Onderwerpen: Internet

  • Streamingplatforms zoals Netflix moeten bijdragen aan Canadese fondsen voor content

    Streamingplatforms zoals Netflix moeten bijdragen aan Canadese fondsen voor content

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: vrouwen presteren beter in cognitieve tests tijdens de menstruatie

    » Slovenië is volgende EU-land dat Palestijnse staat erkent

    De CRTC schat dat de maatregel de audiovisuele sector jaarlijks 134 miljoen euro oplevert

    Buitenlandse streamingplatforms zoals Netflix en Spotify zullen samen ongeveer 200 miljoen Canadese dollar per jaar moeten betalen om Canadese muziek, televisie en lokale radio te ondersteunen in het kader van de online streamingwet. Dat schrijft The Globe and Mail.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Canadese commissie voor radio, televisie and telecommunicatie (CRTC), de onafhankelijke regelgevende instantie die de Online Streaming Act uitvoert, kondigde dinsdag aan dat buitenlandse platforms 5 procent van hun jaarlijkse Canadese inkomsten moeten afdragen om de omroepen in Canada te ondersteunen.

    De CRTC schat dat deze maatregel, die platforms aan dezelfde regels onderwerpt als traditionele Canadese omroepen, de audiovisuele sector van het land jaarlijks 200 miljoen Canadese dollar (134 miljoen euro) zal opleveren. Op die manier dragen de buitenlandse platforms bij aan verschillende fondsen, waaronder fondsen die de creatie van inheemse inhoud, Franstalige producties en werk van zwarte filmmakers en andere Canadezen met verschillende achtergronden ondersteunen.

    Tegenstanders van deze beslissing vrezen echter dat de platforms zullen besluiten om hun prijzen te verhogen, ‘om een deel van de kosten door te berekenen aan de consument’, merkt The Globe and Mail op.

  • EU pakt Meta aan met nieuw onderzoek naar ‘verslavende’ algoritmen

    EU pakt Meta aan met nieuw onderzoek naar ‘verslavende’ algoritmen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Turkije legt Koerdische leiders zware straffen op

    » VS: aantal doden door overdosis voor het eerst in vijf jaar gedaald

    Brussel richt pijlen op sociale mediagigant vanwege zogenaamde ‘rabbitholes’

    De Europese Commissie heeft zojuist een tweede onderzoek geopend naar Meta en beschuldigt het bedrijf van het mogelijk ‘stimuleren van verslavend gedrag bij kinderen’ door middel van zogenaamde rabbitholes. Dat meldt Politico. Dat wil zeggen dat de website van het bedrijf linkjes bevat waarmee je naar een andere pagina van de website kunt doorklikken. Facebook en Instagram, beide eigendom van Meta, zouden ook onvoldoende effectieve tools hebben om de leeftijd van gebruikers te verifiëren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘We willen dat jonge mensen een veilige en bij hun leeftijd passende online ervaring hebben’, zegt een woordvoerder van de groep, eraan toevoegend dat er al zo’n vijftig instrumenten en beleidsregels zijn ontwikkeld.

    Politico wijst erop dat de onderzoeken van de commissie kunnen leiden tot boetes die oplopen tot 6 procent van de jaarlijkse inkomsten van Meta.

  • EU dreigt TikTok Lite met verbod op reward-to-watch-functie

    EU dreigt TikTok Lite met verbod op reward-to-watch-functie

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hoofd Israëlische inlichtingendienst dient ontslag in

    » VK keurt wetsvoorstel om asielzoekers naar Rwanda te deporteren goed

    De nieuwe dienst zou net zo verslavend kunnen zijn als sigaretten

    De EU heeft gezegd dat ze een nieuwe door TikTok gelanceerde dienst in Europa zal verbieden waarvan zij denkt dat deze ‘net zo verslavend kan zijn als sigaretten’, tenzij het bedrijf ‘overtuigend’ nieuw bewijs levert dat kinderen beschermd zijn. Dat schrijft The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Als het verbod doorgaat, zou het de eerste keer zijn dat de EU ingrijpende nieuwe bevoegdheden gebruikt om sancties op te leggen aan sociale-mediabedrijven sinds de historische Digital Service Act (DSA) afgelopen augustus van kracht werd.

    De commissie gaf TikTok tot woensdag de tijd om ‘argumenten ter verdediging aan te voeren die de commissie zorgvuldig zal beoordelen’ voordat zij een definitief besluit neemt over maatregelen.

    De digitale commissaris, Thierry Breton, zei dat het Chinese platform ‘er niet in slaagde te bewijzen’ dat TikTok Lite, dat gebruikers beloont voor het bekijken van clips, voldoet aan de wettelijke verplichtingen en beschreef de dienst als ‘giftig’.

  • De tirannie van het algoritme: waarom alle koffiebars op elkaar lijken

    De tirannie van het algoritme: waarom alle koffiebars op elkaar lijken

    Steeds meer koffiebars hebben dezelfde inrichting en hetzelfde menu, zonder dat ze het bij elkaar afgekeken hebben. Hoe het algoritme mensen met dezelfde voorkeuren bij elkaar brengt en ervoor zorgt dat alle koffiebars op elkaar lijken.

    Het grootste deel van de jaren 2010 was ik een fervent gebruiker van Yelp, een app om restaurants en andere lokale ondernemingen te vinden en te recenseren. De rood-witte interface werd een betrouwbare bron van aanbevelingen, niet alleen in New York maar ook in het buitenland. Als ik in Berlijn, Kyoto of Reykjavik naar een koffiebar wilde, scrolde ik al snel door de lijst van Yelp, die was gefilterd op grond van het aantal sterren – sterren die aangaven hoe leuk andere gebruikers van de app een bepaalde plek hadden gevonden.

    Ik tikte meestal alleen ‘hipster koffietent’ in de zoekbalk, omdat het zoekalgoritme van Yelp inmiddels precies wist wat ik daarmee bedoelde. Het was het soort koffiebar waar iemand zoals ik – een westerling van (destijds) ergens in de twintig, een met internet vergroeide millennial die precies weet wat hij wil – graag komt. Ik kon dan ook al snel uit de zoekresultaten precies die koffiebar filteren die over de verlangde eigenschappen beschikte: veel daglicht dat door grote ramen naar binnen valt; grote houten tafels met ruime zitplaatsen; een licht interieur met witte muren of met van die kleine metrotegeltjes; wifi om te kunnen werken of het werk juist voor je uit te kunnen schuiven.

    Natuurlijk, het ging ook om de koffie, en in dit soort tentjes kon je ervan op aan dat je een cappuccino kreeg van licht geroosterde bonen, zoals de trend voorschreef, met een ruime keuze aan melk, en met kunstzinnig bewerkt melkschuim. Koffiebars die voor een tien gingen, serveerden een flat white (een cappuccino-variant die oorspronkelijk uit Australië en Nieuw-Zeeland afkomstig is) met avocado toast, een geroosterd broodje met geprakte avocado, dat ook van Australische origine blijkt – een combinatie die in de loop van de jaren 2010 synoniem is geworden aan wat de consumerende millennial wil. 

    ‘Authentieke plek’

    Deze koffiebars hadden allemaal dezelfde inrichting en hetzelfde menu, zonder daartoe te zijn gedwongen door een moedermaatschappij zoals Starbucks, dat vestigingen heeft die allemaal een replica zijn van het oorspronkelijke concept. Nee, in dit geval waren de koffiebars, ondanks de immense geografische spreiding en de volledige onafhankelijkheid, geheel op eigen initiatief uitgekomen bij hetzelfde eindpunt. Die ongekende, wijdverbreide eenvormigheid was te choquerend en te nieuw om saai te zijn.

    Natuurlijk zijn er in de gedocumenteerde geschiedenis van de beschaving meer voorbeelden van een dergelijke globalisatie. Maar de eenvormige koffiebars van de eenentwintigste eeuw zijn opmerkelijk, niet alleen vanwege hun zeer specifieke overeenkomsten maar ook omdat ze stuk voor stuk de indruk wekken op organische wijze uit hun lokale omgeving te zijn voortgesproten. Het zijn trotse, lokale ondernemingen die vaak worden omschreven als ‘authentiek’, een bijvoeglijk naamwoord dat ik zelf ook maar al te vaak heb gebruikt. Als ik op reis was, ging ik altijd op zoek naar een ‘authentieke’ plek om wat te eten of te drinken.

    Maar als die plekken allemaal zo op elkaar leken, hoezo waren ze dan authentiek?

    Maar als die plekken allemaal zo op elkaar leken, hoezo waren ze dan authentiek? Ik kwam tot de conclusie dat ze allemaal op een authentieke manier waren verbonden met het nieuwe, digitale geografische netwerk, dat in real time bijeen wordt gehouden door social media. Ze waren authentiek voor het internet, met name voor het internet van de algoritmische feeds uit de jaren 2010.

    brent gorwin vhQUnmnOLys unsplash
    © Unsplash 

    In 2016 schreef ik een essay getiteld ‘Welcome to AirSpace’, over mijn eerste impressies van dit fenomeen van eenvormigheid. Mijn theorie was dat alle fysieke plekken die via apps met elkaar waren verbonden, op de een of andere manier op elkaar leken. In het geval van koffiebars bood de groei van Instagram eigenaren en barista’s van over de hele wereld de gelegenheid om elkaar in real time te volgen, waarbij ze geleidelijk, via algoritmische aanbevelingen, dezelfde soorten content tot zich namen. Zo kon de persoonlijke smaak van de ene eigenaar steeds meer in de richting gaan van wat de anderen ook leuk vonden, om daar uiteindelijk mee samen te vallen. Aan de kant van de consument dreven Yelp, Foursquare en Google Maps mensen zoals ik – mensen die de populaire koffiebarvormgeving op Instagram konden volgen – naar de bars die voldeden aan het gewenste plaatje, door ze bovenaan de lijst te zetten of weer te geven op de kaart.

    Zakelijke beslissing

    Om de grote groep klanten binnen te halen die al door het internet waren klaargestoomd, namen steeds meer koffiebars de vormgeving over die overheersend aanwezig was op de platforms. Aanpassen aan de norm was dus niet alleen een kwestie van de trends volgen; het kwam neer op een zakelijke beslissing, waarvoor je door de klanten werd beloond. Als een koffiebar er aantrekkelijk genoeg uitzag, zetten de klanten deze op hun eigen Instagram om te laten zien hoe cool zij waren, wat neerkwam op gratis socialmediareclame en nieuwe klanten genereerde. Zo hield de cyclus van esthetische optimalisering en homogenisering zichzelf in stand. 

    Maar met het verstrijken der jaren kwam het besef dat er niet zozeer sprake was van een specifieke stijl, als wel van een soort zijnstoestand die verder ging dan een esthetische trend. Zoals met alle modeverschijnselen het geval is, raakte ook de visuele stijl van halverwege de jaren 2010 op zijn retour. De kleine, witte metrotegels die ooit cool waren geweest, verwerden tot een cliché en maakten plaats voor felgekleurde tegels, of tegels met meer structuur. De enigszins ruige, houthakkershemdenstijl uit het Brooklyn van de financiële crisis, met zijn gerenoveerde industriële meubilair, maakte plaats voor een subtiel, Scandinavisch aandoend jarenvijftigmodernisme, met rankpotige stoelen en fijn houtwerk.

    Eind jaren 2010 werd de overheersende stijl killer en minimalistischer, met aanrechtbladen van cement en strenge, geometrische dozen in plaats van stoelen. Accessoires zoals lampen van roestige leidingen maakten plaats voor kamerplanten (met name vetplanten) en kunstwerken met textiel, wat eerder het beeld opriep van het kunstenaarswereldje aan de westkust dan van het harde leven in New York. De associatie met Brooklyn doofde langzaam uit – na de pandemie werd Brooklyn als minder aantrekkelijk gezien dan downtown Manhattan – en de eenvormige stijl werd eerder in verband gebracht met digitale platforms zoals Instagram en het opkomende TikTok dan met een bepaalde plek.

    Homogeniteit

    De stijlelementen bleken minder belangrijk dan de fundamentele homogeniteit, die steeds steviger werd verankerd. In de loop der jaren veranderden stap voor stap de uiterlijke kenmerken, maar de eenvormigheid bleef. Het was die eenvormigheid die ging tegenstaan, meer dan de specifieke stijlkenmerken. Homogeniteit in een diverse wereld heeft iets griezeligs. Het kan teleurstellend zijn om op de zoveelste plek dezelfde vormgeving aan te treffen, en het feit dat de invloed van digitale platforms merkbaar is op plekken waar dat voorheen nog niet het geval was, kan ook een gevoel van beklemming oproepen. 

    Sarita Pillay Gonzalez, een Zuid-Afrikaanse wetenschapper, merkte eind jaren 2010 dit fenomeen op in Kaapstad, toen ze daar werkte voor een organisatie die onderzoek doet naar urbanisatie. Gonzalez beschouwde het als een vorm van gentrificatie, of zelfs als een echo van het kolonialisme in een postkoloniaal land. In Kloof Street, in Kaapstad, schoten de eenvormige, minimalistische koffiebars als paddenstoelen uit de grond. Toen wij elkaar spraken, typeerde Gonzalez die tentjes als volgt: ‘lange, houten tafels, smeedijzeren afwerking, peertjes aan het plafond, hangplanten’. Die vormgeving spreidde zich uit naar andere gelegenheden: bierhallen, gastropubs, galeries, Airbnb’s. Gonzalez had een vergelijkbare transformatie waargenomen in het noordoosten van Minneapolis toen ze daar in 2016 woonde: pakhuizen die werden omgebouwd tot koffiebars, microbrouwerijen of flexwerkplekken – stuk voor stuk bedrijven die erop wijzen dat er in een buurt sprake is van gentrificatie.

    De homogeniteit stond in schril contrast met de hipsterfilosofie die in de jaren 2010 opgang deed

    Volgens Gonzalez staat deze stijl voor een ‘mondiaal toegankelijke ruimte. Je kunt van Bangkok naar New York, Londen, Zuid-Afrika of Mumbai vliegen en overal dezelfde sfeer aantreffen. Plekken die een bepaalde rust geven omdat ze zo vertrouwd zijn.’ De homogeniteit stond in schril contrast met de hipsterfilosofie die in de jaren 2010 opgang deed: door bepaalde producten en culturele artefacten te gebruiken kon je laten zien dat je uniek was en je op die manier onderscheiden van de massa – in dit geval ging het dan om een bepaalde koffiebar in plaats van een onbekende band of een kledingmerk. ‘De ironie is dat al deze plekken individualiteit zouden moeten benadrukken, terwijl ze ongekend homogeen zijn,’ aldus Gonzalez.

    En niet alleen de plekken waren eenvormig, hetzelfde gold voor de klanten, merkte Gonzalez op: ‘Als je naar die koffiebars gaat, is het publiek overwegend wit. Maar [Kloof Street] is van oudsher een buurt waar mensen van kleur wonen.’ Alleen een bepaald soort mensen werd verleid om zich hier op zijn gemak te voelen, en anderen werden actief buitengesloten. Je hebt geld en een zeker savoir-faire nodig om je prettig te voelen bij de karakteristieke handeling van het uitklappen van je laptop op zo’n brede tafel en daar vervolgens uren te blijven zitten. In zekere zin is het net zoiets als je de onuitgesproken etiquette eigen maken in de cocktailbar van een duur hotel. Dit soort koffiebars ‘hebben iets beklemmends, in de zin dat ze duur en exclusief zijn’, aldus Gonzalez. Als witheid en welvaart als de norm worden gesteld, ontstaat er een soort esthetisch en ideologisch krachtveld dat iedereen weert die niet in het plaatje past.

    Plat

    Ik ben groot geworden met het idee dat de aarde plat was. Aan het begin van deze eeuw was er in Amerika in brede kring een groeiend bewustzijn van globalisatie, van het idee dat de wereld meer verbonden was dan ooit, en daarmee kleiner aanvoelde. De voornaamste aanjager van deze opvatting was Thomas Friedman, een columnist van The New York Times, bekend van zijn boek uit 2005, De aarde is plat. Zijn betoog appelleerde aan het gezond verstand: plat betekent dat mensen, goederen en ideeën sneller en makkelijker door de fysieke ruimte reizen dan ooit.

    Globalisering heeft ook geleid tot een meer alledaagse en alomtegenwoordige vervlakking van individuele ervaringen. Ik maak in Amerika gebruik van dezelfde apparaten, heb toegang tot veel van dezelfde sociale netwerken en maak verbinding met dezelfde streamingdiensten als een internetgebruiker in India, Brazilië of Zuid-Afrika. Friedmans voorspelling van een toegenomen internationale concurrentie heeft over de hele linie geresulteerd in slechts enkele winnaars, die ongebreideld profiteren van hun monopolisering van de geïnternationaliseerde digitale ruimte.

    ‘Globalisering voltrekt zich alleen in kapitaal en data’

    ‘Globalisering voltrekt zich alleen in kapitaal en data’, schreef literair theoreticus Gayatri Chakravorty Spivak. ‘Al het overige zijn pogingen de schade in te perken.’ We hebben het over de globalisering van politiek, cultuur en toerisme, maar op een fundamenteler niveau heeft Spivak gelijk. Wat er in werkelijkheid over de planeet vloeit, zijn verschillende geld- en informatiestromen: investeringen, bedrijven, infrastructuren, server farms en alle data van digitale platforms, die onzichtbaar als wind- of oceaanstromen heen en weer gaan tussen verschillende landen. Wij als gebruikers pompen uit eigen vrije wil onze informatie in dit systeem, waarmee we ook onszelf tot onderdeel van de goederenstroom maken.

    daniela araya BBK MAfIJUI unsplash
    © Unsplash 

    Die homogenisering is niet alleen een verschijnsel van deze tijd; die is het gevolg van veranderingen die zich hebben voltrokken lang voor de komst van social media en algoritmische feeds, en zal naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst alleen nog maar toenemen. Het is tenslotte wel gebleken dat de wereld, telkens wanneer er melding wordt gemaakt van een grote vervlakking, een manier weet te vinden om nog verder af te vlakken.

    Begin jaren 2010 diende er zich een nieuw fenomeen aan, de ‘Instagram wall’. Dat was deels een voortvloeisel uit de streetartbeweging van de jaren ’00, een gentrificatie van graffiti waarbij stadsmuren werden overgenomen door frisse, officieel toegestane muurschilderingen, vooral in buurten met veel vervallen warenhuizen. Streetart werd een soort toeristische trekpleister, bijna een galerie in de openlucht.

    Waar streetart van oorsprong een guerrilla-activiteit was, waren Instagram walls plekken die speciaal waren bedacht om te zorgen dat mensen zouden blijven staan om een foto te nemen tegen de achtergrond van die muur, om die vervolgens op Instagram te posten. Die Instagram walls werden ook wel Instagram traps genoemd – valstrikken. Sommige bestonden uit niet meer dan felgekleurde grafische patronen die een perfecte achtergrond vormden voor een foto.

    Instagram walls

    Het hoogtepunt – of dieptepunt – van dit fenomeen was misschien wel een brunchrestaurant met de naam Carthage Must Be Destroyed. Het restaurant opende zijn deuren in 2017 in Bushwick, een wijk in Brooklyn, in een blok vol pakhuizen. Aan het interieur was weinig gedaan – kale bakstenen wanden en zichtbare leidingen, grote tafels waar iedereen moest aanschuiven – maar er was sprake van één opmerkelijke, opzichtige stijlkeuze: alles was lichtroze geverfd. De deur was roze, de toonbank had roze tegeltjes, het espressoapparaat had een roze behuizing en de borden waren van roze aardewerk. De menukaart bood weinig bijzonders en de inrichting was dan ook de voornaamste attractie. De publiciteitsfoto’s waren nog maar nauwelijks in omloop gebracht of iedereen wilde naar ‘dat roze restaurant’.

    De ruimte was geoptimaliseerd om te worden gebruikt als digitaal beeld. In die tijd zag je dankzij het internet ineens overal ‘millennial roze’, een beetje de kleur van donkere rouge. Het werd ook wel ‘Tumblr pink’ genoemd, naar het bekende sociale netwerk waardoor het in zwang raakte. Je zag deze kleur op Nike-sneakers, Glossier-makeup en Away-koffers. De rosé gouden modellen die Apple in 2015 op de markt bracht, maakten deel uit van die trend. Carthage Must Be Destroyed had ook de Millennial Pink Experience kunnen heten, een immense Instagram wall. De bezoekers waren zo lang bezig met het maken van foto’s dat het restaurant uiteindelijk een regel invoerde om het maken van snapshots van de ruimte tegen te gaan: alleen foto’s van je eigen eten waren toegestaan. 

    Er kwamen zogeheten ‘Instagram museums’, waar het eigenlijk alleen ging om het maken van de foto’s

    Tegen het einde van het decennium zag je tot vervelens toe dit soort installaties. Er kwamen zogeheten ‘Instagram museums’, waar het eigenlijk alleen ging om het maken van de foto’s. The Museum of Ice Cream, dat in 2017 zijn deuren opende in San Francisco, voorzag in installaties die waren gebaseerd op zoetigheden waar je je volledig in kon verliezen. The Color Factory, ook uit 2017, bood surrealistische monochrome kamers voor portretten met een dramatisch effect. In geen van de gevallen was sprake van overtuigende beeldende kunst, aangezien de werken slechts bestonden bij de gratie van een foto en van degene die op de foto stond – zonder de digitale platforms waren de werken niet compleet; het enige waar het om ging was het creëren van content.

    Instagram walls of experiences trokken bezoekers naar een bepaalde plek en hielden hen daar bezig door ze iets te doen te geven met hun mobieltje, vergelijkbaar met restaurants die kleurplaten hebben voor kleuters. Het was een concessie aan onze nieuwe verslavingen – je kunt niet meer gewoon ergens naartoe gaan; je moet die ervaring ook documenteren. En doordat de bezoekers die de foto’s online zetten het bedrijf of de locatie taggen, groeien de foto’s uit tot een soort gedecentraliseerd onlinebillboard, een vorm van gratis zendtijd en digitale mond-op-mondreclame. De Instagram walls houden zichzelf in stand. Hoe meer posts, hoe meer reclame-algoritmen de plek registreren en suggereren aan nog meer potentiële klanten. De walls zijn een duidelijk voorbeeld van het onontkoombare gegeven dat zelfs fysieke bedrijven niet alleen aanwezig moeten zijn in de realiteit, maar ook op internet.

    De walls zijn inmiddels verworden tot een cliché, maar de manier waarop ze functioneren is doorgesijpeld naar allerlei bedrijven en plekken, met als gevolg dat nu volop wordt ingezet op zogeheten instagrammability. Zo kan een restaurant bijvoorbeeld een wand met planten maken, waar in neonletters de naam van de zaak tussen hangt, goed zichtbaar vanaf alle tafeltjes en daarmee ideaal om te fotograferen en te delen. Een bepaald gerecht kan zo kunstig zijn opgemaakt dat het eerder fungeert als beeld dan als voedsel.

    In het afgelopen decennium is Instagram de lens geworden waardoor we naar de mondiale wereld van de specialty-koffiebars kijken,’ zegt Trevor Walsh, marketing manager van Pilot Coffee Roasters, een keten van minimalistische koffiebars in Toronto. ‘We willen ontwerpkeuzes maken die het goed doen op de foto, we willen een omgeving bieden waarin je momenten beleeft die je wilt delen.’ Het posten van foto’s en reviews op Pilots Instagramaccount was voor het bedrijf aanvankelijk een manier om in contact te komen met andere koffiebars en met collega’s uit de koffiebranche in andere steden, maar als gebruiker van het platform voel je ook de constante druk om het account te onderhouden. ‘Je moet aan de lopende band content creëren. We hebben continu het gevoel dat we in de telefoons en laptops van mensen moeten zitten,’ zegt Walsh. 

    Gewoon een koffiebar zijn is niet meer voldoende; de branche moet een parallel bestaan cultiveren op internet

    Gewoon een koffiebar zijn is niet meer voldoende; de branche moet een parallel bestaan cultiveren op internet, wat een vak apart is. ‘Het is alsof je, om succesvol en zichtbaar te zijn, veel verstand moet hebben van social media, alsof je heel goed thuis moet zijn in iets wat wel gerelateerd is aan je vakgebied maar er niet echt onderdeel van uitmaakt,’ vervolgt Walsh. 

    Verstand hebben van social media betekent je bewust zijn van de algoritmen van de afzonderlijke platforms. Het viel Walsh op dat sommige bedrijven misschien wel een geweldig verhaal hebben, maar ‘zich niet leken te verdiepen in de algoritmen die hen in staat stellen hun zichtbaarheid te vergroten’. Misschien posten ze niet vaak genoeg of houden ze de veranderingen niet bij, zoals de ontwikkeling dat Instagram ineens meer aandacht had voor filmpjes dan voor foto’s – een ingrijpende verandering die zich voltrok in 2022, toen het platform TikTok probeerde te imiteren. Het is niet makkelijk om in de peiling te houden wat het algoritme precies wil, en zelfs mensen die met verstand van zaken een gok wagen, schieten niet altijd raak. Zoals Walsh zegt: ‘We hebben er veel tijd en moeite in gestoken om mooie content te creëren. Maar door dat algoritme hebben we minder voltreffers dan we volgens ons hadden kunnen of hadden moeten krijgen. Dat kan soms wat ontmoedigend zijn.’ 

    ‘Ik haat het algoritme. Iedereen haat het algoritme’

    ‘Ik haat het algoritme. Iedereen haat het algoritme,’ zegt Anca Ungureanu, eigenaar en oprichter van Beans & Dots, een koffie-vestiging in Boekarest, Roemenië. In eerste instantie was de zaak gevestigd in een voormalige drukkerij. Haar streven was ‘om iets neer te zetten dat er nog niet was in Boekarest’ – een plek die, in ieder geval in artistieke zin, niet typerend is voor Boekarest. De zaak trekt een internationaal publiek; wie op Google zoekt naar specialty-koffie in Boekarest, krijgt meteen Beans & Dots voorgeschoteld. Ungureanu heeft een Instagramaccount gemaakt vol cappuccino-foto’s, met meer dan zevenduizend volgers, maar ze raakte gefrustreerd toen ze het gevoel kreeg dat het platform haar de mogelijkheid ontnam om via haar feed haar publiek te bereiken.

    Toen ze ook koffie online ging verkopen, leken Facebook en Instagram haar bereik af te knijpen – tenzij ze reclameruimte zou kopen en zo de kas van de socialmediabedrijven zou spekken. Het voelde als algoritmechantage: als je niet betaalt, gaan wij je niet langer promoten. De middelen die Ungureanu in staat hadden gesteld te groeien en nieuwe klanten te trekken, keerden zich ineens tegen haar. Facebook en Instagram ‘staan niet toe dat je garen spint bij de gemeenschap die je zelf hebt gebouwd. Vanaf een bepaald moment spelen ze geen eerlijk spel meer,’ zegt Ungureanu.

    Volgersinflatie

    Andere eigenaren van koffiebars komen met dezelfde klacht. Jillian May is mede-oprichter van Hallesches Haus in Berlijn, een koffiebar annex boetiek die in 2014 de deuren heeft geopend. In de hoge, strakke ruimte met boogramen kunnen bezoekers niet alleen gieters, lampen en aardewerken bloempotten kopen, maar ook koffie en salades. Hallesches Haus heeft bijna dertigduizend volgers op Instagram. Maar ‘in verhouding tot het aantal klanten kregen we in de loop der tijd steeds minder likes,’ aldus May.

    ‘Een foto die vijf jaar geleden werd gepost kreeg duizend likes, en diezelfde foto krijgt tegenwoordig nog maar honderd tot tweehonderd likes.’ Ze heeft het gevoel dat de app ‘de gebruikers onder druk zet om te betalen voor het promoten van dit soort posts, en daar voelen we ons niet prettig bij’. Die discrepantie voelt als een verbroken belofte van een sociaal netwerk dat is gebouwd op gedemocratiseerde, door gebruikers gegenereerde content. Wij als gebruikers zorgen dat de social media functioneren, maar toch krijgen we niet de volledige controle over de relaties die wij op de platforms tot stand brengen, voornamelijk omdat de algoritmische aanbevelingen zo dominant zijn.’

    clayton malquist 4x9q7p17bE unsplash
    © Unsplash 

    Het effect dat May heeft waargenomen zou je ‘volgersinflatie’ kunnen noemen. Een groot aantal volgers komt niet langer overeen met de werkelijke betrokkenheid over een langere periode, aangezien de prioriteiten van het platform kunnen veranderen of omdat de aloude contenttrucjes hun uitwerking verliezen. Het is een gevoel dat iedereen zal herkennen die het afgelopen decennium op Instagram heeft gezeten. Het is misschien een klap voor je ego als je minder likes krijgt bij een selfie, maar voor een bedrijf dat op deze manier geld moet verdienen is het een serieus financieel probleem – of het nou gaat om een koffiebar die bezoekers wil trekken of om een influencer die gesponsorde content aan de man brengt.

    Fysieke filters

    Het nastreven van instagrammability is een valstrik: de snelle groei als je een herkenbaar format overneemt, ongeacht of het om een fysieke ruimte gaat of om zuiver digitale inhoud, maakt geleidelijk plaats voor een dagelijkse sleur waarin je dingen moet blijven posten en moet bijhouden hoe het algoritme nu weer werkt – welke hashtags, memes of formats je moet volgen.

    Digitale platforms nemen ondernemers hun autonomie af, zetten hen onder druk om in de pas te lopen in plaats van hun eigen creatieve ingevingen te volgen. Te dicht op een trend zitten brengt ook een risico met zich mee: als de glans eraf is, zal het algoritmische publiek het ook laten afweten. Daarom zullen de koffiebars van dertien in een dozijn voortdurend kleine aanpassingen aanbrengen in het interieur, net wat meer planten neerzetten of er juist een paar weghalen. In de algoritmische feed is timing van cruciaal belang.

    In zekere zin zijn koffiebars ook fysieke algoritmische filters

    De alternatieve strategie is je niet van de wijs te laten brengen, je geen zorgen te maken over trends en betrokkenheid en domweg vasthouden aan datgene waar je goed in bent; op een wezenlijk niveau trouw blijven aan je persoonlijke opvattingen of aan de identiteit van je merk. In zekere zin zijn koffiebars ook fysieke algoritmische filters: mensen worden gefilterd op basis van hun voorkeuren en door middel van de inrichting en wat er op de menukaart staat.

    Zo wordt stilletjes een bepaald soort mensen aangetrokken en een ander soort mensen geweerd. Op de lange termijn is die manier om een gemeenschap te creëren misschien wel van grotere waarde dan kunstzinnig bewerkt melkschuim en grote aantallen volgers op Instagram. Uiteindelijk is dat ook wat Anca Ungureanu probeert te doen in Boekarest. ‘We zijn een koffiebar waar je gelijkgestemden kunt ontmoeten, mensen met dezelfde belangstelling,’ zegt ze. Door die opmerking realiseerde ik me dat een bepaalde mate van homogeniteit waarschijnlijk een onvermijdelijk gevolg is van algoritmische globalisering, eenvoudigweg omdat tegenwoordig zo veel gelijkgestemden zich, beïnvloed door dezelfde digitale platforms, door dezelfde fysieke ruimtes bewegen. De eenvormigheid heeft de neiging te accumuleren. 

  • Wereldnieuws: Lokale politici hebben in Duitsland last van intimidatie & meer

    Wereldnieuws: Lokale politici hebben in Duitsland last van intimidatie & meer

    Politici waarschuwen voor ‘dictatoriale tendens’

    De Latijns-Amerikaanse Ronde Tafel voor Reflectie, geleid door de Chileense ex-president Michelle Bachelet, heeft zich uitgesproken tegen de repressie in Venezuela, meldt El País. De groep beschouwt de uitzetting van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN en de arrestatie van activist Rocío San Miguel als een ernstige fout van het chavismo, en waarschuwt voor een ‘dictatoriale tendens’ die niet past bij Venezuela.

    Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide

    Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide, de beruchte gevangenis van de Venezolaanse inlichtingendienst. Ze wordt verdacht van het beramen van een staatsgreep. Toen de VN-commissie zich uitsprak tegen de arrestatie van San Miguel werd de organisatie gesommeerd het land te verlaten. Volgens de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken, Yván Gil, is de mensenrechtencommissie ‘een privékantoor geworden van coupplegers en terroristische groeperingen die voortdurend complotten smeden tegen het land’.

    gettyimages 1156650706 594x594 1
    © Sean Gallup/Getty Images

    ’s Werelds eerste houten satelliet

    Japanse wetenschappers zijn erin geslaagd een satelliet te ontwikkelen van hout. De LignoSat-sonde is gemaakt van magnoliahout, dat bij experimenten in het International Space Station (ISS) bijzonder stabiel bleek te zijn en bestand tegen scheuren. De sonde wordt deze zomer met een Amerikaanse raket gelanceerd, schrijft Nikkei Asia.

    De houten satelliet is gebouwd om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen

    De houten satelliet is gebouwd door onderzoekers van de Universiteit van Kyoto en het bosbouwbedrijf Sumitomo Forestry om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen. ‘Alle satellieten die de atmosfeer van de aarde weer binnenkomen, verbranden en creëren kleine aluminiumoxidedeeltjes die jarenlang in de bovenste atmosfeer blijven zweven,’ legt Takao Doi uit, astronaut en ruimtevaartingenieur van de Universiteit van Kyoto. ‘Die deeltjes tasten het milieu op aarde aan.’


    Lokale politici hebben last van intimidatie

    In 2022 heeft meer dan 60 procent van de lokale volksvertegenwoordigers in Duitsland te maken gehad met bedreigingen en agressie, blijkt uit gegevens van de Heinrich-Böll-Stiftung en de Universiteit van Duisburg-Essen. Vooral burgemeesters liggen onder vuur.

    ‘Veel mensen die betrokken zijn bij de lokale politiek ervaren vijandigheid,’ schrijft Die Tageszeitung. In januari 2024 richtte het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken daarom zelfs een ‘contactpunt voor de bescherming van gemeenteambtenaren en gekozen vertegenwoordigers’ op om dit fenomeen aan te pakken. Minister Nancy Faeser zei dat het doel van het nieuwe contactpunt was om aan ambtsdragers en gekozen vertegenwoordigers over te brengen: ‘Je staat er niet alleen voor.’

    Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord

    ‘Lokale politiek is direct,’ aldus Faeser. Deze nabijheid maakt mensen echter ook kwetsbaar. Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord, zoals in het geval van de districtsvoorzitter van Kassel, Walter Lübcke, die in 2019 werd vermoord door een rechts-extremist.

    Veel van deze overtredingen worden niet eens bij de politie gemeld, aldus Faeser. Pogingen tot intimidatie zoals ‘Ik weet naar welke school je kinderen gaan’ zijn niet ongewoon. Ze heeft al met verschillende burgemeesters gesproken die zeiden: ‘Dan kan ik maar beter stoppen om mijn gezin te beschermen.’

    Lokale politici waarmee Die Tageszeitung sprak, maken melding van haatcampagnes en intimidatie op sociale netwerken, rotte eieren die naar hun huizen werden gegooid en beledigende brieven. Gekozen vertegenwoordigers voelen zich in de steek gelaten wanneer ze worden geconfronteerd met bedreigingen, geven het op en stellen zich niet langer verkiesbaar.

    Thomas Zschornak, de CDU-burgermeester van Nebelschütz, een kleine gemeente in het oosten van Duitsland, is een van de bedreigde politici. Twee jaar lang was hij het slachtoffer van een intense intimidatiecampagne; ook hij stelde zich niet herkiesbaar. Hij verliet de politiek met een burn-out.


    Showmax verdringt Netflix in Afrika

    Het Zuid-Afrikaanse streamingbedrijf Showmax is Netflix voorbijgestreefd in Afrika, schrijft Rest of World. Showmax, dat in 2015 ontstond uit MultiChoice, Afrika’s grootste entertainmentbedrijf, had eind november 2023 2,1 miljoen abonnees op het continent, tegenover 1,8 miljoen voor Netflix, volgens marktonderzoeksbureau Omdia. Showmax heeft Netflix ingehaald te midden van de hevige concurrentie in de Afrikaanse videostreamingindustrie, waar internationale bedrijven, grote telecombedrijven en verschillende landspecifieke apps vechten om het geld van de consument. Het bedrijf probeert zich te onderscheiden door een aanbod van series en films gericht op de Afrikaanse consument.

    Showmax werkt samen met HBO en Comcast. Het platform heeft ook de streamingrechten voor de Engelse Premier League.

    Onderzoek: herbebossing houdt klimaatopwarming tegen

    Onderzoekers hebben ontdekt dat herbebossingsprojecten in het oosten van de Verenigde Staten ‘een verbluffende prestatie hebben geleverd’: het inperken van de stijgende temperaturen die het gevolg zijn van de klimaatcrisis. The Guardian meldt dat wetenschappers al lange tijd verbaasd waren over een zogenaamd ‘opwarmingsgat’ boven delen van het zuidoosten van de VS, waar de temperaturen constant zijn gebleven of zelfs zijn gedaald, ondanks de onmiskenbare bredere opwarmingstrend. Een belangrijke reden voor deze afwijking, zo blijkt uit het nieuwe onderzoek, is de enorme herbebossing van een groot deel van het oosten van de VS na het aanvankelijke verlies van grote aantallen bomen na de Europese kolonisatie van het Amerikaanse continent.

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest’

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest en we hebben aangetoond dat dit zich heeft vertaald in de omringende luchttemperatuur,’ zegt Mallory Barnes, een milieuwetenschapper aan de Universiteit van Indiana die het onderzoek leidde. ‘Het “opwarmingsgat” was een echt mysterie en hoewel het niet alles verklaart, toont dit onderzoek aan dat er een belangrijk verband is met herbebossing.’

    Vanaf de jaren 1920 is de Amerikaanse regering begonnen met een voortvarend boomplantprogramma. Dat heeft ertoe geleid dat er in de afgelopen eeuw ongeveer 15 miljoen hectare herbebost gebied is bijgekomen in het oosten van de VS – genoeg bomen om een gebied groter dan Engeland te bedekken.

    Showmax PR Mobile Device 1240x698 1

    Karkassen

    Onder een donkere, met ijs bedekte zee voor de kust van Groenland stuit een dappere duiker op de enorme karkassen van dwergvinvissen. Alex Dawson, die het spectaculaire beeld maakte, won hiermee de prijs voor Onderwaterfotograaf van het Jaar 2024. Whale Bones werd gefotografeerd onder de zwaarste omstandigheden, waarbij hij met duikpak en ademhalingsondersteuning afdaalde onder de ijskap van Groenland. 

    De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld

    De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld. Een andere winnaar was JingGong Zhangs, die eerder het paren van zeepaardjes vastlegde en dit jaar het broedseizoen van de Japanse Zoarchias, een zogeheten puitaal, wist te fotograferen.

    Alex DawsonUPY2024
    © Alex Dawson/UPY2024
  • Miljoenen Australiërs getroffen door netwerkstoring

    Miljoenen Australiërs getroffen door netwerkstoring

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje: protest tegen amnestie voor Catalaanse separatisten loopt uit op rellen

    » Rode Kruis ‘diep verontrust’ na aanval op hulpkonvooi in Gaza-Stad

    Hulplijnen in het hele land waren onbereikbaar

    Miljoenen Australiërs zaten zonder mobiel bereik en internet na een netwerkstoring bij telecombedrijf Optus. Dat schrijft de BBC. De storing veroorzaakte vertragingen in het openbaar vervoer, verbrak telefoonlijnen in ziekenhuizen en legde betalingssystemen plat. Optus, de op één na grootste provider van het land, meldde dat meer dan tien miljoen mensen en duizenden bedrijven getroffen waren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Mensen in heel Australië konden geen hulpdiensten en kritieke hulplijnnummers bereiken en ook de treindiensten in de staat Victoria lagen tijdelijk plat. Alle diensten werden na ongeveer een onderbreking van twaalf uur hersteld. Kelly Bayer Rosmarin, de algemeen directeur van het Optus, liet weten dat nog niet bekend was wat er mis was gegaan. Ze verontschuldigde zich voor de netwerkstoring en zei: ‘Totdat we een volledige, grondige analyse van de oorzaak hebben gemaakt, kunnen we niet meer informatie geven. Wat ik wel kan zeggen is dat het een technisch netwerkprobleem was en dat onze teams heel hard hebben gewerkt om onze diensten zo snel mogelijk te herstellen.’ 

    Er was dus geen sprake van een cyberaanval, zoals eerder werd gespeculeerd. Het bedrijf werd vorig jaar wel slachtoffer van een cyberaanval, met het grootste datalek in de Australische geschiedenis als gevolg.

  • AI geeft digitale repressie door autoritaire regimes een boost

    AI geeft digitale repressie door autoritaire regimes een boost

    Dat de Golfstaten digitale technologieën gebruiken om hun politieke tegenstanders te onderdrukken, is niet nieuw. Maar de opkomst van nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, biedt autoritaire regimes extra mogelijkheden om het privédomein van burgers binnen te dringen – zonder enige vorm van rechtsgeldigheid.

    In zijn boek Digital Authoritarianism in the Middle East schrijft Marc Owen Jones, universitair docent Midden-Oostenstudies aan de Hamad Bin Khalifa-universiteit in Doha (Qatar), dat regimes in het Midden-Oosten digitale technologieën – die in principe zijn bedoeld voor sociale interactie – misbruiken voor toezicht, propaganda en intimidatie. Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) investeren op grote schaal in nieuwe technologieën voor AI (kunstmatige intelligentie), in navolging van drie andere landen die een slechte reputatie hebben wat betreft mensenrechten en het onderdrukken van de eigen burgers: China, Rusland en Israël. 

    Digitale repressie door Arabische regeringen, en in het bijzonder door de autoriteiten in de Golfregio, is niet nieuw. Arabische burgers zijn eraan gewend dat er voortdurend informatie over hen wordt ingewonnen door het monitoren van onlineactiviteiten en de beperking van onlinevrijheden. Dat leidt bijvoorbeeld tot de arrestatie en veroordeling van activisten die ‘aanstootgevende tweets’ posten. 

    Arabische burgers zijn eraan gewend dat er voortdurend informatie over hen wordt ingewonnen

    In 2018 beschuldigde de Amerikaanse FBI drie mannen van het hacken van Twitter in opdracht van Saoedi-Arabië, met als doel vertrouwelijke informatie over duizenden gebruikers over te dragen aan de Saoedische autoriteiten. Als gevolg van die hacks werd Abdulrahman al-Sadhan in 2018 in Riyad gearresteerd en veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf, omdat hij een anoniem account zou hebben gebruikt om het economische beleid van de Saoedische regering te bekritiseren.

    Maar de opkomst van technologieën als AI, en toepassingen daarvan die bijvoorbeeld kunnen infiltreren op mobiele telefoons, bieden autoritaire regimes de mogelijkheid van elektronische spionage, die kan variëren van gezichtsherkenning en het monitoren van berichten tot massasurveillance. Van enige vorm van rechtsgeldigheid of toezicht op het gebruik van dergelijke spyware is geen sprake. 

    Nieuwe wetten

    In juni 2022 publiceerde de European Council on Foreign Relations, een Europese denktank, het onderzoeksrapport Iron Net: Digital Repression in the Middle East and North Africa. Daarin wordt gesteld dat Arabische regeringen, na de schok van de Arabische Lente in 2011, nieuwe wetten en beleid hebben geïntroduceerd om onlinegedrag aan banden te leggen, vooral gericht tegen journalisten en oppositieleiders. Volgens het onderzoek spannen autoritaire regeringen zich tot het uiterste in om tegenstanders die anoniem opereren te identificeren, en om hun gebruik van (tele)communicatienetwerken en toegang tot informatie te blokkeren.

    De investeringen roepen vragen op over de potentiële gevolgen voor de mensenrechten

    Afaf Abrouki, een Tunesische onderzoeker en expert op het gebied van technologie en mensenrechten, zegt in een interview met Mowatin dat de Golflanden in de regio en daarbuiten grootschalig investeren in geavanceerde technologie. Op zichzelf is dat geen probleem, zolang ze het doen om hun economie te diversifiëren. Maar deze landen hebben een slechte staat van dienst op het gebied van de mensenrechten en zijn berucht vanwege de surveillance, desinformatie, manipulatie van sociale media, censuur et cetera waarmee ze hun burgers onderdrukken en hun het zwijgen opleggen. De investeringen roepen dan ook vragen op over de potentiële gevolgen voor de mensenrechten. 

    Repressieve houding

    Het hoofd van het Centrum voor Mensenrechten in de Golfregio, Khaled Ibrahim uit Bahrein, ziet de toename van de investeringen door de Golflanden als een uiting van een repressieve houding. ‘Het is een tirannieke mentaliteit die vijandig staat tegenover de vrijheid van meningsuiting, en die geen geloof hecht aan het gezegde dat diversiteit van meningen rijkdom betekent,’ zegt hij. ‘Het is vooral bedoeld om onlineactivisten en burgers te monitoren en gevangen te zetten vanwege hun mening over de zittende macht die ze op sociale media uiten.’ 

    Volgens James Shears, een Brits onderzoeker en docent politiek, veiligheid en technologie, dragen de landen in de Golf wereldwijd bij ‘aan digitale repressie door een reeks gerichte surveillance-instrumenten te ontwikkelen die het hun mogelijk maakt de inhoud van sociale en andere digitale media te monitoren.’ Volgens hem bieden die instrumenten wetshandhavers en nationale veiligheidsdiensten meer inzicht en informatie over politieke opponenten, dissidenten, journalisten en mensenrechtenactivisten. Hij voegt eraan toe dat de Golfstaten dergelijke investeringen niet alleen als wenselijk beschouwen omdat ze het regime versterken tegen de interne onrust en ontevredenheid waarvan de Arabische Lente een uiting was, maar ook omdat ze in geopolitieke zin voordelen bieden. Zo delen de landen hun ervaringen met digitale repressie met exporteurs van deze technologieën, waarvan China de belangrijkste is. De Golfstaten zeggen weliswaar bereid te zijn om voorwaarden als databescherming en cloudwetgeving op te stellen voor de toepassing van digitale technologieën en AI, maar over het algemeen dienen dergelijke wetten eerder nationale veiligheidsdoeleinden dan dat ze meer bescherming bieden voor persoonlijke privacy.

    Deze landen verdoezelen volgens hem ‘hun wijdverbreide schendingen op het gebied van de mensenrechten’

    De stap van de Golfstaten om te investeren in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie past ook uitstekend in het streven hun economie minder afhankelijk te maken van olie. Volgens een rapport van adviesbureau PwC kunnen de landen in de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten in 2030 ongeveer 23,5 miljard dollar tegemoetzien als hun investeringen in AI blijven groeien. Saoedi-Arabië en de VAE hebben inmiddels strategieën en doelstellingen op het gebied van AI geformuleerd, maar er zijn nog veel tekortkomingen die moeten worden aangepakt.

    Khaled Ibrahim zegt dat landen in de Golf – en dan vooral de VAE en Saoedi-Arabië – wereldwijd ‘het meest uitgeven aan investeringen in technologieën als AI en gezichtsherkenning, die gericht zijn op het identificeren van ongewenste berichten en oppositieactiviteiten’. Deze landen verdoezelen volgens hem ‘hun wijdverbreide schendingen op het gebied van de mensenrechten’. James Shears bevestigt dat het gebruik van AI door de Golflanden vooral de nationale veiligheid betreft. Technisch gezien hangt de doeltreffendheid ervan volgens hem grotendeels af van verdere verfijning van opsporingsmethodes, bijvoorbeeld door met behulp van machinelearning stukjes informatie te koppelen, zodat er voorspellingen kunnen worden gedaan over het gedrag van individuen.

    Controle en repressie

    Ook het Arab Center Washington D.C. bevestigt dat de autoritaire regimes gebruikmaken van innovatieve methoden en digitale instrumenten voor controle en repressie. Veel van die technieken zijn afkomstig uit landen die vooroplopen met ‘digitale tirannie’, zoals China en Rusland, en van landen die investeren op het gebied van surveillance en bevolkingscontrole, zoals Israël, aldus het centrum. De Arabische landen zien China als voorbeeld, dat werkt met projecten zoals SkyNET en Sharp Eyes. China is bezig verschillende technologieën en zeer geavanceerde AI-instrumenten te integreren om enorme hoeveelheden gegevens te verzamelen en te analyseren. Het gaat om data afkomstig van videosurveillance, registratie van fysieke bewegingen, verzamelingen van beelden, databases met gezichtsherkenning en vingerafdrukken, telefoonverkeer, medische en financiële gegevens, onlinegedrag en gegevens uit het socialekredietsysteem. 

    Veel van die technieken zijn afkomstig uit landen die vooroplopen met ‘digitale tirannie’, zoals China en Rusland

    Een onderzoeker van het Britse Royal Institute of International Affairs wijst ook op de gegevens die smart cities verzamelen over energieverbruik, verkeer en voetgangersverkeer via bewakingscamera’s en mobieletelefonienetwerken. Daarover zegt Shears: ‘Het combineren van deze gegevens biedt landen de mogelijkheid om individuen in de gaten te houden op een manier die voorheen onmogelijk was.’ 

    Surveillance op zo’n grote schaal vereist ruime financiële middelen en een gecentraliseerd bestuur. In het Midden-Oosten zijn de VAE vooralsnog het meest enthousiast in de toepassing ervan. Het toch al alomtegenwoordige autoritaire bewind in de Emiraten maakt gebruik van smart city-technologie en van het zogenoemde Police without Policemen-programma, dat berust op geavanceerde digitale surveillancetechnieken.

    Privécommunicatie

    In het onderzoek van het Arab Center Washington D.C. wordt opgemerkt dat China zijn autoritaire technologische instrumenten al via de ‘Digitale Zijderoute’ heeft geëxporteerd naar zeker achttien landen, waaronder enkele in het Midden-Oosten: Egypte, Marokko, Qatar, Saoedi-Arabië en de VAE. Maar sinds het sluiten van de Abraham-akkoorden tussen de VAE en Israël is ook de spionage-industrie van Israël belangrijk voor de Golfstaten. Dat betreft vooral technologie die is gericht op het binnendringen van persoonlijke apparaten en het onderscheppen van privécommunicatie. 

    In eigen land maakt Israël gebruik van geavanceerde surveillance van Palestijnen en verzamelt het informatie door in te breken op vaste lijnen en smartphones en sms-berichten te onderscheppen. Pegasus, het Israëlische programma dat is gespecialiseerd in monitoring, tracking en spionage, en ook andere Israëlische spywaretechnologie wordt voornamelijk aangeschaft om journalisten en mensenrechtenactivisten in de gaten te houden. Het opvallendste voorbeeld daarvan was het hacken door Saoedi-Arabië en de Emiraten van de communicatiekanalen die Jamal Khashoggi gebruikte, voordat hij in het Saoedische consulaat in Istanboel werd vermoord.

    Wat betreft digitale onderdrukking staat het Midden-Oosten er slecht voor

    Wat betreft digitale onderdrukking staat het Midden-Oosten er slecht voor. De Digital Repression Index rangschikt zo’n honderdtachtig landen naar gebruik van digitale technologie voor politieke repressie. Vijf van de twintig slechtst scorende landen bevinden zich in het Midden-Oosten: de VAE, Saoedi-Arabië, Iran, Syrië en Jemen. En volgens de Freedom of the Net-index 2021, gepubliceerd door de Amerikaanse ngo Freedom House, behoren zeven landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika tot de twintig slechtst presterende landen op het gebied van internetvrijheid: Saoedi-Arabië, Iran, de VAE, Egypte, Bahrein, Soedan en Turkije. 

  • Filosoof Hiroshi Toya: ‘We mogen onze keuzes niet uitbesteden aan AI’

    Filosoof Hiroshi Toya: ‘We mogen onze keuzes niet uitbesteden aan AI’

    Volgens de Japanse filosoof Hiroshi Toya heeft Japan ‘een rotsvast vertrouwen’ in AI. In een interview met het Japanse dagblad Asahi Shimbun benadrukt hij dat we onze eigen verantwoordelijkheid in het oog moeten houden en ons eigen verstand moeten blijven gebruiken.

    Op dit moment is de wereld verdeeld over de regulering van generatieve AI-systemen als ChatGPT. Hoewel de G7 afgelopen mei tijdens de top in Hiroshima pleitte voor ‘een betrouwbare AI’, voelden sommige landen, zoals Japan, er minder voor om deze nieuwe technologie aan allerlei regels te onderwerpen. ‘De Japanse maatschappij heeft een groot vertrouwen in AI,’ aldus een bezorgde Hiroshi Toya, filosoof en hoogleraar aan de Kansai University for International Studies. Hij maant bovendien tot voorzichtigheid: ‘Als we onze aandacht uitsluitend richten op ChatGPT, verliezen we de fundamentele veranderingen uit het oog die het gevolg zijn van het binnendringen van AI in onze maatschappij.’ Op welke veranderingen doelt hij dan?

    ChatGPT wint snel terrein. Wat zijn volgens u de pro’s en contra’s ervan?

    ‘Zeggen dat ChatGPT alleen maar slecht is zou een simplistische constatering zijn die vooralsnog nergens op is gebaseerd. Het is in feite moeilijk te voorspellen of de app algemene ingang zal vinden, zoals Amazon of Gmail. Voorlopig zie ik ChatGPT vooral als een speeltje. Het probleem is volgens mij niet het programma zelf, maar wat wij, de maatschappij, ervan verwachten.

    Wij mensen zijn behept met een extreem sterk verlangen om overal zo snel mogelijk antwoord op te krijgen. In die mate zelfs dat sommigen, volgens artikelen die ik heb gelezen, ChatGPT verwijten dat het programma er te lang over doet om een vraag te beantwoorden, terwijl het maar een kwestie van enkele minuten is. Dat je niet eens een paar minuten kunt wachten gaat toch alle perken te buiten? Onze maatschappij is geobsedeerd door onmiddellijke resultaten, zonder de tijd te nemen voor enige reflectie. Als filosoof zit ik regelmatig in gedachten verzonken met mijn armen over elkaar achter mijn bureau, maar dat geldt vandaag de dag als “inefficiënt”. Dingen goed en langzaam overdenken is steeds minder in trek.’

    ‘Ik denk dat het nodig is om altijd afstand te kunnen blijven nemen van AI en haar systemen’

    Wat voor kwalijke gevolgen kan deze ontwikkeling hebben?

    ‘Als niemand er momenteel last van heeft, kun je waarschijnlijk denken dat het niet erg is. Maar als op een dag de door AI gemodelleerde ‘normaliteit’ sneuvelt, bijvoorbeeld door een ramp of een oorlog, worden we waarschijnlijk geconfronteerd met een periode van chaos. Dan zullen we zelf beslissingen moeten nemen om problemen op te lossen: zullen we tegen die tijd nog wel over een denkvermogen beschikken dat ons in staat stelt de beste keuzes te maken? In het verarmde en uitgeputte Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog konden de mensen niet langer zelfstandig denken en lieten ze zich inpalmen door de nazi-ideologie, waardoor ze medeplichtig werden aan de Holocaust. Zullen we in het geval van een crisis in staat zijn te zeggen dat het oordeel van AI onjuist is? Ik denk dat het nodig is om altijd afstand te kunnen blijven nemen van AI en haar systemen. Als we onze aandacht uitsluitend op ChatGPT richten, verliezen we naar mijn mening de fundamentele veranderingen uit het oog die het gevolg zijn van het binnendringen van AI in onze maatschappij.’

    Zijn de veranderingen die door ChatGPT zelf in gang worden gezet dan niet zo belangrijk?

    ‘Ten aanzien van maatschappelijke kwesties probeert ChatGPT een groot scala aan meningen te dekken. Stel je het programma bijvoorbeeld een vraag over de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, dan zal het alleen de verschillende gezichtspunten op een rij zetten zonder er enige conclusie aan te verbinden. Ik heb de indruk dat het programma meer vragen oproept dan antwoorden geeft. In plaats van problemen op te lossen maakt het keuzes alleen maar moeilijker. Het is zonder twijfel in staat zinnen te produceren die menselijk lijken, maar die maken het ons eerder moeilijker dan makkelijker om beslissingen te nemen en keuzes te maken. Aan genderkwesties kleeft een groot aantal verschillende aspecten, en elk standpunt dat je erover inneemt kan relatief gevoelig zijn. We moeten de verantwoordelijkheid voor onze keuzes nemen.’

    Zijn de antwoorden die AI geeft niet op zichzelf problematisch?

    ‘Voordat we voor een bepaald antwoord kiezen hebben we natuurlijk de vraag al geformuleerd. Als we AI de voorwaarden van de discussie laten bepalen, onttrekken we ons aan onze verantwoordelijkheid in dezen. Het is gevaarlijk om te geloven dat ChatGPT alle aspecten van een kwestie in overweging neemt. Ik vrees dat we steeds minder goed in staat zullen zijn om andere keuzes en gezichtspunten onder ogen te zien dan die welke door AI worden voorgesteld. ChatGPT geeft antwoorden die zijn gebaseerd op bestaande internetgegevens, zonder de juistheid daarvan ter discussie te stellen.’

    Baart het gebruik van ChatGPT ­zorgen op ethisch gebied?

    ‘In de huidige situatie niet. In de toekomst zal het misschien voor problemen zorgen op politiek en juridisch gebied. Sommige parlementsleden hebben al ChatGPT gebruikt voor debatten, maar dat betrof tot dusver alleen de ­teksten die ze voorlazen. Wanneer je bijvoorbeeld de verdeling van de sociale­zekerheidsgelden aan AI zou toevertrouwen, zou dat discriminatie in de hand kunnen werken, zoals een verlaging van de uitkeringen aan senioren omdat hun minder levensjaren resten. Zolang debatten en beslissingen op politiek en juridisch gebied onder menselijke verantwoordelijkheid blijven vallen en het systeem niet instort, geloof ik niet dat we bang hoeven te zijn voor een ernstige ethische crisis.’

    Het belangrijkst blijft het om te weten of de gebruikers de beslissingen die door AI worden ingegeven als hun eigen beslissingen beschouwen

    Sommige mensen zullen AI misschien gebruiken zonder daarvoor uit te komen.

    ‘Inderdaad. Het belangrijkst blijft het om te weten of de gebruikers de beslissingen die door AI worden ingegeven als hun eigen beslissingen beschouwen en de verantwoordelijkheid aanvaarden voor de acties die ze ondernemen. Het zou onverantwoordelijk en funest zijn om te zeggen: “We kunnen er niets aan doen want het is een suggestie van AI”, zonder dat we stilstaan bij onze eigen verantwoordelijkheid.

    Wat Japan betreft, dat is een land dat een rotsvast vertrouwen heeft in AI. In westerse fictie met AI als thema wordt vaak de nadruk gelegd op de dreiging die ervan uitgaat, en op de menselijke verantwoordelijkheid voor het gebruik ervan. In Japan, waar de invoering van AI redelijk soepel verloopt, wordt daar niet vaak bij stilgestaan. Japanners lijken deze nieuwe ontwikkeling lijdzaam over zich heen te laten komen. “Als we er toch niets tegen kunnen doen, kunnen we er maar beter in meegaan,” zeggen ze waarschijnlijk bij zichzelf. Het is van wezenlijk belang om de kwestie te relativeren, om te begrijpen wat er op mondiaal niveau wordt bediscussieerd, en niet in hysterische speculaties te verzinken die de zaak alleen maar erger maken.’ 

  • In de ‘sweatshops’ van Facebook beoordelen moderatoren de gruwelijkste beelden

    In de ‘sweatshops’ van Facebook beoordelen moderatoren de gruwelijkste beelden

    Wereldwijd zijn er tienduizenden contentmoderatoren voor sociale media werkzaam. Ze worden slecht betaald en door de extreme beelden die ze te zien krijgen, is het werk psychisch zwaar. Daniel Motaung is een van hen. Hij liep een posttraumatische stresstoornis op terwijl hij in Kenia werkte voor Facebook.

    ‘We zijn net mijnwerkers die zonder veiligheidsuitrusting een instortende schacht worden ingestuurd,’ zegt Mukisa Akello [de namen in dit artikel zijn aangepast]. Hij heeft een van de meest bedenkelijke banen in de technologie-industrie: contentmoderator. Wereldwijd zijn er tienduizenden contentmoderatoren werkzaam. Ze houden socialemediaplatforms vrij van geweld, haat en opruiing. Daarvoor moeten ze elke dag honderden berichten doorspitten, de ene extreme post na het andere. Ze zien executies, zelfmoorden, kindermisbruik, oorlogsmisdaden, seksueel geweld en dierenmishandeling voorbijkomen. De berichten zijn zo onmenselijk en wreed, zo moeilijk te verdragen, dat het werk zijn sporen nalaat. Het is een kantoorbaan met fysieke gevolgen.

    Daniel Motaung stapt in 2019 op het vliegtuig van Zuid-Afrika naar Kenia. Hij wil aan een nieuwe levensfase beginnen – als contentmoderator. Op papier klinkt de baan goed. Daniel denkt dat het gewoon administratief werk op de computer zal zijn, een klassieke kantoorbaan. Tijdens zijn studie heeft hij geleerd hoe hij met databases en onlinedocumenten moet werken. Eindelijk zal hij op eigen benen staan en ontsnappen aan de armoede in zijn geboortedorp. 

    Na een paar dagen training begint zijn eerste werkdag. Hij zit in Nairobi, in een kantoor met airconditioning. Wat hij nog niet weet: deze dag zal zijn leven veranderen. De video die hij ziet is binnen een oogwenk weer voorbij, maar zal hem tot in zijn diepste dromen blijven achtervolgen. Het is een video van een executie. Een man wordt voor de camera onthoofd. Het is een korte video, maar genoeg om Daniel Motaung een posttraumatische stressstoornis te bezorgen. Tot op de dag van vandaag, vijf jaar later, worstelt hij met de gevolgen. Hij wordt geplaagd door nachtmerries, flashbacks en rusteloosheid. De zes maanden die David als contentmoderator doorbracht, hebben hem gebroken. Hij woont weer in zijn dorp op het Zuid-Afrikaanse platteland, werkloos en psychisch ziek.

    In stilte

    Contentmoderatoren zoals Daniel hebben jarenlang in stilte gewerkt. Bijna niemand wist van het bestaan van dit werk af, laat staan van de precaire omstandigheden waaronder het plaatsvindt. Time Magazine noemt de Keniaanse kantoren waar de contentmoderatoren werken de Afrikaanse sweatshops van Facebook. Je vindt deze sweatshops over de hele wereld: in de Filippijnen, Venezuela, India, de Verenigde Staten en vele andere landen. Een standaardwerkdag wordt gekenmerkt door toezicht, tijdsdruk en uitbuiting. Jarenlang zijn de arbeidsomstandigheden stilgehouden, maar sinds kort komen er steeds meer contentmoderatoren in opstand tegen hun werkgevers. 

    Daniel Motaung is een van de eersten die zich, net als zijn collega’s, hard begon te maken voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. Het is een strijd van David tegen Goliath: de bedrijven waar ze tegenover staan zijn haast onoverwinnelijk. Ze behoren tot de rijkste bedrijven ter wereld. Denk aan Meta, Bytedance, Google en Twitter. Iedereen kent de producten die ze leveren en de socialemediaplatforms zoals Instagram, Facebook en TikTok. Maar niemand kent de gezichten van de contentmoderatoren die de platforms op de achtergrond draaiend houden. Als ze in opstand komen, worden ze bestraft of ontslagen. Zo werd Daniel Motaung ontslagen toen hij een vakbond wilde oprichten.

    ANP 472623323
    Nathan Nkunzimana is een van de bijna tweehonderd voormalig contentmoderatoren voor Facebook die het het bedrijf en een lokale onderaannemer aanklagen in een rechtszaak in Kenia die gevolgen zou kunnen hebben voor het werk wereldwijd. – © Khalil Senosi / AP Photo

    De techbedrijven proberen het werk zo onzichtbaar mogelijk te maken. Ze besteden het uit aan derden. Daniel en zijn collega’s modereren weliswaar voor een aantal van de grootste platforms, maar officieel werken ze voor onbekende outsourcingbedrijven. Dat de banen worden uitbesteed is een van de redenen dat de sector zo ondoorzichtig is. Het is onmogelijk om bij te houden hoeveel moderatoren er wereldwijd werkzaam zijn. Techbedrijven willen niks te maken hebben met het stressvolle werk en de slechte werkomstandigheden; ze willen hun imago behouden en de reputatie van hun merk niet aantasten.

    Doordat het werk wordt uitbesteed, dragen de bedrijven geen verantwoordelijkheid meer voor de contentmoderatie. De contentmoderatoren moeten strikte geheimhoudingsovereenkomsten ondertekenen, zodat er zo weinig mogelijk naar buiten komt over deze praktijken en het precaire werk. De overeenkomsten zijn overdreven streng en verbieden zelfs dat moderatoren met hun collega’s over hun werkomstandigheden praten. Zo wordt een cultuur van angst en geheimhouding gecreëerd.

    Het belang van het werk kan niet worden onderschat: zonder moderatoren zouden er geen socialemediaplatforms zijn

    Ook in Duitsland zijn er contentmoderatoren. Op 9 maart van dit jaar sta ik in de lobby van de vakbond Verdi in Berlijn. Ik werk met mijn organisatie SUPERRR Lab al weken naar deze dag toe. Straks staan er vijftig contentmoderatoren van verschillende bedrijven in de entreehal. Ze komen in het vakbondsgebouw bijeen om ’s werelds eerste bijeenkomst van contentmoderatoren, de ‘Content Moderator Summit’, bij te wonen. Het was niet gemakkelijk om ze te vinden: de outsourcingbedrijven waarvoor ze werken gebruiken voor de functie niet het begrip contentmoderator, maar hanteren termen als ‘systeemanalist’ of ‘medewerker klantenservice’. Een woordkeuze die verhult waar het werkelijk om gaat. 

    Onze partner Foxglove, een Britse non-profitorganisatie in Londen, benaderde de moderatoren via LinkedIn. Er is veel belangstelling voor de bijeenkomst; veel van de aanwezigen willen zich met collega’s van andere bedrijven organiseren en samen strijden voor betere arbeidsomstandigheden. Terwijl ik in de lobby sta, probeer ik me voor te stellen om wat voor mensen het gaat. Hoe zien ze eruit? Waar komen ze vandaan? Wat is hun professionele achtergrond? Voordat ik me een beeld heb kunnen vormen, komen de eersten al binnen. Ze zijn tussen de vijfentwintig en veertig jaar oud, spreken Engels en lijken op mij. Velen hebben een universitair diploma, sommigen zijn aan het promoveren. Ze komen niet overeen met het beeld van een uitgebuite ‘klikwerker’. Ze zijn niet wanhopig en lusteloos, maar dapper en strijdlustig.

    De contentmoderatoren vertellen over de extreme psychologische tol die hun werk eist. Ze zien per dag tussen de tweehonderd en duizend berichten, waarvan sommige extreem gewelddadig zijn. Het werk is ingedeeld in drie shifts: sommige mensen werken overdag, sommige ’s nachts. De kantoren zijn steriel en de werkplek wordt bewaakt. Het systeem waarmee ze werken registreert elke klik, elke beweging die de cursor maakt en houdt bij hoelang de moderatoren erover doen om een bericht te beoordelen. Idealiter duurt dat slechts een paar seconden. Alleen de snelste en efficiëntste moderatoren mogen zelf kiezen welke diensten ze werken. Nacht- en weekenddiensten worden beter betaald. 

    Het vaste loon bedraagt 14,40 euro per uur, iets boven het minimumloon. Het is een mager bedrag voor een veeleisende baan die veel culturele, politieke en taalkundige kennis vereist. Het belang van het werk kan niet worden onderschat: zonder moderatoren zouden er geen socialemediaplatforms zijn. Veel van de moderatoren die ik ontmoet zijn migrant. In Duitsland wordt niet alleen de Duitstalige markt gemodereerd, ook buitenlandse markten komen aan bod, waaronder berichten in het Arabisch, Perzisch en Turks. Eén moderator vertelt me dat ze naar Duitsland is gekomen om te studeren. Dit werk begon als een parttimebaan, maar sinds ze is afgestudeerd doet ze het fulltime. Ze wil ermee stoppen, maar haar verblijfsvergunning hangt ervan af. Zulke verhalen hoor ik veel.

    De werkgever biedt geen goede, psychologische ondersteuning door externe deskundigen aan, maar iets wat ‘welzijnsbegeleiding’ wordt genoemd. De moderatoren vinden het nutteloos en zelfs bespottelijk. De sessies zijn er volgens hen alleen maar voor de vorm. De moderatoren zijn getraumatiseerd door wat ze dagelijks zien, maar krijgen van hun coaches enkel het advies om ademhalingsoefeningen te doen of een wandeling te maken. Bovendien vertrouwen de moderatoren hun coaches niet: ze zijn bang dat ze bespioneerd worden en dat vertrouwelijke informatie wordt doorgespeeld naar hun werkgever. Toegang tot deskundige psychologische begeleiding en minder tijdsdruk zijn noodzakelijke maatregelen om het werk dragelijk te maken, zo zeggen veel van de mensen die ik spreek.

    ‘Beterschap’

    Om verandering te bewerkstelligen hebben de moderatoren een manifest opgesteld met acht eisen voor betere arbeidsomstandigheden. Naast psychologische begeleiding en een gepast salaris eisen ze dat er een einde komt aan de cultuur van intimidatie en outsourcing. Techbedrijven moeten zelf verantwoordelijkheid nemen voor het werk en zorgen voor betere omstandigheden. Binnen een paar dagen ondertekenen meer dan driehonderd moderatoren in Duitsland het manifest. Half juni wordt het gepresenteerd bij een bijeenkomst van deskundigen in de digitale commissie van de Bondsdag. 

    Het is de eerste keer dat moderatoren ten overstaan van de leden van de Duitse Bondsdag over hun werkomstandigheden spreken. De anders nogal zakelijke en droge sfeer in de commissie wordt opgeschud door de emotionele betogen van de moderatoren. De hele vergaderzaal luistert geboeid naar de verhalen van de twee gespreksleiders, Daniel Motaung uit Zuid-Afrika en Cengiz Haksöz uit Duitsland. Haksöz begint zijn betoog met een citaat uit de Dreigroschenoper van Bertolt Brecht: ‘De mensen in het donker worden niet gezien.’ Hij vertelt dat zijn collega’s elkaar aan het eind van de werkdag geen ‘fijne avond’, maar ‘beterschap’ wensen. Ze hebben hun vrije avond nodig om bij te komen van de stress en spanning van het werk.

    De parlementsleden zijn erg geïnteresseerd en stellen veel vragen. Eén onderwerp komt steeds weer terug: kunstmatige intelligentie. Ze vragen of kunstmatige intelligentie in de toekomst het werk van moderatoren zal kunnen vervangen. Het is een vraag die techbedrijven graag krijgen: zo kunnen ze speculeren over de toekomst, in plaats van zich te bekommeren om de omstandigheden waaronder tienduizenden mensen nu werken. 

    Vooralsnog is kunstmatige intelligentie nog lang niet ontwikkeld genoeg om de complexe taak van een contentmoderator over te nemen. Het is ingewikkeld werk: de beoordeling van veel van de berichten moet genuanceerd gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan satire of aan politiek commentaar. Geautomatiseerde systemen staan erom bekend dat ze videocontent en andere talen dan Engels slecht kunnen beoordelen. Ze zijn dus nog niet geschikt als alternatief voor menselijke moderatoren. Haksöz zegt dat de focus moet liggen op de ondersteuning van mensen nu, in plaats op van speculatie over hun toekomstige vervanging. Aan het einde van de vergadering verzekert Tabea Rößner, de voorzitter van de commissie, dat ze aan de slag gaan om de omstandigheden te verbeteren.

    Als ze zich publiekelijk uitspreken over hun arbeidsomstandigheden, zetten ze hun baan op het spel

    Haksöz ondervindt onmiddellijk gevolgen van zijn dappere optreden. Slechts een paar dagen na de hoorzitting wordt hij ontslagen door zijn werkgever. Hij mag het bedrijfsgebouw niet meer in. Zo wordt de angstcultuur weer eens bevestigd. Met het ontslag geeft de bedrijfsleiding een duidelijk signaal af aan de werknemers: als ze zich publiekelijk uitspreken over hun arbeidsomstandigheden, zetten ze hun baan op het spel. De werkgever van Haksöz zegt dat hij zijn ‘arbeidsvoorwaarden’ heeft geschonden met zijn uitspraken in de Bondsdag en de media. Maar als burger in een democratie heeft Haksöz het goed recht om over zijn ervaringen te vertellen. 

    Nu moet hij zijn zaak voor de arbeidsrechter brengen om zijn taken als commissielid voor de komende verkiezingen voor de ondernemingsraad weer te kunnen hervatten. Vakbond Verdi stelt het optreden van de werkgever gelijk aan union busting: daarvan is sprake wanneer werkgevers voorkomen of bemoeilijken dat hun werknemers actief zijn in de vakbond. Haksöz bereidt zich voor op de verkiezingen. Ondertussen zegt zijn werkgever bij de arbeidsrechtbank af te zullen dwingen dat hij ontslagen wordt. Samengevat: er worden nog meer intimidatietechnieken ingezet om de vakbondsactiviteiten van de moderatoren te verhinderen.

    Een functionerende ondernemingsraad is een eerste, kleine stap in de richting van betere werkomstandigheden. Maar er moet nog veel meer veranderen om de arbeidsomstandigheden wereldwijd te verbeteren. Zo moet er striktere regelgeving komen voor techbedrijven. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitbuiting en dus ook voor de schade. Begin juni deed een arbeidsrechtbank in Nairobi een voorlopige uitspraak waarin precies dat werd vastgelegd. Volgens de rechtbank is Meta de belangrijkste werkgever van de contentmoderatoren van Facebook in Kenia. Als je resultaten wil boeken, is het belangrijk om het probleem vanuit verschillende oogpunten te bekijken. Wat kan er gedaan worden op nationaal, Europees en mondiaal niveau? In Duitsland is in januari de Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz van kracht geworden. Deze wet stelt bedrijven die producten leveren verantwoordelijk voor het naleven van mensenrechten in hun wereldwijde toeleveringsketens. Met een vergelijkbare regeling voor digitale diensten zoals contentmoderatie zou het mogelijk worden om het probleem van uitbuiting bij de wortel aan te pakken.

    Tot dat moment zullen moderatoren elke dag blijven afdalen in de mijnschacht van de sociale media om onze gezondheid en democratie te beschermen. Maar ze doen het niet langer in het donker. Ze worden steeds vaker gezien. 

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Toenemende censuur in Indonesië & meer

    Wereldnieuws: Toenemende censuur in Indonesië & meer

    Toenemende censuur in Indonesië

    Eerder deze maand nam het parlement van Indonesië een wet aan die veel kritiek oogst omdat daarmee onder meer seks voor het huwelijk en samenwonen buiten het huwelijk strafbaar worden. Minder aandacht kreeg het feit dat diezelfde wet, die bekendstaat als KUHP, ook de greep van de regering op online-uitingen sterk vergroot, schrijft Rest of World. Dat betreft berichtgeving door traditionele media, maar ook uitingen van particulieren op sociale media. De wet beperkt een breed scala aan uitingen, uiteenlopend van het verspreiden van nepnieuws en marxistisch-leninistische ideologieën tot het beledigen van de president. Techbedrijven kunnen worden gedwongen om inhoud te verwijderen die de Indonesische regering onwelgevallig is.

    AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten

    Hoofdstuk 241 van de KUHP is bijvoorbeeld gericht tegen critici van de regering en betreft ‘verspreiding van vernederingen van de regering of staatsinstellingen’. Hoofdstuk 218 richt zich op degenen die ‘de eer en waardigheid’ van de president of vicepresident aantasten, behalve als dat gebeurt in ‘het algemeen belang of uit zelfverdediging’. Gebruikte termen als ‘vernedering’, ‘kritiek’ en ‘nepnieuws’ zijn uiterst vaag en rekbaar, is de klacht van onder meer Damar Juniarto, van het Southeast Asia Freedom of Expression Network (SAFEnet). Dat stelt de regering in staat dergelijke termen naar believen te interpreteren. De zinsnede ‘elke vorm van informatietechnologie’ betekent dat de wet kan worden toegepast op alle vormen van kritiek op sociale media. ‘Iedereen kan gecriminaliseerd worden,’ aldus Juniarto. AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten. 

    De nieuwe wet volgt op de eerdere zogenoemde PSE-verordening die digitale platforms verplicht zich in Indonesië te registreren, waarna de platforms zijn gehouden om alle inhoud te verwijderen die de regering ‘onwettig’ acht – een brede term die van toepassing kan zijn op van alles, variërend van pornografie tot grappen over de president. 

    hobi industri 7tXqXcVcLDM unsplash
    © Unsplash

    Tunesische vakbond waarschuwt president

    De UGTT, de machtigste vakbond van Tunesië, heeft de Tunesische president Kais Saied gewaarschuwd dat een tweede ronde van de omstreden parlementsverkiezingen moet worden uitgesteld om chaos te voorkomen, aldus Al Jazeera. Volgens de UGTT zal het nieuwe parlement geen legitimiteit hebben, gezien de absurd lage opkomst bij de eerste verkiezingsronde eerder deze maand, toen uit protest slechts 11,2 procent van de kiesgerechtigden stemde. ‘Ik verwachtte dat de president de boodschap van die lage opkomst zou hebben begrepen… maar hij gaat door met zijn plannen,’ aldus UGTT-voorman Noureddine Taboubi. Zijn vakbond met meer dan een miljoen leden wist eerder door stakingen de economie stil te leggen en speelde een belangrijke rol in de revolutie van 2011.

    In Tunesië is het onrustig sinds Saied vorig jaar het door de oppositie gedomineerde parlement ontbond en de grondwet zodanig wijzigde dat die ondergeschikt werd aan het presidentschap. De oppositie beschuldigt hem ervan een ‘staatsgreep’ te hebben gepleegd.

    Kais Said 2
    Kais Saied – © Houcemmzoughi / Wikimedia

    Vliegen met een geladen pistool

    De Transportation Security Administration (TSA), die zorg draagt voor de binnenlandse veiligheid in het luchtverkeer in de Verenigde Staten, liet deze maand weten dat de maximumstraf voor overtredingen met vuurwapens zal worden verhoogd, nadat medewerkers in 2022 een recordaantal vuurwapens onderschepten bij veiligheidscontroles op luchthavens. TSA-agenten namen meer dan 6301 vuurwapens in beslag, en daarvan was meer dan 88 procent geladen, schrijft BuzzFeed News. Dat aantal overtreft het vorige record van 5072 uit 2021, en volgens TSA zullen er in de laatste weken van dit jaar nog eens zo’n 300 wapens in handbagage worden gevonden. Dat betekent dat TSA dit jaar dagelijks bijna 16 geladen vuurwapens aantrof. Als reactie daarop zal de TSA de maximumboete voor overtredingen met vuurwapens verhogen tot 14.950 dollar, ruim 14.000 euro.

    patrick campanale oCsQLKENz34 unsplash
    O’Hare International Airport Chicago, VS – © Unsplash

    Opgedragen aan sekswerkers 

    Jaarkalenders hebben vaak een thema. Dat zette Playbabe-oprichters Aurélia Majean en Lucy Owen Jones aan het denken: waarom niet de 2023-editie opdragen aan sekswerkers? Playbabe is een non-profitproject dat verschillende feministische verenigingen steunt en kalenders gebruikt om geld in te zamelen.

    Vorig jaar zamelden zij geld in voor En Avant Toutes, dat zich inzet voor gendergelijkheid en het einde van geweld tegen vrouwen en mensen uit de lgbtqia+-gemeenschap. De Playbabe-kalender van 2023 doneert 100 procent van de verkoopwinst aan Hydra Berlin, dat opkomt voor de rechten van sekswerkers. Tot nu toe is er 1200 euro ingezameld, aldus Itsnicethat.


    Griekenland presteerde het best in 2022

    The Economist stelde een lijst samen van landen die het best en landen die het slechtst presteerden in 2022, dat als een slecht jaar de boeken in gaat. Door sterke inflatie gingen de meeste inkomens in rijke landen erop achteruit en aandelenmarkten kelderden wereldwijd met 20 procent. Verrassend genoeg heeft vooral het Middellandse Zeegebied reden voor een economisch feestje. Bovenaan de lijst staat Griekenland, en ook Portugal en Spanje scoren hoog. Ondanks de politieke chaos deed Israël het goed.

    In Zwitserland bleef de inflatie laag en stegen de consumentenprijzen met slechts 3 procent. Landen met niet-Russische energiebronnen, zoals Spanje, dat een groot deel van zijn gas uit Algerije betrekt, scoorden bovengemiddeld. Duitsland had een slecht jaar ondanks de politieke stabiliteit, en Estland en Letland – die werden geprezen om hun hervormingen – staan nu onderaan. Nederland eindigt op de 19e plek van de 34 geanalyseerde landen.


    Bedrijven bemoeien zich met uiterlijk Schotse binnensteden

    Meer dan drie van de vier grootste winkelcentra in Schotland zijn geregistreerd in belastingparadijzen, zo blijkt uit onderzoek door de Schotse onderzoeksjournalistieke site The Ferret. Het onderzoek maakt deel uit van de serie Who Owns Urban Scotland?, waarin de site oproept tot meer transparantie over de belangen van eigenaren en hun betrokkenheid bij Schotse steden. Gekeken werd naar 23 grote winkelcentra in Glasgow, Edinburgh, Dundee, Aberdeen, Inverness, Perth, Stirling en Dunfermline. Daarvan hebben 18 winkelcentra eigendomsstructuren die gebruik maken van in belasting-paradijzen geregistreerde bedrijven.

    Veel winkelcentra worstelen met de klappen die de retailmarkt vooral sinds de pandemie kreeg te verwerken

    Veel winkelcentra worstelen met de klappen die de retailmarkt vooral sinds de pandemie kreeg te verwerken. Tussen 2016 en 2021 ging 83 procent van de winkels failliet, waaronder grote warenhuizen als BHS en Debenhams – ‘ankerpunten’ waar winkelcentra traditioneel van afhankelijk waren. Hun verdwijnen bemoeilijkt het bestrijden van de huidige leegstand. Sommige buurten zullen worden omgevormd tot ‘stadswijken’ met nieuwe straten, kantoren, woningen en openbare ruimte. Critici betogen dat de ‘onzichtbare’ eigenaren van dergelijke winkelcentra een ‘onhoudbare invloed’ hebben op de ontwikkeling van Schotse stedelijke centra en pleiten voor wetgeving die een einde maakt aan het gebruik van belastingparadijzen. Registratie in een belastingparadijs is niet illegaal, maar organisaties als het Tax Justice Network, menen dat overheden hierdoor inkomsten mislopen en dat het kleinere, binnenlandse bedrijven ondermijnt.

    Billy Wilson Jenners Department Store Edinburgh Scotland
    Billy Wilson Jenners Department Store Edinburgh Scotland

  • China’s wrede internetverslavingsklinieken

    China’s wrede internetverslavingsklinieken

    Sinds de zelfbenoemde expert Tao Hongkai beweert een ontwenningsmethode te hebben gevonden, worden duizenden Chinese tieners vaak om dubieuze redenen naar internetverslavingsklinieken gestuurd. Zhang Mengtai en Lemon Guo maakten er de virtualrealityfilm Diagnosia over.

    Je ontwaakt uit een lange droom en bevindt je in een onbekende slaapzaal. De ruimte is zwak verlicht en er staan alleen vier bedden met een ijzeren frame, een bureau en een paar krukjes. Het enige raam is van mat glas: je ziet er niets door, behalve het prikkeldraad dat om het kozijn zit.

    Aan de muur hangt een poster met een dagschema. Afgezien van maaltijden en persoonlijke hygiëne staat de hele dag in het teken van drie activiteiten: afkicken, militaire training en psychologische evaluatie.

    Dan zie je een dagboek op het bureau liggen. Je pakt het op en begint erin te bladeren. Je leest dat je ouders je op 30 augustus hierheen hebben gestuurd. Ze zeiden dat je naar een psychiater moest en beloofden dat je na een consult weer naar huis zou mogen. Maar in werkelijkheid ben je hier voor onbepaalde tijd opgesloten. De psychiater beslist wanneer je weer vrijkomt. 

    Dit zijn de openingsscènes van Diagnosia, de bekroonde virtualrealityfilm van Zhang Mengtai en Lemon Guo die een angstaanjagend beeld geeft van een Chinese internetverslavingskliniek.

    477
    Still uit Diagnosia – © Zhang Mengtai en Lemon Guo

    De filmmakers zien het als hun missie om de wreedheid van deze inrichtingen bloot te leggen. Duizenden jonge Chinezen zijn er opgesloten – vaak op dubieuze gronden – en onderworpen aan gedwongen medicatie, militaire training en in sommige gevallen zelfs elektroshocktherapie – dit alles om te genezen van hun ‘internetverslaving’.

    Filmmaker Zhang belandde zelf op zeventienjarige leeftijd in een van deze klinieken, en de film leunt sterk op zijn ervaringen. Hoewel hij er slechts een maand verbleef, achtervolgt de onmenselijke behandeling die hij er kreeg hem tien jaar later nog steeds. ‘Door deze film te maken wil ik me verzoenen met mijn trauma uit het verleden,’ vertelt Zhang. ‘Ik wil nu voor mezelf opkomen, omdat ik daar toen nog niet toe in staat was. En ik wil weten waarom we dit moesten meemaken.’

    Potentieel gevaar

    Klinieken voor internetverslaving doken twee decennia geleden voor het eerst op in China. In 2002 staken vier minderjarigen een internetcafé in Beijing in brand nadat hun de toegang was geweigerd. Daarbij kwamen vijfentwintig mensen om het leven. Het incident schokte de natie en leidde tot morele paniek over de gevaren van het internet. Tieners die urenlang online spelletjes speelden en voorheen werden beschouwd als onschuldige luilakken, werden steeds vaker afgeschilderd als een potentieel gevaar.

    Te midden van alle media-aandacht trok de zelfbenoemde expert Tao Hongkai de publieke aandacht door te beweren dat hij een methode had ontwikkeld om ‘internetverslaving’ te behandelen. Later dat jaar opende hij het eerste afkickcentrum voor internetverslaving van het land. Het concept bleek enorm populair: duizenden ouders schreven hun kinderen in bij afkickcentra. In 2009 waren er al meer dan driehonderd klinieken voor internetverslaving in heel China.

    ‘Het was alsof ik werd verkracht’

    Maar deze instellingen werden al snel berucht vanwege hun harde behandeling van jonge patiënten. In 2009 publiceerde staatsomroep CCTV een schokkende reportage over elektroshocktherapie in een van die klinieken. Het Chinese ministerie van Volksgezondheid zou deze praktijk later verbieden.

    De instelling waar Zhang naartoe werd gestuurd – het ‘Psychologische-Groeicentrum voor de Jeugd’ in een buitenwijk van Beijing – maakte geen gebruik van elektroshocktherapie. Maar Zhang en de andere patiënten werden wel gedwongen om twee keer per dag psychofarmaca in te nemen. De verpleegsters schenen met zaklampen in hun mond om te controleren of ze de pillen niet onder hun tong hadden verstopt, herinnert Zhang zich. ‘Ik weet nog steeds niet wat voor medicijn het was, maar in de kliniek deden geruchten de ronde dat het je seksuele functies beïnvloedde,’ zegt hij. ‘Het was alsof ik werd verkracht.’

    Morita-therapie

    Tijdens militaire trainingen werd Zhang geslagen als hij ongehoorzaam was. Verscheidene keren werd hij dagenlang alleen in een donkere kamer opgesloten. De kliniek noemde dit de ‘Morita-therapie’, een verwijzing naar een vorm van psychotherapie die aan het begin van de twintigste eeuw is ontwikkeld in Japan, en die bedoeld is om patiënten te dwingen alleen te zijn met hun gedachten.

    Het beangstigendst aan de kliniek was niet eens het geweld, zegt Zhang. Het was het gebrek aan controle; het besef dat hij volledig onderworpen was aan de grillen van het personeel. ‘Ik wist niet wanneer ik eruit zou komen, wat er in de toekomst zou gebeuren of waarom deze illegale opsluiting überhaupt plaatsvond,’ zegt hij. ‘En niemand deed er iets tegen.’

    ‘Ik wilde de hele zaak het liefst mogelijk vergeten en had het gevoel dat dat voor iedereen gold’

    Zhang werd eind 2007 vrijgelaten uit het centrum, en kort daarna leek China zich tegen de klinieken voor internetverslaving te keren. In 2009 publiceerde CCTV de eerdergenoemde reportage, en maanden later kwam het nieuws naar buiten dat in een van de klinieken een zestienjarige jongen door het personeel was doodgeslagen. Het verhaal zorgde voor ophef en er kwamen steeds minder alarmerende mediaverhalen over internetverslaving naar buiten, herinnert Zhang zich. ‘Ik wilde de hele zaak het liefst mogelijk vergeten en had het gevoel dat dat voor iedereen gold.’

    imengine.public.prod .sci .navigacloud.com
    Still uit Diagnosia – © Zhang Mengtai en Lemon Guo

    Zhang slaagde erin verder te gaan met zijn leven en behaalde diploma’s in beeldende kunst en geluidskunst aan respectievelijk Goldsmiths in Londen en Columbia University in New York. Tien jaar lang dacht hij nauwelijks aan zijn ervaringen in de kliniek, totdat hij op een dag een nieuwsbericht zag van de Wereldgezondheidsorganisatie die gaming disorder, ofwel internetverslaving, als medische aandoening erkende. Zhang besloot na te gaan of het afkickcentrum waar hij opgesloten had gezeten nog bestond. Tot zijn verbazing functioneerde de kliniek nog steeds, alleen onder een andere naam en op een ander adres. De Chinese internetverslavingsklinieken blijken nooit te zijn verdwenen. Op het zakelijke informatieplatform Tianyancha staan meer dan vijftig bedrijven vermeld die behandelingen voor internetverslaving aanbieden. Ondertussen zijn de Chinese media, na een jarenlange onderbreking, weer begonnen videospelletjes te bestempelen als een vorm van ‘geestelijk opium’ en ‘elektronische heroïne’.

    Internationale erkenning

    Het meest verontrustend is dat het onderzoek in deze Chinese klinieken internationale erkenning heeft gekregen. Tao Ran, de directeur van de kliniek waarin Zhang was opgesloten, publiceerde een artikel over de behandeling van de geïnterneerde patiënten, waarin hij een aantal diagnostische criteria voorstelde om een gamestoornis te kunnen vaststellen. Zijn werk wekte aanzienlijke belangstelling bij academici en beïnvloedde zelfs het denken over gameverslaving in de Verenigde Staten.

    Volgens de National Library of Medicine is het artikel van Tao Ran geciteerd in meer dan honderd academische artikelen. In 2013 werden de door hem voorgestelde diagnostische criteria genoemd in de vijfde editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) van de American Psychiatric Association in de sectie aandoeningen die meer onderzoek verdienen. ‘In de ogen van de westerse wereld lijkt het onderzoek van Tao Ran een solide basis te hebben, maar zijn methoden waren niet wetenschappelijk,’ zegt Zhang. ‘Ik wil mijn eigen ervaringen gebruiken om het gezag van zijn onderzoek in twijfel te trekken.’

    Ouders dienden hun kinderen slaappillen toe om ze naar binnen te krijgen

    Voor Zhang is het onderzoek van Tao Ran om drie belangrijke redenen problematisch. Ten eerste is het onethisch. ‘Ze hebben ons niet verteld dat we gebruikt werden voor experimenten,’ aldus Zhang. ‘Veel mensen in de kliniek zijn erin geluisd; ouders dienden hun kinderen zelfs slaappillen toe om ze naar binnen te krijgen.’

    Ten tweede voldeden de patiënten in de kliniek vaak niet aan de diagnostische criteria die Tao Ran later zou voorstellen. Volgens zijn artikel kan een tiener gediagnosticeerd worden met een gamestoornis als hij meer dan zes uur per dag games speelt gedurende meer dan drie maanden. Zhang voldeed niet aan deze norm, maar de kliniek bestempelde hem wel als patiënt en weigerde hem vrij te laten totdat hij ‘genezen’ was.

    Winstoogmerk

    Zhang gelooft dat zijn vrijheid hem werd ontnomen omdat dit in het belang was van zowel de kliniek als zijn ouders. De klinieken zijn bedrijven met winstoogmerk: Tao Rans centrum bracht patiënten in 2007 meer dan 10.000 yuan (destijds zo’n 1200 euro) per maand in rekening. En volgens Zhang konden zijn ouders door hem weg te sturen de confrontatie met het echte probleem in het gezin uit de weg gaan: de invloed van hun echtelijke ruzies op zijn geestelijke gezondheid.

    Verschillende andere patiënten werden volgens Zhang om dubieuze redenen naar de kliniek gestuurd. Een tienerpaar kwam daar terecht nadat hun ouders hadden ontdekt dat ze verkering hadden. Een dertigjarige man meldde zich nadat zijn vrouw erachter was gekomen dat hij een affaire had met een vrouw die hij online had ontmoet.

    De kliniek bleek geen idee te hebben of de behandeling effectief was of niet

    De derde reden waarom het onderzoek van Tao Ran problematisch is: de kliniek bleek geen idee te hebben of de behandeling effectief was of niet, zegt Zhang. ‘Er gingen een heleboel mensen heen, maar niet omdat ze gameproblemen hadden. En ze kwamen er uiteindelijk weer uit, maar niet omdat ze “genezen” waren,’ vertelt hij. ‘We voerden een soort toneelstuk op; het zogenaamde wetenschappelijke experiment van Tao Ran was als een repetitie met een groep acteurs.’

    In de kliniek besefte Zhang al snel dat hij de beste kans had om zijn vrijheid terug te krijgen als hij deed alsof hij meewerkte met de psychiaters. Eén uitspraak uit Zhangs film vat deze houding goed samen: ‘Hoe harder je terugvecht tegen een tiran, hoe harder die je zal vermorzelen.’ Een groot deel van de plot van de film is gebaseerd op Zhangs tactieken om het personeel van de kliniek te misleiden, vooral door geheime bondgenootschappen aan te gaan met andere patiënten. 

    Andere scènes in Diagnosia tonen de rigide discipline binnen de kliniek

    Een andere student, die een paar dagen na hem in het centrum was aangekomen, bekende dat de psychiaters hem hadden gevraagd om Zhang in de gaten te houden en ‘opstandige gedachten’ te melden. Hij vroeg of Zhang gevraagd was hetzelfde te doen bij hem. Daarna sloten de twee een pact om elkaar te dekken. ‘Het is niet gemakkelijk om je echte gevoelens te verbergen als iedereen je nauwlettend in de gaten houdt,’ zegt Zhang. ‘Je moest je in de kliniek zien te redden in een complex netwerk van interpersoonlijke relaties, maar die vormden ook de sleutel tot ontsnapping.’

    1250 bf52eac9ec3ff25f4a4a58c42422ca8e
    Still uit Diagnosia – © Zhang Mengtai en Lemon Guo

    Andere scènes in Diagnosia tonen de rigide discipline binnen de kliniek. Op een bepaald moment marcheert een groep identiek geklede tieners in camouflage-T-shirts en -broeken op het Chinese soldatenlied Mars van de Atleten. Het geluid van de voetstappen en de muziek wordt steeds verder uitgerekt, totdat het overgaat in een aanhoudend gehuil. ‘Tijdens die militaire oefeningen voelde ik me het best,’ zegt Zhang. Alle studenten in China zijn verplicht een militaire training te volgen. ‘Hier gelooft men dat lichaam en geest van jonge mensen onstabiel zijn en dat militaire oefeningen gehoorzaamheid in de hand werken.’

    Socialiseren

    Diagnosia werd op verschillende internationale festivals genomineerd, waaronder het IDFA in Amsterdam en het Sundance Film Festival. Hij won ook in de categorie Beste Chinese inzending op het Sandbox Immersive Festival, een Chinees festival voor virtuele media. 

    Zhang hoopt dat het werk de mythe kan helpen bestrijden dat klinieken voor internetverslaving nodig zijn om de plaag van gameverslaving te bestrijden. Volgens hem moeten de Chinese autoriteiten zich minder zorgen maken over ‘geestelijk opium’ en meer nadenken over de vraag waarom videogames überhaupt zo populair zijn. ‘Online spelletjes spelen is de enige manier voor jongeren om te socialiseren,’ zegt Zhang. ‘In mijn woonplaats is geen openbare ruimte waar jongeren kunnen spelen. Mijn klasgenoten woonden in verschillende delen van de stad en na school gingen we allemaal naar verschillende buitenschoolse lessen. Games vullen de leegte.’ ccf00b9a 17ec 47f5 b2ea c0d1869e3a70

  • Bestorm dit fort! Pleidooi voor data als publiek goed

    Bestorm dit fort! Pleidooi voor data als publiek goed

    Data zijn de grootste schat van de digitale samenleving. Ze worden opgeslagen in gigantische serverfarms. Wat particuliere ondernemingen ermee doen bedreigt niet alleen het milieu, maar ook de democratie.

    Wie inzicht wil krijgen in de problemen van de toekomst, de bedreiging van de democratie en het controleren van burgers, hoeft maar te kijken naar de toekomststad die architectenbureau Snøhetta momenteel in Noorwegen plant. Op het eerste gezicht lijkt het ontwerp geenszins problematisch, integendeel. Uit de nevel doemt een reusachtig gebouw op dat enigszins doet denken aan de beroemde Neue Nationalgalerie in Berlijn, alleen lijken de pilaren in dit ontwerp op berkenstammen. Door een moerassig landschap loopt iemand op het gebouw af. Alles is groen en idyllisch. Het gigantische gebouw zelf is een serverpark, een datacentrum. Snøhetta ontwierp het voor het Nokia-concern, vastgoedontwikkelaar Miris en twee Scandinavische bouwbedrijven. Het geheel heet The Spark, en voor het eerst moet een datacentrum het centrum van een kleine stad worden en een paar woonwijken voorzien van de enorme warmte die bij het koelen van de servers als afvalproduct vrijkomt. De serverfarm vormt ‘zowel het lichaam als de hersenen’ van de nieuwe stad, jubelen de architecten. Boven op de hersenen groeien groenten en waterlelies: op het openbare dakterras komen een contemplatieve zenvijver en bloemperken. Op deze manier moet ‘de menselijke factor in ons gedigitaliseerde, door smartphones beheerste leven, worden teruggebracht’, aldus de architecten.

    Dat in de serverracks in de eerste plaats de problemen worden gefabriceerd – dankzij manipulatie op basis van data die gebruikers van mobiele telefoons opzettelijk verslaafd maken – waarvan het omhulsel van The Spark hen daarboven met vijver en wortelen wil genezen, is slechts een van de vele paradoxen van deze nieuwe wereld. Is het een goed idee dat burgers hun data, de basis voor participatie en politiek in het digitale tijdperk, afstaan aan particuliere bedrijven in ruil voor gratis verwarming, een beetje zenpraat en een gratis ecowortel?

    Datacentra zijn de zetel van de macht

    Tot dusver toonde het publiek weinig belangstelling voor datacentra. Toch zijn deze voor het digitale tijdperk wat het kasteel was voor de middeleeuwen: de zetel van de macht. In de moderne consumptiemaatschappij draaide het om de kantoortorens van de grote concerns; de wolkenkrabbers van Woolworth en Chrysler waren al van veraf te zien, als uitroeptekens achter de verkondiging wie het in het kapitalisme voor het zeggen had. De huidige digitale revolutie verandert alles radicaler dan ooit, de invloed van digitale concerns op de economie en de politiek is overduidelijk, maar deze verschuivingen hebben zich nog niet afgetekend in de steden. Verscholen, op het platteland of aan stadsranden maakt de bouw van datacentra echter een bliksemsnelle groei door: in 2019 waren er alleen al in de Verenigde Staten ruim 3 miljoen datacentra en meer dan 500 hyperscalers; extreem grote datacentra.

    Dat de centra liever onzichtbaar bleven heeft vele redenen. Een daarvan is de milieuvervuiling die wordt veroorzaakt door het immateriële internet en zijn luchtige clouds. Datacentra verbruiken ondanks alle inspanningen om klimaatneutraal te worden namelijk nog steeds buitensporige hoeveelheden energie. Het internet brengt nu al meer schade toe aan het milieu dan alle luchtverkeer. Als het wereldwijde web een land was, zou het wat betreft elektriciteitsverbruik en de uitstoot van klimaatgassen meteen na de Verenigde Staten en China komen. Vooral servers en datacentra verbruiken enorme hoeveelheden: in Europa is hun energiebehoefte tussen 2010 en 2020 met 55 procent gestegen tot 87 terawattuur. 2 procent van alle broeikasgasemissies in de wereld is uitsluitend toe te schrijven aan serverfarms, 8 procent van de wereldwijd geproduceerde elektriciteit gaat naar het transport van data op eindapparaten.

    Volgens het klimaatrapport van Frankfurt zal de stad zijn energiedoelstellingen niet halen vanwege de elektriciteitsvraag van zijn servers. In 2020 hebben de serverfarms in Frankfurt 60 procent meer elektriciteit verbruikt dan alle 400.000 huishoudens in de stad, en die hoeveelheid loopt nog op. Hoe groter de hoeveelheid data die nodig zijn voor Big Data, cloudcomputing en kunstmatige intelligentie, hoe gigantischer de opslagbehoefte. Steeds meer kleine en middelgrote bedrijven slaan hun data elders op, grote bedrijven bouwen de hardware zelf. De grootste hyperscaler is Amazon Web Service (AWS). Dit cloudplatform levert een forse bijdrage aan Amazons bedrijfsresultaat, méér dan de pakketverzending: ongeveer twee derde van Amazons beurswaarde is te danken aan AWS. De op een na grootste hyperscaler is Azure (Microsoft), Google volgt op de derde plaats.

    Collectieve schat

    Digitale concerns verzamelen niet alleen de data van hun gebruikers, ze bouwen ook de raffinaderijen waar ze worden opgeslagen en geanalyseerd en behandelen deze data in de streng beveiligde faciliteiten als hun privé-eigendom. Dat is niet probleemloos, alleen al omdat op deze manier het digitale gedrag van burgers wordt voorspeld en gemanipuleerd. En aangezien deze ondernemingen bijna allemaal in de Verenigde Staten of in China zijn gevestigd, staat niet alleen de technologische, maar ook de economische en politieke soevereiniteit van Europa op het spel.

    Het feit dat data de brandstof en de grootste economische schat van het digitale informatietijdperk zijn, staat in schril contrast met de naïviteit waarmee gewone burgers uit gemakzucht op de ‘accepteer alles’-optie klikken en zo hun gegevens prijsgeven. Toch hebben veel onderzoekers indrukwekkend beschreven hoe mensen kunnen worden gemanipuleerd op basis van de analyse van gedragsgegevens, hoe algoritmes raciale vooroordelen en sociale ongelijkheid vergroten en helpen bij de verspreiding van nepnieuws. In haar studie Dirty Data, Bad Predictions beschrijft Rashida Richardson hoe in de Verenigde Staten zelfs politiebureaus die zich schuldig hebben gemaakt aan ‘vooringenomen racistische of anderszins illegale’ praktijken data blijven verstrekken voor de ontwikkeling van nieuwe geautomatiseerde systemen die agenten ondersteunen in hun werk. Datamisbruik kan fatale, zelfs dodelijke gevolgen hebben. Uit een onderzoek van Berkeley bleek dat algoritmes in de Verenigde Staten Latino’s en mensen uit zwarte gemeenschappen bij voorbaat afkeuren wanneer zij zich aanmelden voor een leegkomende woning. Naar verluidt zijn er onder hen namelijk meer wanbetalers. 

    Als data de grootste collectieve schat van een digitale samenleving zijn – goud, olie, de grondstof van de eenentwintigste eeuw, het basismateriaal voor bedrijfsleven en politiek – en het bezit ervan de waarborg is voor democratie en transparantie, moeten ze dan niet worden behandeld als gemeengoed, als deel van de openbare infrastructuur? Als we niet willen dat de gezondheidszorg van burgers in de toekomst wordt overgenomen door Google-werknemers en het vervoer door Uber – en dat de enorme winsten van beide bedrijven richting de Verenigde Staten stromen – hebben we regulering nodig van het tot nu toe wildwestachtige wegvloeien van data, en hebben we instellingen nodig die de digitale soevereiniteit van Europa (en, net zo belangrijk, van Afrika) kunnen garanderen ten opzichte van Amerikaanse en Chinese concerns: Europa’s eigen techbedrijven, meer kwantumcomputers, betere algoritmes én datacentra die deel uitmaken van de openbare infrastructuur.

    In zijn essay Big data for the people: it’s time to take it back from our tech overlords pleit Ben Tarnoff ervoor dat de maatschappij, en niet de industrie, bepaalt of en hoe haar hulpbronnen worden gebruikt – big data vormen daarop geen uitzondering. Het zou voldoende zijn om data publiek goed te noemen. Bedrijven kunnen doorgaan met het verfijnen ervan en worden betaald om ze te analyseren, maar op onze voorwaarden en ‘ten behoeve van ons welzijn’. Maar wie definieert dit ‘welzijn’? Wie bepaalt of de analyse van persoonsgegevens voor een gezondheidsapp in het belang is van het ‘welzijn’ van de gebruiker (zoals de providers zouden beweren) dan wel dient om hem bang te maken en ertoe aan te zetten meer producten en apps te kopen die de gezondheid helpen verbeteren en zo de kassa’s van diezelfde providers te vullen? De staat? De burger? Vooral inwoners van het mondiale zuiden moeten de soevereiniteit over hun data veiligstellen en deze ‘nationaliseren’, betoogt Ulises Ali Mejias, directeur van het Institute for Global Engagement aan de State University van New York. Niet alleen olie, kostbare aardmetalen en grondstoffen, maar ook data worden daar op grote schaal gewonnen door westerse en Chinese concerns: er is sprake van een nieuw datakolonialisme. 

    In tijden van datakapitalisme is een openbare serverfarm een symbool van burgerlijke vrijheid

    Alleen al daarom is er dringend behoefte aan een publieke plaats waar zichtbaar wordt hoe sterk gegevensopslag en macht met elkaar verweven zijn, hoe groot het gevaar is de controle te verliezen en hoe belangrijk het is om de data niet te verzamelen op de servers van grote particuliere ondernemingen, maar decentraal in handen van burgers te leggen. Alleen op die manier is een nieuwe rol voor burgers mogelijk, een nieuwe rijkdom voor iedereen. Maar hoe zou deze publieke plaats er dan uit kunnen zien?

    Het is de taak van de staat om iets nieuws te bouwen dat alle onbegrijpelijke technologieën die meer dan wat ook een stempel drukken op het leven, zichtbaar en begrijpelijk maakt: een hybride gebouw bestaande uit een datacentrum, bibliotheek en museum van de toekomst, een nieuwe onderwijsinstelling waar de gehele bevolking, scholieren en politici kunnen leren hoe gevaarlijk het heersende bedrijfsmodel van het digitale kapitalisme is voor democratie en zelfbeschikking. Deze openbare serverfarm zou programmeerscholen, tentoonstellingsruimten en onderzoeksfaciliteiten kunnen huisvesten en eveneens een centrum kunnen zijn voor digitale soevereiniteit. Ook in kleinere steden en dorpen zouden lokale gedecentraliseerde servers nieuwe openbare plaatsen kunnen worden, zoals gemeenschapshuizen, dorpsscholen en bibliotheken dat ooit waren.

    De enorme hitte die vrijkomt bij het koelen van de data zou ook hier de basis kunnen vormen voor een volledig nieuwe openbare – en niet, zoals bij The Spark, particulier geëxploiteerde – architectuur: bibliotheken, sporthallen, kassen, zwembaden, een collectieve dorpshuiskamer, overkoepelde tropische altijd groene woongebieden. In tijden van datakapitalisme zou zo’n openbare serverfarm een symbool van burgerlijke vrijheid zijn, zoals het stadhuis dat ooit was als tegenwicht voor het kasteel van de feodale heer; een schatkamer van het digitale tijdperk waarin data als collectief eigendom, als ‘publiek goed’ worden beschouwd.

    Deze tekst is een fragment uit het boek van Niklas Maak: Servermanifest Architectur der Aufklärung: Data Centra als Politik-maschinen. Met een voorwoord van Francesca Bria. Hatje Cantz Verlag, 112 blz. met vele afbeeldingen, € 17,99. Het boek is op 13 juni 2022 verschenen.

  • Wereldnieuws: Egypte vreest het lot van Sri Lanka & Meer

    Wereldnieuws: Egypte vreest het lot van Sri Lanka & Meer

    Duitse overheidsinstanties moeten duurzamer worden

    Klimaatbescherming en digitalisering zijn twee centrale doelstellingen van de federale regering in Duitsland. Maar de huidige coalitie worstelt met de combinatie van die twee. Zo worden de datacenters van de federale overheid op een veel minder milieuvriendelijke manier beheerd dan de faciliteiten van internetgiganten als Google, Microsoft of Amazon. Dat blijkt uit antwoorden van de regering op vragen in de Bondsdag door leden van Die Linke. 

    Nog niet een op de drie datacenters van de federale overheid draait op elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. Ter vergelijking: wereldwijd gebruikt zo’n 66 procent van de datacenters van Google hernieuwbare energie. In Duitsland behaalde het bedrijf sinds begin 2022 zelfs een aandeel van 80 procent. 

    In haar antwoord op de vragen belooft de Duitse regering dat het gebruik van duurzame energie binnen afzienbare tijd sterk zal verbeteren. Zo zal de elektriciteit voor federale instanties eind 2024 volledig moeten worden gedekt door hernieuwbare energie, ook in de datacenters.

    (Freie Presse, Chemnitz)

    american public power association dR3Fb6dBEc0 unsplash
    © Unsplash

    Egypte vreest het lot van Sri Lanka

    Nadat Sri Lanka failliet was verklaard werd in juli het presidentieel paleis bestormd, waarna de president op de vlucht sloeg. Gezien de grote overeenkomsten met de eigen ervaringen is dat scenario een nachtmerrie voor Egypte. Het regime van Abdel al-Sisi heeft het land namelijk opgezadeld met grote buitenlandse schulden: volgens Egyptische economen bedraagt de overheidsschuld 130 procent van het bbp. Dat lijkt sterk op Sri Lanka, met een schuld van 140 procent. 

    Het Internationaal Monetair Fonds wil dat de nieuwe regering van Sri Lanka die schuld terugbrengt tot minder dan 100 procent voordat nieuwe leningen worden verstrekt. Het IMF heeft nu soortgelijke eisen gesteld aan Egypte. Daarom moet het land waarschijnlijk zachte leningen afsluiten bij China, dat grote infrastructurele projecten, zoals havens of energiecentrales, zal opeisen als die schulden niet worden voldaan, net als het deed in Sri Lanka.

    (Middle East Monitor, Londen)


    Never mind the bollocks

    Sotheby’s London, wie had dat eind jaren zeventig ooit gedacht, veilt de gehele collectie posters en efemera van de Sex Pistols. De collectie werd in de jaren negentig samengesteld door kunsthandelaar Paul Stolper en Andrew Wilson, voormalig curator van Tate Britain. Tot de hoogtepunten behoort de originele gecensureerde koningin – eigendom van voormalig punkidool en bassist in de Britse punkband Sid Vicious – die verscheen bij hun controversiële tweede single God Save the Queen. Het ontwerp van Jamie Reid zal naar verwachting tussen de 5000 en 7000 euro opbrengen.

    (360, Amsterdam)

    god save
    © Sid Vicious. Ontwerp Jamie Reid, God Save the Queen. Courtesy Sotheby’s

    New South Wales test rioolwater op polio

    De gezondheidsdienst van de Australische deelstaat New South Wales gaat rioolwater testen op het poliovirus, nadat het virus eerder werd ontdekt in Londen en New York. In de VS raakte in juli een niet-gevaccineerde 20-jarige man verlamd door poliomyelitis. De gezondheidsdienst NSW Health werkt samen met de riooldienst om de testen ‘zo snel mogelijk’ te kunnen uitvoeren. De dienst heeft ‘deskundigen bijeengeroepen om waarden en parameters vast te stellen voor het toezicht op het afvalwater om infectieziekten, veroorzaakt door het poliovirus, op te sporen,’ zo liet een woordvoerder weten.

    Het is vijftig jaar geleden dat in Australië voor het laatst polio werd vastgesteld

    Het is vijftig jaar geleden dat in Australië voor het laatst polio werd vastgesteld. De WHO verklaarde de ziekte er in 2000 uitgeroeid en het niveau van vaccinatie voor kinderen ligt op 95 procent. Desondanks staat de Australische gezondheidsdienst op scherp, omdat het virus inmiddels in ruim dertig landen is ontdekt.

    (The Sydney Morning Herald, Sydney)

    greg jewett FguPISW7ido unsplash
    © Unsplash

    Het gevaar van vertaalapps

    Vertaalapps zoals Google Translate worden vaak aangeprezen als hulpmiddelen die taalbarrières slechten. Met het vertalen van songteksten of het bestellen van een koffie in een vreemde taal kan dan ook weinig misgaan. Maar een blind, misplaatst vertrouwen in het vermogen van vertaalapps kan tot grote problemen leiden, soms zelfs met de dood tot gevolg. Zo gebruikte een man in Zuid-Korea een Chinees-Koreaanse vertaalapp om de Koreaanse echtgenoot van een vrouwelijke collega te laten weten dat ze elkaar binnenkort weer eens zouden moeten ontmoeten. Een foute vertaling leidde ertoe dat hij de vrouw ten onrechte als werkneemster in het nachtleven betitelde, wat resulteerde in een gewelddadig gevecht tussen de twee mannen, waarbij de echtgenoot de dood vond, zo meldde The Korea Herald in mei. 

    Leunend tegen een bulldozer zette een bouwvakker in Israël een foto van zichzelf op Facebook, met het Arabische bijschrift يصبحهم, of yusbihuhum, bedoeld als ‘goedemorgen’. Maar de vertaalapp van Facebook maakte er in het Engels ‘doe ze pijn’ van en in het Hebreeuws ‘val ze aan’. De man werd gearresteerd en ondervraagd door de politie, aldus The Guardian in 2017. In Denemarken gebeurde in 2012 iets soortgelijks. De politie beschuldigde een Koerdische man ten onrechte van het financieren van terrorisme vanwege een verkeerd vertaalde sms. 

    Het algoritmische systeem interpreteert niet de betekenis, context en bedoeling van woorden, zoals een menselijke vertaler dat zou doen

    Zulke fouten zijn niet verwonderlijk. Om ze te trainen worden vertaalapps gevoed met datasets van vertalingen. Woorden en begrippen worden opgeslagen volgens de waarschijnlijkheid waarmee ze kunnen voorkomen met andere woorden, en zo ontstaat een statistische schatting van wat vertalingen van vergelijkbare zinnen zouden kunnen zijn. Het algoritmische systeem interpreteert dus niet de betekenis, context en bedoeling van woorden, zoals een menselijke vertaler dat zou doen. Vertaalapps worden weliswaar elk jaar beter, maar experts blijven nadrukkelijk pleiten voor een combinatie van machine en mens: mechanische vertalingen die worden gecontroleerd en aangepast door mensen met talenkennis.

    (Slate, New York)

    szabo viktor tsbcvd1YBZo unsplash
    © Unsplash

    Grootschalige fraude met corona-uitkeringen 

    Larry D. Turner, de inspecteur-generaal van het ministerie van Arbeid in de VS, die de uitbetalingen onderzoekt van hulpfondsen tijdens de pandemie, heeft zijn schattingen sterk moeten bijstellen. Fraude met de uitkeringen blijkt drie keer zo hoog te zijn als werd gedacht. Turner verwachtte ongeveer 16 miljard dollar te moeten toeschrijven aan dubbele betalingen of onterechte uitkeringen aan doden, federale gevangenen of mensen met verdachte e-mailaccounts. Maar nu blijkt dat de overheid waarschijnlijk 45,6 miljard dollar onterecht heeft uitgekeerd. ‘De honderden miljarden aan hulpgelden hebben fraudeurs aangetrokken, met historische niveaus van fraude tot gevolg,’ aldus Turner in een verklaring.

    Er worden nu ruim duizend mensen strafrechtelijk vervolgd

    Zijn onderzoek heeft betrekking op betalingen die werden gedaan van maart 2020 tot april 2022, toen de federale overheid een stortvloed aan hulpgelden naar bedrijven en particulieren stuurde, met de bedoeling de economie te ondersteunen in de periode dat het coronavirus om zich heen sloeg. De steun omvatte in totaal 3,1 biljoen dollar die voormalig president Trump in 2020 goedkeurde, gevolgd door een pakket van 1,9 biljoen dollar waaraan president Biden in 2021 zijn goedkeuring gaf.

    Er worden nu ruim duizend mensen strafrechtelijk vervolgd, maar de fraude is zo omvangrijk dat federale onderzoekers na twee jaar werk nog maar net zijn begonnen met de aanpak van fraudeurs. Inmiddels werken in het hele land honderden mensen aan de fraudezaken en ook de FBI, de geheime dienst en de Amerikaanse FIOD worden erbij betrokken.

    (The New York Times, New York)

  • Deze Deense partij wordt volledig aangestuurd door kunstmatige intelligentie

    Deze Deense partij wordt volledig aangestuurd door kunstmatige intelligentie

    Een groep Deense kunstenaars heeft de eerste politieke partij opgericht die volledig wordt aangestuurd door kunstmatige intelligentie. De Synthetische Partij heeft ter voorbereiding van de parlementsverkiezingen van 2023 zelfs een niet-virtuele vergadering gehouden.

    In de politiek pakken mensen complexe vraagstukken aan met verstand en gevoel en worden beslissingen genomen die voor de samenleving van belang zijn. Maar is er in Christiansborg [het paleis dat onder meer het Deense parlement en de kantoren van premier Mette Frederiksen huisvest] ook plek voor een politieke partij die uitsluitend door kunstmatige intelligentie wordt aangestuurd? Die vraag probeert kunstenaarscollectief Computer Lars te beantwoorden.

    In samenwerking met het technologische centrum MindFuture heeft het collectief de Synthetische Partij opgericht, die volledig wordt geleid door kunstmatige intelligentie. Het collectief, dat zich beweegt op de grens tussen kunst en politiek, neemt deze taak zeer serieus en heeft als doel een zetel in het Folketing [parlement] te veroveren.

    De kunstmatige intelligentie waarvan de Synthetische Partij gebruikmaakt is ontworpen en geprogrammeerd door Computer Lars. Deze kreeg allerlei teksten voorgelegd die op internet zijn gepubliceerd door kleine Deense partijen die niet aan de verkiezingen kunnen deelnemen. Zo werd de Synthetische Partij een smeltkroes van politieke standpunten en ideeën over democratie, waarmee ze zich onderscheidt van de andere partijen die in Christiansborg het politieke spel spelen.

    ‘De kunstmatige intelligentie is een samensmelting van wat gewone Denen op politiek vlak denken’

    ‘We hopen dat de Synthetische Partij het gevestigde politieke systeem kan veranderen door zeer verschillende burgers en hun politieke visies te vertegenwoordigen,’ zegt Asker Bryld Staunæs, een kunstenaar en filosoof die deel uitmaakt van Computer Lars. ‘De kunstmatige intelligentie is een samensmelting van wat gewone Denen op politiek vlak denken. Individuen hebben de neiging zichzelf te matigen, terwijl kunstmatige intelligentie juist een idee geeft van de werkelijke politieke opvattingen onder de bevolking.’

    Het collectief, legt hij uit, heeft de teksten van kleine partijen gebruikt omdat die meer reflecteren op de vraag wat politiek en democratie precies inhouden en de manier waarop de politiek georganiseerd zou moeten worden. Volgens hem hebben de gevestigde partijen zulke kwesties allang achter zich gelaten.

    Interactie

    Om de Synthetische Partij concrete en interessante beleidsstandpunten te laten ontwikkelen, moet Computer Lars interactie aangaan met mensen, zegt Asker Bryld Staunæs. ‘Hoe meer mensen verschillende vragen blijven stellen en hoe meer interactie er is, hoe meer de kunstmatige intelligentie in staat zal zijn om te lezen, te schrijven en te debatteren.’

    Waar komt het idee van deze politieke toepassing vandaan? Waarom niet gewoon een kunstwerk maken dat soortgelijke ideeën over technologie kan oproepen? De vertegenwoordiger van Computer Lars vindt het antwoord simpel: de politieke kant is onontkoombaar. Hij herinnert eraan hoe de Federatie van Bewust Luie Elementen [een Deense politieke partij die in 1979 werd opgericht door de komiek Jacob Haugaard] kunst en een flinke dosis humor gebruikte om kritiek te leveren op het arbeidsethos van de moderne samenleving. Haugaard werd in de jaren negentig in het parlement gekozen, met als programmapunten onder meer wind in de rug op fietspaden en grotere kerstcadeaus voor iedereen.

    ‘Als kunstenaars zich met politiek bezighouden, is dat om zaken onder de aandacht te brengen die gewoonlijk niet worden opgepikt’

    ‘Als kunstenaars zich met politiek bezighouden, is dat om zaken onder de aandacht te brengen die gewoonlijk niet worden opgepikt. Ons project moet wel politiek zijn, want het is moeilijk om op een andere manier algoritmen ter verantwoording te roepen en vast te stellen wie zij vertegenwoordigen,’ aldus Asker Bryld Staunæs. ‘Techgiganten als Google hebben onze berichten allemaal gelezen en al onze foto’s doorzocht. Zij zijn dus op de hoogte van de gedachten en standpunten van gewone mensen. Maar omdat veel algoritmen en kunstmatige intelligentie in het geheim werken, is het lastig bepalen welke politieke onderwerpen hier concreet uit voortkomen.’

    Computer Lars zal deze verborgen algoritmen zichtbaar maken, zodat we beter inzien wat het precies inhoudt om met machines te praten in plaats van met individuen.

    Verruimd kader

    Bovendien is het kunstenaarscollectief van mening dat het politieke en democratische kader verruimd kan worden en dat bestaande meningen die niet altijd worden gehoord, directer kunnen worden geuit. ‘De Synthetische Partij systematiseert de verschillende posities die kunstmatige intelligentie aan het licht brengt niet op basis van een ideologie, maar op basis van een reeks statistische gemiddelden. De partij geeft niet duidelijk aan wat mensen denken, maar geeft veel verschillende standpunten weer. Daar kunnen we dan direct op reageren,’ legt Asker Bryld Staunæs uit.

    De eerste verkiezingsbijeenkomst van de Synthetische Partij (met het oog op de parlementsverkiezingen, waar nog geen datum voor is vastgesteld maar die uiterlijk op 4 juni 2023 zullen worden gehouden) zal plaatsvinden in het gebouw van MindFuture tijdens de Vestegnenweek – een cultureel festival dat van 8 tot 18 september wordt gehouden in verschillende buurten in de westelijke voorsteden van Kopenhagen. Geïnteresseerde kiezers kunnen dan chatten met de kunstmatige intelligentie en zo helpen om de positie van de partij verder te ontwikkelen.

    Maar stel dat de Synthetische Partij uitsluitend kwalijke meningen verkondigt? Die zijn dan blijkbaar door verschillende mensen geuit. Wie wordt daar uiteindelijk verantwoordelijk voor gehouden? ‘Computer Lars is verantwoordelijk voor het censureren van bepaalde standpunten, maar ook personen die interactie aangaan met de kunstmatige intelligentie hebben in dit opzicht een verantwoordelijkheid. Het zou spijtig zijn als mensen opzettelijk op onplezierige dingen zouden aansturen,’ aldus Asker Bryld Staunæs.

    ‘Het is niet altijd leuk om te horen wat machines zeggen, maar het kan wel veel indruk maken’

    Hij gelooft dat de wereld bijna klaar is om deze technologie te verwelkomen. De afgelopen jaren zijn wij, gewone mensen, getuige geweest van de groei van voor een bredere doelgroep toegankelijke kunstmatige intelligentie, en zijn we steeds beter gaan begrijpen hoe algoritmen te werk gaan.

    Hij geeft toe dat er nog vaak moeilijkheden ontstaan wanneer mensen en machines moeten leren samenleven, maar hij gelooft niet dat machines zich tegen ons zullen keren en de planeet zullen overnemen. Integendeel, hij en Computer Lars denken dat we veel kennis kunnen vergaren als we kunstmatige intelligentie creatief gebruiken – vooral kennis over onszelf.

    ‘Veel mensen denken dat de enige betrouwbare uitspraken die van menselijke wezens zijn. Maar kunstmatige intelligentie is een versterkte manifestatie van bepaalde tendensen in ons gemeenschappelijk cultureel erfgoed,’ zegt hij. ‘Het is niet altijd leuk om te horen wat machines zeggen, maar het kan wel veel indruk maken, en zo kunnen we echt een samenleving creëren waarin ook zij meningen en standpunten bijdragen.’

    Lees ook:

  • Hoe fascistische webshops mogelijk worden gemaakt door bedrijven als Mollie

    Hoe fascistische webshops mogelijk worden gemaakt door bedrijven als Mollie

    Extreemrechtse en neonazistische onlinewinkels maken openlijk gebruik van de infrastructuur die wordt geboden door grote betalingsverwerkers en webhostingbedrijven, blijkt uit onderzoek van Bellingcat. ‘Webwinkels dragen bij aan de verspreiding van het extreemrechtse discours.’

    Fascistische modeartikelen kunnen bijdragen aan de promotie en financiering van extremistische groeperingen. In sommige gevallen blijkt de verkoop van dit soort artikelen afhankelijk te zijn van diensten die worden geleverd door prominente bedrijven die beleid voeren tegen het bevorderen van racistische organisaties en haatdragende inhoud. 

    Onderzoek door Bellingcat heeft uitgewezen dat een aantal extreemrechtse en neonazistische onlinewinkels openlijk gebruikmaakt van de infrastructuur die wordt geboden door grote betalingsverwerkers, commerciële content-managementsystemen en webhostingbedrijven. Bellingcat kon ook vaststellen dat sommige extreemrechtse web-winkels kleding bleken te kopen van groothandels die volgens hun charter diversiteit en gelijkheid hoog in het vaandel hebben, alvorens hun eigen haatdragende boodschappen op de kleding te drukken en deze met winst te verkopen. Sommige extreemrechtse sites bleken zelfs op reguliere socialemediaplatforms links te plaatsen naar hun eigen onlinewinkels en die van hun extreemrechtse bondgenoten. 

    Screenshot 2022 05 24 at 11.41.48
    Sommige kleding die door de European Brotherhood wordt verkocht, verkondigt een extreemrechtse en anti-lgbt boodschap.

    Verschillende groeperingen die door Bellingcat zijn bestudeerd, hebben Instagrampagina’s die zorgvuldig binnen de grenzen van de regels van het platform worden gehouden. Sommige van deze accounts bevatten echter links naar Telegram-groepen en webwinkels waar diezelfde groeperingen modeartikelen met nazistische en racistische symbolen aanprijzen en verkopen. Andere kledingstukken die te zien waren in extreemrechtse onlinewinkels, vertoonden subtielere of gecodeerde verwijzingen naar het fascisme en het nazisme, zoals de coördinaten van een kasteel dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door prominente nazi’s werd gebruikt. 

    Extreemrechtse webshops zijn ‘een van een reeks methoden waarmee de algehele beweging zichzelf financiert’

    Zo werden er T-shirts verkocht op een website waarvan het domein was geregistreerd bij GoDaddy, dat zich eerder heeft uitgesproken tegen racisme en homofobie, en ook prominente extreemrechtse groepen verbiedt. Andere extreemrechtse websites bleken kopers de mogelijkheid te bieden om voor producten te betalen met behulp van betalingsplatforms zoals PayOp, Nets Easy, Mollie Payments, BungeeCloud en Paysera. Talloze extreemrechtse en neonazistische organisaties zijn de afgelopen jaren begonnen met het inzamelen van geld en het verspreiden van elkaars merknamen door een verscheidenheid aan kleding en merchandise te verkopen.

    Volgens Hans Jakob-Schindler van de internationale beleidsorganisatie Counter Extremism Project zijn extreemrechtse webshops ‘een van een reeks methoden waarmee de algehele beweging zichzelf financiert’. Dergelijke operaties hebben twee duidelijke voordelen, voegt hij eraan toe. ‘Ze maken verkoop naar het buitenland eenvoudig, omdat je geen fysieke winkel hoeft te hebben in het rechtsgebied van je klantenbestand, en ze kunnen gemakkelijk worden aangepast aan veranderende omstandigheden’ als er bijvoorbeeld ergens streng wordt opgetreden. 

    Financiering

    Maar het gaat niet alleen om de potentiële bron van financiering. Zoals anderen hebben opgemerkt, onder wie hoogleraar Cynthia Miller-Idriss in haar boek Hate in the Homeland, kunnen deze winkels bijdragen aan het wereldwijde extreemrechtse discours, kunnen ze ideologieën versterken en extreemrechts helpen zichzelf te zien als onderdeel van een bredere, wereldwijde beweging. 

    image14 1
    – Een webwinkel die reclame maakt voor koopwaar gerelateerd aan de oorlog in Oekraïne.

    Eerder werd al gemeld dat extreemrechtse kleding en items werden verkocht in reguliere onlinewinkels. Maar bedrijven als Amazon, Google en Wish hebben de afgelopen jaren maatregelen getroffen om aanstootgevend materiaal te verwijderen. Dit heeft ertoe geleid dat sommige extreemrechtse groepen op zoek zijn gegaan naar andere manieren om hun producten te promoten en te verkopen. Hoewel Telegram een plaats is geworden waar veel extreemrechtse groepen zichzelf promoten en met anderen communiceren, is de berichtendienst niet ontworpen als platform waar items gemakkelijk kunnen worden gekocht en verkocht. Extreemrechtse verkopers moeten daarom over het algemeen hun eigen onlinewinkel opzetten als ze hun producten op de markt willen brengen. Velen van hen maken behalve voor hun eigen kledinglijn ook reclame voor een verscheidenheid aan andere producten. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om gaan om sportkleding voor mixed martial arts (MMA), extreemrechtse muziek, en fakkels en rookbommen die veelal worden gebruikt door voetbalhooligans. 

    Extreemrechtse en neonazistische groeperingen bleken ook reclame te maken voor elkaars onlinewinkels in andere landen

    Extreemrechtse en neonazistische groeperingen bleken ook reclame te maken voor elkaars onlinewinkels in andere landen. Een dergelijke samenwerking helpt de bekendheid binnen internationale netwerken te vergroten, draagt bij aan de verspreiding van racistische berichten en vergroot de poten-tiële markt voor de nicheproducten die er worden verkocht. Een bericht op de Telegrampagina van European Brotherhood – een groep zelfbenoemde Europese nationalisten die T-shirts verkopen met allerlei nazisymbolen – verwees bijvoorbeeld naar tientallen White Lives Matter (WLM)-winkels in heel Europa. En het merk Pride France biedt naast MMA-producten ook white supremacy- en neonazikleding op een Franstalige website genaamd 2yt4u (wat staat voor ‘too white for you’), waar diverse links staan naar extreemrechtse webwinkels in andere landen, die soms ook dezelfde producten verkopen.

    Geen idee

    De extreemrechtse groepen die aanstootgevende producten verkopen, maken deze niet zelf. De kledingstukken en accessoires zijn meestal afkomstig van groothandels die hoogstwaarschijnlijk geen idee hebben hoe hun producten in een later stadium worden bewerkt en gebruikt. Bij de ontwerpen die tot nu toe in dit onderzoek zijn beschreven, lijken de logo’s en teksten met de hand op merkloze kleding te zijn aangebracht, voordat deze aan consumenten werd doorverkocht. 

    Screenshot 2022 05 24 at 09.40.12 1200x523 1
    T-shirts verkocht door de  European Brotherhood. De coördinaten verwijzen naar het kasteel van Wewelsburg, een plek die door veel neonazi’s als belangrijk wordt beschouwd.

    Zo verkoopt de onlinewinkel Martelentete neonazistische kleding van merken met ogenschijnlijk openlijk racistische namen. De beschrijving van een van hun sweatshirts bevat een link naar een productspecificatie met daarin een link naar russelleurope.com. Russell is een dochteronderneming van Fruit of the Loom en een grote business-to-businesskledingproducent. Opgemerkt moet worden dat waarschijnlijk noch Russell noch Fruit of the Loom weet hoe het komt dat hun product op deze manier wordt gebruikt. Hun kledingstukken worden in verschillende stadia van de productieketen verkocht aan een verscheidenheid aan klanten en leveranciers, die elk de verkoper kunnen zijn die bewust of onbewust de materialen verkoopt aan de extreemrechtse merken of aan de mensen die hen vertegenwoordigen. 

    Kernwaarden

    Een woordvoerder van Fruit of the Loom zei tegen Bellingcat dat respect voor mensen een van de kernwaarden van het bedrijf is. ‘Wij tolereren op geen enkele manier haatdragende taal of acties van mensen of groepen die in strijd zijn met onze waarden. We zullen deze situatie grondig onderzoeken en passende maatregelen nemen om elke associatie met onze merken of het gebruik van onze producten in de toekomst weg te nemen.’

    Screenshot 2022 05 24 at 11.11.42 1
    Een T-shirt met een Duitse adelaar op het Ruswear Telegram-kanaal.

    De eerdergenoemde extreemrechtse website 2yt4u.com blijkt afhankelijk te zijn van de diensten van WIX. Dat is een vooraanstaand Israëlisch softwarebedrijf dat een gebruiksvriendelijke tool voor het bouwen van websites biedt, als ook cloudhostingservices. De berichtgeving en de T-shirts die door 2yt4u worden verkocht, onder meer met beruchte SS-symbolen en slogans, of met een Ku Klux Klan-figuur met een strop en een fakkel, lijken in tegen in tegenspraak met het beleid van WIX.

    Nordic Sun Records, een Hongaarse webwinkel van white supremacists die muziek en kleding verkoopt, stelt dat het betalingen accepteert via de Nederlandse betalingsverwerker Mollie Payments. Dit is ook te zien als je kijkt naar de broncode van het betalings-portaal op de website van Nordic Sun Records. 

    Veel cryptocurrency’s hebben de reputatie dat ze worden gebruikt door neonazi’s en rechts-extremisten

    Mollie Payments stelt op haar website dat het niet toestaat dat producten worden verkocht die als ‘sociaal onaanvaardbaar’ gelden, inclusief producten die de reputatie van Mollie kunnen schaden of politiek geweld kunnen aanmoedigen. Gevraagd naar Nordic Sun Records antwoordde Mollie Payments: ‘Ons beleid verbiedt bedrijven die onze betalingsdiensten gebruiken om producten te verkopen die politiek geweld aanwakkeren. We zijn een intern onderzoek begonnen naar Nordic Sun Records en zijn tot de conclusie gekomen dat het bedrijf onze algemene voorwaarden heeft geschonden. We hebben onze dienstverlening per direct stopgezet.’

    Screenshot 2022 05 24 at 11.40.20 1200x623 1
    Een T-shirt verkocht op de 2yt4u-website.

    Nordic Sun Records accepteert ook transacties via CoinPayments, een cryptoplatform. Veel cryptocurrency’s hebben al de reputatie dat ze worden gebruikt door neonazi’s en rechts-extremisten, vanwege de anonimiteit die ze kunnen bieden. Dat neemt niet weg dat cryptoplatforms beleid hebben om te voorkomen dat hun diensten worden gebruikt door extreemrechtse of haatzaaiende organisaties.

     Het is belangrijk op te merken dat veel winkels meer weghebben van het werk van hobbyisten, met hun beperkte voorraad en hun armoedige, verouderde websites. Anderen, zoals European Brotherhood en Midgaard, lijken daarentegen meer gerenommeerder en professioneler. Het feit dat zo veel grote bedrijven op het gebied van kledingproductie, webtechnologie, sociale media en betalingsverwerking dit soort handel onbewust blijken mogelijk te maken, roept ook relevante vragen op voor elk van hen.

    image5 3 1200x772 2
    Een screenshot van de Ruswear Instagram-pagina.