Onderwerpen: Gender

  • Zo wil deze Amerikaanse rechter het recht op abortus afschaffen

    Zo wil deze Amerikaanse rechter het recht op abortus afschaffen

    Door nieuwe wetgeving te toetsen aan de geschiedenis, probeert de conservatieve opperrechter Samuel Alito de ongelijkheid uit het verleden terug te brengen naar het heden. Hij richt zijn pijlen vooralsnog op abortus, maar ook andere fundamentele rechten kunnen op het spel komen te staan.

    Al 250 jaar lang worstelen de Verenigde Staten om te voldoen aan de beloofde idealen van gelijkheid, vrijheid en democratie. Stapjes voor stapje hebben ze die vrijheden inmiddels uitgebreid, zodat ze niet langer enkel gelden voor de witte mannelijke grondbezitters aan wie ze aanvankelijk werden toegezegd. Maandagavond 2 mei publiceerde Politico een uitgelekt ontwerpadvies aangaande de beëindiging van het grondwettelijke recht op abortus door herroeping van Roe v. Wade [een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof uit 1973 die het recht op abortus grondwettelijk beschermt]. In dat ontwerpadvies schetst opperrechter Samuel Alito het plan van de conservatieve beweging om deze verworvenheid terug te draaien en de Verenigde Staten, in ieder geval moreel en juridisch gezien, terug te brengen naar de negentiende eeuw.

    Met dit doel voor ogen duikt Alito terug in het verleden om zo aan te tonen dat abortus niet ‘diepgeworteld is in de geschiedenis en de traditie van de natie’. Dergelijk geschiedkundig graafwerk is gebruikelijk voor het Hooggerechtshof en vormt een vast onderdeel van de methodologie van hoge rechters. Maar als het erop aankomt een gelijkwaardige samenleving te creëren met volwaardig burgerschap voor iedereen, dan is het ronduit bedrieglijk om morele autoriteit toe te kennen aan een tijdperk waarin alleen rijke, witte mannen van de beloofde vrijheden konden profiteren.

    Roe v. Wade

    Het recht op abortus in Roe v. Wade was deels verankerd in het 14e Amendement, dat het universele recht op een eerlijk proces voorschrijft. En dus richt Alito zijn blik op het jaar 1868, om te schetsen hoe er tegen abortus werd aangekeken in de tijd waarin dit amendement werd opgesteld. ‘Tegen de tijd dat het 14e Amendement werd aangenomen, gold abortus in driekwart van de staten als strafbaar in elk stadium van de zwangerschap, en dat zou snel daarna ook voor de overige staten gelden’, schrijft Alito. Wat hij niet vermeldt, is dat het nog vijftig jaar zou duren voordat de meeste vrouwen mochten stemmen op de functionarissen die konden bepalen of abortus al dan niet strafbaar was. Het zou bovendien nog eens vijftig jaar duren voordat vrouwen zonder toestemming van hun echtgenoot een creditcard konden krijgen. Als het doel van historische analyse is om vast te stellen wat lang geleden als een beschermd recht werd beschouwd, dan dient deze vooral om de vooruitgang van de twintigste eeuw ongedaan te maken. En dat is duidelijk precies waar het hier om gaat.

    ‘Als besloten wordt Roe v. Wade terug te draaien, dan is dat een gevaar voor een hele reeks aan jurisprudentie die voortkomt uit de vrijheidsgarantie van het 14e Amendement’, waarschuwde Melissa Murray in december in The New York Times. ‘Deze rechtszaken grijpen terug op een besluit uit 1923 dat ouders het recht garandeert om hun kinderen op te voeden zonder overmatige staatsbemoeienis, en behelst bovendien het recht om te trouwen, het recht om als volwassene seksuele relaties aan te gaan en het recht om anticonceptie te gebruiken’, aldus Murray, expert op het gebied van staatsrecht en reproductieve rechten aan de New York University School of Law.

    Alito’s ontwerpadvies geeft een impuls aan een rechtse campagne die niet alleen de wettelijke grondslag van abortus wil wegnemen, maar zich ook tegen andere rechten met betrekking tot het huwelijk en intimiteit keert. Tijdens de recente hoorzittingen voor de aanstelling van Ketanji Brown Jackson aan het Hooggerechtshof klaagden verschillende Republikeinse senatoren dat het Hooggerechtshof bezig was ‘nieuwe’ rechten te verzinnen die niet expliciet in de grondwet worden genoemd. Deze zouden met name worden aangenomen via het 14e Amendement, dat het recht op een eerlijk proces voorschrijft. ‘Het huwelijk staat niet in de grondwet, of wel dan?’ vroeg senator John Cornyn (Republikein, Texas) aan Jackson. Met dergelijke vragen uitte hij zijn onvrede over een uitspraak van het Hooggerechtshof uit 2015 die het grondwettelijk recht op het homohuwelijk vastlegt.

    ‘Anticonceptie, interraciale huwelijken, seksuele intimiteit… geen van deze rechten zou de geschiedenis- en traditietoets van Alito kunnen doorstaan’

    Tijdens Jacksons hoorzittingen liet senator Mike Braun (Republikein, Indiana) zich ontvallen dat individuele staten niet alleen over het abortusrecht zouden moeten beslissen, maar ook over de wettelijkheid van het interraciale huwelijk. Hij krabbelde snel terug, maar de aap was uit de mouw. De conservatieven die nu beweren dat ze alleen abortusrechten willen terugdraaien, weten maar al te goed dat het interraciale huwelijk, anticonceptie en andere rechten die op vergelijkbare juridische en historische analyses gebaseerd zijn, eveneens op het spel staan – en vinden dat terecht.

    ‘Dit is een directe aanval op een eeuw aan precedenten van het Hooggerechtshof, waarin wordt erkend dat het 14e Amendement fundamentele rechten beschermt, ook als die niet specifiek in de tekst van de Grondwet worden vermeld,’ zei David Gans, directeur van het programma voor mensenrechten, burgerrechten en burgerschap bij het Constitutional Accountability Center, ten tijde van Jacksons hoorzittingen tegen Courthouse News Service. Abortus was slechts het begin, zo voorspelde hij.

    In zijn ontwerpadvies probeert Alito dat langetermijnplan te verhullen. Abortus, zo schrijft hij, is ‘fundamenteel anders’ omdat het daarbij gaat om het vernietigen van een foetus. Maar dat is geen onderscheid waar een opperrechter zich aan hoeft te houden. Alito’s uiteenzetting – zijn historische analyse – zal overduidelijk ook andere fundamentele rechten in gevaar brengen. ‘Ondanks Alito’s geruststelling lopen alle andere privacyrechten overduidelijk gevaar’, stelt Adam Winkler, grondwettelijk expert aan de UCLA School of Law, op Twitter. ‘Anticonceptie, interraciale huwelijken, seksuele intimiteit… geen van deze rechten zou de geschiedenis- en traditietoets van Alito kunnen doorstaan, die alleen kijkt naar de wetgeving vóór het 14e Amendement.’ Deze rechten zijn pas na de oprichting van het land verworven en maken dat de Verenigde Staten tot de democratieën van de eenentwintigste eeuw behoren in plaats van tot de theocratieën van de negentiende eeuw.

    Erfenis van het slavernijverleden

    Hoe dan ook, Alito’s geschiedenis is onvolledig: hij belicht sommige feiten terwijl hij andere negeert. Door naar de abortuswetgeving te kijken ten tijde van de aanname van het 14e Amendement, komen de patriarchale normen uit die tijd naar voren, terwijl de doelstellingen van het 14e Amendement, zoals lichamelijke autonomie en de vrijheid om zelf een gezin te kiezen, buiten beschouwing worden gelaten. Het 14e Amendement, betoogde Gans afgelopen november in The Atlantic, was een ingrijpende toevoeging aan de grondwet die tot doel had de erfenis van de slavernij ongedaan te maken. Mannen en vrouwen die tot slaaf gemaakt waren hadden geen zeggenschap over hun eigen lichaam en konden niet bepalen met wie ze trouwden of wanneer ze kinderen kregen.

    ‘Een van de wreedste aspecten van de slavernij was dat er binnen het gezinsleven geen reproductieve zelfbeschikking bestond’, schrijft Gans. ‘Plantage-eigenaren dwongen tot slaaf gemaakte vrouwen ertoe kinderen te baren die tot gevangenschap waren veroordeeld… Niet alleen werden tot slaaf gemaakte mensen gedwongen kinderen te baren; ze hadden niet het recht te trouwen met wie ze wilden of om hun eigen kinderen op te voeden.’ De wetgevers die het 14e Amendement opstelden, hadden deze vrijheid om een gezin te stichten in gedachten toen ze de vrijheden van burgerschap uitbreidden tot alle Amerikanen. En die vrijheid is niet mogelijk zonder het recht op abortus, contraceptie en huwelijksgelijkheid.

    Maar aangezien dat deel van de geschiedenis niet past bij de doelstellingen van de antiabortusbeweging, besteedt Alito er geen aandacht aan – terwijl hij zijn pijlen vol op andere rechten richt. ‘Pogingen om abortus te rechtvaardigen door een beroep te doen op het overkoepelende recht op zelfbeschikking en een definitie van het “concept van bestaan”, gaan te ver’, schrijft hij. Zo’n benadering zou kunnen worden ingezet om illegaal drugsgebruik of prostitutie te legaliseren, waarschuwt hij. ‘Geen van deze rechten kan aanspraak maken op een diepe worteling in de geschiedenis.’

    Als de stichters van Amerika een recht niet expliciet hebben genoemd, dan is er geen plek voor in Alito’s Amerika. En over enkele maanden kan dat ineens iedereens Amerika zijn.

    Lees ook:

  • Onderzoek: mannen over- en vrouwen onderschatten hun IQ

    Onderzoek: mannen over- en vrouwen onderschatten hun IQ

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël boekt succes in ontwikkeling van luchtafweer met laser

    » Indonesië neemt na tien jaar wet op seksueel geweld aan

    Mannen schatten zich over het algemeen slimmer in

    Recent onderzoek keek naar verschillen tussen mannen en vrouwen die hun eigen intelligentie of IQ moesten schatten. Het blijkt dat eerst het biologische en daarna het psychologische geslacht het sterkst de overschatting van IQ voorspellen, aldus The Conversation. Oftewel: geboren zijn als man of sterke mannelijke eigenschappen hebben (zowel mannen als vrouwen) vergroot de kans op een opgeblazen intellectueel zelfbeeld. Over het algemeen denken mannen dat ze beduidend slimmer zijn, terwijl vrouwen zichzelf veel bescheidener inschatten. 

    Dit effect wordt wel het probleem van de mannelijke hybris en de vrouwelijke nederigheid genoemd. Voor onderwijspsychologen is dit onderzoek belangrijk omdat het iets zegt over bijvoorbeeld vakkenkeuze op school: als je denkt dat je iets niet kunt, doe je het niet. De onderzoekers denken dat de uitkomsten voor een deel ook de genderloonkloof kunnen verklaren.

    Lees ook:

  • Indonesië neemt na tien jaar wet op seksueel geweld aan

    Indonesië neemt na tien jaar wet op seksueel geweld aan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: mannen over- en vrouwen onderschatten hun IQ

    » Israël boekt succes in ontwikkeling van luchtafweer met laser

    Controversiële wet eindelijk door het parlement

    Het Indonesische parlement heeft dinsdag een wetsvoorstel inzake seksueel geweld aangenomen. Het heeft meer dan tien jaar geduurd voordat deze controversiële wet kon worden goedgekeurd, schrijft Al Jazeera en citeert de voorzitter van het parlement, Puan Maharani, die zichtbaar ontroerd was. ‘Deze wet is een geschenk voor alle Indonesische vrouwen,’ zei ze.   

    Elizabeth Ghozali, die strafrecht doceert aan de katholieke Santo Thomas-universiteit in de stad Medan, vertelde Al Jazeera dat deze wet ‘vooruitstrevender’ is en verder reikt dan alleen bestraffing van fysiek seksueel geweld. De wet omvat nu ook niet-lichamelijk seksueel misbruik en uitbuiting, gedwongen anticonceptie, gedwongen sterilisatie en gedwongen huwelijken.

    Cruciaal in de wet is dat seksueel geweld binnen het huwelijk als strafbaar wordt beschouwd. Het huidige wetboek van strafrecht van Indonesië erkent verkrachting binnen het huwelijk niet.

    Volgens Usman Hamid, hoofd van Amnesty Indonesia, is de wet ‘een historisch moment’

    Een andere fundamentele verandering in de nieuwe wet is het aanleveren van bewijs. Volgens de Indonesische regelgeving moeten in een strafzaak doorgaans twee (of meer) bewijsstukken worden overlegd, maar het nieuwe wetsvoorstel staat toe dat naast de getuigenissen van de slachtoffers één bewijsstuk voldoende is.

    Volgens Usman Hamid, hoofd van Amnesty Indonesia, is de wet ‘een historisch moment’ en heeft het tien jaar hard werk gekost van vrouwenrechtenorganisaties en slachtoffers om het bewustzijn in Indonesië voor seksueel onrecht te vergroten, vertelde hij aan Al Jazeera.

    Het wetsvoorstel werd al langer gesteund door gematigde islamitische partijen, terwijl de meer extreme partijen in het voorstel een aanval zagen op de islamitische wet dat de gehuwde vrouw haar man in alles moet gehoorzamen.

    Lees ook:

  • Brazilië: presidentskandidaat Lula spreekt zich uit voor abortus en doorbreekt taboe

    Brazilië: presidentskandidaat Lula spreekt zich uit voor abortus en doorbreekt taboe

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » TikTok speelt grote rol in het verspreiden van desinformatie over Oekraïne

    » Moet Nieuw-Zeeland katten vergiftigen om vogels te beschermen?

    Lula verdedigt ‘abortus voor iedereen’

    De linkse ex-president Luiz Inácio Lula da Silva, die volgens de peilingen de grootste kans maakt om de volgende presidentsverkiezingen in Brazilië te winnen, spreekt zich uit voor de legalisering van abortus. Da Silva doet hiermee veel stof opwaaien omdat links doorgaans het onderwerp abortus mijdt tijdens verkiezingscampagnes.

    ‘Arme vrouwen sterven voor een abortus, terwijl rijke vrouwen naar Parijs gaan’

    Abortus is in Brazilië verboden, behalve in gevallen van verkrachting, gevaar voor het leven van de zwangere vrouw en ernstige aangeboren misvormingen van de foetus. Da Silva verklaarde tijdens een debat dat ‘het onderwerp moet worden behandeld als een volksgezondheidskwestie’, meldt de website Metrópoles. De kandidaat van de Arbeiderspartij merkte ook op dat strafbaarstelling van abortus het leven van met name arme vrouwen in gevaar brengt, omdat zij geen toegang hebben tot veilige methoden. ‘Arme vrouwen sterven voor een abortus, terwijl rijke vrouwen naar Parijs gaan’, zei hij.

    De opmerkingen leidden tot hevige reacties van evangelisten en aanhangers van Jair Bolsonaro, die voor het overgrote deel tegen abortus zijn. ‘De agenda van de ex-president is altijd de politiek van de dood geweest’, postte dominee Damares Alves op Instagram. Zij gaf onlangs haar functie als minister van Vrouwen, Familie en Mensenrechten op om zich kandidaat te stellen voor het parlement. Zij voegde daaraan toe: ‘De volgende verkiezingen zullen een oorlog zijn tussen de wereld van de duisternis en de wereld van het licht.’

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Belarus pakt Wikipedia-redacteur op & Meer

    Wereldnieuws: Belarus pakt Wikipedia-redacteur op & Meer

    Ruikende telefoon als ziekte-ontdekker

    Honden kunnen kanker, Parkinson, malaria en andere aandoeningen ruiken die veranderingen in de lichaamsgeur veroorzaken. Ze kunnen zelfs corona ruiken. Het zou enorme gevolgen voor de volksgezondheid hebben om dat vermogen van honden in een draagbare, toegankelijke vorm te hebben zodat ziekten in een vroeg stadium kunnen worden gesignaleerd, aldus Vox. Een smartphone kan al horen, zien en voelen, maar nog niet ruiken.

    Het zal niet lang duren voordat het zover is, denkt Andreas Mershin, onderzoeker en uitvinder aan het MIT. ‘Ik denk dat het nog ongeveer vijf jaar zal duren om geurdetectie in een telefoon te krijgen. In miljoenen telefoons.’ De privacy-implicaties zijn niet gering, maar het voordeel lijkt duidelijk: een robotneus in zakformaat kan immers levensreddend zijn. ‘Ieder van ons kan een moedervlek hebben die kwaadaardig wordt,’ zegt Mershin. ‘Als je zes maanden wacht, wordt dat soms een doodvonnis.’ Maar met een telefoon die een geurverandering waarneemt, word je mogelijk eerder gewaarschuwd.

    lucas ludwig RTG5GeI6aQ0 unsplash kopie
    © Unsplash

    Moestuin van Europa

    In de Zuidspaanse provincie Almeria, ook wel de moestuin van Europa genoemd, wordt behalve veel groente en fruit elk jaar ook zo’n 30.000 ton plastic afval geproduceerd. In The Greenhouse Series II brengt de Duitse fotograaf Tom Hegen dit door landbouw overspoelde landschap, dat zich uitstrekt over 360 vierkante kilometer ruig, bergachtig terrein, in beeld als een abstracte landkaart. De meestal zelfgebouwde kassen bestaan bijna volledig uit een soort folie dat wordt achtergelaten zodra het niet meer bruikbaar is. De kleine plastic deeltjes komen uiteindelijk in de zee terecht, dus in de vis en uiteindelijk bij de consument.

    N°TGSII 08 640x480@2x 1
    © Tom Hegen / Colossal

    Mannen over- en vrouwen onderschatten hun IQ

    Recent onderzoek keek naar verschillen tussen mannen en vrouwen die hun eigen intelligentie of IQ moesten schatten. Het blijkt dat eerst het biologische en daarna het psychologische geslacht het sterkst de overschatting van IQ voorspellen, aldus The Conversation. Oftewel: geboren zijn als man of sterke mannelijke eigenschappen hebben (zowel mannen als vrouwen) vergroot de kans op een opgeblazen intellectueel zelfbeeld. Over het algemeen denken mannen dat ze beduidend slimmer zijn, terwijl vrouwen zichzelf veel bescheidener inschatten. 

    Dit effect wordt wel het probleem van de mannelijke hybris en de vrouwelijke nederigheid genoemd. Voor onderwijspsychologen is dit onderzoek belangrijk omdat het iets zegt over bijvoorbeeld vakkenkeuze op school: als je denkt dat je iets niet kunt, doe je het niet. De onderzoekers denken dat de uitkomsten voor een deel ook de genderloonkloof kunnen verklaren.


    Bibliotheek voor verboden boeken

    In de bibliotheek van het afgelegen, honderd inwoners tellende Matinicus Isle, 35 kilometer voor de kust van Maine, zijn alle boeken welkom, maar de bibliotheek heeft een speciale voorkeur voor boeken die elders in het land verboden zijn. Zo kwam bewoner Eva Murray onlangs terug van het vasteland met onder meer And Tango Makes Three, het verhaal van twee mannelijke pinguïns die samen een kuiken grootbrengen. Volgens de American Library Association is dat een van de meest verboden boeken in de VS. ‘We kopen verboden boeken om publiekelijk weerstand te bieden tegen de drang om boeken te verbieden,’ zegt vrijwilliger Murray in gesprek met Bangor Daily News. Het past bij Matinicus, waar tolerantie voor leven en laten leven en waardering voor verschillen essentieel is. ‘Wij zijn in de bevoorrechte positie om te zeggen: we verbieden geen boeken.’


    Verbod mobiele telefoon zorgt voor achterstand meisjes in India

    In conservatieve delen op het platteland van India is het taboe voor meisjes om mobiele telefoons te gebruiken, uit angst dat ze online mogelijk jongens zullen ontmoeten of gecorrumpeerd zullen worden door online-invloeden, aldus NPR. Jongens met een smartphone worden daarentegen gezien als vooruitstrevend en slim. Dit zegt Shabnam Aziz, hoofd gendergelijkheid en inclusiviteit bij Educate Girls, een non-profitorganisatie voor meisjesonderwijs die in meer dan 20.000 dorpen in India werkt. Een UNICEF-rapport van vorig jaar bevestigt dat meisjes van 15 tot 19 jaar in de voorafgaande twaalf maanden minder vaak een mobiele telefoon bezaten dan jongens van hun leeftijd en minder vaak internet gebruikten. Dat was vooral het geval in Zuid-Azië, inclusief India. Daardoor was het voor meisjes tijdens de pandemie bijzonder moeilijk om over te stappen naar online-onderwijs, zeggen experts en activisten.

    Het gebrek aan toegang tot mobiele telefoons brengt hoge kosten met zich mee voor meisjes: het kan wezenlijk hun toekomst beïnvloeden, zegt econoom Mitali Nikore. Haar denktank Nikore Associates bestudeert de genderbarrières waarmee meisjes worden geconfronteerd als het gaat om technologie. Zonder telefoon hebben meisjes veel moeilijker toegang tot online-inhoud, nodig om in de toekomst een baan te vinden. ‘Ze kunnen niet op kantoor werken zonder kennis van Word of Excel. Ze kunnen geen ondernemer worden als ze niet weten hoe ze betaalapps moeten gebruiken. En voor digitale marketing moet je sociale media kunnen gebruiken,’ aldus Nikore.


    Belarus pakt Wikipedia-redacteur op

    Half maart werd Mark Bernstein uit Minsk gearresteerd door Belarussische troepen. Hij zou zijn gearresteerd voor ‘het verspreiden van valse anti-Russische informatie’, meldt Haaretz. Bernstein, die werkt onder de gebruikersnaam Pessimist2006, is een van de meest prominente en productieve redacteuren van het Russische Wikipedia. Zijn artikelen worden door het Kremlin gezien als kritisch ten aanzien van de Russische president Vladimir Poetin.

    Toen de eerste Russische troepen de grens met Oekraïne overstaken, startten vrijwilligers in Rusland een Russischtalig Wikipedia-lemma over de ‘Russisch-Oekraïense oorlog’ van 2022. Dat is sindsdien omgedoopt tot ‘Russische invasie van Oekraïne’ en werd al miljoenen keren gelezen. Bernstein had er verschillende artikelen over de invasie voor geredigeerd.

    Wikimedia Foundation (WMF), een in de VS gevestigde non-profitorganisatie die toezicht houdt op verschillende ‘wiki’-projecten waaronder Wikipedia’s in verschillende talen, ontving onlangs een brief met het verzoek sommige artikelen over de invasie te verwijderen. Afzender: het Russische bureau dat de facto de autoriteit is op het gebied van internetcensuur. WMF, die zich nooit bemoeit met de inhoud van de open encyclopedie, weigerde dat. In een verklaring aan de San Francisco Examiner gaf Maryana Iskander, CEO van WMF, daar een verklaring voor: ‘In een tijd waarin kennis en informatie steeds meer gepolitiseerd worden, is het belangrijker dan ooit om de betrouwbaarheid van de informatie op Wikipedia te handhaven.’ 

    De arrestatie van Mark Bernstein is de meest recente en expliciete poging van het Kremlin om de online-encyclopedie, die wordt gemaakt door vrijwilligers in de hele wereld, te ondermijnen. Moskou verzet zich al langer tegen Wikipedia. In het kader van een breder optreden tegen onafhankelijke media dreigde Poetin eerder al de toegang tot Wikipedia te blokkeren. Drie jaar geleden suggereerde hij plannen te hebben voor een Grote Russische Encyclopedie online die, anders dan Wikipedia, ‘betrouwbare’ informatie zou bevatten.

    Wiki Report 14 09 2014 18
    Mark Bernstein op een bijeenkomst van de Russische Wikipedia in Moskou. – ©  Wikipedia

  • Taliban: Afghaanse vrouwen mogen niet meer alleen vliegen

    Taliban: Afghaanse vrouwen mogen niet meer alleen vliegen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italië: ernstige droogte in het Po-gebied

    » Abramovitsj en Oekraïense onderhandelaars mogelijk vergiftigd

    Nieuwe beperkingen voor vrouwen in Afghanistan

    Wil een Afghaanse vrouw vliegen, dan moet ze vanaf vandaag vergezeld worden door een man. ’Vandaag is de laatste keer’ dat Afghaanse vrouwen alleen aan boord kunnen, noteerde het Indiase dagblad The Hindustan Times afgelopen maandag. Eind december hadden de taliban Afghaanse vrouwen al verboden om reizen van meer dan 72 kilometer door het land te maken als ze niet vergezeld waren van een mannelijk familielid.

    Deze nieuwe beperking komt een paar dagen na het besluit van de taliban om middelbare scholen voor meisjes te sluiten, net na de heropening die echter al ver van tevoren was aangekondigd.

    Lees ook:

  • Lhbt-getuigenissen uit de Arabische wereld

    Lhbt-getuigenissen uit de Arabische wereld

    Twee jaar cel kreeg de Koeweitse transgender Maha Al-Mutairi voor het dragen van vrouwenkleren, een straf die ze misschien in een mannengevangenis moet uitzitten. ‘Geen enkele wet vermeldt transgenders, maar ze gebruiken wetten inzake “openbaar fatsoen” om de lhbt-gemeenschap te belagen.’

    Al-Mutairi is bepaald niet de enige transgender in de Arabische wereld die het juridisch en maatschappelijk zwaar heeft. Ritaj, een zevenentwintigjarige Jemenitische trans vrouw, vreesde dat haar hetzelfde lot zou treffen als Al-Mutairi, totdat de Franse overheid te hulp schoot en haar in september vorig jaar asiel verleende. ‘De angst om te worden veroordeeld voor travestie heeft me mijn leven lang achtervolgd. Het is een ware obsessie geweest. Geen wonder, ik riskeerde een levenslange gevangenisstraf of honderd zweepslagen. Ik speelde voortdurend met de gedachte zelfmoord te plegen. En dat alleen maar omdat ik geboren ben in een conservatieve familie en samenleving.’

    De mensenrechtenactivist Wajih Layoun, die zichzelf ‘de eerste openlijk homoseksuele Saoedi’ noemt, zegt dat ‘de wetten in de Golfstaten transseksualiteit volledig verbieden, evenals elke indirecte steun aan de lhbt-gemeenschap’. Volgens Layoun, die is gevlucht naar de Verenigde Staten, ‘erkent de Saoedische wet geen transgenders. Ze worden vervolgd omdat ze zich als man of vrouw verkleden, of omdat men vindt dat ze de openbare zeden aantasten.’

    De Saoedische rechter heeft meer dan eens mensen veroordeeld omdat ze ‘op het andere geslacht lijken’

    De Saoedische wet zegt niets over de kwestie, maar de Saoedische rechter heeft meer dan eens mensen veroordeeld omdat ze ‘op het andere geslacht lijken’. Volgens de organisatie Human Rights Watch varieerden de vonnissen van gevangenisstraf tot geseling. Over ‘corrigerende’ chirurgische ingrepen merkt Layoun op dat die in Saoedi-Arabië uitsluitend zijn toegestaan als een kind met zowel mannelijke als vrouwelijke genitaliën wordt geboren. Drie artsen en psychologen buigen zich dan over de zaak en nemen een beslissing.

    Bahrein is de eerste Golfstaat waar voor transgenders een wettelijke verandering van de burgerlijke staat mogelijk is. Dat gebeurde in 2005 en 2008. In beide gevallen werd de zaak bepleit door de Bahreinse advocaat en activist Fawziya Mohamed Janahi. Zij zegt dat er nog steeds geen wet is in Bahrein die geslachtsverandering of corrigerende operaties toelaat. Wel wint onder rechters de opvatting terrein dat een ingreep toch noodzakelijk kan zijn bij het optreden van ‘seksuele stoornissen’. Als dit wordt bevestigd door een medisch rapport, kan de rechter instemmen met geslachtsverandering; er is namelijk wel een wet die voorziet in geslachtsverandering bij psychische of seksuele stoornissen. Op dit moment lopen er acht zaken.

    Janahi heeft ook zaken op zich genomen in buurland Saoedi-Arabië: ‘Ik volg er ongeveer veertig. Er is de hoop dat de wet transgenders accepteert wanneer een gebrek aan erkenning aantoonbaar tot aandoeningen heeft geleid.’

    Deur dicht

    De Verenigde Arabische Emiraten hebben de deur juist dichtgeslagen voor transgenders. Het lijkt onmogelijk om hen in dit land wettelijk erkend te krijgen. Slechts in zeldzame gevallen zijn corrigerende operaties er wettelijk toegestaan. Sinds 2016 mogen artsen intersekse personen opereren, maar een ingreep die leidt tot geslachtsverandering blijft illegaal. In december 2018 verwierp het Hooggerechtshof het verzoek van drie inwoners om hun burgerlijke staat te wijzigen na een operatie in de Verenigde Staten.

    In Koeweit zijn volgens de activistische advocaat Buthayna Abdelwahid Maarafi ‘verzoeken voor geslachtsverandering en verandering van burgerlijke staat gedoemd te mislukken bij de rechtbank’. Er moet, vindt zij, dringend een wet komen ‘die zorgt draagt voor deze situatie en voor het recht om verenigingen op te richten die deze bevolkingsgroepen ondersteunen en criminalisering tegengaan’.

    Koeweit volgt de sharia, net als de andere Golfstaten, en die verbiedt geslachtsverandering en travestie

    Ze zegt daarnaast dat Koeweit de sharia volgt, net als de andere Golfstaten, en die verbiedt geslachtsverandering en travestie. Wet nr. 198 van het Koeweitse Wetboek van Strafrecht bepaalt dat ’iedereen die de goede zeden schendt (…) of die zich kleedt naar het andere geslacht, op welke wijze dan ook, een celstraf van ten hoogste een jaar krijgt en/of een boete van maximaal 1000 dinar’. In de Emiraten bepaalt wet nr. 359 van het Wetboek van Strafrecht dat ‘iedere man die zich vermomt als vrouw of plaatsen betreedt die aan vrouwen zijn voorbehouden, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van ten hoogste één jaar en/of een boete van maximaal 10.000 dirham’.

    Het moeilijkst voor transgenders is het om een baan te vinden waar ze worden geaccepteerd, en niet gedwongen zijn zich te kleden in een zwarte abaja (een losse cape die het lichaam van hoofd tot voeten bedekt). Fouad, voorzitter van een vereniging die de lhbt-gemeenschap ondersteunt, benadrukt dat het in Tunesië onmogelijk is ‘om je rechten te eisen, want zodra een transgender een rechtszaal of een politiebureau betreedt, is hij of zij een verdachte. Zelfs ziekenhuizen weigeren in de meeste gevallen zorg te verlenen zodra ze merken dat ze met een transgender te maken hebben.’

    Jad, een Tunesische transgender, voegt eraan toe dat ‘de Tunesische samenleving neerkijkt op transgenders’ en dat geen enkele Tunesische wet hun bestaan erkent of hen beschermt. 
    Integendeel, wet nr. 226 legt iedereen die is veroordeeld voor ‘het ondermijnen van de goede zeden’ zes maanden gevangenisstraf op.

    ‘Openbaar fatsoen’

    Hetzelfde geldt in Irak, aldus Amir Ashour, voorzitter van de vereniging IraQueer: ‘Geen enkele wet vermeldt transgenders, maar ze gebruiken wetten inzake “openbaar fatsoen” om de lhbt-gemeenschap te belagen.’ Volgens hem stellen mensen die uitkomen voor hun geaardheid zich bloot aan fysiek, verbaal en seksueel geweld. ‘En dan heb ik het nog niet eens gehad over hun problemen om werk te vinden zonder te worden uitgebuit. Vaak gaat het om onveilig werk, zoals danser(es) in nachtclubs of prostituee.’

    Hoewel er in Libanon veel verenigingen zijn die op de bres staan voor de lhbt-gemeenschap, hebben transgenders er dezelfde juridische en sociale problemen als elders in het Midden-Oosten, vertelt Lea Zraika, die samenwerkt met de Arab Foundation for Freedoms and Equality. Ook in Libanon worden transgenders op grond van ambigue wetteksten gevangengezet. Bijvoorbeeld wegens ‘tegennatuurlijke vereniging’, travestie, prostitutie of ‘aansporing tot losbandigheid’.

  • Seksueel roofdiergedrag op de Amerikaanse campus

    Seksueel roofdiergedrag op de Amerikaanse campus

    Al jarenlang houden studenten op fraternities, verenigingen voor mannelijke studenten aan Amerikaanse universiteiten, weddenschappen over de vraag of ze wel of niet met zwaarlijvige vrouwen naar bed zullen gaan. Het levert ‘winnaars’ waardering op binnen de gemeenschappen; slachtoffers worden vernederd.

    Het principe van ‘hogging‘ is even eenvoudig als neerbuigend: om winnaar te worden, moet een van de deelnemende studenten hebben geslapen met ‘de dikste vrouw van de avond’, naar het oordeel van de groep. ‘Als de seksuele daad eenmaal is gepleegd, is het niet ongebruikelijk dat vervolgens een groep mannen in de slaapkamer verschijnt om het slachtoffer te vernederen’, aldus La Libre Belgique.

    De term hogging komt van het Engelse ‘hog’ voor varken en het werkwoord ‘hogging’ voor toe-eigenen. De praktijk bestaat al lange tijd maar kwam aan het licht doordat een slachtoffer de zaak op TikTok aan de kaak stelde, schrijft het Belgische Franstalige dagblad La Libre Belgique.

    Het fenomeen is niet nieuw: dergelijke weddenschappen blijken al tientallen jaren wijdverbreid te zijn op Amerikaanse universiteiten. Maar sinds plussize model Megan Mapes, een populaire verschijning op TikTok, de praktijk afgelopen november in de openbaarheid bracht wordt er veel over gesproken. 

    In een video op TikTok, die begin december al meer dan 1,5 miljoen keer was bekeken, laat Mapes zien hoe deze voortdurend terugkerende weddenschappen een traumatisch fenomeen zijn voor vrouwen, hetgeen ze staaft met onderzoeken die ernaar zijn gedaan.

    Die gebeurtenis is slechts één voorbeeld van hoe de mentaliteit binnen de studentenverenigingen ‘vrouwenhaat verheerlijkt’

    In 2018 berichtte de Amerikaanse nieuwssite Slate al over de schorsing van twee jaar die werd opgelegd aan een studentenvereniging van de Cornell University. Het dispuut had een wedstrijd gehouden onder de naam ‘Varken aan het spit’. Die gebeurtenis is slechts één voorbeeld van hoe de mentaliteit binnen de studentenverenigingen ‘vrouwenhaat verheerlijkt’, zo verklaarde destijds het studentenmedium Study Break, dat ook de voortdurende verkrachtingscultuur op universiteiten aan de kaak stelde.

    ‘Al bijna twintig jaar staat de term in de Urban Dictionary‘, schrijft de site BuzzFeed, die Megan Mapes interviewde. ‘Een manier om mannelijkheid te bewijzen, is dat sommige mannen met zoveel mogelijk vrouwen naar bed gaan. Ze zien dikke vrouwen als gemakkelijke doelwitten’, aldus Mapes.

    De populariteit van deze praktijken werd al in 2006 aangetoond in een studie van de sociologen Ariane Prohaska van de University of Alabama en Jeannine A. Gailey van de Texan Christian University. Volgens het tweetal, dat door La Libre Belgique werd geraadpleegd, kiezen mannen die deelnemen aan deze misogyne weddenschappen vrouwen met overgewicht als doelwit omdat die worden beschouwd ‘als minder aantrekkelijk en daarom meer bereid tot seks’. Het doel van de weddenschappen is om zoveel mogelijk veroveringen aan elkaar te rijgen en zo aan hun kompanen te kunnen laten zien dat ze ‘echte mannen zijn’. 

    De Belgische krant schrijft verder: ‘“Hogging” is een sociale handeling die binnen een groep moet worden voltrokken. Eén man is betrokken bij de seksuele activiteit, maar alle anderen in de omgeving die meedoen aan de weddenschappen en er plezier aan beleven zijn eveneens betrokkenen.’

    Bewustwording

    De sociologen werden tijdens hun onderzoek in 2006 verrast door de reactie van de mannen die ze hadden geïnterviewd: ‘Het meest verontrustend was dat iedereen het grappig vond.’

    Dankzij de video van Megan Mapes realiseerden verschillende vrouwen zich dat ze in het verleden slachtoffer waren geworden van deze weddenschappen, zo blijkt uit de commentaren. Gebruikers van Reddit hebben op het sociale medium verklaard dat ze ‘hogging’ kennen onder andere benamingen, soms al sinds de jaren negentig.

    Aangezien seksuele relaties vaak plaatsvinden na avonden vol alcohol en jonge meisjes de daadwerkelijke bedoelingen van de betreffende mannen niet kennen, bogen de twee sociologen zich over de vraag van toe- en instemming, schrijft La Libre Belgique.

    ‘Een van de belangrijkste onderdelen is dat mannen elkaar verantwoordelijk houden’

    ‘Het is aannemelijk dat deze vorm van seksueel roofdiergedrag overeenkomsten vertoont met verkrachting en andere gewelddadige seksuele handelingen die door sommige mannen worden gepleegd om hun mannelijkheid te bewijzen’, schreven ze in een tweede onderzoek uit 2010. ‘Als het gaat om elke vorm van geweld rond seks en seksualiteit, is een van de belangrijkste onderdelen dat mannen elkaar verantwoordelijk houden’, legt ze uit. ‘Om ze dat te laten doen, moeten ze in de eerste plaats horen wat het is, en weten dat het iets is dat bestaat en gebeurt.’

    Met haar video hoopt Megan Mapes in ieder geval mannen bewust te maken, verklaarde ze aan Buzzfeed: ‘Als het gaat om vormen van geweld rond seks en seksualiteit, is een van de belangrijkste onderdelen dat mannen elkaar verantwoordelijk houden’, legt ze uit. ‘Om ze dat te laten doen, moeten ze in de eerste plaats horen wat het is, en weten dat het iets is dat bestaat en gebeurt.’

    Lees ook:

  • Gewenst of ongewenst – dat is niet (langer) de vraag

    Gewenst of ongewenst – dat is niet (langer) de vraag

    Filosoof Amia Srinivasan schreef over Elliot Rodger die in 2014 zeven mensen doodde, inclusief zichzelf. In zijn nagelaten pamflet beroept hij zich op zijn ‘recht op seks’. Dit bestaat uiteraard niet, aldus Srinivasan. Maar we moeten wel onder ogen zien dat politiek en onze verlangens onlosmakelijk verbonden zijn.

    Op 23 mei 2014 werd Elliot Rodger, een tweeëntwintigjarige schoolverlater, de beroemdste incel ter wereld. De term – een afkorting van involuntary celibate, onvrijwillig celibatair – kan in theorie zowel op mannen als op vrouwen slaan, maar wordt in de praktijk gebruikt voor niet zozeer seksloze mannen in het algemeen, als wel een bepaald soort seksloze man: het soort dat ervan overtuigd is dat hij het recht heeft op seks, en woedend is op de vrouwen die het hem ontzeggen. Rodger stak zijn twee huisgenoten, Weihan Wang en Cheng Hong, en hun vriend, George Chen, dood toen ze zijn appartement aan Seville Road in Isla Vista, Californië, binnengingen. Een paar uur later reed hij naar het studentenhuis Alpha Phi in de buurt van de campus van UC Santa Barbara. Voor de deur van het gebouw schoot hij drie vrouwen neer, waarbij hij er twee doodde: Katherine Cooper en Veronika Weiss. Vervolgens reed Rodger al schietend door Isla Vista, waarbij Christopher Michaels-Martinez, ook een student aan UCSB, in een winkel werd gedood met een kogel in de borst, en veertien anderen gewond raakten. Uiteindelijk reed hij met zijn BMW Coupé in op een geparkeerde auto, nadat hij zichzelf door het hoofd had geschoten. Hij werd door de politie dood gevonden. 

    In de uren tussen de moord op de drie mannen in zijn appartement en zijn rit naar Alpha Phi ging Rodger naar Starbucks, bestelde koffie en uploadde een video, Elliot Rodger’s Retribution, naar zijn YouTube-kanaal. Hij mailde ook een biografisch manifest van 107.000 woorden, My Twisted World: The Story of Elliot Rodger, naar een aantal mensen, onder wie zijn ouders en zijn therapeut. Samen beschrijven deze twee documenten het bloedbad dat Rodger had gepland en zijn beweegredenen. ‘Het enige wat ik wilde, was erbij horen en een gelukkig leven leiden,’ legt hij aan het begin van My Twisted World uit, ‘maar ik werd buitengesloten en afgewezen, gedwongen tot een bestaan van eenzaamheid en onzichtbaarheid, alleen maar omdat de vrouwen van de menselijke soort mij niet op waarde wisten te schatten.’ 

    Hierop volgt een beschrijving van zijn bevoorrechte en gelukkige jeugd in Engeland – Rodger was de zoon van een succesvolle Britse filmmaker –, gevolgd door zijn bevoorrechte en ongelukkige adolescentie in Los Angeles als een kleine jongen die slecht was in sport, verlegen, raar, geen vrienden had en wanhopig graag cool wilde zijn. Hij beschrijft hoe hij zijn haar blond verfde (Rodger was half blank en half Chinees-Maleisisch; blonde mensen waren ‘zoveel mooier’); hoe hij een ‘toevluchtsoord’ vond in Halo en World of Warcraft; hoe hij op zomerkamp geduwd werd door een mooi meisje (‘Dat was mijn eerste ervaring met mishandeling door een vrouw die ik heb doorstaan, en het heeft me enorm getraumatiseerd’); zich kwaad maakte over het seksleven van zijn leeftijdsgenoten (‘Hoe kan een minderwaardige, lelijke Zwarte jongen in staat zijn om een wit meisje te krijgen en ik niet? Ik ben mooi, en ik ben zelf voor de helft wit. Ik stam af van de Britse aristocratie. Hij stamt af van slaven’); van verschillende scholen af ging, vervolgens ook stopte met community college en hoe hij fantaseerde over een politieke wereldorde waarin hij de baas was en seks werd verboden (‘Vrouwen zijn de pest en moeten met zijn allen in quarantaine worden geplaatst’). Dit alles, zei Rodger, leidde vanzelf tot zijn ‘War on Women’, waarin hij ‘alle vrouwen zou straffen’ voor hun misdaad hem van seks te beroven. Zijn doelwit was de Alpha Phi-studentenclub, ‘de geilste studentenvereniging van UCSB’, omdat hier ‘de meisjes zitten die alles vertegenwoordigen wat ik haat aan het vrouwelijk geslacht (…) lekkere, mooie blonde meisjes (…) verwende, harteloze, vuile bitches’. Hij zou iedereen laten zien dat hij ‘superieur’ was. 

    Opheffing

    Eind 2017 sloot het onlinediscussieforum Reddit zijn veertigduizend leden tellende ‘incel’-ondersteuningsgroep voor mensen ‘die geen romantische relaties en seks hebben’. De opheffing volgde op het besluit van Reddit om inhoud te verbieden die ‘geweld aanmoedigt, verheerlijkt of ertoe aanzet of oproept’. Wat begon als een steungroep voor eenzame en seksueel geïsoleerde mensen, was uitgegroeid tot een forum waarop de gebruikers niet alleen tekeergingen tegen vrouwen en de ‘noncels’ en ‘normies’ die met hen naar bed gingen, maar ook vaak pleitten voor verkrachting. Een tweede incel-Reddit-groep, ‘Truecels’, werd na de beleidswijziging van de site eveneens verbannen. Hierop stonden teksten als: ‘Het aanmoedigen van of aanzetten tot geweld of andere illegale activiteiten zoals verkrachting is verboden. Maar je mag natuurlijk wel zeggen dat bijvoorbeeld verkrachting een lichtere straf moet krijgen of zelfs gelegaliseerd moet worden en dat sletterige vrouwen het verdienen te worden verkracht.’ 

    Het waren de meisjes die hem seks ontzegden, en daarom moesten de meisjes worden vernietigd

    Kort na Rodgers moorden begonnen incels op de manosphere te verkondigen dat vrouwen (en het feminisme) uiteindelijk verantwoordelijk waren voor wat er was gebeurd. Als een van die ‘vuile bitches’ Elliot Rodger gewoon zou hebben geneukt, dan had hij niemand hoeven te vermoorden. Feministische commentatoren haastten zich erop te wijzen dat uiteraard geen enkele vrouw verplicht was om seks met Rodger te hebben; dat zijn vermeende recht op seks een casestudy was binnen de patriarchale ideologie; dat zijn acties een voorspelbare, zij het extreme reactie waren op het dwarsbomen van dat recht. Ze hadden eraan toe kunnen voegen dat het feminisme in feite niet Rodgers vijand was, maar misschien wel juist de beweging die de meeste weerstand biedt aan een systeem dat hem – als kleine, onhandige, vrouwelijke, interraciale jongen – het gevoel gaf tekort te schieten. Uit zijn manifest blijkt dat het overwegend jongens waren, niet meisjes, die hem pestten: die hem in kluisjes duwden, hem een loser noemden, hem belachelijk maakten omdat hij nog maagd was. Maar het waren de meisjes die hem seks ontzegden, en daarom moesten de meisjes worden vernietigd. 

    Zou je ook kunnen zeggen dat Rodgers ‘onneukbaarheid’ een symptoom was van de internalisering van de patriarchale norm van wat mannen seksueel aantrekkelijk maakt voor vrouwen? Die vraag is om twee redenen moeilijk te beantwoorden. Ten eerste was Rodger een engerd, en kwam het op zijn minst deels door zijn eigen buitensporige nadruk op zijn esthetische, morele en raciale superioriteit, en wat het ook in hem was dat hem in staat stelde zijn huisgenoten en hun vriend in totaal 134 keer met een mes te steken, dat vrouwen bij hem uit de buurt bleven, en niet zozeer door zijn onvermogen te voldoen aan de eisen van heteromasculiniteit. Ten tweede hebben veel niet-moorddadige nerdy jongens wél seks. Een van de onrechtvaardige kanten van het patriarchaat, die door incels en andere ‘mannenrechtenactivisten’ niet wordt belicht, is dat zelfs zogenaamd onaantrekkelijke categorieën mannen aantrekkelijk worden gemaakt: geeks, nerds, onvruchtbare mannen, oude mannen, mannen met een bierbuik. Daartegenover heb je sexy schoolmeisjes en sexy docenten, Manic Pixie Dream Girls en milfs, maar deze zijn allemaal strak en sexy en vormen daarmee slechts kleine variaties op hetzelfde normatieve paradigma. (Zie je een artikel in GQ voor je waarin de vrouw met een uitgezakt lijf wordt bejubeld?) Dat gezegd hebbende, is het een feit dat het soort vrouwen waar Rodger seks mee wilde – knappe blonde dispuutsmeisjes – in de regel niet uitgaan met mannen zoals Rodger, ook niet met de niet-enge en ‑moordlustige variant – tenzij ze in Silicon Valley fortuin hebben gemaakt. Ook is het een feit dat dit te maken heeft met de rigide gendernormen die door het patriarchaat worden opgelegd: alfavrouwen willen alfamannetjes. En feit is dat Rodgers eigen verlangens – zijn erotische fixatie op de ‘verwende, verwaande, blonde slet’ – eveneens voortkomen uit het patriarchaat, net als de ‘lekkere blonde slet’ als ideaalbeeld van de vrouw. (In de manosphere werd spottend opgemerkt dat Rodger er niet eens in slaagde de vrouwen naar wie hij verlangde te vermoorden, als een definitieve bevestiging van zijn ‘omega’-status op seksueel gebied: Katherine Cooper en Veronika Weiss waren geen ‘lekkere blondjes’ van Delta Delta Delta, maar twee meisjes die toevallig langs het Alpha Phi-huis liepen.) In de feministische reacties op Elliot Rodger en het incelfenomeen in het algemeen komen het seksuele recht van mannen, objectivering en geweld uitgebreid aan de orde. Maar tot nu toe ging het nauwelijks over verlangen: de verlangens van mannen, de verlangens van vrouwen en hoe deze ideologisch worden gevormd. 

    Aanvankelijk kon je voor politieke kritiek op verlangen terecht bij het feminisme. Enkele decennia geleden stonden feministen vrijwel alleen in het denken over de manier waarop seksueel verlangen – de objecten en uitdrukkingen, fetisjen en fantasieën – wordt gevormd door onderdrukking. De radicale feministen van de late jaren zestig en zeventig keerden zich af van de freudiaanse opvatting dat seksueel verlangen, in de woorden van Catharine MacKinnon, ‘een aangeboren primaire natuurlijke prepolitieke ongeconditioneerde drang was die afhankelijk van het biologische gender werd gevormd’. In plaats daarvan, bepleitten ze, moeten we erkennen dat het patriarchaat seks heeft gegoten in de vorm die wij kennen, een vorm die wordt gekenmerkt door mannelijke overheersing en vrouwelijke onderwerping, met als belangrijkste emoties, in MacKinnons formulering, ‘vijandigheid en minachting, of de opwinding van een meester tegenover zijn slaaf, en ontzag en kwetsbaarheid, of de opwinding van een slaaf tegenover haar meester’. Dat sommige vrouwen desondanks in staat leken om onder deze omstandigheden plezier te beleven, toonde volgens de zogenaamde ‘antiseks’-feministen aan hoe slecht het wel niet ging. Voor velen van hen lag de oplossing in de weigering van seks en van een huwelijk met een man. Dit gold bijvoorbeeld voor The Feminists, een vrouwenbevrijdingsgroep die in 1969 in New York werd opgericht door Ti-Grace Atkinson, van wie niet meer dan een derde van de leden getrouwd mocht zijn of mocht samenwonen met een man. Dit quotum vertegenwoordigde de overtuiging van The Feminists dat feminisme ‘niet alleen rekening moet houden met wat vrouwen willen’, maar bovendien ‘moet veranderen wat vrouwen willen’. Cell 16, een groep uit Boston, opgericht in 1968, deed aan seksseparatisme, het celibaat en karate. De eerste opdracht voor de leden was om SCUM Manifesto van Valerie Solanas te lezen, waarin uiteen wordt gezet dat de vrouw haar zin in seks gemakkelijk – veel gemakkelijker dan ze misschien denkt – kan conditioneren, ‘waarna ze volledig koel, cerebraal en vrij zal zijn (…) wanneer de vrouw haar lichaam overstijgt (…) zal de man, wiens ego uit zijn pik bestaat, vanzelf verdwijnen’. 

    In navolging van Solanas noemt Roxanne Dunbar-Ortiz, oprichter van Cell 16, ‘degene die de hele seksscène heeft meegemaakt en dan vanuit afkeer voor een celibatair bestaan kiest, het verstandigst’. 

    Hoewel alle radicale feministen eind jaren zestig en begin jaren zeventig seks zagen als een constructie van het patriarchaat, verzetten sommige zich vanaf het begin tegen het idee dat de verlangens van vrouwen in overeenstemming moesten worden gebracht met hun politieke overtuigingen. Zoals Alice Echols beschrijft in Daring to Be Bad (1989), haar onderzoek naar radicaal feminisme in de VS, waren seks en een huwelijk met een man volgens zelfverklaarde ‘provrouw’-feministen voor de meeste vrouwen zowel een legitiem verlangen als een strategische noodzaak – een middel om politieke macht te verwerven of gewoon te overleven – in plaats van een symptoom van patriarchale indoctrinatie.

    ‘Persoonlijk solutionisme’

    Wat vrouwen nodig hadden, was niet de bevrijding van het opgelegde verlangen naar een heteroseksueel huwelijk, maar een nieuwe, gelijkwaardiger vorm van dat huwelijk. Het manifest van de radicale feministische groepering Redstockings, in 1969 opgericht door Shulamith Firestone en Ellen Willis, benadrukte dat ‘de onderwerping van vrouwen niet het resultaat is van hersenspoeling, domheid of geestesziekte, maar van de voortdurende, dagelijkse druk die mannen op ons uitoefenen. We moeten niet onszelf veranderen, maar de man.’ Daaruit volgde voor zowel de Redstockings als voor andere provrouwfeministen een afwijzing van ‘persoonlijk solutionisme’ – het idee dat de separatistische praktijken van groepen als Cell 16 en The Feminists revolutionaire verandering teweeg kon brengen. Deze groepen brachten in de ogen van provrouwfeministen onderscheid aan tussen ‘echte’ feministische vrouwen en de achterlijke vrouwen die vanwege hun relaties met mannen de revolutionaire zaak verraadden. In de ogen van provrouwfeministen deden alle vrouwen aan compromissen en onderhandeling, en vereiste echte bevrijding structurele in plaats van individuele verandering. Een prominente Redstocking zou tijdens een bijeenkomst hebben verklaard: ‘Zonder revolutie komen we niet van de plantage af!’ (Zoals de keuze van de metafoor doet vermoeden, waren de Redstockings, net als de meeste radicale feministische groepen, overwegend wit.) 

    Provrouwfeministen maakten zich ook zorgen dat antiseksfeministen, in hun ijver om het patriarchaat uit te bannen, vrouwelijke seksualiteit volledig zouden ontkennen. Die zorg was niet geheel ongegrond. Ellen Willis herinnert zich dat Ti-Grace Atkinson een bijeenkomst van de Redstockings bijwoonde en ‘nogal betuttelend’ opmerkte dat haar verlangen ‘allemaal in mijn hoofd zat’. Maar hoewel provrouwfeministen de oprechtheid van seksuele verlangens van vrouwen benadrukten, hadden ze weinig belangstelling voor het verdedigen van vrouwelijke verlangens buiten de grenzen van heteroseksualiteit. In hun ogen was het heterohuwelijk zowel praktisch noodzakelijk als intrinsiek wenselijk, en ze beschuldigden lesbiennes ervan zich terug te trekken van het ‘seksuele slagveld’ en de gemiddelde vrouw buitenspel te zetten. Een homoseksuele vrouw die de Redstockings verliet, merkte op dat de groep ‘aanzienlijk minder provrouw was als het aankwam op lesbiennes’.

    In deze neiging tot homofobie zaten provrouwfeministen bij uitzondering op één lijn met antiseksfeministen, van wie velen lesbiennes zagen als ‘door mannen gevormde’ seksuele bedreigingen voor andere vrouwen. Als reactie begonnen lesbische feministen steeds meer te pleiten voor de vereniging van hun seksuele identiteit met hun politiek, waarbij ze lesbianisme deden voorkomen als een kwestie van politieke solidariteit in plaats van als aangeboren seksuele geaardheid. Zo verklaarden The Furies, een radicaal lesbisch collectief dat in 1971 in Washington D.C. werd opgericht, dat ‘lesbianisme geen kwestie is van seksuele voorkeur, maar eerder een politieke keuze die elke vrouw moet maken als ze (…) een einde wil maken aan mannelijke overheersing’. Het antiseksfeministische pleidooi voor het celibaat werd nu dus gebruikt als argument voor (een specifiek soort) lesbianisme. Toen deze ‘politiek lesbiennes’ meer en meer werden gezien als de voorhoede van de vrouwenbevrijdingsbeweging, begonnen provrouwfeministen hen ervan te beschuldigen, zoals ze eerder bij de antiseksfeministen hadden gedaan, dat ze meer geïnteresseerd waren in individuele verandering dan in een politieke confrontatie. Op hun beurt beschuldigden politiek lesbiennes provrouwfeministen ervan de mannelijke overheersing in stand te houden. 

    Grote vijand

    De ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk kwamen grotendeels overeen met die in de VS. In 1970 vond de eerste National Women’s Liberation Movement Conference (WLM) plaats in het Ruskin College in Oxford. Vanaf het begin werd de Britse tweede feministische golf intellectueel en politiek gedomineerd door socialistische feministen zoals Juliet Mitchell, Sally Alexander en Sheila Rowbotham, voor wie de strijd tegen kapitalistische uitbuiting centraal stond in de emancipatie van vrouwen, en die in linkse mannen belangrijke – zij het niet-ideale – bondgenoten zagen. Sommige feministen waren het daar niet mee eens en richtten speciale vrouwenhuizen en ‑groepen op. Maar het duurde nog tot 1977 voordat er een ware kloof ontstond tussen socialistische feministen en de feministen die niet het kapitalisme maar mannen als de grote vijand zagen. Op de negende Women’s Liberation Movement Conference, dit keer gehouden in Londen, presenteerde Sheila Jeffreys een verhandeling met de titel The Need for Revolutionary Feminism [De noodzaak tot revolutionair feminisme], waarin ze socialistische feministen ter verantwoording riep omdat ze niet inzagen dat mannelijk geweld en niet kapitalistische uitbuiting aan de basis lag van vrouwenonderdrukking, en daarom progressieve eisen stelden als verbetering van de kinderopvang. ‘De vrouwenbevrijdingsbeweging is en moet worden gezien als een bedreiging,’ zei Jeffreys, ‘en ik zie niet in waarom we de bijeenkomsten zouden doen voorkomen als gemengde tupperwareparty’s waar de mannen voor de koffie zorgen.’ Een fanatieke minderheid van Engelse feministen sloot zich bij haar standpunten aan en vormde separatistische groepen zoals de Leeds Revolutionary Feminist Group, beroemd vanwege het pamflet ‘Political Lesbianism: The Case against Heterosexuality’. Op de conferentie het jaar daarop, in Birmingham, dienden revolutionaire feministen een voorstel in om de zes eisen af te schaffen die de WLM op eerdere conferenties had geformuleerd, omdat ‘het belachelijk is om ook maar iets te eisen van een patriarchale staat – van mannen – oftewel de vijand’. Het voorstel ontbrak op de plenaire agenda – met opzet, beweerden de revolutionaire feministen. Toen het uiteindelijk hardop werd voorgelezen, stuitte het op felle tegenstand van socialistische feministen, die de revolutionaire feministen begonnen uit te dagen door sprekers te onderbreken en te gaan zingen. Het ontaardde in een hevige strijd over de vraag of mannelijk seksueel geweld een symptoom was van ‘mannelijke suprematie’ of van andere maatschappelijke kwalen als klassenonderdrukking, en of lesbische seksualiteit al dan niet door feministen moest worden verdedigd. Naarmate de avond vorderde, kon vrijwel niemand meer boven het geschreeuw uit komen; microfoons werden uit handen gerukt; veel vrouwen vertrokken uit woede en frustratie. Dit was de tiende en laatste WLM-conferentie.

    In de loop van de jaren zeventig en tachtig verhardden de standpunten. Vanaf midden jaren zeventig richtten antiseksfeministen in de VS, en in mindere mate revolutionaire feministen in het VK, hun pijlen steeds meer op pornografie, wat sommige feministen beschouwden als symbool voor het patriarchaat als geheel. (Net als de feministische homofoben waren ook antipornofeministen over het algemeen fel gekant tegen lesbisch sadomasochisme, dat volgens hen slechts een nabootsing was van de patriarchale dynamiek.) Veel feministen, met name Ellen Willis, vonden deze focus op porno verontrustend om dezelfde reden dat provrouwfeministen bezwaar hadden gemaakt tegen het celibaat: dat zou bijdragen aan de onderdrukking van vrouwelijke seksualiteit. Maar veel feministen wilden ook afstand nemen van de provrouwgedachte dat het monogame heterohuwelijk de ideale uitkomst voor vrouwen was. Willis, wier overtuigingen het midden hielden tussen provrouw‑en antiseksfeminisme, liep voorop in de ontwikkeling van wat later ‘proseks-’ of ‘sekspositief’ feminisme werd genoemd. In haar beroemde essay uit 1981, ‘Lust Horizons: Is the Women’s Movement Pro-Sex?’ betoogde Willis dat zowel provrouw‑ als antiseksfeminisme het conservatieve idee versterkte dat mannen naar seks verlangen terwijl vrouwen het alleen maar verdragen, een idee waarvan de ‘belangrijkste maatschappelijke functie’ het inperken van de autonomie van vrouwen was in ruimtes buiten de slaapkamer (of het steegje). Beide vormen van feminisme, schreef Willis, verlangden van ‘vrouwen dat ze een zogenaamde morele superioriteit accepteerden als substituut voor seksueel genot, en brachten de seksuele vrijheid van mannen terug tot een substituut voor macht’. Geïnspireerd door de toenmalige lgbt-rechtenbeweging benadrukten Willis en andere proseksfeministen dat vrouwen volwaardige seksuele wezens waren, wier instemming dan wel afwijzing – ja of nee – doorslaggevend was. 

    Seks is niet langer moreel problematisch of onproblematisch: het is gewenst of niet gewenst

    Sinds Willis werd dit proseksfeminisme steeds breder gedragen, doordat het feminisme zich bewoog richting intersectionaliteit. Feministen zijn gaan nadenken over de rol die ras en klasse spelen binnen de patriarchale onderdrukking en terughoudender geworden in het opstellen van universele wetten, waaronder een universeel beleid op het gebied van seks. De eis van gelijke toegang tot de werkplek zal meer weerklank vinden bij witte vrouwen uit de middenklasse van wie wordt verwacht dat ze thuisblijven dan bij de zwarte vrouwen en vrouwen uit een arbeidersmilieu die altijd al samen met hun mannen moesten werken. Evenzo zal seksuele zelfobjectivering een andere lading hebben voor een witte vrouw die, vanwege haar huidskleur, al voldoet aan het paradigma van vrouwelijke schoonheid, dan voor een zwarte of bruine vrouw, of een trans vrouw. Feministen zijn steeds minder gaan denken in termen van vals bewustzijn, zoals de gedachte dat vrouwen die met mannen seks hebben en trouwen het patriarchaat hebben geïnternaliseerd. Het wordt nu belangrijker gevonden om vrouwen op hun woord te geloven. Als een vrouw zegt dat ze graag in de porno-industrie werkt, of graag betaald wordt voor seks met mannen, of verkrachtingsfantasieën heeft, of stiletto’s draagt – en niet alleen van deze dingen geniet, maar ze bovendien ziet als emancipatoir onderdeel van haar feministische overtuigingen – dan zijn we verplicht, vinden veel feministen, om dat van haar aan te nemen. Dit is niet alleen een epistemische bewering, vanuit de gedachte dat wanneer een vrouw iets zegt over haar eigen ervaring, dat een sterke, zij het misschien niet onfeilbare reden is om aan te nemen dat het waar is. Het is ook, misschien wel in de eerste plaats, een ethische bewering: een feminisme dat te makkelijk uitgaat van zelfbedrog, loopt het risico degenen die het wil bevrijden juist te domineren. 

    Wederzijdse instemming

    Willis’ pleidooi in ‘Lust Horizons’ is nog altijd leidend. Sinds de jaren tachtig overheerst een feminisme dat de seksuele verlangens van vrouwen niet langer moraliseert, en van mening is dat het handelen naar die verlangens alleen wordt begrensd door de voorwaarde van wederzijdse instemming. Seks is niet langer moreel problematisch of onproblematisch: het is gewenst of niet gewenst. In die zin komen de normen van seks overeen met de normen van de kapitalistische vrije uitwisseling. Het gaat er niet om onder welke omstandigheden de dynamiek van vraag en aanbod ontstaan – waarom sommige mensen hun diensten moeten verkopen en andere ze kopen –, het gaat er alleen om dat zowel koper als verkoper met de overdracht heeft ingestemd. Het zou echter te makkelijk zijn om te zeggen dat sekspositiviteit de coöptatie van het feminisme door het liberalisme vertegenwoordigt. Hele generaties van feministen en homo‑ en lesbische activisten hebben hard gevochten om seks te bevrijden van schaamte, stigma, dwang, misbruik en ongewenste pijn. Het was essentieel om te benadrukken dat er grenzen zijn aan wat van buitenaf kan worden begrepen over seks, dat seksuele handelingen niet altijd vanuit publiek perspectief kunnen worden geïnterpreteerd, dat we er soms van uit moeten gaan dat een seksuele handeling in orde is, ook als we ons daar niets bij voor kunnen stellen. Feminisme trekt dus enerzijds het liberale onderscheid tussen het publieke en het private in twijfel, maar dringt er anderzijds op aan. 

    Toch zou het onvolledig zijn om niet in te gaan op de overlap, hoe onbedoeld ook, tussen sekspositiviteit en liberalisme, in hun gedeelde weerzin te onderzoeken waar onze verlangens vandaan komen. Feministen van de derde golf hebben bijvoorbeeld gelijk in hun bewering dat sekswerk werk is, en vaak beter werk dan het ondergeschikte werk dat veel andere vrouwen verrichten. En ze hebben gelijk als ze zeggen dat sekswerkers niet zozeer moeten worden gered en gerehabiliteerd als wel juridische en materiële bescherming nodig hebben, beveiliging en een veilige omgeving. Maar om te begrijpen wat voor soort werk sekswerk is – wat voor fysieke en psychische handelingen er worden gekocht en verkocht, en waarom het overwegend vrouwen zijn die het aanbieden, en overwegend mannen die ervoor betalen – moeten we toch iets zeggen over de politieke vorming van mannelijk verlangen. En zo zal er ook iets te zeggen zijn over andere vormen van vrouwenwerk: lesgeven, verplegen, verzorgen, het moederschap. Als we beweren dat sekswerk ‘gewoon werk’ is, vergeten we dat al het werk – mannenwerk, vrouwenwerk – nooit zomaar werk is: sekse speelt altijd een rol. 

    Fundamentele vragen

    Aan het einde van ‘Lust Horizons’ zegt Willis dat het voor haar ‘vanzelf spreekt dat wederzijds instemmende partners recht hebben op hun seksuele voorkeuren, en dat autoritair moralisme geen plaats heeft’ binnen het feminisme. En toch, vervolgt ze, ‘moet een werkelijk radicale beweging verder kijken (…) dan het recht om te kiezen, en de fundamentele vragen blijven stellen. Waarom kiezen we wat we kiezen? Wat zouden we kiezen als we een echte keuze hadden?’ Hier lijkt Willis nogal een draai te maken. Nadat ze ethische argumenten heeft aangevoerd waarom onze seksuele voorkeuren, wat die ook mogen zijn, op zichzelf staan en tegen morele bemoeienis moeten worden beschermd, vertelt Willis ons dat ‘echt radicaal’ feminisme precies die vraag moet stellen die aanleiding geeft tot ‘autoritair moralisme’: hoe zouden de seksuele keuzes van vrouwen eruitzien als ze echt vrij waren? Het voelt misschien alsof Willis met de ene hand wegneemt wat ze met de andere heeft gegeven. Maar misschien ook geeft ze met beide handen. Hier, zegt ze, ligt een taak voor het feminisme: onze vrije seksuele keuzes als vanzelfsprekend behandelen, terwijl we ook inzien dat, zoals antiseks‑ en lesbische feministes altijd hebben gezegd, dergelijke keuzes onder het patriarchaat zelden vrij zijn. Wat ik suggereer is dat feministes zo gefixeerd zijn op het eerste, dat ze het laatste dreigen te vergeten. 

    Als ethisch verantwoorde seks enkel zou worden begrensd door wederzijdse instemming, moeten we seksuele voorkeur als iets natuurlijks beschouwen, waarmee de verkrachtingsfantasie een oergegeven wordt in plaats van een politiek gevormd verschijnsel. En niet alleen de verkrachtingsfantasie. Denk aan de ultieme neukbaarheid van ‘lekkere blonde sletten’ en Oost-Aziatische vrouwen, de relatieve onneukbaarheid van zwarte vrouwen en Aziatische mannen, de fetisjisering van en angst voor zwarte mannelijke seksualiteit, de seksuele afkeer van gehandicapte, trans en dikke lichamen. Deze gegevens van wie ‘neukbaar’ is – niet wiens/wier lichaam wordt gezien als seksueel beschikbaar (in die zin zijn zwarte vrouwen, trans vrouwen en gehandicapte vrouwen maar al te neukbaar), maar wiens/wier lichaam status verleent aan degenen die er seks mee hebben – zijn politieke feiten. Het zijn feiten die we serieus moeten nemen om tot een volledig intersectioneel feminisme te komen. De sekspositieve kijk die zich niets aantrekt van Willis’ oproep tot ambivalentie, dreigt deze feiten als prepolitiek te beschouwen. Met andere woorden, de sekspositieve blik dreigt niet alleen vrouwenhaat te verdoezelen, maar ook racisme, validisme, transfobie en elk ander onderdrukkend systeem dat onder het schijnbaar onschuldige voorwendsel van ‘persoonlijke voorkeur’ zijn weg vindt naar de slaapkamer. 

    ‘De mooie torso’s op Grindr zijn meestal van Aziatische mannen die hun gezicht verbergen,’ zei een homoseksuele vriend tegen me. De volgende dag zag ik op Facebook dat Grindr een webserie is begonnen genaamd ‘What the Flip?’. In de eerste aflevering van drie minuten wisselen een mooie, Oost-Aziatische man met blauw haar en een goed verzorgde, knappe witte man van Grindr-profiel. De resultaten zijn jammerlijk voorspelbaar. De witte man, die nu het profiel van de Aziatische man gebruikt, wordt nauwelijks benaderd, en degenen die hem wel benaderen zeggen ‘Rice Queens’ te zijn en van Aziatische mannen te houden omdat ze ‘zich goed kunnen onderwerpen’. Als hij niet reageert, krijgt hij een beledigende opmerking. Ondertussen wordt de inbox van de Aziatische man overspoeld met bewonderaars. In hun gesprekje achteraf zien we bij de witte man ontsteltenis, bij de Aziatische jongen vrolijke berusting. ‘Je bent misschien niet ieders type, maar je zult zeker iemand vinden,’ merkt de witte man uiteindelijk zwakjes op, waarna ze elkaar omhelzen. In de volgende aflevering wisselt een afgetraind, Ryan Gosling-achtig type van profiel met een mollige kerel met een mooi gezicht. In weer een andere aflevering ruilt een vrouwelijke man met een mannelijke man. De resultaten zijn steeds weer even voorspelbaar. 

    De overduidelijke ironie van ‘What the Flip?’ is dat Grindr zijn gebruikers aanmoedigt om de wereld aan de hand van identiteitskenmerken te verdelen in degenen die wel en degenen die geen acceptabele seksuele objecten zijn – om te denken in termen van seksuele ‘dealbreakers’ en ‘vereisten’. En zo verdiept Grindr de discriminerende groeven waarlangs onze seksuele verlangens zich toch al bewegen. Bij online daten – en vooral op de geabstraheerde interfaces van Tinder en Grindr, die aantrekkingskracht tot de essentie herleiden: gezicht, lengte, gewicht, leeftijd, ras, geestige slogan – worden de slechtste kanten van de huidige staat van seksualiteit op onze schermen geïnstitutionaliseerd. 

    ‘Lichaamsfascistisch’

    Een vooronderstelling van ‘What the Flip?’ is dat dit vooral een homoseksueel probleem is: dat de homoseksuele mannengemeenschap te oppervlakkig is, te lichaamsfascistisch, te keurend. De homoseksuele mannen in mijn leven beamen dit voortdurend; ze voelen zich er allemaal slecht over, zowel de daders als de slachtoffers (de meeste zien zichzelf als beide). Ik ben niet overtuigd. Kunnen we ons voorstellen dat een datingapp die vooral door hetero’s wordt gebruikt, zoals Bumble of Tinder, een webserie maakt die de hetero-’gemeenschap’ aanmoedigt om haar seksuele racisme of vetfobie onder ogen te zien? Als dat onwaarschijnlijk klinkt, is de reden niet dat hetero’s geen lichaams‑ of seksueel racisten zijn. Het is omdat hetero’s – of, beter gezegd, witte, gezonde cishetero’s – niet geneigd zijn te denken dat er iets mis is met de manier waarop ze seks hebben. Daarentegen weten homoseksuele mannen – zelfs de mooie, witte, rijke, gezonde – dat het een politieke kwestie is met wie ze seks hebben en hoe. 

    Niemand is verplicht om seks met iemand anders te hebben

    Uiteraard is het niet zonder risico om onze seksuele voorkeuren aan politiek toezicht te onderwerpen. We willen dat het feminisme de oorsprong van verlangen kan ondervragen, maar zonder slutshaming, preutsheid of zelfverloochening te bewerkstelligen: zonder individuele vrouwen te vertellen dat ze eigenlijk niet weten wat ze willen, of niet mogen genieten van wat ze willen (zolang er sprake is van wederzijdse instemming). Sommige feministen denken dat dit onmogelijk is en dat kritiek op verlangen onvermijdelijk leidt tot autoritair moralisme. (Deze feministen kunnen we vergelijken met vrouwen die pleiten voor een soort ‘sekspositiviteit uit angst’, zoals Judith Shklar ooit pleitte voor een ‘liberalisme uit angst’ – de keuze voor liberalisme vanuit de angst voor autoritaire alternatieven.) Maar het ‘herpolitiseren’ van verlangen kan ook een discours van ‘seksueel recht’ in de hand werken. Wanneer je het hebt over mensen die onterecht seksueel worden gemarginaliseerd of uitgesloten, kan dat de weg vrijmaken voor de gedachte dat deze mensen recht hebben op seks, een recht dat wordt geschonden door degenen die weigeren seks met hen te hebben. Die opvatting is bijzonder kwalijk: niemand is verplicht om seks met iemand anders te hebben. Ook dit is een vanzelfsprekendheid. En dit is natuurlijk wat Elliot Rodger, net als de vele boze incels die hem als martelaar vereren, weigerde in te zien. In de inmiddels opgeheven Reddit-groep was een bericht verspreid met als titel ‘Het zou legaal moeten zijn voor incels om vrouwen te verkrachten’, waarin stond dat ‘geen uitgehongerde man naar de gevangenis zou hoeven gaan voor het stelen van voedsel, en geen seksueel uitgehongerde man naar de gevangenis zou hoeven gaan voor het verkrachten van een vrouw’. Het is een misselijkmakende vergelijking, die de gewelddadige misvatting belicht die ten grondslag ligt aan het patriarchaat. Sommige mannen worden om politiek dubieuze redenen uitgesloten van het seksuele domein – waaronder mogelijk enkelen van de mannen die hun wanhoop uiten op anonieme fora – maar op het moment dat hun frustratie zich omzet in woede ten opzichte van de vrouwen die hun seks ‘ontzeggen’, in plaats van woede op de systemen die verlangens vormen (van henzelf en van anderen), overschrijden ze de grens naar morele verwarring en verwerpelijkheid. 

    In haar scherpzinnige essay ‘Men Explain Lolita to Me’ wijst Rebecca Solnit ons erop dat ‘je geen seks met iemand mag hebben tenzij diegene seks met jou wil’, zoals ‘je niet met iemand een boterham kan delen, tenzij diegene die boterham met jou wil delen’. Geen hap van iemands boterham krijgen is ‘evenmin een vorm van onderdrukking’, aldus Solnit. Maar de analogie werkt even verwarrend als verhelderend. Stel dat je kind thuiskomt uit school en vertelt dat de andere kinderen hun boterhammen met elkaar delen, maar niet met haar. En stel dat je kind bruin is, of dik, of gehandicapt, of niet zo goed Engels spreekt, en dat je vermoedt dat dit de reden is dat de andere kinderen geen boterham met haar delen. Dan is de uitleg dat geen van de andere kinderen verplicht is om iets met je kind te delen, hoe waar ook, niet langer bevredigend. 

    Seks is geen boterham. Hoewel je kind niet wil dat er uit medelijden met haar wordt gedeeld – zoals niemand een wip uit medelijden wil, en zeker niet van een racist of een transfoob – zouden we het niet autoritair vinden als de leraar de andere leerlingen zou aanmoedigen ook met jouw dochter te delen, of een beleid voor gelijke verdeling zou invoeren. Maar een staat die zich op soortgelijke wijze zou bemoeien met de seksuele voorkeur en praktijken van zijn burgers – die ons zou aanmoedigen om seks gelijk te ‘verdelen’ – zou waarschijnlijk als buitengewoon autoritair worden beschouwd. (De utopische socialist Charles Fourier stelde een gegarandeerd ‘seksueel minimum’ voor, vergelijkbaar met een gegarandeerd basisinkomen, voor elke man en vrouw, ongeacht leeftijd of invaliditeit; pas als seksuele deprivatie zou zijn opgeheven, kunnen romantische relaties echt vrij zijn, zo meende Fourier. Deze maatschappelijke dienst zou worden verleend door een ‘amoureuze adel’ die, aldus Fourier, ‘in staat is liefde ondergeschikt te maken aan gevoelens van eer’.) Het maakt natuurlijk uit hoe bemoeienis eruit zou zien: activisten op het gebied van functiebeperking roepen bijvoorbeeld al lange tijd op tot meer inclusieve seksuele voorlichting op scholen, en velen pleiten voor regelgeving die diversiteit in reclame en media garandeert. Maar het zou naïef zijn om te denken dat dergelijke maatregelen voldoende zijn om onze seksuele verlangens te veranderen, om ze volledig van de groeven van discriminatie te bevrijden. En terwijl je in alle redelijkheid kunt eisen dat een groep kinderen hun boterham ‘inclusief’ deelt, is dat met seks simpelweg onmogelijk. Wat in het ene geval werkt, werkt in het andere niet. Seks is niet met een boterham te vergelijken, en ook niet met iets anders. Niets is tegelijkertijd zo met politiek verweven en toch zo onschendbaar persoonlijk. We moeten een manier zien te vinden om seks op zichzelf te zien. 

    Binnen het hedendaagse feminisme komen zulke kwesties veel aan bod in relatie tot trans vrouwen, die vaak worden geconfronteerd met seksuele uitsluiting door lesbische cisvrouwen, terwijl deze tegelijkertijd beweren hen serieus te nemen als vrouw. Dit fenomeen werd door trans pornoactrice en activiste Drew DeVeaux de ‘cotton ceiling’, het katoenen plafond, genoemd, waarbij ‘katoen’ verwijst naar ondergoed. Zoals veel trans vrouwen hebben opgemerkt, is de term uiterst ongelukkig gekozen. Terwijl het ‘glazen plafond’ de schending impliceert van het recht van een vrouw op een carrière, verwijst ‘katoenen plafond’ naar een gebrek aan iets wat niemand verplicht is te geven. Maar als je simpelweg tegen een trans vrouw, of een gehandicapte vrouw, of een Aziatische man zou zeggen: ‘Niemand is verplicht om seks met je te hebben’, zie je iets cruciaals over het hoofd. Er bestaat geen recht op seks, en iedereen heeft het recht om te willen wat ze willen, maar persoonlijke voorkeuren – GEEN LULLEN, GEEN FEMS, GEEN DIKZAKKEN, GEEN ZWARTEN, GEEN ARABIEREN, NO RICE NO SPICE, MASC FOR MASC – zijn zelden uitsluitend persoonlijk. 

    In 2018 betoogde de feministische en trans auteur Andrea Long Chu in een stuk voor n+1 dat de transervaring, niet zoals we geneigd zijn te denken ‘een ware identiteit uitdrukt, maar de kracht van een verlangen’. Trans zijn, zegt ze, is ‘niet een kwestie van wie je bent, maar van wat je wilt’.

    Ze vervolgt: 

    ‘Ik ben overgestapt vanwege de roddels en complimentjes, lippenstift en mascara, om te kunnen huilen in de bioscoop, om iemands vriendin te zijn, haar de rekening te laten betalen of mijn koffers te laten dragen, vanwege de neerbuigende vriendelijkheid van bankbedienden en telefonistes, de intimiteit van een telefoongesprek met een vriendin, het bijwerken van mijn make-up op het toilet, als Christus aan beide kanten geflankeerd door een zondaar, voor de seksspeeltjes, om me sexy te voelen, geslagen te worden door butches, voor de geheime inzichten in welke potten je in de gaten moet houden, voor Daisy Dukes, bikinitopjes, jurken en, mijn god, voor de borsten. Nu wordt wel duidelijk wat het probleem is met verlangen: we willen zelden wat we zouden moeten willen.’ 

    Deze verklaring dreigt, zoals Chu goed weet, het argument van antitransfeministen te versterken: dat trans vrouwen vrouwelijkheid gelijkstellen en verwarren met wat traditioneel wordt geassocieerd met vrouwelijkheid, waardoor het patriarchaat enkel wordt versterkt. Veel trans vrouwen reageren op deze beschuldiging door vol te houden dat trans zijn gaat over identiteit en niet over verlangen: dat ze al vrouw zijn, en niet vrouw willen worden. (Zodra trans vrouwen worden erkend als vrouwen, klinkt de klacht dat ze genderstereotypen versterken ineens idioot, aangezien je aanzienlijk minder klachten hoort over ‘buitensporige vrouwelijkheid’ onder cisvrouwen.) Chu benadrukt daarentegen dat trans vrouwen worden gevormd door een verlangen naar iets wat ze missen: ze willen niet alleen deel uitmaken van de metafysische categorie ‘vrouw’, maar verlangen naar de specifieke kenmerken van een cultureel geconstrueerde en beteugelende vrouwelijkheid – Daisy Dukes, bikinitopjes en ‘neerbuigende vriendelijkheid’. Volgens Chu moet de wens van trans vrouwen niet alleen gerespecteerd, maar ook materieel ondersteund worden, omdat ‘het geen enkele zin heeft om verlangen te conformeren aan politieke principes’. Dit, zegt ze, is ‘de ware les van het mislukte project van het politiek lesbianisme’. Om tot een werkelijk bevrijdend feminisme te komen, zou de radicaalfeministische behoefte om verlangens onder een politieke loep te leggen dus volledig moeten worden uitgebannen.

    Dit is om twee redenen problematisch. Als alle verlangens moeten worden afgeschermd van politieke kritiek, dan geldt dat ook voor de verlangens die maken dat trans vrouwen gemarginaliseerd en buitenspel gezet worden: zowel het erotische verlangen naar een bepaald soort lichaam als het verlangen om het vrouw-zijn niet te delen met de ‘verkeerde’ soorten vrouwen. Identiteit en verlangen zijn inderdaad, zoals Chu suggereert, niet volledig los van elkaar te zien, en de rechten van transgenders mogen niet afhangen van dit onderscheid, net zoals de rechten van homo’s niet mogen afhangen van de vraag of homoseksualiteit aangeboren is dan wel een keuze. Maar een feminisme dat de politieke kritiek op verlangen volledig afzweert, neemt geen stelling tegen de onrechtvaardige behandeling en uitsluiting van juist die vrouwen die het feminisme het hardst nodig hebben. 

    De vraag is dan hoe we omgaan met de ambivalentie dat niemand verplicht is om naar iemand anders te verlangen, dat niemand het recht heeft om begeerd te worden, maar dat wie begeerd wordt en wie niet tegelijkertijd een politieke kwestie is en wordt bepaald door algemene patronen van overheersing en uitsluiting. Het is opvallend, hoewel niet verrassend, dat mannen die met seksuele marginalisering te maken hebben vaak vinden dat ze recht hebben op een vrouwenlichaam, terwijl vrouwen in deze positie het doorgaans niet over rechten hebben, maar over empowerment. Wanneer ze het wel over rechten hebben, gaat het over het recht op respect, niet op andermans lichaam. Aan de andere kant vragen radicale zelfliefdebewegingen onder zwarte of dikke vrouwen en vrouwen met een functiebeperking ons om onze seksuele voorkeuren niet als een vaststaand gegeven te zien. ‘Zwart is mooi’ en ‘Big is beautiful’ zijn niet alleen slogans van empowerment, ze suggereren een herwaardering van onze waarden. Lindy West beschrijft hoe ze zich bij het bestuderen van foto’s van dikke vrouwen afvraagt hoe het zou zijn om deze lichamen – lichamen die haar voorheen met schaamte en zelfhaat vervulden – als objectief mooi te zien. Dit, zegt ze, is geen theoretische kwestie, maar een perceptuele: het gaat om de manier waarop je naar bepaalde lichamen – van jezelf en van anderen – kijkt, uitnodigend, zodat afkeer in bewondering kan omslaan. De vraag die radicale zelfliefdebewegingen stellen, is niet of het recht op seks bestaat (wat niet zo is), maar of het een plicht is om onze verlangens zo goed mogelijk te transformeren. 

    Om deze vraag serieus te nemen, moeten we erkennen dat het hele idee van een vaste seksuele voorkeur politiek van aard is en niet metafysisch. Diplomatiek als we zijn behandelen we de voorkeuren van anderen als heilig: we zijn terecht terughoudend om ons uit te spreken over wat mensen echt willen, of wat een geïdealiseerde versie van hen zou willen. We weten dat dit binnen een autoritair systeem bedrieglijk is. Dit geldt in het bijzonder voor seks, waar echte of ideale verlangens lange tijd werden opgevoerd als excuus om vrouwen en homoseksuele mannen te verkrachten. Maar feit is dat onze seksuele voorkeuren kunnen veranderen, soms onder invloed van onze eigen wil – niet automatisch, maar onmogelijk is het niet. Bovendien komen seksuele verlangens niet altijd overeen met ons eigen idee erover, zoals generaties homoseksuele mannen en vrouwen kunnen bevestigen. Verlangens kunnen ons verrassen, ons ergens heen leiden waar we nooit hadden gedacht te belanden, naar iemand naar wie we nooit hadden gedacht te verlangen, naar iemand van wie we nooit hadden gedacht te zullen houden. In de allerbeste gevallen, de gevallen die misschien de meeste hoop bieden, kunnen verlangens zich losmaken van wat de politiek voor ons heeft gekozen, en hun eigen keuze maken. 

  • Nadia Harhash: ‘Worden mannen geboren als vrouwenhaters?’

    Nadia Harhash: ‘Worden mannen geboren als vrouwenhaters?’

    Na korte blik op de geschiedenis kun je moeilijk anders concluderen dat mannen de neiging hebben vrouwen te willen domineren, stelt de Palestijnse mensenrechtenactiviste Nadia Harhash. Ze ging te rade bij Aristoteles en Plato om te achterhalen waar misogynie vandaan komt. ‘Waarom keken zij eigenlijk neer op vrouwen?’

    Nexus-conferentie: ‘Revolutie van de hoop‘

    ‘Revolutie van de hoop’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie. Met als hoofdvraag: Waar vinden we, te midden van al onze hedendaagse crises, de revolutionaire hoop, moed en creativiteit om nieuwe werelden vorm te geven? 

    Op zaterdag 20 november komen sprekers als Giuseppe Conte, Patti Smith, Wole Soyinka en Mary L. Trump bijeen in Amsterdam om een antwoord te formuleren op deze vragen.

    Deze week publiceert 360 Magazine artikelen en speeches van de sprekers van de Nexus-conferentie ‘Revolution of Hope’. De vierde in de reeks is de Palestijnse mensenrechtenactiviste Nadia Harhash.

    Na een korte blik op de geschiedenis van de mensheid snel een optelsom maken van alle onrechtvaardigheid en ongelijkheid die het bestaan van vrouwen altijd hebben bepaald, is niet moeilijk. Net zo gemakkelijk is het om snel een rechtlijnig oordeel te vellen en te zeggen dit te wijten is aan de misogyne aard van de man. Want het kan geen toeval zijn dat de meeste mannen uiteindelijk zo worden, hoewel natuurlijk niet allemaal.

    Lees ook de artikelen van de andere sprekers van de Nexus-conferentie:

    » Patrick J. Deneen: ‘De nieuwe aristocratie verbloemt haar bevoorrechte positie

    » Minouche Shafik: ‘We hebben een nieuw sociaal contract nodig’

    » Colombe Cahen-Salvador: ‘Mondiaal is het nieuwe normaal’

    Maar is de misogyne aard van mannen wel de oorzaak dat ze altijd de neiging hebben vrouwen te willen overtreffen, domineren, onderdrukken en volledig in hun macht willen krijgen? 

    Nu ik hier zo bij stilsta, meer dan tweeduizend jaar en paar eeuwen geleden na Plato en Aristoteles, komt er bij er iets me op: waarom keken zij eigenlijk neer op vrouwen? Is het misschien zo dat vrouwen óf duivelse, vrijgevochten hoeren in spe zijn, óf gehoorzame en onderdanige huisvrouwen? 

    In de wereld van nu, waarin vrouwen bovendien óf als leeghoofd worden afgeschilderd, óf een doek om hun hoofd moeten dragen, kan het archetype van de man als vrouwenhater nooit veranderen.

    Het lijkt wel een stigma, alsof vrouwen niet anders kunnen zijn dan zo.

    Maar ik geloof niet dat mannen misogyn worden geboren en ik geloof ook niet dat vrouwen gedoemd zijn tot stereotypische leeghoofdigheid of een nikab.

    De vraag blijft dus: waar stonden al die andere vrouwen toen, en waar staan ze nu? 

    Aristoteles

    Ik ben absoluut niet van plan mannen gratie te verlenen voor al het leed en onrecht dat ze vrouwen hebben aangedaan. Maar toch vraag ik me het volgende af: Aristoteles degradeerde de vrouw in wezen al voor ze überhaupt voet op aarde had gezet, door te beweren dat ze belichaming was van geesten die ooit een slecht leven hadden geleid en daarom hier op aarde veroordeeld waren tot een vrouwenlichaam. Aristoteles beweerde dat vrouwenzielen minder sterk waren dan mannenzielen. Dit gebrek aan zielskracht bij vrouwen betekende dat ze minder gevoelig waren voor emoties die met de ‘ziel’ verband hielden, maar niet wat betreft begeerten.

    Om het beeldender te zeggen, in zijn eigen woorden, en binnen het aanvankelijke onderscheid dat hij maakt in The Generation of Animals, hoofdstuk 1 van Boek IV, waar hij de aard van de seksen bespreekt: ‘De man en de vrouw verschillen in persoonlijke capaciteiten en onvermogen. De vrouw is degene die sperma ontvangt, maar kan dat niet zelf vormen, afscheiden of lozen. (…) De vrouw is tegengesteld aan de man en is vrouw vanwege haar onvermogen om [sperma] te voortbrengen en vanwege de koudheid van het bloedvoedsel [de menstruatie].’

    De rol van de vrouw is volgens Aristoteles op zijn best die van ontvanger van sperma

    De rol van de vrouw is voor hem op zijn best die van ontvanger [van sperma]. In zijn tekst over politieke gemeenschappen in zijn werk Politika geeft hij toe dat er een noodzaak is om zaken te verenigen die niet afzonderlijk kunnen bestaan, en dat de behoefte om te reproduceren niet voortkomt uit vrije wil, maar een natuurlijk fenomeen is.

    Hij ziet echter dat dit leidt tot een relatie van heerser en onderdaan die van nature verenigd zijn voor hun eigen welzijn. ‘Want zij die de dingen rationeel kunnen voorzien, zijn van nature heerser en meester, en zij die de dingen lichamelijk kunnen uitvoeren, zijn van nature onderdaan en slaaf. En daarom hebben meesters en slaven baat bij hetzelfde. Daarom is het eerste gezin ontstaan uit de twee verenigingen van mannen en vrouwen en meester en slaven.’

    In het licht van deze verhouding tussen heerser en onderdaan ziet hij de rol van de vrouw in het gezin als iets wat het midden houdt tussen slaaf en vrije persoon. 

    ‘Maar we moeten eerst alles bestuderen en beginnen met de kleinste componenten. En de eerste, allerkleinste componenten van het gezin zijn meester en slaven, man en vrouw en vader en zonen. Daarom moeten we nadenken over wat deze drie [relaties] precies inhouden en hoe die zouden moeten zijn. De eerste is despotisch, de tweede maritaal en de derde reproductief, hoewel de laatste twee geen precieze naam hebben. Laten we nadenken over deze drie dingen die we hebben genoemd.’ 

    Aristoteles benadrukt ook dat de relatie tussen mannen en vrouwen er een van heerser en onderdaan is

    Hij benadrukt ook dat ‘de relatie tussen mannen en vrouwen er een van heerser en onderdaan is. Als consequentie van hun verschillende functies hebben mannen en vrouwen andere deugden. Hoewel vrouwen het vermogen hebben om te beraadslagen, mist hun rede autoriteit, en terwijl een man over praktische intelligentie kan beschikken, kan een vrouw hooguit tot een waarachtig oordeel komen.’

    Wat deugd betreft, volgens Aristoteles is het duidelijk dat mannen en vrouwen noodzakelijkerwijs deugden delen, maar dat er ‘natuurlijke’ verschillen bestaan tussen hen. Volgens hem is de situatie als volgt: ‘Vrije personen heersen op een bepaalde manier over slaven, mannen [domineren] vrouwen op een andere manier en mannen zijn op weer een andere manier de baas over kinderen. In ieder van hen zijn delen van de ziel aanwezig, alleen anders. Slaven beschikken in het geheel niet over een oordeelsvermogen, vrouwen doen dat wel maar in beperkte mate en bij kinderen is dit nog niet goed ontwikkeld.’

    Om Aristoteles toch wat krediet te geven, hij geeft toe dat vrouwen intelligent zijn, in staat tot het maken van weloverwogen keuzen en dat ze goede raad kunnen geven. Het is dus niet zo dat vrouwen niet logisch kunnen redeneren, maar dat emoties hun afwegingen vaak overstemmen. Daarin zijn ze anders dan slaven die geen greintje verstand hebben, en kinderen die wel verstand hebben, maar dat niet goed gebruiken!

    Vernedering

    Als je Aristoteles’ standpunt tegen vrouwen wilt begrijpen, zou je dat enigszins kunnen rechtvaardigen als je bedenkt dat de grote filosoof erg is vernederd door een vrouw. Had dit misschien te maken met het vernederende voorval met Phyllis, de vrouw van Alexander, die Aristoteles als een ezel besteeg en een historisch beeld opdrong van hoe laag deze beruchte filosoof kon zinken?

    De houding van Plato tegenover vrouwen in zijn werk De Republiek is progressiever, maar hun recht om Wachter te worden bleef voor hem een punt van discussie. Helaas kun je zijn theorie over de ‘gelijkheid van de seksen‘ ook anders uitleggen. Want het is op zijn minst ambigu dat Plato het vermogen van vrouwen aanvecht om bepaalde taken even goed als mannen uit te voeren dankzij hun vaardigheden en talenten, en niet door hun natuurlijke aard.

    Toch hebben Plato en Aristoteles natuurlijk wel een filosofische methodiek geconstrueerd over het concept van de rol van de vrouw en een kader gecreëerd voor unieke denkbeelden over de verschillende uitersten.

    Plato zegt: ‘Vrouwen baren kinderen en mannen verwekken ze. Laten we zeggen dat er geen bewijs is dat vrouwen anders zijn dan mannen.’

    Plato neigt ernaar te benadrukken dat het gedrag van vrouwen een consequentie is van de samenleving waarin ze opgroeien en niet van haar natuurlijke aard

    De Republiek, de ideale staat in het gedachtegoed van Plato, behandelt in Boek V de kwestie van de rol van de vrouw door indirect te pleiten voor opname van vrouwen in de eliteklasse van de Wachters, met als argument dat de wachterklasse de meest getalenteerde personen moest omvatten. 

    Toch maakt Plato in de Republiek en andere werken, ook neerbuigende opmerkingen over vrouwen in relatie tot voor de hand liggende domeinen. In Boek V zegt hij bijvoorbeeld: ‘Ik wil het eigenlijk liever niet hebben over de kleine krenterigheden waarvan ze verlost zullen zijn, want die zijn niet vermeldenswaardig (zoals het vleien van de rijken door de armen): alle pijnen en kwellingen waar mannen mee te stellen hebben bij het grootbrengen van een gezin, aan geld moeten zien te komen om zaken voor het huishouden te kopen, geld lenen en niet kunnen terugbetalen, zich in alle bochten wringen en dan het geld aan vrouwen en slaven geven die het mogen houden. Zo veel kwaden van zo veel soorten waar mannen onder gebukt gaan, zijn overduidelijk vreselijk en niet de moeite waard om over te spreken.’

    Maar in tegenstelling tot Aristoteles heeft Plato de vrouwelijke natuur nooit gebruikt als verklaring voor zijn kritische mening over hun gedrag. Hij levert vaak kritiek op het gedrag van de Atheense vrouwen, maar de vrouwen in zijn utopische stad die onder ideale omstandigheden zijn opgegroeid, worden beoordeeld op de kwaliteit van hun ziel. En degenen die in aanmerking komen om Wachter te worden, krijgen een strenge opleiding.

    Bij de verdediging van de staat tegen vijanden geeft hij de vrouw als Wachter zelfs een meer strategische functie. Maar daar moeten we wel bij vermelden dat deze vrouwen alleen bestaan in zijn ideale stad in De Republiek.

    En daarbij moeten we ook opmerken dat Plato net zo kritisch is over mannen omdat die dezelfde wanorde in hun ziel dragen. Plato neigt ernaar te benadrukken dat het gedrag van vrouwen een consequentie is van de samenleving waarin ze opgroeien en niet van haar natuurlijke aard.

    In tegenstelling tot Aristoteles noemt Plato ziet lichamelijke processen niet als bepalend voor de kwaliteit van iemands ziel. De biologische verschillen tussen mannen en vrouwen hebben dus geen enkele invloed op hun vermogen om hetzelfde filosofische niveau te behalen.

    Hoedster

    Kinderen baren is volgens Plato vooral een puur lichamelijk fenomeen en niet zozeer emotioneel of spiritueel. Want na een kind te hebben gebaard, voelen vrouwelijke Wachters geen verlies of verlangen om dat kind op te voeden. Bevallen is gewoon een routineklus. In De Republiek is voor Plato de ideale rol van de vrouw dat te doen wat ze volgens haar aard het best kan.

    Hij besteed in De Republiek aandacht aan de kwestie van vrouwen omdat hij het onderwerp van een ideale staat niet kan bespreken als hij de helft van de bevolking weglaat. In Symposium echter, waarin de kwestie van sekse en de rol van de vrouw in de stad niet aan de orde komen en nauwelijks aandacht wordt besteed aan vrouwen, stelt Diotima deze kwestie wel aan de orde. 

    Wat betreft het gezin schrapt Plato in De Republiek het traditionele model van het huishouden. Voor hem is de vrouw in de eerste plaats een hoedster die de extra plicht heeft toekomstige burgers te baren.

    Plato voelde zich niet aangetrokken tot vrouwen en Aristoteles voelde zich door hen bedreigd

    In De Republiek wijst Plato vrouwen een rol toe die bijna gelijkwaardig is aan die van mannen. Alleen moeten we ook nu weer bedenken dat de vrouwen die destijds in Athene woonden, niet de vrouwen waren die hij in zijn republiek voor ogen had. 

    Als we rekening houden met de persoonlijke dilemma’s van beide filosofen — een voelde zich aangetrokken tot mannen en de ander werd vernederd door een vrouw — kunnen we beter begrijpen waar hun uitspraken op zijn gebaseerd. Eén voelde zich niet aangetrokken tot vrouwen en de ander voelde zich door hen bedreigd. Eén zag ze als leeghoofden en de ander wilde ervoor zorgen dat ze een sluier droegen. 

    Maar bij monde van vrouwen als Diotima die Plato noemt in Socrates’ verslag over Eros (de Griekse god van de liefde, seks en vruchtbaarheid), erkent hij de mogelijke rol van de vrouw op de meest glorieuze wijze: ‘Ik zal proberen voor u de toespraak over liefde te bespreken die ik eens hoorde van Diotima, een vrouw uit Mantinea, die erg wijs was en ook veel verstand had van veel andere zaken. Eens heeft zij zelfs de pest tien jaar lang weten af te weren door de Atheners te vertellen welke offers ze moesten brengen. Zij heeft mij de kunst der liefde onderwezen en ik zal haar toespraak doorlopen, zo goed als ik kan in mijn eentje.’

    Die vrouw bestond toen en bestaat nu nog steeds.

    Maar er is nog een lange weg te gaan vóór vrouwen geschiedenis zullen schrijven. Alleen dan zullen de sluiers van de hoofden gaan en zullen de leeghoofden vervliegen.

    Misschien zullen mannen dan als vrouwen zijn… En bijdragen aan het universum in hun natuurlijke rol als onderdeel van dit bestaan en niet als het middelpunt en de oorsprong daarvan.

    Nadia Harhash

    Nadia Harhash is een Palestijnse advocate, mensenrechtenactiviste en schrijfster. Ze staat bekend om haar diepteanalyses van het Palestijns-Israëlische conflict en het verslaan van belangrijke onderwerpen in de Palestijnse samenleving. Harhash is columniste van Raj Al-Youm.

    Ze is auteur van de autobiografische roman In the Shadows of Men (2016), de diepgravende studie Growth and Development of Palestinian Women Movement during the Mandate Period (2018) en On the Path of Mariam (2019). Haar recentste boek is Nietzsche in Jerusalem: A diary of a Dog (2021).

    Harhash is momenteel senior programmamanager bij HEKS/EPER, een ngo die zich inzet voor humanitaire zorg in onder meer Gaza. Daarnaast speelt Harhash een belangrijke rol in de democratische hervorming van de Palestijnse Autoriteit.

  • Japan wil einde maken aan archaïsche genderwetten

    Japan wil einde maken aan archaïsche genderwetten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brazilië: YouTube schorst Bolsonaro voor een week

    » Soedan: meerdere doden bij de demonstraties tegen de staatsgreep

    In Japan willen transgenders niet langer op de operatietafel om hun identiteit te veranderen

    De Japanse wet vereist dat elke transgender persoon een zeer dure geslachtsaanpassende operatie ondergaat om wat betreft burgerlijke staat van geslacht te kunnen veranderen. Deze situatie wordt nu aan de kaak gesteld door de betrokkenen, die dagelijks worden gestigmatiseerd, meldt de Japanse pers. 

    Op 4 oktober ging generaal Suzuki in Hamamatsu, centraal Japan, naar de districtsrechtbank in de regio om een ​​petitie in te dienen die het lot van alle transgenders in het land zou kunnen veranderen, zoals de publieke omroep NHK meldt.

    Deze 46-jarige transgender man, die in de burgerlijke stand is geregistreerd als vrouw, wil dat de Japanse rechtbanken erkennen dat de genderidentiteit van een persoon moet worden gerespecteerd ‘zonder dat een chirurgische ingreep noodzakelijk is’, aldus The Mainichi.

    In Japan, een land waar het homohuwelijk ondanks de goedkeuring van de meerderheid van de bevolking nog steeds niet is gelegaliseerd, legt de wet nog altijd archaïsche voorwaarden op de aanduiding van het geslacht op de burgerlijke staat te wijzigen. Transgenders worden inderdaad gedwongen om operatief te worden gesteriliseerd en moeten geslachtsdelen hebben die sterk lijken op die van het andere geslacht.

    ‘De staat dwingt mij een operatie af’

    Omdat de geslachtsaanpassende operatie erg duur is, gooit ongeveer 80 procent van de transgenders de handdoek in de ring en behoudt wettelijk het geslacht dat bij de geboorte is toegewezen, aldus NHK. Gen Suzuki legt zich daar niet bij neet:

    ‘Ik wil alleen maar leven met het geslacht waarmee ik me identificeer en dat past bij mijn uiterlijk. Het feit dat ik nog steeds eierstokken heb, heeft niets te maken met mijn mannelijke genderidentiteit. Dat de staat mij een operatie oplegt die ik niet eens wil, is onzin!’

    Volgens hem zijn deze door de staat opgelegde voorwaarden in strijd met de grondwet van het land, die gelijkheid voor de wet en respectering van de persoonlijkheid van het individu voorschrijft. Hij besloot daarom juridische stappen te ondernemen, in de hoop een verschil te maken.

    ‘In de burgerlijke stand en andere officiële documenten blijven deze mensen lijden onder de ontkenning van hun bestaan, zonder erin te slagen het geslacht te veranderen dat niet van hen is. Dit is een schending van de mensenrechten waarvan we niet weg moeten kijken’, citeert de regionale krant Shizuoka Shimbun zijn advocaat, Yoko Mizutani.

    Discriminatie die dagelijks zwaar weegt

    Omdat ze niet wettelijk van geslacht kunnen veranderen, worden transgenders in Japan dagelijks gediscrimineerd, schrijft de NHK- zender. Dit is het geval bij Chihiro Ueda. Hoewel ze al zestien jaar haar leven als vrouw leidt, wordt op haar identiteitsbewijs nog steeds aangegeven dat ze een man is, wat een echte barrière vormt bij het zoeken naar werk.

    Vele malen heb ik gesolliciteerd om als caissière of in een restaurant te werken. Maar mijn verzoek wordt vrijwel altijd geweigerd. En zelfs als het me lukt om een ​​baan te krijgen, laten ze me nooit klanten bedienen. Het is een voortdurende vernedering.

    ‘Een schending van de mensenrechten’ volgens de WHO

    In tegenstelling tot Japan hebben Europese landen deze voorwaarden de afgelopen jaren opgeheven. Als de betrokkene in Duitsland bijvoorbeeld meer dan drie jaar met het geslacht van zijn keuze leeft, kan hij het geslacht dat hem bij de geboorte is toegewezen in de burgerlijke stand wijzigen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en andere internationale instellingen publiceerden in 2014 een gezamenlijke verklaring waarin zij de verplichting van de operatie als een ‘schending van de mensenrechten’ kwalificeerden .

  • In Japan is onder rokjes gluren ‘een verslaving’

    In Japan is onder rokjes gluren ‘een verslaving’

    In een interview met het Japanse dagblad Asahi Shimbun geeft een ggz-medewerker antwoordt op de vraag waarom veel Japanse mannen verslaafd zijn aan ‘upskirting’. Hij benadrukt het belang van medische zorg voor deze daders. ‘Te veel mensen vatten het fenomeen te licht op, omdat ze het niet als zedenmisdrijf zien.’

    In het Engels wordt het ‘upskirting’ genoemd, het filmen onder de rokken van vrouwen zonder hun medeweten. In Japan is het een echte plaag, aldus de Asahi Shimbun. Alleen al in 2019 meldde de Japanse politie vierduizend gevallen en dat aantal is slechts het topje van de ijsberg, volgens Yoshiaki Saito, werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg.

    Saito zegde een interview aan Asahi Shimbun toe om de omvang van het probleem in de Japanse samenleving toe te lichten. Nadat hij tussen 2006 en 2020 521 daders had behandeld, merkte hij op dat het helemaal niet om ‘kleine’ misdaad gaat die in een opwelling wordt gepleegd, zoals soms wordt gedacht, en hij pleit er dan ook voor om het als een speciaal zedendelict te gaan benoemen.

    Asahi Shimbun: Wat zijn de profielen van de daders die u behandelt?

    Yoshiaki Saito: ‘Twee derde van hen ging naar de universiteit of volgt hoger onderwijs. Meer dan de helft is werkzaam in een bedrijf en 15 procent heeft een gespecialiseerd beroep, zoals leraar of arts. Zestig procent is getrouwd of is getrouwd geweest. De meesten verrichten hun daden in treinstations en de gemiddelde leeftijd bij het eerste consult is vrij laag, rond de achtentwintig jaar. Er liggen echter jaren, gemiddeld zo’n zeven jaar, tussen het eerste vergrijp en het eerste klinische consult.

    Volgens onze gegevens hebben recidivisten een hogere sociale status dan chikans, zoals mannen die vrouwen ongewenst aanraken in het openbaar vervoer worden genoemd. Ze hebben ook een uitgebreidere cv.

    In het geval van ‘upskirting’ is het gemakkelijker om het misdrijf te verrichten, omdat er geen fysiek contact met het slachtoffer vereist is. Slachtoffers die vinden dat er sprake is van seksueel misbruik zijn zeldzaam, en daardoor zijn misbruikers “succesvoller” in hun handelen. Het rechtvaardigt ook hun daad: in hun ogen is het normaal om hun verlangens te bevredigen zonder dat ze er iemand pijn mee doen.’

    Maar als ze worden gearresteerd, lopen ze het risico hun sociale status te verliezen. Waarom doen ze het toch?

    ‘Of het nu “upskirters” of chikans zijn, ze zijn behoorlijk bedreven op dit gebied. Ze weten bijvoorbeeld dat twee of drie arrestaties niet per se tot een veroordeling leiden en dat ze in de meeste gevallen buiten de rechtbank om iets kunnen regelen met hun slachtoffers. Aangezien het indienen van een klacht tijd kost, gaan sommige slachtoffers akkoord met excuses en verwijdering van het beeldmateriaal, in de veronderstelling dat ze uiteindelijk niet echt fysiek zijn lastiggevallen.’

    Waarom is het afschrikkende effect van arrestatie zo mager?

    ‘Ook als ze uit pure nieuwsgierigheid beginnen met het filmen onder vrouwenrokken, verliezen ze gaandeweg de controle en gaan ze door. In eerste instantie is hun doel masturbatie, maar dat verandert geleidelijk van aard. Na een tijdje wordt het filmen om het filmen.

    De spanning voor de handeling en het gevoel van voldoening erna zorgen voor een teveel aan dopamine in de hersenen. Ze raken verslaafd aan dat gevoel. Zozeer zelfs dat ze zonder hulp van buitenaf niet kunnen stoppen. Upskirting is dus een verslaving.’

    Waarin verschillen wij van deze agressors?

    ‘Ik denk dat mensen die zich bewust zijn van de gewelddadigheid die gepaard gaat met het nemen van zulke foto’s zonder toestemming, een dergelijke daad niet zouden verrichten. Aangezien dit een vorm van seksueel geweld is, is de kwestie van instemming cruciaal. De daders delen het patriarchale idee dat vrouwen objecten zijn of een wezen dat inferieur is aan mannen en dat hun superioriteit bevestigt.’

    Hoe behandelt u hen?

    ‘De meeste daders gebruiken hun mobiele telefoon. Er zijn dus drie methoden: 1. Blokkeer de camera van hun smartphone door de toegang te beperken met een code. 2. Beschadig de lens om fotograferen onmogelijk te maken. 3. Verwijder de camerafunctie van hun mobiele telefoon.

    Kortom, als ze niet over hun spullen kunnen beschikken, ondernemen ze geen actie. De samenleving moet zich ook realiseren dat daders van seksuele misdrijven zoals upskirting en ongewenste seksuele aanrakingen, in staat zijn om hun daden te stoppen met wetenschappelijk onderbouwde behandelingen.’

    Momenteel debatteert een commissie van het ministerie van Justitie over een hervorming van het strafwetboek inzake seksueel geweld. Voyeurisme tot misdrijf verklaren is een van de mogelijkheden. Zou dat helpen om het aantal slachtoffers te verminderen?

    ‘Dat is een afschrikmiddel voor mensen die beginnen met upskirting. Desondanks zal wetgeving echter te beperkt zijn voor recidivisten die verslaafd zijn en voor plegers van andere seksuele misdrijven. Voor hen is het noodzakelijk om strafrechtelijke sancties te combineren met passende behandeling.

    Hervorming van de wet zou de samenleving bewust kunnen maken van upskirting. Te veel mensen vatten het fenomeen te licht op, omdat ze het niet als zedenmisdrijf zien. Als het Wetboek van Strafrecht zou veranderen en dat ertoe zou leiden dat meer mensen upskirting als een op zichzelf staande seksuele misdaad erkennen, zou de toegang tot behandeling gemakkelijker zijn. Dit zou een belangrijke rol kunnen spelen bij het voorkomen van dit misdrijf.’

  • ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    Jarenlang keek de progressieve elite stiekem neer op de mensen onder aan de maatschappelijke ladder. Die mensen zijn nu afgehaakt en stemmen overal ter wereld op de populisten. Eigen schuld, dikke bult, zegt Elisabeth Raether.

    Keuze uit het archief

    Vijf jaar geleden, september 2016, publiceerden wij een dossier genaamd: ‘Hé elite, kijk eens in de spiegel!’ In dit artikel daaruit fileert een jonge Duitse journaliste vlijmscherp de kronkels in de gedachten van wat meestal de linkse elite wordt genoemd. Hun stelregel lijkt te zijn: zolang je zelf alles volgens de – door hen zelf bepaalde – regels doet, is het geen probleem om op anderen neer te kijken.

    Na maanden van voorverkiezingsstrijd heeft onze verontwaardiging over Donald Trump iets overbodigs gekregen: hij zegt iets onbeschofts en wij grijpen geschrokken naar onze parelketting, als burgerdames die iemand aan tafel uit een vingerkommetje zien drinken. Maar de verrassing is er nu wel af. En vooral: Trump kwam niet uit het niets. Waarschuwingssignalen genoeg. We hebben lang gedacht dat het voldoende was iemand als hij met scherpzinnige spot en minachting op zijn plaats te zetten.

    Maar of het nu satirische stukjes of afkeurende hoofdartikelen waren, of dat we hem gewoon voor gek zetten om zijn haar: niets hielp. Eigenlijk hebben we steeds gedacht dat alleen dat kapsel al genoeg was om erger te voorkomen. Maar Trump en andere autoritaire leiders kregen steeds meer succes en werden steeds zelfbewuster.

    Het zou aan ons kunnen liggen. Want uit alle aanwijzingen, die we niet alleen over het hoofd hebben gezien maar bewust hebben genegeerd, blijkt dat wij − ook als Europeanen − een onaangename waarheid onder ogen moeten zien: wij leven in een klassenmaatschappij, waar de ene groep leidt en de andere volgt. En als we om Trump en Melania lachen, ontmaskeren we niet hén, maar onszelf.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden

    Wie zijn wij? Wij zijn de leiders. Wij zijn de nieuwe liberale elite. Wij zijn degenen die met tranen in de ogen luisteren naar Michelle Obama’s toespraak op de democratische conventie. Wij zijn het soort mensen dat niet bang is om een moderne en toch elegante outfit te dragen die vermoedelijk is ontworpen door een jonge designer uit New York wiens naam de meeste Amerikanen niet eens kunnen uitspreken. Wij zijn de mensen die überhaupt niet zo snel bang zijn, niet voor de onbegrijpelijke soevereiniteit waarmee de First Lady spreekt, noch voor de mengeling van macht en morele volmaaktheid die ze belichaamt als ze zegt: ‘Ik word iedere dag wakker in een huis dat is gebouwd door slaven.’ Michelle Obama is mooi, rijk, intelligent, elegant en heel, heel machtig. Maar ze is ook zwart, zodat ze zonder een zweempje schaamte mag genieten van al haar voorrechten, de schaamte die lange tijd de prijs is geweest van leven in de bovenlaag van de samenleving.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is, wat hoort en wat niet hoort, en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden. We zoeken het gezelschap van ‘ons soort mensen’. Maar net als een regime dat door revolutie aan de macht is gekomen, staan we boven alle verwijten, want wij, althans de generaties voor ons, hebben voor die plaats moeten vechten.

    We hebben de tolerantie bij wijze van spreken uitgevonden, en we definiëren dus ook wat dat is

     Het resultaat is de onaantastbare macht van het juiste, onze macht dus. En inderdaad, we hebben veel goeds teweeggebracht wat we de wereld nalaten: vrijheid en rechten voor vrouwen, migranten, gehandicapten, homoseksuelen. Maar de klassen hebben we niet afgeschaft. We hebben ons in de top van de klassenmaatschappij genesteld, en hebben nu het gevoel dat alle remmen los zijn.

    Van onderaf zou dat er wel eens heel anders uit kunnen zien.

    Michelle en Melania

    Hillary Clinton heeft dochter Chelsea ‘perfect’ opgevoed, zei Michelle Obama in haar toespraak. Dat zal niet iedere Amerikaanse moeder van haar kinderen durven zeggen; in ieder geval niet de moeders van de dikzakken en de spijbelaars, gedetineerden, tienermoeders en drugsverslaafden. Maar die moeders kunnen de First Lady niet verwijten dat ze arrogant is, tenzij hun voorouders op zijn minst ook slaven waren.

    Na Michelle Obama was er een toespraak van een jonge transvrouw, Sarah McBride. Dankzij zorgvuldige medische ingrepen ziet ze er zo fantastisch uit als iedere vijfentwintigjarige zich zou wensen. McBride was stagiaire in het Witte Huis en werkt nu bij een ngo. Haar verhaal gaat er niet alleen over dat álle mensen gelijk zijn, ze vertelt ook over haar echtgenoot, een transman, die op zijn achtentwintigste aan kanker overleed en zich tot zijn dood heeft ingezet voor LBGTQA-mensen in de VS.

    Er zijn niet veel vijfentwintigjarigen die op de conventie mogen spreken, en nog minder die zo hoogstaand en onzelfzuchtig overkomen. Maar hoe zit het met die anderen? Die niet zwart of hoogbegaafd, niet stijlvol of transgender, geen stralende jonge weduwe en wellicht niet eens vrouw zijn? Wat is hun heldenverhaal?

    Op de conventie van de Republikeinen, kort daarvoor, stond Melania Trump op het podium. Ook zij is aan haar gezicht geopereerd, maar om andere redenen. Smalle ogen, volle lippen, geföhnd haar. Ze leest van de autocue, waar ze zich kennelijk erg voor moet concentreren. Ze heeft een zwaar Balkanaccent en een monotone stem. Haar gelaatsuitdrukking past niet bij wat ze zegt: ze praat over liefde, het gezin en kindness, maar ze kijkt als een roofdier, cool, sexy, alsof ze bezig is iemand te verleiden, alsof ze alleen maar zo kan kijken.

    Veel van wat bij een toespraak mis kan gaan, gaat ook mis. Dat is al duidelijk vóórdat iemand ontdekt dat hele passages ervan zijn overgeschreven uit een toespraak van Michelle Obama in 2008. Een paar dagen later onthult een tijdschrift in New York dat het designdiploma dat Melania Trump zou hebben in het postcommunistische Slovenië van de jaren tachtig helemaal niet bestond. Vanaf dat moment kent het leedvermaak geen grenzen meer. Als ze dan al een universitair diploma verzint, waarom dan niet een bestaand? Melania, een vrouw net zo nep als haar borsten.

    Maar hoe zit het met de fakeborsten van de jonge transvrouw? Waarom zijn sommige borsten progressief en andere reactionair? Als iemand zijn biologische geslacht niet wil accepteren, mag hij zich laten opereren tot zelfs zijn moeder hem niet meer herkent. En als iemand er mooier of jonger uit wil zien dan hij is, dan zou dat niet mogen? Hoe moet je dat uitleggen aan iemand buiten de liberale kliek?

    Je kunt ook anders naar het optreden van Melania Trump kijken. Een verkiezingsteam had het niet beter in scène kunnen zetten: de hoon waar Trumps vrouw tegenaan loopt, is dezelfde die bij zijn kiezers tomeloze woede-uitbarstingen veroorzaakt. Zij worden opnieuw bevestigd in hun wrok. Zwarte mannen en vrouwen in de VS zijn slachtoffer van politiegeweld, arm, en moeten zich tegen ontelbare vooroordelen verdedigen. Maar er is nog een groep die buitengesloten wordt. Want ook over mensen die de vooruitgang niet zo snel kunnen bijbenen, mogen we − ook in tijden van sekseneutrale taal − allerlei denigrerende dingen zeggen; de mensen die onzeker zijn, geen talenten hebben, bang zijn: de witte mannen. Hun verlangens, hun behoeften, hun angsten, hun levensverhalen: één grote grap. Je kunt ze white trash noemen, of arbeiders, werklozen, ongeschoolden. Hoe dan ook, populair zijn ze niet, wereldwijs evenmin en zelfspot kennen ze niet. Zij zijn degenen die gekwetst zijn.

    Het kan op het eerste gezicht misplaatst lijken dat juist degenen die zijn afgehaakt zich identificeren met het echtpaar Trump, dat tenslotte fabelachtig rijk is. Melania Trump post selfies vanuit haar gouden woonkamer en heeft een assistente die boodschappen voor haar doet. De tegenstrijdigheid dat uitgerekend miljardairs de uitgeslotenen weten te bereiken, verdwijnt snel: want ze zijn niet alleen economisch uitgesloten, maar vooral cultureel.

    Lees ook:

    De leidster van het Front National, Marine Le Pen, had een bevoorrechte jeugd in een rijke voorstad van Parijs, maar mensen die zich aan de kant gezet voelen, zijn dol op haar. Terwijl de welgestelden een lompe vrouw met prefascistische opvattingen zien, koesteren de gepijnigde zielen zich in haar warmte. Want zij voelen hoe de liberale elite op hen neerkijkt. Le Pen heeft jarenlang haar uiterste best gedaan om toegelaten te worden in de Parijse televisiestudio’s waar haar vader een ongewenste gast was. Nu vecht ze voor het presidentschap met een hartstocht alsof het niet om politiek, maar om het vereffenen van een rekening gaat.

    Dat is het heldenverhaal van de veronachtzaamden: jullie zogenaamd tolerante veelverdieners hebben ons jarenlang genegeerd. We mochten optreden in realityshows op tv, zodat jullie je, met je eeuwige ironie, konden amuseren. Maar nu is het ernst. Nu willen we de macht, en die zullen we krijgen ook. Jullie vonden het toch altijd zo erg dat we niet gingen stemmen? Nou, dat is precies wat we gaan doen.

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen. Hoewel, bijvoorbeeld: niet alle tegenstanders van genetische modificatie kunnen je vertellen waarom ze daar zo tegen zijn, want het is ook gewoon een gevoel. Je wilt nou eenmaal graag dat wat je eet op een of andere manier waarde heeft en puur is.

    Ook kunnen niet alle pleitbezorgers van de EU uitleggen wat daar nou zo goed aan is, want het gaat uiteraard ook om onze identiteit, een vaag gevoel dat zich zo moeilijk laat beschrijven. Het is in ieder geval makkelijker om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet waar van die uitstekende, maar ongelooflijk goedkope wijnen op de kaart staan.

    Lees ook:

    Wereldwijde woede, vooral onder jongeren

    Iedereen heeft altijd meer begrip voor zijn eigen domheid dan voor die van de ander. Maar wie bepaalt wat dom is? Wie beslist wat de juiste problemen zijn en wat de verkeerde? Afgezien daarvan: Wat kan er nou dom aan zijn om iemand in het Witte Huis of het Elysée te kiezen waarmee je je kunt identificeren?

    Superioriteit

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Op het moment dat ze zo woedend werden, waren de uitgeslotenen allang van het politieke toneel verdwenen. De Franse socioloog Didier Eribon zegt dat de communistische arbeidersklasse vroeger ook al homofoob en racistisch was, maar dat ze nu vooral op het Front National stemmen omdat de socialistische regeringspartij niets meer met hen te maken wil hebben. De PS onder François Hollande wil het ‘nieuwe links’ zijn, vertegenwoordigd door vlerken als premier Manuel Valls en minister van economische zaken Emmanuel Macron, die geen idee hebben van de strijd die de afhakers tegen ‘die daar boven’ voeren. Onverholen hautain zei Valls laatst over degenen die tegen een geliberaliseerde arbeidsmarkt demonstreerden: Dat is het oude links. De Franse socialisten, de Duitse SPD, de Democraten in de VS, allemaal hebben ze hun groezelige komaf achter zich gelaten en zich geconcentreerd op de veel deftiger culturele vraagstukken.

    Dat de achterblijvers pas door autoritaire leiders en racisten weer een stem hebben gekregen, is een drama. Want natuurlijk hebben ook arbeiders en werklozen transgenderkinderen en homoseksuele zonen en dochters voor wie ze het allerbeste willen, en natuurlijk zullen vooral degenen die geïsoleerd zijn geraakt het meest te lijden hebben van de gevolgen van klimaatveranderingen. Maar wij hebben onze internationale attitude tot ons handelsmerk gemaakt. We hebben geen enkele mogelijkheid voorbij laten gaan om onze superioriteit te demonstreren: wij zijn zo veel intelligenter, humoristischer en hebben zo’n heldere kijk op de zaken. Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten. Het mag dan slechts een ondertoon zijn, die onze arrogantie verraadt, we moeten er wel naar gaan luisteren. Bij de afhakers is de boodschap namelijk al lang aangekomen, en voor de autoritaire leiders was het vervolgens gemakkelijk om het nadenken over vrijheid en het verantwoordelijkheidsgevoel af te serveren als een luxe die maar weinigen zich kunnen permitteren. Zij beweren dat tolerantie de ideologie van de macht is. Dat mag onjuist en manipulatief zijn, het laat wel zien wat onze grootste zwakte is.

  • Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Zelfs in een cultuur die zo openstaat voor afwijkende seksuele identiteiten, moeten sommigen hun ware aard verborgen houden. ‘Ik ben geen jongensachtige vrouw, ik ben een man’, schrijft een Zuid-Indiase transseksueel.

    Voorbij het onderscheid tussen man en vrouw

    ‘Over de hele wereld komt het voor: de ziel van een man in het lichaam van een vrouw, of andersom. Hoe erop wordt gereageerd – door wie het overkomt maar ook door diens omgeving – verschilt van continent tot continent. In het Oosten lijkt de minste kramp te heersen, in het Westen loopt de emancipatie van de transseksueel nog ver achter bij die van de homo. Dat een jongen (Andrej Pejic) bh-model is (voor de Hema) verandert daar nog niks aan.’

    Zo luidde de inleiding van ons dossier over genderidentiteit in januari 2012. We noemden de tijden toen al ‘transseksueel’ en beschreven in zes artikelen hoe op verschillende plekken in de wereld met het onderwerp werd omgegaan. Als archiefstuk vandaag kozen we deze hartekreet van een Indiase transseksuele man die werkt bij LesBiT, een steungroep voor lesbiennes, biseksuele vrouwen en vrouw-naar-man transseksuelen.

    In Zuid-India bestaan meerdere (trans)-seksuele identiteiten. Zo is daar de vrouw-naar-man identiteit Thirunambigal in Tamil Nadu, Magaraidu in Andhra Pradesh en Gandabasaka in Karnataka. En ook de man-naar-vrouw identiteit zoals de kothi, hijra (ook wel genoemd Aravanis en Thirunangaigal in Tamil Nadu), Jogappa in Noord-Karnataka, Jogatha in Andhra Pradesh en Shiva Shakti in Maharashtra en Andhra Pradesh.

    Niet al deze identiteiten zijn zo bekend als de hijra, die synoniem is geworden met transseksualiteit. Dat komt voornamelijk door de historische zichtbaarheid van deze gemeenschap die voor zichzelf een culturele en sociale ruimte heeft gecreëerd via het guru-chela (leraar-leerling) systeem. Dat is een steun voor veel jonge hijra’s/kothi’s die uit huis zijn gegaan om zich bij een van de zeven gharanas (huizen) te voegen als ‘dochters’ of ‘leerlingen’ van hun goeroes. Een hijra/kothi zie je vaak bij stoplichten staan bedelen – een van de weinige manieren om zich staande te houden in een vijandige en discriminerende maatschappij.

    Het geld dat India ontvangt om hiv/aids te bestrijden is aangewend om door het hele subcontinent ngo’s op te zetten die zich richten op de kothi als primaire drager van de infectie. Maar de genderidentiteit van de kothi wordt verdoezeld doordat de door ngo’s gehanteerde term MSM (mannen die seks hebben met mannen) vaak gebruikt wordt voor kothi’s. Maar kothi’s zijn geen mannen. Ze hebben een mannenlichaam, maar voelen zich vrouw.

    Bemiddelaars

    Jogappa’s zijn jonge jongens, meestal afkomstig uit de kaste van de onaanraakbaren (dalit) of uit een andere ‘achterlijke’ kaste, soms zelfs uit moslimgezinnen in Noord-Karnataka, die de godin Yellamma zijn toegedaan. Ze dragen vrouwenkleren en treden op als bemiddelaars tussen gelovigen en de godin. Ze mogen niet trouwen.

    De Jogappa is geen uitsluitend uit transseksuelen bestaande categorie, maar een ruimte waarin van oudsher transgendergedrag is toegestaan. Veel transseksuele vrouwen vinden hier een legitieme plek om hun identiteit, die niet overeenkomt met de heersende normen, toch in de maatschappij tot uiting te brengen.

    Ik voel me een Thirunambi, een vrouw-naar-man transseksueel. Lang voordat ik wist wat ik was, wist ik al dat ik in het verkeerde lichaam zat. Pas onlangs vond ik de woorden die het best beschrijven wat ik ben en trof ik mensen die net zo in elkaar zitten als ik: iemand die geboren is als vrouw, maar met de genderexpressie van een man. Ik heb jarenlang geprobeerd onder woorden te brengen wat ik ben, en getracht mijn familie, vrienden en geliefden te vertellen dat ik geen jongensachtige vrouw ben, maar een man.

    Transseksuele mannen zijn er in allerlei soorten en maten. Sommigen van ons willen een geslachtsoperatie, anderen niet; sommigen voelen zich heteroseksueel, anderen lesbisch of homo, en weer anderen multiseksueel. Er zijn er die soepeler omgaan met hun genderidentiteit dan anderen. Sommigen zijn door hun familie gedwongen te trouwen met een man, terwijl het anderen is gelukt zich los te maken en elders een beperkte vorm van vrijheid te vinden.

    Maar hoe verschillend ook, allemaal hebben we te maken gehad met onderdrukking vanwege onze ‘afwijkende’ genderexpressie.

    Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken

    De mate waarin varieert natuurlijk naar gelang de positie die we binnen onze kaste en klasse innemen. Ik schrijf als een Engelssprekende Nair vrouw-naar-man transseksueel uit de middenklasse. Ik schrijf voor mijn niet- Engelssprekende vrouw-naar-man dalit-broeders uit de arbeidersklasse. Ik schrijf omdat onze stemmen nooit worden gehoord. Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken. We hebben dubbel te lijden omdat we naast onze nonconformistische genderexpressie ook nog eens als vrouw zijn geboren. We hebben geen systeem zoals de hijra’s.

    We hebben geen goeroes die voor ons zorgen als we weggaan bij onze familie. We zijn onzichtbaar omdat we geconditioneerd zijn om in het openbaar ‘door te gaan’ voor een man, om te zeggen dat ons lichaam er niet toe doet omdat we ons ervan afgesneden voelen.

    Is dat lichaam dat maandelijks bloedt, dat lichaam met borsten dat wordt beschouwd als vrouwelijk, míjn lichaam? Dat is een vraag waar wij allemaal mee geworsteld hebben.

    Het is voor ons moeilijk om te veranderen met behoud van respect voor ons lichaam, omdat de maatschappij zich amper bewust is van onze genderidentiteit. Het medische establishment is grotendeels niet op de hoogte van onze behoeften en geslachtsveranderingsoperaties zijn niet te betalen voor als vrouw geboren transseksuelen uit de arbeidersklasse. Sommigen van ons hebben lesbische relaties gehad zonder te kunnen verwoorden dat we mannen zijn.

    Sluipen

    Er zijn maar weinig fondsen beschikbaar voor onze strijd om erkenning. Zelfs feministische groeperingen sluiten ons uit en bestempelen ons als anti-feministisch omdat we de kant van de onderdrukker kiezen doordat we ons man voelen. Dat is een beperkend feminisme dat voorbijgaat aan onze ervaringen in een vrouwenlichaam. Een feminisme dat niet erkent hoe moeilijk het voor ons was om weg te gaan bij onze families om uitdrukking te geven aan onze genderidentiteit.

    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben


    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben, omdat ze nu eenmaal bang zijn voor transseksuelen. We moeten naar urinoirs waar mannen staan te plassen. We worden in elkaar geslagen als we naar een damestoilet gaan, door vrouwen die denken dat we voyeurs zijn.

    Wij strijden voor een samenleving waarin een ‘afwijkende’ identiteit niet als abnormaal wordt veroordeeld. We willen ons losmaken uit de marge en een plek in het midden opeisen, waar we niet bang hoeven te zijn en ons niet hoeven te verdedigen. Dit is een oproep om het bestaan te erkennen van transseksuelen die geen hijra zijn. Dit is een verzoek om steun aan mensen die hetero, homo, lesbisch, feministisch, multiseksueel of anderszins seksueel geaard zijn. Een oproep tot vernietiging van genderidentiteit zoals wij die nu kennen.

  • ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    Binnenkort vertrekt ze, na zestien jaar en vier verkiezingsoverwinningen, vele crises en catastrofen, successen en rampen. Der Spiegel boog zich in een speciaal nummer over het tijdperk Angela Merkel. In dit overzichtsartikel van Dirk Kurbjuweit wordt haar leiderschap zorgvuldig geëvalueerd, aan de hand van de belangrijkste thema’s die haar tijd kenmerkten.

    Het tijdperk-Merkel was een tijd van spoken. Het was doortrokken van crises die zich aanvankelijk onzichtbaar uitbreidden en daarom zo’n griezelige indruk maakten. Dat gold voor de kredietcrisis en de eurocrisis, voor de pandemie en de klimaatverandering. Er was iets aan de hand, maar wat er precies aan de hand was begrepen alleen deskundigen, wetenschappers echt goed. Voor de anderen bleef er vooral een gevoel van onzekerheid hangen, van angst ook. Hoe zal dat spook mijn leven veranderen of beschadigen? Want al die crises hadden of hebben mogelijk ook catastrofale gevolgen op persoonlijk vlak: verlies van banen, van een levenstandaard, ziekte en dood.

    Angela Merkel had veel in zich om de juiste bondskanselier voor deze tijd te zijn, om een gelukstreffer van de geschiedenis te worden. In haar eerste leven werkte ze als wetenschapper, ze was een vrouw van getallen, tabellen, curven. Ze is hoog intelligent, doordrenkt van rationaliteit. Gespook kan haar niet bang maken omdat ze in staat is om het wezen ervan, de feiten erachter, te doorgronden. 

    Maakte dat Merkel de juiste kanselier voor deze tijd, voor de jaren 2005 tot 2021, een tijd van crises en catastrofen zoals de bondsrepubliek die niet eerder beleefd heeft? Binnenkort treedt ze af, zodra de bondsdag een opvolger of opvolgster heeft gekozen, waarschijnlijk in de herfst. Merkel zal zich dan voorlopig terugtrekken uit de politiek, na 31 jaar.

    In 1990 begon haar adembenemende carrière, meteen na de val van de muur, toen Angela Merkel een streep zette onder haar bestaan als fysicus aan de Akademie der Wissenschaften van de DDR en de politiek in ging.

    Ze was in elk geval een subtiel grapje van de geschiedenis. Een vrouw uit het Oosten moest meehelpen om het Westen door zijn grote crisis heen te leiden. Dat was de tweede grote ontwikkeling van haar tijdperk, naast de spookachtige crises: de liberale democratieën in Europa, Noord-Amerika en Australië werden stevig door elkaar geschud. Het begon precies twintig jaar geleden met de islamitische terreuraanslagen van 11 september 2001, werd doorgetrokken met een nieuwe agressieve houding van Rusland, de snelle opkomst van China als supermacht en de mislukte poging om een westers stempel te drukken op een deel van de islamitische wereld, in Irak en Afghanistan. 

    Ook de interne toestand van het Westen biedt een somber beeld: brexit, Donald Trump, rechts populisme in veel landen, vooral de grote vragen die de kredietcrisis en de klimaatverandering hebben opgeworpen over de westerse economie en levenswijze, de twijfel of liberale democratieën efficiënt genoeg zijn om pandemieën effectief te bestrijden – dat alles maakte het Westen tot een crisisgebied, knaagde aan het zelfbewustzijn in de grote westerse samenwerkingsverbanden, de EU en de NAVO.

    Merkel moest antwoorden vinden, vooral voor de bondsrepubliek, maar ook voor Europa en de wereld. Hoe goed ze dat daadwerkelijk gedaan heeft, zullen we pas over een paar jaar, of decennia, weten. De geschiedenis neemt vaak de tijd voor haar oordeel. We kennen nog niet alle gevolgen van Merkels handelen, misschien zullen we ze onder invloed van haar opvolgers opnieuw beoordelen. Maar een voorlopige balans is natuurlijk mogelijk, en aan het eind van haar tijdperk noodzakelijk.

    Hier volgt een balans in zeven hoofdstukken, de zeven catastrofes of crises die met name een stempel hebben gezet op Merkels ambtsperiode. De catastrofe op de financiële markten, de eurocrisis, de eeuwige dreiging die Poetin heet, de grote toevloed van vluchtelingen, Donald Trump, wiens naam hier staat voor de aanval op de liberale democratie in het algemeen, de klimaatverandering en de pandemie.

    Daar moest ze doorheen. Dat beheerste haar overvolle, sombere agenda. Dat was haar tijd, haar tijdperk.


    1. De kredietcrisis

    ‘Wij zeggen tegen de spaarders dat hun tegoeden veilig zijn.’

    – Merkel op 5 oktober 2008

    Het gespook begint. Banken melden problemen, aandelenkoersen storten in, vakjargon overspoelt de publieke discussie: subprime, interbancaire handel, asset-backed security’s. Derivaten. Slechte leningen. Nog meer banken melden problemen. Op 15 september 2008 gaat de zakenbank Lehman Brothers in New York onderuit, met catastrofale gevolgen voor de financiële economie in de hele wereld.

    Merkel maakte een radeloze indruk in de beginfase van deze crisis. Ze wist ook niet precies wat er gebeurde, hoe diep de val kon zijn. Maar ze heeft zich snel ingewerkt, heeft haar intellect gevoed met informatie en analyses over de verwevenheden in de financiële wereld, ze heeft gelezen en vele uren met deskundigen gepraat. Toen was ze er klaar voor, op de hoogte van de nieuwe tijd.

    In de VS hadden banken vastgoedkredieten zonder toereikende dekking verhandeld. Die werden door het financiële systeem gebundeld tot producten waarvan de inferieure kwaliteit niet meteen zichtbaar was. Zulke pakketten lagen wereldwijd overal opgeslagen als mijnen die wachtten op het signaal om te ontploffen. Lehman Brothers was dat signaal.

    Kort daarna viel ook het Duitse Hypo Real Estate (HRE) om. In de nacht van 28 op 29 september pokerde Merkel met de toenmalige baas van de Deutsche Bank, Josef Ackermann, met als inzet welk aandeel de banken op zich zouden nemen voor het debâcle van HRE. Merkel eiste 10 miljard. Te veel, vond Ackermann. 9 miljard, zei Merkel. Nee, zei Ackermann. Bij 8,5 miljard hadden ze een deal. De staat moest 26,5 miljard dragen.

    Veel burgers toonden zich niettemin verontrust, grote bankbiljetten werden hier en daar schaars omdat men thuis geld oppotte. Op 5 oktober stelde Merkel zich met toenmalig minister van Financiën Peer Steinbrück op voor de camera’s en verzekerde de burgers dat hun spaartegoeden veilig waren. Een vangnet voor de banken van 480 miljard werd door de bondsdag gejaagd.

    Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen

    Met de legendarische slooppremie en verruimde arbeidstijdverkorting ving Merkels regering de gevolgen voor de reële economie op. Weliswaar zakte het bruto nationaal product in 2009 met 5,7 procent, maar de werkgelegenheid bleef op niveau.

    Dit succes legde de basis voor Merkels reputatie als goede crisismanager. Een ander effect was ingrijpender. De financiële schok beroofde de bondskanselier volkomen van haar hervormingseuforie. Ze had de Duitsers al eerder als een angstig volk aangeduid, en nu wilde ze haar brave burgers niet nog meer belasten. Merkel, die zich met neoliberale ideeën een weg had gebaand naar het kanseliersambt, bouwde de verzorgingsstaat verder uit met een minimumloon, moederpensioen en oudergeld.

    Dat pakte ten dele heel goed uit, ook voor Merkel zelf, die zich daarmee verzekerde van herverkiezing, maar de hoognodige grondige hervorming van het pensioenstelsel bleef uit. Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis bovendien het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen: de bondskanselier weigerde in te gaan op de diepere oorzaken van de crisis en hoe het beter zou kunnen. Ze hield geen rede die houvast bood in een onheilspellende tijd.

    Merkel heeft de financiële crisis monetair en technocratisch opgelost, maar niet intellectueel, niet emotioneel in de publieke discussie. Dat men de banken hielp om uit de door hen zelf veroorzaakte crisis te komen ging het begripsvermogen van veel burgers te boven en maakte ze wantrouwend tegenover de politiek. Merkel versterkte die stemming nog door Josef Ackermann in 2008 te eren met een groot diner in haar ambtswoning, alsof hij zich verdienstelijk had gemaakt voor het algemeen belang. Terwijl juist de Deutsche Bank had willen profiteren van de handel in giftige financiële producten, en Ackermann zich had laten kennen als verachter van de staat.

    De kredietcrisis liet nog een tweede patroon zien in Merkels regeerstijl: ze hield afstand van lastige thema’s, had geen langetermijnplan om gewetenloos kapitalisme in te dammen. Zodra het weer opwaarts ging met het bruto nationaal product hield ze zich niet langer met deze problemen bezig, alsof ze opgelost waren.

    Maar het is eigen aan een langdurig kanselierschap dat onopgeloste problemen terugkomen, soms met een diepzwarte pointe. Toen in 2020 het Duitse fintechbedrijf Wirecard wegzonk in een stinkend moeras van bedrog en hebzucht, was dat ook de schuld van een falend overheidstoezicht op de financiële markt.

    Merkel moest zich een pijnlijke ondervraging door een onderzoekscommissie van de bondsdag laten welgevallen. Al was haar persoonlijke betrokkenheid bij dit schandaal niet groot, ze zat daar in zekere zin terecht: als een bondskanselier die maar weinig had gedaan om het financieel kapitalisme aan banden te leggen. 


    2. De eurocrisis

    ‘Mislukt de euro, dan mislukt Europa.’

    – Merkel op 19 mei 2010

    Over president Franklin D. Roosevelt werd ooit gezegd: ‘Een tweederangsintellect, maar een eersterangstemperament.’ Met deze combinatie loodste hij de VS uit een zware recessie, versloeg hij Hitler en kreeg hij een plaats in John Lewis Gaddis’ meesterwerk On Grand Strategy, over grote politieke strategiëen.

    Bij Merkel is het omgekeerd: hoogintelligent, weinig temperament. Dat gold als haar kracht, maar misschien is dat een vergissing. In de eurocrisis had meer Roosevelt een gunstig effect gehad.

    Voor de Europese Unie had Merkel vanaf het begin een strategisch doel: het oude continent te ertüchtigen (harder te maken), om het met een van haar lievelingswoorden te zeggen. De Unie moest naast de VS en China haar plaats innemen als de derde kracht in een nieuwe wereldorde. Daarmee wilde ze bovendien Duitsland verzekeren van een plaats in de wereldpolitiek.

    ‘Ertüchtigen’ betekende voor Merkel: de concurrentiekracht verbeteren, vooral in de andere lidstaten. Ze wilde politieke kracht ontlenen aan de de economische kracht.

    Aan dit idee hield ze vast toen in 2009 Griekenland als eerste door een schuldencrisis getroffen werd. Boven Merkels kanselierschap hing een paar jaar lang de allesbeheersende vraag: zal de euro het houden?

    Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s

    Zij wilde de problemen gewoontegetrouw met het hoofd oplossen, probeerde alles met elkaar in overeenstemming te brengen. De behoeften van de noodlijdende staten, de in spaarzaamheid getrainde Duitsers, de financiële markten, waarin ook gewetenloze spelers nog steeds hun slag wilden slaan. In Brussel marchandeerde ze nachtenlang met haar collega’s uit het Zuiden, voor wie ze te weinig Europeaan was, en kreeg vervolgens van haar eigen partij te horen dat ze de Duitse belangen verwaarloosde.

    Ze draaide hier en daar wat aan schroefjes en hield op de een of andere manier de machine aan de praat, maar wat ontbrak was een grand strategy voor een sterk Europa. De vooraanstaande Duitse intellectueel Jürgen Habermas verweet de kanselier ‘tranquilistisch geworstel’.

    In zekere zin was dat succesvol: de euro stortte niet in, ook dankzij een genereuze Europese Centrale Bank.

    Crises, zegt men, zijn ook kansen. Deze werd gemist. Europa staat er tegenwoordig slechter voor dan aan het begin van Merkels kanselierschap. De Britten zijn er niet meer bij, de regeringen van Polen en Hongarije hebben afscheid genomen van de liberale democratie, nationaal egoïsme overschaduwt bijna overal het idee van de Unie, ook in Duitsland. Belangrijke projecten zoals een gemeenschappelijke defensiepolitiek zijn blijven steken.

    Daarvoor is natuurlijk niet alleen Merkel verantwoordelijk. Maar tijdens de crisis had ze de kans om het Europese idee glans te geven door meer solidariteit te tonen. Dat had haar een zeker gezag verschaft waarmee ze het continent bijeen had kunnen houden. Dat zij tijdens de pandemie het roer omgooide en instemde met gemeenschappelijke schulden, kwam daarvoor te laat.

    Een inzicht uit het tijdperk-Merkel is dat grote intelligentie geen grote politiek nastreeft. Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s. En de berekening van politici komt bijna altijd neer op de overweging hoe de nationale verkiezingen te winnen zijn.

    Om risico’s te nemen is meer temperament nodig, in dit geval een hartstocht voor Europa die Merkel nu juist niet kon ontwikkelen. Haar biograaf Ralph Bollmann motiveert dat zo: ‘Een Europeaan in hart en nieren is Merkel nooit geweest, dat lag al besloten in haar socialisatie. Kohls Europese pathos bleef de voormalige DDR-burger vreemd.’

    Ook daarom is Europa’s slechte toestand niet een crisis die Merkel heeft overwonnen, maar een crisis die ze heeft achtergelaten.


    3. Poetin

    ‘Hoewel de Russische president, denk ik, heel goed wist dat ik er niet bepaald happig op was zijn hond te begroeten, bracht hij hem toch mee.’

    – Hondenhaatster Merkel over een bezoek aan Poetin in 2007

    Eén iemand was er altijd, al die zestien jaar. Merkels eeuwige kwelgeest, haar nemesis: Vladimir Poetin. Soms als minister-president, soms als president van Rusland. Zijn naam staat voor de permanente crisis van haar kanselierschap, voor de hoofdstukken ‘oorlog’ en ‘criminaliteit’. Ook de Turk Recep Tayyip Erdogan heeft Merkel gedurende haar hele tijdperk begeleid en gepest, maar hij was niet zo machtig en gevaarlijk als Poetin.

    Haar betrekkingen tot hem vormden geopolitiek gezien haar belangrijkste rol, als onderhandelaar van het Westen tegenover Rusland. Omdat ze uit haar eerste leven het Oostblok kende en omdat ze Russisch spreekt, was het vooral haar taak om Poetin in de hand te houden en tegenover hem het ‘normatieve project’ van het Westen, zoals historicus Heinrich August Winkler het heeft genoemd, overeind te houden: het bevorderen van vrijheid, democratie en mensenrechten overal ter wereld.

    Aan deze opdracht begon ze energiek; het kind van de onvrijheid streed hartstochtelijk voor de vrijheid, voerde een op waarden gebaseerde buitenlandse politiek, maande Poetin in 2006 om de moord op de kritische journaliste Anna Politkovskaja op te helderen, en ontving een jaar later de Dalai Lama, een vertegenwoordiger van de Tibetanen, die door de Chinese machthebbers bruut onderdrukt worden.

    Merkels doel was een betere wereld, en daarmee heeft ze veel mensen enthousiast gemaakt. Maar niet voor lang.

    Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten

    Poetin is niet een man die makkelijk te imponeren is. Het Russische regime liet openlijk vermeende tegenstanders vergiftigen of neerschieten, onder wie een Georgiër in de Berlijnse Tiergarten. Het land voerde en voert oorlogen in Georgië, in Syrië en stiekem in Oekraïne. Het annexeerde de Krim. Het overspoelde de westerse wereld met cyberaanvallen, ook de bondsdag en het kantoor van Merkel daar.

    Keer op keer belde Merkel met Moskou, uitte kritiek, waarschuwde, smeekte. In Minsk onderhandelde ze met Poetin over een wapenstilstand in Oekraïne en zag alleen aan het type maaltijd nog hoe laat het was. Ze is niet ingestort, ze toonde zich hard voor zichzelf en hardnekkig tegenover anderen, ze verwierf veel respect, ook van Poetin, maar alles bij elkaar heeft ze nauwelijks iets bereikt voor het normatieve project van het Westen.

    Omdat ze in principe een pacifiste is. Ze was niet bereid wapens tegen Rusland in te zetten en was ertegen dat de VS raketten leverde aan Oekraïne. Een wijs besluit, zeker. Oorlog met Rusland moest vermeden worden, zelfs al bezorgt dat het Westen een zwakke onderhandelingspositie omdat Poetin weet dat hij geen rekening hoeft te houden met een aanval.

    Bovendien verloor Merkel het doel van een betere wereld algauw uit het oog. De zaken van de BV Duitsland waren voor haar dan toch belangrijker; het vergroten van de welvaart van de natie werd snel haar belangrijkste project. De idealiste veranderde in de hoogste functionaris van het Duitse economische belang. Koppig hield ze vast aan de gaspijplijn NordStream 2 van Rusland naar Duitsland, hoewel ze daarmee de toorn van de VS afriep over Duitsland en haar geloofwaardigheid ondermijnde. Sancties zette ze tegen Poetins regime slechts met mate in. Na de gifaanslag tegen Aleksej Navalny, de criticus van het regime, vlamde haar engagement met de mensenrechten nog éénmaal op, maar al met al volgde ze een koers van appeasement.

    Nog duidelijker was Merkels koerswijziging in het geval van China, dat steeds belangrijker werd voor de Duitse export. De dalai lama heeft ze nooit meer officieel ontvangen, haar kritiek op het regime in Beijing klonk in elk geval niet luid. Enthousiasme wist ze niet meer op te wekken.

    Een ander patroon in Merkels kanselierschap kwam hier voor het eerst aan het licht: op idealistische aanzetten volgde weldra de ommekeer, het afscheid van zichzelf.

    Ze was vaak bereid het eigen project de rug toe te keren en haar volgelingen van dat moment teleur te stellen. Naast grote strategieën ontbrak het haar ook aan de wil vast te houden aan mooie doelen wanneer de prijs daarvoor haar te hoog leek.

    Dat geldt voor de hele westerse wereld, zoals blijkt in Afghanistan. De export van democratie was ook een doelstelling van deze militaire operatie. Vrouwen en mannen die de Amerikanen, de Duitsers en anderen vertrouwd hebben, zijn na de haastige aftocht overgeleverd aan de taliban en moeten vrezen voor hun leven. Dit komt vooral op rekening van de Amerikanen. Maar ook Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten. Het heeft haar nooit na aan het hart gelegen.


    4. De vluchtelingencrisis 

    ‘Wir schaffen das.’ 

    – Merkel in de nationale persconferentie op 31 augustus 2015

    Deze woorden blijven ons bij. Merkel sprak ze uit op het hoogtepunt van haar macht. Ze had de verkiezingen in de herfst van 2013 met een overweldigende meerderheid gewonnen, ze was geliefd bij de Duitsers, onomstreden in de CDU – er waren geen concurrenten. Toen kwamen de vluchtelingen. Dat was het kantelpunt voor Merkels kanselierschap.

    Toen zij op 4 september 2015 besloot om in Boedapest gestrande vluchtelingen naar Duitsland te laten komen, was dat niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart. Hier toonde ze een temperament, een hartstocht voor de vrijheid, een afkeer van muren, en haar christelijke opvoeding, vooral door haar vader, die predikant was.

    Veel Duitsers haastten zich naar de stations, heetten de vluchtelingen welkom, deelden eten en kleding uit, stelden hun huizen open. Zelden was een regeringsleider het zo eens met een groot deel van de bevolking. Het was een magisch moment, een zeldzaam mooie politieke gebeurtenis. Time Magazine verkoos Merkel tot persoon van het jaar. Zij was de stralende ster van het Westen, de profetes van het normatieve project, van de op waarden gebaseerde politiek.

    Aan de andere kant rakelde de toestroom van vluchtelingen ressentimenten op, racisme en haat tegen het zogeheten andere, het vreemde. De AfD groeide van een splinterpartij uit tot een machtsfactor en zette voortaan de liberale democratie onder druk.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten

    Wat deed Merkel? Ze liet de enthousiastelingen in de steek en maakte politiek voor de anderen, de sceptici, de angstigen, de haters. Toen haar intellect weer de overhand kreeg, toen de berekening over verkiezingskansen domineerde, accepteerde en bedreef Merkel een politiek van afscherming, die vooral werd bevorderd door de CSU onder leiding van haar toenmalige partijleider Horst Seehofer.

    De nieuwe muur liet ze oprichten door de Turkse president Erdogan, met wie ze een deal sloot die verhinderen moest dat mensen over de Egeïsche zee de EU binnenkwamen. Daarmee leverde ze zich uit aan een despoot. Ze nam het later zelfs voor hem op, toen hij zich opwond over een satirische kritiek van de tv-komiek Jan Böhmermann. Dat was een klap voor de de vrijheid van meningsuiting, de kern van het normatieve project.

    Zo ontstond uit het mooie het lelijke. Seehofer heeft Merkel openlijk vernederd, heeft haar de les gelezen, getreiterd, en zij verweerde zich niet, zij nam het voor lief dat de politiek zich onder haar niveau afspeelde, werd verprutst en huichelachtig werd. Er viel een schaduw over de stralende ster.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten. Merkel wilde vluchtelingen voortaan ver van Duitsland houden, maar ze wilde de grenzen niet zichtbaar sluiten, wilde de mythe van haar liberale hoogtepunt in stand houden.

    Zo liet de vluchtelingencrisis meerdere patronen zien in Merkels regeringsstijl. Opnieuw had ze geen strategie gevolgd. In 2014 op z’n laatst werd al duidelijk dat er meer en meer vluchtelingen naar Europa zouden komen. Zij kon dat niet over het hoofd zien, maar ze heeft zich daar te weinig zorgen om gemaakt. Dat uit het stijgende aantal vluchtelingen een vluchtelingencrisis groeide, heeft ook te maken met die tekortkoming. 

    Opnieuw gaf ze een liberaal project op, omdat de prijs haar te hoog leek. En weer liet ze na om een grote kwestie met een grote rede te begeleiden. 

    Haar beslissing van 4 september 2015 veranderde haar kanselierschap. De samenleving, die lang in een soort nieuwe Biedermeierstemming verkeerde en was ingedut, werd wakker, discussieerde en polemiseerde. Voor Merkel zelf begon de lange afdaling.


    5. Trump

    ‘I love her.’ 

    – De toenmalige president van de VS Donald Trump bij de NAVO-top in 2018

    Niet Poetin was voor Merkel de grootste crime in de persoonlijke omgang, en Seehofer ook niet. Deze rol was weggelegd voor Donald Trump: een derderangsintellect, een wild temperament. Hij was haar tegenpool: irrationeel, zonder scrupules, en ijdel op het belachelijke af.

    Toen hij in 2016 tot president van de VS werd gekozen, was dat een dieptepunt in de crisis van de liberale democratie. Een verachter van het systeem veroverde met populisme en nationalisme de topfunctie in dat systeem. Hij was de laatste hoop van de Amerikanen die zich gemarginaliseerd voelden. Vervolgens viel hij vooral op door de vuiligheid die hij via Twitter de wereld in blies. 

    Dat verhief Merkel in veler ogen voor korte tijd tot aanvoerster van het liberale Westen. 

    Zijzelf wees deze promotie, als ze daarmee werd geconfronteerd, af met een van haar gezichten vol onbegrip – en terecht. Duitsland was te klein om deze rol een basis te verschaffen, en de leider van een verenigd Europa was Merkel niet geworden.

    Thuis moest ze de liberale democratie zelfs verdedigen tegen islamitische terreur en rechtsextremistische aanslagen in Halle en in Hanau.

    Toen de Thüringer Landtag in februari 2020 een FDP-politicus met stemmen van de AfD tot deelstaatpremier koos, was dat een klap voor de grote consensus van de bondsrepubliek: dat niets wat herinnert aan de tijd van het nationaalsocialisme bestaansrecht heeft. Merkel noemde de verkiezing ‘onvergeeflijk’, de uitkomst zou ‘ongedaan gemaakt’ moeten worden, zei ze ook met het oog op de Thüringer CDU, die zich niet stevig van de AfD distantieerde. Dit werd gezien als inmenging in de belangen van een bondsland en was daarom omstreden, maar evengoed was het wel Merkels beste daad voor de liberale democratie in Duitsland. Overigens toonde ze zich op dit gebied wankel.

    Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd

    Haar strategie van de ‘asymmetrische demobilisering’ blijft haar onvergeeflijke zonde tegen de democratie. In meerdere verkiezingen trok Merkel door het land als een zandmannetje en verspreidde een slaperige stemming. Lakse aanhangers van andere partijen moesten vooral geen reden zien om naar de stembus te gaan om zo Merkels herverkiezing te voorkomen. Ze was lief voor bijna iedereen en drukte daarmee de opkomstcijfers tot historische dieptepunten.

    Dat verkiezingen een feest voor de democratie moeten zijn, daar had ze geen gevoel voor. Een feest van strijd, maar ze hield niet van openlijke strijd. Ze wilde niet inzien dat een democratie deze brandstof nodig heeft bij het zoeken naar de beste oplossingen.

    Merkel heeft een grote hartstocht voor de vrijheid, maar niet voor het wezen van de democratie, die ze eerder met haar intellect bezag, op een instrumentele manier. Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd.

    Merkel had niet alleen tot Erdogan een ambivalente verhouding, maar ook tot Viktor Orbán, die in Hongarije een illiberale democratie heeft gevestigd. Lange tijd trad ze niet vastberaden tegen hem op, omdat zijn Fidesz net als de CDU deel uitmaakte van de Europese Volkspartij in het Europees parlement. Ze had hem nodig als deel van haar eigen kamp. Ook hier gaf berekening de doorslag. Het nutsprincipe werd bij Merkel nauwelijks gehinderd door diepe overtuigingen.

    Wat Trump betreft vond ze de meeste van zijn opvattingen beslist ook afschuwelijk, maar meer nog hekelde ze het irrationele, onberekenbare. Daarom voelde ze zich meer verbonden met de Chinese president dan met de Amerikaanse. Wie haar in de loop van haar ambtsperiode over China hoorde spreken, constateerde een groeiend begrip voor de collega’s in Beijing, die hun reusachtige rijk autoritair regeren. Merkel kon zich verplaatsen in hun rationaliteit. 

    Dit is een nadeel van lange regeringsperioden: men gaat steeds meer executief denken, men voelt zich deel van een internationale clan die iets voor elkaar moet krijgen. In een democratie komt het echter niet alleen op het resultaat aan, maar ook op het proces dat tot die resultaten leidt. Daar heeft Merkel te weinig rekening mee gehouden. Een groot democraat was ze om deze redenen niet.


    6. De klimaatcrisis

    ‘Het gaat om de grondslagen van het leven van de generaties die na ons komen. Wij weten dat we nu moeten handelen.’ 

    – Merkel bij de VN klimaatconferentie van 2015 in Parijs

    Na een VN-rapport over de dramatische gevolgen van hogere temperaturen verplicht Merkel de EU in maart 2007 om bindende klimaatdoelen te stellen. In juni dat jaar, bij de G8-top in Heiligendam, overtuigt ze de Amerikaanse president George W. Busch om de klimaatpolitiek in VN-verband te voeren, en reist in augustus naar Groenland, waar zij zich in een rood jack vermanend en schilderachtig laat fotograferen voor de witte, smeltende gletsjers. Merkel, zo lijkt het, heeft haar thema gevonden. Enthousiasme: Duitsland heeft een klimaatkanselier.

    In deze zes maanden van het jaar 2007 legde Merkel het fundament voor een groot kanselierschap. Sluit even de ogen en stel je voor hoe zij en Duitsland ervoor zouden staan als ze sindsdien een consequente klimaatpolitiek had gevoerd.

    Maar dat heeft ze niet gedaan.

    Vanaf 2009 of al eerder wilde ze zich niet meer zo veel met dit thema bezighouden. De financiële crisis verminderde de welvaart, Merkel wilde de burgers niet nog meer belasten. De partijen waarmee ze al die jaren regeerde hadden toch al geen diep gevoel voor klimaatbescherming ontwikkeld, noch CDU en CSU, noch de FDP en de SPD. En de kanselier hield zich aan haar eigen uitspraak: ‘Politiek is wat mogelijk is.’

    De onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten

    Dat zijn woorden zonder enig temperament, koud en levenloos als diepgevroren vissticks. Dat is naakt pragmatisme.

    Politiek is echter ook de opdracht om datgene waarin je gelooft mogelijk te maken. Maar niet voor Merkel, die vooral herkozen wilde worden en daarom ook in de klimaatkwestie het eigen project en de enthousiastelingen in de steek liet. Als opperlobbyist van de Duitse auto-industrie streed ze in Brussel voor een afzwakking van de geplande grenswaarden voor de CO2-uitstoot.

    Maar aan het klimaatthema kon ze tijdens haar langdurige kanselierschap niet ontkomen. In 2019 dook het weer volop op omdat scholieren, ‘de generaties die na ons komen’, het vertrouwen in de politiek verloren hadden en naar het voorbeeld van de Zweedse Greta Thunberg demonstreerden voor een consequente klimaatpolitiek.

    Wat volgde was een bizarre, nauwelijks navolgbare vloed van steeds nieuwe klimaatdoelen voor Duitsland en de EU. ‘Kletskoek’ was niet meer genoeg, bitste de kanselier in 2019 in een fractievergadering van de CDU, waarmee ze onbewust ook een oordeel over haar eigen politiek uitsprak. Ze heeft zeker meer gedaan dan veel collega’s in andere landen, maar het was gewoon niet genoeg, zoals ze later zelf inzag. Dit falen werd zelfs door het Duitse constitutioneel gerechtshof bevestigd, dat de klimaatpolitiek tot dan toe in het voorjaar van 2021 als te laks, en daarmee in strijd met de grondwet brandmerkte. Een diepe val voor de klimaatkanselier van weleer.

    In de laatste maanden van haar ambtsperiode moest ze nog beleven hoe het spook ook werkelijkheid werd in Duitsland, waar de klimaatverandering zich tot dan toe meestal ongemerkt had voltrokken. Nu vernietigde die in de vorm van stortregens het bestaan en het leven van mensen.

    Ook al was het Merkel als voormalige wetenschapper steeds duidelijk wat er gebeurde, de onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten. Voor haar opvolger zal dat niet meer mogelijk zijn.


    7. De pandemie

    ‘Het is serieus. Neem het ook serieus.’ 

    – Merkel in een tv-toespraak op 18 maart 2020

    Het ergste kwam aan het eind, de zevende grote crisis van haar ambtsperiode: de gesel van de mensheid, corona. Als iemand die precies weet wat een exponentiële ontwikkeling is, leek ze daarvoor heel goed uitgerust. En ook als iemand die haar zenuwen de baas is, als de meest ervaren toppolitica ter wereld.

    Zoals vele anderen vond Merkel maar langzaam haar weg in de crisis, een mondkapjesplicht wees ze aanvankelijk af, maar daarna leidde ze Duitsland omzichtig door de eerste golf. Bescherming van het leven plaatste ze boven de vrijheid zonder een coronadictatuur op te tuigen, zoals beweerd werd in de rechtse, ‘dwarsdenkende’ hoek. Deze periode behoort tot de sterkste van haar kanselierschap, ook omdat Merkel communicatiever was dan gewoonlijk en haar bureaucratische grondtoon afzwakte, zo nu en dan een zorgzame indruk wekte. Ze gaf zelfs de tip de mondkapjes heet te strijken, zodat ze effectief blijven.

    Maar covid-19 liet zich er niet onder krijgen. En hoe langer de strijd duurde, hoe zwakker de indruk was die de kanselier maakte. Deels verbazingwekkend zwak. Het lukte haar nauwelijks nog om haar ideeën voor een voorzichtige pandemiepolitiek in de kring van deelstaatpremiers erdoor te krijgen.

    Dat was als het ware de finale pointe: de vrouw die juist zo succesvol was geweest in het bedrijven van machtspolitiek, die al haar rivalen had uitgezeten of uitgeschakeld, die zich nauwelijks door haar eigen overtuigingen liet hinderen, waardoor ze zich van compromis naar compromis voort kon slingeren, deze vrouw ontbrak het in de zwaarste weken en maanden van de bondsrepubliek aan de macht om goed te kunnen regeren.

    Nu was ze een lame duck, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde

    Dat had veel te maken met haar grootste vergissing. In het moeilijke jaar 2018, toen de ruzies met Horst Lorenz Seehofer [bondsminister van Binnenlandse Zaken en Heimat] bijzonder onaangenaam waren, toen de CDU bij landelijke verkiezingen veel stemmen verloor, gaf Merkel het voorzitterschap van de CDU op. Dit was een nogal zeldzaam geval van egoïstisch aftreden: ze wilde haar kanselierschap daarmee redden.

    Hier zou een compleet aftreden consequent zijn geweest. Nu was ze een ‘lame duck’, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde. Juist de deelstaatpremiers van de CDU lieten zich nauwelijks nog door haar leiden. Het systeem-Merkel is op z’n laatst in de herfst van 2020 ingestort. Het gevolg was een wirwar van maatregelen die niemand kon overtuigen.

    Merkel werd nerveus, toonde soms een onrustige, norse gemoedstoestand, schimpte bij de parlementszittingen, liet gedachten aan aftreden doorschemeren, zonder dat die gevolg kregen. De soevereiniteit was weg. Ook haar omzichtigheid was ze kwijt. Ze liet de kans lopen om zich vroegtijdig met man en macht in te zetten voor een vaccinatiestrategie.

    Bovendien werden nalatigheden uit haar lange ambtsperiode zichtbaar. De bondsrepubliek bleek een ouderwets land dat te weinig aan digitalisering had gedaan. Vooral de scholen lijden daar nog altijd onder.

    Niettemin staat de bondsrepubliek er qua corona internationaal gezien helemaal niet zo slecht voor. We kunnen daar tevreden mee zijn, maar we kunnen ook zeggen dat het beter had kunnen en had móéten verlopen, zodat er minder mensen aan zouden sterven.

    En opnieuw geldt: wat er misging is niet alleen aan Merkel toe te schrijven, maar ook aan de politiek als geheel, de structuren en de stellingnames in het land. Maar zij was zestien jaar lang bondskanselier, ze heeft enorm veel gedaan om de macht te veroveren, te vergroten, te verdedigen. Wat er aan de hand was en is, heeft vanzelfsprekend veel te maken met wat zij wel en niet heeft gedaan.


    Een groot kanselier? 

     ‘Wat je mist, merk je pas als je het niet meer hebt.’ 

    – Merkel op 22 juli 2021 bij de nationale persconferentie

    Dit zei Merkel op de vraag wat ze na deze laatste persconferentie zou missen.

    Natuurlijk waren er niet alleen slechte ontwikkelingen tijdens haar kanselierschap. De Duitse economie toonde zich robuust, de werkloosheid bleef relatief laag, ondanks zware tegenslagen als gevolg van de kredietcrisis en de coronacrisis. Dat is veel waard.

    De grootste moderniseringsslag werd gemaakt in haar eerste ambtstermijn, met wetten die de combinatie kind en carrière voor vrouwen gemakkelijker maakten en hun onafhankelijkheid versterkten, met oudergeld, met de uitbreiding van kinderdagverblijven, met een nieuw scheidingsrecht dat de vaak levenslange alimentatie afschafte om vrouwen te motiveren een beroep uit te oefenen. Dat alles droeg ertoe bij de verhouding tussen mannen en vrouwen in een nieuwe balans te brengen. Deze of gene man zal misschien met gemengde gevoelens terugdenken aan deze bondskanselier wanneer hij krachtige vrouwelijke concurrentie ondervindt in zijn beroep, maar de vrouwen en de maatschappij als geheel heeft Merkel een grote dienst bewezen.

    Al met al verdient haar tijdperk toch veeleer de titel van een status quo-kanselierschap. Ondanks de crises en de catastrofes staat Duitsland er tamelijk goed voor, de welvaart werd over het geheel genomen gehandhaafd. Bij alle crises mag niet vergeten worden dat de meeste Duitsers in al die jaren van Merkels kanselierschap naar verhouding een goed leven hadden.

    In haar balans valt op dat zij, de kanselier van de CDU, geen echt conservatief programma had. Met haar politiek voor mensenrechten, vluchtelingen en klimaatbescherming enthousiasmeerde ze vooral mensen uit het andere kamp. Maar geen van deze projecten hield ze vol. Wat bij haar groot begon, eindigde bijna steeds in kleinmoedigheid. Het ontbrak het intellect meestal aan een temperament dat haar aanspoorde om vol te houden.

    Zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes

    Bij de grote internationale thema’s valt weinig goeds te vermelden. De toestand van de EU, de toestand van het westen, de positie van de liberale democratie in de wereld, het klimaat – op deze belangrijke gebieden ziet het er nu slechter uit dan zestien jaar geleden. Merkel maakte deel uit van een internationaal leiderscollectief dat deze ontwikkelingen niet kon tegengaan.

    De ware consequenties staan ons nog te wachten: China’s dominantie in grote delen van de wereld, een leven met steeds drastischer gevolgen van de klimaatverandering, een Europa dat uiteenvalt in een liberaal en een illiberaal deel, nieuwe vluchtelingenstromen door onopgeloste conflicten overal ter wereld. Vergeleken daarmee zou het tijdperk-Merkel nog wel eens als een prettige tijd kunnen gelden, als de toestand die we missen.

    En zijzelf? Toen Merkel kanselier werd, was de vraag vooral wat een vrouw anders zou gaan doen. Wat echt anders was, in vergelijking met bijna al haar voorgangers: zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes. Ze komt in 2021 niet heel anders uit het kanselierschap tevoorschijn dan ze er in 2005 aan begonnen is, afgezien van de slijtage na zestien jaar zwoegen.

    Haar eigenheid, die huiselijke pruimentaartbakkerij tussen twee telefoongesprekken over wereldpolitiek door, heeft bijgedragen aan haar doorgaans grote populariteit. Soms maakte ze een koddige indruk met haar oncontroleerbare mimiek, maar niemand zou daardoor op het idee komen haar niet serieus te nemen. Wat de serieuze, onvermoeibare uitoefening van haar ambt betreft heeft Merkel een hoge standaard neergezet.

    Toch blijft er uiteindelijk een gevoel van teleurstelling over. Toen eind 1989 de muur openging, kwam er een vrouw naar het Westen die ongemeen nieuwsgierig was, die een wakkere blik op de wereld wierp. Die heeft ze tot op heden behouden.

    Nieuwsgierigheid is de belangrijkste voorwaarde voor kennis. Je moet willen leren, je moet begerig zijn naar nieuwe kennis, nieuwe gedachten, ook van jezelf.

    Bij Merkel is dat het geval, en daarom was het meestal interessant om met haar te praten. Wat kennis en gedachten aangaat, was ze meestal goed op de hoogte van de problemen waarmee zij, Duitsland en de wereld te maken hadden. Dat grote voordeel van haar persoonlijkheid heeft ze te weinig benut.

    Een lichtgestalte met schaduwzijden.