Onderwerpen: immigratie

  • In Bulgarije worden mensensmokkelaars geworven via Telegram

    In Bulgarije worden mensensmokkelaars geworven via Telegram

    Op de Balkan worden via de zwarte markt op berichtendienst Telegram oproepen gedaan om voor een aanzienlijk bedrag immigranten te smokkelen. Bij deze Bulgaarse chauffeur gaat bijna alles mis. En naar het geld kan hij fluiten.

    Vladislav [niet zijn echte naam] leidt geen bijzonder turbulent leven. Hij woont in een stad in het noordoosten van Bulgarije, waar hij in een fabriek werkt, in ploegendienst. De eentonigheid van zijn baan en het magere salaris dat hij verdient brengen hem in de verleiding om dingen te doen die ver buiten zijn dagelijkse routine vallen – in dit geval zelfs buiten de wet. 

    Via een advertentie in een anoniem kanaal op berichtendienst Telegram begint Vladislav in september 2023 een nieuwe loopbaan als ‘handelaar in illegale immigranten’. Hij aarzelt aanvankelijk, maar het geld dat hem in het vooruitzicht wordt gesteld is toch te verleidelijk. Vladislav reageert op een bericht dat gebruiker Dark Haker heeft geplaatst, waarin wordt gezocht naar een ‘vervoerder tegen betaling van een groot bedrag’. Vladislavs’ interesse is daarmee al snel gewekt. Dark Haker biedt eerst 650 euro, dan 750, en uiteindelijk iets meer dan 1000 dollar voor het vervoeren van vier vluchtelingen van Boergas naar Sofia. 

    Internetchats

    Illegale migranten de grens over zetten is niet langer alleen voorbehouden aan professionele smokkelaars; het wordt tegenwoordig ook gedaan door mensen die ‘gewoon geld willen verdienen’. Het werven van dergelijke ‘eendagssmokkelaars’ vindt en plein public plaats in internetchats die voor iedereen toegankelijk zijn.

    Nadat hij akkoord is gegaan met het aanbod om de vluchtelingen te vervoeren, vertrekt Vladislav vrijwel onmiddellijk naar Boergas. De opdracht is relatief eenvoudig: haal de vier vluchtelingen op en rijd dan rechtstreeks naar Sofia, zonder onderweg ergens te stoppen. Er moet bij aankomst in Sofia een video-opname worden gemaakt van het tellen van de migranten, en er worden regelmatig screenshots van zijn locatie verwacht, zodat de organisatoren weten waar hij is.

    Die avond krijgt hij de exacte coördinaten van de plaats waar hij heen moet rijden om de vluchtelingen op te halen. De locatie is een zandweg in Strandzja, tussen Kroesjevets en de Jasna Poljana-dam. 

    Als hij daar aankomt, ziet Vladislav in het schijnsel van mobiele telefoons de eerste vluchteling opdoemen: een man in donkere kleren met een rugzak. Hij heeft een kaalgeschoren hoofd, een baard en een snor. ‘Daarna verschenen er nog zes,’ vertelt Vladislav. Terwijl de afspraak was dat hij er vier mee zou nemen, waren het er opeens zeven. En in zijn sedan passen maar vijf mensen. Uiteindelijk neemt hij ze allemaal mee richting Sofia: vijf achterin en twee naast hem voorin.

    De communicatie met de migranten in de auto verloopt moeizaam. Slechts een van hen spreekt een beetje Engels. ‘Ze maakten voornamelijk selfies met hun telefoons,’ vertelt Vladislav. Met behulp van een vertaalapp begrijpt hij dat ze uit Afghanistan komen en dat hun volgende stop Servië is, met eindbestemming Duitsland. Ze hebben 3000 euro per persoon betaald voor hun reis door Bulgarije. 

    Vage aanwijzingen

    De aanwijzingen die Vladislav onderweg krijgt blijven erg algemeen. Hij moet achter een vrachtwagen gaan rijden en via de app Waze in de gaten houden waar de politie gesignaleerd is. ‘Werd je aangehouden, dan was je er gloeiend bij,’ zegt hij.

    Bij aankomst maakt Vladislav zoals gevraagd een filmpje van de vluchtelingen die uitstappen. Volgens zijn correspondentie met een tweede contactpersoon, met een Pakistaans nummer, is dit een vereiste om betaald te worden. Na het maken van de video stappen de zeven migranten ineens weer in de auto. Een paar minuten later krijgen ze aanwijzingen op hun telefoon en stappen ze alsnog uit. 

    Vladislav was verteld dat hij de helft van het bedrag – 500 euro – van de vluchtelingen zelf zou krijgen. Bij aankomst in Sofia, kort voordat de zeven uiteindelijk de auto verlaten, krijgt hij echter heel andere instructies: hij moet geen geld aannemen van de vluchtelingen, omdat die het misschien nodig hebben voor de rest van de reis naar Duitsland. 

    Maar dan neemt het verhaal nog een andere wending: Vladislav moet wachten op een andere man die betrokken is bij de smokkel en die hem zal betalen. Maar die blijkt nog te slapen, hoort hij van de man achter het Pakistaanse nummer. 

    Op een parkeerplaats in Sofia probeert hij zelf wat te slapen. Als dat niet lukt, neemt hij weer contact op met de contactpersoon met het Pakistaanse nummer, die hem uitlegt dat ‘het doorspelen van het geld’ nog niet heeft plaatsgevonden, ‘maar het is in orde’, ‘geen probleem’ en ‘er is niets aan de hand’. Vladislav antwoordt: ‘Er is nog niets mijn kant op gekomen, zoals we wel hadden afgesproken.’ 

    Desondanks blijft de organisator beweren dat alles in orde is. Latere communicatie met zowel het Bulgaarse als het Pakistaanse nummer maakt duidelijk dat de organisatoren elkaar niet kennen en dat de coördinatie elders plaatsvindt. Het Bulgaarse nummer had gesuggereerd dat Vladislav in Plovdiv zou worden betaald, maar tegen die tijd was hij al vertrokken.

    ‘Er is nog niets mijn kant op gekomen, zoals we wel hadden afgesproken’ 

    Vladislav begint ernstige twijfels te krijgen, maar hij heeft de hoop op zijn honorarium nog niet helemaal opgegeven. In ieder geval heeft geen van zijn twee contactpersonen het contact tot nog toe verbroken.

    Als hij de volgende dagen verschillende aanbiedingen krijgt voor een tweede rit, voor nog meer geld – vier mensen voor 500 euro per persoon, bijvoorbeeld – stemt hij in, onder de voorwaarde dat hij bij aankomst ook de 1000 euro die hij nog tegoed heeft zal ontvangen.

    Tijdens zijn tweede rit, naar een plaats die niet ver van de eerste eindbestemming ligt, raakt Vladislav de weg kwijt. Zijn telefoon heeft geen bereik en daarom kan hij geen verbinding maken met de gps-app, of met zijn contactpersoon. Uiteindelijk, na uren rondzwerven, gaat hij alleen terug. ‘Vreemd genoeg was de organisator op de hoogte van mijn situatie; toen we contact hadden, wenste hij me een goede reis terug.’

    De vergeefse tweede rit is voor Vladislav geen reden om niet toch nog een derde poging te wagen: dit keer met een ander startpunt, een paar kilometer van de grensovergang met Turkije bij Lesovo, in de regio Jambol. Daar moet hij vijf migranten oppikken. Maar er komt niemand opdagen. De contactpersoon belooft dat hij nog 250 euro krijgt en 1000 euro van ‘de Arabier die de mensenhandel heeft georganiseerd’. 

    Kort voordat hij wil vertrekken, wordt Vladislav aangehouden door de grenspolitie. Niet zo verrassend, want in tegenstelling tot de eerste twee locaties ligt deze plek in het zicht van een controlepost. Hij moet zijn telefoon afgeven, met daarop de correspondentie met de organisatoren. Zijn auto wordt van onder tot boven uitgekamd. ‘Ik zei dat het mijn eerste keer was,’ vertelt hij. Maar ze bieden hem direct twee opties: meewerken of gearresteerd worden. Vladislav kiest de eerste.

    Fluiten naar het geld

    Alleen kan hij de grenspolitie nauwelijks van dienst zijn. Er zitten geen vluchtelingen in de auto en zijn contactpersonen zijn allemaal anoniem. Als hij zou worden betrapt met migranten, zou hem een onvoorwaardelijke straf boven het hoofd hangen. ‘Eén ding wisten ze heel zeker: ik zou geen enkele lev [de Bulgaarse munteenheid] krijgen voor mijn werk,’ zegt Vladislav, die naar huis wordt gestuurd.

    Slechts een van zijn drie ritten is succesvol afgerond. Financieel is hij er zelfs op achteruit gegaan, want hij moest zelf de benzine betalen. Na een week besluit Vladislav zijn nieuwe carrière vaarwel te zeggen.

    Financieel is Vladislav er zelfs op achteruit gegaan, want hij moest zelf de benzine betalen

    Achteraf beseft hij dat het behoorlijk naïef was om geld te verwachten, nadat hij voor zijn eerste rit niet betaald kreeg. Bovendien realiseert hij zich nu dat hij zichzelf meerdere keren in gevaar heeft gebracht. Ondertussen ziet hij nog steeds Telegram-feeds voorbijkomen met advertenties voor vluchtelingenvervoer, tussen de aanbiedingen voor drugs, nepparfum en nepdiploma’s.

    Wat hem inmiddels opvalt, is dat ‘het barst van de mensen zoals ik die gaan rijden, maar naar hun geld kunnen fluiten’. Hij probeert anderen sindsdien te waarschuwen ‘om niet gepakt te worden’. 

  • Verscherpte grenscontroles leiden tot meer geld voor smokkelaars – en meer doden op zee

    Verscherpte grenscontroles leiden tot meer geld voor smokkelaars – en meer doden op zee

    Sinds de landen rond de Middellandse Zee hun controles hebben aangescherpt, zijn de ‘handelaren in hoop’ ertoe gedwongen nieuwe – en gevaarlijkere – manieren en routes te vinden om migranten te smokkelen. ‘Smokkelaars bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis.’

    Vanaf 2015, toen de vluchtelingenstroom onhoudbaar groot was, hebben Europese en nationale instanties van de landen rond de Middellandse Zee enerzijds reddingsoperaties georganiseerd en anderzijds controles aangescherpt. Maar de mensensmokkelaars, die hun onmenselijke werk tot een wetenschap hebben verheven, blijven migranten in levensgevaar brengen, omdat er veel geld mee te verdienen valt. In bepaalde gevallen, schreef The New Humanitarian, is de dienst die een mensensmokkelaar levert voor hemzelf de laatste strohalm. In andere gevallen biedt dit werk economische vooruitzichten die het leven van zijn familie kan veranderen.

    De routes vanuit Afrika en Turkije veranderen voortdurend, de vertrekpunten ook, de drijvende wrakken hebben soms ‘echte’ kapiteins en soms migranten die de rol van kapitein op zich nemen om niet te hoeven betalen voor de overtocht. De mensensmokkelaars doen er alles aan om te zorgen voor meer ruimte op de boot (ze geven de migranten bijvoorbeeld geen reddingsvesten, die ruimte innemen). Ze rusten de boten uit met extra motoren om zo’n groot mogelijke afstand te kunnen afleggen en zo dicht mogelijk bij hun eindbestemming te komen.

    Van 2015 tot april 2023 hebben de Europese autoriteiten onder leiding van Frontex vier grote operaties georganiseerd en uitgevoerd: operatie Sophia (start: juni 2015), Poseidon (start: januari 2016), Indalo (start: maart 2017) en Themis (start: februari 2018). Er zijn hierbij respectievelijk 44.916, 133.126, 108.106 en 373.945 mensen gered. Volgens onderzoekers en internationale media bedraagt het dodental tot nu toe echter meer dan 20.000. De VN maakt zelfs melding van minstens 25.000 doden sinds 2015.

    Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood

    Er gaan levens verloren omdat mensensmokkelaars gedwongen worden op steeds creatievere manieren de hoop te verkopen die migranten – naast de honderden euro’s die een wanhopig persoon moet neertellen om zich te verzekeren van een plekje op een hopeloze boot – het leven kan kosten. Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood. 

    Hoewel Europa haar grensbeveiliging heeft aangescherpt en zich heeft gestort op de strijd tegen mensenhandel, groeit het aantal mensensmokkelaars volgens The Conversation, ondanks de overeenkomsten van de EU met bijvoorbeeld Turkije of Libië.

    De vertrekpunten van de route worden steeds verlegd, vanuit heel Noord-Afrika naar Griekenland of Italië, vaker naar Italië, omdat dat land enorme kustgrenzen heeft, terwijl de Griekse grenzen beter worden bewaakt. Aangezien de Turkse kustlijn dichtbij is, zou de irreguliere migratie in Griekenland gemakkelijker te beheersen zijn. Bovendien verloopt de samenwerking met de Turkse kustwacht gemakkelijker. Euronews meldt echter dat smokkelaars steeds vaker met grotere schepen de internationale wateren voor het Griekse vasteland op varen, om zo de patrouilles van de lokale kustwacht te omzeilen.

    Libië als vertrekpunt

    Van de belangrijkste routes die voor migrantensmokkel worden gebruikt – de oostelijke (Turkije), de centrale (Libië, Egypte, enzovoort) en de westelijke (Marokko) –, lijken smokkelaars tegenwoordig aan Libië de voorkeur te geven als vertrekpunt. De reden hiervoor is het instabiele politieke klimaat in het land, waar de chaos die volgde op Khaddafi’s dood in 2011 haast normaal schijnt te zijn geworden.

    Bovendien lijkt een gedestabiliseerde sociaal-politieke omgeving de corruptie van de autoriteiten te verergeren; grenswachten in de landen van herkomst worden in grote mate omgekocht. Zoals een Libische mensensmokkelaar jaren geleden aan The Guardian vertelde: ‘Een van de redenen dat vis [in Libië] duur is, is het gebrek aan vissersboten die de zee op gaan om te vissen. Ze worden allemaal gebruikt door smokkelaars.’

    Pushbacks

    Uit onderzoek blijkt dat de Griekse kustwacht die in het verleden al meerdere malen is beschuldigd van pushbacks (het terug de zee op drijven van boten met migranten om te verhinderen dat ze de territoriale wateren bereiken) in de nacht van 14 juni op z’n minst een uiterst bedenkelijke rol heeft gespeeld bij een schipbreuk die aan zeker zeshonderd migranten het leven heeft gekost.

    Een gammele vissersboot die op 9 juni uit Libië was vertrokken met zo’n 750 mannen, (zwangere) vrouwen en kinderen aan boord – afkomstig uit onder meer Syrië, Afghanistan, Egypte en Pakistan – sloeg op 14 juni rond twee uur ’s nachts om, op minder dan 80 kilometer voor de kust van de Griekse Peloponnesos. Na deze ramp, die de meeste slachtoffers eiste sinds een vluchtelingenboot zonk in 2015, deden onder meer de Spaanse krant El País, het Nederlandse collectief voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports en het Duitse weekblad Der Spiegel gezamenlijk onderzoek. Daaruit ontstaat het beeld dat de Griekse kustwacht eerst op verkeerde wijze de vissersboot op sleeptouw heeft genomen – waardoor die omsloeg – en vervolgens veel te lang wachtte met reddingspogingen. Ook bleek dat overlevenden die elkaars taal niet spreken letterlijk dezelfde verklaring zouden hebben afgelegd. Dat maakt de resultaten van het ‘officiële’ onderzoek naar de toedracht door de Griekse autoriteiten, die alle schuld ontkennen, uiterst dubieus.

    ‘De migratiestromen zijn tegenwoordig “gemengd”. Vaak valt niet direct te achterhalen waarom deze mensen zich in ons land of in Italië bevinden; er zijn veel kleine, regionale crises, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara, waarvan we de samenhang niet altijd begrijpen,’ vertelt Anastasios Yfantis, operationeel directeur van de Griekse tak van Médecins du Monde. 

    Dit alles is natuurlijk van invloed op de ‘tarieven’ van de mensensmokkelaars. Als er bijvoorbeeld veel smeergeld nodig is om de autoriteiten om te kopen, moet de wanhopige die een nieuw leven zoekt ook meer betalen. De prijs die de mensensmokkelaars vragen, hangt ook af van de manier waarop ze de migranten vervoeren: over land, over zee of door de lucht.

    Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker

    De tarieven zijn ook afhankelijk van het aantal mensen per boot. De overtocht kan kleinschaliger zijn – en wellicht veiliger – en daardoor meer kosten. Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker.

    Wat er de laatste tijd echter wordt waargenomen is dat de mensensmokkel op grotere schaal plaatsvindt maar met minder boten. Dit levert de smokkelaars veel winst op, maakt dat er meer mensen hun land van herkomst verlaten en het vermindert het aantal overtochten. 

    Tegelijkertijd zijn de schepen die gebruikt worden van goedkoop metaal. ‘Deze metalen schepen zijn goedkoop geproduceerd en aan elkaar gelast. Ze zijn lang niet zo zeewaardig als de houten vissersboten die vroeger op de Tunesische route werden gebruikt of de motorboten waar Tunesische migranten de voorkeur aan geven,’ aldus Flavio Di Giacomo, woordvoerder van de Internationale Organisatie voor Migratie – het VN-migratieagentschap, op InfoMigrants. Di Giacomo zegt dat ‘de boten zo instabiel zijn dat als iemand tijdens de reis om welke reden dan ook beweegt of het vaartuig door de golven heen en weer wordt geschud, de hele boot kan vollopen met water en veel gemakkelijker kapseist dan de boten die in het verleden werden gebruikt.’

    De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars

    ‘Eén ding is zeker: op de Middellandse Zee zijn de schepen die migranten aan boord hebben steeds vaker rijp voor de schroot, en de plastic nepboten op de Egeïsche Zee, die vanuit Turkije vertrekken, worden door de mensen die ermee gevaren hebben “doodsballonnen” genoemd. Hoe het ook zij, naargelang het toezicht en de maatregelen in de landen rond de Middellandse Zee worden aangescherpt en het risico van de onderneming toeneemt, stijgt ook de prijs van de reis. Je hoort mensen zeggen dat ze 1000 euro per persoon hebben betaald en dat de prijs binnen een maand is verdubbeld of zelfs verviervoudigd. De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars. Voordat de mensen oversteken naar hun bestemming werken ze een tijdje in het tussenland, brengen de 10.000 euro voor het gezin bijeen en gaan dan aan boord van de tot mislukken gedoemde boot, zonder zwemvest en zonder te kunnen zwemmen. Samen met hun kinderen. Het is echt hun laatste hoop,’ aldus Anastasios Yfantis.

    Weinig ontmanteld

    Het is opmerkelijk, zo meldt The Conversation, dat de Europese autoriteiten geregeld informatie openbaar maken over mensen die gearresteerd zijn op verdenking van mensenhandel, maar dat er weinig bekend wordt gemaakt over hoeveel van deze arrestaties daadwerkelijk tot een veroordeling leiden. Onderzoek toont aan dat de meeste pogingen om mensenhandel te bestrijden vooral leiden tot het terugdringen van kleinschalige criminele activiteiten, meestal ad hoc georganiseerd door de migranten zelf.

    Voormalig Frontex-directeur Gil Arias Fernández zegt dat Europese rechtshandhavingsinstanties in 2022 maar heel weinig grote groepen smokkelaars hebben ontmanteld. Dit is deels te wijten aan logistieke problemen – de ‘grote’ smokkelaars opereren meestal vanuit buurlanden en gaan nooit zelf aan boord van de boten – maar ook aan het gebrek aan bewijsmateriaal tegen grote, transnationale, georganiseerde misdaadgroepen die betrokken zijn bij het smokkelen van irreguliere migranten. 

    Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten

    Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten. ‘Smokkelaars zijn de officieuze instantie achter de hedendaagse irreguliere migratie. Zij bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis’, schrijft The New Humanitarian.

    ‘Ons inzicht in de werkwijze van mensensmokkelaars hebben we van de mensen die erin geslaagd zijn ons land te bereiken en vervolgens terecht zijn gekomen in opvang- of detentiecentra op Chios, Samos, Lesbos, enzovoort. Hoeveel brandjes er ook geblust worden, zolang mensen genoodzaakt zijn om op deze manier te reizen, zullen ze dat blijven doen. Ze zullen niet ophouden. Mensen uit Eritrea hebben ons verteld dat ze vanuit Noord-Afrika naar Europa zijn vertrokken na in detentiecentra in Egypte of Tripoli te hebben gezeten. Ze zagen dat als een fase waarvan ze wisten dat ze die zouden moeten doorlopen voordat ze de volgende stap van de gevreesde reis konden zetten,’ vertelt Anastasios Yfantis. 

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Massastaking UPS op komst & meer

    Wereldnieuws: Massastaking UPS op komst & meer

    Voorzitter Stanford stapt op

    Marc Tessier-Lavigne heeft zijn aftreden aangekondigd als voorzitter van de prestigieuze Stanford-universiteit in Californië, schrijft The New York Times. Een onafhankelijke evaluatie bracht grote gebreken aan het licht in studies die hij in het verleden heeft begeleid. Het onderzoek, uitgevoerd door een extern panel van wetenschappers, weerlegt weliswaar dat Tessier-Lavigne geprobeerd zou hebben te verdoezelen dat een belangrijk Alzheimer-onderzoek uit 2009 vervalste gegevens bevatte.

    Stanford staat bekend om de kwaliteit van zijn onderzoek en de beschuldigingen zijn slecht voor de integriteit van de universiteit

    Er is geen bewijs van vervalsing, noch heeft ­Tessier-Lavigne zich op andere manieren schuldig gemaakt aan fraude. Maar de evaluatie stelt ook dat dit onderzoek, uitgevoerd toen hij leidinggevende was bij biotechbedrijf Genentech, niet ‘de gebruikelijke normen van wetenschappelijke nauwkeurigheid en methode’ haalt. Stanford staat bekend om de kwaliteit van zijn onderzoek en de beschuldigingen zijn slecht voor de integriteit van de universiteit.

    © Stanford News Service
    © Stanford News Service

    Overtreding van de Volksliedwet

    De eerste persoon die moest terechtstaan op grond van de zogenoemde ‘Volksliedwet’ in Hongkong heeft drie maanden gevangenisstraf gekregen, aldus South China Morning Post. Fotograaf Cheng Wing-chun gebruikte het lied ‘Glorie aan Hongkong’ – dat wordt beschouwd als een protestlied tegen de invloed van Beijing op de stadstaat – in een videoclip waarin schermer Edgar Cheung Ka-long tijdens de Olympische Spelen van Tokio in 2021 een gouden medaille in ontvangst neemt. Het filmpje van anderhalve minuut op YouTube doet volgens de rechtbank voorkomen alsof toeschouwers applaudisseren voor het protestlied als het wordt afgespeeld tijdens de medaille-uitreiking. 

    Het lied werd geschreven tijdens de protesten in 2019 en roept mensen op te vechten voor vrijheid en ‘Hongkong te bevrijden’ tijdens de ‘revolutie van onze tijd’. De autoriteiten vallen vooral over die laatste zinssnede, die zou oproepen tot afscheiding van het Chinese regime.


    Microkosmos

    Iets New Yorkser dan de metro van New York is er niet te vinden, volgens de Zwitserse fotograaf Willy Spiller, wiens boek en tentoonstelling Hell on Wheels deze maand worden gepresenteerd in de Hazenstraat in Amsterdam. Galerie Bildhalle geeft daar een overzicht van foto’s uit de periode 1977-1984, toen de metro’s nog onder de graffiti zaten en de stations niet waren aangeharkt. ­Spiller fotografeerde de microkosmos van New York gedurende acht jaar. Hij was er tijdens het spitsuur en zag tienermeisjes in hun witte schooluniform over de stoelen hangen. De mobiele telefoon die nu het beeld zou bepalen, bestond nog niet. 


    Rijke Chinezen trekken weg

    Australië was de eerste helft van dit jaar de belangrijkste overzeese bestemming voor Chinese vastgoedbeleggers, meer dan populaire plekken als Canada, het Verenigd Koninkrijk en de VS, zo blijkt uit de jaarlijkse ranglijst van vastgoedbedrijf Juwai IQI. Met vier plekken in de top 10 blijkt Zuidoost-Azië een hotspot voor vermogende Chinezen, meldt Sydney Morning Herald. Het streven van president Xi Jinping naar ‘gemeenschappelijke welvaart’ en de strenge coronamaatregelen hebben ertoe geleid dat rijke Chinezen massaal naar plekken als Singapore trekken. Ze parkeren hun geld in het buitenland, uit angst voor maatregelen in eigen land. Naar verwacht loopt de Chinese kapitaalvlucht dit jaar op tot 135 miljard euro. 

    Ruim 700.000 Chinezen zullen tussen 2023 en 2025 naar de VS, Canada en Australië migreren

    De komende jaren wordt een aanhoudende stroom van Chinese vastgoedinvesteringen in het buitenland verwacht. Ruim 700.000 Chinezen zullen tussen 2023 en 2025 naar de VS, Canada en Australië migreren.

    © Unsplash
    © Unsplash

    Moraalpolitie is terug

    Tien maanden na de dood van Mahsa Amini is de moraalpolitie van Iran weer op straat verschenen om vrouwen te dwingen te voldoen aan de strikte islamitische kledingvoorschriften. Dat zegt een woordvoerder van Faraja, de Iraanse instantie voor wetshandhaving. Agenten zullen vrouwen eerst waarschuwen als ze zich niet aan de regels houden; degenen die ‘de normen blijven overtreden’ kunnen rekenen op juridische stappen, aldus CNN.

    De moraalpolitie werd september vorig jaar het mikpunt van (inter)nationale verontwaardiging, toen de 22-jarige Amini, die was opgepakt omdat ze haar hoofddoek verkeerd zou hebben gedragen, naar een ‘heropvoedingscentrum’ werd gestuurd, waar ze drie dagen later stierf. Het leidde tot protesten die maandenlang aanhielden en een van de grootste binnenlandse bedreigingen in meer dan tien jaar vormden voor het heersende regime. Terwijl de autoriteiten met veel geweld reageerden, verdween de moraalpolitie nagenoeg uit de straten van Teheran. 

    Vorig jaar executeerde Iran zeker 582 mensen – een stijging van 75 procent ten opzichte van 2021

    De moraalpolitie – die onder sancties van de VS en de EU valt – is machtig en goed bewapend en controleert de gevangenissen en de heropvoedingscentra. Daar krijgen gedetineerden lessen over de islam en het belang van de hijab. Voordat ze worden vrijgelaten moeten ze een belofte ondertekenen dat ze zich zullen houden aan de kledingvoorschriften. 

    Vorig jaar executeerde Iran zeker 582 mensen – een stijging van 75 procent ten opzichte van 2021. Volgens mensenrechtenorganisaties toont die stijging aan dat Teheran demonstranten tegen het regime angst wil aanjagen.


    Massastaking UPS op komst

    De 340.000 chauffeurs en andere werknemers van UPS, de grootste bij een vakbond aangesloten werkgever in de Verenigde Staten, voeren momenteel onderhandelingen met het bedrijf, meldt Grist. Klimaatverandering en extreme hitte zijn daarbij enkele van de belangrijkste kwesties. Als er op 31 juli geen bevredigend contract ligt, beginnen de werknemers aan de grootste staking bij één werkgever in de Amerikaanse geschiedenis. 

    Deze zomer worden weer allerlei temperatuurrecords gebroken en de nood bij de medewerkers is hoog: op zomerse dagen kan de temperatuur achter in hun bestelwagen oplopen tot bijna 50 graden. Sinds 2015 meldde UPS zeker 143 hitte-gerelateerde incidenten bij de federale dienst voor veiligheid op de werkvloer.

    Vorig jaar stierf een van haar collega’s aan een hitte­beroerte in zijn bestelwagen

    ‘Als ik maar niet flauwval,’ denkt een bezorger in Los Angeles vaak als ze de laadruimte van haar vrachtwagen in gaat. ‘Wie weet dat ik achter in die truck zit? Ik ben als alleenstaande moeder als enige verantwoordelijk voor mijn zoon.’ Vorig jaar stierf een van haar collega’s aan een hitte­beroerte in zijn bestelwagen. 

    Hoewel de klimaatverandering de zomers heter en gevaarlijker maakt voor de bezorgers, rekent UPS op dezelfde ‘onrealistische’ productiviteitscijfers van zijn medewerkers. Chauffeurs en magazijnmedewerkers worden geacht zes dagen per week en meer dan twaalf uur per dag te werken in de hitte. Aangezien productiviteit wordt gemeten door middel van bewakingscamera’s en sensoren in de vrachtwagens, is het voor chauffeurs lastiger om pauzes te nemen. Daarom zijn de eisen van de UPS-werknemers inzake hitteveiligheid gekoppeld aan andere zaken zoals hogere lonen, meer voltijdbanen en een einde aan gedwongen overuren. 

    ‘Deze werknemers zijn overwegend vrouwen, mensen van kleur of immigranten. Ze kunnen het zich niet veroorloven om pauzes te nemen of tijd te verliezen door zich om hun gezondheid te bekommeren,’ aldus een expert arbeidsrecht. ‘Het is hoog tijd dat UPS de hitte voelt, zoals wij die de hele tijd ervaren,’ zegt een strijdvaardige chauffeur.

     © International Brotherhood of Teamsters
    © International Brotherhood of Teamsters
  • Canada wil ‘zo veel mogelijk immigranten’

    Canada wil ‘zo veel mogelijk immigranten’

    Om de economische slagkracht te vergroten is Canada van plan een recordaantal immigranten toe te laten en de bevolking met 1,45 miljoen te laten groeien. Er bestaat een brede consensus in het land over de waarde van immigratie. ‘We moeten ons openstellen voor elkaar.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week maakte de regering van Canada bekend dat ze de criteria voor het toelaten van buitenlandse werknemers wil aanscherpen. Een van de maatregelen is dat laagbetaalde buitenlandse werknemers in steden waar de werkloosheid 6 procent of hoger is, geen tijdelijke werkvergunningen meer mogen krijgen. Premier Justin Trudeau legde maandag uit dat door de inflatie en de hoge werkloosheid de situatie niet meer dezelfde is als twee jaar geleden en dat Canada niet meer zoveel buitenlandse arbeidskrachten nodig heeft.
    Met deze beslissing maakt Canada een flinke draai, aangezien het land tot voor kort een zeer open immigratiebeleid voerde. Dat blijkt wel uit dit artikel van The New York Times van een jaar geleden. Daarin wordt beschreven hoe Canada zo veel mogelijk immigranten wil om zijn economie te versterken. Nu moet het land zich meer gaan bezighouden met de inheemse bevolking, die te kampen heeft met een forse werkloosheidsstijging.

    Het kleine plaatsje Hérouxville in landelijk Quebec is binnen de provincie lange tijd de belichaming geweest van een diepgewortelde vijandige houding ten aanzien van vreemdelingen. Er waren geen immigranten in de stad, maar toch werd er op zeker moment een gedragscode van kracht die er geen twijfel over liet bestaan dat zij en hun vermeende gewoonten er ongewenst waren.

    Hérouxville, zo stond er te lezen in de gedragsregels, zou niet ‘tolereren dat er op het stadsplein vrouwen zouden worden gestenigd,’ dat ze ‘levend zouden worden verbrand’ of dat ze ‘als slaven zouden worden behandeld.’ De bevolking van de stad vierde Kerstmis en gezichtsbedekking was uit den boze, behalve misschien met Halloween, zo werd er gewaarschuwd.

    Deze gedragscode speelde in op een diepgewortelde angst in de enige Franstalige provincie van Canada dat de eigen cultuur zou worden uitgehold door immigratie. Daarnaast was de code ook aanleiding tot het instellen van een unieke overheidscommissie, bedoeld om consensus te bereiken over ‘een redelijke huisvesting’ van etnische minderheden.

    Gebroken met verleden

    Het is dan ook verrassend te noemen dat Hérouxville tegenwoordig immigranten verwelkomt en maar al te bereid is om hun onderdak te bieden. ‘We hebben gebroken met het verleden,’ zegt Bernard Thompson, de burgemeester van het plaatsje en een voormalig voorstander van de gedragscode. ‘We willen nu zo veel mogelijk immigranten.’

    Deze radicale ommekeer komt op een moment dat Canada de deur verder wil openzetten voor nieuwkomers, als onderdeel van een structureel beleid om de economische slagkracht te vergroten. De federale overheid heeft plannen aangekondigd om in de komende tien jaar een recordaantal immigranten toe te laten, vanuit het streven de huidige bevolking van 39 miljoen mensen met 1,45 miljoen te laten groeien. In tegenstelling tot andere westerse landen, waar immigratie heeft gezorgd voor een diepe tweedeling binnen de maatschappij en zelfs een opkomend politiek extremisme heeft gevoed, bestaat er in Canada brede consensus over de waarde van immigratie.

    De enige uitzondering hierop is Quebec, waar politici olie op het vuur van de anti-immigratiesentimenten hebben gegooid door de Franstalige stemgerechtigden voor te houden dat hun culturele identiteit in het gedrang komt. Maar zelfs in Quebec zijn er, tegen een achtergrond van demografische ontwikkelingen en veranderende opvattingen, tekenen van kentering in plaatsen als Hérouxville.

    De omslag in Hérouxville is toe te schrijven aan een combinatie van factoren, waaronder niet alleen de vergrijzing, een laag geboortecijfer en een nijpend personeelstekort, maar ook wezenlijk andere opvattingen onder jongere generaties en persoonlijke verhalen van mensen als burgemeester Thompson. Desgevraagd zou Thompson zelfs toestemming geven aan moslimimmigranten om een leegstaande zaal in het gemeentehuis te gebruiken als gebedsruimte, ook al is hij daar wettelijk niet toe verplicht. ‘Als we niet in staat zijn respect op te brengen voor elkaars cultuur, of het nou om religie gaat of om iets anders, zijn we naar mijn mening verkeerd bezig,’ aldus de burgemeester. ‘We moeten ons openstellen voor elkaar.’

    Thompson is tevens de hoogste gekozen ambtenaar van de regionale gemeente [een bestuurlijk onderdeel van een provincie] Mékinac, waar niet alleen Hérouxville met zijn 1336 inwoners onder valt, maar ook negen andere kleine plaatsen, waarvan enkele de gedragscode van Hérouxville steunden. In scherp contrast met het verleden, toen zich in heel Mékinac jaarlijks één of helemaal geen immigrant vestigde, heeft de regionale gemeente de afgelopen twee jaar een recordaantal van zestig immigranten aangetrokken uit Zuid-Amerika, Afrika, Europa en elders.

    Een van die immigranten, de veertigjarige Habiba Hmadi, kwam ongeveer een jaar geleden vanuit Tunesië naar Canada, met haar man en haar zoon en dochter, die allebei de lagereschoolleeftijd hadden. Habiba en haar man spreken beiden Frans, maar thuis wordt er Arabisch gesproken. Zij is verzekeringsagent en haar man is lasser.

    ‘We hopen dat ze hier zullen wortelen, maar van ons hoeven ze niet per se te veranderen’

    Vooral tijdens de ramadan en andere feestdagen is het moeilijk om zo ver van huis te zijn, zegt Habiba. Ze heeft nog nooit van de gedragscode van Hérouxville gehoord en het gezin is door de plaatselijke bevolking warm ontvangen. ‘We hebben heel veel telefoontjes gekregen, en er klopten allerlei mensen bij ons aan met de vraag of ze iets voor ons konden doen,’ vertelt Habiba. ‘Een van de buren stond voor de deur met een grote zak speelgoed voor de kinderen. We kenden haar niet eens. We zaten nog midden in de verhuizing.’

    De toestroom van immigranten is het gevolg van een ingrijpend pro-immigratiebeleid dat in 2017 in de regionale gemeente werd ingevoerd, tien jaar nadat in Hérouxville de gedragscode was aangenomen. Vanaf dat moment begonnen lokale ondernemingen fanatiek buitenlandse arbeiders te werven die bereid waren zich te vestigen in een regio met vrijwel uitsluitend Franssprekende Québécois, ver weg van multiculturele steden als Montreal. Ook werd de plaatselijke bevolking voorbereid op de komst van de nieuwkomers en werden er programma’s opgezet om de immigranten wegwijs te maken in de buurt, bijvoorbeeld in het onlangs uitgebreide gemeenschapscentrum La Maison des Familles. Een paar maanden geleden is Mékinac door de overheid onderscheiden vanwege het beleid ten aanzien van immigranten.

    ‘Door de komst van deze zestig mensen heeft onze eigen omgeving zich enorm geopend,’ zegt Nadia Moreau, hoofd economische ontwikkelingen van de regionale gemeente. ‘Soms hebben zij andere waarden of andere gewoonten, die ze met ons delen, waardoor wij weer vanuit een ander perspectief naar de realiteit kijken.’

    ‘We hopen dat ze hier zullen wortelen, maar van ons hoeven ze niet per se te veranderen,’ voegt Moreau er nog aan toe.

    Herroepen gedragscode

    Haar boodschap heeft, in combinatie met het beleid uit 2017, geleid tot een officiële herroeping van de gedragscode, die een onoverbrugbare grens trok tussen de lokale bevolking en de immigranten. De regels konden weliswaar rekenen op steun in sommige delen van Quebec, maar Hérouxville werd ook geregeld weggezet als een bastion van stompzinnige intolerantie, zoals in een parodie in een eindejaarsprogramma op tv, waarin een nietsvermoedend moslimstel werd opgevoerd dat in het plaatsje verzeild was geraakt..

    De belangrijkste opsteller van de gedragscode, André Drouin, die in 2017 is overleden, was destijds raadslid. Drouin en Thompson, de huidige burgemeester, waren overburen. Ze kwamen regelmatig bij elkaar over de vloer en bespraken, onder het genot van een glas wijn, in hoeverre de Franstalige meerderheid in Quebec immigranten en andere minderheden tegemoet moest komen.

    Thompson, destijds de webmaster van de gemeente, zegt dat hij Drouins conceptversie voor de gedragscode moest redigeren en er spellings- en grammaticafouten uit haalde, en ook de in zijn ogen overdadige verwijzingen naar kerstbomen schrapte. Hij zag hoe Drouin, een charismatisch man, de gemeenteraad wist over te halen zich unaniem achter de regels te scharen, en hoe hij er ook de lokale bevolking warm voor wist te maken. ‘André had nog een koelkast aan een eskimo kunnen verkopen, zoals we hier zeggen,’ vertelt hij.

    Maar Thompson, die tientallen jaren werkte in de telecommunicatie in Montreal, zegt dat hij zich in toenemende mate ongemakkelijk voelde bij de meest uitgesproken passages in de gedragscode. Hij kon niet ontkennen dat vrijwel iedereen in Quebec ‘kind van een immigrant’ was. Hij was ‘dol’ op de partner van zijn broer, een moslima.

    Uiteindelijk verbrak Thompson de banden met zijn overbuurman. Nadat hij tot burgemeester was verkozen, spande hij zich ervoor in om de gedragsregels naar de stadsarchieven te verbannen. Als burgemeester wilde hij de reputatie van de stad herstellen, en met het steeds grotere personeelstekort in de landbouwsector, de bosbouw en de industrie- en dienstensector werd de noodzaak om immigranten aan te trekken steeds groter. ‘Zonder immigratie redden we het niet,’ zegt Thompson. ‘We hebben geen keus.’

    Bijna iedereen in Quebec is ‘kind van een immigrant’

    De vierenveertigjarige Pascal Lavallée is mede-eigenaar van Boulangerie Germain, een bakkerszaak met twee vestigingen en vijfenveertig werknemers in de regio. Lavallée kampt met een personeelstekort, maar hoopt evengoed uit te breiden. Hij wacht nu op de komst van drie immigranten uit het West-Afrikaanse Togo en Burkina Faso. Ook buiten de grote steden maken de jongere Franstalige Québécois zich minder druk over het verlies van hun identiteit, zegt Lavallée. ‘Zij hebben een hogere tolerantie ten aanzien van nieuwe gebruiken.’

    Desondanks probeerden politici bij de laatste provinciale verkiezingen in te spelen op anti-immigratiesentimenten onder oudere stemgerechtigden op het platteland. Jean Boulet, die tot voor kort provinciaal minister van Immigratie was en afkomstig is uit een plaats vlak bij Hérouxville, beweerde ten onrechte dat ‘80 procent van de immigranten naar Montreal gaat, niet wil werken, geen Frans spreekt en zich niet houdt aan de normen en waarden van de samenleving in Quebec’.

    Een man en een vrouw die voor de deur van een buurtwinkel een sigaretje staan te roken, zeggen nog altijd achter de gedragscode te staan. Ze hebben ooit een groep moslims op de fiets de hoofdweg zien oversteken, vertellen ze, en dan niet bij het stoplicht, maar zomaar ergens; een van hen hield zelfs het verkeer tegen. ‘Weet je, ze zijn hier niet in hun eigen land,’ zegt de man, Jean-Claude Leblanc (72).

    Nog altijd briesend vertellen ze de wijdverspreide verhalen over cabanes à sucre – eettentjes die traditionele gerechten uit Quebec serveren en waar ahornsiroop wordt gemaakt – die varkensvlees van het menu hadden gehaald om moslimklanten te trekken. Ze hadden zelfs gehoord van moslims die in een eettentje waren gaan bidden. ‘Bínnen, hè,’ zegt de vrouw, die weigert haar naam te noemen. ‘In ónze suikerhuisjes.’

    Andere generatie

    Maar voor Eva-Marie Nagy-Cloutier (32), inwoner van Hérouxville, is de gedragscode echt iets van het verleden. ‘Wij zijn van de generatie waarin je kunt zijn wie je wilt en kunt houden van wie je wilt,’ zegt Nagy-Cloutier, die werkt op de HR-afdeling van Pronovost, een lokale producent van sneeuwruimers die ook arbeidsmigranten werft.

    Abdelkarim Othmani (33) heeft bijna twee jaar geleden zijn huis in het zuiden van Tunesië verlaten en draait avonddiensten als mecanicien bij Pronovost. Tijdens de ramadan mocht hij wat eerder pauzeren, zodat hij na zonsondergang de vasten kon verbreken. Othmani zegt dat hij veel vrienden heeft en dat hij in het weekend met zijn collega’s naar de sportschool gaat. ‘Ik vind de sfeer hier heel fijn,’ zegt hij. Othmani wil trouwen met zijn Tunesische vriendin – of blonde, een van de vele woorden uit het lokale slang die zijn Frans zijn binnengeslopen. Hij wil haar uiteindelijk laten overkomen naar Quebec.

    Zijn beste vriend is Alex Béland-Ricard (29), met wie hij elke dag carpoolt naar het werk. Béland-Ricard, geboren in Quebec en getogen op het platteland, zegt dat hij onder de indruk is van de waarde die de nieuwkomer hecht aan vriendschappen, familie en hard werken. ‘Karim is de eerste immigrant die ik heb leren kennen,’ zegt Béland-Ricard. ‘Van mij mogen er nog wel veel meer komen.’

    Lees ook:

  • VS maken zich op voor instroom migranten na einde noodtoestand

    VS maken zich op voor instroom migranten na einde noodtoestand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Pakistan mobiliseert leger na arrestatie oud-premier

    » Zeker 21 doden door aanhoudende raketaanvallen Israël

    Nu de pandemie voorbij is, kan het land migranten niet meer weren

    In de Verenigde Staten is vannacht de coronanoodtoestand afgelopen, en dat betekent mogelijk een massale instroom van migranten die oorlog, rampen, armoede en politieke vervolging in hun thuisland ontvluchten. Volgens The Washington Post zijn tienduizenden federale agenten ingezet om de grens met Mexico te bewaken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Amerikaanse regering heeft al gewaarschuwd voor een chaotische situatie aan de grens, nu de VS zich niet langer kunnen beroepen op de zogeheten Title 42, een wet waarmee op gronde van volksgezondheid migranten buiten de deur konden worden gehouden. Nu zowel de VS als de WHO zeggen dat de coronanoodtoestand voorbij is, kan de regering die argumenten niet langer gebruiken.

    De Republikeinse Partij heeft kritiek geuit op president Joe Biden, en zegt dat de regering te lang heeft gewacht met het nemen van strenge anti-immigratiemaatregelen. Volgens de regering zijn er sinds het aantreden van Biden juist een recordaantal van ruim drie miljoen mensen uitgezet. Het Witte Huis heeft wel aangekondigd te willen voorkomen dat families van elkaar worden gescheiden en dat mensen die politiek vervolgd worden in aanmerking kunnen komen voor een visum.

    Lees ook:

  • Hooggerechtshof houdt anti-immigratiewet in stand

    Hooggerechtshof houdt anti-immigratiewet in stand

    » Ghanese politie wil geen negatieve nieuwjaarsvoorspellingen

    » Militieleider Michigan veroordeeld tot 16 jaar

    Met de wet mogen migranten zonder papieren worden uitgezet

    Een controversiële anti-immigratiewet uit het tijdperk van oud-president Donald Trump mag niet komen te vervallen. Dat heeft het Hooggerechtshof in de Verenigde Staten dinsdag besloten, meldt The Texas Tribune. De wetsmaatregel, die in de VS bekend staat als Titel 42, zou 21 december aflopen en met name Republikeinen vreesden een grote toename van illegale migratie vanuit Mexico.

    Onder de Titel 42-wet kunnen migranten die zonder papieren de grens zijn overgestoken zonder proces uitgezet worden. Sinds de invoering van de wet in maart 2020, werd de maatregel ruim 2,5 miljoen keer toegepast. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat de verwachte grote aantallen migranten alsnog zullen komen, en zullen stranden aan de grens waar het momenteel winters koud is.

    Eerder werd in de Texaanse grensstad El Paso de noodtoestand uitgeroepen omdat de stad en omliggende steden de opvang van illegale migranten niet langer aankon. Steeds meer mensen werden gedwongen in de kou te overnachten op straat. Het Witte Huis heeft aangegeven het migratiebeleid te willen hervormen, maar heeft ook gezegd zich te zullen houden aan de uitspraak van het Hooggerechtshof.

    Lees ook:

  • Fort Europa is niet meer de ultieme bestemming: migranten trekken steeds vaker naar China

    Fort Europa is niet meer de ultieme bestemming: migranten trekken steeds vaker naar China

    Door het selectieve antimigratiebeleid en de vijandigheid tegenover buitenlanders in Europa en Noord-Amerika, wijken steeds meer Afrikaanse migranten uit naar nieuwe bestemmingen als China, Turkije, het Midden-Oosten en, in sommige gevallen, Zuid-Amerika. De Rwandese journalist Eleneus Akanga zet zijn eigen ervaringen in groter perspectief.

    Ik was 24 toen ik in 2007 van Rwanda naar het Verenigd Koninkrijk vluchtte. Als succesvol verslaggever was ik net hoofdredacteur geworden van de onderzoeksjournalistieke publicatie The Insight, die in Rwanda steeds meer waardering oogstte. Ik had een wekelijkse column over actuele sociale kwesties in The New Times, ‘The Municipal Watchdog’, en ik schreef voor Reuters, Al-Jazeera, Xhinua en Associated Press. Dit was mijn leven, en ik genoot er met volle teugen van.

    Ondertussen begon zo’n 6500 km verderop in Groot-Brittannië, onder andere in Glasgow, de stad die inmiddels mijn nieuwe thuis was, een langdurige haatcampagne tegen mensen zoals ik. Het land had al tien jaar een Labour-regering en hoewel de partij het economische tij van het land had gekeerd, trad langzaam maar zeker een sociale malaise in. Door machtshonger gedreven oppositiepolitici (van met name de Conservatieve Partij en UKIP) wakkerden samen met de populaire media de woede van de bevolking aan over twee kwesties: immigratie en welzijn. Het immigratiedebat verhardde en kreeg steeds vaker een racistische ondertoon. De BBC zond ‘The Poles are Coming!’ uit, een aflevering van de documentaireserie White, waarin filmmaker Timothy Samuels het groeiende anti-immigratiesentiment onderzoekt. 

    ‘Je hoeft tegenwoordig niet ver te reizen om een stukje Polen of Oost-Europa in je stad aan te treffen,’ zegt hij, om er meteen aan toe te voegen: ‘Maar voor sommige mensen in Peterborough is het allemaal te veel.’ 

    In de documentaire zit een scène van een overvolle dokterswachtkamer en dito school, gevolgd door een shot waarin een zichtbaar geïrriteerde Brit van middelbare leeftijd zegt: ‘Peterborough wordt volledig overspoeld.’ In het volgende beeld stelt een gemeenteraadslid dat de maat vol is.

    De zorgen over iedereen die je hebt achtergelaten blijven knagen

    Ik weet nog dat ik de documentaire op mijn eenkamerflatje in Glasgow zag en dat de angst me om het hart sloeg. Je denkt dat je het hoofdstuk kunt afsluiten wanneer jou asiel wordt verleend. Hoewel dit enigszins klopt, is het toch verre van de waarheid. De eenzaamheid, de zorgen over iedereen die je hebt achtergelaten die maar blijven knagen. Niets is ooit zeker. Het hangt ook af van wat je allemaal hebt meegemaakt. Ik ken mensen, onder wie ikzelf, die jaren nadat ze asiel hebben gekregen, nog altijd over hun schouder kijken – want je weet maar nooit. De vraag die zich aan me opdrong was: als de Oost-Europeanen, met hun witte huid en hun blauwe ogen, al zo worden behandeld, wat kunnen wij Afrikanen dan verwachten?

    Per slot van rekening woonde ik al in een flatgebouw met bewoners uit alle hoeken van de wereld, onder anderen drugsverslaafden en ex-verslaafden. Maar het leven gaat door. Ondanks wat burenoverlast kon ik het goed vinden met mijn verslaafde buren, en in de zes maanden dat ik er woonde werd ik nooit beledigd of ook maar enigszins lastiggevallen.

    Niet aankloppen

    Wat ons asielzoekers voortdurend voor de voeten wordt geworpen, is de vraag waarom we niet aankloppen bij het eerste het beste veilige land waar we binnenkomen. ‘Frankrijk is een prima land, daar hadden ze toch heel goed kunnen blijven,’ hoor ik Britten regelmatig zeggen over de vluchtelingen die het Kanaal oversteken in rubberbootjes. Er zijn natuurlijk talloze redenen waarom sommige mensen geen asiel aanvragen in de landen waar ze doorheen reizen. Ze willen zich vestigen in landen waar ze iemand kennen, waar vrienden of familieleden wonen, of omdat ze de taal spreken. 

    Ik ben door Oeganda en Kenia en via Nederland gereisd voordat ik op Heathrow landde. Tijdens mijn gesprekken met de Britse immigratiedienst vroegen ze waarom ik geen asiel had aangevraagd in Oeganda of Kenia. Mijn antwoord luidde: Rwanda heeft goede relaties met de omliggende landen, met Oeganda delen ze zelfs een grens. Hoe dichter je bij het land blijft dat je bent ontvlucht en hoe beter diens betrekkingen met je gastland, des te groter de kans dat het slecht voor je uitpakt. Bovendien zijn vluchtelingen niet wettelijk verplicht asiel aan te vragen in de veilige landen waar ze doorheen reizen. Door dat niet te doen, diskwalificeren ze zich niet voor een vluchtelingenstatus.

    De meeste Afrikaanse migranten blijven op het eigen continent

    Veel van dit soort ideeën komen voort uit een gebrekkig begrip van de veelvormigheid van de Afrikaanse migratie. Als je debatten over de migratie van Afrikanen naar het noordelijk halfrond volgt, krijg je de indruk dat het Westen de bulk moet opvangen. Maar uit onderzoek blijkt dat dit helemaal niet het geval is. De meeste Afrikaanse migranten blijven op het eigen continent. Ongeveer 21 miljoen gedocumenteerde Afrikanen wonen in een ander Afrikaans land, waarbij Nigeria, Zuid-Afrika en Egypte favoriete bestemmingen zijn.  Door het specifiek op Afrikanen gerichte antimigratiebeleid, dat zich onder andere vertaalt in zeer strenge visumeisen, en een algeheel klimaat van vijandigheid jegens buitenlanders in Europa en Noord-Amerika, wijken steeds meer Afrikaanse migranten uit naar nieuwe bestemmingen als China, Turkije, het Midden-Oosten en, in sommige gevallen, Zuid-Amerika. 

    Eigen ervaring

    Uit eigen ervaring als voormalig asielzoeker weet ik dat migranten niet noodzakelijkerwijs op de vlucht zijn voor oorlog of armoede. Degenen die me in de ochtend van 22 juli 2007 op Heathrow zagen landen, dachten misschien dat ik de zoveelste Afrikaanse immigrant was die armoede en ziekte probeerde te ontvluchten. Maar dat was bij mij, en bij het merendeel van de Afrikanen die naar Europa trekken, helemaal niet het geval. Ik behoorde tot de gelukkigen die aan de strenge visumeisen kunnen voldoen, die zich peperdure vliegtickets kunnen veroorloven, die de gok kunnen wagen om naar landen te gaan waarbij we, of we nu asiel zoeken of niet, niet zeker weten hoe het uitpakt. Voor Afrikanen bij wie het water echt aan de lippen staat, is dit een veel te grote hobbel, vooral wanneer het buurland of een van de omringende landen je voor minder geld dan de kosten van een Brits visum verwelkomen en onderdak geven. Afrikanen zullen pas naar het noordelijk halfrond migreren als ze de ambitie en de middelen hebben om dit te realiseren. 

    In de aanloop naar het brexitreferendum – dat sterk werd beïnvloed door wat de voorstanders van uittreding stug de ‘ongebreidelde immigratie’ bleven noemen – waren er meer Oost-Europeanen in het Verenigd Koninkrijk dan Afrikaanse en Aziatische migranten bij elkaar. Toch werd de hele campagne gedomineerd door discussies over illegale immigratie – waarbij opzettelijk een beeld werd geschetst van een land dat wordt overspoeld door buitenlanders, van wie velen al onderworpen worden aan ultrastrenge visumeisen. Zelfs de beruchte Breaking Point-poster van Nigel Farage, waarvoor – terecht – aangifte werd gedaan wegens haatzaaierij, liet bewust een rij vluchtelingen met donkere huidskleur zien, als om te benadrukken dat mi-gratie van zwarte mensen veel erger is dan migratie van witte mensen. 

    ‘Als de situatie in hun land zo slecht is dat ze moeten vluchten, waarom laten ze dan vrouw en kinderen achter?’

    Een paar weken geleden had ik een discussie met een van mijn buren – een zoon van Ieren die in de jaren vijftig naar Birmingham waren geëmigreerd. Hij heeft Ierland maar twee keer in zijn leven bezocht en hoewel hij zichzelf als Ier beschouwt, heeft hij niet het gevoel dat anderen hem zo zien. Hij heeft een Birminghams accent en woont inmiddels al meer dan dertig jaar in Zuidoost-Engeland. Ik geloof niet dat hij een racist is, hoewel een aantal van zijn standpunten over ‘die eeuwig klagende buitenlanders’ makkelijk als racistisch kunnen worden opgevat. ‘Waarom steken alleen jonge mannen het kanaal over?’ wilde hij weten. ‘Als de situatie in hun land zo slecht is dat ze moeten vluchten, waarom laten ze dan vrouw en kinderen achter? Zou jij je vrouw en kinderen achterlaten om vermoord te worden, of verkracht? Ik niet.’ Toen ik hem vroeg wat híj zou doen als hij bijna al zijn bezittingen had verkocht en met dat geld maar één persoon van een gezin van vier kon laten vertrekken, antwoordde hij: ‘Ik weet het niet. Maar ik zou er iets op verzinnen.’ Toen ik hem het vuur na aan de schenen legde, zei hij nog eens: ‘Ik weet het niet.’

    Dit geeft mooi weer hoe dwaas die enge migratieretoriek van rechtse politici en de populaire media is. Een zoon van Ierse ouders die Ierland verlieten voor een beter leven in Birmingham en die tijdens The Troubles hoogstwaarschijnlijk als IRA-sympathisanten werden beschouwd en gediscrimineerd, zet anderen die precies hetzelfde doen als zijn ouders jaren geleden hebben gedaan weg als onwelkome vreemdelingen.

    ‘We kunnen niet iedereen binnenlaten,’ zegt hij. Maar dat doen we dus ook helemaal niet. 

  • Asielzoekers op luchthaven Marseille in mensonterende omstandigheden opgevangen

    Asielzoekers op luchthaven Marseille in mensonterende omstandigheden opgevangen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hongarije kondigt noodtoestand af vanwege de oorlog in Oekraïne

    » VS: Opnieuw massale schietpartij op basisschool, dodenaantal loopt op tot 21

    Immigranten worden weggestopt in vervallen kamers

    Op de luchthaven van Marseille worden asielzoekers in mensonterende omstandigheden opgevangen, zo meldt Le Monde. Weggestopt in een kelder worden immigranten aan wie de toegang tot het Franse grondgebied wordt geweigerd, vastgehouden in vervallen kamers die eruitzien als cellen, tot ze weer op een vlucht worden gezet naar hun land van herkomst of ze hun asielaanvraag kunnen indienen.

    ‘Deze toestand voldoet absoluut niet aan de vereiste hotelvoorwaarden,’ zegt Michel Croc, lid van de Nationale Vereniging voor Grensbijstand voor Buitenlanders (Anafé). ‘Het is de slechtste situatie van heel Frankrijk.’

    ‘Ons migratiebeleid slaat nergens op’

    Ook senator Guy Benarroche van Europe Écologie-Les Verts, lid van een commissie die het migratievraagstuk in Frankrijk onderzoekt, vindt de opvang in de luchthaven weinig verheffend. ‘Ons migratiebeleid slaat nergens op,’ zegt Benarroche bij bezoek aan de luchthaven. Hij noemt de toestand in de twee kale opvangruimtes daar ‘kafkaësk’. ‘De situatie brengt zowel een gevoel van afwijzing van Frankrijk bij immigranten teweeg, als bij de handhavers van het beleid ter plaatse. Hoe kunnen mensen de dossiers op deze manier fatsoenlijk bestuderen?’

    De opvangruimte van Marseille-Provence is de op twee na grootste van Frankrijk, na Roissy en Orly. Voor de coronapandemie verbleven er zo’n 400 personen per jaar. In 2021 liep het aantal terug tot 174, waarvan 76 procent volwassen mannen waren, en de meeste een Marokkaans, Tunesisch of Turks paspoort hadden. In het eerste kwartaal van 2022 werden 43 mensen in de kamers vastgehouden.  

    Lees ook:

  • ‘Als ik mijn land nu zou verlaten, zou ik het verraden’

    ‘Als ik mijn land nu zou verlaten, zou ik het verraden’

    Duizenden Russen zijn de afgelopen weken hun land ontvlucht uit onvrede met het politieke klimaat of uit financiële noodzaak vanwege de zware sancties. De onafhankelijke Russische nieuwsorganisatie Meduza sprak met enkele achterblijvers. Wat zijn hun redenen om niet te vertrekken?

    Duizenden mensen zijn de afgelopen weken Rusland ontvlucht, in de hoop de binnenlandse politieke, sociale en economische gevolgen van de oorlog te ontlopen. Maar zij zijn in de minderheid: niet iedereen kan zo snel naar een nieuw land verhuizen, al zouden ze dat nog zo graag willen. Sommigen blijven in Rusland vanwege familie, anderen kunnen het zich niet veroorloven om te vertrekken, terwijl weer anderen uit principe blijven waar ze zijn.

    Screen Shot 2022 03 17 at 9.16.47 PM 1

    Kirill – Ingenieur, Moskou

    ‘Mijn familie en ik dachten erover om te emigreren maar zien dat uiteindelijk niet zitten. Wat heeft het voor zin om ergens heen te gaan waar we niet kunnen blijven? Het zou alleen maar moeilijker worden om terug te keren. Ik ben er niet klaar voor om ergens als een illegale immigrant te leven. Nog niet.

    Als we via de officiële weg ergens legaal zouden kunnen wonen, dan zou ik vertrekken. Ik denk dat dit land donkere tijden te wachten staan. Hopelijk maakt de Russische bevolking de laatste stuiptrekkingen van haar grote leider mee.’


    Tatjana – Werkt voor een IT-bedrijf, regio Perm

    ’Mijn ouders zijn bejaard en mijn partner werkt in overheidsdienst. Om die redenen kan ik niet weg. Bovendien denken we dat de Europese Unie binnenkort waarschijnlijk ook in een grote crisis zit, en dan zal het in Rusland makkelijker overleven zijn.

    Vanwege de russofobie die nu overal heerst, is het onveilig om nu buiten Rusland te wonen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat alles duur is geworden daar. De kosten voor levensonderhoud zijn zodra de migratie begon omhoog geschoten.’


    Elizaveta – Werkt in de pr en marketing, Angarsk

    ‘Ik heb overwogen om te vertrekken, en eigenlijk wil ik dat nog steeds. Ik ben dertig jaar oud en kom uit een kleine stad in Siberië. Ik begon net echt te leven in plaats van te overleven: ik had genoeg geld om lekker te eten, mooie spullen te kopen en met mijn man reizen te maken. En nu duwt mijn land mij terug de armoede in, terug naar de tijd toen reizen naar het buitenland alleen maar in onze verbeelding bestond.

    ‘Ik wil niets te maken hebben met dit agressorland’

    Ik wil niets te maken hebben met dit agressorland. Het past niet in mijn wereldbeeld. We blijven hier omdat we de voogdij over een kind hebben, en we op dit moment niet het recht hebben haar mee het land uit te nemen. Bovendien hebben we nog niet genoeg tijd gehad om te sparen voor een verhuizing. Maar we zijn begonnen met het leren van een vreemde taal. Zo kunnen we alvast een basis leggen.’


    Meduza & 360

    360 gaat samenwerken met de onafhankelijke Russischtalige nieuwssite Meduza.
    Sinds de Russische inval in Oekraïne hebben de autoriteiten Meduza afgesloten voor Russische internetgebruikers. Ook hebben veel buitenlandse correspondenten en media het land verlaten na een controversiële mediawet die het verspreiden van ‘nepnieuws’ sanctioneert met een gevangenisstraf die kan oplopen tot vijftien jaar. 360 breekt al jaren een lans voor onafhankelijke en vrije journalistiek. Met deze samenwerking wil 360 een platform bieden aan onafhankelijke en kritische geluiden uit Rusland, zodat ook de Nederlandse nieuwsvolger op de hoogte kan blijven van wat er speelt aan de Russische kant van het front.

    Aidar – Programmeur, Kazan

    ‘Ik heb me suf gedacht, en ik zal blijven twijfelen, ofwel tot ik vertrek, ofwel voor de rest van mijn leven. Er zijn verschillende redenen waarom ik blijf. Ik ben de oudste zoon en mijn broer werkt in het buitenland. Mijn ouders kunnen niet weg, tenminste niet op korte termijn. Het was niet meer dan logisch dat de jongste zoon naar een rijker land zou gaan om te werken, en dat de oudste zoon voorlopig bij onze ouders in dit totalitaire land zou blijven.

    De andere reden is mijn vriendin, hopelijk mijn toekomstige vrouw. Het is voor mij geen optie om weg te gaan terwijl zij hier achterblijft, en er zijn geen garanties als je in het buitenland bent. Ook niet als je hier blijft, trouwens. Als deze twee factoren niet meespeelden, zou ik vertrekken, zelfs zonder spullen en met een onzekere toekomst. Ik denk dat ik het in het buitenland best zou redden als ervaren programmeur, maar diezelfde garantie kan ik mijn dierbaren niet geven. Zij hebben me hier waarschijnlijk harder nodig.

    ‘Deelnemen aan een protestactie zou te gevaarlijk zijn’

    Ik zie niet voor me dat we in Rusland een comfortabel leven kunnen leiden. Een minder comfortabel leven in het buitenland lijkt me aantrekkelijker. Bovendien voel ik me elke dag dat de oorlog voortduurt indirect verantwoordelijk voor wat er gebeurt, en misschien ben ik dat ook wel: als burger ben je maar een klein beetje verantwoordelijk, maar niettemin verantwoordelijk voor wat jouw land aan het doen is. Deelnemen aan een protestactie en een gevangenisstraf riskeren, waardoor ik mijn dierbaren niet zou kunnen helpen of het land niet zou kunnen verlaten, zou te gevaarlijk zijn.’


    Elizaveta – Accountant, Moskou

    ‘Ik dacht eraan om weg te gaan toen ik nog studeerde – mijn seksuele geaardheid speelde een rol –, maar ik had de moed niet. En nu is die kans verkeken. Mijn moeder heeft een beroerte gehad, ik heb een puppy om voor te zorgen en ik ben blut. Om nog maar te zwijgen over mijn beroep, dat niemand in het buitenland zou interesseren.

    Ik denk dat er in de toekomst veel armoede in het land zal zijn door de hoge inflatie, werkloosheid en het sluiten van bedrijven. Wie arm is, zoals ik, zou dan wel eens van honger kunnen omkomen.’


    Alija – Werkt in een galerie voor moderne kunst, Moskou

    ‘Ik wil wel weg, maar mijn man niet. Hij denkt niet dat we in het buitenland werk zullen vinden zonder de taal te spreken of speciale vaardigheden te hebben. Dan is er ook nog de kwestie van mijn ouders en mijn oude, tweeënnegentigjarige grootmoeder, voor wie ik moet zorgen. Ik ben heel bang, maar mijn familie achterlaten kan ik niet. Ik denk dat het erg uit de hand gaat lopen: tirannieke wetshandhaving, armoede, banditisme, en misschien een burgeroorlog.

    ‘Niemand zit op kunst te wachten als er oorlog is, of in de nasleep ervan’

    We hebben een vakantiehuisje in een dorp, en als alles in duigen valt, zullen we daarheen moeten verhuizen. Ik heb geen enkele mogelijkheid meer om me beroepsmatig verder te ontwikkelen en plezier te hebben in mijn werk. Dat is me afgepakt. Niemand zit op kunst te wachten als er oorlog is, of in de nasleep ervan.’


    Alisa – Werkt in de dienstensector, Krasnodar

    ‘Ik denk er vaak over na om weg te gaan. Ik doe mijn uiterste best om een manier te vinden om mijn ouders mee te krijgen. Maar hoogstwaarschijnlijk blijf ik hier om dicht bij mijn dierbaren te zijn. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om ze achter te laten.

    Soms denk ik terug aan de verhalen van mijn vader, die vertelde hoe moeilijk het was in de jaren negentig. Nu voorzie ik een toekomst die veel erger is dan toen: veel mensen komen zonder werk te zitten, honger wordt een ernstig probleem en de criminaliteit zal de pan uit rijzen. We zitten op de Titanic, en die heeft net de ijsberg geraakt.’


    Nastya – Verkoopt producten op een markt, Moskou

    ‘Ik popelde om naar Georgië te gaan of naar een ander GOS-land [verbond van voormalige Sovjet-Unielanden]. Maar ik ben tweeëntwintig, die stomme leeftijd waarop ik wel een spaarpotje heb maar niet genoeg om alles te laten vallen en voor onbepaalde tijd naar een land te verhuizen waar ik niet kan werken.

    ‘Ik wil gewoon niet weg. Dit is mijn land en ik ben ervan overtuigd dat we iets kunnen veranderen’

    Ik ben ook bang om mijn grootmoeder en vader achter te laten, die in de Samara-regio wonen. Ik moet mijn oma gaan helpen om de meest noodzakelijke levensbehoeften in te slaan. Ik vrees dat haar pensioen niet genoeg is, of dat er een tekort aan producten zal zijn. Bovendien wil ik gewoon niet weg. Dit is mijn land en ik ben ervan overtuigd dat we iets kunnen veranderen. Vooral nu, nu het regime in Rusland bijzonder kwetsbaar is. Als we deze crisis overleven, kunnen we een nieuw Rusland opbouwen. Ik probeer er het beste van te maken en te doen wat ik kan.’


    Oleg – Werkt op een universiteit, Jelets

    ‘Ik heb nagedacht over weggaan. Ik weet niet hoe ik op morele wijze verder kan leven. Ik denk er nog steeds over na, maar… Ik heb hier een dochter, die bij mijn ex-vrouw woont. En hier is ook het graf van mijn moeder.’


    Jevgeni – Werkt in een autozaak, Vladivostok

    ‘Vijf jaar geleden besloot ik te blijven en sindsdien ben ik niet van gedachten veranderd. Even overwoog ik te vertrekken toen mijn vrienden meteen na 24 februari begonnen te praten over emigreren. In paniek sloot ik me aan bij enkele immigratiegroepen op internet. Ik had zelfs al een vliegticket naar Istanboel, voor begin maart. Ik had het al gekocht lang voordat dit allemaal gebeurde, wat een gelukkig toeval leek. Toch ben ik uiteindelijk niet in dat vliegtuig gestapt.

    ‘Ik maak vaak het grapje dat er uiteindelijk drie mensen in dit land over zullen blijven: Navalny, Poetin en ik’

    Ik heb in mijn leven al veel in het buitenland gewoond en heb genoeg ervaring opgedaan om te begrijpen hoezeer ik mijn thuis en mijn land waardeer. Ik hou echt van Rusland en de mensen hier. Ik heb hier geleerd wat vriendschap en liefde zijn, hier ben ik geworden wie ik ben, hier heb ik mijn belangrijkste waarden en de zin van mijn leven leren kennen, en daarom zal ik blijven. Ik denk dat vrijheid het waard is om voor te vechten. Ik maak vaak het grapje met mijn therapeut dat er uiteindelijk drie mensen in dit land over zullen blijven: Navalny, Poetin en ik.’


  • De koloniale landkaart kent zowel Bengaalse als Indiase slachtoffers

    De koloniale landkaart kent zowel Bengaalse als Indiase slachtoffers

    Zeventig jaar geleden trok een Britse advocaat een bizarre grens tussen India en Bangladesh. Wie zijn enclave verliet, moest ineens over een visum beschikken, anders was hij een illegale immigrant in een ander land.

    Abul Seikh zat drie jaar in de gevangenis omdat hij zijn dorp had verlaten. Bij de kruising voor het ziekenhuis arresteerde de grenspolitie hem. Er was geen hek, geen douane, alleen een onzichtbare lijn en toen hij die overschreed, pakte de Indiase politie hem op. ‘Ze zeiden tegen me dat ik uit Bangladesh kwam, en dat ik de gevangenis in moest,’ vertelt hij.

    Seikh werd het slachtoffer van een grens die een Britse koloniale ambtenaar meer dan zeventig jaar geleden had getrokken tussen India en Bangladesh. Die grenslijn heeft zijn dorp veranderd in een Bengaals gehucht, ingesloten door India. Want langs de grens tussen India en Bangladesh ligt een unieke lappendeken van enclaves. Door de lijn van de koloniale ambtenaar ontstonden tientallen kleine India’s in Bangladesh en tientallen kleine Bangladeshjes in India. Officieel hebben de landen in 2015 hun enclaves wel uitgewisseld, maar de mensen leven nog steeds met de gevolgen.

    Seikh is nu vierendertig jaar oud en woont in de voormalige enclave Mashal Danga. Ongeveer de helft van het jaar brengt hij als dagloner door in grote steden. Hij is een van de miljoenen arbeiders die daar op bouwplaatsen hurken, graven en slapen, tot het regenseizoen aanbreekt en alles stilligt. Seikh was zestien toen hij voor het eerst vanuit de enclave naar Delhi vertrok. Iemand had hem een baantje beloofd. Ze waren met een groep van zes tieners uit hetzelfde dorp. ‘De grenspolitie loerde op ons,’ zegt hij. De politie arresteerde ze als illegale immigranten. Maar Seikh en zijn vrienden zijn midden in India opgegroeid, al was het in een klein stukje Bangladesh.

    Enclaves

    Dat klinkt ingewikkeld en dat is het ook. Tot 2015 had India 111 enclaves in Bangladesh, en Bangladesh had er 51 in India. Toen werden ze opgeheven. Maar de bewoners zijn sinds tientallen jaren nog steeds gevangen in deze cartografische eigenaardigheid. Degene die de grenslijn trok tussen Bangladesh en India was Cyril Radcliffe, een Londense advocaat. Toen hij in 1947 de opdracht kreeg om Brits-Indië te verdelen, was de kolonie hem volkomen onbekend. Hij was nooit verder naar het oosten gereisd dan Parijs. Nu had hij vijf weken de tijd om het subcontinent te verdelen. Daarbij moest hij ook de grens trekken tussen India en het huidige Bangladesh.

    De gebieden die hij met de pen van elkaar scheidde, had hij nooit bezocht

    Radcliffe betrok in India een huis in Simla, de stad in de bergen waar de Britten de hete zomer doorbrachten. De kaarten die hij gebruikte waren niet up-to-date. De gebieden die hij met de pen van elkaar scheidde, had hij nooit bezocht. Op 9 augustus 1947 was hij klaar met zijn werk. Een dag later reisde hij af, nadat hij alle bescheiden had verbrand. Hij zou nooit meer naar India terugkeren en accepteerde ook het afgesproken honorarium niet. Radcliffe wist wat hij had aangericht.

    Toen de grenzen van kracht werden, volgden er weken vol geweld – moslims werden naar Pakistan verjaagd, hindoes naar India. In de chaos werd gemoord, geplunderd en verkracht. De Radcliffe-linie verdeelde niet alleen een land, maar maakte het leven in de enclaves tot een nachtmerrie.

    Vredesverdrag

    De enclaves bestonden al lang voordat Radcliffe het land opdeelde. Volgens de legende zijn ze ontstaan doordat de maharadja van het koninkrijk Cooch Behar en de maharadja van Rangpur regelmatig tegen elkaar schaakten. Inzet bij hun spel zouden kleine delen van hun rijken geweest zijn. Maar waarschijnlijk is dat alleen maar een sterk verhaal.

    Enclaves in enclaves in enclaves, in elkaar geschoven als een Russische matroesjka

    Feitelijk ontstonden de enclaves in het begin van de achttiende eeuw als gevolg van allerlei oorlogen en vredesverdragen. In elk vredesverdrag stond dat een van de heersers een stukje land aan de ander moest afstaan. In bijzonder groteske gevallen ontstonden binnen enclaves nog zogeheten contra-enclaves. Enclaves in enclaves in enclaves, in elkaar geschoven als een Russische matroesjka. De kleinste enclaves waren maar net groot genoeg voor een familie. De mensen die er woonden, stoorden zich niet aan die grenzen; hun leven ging gewoon op de oude voet door, totdat Radcliffe in 1947 zijn werk begon.

    Doordat de grenzen van de enclaves nu grenzen werden van moderne staten, leefden hun bewoners plotseling in verschillende landen. Wie zijn enclave verliet, moest ineens over een visum beschikken, anders was hij een illegale immigrant in een ander land.

    Ganesh Barman was als jongeman een sprinter. De schooldirecteur ontdekte zijn talent en overtuigde zijn vader ervan dat de jongen moest hardlopen. Hij was de snelste van zijn school en de snelste van zijn district. Persoonlijk record: 58 seconden op de 400 meter. Dat zou voldoende zijn geweest om zich te meten met de snelsten van zijn deelstaat West-Bengalen, en voor een plek bij de grenspolitie, die baantjes weggaf aan de beste sporters uit de streek. Maar Ganesh is boer geworden, en geen politieman. Hij zit in een huis van golfplaat waar hij met zijn gezin, de gezinnen van zijn twee broers en hun ouders woont. Hij verbouwt rijst zoals zovelen hier, en een beetje illegale tabak.

    Ganesh woont in Falnapur, een dorp met achthonderd inwoners. Toen hij naar school ging, stond zijn huis nog in een enclave. Daarom kon zijn droom niet in vervulling gaan. ‘Op school gaven we een ander adres op,’ zegt Ganesh. ‘Dat van het huis van mijn grootvader, dat in India stond.’ Mainland, zeggen ze hier tegen India: het vasteland, omdat de enclaves eilanden zijn. Kinderen uit Falnapur konden niet naar school; wie onderwijs wilde krijgen, moest een vals adres opgeven of een adres van familie buiten de enclave. Elke morgen stak Ganesh een landsgrens over.

    Het bedrog kwam uit omdat hij zo’n snelle sprinter was. Op een bepaald moment was het adres niet meer voldoende voor de organisatoren van de wedstrijden. Ze wilden een Indiaas identiteitsbewijs zien, en dat had Ganesh niet. Ook voor de aanstelling bij de grenspolitie zou hij zo’n document nodig gehad hebben. ‘De andere sprinters hebben ze aangenomen,’ vertelt Ganesh. Die waren langzamer dan hij.

    Rechtenloos

    Tot 2015 konden mensen geen gebruik maken van de openbare voorzieningen in de regio: de ziekenhuizen, de waterleiding, de politie. De enclaves waren een soort rechtenloze gebieden zonder infrastructuur. Toen kwamen India en Bangladesh overeen om ze uit te ruilen. Veertienduizend bewoners van de opgeheven enclaves kregen nu een Indiaas identiteitsbewijs en een kiezerspas. Maar velen weigerden om aan verkiezingen deel te nemen.

    De mensen in de enclaves zijn nog altijd geen echte Indiërs

    ‘Al meer dan zeventig jaar worden wij benadeeld,’ zegt Ganesh. Zijn zoon bezit nog steeds geen geboortebewijs, zijn vrouw en hij geen huwelijksakte – steeds klonk het: kan niet worden uitgereikt. Hun status is nu weliswaar officieel geregeld, maar in de bureaucratische jungle van India ontbreekt het hun meestal aan een bepalend document. De mensen in de enclaves zijn nog altijd geen echte Indiërs.

    In 2015 heeft de Indiase regering hun veel beloofd. De vroegere enclaves zouden waterleiding en gezondheidscentra krijgen. De landsregering zegde financiële steun toe. Maar de regering van het land en die van de deelstaat behoren tot elkaar vijandig gezinde partijen. Politici van de ene partij zeggen dat de andere partij geld heeft verduisterd. Politici van de andere partij zeggen dat pas de helft van het geld binnen is. 

    Het gebied langs de grens ziet er sappig groen uit. In de bevloeide rijstvelden zwemmen eenden en staan blauwe reigers, en de bananenbladeren hangen weelderig langs de wegen. Overal scharrelen geiten tussen de mensen. Toen Radcliffe zijn lijn trok door het oosten van India, schiep hij wat in India tegenwoordig de ‘kippenhals’ wordt genoemd: een smalle strook India tussen Bangladesh, Bhutan, Nepal en China. Die verbindt de buik van India met de kop in het noordoosten. In die kippenhals, in het sappige groen, liggen de enclaves. Langs de grens staan hoge hekken. Niemand moet het in zijn hoofd halen om die hals te breken.

    Bijobala Barman kwam vijfendertig jaar geleden de enclave Naulgram binnen, die omringd was door India. Bijobala is ongeveer vijftig jaar oud, helemaal zeker weet ze het niet. Ze bezit wel een Indisch identiteitsbewijs en een kiezerspas, maar de geboortejaren daarop komen niet overeen. Bijobala’s ouders hebben haar ooit uitgehuwelijkt naar de enclave. Haar man Hitindra is eenenzestig jaar oud. Hij werkt nu als boer, maar liever reisde hij met een harmonium langs de dorpen om volksliederen te zingen op bruiloften. Zijn vrouw was dertien of veertien toen ze hierheen kwam. ‘Ik had de tiende klas afgerond,’ zegt Bijobala, ‘maar hier waren geen wegen en de kinderen kregen geen onderwijs.’ Een weg voor de 1700 inwoners van Naulgram is er nog steeds niet.

    De grens met de enclaves mag dan officieel zijn afgeschaft, in de hoofden van de mensen bestaat hij nog steeds

    De grens met de enclaves mag dan officieel zijn afgeschaft, in de hoofden van de mensen bestaat hij nog steeds. Mannen geloven dat de beste vrouwen niet met hen willen trouwen omdat ze in voormalige enclaves wonen. En de mooiste meisjes gaan weg omdat ze hopen op een goede partij aan de andere kant van de onzichtbare grens. 

    Ook Bijobala heeft haar dochter gegeven aan een man buiten de enclave. ‘Daar heeft ze het beter. En ons kleindochtertje wordt een echte Indiase.’ De zonen zijn gebleven. Een van hen heeft gestudeerd en kan geen baan vinden. Hij zou graag voor de overheid werken, maar daar willen ze hem niet. Toen Bijobala en haar man in 2015 een Indiaas identiteitsbewijs kregen, hebben ze overwogen om te verhuizen. Toch zijn ze gebleven. Hun grond is hun waardevolste bezit, ze willen niet weer van vooraf aan beginnen.

    Omstreden gebied

    Grenzen hebben in Zuid-Azië een andere betekenis dan in het huidige Europa. Hier zijn het helder getrokken lijnen, in India gaat het eerder om gebieden. Degenen die ooit overeenstemming bereikten over de grenslijnen, zijn allang weg. En degenen die ze nu bewaken, zijn het er meestal niet over eens waar ze precies lopen. Dus verklaren ze het gebied links en rechts van een grens tot omstreden gebied. In de kippenhals word je soms al honderd meter voor de grens tegengehouden door een beambte. ‘Zou ik in uw land zomaar tot aan de grens kunnen lopen?’ vraagt die. Dat zou hij kunnen, maar hij lijkt het nauwelijks te begrijpen.

    Een aantal bewoners van enclaves hebben in 2015 alles opgegeven: dat zijn degenen die vanuit Bangladesh naar India zijn geëmigreerd. Na de uitruil lokte de Indiase regering ze met de belofte van een nieuw leven en financiële steun. Toen bijna duizend van hen daadwerkelijk kwamen, werden ze door de lokale politici met de nodige tamtam ontvangen. In de Indiase enclaves woonden 37.000 mensen. De meesten zijn in Bangladesh gebleven. Het is alsof ze vermoedden wat er zou gebeuren.

    In Dinhata, op een paar uur van de grens, is er een wijk voor de nieuwe Indiërs uit de voormalige enclaves. Eerst hebben ze vijf jaar in kampen gezeten. De huizen van de wijk zijn blauw-wit geschilderd, een jaar geleden waren ze klaar. Alle woningen zijn identiek en even groot, of de familie die erin woont nu vijf of vijftien leden telt. De verf bladdert al af. 

    ‘We zijn hier weliswaar een minderheid, maar in ieder geval zijn we die minderheid samen’

    Kachya Barman, vijftig jaar oud, wacht al zes jaar op wat zijn nieuwe vaderland hem heeft beloofd. Hij stapte in 2015 in Bangladesh in een bus die hem naar het noorden bracht. Hij nam zijn gezin mee. Ze wonen met zijn achten in de woning. Kachya is hindoe, de meerderheid in Bangladesh bestaat uit moslims. India, meende hij, was het land waar hij thuishoorde. Het land waar hij van afgesneden raakte toen Radcliffe zijn grenzen trok. Dus liet hij alles achter. ‘Nu vragen mijn verwanten mij: waarom ben je vertrokken? We zijn hier weliswaar een minderheid, maar in ieder geval zijn we die minderheid samen. Waren jullie maar hier gebleven.’

    Bedreigingen 

    Sinds een jaar woont Kachya met zijn gezin in het appartement in Dinhata. Als hij uit het raam kijkt, ziet hij een grasveldje op de binnenplaats. Kachya was boer, nu heeft hij wel een woning, maar geen land. Hij werkt net als de meeste mannen in de wijk als dagloner in de grote steden. Hij zegt dat de Indiase staat hem geld schuldig is. Maar dat mocht hij niet krijgen: politici vrezen sociale onrust in de stad als ze geld uitdelen aan de gezinnen uit de enclaves. Onlangs verzamelden zich buren voor de poort van de wijk en riepen bedreigingen. Ze zeiden: ‘We hebben jullie land gegeven, wat willen jullie eigenlijk nog meer?’ De mensen hier zijn arm, de buren kijken met jaloezie naar die nieuwe Indiërs, die blijkbaar alles cadeau krijgen. Kachya zou eindelijk wel eens willen hechten, maar zijn hart ligt nog steeds in Bangladesh.

    Ook deze geëmigreerde enclavebewoners zijn geen echte Indiërs geworden. Radcliffe heeft een grens getrokken en is weggegaan. En meer dan zeventig jaar later weten de mensen nog steeds niet echt waar ze nu eigenlijk bij horen.

    Waarschijnlijk zal de tijd helpen om levens, die ooit door de grenslijn van elkaar werden afgesneden, weer samen te voegen

    Kachya’s oudste zoon was zestien jaar toen de familie naar India verhuisde. Tegenwoordig werkt hij in een steengroeve. Op de Indiase school werd hij uitgelachen. Hij was de jongen uit Bangladesh. Hij zegt: ‘Ik voel me een Bengalees.’ Kachya’s jongere zoon Surjyo was veertien toen de familie naar India verhuisde. Hij voetbalt in de stad, werd een keer tot beste speler van de wedstrijd uitgeroepen en kreeg een bokaal. Binnenkort is hij klaar met de middelbare school en wil verder studeren. Hij zegt: ‘Ik voel me een Indiër.’

    Waarschijnlijk zal de tijd helpen om levens, die ooit door de grenslijn van elkaar werden afgesneden, weer samen te voegen. Maar soms helpt zelfs de tijd niet. Uit de wijk van de immigranten in Dinhata zijn in de afgelopen jaren een paar jongemannen verdwenen. Dit jaar waren het er drie. Ze zijn teruggevlucht naar Bangladesh. Daar zijn ze nu illegale immigranten in hun oude vaderland.

  • ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    Binnenkort vertrekt ze, na zestien jaar en vier verkiezingsoverwinningen, vele crises en catastrofen, successen en rampen. Der Spiegel boog zich in een speciaal nummer over het tijdperk Angela Merkel. In dit overzichtsartikel van Dirk Kurbjuweit wordt haar leiderschap zorgvuldig geëvalueerd, aan de hand van de belangrijkste thema’s die haar tijd kenmerkten.

    Het tijdperk-Merkel was een tijd van spoken. Het was doortrokken van crises die zich aanvankelijk onzichtbaar uitbreidden en daarom zo’n griezelige indruk maakten. Dat gold voor de kredietcrisis en de eurocrisis, voor de pandemie en de klimaatverandering. Er was iets aan de hand, maar wat er precies aan de hand was begrepen alleen deskundigen, wetenschappers echt goed. Voor de anderen bleef er vooral een gevoel van onzekerheid hangen, van angst ook. Hoe zal dat spook mijn leven veranderen of beschadigen? Want al die crises hadden of hebben mogelijk ook catastrofale gevolgen op persoonlijk vlak: verlies van banen, van een levenstandaard, ziekte en dood.

    Angela Merkel had veel in zich om de juiste bondskanselier voor deze tijd te zijn, om een gelukstreffer van de geschiedenis te worden. In haar eerste leven werkte ze als wetenschapper, ze was een vrouw van getallen, tabellen, curven. Ze is hoog intelligent, doordrenkt van rationaliteit. Gespook kan haar niet bang maken omdat ze in staat is om het wezen ervan, de feiten erachter, te doorgronden. 

    Maakte dat Merkel de juiste kanselier voor deze tijd, voor de jaren 2005 tot 2021, een tijd van crises en catastrofen zoals de bondsrepubliek die niet eerder beleefd heeft? Binnenkort treedt ze af, zodra de bondsdag een opvolger of opvolgster heeft gekozen, waarschijnlijk in de herfst. Merkel zal zich dan voorlopig terugtrekken uit de politiek, na 31 jaar.

    In 1990 begon haar adembenemende carrière, meteen na de val van de muur, toen Angela Merkel een streep zette onder haar bestaan als fysicus aan de Akademie der Wissenschaften van de DDR en de politiek in ging.

    Ze was in elk geval een subtiel grapje van de geschiedenis. Een vrouw uit het Oosten moest meehelpen om het Westen door zijn grote crisis heen te leiden. Dat was de tweede grote ontwikkeling van haar tijdperk, naast de spookachtige crises: de liberale democratieën in Europa, Noord-Amerika en Australië werden stevig door elkaar geschud. Het begon precies twintig jaar geleden met de islamitische terreuraanslagen van 11 september 2001, werd doorgetrokken met een nieuwe agressieve houding van Rusland, de snelle opkomst van China als supermacht en de mislukte poging om een westers stempel te drukken op een deel van de islamitische wereld, in Irak en Afghanistan. 

    Ook de interne toestand van het Westen biedt een somber beeld: brexit, Donald Trump, rechts populisme in veel landen, vooral de grote vragen die de kredietcrisis en de klimaatverandering hebben opgeworpen over de westerse economie en levenswijze, de twijfel of liberale democratieën efficiënt genoeg zijn om pandemieën effectief te bestrijden – dat alles maakte het Westen tot een crisisgebied, knaagde aan het zelfbewustzijn in de grote westerse samenwerkingsverbanden, de EU en de NAVO.

    Merkel moest antwoorden vinden, vooral voor de bondsrepubliek, maar ook voor Europa en de wereld. Hoe goed ze dat daadwerkelijk gedaan heeft, zullen we pas over een paar jaar, of decennia, weten. De geschiedenis neemt vaak de tijd voor haar oordeel. We kennen nog niet alle gevolgen van Merkels handelen, misschien zullen we ze onder invloed van haar opvolgers opnieuw beoordelen. Maar een voorlopige balans is natuurlijk mogelijk, en aan het eind van haar tijdperk noodzakelijk.

    Hier volgt een balans in zeven hoofdstukken, de zeven catastrofes of crises die met name een stempel hebben gezet op Merkels ambtsperiode. De catastrofe op de financiële markten, de eurocrisis, de eeuwige dreiging die Poetin heet, de grote toevloed van vluchtelingen, Donald Trump, wiens naam hier staat voor de aanval op de liberale democratie in het algemeen, de klimaatverandering en de pandemie.

    Daar moest ze doorheen. Dat beheerste haar overvolle, sombere agenda. Dat was haar tijd, haar tijdperk.


    1. De kredietcrisis

    ‘Wij zeggen tegen de spaarders dat hun tegoeden veilig zijn.’

    – Merkel op 5 oktober 2008

    Het gespook begint. Banken melden problemen, aandelenkoersen storten in, vakjargon overspoelt de publieke discussie: subprime, interbancaire handel, asset-backed security’s. Derivaten. Slechte leningen. Nog meer banken melden problemen. Op 15 september 2008 gaat de zakenbank Lehman Brothers in New York onderuit, met catastrofale gevolgen voor de financiële economie in de hele wereld.

    Merkel maakte een radeloze indruk in de beginfase van deze crisis. Ze wist ook niet precies wat er gebeurde, hoe diep de val kon zijn. Maar ze heeft zich snel ingewerkt, heeft haar intellect gevoed met informatie en analyses over de verwevenheden in de financiële wereld, ze heeft gelezen en vele uren met deskundigen gepraat. Toen was ze er klaar voor, op de hoogte van de nieuwe tijd.

    In de VS hadden banken vastgoedkredieten zonder toereikende dekking verhandeld. Die werden door het financiële systeem gebundeld tot producten waarvan de inferieure kwaliteit niet meteen zichtbaar was. Zulke pakketten lagen wereldwijd overal opgeslagen als mijnen die wachtten op het signaal om te ontploffen. Lehman Brothers was dat signaal.

    Kort daarna viel ook het Duitse Hypo Real Estate (HRE) om. In de nacht van 28 op 29 september pokerde Merkel met de toenmalige baas van de Deutsche Bank, Josef Ackermann, met als inzet welk aandeel de banken op zich zouden nemen voor het debâcle van HRE. Merkel eiste 10 miljard. Te veel, vond Ackermann. 9 miljard, zei Merkel. Nee, zei Ackermann. Bij 8,5 miljard hadden ze een deal. De staat moest 26,5 miljard dragen.

    Veel burgers toonden zich niettemin verontrust, grote bankbiljetten werden hier en daar schaars omdat men thuis geld oppotte. Op 5 oktober stelde Merkel zich met toenmalig minister van Financiën Peer Steinbrück op voor de camera’s en verzekerde de burgers dat hun spaartegoeden veilig waren. Een vangnet voor de banken van 480 miljard werd door de bondsdag gejaagd.

    Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen

    Met de legendarische slooppremie en verruimde arbeidstijdverkorting ving Merkels regering de gevolgen voor de reële economie op. Weliswaar zakte het bruto nationaal product in 2009 met 5,7 procent, maar de werkgelegenheid bleef op niveau.

    Dit succes legde de basis voor Merkels reputatie als goede crisismanager. Een ander effect was ingrijpender. De financiële schok beroofde de bondskanselier volkomen van haar hervormingseuforie. Ze had de Duitsers al eerder als een angstig volk aangeduid, en nu wilde ze haar brave burgers niet nog meer belasten. Merkel, die zich met neoliberale ideeën een weg had gebaand naar het kanseliersambt, bouwde de verzorgingsstaat verder uit met een minimumloon, moederpensioen en oudergeld.

    Dat pakte ten dele heel goed uit, ook voor Merkel zelf, die zich daarmee verzekerde van herverkiezing, maar de hoognodige grondige hervorming van het pensioenstelsel bleef uit. Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis bovendien het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen: de bondskanselier weigerde in te gaan op de diepere oorzaken van de crisis en hoe het beter zou kunnen. Ze hield geen rede die houvast bood in een onheilspellende tijd.

    Merkel heeft de financiële crisis monetair en technocratisch opgelost, maar niet intellectueel, niet emotioneel in de publieke discussie. Dat men de banken hielp om uit de door hen zelf veroorzaakte crisis te komen ging het begripsvermogen van veel burgers te boven en maakte ze wantrouwend tegenover de politiek. Merkel versterkte die stemming nog door Josef Ackermann in 2008 te eren met een groot diner in haar ambtswoning, alsof hij zich verdienstelijk had gemaakt voor het algemeen belang. Terwijl juist de Deutsche Bank had willen profiteren van de handel in giftige financiële producten, en Ackermann zich had laten kennen als verachter van de staat.

    De kredietcrisis liet nog een tweede patroon zien in Merkels regeerstijl: ze hield afstand van lastige thema’s, had geen langetermijnplan om gewetenloos kapitalisme in te dammen. Zodra het weer opwaarts ging met het bruto nationaal product hield ze zich niet langer met deze problemen bezig, alsof ze opgelost waren.

    Maar het is eigen aan een langdurig kanselierschap dat onopgeloste problemen terugkomen, soms met een diepzwarte pointe. Toen in 2020 het Duitse fintechbedrijf Wirecard wegzonk in een stinkend moeras van bedrog en hebzucht, was dat ook de schuld van een falend overheidstoezicht op de financiële markt.

    Merkel moest zich een pijnlijke ondervraging door een onderzoekscommissie van de bondsdag laten welgevallen. Al was haar persoonlijke betrokkenheid bij dit schandaal niet groot, ze zat daar in zekere zin terecht: als een bondskanselier die maar weinig had gedaan om het financieel kapitalisme aan banden te leggen. 


    2. De eurocrisis

    ‘Mislukt de euro, dan mislukt Europa.’

    – Merkel op 19 mei 2010

    Over president Franklin D. Roosevelt werd ooit gezegd: ‘Een tweederangsintellect, maar een eersterangstemperament.’ Met deze combinatie loodste hij de VS uit een zware recessie, versloeg hij Hitler en kreeg hij een plaats in John Lewis Gaddis’ meesterwerk On Grand Strategy, over grote politieke strategiëen.

    Bij Merkel is het omgekeerd: hoogintelligent, weinig temperament. Dat gold als haar kracht, maar misschien is dat een vergissing. In de eurocrisis had meer Roosevelt een gunstig effect gehad.

    Voor de Europese Unie had Merkel vanaf het begin een strategisch doel: het oude continent te ertüchtigen (harder te maken), om het met een van haar lievelingswoorden te zeggen. De Unie moest naast de VS en China haar plaats innemen als de derde kracht in een nieuwe wereldorde. Daarmee wilde ze bovendien Duitsland verzekeren van een plaats in de wereldpolitiek.

    ‘Ertüchtigen’ betekende voor Merkel: de concurrentiekracht verbeteren, vooral in de andere lidstaten. Ze wilde politieke kracht ontlenen aan de de economische kracht.

    Aan dit idee hield ze vast toen in 2009 Griekenland als eerste door een schuldencrisis getroffen werd. Boven Merkels kanselierschap hing een paar jaar lang de allesbeheersende vraag: zal de euro het houden?

    Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s

    Zij wilde de problemen gewoontegetrouw met het hoofd oplossen, probeerde alles met elkaar in overeenstemming te brengen. De behoeften van de noodlijdende staten, de in spaarzaamheid getrainde Duitsers, de financiële markten, waarin ook gewetenloze spelers nog steeds hun slag wilden slaan. In Brussel marchandeerde ze nachtenlang met haar collega’s uit het Zuiden, voor wie ze te weinig Europeaan was, en kreeg vervolgens van haar eigen partij te horen dat ze de Duitse belangen verwaarloosde.

    Ze draaide hier en daar wat aan schroefjes en hield op de een of andere manier de machine aan de praat, maar wat ontbrak was een grand strategy voor een sterk Europa. De vooraanstaande Duitse intellectueel Jürgen Habermas verweet de kanselier ‘tranquilistisch geworstel’.

    In zekere zin was dat succesvol: de euro stortte niet in, ook dankzij een genereuze Europese Centrale Bank.

    Crises, zegt men, zijn ook kansen. Deze werd gemist. Europa staat er tegenwoordig slechter voor dan aan het begin van Merkels kanselierschap. De Britten zijn er niet meer bij, de regeringen van Polen en Hongarije hebben afscheid genomen van de liberale democratie, nationaal egoïsme overschaduwt bijna overal het idee van de Unie, ook in Duitsland. Belangrijke projecten zoals een gemeenschappelijke defensiepolitiek zijn blijven steken.

    Daarvoor is natuurlijk niet alleen Merkel verantwoordelijk. Maar tijdens de crisis had ze de kans om het Europese idee glans te geven door meer solidariteit te tonen. Dat had haar een zeker gezag verschaft waarmee ze het continent bijeen had kunnen houden. Dat zij tijdens de pandemie het roer omgooide en instemde met gemeenschappelijke schulden, kwam daarvoor te laat.

    Een inzicht uit het tijdperk-Merkel is dat grote intelligentie geen grote politiek nastreeft. Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s. En de berekening van politici komt bijna altijd neer op de overweging hoe de nationale verkiezingen te winnen zijn.

    Om risico’s te nemen is meer temperament nodig, in dit geval een hartstocht voor Europa die Merkel nu juist niet kon ontwikkelen. Haar biograaf Ralph Bollmann motiveert dat zo: ‘Een Europeaan in hart en nieren is Merkel nooit geweest, dat lag al besloten in haar socialisatie. Kohls Europese pathos bleef de voormalige DDR-burger vreemd.’

    Ook daarom is Europa’s slechte toestand niet een crisis die Merkel heeft overwonnen, maar een crisis die ze heeft achtergelaten.


    3. Poetin

    ‘Hoewel de Russische president, denk ik, heel goed wist dat ik er niet bepaald happig op was zijn hond te begroeten, bracht hij hem toch mee.’

    – Hondenhaatster Merkel over een bezoek aan Poetin in 2007

    Eén iemand was er altijd, al die zestien jaar. Merkels eeuwige kwelgeest, haar nemesis: Vladimir Poetin. Soms als minister-president, soms als president van Rusland. Zijn naam staat voor de permanente crisis van haar kanselierschap, voor de hoofdstukken ‘oorlog’ en ‘criminaliteit’. Ook de Turk Recep Tayyip Erdogan heeft Merkel gedurende haar hele tijdperk begeleid en gepest, maar hij was niet zo machtig en gevaarlijk als Poetin.

    Haar betrekkingen tot hem vormden geopolitiek gezien haar belangrijkste rol, als onderhandelaar van het Westen tegenover Rusland. Omdat ze uit haar eerste leven het Oostblok kende en omdat ze Russisch spreekt, was het vooral haar taak om Poetin in de hand te houden en tegenover hem het ‘normatieve project’ van het Westen, zoals historicus Heinrich August Winkler het heeft genoemd, overeind te houden: het bevorderen van vrijheid, democratie en mensenrechten overal ter wereld.

    Aan deze opdracht begon ze energiek; het kind van de onvrijheid streed hartstochtelijk voor de vrijheid, voerde een op waarden gebaseerde buitenlandse politiek, maande Poetin in 2006 om de moord op de kritische journaliste Anna Politkovskaja op te helderen, en ontving een jaar later de Dalai Lama, een vertegenwoordiger van de Tibetanen, die door de Chinese machthebbers bruut onderdrukt worden.

    Merkels doel was een betere wereld, en daarmee heeft ze veel mensen enthousiast gemaakt. Maar niet voor lang.

    Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten

    Poetin is niet een man die makkelijk te imponeren is. Het Russische regime liet openlijk vermeende tegenstanders vergiftigen of neerschieten, onder wie een Georgiër in de Berlijnse Tiergarten. Het land voerde en voert oorlogen in Georgië, in Syrië en stiekem in Oekraïne. Het annexeerde de Krim. Het overspoelde de westerse wereld met cyberaanvallen, ook de bondsdag en het kantoor van Merkel daar.

    Keer op keer belde Merkel met Moskou, uitte kritiek, waarschuwde, smeekte. In Minsk onderhandelde ze met Poetin over een wapenstilstand in Oekraïne en zag alleen aan het type maaltijd nog hoe laat het was. Ze is niet ingestort, ze toonde zich hard voor zichzelf en hardnekkig tegenover anderen, ze verwierf veel respect, ook van Poetin, maar alles bij elkaar heeft ze nauwelijks iets bereikt voor het normatieve project van het Westen.

    Omdat ze in principe een pacifiste is. Ze was niet bereid wapens tegen Rusland in te zetten en was ertegen dat de VS raketten leverde aan Oekraïne. Een wijs besluit, zeker. Oorlog met Rusland moest vermeden worden, zelfs al bezorgt dat het Westen een zwakke onderhandelingspositie omdat Poetin weet dat hij geen rekening hoeft te houden met een aanval.

    Bovendien verloor Merkel het doel van een betere wereld algauw uit het oog. De zaken van de BV Duitsland waren voor haar dan toch belangrijker; het vergroten van de welvaart van de natie werd snel haar belangrijkste project. De idealiste veranderde in de hoogste functionaris van het Duitse economische belang. Koppig hield ze vast aan de gaspijplijn NordStream 2 van Rusland naar Duitsland, hoewel ze daarmee de toorn van de VS afriep over Duitsland en haar geloofwaardigheid ondermijnde. Sancties zette ze tegen Poetins regime slechts met mate in. Na de gifaanslag tegen Aleksej Navalny, de criticus van het regime, vlamde haar engagement met de mensenrechten nog éénmaal op, maar al met al volgde ze een koers van appeasement.

    Nog duidelijker was Merkels koerswijziging in het geval van China, dat steeds belangrijker werd voor de Duitse export. De dalai lama heeft ze nooit meer officieel ontvangen, haar kritiek op het regime in Beijing klonk in elk geval niet luid. Enthousiasme wist ze niet meer op te wekken.

    Een ander patroon in Merkels kanselierschap kwam hier voor het eerst aan het licht: op idealistische aanzetten volgde weldra de ommekeer, het afscheid van zichzelf.

    Ze was vaak bereid het eigen project de rug toe te keren en haar volgelingen van dat moment teleur te stellen. Naast grote strategieën ontbrak het haar ook aan de wil vast te houden aan mooie doelen wanneer de prijs daarvoor haar te hoog leek.

    Dat geldt voor de hele westerse wereld, zoals blijkt in Afghanistan. De export van democratie was ook een doelstelling van deze militaire operatie. Vrouwen en mannen die de Amerikanen, de Duitsers en anderen vertrouwd hebben, zijn na de haastige aftocht overgeleverd aan de taliban en moeten vrezen voor hun leven. Dit komt vooral op rekening van de Amerikanen. Maar ook Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten. Het heeft haar nooit na aan het hart gelegen.


    4. De vluchtelingencrisis 

    ‘Wir schaffen das.’ 

    – Merkel in de nationale persconferentie op 31 augustus 2015

    Deze woorden blijven ons bij. Merkel sprak ze uit op het hoogtepunt van haar macht. Ze had de verkiezingen in de herfst van 2013 met een overweldigende meerderheid gewonnen, ze was geliefd bij de Duitsers, onomstreden in de CDU – er waren geen concurrenten. Toen kwamen de vluchtelingen. Dat was het kantelpunt voor Merkels kanselierschap.

    Toen zij op 4 september 2015 besloot om in Boedapest gestrande vluchtelingen naar Duitsland te laten komen, was dat niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart. Hier toonde ze een temperament, een hartstocht voor de vrijheid, een afkeer van muren, en haar christelijke opvoeding, vooral door haar vader, die predikant was.

    Veel Duitsers haastten zich naar de stations, heetten de vluchtelingen welkom, deelden eten en kleding uit, stelden hun huizen open. Zelden was een regeringsleider het zo eens met een groot deel van de bevolking. Het was een magisch moment, een zeldzaam mooie politieke gebeurtenis. Time Magazine verkoos Merkel tot persoon van het jaar. Zij was de stralende ster van het Westen, de profetes van het normatieve project, van de op waarden gebaseerde politiek.

    Aan de andere kant rakelde de toestroom van vluchtelingen ressentimenten op, racisme en haat tegen het zogeheten andere, het vreemde. De AfD groeide van een splinterpartij uit tot een machtsfactor en zette voortaan de liberale democratie onder druk.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten

    Wat deed Merkel? Ze liet de enthousiastelingen in de steek en maakte politiek voor de anderen, de sceptici, de angstigen, de haters. Toen haar intellect weer de overhand kreeg, toen de berekening over verkiezingskansen domineerde, accepteerde en bedreef Merkel een politiek van afscherming, die vooral werd bevorderd door de CSU onder leiding van haar toenmalige partijleider Horst Seehofer.

    De nieuwe muur liet ze oprichten door de Turkse president Erdogan, met wie ze een deal sloot die verhinderen moest dat mensen over de Egeïsche zee de EU binnenkwamen. Daarmee leverde ze zich uit aan een despoot. Ze nam het later zelfs voor hem op, toen hij zich opwond over een satirische kritiek van de tv-komiek Jan Böhmermann. Dat was een klap voor de de vrijheid van meningsuiting, de kern van het normatieve project.

    Zo ontstond uit het mooie het lelijke. Seehofer heeft Merkel openlijk vernederd, heeft haar de les gelezen, getreiterd, en zij verweerde zich niet, zij nam het voor lief dat de politiek zich onder haar niveau afspeelde, werd verprutst en huichelachtig werd. Er viel een schaduw over de stralende ster.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten. Merkel wilde vluchtelingen voortaan ver van Duitsland houden, maar ze wilde de grenzen niet zichtbaar sluiten, wilde de mythe van haar liberale hoogtepunt in stand houden.

    Zo liet de vluchtelingencrisis meerdere patronen zien in Merkels regeringsstijl. Opnieuw had ze geen strategie gevolgd. In 2014 op z’n laatst werd al duidelijk dat er meer en meer vluchtelingen naar Europa zouden komen. Zij kon dat niet over het hoofd zien, maar ze heeft zich daar te weinig zorgen om gemaakt. Dat uit het stijgende aantal vluchtelingen een vluchtelingencrisis groeide, heeft ook te maken met die tekortkoming. 

    Opnieuw gaf ze een liberaal project op, omdat de prijs haar te hoog leek. En weer liet ze na om een grote kwestie met een grote rede te begeleiden. 

    Haar beslissing van 4 september 2015 veranderde haar kanselierschap. De samenleving, die lang in een soort nieuwe Biedermeierstemming verkeerde en was ingedut, werd wakker, discussieerde en polemiseerde. Voor Merkel zelf begon de lange afdaling.


    5. Trump

    ‘I love her.’ 

    – De toenmalige president van de VS Donald Trump bij de NAVO-top in 2018

    Niet Poetin was voor Merkel de grootste crime in de persoonlijke omgang, en Seehofer ook niet. Deze rol was weggelegd voor Donald Trump: een derderangsintellect, een wild temperament. Hij was haar tegenpool: irrationeel, zonder scrupules, en ijdel op het belachelijke af.

    Toen hij in 2016 tot president van de VS werd gekozen, was dat een dieptepunt in de crisis van de liberale democratie. Een verachter van het systeem veroverde met populisme en nationalisme de topfunctie in dat systeem. Hij was de laatste hoop van de Amerikanen die zich gemarginaliseerd voelden. Vervolgens viel hij vooral op door de vuiligheid die hij via Twitter de wereld in blies. 

    Dat verhief Merkel in veler ogen voor korte tijd tot aanvoerster van het liberale Westen. 

    Zijzelf wees deze promotie, als ze daarmee werd geconfronteerd, af met een van haar gezichten vol onbegrip – en terecht. Duitsland was te klein om deze rol een basis te verschaffen, en de leider van een verenigd Europa was Merkel niet geworden.

    Thuis moest ze de liberale democratie zelfs verdedigen tegen islamitische terreur en rechtsextremistische aanslagen in Halle en in Hanau.

    Toen de Thüringer Landtag in februari 2020 een FDP-politicus met stemmen van de AfD tot deelstaatpremier koos, was dat een klap voor de grote consensus van de bondsrepubliek: dat niets wat herinnert aan de tijd van het nationaalsocialisme bestaansrecht heeft. Merkel noemde de verkiezing ‘onvergeeflijk’, de uitkomst zou ‘ongedaan gemaakt’ moeten worden, zei ze ook met het oog op de Thüringer CDU, die zich niet stevig van de AfD distantieerde. Dit werd gezien als inmenging in de belangen van een bondsland en was daarom omstreden, maar evengoed was het wel Merkels beste daad voor de liberale democratie in Duitsland. Overigens toonde ze zich op dit gebied wankel.

    Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd

    Haar strategie van de ‘asymmetrische demobilisering’ blijft haar onvergeeflijke zonde tegen de democratie. In meerdere verkiezingen trok Merkel door het land als een zandmannetje en verspreidde een slaperige stemming. Lakse aanhangers van andere partijen moesten vooral geen reden zien om naar de stembus te gaan om zo Merkels herverkiezing te voorkomen. Ze was lief voor bijna iedereen en drukte daarmee de opkomstcijfers tot historische dieptepunten.

    Dat verkiezingen een feest voor de democratie moeten zijn, daar had ze geen gevoel voor. Een feest van strijd, maar ze hield niet van openlijke strijd. Ze wilde niet inzien dat een democratie deze brandstof nodig heeft bij het zoeken naar de beste oplossingen.

    Merkel heeft een grote hartstocht voor de vrijheid, maar niet voor het wezen van de democratie, die ze eerder met haar intellect bezag, op een instrumentele manier. Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd.

    Merkel had niet alleen tot Erdogan een ambivalente verhouding, maar ook tot Viktor Orbán, die in Hongarije een illiberale democratie heeft gevestigd. Lange tijd trad ze niet vastberaden tegen hem op, omdat zijn Fidesz net als de CDU deel uitmaakte van de Europese Volkspartij in het Europees parlement. Ze had hem nodig als deel van haar eigen kamp. Ook hier gaf berekening de doorslag. Het nutsprincipe werd bij Merkel nauwelijks gehinderd door diepe overtuigingen.

    Wat Trump betreft vond ze de meeste van zijn opvattingen beslist ook afschuwelijk, maar meer nog hekelde ze het irrationele, onberekenbare. Daarom voelde ze zich meer verbonden met de Chinese president dan met de Amerikaanse. Wie haar in de loop van haar ambtsperiode over China hoorde spreken, constateerde een groeiend begrip voor de collega’s in Beijing, die hun reusachtige rijk autoritair regeren. Merkel kon zich verplaatsen in hun rationaliteit. 

    Dit is een nadeel van lange regeringsperioden: men gaat steeds meer executief denken, men voelt zich deel van een internationale clan die iets voor elkaar moet krijgen. In een democratie komt het echter niet alleen op het resultaat aan, maar ook op het proces dat tot die resultaten leidt. Daar heeft Merkel te weinig rekening mee gehouden. Een groot democraat was ze om deze redenen niet.


    6. De klimaatcrisis

    ‘Het gaat om de grondslagen van het leven van de generaties die na ons komen. Wij weten dat we nu moeten handelen.’ 

    – Merkel bij de VN klimaatconferentie van 2015 in Parijs

    Na een VN-rapport over de dramatische gevolgen van hogere temperaturen verplicht Merkel de EU in maart 2007 om bindende klimaatdoelen te stellen. In juni dat jaar, bij de G8-top in Heiligendam, overtuigt ze de Amerikaanse president George W. Busch om de klimaatpolitiek in VN-verband te voeren, en reist in augustus naar Groenland, waar zij zich in een rood jack vermanend en schilderachtig laat fotograferen voor de witte, smeltende gletsjers. Merkel, zo lijkt het, heeft haar thema gevonden. Enthousiasme: Duitsland heeft een klimaatkanselier.

    In deze zes maanden van het jaar 2007 legde Merkel het fundament voor een groot kanselierschap. Sluit even de ogen en stel je voor hoe zij en Duitsland ervoor zouden staan als ze sindsdien een consequente klimaatpolitiek had gevoerd.

    Maar dat heeft ze niet gedaan.

    Vanaf 2009 of al eerder wilde ze zich niet meer zo veel met dit thema bezighouden. De financiële crisis verminderde de welvaart, Merkel wilde de burgers niet nog meer belasten. De partijen waarmee ze al die jaren regeerde hadden toch al geen diep gevoel voor klimaatbescherming ontwikkeld, noch CDU en CSU, noch de FDP en de SPD. En de kanselier hield zich aan haar eigen uitspraak: ‘Politiek is wat mogelijk is.’

    De onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten

    Dat zijn woorden zonder enig temperament, koud en levenloos als diepgevroren vissticks. Dat is naakt pragmatisme.

    Politiek is echter ook de opdracht om datgene waarin je gelooft mogelijk te maken. Maar niet voor Merkel, die vooral herkozen wilde worden en daarom ook in de klimaatkwestie het eigen project en de enthousiastelingen in de steek liet. Als opperlobbyist van de Duitse auto-industrie streed ze in Brussel voor een afzwakking van de geplande grenswaarden voor de CO2-uitstoot.

    Maar aan het klimaatthema kon ze tijdens haar langdurige kanselierschap niet ontkomen. In 2019 dook het weer volop op omdat scholieren, ‘de generaties die na ons komen’, het vertrouwen in de politiek verloren hadden en naar het voorbeeld van de Zweedse Greta Thunberg demonstreerden voor een consequente klimaatpolitiek.

    Wat volgde was een bizarre, nauwelijks navolgbare vloed van steeds nieuwe klimaatdoelen voor Duitsland en de EU. ‘Kletskoek’ was niet meer genoeg, bitste de kanselier in 2019 in een fractievergadering van de CDU, waarmee ze onbewust ook een oordeel over haar eigen politiek uitsprak. Ze heeft zeker meer gedaan dan veel collega’s in andere landen, maar het was gewoon niet genoeg, zoals ze later zelf inzag. Dit falen werd zelfs door het Duitse constitutioneel gerechtshof bevestigd, dat de klimaatpolitiek tot dan toe in het voorjaar van 2021 als te laks, en daarmee in strijd met de grondwet brandmerkte. Een diepe val voor de klimaatkanselier van weleer.

    In de laatste maanden van haar ambtsperiode moest ze nog beleven hoe het spook ook werkelijkheid werd in Duitsland, waar de klimaatverandering zich tot dan toe meestal ongemerkt had voltrokken. Nu vernietigde die in de vorm van stortregens het bestaan en het leven van mensen.

    Ook al was het Merkel als voormalige wetenschapper steeds duidelijk wat er gebeurde, de onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten. Voor haar opvolger zal dat niet meer mogelijk zijn.


    7. De pandemie

    ‘Het is serieus. Neem het ook serieus.’ 

    – Merkel in een tv-toespraak op 18 maart 2020

    Het ergste kwam aan het eind, de zevende grote crisis van haar ambtsperiode: de gesel van de mensheid, corona. Als iemand die precies weet wat een exponentiële ontwikkeling is, leek ze daarvoor heel goed uitgerust. En ook als iemand die haar zenuwen de baas is, als de meest ervaren toppolitica ter wereld.

    Zoals vele anderen vond Merkel maar langzaam haar weg in de crisis, een mondkapjesplicht wees ze aanvankelijk af, maar daarna leidde ze Duitsland omzichtig door de eerste golf. Bescherming van het leven plaatste ze boven de vrijheid zonder een coronadictatuur op te tuigen, zoals beweerd werd in de rechtse, ‘dwarsdenkende’ hoek. Deze periode behoort tot de sterkste van haar kanselierschap, ook omdat Merkel communicatiever was dan gewoonlijk en haar bureaucratische grondtoon afzwakte, zo nu en dan een zorgzame indruk wekte. Ze gaf zelfs de tip de mondkapjes heet te strijken, zodat ze effectief blijven.

    Maar covid-19 liet zich er niet onder krijgen. En hoe langer de strijd duurde, hoe zwakker de indruk was die de kanselier maakte. Deels verbazingwekkend zwak. Het lukte haar nauwelijks nog om haar ideeën voor een voorzichtige pandemiepolitiek in de kring van deelstaatpremiers erdoor te krijgen.

    Dat was als het ware de finale pointe: de vrouw die juist zo succesvol was geweest in het bedrijven van machtspolitiek, die al haar rivalen had uitgezeten of uitgeschakeld, die zich nauwelijks door haar eigen overtuigingen liet hinderen, waardoor ze zich van compromis naar compromis voort kon slingeren, deze vrouw ontbrak het in de zwaarste weken en maanden van de bondsrepubliek aan de macht om goed te kunnen regeren.

    Nu was ze een lame duck, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde

    Dat had veel te maken met haar grootste vergissing. In het moeilijke jaar 2018, toen de ruzies met Horst Lorenz Seehofer [bondsminister van Binnenlandse Zaken en Heimat] bijzonder onaangenaam waren, toen de CDU bij landelijke verkiezingen veel stemmen verloor, gaf Merkel het voorzitterschap van de CDU op. Dit was een nogal zeldzaam geval van egoïstisch aftreden: ze wilde haar kanselierschap daarmee redden.

    Hier zou een compleet aftreden consequent zijn geweest. Nu was ze een ‘lame duck’, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde. Juist de deelstaatpremiers van de CDU lieten zich nauwelijks nog door haar leiden. Het systeem-Merkel is op z’n laatst in de herfst van 2020 ingestort. Het gevolg was een wirwar van maatregelen die niemand kon overtuigen.

    Merkel werd nerveus, toonde soms een onrustige, norse gemoedstoestand, schimpte bij de parlementszittingen, liet gedachten aan aftreden doorschemeren, zonder dat die gevolg kregen. De soevereiniteit was weg. Ook haar omzichtigheid was ze kwijt. Ze liet de kans lopen om zich vroegtijdig met man en macht in te zetten voor een vaccinatiestrategie.

    Bovendien werden nalatigheden uit haar lange ambtsperiode zichtbaar. De bondsrepubliek bleek een ouderwets land dat te weinig aan digitalisering had gedaan. Vooral de scholen lijden daar nog altijd onder.

    Niettemin staat de bondsrepubliek er qua corona internationaal gezien helemaal niet zo slecht voor. We kunnen daar tevreden mee zijn, maar we kunnen ook zeggen dat het beter had kunnen en had móéten verlopen, zodat er minder mensen aan zouden sterven.

    En opnieuw geldt: wat er misging is niet alleen aan Merkel toe te schrijven, maar ook aan de politiek als geheel, de structuren en de stellingnames in het land. Maar zij was zestien jaar lang bondskanselier, ze heeft enorm veel gedaan om de macht te veroveren, te vergroten, te verdedigen. Wat er aan de hand was en is, heeft vanzelfsprekend veel te maken met wat zij wel en niet heeft gedaan.


    Een groot kanselier? 

     ‘Wat je mist, merk je pas als je het niet meer hebt.’ 

    – Merkel op 22 juli 2021 bij de nationale persconferentie

    Dit zei Merkel op de vraag wat ze na deze laatste persconferentie zou missen.

    Natuurlijk waren er niet alleen slechte ontwikkelingen tijdens haar kanselierschap. De Duitse economie toonde zich robuust, de werkloosheid bleef relatief laag, ondanks zware tegenslagen als gevolg van de kredietcrisis en de coronacrisis. Dat is veel waard.

    De grootste moderniseringsslag werd gemaakt in haar eerste ambtstermijn, met wetten die de combinatie kind en carrière voor vrouwen gemakkelijker maakten en hun onafhankelijkheid versterkten, met oudergeld, met de uitbreiding van kinderdagverblijven, met een nieuw scheidingsrecht dat de vaak levenslange alimentatie afschafte om vrouwen te motiveren een beroep uit te oefenen. Dat alles droeg ertoe bij de verhouding tussen mannen en vrouwen in een nieuwe balans te brengen. Deze of gene man zal misschien met gemengde gevoelens terugdenken aan deze bondskanselier wanneer hij krachtige vrouwelijke concurrentie ondervindt in zijn beroep, maar de vrouwen en de maatschappij als geheel heeft Merkel een grote dienst bewezen.

    Al met al verdient haar tijdperk toch veeleer de titel van een status quo-kanselierschap. Ondanks de crises en de catastrofes staat Duitsland er tamelijk goed voor, de welvaart werd over het geheel genomen gehandhaafd. Bij alle crises mag niet vergeten worden dat de meeste Duitsers in al die jaren van Merkels kanselierschap naar verhouding een goed leven hadden.

    In haar balans valt op dat zij, de kanselier van de CDU, geen echt conservatief programma had. Met haar politiek voor mensenrechten, vluchtelingen en klimaatbescherming enthousiasmeerde ze vooral mensen uit het andere kamp. Maar geen van deze projecten hield ze vol. Wat bij haar groot begon, eindigde bijna steeds in kleinmoedigheid. Het ontbrak het intellect meestal aan een temperament dat haar aanspoorde om vol te houden.

    Zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes

    Bij de grote internationale thema’s valt weinig goeds te vermelden. De toestand van de EU, de toestand van het westen, de positie van de liberale democratie in de wereld, het klimaat – op deze belangrijke gebieden ziet het er nu slechter uit dan zestien jaar geleden. Merkel maakte deel uit van een internationaal leiderscollectief dat deze ontwikkelingen niet kon tegengaan.

    De ware consequenties staan ons nog te wachten: China’s dominantie in grote delen van de wereld, een leven met steeds drastischer gevolgen van de klimaatverandering, een Europa dat uiteenvalt in een liberaal en een illiberaal deel, nieuwe vluchtelingenstromen door onopgeloste conflicten overal ter wereld. Vergeleken daarmee zou het tijdperk-Merkel nog wel eens als een prettige tijd kunnen gelden, als de toestand die we missen.

    En zijzelf? Toen Merkel kanselier werd, was de vraag vooral wat een vrouw anders zou gaan doen. Wat echt anders was, in vergelijking met bijna al haar voorgangers: zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes. Ze komt in 2021 niet heel anders uit het kanselierschap tevoorschijn dan ze er in 2005 aan begonnen is, afgezien van de slijtage na zestien jaar zwoegen.

    Haar eigenheid, die huiselijke pruimentaartbakkerij tussen twee telefoongesprekken over wereldpolitiek door, heeft bijgedragen aan haar doorgaans grote populariteit. Soms maakte ze een koddige indruk met haar oncontroleerbare mimiek, maar niemand zou daardoor op het idee komen haar niet serieus te nemen. Wat de serieuze, onvermoeibare uitoefening van haar ambt betreft heeft Merkel een hoge standaard neergezet.

    Toch blijft er uiteindelijk een gevoel van teleurstelling over. Toen eind 1989 de muur openging, kwam er een vrouw naar het Westen die ongemeen nieuwsgierig was, die een wakkere blik op de wereld wierp. Die heeft ze tot op heden behouden.

    Nieuwsgierigheid is de belangrijkste voorwaarde voor kennis. Je moet willen leren, je moet begerig zijn naar nieuwe kennis, nieuwe gedachten, ook van jezelf.

    Bij Merkel is dat het geval, en daarom was het meestal interessant om met haar te praten. Wat kennis en gedachten aangaat, was ze meestal goed op de hoogte van de problemen waarmee zij, Duitsland en de wereld te maken hadden. Dat grote voordeel van haar persoonlijkheid heeft ze te weinig benut.

    Een lichtgestalte met schaduwzijden.

  • De 27e keer dat Toby Obed stierf

    De 27e keer dat Toby Obed stierf

    Over de misstanden in Canadese internaten voor Inuït-kinderen is de laatste jaren steeds meer bekend. Er werden verschillende massagraven gevonden. Toby Obed is een van de overlevenden. Een voorpublicatie uit het verhaal over zijn leven (en vele doden).

    Over de auteur

    In de reportages van de Poolse Joanna Gierak-Onoszko (1980) staan vaak mensenrechten en maatschappelijke kwesties centraal. Ze publiceert regelmatig in weekblad Polityka, dagblad Gazeta Wyborcza, het literaire non-fictietijdschrift Pismo en het reportageblad Non/fiction. Ze woonde een aantal jaar in Canada en schreef daar haar literaire debuut Het 27 keer sterven van Toby Obed (Dowody na Istnienie, 2019) over hoe werd omgegaan met de kinderen van de inheemse Canadese bevolking. Geschat wordt dat ongeveer 150.000 kinderen het slachtoffer zijn geworden van lichamelijk en psychisch geweld en seksueel misbruik.

    Het boek belandde in 2020 op de shortlist van de prestigieuze Nike-prijs en won de publieksprijs.

    Als Toby Obed eindelijk wakker wordt, is het al lente.

    Hij ligt op zijn rug in ongesteven beddengoed en herkent het plafond en de muren om hem heen niet. Net was hij nog in een kalme kunstmatige slaap, maar nu zijn zijn neuronen witheet en proberen alle informatie tegelijk te verwerken.

    Waar ben ik? Waarom doet het pijn? Zal het eindelijk overgaan?

    Toby kijkt om zich heen, zoekt naar het uitzicht uit het raam, een aanknopingspunt. Maar zijn blik dwaalt steeds af naar het midden van het bed. Dat is de plek waar zijn armen en benen zich zouden moeten bevinden, maar de deken waarmee Toby is toegedekt ligt vlak.

    Toby denkt dat hij hallucineert – dat gebeurt soms als je flink gedronken hebt. Hij wil in zijn ogen wrijven en heft zijn armen.

    Maar onder zijn linker elleboog is niets meer.

    Hij kijkt naar rechts. Wat er van zijn andere hand over is, zit in dik verband.

    ‘Wacht eens even! Waar zijn mijn benen? Wat hebben jullie verdomme met mijn armen gedaan?!’

    Een vrouw in een wit schort buigt zich over het bed.

    ‘Wat ben ik blij dat je wakker bent! We wisten niet of dat nog zou gebeuren. Toby, we zijn in het ziekenhuis in St. John’s, in de hoofdstad van Newfoundland en Labrador. Het is al maart. Je bent net tweeëntwintig geworden. En ik kan je zeggen dat je echt iets te vieren hebt.’

    Maar Toby is het oneens met dat het al maart is en ook met zijn nieuwe ingekorte lichaam. Hij kan zich niet herinneren dat iemand die veranderingen met hem heeft besproken.

    Het laatste dat hij zich herinnert is een feest in Happy Valley-Goose Bay, ruim zestienhonderd kilometer ten noorden van het bed dat van nu af aan altijd veel te lang zal lijken.

     * * * 

    Goose, zoals het stadje in de volksmond heet, ligt op het schiereiland Labrador – het deel van Canada dat in het oosten aan de Atlantische Oceaan en in het noorden aan het Noordpoolgebied grenst. Er wonen iets meer dan achtduizend mensen. Goose is het resultaat van het samenvoegen van twee plaatsen: Happy Valley en Goose Bay, maar de idyllische naam van het stadje is misleidend. Want de aanleiding van zijn bestaan is oorlog.

    In de jaren veertig stond in de kranten dat er in de Labradorzee torens van Duitse U-boten waren gezien. Nu de VS aan de oorlog deelnam was het duidelijk dat er in deze regio zo snel mogelijk een sterke militaire basis moest komen voor de verdediging van het continent. Voor de bouw werden mannen uit dorpen in heel Labrador naar Goose gehaald. Ze werkten in verschillende ploegendiensten. De bevoorrading had berekend dat ze vier- tot vijfduizend pakjes sigaretten per dag nodig hadden.

    De arbeiders kregen een fractie van het loon dat de mensen die in de binnenlanden werkten verdienden, maar ze morden niet. Ze klaagden maar over één ding: voor hun vertrek naar de bouw hadden ze hun huizen moeten afsluiten. En dat betekende dat ze voor vertrek hun honden hadden moeten afmaken.

    In 1943 beschouwde men Goose als het grootste vliegveld ter wereld. Na de oorlog bleef het een belangrijk knooppunt van de lucht-, asfalt- en zeewegen van Labrador. In vredestijd hielden NAVO-eenheden hier oefeningen en de door het leger beheerde terreinen zouden moeten dienen als reservelandingsplaats voor ruimtevaartuigen van de NASA.

    Maar Goose bleef voor altijd een reservestad. De oorlog ging eraan voorbij, er landde geen ruimteveer en in 2010 vertrokken de eenheden van de NAVO van de basis. Nu kom je hier voor satelliettelefoons – die zijn gratis te leen als je de omgeving gaat verkennen, wat het werk van de politie en de reddingsteams moet vereenvoudigen als een toerist verdwaalt. Tijdens lange tochten door Labrador kun je onderweg in Goose kariboeworstjes of gepaneerde kabeljauwtongetjes eten. Vroeger was het armeluisvoedsel, maar nu is het een chic hapje van 13 dollar per portie.

    Dat is nu Labrador, het Grote Land. Hier hoor je de Aarde bewegen, zeggen ze.

    Maar het stadje met de naam Happy Valley-Goose Bay bracht Toby Obed geen geluk. Hier stierf Toby voor de zesentwintigste keer.

    Dat was vlak voor hij tweeëntwintig werd, achttien jaar na zijn eerste dood.

    * * * 

    Als je in een piepkleine nederzetting van walvisjagers in het afgelegen Labrador woont, is een uitstapje naar Goose een hele afwisseling. Toby ging er zijn neef opzoeken. Ze hadden elkaar lang niet gezien en trokken een fles open. Toen kwam er een vriend: ‘Hoe is het? Laten we drinken.’

    Ze dronken.

    De rest zal door de verpleegster worden verteld.

    ‘De politie heeft je pas de volgende dag in de sneeuw gevonden. Ze waren ervan overtuigd dat je dood was.’

    Toby kwam in het Miller Center terecht, een ziekenhuis voor oorlogsveteranen waar chirurgen, fysiotherapeuten, psychologen en prothesemakers verminkten terugslepen naar het leven. De artsen hielden Toby twee maanden lang in een kunstmatig coma om hem zo uit zijn diepe hypothermie te krijgen.

    ‘Dat is gelukt, maar we hebben je moeten amputeren’, zegt de verpleegster aan zijn bed.

    ‘Mens, ik weet niet waar je het over hebt. Geef me mijn benen terug! Geef me onmiddellijk mijn arm terug!’

    ‘Je bent een gelukskind, Toby. Ik leef erg met je mee.’

    * * * 

    Sinds die nacht is er een kwarteeuw verstreken. In het voorjaar van 2018 is Toby Obed zevenenveertig, en zijn vijfhonderd Inuit uit het Dal van de Hoop zijn spiegel.

    Voordat de Europeanen hier arriveerden (onder wie de Portugese ontdekkingsreiziger João Fernandes Lavrador) woonden er op dit grondgebied inheemse gemeenschappen, zoals de Inuit en de Innu. Beide groepen noemden elkaar eskimo’s, wat rauwvleeseters betekent. Dat begrip werd overgenomen door witte antropologen en archeologen voor wie de Eskimo’s een algemene, brede benaming voor de mensen van het Noorden was: van Labrador, het Canadese Poolgebied en Alaska tot aan Kamtsjatka.

    In sommige Europese landen wordt het woord nog altijd gebruikt. In Canada daarentegen hoor je dat niet meer te zeggen, omdat het opgedrongen, discriminerend en beledigend is. De inwoners van de noordelijke provincies worden nu genoemd zoals ze zelf willen. In hun taal, ofwel het Inuktitut, betekent inuk mens, en inuit gemeenschap.

    En zo ziet Toby Obed hen en zichzelf: niet als museumstukken, maar als mensen. Hij zoekt hun gezelschap op, want ze zijn voor hem tegelijk een spiegel en identiteitsbewijs, belangrijker dan zijn Canadese paspoort.

    ‘Ik vind het fijn als een buurman terloops opmerkt dat ik net zo’n gezicht trek als mijn moeder. Of dat ik net zo loop als mijn vader, dat we van een afstand niet van elkaar te onderscheiden zijn. Dan ben ik zo gelukkig! Want dat betekent dat zij hebben bestaan – en dat ik een overblijfsel van hen ben.’

    Als Toby zijn moeder wil zien, raakt hij met zijn rechterhand zijn wang aan. Een gladde, strakke huid, zonder poriën, zonder ook maar een rimpel. Hoge, prominente jukbeenderen. Daarboven diepgelegen smalle ogen, verscholen onder dikke zwarte wenkbrauwen. Toby’s haar is als peper en zout. Zwart en helder wit, niets ertussenin. Dik en stug, tot aan zijn kleine driehoekige kin.

    Had zijn moeder zulk draadachtig haar? Zulke kleine ogen, zo zwart dat je maar moeilijk de pupil van de iris kunt onderscheiden?

    Dat weet Toby niet.

    ‘Ik heb geen enkele foto. Ik herinner me niet hoe ze eruitzag. Ik weet dus niet waar ik vandaan kom, en waarom.’

    * * * 

    De naam Tobijah betekent in het Hebreeuws ‘Jahweh is goed’. Een woord van troost voor iemand die alles heeft verloren en geen hoop meer heeft. Volgens het Oude Testament wordt Tobias blind, en gemarteld smeekt hij God te mogen sterven. Maar God heeft andere plannen met hem. De Schrift leert dat het grote lijden van Tobias geen straf voor hem is, maar een welgemeende beproeving. De liefhebbende God zendt eerst kwellingen, maar voorziet op zijn tijd een beloning voor gehoorzaamheid en loyaliteit. Het is een didactisch verhaal – de dreunen van het lot moet je opvatten als tekenen van de barmhartige God.

    Die profetische naam kreeg Toby van zijn moeder.

    Ze had vijf kinderen. Kinderen die moeite hadden om het thuis uit te houden. Hun ouders besteedden niet al te veel aandacht aan hen. Ze dronken. Emily en Sonny, ofwel Zoontje, waren een jaar of tien ouder dan de rest. Zij zorgden voor de kleintjes: Sara, Elias en Tobias.

    Hoe kwamen ze in zo’n afgelegen nederzetting voor walvisjacht aan zulke namen?

    Vroeger heette die plek Arvertok, wat in de taal van de Inuit de Walvissenplek betekent. Er werd op walvissen gejaagd in de wintermaanden – de Inuit woonden dan in diep in de rauwe, ongastvrije grond verborgen huizen die maar deels boven het oppervlak uitstaken. Ze zochten daar beschutting tegen de snijdende wind, en in de lente, als het zeehonden- en walvissenseizoen was afgelopen, trokken ze dieper het land in. Ze namen tenten van zeehondenhuid mee en gingen jagen op vleesrijke kariboes. Ze raapten de karige vruchten die de toendra mondjesmaat verschafte en bereidden zich voor op het doorstaan van de volgende winter.

    Suikerziekte, aderverkalking, kanker – dat waren ook geschenken die de witte kolonisten met zich meebrachten

    Dat ritme werd verstoord door de bewoners van het Oude Continent, Duitse mennonieten uit Moravië, missionarissen met een protestantse arbeidsethiek. Ze waren hier gebracht door de imperatief hun rijkdom te vergroten en de kerkelijke schola te vullen. Ze begrepen de mensen die ongehaast de cyclus van de natuur volgden niet. Ze verlangden er vurig naar om in naam van de handel onder zware omstandigheden te zwoegen: in Europa was grote vraag naar echte, warme bontjassen. Daarmee werd een fortuin verdiend, dat nu in Canada ‘oud geld’ wordt genoemd. De Moravische kolonisten waren verrukt over de ondiepe wateren vol zeehonden en de dichte bossen vol vossen. In 1782 doopten ze de Walvissenplek om in het Duitse Hoffenthal, het Dal van de Hoop.

    Ze brachten hetzelfde mee als de meeste anderen die van zichzelf zeiden dat ze nieuwe landen ontdekten: het woord Gods, gereedschap, wapens, groente en ziektes.

    Suikerziekte, aderverkalking, kanker – dat waren ook geschenken die de witte kolonisten met zich meebrachten. Labrador is ze tot op de dag van vandaag niet te boven gekomen.

    De mennonieten veroverden de gebieden met de hoorn en de trombone. Ze geloofden dat met Haydn en Bach als bondgenoten de Inuit verrukt zouden raken over de barokmissen en ze hun ziel zouden openstellen voor een hun onbekende God. Tot op de dag van vandaag kun je in het kleinste gehucht een blaasorkest vinden dat in de woestenij van de Canadese toendra Bachcantaten speelt.

    De missionarissen deelden graag hun bladmuziek, maar ze zeiden dat het hun God niet beviel hoe er in de huishoudens met elkaar geslapen werd: zonder sacrament, met meerderen tegelijk, in het bijzijn van de kinderen. Volgens de lokale traditie was een levenspartner precies zoals het klinkt: een compagnon, iemand met wie het leven draaglijker was of überhaupt mogelijk. Het gezin was een onderneming om te overleven, maar de mensen wilden naar bed met degenen die ze aantrekkelijk vonden, niet per se met de mensen met wie ze samenwerkten om te overleven. Soms woonden er meerdere gezinnen onder één dak en waren genegenheid en seks binnen handbereik.

    De missionarissen uit Moravië waren gekomen om hun mee te delen dat ze in zonde leefden en God beledigden, die zijn volk in de hitte door de woestijn had geleid. De bewoners van deze gebieden begrepen niet wat een zonde was en hadden nog nooit een woestijn gezien.

    De Duitse kolonisten zijn er nu niet meer – ze hebben de oorlog met het handelsimperium Hudson’s Bay Company (HBC) om de vachten verloren en hebben het Grote Land verlaten. Van hen zijn grafstenen, resten van de houten gebouwen van de mennonitische missie en de gewoonte om Inuitkinderen Bijbelse namen te geven achtergebleven. Na verloop van tijd, toen de Britse monarchie dit deel van de wereld in haar macht kreeg, werd de naam veranderd – van Hoffenthal in Hopedale.

    Er is hier niet veel meer veranderd dan dat.

    * * *

    In 1975 stond er opeens een politieagent in een rood uniform op de drempel en zei: ‘Kinderen, jeugdzorg is geweest, we moeten jullie meenemen.’

    Toby’s ouders waren verrast, want ze kwamen onaangekondigd. Geen gelegenheid om in te pakken, geen gelegenheid om afscheid te nemen.

    ‘We gingen zoals we er toen bij liepen. Later hoorden we dat ouders dergelijke situaties eigenlijk geen keuze hadden. Op het niet meegeven van de kinderen stonden straffen, waaronder hechtenis en het intrekken van de uitkering, waarvan de meeste gezinnen in de omgeving leefden. Of we ons verzetten? Dat weet ik niet meer. Of we huilden? We huilden allemaal. Emily was dertien, Sonny vijftien, en ik pas vier. Toen, in 1975, in de deuropening bij de laarzen van de agent van de bereden politie, stierf ik voor het eerst.

    We stapten in een klein vliegtuig dat op water kon landen. We vlogen een kilometer of tweehonderd naar het zuiden, naar North West River. Eerst brachten ze ons naar het ziekenhuis. Daar werd nagekeken of alles met ons in orde was. Routineonderzoek: of er geen actieve infecties waren, parasieten, ondervoeding. En of niemand ons kwaad had gedaan.

    Natuurlijk werden we gescheiden, mijn broers en zussen waren van een andere leeftijdscategorie. Ik begreep het niet. ’s Ochtends had ik nog familie, en nu was ik ineens alleen, terwijl ik pas vier jaar oud was. Alles wat ik weet van het leven, heb ik daar geleerd, in het internaat, in het juniorenhuis in North West River. Dat waren verplichte lessen die ik niet wilde. Rekenen en grammatica deden er nog het minste toe, je moest vooral snel door zien te krijgen wie je vriend was en wie je beter kon mijden. Waar je heen moest en hoe, en achter welke deur je nooit mocht komen. Wat je mocht zeggen en waar je jarenlang over moest zwijgen. Ik was een kleuter toen ik begreep dat ik, net zoals ik onbewust en automatisch ademhaalde, onophoudelijk en instinctmatig in de gaten moest houden of ik veilig was. Ik controleerde constant of ik niet in gevaar was. In zulke omstandigheden loeit er constant een alarm in je hoofd.’

    Toby Obed, een Canadees uit Labrador, zegt niet over zichzelf dat hij de Yale-school heeft afgerond die in North West River door de liefdadigheidsorganisatie Grenfell werd geleid.

    Hij zegt: ‘Ik ben een overlever. Ik heb het overleefd, ik ben in leven gebleven.’

    * * *

    Toby vertelt over school alsof er een veer is losgesprongen, alsof er een la met mappen vol politiedocumentatie is opengeschoten. Hij praat en praat, kalm, systematisch, alsof hij verslag uitbrengt van iets wat een ander is overkomen. Hij gaat bijna twee uur lang door.

    In Toby Obeds vroegschoolse herinneringen komen niet veel kaligrafie-oefeningen, lessen over scheepsbouw of zelfs het verplichte corvee in de koeienstal voor.

    De volgende sleutelwoorden komen wel steeds terug:

    zwiep, klets, pats (zo klapte de zweep); 

    taal, accent, slaag (voor het spreken van Inuktitut kreeg je ervan langs); 

    cel, duisternis, honger (een triade die elk kind zonder uitzondering verlamt).

    Ik hoor van Toby dat in je broek plassen van angst helemaal geen beeldspraak is.

    In zijn herinneringen komt een persoon in het bijzonder naar voren: een lerares, Miss Devil, Juffrouw Duivel.

    ‘Ze liet ons toekijken’, zegt Toby. ‘Ik wilde niet kijken, maar geen kind mocht zijn gezicht afwenden.’

    ‘Je bent vier, zes, tien jaar oud en je weet dat niemand, maar dan echt niemand zich voor je interesseert’

    Toby vat zijn schooltijd als volgt samen: ‘De volwassenen van buiten wisten het. Ze deden er niets aan.’

    Wat er binnen de houten wanden van Grenfell gebeurde was een verschrikking, maar werd mettertijd de norm. Maar je kon er echter niet aan wennen dat er niemand in de buurt was aan wie je erover zou kunnen vertellen. En die je niet zozeer om redding, om ingrijpen kon vragen, want daar hoopten de kinderen al niet meer op, maar om wat troost.

    Toby wachtte op mededogen, dat jarenlang niet kwam. Ook had hij niet het gevoel iemand dierbaar te zijn.

    ‘Je bent vier, zes, tien jaar oud en je weet dat niemand, maar dan echt niemand zich voor je interesseert.’

    Toen dachten de kinderen dat er van de door de liefdadigheidsorganisatie gerunde school geen bevrijding mogelijk was. Maar een zomer was het geld op en werd de instelling gesloten. Dat was in 1979 of 1980, de bronnen stemmen niet overeen.

    Er zijn in Canada geen kindertehuizen. De oplossing waren pleeggezinnen, waar de kinderen rechtstreeks van de kostschool heen werden gestuurd. Uiteraard zonder rekening te houden met familiebanden.

    De kinderen Obed maakten geen kans om samen te blijven. Wie wilde er nu voor een paar gebroken Inuit-kinderen zorgen? 

    Ze werden opnieuw gescheiden, deze keer voor jaren. De kinderen verloren elkaar volledig uit het oog. Die vakantie raakten ze echt alles kwijt, werden de laatste lijntjes verbroken. Toby zag zijn zus Sara pas zevendertig jaar later terug.

    ‘Ze maakten ons gezin helemaal kapot’, zegt Toby. ‘Ik was acht toen mijn leven opnieuw ten einde kwam.’

    Dat was tijdens de Koude Oorlog. In de Canadese bossen werden legereenheden ondergebracht, Goose Bay werd uitgebreid, er werden militairen gestationeerd. Velen van hen hadden al een vrouw, maar nog geen kinderen. Ze konden zorgen voor de beschermelingen van de school in het dennenbos.

    Toen Toby bij het eerste pleeggezin terechtkwam was hij acht jaar oud en dacht hij dat zijn lijdensweg ten einde was, dat hij nu een thuis zou krijgen. Maar in plaats daarvan verplaatsten ze hem van de ene verzorgers naar de andere.

    ‘De acht jaar die volgden heb ik bij twintig gezinnen gewoond. Gemiddeld eens in de vierenhalve maand verhuisde ik, of eerder – werd ik verhuisd. Wat ik wilde, wat ik ervan vond, vroegen ze niet. We werden behandeld als meubels, als obstakels, als zakken met vuilnis.

    In elk huis was het weer anders, maar ik werd geloof ik overal geslagen’, herinnert Toby zich. ‘Ik was niet klein meer, ik hoefde niet meer gespaard te worden. Ik ging al naar de tweede klas, dus ze konden me flink op m’n sodemieter geven. Dat verdiende ik op zich ook: ik begreep niet wat er tegen me gezegd werd. Ik wist niet hoe ik ze tevreden moest stellen. Ik probeerde ernaar te gissen, ik probeerde me aan te passen, maar ik was machteloos.’

    Uiteindelijk wende hij eraan. Het werd dus routine: eten, slapen, school, slaag. Nepmoeders en nepvaders sloegen met de riem en sloegen met de hand voor van alles en nog wat. Hoe je de klappen moest ontwijken, hoe je moest overleven leerde Toby van twintig gespierde, sportieve mannen die werden gesteund door twintig vooruitziende, toegewijde echtgenotes.

    Toby’s lichaam was sterk, dat hielp hem erdoor. Zijn geest was hem ook goedgezind, de meeste huizen heeft hij kunnen vergeten. Toby weet dat ze ergens zijn, hij ze in zich draagt als wild vlees, als littekens, als kanker. Maar zijn hoofd heeft hem ervan afgesneden. In het dagelijks leven ziet hij ze niet, zijn de ziektehaarden niet vast te stellen. Maar Toby weet dat ze nog altijd schade aanrichten, net als gezwellen die bij onderzoek niet te zien zijn.

    Van alle twintig gezinnen kan Toby er misschien vijf of zes voor de geest halen. Aan sommige heeft hij goede herinneringen. Hij gelooft dat ze hun best deden. Bijvoorbeeld enkele nepmoeders. Soms waren ze aardig, kookten ze, wilden ze Toby’s stijve dikke haar kammen.

    Als achtjarige had Toby het overlevens-abc voor kinderen onder de knie: hij loog, stal en bedroog

    ‘Rot op, zei ik, laat me met rust. Niet jij, maar mijn echte moeder zou me nu over mijn hoofd moeten aaien. Maak dat je uit m’n buurt komt, zei ik. Ook sommige nepvaders deden hun best. Soms maakten ze tijd voor me vrij. Probeerden me uit te leggen dat ik zelf om problemen vroeg. Dat spijbelen en weglopen nergens goed voor waren. Maar ik had geen zin om te luisteren. Ik neem het ze niet kwalijk. Ik was geen kind om van te houden, want waarvoor ook?’

    Als achtjarige had Toby het overlevens-abc voor kinderen onder de knie: hij loog, stal en bedroog. Hij vocht veel. De school in Goose waar hij toen op zat, was voor hem één grote boksring. Hij vocht vier, vijf keer per dag, dag in dag uit. En hij verloor nooit, hij was altijd degene die anderen tot bloedens toe sloeg. Hij hield niet op voor hij zeker wist dat ze pijn hadden. De kinderen op school zeiden dat Toby gevaarlijk was. Dat beviel hem wel. Vechten was die opening, die lichtflits, het moment waarop hij even sterk was en er iets van hem afhing. Hij werd dan overweldigd door geluk. Hij voelde geen pijn, het waren de anderen die leden. Ze leden, omdat hij zo beslist had.

    Dat zorgde ervoor dat hij zich kon wapenen voor de middag en avond. Want na school moest hij natuurlijk terug naar zijn pleeggezin en was hij degene die ervan langs kreeg. Maar er waren meer straffen, alledaagse, gewone. Meestal moest hij gewoon zijn mond houden en naar zijn kamer gaan. Ze stuurden hem weg, hij kreeg geen eten. Dat is zogenaamd alleen vervelend, geen marteling.

    ‘Weet je, een of twee keer kun je het best zonder avondeten doen. Maar zelfs als duidelijk is dat je het ergste, vervelendste kind bent, wil je niet de hele tijd honger hebben. Met een kind kun je alles doen. Het is voldoende om hem niet genoeg te eten te geven.’

    Jarenlang was hij ervan overtuigd dat hij slecht was, dat hij het niet verdiende om niet geslagen te worden, niet gestraft. Later drong tot hem door dat de militairen vaak moesten verhuizen. Er kwamen orders, en dan werden de in huis opgenomen kinderen en hun zaken achtergelaten. Maar niemand die dat aan de kinderen uitlegde. Die waren er dus van overtuigd dat ze steeds opnieuw werden verlaten, omdat ze net zo veel waard waren als knellende of afgedragen pantoffels.

    Terugkeren naar zijn vader en moeder was geen optie. De jaren gingen voorbij, maar zijn ouders hielden niet op met drinken. De autoriteiten lieten de kinderen niet terug naar huis gaan, maar er werd ook niet veel gedaan om de ouders te steunen. De kinderen uit huis plaatsen: dat was een radicale en eenvoudige, en vrijwel de enige mogelijke therapie.

    ‘Toen, mijn hele jeugd en nog vele jaren daarna, was ik kwaad. Agressief. Ik voelde me gekwetst en verworpen. Waarom konden anderen bij hun moeder blijven maar ik niet? Waarom konden anderen een normaal leven hebben, alleen ik niet?’

    Toen had Toby er nog geen idee van dat er in de omgeving meer dan duizend kinderen waren zoals hij.

    Deze vertaling kwam tot stand in samenwerking met CELA, Connecting Emerging Literary Artist.

  • Doden bij overstromingen in Zhengzhou | China richt zich op Afghanistan

    Doden bij overstromingen in Zhengzhou | China richt zich op Afghanistan

    Dodelijke overstromingen in China

    Bij overstromingen in het zuidwesten van Zhengzhou, de hoofdstad van de provincie Henan in het midden van China, zijn dertien mensen omgekomen en moesten honderdduizend mensen vluchten voor het water. ‘Het overlopen van een dam op woensdag verergerde de ramp nog’, meldt South China Morning Post.

    ‘Complete boulevards en metrotunnels stonden onder water in de stad‘, waar 12,6 miljoen mensen wonen. ‘Zware regens hebben ook andere delen van Henan getroffen, maar tot dusver zijn de chaotische taferelen die door de stortregens zijn veroorzaakt beperkt gebleven tot de provinciehoofdstad‘.

    Lees ook:


    Frankrijk en VK gaan illegale immigratie harder aanpakken

    Terwijl dinsdag meer dan 430 migranten het Kanaal overstaken, een recordaantal voor één dag, kondigden Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk ’s avonds aan dat zij hun samenwerking in de strijd tegen illegale immigratie aan hun gemeenschappelijke grens gaan opvoeren. In het Verenigd Koninkrijk berichtte The Guardian dat, na een videoconferentie tussen de Britse minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel en haar Franse ambtgenoot Gérald Darmanin, ‘de Britse belastingbetaler 62,7 miljoen euro extra zal moeten afstaan aan Frankrijk om een nieuwe aanpak van de oversteek van kleine boten te financieren’.

    Deze aankondiging ‘zal waarschijnlijk tot woede leiden van [Britse] parlementsleden, die in het verleden hebben betoogd dat Frankrijk verantwoordelijk zou moeten zijn voor de kosten’, merkt de krant op.


    China richt zich op Afghanistan

    Terwijl de veiligheidssituatie in Afghanistan steeds verder verslechtert, is de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi bezig met een rondreis door Centraal-Azië. De rondreis, die een week duurt, is volgens analisten een poging van Beijing om zijn invloed in de regio te vergroten, schrijft Radio Free Europe/RL. Het Chinese bezoek aan Turkmenistan, Tadzjikistan en Oezbekistan vindt plaats op het moment dat de taliban grondgebied blijft veroveren op Afghaanse regeringstroepen nu Amerikaanse en NAVO-troepen zich uit het land terugtrekken in een operatie die op 31 augustus zal moeten zijn voltooid.

    Vanwege het taliban-offensief houden Beijing en de Centraal-Aziatische staten de breekbare veiligheidssituatie met argusogen in de gaten, evenals andere regionale spelers zoals Iran, Pakistan en Rusland, die allemaal belangen hebben in Afghanistan. De buurlanden van Afghanistan hebben hun diplomatieke overleg met de belangrijkste partijen in het conflict geïntensiveerd in een poging te voorkomen dat de gewapende strijd zich voortzet over de grens.

    Lees ook:

  • De vrouw die haar verhandelaar voor de rechter sleepte

    De vrouw die haar verhandelaar voor de rechter sleepte

    Duizenden jonge vrouwen verlaten elk jaar Nigeria vanwege de belofte op een goede baan in Europa, waar ze vervolgens in de prostitutie worden gedwongen om hun schulden af te betalen. In 2016 bundelde een groepje vrouwen de krachten met rechercheurs en hulpverleners in Italië en brachten de mensenhandelaars voor het gerecht.

    Dit artikel ontving de tweede prijs in de categorie Distinguished Reporting van de European Press Prize 2021.

    Susan bevond zich net drie dagen op Italiaanse bodem toen ze op 23 juli 2015 met tientallen andere nieuwkomers werd afgevoerd naar een lawaaiig, overvol detentiecentrum in Rome, waar ze te horen kreeg dat ze teruggestuurd zou worden naar Nigeria. Sommige vrouwen schreeuwden van woede, anderen begonnen te huilen. Susan deed er het zwijgen toe. Teruggaan was geen optie.

    Susan had zich dat voorjaar laten overhalen de reis naar Italië te maken door een Nigeriaanse vrouw, Ivie, die ze had ontmoet in haar dorp in Edo, een zuidelijke deelstaat van Nigeria. Ivie wilde de kosten van haar reis naar Europa wel voorschieten en stelde haar daar normaal werk in het vooruitzicht. In een traditionele juju-ceremonie bij een priester had Susan gezworen de vrouw terug te betalen en haar trouw te zijn. En eenmaal aangekomen in Italië wist Susan dat het vreselijke gevolgen zou hebben als ze haar schuld niet afloste.

    Een advocaat van een hulporganisatie hielp Susan met het indienen van een asielaanvraag, zodat ze voorlopig in het land kon blijven, en na enkele weken detentie werd ze overgebracht naar een asielzoekerscentrum in Midden-Italië om de behandeling van haar aanvraag af te wachten. Korte tijd later werd ze daar opgehaald door Ivie, die haar meenam naar een appartement in Prato, buiten Florence. Daar woonden al vier andere Nigeriaanse vrouwen. Een van hen gaf Susan een paar hooggehakte schoenen en een kort rokje. ‘Kom mee,’ zei ze, ‘we moeten aan het werk.’

    DO 2.1 1 1

    Susan dacht dat het een grapje was. Er was haar werk beloofd als babysitter of caissière in een Italiaanse supermarkt. ‘Ze hadden niet gezegd dat ik hier de prostitutie in moest,’ zegt Susan. Maar de andere vrouwen lachten niet. Toen ze tegensputterde, herinnerde Ivie haar eraan dat zij voor de reis had betaald, en of ze wel wist hoeveel geld ze haar schuldig was. Als ze dat niet terugbetaalde of iemand erover vertelde, zouden haar moeder en haar broers thuis gevaar lopen. ‘Ik moest huilen,’ zegt Susan. ‘De andere meiden zeiden: Het went wel. Maar ik zei: Ik zal hier nooit aan wennen.’

    Susans overlevingsstrategie was om de mannen op zoek naar seks te ontlopen en zo weinig mogelijk te werken

    Vrije dagen had ze niet. Susan werd geen moment alleen gelaten, maar voelde zich wel heel alleen. Ivie had een hiërarchie ingevoerd die verhinderde dat de meisjes een band met elkaar kregen. Hillary, een andere jonge vrouw uit Edo, had tot taak om de meisjes in de gaten te houden en aan het eind van de nacht hun geld op te halen. Susans overlevingsstrategie was om de mannen op zoek naar seks te ontlopen en zo weinig mogelijk te werken. In januari verdiende ze maar 420 euro. Uit woede over die lage opbrengst sloeg Ivie haar zo hard dat Susan bang was in één oog het zicht te verliezen.

    Eind januari, vijf weken nadat Susan in Prato was aangekomen, werd ze op een dag naar een andere stad in het noorden van Italië gebracht. Ivie hield toezicht op afstand, ze belde haar vaak, en haar nieuwe madam wilde meer geld zien. ‘Ik kon zo niet doorgaan. Elke nacht daar in de regen, elke dag opnieuw,’ zegt Susan. En het ergste was nog wel dat haar familie in Nigeria niet eens geholpen was met het offer dat zij bracht. ‘Ik mocht geen geld naar huis sturen.’

    Altijd een stap voor

    Sinds 2015 zijn er ongeveer 21.000 Nigeriaanse vrouwen en meisjes in Italië aangekomen. De Internationale Organisatie voor Migratie van de VN meldde in 2017 dat 80 procent daarvan mogelijk slachtoffer was van vrouwenhandel, maar die cijfers zijn lastig te verifiëren. Italië is het toneel van een brute cyclus van uitbuiting waarbij voormalige slachtoffers van vrouwenhandel na jaren van gedwongen prostitutie zelf vrouwenhandelaars zijn geworden, de zogeheten madams. Ze halen soms zelf nieuwe vrouwen naar Italië om hun schuld aan vrouwenhandelaars af te betalen en zelf niet meer te hoeven tippelen, of zijn al zo lang uitgebuit dat ze in het uitbuiten van anderen de enige mogelijkheid op een beter leven zien.

    De slachtoffers durven meestal niet naar buiten te treden en de vrouwenhandelaars blijven meestal buiten beeld. In het VN-Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, een cruciaal juridisch instrument in de strijd tegen mensenhandelaars en de bescherming van hun slachtoffers, staat dat slachtoffers van mensenhandel een tijdelijke of permanente verblijfsstatus moet worden aangeboden. Italië was een drijvende kracht achter dit verdrag, dat in december 2000 in Palermo werd ondertekend. Maar door de komst van steeds meer migranten waait er inmiddels een nieuwe politieke wind in het land.

    In 2009 werd het in Italië strafbaar om zonder visum het land in te komen, en uit vrees om te worden opgepakt gaan illegale migranten nu ondergronds. Slachtoffers van mensenhandel worden bij immigratiecontroles zelden als zodanig herkend. En als ze er al worden uitgepikt als potentieel slachtoffer, dan kunnen de meeste vrouwen bij ondervraging nauwelijks informatie geven over hun reis. ‘Ze weten niet meer wat de naam is van de stad waarnaar ze werden overgebracht, dus wordt hun verhaal niet geloofwaardig geacht,’ zegt Carla Quinto, een advocaat die voor hulporganisatie Be Free werkt.

    En als er wel geloof wordt gehecht aan hun verhaal, is het nog lastig om voor de drie hoofdelementen van mensenhandel – ronseling, verplaatsing en uitbuiting – voldoende bewijs te verzamelen: door moeizame internationale samenwerking met de politie uit de landen van herkomst, door het gebrek aan medeleven en steun bij veel medewerkers van politie en justitie in Italië, en doordat de Nigeriaanse misdaadgroeperingen die de smokkel organiseren zich soms door de lokale maffia laten beschermen. Het justitieel onderzoek is complex en vaak traag, terwijl de vrouwenhandelaars snel handelen, hun slachtoffers vaak laten verkassen en hun geregeld nieuwe telefoonnummers geven. ‘De misdaadorganisaties zijn ons altijd een stap voor,’ zegt Quinto.

    Be Free

    Maar in februari 2016 startte de in georganiseerde misdaad gespecialiseerde magistraat Angela Pietroiusti een onderzoek dat wars was van vooroordelen en waarbij de expertise van de anti-maffia-eenheden werd ingezet tegen de vrouwenhandel. In een bestek van één jaar legde ze een geraffineerd netwerk bloot van mensenhandelaars die Afrikaanse meisjes en jonge vrouwen ronselden en naar Europa brachten en die actief waren in Nigeria, Libië, Italië, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

    Doorslaggevend voor dit onderzoek waren de gedetailleerde aantekeningen en foto’s die één vrouw stiekem had verzameld, uit woede dat ze tot prostitutie werd gedwongen. Die vrouw was Susan.

    Francesca De Masi brengt al sinds 2008 elke week een bezoek aan het detentiecentrum voor vrouwen in Ponte Galeria, in het zuidwesten van Rome. Zij moet onder de gedetineerden de slachtoffers van mensenhandel proberen te vinden, om hun advies en juridische hulp aan te bieden en te zorgen dat ze naar een opvanghuis kunnen. Elke woensdag installeert ze zich er met haar team van Be Free in de bibliotheek, een donkere ruimte met weinig boeken en veel muggen. Soms spreken ze zelf vrouwen aan in de gangen van het detentiecentrum, soms komen de vrouwen op eigen houtje naar de bibliotheek om een praatje te maken. De eerste minuten van elk gesprek zijn cruciaal. Vrouwelijke mensenhandelaars kunnen er samen met hun slachtoffer in detentie zitten. ‘We kunnen niet openlijk zeggen dat we van een organisatie tegen mensenhandel zijn,’ zegt De Masi.

    Om de andere week is ook Quinto van de partij, de strafpleiter van Be Free, om vrouwen te helpen die aangifte willen doen tegen een mensenhandelaar. Quinto en De Masi zijn allebei fervente rokers en vertonen in hun omgang met elkaar de aanhankelijke, nietsontziende vertrouwelijkheid van twee zussen. Quinto praat alsof ze altijd haast heeft. ‘Soms geef ik haar onder tafel een schop,’ lacht De Masi. Dan weet Quinto dat ze even rustig aan moet doen. ‘Sommige vrouwen hebben wat tijd nodig om zich bloot te geven.’

    Toen De Masi in juli 2015 hoorde over zesenzestig jonge Nigeriaanse vrouwen die al binnen enkele dagen nadat ze per boot in Zuid-Italië waren aangekomen naar dit detentiecentrum in Rome waren overgebracht, had ze haar autosleutels van tafel gegrist en was de deur uit gesneld. Het werd een dag zoals ze nog nooit had meegemaakt. De vrouwen waren doodsbang. Susan was een van hen, ze was uitgeput maar vastbesloten om zich niet het land te laten uitzetten. Ze zaten met veel te veel vrouwen in een veel te warme ruimte. Om zich verstaanbaar te maken boven het paniekerige rumoer, klommen De Masi en andere hulpverleners op een tafel en vroegen luid roepend om aandacht. Ze legden uit dat ze alle vrouwen afzonderlijk wilden spreken.

    Toen Susan aan de beurt was, vroeg De Masi: ‘Wie heeft je hier gebracht?’

    ‘Niemand,’ zei Susan beslist. Ze had trouw gezworen aan Ivie, de vrouw die ze in Edo had ontmoet. Ze wist toen nog niet wat Ivie voor haar in petto had. Susan was er vooral op gebrand in Italië te blijven en haar beschermvrouw buiten schot te houden.

    Nadat ze vergeefs had geprobeerd meer over Susan te weten te komen, hielpen De Masi en de immigratieadvocaat haar een asielaanvraag in te dienen. Dat behoedde Susan voor uitzetting, maar omdat ze niet wilde toegeven dat ze in Nigeria door mensenhandelaars was geronseld, moest ze in het detentiecentrum blijven tot ze een maand later voor de asielcommissie zou verschijnen. Daarna zou ze worden overgebracht naar een asielzoekerscentrum.

    De Masi was bang dat ze in dat asielzoekerscentrum zou worden opgehaald door haar mensenhandelaar. Opvangcentra voor volwassen asielzoekers zijn trefpunten geworden voor mensenhandelaars en hun slachtoffers. Er zijn zelfs gevallen bekend van vermeende mensenhandelaars die er doodgemoedereerd binnenlopen om iemand op te halen.

    GettyImages 75462155 klein 1
    Nigeriaanse vrouw praten buiten een van de zes Via Anelli-flatgebouwen in Padua, Noord-Italië. Het vervallen landgoed Via Anelli is na rellen tussen rivaliserende bendes en criminele activiteiten met drugs en prostitutie omringd met een stalen muur. De hoogbouwflats werden in de jaren tachtig gebouwd voor studentenhuisvesting, maar huisvesten nu enkele honderden immigranten, voornamelijk Afrikaanse. – © Giuseppe Cacace / Getty Images

    De vrees van De Masi werd bewaarheid. Eenmaal in het opvangcentrum bemachtigde Susan een telefoon en nam contact op met Ivie. Na twee maanden haalde Ivie haar daar met de auto op. En toen verdween Susan van de radar.

    In Prato belandde Susan in een nachtmerrie. Ivie was woedend dat ze zo weinig geld in het laatje bracht en brulde: ‘Je bent geen serieus meisje.’ Ze moest elke dag van vijf uur ’s middags tot drie uur ’s nachts de straat op, in de kou en de regen. Vrije dagen had ze niet. Koorts of ongesteldheid waren geen excuus, werken moest ze.

    Uit woede dat ze zo was voorgelogen besloot Susan haar nieuwe leven in Italië vast te leggen. Ze begon met haar telefoon foto’s te maken van het appartement waar ze werd vastgehouden en ze maakte zelfs stiekem een paar foto’s van Ivie. Ze hield telefoonnummers bij en maakte aantekeningen over wat haar overkwam. Ze wist nog niet of ze er ooit iets mee zou kunnen, maar ze wilde bewijs verzamelen van wat ze te verduren had. Ivie had haar een notitieboekje gegeven waarin ze moest opschrijven hoeveel geld ze elke week aan Ivie gaf en wat ze haar nog schuldig was. Dat boekje was bedoeld als een bewijs van Susans schuldslavernij en om haar eraan te herinneren dat hoe meer klanten ze afwerkte en hoe meer geld ze verdiende, des te sneller ze zogenaamd haar vrijheid zou herwinnen. Maar Susan gebruikte het om haar ervaringen vast te leggen. Elke transactie die ze erin noteerde was een bewijs van wat ze te verduren had.

    Er vandoor

    Toen Susan in januari 2016 naar een andere stad in Noord-Italië was gebracht, bleef ze zoveel mogelijk details vastleggen. Aanvankelijk stond ze daar onder streng toezicht van een nieuwe madam, maar toen die na een week op reis ging naar Nigeria, kreeg ze te maken met een vrouw die minder strikt was. ‘Toen besloot ik er vandoor te gaan,’ zegt Susan.

    Begin februari stopte ze op een ochtend haar telefoon en notitieboekje in een handtas en zei dat ze een afspraak met een klant in een naburig stadje had. In plaats daarvan liep ze naar het station met het plan om de trein naar Rome te nemen. Ze had de contactgegevens nog van de immigratieadvocaat die ze in juli 2015 had gesproken in het detentiecentrum in Ponte Galeria. Bij het station deed Susan haar best om niet op te vallen, doodsbang dat iemand haar zou herkennen. Maar ze had geen geld en moest bij vreemden bedelen om een kaartje te kunnen kopen.

    Toen ze eindelijk in de trein zat, ging haar telefoon over. Zowel Ivie als de nieuwe madam probeerde haar te bereiken. Als ze hen bleef wegdrukken, zouden ze beseffen dat er iets niet in de haak was, wist Susan. Ze was vooral bang dat ze wraak zouden nemen op haar moeder. Ze moest een goed excuus bedenken. Toen ze uiteindelijk opnam, zei ze tegen Ivie dat ze niet kon praten omdat ze was opgepakt door de politie. Toen de madam belde, zei ze hetzelfde. Toen gooide ze haar simkaart weg en hoopte maar dat ze haar geloofden en haar en haar familie verder met rust zouden laten.

    ‘Susan is terug.’ De immigratieadvocaat hing aan de lijn met De Masi. Susan was in Rome aangekomen en had nog voor het vallen van de avond bij haar kantoor aangeklopt. ‘Ze kan nergens heen.’ Binnen een uur was De Masi op het kantoor van de advocaat. Er waren vijf maanden verstreken en ze zagen hier een heel andere Susan dan het stroeve en gesloten meisje dat De Masi in het detentiecentrum had gesproken. ‘Ze was woedend dat ze in gevaar was gebracht door iemand op wie ze had vertrouwd,’ zegt De Masi. Nu wilde Susan wel praten. Ze wilde gerechtigheid. ‘Ze was ziedend,’ zegt De Masi.

    Ze nam Susan mee en bracht haar onder in een opvanghuis. In de weken daarna begon ze haar verklaring af te nemen. Susans informatie was gedetailleerd, betrouwbaar en goed gedocumenteerd. ‘Ze had een kopie van haar notitieboekje, foto’s, namen en persoonlijke informatie over haar vrouwenhandelaars,’ zegt De Masi. Aangifte doen kan slachtoffers van vrouwenhandel een beetje het gevoel geven dat ze hun leven weer in eigen hand hebben, aldus De Masi. Carla Quinto wijst erop dat het ook bescherming biedt: als een vrouw aangifte heeft gedaan, zal de politie sneller ingrijpen tegen een mensenhandelaar die haar bedreigt.

    Van de zeventig zaken waar Be Free zich elk jaar over buigt, komt het in hooguit drie gevallen tot een rechtszaak, en dan nog bijna nooit voor mensenhandel of slavernij

    Maar zelfs met het door Susan verzamelde bewijsmateriaal zou het nog moeilijk worden om haar uitbuiters te vervolgen, wisten De Masi en Quinto. Van de zeventig zaken waar Be Free zich elk jaar over buigt, komt het in hooguit drie gevallen tot een rechtszaak, en dan nog bijna nooit voor mensenhandel of slavernij. De aanklacht wordt meestal geseponeerd of afgezwakt tot uitbuiting of prostitutie, een veel lichter vergrijp. ‘De meeste verdachten worden uiteindelijk berecht voor lichtere vergrijpen die makkelijker te bewijzen zijn,’ legt Quinto uit.

    Dat het zo moeilijk is om mensenhandelaars te vervolgen is een wereldwijd probleem. Volgens een schatting van de Internationale Arbeidsorganisatie telt de wereld momenteel zo’n veertig miljoen slachtoffers van moderne slavernij – meer dan de bevolking van Canada. Maar wereldwijd komen er jaarlijks nog geen twaalfduizend gevallen van mensenhandel voor de rechter, met nog geen tienduizend veroordelingen tot gevolg.

    Een van de redenen waarom het zo moeilijk is om mensenhandelaars veroordeeld te krijgen, is dat het bij deze misdaad doorgaans om grote aantallen criminelen gaat die actief zijn in verschillende rechtsgebieden. Op elke fase van haar reis naar Europa was Susan vervoerd door weer een andere groep tussenpersonen die hun operaties telefonisch afstemden met Ivie, haar madam in Italië. In Libië had Susan twee weken opgesloten gezeten in een provisorische gevangenis vol mensen die zaten te wachten op de oversteek naar Europa. De madam belde regelmatig met de Nigeriaanse en Arabische mannen door wie ze daar werden bewaakt. Door de gebrekkige samenwerking met autoriteiten in Nigeria, Niger en Libië is het onmogelijk om onderzoek in te stellen, laat staan tot vervolging over te gaan van de tussenpersonen die bij de smokkel van Susan waren betrokken.

    Vanaf 2014 is het aantal politieonderzoeken naar vrouwenhandel in Italië scherp gedaald, terwijl het aantal Nigeriaanse vrouwen en meisjes dat er zonder visum aankomt juist omhoog schoot. Volgens een rapport dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in juni 2020 publiceerde, zijn er in Italië in 2019 nog maar 135 onderzoeken naar iemand ingesteld wegens mensenhandel, tegen 314 in 2018 en 482 in 2017. In het rapport wordt gesteld dat de Italiaanse autoriteiten ‘niet voldeden aan de minimumeisen voor het uitbannen van mensenhandel’. Een van de problemen is het tekort aan West-Afrikaanse tolken die afgeluisterde telefoongesprekken kunnen vertalen. Maar hulpverleners die met de slachtoffers werken, denken dat er bij justitie ook weinig interesse bestaat voor de vervolging van mensenhandelaars, mede omdat de slachtoffers merendeels zwarte vrouwen zijn.

    De Masi werkt al meer dan twintig jaar voor Be Free en denkt dat die hardvochtige houding van de autoriteiten tegen migranten niet alleen iets van de laatste tijd is. Toen na de Balkanoorlog de georganiseerde misdaad in het postcommunistische Oost-Europa in opkomst was, zagen De Masi en haar collega’s ook een toename van de handel in vrouwen. Juist de politie haalde toen vaak vrouwen van de straat en bracht ze naar het opvanghuis. Maar in 2009 kwam de rechtse regering van Berlusconi met strengere wetgeving tegen illegale migranten en begon de politie zich anders op te stellen tegen slachtoffers van vrouwenhandel. ‘Voor de politie had het geen prioriteit meer om slachtoffers hulp te bieden en naar een hulporganisatie of opvanghuis te brengen,’ zegt De Masi. ‘Alles was er toen op gericht om te controleren of de vrouwen een verblijfsvergunning hadden. De criminalisering van migratie werd hun prioriteit.’

    Averechts

    Hoe gevaarlijk het voor getuigen en hun familie ook is, in het Italiaanse systeem is het aan de slachtoffers zelf om aangifte te doen tegen de mensenhandelaar. Dat kan hun familie in het thuisland blootstellen aan vergelding. Italië en Nigeria hebben wel een overeenkomst gesloten waardoor de Italiaanse politie de Nigeriaanse autoriteiten kan inseinen, zodat zij bescherming kunnen bieden aan de familie van een slachtoffer dat aangifte heeft gedaan, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht. Alle keren dat De Masi zo’n verzoek tot bescherming indiende, werd er door de betreffende Nigeriaanse instantie niets mee gedaan. Van Quinto’s cliënten zijn al verschillende familieleden belaagd, en van één vrouw is de moeder vermoord.

    In maart 2016, ongeveer een maand nadat Susan naar Rome was gevlucht, stuurde Ivie een paar mannen langs bij het huis van haar moeder in Nigeria. Die sloegen haar in elkaar en gaven haar een boodschap voor Susan: ‘Ga terug naar je madam.’ Maar daarmee bereikten ze precies het tegenovergestelde. Toen Susan het van haar moeder hoorde, sterkte het haar alleen maar in haar voornemen. Ze zag aangifte als de enige manier om terug te slaan en haar familie te beschermen.

    In mei van dat jaar werd er namens Susan aangifte gedaan tegen Ivie. De Masi en Quinto wisten dat de kans klein was dat Susan gerechtigheid zou krijgen. De uitkomst hangt volgens Quinto vaak af van de houding van de aanklager op wiens bureau de zaak toevallig belandt. Eerdere aangiftes waren al weggewuifd door politieagenten, onderzoeksrechters en openbaar aanklagers die de verhalen van de vrouwen niet serieus namen of de zaak lieten aanslepen omdat het zo moeilijk is genoeg bewijs te verzamelen voor een veroordeling. Maar ditmaal hadden ze geluk.

    Haar dossier belandde op de burelen van de antimaffia-afdeling in Florence, niet ver van de plek waar Susan voor het eerst tot prostitutie was gedwongen. Omdat zaken met mensenhandel zo complex zijn, ressorteren ze in Italië onder de lokale antimaffia-afdelingen – speciale eenheden die het Openbaar Ministerie begin jaren negentig in het leven heeft geroepen om justitiële onderzoeken naar de georganiseerde misdaad in Italië te coördineren.

    De vrouw die zich over haar dossier boog, was een ervaren aanklager, Angela Pietroiusti. Zij had vijf maanden eerder net een onderzoek naar vrouwenhandel in Toscane ingesteld en daarbij opdracht gegeven het appartement in Prato te observeren waar Ivie haar meisjes onderbracht. Ze legde een dossier aan door de activiteiten van de vrouwen in kaart te brengen, maar ze had inzicht nodig in de communicatie tussen de mensenhandelaars.

    ‘De informatie uit Susans aangifte strookte volledig met wat wij in ons onderzoek vaststelden,’ zegt Pietroiusti. ‘Ze was enorm betrouwbaar. Ze gaf ons het telefoonnummer van haar madam en de namen van de andere meisjes.’ Als een van de weinige aanklagers die zich met vrouwenhandel bezighouden, kon Pietroiusti de link leggen tussen Susans aangifte en het onderzoek dat ze al had opgestart. Dankzij Susans gedetailleerde informatie kreeg Pietroiusti in juni 2016 toestemming om telefoons af te luisteren.

    ‘Mensenhandelzaken zijn net zo complex als maffiazaken’

    ‘Mensenhandelzaken zijn net zo complex als maffiazaken,’ zegt Pietroiusti als ik haar spreek in haar werkkamer met uitzicht op Florence, waar ik in de verte de koepel van Brunelleschi en de Toscaanse heuvels kan zien. Pietroiusti is begin zestig en draagt een vrolijk blauw topje met glitters – een schril contrast met de metaaldetectors bij de ingang van het gebouw en de beveiligers bij haar deur, kille verwijzingen naar de gevaren van haar werk. Ze kent nog alle namen van de slachtoffers in de zaken waaraan ze gewerkt heeft, en die van hun uitbuiters.

    Nadat de taps waren gezet, heeft Pietroiusti samen met de rechercheurs en vertalers honderden uren gestopt in het verzamelen van de bewijslast. Het was moeilijk om mensen te vinden die van het Igbo in het Italiaans konden vertalen. De Nigeriaanse gemeenschap in Italië is niet zo groot en de meeste nieuwe migranten willen zichzelf en hun verwanten geen problemen op de hals halen. ‘Maar we hebben er toch een paar gevonden,’ zegt Pietroiusti glimlachend.

    Uit telefoontaps en observatie van de verdachten kwam naar voren dat Ivie deel uitmaakte van een internationaal netwerk. Samen met andere madams stuurde ze jonge, soms zelfs minderjarige vrouwen naar verschillende Europese landen. Uit het onderzoek bleek ook dat Ivie zelf eerst een paar jaar als sekswerker op straat had gewerkt voordat ze madam werd. Ze had een bloeiend bedrijf opgezet en haar dochter van vierentwintig geleerd om het voor haar te runnen, om dus vrouwen van haar eigen leeftijd en jonger uit te buiten. Bij het onderzoek kwamen zes tot tien verdachten in beeld, maar in januari 2017 werden slechts vier madams, onder wie de dochter van Ivie, in staat van beschuldiging gesteld wegens het van Nigeria naar Italië smokkelen van zeventien jonge vrouwen en meisjes.

    Het had Pietroiusti een jaar gekost om genoeg bewijs te verzamelen voor een verzoek tot een arrestatiebevel, en het zou nog eens twee jaar duren voordat de rechter dat ondertekende. Toen de vier madams eenmaal werden opgepakt, waren er al drie jaar verstreken sinds Susans aangifte. Complexe zaken zoals mensenhandel laten rechters vaak liggen, verzucht Pietroiusti, omdat het zoveel tijd en moeite kost om ze te beoordelen. In Susans zaak ging het om duizenden pagina’s belgegevens en uitgeschreven gesprekken. ‘Ik ben ook niet vrij van zonden,’ zegt Pietroiusti. ‘Maar bij alle verzoeken die ik krijg, probeer ik voorrang te geven aan zaken waarbij de menselijke waardigheid in het geding is.’

    De getuigen in dit soort zaken hebben behoefte aan zowel fysieke bescherming – ze wonen vaak in opvanghuizen op geheime adressen – als emotionele ondersteuning. Sommige slachtoffers zijn zo bang voor hun uitbuiters dat ze ontkennen dat ze zijn verhandeld en tot prostitutie gedwongen, zelfs als ze met hun neus op de bewijzen worden gedrukt. Hun verhoor vergt tact en een uitgekiende strategie. Om het voor hen minder traumatisch te maken legt Pietroiusti soms grote afstanden af om ze te kunnen spreken op hun geheime opvangadres, waar ze zich veiliger voelen. En ze heeft als vuistregel: alleen vragen stellen als dat strikt noodzakelijk is. ‘Hoe minder het op een verhoor lijkt hoe beter,’ zegt ze. ‘Het is zwaar voor ze.’ Volstrekte geheimhouding is ook geboden. ‘Je kunt ze nog zo op het hart drukken om er niet over te praten, het blijven meisjes – ze kunnen iets laten vallen tegen een vriendin, en dan gaat het rondzingen dat er een onderzoek loopt.’

    Dat de slachtoffers illegaal in Italië zijn en de politie niet vertrouwen, maakt ze des te afhankelijker van hun uitbuiters

    Behalve uit de getuigenverklaringen bleek ook uit de telefoontaps met hoeveel geweld de slachtoffers dagelijks te maken krijgen. Eén minderjarig meisje, Marianne, werd onder bedreiging van een vuurwapen verkracht door een klant – een man die zich had voorgedaan als rechercheur – en vervolgens gedwongen een abortus te ondergaan. Ze was in 2016 naar Italië gesmokkeld door dezelfde vrouw die Susan had gehaald. En haar madam was kwaad dat Marianne zo weinig verdiende: ‘Je bent niet naar Europa gekomen om te spelen!’ beet ze haar toe in een door de politie opgenomen telefoongesprek.

    Toen Pietroiusti besefte dat Marianne minderjarig was, liet ze haar in augustus 2016 aanhouden door de politie en overbrengen naar een opvangcentrum voor minderjarigen, terwijl het onderzoek naar de andere vrouwen doorliep. Maar Marianne, bang en alleen, liep weg uit de opvang en ging terug naar haar madam, de enige volwassene die zij in Italië kende. Dat de slachtoffers illegaal in Italië zijn en de politie niet vertrouwen, maakt ze des te afhankelijker van hun uitbuiters.

    Marianne werd een tweede keer aangehouden en weer naar een opvanghuis gebracht, maar sloeg ook nu weer op de vlucht. Hierna stuurde de madam haar naar Frankrijk, samen met een ander minderjarig meisje – ze had het over ‘de kleintjes’, zegt Pietroiusti. Toen er eenmaal een arrestatiebevel tegen de vier Nigeriaanse vrouwenhandelaars werd uitgevaardigd, waren die meisjes al spoorloos.

    Zulke zaken gaan je niet in de koude kleren zitten, zegt Pietroiusti. ‘Je ligt er wakker van.’

    De Masi keek ervan op toen ze hoorde dat Susans bewijsmateriaal uiteindelijk tot arrestaties had geleid. ‘Het was alweer zo lang geleden, ik dacht dat de zaak geseponeerd was,’ zegt ze. In juli zou een eerste hoorzitting plaatsvinden en Susan nam de trein naar Florence. Ze was nerveus maar vastberaden. Het was een opluchting om op het station te worden opgewacht door De Masi en Quinto.

    Be Free huurde een appartement waar Quinto haar kon helpen zich op het getuigenverhoor voor te bereiden. De advocaat regelde het belangrijkste: dat de vrouw door wie Susan was uitgebuit haar niet te zien zou krijgen. De rechter zou de getuigen in de rechtszaal ondervragen, maar de verdachten zouden de zitting via een videoverbinding volgen vanuit een andere ruimte in de rechtbank. De getuigen zouden alleen op de rug worden gefilmd.

    ‘Jij verdient de prinsessenkamer,’ zei De Masi tegen Susan, en ze gaf haar de grootste kamer in het appartement, met een groot tweepersoonsbed en tv. Susan moest lachen, blij met de privacy en het comfort van het appartement. Ze had jaren in een opvangtehuis gezeten, waar ze haar kamer, de badkamer en de keuken met andere vrouwen moest delen. Voordat ze ging slapen, nam ze nog een paar selfies met De Masi en Quinto. ‘Het was leuk om daar met hen tweeën te zitten, ze zijn zo grappig,’ zegt Susan lachend, en dat doet me denken aan iets wat ik Quinto, met haar kortgeknipte grijszwarte haren en haar eeuwige spijkerbroek en gympen, vaak hoor zeggen: ‘Cliënten mogen mij wel omdat ik er niet uitzie als een advocaat.’

    ‘Ik moet succesvol zijn’

    Op de ochtend van de hoorzitting droeg Susan een fleurig T-shirt met de tekst: ‘Ik moet succesvol zijn.’ Negen slachtoffers zouden op de zitting verklaringen afleggen. Om te voorkomen dat ze hun uitbuiters zouden tegenkomen, liet Pietroiusti hen de zitting afwachten in haar werkkamer. Toen de andere slachtoffers arriveerden, werd Susan in gedachten teruggevoerd naar haar eenzame, hopeloze tijd bij die meisjes in huis. Vooral bij het zien van Hillary raakte ze van slag. ‘Zij is slecht,’ zei ze tegen De Masi, terugdenkend aan hoe Hillary haar en de andere meisjes onder de duim hield. De Masi zei tegen Susan dat Hillary volgens haar net zo goed een slachtoffer was.

    Hillary had als enige haar schuld van dertigduizend euro afbetaald. Haar madam had de laatste aflossing gevierd met een verzoek om nog tweeduizend euro, als ‘gift’, en het aanbod dat Hillary daarna zelf madam kon worden. Hillary’s vader, die in Nigeria woonde, had met Ivie samengespannen en zowel zijn dochter als andere meisjes voor haar geronseld. Uit het onderzoek kwam naar voren dat hij Hillary onder druk had gezet om overuren te maken, zodat ze haar schuld kon afbetalen en zelf madam kon worden – een stap die ze nooit heeft gezet.

    Terwijl Susan zat te wachten tot ze aan de beurt was om een verklaring af te leggen, liep de spanning in de kamer op. Een van de slachtoffers kreeg enorme hoofdpijn. ‘Het is de juju!’ schreeuwde ze. Ze was ervan overtuigd dat ze gestraft werd omdat ze op het punt stond haar madam te verraden, aan wie ze in Nigeria trouw had gezworen. Het traditionele juju-ritueel is angstaanjagend en houdt de meisjes nog lang nadat ze uit hun land zijn vertrokken in de ban. ‘Het gebruik van deze oeroude, van generatie op generatie overgeleverde geloofssystemen is een vorm van psychische dwang die veel sterker is dan geweld,’ tekende The Guardian in 2017 op uit de mond van prinses Inyang Okokon, hoofd van de hulporganisatie PIAM Onlus.

    De andere vrouwen begonnen ook bang te worden en De Masi haalde haar telefoon tevoorschijn. In 2018 had ze in de Nigeriaanse deelstaat Edo twee maanden onderzoek gedaan naar de strijd die in het land zelf tegen mensenhandel werd gevoerd. In het kader daarvan had Oba Ewuare II, de spirituele leider van het koninkrijk Benin, dat jaar een gewijde ceremonie uitgevoerd om alle vervloekingen waarmee de schuldslavernij was bezegeld te verbreken en de slachtoffers van hun eed te verlossen. De Masi had dat gefilmd en liet haar opname van de ceremonie aan de meisjes zien. ‘Toen kwam iedereen tot bedaren,’ zegt ze.

    Susan beefde toen ze aan de beurt was om voor de rechter te verschijnen, maar ze was snel over haar zenuwen heen. ‘Ik begon de waarheid te vertellen, daar werd ik zo ontspannen van,’ zegt ze. Het was alsof er een last van haar afviel.

    ‘Het voelde alsof dit niet alleen gerechtigheid was voor Susan, maar voor alle vrouwen met wie we hadden gewerkt’

    Het proces zou vijf maanden later plaatsvinden, op 13 december 2019. De verdachten hadden gekozen voor een snelrechtproces — een instrument om de rechtsgang te versnellen, waarbij de verdachte in geval van een veroordeling kans maakt op strafvermindering. Het hele proces zou maar één dag duren. De slachtoffers hoefden de zitting niet bij te wonen, maar De Masi en Quinto gingen wel kijken hoe de vrouwenhandelaars die zoveel leed hadden aangericht hier werden berecht. ‘Dat wilde ik echt voor geen goud missen,’ zegt De Masi.

    Na de slotpleidooien werden ze door Angela Pietroiusti uitgenodigd om de uitspraak van de rechter in haar werkkamer af te wachten. Ze kletsten wat en staken de ene sigaret na de andere op.

    Om zeven uur die avond ging Pietroiusti’s telefoon. De vier verdachten waren veroordeeld tot in totaal vijfenveertig jaar cel voor het verhandelen en in slavernij houden van tien meisjes. De Masi moest huilen toen ze het hoorde. ‘Het voelde alsof dit niet alleen gerechtigheid was voor Susan, maar voor alle vrouwen met wie we hadden gewerkt,’ zegt ze. De Masi en Quinto kochten een fles wijn om het in de trein terug naar Rome te vieren. Toen hun trein vertrok, belden ze Susan om te vertellen dat Ivie tot zestien jaar en acht maanden was veroordeeld. ‘O Jezus!’ gilde een dolblije Susan.

    De rechter veroordeelde de vrouwenhandelaar ook tot het betalen van tachtigduizend euro compensatie aan Susan en tienduizend euro voor gemaakte kosten aan Be Free. Maar dat geld zullen ze waarschijnlijk nooit zien. Mensenhandelaars sluizen hun winsten meestal door naar hun thuisland (in de afgeluisterde gesprekken had Susans madam gepocht dat ze meerdere huizen in Nigeria bezat) en houden geen bezittingen aan in Italië.

    Niet iedereen die een rol in Susans uitbuiting heeft gespeeld, is door justitie vervolgd. De madam in Noord-Italië waar ze naartoe was gestuurd, is nooit gevonden, evenmin als de smokkelaars met wie ze van Nigeria naar Italië is gereisd. Justitie gaat meestal achter de madams aan, maar Quinto wijst erop dat 90 procent van hen ooit zelf onder dwang in de prostitutie is beland. De mannen die in Libië, Europa en Nigeria aan de touwtjes trekken, blijven buiten schot.

    Voor Susan was de veroordeling van Ivie meer dan ze had durven hopen. Maar haar eigen situatie werd er niet gemakkelijker op. In het najaar van 2018 is met het zogeheten Salvini-decreet – vernoemd naar de radicaal-rechtse politicus die toen vicepremier was – een serie maatregelen ingevoerd die het voor slachtoffers van mensenhandel zoals Susan moeilijker maakt om hun verblijfsstatus te verlengen en een nieuw leven op te bouwen.

    Vier jaar nadat ze aan haar uitbuiters wist te ontsnappen en de aangifte deed die uiteindelijk een internationaal netwerk van vrouwenhandel heeft blootgelegd, verkeert ze zelf nog steeds in onzekerheid. Ze heeft geen werkvergunning. Ze zou graag weer naar school gaan, maar ze wil bovenal werk vinden om haar familie thuis te kunnen helpen. ‘Ik wil alles doen,’ zegt ze. ‘Als ik kon kiezen, zou ik het liefst oude vrouwen helpen.’ Ze is nu in afwachting van een beslissing van de Italiaanse asielcommissie, die moet beoordelen of haar verblijfsvergunning kan worden verlengd.

    De Masi staat haar bij in haar strijd om in Italië te blijven en een nieuw leven op te bouwen. Als een van de kroongetuigen in een proces over vrouwenhandel zou ze bij een terugkeer naar Nigeria veel te veel gevaar lopen. ‘We moeten eigenlijk de rode loper uitrollen voor slachtoffers van mensenhandel,’ zegt De Masi. ‘Van de immigratiedienst tot het OM, overal zou voor hen de deur wijd open moeten staan. Maar het blijft allemaal zo moeilijk.’

  • Toename vluchtelingen op Lampedusa | Corona eerder in VS dan gedacht

    Toename vluchtelingen op Lampedusa | Corona eerder in VS dan gedacht

    Corona eerder in de VS dan gedacht

    De eerste coronainfectie in de Verenigde Staten werd op 21 januari 2020 vastgesteld bij een inwoner van de staat Washington die kort daarvoor was teruggekeerd uit het Chinese Wuhan. Niet veel later concludeerden experts dat het virus mogelijk al weken eerder in de VS aanwezig was. Een op dinsdag (15 juni) gepubliceerde studie lijkt dat te bevestigen. Op basis van een analyse van bloedonderzoeken identificeerden wetenschappers zeven mensen in vijf staten die mogelijk al ruim voor de eerste officiële gevallen besmet waren.

    ‘Er waren infecties die niet werden gediagnosticeerd’

    ‘Dit is een interessante studie omdat hij de gedachte ondersteunt die velen al als waar aannamen, namelijk dat er infecties waren die niet werden gediagnosticeerd’, zegt immunoloog Scott Hensley tegen The New York Times. Het kleine aantal positieve testen maakte het echter moeilijk om er zeker van te zijn dat het om echte infecties gaat en niet om een methodologische fout. Als de bevindingen echter kloppen, onderstrepen ze de noodzaak voor landen om samen te werken en nieuw opkomende virussen zo snel mogelijk gezamenlijk te identificeren.


    Amazon aangeklaagd voor racisme

    Jeff Bezos wil dat Amazon het ‘meest klantgerichte bedrijf op aarde’ is. Maar een groeiend aantal werknemers zegt dat die instelling heeft bijgedragen aan het bestendigen van racisme bij het bedrijf en dat jarenlange pogingen om er iets aan te doen, zijn gedwarsboomd door de hr-afdeling en Bezos zelf, schrijft Vox.

    De aanklagers spreken over expliciet racisme op het werk en over systemisch racisme

    Pearl Thomas, een 64-jarige zwarte vrouw, klaagde het bedrijf vorige maand aan wegens discriminatie en wraakneming. Het is een van de vijf rechtszaken die inmiddels zijn aangespannen door huidige en voormalige Amazon-medewerkers wegens rassendiscriminatie. De aanklagers, allemaal vrouwen van kleur, spreken over expliciet racisme op het werk en over systemisch racisme, gezien de lagere promotiepercentages en het hogere aantal contractbeëindigingen van zogenaamde minderheden, bericht het Amerikaanse medianetwerk. De recente zaak van Pearl Thomas is saillant omdat ze werkt voor de hr-afdeling van het bedrijf. Haar directe baas, Beth Galetti, zou een van de grootste obstakels zijn bij het aanpakken van racisme.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/14452-2/

    Toename vluchtelingen op Lampedusa

    Op het zuidelijk gelegen Italiaanse eiland Lampedusa neemt het aantal vluchtelingen sinds enige tijd weer zienderogen toe. De zogenoemde hotspot van het eiland dreigt overbelast te raken, meldt de Napolese krant Il Mattino. Hotspots zijn in 2016 door de EU ingesteld als een preventieve grens met een dubbel doel: migranten aan de zuidelijke grenzen van Europa concentreren, en tegelijkertijd verhinderen dat te veel vluchtelingen asiel aanvragen. 

    ‘Alleen al vanmorgen arriveerden er ongeveer 600 vluchtelingen’

    Het aantal migranten in het opvangcentrum van Lampedusa is na de recente toestroom weer tot boven de duizend gestegen. De burgemeester van Lampedusa, Totò Martello, wil daarom een onderhoud met de Italiaanse premier Mario Draghi. ‘Alleen al vanmorgen arriveerden er ongeveer 600 vluchtelingen’, aldus Martello in Il Mattino. ‘Ik wil premier Draghi ontvangen om hem het fenomeen migratie te laten zien vanuit onze optiek als grensgebied.’ Martello wil een andere benadering dan die van een voortdurende noodsituatie: ‘als we daar niet aan werken zullen we geen enkele vooruitgang boeken’.

    Lees ook:


    Eerste Duitse kwantumcomputer

    Zes maanden later dan gepland vanwege de pandemie, hebben IBM Europe en de Fraunhofer-Gesellschaft afgelopen dinsdag officieel de eerste kwantumcomputer op Duitse bodem in gebruik genomen. Het IBM Quantum System One-model in Ehningen bij Stuttgart wordt de krachtigste kwantumcomputer van Europa ‘in een industriële context’ genoemd. Dat betekent dat het met zijn 27 qubits niet een van de krachtigste systemen ter wereld is, maar dat het systeem stabiel genoeg is voor industrieel gebruik, schrijft Der Spiegel.

    Het Quantum System One draait sinds november in Duitsland en wordt sinds februari gebruikt door de Fraunhofer-Gesellschaft. De voorzitter van Fraunhofer, Reimund Neugebauer, zei dat bedrijven en onderzoeksinstellingen ‘van elke omvang’ de kans moeten krijgen om met het systeem te werken. Hiervoor moeten ze echter wel €11.621 aan gebruikskosten per maand betalen. Neugebauer benadrukte dat de IBM-technologie is gecombineerd met Europese regels voor gegevensbescherming. Hij sprak van ‘volledige gegevenssoevereiniteit onder Europees recht’.


    Uitslag Peru laat op zich wachten

    Het kan nog drie weken duren voordat bekend wordt wie de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Peru tussen de linkse Pedro Castillo en de conservatieve Keiko Fujimori heeft gewonnen. Dit komt door het grote aantal beroepsprocedures en verzoeken tot nietigverklaring, meldt MercoPress. Maandagavond (14 juni) stond Castillo iets voor met minder dan 50.000 stemmen van de 17,6 miljoen geldige stemmen: 50,14 procent om 49,86 procent. 

    Demonstraties en onrust nemen ondertussen toe, gezien het kleine verschil in stemmen. De voormalige Chileense president, VN-commissaris Michelle Bachelet, riep Peruanen op om ‘de regels van de democratie te accepteren’, en ‘de verkiezingsinstellingen en hun beslissingen te respecteren’.

    Lees ook:


    Jack Ma houdt zich rustig

    De oprichter van Alibaba, Jack Ma, blijft in de luwte en concentreert zich op zijn hobby’s en op filantropie, meldt Al Jazeera. Dit zei Joseph Tsai, vicepresident en medeoprichter van het Chinese bedrijf, in een interview. Na Ma’s kritiek op de Chinese regelgeving vorig jaar, zette Beijing het bedrijf zwaar onder druk en Ma, de bekendste ondernemer van China, verdween sindsdien grotendeels uit het zicht. 

    Sancties van de Chinese overheid leidden onder meer tot het opschorten van de beursgang van 37 miljard dollar van het financiële onderdeel Ant Group en een gedwongen herstructurering van Ant. Alibaba kreeg in april ook een recordboete van 2,8 miljard dollar voor ‘concurrentiebeperkende praktijken‘.

    Lees ook:


    4.000.000.000

    Tijdens een persconferentie voor het EK verwijderde voetballer Cristiano Ronaldo twee flesjes Coca-Cola en zette er water voor in de plaats. Die geste leidde tot een een daling van de aandelenkoers van het bedrijf met 1,6 procent. Daarmee liep de marktwaarde van Coca-Cola terug van 242 miljard dollar naar 238 miljard dollar, een daling van 4 miljard dollar, schrijft The Guardian.