Onderwerpen: Oorlog

  • Yuval Noah Harari: ‘We kunnen van de Oekraïeners leren dat verandering mogelijk is’

    Yuval Noah Harari: ‘We kunnen van de Oekraïeners leren dat verandering mogelijk is’

    Volgens historicus en schrijver Yuval Noah Harari wordt in Oekraïne bepaald welke richting de geschiedenis van de mensheid uit zal gaan. De grootste politieke prestatie van de mensheid was het terugdringen van oorlog. Die ontwikkeling staat nu op het spel.

    Aan de crisis in Oekraïne ligt een fundamentele vraag ten grondslag over de aard van de geschiedenis en de aard van de mensheid: is verandering mogelijk? Kunnen mensen hun gedrag veranderen, of blijft de geschiedenis zich eindeloos herhalen en zijn mensen ten eeuwigen dage gedoemd tragedies uit het verleden telkens opnieuw op te voeren zonder dat er iets verandert behalve het decor?

    Eén stroming ontkent ten stelligste dat verandering mogelijk is. Ze betoogt dat de wereld een jungle is, dat de sterke aast op de zwakke en dat militaire kracht de enige manier is om te voorkomen dat het ene land het andere opslokt. Zo is het altijd geweest, en zo zal het altijd blijven. Mensen die niet in de wet van de jungle geloven houden zichzelf niet alleen voor de gek, ze zetten ook hun bestaan op het spel. Ze zullen niet lang overleven.

    Een andere stroming betoogt dat de zogenaamde wet van de jungle helemaal geen natuurwet is. Ze is door mensenhanden gemaakt, en mensen kunnen haar veranderen. Archeologische annalen wijzen uit dat, in tegenstelling tot wat vaak wordt geloofd, het eerste duidelijke bewijs voor georganiseerde oorlogvoering pas van dertienduizend jaar geleden stamt. Ook daarna zijn er veel periodes geweest waarin ieder archeologisch bewijs voor een oorlog ontbreekt. Anders dan de zwaartekracht is oorlog geen fundamentele natuurkracht. De intensiteit en het bestaan ervan zijn afhankelijk van onderliggende technologische, economische en culturele factoren. Als deze factoren veranderen, verandert de oorlog mee.

    Het bewijs van zo’n verandering zien we overal om ons heen. De afgelopen generaties hebben kernwapens de oorlog tussen supermachten in een krankzinnige vorm van collectieve zelfmoord doen ontaarden die de machtigste landen op aarde ertoe dwingt conflicten op een minder gewelddadige manier op te lossen. Hoewel oorlogen tussen grote mogendheden, zoals de Tweede Punische Oorlog of de Tweede Wereldoorlog, een vooraanstaande plaats innemen in de geschiedenisboeken, is er de afgelopen zeven decennia geen rechtstreekse oorlog tussen supermachten geweest.

    Kenniseconomie

    In diezelfde periode is de wereldeconomie veranderd van een materiële economie in een kenniseconomie. Waar materiële bezittingen als goudmijnen, graanvelden en oliebronnen ooit de belangrijkste bronnen van rijkdom waren, is tegenwoordig kennis de belangrijkste bron. En waar je olievelden met geweld kunt veroveren, zal dat met kennis niet lukken. Gevolg is dat de gewapende strijd aan winstgevendheid heeft ingeboet.

    Ten slotte heeft er wereldwijd een culturele aardverschuiving plaatsgevonden. Veel elites in de geschiedenis, zoals Hunnenhoofdmannen, Vikingjarls en Romeinse patriciërs, hadden een positieve kijk op oorlog. Heersers van Sargon de Grote tot Benito Mussolini probeerden zichzelf onsterfelijk te maken door middel van veroveringen (en kunstenaars als Homerus en Shakespeare gingen daar maar al te graag in mee). Andere elites, zoals de christelijke kerk, zagen oorlog als een noodzakelijk kwaad.

    Maar de afgelopen generaties werd de wereld voor het eerst in de geschiedenis gedomineerd door elites die oorlog niet als een noodzakelijk kwaad beschouwden. Zelfs types als George W. Bush en Donald Trump, laat staan de Merkels en Arderns van deze wereld, zijn heel andere politici dan Attila de Hun of Alarik de Goot. Zij dromen als ze aan de macht komen gewoonlijk eerder over binnenlandse hervormingen dan over oorlog in het buitenland. In kringen van kunstenaars en denkers staan de meest toonaangevende vertegenwoordigers – van Pablo Picasso tot Stanley Kubrick – eerder bekend om het uitbeelden van de zinloze gruwelen van de oorlog dan om het verheerlijken van de architecten daarvan.

    Gevolg van al deze veranderingen is dat de meeste regeringen aanvalsoorlogen niet langer als een acceptabele manier beschouwen om hun belangen te behartigen en dat de meeste landen niet langer fantaseren over het veroveren en annexeren van hun buren. Het is gewoon niet waar dat alleen militaire macht kan voorkomen dat Brazilië Uruguay verovert of dat Spanje Marokko binnenvalt.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Parameters van de vrede

    Dat oorlog op zijn retour is blijkt uit talloze statistieken. Sinds 1945 gebeurt het relatief zelden dat internationale grenzen opnieuw worden getrokken door een buitenlandse invasie, en geen enkel internationaal erkend land is volledig van de kaart geveegd door een buitenlandse verovering. Aan andere soorten conflicten, zoals burgeroorlogen en opstanden, is geen gebrek geweest. Maar zelfs wanneer je alle soorten conflicten in beschouwing neemt, zijn er in de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw minder slachtoffers gevallen door menselijk geweld dan door zelfmoord, auto-ongelukken en obesitas-gerelateerde aandoeningen. Buskruit is minder dodelijk geworden dan suiker.

    Geleerden kibbelen over de exacte cijfers, maar het is belangrijk om verder te kijken dan rekenmodellen. De afname van oorlog is zowel een psychologisch als een statistisch verschijnsel. Het belangrijkste kenmerk ervan is een grote verandering in de betekenis van het woord ‘vrede’. Gedurende het grootste deel van de geschiedenis betekende vrede alleen maar ‘de tijdelijke afwezigheid van oorlog’. Toen mensen in 1913 zeiden dat er vrede was tussen Frankrijk en Duitsland, bedoelden ze dat er op dat moment geen rechtstreekse confrontatie was tussen het Franse en het Duitse leger, maar iedereen wist dat een oorlog elk moment zou kunnen uitbreken.

    De afgelopen decennia is de betekenis van het woord ‘vrede’ veranderd in ‘de onwaarschijnlijkheid van oorlog’. Voor veel landen is het bijna ondenkbaar geworden dat ze zouden worden binnengevallen en veroverd door buurlanden. Ik woon in het Midden-Oosten, dus ik weet heel goed dat er uitzonderingen zijn op deze regel. Maar het erkennen van de regel is minstens even belangrijk als het kunnen benoemen van de uitzonderingen.

    De ‘nieuwe vrede’ is geen statistische meevaller of hippieverzinsel. Ze komt het duidelijkst tot uiting in kille begrotingscijfers. De afgelopen decennia voelden veel regeringen op de wereld zich veilig genoeg om maar zo’n 6,5 procent van hun begroting aan defensie te besteden, terwijl er veel meer naar onderwijs, gezondheidszorg en maatschappelijk werk ging.

    Wij zijn geneigd dat als vanzelfsprekend te beschouwen, maar het is een verbazingwekkende noviteit in de geschiedenis van de mensheid. Duizenden jaren lang was het leger veruit de grootste post op de begroting van iedere vorst, khan, sultan en keizer. Aan onderwijs of medische zorg voor de massa werd nauwelijks een cent uitgegeven.

    Dat er minder oorlog werd gevoerd kwam doordat mensen betere keuzes maakten

    Dat er minder oorlog werd gevoerd kwam niet door een goddelijk wonder of een verandering in de natuurwetten. Het kwam doordat mensen betere keuzes maakten. Je kunt het met recht een van de grootste politieke en morele prestaties van de moderne beschaving noemen. Maar dat het een gevolg is van een menselijke keuze betekent helaas ook dat het omkeerbaar is.

    Technologie, economie en cultuur blijven veranderen. De opkomst van cyberwapens, AI-gestuurde economieën en nieuwe militaristische culturen zou een nieuw oorlogstijdperk kunnen inluiden, erger dan alles wat we tot dusver hebben meegemaakt. Om in vrede te leven moet bijna iedereen de juiste keuzes maken. Een slechte keuze door maar één partij kan daarentegen tot oorlog leiden.

    Daarom zou de Russische inval in Oekraïne iedereen op aarde zorgen moeten baren. Als het opnieuw doodnormaal wordt dat machtige landen hun zwakkere buren opslokken, dan zou dat van invloed zijn op het denken en doen van alle mensen op de wereld. Het eerste en duidelijkste gevolg van een terugkeer naar de wet van de jungle zou een sterke toename van de defensiebegrotingen zijn ten koste van alle andere begrotingen. Het geld dat naar leraren, verpleegkundigen en sociaal werkers zou moeten gaan zou in plaats daarvan aan tanks, raketten en cyberwapens worden besteed.

    Ook zou een terugkeer naar de jungle de wereldwijde samenwerking ondermijnen bij het tegengaan van bijvoorbeeld catastrofale klimaatverandering of het reguleren van ontwrichtende technologieën zoals kunstmatige intelligentie en genetische manipulatie. Het is niet eenvoudig om met landen samen te werken die van plan zijn je te elimineren. En naarmate klimaatverandering en de AI-wapenwedloop versnellen, zal de dreiging van een gewapend conflict alleen maar toenemen en zou een vicieuze cirkel die fataal kan zijn voor onze soort zich kunnen sluiten.

    De richting van de geschiedenis

    Wie gelooft dat historische verandering onmogelijk is, en dat de mensheid de jungle nooit heeft verlaten en dat ook nooit zal doen, rest alleen nog maar de rol van roofdier of prooi. Als ze voor die keus zouden komen te staan, zouden de meeste leiders liever de geschiedenis ingaan als alfaroofdieren en hun naam willen toevoegen aan de lugubere lijst van veroveraars die die arme leerlingen uit hun hoofd moeten leren voor hun geschiedenisexamens.

    Maar zou een verandering misschien mogelijk zijn? Zou de wet van de jungle een keus kunnen zijn in plaats van iets onontkoombaars? Zo ja, dan zou elke leider die ervoor koos een buurland te veroveren een speciale plek in de geschiedenis van de mensheid krijgen waarbij die van Timoer Lenk verbleekt. Hij zou de geschiedenis ingaan als iemand die onze grootste prestatie teniet heeft gedaan. Net toen we dachten dat we uit de jungle waren, sleurde hij ons er weer in.

    Ik weet niet wat er in Oekraïne zal gebeuren. Maar als historicus geloof ik dat verandering mogelijk is. Dat beschouw ik niet als naïviteit, maar als realisme. De enige constante in de menselijke geschiedenis is verandering. En dat kunnen we misschien leren van de Oekraïners. Vele generaties lang kende Oekraïne weinig anders dan tirannie en geweld. Ze kregen twee eeuwen tsaristische autocratie te verduren (die uiteindelijk bezweek tijdens de grote ommekeer van de Eerste Wereldoorlog). Een korte poging tot onafhankelijkheid werd in de kiem gesmoord door het Rode Leger dat de Russische heerschappij weer invoerde. Daarna werden de Oekraïners geteisterd door de gruwelijke door mensen veroorzaakte Holomodor (letterlijk vertaald de hongerpest), de stalinistische terreur, de nazibezetting en decennia ondraaglijke communistische dictatuur. Toen de Sovjet-Unie instortte, leek de geschiedenis te garanderen dat de Oekraïners opnieuw de weg van wrede tirannie zouden inslaan – ze waren immers niet anders gewend?

    Maar ze maakten een andere keus. Ondanks de geschiedenis, ondanks de schrijnende armoede en ondanks schijnbaar onoverkomelijke obstakels stichtten de Oekraïners een democratie. Anders dan in Rusland en Belarus werden in Oekraïne functionarissen herhaaldelijk vervangen door oppositiekandidaten. Toen ze in 2004 en 2014 opnieuw door autocratie werden bedreigd, kwamen de Oekraïners tot tweemaal toe in opstand om hun vrijheid te verdedigen. Hun democratie is iets nieuws. Net als de ‘nieuwe vrede’. Beide zijn kwetsbaar, en wellicht is ze geen lang leven beschoren. Toch zijn beide mogelijk, en kunnen ze diepgeworteld raken. Alles wat oud is, is ooit nieuw geweest. Het ligt er alleen maar aan waar mensen voor kiezen.

    Lees ook:

  • Ondernemen in Oekraïne: ‘Supermarkten zijn de plekken van onze onverzettelijkheid’

    Ondernemen in Oekraïne: ‘Supermarkten zijn de plekken van onze onverzettelijkheid’

    Poetin wil met zijn bombardementen de Oekraïense maatschappij platleggen. Maar het bedrijfsleven gaat gewoon door. De supermarkten liggen vol, de IT-industrie groeit, en er worden zelfs weer vliegtuigen gebouwd. Hoe doen de Oekraïners dat?

    Bij elke stroomstoring in het westen van Oekraïne gaat er in het bedrijf van Maxim Ivanov iets zoemen: de dieselgenerator voor zijn kantoren in Ivano-Frankivsk start dan op. ‘Teksan Jeneratör’ is de naam van de kolos uit Turkije. Het apparaat genereert 80 kilowatt stroom, genoeg om het bedrijf met zijn 350 werknemers draaiende te houden – en om de plannen van Vladimir Poetin te dwarsbomen. Want zo ziet de eigenaar dat.

    Ivanovs IT-bedrijf Aimprosoft heeft programmeurs, webdesigners en productmanagers in dienst. De opdrachten komen van westerse bedrijven die zelf geen nieuw personeel durven aan te nemen, of die op hun thuismarkt nauwelijks nog geschoolde werknemers vinden. Ondanks de oorlog hoeven zijn klanten niet bezorgd te zijn over vertragingen. Of de Russische strijdkrachten nu een elektriciteitscentrale of –knooppunt aanvallen, de mensen van Aimprosoft werken gewoon door, dankzij de generator en de vaten met diesel, die maximaal tien dagen stroomuitval aankunnen.

    Aanvankelijk had de Russische president Poetin zijn zinnen gezet op een snelle verovering van Kyiv. Vervolgens liet hij zijn troepen beginnen met de gerichte vernietiging van vitale infrastructuur in Oekraïne. Vanaf de herfst troffen honderden kruisraketten en kamikazedrones elektriciteitscentrales en verdeelstations. Eind december zat 90 procent van de 700.000 inwoners van Lviv zonder elektriciteit. De stadsverwarming werkte met horten en stoten en Kyiv zat soms zonder stromend water. Vanuit de ruimte was het effect van de bombardementen goed te zien: Rusland deed het licht in Oekraïne uit.

    Maar het land raakte niet verlamd door duisternis en kou. De winterse apocalyps bleef uit. Onder andere dankzij de generatoren. Bij grote bedrijven zoals Ivanovs Aimprosoft staan buiten de kolossen te zoemen; voor kapsalons en cafés staan kleinere exemplaren. Alleen al in de laatste drie maanden van vorig jaar kocht Oekraïne in het buitenland ongeveer een half miljoen aggregaten voor noodstroom, plus accu’s op zonne-energie met namen als EcoFlow of Bluetti. Samen leveren deze eenheden hetzelfde vermogen als een blok in een kerncentrale. Strategisch gezien zijn ze nog waardevoller, aangezien Rusland ze niet in één klap kan uitschakelen of met een aanval kan veroveren.

    Gewoon overleven

    De snelle verspreiding van de generatoren is meer dan alleen een symbool van de taaie Oekraïense assertiviteit. Het doorzettingsvermogen van zakenlieden als Ivanov is simpelweg noodzakelijk, wil het land volharden in zijn militaire weerstand tegen de indringers. De kosten van het snel gestegen defensiebudget moet Oekraïne immers zelf opbrengen. De partners in de EU en de VS maken maandelijks weliswaar miljarden over aan de regering in Kyiv, maar zij zien er in de staatsbegroting op toe dat het geld vooral wordt besteed aan civiele doeleinden. De eigen belastinginkomsten van Oekraïne vloeien nu bijna volledig naar het leger. Die mogen niet verdwijnen.

    Dat is al moeilijk genoeg: de economische productie van Oekraïne is vorig jaar drastisch gedaald. Miljoenen mensen hebben het land verlaten. De belangrijke staalfabrieken in het oosten zijn vernietigd of bezet door Rusland. Alleen de IT-sector is blijven groeien, zelfs in 2022. Daarvan zijn de exportinkomsten gestegen tot 7,3 miljard dollar: een plus van 6 procent. De belastingafdracht van techbedrijven aan de Oekraïense staat stegen – gerekend in dollars – met 16 procent.

    De oorlog veranderde zijn industrie, zegt Ivanov. Hij heeft nu andere prioriteiten. Vroeger hielden hij en zijn partners zich vooral bezig met groei. Dit jaar echter heeft hij zich als doel gesteld ‘dat we allemaal gewoon overleven’. Veel van zijn werknemers doneren tot 20 procent van hun maandsalaris aan de strijdkrachten. Elke Oekraïner heeft vrienden of familieleden in de strijd. Zij staan voortdurend met elkaar in contact, via berichtenservices als Telegram en dankzij de Starlink-systemen van Tesla-baas Elon Musk.

    De donaties gaan naar het leger of naar vrijwilligersorganisaties. Soms sturen ze nachtzichtapparatuur of winteruitrusting. De particuliere koeriersdienst Nova Poschta – Nieuwe Post – bezorgt de pakketten portvrij aan het front. ‘Ook de koeriers,’ zegt Ivanov, ‘liggen vaak onder vuur.’

    De oorlog heeft de Oekraïense samenleving gemobiliseerd, en daarmee ook de economie. Volgens een onderzoek van adviesbureau Deloitte doneert meer dan de helft van de Oekraïners aan de strijdkrachten. Van de Oekraïense bedrijven maakt 56 procent geld over en 40 procent regelt donaties in natura, aldus de European Business Association (EBA). Poetin wilde de nationale economie van het buurland op de knieën dwingen door gerichte klappen toe te brengen aan de meest kwetsbare punten, maar hij lijkt geen rekening te hebben gehouden met de bevolking.

    Ze zijn zo geroutineerd geraakt dat ze beschadigde apparatuur ‘vier keer sneller repareren dan in de herfst’

    Neem de eenenzestigjarige Joeri Jakovlev. Meteen al aan het begin van de invasie vernietigden de Russen zijn levenswerk, Aeroprakt. Ze rukten op naar het kleine vliegveld bij Kyiv waar Jakovlev zijn bedrijf had. Het produceerde ultralichte vliegtuigen voor de wereldmarkt – negen stuks op maandbasis voor de oorlog. De Russen beschoten de hangar, het dak stortte in. Met durf en geluk wist hij belangrijk gereedschap en bouwtekeningen in veiligheid te brengen. Korte tijd later sloegen de Russen alles aan diggelen, herinnert Jakovlev zich. Hij bracht het materiaal naar zijn bedrijfsvestiging in Polen, zodat hij ten minste de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden voor zijn klanten in het Westen kon continueren.

    In de luchtvaartwereld heeft Jakovlev een legendarische status: wereldwijd verkocht de Oekraïner afgelopen decennia meer dan duizend vliegtuigen. Hij leerde zijn vak bij Sovjet-vliegtuigbouwer Antonov. Wanhoop en angst zijn hem vreemd. In Polen maakte hij eerst een doorstart met de verzending van reserveonderdelen, daarna nam hij contact op met verkooppartners en klanten en beloofde hij weldra weer nieuwe vliegtuigen te bouwen. Al in april was hij met zijn onderneming aanwezig op de luchtvaartbeurs in Friedrichshafen. Op Jakovlev en Aeroprakt kan nog steeds gerekend worden, was de boodschap.

    Een jaar na het begin van de oorlog doet hij provisorische reparaties op het vliegveld en in de buitenwijken van de Oekraïense hoofdstad. Deze zijn nodig vanwege de raketinslagen en het geweergeschut. Helaas is het personeelsbestand nu veel kleiner, zegt hij. Veel van de jongere werknemers zijn aan het front. Niettemin assembleert Aeroprakt weer vliegtuigen. ‘Negen per maand,’ aldus Jakovlev. Dat zijn er net zoveel als in januari 2022.

    In Oekraïne zijn er veel van dit soort verhalen over hardnekkig doorgaan. Neem de bestuursleden van de centrale bank NBU, de controlekamer van de economie. Als het luchtalarm afgaat, haasten ze zich naar de bunkers en onderhandelen desnoods vanuit een cel van vier vierkante meter verder met het Internationaal Monetair Fonds over miljardensteun.

    In de pikorde ver daaronder zijn er de reparatieploegen van staatsenergieleverancier Ukrenergo. Na maanden onafgebroken werken zijn ze zo geroutineerd geraakt dat ze beschadigde apparatuur ‘vier keer sneller repareren dan in de herfst’, aldus het hoofd van Ukrenergo. Ze zijn nu even snel in repareren als de Russen in vernietigen en ‘soms zelfs sneller’.

    Demografische crisis

    De Oekraïners hebben de vrije val van hun economie tot staan gebracht. In de zomer voorspelde de Wereldbank een daling van het bruto binnenlands product met 45,1 procent. Eind 2022 zou de min 30 procent al aangetikt moeten zijn – nog steeds een enorme inzinking. Maar voor het lopende jaar achten deskundigen zoals German Economic Team zelfs een lichte groei van 1,8 procent mogelijk.

    Is het genoeg? Van de staalproductie, die vroeger zo belangrijk was voor Oekraïne, is 85 procent ingestort. Russische troepen hebben fabrieken in het oosten bezet en de Azov-staalfabriek in Marioepol verwoest. De productie is daardoor gedaald van 60.000 ton staal per dag naar slechts 10.000 ton. De werkloosheid is verdrievoudigd, naar schatting tot 30 procent, ook al zijn sinds het begin van de oorlog honderdduizenden mannen opgeroepen voor de militaire dienst.

    Een demografische crisis begint zich af te tekenen. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verminderde de Oekraïense bevolking met ongeveer acht miljoen door emigratie en een laag geboortecijfer. Voor de oorlog telde het land nog zo’n vierenveertig miljoen inwoners. Sindsdien zijn acht miljoen mensen gevlucht. Dat betekent dat de bevolking is gekrompen tot het niveau van voor de Tweede Wereldoorlog, tachtig jaar geleden. De meeste vluchtelingen verklaren dat zij na de oorlog willen terugkeren. Sommige EU-regeringen proberen hen te behouden – driekwart van de vluchtelingen heeft een universitair diploma.

    Zonder de miljardensteun van zijn partners zou de Oekraïense staat waarschijnlijk zijn ingestort. Toch is het betalingsgedrag van de internationale gemeenschap nog voor verbetering vatbaar. In 2022 werd er 64 miljard euro toegezegd, maar tot nu toe is slechts 31 miljard euro uitbetaald, zo berekende het Institut für Weltwirtschaft uit Kiel.

    Oekraïne moet nog steeds elke maand tot zo’n vijf miljard euro bij andere staten ophalen, anders kan het zijn leraren en ambtenaren niet meer betalen. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wordt niet geacht geld uit te keren aan staten die in een militair conflict verwikkeld zijn maar verklaart zich bereid een uitzondering te maken voor Oekraïne. Om dat proces officieel gestalte te geven zijn de donoren overeengekomen een secretariaat op te zetten met kantoren in Kyiv en Brussel.

    De EU is de belangrijkste handelspartner. In de eerste maanden na het uitbreken van de oorlog steeg haar aandeel in de Oekraïense export van 40 naar 80 procent. Kort voor de oorlog werd de al langer geplande synchronisatie van de elektriciteitsnetten van de EU en Oekraïne voltooid. Dat was een zegen voor Kyiv: in de eerste maanden van de oorlog exporteerde het land kernenergie naar het Westen, waarmee het broodnodige deviezen verdiende. Sinds de bombardementen op energiecentrales begonnen, kan het land nu grote hoeveelheden elektriciteit van de EU kopen. De banden zijn inmiddels zo hecht dat sommige commentatoren Oekraïne beschouwen als ‘de facto lid van de EU’.

    Gewild

    Zover is het nog niet helemaal. ‘Er zijn initiatieven om Oekraïne te integreren in de toeleveringsketens van de EU,’ zegt Michael Harms, directeur van de op Oost-Europa en Centraal-Azië gerichte handelsvereniging Ost-Ausschusses der Deutschen Wirtschaft. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan omdat sommige producten nog niet aan de EU-normen voldoen of om andere redenen nog niet concurrerend zijn. Soms is het ook gewoon een kwestie van bureaucratie. Zo zijn er landbouwbedrijven in Oekraïne die biogas produceren en vloeibaar maken en klanten in de EU die dat willen kopen. De certificaten ontbreken echter nog.

    Economen van de Kyiv School of Economics schatten de oorlogsverwoesting op 138 miljard dollar – een bedrag dat elke dag stijgt. ‘Zonder particulier kapitaal lukt de wederopbouw niet,’ zegt econoom Robert Kirchner, plaatsvervangend hoofd van het Duitse economische team dat Oekraïne op last van de Duitse regering adviseert. Maar welke investeerder wil vrijwillig geld steken in een land dat door buurland Rusland met vernietiging wordt bedreigd? Desondanks heeft het Bayer-concern onlangs aangekondigd vast te houden aan een investering van 30 miljoen euro in een zaadfabriek. En de fabrieken van westerse autoleveranciers hebben hun activiteiten weer opgevoerd. Om ervoor te zorgen dat er nieuwe investeringen worden gedaan, ontwikkelen de Europese Bank voor Wederopbouw en Wereldbankdochter Miga programma’s om risico’s in Oekraïne af te dekken.

    Voor Oekraïense handelaren is vlotte bevoorrading van hun winkels een patriottische plicht geworden

    Oekraïense levensmiddelen zijn bijzonder gewild. Een Britse logistieke reus heeft daarom geïnvesteerd in een overslagcentrum in Moldavië om toegang te krijgen tot Oekraïense landbouwproducten. Het centrum ligt op 190 kilometer ten westen van de havenstad Odessa. Van daaruit zullen groenten en fruit binnenkort via Moldavië het Verenigd Koninkrijk bereiken. Het zou echt kunnen werken: de Oekraïners zijn erin geslaagd om zelfs in de onmiddellijke nabijheid van het front de bevoorrading op peil te houden – heel anders dan wat momenteel in bijvoorbeeld Britse supermarktketens gebeurt.

    Voor Oekraïense handelaren is vlotte bevoorrading van hun winkels een patriottische plicht geworden. Velen bieden voorbijgangers de mogelijkheid aan om zich binnen op te warmen of mobiele telefoons en laptops op te laden. Sommige winkels hebben openbare werkplekken ingericht, die voor iedereen toegankelijk zijn. ‘Supermarkten,’ zegt het hoofd van de winkeliersvereniging, ‘zijn nu de plekken van onze onverzettelijkheid.’

    Lees ook:

  • Russische droneaanval op Oekraïense havenstad Odessa

    Russische droneaanval op Oekraïense havenstad Odessa

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nigeria: ten minste 12 doden bij reeks aanslagen

    » Vandaag wordt Donald Trump voorgeleid in historische rechtszaak

    Aanval werd uitgevoerd door drones van Iraanse makelij

    Russische drones hebben de Oekraïense havenstad Odessa getroffen en ‘schade’ veroorzaakt. Dat hebben de lokale autoriteiten bekendgemaakt, meldt Radio-Canada. ’De vijand heeft zojuist Odessa en het district Odessa getroffen met UAV-aanvallen [onbemande vliegtuigen]’, zei het stadsbestuur in een verklaring op Facebook. ‘Er is schade’, voegde het zonder verdere details toe.

    Volgens het Oekraïense luchtmachtcommando betrof het zeventien Shahed-drones van Iraanse makelij en zijn er veertien vernietigd door het luchtverdedigingssysteem. De Oekraïense autoriteiten hebben echter niet aangegeven of de graanexport, waarvan een groot deel via de haven van Odessa loopt, door de aanvallen is getroffen.

    Lees ook:

  • Hoe Orbáns Hongarije van twee walletjes eet

    Hoe Orbáns Hongarije van twee walletjes eet

    Hoewel Hongarije meerdere EU-sancties tegen Rusland heeft gesteund, verzet Orbán zich tegen nieuwe maatregelen om bij het Kremlin in de gunst te blijven. Russisch gas wordt er niet goedkoper door, maar de regering-Orbán lijkt wel op een andere manier te profiteren.

    ‘Ik heb nog nooit aan zo’n lange tafel gezeten,’ grapte Viktor Orbán na zijn ontmoeting met Vladimir Poetin op 1 februari 2022. De Hongaarse premier was in Moskou, naar eigen zeggen op een ‘vredesmissie’ om de spanningen tussen ‘het Westen en het Oosten’ te verminderen. (Op dat moment waren meer dan honderdduizend Russische troepen gestationeerd aan de grens met Oekraïne.) Orbán pleitte voor een dialoog en stelde het ‘Hongaarse model’ voor als een uitweg. ‘We zijn lid van de NAVO en de Europese Unie. Toch kunnen we uitstekende betrekkingen met Rusland onderhouden. Dat is mogelijk. Wat hebben we daarvoor nodig? Wederzijds respect,’ zo stelde hij.

    Nog geen maand later, op 24 februari, staken Russische troepen de grens met Oekraïne over. De omvang van de aanval verraste de Hongaarse regering. ‘Zelfs in de vierentwintig uur voorafgaand aan de invasie van Oekraïne waren de Hongaarse inlichtingendiensten ervan overtuigd dat een grootschalige invasie ondenkbaar was,’ vertelt Szabolcs Panyi, onderzoeksjournalist bij Direkt36. ‘Ze waren er zeker van dat Rusland de Oekraïense hoofdstad niet zou aanvallen.’

    Terwijl Russische soldaten raketten afvuurden op Kyiv en andere Oekraïense steden, verklaarde Orbán in een video dat hij de invasie veroordeelde. Hongarije zou aan Oekraïne alleen humanitaire hulp bieden – en geen militaire steun. ‘We moeten alles aanpassen,’ zei Orbán twee dagen later tegen verslaggevers, terwijl hij op bezoek was bij een grenspost waar Oekraïense vluchtelingen aankwamen. Hij vertelde dat er al EU-sancties tegen Rusland in de maak waren, die ook door Hongarije gesteund zouden worden. ‘We gaan niets verhinderen,’ verzekerde de premier. ‘Dit is niet het moment om het beter te weten, maar om eensgezind te zijn – het is oorlog.’

    Volgens Panyi geloofden velen dat Orbán door de grootschalige invasie eindelijk gedwongen zou worden zijn controversiële pro-Kremlinbeleid op te geven en Oekraïne van Hongaarse steun te voorzien. Maar met de parlementsverkiezingen in het verschiet kozen Orbán en zijn rechtse Fidesz-partij voor een andere aanpak.

    ‘Luister, Viktor, weet je wel wat er nu allemaal in Marioepol gebeurt?’

    Ze beloofden humanitaire hulp maar weigerden toe te laten dat wapens vanuit Hongaars grondgebied naar Oekraïne werden vervoerd. Die maatregel moest ‘de veiligheid van Hongarije en de Hongaarse gemeenschap in Transkarpatië’ (een regio in het westen van Oekraïne) garanderen. Orbán sloot vervolgens sancties tegen Russische olie en gas uit, met als argument dat de Hongaarse economie ‘simpelweg niet kan functioneren’ zonder. Hij zorgde ervoor dat Fidesz gepresenteerd werd als de ‘partij van de vrede’. ‘De regering is erin geslaagd de toon van het debat te bepalen. Ze heeft de oppositiepartijen in feite gedwongen ermee in te stemmen, door te zeggen dat zij Hongarije zouden meetrekken in de oorlog als ze aan de macht zouden komen,’ aldus Zsuzsanna Vegh, gastonderzoeker bij het German Marshall Fund van de Verenigde Staten en docent en onderzoeker aan de Europese Universiteit Viadrina.

    Vanzelfsprekend wordt dit dubbelzinnige buitenlandse beleid niet goed ontvangen in Kyiv. Eind maart drong de Oekraïense president Volodymyr Zelensky er bij de Europese Raad op aan dat Hongarije een kant zou kiezen. ‘Je moet zelf beslissen bij wie je hoort. Jullie zijn een soevereine staat,’ zei hij. ‘Luister, Viktor, weet je wel wat er nu allemaal in Marioepol gebeurt?’

    Fidesz sleepte op 3 april 54 procent van de stemmen binnen, waardoor Orbán voor een vierde keer tot premier werd verkozen en zich verzekerd wist van een tweederdemeerderheid in het parlement. In zijn overwinningstoespraak noemde Orbán onder andere de Oekraïense president en ‘Brusselse bureaucraten’ zijn tegenstanders.

    ‘Business as usual’

    Na de verkiezingen gingen Orbán en zijn regering zich nog harder verzetten tegen sancties op Russische energie. De betrekkingen met het Kremlin werden steeds beter. ‘De regering-Orbán deed er alles aan om grote veranderingen in de relatie met Rusland te voorkomen,’ aldus Vegh. ‘De regering bleef de prioriteit geven aan economische verhoudingen en energierelaties en probeerde los daarvan ook zaken te doen zoals voorheen.’

    Dat hield in dat Hongarije een vrijstelling moest zien te verkrijgen van het EU-embargo op Russische olie. Onderdeel daarvan was een overeenkomst met Gazprom om de levering van Russisch gas op te voeren. Bovendien ging de regering door met de bouw van Paks II, een door Rusland gefinancierde kerncentrale. (De Internationale Investeringsbank van Rusland, waarmee andere EU-landen na de invasie van februari niet meer samenwerken, blijft ook vanuit Boedapest opereren.)

    Hongarije is voor 65 procent van zijn olie en 85 procent van zijn gas en nucleaire brandstof afhankelijk van Rusland. Opeenvolgende regeringen hebben weinig moeite gedaan om daarin verandering te brengen. Op de vraag hoe de energierelatie tussen Rusland en Hongarije de afgelopen elf maanden is veranderd, antwoordt energieanalist Nicholas Birman-Trickett dat die ‘relatief hetzelfde is gebleven’. Hongarije blijft vasthouden aan Russische energie-import, onder andere vanwege infrastructurele beperkingen. ‘En natuurlijk zet Orbán zijn relatie met het Kremlin graag in om concessies van de EU te eisen,’ aldus Birman-Trickett.

    ‘Orbán is altijd vrij transparant geweest over [het feit dat] zijn voorwaardelijke steun voor de sancties [tegen Rusland] afhankelijk was van de vraag of de Europese Unie ook iets voor hem zou doen,’ zegt politiek analist András Tóth-Czifra. Volgens Direkt36 hoopten Orbán en zijn regering bijvoorbeeld aanvankelijk dat de Europese Commissie miljarden euro’s aan coronaherstelfondsen (die wegens corruptie werden achtergehouden) zou vrijgeven als ‘beloning’ voor het steunen van de sancties.

    ‘De Hongaarse regering heeft zichzelf in hoge mate padafhankelijk gemaakt’

    Toen dat niet gebeurde, begon de Hongaarse regering haar EU-vetorecht in te zetten. Dat was een probleem, aangezien belangrijke zaken in de EU unaniem moeten worden goedgekeurd. De situatie kwam afgelopen november op scherp te staan, toen Hongarije dreigde om een financieel steunpakket van achttien miljard euro voor Oekraïne te blokkeren. De patstelling werd opgeheven met een compromis: de EU verminderde de financiering.

    ‘Uiteindelijk is het positief geweest dat de Hongaarse regering het gemeenschappelijke Europese [steun]pakket niet gevetood heeft. In december waren er echter al aanwijzingen dat de zesentwintig resterende EU-lidstaten mogelijk een andere weg inslaan wanneer Hongarije dwarsligt,’ aldus Vegh. ‘Ik denk dus dat Hongarije dit niet nog een keer voor elkaar krijgt.’

    Dat betekent echter niet dat Hongarije het niet zal proberen. Vorige week nog zei Orbán dat Hongarije zijn veto zou uitspreken over eventuele sancties tegen de Russische nucleaire sector. Dergelijke sancties noemde hij ‘volstrekt uit den boze’. Ook in Hongarije zelf slaat de antisanctieretoriek van het Fidesz-regime aan. Dat blijkt uit de aanloop naar een recente ‘nationale consultatie’ over de EU-sancties tegen Rusland. Uit de resultaten bleek dat 97 procent van de respondenten tegenstander was van sancties tegen Russische olie en gas. Critici benadrukken hierbij dat de respons laag was (17 procent van de kiesgerechtigden). Bovendien vinden ze dat de vragen misleidend waren: zo werd er gesproken van ‘Brusselse sancties’, maar er werd niet bij vermeld dat alle EU-lidstaten, waaronder Hongarije, elk sanctiepakket tot nu toe hebben goedgekeurd.

    Over de kosten en baten van een nauwe band met Rusland zegt Vegh dat er wat buitenlands beleid betreft ‘vooral sprake is van kosten’. De betrekkingen met Oekraïne hebben een historisch dieptepunt bereikt en Hongarije is verder verwijderd geraakt van zijn westerse bondgenoten. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat Hongarije zijn beleid binnenkort zal wijzigen. ‘De Hongaarse regering heeft zichzelf in hoge mate padafhankelijk gemaakt,’ legt ze uit. ‘Het is niet onmogelijk, maar het zou ontzettend moeilijk voor Orbán zijn om nu nog terug te krabbelen.’

    Angst en gunsten

    Toen hij in februari 2022 met Orbán aan de lange tafel zat, beweerde Poetin dat Hongarije, dankzij het meest recente langetermijncontract met Gazprom, ‘Russisch gas koopt tegen een prijs die vijf keer zo laag is als de Europese marktprijs’. Tijdens de daaropvolgende persconferentie verklaarde Orbán dat het Russische gas de reden was dat Hongarije jarenlang de tarieven voor nutsvoorzieningen kon bevriezen. ‘Als we Russisch gas hebben, kunnen we de Hongaarse huishoudens goedkoop bevoorraden (…). Zonder Russisch gas kunnen we dat niet,’ aldus de premier.

    Het prijsplafond is een van de ‘belangrijkste en meest symbolische beleidsmaatregelen’ van de regering-Orbán in de afgelopen tien jaar, aldus Tóth-Czifra. Dat plafond werd voor het eerst ingevoerd vóór de verkiezingen van 2014 en was tevens een belangrijk speerpunt in de herverkiezingscampagne van Orbán in 2022. Maar het verhaal over ‘goedkoop Russisch gas’ werd al snel ontkracht. Kort na de verkiezingen meldden de Hongaarse media (op basis van gegevens over de buitenlandse handel) dat de prijsformule van het ‘goedkope’ gas gekoppeld bleek te zijn aan de marktprijzen van de voorgaande maanden. In juli kondigde de Hongaarse regering een ‘energienoodtoestand’ af. Bovendien was er sprake van een flinke koerswijziging: er werden plannen aangekondigd om de prijsplafonds voor huishoudelijk gas- en elektriciteitsverbruik boven het nationale gemiddelde af te schaffen.

    De economische situatie van Hongarije liep najaar 2022 uit de hand. In november waren de voedselprijzen op jaarbasis met 49 procent gestegen en tegen het einde van het jaar bedroeg de inflatie 25 procent. Volgens Tóth-Czifra was dit ook grotendeels te wijten aan het feit dat het regeringsbeleid een averechts effect had.

    In december zag de regering van Orbán zich genoodzaakt om het prijsplafond voor brandstoffen op te heffen vanwege tekorten in het hele land. Ondertussen leidde een poging om de prijzen van basisvoedingsmiddelen aan banden te leggen ertoe dat handelaren vlak voor de feestdagen hun producten gingen rantsoeneren. ‘Eind vorig jaar, toen de gasprijzen in Europa al daalden, betaalde Hongarije aanzienlijk meer voor Russisch gas dan consumenten elders in Europa,’ aldus Tóth-Czifra.

    ‘Dat de Hongaarse regering deze gunsten aan Rusland wil verlenen, toont aan dat ze enigszins wanhopig is’

    György Matolcsy, gouverneur van de Hongaarse centrale bank, heeft alarm geslagen over het economische beleid van de regering. Hij noemt de prijsplafonds een ‘gebrekkige crisisstrategie’ en een aanjager van de inflatie. Maar in plaats van het roer om te gooien, kiezen Orbán en zijn regering ervoor naar anderen te wijzen – de EU-sancties tegen Rusland, welteverstaan. Onlangs benadrukte Péter Szijjártó, de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken, in een interview dat de sancties hebben gefaald en dat ze meer schade hebben toegebracht aan de Europese economieën dan aan Rusland.

    ‘De Hongaarse regering is in feite gewoon bang dat de Russen de gastoevoer zullen stopzetten,’ zegt Panyi. Dat maakt hij onder andere op uit de ‘gunsten’ die Hongarije verleent om in de gratie van het Kremlin te blijven. Als voorbeeld draagt hij aan dat Hongarije door te lobbyen voor elkaar heeft gekregen dat Kirill, de patriarch van de Russisch-orthodoxe kerk, vrijgesteld wordt van sancties. Onlangs vertelden diplomatieke bronnen aan RFE/RL dat Hongarije bij de EU een verzoek heeft ingediend om negen mensen (te weten oligarchen en hun familieleden) van de sanctielijst tegen Rusland te verwijderen. ‘Dat de Hongaarse regering deze gunsten aan Rusland wil verlenen, toont wat mij betreft aan dat ze enigszins wanhopig is,’ aldus Panyi.

    Het Hongaarse regime zal hier toch op de een of andere manier van profiteren. ‘Waar het hier echt om gaat, is dat er bij alle soorten zakendeals [met Rusland] beschuldigingen van corruptie zijn geweest – of het nu ging om olie of gas, nucleaire deals of zelfs de aankoop van metrostellen in Boedapest,’ aldus Panyi. Hij verwijst hiermee naar zijn eerdere rapportages. ‘Er loopt een duidelijk geldspoor vanuit de Russische staatskas naar de broekzakken van mensen in de inner circle van premier Orbán.’

    Lees ook:

  • Robert D. Kaplan over zijn steun aan de Irakoorlog: ‘Ik ben gezakt voor mijn test als realist’

    Robert D. Kaplan over zijn steun aan de Irakoorlog: ‘Ik ben gezakt voor mijn test als realist’

    Robert D. Kaplan was een van de meest prominente voorstanders van de oorlog in Irak. De voormalige adviseur van George W. Bush worstelt daar nog steeds mee. Bij de twintigste verjaardag van de invasie schreef hij een boek dat lessen bevat voor het conflict in Oekraïne.

    Het stadje Stockbridge, in het verre westen van Massachusetts, is een toevluchtsoord voor de rijken en hoogopgeleiden van Boston en New York. Hier hebben zij hun ‘cottages’, landhuizen in New England-stijl. Een van de wijken van deze gemeenschap met tweeduizend inwoners, gelegen aan de voet van de Berkshire Mountains, heet Interlaken. Stockbridge is een goede plek om je terug te trekken van het gekrakeel van de Amerikaanse buitenlandse politiek, militaire avonturen en oorlogen.

    Afstand biedt overzicht. Aan de muren in de werkkamer van Robert D. Kaplan hangen kaarten. Een raam biedt uitzicht op een rivier. Aan de andere oever is een golfbaan te zien met daarachter de torens van een kerk en een monument voor veteranen. ‘Het lijkt hier landelijk,’ zegt Kaplan, ‘maar dat is misleidend.’ Kaplans verschijning – spijkerbroek, sportschoenen en zijn bescheiden toon – verhult zijn intellectuele kaliber.

    Kaplan is een van de meest invloedrijke politieke denkers in de VS en ook een van de meest bereisde. Hij werd geboren in New York en woonde als jongeman in Portugal, Israël en Griekenland. Vanuit Oost-Europa, Afrika, het Midden-Oosten en Azië deed hij verslag voor kranten als The Wall Street Journal. Zijn boek over het uiteenvallen van Joegoslavië, The Ghosts of the Balkans, was leesvoer voor Bill Clinton toen de NAVO ingreep in de Bosnische oorlog. Zijn essay The Coming Anarchy waarschuwde al vroeg voor de politieke gevolgen van klimaatverandering, verstedelijking en bevolkingsgroei in het mondiale Zuiden.

    Verstikkend

    In zijn nieuwe boek The Tragic Mind analyseert Kaplan een beslissing die precies twintig jaar geleden werd genomen. Die beslissing wordt nog steeds beschouwd als een van de grootste blunders van het Amerikaanse buitenlandse beleid en stortte Kaplan zelf, zoals hij schrijft, in een ‘klinische depressie’: de invasie van Irak, die begon op 20 maart 2003.

    Kaplan maakte destijds deel uit van het team van adviseurs van president George W. Bush. Hoe kon het gebeuren dat uitgerekend hij, een van de nuchterste geopolitieke waarnemers van zijn land, zo’n prominente voorstander werd van de oorlog in Irak? En wat heeft hij ervan geleerd?

    Kaplan kende Irak, want hij had door het land gereisd in de jaren tachtig, op het hoogtepunt van de dictatuur van Saddam Hoessein. De sfeer van geweld, schrijft hij, ‘was even verstikkend als de hitte en het stof buiten de muren van het presidentiële paleis, dat met machinegeweren werd bewaakt’. In de oorlog tegen Iran en tegen de Koerden in Noord-Irak had Saddam gifgas gebruikt, en Kaplan zag in 1984 de slachtoffers in de moerassen van Huwaisa aan de Tigris. Daar lagen de lichamen van Iraanse soldaten, op elkaar gestapeld door Saddams troepen. ‘De Irakezen waren er trots op.’

    Die ervaring vormde hem. Kaplan had verslag gedaan in Syrië, Sierra Leone en het Roemenië van Nicolae Ceaușescu. ‘Maar dat soort tirannie had ik nog nooit meegemaakt,’ zegt hij. ‘Het voelde alsof je niet kon ademen. Ik vroeg me af: bestaat er nog iets ergers dan dit?’

    ‘Ik had mijn emoties laten prevaleren boven een onpartijdige analyse’

    In november 2001 woonde hij op uitnodiging van de onderminister van Defensie een geheime vergadering bij en werkte hij mee aan een intern document waarin werd gepleit voor de invasie van Irak. ‘Destijds dacht ik vooral aan het veiligheidsaspect,’ zegt Kaplan nu. De luchtafweer van Saddam had het vuur geopend op Amerikaanse vliegtuigen in de twee noflyzones, ‘dus de vrees bestond dat een Amerikaanse piloot zou worden neergeschoten en door de straten van Bagdad zou worden gesleept’.

    Kaplan was niet de enige die zich uitsprak voor de invasie, die uitmondde in een conflict dat meer dan honderdduizend levens kostte. Het Amerikaanse Congres stemde in beide Huizen voor, met in de Senaat onder meer de latere presidentskandidaten Hillary Clinton en John Kerry en de huidige president Joe Biden.

    Anders dan veel politici, is Kaplan echter bereid om zijn besluit te herzien en hij spaart zichzelf daarbij niet: ‘Ik had mijn emoties laten prevaleren boven een onpartijdige analyse. Ik ben gezakt voor mijn test als realist.’

    Bloedige anarchie

    Een jaar na het begin van de oorlog keerde Kaplan terug naar Irak. ‘Daar was ik getuige van iets veel ergers, zelfs erger dan het Irak van de jaren tachtig: een bloedige anarchie van allen tegen allen die door het regime van Saddam met de meest extreme wreedheid werd onderdrukt.’ Sindsdien, zegt hij, hoort hij de woorden van de Perzische filosoof Abu Hamid al-Ghasali: ‘Een jaar anarchie kan erger zijn dan honderd jaar tirannie.’ Een extreme zin die, als je erop doordenkt, tot de conclusie leidt dat elke revolutie en elke buitenlandse interventie tegen autoritaire regimes uitgesloten is. Want wie kan garanderen dat de omverwerping van een dictator niet tot chaos leidt?

    ‘Al-Ghasali overdreef,’ zegt Kaplan. Maar waarom gebruikt hij die zin dan in zijn boek wanneer hij het tirannieke Irak van Saddam vergelijkt met de anarchie na de Amerikaanse invasie? Kaplan antwoordt met een andere filosoof: Albert Camus. ‘De mens, zegt Camus, komt in opstand en zolang er geschiedenis is, zullen er revoluties zijn. Maar revolutionairen hebben ook een verantwoordelijkheid, namelijk: plannen maken voor een betere orde.’

    Het zijn filosofen als Camus maar meer nog de toneelschrijvers van het oude Griekenland bij wie Kaplan te rade gaat voor de grote vragen van de moderne geopolitiek. Want het conflict tussen orde en chaos – het centrale thema van de Griekse tragedie – is nog altijd het kernpunt van verantwoord staatsmanschap.

    ‘Geopolitiek is van nature tragisch’

    ‘Geopolitiek,’ zegt Kaplan, ‘is van nature tragisch.’ En in tegenstelling tot de conventionele opvatting betekent tragisch niet de overwinning van het kwaad op het goede. ‘De Holocaust, de genocide in Rwanda, de oorlog in Bosnië – dat waren geen tragedies, maar enorme en gruwelijke misdaden. Het is een tragedie wanneer twee mogelijkheden een appel doen op ons geweten, terwijl we er maar één kunnen kiezen. Het is het conflict tussen het ene goede en het andere. Door het ene te kiezen boven het andere, ontstaat lijden.’

    De Grieken begrepen ‘dat er verschillende manieren zijn om te falen en dat sommige daarvan beter zijn dan andere. Als je ze bestudeert begrijp je dat je soms moet accepteren dat iets slechts 55 procent goed is en 45 procent slecht.’

    De laatste Amerikaanse president die handelde in de geest van deze ‘tragische sensibiliteit’, is voor Kaplan George H.W. Bush, de vader van de man die Irak binnenviel. ‘Bush senior deed drie opmerkelijke dingen als president: hij bevroor de betrekkingen met China na het bloedbad van Tiananmen in 1989, maar hij verbrak ze niet. Na de val van de Berlijnse Muur maakte hij geen overwinningsronde door Oost-Europa, om de Sovjets niet voor het hoofd te stoten. En in 1991 schopte hij de Irakezen uit Koeweit, maar liet het na om op te rukken naar Bagdad en Saddam Hoessein af te zetten.’

    Lessen uit de oorlog

    Wat Kaplan leerde van de Irakoorlog van 2003 is geen eenvoudige of radicale les. Hij is niet principieel tegen militair ingrijpen, maar hij roept wel op tot veel meer voorzichtigheid en verantwoordelijkheid dan de jongere Bush – mede op zijn advies – destijds betrachtte. Politici die, zoals Bush senior, zelf ervaring met oorlog en dood hebben gehad, vinden dat gemakkelijker dan anderen. Maar de verplichting om ‘tragisch te denken’ geldt ook voor hen.

    Van de oorlog om Koeweit in 1991, de interventies in achtereenvolgens voormalig Joegoslavië, Afghanistan, Irak en die in 2011 in Libië, verdedigt Kaplan achteraf gezien alleen de eerste twee. Welke lessen kunnen we trekken uit de Amerikaanse ‘mislukte militaire avonturen’ voor het grote conflict van onze tijd, de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne?

    Kaplan, in gesprek doorgaans even pessimistisch als in zijn boek, is verrassend zelfverzekerd. Geen van deze conflicten is te vergelijken met de oorlog in Oekraïne, maar president Biden doet het juiste, zegt hij. ‘Hij stuurt geen troepen naar Oekraïne, in tegenstelling tot Bush in Irak. Hij gebruikt geen bommenwerpers, in tegenstelling tot Obama in Libië. Wel steunt hij Oekraïne met tientallen miljarden aan wapens om een rivaliserende grootmacht te verzwakken. En hij doet wat hij kan om uitbreiding van de oorlog naar de NAVO te voorkomen. Biden heeft geleerd van de ervaring met Irak.’

    ‘Biden is erg langzaam en hij denkt na. Maar ik denk dat dit het juiste beleid is’

    De oorlog in Irak werd gevoerd met het uitgesproken doel om Saddam omver te werpen en zijn partij, leger en veiligheidsapparaat te vernietigen. Dat is gelukt, ten koste van tienduizenden levens en een vloedgolf aan onbedoelde gevolgen: van de opkomst van Islamitische Staat tot de versterking van het regime in Teheran. Als de Grieken dergelijke overwinningen niet al hadden vernoemd naar de Molossische koning Pyrrhus, dan konden ze die naar George W. Bush vernoemen.

    Tegenwoordig wordt weliswaar soms gezinspeeld op een regime change in Rusland, maar het taboe dat is ontstaan door de oorlog in Irak geldt nog steeds: het volk bepaalt wie er over welk land regeert. Dat uitgerekend de Amerikaanse president zich in het openbaar uitsprak over het einde van het bewind van Poetin (‘Bij God, deze man kan niet langer aan de macht blijven!’), wijt Kaplan aan de ‘loze retoriek’ van een man die bewezen heeft verder ‘doorgaans competent’ te zijn.

    Volgens Kaplan is het een goed teken dat Bidens koers omstreden is. Bijna elk wapensysteem dat naar Oekraïne wordt gestuurd, leidt tot discussie in het Pentagon, zegt hij. ‘Mede daarom arriveren de wapens er niet zo snel als veel interventionisten zouden willen. Wat dat betreft zijn velen ontevreden over Biden. Hij is erg langzaam en hij denkt na. Maar ik denk dat dit het juiste beleid is.’

    Is dat beleid te timide? Het boek van Kaplan kan zeker worden gelezen als een pleidooi voor angst, zowel in het leven als in de politiek. ‘Angst redt ons van zo veel dingen’, citeert hij de Britse schrijver Graham Greene. Liever spreekt hij van ‘constructief pessimisme’, zegt Kaplan. ‘Ik maak een afweging van alle slechte dingen die mij of mijn natie kunnen overkomen. Als ik alle redenen heb overwogen waarom ik iets niet zou moeten doen en dan besluit het toch te doen, is het waarschijnlijk de juiste beslissing.’

    Robert D. Kaplan: The Tragic Mind. Fear, Fate, and the Burden of Power, Yale University Press.

  • Rusland gaat nucleaire wapens in Belarus plaatsen

    Rusland gaat nucleaire wapens in Belarus plaatsen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Grote staking legt trein-, bus- en vliegverkeer in Duitsland grotendeels plat

    » Netanyahu ontslaat defensieminister na kritiek

    Europese Unie dreigt met nieuwe sancties

    Rusland gaat tactische nucleaire wapens in Belarus plaatsen. Dat heeft de Russische president Vladimir Poetin gezegd, meldt The Moscow Times. Volgens Poetin is de stap van Rusland niet ongebruikelijk en doen de Verenigde Staten en andere NAVO-landen al decennialang hetzelfde.

    Desondanks is het besluit van Rusland opmerkelijk, omdat sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 geen kernwapens meer in buurlanden waren gestationeerd. De beslissing wordt dan ook gezien als een manier om de dreiging richting Oekraïne op te voeren. Eerder gebruikten Russische strijdkrachten Belarus al om een offensief tegen Oekraïne te lanceren. Ook zijn er al Russische bommenwerpers in het land die tactische nucleaire wapens kunnen afvuren.

    De NAVO ziet echter geen verandering in het Russische kernwapenbeleid. De EU heeft bij monde van EU-buitenlandchef Josep Borrell aangegeven wel te zullen reageren als Rusland de plannen doorzet. Zowel Belarus als Rusland kan dan nieuwe sancties verwachten, zei Borrell.

    Lees ook:

  • Deze lessen kunnen we twintig jaar later trekken uit de Irakoorlog

    Deze lessen kunnen we twintig jaar later trekken uit de Irakoorlog

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week gaan we dieper in op de gevolgen van de invasie van Irak. In 2003 werd dictator Saddam Hoessein afgezet door een coalitie onder leiding van de VS, maar heeft dit het land ook democratie en voorspoed gebracht?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Waarom besloten de VS en hun bondgenoten Irak binnen te vallen?

    ‘Een lawine van raketten bedekte het luchtruim boven Bagdad. Om 22.16 uur op 19 maart 2003 (Amerikaanse tijd) verscheen de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush op tv: “Amerikaanse en coalitietroepen zijn zojuist begonnen met een militaire operatie om Irak te ontwapenen, de bevolking te bevrijden en de wereld te beschermen tegen ernstig gevaar.” Operation Iraqi Freedom was begonnen’, schrijft El País.

    Op die dag, deze week twintig jaar geleden, viel de ‘Coalition of the Willing’ onder leiding van de Verenigde Staten het door Saddam Hoessein geleide land binnen. Naast de VS leverden ook het Verenigd Koninkrijk, Australië en Polen troepen. Later sloten meer landen, waaronder Nederland, zich aan bij de coalitie. Wat was de aanleiding voor deze oorlog?

    Na de aanslagen van Al-Qaida op 11 september 2001 in de VS riep George W. Bush ‘de oorlog tegen terrorisme’ uit. Volgens de Amerikaanse president bevond de ‘as van het kwaad’ zich in het Midden-Oosten. Landen als Afghanistan en Irak zouden een schuilplaats bieden aan terroristen.

    De Iraakse leider Saddam Hoessein zou massavernietigingswapens produceren en verborgen houden, beweerden Bush en zijn regering – beschuldigingen waar nooit bewijs voor gevonden is. Sommige leden van de Amerikaanse regering zeiden ook dat Hoessein banden had met Al-Qaida, een aantijging die de inlichtingendiensten later verwierpen, schrijft The New York Times

    MpqoSqsl0wfNFFPf4gEsLZjJZi5V13AiGZOQUU8Ajv DNYARNLY8t2lXP6etOBOBd5pMTjZJVtRTjRQ0vecu3 Ua2Zq DvTjJjmtQJ
    Amerikaanse soldaten rijden op de derde dag van Operation Iraqi Freedom (22 maart 2003) in konvooi door de woestijn naar het noorden van Irak. – © Eric Feferberg / AFP Photo

    Diane Abott, parlementslid voor Labour, beschrijft in een opiniestuk in The Guardian hoe het Verenigd Koninkrijk de oorlog in werd gerommeld. ‘Het was vanaf het begin duidelijk dat Tony Blair vastbesloten was de oorlog in te gaan, schouder aan schouder met George W. Bush. De relatie met de VS leek voor hem belangrijker dan de mening van zijn eigen partij, en deze leek ook belangrijker dan de vraag of de oorlog legaal was of niet’, schrijft Abott, die al sinds 1987 parlementariër is. 

    ‘Bij aanvang aan het debat ontbrak het volledig aan bewijs dat Irak massavernietigingswapens bezat. Het hoofd van de VN-wapeninspectie, Hans Blix, zei dat hij en zijn teams tot nu toe geen “smoking gun” in Irak hadden gevonden’, aldus Abott. ‘Iedereen wist dat de stemming niet echt ging over het nut van de oorlog. In plaats daarvan werd het een stemming over of je Blair persoonlijk steunde of niet. Iedereen wist dat tegen de oorlog stemmen betekende dat je carrière voorbij was.’

    Hoe heeft de invasie Irak veranderd?

    ‘Tijdens de herdenking in Irak van de door Amerika geleide invasie die dictator Saddam Hoessein twintig jaar geleden ten val bracht, waart een leger van geesten rond tussen de levenden. De doden en verminkten achtervolgen iedereen in dit land – zelfs degenen die het verleden achter zich willen laten’, schrijft Alissa J. Rubin in The New York Times. Zij verbleef twee weken in het land om met de inwoners te praten over de gevolgen van de oorlog.

    Officieel duurde de oorlog acht jaar, waarbij op het hoogtepunt, in 2007, tot 170.000 Amerikaanse soldaten in het land aanwezig waren. Hoewel het einde van Operation Iraqi Freedom formeel werd afgekondigd in 2011, gingen de gevechten daarna nog door. Vandaag de dag zijn er nog 2500 Amerikaanse soldaten in het Arabische land; het Congres geeft nog steeds toestemming voor voortzetting van de oorlog.

    De humanitaire ramp is desastreus: meer dan een half miljoen Iraakse doden – voor het overgrote deel burgers – en zeven miljoen ontheemden in Irak en Syrië, volgens het Costs of War-project van Brown University. De VS hebben bijna 4500 soldaten verloren en nog eens 30.000 raakten gewond, volgens cijfers van het Pentagon. Costs of War schat de economische kosten tot nu toe op ongeveer 1,8 biljoen dollar (1,7 biljoen euro), wat kan oplopen tot 2,9 biljoen dollar (2,71 biljoen euro) in 2050.

    Volgens El País zijn er vele fouten gemaakt na de invasie. ‘De beslissingen om het leger van Saddam Hoessein (geëxecuteerd in december 2006) te ontbinden, waarmee honderdduizenden soldaten op straat kwamen te staan, om het bestuur te zuiveren van Ba’athistische (Saddams partij) functionarissen en om een kleinere troepenmacht te sturen dan nodig was om de doelstellingen te bereiken, leidden tot een toename van geweld, corruptie, sektarisme en economische problemen.’

    Het wantrouwen jegens de soennieten, die de dictator hadden gesteund, en de bevordering van het sjiisme deden de invloed van Iran in het land toenemen. In Irak zijn momenteel verschillende sjiitische milities actief die voor een deel aangestuurd worden door Iran. 

    Ook nu nog bedreigt het sektarisme, waardoor in het land vooral sinds 2006 een bloedige burgeroorlog is uitgebroken, het politieke leven met een eeuwige impasse. Afgelopen oktober gaf het parlement groen licht voor de regering van premier Mohammed Shia al-Sudani, een jaar na de verkiezingen waarbij de sjiitische geestelijke Muqtada al-Sadr, een grote vijand van de Amerikaanse invasie, als winnaar uit de bus kwam. De verkiezingen werden uitgeschreven na de grote protesten van 2019, die grotendeels geleid werden door jongeren die zich verzetten tegen de systematische corruptie, werkloosheid en het gebrek aan kansen. 

    G1xDUiNSLXcm0aOI2VAc6SQSZaRmQi HsPtx581SzCfyYyHBNjwYcEJ88wqOLgaEPULcpnsiYoTZTKkhExRlYhuNAurIDdHddo9c6OSI45IFJ Tmy780n7DExOSSAFroZJAp742zFqJCbkk6lTo EhQ
    Aanhangers van Muqtada al-Sadr betuigen hun steun aan de sjiitische geestelijke in 2022. – © © Ahmad Al-Rubaye / AFP

    Deze sektarische verdeeldheid, die vooral opkwam na de Amerikaanse invasie, lag eerder ook aan de basis van de opkomst in Irak van extremistische groeperingen zoals Al-Qaida, aldus El País. Uiteindelijk zou dat de Islamitische Staat van Irak en de Levant (ISIS) worden, die zich vervolgens in delen van Irak en delen van Syrië vestigde. In 2014 zag president Barack Obama, drie jaar na de terugtrekking van de troepen die hij zelf in gang had gezet, zich daardoor gedwongen opnieuw Amerikaanse soldaten inzetten in het land. In 2015 gaf hij opdracht tot het inzetten van troepen in Syrië, waar nu nog zo’n negenhonderd soldaten verblijven.

    Om een beeld te schetsen van hoe het land in twintig jaar is veranderd, sprak  Alissa J. Rubin vijftig Irakezen. Uit haar bevindingen komt duidelijk naar voren dat de oorlog Irak ingrijpend heeft veranderd. ‘Het is een veel vrijere samenleving dan onder Hoessein en een van de meest democratische landen in het Midden-Oosten, met meerdere politieke partijen en een grotendeels vrije pers’, aldus Rubin

    Toch komt uit de gesprekken ook een verontrustend beeld naar boven van een olierijk land dat economische voorspoed zou moeten kennen, maar ‘waar de meeste mensen zich niet veilig voelen en hun regering niet anders zien dan als een corruptiemachine’. Volgens de Irakezen die de Rubin spreekt is de kwaliteit van basisvoorzieningen, zoals toegang tot elektriciteit, slecht en liggen de lonen te laag om rond te komen. Volgens het Iraakse ministerie van Planning leeft ongeveer een kwart van de Irakezen op of onder de armoedegrens.

    ‘We wilden altijd van Saddam af,’ zegt een van de ondervraagden tegen Rubin. ‘We weten dat Irak rijk aan grondstoffen is, en we hoopten dat het beter zou worden. Maar we hebben niet gekregen waar we op hoopten.’

    Welke gevolgen heeft de Irakoorlog gehad voor de mondiale verhoudingen?

    De geloofwaardigheid van de VS in de wereld heeft een zware klap gekregen door de oorlog in Irak. Vooral in het Midden-Oosten hebben de VS aan morele statuur en invloed ingeboet. ’De bezetting heeft de mythe van de Amerikaanse militaire macht doorgeprikt en een eind gemaakt aan de reputatie van het land als de enige supermacht na de Koude Oorlog die in staat is de wereld (…) zijn wil op te leggen’, schrijft El País.

    ‘Het vacuüm dat de VS achterlieten werd opgevuld door Islamitische Staat, wat uiteindelijk leidde tot de crisis en de burgeroorlog in Syrië. We kregen de Arabische Lente, talloze opstanden en terroristische aanslagen. Door een oorlog zonder mandaat en de daaropvolgende acties, waaronder afschuwelijke martelingen en schendingen van de mensenrechten op locaties als de Abu Ghraib-gevangenis, heeft het Westen zijn morele kracht verloren en het is er niet in geslaagd die te herstellen’, schrijft The Irish Examiner in een hoofdredactioneel commentaar. 

    Een gewonde Iraakse jongen en een soldaat nabij de stad Mosul in 2017. Omar, zoals de jongen heet, verloor zijn beide ouders tijdens gevechten om de stad tussen Islamitische Staat en het Iraakse leger. – © Ahmad Al-Rubaye / AFP

    ‘Vóór de invasie in Irak was de invloed van Rusland in het Midden-Oosten tanende, een positie die Vladimir Poetin op een gruwelijke manier heeft teruggewonnen. Dit heeft hem het vertrouwen gegeven om Oekraïne binnen te vallen en gesterkt in zijn nauwere allianties met China en Iran, gepersonifieerd door het bezoek van de Chinese president Xi Jinping aan Moskou. Het Kremlin verwijst bij kritiek op zijn eigen optreden al snel naar de Amerikaanse inval in Irak.’

    ‘De wereld is ontegenzeggelijk gevaarlijker geworden sinds de invasie van 2003’, concludeert de Ierse krant.

    Lees ook:

  • Controverse: ‘Beleid Israël is staatsterreur’

    Controverse: ‘Beleid Israël is staatsterreur’

    Sinds het aantreden van de meest rechtse regering in de geschiedenis van Israël, is het geweld tussen Israëliërs en Palestijnen opgelaaid. Opmerkelijk gebruiken beide partijen hetzelfde argument om hun gewelddadigheden te rechtvaardigen: zelfverdediging.

    Volgens Richard Silverstein, zelf joods maar zeer kritisch op het Israëlische beleid, moet het aanhoudende geweld door Israël als terreur worden gezien en moet het land dan ook de status ‘terroristisch’ krijgen. ‘Als terrorisme staat voor het gebruik van geweld bij het nastreven van politieke doelen, dan moet het beleid van Israël ook gezien worden als staatsterrorisme’, schrijft hij.

    Volgens Orly Goldschmidt, woordvoerder van de Israëlische ambassade in het Verenigd Koninkrijk, moet Israël zich wel verdedigen tegen de Palestijnse terreur. Zonder het antiterrorisme-apparaat van Israël ‘zou het totaal van vijfduizend [terreurslachtoffers] naar ik vrees nog heel wat meer nullen bevatten’, schrijft hij.

    Lees hieronder hun betogen:

    Waarom Israël als terroristische staat aangemerkt moet worden

    Sinds de Nakba [de gedwongen emigratie van Arabische Palestijnen uit het Israëlisch grondgebied in 1947-1949, de tijd waarin de staat Israël ontstond] heeft Israël de Palestijnen onderdrukt met staatsterreur die goedgepraat werd als ‘zelfverdediging’, terwijl Palestijnen die zich verzetten weggezet worden als terroristen. Het geweld dat Israël gepleegd heeft op de Al-Aqsamoskee laat echter de waarheid zien, schrijft Richard Silverstein. 

    In mei 2021 leidde de onderdrukking van de islamitische eredienst in de Al-Aqsamoskee door Israël tot woede en verzet bij de Palestijnen. Vorig jaar april lokte de Likoed-regering tijdens de ramadan rellen uit in Oost-Jeruzalem door gelovigen de toegang tot de Damascuspoort te weigeren, waar zij na het gebed altijd bijeenkwamen voor de sociale contacten. De Israëlische grenspolitie, berucht om haar wreedheid, reageerde met een uitbarsting van geweld.

    De woede van de Palestijnen sloeg al snel over naar alle Palestijnse gemeenschappen in Israël. Zo’n nationaal verzet was nog niet eerder voorgekomen in de geschiedenis van dit conflict dat, op een paar zeldzame momenten na, beperkt is gebleven tot de bezette gebieden.

    Ze vielen Palestijnse buurten binnen en terroriseerden en mishandelden de bevolking

    De Israëlische joden werden gealarmeerd. De ultrarechtse bendes van de Kahanisten begonnen sociale media in te zetten om groeperingen te organiseren die voor eigen rechter speelden. Ze vielen Palestijnse buurten binnen en terroriseerden en mishandelden de bevolking.

    Hamas reageerde, in zijn rol als beschermer van de heilige islamitische plaatsen in Jeruzalem, door raketten op Israël af te vuren. Daarop lanceerde Israël een grootscheepse luchtaanval die elf dagen duurde en 250 slachtoffers maakte, van wie de meesten vrouwen en kinderen waren.

    Dit jaar is de ramadan hard op weg om op net zo’n vechtpartij uit te lopen. Na vier Palestijnse terreuraanslagen binnen twee weken, waarbij elf Israëliërs omkwamen, zijn duizenden Israëlische troepen de Palestijnse dorpen binnengedrongen. Daarbij werden honderden gearresteerd en zijn bijna twintig mensen om het leven gekomen.

    Hoewel de Palestijnse vechtlust sterker is geworden doordat er een religieuze dimensie aan het politieke conflict is toegevoegd, is er ook een gevaar

    De reactie van de Israëlische grenspolitie, die op een dag in april 2022 vroeg in de morgen vijfhonderd kolonisten overbracht naar de binnenplaats recht tegenover de Al-Aqsamoskee, was nog schadelijker voor de stabiliteit van het land. De kolonisten stonden onder leiding van Itamar Ben Gvir, de meest gehate extremist van de Knesset [het Israëlisch parlement]. De aanval stond gepland voor de vroege morgen, het moment waarop gelovigen samenkwamen voor het dagelijks gebed. De politie viel het heiligdom binnen en gebruikte flitsgranaten, traangas en knuppels om de moskee onder controle te krijgen en iedere vorm van verzet de kop in te drukken. Bijna vierhonderd mensen werden gearresteerd en honderdvijftig raakten gewond.

    Hoewel de Palestijnse vechtlust sterker is geworden doordat er een religieuze dimensie aan het politieke conflict is toegevoegd, is er ook een gevaar. Uit de geschiedenis blijkt dat de ijver van twee groepen gelovigen die tegen elkaar strijden snel kan escaleren.

    De traditionele internationale reactie op gewapend Palestijns verzet was onvoorwaardelijke veroordeling ervan, terwijl men sympathie had voor de daden van Israël, dat handelde uit ‘zelfverdediging’. Maar de wereld begint de opruiing door de Israëliërs steeds meer te zien als een primaire aanstichter van het geweld.

    Lees ook:

    Nu de kritiek op de Israëlische agressie toeneemt, is het tijd voor herbezinning op het conventionele begrip en de definitie van terrorisme.

    Als terrorisme staat voor het gebruik van geweld bij het nastreven van politieke doelen, dan moet het beleid van Israël ook gezien worden als staatsterrorisme. Het Palestijnse geweld is dus niet langer het werk van ‘terroristen’, zoals Israël hen heeft bestempeld, maar een legitieme politieke reactie op de Israëlische apartheid en het massale geweld, waaronder de moord op tienduizenden Palestijnen sinds de oprichting van de staat in 1948.

    Het is tijd voor herbezinning op het conventionele begrip en de definitie van terrorisme

    Ter ondersteuning van dit standpunt heeft Israël sinds zijn oprichting terreur gebruikt om de Palestijnen te controleren, te overheersen en te onderdrukken. Zelfs vóór de oprichting van de staat riep David Ben Goerion al vaak ertoe op de ‘Arabieren’ uit Palestina te verdrijven om te zorgen voor een natie waar een Joodse meerderheid het voor het zeggen zou hebben.

    De Joodse terreurmilities waren rivalen van het zionistische Yishuv-bestuur. Zij toonden hun minachting door terreuraanslagen te plegen om zo duidelijk te maken dat de Joden de overmacht hadden. Bij een van hun gezamenlijke militie-operaties in april 1948, die geleid werd door de toekomstige premier Menahem Begin en Yitzhak Shamir, werd het dorp Deir Yassin verwoest, waarbij honderd doden vielen, waaronder vrouwen en kinderen.

    Joodse schutters onder leiding van Shamir vermoordden graaf Folke von Bernadotte, een VN-vredesonderhandelaar, omdat hij een territoriaal compromis voorstelde dat nadelig was voor de Joodse belangen. Tenslotte bombardeerden de troepen van Begin, als de meest gruwelijke terreurdaad van allemaal, het King David Hotel, het hoofdkwartier van het Britse Mandaatbestuur, waarbij meer dan negentig slachtoffers vielen.

    Hoewel de Joodse ondergrondse terroristische beweging het meeste geweld gebruikte, deed de Yishuv dat nog systematischer: Plan Dalet verdreef een miljoen Palestijnen uit hun huizen in Gaza en voerde ze weg naar Syrië in ballingschap door ze als vluchtelingen in kampen op te sluiten. De Nakba was misschien wel Israëls eerste systematische daad van staatsterreur.

    De Nakba was misschien wel Israëls eerste systematische daad van staatsterreur

    In het licht van deze geschiedenis moet het huidige Israëlische beleid opnieuw onder de loep worden genomen: de herhaalde aanvallen op Gaza (2009, 2014, 2021) die de dood van duizenden en de vernietiging van tienduizenden huizen tot gevolg hadden, moeten ook worden gezien als terreurdaden. In 2018 stonden Israëlische sluipschutters oog in oog met tienduizenden vreedzame demonstranten tijdens de Grote Mars van de Terugkeer. Ze maaiden hen zonder pardon neer, alsof het niets was. Honderden ongewapende demonstranten werden vermoord en duizenden werden voor het leven verminkt.

    Het inpikken van Palestijns land, de ontworteling van hele gemeenschappen, de onderdrukking van religieuze erediensten, de eindeloze cycli van gewelddadige invallen in huizen in het holst van de nacht, de arrestatie van duizenden mensen, waaronder kinderen: al die gebeurtenissen moeten worden gezien als nog meer gewelddadigheden van de staat.

    Het verschil tussen het Palestijnse verzet en de Israëlische staatsterreur is dat de Palestijnen individuele gewelddaden plegen. Hoe gruwelijk het aantal doden ook is, het gaat om eenmansaanvallen of gewelddaden met een beperkte impact.

    Het terrorisme van Israël daarentegen is een alomvattend beleid waarbij alle macht van het veiligheidsapparaat wordt ingezet ten behoeve van het staatsbelang. Het houdt veel meer in dan een schutter die door een straat in Tel Aviv rent. Het omvat een complete nationale politiemacht die wordt ingezet tegen aanhangers van een enkele religie. Het omvat honderden grenspolitieagenten die een heilige plaats bezoedelen door er een slagveld van te maken; en dat alles ten behoeve van messiaanse joden die de heilige plaatsen van de moslims willen vernietigen om de joodse tempel te herbouwen.

    Het verschil tussen het Palestijnse verzet en de Israëlische staatsterreur is dat de Palestijnen individuele gewelddaden plegen

    Het Internationaal Strafhof deelt veel van deze zorgen en heeft een onderzoek ingesteld naar mogelijke Israëlische oorlogsmisdaden. Dit garandeert niet dat het Israël schuldig zal bevinden. Maar voor een juiste beoordeling is het van cruciaal belang dat ons begrip van het Israëlische beleid wordt veranderd. Dit beleid is niet alleen onrechtvaardig. Zelfs de term apartheid, hoe juist die definitie ook is, doet geen recht aan de zeventig jaar waarin Israël systematisch Palestijnse rechten onderdrukt. Het is eenvoudigweg een alomvattend beleid van staatsterreur.

    Tegenwoordig ziet de wereld een verband tussen de Russische invasie in Oekraïne, de doelbewuste aanvallen op burgerdoelen, de uitroeiing van de hele stad Marioepol en de executie van vastgebonden burgers enerzijds en de wreedheden van de nazi-Wehrmacht en de SS tijdens de Tweede Wereldoorlog anderzijds. De wereld schreeuwt nu om verantwoording, eist dat Poetin en zijn generaals worden berecht voor oorlogsmisdaden.

    Het terrorisme van Israël heeft veel langer geduurd en meer slachtoffers gemaakt dan dat van Rusland. Als we moreel consequent willen zijn, dan moeten de misdaden van de Israëlische staat hetzelfde worden behandeld als de misdaden van Rusland. De wereld kan niet langer aanvaarden dat Israël zich als slachtoffer of zelfverdediger beroept op zijn misdadig gedrag.

    Terrorisme in de Israëlische context moet opnieuw worden gedefinieerd. De eeuwigdurende oorlogszuchtige verhouding van Israël tot zijn buren aan de frontlinie (Syrië, Libanon, Iran, enz.) en de Palestijnen destabiliseert de regio en schendt het internationaal recht. De wereld mag Israël niet langer het voordeel van de twijfel geven. Zij moet al die argumenten waarmee ze massaal geweld goedpraat verwerpen. We moeten Israël noemen zoals het is: een terreurstaat.

    Richard SilversteinThe New Arab

    Lees ook:


    De staat Israël moet zichzelf verdedigen tegen Palestijnse terreur

    Ik ben bang dat het totale dodental nog heel wat meer nullen zou tellen als Israël niet over een anti-terrorismeapparaat zou beschikken.

    Het artikel van Jalal Abukhater van 7 februari, dat gepubliceerd werd enkele dagen nadat een Palestijnse terrorist op de herdenkingsdag van de Holocaust zeven onschuldige mensen vermoordde in een synagoge in Jeruzalem, onderwaardeert het leven van Israëliërs.

    Zowel Palestijnen als Israëliërs lijden, en dat doet me pijn. Dat is precies de reden waarom dit artikel ingaat op een probleem dat in de bredere discussie over dit onderwerp speelt: de ontkenning en de weigering om te erkennen dat Israëliërs lijden.

    Zowel Palestijnen als Israëliërs lijden, en dat doet me pijn

    In 2022 werden Israëliërs getroffen door ruim vijfduizend Palestijnse terreuraanslagen; onschuldige mannen, vrouwen en kinderen werden op de straten van Israël doodgereden, doodgestoken of doodgeschoten, of ze kwamen door bombardementen om het leven. Zo is het leven op de grond.

    Op 10 februari reed een Palestijn bijvoorbeeld met zijn auto in op een overvolle bushalte, met drie doden tot gevolg, waaronder twee broers van zes en acht jaar oud. Stel je eens voor dat jij of je dierbaren het slachtoffer worden van zo’n weerzinwekkende terreuraanslag terwijl je op weg bent naar je werk. Dit is precies de reden waarom Israël beschikt over een anti-terrorismeapparaat: als het land dat niet had, zou het totaal van vijfduizend naar ik vrees nog heel wat meer nullen bevatten.

    Israël heeft door de jaren heen laten zien dat het vrede wil sluiten met de Palestijnen

    Israël heeft door de jaren heen laten zien dat het vrede wil sluiten met de Palestijnen. Zo heeft het land in 1993, 2000, 2008 en 2014 geprobeerd om vredesakkoorden te sluiten en streven we nog altijd de vrede na. Geweld is echter aan de orde van de dag. Deze maand nog pleegden drie Palestijnse tieners drie terreuraanslagen op Israëlische burgers.

    Deze aanslag staat niet op zichzelf. Helaas krijgen mensen in de Palestijnse samenleving de afkeer van Israël met de paplepel ingegoten. Schoolboeken, sociale media en het beleid van de Palestijnse Autoriteit zijn allemaal toegespitst op geweld tegen onschuldige Israëliërs. Ik hoop dat er vrede zal komen. Om dat te bereiken, zullen de Palestijnse leiders moeten erkennen dat er een eind moet komen aan het opruien van de bevolking en het geweld.

    Orly GoldschmidtThe Guardian

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/netanyahu-houdt-zichzelf-voor-de-gek-als-hij-denkt-dat-hij-de-extreemrechtse-meute-kan-temmen/
  • Kim Jong-un voert dreigementen van nucleaire aanval op

    Kim Jong-un voert dreigementen van nucleaire aanval op

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden roept Netanyahu op democratische waarden te respecteren

    » Aanhoudende onrust in Frankrijk na opmerkelijke actie Franse regering

    Noord-Korea heeft meerdere rakettesten uitgevoerd

    Kim Jong-un heeft gezegd dat Noord-Koreanen klaar moeten zijn om een nucleaire aanval uit te voeren, schrijft KCNA Watch. Dit weekend werden in het Aziatische land grootschalige militaire oefeningen uitgevoerd. Daarnaast hebben in de afgelopen tijd meerdere rakettesten plaatsgevonden.

    Zo werd zondag een ballistische raket afgeschoten, die in de Japanse Zee terechtkwam, en werden op dinsdag en donderdag onder meer intercontinentale raketten gelanceerd. Vorige week werden er twee kruisraketten afgeschoten. De lanceringen zouden als afschrikking bedoeld zijn tegen de militaire oefeningen die Zuid-Korea en de Verenigde Staten houden.

    Die twee landen zijn bezig met een elf dagen durende gezamenlijke oefening. Volgens Kim Jong-un wil Zuid-Korea zijn regime destabiliseren. Hij waarschuwde dat bijna een miljoen Noord-Koreanen klaarstaan om zich vrijwillig aan te sluiten bij het leger om hun land te verdedigen.

    Lees ook:

  • Kremlin spint garen bij brandhaard in Servië en Kosovo

    Kremlin spint garen bij brandhaard in Servië en Kosovo

    Sluimerende etnische spanningen op de Balkan worden door Poetin aangewakkerd en gebruikt om de aandacht af te leiden van de oorlog in Oekraïne. Hoe beperkt de rol van Rusland als Servische bondgenoot ook mag zijn.

    Terwijl de wereld haar ogen gericht houdt op de Russische invasie in Oekraïne, gaan Vladimir Poetins propagandaoperaties in de hele wereld door. Van Zuid-Amerika tot Afrika, overal zijn Russische onruststokers bezig met het destabiliseren en ondermijnen van regeringen die in hun ogen de doelstellingen van Moskou in de weg zitten. De invloed hiervan was bijvoorbeeld merkbaar op de Australian Open, waar de vader van de Servische toptennisser Novak Djokovic gefilmd werd terwijl hij poseerde met pro-Russische demonstranten en naar verluidt ‘lang leve de Russen’ riep.

    Voor mensen die de regio al lang in de gaten houden, is dit geen verrassing. Poetin heeft Servië en Kosovo tegen elkaar opgehitst door Belgrado dieper in de invloedssfeer van Moskou te trekken. Nu, drie decennia nadat Joegoslavië op bloedige wijze uiteenviel, hebben de recente aanvaringen tussen Servië en Kosovo de sluimerende etnische spanningen doen oplaaien en onrust veroorzaakt in het Westen.    

    Eind december heeft Servië zijn troepen in de hoogste staat van paraatheid gebracht, toen de Servische premier stelde dat de twee landen ‘op de rand van een gewapend conflict’ stonden. Sir Stuart Peach, de speciaal gezant van het Verenigd Koninkrijk, bracht een bezoek aan Servië om de gemoederen tot bedaren te brengen. Maar het risico dat het in de toekomst opnieuw tot een aanvaring komt, blijft reëel. Temeer omdat Rusland achter de schermen bezig is het Westen van de oorlog in Oekraïne af te leiden. 

    Wagner Group

    De campagnes waarmee Rusland invloed uitoefent in Servië kennen een lange geschiedenis. Via instituten als de orthodoxe kerk behoudt Moskou vergaande culturele en politieke invloed in Servië. Sputnik, een Russisch nieuwsbureau dat eigendom is van de staat, is duidelijk aanwezig in Belgrado en het internationale televisienetwerk Russia Today heeft er kortgeleden nog zijn deuren geopend. Misschien is het meest alarmerend nog wel dat de Wagner Group in december zijn aanwezigheid in Servië heeft aangekondigd in de vorm van een ‘Russisch-Servisch Cultureel en Informatiecentrum voor Vriendschap en Samenwerking’. Deze beruchte Russische paramilitaire organisatie, die onder leiding staat van Poetin-vertrouweling Jevgeni Prigozjin, is gespecialiseerd in informatieoperaties die tot doel hebben spanningen aan te wakkeren.  

    De activiteiten van het Kremlin in Servië zijn extra zorgwekkend omdat Servië onlangs als directeur van de inlichtingendienst een pro-Russisch politicus heeft aangesteld die ertoe oproept een ‘Servische wereld’ te creëren – de tegenhanger van Poetins ‘Russische wereld’ op de Balkan. Het doel is alle Serviërs te verenigen in eenzelfde cultureel referentiekader. 

    Servië heeft nooit de onafhankelijkheid van Kosovo erkend. De regering heeft de Serviërs die in Kosovo wonen, en daar in het noorden de meerderheid vormen, aangemoedigd om zich tegen de richtlijnen van [de Kosovaarse hoofdstad] Pristina te verzetten. De spanningen namen toe in augustus, toen Kosovo de Serviërs aldaar verplichtte kentekenplaten en documenten in het Kosovaars te laten registreren. Veel Serviërs weigerden dit en legden uit protest hun werk neer. Door de arrestatie van een voormalig Servisch politieambtenaar verslechterde de situatie verder; Serviërs blokkeerden de wegen net zolang tot hij werd vrijgelaten.   

    ‘Rusland is helemaal vastgelopen op het grondgebied van Oekraïne. Hoe kunnen wij Servië dan helpen?’

    Zowel Servië als Rusland profiteert van de chaos die zulke spanningen veroorzaken. De Servische president Aleksandar Vucic omdat de escalatie de Serviërs afleidt van binnenlandse gebeurtenissen. Eind december zette Vucic bijvoorbeeld het Servische leger op scherp op de dag dat meer dan vijftien mensen in het ziekenhuis belandden door een ammoniaklek in een vrachttrein. Deze was ontspoord als gevolg van de slechte staat van de spoorlijn. Vucic probeert zich met deze strategie in de regio te profileren als een baken van stabiliteit. 

    Poetin op zijn beurt kan door zijn stellingname in het conflict verschillende doelstellingen van zijn buitenlands beleid verwezenlijken: het Westen afleiden van de oorlog in Oekraïne, de NAVO verzwakken en Rusland positioneren als de enige regionale bemiddelaar. Dit geeft hem een zekere macht ten opzichte van westerse mogendheden, die niet willen dat het geweld in de regio verder escaleert. 

    De Russische ambassadeur in Servië maakt duidelijk dat Belgrado kan rekenen op de steun van Moskou en benadrukt dat Kosovo zich ‘op de rand van een groter conflict’ bevindt. Tot op zekere hoogte is dit goedkope retoriek, aangezien Moskou niet in staat is Servië militair bij te staan in geval van een openlijk conflict. Zoals Igor Strelkov, een Russische oorlogsveteraan en voormalig minister van Defensie van de marionettenstaat Donetsk, uitlegt: ‘Rusland is helemaal vastgelopen op het grondgebied van Oekraïne. Hoe kunnen wij Servië dan helpen? Dat lukt enkel als we een totale oorlog met de NAVO aangaan, en daar zijn we totaal niet op voorbereid.’

    Weigering

    Hoe beperkt de rol van Rusland als Servische bondgenoot ook mag zijn, het zal het Servisch-Kosovaarse conflict ongetwijfeld blijven aanwakkeren. Ondertussen kondigde Vucic op 23 januari in een toespraak tot de natie aan dat Servië onder westerse druk staat. Zijn weigering om in te gaan op het Frans-Duitse voorstel om de betrekkingen tussen Servië en Kosovo te normaliseren, zou de onderhandelingen over toetreding tot de EU en westerse investeringen in Servië namelijk tot stilstand brengen. Maar zoals we in Oekraïne hebben gezien, pakken Moskous plannen niet altijd uit zoals ze bedoeld zijn.

    Het Kremlin is niet in staat Belgrado militair of economisch bij te staan, en het Westen heeft de middelen om het conflict te bezweren. Dit vereist de juiste inzet van invloed, een tegenbeweging om Russische informatieoperaties te ontmantelen en NAVO-vredesmissies om nieuwe wegblokkades op te heffen, waarmee de boodschap wordt afgegeven dat het Westen in een geval van escalatie zal ingrijpen. 

    Voor Vucic is het in sommige opzichten makkelijker om in te binden. Met name vanwege zijn controle over de media kan de Servische president bepaalde informatie zo brengen dat hij de betrekkingen met Pristina normaliseert zonder bang te hoeven zijn voor represailles van ultrarechtse groeperingen. 

    Als het Westen snel handelt, wordt het plan van het Kremlin om een nieuwe brandhaard te creëren en zo de aandacht van Oekraïne af te leiden, ondermijnd. 

    Lees ook:

  • Meerdere doden in onrustig weekend op Westelijke Jordaanoever

    Meerdere doden in onrustig weekend op Westelijke Jordaanoever

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bootsramp met migranten voor de kust van Italië eist tientallen levens

    » Nigeriaanse kiescommissie brengt eerste uitslagen naar buiten

    Israël en de Palestijnse Autoriteit praten over de-escalatie

    Op de Westelijke Jordaanoever is het dit weekend in meerdere steden tot confrontaties gekomen tussen Israëlische kolonisten en Palestijnen, meldt het Israëlische Haaretz. Het epicentrum van het geweld lag in de stad Hawara, waar het leger eraan te pas moest komen om rellen door Israëliërs onder controle te krijgen. Het geweld ontstond op zondag als wraakactie na een schietpartij eerder op de dag in Hawara, waarbij een Palestijn twee mensen van Israëlische komaf had doodgeschoten.

    Kolonisten in Hawara organiseerden vervolgens een protestmars, waarbij gebouwen, woningen en auto’s in brand werden gestoken. Ook werden Palestijnen aangevallen. Elders in het gebied, in de stad Nablus, was het ook onrustig. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft zijn landgenoten opgeroepen niet voor eigen rechter te gaan spelen.

    Het geweld op de Westelijke Jordaanoever is de afgelopen dagen flink toegenomen. Om deze reden kwamen afgevaardigden van Israël en de Palestijnse Autoriteit zondag in Jordanië bijeen om te praten over manieren om de situatie onder controle te krijgen. Israël heeft daarbij enkele concessies gedaan, waaronder de belofte de komende maanden in ieder geval geen nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te bouwen. Ook zullen de gesprekken de komende tijd voortgezet worden.

    Lees ook:

  • Biden in Warschau: ‘Steun VS aan Oekraïne zal niet stokken’

    Biden in Warschau: ‘Steun VS aan Oekraïne zal niet stokken’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mexicaanse ex-minister voor Veiligheid veroordeeld voor drugshandel in VS

    » Britse verpleegkundigen schorten staking op en gaan om tafel met regering

    Biden steekt Oekraïne hart onder de riem

    Tijdens zijn bezoek aan Oekraïne en Polen heeft Joe Biden het Oekraïense volk opnieuw verzekerd van de steun van de VS gedurende het verdere verloop van de oorlog, die komende vrijdag een jaar geleden uitbrak. Bijna een jaar terug hield de Amerikaanse president een toespraak op dezelfde plek, waarin hij democratische staten opriep om zich tegen Poetin teweer te stellen en Oekraïne bij te staan. Toen was zijn toespraak nog somber van toon.

    Nu hield hij opnieuw een speech, maar dit keer klonk er vooral optimisme in door. Dankzij de wapenleveringen en de steun van de VS en het Westen is Oekraïne tot nog toe staande gebleven op het slagveld en heeft het land Moskou de ene na de andere nederlaag bezorgd, aldus Politico. ‘Een jaar geleden zette de wereld zich schrap voor de val van Kyiv, en ik kan vertellen dat Kyiv nog altijd sterk, fier en vrij overeind staat,’ sprak Biden.

    ‘Poetins lafhartige zucht naar land en macht zal falen’

    De Amerikaanse president verklaarde zich namens de gehele democratische wereld solidair met Oekraïne. ‘Toen Rusland Oekraïne binnenviel, stond niet alleen Oekraïne voor een grote uitdaging. Europa, de VS, de NAVO en alle democratieën werden op de proef gesteld.’

    Tijdens zijn toespraak in Warschau bedankte hij Polen voor zijn bijdrage aan de oorlog en de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Hij waarschuwde echter ook dat er nog ‘zware dagen voor de boeg liggen’, aangezien niets erop wijst dat de oorlog binnenkort ten einde is. Biden was echter optimistisch over de afloop van de oorlog: ‘Poetins lafhartige zucht naar land en macht zal falen, en de liefde van het Oekraïense volk voor zijn land zal zegevieren.’

    Lees ook:

  • VS: China overweegt wapenleveringen aan Rusland

    VS: China overweegt wapenleveringen aan Rusland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brazilië: 36 doden in deelstaat São Paulo door zware regenval

    » Suriname nog steeds in shock na bestorming van parlement

    De VS waarschuwen China voor de gevolgen

    Volgens de Verenigde Staten overweegt China om wapens te leveren aan Rusland. Dat heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken zaterdag gezegd, meldt de Amerikaanse nieuwszender CBS. Deze wapens zouden gebruikt kunnen worden in de oorlog tegen Oekraïne, waardoor China indirect een deelnemer aan het conflict wordt.

    Zowel Blinken als zijn Chinese collega Wang Yi waren dit weekend aanwezig op de veiligheidsconferentie in München. Blinken en Wang hadden daar een kort gesprek, waarin de Amerikaanse buitenlandminister China namens de VS gewaarschuwd zou hebben voor de verstrekkende gevolgen van wapenleveringen door China aan Rusland. Rusland zelf was vanwege de oorlog in Oekraïne overigens niet uitgenodigd voor de conferentie.

    China heeft zich sinds het begin van de oorlog, die deze week een jaar geleden begon, neutraal opgesteld. De VS hebben er bij het Aziatische land meerdere malen op aangedrongen om zich strenger op te stellen tegenover Rusland en zijn positie te gebruiken om Poetin te manen het geweld te stoppen. De wapenindustrie in Rusland is mede door westerse sancties flink geraakt en heeft moeite de strijdkrachten in Oekraïne te bewapenen. Chinese wapenleveringen zouden de oorlog een nieuwe impuls kunnen geven.

    Lees ook:

  • Diplomatie hoort geen vies woord te zijn in de oorlog in Oekraïne

    Diplomatie hoort geen vies woord te zijn in de oorlog in Oekraïne

    In plaats van elkaar uit te sluiten, moeten vechten en praten hand in hand gaan, stelt Financial Times-columnist Gideon Rachman. Diplomatie kan leiden tot creatieve oplossingen voor lastige problemen.

    360 is recentelijk begonnen met het inspreken van audio-artikelen. Vind je ze leuk? Steun ons dan met een donatie.

    Joe Biden is een van de weinige wereldleiders die zich de Cubaanse rakettencrisis nog levendig zal herinneren. Hij was een student van bijna twintig toen de VS en de Sovjet-Unie op een haar na in een kernoorlog verwikkeld raakten. Nu, als president van de VS, heeft Biden zich half mijmerend, half waarschuwend laten ontvallen dat de kans op een nucleair armageddon momenteel groter is dan op enig ander moment sinds de crisis die zich ontvouwde in oktober 1962, precies zestig jaar geleden.

    Door sommigen is afkeurend gereageerd op de woorden van Biden. De Amerikaanse president zou Vladimir Poetin in de kaart spelen door openlijk over een kernoorlog te spreken. De situatie waarin de Russische president en zijn leger zich bevinden wordt steeds hopelozer. Westerse inlichtingendiensten geloven dat de Russen door hun ammunitie heen raken en dat Poetin daar nog maar net achter is gekomen. Door te dreigen met het gebruik van kernwapens haalt Poetin een van zijn laatste instrumenten van stal om Oekraïne en zijn westerse bondgenoten zoveel schrik aan te jagen dat ze concessies zullen doen.

    Biden is niet de enige die openlijk over de nucleaire dreiging spreekt. Ook Volodymyr Zelensky heeft gezegd dat Poetin het Russische volk psychologisch voorbereidt op het gebruik van kernwapens. De Oekraïense leider noemde dit ‘zeer gevaarlijk’. In het licht van de toenemende escalatie en het oplopende dodental is het zowel opvallend als zorgwekkend dat er nog geen serieuze diplomatieke pogingen worden ondernomen om het conflict te beëindigen.

    Tijdens de Cubacrisis in 1962 werd uiteindelijk de lont uit het nucleaire kruitvat getrokken door stille diplomatie. Die vorm van diplomatie ontbreekt jammerlijk in de oorlog in Oekraïne. Volgens sommige van Oekraïnes vurigste medestanders is alleen het praten over diplomatie al een concessie. Zij vinden het verslaan van Poetin de enige acceptabele en realistische manier om de oorlog te beëindigen. Dat is een mooi principe, maar in de praktijk niet bijster nuttig.

    Vergissing

    Het is een schromelijke vergissing te denken dat diplomatie een alternatief is voor krachtige militaire steun aan Oekraïne. Deze twee benaderingen zouden juist hand in hand moeten gaan en elkaar moeten aanvullen.

    Het zou ongetwijfeld het beste zijn als Rusland op alle fronten zou worden verslagen en er in Moskou een nieuwe boetvaardige regering zou aantreden die bereid zou zijn de oorlogsschade te vergoeden en Poetin te berechten wegens oorlogsmisdaden. Maar hoewel zoiets op de lange termijn tot de mogelijkheden behoort, zit het er voorlopig niet in. Vooralsnog ziet het er eerder naar uit dat de Russische leider en zijn entourage verder zullen radicaliseren naarmate hun opties afnemen.

    Tot de Russische opties behoren economische druk, het in het wilde weg bombarderen van Oekraïne en het saboteren van westerse infrastructuur. Maar het steeds openlijker dreigen met kernwapens is ook een waarschijnlijkheid. Het gebruik van tactische kernwapens valt niet uit te sluiten. Dat westerse leiders daar zo veelvuldig op wijzen en over mogelijke reacties spreken – de laatste in de rij was de Franse president Emmanuel Macron – toont aan wat voor geheime briefings ze krijgen.

    ‘De diplomatie laat momenteel te wensen over’

    Door de Oekraïners de militaire steun te geven die ze nodig hebben om vorderingen te maken op het slagveld, maken ze de grootste kans om bij een uiteindelijk vredesakkoord hun doelen te verwezenlijken. Maar de gevechten dienen gepaard te gaan met onderhandelingen, waarbij de Oekraïners in elke fase moeten worden betrokken en geraadpleegd.

    Sommige westerse militaire leiders vinden het frustrerend dat hun inspanningen in Oekraïne niet door gelijktijdige diplomatie worden ondersteund. ‘Militaire actie is op zichzelf ineffectief,’ aldus een gezaghebbende militaire zegsman. ‘Ze is alleen effectief als ze wordt gecombineerd met economische en diplomatieke inspanningen. En de diplomatie laat momenteel te wensen over.’

    Hoewel sommigen misschien veronderstellen dat er meer stille diplomatie wordt bedreven dan men op het eerste gezicht zou denken, is er volgens insiders maar weinig contact met het Kremlin. Verondersteld wordt dat belangrijke leden van het team van Biden met hun tegenhangers in Moskou hebben gesproken. Maar de resultaten zouden teleurstellen omdat de Russische kant alleen zaken wil bespreken die door het Kremlin zijn goedgekeurd.

    Diplomatie door derden

    Diplomatie door derden zou misschien meer resultaat opleveren. Als voorbeeld zou het akkoord kunnen dienen dat het mogelijk maakte dat Oekraïens graan havens in de Zwarte Zee verliet waardoor de wereldwijde voedselcrisis werd verlicht. Turkije speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van die gesprekken. Niet iedereen zal de Turkse president Recep Tayyip Erdogan als een betrouwbare bemiddelaar beschouwen, maar hij heeft sinds jaar en dag goede contacten in Washington, Brussel en Moskou.

    Ook India zou een mogelijke bemiddelaar kunnen zijn. Dat de Indiërs geen VN-resoluties hebben gesteund waardoor Rusland werd veroordeeld, is op veel westerse kritiek gestuit. Maar daardoor zouden ze geloofwaardige boodschappers kunnen zijn in de ogen van Moskou. En Subrahmanyam Jaishankar, de Indiase minister van Buitenlandse Zaken, wordt alom gerespecteerd.

    Door sommigen in het Westen worden verstrekkende voorwaarden aan een uiteindelijk vredesakkoord verbonden. De Russische troepen moeten zich minstens terugtrekken tot het punt waar ze zich voor de invasie op 24 februari bevonden. De toekomst van Oekraïne als levensvatbare staat moet worden gegarandeerd, met vrije toegang tot de zee, controle over het eigen luchtruim en betrouwbare veiligheidsgaranties die niet afhankelijk zijn van Russische goeder trouw. De status van de Krim zal het moeilijkste punt van onderhandeling zijn. Maar diplomatie op hoog niveau is nu juist bedoeld voor het vinden van creatieve oplossingen voor lastige problemen. En momenteel ontbreekt het daaraan.

  • Sinds de inval in Oekraïne grijpen de Russen massaal naar George Orwells 1984

    Sinds de inval in Oekraïne grijpen de Russen massaal naar George Orwells 1984

    Russische lezers zoeken na al het het bloedvergieten in Oekraïne naar parallellen en antwoorden in klassiekers over oorlogen of autoritaire regimes uit het verleden, zoals die van Lev Tolstoj of Thomas Mann. ‘Waar de geschiedenis zich lijkt te herhalen, kijken mensen naar het verleden voor antwoorden.’

    1984 van George Orwell gaat niet alleen over bespied worden. De Russische president Vladimir Poetin noemt zijn oorlog tegen Oekraïne officieel een ‘speciale militaire operatie voor de verdediging van de Volksrepublieken Donetsk en Loehansk’ en herhaalde meerdere keren dat de confrontatie ‘vanzelfsprekend onvermijdelijk was’. ‘De enige vraag was wanneer, (…) maar liever vandaag dan morgen,’ zei hij in december. Zijn kruistocht tegen Kyiv – dat hij ervan beschuldigt de reïncarnatie van het nazisme te zijn – en het onderdrukken van zijn eigen bevolking hebben geleid tot een explosieve verkoop van boeken die de Russen schrijnende parallellen bieden, zoals 1984. ‘De vijand van het moment was altijd de personificatie van het absolute kwaad, en daaruit volgde dat elk vroeger of toekomstig verdrag met die mogendheid ondenkbaar was’,* benadrukt Orwell in het derde hoofdstuk van zijn beroemde dystopie die een waarschuwing is tegen repressie en nieuwspraak, en die al driekwart eeuw in elke boekhandel te vinden is.

    In een samenleving die ontwricht is door het bloedvergieten over de grens, waren in 2022 zelfhulpboeken populair, naast boeken die de parallel trekken met totalitaire regimes uit de vorige eeuw en werken over oorlogstrauma. Volgens LitRes, de grootste digitale boekhandel van Rusland, waren 1984 en het zelfhulpboek Teder met jezelf: een boek over hoe je jezelf kunt waarderen en beschermen van Olga Primatsjenko het populairst. De verkoop van beide titels steeg met respectievelijk 45 procent en 83 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Overigens verkocht Orwell al beter omdat zijn roman al in 2021 in trek raakte na de arrestatie van activist Alexej Navalny en de daaropvolgende vervolging van demonstranten en media.

    Iedereen vrij

    In de straat die is vernoemd naar de dichter Nikolai Nekrasov in Sint-Petersburg bevinden zich verschillende onafhankelijke boekhandels. Vse Svobodny [Iedereen vrij] is er één van. Op het raam staat in plakband de tekst ‘Vrede voor de wereld’, een oude Sovjetslogan. ‘In het verleden verkochten antropologie, filosofie en kunst het best. Afgelopen jaar waren dat vooral politiek, geschiedenis en biografieën over specifieke periodes, zoals het fascisme in de jaren dertig en veertig,’ zegt Ljobov Beliatskaja, mede-eigenaar van de boekhandel. ‘Bijna alles wat op een of andere manier verband houdt met oorlog doet het goed. Niet alleen non-fictie, maar ook literaire werken,’ voegt ze eraan toe. Als antimilitaristische schrijvers noemt ze onder andere twee door het nationaalsocialisme onderdrukte en verbannen Duitsers – Heinrich Mann en Thomas Mann – en Lev Tolstoj, een van de meesters van de Russische literatuur.

    ‘Ze proberen de betekenis van woorden te vervangen en dat lukt ze, omdat mensen niet bijster goed zijn opgeleid’

    ‘Tolstojs essays over de Russisch-Japanse oorlog aan het begin van de twintigste eeuw worden enorm goed verkocht,’ zegt de boekhandelaar. De oligarch Oleg Deripaska, die aan het begin van het offensief op sociale media voor vrede pleitte, gebruikte een fragment uit het essay Heroverweeg: ‘Weer oorlog. Weer leed dat niemand nodig heeft, absoluut niet nodig. Opnieuw fraude, opnieuw de universele verdoving en verminking van de mens.’ Zo begint het essay van de schrijver van Oorlog en Vrede.

    ‘Er verscheen dit jaar een nieuwe vertaling [in het Russisch] van 1984, maar die is eerlijk gezegd niet heel goed. De roman verkocht altijd erg goed, zoals alle dystopieën,’ aldus Beliatskaja. Een boekhandelaar in het nabijgelegen Na Nekrasova denkt er hetzelfde over. Hij is gespecialiseerd in oude uitgaven. ‘Orwell verkocht in 2000 evenveel als in 2020 – de dystopie is altijd erg populair geweest,’ zegt hij zonder zijn naam te noemen. ‘Ik geef geen commentaar op de politiek,’ verontschuldigt hij zich. Hij zegt dat de boekverkoop ‘met 40 procent daalde aan het begin van de militaire operatie’. ‘Mensen waren bezorgd en de toekomst was ongewis, maar de verkoop heeft zich hersteld tot het niveau van vorig jaar,’ voegt hij eraan toe, terwijl hij aan de toonbank staat tussen oude boeken over de tsarentijd en Sovjettreinen.

    Varlaam is een twintigjarige Rus die 1984 vorig jaar ontdekte. ‘Ik kon niet geloven wat ik las en had twee emoties: verbazing en angst,’ zegt hij. De jongeman identificeert zich met de proles in het boek, de laagste klasse die wordt gecontroleerd door de gedachtenpolitie, ook al geniet hij in Rusland nog een zekere vrijheid zolang hij zich niet met politiek bemoeit. ‘Ik probeer me los te koppelen van alles en me te concentreren op mezelf,’ verklaart hij.

    Ontsnapping

    Hem ontgaat de parallel niet tussen de nieuwspraak in 1984 en het eufemistische taalgebruik van het Kremlin. Dat noemt het offensief een ‘speciale operatie’, en in verklaringen over de oorlog ontmenselijkt het zijn tegenstanders door ze ‘geëlimineerden’ en ‘onderdrukten’ te noemen. ‘Ze proberen de betekenis van woorden te vervangen en dat lukt ze, omdat mensen niet bijster goed zijn opgeleid,’ zegt Varlaam. De jongeman leest nu de The Witcher-serie van Andrzej Sapkowski en moet aan Oekraïne denken tijdens de passages waarin de Poolse schrijver op grove wijze verhaalt over de verschrikkingen en het kwaad dat zijn koningen in hun oorlogen aanrichtten.

    Als 1984 het boek is waarin Russen naar een antwoord zoeken op autoritair gedrag, dan biedt het zelfhulpboek Teder met jezelf een uitweg voor duizenden anderen die willen ontsnappen aan de werkelijkheid. ‘Ik denk dat het heel relevant is in deze tijd, want als de wereld om je heen instort, moet je voor jezelf kunnen zorgen,’ zegt Yevguenia, een jonge vrouw die het boek las. ‘Als individu kun je de internationale politiek helaas niet veranderen, en met een dictator valt niet te discussiëren. Maar je kunt wel je eigen leven verbeteren,’ meent ze.

    ‘Boeken die vroeger weinig aandacht kregen, zijn nu bestsellers geworden’

    Naast fictie zijn Russen ook geïnteresseerd in persoonlijke verhalen van mensen die de opkomst van het totalitarisme bijna een eeuw geleden hebben meegemaakt. ‘Boeken die vroeger weinig aandacht kregen, zijn nu bestsellers geworden. Zoals Het verhaal van een Duitser van Sebastian Haffner, zegt de mede-eigenaar van Vse Svobodny.

    ‘Mensen worden aangetrokken door historische parallellen. Als soortgelijke politieke processen plaatsvinden, kunnen we daar dan invloed op uitoefenen? Of juist niet? Waar de geschiedenis zich lijkt te herhalen, kijken mensen naar het verleden voor antwoorden,’ aldus Beliatskaja.

    ‘Het verhaal dat ik nu ga vertellen, gaat over een merkwaardig duel. Een duel tussen twee ongelijke rivalen: een ongelooflijk machtige en meedogenloze staat en een onbekende, kleine burger’, aldus het voorwoord van Haffner. De journalist wist op het laatste moment naar het Verenigd Koninkrijk te vluchten. Zijn boek, geschreven in 1939, werd pas in 2000 gepubliceerd, een jaar na zijn dood.

    De roman overleefde de ijzeren censuur van de autoriteiten, wat zeker niet voor alle boeken geldt. Het boek Alles is f*cked: een boek over hoop van Mark Manson is op een van de bladzijden verminkt: anderhalve alinea waarin nazi-Duitsland wordt vergeleken met de USSR is zwart gemaakt. Een voetnoot verklaart dat ‘dit gedeelte is verwijderd in overeenstemming met de wet op de bestendiging van de overwinning van het Sovjetvolk in de Grote Patriottische Oorlog’.

    De censuur reikt nog verder. ‘De wet tegen lhbti-publicaties had een Streisand-effect [een verbod dat een tegenovergesteld effect heeft],’ aldus Beliatskaja, Ze wijst erop dat de verkoop in winkels is gestegen: ‘Wat verboden is, wordt juist interessanter’.

    Aan het einde van een van de schappen kom je ineens de zogenaamd gevaarlijke inhoud tegen

    Bij boekhandel Porjadok Slov [Syntaxis] hangt een bord op de deur dat minderjarigen de toegang verbiedt. Niets wijst erop dat je hier inhoud speciaal voor volwassenen vindt – niets is anders dan in een openbare bibliotheek. Maar aan het einde van een van de schappen kom je ineens de zogenaamd gevaarlijke inhoud tegen. Het gaat om verschillende boeken over het recente Rusland van journalist Michail Zygar, die vorig jaar tot ‘buitenlands agent’ werd verklaard. Een nieuwe wet verplicht auteurs die op de zwarte lijst staan niet alleen om zich als zodanig te identificeren op alle sociale netwerken, maar vanaf nu zijn ze ook verplicht om een groot ‘18+’-teken op het omslag van al hun boeken te zetten. ‘Ze verkopen erg goed,’ zeggen ze in een van de boekhandels die nog steeds de werken van ‘buitenlandse agenten’ durven te verspreiden.

    In de boekhandels aan de glamoureuze Nevski Prospekt is nauwelijks iets van deze vogelvrije auteurs te vinden. Daar staan kalenders met een Sovjetthema en boeken over Poetin, Stalin en de Oekraïense oorlog vanuit een ultrapatriottisch standpunt. De Terugkeer van Novorrosija, is zo’n titel, met een uitvergrote ‘Z’ op het omslag, als steun voor het offensief. DenaZificatie van Oekraïne is een ander boek met ook al een grote ‘Z’ op de voorpagina. En vlakbij, op een andere plank, ligt een verzameling teksten van Nobelprijswinnaar Aleksandr Solzjenitsyn. Met Oekraïne zal het extreem pijnlijk zijn is de titel, een rechtstreeks citaat uit een fragment van De Goelag Archipel, waarin de schrijver betoogt dat een deel van Oekraïne weliswaar misschien pro-Russisch is, maar dat Oekraïne zijn eigen lot moet bepalen zonder inmenging van Moskou.

    Solzjenitsyn, die vóór zijn dood steun uitsprak voor Poetin, is in het Rusland van vandaag nog prominent aanwezig. Deze week nog deed een afgevaardigde van de Doema een oproep om De Goelag Archipel uit scholen te verwijderen omdat het volgens hem ‘de tand des tijds niet heeft doorstaan en niet overeenstemt met de werkelijkheid’.

    * Vertaling: Tinke Davids, De Arbeiderspers

    Lees ook: