Onderwerpen: Ongelijkheid

  • De helft van de wereldbevolking heeft een clitoris. Waarom wordt die dan zo weinig bestudeerd?

    De helft van de wereldbevolking heeft een clitoris. Waarom wordt die dan zo weinig bestudeerd?

    De clitoris wordt ‘door vrijwel iedereen genegeerd’, aldus medische deskundigen. Die nalatigheid kan funest zijn voor de seksuele gezondheid van vrouwen.

    Gillian zat niet te wachten op een perforator in de buurt van haar geslachtsdelen. Dus toen een gynaecoloog in 2018 voorstelde om voor een kankercontrole een biopt van haar vulva te nemen, aarzelde ze. De arts had het vermoeden dat het witachtige huidvlekje dat Gillian naast haar clitoris had gevonden lichen sclerosus was, een huidaandoening die meestal goedaardig is. Gillian, die als verpleegster werkt, vond het wat extreem klinken om uit haar gevoeligste lichaamsdeel een stukje weg te laten halen.

    Uiteindelijk stemde ze toch toe, want hij was een dokter en zij slechts een verpleger. Ze ging ervan uit dat hij op het gebied van de clitoris een autoriteit was. ‘Ik had nooit in de gynaecologie gewerkt,’ zegt Gillian, die vanwege haar privacy alleen haar voornaam noemt. ‘Ik was behoorlijk onwetend.’

    Vóór de biopsie kreeg ze een ruggenprik om het gebied te verdoven. Haar benen werden in beugels geplaatst. Om het bloeden te stelpen, legde de dokter zijn ene hand over de andere heen en drukte vervolgens hard tegen haar vulva aan. (Dat zijn de uitwendige delen van de vrouwelijke genitaliën, waartoe de binnenste en buitenste schaamlippen, de opening naar de vagina en de clitoris behoren.) Zelfs door de verdoving heen kon ze de druk tegen haar schaambeen voelen. Ze gilde het uit.

    Een maand later, toen Gillian met haar vriend in bed lag, realiseerde ze zich dat ze geen orgasme meer kon krijgen. Ze werd nog wel opgewonden, maar de momenten waarop ze voorheen een hoogtepunt had bereikt ‘liepen nu op niets uit’, herinnert ze zich. ‘En zo gaat het nog steeds.’

    Ze vertelde het haar gynaecoloog. Die vermoedde dat ze door de littekens last had van gevoelloosheid, en dat dat met de tijd vanzelf weg zou gaan. Maar dat gebeurde niet. Gillian raakte steeds meer verontrust en zocht de ene na de andere specialist op in de hoop een verklaring of wellicht een oplossing te vinden. Toen kwam ze erachter dat niemand met haar over haar clitoris wilde praten.

    Gillian vertelt dat een uroloog haar verwonding vergeleek met de symptomen van iemand die door verkrachting trauma heeft opgelopen. Wat ze ervoer, zou een soort traumareactie op haar biopsie zijn. Iemand anders, een specialist op het gebied van het vrouwelijk lichaam, diagnosticeerde haar probleem als een zogenaamde ‘perimenopauze’ [een periode in de overgang waarin de vruchtbaarheid van de vrouw verdwijnt] en schreef haar testosteroncrème voor. Een andere gynaecoloog raadde aan een ‘O-shot’ te nemen ofwel een vaginale verjongingsprocedure.

    Telkens als ze probeerde het gesprek terug te brengen op haar clitoris, kreeg ze nietszeggende blikken terug. ‘Ze keken me aan alsof ik gek was,’ vertelt Gillian. ‘Ik bleef maar zeggen dat er iets mis was met mijn clitoris, en het leek wel alsof ze er alles aan deden om het maar niet over dat deel van mijn lichaam te hoeven hebben.’

    ‘Hooguit een bijzaak’

    Sommige urologen vergelijken de vulva met ‘een klein stadje in het Amerikaanse Midwesten’, zegt dr. Irwin Goldstein, uroloog en pionier op het gebied van de seksuele geneeskunde. Artsen laten de vulva compleet links liggen en besteden er nauwelijks aandacht aan op hun weg naar de bestemming: de baarmoederhals en baarmoeder. Daar gebeurt het echte medische werk: daar worden de echo’s gemaakt, uitstrijkjes genomen, spiraaltjes ingebracht en kinderen gebaard.

    Als de vulva in haar geheel een ondergewaardeerde stad is, dan is de clitoris een bar langs de doorgaande weg; maar weinig mensen besteden er gedachten aan en nog minder mensen kennen haar echt goed. De meesten gaan het liefst met een grote boog om de clitoris heen. ‘Het orgaan wordt door vrijwel iedereen compleet genegeerd,’ zegt Rachel Rubin, uroloog en specialist in seksuele gezondheid, in de buurt van Washington, D.C. ‘Er is in de medische wereld niet echt een groep die zich heeft toegelegd op het onderzoeken, behandelen en diagnosticeren van vulva-gerelateerde aandoeningen.’

    Als antwoord op de vraag wat ze tijdens haar studie geneeskunde over de clitoris heeft geleerd, stelt Rubin: ‘Ik kan me niet echt iets herinneren. Als mijn professoren er al iets over hebben gezegd, was het hooguit in een bijzin.’

    Pas jaren later leerde Rubin hoe ze de vulva en het zichtbare deel van de clitoris, ook wel de glans clitoridis genoemd, moest onderzoeken. Ze liep destijds bij dr. Goldstein stage op het gebied van seksuele geneeskunde en ontdekte dat de volledige clitoris een diepe structuur is die grotendeels uit erectiel weefsel bestaat, tot in het bekken reikt en om de vagina heen ligt.

    Vandaag de dag omschrijft Rubin zichzelf als de meest vooraanstaande ‘clitoroloog’ van Washington. De grap is natuurlijk dat maar weinig andere medici aanspraak willen maken op die titel – ofwel uit schaamte, ofwel uit een gebrek aan kennis, ofwel uit angst dat de term patiënten in verlegenheid brengt. ‘Artsen richten zich graag op wat we al weten,’ zegt ze. ‘We laten onze zwakke kanten niet graag zien en geven een gebrek aan kennis niet graag toe.’

    Schaamlipverkleining is een van de snelst groeiende cosmetische ingrepen ter wereld en kan ook tot zenuwschade leiden

    Dat vragen over de clitoris bijna universeel vermeden worden, heeft gevolgen voor patiënten. In een wetenschappelijk artikel dat in 2018 in het tijdschrift Sexual Medicine verscheen, toonden Rubin en Goldstein met andere collega’s aan dat het gebrek aan onderzoek naar de vulva en clitoris ertoe leidt dat artsen seksuele gezondheidsaandoeningen regelmatig over het hoofd zien. Onder de vrouwelijke patiënten in de kliniek van Goldstein had bijna een op de vier bijvoorbeeld last van clitorisverklevingen. Die ontstaan wanneer het kapje van de clitoris aan de eikel kleeft en ze kunnen leiden tot irritatie, pijn en een afname in seksueel genot.

    De auteurs concludeerden dat alle zorgverleners routinematig de clitoris van hun patiënten zouden moeten onderzoeken. Maar, gaven ze daarbij al aan, dat is makkelijker gezegd dan gedaan: de meeste zorgverleners ‘weten niet hoe ze de clitoris moeten onderzoeken en voelen zich er ook niet bij op hun gemak’.

    Deze nalatigheid brengt niet alleen schade toe aan vrouwen, maar ook aan trans mannen en andere mensen met een vulva. Het komt vaker voor dat de clitoris letsel oploopt bij procedures zoals een bekkengaasoperatie, een episiotomie tijdens de bevalling [het inknippen van het perineum; de bilnaad tussen vulva en anus] of zelfs een heupoperatie. Schaamlipverkleining is een van de snelst groeiende cosmetische ingrepen ter wereld en kan, indien slecht uitgevoerd, ook tot zenuwschade leiden. Het gevolg daarvan is pijn in de genitaliën en verlies van seksueel gevoel.

    Veel van deze verwondingen kunnen volgens dr. Rubin worden voorkomen als artsen meer tijd zouden besteden aan de bestudering van de clitoris. Dat bepleitte ze in januari in een lezing over vrouwelijke seksuele gezondheid, tegenover een zaal met voornamelijk mannelijke artsen tijdens de jaarlijkse conventie van militaire urologen in Palm Springs, Californië. Ze was praktisch, geanimeerd en onverstoorbaar, en haar lezing werd uitgeroepen tot de beste van de conferentie.

    Rubin benadrukt dat de anatomie in kwestie geen magie is, maar doodgewone biologie. ‘De clitoris is niet een vreemdsoortig, haast mythisch gebied waarmee je alleen maar orgasmes kan krijgen,’ verklaart ze begin juli in haar kantoor in Rockville, Maryland. Omringd door penisprotheses, bekkenmodellen en een grote Hitachi-vibrator vervolgt ze: ‘Het is belangrijk dat je weet wat wat is en waar verschijnselen vandaan komen.’

    Jarenlange verwaarlozing

    Waarom kunnen we juist die vragen dan niet beantwoorden? Volgens Rubin is de verklaring eenvoudig: de clitoris is nauw verbonden met het vrouwelijk genot en orgasme. Tot voor kort hadden deze onderwerpen binnen de geneeskunde geen prioriteit en werden ze niet beschouwd als geschikt voor medisch onderzoek.

    Zelfs op het gebied van bijvoorbeeld de urologie, waarvan het seksueel genot en het orgasme van mannen een integraal onderdeel zijn, wordt de seksuele gezondheid van vrouwen nog altijd ‘gezien als hysterie, als de doos van Pandora, als puur en alleen psychosociaal en niet als echte geneeskunde’, aldus Rubin, die tevens educatief voorzitter van de International Society for the Study of Women’s Sexual Health is. ‘De seksuele gezondheid en levenskwaliteit van vrouwen krijgen weinig tot geen aandacht.’ (Viagra daarentegen is al tientallen jaren een van de meest winstgevende farmaceutische geneesmiddelen – zo heeft Pfizer er sinds het in 1998 op de markt kwam tientallen miljarden dollars aan verdiend.)

    Gynaecologie is bovenal gericht op vruchtbaarheid en ziektepreventie. ‘We kunnen niet goed praten over het genotsaspect van seks’, aldus dr. Frances Grimstad, gynaecoloog in het Boston Children’s Hospital. ‘Het gaat altijd over preventie, over het voorkomen van seksueel overdraagbare aandoeningen en zwangerschappen – tenzij je natuurlijk juist zwanger wilt worden. Maar over seksueel plezier hebben we het in ieder geval niet.’

    Dr. Helen O’Connell, de eerste vrouwelijke uroloog van Australië, weet nog goed dat de clitoris tijdens haar eigen medische opleiding nauwelijks aan bod kwam. Een van haar handboeken was een editie van Last’s Anatomy uit 1985, waarin geen dwarsdoorsnede van het vrouwelijke bekkengebied was opgenomen. Bepaalde delen van de vrouwelijke genitaliën stonden beschreven als ‘slecht ontwikkeld’, als een ‘mislukte vorm’ van het mannelijke geslacht. Aan de beschrijving van de penis daarentegen waren vele pagina’s gewijd. Volgens haar verklaart deze wijdverbreide medische veronachtzaming waarom urologen zich altijd al inspanden om de zenuwen in de penis te behouden bij prostaatoperaties, maar zich daar bij bekkenoperaties bij vrouwen niet mee bezig hielden.

    O’Connell besloot de volledige anatomie van de clitoris in kaart te brengen met behulp van microdissectie en MRI’s. In 2005 publiceerde ze een uitgebreid onderzoek waaruit bleek dat het buitenste deel van de clitoris – het gedeelte dat zicht- en tastbaar is – slechts het topje van de ijsberg is en vergelijkbaar is met de eikel van de penis. Het volledige orgaan strekt zich ver onder het oppervlak uit en bestaat uit twee druppelvormige bollen, twee armen en een schacht.

    Het volledige orgaan strekt zich ver onder het oppervlak uit en bestaat uit twee druppelvormige bollen, twee armen en een schacht

    O’Connell waarschuwde ervoor dat chirurgen die geen rekening houden met die anatomie, gevoelige zenuwen kunnen beschadigen die voor genot en orgasme zorgen en langs de top van de schacht lopen. Bij procedures zoals bekkengaasoperaties en urethrale operaties ‘kan het zijn dat delen van de clitoris in het gedrang komen’, aldus dr. O’Connell. ‘Je moet altijd rekening houden met wat eronder zit en wat je dus mogelijk aantast.’

    Steeds meer vrouwen spreken zich uit over vergelijkbare verwondingen die ze bij standaardprocedures opliepen. Zo ook Julie, een vierenveertigjarige kantoormanager in Essex, die in 2012 haar vermogen om een orgasme te krijgen kwijtraakte door een eenvoudige heupoperatie tegen rugpijn. Ze deelde haar verhaal vorig jaar publiekelijk in The Telegraph, waarbij ze alleen haar voornaam vermeldde om eventuele discriminatie door toekomstige werkgevers te voorkomen.

    Tijdens een Zoomgesprek in januari beschrijft Julie de hevig brandende pijn die ze rond haar clitoris voelde toen ze uit haar narcose ontwaakte. Haar chirurg zei dat het gewoon wat blauwe plekken waren die vanzelf zouden verdwijnen. Een paar maanden later merkte ze echter dat ze geen orgasme meer kon krijgen. Als ze het probeerde, ‘voelde het letterlijk alsof iemand de stekker uit het stopcontact had getrokken’, zei ze. ‘Alles was doodgeslagen.’

    Pas na twee jaar zoeken op het internet ontdekte ze dat een cilindervormige stang die tijdens de operatie tussen haar benen was geplaatst waarschijnlijk haar clitorale zenuwen had platgedrukt. Het gebruik van het apparaat, een zogenaamde perineale paal, kan zenuwschade veroorzaken, iets wat op haar toestemmingsformulier niet vermeld stond.

    Julie vergelijkt haar letsel met het verlies van smaak en reuk, waarvan het genot voor lief wordt genomen, maar waarvan het verlies alles verandert. ‘Het is nu tien jaar geleden en ik kan het nog steeds niet geloven,’ vertelt ze tijdens het Zoomgesprek. ‘Ik heb er ook nog geen vrede mee.’

    Gillian probeert er nog steeds achter te komen wat de oorzaak van haar verwonding is geweest. Was het de biopsie? Of de druk die haar gynaecoloog daarna zette? Vier jaar en twaalf specialisten later heeft ze zich erbij neergelegd dat ze het gevoel misschien nooit meer zal terugkrijgen. ‘Het heeft mijn hele leven veranderd,’ zegt ze. ‘De schade die dit veroorzaakt, kun je nooit meer herstellen. Nooit.’

    De clitoris in kaart brengen

    Toen dr. Blair Peters, een drieëndertigjarige plastisch chirurg aan de Oregon Health & Science University, voor het eerst phalloplastieken [een operatie waarbij een penis wordt gemaakt met weefsel van elders uit uw lichaam] begon uit te voeren voor trans mannen en non-binaire mensen, verbaasde hij zich over de zenuwen van de clitoris. Met een diameter van gemiddeld drie millimeter waren ze groter dan hij had verwacht. (Ter vergelijking, de gevoelszenuw van de wijsvinger is ongeveer een millimeter breed.)

    ‘Toen ik geneeskunde studeerde, heb ik niets concreets over de clitoris geleerd, afgezien van het feit dat die bestaat,’ vertelt Peters. Hij zegt dat hij er daardoor ‘onbewust van uitging dat de clitoris niet een superduidelijke structuur zou hebben. Maar die heeft dat wel.’

    Peters behoort tot een handjevol jonge, socialemedia-bewuste artsen die net als Rubin de clitoris in kaart brengen en er zo voor zorgen dat wat Julie en Gillian is overkomen zich niet herhaalt. Om de seksuele sensatie van phalloplastiekpatiënten te kunnen verbeteren, heeft Peters onlangs de clitorale zenuwen met een microscoop bestudeerd en geteld hoeveel zenuwvezels ze bevatten. Het aantal dat hij vond staat onder embargo totdat hij zijn bevindingen later deze maand op een conferentie presenteert. Wat hij wel al kwijt kan, is dat het ‘aanzienlijk meer’ is dan achtduizend, een aantal dat vaak wordt genoemd en stamt uit een verouderd onderzoek op dit gebied naar koeien.

    Ze hoopte dat andere mensen in het vakgebied vervolgonderzoek zouden doen naar haar bevindingen, die in een tijdschrift voor plastische chirurgie werden gepubliceerd. ‘Ik ben nog maar een vierdejaars student geneeskunde, ik denk niet dat ik de aangewezen persoon ben om dit project uit te voeren,’ zei ze eind 2021. ‘Maar er is niemand anders die het doet.’

    In 2020 had Victoria Gordon, student geneeskunde aan de Kansas City University of Medicine and Biosciences, de leiding over een onderzoek dat een ‘gevarenzone’ rond de clitoris moest vaststellen die plastisch chirurgen zouden moeten vermijden. Bij het ontleden van kadavers viel haar op dat clitorale zenuwen zich soms als wortels vertakken in fijne ranken. Die vertakkingen konden relevant zijn voor chirurgen, maar waren nog niet eerder in medische publicaties beschreven.

    Artsen zijn niet de enigen die willen dat er aandacht komt voor de volledige anatomie van de clitoris. In 2018, toen Gillian online naar een verklaring voor haar verwonding zocht, stuitte ze op een Medium-artikel van een vrouw in Dallas wier situatie akelig veel op de hare leek. Jessica Pin, nu zesendertig, was het grootste deel van haar clitorale gevoel kwijtgeraakt nadat ze op achttienjarige leeftijd labiaplastiek [schaamlipcorrectie] had ondergaan.

    Ze spitte de belangrijkste verloskundig-gynaecologische handboeken door en ontdekte dat de zenuwen van de clitoris zelden of nooit goed werden weergegeven. Volgens haar brengt deze belangrijke vergissing bij een aantal procedures de clitoris in gevaar. ‘De nalatigheid lijkt te wijten aan sociaal-cultureel ongemak rondom de clitoris en een diepgeworteld gebrek aan respect voor de vrouwelijke seksuele respons’, schreef ze op Medium.

    Gillian was geïntrigeerd. ‘Pin was de enige op het internet die er iets over zei,’ vertelt ze. Dus stuurde ze haar een Facebookbericht. Pin zette uiteindelijk een sociale-mediacampagne op. Het doel was om ervoor te zorgen dat de anatomie van de clitoris in gynaecologische handboeken en opleidingen zou worden opgenomen. Gillian hielp eerst op de achtergrond om Pin meer volgers te bezorgen en sloot zich vervolgens bij Pin aan op Instagram, met als gebruikersnaam @nursevulvaadvocate. Op het account kreeg ze honderden vragen van over de hele wereld van mensen die hun genitale gevoel hadden verloren door medische ingrepen aan of in de buurt van de clitoris.

    Gillian vertelt dat ze op iedereen probeerde te reageren maar ze kon niet het medische advies geven waar velen naar op zoek waren. Na zes maanden hief ze haar account op. Tegenwoordig spant ze zich op lokaal niveau in voor hun zaak: zo rijdt ze vaak naar dokterspraktijken om posters van de anatomie van de clitoris af te geven. In haar werk met oudere patiënten besteedt ze veel aandacht aan eventuele genitale problemen, van vulvaire jeuk tot pijn na een kankeroperatie.

    Pin zette door. In de afgelopen jaren zorgde ze er door lobbyen voor dat verschillende handboeken en anatomische hulpbronnen hun afbeeldingen van de clitoris en zenuwen hebben bijgewerkt. Met haar inspanningen haalde ze de voorpagina van Reddit, verwierf ze meer dan 160.000 volgers op TikTok en was ze te gast in The Daily Show with Trevor Noah. In 2019 publiceerde ze samen met haar vader, die plastisch chirurg is, een onderzoek over clitorale zenuwen.

    Maar haar strategie is niet onomstreden. Ze is verwikkeld in tal van socialemediageschillen en werd beschuldigd van intimidatie omwille van haar aanhoudende en soms ongepaste pogingen om gynaecologen en auteurs van anatomische handboeken te bereiken.

    Nu, na zich vijf jaar lang te hebben ingespannen, wil ze ‘klaar zijn’, zo zegt ze. ‘Het zou geweldig zijn als artsen de kwestie oppakken en erover gaan praten.’ Het feit dat een aantal medische professionals, waaronder dr. Rubin, dat hebben gedaan is ‘echt een grote stap’, voegt ze eraan toe.

    De vulva eer aandoen

    Elke patiënt die bij Rubin binnenkomt, krijgt, ongeacht haar leeftijd, een rondgang langs haar eigen vulva. Voor het bekkenonderzoek legt ze niet meer een laken over de benen van de patiënt heen – volgens Rubin draagt die gewoonte eraan bij dat de ‘privédelen’ van vrouwen als schaamtevol worden gezien en verborgen blijven. In plaats daarvan begint Rubin de sessie door aan haar patiënten een spiegel te overhandigen. Die heeft een lang handvat, zodat ze mee kunnen kijken naar hun eigen anatomie.

    Met een wattenstaafje tast Rubin elk deel van de vulva af. Ze controleert op pijn en wijst de kleine schaamlippen, de grote schaamlippen en de vaginale opening aan terwijl haar patiënt meekijkt. Daarna controleert ze de clitoris op verklevingen of andere huidaandoeningen. Het hele onderzoek duurt meestal minder dan vijf minuten. ‘U bepaalt het tempo,’ vertelde ze onlangs aan een tweeënzestigjarige patiënt die pijn had gekregen na het vrijen. ‘U bent de baas van deze show.’

    Rubin en haar collega’s geloven dat hun vakgebied bij uitstek geschikt is om de status van de clitoris en het vrouwelijke genot te bevorderen. Volgens dr. Barbara Chubak, uroloog aan de Icahn School of Medicine van het Mount Sinai-ziekenhuis in New York, zijn urologen echter ‘alleen maar bezig met de fallus’. Al is de clitoris technisch gezien ook een soort fallus: ze is opgebouwd uit dezelfde embryologische structuren en bestaat uit dezelfde erectiele weefsels als de penis.

    ‘Per definitie zou de anatomie van de clitoris dus ook een urologische aangelegenheid kunnen en moeten zijn,’ aldus Rubin [urologie omvat alle problemen aan de urinewegen en de mannelijke geslachtsorganen].

    Daarbij komt nog dat urologen er helemaal geen moeite mee hebben te oreren over dingen waarvoor zorgverleners te preuts zijn. ‘Urologie gaat over plassen en over seks,’ zegt Chubak. ‘Urologen praten graag over dingen die andere mensen te gênant vinden om te bespreken. Clitorale geneeskunde behoort de urologen toe.’

    Toch is er volgens Rubin meer nodig dan gepassioneerde ‘penisartsen’ om de vulva de aandacht te geven die ze verdient. Er moet een gezamenlijke beweging op gang komen, die de traditionele specialismen van de geneeskunde overstijgt, zodat de anatomie kan worden begrepen en in kaart gebracht. En om dat mogelijk te maken moeten andere vakgebieden erkennen dat vrouwelijk seksueel genot essentieel is en behouden moet worden.

    ‘Ik geloof echt dat we wat de vrouwelijke anatomie betreft decennia achterlopen,’ zegt Rubin. ‘Maar we moeten ons blijven inzetten. En daarvoor is het noodzakelijk dat mensen het onderwerp belangrijk genoeg vinden om zich ervoor in te zetten.’

  • Dit bedrijf onthulde de handel en wandel van sinistere bewakingstechnologieën

    Dit bedrijf onthulde de handel en wandel van sinistere bewakingstechnologieën

    Hoe een uitgeverij in Pennsylvania een belangrijke bron werd voor journalistiek onderzoek naar de repressieve middelen die Beijing gebruikt tegen de Oeigoeren.

    Achter Heights Market & Deli en naast sportschool Finishers Mixed Martial Arts, in een buurt met nette gazons versierd met spiegelbollen, staat een doodgewoon pakhuis dat het hoofdkwartier is van een onduidelijke nieuwsorganisatie met een al even doodgewone naam: Internet Protocol Video Market (IPVM). De onopvallende locatie biedt weinig inzicht in wat voor soort journalistieke activiteiten hier plaatsvinden.

    Het kantoor van IPVM heeft geen redactiekamer met op toetsenborden tikkende verslaggevers en schermen die continu nieuws tonen. In plaats daarvan worden bewakingscamera’s en andere beveiligingsapparaten door technici onderworpen aan een reeks testen. Een aantal journalisten verricht wat gebruikelijker werk, door onderzoek te doen naar bedrijfsdossiers en financiële documenten waarvan de resultaten uiteindelijk als rapport verschijnen op de website van IPVM.

    Scoops

    Het grootste deel van de veertien jaar dat de onderneming publiceert, was het een nichebedrijf, gericht op professionals en technici die voornamelijk in de commerciële bewaking werken. Maar de afgelopen jaren leverde IPVM ook een reeks zeer indrukwekkende scoops, vaak in samenwerking met grote nieuwsorganisaties zoals The New York Times, The Wall Street Journal en de Los Angeles Times, waarin de sinistere en alarmerende aspecten werden onthuld van de handel en wandel van Chinese bewakingsbedrijven.

    Het artikel bracht een Europees directielid ertoe kort daarna ontslag te nemen bij Huawei

    In een reportage van The Washington Post uit december 2020, gebaseerd op een door IPVM aan het licht gebracht document, worden de pogingen beschreven van de Chinese technologiegigant Huawei om een systeem voor gezichtsscans te ontwikkelen dat een ‘Oeigoeren-alarm’ zou kunnen activeren – verwijzend naar de voornamelijk islamitische etnische groep in het noordwesten van China die zwaar wordt onderdrukt door de staat. Het artikel bracht een Europees directielid ertoe kort daarna ontslag te nemen bij Huawei, en zich in februari 2021 uit te spreken over de technologie van het bedrijf.

    Diezelfde maand publiceerde de Los Angeles Times een artikel op basis van een gebruikershandleiding, door IPVM gevonden, waarin het Chinese bedrijf Dahua beweert dat zijn cameratechnologie Oeigoeren kan identificeren en de autoriteiten hierover automatisch een seintje kan geven. Die onthulling was voor een groep Amerikaanse senatoren aanleiding om Amazon schriftelijke vragen te stellen over de miljoenendeal die het Amerikaanse bedrijf met Dahua had gesloten. 

    Deze staat van dienst heeft IPVM veel lezers opgeleverd: mensen die geïnteresseerd zijn in bewakingstechnologie, maar ook mensen die de geopolitieke ambities van Beijing en de gespannen betrekkingen tussen de Verenigde Staten en China willen begrijpen – misschien wel de belangrijkste bilaterale relatie ter wereld.

    John Honovich

    IPVM werd in 2008 opgericht door John Honovich, die destijds ontevreden was vertrokken uit de beveiligings-industrie na enkele onaangename ervaringen bij beveiligingsbedrijven die te veel beloofden en te weinig leverden. Honovich, nu 46, vertelde me recentelijk dat hij verrast was door het aantal ‘misleidingen en leugens die heel gewoon waren’, waarbij het vaak ging om ‘fake-it-‘til-you-make-it-achtige zaken’. Deze ervaringen deden hem beseffen dat ‘onethisch zijn een groot concurrentievoordeel oplevert’.

    Tegenwoordig heeft de site ongeveer vijfentwintig werknemers en meer dan vijftienduizend abonnees

    Aanvankelijk richtte de site zich op het verzamelen van nieuws uit de wereld van de bewakings- en beveiligingstechnologie. Later voegde hij commentaar en analyses toe, en al snel begon hij zijn eigen, rudimentaire tests met camera-apparatuur uit te voeren. ‘Hij maakte testopnames op parkeerplaatsen en vanaf zijn balkon,’ vertelt Ethan Ace, een van de eerste werknemers van het bedrijf. ‘Maar hij was de enige die onafhankelijke testen deed.’ Tegenwoordig heeft de site ongeveer vijfentwintig werknemers en meer dan vijftienduizend abonnees.

    Ace staat nu aan het hoofd van de testen bij IPVM, met faciliteiten die zijn gegroeid van ‘de laadruimte van mijn Volvo’ tot een enorme hal van ruim 1100 vierkante meter, met kastjes waarin zo’n zeshonderd camera’s zijn opgeslagen die zijn getest en uit elkaar gehaald. Tijdens een bezoek in augustus viel mijn oog op een verzameling bowiemessen. Don Maye, hoofd bedrijfsvoering bij IPVM, legde uit dat deze dienden om de effectiviteit te testen van AI-scantechnologie die verborgen wapens zou kunnen detecteren. Sinds de schietpartij in mei op een school in Uvalde, Texas, is er veel belangstelling voor dergelijke hulpmiddelen. Ace en Maye zijn zeer sceptisch over de beweringen die over deze technologie worden gedaan.

    Ace, die zichzelf omschrijft als ‘het meest trotse lid van de ACLU [American Civil Liberties Union – een grote Amerikaanse organisatie voor burgerrechten] in de beveiligingsindustrie’, liet me ook een ruimte zien waar een thermische camera van een Chinese firma werd getest. Dit was een voorbeeld van technologie die zich tijdens de pandemie verspreidde, in wat Ace de ‘koortscameragekte’ noemde.

    Hausse

    Rampzalige gebeurtenissen zoals massale schietpartijen en terroristische aanslagen creëren een hausse voor de beveiligingsindustrie. Corona was geen uitzondering. ‘Onze industrie richt zich specifiek op de angsten van mensen,’ zegt Ace. ‘Dat is de aard van het beestje.’

    Op een scherm werden onze vermeende lichaamstemperaturen weergegeven. Droeg Ace zijn bril, dan was alles in orde. Maar als hij hem afzette, gaf een alarm aan dat zijn temperatuur te hoog zou zijn. Dit was slechts een geïmproviseerd experiment, maar het liet zien hoe onbetrouwbaar metingen kunnen zijn. 

    Honovich is het publieke gezicht van IPVM, waardoor hij doelwit is geworden van anonieme blogs en Twitter-accounts. Sommige beschuldigen hem ervan dat hij aan zelfpromotie doet of een bullebak is die IPVM gebruikt om bedrijven waar hij een hekel aan heeft te besmeuren. 

    Volgens Honovich maakte zijn site niet bewust de keus om zich op China te concentreren. Als er al een ‘slechterik’ was die IPVM in de gaten wilde houden, ‘dan was dat Silicon Valley en niet de Volksrepubliek China’, zegt hij. Maar toen Chinese bedrijven hun intrede deden op de Amerikaanse markt en goedkope hardware aanboden die voortdurend werd voorzien van updates, kon de site hen niet negeren. Ace: ‘Het aanbod uit China was veel groter dan we ons realiseerden.’

    ‘Het creëren van een nieuw soort moderne regering die wordt aangedreven door data en grootschalige digitale bewaking’

    Dit begreep hij pas toen hij in 2015 de enorme China Public Security Expo-beurs bezocht. En toen hij de kantoren bezocht van bedrijven als Hikvision, ’s werelds grootste fabrikant van bewakingsapparatuur, kreeg Ace een glimp van wat Josh Chin en Liza Lin van The Wall Street Journal omschreven als een van de ‘grootste ambities’ van de Chinese president Xi Jinping: ‘Het creëren van een nieuw soort moderne regering die wordt aangedreven door data en grootschalige digitale bewaking en op wereldschaal wedijvert met de democratie.’

    Onderzoeksjournalistiek met behulp van IPVM’s resultaten bracht aan het licht dat enkele van de meest verontrustende en dystopische elementen van dit plan plaatsvonden in Xinjiang, de regio waar Oeigoeren en leden van andere grotendeels islamitische groepen worden geconfronteerd met een ‘consistent patroon van invasieve elektronische surveillance‘, volgens een vorige maand gepubliceerd rapport van de Verenigde Naties. De acties van China in de regio, zo concludeerde de VN, ‘zijn mogelijk internationale misdaden, in het bijzonder misdaden tegen de menselijkheid’.

    De aandacht van IPVM voor Chinese observatietechnologie komt op een moment dat de spanningen – militair, economisch en ideologisch – tussen de VS en China toenemen. Naast de mensenrechtensituatie in Xinjiang hebben ook de oorlogszuchtige houding van Beijing tegenover Taiwan – dat als deel van China wordt beschouwd hoewel de Chinese Communistische Partij er nooit controle over had – en het neerslaan van de prodemocratische beweging in Hongkong de betrekkingen tussen de twee mogendheden verslechterd. In Washington zijn het wantrouwen jegens Beijing en de wens om China agressiever te benaderen zeldzame voorbeelden van een con-sensus onder Republikeinen en Democraten.

    ‘Elke zakelijke relatie met China behoeft serieus onderzoek. Vooral als het om technologie gaat,’ liet Marco Rubio, de Republikeinse senator uit Florida, in een e-mail weten. Hij heeft van deze kwestie een persoonlijke zaak gemaakt. ‘Onderzoek door bedrijven als IPVM is essentieel om media, beleidsmakers en het Amerikaanse volk te helpen begrijpen welke bedreiging de Chinese Communistische Partij vormt en hoe ver sommige bedrijven gaan om Amerikaanse wetten te omzeilen.’ Hikvision en Dahua werden in 2019 door het Amerikaanse ministerie van Handel op de zwarte lijst gezet, vanwege de behandeling van Oeigoeren en andere minderheden door Beijing.

    ‘Verdachte personen’

    Xinjiang is niet de enige focus van het onderzoekswerk van IPVM. Documenten die het bedrijf verkreeg vormden de basis voor een reportage van Reuters in 2021 over hoe de autoriteiten in Henan, een van China’s grootste provincies, een bewakingssysteem in gebruik hadden genomen waarmee ze hoopten journalisten, internationale studenten en andere ‘verdachte personen’ te kunnen opsporen. The New York Times onderzocht afgelopen juni hoe China surveillance gebruikt om sociale en politieke controle te vergroten en baseerde zich daarbij deels op gegevens die door IPVM waren verkregen.

    De afgelopen jaren heeft Beijing het werk van buitenlandse journalisten aan banden gelegd, vaak onder het mom van volksgezondheid in samenhang met het zerocovidbeleid – het aantal verslaggevers dat ter plaatse mag werken werd zo beperkt. Vervolgens begonnen ondernemende researchers het internet af te speuren, waar berichten op sociale media, satellietbeelden en technische documenten een nieuwe kijk boden op de coronakwestie. Maar zelfs die werkwijze wordt nu een moeilijke opgave.

    ‘Het wordt steeds meer een kat-en-muisspel, waarbij China steeds meer technische barrières opwerpt voor de buitenwereld’

    ‘Er is nog steeds informatie aanwezig,’ zegt Dahlia Peterson, een onderzoeksanalist van het Center for Security and Emerging Technology van Georgetown University die zich richt op China, ‘maar het wordt steeds meer een kat-en-muisspel, waarbij China steeds meer technische barrières opwerpt voor de buitenwereld.’

    In overeenstemming met Honovichs belofte van onafhankelijkheid accepteert IPVM geen reclame, sponsoring of vergoedingen voor advies aan fabrikanten. ‘Ze zouden gewoon een bedrijf kunnen zijn dat objectieve tests uitvoert op videobewakingstechnologie en zich niet bemoeit met de ethische kant,’ zegt Peterson. ‘Maar ze nemen een moreel standpunt in tegen het misbruik van bewakingstechnologieën en hun bijdragen zijn van onschatbare waarde.’

    Ovalbek Turdakun

    Dat ethos was vorig jaar duidelijk te zien toen Conor Healy, die voor IPVM onderzoek doet naar de manier waarop overheden bewakingstechnologieën gebruiken, afreisde naar Bisjkek, de hoofdstad van Kirgizië, om een man te ontmoeten met de naam Ovalbek Turdakun. Turdakun, een christelijke Chinees die tien maanden in een detentiekamp in Xinjiang had door-gebracht, kreeg het voor elkaar naar Kirgizië te reizen, maar vreesde dat hij zou worden teruggestuurd naar China en daar opnieuw in hechtenis zou worden genomen. Healy regelde samen met een vriend en contacten in Kirgizië dat Turdakun en zijn familie naar Turkije konden vliegen. Healy en zijn vriend begeleidden hen op die reis. Van daaruit kreeg de familie toestemming om naar de VS te reizen, en in april van dit jaar kwam de familie Turdakun aan in Washington D.C.

    Eerder dit jaar beschuldigde de staatskrant China Daily IPVM ervan een ‘bedrijf voor massasurveillance’ te zijn

    Healy beschouwt IPVM niet als een belangenorganisatie, vertelt hij me, maar Honovich steunde de actie. ‘Wat hebben de mensen in Xinjiang hier nou echt aan?’ zegt Healy. ‘Waarschijnlijk niet veel, en daar word ik verdrietig van.’ Toch waren ze het erover eens dat het goed was om te doen.

    De Chinese reactie op het werk van IPVM is voorspelbaar. In 2018 werd de site van IPVM in China geblokkeerd, net als veel andere westerse nieuwssites. Eerder dit jaar beschuldigde de staatskrant China Daily IPVM ervan een ‘bedrijf voor massasurveillance’ te zijn. Een andere Chinese krant nam een commentaar van een techforum over waarin de IPVM-site werd vergeleken met een blog van de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, die door China werd gesanctioneerd en die nog steeds bombastische waarschuwingen doet over de gevaren van het land.

    Ethisch standpunt

    Hikvision, dat weliswaar in meerderheid in handen is van een Chinees staatsbedrijf, reageerde op de berichtgeving van IPVM op een nogal Amerikaanse manier: door zijn aanzienlijke lobby in Washington te gebruiken om de onpartijdigheid en geloofwaardigheid van IPVM in twijfel te trekken. In januari meldde de Amerikaanse nieuwssite Axios dat Hikvision de regering heeft gevraagd om IPVM te onderzoeken op mogelijke schendingen van de openbaarmaking van lobbyactiviteiten.

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat dergelijke druk de journalistieke aanpak van IPVM zal veranderen. Honovich vindt dat het gebruik van bewakingstechnologieën in Xinjiang, of enig ander onderwerp met ethische implicaties, niet ‘van beide kanten’ kan worden bekeken. ‘Soms moeten er ethische standpunten worden ingenomen, en daar moet je dan ook duidelijk in zijn,’ aldus Honovich. 

  • Feministisch ontwaken onomkeerbaar in China

    Feministisch ontwaken onomkeerbaar in China

    Voor het eerst in 25 jaar zit er geen vrouw in het Chinese politbureau. Maar jonge vrouwen komen in opstand. De arrestatie in 2015 van vijf feministisch activisten betekende een keerpunt in de relatie tussen politiek en gender.

    De zaak rond Jingyao Liu betekende een keerpunt. Die vond weliswaar plaats in de Verenigde Staten, maar bracht een schok teweeg in China. De studente beschuldigde Richard Liu, een van de tweehonderd rijkste mensen ter wereld, in 2018 van verkrachting. Jingyao studeerde aan de Universiteit van Minnesota en werd uitgenodigd voor een diner waarbij de eigenaar van technologiebedrijf JD.com aanwezig was. Ze beweert dat ze onder druk werd gezet om te drinken en dat de miljardair haar daarna verkrachtte. Het proces zou de hele wereld overgaan, maar de twee partijen kwamen in oktober tot een schikking. 

    Het is het meest spraakmakende #MeTooInChina-voorval sinds de zaak van Zhou Xiaoxuan – die een Chinese tv-presentator beschuldigde bij wie zij stage liep – in 2021 werd geseponeerd. Maar het ontwaken van het Chinese feminisme – of althans de eerste tekenen daarvan – deed zich al eerder voor. 

    Haar arrestatie was een van de zeldzame momenten waarop het communistische China hard optrad tegen feministisch activisme

    In de avond van 6 maart 2015 was het kil in Beijing. Li Maizi wist nog niet dat ze die nacht klappertandend zou doorbrengen in een kerker. Toen ze bij haar voordeur geklop en geschreeuw hoorde, begreep ze wat er stond te gebeuren, maar ze dacht er niet aan om nog een extra jas aan te trekken. Waarom nu, terwijl ze alleen maar had deel-genomen aan een campagne tegen intimidatie, voorafgaand aan Internationale Vrouwendag? Waarom niet drie jaar eerder, toen ze met twee vriendinnen verkleed als bloedende bruiden door een voetgangersgebied in de stad had gelopen? Het leek erop dat ze nu eindelijk de ophef veroorzaakten die ze hadden gezocht. Li glimlachte tevreden, pakte haar ukelele en begon met haar partner te zingen totdat de politie een slotenmaker had gevonden en de woning binnendrong. Aanvankelijk was Li niet al te bezorgd; ze dacht dat haar opsluiting maar 24 uur zou duren.

    Li Maizi behoorde tot de Vijf Feministen, zoals de groep bekend zou worden. Haar arrestatie was een van de zeldzame momenten waarop het communistische China hard optrad tegen feministisch activisme. Het markeert dan ook een keerpunt in de relatie tussen politiek en gender in de geschiedenis van de CCP.

    Suzhi, kwaliteitsburgers

    In maart 1913 werd onder Yuan Shikai de Chinese feministische beweging voor vrouwenkiesrecht de kop ingedrukt. Het kiesrecht voor vrouwen kwam er pas in 1947 met de grondwet van de Volksrepubliek China, aan de vooravond van de opkomst van Mao Zedong. (De wet zou overigens pas in 1953 van kracht worden.) ‘Vrouwen houden de helft van de hemel omhoog,’ aldus Mao, die, hoewel hij de militante rol van vrouwen tijdens de Culturele Revolutie gelijkstelde aan die van mannen, de eisen van het feminisme als burgerlijk wegzette. Pas in 1980 introduceerde Deng Xiaoping tijdens zijn opendeurpolitiek het concept van de rechtsstaat (yifazhiguo) met een reeks basiswetten inzake gendergelijkheid. In 1995 vond in Beijing de Vierde Wereldvrouwenconferentie plaats en werden de rechten van vrouwen wettelijk vastgelegd als suzhi, kwaliteitsburgers.

    Schermafbeelding 2022 11 24 om 21.02.55

    Binnen de CCP bestaat de Federatie van Chinese Vrouwen, waarvan de steun-pilaren ooit werden gevormd door stedelijke feministen van de 4 Mei-generatie – een intellectuele revolutionaire beweging uit 1919 die confucianistische waarden wilde vervangen door progressieve waarden, zoals gelijkheid tussen mannen en vrouwen –, guerrillavrouwen op het platteland, intellectuelen en andere vrouwen die waren gevlucht voor een dreigend gearrangeerd huwelijk of een gewelddadige echtgenoot of schoonvader. De Federatie was in 1950 nog een voorvechter van het recht op echtscheiding, maar gleed af naar een omstreden instrument van de regering. Om bijvoorbeeld de geslachtsverhoudingen in de bevolking in evenwicht te brengen – in de leeftijdsgroep onder de dertig waren er 20 miljoen mannen meer dan vrouwen – organiseerde de groep twee omstreden campagnes.

    De eerste, in 2003, was gericht op het Chinese platteland en heette Guan Ai Nü’er (‘Zorg voor meisjes’). Vrouwen werden neergezet als ‘liefhebbend en zachtaardig’, waarbij de confucianistische waarden Sancong Side – de ‘Drie Gehoorzaamheden’ dochter, echtgenote en moeder – werden benadrukt. In 2007 voerde de Federatie campagne om ongehuwde zevenentwintigjarige vrouwen aan te sporen te trouwen. Dat deed ze door deze jonge vrouwen weg te zetten als sheng nü, ofwel ‘de overblijfsels’. 

    In datzelfde jaar was Li Maizi bezig met haar tweede jaar aan de universiteit, en ze wist dat er na haar plan om de lesbische gemeenschap te ondersteunen nog vele zouden volgen.

    Wei Tingting

    Toen Wei Tingting datzelfde geklop op haar voordeur hoorde, had ze een filmscript in gedachten; bovendien was ze van plan om op 8 maart de metro vol te plakken met anti-intimidatiestickers. Door het succes van haar bewerking van De Vagina Monologen, die ze in 2012 in Wuhan had geproduceerd – het toneelstuk was in China geïntroduceerd door Ai Xiaoming, die voor haar activisme werd bekroond met de Simone de Beauvoir-prijs – wist ze dat ze zich voor de zaak moest blijven inzetten. 

    Wei was verbaasd dat ze destijds niet al was gearresteerd, vooral omdat genderdeskundige Rong Weiyi had gezegd dat haar stuk een nieuwe richting betekende voor het Chinese feminisme, wat bij de regering de alarmbellen zou kunnen doen rinkelen. Of dat ze die keer in Shanghai geen boete kreeg, toen ze stickers plakte tegen een overheidscampagne die grensoverschrijdend gedrag beoogde te ‘voorkomen’ door vrouwen te vertellen dat ze meer ‘zelfrespect’ moesten hebben bij hun kledingkeuze.

    Vroeg of laat zou ze worden opgepakt, dat wist Wei zeker. Xi Jinping, die in 2012 aan de macht was gekomen – in de periode dat feministische activisten aan de universiteiten floreerden – had de als podiumkunst vermomde protesten al bestempeld als ‘lasterlijk’. Op dergelijke acties stond vijf jaar gevangenisstraf (en tien jaar als de acties meer dan een stad op z’n kop zetten). Net als haar collega’s was Wei klaar om het nieuwe Chinese feminisme een impuls te geven. Zelfs toen de overheid ingreep door hun feministische stemmen te onderdrukken op Weibo, het sociale netwerk dat hun levensader was, kon dat hen niet tegenhouden.

    Het taboe op seks komt voort uit de confucianistische traditie die discussie over het onderwerp verbiedt

    Wei wilde uiteindelijk in haar werk de seksuele vrijheid van vrouwen bepleiten, zoals in het matriarchale systeem van de Mosuo in Yunnan, het zuidwesten van China. De Mosuo hangen het Tibetaanse boeddhisme aan en alleenstaande moeders beoefenen er de vrije liefde. Maar ze moest bij de basis beginnen, en tot dan toe was seksuele voorlichting nog net zo beperkt als die van haarzelf was geweest: op school werden voortplanting en menstruatie besproken tijdens lessen die alleen voor meisjes bestemd waren.

    Het taboe op seks komt voort uit de confucianistische traditie die gesprekken over het onderwerp verbiedt: de seksuele daad wordt beschouwd als uitsluitend een echtelijke aangelegenheid – met een ondergeschikte rol voor de vrouw –, die moet uitmonden in een bevalling. Het taoïsme daarentegen, dat bepaalde aspecten deelt met het Tibetaanse boeddhisme, stelt een reeks technieken voor om de seksuele energie te verhogen. Het benadrukt de rol van de vrouwen om in de baarmoeder – waar de energie in uitmondt – het idee van leegte te belichamen, en pleit zo voor ‘terugkeer naar de universele moeder’, legt filosoof Carla Rosso uit. 

    Wei Tingting, die zich ook Waiting noemt, moest een aantal jaar wachten op onderwijsveranderingen in haar land. 

    Die volgden in 2019. Omdat slechts 10 procent van de twintigduizend ondervraagde universiteitsstudenten aangaf seksuele voorlichting te hebben gehad (de rest vond die in bibliotheken of via porno, die in China illegaal is), lanceerde de regering het initiatief ‘Gezond China’. Dat bevatte een aantal door de Unesco onderschreven punten, zoals het verbod op discriminatie op grond van geslacht, intimidatie en ongewenste zwangerschap en het recht op veilige abortus en preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen. In 2020 werd het initiatief opgenomen als onderdeel van het schoolcurriculum.

    Wang Man

    Op die koude avond in maart werd er nog een arrestatie verricht. Elders in Beijing woonde Wang Man, de oudste van de groep. Zij werd bekend door een actie waarbij ze samen met Li Maizi mannentoiletten bezette om meer vrouwentoiletten te eisen op de universiteit. 

    Er bestaan onafhankelijke centra voor vrouwenstudies in China. Het eerste werd in 1987 opgericht aan de Universiteit van Zhengzhou – tot woede van de regering; die had namelijk al in 1949 haar Vrouwenuniversiteit opgericht, die was aangesloten bij de Federatie van Chinese Vrouwen. Dertig jaar geleden vormden vrouwen 20 procent van het totale aantal studenten; nu is dat 60 procent, en dus hebben zij meer ruimte nodig op de campus. Wang nam het op zich om dat artistiek uit te dragen.

    Het bezetten van de herentoiletten was een revolutionaire vorm van protest. Eerdere feministen namen de houding aan die het taoïsme wuwei noemt: ‘niet-doen’ of ‘passief zijn’, traditionele en zogenaamd ‘vrouwelijke’ eigenschappen die worden belichaamd in yin. Dat contrasteert met het activisme van de hedendaagse feministen die yang belichamen: het strijdbare, wat een zogenaamd ‘mannelijke’ eigenschap is. Maar in plaats van harmonie in de vereniging van yin en yang brachten deze studentes ongewild Xin Yidai voort: een ‘nieuwe generatie’.

    Wu Rongrong

    Ver weg van de Chinese hoofdstad, op 1300 kilometer afstand, verrichtte de politie nog een arrestatie: in de stad Hangzhou, beroemd om zijn Westelijke Meer, die dichters inspireerde en door Marco Polo werd geprezen als ‘de mooiste stad ter wereld’. Politieagenten stonden te schreeuwen buiten het huis van Wu Rongrong. De feministe had haar baan bij Alibaba opgezegd om vrijwilligerswerk te gaan doen bij een organisatie voor jonge vrouwen. Ze verwierf bekendheid met haar performance waarmee ze opkwam voor een vrouw die uit zelfverdediging een ambtenaar had gedood die haar had aangerand. Wu richtte ook het Weizhiming Vrouwencentrum op, dat opkomt voor de rechten van jonge vrouwen. Ze was de enige in de groep die getrouwd was en een kind had. 

    Wu en haar metgezellen behoorden tot de eenkindgeneratie. De eenkindpolitiek, opgelegd door de Communistische Partij, was van kracht tussen 1979 en 2015 en leidde tot een onevenwichtige verdeling van mannen en vrouwen. Amnesty International had scherpe kritiek op deze en andere wetten voor gezinsplanning, omdat die een schending betekenden van seksuele en reproductieve rechten. In die periode vonden naar schatting 30 miljoen abortussen en kindermoorden op meisjes plaats en werden 200 miljoen geboortes voorkomen. Daarbij zijn niet eens de baby’s meegeteld die in de steek werden gelaten of ter adoptie werden afgestaan. De prijs voor het overtreden van de wet was torenhoog, zowel economisch als moreel: gezinnen die uit elkaar vielen, spiraaltjes die zonder voorafgaande toestemming na de eerste geboorte werden geplaatst, en soms zelfs sterilisaties.

    Steeds meer vrouwen kiezen ervoor om alleenstaand te zijn of geen moeder te worden, en komen daar ook publiekelijk voor uit

    De eenkindpolitiek werd in 2015 afgeschaft – hetzelfde jaar ook waarin de arrestaties plaatsvonden. De bedoeling was om een tweede kind per koppel mogelijk te maken en zo het geboortecijfer te verhogen. Maar dat werkte niet, en toen China in 2021 het laagste geboortepercentage noteerde, stond de regering drie kinderen per gezin toe. Dat het op die twee momenten niet tot een demografische boom kwam, komt voornamelijk doordat de kosten die met de opvoeding gepaard gingen het lastig maakten om te concurreren op de arbeidsmarkt, maar ook door de opkomst van het feminisme. Steeds meer vrouwen kiezen ervoor om alleenstaand te zijn of geen moeder te worden, en komen daar ook publiekelijk voor uit. Dit jaar bood de CCP een financiële stimulans en bescherming voor moeders, op voorwaarde dat ze getrouwd zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat een ongehuwde vrouw juridisch machteloos is als zij wordt ontslagen omdat ze zwanger is. 

    Wu Rongrong vreesde dat ze door haar gevangenschap lang gescheiden zou zijn van haar jonge kind. Het is iets wat in de Chinese taal ligt besloten: het Chinese karakter 好 (hao) betekent ‘goed’ of ‘best’, en verenigt twee karakters in zich, namelijk een vrouw (女, nü), en haar kind (子, zi).

    Zheng Churan

    In Zuid-China was het die nacht van 6 maart 2015 veel warmer. In de stad Guangzhou bevond zich de laatste uit de groep jonge vrouwen die bekend zou worden als de Vijf Feministen: Zheng Churan. Zij woonde nog bij haar ouders toen ze haar kwamen halen. Tijdens de verhoren namen ze haar bril af en lieten haar in het donker achter. Ze bedreigden haar met repercussies voor haar ouders. Zheng leed aan stress, slapeloosheid en haaruitval. Toen het allemaal voorbij was, trok ze zich terug uit het activisme. Ook voelde ze zich extra bezwaard: ze vond dat ze schuld had aan de zevenendertig dagen opsluiting van haar metgezellen, omdat zij het was geweest die het plan had bedacht. 

    Maar zij was het ook die zorgde voor de hergroepering van een nieuwe generatie Chinese feministen.

    De nieuwe generatie feministen noemde zichzelf nüquan zhuyizhe. Dit neologisme betekent letterlijk ‘vrouwen voor recht/vrouwenmacht’. Het karakter quan (权) betekent zowel ‘recht’ als ‘macht’; het dook vanaf 1900 op in Chinese vertalingen van buitenlandse – en vooral Japanse – feministische teksten. De term die daarvóór werd gebruikt was nüxing zhuyi, ‘leer van de vrouwelijk sekse’ – xing (性) betekent ‘natuurlijkheid’ of ‘seksualiteit’. Om verwarring te voorkomen gaf de Federatie van Chinese Vrouwen de voorkeur aan het gebruik van funü quanli – ‘vrouwenrechten’. Funü is in het confucianisme het begrip voor ‘vrouw’.

    In de nacht dat de Vijf Feministen werden gearresteerd, gooide de politie ook andere vrouwen in de cel die bij soortgelijke initiatieven betrokken waren geweest. Maar die werden na 24 uur weer vrijgelaten, in tegenstelling tot het vijftal, dat ruim een maand vastzat. Elke ochtend herhaalde Li Maizi de mantra ‘volharding, moed, uithoudingsvermogen’ om het hoofd te kunnen bieden aan de ondervragingen door ambtenaren, die haar vernederden en haar – en de anderen – ervan beschuldigden spion te zijn. Op 13 april werden de Vijf Feministen vrijgelaten en zagen ze iets wat ze zich nooit hadden kunnen voorstellen.

    Internationaal was de hashtag #FreeTheFive viraal gegaan op sociale media. Journaliste en feministe Leta Hong Fincher besloot de verhalen van deze meiden die ‘blij waren Big Brother te verraden’ te bundelen in haar boek Betraying Big Brother: the Feminist Awakening in China. Feministisch activiste Xiao Meili, die eerder met de groep had samengewerkt, gaf in 2018 de aanzet tot de campagne #MeTooInChina. Met meer dan 3 miljoen views op Weibo was het zeven dagen lang de meest-bezochte pagina, voordat deze werd verwijderd. Dat gebeurde ook met het account van Nüquan Zhi Sheng (‘Feministische Stemmen’), de meest invloedrijke organisatie. In 2020 werden tien feministische fora op het sociale netwerk Douban gesloten en werd het verboden de van oorsprong Zuid-Koreaanse feministische beweging 6B4T bij naam te noemen. Die beweging bepleit dat vrouwen niet zouden moeten trouwen of kinderen moeten krijgen.

    Er is nu een nieuwe feministische generatie die nog steeds wordt vervolgd. De pandemie en het restrictieve beleid van Xi Jinping zijn weinig meer dan een excuus om de greep op vrouwen te versterken. Maar het ontwaken van het feminisme in China is niet meer te stoppen. dd054df5 6fcd 4549 9390 41dd03b379a5

    ANP 344937141 1
    Drie van de Chinese Vijf Feministen en hun advocaat keerden terug naar het detentiecentrum waar twee vrouwen vastzaten, vermoedelijk omdat zij op Internationale Vrouwendag wilden protesteren tegen seksuele intimidatie in het openbaar vervoer. Ze eisen dat de borgtocht wordt opgeheven en de zaak wordt geseponeerd. – © ANP
  • Deze mensen weigeren hun erfenis – want die is afkomstig uit slavernij of fossiele brandstoffen

    Deze mensen weigeren hun erfenis – want die is afkomstig uit slavernij of fossiele brandstoffen

    Een groeiende groep van rijke erfgenamen geeft uit schuldgevoel hun familiekapitaal weg aan goede doelen. Vaak omdat het is verdiend met slavernij of olie, of afkomstig van ouders die niet naar hen omkeken. ‘Dat geld is niet van mij, maar van de planeet.’

    Het levensverhaal van Morgan Curtis is de Amerikaanse Droom in omgekeerde volgorde. Haar over-over-overgrootvader was bankier in New York aan het begin van de negentiende eeuw. Hij investeerde in spoorwegen, zijn broer investeerde in Centraal-Amerikaanse mijnen. Het familievermogen groeide in de loop der generaties, en Curtis’ vader deed er nog een schepje bovenop met zijn inkomen als managementconsultant voor ‘grote’ bedrijven. Natuurlijk had Curtis een gouden jeugd: opgeleid aan privéscholen in West-Londen, jaarlijks op skivakantie in Zwitserland, haar eigen pony. Maar vandaag woont ze, dertig jaar oud, op een boerderij in Californië met veertig anderen. Ze leeft van 25.000 dollar, zo’n 24.000 euro, per jaar.

    Dat komt niet doordat Curtis haar geld op een onverstandige manier investeerde, of het familiekapitaal erdoorheen heeft gejaagd in Las Vegas. Ze heeft ervoor gekozen om afstand te doen van 100 procent van haar erfenis en 50 procent van het inkomen dat ze als coach verdient, door het te ‘herverdelen‘ over sociale volksbewegingen, zwarte bevrijdingsorganisaties, inheemse landprojecten en klimaatactivisten. Ze maakt zelfs een openbaar toegankelijke, kleur-gecodeerde spreadsheet van haar jaarlijkse donaties.

    De bankiervoorouder van Curtis begon namelijk niet met niets – en ze beseft maar al te goed dat wat de Amerikaanse Droom is voor de een, een Amerikaanse nachtmerrie is voor de ander. De vader van haar bankierende voorvader bezat een katoenfabriek in New York die volgens haar ‘niet los kan worden gezien van plantagearbeid’, terwijl de grootvader van haar grootmoeder een 4450 hectare grote suikerplantage in Cuba bezat. ‘Mijn voorouders hebben schadelijke en immorele keuzes gemaakt door deel te nemen aan slavernij en kolonisatie’, zegt ze, ‘en daarom zie ik dit geld als niet van mij, maar als behorend tot die gemeenschappen waarvan het land en de arbeid zijn gestolen.’

    ‘De grote vermogensoverdracht’

    We staan aan het begin van een fenomeen dat de bijnaam ‘De grote vermogensoverdracht’ heeft gekregen. Volgens financiële dienstverlener Sanlam zullen millennials in de komende tien jaar 327 miljard pond, ruim 380 miljard euro, van hun ouders erven. Het probleem is dat niet iedereen dit geld wil hebben. Een kleine, maar schijnbaar groeiende groep jongeren voelt zich schuldig en schaamt zich voor deze erfenissen. Als reactie gaan sommigen in therapie, sommigen zoeken het in drugs en weer anderen zetten zich in voor sociale verandering. Vorig jaar maakte een man de fout om het op Twitter te zoeken.

    ‘Een paar dagen geleden nam ik een halve dosis LSD’, begon hij een draadje op het sociale kanaal. Het bericht kreeg veel meer reactis dan likes of retweets, wat meestal een teken is dat er iets controversieels is gezegd. In zesendertig tweets onthulde de man dat hij het zijn moeder ‘kwalijk nam’ dat ze hem 100.000 dollar had geschonken. Dit was hoe het hoorde te gaan: ‘Je verricht arbeid, krijgt een eerlijk loon voor je arbeid en zo verdien je het recht om te bestaan en deel uit te maken van de samenleving.’ Dat dat nooit op hem van toepassing was geweest, besefte hij door de LSD en maakte dat hij zich ‘schuldig’ voelde.

    Er volgden duizenden min of meer unanieme antwoorden: ten eerste kreeg de man te horen dat hij beter om zich heen moest kijken en moest beseffen tegen wie hij het had en ten tweede volgde er een stroom van variaties op de reactie ‘Als je je geld haat, geef het dan aan mij‘. Hoe dan ook bood de Twitter-draad een zeldzaam inzicht in de geest van een rijke met schuldgevoel.

    ‘Wat we zien bij sommige zeer, zeer rijke families is behoorlijke verwaarlozing’

    ‘Wat we zien bij sommige zeer, zeer rijke families is behoorlijke verwaarlozing,’ zegt Robert Batt, oprichter van het Recovery Centre, een kliniek in Londen voor geestelijke gezondheidszorg gericht op rijke cliënten. ‘En dan niet verwaarlozing in de zin van een kind dat geen eten krijgt.’ Batt vertelt over een tiener die zichzelf begon te verwonden na een moeilijke dag op school. ‘Ze gaat terug naar het grote huis in Belgravia en er is niemand thuis. Er is waarschijnlijk wel ergens een huishoudster, maar geen gezinslid… Het is misschien vreemd om dat verwaarlozing te noemen, maar ik denk dat het emotioneel toch echt als zodanig geldt.’ Sinds de jaren negentig stelde Suniya S. Luthar, expert in kinderontwikkeling, herhaaldelijk vast dat drank- en drugsgebruik, angst en depressie in verhoogde mate aanwezig zijn bij kinderen aan beide uiteinden van het sociaaleconomische spectrum.

    Batt zelf werd op vijfjarige leeftijd, toen zijn vader stierf, lord van achttien dorpen in Norfolk. Op vijftienjarige leeftijd was hij een ‘lastpost’ die ‘eigenlijk niets met mijn leven deed behalve geld uitgeven en chaos veroorzaken’. Hij raakte verslaafd aan cocaïne, alcohol en winkelen. ‘Al die verantwoordelijkheid, die rijkdom en die geschiedenis, het leidde tot verval, wanhoop en ellende,’ zegt hij. Hij vindt het verontrustend wanneer gezinnen zich richten op ‘bescherming van de rijkdom en niet van het kind’.

    Is het dan verwonderlijk dat sommige kinderen een afkeer van geld krijgen? ‘Ik heb net een sessie gehad met de kleindochter van een van de rijkste mensen ter wereld,’ zegt Batt, ‘en ze is gewoon niet geïnteresseerd in het geld. Ze zei: “Het hoort niet bij me, het heeft nooit bij me gehoord.” Ik hou daarvan, ik vind het geweldig – maar het is vrij zeldzaam.’

    Rijken met schuldgevoel

    Toch groeit het aantal rijken met schuldgevoel, althans, meer spreken zich uit. MacKenzie Scott, de ex-vrouw van ’s werelds op een na rijkste man, Jeff Bezos, heeft de afgelopen twee jaar 12 miljard dollar aan non-profitorganisaties geschonken. ‘Zoals velen heb ik de eerste helft van 2020 met een mengeling van hartzeer en afschuw gadegeslagen,’ schreef Scott in een blogpost in juli van dat jaar. Ze voegde eraan toe dat ze hoopte dat ‘mensen die door de recente gebeurtenissen in de problemen zijn gekomen, nieuwe verbanden zullen leggen tussen privileges die ze hebben genoten en de voordelen die ze altijd als vanzelfsprekend beschouwden’. Abigail Disney, wier familie geen introductie behoeft, verkondigde dat ze ervoor heeft gekozen om geen miljardair te zijn. En als het aan haar lag zou er een wereldwijd verbod op privéjets komen.

    Resource Generation is een gemeenschap van de rijkste achttien- tot vijfendertig-jarigen in Amerika die zich ‘inzetten voor een rechtvaardige verdeling van rijkdom, land en macht’. Opgericht in de jaren negentig, heeft de organisatie recent een snelle groei doorgemaakt, resulterend in 65 procent meer leden in 2021 dan in 2019. Vorig jaar hebben meer dan 800 leden toegezegd om 100 miljoen dollar te geven aan bewegingen voor sociale rechtvaardigheid. De Britse tegenhanger van de organisatie, Resource Justice, werd in 2018 opgericht. Een van de oprichters ervan, de eenendertigjarige Leonie Taylor uit Londen, is dochter van een man die zijn miljoenen met olie verdiende.

    ‘Er is sprake van een oprecht schuldgevoel dat voortkomt uit het daadwerkelijk profiteren van een daadwerkelijk onrechtvaardig systeem,’ aldus Taylor. ‘Ik beschouw dat geld niet als mijn geld, maar als van de planeet.’ Resource Justice verzorgt het zes maanden durende programma Praxis. Daarin leren rijken over ongelijkheid en kunnen ze hun persoonlijke verhalen delen. ‘Het helpt mensen om in actie te komen in plaats van zich te verbergen en zich schuldig en beschaamd te voelen,’ zegt Taylor.

    ‘O ja, die zijn zeer winstgevend. Je grootvader heeft er zelfs in geïnvesteerd’

    Natuurlijk staat niet iedereen te trappelen om zich in te schrijven. Taylor kreeg tegenwerking van mensen met een ‘meer rechtse blik’. Curtis, de millennial die 100 procent van haar erfenis doneert, verdient de kost met het coachen van mensen met geërfd vermogen, door hen te helpen research naar hun voorouders te doen en plannen over herverdeling te maken. Ze heeft twee broers; een van hen ziet ook af van zijn erfenis.

    Curtis werd zich voor het eerst bewust van haar privilege toen ze acht jaar oud was, en haar familie een tweede huis kocht op het Isle of Wight. ‘Ik kreeg het gevoel dat we anders waren,’ zegt Curtis. In haar tienerjaren nam een goede vriendin een baantje om haar moeder te kunnen helpen met de huur. ‘Voor mij was dat “O, wow”. Ik hoefde er nooit aan te denken dat ik ons gezin zou moeten onderhouden.’

    Rond dezelfde tijd werd Curtis klimaatbewust. Ze las in een tijdschrift over de Canadese teerzanden –olievelden groter dan Engeland –, was geschokt en sprak haar vader erover aan. Hij zei: ‘O ja, die zijn zeer winstgevend. Je grootvader heeft er zelfs in geïnvesteerd.’

    Schaamte

    Later, toen ze milieutechniek studeerde aan Dartmouth College, begon Curtis een campagne om de universiteit te bewegen aandelen in Chevron en Exxon af te stoten. Toen kreeg ze de schok van haar leven. Ze verkocht haar auto en haar vader zei dat ze het geld mocht houden als ze het in aandelen zou beleggen. In de hoop bedrijven in zonnepanelen te kunnen helpen, wilde ze een beleggingsrekening openen, om er vervolgens achter te komen dat ze er al een had. Er stond 350.000 dollar op haar naam, geïnvesteerd in ‘precies die bedrijven waartegen ik campagne voerde’.

    ‘Ik voelde schuld, schaamte, woede… en een vurig verlangen om dat te veranderen,’ zegt Curtis. Haar geld vermeerderde zich tot 600.000 dollar voordat ze in 2020 volledige zeggenschap kreeg en sindsdien heeft ze twee derde ervan herverdeeld. Ze schreef een gedicht getiteld ‘On Shame’. Daarin staat onder meer: Misschien heb jij, net als ik, een voorouder / waar je je te erg voor schaamt om er zelfs maar over te spreken.’ En later: ‘Waar we ons het meest voor schamen / is niet voor wat zij deden / maar wat wij nog moeten doen.’

    Voor Curtis en Taylor was het gevoel van schuld een nuttige emotie die hen bewoog tot actie. Maar zo werkt het niet altijd. Stephen is een millennial die 750.000 dollar erfde van een grootvader die in de farmaceutische industrie en onroerend goed werkte. Sinds zijn grootvader tien jaar geleden overleed is dat kapitaal aangegroeid tot 2 miljoen dollar.

    ‘Zwijgen over klasse is een van de redenen waarom er zoveel ongelijkheid is’

    ‘Mijn grootste schuldgevoel komt eruit voort dat ik andere mensen zie worstelen en dat ze fulltime moet werken,’ aldus Stephen – niet zijn echte naam. Vanwege de erfenis kostte het hem moeite werk te blijven doen waar hij voldoening uit kreeg, totdat hij in het buitenland werk vond als leraar Engels.

    Toch zegt Stephen dat schuldgevoel hem ‘niet noodzakelijkerwijs aanzet tot actie, zoals een hoop geld doneren. In plaats daarvan motiveert het hem om wat meer uren te werken, omdat andere mensen dat ook doen. Hij zegt dat gesprekken met een therapeut zijn gevoel van eigenwaarde hebben vergroot, wat op zijn beurt zijn perspectief heeft veranderd. ‘Het heeft geholpen om de schuldgevoelens te verminderen,’ zegt hij. ‘Ze heeft me echt geholpen om in te zien dat ik kan leven zoals ik wil en niet per se hoef toe te geven aan de sociale druk dit geld te gebruiken voor het welzijn van iedereen. Ik kan het nu echt gebruiken om de dingen te bereiken die ik wil bereiken.’ Stephen zou in de toekomst graag liefdadigheidswerk willen doen en zegt daarover: ‘Voordat je anderen kunt helpen moet je eerst leren jezelf te helpen.’

    Scepsis

    Rachel Sherman is sociologe en auteur van Uneasy Street: The Anxieties of Affluence. Ze werkt momenteel aan een boek over rijke mensen die het systeem proberen te veranderen dat hen bevoordeelt. Sherman: ’De scepsis bestaat dat het hier alleen maar om woke gedrag zou gaan; dat de bewering te balen van je geld een andere vorm van statusgedrag is. Maar, voegt ze eraan toe: ‘Zwijgen over klasse is een van de redenen waarom er zoveel ongelijkheid is.’ Sherman is ervan overtuigd dat ‘deze gevoelens politiek cruciaal zijn’ en dat verandering mogelijk is als de rijken er openlijk over praten.

    Curtis woont nu in een commune die zichzelf omschrijft als een ‘intergenerationeel, interraciaal, interreligieus’ collectief dat boerderijen runt en activistische workshops leidt. ‘Ik hou van mijn leven. Het is rijk aan betekenis en heeft een doel,’ zegt ze. ‘Ik koop niet veel en ik ga niet op luxe vakanties, maar ik heb niet het gevoel dat ik meer wil of meer nodig heb.’ Ik opper dat dit komt omdat ze het allemaal al heeft gehad.

    ‘Absoluut,’ zegt ze, ‘ik denk dat ikzelf en anderen die uit rijke gezinnen komen zien dat je wanneer je naar een vijfsterrenhotel kunt gaan nog niet automatisch een gelukkige gezinsvakantie hebt. Onze voldoening in het leven, en ons gevoel van geluk, komt meer voort uit onze relaties en de kwaliteit ervan, dan uit de kwaliteit van de spullen die ons omgeven.’

    Lees ook:

  • VS: Oklahoma voert wet in die abortus vanaf bevruchting verbiedt

    VS: Oklahoma voert wet in die abortus vanaf bevruchting verbiedt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Boerkini wordt opnieuw verboden in zwembaden Grenoble

    » Wetenschappers zetten grote stap richting revolutionair ‘kwantuminternet’

    Oklahoma krijgt strengste abortuswetgeving van de VS

    Oklahoma, een conservatief bastion in het zuiden van de Verenigde Staten, heeft woensdag de meest verregaande antiabortuswet van het land ingevoerd. ‘Ik heb de bevolking van Oklahoma beloofd dat ik als gouverneur alle prolifewetgeving zou ondertekenen die op mijn bureau belandde, en ik ben er trots op dat ik die belofte heb gehouden’, zei Kevin Stitt, de Republikeinse gouverneur van de staat.

    Stitt ondertekende een wet die burgers toestaat om wie een vrouw die een abortus wil ondergaan – in welk stadium van haar zwangerschap dan ook – ‘helpt of bijstaat’, aan te klagen. De vrouw die de procedure wenst, kan niet aangeklaagd worden.

    ’De wet lapt schaamteloos de bescherming van abortusrechten door het Hooggerechtshof aan zijn laars’

    De wet ‘lapt schaamteloos de bescherming van abortusrechten door het Hooggerechtshof aan zijn laars’, aldus The Oklahoman, en ‘kent slechts beperkte uitzonderingen voor medische noodgevallen, verkrachting en incest’. Onlangs onthulde Politico dat een meerderheid van de rechters van het Hooggerechtshof bereid was het arrest Roe v. Wade, dat abortusrechten garandeert, terug te draaien. Antiabortuswetten als in Oklahoma geven alvast ‘een voorproefje van een mogelijke toekomst na Roe v. Wade’, concludeert The Oklahoman.

    Lees ook:

  • ‘Ik kreeg te horen dat ik tot de mensheid zonder geschiedenis hoorde’

    ‘Ik kreeg te horen dat ik tot de mensheid zonder geschiedenis hoorde’

    Wat voor ‘anders’ of ‘de ander’ doorging is eeuwenlang bepaald door de koloniale Europese samenleving. Volgens Leopold-Joseph Bonny Duala-M’bedy, grondlegger van de xenologie, is elke vorm van anders-zijn een construct. In zijn leer gaat het altijd om het gezamenlijke referentiekader van de gehele mensheid.

    Eeuwenlang werden geschiedenis en filosofie bepaald door de koloniale Europese samenleving. Die definieerde wat voor anders doorging, en creëerde zo perspectief, hiërarchie en uitbuiting. Met zijn eigen ervaringen in de vroegere Duitse kolonie Kameroen als vertrekpunt ontvouwde Leopold-Joseph Bonny Duala-M’bedy een theorie die hem tot een pionier in de postkoloniale kritiek maakte. De xenologie die hij ontwikkelde maakt het anders-zijn los van het subject en heeft in plaats daarvan oog voor systemen die, gedreven door belangen, het concept ‘anders’ gebruiken om macht te kunnen uitoefenen. Een gesprek over een theorie die niet alleen inzichten wil bieden, maar ook gerechtigheid tot doel heeft.

    Xenologie is een fundamentele kritiek op het Europese discours van anders-zijn

    Professor Duala-M’bedy, men ziet u als de grondlegger van de xenologie. Wat is de kern van haar kennisleer?

    Xenologie is een fundamentele kritiek op het Europese discours van anders-zijn, en daarmee een principiële kritiek op antropologie en etnologie. Ten grondslag aan de klassieke etnologie ligt het evolutionistische denken dat een hiërarchische indeling van de mensheid rechtvaardigt. Het schortte echter aan een wetenschappelijk gefundeerd vertoog tegen een dergelijke denkwijze. Met mijn theorie van de xenologie is dat veranderd.

    Welke gedachte ligt aan deze theorie ten grondslag?

    In de xenologie worden het anders-zijn en ook de wijze van omgaan met het anders-zijn vervangen door het concept van het ‘xenische systeem’.

    Uw vertrekpunt is dus niet het anders-zijn maar het extern ontwikkelde systeem.

    Precies, want achter het fenomeen ‘anders’ schuilt geen subject maar een construct, een systeem. Het ‘xenische systeem’ is dus een filter waardoor elke samenleving een andere samenleving omzet in taal en symbolen. En zoals bij ieder systeem gaat het hierbij om ideologie.

    WIE IS DUALA-M’BEDY?

    Léopold-Joseph Bonny Duala-M’bedy (Duala, 1936) is een Kameroens politicoloog, socioloog, etnoloog en xenoloog. Hij is de grondlegger van de wetenschappelijke discipline van de xenologie. Duala-M’bedy komt uit het geslacht Duala-Bell, het koningshuis van Kameroen. Op veertienjarige leeftijd ging hij in Parijs naar een middelbare school; daarna studeerde hij er aan de Sorbonne. In 1962 promoveerde hij aan de Universiteit van Wenen en in 1972 habiliteerde hij (een soort tweede promotie waarmee het doceerrecht wordt verworven) als Alexander von Humboldt-bursaal bij de geschiedfilosoof Eric Voegelin. Zijn belangrijkste boek Xenologie: Die Wissenschaft vom Fremden und die Verdrängung der Humanität in der Anthropologie verscheen in 1977.

    Met als consequentie?

    Het discours over anders-zijn is altijd ook een discours over macht. Met behulp van de xenologische methode analyseren we zulke systemen om te achterhalen wie het anders-zijn creëert, en met welk doel. Want ten principale bestaat anders-zijn niet. Elke vorm van anders-zijn is een construct. Xenologie is niet alleen de wetenschap van het andersoortige en van de extern ontwikkelde systemen, ze ziet zichzelf ook als de wetenschap van die mensen die in de perceptie van de Europeanen geen geschiedenis hebben.

    Wie geen geschiedenis heeft, is ook geen mens

    Hegel bijvoorbeeld schreef dat Afrika geen geschiedenis had; Afrika had geen aanspraak op geschiedenis. Maar wie geen geschiedenis heeft, is ook geen mens. De mensen uit het zogeheten Zuiden werd daarmee het mens-zijn ontzegd, in een dergelijke logica bestonden zij eenvoudigweg niet. Dat is het lot van allen die ‘ontdekt’ werden, dus van alle mensen die ‘ontdekt’ werden door mensen die het wetenschappelijke discours domineerden. Ik heb daarom gezocht naar een wetenschappelijke categorie die recht doet aan het fenomeen ‘anders’. Het door mij ontwikkelde xenische narratief benoemt elke manifestatie van het anders-zijn en legt de machtsberekening bloot. Overigens doe ik met deze kennisleer niet alleen recht aan de Afrikaanse mens, het gaat in de xenologie altijd om het gezamenlijke referentiekader van de gehele mensheid.

    Heeft u in de ontwikkeling van de xenologie eigen ervaringen verwerkt?

    De xenologie kent een sterke biografische impuls, mijn levensverhaal volgt het voetspoor van de veroveraars van Afrika. Het begint bij de invloed van mijn ouders. Wij waren een godsdienstig gezin, gingen regelmatig naar de kerk. Mijn vader heeft me bijgebracht wat rechtvaardigheid betekent, mijn uitgesproken gevoel voor gerechtigheid heb ik van hem. Mijn moeder gaf me rechtlijnigheid en scherpzinnigheid mee. Beiden wilden dat ik priester werd, mijn zus woont als abdis in Zuid-Frankrijk. De eerste kerkmensen die bij ons in Duala arriveerden, waren Duitse protestanten. Mijn vader sprak vloeiend Duits en ook vloeiend Engels. In ons gezin werd Frans gesproken, de taal van de kolonisator.

    WAT IS XENOLOGIE?

    Qua kennistheorie bouwt de xenologie voort op de basisveronderstelling dat ‘de ander’ als zodanig niet bestaat, maar dat de aanduiding van mensen als ‘anders’ altijd wordt ingegeven door belangen met als oogmerk het creëren van machtsverschil. Het racistische discours over de ‘ander’ dat sinds de ontdekking van Amerika de relatie tussen Europa en de niet-Europese wereld heeft bepaald, komt volgens Duala-M’bedy voort uit het idee dat niet-Europese culturen een ‘voorstadium van de hoogontwikkelde Europese samenleving’ zijn. Die gedachte diende ter rechtvaardiging van onderwerping, ontrechting en uitbuiting van de niet-Europese koloniale wereld tot ver in de twintigste eeuw.

    Ten tijde van de Franse kolonisatie zat u in Kameroen op school. Welke herinneringen heeft u aan die tijd?

    Ik ervoer het als een groot onrecht. Met mijn broer Moise, die later diplomaat werd, nam ik een boot naar Europa. We arriveerden in de haven van Marseille, waar twee van onze oudere broers ons afhaalden. We woonden in Parijs bij een oom. Daar dompelde ik me als veertienjarige onder in een ander leven. Natuurlijk waren er ook heimwee, tranen, nostalgie en verlangen naar mijn ouders en naar Kameroen. De romantische kant in mijn denken vindt hier zijn oorsprong.

    Uiteindelijk koos u niet voor het priesterschap, maar voor een wetenschappelijke carrière

    Uiteindelijk koos u niet voor het priesterschap, maar voor een wetenschappelijke carrière.

    Ja, en die stond in het teken van de idee van gerechtigheid. Ik kwam naar Europa, ging me er bezighouden met etnologie en kreeg daar te horen dat ik tot de mensheid zonder geschiedenis behoorde. Etnologen doceerden mij een ‘surrogaatverhaal’.

    Hoe bedoelt u dat?

    De etnologie bood ons mensen die zogenaamd geen geschiedenis hebben een schadeloosstelling aan: ‘We doceren jullie geschiedenis. Alsjeblieft, hier is een cadeautje van ons: dit is jullie geschiedenis.’ Dat choqueerde me, het raakte mij ook persoonlijk, want aan de positieve ervaringen van het gezin waarin ik was opgegroeid werd volledig voorbijgegaan. In deze schok ligt de grondslag voor mijn wetenschappelijke werk.

    U promoveerde in Wenen bij de etnoloog Walter Hirschberg, die van meet af aan een vurig nationaal-socialist was en ook na 1945 als overtuigd racistisch evolutionist naar buiten trad. Ook was hij voorstander van het rekolonisatieproject. Welke herinneringen heeft u aan die tijd?

    Geen van de docenten sprak over het onrecht dat aan Afrikanen ieder historisch vermogen werd ontzegd. Er was geen enkele gevoeligheid voor onrecht. Walter Hirschberg begeleidde in Wenen jonge promovendi in de etnologie. Hij werd dus ook geacht mij en mijn kritische dissertatie te begeleiden, maar ik kreeg geen steun van hem, integendeel. Ik moest heel lang op zoek naar een promotor, naar een spirituele mentor. Ik volgde colleges van de etnoloog Claude Lévi-Strauss in Parijs over het structuralisme, maar hij maakte geen indruk op mij. Pas toen stuitte ik op Eric Voegelin, voor mij een geweldige gebeurtenis.

    Wat was er zo bijzonder aan uw ontmoeting met Voegelin?

    Eindelijk iemand die verstandige taal uitsloeg! (lacht) Zijn colleges gaven me een goed gevoel. Hij deed niet neerbuigend, hij kleineerde ons niet. Hij was inclusief en fair. Nooit eerder had ik een academicus ontmoet die eerlijk was in de omgang. Hij behandelde zijn studenten haast als collega’s. We zogen elk woord op dat hij doceerde.

    Kunt u die integere benadering concreet maken?

    Hij deed absoluut geen misplaatste of neerbuigende uitlatingen. Hij maakte korte metten met het concept ‘ras’ vanwege het ontbreken van wetenschappelijk bewijs daarvoor. Als bursaal van de Alexander von Humboldt Foundation werkte ik als onderzoeker samen met hem aan de Universiteit van München. Cruciaal was voor mij het moment dat hij voor het eerst mijn ouders ontmoette. Mijn vader en mijn docent spraken Duits met elkaar, en mijn vader zei: ‘Mijn zoon heeft me veel over u verteld.’ Voegelin antwoordde: ‘Uw zoon heeft een voortreffelijke studie geschreven.’

    Hoe heeft Voegelin uw zelfbesef als wetenschapper gevormd?

    Voor mij is hij de grootste denker van de twintigste eeuw. Voegelin schreef een cultuurgeschiedenis van het begrip ‘ras’; hij plaatste er negatieve connotaties bij, hij zag het als een nieuwe classificatie ter vervanging van het oude klassensysteem van de aristocratie. Voegelin hechtte ook sterk aan het maken van onderscheid tussen realiteit en ideologie.

    Ideologie definieerde hij als een in corrupt denken teloorgegane realiteit

    Ideologie definieerde hij als een in corrupt denken teloorgegane realiteit. Zijn in 1956 verschenen boek Order and History is een klassieker. Voegelin zag de geschiedenis als Casus Philosophicus. Hij benaderde de geschiedenis als geschiedfilosoof en zag haar niet als een verzonnen verhaal. Rechts georiënteerde studenten uit de Bondsrepubliek probeerden hem in diskrediet te brengen. Maar ik was zijn denken toegedaan. Ik pretendeerde te voltooien wat Voegelin had laten liggen. En ik heb die pretentie heel serieus genomen.

    Hoe ervoer u de sfeer op de Duitse universiteiten in de jaren zeventig en tachtig?

    De universiteiten en onderzoeksinstellingen in Duitsland waren uitermate homogeen qua etniciteit, geslacht en sociale herkomst. Dat zijn ze nog altijd. Wie op enigerlei wijze als anders wordt gezien, maakt minder kans op een hoogleraarschap, op wetenschappelijke onderscheidingen, op toegang tot onderzoeksgelden en invloedrijke posities. De bevoegdheid om te duiden wat vanuit wetenschappelijk oogpunt valide is en wie gekwalificeerd is een bijdrage te leveren aan kennisgeneratie, ligt nog altijd vast verankerd in koloniaal bepaalde structuren. Dat moet ter discussie worden gesteld. Het onvermogen de waarheid te onderkennen was en is mijn thema; voor mij is de functie van theorie dat zij de waarheid aangeeft. Wetenschap dient in dienst te staan van de waarheid. Zij moet observeren, analyseren, vragen naar het waarom, heroverwegen. Maar dat gaat niet wanneer een groot deel van de mensheid met zijn ervaringen, perspectieven en mogelijkheden van dit proces is uitgesloten. Een wetenschap die spreekt vanuit de positie van een kleine homogene groep is falsifieerbaarheid noch universeel.

    De xenologie is een enorme theoretische prestatie, ze heeft een groot deel van het Europese begrip van de ‘ander’ op losse schroeven gezet. Heeft deze aanval op de antropologische en etnologische status quo een tegenreactie uitgelokt?

    De redacteur van de uitgeverij waar ik mijn boek publiceerde zei destijds: ‘Hier maakt u vijanden mee.’ En zo is het ook gegaan. Er was veel onwetendheid en weinig discussie met mij, maar er was in de jaren tachtig en negentig ook sprake van een enorme boost in aanverwante disciplines. Interculturele germanistiek en filosofie kwamen tot ontwikkeling. In Bayreuth kwam een cultuurwetenschappelijke xenologie van de grond, die echter mijn eigen theorie van de xenologie links laat liggen. In Bochum werd de fenomenologie van het andere ontwikkeld, en daar was ik al evenmin bij betrokken. Aan de universiteit, en dat geldt vooral in Duitsland, moet je vechten om gezien te worden. Collegialiteit komt maar zelden voor. Het ontbrak zichtbaar aan steun, de omgangsvormen waren vaak kwetsend en vulgair.

    KONING RUDOLF

    Van 1884 tot 1918 was het West-Afrikaanse Kameroen een Duitse kolonie. Van 1908 tot 1914 regeerde koning Rudolf Duala Manga Bell. Hij had zijn opleiding genoten in Duitsland en stond in hoog aanzien bij het Duitse koloniale bestuur in Duala. Na de gewelddadige verdrijving en brute onteigening van de Duala door het koloniale bestuur, stelde de jonge koning zich aan het hoofd van een verzetsbeweging en protesteerde hij tegen het buitensporige geweld door de Duitse koloniale machthebbers. Met petities probeerde hij de Duitse regering ertoe te bewegen de met de Duala gesloten verdragen na te komen. Daarmee wekte hij het ongenoegen van de voorstanders van koloniale onteigening. Beschuldigd van hoogverraad werd hij in 1914 op 41-jarige leeftijd ter dood veroordeeld en opgehangen. Bij zijn procesgang werden zelfs de minimale wettelijke normen niet in acht genomen. Drie dagen lang hing zijn lijk aan de galg – ter afschrikking.

    Toen u begin jaren zeventig uw theorie over de xenologie presenteerde, was rassenscheiding nog een belangrijk issue in de VS. Ook de antikoloniale strijd was nog maar net achter de rug en Zuid-Afrika kende een systeem van apartheid.

    Het intellectuele dispuut over het kolonialisme begon doorgaans pas nadat de militante confrontatie was beëindigd. Wetenschappers als Frantz Fanon, Aimé Cesaire, Léopold Senghor en Cheikh Anta Diop waren de eersten die het kolonialisme benaderden als een politiek en ideologisch systeem. De xenologie past in de reeks revolutionaire geschriften van toen. Wereldwijd kreeg de wetenschappelijke eis van rechtvaardigheid de wind mee. Ik las toen alles wat ik maar te pakken kon krijgen, ik luisterde aandachtig naar alles wat fluitend langs mijn oren vloog.

    Vanaf de jaren negentig ontstond er een veelheid aan postkoloniale theorieën. Als baanbrekend boek geldt Edward Saids in 1978 verschenen studie over het oriëntalisme, terwijl u uw xenologie al een jaar eerder presenteerde. Staan de huidige postkoloniale theorieën in de traditie van uw werk?

    Ja, want net als bij de huidige uitingen van de postkoloniale theorie gaat het bij het xenologische werk om het analyseren van extern ontwikkelde systemen – en zodoende ook om het analyseren van asymmetrische relaties. De belangrijkste vragen zijn: welke machtsverhoudingen liggen aan die systemen ten grondslag en in hoeverre begunstigen ze uitbuitingsstructuren? Welke hiërarchieën zijn immanent, en welke vormen van culturele representatie en politieke controle maken dat die telkens weer in stand kunnen blijven? In mijn boek Xenologie is deze fundamentele kritiek op die Europese perceptie- en duidingspatronen met betrekking tot de niet-Europese mens al te vinden; sinds Saids werk wordt zij ook opgepakt en bediscussieerd in postkoloniale theorieën. Veel antiracistische debatten en bewegingen van nu beroepen zich op dat brede spectrum van kritische confrontatie met historische en hedendaagse machtsverhoudingen.

    Als wetenschapper en academisch docent heeft u het denken van diverse generaties studenten gescherpt en gevormd. Wat vond u in uw onderwijs belangrijk?

    Ik probeerde zo fundamenteel mogelijk te denken. Het ging me om het vermogen tot kritisch denken en om inzicht. Om een taal die veraf ligt van de hiërarchisering door de etnografie, een etnografie die spreekt van ‘stammen’, ‘natuurmensen’, ‘opperhoofden’ en ‘primitieven’. Zo’n taal bestaat nog niet. De ideologische vervorming door taal en wetenschappelijke categorieën moest ik tegemoet treden met theoretische precisie en taalgevoeligheid. Het ging om het blootleggen van machts- en gezagsverhoudingen, om vragen naar het waarom van privileges en om reflectie op waarderingssystemen. Ik heb heel veel gedoceerd en veel voortreffelijke scripties en afstudeeropdrachten begeleid. Met veel oud-studenten heb ik tot op de dag van vandaag contact.

    colonial troops german govt station ebolowa kamerun ie cameroon w africa
    Duitse koloniale troepen in Ebolowa, Kameroen, 1916 
    © Library of Congress.

    Welke bijdrage kan de theorie van de xenologie leveren aan het huidige wetenschappelijke discours?

    Het xenologische denken draagt bij aan het onderzoek van machtsverhoudingen en uitbuiting. Naast haar belangstelling voor wetenschappelijke inzichten heeft de xenologie ook een normatieve kant: ze wil gerechtigheid. Ze wil elk mens centraal stellen. Ze wil niet alleen beschrijven, maar ook verandering mogelijk maken. 

    Xenologie heeft ook een normatieve kant. Ze wil niet alleen beschrijven, maar ook verandering mogelijk maken. 

    Welke betekenis heeft de xenologie voor het actuele politieke debat over bijvoorbeeld genderrechtvaardigheid, uitsluiting en racistisch geweld, waaruit bewegingen zoals Black Lives Matter zijn voortgekomen?

    Black Lives Matter heeft het racisme en de creatie van het andere op de politieke agenda gezet. Hoewel er in dit specifieke geval vanuit Europa graag werd gewezen naar de VS, vonden er ook hier straatprotesten plaats, waarbij een relatie werd gelegd met het koloniale verleden. En eindelijk wordt er nu geruzied over de omgang met museumschatten die in de koloniale tijd werden buit-gemaakt. Denk aan het debat over het teruggeven van roofkunst uit de voormalige koloniën. Nieuw aan deze discussies is enerzijds de aanwezigheid van sterke, goedopgeleide jongeren die hun recht opeisen en anderzijds het bestaan van wetenschappelijke categorieën om dit debat te voeren, zodat er dus begrippen zijn waarmee onrecht ook theoretisch kan worden benoemd.

    Ook in Duitsland wordt er voor het eerst breed gediscussieerd over koloniale herstelbetalingen.

    Om een voorbeeld te geven: de genocide die tussen 1904 en 1908 door Duitse koloniale troepen op de Nama en Herero werd gepleegd, bepaalt tot op de dag van vandaag de bestaansbasis van deze volkeren in Namibië. Destijds werd bijna 80 procent van het Hererovolk uitgeroeid. Door erkenning van deze genocide erkent Duitsland voor het eerst zijn rol in de misdaden uit de koloniale tijd. Maar helaas laat Duitsland het afweten als het weigert de toegezegde gelden uit te betalen aan de nakomelingen – en als deze gelden geen ‘herstelbetalingen’ mogen heten maar ‘ontwikkelingshulp’. De oplossing voor de vele disputen van tegenwoordig moet ook niet alleen van de wetenschappelijke theorievorming komen. Er is op heel veel vlakken nog heel veel te doen, maar ik heb groot vertrouwen in de kritische, mondiaal denkende jongeren. 

  • Verbod mobiele telefoon zorgt voor achterstand bij meisjes in India

    Verbod mobiele telefoon zorgt voor achterstand bij meisjes in India

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bibliotheek in Maine verzet zich tegen Amerikaanse cancel culture

    » Chinese banken hoeven minder reserve aan te houden om economie te stimuleren

    Meisjes hebben minder toegang tot mobiele telefoons

    In conservatieve delen op het platteland van India is het taboe voor meisjes om mobiele telefoons te gebruiken. Dit vanuit de angst dat ze online jongens ontmoeten of gecorrumpeerd zullen worden door online-invloeden, aldus NPR. Jongens met een smartphone worden daarentegen gezien als vooruitstrevend en slim. Dit zegt Shabnam Aziz, hoofd gendergelijkheid en inclusiviteit bij Educate Girls, een non-profitorganisatie voor meisjesonderwijs die in meer dan 20.000 dorpen in India werkt. Een UNICEF-rapport van vorig jaar bevestigt dat meisjes van vijftien tot negentien jaar in de voorafgaande twaalf maanden minder vaak een mobiele telefoon bezaten dan jongens van hun leeftijd en minder vaak internet gebruikten. Dat was vooral het geval in Zuid-Azië, inclusief India. Daardoor was het voor meisjes tijdens de pandemie bijzonder moeilijk om over te stappen naar online-onderwijs, zeggen experts en activisten.

    Het gebrek aan toegang tot mobiele telefoons brengt hoge kosten met zich mee voor meisjes: het kan wezenlijk hun toekomst beïnvloeden, zegt econoom Mitali Nikore. Haar denktank Nikore Associates bestudeert de genderbarrières waarmee meisjes worden geconfronteerd als het gaat om technologie. Zonder telefoon hebben meisjes veel moeilijker toegang tot online-inhoud, nodig om in de toekomst een baan te vinden. ‘Ze kunnen niet op kantoor werken zonder kennis van Word of Excel. Ze kunnen geen ondernemer worden als ze niet weten hoe ze betaalapps moeten gebruiken. En voor digitale marketing moet je sociale media kunnen gebruiken,’ aldus Nikore.

    Lees ook:

  • ‘Het is schandalig dat Russen uitgesloten worden alleen omdat ze Russen zijn’

    ‘Het is schandalig dat Russen uitgesloten worden alleen omdat ze Russen zijn’

    Mensen zouden niet hoeven boeten voor de misdaden van hun leiders, schrijft de Mexicaanse econoom en socioloog Jorge Zepeda Patterson. Het Westen overschrijdt een grens door willekeurige maatregelen te treffen jegens mensen die je niet verantwoordelijk kunt houden voor de beslissingen van hun regering.

    In een oorlog sneuvelt de waarheid het eerst omdat alles propaganda wordt, het tweede dat sneuvelt is het fatsoen. Wat Poetins leger het volk in Oekraïne aandoet is zonder enige twijfel misdadig, maar hoe de internationale publieke opinie zich jegens veel Russen opstelt is onfatsoenlijk. Uiteraard heb ik het niet over de corrupte oligarchen, pilaren van het regime, van wie geheel terecht jachtschepen en enorme fortuinen in beslag zijn genomen, maar over de inwoners van Rusland die worden benadeeld, ontslagen of tegengewerkt vanwege iets waarvoor ze niet verantwoordelijk zijn. 

    Het is schandalig dat miljoenen Oekraïense families worden gedwongen om hun huis te ontvluchten of moeten lijden doordat hun geliefden sterven als gevolg van de invasie van Russische soldaten die zij persoonlijk niks hebben aangedaan. Maar het is ook schandalig dat vakmensen, kunstenaars en Russische sporters hun carrière kapot zien gaan alleen omdat ze Russen zijn. Het zijn twee schanddaden die verschillen in schaal, maar in het eerste geval kunnen we niets doen, behalve Poetin onder druk zetten om te stoppen; het tweede geval daarentegen hebben we in eigen hand. Onder het mom van rechtvaardigheid en moraal overschrijdt het Westen een grens door willekeurige en hysterische maatregelen te treffen jegens mensen die je niet verantwoordelijk kunt houden voor de beslissingen van hun regering.

    Niemand zal het in zijn hoofd halen om Serena Williams te weren van Roland Garros of Madonna’s wereldtournee af te gelasten alleen maar omdat Bush een aantal decennia geleden Irak binnenviel om even absurde redenen (massavernietigingswapens) als die waarmee Poetin nu schermt, en met net zulke tragische gevolgen voor miljoenen onschuldige burgers. Uitgejouwde tennissers en voetballers, kunstenaars wie het werken onmogelijk wordt gemaakt, vakmensen en deskundigen wier leven plotseling te gronde wordt gericht. Velen van hen hebben geleden onder Poetin en worden nu tot zondebokken uitgeroepen opdat het Westen zijn woede kwijt kan en de regeringsleiders hun zogenaamde plichtsgevoel kunnen sussen. 

    Oekraïne vanuit Syrisch perspectief

    Syriërs die zich verzetten tegen Assad zijn solidair met Oekraïne en de Oekraïners, schrijft Yassin Swehat in al Al-Jumhuriya.

    Syriërs kunnen zich makkelijk identi-ficeren met Oekraïne. Desondanks voelen ze ook bitterheid, omdat experts en journalisten kennelijk nu pas het imperialisme, de gewelddadigheid en de valse propaganda van het Kremlin zien, aldus Swehat. En er is bezorgdheid om sommige politieke krachten en militaire onderdelen die zich tegen de Russische invasie verzetten. Vanuit Syrisch oogpunt is alleen hun verzet reden om hen te bewonderen, ‘want ze hebben de afgelopen zeven jaar niets voor ons gedaan’. Van bepaalde neonazigroepen in Oekraïne hebben Arabieren en moslims niet meer te verwachten dan van extreemrechtse krachten in Europa. Hoe dan ook, schrijft Swehat, Syriërs kunnen zich identificeren met de slachtoffers van deze nieuwe Poetin-oorlog, omdat ze de tanks en vliegtuigen kennen, en de beelden van konvooien met bussen en van vrouwen die met zware koffers de grens oversteken.

    ‘We identificeren ons daarom met de burgerslachtoffers in Oekraïne, en betuigen respect voor de heldenmoed van hen die hun land verdedigen, ook al zijn we het niet eens met grote delen van hun politieke spectrum. Syrië is een van de essentiële strijd-tonelen als we ons willen ontdoen van het poetinisme en despoten als Assad.’

    Heksenjacht

    Wat maakt deze heksenjacht van ons? Hoe verschilt deze van de ranchero’s die een klopjacht openden op Comanche-indianen omdat Navajo-indianen een karavaan hadden aangevallen? Van het lynchen van de ene Afro-Amerikaan (zoals zwarte Amerikanen nu worden genoemd) omdat de andere een winkel had overvallen, van het niet in dienst nemen van latino’s uit angst voor de misdaden van de Mara Salvatrucha-bendes?

    Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) adviseerde om Russen en Belarussen voortaan uit te sluiten van sportwedstrijden, wat een breuk betekent met een lange traditie van neutraliteit met betrekking tot het politieke en geopolitieke debat. Wat ik kan begrijpen, is dat Russische teams die nu uitkomen voor hun land worden uitgesloten van deelname. Op een bepaalde manier vertegenwoordigen ze niet alleen hun land, maar eveneens de regering die hun deelname financiert. Maar een operazanger niet langer laten optreden alleen omdat hij in dat land geboren is, of het werk van een componist die al vijftig jaar dood is niet langer uitvoeren, dat gaat veel te ver. 

    Ana Netrebko, die voor de opera is wat Messi is voor het voetbal en die vanwege haar buitengewone stem en talent heel dicht in de buurt komt van de mythische Maria Callas, is een in ongenade gevallen koningin omdat ze Russisch is, ook al woont ze al jaren in Wenen. Twee dagen na de invasie liet ze via haar sociale media weten: ‘Ik neem de tijd om na te denken, want de situatie is te ernstig om mijn mening te geven zonder er goed over na te hebben gedacht. Maar vóór alles wil ik zeggen dat ik tegen deze oorlog ben. Ik ben Russisch en ik hou van mijn land, maar ik heb veel vrienden in Oekraïne en mijn hart breekt bij het zien van het leed en de pijn. En ik wil zeggen dat het niet juist is om een kunstenaar of een publieke figuur te dwingen zijn politieke standpunten uit te dragen en zijn land te veroordelen. Zoals veel van mijn collega’s houd ik me niet bezig met politiek. Ik ben evenmin een politiek expert. Ik ben kunstenaar en mijn doel is om mensen te verbinden, ongeacht hun uiteenlopende politieke standpunten.’

    Irrationele hypocrisie

    Aangezien ik deze talentvolle zangeres volg, nam ik aan dat ze met haar statement de brandstapel zou ontlopen. Het leek me een oprechte, gevoelige reactie, die zelfs getuigt van politiek verantwoordelijkheidsgevoel. Het bleek een illusie; ik had de macht van de irrationele hypocrisie onderschat. Luttele uren later werd naar buiten gebracht dat ze de rest van dit jaar geen concerten zou doen. Als ze haar houding niet veranderde uit praktische overwegingen, zou haar carrière voorbij zijn. Netrebko reageerde op dit affront met slechts enkele woorden: ‘Niemand moet vergeten wie hij is en waar hij vandaan komt.’ Een waardige reactie van iemand die vindt dat je je afkomst nooit moet verloochenen, ook al ben je het niet eens met je regering. 

    Het is een barbaarsheid die alle begrip te boven gaat

    Het lijkt me dat de sancties tegen de Russische regering en de groep die haar politiek en economisch steunt noodzakelijk zijn, maar om blindelings alles wat Russisch is te straffen, is barbaars en toont enkel het onvermogen om verder te kijken dan een karikaturale wereld van goeden en slechteriken, die onze eigen geschiedenis niet rechtvaardigt. Eén voorbeeld volstaat: stelt u zich een middeleeuwse scène voor met op het slagveld een invasieleger en een verdedigingsleger. Het invasieleger gaat niet de strijd aan met zijn tegenstanders maar verschanst zich in een vallei, valt de eerste de beste stad binnen en rijgt de vrouwen en kinderen van zijn vijand aan het mes. Omdat het invasieleger er niet in slaagt de vijand op de knieën te krijgen, valt het een tweede stad binnen, richt een slachtveld aan onder de inwoners en dreigt hiermee door te zullen gaan. Het verdedigingsleger geeft zich over omdat de prijs die hun families moeten betalen onaanvaardbaar is. Het is een barbaarsheid die alle begrip te boven gaat. Toch? Nou, dit is wat de Verenigde Staten deden toen ze hun kernbommen dropten op Nagasaki en Hiroshima in naam van de democratie, de rechtvaardigheid en de vrijheid. Het ging hier niet om militaire doelen, er werd simpelweg besloten honderdduizenden burgers te doden om zo de militairen te dwingen hun wapens neer te leggen. 

    We zijn zo gewend te denken dat het Westen symbool staat voor ‘het goede’ dat we onze immorele daden niet eens meer opmerken. Op Twitter en Facebook kunnen pro-Russische standpunten worden geblokkeerd omdat ze de waarheid zouden vervormen, terwijl we tegenovergestelde berichten zonder blikken of blozen laten circuleren, of ze onwaarheden bevatten of niet. Het zou netter zijn om met de echte reden naar buiten te komen (wij liegen ook, maar het zijn wel ónze leugens) dan onszelf op de borst te kloppen vanwege onze ‘waarheid’ of ‘objectiviteit’. 

    Kortom, wat Poetin doet is onaanvaardbaar. Maar dat rechtvaardigt niet zijn antwoord: de terugkeer naar de tijd van McCarthy, een inquisitie of een heksenjacht die maakt dat we de beulen worden van mensen die niet zouden moeten boeten voor de misdaden van hun leiders.

  • Wereldnieuws: Belarus pakt Wikipedia-redacteur op & Meer

    Wereldnieuws: Belarus pakt Wikipedia-redacteur op & Meer

    Ruikende telefoon als ziekte-ontdekker

    Honden kunnen kanker, Parkinson, malaria en andere aandoeningen ruiken die veranderingen in de lichaamsgeur veroorzaken. Ze kunnen zelfs corona ruiken. Het zou enorme gevolgen voor de volksgezondheid hebben om dat vermogen van honden in een draagbare, toegankelijke vorm te hebben zodat ziekten in een vroeg stadium kunnen worden gesignaleerd, aldus Vox. Een smartphone kan al horen, zien en voelen, maar nog niet ruiken.

    Het zal niet lang duren voordat het zover is, denkt Andreas Mershin, onderzoeker en uitvinder aan het MIT. ‘Ik denk dat het nog ongeveer vijf jaar zal duren om geurdetectie in een telefoon te krijgen. In miljoenen telefoons.’ De privacy-implicaties zijn niet gering, maar het voordeel lijkt duidelijk: een robotneus in zakformaat kan immers levensreddend zijn. ‘Ieder van ons kan een moedervlek hebben die kwaadaardig wordt,’ zegt Mershin. ‘Als je zes maanden wacht, wordt dat soms een doodvonnis.’ Maar met een telefoon die een geurverandering waarneemt, word je mogelijk eerder gewaarschuwd.

    lucas ludwig RTG5GeI6aQ0 unsplash kopie
    © Unsplash

    Moestuin van Europa

    In de Zuidspaanse provincie Almeria, ook wel de moestuin van Europa genoemd, wordt behalve veel groente en fruit elk jaar ook zo’n 30.000 ton plastic afval geproduceerd. In The Greenhouse Series II brengt de Duitse fotograaf Tom Hegen dit door landbouw overspoelde landschap, dat zich uitstrekt over 360 vierkante kilometer ruig, bergachtig terrein, in beeld als een abstracte landkaart. De meestal zelfgebouwde kassen bestaan bijna volledig uit een soort folie dat wordt achtergelaten zodra het niet meer bruikbaar is. De kleine plastic deeltjes komen uiteindelijk in de zee terecht, dus in de vis en uiteindelijk bij de consument.

    N°TGSII 08 640x480@2x 1
    © Tom Hegen / Colossal

    Mannen over- en vrouwen onderschatten hun IQ

    Recent onderzoek keek naar verschillen tussen mannen en vrouwen die hun eigen intelligentie of IQ moesten schatten. Het blijkt dat eerst het biologische en daarna het psychologische geslacht het sterkst de overschatting van IQ voorspellen, aldus The Conversation. Oftewel: geboren zijn als man of sterke mannelijke eigenschappen hebben (zowel mannen als vrouwen) vergroot de kans op een opgeblazen intellectueel zelfbeeld. Over het algemeen denken mannen dat ze beduidend slimmer zijn, terwijl vrouwen zichzelf veel bescheidener inschatten. 

    Dit effect wordt wel het probleem van de mannelijke hybris en de vrouwelijke nederigheid genoemd. Voor onderwijspsychologen is dit onderzoek belangrijk omdat het iets zegt over bijvoorbeeld vakkenkeuze op school: als je denkt dat je iets niet kunt, doe je het niet. De onderzoekers denken dat de uitkomsten voor een deel ook de genderloonkloof kunnen verklaren.


    Bibliotheek voor verboden boeken

    In de bibliotheek van het afgelegen, honderd inwoners tellende Matinicus Isle, 35 kilometer voor de kust van Maine, zijn alle boeken welkom, maar de bibliotheek heeft een speciale voorkeur voor boeken die elders in het land verboden zijn. Zo kwam bewoner Eva Murray onlangs terug van het vasteland met onder meer And Tango Makes Three, het verhaal van twee mannelijke pinguïns die samen een kuiken grootbrengen. Volgens de American Library Association is dat een van de meest verboden boeken in de VS. ‘We kopen verboden boeken om publiekelijk weerstand te bieden tegen de drang om boeken te verbieden,’ zegt vrijwilliger Murray in gesprek met Bangor Daily News. Het past bij Matinicus, waar tolerantie voor leven en laten leven en waardering voor verschillen essentieel is. ‘Wij zijn in de bevoorrechte positie om te zeggen: we verbieden geen boeken.’


    Verbod mobiele telefoon zorgt voor achterstand meisjes in India

    In conservatieve delen op het platteland van India is het taboe voor meisjes om mobiele telefoons te gebruiken, uit angst dat ze online mogelijk jongens zullen ontmoeten of gecorrumpeerd zullen worden door online-invloeden, aldus NPR. Jongens met een smartphone worden daarentegen gezien als vooruitstrevend en slim. Dit zegt Shabnam Aziz, hoofd gendergelijkheid en inclusiviteit bij Educate Girls, een non-profitorganisatie voor meisjesonderwijs die in meer dan 20.000 dorpen in India werkt. Een UNICEF-rapport van vorig jaar bevestigt dat meisjes van 15 tot 19 jaar in de voorafgaande twaalf maanden minder vaak een mobiele telefoon bezaten dan jongens van hun leeftijd en minder vaak internet gebruikten. Dat was vooral het geval in Zuid-Azië, inclusief India. Daardoor was het voor meisjes tijdens de pandemie bijzonder moeilijk om over te stappen naar online-onderwijs, zeggen experts en activisten.

    Het gebrek aan toegang tot mobiele telefoons brengt hoge kosten met zich mee voor meisjes: het kan wezenlijk hun toekomst beïnvloeden, zegt econoom Mitali Nikore. Haar denktank Nikore Associates bestudeert de genderbarrières waarmee meisjes worden geconfronteerd als het gaat om technologie. Zonder telefoon hebben meisjes veel moeilijker toegang tot online-inhoud, nodig om in de toekomst een baan te vinden. ‘Ze kunnen niet op kantoor werken zonder kennis van Word of Excel. Ze kunnen geen ondernemer worden als ze niet weten hoe ze betaalapps moeten gebruiken. En voor digitale marketing moet je sociale media kunnen gebruiken,’ aldus Nikore.


    Belarus pakt Wikipedia-redacteur op

    Half maart werd Mark Bernstein uit Minsk gearresteerd door Belarussische troepen. Hij zou zijn gearresteerd voor ‘het verspreiden van valse anti-Russische informatie’, meldt Haaretz. Bernstein, die werkt onder de gebruikersnaam Pessimist2006, is een van de meest prominente en productieve redacteuren van het Russische Wikipedia. Zijn artikelen worden door het Kremlin gezien als kritisch ten aanzien van de Russische president Vladimir Poetin.

    Toen de eerste Russische troepen de grens met Oekraïne overstaken, startten vrijwilligers in Rusland een Russischtalig Wikipedia-lemma over de ‘Russisch-Oekraïense oorlog’ van 2022. Dat is sindsdien omgedoopt tot ‘Russische invasie van Oekraïne’ en werd al miljoenen keren gelezen. Bernstein had er verschillende artikelen over de invasie voor geredigeerd.

    Wikimedia Foundation (WMF), een in de VS gevestigde non-profitorganisatie die toezicht houdt op verschillende ‘wiki’-projecten waaronder Wikipedia’s in verschillende talen, ontving onlangs een brief met het verzoek sommige artikelen over de invasie te verwijderen. Afzender: het Russische bureau dat de facto de autoriteit is op het gebied van internetcensuur. WMF, die zich nooit bemoeit met de inhoud van de open encyclopedie, weigerde dat. In een verklaring aan de San Francisco Examiner gaf Maryana Iskander, CEO van WMF, daar een verklaring voor: ‘In een tijd waarin kennis en informatie steeds meer gepolitiseerd worden, is het belangrijker dan ooit om de betrouwbaarheid van de informatie op Wikipedia te handhaven.’ 

    De arrestatie van Mark Bernstein is de meest recente en expliciete poging van het Kremlin om de online-encyclopedie, die wordt gemaakt door vrijwilligers in de hele wereld, te ondermijnen. Moskou verzet zich al langer tegen Wikipedia. In het kader van een breder optreden tegen onafhankelijke media dreigde Poetin eerder al de toegang tot Wikipedia te blokkeren. Drie jaar geleden suggereerde hij plannen te hebben voor een Grote Russische Encyclopedie online die, anders dan Wikipedia, ‘betrouwbare’ informatie zou bevatten.

    Wiki Report 14 09 2014 18
    Mark Bernstein op een bijeenkomst van de Russische Wikipedia in Moskou. – ©  Wikipedia

  • ‘Rijk, ik?’ Zolang de bovenklasse ontkent, ontstaat er nooit een eerlijke verdeling

    ‘Rijk, ik?’ Zolang de bovenklasse ontkent, ontstaat er nooit een eerlijke verdeling

    In Duitsland wordt elk jaar ongeveer 400 miljard euro nagelaten. Erfgenamen ontvangen vaak een bedrag dat hoger is dan wat zij zelf gedurende hun leven verdienen. Hoe zou vermogen eerlijker verdeeld kunnen worden?

    I hob da wos übawiesn (‘Ik heb wat naar je overgemaakt’), bromde mijn vader door de telefoon en dat was niet echt een verrassing. Mijn vader is geen man die van bankbiljetten vlinders vouwt en tussen een bosje bloemen steekt. Zijn verjaardagscadeaus rollen via BIC en IBAN naar mij toe, meestal enkele honderden euro’s waarvoor ik dan nieuwe schoenen koop of op vakantie ga. Maar dit keer was het 5000 euro. Vet. Veel. Geld. Zo veel geld dat de salarisoverschrijving van de Süddeutsche Zeitung die direct daaronder op mijn rekeningafschrift stond haast een lachertje leek en ik me afvroeg of ik in plaats van te werken voortaan niet gewoon elke drie maanden mijn verjaardag moest vieren.

    Dat was tien jaar geleden en voor het eerst drong het tot mij door dat mijn vader misschien wel geld te veel had. Een andere aanwijzing was het mij toegebromde Wenns eich wos Eigenes kaffa woits, dann gib i eich scho wos dazu (‘Wanneer jullie iets voor jezelf willen kopen, dan geef ik jullie er wel wat bij’). Niet veel later kochten we een woning in München en mijn vader maakte de daarvoor noodzakelijke eigen inleg naar mij over. Een bedrag dat hoger was dan al mijn salarissen en honoraria tot op dat moment tezamen.

    Niet iedereen krijgt dus iets. De helft van de Duitsers heeft niets en erft niets

    Wat doet dat met mij? En wat doet het met onze samenleving dat het zo gaat – en dat niet alleen bij mij? Naar schatting wordt elk jaar in Duitsland wel 400 miljard euro nagelaten. In Frankrijk ontvangt 12 tot 15 procent van de erfgenamen een bedrag dat hoger is dan wat zij zelf gedurende hun leven verdienen. Momenteel berekent econoom Timm Bönke die cijfers voor Duitsland, hij verwacht soortgelijke uitkomsten. Niet iedereen krijgt dus iets. De helft van de Duitsers heeft niets en erft niets. 

    ‘De mensen bij mij in de straat haten alles wat grof, dom en luidruchtig is, ze willen in het journaal niet worden lastiggevallen met wat onbehouwen types – vooruit, laten we ze medeburgers noemen – van dit land vinden. Dat komt doordat zij een beetje meer in Duitsland opgegroeid zijn dan de anderen, de ziekenhuizen en scholen waren altijd al meer van hen, hun hele leven is één Leeuwenkoning, dit alles zal eens van jou zijn. Alles, Simba.’ 

    Zo schrijft Sophie Passmann over haar en mijn milieu in haar vorig jaar verschenen boek Komplett Gänsehaut. Dat milieu is welgesteld, stedelijk en beschaafd. Het koopt fair en organic, woont in de schil rond de binnenstad in een vooroorlogs huis, eet pizza met fior di latte. Ze zijn politiek links-groen-liberaal, maar als het erop aankomt handelen ze conservatief, kopen ze aandelen, beleggen ze in onroerend goed en nemen ze een belastingadviseur in de arm om er voor zichzelf nog wat meer uit te halen. Ze zien zichzelf als het politieke en economische midden, geen van beide is waar, en dat is het probleem.

    Foutief zelfbeeld

    In enquêtes is slechts 1,2 procent van de mensen van mening dat ze tot de bovenste 10 procent behoren, zelfs [kanselier] Olaf Scholz (maandsalaris: 15.500 euro) en [Bondsdaglid] Friedrich Merz (jaarsalaris met vijf nullen en een miljoenenvermogen) rekenen zich tot de middenklasse. Daarom deze definitie om het eigen buikgevoel te onderzoeken: tot de 10 procent best betaalden behoren diegenen die als single ongeveer 3500 euro netto per maand verdienen, bij een stel is dat 5300 euro. Tot de meest vermogende 10 procent behoort iedereen die meer dan 477.200 euro bezit (beleggingen in onroerend goed en aandelen tellen natuurlijk ook mee).

    Het foutieve zelfbeeld van de bovenklasse is een probleem, omdat zij het is die in bedrijven de besluiten neemt, de wetten schrijft en uitlegt hoe de wereld in elkaar steekt. Wie beweert dat hij middenklasse reist en vervolgens alle medereizigers het uitzicht vanaf het bovendek beschrijft, geeft alle anderen het gevoel simpelweg te stom te zijn om uit het raam te kijken. Voor dit artikel spreek ik met veel mensen over geld, bijvoorbeeld met een echtpaar, beiden bedrijfsadviseur, dat samen een kwart miljoen per jaar verdient, met een grafisch kunstenaar die in het huis van haar oma woont en met een gepensioneerde man die zijn huisje in een dure buurt van München heeft afbetaald. Allemaal protesteren ze verontwaardigd als ik hen rijk noem.

    Rijk? Wij toch niet! De rijken, dat zijn in veel hoofden mensen als Kim Kardashian, die oorbellen van 75.000 dollar in zee verliest, of de mensen die ruim 9 miljoen euro neertelden voor de duurste woning van München, met uitzicht op het Maximilianeum. Het goedverdienersechtpaar ziet zichzelf niet als rijk, omdat zij geen vermogen hebben en drie kinderen moeten onderhouden. De grafisch kunstenaar vindt zichzelf als zzp’er ook niet rijk, de maandelijkse honoraria zijn karig en onzeker. En grootvader in zijn afbetaalde eengezinswoning? Die heeft toch zeker hard voor zijn geld gewerkt.

    Welvaart hangt veel minder af van eigen prestaties dan van wat hun vaders en groot-vaders bij elkaar hebben gebracht

    Het probleem van de generatie van Sophie Passmann (1994) is dat hun welvaart veel minder afhangt van eigen prestaties dan van wat hun vaders en grootvaders (meestal waren het mannen) bij elkaar hebben gebracht. Nog maar de helft van wat de Duitsers tegenwoordig aan eigen vermogen bezitten, hebben zij met werken vergaard; de rest werd geërfd of kregen ze cadeau. Voor mijzelf geldt dat momenteel ook min of meer. Zonder schenkingen van mijn vader had ik een heel andere levensstandaard gehad; ik zou in een huurhuis wonen en in plaats van naar de biomarkt zou ik naar de discounter gaan. Mijn ongemak hierover snapt hij niet echt. Vroeger heeft hij voor zijn koophuis ook wat startkapitaal van zijn schoonouders gekregen. Bovendien heeft hij hard voor zijn geld gewerkt, hij heeft het zelf nu eenmaal niet nodig en geeft het aan mij. En ik werk toch zeker ook hard – waarom dan die schaamtegevoelens?

    Maar veel mensen van mijn generatie die even hard werken, krijgen niets en dat scheidt ons. De een betrekt op zijn gemak een eigen huis, de ander zwoegt om de huur te betalen. Ondertussen vertellen de boomers nog altijd het sprookje van vooruitkomen door hard werken – het verhaal van de middenklasse – en preken zij de mythe van gelijke kansen. Maar het Duitsland waarin mensen op eigen kracht  welvaart konden vergaren, dat Duitsland bestaat niet meer, zoals Julia Friedrichs in haar recente boek Working Class laat zien. 

    De waarde van grond blijft altijd veranderlijk

    Het begrip ‘grootgrondbezitter’ is sinds mensenheugenis zo’n beetje synoniem aan rijk en machtig.
    In de Middeleeuwen bijvoorbeeld kon adel in bezit van grond de rest van de bevolking uitknijpen, omdat grondbezit letterlijk van levensbelang was: er groeide voedsel op. En als je nergens anders je voedsel vandaan kunt halen, ben je bereid om jezelf als slaaf te onderwerpen in ruil voor een appel en een ei. Gelukkig is die feodale wereld grotendeels verdwenen en tegelijkertijd zijn de betekenis en de waarde van grootgrondbezit veranderd.
    Natuurlijk is het nog steeds prettig om als miljardair een groot stuk grond te kunnen aanschaffen, of liever nog: een compleet eiland, om pottenkijkers buiten de deur te houden. Maar het bezit van veel grond is niet langer per definitie een teken van rijkdom. Het is zelfs de vraag of het een zegen is. Vraag maar eens aan boeren in bijvoorbeeld het verpauperde deel van Noord-Frankrijk. Al die hectares leveren hun niet of nauwelijks iets op, maar ze staan dagelijks wel met gebogen rug te ploeteren om de boel een beetje bij te houden. Ondertussen denkt iemand die daarentegen ‘slechts’ 50 of 100 vierkante meter bezit in het centrum van een populaire stad vrolijk fluitend aan zijn oude dag in een zonnig oord.

    Grond is een raar iets, want er zal nooit meer van komen, maar de waarde blijft altijd veranderlijk. Dezelfde stukken peperdure grond in binnensteden, waar momenteel prinsen met hippe brillen op afkomen als vliegen op stroop, waren plekken waar je 150 jaar geleden ver weg van bleef vanwege cholera en andere narigheid; de spekkopers zaten toen in Noord-Frankrijk.

    Schaamte

    Dus voelt iedereen schaamte. De een omdat hij geen geld heeft en meent zelf schuldig te zijn aan zijn misère. De ander omdat hij geld heeft en het vage gevoel dat het ergens niet klopt. Maar omdat men niet graag toegeeft te profiteren van de situatie, wordt de eigen welvaart gebagatelliseerd. In smalltalk is de eigen woning dan zo’n 100.000 euro minder waard, waarmee de ander het gevoel krijgt de vastgoedmarkt niet goed te begrijpen. Die designbank? Was heel goedkoop, liep ik toevallig tegenaan. Die vakantiewoning in Kitzbühel? Hebben mijn ouders al eeuwen, vroeger was het immers nog prima betaalbaar daar. Die pseudobescheidenheid is vaak aardig bedoeld. Maar de facto doet zulk soort zinnen de minder bevoorrechten wanhopen. Over hun eigen arbeidskracht, hun eigen handigheid, 
    hun eigen waarde. Waarom slagen zij wel en ik niet? Misschien zou je beter kunnen zeggen: ik heb een kwart miljoen geërfd en kan het me permitteren, jij nou eenmaal niet, sorry.

    Juist in de bovenklasse ontbreekt het bewustzijn van de eigen welvaart

    Absoluut, zegt Julia Friedrichs. Eerlijkheid inzake geld is belangrijk, ook tegenover jezelf. Maar juist in de bovenklasse ontbreekt het bewustzijn van de eigen welvaart. ‘Daar groeien kinderen vaak op met de verkeerde gedachte “zoals het bij ons is, is het overal”,’ zegt Friedrichs. Daardoor voelen zij zich dan als volwassene al net zomin verantwoordelijk voor sociale ongelijkheid. 

    Natuurlijk kun je hun dat ook niet kwalijk nemen. Die verdedigingsreflex – ‘ik heb toch niemand iets afgepakt?’ – steekt onmiddellijk de kop op wanneer je met welgestelden over geld en rechtvaardigheid spreekt. Dat vermogen zich vandaag de dag vrijwel niet meer laat vergaren met werk, ligt aan een belastingwetgeving die arbeid en consumptie steeds meer en bedrijf, kapitaal en vermogen steeds minder belast. Aan een arbeidsmarktbeleid dat een levenslange vaste aanstelling meer en meer laat vervangen door tijdelijke contracten, uitzendwerk, onderaannemers en zzp’ers. Aan bedrijfsmanagers zoals Thomas Middelhoff, die zichzelf schaamteloos hoge bonussen laten uitbetalen voor het fileren, verpatsen en liquideren van ondernemingen. Enzovoorts. Bij twijfel ligt het altijd aan ‘het systeem’, maar daar maken wij allemaal deel van uit. Daarom is het mij te goedkoop om alleen maar naar de regering of naar directie-etages te wijzen en te zeggen: maak dat weer in orde, ik was het niet. Wie geld heeft, heeft verantwoordelijkheid. Maar wat doe ik daarmee?

    Het werkt als een soort aflaathandel met de hele maatschappij: overal keurig te veel betalen om zich vervolgens volkomen superieur te voelen

    Om in elk geval niets naars met dat fijne geld aan te richten dumpt de bovenklasse haar geld bij voorkeur op de biomarkt, koopt uitsluitend fair geproduceerde kleding, steunt lokale producenten, geeft de pakketbezorger, de werkster en de taxichauffeur een overdreven fooi en kiepert het resterende muntgeld in het kartonnen bekertje van de bedelaar voor de discounter. Het werkt als een soort aflaathandel met de hele maatschappij: overal keurig te veel betalen om zich vervolgens volkomen superieur te voelen. Bij verjaardagsfeestjes laat je weten geen cadeaus te willen (‘we hebben alles al, we hebben niets nodig’) en vraag je in plaats daarvan om donaties voor bootvluchtelingen of voor de kampen op Lesbos. 

    Dit mechanisme wordt behoorlijk meedogenloos beschreven door Anke Stelling in haar romans Schäfchen im Trockenen en Bodentiefe Fenster. Ze verhaalt van vrouwen die hun werkster de afgedankte Gucci-jurk cadeau doen omdat het zo slecht bij hun feministische multiculti-zelfbeeld past dat ze hun huis laten opruimen door migrantenvrouwen. Maar het is wel een afgedankte jurk. De geefster zelf ontbreekt het aan niets. Met al deze moreel correcte consumptie en het royaal doorgeven van gebruikte zaken ga je immers nooit over je eigen pijngrens heen. Ook ik niet.

    Dat het de consument van bioproducten en faire kleding om een betere wereld te doen is, gelooft Friedrichs niet echt. Ze ziet in de labels een herkenningsteken waarmee de bovenklasse zich kenbaar maakt en onderscheidt. En als we het toch over fair hebben: ze kent niemand die haar werkster werkelijk behoorlijk betaalt, maar wel veel mensen die zich dat goed zouden kunnen permitteren.

    Op de vraag welk uurloon ze juist zou vinden, antwoordt ze: 20 à 25 euro. En dat, ja dat zijn de hefbomen waarmee welgestelden echt iets ten goede zouden kunnen veranderen, meer dan met moreel shoppen en een egocentrische schaamteshow op Instagram. Wereldverbeteraars uit de bovenklasse zouden hun vastgoed betaalbaar moeten verhuren, zich in hun bedrijf hard moeten maken voor een rechtvaardige beloning (ook wanneer zijzelf het geld helemaal niet zo hard meer nodig hebben) en hun medewerkers en dienstverleners behoorlijk betalen. Maar je inzetten voor politieke verandering, dat zou het allerbelangrijkst zijn. Allereerst voor een hogere succesiebelasting en een vermogensheffing. En dan zegt Friedrichs nog: ‘Het ministerie van Financiën heeft een giftenrekening.’

    Rijk? Ik toch niet

    Ja, dus? Het geld dat ik geschonken kreeg lag ruim onder de vrijstellingsgrens voor de successiebelasting. Ik vind dat natuurlijk niet goed, ik vind de successiebelasting te laag, de vrijstellingsgrens te hoog, maar dat vind ik ook van het reiskostenforfait of de gunstige fiscale behandeling van partners. Dat mag ik dan allemaal niet goed vinden, ze komen wel allemaal terug in mijn belastingaangifte en ik betaal aan de fiscus geen euro te veel. Is dat niet wat goedkoop? Een hogere successiebelasting in theorie juist vinden maar in de praktijk niets vrijwillig afstaan zolang de politiek mij daar niet toe dwingt? In gedachte rechtvaardig ik me voor mijzelf: ik ga toch niet vrijwillig successiebelasting betalen aan een staat die daarmee vervolgens zijn schulden betaalt? Dan geef ik het geld toch liever zelf uit. Of: laten de superrijken eerst maar eens beginnen met vrijwillig belasting  betalen, de BMW-erfgenamen Susanne Klatten en Stefan Quandt bijvoorbeeld, die alleen al afgelopen jaar 800 miljoen euro aan dividend opstreken.

    Daar gaan we weer: rijk? Ik toch niet! En zo ja, dan jij ook, dan wij allemaal. Met zulke cirkelredeneringen om jezelf te rechtvaardigen kan iedereen eeuwig niets blijven doen. De bescheiden financiële injecties die sommigen van de naoorlogse generatie aan hun kinderen konden doorgeven, is in veel voormalige middenstandsgezinnen uitgegroeid tot een flink vermogen. Ze waren als het gist dat het deeg van economische bloei en individuele vlijt deed rijzen. Vandaag worden daarentegen gelijk de koeken nagelaten.

    De Bewegunsstiftung deelt geen brood uit, maar helpt het gist rijzen

    In plaats van die gewoon op te eten zouden erfgenamen via de Bewegungsstiftung ook iets heel nieuws kunnen bakken. In 2002 stichtten Christoph Bautz en Jörg Rohwedder met kennissen deze stichting op met een startkapitaal van 250.000 euro. Inmiddels hebben via de stichting bijna tweehonderd mensen ettelijke miljoenen euro in diverse projecten geïnvesteerd. Bijvoorbeeld in de Seebrücke (project voor het redden van bootvluchtelingen), in meer sociale woningbouw en in meer verplegend personeel in ziekenhuizen. Het verschil met andere liefdadigheidsprojecten: de Bewegungsstiftung ondersteunt uitsluitend projecten die maatschappelijke verandering bevorderen. Zij deelt geen brood uit, maar helpt het gist rijzen.

    Een ander idee is om op z’n minst een deel van de enorme nalatenschap (weet u het nog: 400 miljard euro per jaar) rechtvaardiger te verdelen. Dat vergt een hogere successiebelasting, een hogere vermogensheffing, logisch. Maar dan moeten die gelden niet simpelweg naar de rijksbegroting vloeien, maar direct weer worden uitgekeerd: als startkapitaal voor iedereen die meerderjarig wordt. ‘Sociale nalatenschap’, noemt Julia Friedrichs dit voorstel van liberale wetenschappers in haar boek; het zou een soort gist zijn voor iedereen. Mij spreekt dit idee het meeste aan en als het ministerie van Financiën daartoe een rekening zou openen, zou ik wel wat overmaken.

  • Waarom mogen we eigenlijk grond bezitten?

    Waarom mogen we eigenlijk grond bezitten?

    In een ver verleden is grond net als een auto of driedelig pak een verhandelbaar goed geworden. Met de gevolgen daarvan leven we nog iedere dag. ‘De geschiedenis van de mensheid is in wezen één lang gevecht om grond en ruimte.’

    Niemandsland. Perceel 1468 onderscheidt zich niet door zijn grootte. Het is een strook straat van 22 meter lang en iets meer dan 1 meter breed. Het staat als herrenlos te boek in het kadaster. Toen de vorige eigenaar in 2005 afstand deed van het stuk grond, had dat een verrassende consequentie: iedereen heeft het recht zich dit stuk grond toe te eigenen. En omdat het van niemand is, hoef je niemand te betalen. Voor ongeveer 1000 francs registratiekosten kon ik landeigenaar worden van 29 vierkante meter Nelkenweg in het Zwitserse Cham. 

    Helaas zijn er goede redenen waarom het land werd opgegeven. Het is bezwaard met recht van overpad, wat betekent dat de straat moet blijven bestaan en dat ik misschien zelfs moet betalen voor het onderhoud ervan. Maar hoe zit het met de grond eronder en het luchtruim boven de Nelkenweg? Dat zou mij ook allemaal toebehoren, toch?

    Eerste getuigenis 

    Nauwelijks had de mens het schrift uitgevonden of hij noteerde wat van wie was. Ruim vierduizend jaar geleden kerfde een schrijver in Mesopotamië op een obelisk de landaankopen van de koning: Manishtushu had 3430 hectare in Noord-Babylonië gekocht voor 7,5 talent zilver. Het is het eerste getuigenis van een vastgoedtransactie.

    Dat grond iemands eigendom kan zijn, vinden we sindsdien zo vanzelfsprekend als een natuurwet. Terwijl we ons erover zouden moeten verbazen, want niemand heeft die grond gemaakt. Ergens in de duistere voorgeschiedenis is grond een goed geworden zoals een auto of een tuinslang. Met de gevolgen daarvan leven we nog iedere dag. Waar wij opgroeien, wie onze buren zijn, welke scholen onze kinderen bezoeken: alles heeft te maken met de lange keten van dieven, kopers en bezetters van de grond waarop onze huizen staan. Want grond heeft nog een tweede zeldzame eigenschap: niemand kan leven zonder.

    ‘Koop land, want het wordt tegenwoordig niet meer gemaakt’

    De drop-out in zijn hutje mag denken dat hij zich heeft onttrokken aan de consumptiemaatschappij, maar ook hij ontkomt niet aan zijn stukje aarde. Wie op deze planeet woont, is veroordeeld tot consumptie van ruimte. Werken, eten, slapen, bewegen: zonder ruimte kan niemand leven. Ook dat lijkt banaal, maar samen met nog twee andere eigenschappen maakt het grond tot een onvergelijkbaar goed: grond is onvernietigbaar en de voorraad ervan is beperkt. ‘Koop land, want het wordt tegenwoordig niet meer gemaakt,’ zei de schrijver Mark Twain ooit.

    Dat grond er slechts in beperkte hoeveelheden is en zich niet laat vernietigen, transporteren of vermeerderen, maakt het tot een bron van sprookjesachtige rijkdom en bittere armoede, 
    tot veroorzaker van handel en oorlogen, tot reden voor huwelijken en vetes. De geschiedenis van de mensheid is in wezen één lang gevecht om grond en ruimte. 

    ‘Dit is van mij‘

    Rousseau wist zeker dat ons veel nood en ellende bespaard was gebleven, als we de eerste die een stuk land omheinde en het in zijn hoofd haalde om ‘dit is van mij‘ te zeggen gewoon niet hadden geloofd. En zelfs de vader van het kapitalisme, Adam Smith, wilde de handel in land niet aan de vrije markt overlaten. Hij zag in dat grond het zelfcorrigerend evenwicht van vraag en aanbod buiten werking stelt. Wie een bepaald stuk grond wil bezitten, kan immers niet uit verschillende prijzen de laagste kiezen, want van elk stuk grond op aarde is er precies maar één. Als ik me dat toe-eigen, zou ik een monopolie bezitten op dit stuk aarde.

    Ook al lijkt de vraag of je land wel kunt bezitten tegenwoordig beslist, bij de rechtvaardiging ervan kom je algauw in moeilijkheden. Je kunt de redevoering die opperhoofd Seattle in 1854 
    zou hebben gehouden als romantische onzin beschouwen, of als een vervalsing. Maar de indruk dat de man op de een of andere manier gelijk had, blijft toch hangen. Een versie daarvan begint zo: ‘De president in Washington laat meedelen dat hij ons land wil kopen. Maar hoe kun je de hemel kopen of verkopen? Het land kopen of verkopen? Die gedachte is ons vreemd. Als wij de frisheid van de lucht en het glinsteren van het water niet bezitten, hoe kun je die dan kopen?’

    De onoplosbare tegenstrijdigheden die verbonden zijn met het bezit van land roepen eigenaardige vragen op: waarom heb ik bij de grote landverdeling niets gekregen? Is het bezit van grond uiteindelijk diefstal? Van wie is de wind die over mijn stuk land waait? En het zonlicht? En kan ik de imker de nectar in rekening brengen die zijn bijen op mijn grond verzamelen? Om die te beantwoorden bezoeken we belangrijkste stadia van de inbezitneming van land door mensen: een klooster, een boerderij, een grote stad en het stukje land zonder eigenaar in Cham, waar de vraag of ook de bodem eronder en het luchtruim erboven van mij kunnen zijn nog altijd onbeantwoord is.

    In de dertiende eeuw dook de leus op: ‘wie de eigenaar is van het land, die is het tot in de hemel en tot in de hel’

    Lange tijd dacht de mensheid amper na over de vraag tot hoever boven en onder iemands stuk grond zijn bezit gezien moet worden. In de dertiende eeuw dook de leus op: ‘wie de eigenaar is van het land, die is het tot in de hemel en tot in de hel’. Met de opkomst van de commerciële luchtvaart bleek echter dat deze uitspraak geen toepasbare richtlijn was. Bepaalde landeigenaren waren namelijk van mening dat vliegtuigen huisvredebreuk pleegden als ze op 10.000 meter hoogte over de grenzen van hun grond vlogen en verlangden een compensatie. Maar de rechtbanken beslisten tegen de landeigenaren.

    Welk stuk lucht precies bij een stuk grond hoort, is per land verschillend bepaald. In Zwitserland geldt de vage formulering: ‘Het eigendom van grond en bodem strekt zich naar boven en naar onder uit tot het luchtruim en het aardrijk, voor zover er voor de uitoefening van het eigendom een belang bestaat.’ Zo’n belang zou de verstoring van de privésfeer door een drone kunnen zijn. Die is in Zwitserland boven privégrond pas vanaf 300 meter hoogte toegestaan.

    En hoe ziet het eruit in de grond? Zou ik onder de Nelkenweg een kelder mogen bouwen? Maar ik zou wel een buurman moeten vragen om recht op overpad over zijn grond. Bovendien zou mijn kelder onder de riolering aangelegd moeten worden. Maar ook in de aarde geldt in Zwitserland dat de grond slechts van mij is tot op een diepte waarvoor ik een realistisch belang kan aantonen. In Frankrijk is dat anders. Daar zou ik over de Nelkenweg wandelen in de zekerheid dat de 6365 kilometer tot het middelpunt van de aarde mijn eigendom is. Mijn champignonkwekerij zou zich kunnen uitstrekken over tweeënhalf miljoen verdiepingen. Vanwege deze regeling moesten bijvoorbeeld voor de bouw van een metro in Rennes onderaardse stukken grond worden opgekocht van driehonderd landeigenaren. De prijs werd vast-gesteld op 5 euro per vierkante meter. Dat zou voor mijn 29 vierkante meter altijd nog neerkomen op 145 euro.

    Lucratiever zou het daarentegen zijn wanneer iemand in mijn bodem een schat had begraven. Die zou ik als eigenaar van de grond mogen houden, behalve als het gaat om ‘onbeheerde natuurlichamen of oudheden van wetenschappelijke waarde’. Die zijn van het kanton, dat mij dan wel een ‘proportionele vergoeding’ verschuldigd is. Ook bodemschatten als aardolie of kolen zijn in Zwitserland, zoals ook in 142 andere landen, openbare goederen en zijn eigendom van het kanton. Om ze te delven zou ik een concessie moeten aanvragen.

    ralph ravi kayden kTpfNTQ2f18 unsplash
    © Fotograaf / Agent

    Het klooster

    De ambtsaanvaarding van een nieuwe abt in het klooster Einsiedeln bestaat uit plechtige en profane gebeurtenissen. Tot de plechtigheden behoort de inzegening in de kerk, waarbij de abt het borstkruis, de abtsstaf en de mijter ontvangt. Tot de profane onderdelen behoort de gang naar het kadaster van Einsiedeln, waar de tekenbevoegdheid voor de belangen van het klooster aan de abt wordt overgedragen. Toen de huidige abt Urban Federer in 2013 het ambt overnam, vergeleek bisschop Markus Büchel het klooster Einsiedeln met de stal van Bethlehem, maar dan wel een stal met tamelijk veel bijbehorende grond. Het klooster Einsiedeln geldt als de grootste private grondeigenaar van Zwitserland.

    Zou de 41.285 vierkante kilometer aan Zwitserse grond gelijk verdeeld worden over alle inwoners, dan zou iedereen, van zuigeling tot grijsaard, 4780 vierkante meter krijgen. Dat is ongeveer twee derde van een voetbalveld. Wie feitelijk de eigenaar is van welk stuk grond is moeilijk te achterhalen. In het burgerlijk wetboek staat wel dat op ‘openbare wateren en niet-cultiveerbare grond zoals rotsen en puinhellingen, besneeuwde hellingen en gletsjers’ geen privé-eigendom bestaat. Maar zelfs daar zijn uitzonderingen op. 

    Het klooster is eigenaar van 21,4 vierkante kilometer land in vijf Zwitserse kantons en in Oostenrijk. De oorzaak van dit omvangrijke bezit ligt in een overtuiging die de Europeanen deelden met veel inheemse volken: dat je land eigenlijk helemaal niet kunt bezitten. Maar in Europa trok men daaruit andere conclusies: niet de mens bezit het land, maar God. Maar omdat die zijn rechten niet kon uitoefenen, traden keizers en koninginnen op als zijn plaatsvervangers. Zij leenden de gronden op hun beurt weer uit tegen diensten en belastingen.

    Het grootste grondbezit ter wereld vandaag de dag staat op de naam van Elizabeth II

    Dat is ook de reden waarom het grootste grondbezit ter wereld vandaag de dag op naam staat van een krasse 95-jarige dame. Elizabeth II, ‘door Gods genade koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en haar andere rijken en territoria’ is niet alleen in het bezit van heel Groot-Brittannië, maar ook van grote delen – zo niet het hele grondgebied – van 31 andere landen. Juridisch gezien bezit de Queen 27.105.844 vierkante kilometer land, een zesde van de landmassa op deze planeet. Volgens Kevin Kahill, de auteur van Who Owns the World?, bestaat er geen passage in de Canadese grondwet die de koningin ervan zou kunnen weerhouden Canada te verkopen aan de hoogstbiedende. Veel landeigenaren in Australië, Nieuw-Zeeland en Papoea-Nieuw-Guinea zijn zich er niet van bewust dat ze hun land in wezen niet bezitten, maar slechts door de koningin uitgeleend hebben gekregen. In de praktijk blijft dat meestal zonder gevolgen, maar het laat zien welke sporen het feodalisme tot op heden in de wereld heeft achtergelaten. 

    Ver na de Britse koningin volgen andere monarchen en absolute heersers: de koningen van Saoedi-Arabië, Marokko en Jordanië, die het land van God eveneens fiduciair beheren. Het grootste private grondbezit dat niet in handen is van een monarch bevindt zich in Australië. Grondstoffenmagnaat Gina Rinehart bezit er 92.000 vierkante kilometer land, een stuk zo groot als Portugal.

    Inbezitname is negen tiende van de wet

    In het recht bestaat een eeuwenoude zegswijze: ‘inbezitname is negen tiende van de wet’. Ze beschrijft het plausibele feit dat eigendom eenvoudiger te rechtvaardigen is als men het al heeft, als de goudstaaf in de eigen kluis ligt of het perceel al bezet is. Dat geldt voor de buste van koningin Nefertiti, die Egypte terugeist van Duitsland, net als voor het schiereiland de Krim, dat door Rusland bezet is: de huidige bezitter is altijd in het voordeel.

    ‘Iets behoort mij toe, omdat ik het heb.’ Deze zin drukt niet alleen onze oorspronkelijkste opvatting van eigendom uit, iets fysiek bezitten is ook een beproefde en makkelijk te toetsen regel om eigendom toe te wijzen. Niemand hoeft voortdurend de bonnetjes van de kleren die hij draagt bij zich te hebben om te bewijzen dat ze van hem zijn.

    Dat principe is zo diep verankerd in de mens dat het in veel wetten is vastgelegd. In artikel 718 van het burgerlijk wetboek van Zwitserland doe je bijvoorbeeld de verrassende ontdekking dat een onbeheerde zaak tot bezit wordt wanneer iemand het ‘met de wil er eigenaar van te worden in bezit neemt’. Huisdieren die komen aanlopen mag je bijvoorbeeld na twee maanden je eigendom noemen – met uitzondering van bijenzwermen – mits je je best hebt gedaan om de eigenaar te vinden.

    Wie in Zwitserland dertig jaar lang onweersproken doet alsof een bepaald perceel hem toebehoort, bezit het daarna ook werkelijk

    Soortgelijke regels gelden voor land, zij het met wat langere termijnen. Wie in Zwitserland dertig jaar lang onweersproken doet alsof een bepaald perceel hem toebehoort, bezit het daarna ook werkelijk. Maar voordat u nu op uw zondagse wandeling een stuk land afrastert: het perceel mag nog niet geregistreerd staan in het kadaster, wat in Zwitserland slechts zeer zelden voorkomt.

    Op die manier in bezit komen heet in het jargon Ersitzung en is in veel landen mogelijk. Dat is bijvoorbeeld de reden waarom de Columbia-universiteit of het Rockefeller Center in New York eenmaal per jaar hun openbaar toegankelijke terrein voor enkele uren afsluiten. Niet vanwege onderhoudswerkzaamheden, maar omdat ze daarmee aan-tonen dat het perceel hun eigendom is en ze zo een inbezitname – hoe onwaarschijnlijk ook – voorkomen.

    Wie de geschiedenis van een stuk land nagaat, komt onvermijdelijk op enig moment uit bij de mens die als eerste de moed bezat om te beweren dat het land van hem was. Hoe beargumenteert de zakenman in De kleine prins zijn eigendom van de sterren? ‘Ik bezit de sterren, omdat niemand er voor mij ooit aan gedacht had ze te bezitten.’

    De boerderij

    Hier is het dus allemaal begonnen. Aan deze beek, die vlak naast de Oberdorfstrasse ontspringt. Glashelder water stroomt in de smalle kiezelbedding die de mensen tussen de weg en een bouwterrein hebben opengelaten voor het water. Hier moet volgens de legende in de negende eeuw de 
    Alemannische leider Uzzi zich met zijn gevolg hebben gevestigd. ‘Water, weide en bos hadden de mensen nodig om te overleven,’ zegt Barbara Kummer, een fitte tachtigjarige die mij laat zien wat er de laatste duizend jaar van Uzzi’s dorp geworden is: Utzenstorf, 10 kilometer ten zuiden van Solothurn, heeft vierduizend inwoners, een watertoren, een tattoostudio en 34 boerenbedrijven.

    Een daarvan wordt gedreven door de zoon van Barbara Kummer en zijn vrouw. Tegenwoordig hebben ze 
    paarden en verbouwen ze mais, gerst, koolzaad en tarwe, vroeger hadden ze ook nog koeien en andere dieren. De ligging van het boerenerf aan de doorgaande weg danken de Kummers aan de Alemannen, die zich links en rechts langs de beek vestigden. Later kwam de weg erheen. De Kummers bezitten 25 hectare land en 8 hectare bos; dat geldt in Zwitserland als een middelgroot bedrijf.

    Barbara Kummer is zestig jaar geleden uit Noord-Duitsland naar hier gekomen, en dat ze niet uit een boerenfamilie kwam was destijds het gesprek van de dag in het dorp. ‘De enige zoon van de Kummers trouwt met een kantoorjuffrouw,’ zeiden ze, ‘en die wil ons nu laten zien hoe je moet boeren!’ Barabara had drie kinderen en ging tegelijk naar de landbouwschool. ‘Maar hoe roder mijn geraniums werden, en hoe groter mijn kolen, hoe meer jaloezie ik opwekte.’ Ze zocht een niche voor zichzelf en wierp zich op de geschiedenis van de boerendorpen in de omgeving. Zo werd ze de officieuze dorpshistorica.

    Dat ze uitgerekend in de familie Kummer trouwde, was een gelukkig toeval. Want haar schoonvader had als veeboer niet alleen een stamboom van zijn koeien, maar ook een van zijn familie. ‘De Kummers zijn hier al sinds Adam en Eva,’ zegt Barbara als ze het enorme stuk papier uitvouwt op de tafel in de woonkamer. Wie de takken volgt tot de stam, kan twaalf generaties in de familie teruggaan. De eerste bekende Kummer is Peter, helemaal onderaan ingeschreven. Hij werd geboren in 1560.

    De grote heersers kwamen en gingen – Bourgondiërs, Zähringers, Kyburgers – de Kummers bleven

    De grote heersers kwamen en gingen – Bourgondiërs, Zähringers, Kyburgers – de Kummers bleven. Ze bewerkten hun eigen land en pachtten land van het slot Landshut en van het klooster St. Urban bij Langenthal. Elk jaar betaalden ze de tienden. In 1765 waren dat ‘13 schilling, acht maten spelt, een mud en vier maten haver, een oude en twee jonge kippen en dertig eieren’, die Hans Geörg Kummer afleverde ‘in handen van uwe Genade Schloss Landshut, als eeuwige en onaflosbare grondbelasting’. Zo staat het in een van de oudste documenten die Barbara Kummer in stapels op de tafel legt.

    Maar die grondbelasting bleek niet zo ‘eeuwig en onaflosbaar’ als de slotheren hadden aangenomen. Met de intocht van de Franse troepen in 1798 en de stichting van de Helvetische republiek werd ze afgeschaft. Er was nog wel enig getouwtrek, maar in 1847 kocht Samuel Kummer zich vrij van klooster St. Urban en sindsdien is hij bezitter van deze voorheen gepachte grond.

    Dat is de korte versie van hoe de Kummers aan hun land kwamen. Deze geschiedenis is typisch voor de manier waarop de boeren in Zwitserland grondbezitters werden. Ze bewerkten vaak generaties lang dezelfde percelen, tot ze ten slotte de verplichtingen die eraan verbonden waren konden afkopen. 

    Vergeeld papier

    Maar deze toedracht geeft geen antwoord op de fundamentele vraag: waarom kan iemand überhaupt land bezitten? Waarom accepteren we vergeeld papier dat honderden jaren geleden werd beschreven met een ganzenveer als een bewijs van eigendom? Hoe komt het dat de stamboom en de registratie in het kadaster bepalen dat iets wat er altijd al was het eigendom is van de Kummers?

    Net als bij het klooster Einsiedeln gold bij de Kummers in de eerste plaats waarschijnlijk de oorspronkelijke reden: het land is van degene die er als eerste aanspraak op maakt. Het recht van de eerste lijkt moreel ook fair: wie de moeite neemt er als eerste bij te zijn, zou daarvoor beloond moeten worden. Wie het eerst komt, het eerst maalt.

    Ook de koloniale machten rechtvaardigden hun bezitsaanspraken met het argument de eerste bezetters te zijn van niemandsland

    Zo is ook te verklaren dat delen van het Wilde Westen werden opgedeeld in een soort wedstrijd. Op 22 april 1889 vertrokken om klokslag 12 uur vijftigduizend kolonisten tegelijkertijd om in Oklahoma een stuk land te bemachtigen. Ook de koloniale machten rechtvaardigden hun bezitsaanspraken met het argument de eerste bezetters te zijn van niemandsland. De inheemse bevolking negeerden ze, of ze verordenden dat de regel van het eerste bezit alleen voor christenen gold.

    Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw stopten landen ermee inbezitname volgens de grondregel van de eerste te regelen. In 1967 verplichtten de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en andere landen zich ook in de ruimte af te zien van het recht van de eerste. Kort voor de maanlanding lieten de Amerikanen voor de zekerheid weten dat het planten van de Amerikaanse vlag naast de maanlander bedoeld was als ‘symbolische geste van nationale trots’ en niet misverstaan moest worden als ‘teken van toeëigening van het territorium’.

    Toch leeft het gebruik als provocatie voort, bijvoorbeeld toen de Russische marine in 2007 een klein vlaggetje van titanium plaatste op de bodem van neutrale wateren in het poolgebied, om aanspraak 
    te maken op de daar vermoede bodemschatten. De voorvaderen van de Kummers plantten geen vlaggen. Hun grondbezit werd gebaseerd op een andere grondregel: iets is van mij omdat het van mijn voorvaderen was. De boerderij en het land werden van de ene generatie naar de volgende doorgegeven.

    Het vererven van land had echter een groot nadeel: anders dan geld liet het land zich niet vermeerderen

    Het vererven van land had echter een groot nadeel: anders dan geld liet het land zich niet vermeerderen, al werkte een boer nog zo hard en goed. En zo werden de geërfde percelen met iedere generatie kleiner. Dit probleem hadden niet alleen de boeren, maar alle families met grondbezit. Adellijke families verhinderden de opdeling van hun landerijen doordat de titel en de grond uitsluitend aan de oudste zoon toevielen. Nog vandaag de dag bevat het grondeigendomsrecht van de boeren een reeks maatregelen die familiebedrijven begunstigen en ‘al diegenen van de grondmarkt uitsluiten die landbouwbedrijven en percelen overwegend als belegging of als speculatieobject proberen te verwerven’.

    Lange tijd gold bij het grondbezit dus het recht van de eerste en van de familie, of zoals de monniken van Einsiedeln het ervoeren; het recht van de bezetter. In de zeventiende eeuw dook een andere rechtvaardiging voor privaat grondbezit op: efficiëntie. Wie het land vrucht laat dragen door het te ontginnen, te bemesten, te beplanten en te irrigeren, die moet het ook bezitten. Kortom: het bewerken van het land leidt tot eigendom. Daaruit leidden de Europeanen een verdere rechtvaardiging af voor het feit dat de inheemse bewoners het land niet konden bezitten, hoewel ze er ongetwijfeld als eersten waren: zij leefden vaak van wat het in zijn natuurlijke toestand opbracht. Voor de Britse filosoof John Locke daarentegen was het de plicht van iedere christen het land niet alleen te bezitten, maar het ook te verbeteren: ‘Onderwerp de aarde.’

    Maar Lockes argumentatie uit het jaar 1689 was niet in eerste instantie christelijk. Hij ontwikkelde het recht op privébezit uit het recht op het eigen lichaam. Omdat ieder mens eigenaar is van zijn lichaam, behoort hem ook toe wat door het werk van zijn lichaam ontstaat, een stoel evengoed als een bewerkt stuk land. Weliswaar bezaten de mensen de aarde in haar oertoestand gezamenlijk, maar als een mens de grond aan haar natuurlijke toestand onttrekt, mengt hij die met zijn arbeid en heeft hij het recht die voor zich op te eisen. Ook bij de kolonisten in Oklahoma was het niet voldoende dat ze als eersten bij hun stuk grond aankwamen, ze moesten het ook meerdere jaren bewerken voordat het hun eigendom werd.

    De eis van efficiëntie leidde tot een ommekeer in de landbouw. Tot dan toe kon een boer niet vrij beslissen wanneer en wat hij op zijn land wilde aanplanten of oogsten. Al het land werd veeleer binnen een gemeente in drie grote velden verdeeld, waarvan er elk jaar één braak lag. Op de beide andere plantten de boeren op een afgesproken tijd de afgesproken gewassen. Deze zogenaamde ‘drieveldeneconomie’ beperkte de beslissingsvrijheid van de individuele boer op zijn privéland en verhinderde zo vernieuwing en efficiëntie. 

    De Benedictijner orde door grondbezit zelfvoorzienend

    De abdij van Einsiedeln werd gesticht in de tiende eeuw. De eerste abt, Eberhard, kreeg het enorme stuk land in het stille Finsterwald (‘donkere woud’), zoals het gebied werd genoemd, als geschenk van de Alemannische hertog Hermann I en zijn vrouw Reginlinde.
    Met het grondbezit werd de benedictijner orde zelfvoorzienend, maar er stond wel iets tegenover. In ruil voor de grond verwachtten de donoren dat de monniken zouden bidden voor hun zieleheil, en wel tot de Dag des Oordeels. Tot op de dag van vandaag bidden de monniken in Einsiedeln daarom nog regelmatig voor hun weldoeners, maar niet meer voor ieder afzonderlijk. ‘We hebben een geschiedenis van 1087 jaar, dat zou een beetje te veel worden’, vindt de huidige abt Urban.
    De afmetingen van het klooster zijn nog steeds enorm, maar de orde is ongeveer de helft van het oorspronkelijke bezit kwijtgeraakt. Dat gebeurde nadat mensen van het platteland van Schwyz zich begonnen te vestigen in bosgebieden die aan het klooster waren geschonken. Hoewel de abt een rechtszaak aanspande bij de keizer en die won, negeerden de inwoners van Schwyz het vonnis. De grenzen van het gebied schoven heen en weer, en de abdij besloot maatregelen te nemen: de inwoners van Schwyz werden geëxcommuniceerd. Die pikten dat op hun beurt niet en in 1314 vielen ze het klooster aan, wat uiteindelijk leidde tot de Slag bij Morgarten in 1315, die door het klooster en zijn bondgenoten werd verloren. Als gevolg hiervan raakte de abdij van Einsiedeln de helft van haar grondbezit kwijt.

    Het stadshuis

    In 1906 kochten twee jonge slagers een huis aan de Münzplatz in de oude binnenstad van Zürich, met een winkel op de begane grond. De broers Karl en Albert Niedermann kwamen uit een rijke katholieke boerenfamilie en waren een paar jaar eerder naar de stad gekomen. Het pand dat ze verwierven werd de hoeksteen van een vastgoedimperium dat al snel bestond uit tientallen panden op toplocaties. Karl Niedermann liet zijn bezittingen na aan zijn nakomelingen. Albert Niedermann had geen kinderen. Hij droeg zijn eigendommen over aan twee liefdadigheidsstichtingen. Econoom Thomas Niedermann, kleinzoon van Karl Niedermann, is de beheerder van de stichtingen van zijn oudoom Albert Niedermann. 

    ‘De vraag vandaag is wie het grootste rendement op het terrein kan behalen’, zegt Thomas Niedermann. ‘Bedrijven die afhankelijk zijn van een bijzondere locatie concurreren daardoor met elkaar.’ Dit is een geheel nieuwe situatie. Voor boeren waren de doorslaggevende kenmerken van een stuk land de vruchtbaarheid en de afstand tot de markt. In de stad daarentegen maakte het niet uit of er ook maar één aardappel op een perceel groeide.

    Het duurde even voordat economen inzagen hoe enorme prijsstijgingen tot stand konden komen, maar uiteindelijk begrepen ze dat onroerendgoedbezittingen in de stad geldmachines waren waarvan de locatie de brandstof was. Voor winkels waren makkelijk bereikbare plekken waar veel voorbijgangers langskwamen gunstig. Voor woningen waren uitzicht en rust belangrijk. Gedurende lange perioden in de geschiedenis had land geen prijs. Nu had het plotseling twee prijzen: de relatief lage waarde wanneer het als akker werd benut, en de veel hogere waarde op de vrije markt, als er op de grond gebouwd mocht worden.

    De ligging van de slagerij van de broers Niedermann was honderd jaar geleden al uitstekend, en werd alleen maar beter. In 1906 werd het huis getaxeerd op 98.000 frank, tegenwoordig zou het tussen 40 en 50 miljoen frank waard kunnen zijn. Ook als je rekening houdt met de inflatie is die waardestijging enorm. Dat het onroerend goed van de Niedermanns kostbaarder werd had niets te maken met de prestaties van beide broers, het lag eerder aan het feit dat er steeds meer mensen naar de stad kwamen. Ambtenaren, handelaren, handwerkers, ze hadden allemaal plek nodig, wilden werken, inkopen doen en zich amuseren. De broers konden de stijgende behoefte aan woningen waarnemen aan het groeiende aantal mensen in hun dienst.

    ‘Zodra alle grond van een land privé-eigendom is geworden, wensen de grondbezitters te oogsten waar ze nooit hebben gezaaid’ 

    Dat grond niet te vermeerderen is, heeft nergens een groter effect dan in de stad, waar de stijgende vraag naar ruimte botst op een onveranderlijk aanbod. Om in Zürich geld te verdienen met grond, hoefde je niet veel meer te doen dan die kopen en wachten tot anderen iets deden: tramrails leggen, winkels openen, restaurants exploiteren. Zolang niet de hele economie instortte en je geduld had, was 
    het een zekere zaak. In de kranten werden al in de tweede helft van de negentiende eeuw ongegeneerd ‘bouwterreinen, geschikt voor speculatie’ aangeprezen. Zelfs Adam Smith schreef: ‘Zodra alle grond van een land privé-eigendom is geworden, wensen de grondbezitters te oogsten waar ze nooit hebben gezaaid.’ 

    Natuurlijk weet Thomas Niedermann dat de inkomsten uit panden die alleen door de grotere vraag ontstaan uiteindelijk onverdiend zijn. Als jongeman zag hij de oplossing nog in het omverwerpen van het hele economische systeem. Maar op een dag maakte een vriend van de familie hem opmerkzaam op het klaarblijkelijke feit dat hij in een zeer conservatief land leefde. ‘Toen besefte ik dat de kans dat er tijdens mijn leven iets radicaal zou veranderen, heel klein was.’ En dus probeerde hij de tegenstrijdigheden 
    die het bezit van grond voor hem betekenden op een zinvolle manier in zijn leven te integreren.

    De twee stichtingen van zijn oudoom gaven bijvoorbeeld land met bouwvergunning uit aan de katholieke scholen of verhuurden woningen, alles onder de marktprijs. ‘Als je op de woningmarkt alleen de markt zijn gang laat gaan en steeds het hoogste rendement nastreeft, dan krijg je uiteindelijk 
    ontwikkelingen zoals in Berlijn,’ zegt Thomas Niedermann.

    Daar heeft een meerderheid van de inwoners zich namelijk uitgesproken voor onteigening van private vastgoedbedrijven in de stad. Hoewel het voornemen nauwelijks uitvoerbaar lijkt en misschien zelfs in strijd is met de grondwet, laat het zien dat land als koopwaar niet alleen tegenstrijdige eigenschappen bezit, maar ook onderworpen is aan tegenstrijdige wetten. Zo staat bijvoorbeeld in de Zwitserse grondwet dat ‘het eigendom is gewaarborgd’, en meteen daarna: ‘onteigeningen (…) worden volledig gecompenseerd’.

    ‘Grondbezit is eenvoudigweg diefstal’

    De radicale Engelse denker Tom Spencer hield de manier waarop het landbezit tot stand was gekomen al in de achttiende eeuw voor onrechtmatig. Hij wilde de grond tot een onvervreemdbaar, openbaar goed maken. Dat leverde hem een jaar gevangenisstraf op wegens ‘eigendomsvijandige activiteiten’. Voor de Franse econoom Pierre-Joseph Proudhon was grondbezit eenvoudigweg diefstal. Maar zelfs wanneer er een mogelijkheid bestond om de beschaving van de grond af opnieuw in te richten, zou het onduidelijk zijn hoe de landverdeling in de praktijk zou moeten gebeuren.

    Ondertussen is grond volledig geïntegreerd in ons economisch systeem. De aandelen van de betreffende bedrijven in Berlijn zijn na de stemming zelfs meer waard geworden. Blijkbaar geloven de beleggers niet dat het werkelijk tot onteigening zal komen.

    martin reisch 6DivtP WRYs unsplash
    © Fotograaf / Agent

    Een bundel rechten

    Een blik op de wereld laat een breed spectrum van mogelijkheden zien om met grondbezit om te gaan. Wie grond koopt, verzekert zich daarmee van wat juristen een ‘bundel rechten’ noemen. Daar horen bijvoorbeeld bij: het recht om het land te benutten, het recht op de opbrengsten ervan, het recht om 
    het te verkopen en, het bekendste van alle, het recht om een omheining te bouwen en alle anderen weg te sturen. Hoe deze rechten zijn vormgegeven verschilt sterk per land. Tot vreugde van de juristen zijn ze bovendien zo vaag geformuleerd dat ze veel interpretaties toelaten.

    Bij het benutten kan bijvoorbeeld de vraag worden gesteld wat er bij mijn stuk grond hoort. De planten die erop groeien zijn van mij, maar al bij de nectar die vreemde bijen halen wordt het behoorlijk ingewikkeld. Enerzijds halen ze inderdaad iets van mijn grond, anderzijds erkende het Romeinse recht al dat bijen niet domesticeerbaar zijn. Het verzamelen van nectar is dus een ‘handeling van de natuur’, en niet opeisbaar.

    Belangrijker is de vraag van wie het zonlicht is dat op mijn grond valt, en de wind die eroverheen waait

    Belangrijker is de vraag van wie het zonlicht is dat op mijn grond valt, en de wind die eroverheen waait. De boom van mijn buurman neemt namelijk ‘mijn’ zon weg. Uit zulke conflicten werden verordeningen geboren over maximaal toegestane boomhoogtes en beschaduwing. De wind daarentegen behoort tot de avant-garde in de eigendomsdiscussie. Sinds er geld te verdienen is met moderne windturbines broeden juristen inderdaad op de vraag wie het recht heeft op de wind boven een stuk grond. Als opperhoofd Seattle dat eens had geweten!

    In sommige landen is het verschil tussen eigenaren en landlozen kleiner dan in andere. In grote delen van Scandinavië bestaat bijvoorbeeld geen recht op exclusieve exploitatie. In plaats daarvan geldt het gewoonterecht dat alle mensen toestaat privégrond te betreden, zolang er een passende afstand tot woonhuizen wordt gehouden. In Zwitserland moeten volgens de grondwet bossen en weiden algemeen toegankelijk zijn. En in Engeland dwong een rechtbank zangeres Madonna om een deel van haar 5,5 vierkante kilometer grote landgoed in het zuiden van het land open te stellen voor wandelaars. Wat een verschil met de Texaanse strafwet waarin staat: ‘Een persoon heeft het recht dodelijk geweld te gebruiken tegen een ander persoon om een stuk grond (…) te beschermen.’

    In Schotland werd het recht van landeigenaren op vrije verkoop beperkt. Bij de verkoop van stukken grond heeft de lokale gemeenschap het eerste recht op koop en wordt ze door de regering gesteund met kredieten. En dan bestaat natuurlijk ook de mogelijkheid de onverdiende winsten door landbezit te belasten. Omdat elke economisch groei in laatste instantie gebaseerd is op land, stelde de econoom Henry George in de negentiende eeuw zelfs voor om alle belastingen te vervangen door één enkele grondbelasting.

    Onze geschiedenis en onze familie, ons wereldbeeld en onze persoonlijkheid drukken een stempel op onze verhouding tot grond en land

    Onze geschiedenis en onze familie, ons wereldbeeld en onze persoonlijkheid drukken een stempel op onze verhouding tot grond en land. Wanneer we de bouw van vakantiehuisjes of de verkoop van vastgoed aan buitenlanders aan banden leggen, dan ligt daar een onuitgesproken, soms ook irrationele opvatting over grond en land aan ten grondslag.

    Even irrationeel als mijn wens om eigenaar te worden van de 29 vierkante meter Nelkenweg in Cham. Hoewel ze volkomen nutteloos zijn, heeft het idee een klein stukje van deze planeet te bezitten iets magisch. Ik zou me kunnen wentelen in mijn grootmoedigheid als ik de bewoners van de wijk elke dag zou toestaan om zonder het te weten mijn rijk te betreden. 

  • Er is een derde manier om ‘woke’ te zijn

    Er is een derde manier om ‘woke’ te zijn

    We zouden ons meer zorgen moeten maken over economische en sociale structuren die leiden tot uitsluiting, dan over welke woorden je wel of niet mag gebruiken. Woke zou niet de cultuuroorlog van onze tijd moeten zijn.

    Wij, centrum-linkse liberalen, worden meestal niet gauw boos. Maar met het eindeloze debat over wat rechtse mensen ‘woke’ noemen ben ik helemaal klaar. In het gekibbel tussen rechts en de diverse identiteitsbewegingen komen liberalen nauwelijks aan bod. Wij moeten tussenbeide komen en tegen beide kanten schreeuwen: ‘Jullie hebben het allemaal mis! Luister naar ons!’

    Het debat over ‘wokeness’ is alleen al dwaas omdat niemand het erover eens is wat ‘woke’ nou eigenlijk betekent. De progressieve Amerikaanse schrijver James McAuley definieert het als ‘een verhoogd bewustzijn van rassenongelijkheid en sociale rechtvaardigheid’. De conservatieve Britse politicoloog Matthew Goodwin noemt het ‘de heiligverklaring van minderheden op raciaal, seksueel en gendergebied’. Het Democratische Amerikaanse Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez twitterde: ‘“Woke” is een term die experts tegenwoordig gebruiken als kleinerend eufemisme voor burgerrechten en rechtvaardigheid.’

    Derde weg

    Probleem nummer twee is dat de discussie van Amerikaanse makelij is, zoals zoveel debatten die op mondiale schaal worden gevoerd. En zoals alle hedendaagse Amerikaanse debatten is het tot in uitersten gepolariseerd. In algemenere zin kennen wij liberalen onze plaats op het Amerikaanse slagveld. We weten waar we staan tussen sociale rechtvaardigheid en de huidige Republikeinse Partij. In dat gevecht moet je nu eenmaal partij kiezen.

    Maar op het gebied van wokeness nemen wij liberalen een eigen positie in, noem het een ‘derde weg’. Soms zijn we het eens met strijders voor sociale rechtvaardigheid en soms met regelrechte conservatieven. (Alleen de trumpiaanse witte-identiteitsbeweging is op alle fronten fout.)

    Witte mannen moeten beseffen dat ze mogelijk alleen op een leidinggevende plek terecht zijn gekomen omdat ze witte mannen zijn

    Als liberaal sta ik achter de aanvallen van de zogeheten ‘wokesters’ op discriminatoire structuren. Witte mannen die vandaag de dag leidinggevende posities bekleden, moeten beseffen dat ze mogelijk alleen op die plek terecht zijn gekomen omdat ze witte mannen zijn. Onlangs gingen tijdens een Zoomgesprek twee succesvolle witte mannelijke vrienden tegen me tekeer over wokeness. De een klaagde dat vrouwen en zwarten in zijn vakgebied tegenwoordig moeiteloos opslag denken te krijgen, terwijl hij sinds de kostschool hard heeft moeten werken. Hij ziet zichzelf als slachtoffer. Ik denk dat hij woke moet worden waar het de werking van macht betreft. Nu verdienen anderen een kans.

    Wokesters

    Sociaal activisten hebben gelijk als ze vrouwen en minderheden een stem willen geven. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat oudere witte mannen vaak ‘woke’ roepen om hun eigen positie te beschermen. De wokesters hebben ook gelijk als ze standbeelden van racisten willen neerhalen. Dat is niet het ‘uitwissen van de geschiedenis’, maar het kiezen van andere mensen om te vereren.

    En als wokesters worden beschuldigd van het bevorderen van de ‘cancel-cultuur’, dan hebben ze gelijk als ze rechtse mensen hetzelfde verwijten. Een schooldistrict in Kansas heeft onlangs negentwintig boeken uit zijn bibliotheken verwijderd, onder meer van auteurs als Margaret Atwood en Toni Morrison. Een schoolbestuur in Virginia beval zijn bibliotheek ‘seksueel expliciete’ boeken te verwijderen – lees cancelen – en twee bestuursleden bepleitten een boekverbranding (het bevel werd later ingetrokken na een golf van kritiek).

    En dit zijn geen opzichzelfstaande incidenten of alleen maar voorbeelden van het ‘anekdotalisme’ dat het debat over wokeness vertekent. Van januari tot september 2021 zijn in de VS vierentwintig wetsvoorstellen ingediend om paal en perk te stellen aan wat opleidingsinstituten mogen onderwijzen over onderwerpen als racisme, gender en Amerikaanse geschiedenis, aldus non-profitorganisatie PEN America.

    Niemand verdient ‘emotionele bescherming’ tegen argumenten die hen niet bevallen

    Maar ik ben het eens met conservatieven als ze klagen over bepaalde strijders voor sociale rechtvaardigheid die de vrijheid van meningsuiting onderdrukken. Niemand verdient ‘emotionele bescherming’ tegen argumenten die hen niet bevallen. Het enige waartegen je beschermd moet worden is haatzaaien en bedreiging met geweld.

    Conservatieven hebben gelijk als ze zeggen dat witte mensen hetzelfde recht hebben om gehoord te worden als anderen. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat de witte arbeidersklasse vatbaar is voor discriminatie op grond van geografie, accent, kleding en religie. Ze hebben gelijk als ze klachten over ‘culturele toe-eigening’ verwerpen. Een witte zanger mag zich gerust door Afrikaanse muziek laten inspireren en een man mag gerust over een vrouw schrijven. En conservatieven hebben gelijk als ze zeggen dat onbewezen beschuldigingen nooit het einde van een carrière mogen betekenen. Zelfs standbeelden mogen alleen door verkozen organen worden neergehaald, niet door betogers.

    Een belangrijk liberaal standpunt is dat we mensen als individuele denkers beschouwen, niet als leden van identiteitsgroepen

    Een belangrijk liberaal standpunt is dat we mensen als individuele denkers beschouwen, niet als leden van identiteitsgroepen. Niemand wordt door zijn afkomst gedwongen om de regels te volgen die worden verstrekt door ‘leiders’ van hun zogenaamde genetisch bepaalde ‘gemeenschap’. Wanneer witte progressieven uitleggen wat de ‘Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap’ gelooft, wil ik vragen: ‘Behoren jullie tot de witte gemeenschap? Zo niet, waarom zou je zwarte mensen dan ook niet los zien van hun etniciteit?’

    Zwijgende meerderheid

    Dus wij liberalen moeten het debat op zijn kop zetten en alle anderen beledigen. Wij behoren waarschijnlijk tot de zwijgende meerderheid, zeker in het Verenigd Koninkrijk. We zouden tot de luidruchtige meerderheid moeten behoren.

    Wij zouden ernaar moeten streven het hele debat te marginaliseren. Woke zou niet de cultuuroorlog van onze tijd moeten zijn. De meeste levens worden er niet door bepaald. In Europa kom je het zelfs amper tegen, een enkele Britse universiteit daargelaten. We zouden ons meer zorgen moeten maken over discriminatoire economische en sociale structuren dan over lelijke woorden. Het is absurd dat sommige Amerikaanse universiteiten en media regels kennen tegen racistisch taalgebruik, terwijl er in het dagelijks leven een segregatie wordt getolereerd die niet onderdoet voor apartheid.

    Erik Bleich, verbonden aan Middlebury College in Vermont, zegt dat mensen twee eenvoudige ideeën in hun oren moeten knopen: vrijheid van meningsuiting is cruciaal. Begrijpen dat sommige mensen historisch in het nadeel zijn vanwege hun identiteit is ook cruciaal. Zo ingewikkeld is het niet.

  • Taalkundige John McWhorter: ‘De definitie van racisme moet worden aangepast’

    Taalkundige John McWhorter: ‘De definitie van racisme moet worden aangepast’

    De Merriam-Webster, de Amerikaanse Van Dale, heeft aangekondigd de definitie van het woord ‘racisme’ te gaan verruimen. Taalkundige John McWhorter vindt dit ‘hoog tijd’ worden nu er meer aandacht is voor institutioneel racisme. ‘Het is onvermijdelijk dat de betekenis van woorden voortdurend verandert.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week bleek uit onderzoek in dertien EU-landen dat het aantal mensen van Afrikaanse afkomst dat discriminatie en racisme ervaart is toegenomen. Het is een probleem waar we maar niet van afkomen en dat zich al jarenlang voortsleept.
    In dit artikel van The Atlantic uit 2020 legt taalkundige John McWhorter uit hoe de term ‘racisme’ ontstaan is, hoe de betekenis ervan in de loop der jaren veranderd is en hoe belangrijk het is dat woordenboekmakers de huidige ontwikkelingen in de gaten houden. Waar racisme eerst nog stond voor het denkbeeld dat het ene ras superieur is aan het andere, heeft het de afgelopen jaren een nieuwe betekenis erbij gekregen: alle vormen van sociale ongelijkheid die gebaseerd zijn op ras, aldus McWhorter. ‘Als woordenboeken een afspiegeling moeten bieden van hoe de taal daadwerkelijk wordt gebruikt, moet dit erin verdisconteerd worden,’ zo besluit hij.

    De woordenboekmakers van Merriam-Webster werken aan een nieuwe definitie van ‘racisme’. Gaat de Great Awokening [‘woke’ betekent je bewust zijn van racisme en andere onderdrukkende structuren in de samenleving] nu al zo ver dat het woordenboek ervoor moet worden herschreven? Nee, maar de manier waarop het woord ‘racisme’ in de samenleving wordt gebruikt, valt al heel lang niet meer binnen de gangbare woordenboekdefinitie, en het is hoog tijd dat de woordenboekmakers dat doorkrijgen.

    In de Merriam-Webster werd racisme altijd gedefinieerd met wat je betekenis 1.0 zou kunnen noemen: de definitie die je voorleest aan een nieuwsgierig kind. Het gaat dan om wat we in het Engels vroeger prejudiced noemden: ‘de opvatting dat de eigenschappen en capaciteiten van een mens in hoofdzaak door raciale verschillen worden bepaald en dat één ras superieur is aan de andere’.

    Institutioneel racisme

    Maar al sinds de jaren zestig kom je ook begrippen tegen als ‘maatschappelijk racisme’ of ‘institutioneel racisme’, ter aanduiding van de maatschappelijke structuren die mensen van ondergeschikte rassen benadelen, door het collectieve effect van racistische denkbeelden. Zo zou je kunnen zeggen dat maatschappelijk racisme verantwoordelijk is voor de teloorgang van de infrastructuur in bepaalde wijken wanneer het wegtrekken van witte bewoners daar tot lagere belastingopbrengsten leidt.

    Omdat zo’n begrip een hele mond vol is, wordt het natuurlijk vaak afgekort tot racisme, en zo krijgt dat woord zijn definitie 2.0. Daarin voorziet het lemma in de Merriam-Webster ook al, want dat stelt dat racisme ook ‘een op racisme berustend politiek of maatschappelijk systeem’ kan zijn.

    Maar de pas afgestudeerde, 22-jarige Kennedy Mitchum heeft de woordenboekmakers gemaild om te vragen het lemma nog verder uit te breiden, zodat ook recht wordt gedaan aan de bredere betekenis die het woord inmiddels heeft gekregen met betrekking tot ‘maatschappelijke en institutionele macht’. Want racisme is, zoals Mitchum schreef, ‘een systeem van bevoordeling op basis van huidskleur’.

    Hier gaat het niet zozeer om denkbeelden als om het resultaat daarvan. Alle maatschappelijke ongelijkheid tussen witte mensen en andere bevolkingsgroepen wordt als racisme betiteld, wat dan een soort afkorting is voor de racistische denkbeelden die aan die ongelijkheid ten grondslag liggen. Deze betekenis 3.0 is inmiddels wijdverbreid. De populaire auteur Ibram X. Kendi, die ook voor The Atlantic schrijft, bestempelt alle op ras gebaseerde sociale ongelijkheid als onwenselijk racisme. Deze betekenis van het woord is in de sociale wetenschappen inmiddels gemeengoed en vormt de grondslag voor het moderne debat over ras en racisme. Zo zullen veel mensen zeggen dat de lagere prestaties van zwarte studenten op gestandaardiseerde tests betekenen dat die tests racistisch zijn, in de zin dat ze zwarte studenten benadelen.

    De Black Lives Matter-protest in Charlotte in North Carolina. – © Unsplash
    De Black Lives Matter-protest in Charlotte in North Carolina. – © Unsplash

    Irritatie

    Mitchum was het zat dat mensen haar in debatten over racisme verweten dat haar gebruik van het woord racisme niet klopte omdat die betekenis 3.0 niet ‘in het woordenboek staat’. En haar irritatie is terecht. Ze zoog die betekenis niet uit haar duim – overal in ons land wordt het woord door massa’s mensen, met name hoogopgeleiden, in die betekenis gebruikt.

    Woordenboeken kunnen achterlopen op de maatschappelijke ontwikkeling. Het idee dat een woord altijd onmiskenbaar ‘betekent’ wat er in het woordenboek staat, is dan ook veel te makkelijk. Het is onvermijdelijk dat de betekenis van woorden voortdurend verandert, en niet alleen in groepstaal en jargon. Wie dat niet gelooft, moet maar eens letten op het gebruik van het woord fantastic in oude films of oude afleveringen van de tv-serie The Twilight Zone: toen bedoelden ze niet fantastisch in de zin van ‘geweldig’, maar in de zin van ‘fantasierijk, imaginair’. De betekenis is geleidelijk verschoven. Maar in onze echte, fantasie-arme wereld hebben mensen de neiging om te denken dat de kille letters in een woordenboek een onveranderlijke waarheid uitdrukken. We kunnen dus niet toelaten dat de definities van zulke belangrijke woorden als ‘racisme’ bevroren blijven in de tijd van Watergate en zitkuilen. Want wreed en zo, maar we zijn alweer een heel stuk verder, weetjewel.

    Woorden zijn net mensen, hun ontwikkeling is vaak wanordelijk

    Maar de waaier aan betekenissen die het woord ‘racisme’ nu heeft, kan natuurlijk ook verwarrend zijn. Ik voorzie al een lang gesprek met mijn kinderen als ze over een tijdje met vragen komen omdat ze het woord in een betekenis hebben gehoord die veel verder reikt dan de simpele oude betekenis van prejudiced, mensen met ‘vooroordelen’.

    Het is op zichzelf niet ongebruikelijk dat de definitie van een woord uitdijt van de eigenschap van een individu naar die van een hele samenleving.

    De ontwikkeling van racisme 1.0 naar racisme 2.0 volgt een lijn van metaforisch denken die al dateert van de oude Grieken. Ook zij zagen een samenleving als individu in een macrokosmos. De conceptuele stap van een gezonde persoon naar een gezonde samenleving is dan niet zo groot, net zomin als die van een racistisch mens naar een racistische samenleving.

    Ongelijkheid

    Maar die stap is alleen klein als je discriminatie, dus actieve achterstelling, nog steeds als de essentie van racisme beschouwt. De stap van racisme 2.0 naar racisme 3.0 is een minder gebruikelijk soort taalverandering. In betekenis 3.0 spreekt het vanzelf om maatschappelijke ongelijkheid als racisme te bestempelen omdat die ongelijkheid ontegenzeggelijk voortvloeit uit een door vooroordelen ingegeven achterstelling. Zo zullen velen zeggen dat de gezondheidsstatistieken van zwarte Amerikanen slechter zijn doordat ze minder toegang hebben tot goede gezondheidszorg en supermarkten. In zo’n geval wordt ook vaak van racisme gesproken als actieve discriminatie niet (of niet meer) de directe oorzaak van de verschillen is.

    In de sociale wetenschappen is dit een algemeen aanvaard uitgangspunt, maar in de samenleving als geheel lijkt deze gedachte nog niet op algemene instemming te kunnen rekenen. Eén struikelblok is daarbij dat sommige maatschappelijke belemmeringen, die weliswaar voortkwamen uit racisme 1.0 en 2.0, inmiddels tot het verleden behoren, zoals de postcodediscriminatie (‘redlining’), waardoor zwarte wijken vanzelf overbevolkte achterstandswijken werden. Er zullen vast mensen zijn die zich verzetten tegen een definitie van racisme waarin ook denkbeelden en daden nawerken van mensen die allang overleden zijn.

    Taalkundigen schrijven anderen niet voor hoe ze de taal moeten gebruiken. Wij zijn als Chauncey Gardiner in Being There: we kijken graag toe. Maar taalkundigen zijn ook mensen, dus ik heb wel mijn voorkeuren. Zo houd ik niet van wanorde.

    Als ik mijn zin kreeg – maar dat gaat niet gebeuren – zouden we toestaan dat ‘racisme’ nu ook slaat op een samenleving en daarnaast het woord prejudiced uit de mottenballen halen om het racisme van individuen mee aan te duiden. Ooit was prejudiced immers hét Amerikaanse woord voor ‘racistisch’. Pas vanaf 1970 begon dat plaats te maken voor het woord ‘racistisch’ (racist), dat na 1980 sterk opkwam. Neem de manier waarop Sammy Davis Jr. in 1972 in All in the Family de spot drijft met Archie Bunker. Zijn gebruik van ‘prejudiced’ in deze passage is verouderd, daar zou je nu gewoon racist zeggen:

    If you were prejudiced, you’d go around saying you were better than anyone else in the world, but I can honestly say, after spending these marvelous moments with you, you ain’t better than anybody!

    In dezelfde periode waarin prejudiced het veld ruimde voor racist, begon chauvinist [seksistisch] plaats te maken voor sexist, om dezelfde redenen: heftige begrippen moeten soms ververst worden om hun kracht te behouden, zeker als ze veel gebruikt worden. Daardoor maakt het woord racism nu steeds vaker plaats voor white supremacy. Het is een kwestie van tijd voordat het daardoor is verdrongen, en woordenboekmakers moeten daar rekening mee houden.

    Vooroordelen

    Ik ken geen voorbeelden van verouderde woorden die met succes zijn afgestoft voor hernieuwd dagelijks gebruik, maar hemeltje – wat zou prejudiced tegenwoordig goed van pas komen. Daarmee doe je een heldere bewering over een persoon en diens denkbeelden: dat het iemand is die vooroordelen koestert. Het zou raar voelen om van een samenleving te zeggen dat die vol vooroordelen zit – je blijft dan toch denken aan die ene persoon, die mopperende racist op de veranda.

    In den beginne was het woord ‘racist’ voor velerlei uitleg vatbaar. Is dat iemand die lid is van een bepaald ras? Die voor andere rassen opkomt? Of iemand die aandacht vraagt voor het bestaan van verschillende rassen? Of slaat ‘racistisch’ vooral op een bepaald beleid? Dat laatste is de richting waarin de betekenis zich heeft ontwikkeld. Maar in mijn ideale taal leggen mensen vooroordelen aan de dag en geeft een samenleving blijk van racisme.

    Helaas voegt de taal zich nooit volledig naar je wensen. Woorden zijn net mensen, hun ontwikkeling is vaak wanordelijk. ‘Letterlijk’ kan ook precies het tegenovergestelde betekenen, evenals het Engels voor ‘snel’ (zo heb je run fast, hardlopen, tegenover stuck fast, vastzitten). En wat kan ‘daten’ wel niet allemaal betekenen?

    Hoe het ook zij, als woordenboeken een afspiegeling moeten bieden van hoe de taal daadwerkelijk wordt gebruikt, moet dit erin verdisconteerd worden. Dus laten we blij zijn dat ook de lexicografie woke wordt over racisme.

  • ‘Monsters bestaan – ook in onze tijd’

    ‘Monsters bestaan – ook in onze tijd’

    Mag je massamoordenaars monsters noemen? Ja, vindt hoogleraar filosofie Stephen T. Asma. ‘Monster is een woord dat we gebruiken voor mensen van wie we gedrag, motieven, denkpatronen vrijwel niet of totaal niet kunnen begrijpen.’ 

    Keuze uit het archief

    Ook al is het in liberale samenlevingen not done om mensen te demoniseren, stelt filosoof Stephen T. Asma in dit artikel uit 2017, toch zijn er nog steeds monsters onder ons. Zoals massamoordenaar Stephen Paddock, die in 2017 zestig mensen doodschoot tijdens een countryconcert in Las Vegas. Hoe gaan we om met dit soort mensen van wie de daden buiten ons voorstellingsvermogen liggen?

    Wat is een monster eigenlijk?

    ‘Het woord komt van het Latijnse werkwoord monstrare, waarschuwen. Met name in de antieke Griekse en Romeinse cultuur werd het woord bijvoorbeeld gebruikt voor een baby die was geboren als Siamese tweeling, of die een arm of been miste, of er juist een extra had. Zo’n kind werd beschouwd als een monster. De Grieken noemden hen teratos. Ze dachten dat het een gruwelijke straf was voor immoreel gedrag – een idee dat ook de middeleeuwse christenen graag toepasten om allerlei voorspellingen te doen. Het was een teken dat er onheil dreigde voor de staat of voor de keizer van dat moment of voor een bepaalde veldslag. Een monster is een mengeling van natuurlijke rampspoed en bovennatuurlijke betekenis.’

    Zijn monsters een uiting van weerzin?

    ‘Ja, er komt ook altijd een emotioneel en affectief aspect bij kijken. Een interessante filosoof, Noël Carroll, laat zien dat monsters, vooral moderne monsters uit het horrorgenre, altijd slijm uitscheiden of extra aanhangsels en tentakels hebben. Ze hebben iets wat ingaat tegen ons gevoel voor lichaamsbarrières of lichaamsbegrenzingen. Dat veroorzaakt vaak het gevoel van walging. Daarom zijn monsters vaak politiek zo nuttig. Een beschaving die ten oorlog trekt, zal altijd de tegenstanders demoniseren of “monsteriseren”. Die worden dan neergezet als onbeschaafd en walgelijk, bijvoorbeeld als het gaat om hun seksuele hygiëne. Ze worden een mikpunt van afkeer.’

    Dus in sociologische termen zijn zij de ‘outgroup’?

    ‘Juist: jij bent anders dan wij. Vreemdelingenhaat loopt als een rode draad door de geschiedenis van monsters. Als jij anders bent dan wij, dan reageren we met walging of zijn we bang en op onze hoede. Dat zie je in de antieke wereld, in de middeleeuwen en ook nu nog in het heden, aan de manier waarop wij onze vijanden neerzetten.’

    Heeft religie een rol gespeeld in het vormen van monsters?

    ‘Religie bouwt nooit alleen maar een pantheon van goden. Die goden zijn altijd een antwoord op een dreiging die wordt gepresenteerd via een of ander monsterverhaal. Als je naar de oudste verhalen kijkt, of dat nu in de hindoeïstische, de Chinese of de Mesopotamische literatuur is, zoals de Gilgamesj, altijd kom je er wel een monsterheld of heldmonster tegen. Dit moet wel te maken hebben met een evolutionaire strategie voor het vormen van fictieve familiegroepen. Hoe zorg je dat grote aantallen mensen die geen bloedverwanten zijn toch samenwerkende groepen worden? Daarvoor heb je dit soort verhalen nodig.’

    Frankenstein.
    Frankenstein

    Hebben monsters een evolutionaire functie?

    ‘Anderen wegzetten als monsters kan een uiterst nuttige aanpassing geweest zijn voor de eigen overleving als groep. De natuur was geen warm, gezellig holletje. Zulke horrorverhalen hadden nut omdat mensen erdoor gingen oppassen voor echte vijanden – zowel voor dieren als voor menselijke vijanden. Het folkloristische weerwolfverhaal was wijdverbreid in Europa. Dat is logisch, want de wolven in Noord-Europa waren een bedreiging voor Europeanen. In de Amerika’s bestaat een weerbeerfolklore, omdat oorspronkelijke Amerikanen zich zorgen maakten over echte beren en bang waren opgegeten of aangevallen te worden door beren. Als je naar de monsters van die werelden kijkt, zie je dat ze eenzelfde transformatiefunctie hebben. Het dier dat je kunt worden, of waarvoor je bang moet zijn, is het plaatselijke roofdier.’

    U schrijft dat er nog een andere kant aan het verhaal zit. Welke is dat?

    Dat gaat om een interessant gegeven dat niet veel aandacht krijgt. Daarbij gaat het niet om xenofobie, maar om xeno-nieuwsgierigheid. Een klassiek voorbeeld is dat van Sint-Augustinus. Hij weet dat monsters geacht worden in Afrika en het Oosten te leven. Daartoe behoren ook cyclopen en cynocehali, wezens met een hondenkop, en de blemmyes, wezens zonder hoofd maar met hun gezicht op hun borst. Iedereen denkt dat deze monsters incarnaties van het kwaad zijn, de kinderen van Kaïn: doorboor hun hart en ze zijn er geweest. Maar Augustinus benadrukt de “wonderlijke” kant van deze schepsels. Hij zegt: “Deze wezens zijn griezelig, maar als we met ze kunnen praten en als dan blijkt dat ze een bepaald vermogen tot redelijk denken bezitten, kunnen ze misschien gered worden, dan kunnen ze misschien deel uitmaken van de Verlossing.”’

    ‘Volgens het moderne, liberale standpunt heeft het monster een knuffel nodig, begrip en redelijke onderhandelingen’

    Hoe is deze traditie door de jaren heen overgeleverd?

    ‘Het is typisch iets voor het westerse liberale denken om de kring van tolerantie uit te willen breiden naar degenen die anders zijn dan jij. Vanuit het moderne liberale standpunt is het heel verkeerd om een afkeer te hebben van vreemdelingen. Je hoort anderen niet te monsteriseren of demoniseren, je hoort geen walging van hen te voelen. Zo kun je ook Frankenstein interpreteren. Als ze op middelbare scholen Frankenstein behandelen, gebruiken ze dat verhaal om te laten zien dat je agressie en geweld oproept door geen verschillen in je groep toe te laten. Dat is een liberale interpretatie van het monster. Het monster is niet het kwaad. Het monster heeft een knuffel nodig, begrip en redelijke onderhandelingen.’

    Wanneer werd ‘monster’ een term voor een mens?

    ‘Dat is echt een interessant onderwerp. Er zijn een paar lijnen die we kunnen volgen. Een loopt naar de oude Grieken, die het verschijnsel van een monsterlijk verlangen kenden. Je kon een verlangen in je hebben dat zo overweldigend was dat het je van jezelf vervreemdde. Dat Medea haar kinderen vermoordt, dat de ene persoon de andere doodt of dat liefde je krankzinnig maakt, komt doordat Eros je monsterlijke dingen laat doen. Het was een bezetenheid van binnenuit, een psychologisch vermogen dat je niet goed had gekanaliseerd. Ik denk dat die lijn doorloopt tot Freud en het idee van een “id” dat ons ware zelf is. In ons allemaal zit iets wat zorgvuldig moet worden beheerst. Anders pleegt het psychopathologische daden. Dat zie je nu met de schutter van Las Vegas. We willen weten waarom hij het deed. Is er iets in onszelf dat ons ook iets dergelijks kan laten doen als we het niet in de hand houden?’

    Zou u Stephen Paddock, de schutter van Las Vegas, een monster noemen?

    ‘Jazeker. Daar komt de term “monster” nog steeds goed van pas. Hij verwijst naar een categorie monster dat we niet kunnen begrijpen. Zodat we zeggen “Dit gaat er bij mij echt niet in. Hier snap ik helemaal niks van.”’

    Waarom komt de term ‘monster’ dan goed van pas?

    ‘Veel mensen denken: Ach, het woord monster is niet meer van deze tijd, je moet het niet meer gebruiken; je moet mensen en hun drijfveren begrijpen. Ik ben van mening dat de term monster nog steeds goed bruikbaar is wanneer je met iemand als Stephen Paddock te maken krijgt. Een van de kenmerken van een monster is dat het niet iemand is met wie je rationeel kunt onderhandelen. Met een vijand kun je nog raakvlakken vinden, zijn er dingen die je kunt volgen. Je vijand haat je misschien. Misschien heeft het conflict een economische achtergrond. Monster is een woord dat we alleen gebruiken voor mensen met wie niet onderhandeld kan worden. Het is vrijwel, zo niet geheel onmogelijk om hun gedrag, hun motieven, hun denkpatroon te begrijpen. Ons gebruikelijke inlevingsvermogen werkt bij deze mensen niet. “Monster” roept negatieve associaties op, en daar valt over te discussiëren. Maar in dit geval is het volkomen terecht om het woord te gebruiken.’

    Moeten we ons eenvoudigweg neerleggen bij het feit dat mensen monsterlijk kunnen zijn?

    ‘Dat is een lastige vraag. Ik heb eens een rechter geïnterviewd die zich dertig jaar lang had beziggehouden met de beestachtigste misdadigers waarover wij alleen maar in de krant lezen. Hetzelfde geldt voor mijn broer, die als detective voor een advocatenkantoor werkt. Allebei zeggen ze hetzelfde: soms ondervraag je iemand die gevangenzit omdat hij zijn kinderen heeft vermoord of iets anders gruwelijks heeft gedaan, maar zodra je met zo iemand in gesprek raakt, wordt het heel moeilijk om hem als monster te blijven zien. Mijn broer vertelde me een keer over zijn gesprek met een man die algemeen gezien wordt als een monster. Na een paar uur komt het gesprek op muziek. Het blijkt dat ze dezelfde muzikale smaak hebben. Misschien roken ze samen een sigaret. Plotseling heb je met zo iemand een natuurlijke menselijke relatie. Dat verandert wel iets aan je neiging om deze persoon alleen maar als een monster te zien.

    ‘In de rechtspraak bestaat de mogelijkheid om te zeggen: ‘Oké, je was dronken of high van iets en werd woedend en pleegde toen een gruwelijke misdaad’’

    De rechter maakte een onderscheid. Hij zei: “Ik vind hun daden monsterlijk, maar ik zie de persoon niet als een monster.” Volgens mij maakt de wet daar nog een extra onderscheid bij. In de rechtspraak bestaat de mogelijkheid om te zeggen: “Oké, je was dronken of high van iets en werd woedend en pleegde toen een gruwelijke misdaad.” Het Amerikaanse recht kent nog een categorie mens, die wordt aangeduid met die prachtig negentiende-eeuws klinkende term: iemand die een “kwaadaardig hart” heeft. Dat is echt een juridische term, want hij maakt deel uit van de juridische definitie van malice – boze opzet – en staat in de Californische strafwet. Het betekent dat het een karakterkwestie is. Deze persoon heeft de bedoeling een ander pijn te doen, en geniet daar mogelijk van. Ik vind het interessant dat de wet erkent dat er mensen zijn die gewoon door en door slecht zijn en ingeperkt moeten worden. Het is niet zo dat ze een moment van monsterlijkheid hadden of een monsterlijke daad pleegden. Dit zíjn monsters.’

    Maar kun je een persoon scheiden van zijn of haar daden? Het is toch een en hetzelfde brein dat erachter zit.

    ‘Ja, dit zijn typeringen die voortkomen uit de folklore, neem ik aan. Maar folklore is vaak overheersend in de wet. Aan de andere kant, als je er alleen vanuit de neurowetenschap naar kijkt, kan ik me voorstellen dat je al snel naar determinisme neigt. Wat zouden we tegenkomen wanneer we in de hersens van iemand als Stephen Paddock keken? Vinden we dan een tumor? Er is nog geen ander motief opgedoken, dus neig ik in die richting. Misschien was het iets dergelijks. De zaak is nog niet afgerond. We hebben meer informatie nodig. Maar je hebt gelijk: kan een beestachtige daad worden gescheiden van de persoon, is de persoon niet de som van zijn daden? Aan de andere kant hebben we wel enig onderscheid nodig tussen iemand die iets doet terwijl hij tijdelijk de controle over zichzelf kwijt is, en iemand die bewust een gruweldaad bedenkt en tot in de details uitwerkt. Daarom is een term als “karakter” nog steeds bruikbaar in de menswetenschappen. In termen van de neurowetenschap, tja, er zal heus geen afzonderlijk mensje in de hersens zitten, maar er is misschien wel een verhaal te vertellen over het falen van het systeem dat de impulsen moet beheersen.’

    Is elk mens in staat tot monsterlijkheid?

    ‘Ik denk dat elk mens in staat is tot het plegen van monsterlijke daden, maar echte monsters zijn vrij zeldzaam. Onze darwiniaanse erfenis heeft ons allemaal evolutionair gevormde vormen van agressie meegegeven, maar onze roofdierneigingen worden getemperd door verzorging en culturele opvoeding. Bij psychopathische persoonlijkheden spelen een gebrek aan goed ouderschap en culturele opvoeding vaak een rol, in combinatie met hersenafwijkingen. Toch kunnen ook bepaalde ideologieën zoals het jihadisme of het imperialisme een normaal gesproken empathisch persoon in een monster veranderen. Slechte ideeën kunnen onze prosociale gevoelens een andere richting geven en een kwaadaardig hart scheppen.’

    Wie of wat maakt een leider monsterlijk?

    ‘De tirannieke man heeft aantrekkingskracht voor mensen die zich bedreigd voelen of voor een staat die zich bedreigt voelt. Dat zie je telkens weer. Sociologen en antropologen noemen dit het verschijnsel van de “sterke man”: een groep voelt zich bedreigd, hun basisbehoeften worden niet vervuld, en er komt een charismatische, tirannieke figuur op. Zo ging het met Hitler. Zo ging het met Stalin. Ik heb in Cambodja gewoond en weet veel over het verhaal van de Rode Khmer en Pol Pot. Maar zelfs Plato zei het al in zijn Republica. Het interessante is dat het moeilijk is kritiek op zo iemand te leveren of er tegenwicht aan te bieden, omdat de tiran of de monsterlijke leider alleen maar agressief hoeft te zijn. Dat is zijn enige taak. Jij kunt wel zeggen dat hij irrationeel is of onlogisch, of moeilijk om mee samen te werken, maar dat maakt niets uit. Dat zijn gewoon de “deugden” van een monsterlijke leider. Neem het gedoe tussen Donald Trump en “Little Rocket Man”, zoals hij Kim Jong-un tegenwoordig noemt. De aantrekkingskracht van Trump op zijn aanhangers is denk ik dat Trump nu gestoord lijkt en dat andere grote mannen, grote bazen, misschien wel een andere gestoorde man zullen erkennen en respecteren. Dit zou een afschrikkend effect kunnen hebben. Het zou deels ook kunnen verklaren waarom een monsterlijke man aan de macht blijft.’

    Wat bedoelt u als u schrijft dat monsters een morele functie hebben?

    ‘Monsters kunnen deel uitmaken van de morele verbeelding als manier om te laten zien wat we niet willen zijn. Een duidelijk voorbeeld is dat van de jihadi die een journalist onthoofdt. Maar er zijn ook subtiele vormen, zoals Ebenezer Scrooge. Onze literatuur en cultuur scheppen iconen van immoraliteit en die dragen bij aan de vorming van ons gedrag en ons denken. Veel mensen genieten van horror in bijvoorbeeld The Walking Dead, omdat het een soort generale repetitie is. Ik verwacht geen zombieapocalyps, maar ik vraag me wel af wat er zou gebeuren als het netwerk uitviel en wij geen elektriciteit hadden en er opeens voedselgebrek zou zijn. Wat zou er gebeuren als de moderne samenleving knarsend tot stilstand kwam? Veel monsterscenario’s zouden een vervangende training kunnen zijn voor wat er tussen mensen zou kunnen gebeuren.’

    Wat is uw monster? ‘Ik ben bang voor diep, donker water. Het is een bijna verlammende angst voor zeemonsters, wat een volkomen irrationele en belachelijke angst is. Daardoor ben ik me gaan afvragen hoe het nou eigenlijk zit.’

    En, hoe zit het?

    ‘Als je filosofie studeert, ben je behept met het vooroordeel van dit vakgebied tegen irrationaliteit. Zijn de knopen eenmaal ontward, dan moet rationaliteit het grote licht van de psyche zijn. Dat licht schijnt naar binnen en verklaart bovennatuurlijkheid en irrationele angsten. Je hoeft alleen maar je geest goed te trainen en dan kun je de kelder van je psyche uitruimen bij het heldere licht van de rede. Ik begon te beseffen dat dat niet klopt. De rede is niet het grote besturingssysteem. De psyche is gebaseerd op een veel groter en ouder besturingssysteem, namelijk het emotionele besturingssysteem. Uit veel onderzoek blijkt dat rationele of cognitieve gedragstherapie mensen nauwelijks helpt om over echte, verlammende fobieën heen te komen. Het lijkt er echt op dat het iets anders of diepers is.’

    Waar komt die verlammende angst dan vandaan?

    ‘Dat zullen we de komende twintig jaar nog niet precies weten, maar ik denk wel dat het werk van affectieve neurowetenschappers als Jaak Panksepp, die helaas overleden is, Antonio Damasio, Kent Berridge en Richard Davidson uiteindelijk het antwoord zal opleveren. Zij geloven dat we een aangeboren emotionele bedrading hebben die flexibel genoeg is om verschillende gebeurtenissen en ervaringen te verwerken. Ik denk dat die zienswijze juist is, al komt er nu kritiek op van mensen als [neurowetenschapper, psycholoog en auteur van het boek How Emotions Are Made] Lisa Feldman Barrett. Maar ik ben het echt niet eens met haar theorie van geconstrueerde emoties. Ik denk dat ze veel te veel bezig is met de conceptuele ruimte van de geest.’

    In haar visie zijn emoties geen kant-en-klare circuits in het brein die worden getriggerd door ervaringen. Het zijn constructies, manieren van het brein om de wereld te begrijpen.

    ‘Ja, en ik denk dat wat zij beschrijft wel klopt voor een bepaald domein van het geestelijk leven, namelijk voor een puur menselijk domein daarvan. Maar als het om de geest gaat ben ik te veel darwiniaan om te denken dat dit voor meeste emoties opgaat. De meer subtiele soorten emoties, zoals het gevoel van vrees of verveling, passen misschien goed in Barretts visie. Maar ik denk dat we homologisch gezien basale affectieve systemen gemeen hebben met andere zoogdieren. Zij ontkent dat, en daarin ben ik het dus niet met haar eens. Ze intellectualiseert emoties zo sterk – door ze als concepten te zien – dat ze dierlijke emoties of emoties van baby’s niet kan verklaren. Uiteindelijk moet het verhaal van angst, fobie en horror geworteld zijn in de oudere emotionele systemen.’

    Hoe hebben monsters u ertoe gebracht om over verbeeldingskracht te schrijven?

    ‘Ik had veel nagedacht over beelden. Lang voordat we beschikten over geschreven talen en verhalen, hadden we in ons brein al beelden als gevolg van de waarneming. We moeten ooit een communicatievorm hebben gehad met beelden en lichamelijke gebaren, voordat we taal hadden. Daardoor ging ik me afvragen hoe oud de verbeeldingskracht eigenlijk is. Is die meegekomen met de taal of konden we allang met beelden communiceren voordat we taal hadden? Volgens mij zijn er veel manieren om kennis te hebben en met anderen te communiceren, die niet linguïstisch zijn maar te maken hebben met lichaamstaal, in de vorm van dansen, of via tekenen of beeldend werk, zoals de grotschilderingen in Lascaux of Chauvet. Al vóór het propositioneel denken bestond er een hele taal van verbeeldingskracht en geestelijk leven.’

    Leeft dat oude verbeeldende leven nog steeds in ons?

    ‘Volgens mij wel, ja. Het wordt overschaduwd doordat het propositioneel denken overheerst. We zijn nu in ons brein sterk uitvoerend georganiseerd. Dat is wat je doet als je een kind opvoedt. Je legt een neocorticaal besturingssysteem over de wirwar aan meer associatieve motorische waarnemingsprocessen heen. We leren allemaal onze geest te disciplineren, zoals we leren ons gedrag te disciplineren. Maar we kunnen die neocorticale controleur het zwijgen opleggen via creatieve activiteiten, zoals kunst, en uitstapjes maken naar deze vroegere vorm van denken.’

    Wat zou u zijn als u geen hoogleraar filosofie was?

    ‘Ik twijfel tussen muziek en visuele kunst, maar hoe dan ook zou ik kunstenaar zijn. Ik bén nog steeds kunstenaar. Ik word er alleen niet meer voor betaald.’