De Mexicaanse socioloog Karina García Reyes interviewde 33 voormalige narco’s om de logica van hun wereldbeeld te kunnen begrijpen. Hiermee wil zijn een nieuw perspectief belichten: dat van de daders. ‘We moeten erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij.’
Keuze uit ons archief
Dat verdeeldheid onder neoliberalisme toeneemt, zien we overal gebeuren – nu ook in de politiek. Reyes legde dit gegeven vast in een studie. Ze kreeg de kans te ontsnappen uit een uitzichtloos gebied in Mexico, en besloot te onderzoeken wat ze overal om zich heen had gezien. De drugsbendeleden die ze interviewden zien zichzelf als de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan. Ze hebben de individualistische ethiek waarvan de hele (Mexicaanse) samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme doortrokken is, geïnternaliseerd.
Dit artikel verscheen eerder in #174, februari 2020.
Ik kom uit het noorden van Mexico, een gebied dat het zwaarst te lijden heeft van het geweld in de war on drugs. De periode van 2008 tot en met 2012 was de meest onzekere en gewelddadige in de geschiedenis van mijn stad. In het begin waren de confrontaties tussen het leger en de drugskartels, waarbij met scherp werd geschoten, sporadisch, maar algauw werden ze frequent, overal in de stad en op klaarlichte dag.
Ikzelf maakte een keer een vuurgevecht mee op het deel van de universitaire campus waar ik college gaf. We moesten de deuren sluiten en de veiligheidsmaatregelen in acht nemen die voor dit soort situaties golden. En al mijn vrienden en familieleden hebben wel iets dergelijks meegemaakt, sommigen zagen het gebeuren vanuit hun auto en anderen vanuit huis.
Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld
Tegelijk met het toenemende geweld begon het kartel Los Zetas de plaatselijke middenstand af te persen. Als de kleine ondernemers geen ‘stageld’ – de eufemistische term voor beschermgeld – betaalden, kregen ze met geweld te maken of werden leden van hun familie ontvoerd.
Geleidelijk aan sloten alle kleine ondernemers hun deuren en groeide de paranoia onder de bevolking vanwege de berichten die de narco’s op sociale media plaatsten. ‘Ga vanavond de deur niet uit, want er wordt geschoten.’ Soms werden die dreigementen nog waargemaakt ook.
In die omstandigheden besloot ik naar het buitenland te gaan om te promoveren. Ik wilde in die onzekere toestand niet verder studeren en ging daarom naar Engeland. Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld. Dankzij de goede raad van een van mijn professoren was ik in staat om door middel van een proefschrift mijn frustratie uit te leven over de veiligheidspolitiek van Felipe Calderón, die van 2006 tot 2012 president van Mexico was. Ik ben zeven jaar met dit onderwerp bezig geweest.
In mijn proefschrift onderzoek ik het drugsgeweld aan de hand van persoonlijke geschiedenissen. Tussen oktober 2014 en januari 2015 interviewde ik 33 mannen uit de wereld van de drugscriminaliteit. We spraken over hun kindertijd en hun puberteit, over alcohol- en drugsverslaving, vandalisme en hoe ze in de criminaliteit terecht waren gekomen en welke rol ze daarin vervulden. Om begrip te krijgen van de invloed die hun persoonlijke ervaringen hadden op hun intrede in de drugswereld, onderwierp ik hun verhalen aan een discursieve analyse.
Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt
De geïnterviewden hebben op twee manieren bijgedragen aan het karakter van mijn studie. In de eerste plaats methodologisch, omdat directe interviews met drugscriminelen iets totaal nieuws zijn in de academische wereld. Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt. Ook opent mijn studie voor de academische wereld een nieuw perspectief, namelijk dat van de daders, dat tot nog toe zowel door onderzoekers als door bestuurders en politici werd genegeerd.
In deze zin werpt de analyse van hun persoonlijke verhalen licht op de mogelijke oorzaken van hun intrede in de drugswereld en verklaart deze de logica van hun wereldbeeld. Dat te begrijpen is cruciaal, niet alleen voor de benadering van zo’n complex fenomeen, maar ook voor het bepalen van beleid om de veiligheid te waarborgen. Tot nog toe werden die maatregelen alleen genomen vanuit de logica van hen die de maatregelen nemen. Geen wonder dus dat ze faliekant mislukten.
Slachtoffers noch monsters
Om te beginnen moeten we erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij. Ze zijn onderhevig aan dezelfde normen en waarden en tradities als wij allemaal. Een van de voornaamste problemen in Mexico is dat de overheid ze systematisch discrimineert door het binaire discours van de Verenigde Staten over te nemen: ‘zij’ versus ‘wij’, ‘goed’ versus ‘kwaad’. Behalve dat dit discours een absurde oversimplificatie is, verdoezelt het de rijkgeschakeerde oorzaken van het geweld.
Een analyse van de persoonlijke geschiedenissen van de ex-narco’s doet die schakeringen juist scherp uitkomen. De geïnterviewden zien zichzelf noch als slachtoffers, noch als monsters. Ze rechtvaardigen allemaal hun intrede in de drugswereld als hun ‘enige optie’ om te overleven, een motivatie die door veel wetenschappelijke studies wordt bevestigd. Maar hoewel ze goed van de schaduweconomie konden leven en voor hun gezinnen zorgden, wilden ze toch ‘meer’.
De geïnterviewden zien zich ook niet als de bloeddorstige criminelen die in films worden opgevoerd. Ze omschrijven zichzelf als vrij handelende personen die besloten hebben in het illegaal circuit te opereren, maar tegelijkertijd noemen ze zichzelf ‘niks waard’, ‘wegwerpartikelen’.
Dat gevoel van marginalisering, gevoegd bij de verslavingsproblemen en het ontbreken van een toekomstperspectief, maakt dat ze weinig waarde hechten aan hun leven en dat de dood zelfs als een bevrijding wordt gezien.
Dit laatste is een cruciale factor voor het beleid dat ten aanzien van deze problematiek gevoerd dient te worden. De kernopdracht daarbij is te vermijden dat nog meer kinderen en jongeren zich als ‘niks waard’ gaan beschouwen.
Mijn onderzoek laat zien hoe de participanten het binaire discours van de overheid overnemen. Ze noemen zichzelf de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan, ze vinden niet dat ze daar deel van uitmaken. Ze hebben ook de individualistische ethiek overgenomen waarvan de hele Mexicaanse samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme aan het eind van de jaren tachtig doortrokken is. Die ethiek is een tweesnijdend zwaard: ze geven niet de staat of de maatschappij de schuld van hun armoede, maar ze hebben ook geen spijt van hun misdaden. Ze vinden dat ze de ‘pech’ hebben gehad in armoede en in de marge van de maatschappij geboren te zijn en dat hun slachtoffers de ‘pech’ hebben gehad in hun handen te vallen. De logica is simpel: ‘Ieder voor zich.’
Niets te verliezen
Uit de analyse van de interviews kwam een cluster van ideeën en opvattingen naar voren die als vaststaande waarheden werden geponeerd en die ik ‘het narcodiscours’ heb gedoopt.
De betekenis die armoede heeft in het narcodiscours liegt er niet om. Het heet dat arme mensen geen toekomst hebben en daarom ook niets te verliezen. Zoals een van de geïnterviewden (Wilson) zei: ‘Ik wist dat ik tot aan mijn dood in armoede zou leven en het enige wat ik deed was God vragen: waarom ik?’ Armoede wordt gezien als een natuurlijk gegeven, een omstandigheid waar niets aan te doen is en waar niemand verantwoordelijk voor is. Voetstoots wordt aangenomen dat ‘er iemand moet zijn die arm is’ (Lamberto) en ‘dat je er niks aan kunt veranderen’ (Tabo).
Die kijk op armoede impliceert een individualistische kijk op de wereld: het individu is zelf verantwoordelijk voor zijn economische en sociale ontwikkeling. ‘Ik wist dat ik alleen stond, als ik iets wilde, dan moest ik het zelf gaan halen’ (Rigoletto).
De logica van het narcodiscours met betrekking tot armoede is dat iedereen er alleen voor staat en dat dus ‘het recht van de sterkste’ (Yuca) geldt. Zo verklaart ook Cristian het: ‘In mijn wijk wisten we allemaal wat de regel was: als je zit te slapen, verlies je. Dat was de regel. Je moet gewelddadig zijn, door roeien en ruiten gaan, je moet voor jezelf opkomen, want niemand anders zal het doen.’
“Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?”
In het narcodiscours wordt ervan uitgegaan dat kleine kinderen en tieners onvermijdelijk bendeleden en drugsverslaafden worden. ‘Als je in een arme buurt opgroeit, dan weet je dat je op een bepaald moment aan de drugs verslaafd raakt’ (Palomo). Net zo worden de bendes, die dagelijks geweld en vandalisme plegen, gezien als ‘de enige manier om het geweld van de straat te overleven’ (Piochas). Er wordt dus van uitgegaan dat die jongeren geen toekomst hebben en daarom niks waard zijn: ‘Als je aan drugs verslaafd bent, beschouw je jezelf als een nul, minder dan afval… Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?’ (Palomo).
Ook de vroege dood van deze jongeren wordt als onvermijdelijk gezien: ‘Als je zo veel van je vrienden door geweld, door overdoses, door politiekogels, ziet omkomen, dan denk je dat dat ook jouw toekomst is’ (Tigre). Op die manier wordt al bij voorbaat aangenomen dat het met de jongeren slecht zal aflopen: ‘Ik dacht altijd dat ik óf aan een overdosis óf door een kogel zou sterven’ (Pancho).
Volgens die logica kun je eigenlijk alleen maar van het leven genieten door de consumptie van luxegoederen, en de enige manier om daaraan te komen is door middel van ‘gemakkelijk geld’ dat het ‘gemakkelijke leven’ je biedt. Het gemakkelijke leven is de drugshandel. Ze weten dat de kick van gemakkelijk geld van korte duur is, maar toch loont die de moeite, omdat je ‘in deze wereld, als je geen geld hebt, niemand bent’ (Canastas). Ze kennen de gevaren. ‘De ene dag kun je nog in een duur restaurant zitten met allemaal mooie vrouwen om je heen, en de volgende dag word je wakker in de bajes’ (Ponciano). Het ‘gemakkelijke leven’ moet dus snel en op de toppen geleefd worden: ‘Mijn opzet was om elke dag te leven of het de laatste was. Ik liet het breed hangen. Ik kocht de duurste SUV’s, de duurste wijnen en ik had de mooiste vrouwen’ (Jaime).
‘Echte man’
In het narcodiscours speelt ook het idee van de ‘echte man’, die agressief en gewelddadig dient te zijn. En een rokkenjager.
De participanten noemden de arme wijken ‘de jungle’, de plaats waar het recht van de sterkste heerst. Lichamelijk geweld is essentieel om te kunnen overleven – letterlijk.
In het narcodiscours komt ook een cruciaal element van geweldpleging tot uitdrukking, namelijk dat het aangeleerd gedrag is. Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt. Zoals Jorge zegt: ‘Als kind werd ik door grotere kinderen geslagen, ze maakten misbruik van me omdat ik alleen was. Ik was niet gewelddadig… maar ik moest wel gewelddadig worden, nog gewelddadiger dan zij. Dat moet als je op straat wilt overleven.’
In ‘de jungle’ moeten mannen ook een reputatie opbouwen om te overleven. Een ‘echte man’, zo is de opvatting, is heteroseksueel, een rokkenjager, ‘een feestbeest met drugs en alcohol’ (Dávila).
Daarnaast komt in het discours naar voren dat ‘echte mannen’, in tegenstelling tot vrouwen, geen angst of emoties of zwakte mogen tonen, en de beste manier om dat te doen is laten zien dat je onder alle omstandigheden sterk en dominant bent: binnen de bende, in gevechten met concurrerende bendes en thuis in het gezin.
In de interviews uitten de participanten vaak de wrok die ze jegens hun vader koesterden. Van de 33 geïnterviewden bekenden er 28 dat ze op zeker moment in hun leven het liefst hun vader zouden hebben vermoord. Huiselijk geweld en geweld tussen mannen en vrouwen horen tot de eerste levenservaringen van deze participanten. Allemaal zijn ze het erover eens dat het dagelijks geweld van hun vaders tegen hun moeders hun als kind het meeste weerzin inboezemde. Het is een constant gegeven in de verhalen die ze vertellen, niet alleen over hun kindertijd, maar ook over drugsverslaving, geweld in het algemeen en hun intrede in de wereld van de misdaad.
Voor een aantal participanten was het verlangen om hun vader te vermoorden of te martelen de belangrijkste motivatie om in de drugscriminaliteit te gaan. Rorro, bijvoorbeeld, vertelde dat hij als kind ‘geen enkele illusie of plannen voor de toekomst had, het enige waar ik aan dacht was mijn vader vermoorden als ik groot was… ik wilde hem aan stukken hakken’. De drugscriminaliteit in gaan verschafte hem die mogelijkheid. Ook Ponciano gaf aan dat hij zich, als hij mensen moest martelen, altijd voorstelde dat het om zijn vader ging, ‘en dan martelde ik ze met genoegen, net zoals hij ons martelde’.
De fantasieën die de participanten hadden over het vermoorden van hun vader lijken allemaal op elkaar, allemaal wilden ze hem laten boeten, niet uit wraak voor wat hij hun had aangedaan, maar voor wat hij hun moeder had aangedaan. Opmerkelijk is dat ze ook geen van allen in staat waren hun voornemen uit te voeren toen ze daar de gelegenheid voor kregen. Facundo verwoordt het zo: ‘Ik had hem kunnen vermoorden als ik wilde. Ik had tientallen huurmoordenaars die voor me werkten. Als ik wilde… ik had hem kunnen laten martelen en toekijken hoe hij crepeerde. Maar ik kon het niet… dus ik zei tegen hem: maak dat je wegkomt, ik wil je nooit meer zien. Als ik je weer zie, vermoord ik je.’
Macho-ideologie
De oorzaken van de criminaliteit en het geweld in Latijns-Amerika zijn vrijwel in alle landen dezelfde. Tussen de verschillende bronnen van het geweld – van drugscriminelen, het leger, de guerrilla of de bendes – zijn er volgens mij twee dwarsverbindingen: de armoede en de giftige macho ideologie*. De dagelijkse ervaringen van de mensen die in armoede leven is de soep waarin alle soorten geweld (huiselijk geweld, bendegeweld, geweld tussen de seksen) gaar koken. En dat alles binnen het kader van het onzichtbare geweld dat zelden onderkend wordt: het structurele geweld van de staat.
Wij moeten allemaal, academici, politici en burgers, deze ervaringen proberen te begrijpen en ervan leren. We kunnen wel erkennen dat armoede de moeder is van alle kwaad, maar we weten niet hoe het is om in armoede te leven. Het terugdringen en voorkomen van geweld kan alleen op lokaal niveau gebeuren. Elke regio, elke wijk heeft zijn eigen specifieke problemen en behoeften. Algemene politieke maatregelen zullen niet helpen. En misschien is dat het grote struikelblok: de geweldsproblemen bij de wortel aanpakken, daar kunnen politici geen goede sier mee maken.
Ook moeten we bedenken dat de dominante macho-ideologie in de Latijns-Amerikaanse landen het geweld niet alleen goedkeurt, maar ook aanmoedigt. In de regio’s worden de problemen onveranderlijk te lijf gegaan met agressie en gemilitariseerde veiligheidsmaatregelen. Geweldloze oplossingen waren tot nog toe geen optie in onze landen, omdat machismo en geweld geïnstitutionaliseerde fenomenen zijn.
Om het geweld aan te pakken moeten we beginnen met het te begrijpen. Waar komt het vandaan? Wie rechtvaardigt het en hoe? Hoe wordt het gepropageerd? Hoe hebben ze het eerder proberen te bestrijden? Om antwoord te geven op die vragen loont het om interdisciplinair te werk gaan en dienen onze overheden bereid te zijn naar ons te luisteren.
Wat eerst moet gebeuren is een verandering van paradigma: de militairen moeten terug de kazerne in, complexe problemen moeten lokaal worden aangepakt (al zal dat de landelijke politiek geen punten opleveren) en we moeten ophouden met het binair discours waarin het heet dat ‘zij’ dood moeten, want daar bereiken we alleen maar mee dat de onverschilligheid van ‘hen’ jegens ‘ons’ toeneemt.
De Tanzaniaanse president John Magufuli, die afgelopen oktober werd herkozen voor een betwiste tweede termijn, stierf woensdag op 61-jarige leeftijd, officieel als gevolg van hartproblemen. Het staatshoofd was sinds eind februari niet meer in het openbaar verschenen, en verschillende figuren van de oppositie – waaronder de leider, Tundu Lissu, die in ballingschap in België leeft – suggereerden dat John Magufuli leed aan covid-19, wat niet is bevestigd.
In overeenstemming met de grondwet zal vicepresident Samia Suluhu Hassan de overleden president opvolgen. ‘Het zal de eerste vrouwelijke president van Tanzania zijn’, schrijft The Citizen.
Wie is Samia Suluhu Hassan?
De 61-jarige Hassan komt uit de semiautonome regio Zanzibar, die voor ongeveer 99 procent moslim is. Ze is sinds 2015 vicepresident. Hassan diende ook in de regering van Zanzibar in verschillende hoedanigheden.
Volgens een Tanzaniaanse politiek analist verzetten fanatieke Magufuli-aanhangers en christelijke nationalisten zich tegen haar aantreden, schrijft The Africa Report. Tanzania heeft behalve geen vrouw ook nooit een president gehad die afkomstig is uit Zanzibar, een land waar de afgelopen jaren verschillende omstreden verkiezingen plaatsvonden.
Volgens een recent rapport over politieke risico’s, geraadpleegd door The Africa Report, ‘zal de relatieve zwakte (in politieke termen) van Samia Suluhu Hassan ook bijdragen aan een vertraging van de besluitvorming. (…) Zo’n machtsoverdracht kan vele weken duren.’
Maar andere rapporten stellen dat Hassan wordt gesteund door facties binnen de regerende partij die voormalig president Jakaya Kikwete (tot 2015) steunen, vooral die van moslimgemeenschappen.
Turkse justitie eist verbod van de pro-Koerdische partij
Bekir Sahin, hoofdofficier van justitie van het Hooggerechtshof van Turkije, heeft verzocht een proces te openen om de Democratische Volkspartij (HDP), de op twee na grootste politieke partij van het land, te verbieden, aldus Hürriyet. De aanklager beschuldigt de HDP ervan een ‘verlengstuk’ te zijn van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), een groep die door Ankara en zijn westerse bondgenoten als ‘terroristisch’ wordt beschreven. Het hooggerechtshof moet de aanklacht goedkeuren voordat de zaak tegen de HDP kan beginnen.
De HDP spreekt van een ‘politieke putsch’ en de Verenigde Staten waarschuwen dat het verbod op de pro-Koerdische partij ‘de democratie in Turkije verder [zal] ondermijnen en miljoenen Turkse burgers hun gekozen vertegenwoordigers ontnemen’.
Sahin beschuldigt HDP-leiders en -leden ervan te ‘handelen op een manier die de democratische en universele rechtsregels schendt, samen te spannen met de terroristische PKK en gelieerde groepen, en te pogen de integriteit van de staat te verstoren’, meldde het door de staat gerunde persbureau Anadolu.
Verschillende van de voorgangers van de partij werden in de loop van de decennia verboden, maar algauw onder andere namen weer hersteld
De HDP, die 55 zetels heeft in het 600 leden tellende parlement, ontkent alle banden met de Koerdische strijders, schrijft Al Jazeera.
Verschillende van de voorgangers van de partij werden in de loop van de decennia verboden wegens vermeende banden met Koerdische strijders, maar algauw onder andere namen weer hersteld.
De druk op de HDP is toegenomen sinds Turkije beweerde dat dertien gevangenen – waaronder Turkse militairen en politiepersoneel – werden gedood door PKK-strijders in Irak tijdens een mislukte Turkse militaire operatie vorige maand om hen te redden.
Mensenrechtenactivist en parlementslid voor de HDP Ömer Faruk Gergerlioğlu, een uitgesproken criticus van de regering van president Recep Tayyip Erdoğan, zegt dat het proces tegen de partij politiek gemotiveerd is en bedoeld om hen het zwijgen op te leggen.
Britse parlementariër noemt EU ‘oplichters’
De voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen hekelde woensdag een gebrek aan ‘wederkerigheid’ in de export van vaccins tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk en heeft gedreigd de exportvoorwaarden voor vaccins tegen covid buiten de EU aan te scherpen en zelfs te blokkeren. Londen heeft 9 miljoen doses verkregen die in Europa zijn geproduceerd, maar er zijn nog geen doses die op Britse bodem zijn geproduceerd, naar de EU geëxporteerd.
The Daily Telegraph citeert de eurosceptische parlementariër David Jones: ‘Dit is het soort gedrag dat je zou verwachten van oplichters, niet van een respectabele internationale organisatie als de EU.’
De voormalige Duitse minister van Defensie, die in 2019 het bevel over de uitvoerende macht van de EU op zich nam, kreeg ook binnen de EU zware kritiek te verduren, onder andere van haar voorganger, Jean-Claude Juncker. Als reactie hierop zei dat ze de verantwoordelijkheid had om het succes van het massale vaccinatieprogramma van de EU te verzekeren.
Ze stond achter haar standpunt en gaf aan dat dit aan het einde van haar termijn in 2024 zou moeten worden beoordeeld, aldus The Guardian.
Eerder uitte Von der Leyen kritiek op een te vroege start van het VK. ‘Het klopt dat sommige landen iets voor Europa begonnen te vaccineren, maar zij namen hun toevlucht tot noodprocedures, die binnen 24 uur op de markt werden gebracht’. De commissie en de lidstaten kwamen overeen om geen concessies te doen aan de veiligheids- en werkzaamheidsvereisten die verbonden zijn aan de toelating van een vaccin.
‘Er moest tijd worden genomen om de gegevens te analyseren, wat, zelfs als het wordt geminimaliseerd, drie tot vier weken in beslag neemt. Dus ja, Europa is iets later begonnen, maar dat was de juiste beslissing. Ik herinner u eraan dat een vaccin de injectie van een actieve biologische stof in een gezond lichaam is. We hebben het hier over massale vaccinatie, het is een gigantische verantwoordelijkheid,’ aldus Von der Leyen
Politieagent bekent aanslag op de rijkste man van India
Onlangs werden explosieven gevonden in een auto die onder het huis geparkeerd stond van Mukesh Ambani, de rijkste man van India, die een sloppenwijk in Mumbai met de grond gelijk maakte ‘om een megalomane toren [Antilia] te bouwen die kilometers in de omtrek zichtbaar was’, meldt Hindustan Times.
Ambani, die dicht bij de rechtse nationalistische premier Narendra Modi staat, is de Indiase tycoon voor mobiele telefonie, internet en e-commerce. In 2016 lanceerde zijn familieconglomeraat, Reliance Industries, het merk Jio. Het is nog onbekend waarom de SUV met explosieven bij zijn huis geparkeerd stond.
Hij plaatste een verontrustende zin op zijn WhatsApp-profiel: ‘Ik denk dat de tijd om afscheid te nemen van de wereld nadert’
De hoofdverdachte is de zaak is het hoofd van de politie van Mumbai, Sachin Vaze (wiens auto op de openingsfoto wordt doorzocht). Deze politieagent was ‘een van de vele agenten die op 25 februari [de dag van het bombardement] ter plaatse kwamen’, en de volgende dag werd hij verantwoordelijk gesteld voor het onderzoek. Een paar dagen later bleek dat het betreffende voertuig ‘in november 2020 door hem was verhuurd aan een man genaamd Mansukh Hiran, gespecialiseerd in de verkoop van auto-onderdelen’.
Deze ondernemer werd echter op 5 maart dood aangetroffen, verdronken in een rivier de Thane in de noordelijke buitenwijken van Mumbai. De politie spreekt van zelfmoord, maar de weduwe van Mansukh Hiran beweert dat haar man ‘politieagent Sachin Vaze goed kende en [dat] hij door laatstgenoemde werd vermoord’.
Vaze werd gearresteerd en heeft inmiddels bekend. Hij plaatste een verontrustende zin op zijn WhatsApp-profiel: ‘Ik denk dat de tijd om afscheid te nemen van de wereld nadert.’
De vragen die de Indiase krant zich stelt zijn: Was miljardair Ambani het doelwit van de autobom? En handelde Sachin Vaze namens een politieke partij?
Het spook van uiterst rechts
De politieagent haalde eerder de krantenkoppen in 2000. Hij werd vijf jaar geschorst vanwege een verdenking van moord op een verdachte in politiehechtenis. Vervolgens sloot hij zich aan bij de extreemrechtse partij Shiv Sena, die sinds november 2019 aan het hoofd staat van de regionale regering van Maharashtra, de Indiase staat waarvan Mumbai de hoofdstad is, in coalitie met de Congress Party (centrumlinks).
In haar landhuis op Kanaaleiland Jersey vindt een Amerikaanse duizenden documenten. De vondst maakt duidelijk dat het familiekapitaal waarop ze hoopte verdwenen is, en legt grootschalige corruptie en schimmigheid op Jersey bloot. Een verhaal over fraude, belangenverstrengeling, belastingontwijking, machtsmisbruik en een belastingparadijs waarvan onduidelijk is wie het eigenlijk bestuurt.
‘In 2012 ontdekten de Amerikaanse Tanya Dick-Stock en haar man een enorme hoeveelheid documenten toen ze ruimte wilden maken voor hun aanstaande bruiloft, die overdadig beloofde te worden.’ Zo begint Leah McGrath Goodman haar reconstructie voor Institutional Investor.
In een afgesloten, overdekte squashbaan van St. John’s Manor, Tanya’s paleisachtige landhuis van 23 hectare groot op het eiland Jersey voor de Franse kust, ontdekten ze honderden dozen die waren gevuld met meer dan 350.000 vertrouwelijke papieren afkomstig uit het offshore trustkantoor van haar vader.
‘We liepen naar binnen en dachten “Wat is dit?”’, aldus Dick-Stock. ‘Die dossiers lagen er al jaren en niemand had ze ooit aangeraakt. We hadden geen idee waar we op gestuit waren.’
Na verloop van tijd begon het paar de documenten te doorzoeken en geleidelijk werd de omvang duidelijk van wat ze in handen hadden. ‘Als je zag wat er in de documenten stond, zou je ze nooit bewaren’, zegt Darrin Stock, de echtgenoot van Tanya. ‘Het was explosief. Dit trustbedrijf was niets meer of minder dan een enorme fraudemachine.’
Wat volgde was nog verrassender. Het echtpaar deed samen met de vader van Dick-Stock, de 83-jarige Canadese miljonair John Dick, aangifte bij de politie van Jersey, van wat zij omschreven als ‘decennia van financiële fraude gepleegd door een offshore trustbedrijf genaamd La Hougue’. Die naam is afgeleid van het oud Jersey-Franse woord voor heuvel of hoop, die verwijst naar de lange geschiedenis van heidense grafheuvels op het eiland.
Operation Scarlet
Drie jaar na de ontdekking, in maart 2015, arriveerde de politie bij St. John’s Manor, dat ooit dienstdeed als het weelderige hoofdkantoor van La Hougue, om de documenten in beslag te nemen. Er was een vrachtwagen nodig om de 333 dozen met documenten te vervoeren. Een onderzoek, door de politie van Jersey Operation Scarlet genoemd, zou het brein achter La Hougue en de omvang van wereldwijde financiële malversaties bloot moeten leggen.
Maar bijna tien jaar later is er door de autoriteiten van Jersey nog steeds geen strafrechtelijke vervolging ingesteld, zijn er geen sancties opgelegd en worden vragen over het onderzoek met vijandigheid, zwijgzaamheid of zelfs dreigementen beantwoord. Sterker nog, de meeste van de 350.000 documenten die centraal staan in Operatie Scarlet zijn door de politie overgedragen aan advocatenkantoor Garfield-Bennett in Jersey, dat op het moment van het onderzoek in 2015 nog John Dick vertegenwoordigde. Het kantoor, dat weigert te verklaren waarom het de documenten vasthoudt, bevestigt dat ze voor onbepaalde tijd in een kluis zijn weggeborgen, ontkent ooit een relatie met La Hougue te hebben gehad en zegt geen contact meer te hebben met Dick.
De ontdekking van de documenten heeft een storm teweeggebracht. Na het lezen van de La Hougue-bestanden, zegt Dick-Stock dat ze is gaan geloven dat haar vader de leiding had over de fraude. Ze klaagt hem nu aan voor het plunderen van bezittingen, resulterend in een enorme vermindering van het familiekapitaal, dat ooit werd geschat op 500 miljoen dollar (420 miljoen euro). De aantijgingen zijn terug te vinden in de zaak die Dick-Stock heeft aangespannen tegen haar vader bij een districtsrechtbank in Colorado, waar ze oorspronkelijk vandaan komt. De rechtszaak staat gepland voor augustus.
Frustratie
‘We hebben dit voorgelegd aan Amerikaanse rechtbanken en rechtbanken in Jersey’, zegt Stock. ‘We hebben eerdere zaken in de VS herhaaldelijk gewonnen, maar in Jersey weigeren ze er zelfs maar naar te kijken. In plaats van onderzoek te plegen, vallen ze ons aan. Rechters hebben Tanya een boete van meer dan een miljoen dollar aan gerechtskosten opgelegd en een van hen zei tegen haar: “Ik heb de macht om je in de gevangenis te gooien.” Het enige wat ze willen is dat dit weggaat. ’
Uit frustratie begon het paar de documenten, die ze hadden gescand voordat ze alles overdroegen aan de politie, te delen met de internationale pers, waaronder het in Duitsland gevestigde European Investigative Collaborations-netwerk en een tiental andere mediakanalen. De documenten van La Hougue, die een periode beslaan van de jaren tachtig tot ongeveer 2010, tonen het binnenwerk van de schimmige wereld van offshorefinanciën, die vermogende klanten uit de VS, het VK en Europa aanwenden om hun belastingen te minimaliseren, gebruikmakend van mazen in de wet, neprekeningen, opgeklopte schulden, valse klantnamen en zorgvuldig vervaardigde vervalsingen; een specialiteit van La Hougue.
De dozen bevatten privé-informatie van honderden mensen en ook geheimen over het leven van Dick-Stock zelf, inclusief verschillende strategieën die door La Hougue zouden zijn gebruikt om het familiebezit te plunderen. Tanya’s vader weigert commentaar te geven op dit verhaal, maar zijn woordvoerder, Julian Pike, noemt hem slachtoffer van fraude en verklaart dat Dick ‘geen toezicht had op of betrokken was bij de dagelijkse activiteiten van La Hougue’ en dat hij juridische stappen zal ondernemen.
Dubieuze karakters
De documenten van La Hougue leggen een netwerk bloot van dubieuze karakters, waaronder voormalige zakenpartners van Dick, de Amerikaanse pornokoning Eddie Wedelstedt, die in 2006 werd veroordeeld voor belastingfraude en obsceniteit; de Israëlische kunsthandelaar Ronald Führer, die in verband wordt gebracht met de verdwijning van het schilderij Madonna met kind uit 1485 van Sandro Botticelli, dat een geschatte waarde heeft van 10 miljoen dollar en dat sinds zes jaar spoorloos is; en een aantal personen waarvan wordt vermoed dat ze achter de offshoresmokkel van meer dan 100 miljoen dollar zaten tijdens de Amerikaanse spaar- en kredietcrisis van de jaren tachtig.
Jersey is een zogenoemd ‘bijzonder bezit’ van de Britse kroon en gedraagt zich in veel opzichten als een autonoom land
Andere grote namen die op de klantenlijst van La Hougue voorkomen, zijn onder meer het voormalige hoofd van Glencore in Rusland, Igor Vishnevskiy; de Britse miljonair en vastgoedmagnaat Elliott Bernerd en Alexander Zhukov, voormalig schoonvader van de Russisch-Israëlische miljardair Roman Abramovich. ‘Namen op de klantenlijsten zijn gecodeerd’, aldus Dick-Stock, ‘en we leren nog steeds nieuwe namen tijdens het decoderen.’
La Hougue is al lang niet meer gevestigd in St. John’s Manor, dat vorig jaar voor ruim 16 miljoen euro werd verkocht. Het bedrijf verhuisde in 2008 naar Panama, volgens een verklaring van Dick, waar het is omgedoopt tot Pantrust International. Daar werd hun vergunning in 2015 ingetrokken. Eerder dit jaar was La Hougue Trustees naar verluidt actief op de Britse Maagdeneilanden, maar het eigendom van het bedrijf valt onder niet-openbare informatie, dus de eigenaren zijn onbekend.
Stock zegt dat hij en zijn vrouw, in tegenstelling tot bij eerder gelekte offshoredocumenten, zoals de Panama Papers en de Paradise Papers, niet langer anoniem willen blijven, aangezien dat niet helpt ‘als je echt verandering wilt bewerkstelligen’. Die beslissing is niet altijd makkelijk. Volgens Stock hebben internationale journalisten meerdere keren Stocks doopceel gelicht om zijn eigen verleden bloot te leggen, waarin eveneens beschuldigingen van fraude voorkomen evenals een gevecht om een onbetaalde Amerikaanse belastingaanslag.
Gebrand op privacy
Het eilandje van circa acht bij vijftien kilometer waar de documenten werden gevonden, speelt een cruciale rol in het verhaal. Als grootste van de Kanaaleilanden is Jersey een op privacy gebrand belastingparadijs met zo’n honderdduizend inwoners en het is een wereld op zichzelf. De wortels van het eiland gaan terug tot de neolithische tijd, en de stamboom van sommige families gaat duizenden jaren terug. Jersey is een zogenoemd ‘bijzonder bezit’ van de Britse kroon en gedraagt zich in veel opzichten als een autonoom land. Het heeft een eigen parlement, eigen rechterlijke macht, eigen financiën en eigen geld waarop het gezicht van de Britse koningin prijkt en dat is gekoppeld aan het Britse pond. Jersey heeft grondwettelijke rechten die losstaan van het Verenigd Koninkrijk en die dateren uit het jaar 1204 en het valt niet onder het gezag van het Verenigd Koninkrijk maar van de koningin.
Het heeft een geschiedenis van invasies door Vikingen en door Duitsers, is bekend om zijn victoriaanse kastelen, Jersey-koeien, Jersey-room en Jersey-aardappelen, en werd de afgelopen halve eeuw het speelveld voor een compleet alfabet aan topbanken, financiële instellingen en hedgefondsen waarin naar schatting zo’n 2 biljoen dollar van ’s werelds rijkdom rondgaat. Bijna elke grote financiële instelling heeft er een kantoor, van ABN AMRO tot UBS, met kantoren aan het strand in Havre des Pas, een deel van de bruisende hoofdstad St. Helier.
Daarnaast heeft Jersey een filiaal van Coutts Crown Dependencies, een wereldwijde offshore vermogensbeheerder en de privébankier van de Queen. Zij werd ontmaskerd door de Paradise Papers, waaruit bleek dat ze deelnam aan offshore-investeringen via haar privébezit, het hertogdom Lancaster. De vertegenwoordigers van de monarch moesten in 2017 toegeven dat ze niet alleen investeerde in offshore financiële vehikels, maar zich daar ook terdege van bewust was.
Bijna twee decennia geleden verlaagde Jersey zijn vennootschapsbelasting van twintig procent naar nul
Bijna twee decennia geleden verlaagde Jersey zijn vennootschapsbelasting van twintig procent naar nul, met uitzondering van de financiële sector, die tien procent betaalt. Daardoor werd het eiland een prettige plek voor klanten die op zoek zijn naar lagere belastingtarieven. Enkele van de belangrijkste bedrijven op het eiland zijn de Zwitserse handelsfirma Glencore, opgericht door wijlen Marc Rich; Brevan Howard Asset Management, een van Europa’s meest succesvolle hedgefondsen; de Zwitserse handelsmaatschappij voor energie en grondstoffen Vitol; en Goldman Sachs, dat de zogenoemde Abacus-deal regelde die hedgefondsmanager John Paulson miljarden opleverde en die ertoe leidde dat Goldman voor een half miljard dollar moest schikken met de Securities and Exchange Commission, de Amerikaanse tegenhanger van de Autoriteit Financiële Markten.
Met de publicatie van de Paradise Papers in 2017 kwam ook Apple in de schijnwerpers te staan toen bleek dat het bedrijf stilletjes een groot deel van zijn honderden miljarden onbelaste offshore-dollars naar het eiland had verplaatst.
‘Het was een natuurlijke stap voor Jersey om een belastingparadijs te worden, want de machtigste families van het eiland zijn vaak betrokken bij wetgeving of financiën’
‘Men praat over de Kaaimaneilanden, Panama en de Britse Maagdeneilanden, maar Jersey is een van de belangrijkste belastingparadijzen ter wereld’, zegt Stuart Syvret, een voormalig senator van Jersey, die met pensioen is en nog steeds op het eiland woont. ‘Het was een natuurlijke stap voor Jersey om een belastingparadijs te worden, want de machtigste families van het eiland zijn vaak betrokken bij wetgeving of financiën en hun geld wordt doorgegeven van generatie op generatie.’
Syvret, die twintig jaar in het parlement van Jersey zat, zegt dat hij tijdens zijn ambtsperiode heeft geleerd dat het eiland twee kanten heeft. ‘Vanwege de hoeveelheid geld die op het spel staat in Jersey, heb je te maken met een dwingend systeem van zowel straf als beloning’, zegt hij. ‘Je ziet dat mensen heel goede banen krijgen, veel geld hebben, promotie maken, een buitenhuis aanschaffen, naar de prachtigste feesten gaan en een geweldig leven leiden. Maar als ze zich uitspreken over corruptie, wordt het leven hun zwaar gemaakt. Het is gemakkelijk om verkeerde dingen te doen en juist erg moeilijk om het juiste te doen.’
Financiële vloek
Dat iemand die bezwaar maakt tegen het systeem van geavanceerde offshore financiële centra persoonlijk risico loopt of wordt buitengesloten lijkt misschien vergezocht, maar er zijn genoeg mensen op het eiland die dit bevestigen. Gesteund door goedbetaalde legers van advocaten, lobbyisten en accountants, worden deze offshore-ecosystemen vaak zo winstgevend en raken ze zo diep verankerd in de kleine eilanden waar ze bestaan, dat het bijna onmogelijk is om ze te veranderen, zegt John Christensen, hoofd van het Londense Tax Justice Network, dat zich in 2013 afsplitste van de voor een Nobelprijs genomineerde Global Alliance for Tax Justice. Als forensisch auditor en onderzoeker was Christensen economisch adviseur van Jersey van 1987 tot 1998.
‘Gedurende mijn tijd op Jersey werd de financiële sector enorm groot. Een te grote financiële sector kan de rest van de economie om zeep helpen. Dat zagen we aan de huizenprijzen en inflatie op Jersey. Het is een proces dat de “financiële vloek” wordt genoemd.’
Christensen groeide op in een herenhuis op Jersey, op slechts anderhalve kilometer van het landgoed van Dick-Stock. In zijn periode als economisch adviseur van het eiland voelde hij een verpletterende druk om zich te voegen naar de wil van de gevestigde orde van het eiland, vooral als het erom ging een uitzonderlijk rooskleurig beeld van Jersey aan de wereld te presenteren.
Omertà
Deel van zijn werk was toezicht houden op de data- en statistiekafdeling van het eiland en zijn superieuren zetten hem onder druk om de stijgende prijzen op het eiland te bagatelliseren. ‘Het is zorgwekkend als regeringen proberen hun data aan te passen’, zegt hij. ‘Het ondermijnt het vertrouwen van het publiek in feiten, onderzoek, statistieken en alle andere dingen die ons in staat stellen een mening te vormen op basis van accurate informatie.’
In zijn werk waren bezwaren en discussies niet welkom. ‘Het doorbreken van de omertà deed de temperatuur tot oncomfortabele hoogte stijgen.’ Christensen zegt dat hij het eiland verliet om aan belastingrechtvaardigheid te gaan werken nadat hij zich realiseerde dat hij ‘door langer te blijven, als onderdeel van het probleem zou worden gezien.’
‘Op een klein eiland kun je niet strijden tegen het establishment, en zeker niet tegen hooggeplaatste politici, zonder te vertrekken’
Het achterlaten van zijn thuis en zich uitspreken tegen de corruptie waarvan hij getuige was, was ‘hartverscheurend’, maar hij voelde dat hij geen keus had. ‘Op een klein eiland kun je niet strijden tegen het establishment, en zeker niet tegen hooggeplaatste politici, zonder te vertrekken. Blijf je, dan wordt de sfeer onmiddellijk giftig voor je werk, je gezin en kinderen.’
Een groot probleem voor Jersey is dat het werkt als een gesloten circuit, waar eventuele problemen snel kunnen worden weggenomen door een hechte groep van niet-gekozen kroonofficieren, aangesteld door de koningin, die feitelijk de machtsinstrumenten van het eiland bedienen. Jersey heeft niet dezelfde scheiding der machten als de meeste andere democratieën: de bailiff, benoemd door de koningin, leidt het parlement, de rechterlijke macht en het hof van beroep, terwijl het parlement van het eiland uit één kamer bestaat waarin politieke partijen, oppositie en dissidenten snel kunnen worden geneutraliseerd.
Op papier is het een charmant antiek systeem, met allerlei gebruiken en rituelen, maar in praktijk is het hopeloos als er verantwoording moet worden afgelegd. Dat is wat eilandbewoners bedoelen als ze het hebben over de ‘Jersey Way’.
Zwarte lijst
Door brexit wordt Jersey nu geconfronteerd met toenemende tegenwind en zal niet alleen de archaïsche regeringsvorm, maar ook het belastingregime moeten worden hervormd. Samen met een aantal andere zogenaamde ‘geheimhoudingsjurisdicties’ voegde het Europees Parlement Jersey eind januari toe aan een zwarte lijst van belastingparadijzen die een belastingregime van nul procent hanteren. De voorzitter van de subcommissie belastingzaken, de Nederlandse Europarlementariër Paul Tang, noemde de EU-lijst met belastingparadijzen ‘verwarrend en inefficiënt’. Hij zei dat de lijst een goed hulpmiddel was, maar dat ‘de lidstaten iets vergaten bij het samenstellen ervan, namelijk: de echte belastingparadijzen’.
Trailer van Laundromat, the Netflixfilm over de Panama Papers.
Jersey ontkent in alle toonaarden dat het een belastingparadijs is, en zal krachtig pleiten voor zijn belastingregime via het Channel Islands Office in Brussel en in Amsterdam, zegt Joe Moynihan, CEO van Jersey Finance, de groep die de financiële sector op het eiland vertegenwoordigt. ‘Omdat Jersey niet in de EU zit, kunnen we ons gemakkelijk aanpassen aan de marktomstandigheden en zullen we goed kunnen samenwerken met zowel de City of London als de EU-lidstaten’, denkt hij.
Jersey begon aan zelfonderzoek nadat een Britse rechter het eiland had aanbevolen de ‘Jersey Way’ onder de loep te nemen. Hoewel de financiële sector al langer werd bekritiseerd, wist het eiland onder de radar te blijven tot 2008. Toen bracht de politie getuigenissen bijeen van bijna 200 mensen over de hele wereld die zichzelf identificeerden als slachtoffers van kindermisbruik op het eiland. Meer dan 150 verdachten werden genoemd, waaronder mensen uit de elite van Jersey, maar slechts een handjevol werd veroordeeld, hetgeen leidde tot wijdverbreide verontwaardiging. Na een onderzoek van drie jaar concludeerde rechter Frances Mary Oldham in 2017 dat kinderen op het eiland mogelijk nog steeds gevaar lopen, en ze verwees specifiek naar de Jersey Way, die ze omschreef als ‘het falen om een cultuur van openheid en transparantie tot stand te brengen, op zijn minst leidend tot de perceptie van heimelijkheid en doofpot.’
Leugens
De 55-jarige Tanya Dick-Stock, geboren in Denver, herinnert zich dat ze haar vroege jaren doorbracht in een benauwd kelderappartement ‘dat raar rook en bijtende beestjes’ huisvestte, totdat haar ouders, die investeerden in onroerendgoeddeals in Colorado, een fortuin opbouwden dat zou uitgroeien tot enkele honderden miljoenen dollars, die werden ondergebracht in een trustfonds voor haar en andere familieleden. Tegen de tijd dat ze negen jaar oud was, zocht haar vader, een succesvolle advocaat, een tweede huis waar hij offshore trusts kon opzetten. ‘We bezochten verschillende huizen op Bermuda en de Bahama’s’, zegt ze. ‘Mijn familie vroeg: “Wat is de gouden standaard voor trusts?” En we kregen te horen: Jersey. Dus gingen we daarheen.’
Pas toen ze de documenten van La Hougue vonden, leerden zij en haar man de omvang van de zaken kennen. ‘Tanya en ik sloten onszelf in feite vier maanden op in een kamer en verlieten het huis amper, totdat we alle dossiers hadden doorgenomen’, vertelt Stock. ‘We voerden duizenden gegevens in op een tijdlijn en realiseerden ons uiteindelijk dat deze hele operatie op leugens is gebaseerd.’
In politierapporten van Operatie Scarlet beweert John Dick dat directeuren en het personeel van La Hougue schuldig zijn aan fraude die door het trustfonds is gepleegd. Maar Dick-Stock en haar man zeggen dat de La Hougue-documenten bewijzen dat John Dick uiteindelijk de begunstigde was en bepaalde wat er gebeurde.
Via zijn woordvoerder ontkent Dick de aantijgingen stellig. In meerdere lopende rechtszaken in de VS en Jersey, die in 2015 begonnen, wordt geprobeerd te ontrafelen wat er precies is gebeurd en wie schuldig is. ‘La Hougue beheerde de trustfondsen van de familie’, zegt Stock, ‘en heeft ze leeggetrokken.’
Dick-Stock en haar vader praten niet meer met elkaar. Dick is onafhankelijk bestuurder bij het Londense telecommunicatiebedrijf Liberty Global en woont nu in Newport Beach, Californië. De moeder van Dick-Stock, Mary Dick, die in 1981 scheidde van John Dick, stierf in 1997.
Vervalste documenten
Terugkijkend zegt Dick-Stock dat ze opmerkelijke dingen in het landhuis zag. De kluis van haar vaders kantoor bevatte geen contanten, maar een merkwaardige verzameling verouderde kantoorapparatuur, gelabeld en gedateerd per jaar. ‘Er was een inloopkluis met een grote metalen deur en ik herinner me dat ik als tiener al die stoffige typemachines, faxmachines, oude pennen en oud papier op de planken zag staan’, zegt ze. ‘Een keer pakte ik er wat oud papier en toen trok mijn vader mijn hoofd er bijna af.’
Nu weet ze waarom de inhoud van de kluis nooit mocht worden aangeraakt. Volgens een uitgelekt memorandum tussen de directeuren van La Hougue die met haar vader werkten, moesten documenten zorgvuldig worden vervalst door met behulp van drukmateriaal en tijdstempels een vermeende herkomstdatum te creëren. ‘Denk aan het papier dat werd gebruikt, de machine die de documenten heeft gemaakt, de datum van de inkt die is gebruikt om de documenten op te stellen en te ondertekenen’, zo staat in het memorandum. ‘Wees voorzichtig met floppydisks en harde schijven, ik ben van mening dat ze niets anders dan fotokopieën moeten bevatten.’ Originele kopieën mochten niet worden bewaard.
Bestuurders gaven later in een rechtbank in Denver toe dat ze bij La Hougue tientallen documenten hadden geantedateerd en vervalst die miljoenen dollars aan nepschuld vertegenwoordigden. De rechtbank in Denver bestrafte hen voor meineed en noemde hun handelen ‘werkelijk schandalig’. Maar toen dezelfde bestuurders bij een gerechtelijke procedure in Jersey probeerden de nepdocumenten te gebruiken, nam de rechtbank er geen aanstoot aan en besloot de frauduleuze documenten eenvoudigweg buiten de zaak te houden, ook al zijn dergelijke fraudepogingen wel degelijk een misdrijf volgens de wet van Jersey.
Krantenkoppen
Hoewel deze nepdocumenten wereldwijd voor krantenkoppen zorgden, in onder meer The Guardian, The Daily Beast, The Toronto Star, Mother Jones en het in Londen gevestigde non-profit Bureau of Investigative Journalism, zeggen Dick-Stock en haar man dat het ze niet is gelukt om de enige krant van Jersey, de Jersey Evening Post, die wordt gesubsidieerd door de regering van het eiland, zover te krijgen erover te schrijven. ‘Een journalist sprak met ons’, zegt Stock, ‘maar ze durfden niet aan het verhaal te beginnen.’
St. John’s Manor, het landgoed van John Dick op Jersey, van dichterbij.
Behalve dat ze naar de pers, de rechtbanken en de politie gingen, lichtte het echtpaar ook de Jersey Financial Services Commission (JFSC) in, de enige financiële toezichthouder van het eiland. Destijds spraken ze met Barry Faudemer, hoofd handhaving van de commissie, maar ze zeggen dat hij weigerde een onderzoek in te stellen. In het verleden had de JFSC La Hougue op de lijst van instellingen met een ‘hoog risico’ gezet en bijna een vergunning geweigerd om op het eiland te opereren vanwege onorthodoxe handelspraktijken, die volgens de toezichthouder doordrenkt waren van belangenconflicten, nalevingskwesties en de handelswijze om met codenamen naar klanten te verwijzen. ‘Het lijdt geen twijfel dat uw systeem zeer ongebruikelijk is en aanzienlijk verschilt van de geaccepteerde best practices in de branche’, schreef een JFSC-functionaris na inspectie van La Hougue in 2002.
Faudemer was op Jersey tot 2007 hoofd van de eenheid financiële misdrijven en is nu CEO van het offshore adviesbureau Baker Regulatory Services op het eiland. In een e-mail weigert hij te antwoorden op de vraag waarom de zaak niet werd vervolgd: ‘U vraagt mij een strafbaar feit te plegen door over deze zaken te spreken.’ Waarop hij verwijst naar artikel 37 van de Jersey Financial Services Law, waarin staat dat ‘specifieke informatie’ niet mag worden gegeven zonder toestemming, op straffe van een boete en maximaal twee jaar gevangenisstraf. Artikel 37 is echter niet van toepassing op informatie die al bekend is bij het publiek, zoals de dossiers in de zaak La Hougue, maar Faudemer wil geen antwoord geven op vervolgvragen.
Spiegels in spiegels
De JFSC zelf antwoordde ook via e-mail en noemt het onderzoek naar La Hougue een ‘burgerlijk geschil over een familietrust’ en een ‘criminele’ zaak die aan de politie moet worden overgelaten. ‘Het is niet onze taak als toezichthouder om aantijgingen van fraude te onderzoeken, want dat betreft strafbare feiten.’
Een politieagent die met de financiële misdaadeenheid van Jersey aan Operatie Scarlet werkte, noemt de enorme hoeveelheid documenten in de zaak ‘overweldigend’, zowel in hoeveelheid als inhoudelijk. Hij herinnert zich de squashbaan te hebben gezien op de dag dat de dossiers werden weggehaald. ‘De documenten waren rondom tegen de muren opgestapeld’, zegt hij. ‘Het is een buitengewoon complexe zaak, op meerdere rechtsgebieden, met veel onbeantwoorde vragen. Het ging om spiegels in spiegels.’
Hij schat dat voltooiing van Operatie Scarlet ongeveer drie jaar zou hebben gekost, zelfs met een heel team van accountants om alle onderdelen te ontrafelen. Uiteindelijk, zegt hij, heeft de procureur-generaal van Jersey besloten geen middelen aan het onderzoek te besteden. ‘Het was niet onze beslissing om de zaak te laten vallen, maar van de pg’, zegt hij. ‘Fraudeonderzoeken vragen veel investering en tijd. Als het niet in het algemeen belang is, wordt er niet op aangedrongen.’ De politieagent sprak op voorwaarde van anonimiteit, want het eiland bestraft degenen die zich uitspreken.
Patronagesysteem
Sinds zijn verkiezing in het parlement van Jersey in 2008, wordt Mike Higgins overspoeld met hulpverzoeken van eilanders die niet in staat zijn om gerechtigheid te zoeken. Een van de moeilijkste dingen aan het vertegenwoordigen van mensen op Jersey, zegt hij, is dat hun problemen peilloos zijn. ‘Ik zou zeggen dat de crux over het algemeen het ontbreken van rekenschap is. Het hele systeem, inclusief rechtbanken, diensten voor kinderen en de politie, laat mensen hier jammerlijk in de steek.’
Het ontbreken van een onafhankelijke openbaar aanklager en de gewoonte om door de Queen aangestelde functionarissen een wurggreep op de macht te laten houden, waarbij velen van hen ook nog eens opereren in het parlement en de rechtbanken van Jersey, betekent dat gerechtelijke dwalingen en tekortkomingen in de democratie vaak niet worden aangepakt. ‘Het systeem is erg moeilijk te kraken’, zegt Higgins. ‘We hebben een patronagesysteem waarbij je, als je procureur-generaal wordt, kunt verwachten dat je daarna plaatsvervangend bailiff en dan bailiff wordt en uiteindelijk meestal tot ridder wordt geslagen.’
Het gebrek aan scheiding der machten betekent dat er zorgen zijn over ernstige conflicten in de hoogste regionen van het leiderschap
Het gebrek aan scheiding der machten betekent ook dat er zorgen zijn over ernstige conflicten in de hoogste regionen van het leiderschap. De procureur-generaal ten tijde van de politie-inval in St. John’s Manor, Timothy Le Cocq, is nu de bailiff van het eiland en hij zit rechtszaken voor die rechtstreeks verband houden met de trusts van La Hougue. Gedurende zijn lange juridische carrière verleende Le Cocq juridische diensten en advies aan La Hougue trusts, zo blijkt uit documenten die in beslag werden genomen bij Operatie Scarlet. Ook een andere rechter, Julian Clyde-Smith, heeft recht gesproken in zaken die verband houden met de trusts die door La Hougue werden beheerd, terwijl uit documenten van het bedrijf blijkt dat hij in feite een van de oprichters van La Hougue was. Beide rechters verrichtten juridisch werk voor La Hougue, en deden uitspraak in zaken rond La Hougue. Sprekend namens zowel Le Cocq als Clyde-Smith, verwerpt Steven Cartwright, hoofdofficier van de Jersey Bailiff’s Chambers, elke suggestie van belangenverstrengeling.
Tevreden
Clyde-Smith beweert geen herinnering te hebben aan het oprichten van La Hougue of verwante entiteiten, aldus Cartwright, maar de rechter ‘herinnert zich dat hij abonnee was van bijna alle bedrijven’ die werden opgericht voor cliënten van zijn advocatenkantoor, Ogier & Le Cornu (nu Ogier), in de jaren tachtig tot negentig. Een abonnee is een van de eerste aandeelhouders van een bedrijf. Op Jersey zijn abonnees verplicht voor het vormen van een bedrijf en advocaten nemen deze rol vaak tijdelijk op zich voor hun klanten, aldus Cartwright. ‘Clyde-Smith was op geen enkele manier betrokken bij de activiteiten van die bedrijven’, voegde hij eraan toe, ‘en het zou verkeerd zijn iets anders te suggereren.’ Noch Clyde-Smith, noch Le Cocq beantwoordde telefoontjes of e-mails voor commentaar.
‘Na twaalf jaar in het parlement weet ik soms nog steeds niet wie dit eiland nu bestuurt’
In een nieuw vonnis eind februari 2021 stemde Clyde-Smith ermee in om Tanya Dick-Stock als begunstigde van de familietrust te verwijderen, onder verwijzing naar haar ‘onredelijke’ en ‘schadelijke’ handelen in haar pogingen om de vermeende fraude binnen de trusts aan te pakken en door documenten van La Hougue te delen met de media. Hij heeft kennisgenomen van aantijgingen in de pers over zijn vermeende belangenconflicten als rechter, maar stelt ‘tevreden’ te zijn dat er geen sprake is van belangenverstrengeling.
Clyde-Smith erkende dat Dick-Stock een procedure tegen haar vader had aangespannen bij de rechtbanken van Jersey ‘om verliezen te verhalen die zouden zijn ontstaan door vermeende schending van vertrouwen, fraude en andere niet-gespecificeerde acties die decennia teruggaan.’ Maar, oordeelde hij, ‘er mag geen procedure worden aangespannen.’
Kapot systeem
Volgens Higgins zijn dergelijke tactieken gemeengoed op het eiland. Als vertegenwoordiger van hoofdstad St. Helier zit hij in het parlement. Met andere parlementsleden maakt hij nu deel uit van een panel dat moet onderzoeken hoe Jersey zijn systemische tekortkomingen kan aanpakken zoals aanbevolen door de Britse rechter na de kindermisbruikzaak in 2017. ‘Het is duidelijk dat we een groot probleem hebben’, zegt Higgins. ‘Ons systeem is kapot. Het werkt niet voor gewone mensen. Maar dit is een zware klus, want mensen willen de Jersey Way niet echt van dichtbij bestuderen.’ Een afsluitend rapport, waarvan hij verwacht dat het voor de zomer uitkomt, zal waarschijnlijk ‘vernietigend’ zijn, zegt hij.
Een van de lastigste dingen bij het aanpakken van de problemen is dat het eiland wordt gerund door een afwezige koningin. ‘Ik kijk vaak naar hoe Jersey bestuurd wordt en zeg dan: “Dit is gek”,’ aldus Higgins. ‘Er gebeuren hier dingen die we niet snappen en waar we geen controle over hebben. Na twaalf jaar in het parlement weet ik soms nog steeds niet wie dit eiland nu bestuurt.’
Een brief aan de koningin
Enkele jaren geleden schreef Christensen van het Londense Tax Justice Network een brief aan de koningin, waarin hij haar aanspoorde sterker op te treden tegen de wijd verspreide constellatie van belastingparadijzen, kroonafhankelijkheden, overzeese gebiedsdelen en rechtsgebieden met geheimhouding, die, merkte hij op, behoren tot de machtigste ter wereld. Hij was direct, maar ook zeer beleefd.
‘Ik verzoek u dringend,’ schreef hij, ‘als staatshoofd van al deze gebieden om alle mogelijke invloed uit te oefenen om een van de schadelijkste breuklijnen in de wereldeconomie aan te pakken.’ Hoewel hij in zijn brief erkent dat de koningin, als soeverein, niet rechtstreeks mag ingrijpen in de politiek van haar rijk, schreef Christensen dat hij hoopte dat ze haar mening over belastingparadijzen kenbaar zou maken, vanwege ‘de lang bestaande conventie die u het recht geeft uw premiers te adviseren, aan te moedigen en te waarschuwen.’
Bijzonder genoeg schreef de koningin via een hoge ambtenaar terug. ‘De positie van de koningin als constitutionele soeverein belet haar in te grijpen in zaken als deze’, aldus de brief. ‘Bedankt dat u de tijd en moeite hebt genomen voor uw schrijven.’
Christensen is niet onder de indruk. ‘Deze plekken ondermijnen de wereldeconomie, en ze kan zich niet schoonwassen van haar rol als monarch en staatshoofd van al deze belastingparadijzen’, zegt hij. En het helpt niet, voegt hij eraan toe, dat ze er zelf ook direct de vruchten van plukt. ‘Als het staatshoofd niets doet en offshoreconstructies gebruikt om haar eigen geld voor de belastingen te verbergen, slaagt ze niet voor de stankproef’, zegt hij. ‘Een vis begint te rotten vanaf de kop.’
Rusland ‘straft’ Twitter door het platform te vertragen
Op woensdag 10 maart kondigde Moskou aan de uploadsnelheid van Twitter in het land te zullen verstoren. Deze maatregel heeft tot doel het sociale netwerk te straffen, omdat het verboden inhoud niet heeft verwijderd.
Vorige week, zo meldt de Moscow Times, dreigde de Russische mediawaakhond het sociale netwerk met ‘zware boetes voor het niet verwijderen van drieduizend publicaties met informatie over zelfmoord, kinderpornografie en drugs sinds 2017’. De mediawaakhond zet de dreigementen nu kracht bij door deze nogal bijzondere stap te zetten, volgens experts ‘een nieuwe methode om buitenlandse sociale media te onderdrukken’.
Het artikel citeert Mikhail Klimarev, directeur van de Internet Protection Society, een organisatie die de vrijheid op internet verdedigt: ‘Vanuit overheidsperspectief is het logisch om druk uit te oefenen op Twitter. Er zijn relatief weinig gebruikers in Rusland, maar ze zijn hyperpolitiek.’ Desalniettemin voorspelt Klimarev dat het Kremlin daar niet zal stoppen en dat ‘Facebook en Google zullen volgen’.
Ook The Guardianplaatst het initiatief in de huidige politieke context. ‘Vladimir Poetin was woedend over de rol die sociale netwerken speelden bij het verkrijgen van steun voor de tegenstander Aleksej Navalny’, aldus de Britse krant. ‘De Russische president heeft bij verschillende gelegenheden geklaagd over de Amerikaanse technologieplatforms.’
‘Het is moeilijk om deze verklaring serieus te nemen’
Maar volgens Leonid Kovachich, lid van een Russische denktank, geïnterviewd door de Moscow Times, zou het Kremlin niet over de nodige middelen beschikken om deze strijd aan te gaan.
‘Rusland heeft niet de technologische middelen om sociale mediaplatforms effectief te blokkeren. Zelfs in China, waar de hele internetinfrastructuur is ontworpen om informatie buiten te houden, zijn ze er nog niet zo goed in. Daarom is het moeilijk om deze verklaring serieus te nemen.’
Joe Biden behaalt zijn eerste grote wetgevende overwinning
Het stimuleringspakket van 1,9 biljoen dollar, dat woensdag (10 maart) eindelijk door het Amerikaanse Congres is aangenomen, is ‘de meest vooruitstrevende wetgeving in de Amerikaanse geschiedenis’, aldus het Witte Huis. De meerderheid van de pers juicht een ‘historische’ overwinning voor Joe Biden toe, ondanks de unanieme oppositie van de Republikeinen.
‘Deze wet zal de grootste impact hebben op de sociale en economische rechtvaardigheid sinds decennia, en werd aangenomen aan het begin van het presidentschap’ van Joe Biden, aldus politiek strateeg Bob Shrum in de Los Angeles Times. Hij noemt Biden een fundamenteel ‘transformatieve’ president.
De Corriere della Sera trekt een parallel tussen Biden en een andere Amerikaanse president, die niet erg charismatisch was maar wel een indrukwekkend staat van dienst heeft op het gebied van sociaal beleid: Lyndon B. Johnson. De architect van de Great Society, merkt het Milanese dagblad op, ‘heeft in vijf jaar tijd meer hervormingen doorgevoerd dan al zijn opvolgers in de halve eeuw die volgde’.
VoorThe Guardian heeft Joe Biden ‘het tot zijn missie gemaakt om het vertrouwen in de staat te herstellen’ – dat werd sinds de jaren zestig, met name door Ronald Reagan, ernstig ondermijnd – met een stimuleringsplan voor ‘de grootste uitbreiding van de welvaartsstaat in decennia’.
‘Progressieve stoomwals’
De belangrijkste maatregelen van het plan – een nieuwe cheque van $1400 voor de meeste Amerikanen, de uitbreiding van werkloosheidsuitkeringen van de tientallen miljarden dollars die zijn toegewezen aan de covid-19-vaccinatie en scholen – zijn bekend. Maar het Britse dagblad wijst erop dat de wet ook voorziet in ‘de grootste investering in de geschiedenis voor indianen’ (31 miljard dollar) en ‘de grootste voorziening voor zwarte boeren sinds een halve eeuw’ (5 miljard dollar). De krant noemt het plan de ‘erfenis van Roosevelt’ waardig.
Zorgen
Maar het conservatieve Wall Street Journal maakt zich zorgen. ‘Dit is slechts het begin van de progressieve stoomwals’, aldus de krant, die de wet ‘zelfs tijdens de Obama-jaren ondenkbaar’ noemt. Het zakenblad maakt zich zorgen omdat de Democratische Partij ‘verenigd is rond het meest linkse programma sinds decennia’, terwijl de Republikeinen ‘verdeeld zijn en intellectueel overhoop liggen’.
Misschien willen Republikeinen ‘de economie doen instorten, denkend dat het hen zou kunnen helpen om de tussentijdse verkiezingen in 2022 te winnen’, zegt commentator Dean Obeidallah op de MSNBC-site. Of misschien willen ze ‘alleen beleid ondersteunen dat gunstig is voor hun rijkste donateurs?’
‘Eén ding is zeker: toen miljoenen Amerikanen hun hulp nodig hadden, zeiden ze “nee”. Ik hoop dat de kiezers in 2022 op dezelfde manier op hen zullen reageren.’
Verbod op de import van ananas
Taiwanese internetgebruikers delen massaal ananasgerechten en -recepten sinds China op 26 februari een verbod aankondigde op de import van ananas vanaf het zelfregerende eiland. Als reden werd opgegeven dat ze ongedierte bevatten.
De Taiwanese regering bekritiseerde dit plotselinge besluit van Beijing als een ‘economische intimidatie’, vergelijkbaar met het verbod op Australische wijn vorig jaar.
De Taiwanese Landbouwraad beweert dat vanaf oktober 2020 tot nu alle ananas die vanuit Taiwan naar China wordt geëxporteerd, de veiligheidscontroles heeft doorstaan.
Taiwan exporteert ongeveer 10 procent (45.621 ton) van zijn productie van verse ananas, waarvan 95 procent naar China. Het verbod zou de ananasboeren ernstig schaden, vooral degenen die de hoogwaardige gouden diamantvariant plantten om te voorzien in de Chinese vastelandmarkt.
#FreedomPineapple-campagne
Als reactie op het verbod heeft de Taiwanese regering toegezegd 1 miljard Taiwanese dollar (ongeveer 30 miljoen euro) te investeren in subsidies.
President Tsai Ing-wen drong er bij het publiek op aan lokale ananas te consumeren om boeren te ondersteunen, en het ministerie van Buitenlandse Zaken riep op tot een #FreedomPineapple-campagne op sociale media om Taiwanese ananas te promoten.
Ananasrecepten
Velen steunen de oproep door foto’s van ananasgerechten en de bijbehorende recepten te plaatsen. Een selectie:
「鳳梨燒肉丼」
① 五花肉在醬油、米酒、糖、薑片的醬汁裏醃一下,跟灑一點二砂砂糖的鳳梨,蔥、甜紅椒一起烤。剛剛的醬汁在平底鍋煮滾收汁
Barbecue-ananas met varkensvlees. Marineer buikspek in sojasaus, rijstwijn, suiker, gembersap. Rooster het op de barbecue met ananas, prei en rode paprika. Kook de saus die is gebruikt om het varkensvlees te marineren tot het dikker wordt.
Meng de ingekookte saus met Griekse yoghurt, honing en een beetje mosterd. Varkensvlees geserveerd met ananas is fantastisch, helemaal met Taiwanees bier erbij!
「焦糖蘭姆酒鳳梨蛋糕」
① 蘭姆酒、二砂砂糖、奶油小火煮到糖融化
② 烤模放鳳梨、石榴,淋一層 ①,然後放麵粉、牛奶、蛋、糖、植物油、泡打粉的蛋糕糊。烤箱 170℃ 40 分鐘
Ananastaart met gebrande suiker en rum. 1. Meng rum met suiker en boter en kook tot de suiker gesmolten is. 2. Leg de ananas en granaatappelpitjes in de taartvorm en giet de rum met suiker erop. Meng dan bloem, melk, ei, suiker, plantaardige olie en bakpoeder tot een crème. Smeer het mengsel in de vorm en bak 40 minuten onder de 170 graden Celsius. 3. Haal de taart eruit en giet nog wat rum met suiker eroverheen. Zoals mijn leraar zegt: ‘Een werkelijk heerlijk dessert veroorzaakt revolutie.’
Gebakken rijst met ananas en garnalen. Snijd de garnalen horizontaal (dit maakt het gemakkelijker om de darmen eruit te halen en de garnalen krullen op natuurlijke wijze als ze gaar zijn) en bak de garnalen, kip, asperges en in blokjes gesneden rode paprika in de pan. Roerbak de rijst met eieren, doe dan alle andere gebakken ingrediënten en in blokjes gesneden verse ananas in de pan en roer alles door elkaar. Doe de gebakken rijst in een ananaskom en voeg wat cashewnoten toe. Het beste ananasgerecht wat er is.
Vladimir Poetin en Anna Politkovskaja, Mohammed Bin Salman en Jamal Khashoggi: in autocratische en corrupte landen wordt de naam van vermoorde journalisten vaak in één adem genoemd met die van de machthebbers.
Dit geldt ook voor de moord op een Sri Lankaanse journalist waarin de hand van de zittende president van Sri Lanka wordt vermoed. De dochter van de journalist vecht voor gerechtigheid.
Op vrijdag 9 januari 2009 publiceerde The Hindu, met 2,24 miljoen lezers de op twee na grootste Engelstalige krant van India, dit nieuwsbericht:
‘COLOMBO: Lasantha Wickramatunga, hoofdredacteur van het Engelstalige Sri Lankaanse weekblad Sunday Leader, werd donderdagochtend door onbekende schutters vermoord in zijn auto toen hij op weg was naar zijn werk.
Volgens de politie beschoten twee niet-geïdentificeerde personen op motorfietsen Wickramatunga en werd hij geraakt in de borst, het hoofd en de buik.
Wickramatunga, een felle criticus van de regering van Mahinda Rajapaksa, stierf drieënhalf uur later in een ziekenhuis.
De mediagemeenschap in het land is verontwaardigd over het falen van de regering om journalisten te beschermen en over de toenemende aanvallen op de pers.
De Sri Lankaanse president Mahinda Rajapaksa veroordeelde de moord op Wickramatunga als een poging om zijn regering in diskrediet te brengen; oppositieleider en een voormalig premier Ranil Wickremesinghe beschuldigt de regering ervan critici het zwijgen op te leggen.
Rajapaksa omschrijft Wickramatunga als een goede vriend en een moedige journalist en betoogt dat “dit gruwelijke misdrijf wijst op de ernstige gevaren die de democratische sociale orde van ons land bedreigen, en op het bestaan van krachten die tot het uiterste gaan in het gebruik van terreur en criminaliteit om ons sociale weefsel te beschadigen en het land in diskrediet te brengen”.
Tijdens een persconferentie met andere oppositieleiders, zei Wickremesinghe dat de moord op de hoofdredacteur van Sunday Leader deel uitmaakt van een antidemocratisch complot.’
Twaalf jaar later
Precies twaalf jaar na de moord, op 8 januari van dit jaar, schreef TheHindu:
‘De dochter van een vermoorde Sri Lankaanse journalist heeft op 8 januari een klacht ingediend bij het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties over vermeende betrokkenheid van de overheid bij de dood van haar vader twaalf jaar geleden.
Het in San Francisco gevestigde Center for Justice and Accountability diende de klacht in namens Ahimsa Wickrematunge, dochter van Lasantha Wickrematunge, die werd vermoord door een aan het leger gelieerde eenheid toen hij naar zijn werk reed.
Lasantha Wickrematunge, hoofdredacteur van de inmiddels ter ziele gegane Sunday Leader, was een scherpe criticus van de huidige president Gotabaya Rajapaksa, die destijds minister van Defensie was. De oudere broer van Gotapaya Rajapaksa, de huidige premier Mahinda Rajapaksa, was destijds president.
De moord op Lasantha Wickrematunge werd het symbool van vermeend machtsmisbruik en straffeloosheid door de overheid tijdens de burgeroorlog in Sri Lanka. Dit kwam prominent naar voren in een onderzoek dat in 2015 werd uitgevoerd door de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN-bureau.
Volgens de klacht werd Lasantha Wickrematunge vermoord een paar dagen voordat hij zou getuigen in een lasterzaak die was aangespannen door Gotabaya Rajapaksa. Dit vanwege een artikel waarin zijn betrokkenheid wordt genoemd bij een corruptieschandaal rondom de aankoop van gevechtsvliegtuigen. Op dat moment vond de eindfase plaats van de decennialange burgeroorlog tussen Sri Lankaanse troepen en etnische Tamil-rebellen.
Elk moment dat ze er gelegenheid toe hebben, dwarsbomen de broers het onderzoek naar de moord op de journalist. Een moord waar ze zelf op z’n minst baat bij hebben gehad
Zowel de regeringstroepen als de verslagen rebellen zijn beschuldigd van ernstige schendingen van de mensenrechten.
De Sri Lankaanse minister van Buitenlandse Zaken, admiraal Jayanath Colambage, zegt dat hij de klacht niet heeft gezien en vanwege de gevoelige aard ervan niet in staat is commentaar te leveren zonder de mening van zijn politieke leiders te kennen.
Volgens de klacht hebben instanties voor wetshandhaving ofwel geen geloofwaardig onderzoek uitgevoerd, ofwel zich actief bemoeid met pogingen om onderzoek te verhinderen.
Nadat Mahinda Rajapaksa in 2015 de presidentsverkiezingen verloor, werd een nieuw onderzoek gestart, maar een politieke machtsstrijd in de nieuwe regering verhinderde dat de zaak tot een einde kwam.
Er is geen vooruitgang geboekt in het onderzoek sinds Gotabaya Rajapaksa tot president werd gekozen.’
Klacht bij de VN
Een journalist, diens onderzoek naar een corruptieschandaal rond de aanschaf van gevechtsvliegtuigen, een moord en twee broers die stuivertje wisselen om de macht. De ene Rajapaksa schopt het van Defensieminister onder zijn broer tot president van Sri Lanka en de andere Rajapaksa wordt na zijn presidentschap premier van het land.
Elk moment dat ze er gelegenheid toe hebben, dwarsbomen de broers het onderzoek naar de moord op de journalist. Een moord waar ze zelf op z’n minst baat bij hebben gehad.
Ahimsa Wickrematunge, schrijver en activist en dochter van de vermoorde journalist, laat het er niet bij zitten en diende begin dit jaar een klacht in bij het Comité voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties. Vorige week lichtte ze in een opiniestuk in The Washington Post de achtergrond toe.
‘In 2007 onthulde mijn vader, Lasantha Wickrematunge, een van Sri Lanka’s meest onafhankelijke journalisten, een wapenovereenkomst waarbij de toenmalige minister van Defensie Gotabaya Rajapaksa meer dan $10 miljoen aan overheidsgeld verduisterde. Rajapaksa daagde hem voor de rechtbank wegens laster.
Kort daarna werden de persen van mijn vader bij de Sunday Leader, waarvan hij hoofdredacteur was, midden in de nacht bestormd door een bende gemaskerde mannen. Twee van zijn medewerkers werden aangevallen en de persen werden in brand gestoken.
‘Een gat in mijn ziel’
Op 8 januari 2009, enkele weken voordat mijn vader kon getuigen over de corrupte wapendeal, lokten officieren van de militaire inlichtingendienst hem in een hinderlaag toen hij naar zijn werk reed. Ze hebben hem vermoord, mijn familie verscheurd, een gat in mijn ziel gebrand en journalisten in heel Sri Lanka verlamd.
Ik houd Rajapaksa verantwoordelijk, zoals ik duidelijk maakte toen ik stappen nam om Rajapaksa in Los Angeles aan te klagen voor zijn rol in de moord op mijn vader. Zijn verbijsterende verkiezing tot president van Sri Lanka in november 2019 heeft onmetelijke pijn veroorzaakt bij mij en mijn familie en schade toegebracht aan het weefsel van de Sri Lankaanse samenleving. (Toen een BBC-verslaggever Rajapaksa ondervroeg over de moord op mijn vader, ontweek hij de vraag en lachte wegwuivend.)
Vorige week presenteerde Michelle Bachelet, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten bij de Verenigde Naties, een rapport waarin een vernietigend oordeel werd uitgesproken over schendingen van de mensenrechten in Sri Lanka. Ze raadde de internationale gemeenschap aan om stappen te zetten en Sri Lanka verantwoordelijk te houden voor de aanhoudende nalatigheid om te voorzien in gerechtigheid voor de slachtoffers. In de komende weken beraadt de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties zich over een mogelijke reactie.
Het filmpje waarin Rajapaksa de moord wegwuift. ‘Why are people so worried about one man?’
Gruweldaden
Toen Mahinda Rajapaksa in november 2005 tot president van Sri Lanka werd gekozen, wees hij zijn broer Gotabaya aan om het ministerie van Defensie van Sri Lanka te leiden. Onder hun toezicht vonden enkele van de ergste gruweldaden in Sri Lanka plaats en ze richtten zich systematisch op elke journalist die dapper genoeg was om zich tegen hen uit te spreken.
Na de electorale nederlaag van zijn broer in 2015 verdween hij korte tijd van het toneel, maar Gotabaya Rajapaksa, beschuldigd van oorlogsmisdaden, is nu opnieuw aan de macht. Het wegmoffelen dat volgde op de dood van mijn vader in 2009 gebeurde grondig en zorgvuldig, zoals blijkt uit mijn recente communicatie met de Verenigde Naties en uit documentatie van Human Rights Watch.
Het autopsierapport sprak de bevindingen van het ziekenhuis over de doodsoorzaak tegen. Onderzoekers werden bedreigd. Bewijs werd vervalst en geplant. Twee onschuldige burgers die waren aangewezen als daders van de aanslag, werden later neergeschoten en hun lichamen zijn verbrand. Een ander werd gearresteerd en stierf in hechtenis.
Voor de Sri Lankaanse rechterlijke macht is hij onaantastbaar
Zes jaar na de moord op mijn vader, op 8 januari 2015, stemden Sri Lankanen het regime van Rajapaksa weg en kozen een nieuwe regering, geleid door president Maithripala Sirisena, die gerechtigheid beloofde aan de vele slachtoffers van wreedheden onder het voorgaande regime. Rechercheurs van de politie kwamen al snel op het spoor van een militair doodseskader, het Tripoli-peloton, dat naar verluidt onder toezicht stond van Rajapaksa toen hij nog minister van Defensie was.
Maar toen rechercheurs de rol van Rajapaksa aan het licht brachten, werd hun onderzoek belemmerd. Voor de Sri Lankaanse rechterlijke macht is hij onaantastbaar. Rechters braken met eeuwen van precedenten en vaardigden bevelen uit om zijn arrestatie te voorkomen. Toen juristen hem wilden ondervragen over de moord op twee mensenrechtenactivisten, legde een rechter hen het zwijgen op. Toen hij werd aangeklaagd wegens verduistering, kwamen nog meer rechters tussenbeide om het proces tegen hem te stoppen.
Daarop besloot ik me tot Amerikaanse rechtbanken te wenden. Maar Rajapaksa had al een nieuwe campagne gelanceerd voor de presidentsverkiezingen. Zijn basis: wederopbouw van de inlichtingendiensten en vrijpleiting van inlichtingenofficieren die zijn beschuldigd van wreedheden. Vijftien maanden geleden zag ik met afgrijzen hoe Sri Lankanen de man kozen die ervan is beschuldigd mijn vader te hebben vermoord. Zijn nieuwe status als president heeft hem immuniteit gegeven.
Straffeloosheid
Als president verspilde Rajapaksa geen tijd om ervoor te zorgen dat straffeloosheid de wet van het land zou worden. Hij promoveerde rechters die hem boven de wet hadden geplaatst. Hij verleende gratie aan een soldaat die veroordeeld was voor oorlogsmisdaden wegens het doden van kinderen. Rechercheurs die dergelijke wreedheden onderzochten, zijn gevlucht of werden gearresteerd.
Shani Abeysekara, een door de FBI opgeleide politieman die de recherche-afdeling van Sri Lanka leidde en die tot doorbraken kwam in verschillende kenmerkende onderzoeken, verdween achter slot en grendel op grond van valse beschuldigingen.
In mei stelde Rajapaksa zelf het nieuwe hoofd van de Centrale Inlichtingendienst aan: een politieman die ervan is beschuldigd bewijsmateriaal over de moord op mijn vader te hebben verdoezeld. Dit alles vond plaats terwijl de internationale gemeenschap blijft verwachten dat Sri Lanka gerechtigheid zal bieden aan slachtoffers.
Zijn eigen moord voorziend, schreef mijn vader voor zichzelf een overlijdensbericht waarin hij het betreurde dat moord ‘het belangrijkste hulpmiddel is geworden om de organen van vrijheid’ te beteugelen
Organisaties van slachtoffers en de internationale gemeenschap zijn zich er terdege van bewust dat de verkiezing van Rajapaksa elke weg heeft afgesloten naar mensenrechten en verantwoordingsplicht in Sri Lanka. De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en speciale rapporteurs van de VN, waarschuwen dat Sri Lankanen het alarmerende risico lopen van een herhaling van mensenrechtenschendingen uit het verleden, zolang krachtig internationaal optreden door buitenlandse regeringen en de Mensenrechtenraad, inclusief sancties, reisverboden en het instellen van een onafhankelijk internationaal verantwoordingsorgaan, uitblijft.
Zijn eigen moord voorziend, schreef mijn vader voor zichzelf een overlijdensbericht waarin hij het betreurde dat moord ‘het belangrijkste hulpmiddel is geworden om de organen van vrijheid’ te beteugelen. Twaalf jaar later, nu diezelfde organen op sterven na dood zijn, is het de hoogste tijd voor de wereld om een grens te trekken bij het vermoorden van journalisten en om ervoor te zorgen dat moorddadige autocraten een prijs moeten betalen.
Maar vandaag, nu ik zie hoe de moordenaars van helden als Anna Politkovskaja, Jamal Khashoggi en mijn vader elkaar op de schouders slaan op het wereldtoneel, lijkt het erop dat het vermoorden van een journalist niets anders is dan een overgangsritueel voor aankomende autocraten.’
Vier maanden nadat de presidentsverkiezingen in Ivoorkust werden ontsierd door geweld, stemden Ivorianen op 6 maart opnieuw. Momenteel wordt het land geleid door de partij RHDP van president Alassane Ouattara.
Voor het eerst in tien jaar nam het Ivoriaanse Volksfront (FPI), onder leiding van voormalig president Laurent Gbagbo, deel aan de verkiezingen. FPI is onderdeel van een coalitie genaamd ‘Samen voor Democratie en Soevereiniteit’ (EDS). Deze coalitie sloot een verbond met de grootste oppositiepartij, de Democratische Partij van Ivoorkust (PDCI). Henri Konan Bédié – een andere ex-president van Ivoorkust – is de leider van PDCI.
Deze ontwikkelingen boden hoop op ‘een politieke verzoening binnen een land waarvan de recente geschiedenis wordt gekenmerkt door sterke spanningen en electoraal geweld’, schrijft Abidjan.net.
Volgens Koaciis het inmiddels vrijwel zeker dat de RHDP zal winnen. Het Afrikaanse portaal meldt dat de formatie van Alassane Ouattara ‘ruim 145 zetels van de 255 in het parlement zal kunnen behalen, met een algemene participatiegraad van rond de 40 procent’.
‘In Afrika bezuiden de Sahara is de bekendmaking van resultaten vaak het meest gevoelige moment van de verkiezingen’
De vraag is nu, merkt het Burkinese dagblad Le Paysop, of ‘de hoofdrolspelers zich [zullen] onderwerpen aan het oordeel van de stembus? Het minste wat we kunnen zeggen is dat de dingen (…) dit keer vrijwel perfect georganiseerd zijn’, aldus de krant.
De stemming vond zaterdag plaats ‘in rust en vrede’, bevestigt Wakat Séra. ‘Is dit niet enkel “stilte van een geladen geweer”?’ vraagt Le Pays zich af. ‘In Afrika bezuiden de Sahara is de bekendmaking van voorlopige of definitieve resultaten vaak het meest gevoelige moment bij de organisatie van verkiezingen’, aldus de Burkinese krant.
Maandag stond los van de vrijwel zekere overwinning van de presidentiële partij ook in het teken van de benoeming van secretaris-generaal Patrick Achi als interim-premier, ter vervanging van Hamed Bakayoko, meldt Abidjan.net. Téné Birahima Ouattara, minister van presidentiële zaken en jongere broer van de huidige president, werd benoemd tot interim-minister van Defensie, eveneens ter vervanging van Bakayoko, die ook deze functie bekleedde.
Volgens Deutsche Welle werd de voormalige premier overgeplaatst naar Frankrijk en vervolgens naar Duitsland, waar hij wordt behandeld tegen kanker. Maar ‘sinds zijn vertrek uit het land zijn er geruchten op de sociale media in Ivoorkust dat de premier het slachtoffer zou zijn geworden van vergiftiging’, merkt de Duitse site op. Volgens haar bronnen zijn deze beweringen ‘ongegrond’.
Lula mag weer mee in de race tegen Bolsonaro
Een rechter van het Braziliaanse Hooggerechtshof, Edson Fachin, heeft op maandag 8 maart alle veroordelingen vernietigd van de voormalige president Luiz Inácio Lula da Silva van Brazilië in verband met de onderzoeken naar de anticorruptieoperatie Lava Jato (‘Operatie Wasstraat’), meldt G1.
Met deze beslissing krijgt de voormalige Braziliaanse president ‘zijn burgerrechten terug’, specificeert de website van de Globo-groep. Volgens de Folha de S. Paulo kan Lula zich nu dus weer kandidaat stellen voor de presidentsverkiezingen van 2022.
‘Ongeldige’ aanklachten
Vanaf nu zullen de verschillende zaken waarbij de voormalige Braziliaanse president betrokken is, worden geanalyseerd door de justitie van het federale district in Brasilia, specificeert de Braziliaanse krant. Lula werd veroordeeld in het kader van een grootschalig onderzoek naar corruptie. De motor achter het onderzoek was de toenmalige rechter Sergio Moro, die later minister werd onder Bolsonaro.
Volgens de Folha de S. Paulo verklaarde Fachin de beslissingen van de federale rechtbank van Paraná, inclusief de aanklachten tegen Lula, ‘nietig’.
‘Mijn onschuld is bewezen en de schuld van de officier van justitie en de federale politie is meer dan bewezen’, zei Lula in een interview met El Pais Brasil, gepubliceerd vóór de beslissing van Fachin. Hij voegt eraan toe: ‘Nu hebben we alleen nog verkiezingen nodig.’
Vanwege de veroordeling kon Lula niet meedoen aan de presidentsverkiezingen van 2018. Peilingen wezen hem destijds aan als de winnaar, maar Jaír Bolsonaro ging er met de winst vandoor.
Maffia pikt een flink graantje mee van covid
Volgens een onderzoek van het Romeinse dagblad La Repubblica zijn 140.000 Italiaanse bedrijven betrokken bij woekerrentes en het witwassen van geld. Dat is twee keer zoveel als vorig jaar. De economische crisis die door covid-19 is veroorzaakt, heeft een ‘potentiële meevaller’ gecreëerd waarvan de georganiseerde misdaad profiteert.
‘Waar je ook bent in Italië, je loopt grote kans een bedrijf tegen te komen dat zojuist van eigenaar is veranderd’, aldus de krant. Dat geldt voor een groot aantal regio’s, maar in het bijzonder voor het zuiden van het schiereiland.
Het Romeinse dagblad geeft enkele voorbeelden. ‘Tijdens de eerste fase van de pandemie veranderden in de provincie Napels 663 bedrijven van eigenaar, ofwel 2 procent. In Rome werden tussen eind februari en midden oktober 2020 1265 commerciële bedrijven verkocht, wat neerkomt op 1,8 procent.’ Een identiek percentage als dat in Catania, de tweede stad van Sicilië en de tiende meest dichtbevolkte gemeente, waar 168 bedrijven van eigenaar zijn veranderd.
Veel bedrijven hebben de verwoestende economische gevolgen van de pandemie niet overleefd en moesten failliet gaan
Zoals de Italiaanse media melden, bieden deze cijfers ‘een significante statistische momentopname van het effect van de pandemie op het nationale economische weefsel’. Veel bedrijven hebben de verwoestende economische gevolgen van de pandemie niet overleefd en moesten failliet gaan. Deze werden vaak opgekocht ‘door mensen die kunnen investeren, die geld in overvloed hebben, zelfs in tijden van diepe crisis’. Een dat profiel, schrijft La Repubblica, doet sterk denken aan een bekende economische speler op het schiereiland: de maffia.
Kleine troost zou zijn dat de nieuwe regering van Mario Draghi zich terdege bewust is van dit gevaar. Tijdens zijn inaugurele rede verklaarde de nieuwe premier zelf dat ‘er een significant risico bestaat dat de georganiseerde misdaad de economie binnendringt als gevolg van de liquiditeitscrisis’, en dat het bijgevolg noodzakelijk is ‘om de verificaties van de eigendomsveranderingen van bedrijven te intensiveren’.
Neanderthalers verdwenen langer geleden dan gedacht
Een multidisciplinair team uit België, Groot-Brittannië en Duitsland kwam tot deze conclusie na het ontwikkelen van een nieuwe onderzoeksmethode. De ontdekking wordt gezien als een belangrijke eerste stap om meer te weten te komen over de aard van onze voorganger en om te begrijpen waarom deze uiteindelijk plaatsmaakte voor de moderne mens.
De Europese grensbewaking is betrokken bij het illegaal terugdringen van vluchtelingen, blijkt uit onderzoek van onder andere Bellingcat. Mensen die de oversteek wagen worden, soms met geweld, naar buiten de Griekse wateren geleid en daar aan hun lot overgelaten.
Het is pas net licht als op 8 juni een zogenoemde pushback plaatsvindt van een rubberbootje met migranten voor de noordoostkust van Lesbos. Na aanvankelijk in het donker te hebben geprobeerd over te steken, wordt de rubberboot vroeg in de ochtend onderschept en fysiek tegengehouden door het Roemeense Frontex-vaartuig MAI1103. Vanuit Griekse wateren wordt het bootje door de Europese grenswacht teruggedrongen naar Turks gebied.
De Turkse kustwacht meldt dat zij die dag 47 migranten heeft gered na een actie van de Griekse kustwacht. Op de door het Turkse persbureau Anadolu Agency gepubliceerde beelden lijkt te zien hoe MAI1103 een rubberboot tegenhoudt.
Uit een gezamenlijk onderzoek van Bellingcat, Lighthouse Reports, Der Spiegel,ARD en TV Asahi naar dit voorval en andere incidenten blijkt dat schepen van het Europees Grens- en Kustwachtagentschap Frontex medeplichtig zijn geweest aan het op zee terugdringen van vluchtelingen en migranten die via Griekse wateren de Europese Unie probeerden te bereiken.
Gegevens uit openbare bronnen (‘open source’) wijzen uit dat Frontex sinds maart in zes gevallen ‘middelen’ (vaartuigen, personeel, instrumentarium) zou hebben kunnen inzetten om vluchtelingen terug te dringen en in een van die gevallen, bij de Grieks-Turkse zeegrens in de Egeïsche wateren, dit ook daadwerkelijk heeft gedaan.
Hoewel Frontex bij vier incidenten niet op de exacte plek aanwezig was, leek in alle gevallen sprake van pushbacks, die waarschijnlijk te zien waren geweest op radar, met de visuele hulpmiddelen die deze schepen normaal gesproken aan boord hebben, of met het blote oog.
Pushbacks
De Griekse kustwacht is al vaak beschuldigd van het uitvoeren van pushbacks. Volgens het European Center for Constitutional and Human Rights (ECCHR), een juridische en educatieve non-profitorganisatie, gaat het om incidenten waarbij vluchtelingen en migranten tot over de grens worden teruggedrongen, zonder inachtneming van persoonlijke omstandigheden en zonder hun de mogelijkheid te bieden asiel aan te vragen of bezwaar te maken tegen de maatregelen.
In de Egeïsche Zee verlopen pushbacks over het algemeen op twee manieren. De gebruikelijkste is om bootjes die op weg zijn van Turkije naar Griekenland ervan te weerhouden op Griekse bodem aan te meren. Dat gebeurt door de Griekse kustwacht. Die doet dat door het bootje keer op keer tegen te houden, tot het geen brandstof meer heeft, of door de motor onklaar te maken. Dan kan het bootje, door golven op te wekken, worden teruggeduwd in Turkse territoriale wateren, of worden gesleept als de wind niet meewerkt.
De andere manier wordt ingezet wanneer het vluchtelingen is gelukt het Griekse vasteland te bereiken. In dat geval worden ze gevangengenomen, op een reddingsvlot zonder motor gezet, weggesleept en midden in de Egeïsche Zee aan hun lot overgelaten.
De pushbacks leiden vaak tot een patstelling tussen de Griekse en de Turkse kustwacht, die geen van beide de bootjes in nood te hulp willen schieten, maar wel in de nabijheid ervan allerlei onveilige manoeuvres uitvoeren. De rol van Frontex en de middelen die het bij zulke incidenten inzet, is echter nooit eerder vastgelegd.
Dana Schmalz, deskundige op het gebied van internationaal recht bij het Max Planck-instituut in Heidelberg, zegt dat de in dit onderzoek uitgelichte incidenten waarschijnlijk illegaal waren en dat hiermee het verbod op refoulement [het terugsturen van vluchtelingen naar hun land van herkomst als zij daar voor vervolging moeten vrezen] en het maritiem recht zijn geschonden. Het verbod op refoulement berust volgens de VN-vluchtenlingencommissie (UNHCR) op ‘internationaal gewoonterecht’.
Vuile werk
Schmalz voegt eraan toe dat Frontex-personeel verplicht zou zijn tot hulp aan de opvarenden van een afgeladen bootje zoals dat te zien is in opnamen die dit onderzoek heeft blootgelegd. ‘Als ze dat niet doen, of zelfs golven opwekken om het bootje terug te dringen of wegvaren om de Grieken het vuile werk te laten opknappen, zijn ze betrokken bij illegale pushbacks.’
Hoewel hem diverse voorbeelden van deze praktijk werden voorgelegd, sprak een woordvoerder van het Griekse ministerie van Maritieme Zaken tegen dat er sprake was geweest van pushbacks. Beschuldigingen die verband houden met de in dit artikel vermelde incidenten deed hij af als tendentieus. De Griekse kustwacht zou geheel overeenkomstig de internationale verplichtingen van het land hebben gehandeld.
Frontex verklaarde dat de gastlanden waarmee het samenwerkt het laatste woord hebben over de wijze waarop operaties op hun grondgebied of in opsporings- en reddingsgebied worden uitgevoerd. Het agentschap voegde er echter aan toe dat het de Griekse kustwacht had ingelicht. Die bevestigde dat er een intern onderzoek was begonnen naar de gemelde incidenten. Maar Frontex vertelde er niet bij wanneer het de kustwacht had ingelicht of wanneer het onderzoek was begonnen.
Op 24 juli zei de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, tegen de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) van het Europees Parlement dat het agentschap slechts een enkel incident in de Egeïsche Zee had waargenomen en vastgelegd waarbij sprake kon zijn geweest van pushbacks.
Ons onderzoek lijkt die bewering te ontkrachten. We hebben gekeken naar de aanwezigheid van Frontex en de inzet van zijn middelen in de Egeïsche Zee, en hebben de bewegingen van het agentschap maandenlang gevolgd.
Veel Frontex-middelen waren echter moeilijk op te sporen, omdat de informatie van de transponders [elektronische apparaten die een boodschap uitzenden als antwoord op een ontvangen boodschap] niet waren geregistreerd, niet waren ingeschakeld of buiten bereik waren. Daardoor konden we slechts een fractie van de Frontex-operaties bestuderen.
Frontex, een agentschap van de Europese Unie, is belast met grenscontrole in het Schengengebied.
Het onderzoek
Dat Frontex daadwerkelijk betrokken is geweest bij pushbacks, hebben we in twee belangrijke stappen vastgelegd. De eerste behelst de identificatie van middelen die bij Operatie Poseidon [de activiteiten van Frontex in de Egeïsche zee] zijn ingezet, de tweede de vaststelling of deze middelen ook zijn ingezet bij pushbacks.
Bij de eerste stap is gebruikgemaakt van open bronnen. Die bestonden uit berichten op sociale media, sites voor het volgen van vaartuigen en informatie die Frontex zelf publiceert. Ook konden we, dankzij vragen die in het Europees Parlement zijn gesteld, het aantal medewerkers en de aanwezige middelen in het operationele gebied vaststellen.
Volgens de antwoorden aan het Europees Parlement beschikte Operatie Poseidon over 185 man personeel, een offshorepatrouillevaartuig, acht kustpatrouilleboten, één kustpatrouillevaartuig, vier voertuigen voor thermische waarnemingen en drie patrouillewagens. Ook is er een Rapid Border Intervention Team, dat over diverse middelen beschikt, naast de middelen voor Operatie Poseidon. Dit omvat 74 man personeel, twee patrouilleboten, twee patrouillevoertuigen, een helikopter en drie voertuigen voor thermische waarneming.
In totaal hebben we via het opensourceonderzoek 22 middelen geïdentificeerd, waaronder vaartuigen, helikopters en vliegtuigen, die in 2020 in de Egeïsche Zee operatief waren. De reden dat dit meer is dan de middelen uit het antwoord op bovenstaande parlementaire vragen, is dat Frontex materieel rouleerde met grens- en kustwachten van de lidstaten.
Sommige middelen troffen we regelmatig aan in opensourcedata. Zo varen Roemeense en Bulgaarse schepen vaak door de Bosporus, waar veel scheepsspotters actief zijn. En dus was het mogelijk te zien hoe er gerouleerd werd tijdens de operaties, met inbegrip van schepen die ongeveer om de drie maanden werden uitgezonden of terugkeerden. Andere zaken waren moeilijker te volgen; daarvan vonden we in open sources slechts een enkele afbeelding of video terug.
Tracking
Om deze middelen op te sporen en te bepalen of ze hadden deelgenomen aan pushbacks, hadden we veel meer gegevens nodig dan beschikbaar waren op sociale media. Dus hebben we onze toevlucht genomen tot transpondergegevens van schepen en andere informatie over de locatie van bepaalde schepen of vliegtuigen, die vrij beschikbaar was via sites zoals Marine Traffic of Flight Radar 24.
Van veel middelen die we ontdekten was de informatie niet openbaar gemaakt, of werden de transponders alleen onder bepaalde omstandigheden ingeschakeld, bijvoorbeeld in de haven. Hierdoor waren ze buitengewoon moeilijk te volgen. In sommige gevallen stonden de transponders echter aan. We begonnen deze gegevens te verzamelen door aanvullende, gedetailleerdere gegevens te kopen van scheepsbedrijven en bedrijven die vluchtroutes volgen, op tijdstippen dat er pushbacks waren gemeld.
We hebben deze trackinggegevens gecombineerd met onze eigen database van gerapporteerde pushbacks, die we hebben verkregen via zowel openbare rapporten als via informatie die is verzameld door ngo’s als Consolidated Rescue Group (CRG), Monitoring Rescue Cell (MRC) en Alarm Phone. Het ging om de coördinaten van gerapporteerde pushbacks, vaak verzonden door de inzittenden van bootjes. Door deze datasets over elkaar heen te leggen hebben we meerdere pushbackincidenten ontdekt waarbij Frontex in de buurt was.
Met behulp van deze gegevens hebben we sinds maart 2020 zes pushbackincidenten geïdentificeerd waarbij Frontex zich in de buurt bevond of waaraan het rechtstreeks deelnam. We hebben een onderverdeling gemaakt in vier ‘nabijheidsincidenten’, waarbij Frontex zich binnen 5 kilometer van het incident bevond, en twee ‘bevestigde incidenten’, waarbij we er zeker van kunnen zijn dat Frontex zelf op de plek van de pushbacks was.
Nabijheidsincidenten
28-29 april: bij een eerder door ons gemeld incident kwam een groep vluchtelingen en migranten op Samos aan land. Naar eigen zeggen werden zij vervolgens vastgehouden, op een reddingsvlot zonder motor gezet en naar het midden van de Straat van Mycale gesleept. Een bewakingsvliegtuig vloog twee keer over het gebied terwijl deze pushback plaatsvond.
4 juni: twee rubberboten zouden vanuit Noord-Lesbos zijn teruggestuurd. Het Portugese Frontex-schip Nortada lijkt op ongeveer 15 kilometer van het eerste incident en iets meer dan een kilometer van het tweede aanwezig te zijn geweest.
5 juni: naar verluidt werd een bootje uit Noord-Lesbos teruggestuurd. Het Portugese schip Nortada bevond zich op ongeveer 2 tot 3 kilometer daarvandaan.
19 augustus: een bootje zou vanuit Noord-Lesbos zijn teruggestuurd. Het Portugese Frontex-schip Molivos was er 5 kilometer vandaan, leek van koers te veranderden om op weg te gaan naar de pushback, voordat de transponder het signaal verloor of werd uitgeschakeld.
In al deze gevallen is vastgesteld dat Frontex zich binnen een bepaalde actieradius bevond maar niet rechtstreeks deelnam. Het is moeilijk na te gaan of men op die afstand wist wat er aan de hand was. De missie van Operatie Poseidon omvat een aanzienlijk aantal taken die bewaking vereisen, waarbij zowel radar- als visuele hulpmiddelen kunnen worden ingezet, zoals camera’s die geschikt zijn voor gebruik in het donker en infraroodcamera’s. We weten bijvoorbeeld dat de Molivos is uitgerust met een geavanceerde camera die lijkt op een camera die te zien was op een ander Portugees Frontex-schip. Dit model kan 36 keer vergroten, met in het donker te gebruiken camera’s en infraroodcamera’s.
Migranten maken voor de overtocht gebruik van zeer eenvoudige, opblaasbare rubberbootjes van een paar meter lang met één buitenboordmotor, die meestal niet op de radar zichtbaar zijn. Uit afbeeldingen en video’s van pushbacks die we hebben bekeken, blijkt dat er meerdere schepen van zowel de Griekse als de Turkse kustwacht zijn ingezet.
Zoals we hiervoor al hebben vermeld, proberen schepen uit zowel Griekenland als Turkije regelmatig de bootjes over de zeegrens te duwen door golven te maken. De schepen varen daarbij met relatief hoge snelheid in een cirkelvormig patroon rond een bootje. Dat is riskant, en niet alleen vanwege het aanvaringsgevaar; de overvolle en vaak kwetsbare rubberboten kunnen door de opgewekte golven ook water maken of omslaan.
Hoewel een bootje zelf vaak niet op de radar verschijnt, blijkt de aanwezigheid ervan uit signalen dat er van een pushback sprake is. Grote en kleine schepen van zowel de Turkse als Griekse kustwacht, waarvan sommige ongebruikelijke manoeuvres uitvoeren om golven te creëren, lopen snel in de gaten. Ze zijn zelfs vanuit de ruimte te zien.
Dan is er nog de kwestie van visueel bereik. Als een pushback op de radar zichtbaar is, is deze ook met het blote oog te zien, of met andere visuele systemen zoals bewakingscamera’s. Zelfs op een afstand van een paar kilometer is op een kalme zee en in goede omstandigheden een bootje meestal wel zichtbaar, hoewel precieze details als de aard van de menselijke vracht die ze vervoeren dat wellicht niet zijn.
Niet opgemerkt
In een eerder door Bellingcat beschreven incident van 28 april 2020 werd een groep van 22 op Samos aan land gekomen migranten vastgehouden door de Griekse politie. Vervolgens werden ze op een reddingsvlot zonder motor gezet en door de Griekse kustwacht naar het midden van de Straat van Mycale gesleept. In antwoord op ons verzoek om commentaar ontkende de Griekse overheid dat deze mensen ooit Grieks grondgebied hadden bereikt, hoewel uit getuigenverklaringen, foto’s en video’s het tegendeel blijkt.
Terwijl het reddingsvlot in de zeestraat dreef, vloog een privébewakingsvliegtuig tot twee keer toe op ongeveer 1500 meter hoogte over het gebied: om 02:41 uur en om 03:18 uur. Dit vliegtuig, G-WKTH, is eigendom van DEA Aviation, dat luchtbewakingsdiensten levert aan Frontex. In een promotievideo van Frontex wordt beweerd dat deze beelden live naar het hoofdkantoor in Warschau worden gestreamd.
Het vliegtuig is naar verluidt uitgerust met een MX-15-camera, die infraroodsensoren heeft en in het donker te gebruiken is. Aangezien dit vliegtuig specifiek wordt gebruikt voor bewaking vanuit de lucht, is het onwaarschijnlijk dat het het reddingsvlot met al zijn opvarenden niet heeft opgemerkt, evenals de Griekse en – later – Turkse schepen die volgens een van de opvarenden aanwezig waren.
In zijn reactie aan de commissie LIBE van het Europees Parlement geeft de uitvoerend directeur van Frontex inderdaad aan dat dit mogelijk het incident was dat Frontex had gezien. Er zou een ‘Serious Incident Report’ zijn opgesteld op basis van een waarneming van een incident door de luchtbewaking, waarbij mensen van een vaartuig naar een rubberboot werden overgezet en later door de Turkse autoriteiten werden gered.
In twee gevallen, op 8 juni en 15 augustus, lijkt het zeker dat Frontex op de hoogte was van pushbacks op het moment dat ze plaatsvonden. Het lijkt er zelfs op dat een Frontex-schip op 8 juni daadwerkelijk deelnam aan een pushback – zoals aan het begin van dit artikel beschreven –, met als resultaat dat een bootje fysiek werd verhinderd Grieks grondgebied te bereiken.
Op 15 augustus waren er ’s ochtends berichten over een confrontatie tussen de Griekse en Turkse kustwacht. De lokale bevolking plaatste foto’s op sociale media waaruit dit blijkt, maar ook CRG, MRC, Alarm Phone en Aegean Boat Report meldden een pushback.
CRG en MRC plaatsten video’s van mensen op dit bootje, waarbij de video van CRG een motor zonder startkoord liet zien (zie foto). De Griekse kustwacht zou dat koord hebben meegenomen. In de video’s wordt het bootje omringd door schepen van zowel de Griekse als de Turkse kustwacht. We hebben eerder opgemerkt dat de Griekse kustwacht het onklaar maken van de motor kennelijk als tactiek gebruikt.
De meeste beelden van dit incident zijn van een afstand gemaakt, waardoor identificatie van de vaartuigen moeilijk is. We kregen echter ook een heel duidelijke foto van deze confrontatie toegestuurd. Daarop is de MAI1102 te zien, een schip van de Roemeense grensbewaking dat net was gearriveerd. De metadata van deze afbeelding komen overeen met de datum en het tijdstip van dit incident. De schepen zijn in vrijwel dezelfde opstelling te zien in een door passagiers van de boot gemaakte video.
Hoewel niet met zekerheid is vast te stellen hoe ver de MAI1102 van deze pushback verwijderd was, is wel te zien dat het zeker binnen het visuele bereik van de confrontatie en het bootje zelf was.
Gedurende dit onderzoek hebben we een enorme hoeveelheid informatie verzameld over Frontex-activiteitenin de Egeïsche Zee, hoewel de meeste middelen van Frontex onmogelijk te volgen waren omdat de transponderinformatie niet was geregistreerd, niet was ingeschakeld of buiten bereik was.
Ondanks deze beperkingen hebben we meerdere malen kunnen vaststellen dat Frontex bij pushbacks aanwezig was, of dichtbij genoeg om te kunnen beseffen wat er aan de hand was. Bij ten minste één incident is duidelijk dat een Frontex-schip actief heeft deelgenomen aan een pushback.
Frontex verklaarde in reactie op dit onderzoek dat het bij zijn operaties ‘de hoogste normen van grenscontrole’ in acht neemt en dat zijn medewerkers gebonden zijn aan een gedragscode die refoulement tracht te voorkomen en mensenrechten dient te handhaven.
De uitvoerend directeur van Frontex voegde eraan toe dat de Griekse kustwacht op de hoogte was gesteld van alle gemelde incidenten. De Griekse autoriteiten hadden bevestigd dat er een intern onderzoek was begonnen. Een woordvoerder van het Griekse ministerie van Maritieme Zaken zei dat de acties van medewerkers van de kustwacht ‘in volledige overeenstemming met de internationale verplichtingen van het land werden uitgevoerd’. De woordvoerder stelde dat tijdens de vluchtelingencrisis van de afgelopen jaren duizenden migranten door de Griekse kustwacht zijn gered, dat de beschuldigingen van illegale pushbacks tendentieus waren en dat de operationele praktijken van de Griekse autoriteiten nooit dergelijke (illegale) acties hebben omvat.
Dit onderzoek maakt deel uit van de Borders Newsroom van Lighthouse Reports, een onderzoeksjournalistiek project over de omstandigheden van vluchtelingen en migranten aan de Europese grens.
Amerikaanse paspoorten bieden binnenkort mogelijk een derde optie voor gender: de niet-binaire aanduiding ‘X’. Dit was een campagnebelofte van Biden en activisten van de American Civil Liberties Union (ACLU) voeren druk uit op de president om de optie in te voeren, meldt The New York Times.
Sinds 2010 kan iemands geslachtsaanduiding op een paspoort worden gewijzigd, maar daarvoor is medische certificering vereist en de optie is alleen beschikbaar voor degenen die van het ene naar het andere geslacht zijn overgegaan; het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat paspoorten uitgeeft, vraagt de aanvragers om ‘man’ of ‘vrouw’ te selecteren.
De ACLU is vorige maand een petitie gestart die oproept tot actie en verzamelde meer dan 34.000 handtekeningen. De organisatie is van plan om de petitie op 31 maart, de International Transgender Day of Visibility, aan het Witte Huis te overhandigen.
‘Sommige mensen zijn van mening dat er helemaal geen geslachtsaanduiding op documenten nodig is’
Het is moeilijk om precies na te gaan hoeveel mensen een derde geslachtsaanduiding zouden kiezen op officiële documenten. De categorie zou onder andere een uitweg bieden voor personen die een geslachtsverandering hebben ondergaan maar zich niet identificeren met ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’, personen die niet-binair zijn en intersekse personen.
‘Sommige mensen zijn van mening dat er helemaal geen geslachtsaanduiding op documenten nodig is’, aldus NYT. En datzelfde, voegt de krant eraan toe, geldt voor sommige landen, waarbij wordt gelinkt naar een artikel op de site van Human Rights Watch over Nederland.
Man moet vrouw in China betalen voor huishoudelijk werk
Deze week besloot een rechtbank in Beijing in een echtscheidingszaak dat de man verplicht was zijn vrouw te compenseren omdat huishoudelijk werk ‘immateriële eigendomswaarde’ met zich meebrengt en volgens Chinese nieuwsberichten als bezit moet worden beschouwd, schrijft BBC. De man werd aanbevolen zijn vrouw 50,000 yuan (ruim € 7000) te betalen als compensatie voor het huishoudelijk werk dat ze gedurende vijf jaar huwelijk heeft verricht.
Hoewel sommige commentatoren in China de zaak als een doorbraak zien, zijn velen van mening dat de compensatie ontoereikend is, waarbij ze bijvoorbeeld opmerkten dat fulltime nanny’s in China veel meer verdienen.
‘Dit is zo oneerlijk tegenover vrouwen’, schreef een gebruiker op Weibo, de Chinese equivalent van Twitter. Een hashtag over de zaak werd eind woensdag meer dan 570 miljoen keer bekeken. ‘Laten we eens kijken wie het aandurft huisvrouw te zijn’, schreef een ander.
Activisten hopen dat het besluit zal leiden tot meer bescherming voor vrouwen in China.
Volgens het National Bureau voor Statistieken verrichten vrouwen in China gemiddeld twee uur en zes minuten huishoudelijk werk, tegenover 45 minuten voor mannen. Wereldwijd speelt de vraag of samenlevingen meer moeten doen om vrouwen (en mannen) te erkennen en te compenseren voor werk dat ze thuis verrichten. Studies tonen aan dat vrouwen in veel landen een onevenredig deel van de huishoudelijke arbeid op zich nemen, waardoor ze in hun ambities en carrièremogelijkheden worden belemmerd.
In Japan explodeert het publiek van piratenmangasites
Japanse uitgevers maken zich steeds meer zorgen over concurrentie van piratenplatforms. Aangezien het moeilijk is om het gevecht aan te gaan met deze sites, die in het buitenland worden gehost, heeft de regering besloten zich op de gebruiker te richten: die kan nu worden veroordeeld voor het illegaal downloaden van manga.
Het afgelopen jaar hebben steeds meer Japanse lezers manga verslonden op illegale sites, waardoor uitgevers aanzienlijke schade hebben geleden, meldt de Japanse zakenkrant Nihon Keizai Shimbun.
Kat-en-muisspel
De ABJ, een vereniging die de belangrijkste Japanse uitgeverijen samenbrengt, schat het verliesbedrag in 2020 op 200 miljard yen (1,56 miljard euro) als gevolg van sites die werken op een illegale manier aanbieden – wat neerkomt op een derde van de totale mangamarkt in het land. Dat coronacrisis het fenomeen heeft verergerd blijkt uit een geschat tekort van 41,4 miljard yen (320 miljoen euro), alleen al in de maand december 2020, tien keer meer dan in januari van hetzelfde jaar.
Doordat de meeste van deze sites in het buitenland worden gehost, eindigt de strijd tegen piratenmanga onvermijdelijk in een kat-en-muisspel. ‘Zodra de uitgeverij een klacht indient tegen een illegale site, wordt deze geschrapt en verdwijnt hij in het wild waarna een andere wordt gelanceerd’, aldus de Japanse krant.
Daarom hebben de Japanse uitgeverijen besloten tot het uiterste te gaan. De Vereniging voor de Promotie en Distributie van Culturele Goederen, die 32 bedrijven verenigt, zoals uitgeverij Kodansha en animatiestudio Toei Animation, heeft aangekondigd samen te werken met hackers om de beheerders van piratensites te identificeren. De vereniging ABJ heeft op haar beurt een lijst van illegale platforms opgesteld, waarvan zij het dossier deelt met de staat en met IT- en telecommunicatiebedrijven.
De regering heeft op haar beurt een aanscherping van de auteursrechtwet aangenomen, waarvan in januari een nieuwe versie in werking is getreden. Manga wordt nu beschermd door een specifiek rechtssysteem, waardoor mensen die illegaal downloaden kunnen worden gestraft.
De Japanse autoriteiten zetten daarmee in op het afschrikkende effect, maar de wet is niet van toepassing op streamingsites, die ‘een juridische maas in de wet’ zouden kunnen vormen, aldus Nihon Keizai Shimbun.
Mahamane Ousmane claimt overwinning in Nigeria
Gisteren berichtten wij over de verkiezingen in Nigeria, waar Mohamed Bazoum als winnaar van de verkiezingen uit de bus kwam met 55,75 procent van de stemmen. Inmiddels heeft zijn tegenstander, voormalig president van de Republiek Mahamane Ousmane, de overwinning geclaimd.
Vanuit zijn hoofdkantoor in Zinder beweerde hij de presidentsverkiezingen van zondag met 50,3 procent van de stemmen te hebben gewonnen. Het was zijn eerste publieke verklaring sinds de bekendmaking van de resultaten, schrijft Mondafrique. ‘Het regime wil zonder scrupules beslag leggen op de wil van het volk, dat heeft gesproken’, aldus RDR-Tchandji, de partij van Ousmane.
Tiger Woods pleegde geen misdrijf
Ook berichtten we gisteren over het zware ongeluk van Tiger Woods, van wie inmiddels bekend is dat hij niet zal worden vervolgd. ‘Een ongeluk is geen misdaad’, aldus sheriff Alex Villanueva tijdens een videoconferentie vanuit Los Angeles. Woods onderging een langdurige operatie aan zijn rechterbeen en verblijft nog steeds in het ziekenhuis. Volgens de autoriteiten zijn er geen aanwijzingen dat hij onder invloed was van welk middel dan ook.
Het was duidelijk een ongeval op een bochtige en hellende weg waarop de 45-jarige sportman misschien te hard reed. ‘Woods zou nog kunnen worden beschuldigd van het plegen van een misdrijf als de onderzoekers vaststellen dat hij zijn mobiele telefoon gebruikte toen hij de controle over het voertuig verloor, maar dat is nog steeds heel iets anders dan een aanklacht wegens misdrijf’, aldus de Amerikaanse roddelsite TMZ.
Golfsuperster Tiger Woods (45) heeft ‘meerdere verwondingen aan zijn benen’ opgelopen waarvoor hij op dinsdag (23 februari) is geopereerd. In de buurt van Los Angeles raakte zijn auto van de weg en sloeg hij verschillende keren over de kop, meldde de Los Angeles Times. Woods was de enige inzittende en bij het ongeluk waren geen andere betrokkenen.
Volgens The New York Times is Woods buiten levensgevaar. De golfer was bij bewustzijn en in staat om met de hulpsheriffs te praten toen ze arriveerden. Hij gaf zijn naam en leek ‘helder en kalm’, aldus hulpsheriff Carlos Gonzalez, de eerste agent ter plaatse.
Hij had ‘geluk dat hij nog leefde’, aldus sheriff Alex Villanueva van Los Angeles County. Villanueva voegde eraan toe dat Tiger Woods met een ‘hogere snelheid dan normaal’ reed.
Woods was al tijdelijk uit de running door een blessure. Hij was in Los Angeles om te herstellen van een rugoperatie, aldus LA Times. Het is de vraag of de 45-jarige golfer na dit zware ongeluk wéér een comeback kan maken.
Mohamed Bazoum wint presidentsverkiezingen in Niger
Mohamed Bazoum is zojuist met 55,75 procent verkozen tot president van de Republiek Niger, daarop wijzen de voorlopige resultaten van de onafhankelijke nationale verkiezingscommissie die dinsdag zijn bekendgemaakt, meldt de Nigerese website Niamey et les 2 jours. De voormalige minister van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken heeft voormalig president Mahamane Ousmane, die 44,25 procent van de uitgebrachte stemmen kreeg, verslagen.
‘De nieuwe president (…) zal de zware taak hebben te voorzien in de behoeften van de Nigerezen op het gebied van veiligheid en sociale voorzieningen’, aldus de website.
De huidige president Mahamadou Issoufou treedt vrijwillig terug na twee ambtstermijnen van vijf jaar en maakt zo de weg vrij voor de eerste machtsoverdracht tussen verkozen leiders in Niger sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1960, schrijft Al Jazeera.
In de eerste verkiezingsronde, gehouden op 27 december, had Bazoum, de rechterhand van Issoufou, iets meer dan 39 procent van de stemmen behaald. Ousmane werd tweede, met bijna 17 procent.
Ousmane werd in 1993 de eerste democratisch verkozen president van het land, maar drie jaar later kam hij door een staatsgreep ten val. Dit was zijn vijfde poging om het presidentschap te bemachtigen sinds de coup.
Het campagneteam van Ousmane beweert dat er op grote schaal fraude is gepleegd, maar hiervoor is nog geen bewijs geleverd, aldus Al Jazeera.
75 doden bij gevangenisrellen in Ecuador
Bij rellen in gevangenissen in Ecuador zijn dinsdag op één dag 75 mensen omgekomen ‘als gevolg van geweld’ en ‘confrontaties tussen rivaliserende bendes’, aldus El Comercio, dat spreekt van een ‘nieuw recordaantal slachtoffers’.
De gevangenisautoriteit (SNAI), die eerder 62 doden had gemeld, maakte ’s avonds bekend dat er ‘nog eens 13 doden’ waren in de gevangenis in de haven van Guayaquil, de tweede stad en economische hoofdstad van het land aan de kust van de Stille Oceaan. ‘Er wordt nagegaan wat er in de gevangenissen is gebeurd (…)’ en ‘buiten bewaakt een militaire eenheid de veiligheid’, aldus de krant.
Intussen heeft president Lenín Moreno zich via zijn officiële account over de kwestie uitgesproken, meldt de Ecuadoraanse krant El Universo, en aangekondigd dat hij het ministerie van Defensie streng laat controleren wie de gevangenissen in en uit gaat om zo alle wapens te onderscheppen.
A consecuencia de los violentos amotinamientos suscitados el día de hoy entre bandas delincuenciales en tres cárceles del país, he dispuesto a @DefensaEc ejercer un estricto control de armas, municiones y explosivos en los perímetros exteriores de los centros penitenciarios.
Volgens de directeur van SNAI zijn de massale gewelddadige acties het gevolg van de moord op de leider van de bende Los Choneros, een van de grootste criminele organisaties van Ecuador, in december vorig jaar, schrijft El Universo.
Hoe moet het nu verder in Myanmar?
Drie weken na de militaire staatsgreep gaan de straatprotesten in Myanmar onverminderd door. Maandag (22 februari) vond de grootste tot nu toe plaats, met miljoenen mensen die de straat opgingen tijdens een algehele staking. Geconfronteerd met deze impasse presenteert het weekblad Frontier Myanmar de twee opties die de generaals hebben.
Volgens Frontier Myanmarhadden de Myanmarezen al geen hoge pet van het leger: ‘De vele jaren onder militair bewind [van 1962 tot 2011] waren zwaar voor het volk. Het economische wanbeleid van het leger is verwoestend geweest, en (…) het was niet in staat om de openbare voorzieningen – zoals onderwijs en gezondheidszorg – op het niveau te krijgen dat een land nodig heeft om te functioneren en op te bloeien.’
Deze afkeer voor de militairen had de Tatmadaw [het Myanmarese leger] onderschat, aldus Frontier Myanmar. ‘In ieder geval hadden de militairen deze reactie van het volk op de staatsgreep zeker niet verwacht’, aldus de analyse van het Myanmarese weekblad, die onder pseudoniem is geschreven.
‘De staatsgreep en alles wat daaruit zou voortvloeien zou hoe dan ook bedorven zijn, als een vergiftigde vrucht’
‘Miljoenen mensen in het hele land sloten zich aan bij de protesten, waaronder studenten, artsen, ambtenaren en zelfs een paar politieagenten die belast waren met het onderdrukken van de demonstranten’, gaat het artikel verder. Het brede verzet laat de generaals twee opties.
De eerste optie is een onveranderde harde koers. Maar daarvoor zou een hoge prijs betaald moeten worden, aangezien het leger ‘de repressie van zijn tegenstanders zou moeten opvoeren, zonder garantie op succes. De staatsgreep en alles wat daaruit zou voortvloeien zou hoe dan ook bedorven zijn, als een vergiftigde vrucht.’ Zowel de binnenlandse als buitenlandse druk zou dan toenemen, aldus het Myanmarese tijdschrift.
De tweede optie, schrijft Frontier Myanmar zou zijn dat het leger ‘zijn verplichtingen tegenover het Myanmarese volk nakomt door te streven naar een vreedzame oplossing met alle legitieme actoren, in het bijzonder het comité dat de Pyidaungsu Hluttaw [het Myanmarese Parlement] vertegenwoordigt’. In dit comité heeft, naast enkele partijen die minderheidsgroepen vertegenwoordigen, ook de Nationale Liga voor Democratie [de partij van voormalig regeringsleider Aung San Suu Kyi, die sinds de staatsgreep vastzit] zitting. De verwachting is dat meer partijen zich zullen aansluiten.
‘Hervormingen zijn ook nodig om te zorgen voor een betere vertegenwoordiging van etnische minderheden’
Deze oplossing zou betekenen dat de huidige grondwet radicaal moet worden veranderd: ‘Hervormingen zijn ook nodig om te zorgen voor een betere vertegenwoordiging van etnische minderheden. Alle gewapende organisaties, ook de Tatmadaw, zouden onder het gezag van gekozen burgers moeten staan’, stelt het weekblad.
‘Toegegeven, deze optie lijkt moeilijk uitvoerbaar. Maar het zou het land een kans geven om een betere toekomst op te bouwen’.
‘Het is tijd om aan de onderhandelingstafel te gaan zitten’, dringt het blad aan. ‘Hoe kunnen de leiders deze periode in de geschiedenis anders rechtvaardigen – voor zichzelf, voor hun gezinnen, en voor hun eigen gelederen?’
Slechts 24 uur na de militaire coup in Myanmar reageerde de Amerikaanse president Joe Biden maandag door te dreigen met herinvoering van sancties die de afgelopen tien jaar waren opgeheven. De nieuwe president riep op tot een gecoördineerde internationale reactie om de militaire junta te dwingen de macht af te staan.
Volgens o.a. The Washington Post is de Birmese crisis de eerste grote test voor de regering-Biden aangezien de Democraat tijdens zijn campagne heeft beloofd in internationale kwesties meer met bondgenoten te zullen samenwerken. De krant noemt de crisis in Myanmar ‘voor Biden een kans om zijn woord te houden’. Ook noemt de Post ‘het eventuele herstel van een dictatuur [in Myanmar] rampzalig voor de vrijheid in Zuidoost-Azië en een zegen voor China’.
In een analyse op de site van Foreign Policy vraagt Azeem Ibrahim, directeur van de Amerikaanse denktank Center for Global Policy, zich af of Beijing de staatsgreep heeft gesteund, nadat de hoge Chinese diplomaat Wang Yi vorige maand generaal Min Aung Hlaing van Myanmar ontmoette, die nu optreedt als interim. Als dit inderdaad het geval blijkt te zijn, is dit een teken van ‘een nieuwe ideologische verharding van de democratie door Beijing’, aldus Ibrahim. Ook hij noemt de gebeurtenissen eveneens ‘een kans voor de Verenigde Staten om hun rol als leider van de vrije wereld op te pakken, iets wat ze hard nodig hebben na vier jaar Trump’.
‘Welkom in het nieuwe normaal’
In Myanmar is de situatie ondertussen te vergelijken met die van 23 maart vorig jaar, toen de regering een lockdown afkondigde. Mensen verdringen zich voor de winkels om rijst, noedels, eieren, schoonmaakspullen en meer te kopen. Aanvankelijk was er geen telefoon- en internetsignaal, meldt The Myanmar Times, maar inmiddels is dat in vrijwel alle regio’s hersteld, behalve in Rakhine. ‘Omdat we geen idee hebben wat ons te wachten staat, moeten we zo veel mogelijk inslaan. Dat is het enige wat op dit moment telt,’ zegt een geïnterviewde.
Door de straten rijden auto’s waarvan de inzittenden met vlaggen zwaaien om te vieren dat het leger de macht weer heeft. ‘Welkom in het nieuwe normaal’, aldus het Myanmarese dagblad.
De Veiligheidsraad van de VN komt vanochtend (2 februari) in een spoedvergadering bijeen vanwege de ontwikkelingen in Myanmar. De Verenigde Naties vrezen in het bijzonder dat de staatsgreep door het leger de situatie van de 600.000 leden van de Rohingya-moslimgemeenschap die nog in het land aanwezig zijn, zal verergeren, aldus een woordvoerder van de VN.
Gewaarschuwd
Door het militaire optreden tegen deze minderheid in 2017 zijn meer dan 700.000 mensen naar Bangladesh gevlucht, waar ze in vluchtelingenkampen zijn gestrand. De VN en de westerse mogendheden beschuldigden het Myanmarese leger van etnische zuivering, maar het leger verwierp de beschuldigingen.
‘De vervolging van de Rohingya was al een teken van een mislukking van de grondwet’, merkt onderzoeker Rudabeh Sahid op in een analyse die op de NBC News-site is gepubliceerd. Deze stelde ‘het leger in staat een deel van hun macht te behouden en hun invloed uit te breiden’, zegt hij. ‘De internationale gemeenschap had dit moeten zien als een waarschuwing dat ze moest optreden als ze wilde dat Myanmar een democratie bleef.’
Grootste sneeuwstorm sinds maart 1888
Van Washington tot Boston, van Pennsylvania tot Maine werden gisteren (1 februari) tientallen miljoenen inwoners ingesloten in verband met een sneeuwstorm met windstoten tot 80 km/u. Reizen mag alleen als het hoogstnoodzakelijk is, luchthavens, scholen en anticovid-vaccinatiecentra zijn gesloten.
Volgens CNN lag in New York nog voordat de storm was gaan liggen een pak sneeuw van minstens 60 centimeter. Burgemeester Bill de Blasio riep de lokale noodtoestand uit om het werk van de sneeuwruimmachines, die door de hoofdstraten rijden, te vergemakkelijken.
Er wordt wel gesproken over de ‘grootste sneeuwstorm’ sinds maart 1888, toen de stad, die in het vroege voorjaar door het noodweer werd overvallen, tientallen doden en aanzienlijke materiële schade te betreuren had.
Demonstranten in Turkije gearresteerd na aanval Erdogan op LGBT-beweging
De Turkse autoriteiten hebben maandagavond (1 februari) demonstranten gearresteerd die het ontslag eisen van de door de regering aangestelde rector van de Boğaziçi Universiteit (Bosporusuniversiteit), Melih Bulu, en de vrijlating van andere studenten die deze week zijn gearresteerd nadat ze ervan werden beschuldigd in hun universiteit een schilderij te hebben opgehangen van een heilige plaats van de islam, versierd met LGBT-regenboogvlaggen.
De incidenten kwamen uren na een krachtige aanval van Erdogan op de LGBT-beweging, die hij beschuldigde van ‘vandalisme’. ‘De Bosporusuniversiteit is al lange tijd het doelwit van de president en zijn conservatieve aanhangers. Ze betreuren haar prestige en liberale neigingen’, schrijft de New York Times-correspondent in Turkije.
Verkiezingen Brazilië pakken gunstig uit voor Bolsonaro
De Braziliaanse parlementariër Rodrigo Pacheco (DEM, midden rechts) heeft de verkiezingen maandag 1 februari gewonnen met de steun van de Braziliaanse president. Jair Bolsonaro slaagde er ook in om nog een van ‘zijn’ kandidaten, Arthur Lira, naar voren te schuiven voor de Kamer van Afgevaardigden, wat de tweede helft van zijn mandaat en zijn mogelijke herverkiezing in 2022 zal vergemakkelijken.
‘Het Congres heeft de donkere kant van de politiek gekozen’
In Brazilië bepalen de voorzitters van de Kamer van Afgevaardigden en de Senaat de wetgevingsagenda. Daarnaast is het aan het hoofd van het Lagerhuis om te beslissen over de ontvankelijkheid van klachten over afzetting.
De Kamer van Afgevaardigden heeft 66 verzoeken tot afzetting van Jair Bolsonaro ontvangen, aangezien zijn beleid rondom de coronaepidemie rampzalig wordt geacht. Met ongeveer 225.000 doden is Brazilië het op meest getroffen land na de Verenigde Staten. ‘Het Congres heeft de donkere kant van de politiek gekozen’, concludeert de Braziliaanse krant O Globo.
Het Italiaanse dagblad Il Sole 24 Ore onderzocht hoe de ’Ndrangheta haar tentakels over de hele wereld heeft uitgestrekt. Zo is Rotterdam een een belangrijke aanvoerlijn voor de cocaïnehandel in Europa.
Dit artikel verscheen eerder in #176
Woensdag verscheen het eerste artikel van dit tweeluik over de ’Ndrangheta. Op 13 januari begon het grootste maffiaproces van de afgelopen dertig jaar tegen deze Calabrese ‘familie’.
Sanne de Boer, auteur van het onlangs verschenen Mafiopoli, over het proces:
Op 13 januari begon in een speciaal gebouwde bunker het grootste maffiaproces van de afgelopen dertig jaar tegen de ‘Ndrangheta, tegen maar liefst 355 verdachten. Het proces kreeg de naam Rinascita, ‘Wedergeboorte’, als een gebaar naar de bewoners van de prachtige regio Calabrië, die gebukt gaat onder de verstikkende invloed van de clans.
Het gigantische strafproces is op een andere manier hoopgevend dan het succesvolle maxiproces tegen de Siciliaanse maffia van eind jaren tachtig, omdat in Rinascita niet de top van de Calabrese Ndrangheta terechtstaat, zoals tien jaar geleden in het proces Crimine, maar het uitgebreide netwerk van een aantal machtige clans, waarvan de Mancuso-clan uit Vibo Valentia de belangrijkste is. Opvallend aan het aangeklaagde netwerk is het grote aantal witte boorden (ondernemers, lokale, regionale en nationale politici en bestuurders, en zelfs politiecommandanten) en de nationale en internationale reikwijdte.
Zo vonden de arrestaties eind 2019 niet alleen plaats in elf verschillende Italiaanse regio’s, maar ook in Duitsland, Zwitserland en Bulgarije. Het is illustratief voor de ‘Ndrangheta-succesformule: infiltratie in alle lagen van de Italiaanse maatschappij, en een steeds steviger voet aan de grond in het buitenland.
Als het megaproces slaagt, kan dat hoopgevend zijn voor Calabrië – maar let wel: alleen als het bewustzijn over de invloed van de Ndrangheta ook in de rest van Europa groeit.
Sanne de Boer woont als Nederlandse journaliste sinds eind 2006 deels in Calabrië en is auteur van het onlangs verschenen boek Mafiopoli: Een zoektocht naar de ’Ndrangheta, de machtigste maffia van Italië (zie ook onder aan dit artikel).
Rijker dan Deutsche Bank, met een hogere omzet dan McDonald’s: over de ’Ndrangheta doen veel duistere verhalen de ronde, maar het meest genoemd worden de fabuleuze inkomsten van de organisatie.
In de praktijk is het schatten van de winst van een criminele organisatie een onderneming vol valkuilen en onzekerheden: moeten alleen de vruchten van clandestiene operaties worden meegerekend, of ook die van de legale activiteiten die, helaas, plaatsvinden onder toezicht van de maffiaclan? De nationale maffia-aanklager Federico Cafiero de Raho heeft verklaard dat in de Italiaanse maffiabusiness jaarlijks in totaal 420 miljard euro omgaat, waarvan 220 miljard in de illegale economie. Er wordt voor ongeveer 97 miljard aan belasting ontdoken, en de drugshandel alleen is al goed voor een omzet van 60 miljard.
’Ndrangheta
De oorsprong van het woord is aan discussie onderhevig. Het zou kunnen zijn afgeleid van het Griekse andragatos, dat met ‘moedige man’ of ‘verdienstelijk man’ kan worden vertaald.
Deze maffiaorganisatie, zoals de Siciliaanse Cosa Nostra en de Napolitaanse Camorra, ontwikkelde zich in de tweede helft van de negentiende eeuw en trok daarbij profijt uit de nieuwe machtsdynamiek die was ontstaan door de Italiaanse eenheid (1861). Het staat niet vast op welk moment de ’Ndrangheta ontstond, maar de maffiaclan uit Calabrië heeft zijn eigen ontstaansmythe. Hij voedt de ‘legende’ dat zijn wortels teruggaan tot de vijftiende eeuw. In die tijd ontvluchtten drie Spaanse edellieden, Osso, Mastrosso en Carcagnosso het Iberisch schiereiland nadat hun zuster was verkracht, en zij emigreerden naar het zuiden van Italië. Het drietal ging vervolgens uiteen en stichtte, ieder voor zich, de Siciliaanse maffia, de Camorra in Napels en de ’Ndrangheta in Calabrië.
’Ndrina en locale
De maffia uit Calabrië organiseert zich in zogeheten ’ndrine in verschillende gebieden.
Een ’ndrina is dus een soort lokale afdeling van de ’Ndrangheta, die beschikt over een grote mate van zelfstandigheid in het regelen van zijn zaken. Elke ’ndrina is gewoonlijk verbonden met een maffiafamilie, die haar naam aan de afdeling geeft.
Een locale is een een onderdeel van de ’Ndrangheta waarin verschillende ’ndrine zijn verenigd die in eenzelfde wijk, eenzelfde stad of eenzelfde gebied opereren.
Alleen al in de provincie Reggio di Calabria onderscheidt men 72 locali. Er zijn er meer dan 100 in heel Italië (waarvan 30 alleen al in Lombardije, de regio rond Milaan). Er zijn buiten de Italiaanse landsgrenzen ook talloze locali werkzaam. In Duitsland bijvoorbeeld zijn er enkele tientallen.
Terwijl de Cosa Nostra heeft geboet voor haar in de jaren negentig door een te hiërarchisch gestructureerde cupola gelanceerde uitdaging aan de staat, en de Camorra te kampen heeft met anarchistische invloeden, heeft de ’Ndrangheta aangetoond in de pas te lopen met de tijd. Ze heeft zich voorzien van een schimmige en tegelijkertijd onbetwistbare top, die zich ertoe beperkt de fundamenten te leggen voor een ‘criminele grondwet’, zonder zich te bemoeien met de zaken van de afzonderlijke clans: de raad van bestuur van McDonald’s houdt zich immers ook niet bezig met het functioneren van een restaurant aan een of andere afgelegen snelweg, maar eist een zekere winst van elk knooppunt in zijn netwerk, en kan – in het geval van improductiviteit of een overtreding van de centrale regels – mechanismen activeren die leiden tot onmiddellijke sluiting. Ten slotte is de – uit een volk van emigranten voortgekomen – ’Ndrangheta een organisatie van internationale omvang, en misschien maakt juist die wereldwijde uitstraling het fenomeen nog gevaarlijker.
Europa
Midden-Europa, en met name Duitsland, zijn niet langer alleen een investeringsgebied waar men met zijn illegale handel terecht kan. Steden zoals Wiesbaden en Duisburg zijn inmiddels heuse operationele bases, waar clans hun business opzetten, waarbij ze gebruikmaken van tweetalige en biculturele personen die in staat zijn zich onder de Duitsers te mengen en betrekkingen met het moederbedrijf in Calabrië te onderhouden.
In fictie
De films die over de maffia van Siciliaanse oorsprong gaan, zijn niet meer te tellen en in de film, het boek en de tv-serie Gomorra komt de Napolitaanse Camorra uitgebreid aan bod. Weinig filmmakers hebben echter de maffia uit Calabrië tot onderwerp genomen. Maar de faam van die organisatie als discrete multinational kan voor inspiratie zorgen. Zo is de nieuwe televisieserie ZeroZeroZero van Canal+ gebaseerd op een gedocumenteerde roman van Roberto Saviano over de wereldwijde smokkelroutes voor cocaïne vanuit Calabrië, waar een leider van de ’Ndrangheta een leverantie van 5000 kilo van het witte poeder naar Mexico voorbereidt met Amerikaanse tussenpersonen.
Still uit de Italiaanse televisieserie ZeroZeroZero.
De wijdverbreidheid van de multinational die de ’Ndrangheta is, heeft kwetsbare democratieën in Oost-Europese landen geschaad – zoals in Slowakije, waar ’Ndrangheta-clans hun ervaring inzake fraude deelden met corrupte politici, met alle gevolgen van dien voor de fondsen van de EU. Ook worden er cellen geïnstalleerd in Nederland en België, de ingedommelde centra van de Europese drugshandel. En langs de Spaanse kust maken langdurige overeenkomsten met drugskartels het de ’Ndrangheta mogelijk te zorgen voor een continue stroom aan cocaïneleveringen.
Latijns-Amerika
Elke zichzelf respecterende multinational heeft zijn eigen landmanagers, mensen die al jaren in een vreemd land wonen, vooral als dat een land is dat grondstoffen en commodity’s levert. De ’Ndrangheta beschikt al lang over mensen die in contact staan met Latijns-Amerikaanse drugskartels, mensen zoals Rocco Morabito, beter bekend als ‘Il Tamunga’, voortvluchtig sinds 1995, gevangen genomen in 2017 en in juni 2019 opnieuw ontsnapt uit een gevangenis in Montevideo. Il Tamunga wordt beschouwd als een van de machtigste cocaïnemakelaars ter wereld: hij heeft tientallen jaren gependeld tussen Uruguay en Brazilië en heeft partijen cocaïne met een waarde van honderden miljoenen euro’s verscheept, allemaal naar verschillende Europese havens.
Maar Morabito staat niet alleen: onder de Calabrese drugshandelaren die vruchtbare en duurzame relaties met kartels kunnen aangaan, bevinden zich ook Vincenzo Roccisano en zijn neef Giulio Schirripa, die als een van de eersten in het begin van de jaren 2000 een rechtstreeks kanaal met het gevreesde Golfkartel in Mexico opende. Naast deze drie figuren bevinden ook een heleboel andere leden van de ’Ndrangheta zich al generaties lang op het immense Latijns-Amerikaanse continent.
Noord-Amerika
In de American dream van de ’Ndrangheta spelen de Verenigde Staten wel een rol, maar het echte land van onbegrensde mogelijkheden is Canada: volgens onderzoeken uit de vroege jaren tien beschikt Toronto over ten minste negen ’Ndrangheta-cellen. Vanuit Toronto en zijn satellietsteden spannen families als de Musitano’s, de Luppino’s en vooral de Commisso’s zich in om Montreal te veroveren, de belangrijkste haven van Canada, die ze al jaren proberen te ontfutselen aan de Cosa Nostra.
Sinds het begin van deze eeuw heeft die strijd in rustige buitenwijken in Ontario en Quebec tot een aanzienlijke reeks liquidaties geleid.
Maar de Canadese ’Ndrangheta-clans verwaarlozen hun oude bazen niet, net zomin als de controle over transportvakbonden, het gokken en – natuurlijk – de drugshandel: in het kader van een lang onderzoek naar de wereld van het wegtransport en de handel in verdovende middelen werd eind juni 2019 zelfs nog de oude boss Cosimo Commisso gearresteerd.
Azië
Een mysterieus en cultureel vijandig continent, maar de bazen van de Calabrese clans zijn erin geslaagd om zelfs te profiteren van het economisch meest dynamische gebied ter wereld: onderzoek door de Milanese maffiabestrijding heeft aangetoond dat bazen die actief zijn in het Milanese achterland verschillende financieringsmaatschappijen in cruciale financiële knooppunten als Dubai en Hongkong hebben gebruikt om illegaal kapitaal wit te wassen en terug te brengen naar Europa, klaar voor de volgende investering.
Afrika
Een nuttige logistieke basis voor drugshandel als de Europese en Latijns-Amerikaanse havens te veel de aandacht trekken van de Europese politiemachten. De hiervoor genoemde Rocco Morabito, die voor sommige transporten Ivoorkust gebruikte, weet daar alles van. Maar dat geldt ook voor mensen als de 74-jarige Angelo Filippini, die zich meer dan twintig jaar verborgen hield in Temara, een stad aan de Marokkaanse kust op een paar kilometer van Rabat, waarvandaan hij partijen hasj verhandelde.
Australië
De ’Ndrangheta is al sinds minstens drie generaties in Australië aanwezig en kan er bogen op oude politieke banden. Onderzoeken van eind jaren tachtig hebben aangetoond dat de opbrengsten van ontvoeringen door clans uit Platì opnieuw zijn geïnvesteerd in de aankoop van grond in Griffith in New South Wales, een van de vruchtbaarste gebieden van Australië. Van daaruit heeft de ’Ndragheta belangrijke betrekkingen aangeknoopt met vooraanstaande figuren als Al Grassby, minister van Immigratie van de Labour Party, die in de jaren tachtig tot ereburger van Platì werd benoemd.
Cruciale financiële knooppunten als Dubai en Hongkong worden gebruikt om illegaal kapitaal wit te wassen
In 2007 werd Pasquale ‘Pat’ Musitano gearresteerd in verband met de grootste lading xtc aller tijden, vier ton, afkomstig uit Italië, in beslag genomen in de haven van Melbourne. In 2018 is rijzende ster van de Liberal Party Matthew Guy te gast bij een fondsenwervingsdiner dat is georganiseerd door Tony Madafferi, een later aangeklaagde ondernemer in de voedingsmiddelensector. Het evenement vindt plaats in een exclusief restaurant dat kreeft serveert, en het voorval zal de geschiedenis ingaan als ‘Lobster with the mobster’.
Recent Italiaans onderzoek heeft aangetoond dat de ‘Ndrangheta een alomtegenwoordig fenomeen is. Ogenschijnlijk gezonde omgevingen worden geïnfiltreerd, er wordt geknoeid met aanbestedingen, de politiek wordt voortdurend vervuild.
Op dit moment is het niet zozeer van belang om de omzet van de ’Ndrangheta vast te stellen, als wel om te erkennen wat de organisatie in feite is: een virus dat zichzelf kan aanpassen aan de omstandigheden van het moment. En dat kortsluiting dreigt te veroorzaken in de mechanismen van open economieën.
De heerschappij van de Siciliaanse maffia is voorbij
‘Ik herinner het me als de dag van gisteren: 23 mei 1992, de dag waarop het leven van de Sicilianen voorgoed veranderde. Ik herinner me de tranen van mijn moeder bij de aanblik van een verwoesting die leek op een aardbeving.’
Met deze woorden, die de moord op rechter Giovanni Falcone beschrijven – samen met zijn echtgenote en drie leden van zijn staf gedood door een lading van drie kilo explosieven waarmee zijn auto werd opgeblazen – begint de correspondent van de Britse krant The Guardian zijn reportage over de Siciliaanse maffia.
Het verhaal van een neergang. De journalist, die is opgegroeid in een tijd waarin kinderen op straat voetbalden ‘onder het toezicht van soldaten met machinegeweren’, vertelt over het verval van de organisatie van Totò Riina. Sinds de moord op Falcone arresteerde de Italiaanse politie meer dan 4000 maffiosi, en het gevangenisregime van eenzame opsluiting van gedetineerde maffialeden heeft een klein legertje van ‘spijtoptanten’ op de been gebracht.
Beroofd van zijn charismatische leider is de Siciliaanse organisatie, die in de jaren zeventig 30 procent van de heroïne voor de Amerikaanse markt produceerde, ook de controle kwijtgeraakt over de drugssmokkel, die is overgegaan in handen van de smokkelaars uit Calabrië. Bijna dertig jaar na de gebeurtenissen van 1992 ‘is Palermo uit de as herrezen’, constateert The Guardian.
‘Indringend portret van de grootste criminele multinational ter wereld’ – de Volkskrant.
Minister-president Jüri Ratas van Estland is woensdagochtend afgetreden, meldt de Estse publieke omroep ERR. Hij nam ontslag nadat bekend werd dat zijn partij betrokken was bij een strafrechtelijk onderzoek naar leningen die door staatsagentschap KredEx aan een vastgoedproject in het havengebied in Tallinn waren verleend. Het geld moest naar bedrijven gaan die hard getroffen waren door de pandemie, maar dit project was nog in aanbouw, aldus ERR.
De Estse openbaar aanklager beschuldigt de liberale Centrumpartij van Ratas er ook van steekpenningen te hebben aangenomen, bericht Euronews. De zakenman Hillar Teder zou zo’n miljoen euro hebben gedoneerd aan de partijkas in ruil voor het recht om een parkeergarage te bouwen.
Een van de verdachten is wel Martin Helme, leider van de extreemrechtse EKRE-partij en coalitiegenoot van Rata
Ratas verklaart dat hij noch op de hoogte was van de details van de lening noch van steekpenningen. Hij staat dan ook niet onder verdenking in het strafrechtelijk onderzoek, aldus ERR. ‘Ondanks het feit dat ik mijn politieke verantwoordelijkheid neem, kan ik met een gerust hart zeggen dat ik als minister-president geen enkel kwaadaardig of bewust verkeerd besluit heb genomen,’ verklaarde de minister-president in een persconferentie woensdagochtend.
Een van de verdachten is wel Martin Helme, leider van de extreemrechtse EKRE-partij en coalitiegenoot van Ratas, schrijft The New York Times. Helme beschreef zijn migratiestandpunt ooit als: ‘Ben je zwart, ga dan terug.’
De coalitieregering met de EKRE-partij van Helme, die het liberale imago van Estland ernstig heeft geschaad, volgde op de verkiezingen van 2019 waarin de Centrumpartij slecht presteerde, maar erin slaagde aan de macht te blijven door een verbond aan te gaan met extreemrechts en de rivaliserende conservatieve partij, aldus de NYT. Het aftreden van Ratas betekent ook het einde van het kabinet.
President Kersti Kaljulaid heeft inmiddels gevraagd aan Kaja Kallas, de leider van de Hervormingspartij, om een nieuwe coalitie te vormen, meldt de ERR. De Hervormingspartij is met 34 van de 101 zetels de grootste partij van de Riigikogu, het Estse parlement.
Einde recordkoudegolf Spanje nadert
De poolkou die Spanje de afgelopen week teisterde lijkt ten einde, schrijft El País. ‘We kunnen vandaag [14 januari] of morgen een einde verwachten aan de koudegolf, hoewel de temperatuur nog steeds lager dan normaal zal zijn’, zegt de woordvoerder van de AEMET, de Spaanse KNMI, tegen het dagblad.
De koudegolf volgde op sneeuwstorm Filomena, die vorige week een dik pak sneeuw in Centraal- en Oost-Spanje deponeerde en daarmee het openbare leven ernstig belemmerde met mensen die ’s nachts vastzaten in hun auto, omgevallen bomen, gevaarlijke situaties op de snelwegen, geblokkeerde straten, hulpdiensten die zich niet konden verplaatsen en essentiële werknemers die niet naar hun werk konden gaan, somt El País op.
De nieuwe temperatuurrecords in Spanje.
‘Iedereen keek in 2020 uit naar de terugkeer naar het oude normaal en zodra 2021 begon kregen we te maken met de grootste sneeuwstorm in 50 jaar’, schrijft El Confidencial.
Dinsdag had Spanje te maken met de koudste dag in twintig jaar, bericht El País, met minimumtemperaturen die in het hele land, behalve op de Canarische Eilanden, onder de nul lagen. De koudste temperatuur werd gemeten in het dorpje Bello, in de provincie Teruel in het midden van het land. De minimumtemperatuur was daar -25,4ºC. Ook in de rest van het land zijn lokale kouderecords dinsdagnacht gebroken.
Uitstoot VS op niveau van 1990
De pandemie heeft de uitstoot van broeikasgassen in de Verenigde Staten teruggebracht naar hetzelfde niveau als dertig jaar geleden. ‘De laatste keer dat de uitstoot van broeikasgassen in de VS zo laag was, zat George H.W. Bush [senior] in het Witte Huis en draaiden Ghost en Pretty Woman in de bioscoop’, schrijft het zakenblad Quartz.
Volgens een nieuwe data-analyse van het Amerikaanse onderzoeksbureau Rhodium Group is in 2020 in de Verenigde Staten de uitstoot van gassen die leiden tot opwarming van de aarde met 10,3 procent gedaald ten opzichte van 2019. Dit zou het laagste niveau betekenen sinds 1990. Deze spectaculaire daling is terug te brengen tot de pandemie, waardoor het openbare leven ernstig is ingeperkt en een ongekende economische vertraging is ingezet.
De meest opvallende reductie van vorig jaar was te zien in de transportsector
Een uitzonderlijke situatie, waaruit niet per se af te leiden is dat er sprake is van een algemene neerwaartse trend, merken de deskundigen op. ‘De meest opvallende reductie van vorig jaar was te zien in de transportsector, die grotendeels afhankelijk blijft van fossiele brandstoffen’, zei Kate Larsen, directeur van Rhodium, tegen The New York Times. ‘Maar nu meer mensen worden gevaccineerd verwachten we, afhankelijk van hoe snel mensen zich voldoende beschermd voelen om weer aan boord van vliegtuigen en andere vormen van vervoer te stappen, een opleving van de uitstoot als er in de tussentijd geen grote beleidswijzigingen worden doorgevoerd.’
Dinsdag schreven we al dat Duitsland dankzij de pandemie zijn klimaatdoelen haalt. De CO2-uitstoot bij onze Oosterburen is in 2020 met 42,3 procent is gedaald ten opzichte van het niveau van 1990.
Lange tijd werd de ’Ndrangheta beschouwd als ouderwets en genegeerd door de media. Die tijden zijn voorbij sinds de Calabrese maffia de Siciliaanse Cosa Nostra van de troon stootte. Inmiddels bouwde deze ‘familie’ een internationaal netwerk dat onderwereld en bovenwereld met elkaar verbindt.
Dit artikel verscheen eerder in #176
Het proces tegen de ’Ndrangheta
Vanaf vandaag (13 januari) staan in Italië meer dan 350 leden van de Calabrese maffiaorganisatie ’Ndrangheta voor de rechter, onder hen bevinden zich politici, ondernemers en maffiosi. Ze staan terecht voor onder andere drugshandel, witwassen en fraude. Het is de grootste rechtszaak tegen de maffia in 30 jaar.
Het proces vindt plaats in een zwaarbeveiligde bunker in de Calabrese plaats Lamezia Terme, die speciaal voor deze gelegenheid gebouwd is. ‘Het is belangrijk om het proces in Calabrië te voeren,’ aldus hoofdaanklager Nicola Gratteri – zelf Calabrees – in La Repubblica.
De ene operatie na de andere. Een golf van 334 arrestaties in Vibo Valentia en elders in Europa [in december 2019]. Vervolgens het nieuwe onderzoek dat de Piemontese regionale wethouder Roberto Rosso ten val brengt vanwege het kopen van stemmen van de maffia. Elke dag weer worden we geconfronteerd met grote en kleine onderzoeken naar de enorme macht van de Calabrese clans, die niet alleen het zuiden van Italië verstikken maar inmiddels ook al tientallen jaren geleden voet aan de grond hebben gekregen in het voor hen vruchtbaardere noorden, met name in Lombardije en Piemonte. De ’Ndrangheta wordt vandaag de dag beschouwd als de machtigste, rijkste en meest wijdvertakte maffiaorganisatie ter wereld. Terwijl de Palermitaanse Cosa Nostra haar opkomst dankte aan de emigratie naar Noord-Amerika in de eerste helft van de vorige eeuw, zijn de Calabrese clans inmiddels overal aanwezig: van Australië tot Canada, via Brazilië, Venezuela, Argentinië, Oost-Europa en Rusland. Een expansie die in gang is gezet met het geld van de ontvoeringen in de jaren zeventig en tachtig, en die tegenwoordig wordt versterkt door de wereldhegemonie van de ’Ndrangheta in de cocaïnehandel. Maar is de ’Ndrangheta vandaag de dag sterker dan de Cosa Nostra, de maffia die de Italiaanse staat in de jaren tachtig en negentig uitdaagde tot op het hoogste niveau?
Zeker, al zijn de ‘Sicilianen’ niet verdwenen, maar nemen ze steeds vaker van de ’Ndrangheta-clans de vaardigheid over om het staatsapparaat binnen te dringen zonder opzien te baren, zonder te schieten en zonder dat het nodig is hun spierballen of hun meest gewelddadige gezicht te laten zien. De ’Ndrangheta heeft er altijd de voorkeur aan gegeven instituties niet uit te dagen, maar erin te infiltreren. Dat geldt voor het ondernemerschap en de politiek, maar (in sommige gevallen) ook voor de rechterlijke macht en het politieapparaat.
Open armen
Door deze aanpak kon een maffia die te lang is beschouwd als een allegaartje van boerenfamilies en herders de controlekamer betreden. Om zo, en op verbluffende wijze, haar eigen ‘sociale kapitaal’ te laten groeien. De ‘Ndrangheta heeft het noorden niet besmet als een kwaadaardig virus, maar werd zowel in Milaan als in Genua, zowel in Modena en Reggio Emilia als in Aosta en Turijn met open armen ontvangen door degenen die profiteerden van de gunsten van de bazen die er veelal naartoe waren verbannen: van zwart werk tot afvalverwerking, van de bouw tot valse facturen.
Het geld van de clans zit tegenwoordig in alle bedrijfssectoren: de bouw, de horeca, financiën, onlinegames, autohandel en zelfs de gezondheidszorg.
De ‘Ndrangheta heeft hoofdzakelijk door drie factoren de top van de mondiale maffia bereikt.
Ten eerste heeft de organisatie, in tegenstelling tot de Cosa Nostra, geen echte koepel, maar een crimine, die hoofdzakelijk verbindingsfuncties uitvoert, terwijl de clans autonoom werken (en zich autonoom bewegen), zij het binnen gemeenschappelijke regels en grenzen. Een soort franchise avant la lettre.
Daarnaast is doorslaggevend geweest dat het de ’Ndrangheta is gelukt de hegemonie in de drugshandel te doorbreken, door eigen mensen in de cocaïneproducerende landen neer te zetten en verbonden te sluiten – mede door middel van gearrangeerde huwelijken – met de erfgenamen van de kartelbazen. Dezelfde archaïsche mechanismen dus, maar dan verplaatst naar de andere kant van de planeet.
‘De onzichtbaren’
Het Italiaanse weekblad L’Espresso wijdde op 12 januari 2020 de titelpagina aan ‘de onzichtbaren’ van de ’Ndrangheta, waarbij de nadruk werd gelegd op de banden die deze tak van de maffia onderhoudt met de vrijmetselarij. In Calabrië, zo becijferde het Italiaanse weekblad, ‘bestaan 178 loges van vrijmetselaars met gezamenlijk 9000 leden. Ze worden druk bezocht door advocaten, leiders van bedrijven, leden van de ordebewakende instanties, en maffiabazen en hun afgevaardigden’. Maar ook door ‘vrijmetselaars uit de geestelijke stand’, zoals ‘de machtige pastoor van San Luca, die prat gaat op de steun van het Vaticaan’. In Calabrië zijn politiek, vrijmetselarij en ’Ndrangheta nauw verweven, zoals in het geval van Giancarlo Pittelli, vrijmetselaar en voormalig volksvertegenwoordiger, die onlangs is gearresteerd.
Ondermijning
Ten slotte was de ’Ndrangheta in staat om zichzelf te vernieuwen, door van zevenhonderd doden in de tweede maffiaoorlog (1985-91) over te gaan op de strategie van de ondermijning. Met name na het bloedbad in Duisburg – zes doden in augustus 2007 – hebben de clans er bewust voor gekozen die zeer gewelddadige fase achter zich te laten en liquidaties en misdrijven met chirurgische precisie te beperken. Het motief? Precies het tegenovergestelde van de bloedbadstrategie van Totò Riina: wanneer de staat daarop reageert, doet die dat zo hard en vastberaden dat het de maffiaorganisatie in ernstige moeilijkheden brengt. Om die reden is het beter om de staat niet uit te dagen, maar om ermee te versmelten, om te vermijden dat de organisatie wordt gezien als de grootste bedreiging voor de veiligheid van het land (wat die in werkelijkheid wél is). De ’Ndrangheta weet wanneer die kan schieten en wanneer het beter is dat niet te doen, om te voorkomen dat de aandacht van de staat wordt getrokken, en ook om te voorkomen dat de burgers worden gealarmeerd, die in plaats van door de clans moeten worden ‘afgeleid’ door andere kwesties. Een marketingstrategie die haar weerga niet kent.
Maar er is nog een andere, laatste en wellicht doorslaggevende factor, die door Nicola Gratteri, officier van justitie van Catanzaro, en wetenschapper Antonio Nicaso wordt gesignaleerd in hun nieuwste boek La rete degli invisibili (Het netwerk van de onzichtbaren). In haar contacten met de ontspoorde vrijmetselarij heeft de ’Ndrangheta een vliegwiel gevonden dat haar heeft binnengeloodst in de hoogste staatsapparaten van het land. Een geheim netwerk van onverdachte mensen – rechters, journalisten, politici, ondernemers, wetshandhavers – dat de macht heeft om alles te beïnvloeden. Een scenario dat uit een sciencefictionfilm lijkt te komen, in de ogen van degenen die de ’Ndrangheta beschouwen als een maffia van herders, riten en uitgebreide maaltijden met geroosterd geitenvlees in Aspromonte. Maar het is de zeer verontrustende werkelijkheid, zoals die uit de meest recente gerechtelijke onderzoeken naar voren komt.
De tijd van de ontvoeringen
Tussen de jaren zeventig en het begin van de jaren negentig genereerde de ’Ndrangheta veel inkomsten uit ontvoeringen.
Het eerste ‘beroemde’ slachtoffer was John Paul Getty III, zoon en kleinzoon van Amerikaanse miljardairs, die vijf maanden werd vastgehouden. Hij werd tegen een losgeld van drie miljard lires vrijgelaten, en raakte bovendien een deel van zijn rechteroor kwijt.
In 1988 werd Cesare Casella 741 dagen vastgehouden; voor Carlo Celadon duurde de lijdensweg 831 dagen.
De gang van zaken bij deze ontvoeringen is vaak identiek: de ontvoeringen worden doorgaans gepleegd in het rijke noorden van het land, de ‘gijzelaars’ worden vastgehouden in de Aspromonte in het zuiden, waar ze in piepkleine ruimtes worden opgesloten.
Soms slagen gevangenen erin te ontvluchten. Een van hen, in 1984, is Carlo de Feo, die zijn toevlucht zoekt tot een dorpje, maar prompt door de bewoners wordt uitgeleverd aan zijn ontvoerders uit angst voor represailles. In twintig jaar tijd ontvoert de ’Ndrangheta zo 139 mensen, van wie sommigen nooit worden teruggevonden. Het losgeld stelt de ontvoerders in staat vaste voet aan de grond te krijgen in de cocaïnesmokkel, maar ook in de bouwsector, zoals blijkt uit de naam van een wijk in de stad Bovalino, aan de voet van de Aspromonte, die de bijnaam ‘Paul Gettywijk’ draagt, naar de eerste ontvoerde.
All the Money in the World is een Amerikaanse film uit 2017, geregisseerd door Ridley Scott, gebaseerd op het waar-gebeurde verhaal van de ontvoering van John Paul Getty III.
De islamitische bevolking van Kasjmir wordt scherp in de gaten gehouden door de cyberpolitie. The Intercept sprak ruim twintig mannen en vrouwen, voornamelijk studenten, over hoe zij werden geïntimideerd, geslagen, uitgescholden en bedreigd vanwege hun posts op sociale media.
Op zijn hoede meldt Ahmed zich bij het politiebureau. Het oogt als een fort: de muren zijn afgezet met prikkeldraad, gewapende agenten houden de wacht. Een dag eerder heeft de student een telefoontje gekregen: de cyberpolitie van Jammu en Kasjmir wil dat hij zich op het bureau meldt. Reden onbekend. Ahmed – niet zijn echte naam, hij vreest represailles – is nooit eerder op een politiebureau ontboden.
Hij wordt onmiddellijk overgebracht naar een ander, nabijgelegen bureau; zijn gsm moet hij bij de poort afgeven. In een wachtkamer treft hij vier andere jongeren aan. Na een nerveuze uitwisseling van blikken en wat gefluister beseffen de vijf dat ze elkaar kennen – niet persoonlijk, maar via sociale media.
Deze eerste fysieke ontmoeting vindt plaats in Cargo, een politiecomplex dat een reputatie als martelcentrum hoog te houden heeft. Sinds augustus zou de faciliteit in Srinagar, de hoofdstad van het door India bestuurde Kasjmir, een plek zijn waar jonge gebruikers van sociale media worden ondervraagd en gemarteld als ze kritiek hebben geuit op het repressieve beleid dat de Indiase regering sinds vorig jaar in de regio voert.
Jammu Kashmir Coalition of Civil Society, een groep mensenrechtenorganisaties, meldde in augustus dat de politie ruim tweehonderd gebruikers van socialemediaplatforms en virtuele privénetwerken heeft aangeklaagd. Met behulp van surveillancetechnologie en zich beroepend op antiterreur- en detentiewetten, heeft justitie hen opgespoord en opgeroepen zich op het bureau te melden.
Ahmed en de jongeren die hij bij Cargo aantrof behoren tot de ruim twintig mannen en vrouwen, voornamelijk studenten, met wie The Intercept sprak over hun behandeling door de politie vanwege hun posts op sociale media.
De cybereenheid had sommigen verzocht om op een lokaal politiebureau een niet-bindende verklaring te ondertekenen dat zij geen sociale media meer zouden gebruiken om kritiek te uiten op het gezag of op de strijdkrachten. Anderen werden, zo vertelden ze, geslagen, uitgescholden en met gevangenisstraf of de dood bedreigd nadat ze naar Cargo waren overgebracht.
Politiek van aard
Het recente politieoptreden tegen uitingen op sociale media maakt deel uit van een verhevigd censuurbeleid onder het bewind van de Indiase premier Narendra Modi, een hindoenationalist. In augustus 2019 besloot de regering eenzijdig om de semiautonome status van Jammu en Kasjmir te herroepen. Deze was tot dan toe vastgelegd in de Indiase grondwet. De staat is nu opgesplitst in twee gebieden die onder directe controle van het centrale gezag staan.
De door de politie onderzochte berichten op – voornamelijk – Twitter en Facebook, zijn tot nu toe uitgesproken politiek van aard: ze bevatten kritisch commentaar op het Indiase optreden tegen Kasjmiri’s vóór en na de ontbinding van de speciale status. Mensenrechtenschendingen door Indiase veiligheidstroepen en het zwijgen van de media over dergelijke misstanden zijn eveneens aan de kaak gesteld. Twitter reageerde niet op een verzoek om commentaar.
De slachtoffers zeggen dat de politie hun telefoons in beslag nam en pas dagen later terugbezorgde, nadat agenten de inloggegevens hadden gebruikt die ze tijdens ondervragingen hadden losgekregen om toegang te kunnen krijgen tot de socialemedia-accounts. Veel slachtoffers zeggen dat ze na hun vrijlating geen politieke boodschappen meer online hebben geplaatst of hun accounts hebben gedeactiveerd om te voorkomen dat ze zich opnieuw zouden moeten melden.
Op enkele uitzonderingen na hebben alleen media in Kasjmir en India over het recente harde optreden bericht. Nadat hij een artikel over de kwestie op de Indiase nieuwssite Artikel 14 had geplaatst, moest de Kasjmierse journalist Auqib Javeed zich eind september melden op het hoofdbureau van de cyberpolitie. Hij zou vijf uur lang in Cargo zijn vastgehouden en mishandeld – een verhaal dat overeenkomt met dat van de socialemediagebruikers.
Intimidatie
Al deze intimidatie is uiteraard bedoeld om critici het zwijgen op te leggen, zegt Gowhar Geelani, een journalist en auteur die zelf door de cyberpolitie is opgepakt op grond van de Unlawful Activities Prevention Act, een controversiële Indiase antiterreurwet: ‘Het maakt deel uit van een breder beleid om meningen te criminaliseren.’
Kasjmir wordt beschouwd als het meest gemilitariseerde gebied ter wereld. In augustus voerde de Indiase regering er een ongekende militaire lockdown in. Mobiele diensten en digitaal verkeer werden zonder voorafgaande kennisgeving geblokkeerd. Dat leidde tot de langste internetuitval, voor zover bekend, in een democratie ooit. In maart herstelde de Indiase regering de toegang tot internet en tot sociale media, maar met een snelheid van niet meer dan 2G.
Die beperkte internettoegang gaat hand in hand met meer toezicht in de regio, zegt Devdutta Mukhopadhyay van de Internet Freedom Foundation, een Indiase internetbelangenorganisatie. Ze noemt een paar voorbeelden: WhatsApp-groepsbeheerders die zich moesten registreren bij het lokale gezag, een verbod op VPN-diensten en aanvullende verificatie-eisen voor prepaid mobiele internetgebruikers.
Sommige Kasjmiri’s hebben sociale media ingezet om lucht te geven aan hun decennialange verzet tegen de Indiase overheersing – maar dat bleef niet zonder gevolgen.
‘Ik moest uitleggen waarom ik Kasjmierse fotografen had gefeliciteerd die dit jaar de Pulitzerprijs hadden gewonnen’
Nadat hij meer dan drie uur in een wachtkamer had doorgebracht, zijn vingerafdrukken waren afgenomen, hij was gefotografeerd en hij zijn persoonsgegevens, waaronder zijn bankgegevens, had moeten overleggen, ging Ahmed naar een verhoorkamer waar een stel agenten hem opwachtten. ‘Ze bleven maar roepen: Wie betaalt je om dit allemaal te posten? Een politieman sloeg en schopte me. Een ander schoof me een document toe met screenshots van mijn posts op Twitter. Ik moest mijn telefoon ontgrendelen, een agent scande hem. Een ander vroeg om de wachtwoorden van mijn e-mail- en socialemedia-accounts.’
Verantwoording
Agenten achter een desktopcomputer zochten Ahmeds Twitter-account op en ondervroegen hem over recente tweets. In sommige posts had hij de politie en het Indiase leger ter verantwoording geroepen vanwege mensenrechtenschendingen, zoals buiten-gerechtelijke executies van burgers in geënsceneerde vuurgevechten. Andere posts leken onschuldiger. ‘Ik moest uitleggen waarom ik Kasjmierse fotografen had gefeliciteerd die dit jaar de Pulitzerprijs hadden gewonnen,’ zegt Ahmed, ‘en waarom ik selectief dichters citeerde in mijn tweets.’
Ook een andere student vertelde dat een politieagent tijdens zijn detentie in Cargo zijn telefoon in beslag had genomen en foto’s van zijn moeder en broers en zussen had bekeken. ‘Hij schold ze uit en dreigde dat ze dezelfde behandeling als ik zouden krijgen,’ aldus Bilal (die zijn echte naam niet in dit verhaal vermeld wil hebben uit angst voor represailles).
Bilal en twee andere slachtoffers onthulden dat agenten hen hadden voorgesteld om in ruil voor vrijlating informant te worden en andere door de politie gemonitorde socialemediagebruikers te verraden. Ze kregen te horen dat ze anders gevangen zouden worden genomen of gedood in een geënsceneerd vuurgevecht.
Bilal was verbijsterd door dit ‘aanbod’. Nooit had hij gedacht dat zijn tweets er nog eens toe zouden leiden dat de politie hem zou vragen spion te worden.
‘Ze gaven me uren de tijd om te beslissen,’ zegt hij, maar uiteindelijk kwam hij vrij. Zij het pas na het dreigement dat hij bij een volgende overtreding weer zou worden opgepakt op grond van de Unlawful Activities Prevention Act.
Bhatti ontkent alle beschuldigingen en weigert ook in detail te treden over de surveillancetechnologie die wordt gebruikt
Kort na de lockdown van augustus werd de cyberpolitie van Kasjmir uitgebreid om cybercriminaliteit aan banden te leggen. Sindsdien is er sprake van een geavanceerde surveillance-eenheid, uitgerust met de modernste technologie voor het opsporen en monitoren van Kasjmiri’s, onder wie inmiddels ook degenen die covid-19 hebben opgelopen. Tahir Ashraf Bhatti, het hoofd van zowel Cargo als van de cybereenheid, ontving op Onafhankelijkheidsdag een medaille van de Indiase regering voor het werk van zijn afdeling.
Hij vertelt dat het werk van de cybereenheid voornamelijk leidt tot aanklachten over financiële fraude en ‘cyberpesten’ – dat laatste wordt gebruikt als excuus om mensen aan te pakken die de regering op sociale media bekritiseren. Hij ontkent dat mensen zijn gedagvaard of gemarteld omdat ze online hun politieke opvattingen hebben geuit.
Bhatti zelf is beschuldigd van mishandeling van ten minste één gebruiker van sociale media gedurende diens hechtenis. Het slachtoffer vertelde dat hij in augustus op het cyberpolitiebureau was ontboden nadat hij Bhatti op Twitter had bespot. Hij werd naar Cargo gebracht, waar Bhatti hem drie dagen lang herhaaldelijk met een leren riem op hetzelfde lichaamsdeel sloeg. ‘Als ik je vertel welk lichaamsdeel, geef ik mijn identiteit prijs,’ zegt Bilal.
Schrikeffect
Bhatti ontkent alle beschuldigingen en weigert ook in detail te treden over de surveillancetechnologie die wordt gebruikt om informatie in te winnen over Kasjmiri’s in binnen- en buitenland. Meerdere mensen vertelden dat ondanks het gebruik van VPN’s –waarmee anonimiteit op sociale media normaal gesproken is gegarandeerd – de politie kon achterhalen wie ze waren.
‘Het kost ons een half uur om de locatie en gegevens van een gebruiker te bepalen,’ zegt Bhatti. Hij laat een WhatsApp-gesprek zien waarin een hoge officier hem vraagt naar de locatie en het adres van een persoon en diens antecedenten. ‘Mijn team had het binnen enkele minuten voor elkaar,’ zegt hij.
Dat team bestaat uit veertig technisch onderlegde agenten. Moeilijkere zaken worden uitbesteed aan privébedrijven, waarover de chef van de cybereenheid geen bijzonderheden prijsgeeft.
Het werk van Bhatti en zijn ondergeschikten heeft inmiddels wel een schrikeffect gehad op de socialemediagebruikers in Kasjmir. Veel accounts zijn verdwenen, andere zijn inactief, of er is geen politieke inhoud meer op te vinden.
Sinds zijn vrijlating lijdt hij aan paniekaanvallen en heeft hij nog maar weinig eetlust
Shefali Rafiq, een 22-jarige studente journalistiek, zegt dat ze voorzichtiger is geworden met wat ze publiceert. ‘Een aantal profielen volgde ik graag, maar ze hebben hun accounts gedeactiveerd of schrijven geen kritische posts meer.’
Drie gebruikers van sociale media zeggen dat ze verdachte activiteit op hun accounts hebben opgemerkt sinds ze door de politie zijn vrijgelaten, zoals likes of retweets die niet van hen zijn, of het volgen en ontvolgen van andere accounts.
Degenen die in aanvaring zijn gekomen met de cyberpolitie leven in angst. Ahmed werd vier dagen op rij verhoord en werd pas met rust gelaten nadat hij had beloofd te stoppen met het online bekritiseren van de Indiase regering en de veiligheidstroepen.
Sinds zijn vrijlating lijdt hij aan paniekaanvallen en heeft hij nog maar weinig eetlust. Hij durft sociale media niet meer te gebruiken zoals hij vroeger deed. ‘Soms schrijf ik een lang bericht. Aan het einde verwijder ik het weer en moet ik huilen,’ zegt hij. ‘Mijn telefoon is een nachtmerrie voor me geworden.’
De Spaanse Nobelprijswinnaar Santiago Ramón y Cajal schreef al in 1905 een verhaal waarin de bevolking werd gecontroleerd door middel van een vaccin. Verder: Kerstkiekjes uit de jaren vijftig en zestig, de communist met een voorliefde voor kerstkalkoen; het dandy-achtige leven van Friedrich Engels & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, podcasts en fotoreportages die wij deze week zijn tegengekomen.
Complotdenkers
Een artikel uit El País onthult een weinig bekende kant van Nobelprijswinnaar Santiago Ramón y Cajal, die in 1905 een sciencefictionverhaal schreef over het beheersen van mensen door middel van injecties.
Een tip van editor at large Katrien Gottlieb: ‘Nu het vaccin dichterbij komt, wordt het verzet tegen deze inenting ook groter. We hoorden in eigen land al dat het vaccin niks anders is dan een chip die wordt ingespoten zodat elk individu in de gaten gehouden kan worden door de overheid. Nu blijken die theorieën van alle tijden te zijn. Hoe zit het nou ook alweer, was er eerst sciencefiction en daarna pas de zichtbare werkelijkheid? Dit (Engelstalige) stuk uit El Paísis een goed en speels tegengeluid voor de complotdenkers onder ons.
Kerstkiekjes
Redacteur IJsbrand van Veelen stuitte op een bijzondere fotocollectie. ‘Dit beeldblog van vier jaar geleden is onverwoestbaar: 43 kiekjes van Amerikaanse vrouwen die in de jaren ’50 en ’60 poseren naast hun kerstbomen. Dat levert niet alleen een schitterend tijdsbeeld op, maar roept ook intrigerende vragen op over de levens van de geportretteerden.’
De scherpe journalistieke pen van Taub
Ben Taub is journalist van The New Yorker, het onvolprezen Amerikaanse magazine met schitterende longreads. Taub heeft op zijn 29ste al een indrukwekkende lijst van prestigieuze journalistieke prijzen op zijn naam staan, waaronder de Pulitzer Prize for Feature Writing van dit jaar voor zijn artikel ‘Guantanamo’s Darkest Secret’, over Mohamedou Ould Salahi, die van 2002 tot 2016 zonder aanklacht werd vastgehouden in Guantanamo Bay.
Redacteur IJsbrand van Veelen tipt in de huidige editie van The New Yorker zijn zeer lezenswaardige artikel ‘Murder in Malta’, een longread waarin hij de achtergronden van de moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia in 2017 blootlegt.
Latijns-Amerikaanse luisterverhalen
Radio Ambulante is een Spaanstalige podcast van de Amerikaanse publieke omroep NPR. Elke aflevering komt er een Latijns-Amerikaans verhaal aan bod, soms over migranten in de VS, vaker over alles ten zuiden daarvan. De podcast wordt gepresenteerd door de Peruaanse schrijver Daniel Alarcón (fijne, warme stem) en biedt mooie, uitstekend geproduceerde reportages op locatie.
‘Prachtige en afwisselende verhalen,’ tipt redacteur Joep Harmsen. ‘Soms zijn het actuele verhalen, soms tijdloos, maar altijd vanuit een persoonlijk perspectief. Een aflevering die me in het bijzonder heeft geraakt is “Los cassettes del exilio”. In deze aflevering interviewt Alarcón de Chileen Dennis Maxwell, die op zolder oude videobanden van zijn vader vond. Zijn vader was tijdens de dictatuur van Pinochet naar Parijs gevlucht, en stuurde vanaf daar videobanden met persoonlijke boodschappen en verslagen van zijn wereldreizen aan zijn achtergebleven kinderen. Een ontroerend verhaal dat het grote politieke samenbrengt met het kleine persoonlijke, precies waar Radio Ambulante voor staat.’
Engels, de communist met een voorliefde voor kerstkalkoen
In deze longread voert de Amerikaanse auteur Christopher Sandford Friedrich Engels, medestichter van de de marxistische theorie, aan als ‘levend bewijs van de essentiële humaniserende tegenstrijdigheden van de mens’. Engels verdiende circa 1000 dollar per maand, een constructie van zelf toegekende bonussen, onkostenvergoeding en winstuitkering, in een tijd dat een dokter goed was voor $200. Bij zijn dood liet Engels het moderne equivalent van $4 miljoen achter in een portefeuille van aandelen in van alles, van zijn plaatselijke gasbedrijf tot het koloniale investeringsfonds van de Britse regering. ‘Ik ben niet zo simpel om over deze zaken de socialistische pers te raadplegen’, schreef hij aan socialist Eduard Bernstein. Daarvoor had hij The Economist.
Sandford: ‘Het zegt iets over de ambivalentie van het vermogen van de mens tot gepassioneerd altruïsme en zijn eeuwige zoektocht naar materiële bevrediging dat de belangrijkste architect van Het Communistisch Manifest ook een fijnproever en oenofiel zou kunnen zijn met een bijzondere voorliefde voor het traditionele kerstkalkoen, afgerond met een genereuze portie van wat hij “tipsy-cake” noemde en een liefdevolle aanraking, zo niet meer, met iedere vrouw die onvoorzichtig genoeg was om onder de maretak te belanden.’
Een relevant verhaal in onze huidige cancel culture, zegt hoofdredacteur Laura Weeda, waarin die ambivalentie van de mens te vaak over het hoofd wordt gezien.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.