Onderwerpen: Geopolitiek

  • Friedrich Merz pleit voor meer economische Europese onafhankelijkheid

    Friedrich Merz pleit voor meer economische Europese onafhankelijkheid

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » India en de Verenigde Staten bereiken handelsakkoord

    » Zelensky: ‘Het bereiken van duurzame vrede is realistisch’

    ‘Herinneringen aan de goede oude tijd helpen ons niet’

    ‘De trans-Atlantische betrekkingen zijn veranderd (…) Maar nostalgie of herinneringen aan de goede oude tijd helpen ons niet (…) Dit is een keerpunt,’ waarschuwde de Duitse bondskanselier over de toestand van de wereld. Geconfronteerd met dit ‘sombere beeld’ pleitte hij onder meer voor de oprichting van een Europese beurs.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Een gemeenschappelijke Europese kapitaalmarkt, zodat bedrijven zoals BioNTech niet langer naar de Amerikaanse beurzen hoeven te gaan’, legt de zender NTV uit. ‘Merz ziet het economisch en financieel beleid als een concrete stap richting grotere Europese autonomie.’

  • Trump verhardt zijn retoriek richting Cuba: ‘Sluit deal voordat het te laat is’

    Trump verhardt zijn retoriek richting Cuba: ‘Sluit deal voordat het te laat is’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Argentinië: bijna 15.000 hectare land in Patagonië in rook opgegaan

    » VS: staat Minnesota klaagt regering aan vanwege immigratiebeleid

    Hij opperde om Marco Rubio president van Cuba te maken

    Dit is ‘een scherpe ommekeer ten opzichte van slechts enkele dagen geleden’, toen de Amerikaanse president ‘beweerde dat de Cubaanse regering na de arrestatie van Nicolás Maduro vanzelf zou kunnen vallen’, aldus The New York Times.

    Zondag drong Donald Trump er bij het Caribische land op aan een akkoord te bereiken met de Verenigde Staten en waarschuwde hij de functionarissen in Havana dat ze geen geld of olie meer van Venezuela zouden ontvangen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Ik raad ze ten zeerste aan een deal te sluiten voordat het te laat is’, dreigde hij op zijn sociale media. Hij deelde zondag ook een bericht waarin werd gesuggereerd dat zijn minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, wiens ouders Cubaanse zijn, president van het eiland zou kunnen worden.

    Washington is echter ‘niet van plan een militaire operatie tegen Cuba uit te voeren die vergelijkbaar is met de inval in Caracas’, verzekerden Amerikaanse functionarissen The Atlantic. ‘Voorlopig hopen degenen die de Cubaanse regering ten val willen zien komen dat het vertrek van Maduro voldoende zal zijn om het regime dat Castro’s revolutie in 1959 installeerde, ten val te brengen’, aldus het tijdschrift.

  • Groenland reageert op VS: ‘Wij willen geen Amerikanen of Denen zijn’

    Groenland reageert op VS: ‘Wij willen geen Amerikanen of Denen zijn’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Von der Leyen: ‘De EU steunt de demonstranten in Iran volledig’

    » Soedan: de regering keert terug naar Khartoem

    ‘Het is aan de Groenlanders zelf om te beslissen’

    ‘Als leiders van de Groenlandse partijen willen we nogmaals benadrukken dat we een einde willen zien aan de minachting van de Verenigde Staten voor ons land’, staat in een persbericht namens de vijf partijen in de lokale regering. ‘We willen geen Amerikanen zijn’, voegt de tekst eraan toe, maar benadrukt tegelijkertijd: ‘We willen geen Denen zijn, we willen Groenlanders zijn.’

    Jyllands-Posten meldt ook dat ‘twee leden van de Groenlandse onafhankelijkheidspartij Naleraq er de voorkeur aan geven dat de Groenlandse minister van Buitenlandse Zaken, Vivienne Motzfeldt, volgende week onder vier ogen met haar Amerikaanse ambtgenoot Marco Rubio spreekt’. Ook de Deense minister van Buitenlandse Zaken, Lars Løkke Rasmussen, zal naar verwachting aan de gesprekken deelnemen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Om redenen die ik niet begrijp, zaait Denemarken paniek binnen de NAVO door Groenland te willen behouden, terwijl Groenland geen deel wil uitmaken van Denemarken. Het is aan de Groenlanders zelf om te beslissen wat ze willen. Dit heeft niets met Denemarken te maken,’ aldus Pele Broberg, voorzitter van Naleraq.

    Jyllands-Posten maakt ook melding van een peiling van Voxmeter waaruit blijkt dat bijna vier op de tien Denen een Amerikaanse invasie van Groenland onder Donald Trump verwachten.

  • De grote afbrokkeling is begonnen

    De grote afbrokkeling is begonnen

    Met enkele uitzonderingen is er sinds de Tweede Wereldoorlog vooral vrede geweest tussen de grootmachten van de wereld. Deze status quo kunnen wij echter niet meer voor lief nemen, aldus hoogleraar rechten en politieke wetenschappen Oona Hathaway: ‘die vrede is de afgelopen tien jaar afgebrokkeld en lijkt momenteel een totale ineenstorting nabij.’

    Het besluit van president Trump om de Venezolaanse president Nicolás Maduro door middel van een geheime ​​militaire operatie te arresteren is een flagrante schending van de internationale rechtsorde. Deze actie dreigt een einde te maken aan een periode van langdurige vrede en ons weer in een wereld te storten waar het recht van de sterkste geldt. De prijs hiervoor zal met mensenlevens worden betaald.

    Vorig jaar was het tachtig jaar geleden dat na het einde van de Tweede Wereldoorlog 51 landen het Handvest van de Verenigde Naties ondertekenden. De ondertekenaars beloofden alles in het werk te stellen om ‘toekomstige generaties te behoeden voor de gesel van de oorlog’. De grote mogendheden hebben sindsdien geen oorlog meer met elkaar gevoerd en geen enkele VN-lidstaat is door een buitenlandse verovering van de kaart geveegd.

    Maar die vrede is de afgelopen tien jaar afgebrokkeld en lijkt momenteel een totale ineenstorting nabij. Als dat gebeurt, zullen de gevolgen catastrofaal zijn. De verwoestende tol is nu al zichtbaar: volgens mijn berekeningen bedroeg het gemiddelde aantal doden als gevolg van grensoverschrijdende conflicten tussen 1989 en 2014 minder dan 15.000 per jaar. Vanaf 2014 is dat gemiddelde gestegen tot meer dan 100.000 per jaar. Nu staten steeds minder terugschrikken voor het onrechtmatig gebruik van geweld, is dit wellicht slechts het begin van een nieuw tijdperk van dodelijke conflicten.

    Het handvest

    De relatieve vreedzaamheid van de afgelopen acht decennia is allerminst vanzelfsprekend. Eeuwenlang was oorlog voeren volkomen legaal. Sterker nog, het was de aangewezen manier voor staten om hun geschillen te beslechten. Ze konden met wapens dreigen om verdragen af te dwingen en een oorlog beginnen als die verdragen alsnog werden geschonden. Staten die een oorlog wonnen, hadden het wettelijk recht om te behouden wat ze veroverden – land, goederen, mensen. Staten kwamen op en gingen weer ten onder, veroverden land en verloren het weer, en de bewoners van het betreffende gebied waren de dupe.

    Aan dat systeem van legale oorlogvoering kwam in 1928 een eind met de ondertekening van het Kellogg-Briand-pact, dat staten verbood conflicten nog langer door middel van oorlog te beslechten. Deze afspraak werd in 1945 herbevestigd door het VN-Handvest, dat het afzweren van oorlog tot een van de kernpunten van een nieuwe internationale rechtsorde verhief. Territoriale veroveringen en machtspolitiek waren voortaan uit den boze; in plaats van oorlog werden economische sancties het belangrijkste instrument voor internationale rechtshandhaving en landen die een oorlog begonnen konden voortaan strafrechtelijk worden vervolgd, zoals na de Tweede Wereldoorlog gebeurde tijdens de processen in Neurenberg en Tokio.

    Helemaal vreedzaam werd het helaas nooit, getuige de bloedige conflicten in Korea, Vietnam en Cambodja. Als gevolg van dekolonisatie nam het aantal staten in de wereld allengs toe en er woedden steeds meer burgeroorlogen, waarvoor geen specifieke bepalingen golden in VN-Handvest. Toch had het Handvest een opmerkelijk gevolg: het aantal buitenlandse veroveringen nam af en er vielen minder doden in conflicten buiten de eigen landsgrenzen.

    Helemaal vreedzaam werd het helaas nooit, getuige de bloedige conflicten in Korea, Vietnam en Cambodja.

    Dit laatste blijkt uit gegevens van het Uppsala Conflict Data Program, dat het aantal gevallen van georganiseerd geweld en de daaruit voortvloeiende sterfgevallen bijhoudt. De gegevens tonen aan dat het aantal doden als gevolg van grensoverschrijdende conflicten – inclusief conflicten tussen staten, zoals de Russische inval in Oekraïne, en gevallen waarin een staat zich mengt in een intern gewapend conflict in een andere staat, zoals de Amerikaanse aanvallen op Islamitische Staat in Irak – relatief laag was van de jaren 90 tot halverwege de jaren 2010.

    Er waren een paar uitzonderingen. In 1991 kwamen meer dan 20.000 mensen om bij de Iraakse invasie van Koeweit en de reactie daarop van de internationale gemeenschap. In 1992 stierven er meer dan 20.000 mensen in Bosnië-Herzegovina en in 1999 en 2000 vielen er tienduizenden slachtoffers in de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea. Ook in 2003, toen de Verenigde Staten de oorlog tegen Irak begonnen, was er een stijging van het aantal doden.

    Maar vanaf begin 2000 kwam er de klad in de wettelijke restricties op oorlogvoering. Na de verwoestende aanslagen van Al Qaida in de Verenigde Staten op 11 september 2001 begonnen de VS overal in het Midden-Oosten geweld te gebruiken tegen iedereen die ze als een terroristische dreiging beschouwden. Om de voortzetting van de aanvallen en de uitbreiding ervan naar tal van andere terroristische groeperingen te rechtvaardigen, een strijd die later door sommigen als ‘de eeuwige oorlog’ werd bestempeld, beriepen de Verenigde Staten zich op een nieuwe uitleg van het VN-Handvest: zelfverdediging tegen niet-statelijke groeperingen die als een bedreiging werden gezien.

    De VS verschaften andere staten een legale dekmantel om op internationale schaal unilateraal geweld te gebruiken

    Tot dat moment was het regel onder VN-leden dat het door het Handvest geformuleerde recht op zelfverdediging alleen gold voor bedreiging door een andere staat. Door deze regel te verruimen tot bedreiging door niet-statelijke groeperingen, verschaften de VS andere staten een legale dekmantel om op internationale schaal unilateraal geweld te gebruiken. In het daaropvolgende decennium namen steeds meer regeringen deze theorie over.

    Tegen 2014 werden de gevolgen van deze verschuiving merkbaar. Met de opkomst van Islamitische Staat voerden de Verenigde Staten hun strijd tegen het terrorisme in het hele Midden-Oosten op, en vele andere landen sloten zich daarbij aan. In datzelfde jaar beëindigden de Verenigde Staten en de NAVO officieel hun gevechtsoperaties in Afghanistan, maar ze bleven in aanzienlijke mate steun verlenen aan de Afghaanse strijdkrachten. Tijdens het afgelopen decennium was er ook een golf van dodelijke conflicten in Syrië, Irak, Ethiopië, Jemen, de Democratische Republiek Congo, Nigeria, Somalië, Libië en Gaza, waarbij de buitenlandse staten die zich in die conflicten mengden meestal naar het recht op zelfverdediging verwezen. Dat heeft honderdduizenden levens gekost.

    Ondertussen zijn oorlogen tussen staten, waarvan het aantal na 1945 tot een nieuw dieptepunt was gezakt, weer volop terug. De grootschalige invasie van Oekraïne door Rusland in 2022 heeft jaarlijks tienduizenden Russen en Oekraïners het leven gekost. In datzelfde jaar vielen er doden bij interstatelijke conflicten in Syrië, Polen, Kirgizië en Tadzjikistan. In 2024 braken er conflicten uit tussen Iran en Israël en Afghanistan en Pakistan en gebruikten de Verenigde Staten en verschillende bondgenoten dodelijk geweld in Jemen.

    Ook andersoortige conflicten zijn de afgelopen jaren toegenomen. De oorlog tussen Israël en Gaza, waarvoor nu een fragiel en instabiel staakt-het-vuren geldt, heeft meer dan 72.000 levens gekost. Tienduizenden burgers zijn omgekomen in de burgeroorlog in Soedan, die in 2025 flink escaleerde.

    Internationaal recht

    Nu heeft Trump het Amerikaanse leger opdracht gegeven Venezuela te bombarderen, een operatie die volgens plaatselijke autoriteiten minstens tachtig mensen het leven heeft gekost. Uit deze aanval, gevoegd bij de Amerikaanse luchtaanvallen op meer dan dertig vermeende Venezolaanse drugssmokkelboten, blijkt dat de restricties op oorlogvoering die het Handvest formuleert volstrekt worden genegeerd en dat het recht van de sterkste terug is van weggeweest.

    Recht op zelfverdediging is geen rechtvaardiging voor deze militaire operatie. Drugshandel is geen ‘gewapende aanval’ op de Verenigde Staten, het internationale rechtscriterium voor een rechtmatige daad van zelfverdediging. Ook al is Maduro illegaal aan de macht gekomen en heeft hij zich schuldig gemaakt aan strafbare feiten, dan nog wettigt dat niet het gebruik van militair geweld tegen Venezuela. Geweldloze middelen, zoals economische en diplomatieke sancties, zijn de enige reacties die het internationaal recht toestaat. Het gebruik van militair geweld om een ​​ongewenste regering ten val te brengen zal zich niet beperken tot de Verenigde Staten. Reken maar dat anderen het voorbeeld zullen volgen.

    Misschien is er nog tijd om deze ontwikkeling te stoppen. Toen Rusland Oekraïne binnenviel, werd de invasie door meer dan 140 staten als illegaal veroordeeld, waardoor een vermoedelijke doodsteek voor het rechtssysteem werd afgewend. Zoiets is hoognodig om de internationale rechtsorde te beschermen wanneer een machtige staat de regels overtreedt. Tot nu toe is echter maar een handjevol staten bereid geweest zich krachtig tegen Trump te verzetten. Als staten er niet in slagen om gezamenlijk het verbod op het gebruik van geweld – de hoeksteen van de naoorlogse rechtsorde – te handhaven, zullen er nog veel meer doden vallen in conflicten waartegen geen kruid gewassen is.

    ‘Geleidelijk en toen opeens’

    In Ernest Hemingways roman En de zon gaat op legt het personage Mike Campbell uit hoe hij bankroet is geraakt: ‘Geleidelijk en toen opeens.’ De decennia van onvolmaakte maar ongekende vrede waaraan het VN-Handvest mede heeft bijgedragen wacht ​​nu hetzelfde lot. Nu de Verenigde Staten zich niet langer houden aan de grondbeginselen van de internationale rechtsorde die zij ooit zelf voorstonden, dreigt het toch al wankele rechtssysteem volledig in te storten.

    Oona Hathaway is hoogleraar Rechten en Politieke Wetenschappen aan Yale University en als extern onderzoeker verbonden aan de Carnegie Endowment for International Peace. Daarnaast wordt hij binnenkort voorzitter van de American Society of International Law.

  • Venezuela kondigt vrijlating aan van meerdere politieke gevangenen

    Venezuela kondigt vrijlating aan van meerdere politieke gevangenen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Witte Huis verdedigt ICE-agent die vrouw doodschoot

    » Grok verwijdert functie voor afbeeldingen wegens seksuele manipulatie

    Onder de gevangenen bevinden zich buitenlanders

    Caracas, dat zich sinds de arrestatie van voormalig president Nicolás Maduro in een ‘zeer zwakke positie’ bevindt, begon donderdag met de vrijlating van ‘enkele van de meest iconische gevangenen van het regime’, meldt El País.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Onder de vrijgelatenen bevinden zich figuren als de Venezolaans-Spaanse journalist Rocío San Miguel, een gerenommeerd analist die zonder bewijs werd beschuldigd van het beramen van een moordaanslag op de president, en vier andere Spaanse burgers. De Spaanse premier Pedro Sánchez noemde het ‘een daad van gerechtigheid’.

    De interim-president van Venezuela, Delcy Rodríguez, verklaarde donderdag dat haar land na de arrestatie van Maduro noch ‘ondergeschikt noch onderworpen’ is aan de Verenigde Staten.

  • De contouren van een eigen Afrikaanse koers

    De contouren van een eigen Afrikaanse koers

    In Afrika zijn de mondiale verschuivingen het scherpst voelbaar: oorlogen blijven woeden, verkiezingen stellen weinig voor en het Westen trekt zich terug, terwijl de geopolitieke zwaartekracht richting China en Azië verschuift. Toch groeit te midden van deze turbulentie iets anders: een jonge bevolking die zich roert, nieuwe regionale samenwerkingen en een opvallende economische veerkracht die de contouren van een eigen Afrikaanse koers zichtbaar maken.

    Soedan: oorlog, fragmentatie en machtspolitiek

    De burgeroorlog in Soedan blijft het donkerste epicentrum. Na de herovering van Khartoem door het reguliere leger (SAF) leek 2025 even een kantelpunt, maar de Rapid Support Forces (RSF) hergroepeerden zich in Darfur, gesteund door de VAE en voorzien van drones. De strijd verschuift naar grensgebieden met Libië en Egypte en dreigt verder te regionaliseren. Voor 2026 hangt een snel, vuil, door Trump gesteund staakt-het-vuren in de lucht: Washington is vrijwel de enige actor die nog druk kan uitoefenen op beide kampen en hun buitenlandse sponsors. Maar omdat beide machtsblokken in essentie kleptocratische kartels zijn, diep verstrengeld met goudhandel en smokkel, kan zo’n deal de wapens hooguit doen zwijgen. Een basis voor duurzame vrede is daarmee niet gelegd.

    Verkiezingen als theater: van Guinee tot Ethiopië

    Op het bredere continent belooft 2026 opnieuw een jaar van ‘cynisch verkiezingstheater’ te worden. Er zijn lichtpuntjes – lokale verkiezingen in Zuid-Afrika, waar de ANC verder terrein kan verliezen, en een redelijk geloofwaardige stembusgang in Zambia – maar de dominante trend gaat de andere kant op. Coupplegers in Guinee en Gabon organiseren schijnverkiezingen om hun macht te legitimeren; leiders-voor-het-leven als Paul Biya (Kameroen) en Alassane Ouattara (Ivoorkust) schuiven moeiteloos door naar nog een termijn.

    Jeugdprotesten en democratische druk van onderop

    Ondanks het rituele en vaak repressieve karakter van veel verkiezingen in Afrika in 2026, groeit daaronder een opvallend sterke tegenbeweging. Een nieuwe generatie jongeren beschouwt sociale media, straatprotesten en burgerjournalistiek als vanzelfsprekende instrumenten van politieke invloed. De protesten in Senegal vormden in 2024 het keerpunt: massale jongerendemonstraties dwongen het uitstellen en later herzien van controversiële maatregelen af.
    In Kenia leidde de Occupy Parliament-beweging tot het tijdelijk intrekken van belastingverhogingen, waarmee jongeren lieten zien dat economische frustratie zich direct vertaalt in politieke druk. Op universiteiten in Ethiopië, Nigeria en Oeganda ontstaan netwerken die verkiezingswaarneming en mensenrechtenschendingen documenteren met een professionaliteit die tien jaar geleden ondenkbaar was.
    Voor 2026 verwachten regionale denktanks dat deze civiele energie verder groeit. Democratische druk komt dan niet meer van instituties, maar van onderop: een verschuiving die autoritaire leiders steeds moeilijker kunnen negeren.

    Het meest symbolisch is Ethiopië: na een verkiezingsoverwinning van 96,8 procent voor de Prosperity Party zijn rivalen opgepakt, verjaagd of verdreven. Intussen laaien opstanden op in Oromia en Amhara, blijft Tigray instabiel en dreigt een nieuwe confrontatie met Eritrea. De verkiezingen van 2026 dreigen een farce te worden – als ze al worden gehouden. Met de ontmanteling van USAID door de regering-Trump en forse bezuinigingen bij Europese donoren breekt een nieuw tijdperk aan. In 2026 zal de officiële hulp van de zeventien grootste westerse donors naar verwachting een kwart lager liggen dan in 2024. Voor landen die sterk leunen op hulp – Malawi, Liberia, Ethiopië – dreigen acute begrotingsgaten.

    In regio’s als Sava (Madagaskar) sluiten dorpsklinieken door gebrek aan personeel; artsen melden stijgende ziekte- en sterftecijfers. Op termijn zijn Afrikaanse regeringen hierdoor genoopt minder afhankelijk te worden van externe projecten, maar in 2026 overheersen vooral de pijn en de vraag of de elites die nu de ruimte krijgen bereid zijn werkelijk te hervormen.

    China en Azië schuiven naar voren

    Terwijl de VS zich terugtrekken en handelsvoordelen afbouwen, presenteert China zich als de nieuwe betrouwbare partner. Beijing schrapt importtarieven voor Afrika precies op het moment dat Washington preferentiële markttoegang inperkt. Chinese export – van goedkope smartphones tot zonnepanelen en fintech – groeit explosief.

    Economische veerkracht, groei en digitalisering

    Tegen de achtergrond van geopolitieke spanningen blijft Afrika een van de snelst groeiende economische regio’s ter wereld. De Afrikaanse Ontwikkelingsbank voorspelt voor 2026 een groei boven het mondiale gemiddelde, gedragen door digitalisering, regionale handel en energie-innovatie.
    De Pan-Afrikaanse Vrijhandelszone begint tractie te krijgen: meer dan veertig landen hebben implementatieregels aangenomen en de eerste sectorale ketens – farmacie, voedselverwerking, batterijen – ontstaan nu daadwerkelijk. Tegelijk trekken Nigeria, Kenia, Rwanda en Ghana recordinvesteringen aan in fintech, e-government en start-ups, ondanks wereldwijde kapitaalafkoeling. Ook de energietransitie versnelt. Marokko, Egypte en Namibië ontwikkelen grootschalige waterstofprojecten; Ethiopië en Djibouti investeren in geothermie en goedkope zonne-energie. Hiermee groeit de energiezekerheid en vermindert de afhankelijkheid van geïmporteerde brandstoffen.

    Afrika beweegt zo steeds meer richting Azië: Japan blijft donor, Golfstaten investeren fors, Singapore richt zich op landbouw en de verwerking van landbouwproducten. Voor veel autoritaire leiders is samenwerken met Beijing of Riyad aantrekkelijker dan met Europese hoofdsteden, die op mensenrechten blijven hameren. Jongere Afrikanen oriënteren zich eveneens oostwaarts: Mandarijn leren, studeren in China of Maleisië, Koreaanse series kijken.

    Meer autonomie of nieuwe afhankelijkheden?

    De geopolitieke draai valt samen met een nieuwe fase in Afrika’s ontwikkelingspad: minder westerse hulp betekent minder toezicht en minder vangnetten, maar ook meer ruimte voor de eigen koers – al wordt die vaak ingevuld door gemakkelijk krediet uit Beijing, de Golfregio of Zuid-Oost-Azië.

    Regionale ontwikkelingsbanken en nieuwe kredietruimte

    Een vaak over het hoofd geziene trend voor 2026 is de sterkere positie van Afrikaanse regionale ontwikkelingsbanken. Nu westerse donoren zich terugtrekken, passen instellingen zoals de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, de Eastern and Southern African Trade and Development Bank en de West African Development Bank hun kapitaalstructuren aan om zelf meer krediet te verstrekken.
    Door balansherstructurering en nieuwe garantiefondsen kunnen zij miljarden extra mobiliseren voor infrastructuur, landbouw en energieprojecten, zonder afhankelijk te zijn van donorvoorwaarden of externe consultants. Dat betekent dat prioriteiten én uitvoering in toenemende mate binnen Afrika zelf worden bepaald.
    Tegelijk ontstaan nieuwe financieringsmodellen: pensioenfondsen uit Zuid-Afrika, Nigeria en Kenia stappen via garanties van ontwikkelingsbanken in regionale infrastructuurprojecten. Daardoor groeit langzaam een binnenlands kapitaal-ecosysteem dat minder gevoelig is voor geopolitieke schokken.
    Deze verschuiving biedt geen wondermiddel, maar wel een structureel positieve ontwikkeling: een groeiende financiële autonomie die de basis kan vormen voor stabielere ontwikkeling op de lange termijn.

  • De Trump-regering overweegt Groenland te kopen

    De Trump-regering overweegt Groenland te kopen

    Lees ook het andere korte nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: agent schiet vrouw dood tijdens ICE-operatie

    » Marokko: ontdekking fossielen werpt nieuw licht op oorsprong mensheid

    Een militaire interventie is ook niet uitgesloten

    ‘De president en zijn nationale veiligheidsteam bespreken dit actief,’ zei Karoline Leavitt woensdag
    tijdens een persconferentie, in reactie op een vraag over een mogelijke overname. Ze voegde eraan
    toe dat het idee niet ‘nieuw’ was voor de Verenigde Staten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De perssecretaris van het Witte Huis herhaalde ook de mogelijkheid om het leger in te zetten voor
    een overname van Groenland, een idee dat dinsdag al tot verontwaardiging in Europa had geleid.
    ‘Onder Republikeinse leiders in het Congres wordt de mogelijkheid van militaire interventie in
    Groenland echter met scepsis ontvangen,’ merkt NPR op.

    De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, kondigde eerder op de dag aan dat
    hij volgende week met Deense functionarissen zou overleggen over de kwestie van het
    semiautonome gebied, maar zonder de locatie of de vorm te specificeren. De minister van
    Buitenlandse Zaken van Groenland gaf aan dat haar regering aan de bijeenkomst zal deelnemen

  • Rodríguez: ‘De Venezolaanse regering bestuurt ons land, niemand anders’

    Rodríguez: ‘De Venezolaanse regering bestuurt ons land, niemand anders’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Sneeuw, ijs en vrieskou eisen zes levens in Europa

    » Europa en VS komen met eensgezind vredesplan voor Oekraïne

    De interim-president bijt af op VS-president Trump

    Interim-president Delcy Rodríguez verklaarde dinsdag dat ‘geen enkele buitenlandse agent’ Venezuela zal regeren. Daarmee reageerde ze op de Amerikaanse president Donald Trump, die onlangs verklaarde dat ‘een deel van zijn regering verantwoordelijk zal zijn voor de coördinatie van de transitie in het land’, meldt de website Efecto Cocuyo.

    ‘De Venezolaanse regering bestuurt ons land, en niemand anders. Geen buitenlandse agent regeert Venezuela’, zei ze in een televisietoespraak, eraan toevoegend: ‘Persoonlijk zeg ik tegen degenen die mij bedreigen: mijn lot ligt uitsluitend in Gods handen.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Nadat Donald Trump opdracht had gegeven tot de berechting van de ontvoerde voormalige Venezolaanse president Nicolás Maduro in de Verenigde Staten, waarschuwde hij dat mevrouw Rodríguez, die maandag als interim-president was beëdigd, ‘een hogere prijs zou betalen dan Maduro’ als ze niet ‘het juiste’ zou doen.

    De Amerikaanse president verklaarde diezelfde avond op zijn sociale mediakanaal Truth dat Venezuela ’tussen de 30 en 50 miljoen vaten gesanctioneerde olie aan de Verenigde Staten zou overdragen’, waarvan de opbrengst, ’tegen marktprijs’, ’ten goede zou komen aan het Venezolaanse volk en de Verenigde Staten’.

  • Azië als economisch middelpunt

    Azië als economisch middelpunt

    Azië gaat 2026 in als het zwaartepunt van de wereldeconomie en als toneel van stille maar diepgaande systeemveranderingen. China probeert zich te presenteren als stabiele handels- en ontwikkelingspartner tegenover een grillig Amerika, terwijl landen als India, Bangladesh, Japan en Vietnam hun binnenlandse spelregels herschrijven. Ondertussen wordt met eilanden als Tuvalu letterlijk en juridisch getest wat er van een staat overblijft als het land verdwijnt.

    China: betrouwbare handelspartner?

    Aan het eind van 2026 ontvangt Xi Jinping de leiders van zo’n drie vijfde van de wereldeconomie op de APEC-top in China. Dat wordt niet slechts een diplomatiek feestje; Beijing wil expliciet laten zien dat het, in tegenstelling tot Trumps Amerika, de betrouwbare economische partner is in een wereld van handelsoorlogen en ad-hoctarieven.

    De contouren daarvan zijn in 2025 al zichtbaar. China wist de ASEAN-landen, die klagen over Chinese dumpprijzen, toch te verleiden tot een geüpdatet vrijhandelsakkoord dat het juist moeilijker maakt om Chinese import af te weren. Er liggen plannen voor nieuwe handelsakkoorden met Golfstaten en Zuid-Korea, en zelfs voor een mogelijke hernieuwde toetreding tot het Trans-Pacific Partnership – het handelsblok dat Obama ooit ontwierp om China te omzeilen en dat Trump vervolgens direct weer opzegde.

    De APEC-top wordt het podium waarop China zijn model tegenover dat van Trumps Amerika zet: AI als hulpmiddel voor het Globale Zuiden in plaats van een race, voorzichtig klimaatbeleid dat naast dat van klimaatontkenner Trump ineens verantwoord oogt. Tegelijk blijft het risico bestaan dat Washington elk land dat te dicht naar Beijing opschuift alsnog via vage ‘transshipment’-tarieven treft. ‘Betrouwbaar’ is in 2026 een relatief begrip.

    Bangladesh: een kleine revolutie

    In Bangladesh moet 2026 het jaar van de democratische wedergeboorte worden. Na de studentenprotesten die in 2024 het autoritaire bewind van Sheikh Hasina ten val brachten, kreeg Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus de leiding over een interim-regering. De euforie was groot: eindelijk een breuk met vijftien jaar machtsconcentratie en uitholling van instituties.

    Maar het tussenjaar 2025 is vooral een politiek vacuüm. Hervormingsplannen komen traag, juridische basis en uitvoering blijven vaag. Bovendien dreigt het oude patroon van wraakpolitiek terug te keren: het verbod op de partij Awami Moslim Liga en arrestaties van haar aanhangers doen denken aan precies de vergeldingslogica waar Bangladesh van af wilde.

    Als er begin 2026 daadwerkelijk vrije verkiezingen komen, is dat op zichzelf al een kleine revolutie: de stembusgang van 2024 was een farce. Maar wie er ook wint – de bekritiseerde maar kansrijke BNP of islamistische partijen – er liggen enorme dossiers klaar: een textielsector die door Amerikaanse tarieven onder druk staat, jeugdwerkloosheid en de vraag hoe dicht Dhaka naar China durft te kruipen zonder aan de strategische relatie met India te tornen.

    India: tellen is macht herverdelen

    Waar Bangladesh hoopt überhaupt weer verkiezingen te kunnen houden, gebruikt India 2026 om de spelregels zelf te herschrijven via iets ogenschijnlijk neutraals als een census.

    Voor het eerst in zestien jaar worden alle inwoners weer geteld. De operatie – 3,5 miljoen tellers, van de Himalaya tot de regenwouden – moet niet alleen laten zien hoeveel Indiërs er precies zijn, maar vooral wie waar woont, tot welke kaste men behoort en hoe de machtsbalans verschoven is. De uitkomst vormt de basis voor drie gevoelige herschikkingen. Ten eerste: vrouwenquota. Een grondwetswijziging voorziet erin dat een derde van de zetels in het parlement en de deelstaatassemblees na de nieuwe census naar vrouwen gaat. Formeel is dat een sprong vooruit; informeel bestaat de vrees dat mannelijke machthebbers simpelweg echtgenotes en dochters naar voren schuiven.

    Ten tweede: kastegegevens. Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid wordt systematisch gevraagd naar kaste, in een politiek die al decennia draait op kastecoalities en positieve discriminatie India bereidt zich voor op 1,45 miljard mensen, Tuvalu ziet het land letterlijk onderlopen zonder actuele cijfers. Wie talrijker blijkt dan gedacht, zal meer van de koek opeisen; wie krimpt, verliest invloed.

    DOS Tuvalu compressed edited
    Het smalste punt van het eiland Funafuti, Tuvalu. – © Getty Images

    Ten derde: herindeling van kiesdistricten. De demografisch succesvolle, relatief welvarende zuidelijke staten zullen onvermijdelijk zetels afstaan aan het armere, bevolkingsrijkere noorden. Dat versterkt vermoedelijk de greep van Modi’s BJP, die in het noorden domineert, maar is democratisch moeilijk aanvechtbaar: een land waarin de ene stem twee keer zo veel weegt als de andere houdt zichzelf voor de gek.

    Parallel werkt India aan een heel andere vorm van herverdeling: die van digitale macht. AI-toepassingen worden gebouwd bovenop bestaande publieke infrastructuur – Aadhaar, UPI – en gevoed met open datasetprojecten in 22 talen. Het ideaalbeeld: AI als publieke nutsvoorziening, gecontroleerd door instituten die burgers al vertrouwen, in plaats van ondoorzichtige zwarte dozen van Big Tech.

    Tuvalu komt aan wal

    Terwijl India zich voorbereidt op het tellen van 1,45 miljard mensen, telt Tuvalu vooral de jaren tot zijn eiland letterlijk onderloopt. In 2026 zullen de eerste officieel erkende ‘klimaatvluchtelingen’ in Australië arriveren: tot 280 Tuvaluanen per jaar mogen zich er permanent vestigen onder het Falepili-verdrag.

    Op papier gaat het om migratie; in de praktijk is het een juridisch experiment in staatsrecht. Tuvalu heeft met Australië en een groep andere landen afgesproken dat het, zelfs als zijn landoppervlak verdwijnt, zijn status als staat en zijn exclusieve economische zone behoudt. De VN-jurisprudentie schuift langzaam dezelfde kant op: soevereiniteit wordt losgekoppeld van fysieke grond.

    Voor Australië is het verdrag ook een middel om China buiten de veiligheidsarchitectuur van de Pacifische eilanden te houden; Tuvalu moet Canberra eerst raadplegen voordat het andere veiligheidsdeals sluit. En voor Tuvalu zelf dreigt een braindrain: een staat van elfduizend inwoners kan geen honderden ambtenaren missen zonder uitgehold te raken. Zo groeit klimaatadaptatie uit tot een strijdpunt dat mensenrechten, territoriale claims en geopolitieke invloed in de Stille Oceaan onder druk zet.

    In transitie: Japan en Vietnam

    In Japan wordt in 2026 voor het eerst in 77 jaar het familierecht herzien: gezamenlijke voogdij na echtscheiding wordt eindelijk mogelijk. Dat moet de armoede onder alleenstaande moeders terugdringen en vaders dwingen meer financiële en emotionele verantwoordelijkheid te nemen. Tegelijk vrezen vrouwenorganisaties dat de maatregel slachtoffers van huiselijk geweld juist aan hun ex-partner geketend zal houden.

    Intussen schuurt het land langs andere grenzen van traditie en gelijkheid. De eerste vrouwelijke premier is verkozen, maar ze is sociaal conservatief en verzet zich tegen iets ogenschijnlijk eenvoudigs als het recht op verschillende achternamen binnen een huwelijk. Rechtbanken verklaren het verbod op het homohuwelijk ongrondwettig; gemeenten erkennen in de praktijk al duizenden partnerschappen.

    Energie & klimaat 2026: waarom het afbouwen van olie en gas centraal komt te staan

    Wereldwijd groeit het besef dat klimaatdoelen niet haalbaar zijn zonder een scherpe reductie van olie en gas – niet alleen door schonere energiesystemen te creëren, maar ook door daadwerkelijk minder fossiele brandstoffen te winnen.
    Uit angst voor economische verstoring schuiven veel landen die conclusie voor zich uit, maar de terughoudendheid begint scheuren te vertonen.
    Ten eerste verandert de geopolitieke context. De combinatie van extreem weer, nieuwe analyses van het IPCC en toenemende druk van verzekeraars en financiële markten maakt fossiele investeringen risicovoller. Grote fondsen beginnen zich terug te trekken uit olieprojecten met een lange terugverdientijd, terwijl alternatieven – zonne- en windenergie, maar ook opslag en elektrolyse – sneller rendabel worden dan verwacht.
    Ten tweede kantelt de publieke opinie. In Europa en Latijns-Amerika groeit een jongere generatie kiezers op voor wie klimaatbeleid gelijkstaat aan bestaanszekerheid: betaalbare energie, minder luchtvervuiling, minder afhankelijkheid van geopolitiek instabiele leveranciers. Dit zet regeringen onder druk om niet alleen emissies te reduceren maar daadwerkelijk productieplafonds te bespreken. Ten derde verandert het energieland- schap technologisch. De wereldwijde doorbraak van goedkope batterijen, warmtepompen en elektrische industriële processen maakt de klassieke rol van gas als ‘overgangsbrandstof’ steeds dubieuzer.
    Zo ontstaat in 2026 voor het eerst een serieuze internationale discussie waarin het afbouwen van olie en gas zelf – niet alleen mitigatie of compensatie – het hoofdthema wordt. Olieproducenten winnen de slag van de dag, maar verliezen langzaam maar zeker de strijd van het decennium.

    Vietnam kiest een andere route: geen debat, maar doorrammen. Onder partijleider Tô Lâm wordt de private sector officieel tot ‘belangrijkste motor’ van de economie verklaard. Ministeries verdwijnen, provincies worden samengevoegd, tienduizenden ambtenaren kunnen vertrekken. Investeringen in infrastructuur schieten omhoog; de ambitie is een soort turboversie van het oude exportmodel, nu met R&D, financiële hubs en snellere vergunningverlening.

    Maar ook hier is de geopolitiek uiteraard niet te negeren. De VS zijn de grootste afzetmarkt voor Vietnamese export, en zij scherpen de regels tegen ‘doorvoer’ van Chinese goederen juist aan. Als Washington in 2026 echt probeert Chinese componenten uit mondiale ketens te wringen, kan Vietnam ineens klem komen te zitten tussen zijn economische afhankelijkheid van China en zijn strategische flirt met Amerika.

  • De politieke verschuivingen van Europa in 2026

    De politieke verschuivingen van Europa in 2026

    Een oorlog die blijft slepen, een politieke orde die kraakt en een langzaam op gang komende economie. De Russische agressie blijft een test voor veiligheid en energie. Tegelijk verschuiven de fundamenten van de EU door de opmars van radicaal rechts, economische heroriëntatie en het terugkruipen van het VK richting Brussel.

    Rusland: vastgelopen oorlog, groeiende dreiging

    Militair gezien heeft Rusland in Oekraïne minder bereikt dan Vladimir Poetin in 2022 voor ogen had. Na een eerste opmars is er sinds eind 2022 maar weinig extra Oekraïens grondgebied veroverd, tegen de prijs van honderdduizenden gesneuvelde soldaten en een economie die zucht onder oorlogslasten en sancties. Juist omdat een duidelijke overwinning uitblijft, verschuift Poetin zijn strijd naar de rest van Europa. Cyberaanvallen, sabotage en mysterieuze incidenten rond infrastructuur nemen toe. Russische drones dwingen luchthavens in Polen, Duitsland en Denemarken tot tijdelijke sluiting; de Baltische staten oefenen massale evacuaties voor het geval het misgaat. Hoe onveiliger Europeanen zich voelen, hoe groter de kans dat zij hun geld en aandacht verschuiven van steun aan Kyiv naar eigen herbewapening.

    Waar westerse regeringen de oorlog nog altijd als een crisis zien die uiteindelijk ‘opgelost’ moet worden, behandelt Poetin het concept als een permanent kader: een langdurige machtsstrijd met de VS en Europa, bedoeld om het bestaande veiligheidsstelsel te ondermijnen.

    Democratie: AfD en Hongarije als testgevallen

    In Duitsland draait 2026 om de vraag of de radicaal-rechtse AfD het tot nu toe hermetisch gesloten cordon sanitaire – de Brandmauer – weet te doorbreken. De partij werd in 2025 al de op een na grootste van het land en domineert de peilingen in Oost-Duitsland. Als de AfD bij de komende deelstaatverkiezingen een absolute meerderheid behaalt, opent dat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een reële route naar regeringsmacht voor radicaal rechts. Blijft ze net onder de 50 procent, dan zal ze lokale CDU’ers onder druk zetten om toch samen te werken. Elke barst in de Brandmauer zou een politieke aardbeving veroorzaken – en een signaal afgeven aan gelijkgestemde partijen in Europa.

    Viktor Orbán, architect van de ‘illiberale democratie’, staat in het voorjaar opnieuw voor de kiezer. Na jaren waarin hij de rechtsstaat, de media en de Europese besluitvorming naar zijn hand zette, lijkt zijn machtspositie voor het eerst echt wankel. In de peilingen ligt zijn partij Fidesz achter op Tisza, de beweging rond Péter Magyar – zelf een Fidesz-overloper uit Orbáns inner circle.

    Voor Brussel is de inzet helder: een nederlaag van Orbán zou niet alleen de interne EU-besluitvorming vergemakkelijken, maar ook laten zien dat een uitgeholde democratie via verkiezingen nog kan kantelen. Voor aanhangers van ‘sterke mannen’ wereldwijd, van de MAGA-beweging in de VS tot populisten in
    Oost-Europa, wordt Hongarije daarmee een casestudy.

    Economie: voorzichtige vooruitgang

    Op economisch vlak is het Europese verhaal minder somber dan enkele jaren geleden, maar zeker niet zorgeloos. Het oude model – Amerikaanse veiligheidsgarantie, Chinese vraag, goedkope Russische energie en een soepele wereldhandel – is in rap tempo geërodeerd. Tegelijk vergrijst de bevolking en groeit de politieke druk om migratie juist in te perken.

    De naweeën van corona werken nu eerder mee dan tegen: lonen stijgen al langer sneller dan de inflatie en huishoudens hebben extra spaargeld opgebouwd. Nu de onzekerheid afneemt, zullen consumenten meer uitgeven, terwijl stabiele of dalende rentes bedrijven ruimte geven om te investeren, vooral in grote projecten zoals hernieuwbare energie en netverzwaring.

    Defensie is onverwacht een groeisector geworden. De oorlog in Oekraïne en twijfel aan Amerika’s betrouwbaarheid hebben geleid tot een Europese herbewapeningsgolf: Duitsland versoepelde zijn begrotingsregels, de EU zoekt manieren om Russische tegoeden te benutten en fabrieken schakelen over op militaire productie. De sector kan honderdduizenden banen creëren. Maar die opleving heeft een prijs: begrotingstekorten lopen op, vooral in Frankrijk, en ook Italië en Spanje leunen op herstelfondsen en soepelere regels. Hoelang markten en kiezers dit zullen accepteren is onzeker – vooral nu er ook meer geld nodig is voor klimaat, sociale voorzieningen en migratie.

    Brexit 2.0

    In 2026 is het tien jaar geleden dat de Britten bij referendum voor vertrek uit de EU kozen en wordt bovendien het handels- en samenwerkingsakkoord van Boris Johnson formeel herzien.
    De economische schade van brexit – handelsbarrières, zwakkere groei, minder export – wordt inmiddels breed erkend, en een stabiele meerderheid van de Britten noemt het een vergissing. Maar terugkeren is moeilijk: het VK zou een nieuwe lidmaatschapsaanvraag moeten indienen, zonder te kunnen rekenen op vroegere uitzonderingsbepalingen, de EU is zelf ingrijpend veranderd en niemand in Londen wil dit trauma opnieuw beleven.

    Daarom kiest de regering-Starmer voor stille, technische toenadering: stap voor stap worden non-tarifaire handelsbarrières verminderd via afstemming op EU-regels voor voedsel, energie en milieu, voortbouwend op het door Sunak herziene Noord-Ierland-protocol. Geopolitieke druk – Rusland, Trump, het Midden-Oosten – duwt beide kanten richting nauwere samenwerking, vooral op het gebied van defensie en veiligheid. En omdat de angst voor een domino-effect is verdwenen, staat de EU meer open voor flexibele, Zwitserlandachtige vormen van gedeeltelijke integratie.

    Op termijn kan zo een gelaagd Europa ontstaan, waarin ook het VK opnieuw een plek vindt. Niet als lidstaat, maar als nauwe partner binnen een breder samenwerkingsverband.

    Project Europa staat niet stil

    Wat de ontwikkelingen gemeen hebben, is dat ze Europa dwingen zijn politieke en institutionele vorm te herzien: van veiligheidsarchitectuur tot begrotingsregels, van uitbreidingslogica tot de omgang met ex-leden. Of 2026 een jaar van echte doorbraken wordt, valt nog te bezien. Duidelijk is dat het Europese project niet stilstaat en dat de landen eerder naar elkaar toe dan uit elkaar bewegen.

    De Noordpool als geopolitieke zone

    In 2026 wordt de Noordpool sneller dan ooit onderdeel van de wereldeconomie.
    Waar het gebied lange tijd een afgelegen sneeuwbal was, groeit het nu uit tot een knooppunt van scheepvaart, grondstoffenwinning en geopolitieke concurrentie. De zich steeds verder terugtrekkende ijskap – in september 2025 39 procent kleiner dan in 1980 – maakt het mogelijk om langer en verder te varen in Arctische wateren. Tankers, vrachtschepen, onderzoeksvaartuigen en zelfs cruiseschepen zullen in het voorjaar van 2026 in grotere aantallen verschijnen zodra het ijs breekt.
    Maar minder ijs betekent niet per se minder risico: drijvend ijs is onvoorspelbaar, kustlijnen lijden onder stormen en stijgende zeeën, en smeltende permafrost ondermijnt gebouwen en pijpleidingen. De Arctische economie is dan ook extreem afhankelijk van prijzen, verzekeringen en van de politiek.
    Een beëindiging van de oorlog in Oekraïne zou Russische Arctische projecten opnieuw openstellen voor westers kapitaal. Maar zolang er sancties gelden, zal Rusland zich blijven richten op China, dat nu al de grootste afnemer is van Arctische olie, gas en mineralen. De VS trekken intussen hun eigen plan: de regering-Trump wil Alaska’s olie-export verdubbelen, al zijn de kosten van nieuwe pijpleidingen astronomisch.
    Op zee wordt de Northern Sea Route (NSR) – langs de Russische kust – het belangrijkste experiment van 2026. Door de onveiligheid in de Rode Zee is de belangstelling voor deze kortere route groter geworden, al blijft hij seizoensgebonden en politiek gevoelig. Een Chinese containerdienst voer in 2025 voor het eerst rechtstreeks via de NSR naar Groot-Brittannië; Zuid-Korea test de route in 2026.
    Ook strategische grondstoffen spelen een grotere rol. China’s exportbeperkingen op zeldzame aardmetalen vergroten de waarde van Arctische voorraden, wat weer de Amerikaanse interesse in Groenland verklaart. Ondertussen breidt Alaska de haven van Nome uit tot de eerste diepwaterhaven dicht bij de Beringstraat: een infrastructuurverschuiving die de regio definitief in de mondiale economie trekt.

  • De onzekere toekomst van het Midden-Oosten

    De onzekere toekomst van het Midden-Oosten

    Het Midden-Oosten is in 2025 tegelijk drastisch veranderd en hardnekkig hetzelfde gebleven: Iran en zijn milities zijn verzwakt, Assad is gevallen en Israël viel voor het eerst Iran zelf aan, maar geen van de onderliggende conflicten is opgelost. Ook in 2026 blijft de regio de wereldagenda bepalen, terwijl zij zelf niet weet welke kant het op gaat. Toch ontstaan er, ondanks oorlog en politieke stagnatie, ook zones van vooruitgang.

    Gaza: wederopbouw in een gespleten land

    Na de oorlog is Gaza opgesplitst in een door Israël gecontroleerde ring en een kleinere, zwaar overbevolkte enclave waar twee miljoen ontheemden onder Hamas-heerschappij in kampen leven. Het nieuwe bestuurlijke model creëert twee realiteiten: een ‘Gaza Oost’ dat wordt ingericht als etalageproject – met een belastingvrije zone bij Rafah en een nieuw havencomplex, gefinancierd door de Golfregio en uitgevoerd door Egyptische bedrijven – en een ‘Gaza West’ dat blijft hangen in chronische noodhulp, grotendeels gefinancierd door Qatar.

    Economische veerkracht en groene omslag

    Ondanks politieke instabiliteit boeken diverse landen in het Midden-Oosten vooruitgang met economische transformatieprogramma’s. Saoedi-Arabië, de VAE en Marokko investeren fors in groene energie, waterstof en nieuwe industrieën, wat volgens IMF-ramingen in 2026 voor een deel van de regio tot bovengemiddelde groei kan leiden. Marokko en Jordanië versterken hun rol in de ontwikkeling van zonne-energie en duurzame wateroplossingen; de VAE en Qatar trekken wereldwijd talent aan via technologie- en klimaatprogramma’s. Zo ontstaat een onverwachte positieve dynamiek: een regio die door klimaatrisico’s extra kwetsbaar is, blijkt tegelijk een van de snelste ontwikkelaars van groene technologie in het mondiale Zuiden.

    De Trump-regering probeert via een internationale stabilisatiemacht en een zogeheten Board of Peace Hamas tot ontwapening te dwingen. Er wordt gespeculeerd over een rol voor Marwan Barghouti, die eventueel uit de gevangenis zou kunnen worden vrijgelaten en naar Gaza verbannen, in de hoop dat hij Hamas ooit via verkiezingen kan verslaan. Maar zolang Israël verdergaat met annexaties op de Westoever en de Palestijnse Autoriteit leegloopt, blijft een levensvatbare Palestijnse staat vooral theoretisch.

    Israël: beschadigde status quo

    Israël begint 2026 in een toestand van militaire pauze maar politieke uitputting. Na gedwongen wapenstilstanden met zowel Hamas als Iran is er geen overwinning, maar een beschadigde status quo. Premier Netanyahu probeert die ambiguïteit politiek te benutten. Met verkiezingen uiterlijk in oktober 2026 en afkalvende steun voor zijn rechtse en ultraorthodoxe blok verschuift hij de aandacht opnieuw naar een vertrouwd slagveld: de strijd om de rol van het Hooggerechtshof en de liberale instituties. Zo wordt 2026 mogelijk óf het jaar van zijn laatste, polariserende campagne, óf het eerste jaar van een moeizame herbouw van vertrouwen in de Israëlische democratie.

    Iran en de schaduw van een tweede oorlog

    Iran gaat 2026 in als het land dat een kort maar intens conflict heeft doorstaan en met een zwaar beschadigd, maar niet-opgegeven nucleair programma achterblijft. Bondgenoten zoals Hamas en Hezbollah zijn verzwakt maar niet verslagen. De kernvraag is of er een politieke deal met de VS mogelijk is, of dat de regio afstevent op een tweede, bredere confrontatie. Als Teheran de Amerikaanse eisen ziet als een poging tot regimeverandering, kan het conflict zich uitbreiden naar de Golfregio en de olie-infrastructuur, wat opnieuw Amerikaanse betrokkenheid afdwingt – dit keer vooral ter bescherming van Arabische bondgenoten.

    Golfstaten: tussen Amerikaanse veiligheid en Israëlische normalisatie

    De Golfstaten bevinden zich in een strategische spagaat. Saoedi-Arabië blijft het grote doelwit bij de Amerikaanse poging om de Abraham-akkoorden uit te breiden: erkenning van Israël door Riyad zou een domino-effect creëren in de Arabische wereld. Maar de Saoedische leiding houdt vol dat normalisatie van de betrekkingen met Israël zonder geloofwaardig vredesproces met de Palestijnen ondenkbaar is. Tegelijk groeit de kans dat de VS en Saoedi-Arabië een formeel defensiepact sluiten, zelfs zonder normalisatie. Dat verdiept de veiligheidsrelatie, maar versterkt ook het ongemak: Washington wordt tegelijkertijd gezien als onmisbaar én onbetrouwbaar.

    Syrië: het echte werk begint

    Na de val van Assad richt Syrië zich ogenschijnlijk op normalisatie en wederopbouw. De nieuwe president, Ahmed al-Sharaa, werd internationaal ontvangen, sancties lijken op weg naar versoepeling en banken bereiden heropening voor. Toch is het land op de grond grotendeels verwoest. Hoewel miljoenen Syriërs zijn teruggekeerd, blijven stadswijken in puin liggen en is de rechtsorde fragiel. De gevreesde geheime dienst is minder zichtbaar, maar sektarische spanningen steken opnieuw de kop op – met aanvallen op alawieten en druzen die het beeld van een ‘nieuw Syrië’ ondermijnen. Wederopbouw blijft voorlopig vooral een diplomatiek concept, geen realiteit.

    Palestijnen: een paradox

    Voor de Palestijnen ontstaat een paradoxaal beeld. In Gaza zijn miljoenen mensen afhankelijk van VN- hulp en onderworpen aan een verzwakt maar standhoudend Hamas-regime dat, ondanks zware militaire verliezen, nog steeds de feitelijke macht in handen heeft. De enclave balanceert tussen humanitaire nood en politieke stilstand, waarbij elke vooruitgang in wederopbouw afhankelijk is van buitenlandse financiering en Israëlische goedkeuring.

    Op de Westoever kondigt Mahmoud Abbas verkiezingen aan voor uiterlijk oktober 2026, maar zijn autoriteit is zo ver uitgehold dat de aankondiging eerder voelt als een ritueel dan als een perspectief op echte politieke vernieuwing. De instellingen van de Palestijnse Autoriteit functioneren slechts gedeeltelijk; wantrouwen en vermoeidheid overheersen onder de bevolking.

    Voorzichtig richting stabilisatie

    Hoewel er nog conflicten zijn, komt er in 2026 op meerdere fronten diplomatieke toenadering. Egypte en Turkije hebben hun ambassades heropend, Saoedi-Arabië en Iran praten weer over grensveiligheid, en regionale samenwerking rond water en energie groeit. Samen wijst dat op een voorzichtige beweging richting stabilisatie. Ook bínnen de Golfregio wordt intensiever samengewerkt op het gebied van luchtvaart, energie en logistiek. Deze kleine diplomatieke verschuivingen lossen geen grote conflicten op, maar verminderen wel de directe risico’s op escalatie en creëren ruimte voor economische projecten die jarenlang onmogelijk leken.

    Tegelijk blijven figuren zoals Marwan Barghouti rondspoken als mogelijke sleutelfiguur: iemand die zowel in Gaza als op de Westoever legitimiteit zou kunnen hebben en dus een brug zou kunnen slaan tussen twee Palestijnse werkelijkheden die steeds verder uit elkaar groeien. Maar zijn daadwerkelijke invloed is uiterst onzeker. Niet alleen omdat hij gevangenzit, maar ook omdat elke toekomstige rol voor hem – of voor wie dan ook – volledig afhankelijk blijft van regionale en internationale machtsverhoudingen: van Israëlische restricties, Amerikaanse druk, Qatarese financiering en de strategische belangen van Egypte en de Golfstaten.

    Zo ontstaat een situatie waarin de Palestijnen zelf nauwelijks speelruimte hebben, terwijl de contouren van hun politieke toekomst grotendeels buiten hen om worden bepaald.

    Amerika: onvoorspelbaar

    Over alle dossiers heen blijven de VS de bepalende externe actor. De regering-Trump beëindigt conflic- ten, dwingt wapenstilstanden af, trekt sancties in en tekent deals, maar vergroot tegelijkertijd de onzekerheid. Bondgenoten weten niet of Washington Israël zal intomen of juist aansporen. Golfstaten twijfelen aan de betrouwbaarheid van de Amerikaanse veiligheidsparaplu. Iran ziet een macht die bemiddelt, maar ook bombardeert. De regio moet dus op Amerika rekenen, maar heeft geen idee welk Amerika dat zal zijn.

    Burgerinitiatieven, jeugdbewegingen en culturele bloei

    Onder de oppervlakte broeit een nieuwe maatschappelijke energie. In Libanon, Irak, Jordanië en Tunesië ontstaat een generatie jongeren die zich los van partijpolitiek organiseert rond corruptiebestrijding, vrouwenrechten en klimaatactie. Cultureel gezien is de regio opvallend vitaal: Egyptische en Jordaanse films halen internationale festivals, de Saoedische kunstscene professionaliseert snel en Libanese en Palestijnse schrijvers en muzikanten vinden wereldwijd publiek. Deze civiele en culturele dynamiek staat vaak los van de politieke stagnatie.

  • Een beslissend jaar voor Noord- en Zuid-Amerika

    Een beslissend jaar voor Noord- en Zuid-Amerika

    In Noord- en Zuid-Amerika wordt 2026 een beslissend jaar voor de vraag wie het woord heeft (of neemt) – over het verleden, over de staat en over de toekomst van de democratie. Zuid-Amerika balanceert tussen radicale experimenten en pogingen tot normalisering, met Argentinië en Brazilië als laboratoria voor economische en politieke koerswijzigingen.

    Wie het verleden beheerst…

    Dat Donald Trump geen fijnzinnig stilist is, weerhoudt hem er niet van het perfecte beeld te kiezen voor Amerika’s 250ste verjaardag: een UFC-kooi op het gras van het Witte Huis, waar vechters elkaar op 4 juli te lijf zullen gaan. Er komen parades, vuurwerk en herdenkingsmunten, maar het gevecht in de achthoek vat de stemming beter samen dan welke patriottische ceremonie ook. Met één verschil: in de UFC gelden nog regels van sportiviteit die in het Amerikaanse politieke gevecht grotendeels verloren gingen.

    Zelfs hóé het jubileum gevierd wordt, is onderwerp van polarisatie: naast het America250-comité, dat officieel uit Democraten en Republikeinen bestaat, heeft Trump na zijn terugkeer in het Witte Huis zijn eigen Task Force 250 opgericht, waarvan hij alle leden zelf heeft benoemd. Hoe deze twee commissies moeten samenwerken is onduidelijk, en het is de vraag of Trumps taskforce gevoelige thema’s, zoals Washingtons slavernijgeschiedenis of ‘dekoloniserende’ en lhbti+-inclusieve benaderingen, überhaupt wil omarmen.

    Die strijd om het verleden wordt in 2026 wel heel letterlijk gevoerd. Trump liet een audit uitvoeren van de National Historic Landmarks – federale erfgoedsites zoals historische huizen, slagvelden en musea – om wat hij ‘divisive narratives’ noemt terug te dringen: interpretaties die volgens hem te veel nadruk leggen op slavernij, racisme of andere pijnlijke hoofdstukken uit de Amerikaanse geschiedenis, en te weinig op nationale grootsheid. Bordjes over slavernij verdwijnen op sommige plekken; de vraag wie de verhalen vertelt, wordt net zo belangrijk als wát er verteld wordt. Was het tweehonderdjarig jubileum van 1976, ondanks Vietnam en Watergate, nog een gezamenlijke, zij het omstreden viering, het tweehonderdvijftigjarig gedenkfeest wordt vooral een gevecht om interpretatie. George Orwells inzicht – wie het heden beheerst, beheerst het verleden; wie het verleden beheerst, beheerst de toekomst – is zelden zo letterlijk beleidsprogramma geweest.

    Argentinië: van kettingzaag naar rekenkamer

    De Argentijnse Javier Milei, de libertaire president met de metaforische ‘fiscale kettingzaag’, heeft na een moeilijk eerste jaar een overtuigende overwinning in de tussentijdse verkiezingen geboekt. Hierdoor krijgt hij een sterkere positie, maar nog steeds geen absolute meerderheid in het parlement. Dat betekent dat zijn derde regeringsjaar draait om iets wat minder goed bij zijn publieke imago past: onderhandelen.

    Macro-economisch balanceert Argentinië op het randje. De poging om de peso kunstmatig sterk te houden drukte zwaar op de munt; alleen een uitzonderlijke reddingslijn uit Washington hield de situatie tot de verkiezingen stabiel. In 2026 zal Milei vrijwel zeker het wisselkoersregime moeten hervormen: een vrijer zwevende peso, minder kapitaalcontroles, mogelijk zelfs een klassieker monetair beleid. Dat levert eerst een inflatiepiek op, maar kan daarna leiden tot groei, investeringen en reserves.

    Als markten vertrouwen krijgen in Mileis koers, kan Argentinië in 2026 terugkeren naar de internationale kapitaalmarkten. Dan staan arbeidsmarkt- en belastinghervormingen op de agenda, evenals een begroting met een stevig primair overschot. Of dat lukt, hangt volledig af van Mileis vermogen om provincies en gematigde oppositiepartijen mee te krijgen.

    DOS Milei compressed edited scaled
    De Argentijnse president Javier Milei viert zijn overwinning in de mid-termverkiezingen in oktober j.l. – © Getty Images

    Brazilië: een megaverkiezing

    In Brazilië fungeert oktober 2026 als een soort groot nationaal referendum over een decennium polarisatie. Kiezers kiezen dan tegelijk een president en een vicepresident, twee derde van de senaat, alle gouverneurs en meer dan vijftienhonderd volksvertegenwoordigers. Waar de afgelopen jaren werden gedomineerd door de botsing tussen Jair Bolsonaro en Luiz Inácio Lula da Silva, lijkt nu een zekere verzadiging op te treden.

    Bolsonaro zelf is uitgeschakeld: in 2025 werd hij veroordeeld voor zijn poging een coup te organiseren na zijn verkiezingsnederlaag. Pogingen om via zijn zonen of echtgenote een politieke dynastie op te bouwen stuiten op scepsis. Tegelijk is ook de vermoeidheid ten opzichte van Lula voelbaar. De inmiddels negenenzeventigjarige president flirt met een vierde termijn, maar een grote meerderheid van de bevolking vindt dat hij niet opnieuw zou moeten kandideren. Zijn waarderingscijfers zijn hoog genoeg om serieus mee te doen, maar niet om de onbetwiste favoriet te zijn.

    Daartussenin ontstaat ruimte voor meer klassieke centrum- en centrumrechtse kandidaten, vaak gouverneurs met een reputatie van degelijk bestuur: Tarcísio de Freitas (São Paulo), Ratinho Júnior (Paraná), Ronaldo Caiado (Goiás). Ze spreken Bolsonaro’s achterban niet frontaal tegen, beloven hem zelfs gratie, maar nemen afstand van zijn confronterende stijl. Als het deze groep lukt coalities te smeden in het versnipperde partijsysteem, kan 2026 het begin markeren van een relatieve depolarisatie, al blijft het risico bestaan dat radicaal-rechts via het parlement alsnog een meerderheid verovert om rechters en instituties aan te pakken.

    Cultuurexplosie

    Latijns-Amerika ontwikkelt zich in rap tempo tot het kloppende hart van de wereld.
    En 2026 belooft het jaar te worden waarin dat onmiskenbaar zichtbaar wordt. In de mondiale entertainmentindustrie zijn Latijns-Amerikaanse makers inmiddels richtinggevend: hun muziek, series, films en formats bepalen trends, ritmes en esthetische opvattingen wereldwijd.
    De motor achter die groei is deels technologisch. Streaming heeft grenzen weggevaagd, waardoor Latijns- Amerikaanse producten veel sneller een mondiaal publiek vinden. Netflix kondigde in 2025 aan maar liefst 1 miljard dollar te investeren in producties in Mexico, en Vix – het Spaanstalige platform van TelevisaUnivision – wordt het snelst groeiende streamingplatform van de Amerika’s. Daardoor kunnen lokale producenten in Mexico, Brazilië en Colombia series en films maken die niet alleen nationaal scoren, maar ook prijzen winnen op internationale festivals.
    Het succes van Bajo las banderas, el sol (Under the Flags, the Sun), een Paraguayaanse documentaire over de dictatuur, laat zien dat ook politiek en historisch materiaal wereldwijd weerklank kan vinden. Verschillende regeringen ondersteunen de sector actief: Brazilië herstelde quota die bioscopen verplichten om een minimum aantal dagen per jaar Braziliaanse films te vertonen, en boekte een symbolische overwinning toen de film Ainda Estou Aqui (I’m Still Here) in 2025 de Oscar voor Beste Internationale Film won – een primeur voor het land.
    Minstens zo invloedrijk is de muziek. De Latijnse muziekmarkt groeit explosief en genereerde in 2024 al een omzet van 1,4 miljard dollar in de Verenigde Staten. Regionale Mexicaanse muziek is nu de lucratiefste subcategorie, terwijl supersterren als Bad Bunny, Karol G, Peso Pluma en Bizarrap de wereldwijde hitlijsten domineren. Bad Bunny treedt zelfs op tijdens de Super Bowl-halftime show van februari 2026, een cultureel ijkpunt dat de verschuiving bevestigt. Tegelijk sijpelt de tresilloritmiek van reggaeton door in Engelstalige pop; zelfs artiesten als Ed Sheeran gebruiken de Latijns-Amerikaanse cadans.

    Cariben en Centraal-Amerika

    Aan de noordrand van Zuid-Amerika laat Haïti zien hoe ver instorting kan gaan. Sinds de moord op president Jovenel Moïse in 2021 is de staat praktisch verdwenen: er zijn geen nationaal gekozen functionarissen meer, een overgangsraad is vooral fictie en gewapende bendes controleren hoofdstad en verkeersaders. Eerdere pogingen om met een kleine, door Kenia geleide politiemissie orde te scheppen mislukten; geïmproviseerde dronebommen en wederzijds geweld maakten de situatie alleen grimmiger. Voor 2026 staat een grotere, door de VN-Veiligheidsraad gesteunde Gang Suppression Force gepland, bestaande uit ruim vijfduizend politiemensen en militairen. Deze zou, met betere logistieke steun dan de vorige missie, iets meer grip moeten kunnen krijgen op de veiligheid. Maar zelfs in het gunstigste scenario blijft Haïti een land in humanitaire nood: hongersnood, cholera, gesloten scholen en klinieken tekenen een samenleving waar verkiezingen voorlopig sciencefiction zijn. De schaduw van vorige VN-missies – met seksueel misbruik en een eerdere choleraepidemie – maakt internationale betrokkenheid moreel beladen en politiek precair.

    El Salvador beweegt ondertussen in de tegenovergestelde richting: geen afbrokkelende, maar een opvallend strak aangestuurde staat. President Nayib Bukele, begin veertig, heeft in rap tempo alle institutionele checks-and-balances geneutraliseerd: hij herschreef via loyale rechters de regels voor herverkiezing en schafte vervolgens de termijnlimiet geheel af. Sinds 2021 geldt een permanente noodtoestand; naar schatting 85.000 mensen zitten vast, wat El Salvador het hoogste detentiepercentage ter wereld oplevert. De bendegeweldstatistieken zijn indrukwekkend gedaald, maar mensenrechtenorganisaties wijzen op geheime deals met gangleiders en massale willekeur.

    In 2026 draait het om twee vragen: kan Bukele de economische kosten van zijn regime beheersen – lage groei, hoge schuld, bezuinigingseisen van het IMF – en blijft zijn populariteit rond de 80 procent of zakt die weg? In een ‘normale’ democratie zou dat electorale risico’s opleveren; in El Salvador, waar media, ngo’s en rechtspraak onder zware druk staan en oppositiefiguren vervolgd worden, lijkt zijn macht voorlopig eerder geconsolideerd dan kwetsbaar. De steun en openlijke bewondering van Trump in Washington verminderen bovendien het laatste beetje internationale druk.

  • Xi Jinping: ‘Hereniging van China en Taiwan is onvermijdelijk’

    Xi Jinping: ‘Hereniging van China en Taiwan is onvermijdelijk’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Zohran Mamdani beëdigd als nieuwe burgemeester van New York

    » Zwitserland: brand in een bar veroorzaakt 40 doden en 115 gewonden

    Taiwan zal zijn soevereiniteit ‘krachtig verdedigen’

    De Chinese president Xi Jinping verklaarde woensdag dat de hereniging van Taiwan en het Chinese vasteland ‘onvermijdelijk’ is, meldt de South China Morning Post. ‘De mensen aan beide zijden van de Straat van Taiwan zijn met bloedbanden aan elkaar verbonden’, benadrukte de Chinese leider in een nieuwjaarstoespraak tot de natie, slechts enkele uren voor Nieuwjaar.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Deze uitspraken deed hij kort nadat het Chinese leger ‘op maandag en dinsdag grootschalige militaire oefeningen rond het eiland heeft uitgevoerd, die werden gepresenteerd als een duidelijke waarschuwing aan separatistische krachten’, aldus de krant uit Hongkong.

    De Taiwanese president reageerde woensdagavond in zijn eigen nieuwjaarstoespraak op tv op Xi Jinpings uitspraken. Hij beloofde ‘de soevereiniteit’ van het eiland ‘krachtig te verdedigen’ en ‘de nationale defensie te versterken’ door ‘effectieve afschrikkingscapaciteiten’ te ontwikkelen.

  • President Colombia: ‘VS hebben cocaïnefabriek in Venezuela gebombardeerd’

    President Colombia: ‘VS hebben cocaïnefabriek in Venezuela gebombardeerd’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Syrië zet geen gezichten meer op bankbiljetten

    » VS: artiesten annuleren optredens in Kennedy Center wegens naamswijziging

    De fabriek ontkent en spreekt van een elektriciteitsprobleem

    In een lang bericht op X suggereerde de Colombiaanse president Gustavo Petro dinsdag dat de VS een faciliteit van het Nationale Bevrijdingsleger (ELN) onder vuur hadden genomen. Deze Colombiaanse guerrillagroep heeft deels de controle over de regio Catatumbo, die belangrijk is voor de cocaïneproductie, grenst aan Venezuela en vlakbij de haven van Maracaibo ligt, waar volgens Petro de aanval plaatsvond.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘De president noemde het bedrijf niet bij naam, maar er is een fabriek in Maracaibo genaamd Primazol, die grondstoffen importeert en die sinds 24 december verschillende verklaringen heeft afgegeven waarin ontkend wordt dat de fabriek die nacht gebombardeerd is’, meldt El País. Het bedrijf beweerde dat er brand was uitgebroken na een elektriciteitsprobleem. Donald Trump had eerder een eerste Amerikaanse grondaanval op de Venezolaanse kust bevestigd, maar zonder de exacte locatie te specificeren.

  • China begint militaire oefeningen rond Taiwan

    China begint militaire oefeningen rond Taiwan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Griekenland: 460 migranten gered voor de kust van Kreta

    » Trein ontspoort in Mexico: minstens dertien doden

    De acties zijn een ‘waarschuwing tegen buitenlandse inmenging’

    Het Chinese leger is maandag begonnen met militaire oefeningen rond Taiwan, die volgens China ‘legitiem en noodzakelijk’ zijn om de nationale eenheid te bewaren. De oefeningen begonnen ‘kort nadat Washington de grootste wapenverkoop in de geschiedenis aan Taiwan had goedgekeurd’, meldt de South China Morning Post. De Chinese autoriteiten verklaarden dat deze oefeningen een waarschuwing vormen aan ‘separatistische krachten’ en een waarschuwing tegen buitenlandse inmenging.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het leger heeft gespecificeerd dat de manoeuvres plaatsvinden in de wateren en het luchtruim van de Straat van Taiwan, evenals in gebieden ten noorden, zuidwesten, zuidoosten en oosten van het eiland, zo meldt de Hongkongse krant. ‘Torpedobootjagers, fregatten, gevechtsvliegtuigen, bommenwerpers en drones’ zullen worden ingezet als onderdeel van deze oefeningen, die ook ‘schietoefeningen met scherpe munitie’ zullen omvatten, waarschuwde het commando van het Volksbevrijdingsleger.