populaties kwetsbaarder voor stroperij. Experts waarschuwen dat zelfs als deze dieren gefokt worden en niet gevangen, hun rol als statussymbool de handel een impuls geeft. Fans en volgers kunnen dat tegengaan door de relatie tussen Instagramfoto’s en deze handel te benoemen. Dit maakt de posts verdacht en dat kan indirect een positief effect hebben op populaties wilde dieren.
‘Ons team heeft gemerkt dat zich online een gedragsverandering voltrekt: steeds meer mensen spreken zich uit tegen de eigenaars van exotische huisdieren. Ze zijn zich bewuster van de negatieve gevolgen van het houden van een wild dier, voor de eigenaar, de mensen om hem heen en ook voor het natuurlijk leefmilieu van het dier,’ vertelt Elsayed Mohamed van het IFAW, het Internationale Fonds voor Dierenwelzijn. Mohamed prijst daarom de Verenigde Arabische Emiraten voor de nieuwe, strenge wetgeving op dit gebied.
Bellingcat vroeg MBE.777 en Safari_Dubai of zij zich bewust waren van de wet uit 2017, of zij de dieren die te zien zijn op hun foto’s verkopen en waar ze vandaan komen. Geen van beiden heeft geantwoord.
In januari 2021 veranderde MBE.777 zijn Instagrampseudoniem naar_79797_ en wiste een flink aantal volgers. Niet lang na ons verzoek om commentaar verwijderde MBE.777 ook de laatste van zijn foto’s op Instagram. Safari_Dubai blokkeerde ons op meerdere kanalen.
De pijnstiller OxyContin van Purdue Pharma heeft in een kwart eeuw tot een opioïdecrisis geleid die alleen al in de VS 500.000 mensenlevens heeft geëist en honderdduizenden verslaafd heeft gemaakt. Fotograaf Nan Goldin, die een OxyContin-verslaving te boven kwam, richtte een belangengroep op die, naar nu blijkt, door detectives van de farmaceut in de gaten werd gehouden.
‘De eerste keer dat Megan Kapler merkte dat een vreemdeling haar vanuit zijn auto bekeek, was op 6 september 2019, toen ze in Brooklyn het appartement van kunstenaar en mede-activist Nan Goldin verliet. De tweede keer dat Kapler dezelfde man observeerde, stond hij voor haar huis geparkeerd en nam hij een foto van haar met zijn telefoon. Een week later stond hij weer voor het huis van Goldin.’
Zo begint Valentina Di Liscia haar artikel voor kunst- en cultuursite Hyperallergic over de duistere wegen van de familie Sackler, eigenaar van Purdue Pharma en verantwoordelijk voor de verwoestende rol die hun pijnstiller OxyContin heeft gespeeld in het leven van honderdduizenden mensen. Di Liscia baseert zich voor haar verhaal op het zojuist verschenen boekEmpire of Pain: The Secret History of the Sackler Dynasty, waarin Patrick Radden Keefe de oorsprong van het fortuin van de Sackler-familie blootlegt en laat zien hoe Purdue Pharma de opioïde-epidemie in de Verenigde Staten heeft aangejaagd door de bedrieglijke en agressieve marketing waarmee OxyContin op de markt is gebracht.
De privédetective stond niet voor niets voor het huis van Nan Goldin, want zij was zelf verslaafd aan OxyContin en richtte in 2018 PAIN (Prescription Addiction Intervention Now) op, een groep die de belangen behartigt van slachtoffers en die de Sackler-familie verantwoordelijk houdt voor de dood van zeker 500.000 Amerikanen. ‘Sinds we begonnen met PAIN zijn we gewaarschuwd dat er sprake zou kunnen zijn van fysieke of digitale intimidatietactieken, maar geen enkele voorzorg kan je er echt op voorbereiden’, zo liet de groep aan Hyperallergic weten. ‘Het is echt een volledige schending van je veiligheid en dat laat sporen na.’ Hyperallergic volgt de activiteiten van Goldin en PAIN al sinds januari 2018 in een reeks artikelen.
Verslaafd aan OxyContin
Drie jaar geleden vertelde Nan Goldin aan Joanna Walters van The Guardian hoe ze in de OxyContin-nachtmerrie terechtkwam. ‘Mijn dealer kwam hier 24 uur per dag, zeven dagen per week. Ik was een van zijn beste klanten.’ Ze giechelt sarcastisch. ‘Hij stuurde me een sms toen ik in de afkickkliniek zat en zei dat hij uitverkoop hield.’ Hij had zijn prijzen verlaagd in de hoop haar terug te kunnen lokken. Sindsdien heeft ze zijn nummer van haar telefoon verwijderd, is ze tien maanden uit de afkickkliniek en drugsvrij. ‘Ik heb dit huis bijna drie jaar niet verlaten’, zegt ze. Goldin kijkt rond in de woonkamer van haar elegante appartement in Brooklyn, gevuld met schilderijen en foto’s, overigens geen eigen werk, en met Larry, een opgezette coyote, bij het raam.
‘Haar meest recente drugservaring was beslist heel anders dan vroeger, toen ze een van ’s werelds beroemdste kunstfotografen werd, die zichzelf en de mensen om haar heen vastlegde terwijl ze high werd, seks had en rondhing in afbraakhuizen in de jaren zeventig en tachtig’, schrijft Walters, verwijzend naar The Ballad of Sexual Dependency, de fotoserie over de harddrug-subcultuur rond de New Yorkse Bowery, waar Goldin wereldberoemd mee werd.
Deze tweede ervaring met drugs begon bij een arts in Berlijn, waar ze een tweede huis heeft, vervolgt Walters. ‘In 2014 kreeg Goldin het krachtige verdovende middel OxyContin voorgeschreven voor pijnlijke tendinitis in haar linkerpols. Ze raakte prompt verslaafd, ondanks het feit dat ze de pillen keurig nam zoals werd voorgeschreven.
“De eerste keer dat ik het kreeg, was het 40 milligram en dat was te sterk voor mij; het maakte me misselijk en suf. Uiteindelijk gebruikte ik 450 mg per dag”, zegt ze. Uiteindelijk versneed ze het en begon ze het te snuiven. Terug in New York, waar dokters weigerden haar nog meer voor te schrijven, wendde ze zich tot de zwarte markt en tot goedkopere harddrugs als haar geld op was.
De familie Sackler
‘Toen ze afgelopen maart 2017 uit een revalidatiecentrum in Massachusetts kwam, begon ze over OxyContin te lezen en realiseerde ze zich dat het medicijn hoofdverdachte is in de opioïdecrisis die de afgelopen rwintig jaar door de VS is getrokken. De epidemie heeft tot nu toe meer dan 200.000 mensen gedood’, schreef Walters in januari 2018. ‘Nu heeft ze de oorlog verklaard aan leden van de geheimzinnige Amerikaanse familie achter de uitvinding van OxyContin, en achter de ingenieuze marketingstrategie die werd gebruikt om artsen ervan te overtuigen dat het middel onschadelijk was en dat patiënten het echt nodig hadden.’
‘“Ik begrijp niet hoe ze met zichzelf kunnen leven”, zegt Goldin. Synthetische opioïden bootsen de effecten na van natuurlijke opioïdegeneesmiddelen zoals opium en heroïne. Het gebruik ervan, op recept, neemt nu ook toe in het VK en daarbuiten en doet alarmbellen rinkelen bij gezondheidsdeskundigen. (De makers van OxyContin hebben dochterondernemingen in Europa, Azië en Latijns-Amerika.)
‘De naam Sackler doet misschien een belletje rinkelen als je over het nieuwe plein voor het Victoria & Albert Museum in Londen bent gelopen, of als je in 2013 de vestiging van de Sackler Gallery bij de Serpentine Gallery hebt opgemerkt’, schrijft Walters. ‘Of als je de oude Egyptische tempel van Dendur in de Sackler-vleugel van het Metropolitan Museum in New York hebt bezocht, of het Sackler Center for Arts Education in het Guggenheim of een groot aantal andere kunstinstellingen over de hele wereld met galerijen of vleugels die naar de familie zijn vernoemd.
Met liefdadigheidsstichtingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan hebben de Sacklers, die in New York zijn gevestigd, miljoenen gedoneerd aan de kunsten en aan faculteiten van Yale en veel andere universiteiten. Bij elke gelegenheid wordt de naam van de familie prominent geafficheerd als weldoener. Forbes schatte de gezamenlijke waarde van de twintig kernfamilieleden op 13 á 14 miljard dollar in 2015, een fortuin dat deels afkomstig is van de 35 miljard dollar aan verkoopopbrengsten van OxyContin tussen 1995 en 2015.’
Soms kregen patiënten kortingsbonnen aangeboden voor een maand gratis gebruik
Dat vermogen is afkomstig van Purdue Pharma, een particulier bedrijf uit Connecticut dat de familie Sackler heeft opgezet en volledig in bezit heeft. Het bedrijf bracht in 1995 een revolutie teweeg in de markt voor pijnstillers op recept met de uitvinding van OxyContin, een medicijn dat een legale, geconcentreerde, chemische versie van morfine of heroïne is. Het is ontworpen om veilig te zijn; toen het voor het eerst op de markt kwam, was de werking door langzame afgifte uniek. Na goedkeuring door de autoriteiten werd het geprezen als een medische doorbraak.
Het middel werd agressief aangeprezen bij artsen, van wie velen werden uitgenodigd op luxe uitstapjes. Ze kregen misleidende informatie en werden betaald om lezingen over het medicijn te houden, terwijl patiënten ten onrechte werd verteld dat de pillen een betrouwbare langetermijnoplossing boden voor chronische pijn. Soms kregen patiënten kortingsbonnen aangeboden voor een maand gratis gebruik.
Goldin is woedend dat niemand in de Sackler-familie ter verantwoording wordt geroepen. Ze startte een campagne die poogt de Sacklers te dwingen te betalen voor afkickcentra en geneesmiddelen tegen overdosering in plaats van te doneren aan ruimtes in kunstmusea. ‘Ik vraag de musea niet om het geld terug te geven,’ zegt ze, ‘maar ik wil niet dat ze nog meer aannemen van de Sacklers, en ik wil dat ze zich solidair verklaren met mijn campagne.’
Een groep vrienden en activisten komt wekelijks bijeen in haar appartement in Brooklyn, om te brainstormen over ideeën voor aankomende campagnes. Tijdens een lezing in Brazilië maakte ze voor het eerst publiekelijk bekend dat ze afgelopen herfst herstellende was van een opioïdeverslaving, en vervolgens schreef ze over de Sacklers in het Amerikaanse kunsttijdschrift Artforum: ‘Om hun aandacht te trekken, gaan we ons richten op hun filantropie. Ze hebben hun bloedgeld door de zalen van musea en universiteiten over de hele wereld laten stromen.’
Mysterieuze vreemdeling
Nu, ruim drie jaar later, blijken die activiteiten vruchten af te werpen, zo laat Valentina Di Liscia zien in haar artikel voor Hyperallergic: ‘Door de activiteiten van Goldin en PAIN hebben inmiddels talrijke organisaties, waaronder de New York University, de Dia Art Foundation en het Metropolitan Museum of Art, gehoor gegeven aan hun oproep om geen giften meer te accepteren van de Sacklers en om de naam van de familie als sponsor uit hun expositieruimtes te verwijderen.’ De Sackler-familie heeft geprobeerd dit niet zonder slag of stoot te laten gebeuren.
Kapler en haar collega’s vermoeden sterk dat de mysterieuze vreemdeling die ze in 2019 bij het huis van Nan Goldin en elders zagen, een privédetective was die door Purdue of de Sacklers was ingehuurd om hen te volgen. Die vermoedens zijn echter moeilijk te bewijzen, zo bevestigt Keefe in zijn boek over de Sacklers. Privédetectives worden vaak ingehuurd door tussenpersonen zoals advocatenkantoren, waardoor het onduidelijk is welke persoon of instantie daadwerkelijk om hun activiteit heeft gevraagd. In veel gevallen, voegt Keefe toe, weet de detective zelf niet wie zijn cliënt is.
‘Natuurlijk zijn we blij te zien hoeveel instellingen toekomstige financiering door de Sacklers hebben geweigerd’, liet PAIN aan Hyperallergic weten. ‘Maar gezien deze onvergeeflijke bedreigingen vinden we dat niet genoeg.’ Kapler heeft dan ook aangifte gedaan bij de politie.
‘Ook al was deze dreiging alleen bedoeld om ons mentaal wakker te schudden, als vrouwen voelden we de geweldsdreiging in ons lichaam’, vertelden Goldin en Kapler aan Hyperallergic. ‘Omdat hij zichzelf zo duidelijk vertoonde, vragen we ons inmiddels af welke andere tactieken de Sacklers mogelijk nog meer gebruiken.’
‘Er zit een continuïteit in hun tactiek, in de neiging om hun gewicht te laten gelden en te proberen het verhaal te sturen’
Patrick Keefe beschrijft in het nawoord van zijn boek hoe hij afgelopen zomer op een middag in zijn huis in een buitenwijk van New York aan zijn boek zat te werken, toen een buurman voor de tweede keer opmerkte dezelfde man zijn huis observeerde. Keefe vertelde recentelijk tijdens een interview met NPR over dat incident.
‘Ik kan niet met zekerheid zeggen dat de Sacklers hem gestuurd hebben,’ aldus Keefe. ‘Maar ik kan je wel vertellen dat ik op dat moment niet aan andere projecten werkte en dat de Sacklers zich van commentaar onthielden toen ik ze vroeg of ze hier verantwoordelijk voor waren.’
Het doel van de aanwezigheid van de detective, zo veronderstelt Keefe in zijn boek, was ‘niet om iets te ontdekken, maar om te intimideren’. En de gebeurtenis is niet uniek in de geschiedenis van Purdue Pharma: New York Times-verslaggever Barry Meier, een van de eersten die over Purdues misleidende marketing van OxyContin schreef, had bijna twee decennia geleden een soortgelijke ervaring.
‘Er zit een continuïteit in hun tactiek, in de neiging om hun gewicht te laten gelden en te proberen het verhaal te sturen,’ aldus Keefe. Hyperallergic nam contact op met een pr-bureau dat leden van de familie Sackler vertegenwoordigt, maar dat heeft nog niet gereageerd op het verzoek om commentaar.
Afgelopen oktober verklaarde Purdue Pharma zich schuldig aan federale aanklachten in verband met zijn rol in de opioïdecrisis. Maar PAIN noemt de schikking van 8,3 miljard dollar die Purdue met het ministerie van Justitie trof een vrijbrief voor individuele leden van de familie Sackler om geen misdrijven te hoeven erkennen. Procureur-generaal Maura Healey uit Massachusetts, een van de tientallen staten die rechtszaken tegen het bedrijf hebben aangespannen, zei dat gerechtigheid alleen kan plaatsvinden door ‘de waarheid aan het licht te brengen en de daders ter verantwoording te roepen’.
Filantropisch imago
Zoals Keefe in zijn boek laat zien, hebben de Sacklers opzettelijk geprobeerd afstand te nemen van Purdue, ondanks het feit dat ze een groot deel van hun rijkdom, geschat wordt zo’n 13 miljard dollar, ontlenen aan de maker van OxyContin. In de afgelopen jaren zijn de bronnen van die rijkdom en de invloed ervan op de culturele wereld steeds meer onder een vergrootglas komen te liggen, waarbij groepen zoals PAIN de wijdverspreide aanwezigheid van de naam Sackler in musea, universiteiten en andere instellingen aan de kaak stellen als ‘artwashing’. Een grote hoeveelheid privéberichten tussen familieleden van Sackler, voor het eerst gepubliceerd door The.Ink afgelopen december, onthult hoezeer de familie vertrouwt op haar filantropische imago gedurende het hoogtepunt van de aanklachten tegen Purdue Pharma.
Minder dan twee maanden voor de eerste vermeende waarneming van de privédetective door leden van PAIN, in juli 2019, verwijderde het Louvre in Parijs de naam Sackler uit zijn vleugel van oosterse oudheden en werden ook alle naamsvermeldingen van de website gewist. Die stap volgde op een actie van de groep in het museum twee weken eerder. Enkele dagen na de tweede waarneming van de detective protesteerde PAIN buiten het hoofdkantoor van Purdue Pharma in Stamford, Connecticut, samen met Truth Pharm, een non-profitorganisatie die pleit voor beleidswijzigingen om de behandeling van geneesmiddelenmisbruik te verbeteren.
Courtney Love
Dat was in de week dat Joss Sackler, die is getrouwd met David Sackler, een Purdue-bestuurslid van 2012 tot 2018, haar kledinglijn presenteerde tijdens de New York Fashion Week. Courtney Love sloeg een uitnodiging voor die show af, daarbij verwijzend naar de connectie van de ontwerper met de medicijnfabrikant. Het zorgde voor krantenkoppen en ophef in de modewereld. Love, zelf herstellende van een opioïdeverslaving, ‘Says She Turned Down $100.000 to Attend Opioid Heiress’s Fashion Show’, kopte Spin. Drie dagen later, op 15 september 2019, vroeg Purdue Pharma faillissement aan.
Vorige maand boden leden van de Sackler-familie aan om 4,3 miljard dollar te betalen voor het schikken van duizenden rechtszaken, een stijging ten opzichte van de aanvankelijk voorgestelde 3 miljard dollar. Als onderdeel van het herstructureringsplan voor het faillissement zouden de Sacklers ook het eigendom van de binnenlandse activiteiten van Purdue Pharma opgeven, maar wel de controle behouden over de buitenlandse activiteiten voor ten minste de komende zeven jaar.
Ondertussen heeft de Commissie voor Toezicht en Hervorming van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de SACKLER-wet geïntroduceerd: Stop Shielding Assets from Corporate Known Liability by Eliminating non-debtor Releases. De wetgeving moet voorkomen dat personen die worden beschuldigd van wangedrag, zoals leden van de familie Sackler, gevrijwaard kunnen worden van rechtszaken door een faillissementsprocedure.
Hopelijk markeert het nieuwe boek van Patrick Keefe ‘het begin van het einde voor het Sackler imperium’, zeggen leden van PAIN. ‘Instellingen waar nog steeds de naam Sackler te zien is, zouden verontrust moeten zijn over het feit dat een van de prominente kunstenaars waarvan ze werk hebben in hun permanente collectie, in de gaten werd gehouden door een van hun weldoeners. De erfenis van Sackler is voor altijd aangetast. Het is tijd om hun naam niet langer hoog te houden.’
De Ghanees-Britse ‘Black Lifestyle‘-fotograaf James Barnor is een inspiratiebron voor velen. Verder: Een podcast die je alles leert over alcohol, zoals waarom je wijn eerst moet decanteren & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en fotoreportages die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
Alles over alcohol
‘A Good Drop: All About Alcohol is de podcast die ik eigenlijk zelf wilde maken. Samen met een vriend wijn proeven, er een beetje over praten, wat achtergrondinformatie verschaffen’, aldus hoofdredacteur Laura Weeda. Deze twee Australiërs kwamen op het idee. Het onderwerp en de indeling lopen sterk uiteen – zoals alcohol nou eenmaal met onderwerpen en indelingen doet. Soms is een hele aflevering aan één fles gewijd, soms spitsen ze zich toe op de toepassingen van bijvoorbeeld een enkel cocktailingrediënt of een historisch verbod.
Deze sessie gaat over de deugden van het decanteren van wijn voordat je hem drinkt. Naast enige wetenschappelijke achtergrondinformatie, doen ze ook een on-airsmaaktest om te bepalen of decanteren de smaak van een glas wijn echt verbetert.
Wat ze nog meer te vertellen hebben is bijvoorbeeld dat echte kurk tegenwoordig vooral een statement is, hoewel (met name Franse) boeren niet lang geleden nog beweerden niet zonder te kunnen. Maar ja, Franse boeren en kenners deden toen Australische wijn zijn opgang maakte ook een minderwaardig namaaksel was, zoals dan weer te zien is in deze mooie documentaire van de BBC: Chateau Chunder: How Australian Wines changed the World.’
Vrouwelijke blik
‘Honderd vrouwelijke straatfotografen leggen het buitengewone alledaagse vast’ is de titel boven een beeldartikel op de Amerikaanse cultuursite Hyperallergic. Het artikel besteedt aandacht aan het zojuist verschenen boek Women Street Photographers, dat niet-geënsceneerde foto’s bevat van 100 fotografen uit 31 landen, ‘van Ghana tot Iran’. Een tip van redacteur IJsbrand van Veelen.
Het boek is ontstaan uit het Instagram-account @WomenStreetPhotographers van fotografe Gulnara Samoilova, die eerder werkte als fotograaf voor Associated Press. ‘Straatfotografie is misschien wel de meest toegankelijke vorm van fotografie die er bestaat,’ aldus de in Rusland geboren Samoilova, die nu in New York woont. Waarbij ze gelijk aantekent dat de straat voor vrouwen een andere plek is dan voor mannen. Dat kan ook zo zijn voordelen hebben. ‘Het kan zijn dat vrouwen niet snel als professionele fotografen worden gezien waardoor ze eerder toestemming krijgen voor het maken van foto’s’, aldus Samoilova, zeker als het gaat om foto’s van kinderen, voegt ze daaraan toe.
Hoe dan ook, er staat prachtig werk op Hyperallergic en er is nog meer te zien op de site van This is Colossal, die ook aandacht besteedt aan het boek.
Gids voor de toekomst
Op 31 maart gaan vooraanstaande fotografen en kunstcritici in gesprek over het werk van de de visionaire fotograaf James Barnor om te onderzoeken hoe zijn visie een cruciale gids voor de toekomst kan zijn. En u kunt vanaf 20.00 uur online gratis meekijken.
‘Black Lifestyle’-fotograaf James Barnor richtte begin jaren vijftig zijn beroemde studio Ever Young op in Accra. In 1959 kwam hij naar Londen, waar hij ging werken voor het Zuid-Afrikaanse tijdschrift Drum, dat de geest van die tijd en de ervaringen van de ontluikende Afrikaanse diaspora in Londen weerspiegelde. Begin jaren zeventig keerde hij terug naar Ghana om het eerste kleurenlaboratorium van het land op te zetten, terwijl hij zijn werk als portretfotograaf voortzette en zich in de muziekscene inwerkte. Zijn werk inspireert generaties fotografen.
Tijdens het evenement gaat Barnor onder andere in gesprek met fotograaf Tyler Mitchell en kunstcriticus Hans Ulrich Obrist. ‘Een verbluffende line-up’, volgens art director Majel van der Meulen.
Helder dromen
Aristoteles schreef er al in 350 v.Chr. over, boeddhisten gebruiken het al eeuwen in de beoefening van yoga, en het plot van verschillendeboeken en films als Alice in Wonderland en Inception draait erom: lucide dromen.
Het bewust beïnvloeden van dromen is een soort van sport geworden, schrijft New York Times-redacteur Dorie Chevlen. Reddit-fora worden erover volgeschreven en ook op Tiktok en YouTube is lucide dromen de laatste tijd een populair onderwerp. Zelfs een wetenschapper van de Radboud Universiteit doet er onderzoek naar.
Ook Chevlen probeert zich te bekwamen in de kunst van het lucide dromen. Ze blijkt er een persoonlijke reden voor te hebben: een goed gesprek – zonder mondkapje – met haar terminaal zieke opa. In het artikel deelt ze een paar bruikbare tips om zelf de touwtjes in handen te krijgen in dromenland. Een aanrader van redacteur Joep Harmsen.
Deze hilarische analyse van het Oprah-interview van Meghan en Harry druipt van de Ierse schadenfreude. Verder: een prachtige fotoreportage van de 5000 kilometer lange trek van de monarchvlinder & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en fotoreportages die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
Clownsgekke buurman
Mocht je nog niet genoeg hebben van de dreun die Meghan Markle en Prins Harry uitdeelden aan het Britse koningshuis tijdens hun interview met Ophrah Winfrey, dan is deze hilarische analyse van Patrick Freyne in The Irish Times een aanrader, al is het maar omdat het druipt van de Ierse schadenfreude, aldus redacteur IJsbrand van Veelen.
Freyne begint zijn stuk als volgt: ‘Het hebben van een monarchie naast de deur is zoiets als het hebben van een buurman die dol is op clowns, zijn huis heeft volgekalkt met muurschilderingen van clowns, poppen van clowns in alle vensterbanken heeft staan en een ontembaar verlangen heeft om alles te willen weten en te bespreken over clowngerelateerde zaken. Meer specifiek: voor Ieren is het alsof ze zo’n clownsgekke buurman hebben en dat hun grootvader door een clown is vermoord.’ Smullen.
Red het vlinderbos
Elk jaar in november, rond de Dag van de Doden, dalen miljoenen monarchvlinders neer in een bos van oyamelsparren in de bergen van Centraal-Mexico.
De vlinders hebben het bos nooit eerder gezien, maar ze weten – misschien door een innerlijk kompas – dat ze hier thuishoren. Ze verlaten Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten in de nazomer en vliegen gedurende twee maanden bijna 5000 kilometer over het continent.
De reis is de evolutionair meest geavanceerde migratie van alle vlinders die bij ons bekend zijn, en misschien wel van alle insecten die we kennen, vertelt The New Yorker. Maar klimaatverandering en verlies van leefgebied, zowel in het bos in Mexico als in de VS, tasten de aantallen de monarchen snel aan.
Ondanks dit droevige gegeven is dit een prachtig troostrijk portfolio van The New Yorker om dit weekend vanuit je huiskamer de wereld in te trekken, al dan niet met vlindergefladder op de achtergrond, tipt hoofdredacteur Laura Weeda.
‘Het is hier geen Amsterdam’
‘Het is hier geen Amsterdam’, dat krijgen pleitbezorgers van de fiets blijkbaar vaak te horen in Mexico. Toch betoogt Armando Pliego Ishikawa in het Mexicaanse tijdschrift Nexosdat het Latijns-Amerikaanse land, ondanks cultuurverschillen, veel kan leren van ons kleine kikkerlandje wat betreft verkeersveiligheid. Een aanrader van redacteur Joep Harmsen.
Pliego brengt in herinnering brengt dat Amsterdam begin jaren zeventig ook geen paradijs van verkeersveiligheid was. ‘In die tijd werd het aantal verkeersdoden in Nederland geteld per duizenden en Amsterdam voerde de lijst aan. In 1971 alleen al kwamen meer dan 400 kinderen om bij verkeersongevallen. Zo ontstond Stop de Kindermoord, een campagne met een eenvoudig maar ambitieus doel: kinderen het recht teruggeven op veilige en leuke straten, waar spelen, fietsen of wandelen met hun vriendjes geen risico vormt.’
Zoals bekend was de campagne succesvol, met als resultaat dat er in 2019 geen 400, maar 26 minderjarigen omkwamen in het verkeer, en dat in heel Nederland. Natuurlijk, nog altijd 26 te veel.
Toch is het fijn, in deze tijd waarin Nederland zijn voortrekkersrol op het internationale podium heeft verloren, om te lezen dat de wereld ons nog op één punt als lichtend voorbeeld ziet. Als het land waar de minister-president elke dag op zijn stalen ros naar zijn werk gaat en alle zorgen weglacht.
Stralend koraal
Een documentaire die deze week voorbij kwam over het zelf genezende systeem van koralen in de Great Barrier Reef laat de bovenmenselijke kracht van de natuur zien. Wellicht gesneden koek voor velen, maar in deze tijden waarin herstel ons mantra is, kunnen we ons niet genoeg laven aan de perfectie van de natuur. Als de mens haar maar met rust laat. Een tip van editor at large Katrien Gottlieb.
Het gigantische koraalrif van meer dan 2300 kilometer lang is gedeeltelijk verbleekt door de waterkwaliteit. Zoöxanthellen, eencellige algsoorten geven koraal kleur. Als de omstandigheden niet optimaal zijn, stoot het koraal de algen af, verbleekt het en als dit stadium te lang aanhoudt, sterft het.
Dit proces blijkt niet onomkeerbaar te zijn, onderzoekers zijn erachter gekomen dat het rif zichzelf kan herstellen als de waterkwaliteit en temperatuur weer naar leefbare waarden terugkeren.
Blijkt (jaren geleden al) dat verloren gewaand koraal als laatste redmiddel pigmenten kan produceren die een beschermend laagje vormen tegen invallend zonlicht en algen aanmoedigen om terug te keren zodat de symbiose kan worden hersteld. Op riffen absorberen koralen schadelijke golflengten van het licht en stralen dit uit als indrukwekkend roze of paars neonlicht. Ik had het nog nooit gezien, maar dat kan natuurlijk aan mij liggen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.