Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid met mannen te bereiken. Maar volgens sommigen kan de crisis ook een kans zijn om de situatie te verbeteren.
Wanneer mensen opgewekt proberen te zijn over sociale afstand en thuiswerken, en opmerken dat William Shakespeare en Isaac Newton een aantal van hunbeste werk schreven terwijl Engeland werd geteisterd door de pest, moeten we één ding niet over het hoofd zien, schrijft Helen Lewis voor The Atlantic: geen van beiden had verantwoordelijkheden voor de kinderopvang. Shakespeare bracht het grootste deel van zijn carrière door in Londen, waar de theaters waren, terwijl zijn familie in Stratford-upon-Avon woonde. Tijdens de plaag van 1606 had de toneelschrijver het geluk gespaard te blijven van de epidemie – zijn hospita stierf op het hoogtepunt van de uitbraak – en zijn vrouw en twee volwassen dochters verbleven veilig op het platteland van Warwickshire.
Just a reminder that when Shakespeare was quarantined because of the plague, he wrote King Lear.
Newton is nooit getrouwd en heeft geen kinderen gekregen. Hij bevond zich tijdens de Grote Plaag van 1665-1666 op het landgoed van zijn familie in het oosten van Engeland, en bracht het grootste deel van zijn volwassen leven door als fellow aan de universiteit van Cambridge, waar zijn maaltijden en huishouding door de universiteit werden verzorgd.
Over de hele wereld betalen vrouwen de prijs voor de sociale en economische gevolgen van de coronapandemie, volgens een rapport van het World Economic Forum (WEF), gepubliceerd in Al-Jazeera. Steeds meer vrouwen zijn werkloos, hetzij vanwege de pandemie zelf, hetzij vanwege de maatregelen die de verspreiding moeten stoppen, doordat in de meest getroffen sectoren (voedselindustrie, handel, detailhandel en amusement) de beroepsbevolking overwegend uit vrouwen bestaat.
De pandemie vertraagt gendergelijkheid met één generatie. Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid te bereiken met mannen, aldus de WEF, die met name heeft gekeken naar ‘economische kansen, niveau van onderwijs, gezondheid (…) en politiek empowerment’.
Eerder publiceerde South China Morning Posteen artikel waarin aan de orde komt hoe de pandemie vooral vrouwen financieel benadeelt. ‘Zonder ambitieus overheidsbeleid zal het moeilijk zijn de trend te keren’, voorspelt ook SCMP.
Sommige economieën richten zich in eerste instantie op de terugkeer naar het werk van mannen
Volgens een recent rapport van de Verenigde Naties zal de coronacrisis het armoedepercentage onder vrouwen naar verwachting aanzienlijk doen toenemen en de kloof tussen mannen en vrouwen die onder de armoedegrens leven, vergroten. Volgend jaar zullen naar verwachting nog eens 47 miljoen vrouwen en meisjes in extreme armoede vervallen (dat wil zeggen: 1,90 dollar of minder per dag te besteden hebben), wat het totaal op 435 miljoen brengt. Volgens hetzelfde rapport zullen we waarschijnlijk pas in 2030 zijn terruggekeerd naar het niveau van voor de pandemie.
Sara Davies, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Griffith Universiteit in Australië, gespecialiseerd in vrouwenkwesties en mondiaal gezondheidsbeheer, verwacht dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen dit jaar voor het eerst zal toenemen. Slechts een klein deel van de vrouwen profiteert van de mogelijkheid op afstand te werken, aangezien sommige economieën zich in eerste instantie richten op de terugkeer naar het werk van mannen.
Volgens de academicus zijn vrouwen ook onevenredig zwaar getroffen vanwege het gebrek aan werkgelegenheid in de informele economie, die een substantieel deel van de beroepsbevolking in de regio Azië-Pacific vertegenwoordigt. Volgens een schatting van de Internationale Arbeidsorganisatie werken wereldwijd bijna 510 miljoen vrouwen, of 40 procent van het totaal aantal vrouwen met een baan, in sectoren die ernstig zijn getroffen door de pandemie, terwijl dat percentage bij mannen 36,6 procent bedraagt.
Grimmig globaal beeld
Een recente studie van de Amerikaanse non-profitorganisatie Women in Informal Employment: Globalizing and Organizing (Wiego) schetst ‘een grimmig mondiaal beeld, met werknemers die verklaren tijdens de lockdowns uitgesloten te zijn van de arbeidsmarkt, zonder enig inkomen’.
‘In plaatsen als Ahmedabad in India ontdekten we dat in sommige sectoren bijna 100 procent van de ondervraagden in een steekproef volledig werkloos was, vooral huishoudelijk personeel, straatverkopers en vuilnismannen’, zegt Wiego’s internationale coördinator Sally Roever.
In Indonesië meldt ongeveer 56 procent van de huisvrouwen gestrest, angstig en slapeloos te zijn als gevolg van de pandemie, volgens een onderzoek van Populix, een aanbieder van consumenteninformatie, en Teman Bumil, een mobiele app voor moeders en zwangere vrouwen. Ongeveer 60 procent van de ondervraagden zei ook bezorgd te zijn over hun financiële situatie.
Arbeidsmigranten en vooral huishoudelijk personeel, van wie de overgrote meerderheid vrouw is, zijn hard getroffen; volgens een schatting van de Verenigde Naties is dit jaar 72 procent hun baan kwijtgeraakt. Velen zijn er niet in geslaagd terug te keren naar hun land van herkomst. Zonder geld en zonder noemenswaardige sociale zekerheid, moesten ze hun toevlucht zoeken tot opvangcentra.
Dit is met name het geval een stad als Hongkong, waar veel arbeidsmigranten werken. Degenen die begin 2020 naar huis konden vertrekken, zaten daar vast. Omdat ze niet naar hun werk kunnen terugkeren, kunnen ze niet langer het inkomen ontvangen waarvan ze een gedeelte naar hun gezin stuurden.
De crisis kan ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren
Hoewel de covid-crisis onevenredig zwaar op vrouwen weegt, wijzen sommige internationale bedrijfsleiders erop dat de crisis ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren. Een van hen is Christine Burrows, Managing Director Business Strategy and Performance for Asia bij Manulife in Hongkong. Ze is van mening dat de opkomst van thuiswerken en het groeiende belang dat wordt gehecht aan digitale technologie, belangrijke huidige trends, ‘een ongelooflijke kans’ vormen om het aandeel vrouwelijke managers in de financiële dienstverlening te vergroten. Dit aandeel is in 2019 wereldwijd gestegen tot 22 procent.
‘De obstakels waarmee vrouwen in het beroepsleven worden geconfronteerd, zijn bekend: ze variëren van bepaalde subtiele vormen van vooringenomenheid tot systematische nadelen die hun professionele vooruitgang kunnen belemmeren’, aldus Burrows.
‘Dit is het moment om het probleem opnieuw te formuleren. Het is niet alleen een vrouwenkwestie, het is groter dan dat. Gezinsgericht beleid, zoals flexibele werktijden of betaald ouderschaps- en adoptieverlof, komt iedereen ten goede.’
Behoefte aan openbaar beleid
Lenovo Asia-Pacific is een van de bedrijven die opkomen voor vrouwenrechten door tijdens de pandemie flexibele werkregelingen in te stellen, zegt CFO Joey Wong. ‘Het lijkt er zelfs op dat de normalisering van thuiswerken nieuwe mogelijkheden biedt. Moeders die bijvoorbeeld niet elke dag op kantoor konden komen, kunnen nu in deeltijd werken.’
Bedrijven zouden volgens Burrows maatregelen moeten nemen ten gunste van hun vrouwelijk personeel, bijvoorbeeld door hen te motiveren, waar mogelijk videoconferenties te organiseren en door werknemers te informeren dat ze ‘beoordeeld zullen worden op hun resultaten’ in plaats van op de tijd die ze achter hun computer doorbrengen.
‘Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld’
Het vinden van betaalbare kinderopvang blijft echter het ‘struikelblok voor veel vrouwen in hun carrière’. Wanneer de overheid of de werkgever een regeling voor kinderopvang biedt, ‘geeft dat een zekere rust’.
Bij gebrek aan echte hulp van de overheid komen verenigingen uit het maatschappelijk middenveld tussenbeide. Maar volgens academicus Sara Davies is ‘het geen blijvende oplossing om het maatschappelijk middenveld te laten opdraaien voor omstandigheden die te wijten zijn aan falende overheid en een ondermijning van vrouwenrechten’.
In heel Azië, waar de Verenigde Naties een toename van extreme armoede voorspellen als gevolg van de pandemie, moeten regeringen eerst ‘de gendergerelateerde verdeling van economische productie en arbeid in elk land beter begrijpen, en vervolgens een budget ontwikkelen dat rekening houdt met de specifieke financiële gevolgen van de epidemie voor mannen, vrouwen en non-binaire mensen’, aldus de hoogleraar internationale betrekkingen.
Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet volgens haar meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld en de obstakels die vrouwen moeten overwinnen om tijdens de pandemie toegang te krijgen tot betaalbare of gesubsidieerde seksuele gezondheids- en kraamzorg. Bovendien is het erg belangrijk om scholen open te houden, vooral voor vrouwen die voor gehandicapte kinderen zorgen, benadrukt Sara Davies, omdat ‘de pandemie vooral mensen met een handicap en hun verzorgers treft. En dat zijn vooral vrouwen zijn.’
Vrouwen in de Filippijnen leden het meest onder de quarantainemaatregelen van de overheid. Aimee Santos, plaatselijk hoofd van de afdeling gendergelijkheid van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties, zei afgelopen september dat de vrouwen die ze geïnterviewd had ‘een zware last op hun schouders voelen. Al het gewicht van huishoudelijke taken… Omdat ze onevenredig veel verantwoordelijk dragen van het welzijn van hun gezin.’
‘Een van de meest irritante gegevens is dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis’
‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, concludeert ook dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest en eerder dit jaar een rapport uitbracht over de impact van de pandemie op geestelijke gezondheid, waarover The New York Times berichtte.
Het rapport werd gebaseerd op gegevens verzameld uit een online anonieme enquête in Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.
Een van de meest irritante gegevens, merkt Lewis op in The Atlantic, is het feit dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis: de ebolacrisis in drie Afrikaanse landen in 2014; zika in 2015–2016; en recente uitbraken van SARS, Mexicaanse griep en vogelgriep. Academici die deze episodes bestudeerden, ontdekten dat ze diepe, langdurige effecten hadden op gendergelijkheid.
‘De ebola-uitbraak in West-Afrika beïnvloedde het inkomen van iedereen,’ zegt Julia Smith, een onderzoeker op het gebied van gezondheidsbeleid aan de Simon Fraser University in The New York Times, maar ‘het inkomen van mannen keerde sneller terug naar het niveau van vóór de uitbraak dan het inkomen van vrouwen’.
Deze verstorende effecten van een epidemie kunnen jaren aanhouden, volgens Clare Wenham, een assistent-professor in het mondiale gezondheidsbeleid aan de London School of Economics.
Andere lessen uit de ebola-epidemie waren net zo grimmig. Schoolsluitingen hadden een negatieve invloed op de levenskansen van meisjes, omdat velen het onderwijs stopten. (Een stijging van het aantal tienerzwangerschappen versterkte deze trend.) Huiselijk en seksueel geweld nam toe. En meer vrouwen stierven tijdens de bevalling omdat middelen elders werden ingezet.
‘Er is een verstoring van de gezondheidsstelsels, alles gaat naar de uitbraak’, zegt Wenham, die tijdens de ebolacrisis als onderzoeker naar West-Afrika reisde. ‘Wat geen prioriteit heeft, wordt geschrapt. Dat kan effect hebben op de moedersterfte of de toegang tot anticonceptie.’
De Verenigde Staten hebben op dit gebied al ontstellende statistieken in vergelijking met andere rijke landen, meldt onder andere Vox, en daar hebben zwarte vrouwen twee keer zoveel kans om tijdens de bevalling te overlijden als witte vrouwen.
Vanzelfsprekend
Voor Wenham was de meest opvallende statistiek afkomstig uit Sierra Leone, een van de landen die het zwaarst door ebola werden getroffen. Tijdens de uitbraak van 2013 tot 2016 stierven meer vrouwen aan obstetrische complicaties dan de besmettelijke ziekte zelf. Maar deze sterfgevallen trekken, net als de onopgemerkte zorgarbeid waarop de moderne economie draait, minder aandacht dan de onmiddellijke problemen die een epidemie veroorzaakt. Ze worden als vanzelfsprekend beschouwd.
In haar boek Invisible Women merkt Caroline Criado Perez op dat ten tijde van de zika- en ebola-epidemieën 29 miljoen artikelen werden gepubliceerd in meer dan 15.000 peer-reviewed titels, waarvan minder dan 1 procent te maken had met de gendergerelateerde impact van de uitbraken. Wenham heeft tot dusverre geen genderanalyse gevonden naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus; zij en twee co-auteurs zijn het probleem nu aan het onderzoeken.
‘Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’
Net als andere onderzoekers is ze gefrustreerd dat beleidsmakers nog steeds een sekseneutrale benadering van pandemieën hanteren.
‘Hoe grimmig het ook is om je nu voor te stellen, volgende epidemieën zijn onvermijdelijk, en de verleiding om te beweren dat gender een bijzaak is, een bijeffect van de echte crisis, moet worden weerstaan. Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’, aldus Lewis.
Ook volgens haar bieden de inzichten een kans. ‘Dit zou de eerste uitbraak kunnen zijn waarbij sekseverschillen en -ongelijkheid worden geregistreerd, en waarbij onderzoekers en beleidsmakers er rekening mee houden. Te lang hebben politici aangenomen dat kinderopvang en ouderenzorg kunnen worden “opgevangen” door particuliere burgers – meestal vrouwen – die daarmee in feite een enorme subsidie aan de betaalde economie verstrekken. Deze pandemie zou ons moeten herinneren aan de ware omvang van deze verstoorde gang van zaken.’
Wenham pleit voor noodvoorzieningen voor kinderopvang, economische zekerheid voor eigenaren van kleine bedrijven en een financiële stimulans die rechtstreeks aan gezinnen wordt betaald. Maar veel hoop heeft ze niet, omdat ze uit ervaring weet dat regeringen op korte termijn denken en reactief zijn.
‘Alles wat is gebeurd, is voorspeld, toch?’ zegt ze. ‘Als academici wisten we collectief dat er een uitbraak zou komen uit China, die laat zien hoe globalisering ziekten verspreidt en financiële systemen lam legt, en toch stond er geen pot met geld klaar, was er geen bestuursplan (…) We wisten dit allemaal, en ze luisterden niet. Waarom zouden ze nu naar dit verhaal over vrouwen luisteren?’
Algerije kampt met een tekort aan consumeerbare olie
Terwijl de ramadan over minder dan een maand plaatsvindt, is in Algerije een essentieel ingrediënt bijna niet te vinden in de schappen van de supermarkt: tafelolie. Dit vergroot nog eens de bezorgdheid en onvrede in een land dat toch al door een grote economische crisis gaat, schrijft Tout sur l’Algérie.
Dagblad El Watan maakte een ‘trip naar de minimarkten’ in het centrum van de hoofdstad: ‘Er waren amper een paar flessen van een of twee liter te koop. De andere assortimenten van het product, met name de blikken van vijf liter, zijn nergens te vinden.’ In het stadje Boumerdes, 45 kilometer ten oosten van Algiers, moest de politie zelfs ingrijpen om orde te scheppen in een chaotische rij.
Handelaars vs. producenten
Mustapha Zebdi, voorzitter van de vereniging voor de bescherming en begeleiding van consumenten, vertrouwt Tout sur l’Algerie toe: ‘Uit officiële bron heb ik vernomen dat er op nationaal grondgebied nog 134.000 ton aan grondstoffen zijn, wat overeenkomt met drie maanden productie en consumptie van eetbare olie.’
Vanwaar dan al die lege schappen? Aan de basis van het probleem ligt een patstelling tussen handelaren en producenten, legt El Watan uit. De productiekosten zijn erg gestegen, waardoor de verkoopprijs voor de handelaren de afgelopen weken omhoogschoot. Maar ze kunnen deze niet doorrekenen aan kopers, omdat de prijzen door de overheid worden gecontroleerd. Daarom kopen ze het product liever helemaal niet.
Tot het prijsplafond voor tafelolie werd in 2011 besloten, na ‘sociale onrust’, aldus El Watan. De Algerijnse minister van Financiën Aymen Benabderrahmane blijft het beleid van zijn land op dit gebied verdedigen. Ook geeft hij aan dat de nationale munteenheid niet in een situatie van ineenstorting verkeert ‘zoals sommigen vermoeden’, meldt de krant Liberté Algerije.
Maar zijn uitspraken stellen niet gerust. De waardevermindering van de Algerijnse dinar leidt tot een ‘duidelijke erosie’ van de koopkracht, volgens nieuwssite Observ’Algérie.De krant Reporters beaamt dit en stelt dat ‘het jaar 2020 pijnlijk zal zijn geweest voor kleine en middelgrote beurzen’ en dat ‘de versnelling van de erosie van de koopkracht en de verarming van de kansarme lagen geen twijfel leiden’.
De zingende meisjes van Afghanistan
Het Afghaanse ministerie van Onderwijs lijkt terug te komen op een besluit om een landelijk zangverbod voor schoolmeisjes op te leggen.
In een brief aan schoolbesturen vorige week, die naar de media werd gelekt, zei de onderwijsafdeling van Kaboel dat meisjes van twaalf jaar en ouder niet langer zouden kunnen zingen bij openbare evenementen, tenzij de evenementen alleen door vrouwen werden bijgewoond. In de brief stond ook dat meisjes niet konden worden opgeleid door een mannelijke muziekleraar.
De reden voor het besluit was dat studenten zo konden focussen op hun studie. Maar de aankondiging veroorzaakte wijdverbreide verontwaardiging, waarbij velen de regering ervan beschuldigden sympathie te hebben voor de taliban en discriminatie op grond van geslacht te bevorderen, schrijft The Guardian.
Uit protest namen vrouwen uit het hele land, waaronder veel prominente Afghaanse leiders, video’s op waarin ze zongen en plaatsten deze op sociale media met de hashtag #IAmMySong.
‘Met prachtige resultaten’, aldus de site FranceInter. Zoals dit nummer dat over Afghanistan gaat en op Twitter is gepost door de broer van dit jonge meisje genaamd Nila, die dertien jaar oud is en aan het einde van het nummer benoemt hoe onzinnig de nieuwe regel is en over vrijheid spreekt.
‘De meisjes hebben dus gewonnen’, aldus de site. ‘Maar het is een ambivalente overwinning. De vraag is waarom de stad Kaboel zich op dit gebied waagde? Het antwoord is tragisch: omdat momenteel onderhandelingen met de taliban plaatsvinden onder auspiciën van de Verenigde Staten.’
Het idee is om een eenheidsregering te creëren tussen de taliban en de huidige autoriteiten. Weliswaar dus een tijdelijke regering, maar sommigen zien het de verkeerde kant opgaan en ‘zenden radicale signalen naar toekomstige leiders van het land’.
Ondertussen worden veel meisjes ook door hun eigen familie bedreigd of gevraagd om met de campagne te stoppen. Maram Abdallah, achttien, een pianiste die op het punt staat af te studeren aan het Afghaanse Nationale Muziek Instituut, vertelt bijvoorbeeld aan The Guardian: ‘Ik ben opgegroeid in Egypte, waar mijn ouders naar de universiteit gingen en ik begon met pianospelen toen ik vijf jaar oud was, maar toen we terugkeerden naar Afghanistan mocht ik er van mijn vader niet mee doorgaan.’ Abdallah’s vader noemde druk vanuit de samenleving als reden voor zijn verbod.
Ahmad Sarmast, de oprichter van muziekinstituut, die de #IAmMySong-campagne begon, noemt het decreet ‘niet alleen een schending van de muzikale rechten van Afghaanse meisjes en een ontneming van de genezende kracht van muziek, maar ook een schending van de Afghaanse grondwet, kinderbeschermingswetten en de internationale conventie voor kinderrechten’.
Svetlana Tichanovskaja blaast het protest in Belarus nieuw leven in
In een video die op 18 maart op YouTube is gepost, lanceert Svetlana Tichanovskaja een nieuw initiatief: de voormalige Belarussische presidentskandidaat van augustus 2020, nu in ballingschap, roept haar landgenoten op om deel te nemen aan een soort online referendum over de noodzaak om onderhandelingen te beginnen met president Aleksander Loekasjenka: ‘Ieder van jullie weet dat het land door een crisis gaat. Maar we kunnen het op een vreedzame manier regelen door middel van onderhandelingen onder leiding van internationale instanties.’
De VN en de OVSE hebben hun akkoord al gegeven. Nog dezelfde dag spraken 500.000 mensen zich uit voor dergelijke onderhandelingen op het Belarussische platform Golos (Voice). Op 24 maart om 12.00 uur hadden meer dan 700.000 burgers zich uitgesproken voor het initiatief.
De onafhankelijke Belarussische site Intex-press legt uit dat de stemming ‘de burgers een gevoel van steun en solidariteit moet geven’, en dat het niet is georganiseerd om straatacties te vervangen, maar om ‘te zien met hoevelen we zijn’. Voor Svetlana Tichanovskaja is het doel van deze stemming vooral om ‘zo snel mogelijk een einde te maken aan het geweld’ en om ‘degenen die de afgelopen maanden om politieke redenen zijn gearresteerd, vrij te laten’.
De oppositie zet erop in dat tegen mei of al eerder Alexander Loekasjenka onder internationale en binnenlandse druk ‘verplicht zal zijn een dialoog aan te gaan’. Externe druk zal volgens Tichanovskaja de vorm aannemen van ‘nieuwe sancties, de vermindering van contracten met Belarussische overheidsbedrijven, het politieke isolement van Loekasjenka, de opschorting van westerse financiering voor verschillende programma’s en investeringsprojecten’.
Het uiteindelijke doel van de oppositie is om voor het einde van het jaar nieuwe presidentsverkiezingen te houden. Als de Belarussische regering de dialoog weigert, overweegt het Tichanovskaja-team zes scenario’s, meldt de site, waaronder die van een ‘externe interventie’.
Het Russische dagblad Nezavissimaïa Gazeta herinnert eraan dat de repressie sinds augustus 2020 niet is gestopt, en dat het protest deze winter aanzienlijk is afgenomen. De kou, het politiegeweld, de gerechtelijke procedures, maar ook de pandemie, ‘waarvan men zich de omvang alleen maar kan voorstellen, omdat de autoriteiten er niet over spreken en er geen beperkingen zijn opgelegd’, hebben het moreel beïnvloed.
Het Tichanovskaja-initiatief werd op het juiste moment gelanceerd om de bevolking aan te moedigen actief deel te nemen aan de volgende protestactie, gepland op 25 maart. Deze ‘Vrijheidsdag’ is de verjaardag van de oprichting van de Volksrepubliek Belarus in 1918, die meestal alleen wordt gevierd door de nationalistische democratische oppositie. Voor Loekasjenka komt de nationale feestdag overeen met de dag van de afkondiging van de onafhankelijkheid van het land van de USSR op 25 augustus 1991.
In het hele land kondigden de oppositie en lokale activisten massale protesten tegen de autoriteiten aan voor 25 maart. Zoals te verwachten was, kregen ze hiervoor geen toestemming. ‘De acties van 25 maart zullen dus illegaal zijn, wat een gewelddadig scenario voorspelt’, vreest het Russische dagblad.
Na de afgelopen jaren het politieke leven in Spanje op zijn kop te hebben gezet, sloeg Pablo Iglesias maandag de regeringsdeur dicht, schrijftEl País. Zijn plan is om te gaan deelnemen aan de regionale verkiezingen op 4 mei in Madrid. De leider van radicaal links en vicepresident van de Spaanse regering deelde dit mee aan de socialistische premier Pedro Sánchez.
Iglesias, oprichter en nummer één van Podemos sinds de oprichting in 2014, gaf aan dat de huidige minister van Arbeid, Yolanda Díaz, hem zou vervangen als vicepresident van de regering en als kandidaat tijdens de volgende parlementsverkiezingen, gepland voor 2023.
Zijn besluit komt iets meer dan een jaar na de vorming van de eerste coalitieregering in het land sinds het einde van de dictatuur van Franco. ‘Deze beslissing zal ingrijpende gevolgen hebben voor de politiek van Madrid en Spanje, niet alleen voor Podemos, maar voor alle partijen’, meent La Vanguardia.
‘Hij speelt hoog spel: Of hij wordt president van Madrid, of hij zal de politiek moeten verlaten’
Volgens El Periódico vormt de beslissing van Iglesias een ‘risicovolle operatie die zal bijdragen aan een verdere polarisering van de Madrileense politiek, die al was aangewakkerd door de trumpistische standpunten van Isabel Díaz Ayuso. Ayuso, leider van de rechtse Volkspartij, verzocht vorige week samen met de liberale Ciudadanos-partij om vervroegde verkiezingen. Zij toonde zich dan ook ‘verheugd dat ze nu eindelijk in de topman van Podemos een geschikte kandidaat had gevonden om tegen te strijden’, aldus het Catalaanse ochtendblad, dat ‘een giftige verkiezingscampagne’ voorspelt ‘met populistische uitbarstingen aan beide kanten’.
Volgens dagblad ABC is dit een ‘wanhopige poging om Podemos te redden van een ondergang’, aangezien de partij in de huidige formatie weinig voor elkaar heeft gekregen. Iglesias speelt hiermee hoog spel, aldus El Periódico; ‘Of hij wordt president van Madrid, of hij zal de politiek moeten verlaten’.
Bolsonaro vervangt opnieuw de minister van Volksgezondheid
De Braziliaanse president kondigde maandag aan dat hij generaal Eduardo Pazuello zou vervangen, die zojuist de bestelling van 138 miljoen doses had aangekondigd om een nog te traag verlopende vaccinatiecampagne te versnellen. Zonder enige medische ervaring was hij aangesteld als interim-minister bij het ministerie van Volksgezondheid na het aftreden van oncoloog Nelson Teich midden mei, die net als zijn voorganger Luiz Henrique Mandetta kritiek leverde op de door Bolsonaro voorgestelde aanpak van de pandemie.
‘Het feit dat iemand sterren op zijn epauletten draagt, is geen garantie voor bekwaamheid (…). Generaals verliezen oorlogen. Pazuello verloor de zijne’, schrijft een columnist in O Globo,
Pazuello wordt vervangen door Marcelo Queiroga, voorzitter van de Braziliaanse Vereniging voor Cardiologie. De benoeming van laatstgenoemde komt terwijl de epidemie in Brazilië blijft verslechteren. Ziekenhuizen zitten bijna aan hun maximale capaciteit en de afgelopen week werden dagelijks meer dan tweeduizend sterfgevallen geregistreerd.
Mannelijke slachtoffers van seksueel geweld krijgen in Japan geen steun
In 2017 werd in Japan de term ‘slachtoffer van verkrachting’ verbreedt tot mannen. Asahi Shimbun publiceerde een enquête onder mannen die seksueel geweld hebben ondergaan, om te kijken of zij zich inderdaad gesteund voelden.
Hieruit kwam naar boven dat in een samenleving waar vrouwelijke slachtoffers al worstelen om toegang te krijgen tot de nodige hulp, het geweld dat mannen ondergaan taboe is, met als gevolg dat mannelijke slachtoffer vaak in isolement leven. ‘Omdat ik een man ben, wilden mensen nooit geloven dat ik slachtoffer was. Mijn hele leven heb ik deze vernedering alleen ondergaan’, zegt bijvoorbeeld een man van in de veertig, die op zijn dertiende herhaaldelijk werd verkracht door een studievriend.
Een dertigtal psychiaters en psychotherapeuten weigerde hem te behandelen, met het argument dat ze weinig kennis hebben van mannelijke slachtoffers. Een van hen zei letterlijk: ‘Vergeet het maar. Ik zou je hebben behandeld als je een vrouw was, maar dat ben je niet.’
Takehito Kurono, die groepstherapie organiseert voor mannelijke slachtoffers, onderstreept dat stereotypen over mannen het mannen vaak moeilijk maken om de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben. ‘Volgens het cliché moeten ze sterk en zelfs ongevoelig zijn.’
Overweldigd
Momenteel is de ondersteuning die lokale autoriteiten bieden, vaak gericht voor vrouwen, al grotendeels ontoereikend, schrijft de krant. De 48 afdelingen van het land tellen nu minimaal één opvangcentrum voor slachtoffers van seksueel geweld. Of daar mannen terecht kunnen, verschilt per instelling. De centra zouden al ‘overweldigd’ zijn door het aantal vrouwelijke slachtoffers. ‘Om voor mannen te zorgen, zou je een speciale spreekkamer en een gespecialiseerde arts nodig hebben’, zegt een medewerker van een van de centra.
‘Betere steun voorkomt dat slachtoffers wegzinken in eenzaamheid. We hebben een grotere mobilisatie nodig vanuit de politiek’, verklaart Nobuki Yamaguchi, een psychotherapeut gespecialiseerd in de zorg voor mannen.
Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur
De vele meldingen tijdens de pandemie van jongeren met psychische klachten leidt tot een wereldwijde crisis die onmiddellijke aandacht vereist, volgens een nonprofitorganisatie die bijna vijftigduizend mensen in acht landen ondervroeg en een uitgebreid overzicht gaf van de impact van de pandemie op de geestelijke gezondheid, schrijft The New York Times.
Meer dan een op de vier respondenten gaf aan te kampen met of het risico te lopen op klinische aandoeningen, en dat aantal steeg tot bijna een op de twee voor de leeftijd van achttien tot vierentwintig jaar, aldus het rapport, dat werd vrijgegeven door Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest.
Het rapport, gebaseerd op gegevens verzameld uit een online, anonieme enquête waarvan de bevindingen maandag werden gepubliceerd, richtte zich op Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Veertig procent van de respondenten in de leeftijd van achttien tot vierentwintig jaar gaf aan zich verdrietig, somber of moedeloos te voelen en last te hebben van ongewenste, vreemde en obsessieve gedachten.
Het rapport dringt er bij regeringen op aan zich te richten op beleid voor de gehele bevolking, in plaats van de huidige individuele benadering
‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, zegt dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs. ‘Vooral sociaal isolement heeft een grotere impact gehad op jonge mensen, en velen van hen over de rand geduwd.’
Andere studies hebben aangetoond dat de pandemie een onevenredig grote invloed heeft gehad op de geestelijke gezondheid van jongeren, vrouwen en mensen van kleur.
Preventie
Geestelijke gezondheidsdeskundigen waarschuwden al eerder voor de langetermijneffecten van de pandemie, waaronder waarschijnlijk een economische recessie en de psychologische gevolgen van langdurig sociaal isolement.
De auteurs van het rapport, dr. Thiagarajan en Jennifer Newson, drongen er bij regeringen op aan zich te concentreren op beleid op het gebied van geestelijke gezondheid voor de gehele bevolking, in plaats van op individuele benaderingen, die nu vaak de voorkeur genieten.
‘Hoewel in de geestelijke gezondheidszorg de focus lag op zelfzorg via apps, therapie en andere programma’s, kunnen sociaal en economisch beleid en institutionele cultuur een grote rol spelen bij het verzachten van onze huidige geestelijke gezondheidscrisis en de preventie van toekomstige crises’, aldus het rapport.
Gebrek aan zelfvertrouwen belemmert vrouwen in hun carrière, zeggen Katty Kay en Claire Shipman, auteurs van The Confidence Code. Het goede nieuws: er is maar een klein zetje nodig.
Keuze uit ons archief
In 2014 schreven Katty Kay en Claire Shipman dit nog altijd relevante betoog voor meer vrouwelijk zelfvertrouwen op de werkvloer. Zeven jaar later worden vrouwen die zich wél zelfverzekerd opstellen nog altijd als ‘bitch’ weggezet, zoals maar weer blijkt uit de vele haatberichten die vrouwelijke politici volgens onderzoek van onder andere De Groene Amsterdammer dagelijks op sociale media over zich heen krijgen, en minder serieus genomen, zoals blijkt uit de manier waarop onze premier met zijn vrouwelijke collega’s omgaat.
Dit artikel verscheen eerder op 3 juli 2014 in nummer 60 van 360 Magazine.
Jarenlang hebben wij vrouwen ons op de achtergrond gehouden en alles netjes volgens de regels gedaan. Als we maar hard genoeg werkten, zouden onze talenten wel gezien en beloond worden, dachten we.
En we hebben vooruitgang geboekt. Aan de universiteiten in de VS studeren nu meer vrouwen af dan mannen. Vrouwen vormen nu de helft van de werkende bevolking en zijn steeds beter vertegenwoordigd in het middelmanagement. Zeker vijf wereldomspannende onderzoeken wijzen uit dat bedrijven die veel vrouwen in dienst hebben in alle opzichten beter presteren dan hun concurrenten. Nooit eerder is zo duidelijk geweest hoe goed wij vrouwen zijn. Kijk naar de veranderende waarden in de samenleving en je ziet dat de wereld een vrouwelijker koers vaart.
En toch, terwijl wij ijverig doorwerkten, bleven de mannen om ons heen sneller promotie maken en meer verdienen. De cijfers zijn bekend: vooral aan de top ontbreken vrouwen vrijwel geheel en daar zit nauwelijks verbetering in. Een halve eeuw nadat de eerste vrouwen de bestuurskamers binnendrongen, ziet ons carrièrepad er nog steeds heel anders uit dan dat van mannen.
Moederinsticht
Sommigen zeggen dat het krijgen van kinderen onze prioriteiten verandert. Daar zit wel iets in. Moederinstinct speelt inderdaad een rol in de emotionele spagaat tussen thuis en werk, een spagaat die mannen minder sterk ervaren. Anderen wijzen naar culturele en institutionele belemmeringen voor het succes van vrouwen. Ook daar zit iets in. Maar er is nog iets veel wezenlijkers dat verklaart waarom vrouwen nog steeds niet door het glazen plafond heen hebben weten te breken: hun grote gebrek aan zelfvertrouwen.
Al tijdens de research voor ons boek Womanomics (2009) stuitten we in onze gesprekken met tientallen hooggeplaatste, succesvolle vrouwen telkens weer op een zwarte vlek, een kracht die voor hen duidelijk een belemmering vormde. Waarom zei die succesvolle bankier tegen ons dat ze de belangrijke promotie die ze net had gekregen, eigenlijk niet verdiende? Waarom liet de productontwikkelaar die al tientallen jaren vooropliep op haar vakgebied, zich tegen ons ontvallen dat ze er niet zo zeker van was dat zij de juiste persoon was om dat grote nieuwe project van haar bedrijf te leiden? In de twintig jaar dat wij over de Amerikaanse politiek hebben geschreven, hebben we de meest invloedrijke vrouwen van het land geïnterviewd. We ontmoeten geregeld mensen van wie je zou verwachten dat ze één en al zelfvertrouwen zijn. En toch lijkt het erop dat de vrouwen die zich in de machtscentra van dit land bevinden – voor zover daar vrouwen aanwezig zijn – aan zichzelf twijfelen.
Zelf kunnen we erover meepraten. Vorig jaar kwam tijdens een etentje ons eigen zelfvertrouwen ter sprake. Hoe goed we elkaar ook dachten te kennen, het was een onthullend gesprek. Katty is afgestudeerd aan een prestigieuze universiteit, spreekt verscheidene talen en heeft toch haar hele leven gedacht dat ze niet intelligent genoeg was te streven naar een topbaan in de journalistiek. Ze was ervan overtuigd dat ze haar reputatie in Amerika alleen te danken had aan haar Engelse accent, dat haar, zo dacht ze, elke keer dat ze haar mond opendeed een paar extra IQ-punten opleverde.
Die alfamannetjes maakten zo veel lawaai, dan zouden ze wel meer weten dan zij
Claire vond dat ongelooflijk, belachelijk zelfs. Toch zei zij altijd dat ze ‘gewoon geboft had – op het juiste moment op de juiste plek was’ als mensen haar vroegen hoe ze nog vóór haar dertigste een baan bij CNN in Moskou had weten te bemachtigen. En ook zij had het jarenlang heel gewoon gevonden dat ze moest wijken voor de alfamannetjes om haar heen, want die maakten zo veel meer lawaai, waren zo veel zekerder van zichzelf, dan zouden ze ook wel meer weten dan zij. Onbewust geloofde ze dat die mannen meer recht hadden om op tv aan het woord te komen. Maar waren ze echt beter? Of alleen maar zelfverzekerder?
We gingen met andere succesvolle vrouwen praten, in de hoop leerzame voorbeelden te vinden van echt, bloeiend vrouwelijk zelfvertrouwen. Maar hoe harder we zochten, hoe meer we juist bewijzen vonden van het gebrek daaraan.
Facebook-COO Sheryl Sandberg: ‘Nog steeds word ik op sommige dagen wakker met het idee dat ik een bedrieger ben en niet op de juiste plek zit’
Techondernemer Clara Shih, die in 2010 het succesvolle socialmediabedrijf Hearsay Social oprichtte en op haar negenentwintigste al toetrad tot de directie van Starbucks, is een van de weinige vrouwelijke CEO’s in de machowereld van Silicon Valley. Zij vertelde hoe ze als eerstejaars studente computerwetenschappen altijd dacht dat vakken die zij moeilijk vond, voor anderen makkelijk waren. En al studeerde Shih uiteindelijk af als beste van haar jaar, toch zei ze tegen ons dat ze zich soms een ‘bedrieger’ voelt. En dat is precies wat ook Facebook-COO Sheryl Sandberg tegen ons zei, een jaar voordat haar boek Lean in verscheen: ‘Nog steeds word ik op sommige dagen wakker met het idee dat ik een bedrieger ben en niet op de juiste plek zit.’
Deze en nog veel andere gesprekken inspireerden ons om een boek te schrijven over de vraag of gebrek aan zelfvertrouwen vrouwen afhoudt van succes. We ontdekten dat ons aanvankelijke vermoeden klopte: inderdaad hebben vrouwen er problemen mee – er bestaat een enorm verschil in zelfvertrouwen tussen de seksen. Vergeleken met mannen vinden vrouwen minder vaak dat ze toe zijn aan een promotie, schatten ze hun eigen prestaties bij examens lager in en onderschatten ze in het algemeen hun eigen kunnen. En het wordt steeds duidelijker hoe schadelijk dit gebrek aan zelfvertrouwen kan zijn. Succes blijkt even nauw samen te hangen met zelfvertrouwen als met competentie. Geen wonder dat vrouwen op de hoogste niveaus nog steeds pijnlijk ondervertegenwoordigd zijn. Dat alles is het slechte nieuws.
Maar er is ook goed nieuws: zelfvertrouwen kun je verwerven, als je er je best voor doet. Het verschil in ‘zelfvertrouwen’ kan dus afnemen; de kloof kan worden gedicht.
Onderhandelingen
In 2011 onderzocht het Britse Institute of Leadership and Management hoe zeker Engelse managers zich voelden over hun werk. De helft van de vrouwelijke respondenten meldde twijfel aan zichzelf, hun prestaties en hun carrièrekansen, tegen minder dan een derde van de mannelijke respondenten.
Linda Babcock, hoogleraar economie aan de Carnegie Melton University en auteur van Women don’t ask, ontdekte in onderzoeken onder studenten aan businessschools dat mannen vier keer zo vaak zelf het initiatief nemen tot onderhandelingen over hun salaris dan vrouwen, en dat als vrouwen wél onderhandelen 30 procent minder salaris vragen dan mannen.
In 2003 deden de Amerikaanse psychologen David Dunning en Joyce Ehrlinger onderzoek naar de relatie tussen zelfvertrouwen en competentie. Daarvoor bekeken ze hoe vrouwen hun eigen competentie inschatten en welke invloed dat eigen oordeel had op hun zelfvertrouwen. Ze lieten mannelijke en vrouwelijke studenten een quiz invullen over wetenschappelijk redeneren. Voor de quiz moesten de studenten hun eigen wetenschappelijke vaardigheden een cijfer geven.
Als ze al onderhandelen, vragen vrouwen 30 procent minder salaris dan mannen
‘We wilden zien of je eigen idee over hoe goed je bent in wetenschap, bepaalt hoe je denkt over iets wat daar los van zou moeten staan, namelijk of je een vraag goed hebt beantwoord,’ vertelde Ehrlinger. De vrouwelijke studenten gaven zichzelf een lager cijfer dan de mannelijke als het ging om wetenschappelijke vaardigheden: op een schaal van 1 tot 10 gaven de vrouwen zichzelf gemiddeld een 6,5, en de mannen gaven zichzelf een 7,6. Toen ze moesten inschatten hoe goed ze de vragen hadden beantwoord, dachten de vrouwen dat ze 5,8 van de 10 vragen goed hadden. De mannen schatten 7.1. En hoe hadden ze het in werkelijkheid gedaan? Hun gemiddelde lag ongeveer gelijk – de vrouwen hadden 7,5 van de 10 goed en de mannen 7,9.
Om te laten zien hoe groot de invloed van zelfperceptie is in het echte leven, werden de studenten vervolgens uitgenodigd – zonder dat ze wisten hoe ze gepresteerd hadden – om mee te doen aan een wetenschapsquiz waarbij prijzen te winnen waren. Slechts 49 procent van de vrouwen gaf zich op voor de wedstrijd, tegen 71 procent van de mannen.
Dit deed ons denken aan iets wat Hewlett-Packard een aantal jaar geleden ontdekte, toen het bedrijf erachter wilde komen hoe het meer vrouwen in topfuncties kon krijgen. Bestudering van de personeelsdossiers wees uit dat vrouwen bij HP pas solliciteerden naar een promotie als ze dachten dat ze de kwalificaties in de functieomschrijving voor 100 procent bezaten. Mannen wilden al solliciteren als ze dachten dat ze voor 60 procent aan de eisen voldeden. Vrouwen houden zich op de achtergrond, zelfs al zijn ze overgekwalificeerd en uitstekend voorbereid. Vrouwen voelen zich alleen zeker van hun zaak als ze echt perfect zijn. Of bijna perfect.
Zelfoverschatting
Brenda Major, sociaal psycholoog aan de University of California, is tientallen jaren geleden al begonnen met onderzoek naar het probleem van zelfperceptie. ‘Als jonge hoogleraar,’ vertelde ze ons, ‘stelde ik een test op waarin ik mannen en vrouwen vroeg hoe ze dachten dat ze zouden gaan presteren bij een aantal verschillende taken.’ Ze ontdekte dat de mannen altijd hun vaardigheden en de daaropvolgende prestaties overschatten, en dat de vrouwen die twee elke keer weer onderschatten. De prestaties zelf verschilden niet in kwaliteit.
Dat is ook de ervaring van Victoria Brescoll, hoogleraar op de Yale School of Management. Juist daar wordt studenten ingeprent dat je in de tegenwoordige zakenwereld zelfvertrouwen nodig hebt. Haar studenten zijn qua intelligentie het neusje van de zalm, maar ze was geschokt toen ze merkte hoe weinig geloof haar vrouwelijke studenten in zichzelf hadden.
‘De vrouwen hebben het idee dat ze toch geen prestigieuze baan zullen krijgen, dus waarom zouden ze al die moeite doen?’ verklaarde ze. ‘Of ze denken dat ze niet voor honderd procent competent zijn op dit specifieke terrein, dus doen ze er niet hun best voor.’ Het gevolg is dat de vrouwelijke studenten vaak ophouden met de studie. ‘Uiteindelijk kiezen ze voor een minder competitief vakgebied, zoals human resources of marketing,’ zei ze. ‘Ze ambiëren geen baan in de financiële wereld of een hoge positie op de universiteit.’
En de mannen?
‘Die gaan gewoon overal op af,’ lachte Brescoll. ‘Zij vinden zichzelf geweldig, ze denken, wie zou mij nou niet willen?’
Twijfelen mannen wel eens aan zichzelf? Natuurlijk. Maar niet zo heftig en zo vaak als vrouwen en ze laten zich minder door hun twijfels tegenhouden. Mannen hebben meer de neiging zichzelf te overschatten. Uit een onderzoek in 2011 aan de Columbia Business School bleek dat mannen hun prestaties bij het maken van een aantal wiskundeopgaven consequent 30 procent hoger inschatten dan ze werkelijk waren.
Als ze toch geen prestigieuze baan zullen krijgen, waarom zouden ze al die moeite doen?
Het is een feit dat zelfoverschatting je ver kan brengen. Psycholoog Cameron Anderson heeft het onderwerp jarenlang bestudeerd. In 2009 gaf hij een groep van 242 studenten een lijst met historische namen en gebeurtenissen en vroeg ze om aan te kruisen welke ze kenden. Sommige namen klonken realistisch, maar waren verzonnen: zo stond er een Koningin Shaddock op, en een Galileo Lovano, en een gebeurtenis die Murphy’s last ride heette. Het experiment was bedoeld om overmatig zelfvertrouwen te testen. Sommige studenten kruisten de verzonnen namen aan, in plaats van ze gewoon open te laten. Volgens Anderson wees dat erop dat zij dachten meer te weten dan ze eigenlijk wisten. Aan het eind van het semester vroeg Anderson de studenten om elkaar een cijfer te geven in een onderzoek dat bedoeld was om de plaats van elke individuele student binnen de groep te bepalen. De studenten die de meeste verzonnen namen en gebeurtenissen hadden aangekruist, hadden de hoogste status binnen de groep gekregen.
Zelfvertrouwen, aldus Anderson, is even belangrijk als competentie. Wij wilden het eigenlijk niet geloven. Maar in ons hart wisten we dat we dit verschijnsel jarenlang hadden waargenomen. Binnen elke organisatie, of het nu een investeringsbank is of de Dierenbescherming, zijn er mensen die meer bewondering en meer gezag krijgen dan anderen. En dat zijn niet noodzakelijkerwijs degenen die het meest weten of kunnen, maar degenen die het zelfverzekerdst zijn.
Blijkbaar hoeft een gebrek aan competentie geen negatieve gevolgen te hebben, als je je maar zelfverzekerd toont
‘Als mensen zeker zijn van zichzelf, als ze denken dat ze ergens goed in zijn – of dat nou werkelijk zo is of niet – tonen ze zowel verbaal en non-verbaal zelfverzekerd gedrag,’ zegt Anderson. Dat uit zich in brede gebaren, een lagere spreektoon, en de neiging om al vroeg en vaak het woord te nemen, vaak op een rustige, ontspannen manier. ‘Ze doen veel dingen waardoor in de ogen van anderen zelfverzekerd lijken,’ voegde hij eraan toe. ‘Of ze goed zijn of niet, is eigenlijk niet zo belangrijk.’
Eigenlijk niet zo belangrijk. Blijkbaar hoeft een gebrek aan competentie geen negatieve gevolgen te hebben. Het is om woedend van te worden.
Maar toen we eenmaal over die woede heen waren, konden we inzien dat er in Andersons werk ook een waardevolle les schuilt: tientallen jaren lang hebben vrouwen een belangrijke wet van de professionele jungle niet begrepen. Het is niet genoeg om in stilte door te ploeteren en keurig aan alle eisen te voldoen. Talent is niet alleen een kwestie van competent zijn; zelfvertrouwen is onderdeel van dat talent. Dat moet je hebben om te kunnen uitblinken.
We gingen ook inzien dat gebrek aan zelfvertrouwen de oorzaak is van verscheidene bekende vrouwelijke gewoonten. Bijvoorbeeld de neiging van vrouwen om de schuld op zich te nemen als iets misloopt en om hun successen toe te schrijven aan de omstandigheden – of aan andere mensen. (Mannen lijken het tegenovergestelde te doen.)
Perfectionisme
Dave Dunning, de psycholoog van Cornell, droeg dit voorbeeld aan: in het masterprogramma van Cornell zit een cursus die op een bepaald moment echt moeilijk wordt. Dunning heeft opgemerkt dat de meeste mannelijke studenten die horde nemen voor wat hij is, en op hun lagere cijfers reageren met ‘Tjonge, dit is een moeilijk vak’. Dat is wat bekendstaat als ‘externe attributie’ en in een situatie als deze is dat vaak een gezond teken van berusting. Vrouwen reageren meestal anders. Als de cursus moeilijk wordt, vertelde Dunning ons, reageren zij eerder met: ‘Zie je wel, ik kan het niet.’ Dat is ‘interne attributie’, en het kan ervoor zorgen dat je slechter gaat presteren.
Ook dodelijk voor het zelfvertrouwen is perfectionisme, iets waar vooral vrouwen last van hebben. Vrouwen beantwoorden vragen niet voor ze zeker zijn van het antwoord, leveren een verslag niet in voor ze het tot in den treure hebben gecorrigeerd, geven zich niet op voor die triatlon als ze niet zeker weten dat ze sneller en fitter zijn dan nodig. Wij vrouwen kijken toe hoe onze mannelijke collega’s risico’s nemen, terwijl we zelf afwachten tot we zeker weten dat we helemaal klaar en in alle opzichten gekwalificeerd zijn. We werpen ons fanatiek op onze prestaties thuis, op school, op het werk, in de yogaklas, zelfs op vakantie. We gunnen onszelf geen rust als moeder, als echtgenote, als zuster, als vriendin, als kokkin, als sportvrouw. De ironie wil dat het streven naar perfectie ons in de weg zit om ook maar ergens iets van terecht te brengen.
Als vrouwen op school competent genoeg zijn en hard genoeg werken om mannen voorbij te streven, waarom is het later dan zo moeilijk om die mannen bij te houden?
Waar ligt de oorzaak? Als vrouwen op school competent genoeg zijn en hard genoeg werken om mannen voorbij te streven, waarom is het later dan zo moeilijk om die mannen bij te houden? Zoals bij zo veel vragen rond het menselijk gedrag gaan draait het in de antwoorden op deze vragen om nature en nurture.
Het idee dat er een verschil zou zijn in de structuur en werking van mannelijke en vrouwelijke hersenen, is onder vrouwen lang taboe geweest. We waren bang dat zo’n verschil tegen ons gebruikt zou worden. Wat tientallen jaren lang – of eigenlijk eeuwenlang – ook gebeurd is. Laten we om te beginnen duidelijk zijn: mannelijke en vrouwelijke hersenen zijn veel meer gelijk dan verschillend. Het is niet mogelijk om van twee willekeurige hersenscans met zekerheid te zeggen welke mannelijk en welke vrouwelijk is. Bovendien wordt de mate van zelfvertrouwen van elk individu beïnvloed door heel veel genetische factoren die niets te maken lijken te hebben met zijn of haar sekse.
Toch vertonen mannelijke en vrouwelijke hersenen verschillen. En het is mogelijk dat die verschillen unieke denk- en gedragspatronen stimuleren en op die manier invloed hebben op zelfvertrouwen. Op dit terrein wordt veel onderzoek gedaan, met vaak tegenstrijdige en controversiële uitkomsten. Sommige onderzoeken werpen de intrigerende mogelijkheid op dat hersenstructuur leidt tot verschillen in de manier waarop mannen en vrouwen reageren op moeilijke of bedreigende situaties.
Vergeleken met mannen blijven vrouwen langer stilstaan bij iets dat in het verleden is misgegaan
Neem bijvoorbeeld de amygdalae, die soms de primitieve angstcentra van de hersens worden genoemd. Zij zijn betrokken bij het opslaan van emotionele herinneringen en het reageren op stressituaties. Uit onderzoeken met behulp van MRI-scans is gebleken dat vrouwen hun amygdalae eerder activeren als reactie op negatieve emotionele prikkels dan mannen – wat erop duidt dat vrouwen meer dan mannen geneigd zijn sterke emotionele herinneringen te vormen na negatieve gebeurtenissen. Dit verschil lijkt een fysiologische basis te verschaffen voor iets wat in gedragsonderzoek is waargenomen: vergeleken met mannen blijven vrouwen langer stilstaan bij iets dat in het verleden is misgegaan.
Of denk aan de cortex cingularis anterior. Dit kleine deeltje van het brein helpt ons vergissingen te herkennen en keuzemogelijkheden te wegen; sommige mensen noemen het het piekercentrum. En ja: dat is bij vrouwen groter. In evolutionaire termen heeft een dergelijk verschil onmiskenbaar voordelen: vrouwen lijken uitstekend uitgerust om de horizon af te speuren naar gevaren. Het is alleen de vraag of je er in onze tijd blij mee moet zijn.
Hetzelfde zou je kunnen zeggen over de invloed van hormonen op leren en gedrag. We kennen allemaal testosteron en oestrogeen als de veroorzakers van de meest in het oog springende verschillen tussen mannen en vrouwen. Het blijkt dat ze bovendien betrokken zijn bij subtiele persoonlijkheidsdynamiek. Oestrogeen, het vrouwenhormoon, ondersteunt het deel van het brein dat betrokken is bij sociale vaardigheden en waarnemingen. Het lijkt hechting en verbinding te stimuleren en het opzoeken van conflicten en risico’s tegen te gaan – neigingen die in bepaalde omstandigheden zelfvertrouwen in de weg kunnen staan.
Investeringen die beheerd worden door vrouwelijke fondsbeheerders presteren vaak beter dan die met mannelijke beheerders
Bij mannen wordt ongeveer tien keer zo veel testosteron door hun systeem gepompt als bij vrouwen en dat heeft invloed op alles, van snelheid tot kracht tot spieromvang tot competitieve instelling. Testosteron wordt gezien als het hormoon dat de wil om te winnen en de neiging tot machtvertoon stimuleert. Recent onderzoek heeft een verband aangetoond tussen een hoge testosteronspiegel en het opzoeken van risico’s. Onderzoekers van Cambridge volgden een groep mannelijke handelaren van een beleggingsfonds. Aan de hand van speekselmonsters bepaalden de onderzoekers aan het begin en eind van elke dag de testosteronspiegel bij de mannen. Op dagen dat hun testosteronspiegel aan het begin van de dag hoog was, sloten de handelaren riskantere transacties af. Bleken die transacties winstgevend, dan steeg hun testosteronspiegel nog verder. Bij één handelaar was de hoeveelheid testosteron met 74 procent gestegen nadat hij zes dagen achter elkaar succes had geboekt. Dit hormoon lijkt dus inderdaad dat mannelijke zelfvertrouwen in de hand te werken.
Natuurlijk heeft ook testosteron zijn schaduwkanten. Een testosterongedreven beslissing is niet altijd de beste beslissing. Uit verscheidene onderzoeken onder vrouwelijke beheerders van aandelenfondsen blijkt dat meer oog voor de langere termijn en minder transacties meer winst kan opleveren: investeringen die beheerd worden door vrouwelijke fondsbeheerders presteren vaak beter dan die met mannelijke beheerders.
Kip of ei
De wezenlijke kip-of-eivraag die nog steeds beantwoord moet worden, is in hoeverre deze verschillen tussen mannen en vrouwen aangeboren zijn en in hoeverre ze het gevolg zijn van opgedane levenservaringen. Het antwoord is allesbehalve helder, maar nieuw onderzoek naar de plasticiteit van de hersenen levert steeds meer bewijzen op dat onze hersenen wel degelijk veranderen als reactie op onze omgeving. Zelfs hormoonspiegels zouden wel eens minder vast kunnen liggen dan je zou denken: onderzoekers hebben ontdekt dat de testosteronspiegel bij mannen omlaag gaat wanneer ze meer tijd doorbrengen met hun kinderen.
Laten we om meer te weten te komen over de rol die opvoeding speelt bij het verschil in zelfvertrouwen, eens kijken naar een aantal plekken waar kinderen worden gevormd: de school, de speelplaats, en het sportveld. De school is de plek waar veel meisjes vooral beloond worden voor lief zijn, in plaats van energiek, lawaaiig, of zelfs brutaal. ‘Een lief meisje zijn’ mag in het klaslokaal iets opleveren, maar het bereidt ons niet goed voor op het echte leven. Zoals Carol Dweck, hoogleraar psychologie op Stanford en auteur van Mindset: The New Psychology of Success, tegen ons zei: ‘Als het leven één lange lagere school was, waren vrouwen de onbetwiste leiders van de wereld.’
Het is voor jonge meisje gemakkelijker om zich goed te gedragen dan voor jonge jongens: we weten dat zij, wanneer ze op school komen, op een aantal belangrijke gebieden een ontwikkelingsvoorsprong hebben. Ze kunnen langer hun aandacht ergens bij houden, hun verbale vaardigheden en fijne motoriek zijn beter ontwikkeld, en ze hebben betere sociale vaardigheden. In het algemeen stormen ze niet als wilde dieren door de gangen en raken ze in het speelkwartier niet in gevechten verzeild. Al snel leren ze dat ze het meest waardevol zijn, en het meest geliefd, als ze de dingen op de juiste manier doen: netjes en rustig. ‘Meisjes lijken makkelijker te socialiseren,’ volgens Dweck. ‘Ze worden vaak geprezen omdat ze alles zo goed doen.’ Zo gaan ze hunkeren naar de goedkeuring die ze krijgen voor braaf gedrag. Natuurlijk bedoelen de overwerkte, overbelaste leerkrachten (of ouders) het niet verkeerd. Wie wil er niet een kind dat hard zijn best doet en geen problemen veroorzaakt?
Risico’s
En toch is het resultaat dat veel meisjes leren om risico’s en fouten te vermijden. En dat is in hun nadeel: veel psychologen geloven tegenwoordig dat risico’s nemen, falen en doorzetten onmisbare ervaringen zijn voor het opbouwen van zelfvertrouwen. Jongens krijgen meer standjes en straf en al doende leren ze om mislukking op de koop toe te nemen. ‘Bij observaties in schoolklassen zagen we dat jongens acht keer zo veel kritiek op hun gedrag kregen als meisjes,’ schrijft Dweck.
Wat het nog ingewikkelder maakt, volgens haar, is dat meisjes en jongens verschillende soorten feedback krijgen. ‘Als jongens iets verkeerd doen, wordt gezegd dat ze niet genoeg hun best doen,’ zegt ze. ‘Terwijl meisjes fouten gaan zien als een weerspiegeling van hun eigen innerlijke kwaliteiten.’ Jongens profiteren van de lessen die ze leren – of, om precies te zijn, de lessen die ze elkaar leren, in de pauze en na schooltijd. Vanaf de kleuterschool stoeien ze, plagen elkaar, wijzen elkaar op elkaars beperkingen en noemen elkaar idioot of sukkel. Gaandeweg, meent Dweck, ‘krijgen zulke oordelen minder gewicht’. Zo maken jongens elkaar veerkrachtiger. Andere psychologen die we spraken, denken dat deze speelplaatsmentaliteit jongens later als ze groot zijn helpt om negatieve opmerkingen van zich af te laten glijden. Op eenzelfde manier leren ze ook op het sportveld om niet alleen blij te zijn met een overwinning, maar ook om een verlies van zich af te schudden.
Te veel meisjes lopen dit soort waardevolle lessen buiten school mis. We weten allemaal dat sport goed is voor kinderen, maar we hadden niet gedacht dat de voordelen ervan zo groot zijn en zo belangrijk voor het zelfvertrouwen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat meisjes die aan teamsport doen, meer kans hebben om de universiteit af te maken, een baan te vinden en te gaan werken in een door mannen beheerst vakgebied. Er is zelfs een direct verband tussen aan sport doen op de middelbare school en een hoger salaris verdienen als volwassene. Leren winnen en verliezen in de sport is blijkbaar een goede training om te kunnen winnen en verliezen op het werk. En toch doen minder meisjes aan sport dan jongens en veel meisjes die het wel doen houden er voortijdig mee op. Meisjes stappen zes keer zo vaak uit een sportteam dan jongens, en de grootste uitval treedt op tijdens de puberteit. Dit komt waarschijnlijk doordat in die periode het gevoel van eigenwaarde van meisje sterker afneemt dan dat van jongens.
Kortom, een vicieuze cirkel: meisje verliezen hun zelfvertrouwen, dus stoppen ze met wedstrijdsport, waardoor ze zichzelf een van de beste manieren om zelfvertrouwen te krijgen ontnemen. Ze komen van school af, vol van interessante historische feiten en elegante Spaanse vervoegingen, trots op hun vermogen om hard te studeren en de beste cijfers te halen, en vastbesloten om aardig gevonden te worden. Maar ergens tussen het klaslokaal en de kantoortuin veranderen de regels, en dat beseffen ze niet. Ze komen terecht in een werkomgeving die ze niet beloont vanwege hun volmaakte beheersing van de spellingsregels en uitstekende manieren. Voor volwassen succes heb je andere dingen nodig en hun zelfvertrouwen krijgt een dreun.
Bitch
Een voorbeeld. Een vriendin van ons in New York had twee onervaren medewerkers, allebei in de twintig, een vrouw (die we Rebecca zullen noemen) en een man (die we Robert noemen). Robert werkte nog maar kort bij het bedrijf, maar nu al kwam hij vaak ongevraagd het kantoor van onze vriendin binnen om snel even een voorstel te doen voor een nieuwe campagne, commentaar te geven op de bedrijfsstrategie of zijn mening te geven over artikelen die hij had gelezen. Onze vriendin keurde zijn ideeën vaak af, corrigeerde zijn misvattingen, gaf hem opdracht om meer research te doen. ‘Geen probleem,’ was zijn houding dan. Soms kwam hij met een tegenargument, andere keren grijnsde hij alleen maar en haalde zijn schouders op, terwijl hij terugging naar zijn eigen bureau. Een paar dagen later kwam hij dan weer langs met een idee of om haar op de hoogte te brengen van zijn vorderingen, ook al had hij niets anders te melden dan ‘Ik ben ermee bezig’. Het viel onze vriendin op hoe makkelijk het was om met Robert om te gaan en hoe groot het verschil was tussen zijn gedrag en dat van Rebecca, met wie ze al een aantal jaar werkte.
Rebecca maakte nog steeds een afspraak als ze haar wilde spreken en stelde dan altijd een lijstje onderwerpen op voor hun gesprek. Ze hield meestal haar mond tijdens besprekingen met cliënten, geconcentreerd als ze was op het zorgvuldig maken van aantekeningen. Ze gooide nooit zomaar een idee eruit; ze schreef het op met een uitgebreide analyse van de voors en tegens. Rebecca was goed voorbereid en werkte hard, maar ook al ergerde onze vriendin zich vaak aan Roberts voortvarendheid, toch was ze van hem meer onder de indruk. Ze had bewondering voor zijn bereidheid om ongelijk te hebben en zijn vermogen om kritiek te aanvaarden zonder zich daardoor te laten ontmoedigen. Rebecca daarentegen kon slecht tegen negatieve feedback, soms barstte ze zelfs in tranen uit en moest dan even terug naar haar eigen kamer om tot zichzelf te komen, voordat ze het gesprek konden voortzetten.
Stel dat Rebecca zich zou gedragen als Robert, wat zou haar baas daar dan van vinden?
Onze vriendin liet veel aan Rebecca over en waardeerde haar, maar ze had zo’n idee dat Robert hogerop zou komen. Het was nog slechts een kwestie van tijd voor een idee van hem wél de spijker op de kop zou, terwijl, zo vreesde onze vriendin, Rebecca zou achterblijven, gerespecteerd door haar collega’s maar niet met een hoger salaris, meer verantwoordelijkheden, of een belangrijkere titel.
Maar… stel dat Rebecca zich zo zou gedragen als Robert, wat zou haar baas daar dan van vinden? Er zijn bewijzen dat het Rebecca dan niet zo goed zou vergaan, of haar baas nu een man of een vrouw was. Ja, vrouwen ondervinden nadelige gevolgen van hun gebrek aan zelfvertrouwen, maar als ze zich wel assertief gedragen, kunnen ze te maken krijgen met allerlei andere nadelige gevolgen, die mannen vaak niet ervaren. De houding tegenover vrouwen verandert weliswaar, maar uit veel onderzoeken blijkt toch dat vrouwen nog steeds een hogere sociale en zelfs professionele tol moeten betalen dan mannen als ze zich gedragen op een manier die als agressief wordt beschouwd.
Een vrouw die zomaar het kantoor van haar baas binnenstapt met ongevraagde meningen, die op vergaderingen als eerste haar mond opendoet of adviezen geeft die niet bij haar functie passen, loopt het risico minder aardig vindt of zelfs – laten we maar eerlijk zijn – een ‘bitch’ te worden gevonden. Hoe meer succes een vrouw heeft, hoe bijtender het zuur lijkt te worden. Niet alleen haar competentie wordt in twijfel getrokken, maar haar hele karakter.
‘Zelfvertrouwen is datgene wat denken omzet in handelen’
Victoria Brescoll van de Yale School of Management vroeg zich af of vrouwen met een hoge functie zich tijdens besprekingen bewust inhouden – het omgekeerde van wat de meeste mannen met macht doen. Ze vroeg 206 deelnemers aan haar onderzoek, zowel mannen als vrouwen, om zich in de beelden dat ze op een vergadering degene met de hoogste functie dan wel degene met de laagste functie waren. Daarna liet ze ze aangeven hoeveel ze aan het woord zouden zijn. De mannen die zich hadden ingebeeld dat ze de hoogste functie hadden, meldden dat ze meer aan het woord zouden zijn; mannen die gekozen hadden voor de laagste positie, zeiden dat zij minder zouden praten. Maar de vrouwen die de hoge functie hadden gekozen zeiden dat ze evenveel aan het woord zouden zijn als de vrouwen die zich hadden ingebeeld dat ze de laagste functie hadden. Op de vraag waarom, zeiden ze dat ze niet onaardig gevonden wilden worden of uit de toon wilden vallen.
In een volgend experiment liet Brescoll mannen en vrouwen een oordeel geven over een verzonnen vrouwelijke CEO die meer aan het woord was dan andere mensen. Het resultaat: beide seksen vonden deze vrouw veel minder competent en minder geschikt voor het leiderschap dan een mannelijke CEO, die evenveel praatte. Toen over de vrouwelijke CEO werd verteld dat zij minder aan het woord was dan de anderen, ging het oordeel over haar competentie sterk omhoog.
Zelfverzekerde vrouwen kunnen dus klem komen te zitten. Maar vooralsnog lijkt te zelfverzekerd raken voor de meeste vrouwen niet het probleem.
Opwaartse spiraal
In de twee jaar dat we bezig zijn geweest met het onderwerp zelfvertrouwen, werden we wel eens moedeloos: biologie, opvoeding, de maatschappij: alles leek het zelfvertrouwen van vrouwen te dwarsbomen. Maar ondertussen zagen we ook hoe zich een mogelijke oplossing begon af te tekenen. Zelfvertrouwen is meer dan alleen een goed gevoel over jezelf. Als vrouwen alleen maar een paar geruststellende woorden nodig hadden, dan hadden ze allang dat hoekkantoor veroverd.
Misschien wel de duidelijkste en meest bruikbare definitie van zelfvertrouwen die wij zijn tegengekomen is die van Richard Petty, hoogleraar psychologie op Ohio State University, die zich tientallen jaren met het onderwerp heeft beziggehouden. ‘Zelfvertrouwen,’ zei hij tegen ons, ‘is datgene wat denken omzet in handelen.’ Natuurlijk, er zijn meer factoren die bijdragen aan handelen. ‘Als er bij het handelen iets engs komt kijken, heb je misschien ook iets nodig wat we moed noemen,’ verklaarde Petty. ‘Of als het moeilijk is, kan ook een sterke wil om vol te houden nodig zijn. Ook boosheid, intelligentie, creativiteit kunnen een rol spelen.’ Maar zelfvertrouwen, zei hij, is onontbeerlijk, omdat dat in meer situaties van toepassing is dan die andere eigenschappen. Zelfvertrouwen is de factor die denken omzet in het beoordelen van wat we kunnen en dat oordeel dan omzet in actie.
Dit is van een aangename eenvoud. En het idee dat zelfvertrouwen en handelen verband met elkaar houden, houdt in dat een opwaartse spiraal mogelijk is. Zelfvertrouwen is het geloof in het eigen vermogen om te slagen, een geloof dat handelen stimuleert. Tot handelen overgaan, op zijn beurt, vergroot het geloof in het eigen vermogen om te slagen. Dus zelfvertrouwen neemt toe – door hard te werken, door succes en zelfs door mislukking.
Als vrouwen niet tot handelen overgaan, als we aarzelen omdat we niet zeker zijn van onszelf, belemmeren we onszelf
De treffendste illustratie van de manier waarop het verband tussen handelen en zelfvertrouwen in het voordeel van vrouwen kan werken, vonden we in Milaan. Daar ontmoetten we onderzoekspsycholoog Zachary Estes, die zich al lange tijd verdiept in het grote verschil in zelfvertrouwen tussen mannen en vrouwen. Een paar jaar geleden liet hij 500 studenten een serie testen doen waarbij ze 3D-beelden op een computerscherm moesten ordenen. Bij het oplossen van deze ruimtepuzzels scoorden de vrouwen aantoonbaar slechter dan de mannen. Maar toen hij de resultaten nauwkeuriger bekeek, ontdekte Estes dat de vrouwen laag hadden gescoord omdat ze veel vragen niet eens geprobeerd hadden te beantwoorden. Dus deed hij het experiment nog een keer, maar nu zei hij tegen de studenten dat ze in ieder geval moesten proberen alle puzzels op te lossen. En ja hoor: de vrouwen scoorden veel beter, even goed als de mannen.
Om gek van te worden. Maar ook hoopgevend. Het toont iets essentieels aan: het natuurlijke gevolg van weinig zelfvertrouwen is inactiviteit. Als vrouwen niet tot handelen overgaan, als we aarzelen omdat we niet zeker zijn van onszelf, belemmeren we onszelf. Maar komen we wel in actie, ook al is dat omdat we daartoe gedwongen worden, dan presteren we even goed als mannen.
Bij een andere test vroeg Estes iedereen om elke vraag te beantwoorden. Zowel de mannen als de vrouwen hadden 80 procent goed, wat erop duidde dat ze even goed waren. Daarna testte hij de studenten nog een keer en vroeg ze na elke vraag om aan te geven hoeveel vertrouwen ze hadden in hun antwoord. Als ze moesten nadenken of ze wel zeker waren van hun antwoorden, veranderden de prestaties van de vrouwen. De scores van de vrouwen zakten naar 75 procent, die van de mannen stegen naar 93 procent. Dat ene zetje, de vraag hoe zeker ze ergens van zijn, brengt vrouwen aan het wankelen, terwijl hetzelfde duwtje mannen eraan herinnert dat ze geweldig zijn.
Om meer zelfvertrouwen te krijgen moeten vrouwen ophouden met al dat nadenken en gewoon handelen
Ten slotte besloot Estes om een directe oppepper voor het zelfvertrouwen te proberen. Hij zei tegen een aantal willekeurig gekozen leden van de groep dat zij bij de vorige test uitzonderlijk goed hadden gepresteerd. Bij de test die ze daarna aflegden verbeterde de score van deze mannen en vrouwen enorm. Een duidelijk bewijs dat zelfvertrouwen zichzelf kan versterken.
Deze resultaten zijn uiterst relevant om de kloof te begrijpen en om te bedenken hoe die gedicht kan worden. Het probleem van de vrouwen in Estes’ onderzoek was niet hun vermogen om hoge scores te halen bij de testen. Daar waren ze even goed in als de mannen. Wat ze belemmerde was de beslissing die ze maakten om het niet te proberen.
Het advies dat uit dit soort ontdekkingen voortkomt, is maar al te bekend: om meer zelfvertrouwen te krijgen moeten vrouwen ophouden met al dat nadenken en gewoon handelen. En toch schuilt er in dat advies iets heel krachtigs, omdat het wordt gesteund door alle wetenschappelijke bevindingen en ons iets leert over de oorzaken van de vrouwelijke terughoudendheid.
Uit onderzoeken wordt steeds duidelijker hoe sterk onze hersenen in de loop van ons leven kunnen veranderen, als reactie op verschuivende denkpatronen en gedrag. Als we ons best blijven doen, als we ons talent om hard te werken ervoor inzetten, kunnen we onze hersens meer richting zelfvertrouwen sturen. Neurowetenschappers noemen dat plasticiteit. Wij noemen het hoop.
Katty Kay en Claire Shipman zijn de auteurs van The Confidence Code: The Science and Art of Self-Assurance – What Women Should Know.
De CEO van Kitu Life Inc., een start-up die superkoffie produceert, constateerde een probleem in zijn bedrijf: er werkten alleen maar ‘white dudes’. Dus belde hij een oud-docent van zijn filosofieopleiding.
Op het hoogtepunt van de #MeToo-beweging, kregen bedrijven als Uber en Facebook te maken met een boycott. Jim DeCicco, de CEO van Kitu Life Inc., was niet helemaal gerust op de cultuur die binnen zijn eigen bedrijf heerste.
Zowel hij als zijn twee broers – met wie hij samen de in Manhattan gevestigde start-up had opgezet die Super Coffee produceert, een drankje waaraan proteïne is toegevoegd – zijn jong en sportief, het soort mannen dat ze zelf zouden omschrijven als ‘white dudes’, en ook precies het soort mannen dat ze destijds hebben aangenomen in hun bedrijf.
‘Soms was het hier net een kleedkamer na een sportwedstrijd,’ zegt DeCicco.
De sfeer was supercompetitief en het kwam wel eens voor dat een van de teamleden het uiterlijk van een vrouw becommentarieerde, of dat er antisemitische opmerkingen werden gemaakt.
DeCicco was vastbesloten dit een halt toe te roepen op een moment dat het bedrijf nog betrekkelijk klein was.
Zijn oplossing? Hij huurde een filosoof in.
‘Je kunt niet domweg zeggen dat je belang hecht aan vertrouwen en integriteit. Wat betekent dat in godsnaam?’
‘Het leek me een interessante manier om ethische en morele principes en bepaalde normen en waarden te vervlechten in het bedrijf zonder dat er meteen zo’n bureaucratische sfeer zou ontstaan waarin je allerlei HR-protocollen moet volgen,’ aldus DiCicco.
De filosoof in kwestie was Reid Blackman, een zogeheten consultant ethische risico’s uit Brooklyn. Blackman had twintig jaar in de academische wereld gewerkt. Hij had ethica gedoceerd aan Colgate University, waar DiCicco een major filosofie had gedaan. Toen DiCicco een bericht van zijn voormalig docent op LinkedIn zag staan, stuurde hij hem een berichtje en stelde voor een keer koffie te gaan drinken.
Witte mannen
Blackman had al snel door waar de schoen wrong – hij zag een foto van het Kitu-team op LinkedIn. Vrijwel uitsluitend witte mannen. ‘Ik zei meteen: “Dat is vragen om problemen!”’ herinnert hij zich.
Het was volkomen begrijpelijk dat het zo was gelopen. De drie DeCicco-broers, allemaal in de twintig, zijn opgegroeid in Kingston, New York. Hun ouders werkten bij de plaatselijke YMCA en in de bouw. Jordan, de jongste, ontwikkelde Super Coffee op zijn studentenkamer toen hij aan Philadelphia University zat. Hij stopte met zijn studie om zijn tijd volledig aan het bedrijf te kunnen wijden. Al snel voegden zijn broers zich bij hem, geholpen door hun tantes, die $30.000 in hun bedrijf staken.
Het drietal huurde een appartement in Lower Manhattan. Ze werkten dag en nacht en namen hun vrienden in dienst. ‘Ons hoofd verkoop was de aanvoerder van Jordans basketbalteam,’ zegt DiCicco. ‘Onze regionale salesmanager was Jakes kamergenoot.’ Wat kon een filosoof voor hen betekenen?
‘Filosofie helpt je zin van onzin te onderscheiden,’ zegt Blackman, die zelf ook een zakelijke achtergrond heeft: vijftien jaar lang heeft hij zijn eigen groothandel in vuurwerk bestierd.
Ethische uitgangspunten zijn niet subjectief, zegt hij, en normen en waarden moeten worden gedragen door je handelen. ‘Je kunt niet domweg zeggen dat je belang hecht aan vertrouwen en integriteit,’ zegt hij. ‘Wat betekent dat in godsnaam?’ Blackman was twee dagen per week op de werkvloer aanwezig en stelde als eerste een ethisch handvest van twee pagina’s op. Hij begon bij de drie broers en betrok gaandeweg het hele Kitu-team bij zijn project.
Sommige onderwerpen sneuvelden zodra de medewerkers dieper ingingen op de bijbehorende normen en waarden. Zo wilden de broers graag in het handvest opgenomen hebben dat ze zich bekommerden om de arbeiders die de koffiebonen plukken, maar uiteindelijk moesten ze erkennen dat het niet binnen hun macht lag echt iets voor die mensen te doen. Dus dat punt werd geschrapt.
Wat overbleef: Een toezegging om in een grotere en meer diverse vijver te vissen bij het aannemen van personeel. In het handvest staan concrete actiepunten, zoals: ‘Adverteren op plekken waar niet-witte mannen zijn.’
Familie
Het bedrijf zegt sindsdien te zijn gegroeid van een tiental medewerkers, onder wie 2 vrouwen en 2 minderheden, naar 66 medewerkers, waarvan 22 vrouwen en 11 minderheden. Het managementteam bestaat voor twee derde uit vrouwen en het gemiddelde jaarsalaris van de vrouwelijke medewerkers is $75.000 dollar, tegen $64.000 voor de mannen.
Op het front van het welzijn biedt Kitu inmiddels een onbeperkt aantal vakantiedagen en men zorgt dat het aantal telefoontjes en mails na werkuren beperkt blijft.
Om een cultuur van samenwerking te stimuleren krijgen ook de vertegenwoordigers een salaris in plaats van commissie. Vergaderingen zijn erop gericht strategieën te delen en ‘hulp’ te herkennen.
Volgens Blackman, die $500 tot $600 per uur rekent, leidt een goede bedrijfsethiek tot goede resultaten
Martin Chung, de regionale sales manager, die eerder bij twee andere drankjesstart-ups heeft gewerkt, zegt dat er een duidelijke cultuuromslag heeft plaatsgevonden sinds hij in 2017 bij Kitu is komen werken, en dat hij meer saamhorigheid voelt dan ooit. ‘We beschouwen elkaar als familie,’ zegt hij.
Maar bij het creëren van een ethische cultuur komt meer kijken dan beleid uitstippelen. Blackman geeft ook workshops waarin Kitu-medewerkers op grond van logica onderwerpen analyseren, zoals de vraag wat nou precies een kwetsende opmerking is, of wanneer iemand zich bot gedraagt.
Blackman, die $500 tot $600 per uur rekent en die voor allerlei bedrijven werkt, van softwarebedrijven tot een start-up in biochip-implantaten, zegt dat een goede bedrijfsethiek leidt tot goede resultaten. In het geval van Kitu lijkt dat inderdaad het geval.
Volgens Alliance Sales & Marketing is Kitu zonder meer de snelst groeiende partij binnen het ready-to-drink koffiesegment in Amerika. In het afgelopen kwartaal is de verkoop aan supermarkten meer dan verviervoudigd ten opzichte van het jaar ervoor. Super Coffee is verkrijgbaar in 12.500 winkels verspreid over heel Amerika, waaronder Target en CVS, en de totale omzet over 2019 lijkt in de buurt te gaan komen van de $28 mln, aldus Kitu.
En ja, het team bestaat nog altijd voor een groot deel uit mannen, en voorgenomen veranderingen zoals anonieme screening van sollicitatiebrieven moeten nog worden geïmplementeerd. Maar Jim DeCicco is blij met de vooruitgang die is geboekt. Iedereen kan een nieuwe koffiedrank op de markt brengen, zegt hij, maar door de bedrijfscultuur zal Kitu in staat zijn het succes ook vast te houden.
‘Bij ons werken zeventig gemotiveerde mensen,’ zegt hij, ‘en die hebben een bredere visie dan alleen koffie verkopen.’
Sekswerkers in het mekka van het sekstoerisme vrezen voor hun bestaan nu hun klandizie is weggevallen door corona. Recht op steun hebben ze niet: hun beroep wordt niet erkend.
Nijchara Lalun heeft haar lippen vuurrood gestift, haar wenkbrauwen zorgvuldig bijgewerkt en haar paarlen oorbellen uit de la gehaald. Het is vrijdagavond in de rosse buurt van Bangkok en Nijchara hoopt op klanten. Normaliter zou dat zo aan het begin van het weekend geen enkel probleem zijn in de Soi Cowboy, de beruchte dwarsstraat waar de neonlichten van de gogo-bars zich aaneenrijgen. Maar de gevolgen van de coronapandemie hebben ook een zware impact op de branche die voorheen in Thailand als uitermate crisisbestendig werd gezien: het sekstoerisme.
Nijchera zit op een kruk voor de ingang van haar vaste bar. Naast haar zit of staat zeker nog een tiental andere dames in strak zittende kleding op gasten te wachten – tot nu toe zonder resultaat. Een al wat oudere, Europees uitziende man wandelt door de verder uitgestorven straat. Nijchara wenkt hem. De man glimlacht en loopt door. ‘Het is moeilijk geworden om hier nog geld te verdienen,’ zegt ze, ‘sinds de grenzen dicht zijn kunnen we nauwelijks nog rondkomen van ons werk’.
Sinds eind maart laat Thailand vanwege de coronapandemie vrijwel geen toeristen meer toe. Het Zuidoost-Aziatische land is er op die manier in geslaagd het aantal nieuwe covid-19-infecties tot vrijwel nul terug te dringen. Maar de prijs hiervoor is hoog: het wegvallen van het toerisme, dat in het verleden goed was voor zo’n 20 procent van de Thaise economie, heeft geleid tot een zware recessie.
De sekswerkers – vrouwen en mannen – zijn daardoor bijzonder hard getroffen. Op hulp van de overheid hoeven zij niet te rekenen, want hun beroep is illegaal. Als gevolg van de desastreuze situatie ontstaat er nieuw protest tegen oude wetten.
Paradox
Al decennia leeft Thailand met een paradoxale situatie: in bepaalde wijken van Bangkok en in de strandmetropool Pattaya oefenen de gogo-bars en de als massagesalon aangeduide bordelen openlijk hun activiteiten uit. Zij hebben Thailand als toonaangevende bestemming voor sekstoerisme op de kaart gezet.
Circa 300.000 mensen leven in Thailand van sekswerk, schatten maatschappelijk werkers en hulporganisaties. Met elkaar zouden ze na Bangkok de grootste stad van Thailand vormen. Maar deze nog voor kort bloeiende bedrijfstak is officieel een misdrijf: in het land dat zichzelf het land van de glimlach noemt, gelden voor prostitutie gevangenisstraffen die kunnen oplopen tot twee jaar.
Nijchara bracht het grootste deel van haar werkzame leven door in de wetenschap dat haar werk eigenlijk verboden is. Ze is vijftig en werkt al bijna twintig jaar in de seksbusiness. Daarmee is zij een van de oudst gedienden in de Soi Cowboy.
‘Nu krijg ik op veel dagen helemaal geen bezoek; alleen wat lokale klanten en Japanse expats komen mondjesmaat langs’
Ze heeft al heel wat crises meegemaakt: een tsunami in het zuiden, hevige overstromingen in Bangkok, bezettingen van vliegvelden en militaire coups hadden altijd hun uitwerking op het toerisme. ‘Maar zo hard als nu zijn we nog nooit geraakt,’ vertelt Nijchara. Om haar hals draagt ze een ketting met een Boeddhahangertje – van oudsher een mascotte ter bescherming van zijn eigenaar. Haar klandizie is teruggelopen met circa 70 procent. ‘Nu krijg ik op veel dagen helemaal geen bezoek; alleen wat lokale klanten en Japanse expats komen mondjesmaat langs.’
Momenteel komt Nijchara op een inkomen van omgerekend ongeveer 600 frank (circa 550 euro) – met inbegrip van een klein salaris als serveerster. Er zijn ongetwijfeld banen waarmee je in Bangkok nog minder verdient. Maar Nijchara kan er niet van rondkomen. Ze ondersteunt haar dochter die studeert. Haar moeder heeft veel zorg nodig en bovendien moet ze elk maand een lening afbetalen.
Op het hoogtepunt van de crisis heeft ze daarom nieuwe inkomsten aangeboord: via Facebook verkoopt ze zelfgemaakte chilipasta. De opbrengst houdt tot nog toe niet over. Toch prijst Nijchara zich gelukkig dat ze momenteel überhaupt geld verdient. Ze weet dat velen duidelijk slechter af zijn.
Surang Janyam maakt als maatschappelijk werkster de crisis van de sekswerkers van heel dichtbij mee. Zij geeft leiding aan hulporganisatie Swing die sinds 2004 mensen helpt die hun brood verdienen met seks. Haar kantoor ligt midden in de uitgaanswijk Patpong, een van de centra van Bangkoks seksindustrie.
Maar op de plekken waar het altijd zo druk was, is het stil geworden. In de go-go-bars die nog open zijn, rijgen de lege barkrukken zich aaneen. Bij de buren hangen aan neergelaten jaloezieën briefjes met het opschrift ‘tot nader order gesloten’. Wat gebeurt er wanneer er niet snel verandering in deze situatie komt? Surang windt er geen doekjes om: ‘Mensen zullen doodgaan’, zegt ze, ‘wat anders, als het onvoldoende is om te overleven?’
Verlopen visum
Grote zorgen maakt Surang zich om de buitenlandse sekswerksters. Hun situatie is bijzonder precair. In de kuststad Pattaya waar de seksbusiness tijdens de Vietnamoorlog dankzij ontspanning zoekende Amerikaanse soldaten een massafenomeen werd, is bij sommige etablissementen al het personeel afkomstig uit het nabije Cambodja.
Terwijl de bars die vroeger als bordelen dienstdeden gesloten zijn, slaapt het personeel nu op de zolder. Anderen zijn dakloos geworden en zoeken hun toevlucht in tempels. ‘De vrouwen hebben vaak niet eens meer genoeg geld voor rijst en olie,’ vertelt Surang, ‘we krijgen vrijwel iedere week noodkreten om hulp’. Terug naar hun eigen land kunnen zij momenteel niet: de grenzen zijn dicht, bovendien hebben veel van hen een verlopen visum – en vrezen daarom problemen met de Thaise autoriteiten.
Het grootste deel van de sekswerkers staat met lege handen omdat de staat hun beroep niet erkent
Hoewel de regering van premier Prayuth Chan-ocha hulp aan werknemers in de informele sector heeft toegezegd – om de gevolgen van de coronacrisis te verlichten betaalde de regering een half jaar lang maandelijks een toelage van omgerekend ongeveer 150 frank (circa 140 euro) uit aan miljoenen mensen –, stond het grootste deel van de sekswerkers met lege handen omdat de staat hun beroep niet erkent. ‘De regering heeft niets voor hen gedaan,’ zegt Surang.
Activisten willen de brede protesten tegen de regering in Bangkok nu gebruiken om aandacht te vragen voor hun problemen. Bij een manifestatie die voortvloeide uit de in juli op gang gekomen protestgolf van voorstanders van democratische hervormingen, marcheerden zij begin november in dichte rijen naar Patpong over een anders druk bereden weg. De demonstranten droegen metersbrede spandoeken met zich mee waarop zij het homohuwelijk en transgenderrechten eisten – ook legalise seks worker viel in grote letters te lezen.
‘We willen een eind aan onderdrukking door de staat, ook voor sekswerkers’
De Thaise organisatie van sekswerkers Empower Foundation heeft zich openlijk solidair verklaard met de anti-regeringsprotesten die onder meer ontbinding van het door het leger gedomineerde parlement en een nieuwe grondwet verlangen. ‘We willen een eind aan onderdrukking door de staat’, laat de organisatie weten,‘dat geldt ook voor sekswerkers.’ De organisatie zamelt momenteel handtekeningen in voor een petitie voor decriminalisering van de branche – en hoopt zodoende een maatschappelijke verandering op gang te brengen.
Ook Surang Janyam steunt de petitie. ‘De wetten die prostitutie moeten tegengaan hebben in Thailand heel duidelijk niet gewerkt,’ zegt ze. In plaats van de mensen tegen de negatieve gevolgen van het werk te beschermen, hebben ze hen in de illegaliteit gedreven en rechteloos gemaakt. ‘Criminalisering speelt alleen gehaaide zakenlieden in de kaart die uit zijn op uitbuiting van sekswerkers.’
Economisch perspectief
Surang verlangt daarom dezelfde werknemersrechten als in andere branches en pleit voor een echt nieuwe benadering van het thema: ‘Mensen kiezen voor sekswerk omdat ze het economisch moeilijk hebben,’ zegt ze. Om daar verandering in te brengen moet de regering zorgen voor een beter economisch perspectief.
‘Criminalisering speelt alleen gehaaide zakenlieden in de kaart die uit zijn op uitbuiting van sekswerkers’
Maar dat is tot nog toe ver weg. De Aziatische Ontwikkelingsbank voorspelt voor Thailand voor dit jaar een economische krimp van 8 procent. Daarmee zou de economische crisis het land zwaarder treffen dan welk land in Zuidoost-Azië ook.
Het gebrek aan uitzicht op een spoedige verbetering drukt ook de stemming in Bangkoks partystraat Soi Cowboy. Nijchara Lalun zegt dat ze altijd hield van de uitgelatenheid en de vrolijkheid in haar werk hier. ‘Ik hoop dat die onbezorgdheid ooit weer terugkomt,’ zegt ze. ‘Maar we weten heel goed: dat gaat nog een hele tijd duren.’
Amerikaanse paspoorten bieden binnenkort mogelijk een derde optie voor gender: de niet-binaire aanduiding ‘X’. Dit was een campagnebelofte van Biden en activisten van de American Civil Liberties Union (ACLU) voeren druk uit op de president om de optie in te voeren, meldt The New York Times.
Sinds 2010 kan iemands geslachtsaanduiding op een paspoort worden gewijzigd, maar daarvoor is medische certificering vereist en de optie is alleen beschikbaar voor degenen die van het ene naar het andere geslacht zijn overgegaan; het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat paspoorten uitgeeft, vraagt de aanvragers om ‘man’ of ‘vrouw’ te selecteren.
De ACLU is vorige maand een petitie gestart die oproept tot actie en verzamelde meer dan 34.000 handtekeningen. De organisatie is van plan om de petitie op 31 maart, de International Transgender Day of Visibility, aan het Witte Huis te overhandigen.
‘Sommige mensen zijn van mening dat er helemaal geen geslachtsaanduiding op documenten nodig is’
Het is moeilijk om precies na te gaan hoeveel mensen een derde geslachtsaanduiding zouden kiezen op officiële documenten. De categorie zou onder andere een uitweg bieden voor personen die een geslachtsverandering hebben ondergaan maar zich niet identificeren met ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’, personen die niet-binair zijn en intersekse personen.
‘Sommige mensen zijn van mening dat er helemaal geen geslachtsaanduiding op documenten nodig is’, aldus NYT. En datzelfde, voegt de krant eraan toe, geldt voor sommige landen, waarbij wordt gelinkt naar een artikel op de site van Human Rights Watch over Nederland.
Man moet vrouw in China betalen voor huishoudelijk werk
Deze week besloot een rechtbank in Beijing in een echtscheidingszaak dat de man verplicht was zijn vrouw te compenseren omdat huishoudelijk werk ‘immateriële eigendomswaarde’ met zich meebrengt en volgens Chinese nieuwsberichten als bezit moet worden beschouwd, schrijft BBC. De man werd aanbevolen zijn vrouw 50,000 yuan (ruim € 7000) te betalen als compensatie voor het huishoudelijk werk dat ze gedurende vijf jaar huwelijk heeft verricht.
Hoewel sommige commentatoren in China de zaak als een doorbraak zien, zijn velen van mening dat de compensatie ontoereikend is, waarbij ze bijvoorbeeld opmerkten dat fulltime nanny’s in China veel meer verdienen.
‘Dit is zo oneerlijk tegenover vrouwen’, schreef een gebruiker op Weibo, de Chinese equivalent van Twitter. Een hashtag over de zaak werd eind woensdag meer dan 570 miljoen keer bekeken. ‘Laten we eens kijken wie het aandurft huisvrouw te zijn’, schreef een ander.
Activisten hopen dat het besluit zal leiden tot meer bescherming voor vrouwen in China.
Volgens het National Bureau voor Statistieken verrichten vrouwen in China gemiddeld twee uur en zes minuten huishoudelijk werk, tegenover 45 minuten voor mannen. Wereldwijd speelt de vraag of samenlevingen meer moeten doen om vrouwen (en mannen) te erkennen en te compenseren voor werk dat ze thuis verrichten. Studies tonen aan dat vrouwen in veel landen een onevenredig deel van de huishoudelijke arbeid op zich nemen, waardoor ze in hun ambities en carrièremogelijkheden worden belemmerd.
In Japan explodeert het publiek van piratenmangasites
Japanse uitgevers maken zich steeds meer zorgen over concurrentie van piratenplatforms. Aangezien het moeilijk is om het gevecht aan te gaan met deze sites, die in het buitenland worden gehost, heeft de regering besloten zich op de gebruiker te richten: die kan nu worden veroordeeld voor het illegaal downloaden van manga.
Het afgelopen jaar hebben steeds meer Japanse lezers manga verslonden op illegale sites, waardoor uitgevers aanzienlijke schade hebben geleden, meldt de Japanse zakenkrant Nihon Keizai Shimbun.
Kat-en-muisspel
De ABJ, een vereniging die de belangrijkste Japanse uitgeverijen samenbrengt, schat het verliesbedrag in 2020 op 200 miljard yen (1,56 miljard euro) als gevolg van sites die werken op een illegale manier aanbieden – wat neerkomt op een derde van de totale mangamarkt in het land. Dat coronacrisis het fenomeen heeft verergerd blijkt uit een geschat tekort van 41,4 miljard yen (320 miljoen euro), alleen al in de maand december 2020, tien keer meer dan in januari van hetzelfde jaar.
Doordat de meeste van deze sites in het buitenland worden gehost, eindigt de strijd tegen piratenmanga onvermijdelijk in een kat-en-muisspel. ‘Zodra de uitgeverij een klacht indient tegen een illegale site, wordt deze geschrapt en verdwijnt hij in het wild waarna een andere wordt gelanceerd’, aldus de Japanse krant.
Daarom hebben de Japanse uitgeverijen besloten tot het uiterste te gaan. De Vereniging voor de Promotie en Distributie van Culturele Goederen, die 32 bedrijven verenigt, zoals uitgeverij Kodansha en animatiestudio Toei Animation, heeft aangekondigd samen te werken met hackers om de beheerders van piratensites te identificeren. De vereniging ABJ heeft op haar beurt een lijst van illegale platforms opgesteld, waarvan zij het dossier deelt met de staat en met IT- en telecommunicatiebedrijven.
De regering heeft op haar beurt een aanscherping van de auteursrechtwet aangenomen, waarvan in januari een nieuwe versie in werking is getreden. Manga wordt nu beschermd door een specifiek rechtssysteem, waardoor mensen die illegaal downloaden kunnen worden gestraft.
De Japanse autoriteiten zetten daarmee in op het afschrikkende effect, maar de wet is niet van toepassing op streamingsites, die ‘een juridische maas in de wet’ zouden kunnen vormen, aldus Nihon Keizai Shimbun.
Mahamane Ousmane claimt overwinning in Nigeria
Gisteren berichtten wij over de verkiezingen in Nigeria, waar Mohamed Bazoum als winnaar van de verkiezingen uit de bus kwam met 55,75 procent van de stemmen. Inmiddels heeft zijn tegenstander, voormalig president van de Republiek Mahamane Ousmane, de overwinning geclaimd.
Vanuit zijn hoofdkantoor in Zinder beweerde hij de presidentsverkiezingen van zondag met 50,3 procent van de stemmen te hebben gewonnen. Het was zijn eerste publieke verklaring sinds de bekendmaking van de resultaten, schrijft Mondafrique. ‘Het regime wil zonder scrupules beslag leggen op de wil van het volk, dat heeft gesproken’, aldus RDR-Tchandji, de partij van Ousmane.
Tiger Woods pleegde geen misdrijf
Ook berichtten we gisteren over het zware ongeluk van Tiger Woods, van wie inmiddels bekend is dat hij niet zal worden vervolgd. ‘Een ongeluk is geen misdaad’, aldus sheriff Alex Villanueva tijdens een videoconferentie vanuit Los Angeles. Woods onderging een langdurige operatie aan zijn rechterbeen en verblijft nog steeds in het ziekenhuis. Volgens de autoriteiten zijn er geen aanwijzingen dat hij onder invloed was van welk middel dan ook.
Het was duidelijk een ongeval op een bochtige en hellende weg waarop de 45-jarige sportman misschien te hard reed. ‘Woods zou nog kunnen worden beschuldigd van het plegen van een misdrijf als de onderzoekers vaststellen dat hij zijn mobiele telefoon gebruikte toen hij de controle over het voertuig verloor, maar dat is nog steeds heel iets anders dan een aanklacht wegens misdrijf’, aldus de Amerikaanse roddelsite TMZ.
Deze tijdgenoten van Spaanse grootheden als Cervantes en Lope de Vega vonden als schrijfsters hun vrijheid in het klooster, waar ze zich – van hun genderrollen bevrijd – volledig konden wijden aan het geschreven woord. Verrassend genoeg leidden deze schrijvende nonnen een verre van saai leven. ‘Absoluut een film waard.’
Hoewel de namen en werken van mannelijke auteurs zoals Cervantes, Calderón de la Barca en Lope de Vega voortleven, kan niet altijd hetzelfde worden gezegd van de vrouwen die rond dezelfde tijd en op dezelfde plek schreven, schrijft The Guardian over de tentoonstelling Wise and Valiant: Women and Writing in the Spanish Golden Age. Ook dit moment of fame werd bijna gedwarsboomd, door covid-19, maar de tentoonstelling is live te zien op de site van het Cervantesinstituut.
De vrouwen van wie het werk hier wordt getoond vonden hun vrijheid paradoxaal genoeg in de cellen van de kloosters waar ze als nonnen woonden. Bevrijd van hun rol als echtgenotes, moeders en dochters, zo citeert HyperAllergic curator Ana M. Rodríguez-Rodríguez, ‘konden ze zich wijden aan lezen, schrijven en meer intellectuele bezigheden dan de samenleving hen buiten zou hebben toegestaan’.
Onderweg werden ze door piraten overvallen en een van hen stierf aan borstkanker
De auteurs schreven onder meer over geweld tegen vrouwen, seksuele normen, eer, de rol van vrouwen in het gezin, de oorzaken en gevolgen van vrouwenhaat; onderwerpen die ook in deze tijd zeer relevant zijn, beschrijft El País.
Niet alle vrouwen wilden in het klooster blijven. Zo vertelt een van de tentoongestelde documenten, uit 1722, het verhaal van vijf nonnen die Madrid wilden verlaten om een klooster te stichten in Lima, Peru. Onderweg werden ze door piraten overvallen en een van hen stierf aan borstkanker, maar sommigen bereikten de gewenste bestemming. ‘Absoluut een film waard’, aldus Rodríguez-Rodríguez.
Ander werk dat onder de aandacht wordt gebracht is dat van Catalina de Erauso, die, schrijft Bookophile, in deze tijd transgender zou worden genoemd. ‘Ze werd geboren als vrouw, ging naar een klooster, ontsnapte en vluchtte uiteindelijk naar Amerika. Daar deed ze zich (…) voor als Spaanse keizerlijke soldaat. Ze vocht en leefde als een man en had affaires met vrouwen.’
Fotograaf Pelle Cass maakte duizelingwekkende foto’s van overvolle sportvelden. Verder: Luister naar uiteenlopende geluiden uit de 55 landen van het Afrikaanse continent op AIAC Radio & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
Foto’s van gewone Noord-Koreanen
Redacteur IJsbrand van Veelen stuitte op een fascinerende serie foto’s die de Franse fotograaf Stéphan Gladieu in Noord-Korea maakte van de bevolking. Dit artikel op de cultuursite It’s Nice That biedt daarvan een fraai overzicht.
Over doorsnee Noord-Koreanen horen we zelden of nooit iets, aldus Gladieu. ‘De 25 miljoen inwoners zijn een soort spook van de moderne wereld. Ik wilde daar een gezicht aan geven.’ Daarvoor waren wel vijf reizen naar het geïsoleerde land nodig en drie jaar lang onderhandelen over de plaatsen waartoe hij toegang wilde hebben.
‘Ik heb een vertrouwensband weten op te bouwen door me heel voorspelbaar, statisch en controleerbaar te gedragen. Daar is ook het hele idee van deze serie op gebaseerd: om binnen de controle waaraan ik was onderworpen precies genoeg vrijheid te vinden voor mijn foto’s.’
Gladieu maakte een boek van zijn foto’s van Noord-Koreanen, Corée Du Nord (2020).
Radio Afrika
De Sierra Leonees-Amerikaanse muziekproducent, dj, schrijver en cultureel activist Chief Boima, tevens hoofdredacteur van Africa Is a Country, medeoprichter van Kondi Band en de oprichter van het INTL BLK-platenlabel, heeft een maandelijkse onlineradioprogramma: AIAC Radio. De show bevat een mix van muziek en interviews met muzikanten, historici, journalisten en meer. Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda.
Als luisteraar kom je veel te weten over de cultuur en politiek van de verschillende Afrikaanse landen, onderlinge en externe invloeden op alle gebieden en maak je dankzij Boima’s zeer gevarieerde selectie kennis met muziek van alle genres. De afleveringen zijn voorzien van tracklist, zodat je zelf verder op verkenning kunt gaan.
In de afgelopen drie afleveringen, respectievelijk gewijd aan Sierra Leone, Trinidad en Tobago en Djibouti, leerde ik onder andere dat reggae in Sierra Leone populair is, dat Trinidad en Tobago de meeste vakanties van alle landen ter wereld heeft omdat alle religieuze feestdagen er worden gevierd en dat de muziek- en filmindustrie op Djibouti het meest is beïnvloed door India, dat zich aan de andere kant van de Arabische Zee bevindt.
Overvolle velden
Nu we allemaal snakken naar zwetende mensenmassa’s ontwierp de Amerikaanse fotograaf Pelle Cass foto’s van overbevolkte sportvelden. Hij legt meerdere foto’s van dezelfde sportwedstrijd over elkaar waardoor de hele wedstrijd in één beeld lijkt samengevat, zoals te zien is in een voorproefje van deze fotoserie in The Guardian.
Een tip van art directorMajel van der Meulen: ‘Foto’s van sportevenementen, ik selecteer ze zelden voor 360 Magazine. Nooit heeft kijken naar sport me gefascineerd, liever zelf bewegen is mijn motto. Deze serie Crowded Fields is verbluffend mooi, en deel ik graag.’
Pelle Cass’ Crowded Fields is tot en met 21 maart te zien in Abigail Ogilvy Gallery in Boston.
Verbreek het pact
In heel Mexico protesteren al enkele dagen (voornamelijk) vrouwen tegen de kandidatuur Félix Salgado Macedonio voor gouverneur van de staat Guerrero. Deze kandidaat van regeringspartij Morena is door twee vrouwen beschuldigd van verkrachting.
Op 15 februari verscheen Basilia ‘N.’, een van de slachtoffers, voor de Nationale Commissie voor Waarheid en Rechtvaardigheid (CNHJ). Na de zitting vroeg zij de president om in haar zaak tussenbeide te komen, schrijft de Mexicaanse websiteAnimal Político.
Sinds afgelopen woensdag (17 februari) sporen vrouwen president Andrés Manuel López Obrador via sociale media aan om ‘het patriarchale pact te verbreken’ en de kandidatuur van Salgado Macedonio niet te steunen.
Donderdag (18 februari) zei de president dat de protesten van de vrouwen gegrond zijn, maar dat de inwoners van Guerrero die Salgado steunen ook het recht hebben om gehoord te worden.
‘Wat moet ik doen als mijn vriend, neef of partner een vrouw heeft verkracht of seksueel misbruikt?’
Daarom wil redacteur Joep Harmseneen les delen uit een tweede artikel van Animal Político, van de hand van Ana Estrada. ‘Wat moet ik doen als mijn vriend, neef of partner een vrouw heeft verkracht of seksueel misbruikt?’ In de ijdele hoop dat de Mexicaanse president en alle andere mannen in machtsposities meelezen (Geert Wilders en Dion Grauss bijvoorbeeld).
Animal Político: ‘Als u een man bent, heb ik nieuws voor u: het is tijd om dit pact te verbreken, om een soort “verraad aan het patriarchaat” te plegen en te stoppen met gedrag dat geweld tegen vrouwen veroorzaakt.
Mannen (…) moeten erkennen dat het verhaal van hun mannelijkheid complex is en begrijpen dat “we niet alleen monsters zijn die elke dag geweld uitoefenen; we zijn mensen, een product van onze omstandigheden en onze sociaalculturele constructies. Het is aan ons om te veranderen en verantwoordelijkheid te nemen voor onze daden.”’
Een tropisch netwerk opbouwen
De site Tropical Papers zet Latijns-Amerikaanse kunstenaars, architecten, ontwerpers en wetenschappers in de zon die ook hier weer begint te schijnen. Het is een kleurige ambitieuze site met de meest verrassende protagonisten uit verschillende disciplines.
Opgericht in Parijs in 2020 als een non-profit artistieke organisatie, brengt tropical papers een lokaal en internationaal publiek bijeen dat zich op verschillende vlakken bezighoudt met ‘de tropen’, in feite een denkbeeldig gebied.
‘Het is een hedendaags postkoloniaal laboratorium, een bron van kennis en multidisciplinaire projecten’
‘Het is een hedendaags postkoloniaal laboratorium, een bron van kennis en multidisciplinaire projecten die interconnectiviteit, uitwisseling van ervaringen en dialogen over sociale, historische en actuele geopolitiek stimuleren, door middel van milieu- en duurzame perspectieven’, schrijven de oprichters, onder wie voormalig directeur van het Museum voor Moderne Kunst (CAPC) in Bordeaux.
Editor at largeKatrien Gottlieb: ‘Zo, een mondvol over dit bewonderenswaardige initiatief dat allerlei programma’s ontwikkeld heeft om virtueel aan deel te nemen, bedoeld om een tropisch netwerk op te bouwen en kennis uit verschillende disciplines te delen.’
In India worden meisjes vaak uitgehuwelijkt uit economische nood. Omdat ze minder kans hebben op een goed inkomen dan jongens, zijn ze relatief duur voor arme families – vooral nu veel ouders vanwege corona hun inkomsten kwijt zijn.
De vijftienjarige Mitali Sathe stapte, gehuld in een gele sari, naar de ingang van haar huis in de Indiase stad Latur. Haar lichaam was beschilderd met kunstige ornamenten; ze droeg groene glazen sieraden aan de armen. Mitali Sathe was op weg naar haar bruiloft. Haar ouders hadden besloten het meisje na de nationale lockdown in augustus met een vijftigjarige weduwnaar te laten trouwen. Hij had iemand nodig om voor zijn kinderen te zorgen. Mitali’s ouders, die door de coronapandemie geen werk meer hadden, hoopten het door het huwelijk financieel iets makkelijker te krijgen.
Volgens de India Times, die over het geval berichtte, was Mitali Sathe de lokale medewerker van een kinderbeschermingsorganisatie opgevallen vanwege de uitdossing van het meisje. Hij alarmeerde de autoriteiten, die het kindhuwelijk verhinderden. De aanstaande bruidegom werd aangehouden. De ouders van het meisje moesten een verklaring ondertekenen dat ze hun dochter niet voor haar achttiende verjaardag zouden uithuwelijken. In India zijn kindhuwelijken wettelijk verboden.
Miljoenen gevallen in India
Mitali Sathes verhaal staat niet op zichzelf. De ngo Childline India Foundation geeft aan tussen januari en juli 14.775 meldingen te hebben gekregen van pogingen tot, of reeds voltrokken kindhuwelijken. De reeks koppen in de Indiase media lijkt de laatste maanden eindeloos: ’16-jarig meisje in Chennai gered van gedwongen huwelijk’, ‘De stad Mysore registreert 47 kindhuwelijken in twee maanden’, ‘Districtsbestuurders van Coimbatore verhinderen 42 kindhuwelijken in 3 maanden’, ‘91 kindhuwelijken in Dindigul verijdeld.’
Zowel jongens als meisjes worden door hun families uitgehuwelijkt, maar in meer dan 80 procent van de gevallen betreft het meisjes. Meestal worden kinderbeschermingsorganisaties gealarmeerd door onderwijzers. Omdat de scholen tijdens de lockdown in het voorjaar gesloten waren, is dit sociale beschermingsschild weggevallen.
Volgens de ngo Girls Not Brides werd 27 procent van de Indiase meisjes voor hun achttiende verjaardag uitgehuwelijkt. India is het land met de meeste kindbruiden ter wereld. UNICEF, de VN-organisatie voor kinderrechten, schat het aantal minderjarige Indiase meisjes dat al getrouwd is op meer dan 15 miljoen. In het buurland Pakistan zijn er meer dan 1,9 miljoen kindbruiden.
Negen van de tien landen met de hoogste cijfers in kindhuwelijken zijn labiele staten
Buiten Zuid-Azië, waar sociale normen het uithuwelijken van meisjes vaak bevorderen, komen kindhuwelijken vooral in crisisgebieden voor. Negen van de tien landen met de hoogste cijfers in kindhuwelijken zijn labiele staten, de meeste daarvan liggen in sub-Sahara Afrika.
In de laatste twee decennia is het aantal kindhuwelijken afgenomen. Meerdere ngo’s waarschuwen dat gedwongen huwelijken van kinderen wereldwijd nu weer kunnen toenemen vanwege schoolsluitingen en economische onzekerheid. Een bericht van de ngo Save the Children schat dat er in 2020 in vergelijking met de voorgaande jaren een half miljoen meer kindbruiden zullen zijn – dat zou de grootste stijging in kindhuwelijken zijn sinds 25 jaar. Als die schatting klopt, werden er in dat jaar 12,5 miljoen kinderen uitgehuwelijkt.
Philip Jaffé, professor kinderrecht aan de universiteit van Genève en lid van de VN-commissie voor kinderrechten, vindt de schatting van Save the Children eerder aan de voorzichtige kant. Omdat huwelijken in veel landen niet officieel geregistreerd worden, zou het moeilijk zijn om exacte getallen te noemen. Maar berichten uit de betreffende landen zouden toch meer zijn dan slechts toevallige waarnemingen en overeenkomen met de door Save The Children geprognostiseerde trend.
Begeerd als huishoudelijke hulp
In tijden van crisis worden meisjes vaak gedwongen te trouwen om de familie financiële verlichting te bezorgen. Meisjes die in arme huishoudens of in afgelegen landelijke gebieden leven, lopen een bijzonder groot risico om minderjarig uitgehuwelijkt te worden. Philip Jaffé zegt: ‘Voor arme families zijn meisjes duur, omdat ze minder kans hebben op een goed inkomen dan jongens.’ Vaak krijgen de families door het uithuwelijken van hun dochters geld of vee, waarvan ze kunnen leven en de rest van de familie kunnen voeden.
Volgens Jaffé nemen kindhuwelijken bovendien toe omdat veel kinderen door de schoolsluitingen gedwongen zijn te werken. Vooral in India en Pakistan werken meisjes vaak als hulp in de huishouding voor alleenstaande mannen, maar worden dan in feite hun eigendom. Dikwijls nemen mannen een dienstmeisje omdat ze in haar een potentiële echtgenote en moeder zien. ‘Oudere mannen zoeken vooral jonge meisjes omdat ze die zien als een verzekering voor hun oude dag,’ zegt Jaffé.
Daar komt bij dat de vereiste bruidsschat, die de ouders van de meisjes moeten betalen, meestal lager uitvalt naarmate de meisjes jonger zijn. De coronacrisis biedt de ouders daarbij de gelegenheid hun kinderen gunstiger uit te huwelijken omdat grote bruiloftsfeesten bijna overal verboden zijn. Veel meisjes die uitgehuwelijkt worden, komen terecht in een klein wereldje. Zodra ze uitgehuwelijkt worden, verlaten ze de school omdat de echtgenoten schoolbezoek afkeuren. Voortaan zorgen ze voor de man en eventuele kinderen.
In 23 staten nog toegestaan
Volgens studies kunnen kindhuwelijken leiden tot posttraumatische stressstoornissen, depressies, psychosen of zelfs suïcide. ‘Meisjes worden door kindhuwelijken gedwongen tot seksuele betrekkingen voordat ze daar mentaal aan toe zijn,’ zegt Philip Jaffé. Omdat de lichamen van jonge meisjes meestal nog niet volledig ontwikkeld zijn, kunnen er door geslachtsverkeer kwetsuren ontstaan in de genitale zone. Die kwetsuren kunnen blijvend zijn als ze niet medisch behandeld worden, en een negatief effect hebben op een latere zwangerschap en geboorte.
In de afgelopen jaren hebben veel landen een wettelijke minimumleeftijd voor het huwelijk vastgesteld om kinderen te beschermen tegen een vroeg huwelijk. Volgens een studie die wereldwijd wetten over kindhuwelijken heeft onderzocht, zijn kindhuwelijken zonder speciale toestemming in 23 landen toch nog altijd toegestaan.
Naast landen als Afghanistan of Saoedi-Arabië staat ook Groot-Brittannië toe dat kinderen vanaf zestien jaar trouwen. De Britse wet stamt uit het jaar 1929, toen een buitenechtelijke zwangerschap of het samenleven zonder trouwboekje maatschappelijk onaanvaardbaar waren. Sinds oktober beraadt het parlement zich over de vraag of de minimumleeftijd opgetrokken moet worden naar achttien jaar.
In landen die de wettelijke minimumleeftijd om te trouwen hebben vastgelegd op achttien jaar worden nationale bepalingen deels ontkracht door gewoonterecht en religieuze wetten. In 99 landen zijn huwelijkssluitingen voor achttien jaar geoorloofd als de ouders het toestaan. Omdat kindhuwelijken vaak door de ouders worden gearrangeerd, helpen de wetten vaak maar weinig om kindhuwelijken te verhinderen.
Sinds de scholen in Kenia zijn gesloten, organiseert de 23-jarige Winnie Achieng activiteiten voor tienermeisjes in haar wijk in Nairobi. De lockdown maakt hen kwetsbaar voor seksueel geweld. ‘Pedofielen maken misbruik van jonge meisjes door ze te lokken met geld, snacks, maandverband en zelfs kleding.’
Op de eerste verdieping van een buurtcentrum in Mathare, een sloppenwijk in Nairobi, steken een aantal meisjes hun hand op nadat ze een vraag is gesteld. Christine, zeventien jaar, krijgt het woord. ‘Een relatie is als twee of meer mensen een band met elkaar hebben, zoals ik en mijn zus,’ antwoordt ze zelfverzekerd.
De bijeenkomst staat in het teken van relaties: zowel familierelaties als vriendschappelijke en romantische relaties. Deze meisjes nemen deel aan een workshop die is georganiseerd door de 23-jarige Winnie Achieng. Toen de Keniase scholen begin 2020 vanwege corona hun deuren sloten, zag Achieng in haar wijk veel doelloze tienermeisjes met een vergrote kwetsbaarheid voor seksueel misbruik.
Ze besloot een project op te starten om meisjes door middel van sociale en educatieve activiteiten van de straat te houden. Het doel van de workshops is de veiligheid en het welzijn van de tienermeisjes te bevorderen door middel van ervaringsgerichte lessen.
‘Tot nu toe heb ik in onze wijk gelukkig nog geen tienerzwangerschappen gezien, dus dat is in ieder geval positief’
‘Tijdens deze pandemie zijn jongeren overgeleverd aan tal van zaken: gesloten scholen, seksueel geweld, politiegeweld, het virus zelf. Pedofielen maken misbruik van jonge meisjes door ze te lokken met geld, snacks, maandverband en zelfs kleding,’ vertelt Achieng. ‘Tot nu toe heb ik in onze wijk gelukkig nog geen tienerzwangerschappen gezien, dus dat is in ieder geval positief.’
De eerste workshop van Achieng en vrijwilligster Sarah Milanoi, 27 jaar, telde vijftien deelneemsters. Inmiddels is hun aantal gegroeid tot veertig, verdeeld over twee groepen. Het project vormt een veilige thuishaven voor tienermeisjes, die er dagelijks terecht kunnen.
Het belang van een veilige plek wordt benadrukt door de veertienjarige Shameem: ‘We weten dat meisjes worden aangerand en verkracht, en we moedigen al onze vriendinnen aan om ook hierheen te komen, zodat we gezellig samen zijn.’
‘Soms maak ik dingen mee waar ik mijn ouders liever niet mee wil lastigvallen’
‘De workshops houden ons bezig en bovendien is het veel leuker om je tijd met leeftijdgenoten door te brengen dan de hele dag thuis te zitten,’ voegt de zeventienjarige Alicia hieraan toe. Maar ze prijzen ook de ervaringsgerichte lessen, nu de scholen alweer bijna zeven maanden dicht zijn. ‘Tijdens de bijeenkomsten krijgen we toch een beetje het gevoel dat we op school zitten,’ zegt Shameem.
‘Onze ouders hebben het met deze lockdown al moeilijk genoeg een fatsoenlijk inkomen te verdienen om in onze levensbehoeften te voorzien,’ vertelt Christine, zeventien jaar. ‘Soms maak ik dingen mee waarmee ik ze liever niet wil lastigvallen. Hier kunnen we onze verhalen kwijt. Winnie is als een zus, een vriendin, zelfs als een moeder voor ons.’
‘En ze regelt ook nog eens dingen als maandverband,’ zegt de dertienjarige Jackline. ‘Er wordt ons regelmatig op het hart gedrukt situaties te vermijden die ons in de problemen kunnen brengen,’ vertelt de veertienjarige Adelaine. ‘Winnie, Akinyi [een andere vrijwilligster] en Sarah geven ons vaak advies hoe we met seksuele intimidatie om moeten gaan en seksueel misbruik kunnen melden.’
Intuïtie
Milanoi helpt Achieng bij de lessen over onderwerpen als menstruatie, reproductieve gezondheid, seksuele instemming, voorbehoedsmiddelen en het opbouwen van een gezonde relatie. ‘Bij onze gesprekken over seksuele veiligheid komt ook misbruik aan de orde,’ vertelt Milanoi. ‘We leren de meisjes om voor zichzelf op te komen en te vertrouwen op hun intuïtie als ze het gevoel hebben dat er iets niet klopt.’
Zoals zoveel Kenianen hoorde Achieng in april op het nieuws over de toename van tienerzwangerschappen in Kenia, hoewel er vraagtekens kunnen worden gezet bij de betrouwbaarheid van de gebruikte statistieken, want onderstaande grafieken tonen een ander beeld. Maar als jonge moeder van twee had Achieng geen statistieken nodig om te weten welke gevaren voor jonge tienermeisjes in Huruma en Mathare bij de schoolsluiting op de loer liggen.
‘Ik zag al van verre aankomen dat gezondheidscentra zich volledig zouden richten op het coronavirus en dat zaken als reproductieve gezondheid en seksueel misbruik naar het tweede plan zouden verschuiven,’ vertelt ze. ‘Ik ben in deze buurt opgegroeid, dus ik ken het hier goed. Ik maakte me zorgen dat jonge meisjes door de coronabeperkingen geen toegang hadden tot informatie over seksueel misbruik en de aangifte daarvan.’
Data die verzameld zijn door de auteurs.
Achiengs initiatief steunt op vrijwilligers die op verschillende manieren bij het project zijn beland. ‘Een paar weken nadat de scholen sloten, hoorde ik via de Community Health Volunteers in Huruma dat ze vrijwilligers zochten,’ vertelt Mary Meul, 22 jaar, bijvoorbeeld. ‘We kregen allemaal een aantal huishoudens toegewezen, die we bezochten om te kijken of er hulp nodig was. Aan het begin van de pandemie gaven we vooral informatie over het nut van handen wassen en het dragen van mondkapjes.’
Een paar weken nadat ze met het vrijwilligerswerk was begonnen, hoorde Mary over een incestslachtoffer in haar wijk. ‘Ze was pas tien. Dat raakte me enorm. Daarop besloten mijn vriendin en ik om ons bij Winnie aan te sluiten. We moedigen meisjes in verschillende delen van Mathare aan om naar het buurtcentrum te komen,’ vertelt ze. ‘Hier zijn ze veilig, al is het maar voor een paar uur.’
Natuurlijk zijn niet alleen meisjes getroffen door de lockdown. Achieng zou dolgraag ook een project voor jongens willen optuigen, maar stuit vooralsnog op te veel hobbels. ‘Voor jongens moet je andere activiteiten organiseren,’ zegt ze. ‘Ze kunnen niet zoals meisjes urenlang stilzitten. Iets sportiefs zou perfect zijn, maar ik heb nog geen middelen gevonden om een speelveld, voetballen en dat soort zaken te regelen.’
‘Toen de scholen sloten,’ vertelt de 17-jarige Charles, ‘veranderde in één klap alles. Ik moet voor mijn broertjes en zusjes zorgen, dus ik moest op zoek naar een inkomen. Eerst sloot ik me aan bij een straatbende, omdat ze me geld boden.’
Een paar weken later werd zijn beste vriend voor zijn ogen vermoord. ‘Toen ben ik afgehaakt en tweedehands kinderkleding gaan verkopen,’ vertelt hij. ‘Het valt allemaal niet mee, maar het is wel een stuk veiliger.’
‘Tienerjongens worden ook hard geraakt door de sluiting van de scholen,’ zegt Achieng. ‘De meeste ouders zijn hun bron van inkomsten door de pandemie kwijtgeraakt, waardoor hun toch al moeilijke levensomstandigheden verder verslechteren. Er zijn talloze tieners zoals Charles die hun families met kleine bedrijfjes onderhouden.’
Beperkte internetbundels
Na de sluiting van de Keniase scholen was Achieng niet de enige die in actie kwam. Andrew Muli, een 26-jarige middelbareschooldocent in Mathare, vond een nieuwe manier om les te blijven geven toen livelessen niet langer mogelijk waren.
‘Ik heb een WhatsAppgroep opgezet waar zo’n honderd leerlingen in zitten. Ik deel aantekeningen en toetsen, en de leerlingen sturen me hun antwoorden,’ vertelt hij. Zo geeft hij vier virtuele lessen per week waarmee hij een klein percentage van de jongeren bereikt.
‘De opkomst is erg laag omdat maar twintig procent van de leerlingen toegang heeft tot het internet. De meeste leerlingen die in de WhatsAppgroep zitten, gebruiken de mobiele telefoon van hun ouders. Dat betekent dat ze afhankelijk zijn van hun werktijden en beperkte databundels.’
Zijn lessen komen natuurlijk niet in de buurt van de ondersteuning die leerlingen op school zouden krijgen en die Winnie met haar workshops probeert te geven. ‘Op school kunnen leerlingen bij eventuele problemen meteen terecht bij een docent, die niet alleen helpt, maar ook naar ze luistert. Virtueel kun je onmogelijk dezelfde hulp bieden,’ besluit Muli.
Veel biologie- en anatomieboeken tonen in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal. Waarom speelt het vrouwelijk geslachtsorgaan in de wetenschap zo’n ondergeschikte rol?
In een snijzaal in het zuiden van Australië waar anatomen sinds eeuwen menselijke lichamen onderzoeken, werkt aan het eind van de jaren negentig een jonge arts. Ze heeft juist haar opleiding tot uroloog aan de universiteit van Melbourne voltooid – als eerste vrouw in een door mannen gedomineerd specialisme.
Ter voorbereiding op haar examen boog ze zich dagenlang over de boeken, ook om de anatomie van de urinewegen en de geslachtsorganen te leren. Daarbij viel haar iets op wat alle mannen vóór haar blijkbaar was ontgaan: de boeken tonen op vele pagina’s in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar de afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal.
Uitgerust met een camera, een scalpel en een pincet wil de jonge vrouw dat nu recht zetten. Ze ontleedt tien vrouwenlijken en fotografeert de structuren van het vrouwelijk geslachtscomplex, vagina en vulva, zenuwen, bloedvaten – en de clitoris. Later schuift ze gezonde vrouwen in een MRI-scan om deze organen ook bij levende mensen te onderzoeken.
Het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje
Haar resultaten publiceert ze in het Journal of Urology: het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje. Het geheel strekt zich uit in het bekken, in het meestal ongeveer tien centimeter lange clitorislichaam en twee gewelfde zwellichamen links en rechts, elk steunend op een aan urinebuis en vagina grenzend voorhofzwellichaam.
In vakkringen wordt ze voor dit werk overladen met prijzen, krantenartikelen bejubelen de jonge vrouw: ‘Haar werk dwingt tot herschrijving van de anatomieboeken en een omslag in het denken in de medische beroepen’, schrijft bijvoorbeeld de BBC.
Nu, bijna vijfentwintig jaar later, is Helen O’Connell professor Urologie aan de universiteit van Melbourne. Ze zegt: ‘Het is interessant om te zien of er vooruitgang geboekt wordt.’ Want nog altijd gebruiken studentes en studenten anatomie- en chirurgieboeken waarin gedetailleerde afbeeldingen van de clitoris en haar zenuwen ontbreken. Wat de vrouwelijke anatomie betreft, lijkt er sprake van stilstand.
Hoe is dat te verklaren? Als het om de vrouwelijke geslachtsorganen gaat, begint de verwarring vaak al bij de begrippen: de vagina is alleen de verbinding van de schede-ingang naar de baarmoedermond en niet de uitwendige geslachtsorganen, zoals vaak abusievelijk wordt aangenomen. Het anatomisch correcte begrip daarvoor is vulva – daartoe behoren schaamlippen, venusheuvel en dat kleine deel van de clitoris dat van buiten te zien is. Het negeren, of het alleen maar afbeelden van het zichtbare deel van het lustorgaan van de vrouw, is in vakboeken tegen beter weten in een traditie.
Want wat Helen O’Connell in haar studie vond, bevestigt kennis die twee eeuwen oud is: al in het jaar 1844 onderzocht de Duitse anatoom Georg Ludwig Kobelt de vrouwelijke ‘wellustorganen’, zoals hij ze noemde. Zijn gedetailleerde tekeningen van de clitoris en haar bloed- en zenuwvoorziening gelden tot op heden als een meesterlijke prestatie. Sindsdien is de kennis over de structuren van de clitoris eigenlijk aanwezig. Toen al hadden Kobelts inzichten een revolutie kunnen veroorzaken in de anatomische blik op het vrouwelijk lustorgaan, maar hem overkwam toen hetzelfde als later Helen O’Connell: zijn kennis kwam de snijzaal nauwelijks uit.
De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld
Integendeel: in een in het jaar 1901 geactualiseerde editie van de belangrijkste anatomie-atlas, Gray’s Anatomy, verdwijnt zelfs een afbeelding die de clitoris nog in dwarsdoorsnede als een klein puntje voorstelt. Dat documenteerden de sociologen Adele Clarke en Lisa Jean Moore in een uitgebreid onderzoek. De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld. Centraal staan voortplanting en reproductie, de baarmoeder geldt als het belangrijkste seksuele orgaan van de vrouw. De vermeend onbeduidende lust van de vrouw – en daarmee ook de clitoris – zien de medici in die tijd als overbodig, of zelfs als ziekelijk en gevaarlijk.
Freud
Beslissend voor deze zienswijze is de bijdrage van de psychoanalyticus Sigmund Freud: hij onderscheidt in de door hem ontwikkelde theorie van de seksualiteit clitorale en vaginale seksualiteit en postuleert dat alleen de laatste volwassen en gezond is. Voor een succesvolle seksuele ontwikkeling, dus de rijping van kind tot vrouw, was daarom een verschuiving van de erogene zone nodig, weg van de clitoris naar de vagina.
Zijn hoogtepunt vindt dit denken in de door de Engelse gynaecoloog Isaac Brown ontwikkelde verwijdering van de clitoris, de clitoridectomie. Die geldt als therapie voor als pervers beschouwde zelfbevrediging, voor nymfomanie, voor elke vorm van zogenaamde vrouwelijke ‘hysterie’.
Deze therapie speelt in Europa en de VS tegenwoordig geen rol meer. Maar nog altijd geldt de vagina als de vrouwelijke tegenhanger van de penis; de clitoris daarentegen blijft als een oninteressant onderzoeksobject vrijwel geheel verbannen uit voorlichtings- en anatomieboeken. Terwijl wetenschappers en activisten al decennia lang werken aan de rehabilitatie van dit orgaan. Maar de grote anatomie-atlassen die wereldwijd nog steeds door miljoenen studenten gebruikt worden, bereiken tot op heden nog steeds niet het niveau van Georg Ludwig Kobelts tekeningen.
‘De geschiedenis van de clitoris is een parabel van de cultuur’ – met die zin eindigt Helen O’Connell het verslag van haar onderzoek. Voor haar is het duidelijk: veel nieuwe edities van de boeken nemen steeds opnieuw de inhoud over van de eerdere uitgaven – zonder kritische toetsing.
Gouden puntjes
Dit merkt ook de Zwitserse bioloog Daniel Haag-Wackernagel op wanneer hij met het onderzoek naar het vrouwelijk lustorgaan begint. Voor een voordracht over de lustorganen bij chimpansees doorzocht hij de anatomieboeken op afbeeldingen van de lustorganen van de dieren en ter vergelijking ook die van mensen.
Mannelijke geslachtsorganen van chimpansees en mensen vindt hij zonder problemen. Maar de speurtocht naar afbeeldingen van de vrouwelijke lustorganen verloopt moeizaam. Pas in de bibliotheek van het anatomisch instituut in Bazel stuit hij op correcte, gedetailleerde afbeeldingen – op het werk van Kobelt uit 1844.
Sindsdien heeft Daniel Haag-Wackernagel afbeeldingen en modellen van de clitoris verzameld; in zijn boekenkast staan ze tussen dikke anatomieboeken. Intussen heeft hij – in zijn vrije tijd als emeritus professor – op basis daarvan een 3D-model ontwikkeld dat de voor de vrouwelijke lust verantwoordelijke structuren laat zien.
Onderzoekssubsidies zou hij voor dit werk waarschijnlijk niet gekregen hebben, is zijn overtuiging. De interesse voor dit thema is te gering. Want zelfs een zo nuchtere, descriptief lijkende wetenschap als de anatomie is gevormd door ‘culturele en sociale omstandigheden en machtsstructuren’, zoals Adele Clarke en Lisa Jean Moore in hun onderzoeksverslag schrijven. Beide sociologen zijn het eens met Haag-Wackernagel en O’Connell: het moet als een maatschappelijk fenomeen begrepen worden dat de vrouwelijke geslachtsorganen in de anatomie met zoveel minachting behandeld worden.
Als je aan Helen O’Connell vraagt of medici en leken genoeg weten over de vrouwelijke geslachtsorganen, lacht de uroloog. ‘Er is nog enorm veel te onderzoeken,’ zegt ze. Daniel Haag-Wackernagel haalt bij wijze van antwoord nog een model uit de boekenkast achter hem. Daarop zijn kleine gouden puntjes getekend – nauwelijks onderzochte kleine sensoren die in de huid van de clitoriseikel en –voorhuid, en ook in de kleine schaamlippen zitten. Bij vibratie of aanraking geven ze lustsignalen door aan de hersenen.
De lijst van structuren in de genitale zone van de vrouw waarover opvallend weinig bekend is, laat zich waarschijnlijk moeiteloos uitbreiden – vaak in verband met een maatschappelijk debat, zoals bijvoorbeeld over het beroemde G-plekje.
‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor’
Helen O’Connell onderzocht het vaginale weefsel in 2017 op het bestaan van zo’n plek en vond geen aanwijzingen voor het bestaan ervan. Een ander voorbeeld is de strijd over de vraag of het door Freud gepostuleerde vaginaal orgasme uiteindelijk toch slechts een mythe is – en de clitoris het enige lustorgaan dat een orgasme kan oproepen.
Vaak gaat het in het wetenschappelijk debat daarover om anatomische structuren bij de vrouw die analoog zijn aan die van de man: ‘Wij staan als geslachten niet zover van elkaar af,’ zegt Daniel Haag-Wackernagel. ‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor.’
Bij mannen bijvoorbeeld bevindt zich een tegenhanger van de vagina in de prostaat. Die op zijn beurt ook bij vrouwen te vinden is – een opeenhoping van klierweefsel om de urinebuis die in het anatomie-onderwijs vaak niet eens vermeld wordt, hoewel die verantwoordelijk is voor de vrouwelijke ejaculatie. Bij sommige vrouwen scheiden deze klieren bij het orgasme een melkachtige vloeistof af. Die secretie bevat – net als de mannelijke pendant – specifieke prostaatantigenen.
Dat, zegt Haag-Wackernagel, wisten onderzoekers eigenlijk al sinds de oudheid. Toch zijn de details van de vrouwelijke ejaculatie tot op heden nauwelijks onderzocht.
Als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse
Met moderne methoden zou het goed mogelijk zijn deze hiaten in het onderzoek op te vullen. ‘Met MRI en ultrasone apparatuur kunnen we inmiddels de anatomie bestuderen bij levende proefpersonen,’ zegt Helen O’Connell. Maar de blinde vlek blijft. En dat heeft gevolgen. ‘Anatomie is een basiswetenschap voor veel andere medische disciplines,’ zegt ze.
Disciplines waarin deze basiskennis dan ontbreekt. Zoals chirurgie. Veel zenuwen in het vrouwelijk onderlijf kunnen bij operaties beschadigd raken – bijvoorbeeld bij ingrepen aan de urinebuis, de bekkenbodem of de baarmoeder. ‘In het bekken ligt alles heel dicht bij elkaar,’ zegt Ricarda Bauer, uroloog aan de universiteitskliniek in München. Maar als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse. Zenuwen die bij operaties beschadigd of doorgesneden zijn, kunnen er dan in het ergste geval toe leiden dat een vrouw geen opwinding meer voelt of geen orgasme meer kan krijgen.
Inderdaad werden seksuele stoornissen na operaties bij vrouwen lange tijd als bijkomende schade voor lief genomen, zegt Ricarda Bauer. ‘En anders dan bij de man, bij wie na een ingreep standaard naar erectiestoornissen wordt geïnformeerd, vragen veel collega’s na een operatie bij vrouwen nog altijd niet naar het seksueel functioneren.’
Anticensuur
Maar de chirurgen zijn niet de enigen met gebrekkige kennis. Er zijn opvallend veel gynaecologen, psychologen en seksuele therapeuten die de workshop over de anatomie van de vrouwelijke lustorganen van Daniel Haag-Wackernagel bezoeken. Velen van hen behandelen stoornissen in de opwinding en de lustbeleving van vrouwen zonder genoeg geleerd te hebben over de daarvoor verantwoordelijke organen. En het grote aantal vrouwen dat zulke klachten heeft – vermoedelijk de helft van de vrouwen – doet vermoeden dat er niet altijd een psychologische, maar soms ook een tot op heden onbekende lichamelijke oorzaak achter kan zitten.
En afgezien van operatie- en spreekkamers ontbreekt het in het bijzonder ook jonge mensen aan kennis over hun eigen lichaam en dat van hun seksuele partners. Want details over de geslachtsorganen van de vrouw die ontbreken in de vakliteratuur, duiken ook in de biologie- en voorlichtingsboeken niet meer op. Het ontbreekt leraren aan geschikt lesmateriaal, zegt Haag-Wackernagel. In de les seksuele voorlichting gaat het dan over de penis, de vagina en de baarmoeder, maar niet over de clitoris, en daarmee ook niet over de vrouwelijke lust. Dat blijft een taboethema – en het onderzoek laat dat liever onaangetast. ‘Er moet een grote verandering komen,’ zegt Helen O’Connell.
Anticensuur
Een soort anticensuur in de literatuur, zoals Daniel Haag-Wackernagel die verlangt, zou een begin kunnen zijn: geen leerboeken meer zonder een verantwoorde afbeelding van de clitoris. In elk geval neemt de kwaliteit van de afbeeldingen in de grote anatomiewerken na al die jaren weer toe, volgens de Zwitserse bioloog. En ook in kunst en cultuur komt het orgaan steeds vaker voor. Op het internet zijn bakvormpjes en bedeltjes in de vorm van de vagina te vinden. ‘Na 2000 jaar dominantie van het fallussymbool,’ zegt Haag-Wackernagel, ‘is het hoog tijd om de clitoris bekender te maken.’
Een dwarsdoorsnede van het bekken van de vrouw uit een hedendaagse anatomie-atlas. Van links naar rechts zijn te zien: de ruggengraat met de wervels, de aangesneden darmlussen met de overgang naar het rectum, de vagina met de verbinding naar de dikwandige baarmoeder en de erboven liggende eileider en de blaas als een groot hol orgaan. Ook nu nog tonen veel leerboeken de clitoris slechts vaag en onvolledig. In dit voorbeeld is ze afgebeeld als een kleine, liggende L.
3-D model: prof. dr. Daniel Haag-Wackernagel en Amos Haag
Het zogenaamde bulbo-clitoraal orgaan 1 t/m 8 is opgebouwd uit verschillende, nauw met elkaar verbonden structuren. Onder het orgaan liggen de urinebuis (9) en de schede (10). De clitoriale zwellichamen (4) alsook het opgaande en neergaande deel van het clitorislichaam (5 en 6) bestaan uit zwellichamen zoals die ook in de penis voorkomen. Die worden bij seksuele opwinding door het opstuwen van bloed eveneens hard: net als bij de man, komt het tot een erectie.
De sponsachtige lichamen, waartoe de clitoriseikel (1), het RSP (2) en het voorhof zwellichaam (3) behoren, vullen zich gedurende de opwinding ook met bloed, maar blijven zacht omdat daar een vast bindweefselomhulsel ontbreekt. De voorhof zwellichamen zetten bij seksuele opwinding uit en omklemmen de vagina. De enige van buiten zichtbare structuur van het bulbo-clitoraal orgaan is het voorste deel van de clitoriseikel, doorgaans vaak als ‘clitoris’ of ‘kittelaar’ aangeduid. Dat zit als een kapje op het eind van het neergaand clitorislichaam (6).
Met zijn ongeveer 8000 zenuwuiteinden is het de centrale structuur voor de vrouwelijke opwinding. Bij het orgasme persen de spieren van de clitorale zwellichamen (4) en het voorhof zwellichaam (3) ritmisch bloed via het zogeheten Kobelts adercomplex (8) in het clitorislichaam (5-7) en de clitoriseikel (1).
Een soortgelijk effect veroorzaakt het stoten met de penis bij het geslachtsverkeer: ze drukken het voorhof zwellichaam (3) en de clitorale zwellichamen (4) samen en stimuleren via de verhoogde druk de talrijke aanwezige ‘lustreceptoren’. Dit neemt de vrouw waar als seksuele opwinding.
Hoe het vrouwelijk lustorgaan uit het standaardwerk verdwijnt
Vroeg meesterwerk
‘De mannelijke en vrouwelijke lustorganen van de mens en enkele zoogdieren in anatomisch en fysiologisch opzicht’: zo luidt de uitvoerige titel van het onderzoek dat de anatomieprofessor Georg Ludwig Kobelt al in 1844 publiceerde.
De hier afgebeelde tekeningen van Kobelt laten de zwellichamen van de clitoris zien in zij-aanzicht, ingebed in het bek (boven), en frontaal (onder), alsook een op het eerste gezicht aan de penis herinnerende, tot dan toe unieke, zeer gedetailleerde vergroting met bloedvaten en zenuwen.
De clitoris in Gray’s Anatomy
In de uitgave van de in 1858 voor het eerst verschenen anatomie-atlas, genoemd naar de uitgever, de anatoom Henry Gray, geïllustreerd door Henry Vandyke Carter, komt de afbeelding van de clitoris in de dwarsdoorsnede van het vrouwelijk bekken in hoge mate overeen met wat Georg Ludwig Kobelt vier decennia daarvoor had ontdekt: de van buiten zichtbare clitoriseikel en de verborgen liggende clitorislichamen zijn ingetekend, het clitoris zwellichaam is tenminste aangeduid.
1901: Een klein knopje
Vagina en uterus blijven, het lustorgaan krimpt: aan het begin van de twintigste eeuw is in het standaardwerk van de anatomie van de oorspronkelijke afbeelding van de clitoris in dwarsdoorsnede nog slechts een kleine welving aan de voorkant overgebleven. Die komt ongeveer overeen met het deel van het orgaan dat van buiten zichtbaar is. De anatomisch correcte grootte en vorm van de clitoris zijn niet meer te zien.
1913: Geen spoor meer
Zelfs het kleine, als clitoris aangeduide bultje uit de vorige uitgave is verdwenen. In deze uitgave van de anatomie-atlas ontbreekt in de betreffende afbeelding elke verwijzing naar het vrouwelijk lustorgaan. Ter vergelijking: in deze uitgave van Gray’s Anatomy treffen medische studenten en artsen nog steeds wel uitvoerige afbeeldingen van de penis aan.
Mannen zijn sterk, beheerst en gewelddadig, zo wil het cliché. Als ze zich misdragen komt dat omdat ze niet anders kunnen. Maar in werkelijkheid ligt dit soort gedrag helemaal niet vast, betoogt journalist Collier Meyerson. ‘Laten we die hele categorie onaangename mannelijke eigenschappen gewoon weggooien.’
Keuze uit het archief
Uit een recente opiniepeiling van EenVandaag blijkt dat mannen vinden dat ze het zwaarder hebben dan vrouwen in Nederland. Volgens veel van de ondervraagde mannen staat mannelijkheid in een kwaad daglicht door maatschappelijke tendensen als discussies over ongelijkheid en #MeToo. Journalist Collier Meyerson betoogt in dit artikel in The Nation juist dat mensen (en vooral mannen) niet zo vast moeten houden aan een stereotiep beeld van mannen.
Ik durf er een lieve duit om te verwedden dat mijn vader negentig procent van alle Oscar-genomineerde films van dit jaar heeft gezien. En ik weet ook vrij zeker dat hij bij al die films heeft gehuild. Hij geneert zich niet voor zijn tranen bij films, tv-programma’s of commercials. Hij is een watje, en daar is hij trots op. Of het kan hem in ieder geval niet schelen.
Lichamelijk is mijn vader sterk; hij tennist veel. Maar hij is erg mager. Zelf noemt hij zijn benen spillepoten, en hij zegt dat die niet menselijk zijn, eerder op kippenpoten lijken (en dat is ook zo). Mijn vader is de liefheid zelve, hij staat altijd achter me, wil graag al mijn problemen aanhoren en toont voortdurend zijn genegenheid. ‘Poppi’ stuurt me drie keer per dag een tekstbericht om te zeggen dat hij van me houdt en trots op me is. Net nog, terwijl ik deze alinea optikte, kreeg ik een berichtje van hem: ‘Ik hou oneindig keer oneindig veel van je, meer dan wie dan ook in alle sterrenstelsels en daarbuiten, tot in de eeuwigheid.’ En telkens als ik een artikel heb geschreven, stuurt hij daarover een e-mail aan al zijn vrienden, onze familieleden, zijn collega’s, mijn vrienden en ook, op de een of andere manier, aan mijn collega’s. Deze kant van mijn poppi past niet bepaald bij wat in ons land over het algemeen ‘masculien’ heet, dat meestal staat voor sterk, beheerst en gewelddadig.
‘Ziekte die mannelijkheid heet’
Maar in andere opzichten is mijn softe vader behoorlijk ‘masculien’. Hij kan heel woest worden, al neemt dat met het ouder worden wel wat af. Ik weet nog zei hij een beetje schaapachtig dat hij gefrustreerd was geweest na een telefoontje of een gesprek met een klant, rechter of advocaat van de tegenpartij. Ook houdt mijn poppi er niet van als je het niet met hem eens bent – nou ja, dat is niet zo vreemd, zelf hou ik daar ook niet van. Maar hij blijft je voortdurend in de rede vallen en je zijn standpunt opdringen, en maakt het je onmogelijk om je eigen gedachtegang af te maken. Vroeger, wanneer hij naar voetbal op tv keek, kon ik hem in het hele huis tegen de tv horen brullen: ‘O, kom op nou, jij (puntje puntje puntje)’, op een toon waar ik van schrok. Tegenwoordig blijf ik uit de buurt van zijn kamer wanneer hij naar sport kijkt – en ik denk dat mijn moeder om dezelfde reden een eigen tv in de keuken heeft.
Als je dit leest, vind je mijn vaders minder prettige gedrag misschien vrij normaal voor een witte heteroman, en daar heb je gelijk in. (Ik kan het weten, ik heb met heel wat heteromannen een relatie gehad.) Maar altijd als ik mijn vader en de meeste andere heteromannen in mijn nabije omgeving probeer aan te spreken op hun vrouwenhaat, zijn hun antwoorden voor mij steeds weer een heuse schok, en geen plezierige. Wanneer ik zeg dat hun onaangename eigenschappen – tegen muren slaan, vrouwen overschreeuwen, tegen een sportwedstrijd brullen op een toon die je zou moeten bewaren voor een confrontatie met een moordenaar – voortkomen uit ‘de ziekte die mannelijkheid heet’, om [activiste en feministe] bell hooks te citeren, kijken ze me altijd bevreemd en boos aan.
Comedian Michael Ian Black schreef onlangs in The New York Times een boeiend en eerlijk stuk, onder de titel ‘The Boys Are Not All Right’. Naar aanleiding van de Parkland-schietpartij die het leven kostte aan zeventien leerlingen en leerkrachten, erkende hij dat ‘niet meisjes de trekker overhalen. Het zijn jongens. Het zijn bijna altijd jongens.’ Black pleitte ervoor dat we vraagtekens plaatsen bij wat het betekent om jongen en man te zijn in de Verenigde Staten.
Vroeger betekende man-zijn niet grof of gewelddadig gedrag vertonen, maar een beschaafd karakter hebben en het huwelijk uitstellen om vermogen te vergaren
Volgens Bederman begonnen tussen 1820 en 1860 steeds meer mannen zichzelf als middenklasse te beschouwen: ondernemers, professionals en managers. En de nieuwe scheidslijnen brachten voor mannen belangrijke nieuwe ideeën mee over de mannelijke identiteit, waarbij het vooral ging om hoffelijkheid. In die periode betekende man-zijn niet grof of gewelddadig gedrag vertonen, maar een beschaafd karakter hebben en het huwelijk uitstellen om vermogen te vergaren. En vervolgens hoorde een man dan zijn vrouw, zijn kinderen of zijn werknemers een goed leven te bieden.
Excuus om te overheersen
De nieuwe Amerikaanse definitie van masculiniteit werd in de twintigste eeuw in steen gebeiteld. Zwarte mannen kregen wel het recht om te stemmen, maar onder de Jim Crow-wetten, die tot ver in de twintigste eeuw golden, bleven ze ondergeschikt aan witte mannen, die de economische mogelijk-heden van zwarte mannen beperkten en hen vaak afschilderden als ongeremde verkrachters. Van de vroege westerns tot de actiefilms die we vandaag de dag bekijken – vrijwel altijd werden heteromannen gecast als hoofdrolspelers; wapens werden een ritueel en het speelgoed van jonge witte mannen in ons land. En masculiniteit werd een verzonnen excuus om te overheersen.
In zijn essay schrijft Michael Ian Black: ‘Ik geloof in jongens. Ik geloof in mijn zoon. Maar soms zie ik hem, zestien jaar oud, zijn frustratie wegslikken, zijn zorgen wegstoppen, de trap op stampen zonder tegen ons te zeggen wat er aan de hand is, en dan wil ik hem laten zien hoe het eruitziet om kwetsbaar en open te zijn, maar ik kan het niet. Omdat ik zelf ook ooit een jongen was.’
Dat Black zijn zoon niet kan laten zien hoe kwetsbaarheid eruitziet, komt niet doordat hij daar biologisch niet toe in staat is. Die blokkade is gevormd door gewoonte, cultuur en een Amerikaanse geschiedenis die is gegrondvest op witte mannelijke overheersing. Wie zegt dat we daaraan vast moeten houden? Pas als we inzien dat genderidentificatie te veranderen, te kneden en zelfs weg te gooien valt, kunnen we beginnen de jongens ‘all right’ te maken.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.