Onderwerpen: Maatschappij

  • Thomas Chatterton Williams: ‘We moeten erkennen dat zwartheid niet echt is’

    Thomas Chatterton Williams: ‘We moeten erkennen dat zwartheid niet echt is’

    De Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams vindt dat we afstand moeten nemen van rassencategorieën die voortkomen uit ‘plantagelogica’. ‘We zullen racisme nooit helemaal overstijgen zolang we in deze categorieën geloven‘, aldus Chatterton Williams die zichzelf – als kind van een zwarte vader en een witte moeder –, als ‘ex-zwart’ beschouwt.

    De Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams wordt in Parijs wel eens aangezien voor Algerijn. Hij woont er met zijn Franse vrouw en twee kinderen, die beide blonde krullen hebben.

    De geboorte van zijn dochter Marlow, zes jaar geleden, veroorzaakte bij hem onverwachte paniek. Wat betekende het dat hij, die zichzelf destijds identificeerde als zwarte man die altijd de tweedeling zwart-wit had aanvaard, een kind had dat als wit zou worden gezien?

    In eerste instantie betekende het dat hij camerafilters zou toepassen om haar huid donkerder te maken – zodat ze erbij hoorde, bij hem en bij het ras. Uiteindelijk betekende het dat hij zichzelf vragen ging stellen die diep genoeg gingen om de manier waarop hij zichzelf zag te veranderen. Wat betekent het om tot een ras te behoren dat voor zwarte mensen deels de ‘loyaliteit aan pijn’ met zich meebrengt? En hoezo zou zijn dochter zwarter zijn als hij deze erfenis aan haar doorgaf?

    Hele opgave

    In zijn tweede boek, Self-Portrait in Black and White, roept hij ons op om na te denken over waarom we rascategorieën handhaven die zijn gedefinieerd ‘met behulp van plantagelogica’ en moedigt hij ons aan om de willekeurige nomenclatuur helemaal af te schaffen. Hij stelt voor dat we ons ‘terugtrekken uit ras’, ‘ras overstijgen’, ‘ras afleren’ – wat weer iets anders is dan het stadium van ‘postracialiteit’ bereiken. Het is een hele opgave, geeft hij toe. 

    Omdat we allebei een gemengde achtergrond hebben en opgroeiden met één zwarte ouder en één witte, denkt Chatterton Williams dat hij en ik een voorsprong hebben bij het wegnemen van de barrières die het concept ras met zich meebrengen. We herinneren ons allebei de eerste keer dat we door een vreemdeling werden ‘geracialiseerd’ en daarmee dus ook werden gescheiden van onze witte ouder, en hoe we vanaf dat moment constant nadachten over ras. Voor hem uitte dit zich vooral in het onderzoeken van het kunstmatige karakter ervan.

    Op de campus van Bard College, een privé-universiteit in de staat New York, waar hij dit najaar de vierweekse cursus ‘Kunnen we ons terugtrekken uit ras?’ onderwees, bespraken we het voorrecht van witheid of wat daarbij in de buurt komt, of het ​​te veel van zwarte mensen vergt om ras los te laten en toch trots te blijven op een identiteit die is ontstaan tegen een achtergrond van systematische onderdrukking en, ten slotte, waarom hij optimistisch is over de veranderingen in de toekomst.

    Als u ex-zwart bent, wat bent u dan nu?

    Ik probeer specifiekere manieren te vinden om mezelf te identificeren. Dus ik zou zeggen dat ik een Amerikaan ben. Ik stam af van zuidelijke slaven, en van moeders kant stam ik af van Noord-Europese protestantse immigranten. Ik bedoel niet te zeggen dat ik een witte man ben.’

    U zegt dus dat u niet ex-zwart bent geworden omdat u genoeg had van wat ik heb geleerd ‘zwart’ te noemen, of omdat u wilde dat uw dochter deel zou uitmaken van wat ik heb geleerd ‘wit’ te noemen. U wilt haar waarschijnlijk niet dwingen zich als wit te identificeren.

    ‘Als ze zich als een soort bevoorrecht wit meisje zou gedragen, zou dat een mislukking betekenen’

    ‘Dat zou het ergste scenario zijn. Als ze zich als een soort bevoorrecht wit meisje zou gedragen, zou dat een mislukking betekenen: een mislukking van ons ouders, een mislukking voor het hele gezin.’

    Dus u wijst de termen af omdat ze niet volledig weergeven wie u en uw dochter als persoon zijn. Maar dat wisten we toch al?

    ‘Nee. Niet iedereen.’

    Misschien komt het doordat ik gemengd ben of omdat ik zo veel met ras bezig ben, maar als mensen zeggen dat ze zwart zijn, schrijf ik ze niet vanzelf bepaalde eigenschappen toe.

    ‘Ik denk dat u en ik waarschijnlijk buiten de norm vallen.

    Tijdens het schrijven van het boek, terwijl ik ondertussen werkte aan een lang artikel voor The New Yorker en een aantal rasechte racisten interviewde, dacht ik: O God. Wat heb ik gedaan? Ik heb de zwartheid in mijn familie om zeep geholpen, en zelfs: Dit is verloren. Dit gaan we niet meer op kunnen lossen.

    ‘Zolang die categorieën als zwart of wit worden gehandhaafd, of het nu door rechts of door links is, zijn er mensen die conclusies trekken’

    Door mijn gesprekken met racisten realiseerde ik me dat we racisme nooit helemaal zullen overstijgen zolang we in deze categorieën geloven. Zolang die categorieën worden gehandhaafd, of het nu door rechts of door links is, zijn er mensen die conclusies trekken die jij, Summer, er niet uit trekt.’

    Denkt u dat lichtere zwarte mensen, en vooral gemengde mensen zoals wij, het voorrecht hebben om zelfs maar het idee te koesteren ras te kunnen ‘afleren’? Zou het moeilijker zijn voor zwarte mensen met een donkere huidskleur?

    ‘Ik denk dat het gemakkelijker is voor mensen die op de een of andere manier gemengd zijn, maar ik werd zeer geïnspireerd door een man, Kmele Foster, die zichzelf een rasafvallige noemt. Hij zei dat hij van alles is… Hij heeft een donkere huidskleur maar weigert zich te identificeren met de term ‘zwart’. Hij ziet er het nut niet van in. Ik ben het daarover met hem eens en anderen lachen hem erom uit. Hij heeft een soort zelfbewustheid die velen denk ik niet goed begrijpen.’

    U hebt ook nogal een verleden met Ta-Nehisi Coates…

    ‘Ik heb veel over hem geschreven.’

    En u hebt gezegd dat hij op witte suprematie aanstuurt.

    ‘Nee, hij stuurt er niet op aan, maar in mijn ogen ziet hij witheid als iets speciaals, waarmee hij patronen waarvan ik weet dat hij ze wil bestrijden, juist uitvergroot. Wat ik bedoel te zeggen is dat witte suprematisten ook vinden dat ze speciaal zijn. Ze zijn het daar niet mee oneens. Coates is bovendien ambivalent over de vraag of zwartheid iets essentieels is, of iets kunstmatig.’

    In zijn boek Between the World and Me staat deze passage: ‘Misschien betekende “zwart” gewoon dat je je onderaan de ladder bevond… Er was niets nobels aan vallen, gebonden zijn, onderdrukt leven, zwart bloed had geen inherente betekenis.’ Dat lijkt overeen te komen met waar u het over hebt.

    ‘Helemaal mee eens. Maar hij beweegt twee kanten op. Zijn kritiek op Kanye West kwam er volgens mij op neer dat Kanye West een niet-authentieke, kunstmatige zwarte man is… Dat hij aan zwartheid heeft ingeboet, wat volgens mij zeer gevaarlijk is om te zeggen, omdat het in feite zegt…’

    Dat er één manier is om zwart te zijn.

    ‘Ja. En dat er mensen zijn die dat beslissen en erover oordelen.’

    U zegt in uw boek ook dat Coates een pessimistische blik heeft. U beschrijft een scène uit zijn boek waarin een witte vrouw zijn zoon een duw geeft en hij in de ogen van sommigen agressief reageert, zo van: ‘Dit is overduidelijk racistisch en…’

    ‘En hij zei dat hij dit voorval eeuwen geschiedenis met zich meedroeg.’

    Precies. U schrijft dat hij overdreven reageerde en geen ruimte liet voor de mogelijkheid dat deze vrouw gewoon een slechte dag had. Komt dat dus door pessimisme? En is uw idee om van ras af te stappen dan optimistisch?

    ‘Ik denk dat kinderen op een veel gezondere manier over ras nadenken’

    ‘Ik denk dat je optimist moet zijn. Ik durf te zeggen dat ik James Baldwin bijna letterlijk parafraseer als ik zeg dat je geen andere keus hebt dan optimist te zijn, zolang je leeft en schrijft en streeft naar een betere wereld. Ook als ouder zou ik zeggen dat ik geen andere keus heb dan optimist te zijn. In mijn boek gebruik ik het woord “naïef”. Ik denk dat kinderen op een veel gezondere manier over ras nadenken. Als ik Marlow zou vragen om jou te beschrijven, zal ze zeggen: “Summer draagt ​​een beige jasje. Dat is het belangrijkste verschil tussen haar en het meisje in het roze overhemd.”

    Ik geloof dat ik die naïviteit wil terugwinnen en ik moet wel optimistisch zijn om te geloven dat die verandering mogelijk is. Als ik pessimistisch was, zie ik niet in hoe ik zou kunnen schrijven. Snapt u? Je moet erin geloven dat je iemand bereikt.’

    U schrijft in het boek dat u aan de posts op Facebook van uw witte vrienden merkt dat het ze het vervelend vinden dat ze wit zijn…

    ‘Ja. Ze voelen zich bezwaard.’

    Moeten ze dat om van ras af te stappen demonstratief uiten, of in het echt?

    ‘Witte mensen zijn in feite het grootste deel van de recente geschiedenis in Amerika aangemoedigd om zichzelf te beschouwen als losstaand van ras. Ook witte mensen hebben een ras. Ze moeten gaan inzien dat hun ras net zo kunstmatig is opgebouwd als dat van alle anderen.

    ‘Ook witte mensen moeten gaan inzien dat hun ras net zo kunstmatig is opgebouwd als dat van alle anderen’

    Zwarte mensen hebben altijd met ras te maken gehad. We zijn er nooit los van gekomen, maar het is geen zwart onderwerp. Daarom raak ik gefrustreerd als mensen vragen: “Met wie wil je in het panel [over je boek] praten? Wie zou het moeten beoordelen?” Dit is geen zwart boek. Het is niet niet een zwart boek. Ik heb het hier over veel “zwarte” dingen, maar ik zou hierover met Aziatische mensen moeten praten, ik zou een Latino-gesprekspartner kunnen hebben, ik zou een witte gesprekspartner moeten kunnen hebben, want dit is geen onderwerp dat alleen mensen van kleur aangaat, terwijl de witten in het publiek zitten en toekijken.

    Ik wil het hierover hebben met iedereen wiens ras oorsprong heeft in Amerika. Met iedereen dus.’

    U gebruikt in het boek de metafoor van een vrouw die wordt aangereden door een auto. Wat de chauffeur ook kan doen om te helpen, haar medische rekeningen te betalen of wat dan ook, het is aan haar om zichzelf te genezen. Is dat wat zwarte mensen moeten doen om ras af te leren?

    ‘Ik denk dat het afleren van ras voor zwarte mensen erop neerkomt te zeggen dat zwartheid niet echt is, dat ras niet echt is. Ik word in Amerika als zwart beschouwd, een categorie die mijn familie al generaties lang pijn doet maar ook buitengewone culturele bijdragen heeft voortgebracht waar ik trots op ben. Maar het is geen echte categorie en het is schadelijk voor onze samenleving om erop aan te dringen.‘

    Hoe houden we vast aan het gegeven dat, onder andere dankzij zulke bijdragen, de wereld zoveel saaier zou zijn als er geen zwarte mensen waren? Hoe kunnen we vasthouden aan dat idee, en tegelijkertijd ​​ras loslaten?

    ‘Volgens mij doe ik dat voortdurend. Ik luister nog steeds naar Gunna of Lil Baby, en zij hebben een culturele relevantie voor mij. Ik luister naar John Coltrane. Zelfs in een zwarte Britse schrijver als Zadie Smith vind ik iets van herkenning, en als ik naar schilderijen van Kerry James Marshall kijk merk ik zijn zwartheid op. Maar ik denk niet dat ik daarvoor hoef te geloven dat het een biologische realiteit is. Het is een gemeenschap van mensen die in de loop van de tijd in de nieuwe wereld bepaalde ervaringen en omstandigheden hebben meegemaakt, en zij creëerden culturele tradities die door veel mensen die op hen leken, werden overgenomen.’

    Wat is volgens u de belangrijkste kritiek die u op het boek zult krijgen, en met name van zwarte mensen?

    ‘De ergste kritiek zou stilte zijn, wat een absolute nachtmerrie is als je zo hard werkt en zo serieus nadenkt over een vraag. De angst van de schrijver is dat mensen het niet openslaan.

    ‘Zwartheid is geen echte categorie en het is schadelijk voor onze samenleving om erop aan te dringen’

    Maar ik verwacht zeker kritiek en dat zal ongetwijfeld pittige zijn. Mensen denken dat nu ik “wit” ben getrouwd en comfortabel in Parijs woon niks te maken heb met zwarte problemen, ook al is de realiteit altijd gecompliceerder dan het lijkt. In zag reacties op een fragment van het boek in The New York Times. “Zijn kinderen zijn wit en hij is een heel lichte zwarte man met een witte vrouw. Hij nam de beslissing om een ​​witte vrouw te trouwen.” Dat is een soort minachting die, denk ik, niet serieus neemt waar ik aan probeer te werken.’

    Als ik dit boek zou schrijven, dan zou ik me zorgen maken dat ze me een verrader zouden noemen. Dat ze zouden denken dat ik witten hun gang laat gaan door te zeggen: ’Fuck dat allemaal. Laten we dit allemaal achterwege laten.

    ‘Ja, daar speel ik in het boek een beetje op in. Ik probeer dit punt naar voren te brengen… Als je in een impasse zit als je elkaar wilt passeren maar je blijft allebei bewegen, dan moet één iemand als eerste bewegen, of juist niet bewegen. Dan kan de ander eromheen.

    ‘Ik probeer ook vooruit te kijken en me een andere manier voor te stellen’

    Ik denk dat we in een soort impasse zitten die ons volledig in beslag neemt. We kijken achteruit. Ik denk niet dat het verkeerd is om terug te kijken, maar ik probeer ook vooruit te kijken en me een andere manier voor te stellen. Zwarte mensen zijn ook de mensen die…’

    Vergeven.

    ‘Ja. Misschien is dat niet eerlijk, maar dat verandert mijn gedachten niet. Want ik denk dat iedereen helpt, ook de zwarten. En ik denk niet dat het idee dat ook witten er iets uit halen het voor zwarten verpest, zolang zij ook een betere toekomst krijgen. Begrijp je? Ik ben er niet voor de witten ter verantwoording te roepen, vergelding te vragen. Is herstel nodig? Waarschijnlijk wel. Is er sprake van herstel? Voor sommige zwarten wel. Is dat genoeg? Het meest overtuigend vond ik het werkelijk spectaculaire artikel van Ta-Nehisi Coates, The Case for Reparations.

    Ik hou van dat artikel. Ik denk niet dat het in tegenspraak is met verder willen en het pessimisme kwijtraken. Ik denk dat witten heel veel zullen moeten doen, maar het is haast passend als zwarte daarin voorgaan. Sommigen zullen zeggen: “Wij hoeven hier niet het werk te doen of u te leren hoe u uw werk moet doen.” Maar waarvoor zijn we hier? We willen een betere wereld. En dit is eigenlijk juist bewonderenswaardig werk. Snapt u dat?’

  • Het Jeruzalemsyndroom. De vloek van de verdeelde stad

    Het Jeruzalemsyndroom. De vloek van de verdeelde stad

    In geen enkele stad ter wereld draait het dagelijks leven zo om religie als in Jeruzalem. ‘De Stad van de Vrede’ – die ironisch genoeg nooit vrede heeft gekend – herbergt zelfs burgers met het zogenoemde Jeruzalemsyndroom, een theologisch trauma waar nog geen kalmeringsmiddel of therapie voor is gevonden.

    Keuze uit ons archief

    Al eeuwenlang is Jeruzalem een stad die betwist wordt door christenen, moslims en joden. Ook nu zwelt het conflict tussen Israël (joods) en Palestijnse groeperingen (islamitsch) weer aan na hard optreden van de Israëlische politie tegen Palestijnse betogers bij de Al-Aqsamoskee op de Tempelberg – belangrijke heiligdommen van beide religies –, waarop Hamas reageerde met een spervuur aan raketten. Wat is toch die speciale kracht van Jeruzalem die het hart en hoofd van vele gelovigen op hol brengt, zelfs in zo’n mate dat er een syndroom naar is vernoemd? Dimitrij Kapitelman – atheïst, maar van joodse origine – zocht het uit.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 138, april 2018.

    In de waarschijnlijk meest gloedvol beschreven stad aller tijden is het deze decemberavond rustig. Bedeesd bijna. In elk geval binnen de majestueuze muren van de Oude Stad. Niet dat er een sacrale stilte hangt, eerder een geconcentreerd zwijgen. Zodra de handelaren hun souvenirshops op slot doen, raken de dicht opeen gelegen, heuvelachtige steegjes tussen de hoge muren van Jeruzalem leeg. Uit de portofoons van de Israëlische soldaten die overal tussen de rijen huizen in groepjes op wacht staan, knetteren korte mededelingen. Het is 18 december 2017.

    Twaalf dagen eerder heeft de Amerikaanse politieke komediant Donald Trump aangekondigd dat hij het gedeelde Jeruzalem als hoofdstad van Israël erkent. In het Joodse West-Jeruzalem is de zevende kaars van de chanoekia [de negenarmige kandelaar die met Chanoeka wordt gebruikt] ontbrand, in het oosten de woede van de Palestijnen over dit goddeloze paternalisme. De zogeheten Arabische wereld heeft Dagen van Woede afgekondigd. Jeruzalem heeft koorts. En als Jeruzalem koorts heeft, loopt de temperatuur van de hele mensheid op. Van Bali tot Berlijn klinken brandende redevoeringen, worden dure eden gezworen en wapperen de vlaggen. En dooft het levenslicht.

    Is dit de stad die de mensheid al eeuwenlang gek maakt?

    Ondertussen stinkt de Via Dolorosa, de lijdensweg waar Jezus ooit zijn kruis overheen sleepte, naar de pis van de krolse katers die je overal in de steegjes van de Oude Stad hoort krijsen. Tegenover het geboortehuis van de Maagd Maria staan twee lege diepvrieskisten met reclame van Ola. Iets verderop verwisselen Arabischsprekende bouwvakkers putdeksels.

    Is dit de stad die de mensheid al eeuwenlang gek maakt? Waar Jezus zijn Laatste Avondmaal tot zich nam voor hij tijdelijk overleed om vervolgens in de Kerk van het Heilig Graf te worden opgebaard? Waar de profeet Mohammed opsteeg naar het hemelrijk met achterlating van de Rotskoepel? Waar de tempel van de joden heeft gestaan en waar ze aan de laatst overgebleven muur daarvan, de Klaagmuur, nog altijd bidden? En waar ze zelf in 2004 een heel grote en veel beklaagde muur hebben gebouwd om zich hermetisch af te sluiten?

    Lees ook:

    Heiligdomhoppen

    Door een beetje heiligdomhoppen kun je de symbolen van de drie wereldgodsdiensten in een kwartier aflopen. En door slechts één keer in deze stad te verblijven kun je je verstand kwijtraken. Of God vinden. Of je verstand kwijtraken én God vinden. Of God en dus pas eigenlijk je verstand vinden. Of toekijken hoe God zijn verstand verliest. De wisselwerking tussen deze vondstverlies-verliesvondsten is in Jeruzalem omstreden. Maar dat ze bestaan, valt niet te bestrijden.

    Er is een officieel erkende psychose die alleen in deze stad optreedt: het Jeruzalemsyndroom. Overweldigd door de alomtegenwoordigheid van het hemelse gaan sommige toeristen − het maakt niet uit van welke religie − denken dat ze een heilige zijn. Een engel, een apostel, soms zelfs de op dat moment wedergeboren messias. Eerst stoppen ze met slapen, dan met lichaamsverzorging en ten slotte met hun gehele burgerbestaan tot dan toe. Gehuld in beddenlakens zwerven ze door de stad en verkondigen psalmen, hun eigen wedergeboorte, soms het naderende einde.

    Uit de vakliteratuur komt niet naar voren of de alomtegenwoordigheid van de hemel in deze stad echt de ziekteverwekker is, of juist het blijkbaar teleurstellende ontbreken daarvan: de onbeheerde Ola-diepvrieskisten, het onderhoudswerk aan putdeksels. Hoe dan ook, meestal laten de zelfverklaarde verlossers zich met klinische zorg en kalmeringsmiddelen van gemiddelde sterkte weer tot individuen terugverplegen.

    De ‘Stad van de Vrede’ heeft de facto nooit vrede gekend

    Toch lijkt het nog krankzinniger dat uitgerekend de voor miljoenen gelovigen wereldwijd heiligste plaats op aarde, Yerushalayim − etymologisch: ‘Fundament van God’ of ook ‘Stad van de Vrede’ − de facto nooit vrede heeft gekend. Dit feit is bij wijze van spreken een nog kolossaler Jeruzalemsyndroom, een theologisch trauma waar nog geen kalmeringsmiddel of therapie voor is gevonden.

    Het gaat dus om gezond mensenverstand en het begrijpen van God in Jeruzalem. Om vermijdbare misvattingen en openbaringen, krampen en verlossingen, wonderen en niet-wonderen die hier elke dag opnieuw worden vastgesteld, alsof ze even natuurlijk zijn geschapen als de mens zelf.

    Op een bepaalde manier wordt de grootste psychiatrische kliniek van Jeruzalem, Kfar Shaul, omringd door geestelijke blijmoedigheid. Ertegenover staan twee synagogen en twee joods-orthodoxe godsdienstscholen, waar ook iedere dag en even onverstoorbaar wereldbeschouwingen worden ingestudeerd. Maar als je de leerlingen van de jesjiva naar de kliniek vraagt die een paar meter verderop staat, maken ze een wegwerpgebaar, alsof het een onwelkome indringer van wereldse verdwazing is.

    Achter de goed bewaakte ingang ligt geen knots van een kliniek maar een voormalig dorp, met verspreide huisjes en binnenweggetjes. Het Israëlische leger heeft de voorheen Arabische nederzetting in 1948 bezet. Nou ja, eigenlijk ligt er voor de ingang nog, naast een palm, een man met zijn gezicht in de modder van het grasveld. Naar zijn vuile kleding te oordelen ligt hij er al een hele tijd. Vlak daarnaast zit een groepje sombere patiënten op een houten bank naar droevige muziek te luisteren, het klinkt als een vooroorlogse crooner, maar dan op zijn Hebreeuws.

    ‘Het leven in de kliniek heeft me laten zien dat joden mensen zijn als alle anderen’

    Een paar meter verder klinkt uit de kliniek martiaal geschreeuw: de kleine fitnessruimte. Een kamer verder, in het zogeheten resocialiseringscentrum, zit een man met een volle baard en roodomrande ogen in zijn eentje achter de computer en bekijkt aanbiedingen voor cruises in de Cariben. Dr. Gregory Katz is de hoofdarts van Kfar Shaul. Als overtuigd zionist emigreerde hij in 1989 vanuit Moskou naar Jeruzalem, vertelt hij. Hij is mager, begin vijftig en praat vermoeid maar geconcentreerd. Hij was er ook van overtuigd dat het Joodse volk op de berg Sion, de oorsprong van hun geloof, thuishoort. Maar van die overtuiging is nog maar weinig over en godsdienstig is hij überhaupt nooit geweest. ‘Destijds in Rusland leken joden me bijzonder, op een of andere manier verlichter, voor iets voorbestemd. Maar het leven hier heeft me laten zien dat joden mensen zijn als alle anderen. En dat een idee altijd alleen een idee blijft.’

    Katz heeft het Jeruzalemsyndroom niet direct ontdekt (de eerste teksten waarin van een dergelijk syndroom sprake is dateren al uit de zestiende eeuw) maar wel in toonaangevende medische tijdschriften beschreven. En hij heeft meer patiënten met het Jeruzalemsyndroom behandeld dan enig ander. Hoewel ook dat aantal overzichtelijk blijft: vroeger waren het ongeveer vijf tot zes gevallen per jaar. De zuivere vorm, waarbij een tot dan toe psychisch onopvallende persoon in Jeruzalem manisch wordt, komt toch al extreem weinig voor. In de regel is het type B: mensen met een bestaand ziektebeeld dat in Jeruzalem heviger wordt.

    ‘Alles bij elkaar is het een ziektebeeld dat verdwijnt. Pelgrims kunnen de Oude Stad op Google Street View tot in detail bekijken. Daarom blijft de shock na aankomst uit. Bovendien reizen mensen meer, zijn ze beter opgeleid er geloven ze niet meer zo direct in religie en wonderen’, vertelt Katz

    De laatste keer dat hij een patiënt behandelde, was een halfjaar geleden. Een wat oudere Engelse toeriste, protestants, die dacht dat ze een heilige was en die een eind wilde maken aan het conflict in het Midden-Oosten. ‘Een ernstig geval, omdat ze leed aan eeen bipolaire stoornis en er rotsvast van overtuigd was dat ze een directe verbinding met God had.’

    ‘Maar hoe kun je iemand op een geloofwaardige manier, met argumenten uitleggen dat hij geen rechtstreekse verbinding met God heeft?’

    ‘Dat is ook onmogelijk. Als ze een aanval krijgen, geven we ze medicijnen.’

    ‘Wat geeft u de zekerheid dat medicijnen een goede uitleg kunnen vervangen?’

    ‘Je kunt dit probleem niet filosofisch oplossen. In individuele gevallen zijn medicijnen veel praktischer. Zeker, een religieus iemand gelooft dat God alles ziet en dat hij onder Zijn hoede staat. Na het bidden ervaart hij een zekere extase, een zekere band met God. Daar is bidden tenslotte ook voor. Maar als iemand stemmen hoort die van God komen en die hem concrete opdrachten geven, bijvoorbeeld om zich uit te kleden, dan zijn dat hallucinaties.’

    ‘Denkt u dat de meeste mensen in Jeruzalem een gezonde verhouding tot het geloof hebben?’

    ‘U kunt zich niet voorstellen hoe verschillend mensen zijn. We kunnen ze niet over één kam scheren. Iemand die in een ultra-orthodox gezin is opgegroeid kijkt op een bepaalde manier naar de wereld. Goed of niet goed: het is een andere wereld. Ja, de joodse godsdienst kent heel veel concrete voorschriften. Dat kan de basis vormen voor een manie. Maar uit onderzoek blijkt dat godsdienstige mensen minder vaak aan psychische ziektes lijden. Dat ze minder vaak zelfmoord plegen, meer motivatie hebben, na lichamelijke kwalen sneller weer gezond zijn.’

    ‘Anderzijds heeft religie er aantoonbaar toe bijgedragen dat de Stad van de Vrede altijd omstreden is gebleven, en nu gedeeld is. Het heeft geleid tot zelfmoordaanslagen en een schijnbaar onoplosbaar conflict.’

    ‘Ja, maar dat is het principiële probleem van ideeën. Groepsideeën als religie of nationalisme leiden altijd tot felle discussies. Wie aan een bepaalde god gelooft en daarnaar leeft, zal altijd in conflict komen met andersdenkenden. Natuurlijk, je kunt cynisch worden en nergens in geloven. Dan wordt het makkelijker en heb je geen last van tegenspraak. Maar kan een mens überhaupt zonder ideeën leven? Ik betwijfel het.’ Na een korte denkpauze voegt Katz eraan toe: ‘Zo ambivalent is de mens nu eenmaal.’

    ‘En uw eigen idee? U bent een niet-gelovige Jood, en een cynicus lijkt u me ook niet.’

    ‘Ik teer op de resten van mijn humanisme.’

    ‘U bevindt zich hier in de meest vrije wijk ter wereld. Als u na een moord ergens wilt onderduiken, kom dan naar Kafr Aqab’

    Omdat humanisme goed is, maar metaalscanners beter, staat er altijd een tiental securitymannen bij de ingang van het hoofdbusstation van Jeruzalem. Een paar dagen eerder stak een jonge Palestijn een van deze mannen een mes in de borst. Misschien het begin van de gevreesde Derde Intifada. Of alleen maar een van de gebruikelijke, als alledaagse angst geïnternaliseerde basisgruwelen in deze verscheurde stad.

    En toch komt ook het gelukkige, domweg onbezorgde Jeruzalem steeds opnieuw te voorschijn. De vader met lange lokken voor zijn oren die zich bij het verkeerslicht omdraait naar zijn kinderen op het achterzitje om een liedje te zingen of met ze te praten. De monnik die op een biscuitje staat te kauwen. De rabbi die, moge het Gode welgevallig zijn, naar een van de vele over de hele stad verspreide lottokantoortjes loopt om een kraslot te kopen. De kleine Ali die in een van de uitgestorven maar zeer steile straatjes in de Oude Stad op zijn brandweerwagen naar beneden suist, aangevuurd door zijn twee zusjes die in koor scanderen: ‘Ali, Ali!’

    Hemelsbreed vijftig meter van de onverschrokken Ali de brandweerman staat de Verlosserskerk, omringd door louter handelaren die van hun religieuze relikwieën af willen: kruisjes, iconen, beschilderde houten eieren, sieraden. Allemaal schelden ze op Trump, die uitgerekend in de kersttijd de toeristen heeft afgeschrikt.

    Kafr Aqab

    En dan is er nog de onbeschrijfelijke wijk die niemand wil hebben. Toen in het stadhuis van Jeruzalem voor de laatste keer over Kafr Aqab werd gesproken, was dat om te bezien of de wijk niet afgescheiden moest worden en overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit, die daar ook al niet buitengewoon happig op was. Tot 2004 was Kafr Aqab een onopvallende burgerlijke nederzetting met twaalfduizend voornamelijk islamitische inwoners. Officieel hoorde ze bij Jeruzalem, waaraan ook belasting werd betaald. Toen bouwde Israël de grensmuur en lag Kafr Aqab opeens op de Westelijke Jordaanoever. Dit leidde ertoe dat het stadsbestuur zich nauwelijks meer om de verwilderde wijk bekommerde, waarna die er een bouwboom inzette die het inwonertal deed vervijfvoudigen.

    Door de hoofdstraat van deze onbeschrijflijke wijk, Ramallah Road, persen zich vergeefs toeterende en God noch gebod erkennende auto’s. Hoog in de lucht stapelen bouwkranen nog meer flats op elkaar. Het kleurrijkst in deze troosteloze berg beton zijn de talloze kinderen en de enorme hoeveelheid vuilnis langs de straten. ‘U bevindt zich hier in de meest vrije wijk ter wereld. Als u na een moord ergens wilt onderduiken, kom dan naar Kafr Aqab. Niemand die vraagt wie u bent of waar u vandaan komt. Hier bestaan geen verkeersregels, geen politie, geen justitie,’ zegt de 69-jarige Munir Zagheir. Het buurtcomité heeft hem gekozen als hun vertegenwoordiger. Als de pseudoburgemeester van Jeruzalems onbeschrijflijke wijk in woede ontsteekt − over huizen die op instorten staan, de marginale drinkwatervoorziening, de leeggeroofde scholen of de drugsdealers − vormen zich in zijn mondhoeken speekselresten zo groot als een kwartje. Die hij even vastberaden wegslikt als zijn voortdurende hoest.

    Een van Zagheirs grootste professionele successen is dat hij voor een Israëlische administratieve rechtbank een bodemsanering van Kafr Aqab heeft bevochten. ‘Ik heb de rechtbank duidelijk gemaakt dat ik wel honden en katten bij de vuilnishopen kan weghouden, maar vogels niet, die vervolgens met hun bacillen over de apartheidsmuur naar West-Jeruzalem vliegen.’

    ‘Het conflict is dat rechts de godsdienst misbruikt’

    In de ontvangstruimte van zijn huis hangen aan de muur portretten van zijn oudste zoon en van sjeik Ahmad Yassin, een van de oprichters van Hamas. Zagheirs positie is even duidelijk, maar helemaal onverzoenlijk is hij niet. De grenzen van 1967, Oost-Jeruzalem als hoofdstad van de soevereine staat Palestina, en dan vrede. Soms vertelt hij met zijn stralend groene ogen dat alleen wie bloemen zaait, bloemen kan oogsten. Dan weer spreekt hij met kleurloze ogen over soldaten, tegen de bezetting en gasmaskers. Toen het Israëlische parlement een paar weken geleden beraadslaagde over de afscheiding van zijn wijk, werd Zagheir uitgenodigd. ‘Ik heb gezegd: nooit van mijn leven. Want ze willen het leven in Kafr Aqab helemaal niet verbeteren. Het is alleen een demografische truc om het kiezersbestand te verschuiven ten guste van de orthodoxe joden in Jeruzalem.’

    ‘Is de ellende in Kafr Aqab het resultaat van religieuze conflicten?’

    ‘Nee, het conflict is dat rechts de godsdienst misbruikt. Wij moslims weten heel goed dat Jeruzalem voor alle drie de godsdiensten even belangrijk is. Waarom zouden wij dan de stad alleen voor onszelf willen? Ons aller leraar Jezus Christus predikte de wereld al: behandel anderen steeds zoals je zou willen dat ze jou behandelden.’

    Schooluniforms

    Zagheir laat foto’s van de wijk zien: zonder vergunning neergezette gebouwen die de stad Jeruzalem inmiddels zelf moet huren voor privéscholen en klinieken. Vijf van deze wolkenkrabbers moeten worden afgebroken. Wanneer Zagheir de verslaggever door zijn wijk leidt, wordt hij onderweg door waanzinnig veel mensen gegroet. Hij kent ze allemaal, de schoolkinderen, shoarmaverkopers, sigarettenhandelaren en invaliden. ‘Salam Abu’, ‘Salam aleikum’, klinkt het uit de openstaande ramen. Een geliefd man in een liefdeloos oord. Wie wil, kan in Zagheir een profeet zien.

    Aan de met sloop bedreigde huizen wordt intussen stug doorgebouwd. Blok na blok. Of ze blijven, weten noch de bouwvakkers, noch de meubelverkopers op de hoek die de eveneens speculerende inwoners ijverig van lederen sofa’s voorzien. Op een paar balkons hangt al was te drogen, op de zevende verdieping hangen twee vogelkooitjes.

    ‘Als u me wilt verontschuldigen, ik moet nog iets zakelijks doen,’ zegt Zagheir na een kleine rondgang.

    ‘Mag ik vragen wat?’

    ‘Ik moet naar een naaiatelier.’

    ‘Een naaiatelier?’

    ‘Ja. Ontwerpen voor schooluniformen bekijken. Ik ben eigenlijk ontwerper.’

    De aanhanger van Hamas en vertegenwoordiger van de rechten van 58.000 mensen is twintig minuten later een schooluniforminspecteur geworden. Nauwkeurig bestudeert hij in het nabijgelegen Aram de op de Amerikaanse honkbalstijl gebaseerde jacks. Vierhonderd stuks voor de laatste klas van de Rhashadiaschool. Omringd door de al even geconcentreerde jacks evaluerende mannen van het atelier. De vrouwen blijven in de achterruimte achter hun naaimachines zitten, in een sober, geheel door videocamera’s bewaakt atelier. Uiteindelijk geeft Zagheir opdracht de rode kragen beter vast te zetten.

    Op de terugweg gaat de pseudoburgemeester binnendoor, door het vluchtelingenkamp Kalandia. Een kamp dat al meer dan dertig jaar bestaat en intussen qua infrastructuur wel een stad lijkt. Voor veel Palestijnen is het daarom het symbool geworden voor de nakba, de Verdrijving.

    Weer wordt Zagheir allerhartelijkst begroet.

    ‘Ze willen graag dat ik ook hier de boss word,’ geeft hij als reden voor zijn populariteit.

    ‘En wordt u dat?’

    Zagheir zwijgt even. Hoest. Onderdrukt zijn hoest weer.

    ‘Misschien. Maar het stelt hoge eisen aan je als je geliefd bent bij de mensen.

    ‘O ja, hoe dan?’

    ‘Je moet oprecht zijn. Van de mensen houden als van jezelf. Eerlijk en waarachtig blijven. Maar als je dat ter harte neemt, heb je ook succes.’

    ‘En beschikt u over al die deugden?’

    ‘Die heeft mijn godsdienst me geleerd.’

    Zagheir komt bij een kruispunt zo smal als een potlooddoosje. Drie vrachtwagens uit drie richtingen, zijn eigen gammele Toyota uit de vierde. Geen verkeersborden, geen regels. Met gebaren maken ze elkaar duidelijk wat ze willen en ze manoeuvreren langs elkaar terwijl het middaggebed van de muezzin over het onbeschrijflijke gebied schalt.

    Twee uur later zal er op Ramallah Road van begrip geen sprake zijn. Eerst is er extase, wanneer vijfduizend mensen met Palestijnse vlaggen naar de gehate grensovergang marcheren. Voor de Dag van Woede, met borden waarop staat dat Jeruzalem voor eeuwig bij Palestina hoort. Om dat mee te maken komen de burgers van Kafr Aqab trots uit hun tapijtenwinkels en garages, en staan ze op hun ongeautoriseerde en instortingsgevaarlijke balkons. Ze filmen met hun mobieltjes en zingen luidkeels. Al snel staan er barricades in brand en gooien schreeuwende jongeren uit Kafr Aqab stenen naar de soldaten. Totdat ze Israëlisch traangas inademen uit de lucht die even eerder vol was van enthousiasme.

    De nieuwe messias

    Omri Szmulewicz zit achter zijn MacBook in café HaMiffal in West-Jeruzalem, dat niets heeft meegekregen van de Dag van Woede die zich een paar kilometer daarvandaan afspeelt. HaMiffal was tot voor kort een leegstaand gebouw, nu is het superhip als verblijf voor kunstenaars uit de hele wereld. Op dit moment presenteert een Ierse kunstenares er werk dat ze, gezichten van haar onbekende mensen aftastend, met haar ogen dicht heeft getekend. Szmulewicz organiseert in HaMiffal alles wat met muziek te maken heeft. Hij zorgt voor het geluid en bespeelt zelf een groot aantal instrumenten. Daarnaast organiseert hij de fundraising voor een biomedische start-up. Maar zijn eigenlijke roeping, de reden waarom Szmulewicz überhaupt naar Jeruzalem is gekomen, heeft niets met biomedisch werk te maken. Eerder met psychologie. Hij wil de nieuwe messias worden. ‘Ik zou liegen als ik zeg dat ik sinds mijn openbaring niet het gevoel heb dat ik de Ene ben,’ zegt hij. ‘Een stem in mijn hoofd zegt steeds opnieuw: jij hebt de gave, jij moet de boodschap verkondigen.’

    Szmulewicz is een uit de kluiten gewassen, modern geklede man van begin dertig met lang zwart haar en de aanstekelijke open grijns van een echte schelm. Hij beschikt over een aanmerkelijke tegenwoordigheid van geest, een bombastische welbespraaktheid en zelfspot. Het tegendeel dus van een in beddenlakens wandelende manische Jeruzalemsyndroomzwamneus, zou je denken. Zijn openbaring, of ‘opwekking tot de psycho magic’ zoals hij het zelf noemt, heeft ook niet plaatsgevonden op een heilige plaats, maar in een psychotherapeutische praktijk waar hij therapie volgde.

    Eigenlijk komt hij uit een welgesteld voorstadje van Tel Aviv. Met weldenkende ouders, een huis met kasten vol filosofieboeken en een frequent bespeelde concertvleugel in een woonkamer met glazen pui. ‘Waar ik weinig liefde heb ervaren en ben opgevoed tot scepticus.’ Daarom ook heeft hij in therapie geprobeerd het klaarblijkelijk nutteloze, naar contact snakkende kind in zichzelf te vermoorden. ‘Het zit op de punt van een driehoek. En wat ik ook probeer, ik slaag er niet in het te bereiken. Ik weet dat ik zal sterven als ik val. Ik zit gevangen tussen twee werelden. Ik word gruwelijk depressief, ga zitten, probeer een sigaret te draaien en val omlaag. Maar op dat moment verschijnen er engelen boven me die me opvangen. Ik haal drie keer diep adem, de drie beste ademteugen in mijn leven. Ik realiseer me dat ik het kan. Begin weer op te stijgen, langzaam, beetje bij beetje. Nu om het kind in mezelf te omarmen. En ik begrijp: dit is het dilemma van de mensheid. De top en de afgrond, het gewicht en de gewichtloosheid, het tijdrovende scheppen en het ellendig snelle verwoesten.’

    ‘God is precies de idee die je van de onverdraaglijkheid van de wereld redt, die met open ogen doet dromen’

    Sindsdien begrijpt Szmulewicz het leven als een magische droom die iedereen door liefde kan vormgeven. Daarbij ziet hij heel goed dat veel om ons heen een voorliefde heeft voor het doden: ‘Rationeel beschouwd is de wereld onverdraaglijk. En dat altijd geweest. Maar God is precies de idee die je van deze onverdraaglijkheid redt, die met open ogen doet dromen.’

    Szmulewicz wil een avondwandeling maken in de Oude Stad. Op weg daarheen zien we op veel gebouwen affiches hangen met het opschrift ‘God bless Trump’. De achtste kaars van de chanoekia is aangestoken, en de Mamilla Mall die naar de Oude Stad loopt, met zijn luxe winkels, is vol kleurige rijen lampjes en dikke portemonnees. ‘So, so you think you can tell heaven from hell?’ covert een grijze, orthodoxe man Pink Floyd op zijn gitaar. Zonder haast slaat Szmulewicz een van de stille zijstraatjes in. Toevallig lopen we tegen het kerkje van de Arameeërs aan, de eerste leerlingen van Jezus. Voor de onverlichte toeschouwer toevallig, maar voor Szmulewicz een teken.

    ‘Toeval bestaat niet. Vandaag moest ik deze plaats zien. Eraan herinnerd worden dat ook de grote godsdiensten een paar duizend jaar geleden zijn gevestigd door mensen met openbaringen. En dat geen van hen in zijn tijd erg geliefd was. Abraham heeft zijn familie verlaten om de epische weg naar het beloofde Land op te gaan. Jezus was een jood vol pretenties die iedereen tegensprak. Daarom is hij vermoord. Zelfs Boeddha kwam uit een streng religieus milieu en verklaarde ooit: u kletst allemaal maar wat. Religies hebben behoefte aan iemand die van tijd tot tijd de decadent geworden orthodoxie overwint.’

    Smalle treden leiden naar een dak waar je de gouden Rotskoepel bijna kunt aanraken. Eigenlijk is het een aaneengesloten areaal van daken, en ze zeggen dat je over deze daken de Oude Stad helemaal kunt doorkruisen. Achter de al-Aqsamoskee strekt zich de Tempelberg uit, daarboven schitteren zachtgouden sterren. Op een moment als dit is er misschien wel geen plaats op de wereld die wereldser is dan Jeruzalem.

    ‘We hebben al genoeg egoïstische en valse profeten’

    Szmulewicz gaat zitten om te mediteren. Na ongeveer twintig minuten gaat hij verder: ‘Ik heb de laatste maanden zo veel tekens gekregen en gezien. Soms moet ik ergens aan denken, dan sla ik de kabbala op een willekeurige plaats open, en precies datgene waaraan ik dacht staat daar geschreven. Altijd als ik duistere gedachten krijg, klop ik driemaal op hout om ze te verdrijven. Zo doen wij joden dat. Toen ik het onlangs in de kelder van mijn ouders deed, vormde zich uit deze punten opeens een driedimensionale davidster om me heen.’

    Syndroomsteden

    Jeruzalem is niet de enige stad waaraan een bepaald syndroom is toegerekend.

    Heel ‘betoverend’ bijvoorbeeld is het Florencesyndroom. Dit al in het begin van de negentiende eeuw door de Franse schrijver Stendhal beschreven syndroom zou vooral kunstenaars overkomen die zich in Florence tegenover de alomtegenwoordige kunst opeens bewust worden van hun eigen onbeduidendheid. En als gevolg daarvan symptomen als ademhalingsproblemen en hartritmestoornissen ontwikkelen.

    Bekender is het zogenoemde Stockholmsyndroom, waarbij een gijzelaar tijdens een gijzeling sympathie voor zijn gijzelnemer ontwikkelt. Het omgekeerde bestaat ook: een gijzelnemer ontwikkelt positieve gevoelens voor zijn gijzelaar; in zo’n geval spreekt men van het Limasyndroom. Minder extravagant, maar niet minder ernstig is het New Yorksyndroom, dat paradoxaal genoeg niet het verlies van realiteitszin, maar juist het verkrijgen daarvan beschrijft. Achter een bedrukte stemming zitten existentiële angsten en depressies verborgen die zich voordoen bij jonge mensen die hopend op de American dream en een succesvol leven naar New York komen. Om dan te concluderen dat hun droom niet zo eenvoudig te realiseren is.

    ‘Bent u weleens bang dat u de controle verliest? Dat u uzelf van louter verlichting niet meer herkent?’

    ‘Ik ben al heel erg veranderd. En dat maakt me een beetje bang. Aan de andere kant is dat natuurlijk ook de zin van bekering. Natuurlijk is God in de mensen en natuurlijk bezoekt de messias ons af en toe.’

    ‘En nu bent u de messias?’

    ‘Misschien. Maar te geloven dat je “de Ene” bent, is tegelijk infantiel. Ik heb de gave, niet mijn ego. En zolang ik mijn ego niet heb overwonnen, ben ik terughoudend. We hebben al genoeg egoïstische en valse profeten.’

    Op donderdag, een dag voor de sabbat, zijn de nachten in de meest bezongen stad van de wereld het levendigst. De Ben-Yehudastraat staat vol gouden keeltjes, breakdancers, trommelaars en jongleurs en de uitpuilende cafés doen een wedstrijdje wiens installatie het hardst kan. Opgedoft, vrolijk van de wodka, opgewonden van de drugs: het kan er hier bijna carnavalesk uitzien. Ook al heeft de stad steeds minder seculiere inwoners.

    Zowel de orthodox-joodse als de moslimmoeders in Jeruzalem krijgen gemiddeld 6,5 kind, en die gaan op donderdagen echt niet feestvieren. Ze krijgen in de eerste plaats zo veel kinderen omdat hun God hun voorschrijft dat ze vruchtbaar moeten zijn. In de tweede plaats omdat met de grootte van hun groep ook hun macht bij de verkiezingen toeneemt. Daar komt nog bij dat veel orthodoxe joden van een wereldlijke broodwinning afzien om zich helemaal aan de studie van de Heilige Schrift te wijden. Mede daardoor is de beroemdste stad van de wereld ook de armste stad in het Heilig Land. Hoe dan ook, op donderdag feesten degenen die overdag werken en doorgaans voorbehoedmiddelen gebruiken.

    1. Christenen op weg naar Via Dolorosa en de Kerk van de wederopstanding; 2. Nonnen bereiden kerst voor; 3. Zwaaien met kip als Joodse voorbereiding op Jom Kippoer, grote verzoendag; 4. Ultra-orthodoxe Jood speelt viool voor Chanoeka. – © Oded Balility
    Christenen op weg naar Via Dolorosa en de Kerk van de wederopstanding. – © Oded Balility / HH

    Een stukje bij deze levensader vandaan, aan een achterafpleintje met regenboogvlaggetjes, ligt de Videobar, de enige bar − zo niet de enige plek − in Jeruzalem voor homo’s. Opzettelijk in de buurt van een politiebureau, voor het geval er weer met molotovcocktails wordt gegooid. Af en toe komen er nachtvlinders naar de deur van de Videobar, blijven even staan en gaan weer weg. Om later terug te komen, iets dichterbij, en opnieuw haastig om te keren. Een paar van deze donderdagavondklanten vatten pas bij hun derde aanloop voldoende moed om echt naar binnen te gaan.

    Tegen een van de muren staan Batman en Robin te vrijen, het achterste gedeelte heeft een kleine dansvloer. Britney Spears zingt over de ‘taste of a poison paradise’. Arabisch en Hebreeuws klinken zo uitgelaten door elkaar als in deze stad maar zelden voorkomt. Waarom ook niet? Het is moeilijk voor te stellen dat de door alle religies uitgestotenen elkaar in de Videobar in de lange haren van hun toupetjes vliegen over de toegang tot de al-Aqsamoskee.

    ‘Ik ben de queen van de orthodoxe viespeuken in Jeruzalem, hun sprankje hoop’

    Alona, vandaag meer vrouw dan man, met luipaardjas, rode lippenstift en hoge hakken, voorkomt dat homo’s die door hun familie zijn verstoten zelfmoord plegen. Dat zegt ze in elk geval, terwijl ze staat te roken op de veranda. ‘Ik ben de queen van de orthodoxe viespeuken in Jeruzalem, hun sprankje hoop. Geloof me, er zitten verdomd veel verkapte flikkers onder de orthodoxen.’

    ‘En hoe leer je die kennen?’

    ‘Dat hoeft niet. Zij kennen mij en komen naar me toe. Heel verlegen, overdag of bij het boodschappen doen op de Mahane Yehuda-markt.’

    ‘En dan?’

    ‘Dan geef ik ze waar ze zo hevig naar verlangen. Ik vind ze sexy in hun zwart-witte pakjes. Met hun maagdelijkheid.’

    ‘Het klinkt alsof je hier in Jeruzalem als queer een nogal vrij leven leidt, Alona.’

    ‘Ik kan met iedereen goed overweg, ook in Jeruzalem. Ik ben gewoon ik, ik heb geen andere keus.’

    ‘Zo,’ moppert Joat, Alona’s metgezellin − eveneens flink opgemaakt, meer vrouw dan man, en met een volumineuze paarse sjaal gedrapeerd om haar gouden jurk, die op zijn beurt strak om haar tamelijk dikke lichaam zit. ‘Als jij zo vrij bent, waarom ga je dan niet in deze outfit naar je werk? Of op zijn minst opgemaakt?’

    ‘Dat mag niet,’ antwoordt Alona, die als veiligheidsbeambte in een openbaar gebouw in Jeruzalem werkt.

    De dansvloer is inmiddels propvol en het aantal seksuele toespelingen per nummer benadert het Jeruzalemse religieuze vruchtbaarheidscijfer.

    Mea Shearim

    Of een van de dansers bij het aanbreken van de dag terug zal sluipen naar Mea Shearim, de oudste ultra-orthodoxe wijk van Jeruzalem? Heel ver liggen beide werelden niet uit elkaar, te voet misschien tien minuten. Maar wie over de drempel stapt, ziet een Joods leven dat nauwelijks door de moderne tijd is beroerd, tussen bouwvallige huisjes, met een oerwoud van stroomdraden en vreselijk vervuilde straten waar desondanks orde heerst. Een leven in liefdevolle, nauwe dorpsstraatjes, waar de buitenwereld niet binnenkomt. Waar kinderen, kinderen en nog eens kinderen hand in hand over straat lopen en sommige moeders zich geheel bedekken. Ze dragen een sluier over hun hoofd en ook van hun lichaam is niets te zien.

    Hier kent iedereen iedereen, een donderdags uitje zal hier niet lang verborgen blijven, ook al is het vlak voor sabbat heel erg druk. Iedereen moet zijn vrijdagse vis en zijn pretzels nog in huis halen. Ingewikkelde consumentenverlangens moet je hier niet hebben, Britney Spears’ ‘Toxic’ of een tv-toestel zijn in Mea Shearim niet te vinden. Om drie uur ’s middags klinken overal in de wijk de luidsprekers. Melancholieke Hebreeuwse muziek schalt door Mea Shearim en kondigt het begin van de sabbat aan. De wijk wordt dan afgesloten, om een dag lang nog ongestoorder met God, met zichzelf en met nietsdoen bezig te zijn. Hoe mooi moet die muziek niet klinken als die je je leven lang het wonderschone, strikt voorgeschreven dolce far niente heeft verkondigd? Hoe moeilijk moet het niet zijn om hier weg te gaan en deze muziek nooit meer te horen, om niet alleen op donderdagavond stiekem een vrije zondaar te zijn?

    ‘Deze stad rukt iedereen zijn masker af. Ze duldt geen veinzerij,’ bevestigt pater Nikodemus Schnabel, priester en hoofd van de Dormitio-abdij, een benedictijnenklooster op de berg Sion. Hij woont sinds zestien jaar in Jeruzalem, is in 1978 in Stuttgart geboren en volgens zijn gelofte tot het eind van zijn leven aan zijn orde in het Nabije Oosten gebonden. En hier wilde pater Nikodemus ook precies naartoe. Zijn abdij staat op de plaats waar Jezus zijn Laatste Avondmaal tot zich nam. Een plaats van diepe contemplatie, hoog verheven boven het alledaagse lawaai van de Heilige Stad. ‘Om vijf uur in de ochtend, tijdens het eerste gebed bij zonsopgang, is Jeruzalem juist door die diepe godsvrucht om verliefd op te worden. Dan heeft Jeruzalem geen syndroom en al helemaal geen behoefte aan therapie.’

    ‘Ik begrijp waarom Jeruzalem de perfecte stad is om atheïst te worden’

    Als er geen aanslagen met brandbommen op zijn klooster werden gepleegd. Of als er niet op de voorgevel werd gekalkt dat alle christenen dood moeten. Vlakbij liggen de nederzettingen van de radicaal-religieuze Heuveljoden. Vanwege hen moest er een permanente politiepost voor zijn deur worden neergezet. ‘Ik begrijp waarom Jeruzalem de perfecte stad is om atheïst te worden. Op gewone dagen word ik, als ik het klooster uitga, bespuugd, beledigd en geschopt. De radicale religieuzen roepen graag: “Oprotten naar Rome!” Hier is niets hetzelfde, iedereen is hier naakt. Ik ook.’

    Als je pater Nikodemus ziet, is hij een open, zachtaardige en levenslustige man met rode wangen. Je kunt je de pas 39-jarige pater makkelijk voorstellen als gangmaker in het café, terwijl hij met zijn diepe joviale lach handen schudt en moppen vertelt. Een indruk die meteen vervliegt als de pater op de empathische toon van een zielzorger spreekt.

    ‘En welk gezicht zag u in de spiegel toen Jeruzalem u ontmaskerde?’

    ‘Ik zag en ik zie mijn valkuilen. Soms wil ik degenen die me bespuwen gewoon op hun bek slaan. Maar als ik mijn zoektocht naar God serieus neem, met de gedachte dat de mens naar het evenbeeld van God is geschapen, dan is zoeken naar God ook zoeken naar de mens. Wie ben ik, als ik me van iemand afmaak? Als ik iemand in een la stop?’

    ‘Ze doen niemand kwaad, huppelen rond, brabbelen wat, dossen zich vaak merkwaardig uit. Maar als de kerken deze mensen buiten zetten, waar moeten ze dan heen?’

    Ook van degenen die in de spiegel plotseling een godheid ontwaren en bij dr. Katz terechtkomen, wil de pater zich niet afmaken. ‘Die hebben we hier altijd. Ze doen niemand kwaad, huppelen rond, brabbelen wat, dossen zich vaak merkwaardig uit. Maar als de kerken deze mensen buiten zetten, waar moeten ze dan heen?’ Het zou in elk geval een probleem worden als deze zwaarbelaste mensen troost vinden in de tuin van het klooster en daar helemaal niet meer weg willen. Over een paar uur zal pater Nikodemus de nachtmis lezen. Waarschijnlijk als enige katholiek op de wereld preekt hij voor een gehoor dat voor het grootste deel joods is.

    Bethlehem

    Ondertussen is in Bethlehem, de geboorteplaats van Christus, het feest al aan de gang. Eigenlijk maar negen kilometer, maar ook een omweg om een hele lange grensmuur heen verder. Op de markt waar de Geboortekerk en de Omarmoskee oog in oog staan, is een parade. Een bigband in militair ogende uniformen speelt ‘Jingle Bells’ met een Arabisch accent. Maar het Palestijnse Bethlehem lijkt op dit moment niet zo ontvankelijk voor kerstliedjes uit Trumpistan. Een affiche met een in het paars geklede Sinterklaas wenst ons Merry Christmas, een nog groter affiche dat eroverheen geplakt is herinnert ons eraan dat Jeruzalem voor eeuwig de hoofdstad van Palestina blijft.

    De bewoners van de stad volgen de parade met een merkwaardige mengeling van plichtsbewustzijn, kijklust en ergernis. Tussen de rijen door dringen minderjarige kauwgom- en parapluverkopers naar voren. Eromheen cirkelen geconcentreerde Palestijnse soldaten en een groot aantal internationale cameraploegen. En om iedereen heen jaagt een akelige wind die maling heeft aan het milde winterzonnetje. En hoe verder je van de theoretisch zo feestelijke markt af komt, in de richting van Jeruzalem, in de richting van de gemilitariseerde scheidingsmuur, des te voelbaarder het wordt dat Bethlehem weinig zin heeft om feest te vieren.

    De wind die over het feest joeg heeft tegen de avond dankzij de talloze regenbuien een zee van plassen in de Oude Stad veroorzaakt. Desondanks is de Dormitio-abdij voor de nachtmis van pater Nikodemus tot de laatste plaats bezet. Ook Omri Szmulewicz, die zich in staat acht de erfgenaam van de jarige te zijn, is gekomen. Hij luistert met gesloten ogen, een steentje dat zijn derde oog moet symboliseren tegen zijn voorhoofd gedrukt. Soms glimlacht hij enthousiast, dan weer kijkt hij een beetje mistroostig.

    ‘Als de messias verschijnt, kunnen we hem eindelijk vragen of hij hier voor het eerst is. Zo ja, dan hebt u gelijk, zo nee, dan wij’

    Pater Nikodemus weet het verrassend jonge joodse publiek snel voor zich te winnen. In een wit met gouden kazuifel schertst hij vanaf de preekstoel: ‘Ik ben hier niet om u te bekeren. Als de messias verschijnt, kunnen we hem eindelijk vragen of hij hier voor het eerst is. Zo ja, dan hebt u gelijk, zo nee, dan wij.’ De pater verklaart dat God niet alleen een over ons wakende en wraakzuchtige God is. ‘Maar vol liefde en hartstocht. Almachtig, zeker, maar een God van vrede, van licht en van vergeving.’

    Szmulewicz vergeeft de pater na afloop snel dat de mis ‘te mainstream’ was. En ook wil hij wel door de vingers zien dat het publiek zijn aandacht niet voldoende bij de dienst hield en dat ze ondertussen foto’s maakten met hun mobieltjes. ‘Maar misschien is het alleen mijn ego dat kritiek heeft. Waar moet de pater anders over preken dan over liefde en vergeving? Religie moet niet te ingewikkeld zijn.’

    Een paar kilometer verderop staan de straten van de onbeschrijflijke wijk Kfar Aqab een halve meter onder water. De Dagen van Woede gaan verder. Dr. Gregory Katz moet over een paar uur met zijn restje humanisme in een dokterstas naar zijn werk. In de meest aanbeden stad ter wereld is het vandaag geen feestdag.

    Life of Brian

    Nooit is het Jeruzalemsyndroom zo prachtig en komisch ad absurdum gevoerd als in de klassieker Monty Python’s Life of Brian: in deze satirische film uit 1979 wordt de jonge Brian tegen zijn zin tot messias uitgeroepen, terwijl hij alleen de mooie Judith voor zich wil winnen. Verder wil hij met rust gelaten worden. Aan het bittere slot van de film klinkt de song ‘Always Look on the Bright Side of Life’, terwijl Brian en een tiental andere veroordeelden aan kruisen bungelen. De song werd even beroemd als de film: de laatste werd door het British Film Institute ondanks veel controverse gekozen als een van de honderd beste Engelse films.

    De auteur

    Dmitrij Kapitelman (31) heeft Jeruzalem in zijn leven tot nu toe drie keer bezocht, en de stad als ‘waanzinnig vermoeiend’ ervaren. Maar ook als een bijzondere plaats. ‘Het is moeilijk in woorden uit te drukken,’ zegt hij, ‘maar je voelt daar veel directer dan elders hoe belangrijk religie voor mensen kan zijn.’ Kapitelman is zelf van joodse origine, maar noemt zichzelf een ‘Hebreeuws gevormde atheïst’.

  • TikTok: geen club voor ‘lelijke mensen’

    TikTok: geen club voor ‘lelijke mensen’

    TikTok instrueert moderatoren om berichten van ‘onaantrekkelijke en arme’ mensen te weren, blijkt uit onderzoek van The Intercept. Deze zijn niet bevorderlijk voor een groter publiek. Ook politieke uitingen worden verbannen van het Chinese sociale medium, dat banden heeft met de Communistische Partij.

    De makers van TikTok, de Chinese app voor het delen van video’s met honderden miljoenen gebruikers wereldwijd, lieten hun moderatoren berichten verwijderen van gebruikers die er te lelijk, te arm of te zichtbaar gehandicapt uitzagen, zo valt te lezen in interne documenten die The Intercept in handen heeft gekregen. Daaruit blijkt verder dat politieke uitspraken in livestreams gecensureerd moesten worden: gebruikers die de ‘nationale eer’ schonden of video’s streamden over ‘staatsorganen zoals de politie’ moesten van het platform worden verbannen. Uit deze Chinese richtlijnen en gesprekken over TikToks censuurbeleid met enkele ingewijden komen nieuwe feiten aan het licht over de strikte regels die achthonderd miljoen gebruikers krijgen opgelegd door dit bedrijf dat zich opwerpt als een boegbeeld van vrije expressie en creativiteit. Zo blijkt TikTok enerzijds de verspreiding van bepaalde content te stimuleren in het streven naar exponentiële groei à la Silicon Valley, en anderzijds kritische politieke geluiden te onderdrukken op de botte manier die in thuisland China gemeengoed is.

    Naast livestreams van militaire activiteiten en natuurrampen, filmpjes waarin ‘ambtenaren worden belasterd’ en ander materiaal dat beschouwd kan worden als een bedreiging voor de ‘nationale veiligheid’ zijn op TikTok ook filmpjes verwijderd met beelden van armoede op het platteland, sloppenwijken, bierbuiken en scheve gezichten. In één document worden moderatoren zelfs geïnstrueerd om goed te kijken of er in de interieurs geen barsten in muren en ‘afzichtelijke versieringen’ te zien zijn: zulke filmpjes worden bestraft doordat de algoritmes ze aan minder medegebruikers presenteren.

    The Intercept en The Intercept Brasil publiceerden twee interne TikTok-documenten met dit soort richtlijnen voor moderatoren. In het ene wordt uitgelegd welke ideologische inhoud ze uit livestreams moeten weren, het andere beschrijft de algoritmische straffen voor arme en onaantrekkelijke gebruikers. De teksten lijken oorspronkelijk in het Chinees te zijn geschreven en daarna – soms nogal krukkig – in het Engels vertaald voor gebruik in de diverse internationale vestigingen van het bedrijf. TikTok is eigendom van het in 2012 opgerichte ByteDance, het moederbedrijf in Beijing van een hele reeks populaire sites en sociale media – een soort Chinees Facebook. ByteDance ligt al onder een vergrootglas bij de Amerikaanse overheid vanwege zijn banden met China’s Communistische Partij en de talrijke berichten dat de censuur in de app naadloos samenvalt met die van de Chinese overheid. De Amerikaanse senatoren Chuck Schumer en Josh Hawley hebben ervoor geijverd om het gebruik van TikTok door Amerikaans overheidspersoneel aan banden te leggen, omdat de app een bedreiging zou vormen voor Amerika’s nationale veiligheid.

    ‘Te veel rimpels’

    TikToks woordvoerder Josh Gartner laat weten dat de richtlijnen voor livestreams die wij hebben ingezien ‘niet meer in gebruik zijn en in sommige gevallen zelfs nooit in gebruik zijn geweest’, maar wil daarover niet nader in detail treden. En wat betreft de voorschriften over het tegengaan van de verspreiding van filmpjes met gebruikers die er onaantrekkelijk, gehandicapt of armoedig uitzien, dat waren volgens hem ‘oude en grofmazige pogingen om iets tegen pesten te doen die inmiddels achterhaald zijn en dat al waren toen ze bij The Intercept belandden.’ Maar volgens onze bronnen waren beide documenten met richtlijnen in ieder geval eind 2019 in gebruik en is het document met het livestreambeleid zelfs pas in 2019 geschreven. Gartner leg niet uit waarom er in een document dat bedoeld zou zijn om ‘iets tegen pesten te doen’ nergens het woord pesten voorkomt, en waarom er wel een expliciete rechtvaardiging in staat van de noodzaak om meer gebruikers te trekken, niet om ze ergens tegen te beschermen.

    Eén document bevat een hele waslijst aan uiterlijke kenmerken van zowel gebruikers als hun omgeving die zo onappetijtelijk worden geacht dat deze video’s niet mogen belanden in het ‘Voor jou’-gedeelte van de app, waar TikTok-filmpjes op basis van geheime criteria aan een enorm publiek worden gepresenteerd. Wat ervoor nodig is om een plekje in die vitrine te bemachtigen blijft een mysterie, maar het document maakt wel duidelijk dat er weinig voor nodig is om eruit te worden verbannen. Allemaal met als argument dat uploads van onaantrekkelijke, arme of anderszins ongewenste gebruikers van negatieve invloed kunnen zijn op ‘het directe behoud van nieuwe gebruikers’. Dat geldt vooral, zo wordt benadrukt, bij filmpjes waarin de gebruiker ‘praktisch het enige onderwerp is. Als de persoon of de omgeving waar de beelden zijn gemaakt er niet mooi uitziet, is het veel minder aantrekkelijk, niet de moeite waard om te worden aanbevolen aan nieuwe gebruikers.’ Er wordt expliciet gezegd dat de moderatoren geen uploads moeten verspreiden die afkomstig zijn van gebruikers met aangeboren of anderszins onontkoombare gebreken. ‘Abnormale lichaamsvorm’, ‘lelijk gezicht’, dwerggroei, een ‘duidelijke bierbuik’, ‘te veel rimpels’, ‘oogaandoeningen’ en tal van andere eigenschappen van ‘lage kwaliteit’: het is allemaal genoeg om uit de algoritmische stroom te worden geknikkerd. Filmpjes die zijn gemaakt in ‘een sjofele en vervallen omgeving’, zoals ‘onder meer sloppenwijken, akkers op het platteland’ en ‘krotwoningen’ worden ook systematisch buiten beeld gehouden voor nieuwe gebruikers, al kan er volgens het document ’een uitzondering worden gemaakt voor mooie landschappen’.

    Mensen met overgewicht, gehandicapten en lhbt’ers zijn slecht vindbaar op TikTok

    Moderatoren worden ook geïnstrueerd om bij zelfgemaakte filmpjes van ‘niet nadrukkelijk armoedige personen’ extra goed te letten op de aanwezigheid van zichtbare tekenen van armoede zoals ‘een barst in de muur’ of ‘oude en afzichtelijke versieringen’. Het minste teken van verval in het interieur of een glimp van scheve tanden is genoeg om het verschil te maken tussen wereldwijde distributie en relatieve onzichtbaarheid. En net als bij ‘lelijke’ mensen wordt hier als reden aangevoerd dat TikTok een positieve uitstraling moet hebben om nieuwe gebruikers aan te trekken en vast te houden: ‘Een dergelijke omgeving is niet zo geschikt voor nieuwe gebruikers, want minder mooi en aantrekkelijk.’ Uit angst om voortijdig op de grote mestvaalt van afgedankte apps te belanden zijn nieuwe socialemediaplatforms gefixeerd op het vasthouden van hun stijgende lijn. Groei en behoud van nieuwe gebruikers heeft vaak de hoogste prioriteit, maar het publiek krijgt zelden inzicht in de agressieve manier waarop die groei wordt bevochten.

    Het is niet duidelijk hoe wijdverbreid deze censuur bij TikTok is. Gartner zegt dat ‘de genoemde voorschriften identiek zijn aan of sterk lijken op de voorschriften’ die in december op het Duitse blog Netzpolitik werden aangehaald in een verhaal over de manier waarop TikTok filmpjes van mensen met overgewicht, gehandicapten en lhbt’ers minder goed vindbaar maakt. Volgens hem betrof het oude pogingen ’om iets tegen pesten te doen.’ Maar de documenten die wij in handen kregen, bevatten nog veel meer voorschriften dan die waarover al op Netzpolitik is bericht, zoals voor het censureren van arme, oude en ‘lelijke’ gebruikers.

    Niet alleen houdt TikTok de content van onaantrekkelijke gebruikers strategisch buiten beeld, het oefent achter gesloten deuren ook invloed uit op populaire gebruikers, zo hoorden we van een ingewijde: ‘Medewerkers die direct contact hadden met influencers en officiële contentmakers beleggen videovergaderingen over de invoering van “veiligheidsregels”, om de kans te verkleinen dat er filmpjes worden gemaakt die ingaan tegen de ideeën van [ByteDance].’ Volgens deze persoon vonden op hun kantoor geregeld videovergaderingen plaats waarin deze medewerkers en iemand uit het ‘veiligheidsteam’ een selecte groep TikTok influencers vooraf waarschuwden over veranderingen in het contentbeleid van de app. Dit om te voorkomen dat deze prominente gebruikers in hun op twee miljard telefoons verspreide filmpjes de nieuwe regels zouden overtreden. Op vragen over dit overleg gaat Gartner niet in.

    Censuur

    In het ‘Voor jou’-gedeelte van de app probeert TikTok vooral te voorkomen dat sommige content te populair wordt. Een tweede document dat wij in handen kregen, betreft echte censuur: het bevat regels voor het regelrecht verwijderen van content uit livestreams. En die regels beperken zich niet tot het gebruikelijke Chinese verbod op verwijzingen naar bijvoorbeeld het Tiananmenplein [hier vond in 1989 een groot studentenprotest plaats dat met geweld werd neergeslagen] of de Falun Gong [een religieuze groepering die sinds 1999 is verboden]. Ze zijn ruim genoeg gesteld om er allerlei politieke uitspraken als lasterlijk of gevaarlijk mee te bestempelen. Zo zijn er regels op grond waarvan je uitlatingen kunt verwijderen over een hele keur aan thema’s die de autoriteiten niet bevallen: ‘belastering van ambtenaren en politieke of religieuze leiders’ en zelfs van ‘de familie van verwante leiders’ kan leiden tot onderbreking van een livestream en verbanning voor een dag. Streams die in de ogen van moderatoren een gevaar vormen voor ‘de nationale veiligheid’ of zelfs maar voor ‘de nationale eer en het landsbelang’ kunnen leiden tot permanente verbanning, evenals het ‘zwartmaken of verdraaien van de geschiedenis van ons eigen land of andere landen’, waarbij de ‘incidenten op het Tiananmenplein’ als een van slechts drie mogelijke voorbeelden wordt genoemd. Een ‘persoonlijke livestream over staatsorganen als de politie, het leger enzovoort’ kan drie dagen uit de lucht worden gehaald, en wie melding maakt van activiteiten van leger of politie, wordt voor die dag geschorst (wees gewaarschuwd, betogers in spe).

    Wie kritiek levert op TikTok, kan drie dagen verbannen worden

    Gartner gaat niet in op de vraag of de huidige reglementen nog steeds dezelfde geest ademen, zij het wellicht in andere bewoordingen. Of er bijvoorbeeld nog steeds een verbod geldt op het ‘schenden van de nationale eer’ of het melden van politieactiviteiten. ‘Zoals alle platforms hebben wij voorschriften ter bescherming van onze gebruikers en de nationale veiligheid, zoals een verbod op accounts die haat zaaien of terrorisme prediken, zoals vastgelegd in onze richtlijnen,’ mailt Gartner. Maar volgens het document staan er strenge straffen op sommige politieke uitlatingen, terwijl racistische livestreams op een mildere behandeling kunnen rekenen. Wie in een stream ‘individuen of groepen beschimpt of vernedert vanwege eigenschappen zoals invaliditeit, geslacht, huidskleur, seksuele geaardheid, nationaliteit, etnische afkomst of geloof’, kan een maand verbannen worden. Daarna mag die gebruiker weer verder streamen. Maar wie in een livestream kritiek levert op TikTok, kan drie dagen verbannen worden, en wie reclame maakt voor TikToks concurrenten kan op een permanente verbanning rekenen.

    ‘Praten over het thema voortplanting’ is volgens de richtlijnen verboden

    Uit andere documenten die wij in handen kregen, blijkt dat TikTok de content op het platform niet alleen beïnvloedt door filmpjes te censureren en gebruikers onzichtbaar te maken, maar ook door feeds te vullen met content van ‘schaduwaccounts’ van medewerkers die zich voordoen als gewone gebruikers. Interne richtlijnen wekken de indruk dat medewerkers van ByteDance Instagram afstruinen op zoek naar populaire onderwerpen, daarvan video’s downloaden en die vervolgens op TikTok delen, om zo voor een gestage stroom aantrekkelijke content te zorgen. Medewerkers die ‘leuk uitziende’ filmpjes op de app moeten zetten, krijgen in die documenten bijvoorbeeld het advies om te zoeken naar Instagram-berichten met de tag #BeachGirl. Gevraagd naar deze praktijken en de instructies daarvoor in de richtlijnen zegt Gartner alleen: ‘ook na grondig zoeken hebben we deze teksten nergens in de richtlijnen voor moderatoren of in het Trust and Safety-beleid teruggevonden’.

    ‘Vocale vulgariteit’

    Terwijl TikTok-medewerkers het internet afspeuren naar beelden van ‘beach girls’, kunnen de livestreams en video’s van vrouwen die zich niet aan TikToks geheime fatsoensregels houden ineens van het platform worden verwijderd, zo blijkt ook uit de documenten. Livestreams van gebruikers in bikini of badpak op andere locaties dan een ‘strand of zwemgelegenheid’ zijn goed voor een week verbanning en accounts die ‘de contouren van vrouwelijke tepels’ tonen, kunnen ‘voorgoed’ worden verwijderd. De zedelijkheidsnormen voor livestreams gelden zelfs voor artistieke uitingen: ‘Het zingen of spelen van muziek met pornografische strekking, seksuele toespelingen enzovoort’ is verboden, evenals ‘praten over het thema voortplanting’ – dat vindt TikTok allemaal ‘vocale vulgariteit’. ‘TikTok is bij livestreams inderdaad bijzonder alert op het weren van seksuele content,’ laat Gartner ons weten.

    De documenten bevatten aanwijzingen dat deze normen voor livestreams van het bedrijf afkomstig zijn uit China. Eén Engelstalig document bevat krukkige formuleringen die aan een machinevertaling doen denken en verwijzingen naar een in het bestand ingesloten Chinees lettertype; in een ander document staan tussen het Engels ook nog hele lappen Chinese tekst. De richtlijnen voor livestreams bevatten een opsomming van 64 mogelijke overtredingen verdeeld over 13 categorieën, met specifieke straffen voor elke overtreding. De categorieën variëren van duidelijk en begrijpelijk (‘ongepast puberaal gedrag’) tot preuts en curieus: wie ‘met opzet meer dan tweemaal een middelvinger opsteekt’ wordt meteen uit de lucht gehaald en een dag verbannen, en het niet nader gedefinieerde ‘verstoren van de nationale eenheid’ levert permanente verbanning op.

    Er is in het recente verleden al eerder ophef geweest over de politieke richtlijnen van TikTok. In september 2019 schreef The Guardian over vergelijkbare documenten waarin het bedrijf ‘zijn moderatoren opdraagt video’s te censureren waarin wordt verwezen naar het Tiananmenplein, een onafhankelijk Tibet of de verboden religieuze groepering Falun Gong’, naast andere dictatuurvriendelijke censuurmaatregelen. ByteDance wilde tegenover The Guardian niet bevestigen dat TikTok het buitenlandbeleid van de Chinese overheid uitvoert, maar ze erkenden wel dat ze ‘in de begindagen op botte wijze probeerden conflicten op het platform te voorkomen, en volgens onze richtlijnen voor contentbeheer konden er straffen worden uitgedeeld voor uitingen die conflicten kunnen opzwepen, bijvoorbeeld tussen religieuze of etnische groeperingen in tal van regio’s overal ter wereld. (…) De desbetreffende richtlijnen zijn inmiddels achterhaald en niet meer in gebruik.’

    Geheime voorschriften

    Veel gebruikers die verbannen worden, wordt het waarschijnlijk nooit duidelijk welke regel ze hebben overtreden, want het bestaan en de inhoud van deze fijnmazige voorschriften is altijd stilgehouden. TikTok rekent zijn gebruikers af op geheime voorschriften. Achter de openbare communityrichtlijnen, een verzameling generieke voorschriften zoals die van elk ander sociaal platform, schuilen uitgebreide documenten met de eigenlijke regels, waarin moderatoren heel precies wordt voorgeschreven wat ze wel en niet moeten verwijderen. De laagbetaalde medewerkers die dat werk doen hebben doorgaans net zo weinig inspraak in de totstandkoming van die regels als de gebruikers. Hun sisyfusarbeid bestaat simpelweg uit het uitvoeren van de voorschriften, waarvan ze geregeld zonder nadere tekst en uitleg onaangekondigde updates op hun bord krijgen. Gartner laat weten dat dit werk wordt uitgevoerd door ‘een mix’ van vaste medewerkers en freelancers: ‘Dit jaar hebben we in Californië, Dublin en Singapore Trust and Safety-hubs opgezet die toezien op de ontwikkeling en uitvoering van onze moderatievoorschriften, allemaal onder leiding van deskundige mensen met grote ervaring op dit gebied.’ Hij gaat niet in op de vraag waarom de door ons bemachtigde documenten oorspronkelijk in het Chinees waren geschreven.

    Een mix van Amerikaanse preutsheid en Chinees autoritarisme

    Van meerdere bronnen binnen TikTok, die alleen anoniem met ons willen praten uit angst voor professionele of juridische represailles, horen we dat het hoofdkantoor van ByteDance in Beijing het laatste woord heeft over alle activiteiten. De steeds wisselende voorschriften voor wat gecensureerd of gepromoot moet worden, komen volgens hen uit de koker van de Chinese directie en worden van daaruit over de twaalf internationale vestigingen verspreid en in onbeholpen Engels vertaald. Dat resulteert in richtlijnen die een mix zijn van de welbekende Amerikaanse preutsheid en Chinees autoritarisme.

    De livestreamfunctie wordt momenteel nog uitgerold onder de gebruikers, die alleen op de gepubliceerde communityrichtlijnen kunnen afgaan om een idee te krijgen van wat het bedrijf toestaat en wat niet. Die tekst is een mengeling van vaagheid en reclameclichés (‘De missie van TikTok is om creativiteit te stimuleren en plezier te brengen.’ ‘We verwijderen alle aanstootgevende uitingen.’ ‘Wij staan geen content toe die seksueel expliciet is of over seksuele bevrediging gaat.’) en is veel te summier voor enige nuance. In de communityrichtlijnen is ook geen spoor te vinden van de voorschriften die wij in handen kregen en die – achter de schermen uitgevoerd door onzichtbare moderatoren – een bedreiging vormen voor de vrijheid van meningsuiting. Grote delen van de wereldbevolking worden zo gecensureerd op grond van genetische, economische en arbitraire zedelijke normen. De vraag wie er voor honderden miljoenen mensen in allerlei culturen bepaalt wat ‘lelijk’ is, wat een ‘afzichtelijk’ interieur is en hoeveel rimpels ‘te veel rimpels’ zijn, wordt nergens beantwoord – ook niet in die interne documenten. De TikTok-fans hebben alleen de communityrichtlijnen om op af te gaan, terwijl de eigenlijke regels voortdurend worden bijgewerkt en herschreven – of glashard ontkend bij monde van de bedrijfswoordvoerder.

  • Poseren met een babycheeta. Omdat het kan

    Poseren met een babycheeta. Omdat het kan

    Bekend is dat op sociale media in exotische, meestal illegale (huis)dieren wordt gehandeld. Bellingcat onderzocht hoe beroemdheden en influencers een gevaarlijke miljoenenindustrie in stand houden door op Instagram met een tijgerwelpje te poseren.

    Het aapje kronkelt terwijl een vrouw het met één hand zonder commentaar ophoudt naar de camera. De korte TikTokvideo heeft geen beschrijving; het enige geluid is het gekir van het babyaapje. Andere filmpjes op sociale media tonen jonge tijgers, leeuwen, cheeta’s en poema’s, maar ook aapjes, luiaards en stokstaartjes, allemaal zonder commentaar.

    ANP 422074224
    Toen afgewerkte dierenhuiden nog onomstreden waren, hulden actrices en modellen zich graag in bont. Marcelle Ranson (l) en Marie Daëms poseren met een chinchilla en een babytijger voor de lancering van een nieuwe creatie van bontwerker Fredy Weil. – © AFP

    Steeds vaker worden deze jonge dieren door influencers en beroemdheden gebruikt om hun socialemediapagina’s mee op te leuken. Rappers, filmsterren, grote ondernemers, tv-presentatoren, modellen, vloggers en zelfs een voortvluchtige crimineel posten beelden waarop ze met de dieren poseren. Onderzoek laat zien dat de individuele dieren te herleiden zijn tot een kleine groep van anonieme personen die exotische dieren illegaal verhuren en mogelijk zelfs verhandelen.

    De handel in exotische dieren is een miljoenenindustrie. Net als auto’s en horloges doen exotische dieren het goed als statussymbool, vooral in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Schijnbaar geeft niemand erom dat het niet goed is voor leeuwen, tijgers en andere wilde dieren om als ‘huisdier’ te fungeren: erger nog, het brengt ze fysieke en mentale schade toe.

    Bovendien is het verboden en werkt het stroperij en georganiseerde misdaad in de hand. In 2017 werd in de VAE een wet van kracht die het verbiedt om gevaarlijke of exotische dieren als apen en grote katten te bezitten, te verhandelen of te transporteren. Sindsdien hebben dierentuinen en fokbedrijven met sterke beperkingen te maken gekregen.

    Ondanks deze nieuwe wet gaat de handel gestaag door. Nog steeds laten socialemediasterren hun miljoenen volgers foto’s en filmpjes van tijgers, cheeta’s en apen zien. Daarmee maken ze gratis reclame voor illegale handelaars – met als enige voordeel dat ze onderzoeksjournalisten de kans bieden om met opensourcetechnieken meer te weten te komen over deze duistere handel.

    Vooral foto’s met leeuwen- of tijgerwelpjes doen het goed. Meestal vinden de fotosessies plaats als zo’n welpje pas een paar maanden oud is. Tijgerwelpjes zijn niet alleen peperduur om aan te schaffen, maar ook om te verzorgen. Wanneer ze wat ouder zijn, worden ze al snel gevaarlijk.

    Het meest gewild zijn misschien wel witte tijgers. Eigenlijk zijn dit Bengaalse tijgers met een pigmentaandoening die extreem zeldzaam is in het wild. Ze zijn dan ook het product van inteelt in gevangenschap, waardoor ze niet zelden ernstige genetische aandoeningen hebben.

    In augustus 2019 trakteerde de Indiase filmactrice en fotomodel Esha Gupta haar 5 miljoen Instagramvolgers op een foto waarop ze een witte tijgerwelp in de armen houdt. De foto is inmiddels alweer gewist maar is nog terug te vinden in Google’s cache en op Pinterest.

    Diezelfde maand postte Moe Money, een socialemediamanager die veel beroemdheden bijstaat en zelf ook 400.000 Instagramvolgers heeft (@moemoneyofficial), een aantal beeldverhalen waarin een tijgerwelp figureert.

    En op 1 september 2019 zette MoVlogs, die wel 10 miljoen abonnees heeft op YouTube, een video op het platform met als titel ‘Swimming with babytigers’. Er zijn een witte tijger met welpje in te zien en hij is opgenomen bij hem thuis.

    Strepen van tijgers veranderen hun hele leven niet. We konden daarom vrij eenvoudig nagaan of het één en hetzelfde welpje is dat in deze drie video’s voorkomt. Verschillen in belichting, resolutie en camerahoek daargelaten, zouden de strepen en vlekken, naast de kleur van de ogen en de snorhaarstippen, identiek moeten zijn.

    En dat zijn ze. Het patroon van alle strepen, hoe vaag ook, komt duidelijk overeen, net als dat van de snorhaarstippen en het vlekje op de neus.

    MBE.777

    Behalve het feit dat hetzelfde welpje erin voorkomt, hebben deze drie filmpjes nog iets met elkaar gemeen. Bij alle drie stond MBE.777 getagd in de posts, het verhaal of de beschrijving. MBE.777 is de naam van een privé-Instagramaccount waar ook veel naar wordt verwezen in andere posts en verhalen van beroemdheden over tijgers, leeuwen en cheeta’s.

    Zo poseerden de Britse rapper Fredo (1,1 miljoen volgers), de Saoedische beroemdheid Dyler (2,7 miljoen volgers) en de Egyptische tv-presentator Sara Khalifa (738.000 volgers) allemaal in november 2019 met weer een andere witte tijgerwelp. Deze Instagramposts zijn gemarkeerd met MBE.777, wat feitelijk neerkomt op gratis reclame voor dit account bij de vele volgers van deze beroemdheden. De witte tijgerwelp is in alle drie de Instagramposts dezelfde.

    Niet alleen beroemdheden verwijzen naar dit account, ook fotografen doen dat, schijnbaar huren zij exotische dieren in om hun fotosessies mee op te fleuren.

    Wereldwijd leverbaar, tegen contante betaling bij ontvangst

    In dezelfde maand dat deze beelden van een tweede witte tijgerwelp op Instagram verschenen, schreef de Britse krant de Birmingham Mail dat de Britse voortvluchtige crimineel Zahid Khan, terwijl hij zich schuilhield in Dubai, met een witte tijgerwelp poseerde. Khan was in Groot-Brittannië wegens fraude bij verstek veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf; de Britse autoriteiten hebben de Verenigde Arabische Emiraten om zijn uitlevering gevraagd.

    En al noemt Khan MBE.777 niet in zijn post, aan het uiterlijk van de welp is duidelijk te zien dat het om hetzelfde dier gaat dat eerder op de foto’s van de drie beroemdheden te zien was.

    Deze twee welpen bezorgden deze beroemdheden duizenden – voor hen zeer welkome – views. Maar waar komen ze eigenlijk vandaan?

    Over MBE.777 is weinig bekend – en dat wil hij blijkbaar graag zo houden. Op zijn Instagramposts is nooit zijn gezicht te zien of zijn stem te horen. Deze zorgvuldig in stand gehouden anonimiteit suggereert dat hij de wetten in de Verenigde Arabische Emiraten over het houden van exotische en gevaarlijke dieren maar al te goed kent.

    Ondanks dat het om een besloten account gaat, heeft MBE.777 bijna 15.000 Instagramvolgers. Zijn volgers vragen vaak ‘hoeveel?’ Als antwoord worden ze uitgenodigd voor een privéchat.

    image20
    Op foto’s met exotische dieren worden illegale dierenhandelaars getaggd, zoals MBE.777.
    image11
    De tijger die Humaid Albuqaish in zijn privédierentuin houdt.

    Continue aanvoer

    MBE.777 houdt al zeker sinds oktober 2019 dieren: er is een continue aanvoer van leeuwen- en tijgerwelpen en andere exotische dieren. Foto’s en filmpjes die MBE.777 op sociale media zet zijn steeds opgenomen in dezelfde kamers. Ondanks MBE.777’s hang naar privacy verraden andere personen in zijn netwerk toch details over hem. Soms staan deze mensen samen met hem getagd, ze posten vanaf dezelfde locatie of zijn op de achtergrond te zien, soms alleen in een ruit of een spiegel.

    Alhoewel MBE.777 alleen binnenshuis te zien is, kunnen we deze ruimtes toch lokaliseren dankzij de socialemediapost van een Russische vrouw die schijnbaar tot zijn intimi behoort. De foto’s die zij op sociale media zet zijn genomen in dezelfde kamers, met exact dezelfde meubels erin.

    Zijn volgers vragen vaak ‘hoeveel?’ Als antwoord worden ze uitgenodigd voor een privéchat

    Op een van de foto’s is door het raam een blauw reclamebord op het gebouw ernaast te zien. Het laat zich herkennen als een twintig verdiepingen hoge flat op Jumeirah Beach Residence in Dubai.

    De meubels en de tags van MBE.777 maken het ook mogelijk om gebruikers te identificeren die dit appartement bezochten om met tijger- en leeuwenwelpen te poseren. Dezelfde bank en hetzelfde model televisie zijn, opnieuw getagd met MBE.777, te zien op foto’s van de Indiase beroemdheid Adnaan Shaikh (13.4 miljoen Tiktokvolgers), de Duitse ondernemer Saygin Yalcin (717.000 Instagramvolgers) en de Indiase ‘mode-influencer’ Shadan Farooqui (4.2 miljoen Instagramvolgers). Uit de overeenkomstige locatie en de tijdspanne tussen de posts valt af te leiden dat MBE.777 de jonge dieren weken achtereen in het Dubaise appartement moet hebben gehouden. Daarnaast blijken de dieren ook geregeld naar andere locaties of huizen te worden getransporteerd voor fotosessies met beroemdheden.

    Wereldwijd leverbaar

    MBE.777 organiseert niet alleen fotosessies maar lijkt de dieren die hij in zijn Dubaise appartement houdt ook te verkopen. Een Instagramaccount met de toepasselijke naam Exotic Pets Dubai [Exotische Huisdieren Dubai] helpt MBE.777 zo te zien bij de verkoop. In de beschrijving van het account lezen we dat de dieren die in de post voorkomen wereldwijd leverbaar zijn, tegen contante betaling bij ontvangst. Het account valt aan MBE.777 te koppelen doordat er in de post afbeeldingen en filmpjes te zien zijn van dieren die ook figureren in afbeeldingen en filmpjes van MBE.777. Ze zitten of liggen op dezelfde meubels.

    ‘Veel geluk, schat, bij je nieuwe familie’

    Ook op andere accounts in MBE.777’s netwerk is sprake van handel. De Russische vrouw die MBE.777 goed lijkt te kennen deelt afbeeldingen van dezelfde dieren, maar geeft er meer informatie bij. Zo deelde zij op VKontakte [een Russische socialemediasite] een foto van een cheetawelp. Cheeta’s staan als kwetsbaar aangemerkt op de rode lijst van de IUCN [International Union for the Conservation of Nature]. Naar schatting leven er nog maar achtduizend in het wild, een aantal dat door de dierenhandel aanzienlijk daalt. Net als leeuwen gelden ze in de Golfstaten en in Saoedi-Arabië als statussymbool.

    Toen een gebruiker haar vroeg of de cheeta van haar was, antwoordde ze: ‘Was van mij, maar is nu verkocht.’ Op Instagram deelde ze een video van dezelfde welp en schreef ze erbij dat ze zat te wachten op een oudere cheeta.

    Een andere gebruiker vroeg haar of een anderhalve maand oude welp op een foto haar huisdier was. Zij antwoordde dat het welpje de nacht bij hen had doorgebracht en nu naar een ander land was gevlogen. De vraagsteller zei te hopen dat ‘de kat het goed maakt’, waarop zij antwoordde met een verdrietig biddende emoji.

    Ze kan bidden wat ze wil, maar met deze dieren gaat het absoluut niet goed. Tijgers hebben in gevangenschap veel ruimte, specialistische zorg en een gebalanceerde voeding nodig.

    MBE.777 wordt gevolgd door een Saoedische man die zelf ook in exotische dieren handelt. Ruim een jaar geleden postte hij een foto van dode dieren, waaronder een witte tijgerwelp en een leeuwenwelp, die op plastic zakken lagen. ‘Van de hitte,’ schreef hij erbij.

    Iemand anders uit de omgeving van MBE.777, die vaak dezelfde dieren toont, deelde een filmpje van twee leeuwen. Een van de twee zit in een kleine kooi, de ander is vastgeketend en lijdt aan lensluxatie. Deze medische aandoening, waar honden ook vaak aan lijden, is op zich geen teken van slechte behandeling, maar er moet wel door een arts naar worden gekeken.

    Andere exotische dieren die eerder in het netwerk van MBE.777 te zien waren, doken later als huisdieren op bij andere instagrammers.

    Op 27 maart 2020 postte MBE.777 een video van een servalwelp. De serval is een bedreigde wilde katachtige die in de recente wet van de Verenigde Arabische Emiraten ook expliciet als ‘gevaarlijk’ wordt vermeld, een dier dat je niet mag verhandelen en niet als huisdier mag houden. Toch vraagt een van de gebruikers in het commentaar naar de prijs. Drie dagen later, op 30 maart, verschijnen op het Instagramaccount van ene Dubai_Serval, een volger van MBE.777, video’s van een dier dat er precies zo uitziet.

    image15 1
    Een (bedreigde) serval op het account van MBE.777. Onder: dezelfde serval op het account van iemand die door de handelaar wordt gevolgd.
    image1
    De welp in handen van MoVlogs, Esha Gupta en MoeMoney. Omdat strepen van tijgers hun leven lang niet veranderen, is het eenvoudig aan te tonen dat het om steeds hetzelfde welpje gaat.

    Tijger- en leeuwenwelp

    Is het inderdaad dezelfde serval? Verschillen qua resolutie, camerahoek en belichting daargelaten, lijkt het vlekkenpatroon identiek. Ook de stippen bij de snorharen komen overeen. Nog voordat hij twee maanden oud was, werd deze serval schijnbaar vanuit MBE.777’s appartement overgebracht naar het huis van iemand anders en leeft hij daar nu al tien maanden als huisdier.

    Dit is maar één voorbeeld; een ander geval betreft een Chinese vrouw die MBE.777 volgde en later een tijger- en een leeuwenwelp als huisdier nam.

    Zo te zien is het dezelfde tijgerwelp als op de eerdere foto’s van de Russische vrouw uit MBE.777’s naaste omgeving. In de beschrijving schreef ze: ‘Veel geluk, schat, bij je nieuwe familie.’ Een nauwgezette vergelijking van het strepenpatroon en de snorhaarstippen laat zien dat het dier op de foto’s inderdaad hetzelfde is.

    Ergens moeten ook de moederdieren aanwezig zijn. Volwassen cheeta’s en tijgers kun je moeilijk in een appartement houden, dus er moet een ruimere faciliteit bestaan waar die worden gehouden. Alhoewel MBE. 777 zijn gezicht zorgvuldig verborgen houdt, is zijn contactenlijst niet geheim. Veel van deze personen staan geregeld naast MBE.777 getagd. Zo postte een van zijn contacten, die ook het appartement bezocht, een Instagramverhaal waarin een andere man getagd is die een welpje vasthoudt. Zou dit soms MBE.777 zijn? Het zou dezelfde man kunnen zijn die op de achtergrond in een video van MoVlog te zien is wanneer de welpen arriveren. Op beide foto’s had hij de zuigfles in de hand die ook op het profiel van MBE.777 te zien is.

    Ook een andere man komt vaak in de fotosessies voor. In een video van MoVlog draait de camera opeens weg als de tijger wegloopt, waardoor onbedoeld de mensen achter de schermen te zien zijn.

    Op een fotosessie van Rohit Roy (@doncasanova), een autoverzamelaar die zeer actief is op Instagram, zijn dezelfde twee personen te zien. Een gaat schuil achter het account Safari_Dubai, waarop, naast veel selfies, foto’s staan van jonge dieren. Volgens zijn Instagramprofiel is zijn voornaam Abdulla.

    Abdulla’s digitale voetafdruk is veel groter dan die van MBE.777. Ten eerste werd zijn Instagrampseudoniem ooit in de Daily Mail genoemd, in een artikel uit augustus 2019 waarin een beroemdheid beschuldigd werd van dierenmishandeling nadat hij geposeerd had met een leeuwenwelp. Ten tweede tagden gebruikers soms MBE.777 en Safari_Dubai in dezelfde Instagramverhalen.

    Wie is Safari_Dubai?

    Anders dan zijn naam doet vermoeden, heeft Abdulla niets met safari’s van doen. Wel hield hij openlijk jonge dieren in kooien in een vrij kleine tuin, dieren die elkaar snel opvolgden. Op 3 maart 2002 merkte een verslaggever in een kort televisie-interview met hem op dat het een dure hobby is om dieren groot te brengen. Hij vroeg of Abdulla van plan was om bezoekers en toeristen toe te laten. Abdullah antwoordde dat hij dat niet nodig heeft, dat het zijn huis is en hij gewoon graag dieren fokt en traint.

    In een interview met de krant Al-Ittihad op 22 januari van dit jaar vertelt Abdulla, die zegt voluit Abdulla bin Sabd te heten, dat zijn hobby dieren fokken is, wat volgens de wet uit 2017 nog gewoon mag. Op dit moment houdt hij twee jonge volwassen leeuwen; de ouders van de welpen die hij eerder hield (waaronder tijgers, witte tijgers en witte leeuwen) zijn nergens te zien.

    In een van zijn Instagramposts vermeldt Abdulla zijn mobiele nummer. Dit nummer uit de Verenigde Arabische Emiraten is ook terug te vinden op onlinemarktplaatsen waar dieren worden verhandeld. In een van deze advertenties staan jonge hyena’s te koop voor iets meer dan negenhonderd euro. De foto bij deze advertentie is identiek aan het openingsshot van een filmpje dat hij op dezelfde dag op zijn Instagrampagina plaatste, maar waarop zijn hoofd onherkenbaar is gemaakt.

    Ook hyena’s gelden volgens de wet uit 2017 als gevaarlijke dieren. De gestreepte hyena, waar Abdulla er een van vasthoudt, is een bijna-bedreigde diersoort die steeds zeldzamer wordt.

    In andere Instagramposts waarop leeuwenwelpen te zien zijn, vragen volgers herhaaldelijk naar de prijs van de dieren. Net als MBE.777 antwoordt Abdulla steevast door een privéchat voor te stellen. Uit andere berichten op sociale media blijkt dat Abdulla in contact staat met privédierentuinen die een vergunning hebben voor het houden van exotische dieren.

    Herinner je je die eerste witte tijgerwelp die in augustus 2019 door meerdere beroemdheden werd geknuffeld, allemaal getagd met MBE.777? Dezelfde welpen verschenen in juli 2019 op Safari_Dubai’s Instagramaccount.

    In mei 2020 was dezelfde tijger te zien in de privédierentuin van ene Humaid Albuqaish, een Instagraminfluencer uit de Emiraten die bekendstaat om zijn weelderige levensstijl. Albuqaish zette meerdere foto’s van hemzelf op sociale media met de tijger aan een lijn, staand naast zijn huis, auto’s en boot. Opnieuw valt uit de vlekken en strepen op te maken dat het dezelfde tijger is die wederom van hand is gewisseld.

    Safari_Dubai houdt ook leeuwen, individuen die figureren op socialemediaposts van beroemdheden. Weliswaar hebben leeuwen geen strepen, maar je kunt ze heel goed identificeren aan de hand van hun snorhaarstippen. Dit unieke stippenpatroon blijft het hele leven van een leeuw onveranderd. Gebruikmakend van een door Living with Lions ontwikkelde methode, kunnen we nagaan of sommige beroemdheden wellicht dieren van Safari_Dubai en MBE.777 gebruikten zonder ze te taggen.

    Memphis Depay

    Zo kreeg de Nederlandse voetbalster Memphis Depay kritiek omdat hij op sociale media en in zijn muziekvideo Dubai Freestyle had geposeerd met een leeuwenwelp. We kunnen de welp die in deze muziekvideo voorkomt vergelijken met een jonge leeuw die Safari_Dubai in juli 2020 filmde. Gezien de algehele gelijkenis (naast de vlek op de neus en de kleur van de ogen), lijkt het om dezelfde leeuw te gaan – eentje die Depay huurde van Safari_Dubai.

    Volgens de Nederlandse website Voetbal Primeur liet Depay op Instagram weten dat hij de welp van een ‘privédierentuin’ geleend had. Schijnbaar was hij er zich niet van bewust waar deze welpen en leeuwen eerder waren geweest.

    Een jonge hyena is te koop voor iets meer dan negenhonderd euro

    Beroemdheden en rijke mensen poseren met tijger- en leeuwenwelpen en taggen MBE.777 en Safari_Dubai in hun posts. MBE.777 houdt al geruime tijd welpen in zijn appartement in een torenflat en het lijkt erop dat hij ze online verkoopt en verhuurt.

    Safari_Dubai, zo blijkt, fokt openlijk wilde dieren. Het is goed mogelijk dat hij dit legaal doet en dat tenminste een van zijn tijgers in een privédierentuin is beland. Wel kunnen we vraagtekens zetten bij de onlineadvertenties waarin exotische dieren te koop worden aangeboden en waarin hij te zien is. Bovendien suggereert zijn aanwezigheid op de achtergrond van meerdere foto’s dat Safari_Dubai samenwerkt met MBE.777. De twee mannen hebben dezelfde welpen in handen gehad.

    Het is gevoeglijk bekend dat op sociale-media in exotische dieren gehandeld wordt en hoe gevaarlijk deze industrie is. Nauwelijks bekend echter is de rol die beroemdheden en influencers hierin spelen. Door te poseren met leeuwen- en tijgerwelpen en deze accounts te taggen, maken socialemediasterren onder hun miljoenen volgers reclame voor een netwerk dat online exotische dieren verhandelt. Sommige van deze dieren worden meerdere keren per maand gebruikt voor fotosessies en eindigen vaak als huisdier bij privépersonen.

    Dit heeft niet alleen juridische consequenties en bedreigt het welzijn van deze dieren, maar maakt ook wilde populaties kwetsbaarder voor stroperij. Experts waarschuwen dat zelfs als deze dieren gefokt worden en niet gevangen, hun rol als statussymbool de handel een impuls geeft. Fans en volgers kunnen dat tegengaan door de relatie tussen Instagramfoto’s en deze handel te benoemen. Dit maakt de posts verdacht en dat kan indirect een positief effect hebben op populaties wilde dieren.

    ‘Ons team heeft gemerkt dat zich online een gedragsverandering voltrekt: steeds meer mensen spreken zich uit tegen de eigenaars van exotische huisdieren. Ze zijn zich bewuster van de negatieve gevolgen van het houden van een wild dier, voor de eigenaar, de mensen om hem heen en ook voor het natuurlijk leefmilieu van het dier,’ vertelt Elsayed Mohamed van het IFAW, het Internationale Fonds voor Dierenwelzijn. Mohamed prijst daarom de Verenigde Arabische Emiraten voor de nieuwe, strenge wetgeving op dit gebied.

    Bellingcat vroeg MBE.777 en Safari_Dubai of zij zich bewust waren van de wet uit 2017, of zij de dieren die te zien zijn op hun foto’s verkopen en waar ze vandaan komen. Geen van beiden heeft geantwoord.

    In januari 2021 veranderde MBE.777 zijn Instagrampseudoniem naar_79797_ en wiste een flink aantal volgers. Niet lang na ons verzoek om commentaar verwijderde MBE.777 ook de laatste van zijn foto’s op Instagram. Safari_Dubai blokkeerde ons op meerdere kanalen.

  • Modi lijdt electorale tegenslag | WikiAfrica verandert het perspectief

    Modi lijdt electorale tegenslag | WikiAfrica verandert het perspectief

    Te midden van een recordaantal sterfgevallen lijdt Narendra Modi electorale tegenslag

    Ondanks de ‘zeer agressieve’ campagne van de hindoenationalistische Bharatiya Janata-partij (BJP) van Narendra Modi, behaalde Trinamool Congress (TMC) van Mamata Banerjee op zondag 2 mei een ‘spectaculaire overwinning’ in West-Bengalen, een belangrijke staat van 90 miljoen mensen, meldt Times of India. Het gaat om meer dan 200 van de 294 zetels in het parlement van de deelstaat.

    Zondag werden ook verkiezingen gehouden in de staten Assam (Noordoosten), Tamil Nadu (Zuidoosten), Kerala (Zuidwesten) en in het unieterritorium Puducherry (Zuidoosten), dat in tegenstelling tot de deelstaten direct onder het centrale gezag staat. De BJP behield de macht in de staat Assam, maar slaagde er elders niet in aanzienlijke winsten te behalen, terwijl de partij daar wel op had gerekend.

    Mamata Banerjee dwong de machtige BJP-leiders, en vooral premier Narendra Modi, om ‘terug te keren naar de realiteit’, aldus Times of India. ‘In West-Bengalen, waar de politiek van oudsher persoonlijkheidsgedreven was, slaagden de vele “sterren” die door de BJP voor de campagne werden ingezet, waaronder Narendra Modi, er niet in om de persoonlijkheid en het leiderschap van mevrouw Banerjee te overstemmen’, analyseert The Asian Age.

    Nieuw record van sterfgevallen binnen 24 uur

    Banerjee sprak zondagavond met de pers, bedankte de inwoners van de staat, vooral de vrouwen, en zei dat haar eerste taak zou zijn om de uitbraak van covid-19 in India aan te pakken, schrijft The Hindu.

    De aankondiging van de eerste uitslagen leidde tot ‘grote bijeenkomsten’ in West-Bengalen, meldt Hindustan Times, waarbij ‘partijaanhangers (…) elkaar omhelsden’ terwijl ondanks de regels ‘velen geen masker droegen’.

    Zondag registreerde het subcontinent een nieuw record van sterfgevallen als gevolg van het coronavirus, waarbij 3689 doden in 24 uur werden betreurd, schrijft BBC. ‘Tien opeenvolgende dagen is het aantal gevallen in het land dagelijks meer dan 300.000’, aldus de Britse zender. ‘Ziekenhuizen kampen met een ernstig tekort aan bedden en zuurstoftanks, en veel Indiërs doen op sociale media een wanhopige oproep om hulp.’

    Mamata Banerjee speelde in haar campagne in op deze ontwikkelingen, schrijft Times of India. Toen het aantal gevallen van covid-19 in het land toenam, ‘lanceerde ze een openlijk offensief tegen premier Narendra Modi en zijn naaste medewerker Amit Shah, en beschuldigde hen ervan dat ze in hun ijver West-Bengalen te winnen, hun verantwoordelijkheden niet waren nagekomen.’

    Lees ook:


    De Groenen binnenkort aan de macht in Duitsland?

    Nu is het zeker, schrijft Deutsche Welle: de Groenen rekenen op Annalena Baerbock om de parlementsverkiezingen in september te winnen en de nieuwe kanselier te worden. Voor het eerst in hun geschiedenis zijn ze vastbesloten om een ​​centrale plaats in de regering in te nemen. 

    In 1998 belandden ze met 6,7 procent van de stemmen in een nogal onverwachte coalitie met de SPD – een eerste deelname aan een regering die duurde tot 2005. Drieëntwintig jaar later bevinden de Groenen zich in een heel andere positie, met een prognose van meer dan 20 procent van de stemmen: de partij zou zelfs de CDU/CSU voorbijstreven, met 28 procent van de stemmen tegen 22 procent, volgens een peiling van 28 april.

    De afgelopen jaren verklaren de Groenen zich bereid om met alle andere partijen samen te werken – behalve de extreemrechtse AfD. Nooit waren de Groenen zo flexibel, aldus Süddeutsche Zeitung. Een flexibiliteit die volgens sommige critici mogelijk ook van toepassing is op hun ideeën.

    Veertig jaar na haar oprichting heeft de partij de kern van haar programma nog altijd niet veranderd

    Maar Deutsche Welle stipt aan dat de partij veertig jaar na haar oprichting de kern van haar programma nog altijd niet heeft veranderd: de bescherming van het milieu, en vooral de strijd tegen klimaatverandering. ‘De campagne weerspiegelt wat de aanhang wil horen: de partij heeft zichzelf tot doel gesteld om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 70 procent te verminderen, een cijfer dat veel ambitieuzer is dan de 55 procent die de huidige regering noemt. Hiervoor moet de energietransitie worden versneld, de productiecapaciteit van hernieuwbare energiebronnen verhoogd en moeten er meer elektrische auto’s komen. 

    ‘Net als de meeste andere partijen pleiten de Groenen voor een sterk Europa (…) en zijn ze voorstander van een herwaardering van de transatlantische betrekkingen. De Groenen zullen naar verwachting kritischer zijn over China en Rusland en zijn tegen de aanleg van de controversiële Nord Stream 2-pijpleiding in de Oostzee, die de huidige regering verdedigt. Ze steunden ook openlijk oppositiebewegingen in China, Rusland en Wit-Rusland‘, vat Deutsche Welle samen.

    Lees ook:

    ‘Economisch en sociaal staat de partij een sterke staat en hogere overheidsuitgaven voor‘, vervolgt DW. ‘Het valt nog te bezien wat er mogelijk zal zijn met de financiën als de coronacrisis voorbij is. En hoe zullen deze maatregelen vallen bij de conservatieven, die al hebben aangekondigd zo snel mogelijk terug te willen naar een begrotingsevenwicht?

    Op maatschappelijk niveau stellen de Groenen zich op als voorvechters van gendergelijkheid en de strijd tegen xenofobie en racisme. Ze willen de polarisatie van de samenleving verminderen. Dit zal niet gemakkelijk zijn, aangezien veel van hun vertegenwoordigers – te beginnen met de vicevoorzitter van de Bondsdag Claudia Roth – onderwerp zijn van oprechte haat van de kant van hun politieke tegenstanders, met name de extreemrechtse Verenigde Staten.’

    Tagesspiegel wijst erop dat Annalena Baerbocks gebrek aan ervaring zou worden opgevangen door ‘de solide infrastructuur van de Groenen’, in het bijzonder de afgevaardigden in de Bondsdag en de gekozen vertegenwoordigers in regionale parlementen. ‘Experts als Omid Nouripour voor buitenlands beleid, Franziska Brantner voor Europa of de doorgewinterde parlementariër Britta Hasselmann zijn mensen met sterke zenuwen en meer dan één truc achter de hand.’ 


    Met WikiAfrica nemen Afrikanen hun eigen geschiedenis in handen

    ‘Op Wikipedia staat meer informatie over Frankrijk dan over het hele Afrikaanse continent’, verkondigt nieuwsblog Reasons to Be CheerfulGeschiedenis, politiek, entertainment… Afrika ontbreekt in alle opzichten grotendeels in de inhoud die Wikipedia aanbiedt. Adama Sanneh, opgegroeid in een Italiaans-Senegalees gezin in Milaan, realiseerde zich de omvang van het probleem en de gevolgen nadat ze in Oost-Afrika had gewerkt.

    In 2018 creëerde ze het WikiAfrica Education-initiatief, dat honderden burgers van het Afrikaanse continent en zijn diaspora samenbrengt. Ze hebben allemaal hetzelfde doel: vanuit Afrika kennis over Afrika produceren en verspreiden. Om dit te bereiken leek Wikipedia, een van de meest bezochte sites ter wereld (7 miljard bezoeken per maand), Adama Sanneh een voor de hand liggend platform. Deelnemers verrijken Wikipedia met kennis over het Afrikaanse continent door nieuwe pagina‘s aan te maken.

    Het gebaar is des te symbolischer omdat ‘mondelinge geschiedenis in Afrika net zo belangrijk is als wat we in leerboeken vinden’

    Een van de lanceringsevenementen van WikiAfrica vond in 2019 plaats in Johannesburg. Voor de gelegenheid werd het grote Constitution Hill Trust-complex van de stad overgenomen door jonge mensen, gewapend met boeken en computers. Activisten, specialisten en onderzoekers spraken hen toe, aldus Reasons to Be Cheerful.

    ‘Iconische Zuid-Afrikanen zoals justitie Edwin Cameron [lid van het Hooggerechtshof, de eerste Zuid-Afrikaanse functionaris die publiekelijk bekendmaakte dat hij hiv-positief was] en advocaat Dumisa Ntsebeza [advocaat en anti-apartheidsactivist] waren aanwezig om hun kennis over de grondwet en geschiedenis van Zuid-Afrika met de deelnemers te delen. Vervolgens vormden de jongeren, gewapend met deze kennis, werkgroepen om Wikipedia-artikelen over belangrijke figuren uit de democratische geschiedenis van hun land te maken en te ontwikkelen.’

    Het gebaar is des te symbolischer omdat ‘mondelinge geschiedenis in Afrika net zo belangrijk is als wat we in leerboeken vinden’, schrijft Mail&Guardian. Door het gebrek aan vertalingen van zeldzame inheemse talen loopt het continent het risico dat waardevolle verhalen verdwijnen. Een 27-jarige Ghanese student die lid is van het initiatief, vertaalt de Wikipedia-pagina’s daarom bijvoorbeeld in haar moedertaal, Dagbani, dat wordt gesproken door ‘meer dan 3 miljoen moedertaalsprekers’, maar internationaal niet wordt erkend.

    In de media en het academische discours en ook in de collectieve verbeelding blijft Afrika onderhevig aan een westerse blik. Volgens de organisatie Africa No Filters is zeker een derde van de artikelen die door Afrikaanse nieuwsorganisaties worden gepubliceerd, in feite afkomstig van buitenlandse persbureaus. Het is tijd om de burgers van het continent van ‘passieve consumenten’ te veranderen in ‘actieve transformatoren’ van kennis, aldus Adama Sanneh.

  • Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega krijgt steeds meer dictatoriale trekjes. Protesten tegen sociale hervormingen worden hard neergeslagen, met inmiddels ruim driehonderd doden tot gevolg.

    In een soort geteleviseerde vergadering kondigde Daniel Ortega in april 2018 aan dat de hervorming van het sociale zekerheidsstelsel werd ingetrokken. Dezelfde hervorming die een paar dagen eerder tot een golf van geweld had geleid, die door de regering met harde hand werd onderdrukt en waarbij meer dan tien doden vielen. ‘Ik deel het Nicaraguaanse volk mede dat ik heden het besluit heb ontvangen van het Directoraat Sociale Zekerheid (…) om de maatregel in te trekken (…) die tot zoveel protest heeft geleid.’ De aankondiging was niet het einde, maar het begin van een nieuwe etappe die Nicaragua op zijn grondvesten deed schudden.

    ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenisexperiment uit 1971.

    Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
    De volgende machthebbers doorstonden de test niet:

    ▪ Abiy Ahmed, sinds 2018 premier van Ethiopië, kreeg in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede, onder andere omdat hij erin geslaagd was het langlopende grensconflict met Eritrea op te lossen. Inmiddels voert hij een oorlog tegen de noordelijke regio Tigray, waarbij meldingen worden gedaan van wijdverbreide plunderingen en mensenrechtenschendingen.

    ▪ Asma al-Assad had mooie dromen voor Damascus, Syrië, toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen rebelse groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoencollectie.

    ▪ ‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.

    ▪ Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.

    Het systeem van sociale zekerheid in Nicaragua kent ruime uitkeringen, maar kampt sinds 2013 met tekorten. Door de hervorming werden de pensioenen verlaagd van 80 procent naar 70 procent van het gemiddelde inkomen over een bepaalde periode. Tevens werd onder andere de werkgeverspremie in 2020 verhoogd van 19 procent naar 22,5 procent en de werknemerspremie van 6,25 procent naar 7 procent.

    ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet’

    Volgens een rapport van het CELAG (Centrum voor Geopolitieke en Sociaal-Economische Studies in Latijns-Amerika) vereist het pensioensysteem zoals voorgesteld in de Nicaraguaanse hervorming – in grote lijnen hetzelfde als de vigerende systemen in Argentinië, Colombia en Uruguay – een verdubbeling van het aantal premiejaren. Met andere woorden: de hervorming was geen disproportionele aanpassing in een land als Nicaragua, dat in vergelijking met de andere Midden-Amerikaanse landen over zeer positieve macro-economische en sociale indicatoren beschikt.

    Het bnp groeide in 2008 met 2,9 procent en met 4,7 procent in 2016. Het percentage geweldsdelicten met dodelijke gevolgen, dat Honduras, El Salvador en Guatemala tot de meest gewelddadige landen ter wereld maakt, is in Nicaragua relatief erg laag: in de buurlanden schommelde het in 2010 tussen de 77,5 en 41 procent, terwijl het in Nicaragua maar 9,1 procent was. De sociale programma’s, zoals Hambre Cero (Nul Honger), Usura Cero (Nul Woekerpraktijken) en Desempleo Cero (Nul Werkloosheid), hielpen het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leefde naar beneden te brengen: volgens de officiële cijfers daalde het van 45 procent in 2006 naar 24,9 procent in 2016 en hetzelfde gebeurde met de ongelijkheidsindex.

    ANP 360238985 2
    Een gemaskerde demonstrant houdt een zelfgemaakte mortier vast. Hij neemt deel aan een protestmars tegen de regering Ortega in Managua, op 2 september 2018. – © Inti Ocón / AFP

    Toch veroorzaakte de hervorming een explosie van protesten onder een bepaald deel van de bevolking, met name jonge studenten van de belangrijkste Nicaraguaanse universiteiten. Jongeren die de revolutie niet hadden meegemaakt. Op 18 april 2018 begonnen ze zich te mobiliseren en gingen ze de straat op om barricades op te werpen en scholen te bezetten. De repressie van de overheid was buitensporig.

    De verklaring voor deze crisis moet niet in sociaal-economische factoren gezocht worden. Als het een politieke crisis was, dan was de grootste fout van de overheid wel dat ze de oplossing zocht in geweld, want daardoor werden de mensenrechtenactivisten, de vrouwen, de families van de slachtoffers, vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk en een heel groot deel van de bevolking juist extra gemobiliseerd. Ondanks het intrekken van de hervorming sloeg de opstand razendsnel over naar andere steden en naar delen van het platteland, vooral de zone langs de Pacifische kust en het centrale noorden van Nicaragua. Het leek erop dat de mensen het aftreden wilden van het presidentieel paar, en de reactie van de overheid was verhoogde repressie en criminalisering van het protest.

    Er volgden massale demonstraties, twee landelijke stakingen, bezettingen van universiteiten, en overal werden wegversperringen opgeworpen, sommige permanent, andere met tijdelijke doorgang. Die blokkades, een van de meest karakteristieke aspecten van het conflict, werden verdedigd met zelfgemaakte mortieren en ander wapentuig. Medio mei, op het hoogtepunt van de crisis, werd een rondetafelconferentie georganiseerd, onder auspiciën van de Katholieke Kerk en met deelname van de regering en de recent opgerichte ‘Burgerlijke Alliantie voor Democratie en Recht’, een amalgaam van studenten- en boerenorganisaties, leden van de burgerij en werkgeversorganisaties, zoals de COSEP (Hoge Raad van Privé-Ondernemingen). Op de eerste vergadering eiste de Alliantie het aftreden van de regering Ortega en vervroegde verkiezingen. En de regering eiste verwijdering van de wegversperringen. De onderhandelingen liepen vast en zijn nog steeds niet vlot getrokken.

    Patroon

    Het geweld van de staat was er vooral op gericht deelname aan demonstraties te ontmoedigen, wegversperringen te ontmantelen en de uitingen van politieke onvrede de kop in te drukken. Het CIDH, het Inter-Amerikaans Comité voor Mensenrechten, zag een patroon: excessief en willekeurig geweld door de politie en de anti-oproereenheden, alsmede het inzetten van parapolitionele eenheden of knokploegen, met oogluikende toestemming en zelfs medewerking van het openbaar gezag. De eenheden maakten gebruik van vuurwapens, traangasgranaten en rubberkogels. Die repressieve reactie van de staat heeft geleid tot verhoogde spanning onder de demonstranten, de veiligheidstroepen en de oproerpolitie en heeft de polarisatie in de hand gewerkt, met als gevolg grote onlusten, botsingen met de demonstranten en allerlei soorten geweld in het hele land.

    In feite heeft de reactie van de regering-Ortega op het sociaal protest een nieuwe spiraal van politiek geweld in de geschiedenis van het land in gang gezet en het klimaat overrijp gemaakt voor het ontstaan – aan beide kanten van het conflict – van gemaskerde en gewapende burgermilities die terreur onder de bevolking zaaien. Volgens het rapport van het CIDH heeft het repressieve beleid van de overheid, met excessief en arbitrair gebruik van de politiemacht, geleid tot 220 doden in de periode 18 april tot 1 juli 2018. Begin augustus van dat jaar was het dodental opgelopen tot bijna driehonderd. Het comité telde in de periode tot 6 juni ook 1337 gewonden en 507 arbitraire arrestaties.

    Aan de andere kant, bij de overheid en het FSLN (het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront), telde het comité in de periode tot 6 juni minstens 5 dode en 65 gewonde politieagenten. Inmiddels is het dodental bij de politie opgelopen tot minstens 9, waarvan 4 agenten op 12 juli het leven lieten bij de aanval op Morrito, in het departement Río San Juan. Ook vielen er volgens het CIDH 17 slachtoffers onder mensen die gelieerd waren aan de overheid of het FSLN en die door geweld of een regelrechte moordaanslag om het leven waren gekomen. Verder 40 gevallen van brandstichting of andere schade aan eigendommen van de regering of het FSLN, plus 29 ontvoeringen, merendeels van politieagenten of mensen die voor de lokale overheid werkten. Vermeld dient te worden dat er bij zes van de aangegeven ontvoeringen tekenen van marteling werden gemeld.

    De staat verloor het vermogen om ‘geweldloos gehoorzaamheid’ af te dwingen

    Deze nieuwe verharding van het politiek geweld duidt op twee dingen: 1) dat de overheid niet in staat is gebleken een structuur op te zetten die het monopolie op de uitgeoefende machts- en dwangmiddelen vast in handen hield, 2) dat de regering faalt in de uitoefening van beleid, en 3) dat de staat nog steeds zwak is.

    De Midden-Amerikaanse socioloog Edelberto Torres-Rivas hangt de theorie aan dat uit de kleinschalige guerrilla van de Contra’s – georganiseerd en ondersteund door de Verenigde Staten – tegen de Sandinistische revolutie een electorale democratie ontstond met een zwak staatsapparaat. Die minimale democratie, een noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde voor een democratische politiek, leidde tot een labiel regime dat vanaf 2008 door het FSLN werd ondermijnd, waarna een proces van delegitimering volgde. De staat verloor het vermogen om, in de woorden van Weber, geweldloos gehoorzaamheid af te dwingen.

    Daniel Ortega maakte deel uit van de Regering van Nationale Wederopbouw (1979-1985), hij was van 1985 tot 1990 president van Nicaragua en kwam in 2006 opnieuw aan de macht door middel van verkiezingen, nadat hij een verbond met de leiders van de Contra’s had gesloten. In 2011 werd hij door middel van een hoogst kwestieuze grondwetswijziging herkozen en wederom in 2016, samen met zijn vrouw, Rosario Murillo, als vicepresident. Hij had de verkiezingen met meer dan 72 procent van de stemmen gewonnen en het FSLN won een meerderheid in het Congres met 67 procent van de stemmen. Maar volgens sommige waarnemers werd er tijdens die verkiezingen alleen gediscussieerd over de opkomst: de oppositie stelde dat minder dan 35 procent van de kiezers naar de stembus was gegaan, terwijl het officiële opkomstpercentage op 68,2 procent stond. De legitimiteit van de uitslag werd betwist.

    Geen vernieuwing

    Na 2008 waren er in het politieke speelveld geen tegenkrachten meer, zoals sommige politicologen hebben aangetoond. De Hoge Kiesraad had de Conservatieve Partij en de MRS, de Sandinistische Hervormingsbeweging, een afsplitsing van het FSLN, een wettelijke status onthouden. De MRS was in 1995 opgericht door de pragmatisch-vernieuwende vleugel van het FSLN en werd geleid door Sergio Ramírez, ex-vicepresident onder Daniel Ortega. Sindsdien draaide het FSLN grotendeels om de persoon van Daniel Ortega en werd elke ‘vernieuwing’ van het partijbestuur aan de kant geschoven, iets wat in 2002 in de partijstatuten werd vastgelegd.

    In 2006 wees de sandinistische socioloog Orlando Núñez de MRS aan als een van de grote vijanden van de regering, samen met de ‘conservatieve oligarchie’, de Amerikaanse ambassade, de bankiers, de krant La Prensa en de ondernemers verenigd in de COSEP. Destijds was hij van mening dat die coalitie weinig in de melk te brokkelen had, omdat ze de leiding had verloren van het leger, de politie en de Katholieke Kerk. Volgens Núñez, de mentor van Hambre Cero, had die coalitie in 2006 tot doel Nicaragua opnieuw te polariseren en uiteen te rijten tussen ‘democraten en ethisch gezinden’ aan de ene kant en ‘corrupte konkelaars en terroristen’ aan de andere kant. Twaalf jaar later lijkt het erop dat het discours onveranderd is gebleven, want Daniel Ortega beweert dat sommige groeperingen uit zijn op ‘omverwerping van de constitutionele en institutionele orde’ om ‘het gezag en de wettig gekozen regering te vervangen’. Het lijkt erop dat dit de rechtvaardiging was voor het buitensporig gebruik van geweld.

    Ortega knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China

    Die interpretatie behoeft nog wel enige nuancering. De eerste is dat het bedrijfsleven in 2007 wat dichter tegen de regering aan begon te schurken (de ‘Publiek-Private Alliantie’ heette dat, maar die ging in april 2018 weer ter ziele). De tweede is dat de Katholieke Kerk gaandeweg haar handen van de regering aftrok, met als klap op de vuurpijl een expliciete veroordeling van de regering wegens haar vervolgingspraktijken en twijfels van het bisdom Nicaragua of het nog door zou gaan met bemiddelen in de nationale dialoog. En de derde is de toenadering van de Nicaraguaanse regering tot de Verenigde Staten, om gesprekken te openen over cruciale onderwerpen als migratie en drugshandel.

    Torres-Rivas zei dat het niet de consensus is die de staatsmacht democratisch maakt, maar het succesvol overbruggen van de verschillen, zodat conflicten binnen de kaders van de wet worden opgelost en het inzetten van de machtsfactor gelegitimeerd is. ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet.’

    ANP 358621712
    Demonstranten houden een spandoek vast met de tekst ‘Ortega en Murillo moordenaars’, verwijzend naar de Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, tijdens een bedevaart in Managua op 28 juli 2018. – © Marvin Recinos / AFP

    In januari 2007 wachten Evo Morales, Daniel Filmus, Rafael Correa en Manuel Zelaya op de inauguratie van Daniel Ortega, die na zeventien jaar weer president van Nicaragua wordt. De ceremonie was al met een uur uitgesteld: de nieuwe gezaghebbers hadden besloten op Hugo Chávez te wachten, die opgehouden was. Onder de genodigden bevonden zich ook Tom Shannon, onderminister voor Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, en tien andere staatshoofden. Chávez, de commandant van de Bolivariaanse Revolutie, en Ortega, de president van de Sandinistische Revolutie, tekenden de volgende dag een aantal samenwerkingsverdragen: voor de levering van olie, voor landbouwleningen, voor de bouw van krachtcentrales, voor kwijtschelding van schulden. Het was het hoogtepunt van het ‘Roze Tij’ of de ‘Draai naar Links’, de ‘nationaal-populistische’ of ‘post-neoliberale’ regeringen, die na de crisis van het neoliberalisme in Latijns-Amerika opkwamen.

    Evo Morales ‘keert terug’

    Morales moest in 2019 aftreden als president na protesten tegen zijn herverkiezing. Er zou sprake zijn van verkiezingsfraude. Nu is de voormalig cocaboer bezig met een comeback.

    Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’

    De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.

    Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.

    De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.

    Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.

    Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.

    In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’

    En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’

    In Washington fronste men de wenkbrauwen. Midden-Amerika is een cruciale regio in de veiligheidsdoctrine van de VS. Nicaragua was, vanaf zijn politieke onafhankelijkheid, een belangrijke issue in de Amerikaanse buitenlandse politiek. De terugkeer aan de macht van het FSLN kon een versterking betekenen van de ‘Bolivariaanse Alliantie’, een regionaal blok dat door Venezuela was opgezet als alternatief voor de ‘Vrijhandelszone van Amerika’, die in 2005, op een mislukte onderhandelingstop in Mar del Plata, ten grave werd gedragen – maar niet in Midden-Amerika, waar een jaar eerder, in 2004, een vrijhandelsverdrag werd getekend tussen de VS, Midden-Amerika, en de Dominicaanse Republiek (CAFTA-DR in het Engels: Dominican Republic – Central America Free Trade Agreement).

    Handelspartner VS

    De Verenigde Staten hadden ook nog andere plannen, zoals het ‘Puebla-Panama Plan’ (PPP), later omgedoopt tot ‘Mesoamerica Project’, ter bevordering van de grondstofwinning, de bouw van infrastructuur, de export van regionale goederen, controle over migratie en uitbreiding van het zogeheten ‘Mérida Initiatief’ en het ‘Plan Colombia’ naar Midden-Amerika. Washington wilde de door Cuba en Venezuela opgezette allianties ontkrachten. Het was tekenend dat Honduras, vanouds een bondgenoot van de Verenigde Staten, zich na de militaire staatsgreep tegen Manuel Zelaya uit de Bolivariaanse Alliantie terugtrok.

    Ortega trok zich niet terug uit de ‘Vrijhandelszone van Amerika’ en ook niet uit het ‘Mesoamerica Project’. Hij steunde de VS zelfs in zijn migratiepolitiek en zijn war on drugs. De VS bleef de belangrijkste handelspartner van Nicaragua. Maar Ortega sloot zich wel onmiddellijk aan bij de Bolivariaanse Alliantie en intensifieerde de politiek economische banden met Chávez. Hij knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China. Vervolgens kondigde hij de aanleg aan van het Nicaraguakanaal, een project dat uitgevoerd zou worden door de Chinese HKND Group en dat aanleiding heeft gegeven tot talloze speculaties. Met die besluiten toonde Nicaragua zijn onafhankelijkheid op het terrein van internationale betrekkingen, en deze uitingen van nationale soevereiniteit, die tegen de belangen van de VS ingaan, zijn een klap in het gezicht van de Noord-Amerikanen, met hun traditionele politieke arrogantie en hun systematische streven om hun wil aan de regio op te leggen.

    Politieke landschap

    In de periode tussen het opnieuw aan de macht komen van Ortega en de huidige crisis, die zijn regime doet wankelen, is het politieke landschap in Latijns-Amerika veranderd: van de ‘Draai naar Links’ naar de ‘Conservatieve Restauratie’. In Argentinië en Chili kwam rechts via verkiezingen aan de macht. In Haïti (2004), Honduras (2009), Paraguay (2012) en Brazilië (2016) gebeurde dat door middel van allerlei vormen van machtsontzetting, meestal, maar niet altijd, in samenwerking met hun Noord-Amerikaanse tegenhangers. Venezuela, de grote steunpilaar van Nicaragua, beleeft een van de zwaarste crises in zijn geschiedenis: bovenop de binnenlandse factoren komt nog eens de systematische druk die de Verenigde Staten en zijn Latijns-Amerikaanse bondgenoten sinds de staatsgreep van 2002 op de Bolivariaanse revolutie uitoefenen. De overwinning van Trump bemoeilijkte het dubbelspel van Ortega nog verder. Eind 2017 werd in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de ‘NICA Act’ (Nicaragua Investment Conditionality Act) aangenomen, die additionele internationale leningen aan Nicaragua – van groot belang voor de economische groei van het land – moest blokkeren. Het is binnen die regionale context dat de Nicaraguaanse regering op de massale protesten van de bevolking met toenemend geweld reageert.

    Eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was

    ‘Ik voelde me vereerd in het gezelschap te verkeren van de Nicaraguaanse studentenleiders die hun leven wagen voor de vrijheid…’, zo luidt de tweet bij de foto waarop drie Nicaraguaanse studenten poseren met de Texaanse Republikein Ted Cruz. Nog breder is hun glimlach op de foto met Ileana Ros-Lehtinen (de drijvende kracht achter de NICA Act) of met Marco Rubio, twee mensen met wie ze zich ook lieten fotograferen tijdens hun bezoek aan de VS, dat gefinancierd werd door Freedom House, de aan de CIA gelieerde organisatie die in de jaren tachtig een vinger in de pap had van de zogenaamd ‘anticommunistische’ psychologische oorlog in Midden-Amerika en die zich tegenwoordig ook bemoeit met bepaalde groeperingen binnen de Venezolaanse oppositie. Dezelfde organisatie die de Argentijnse mediamagnaat Héctor Magnetto in 2016 vereerde met de Prijs voor Vrijheid van Meningsuiting. Ook het National Democratic Institute (NDI) en de National Endowment for Democracy (NED), twee studentenorganisaties uit de VS, zijn actief in Nicaragua.

    Volgens officiële cijfers heeft de NED tussen 2014 en 2017 4,2 miljoen dollar aan verschillende lokale organisaties uitgedeeld. De Nicaraguaanse studenten brachten ook een bezoek aan El Salvador, waar ze een ontmoeting hadden met de burgemeester van de hoofdstad en gedeputeerden van ARENA, de Nationalistische Republikeinse Alliantie, die de harde kern vormt van politiek rechts in het land. De tournee zorgde voor heftige discussies binnen de Nicaraguaanse studentenorganisaties, want eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was, terwijl tevens het gebrek aan leiderschap en de complexiteit van de binnenlandse verhoudingen aan het licht kwamen. Daarin schuilt het grootste obstakel voor een democratisch-politieke uitweg uit de crisis, die zowel het pact tussen de sociaal-economische elites als de Noord-Amerikaanse inmenging het hoofd kan bieden.

    Ontoereikende stap

    Nadat Daniel Ortega eind juli 2018 een deel van de wegversperringen en blokkades had weggeruimd, gaf hij te kennen open te staan voor het uitschrijven van een referendum over het vervroegen van de presidentsverkiezingen van 2021 naar 2019. Dat idee was een goede, maar ontoereikende politieke stap. Zonder politieke veranderingen die het democratisch bestel, op het vlak van de mensenrechten en de soevereiniteit van het volk, geloofwaardig maken, kan de crisis elk moment weer losbarsten. 

  • In Nicaragua bestaat geen politieke wil voor vrije verkiezingen

    In Nicaragua bestaat geen politieke wil voor vrije verkiezingen

    De enige zekerheid die er momenteel is in Nicaragua is dat Ortega en zijn vrouw, tevens vicepresident, herkozen willen worden. Dit betekent dat ze de totale macht houden over de overheid, de economie, de politie en het leger.

    Onlangs sprak ik via Zoom met mijn vriend de Canadese schrijver John Ralston Saul, oud-voorzitter van PEN International, die een paar jaar geleden in Nicaragua was geweest. De PEN, vroeger de PEN CLUB, werd in 1921 in Londen opgericht met niemand minder dan Joseph Conrad, George Bernard Shaw en H.G. Wells als leden van het eerste uur. De schrijversorganisatie verenigt nu schrijvers van over de hele wereld en houdt zich vooral bezig met het verdedigen van de vrijheid van meningsuiting en de mensenrechten. 

    John belde me omdat hij benieuwd was hoe het in Nicaragua is, waar de Nicaraguaanse PEN-afdeling onder voorzitterschap van schrijfster Gioconda Belli onlangs haar deuren moest sluiten. We spraken lang over Nicaragua en haalden herinneringen op aan toen ik hem een keer meenam om een kijkje te nemen in de krater van de actieve vulkaan Masaya. Een voor toeristen angstaanjagende diepte waaruit dikke zwaveldampen opstijgen, alsof we in dit land wonen in de bek van de hel, zoals kroniekschrijver Fernández de Oviedo de vulkaankrater omschreef.  

    Om te beginnen zei ik dat de ene gekozen regering van Latijns-Amerika het beter doet dan de andere en dat de ene democratischer is dan de andere maar dat de democratieën de afgelopen decennia zich hebben kunnen wortelen omdat de kiessystemen vertrouwen wekken en verhalen over fraude, stembussen vol valse stembiljetten – met name van dode mensen – en klunzig vervalste bewijsstukken tot het verleden behoren. 

    ANP 360036887
    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, ballen hun vuisten tijdens de herdenking van de eenenvijftigste verjaardag van de guerrillacampagne Pancasan in Managua, op 29 augustus 2018. – © AFP

    Niemand zal de legitimiteit van de overweldigende verkiezingszege van president Nayib Bukele in El Salvador in twijfel trekken. Of hij die absolute meerderheid die hem de totale controle over het land geeft, zal gebruiken om de democratie te bestendigen of om zeep te helpen, zal moeten blijken. De stemmen die hij heeft gekregen zijn eerlijk geteld. En als in Peru het vertrouwen in de politiek in een voortdurende crisis verkeert, komt dat niet door verkiezingsfraude maar doordat de verkozen leiders keer op keer corrupt blijken te zijn. 

    Anders is het in Nicaragua waar de grondwet dicteert dat er in november van dit jaar presidentsverkiezingen en parlementaire verkiezingen worden gehouden. Over een paar maanden dus, maar er worden geen voorbereidingen getroffen die de indruk wekken van een eerlijk electoraal proces om een democratische transitie mogelijk te maken.  

    In een resolutie van de Algemene Vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) van november vorig jaar staan de basisvoorwaarden waaraan onze verkiezingen moeten voldoen om eerlijk te verlopen: ‘deugdelijke’ onderhandelingen tussen de regering en de oppositie ‘waarvan niemand wordt uitgesloten’; ‘grondige’ electorale hervormingen die voldoen aan internationale normen; herstructurering en modernisering van de Verkiezingsraad zodat onafhankelijk, transparant en verantwoord optreden is gewaarborgd; actualiseren van het register kiesgerechtigden; aanwezigheid van nationale en internationale waarnemers. 

    Voorwaarden

    Daarnaast staat er in de resolutie dat er sprake moet zijn van een pluriform politiek proces ‘ter waarborging van de burgerlijke en politieke rechten, inclusief de vrijheid van vreedzame vergadering en samenscholing, het recht op vrijheid van meningsuiting. Tevens moeten nieuwe politieke partijen zich kunnen registreren in het kiesregister’.

    Aan deze voorwaarden had eind mei voldaan moeten zijn, maar tot nu toe heeft de regering geen vinger uitgestoken. Voorlopig weten we alleen dat Ortega en zijn vrouw, de vicepresident, zich klaarmaken om te worden herkozen, wat betekent dat ze, zoals al vijftien jaar het geval is, de totale controle houden over de burgers, de economie, de politie en het leger. Vooralsnog wijst niets erop dat er ook maar de minste politieke wil bestaat om die totale macht te onderwerpen aan vrije verkiezingen. 

    De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties die dit jaar in Genève vergaderde, liet weten ‘zeer bezorgd te zijn over het feit dat Nicaragua geen pogingen doet om het kiessysteem en de instituties zodanig te hervormen dat er eerlijke en transparante verkiezingen kunnen plaatsvinden’.    

    Hoe kun je in dit klimaat verkiezingscampagnes houden?

    Ook eist de Mensenrechtenraad dat men ‘stopt met het opjagen en belagen van de oppositie‘; ‘met arbitraire arrestaties, bedreigingen en andere vormen van intimidatie om critici te onderdrukken’; ‘de gearresteerden vrijlaat die illegaal en arbitrair zijn opgepakt’. Daarnaast eist de Raad dat de wetten die een schending zijn van de mensenrechten worden ingetrokken. Denk alleen maar de wet Cybercriminaliteit, de ‘Buitenlandse Agentenwet’ (organisaties die geld krijgen uit het buitenland moeten zich laten registreren en zeggen wat ze met het geld gaan doen; ze worden uitgesloten van politieke activiteiten) en de levenslange gevangenisstraf voor ‘haat zaaien’. 

    Kun je een acceptabele politieke situatie creëren in een land met meer dan 120 politieke gevangenen, voornamelijk jonge mensen, en met duizenden jonge ballingen, die zijn gevlucht toen er vanaf 18 april 2018 sprake was van ongebreidelde repressie? 

    Hoe kun je in dit politieke klimaat verkiezingscampagnes houden? De politie patrouilleert op straat en slaat elke poging tot vreedzame manifestatie neer, sluit zonder daartoe gerechtigd te zijn oppositieleden op in hun huis en verbiedt hen naar buiten te gaan, en valt zaaltjes binnen waar politieke bijeenkomsten worden gehouden. 

    Van diverse media en televisiestations is de apparatuur in beslag genomen en andere media, zoals Radio Darío in León hangt hetzelfde boven het hoofd. 

    We staren nog steeds in de krater van de actieve vulkaan, zeg ik tegen John. Het zal heel lastig zijn om de weg te vinden die ons weg leidt van de bek van de hel, maar we houden hoop.

  • De Iraakse jeugd eist verandering. ‘Niemand vertegenwoordigt ons’

    De Iraakse jeugd eist verandering. ‘Niemand vertegenwoordigt ons’

    De jonge betogers in het olierijke Irak zijn na de val van Saddam Hoessein opgegroeid met corruptie en parlementsleden die hun privileges misbruiken. Religieuze partijen domineren de politiek en veel burgers leven in grote armoede.

    Dossier De straat op

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder op 14 november 2019 in nummer 169 van 360 Magazine.

    In het Al-Ummapark in het centrum van Bagdad, het ‘park van de natie’, discussieert een groepje mannen en twee vrouwen onder oude eucalyptusbomen over de beste manier om de eisen tot uitdrukking te brengen van de betogers die deze maand met duizenden de straat op gaan in de steden van Irak.

    ‘Legertrucks verbranden zal ons niet helpen, dat helpt alleen de regering om ons van vandalisme te beschuldigen,’ zegt een jongeman. ‘Als ik jou een raketwerper geef en je schiet dat gebouw in brand, in hoeverre zijn onze eisen daar dan bij gebaat?’

    Een andere man roept op tot omverwerping van de regering. Terwijl er zich een groepje luisteraars om hem heen verzamelt, roept iemand: ‘Wie heeft jou woordvoerder gemaakt?’

    Dit spoort de rest van de menigte ertoe aan los te barsten in de slogans ‘Niemand vertegenwoordigt ons!’ en ‘Weg met Iran!’, als protest tegen de regerende islamitische partijen in Irak en hun Iraanse helpers.

    ​Che Guevara-baretten

    Het karakter van de discussie is, net als de demonstraties die buiten het park plaatsvinden, chaotisch, onbesuisd en stuurloos. De meeste deelnemers zijn in de twintig, maar er staan ook twee oude communisten bij met Che Guevara-baretten.

    Uiteindelijk is de menigte het eens over een lijst eisen, die vanaf de trap van het Vrijheidsmonument van de stad wordt voorgelezen door een jongeman met een baard en een bril: ‘Aftreden van de regering, nieuwe verkiezingen, verandering van de kieswet en – het allerbelangrijkste – berechting van alle overheidsfunctionarissen.’

    De menigte juicht, mobieltjes worden in de lucht gestoken en er wordt opgeroepen tot een demonstratie op het Tahrirplein.

    De laatste protestgolf in Irak brak los op 1 oktober [2019] na een demonstratieoproep op Facebook. Directe aanleiding was het ontslag van een populaire generaal die zich had onderscheiden in de oorlog tegen Islamitische Staat, maar de betogingen werden ook gemotiveerd door een diepere onderstroom van woede jegens een corrupte religieuze oligarchie, een verrot bureaucratisch systeem en het onvermogen van de Iraakse premier Adel Abdul-Mahdi om na een jaar regeren ook maar één van zijn campagnebeloftes in te lossen.

    Ik heb bij de Hashd gevochten, ik ben zelfs in Syrië gaan vechten, maar wat krijg ik van deze regering?

    Voor een jonge generatie die is opgegroeid in de zestien jaar na de val van Saddam Hoessein zijn verkiezingen en representatieve democratie synoniem geworden met corruptie en parlementsleden die hun privileges misbruiken. Religieuze partijen, veelal gesteund door Iran, domineren het politieke landschap en hoewel het olierijke Irak honderden miljarden dollars per jaar binnenkrijgt, leven veel burgers in omstandigheden die vergelijkbaar zijn met die in een straatarm Afrikaans land: werkloosheid, een instortende gezondheidszorg en een gebrek aan publieke dienstverlening.

    Toen de betogingen op 5 oktober op stoom kwamen, balanceerde Bagdad op het randje. Een tiener in een geel T-shirt, een korte broek en teenslippers liep langzaam onder een viaduct door op een kilometer van het Tahrirplein terwijl een politieagent hem zwaaiend met zijn kalasjnikov probeerde weg te jagen. Dunne zwarte rookpluimen kronkelden hemelwaarts en een menigte tieners en jongemannen begon op te rukken in de richting van het plein.

    De politie, die toezicht hield, schoot in de lucht maar de menigte trok verder, zwaaiend met Iraakse en sjiitische vlaggen. Autobanden werden in brand gestoken, terwijl geweervuur onafgebroken begon te ratelen en het geluid van afgevuurde traangasgranaten allengs toenam; wit gas vermengde zich met de zwarte dampen van brandend rubber.

    Te midden van het bloedbad baanden tientallen driewielige tuktuks zich een weg door de menigte om gewonden af te voeren. Achter in een geel karretje zat een onderuitgezakte man, niet in staat om adem te halen.

    Een kleine, dunne jongeman met een getrimd rossig baardje maande de mannen om door te lopen. ‘Wat staan jullie daar nou te teuten?’ En tegen de mannen die gehurkt achter de balustrade van de brug zaten: ‘Wie niet verder wil, moet naar huis gaan.’

    De jongeman, die zich voorstelde als Jawdat, zei dat hij een voormalige strijder was van de paramilitaire groepering Hashd al-Shaabi, opgericht in 2014 om tegen IS te vechten. Hashd al-Shaabi wordt gesteund door Iran, onder andere met training. Jawdat zei dat zijn broer als officier was gesneuveld in de oorlog tegen IS. ‘Ik heb bij de Hashd gevochten, ik ben zelfs in Syrië gaan vechten, maar wat krijg ik van deze regering? Niks, terwijl die politici in de Groene Zone [in Bagdad] elke poging dwarsbomen om de staat te hervormen.’

    Ambulances raceten heen en weer met doden en gewonden; alleen bij de betoging op 5 oktober kwamen al twintig mensen om het leven. Tijdens de zes dagen durende betogingen verscheen premier Abdul-Mahdi elke avond op tv om met zachte stem te beloven dat hij zou zorgen voor banen en goedkope huisvesting en de corruptie zou uitroeien.

    Dreigtelefoontjes

    Maar intussen werden er jonge, ongewapende mannen gedood terwijl ze hun toevlucht zochten achter betonnen blokkades of met vlaggen stonden te zwaaien op straat. In minstens één geval namen scherpschutters die op daken waren geposteerd deel aan de moordpartij.

    Activisten en journalisten werden geïntimideerd en tientallen van hen ontvluchtten Bagdad na dreigtelefoontjes. Mediabedrijven en tv-stations werden gesloten. Agenten in burger zwierven door ziekenzalen en hielden gewonde demonstranten aan. ‘Toen er agenten het ziekenhuis binnenkwamen op zoek naar demonstranten, verbonden de artsen alleen mijn wond en zeiden dat ik moest maken dat ik wegkwam,’ zei een jongeman vanuit zijn bed met een wond die nog altijd bloedde nadat hij drie dagen eerder was neergeschoten in een straat in de buurt van het Tahrirplein.

    De omvang van de betogingen aan het begin van de maand was niet abnormaal, maar de felheid waarmee werd gereageerd was schokkend. Volgens veel Iraakse waarnemers was het geweld te wijten aan de schrik die het regime had bevangen. Anderen suggereerden dat het tekenend was voor de vrees van de pro-Iraanse milities in het land dat het protest in werkelijkheid tegen Teheran was gericht.

    ‘Iran duldt niet dat zijn positie hier wordt bedreigd en daarom was de reactie zo heftig,’ zei een functionaris van de Iraakse inlichtingendienst.

    Militieleden zijn geïnfiltreerd in de geheime diensten en hebben een belangrijke rol gespeeld bij het neerslaan van de betogingen. De milities zijn een mikpunt geworden van de woede van de betogers, omdat eruit blijkt dat Iran de lakens uitdeelt in Irak.

    Op een van de protestavonden ging een lange, gladgeschoren, ongewapende legerofficier voor een menigte jongemannen staan en smeekte dat ze zich verspreidden. ‘Ik kan jullie naar het Tahrirplein laten gaan,’ zei hij, wijzend op de opstijgende rookzuilen. ‘Maar ik zweer bij Allah dat de militie en de scherpschutters jullie zullen doden.’ De menigte reageerde met boze anti-Iraanse leuzen.

    Onlangs begon er een tweede golf betogingen. De menigte zwaaide met Iraakse vlaggen en scandeerde ‘Onze ziel, ons bloed offeren we op voor Irak’. In twee dagen kwamen er minstens 74 mensen om en vielen er honderden gewonden. Het dodental bedraagt sinds het begin van de maand [oktober 2019] inmiddels meer dan 250.

  • 15 vrijwilligers verlaten grot na 40 dagen | Meer ‘diversiteit’ bij de Oscars

    15 vrijwilligers verlaten grot na 40 dagen | Meer ‘diversiteit’ bij de Oscars

    15 Franse vrijwilligers verlaten grot na 40 dagen

    Vijftien mensen zijn zondag na een isolatie van veertig dagen uit een grot in het zuidwesten van Frankrijk tevoorschijn gekomen. Ze maken onderdeel uit van een experiment dat onderzoekt hoe de afwezigheid van klokken, daglicht en externe communicatie het besef van tijd beïnvloedt.

    ‘Met een grote glimlach op hun bleke gezichten verlieten ze onder luid applaus hun vrijwillige isolement in de Lombrives-grot. Om hun ogen te beschermen na zo lang in het donker droegen ze een speciale bril’, schrijft The Guardian.

    ‘Het was alsof ik even op pauze had gedrukt’, zegt Marina Lançon, een van de zeven vrouwen die aan het experiment deelnamen. Ze voelde geen haast om iets te doen en had wel een paar dagen langer in de grot willen blijven, zegt ze. Wel was ze blij om de wind te voelen en vogelgezang te horen.

    Ze is van plan om nog een paar dagen niet op haar smartphone te kijken, in de hoop zo een ‘te brute’ terugkeer naar het echte leven te voorkomen.

    Members of the team inside the cave

    Het project waaraan de groep deelnam heet Deep Time. Er was geen natuurlijk licht in de grot, de temperatuur was er 10 °C en de relatieve vochtigheid 100 procent. De proefpersonen hadden geen contact met de buitenwereld, geen updates over de pandemie, noch enige communicatie met vrienden of familie.

    De teamleden volgden hun biologische klok om te weten wanneer ze moesten wakker worden, slapen of eten

    Wetenschappers van het Human Adaption Institute, dat het project van 1,2 miljoen euro leidt, zeggen dat het experiment hen zal helpen beter te begrijpen hoe mensen zich aanpassen aan drastische veranderingen in levensomstandigheden en omgevingen, schrijft wetenschapssite Futura Santé.

    Zoals verwacht verloren de mensen in de grot hun tijdsbesef. Een van de teamleden schatte de tijd onder de grond op drieëntwintig dagen, de meesten zaten rond de dertig.

    Members of the team meet to discuss their experiences

    In samenwerking met laboratoria in Frankrijk en Zwitserland volgden wetenschappers de slaappatronen, sociale interacties en gedragsveranderingen van de vijftien teamleden via sensoren, waaronder een een kleine thermometer die in een capsule door de deelnemers werd ingeslikt. Deze sensor mat de lichaamstemperatuur en verzond gegevens naar een computer, legt The Guardian uit.

    De teamleden volgden hun biologische klok om te weten wanneer ze moesten wakker worden, slapen of eten. Ze telden hun dagen niet in uren maar in slaapcycli.

    Twee derde van de deelnemers sprak de wens uit om wat langer ondergronds te blijven om de groepsprocessen die tijdens hun verblijf waren ingezet af te ronden, zegt Benoit Mauvieux, een chronobioloog die bij het onderzoek betrokken is tegen Ouest France.

    ‘Onze toekomst als mens op deze planeet zal evolueren’, aldus een projectleider. ‘We moeten beter leren begrijpen hoe onze hersenen in staat zijn om nieuwe oplossingen te vinden, ongeacht de situatie.’


    Vermiste onderzeeër gevonden bij Bali

    De Indonesische marine maakte zondag bekend KRI Nanggala (402) op de zeebodem bij Bali te hebben gespot. Ze bevestigde ook dat alle 53 bemanningsleden dood waren. De onderzeeër werd gevonden in drie delen, meer dan 800 meter diep, wat het zoeken bijzonder moeilijk maakte, aldus de Jakarta Post

    De autoriteiten gaven geen officiële verklaring voor de crash, maar suggereren dat de onderzeeër mogelijk met een stroomstoring te maken kreeg waardoor deze niet meer boven kon komen. Volgens de krant uit Jakarta heeft de Indonesische marine verouderde uitrusting, ‘wat de afgelopen jaren tot dodelijke ongevallen kon leiden’.

    In ieder geval wordt een menselijke fout uitgesloten, schrijft de site Nasional Kontan.

    Lichten

    Stafchef van de Indonesische marine (KSAL) Yudo Margono geeft aan dat de eerste analyse van het zinken van de onderzeeër op natuurlijke factoren wees. Het zinken van de in Duitsland gemaakte KRI Nanggala-402 lijkt volgens Margono evenmin te wijten aan een stroomuitval, want alle lichten brandden nog. De exacte oorzaak kan pas worden vastgesteld als de romp kan worden opgetild.

    De Indonesische regering zal samenwerken met International Sub Marine Rescue and Liaison Office (Ismerlo) voor het optillen van het schip. De samenwerking is tot stand gekomen omdat men zich realiseerde dat het niet eenvoudig was om de stukken van het schip op een diepte van 838 meter naar de oppervlakte of aan land te brengen. Hiervoor zijn speciale gereedschappen en technologie nodig, aldus Kompas.

    Nanggala werd op 21 april als vermist opgegeven, uren nadat het contact met het oppervlaktepersoneel onder water was verloren. De onderzeeër had als missie informatie te vergaren in de Indische Oceaan en de wateren rond Oost-Timor en Noord-Kalimantan. Het schip maakte deel uit van de internationale marine-oefening Cooperation Afloat Readiness and Training, en voerde onder andere een oefening uit met USS Oklahoma City. In 2012 onderging de onderzeeër een laatste grote opknapbeurt.


    ‘Nomadland’ triomfeert tijdens de Oscars

    De film Nomadland van regisseur Chloé Zhao, die de reizen volgt van nomaden die in busjes leven in een door recessie getroffen Amerika, won drie beeldjes op de uitreikingen dit weekend: die voor beste speelfilm, beste regisseur en beste actrice.

    Chloé Zhao is de eerste vrouw van Aziatische afkomst die die laatste twee kostbare beeldjes ontvangt. ‘Haar overwinning maakt deel uit van het groeiende en welkome internationalisme van de academie: ze is de laatste in een opmerkelijke reeks recente winnaars die buiten de Verenigde Staten zijn geboren, waaronder Alfonso Cuarón, Guillermo del Toro, Alejandro González Iñárritu en Ang Lee, merkt de Los Angeles Times op. ‘Een bemoedigende bevestiging dat Hollywood een plek is waar immigrantenschrijvers uit alle lagen van de bevolking kunnen gedijen.’

    ‘De historische overwinning van Zhao is op zijn best een teken dat er betere tijden aankomen’

    In de drieënnegentig jaar dat de Academy Awards bestaat is dit evengoed pas de tweede keer dat een vrouw wordt geëerd in de categorie beste prestatie. Vóór Chloe Zhao won Kathryn Bigelow in 2010 het beeldje voor de film Minesweeper. ‘De historische overwinning van Zhao is op zijn best een teken dat er betere tijden aankomen voor deze categorie, waarin vrouwen door de jaren heen zo jammerlijk ondervertegenwoordigd zijn’, aldus CNN.

    Ongekend feit: de Academy of Oscars had dit jaar ook voor het eerst twee vrouwen genomineerd in de categorie beste uitvoering, brengt Variety in herinnering: Chloe Zhao dus, maar ook Emerald Fennell, directeur van Promising Young Woman. Haar feministische thriller, geïnspireerd op de #MeToo-beweging, ontving zondagavond de prijs voor het meest originele scenario.

    De versie van dit jaar beloonde ook meer acteurs of regisseurs van minderheden. De Zuid-Koreaanse actrice Youn Yuh-jung, genomineerd voor Minari, en de Brit Daniel Kaluuya, die een Black Panthers-frontman speelt in Judas and the Black Messiah, wonnen allebei de Academy Award voor beste mannelijke bijrol.

    Volgens NPR heeft deze betere weergave van de diversiteit van cinema bij de Oscars niet alleen te maken met de inspanningen van de Amerikaanse academie de afgelopen jaren. Volgens een rapport van de University of California in Los Angeles (UCLA) is de ontwikkeling ook deels te wijten aan het feit dat dit jaar minder kandidaten met een groot budget meededen. De release daarvan werd vertraagd ‘door de pandemie, waardoor plaats is gemaakt voor films met een gemiddeld budget, die buiten konden worden geschoten’. En daarin zijn minderheden beter vertegenwoordigd, zowel voor als achter de camera.

  • ‘Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?’

    ‘Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?’

    Online ‘sextortion’-klachten in Libanon zijn in 2020 met 307 procent gestegen. Een onlangs aangenomen nieuwe wet die moet beschermen tegen intimidatie, geeft deze vrouwelijke activist weer een sprankje hoop op verbetering.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met virtuele intimidatie. In deze serie benadrukt de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld CIVICUS de gendergerelateerde aard van virtuele intimidatie middels verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices.

    Sinds de protesten van oktober 2019 in Libanon, beter bekend als de Oktoberrevolutie, roepen demonstranten in het hele land op tot het aftreden van de regering en uiten ze hun bezorgdheid over corruptie, slechte publieke diensten en een gebrek aan vertrouwen in de heersende klasse.

    Veiligheidstroepen hebben met ongekend geweld op de protesten gereageerd. Sinds het begin van de revolutie heeft de regering hard opgetreden tegen de vrijheid van meningsuiting en waren journalisten slachtoffer van aanvallen en bedreigingen

    Libanon wordt momenteel geconfronteerd met een aanhoudende politieke crisis, die nog eens werd verergerd door de explosie in de haven van Beiroet augustus vorig jaar. Feministen speelden een voortrekkersrol in de revolutie en zetten zich na de explosie massaal in om hulp te bieden.

    Maya El Ammar

    Maya El Ammar is een feministische schrijver, activist en communicatieprofessional die momenteel bijdraagt ​​aan verschillende mediakanalen, haar eigen opinievideo produceert over feministische en mensenrechtenkwesties en gendergerelateerde artikelen publiceert in samenwerking met onafhankelijke mediaplatforms. Daarnaast werkt ze als mediastrateeg voor een non-profit organisatie.

    Dit is het getuigenis van Maya El Ammar:

    Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?

    ‘Het lichaam van de presentator is als een snoepwinkel en een verkrachting waard’, was de reactie van een man op een video die ik in 2018 maakte, niet over suikerappels, maar over de vooringenomenheid van de Libanese media in hun verslaggeving over gevallen van vrouwenmoord. 

    ‘Als je dat voor je werk draagt ​​(…) vraag ik me af hoe je nachthemd eruitziet?’

    ‘Waarom eet je geen “banaan”?’ en: ‘Waarom zou ik iets aannemen van een onreine vrouw zoals jij?’ vroegen anderen zich af. 

    Die laatste was een reactie op mijn artikel datzelfde jaar over de kafala (voogdij): slavernij-achtige voorwaarden die worden opgelegd aan huishoudelijk personeel, en in hoeverre deze overeenkomen met huwelijkswetten in onze regio. 

    Een jaar later escaleerde het tot: ‘Beantwoord mijn e-mail en telefoontjes, anders moet ik naar je kantoor komen, Maya.’

    Dat was de eerste keer in mijn leven dat ik een advocaat raadpleegde, want deze zeer beleefde dreiging was de climax van een misselijkmakende combinatie van online en offline stalking, waanvoorstellingen, leugens en wat ik de ‘wraaktoorn’ noem van een man nadat ik een verhaal – mijn verhaal – had gemaakt zonder zijn medewerking. 

    Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met een vreemd soort acceptatie

    In mijn geval was het een mannelijke videograaf en een collega uit het maatschappelijk middenveld die ik tegenkwam. Hij is zelfs zo ver gegaan dat hij de persoon over wie het verhaal ging begon lastig te vallen, om mij te straffen. Maar gelukkig heb ik ook dat overleefd.

    Ik hield me zelfs voor wat ik nooit tegen mijn vrienden of sowieso hardop zou zeggen: dat dit nog aanzienlijk triviaal was vergeleken met de ernstiger overtredingen waarmee mijn collega’s, en vrouwen in het algemeen, worden geconfronteerd. Het ‘Het is nog geen dagelijkse bedreiging of verkrachting’-riedeltje hield me op de been, want er was zoveel wat ik wilde doen en ik wilde niet gestopt worden, laat staan in het openbaar delen wat me overkwam. 

    Nu pas realiseer ik dat terwijl ik dit schrijf, en terwijl je het leest, duizenden andere vrouwen te maken hebben met soortgelijke schendingen. 

    Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met die vreemde soort acceptatie. Ik zeg dit omdat ik denk dat wij vrouwen die vrouwenhaters en ad-hominemcommentaren altijd boven ons hoofd hebben zien zweven. Nu zijn ze geland in de digitale ruimtes die we besloten te claimen, zoals we eerder besloten de openbare ruimtes te claimen. De geschiedenis herhaalt zich soms.  

    Slachtoffer

    Dankzij onze ervaringen met gendergerelateerd geweld in de offline wereld, hebben we de realiteit, namelijk dat onze virtuele wereld enkel een natuurlijke weerspiegeling is van ons bestaan ​​buiten het scherm, gerationaliseerd. Dankzij de vrouwen wier inspirerende trajecten vaak eindigden als waarschuwing voor hun opvolgers, hebben we misschien onbedoeld geaccepteerd dat het onvermijdelijk is om door het leven te gaan als slachtoffer.

    Wij meisjes moesten blijkbaar voorbereid doch ongewapend ter aarde komen. En het ergste is het besef dat we decennia later als vrouwen nog steeds ongewapend en onvoldoende uitgerust zijn. Dus kunnen we misschien maar beter wat minder om onszelf en ons eigen welzijn geven, nietwaar?

    Als vrouwelijke journalisten en activisten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika werkt onze strijdvaardigheid destabiliserend, maar andere kwesties krijgen altijd voorrang. En dus krijgen we als onafhankelijke vrouwelijke journalisten en activisten geen bescherming of steun van hogerhand. 

    De digitale equivalenten van de vecht-of-vluchtreactie zijn negeren, blokkeren of rapporteren

    ‘Hoop op het beste, maar verwacht altijd het ergste’, zei mijn zus altijd tegen me. 

    In plaats van hoop na te jagen, koos ik ervoor op mijn hoede te zijn voor het ergste. Destijds dacht ik misschien dat ik hierdoor zou uitgroeien tot die ‘sterke, onafhankelijke vrouw’ waar Destiny’s Child over zingt. Maar later ontdekte ik dat het er eigenlijk op neerkwam dat ik met mijn angsten moest leren omgaan en mijn vecht-of-vluchtvaardigheden moest optimaliseren. De digitale equivalenten daarvan zijn negeren, blokkeren of rapporteren. 

    Nieuwe wet

    Maar rapporteren aan wie? Aan gigantische technologiebedrijven die onze veiligheid geen biet interesseert, en die prioriteit geven aan het verwijderen van taal die autoritaire en apartheidsregimes in de regio stoort boven het aanpakken van meldingen van seksistische en schadelijke inhoud? Aan bedrijven die eerder ‘gevoelige advertenties’ en politieke Arabische inhoud censureren dan te reageren op pesten, bedreigingen en intimidaties? 

    Aan nationale cybercrimebureaus die misschien effectief zijn gebleken bij het opsporen en arresteren van daders van chantage en sextortion, maar nog altijd veel effectiever in het onrechtmatig vervolgen van gebruikers van sociale media en het arresteren van journalisten, waaronder vrouwen, voor het uiten van ongewenste meningen?

    Terwijl ik deze regels schrijf, denk ik aan mijn vrouwelijke collega’s die constant gedwongen zijn om te gaan met een monsterlijk politieapparaat dat hen vrijwel altijd aanvalt op ‘wie ze zijn’, zelden op ‘wat ze zeggen’.

    Wonder boven wonder weigeren deze zelfde vrouwen zich terug te trekken en worden ze zelfs steeds vastberadener in hun missie om de corruptie en de kwelgeest onder de aandacht te brengen, om en antwoord te vinden op de vraag wie hun collega’s hebben vermoord – de onderzoekers, de denkers, de journalisten – en wie er verantwoordelijk was voor de onjuiste opslag van de 2750 ton ammoniumnitraat die half Beiroet vernietigde.

    Voor hen moet de onlangs goedgekeurde wet tegen intimidatie in Libanon zijn werk gaan doen. Deze nieuwe – zij het zwakkewet moet bescherming bieden aan alle vrouwen van wie altijd wordt verwacht dat ze steeds maar meer opofferen, terwijl zij zelf tijdens een crisis als eerste worden opgeofferd. De wet moet de 307 procent toename van officiële meldingen van online geweld tijdens de covid-19-pandemie tegengaan.

    Deze nieuwe wet, die online intimidatie omvat en ervoor kan zorgen dat de meest flagrante daders tot vier jaar in de gevangenis belanden, moet alle dappere vrouwen beschermen die individuele en collectieve actie ondernemen. En vooral moet de wet een uitkomst zijn voor degenen die besloten geen hulp te zoeken uit angst voor vergelding, en uit een gebrek aan vertrouwen en hoop. 

  • De overheid bemoeit zich al niet meer met deze Colombiaanse barrio

    De overheid bemoeit zich al niet meer met deze Colombiaanse barrio

    De enige wet die in Altos de Cazucá, Colombia, geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. De delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Sinds corona is hun speelruimte enkel vergroot. Luz Mary, en andere burgers met haar, bieden de enige vorm van verzet die mogelijk is.

    Altos de Cazucá, Soacha – Halverwege maart, als Colombia in lockdown gaat om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, weet Luz Mary wat haar te doen staat. Het is niet de eerste keer dat ze thuis zit opgesloten. De snel pratende moeder van twee kinderen doet de deur op slot, vanaf dat moment speelt haar leven zich af in de kamers van haar huis.

    Toen Luz Mary zich in het verleden in huis opsloot, was dat vanwege een andere doodsdreiging. De gewapende mannen die de dienst uitmaken in haar wijk hadden er geen doekjes om gewonden: als ze niet tijdelijk uit beeld zou verdwijnen, zou ze weleens voorgoed kunnen verdwijnen.

    ‘Er zijn dagen en weken geweest dat ik het huis niet uit kon,’ vertelt ze. ‘Je leert scherp observeren – aan de manier waarop mensen zich gedragen zie je of er iets broeit in de wijk.’

    Delincuentes

    Luz Mary is actief binnen de gemeenschap – sommige Colombianen zouden haar een ‘maatschappelijk leider’ noemen. Haar werk richt zich op de kinderen in de verpauperde wijk. Ze leidt een programma, Semillas y Raíces (Zaden en wortels) om kinderen kennis te laten maken met muziek en toneel en ze ondertussen enige basiskennis bij te brengen op het gebied van gedragsregels en hygiëne.

    Semillas y Raíces doet meer dan de deelnemers instrueren. Het programma biedt ook een veilige haven. Het huis van Luz Mary kijkt uit over een steile helling zonder verharde wegen en uit de onverharde paadjes tussen de groepen huisjes steekt her en der een waterleiding. 

    Delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Volgens de bewoners hebben deze bandieten banden met nationale drugskartels. Luz Mary zegt dat ze haar als een kwelgeest zien omdat zij de jongeren opvangt die zij proberen te ronselen – jongens en meisjes van soms nog geen negen jaar oud, die de delincuentes gebruiken om op de uitkijk te staan of om kleine klusjes te doen, in ruil voor eten of spullen die de ouders van de kinderen zich niet kunnen veroorloven.

    Semillas y Raíces is ‘een manier om van de straat te blijven en weg te blijven van de drugs,’ zegt een tienermeisje in Luz Mary’s geïmproviseerde theater op het dak. ‘Als ik niet hier zou zijn, zou ik op straat rondhangen.’

    Luz Mary’s werk is onbezoldigd – het programma levert haar niets op en ze bekostigt het zelf, met geld dat ze bijeensprokkelt met losse baantjes, het inleveren van afgedankte, herbruikbare materialen, en zo nu en dan een bescheiden gift. Het werk is ook gevaarlijk. Ze is talloze keren met de dood bedreigd. Toen ze dat meldde bij de autoriteiten, haalden die slechts hun schouders op, zegt ze. Dus probeert ze goed en zo kwaad als het gaat voor haar eigen bescherming te zorgen. Kinderen van het programma waarschuwen Luz Mary als ze ergens in de buurt dreigende woorden opvangen, en Luz Mary heeft van haar spaargeld camera’s laten plaatsen bij haar huis. ’s Avonds laat ligt ze vaak naar de wazige zwart-witbeelden te kijken en durft niet te gaan slapen. Ze moet er niet aan denken de kinderen in haar programma aan hun lot over te laten, maar ze speelt elke dag met de gedachte Altos de Cazucá te verlaten.

    Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen

    Het bijzondere verhaal van Luz Mary doet de ronde door heel Colombia. Overal in het land zien we maatschappelijk leiders, zowel in stadswijken als in dorpen – ze leveren vaak diensten en komen op voor rechten waar de overheid het laat afweten. Activisten en organisatoren nemen zo’n belangrijke positie in binnen de maatschappij dat ze een plek hebben gekregen in het historische vredesakkoord tussen de overheid en de guerrillabeweging FARC (de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia), waarin is vastgelegd dat ze overheidsbescherming zullen krijgen. Ook is in het akkoord vastgelegd dat er ingrijpende hervormingen zullen worden doorgevoerd om ongelijkheid tegen te gaan en te voorkomen dat gemeenschappen ten prooi vallen aan geweld.

    Maar waar een zekere mate van bescherming is beloofd, zijn veel maatschappelijk leiders zoals Luz Mary sinds 2016 alleen maar geconfronteerd met nog meer dreiging. De afgelopen vier jaar heeft een golf van geweld meer dan 415 maatschappelijk leiders het leven gekost. De coronapandemie heeft die trend alleen nog maar versterkt. Door een landelijke lockdown van zes maanden zitten mensen als Luz Mary als weerloze slachtoffers thuis. Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen. De beleidsmakers, die toch al vaak de ogen sluiten voor de benarde situatie op plekken als Altos de Cazucá, worden nu goeddeels in beslag genomen door de crisis in de gezondheidszorg.

    Luz Mary is bij toeval uitgegroeid tot maatschappelijk leider nadat ze was verhuisd naar een sloppenwijk op een heuvel in Soacha, een stad ten zuiden van Bogotá, zonder te weten in wat voor ellende ze daar zou belanden. Inwoners zeggen dat ze wel begrijpen dat Soacha zo’n sterke aantrekkingskracht uitoefent op drugshandelaren, milities en guerrilla’s – je hoeft alleen maar naar de kaart te kijken. De snelweg die de stad in tweeën snijdt is de voornaamste verbinding tussen de hoofdstad en het zuiden van Colombia, met de grote havenstad Buenaventura. Wat nog een extra aantrekkingskracht uitoefent op criminelen, zijn de poreuze, meanderende grenzen tussen de verschillende wijken van Soacha en Bogotá zelf. De politie houdt de hoofdweg in de gaten, maar niemand controleert de stroom mensen en goederen die overal de ongemarkeerde gemeentegrens overgaat die door glooiende heuvels vol geïmproviseerde huisjes loopt.

    ‘Er is hier sprake van een juridisch en administratief vacuüm,’ zegt een jonge leider die aan de grens woont. ‘Deze buurt is van niemand.’

    Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht

    In 1990 beschouwde het oostelijke front van de FARC de corridor Soacha-Bogotá als een essentieel onderdeel van de strategie om de hoofdstad te omsingelen. De FARC stationeerde strijders op plekken als Altos de Cazucá. Vervolgens mengden paramilitaire groepen van de andere kant zich in de strijd. Deze rechtse milities, een buitengerechtelijke strijdmacht die is gelieerd aan de staat, deden rond 1997 hun intrede in Soacha, omdat zowel zij als de regering de guerrilla’s uit Bogotá wilden verdrijven en wilden voorkomen dat de FARC haar doel zou bereiken.

    Vanaf dat moment is Altos de Cazucá een broeinest van geweld. Tussen 2003 en 2006 zijn duizenden paramilitairen gedemobiliseerd, maar volgens de inwoners van veel buurten in Soacha zijn ze nooit echt vertrokken. De namen zijn veranderd maar de structuren zijn ongewijzigd, en dat geldt met name voor de hiërarchieën die zijn verbonden met de illegale economie. Vandaag de dag lopen er geen geüniformeerde mannen meer door de straat, zoals de paramilitairen ooit deden. Maar de delincuentes hoeven geen gevechtstenue te dragen om de bevolking angst in te boezemen. Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht.

    Net als in de tijd van de guerrilla’s en paramilitairen, zijn de wijken van Soacha nog altijd belangrijke corridors, met name voor drugs maar ook voor wapens en andere smokkelwaar, en voor illegale immigranten. Cocaïne, crack en marihuana gaan naar Bogotá, de rijkste binnenlandse afzetmarkt. Grondstoffen en andere producten die nodig zijn voor de bereiding van cocaïne, gaan Bogotá uit. De autoriteiten hebben cocapasta in beslag genomen, maar ook bewerkte cocaïne, wat erop duidt dat er in Soacha vermoedelijk drugslaboratoria zijn gevestigd die waarde – en winsten – toevoegen aan de aangevoerde smokkelwaar.

    De wetteloosheid die de hellingen van Soacha zo lucratief maakt voor de drugshandel maakt diezelfde hellingen betaalbaar voor de vele arbeiders die werken in Bogotá maar zich de hoge huren daar niet kunnen veroorloven. Plaatselijke overheden noemen Soacha ‘een vat vol slachtoffers’ omdat een groot deel van de bevolking naar Soacha is getrokken na van huis en haard te zijn verdreven in een binnenlandse strijd die al meer dan een halve eeuw woedt. De afgelopen jaren zijn er ook tienduizenden Venezolaanse immigranten naar het gebied getrokken. Officieel telt Soacha 645.000 inwoners, maar Crisis Group heeft van de inwoners zelf en van het stadsbestuur begrepen dat het bevolkingsaantal in werkelijkheid de miljoen is gepasseerd. De mensen leven – vaak dicht opeengepakt – in niet meer dan 200.000 onderkomens, waarvan vele worden bedreigd door aardverschuivingen of overstromingen.

    De sloppenwijken van Soacha staan lokaal bekend als invasiones omdat vele zijn gebouwd op privéterrein, of op land dat met geweld is ingenomen. Daarbij wordt telkens hetzelfde patroon gevolgd: tierreros, machtige makelaars met banden met de georganiseerde misdaad – delincuentes ofwel corrupte politici – leggen beslag op stukken land om er ondermaatse huizen te bouwen. Vervolgens verkopen de tierreros die aan straatarme mensen, die zelfs een lening krijgen aangeboden om de aankoop te kunnen bekostigen. Om de zoveel jaar verkopen de makelaars hetzelfde stuk land weer door en zetten de bewoners uit, die geen juridische hulp kunnen inschakelen.

    Lokaasmethode

    Luz Mary is maar al te bekend met deze lokaasmethode. Zij en haar man konden zich geen huis permitteren in Bogotá, maar een terriero wist hen ervan te overtuigen dat ze in Altos de Cazucá wel een eigen huis konden kopen. Omdat de verkopers zeiden dat de grond binnen een aantal jaar zou worden gelegaliseerd, sloten ze een lening van enkele duizenden dollars af om het huis te kunnen betalen. Ze hebben hun schuld nog lang niet afbetaald, maar inmiddels is duidelijk dat het stukje grond nooit hun bezit zal worden.

    Soacha kent een aantal overheidsvoorzieningen en de clandestiene handelaren proberen overal van te profiteren, van het openbaar vervoer tot aan de watervoorziening, waardoor de armlastige inwoners het alleen nog maar zwaarder krijgen. Veel winkeliers betalen een ‘vaccin’-belasting aan lokale groepen die beweren voor bescherming te zorgen. Die groepen maken zich schuldig aan afpersing en wie niet meewerkt, wordt daar meedogenloos voor gestraft. Door mensen te vermoorden die hun het hoofd bieden, geven ze een duidelijke boodschap af wie er de baas is.

    Toen Luz Mary nog klein was, ging ze met haar moeder mee naar Bogotá, op de vlucht voor paramilitair geweld in een klein plaatsje niet ver van Manizales, in het westen van het land. Daarvoor woonden ze in Suba, een arbeiderswijk in het noordwesten van Bogotá. Luz Mary vertelt: ‘We gingen naar de stad in de hoop op een beter leven, maar we werden geconfronteerd met nog grotere problemen.’ Haar jeugd is getekend door armoede, onveiligheid en misbruik.

    Tegen de tijd dat ze een jonge vrouw is, moet Luz Mary de grootste moeite doen om de eindjes aan elkaar te knopen in Suba. Als ze net zwanger is, verhuist ze met haar man naar Altos de Cazucá, in de hoop op een nieuw begin. Binnen enkele weken nadat ze hun intrek hebben genomen in het huisje van twee verdiepingen dat een tierrero hun heeft verkocht, wordt hun hoop getemperd. Ze komt tot de ontdekking dat er twee drugverkooppunten – ollas – in hun huizenblok zijn, eentje iets hoger op de heuvel en eentje vlak naast hun huis. De hogergelegen olla wordt gedreven door een paramilitaire groep; de lagergelegen olla wordt naar verluidt gerund door ‘guerrilla’s’. Haar buren zijn verslaafd aan crack. Luz Mary leert haar kinderen hun handen voor hun ogen te houden en hun oren dicht te stoppen, om ze af te schermen van de afschuwelijke beelden en geluiden in de buurt.

    Langzaam krijgt Luz Mary een beeld van wat er om haar heen gebeurt. Lokale bendes drijven de drugverkooppunten en persen plaatselijke winkeliers af. Maar het zijn niet zomaar boefjes die hun kans schoon zien. Zoals de buren uitleggen maken deze groepen deel uit van groter en doelgerichter geheel. De staatsombudsman van Colombia, die tot taak heeft de mensenrechtensituatie in beeld te brengen, noemt deze opzet tercerización. Het is een soort piramide-achtige bedrijfsstructuur waarin gewapende, kartelachtige groepen de macht over een bepaalde buurt uitbesteden aan plaatselijke milities. De grotere groepen betalen de voetsoldaten meestal uit in drugs, die de laatsten weer doorverkopen om in hun levensonderhoud te voorzien. De overkoepelende organisatie wast de handen in onschuld aangezien het de delincuentes zijn die geweld gebruiken om hun macht te behouden.

    Geleidelijk, maar gaandeweg steeds sneller, vallen Luz Mary en haar man ten prooi aan een depressie – ze zitten gevangen in een turbulente situatie door de schuld die ze zijn aangegaan nadat ze zonder het te weten een stuk gestolen land hebben gekocht.

    Muziek

    Op een wel heel troosteloze dag pakt de man van Luz Mary, gezeten op hun geel met bruine bank, zijn oude gitaar en begint te zingen. De muziek raakt hen, en op dat moment realiseren ze zich dat ze twee keuzes hebben. Ze kunnen blijven hangen in hun situatie of ze kunnen, om de woorden van Luz Mary te gebruiken ‘afrekenen met het idee dat ze slachtoffer zijn’ en iets dóén. Ze zijn allebei geschokt dat voor veel kinderen in de buurt geweld de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Het is onvoorstelbaar waar kinderen allemaal aan wennen,’ zegt Luz Mary.  Dat is het moment waarop ze besluit op zoek te gaan naar een manier om die kinderen te helpen.

    Luz Mary en haar man zien muziek als de beste manier om jonge mensen te bereiken. Maar eerst moeten ze de kinderen zo ver zien te krijgen dat ze zich aansluiten bij een gestructureerd programma. De delincuentes delen eten uit om de jongeren te paaien, dus besluiten zij hetzelfde te doen.

    Luz Mary herinnert zich de eerste kinderen die haar huis binnen kwamen stommelen en nieuwsgierig om zich heen keken, op zoek naar een reden om te blijven. In het begin komen er maar een paar kinderen, later zijn dat er tientallen. Luz Mary begrijpt dat ze zullen moeten beginnen bij de basis. ‘De kinderen die kwamen, stonken verschrikkelijk,’ zegt ze. ‘Ze wasten zich niet en ze hadden een grote mond, want de mentaliteit die ze meekrijgen is dat ze toch niets voorstellen.’ Als ze één ding kon bereiken, dacht ze, dan was dat om die jongeren een ander zelfbeeld te geven.

    Het programma dat ze samen met haar man opzet, Semillas y Raíces, bestaat uit muziekles, kleinschalige toneelvoorstellingen en kleine buurtprojecten, In de begintijd van Semillas y Raíces laat het staatswaterleidingbedrijf de inwoners weten dat ze gratis water krijgen als ze een eigen aquaduct bouwen. Luz Mary en de kinderen gaan aan de slag, storten beton en leggen een voor een de leidingen. 

    Bij het uitbreken van de pandemie komt de overheidssteun traag op gang en verdwijnen allerlei baantjes. Semillas y Raíces schraapt alles bij elkaar om ouderen en hulpbehoevenden in de buurt eten te kunnen geven. In september en oktober zijn de kinderen en andere inwoners weken in de weer om een steile lokale weg te plaveien zodat de regen niet de huizen binnen stroomt.

    ‘We roeien met de riemen die we hebben en we werken ons uit de naad,’ zegt Luz Mary. ‘We krijgen geen enkele hulp. We recyclen en we verkopen van alles en nog wat om aan geld te komen. We krijgen eten dat anders weggegooid zou worden.’

    Momenteel zijn er meer dan honderd kinderen die geregeld bij Luz Mary over de vloer komen en die zijn uitgegroeid tot een soort broertjes en zussen van haar eigen kinderen. De kinderen hoeven niets te betalen, al dragen sommige ouders bij wat ze maar kunnen missen. Sommige kinderen komen zonder dat hun ouders het weten, soms omdat hun vader of moeder lid is van de gewapende groepering. Om die kinderen te beschermen, maakt Luz Mary een afspraak met hen. Als ze elkaar op straat tegenkomen, doen ze of ze elkaar niet kennen.

    ANP 359045489 1 1 1
    © Joaquin SARMIENTO / AFP

    De bedreigingen beginnen zodra duidelijk wordt dat Semillas y Raíces effect sorteert. Het aquaductproject van Luz Mary valt slecht bij sommige bewoners die zelf de watertoevoer in de hand hadden willen houden om zo weer andere bewoners te kunnen afpersen. Later komt Luz Mary erachter dat een van de mannen die zich benadeeld voelt een huurmoordenaar in de arm heeft genomen – een man van eenentwintig die al tientallen moorden op zijn naam zou hebben staan. Ze is bang dat er nog altijd een prijs op haar hoofd staat.

    Dan volgen de berichtjes op haar telefoon. De eerste keer leest Luz Mary het berichtje niet eens – meestal is het reclame, of onzin. Als ze er toevallig wel een keer een blik op werpt, raakt ze in paniek door de mengeling van gedetailleerde dreigementen en beledigingen. Er wordt een ultimatum gesteld: ze krijgt twintig dagen om uit Soacha te vertrekken en anders komen ze haar vermoorden, staat er. Ze is van mening dat haar ‘vergrijp’ tweevoudig is. Om te beginnen heeft haar programma de vijver drooggelegd van jonge rekruten voor de bendes. Ten tweede heeft het programma met behulp van kleine giften genoeg geld bij elkaar weten te sprokkelen om T-shirts te laten drukken – wat leidt tot geruchten dat Semillas y Raíces geen armoedig clubje is, maar een rijke organisatie die geld probeert te verdienen.

    Doodsbang daalt Luz Mary de helling af in de hoop op hulp van de autoriteiten in het centrum van Soacha. Rondom het plein, daterend uit de koloniale tijd, staan overheidsgebouwen, waar merendeels overwerkte ambtenaren de rijen mensen te woord staan die zich dag in dag uit melden met hun problemen. Luz Mary vertelt dat ze naar de officier van justitie is gegaan om een aanklacht in te dienen. Ze zegt dat ze ook naar het politiebureau en de ombudsman is gegaan om melding te maken van de doodsbedreigingen. De dagen verstrijken en ze hoort niets. ‘Ik stond weer met beide benen op de grond,’ zegt ze. ‘Ik begreep dat niemand me te hulp zou komen.’

    De buren raden haar aan zich een tijdje gedeisd te houden. Als ze ophoudt met haar werk, zeggen ze, zullen de bedreigingen ook wel ophouden. Ze weet nog dat ze op het gemeentehuis hetzelfde advies kreeg, toen ze daar maanden later aan de bel trok. ‘Ik vertelde mijn verhaal, maar ze zeiden dat ik zelf verantwoordelijk was voor de situatie, gezien de plek waar we wonen.’

    Wanneer maatschappelijk leiders op een dergelijke manier worden bedreigd, moeten volgens de Colombiaanse wet de plaatselijke overheden als eerste reageren. Maar hoewel Soacha elk jaar tijdelijk andere huisvesting regelt voor een beperkt aantal mensen dat met vergelijkbare bedreigingen te maken krijgt, schiet de reactie van de overheid vaak te kort en dan kunnen de maatschappelijk leiders eigenlijk nergens meer terecht. Luz Mary hoopt in aanmerking te komen voor het beschermingsprogramma van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat grofweg zo’n vijfduizend maatschappelijk leiders in heel Colombia helpt met kogelvrije vesten of zelfs bodyguards.  Ze is maanden bezig om de vereiste papieren bij elkaar te krijgen en het ingewikkelde aanvraagformulier te doorgronden, dat ze uiteindelijk ingevuld en wel afgeeft op een politiebureau. Dit jaar alleen al hebben bijna zevenduizend leiders hulp gevraagd bij deze instantie – slechts zestien procent van de aanvragen is gehonoreerd.

    Inmiddels vertrouwt Luz Mary voor haar veiligheid niet langer op de overheid, maar op het netwerk dat ze met Semillas y Raíces heeft opgebouwd. Meer dan eens is ze door kinderen uit gezinnen die banden hebben met de gewapende bandieten gewaarschuwd dat hun ouders het over haar hadden. Dat is voor haar het teken om zich binnenshuis op te sluiten, met als enige gezelschap haar beveiligingscamera’s. Ze registreert alles wat zich op straat afspeelt, tot diep in de nacht, en als er echt iets gebeurt hoopt ze dat haar camera’s het allemaal hebben vastgelegd. 

    Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen

    Door de pandemie is alles anders. Zoals Luz Mary zegt: ‘Alle problemen die in onze gemeenschap spelen komen nu naar de oppervlakte – en ineens zijn het er drie keer zoveel.’

    Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona – en de lockdown om de verspreiding van het virus een halt toe te roepen – als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen. Omdat er maar weinig lokale autoriteiten zijn om de lockdown af te dwingen, hebben de delincuentes hun eigen beperkingen aan de bewegingsvrijheid ingesteld. In augustus meldt de ombudsman dat er bepaalde groepen in Soacha zijn die bepalen welke winkels wel of niet open mogen om bevoorraad te worden, waarmee ze duidelijk laten zien wie de macht in handen heeft in Altos de Cazucá. De enige wet die hier geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. Wie een bedreiging meldt of in het geweer komt tegen de intimidatie wordt bestempeld tot sapo, informant. Wie de gewapende groeperingen ook maar een strobreed in de weg legt, loopt gevaar. Alleen al het melden van een misdaad kan beteken dat je tot vijand wordt bestempeld. Luz Mary zegt dat er tijdens de lockdown twee mensen zijn vermoord, maar dat ‘niemand zijn mond open heeft gedaan’.

    De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger

    De scholen in Colombia zijn sinds maart gesloten vanwege de pandemie, wat de gewapende groeperingen nieuwe kansen biedt om de kinderen los te weken van hun gezin. De meeste kinderen in Soacha volgen geen virtuele lessen; in plaats daarvan krijgen ze opdrachten mee die een zekere mate van ouderlijke supervisie vereisen – en dat is voor veel gezinnen domweg te hoog gegrepen. In juni heeft de inspecteur-generaal melding gemaakt van een toenemend aantal kinderen dat wordt gerekruteerd in stedelijke gebieden zoals Soacha, waar jongeren zich aansluiten bij de plaatselijke bendes of zelfs bij gewapende groeperingen verspreid over het hele land. Maatschappelijk leiders die het ergste proberen te voorkomen moeten nog meer moeite doen dan voorheen om die kinderen een veilige omgeving te bieden.

    Onlangs heeft Luz Mary haar buurtgenoten bij elkaar geroepen voor een toneelles – in de nieuwe realiteit van corona. ‘De enige manier om op dit soort plekken les te geven is door een interactieve school op te zetten,’ zegt ze. Een man gekleed in een vuilniszak en met een geschminkt gezicht loopt met gespreide armen van de ene kant van de straat naar de andere. Hij doet alsof hij een vliegtuig is dat het virus van het ene land naar het andere brengt. Hij ‘infecteert’ iedereen die hij aanraakt.

    De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger. ‘Er gebeuren hier de meest vreselijke dingen,’ zegt ze. ‘Er komt geen einde aan de dreigementen. Soms heb ik het gevoel dat ik het niet langer aankan. Maar dan vraag ik me af: als ik het niet meer doe, wie moet het dan doen? (…) Er gebeuren veel afschuwelijke dingen in het leven. Mijn bijdrage aan deze wereld is dat ik deze kinderen iets leer.’ 

  • Deze Filipijnse journalist strijdt elke dag tegen haar angst

    Deze Filipijnse journalist strijdt elke dag tegen haar angst

    Een persoonlijke getuigenis van de Filipijnse journalist Inday Espina-Varona.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met online-intimidatie. In deze serie benadrukt CIVICUS, de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld, de gendergerelateerde aard van online-intimidatie door middel van verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices [een internationale gemeenschap van schrijvers, bloggers en digitale activisten].

    Sinds president Rodrigo Duterte in 2016 aan de macht kwam, bevindt het maatschappelijk middenveld op de Filipijnen zich in een vijandige omgeving. Moorden, arrestaties, bedreigingen en intimidatie van activisten en critici van de regering blijven vaak onbestraft. Volgens de Verenigde Naties wordt het belasteren van mensen met een afwijkende mening ‘in toenemende mate geïnstitutionaliseerd en genormaliseerd op manieren die zeer moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt’.

    Ook wordt in de Filipijnen hardhandig opgetreden tegen onafhankelijke media en journalisten. Het bedreigen en aanvallen van journalisten, evenals de inzet van trollenlegers en onlinebots, vooral tijdens de pandemie, hebben bijgedragen aan zelfcensuur – met een huiveringwekkend effect op het medialandschap en grote gevolgen voor het grote publiek.

    Red-tagging

    Een tactiek die de regering steeds vaker gebruikt, is om activisten en journalisten te bestempelen als ‘terroristen’ of als ‘communistisch front’, met name diegenen die kritiek hebben geuit op Dutertes dodelijke ‘oorlog tegen drugs’, die al aan duizenden mensen het leven heeft gekost. Dit proces, dat in de Filipijnen bekend staat als ‘red-tagging’, brengt voor activisten het risico met zich mee dat ze in handen vallen van de staat of van regeringsgezinde milities. Sommigen die een ‘red tag’ kregen, werden later vermoord. Anderen kregen in privéberichten of op sociale media doodsbedreigingen of werden bijvoorbeeld beschuldigd van seksueel misbruik.

    Vanwege de grootschalige straffeloosheid is er vrijwel geen sprake van aansprakelijkheid voor aanvallen tegen activisten en journalisten. Rechtbanken in de Filipijnen bieden geen gerechtigheid. Het maatschappelijk middenveld heeft opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek om de ernstige schendingen aan te pakken.

    ‘Zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie’

    Het verhaal van Inday Espina-Varona.

    ‘Het geluid van Tibetaans klokkenspel en stromend water ging over in het constante trillen van mijn telefoon in de nacht dat tientallen bezorgde vrienden een Facebookbericht aan me doorstuurden van mijn gezicht met daarboven een schreeuwende kop, die impliceerde dat ik informatie had doorgespeeld aan communistische guerrillastrijders.

    Oude heks, menopauzekreng, persoon “van verwarde seksualiteit” – zo word ik op sociale media genoemd. Trollen verzoeken routinematig om mijn arrestatie als communist. Maar de actie op 4 juni 2020 was anders. Een anonieme rechtse Facebookpagina beschuldigde mij van terrorisme, van het inbreken in en het doorspelen van gevoelige, vertrouwelijke militaire informatie aan rebellen.

    Die avond beperkte mijn avondeten zich tot twee happen. Mijn maag voelde als een zak stenen die op een kwaadaardige stroming in de rondte draaiden. Mijn verzameling zenmuziek, urenlang naar de sterren staren, grote hoeveelheden kalmerende olie – niets hielp om in slaap te komen.

    Eentje vroeg hoe het voelde om ‘de muze van terroristen’ te zijn

    De volgende dag meldden zich vreemden via Messenger. Eentje vroeg hoe het voelde om “de muze van terroristen” te zijn. Een ander zei: “Maghanda ka na bruha na terorista” (“Bereid je maar voor, jij terroristische heks”). Een derde zei in vulgaire taal dat ik het eerste schot in de vagina moest krijgen, een verwijzing naar wat president Rodrigo Duterte zijn soldaten ooit opdroeg om met vrouwelijke rebellen te doen.

    Ik ben 57 jaar oud, en een kankerpatiënt met een chronisch slechte rug. Ik sluip ’s nachts niet rond. Ik trek niet rond over het platteland. Ik schrijf niet eens over het leger. Maar wekenlang voelde ik me een doelwit op een schietbaan. Wekenlang gluurde ik in zijspiegels naar motorfietsen met twee passagiers – die vaak worden vermeld in berichten over moorden.

    Ook zag ik de grotere dreiging in. Deze aanval was niet gericht op ideeën of woorden. De aanklacht betrof een handeling waarop gevangenisstraf stond, of erger. Zoals ook sommige militaire functionarissen overkomt.

    Niet verrassend; de huidige regering houdt zich weinig bezig met feiten. Ze gebruikt “communistisch” als een verzamelnaam voor alles wat de Filipijnen bezighoudt. Anonieme groeperingen hebben bijna driehonderd andersdenkenden gedood, en deze aanvallen volgden meestal op red-taggingcampagnes. Ook werden sinds Duterte in 2016 aan de macht kwam negentien journalisten vermoord.

    Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem

    Journalisten, wetgevers, voorvechters van burgerlijke vrijheden en internetgebruikers noemden het bericht al een leugen. Tientallen meldden het bericht bij de beheerder. Waaronder ikzelf. We kregen allemaal een geautomatiseerd antwoord: het bericht was niet in strijd met de voorwaarden van Facebook.

    Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem, maar toch verzamelde ik bewijs alvorens contact op te nemen met de managers van Facebook. Mijn normale reactie op beledigende berichten op Facebook of Twitter is een lachende emoji en een block. Bedreigingen zijn een andere zaak.

    “Laten we eens kijken hoe dapper je bent als we je komen opzoeken in de straat waar je woont” wisten we te traceren tot een Filipijnse criminoloog die in een Japanse bar werkte. Hij verontschuldigde zich en verwijderde het bericht.

    Nadat ik Duterte factcheckte op zijn gewoonte om verkrachting af te schuiven op drugsgebruik, zei iemand dat mijn “verdedigingsverslaafdheid” moest worden bestraft met de verkrachting van mijn dochter.

    “Dat zou je moeten leren”, luidde de boodschap van een account zonder teken van leven. Een ander zei dat hij mij zou komen verkrachten. Beide accounts hadden dezelfde eigenschappen. Ze linkten naar vergelijkbare accounts. Facebook verwijderde deze, evenals de journalist-ontpopt-zich-tot-rebelse-spionpagina.

    Gevaren trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting uit te oefenen, is niet hetzelfde als een regering die deze rechten respecteert

    De publieke druk om producten van trollen op te ruimen heeft het aantal haatboodschappen doen afnemen. Maar er is nog altijd een toename in het aantal anonieme pagina’s die zijn gericht op red-tagging, waarvan politie- en militaire functionarissen en regeringsaccounts de berichten verspreiden.

    Sommige officieren werden zelfs ontmaskerd als het brein achter dergelijke pagina’s. Toen Facebook onlangs verschillende accounts verwijderde die aan de strijdkrachten werden gelinkt, waren regeringsfunctionarissen woedend en brulden ze valse beweringen over “een aanval op de vrijheid van meningsuiting”.

    Deze reactie illustreert hoe onofficiële en officiële platforms in ons land verbonden zijn en vaak overeenkomstig optreden. Wat begint als desinformatie op sociale media, kan vervolgens worden opgepikt door de overheid of dankzij een officiële uitspraak een extra boost krijgen op diezelfde sociale media.

    Gerechtigheid werkt traag

    We hebben officieel klachten ingediend tegen een aantal overheidsfunctionarissen, inclusief degenen die betrokken zijn bij de meest fanatieke antiopstandgroep op Facebook. Maar gerechtigheid werkt traag. Ondertussen doe ik ademhalingsoefeningen en probeer ik voorzorgsmaatregelen te nemen.

    Ambtenaren ontkennen elk onderdrukkend effect van deze continue aanvallen af, omdat Filipino’s in het algemeen, en journalisten in het bijzonder, zich blijven uitspreken. Maar gevaren moeten trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting te kunnen blijven uitoefenen, is iets anders dan een regering hebben die deze rechten respecteert.

    Twee jaar geleden vroeg journalist Patricia Evangelista van Rappler aan een kleine groep collega’s wat ons zou doen zwijgen. “Niets”, was de eenduidige reactie. En dus vecht ik elke dag tegen mijn angst. Ik moet wel, want zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie. En daar zal ik nooit aan toegeven.’

    Inday Espina-Varona

    Inday Espina-Varona is een bekroonde journalist uit de Filipijnen en redacteur voor ABS-CBN News en het katholieke persbureau LiCAS.news. Ze is voormalig voorzitter van de National Union of Journalists of the Philippines (NUJP) en de eerste journalist uit het land die de Reporters Without Borders (RSF)-prijs voor Onafhankelijkheid ontving.

  • Latijns-Amerika snakt naar échte democratie

    Latijns-Amerika snakt naar échte democratie

    In vrijwel alle Latijns-Amerikaanse landen verzet de bevolking zich tegen ongelijke verdeling van welvaart en macht. Een op het oog kleine maatregel kan een massa op de been brengen.

    DOSSIER DE STRAAT OP

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 171, december 2019.

    Latijns-Amerika is het zat. Zo zat dat het bloed van de demonstranten ervan door hun aderen kolkt en de straten in de steden ervan zinderen. Zat zijn ze het, omdat er al sinds het begin van deze eeuw institutioneel noch economisch iets aan de problemen is gedaan. Nul komma nul. Daarom gaan de mensen – met name in Uruguay, Bolivia, Chili, Ecuador en Haïti – weer de straat op om te laten zien hoe zat ze het nog steeds zijn, en om de discussie aan te zwengelen over de structurele problemen van de maatschappij, die door hun regeringen worden verdoezeld, uit de weg gegaan en gerelativeerd.

    In 2001 gingen in Argentinië miljoenen burgers de straat op om te protesteren tegen de economische en sociale crisis onder de leuze ‘Dat ze allemaal oprotten!’ In 2011 demonstreerden duizenden studenten in Chili voor meer toegang tot het hoger onderwijs. In 2013 kwam de Braziliaanse bevolking in opstand tegen de verhoging van de tarieven in het openbaar vervoer en de verspilling van miljoenen dollars aan de voorzieningen voor het wereldkampioenschap voetbal. Maar tot nog toe zijn de regeringsleiders erin geslaagd de diffuse macht van het protest te neutraliseren, door middel van beloften die uiteindelijk niet worden nagekomen of door hervormingen die niet meer dan pleisters op de wonden zijn, of anders door pure onderdrukking.

    De onvrede onder de bevolking uit zich op zichtbare wijze – demonstraties – en op onzichtbare wijze – in 2010 gaf 30 procent van de bevolking nog aan tevreden te zijn over de economie, terwijl dat cijfer in 2018 was gezakt naar 16 procent; over diezelfde periode zakte de tevredenheid over de democratie van 61 procent naar 48 procent. De paradox is: de landen die in 2018 het meest tevreden waren over hun economie, Chili en Ecuador (30 procent), zijn uitgerekend de landen waar de meeste demonstraties tegen de ongelijkheid werden gehouden – de grief was dat de economische ontwikkeling uitsluitend ten goede komt aan een klein deel van de bevolking.

    Woede

    In Haïti eisen demonstranten al maanden het aftreden van een president die geen bevredigende verklaring heeft kunnen geven voor de grote armoede in het land en die geen weerwoord heeft op de aantijgingen van corruptie. Honduras maakt een ernstige politieke crisis door, en ook daar eisen de demonstranten het aftreden van de president, die wordt verdacht van banden met de georganiseerde criminaliteit. Ecuador beleefde woelige dagen na een verhoging van de brandstofprijzen. De opstand, waarbij ten minste zeven doden vielen, brak uit nadat de regering een akkoord had gesloten met het Internationaal Monetair Fonds. In Bolivia is een politieke crisis uitgebroken omdat er werd getwijfeld aan de geldigheid van de verkiezingen.

    Al die conflicten komen voort uit de specifieke omstandigheden in de individuele landen, maar allemaal draaien ze om dezelfde onderliggende thema’s: ontevredenheid met en wantrouwen tegen de regering, concentratie van rijkdom bij een kleine minderheid, waardoor de structurele ongelijkheid en de sociale uitsluiting worden versterkt.

    Van begin deze eeuw tot 2015 is de regio er qua economische groei en kwaliteit van leven op vooruitgegaan. De indicatoren voor sociale inclusiviteit in de gezondheidszorg, het onderwijs en de infrastructuur zijn significant verbeterd, evenals de indicatoren voor werk en inkomen. Veel factoren hebben aan deze vooruitgang bijgedragen, en die verschillen van land tot land; maar fundamenteel hebben ze te maken met overheidsmaatregelen om de ongelijkheid terug te dringen en met een periode van economische groei die het gevolg was van een stijging van de grondstofprijzen op de internationale markt.

    De landen in Latijns-Amerika zijn weliswaar verschillend, maar wat ze gemeen hebben is dat in de afgelopen jaren de armoede in de hele regio is toegenomen. In een rapport van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika van de Verenigde Naties (CEPAL) uit 2019, getiteld Economische perspectieven van Latijns-Amerika, staat dat de armoede tussen 2015 en 2018 in de hele regio met 1,7 procentpunt is gestegen en de extreme armoede met 2,5 procentpunt. Dat wil zeggen dat drie op de tien personen in de regio onder de armoedegrens leven en een op de tien in extreme armoede.

    Na dagen van protesten en een golf van geweld in Chili heeft president Sebastián Piñera de maatregel ingetrokken die de aanleiding vormde voor het conflict: de prijsverhoging van een metrokaartje met 30 peso (ongeveer 4 eurocent). Hij dacht misschien dat daarmee de protesten zouden ophouden, zoals enkele weken eerder in Ecuador was gebeurd, toen president Lenín Moreno het decreet had ingetrokken waarmee de subsidie op fossiele brandstoffen werd afgeschaft. Maar dat gebeurde niet. Integendeel: de protesten namen toe. Op straat hadden de mensen een simpele leuze voor de politieke klasse die er blijkbaar niets van begreep: ‘Het zijn geen 30 peso, het zijn 30 jaar’.

    Die simpele leuze drukt uit hoezeer de bevolking de ongelijkheid zat is. Latijns-Amerika is de meest ongelijke regio ter wereld, niet alleen in termen van inkomen, maar ook in termen van toegang tot het recht. Het economisch herstel (met een terugval in 2015) bracht wel een verbetering van het armoedepercentage, maar zorgde niet voor structurele veranderingen. De mensen die de armoede zijn ontstegen vormen een kwetsbare opkomende middenklasse wier positie onzeker is en die, omdat ze niet kunnen sparen of zelfs tot over hun oren in de schulden zitten, constant het gevaar lopen opnieuw in armoede te vervallen.

    Volgens het eerder geciteerde rapport van de CEPAL uit 2019 bevindt 40 procent van de bevolking in de hele regio zich in deze situatie, met slecht betaald, laaggeschoold werk en weinig of helemaal geen sociaal vangnet. De vooruitgang stagneert, omdat alles structureel bij het oude blijft.

    Voor de ongelijkheid zijn weliswaar meerdere oorzaken aan te wijzen, maar de wortels ervan reiken diep in het productiesysteem van de hele regio. De productie in Latijns-Amerika kent weinig diversificatie en is zeer ongelijksoortig, met een concentratie van 50 procent van het laaggeschoold werk in de kwetsbare sectoren die onder de macro-economische groeicijfers blijven. Bovendien steunt de economie historisch op de winning van grondstoffen. Die afhankelijkheid heeft op alle fronten negatieve gevolgen: de concurrentiekracht ten opzichte van andere regio’s in de wereld is uitzonderlijk laag en er is geen enkel perspectief op duurzaamheid. Bovendien brengt de winning van grond-stoffen zowel de natuur als de samenleving onherstelbare schade toe.

    Maar het zijn niet alleen materiële factoren die de ongelijkheid veroorzaken. Het koloniale verleden heeft de regio met een culturele erfenis van privileges opgezadeld die een tweede natuur is geworden. In de collectieve verbeelding heeft zich het idee vastgezet dat sommige mensen rechten hebben en andere niet. Zo heeft een inheems meisje op het platteland veel meer kans op een leven in armoede, zonder toegang tot schoon drinkwater of goed onderwijs, dan een jongetje uit de grote stad. En het zijn niet alleen sociaal-economische factoren die de rechten van het individu bepalen, maar ook parameters als het geslacht, de etniciteit en de geografie. Gelijkheid in de zin van volledige aanspraak op alle mensenrechten, ongeacht de omstandigheden, is voor Latijns-Amerika een stip op een zeer verre horizon.

    Maar de cultuur van privileges betekent niet dat de ongelijkheid zomaar passief wordt geaccepteerd. Integendeel: dat is de soep waarin de sociale opstand gaar kookt. Ongelijkheid is om te beginnen al een hinderpaal voor sociale integratie. De scherpe scheiding tussen de maatschappelijke klassen komt op velerlei niveaus tot uiting: van de segregatie in de stad in het onderwijs en de huisvesting tot aan de levensverwachting toe.

    Naarmate de economie groeit, worden grote delen van de samenleving in de marge gedrukt, en dat roept spanningen op, vooral als de mensen zien dat de privileges berusten op overgeërfde posities, of op vriendjespolitiek of regelrechte corruptie. Dat ondergraaft de legitimiteit van de instituties en genereert onbehagen en maatschappelijke instabiliteit die uiteindelijk leiden tot massale protesten.

    Uitsluiting

    Als we kwesties onder de loep nemen, zoals de gezondheidszorg, de voedselvoorziening, de toegang tot schoon drinkwater, huisvesting en vast werk, zien we duidelijk de realiteit van het dagelijks leven achter de macro-economische variabelen. Zo is de toegang tot schoon drinkwater, een voorziening die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 2010 werd erkend als een van de rechten van de mens, lang niet altijd gegarandeerd.

    40% van de Latijns-Amerikanen loopt het risico om in armoede te vervallen door onzeker werk en gebrek aan een sociaal vangnet.

    In 2015 beschikte 65 procent van de Latijns-Amerikanen over een betrouwbare watervoorziening en was slechts 22 procent aangesloten op riolering. Vooral de plattelandsbevolking heeft van dit gebrek te lijden. Aan de andere kant leeft een kwart van de bevolking in de stedelijke gebieden in armoedige omstandigheden. En ten slotte zijn er, volgens een rapport van de Inter-nationale Arbeidsorganisatie, in de regio 140 miljoen mensen zonder vast werk. Dat is de helft van de werkzame bevolking.

    De statistieken over de hele regio laten de omvang van de uitsluiting zien, en de nationale en lokale cijfers brengen de ongelijkheid aan het licht. Beide tonen de realiteit van een regio die, ondanks alle vooruitgang, nog steeds moeite heeft de structuren te ontmantelen die verhinderen dat de hele bevolking in staat wordt gesteld haar volledige sociale, politieke, economische en culturele rechten uit te oefenen.

    Privéonderwijs

    In 2011 gingen in heel Chili studenten de straat op om te demonstreren voor openbaar en inclusief onderwijs. Die protesten brachten aan het licht hoe exclusief het hoger onderwijs is, hoe het alleen toegankelijk is voor een klein segment van de bevolking dat het kan betalen, terwijl de rest zich diep in de schulden moet steken om te kunnen studeren. Maar tegelijk barstte daarmee de discussie los over de maatschappelijke ongelijkheid en de toegang tot basisvoorzieningen als zorg en onderwijs. Binnen het huidige model, dat is gebaseerd op accumulatie van macht, rijkdom en prestige, leidt een systeem van privéonderwijs onherroepelijk tot een consolidatie van de ongelijkheid, die bovendien nog wordt gerechtvaardigd door een cultuur van privileges.

    In alle landen van Latijns-Amerika vind je privéscholen en privé-universiteiten, en wat openbaar onderwijs wordt genoemd is in feite staats-onderwijs. Veel onderwijsinstellingen van de staat hebben een hoog niveau en genieten veel aanzien, maar voor vele geldt dat ook niet, en de kwaliteitskloof in het onderwijs, tussen en binnen landen, is nog steeds erg groot. Daarom spreken we van staatsonderwijs in plaats van openbaar onderwijs, want een openbare voorziening dient voor iedereen dezelfde kwaliteit te hebben en op dezelfde wijze bij te dragen aan de waardigheid van de burger.

    De helft van de werkzame bevolking in Latijns-Amerika zit zonder vast werk

    Bernardo Toro, een Colombiaanse filosoof en lid van de Fundación Avina, een ngo die zich inzet voor duurzame ontwikkeling in Latijns-Amerika, zegt dat ‘wanneer het onderwijs van verschillende kwaliteit is, het niet leidt tot de ontplooiing maar tot de afbrokkeling van de maatschappij’.

    In Latijns-Amerika zal een proces van integratie pas mogelijk zijn als er wordt afgerekend met een situatie waarin sommigen beter onderwijs krijgen dan anderen. Dat impliceert dat de bijl aan de wortel van het systeem moet worden gezet om gelijke kansen voor iedereen te creëren, en dat betekent ingrijpen in alle sectoren van de samenleving: gezondheidszorg, vervoer, veiligheid en openbare ruimte. Om de ongelijkheid te verminderen moeten er meer openbare voorzieningen komen en dat vereist een transitie naar een nieuw model dat, in tegenstelling tot het huidige, zorg voorop stelt en alle lagen van de bevolking en alle nationale staten achter hetzelfde doel verenigt: het creëren van voorwaarden om iedereen een waardig leven te gunnen.

    Bezet de politiek

    De instelling van nieuwe democratische instituties en de versterking en uitbouw van hun sociale en politieke bevoegdheden zullen ervoor zorgen dat de machtsverhoudingen verschuiven en er meer ruimte komt voor participatie in alle geledingen van de democratie. Een voorbeeld is de consolidatie van politieke actiegroepen zoals Ocupar la Política [Bezet de Politiek] in Brazilië, Mexico en Colombia, die niet alleen politiek en beleidsmatig aan de knoppen willen draaien, maar ook bereid zijn actie te ondernemen voor de invulling en implementatie van hervormingen in het democratisch bestel. Die nieuwe actiegroepen bieden een platform voor andere stemmen en andere segmenten van de bevolking die traditioneel werden buitengesloten van de macht.  

  • Hoe Facebook zich ondanks plechtige beloften nog altijd leent voor politici die het publiek willen misleiden

    Hoe Facebook zich ondanks plechtige beloften nog altijd leent voor politici die het publiek willen misleiden

    Na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 beloofde Facebook plechtig om misbruik voor politieke doeleinden aan te pakken. Desondanks zijn politici nog steeds in staat om via Facebook het publiek te misleiden of tegenstanders lastig te vallen, ook als het bedrijf ervan weet.

    Julia Carrie Wong, correspondent van The Guardian in San Francisco, beschrijft hoe The Guardian inzage kreeg in uitgebreide interne documentatie die laat zien hoe Facebook is omgegaan met politiek manipulatief gedrag in meer dan dertig gevallen in vijfentwintig landen. Dergelijk ‘niet-authentiek’ gedrag, zoals Facebook het zelf noemt en dat volgens de regels van het bedrijf ontoelaatbaar is, werd ontdekt én gemeld door personeel van Facebook, maar het bedrijf liet het na er iets mee te doen.

    Uit het onderzoek door The Guardian blijkt dat Facebook misbruik van zijn platform toeliet in arme, kleine, niet-westerse landen, omdat het bedrijf prioriteit geeft aan misstanden die aandacht van de media trekken in rijke landen. Meer specifiek: Facebook handelde snel als het ging om politieke manipulatie in landen als de VS, Taiwan, Zuid-Korea en Polen, maar kwam langzaam of helemaal niet in actie als het gevallen betrof in Afghanistan, Irak, Mongolië, Mexico en een groot deel van Latijns-Amerika.

    Fiasco

    Na het historische fiasco van de Amerikaanse verkiezingen van 2016, toen Russische agenten niet-authentieke Facebook-accounts gebruikten om Amerikaanse kiezers te misleiden en tegen elkaar op te zetten, deed Facebook een plechtige belofte om door de staat gesteunde politieke manipulatie via het platform te bestrijden. Maar sindsdien heeft het bedrijf herhaaldelijk nagelaten om tijdig actie te ondernemen op momenten dat het werd geconfronteerd met bewijs van ongebreidelde manipulatie en misbruik door politieke leiders van over de hele wereld.

    ‘Er wordt veel schade aangericht via Facebook, waarop het bedrijf niet reageert omdat deze schade niet wordt beschouwd als een pr-risico’, aldus Sophie Zhang, voormalig datawetenschapper bij het bedrijf. Zhang werkte bij de zogenoemde ‘integriteitsafdeling’ van Facebook, die ongebruikelijk gedrag moet bestrijden. ‘De schade die wordt aangericht door manipulatie raakt niet Facebook, maar de rest van de wereld’, meent Zhang.

    Facebook ontsloeg Zhang in september 2020 wegens ‘ondermaatse prestaties’. Op haar laatste dag publiceerde ze een afscheidsmemo van bijna zevenduizend woorden waarin ze beschreef hoe ze ‘meerdere flagrante pogingen van buitenlandse nationale regeringen had ontdekt om het platform op grote schaal te misbruiken ter misleiding van hun burgers’. Ze beschuldigt Facebook ervan die misstanden niet te hebben aangepakt. ‘Ik weet inmiddels dat ik bloed aan mijn handen heb’, schreef Zhang. Delen van haar memo werden vorig jaar september als eerste gepubliceerd door BuzzFeed News

    Ontoelaatbare activiteiten

    Zhang treedt nu opnieuw naar voren in de hoop dat haar onthullingen Facebook zullen dwingen rekenschap af te leggen over de invloed die het bedrijf uitoefent op de wereld. ‘We hebben gezien dat verschillende presidenten ontoelaatbare activiteiten kennelijk zo waardevol vinden voor hun autocratische ambities, dat ze niet eens de moeite nemen om ze te verhullen’, zei Zhang tegen The Guardian.

    ‘Er is voor Facebook geen sterke prikkel om dit aan te pakken, behalve de angst dat iemand een boekje opendoet en veel ophef veroorzaakt. En dat is precies wat ik nu doen. Want de hele kwestie “niet-authentieke activiteit” speelt niet echt bij het bedrijf, en je kunt iets alleen maar verbeteren als je erkent dat het bestaat.’ 

    ‘Ik heb geprobeerd dit probleem binnen Facebook op te lossen (…) Ik sprak tot in detail met mijn manager, de manager van mijn manager, verschillende teams en iedereen tot aan een vicepresident van het bedrijf toe. Ik heb herhaaldelijk geprobeerd om mensen dingen recht te laten zetten (…) Ik bood aan om gratis aan te blijven nadat ze me hadden ontslagen, maar ze zeiden nee. Ik hoopte met mijn vertrekmemo mensen te kunnen overtuigen om dingen te veranderen, maar dat is niet gelukt.’

    Liz Bourgeois, woordvoerder van Facebook, zegt in een reactie: ‘We zijn het fundamenteel niet eens met de karakterisering van mevrouw Zhang aangaande onze prioriteiten en inspanningen om misbruik op ons platform uit te bannen. We gaan agressief achter misbruik over de hele wereld en hebben gespecialiseerde teams die dit werk voor ons verrichten. Als gevolg hiervan hebben we meer dan honderd netwerken met gecoördineerd niet-authentiek gedrag verwijderd.’ 

    ‘Ongeveer de helft van die netwerken’, vervolgt de zegsvrouw, ‘betrof binnenlandse netwerken die actief waren over de hele wereld, in onder meer Latijns-Amerika, het Midden-Oosten, Noord-Afrika, en in de Aziatisch-Pacifische regio. Het is onze prioriteit om “gecoördineerd niet-authentiek” gedrag te bestrijden. We pakken ook de problemen rond spam en nepinteracties aan. We onderzoeken elk probleem voordat we actie ondernemen of er openbare uitspraken over doen.’  

    Het succesvol bespelen van het algoritme kan het verschil betekenen tussen een miljoenenpubliek of onzichtbaarheid

    Met 2,8 miljard gebruikers speelt Facebook een dominante rol in het politieke discours van bijna elk land ter wereld. Maar de algoritmes en functies van het platform kunnen worden gemanipuleerd om het politieke debat te sturen of te verstoren. Dit kan bijvoorbeeld met nepinteracties zoals likes, opmerkingen, deelacties en reacties die worden geplaatst door ‘niet-authentieke’ of gecompromitteerde Facebook-accounts. 

    Daarmee kan de publieke perceptie van de populariteit van een politieke leider worden gestuurd. Daarnaast kunnen nepinteracties van invloed zijn op het o zo belangrijke algoritme dat de berichtenstroom van Facebook, de newsfeed, bepaalt. Het succesvol bespelen van dat algoritme kan het verschil betekenen tussen een miljoenenpubliek of onzichtbaarheid.

    Zhang werd in januari 2018 door Facebook ingehuurd en toegevoegd aan een team dat zich bezighoudt met het uitroeien van nepinteracties. Ze ontdekte dat de overgrote meerderheid van nepactiviteit zich voordeed in berichten van individuen, bedrijven of merken, maar ook in wat Facebook ‘maatschappelijke’, dat wil zeggen: politieke, accounts noemt.

    Honduras

    Het meest schaamteloze voorbeeld is dat van Juan Orlando Hernández, de president van Honduras. In augustus 2018 betroffen maar liefst 90 procent van alle nepinteracties de president van het Midden-Amerikaanse land. Zhang ontdekte in die maand bewijs dat personeel van Hernández rechtstreeks betrokken was bij een campagne om de status van zijn Facebookaccount op te krikken met honderdduizenden neplikes.

    Een van de beheerders van de officiële Facebook-pagina van Hernández beheerde ook honderden andere pagina’s die leken op gewone gebruikersprofielen. De stafmedewerker gebruikte deze namaakpagina’s om berichten van Hernández te voorzien van likes, als een digitaal equivalent van het optrommelen van een ingehuurde menigte voor een toespraak.

    Deze methode om nepbetrokkenheid te verwerven, die Zhang ‘Pages-misbruik’ noemt, is mogelijk door een maas in het beleid van Facebook. Het bedrijf vereist dat gebruikersaccounts authentiek zijn en verbiedt gebruikers meer dan één account te hebben, maar dat geldt niet voor Facebook Pages, de profielen voor bedrijven, organisaties of publieke figuren. Met Facebook Pages kunnen veel handelingen worden verricht die ook met gewone accounts mogelijk zijn, zoals liken, delen en reageren.

    Deze mogelijkheid bleef open door een gebrek aan handhaving, en het lijkt erop dat de optie momenteel wordt gebruikt door de regerende partij van Azerbeidzjan om miljoenen intimiderende opmerkingen te verspreiden op de Facebook-pagina’s van onafhankelijke nieuwskanalen en Azerbeidzjaanse oppositiepolitici.

    Niet-authentiek gedrag

    Dergelijk misbruik van Facebook Pages lijkt op wat het Russische Internet Research Agency deed tijdens de Amerikaanse verkiezingen van 2016, toen het Facebook-accounts aanmaakte die zogenaamd van Amerikaanse burgers waren. Deze accounts werden gebruikt om individuen te manipuleren en politieke debatten te beïnvloeden. Facebook noemt dit ‘gecoördineerd niet-authentiek gedrag‘ (‘coordinated inauthentic behavior’ – CIB) en heeft een eliteteam van onderzoekers, zogenaamde ‘dreigingsontregelaars’, belast met de opdracht om dergelijk gedrag op te sporen en te verwijderen. In maandelijkse rapporten bericht Facebook nu over CIB-campagnes die worden ontdekt, en volgens het bedrijf worden nepaccounts en namaak-Pages verwijderd.

    Maar de ‘dreigingsontregelaars’ en tal van Facebook-managers en leidinggevenden deden aanvankelijk geen onderzoek naar misbruik in Honduras en Azerbeidzjan, ondanks bewijzen dat het misbruik in beide gevallen verband hield met de nationale regering. ‘Ik denk niet dat Honduras hier erg speelt voor de mensen’, zei een manager tegen Zhang.

    Onder de bedrijfsleiders die Zhang over haar bevindingen informeerde, bevonden zich Guy Rosen, vicepresident van de integriteitsafdeling; Katie Harbath, de voormalige directeur openbaar beleid voor verkiezingen wereldwijd; Samidh Chakrabarti, het toenmalige hoofd van de afdeling burgerlijke integriteit en David Agranovich, de leider van het wereldwijde team van ‘dreigingsontregelaars’.

    Beide gevallen waren bijzonder zorgwekkend vanwege de aard van de betrokken politieke leiders. Hernández werd in 2017 herkozen in een verkiezingsstrijd die wijd en zijd als frauduleus werd aangemerkt. Zijn regering wordt gekenmerkt door beschuldigingen van ongebreidelde corruptie en schendingen van de mensenrechten. Azerbeidzjan is een autoritair land zonder persvrijheid of vrije verkiezingen.

    Op vragen aan de persvoorlichter, advocaat en minister van Transparantie van Hernández werd niet gereageerd. De YAP, de regerende partij van Azerbeidzjan, ontkende na publicatie van dit artikel op 6 maart via zijn Pages intimiderende opmerkingen te hebben gepost op de Facebook-pagina van nieuwskanaal Azad Soz.

    ‘We moeten van bovenaf beginnen (toplanden, gebieden met topprioriteit, invloedrijke zaken, enz.) en vandaar naar beneden werken’

    Facebook had er bijna een jaar voor nodig om het Honduras-netwerk uit te schakelen en veertien maanden om de Azerbeidzjaanse campagne te verwijderen. In beide gevallen heeft Facebook vervolgens het misbruik doodleuk laten terugkeren. Facebook zegt dat het handmatige en geautomatiseerde detectiemethoden gebruikt om eerdere gevallen van CIB-handhaving in de gaten te houden en dat het ‘continu’ accounts en pagina‘s verwijdert die zijn verbonden aan eerder verwijderde netwerken. De langdurige vertragingen zouden grotendeels het gevolg zijn van het prioriteitssysteem van Facebook om het politieke discours en verkiezingen te beschermen.

    ‘We hebben letterlijk honderden of duizenden soorten van misbruik (dat betekent in ieder geval werkzekerheid op onze integriteitsafdeling, hè!?),’ liet Rosen aan Zhang weten in een chat van april 2019, nadat ze had geklaagd over het gebrek aan actie tegen Honduras. ‘Daarom moeten we van bovenaf beginnen (toplanden, gebieden met topprioriteit, invloedrijke zaken, enz.) en vandaar naar beneden werken.’

    Zhang vertelde Rosen in december 2019 dat haar was meegedeeld dat de afdeling ‘dreigingsontregeling’ alleen prioriteit zou geven aan het onderzoeken van verdachte CIB-netwerken in ‘de VS / West-Europa en buitenlandse tegenstanders zoals Rusland / Iran / enz.’ Rosen onderschreef dat: ‘Ik denk dat dat de juiste priorisering is.’

    Zhang voegde tientallen uitbreidingen toe het taakbeheersysteem van Facebook om het dreigingsinformatieteam te waarschuwen voor netwerken van nepaccounts of Pages die het politieke discours verstoorden in onder meer Albanië, Mexico, Argentinië, Italië, de Filippijnen, Afghanistan, Zuid-Korea, Bolivia, Ecuador, Irak, Tunesië, Turkije, Taiwan, Paraguay, El Salvador, India, de Dominicaanse Republiek, Indonesië, Oekraïne, Polen en Mongolië.

    Die netwerken voldeden vaak niet aan de prioriteitencriteria van Facebook wat betreft CIB-verwijderingen. Anders gezegd: Facebook liet ze begaan. En dat terwijl hun activiteiten niet in overeenstemming waren met het beleid van het bedrijf. Ze hadden moeten worden verwijderd.

    In sommige gevallen die Zhang ontdekte, waaronder die in Zuid-Korea, Taiwan, Oekraïne, Italië en Polen, ondernam Facebook snel actie, resulterend in onderzoeken door het dreigingsinformatieteam en, in de meeste gevallen, leidend tot het verwijderen van niet-authentieke accounts.

    Donald Trump

    In andere gevallen stelde Facebook het ondernemen van actie maandenlang uit. Toen Zhang in oktober 2019 een netwerk van nepaccounts ontdekte die nepinteractie creëerden voor politici in de Filippijnen, liet Facebook die langzaam uitdoven. Maar toen een klein onderdeel van datzelfde netwerk in februari 2020 een onbeduidende hoeveelheid nepbetrokkenheid begon te creëren op de Page van Donald Trump, ging het bedrijf snel over tot actie om deze te verwijderen. In een aantal andere gevallen ondernam Facebook helemaal geen actie.

    Een onderzoeker van het team van dreigingsontregelaars vond bewijs dat een Albanees netwerk, dat massaal niet-authentieke commentaren produceerde, in verband kon worden gebracht met personen in de regering, maar liet de zaak vervolgens gaan.

    Een Boliviaans netwerk van nepaccounts ter ondersteuning van een presidentskandidaat in de aanloop naar de betwiste algemene verkiezingen van oktober 2019, werd volledig genegeerd. Honderden niet-authentieke accounts die deze presidentskandidaat ondersteunden bleven actief na de laatste werkdag van Zhang in september 2020. Netwerken in Tunesië en Mongolië werden evenmin onderzocht, ondanks dat er verkiezingen waren in Tunesië en Mongolië in een constitutionele crisis verkeerde.

    “We hebben deze persoon betrapt op het beroven van een bank. Dat mag echt niet, hoor”

    Te midden van massale protesten en een politieke crisis in Irak in 2019, vroeg de Irak-specialist van Facebook om prioriteit te geven aan twee netwerken die Zhang vond. Een onderzoeker was het ermee eens dat de accounts moesten worden verwijderd, maar niemand voerde ooit een handhavingsactie uit, en op haar laatste werkdag ontdekte Zhang dat ongeveer zeventienhonderd nepaccounts die een politieke figuur in het land te steunen nog altijd actief waren.

    Uiteindelijk is Facebook zeer terughoudend als het erom gaat machtige politici te straffen. En als het bedrijf wel handelt zijn de gevolgen vaak te mild, zo stelt Zhang. ‘Stel, je hebt met succes een bank beroofd. Je straf is dat je gereedschap voor bankovervallen in beslag wordt genomen en er komt een openbare mededeling in de krant waarin staat: “We hebben deze persoon betrapt op het beroven van een bank. Dat mag echt niet, hoor.” Dat is in wezen wat er bij Facebook gebeurt. Het gevolg daarvan is, dat meerdere regeringsleiders hebben besloten dat dit een acceptabel risico is. In deze analogie is het geld al uitgegeven. Het kan niet meer worden opgeëist.’

    Op haar laatste werkdag bekeek ze de lijst met openstaande taken die ze had ingediend over nog actieve netwerken van niet-authentieke accounts en liet ze notities achter voor mensen waarvan ze hoopte dat die haar werk na haar vertrek zouden oppakken. Er waren nog steeds tweehonderd verdachte accounts die een politicus in Bolivia steunden, legde ze vast; honderd in Ecuador, vijfhonderd in Brazilië, zevenhonderd in Oekraïne, zeventienhonderd in Irak, vierduizend in India en meer dan tienduizend in Mexico.

  • Bedreiging persvrijheid in Tunesië | Idriss Déby krijgt een zesde termijn

    Bedreiging persvrijheid in Tunesië | Idriss Déby krijgt een zesde termijn

    Tsjadische president Idriss Déby Itno wordt herkozen voor een zesde termijn

    De Tsjadische Idriss Déby Itno werd bij de presidentsverkiezingen van 11 april herkozen voor een zesde termijn met 79,32 procent van de uitgebrachte stemmen, volgens de voorlopige officiële resultaten die maandag door het nationale verkiezingsorgaan Alwihdainfo.com bekend werden gemaakt. De voormalige en laatste premier van Déby, Albert Pahimi Padacké, werd tweede met 10,32 procent van de uitgebrachte stemmen. De opkomst bij deze verkiezing was 64,81 procent, zoals eveneens is te lezen op de site.

    Eerdere verkiezingen werden door oppositiepartijen bestempeld als een farce. Ook dit keer kwam zijn herverkiezing niet als een verrassing, aangezien zijn rivalen bij de verkiezingen niet veel politiek gewicht in de schaal konden brengen, schrijft o.a. het Zuid-Afrikaanse Mail&Guardian. Het Afrikaanse land wordt al sinds Déby in 1990 met een staatsgreep aan de macht kwam met ijzeren vuist geleid.


    In Tunesië zijn journalisten in oorlog met hun nieuwe CEO

    De benoeming van Kamel Ben Younes tot hoofd van het officiële Tunesische persbureau, Tunis Afrique Presse (TAP), heeft een ernstige crisis veroorzaakt. Afgelopen dinsdag schakelde de nieuwe baas zelfs de politie in om zijn kantoor te bereiken, waar journalisten de ingang blokkeerden, meldt de site van Business News

    Dit is ongehoord in de geschiedenis van het persbureau. De journalisten demonstreerden tegen zijn recente benoeming door de regering. Een aantal van hen werd door de politie met geweld aangepakt.

    De kersverse CEO van TAP, die zich al lange tijd dicht bij de macht bevindt van voormalig president Zine El-Abidine Ben Ali, wordt er door zijn werknemers van beschuldigd in dienst te zijn van de islamistische beweging Ennahda.

    Volgens de Tunesische site Kapitalis maakt Kamel Ben Younes deel uit van de RCD, de partij van ex-dictator Ben Ali; ‘De crème de la crème van wetteloze benalisten, opportunisten die klaarstaan ​​om hun vaders en moeders op de politieke markt te verkopen.’

    Bedreiging voor de persvrijheid

    ‘Waarom is het zo erg dat Kamel Ben Younes aan het hoofd van TAP wordt geplaatst?’ vraagt ​​de site Webdo.tn zich af. Mounir Souissi, journalist en lid het persbureau, legt het uit: ‘De TAP is de locomotief van de publieke media. Hichem Mechichi (het hoofd van de regering) weet dit en wil hier op deze manier invloed kunnen uitoefenen.’

    De krachtige interventie van de politie bij het gebouw van TAP lokte sterke reacties uit binnen de beroepsgroep, in het bijzonder bij de Internationale Federatie van Journalisten, die van mening is dat wat er is gebeurd niet alleen ‘een bedreiging is voor de gevestigde journalisten, maar [ook] voor de persvrijheid in Tunesië’.

    Kamel Ben Younes vertrok uiteindelijk zonder zijn kantoor te hebben bereikt. De journalisten blijven om de beurten sit-ins houden om de regering te dwingen haar besluit te herzien.


    In Ghana worden homoseksuelen achtervolgd als nooit tevoren

    Afgelopen zondag kwam in Ghana een ​​interreligieuze groep christelijke hoogwaardigheidsbekleders – priesters, pastors, dominees, bisschoppen – bijeen tijdens een nationale gebedsbijeenkomst in Accra. Het centrale thema en de titel van hun gebeden luidde: ‘Homoseksualiteit: een verfoeilijke zonde voor God.’

    Het evenement werd georganiseerd met de steun van Ghanese media en bracht vertegenwoordigers van de islam, traditionele religies, het maatschappelijk middenveld en het parlement samen. Deze invloedrijke figuren spraken ook over de criminalisering van de LGBTQI+ gemeenschap en ‘de heropvoeding, hulp en ondersteuning’ van deze ‘verloren zielen’.

    ‘Onnatuurlijke relaties’

    De golf van homofobie begon eind januari, toen LGBT+ Rights Ghana een ontmoetingsruimte in Accra opende. Het was de eerste in zijn soort en de ruimte bleef er niet lang, want het nieuws werd snel opgepakt door de lokale media.

    De eerste ronde van protest behelste een campagne waarin de regering werd opgeroepen het centrum te sluiten en de verantwoordelijken te arresteren. Leden van de regering haastten zich om zich bij het homofobe discours aan te sluiten.

    In de zeldzame interviews met homo’s vroegen journalisten hen of ze niet zelf verantwoordelijk waren voor het geweld waarmee ze te maken hadden

    Tegelijkertijd geven Ghanese media parlementsleden alle ruimte om hun homofobe opvattingen te uiten. In de zeldzame interviews met homo’s vroegen journalisten hen of ze niet zelf verantwoordelijk waren voor het geweld waarmee ze te maken hadden, door gelijke rechten te eisen.

    Op 24 februari zorgden al deze gebeurtenissen tezamen ervoor dat de politie het kantoor van de vereniging sloot, waarvan het team vervolgens onderdook. Sinds de sluiting is volgens activisten het aantal verbale en fysieke aanvallen op homoseksuelen toegenomen, vooral op het afgelegen platteland. 

    Homoseksualiteit, een ‘westers kwaad’

    Eind februari liet president Nana Akufo-Addo uit het niets weten dat hij legalisering van het homohuwelijk nooit zou toestaan. Begin maart hebben acht afgevaardigden van de regering een nieuwe versie van een eerder ingediend wetsvoorstel voorgesteld, waarin expliciet wordt opgeroepen tot strafbaarstelling van homoseksualiteit en verplichte ‘seksuele heroriëntatietherapie’ voor degenen die ervan worden ‘verdacht’.

    Veel homofoben beweren dat homoseksualiteit een product van westerse import is. Maar, zoals in veel voormalige koloniën, zijn de homofobe wetten van Ghana een residu van de Europese overheersing. De Commissie voor christelijk huwelijk en gezinsleven (CCMFL), die pleit voor het heteroseksuele gezinsmodel, werd in 1966 opgericht met financiering van een Britse organisatie, Christian Aid. Meer recentelijk hebben organisaties zoals de National Coalition for Appropriate Sexual Rights and Family Values ​​het discours van Amerikaanse evangelisten herhaald, onder meer met de officiële steun van het World Congress of Families, een organisatie gevestigd in de Verenigde Staten.

    Schaduwgevecht

    LGBT+ Rights Ghana heeft een geldinzamelingsactie gelanceerd om een ​​permanent pand te verwerven voor de huisvesting van een nieuw sociaal centrum. De vereniging heeft tot nu toe meer dan 40.200 dollar opgehaald.

    Andere verenigingen oefenen druk uit op afgevaardigden om te voorkomen dat nieuwe wetgeving wordt aangenomen die homoseksualiteit expliciet strafbaar stelt. Vanwege het risico op vervolging organiseren de meeste activisten zich ondergronds.