Onderwerpen: Maatschappij

  • ‘Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt’

    ‘Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt’

    De Mexicaanse socioloog Karina García Reyes interviewde 33 voormalige narco’s om de logica van hun wereldbeeld te kunnen begrijpen. Hiermee wil zijn een nieuw perspectief belichten: dat van de daders. ‘We moeten erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij.’

    Keuze uit ons archief

    Dat verdeeldheid onder neoliberalisme toeneemt, zien we overal gebeuren – nu ook in de politiek. Reyes legde dit gegeven vast in een studie. Ze kreeg de kans te ontsnappen uit een uitzichtloos gebied in Mexico, en besloot te onderzoeken wat ze overal om zich heen had gezien. De drugsbendeleden die ze interviewden zien zichzelf als de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan. Ze hebben de individualistische ethiek waarvan de hele (Mexicaanse) samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme doortrokken is, geïnternaliseerd.

    Dit artikel verscheen eerder in #174, februari 2020.

    Ik kom uit het noorden van Mexico, een gebied dat het zwaarst te lijden heeft van het geweld in de war on drugs. De periode van 2008 tot en met 2012 was de meest onzekere en gewelddadige in de geschiedenis van mijn stad. In het begin waren de confrontaties tussen het leger en de drugskartels, waarbij met scherp werd geschoten, sporadisch, maar algauw werden ze frequent, overal in de stad en op klaarlichte dag.

    Ikzelf maakte een keer een vuurgevecht mee op het deel van de universitaire campus waar ik college gaf. We moesten de deuren sluiten en de veiligheidsmaatregelen in acht nemen die voor dit soort situaties golden. En al mijn vrienden en familieleden hebben wel iets dergelijks meegemaakt, sommigen zagen het gebeuren vanuit hun auto en anderen vanuit huis.

    Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld

    Tegelijk met het toenemende geweld begon het kartel Los Zetas de plaatselijke middenstand af te persen. Als de kleine ondernemers geen ‘stageld’ – de eufemistische term voor beschermgeld – betaalden, kregen ze met geweld te maken of werden leden van hun familie ontvoerd.

    Geleidelijk aan sloten alle kleine ondernemers hun deuren en groeide de paranoia onder de bevolking vanwege de berichten die de narco’s op sociale media plaatsten. ‘Ga vanavond de deur niet uit, want er wordt geschoten.’ Soms werden die dreigementen nog waargemaakt ook.

    In die omstandigheden besloot ik naar het buitenland te gaan om te promoveren. Ik wilde in die onzekere toestand niet verder studeren en ging daarom naar Engeland. Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld. Dankzij de goede raad van een van mijn professoren was ik in staat om door middel van een proefschrift mijn frustratie uit te leven over de veiligheidspolitiek van Felipe Calderón, die van 2006 tot 2012 president van Mexico was. Ik ben zeven jaar met dit onderwerp bezig geweest.

    Screen Shot 2021 03 19 at 8.47.40 AM

    In mijn proefschrift onderzoek ik het drugsgeweld aan de hand van persoonlijke geschiedenissen. Tussen oktober 2014 en januari 2015 interviewde ik 33 mannen uit de wereld van de drugscriminaliteit. We spraken over hun kindertijd en hun puberteit, over alcohol- en drugsverslaving, vandalisme en hoe ze in de criminaliteit terecht waren gekomen en welke rol ze daarin vervulden. Om begrip te krijgen van de invloed die hun persoonlijke ervaringen hadden op hun intrede in de drugswereld, onderwierp ik hun verhalen aan een discursieve analyse.

    Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt

    De geïnterviewden hebben op twee manieren bijgedragen aan het karakter van mijn studie. In de eerste plaats methodologisch, omdat directe interviews met drugscriminelen iets totaal nieuws zijn in de academische wereld. Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt. Ook opent mijn studie voor de academische wereld een nieuw perspectief, namelijk dat van de daders, dat tot nog toe zowel door onderzoekers als door bestuurders en politici werd genegeerd.

    In deze zin werpt de analyse van hun persoonlijke verhalen licht op de mogelijke oorzaken van hun intrede in de drugswereld en verklaart deze de logica van hun wereldbeeld. Dat te begrijpen is cruciaal, niet alleen voor de benadering van zo’n complex fenomeen, maar ook voor het bepalen van beleid om de veiligheid te waarborgen. Tot nog toe werden die maatregelen alleen genomen vanuit de logica van hen die de maatregelen nemen. Geen wonder dus dat ze faliekant mislukten.

    Slachtoffers noch monsters

    Om te beginnen moeten we erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij. Ze zijn onderhevig aan dezelfde normen en waarden en tradities als wij allemaal. Een van de voornaamste problemen in Mexico is dat de overheid ze systematisch discrimineert door het binaire discours van de Verenigde Staten over te nemen: ‘zij’ versus ‘wij’, ‘goed’ versus ‘kwaad’. Behalve dat dit discours een absurde oversimplificatie is, verdoezelt het de rijkgeschakeerde oorzaken van het geweld.

    Een analyse van de persoonlijke geschiedenissen van de ex-narco’s doet die schakeringen juist scherp uitkomen. De geïnterviewden zien zichzelf noch als slachtoffers, noch als monsters. Ze rechtvaardigen allemaal hun intrede in de drugswereld als hun ‘enige optie’ om te overleven, een motivatie die door veel wetenschappelijke studies wordt bevestigd. Maar hoewel ze goed van de schaduweconomie konden leven en voor hun gezinnen zorgden, wilden ze toch ‘meer’.

    De geïnterviewden zien zich ook niet als de bloeddorstige criminelen die in films worden opgevoerd. Ze omschrijven zichzelf als vrij handelende personen die besloten hebben in het illegaal circuit te opereren, maar tegelijkertijd noemen ze zichzelf ‘niks waard’, ‘wegwerpartikelen’.

    Dat gevoel van marginalisering, gevoegd bij de verslavingsproblemen en het ontbreken van een toekomstperspectief, maakt dat ze weinig waarde hechten aan hun leven en dat de dood zelfs als een bevrijding wordt gezien.

    Dit laatste is een cruciale factor voor het beleid dat ten aanzien van deze problematiek gevoerd dient te worden. De kernopdracht daarbij is te vermijden dat nog meer kinderen en jongeren zich als ‘niks waard’ gaan beschouwen.

    Mijn onderzoek laat zien hoe de participanten het binaire discours van de overheid overnemen. Ze noemen zichzelf de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan, ze vinden niet dat ze daar deel van uitmaken. Ze hebben ook de individualistische ethiek overgenomen waarvan de hele Mexicaanse samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme aan het eind van de jaren tachtig doortrokken is. Die ethiek is een tweesnijdend zwaard: ze geven niet de staat of de maatschappij de schuld van hun armoede, maar ze hebben ook geen spijt van hun misdaden.
    Ze vinden dat ze de ‘pech’ hebben gehad in armoede en in de marge van de maatschappij geboren te zijn en dat hun slachtoffers de ‘pech’ hebben gehad in hun handen te vallen. De logica is simpel: ‘Ieder voor zich.’

    Niets te verliezen

    Uit de analyse van de interviews kwam een cluster van ideeën en opvattingen naar voren die als vaststaande waarheden werden geponeerd en die ik ‘het narcodiscours’ heb gedoopt.

    De betekenis die armoede heeft in het narcodiscours liegt er niet om. Het heet dat arme mensen geen toekomst hebben en daarom ook niets te verliezen. Zoals een van de geïnterviewden (Wilson) zei: ‘Ik wist dat ik tot aan mijn dood in armoede zou leven en het enige wat ik deed was God vragen: waarom ik?’ Armoede wordt gezien als een natuurlijk gegeven, een omstandigheid waar niets aan te doen is en waar niemand verantwoordelijk voor is. Voetstoots wordt aangenomen dat ‘er iemand moet zijn die arm is’ (Lamberto) en ‘dat je er niks aan kunt veranderen’ (Tabo).

    Die kijk op armoede impliceert een individualistische kijk op de wereld: het individu is zelf verantwoordelijk voor zijn economische en sociale ontwikkeling. ‘Ik wist dat ik alleen stond, als ik iets wilde, dan moest ik het zelf gaan halen’ (Rigoletto).

    De logica van het narcodiscours met betrekking tot armoede is dat iedereen er alleen voor staat en dat dus ‘het recht van de sterkste’ (Yuca) geldt. Zo verklaart ook Cristian het: ‘In mijn wijk wisten we allemaal wat de regel was: als je zit te slapen, verlies je. Dat was de regel. Je moet gewelddadig zijn, door roeien en ruiten gaan, je moet voor jezelf opkomen, want niemand anders zal het doen.’

    “Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?”

    In het narcodiscours wordt ervan uitgegaan dat kleine kinderen en tieners onvermijdelijk bendeleden en drugsverslaafden worden. ‘Als je in een arme buurt opgroeit, dan weet je dat je op een bepaald moment aan de drugs verslaafd raakt’ (Palomo). Net zo worden de bendes, die dagelijks geweld en vandalisme plegen, gezien als ‘de enige manier om het geweld van de straat te overleven’ (Piochas). Er wordt dus van uitgegaan dat die jongeren geen toekomst hebben en daarom niks waard zijn: ‘Als je aan drugs verslaafd bent, beschouw je jezelf als een nul, minder dan afval… Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?’ (Palomo).

    Ook de vroege dood van deze jongeren wordt als onvermijdelijk gezien: ‘Als je zo veel van je vrienden door geweld, door overdoses, door politiekogels, ziet omkomen, dan denk je dat dat ook jouw toekomst is’ (Tigre). Op die manier wordt al bij voorbaat aangenomen dat het met de jongeren slecht zal aflopen: ‘Ik dacht altijd dat ik óf aan een overdosis óf door een kogel zou sterven’ (Pancho).

    Volgens die logica kun je eigenlijk alleen maar van het leven genieten door de consumptie van luxegoederen, en de enige manier om daaraan te komen is door middel van ‘gemakkelijk geld’ dat het ‘gemakkelijke leven’ je biedt. Het gemakkelijke leven is de drugshandel. Ze weten dat de kick van gemakkelijk geld van korte duur is, maar toch loont die de moeite, omdat je ‘in deze wereld, als je geen geld hebt, niemand bent’ (Canastas).
    Ze kennen de gevaren. ‘De ene dag kun je nog in een duur restaurant zitten met allemaal mooie vrouwen om je heen, en de volgende dag word je wakker in de bajes’ (Ponciano). Het ‘gemakkelijke leven’ moet dus snel en op de toppen geleefd worden: ‘Mijn opzet was om elke dag te leven of het de laatste was. Ik liet het breed hangen. Ik kocht de duurste SUV’s, de duurste wijnen en ik had de mooiste vrouwen’ (Jaime).

    ‘Echte man’

    In het narcodiscours speelt ook het idee van de ‘echte man’, die agressief en gewelddadig dient te zijn. En een rokkenjager.

    De participanten noemden de arme wijken ‘de jungle’, de plaats waar het recht van de sterkste heerst. Lichamelijk geweld is essentieel om te kunnen overleven – letterlijk.

    In het narcodiscours komt ook een cruciaal element van geweldpleging tot uitdrukking, namelijk dat het aangeleerd gedrag is. Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt. Zoals Jorge zegt: ‘Als kind werd ik door grotere kinderen geslagen, ze maakten misbruik van me omdat ik alleen was. Ik was niet gewelddadig… maar ik moest wel gewelddadig worden, nog gewelddadiger dan zij. Dat moet als je op straat wilt overleven.’

    In ‘de jungle’ moeten mannen ook een reputatie opbouwen om te overleven. Een ‘echte man’, zo is de opvatting, is heteroseksueel, een rokkenjager, ‘een feestbeest met drugs en alcohol’ (Dávila).

    Daarnaast komt in het discours naar voren dat ‘echte mannen’, in tegenstelling tot vrouwen, geen angst of emoties of zwakte mogen tonen, en de beste manier om dat te doen is laten zien dat je onder alle omstandigheden sterk en dominant bent: binnen de bende, in gevechten met concurrerende bendes en thuis in het gezin.

    Screen Shot 2021 03 19 at 8.47.22 AM 2 1

    In de interviews uitten de participanten vaak de wrok die ze jegens hun vader koesterden. Van de 33 geïnterviewden bekenden er 28 dat ze op zeker moment in hun leven het liefst hun vader zouden hebben vermoord. Huiselijk geweld en geweld tussen mannen en vrouwen horen tot de eerste levenservaringen van deze participanten. Allemaal zijn ze het erover eens dat het dagelijks geweld van hun vaders tegen hun moeders hun als kind het meeste weerzin inboezemde. Het is een constant gegeven in de verhalen die ze vertellen, niet alleen over hun kindertijd, maar ook over drugsverslaving, geweld in het algemeen en hun intrede in de wereld van de misdaad.

    Voor een aantal participanten was het verlangen om hun vader te vermoorden of te martelen de belangrijkste motivatie om in de drugscriminaliteit te gaan. Rorro, bijvoorbeeld, vertelde dat hij als kind ‘geen enkele illusie of plannen voor de toekomst had, het enige waar ik aan dacht was mijn vader vermoorden als ik groot was… ik wilde hem aan stukken hakken’. De drugscriminaliteit in gaan verschafte hem die mogelijkheid. Ook Ponciano gaf aan dat hij zich, als hij mensen moest martelen, altijd voorstelde dat het om zijn vader ging, ‘en dan martelde ik ze met genoegen, net zoals hij ons martelde’.

    De fantasieën die de participanten hadden over het vermoorden van hun vader lijken allemaal op elkaar, allemaal wilden ze hem laten boeten, niet uit wraak voor wat hij hun had aangedaan, maar voor wat hij hun moeder had aangedaan. Opmerkelijk is dat ze ook geen van allen in staat waren hun voornemen uit te voeren toen ze daar de gelegenheid voor kregen. Facundo verwoordt het zo: ‘Ik had hem kunnen vermoorden als ik wilde. Ik had tientallen huurmoordenaars die voor me werkten. Als ik wilde… ik had hem kunnen laten martelen en toekijken hoe hij crepeerde. Maar ik kon het niet… dus ik zei tegen hem: maak dat je wegkomt, ik wil je nooit meer zien. Als ik je weer zie, vermoord ik je.’

    Macho-ideologie

    De oorzaken van de criminaliteit en het geweld in Latijns-Amerika zijn vrijwel in alle landen dezelfde. Tussen de verschillende bronnen van het geweld – van drugscriminelen, het leger, de guerrilla of de bendes – zijn er volgens mij twee dwarsverbindingen: de armoede en de giftige macho ideologie*. De dagelijkse ervaringen van de mensen die in armoede leven is de soep waarin alle soorten geweld (huiselijk geweld, bendegeweld, geweld tussen de seksen) gaar koken. En dat alles binnen het kader van het onzichtbare geweld dat zelden onderkend wordt: het structurele geweld van de staat.

    Wij moeten allemaal, academici, politici en burgers, deze ervaringen proberen te begrijpen en ervan leren. We kunnen wel erkennen dat armoede de moeder is van alle kwaad, maar we weten niet hoe het is om in armoede te leven. Het terugdringen en voorkomen van geweld kan alleen op lokaal niveau gebeuren. Elke regio, elke wijk heeft zijn eigen specifieke problemen en behoeften. Algemene politieke maatregelen zullen niet helpen. En misschien is dat het grote struikelblok: de geweldsproblemen bij de wortel aanpakken, daar kunnen politici geen goede sier mee maken.

    Ook moeten we bedenken dat de dominante macho-ideologie in de Latijns-Amerikaanse landen het geweld niet alleen goedkeurt, maar ook aanmoedigt. In de regio’s worden de problemen onveranderlijk te lijf gegaan met agressie en gemilitariseerde veiligheidsmaatregelen. Geweldloze oplossingen waren tot nog toe geen optie in onze landen, omdat machismo en geweld geïnstitutionaliseerde fenomenen zijn.

    Om het geweld aan te pakken moeten we beginnen met het te begrijpen. Waar komt het vandaan? Wie rechtvaardigt het en hoe? Hoe wordt het gepropageerd? Hoe hebben ze het eerder proberen te bestrijden? Om antwoord te geven op die vragen loont het om interdisciplinair te werk gaan en dienen onze overheden bereid te zijn naar ons te luisteren.

    Wat eerst moet gebeuren is een verandering van paradigma: de militairen moeten terug de kazerne in, complexe problemen moeten lokaal worden aangepakt (al zal dat de landelijke politiek geen punten opleveren) en we moeten ophouden met het binair discours waarin het heet dat ‘zij’ dood moeten, want daar bereiken we alleen maar mee dat de onverschilligheid van ‘hen’ jegens ‘ons’ toeneemt.

  • Yuval Noah Harari: ‘De lessen die we van covid-19 hadden kunnen leren’

    Yuval Noah Harari: ‘De lessen die we van covid-19 hadden kunnen leren’

    Welke lessen voor de toekomst kunnen we trekken uit 2020? De Israëlische denker en historicus Yuval Noah Harari zet ze op een rijtje en komt tot een heldere conclusie: de enige reden waarom deze pandemie uit de hand is gelopen, is de politiek.

    Keuze uit het archief

    Na het rampjaar 2020 dacht de wereld dat 2021 het jaar zou worden dat we ‘samen corona onder controle zouden krijgen’ (dixit de Rijksoverheid). Er was immers een keur aan uitstekend werkende vaccins ontwikkeld. Niets bleek minder waar, er zijn nieuwe, besmettelijkere, varianten als delta en omikron opgekomen en het coronabeleid heeft geen een derde, vierde en zoveelste golf kunnen voorkomen.

    Had de politiek maar Yuval Noah Harari geluisterd. Lees zijn profetische woorden en oplossingen voor de coronacrisis.

    Door velen wordt de vreselijke tol die het coronavirus heeft geëist gezien als bewijs van de hulpeloosheid van de mens ten opzichte van de natuur. Maar in feite heeft 2020 aangetoond dat de mensheid verre van hulpeloos is. Epidemieën zijn niet langer onbedwingbare natuurkrachten. Dankzij de wetenschap zijn ze nu tot op zekere hoogte te controleren.

    Waarom zijn er dan zoveel sterfte- en ziektegevallen geweest? Vanwege slechte politieke beslissingen.

    Vroeger hadden mensen als ze met een plaag als de Zwarte Dood werden geconfronteerd, geen idee wat de oorzaak was of wat ertegen kon worden gedaan. Toen de griep van 1918 toesloeg, slaagden de beste wetenschappers ter wereld er niet in het dodelijke virus te identificeren, waren veel maatregelen die werden genomen nutteloos en liepen pogingen om een ​​effectief vaccin te ontwikkelen op niets uit.

    Met covid-19 was dat heel anders. De eerste alarmbellen over een mogelijke nieuwe epidemie klonken eind december 2019. Op 10 januari 2020 hadden wetenschappers niet alleen het verantwoordelijke virus geïsoleerd, maar ook het genoom ervan gesequenced en de informatie online gepubliceerd. Binnen enkele maanden werd duidelijk welke maatregelen de infectieketens konden vertragen en stoppen. Binnen minder dan een jaar waren er verschillende effectieve vaccins in massaproductie. In de oorlog tussen mens en ziekteverwekker is eerstgenoemde nog nooit zo machtig geweest.

    Het leven naar online verplaatst

    Naast de ongekende prestaties van de biotechnologie, heeft het coronajaar ook de kracht van informatietechnologie onderstreept. Vroeger kon de mensheid epidemieën zelden stoppen, omdat de infectieketens niet in realtime konden worden gevolgd en omdat de economische kosten van langdurige lockdowns te hoog waren. In 1918 kon je mensen die de gevreesde griep kregen in quarantaine plaatsen, maar je kon de presymptomatische of asymptomatische dragers niet traceren. En als je de hele bevolking van een land destijds zou hebben bevolen enkele weken binnen te blijven, zou dat hebben geleid tot economische ondergang, sociale instorting en massale hongersnood.

    In 2020 daarentegen maakte digitale surveillance het veel gemakkelijker om de verspreiding te volgen en te lokaliseren, wat quarantaine zowel selectiever als effectiever maakt. Belangrijker is nog dat automatisering en het internet langdurige lockdowns mogelijk maakten, althans in ontwikkelde landen. Hoewel de ervaring in sommige delen van de wereld deed denken aan plagen uit het verleden, heeft de digitale revolutie in een groot deel van de ontwikkelde wereld alles veranderd.

    Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden

    Neem de landbouw. Duizenden jaren lang was de voedselproductie afhankelijk van menselijke arbeid, en ongeveer 90 procent van de mensen werkte in de landbouw. Tegenwoordig is dit in ontwikkelde landen niet langer het geval. In de VS werkt slechts ongeveer 1,5 procent van de mensen op boerderijen, en dat is niet alleen genoeg om iedereen in e igen land te voeden, maar ook om van de VS een belangrijke voedselexporteur te maken. Bijna al het werk op de boerderij wordt gedaan door machines, die immuun zijn voor ziekten. Lockdowns hebben dus maar een kleine impact op de landbouw.

    Stel u een tarweveld voor tijdens het hoogtepunt van de Zwarte Dood. Als je de landarbeiders zou vragen om in de oogsttijd thuis te blijven, komt er honger. Als je ze vraagt om te komen oogsten, kunnen ze elkaar besmetten. Wat te doen?

    forest simon ZzOtl6FSpLs unsplash 1 1
    © Unsplash

    Stelt u zich nu hetzelfde tarweveld voor in 2020. Een enkele maaidorser met GPS-besturing kan het hele veld veel efficiënter oogsten – en zonder kans op infectie. Terwijl in 1349 een gemiddelde boerenknecht ongeveer vijf bushel per dag oogstte [ca. 35 liter], vestigde een maaidorser in 2014 een recordoogst door dertigduizend bushels per dag te oogsten. Bijgevolg had covid-19 geen significante invloed op de wereldwijde productie van basisvoedsel zoals tarwe, maïs en rijst. 

    Om mensen te voeden, is het niet voldoende om graan te oogsten. Je moet het ook vervoeren, soms over duizenden kilometers. Gedurende het overgrote deel van de geschiedenis was handel een van de grootste boosdoeners in tijden van epidemieën. Dodelijke ziekteverwekkers trokken de wereld over op koopvaardijschepen en karavanen. De Zwarte Dood liftte bijvoorbeeld van Oost-Azië naar het Midden-Oosten langs de Zijderoute, en het waren Genuese koopvaardijschepen die de ziekte vervolgens naar Europa brachten. Het grote risico met de handel was dat elke wagen een bestuurder nodig had, tientallen zeelieden nodig waren om zelfs kleine zeeschepen te besturen, en overvolle schepen en herbergen broeinesten van ziekten waren.

    In 2020 kon de wereldhandel min of meer vlot doorlopen, doordat er maar heel weinig mensen bij betrokken waren. Een grotendeels geautomatiseerd hedendaags containerschip kan meer ton vervoeren dan de koopvaardijvloot van een heel vroegmodern koninkrijk. In 1582 had de Engelse koopvaardijvloot een totaal laadvermogen van 68.000 ton en waren er ongeveer 16.000 bemanningsleden nodig. Het containerschip OOCL Hong Kong, gedoopt in 2017, kan zo’n 200.000 ton vervoeren met een bemanning van slechts 22 personen. 

    Cruiseschepen met honderden toeristen en vliegtuigen vol passagiers hebben weliswaar een grote rol gespeeld in de verspreiding van covid-19. Maar toerisme en reizigers zijn niet essentieel voor de handel. Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden. Terwijl het internationale toerisme in 2020 kelderde, daalde het volume van de wereldwijde maritieme handel met slechts 4 procent.

    Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele

    Automatisering en digitalisering hebben een nog grotere impact gehad op de dienstverlening. In 1918 was het ondenkbaar dat kantoren, scholen, rechtbanken of kerken konden blijven functioneren als ze gesloten waren. Hoe kun je lesgeven als leerlingen en docenten thuis zitten? Nu weten we het antwoord. De overschakeling op online kende veel nadelen, niet in de laatste plaats de immense mentale tol die deze eiste. En het heeft ook tot voorheen onvoorstelbare problemen geleid, zoals advocaten die als kat voor de rechtbank verschenen. Maar het feit dat het überhaupt kan, is verbazingwekkend.

    In 1918 bewoonde de mensheid alleen de fysieke wereld, en toen het dodelijke griepvirus hierdoorheen trok, konden we nergens heen vluchten. Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele. Toen het coronavirus door de fysieke wereld circuleerde, verlegden velen een groot deel van hun leven naar de virtuele wereld, waar ze veilig waren voor het virus.

    Mensen zijn natuurlijk nog steeds fysieke wezens en niet alles kan worden gedigitaliseerd. Het covid-jaar heeft de cruciale rol benadrukt die vaak slechtbetaalde beroepen spelen bij het in stand houden van de menselijke beschaving: verplegers, sanitairwerkers, vrachtwagenchauffeurs, kassiers, bezorgers. Er wordt vaak beweerd dat elke beschaving slechts drie maaltijden verwijderd is van barbarij. In 2020 vormden bezorgers de dunne rode lijn die de beschaving bij elkaar hield. Ze werden onze belangrijkste verbinding met de fysieke wereld. 

    Het internet houdt stand

    Wanneer we activiteiten online automatiseren, digitaliseren en verschuiven, stelt dat ons bloot aan nieuwe gevaren. Een van de meest opmerkelijke gegevens van het covid-jaar is dat het internet niet kapot ging. Als we plotseling de hoeveelheid verkeer op een fysieke brug vergroten, kunnen we verkeersopstoppingen verwachten, misschien dat hij zelfs instort. In 2020 verschoven scholen, kantoren en kerken bijna van de ene op de andere dag naar online, maar het internet hield stand.

    We staan ​​hier nauwelijks bij stil, maar dat moeten we wel doen. 2020 heeft ons geleerd dat het leven kan doorgaan, zelfs als een heel land fysiek op slot zit. 

    manuel peris unsplash 1 1
    © Unsplash

    Probeer je nu eens voor te stellen wat er gebeurt als onze digitale infrastructuur crasht.

    Informatietechnologie heeft ons veerkrachtiger gemaakt tegenover organische virussen, maar het heeft ons ook veel kwetsbaarder gemaakt voor malware en cyberoorlogvoering. Mensen vragen vaak: ‘Wat is de volgende pandemie?’ Een aanval op onze digitale infrastructuur is een vooraanstaande kandidaat. Het duurde enkele maanden voordat het coronavirus zich over de wereld verspreidde en miljoenen mensen besmette. Onze digitale infrastructuur kan in één dag instorten. En scholen en kantoren konden snel naar online verschuiven. Maar hoeveel tijd denkt u nodig te hebben om van e-mail terug te schakelen naar snailmail? 

    Wat telt?

    Het coronajaar heeft een nog belangrijkere beperking van onze wetenschappelijke en technologische kracht blootgelegd. Wetenschap kan de politiek niet vervangen. Bij beleidsbeslissingen moeten we rekening houden met veel belangen en waarden, en aangezien er geen wetenschappelijke manier is om te bepalen welke belangen en waarden het zwaarst wegen, is er geen wetenschappelijke manier om te beslissen wat we moeten doen.

    Bij de beslissing om een ​​lockdown af te kondigen, is het bijvoorbeeld niet voldoende om te vragen: ‘Hoeveel mensen zullen worden besmet met covid-19 als we geen lockdown opleggen?’ We moeten ook de vraag stellen: ‘Hoeveel mensen zullen in een depressie belanden als we wel een lockdown opleggen? Hoeveel mensen zullen te lijden hebben onder slechte voeding? Hoeveel van ons zullen school missen of hun baan verliezen? Hoevelen zullen worden mishandeld of vermoord door hun echtgenoten?’

    Zelfs als al onze gegevens nauwkeurig en betrouwbaar zijn, moeten we ons altijd afvragen: ‘Wat tellen we? Wie beslist wat er moet worden geteld? Hoe beoordelen we de cijfers ten opzichte van elkaar?’ Dit is meer een taak van de politiek dan van de wetenschap. Het zijn politici die de medische, economische en sociale afwegingen in evenwicht moeten brengen en met een alomvattend beleid moeten komen.

    Net zo creëren ingenieurs nieuwe digitale platforms die ons helpen te functioneren tijdens een lockdown, en nieuwe bewakingstools die ons helpen beschermen tegen virussen. Maar digitalisering en toezicht brengen onze privacy in gevaar en openen de weg voor de opkomst van ongekende totalitaire regimes. In 2020 is massasurveillance zowel legitiemer als gebruikelijker geworden. Het bestrijden van de epidemie is belangrijk, maar zijn we bereid onze vrijheid ervoor op te geven? Het is de taak van politici en niet van de ingenieurs om de juiste balans te vinden tussen nuttige bewaking en dystopische nachtmerries.

    Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een ​​monitoringsysteem op te zetten om uitgaven te controleren, geloof het dan niet

    Drie basisregels kunnen ons een eind op weg helpen in de bescherming tegen digitale dictaturen, zelfs in tijden van een pandemie. Ten eerste, wanneer u gegevens over mensen verzamelt – vooral over wat er in hun eigen lichaam gebeurt – moeten deze gegevens worden gebruikt om deze mensen te helpen in plaats van hen te manipuleren, te controleren of te schaden. Mijn persoonlijke arts weet veel zeer persoonlijke dingen over mij. Dat vind ik prima, want ik vertrouw erop dat mijn arts deze gegevens in mijn voordeel gebruikt. Mijn arts mag deze gegevens niet aan een bedrijf of politieke partij verkopen. Zo zou het ook moeten zijn met elke vorm van een ‘pandemische toezichthoudende autoriteit’ die we eventueel instellen.

    Ten tweede moet toezicht altijd twee richtingen op bewegen. Als het toezicht alleen van boven naar beneden gaat, stevenen we af op een dictatuur. Dus wanneer het toezicht op individuen wordt vergroot, moet tegelijkertijd het toezicht op de overheid en grote bedrijven groter worden. 

    Screen Shot 2021 03 19 at 1.06.41 PM

    In de huidige crisis verdelen regeringen enorme bedragen. Het proces van toewijzing van middelen moet transparanter worden gemaakt. Als burger wil ik gemakkelijk kunnen inzien wie wat krijgt en wie beslist waar het geld naartoe gaat. Ik wil ervoor zorgen dat het geld naar bedrijven gaat die het echt nodig hebben, in plaats van naar een grote concern waarvan de eigenaren bevriend zijn met de een of andere minister. Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een ​​dergelijk monitoringsysteem op te zetten, geloof het dan niet. Als het niet te ingewikkeld is om te monitoren wat jij doet, is het ook niet te ingewikkeld om te monitoren wat de overheid doet.

    Ten derde: sta nooit toe dat te veel gegevens op één plaats worden geconcentreerd. Niet tijdens de epidemie, en ook niet daarna. Een datamonopolie is een recept voor dictatuur. Dus als we biometrische gegevens over mensen verzamelen om de pandemie te stoppen, moet dit worden gedaan door een onafhankelijke gezondheidsautoriteit in plaats van door de politie. De resulterende gegevens moeten gescheiden worden gehouden van andere grote dataopslagplaatsen van ministeries en grote bedrijven. 

    Zeker, dit zal tot extra werk en inefficiëntie leiden. Maar inefficiëntie is een kenmerk, geen bug. U wilt de opkomst van digitale dictatuur voorkomen? Houd de dingen dan altijd een beetje inefficiënt.

    Verantwoordelijkheid

    De ongekende wetenschappelijke en technologische successen van 2020 hebben de coronacrisis niet kunnen oplossen. Ze veranderden de epidemie van een natuurramp in een politiek dilemma. Toen de Zwarte Dood miljoenen slachtoffers maakte, verwachtte niemand veel van de koningen en keizers. Ongeveer een derde van alle Engelsen stierf tijdens de eerste golf van de Zwarte Dood [en naar schattingen geldt dat gemiddelde voor alle landen van Europa], maar dit zorgde er niet voor dat koning Edward III van Engeland zijn troon verloor. Het lag duidelijk buiten de macht van heersers om de epidemie te stoppen, dus niemand gaf hen de schuld van een mislukking.

    Maar vandaag heeft de mensheid de wetenschappelijke instrumenten om covid-19 te stoppen. Verschillende landen, van Vietnam tot Australië, hebben bewezen dat de beschikbare instrumenten de epidemie zelfs zonder vaccin kunnen stoppen. Deze tools hebben echter een hoge economische en sociale prijs. We kunnen het virus verslaan, maar we weten niet zeker of we bereid zijn de kosten van de overwinning te betalen. De wetenschappelijke verworvenheden hebben dus een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van politici gelegd.

    De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden

    Helaas zijn te veel politici deze verantwoordelijkheid niet nagekomen. De populistische presidenten van de VS en Brazilië bijvoorbeeld bagatelliseerden het gevaar, weigerden gehoor te geven aan experts en voedden in plaats daarvan samenzweringstheorieën. Ze kwamen niet met een degelijk federaal actieplan en saboteerden pogingen van staats- en gemeentelijke autoriteiten om de epidemie een halt toe te roepen. De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden.

    In het VK lijkt de regering aanvankelijk meer bezig te zijn geweest met de brexit dan met covid-19. Ondanks al haar isolationistische beleid, slaagde de regering-Johnson er niet in Groot-Brittannië te isoleren van het enige wat er echt toe deed: het virus. Mijn thuisland Israël heeft ook geleden onder politiek wanbeheer. Net als Taiwan, Nieuw-Zeeland en Cyprus is Israël in feite een ‘eilandland’, met gesloten grenzen en slechts één hoofdtoegangspoort – Ben Gurion Airport. Op het hoogtepunt van de pandemie heeft de regering van Netanyahu echter toegestaan ​​dat reizigers de luchthaven passeren zonder quarantaine of zelfs maar een behoorlijke screening, en nagelaten een eigen lockdownbeleid af te dwingen.

    Zowel Israël als het VK hebben vervolgens een voortrekkersrol gespeeld bij het uitrollen van de vaccins, maar hun eerdere verkeerde inschattingen hebben een grote tol geëist. In Groot-Brittannië heeft de pandemie het leven gekost aan 120.000 mensen, waarmee het op de zesde plaats in de wereld staat qua gemiddelde sterftecijfers. Ondertussen heeft Israël het zevende hoogste gemiddelde aantal bevestigde gevallen, en nam het om de ramp het hoofd te bieden zijn toevlucht tot een ‘vaccins for data’-deal met het Amerikaanse bedrijf Pfizer. Pfizer stemde ermee in om Israël te voorzien van voldoende vaccins voor de hele bevolking, in ruil voor enorme hoeveelheden waardevolle gegevens, wat bezorgdheid opwekte over privacy en datamonopolie. De transactie toonde maar weer eens aan dat de gegevens van burgers nu een van de meest waardevolle staatsbezittingen zijn. 

    Hoewel sommige landen veel beter presteerden, is de mensheid als geheel er tot dusver niet in geslaagd de pandemie in te dammen of een wereldwijd plan te bedenken om het virus te verslaan. De eerste maanden van 2020 waren alsof we een ongeluk in slow motion zagen gebeuren. Moderne communicatie maakte het voor mensen over de hele wereld mogelijk om in realtime de beelden te zien, eerst uit Wuhan, vervolgens uit Italië en daarna uit steeds meer landen – zonder dat daar wereldwijd leiderschap op volgde om te voorkomen dat een catastrofe de wereld zou overspoelen. De tools waren er, maar politieke wijsheid ontbrak maar al te vaak.

    Vaccinatienationalisme

    Een van de redenen voor de kloof tussen wetenschappelijk succes en politiek falen is dat wetenschappers wereldwijd samenwerkten, terwijl politici de neiging hadden om ruzie te maken. Terwijl ze onder veel stress en in grote onzekerheid werkten, deelden wetenschappers over de hele wereld vrijelijk informatie en vertrouwden ze op elkaars bevindingen en inzichten. Veel belangrijke onderzoeksprojecten werden uitgevoerd door internationale teams. Een grootschalig onderzoek dat de doeltreffendheid van lockdownmaatregelen aantoonde, werd bijvoorbeeld uitgevoerd door onderzoekers van negen instellingen: één in het VK, drie in China en vijf in de VS.

    Daarentegen zijn politici er niet in geslaagd een internationale alliantie tegen het virus te vormen en overeenstemming te bereiken over een mondiaal plan. De twee grootste grootmachten ter wereld, de VS en China, hebben elkaar beschuldigd van het achterhouden van essentiële informatie, het verspreiden van desinformatie en complottheorieën, en zelfs van het opzettelijk verspreiden van het virus. Talrijke andere landen hebben naar het schijnt gegevens over de voortgang van de pandemie vervalst of achtergehouden.

    ‘In deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang’

    Het gebrek aan wereldwijde samenwerking manifesteert zich niet alleen in deze informatieoorlogen, maar nog meer in conflicten over de schaarse medische apparatuur. Hoewel er zeker gevallen van samenwerking en vrijgevigheid zijn geweest, is er geen serieuze poging gedaan om alle beschikbare middelen te bundelen, de wereldwijde productie te stroomlijnen en een rechtvaardige distributie van voorraden te garanderen. In het bijzonder vaccinnationalisme creëert een nieuw soort wereldwijde ongelijkheid tussen landen die hun bevolking kunnen vaccineren, en landen die dat niet kunnen.

    Het is triest om te zien dat velen een simpel feit over deze pandemie niet begrijpen: zolang het virus zich overal blijft verspreiden, kan geen enkel land zich echt veilig voelen. Stel dat Israël of het VK erin slaagt het virus binnen zijn eigen grenzen uit te roeien, maar het blijft zich verspreiden onder honderden miljoenen mensen in India, Brazilië of Zuid-Afrika. Een nieuwe mutatie in een afgelegen Braziliaanse stad zou het vaccin ineffectief kunnen maken en kunnen resulteren in een nieuwe golf van infectie.

    In de huidige noodsituatie zal een beroep op louter altruïsme waarschijnlijk niet prevaleren boven nationale belangen. Maar in deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking echter geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang.

    Antivirus voor de wereld

    Dscussies over wat er in 2020 is gebeurd, zullen jarenlang worden gevoerd. Maar mensen van alle politieke kampen zouden het eens moeten zijn over ten minste drie hoofdlessen.

    Ten eerste moeten we onze digitale infrastructuur beschermen. Die is onze redding geweest tijdens deze pandemie, maar kan omslaan in de bron van een nog veel grotere ramp.

    Ten tweede zou elk land meer moeten investeren in zijn volksgezondheidssysteem. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar politici en kiezers slagen er soms in de meest voor de hand liggende les te negeren.

    Ten derde moeten we een krachtig wereldwijd systeem opzetten om pandemieën te controleren en te voorkomen. In de eeuwenoude oorlog tussen mensen en ziekteverwekkers vormt het lichaam van ieder mens de frontlinie. Als die linie ergens op de planeet wordt doorbroken, brengt dat ons allemaal in gevaar. Zelfs de rijkste mensen in de meest ontwikkelde landen hebben er persoonlijk belang bij de armste mensen in de minst ontwikkelde landen te beschermen. Als een nieuw virus van een vleermuis naar een mens springt in een arm dorp in een afgelegen jungle, kan de ziekte binnen een paar dagen op Wall Street rond woekeren.

    Het geraamte van zo’n wereldwijd antivirussysteem bestaat al in de vorm van de Wereldgezondheidsorganisatie en verschillende andere instellingen. Maar de budgetten die dit systeem ondersteunen zijn beperkt, en het heeft nauwelijks politieke macht. We moeten dit systeem politieke invloed geven en veel meer geld, zodat het niet volledig afhankelijk zal zijn van de grillen van zelfzuchtige politici. 

    Als bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen

    Zoals eerder opgemerkt, vind ik niet dat experts die daar niet voor zijn gekozen de taak moeten krijgen cruciale beleidsbeslissingen te nemen. Die taak moet voorbehouden blijven aan politici. Maar een onafhankelijke wereldwijde gezondheidsautoriteit zou het ideale platform zijn om medische gegevens te verzamelen, mogelijke gevaren in de gaten te houden, alarm te slaan en onderzoek en ontwikkeling te sturen.

    Veel mensen zijn bang dat covid-19 het begin markeert van een golf van nieuwe pandemieën. Maar als de bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen. De mensheid kan het ontstaan van nieuwe ziektes niet voorkomen; dit is een natuurlijk evolutieproces dat al miljarden jaren aan de gang is en ook in de toekomst zal doorgaan. Maar vandaag de dag beschikt de mensheid over de kennis en instrumenten die nodig zijn om te voorkomen dat een nieuwe ziekteverwekker zich verspreidt en omslaat in een pandemie.

    Als covid-19 zich in 2021 desondanks blijft verspreiden en miljoenen slachtoffers maakt, of als een nog dodelijkere pandemie de mensheid treft in 2030, zal dit noch een oncontroleerbare natuurramp zijn, noch een straf van God. Het zal een menselijk falen zijn, en om precies te zijn een falen van de politiek.

    In #179, april 2020, publiceerden wij ‘Lakmoesproef van burgerschap’, Harari’s voorspellingen voor het jaar waarop hij hier terugblikt. U leest het hier.

  • Aanbevolen door de redactie. Nieuwe Banksy beklad & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Nieuwe Banksy beklad & Meer

    Fantastische storytelling in The making off a Banksy. ‘Dit vraagt om een vervolg.’ Verder: parels uit het eminente verleden van The New Yorker & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en fotoreportages die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Parels uit het New Yorker-archief

    De wekelijkse nieuwsbrief The New Yorker Classics van Erin Overbey behoort tot de favoriete digitale post van redacteur IJsbrand van Veelen. Overbey is sinds 1994 archiefredacteur van The New Yorker, het onvolprezen weekblad voor eminente fictie en non-fictie dat over vier jaar zijn honderdjarige bestaan viert.

    Het is op zichzelf al een feest dat een blad met zo’n lange historie een archiefredacteur heeft die lezers wijst op parels uit het verleden die tot de canon van de journalistiek en literatuur behoren. Overbey weet dan ook nog eens te verrassen met haar wekelijkse keuze, die soms aansluit bij actuele gebeurtenissen en soms zomaar uit de lucht lijkt te komen vallen, maar die altijd haar gevoel voor kwaliteit weerspiegelt. 

    Eerder deze maand wees Overbey op het eerste korte verhaal van Donna Tartt dat in The New Yorker werd gepubliceerd en in haar nieuwsbrief van deze week schrijft ze over schrijver Paul Auster: ‘Een van mijn favoriete stukken van Paul Auster is “Why Write?”, een meditatief essay, gepubliceerd in 1995, over ervaringen die hem persoonlijk en als schrijver hebben gevormd. Het essay, later uitgebreid tot een boek, begint als een dun straaltje en zwelt uiteindelijk aan tot een stroom van herinneringen in proza.’ Het is inderdaad wederom een prachtig stuk.


    Een jaar lang corona

    ‘Als we op het ogenblik dat de wereld daarbuiten ontplofte, dit bakstenen gebouw als een grote taart van boven naar beneden hadden doorgesneden, zou het hele leven alle inwoners van dit poppenhuis zichtbaar zijn geweest’, zo begint het Spaanse dagblad El Mundo een prachtige multimediale reportage over een appartementengebouw in Madrid dat ze dit coronajaar hebben gevolgd, tipt redacteur Joep Harmsen.

    In ‘Het verhaal van een trap’ maken we kennis met ‘portaal 3’, een flatgebouw in een arbeiderswijk van Madrid. Een reconstructie van de impact van een jaar lang corona ‘aan de hand van wat de bewoners vertellen. En ook door wat de ruimtes verzwijgen.’

    Screen Shot 2021 03 19 at 2.49.38 PM
    © Screenshot El Mundo

    Natuurlijk zijn het overwegend tragische verhalen. Over bruiloften en communies die niet doorgingen. Over het missen van ouders en omhelzingen. Over een vrouw die hun stervende moeder niet kon bezoeken in het ziekenhuis.

    Toch is het niet alleen maar kommer en kwel dat achter de voordeuren schuilgaat. Zo zijn er mooie verhalen te vertellen, zoals die Marta en David van appartement 3D. Het koppel was pas een paar weken bij elkaar toen de lockdown in maart werd afgekondigd, in eerste instantie voor twee weken. Ze besloten te gaan samenwonen voor die twee weekjes, als een soort ‘wittebroodsweken’, maar de noodtoestand werd almaar verlengd. Inmiddels wonen ze een jaar samen.


    Het einde van de mensheid

    Voor degene die denken dat pandemieën georkestreerd zijn om de overbevolking een halt toe te roepen, eat your heart out. Het einde van de mensheid, of van een gedeelte daarvan, is dichterbij dan u denkt, las editor at large Katrien Gottlieb vrijdag in The Guardian. Het stuk is van de hand van Erin Brockovich, een Amerikaanse milieuactiviste die een belangrijke rol speelde in de zaak tegen de Pacific Gas and Electric Company of California in 1993, het machtig chemieconcern dat op grote schaal het grondwater vervuilde. In 2000 portretteerde Julia Roberts haar in de gelijknamige film.

    Als deze trend doorzet is het aantal spermacellen in 2045 tot nul gedaald. Nul, u leest het goed

    Hormoonverstorende chemicaliën zouden de vruchtbaarheid wereldwijd in een alarmerend tempo decimeren. Milieu- en voortplantingsepidemioloog Shanna Swan aan de Mount Sinai School of Medicine in New York, beweert dat het aantal zaadcellen van mannen sinds 1973 met bijna 60 procent is afgenomen. Als die trend doorzet is het aantal spermacellen in 2045 tot nul gedaald. Nul, u leest het goed.  

    De chemicaliën verantwoordelijk voor deze spermacrisis zitten in van alles, in plastic, in geurstoffen, schoonmaakproducten, zeep, elektronica, in vloerbedekking. In alle zogenaamde ‘forever chemicals’, omdat ze niet afbreken in het milieu of het menselijk lichaam. Ze stapelen zich op.

    En dat is nog niet alles blijkt uit Swan’s onderzoek. Behalve slap en/of sloom zaad, gaat ook de grootte van de penis en het volume van de testikels krimpen. Swan stelt wetgeving voor, maar wie weet is dit schrikbeeld voor veel mannen al genoeg om forever alle chemicals uit hun levenspatroon te bannen.


    Nieuwe Banksy beklad

    Een muurschildering van Banksy op de zijkant van een voormalige gevangenis waar Oscar Wilde zat opgesloten, is beklad met rode verf. Het kunstwerk, dat verscheen op een rode bakstenen muur van wat ooit de gevangenis van Reading was, toonde een gevangene die ontsnapt van een aan elkaar geknoopte rol papier uit een typemachine, schrijft The Guardian.

    Het kunstwerk werd op 28 februari ’s nachts gemaakt en op 4 maart officieel bevestigd als een Banksy, toen de ongrijpbare straatkunstenaar een video op zijn Instagram-account plaatste.

    Fantastische storytelling in The making off a Banksy by Bob Ross, Create escape, aldus art director Majel van der Meulen. ‘Op straat geeft ‘Team Robbo’ een andere wending aan het verhaal. Ik zie mogelijkheden voor een “wordt vervolgd”.’


    Analyse van een wereldverbeterend tijschrift

    Hoe gaat het met de site die ‘met liefde probeert de wereld opnieuw en menselijker vorm te geven’? vraagt het platform voor linkse journalistiek Neues Deutschland zich af. De auteur, Michael Bittner, zinspeelt op Rubikon, dat in 2017 door Jens Wernicke werd opgericht als een ‘tijdschrift voor kritische massa’.

    De naam, analyseert Bittner, is al niet handig gekozen. ‘Van een tijdschrift dat zichzelf identificeert als maatschappijkritisch, democratisch en antimilitaristisch, verwacht men geen titel die zinspeelt op de beslissing van generaal Julius Caesar om zich voor te doen als een militair dictator [hoewel in de Romeinse wet was vastgelegd dat een generaal met een staand leger rivier de Rubicon niet mocht oversteken, deed Caesar het op zijn veroveringstocht toch]. Fans van Donald Trump riepen aan het einde van zijn ambtsperiode hun held met de hashtag #CrossTheRubicon op om de staatsgreep te riskeren. Als de naam “Rubikon” een voorteken is voor het hele medium, dan is het geen goede.’

    Volgens Wernicke dient het woord ‘complottheorie’ om ongewenste zienswijzes in diskrediet te brengen

    Tja, what’s in a name? Van het initiatief blijft in Bittners vonnis weinig overeind. In zijn bespiegeling komt een interessant dilemma aan bod: ‘De overtuiging dat de bevolking niet in opstand komt tegen de onrechtvaardige omstandigheden omdat ze “gemanipuleerd” worden in de media, weerspiegelt dezelfde minachting voor “domme mensen” waarvan elites worden beschuldigd. Gaat dit misschien niet zozeer over de verwezenlijking van democratie als wel over het vervangen van een oude elite door een nieuwe?’

    Wernickes houding ten opzichte van conspiracydenken laat zien hoe dun de grens tussen dit verschijnsel en maatschappijkritiek kan zijn (zoals ook Willem Schinkel uiteenzet in deze geweldige podcast met Lex Bohlmeijer van De Correspondent). Volgens Wernicke dient het woord ‘complottheorie’ om ongewenste zienswijzes in diskrediet te brengen. ‘Dat kan soms het geval zijn,’ aldus Bittner. ‘Maar de omgekeerde conclusie die Wernicke praktisch trekt, gaat niet op: hij publiceert vrijwel alle onzin, zolang die maar in tegenspraak is met wat de “reguliere media” zeggen.’

    Het is mooi om te zien dat de media elkaar scherp houden, aldus hoofdredacteur Laura Weeda.

  • Politieagent bekent aanslag op de rijkste man van India | Vrouwelijke president in Tanzania

    Politieagent bekent aanslag op de rijkste man van India | Vrouwelijke president in Tanzania

    Tanzania krijgt eerste vrouwelijke president 

    De Tanzaniaanse president John Magufuli, die afgelopen oktober werd herkozen voor een betwiste tweede termijn, stierf woensdag op 61-jarige leeftijd, officieel als gevolg van hartproblemen. Het staatshoofd was sinds eind februari niet meer in het openbaar verschenen, en verschillende figuren van de oppositie – waaronder de leider, Tundu Lissu, die in ballingschap in België leeft – suggereerden dat John Magufuli leed aan covid-19, wat niet is bevestigd. 

    In overeenstemming met de grondwet zal vicepresident Samia Suluhu Hassan de overleden president opvolgen. ‘Het zal de eerste vrouwelijke president van Tanzania zijn’, schrijft The Citizen.

    Wie is Samia Suluhu Hassan?

    De 61-jarige Hassan komt uit de semiautonome regio Zanzibar, die voor ongeveer 99 procent moslim is. Ze is sinds 2015 vicepresident. Hassan diende ook in de regering van Zanzibar in verschillende hoedanigheden.

    Volgens een Tanzaniaanse politiek analist verzetten fanatieke Magufuli-aanhangers en christelijke nationalisten zich tegen haar aantreden, schrijft The Africa Report. Tanzania heeft behalve geen vrouw ook nooit een president gehad die afkomstig is uit Zanzibar, een land waar de afgelopen jaren verschillende omstreden verkiezingen plaatsvonden.

    Volgens een recent rapport over politieke risico’s, geraadpleegd door The Africa Report, ‘zal de relatieve zwakte (in politieke termen) van Samia Suluhu Hassan ook bijdragen aan een vertraging van de besluitvorming. (…) Zo’n machtsoverdracht kan vele weken duren.’

    Maar andere rapporten stellen dat Hassan wordt gesteund door facties binnen de regerende partij die voormalig president Jakaya Kikwete (tot 2015) steunen, vooral die van moslimgemeenschappen.


    Turkse justitie eist verbod van de pro-Koerdische partij

    Bekir Sahin, hoofdofficier van justitie van het Hooggerechtshof van Turkije, heeft verzocht een proces te openen om de Democratische Volkspartij (HDP), de op twee na grootste politieke partij van het land, te verbieden, aldus Hürriyet. De aanklager beschuldigt de HDP ervan een ‘verlengstuk’ te zijn van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), een groep die door Ankara en zijn westerse bondgenoten als ‘terroristisch’ wordt beschreven. Het hooggerechtshof moet de aanklacht goedkeuren voordat de zaak tegen de HDP kan beginnen.

    De HDP spreekt van een ‘politieke putsch’ en de Verenigde Staten waarschuwen dat het verbod op de pro-Koerdische partij ‘de democratie in Turkije verder [zal] ondermijnen en miljoenen Turkse burgers hun gekozen vertegenwoordigers ontnemen’.

    Sahin beschuldigt HDP-leiders en -leden ervan te ‘handelen op een manier die de democratische en universele rechtsregels schendt, samen te spannen met de terroristische PKK en gelieerde groepen, en te pogen de integriteit van de staat te verstoren’, meldde het door de staat gerunde persbureau Anadolu.

    Verschillende van de voorgangers van de partij werden in de loop van de decennia verboden, maar algauw onder andere namen weer hersteld

    De HDP, die 55 zetels heeft in het 600 leden tellende parlement, ontkent alle banden met de Koerdische strijders, schrijft Al Jazeera.

    Verschillende van de voorgangers van de partij werden in de loop van de decennia verboden wegens vermeende banden met Koerdische strijders, maar algauw onder andere namen weer hersteld.

    De druk op de HDP is toegenomen sinds Turkije beweerde dat dertien gevangenen – waaronder Turkse militairen en politiepersoneel – werden gedood door PKK-strijders in Irak tijdens een mislukte Turkse militaire operatie vorige maand om hen te redden.

    Mensenrechtenactivist en parlementslid voor de HDP Ömer Faruk Gergerlioğlu, een uitgesproken criticus van de regering van president Recep Tayyip Erdoğan, zegt dat het proces tegen de partij politiek gemotiveerd is en bedoeld om hen het zwijgen op te leggen.


    Britse parlementariër noemt EU ‘oplichters’ 

    De voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen hekelde woensdag een gebrek aan ‘wederkerigheid’ in de export van vaccins tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk en heeft gedreigd de exportvoorwaarden voor vaccins tegen covid buiten de EU aan te scherpen en zelfs te blokkeren. Londen heeft 9 miljoen doses verkregen die in Europa zijn geproduceerd, maar er zijn nog geen doses die op Britse bodem zijn geproduceerd, naar de EU geëxporteerd.

    The Daily Telegraph citeert de eurosceptische parlementariër David Jones: ‘Dit is het soort gedrag dat je zou verwachten van oplichters, niet van een respectabele internationale organisatie als de EU.’

    De voormalige Duitse minister van Defensie, die in 2019 het bevel over de uitvoerende macht van de EU op zich nam, kreeg ook binnen de EU zware kritiek te verduren, onder andere van haar voorganger, Jean-Claude Juncker. Als reactie hierop zei dat ze de verantwoordelijkheid had om het succes van het massale vaccinatieprogramma van de EU te verzekeren.

    Ze stond achter haar standpunt en gaf aan dat dit aan het einde van haar termijn in 2024 zou moeten worden beoordeeld, aldus The Guardian.

    Eerder uitte Von der Leyen kritiek op een te vroege start van het VK. ‘Het klopt dat sommige landen iets voor Europa begonnen te vaccineren, maar zij namen hun toevlucht tot noodprocedures, die binnen 24 uur op de markt werden gebracht’. De commissie en de lidstaten kwamen overeen om geen concessies te doen aan de veiligheids- en werkzaamheidsvereisten die verbonden zijn aan de toelating van een vaccin.

    ‘Er moest tijd worden genomen om de gegevens te analyseren, wat, zelfs als het wordt geminimaliseerd, drie tot vier weken in beslag neemt. Dus ja, Europa is iets later begonnen, maar dat was de juiste beslissing. Ik herinner u eraan dat een vaccin de injectie van een actieve biologische stof in een gezond lichaam is. We hebben het hier over massale vaccinatie, het is een gigantische verantwoordelijkheid,’ aldus Von der Leyen


    Politieagent bekent aanslag op de rijkste man van India

    Onlangs werden explosieven gevonden in een auto die onder het huis geparkeerd stond van Mukesh Ambani, de rijkste man van India, die een sloppenwijk in Mumbai met de grond gelijk maakte ‘om een ​​megalomane toren [Antilia] te bouwen die kilometers in de omtrek zichtbaar was’, meldt Hindustan Times.

    Ambani, die dicht bij de rechtse nationalistische premier Narendra Modi staat, is de Indiase tycoon voor mobiele telefonie, internet en e-commerce. In 2016 lanceerde zijn familieconglomeraat, Reliance Industries, het merk Jio. Het is nog onbekend waarom de SUV met explosieven bij zijn huis geparkeerd stond.

    Hij plaatste een verontrustende zin op zijn WhatsApp-profiel: ‘Ik denk dat de tijd om afscheid te nemen van de wereld nadert’

    De hoofdverdachte is de zaak is het hoofd van de politie van Mumbai, Sachin Vaze (wiens auto op de openingsfoto wordt doorzocht). Deze politieagent was ‘een van de vele agenten die op 25 februari [de dag van het bombardement] ter plaatse kwamen’, en de volgende dag werd hij verantwoordelijk gesteld voor het onderzoek. Een paar dagen later bleek dat het betreffende voertuig ‘in november 2020 door hem was verhuurd aan een man genaamd Mansukh Hiran, gespecialiseerd in de verkoop van auto-onderdelen’.

    Deze ondernemer werd echter op 5 maart dood aangetroffen, verdronken in een rivier de Thane in de noordelijke buitenwijken van Mumbai. De politie spreekt van zelfmoord, maar de weduwe van Mansukh Hiran beweert dat haar man ‘politieagent Sachin Vaze goed kende en [dat] hij door laatstgenoemde werd vermoord’.

    Vaze werd gearresteerd en heeft inmiddels bekend. Hij plaatste een verontrustende zin op zijn WhatsApp-profiel: ‘Ik denk dat de tijd om afscheid te nemen van de wereld nadert.’

    De vragen die de Indiase krant zich stelt zijn: Was miljardair Ambani het doelwit van de autobom? En handelde Sachin Vaze namens een politieke partij?

    Het spook van uiterst rechts

    De politieagent haalde eerder de krantenkoppen in 2000. Hij werd vijf jaar geschorst vanwege een verdenking van moord op een verdachte in politiehechtenis. Vervolgens sloot hij zich aan bij de extreemrechtse partij Shiv Sena, die sinds november 2019 aan het hoofd staat van de regionale regering van Maharashtra, de Indiase staat waarvan Mumbai de hoofdstad is, in coalitie met de Congress Party (centrumlinks).

  • Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur | Podemos verlaat regering

    Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur | Podemos verlaat regering

    Hoofd Podemos vertrekt uit de regering

    Na de afgelopen jaren het politieke leven in Spanje op zijn kop te hebben gezet, sloeg Pablo Iglesias maandag de regeringsdeur dichtschrijft El País. Zijn plan is om te gaan deelnemen aan de regionale verkiezingen op 4 mei in Madrid. De leider van radicaal links en vicepresident van de Spaanse regering deelde dit mee aan de socialistische premier Pedro Sánchez.

    Iglesias, oprichter en nummer één van Podemos sinds de oprichting in 2014, gaf aan dat de huidige minister van Arbeid, Yolanda Díaz, hem zou vervangen als vicepresident van de regering en als kandidaat tijdens de volgende parlementsverkiezingen, gepland voor 2023.

    Zijn besluit komt iets meer dan een jaar na de vorming van de eerste coalitieregering in het land sinds het einde van de dictatuur van Franco. ‘Deze beslissing zal ingrijpende gevolgen hebben voor de politiek van Madrid en Spanje, niet alleen voor Podemos, maar voor alle partijen’, meent La Vanguardia.

    ‘Hij speelt hoog spel: Of hij wordt president van Madrid, of hij zal de politiek moeten verlaten’

    Volgens El Periódico vormt de beslissing van Iglesias een ‘risicovolle operatie die zal bijdragen aan een verdere polarisering van de Madrileense politiek, die al was aangewakkerd door de trumpistische standpunten van Isabel Díaz Ayuso. Ayuso, leider van de rechtse Volkspartij, verzocht vorige week samen met de liberale Ciudadanos-partij om vervroegde verkiezingen. Zij toonde zich dan ook ‘verheugd dat ze nu eindelijk in de topman van Podemos een geschikte kandidaat had gevonden om tegen te strijden’, aldus het Catalaanse ochtendblad, dat ‘een giftige verkiezingscampagne’ voorspelt ‘met populistische uitbarstingen aan beide kanten’.

    Volgens dagblad ABC is dit een ‘wanhopige poging om Podemos te redden van een ondergang’, aangezien de partij in de huidige formatie weinig voor elkaar heeft gekregen. Iglesias speelt hiermee hoog spel, aldus El Periódico; ‘Of hij wordt president van Madrid, of hij zal de politiek moeten verlaten’.


    Bolsonaro vervangt opnieuw de minister van Volksgezondheid

     De Braziliaanse president kondigde maandag aan dat hij generaal Eduardo Pazuello zou vervangen, die zojuist de bestelling van 138 miljoen doses had aangekondigd om een ​​nog te traag verlopende vaccinatiecampagne te versnellen. Zonder enige medische ervaring was hij aangesteld als interim-minister bij het ministerie van Volksgezondheid na het aftreden van oncoloog Nelson Teich midden mei, die net als zijn voorganger Luiz Henrique Mandetta kritiek leverde op de door Bolsonaro voorgestelde aanpak van de pandemie.

    ‘Het feit dat iemand sterren op zijn epauletten draagt, is geen garantie voor bekwaamheid (…). Generaals verliezen oorlogen. Pazuello verloor de zijne’, schrijft een columnist in O Globo,

    Pazuello wordt vervangen door Marcelo Queiroga, voorzitter van de Braziliaanse Vereniging voor Cardiologie. De benoeming van laatstgenoemde komt terwijl de epidemie in Brazilië blijft verslechteren. Ziekenhuizen zitten bijna aan hun maximale capaciteit en de afgelopen week werden dagelijks meer dan tweeduizend sterfgevallen geregistreerd.


    Mannelijke slachtoffers van seksueel geweld krijgen in Japan geen steun

    In 2017 werd in Japan de term ‘slachtoffer van verkrachting’ verbreedt tot mannen. Asahi Shimbun publiceerde een enquête onder mannen die seksueel geweld hebben ondergaan, om te kijken of zij zich inderdaad gesteund voelden.

    Hieruit kwam naar boven dat in een samenleving waar vrouwelijke slachtoffers al worstelen om toegang te krijgen tot de nodige hulp, het geweld dat mannen ondergaan taboe is, met als gevolg dat mannelijke slachtoffer vaak in isolement leven. ‘Omdat ik een man ben, wilden mensen nooit geloven dat ik slachtoffer was. Mijn hele leven heb ik deze vernedering alleen ondergaan’, zegt bijvoorbeeld een man van in de veertig, die op zijn dertiende herhaaldelijk werd verkracht door een studievriend.

    Een dertigtal psychiaters en psychotherapeuten weigerde hem te behandelen, met het argument dat ze weinig kennis hebben van mannelijke slachtoffers. Een van hen zei letterlijk: ‘Vergeet het maar. Ik zou je hebben behandeld als je een vrouw was, maar dat ben je niet.’

    Takehito Kurono, die groepstherapie organiseert voor mannelijke slachtoffers, onderstreept dat stereotypen over mannen het mannen vaak moeilijk maken om de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben. ‘Volgens het cliché moeten ze sterk en zelfs ongevoelig zijn.’

    Overweldigd

    Momenteel is de ondersteuning die lokale autoriteiten bieden, vaak gericht voor vrouwen, al grotendeels ontoereikend, schrijft de krant. De 48 afdelingen van het land tellen nu minimaal één opvangcentrum voor slachtoffers van seksueel geweld. Of daar mannen terecht kunnen, verschilt per instelling. De centra zouden al ‘overweldigd’ zijn door het aantal vrouwelijke slachtoffers. ‘Om voor mannen te zorgen, zou je een speciale spreekkamer en een gespecialiseerde arts nodig hebben’, zegt een medewerker van een van de centra.

    ‘Betere steun voorkomt dat slachtoffers wegzinken in eenzaamheid. We hebben een grotere mobilisatie nodig vanuit de politiek’, verklaart Nobuki Yamaguchi, een psychotherapeut gespecialiseerd in de zorg voor mannen.


    Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur

    De vele meldingen tijdens de pandemie van jongeren met psychische klachten leidt tot een wereldwijde crisis die onmiddellijke aandacht vereist, volgens een nonprofitorganisatie die bijna vijftigduizend mensen in acht landen ondervroeg en een uitgebreid overzicht gaf van de impact van de pandemie op de geestelijke gezondheid, schrijft The New York Times.

    Meer dan een op de vier respondenten gaf aan te kampen met of het risico te lopen op klinische aandoeningen, en dat aantal steeg tot bijna een op de twee voor de leeftijd van achttien tot vierentwintig jaar, aldus het rapport, dat werd vrijgegeven door Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest.

    Het rapport, gebaseerd op gegevens verzameld uit een online, anonieme enquête waarvan de bevindingen maandag werden gepubliceerd, richtte zich op Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Veertig procent van de respondenten in de leeftijd van achttien tot vierentwintig jaar gaf aan zich verdrietig, somber of moedeloos te voelen en last te hebben van ongewenste, vreemde en obsessieve gedachten.

    Het rapport dringt er bij regeringen op aan zich te richten op beleid voor de gehele bevolking, in plaats van de huidige individuele benadering

    ‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, zegt dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs. ‘Vooral sociaal isolement heeft een grotere impact gehad op jonge mensen, en velen van hen over de rand geduwd.’

    Andere studies hebben aangetoond dat de pandemie een onevenredig grote invloed heeft gehad op de geestelijke gezondheid van jongeren, vrouwen en mensen van kleur.

    Preventie

    Geestelijke gezondheidsdeskundigen waarschuwden al eerder voor de langetermijneffecten van de pandemie, waaronder waarschijnlijk een economische recessie en de psychologische gevolgen van langdurig sociaal isolement.

    De auteurs van het rapport, dr. Thiagarajan en Jennifer Newson, drongen er bij regeringen op aan zich te concentreren op beleid op het gebied van geestelijke gezondheid voor de gehele bevolking, in plaats van op individuele benaderingen, die nu vaak de voorkeur genieten.

    ‘Hoewel in de geestelijke gezondheidszorg de focus lag op zelfzorg via apps, therapie en andere programma’s, kunnen sociaal en economisch beleid en institutionele cultuur een grote rol spelen bij het verzachten van onze huidige geestelijke gezondheidscrisis en de preventie van toekomstige crises’, aldus het rapport.

  • Seks, feest en geld over de balk smijten: is dit het tijdperk dat in 2024 aanbreekt?

    Seks, feest en geld over de balk smijten: is dit het tijdperk dat in 2024 aanbreekt?

    Als de mensheid haar dieptepunt heeft bereikt, richt ze zich meestal met hernieuwde krachten weer op. Vandaar dat er volgens velen gouden tijden aanbreken voor creditcardmaatschappijen en condoomfabrieken. Maar er kan niet alleen worden gevierd. Er moeten ook dingen veranderen.

    Terwijl de besmettingen tot recordhoogte zijn gestegen, wagen steeds meer experts zich aan voorspellingen over hoe de samenleving zich na de crisis zal gedragen. 

    Een frivool bacchanaal à la Paris Hilton met muziek van Rafaella Carrà. Moeilijk voor te stellen, nu ons dagelijks leven gedicteerd wordt door het tegenovergestelde met beperkingen die stress en verwarring oproepen. Om te weten waar we nu staan en welke kant we op gaan, zijn er kleurcodes (rood, oranje, groen), genummerde coronagolven, vaccinatieschema’s en avondklokken.  

    Het is niet zo raar dat we, heen en weer geslingerd tussen de hoop op groepsimmuniteit en de vermoeidheid vanwege een pandemie die maar voortduurt, ons afvragen wat er the day after zal gebeuren, wanneer het coronavirus ons leven niet langer bepaalt. 

    ‘Net als in de roaring twenties van de vorige eeuw zullen mensen onherroepelijk op zoek gaan naar sociale interactie’

    ‘Net als in de roaring twenties van de vorige eeuw zullen mensen onherroepelijk op zoek gaan naar sociale interactie. Men zal nachtclubs bezoeken, naar restaurants, politieke bijeenkomsten, sportevenementen en optredens gaan. Religiositeit zal afnemen en er zal meer risicovol gedrag zijn, het opgespaarde geld zal uitgegeven worden. Het zou goed kunnen dat er een tijd aanbreekt van seksuele uitspattingen en geldverspilling.  

    Dat is het feestje dat Nicholas Christakis, gerenommeerd arts en als socioloog, verbonden aan Yale University, voorspelt. Hij is door Time verkozen tot een van de invloedrijkste mensen van de wereld en auteur van Apollo’s Arrow, waarin hij de effecten van de pandemie op de samenleving vanuit historisch perspectief analyseert. Hij staat niet alleen: experts van uiteenlopende disciplines voorzien een periode waarin het optimisme hoogtij viert, een periode van economisch herstel, van wetenschappelijke vooruitgang en van culturele bloei.  

    2024

    In een interview met de BBC benadrukte Christakis dat het post-coronatijdperk in 2024 zijn intrede zal doen. Dan zijn de vaccinatiecampagnes achter de rug en zijn de sociale en economische wonden geheeld. 

    ‘Het hoort bij de menselijke logica om te veronderstellen dat het einde van een tragedie leidt naar feestgedruis,’ zegt Manual Arias Maldano, schrijver van het boek Desde las ruinas del futuro. Teoría política de la pandemia (Vanaf de puinhopen van de toekomst. Een politieke theorie van de pandemie).  ‘Het zal gaan bruisen van vitaliteit, al zal dit wel afhangen van de sociaaleconomische situatie van elk afzonderlijk land.’ 

    Mocht zich inderdaad een goddeloos tijdperk aandienen dan zouden er gouden tijden aanbreken voor creditcardmaatschappijen en condoomfabrieken, we zouden ons niks meer willen herinneren, op technologisch en humanistisch gebied zouden we onszelf opnieuw uitvinden. 

    ANP 301392481 1 1
    Variety / Ballet ‘Ehed Karina’ /
    1 Januari 1920. – © ANP

    Wordt reggaeton de nieuwe charleston? Zal een onvervalste Great Gatsby (zie openingsbeeld, afkomstig uit de verfilming van 2013) het kakkersuitgaansleven in Madrid op zijn kop zetten ? Is de opvolger van Hemingway een Chinese schrijver? Of staat er misschien een nieuwe Wittgenstein op die een Tractatus schrijft die de filosofie op zijn kop zet? 

    De geschiedenis laat zien hoe het zou kunnen gaan. Als de mensheid haar dieptepunt heeft bereikt, richt ze zich meestal met hernieuwde krachten weer op. De pest die een kaalslag veroorzaakte in de middeleeuwen mondde uit in de renaissance, na de Amerikaanse Burgeroorlog braken de gouden tijden aan, en in Spanje kwam, na de dictatuur en de oliecrisis de Movida, het voorportaal van een periode van grote welvaart.

    Dus? Breekt er, gelet op de geschiedenis, een periode aan waarin we het geld over de balk smijten, zoals Christakis ons wil doen geloven?  

    Als economische groei uitblijft dan is de vergelijking met de roaring twenties een beetje naïef

    ‘Vrije seksuele moraal? Dat is overduidelijk. Na de zondevloed verschijnt altijd een regenboog. Economische overvloed? Natuurlijk zal er meer geld worden uitgegeven, maar als economische groei uitblijft dan is de vergelijking met de roaring twenties een beetje naïef,’ nuanceert essayist Jorge Freire. 

    Socioloog Fernando Vidal, verbonden aan de Universidad Ponitificia Comillas ICADE, denkt dat de samenleving in de post-coronatijd op twee heel verschillende manieren zal reageren. ‘Er zal een mix zijn van euforie en ontlading. De grootste hedonisten leven zij aan zij met een deel van de bevolking die, huiveriger en worstelend met de nasleep, zich afvraagt hoe het zover heeft kunnen komen.’ 

    De samenleving zal uiteenvallen in twee postpandemische kasten: de bedachtzamen en de roekelozen

    Het ziet ernaar uit dat in de veronderstelde nieuwe Jazz Age er tevens gewetensvolle party poopers zullen zijn. De samenleving zal uiteenvallen in twee postpandemische kasten: de bedachtzamen en de roekelozen. Die laatsten zullen niet achterom willen kijken. 

    In dat licht vindt Vidal dat het optimisme na een crisis gepaard moet gaan met een behoorlijke dosis diepgang. ‘Vieren zal belangrijk zijn maar veranderen ook.’ En die visie was er bijvoorbeeld niet na de Eerste Wereldoorlog, wel na de Tweede. ‘Het was alsof men in de jaren twintig was vergeten wat een slachting de Eerste Wereldoorlog en de griepepidemie van 1918 waren geweest terwijl er na 1945, zelfs toen de consumptiemaatschappij opkwam, werd reflecteer op de tragedie van de Holocaust en de dreiging van kernwapens. 

    Verschillende peilingen laten zien dat een groot percentage van de bevolking bepaalde aspecten van het leven in de toekomst wil veranderen. Terug na het leven van voor corona volstaat niet. Het nieuwe leven dat men voor ogen heeft fluctueert van verhuizen van de plek waar men nu woont tot definitief besluiten om te gaan telewerken. Ook is er een sterker milieubewustzijn vastgesteld. 

    ‘Grote trauma’s veroorzaken grote gedragsveranderingen bij mensen,’ aldus Vidal. Toen Groot-Brittannië werd getroffen door de gekkekoeienziektecrisis – een crisis die vergelijkbaar was met de vervuilde koolzaadoliecrisis in Spanje – was er een gigantische stijging van het aantal vegetariërs en mensen die vraagtekens zetten bij de gangbare eetgewoontes. Stel je maar eens voor wat er gaat gebeuren met wat we nu meemaken.’ 

    Tijdens deze pandemie heeft één gebied onbetwistbaar aan kracht gewonnen: de wetenschap

    Die nieuwe dynamiek zou grote invloed kunnen hebben op allerlei gebieden. Tijdens deze pandemie heeft één gebied onbetwistbaar aan kracht gewonnen: de wetenschap. Zonder de wetenschap kunnen we fluiten naar een nieuwe roaring twenties. In de strijd tegen corona heeft zich een revolutie ontketend waarin de hoofdrol is weggelegd voor vaccins met de messenger-RNA, is kunstmatige intelligentie tot wasdom gekomen en wordt ruimtevaartprogramma’s nieuw leven in geblazen. De verwachtingen zijn hooggespannen. 

    Ook de kunstwereld zou een opleving kunnen beleven met een eigen Lost Generation, Duke Ellington en Coco Chanel. Financial Times-columnist Janan Ganesh schreef onlangs dat je in dit decennium factoren kunt aanwijzen voor het ontstaan van een Arcadia in de kunsten, net als in de vorige eeuw. Een cultuurexplosie die, aldus Ganesh, de sinds het begin van deze eeuw vastgeroeste kunsten nieuw leven kan inblazen. 

    ‘Het Westen kampt met het probleem dat de bevolking erg oud is’

    Arias Moldonado vindt de gedachte van Ganesh interessant, maar deelt zijn optimisme niet. ‘Destijds voelde men de noodzaak om zich te verzetten tegen de traditionele kunsten, je had de vitaliteit van de avant-garde,’ aldus Moldonado. ‘Zou dat kunnen in onze tijd, nu we denken dat alles verzonnen is? Dat zie ik niet zo voor me, al zou het goed kunnen dat die vernieuwingsdrang zich nu richt op andere belangrijke thema’s, zoals de strijd tegen klimaatverandering.’ 

    Honderd jaar geleden was het gemakkelijk om aan te geven waar de creatieve boom plaatsvond, vandaag de dag is dat bijna onmogelijk. Vroeger was het Westen het middelpunt van de wereld. Parijs was het culturele mekka, de beste universiteiten zaten in Engeland en Duitsland en de Verenigde Staten hadden het geld en de vitaliteit van een ondernemende samenleving om dit proces te schragen. 

    ‘Het Westen kampt met het probleem dat de bevolking erg oud is,’ constateert Maldonado.  ‘Het gebrek aan vitaliteit kon wel eens een obstakel zijn voor een mogelijke culturele revolutie, die zich misschien in Azië en Latijns-Amerika, waar de bevolking veel jonger is, wel kan voordoen. Het zou goed kunnen dat wij het al oké vinden als we de pandemie overleven.’ 

    Religieus instinct

    Van de aardse kunsten en wetenschap maken we een stap naar het geloof, dat in de nabije toekomst wel eens voor frictie zou kunnen zorgen. Christakis’ hypothese is dat we in onze donkerste dagen onze toevlucht nemen tot het geloof, maar hij voorspelt wel een regressie. ‘Het religieuze instinct zal blijven opborrelen, maar in een ander jasje,’ aldus Jorge Freire, schrijver van Agitación: sobre el mal de la impaciencia  (Stress: over het kwaad dat ongeduld heet). ‘De angst voor de dood is nauw verbonden met het geloof. Zolang de mens sterfelijk is zal hij zich willen vasthouden aan het geloof, en het ziet er voorlopig niet naar uit dat we onsterfelijk worden.’ 

    Zoals bij elk feestje is er iemand die de muziek uitzet en het licht uitdoet

    Afgaand op de voorspellingen weten we wanneer het grote postcoronafeest zal beginnen (2024), de gastenlijst is er ook (de bedachtzamen en de roekelozen) en Rafaella Carrà zal de muziek verzorgen. Wat we nog moeten uitzoeken is wie het feestje gaat betalen. 

    Laten we nog eens naar de geschiedenis kijken, misschien dat we daar een kompas voor onze toekomst vinden. Maart 1814. Het einde van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Het geruïneerde Spanje zet de laatste regimenten van de napoleontische leger het land uit. Freire: ‘Alle dorpen in Catalonië, Aragon en Castilië waar koning Fernando VII zijn opwachting maakte na de ondertekening van het Verdrag van Valençay zetten dit luister bij met opera’s, praalwagens en zelfs met bouwwerken, zoals triomfbogen, die voor de gelegenheid waren opgetrokken. Dat Fernando VII een flutkoning was doet er niet toe. Wij Spanjaarden hebben maar weinig nodig om ons in de armen van Bacchus te werpen. Vooral als de gemeente het feestje bekostigt.’ 

    Als dat zo is, dan betalen we met z’n allen het postcoronafeestje en delen we de kosten. 

    En zoals bij elk feestje is er iemand die de muziek uitzet en het licht uitdoet. Als het zover is en we ons weer afvragen wat we morgen gaan doen, moeten we niet vergeten dat op het feestje van de roaring twenties, waar zoveel experts ons op wijzen, de beurscrack van ’29 volgde, Adolf Hitler en de ergste oorlog die de mensheid heeft meegemaakt. Dus: laten we niet zo zeker zijn van onze zaak. 

  • Een leven als rivale. De voor- en nadelen van polygamie volgens vrouwen (en mannen)

    Een leven als rivale. De voor- en nadelen van polygamie volgens vrouwen (en mannen)

    Bijna de helft van de vrouwen in Senegal deelt hun echtgenoot met minstens één ander. De enorme competitiedrang drijft velen tot wanhoop – ook mannen, die emotioneel en financieel in de problemen komen. Maar er zijn ook vrouwen die het juist bevrijdend vinden om ‘tweede vrouw’ te zijn.

    Keuze uit het archief

    ‘Het is moeilijk om de groeiende interesse in polyamorie en ethische non-monogamie te missen, de modieuze term voor het hebben van meerdere romantische relaties’, schreef The New York Times onlangs. In westerse samenlevingen – en dan vooral onder hoogopgeleide en welgestelde stedelingen, zoals The Atlantic benadrukte in een artikel – lijkt polyamorie de laatste tijd aan een opmars bezig. In West-Afrika is de relatievorm allang mainstream, zij het dat vrijwel uitsluitend gaat om een een man die getrouwd is met meerdere vrouwen: polygamie. Hoe de vrouwen zo’n gedeelde echtgenoot ervaren, onderzocht GEO in 2020.

    Soeverein zit ze op de bank. Als een koningin. Aan haar voeten zijn assistenten druk in de weer met het verleggen van kabels, de lichtman trapt op de tenen van de geluidsman. Een visagiste penseelt poeder op het slanke gezichtje van Khalima Gadji. Nog even en de actrice zal veranderd zijn in de mooie Marème, op de bank in bijzijn van haar tante instorten en snikken: ‘Ik ben doodmoe. Een pasgetrouwde vrouw zou toch gelukkig moeten zijn.’ De dertigjarige Gadji speelt de hoofdrol in de televisieserie ‘Maîtresse van een getrouwde man’. Als tweede vrouw lijdt Marème onder haar huwelijk dat ze delen moet met een derde. Afleveringen lang beklaagt ze haar lot.

    Maar de echte Khalima Gadji glimlacht. Haar wimpers bewegen als vlinders omhoog. ‘Als ik een man had, zou ik hem aansporen er een tweede vrouw bij te nemen. Dat heb ik liever dan dat hij zich links en rechts afgeeft met anderen,’ vertelt ze ons op de filmset in de Senegalese hoofdstad Dakar. Je mag als vrouw niet egoïstisch zijn, maar zij kan nu eenmaal niet alle behoeftes van een man vervullen: ‘Ik ben geen huisvrouw. Ik werk, ik reis, ik verdien mijn eigen geld, mijn artisticiteit is belangrijk voor me. Mijn lichaam is er niet voor gemaakt om vijf of zes kinderen te krijgen.’ Die moet haar aanstaande maar liever bij een andere vrouw zoeken.

    ‘Mijn welbevinden is niet afhankelijk van een man,’ zegt Khalima Gadji. ‘Ik heb een dochter, ik duik en boks, ik wil toneellessen geven en parachutespringen leren.’ Gadji ziet polygamie als een huwelijksvorm die haar onafhankelijkheid schenkt – een prima keuze voor de moderne vrouw.

    Polygamie is een sociaal contract waarin de seksualiteit, de status en de ouderdomsverzorging van de man centraal staat

    Maar voor de filmfiguur die zij speelt is het een drama. In de serie wordt het leed dat polygamie zou veroorzaken breed uitgemeten. In Senegal is Marème geliefd en gehaat. De vrouwen die kijken leven als voetbalsupporters met ze mee, ze kiezen partij voor eerste vrouw Lalla of ze zijn voor Marème. Binnen 24 uur wordt een aflevering op YouTube ruim 1 miljoen maal bekeken. Het verhaal is dan ook uit het leven gegrepen: in het land op de meest westelijke punt van het Afrikaanse continent leeft meer dan een derde van de gehuwden in polygamie; 95 procent van de 16 miljoen Senegalezen is moslim.

    De makers van de serie hebben hun karakters gebaseerd op verslagen van psychologen. Zo krijgen de verhalen een hoog realiteitsgehalte: Marème wordt verliefd op een getrouwde man die haar tot tweede vrouw neemt. Maar het huwelijk brengt haar geen geluk: de eerste vrouw van haar echtgenoot komt door haar rivale in een depressie terecht en belandt in de psychiatrie. Marème krijgt haar man, die last heeft van een slecht geweten, nauwelijks nog te zien en als dat wel zo is, maken ze ruzie.

    Het verhaal maakt islamitische organisaties woedend.

    Jamra, een organisatie die zich als doel gesteld heeft ‘sociale plagen’ te bestrijden, betitelt de serie als pornografie. De zedenmeesters winden zich vooral op over een scène waarin Marème op haar kruis wijst en zegt: ‘Dat is van mij en ik geef het aan wie ik wil.’

    Toen ik twee jaar terug naar Senegal verhuisde, vroeg ik me vaak af waarom vrouwen eigenlijk zouden instemmen met polygamie. Polygamie is een sociaal contract waarin de seksualiteit, de status en de ouderdomsverzorging van de man centraal staat. Het is een uitingsvorm van een patriarchale cultuur. In mijn beleving paste zoiets absoluut niet bij de sterke, zelfbewuste vrouwen die ik hier overal tegenkwam. Op het eerste gezicht komt Senegal liberaler over dan andere, bijvoorbeeld Noord-Afrikaanse moslimlanden. Vrouwen zijn in het economische en politieke leven zeer aanwezig. Veel van hen dragen een hoofddoek, en ook velen kleden zich sexy.

    Begerenswaardigheid is een wapen in de strijd om de gunst van de echtgenoot. Want vrouwen in polygame huwelijken voelen, zo zeggen ze zelf, vaak de druk om hun rivale te overtroeven. Ze gebruiken toverzalfjes en -poeders en nemen wanneer de onzekerheid groeit soms zelfs hun toevlucht tot vervloekingen van professionele heksen. Ik vroeg me af wie er in een polygaam huwelijk het meest te lijden heeft en wie er juist van profiteert. Of het mannen voor alleen maar voordelen heeft. En of het sterke vrouwen zoals actrice Khalima Gadji ook echt vrijheid kan schenken.

    Familierecht

    Wetenschappers voorzagen in de jaren zestig van de vorige eeuw dat er in Senegal spoedig een einde zou komen aan polygamie: meer vrouwen genoten een goede schoolopleiding, veel mensen trokken als gevolg hiervan naar de stad en westelijke waarden wonnen aan betekenis. Senegals eerste president, Léopold Senghor, had na de onafhankelijkheid van zijn land in 1960 de polygamie het liefst afgeschaft. Het verschijnsel viel voor hem, schrijver en katholiek, moeilijk te verenigen met een moderne staat. Hij verbood zijn ministers polygaam te leven. Maar zijn ideeën vonden geen ingang. Het in 1972 door het parlement aangenomen familierecht combineert seculiere elementen met de traditionele islamitische rechtsopvattingen van de Wolof, de grootste etnische groep van het land. En hoewel het familierecht aanleiding geeft tot heftige debatten tussen ultrareligieuzen en feministen, zijn er geen serieuze pogingen gedaan om de polygamie af te schaffen – ook al is dankzij pariteitswetgeving 42 procent van de volksvertegenwoordigers vrouw.

    In Senegal moet een paar dat wil trouwen bij de burgerlijke stand aangeven of het mono- dan wel polygaam wil leven. Als de partners daarover van mening verschillen, wordt het huwelijk niet voltrokken. Maar als de vrouw eenmaal met polygamie heeft ingestemd, kan ze geen bezwaar meer maken wanneer de man een tweede, derde of vierde vrouw neemt.

    ‘Trouw met hoeveel vrouwen je goeddunkt, twee, drie of vier. Maar als jullie vrezen onrechtvaardig te handelen, dan (maar) één’, zou de profeet hebben gezegd.

    Van de gehuwden in Senegal leeft 35,2 procent polygaam. Internationaal gezien is dit een heel hoog percentage. Hoewel polygamie in veel moslimstaten is toegestaan, leeft hooguit vijf procent van de gehuwden in Noord-Afrika, de Arabische landen of Zuidoost-Azië polygaam. In West-Afrika komt polygamie daarentegen veel voor. Polygamie is hier veel ouder dan de islam, die haar alleen legitimeerde en het aantal toegestane vrouwen tot vier beperkte.

    Anders dan de wetenschappers voorzagen, liep de polygamie in Senegal niet heel sterk terug. Leefden in 1976 bijna 52 procent van de vrouwen in polygamie, tegenwoordig is het nog altijd 44 procent.

    ‘Als je tweede vrouw bent, heb je in elk geval een beetje vrijheid’

    Ik had verwacht dat een keuze voor polygamie vooral gemaakt zou worden door vrouwen met problemen op de huwelijksmarkt: arme, laagopgeleide vrouwen op het platteland, weduwen en gescheiden vrouwen. Maar tot mijn grote verrassing zeiden ook vriendinnen dat ze zich konden voorstellen dat ze iemands tweede vrouw zouden worden. Jonge, hoogopgeleide moderne vrouwen met een goede baan die zichzelf als geëmancipeerd beschouwen. Zoals de 28-jarige marketingexpert Codou Sène. Knap, slim en gewild. ‘Bij ons verwacht een man dat je de hele dag door voor hem zorgt,’ zegt ze. ‘Als je tweede vrouw bent, heb je in elk geval een beetje vrijheid.’ In de volksverbeelding is de tweede vrouw de jongste en de meest geliefde (al is dat zeker niet altijd het geval), een derde of vierde vrouw kunnen zich maar weinig mannen veroorloven.

    Statistische gegevens bevestigen die indruk: juist vrouwen van wie wetenschappers dit het minst verwacht hadden, kiezen voor polygamie. Hoewel naar de huwelijksvoorkeur van ongehuwden geen onderzoek is gedaan, is polygamie volgens het Nationaal Bureau voor Statistiek en Demografie vooral op het platteland gebruikelijk en gaat het in Dakar maar om een aandeel van 26,4 procent. Bijna de helft van de vrouwen zonder schoolopleiding is polygaam gehuwd, maar ook bijna een kwart van de vrouwen met een hoger opleidingsniveau.

    Zelfhulpgroep

    Ongeveer een jaar geleden voegde een vriendin mij toe aan een whatsappgroep die als naam ‘astuces entre femmes’ heeft, ‘vrouwenzaken’. Ongeveer honderd vrouwen wisselen hier van gedachten over keuken, schoonheid, gevoelens, seksualiteit. Mijn vriendin vertelde dat er veel van zulke groepen bestaan. Elke dag kwamen er honderden berichten binnen, mijn telefoon zoemde constant. Mij volkomen onbekende vrouwen schetsten hun intiemste problemen, anderen kwamen met advies. De onderwerpen vormden een kleurrijk mozaïek van wellness, beauty, verleiding, religie, levenswijsheden, natuurcosmetica en magie. De meeste vrouwen in deze chatgroep leken betaald werk te doen, er zaten singles bij, zowel polygaam als monogaam gehuwden, gescheiden vrouwen en maîtresses, moslims en christenen. Een zelfhulpgroep binnen een cultuur waarin maar een enkeling naar een therapeut stapt.

    Toch hadden alle conversaties één ding gemeen: de angst voor een andere vrouw. Soms leek die angst gegrond. Soms was het alleen een spookbeeld. Ontrouw van de man leek voor de vrouwen een vaststaand feit, even onvermijdelijk als natuurgeweld. De meeste adviezen waren gericht op het toch nog afwenden van het onvermijdelijke. Leg een rauw ei op straat en laat er een auto overheen rijden – hij zal geen ander nemen. Trek elke dag een anderskleurige slip aan. Bleek je huid, lak je nagels. Neem een mentholbonbon voor je hem oraal bevredigt. Negeer de eerste, tweede, derde minnares. Glimlach. Het klonk alsof de man een kostbaar kleinood was en zijn genegenheid zo breekbaar als een rauw ei. Als hij de deur uitging was er altijd een kans dat hij gegrepen zou worden door een van die andere perfect opgemaakte, verleidelijke vrouwen. Om het vol te kunnen houden, roepen de vrouwen soms de hulp in van een professional.

    Kadia Dia. Haar vak is verleiden.
    Kadia Dia. Haar vak is verleiden.

    Boro is een leuk stadje aan zee. Het zand knarst onder de voeten, passanten slenteren voorbij, niemand lijkt haast te hebben. Twee vrouwen met hoofddoek gaan een huis binnen dat vrijwel elke vrouw hier kent. De echtgenotes van de burgemeester en de imam, vroedvrouwen en ziekenverzorgsters, allemaal zijn ze klant bij Kadia Dia. Want haar vak is ‘verleiden’.

    Elke maand reist Dia naar Dakar om haar waar uit te zoeken. Daar kun je een poeder kopen dat het achterwerk ronder en de borsten groter moet maken, liefdesbaden, negligés, parfum in halve-literflessen met een sproeikop zoals we die van ruitenreinigers kennen.

    Soms nemen moeders hun dochters mee om hen door Dia te laten onderwijzen in het jongué, de Senegalese kunst van het verleiden. Onderdeel daarvan is het talent om zachtjes met de heupen te wiegen. Om zowel een deugdzame moslima als een opwindende vrouw te zijn. En om zelfbeheersing te betrachten. ‘Ook al lijdt je nog zoveel, laat je rivale nooit merken dat je je bedreigd voelt,’ adviseert Dia haar klanten.

    De 38-jarige Dia is een zachte, moederlijke vrouw. Haar rondingen draagt ze gracieus, een schoonheidsideaal dat in Senegal diriyanké wordt genoemd. De klanten laten zich op het bed vallen dat tevens dienstdoet als toonbank. Ze lachen en praten honderduit terwijl Kadia Dia hun haar schatten toont. Ze voelen aan stoffen die de vormen geflatteerd doen uitkomen, ruiken aan parfums die een man het hoofd op hol moeten brengen. Ze laten de binbins door hun handen glijden, bonte parelkettingen die vrouwen rond hun heupen dragen om met het geklik daarvan hun minnaars te hypnotiseren. Ze beoordelen wortels die, verwerkt tot thee, de vagina zouden vernauwen en in combinatie met een toverspreuk een man in liefde moeten doen ontvlammen.

    Op haar beddenlaken staat geschreven ‘Mon roi, mon amour’, ‘mijn koning, mijn liefde’. Erboven hangt de foto van de man die Dia deelt met een ander. Evenals de meeste van haar klanten leeft zij in polygamie. ‘Als je niet de enige vrouw van je man bent, durf je hem nooit zonder het hele verleidingsprogramma te ontvangen. We concurreren immers altijd om zijn gunst.’

    Een van Dia’s klanten mist een stukje van haar neus; het is er in een vlaag van jaloezie door een rivale afgebeten

    Als Dia haar blik vanuit haar venster over de kleine binnenplaats laat gaan, kijkt ze direct uit op het raam van haar rivale, de tweede vrouw van haar echtgenoot. ‘Die rivaliteit beslaat elk aspect van het leven,’ vertelt ze. Wie is er mooier, wie kookt beter, wie heeft de meest succesvolle kinderen? Wie geniet de voorkeur van de extended family? ‘Je bent getrouwd met de complete familie van je man en er wordt voortdurend op je gelet. Je moet voor iedereen aardig zijn, zelfs voor de schapen en de kippen. Geef je ze niet genoeg te eten, dan is het onmiddellijk: jij bent een slechte vrouw.’

    Er bestaat geen onderzoek naar de mentale instelling van polygaam gehuwde vrouwen. De drie vrouwen op het bed zeggen allemaal dat de constante concurrentie hen op de zenuwen werkt. Veel anderen bevestigen dat. Sommigen haten polygamie. Een van Dia’s klanten mist een stukje van haar neus; het is er in een vlaag van jaloezie door een rivale afgebeten. De kranten berichten voortdurend over geweldsexcessen. De pijnen van een weggejaagde eerste vrouw zijn vereeuwigd door Mariama Bâ in haar briefroman Une si longue lettre (‘Zo’n lange brief’), een klassieker in de Senegalese literatuur. ‘Vrouwen lijden in polygame huwelijken vaak onder permanente angstsituaties,’ vertelt psycholoog Pape Ladické Diouf, die de makers van de serie Maîtresse van een gehuwde man heeft geadviseerd. ‘Velen verkeren in een situatie van onzekerheid over hun relatie. Ze leven in voortdurende angst dat ze door hun rivales worden behekst.’ Ook hierover ontbreekt onderzoek. Wel zeggen twee heksen bij wie ik informeer dat polygame vrouwen hun belangrijkste klanten zijn. ‘Wie niet de favoriet van haar man is, lijdt vaak onder seksuele frustratie’, zegt Diouf.

    Maar weinig vrouwen lijken deze constante mededinging inspirerend te vinden. De dertigjarige Awa Sow is daar een van. In het stadje Rufisque neemt ze me mee naar een onafgebouwd huis. Niets aan de buitenkant verraadt dat het verleidingspaleis dat zich openbaart zodra ze de deur naar haar kamer ontsluit. Rode, gele, groene en blauwe lantaarns verlichten een enorm bed, vergulde keramiekzwanen verdringen zich naast een fontein die om de paar seconden spuit. Het blinkt, glanst en schittert, een barnsteenkamer van Chinees plastic.

    Sinds haar man vorig jaar na dertien jaar huwelijk een tweede vrouw heeft genomen, zet Awa alles op alles om verleidelijker te worden. ‘Het heeft me getriggered.’ Ze gaat naar de kapper en naar een nagelstudio. Elke week koopt ze een nieuw negligé. Ze zegt dat ze zichzelf nu mooier vindt dan vroeger. En ze spreekt een zin uit die zo uit een reclame voor halvarine of bodylotion zou kunnen komen: ‘Ik houd van mijn nieuwe ik.’

    ‘Begripvolle vrouw’

    Maar hoe gaan mannen om met een driehoeksrelatie? Ik leerde in Senegal verschillende mannen kennen van wie ik me moeilijk kon voorstellen dat ze hun vrouw zouden bedriegen en zich een tweede vrouw zouden veroorloven. Andere spraken er juist heel open over. Voor veel vrouwen is ontrouw een vast gegeven.. ‘Vrouwen in Senegal doen er alles voor dat hun man geen tweede neemt,’ vertelde een kennis. ‘Maar al stop je een man in een honingpot, hij zal toch elders op zoek gaan naar suiker.’ Als een man in polygamie leeft, zal elk van zijn vrouwen hem vleien en er alles voor doen om zijn favoriete vrouw te zijn. Hij is een als prins op een zijden bedje.

    Rufisque, een stadje even buiten de hoofdstad Dakar. Op de bovenste verdieping van een flat betreedt de veertigjarige Ousmane Ousso de studio van onlinezender Rio TV. De blik reikt ver over een zee van niet gestucte huizen, paard-en-wagens rijden voorbij, plastic flessen dansen over de zandige grond. In de verte glinsteren de torenflatgevels van de hoofdstad. Als altijd draagt Ousso een wit gewaad. Aan zijn vingers prijken dikke ringen, om zijn pols een gouden horloge met diverse wijzerplaten. Alleen als je vlak naast hem staat kun je zien dat sommige van die wijzers stuk zijn. Ousso is zanger van religieuze liederen, hij looft de schoonheid van Allah en van de koran. Diverse keren per week spreekt hij bij Rio TV over godsvruchtig leven. Vandaag zal hij het huwelijk behandelen.

    Hij stopt een mentholbonbon in zijn mond en zet de soundtrack in: ‘Allah, Allah, Allah.’ En dan steekt hij van wal. Donderend, vermanend, vleiend. De man, zo zegt Ousmane Ousso, dient alle kosten voor zijn rekening te nemen en de vrouw seksueel te bevredigen. In ruil daarvoor moet de vrouw, zo onderwijst hij, geen problemen maken. ‘Geen scènes. Als ze naar buiten gaat moet ze hem toestemming vragen. Ze moet hem niet controleren, ook niet wat hij doet.’

    Zo’n vrouw, zegt hij later, is een ‘begripvolle vrouw’. En daarmee bedoelt hij ‘een onderdanige vrouw’. Zoals de Senegalese heilige Mame Diarra die van haar man een stok in de hand gedrukt kreeg. ‘Hou vast,’ had haar echtgenoot gezegd en toen hij de volgende ochtend na een nacht waarin het veel geregend had, opstond en naar buiten keek, stond zijn vrouw daar nog altijd met die stok in haar hand. ‘Waarom sta je daar?’ vroeg hij. En zij antwoordde: ‘Omdat jij het mij opgedragen hebt.’ Een vrouw, zegt Ousso, moet doen wat haar man haar opdraagt, ‘om Gods gunst te behouden en financieel voordeel te hebben’.

    De man, dient alle kosten voor zijn rekening te nemen en de vrouw seksueel te bevredigen. In ruil daarvoor moet de vrouw geen problemen maken

    Lange tijd hebben etnologen zich afgevraagd waarom polygamie juist in West-Afrika zo wijdverbreid kon raken. De meeste denken dat het voortkomt uit een arbeidsintensieve vorm van landbouw, waarbij veel familie ook veel arbeidskracht betekent – en vrouwen het meeste werk doen. Polygamie was voor de man een goede deal. Hij kon er politieke en sociale allianties door smeden en zoveel mogelijk nakomelingen krijgen. En het hebben van meer dan één vrouw verschafte hem aanzien.

    Toen de eerste Europeanen in West-Afrika arriveerden, waren ze ontsteld over deze polygamie. Missionarissen probeerden het verschijnsel uit te roeien. In Senegal liep de assimilatiepolitiek van de Franse koloniale machthebbers stuk, omdat er te weinig mensen waren en te weinig geld. Ze streefden indirecte macht na en maakten daarvoor gebruik van de moslimbroederschappen. De geestelijken gaven de bevelen door van de Fransen, terwijl deze hen in ruil daarvoor lieten delen in de opbrengsten van de koloniale economie en hun verregaande culturele en religieuze autonomie toestonden – waaronder polygamie.

    Anders dan veel mannen beweren, is polygamie in Senegal niet het gevolg van een vrouwenoverschot – er komen ongeveer net zoveel meisjes als jongens ter wereld. Polygamie bestaat er vooral omdat oudere mannen graag met jongere vrouwen trouwen. Doordat de bevolking snel groeit wonen er meer jonge dan oude mensen, en dus hebben oudere mannen die een jonge vrouw trouwen meer keus. Een polygame samenleving kan alleen functioneren als vrouwen zo vroeg mogelijk trouwen en als ze scheiden of weduwen worden snel een nieuwe echtgenoot zoeken. Want hoe succesvol een vrouw in haar beroep ook mag zijn, in de ogen van de mensen verwerft ze pas door haar huwelijk prestige. In het Wolof, de meest gesproken taal in Senegal, betekent het woord ‘gescheiden’ ook ‘prostitué’. Of het nu op de radio of op de tv is, thuis of op straat, altijd krijgt een ongebonden vrouw weer te horen dat ze eindelijk eens moet trouwen.

    Kon een man vroeger van het werk van zijn vrouwen en kinderen profiteren, tegenwoordig moet hij hen onderhouden. Vooral in de steden is dat een dure aangelegenheid. Een veeleisende vrouw uit de stad weigert vaak een huis met haar rivale te delen. Een eigen appartement voor elke vrouw, materiële verzorging van de kinderen, dat kost in een land waarin het gemiddelde jaarsalaris op 1300 euro ligt, een vermogen. Daarom vinden polygame mannen van zichzelf dat zij blijk geven van verantwoordelijkheid. Houden mannen in het Westen er dan geen minnaressen op na? vragen ze. Hebben die soms geen buitenechtelijke kinderen bij hen verwekt? Wij, zo zeggen velen, zorgen in elk geval fatsoenlijk voor onze vrouwen en kinderen.

    Bij de burgerlijke stand kiezen voor monogamie, is ‘een teken van zwakte’, zegt Ousso. Iets waarmee de familie de spot zal kunnen drijven. Sommige mannen kiezen voor polygamie terwijl ze het liefst maar één vrouw zouden willen trouwen. Maar ze zijn bang dat die met hen zal sollen. Polygamie kan ook een drukmiddel zijn als de eerste vrouw zich niet gedraagt zoals je zou willen. Maar wat als de tweede ook niet doet wat je wilt?

    Bij de Burgerlijke stand kiezen voor monogamie is “een teken van zwakte”

    Ousmane Ousso had gisteren ruzie met zijn tweede vrouw, de 39-jarige Amiyel Dia, een zus van Kadia Dia. Amiyel Dia wacht in haar huis. In haar handen houdt ze een papieren zakdoek die ze in steeds kleinere rechthoekjes opvouwt, haar vingers glijden geïrriteerd langs de vouwen alsof ze de zakdoek graag in stukken zou scheuren. Straks zal Ousmane binnenkomen en zal ze de al maanden opgekropte woede in zijn gezicht slingeren. Ze kan zich nog goed herinneren hoe Ousso haar ooit in een bustaxi heeft aangesproken. Hij vroeg hoe laat het was, prees haar teint en kwam vervolgens ter zake. ‘Ik zoek een tweede vrouw want mijn eerste vrouw is slecht.’ Dia bedankte vriendelijk – en trouwde later toch met hem. Maar in de enkele maanden dat haar huwelijk nu duurt, heeft ze hem vrijwel niet gezien. Hoe vaak heeft hij niet beloofd dat hij bij haar zou komen? En zij poetste en kookte, smeerde zich in en maakte zich op. Maar de deur bleef dicht, het eten werd koud, de make-up verliep onder haar tranen. En de volgende dag consulteerde Dia weer een wonderdokter om zich een nieuw wondermiddel te laten voorschrijven. Magische baden, toverspreuken, thee, aftreksels opdat Ousmane zich eindelijk aan haar zou overgeven. Maar het wonder blijft uit. Soms verblijft Ousso drie weken achtereen bij zijn eerste vrouw, de dertigjarige Amicolé Samb, en wanneer hij dan bij haar komt, vertelt Amiya Dia, is hij in een slecht humeur, begint hij om het minste geringste ruzie te maken en gebeurt er ook niks op seksueel vlak. Waarschijnlijk, zo zegt ze, heeft Ousmane haar alleen maar getrouwd om zijn eerste vrouw te disciplineren.‘Ze heeft hem vast behekst,’ zegt ze.

    Ousmane komt binnen. Amiyels vingers vouwen steeds driftiger. Ousmane schuift de ene na de andere mentholbonbon in zijn mond terwijl de echtelijke ruzie escaleert. Hij moet zijn vrouwen nu eindelijk eens rechtvaardig behandelen, schreeuwt Dia, zoals de profeet dat van hem verlangt. Ousso brengt ertegen in dat rechtvaardigheid geen gelijkheid betekent; ‘Je geeft vrouwen met een verschillende maat voeten ook niet even grote schoenen.’ Dia pakt Ousso’s smartphone om zijn Facebook-account te verwijderen. Ze dreigt met scheiden, hij stormt de deur uit.

    Een dag later is Amiyel de hele scheiding weer vergeten. Ze zegt dat ze van Ousmane houdt en een kind wil. En wat zullen de mensen wel niet zeggen van een vrouw die tweemaal gescheiden is? En dus bezoekt ze de tachtigjarige wonderdokter Haruna Sow en laat zich een magische liefdesheupband voorschrijven. Ze belt haar zus Kadia op en bestelt nieuwe verleidingswapens.

    Ondertussen loopt Ousmane Ousso naar zijn eerste vrouw Amicolé, die een kalme zelfverzekerdheid uitstraalt. Ze wacht tot hij weer weg is en dan zegt ze: ‘Onderdanig?’ Ze lacht. ‘De meeste vrouwen zijn dat niet, moderne vrouwen nog het minst.’ Ze kent haar man al veertien jaar; ‘ik zou een boek over hem kunnen schrijven.’ Ze weet dat getrouwde vrouwen hem na zijn optredens briefjes met hun telefoonnummer toesteken. ‘Al trouwt hij drie of vier vrouwen, voor mij verandert er niets. Mijn financiële situatie is stabiel en dat is de hoofdzaak,’ zegt ze. ‘Als de andere vrouw wil spelen, speel ik mee. Rustig en heel geduldig.’ Het klinkt een beetje alsof ze precies hetzelfde zou kunnen zeggen over Ousmane.

    Moslimfeministe

    Na de uitzending ging Ousso het balkon van de studio op. Hij staarde in de verte en zag er heel moe uit. ‘Met begripvolle vrouwen is geluk in de polygamie bereikbaar. Maar waar vind je tegenwoordig zulke vrouwen nog?’ Hij had gezucht: ‘In plaats daarvan jaloezie, drama, kwaadsprekerij en toverij.’

    Er zijn polygaam levende mannen die de vrouwenkeuze strategisch aanpakken (‘de eerste voor het gevoel, de tweede voor haar schoonheid, de derde is een goede zakenvrouw’), andere trouwen vanuit een bepaald verantwoordelijkheidsbesef, bijvoorbeeld om voor een verwante weduwe te zorgen. Sommige zijn simpelweg verliefd. Vaak krijg je te horen: ‘Je moet voor polygamie geboren zijn.’ En dat is zeker niet iedereen.

    Psycholoog Pape Ladické Diouf vertelt dat ook mannen in een polygame relatie last kunnen hebben van prestatiedruk. ‘Elke vrouw koestert hoge verwachtingen van het moment dat haar man bij haar komt. Tenslotte heeft zij op hem gewacht. Bij sommigen leidt de stress tot impotentie, wat weer depressie en een laag zelfbeeld tot gevolg kan hebben.’

    De 27-jarige rechtenstudente Woppa Diallo, een kleine vrouw met een rustige, vastberaden houding, heeft radicaal besloten om helemaal niet te trouwen. Tenzij het huwelijk beantwoordt aan haar eigen principes. ‘Ik wil geen object zijn en ook niet ondergeschikt.’ Een schoondochter, zo zegt Diallo, moet alles voor haar schoonfamilie doen. ‘Je bent de tuinman, de elektricien, de loodgieter, het manusje van alles.’ Ze heeft een vriend, maar weet nog niet of ze met hem wil trouwen. En omdat Diallo oorspronkelijk uit Matam komt, een heel conservatieve streek aan de grens met Mauritanië, betaalt ze voor haar besluit een hoge prijs. ‘Elke keer als ik naar huis ga, slaat mijn oma haar handen boven haar hoofd ineen. Ze is wanhopig. Mijn tantes zeggen: O wee, zij zal geen kinderen krijgen. Ze wordt oud. Het is voorbij.’ Als je in Matam met vijftien jaar niet getrouwd bent, vertelt Diallo, is dat een schandaal, ‘met 27 is het onoverkomelijk’. De druk is groot, ze moet zich constant rechtvaardigen. Of het nu in de bus is, in een winkel of op de markt, telkens komt de vraag: madame of mademoiselle?

    Omdat ze zich door niemand de wet wil laten voorschrijven, financiert Woppa Diallo zelf haar rechtenstudie in Dakar. Ze werkt in een callcenter, aan de kassa, in een restaurant. Ook is ze voorzitter van een ngo die zich bekommert om rechten en onderwijs voor meisjes in Matam. Daar worden meisjes vaak al op twaalfjarige leeftijd uitgehuwelijkt. 87 procent van de vrouwen in deze steek is genitaal verminkt. Voor heel Senegal is dat percentage 25, hoewel deze praktijk sinds 1999 verboden is. ‘Ze zeggen dat een onbesneden vrouw geen goede huisvrouw is. Niet vruchtbaar. Onrein.’ Niemand heeft er problemen mee als een vrouw na de ingreep geen lust meer kan voelen, zegt Diallo. ‘Seks is bij ons in Matam toch al niet voor vrouwen. Er is geen voorspel. Seks is voor de man.’

    Ook zij werd toen zij dertien was tegen de wil van haar ouders in besneden. Het heeft haar tot een overtuigd feministe gemaakt. Een moslimfeministe. Ze komt uit een zeer religieuze familie, heeft lange tijd een Koranschool bezocht, ze kan de Koran in het Arabisch lezen en schrijven. ‘In de Koran staat dat de man de vrouw moet beschermen en respecteren,’ zegt ze. Er staat ook te lezen dat de man zijn vrouwen rechtvaardig moet behandelen. ‘Maar welke man kan dat nu?’ Diallo meent daarom dat de Koran eigenlijk tegen polygamie is. ‘De enige fout die wij vrouwen gemaakt hebben, was dat we onszelf niet hebben geïnformeerd. We hebben mannen voor ons de Koran laten lezen. En die hebben ons erin geluisd, ze hebben hem naar hun eigen mening geïnterpreteerd.’ Maar, zegt ze, vrouwen kunnen de samenleving veranderen. En als zij het niet doet, doen andere dat wel. ‘Wij voeden zonen en dochters op. Wij geven vorm aan de toekomst. Dat doen we helemaal alleen.’

    Openingsbeeld: Khalima Gadji en haar medespelers uit de Senegalese hitserie Maîtresse van een getrouwde man. – © Getty

  • Waarom we later en minder kinderen krijgen – terwijl we ze wel graag willen

    Waarom we later en minder kinderen krijgen – terwijl we ze wel graag willen

    Wereldwijd vertonen de vruchtbaarheidscijfers al enkele decennia een dalende lijn. De oorzaak moeten we zoeken in economische en sociale omstandigheden, die als onzichtbaar voorbehoedsmiddel dienen, schrijft Anna Louie Sussman. Een verklaring van de zogeheten voorplantingsmalaise.

    Keuze uit ons archief

    Nu bevolkingsrijke landen als China en India een steeds grotere middenklasse krijgen, daalt ook het wereldwijde geboortecijfer. Na het loslaten van de eenkindpolitiek in 2015, heeft China onlangs zelfs de driekindpolitiek ingevoerd om bevolkingskrimp te voorkomen. Maar zoals dit artikel van South China Morning Post stelt, zijn veel Chinese stellen door sociaal-economische factoren huiverig om een derde kind te nemen.

    Wat de grondslag achter dezelfde aarzeling in de westerse wereld om kinderen te nemen is, legt Anna Louie Sussman van The New York Times scherp bloot. Want het lage geboortecijfer ligt niet aan de afwezigheid van een kinderwens, zo schrijft Sussman, maar aan ‘het onvermogen van overheden en werkgevers om de combinatie werk en gezin mogelijk te maken; van de hele gemeenschap om de klimaatcrisis het hoofd te bieden zodat het stichten van een gezin geen onverantwoorde keuze lijkt; van de in toenemende mate ongelijke mondiale economie. In dit licht bezien is het krijgen van minder kinderen niet eens zozeer een keuze als wel een wrange consequentie van een aantal stuitende omstandigheden.’

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 175 van 360 Magazine, februari 2020.

    In het najaar van 2015 doken ineens overal in Kopenhagen posters op. Op een ervan stond met grote, roze letters, dwars over een afbeelding van eendeneieren: ‘Heeft u vandaag uw eieren al geteld?’ Op een andere poster – een blauwige close-up van menselijk sperma – stond de vraag: ‘Zwemmen ze wel hard genoeg?’

    De posters, die deel uitmaakten van een campagne van de gemeenteraad om jonge Denen te herinneren aan het gestage tikken van hun biologische klok, viel niet bij iedereen in de smaak. De campagne werd bekritiseerd omdat jonge vrouwen gelijk zouden worden gesteld aan fokvee. De timing was ook niet al te gelukkig: Denen aanmoedigen om meer kinderen te krijgen terwijl op de televisie voortdurend beelden zijn te zien van Syrische vluchtelingen die door Europa trekken, riekt onbedoeld naar nativisme.

    © Getty Images
    © Getty Images

    Als er een land bestaat waarvan je zou verwachten dat het er wemelt van de baby’s, is het Denemarken wel. Het is een van de rijkste landen van Europa. Jonge ouders krijgen twaalf maanden doorbetaald ouderschapsverlof en de kinderopvang wordt zwaar gesubsidieerd. Vrouwen onder de veertig kunnen door de overheid betaalde ivf-behandelingen krijgen. Toch houdt het Deense geboortecijfer, met 1,7 kind per vrouw, min of meer gelijke tred met dat van de Verenigde Staten. Er is sprake van een voortplantingsmalaise in dit verder zo gelukkige land.

    Het zijn niet alleen de Denen. Wereldwijd vertonen de vruchtbaarheidscijfers al enkele decennia een dalende lijn – in landen met een gemiddeld inkomen, in arme landen, maar ook, en dat wekt misschien nog wel de meeste verbazing, in rijke landen.

    Kleine gezinnen

    Economische voorspoed gaat wel vaker hand in hand met een afnemende vruchtbaarheid en dat hoeft niet per se een slechte ontwikkeling te zijn. In het gunstigste geval betekent het betere scholing en betere kansen op de arbeidsmarkt voor vrouwen, een bredere acceptatie van de keuze om kinderloos te blijven en een hogere levensstandaard.

    Maar in het ergste geval is het een blijk van onvermogen: van overheden en werkgevers om de combinatie werk en gezin mogelijk te maken; van de hele gemeenschap om de klimaatcrisis het hoofd te bieden zodat het stichten van een gezin geen onverantwoorde keuze lijkt; van de in toenemende mate ongelijke mondiale economie. In dit licht bezien is het krijgen van minder kinderen niet eens zozeer een keuze als wel een wrange consequentie van een aantal stuitende omstandigheden.

    In de VS is de kloof tussen het aantal kinderen dat mensen willen en het aantal kinderen dat ze in werkelijkheid krijgen, groter dan in de afgelopen veertig jaar

    Uit onderzoeksgegevens over enkele tientallen jaren blijkt dat mensen steeds vaker de voorkeur geven aan een klein gezin. Maar ook wordt duidelijk dat in het ene na het andere land de feitelijke vruchtbaarheidscijfers sneller dalen dan de opvattingen over de ideale gezinsgrootte rechtvaardigen.

    In de Verenigde Staten is de kloof tussen het aantal kinderen dat mensen willen en het aantal kinderen dat ze in werkelijkheid krijgen, groter dan in de afgelopen veertig jaar. De Organization for Economic Cooperation and Development heeft onderzoek gedaan in 28 verschillende landen. In 2016 wilden vrouwen gemiddeld een gezin met 2,3 kinderen en mannen wilden een gezin met 2,2 kinderen. Maar slechts weinigen wisten dat te realiseren. Iets weerhoudt ons ervan het gezin te stichten dat we willen. Maar wat is dat dan precies?

    Op die vraag zijn er net zoveel antwoorden als er mensen zijn die er al dan niet voor kiezen zich voort te planten.

    Op landelijk niveau zijn er verschillende verklaringen voor wat demografen een ‘achterblijvende vruchtbaarheid’ noemen, variërend van de opvallende afwezigheid van gezinsvriendelijk beleid in de Verenigde Staten tot genderongelijkheid in Zuid-Korea tot een hoge werkloosheid onder jongeren in heel Zuid-Europa. Dat heeft geleid tot zorgen over publieke gelden en de stabiliteit van de arbeidsmarkt en in sommige gevallen heeft het bijgedragen aan een opkomende xenofobie.

    Maar dat gaat allemaal voorbij aan het grotere plaatje.

    screenshot 2020 02 19 at 14 35 53

    ‘Laatkapitalisme’

    Onze huidige versie van het mondiale kapitalisme – waaraan maar weinig landen en individuen kunnen ontsnappen – heeft ertoe geleid dat sommige mensen stuitend rijk zijn, terwijl vele anderen met moeite het hoofd boven water weten te houden.

    Deze economische omstandigheden genereren sociale condities die niet bevorderlijk zijn voor het stichten van een gezin: onze werkweek is langer en ons inkomen is lager, waardoor we minder tijd en geld hebben om iemand te ontmoeten, diegene beter te leren kennen en verliefd te worden. Onze steeds competitievere maatschappij vereist dat kinderen veel aandacht krijgen en dure opleidingen volgen, waardoor we ons meer en meer gaan afvragen wat voor toekomst we een kind kunnen bieden. Een leven vol moderne media drijft ons juist in een andere richting: scholing, werk, reizen.

    Naast deze economische en sociale dynamiek is er nog de verslechtering van onze leefomgeving, op manieren die het krijgen van kinderen niet bepaald bevorderen: steeds meer chemicaliën en giffen sijpelen ons lichaam binnen, verstoren onze endocriene systemen. Het lijkt erop dat er altijd wel een deel van de bewoonde wereld is dat in brand staat of is ondergelopen.

    Wie zich zorgen maakt over de teruglopende geboortecijfers omdat ze het sociale vangnet dreigen te ondergraven of omdat er in de toekomst niet voldoende arbeidskrachten zullen zijn, ziet over het hoofd waar het werkelijk om gaat: de dalende geboortecijfers zijn een symptoom van iets veel ingrijpenders.

    Het lijkt duidelijk dat het ‘laatkapitalisme’, zoals wij het noemen – dus niet alleen het economische systeem, maar alle bijbehorende vormen van ongelijkheid en vernedering, kansen en absurditeiten – de voortplanting dwarsboomt. Over de hele wereld functioneren de economische en sociale omstandigheden, en het milieu, als een vrijwel onzichtbaar voorbehoedsmiddel. En ja, dat fenomeen doet zich zelfs voor in Denemarken. De Denen hebben niet te kampen met de verschrikkingen van de Amerikaanse studentenschulden, onze torenhoge ziektekostenrekeningen of het ontbreken van fatsoenlijke regelingen voor ouderschapsverlof. Studeren is gratis. De inkomensverschillen zijn relatief klein. Om kort te gaan: veel van de factoren die jonge Amerikanen ervan weerhouden een gezin te stichten spelen in Denemarken domweg geen rol.

    De sociale acceptatie van vrijwillige kinderloosheid is zonder meer een stap in de goede richting, zeker voor vrouwen

    Toch gaan ook veel Denen gebukt onder de sombere gevoelens die het laatkapitalisme zelfs in rijke, egalitaire landen met zich meebrengt. De Denen hoeven zich geen zorgen te maken over hun primaire levensbehoeften en de kansen liggen voor het oprapen, maar ondertussen hebben ze toch moeite met alle beloften en de druk van hun schier onbeperkte vrijheid, waardoor het krijgen van kinderen op de lange baan wordt geschoven, of wordt gezien als een onaangename verstoring van een leven dat een heel ander soort genoegens en beloningen biedt – een interessante carrière, esoterische hobby’s, exotische vakanties.

    Natuurlijk zijn er veel mensen die ervoor kiezen om geen kinderen te krijgen, en de sociale acceptatie van vrijwillige kinderloosheid is zonder meer een stap in de goede richting, zeker voor vrouwen. Maar de stijging van het aantal vruchtbaarheidsbehandelingen in Denemarken en enkele andere landen (zoals Finland, waar het aantal kinderen dat met behulp van vruchtbaarheidsbehandelingen ter wereld is gekomen in minder dan
    tien jaar bijna is verdubbeld; in Denemarken gaat het om ongeveer een op de tien geboorten) suggereert dat dezelfde mensen die kinderen als een belemmering zien, ze uiteindelijk toch vaak willen.

    ‘Solomors’

    Kristine Marie Foss, een netwerkspecialist en eventmanager, had bijna haar kans voorbij laten gaan om moeder te worden. Foss, een elegante vrouw van vijftig met een innemende glimlach, heeft er altijd van gedroomd om de ware te vinden, maar met geen van haar vriendjes hield het lang stand. Ze is heel lang single geweest. Toen ze in de dertig en in de veertig was, werkte ze als interieurarchitect en heeft ze verschillende sociale netwerken opgezet (waaronder eentje voor singles, toen het nog niet ‘cool was om single te zijn’). Ze is veel vriendschappen aangegaan en heeft die verdiept.

    Pas op haar negenendertigste realiseerde ze zich dat het misschien wel eens tijd werd om serieus over kinderen te gaan nadenken. Bij een routinebezoekje aan de gynaecoloog dacht ze ineens tot haar eigen verbazing: ‘Als ik straks vijftig of zestig ben en ik heb geen kinderen, zal ik mezelf dat nooit vergeven,’ aldus Foss, die inmiddels moeder is van twee kinderen, van negen en zes, met behulp van een spermadonor. Foss maakt nu onderdeel uit van wat de Denen ‘solomors’ noemen, moeders die bewust single zijn, een groep die steeds groter is geworden sinds 2007, toen de Deense regering besloot ivf-behandelingen voor alleenstaande moeders te vergoeden.

    Er zijn mensen die de schuld voor de afnemende vruchtbaarheid op de een of andere manier bij de vrouwen proberen te leggen – omdat ze een egoïstische keuze zouden maken door het moederschap te schuwen, of omdat ze zich scharen achter een feministische visie die zich verzet tegen de beperkte rol van de vrouw. Maar het instinct om te onderzoeken hoe het leven eruitziet zonder kinderen, is niet voorbehouden aan vrouwen. In Denemarken zal een op de vijf mannen nooit vader worden, een percentage dat vergelijkbaar is met de Verenigde Staten.

    Anders Krarup is een 43-jarige softwareontwikkelaar uit Kopenhagen die onlangs zijn liefde voor vissen heeft herontdekt. In het weekend rijdt hij vaak naar de kust van Seeland, waar hij op zeeforel vist. Als hij niet met zijn start-up bezig is, gaat hij met vrienden naar een concert. Een gezin hoeft van hem niet zo nodig. ‘Ik ben heel tevreden met het leven dat ik nu leid,’ zegt hij.

    Zijn al deze keuzemogelijkheden niet precies wat het kapitalisme ons voorhield? We kregen voorgespiegeld dat we met de juiste opleiding, het juiste arbeidsethos en de juiste visie beroepsmatig succes konden behalen en een inkomen zouden kunnen vergaren dat we konden gebruiken om uit te groeien tot de meest interessante, cultureel ontwikkelde, uitgebalanceerde versie van onszelf. Ons werd te verstaan gegeven dat dit alles – leren, werken, creëren en reizen – belangrijk was en voldoening zou schenken.

    Trent MacNamara, verbonden aan de geschiedenisfaculteit van de Texas A&M University, houdt zich al een jaar of tien bezig met de opvattingen over vruchtbaarheid en het gezin. Economische omstandigheden zijn slechts een deel van het plaatje, merkt hij op. Wat misschien wel veel belangrijker is, zijn ‘de kleine morele signalen die we elkaar geven’, schrijft hij in een artikel dat nog moet uitkomen. Het gaat om ‘signalen die hun wortels vinden in bredere opvattingen over waardigheid, identiteit, transcendentie en betekenis’. In de moderne maatschappij hebben we andere manieren gevonden om betekenis te geven, identiteiten te vormen en ons te verhouden tot transcendentie.

    ’Binnen deze context’, aldus MacNamara, lijkt het krijgen van kinderen misschien niet veel meer dan een ‘wat wereldvreemde lifestylekeuze’, bij gebrek aan sociale signalen die het idee uitdragen dat het ouderschap mensen verbindt met ‘iets wat op een unieke manier waardig, waardevol en transcendent is’. Die signalen zijn steeds lastiger op te pikken of uit te zenden in een seculiere wereld waarin een kapitalistische ethiek – onttrekken, produceren, optimaliseren, verdienen, bereiken, groeien – de boventoon voert. Op plekken waar een ander waardesysteem prevaleert, kunnen nog altijd veel kinderen worden geboren. In de Verenigde Staten zie je bijvoorbeeld dat in gemeenschappen van orthodoxe of chassidische joden, mormonen en mennonieten, het geboortecijfer veel hoger is dan het landelijk gemiddelde.

    screenshot 2020 02 19 at 14 36 14

    Zingeving

    Lyman Stone, een econoom die onderzoek doet naar populaties, wijst op twee karakteristieken van het moderne bestaan die verband houden met lage geboortecijfers: het opkomende workism – een term die is gemunt door Derek Thompson, een schrijver van The Atlantic – en de afnemende religiositeit. ‘Mensen hebben een verlangen naar zingeving,’ aldus Stone. Zonder religie gaan mensen op zoek naar externe bevestiging, bijvoorbeeld in werk, dat ‘inherent nadelig is voor de vruchtbaarheid’ wanneer het een dominante culturele waarde wordt.

    Denemarken is geen land van workaholics, zegt hij, maar het land is wel in hoge mate seculier. In Oost-Azië, waar het vruchtbaarheidscijfer tot een van de laagste ter wereld behoort, geldt het allebei. In Zuid-Korea heeft de regering belastingmaatregelen ingevoerd om het krijgen van kinderen te stimuleren en men heeft de kinderopvang toegankelijker gemaakt. Maar door de combinatie van ‘excessief workism’ en het vasthouden aan de traditionele rolverdeling is het ouderschap er niet makkelijker op geworden, en het is met name een onaantrekkelijk perspectief voor vrouwen, die thuis een tweede baan wacht.

    Er is een enorm verschil tussen het leven in het kleine Denemarken, met de goede sociale voorzieningen en een grote mate van gendergelijkheid, en het leven in China, waar het sociale vangnet niet zo sterk is en vrouwen stelselmatig worden gediscrimineerd. Toch hebben beide landen een geboortecijfer dat de bevolking steeds meer doet krimpen.

    Denemarken laat zien hoe de kapitalistische waarden van individualisme en zelfverwezenlijking ook voet aan de grond kunnen krijgen in een land waar de ergste gevolgen ervan zijn afgevlakt. China daarentegen is een voorbeeld van een land waar diezelfde waarden de concurrentiestrijd zodanig aanwakkeren dat ouders het water aan de lippen voelen staan en termen gebruiken als ‘winnen vanaf de start’, waarmee wordt bedoeld dat ze hun kinderen al op zo vroeg mogelijke leeftijd zo veel mogelijk kansen willen geven. (Dat kan ver gaan: een onderzoeker vertelde me dat er zelfs ouders zijn die de bevruchting timen vanwege de toelating tot bepaalde scholen.)

    Het instinct om te onderzoeken hoe het leven eruitziet zonder kinderen is niet voorbehouden aan vrouwen

    Na tientallen jaren een eenkindpolitiek te hebben gevoerd heeft de Chinese regering in 2015 laten weten dat elk echtpaar twee kinderen mag krijgen. Ondanks deze maatregel is het geboortecijfer nauwelijks gestegen. In 2018 was het geboortecijfer in China 1,6.

    De Chinese overheid heeft lang gezocht naar manieren om de bevolking te sturen, om de kwantiteit te verkleinen teneinde de ‘kwaliteit’ te vergroten. Deze inspanningen richten zich meer en meer op wat Susan Greenhalgh, die aan Harvard onderzoek doet naar de Chinese samenleving, ‘het cultiveren van wereldburgers’ noemt, door middel van scholing en opleiding, als middel voor de Chinese bevolking en het land als geheel om een belangrijke rol te spelen in de mondiale economie.

    In de jaren tachtig van de vorige eeuw, zegt Greenhalgh, werd het opvoeden van kinderen in China meer en meer geprofessionaliseerd, volgens richtlijnen die werden opgesteld door experts op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en pedagogiek. Vandaag de dag is het grootbrengen van een kwaliteitskind niet langer alleen een kwestie van de nieuwste opvoedadviezen volgen; het gaat ook om de bereidheid er zoveel geld in te steken als maar nodig is.

    screenshot 2020 02 19 at 14 36 46

    Kwaliteitskind

    ‘Dit concept van het kwaliteitskind, een kwaliteitsmens, is doorgedrongen in de taal van de markt,’ zegt ze. ‘Het laat zich vertalen als: “Wat kunnen we voor het kind kopen? We moeten een piano in huis halen, we moeten dansles betalen, we moeten een Amerikaanse uitwisseling bekostigen.”’

    In gesprekken met jonge Chinezen die veel baat hebben gehad bij alles wat hun ouders in hen hebben geïnvesteerd, hoorde ik de woorden doorklinken van hun Deense leeftijdsgenoten. Wie over de juiste diploma’s beschikt, heeft de afgelopen decennia kansen gekregen waar zijn of haar ouders nooit van hadden kunnen dromen, en in vergelijking daarmee lijkt het krijgen van kinderen een zware last.

    ‘Ik heb het gevoel alsof ik nog maar net ben afgestudeerd, alsof ik nog maar net ben begonnen met werken,’ zegt Joyce Yuan, een 27-jarige tolk uit Beijing, die graag een MBA-opleiding wil gaan volgen buiten China. ‘Ik heb nog steeds het gevoel dat ik aan het begin van mijn leven sta.’

    De factoren die een negatieve invloed hebben op de vruchtbaarheid doen zich in het hele land gelden: op het platteland, waar nog altijd 41 procent van de bijna 1,4 miljard Chinezen woont, staat men niet te popelen om een tweede kind te nemen, en beleidsmakers lijken daar weinig tegen te kunnen uitrichten. Nadat de centrale overheid in 2013 besloot dat echtparen in het geval dat een van beide partners zelf enig kind was dispensatie konden krijgen om twee kinderen op de wereld te zetten, dienden in de hele provincie Xuanwei – een gebied met zo’n 1,25 miljoen inwoners – in de eerste drie maanden slechts 36 mensen daartoe een aanvraag in. ‘De ambtenaren die zijn belast met gezinsplanning wijten dit aan de economische druk die jonge mensen voelen,’ valt te lezen in een onderzoek naar China en vruchtbaarheid.

    In stedelijke omgevingen zijn veel scholings- en carrièremogelijkheden, en er heerst dan ook een veel competitievere sfeer. Maar overal in het land reageren echtparen op de druk van de hyperkapitalistische Chinese economie, waar mensen hun hele leven op z’n kop moeten zetten wanneer ze een kind krijgen en dat kind op het juiste pad willen zetten – het verkeerde pad betekent een moeizaam bestaan vol onzekerheid.

    Mijn eigen ervaring als Amerikaanse is in bepaalde opzichten Deens, in andere opzichten Chinees. Ik ben een van de gelukkigen: dankzij beurzen en de ongekende offers die mijn moeder heeft gebracht, heb ik kunnen studeren zonder een schuld op te bouwen. Tot ongeveer mijn dertigste heb ik in die zin redelijk onbekommerd kunnen werken en in het buitenland kunnen studeren. Ondertussen heb ik twee masters gehaald en een mooie, zij het niet echt rendabele carrière opgebouwd. Toen ik tegen de dertig liep, hoorde ik over de mogelijkheid eitjes te laten invriezen. Het leek een geheim wapen, waarmee ik de beslissing voor me uit kon schuiven óf en wanneer ik kinderen wilde – een soort absolutie voor al die jaren die ik in het buitenland had gezeten zonder al te veel moeite te doen een partner te vinden.

    Tientallen jaren lang zijn mensen die net zoveel geluk hebben gehad als ik betrekkelijk ongevoelig geweest voor de zorgen van de jongeren van nu. Maar ineens worden we geconfronteerd met veel van de problemen waar vrouwen uit de arbeidersklasse, en met name vrouwen van kleur, al veel langer mee hebben te kampen. Deze vrouwen hadden vaak verschillende baantjes zonder enige vorm van zekerheid, zonder sociaal vangnet, en ze hebben kinderen moeten grootbrengen in gemeenschappen met vervuild drinkwater of met scholen die onvoldoende budget hadden. Ook vandaag de dag hebben ouders uit de middenklasse een structureel tijdgebrek, worden ze geweerd uit de buurten met de betere scholen en maken ze zich zorgen over plastic en milieuverontreiniging.

    artboard 1

    In de jaren negentig van de vorige eeuw ontwikkelden zwarte feministen die met bovenstaande omstandigheden werden geconfronteerd, het analytische kader dat bekend is komen te staan als reproductive justice (reproductieve rechtvaardigheid), een benadering die verder gaat dan de reproductieve rechten zoals die gewoonlijk worden begrepen – het recht op abortus en voorbehoedsmiddelen. Reproductive justice omvat ook het recht om op een humane wijze kinderen te krijgen: om ‘kinderen te krijgen, of geen kinderen te krijgen, en de kinderen die we hebben in een veilige en stabiele omgeving groot te brengen’, om de woorden te gebruiken van het collectief SisterSong.

    Het concept reproductive justice werd niet altijd helemaal begrepen, of toegejuicht, door mainstreamgroeperingen die zich bezighouden met reproductieve rechten (Loretta Ross, een van de oprichters van de beweging, zei dat een focusgroep uit de begindagen meende dat het iets van doen had met een eerlijke beloning voor kopieerbedrijven). Maar doordat er steeds meer sprake is van reproductieve onrechtvaardigheid zou de beweging wel eens aan kracht kunnen gaan winnen. ‘Wit Amerika ervaart nu de gevolgen van het neoliberale kapitalisme die de rest van Amerika altijd al heeft gevoeld,’ aldus Ross.

    Er ligt een voortplantingscrisis op de loer, en wie goed kijkt ziet overal de tekenen. Je ziet het aan de geboortecijfers die elk jaar weer een nieuw dieptepunt bereiken. Je ziet het aan de aanhoudende stroom onderzoeken die aantonen dat er een verband is tussen enerzijds onvruchtbaarheid en lage geboortecijfers en anderzijds vrijwel alle facetten van het moderne bestaan – fastfoodverpakkingen, luchtvervuiling, bestrijdingsmiddelen. Je ziet het aan de verlangende blik in de ogen van je vrienden die naar hun eerste kind kijken dat zoet zit te spelen in hun te kleine appartement, en zeggen: ‘We zouden er dolgraag nog eentje willen, maar…’ Je ziet het aan al die mensen die de top proberen te bereiken en tot de pijnlijke constatering komen dat de lat te hoog ligt.

    Vanuit dit perspectief bezien zou het debat over voortplanting even prangend kunnen – of moeten – zijn als het debat over klimaatverandering. We realiseren ons pas hoe machtig de natuur is nu het te laat is, we hebben pas oog voor de unieke schoonheid van de natuur nu ze in brand staat.

    ‘Ik zie veel parallellen tussen het kantelpunt dat mensen in hun eigen leven ervaren waar het gaat om de vraag of ze zich willen voortplanten in deze kapitalistische maatschappij en het lot van de aarde in deze kapitalistische wereld, zoals dat in bredere, meer existentiële gesprekken terugkomt,’ aldus Sara Matthiesen, een historica verbonden aan de George Washington University. Binnenkort verschijnt er een boek van haar hand over het stichten van een gezin in de tijd na Roe versus Wade (de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof, in 1973, die abortus in de VS legaliseerde). Het lijkt erop dat steeds meer mensen in de hoek worden gedrukt van: ‘Oké, dit normen-en-waardenstelsel wordt letterlijk onze dood.’

    Individualisme

    De klimaatcrisis heeft het verraderlijke debat over geboortebeperking nieuw leven ingeblazen, maar tegelijkertijd ook geleid tot een nieuwe golf van activisme, geboren uit het besef dat er sprake is van een innige verstrengeling van deze twee wezenlijke componenten van het leven – voortplanting en de gezondheid van onze planeet – en dat gezamenlijk optreden is vereist om beide te waarborgen.

    De eerste stap is afstand nemen van het individualisme dat het kapitalisme zo hoog in het vaandel heeft staan, en inzien dat we van elkaar afhankelijk zijn willen we op lange termijn overleven. We rekenen erop dat ons drinkwater schoon is, en onze rivieren rekenen erop dat wij ze niet verontreinigen. We vragen onze buren om voor onze hond en de planten te zorgen als we op vakantie gaan, en bieden aan om dat ook voor hen te doen. We huren onbekenden in om onze kinderen of onze bejaarde ouders te verzorgen en we vertrouwen erop dat die onbekenden competent en zorgzaam zijn. We betalen belasting en hopen dat de politici die wij kiezen dat geld gebruiken om te zorgen dat de wegen worden onderhouden, de scholen openblijven en de nationale parken worden beschermd.

    Al deze betrekkingen – tussen mensen onderling en tussen mens en natuur – zijn het bewijs van de onderlinge afhankelijkheid die de kapitalistische logica ons wil laten loochenen.

    Voortplanting is de ultieme erkenning van onderlinge afhankelijkheid. Er zijn tenminste twee mensen voor nodig. We worden voldragen in het lichaam van een ander mens en we komen ter wereld met hulp van artsen of vroedvrouwen of familieleden. We groeien op in omgevingen en gemeenschappen die bepalend zijn voor onze gezondheid, onze veiligheid en onze normen en waarden. We moeten concrete manieren zien te vinden om deze onderlinge afhankelijkheid te erkennen en we moeten alles op alles zetten om die te versterken. 

    Schermafbeelding 2021 06 04 om 11.18.51 1
  • Twee miljoen Hongkongers zeggen nee tegen China

    Twee miljoen Hongkongers zeggen nee tegen China

    De menigte demonstranten had gelijk om een democratisch front te vormen tegen de koppigheid van Hongkongs bestuurder Carrie Lam en de macht van Beijing, vindt columnist An Tu.

    Keuze uit het archief

    Vandaag wordt het vijfentwintigste jubileum van de overdracht van Hongkong aan China gevierd, in het bijzijn van de Chinese president Xi Jinping. In Hongkong wordt vooral de verloren vrijheid betreurd. Na maanden van protesten in 2019 – tegen toenemende invloed van Beijing – sloeg de Chinese overheid terug met de invoering van een Nationale Veiligheidswet en de hervorming van het kiessysteem. Die werden gebruikt om tegenstanders te muilkorven, en de geleidelijke democratisering van Hongkong terug te draaien. Deze journalist van een van de belangrijkste kranten van Hongkong, dat ondanks de kritische houding nog altijd bestaat, zag de ontwikkelingen drie jaar geleden al aankomen. 

    De hele bevolking van Hongkong is te hoop gelopen, de scheidslijnen tussen de verschillende groepen zijn verdwenen en daardoor heeft de beweging resultaat geboekt. De reden voor deze volkswoede is op het eerste gezicht het wetsvoorstel dat uitlevering aan China mogelijk maakt. Dit zou een duidelijke aantasting zijn van de juridische onafhankelijkheid en de autonomie van Hongkong, die juist het hart vormen van het principe ‘één land, twee systemen’ (de basis van de verhouding tussen de vroegere Britse kolonie en Beijing).

    Maar belangrijker nog: de gebeurtenissen tonen de totale mislukking van de manier waarop de verhouding tussen de regering en de bevolking van Hongkong is georganiseerd. De autoriteiten en het ‘constructieve’ (lees: pro-Beijing-) kamp houden helemaal geen rekening met de stemmen van de oppositie die in de samenleving klinken, en in het Parlement (de LegCo, oftewel Legislative Council) worden de meningen van de prodemocratische, door de bevolking gekozen vertegenwoordigers niet gerespecteerd.

    De autoritaire houding van de ‘constructieve’ kliek en de brutale arrogantie van de leider weerspiegelen het falen van de parlementaire democratie in Hongkong, die al zo beknot is. (De parlementsleden moeten aan allerlei geografische en professionele criteria voldoen en dit complexe systeem is in het nadeel van de democraten. De leider wordt benoemd door Beijing.)

    Er is geen sprake meer van normale politieke omstandigheden, de conflicten tussen de bevolking en de regering zijn niet meer te sussen, en geen bemiddelaar kan nog een verzoening tussen de twee kanten bewerkstelligen.

    In Hongkong is de parlementaire democratie in feite geen ‘gewoon’ en ‘volwassen’ politiek systeem waarin een zekere mate van ‘onderhandelen’ mogelijk is tussen de bevolking en de regering; dat is alleen maar een illusie. Nu is het ware totalitaire en autocratische karakter van het regime aan het licht gekomen; er is alleen nog maar sprake van ‘regeringsgezag’, en dat betekent onvermijdelijk het einde van de ‘politiek’.

    Massale protesten in Hongkong. – © Getty
    Massale protesten in Hongkong. – © Getty

    Dat ‘einde van de politiek’ is reden voor teleurstelling en wanhoop. We hebben geen vertegenwoordigers meer die kunnen ‘onderhandelen’ met de totalitaire regering: de opinieleiders en de volksvertegenwoordigers hebben hun leidende rol totaal verloren (vooral sinds de Paraplurevolte van 2014, die uitliep op een bezetting van 79 dagen van het centrum van Hongkong om werkelijk algemeen kiesrecht af te dwingen). De bevolking moet dus rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting.

    Zo serieus was inderdaad de grote manifestatie van 9 juni, waarbij een miljoen mensen op de been kwamen. Er heerste een sfeer van stilzwijgende woede en wanhoop in die enorme stroom mensen. Onder die miljoen demonstranten dachten maar weinigen dat ze de herziening van de uitleveringswetgeving werkelijk konden verhinderen; de meesten demonstreerden eigenlijk zonder te weten of het iets zou uithalen.

    Ze kwamen niet zozeer om politieke druk op de regering uit te oefenen, maar vooral om gehoor te geven aan een diep gevoel van onmacht (tegenover de macht in Beijing), om uit hun isolement te breken en de angst te overwinnen dat ze weer verdeeld zouden raken en individueel zouden worden vervolgd door het totalitaire regime. Ook wilden ze de wereld laten zien dat de Hongkongers nog steeds in staat waren om zich te verzetten.

    En juist die ernst rond de acties heeft bij sommigen hun twijfels over het verzet weggenomen. Daarom zag je tijdens de bloedige confrontaties en gewelddadige botsingen op 12 juni jongeren in de frontlinie, in de rug gesteund door ouderen. Het gewelddadige optreden tegen dit collectieve verzet had af en toe het bloedige karakter van een slagveld, wat bijzonder schokkend was. De discussie ‘vreedzaam blijven’ tegenover ‘je met geweld verzetten’, die in de loop van de Paraplurevolte opkwam (in 2014), is nu door de harde werkelijkheid ingehaald.

    Dankzij deze opstand tegen de mogelijkheid dat burgers worden uitgeleverd aan China, hebben wij de juistheid kunnen constateren van het principe dat ‘soldaten zonder hoop verzekerd zijn van de overwinning’. Inderdaad, omdat de bevolking zich niet druk maakte over winnen of verliezen en niemand binnen de beweging de kans kreeg om individueel de vruchten van een eventuele overwinning te plukken, kon het verzet zich verspreiden en groeide er eensgezindheid over de oude scheidslijnen heen. De mensen zijn mee komen doen aan deze ‘laatste slag’, omdat ze hun woede wilden uiten. Zo is de beweging een strijd geworden voor waarden, ideeën en identiteit.

    De bevolking moet rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting

    In feite zijn er deze keer – duidelijker dan in 2014 – twee soorten verzet opgekomen en al is de ene kant het niet per se eens met de methoden van de andere, ze begrijpen en verdragen elkaar veel beter, en soms bewonderen ze elkaar zelfs. Het is gedaan met de absurde verspilling van energie aan interne discussies uit de tijd van de Paraplurevolte.

    Onder de noemer van het vreedzaam verzet hebben zich mensen uit alle geledingen van de samenleving verzameld, met sterk verschillende beweegredenen. Scholen, universiteiten, maar ook professionele, religieuze en maatschappelijke organisaties hebben via hun netwerken een ongekende mobilisatiekracht getoond en ouders hebben zelfs hun kinderen opgeroepen tot actie. In het buitenland is door veel verschillende kanalen aandacht aan de gebeurtenissen besteed, zodat de hele wereld ervan op de hoogte raakte.

    Ook was er grote steun vanuit de diaspora; de verschillende gemeenschappen in het buitenland vonden elkaar op basis van hun Hongkongse identiteit. Mensen hebben de gelegenheid aangegrepen om hun onderlinge band te versterken en een gemeenschap te vormen van mensen die in de eerste plaats Hongkonger zijn.

    De radicalere actievoerders hebben spontane organisaties ontwikkeld (zonder veel officiële status) die heel verschillende gezichten aannamen. Hun manier van actievoeren – direct, flexibel en gevarieerd – toonde hun onverzettelijke engagement, en al degenen die belang stellen in de problemen van Hongkong, werden getroffen door hun moed en vastberadenheid. Dankzij deze groepen is voor het oog van de hele wereld de bruutheid onthuld van dit regime, dat nu zijn fluwelen handschoenen heeft uitgetrokken.

    De combinatie van deze verschillende manieren van verzet heeft uiteindelijk geleid tot een nieuw moreel pact en vooral tot een nieuwe, hybride manier van actievoeren. Zo kon het gebeuren dat activisten de hele nacht leuzen scandeerden om hun protest uit te drukken, dat bewoners video’s gemaakt door bewakingscamera’s in hun wijk uitzonden om de bewegingen van de politie te laten zien, of hoe moeders vreedzaam bijeenkwamen als teken van protest tegen het geweld van de onderdrukking.

    De verschillende manieren van actievoeren hebben een nieuwe taakverdeling opgeleverd. In de zoektocht naar middelen om de gevestigde media te omzeilen, heeft het verzet de grote diversiteit van al die deelnemers benut en hun energie gebundeld. Nu is alleen de vraag of dit pact en deze nieuwe manier om zo veel verschillende mensen op de been te brengen, blijvend zullen zijn.

    © Afdeling Planning, regering van Hongkong

    © Afdeling Planning, regering van Hongkong

    Eén land, twee systemen

    Na de machtsoverdracht in 1997 beloofde moederschoot China de ex-kolonie als Speciale Administratieve Regio (SAR) vijftig jaar lang met rust te laten. Leider Deng Xiaoping stemde er bovendien mee in dat Hongkong zijn economische, politieke en juridische systemen, zijn burgerlijke vrijheden en een vrije pers zou behouden. Die autonomie kent Hongkong inderdaad, behalve bij echt belangrijke kwesties, dan heeft de Volksrepubliek het laatste woord. Dat de Communistische Partij zich steeds meer laat gelden, veroorzaakt al jaren veel protest. Hongkongers vinden dat hun autonomie steeds verder wordt uitgehold, terwijl die tot 2047 zou zijn gegarandeerd onder de formule ‘één land, twee systemen’.

  • ‘Toeristen zijn als roofkevers die alle mooie plekjes aanvreten.’ Is er een oplossing voor overtoerisme?

    ‘Toeristen zijn als roofkevers die alle mooie plekjes aanvreten.’ Is er een oplossing voor overtoerisme?

    Voor het eerst ziet de reisindustrie zich geconfronteerd met een groep waarvoor ze tot nog toe geen aandacht heeft gehad: de oorspronkelijke bewoners, die meer dan ooit klagen dat ze hun stad niet meer terug kennen. Eindelijk worden er maatregelen genomen om de aantallen toeristen in te perken.

    Keuze uit het archief

    Hoewel de klimaatverandering de nodige invloed zal hebben op het toerisme, dat zich bijvoorbeeld steeds vaker naar het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen zal verplaatsen, zullen de meesten zich er niet van laten weerhouden te reizen. De velen die afhankelijk zijn van de toeristenindustrie zijn daar blij mee, maar voor de meeste anders ‘locals’ geldt dit niet, zoals te lezen is in dit stuk uit 2018.

    Het duurt niet lang of de mevrouw van de hotelreceptie haalt de stadsplattegrond van Porto tevoorschijn. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘dit is de binnenstad met de Douro, daar is de haven en hier … (nu klinkt er trots door in haar stem)… de mooiste boekhandel ter wereld: Livraria Lello!’

    Dat klinkt fantastisch en het ziet er op de foto’s ook fantastisch uit. Een pand van twee verdiepingen in neogotische stijl. Veel donker hout, veel oude boeken, ornamenten en gekleurd glas, en een monumentale trap in het midden. De boekhandel, geopend in 1906, is een kathedraal vol boeken, 
een droom voor leergierigen uit de hele wereld. Een plek met een magische aantrekkingskracht. Op reis wil je toch op zoek naar schoonheid, die eerder in het verleden dan in het heden te vinden is. Misschien wil je zelfs ook een boek kopen, vakantielectuur voor ’s avonds aan de Atlantische Oceaan. J.K. Rowling zou vaak in de Livraria zijn geweest toen ze begin jaren negentig in Porto woonde, waar ze Engels doceerde en ook Harry Potter bedacht.

    Porto is geen grote stad, telt maar iets meer dan 200.000 inwoners en de binnenstad is compact. Het eerste dat er van Livraria Lello te zien is, zijn de lange rijen mensen voor de deur. Jonge Japanse meisjes, Scandinavische backpackers, gezinnen uit Frankrijk, stelletjes uit China, Amerikanen en ook Duitsers. Uiteraard.

    Roofkever

    Een imposante portier bewaakt de 
toegang. Alleen zij die in de winkel ernaast voor 5 euro een voucher hebben gekocht, met daarop een portret van Fernando Pessoa, de beroemdste Portugese dichter, mogen naar binnen. Ook voor die winkel staat 
een rij, tussen afzetbanden als bij de incheckbalie op een luchthaven. Het publiek schuifelt er langs rekken met souvenirs, ansichtkaarten en sleutelhangers, het gebruikelijke assortiment.

    De boekhandel zelf is in werkelijkheid al even mooi als op de foto’s. Ook al is het eigenlijk helemaal geen boekhandel meer. Nauwelijks iemand bladert en snuffelt er in de boeken, iedereen heeft de smartphone in de hand om foto’s te maken. Foto’s die er net zo 
uitzien als de meer dan zevenduizend plaatjes die al op TripAdvisor zijn gezet, de grootste toeristensite ter wereld, die de Livraria als een van de topbezienswaardigheden van de stad opvoert.

    Vier jaar geleden nog dreigde Livraria Lello failliet te gaan, zoals dat eigenlijk voor het hele land gold na de financiële crisis. De boekhandel werd toen al goed bezocht, maar boeken werden steeds minder verkocht. Iemand opperde op een dag om dan maar gewoon 5 euro entree te gaan heffen. Dat klonk idioot, maar inmiddels komen er gemiddeld vierduizend mensen per dag binnen, en in de zomermaanden zelfs vijfduizend. In 2017 bedroeg het totale aantal bezoekers van Livraria Lello 1,2 miljoen en beliep de omzet ruim 7 miljoen euro.

    Wie een boek wil kopen – want ook 
dat schijnt voor te komen – vindt hier de Portugese klassiekers in vertaling en natuurlijk ook Harry Potter. De 
voucher wordt op het aankoopbedrag in mindering gebracht. Livraria Lello zou model hebben gestaan voor Klieder & Vlek, de boekhandel waar Harry Potter zijn toverboeken koopt. Een museum, een decor, maar als plek met een magische aantrekkingskracht duidelijk ontsproten aan een rijke fantasie. En een symbool voor het moderne toerisme dat als een roofkever alle mooie plekjes aanvreet. Maar voor de inwoners van Porto staat de boekhandel symbool voor de opleving van een land dat een paar jaar geleden nog tot de crisisgebieden van Europa behoorde.

    Wanneer zou er eigenlijk voor 
het laatst een inwoner van Porto in de Livraria zijn geweest? En moest die ook in de rij staan en 5 euro betalen?

    Dat herstel heeft Portugal mede te danken aan het toerisme, dat met dubbele cijfers groeit, ook in het vroegere arme noorden rond Porto. Ryanair en EasyJet vliegen al jaren op de stad, die allang is uitgegroeid tot nieuwe hotspot van het stedentoerisme. Afgelopen jaar kwamen er ongeveer 2,5 miljoen buitenlandse toeristen naar 
deze streek, van wie een op de twee 
een bezoek bracht aan Livraria Lello. 
Porto is nog niet zo ver als Barcelona 
of Amsterdam, steden waarvan de bewoners zich inmiddels teweerstellen tegen de toeristen die de stad overnemen, maar er is allang een Porto van 
de toeristen en een Porto van de bewoners. Wanneer zou er eigenlijk voor 
het laatst een inwoner van Porto in de Livraria zijn geweest? En moest die ook in de rij staan en 5 euro betalen?

    Er zijn tijden geweest dat de reusachtige toeristenhotels nabij de stranden van Benidorm, El Arenal op Mallorca en aan de Adriatische kust in Italië symbool stonden voor de lelijkheid van het moderne massatoerisme. Achteraf beschouwd waren dat rustige tijden. Benidorm en El Arenal zijn steden ‘uit de reageerbuis’, gebouwd zodat Europa in de zomermaanden aan het strand kon liggen. Kunstmatige reservaten, niet mooi, maar doelmatig, toeristenfabrieken die men vroeg of laat ook weer had kunnen ontmantelen.

    Tegenwoordig zijn die reservaten niet meer toereikend. Handdoek aan handdoek verdringen zich de zonaanbidders op de stranden van Zuid-Europa. De kleine baaien van Mallorca zouden vanwege overbezetting eigenlijk 
gesloten moeten worden. Ook aan de Noord- en Oostzee, op Sylt, op Rügen, zijn hotels en pensions volgeboekt.

    Toch maken strandgangers nog 
maar nauwelijks de helft uit van het moderne toerisme in Europa – de andere helft wordt gevormd door cruisevaarders en stedentrippers. Al lange tijd wordt het beeld in de mooie, bijzondere steden van Europa meer door toeristen bepaald dan door de 
oorspronkelijke bewoners. Steden 
veranderen in musea en amusementsparken, ontwikkelen speciale zones voor toeristen, waar de stedelingen niet wonen maar alleen werken. In de traditionele restaurants zitten toeristen, die geringschattend toekijken hoe andere toeristen wachten tot er iets gaat gebeuren. Staren is er de belangrijkste bezigheid en gezelligheid is 
ver te zoeken. Het is als een overval. 
Ze komen, ze blijven maar even en dan zijn ze weer weg – maar ze doen in tussentijd alsof de stad die ze bezoeken van hen is.

    © Nan Palmero
    © Nan Palmero

    Reizen is van luxe tot gemeengoed geworden, het snel stijgende aanbod van goedkope reizen via internet heeft nieuwe klantenlagen aangeboord voor de toeristische sector: wie een paar dagen in Palma, in Barcelona of op het strand wil doorbrengen, vindt met een paar muisklikken een geschikte vlucht en onderdak. En vaak nog voor een spotprijs ook.

    De infrastructuur ter plaatse kan de toestroom van reizigers echter niet meer aan, zowel op de bestemmingen als in het land van herkomst. Op de Duitse luchthavens ontstonden er 
deze warme zomer soms chaotische toestanden. Mensen verdrongen zich zenuwachtig voor de beeldschermen met vluchtinformatie. Het aantal uitgevallen vluchten was in het eerste halfjaar met 146 procent gestegen, het aantal vertraagde vluchten met 31 procent. In München en Frankfurt kwam in een tijdsbestek van enkele dagen het hele vliegverkeer tot stilstand, omdat nog niet gecontroleerde passagiers door een veiligheidssluis waren gelopen.

    Overbelaste infrastructuur, overvolle steden en stranden: de reisbranche lijkt aan het eigen succes ten onder 
te gaan. Naar schatting 670 miljoen mensen waren afgelopen jaar in Europa op pad. Alleen al in deze zomermaanden reisden er waarschijnlijk bijna 200 miljoen toeristen over het continent. Niet alleen Europeanen die elkaars landen verkennen, maar ook 
de winnaars van de globalisering en vertegenwoordigers van de nieuw ontstane middenklassen in Rusland, het Verre Oosten en de Arabische landen zorgen voor de groei van het mondiale toerisme.

    En voor groeiende problemen, want de sterke toename kent ook verliezers. En die komen steeds vaker in verzet, zoals onlangs de piloten van Ryanair, wier werkgever dankzij hun slechte arbeidsomstandigheden en lage lonen een prijsvechtersstrategie kan voeren.

    Verliezers, dat voelen zich vooral ook de inwoners van de steden en regio’s die de stroom van bezoekers nog maar nauwelijks aan kunnen. Mensen die uit hun woning worden verdrongen, omdat het voor de eigenaar veel lucratiever is om die ruimte per dag of per week aan toeristen te verhuren. Mensen die zich in overvolle vervoermiddelen moeten persen, omdat toeristen bezit hebben genomen van bussen en treinen. Mensen die zich niet meer thuis voelen in hun wijk, omdat ze in hun vertrouwde cafés en restaurants tot een minderheid behoren. Áls ze daar al een plekje kunnen vinden – en zich de stijgende prijzen nog kunnen veroorloven.

    Private winsten en maatschappelijke verliezen

    De toeristenindustrie ziet zich plotseling geconfronteerd met een groep waarvoor ze tot nog toe geen aandacht heeft gehad. Ze had steeds oog voor 
de gasten en was de gastgevers simpelweg vergeten. ‘Het toerisme is een fenomeen met veel private winsten en veel maatschappelijke verliezen,’ zegt Christian Laesser, hoogleraar toerisme aan de universiteit van het Zwitserse Sankt Gallen.

    De winsten komen vaak ten gunste 
van enkelen, de verhuurders en hoteleigenaren; slechts een gering deel 
gaat naar de vaak slechtbetaalde werknemers in de reissector. De grote rest wordt opgescheept met alleen het lawaai, de rommel, de hoge huren en het gevoel een vreemde in eigen land te zijn, een figurant in een soort Disney World voor toeristen.

    Dat gevoel is op veel plekken omgeslagen in openlijke vijandigheid: ‘Tourists go home’, spuiten activisten in veel toeristenbolwerken op de muren, en 
op Mallorca hebben ze een ‘summer of action’ uitgeroepen, met protestacties op de luchthaven en in hotels. In Palma worden toeristen met paardenvijgen bekogeld, in Barcelona worden ze van hun fiets geduwd en in cafés lastiggevallen, in Venetië hebben zelfbenoemde piraten de toegang tot cruiseschepen geblokkeerd.

    De reisindustrie heeft inmiddels ingezien dat het eigen succes het fundament van het businessmodel steeds meer aan het uithollen is. ‘Overtoerisme’ is de leus die momenteel de 
congressen van de branche beheerst. Besproken wordt hoe de toeristenstromen zodanig kunnen worden gespreid dat ze niet meer als een bedreiging worden ervaren.

    Maar hoe doe je dat als tegelijkertijd het aantal toeristen blijft toenemen? 
In de opkomende landen in Azië treden jaar in jaar uit miljoenen mensen toe tot de nieuwe middenklasse. Zij kunnen het zich plotseling veroorloven om verre reizen te maken. En dat doen ze dan ook. Volgens schattingen van 
de branche zal het aantal toeristen 
tot 2030 wereldwijd toenemen met 500 miljoen, van wie de helft Chinezen. Velen van hen zullen ook Europa en de bezienswaardigheden daar bezoeken.

    Toerisme is op dit moment waarschijnlijk de belangrijkste bedrijfstak ter wereld, veel groter dan de olie-industrie en de automobielbranche. 
De omvang wordt geschat op circa 7000 miljard euro per jaar, 10 procent van het bruto mondiaal product. Bij 
dit enorme bedrag inbegrepen zijn behalve de directe omzetten ook die van aanverwante bedrijfstakken als het hotelwezen, het transportwezen met al zijn vliegtuigen, cruiseschepen en touringcars, en de souvenir- en de reisbureaubranche.

    ‘Massatoerisme is een fenomeen van onze postmaterialistische maatschappij. Bezit is niet meer het belangrijkst, we willen worden vermaakt’

    In vakantieland Spanje draagt de reisindustrie zelfs 14,9 procent bij aan het bruto binnenlands product. In veel landen is het aantal bezoekers groter dan het aantal inwoners, zoals in Griekenland, Portugal, Spanje, Frankrijk 
en Tsjechië. Dat creëert banen en een bescheiden welvaart, maar maakt ook afhankelijk – en dat is gevaarlijk zodra reizigers wegblijven, zoals de afgelopen jaren het geval was in Turkije en Egypte. Beide landen zien evenwel geleidelijk aan een terugkeer van de toeristen, omdat dat grotendeels vergeetachtige wezens zijn die gevaren als terreuraanslagen verdringen en schendingen van mensenrechten negeren – als het weer maar goed is 
en de prijs laag.

    Goedkoop moet het zijn en goedkoop is reizen geworden, vooral dankzij de digitalisering. Reisportals als Expedia, Trivago en Booking.com hebben de gevestigde reisbureaus gemarginaliseerd en bedreigen ook concerns als TUI en Thomas Cook, die tot nog toe de markt beheersten. Doorlopend bieden ze vluchten en overnachtingen tegen bodemprijzen.

    Anders dan de vakantieaanbieders uit het catalogustijdperk runnen de digitale concurrenten geen eigen hotels 
en hebben ze geen vliegtuigen, cruiseschepen en reisbureaus, maar verdienen ze alleen aan de bemiddeling bij diensten van anderen. Ze kunnen via hun platforms prijzen nagenoeg ‘realtime’ bijsturen en optimaliseren doorlopend hun algoritmen om winst te genereren. Doelgericht verzamelen ze gegevens over de voorkeuren van klanten, en inmiddels krijgen ze het zelfs voor elkaar om op het optimale moment op maat gesneden aanbiedingen te sturen.

    Reizen is dankzij de goedkope vliegtickets een soort allemansrecht geworden, zoals goedkope T-shirts en winkelen bij een discounter. Een weekendje Berlijn of Barcelona was opeens een alternatief voor een uitstapje in eigen land, met dramatische gevolgen voor de verschillende bestemmingen. 
Barcelona heeft zich bijvoorbeeld ontwikkeld van geheimtip tot massabestemming; het marktaandeel van de prijsvechters is daar bijna 70 procent. Op de luchthaven Berlijn-Schönefeld zijn die goed voor bijna 90 procent van de vliegbewegingen. Alleen al in de voorbije tien jaar is het aantal vertrekkende passagiers daar verdubbeld, van circa 6 naar bijna 13 miljoen.

    De Duitse hoofdstad is een favoriete bestemming in Europa geworden en moet alleen nog Londen en Parijs voor laten gaan in populariteit. ’s Avonds en in het weekeinde trekken honderden op feest beluste jongeren uit heel Europa door het stadsdeel Mitte. Ze laten meestal niet veel geld achter in de stad, maar wel een hoop afval en lege bierflessen.

    Jarenlang zag het ernaar uit dat het traditionele overstap- en het prijsvechtersverkeer onverminderd naast elkaar verder konden groeien. Maar deze zomer loopt dit model voor het eerst tegen grenzen aan. Geannuleerde vluchten, vertragingen en omboekingen zijn aan de orde van de dag. Volgens berekeningen van de wereldluchtvaartorganisatie IATA zijn de vertragingen in het luchtverkeer boven Europa alleen al in het eerste halfjaar van 2018 toegenomen met 133 procent. Sommige luchthavens, zoals Frankfurt, Düsseldorf en Berlijn, verzoeken de reizigers inmiddels dringend om drie uur voor vertrek op de luchthaven aanwezig te zijn om de mensenmassa te kunnen verwerken.

    Dat reizen een bezigheid vol stress is geworden, ergert de toeristen, maar het schrikt ze niet af. Paolo Giuntarelli, socioloog, weet ook waarom: ‘Massatoerisme is een fenomeen van onze postmaterialistische maatschappij. Bezit is niet meer het belangrijkst, we willen worden vermaakt.’ Giuntarelli 
is manager van het verkeersbureau van de Italiaanse regio Lazio. Zijn kantoor bevindt zich in Rome. Hij houdt daar tamelijk eenzaam de wacht, want veel Romeinen zijn deze weken naar het platteland getrokken omdat het hun in de stad te warm werd.

    Maar de bezoekers van Rome laten zich niet afschrikken door de temperatuur.

    Venetianen verzamelen zich op bootjes bij de Rialtobrug als protest tegen het groeiende aantal cruiseschepen in de stad. – © Getty
    Venetianen verzamelen zich op bootjes bij de Rialtobrug als protest tegen het groeiende aantal cruiseschepen in de stad. – © Getty

    Er zijn weken dat Rome compleet onder de voet wordt gelopen. Zoals eind juli, toen 60.000 misdienaars 
uit heel Europa de stad binnentrokken, van wie 50.000 uit Duitsland. Het motto van hun pelgrimsreis was: ‘Zoek de vrede en jaag haar na!’ Maar wat ze vooral najoegen, waren de bezienswaardigheden.

    Op dinsdagavond waren de altaarjongens bij de paus. Toen tegen achten de audiëntie ten einde liep, was het Sint-Pietersplein bezaaid met plastic flesjes, A4-tjes met liedteksten, lege Haribozakjes en bananenschillen. Hetzelfde gold voor het aangrenzende Piazza Papa Pio XII. De vuilniszakken in de houders langs de straat puilden allang uit, of waren gescheurd. Ook vrome mensen produceren afval.

    Rome: dat zijn lange avonden op de piazza’s, met pasta, rode wijn en vrolijke liedjes. Later op de avond moeten de toeristen het inmiddels doen zonder wijn en bier, want sinds 2017 mag er 
in Rome na tienen buiten geen alcohol meer worden gedronken. Het verbod, uitgevaardigd door burgemeester 
Virginia Raggi, is van juli tot oktober van kracht.

    In 2017 schuifelden 14,7 miljoen bezoekers door de straatjes van Rome, oftewel een op de vier bezoekers van Italië. Wie in de stad overnacht, blijft gemiddeld tweeënhalve dag, en dat is vergelijkbaar met andere Europese metropolen.

    Lazio

    In Frascati, Tivoli of andere steden in de regio Lazio raken de bezoekers maar zelden verzeild. Giuntarelli zou de toeristenstroom graag willen laten afbuigen, de regio in, naar een van de kleinere plaatsen. Daar zouden ze kennis kunnen maken met de Italiaanse manier van leven, ‘goed eten, goede wijn’. Of het Franciscuspad kunnen lopen dat door Lazio voert.

    In krantenadvertenties en radiospots prijst Giuntarelli Lazio aan, op vakantiebeurzen deelt hij folders uit. Een daarvan presenteert Lazio als trouwlocatie, een andere maakt reclame voor de warmwaterbaden van de regio. Ook als golfbestemming wil Giuntarelli de regio groot maken – ‘we werken eraan’.

    Omdat Lazio niet alleen staat met zijn problemen, heeft de regio zich aangesloten bij NecsTour, een netwerk van 
37 Europese regio’s die zich verplichten tot duurzaam toerisme, een vorm van reizen die vakantiegangers en economie gelukkig maakt zonder schadelijk te zijn voor het milieu. Dus ongeveer het tegenovergestelde van cruises. 
‘Dat is niet het toerisme dat we willen stimuleren,’ zegt Giuntarelli.

    De reusachtige schepen stoten massaal smerigheid uit en leveren de regionale handel en horeca nauwelijks iets op. 
De passagiers zijn maar een paar uurtjes in de stad, overnachten aan boord en nemen bij het passagieren vaak zelf proviand mee. Ze laten nauwelijks geld achter, maar wel veel afval. ‘Cruisetoerisme is alleen goed voor de aanbieders van cruises,’ zegt Giuntarelli met een laatdunkend glimlachje.

    In het Kroatische Dubrovnik geven cruisepassagiers gemiddeld slechts 24 euro per dag uit, andere gasten daarentegen ongeveer 160 euro. De stad heeft bijzonder te lijden onder 
de toestroom van toeristen. Sinds de schilderachtige binnenstad het decor was van de serie Game of Thrones, zijn 
de bezoekersaantallen exponentieel gestegen. Maar daarvan komen er 
jaarlijks 800.000 met de boot.

    Het aantal bezoekers van Dubrovnik moet worden teruggedrongen naar achtduizend per dag

    Dubrovnik heeft 42.000 inwoners, die het liefst thuisblijven als de cruiseschepen binnenvaren. Niet alleen de inwoners hebben te lijden, maar ook het middeleeuwse centrum van de stad, en daarom moet het aantal bezoekers worden teruggedrongen naar achtduizend per dag. Anders, zo heeft Unesco gedreigd, raakt de stad zijn status als cultureel werelderfgoed kwijt.

    ‘Er is een herbezinning gaande – weg van het eenzijdige groeidenken dat het toerismebeleid in de meeste steden tot nog toe heeft gekenmerkt,’ zegt planoloog Johannes Novy, die op dit moment aan de Universiteit van Westminster in Londen onderzoek doet naar stadsontwikkeling en toerisme. ‘Te lang ging het alleen maar om de vraag: hoe krijgen we meer toeristen in de stad? Andere doelen werden niet besproken, en ook niet hoe je negatieve gevolgen zou kunnen tegengaan.’ Niet altijd is het toerisme als zodanig overigens het probleem, zegt Novy, soms zijn het bepaalde verschijningsvormen ervan, ‘zoals het in veel steden om zich heen grijpende partytoerisme, of de lange tijd ongebreidelde stijging van het aanbod van vakantiewoningen’.

    Steeds vaker doen de verantwoordelijken hun best om de ‘groeipijnen’ van het toenemende aantal reizigers te bestrijden: ze willen de stroom van toeristen laten afbuigen, zoals in Rome, of zelfs aan banden leggen, zoals in Dubrovnik. Barcelona geeft geen toestemming meer voor nieuwe hotels, Parijs heeft Airbnb en andere woningbemiddelaars sterk gereguleerd, Palma de Mallorca heeft de 
verhuur van vakantiewoningen via 
dat platform zelfs helemaal verboden. Maar er is geen stad die zo rigoureus optreedt tegen het overtoerisme als Amsterdam.

    En toch zijn ze er nog, de plaatsen en regio’s waar toeristen welkom zijn die elders niet meer zo graag gezien zijn en waar niemand zich opwindt over langdurige party’s en zuiprituelen. Daniel Stefanov staat op een podium, ingeklemd tussen de weg en het strand, en kijkt hoe de menigte in 
het schuim verdwijnt. Er staan twee sneeuwkanonnen op de dansvloer van Megapark Dolphin, een reusachtig 
partycomplex dat Stefanov samen 
met zakenpartners is begonnen in het Bulgaarse Zlatni Pjasatsi (Goudstrand), een vakantieoord aan de Zwarte Zee. Uit het ene kanon daalt het schuim 
als vlokken taartdeeg op de feestende vakantiegangers neer, uit het andere regent het fijne wolkjes zeepsop. De menigte juicht en staat tot kniehoogte in het schuim. Daniel Stefanov is weer een stuk dichter bij zijn doel gekomen om van Goudstrand een vaste bestemming van Duitse feesttoeristen te maken, als alternatief voor El Arenal 
en Playa de Palma.

    Zon, strand en zuipen

    Vijftien jaar geleden openden Stefanov en zijn 44-jarige partner Sava Daritkov in Zlatni Pjasatsi de openluchtdiscotheek Megapark Dolphin, een zwemparadijs met aangrenzende dansvloer. Acht jaar geleden kwam daar de Partystadl bij, waar schlagers worden gedraaid en een halve liter bier omgerekend 2 euro kost.

    Stefanov en Daritkov hebben veel geïnvesteerd in hun droom. Ze importeerden witbier uit Duitsland, huurden zangers in die anders in de Bierkönig en de Oberbayern op Mallorca optraden en gingen schuimparty’s organiseren. Sindsdien krijg je hier op dinsdag en zaterdag voor 20 euro entree een uur lang cocktails naar keuze en schuim uit het kanon.

    De eigenaren draaien het beste seizoen ooit. Allereerst kwamen aan het begin van de zomer de eindexamenkandidaten uit Duitsland, vervolgens de voetbalverenigingen en kegelclubs, en daarna de vrouwen, maar vooral mannen van begin tot midden twintig, die naar eigen zeggen voor vakantiegeluk maar drie dingen nodig hebben: ‘zon, strand en zuipen’. Het seizoen zou weleens tot eind september kunnen doorgaan, denkt Daritkov. En er is nog iets wat hij per se kwijt wil: ‘Wij zijn blij met onze gasten.’

    Het is een zinnetje dat een nieuwe betekenis heeft gekregen sinds de 
‘Ballermann’ [strandbar Balneario 6 
op Mallorca] niet meer zo goed uit de voeten kan met de feestende massa’s. Mallorca wil geen feesteiland meer zijn en heeft de nachtelijke zuippartijen en seks op het strand verboden. Goudstrand, zo luidt de boodschap, is niet alleen de goedkopere, maar ook de ‘betere Ballermann’.

    Niklas, Marvin en Marcel staan aan 
de bar in Megapark Dolphin met in 
de hand een glas vodka peach en een felgroen shirt aan met het motto van hun trip van vorig jaar: ‘Malle 2017. Einer für alle. Alle für Malle’. Daar [Mallorca] zijn ze met zo’n tien vrienden geweest. De nieuwe verordeningen op het eiland zijn een van de redenen dat ze deze zomer naar Bulgarije zijn gegaan, zegt de 24-jarige vrachtwagenmonteur Niklas. In El Arenal hebben ze gezien hoe de Spaanse politie met drie auto’s kwam aanscheuren toen er ondanks het verbod een emmer sangria op het strand verzeild was geraakt. Dat vonden ze wel een beetje overdreven.

    Op Goudstrand is dat anders. Omwonenden zouden hun beklag kunnen doen over de drukte. Maar omwonenden zijn er hier niet.

    Dit dossier werd samengesteld door Der Spiegel -redacteuren Dinah Deckstein, Lothar Gorris, Sebastian Hammelehle, Nils Klawitter, Alexander Kühn, Armin Mahler, Martin U. Müller, Ann-Kathrin Nezik, Raniah Salloum en Robin Wille.


  • ‘Monsters bestaan – ook in onze tijd’

    ‘Monsters bestaan – ook in onze tijd’

    Mag je massamoordenaars monsters noemen? Ja, vindt hoogleraar filosofie Stephen T. Asma. ‘Monster is een woord dat we gebruiken voor mensen van wie we gedrag, motieven, denkpatronen vrijwel niet of totaal niet kunnen begrijpen.’ 

    Keuze uit het archief

    Ook al is het in liberale samenlevingen not done om mensen te demoniseren, stelt filosoof Stephen T. Asma in dit artikel uit 2017, toch zijn er nog steeds monsters onder ons. Zoals massamoordenaar Stephen Paddock, die in 2017 zestig mensen doodschoot tijdens een countryconcert in Las Vegas. Hoe gaan we om met dit soort mensen van wie de daden buiten ons voorstellingsvermogen liggen?

    Wat is een monster eigenlijk?

    ‘Het woord komt van het Latijnse werkwoord monstrare, waarschuwen. Met name in de antieke Griekse en Romeinse cultuur werd het woord bijvoorbeeld gebruikt voor een baby die was geboren als Siamese tweeling, of die een arm of been miste, of er juist een extra had. Zo’n kind werd beschouwd als een monster. De Grieken noemden hen teratos. Ze dachten dat het een gruwelijke straf was voor immoreel gedrag – een idee dat ook de middeleeuwse christenen graag toepasten om allerlei voorspellingen te doen. Het was een teken dat er onheil dreigde voor de staat of voor de keizer van dat moment of voor een bepaalde veldslag. Een monster is een mengeling van natuurlijke rampspoed en bovennatuurlijke betekenis.’

    Zijn monsters een uiting van weerzin?

    ‘Ja, er komt ook altijd een emotioneel en affectief aspect bij kijken. Een interessante filosoof, Noël Carroll, laat zien dat monsters, vooral moderne monsters uit het horrorgenre, altijd slijm uitscheiden of extra aanhangsels en tentakels hebben. Ze hebben iets wat ingaat tegen ons gevoel voor lichaamsbarrières of lichaamsbegrenzingen. Dat veroorzaakt vaak het gevoel van walging. Daarom zijn monsters vaak politiek zo nuttig. Een beschaving die ten oorlog trekt, zal altijd de tegenstanders demoniseren of “monsteriseren”. Die worden dan neergezet als onbeschaafd en walgelijk, bijvoorbeeld als het gaat om hun seksuele hygiëne. Ze worden een mikpunt van afkeer.’

    Dus in sociologische termen zijn zij de ‘outgroup’?

    ‘Juist: jij bent anders dan wij. Vreemdelingenhaat loopt als een rode draad door de geschiedenis van monsters. Als jij anders bent dan wij, dan reageren we met walging of zijn we bang en op onze hoede. Dat zie je in de antieke wereld, in de middeleeuwen en ook nu nog in het heden, aan de manier waarop wij onze vijanden neerzetten.’

    Heeft religie een rol gespeeld in het vormen van monsters?

    ‘Religie bouwt nooit alleen maar een pantheon van goden. Die goden zijn altijd een antwoord op een dreiging die wordt gepresenteerd via een of ander monsterverhaal. Als je naar de oudste verhalen kijkt, of dat nu in de hindoeïstische, de Chinese of de Mesopotamische literatuur is, zoals de Gilgamesj, altijd kom je er wel een monsterheld of heldmonster tegen. Dit moet wel te maken hebben met een evolutionaire strategie voor het vormen van fictieve familiegroepen. Hoe zorg je dat grote aantallen mensen die geen bloedverwanten zijn toch samenwerkende groepen worden? Daarvoor heb je dit soort verhalen nodig.’

    Frankenstein.
    Frankenstein

    Hebben monsters een evolutionaire functie?

    ‘Anderen wegzetten als monsters kan een uiterst nuttige aanpassing geweest zijn voor de eigen overleving als groep. De natuur was geen warm, gezellig holletje. Zulke horrorverhalen hadden nut omdat mensen erdoor gingen oppassen voor echte vijanden – zowel voor dieren als voor menselijke vijanden. Het folkloristische weerwolfverhaal was wijdverbreid in Europa. Dat is logisch, want de wolven in Noord-Europa waren een bedreiging voor Europeanen. In de Amerika’s bestaat een weerbeerfolklore, omdat oorspronkelijke Amerikanen zich zorgen maakten over echte beren en bang waren opgegeten of aangevallen te worden door beren. Als je naar de monsters van die werelden kijkt, zie je dat ze eenzelfde transformatiefunctie hebben. Het dier dat je kunt worden, of waarvoor je bang moet zijn, is het plaatselijke roofdier.’

    U schrijft dat er nog een andere kant aan het verhaal zit. Welke is dat?

    Dat gaat om een interessant gegeven dat niet veel aandacht krijgt. Daarbij gaat het niet om xenofobie, maar om xeno-nieuwsgierigheid. Een klassiek voorbeeld is dat van Sint-Augustinus. Hij weet dat monsters geacht worden in Afrika en het Oosten te leven. Daartoe behoren ook cyclopen en cynocehali, wezens met een hondenkop, en de blemmyes, wezens zonder hoofd maar met hun gezicht op hun borst. Iedereen denkt dat deze monsters incarnaties van het kwaad zijn, de kinderen van Kaïn: doorboor hun hart en ze zijn er geweest. Maar Augustinus benadrukt de “wonderlijke” kant van deze schepsels. Hij zegt: “Deze wezens zijn griezelig, maar als we met ze kunnen praten en als dan blijkt dat ze een bepaald vermogen tot redelijk denken bezitten, kunnen ze misschien gered worden, dan kunnen ze misschien deel uitmaken van de Verlossing.”’

    ‘Volgens het moderne, liberale standpunt heeft het monster een knuffel nodig, begrip en redelijke onderhandelingen’

    Hoe is deze traditie door de jaren heen overgeleverd?

    ‘Het is typisch iets voor het westerse liberale denken om de kring van tolerantie uit te willen breiden naar degenen die anders zijn dan jij. Vanuit het moderne liberale standpunt is het heel verkeerd om een afkeer te hebben van vreemdelingen. Je hoort anderen niet te monsteriseren of demoniseren, je hoort geen walging van hen te voelen. Zo kun je ook Frankenstein interpreteren. Als ze op middelbare scholen Frankenstein behandelen, gebruiken ze dat verhaal om te laten zien dat je agressie en geweld oproept door geen verschillen in je groep toe te laten. Dat is een liberale interpretatie van het monster. Het monster is niet het kwaad. Het monster heeft een knuffel nodig, begrip en redelijke onderhandelingen.’

    Wanneer werd ‘monster’ een term voor een mens?

    ‘Dat is echt een interessant onderwerp. Er zijn een paar lijnen die we kunnen volgen. Een loopt naar de oude Grieken, die het verschijnsel van een monsterlijk verlangen kenden. Je kon een verlangen in je hebben dat zo overweldigend was dat het je van jezelf vervreemdde. Dat Medea haar kinderen vermoordt, dat de ene persoon de andere doodt of dat liefde je krankzinnig maakt, komt doordat Eros je monsterlijke dingen laat doen. Het was een bezetenheid van binnenuit, een psychologisch vermogen dat je niet goed had gekanaliseerd. Ik denk dat die lijn doorloopt tot Freud en het idee van een “id” dat ons ware zelf is. In ons allemaal zit iets wat zorgvuldig moet worden beheerst. Anders pleegt het psychopathologische daden. Dat zie je nu met de schutter van Las Vegas. We willen weten waarom hij het deed. Is er iets in onszelf dat ons ook iets dergelijks kan laten doen als we het niet in de hand houden?’

    Zou u Stephen Paddock, de schutter van Las Vegas, een monster noemen?

    ‘Jazeker. Daar komt de term “monster” nog steeds goed van pas. Hij verwijst naar een categorie monster dat we niet kunnen begrijpen. Zodat we zeggen “Dit gaat er bij mij echt niet in. Hier snap ik helemaal niks van.”’

    Waarom komt de term ‘monster’ dan goed van pas?

    ‘Veel mensen denken: Ach, het woord monster is niet meer van deze tijd, je moet het niet meer gebruiken; je moet mensen en hun drijfveren begrijpen. Ik ben van mening dat de term monster nog steeds goed bruikbaar is wanneer je met iemand als Stephen Paddock te maken krijgt. Een van de kenmerken van een monster is dat het niet iemand is met wie je rationeel kunt onderhandelen. Met een vijand kun je nog raakvlakken vinden, zijn er dingen die je kunt volgen. Je vijand haat je misschien. Misschien heeft het conflict een economische achtergrond. Monster is een woord dat we alleen gebruiken voor mensen met wie niet onderhandeld kan worden. Het is vrijwel, zo niet geheel onmogelijk om hun gedrag, hun motieven, hun denkpatroon te begrijpen. Ons gebruikelijke inlevingsvermogen werkt bij deze mensen niet. “Monster” roept negatieve associaties op, en daar valt over te discussiëren. Maar in dit geval is het volkomen terecht om het woord te gebruiken.’

    Moeten we ons eenvoudigweg neerleggen bij het feit dat mensen monsterlijk kunnen zijn?

    ‘Dat is een lastige vraag. Ik heb eens een rechter geïnterviewd die zich dertig jaar lang had beziggehouden met de beestachtigste misdadigers waarover wij alleen maar in de krant lezen. Hetzelfde geldt voor mijn broer, die als detective voor een advocatenkantoor werkt. Allebei zeggen ze hetzelfde: soms ondervraag je iemand die gevangenzit omdat hij zijn kinderen heeft vermoord of iets anders gruwelijks heeft gedaan, maar zodra je met zo iemand in gesprek raakt, wordt het heel moeilijk om hem als monster te blijven zien. Mijn broer vertelde me een keer over zijn gesprek met een man die algemeen gezien wordt als een monster. Na een paar uur komt het gesprek op muziek. Het blijkt dat ze dezelfde muzikale smaak hebben. Misschien roken ze samen een sigaret. Plotseling heb je met zo iemand een natuurlijke menselijke relatie. Dat verandert wel iets aan je neiging om deze persoon alleen maar als een monster te zien.

    ‘In de rechtspraak bestaat de mogelijkheid om te zeggen: ‘Oké, je was dronken of high van iets en werd woedend en pleegde toen een gruwelijke misdaad’’

    De rechter maakte een onderscheid. Hij zei: “Ik vind hun daden monsterlijk, maar ik zie de persoon niet als een monster.” Volgens mij maakt de wet daar nog een extra onderscheid bij. In de rechtspraak bestaat de mogelijkheid om te zeggen: “Oké, je was dronken of high van iets en werd woedend en pleegde toen een gruwelijke misdaad.” Het Amerikaanse recht kent nog een categorie mens, die wordt aangeduid met die prachtig negentiende-eeuws klinkende term: iemand die een “kwaadaardig hart” heeft. Dat is echt een juridische term, want hij maakt deel uit van de juridische definitie van malice – boze opzet – en staat in de Californische strafwet. Het betekent dat het een karakterkwestie is. Deze persoon heeft de bedoeling een ander pijn te doen, en geniet daar mogelijk van. Ik vind het interessant dat de wet erkent dat er mensen zijn die gewoon door en door slecht zijn en ingeperkt moeten worden. Het is niet zo dat ze een moment van monsterlijkheid hadden of een monsterlijke daad pleegden. Dit zíjn monsters.’

    Maar kun je een persoon scheiden van zijn of haar daden? Het is toch een en hetzelfde brein dat erachter zit.

    ‘Ja, dit zijn typeringen die voortkomen uit de folklore, neem ik aan. Maar folklore is vaak overheersend in de wet. Aan de andere kant, als je er alleen vanuit de neurowetenschap naar kijkt, kan ik me voorstellen dat je al snel naar determinisme neigt. Wat zouden we tegenkomen wanneer we in de hersens van iemand als Stephen Paddock keken? Vinden we dan een tumor? Er is nog geen ander motief opgedoken, dus neig ik in die richting. Misschien was het iets dergelijks. De zaak is nog niet afgerond. We hebben meer informatie nodig. Maar je hebt gelijk: kan een beestachtige daad worden gescheiden van de persoon, is de persoon niet de som van zijn daden? Aan de andere kant hebben we wel enig onderscheid nodig tussen iemand die iets doet terwijl hij tijdelijk de controle over zichzelf kwijt is, en iemand die bewust een gruweldaad bedenkt en tot in de details uitwerkt. Daarom is een term als “karakter” nog steeds bruikbaar in de menswetenschappen. In termen van de neurowetenschap, tja, er zal heus geen afzonderlijk mensje in de hersens zitten, maar er is misschien wel een verhaal te vertellen over het falen van het systeem dat de impulsen moet beheersen.’

    Is elk mens in staat tot monsterlijkheid?

    ‘Ik denk dat elk mens in staat is tot het plegen van monsterlijke daden, maar echte monsters zijn vrij zeldzaam. Onze darwiniaanse erfenis heeft ons allemaal evolutionair gevormde vormen van agressie meegegeven, maar onze roofdierneigingen worden getemperd door verzorging en culturele opvoeding. Bij psychopathische persoonlijkheden spelen een gebrek aan goed ouderschap en culturele opvoeding vaak een rol, in combinatie met hersenafwijkingen. Toch kunnen ook bepaalde ideologieën zoals het jihadisme of het imperialisme een normaal gesproken empathisch persoon in een monster veranderen. Slechte ideeën kunnen onze prosociale gevoelens een andere richting geven en een kwaadaardig hart scheppen.’

    Wie of wat maakt een leider monsterlijk?

    ‘De tirannieke man heeft aantrekkingskracht voor mensen die zich bedreigd voelen of voor een staat die zich bedreigt voelt. Dat zie je telkens weer. Sociologen en antropologen noemen dit het verschijnsel van de “sterke man”: een groep voelt zich bedreigd, hun basisbehoeften worden niet vervuld, en er komt een charismatische, tirannieke figuur op. Zo ging het met Hitler. Zo ging het met Stalin. Ik heb in Cambodja gewoond en weet veel over het verhaal van de Rode Khmer en Pol Pot. Maar zelfs Plato zei het al in zijn Republica. Het interessante is dat het moeilijk is kritiek op zo iemand te leveren of er tegenwicht aan te bieden, omdat de tiran of de monsterlijke leider alleen maar agressief hoeft te zijn. Dat is zijn enige taak. Jij kunt wel zeggen dat hij irrationeel is of onlogisch, of moeilijk om mee samen te werken, maar dat maakt niets uit. Dat zijn gewoon de “deugden” van een monsterlijke leider. Neem het gedoe tussen Donald Trump en “Little Rocket Man”, zoals hij Kim Jong-un tegenwoordig noemt. De aantrekkingskracht van Trump op zijn aanhangers is denk ik dat Trump nu gestoord lijkt en dat andere grote mannen, grote bazen, misschien wel een andere gestoorde man zullen erkennen en respecteren. Dit zou een afschrikkend effect kunnen hebben. Het zou deels ook kunnen verklaren waarom een monsterlijke man aan de macht blijft.’

    Wat bedoelt u als u schrijft dat monsters een morele functie hebben?

    ‘Monsters kunnen deel uitmaken van de morele verbeelding als manier om te laten zien wat we niet willen zijn. Een duidelijk voorbeeld is dat van de jihadi die een journalist onthoofdt. Maar er zijn ook subtiele vormen, zoals Ebenezer Scrooge. Onze literatuur en cultuur scheppen iconen van immoraliteit en die dragen bij aan de vorming van ons gedrag en ons denken. Veel mensen genieten van horror in bijvoorbeeld The Walking Dead, omdat het een soort generale repetitie is. Ik verwacht geen zombieapocalyps, maar ik vraag me wel af wat er zou gebeuren als het netwerk uitviel en wij geen elektriciteit hadden en er opeens voedselgebrek zou zijn. Wat zou er gebeuren als de moderne samenleving knarsend tot stilstand kwam? Veel monsterscenario’s zouden een vervangende training kunnen zijn voor wat er tussen mensen zou kunnen gebeuren.’

    Wat is uw monster? ‘Ik ben bang voor diep, donker water. Het is een bijna verlammende angst voor zeemonsters, wat een volkomen irrationele en belachelijke angst is. Daardoor ben ik me gaan afvragen hoe het nou eigenlijk zit.’

    En, hoe zit het?

    ‘Als je filosofie studeert, ben je behept met het vooroordeel van dit vakgebied tegen irrationaliteit. Zijn de knopen eenmaal ontward, dan moet rationaliteit het grote licht van de psyche zijn. Dat licht schijnt naar binnen en verklaart bovennatuurlijkheid en irrationele angsten. Je hoeft alleen maar je geest goed te trainen en dan kun je de kelder van je psyche uitruimen bij het heldere licht van de rede. Ik begon te beseffen dat dat niet klopt. De rede is niet het grote besturingssysteem. De psyche is gebaseerd op een veel groter en ouder besturingssysteem, namelijk het emotionele besturingssysteem. Uit veel onderzoek blijkt dat rationele of cognitieve gedragstherapie mensen nauwelijks helpt om over echte, verlammende fobieën heen te komen. Het lijkt er echt op dat het iets anders of diepers is.’

    Waar komt die verlammende angst dan vandaan?

    ‘Dat zullen we de komende twintig jaar nog niet precies weten, maar ik denk wel dat het werk van affectieve neurowetenschappers als Jaak Panksepp, die helaas overleden is, Antonio Damasio, Kent Berridge en Richard Davidson uiteindelijk het antwoord zal opleveren. Zij geloven dat we een aangeboren emotionele bedrading hebben die flexibel genoeg is om verschillende gebeurtenissen en ervaringen te verwerken. Ik denk dat die zienswijze juist is, al komt er nu kritiek op van mensen als [neurowetenschapper, psycholoog en auteur van het boek How Emotions Are Made] Lisa Feldman Barrett. Maar ik ben het echt niet eens met haar theorie van geconstrueerde emoties. Ik denk dat ze veel te veel bezig is met de conceptuele ruimte van de geest.’

    In haar visie zijn emoties geen kant-en-klare circuits in het brein die worden getriggerd door ervaringen. Het zijn constructies, manieren van het brein om de wereld te begrijpen.

    ‘Ja, en ik denk dat wat zij beschrijft wel klopt voor een bepaald domein van het geestelijk leven, namelijk voor een puur menselijk domein daarvan. Maar als het om de geest gaat ben ik te veel darwiniaan om te denken dat dit voor meeste emoties opgaat. De meer subtiele soorten emoties, zoals het gevoel van vrees of verveling, passen misschien goed in Barretts visie. Maar ik denk dat we homologisch gezien basale affectieve systemen gemeen hebben met andere zoogdieren. Zij ontkent dat, en daarin ben ik het dus niet met haar eens. Ze intellectualiseert emoties zo sterk – door ze als concepten te zien – dat ze dierlijke emoties of emoties van baby’s niet kan verklaren. Uiteindelijk moet het verhaal van angst, fobie en horror geworteld zijn in de oudere emotionele systemen.’

    Hoe hebben monsters u ertoe gebracht om over verbeeldingskracht te schrijven?

    ‘Ik had veel nagedacht over beelden. Lang voordat we beschikten over geschreven talen en verhalen, hadden we in ons brein al beelden als gevolg van de waarneming. We moeten ooit een communicatievorm hebben gehad met beelden en lichamelijke gebaren, voordat we taal hadden. Daardoor ging ik me afvragen hoe oud de verbeeldingskracht eigenlijk is. Is die meegekomen met de taal of konden we allang met beelden communiceren voordat we taal hadden? Volgens mij zijn er veel manieren om kennis te hebben en met anderen te communiceren, die niet linguïstisch zijn maar te maken hebben met lichaamstaal, in de vorm van dansen, of via tekenen of beeldend werk, zoals de grotschilderingen in Lascaux of Chauvet. Al vóór het propositioneel denken bestond er een hele taal van verbeeldingskracht en geestelijk leven.’

    Leeft dat oude verbeeldende leven nog steeds in ons?

    ‘Volgens mij wel, ja. Het wordt overschaduwd doordat het propositioneel denken overheerst. We zijn nu in ons brein sterk uitvoerend georganiseerd. Dat is wat je doet als je een kind opvoedt. Je legt een neocorticaal besturingssysteem over de wirwar aan meer associatieve motorische waarnemingsprocessen heen. We leren allemaal onze geest te disciplineren, zoals we leren ons gedrag te disciplineren. Maar we kunnen die neocorticale controleur het zwijgen opleggen via creatieve activiteiten, zoals kunst, en uitstapjes maken naar deze vroegere vorm van denken.’

    Wat zou u zijn als u geen hoogleraar filosofie was?

    ‘Ik twijfel tussen muziek en visuele kunst, maar hoe dan ook zou ik kunstenaar zijn. Ik bén nog steeds kunstenaar. Ik word er alleen niet meer voor betaald.’

  • Getijden- energie moet Swansea 
uit het slop trekken

    Getijden- energie moet Swansea 
uit het slop trekken

    Swansea, de tweede stad van Wales, kende ooit een bloeiende scheepvaartindustrie, maar ligt er nu verlopen bij. De hoop voor de toekomst is gevestigd op een duurzame waterkrachtcentrale.

    Swansea is geen fraaie stad. Als 
je van de trein stapt, beland je 
in een winkelstraat vol dichtgespijkerde of ingegooide etalages. Naar het westen strekt zich een lang strand uit, maar de huizen op de helling van Swansea Bay zijn van het strand afgesneden door parkeerterreinen, een drukke verkeersweg en het gemeentehuis, een betonnen kolos in brutalistische stijl. En juist deze in het slop geraakte stad van 240.000 inwoners 
in Zuid-Wales, ooit het centrum van een welvarende scheepsbouw- en metaalindustrie, gaat pionieren met 
een nieuwe vorm van duurzame energie.

    Swansea heeft schreeuwend behoefte aan een project dat investeringen aantrekt

    De combinatie van sterke getijden-verschillen en een grote behoefte aan stadsvernieuwing heeft geleid tot 
een project om alle huishoudens in 
de stad straks van stroom te voorzien uit getijdenenergie. Het plan is om 
’s werelds eerste waterkrachtcentrale in een kunstmatige lagune te bouwen. Met een ringdijk van opgespoten 
zand en rotsblokken wordt straks 
11,5 vierkante kilometer zee omsloten. In de zeewering worden 16 turbines 
van 8 meter doorsnee geplaatst. Als de poorten worden opengezet, stroomt 
het water langs de turbines en wordt 
er energie opgewekt. Dat gebeurt iedere keer als het niveauverschil van het water aan weerszijden van de dijk op zijn hoogst is, dus viermaal per dag: 
bij eb en bij vloed telkens eenmaal in beide richtingen.

    120 jaar energie

    Volgens Tidal Lagoon Power, het bedrijf dat is opgezet om een aantal van deze projecten uit te voeren, levert dit genoeg energie op voor 155.000 huishoudens. Dat is 90 procent van het particuliere stroomverbruik in de stad. Voor een project van meer dan een 
miljard pond (bijna anderhalf miljard euro) is dat een bescheiden opbrengst. Maar er zijn nog andere voordelen, zoals de lange levensduur: de lagune is ontworpen om diezelfde hoeveelheid energie 120 jaar lang te blijven leveren. Een ander pluspunt is de grote voorspelbaarheid: wind en zonlicht zijn wisselvallig, de getijden bewegen in vaste en zeer voorspelbare patronen.

    Een andere reden voor dit project heeft meer te maken met de wensen van de regio maar is daarom niet minder urgent: Swansea heeft schreeuwend behoefte aan een project dat investeringen aantrekt. Het stadsbeeld van deze in de oorlog verwoeste en in de jaren zestig herbouwde gemeente wordt gedomineerd door beton en dichtgespijkerde winkels. De stad trekt nauwelijks bezoekers. Door onhandige stadsplanning is het prachtige strand afgesneden van het stadshart. En slechts weinigen wagen zich de zee in, omdat de stadsriolering op de baai uitkomt. Vanaf het strand kijk je uit op 
de schoorstenen van de staalfabriek 
in Port Talbot, verderop langs de kust.

    De definitieve vergunning voor de aanleg van de ringdijk moet nog worden afgegeven, maar na vierenhalf jaar ontwikkeling heeft Tidal Lagoon 
Power al 200 miljoen pond aan kapitaal bij elkaar gekregen. Het is nu bezig 
met behulp van infrastructuurfonds Macquarie voor 800 miljoen aan schuldfinanciering rond te krijgen. 
In oktober 2014 werd verzekeraar Prudential als hoofdinvesteerder genoemd en afgelopen februari sloot vermogensbeheerder InfraRed zich daarbij aan. Beide hebben niet officieel bekendgemaakt hoeveel ze in het project investeren, maar het zou rond de 100 miljoen pond zijn. Een waterkrachtcentrale
 in een getijdenlagune is iets nieuws, deelname van grote investeerders aan zo’n project niet. En in een tijd waarin staatsobligaties uitzonderlijk weinig opbrengen, kan een waterkrachtcentrale die meer dan honderd jaar geld blijft opbrengen een aantrekkelijke investering zijn. Om het draagvlak voor het project te verhogen, is ook bijna een half miljoen pond opgehaald met de uitgifte van aandelen voor inwoners en lokale bedrijven.

    Kosten

    De kosten per megawattuur energie zijn hoger dan bij andere energiebronnen: naar schatting 168 pond. Energie uit fossiele brandstoffen kost doorgaans nog geen 100 pond, en zelfs bij windmolens in zee, de duurste vorm van groene energie, kost de stroom maar zo’n 140 pond per megawattuur.

    Duurzame energie is, net als kernenergie en andere vormen van energiewinning, afhankelijk van overheidsgeld om de investeringskosten te dekken. Kosten die bij de consument terechtkomen in de vorm van hogere energieprijzen. Het onafhankelijke adviesorgaan Citizens Advice heeft al gezegd dat het project ‘ontstellend’ weinig opbrengt en roept de betrokken ministers op om er een stokje voor te steken. Er kleeft één heel groot ‘maar’ aan het hele project: ook volgens de ontwikkelaars zelf is het economisch onrendabel als er maar één lagune wordt aangelegd. Daarom wil men er nog vijf aanleggen. Met twee lagunes in Cardiff en Newport erbij zegt Tidal Lagoon Power alle huishoudens in Wales langer dan een eeuw van stroom te kunnen voorzien voor een prijs die vergelijkbaar is met die van kernenergie. Verder hebben ze plannen voor nog drie andere lagunes in Wales, en als ze alle zes worden gerealiseerd, kunnen ze uiteindelijk voorzien in 8 procent van de totale Britse energiebehoefte.

    Er is elders ter wereld wel ervaring opgedaan met getijdenenergie, maar dan in iets andere vorm. Bij het Koreaanse Sihwa-meer is een waterkracht-centrale verwerkt in een zeewering die oorspronkelijk was aangelegd om overstromingen tegen te gaan. En de Franse waterkrachtcentrale van Rance (geen lagune maar een stuwdam) is al sinds 1966 in bedrijf. Bovendien is de technologie nog veel ouder.

    Volgens een adviesorgaan brengt het project ‘ontstellend weinig’ op

    Steenkool nummer 1
    Steenkool nummer 1

    Volgens Simon Boxall van Southampton University, gespecialiseerd in fysische 
oceanografie, wordt er al heel lang graan mee gemalen. ‘Getijdenmolens zijn hier al honderden jaren in gebruik, en in andere landen al duizenden jaren,’ zegt hij. ‘En die werken volgens hetzelfde principe als de geplande getijdencentrale in Swansea Bay.’ Stroom opwekken door getijdenenergie is volgens hem ‘volkomen logisch’ en had al veel eerder moeten gebeuren. Omdat het veel stabieler is dan andere duurzame energiebronnen en daarom bij uitstek bruikbaar als basisvoorziening waar je als land van afhankelijk bent.

    Groene toekomst

    Critici zijn bang dat de lange dam in het water het uitzicht zal bederven. Voorstanders zeggen dat de dam eerder bezoekers zal aantrekken dan wegjagen. Tidal Lagoon Power schat dat er zo’n honderdduizend dagjesmensen per jaar op af zullen komen. Er zijn plannen voor een boulevard, een fietspad, een bezoekerscentrum en een restaurant. Met het waterbedrijf van Wales is afgesproken dat rioolwater niet langer in de baai zal worden geloosd, zodat de lagune geschikt wordt om te zeilen, 
te kanoën en te zwemmen. Een oesterkwekerij kan bijdragen aan het herstel

    Hoe de branding energie levert
    Hoe de branding energie levert

    van de gedecimeerde oesterpopulatie. Er zijn plannen voor een kreeftenkwekerij en de verbouw van zeegroenten als bruinwier en zeekraal. Op een groot videoscherm in het centrum van Swansea komt af en toe een promofilmpje van Tidal Lagoon Power langs, met meeslepende muziek en flitsende computeranimaties. Maar het scherm staat voor de McDonald’s op een uitgestorven plein, omringd door wegwerkzaamheden. Sommigen zien in het laguneproject een utopisch visioen van een groene toekomst. Voor de lokale bevolking betekent het 2000 banen voor de aanleg van de dam en 180 banen voor langere duur, alsmede een manier om meer investeerders naar Swansea te trekken.

    Cassie Werber

  • China’s seksdokter

    China’s seksdokter

    De Chinese sociologe 
Li Yinhe (63) probeert haar landgenoten te bevrijden van hun preutsheid. 
Dat lijkt aardig te lukken.

    Een van haar laatste artikelen heet: ‘Hoe je werk vermijdt en beter kunstwerken kunt gaan maken’. Het grootste kunstwerk van allemaal natuurlijk: je eigen leven. Want mevrouw de professor doceert niet, mevrouw de professor leeft. Het gaat erom de mensen de ogen te openen, juist voor het vanzelfsprekende, voor wat ze niet meer zien. De 63-jarige Li Yinhe, woonplaats Beijing, voedt in zekere zin een heel volk op. Ze laat de Chinezen zien hoe je ook tegen seks kunt aankijken en tegen het leven in het algemeen. Hierbij moet ze niet alleen opboksen tegen zes decennia communistische moraal, maar ook tegen de tweeënhalfduizend jaar daarvoor. Li Yinhe onderwijst door zichzelf als voorbeeld te nemen. Dat heeft ook als voordeel dat ze na alle inspanningen in elk geval zichzelf heeft gered. Hoewel je het nauwelijks inspanningen kunt noemen als je er lol in hebt.
    Inzicht nummer één is dus: de mens is vrijer dan hij denkt. Hij mag dan geboren zijn in de ketenen van de familie, van de maatschappij, maar wat weerhoudt hem er als volwassene eigenlijk van deze af te schudden, vandaag nog, op dit moment?


    Li Yinhe kijkt op: ‘Niets’.


    Inzicht nummer twee: als god niet be-staat en het leven geen zin heeft, dan kun je het ook aan de liefde wijden, en elke ademtocht aan het genieten van woeste schoonheid. Doe wat je leuk vindt. Stort je in het avontuur. En ja, zegt Li Yinhe, dat kan ook in China.


    Inzicht nummer drie: een man en een vrouw, goed. Ook goed: een man en een man. Een vrouw en een vrouw. Of twee mannen en twee vrouwen. Of een vrouw en een man die vroeger een vrouw was.

    Opboksen tegen zes decennia communistische moraal

    Ridder

    Deze laatste situatie geldt voor Li Yinhe zelf, ze heeft haar ridder gevonden. Zo noemt ze hem echt: ridder. Hij heeft haar gered uit een ‘zee van verdriet’. Zij, de atheïste, zit in een theehuis aan de rand van Beijing, drinkt groene thee, kauwt zonnebloempitten en spreekt over haar levenspartner als over een door God gezonden engel die met de kracht van tienduizend donderslagen op haar is neergedaald. Toen Li Yinhe eind vorig jaar bekendmaakte een verhouding te hebben met de nu 50-jarige Zhang Hongxia, was ze een tijdlang nog meer onderwerp van gesprek dan anders. Het stel stond op de cover van het populaire magazine People Weekly, het partijblad Renmin Ribao leverde commentaar op de relatie en ook op internet stonden de twee in de schijnwerpers. Wat een verhaal.

    Zij: de vrouw die iedereen kende. Hij: de man die zeventien jaar lang haar geheim was. Maar vooral was hij de man die als vrouw was geboren. Terwijl dit liefdesverhaal als je er goed over nadenkt eigenlijk anders moet worden verteld. Vrouw houdt van transseksueel? Zeker, maar het minstens even verbazingwekkende aspect is toch eigenlijk: beroemde sociologe houdt van taxichauffeur. Voor Li Yinhe mocht Zhang Hongxia dan een ridder zijn die aan kwam galopperen, zijn hoofdberoep was taxichauffeur en in veel opzichten een van de typisch Beijingse soort. Dus iemand die het liefst tot diep in de nacht mahjong speelt en die met een grote boog om boeken heen loopt. Zhang is tegenwoordig haar assistent, doet het huishouden (‘Ik zorg ervoor dat ze geen vinger hoeft uit te steken!’), maar leest nog altijd geen letter van haar. Van haar, de intellectueel, van wie het ene na het andere boek furore maakte, wier ideeën de vensters wijd openzetten in dit land dat aan verplichte preutsheid dreigde te verstikken.

    Een Chinese agent inspecteert een sauna tijdens een politieactie tegen prostitutie in de stad Qingdao. Li Yinhe pleit voor legalisering van het oudste beroep. – © Hollandse Hoogte
    Een Chinese agent inspecteert een sauna tijdens een politieactie tegen prostitutie in de stad Qingdao. Li Yinhe pleit voor legalisering van het oudste beroep. – © Hollandse Hoogte

    Op die dag in 1997 toen ze hem ontmoette, treurde ze nog om haar eerste grote liefde, die haar nog maar net was ontvallen: Wang Xiaobo, de dappere, pas na zijn vroege dood gevierde absurdistisch schrijver, die het woeste leven van het vlees in de kooi van ideologie en traditie op eigen wijze had gevierd. Met Wang Xiaobo was ze jarenlang getrouwd geweest, met hem had ze in 1992 een baanbrekende studie over homoseksualiteit gepubliceerd. Zolang hij leefde, stond zij, de afgestudeerd sociologe, in zijn schaduw. Pas in de jaren daarna werd ze een autoriteit in het liefdesleven van de natie, nadat ze met haar trilogie van studies over de seksualiteit van de vrouw, over de liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht en over het sadomasochisme, de grenzen van waarover in China kon worden gesproken weer eens een heel stuk had verlegd. Het tijdschrift Asian Weekly rekende haar destijds onder de ‘vijftig invloedrijkste Chinezen’.

    Verboden liefde

    Het maakt Li Yinhe niet zoveel uit. ‘Schoonheid en liefde zijn het belangrijkste in het leven,’ zegt ze. ‘De rest interesseert me eerlijk gezegd niet.’ Dat klopt niet helemaal, want ten eerste wil ze natuurlijk haar inzicht dat geluk mogelijk is met zo veel mogelijk landgenoten delen. En ten tweede is alleen al het streven naar persoonlijk geluk een zeer politieke daad in China: het woord ‘hedonisme’ was in het woordenboek van de Communistische Partij steeds synoniem met ‘individualisme’ en ‘egoïsme’, een verwerpelijk burgerlijk streven. Toen Li Yinhe in de jaren tachtig aan een manuscript werkte met de titel ‘Genieten van het leven’, was haar moeder verbijsterd over zo’n aanstootgevend plan. ‘Hoe kun je toch zo positief schrijven over genot?’ Een paar jaar later en wat kalmer geworden, noemde ze haar dochter alleen nog maar spottend ‘Dokter Seks’. Li Yinhe en Wang Xiaobo waren allebei kinderen van de Culturele Revolutie, die China tussen 1966 en 1976 verwoestte. In die tijd veranderden de Chinezen op bevel van Mao Zedong in een volk van aseksuele revolutieschepsels (terwijl de grote roerganger zelf zich met ontelbare liefjes vermaakte). Liefde was als burgerlijk concept verboden, betekende verraad aan de revolutie en was alleen toegestaan in de vorm van totale overgave aan Mao. Een ontdekte liefdes-brief kon een openbare vernedering, een pak slaag of zelfs werkkamp betekenen. De ouders van Li Yinhe werkten bij Renmin Ribao, het partijblad. Haar vader was zelf een communist, zij het sceptisch van aard. Na haar terugkomst uit Binnen-Mongolië, waar ze in het kader van de Culturele Revolutie naartoe was gestuurd, stuitte Li bij een collega van haar ouders op een goudmijn: een bibliotheek van meer dan tienduizend boeken, de hele verzameling wereldliteratuur, allemaal verboden werken. De 20-jarige Li sloot zich maandenlang op met de boeken en verslond er zoveel als ze kon.

    Twee boeken lieten haar niet meer los. Het ene was The Catcher in the Rye. ‘Sommigen vrienden van me kenden het uit hun hoofd.’ Het andere was 1984.

    Haar moeder noemt haar spottend ‘Dokter Seks’

    Seksuele revolutie

    China is niet altijd preuts geweest. Vroeger gaven de Chinezen, met name de taoïsten, zich over aan de ‘harmonie van yin en yang’. Seks gold als gezond en natuurlijk, en bepaalde praktijken – bijvoorbeeld wanneer de man zich de ejaculatie ontzegde – stonden als levensverlengend te boek. Tijdens de Song-dynastie (960-1279) stonden waarden als kuisheid en reinheid hoog in het vaandel. Onder de Mantsjoes, die van 1644 tot 1911 de laatste keizerlijke dynastie vormden, werd het land nog een stuk bedeesder. Maar zelfs in die tijd werden homoseksualiteit en prostitutie beschouwd als normaal en werd het toegestaan. Mao’s Communistische Partij predikte enerzijds de vooruitgang door de gearrangeerde huwelijken te verbieden en de vrije partnerkeuze bij wet vast te leggen, maar tegelijkertijd bereikte de door de overheid opgelegde preutsheid onder deze partij haar hoogtepunt.

    ‘De partij kwam aan de macht met de belofte de hongerende Chinezen te verzadigen,’ zegt Li Yinhe.

    ‘In hun ogen was seks een overbodige luxe, een gevaarlijke afleiding, verdorven.’ De Chinezen zijn inmiddels verzadigd, en warm aangekleed zijn ze ook. Er ontstaat dus een verlangen naar meer. In 1989, net na haar studie in de Verenigde Staten, deed Li Yinhe onderzoek naar het seksleven van de Beijingers. Slechts 15 procent van de ondervraagden had seks voor het huwelijk, de meesten met hun verloofde. In 2013 deed ze hetzelfde onderzoek landelijk. Nu was het al meer dan 70 procent. ‘Het is een revolutie,’ zegt Li Yinhe. ‘De Chinezen hebben meer seks. Ze gaan met meer partners naar bed. En ze leren steeds meer verschillende seksuele handelingen.’ Natuurlijk zijn er ook critici die deze ontwikkeling en Li Yinhe verdorven noemen. ‘Maar wordt hierdoor nu de maatschappij te gronde gericht?’ vraagt ze. ‘Nee, het maakt de mensen gelukkiger.’ Zoals met alles is het China van tegenwoordig ook rond het thema seks een vat vol tegenstrijdigheden. Enerzijds bevrijdt een nieuw generatie zich in rap tempo van banden en taboes, anderzijds sprak Li Yinhe onlangs weer een vrouw die geen idee had hoe ze zwanger was geworden en wat de seks met haar echtgenoot daarmee te maken had. De onwetendheid is groot. Op scholen is seksuele voorlichting in theorie verplicht, maar valt het in de praktijk meestal uit. Zo groot is de schaamte van de onderwijzers en zo groot de angst van de ouders dat hun kinderen hierdoor verpest raken.

    Zelfs het partijblad Renmin Ribao wenste haar geluk met haar relatie

    Middeleeuwen

    Er valt veel te doen voor iemand als Li Yinhe. Op Weibo, China’s tegenhanger van Twitter, heeft ze meer dan een miljoen volgers, en op haar blog zijn bijna vierhonderdduizend mensen geabonneerd. Hier breekt Li Yinhe een lans voor de legalisering van prostitutie en pornografie, en voert ze strijd voor het recht op groepsseks en een partner van dezelfde sekse. ‘Waarom moet iemand worden gestraft voor iets wat niemand schade berokkent?’ Al twee decennia probeert ze elk jaar weer afgevaardigden in het Chinese Volkscongres te winnen voor de legalisering van het homohuwelijk. Tot aan haar pensioen, twee jaar geleden, werkte Li Yinhe aan de Academie voor Sociale Wetenschappen, de belangrijkste denktank van de Chinese regering. Van het beleid op het gebied van seks heeft ze geen hoge pet op, want dat blijft ver achter bij de ontwikkelingen in de samenleving en is deels ‘in de middel-eeuwen’ blijven steken. Toch waardeert Li Yinhe de vooruitgang, mijlpalen zoals het schrappen van de ‘onzedelijkheidsparagraaf’ in 1997, die vooral homoseksuelen achter de tralies deed belanden.

    Prostitutie wordt nog altijd gecriminaliseerd en sinds kort voor lastercampagnes gebruikt, maar de laatste veroordeling van een bordeelhoudster dateert ook alweer van twintig jaar geleden. Als het gesprek op de televisiesoap Keizerin van China komt, rolt Li Yinhe met haar ogen. De kostbare serie over keizerin Wu Zetian was een hit bij de kijkers, tot ze in december door de censoren van de buis werd gehaald. Toen de uitzendingen werden hervat, waren de royale decolletés van de knappe hofdames van de Tang-dynastie digitaal weggewerkt.

    Tolerant

    Sinds 17 jaar woont Li Yinhe samen met Zhang Hongxia. De twee hebben een jongen geadopteerd, die nu veertien jaar is. Al toen hun zoon zes was, zegt Li Yinhe, heeft ze hem verteld hoe het zat met zijn ouders. De buitenwereld was nu pas aan de beurt. Op internet deden geruchten de ronde dat ze lesbisch was en dus ging Li opnieuw aan de slag om het land voor te lichten. In december schreef ze op haar blog dat ze zich aangetrokken voelde tot mannen, niet tot vrouwen. Haar partner was ‘zowel qua voorkomen als psychologisch een man’ en wel ‘een stereotiepe man, van wie vrouwen schrikken als hij in het damestoilet opduikt’. Ook al is hij als vrouw geboren. ‘Ze is geen zij. Ze is een hij,’ schreef Li Yinhe. Alleen al in de eerste 24 uur werd haar tekst 33.000 keer op Weibo gedeeld. Het overgrote deel van de commentaren was positief, men prees haar moed en dankte haar voor haar openheid. Zelfs het partijblad Renmin Ribao wenste haar geluk en appelleerde aan tolerantie.

    ‘Ieder is uniek op zijn eigen manier, laten we allemaal ons best doen om de samenleving gelijke tred te laten houden met de stand van de wetenschappelijke inzichten,’ schreef de krant op haar microblog. Het debat over haar en haar partner is weer een les voor haar land, zegt Li Yinhe. ‘Twintig jaar geleden heb ik de Chinezen uitgelegd wat homoseksuelen zijn en nu maak ik hun duidelijk wat transseksuelen zijn. En al met al is het toch verbazingwekkend hoe tolerant de mensen zijn.’ Niettemin heeft Li Yinhe onlangs na drie jaar werken een dik manuscript voltooid dat, zoals ze zelf zegt, ‘nul kans’ heeft op publicatie in China. ‘Te pornografisch.’ Ze giechelt, maar is vervolgens weer serieus: ‘Nu verschijnt het in Hongkong.’ Het zijn korte verhalen, met als belangrijkste thema sadomasochisme. De 63-jarige somt op: ‘Vrouwelijke meesteressen en manne-lijke slaven, allemaal net andersom, met z’n tweeën, met z’n drieën, met z’n vieren, een hoop orgasmen, het staat er allemaal in.’ […] Het is het eerste literaire werk van Li Yinhe.

    Kai Strittmatter

    Storm in een glas water

    ‘Li Yinhe veroorzaakt storm over seks’, luidde de kop in het Kantonese blad Nanfang Renwu Zhoukan. In december 2014 deden op internet geruchten de ronde dat Li Yinhe homoseksueel zou zijn. Een onbekende commentator beweerde dat ze een lesbiënne was die ‘al jarenlang samenwoont met een tomboy’. Hij vroeg zich ook af of de zoon die Li en haar partner hadden geadopteerd wel ‘naar school kon en vriendjes kon maken’ vanwege ‘de abnormale gezinsomstandigheden’ waarin hij opgroeide. De seksuologe, die eerder vrijwel nooit iets losliet over haar privéleven, antwoordde op haar blog dat ze samenwoonde met een persoon die als vrouw was geboren, maar die zich nu als man beschouwde. Zijzelf, preciseerde ze, was volledig heteroseksueel. Er volgde een ‘storm’ van commentaren op de Chinese sociale media. Los van haar eigen voorkeuren is Li er overigens van overtuigd dat China op termijn het homohuwelijk zal invoeren. ‘Het is een trend in de wereld. China zal zich hier zeker bij aansluiten, in weerwil van de obstakels waarmee we nu geconfronteerd worden.’

  • Aan één partner niet genoeg

    Aan één partner niet genoeg

    Al toen ze 19 was, had Emer een vriendje én een vriendinnetje. Pas later leerde ze wat ze is: polyamoreus. Samen met haar vrienden getuigt ze over haar ervaringen.

    Op de verjaardag van een vriend, vorig jaar zomer, kwam een man naast me zitten die vertelde dat hij had gehoord dat ik polyamoreus was en dat hij daar graag met me over wilde praten. Hij legde uit dat hij ook poly aangelegd was maar dat zijn partner daar nooit in zou meegaan: daarom bedroog hij haar.

    Ik vroeg of hij had geprobeerd met haar een gesprek te voeren over het soort relatie dat hij eigenlijk wilde. Nee. Dat kon hij niet. Zijn partner was te traditioneel, te conservatief. Ik vroeg hoe hij het zou vinden als zij iets zou krijgen met een ander. Dat was een hypothetische kwestie – dat zou ze gewoon nooit doen. Lieve help. Polyamorie wordt meestal omschreven als ethisch verantwoorde non-monogamie – dat wil zeggen, non-monogamie met medeweten en toestemming van alle betrokkenen. Maar dat kun je op oneindig veel manieren interpreteren. Welke ethiek? Voor welke handelingen is toestemming nodig? Wat willen of moeten we precies weten?

    Interessante vraag

    Het is niet altijd eenvoudig om te zeggen wat polyamorie nu precies is, maar wel wat polyamorie niet is. Polyamorie is geen overspel. Het is geen bedrog. Het is geen minachting van de afspraken die je hebt gemaakt met degenen van wie je houdt. En het is zeker niet de bedoeling dat je de monogamisten in de hoek zet van mensen die alleen maar klakkeloos de traditie volgen of emotioneel minder ontwikkeld zijn dan jij. Ondanks de ongelukkige poging van die bovengenoemde man om polyamorie te gebruiken als excuus voor de slechte behandeling van zijn vriendin, wierp dat gesprek wel een interessante vraag op. Zijn sommige mensen ‘polyamoreus aangelegd’ terwijl anderen fundamenteel monogaam zijn? Is polyamorie een identiteit of alleen gedrag?


    Als hoogopgeleide die te veel Judith Butler heeft gelezen [Amerikaanse filosofe en feministe, auteur van verschillende boeken over gender], neig ik ertoe om gedrag en identiteit in één adem te noemen. Volgens mij wordt ons gedrag in de loop van de tijd onze identiteit. Er is niet zoiets als ‘diep vanbinnen’, er is niet zoiets als ‘aanleg’: als je voortdurend onaardig doet, ben je onaardig, als je aardig doet, ben je aardig.


    Volgens deze theorie over identiteit heeft iedereen de mogelijkheid in zich om monogaam of polyamoreus te zijn. Maar gegeven het feit dat monogamie sociaal geaccepteerd is terwijl er veel argwaan en afkeuring bestaat omtrent polyamorie, is het interessant dat er überhaupt nog iemand poly is of zich zo gedraagt. Wellicht heeft polyamorie net als seksuele voorkeur een genetische component. In ieder geval voelen sommige mensen zich meer aangetrokken tot polyamorie dan anderen, of het nu door levenservaring, biologische aanleg of beide is. Het begin van mijn amoureuze leven werd gekenmerkt door seriële monogamie, zoals bij zovelen. Op mijn negentiende had ik al vier ‘serieuze’ relaties achter de rug, van tussen de zes en achttien maanden, en telkens weer was ik er heilig van overtuigd de enige ware liefde gevonden te hebben.


    In die tijd beleefde ik echter ook een polyperiode. Ik had er geen woord voor, maar een tijdje had ik iets met twee mensen die dat van elkaar wisten en die er vrede mee leken te hebben. ‘Emer heeft een vriendje en een vriendinnetje!’ plaagden mijn vrienden me, opmerkelijk relaxed over mijn zonderlinge polyamorie in een Iers stadje waar de meeste mensen onmiddellijk zouden zeggen dat de duivel uit me gedreven moest worden. Terugkijkend zou ik willen dat ik er wel een woord voor had gehad. En wat literatuur erover, een exemplaar van What Does Polyamory Look Like? of een internetstrip over polyamorie zoals Kimchi Cuddles. Ik beschikte niet over de middelen om er op een liefdevolle, respectvolle manier over te praten en me ook op die manier te gedragen, om polyamorie recht te doen. Niet gek dat ik er een zootje van maakte. Net zoals bij een monogame relatie moet er aan een polyrelatie gewerkt worden. Maar misschien anders dan bij monogamie is het handig om wat theoretische informatie te hebben. Je kan niet gewoon de patronen volgen die je om je heen ziet.

    Dat werpt nog een andere vraag op: waarom komt polyamorie steeds vaker voor? Als er zoveel over gepraat moet worden en als je dan iets bereikt hebt wat werkt voor jou en je geliefden maar wat voortdurend wordt veroordeeld door de buitenwereld, waarom zou je er dan in vredesnaam aan beginnen?


    Ik probeer niemand te bekeren. En ik weet dat wanneer ik het heb over de potentiële voordelen van polyamorie, dat vaak wordt opgevat als een aanval op monogamie: alsof de uitspraak ‘Polyamoreuze mensen doen hun uiterste best om de negatieve emotie jaloezie uit te schakelen’ eigenlijk betekent ‘alle monogame mensen zijn jaloerse klootzakken’.


    Toch is een voor de hand liggend antwoord op de vraag ‘Waarom polyamorie?’ dat het voordelen biedt die monogamie niet heeft (net zoals monogamie voordelen biedt die polyamorie niet heeft). Het werken aan onvoorwaardelijke eerlijkheid en aan je emoties stimuleert de ontwikkeling van je zelfkennis, zelfvertrouwen en compassie. Ik zeg niet dat een dergelijke intimiteit niet in een monogame relatie bereikt kan worden, alleen dat veel polymensen vinden dat de nadruk op een eerlijke en open emotionele communicatie duidelijk verschilt van hun eerdere ervaringen.

    Polygezin

    Je kunt de vraag ‘Waarom polyamorie?’ ook beantwoorden door niet zozeer te kijken naar de individuele keuzen maar naar bredere sociale structuren. Als je de Marxistische lijn volgt dat het kerngezin een voorwaarde is voor het kapitalisme, omdat het principe van toenemend privébezit alleen standhoudt als rijkdom erfelijk is, dan is het interessant dat we leven in een tijd waarin het gezin in snel tempo steeds meer verschillende samenstellingen kent: het stiefgezin, het homogezin, het eenoudergezin, en – hoewel minder algemeen dan de voorafgaande, maar wel in opkomst – het polygezin. Misschien zijn die niet zozeer het gevolg van individuele keuzes, als wel een teken dat de economische fundamenten van onze maatschappij in beweging zijn. Misschien bevinden we ons in (of naderen we) de nadagen van het kapitalisme en is polyamorie een van de tekenen daarvan.


    Genoeg gefilosofeerd! Na de korte, on-bedoelde polyperiode in mijn tienerjaren volgde weer een tijd van seriële monogamie, waarbij ik van iedere relatie weer probeerde dé relatie te maken, met alle opwindende, euforische hoogtepunten en de huilerige, intens treurige dieptepunten van dien. Vaak was er jaloezie – van mij en van anderen – in het spel. Ook ben ik twee keer aan een relatie begonnen waarbij me aan het begin werd gevraagd monogaam te zijn. Liever had ik een open relatie gehad, maar dat was niet bespreekbaar. Telkens gaf ik toe aan de behoeften van mijn partners omdat ik om hen gaf, en omdat ik me er schuldig over voelde dat ik überhaupt iets anders wilde.

    Waarom komt polyamorie steeds vaker voor?

    Tegen het einde van mijn verblijf in Londen, vlak na een rampzalig nare scheiding, besloot ik zo lang mogelijk vrijgezel te blijven. Ik had wel iets met een paar geweldige mensen, maar mijn emotionele behoeften werden niet vervuld. Gelukkig verhuisde ik toen naar Montreal in Canada: een stad waar het barstte van de zonderlinge, polyamoreuze, anarchistische yoga-veganisten. Montreal bood me allerlei voorbeelden van polyrelaties: relaties die werkten, niet werkten en waaraan werd gewerkt. Misschien zit ik op een roze wolk maar mijn liefdesleven is nu fantastisch. Ik ga nu voor het eerst samenwonen, iets wat ik nog nooit serieus heb overwogen. Sterker nog, ik kon deze relatie opbouwen 
zonder een andere belangrijke relatie te hoeven beëindigen. In plaats van 
dat ik het gevoel heb dat ik word ingeperkt door een aantal regels, heimelijk verlangend naar stiekeme dingen, voel ik me nu alsof we samen de regels opstellen. Maar dat geldt alleen voor mij en ik ben maar één iemand. Omdat er net zoveel vormen van polyamorie bestaan als er polyamoreuze mensen zijn, heb ik vier vrienden gevraagd of ze me ook hun verhaal willen vertellen.

    Ik verhuisde naar Montreal, een stad waar het barst van de zonderlinge, polyamoreuze, anarchistische yoga-veganisten

    1. De monogaamachtigen

    Layla en haar man Dylan leerden elkaar kennen op de universiteit. Ze zijn nu vijftien jaar samen waarvan twaalf jaar getrouwd. Ze hebben een kind. Ze zijn nog steeds dol op elkaar. ‘In het begin van onze relatie kwamen we er samen achter dat we weliswaar de rest van ons leven bij elkaar wilden blijven, maar dat trouw voor ons niet zo belangrijk was,’ vertelt Layla. Layla had ieder vriendje voor Dylan bedrogen. Ze was bang dat als ze dat weer deed, ze haar relatie met Dylan zou verknallen.

    Dylan had maar één serieuze relatie gehad voor Layla en hij had het gevoel, deels omdat hij homo is, dat hij belangrijke ervaringen in het leven zou missen. Dus werden ze monogaamachtig. In die vijftien jaar samen heeft Dylan twee keer seksueel geëxperimenteerd, terwijl Layla ontdekte dat ze minder behoefte aan andere relaties had, nu ze wist dat ze die erbij mocht hebben. Ze heeft twee liefdesrelaties gehad – niet echt als minnaars, maar het was meer dan alleen vriendschap. Layla en Dylan praten er altijd met elkaar over wanneer ze gevoelens hebben voor een ander en ze gaan niet verder met een flirt als de ander het niet goedvindt. ‘We zijn redelijke volwassenen,’ zegt Layla, ‘en dit werkt voor ons.’ Ze vertellen niet aan veel mensen dat ze polyamoreus zijn, want ze zijn bang voor kritiek van anderen en zelfs voor consequenties voor hun carrière.

    2. De single-achtigen

    ‘Ik ben altijd verliefd geweest op anderen,’ vertelt Sage. ‘Vroeger voelde ik me daar schuldig over.’ Nu niet meer. In haar eerste relaties was Sage degene die werd bedrogen. Dat was pijnlijk, maar tegelijk dacht ze verstandelijk: ‘Waarom zorgen we niet dat het oké is om zoiets te doen?’ Geleidelijk werd ze polyamoreus; in het begin noemde ze het niet zo, maar ze voelde zich steeds meer tevreden in relaties waarin ze toch onafhankelijk kon liefhebben. Ik ken bijna geen vrouwen die het net zo druk hebben als Sage. Als ze geen gratis workshops geeft over stadstuinieren, organiseert ze wel feministische 
protestacties of repeteert ze met haar band. In vorige relaties zorgde dat voor problemen, en logischerwijs voelt ze zich aangetrokken tot partners die haar de tijd en de ruimte gunnen die ze nodig heeft om zichzelf te kunnen zijn. Veel polymensen hebben een primaire relatie en secondaire relaties, maar een dergelijke hiërarchie is niets voor Sage. Ze heeft twee partners en veel heel goede vrienden. Polyamorie is niet altijd makkelijk geweest voor Sage. Er was een periode dat ze met problemen te kampen had en haar twee partners haar niet de steun konden geven die ze nodig had. ‘Wanneer het psychisch niet goed met me gaat, kan polyamorie extra stress opleveren,’ vertelt ze. Polyamorie vraagt extra inspanningen en soms je heb je daar de emotionele energie niet voor. ‘Maar,’ zo peinst ze hardop, ‘een monogame relatie is ook makkelijker vol te houden als je heel stabiel bent.’

    Polyamorie is geen overspel. Het is geen bedrog

    3. Het polyamoreuze gezin

    Altijd als Yuli over haar partner praat, verschijnt er een dromerige glimlach op haar gezicht. Ze is moeder van drie kleine kinderen. Nog maar een jaar geleden is ze van haar ex gescheiden, hoewel het al een tijdje niet best ging. Haar nieuwe relatie heeft haar niet alleen een nieuwe liefde gegeven, maar ook een polyamoreus gezin. Ze is verliefd op Helen, die een stabiele, gelukkige en langdurige primaire relatie heeft. De primaire partner van Helen, Sam, heeft ook een secondaire partner, Bea. Als gescheiden ouder met een fulltime baan kan Yuli de extra volwassenen in haar leven wel gebruiken.

    Ze vertelt dat ze een keer had geprobeerd voor het uitgebreide gezin een brunch te organiseren, maar ze was doodop na een lastige nacht met haar kinderen. Helen, Sam en Bea kwamen binnen en zeiden dat ze moest gaan zitten. Ze maakten het klaar, zetten alles op tafel, ruimden daarna alles weer op en namen de kinderen mee naar het park. Yuli voelt zich gesteund als moeder, geliefde en vriendin, en ze ziet Helen en Sam als voorbeeld van hoe goed een polygezin kan functioneren. ‘Ik bewonder Helen en Sams relatie, zonder dat ik voor mezelf zoiets zou willen. En het is fijn om te merken dat ik oprecht om de partner van mijn partner geef.’ In het verleden heeft ze ook wel non-monogame relaties gehad, maar dit is Yuli’s eerste echte polyamoreuze ervaring en ze voelt zich gelukkig, dankbaar en is echt verliefd.

    De tijd dat we bij liefde en seks alleen aan mannetje-vrouwtje denken is voorbij

    4. De boemerang

    ‘Polyamorie is heel belangrijk voor me,’ vertelt Claire. Vanaf haar twintigste heeft ze al polyrelaties, afgewisseld met korte monogame periodes. Haar relatie met Fred, haar primaire partner, heeft de afgelopen vijftien jaar allerlei vormen gekend. Toen ze elkaar leerden kennen, maakte Fred Claire duidelijk dat hij geen polyrelatie wilde: het was monogamie of niets. Die relatie duurde vier jaar. ‘Ik was strikt monogaam,’ zegt Claire, ‘maar kon mezelf toch niet in het keurslijf wurmen dat strak genoeg was voor hem om zich zeker te voelen. Dus maakte ik het uit, hoe pijnlijk ik dat ook vond. Daarna zagen we elkaar jaren niet meer en werden we allebei volwassener. Ik was altijd van hem blijven houden en toen we elkaar weer tegenkwamen was de passie nog steeds even heftig. Maar dit keer stelde ik het ultimatum: poly of niks.’ Claire wist dat ze zich anders 
uiteindelijk toch tekort gedaan zou voelen.

    ‘Bovendien is er nog het hogere principe dat mijn lichaam van mij is.’ Als lesbienne wil ze haar seksualiteit geen beperkingen opleggen. Als ‘kinkster’ wil ze naar ‘play-party’s’ blijven gaan en deel blijven uitmaken van die gemeenschap. Als iemand die ook wel eens in de seksindustrie heeft gewerkt, wil ze dat werk als mogelijkheid openhouden. Kortom, ze vindt dat zij de enige is die beslist wat ze met haar lichaam doet. Toen hun relatie zich verdiepte, keerden ook Freds onzekere gevoelens in alle hevigheid terug. 
Hoewel ze zielsveel van elkaar houden, weten Claire en Fred niet zeker of ze hun verschillende behoeften met elkaar kunnen verzoenen. Maar ze doen hun best. We wensen hun daarbij veel succes. Want daar gaat het bij polyamorie om: de zoektocht naar een werkzame manier om elkaar lief te hebben.

    Emer O’Toole

    Sommige namen zijn veranderd

    Vloeibare seksualiteit

    Je seksuele voorkeur is geen vaststaand feit, seksualiteit kan ‘fluïde’ zijn. Dat stelt de Amerikaanse psychologe Lisa Diamond in een interview met het blad New Scientist. Diamond, verbonden aan de Universiteit van Utah, is auteur van het boek Sexual Fluidity: Understanding Women’s Love and Desire. Ze ontkent niet dat mensen met een bepaalde seksuele oriëntatie worden geboren, maar daarnaast kunnen we volgens haar flexibel zijn. ‘Er zijn homoseksuelen die heel erg gay zijn, en er zijn homoseksuelen voor wie het allemaal minder eenduidig is. Hetzelfde geldt voor heteroseksuelen. Dat betekent dat mensen zich soms aangetrokken voelen tot personen buiten de groep waar hun primaire voorkeur ligt.’

  • Worden Amerikaanse scholieren overbelast?

    Worden Amerikaanse scholieren overbelast?

    Onder druk van hun ouders moeten scholieren in de VS steeds harder werken, zo stellen onderzoekers. Dat leidt tot angsten, slaapgebrek en zelfs het gebruik van pepmiddelen. Gaan Amerikaanse ouders te ver?

    Frank Bruni: Ja

    Bij het lezen van het zojuist verschenen boek Overloaded and Underprepared kreeg ik soms medelijden met Amerikaanse middelbare scholieren. De meest ambitieuze onder hen doen er alles aan om maar beter te zijn dan de rest. Sommige gebruiken pepmiddelen als Aldenall. Anderen spieken. Maar het meest aangrijpende was wel wat ik las over slaap. Zolang je nog niet volwassen bent moet je goed slapen. Anders ga je er geestelijk aan onderdoor. Maar veel tieners zijn tegenwoordig zo opgefokt en gestrest dat ze bij lange na niet genoeg uitrusten. In het boek komt een middelbare school in Silicon Valley voor die slaapexperts van buitenaf inhuurde, een soort slaapcurriculum opstelde en leerlingen opleidde tot ‘slaapambassadeurs’. Allemaal om maar een oog dicht te kunnen doen. Slaapambassadeurs? Zelf ging ik in de tachtiger jaren naar de middelbare school, in een omgeving die destijds als veeleisend gold. Het enige slaapprobleem waar ik en mijn medeleerlingen mee kampten was dat we ons versliepen, waardoor we te laat op school kwamen. Nu is het andersom: het probleem is niet meer hoe je tieners hun bed uit krijgt, maar hoe je ze kunt laten pitten. Dat geeft aan hoe – onder een ambitieus en bevoorrecht deel van de Amerikanen tenminste – opgroeien is verworden tot een exact uitgestippelde, op status gefixeerde en soms ronduit geestdodende race. Het boek, geschreven door Denise Pope, Maureen Brown en Sarah Miles, kijkt naar de hoeveelheid huiswerk, de opbouw van een schooldag en nog veel meer. Het is het laatste in een reeks boeken die vraagtekens zetten bij de overdreven bemoeizucht van ouders, het teveel aan bijlessen, de al te intensieve voorbereiding op gestandaardiseerde tests en dergelijke uitwassen. Een overkoepelend thema van het genre is: ‘genoeg is genoeg’. Volgens Denise Pope, professor pedagogiek aan Stanford University, komt er een moment dat je moet zeggen: nee, dit wordt te gek. De waanzin beperkt zich niet tot een gebrek aan slaap, maar dit thema illustreert wel perfect de trend dat er bij het opgroeien steeds minder plek is voor spontaneïteit en speelsheid, omdat alles moet wijken voor ‘de druk van 
de perfectie’. Een recent artikel in The New York Times beschreef zes zelfmoorden in dertien maanden op de 
Universiteit van Pennsylvania, de angstigheid en depressies die heersen op college-campussen en het onvermogen van veel uitblinkers om ook maar de kleinste tegenslag te verwerken. Naar alle waarschijnlijkheid hebben deze studenten gewoon behoefte aan slaap. In een recent onderzoek van het Amerikaanse tijdschrift Pediatrics gaf 55 procent van de Amerikaanse tieners van tussen de 14 en 17 jaar aan minder dan zeven uur per nacht te slapen, terwijl de National Sleep Foundation hun wel acht tot tien uur aanraadt.

    Frank Bruni is opinieredacteur van The New York Times. Hiervoor werkte hij als restaurantcriticus voor dezelfde krant. Hij schreef boeken over de liefde van zijn familie voor eten en over George W. Bush.

    Robert Pondiscio: Nee

    Over het onderwijs wordt eindeloos gediscussieerd: over de hoeveelheid huiswerk, wiskundeonderwijs, straf op school en nog een aantal hete hangijzers. Zo nu en dan laaien deze discussies op en bedaren dan weer, zonder dat ze ooit afgesloten of beslist worden. Een van die eeuwige twistpunten is opeens terug van weggeweest: de mythe van het overbelaste kind. Opgetogen begroette _New York Times_–columnist Frank Bruni het verschijnen van een golf aan nieuwe boektitels over het onderwerp, met als overkoepelend thema: ‘genoeg is genoeg’. Hij beweert dat de Amerikaanse jeugd in een snelkookpan van overbelasting en stress moet opgroeien, 
al is daar in onderzoeksresultaten weinig van terug te zien. In 2006 bijvoorbeeld gingen psycholoog Joseph Mahoney en zijn collega’s na hoeveel tijd kinderen precies aan sportwedstrijden en -trainingen, religieuze activiteiten, vrijwilligerswerk, naschoolse activiteiten en andere verplichtingen besteden. Gemiddeld was het vijf uur per week. Zo’n veertig procent van de tieners deed doordeweeks helemaal niet mee aan georganiseerde activiteiten. Waar zijn die overbelaste uitblinkertjes eigenlijk? Niet meer dan zes procent van de Amerikaanse tieners neemt wekelijks twintig uur of meer deel aan buitenschoolse activiteiten, en zelfs deze overdrijvers blijken uiteindelijk beter af te zijn dan degenen die er helemaal niet aan doen. ‘De bewering dat buitenschoolse programma’s te zwaar zouden zijn, is overdreven,’ aldus professor Mahoney. ‘Relatief weinig jongeren hebben te veel naschoolse verplichtingen en zelfs zij doen het in alle stadia van hun jeugd op allerlei vlakken beter dan jongeren die helemaal nergens aan meedoen,’ benadrukt hij. Toen ze in 2012 opnieuw gingen kijken, bleek dat bij hen de gunstige effecten van extra–
curriculaire activiteiten ook als jongvolwassen nog merkbaar waren. ‘Ze hadden minder last van spanningen, hun studieresultaten waren beter en ze waren maatschappelijk meer betrokken.’ Er bestaat een wijde kloof tussen het 
beeld van de overbelaste Amerikaanse tiener in de media 
en de werkelijke situatie. Bruni geeft zelf al aan dat de overbelasting vooral een probleem vormt voor ‘een ambitieus 
en bevoorrecht deel van de Amerikanen’. Ik geloof graag dat in veel gezinnen kinderen inderdaad onder grote druk staan om te presteren en veel te bereiken. Maar veel zorgelijker zijn de vele Amerikaanse kinderen die veel te weinig worden uitgedaagd, niet over lesmateriaal van academisch niveau beschikken en nauwelijks kansen of mogelijkheden hebben om aan buitenschoolse activiteiten mee te doen. Het zou jammer zijn als de zorgen omtrent een kleine bevoorrechte groep – hoe gegrond ook – zonder meer worden betrokken op de rest. Onderzoeksresultaten spreken duidelijke taal: de meeste kinderen hebben behoefte aan meer verdieping en uitdaging, niet aan minder.

    Robert Pondiscio is voormalig journalist en onderwijsspecialist. Hij adviseert scholen in de New Yorkse wijk Harlem en schrijft regelmatig opiniestukken voor o.a. The Wall Street Journal en The Atlantic.