Onderwerpen: Sociologie

  • Wrocław meest beschaafde stad van Polen

    Wrocław meest beschaafde stad van Polen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïense minister omgekomen bij helikoptercrash

    » President Vietnam opgestapt vanwege corruptieverleden

    Westerse steden doen het beter dan steden in het oosten

    Uit een onderzoek door het internationale onderwijsplatform Preply is Wrocław als de ‘meest beschaafde stad van Polen’ naar voren gekomen, zo meldde de Gazeta Wyborcza dinsdag. Het westen doet het daarin beter dan het oosten van het land.

    Zo’n 1549 inwoners uit 19 Poolse steden werden ondervraagd om te weten te komen welke stad zich het meest onderscheidt wat betreft beschaafdheid en vrijgevigheid. Er werden dingen gevraagd als: hoe vaak ze getuige waren van asociaal gedrag, hoe ze dachten over het geven van fooi en wie volgens hen asocialer waren – plaatselijke bewoners of bezoekers.

    De meest vrijgevige mensen bleken te wonen in Lublin

    De grote steden Łódź, Lublin en Warschau kwamen het slechtst uit de bus, terwijl Szczecin en Wrocław de beste cijfers haalden. Misdragingen die respondenten het vaakst om zich heen zagen, waren: op je telefoon zitten in een openbare ruimte, herrieschoppen, geen fooi geven, mensen niet laten invoegen in het verkeer, onbekenden negeren, hard blijven rijden in de buurt van voetgangers en voordringen wanneer je in de rij staat.

    Ook werd aan de respondenten gevraagd wie volgens hen onbeschofter zijn: plaatselijke bewoners of bezoekers. 37 procent was van mening dat beide groepen wat dat betreft niet voor elkaar onderdoen, 28 procent meende dat bezoekers onbeschofter zijn en 20 procent bezoekers, en 13 procent had hier geen mening over.

    De meest vrijgevige mensen bleken te wonen in Lublin, waar een fooi gemiddeld meer dan 14 procent van de rekening bedraagt, terwijl Poznań met een percentage onder de 8 er het slechtst van afkomt.

    Lees ook:

  • ‘Ik kreeg te horen dat ik tot de mensheid zonder geschiedenis hoorde’

    ‘Ik kreeg te horen dat ik tot de mensheid zonder geschiedenis hoorde’

    Wat voor ‘anders’ of ‘de ander’ doorging is eeuwenlang bepaald door de koloniale Europese samenleving. Volgens Leopold-Joseph Bonny Duala-M’bedy, grondlegger van de xenologie, is elke vorm van anders-zijn een construct. In zijn leer gaat het altijd om het gezamenlijke referentiekader van de gehele mensheid.

    Eeuwenlang werden geschiedenis en filosofie bepaald door de koloniale Europese samenleving. Die definieerde wat voor anders doorging, en creëerde zo perspectief, hiërarchie en uitbuiting. Met zijn eigen ervaringen in de vroegere Duitse kolonie Kameroen als vertrekpunt ontvouwde Leopold-Joseph Bonny Duala-M’bedy een theorie die hem tot een pionier in de postkoloniale kritiek maakte. De xenologie die hij ontwikkelde maakt het anders-zijn los van het subject en heeft in plaats daarvan oog voor systemen die, gedreven door belangen, het concept ‘anders’ gebruiken om macht te kunnen uitoefenen. Een gesprek over een theorie die niet alleen inzichten wil bieden, maar ook gerechtigheid tot doel heeft.

    Xenologie is een fundamentele kritiek op het Europese discours van anders-zijn

    Professor Duala-M’bedy, men ziet u als de grondlegger van de xenologie. Wat is de kern van haar kennisleer?

    Xenologie is een fundamentele kritiek op het Europese discours van anders-zijn, en daarmee een principiële kritiek op antropologie en etnologie. Ten grondslag aan de klassieke etnologie ligt het evolutionistische denken dat een hiërarchische indeling van de mensheid rechtvaardigt. Het schortte echter aan een wetenschappelijk gefundeerd vertoog tegen een dergelijke denkwijze. Met mijn theorie van de xenologie is dat veranderd.

    Welke gedachte ligt aan deze theorie ten grondslag?

    In de xenologie worden het anders-zijn en ook de wijze van omgaan met het anders-zijn vervangen door het concept van het ‘xenische systeem’.

    Uw vertrekpunt is dus niet het anders-zijn maar het extern ontwikkelde systeem.

    Precies, want achter het fenomeen ‘anders’ schuilt geen subject maar een construct, een systeem. Het ‘xenische systeem’ is dus een filter waardoor elke samenleving een andere samenleving omzet in taal en symbolen. En zoals bij ieder systeem gaat het hierbij om ideologie.

    WIE IS DUALA-M’BEDY?

    Léopold-Joseph Bonny Duala-M’bedy (Duala, 1936) is een Kameroens politicoloog, socioloog, etnoloog en xenoloog. Hij is de grondlegger van de wetenschappelijke discipline van de xenologie. Duala-M’bedy komt uit het geslacht Duala-Bell, het koningshuis van Kameroen. Op veertienjarige leeftijd ging hij in Parijs naar een middelbare school; daarna studeerde hij er aan de Sorbonne. In 1962 promoveerde hij aan de Universiteit van Wenen en in 1972 habiliteerde hij (een soort tweede promotie waarmee het doceerrecht wordt verworven) als Alexander von Humboldt-bursaal bij de geschiedfilosoof Eric Voegelin. Zijn belangrijkste boek Xenologie: Die Wissenschaft vom Fremden und die Verdrängung der Humanität in der Anthropologie verscheen in 1977.

    Met als consequentie?

    Het discours over anders-zijn is altijd ook een discours over macht. Met behulp van de xenologische methode analyseren we zulke systemen om te achterhalen wie het anders-zijn creëert, en met welk doel. Want ten principale bestaat anders-zijn niet. Elke vorm van anders-zijn is een construct. Xenologie is niet alleen de wetenschap van het andersoortige en van de extern ontwikkelde systemen, ze ziet zichzelf ook als de wetenschap van die mensen die in de perceptie van de Europeanen geen geschiedenis hebben.

    Wie geen geschiedenis heeft, is ook geen mens

    Hegel bijvoorbeeld schreef dat Afrika geen geschiedenis had; Afrika had geen aanspraak op geschiedenis. Maar wie geen geschiedenis heeft, is ook geen mens. De mensen uit het zogeheten Zuiden werd daarmee het mens-zijn ontzegd, in een dergelijke logica bestonden zij eenvoudigweg niet. Dat is het lot van allen die ‘ontdekt’ werden, dus van alle mensen die ‘ontdekt’ werden door mensen die het wetenschappelijke discours domineerden. Ik heb daarom gezocht naar een wetenschappelijke categorie die recht doet aan het fenomeen ‘anders’. Het door mij ontwikkelde xenische narratief benoemt elke manifestatie van het anders-zijn en legt de machtsberekening bloot. Overigens doe ik met deze kennisleer niet alleen recht aan de Afrikaanse mens, het gaat in de xenologie altijd om het gezamenlijke referentiekader van de gehele mensheid.

    Heeft u in de ontwikkeling van de xenologie eigen ervaringen verwerkt?

    De xenologie kent een sterke biografische impuls, mijn levensverhaal volgt het voetspoor van de veroveraars van Afrika. Het begint bij de invloed van mijn ouders. Wij waren een godsdienstig gezin, gingen regelmatig naar de kerk. Mijn vader heeft me bijgebracht wat rechtvaardigheid betekent, mijn uitgesproken gevoel voor gerechtigheid heb ik van hem. Mijn moeder gaf me rechtlijnigheid en scherpzinnigheid mee. Beiden wilden dat ik priester werd, mijn zus woont als abdis in Zuid-Frankrijk. De eerste kerkmensen die bij ons in Duala arriveerden, waren Duitse protestanten. Mijn vader sprak vloeiend Duits en ook vloeiend Engels. In ons gezin werd Frans gesproken, de taal van de kolonisator.

    WAT IS XENOLOGIE?

    Qua kennistheorie bouwt de xenologie voort op de basisveronderstelling dat ‘de ander’ als zodanig niet bestaat, maar dat de aanduiding van mensen als ‘anders’ altijd wordt ingegeven door belangen met als oogmerk het creëren van machtsverschil. Het racistische discours over de ‘ander’ dat sinds de ontdekking van Amerika de relatie tussen Europa en de niet-Europese wereld heeft bepaald, komt volgens Duala-M’bedy voort uit het idee dat niet-Europese culturen een ‘voorstadium van de hoogontwikkelde Europese samenleving’ zijn. Die gedachte diende ter rechtvaardiging van onderwerping, ontrechting en uitbuiting van de niet-Europese koloniale wereld tot ver in de twintigste eeuw.

    Ten tijde van de Franse kolonisatie zat u in Kameroen op school. Welke herinneringen heeft u aan die tijd?

    Ik ervoer het als een groot onrecht. Met mijn broer Moise, die later diplomaat werd, nam ik een boot naar Europa. We arriveerden in de haven van Marseille, waar twee van onze oudere broers ons afhaalden. We woonden in Parijs bij een oom. Daar dompelde ik me als veertienjarige onder in een ander leven. Natuurlijk waren er ook heimwee, tranen, nostalgie en verlangen naar mijn ouders en naar Kameroen. De romantische kant in mijn denken vindt hier zijn oorsprong.

    Uiteindelijk koos u niet voor het priesterschap, maar voor een wetenschappelijke carrière

    Uiteindelijk koos u niet voor het priesterschap, maar voor een wetenschappelijke carrière.

    Ja, en die stond in het teken van de idee van gerechtigheid. Ik kwam naar Europa, ging me er bezighouden met etnologie en kreeg daar te horen dat ik tot de mensheid zonder geschiedenis behoorde. Etnologen doceerden mij een ‘surrogaatverhaal’.

    Hoe bedoelt u dat?

    De etnologie bood ons mensen die zogenaamd geen geschiedenis hebben een schadeloosstelling aan: ‘We doceren jullie geschiedenis. Alsjeblieft, hier is een cadeautje van ons: dit is jullie geschiedenis.’ Dat choqueerde me, het raakte mij ook persoonlijk, want aan de positieve ervaringen van het gezin waarin ik was opgegroeid werd volledig voorbijgegaan. In deze schok ligt de grondslag voor mijn wetenschappelijke werk.

    U promoveerde in Wenen bij de etnoloog Walter Hirschberg, die van meet af aan een vurig nationaal-socialist was en ook na 1945 als overtuigd racistisch evolutionist naar buiten trad. Ook was hij voorstander van het rekolonisatieproject. Welke herinneringen heeft u aan die tijd?

    Geen van de docenten sprak over het onrecht dat aan Afrikanen ieder historisch vermogen werd ontzegd. Er was geen enkele gevoeligheid voor onrecht. Walter Hirschberg begeleidde in Wenen jonge promovendi in de etnologie. Hij werd dus ook geacht mij en mijn kritische dissertatie te begeleiden, maar ik kreeg geen steun van hem, integendeel. Ik moest heel lang op zoek naar een promotor, naar een spirituele mentor. Ik volgde colleges van de etnoloog Claude Lévi-Strauss in Parijs over het structuralisme, maar hij maakte geen indruk op mij. Pas toen stuitte ik op Eric Voegelin, voor mij een geweldige gebeurtenis.

    Wat was er zo bijzonder aan uw ontmoeting met Voegelin?

    Eindelijk iemand die verstandige taal uitsloeg! (lacht) Zijn colleges gaven me een goed gevoel. Hij deed niet neerbuigend, hij kleineerde ons niet. Hij was inclusief en fair. Nooit eerder had ik een academicus ontmoet die eerlijk was in de omgang. Hij behandelde zijn studenten haast als collega’s. We zogen elk woord op dat hij doceerde.

    Kunt u die integere benadering concreet maken?

    Hij deed absoluut geen misplaatste of neerbuigende uitlatingen. Hij maakte korte metten met het concept ‘ras’ vanwege het ontbreken van wetenschappelijk bewijs daarvoor. Als bursaal van de Alexander von Humboldt Foundation werkte ik als onderzoeker samen met hem aan de Universiteit van München. Cruciaal was voor mij het moment dat hij voor het eerst mijn ouders ontmoette. Mijn vader en mijn docent spraken Duits met elkaar, en mijn vader zei: ‘Mijn zoon heeft me veel over u verteld.’ Voegelin antwoordde: ‘Uw zoon heeft een voortreffelijke studie geschreven.’

    Hoe heeft Voegelin uw zelfbesef als wetenschapper gevormd?

    Voor mij is hij de grootste denker van de twintigste eeuw. Voegelin schreef een cultuurgeschiedenis van het begrip ‘ras’; hij plaatste er negatieve connotaties bij, hij zag het als een nieuwe classificatie ter vervanging van het oude klassensysteem van de aristocratie. Voegelin hechtte ook sterk aan het maken van onderscheid tussen realiteit en ideologie.

    Ideologie definieerde hij als een in corrupt denken teloorgegane realiteit

    Ideologie definieerde hij als een in corrupt denken teloorgegane realiteit. Zijn in 1956 verschenen boek Order and History is een klassieker. Voegelin zag de geschiedenis als Casus Philosophicus. Hij benaderde de geschiedenis als geschiedfilosoof en zag haar niet als een verzonnen verhaal. Rechts georiënteerde studenten uit de Bondsrepubliek probeerden hem in diskrediet te brengen. Maar ik was zijn denken toegedaan. Ik pretendeerde te voltooien wat Voegelin had laten liggen. En ik heb die pretentie heel serieus genomen.

    Hoe ervoer u de sfeer op de Duitse universiteiten in de jaren zeventig en tachtig?

    De universiteiten en onderzoeksinstellingen in Duitsland waren uitermate homogeen qua etniciteit, geslacht en sociale herkomst. Dat zijn ze nog altijd. Wie op enigerlei wijze als anders wordt gezien, maakt minder kans op een hoogleraarschap, op wetenschappelijke onderscheidingen, op toegang tot onderzoeksgelden en invloedrijke posities. De bevoegdheid om te duiden wat vanuit wetenschappelijk oogpunt valide is en wie gekwalificeerd is een bijdrage te leveren aan kennisgeneratie, ligt nog altijd vast verankerd in koloniaal bepaalde structuren. Dat moet ter discussie worden gesteld. Het onvermogen de waarheid te onderkennen was en is mijn thema; voor mij is de functie van theorie dat zij de waarheid aangeeft. Wetenschap dient in dienst te staan van de waarheid. Zij moet observeren, analyseren, vragen naar het waarom, heroverwegen. Maar dat gaat niet wanneer een groot deel van de mensheid met zijn ervaringen, perspectieven en mogelijkheden van dit proces is uitgesloten. Een wetenschap die spreekt vanuit de positie van een kleine homogene groep is falsifieerbaarheid noch universeel.

    De xenologie is een enorme theoretische prestatie, ze heeft een groot deel van het Europese begrip van de ‘ander’ op losse schroeven gezet. Heeft deze aanval op de antropologische en etnologische status quo een tegenreactie uitgelokt?

    De redacteur van de uitgeverij waar ik mijn boek publiceerde zei destijds: ‘Hier maakt u vijanden mee.’ En zo is het ook gegaan. Er was veel onwetendheid en weinig discussie met mij, maar er was in de jaren tachtig en negentig ook sprake van een enorme boost in aanverwante disciplines. Interculturele germanistiek en filosofie kwamen tot ontwikkeling. In Bayreuth kwam een cultuurwetenschappelijke xenologie van de grond, die echter mijn eigen theorie van de xenologie links laat liggen. In Bochum werd de fenomenologie van het andere ontwikkeld, en daar was ik al evenmin bij betrokken. Aan de universiteit, en dat geldt vooral in Duitsland, moet je vechten om gezien te worden. Collegialiteit komt maar zelden voor. Het ontbrak zichtbaar aan steun, de omgangsvormen waren vaak kwetsend en vulgair.

    KONING RUDOLF

    Van 1884 tot 1918 was het West-Afrikaanse Kameroen een Duitse kolonie. Van 1908 tot 1914 regeerde koning Rudolf Duala Manga Bell. Hij had zijn opleiding genoten in Duitsland en stond in hoog aanzien bij het Duitse koloniale bestuur in Duala. Na de gewelddadige verdrijving en brute onteigening van de Duala door het koloniale bestuur, stelde de jonge koning zich aan het hoofd van een verzetsbeweging en protesteerde hij tegen het buitensporige geweld door de Duitse koloniale machthebbers. Met petities probeerde hij de Duitse regering ertoe te bewegen de met de Duala gesloten verdragen na te komen. Daarmee wekte hij het ongenoegen van de voorstanders van koloniale onteigening. Beschuldigd van hoogverraad werd hij in 1914 op 41-jarige leeftijd ter dood veroordeeld en opgehangen. Bij zijn procesgang werden zelfs de minimale wettelijke normen niet in acht genomen. Drie dagen lang hing zijn lijk aan de galg – ter afschrikking.

    Toen u begin jaren zeventig uw theorie over de xenologie presenteerde, was rassenscheiding nog een belangrijk issue in de VS. Ook de antikoloniale strijd was nog maar net achter de rug en Zuid-Afrika kende een systeem van apartheid.

    Het intellectuele dispuut over het kolonialisme begon doorgaans pas nadat de militante confrontatie was beëindigd. Wetenschappers als Frantz Fanon, Aimé Cesaire, Léopold Senghor en Cheikh Anta Diop waren de eersten die het kolonialisme benaderden als een politiek en ideologisch systeem. De xenologie past in de reeks revolutionaire geschriften van toen. Wereldwijd kreeg de wetenschappelijke eis van rechtvaardigheid de wind mee. Ik las toen alles wat ik maar te pakken kon krijgen, ik luisterde aandachtig naar alles wat fluitend langs mijn oren vloog.

    Vanaf de jaren negentig ontstond er een veelheid aan postkoloniale theorieën. Als baanbrekend boek geldt Edward Saids in 1978 verschenen studie over het oriëntalisme, terwijl u uw xenologie al een jaar eerder presenteerde. Staan de huidige postkoloniale theorieën in de traditie van uw werk?

    Ja, want net als bij de huidige uitingen van de postkoloniale theorie gaat het bij het xenologische werk om het analyseren van extern ontwikkelde systemen – en zodoende ook om het analyseren van asymmetrische relaties. De belangrijkste vragen zijn: welke machtsverhoudingen liggen aan die systemen ten grondslag en in hoeverre begunstigen ze uitbuitingsstructuren? Welke hiërarchieën zijn immanent, en welke vormen van culturele representatie en politieke controle maken dat die telkens weer in stand kunnen blijven? In mijn boek Xenologie is deze fundamentele kritiek op die Europese perceptie- en duidingspatronen met betrekking tot de niet-Europese mens al te vinden; sinds Saids werk wordt zij ook opgepakt en bediscussieerd in postkoloniale theorieën. Veel antiracistische debatten en bewegingen van nu beroepen zich op dat brede spectrum van kritische confrontatie met historische en hedendaagse machtsverhoudingen.

    Als wetenschapper en academisch docent heeft u het denken van diverse generaties studenten gescherpt en gevormd. Wat vond u in uw onderwijs belangrijk?

    Ik probeerde zo fundamenteel mogelijk te denken. Het ging me om het vermogen tot kritisch denken en om inzicht. Om een taal die veraf ligt van de hiërarchisering door de etnografie, een etnografie die spreekt van ‘stammen’, ‘natuurmensen’, ‘opperhoofden’ en ‘primitieven’. Zo’n taal bestaat nog niet. De ideologische vervorming door taal en wetenschappelijke categorieën moest ik tegemoet treden met theoretische precisie en taalgevoeligheid. Het ging om het blootleggen van machts- en gezagsverhoudingen, om vragen naar het waarom van privileges en om reflectie op waarderingssystemen. Ik heb heel veel gedoceerd en veel voortreffelijke scripties en afstudeeropdrachten begeleid. Met veel oud-studenten heb ik tot op de dag van vandaag contact.

    colonial troops german govt station ebolowa kamerun ie cameroon w africa
    Duitse koloniale troepen in Ebolowa, Kameroen, 1916 
    © Library of Congress.

    Welke bijdrage kan de theorie van de xenologie leveren aan het huidige wetenschappelijke discours?

    Het xenologische denken draagt bij aan het onderzoek van machtsverhoudingen en uitbuiting. Naast haar belangstelling voor wetenschappelijke inzichten heeft de xenologie ook een normatieve kant: ze wil gerechtigheid. Ze wil elk mens centraal stellen. Ze wil niet alleen beschrijven, maar ook verandering mogelijk maken. 

    Xenologie heeft ook een normatieve kant. Ze wil niet alleen beschrijven, maar ook verandering mogelijk maken. 

    Welke betekenis heeft de xenologie voor het actuele politieke debat over bijvoorbeeld genderrechtvaardigheid, uitsluiting en racistisch geweld, waaruit bewegingen zoals Black Lives Matter zijn voortgekomen?

    Black Lives Matter heeft het racisme en de creatie van het andere op de politieke agenda gezet. Hoewel er in dit specifieke geval vanuit Europa graag werd gewezen naar de VS, vonden er ook hier straatprotesten plaats, waarbij een relatie werd gelegd met het koloniale verleden. En eindelijk wordt er nu geruzied over de omgang met museumschatten die in de koloniale tijd werden buit-gemaakt. Denk aan het debat over het teruggeven van roofkunst uit de voormalige koloniën. Nieuw aan deze discussies is enerzijds de aanwezigheid van sterke, goedopgeleide jongeren die hun recht opeisen en anderzijds het bestaan van wetenschappelijke categorieën om dit debat te voeren, zodat er dus begrippen zijn waarmee onrecht ook theoretisch kan worden benoemd.

    Ook in Duitsland wordt er voor het eerst breed gediscussieerd over koloniale herstelbetalingen.

    Om een voorbeeld te geven: de genocide die tussen 1904 en 1908 door Duitse koloniale troepen op de Nama en Herero werd gepleegd, bepaalt tot op de dag van vandaag de bestaansbasis van deze volkeren in Namibië. Destijds werd bijna 80 procent van het Hererovolk uitgeroeid. Door erkenning van deze genocide erkent Duitsland voor het eerst zijn rol in de misdaden uit de koloniale tijd. Maar helaas laat Duitsland het afweten als het weigert de toegezegde gelden uit te betalen aan de nakomelingen – en als deze gelden geen ‘herstelbetalingen’ mogen heten maar ‘ontwikkelingshulp’. De oplossing voor de vele disputen van tegenwoordig moet ook niet alleen van de wetenschappelijke theorievorming komen. Er is op heel veel vlakken nog heel veel te doen, maar ik heb groot vertrouwen in de kritische, mondiaal denkende jongeren. 

  • ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    Jarenlang keek de progressieve elite stiekem neer op de mensen onder aan de maatschappelijke ladder. Die mensen zijn nu afgehaakt en stemmen overal ter wereld op de populisten. Eigen schuld, dikke bult, zegt Elisabeth Raether.

    Keuze uit het archief

    Vijf jaar geleden, september 2016, publiceerden wij een dossier genaamd: ‘Hé elite, kijk eens in de spiegel!’ In dit artikel daaruit fileert een jonge Duitse journaliste vlijmscherp de kronkels in de gedachten van wat meestal de linkse elite wordt genoemd. Hun stelregel lijkt te zijn: zolang je zelf alles volgens de – door hen zelf bepaalde – regels doet, is het geen probleem om op anderen neer te kijken.

    Na maanden van voorverkiezingsstrijd heeft onze verontwaardiging over Donald Trump iets overbodigs gekregen: hij zegt iets onbeschofts en wij grijpen geschrokken naar onze parelketting, als burgerdames die iemand aan tafel uit een vingerkommetje zien drinken. Maar de verrassing is er nu wel af. En vooral: Trump kwam niet uit het niets. Waarschuwingssignalen genoeg. We hebben lang gedacht dat het voldoende was iemand als hij met scherpzinnige spot en minachting op zijn plaats te zetten.

    Maar of het nu satirische stukjes of afkeurende hoofdartikelen waren, of dat we hem gewoon voor gek zetten om zijn haar: niets hielp. Eigenlijk hebben we steeds gedacht dat alleen dat kapsel al genoeg was om erger te voorkomen. Maar Trump en andere autoritaire leiders kregen steeds meer succes en werden steeds zelfbewuster.

    Het zou aan ons kunnen liggen. Want uit alle aanwijzingen, die we niet alleen over het hoofd hebben gezien maar bewust hebben genegeerd, blijkt dat wij − ook als Europeanen − een onaangename waarheid onder ogen moeten zien: wij leven in een klassenmaatschappij, waar de ene groep leidt en de andere volgt. En als we om Trump en Melania lachen, ontmaskeren we niet hén, maar onszelf.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden

    Wie zijn wij? Wij zijn de leiders. Wij zijn de nieuwe liberale elite. Wij zijn degenen die met tranen in de ogen luisteren naar Michelle Obama’s toespraak op de democratische conventie. Wij zijn het soort mensen dat niet bang is om een moderne en toch elegante outfit te dragen die vermoedelijk is ontworpen door een jonge designer uit New York wiens naam de meeste Amerikanen niet eens kunnen uitspreken. Wij zijn de mensen die überhaupt niet zo snel bang zijn, niet voor de onbegrijpelijke soevereiniteit waarmee de First Lady spreekt, noch voor de mengeling van macht en morele volmaaktheid die ze belichaamt als ze zegt: ‘Ik word iedere dag wakker in een huis dat is gebouwd door slaven.’ Michelle Obama is mooi, rijk, intelligent, elegant en heel, heel machtig. Maar ze is ook zwart, zodat ze zonder een zweempje schaamte mag genieten van al haar voorrechten, de schaamte die lange tijd de prijs is geweest van leven in de bovenlaag van de samenleving.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is, wat hoort en wat niet hoort, en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden. We zoeken het gezelschap van ‘ons soort mensen’. Maar net als een regime dat door revolutie aan de macht is gekomen, staan we boven alle verwijten, want wij, althans de generaties voor ons, hebben voor die plaats moeten vechten.

    We hebben de tolerantie bij wijze van spreken uitgevonden, en we definiëren dus ook wat dat is

     Het resultaat is de onaantastbare macht van het juiste, onze macht dus. En inderdaad, we hebben veel goeds teweeggebracht wat we de wereld nalaten: vrijheid en rechten voor vrouwen, migranten, gehandicapten, homoseksuelen. Maar de klassen hebben we niet afgeschaft. We hebben ons in de top van de klassenmaatschappij genesteld, en hebben nu het gevoel dat alle remmen los zijn.

    Van onderaf zou dat er wel eens heel anders uit kunnen zien.

    Michelle en Melania

    Hillary Clinton heeft dochter Chelsea ‘perfect’ opgevoed, zei Michelle Obama in haar toespraak. Dat zal niet iedere Amerikaanse moeder van haar kinderen durven zeggen; in ieder geval niet de moeders van de dikzakken en de spijbelaars, gedetineerden, tienermoeders en drugsverslaafden. Maar die moeders kunnen de First Lady niet verwijten dat ze arrogant is, tenzij hun voorouders op zijn minst ook slaven waren.

    Na Michelle Obama was er een toespraak van een jonge transvrouw, Sarah McBride. Dankzij zorgvuldige medische ingrepen ziet ze er zo fantastisch uit als iedere vijfentwintigjarige zich zou wensen. McBride was stagiaire in het Witte Huis en werkt nu bij een ngo. Haar verhaal gaat er niet alleen over dat álle mensen gelijk zijn, ze vertelt ook over haar echtgenoot, een transman, die op zijn achtentwintigste aan kanker overleed en zich tot zijn dood heeft ingezet voor LBGTQA-mensen in de VS.

    Er zijn niet veel vijfentwintigjarigen die op de conventie mogen spreken, en nog minder die zo hoogstaand en onzelfzuchtig overkomen. Maar hoe zit het met die anderen? Die niet zwart of hoogbegaafd, niet stijlvol of transgender, geen stralende jonge weduwe en wellicht niet eens vrouw zijn? Wat is hun heldenverhaal?

    Op de conventie van de Republikeinen, kort daarvoor, stond Melania Trump op het podium. Ook zij is aan haar gezicht geopereerd, maar om andere redenen. Smalle ogen, volle lippen, geföhnd haar. Ze leest van de autocue, waar ze zich kennelijk erg voor moet concentreren. Ze heeft een zwaar Balkanaccent en een monotone stem. Haar gelaatsuitdrukking past niet bij wat ze zegt: ze praat over liefde, het gezin en kindness, maar ze kijkt als een roofdier, cool, sexy, alsof ze bezig is iemand te verleiden, alsof ze alleen maar zo kan kijken.

    Veel van wat bij een toespraak mis kan gaan, gaat ook mis. Dat is al duidelijk vóórdat iemand ontdekt dat hele passages ervan zijn overgeschreven uit een toespraak van Michelle Obama in 2008. Een paar dagen later onthult een tijdschrift in New York dat het designdiploma dat Melania Trump zou hebben in het postcommunistische Slovenië van de jaren tachtig helemaal niet bestond. Vanaf dat moment kent het leedvermaak geen grenzen meer. Als ze dan al een universitair diploma verzint, waarom dan niet een bestaand? Melania, een vrouw net zo nep als haar borsten.

    Maar hoe zit het met de fakeborsten van de jonge transvrouw? Waarom zijn sommige borsten progressief en andere reactionair? Als iemand zijn biologische geslacht niet wil accepteren, mag hij zich laten opereren tot zelfs zijn moeder hem niet meer herkent. En als iemand er mooier of jonger uit wil zien dan hij is, dan zou dat niet mogen? Hoe moet je dat uitleggen aan iemand buiten de liberale kliek?

    Je kunt ook anders naar het optreden van Melania Trump kijken. Een verkiezingsteam had het niet beter in scène kunnen zetten: de hoon waar Trumps vrouw tegenaan loopt, is dezelfde die bij zijn kiezers tomeloze woede-uitbarstingen veroorzaakt. Zij worden opnieuw bevestigd in hun wrok. Zwarte mannen en vrouwen in de VS zijn slachtoffer van politiegeweld, arm, en moeten zich tegen ontelbare vooroordelen verdedigen. Maar er is nog een groep die buitengesloten wordt. Want ook over mensen die de vooruitgang niet zo snel kunnen bijbenen, mogen we − ook in tijden van sekseneutrale taal − allerlei denigrerende dingen zeggen; de mensen die onzeker zijn, geen talenten hebben, bang zijn: de witte mannen. Hun verlangens, hun behoeften, hun angsten, hun levensverhalen: één grote grap. Je kunt ze white trash noemen, of arbeiders, werklozen, ongeschoolden. Hoe dan ook, populair zijn ze niet, wereldwijs evenmin en zelfspot kennen ze niet. Zij zijn degenen die gekwetst zijn.

    Het kan op het eerste gezicht misplaatst lijken dat juist degenen die zijn afgehaakt zich identificeren met het echtpaar Trump, dat tenslotte fabelachtig rijk is. Melania Trump post selfies vanuit haar gouden woonkamer en heeft een assistente die boodschappen voor haar doet. De tegenstrijdigheid dat uitgerekend miljardairs de uitgeslotenen weten te bereiken, verdwijnt snel: want ze zijn niet alleen economisch uitgesloten, maar vooral cultureel.

    Lees ook:

    De leidster van het Front National, Marine Le Pen, had een bevoorrechte jeugd in een rijke voorstad van Parijs, maar mensen die zich aan de kant gezet voelen, zijn dol op haar. Terwijl de welgestelden een lompe vrouw met prefascistische opvattingen zien, koesteren de gepijnigde zielen zich in haar warmte. Want zij voelen hoe de liberale elite op hen neerkijkt. Le Pen heeft jarenlang haar uiterste best gedaan om toegelaten te worden in de Parijse televisiestudio’s waar haar vader een ongewenste gast was. Nu vecht ze voor het presidentschap met een hartstocht alsof het niet om politiek, maar om het vereffenen van een rekening gaat.

    Dat is het heldenverhaal van de veronachtzaamden: jullie zogenaamd tolerante veelverdieners hebben ons jarenlang genegeerd. We mochten optreden in realityshows op tv, zodat jullie je, met je eeuwige ironie, konden amuseren. Maar nu is het ernst. Nu willen we de macht, en die zullen we krijgen ook. Jullie vonden het toch altijd zo erg dat we niet gingen stemmen? Nou, dat is precies wat we gaan doen.

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen. Hoewel, bijvoorbeeld: niet alle tegenstanders van genetische modificatie kunnen je vertellen waarom ze daar zo tegen zijn, want het is ook gewoon een gevoel. Je wilt nou eenmaal graag dat wat je eet op een of andere manier waarde heeft en puur is.

    Ook kunnen niet alle pleitbezorgers van de EU uitleggen wat daar nou zo goed aan is, want het gaat uiteraard ook om onze identiteit, een vaag gevoel dat zich zo moeilijk laat beschrijven. Het is in ieder geval makkelijker om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet waar van die uitstekende, maar ongelooflijk goedkope wijnen op de kaart staan.

    Lees ook:

    Wereldwijde woede, vooral onder jongeren

    Iedereen heeft altijd meer begrip voor zijn eigen domheid dan voor die van de ander. Maar wie bepaalt wat dom is? Wie beslist wat de juiste problemen zijn en wat de verkeerde? Afgezien daarvan: Wat kan er nou dom aan zijn om iemand in het Witte Huis of het Elysée te kiezen waarmee je je kunt identificeren?

    Superioriteit

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Op het moment dat ze zo woedend werden, waren de uitgeslotenen allang van het politieke toneel verdwenen. De Franse socioloog Didier Eribon zegt dat de communistische arbeidersklasse vroeger ook al homofoob en racistisch was, maar dat ze nu vooral op het Front National stemmen omdat de socialistische regeringspartij niets meer met hen te maken wil hebben. De PS onder François Hollande wil het ‘nieuwe links’ zijn, vertegenwoordigd door vlerken als premier Manuel Valls en minister van economische zaken Emmanuel Macron, die geen idee hebben van de strijd die de afhakers tegen ‘die daar boven’ voeren. Onverholen hautain zei Valls laatst over degenen die tegen een geliberaliseerde arbeidsmarkt demonstreerden: Dat is het oude links. De Franse socialisten, de Duitse SPD, de Democraten in de VS, allemaal hebben ze hun groezelige komaf achter zich gelaten en zich geconcentreerd op de veel deftiger culturele vraagstukken.

    Dat de achterblijvers pas door autoritaire leiders en racisten weer een stem hebben gekregen, is een drama. Want natuurlijk hebben ook arbeiders en werklozen transgenderkinderen en homoseksuele zonen en dochters voor wie ze het allerbeste willen, en natuurlijk zullen vooral degenen die geïsoleerd zijn geraakt het meest te lijden hebben van de gevolgen van klimaatveranderingen. Maar wij hebben onze internationale attitude tot ons handelsmerk gemaakt. We hebben geen enkele mogelijkheid voorbij laten gaan om onze superioriteit te demonstreren: wij zijn zo veel intelligenter, humoristischer en hebben zo’n heldere kijk op de zaken. Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten. Het mag dan slechts een ondertoon zijn, die onze arrogantie verraadt, we moeten er wel naar gaan luisteren. Bij de afhakers is de boodschap namelijk al lang aangekomen, en voor de autoritaire leiders was het vervolgens gemakkelijk om het nadenken over vrijheid en het verantwoordelijkheidsgevoel af te serveren als een luxe die maar weinigen zich kunnen permitteren. Zij beweren dat tolerantie de ideologie van de macht is. Dat mag onjuist en manipulatief zijn, het laat wel zien wat onze grootste zwakte is.

  • Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Zelfs in een cultuur die zo openstaat voor afwijkende seksuele identiteiten, moeten sommigen hun ware aard verborgen houden. ‘Ik ben geen jongensachtige vrouw, ik ben een man’, schrijft een Zuid-Indiase transseksueel.

    Voorbij het onderscheid tussen man en vrouw

    ‘Over de hele wereld komt het voor: de ziel van een man in het lichaam van een vrouw, of andersom. Hoe erop wordt gereageerd – door wie het overkomt maar ook door diens omgeving – verschilt van continent tot continent. In het Oosten lijkt de minste kramp te heersen, in het Westen loopt de emancipatie van de transseksueel nog ver achter bij die van de homo. Dat een jongen (Andrej Pejic) bh-model is (voor de Hema) verandert daar nog niks aan.’

    Zo luidde de inleiding van ons dossier over genderidentiteit in januari 2012. We noemden de tijden toen al ‘transseksueel’ en beschreven in zes artikelen hoe op verschillende plekken in de wereld met het onderwerp werd omgegaan. Als archiefstuk vandaag kozen we deze hartekreet van een Indiase transseksuele man die werkt bij LesBiT, een steungroep voor lesbiennes, biseksuele vrouwen en vrouw-naar-man transseksuelen.

    In Zuid-India bestaan meerdere (trans)-seksuele identiteiten. Zo is daar de vrouw-naar-man identiteit Thirunambigal in Tamil Nadu, Magaraidu in Andhra Pradesh en Gandabasaka in Karnataka. En ook de man-naar-vrouw identiteit zoals de kothi, hijra (ook wel genoemd Aravanis en Thirunangaigal in Tamil Nadu), Jogappa in Noord-Karnataka, Jogatha in Andhra Pradesh en Shiva Shakti in Maharashtra en Andhra Pradesh.

    Niet al deze identiteiten zijn zo bekend als de hijra, die synoniem is geworden met transseksualiteit. Dat komt voornamelijk door de historische zichtbaarheid van deze gemeenschap die voor zichzelf een culturele en sociale ruimte heeft gecreëerd via het guru-chela (leraar-leerling) systeem. Dat is een steun voor veel jonge hijra’s/kothi’s die uit huis zijn gegaan om zich bij een van de zeven gharanas (huizen) te voegen als ‘dochters’ of ‘leerlingen’ van hun goeroes. Een hijra/kothi zie je vaak bij stoplichten staan bedelen – een van de weinige manieren om zich staande te houden in een vijandige en discriminerende maatschappij.

    Het geld dat India ontvangt om hiv/aids te bestrijden is aangewend om door het hele subcontinent ngo’s op te zetten die zich richten op de kothi als primaire drager van de infectie. Maar de genderidentiteit van de kothi wordt verdoezeld doordat de door ngo’s gehanteerde term MSM (mannen die seks hebben met mannen) vaak gebruikt wordt voor kothi’s. Maar kothi’s zijn geen mannen. Ze hebben een mannenlichaam, maar voelen zich vrouw.

    Bemiddelaars

    Jogappa’s zijn jonge jongens, meestal afkomstig uit de kaste van de onaanraakbaren (dalit) of uit een andere ‘achterlijke’ kaste, soms zelfs uit moslimgezinnen in Noord-Karnataka, die de godin Yellamma zijn toegedaan. Ze dragen vrouwenkleren en treden op als bemiddelaars tussen gelovigen en de godin. Ze mogen niet trouwen.

    De Jogappa is geen uitsluitend uit transseksuelen bestaande categorie, maar een ruimte waarin van oudsher transgendergedrag is toegestaan. Veel transseksuele vrouwen vinden hier een legitieme plek om hun identiteit, die niet overeenkomt met de heersende normen, toch in de maatschappij tot uiting te brengen.

    Ik voel me een Thirunambi, een vrouw-naar-man transseksueel. Lang voordat ik wist wat ik was, wist ik al dat ik in het verkeerde lichaam zat. Pas onlangs vond ik de woorden die het best beschrijven wat ik ben en trof ik mensen die net zo in elkaar zitten als ik: iemand die geboren is als vrouw, maar met de genderexpressie van een man. Ik heb jarenlang geprobeerd onder woorden te brengen wat ik ben, en getracht mijn familie, vrienden en geliefden te vertellen dat ik geen jongensachtige vrouw ben, maar een man.

    Transseksuele mannen zijn er in allerlei soorten en maten. Sommigen van ons willen een geslachtsoperatie, anderen niet; sommigen voelen zich heteroseksueel, anderen lesbisch of homo, en weer anderen multiseksueel. Er zijn er die soepeler omgaan met hun genderidentiteit dan anderen. Sommigen zijn door hun familie gedwongen te trouwen met een man, terwijl het anderen is gelukt zich los te maken en elders een beperkte vorm van vrijheid te vinden.

    Maar hoe verschillend ook, allemaal hebben we te maken gehad met onderdrukking vanwege onze ‘afwijkende’ genderexpressie.

    Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken

    De mate waarin varieert natuurlijk naar gelang de positie die we binnen onze kaste en klasse innemen. Ik schrijf als een Engelssprekende Nair vrouw-naar-man transseksueel uit de middenklasse. Ik schrijf voor mijn niet- Engelssprekende vrouw-naar-man dalit-broeders uit de arbeidersklasse. Ik schrijf omdat onze stemmen nooit worden gehoord. Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken. We hebben dubbel te lijden omdat we naast onze nonconformistische genderexpressie ook nog eens als vrouw zijn geboren. We hebben geen systeem zoals de hijra’s.

    We hebben geen goeroes die voor ons zorgen als we weggaan bij onze familie. We zijn onzichtbaar omdat we geconditioneerd zijn om in het openbaar ‘door te gaan’ voor een man, om te zeggen dat ons lichaam er niet toe doet omdat we ons ervan afgesneden voelen.

    Is dat lichaam dat maandelijks bloedt, dat lichaam met borsten dat wordt beschouwd als vrouwelijk, míjn lichaam? Dat is een vraag waar wij allemaal mee geworsteld hebben.

    Het is voor ons moeilijk om te veranderen met behoud van respect voor ons lichaam, omdat de maatschappij zich amper bewust is van onze genderidentiteit. Het medische establishment is grotendeels niet op de hoogte van onze behoeften en geslachtsveranderingsoperaties zijn niet te betalen voor als vrouw geboren transseksuelen uit de arbeidersklasse. Sommigen van ons hebben lesbische relaties gehad zonder te kunnen verwoorden dat we mannen zijn.

    Sluipen

    Er zijn maar weinig fondsen beschikbaar voor onze strijd om erkenning. Zelfs feministische groeperingen sluiten ons uit en bestempelen ons als anti-feministisch omdat we de kant van de onderdrukker kiezen doordat we ons man voelen. Dat is een beperkend feminisme dat voorbijgaat aan onze ervaringen in een vrouwenlichaam. Een feminisme dat niet erkent hoe moeilijk het voor ons was om weg te gaan bij onze families om uitdrukking te geven aan onze genderidentiteit.

    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben


    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben, omdat ze nu eenmaal bang zijn voor transseksuelen. We moeten naar urinoirs waar mannen staan te plassen. We worden in elkaar geslagen als we naar een damestoilet gaan, door vrouwen die denken dat we voyeurs zijn.

    Wij strijden voor een samenleving waarin een ‘afwijkende’ identiteit niet als abnormaal wordt veroordeeld. We willen ons losmaken uit de marge en een plek in het midden opeisen, waar we niet bang hoeven te zijn en ons niet hoeven te verdedigen. Dit is een oproep om het bestaan te erkennen van transseksuelen die geen hijra zijn. Dit is een verzoek om steun aan mensen die hetero, homo, lesbisch, feministisch, multiseksueel of anderszins seksueel geaard zijn. Een oproep tot vernietiging van genderidentiteit zoals wij die nu kennen.

  • Wat de Japanse sneeuwaap ons leert over cultuur bij dieren

    Wat de Japanse sneeuwaap ons leert over cultuur bij dieren

    Lange tijd is de westerse wetenschap beheerst door antropocentrisme, ofwel de overtuiging dat de mens een unieke plaats inneemt in het centrum van de wereld. Doordat dit voor Japan niet gold, ontdekten studenten hier ‘precultuur’ bij dieren. Ben Crair wilde dit zelf waarnemen en koos ervoor de Japanse sneeuwaap te bestuderen: die was het schattigst.

    De Snow Monkey Express was bijna leeg toen ik met een paar andere toeristen van Nagano naar de laatste stop in Yamanouchi reed, een stad met 12.400 inwoners. Een spandoek verwelkomde ons in Snow Monkey Town en borden op het station toonden rode Japanse makaken die tot aan hun nek in warm bronwater zaten te weken. De apen hadden de ogen gesloten en de armen uitgestrekt terwijl stoom om hen heen opsteeg en sneeuwvlokken neerdaalden in de droge vacht op hun hoofd.

    Na een lange reisdag besloot ik zelf een duik te nemen in een van de onsenbaden van de stad. Ik liet mezelf in het kokendhete zwavelhoudende water zakken en dacht aan soortgelijke ervaringen die ik op andere plaatsen had gehad: de geurige vochtige hitte van de Russische banya, het Indiase ayurvedische stoombad in de kitscherige cabine. Door de eeuwen heen hebben mensen over de hele wereld de eenvoudige praktijk van het baden op vele verschillende uitgebreide manieren beoefend. Japanse primatologen waren de eersten die zich afvroegen of ook dieren hun eigen rituelen hebben ontwikkeld.

    De sneeuwapen zijn een van de vele groepen Japanse makaken die de manier waarop we dieren en onszelf zien hebben veranderd. Ze hebben ons geholpen de ware complexiteit van dierlijk gedrag te herkennen – en daarmee inzicht gegeven in de evolutionaire oorsprong van ons gedrag. Mijn plan was om verschillende van deze apentroepen door heel Japan te bezoeken en in deze Snow Monkey Town te beginnen omdat, nou ja, de apen hier het schattigst waren.

    Allesbehalve zen

    De volgende ochtend liep ik enkele kilometers door het bos naar het Jigokudani Monkey Park, waar een bord voor een ‘apenonsen’ over een voetgangersbrug wees. De poel stoomde op de rand van een klif boven de Yokoyu-rivier, en in het midden zat een enkele aap, een oud vrouwtje met een lange snuit en ronde amberkleurige ogen. Ze was een van de ongeveer veertig makaken die wel eens in bad gingen. Andere apen kibbelden over het graan dat arbeiders in het apenpark op de rivieroever en op de berghelling hadden uitgestrooid.

    De foto’s die ik voor de reis had gezien, gaven een indruk van ontspannen kleine dieren, maar het tafereel was allesbehalve zen. Wetenschappers beschrijven Japanse makakengemeenschappen als ‘despotisch’ en ‘nepotistisch’. Elke aap binnen een bepaalde groep had een plaats in een lineaire dominantiehiërarchie, één voor mannen en één voor vrouwen, en ze verdrongen voortdurend ondergeschikten om hun rang te versterken. De apen waren waakzaam terwijl ze graan uit de sneeuw plukten, ze keken voortdurend over hun schouders om hun buren in de gaten te houden; een hogere aap zou ze aan hun been mee kunnen slepen of zijn tanden in hun nek kunnen zetten.

    snow monkey 3971841 1
    © Pixabay

    Toen etenstijd voorbij was, begonnen de apen elkaar te verzorgen – hun manier om niet alleen parasieten te elimineren, maar ook om een ​​meerdere te paaien of een alliantie te vormen. Een paar juvenielen sprongen in de onsen, terwijl volwassen vrouwtjes voorzichtig het water in waadden. Ik hurkte neer voor een vrouwtjesmakaak, die met beide handen een steen vastpakte en haar achterhand onder water plaatste. Haar puberzoon hurkte achter haar terwijl haar dochtertje naast haar peddelde. De zoon kamde met zijn poot door haar vacht, eerst met zijn linkerhand en toen met zijn rechterhand, werkte door haar grijze ondervacht naar de blanke huid en at de stukjes op die hij erin vond. De moeder sloot haar blauwachtige oogleden en legde haar rode wang op de rots tussen haar handen. Haar naam was Tomiko, vertelde een parkmedewerker me. ‘Tomiko houdt erg van onsen’, verklaarde hij.

    Apen zoals Tomiko begonnen bijna zestig jaar geleden te baden in de onsen in Jigokudani. ‘Ik was de eerste die ze erin zag gaan’, vertelt een gepensioneerde professor genaamd Kazuo Wada van het Primate Research Institute van de Universiteit van Kyoto. Het was 1963, en hij bestudeerde de apen in Jigokudani. Het park voorzag in die tijd een groep van 23 apen van appels, in de buurt van een onsen waar gasten van een lokale ryokan, een traditionele Japanse herberg, kwamen om te baden. De apen vermeden het water, tot op een dag een appel het bad in rolde. ‘Een aap ging erachteraan en ontdekte dat het warm was’, herinnert Wada zich. Een paar minuten later nam de aap nog een duik. Jonge apen die vanaf de rand toekeken, werden nieuwsgierig en probeerden het al snel zelf.

    Zowel wetenschappers als de lokale bevolking keken al jaren naar de Jigokudani-apen, maar tot dat moment had niemand ze het water in zien gaan. Binnen een paar maanden was baden populair bij de jongere apen in de groep. Het was meer dan een rage. Hun baby’s leerden ook zwemmen. Uiteindelijk was een derde van alle apen in de troep aan het baden. In 1967 moest het park om hygiënische redenen een speciale apenonsen in de buurt bouwen zodat ze niet samen met hun gasten in het bad zouden gaan.

    GettyImages 52050622 1 1
    Een heetwaterbron bij Jigokudani-Onsen. – © Koichi Kamoshida/Getty Images

    ‘Monkey see, monkey do’ is een meestal spottend gebruikte uitdrukking voor leren middels imitatie, maar wetenschappers van Jigokudani geloofden dat ze getuige waren van iets diepgaands. Ze waren discipelen van Kinji Imanishi, een ecoloog en antropoloog die in 1967 het Primate Research Institute mede oprichtte. Terwijl westerse wetenschappers het leven als een darwinistische strijd om te overleven beschouwden, geloofde Imanishi dat in de natuur harmonie de basis vormde, en dat cultuur een uitdrukking was van deze harmonie. Hij voorspelde dat bij alle dieren die leefden in een ‘eeuwige sociale groep’ waar individuen van elkaar leerden en generaties lang bij elkaar bleven, een eenvoudige vorm van cultuur zou ontstaan. Antropologen hadden nooit aandacht besteed aan dieren, omdat de meesten van hen aannamen dat ‘cultuur’ strikt menselijk was. Vanaf de jaren vijftig ontdekten Imanishi’s studenten in Jigokudani en andere locaties in Japan dat dit niet het geval was.

    Net als mensen vertrouwen dieren op sociale gewoonten en tradities om belangrijk gedrag door te geven dat individuen niet instinctief kennen en niet zelf kunnen bedenken

    Tegenwoordig zijn culturen niet alleen erkend bij apen, maar ook bij verschillende zoogdieren, vogels en zelfs vissen. Net als mensen vertrouwen dieren op sociale gewoonten en tradities om belangrijk gedrag door te geven dat individuen niet instinctief kennen en niet zelf kunnen bedenken. De verspreiding van dit gedrag wordt bepaald door de sociale relaties tussen de dieren – degenen met wie ze tijd doorbrengen en degenen die ze mijden – en verschilt per groep. Onderzoekers hebben bijna veertig verschillende gedragingen bij chimpansees gevonden die ze als cultureel beschouwden, van een groep in Guinee die noten kraakt tot een andere in Tanzania die danst in de regen. Potviswetenschappers hebben verschillende vocale clans geïdentificeerd met hun eigen klikdialecten, waardoor wat een wetenschapper ‘multiculturele gebieden’ noemt in de zee zijn ontstaan.

    Cultuur is zo belangrijk voor sommige dieren dat Andrew Whiten, een evolutionair en ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit van St. Andrews in Schotland, het een ’tweede overervingssysteem’ noemt naast genetica. En wanneer dieren verdwijnen, verdwijnen ook de culturen die ze in de loop van de generaties hebben ontwikkeld. Instandhoudingsprogramma’s kunnen soms nieuwe dieren in een leefgebied herintroduceren, maar deze nieuwkomers kennen niets van het culturele gedrag van hun voorgangers. In 2019 publiceerde het tijdschrift Science twee artikelen waarin werd betoogd dat inspanningen voor natuurbehoud de impact van menselijke activiteit op gedrags- en culturele diversiteit bij dieren altijd over het hoofd hebben gezien. De auteurs van een van de artikelen drongen aan op het creëren van ‘culturele erfgoedsites’ voor chimpansees, orang-oetans en walvissen.

    nagano 3068677 1
    © Pixabay

    De kranten maakten geen melding van Japanse makaken, die namelijk geen bedreigde diersoort zijn. Maar het voorstel van culturele erfgoedsites voor dieren deed me meteen denken aan Japan, waar Imanishi en zijn studenten in de eerste plaats dierenculturen leerden herkennen. Van Jigokudani trok ik naar mijn volgende bestemming: de meest legendarische van hun veldsites, een eiland genaamd Koshima.

    ‘Eén ding waar mensen makaken niet de eer voor geven, is dat ze na mensen de meest succesvolle primaten zijn’

    Vanuit Jigokudani reed ik met een oude bus langs de Pacifische kust door Kyushu, het meest zuidelijke van de vier belangrijkste eilanden van Japan. Kleine huizen werden door hun tuinen grotendeels aan het zicht onttrokken, bergen rezen op en omarmden het water in de ronde blauwe baaien. Deze regio was ooit populair bij Japanse pasgetrouwden, maar de gouden eeuw eindigde toen het gemakkelijk werd om naar plaatsen als Hawaï te vliegen. Ik stapte uit de bus bij het veldstation dat in 1967 was opgericht door het Primate Research Institute en nu wordt beheerd door de Universiteit van Kyoto.

    Een Amerikaanse student genaamd Nelson Broche Jr. wachtte me op bij de bushalte. Hij bestudeerde acute stress bij Japanse makaken in het Koshima Field Center. ‘Eén ding waar mensen makaken niet de eer voor geven, is dat ze na mensen de meest succesvolle primaten zijn,’ vertelde hij me. Je kunt verschillende soorten makaken vinden in heel Azië, ook in de harten van grote steden zoals Delhi. Japanse makaken hebben zich aangepast aan bijna elke natuurlijke habitat in het land, van de besneeuwde bergen van Jigokudani tot de subtropische bossen op Kyushu.

    Broche stelde me voor aan Takafumi Suzumura, die al achttien jaar voor de universiteit van Koshima werkt. We liepen naar het water en ze wezen naar Koshima, een stuk groen bos in een kalme turquoise zee. Het was zo dichtbij dat surfers erheen konden zwemmen. We betaalden een visser om ons om de rotsachtige kustlijn heen naar een verborgen inham met een strand te varen.

    De apen stonden op het zand te wachten, als overlevenden van een schipbreuk. Zodra we verschenen begonnen ze te kirren en te zoemen. ‘Dat betekent: “Geef me eten”’, zei Suzumura. Het alfamannetje, Shika, stapte op Suzumura af met zijn staart in de lucht en joeg elke andere aap die te dichtbij kwam weg. In tegenstelling tot de apen in Jigokudani, die volledig onverschillig waren voor mensen, gromden sommige apen op Koshima naar me en vielen me aan als ik in de buurt kwam. Suzumura zei dat ik rustig moest blijven, oogcontact moest vermijden en me geen zorgen moest maken. ‘Ze bijten nooit,’ zei hij.

    Imanishi en zijn studenten arriveerden in 1948 op hetzelfde strand. Ze waren op zoek naar bewijs van ‘precultuur’ bij dieren, een fundamenteel proces dat ook de evolutionaire grondslag zou kunnen zijn van de diverse en verfijnde samenlevingen van de mens. Hun doel was om te onderzoeken hoe ‘een eenvoudig gedragsmechanisme zich heeft ontwikkeld tot een hoger complex mechanisme’, schreef Syunzo Kawamura, een student van Imanshi. Ze begonnen hun onderzoek ergens daar in de buurt op halfwilde paarden maar schakelden over op apen nadat ze merkten hoe goed hun troep was georganiseerd. Ze ontmoetten een plaatselijke leraar, Satsue Mito genaamd, die bekend was met de apen van Koshima. In 1952 hielp zij hen om twintig apen te voorzien van graan en zoete aardappelen op bospaden en op het strand.

    monkey 3132624 1
    © Pixabay

    Het was ongebruikelijk voor onderzoekers om wilde dieren te voeren, maar er was wel meer ongebruikelijk aan het onderzoek van Imanishi. Hij moest de apen tolerant maken tegenover menselijke waarnemers, zodat ze elk individueel dier konden identificeren en gedetailleerde observaties konden doen over hun gedrag en sociale relaties gedurende meerdere generaties. Het zou nog een decennium duren voordat westerse wetenschappers zoals Jane Goodall en Dian Fossey op deze manier naar apen gingen kijken. De meeste westerse wetenschappers waren gedrild om dieren nooit te antropomorfiseren. Ze gaven ze alfanumerieke identiteiten in plaats van namen en deden niet aan langetermijnobservaties: in hun ogen waren individuele dieren uitwisselbaar en niet in staat tot complexe sociale relaties.

    Anti-antropomorfisme kreeg steeds meer trekjes van een ander bekend vooroordeel: antropocentrisme, ofwel de overtuiging dat de mens een unieke plaats in het centrum van de wereld inneemt

    Anti-antropomorfisme kreeg steeds meer trekjes van een ander bekend vooroordeel: antropocentrisme, ofwel de overtuiging dat de mens een unieke plaats in het centrum van de wereld inneemt. De moderne westerse wetenschap ontwikkelde zich in samenlevingen met ouderwetse opvattingen over de suprematie van de mens over dieren, zoals de Nederlandse primatoloog Frans de Waal opmerkte. In de religieuze tradities in Japan heeft de mens daarentegen geen speciale status. ‘De Japanse cultuur benadrukt het verschil tussen mensen en dieren niet’, schreef de Japanse primatoloog Junichiro Itani. ‘En we hebben het gevoel dat dat veel belangrijke ontdekkingen mogelijk maakte.’

    Preculturele verspreiding

    Nadat de apen het graan van Suzumura op Koshima hadden opgegeten, begonnen ze op het strand naar eten te zoeken. Ze ontspanden zich en namen weinig zelfbewuste houdingen aan. Sommigen ploften languit op het zand neer terwijl een metgezel zich over hen heen boog, als Orpheus die om Eurydice rouwde. Anderen gingen slap over rotsen hangen, als offerslachtoffers. Eentje keek me bedeesd over haar schouder aan; een ander bekeek me hooghartig, met de kin in de lucht. Moeders hielden hun baby’s tegen hun borst gedrukt zoals elke Madonna die ik ooit heb gezien met haar kind doet.

    Terwijl ik met mijn smartphonecamera zo dicht mogelijk bij de apen probeerde te komen, verzamelde Suzumura met een paar eetstokjes fecesmonsters uit het zand. Hij hield gedetailleerde gegevens bij van elke aap op het eiland. Hij kon elk van hen identificeren en wist van alle apen de naam, leeftijd, sociale rang en status en de persoonlijkheid te vertellen. De gegevens gingen helemaal terug tot de tijd van Imanishi en volgden de levensgeschiedenis van elke individuele aap op Koshima gedurende meer dan zeventig jaar. Ze lieten zien hoe sommige apenfamilies de overhand kregen terwijl andere gaandeweg verdwenen. Imanishi en zijn studenten waren de eersten die zich realiseerden dat apen hun hele leven hechte allianties met familieleden onderhielden – en dus ‘nepotistisch’ waren. Precies het soort complexe sociale orde waaruit Imanishi voorspelde dat cultuur zou ontstaan.

    Imanishi en zijn team waren al vijf jaar op Koshima toen ze op een dag zagen hoe een anderhalfjarige aap genaamd Imo een zoete aardappel pakte en deze naar de rand van een beek droeg. Ze doopte de aardappel in het water en veegde het zand van de schil. Zo smaakte hij mogelijk beter, want daarna bleef ze haar aardappelen op die manier schoonmaken. De eerste apen die Imo kopieerden, waren twee die veel tijd met haar doorbrachten: haar moeder en een speelkameraadje. Al snel probeerden haar familieleden het ook, en hun speelkameraadjes kopieerden hen weer. Het wassen van zoete aardappelen werd een rage onder jongere apen. In 1958 wasten vijftien van de negentien jonge apen hun aardappelen.

    Masao Kawai, een andere student van Imanishi, beschreef deze fase als ‘preculturele verspreiding’. Imo had nieuw gedrag ontwikkeld dat zich verspreidde onder haar leeftijdsgenoten. Leeftijd en geslacht waren beide van invloed op de overdracht: jongere apen en vrouwtjes leerden zich vaker aan hun aardappelen te wassen dan volwassen apen en mannetjes. De volgende fase begon toen Imo en haar leeftijdsgenoten volwassen werden en zich voortplantten. Nu werd het gedrag overgegeven aan de volgende generatie, zowel mannetjes als vrouwtje, die het wassen van de zoete aardappelen van hun moeder leerde. Leeftijd en geslacht speelden niet langer een rol. ‘Preculturele druk werkt’, schreef Kawai. Een nieuw gedrag was vastgesteld binnen de troep.

    sugarman joe LybgMpDCCXI unsplash 1
    © Unsplash

    In 1961 wasten de meeste apen hun aardappelen niet langer in de beek maar in de zee. Misschien omdat zeewater overvloediger was, hoewel sommige wetenschappers dachten dat de apen misschien de smaak van het zoute water prefereerden: sommige doopten de aardappel er na elke hap weer in.

    Ik had gehoopt de huidige populatie apen op Koshima hun zoete aardappelen te zien wassen, maar Suzumura voerde ze nog slechts één of twee keer per jaar zoete aardappelen. De oorspronkelijke groep van twintig apen groeide in 1971 tot honderdtwintig. Sinds 1972 leverde het Primate Research Institute alleen nog graan. Toch was de culturele impact van het zoete aardappelen wassen nog altijd zichtbaar op Koshima.

    De kieskeurige kleine Imo had nóg een nieuw gedrag ontwikkeld dat zich snel verspreidde binnen de groep: ze scheidde haar tarwe van het zand waarmee het vermengd raakte door het in het water te gooien. Het graan bleef drijven en het zand zonk. (Sommige apen wassen hun tarwe nog steeds, zei Suzumura, maar zelf zag ik het niet gebeuren.) Baby’s die tijdens het wassen van de aardappelen door hun moeder mee het water in werden gedragen, begonnen tijdens het spelen te zwemmen, iets wat hun ouders nooit hadden gedaan.

    Voordat Imanishi’s team arriveerde, brachten de apen bijna al hun tijd door in het bos. Nu brachten ze ook een groot deel van hun tijd op het strand door en hadden ze een nieuw repertoire van gedragingen aangeleerd. ‘Sinds de wetenschappers voor het eerst begonnen met het voeren van de makaken op het eiland Koshima, heeft zich een geheel nieuwe levensstijl ontwikkeld’, schreven de Israëlische onderzoekers Eva Jablonka en Eytan Avital. Ze noemden dit een voorbeeld van ‘cumulatieve culturele evolutie’. Kawai was verrast door hoe snel de apen zich aanpasten aan hun nieuwe strandomgeving, gezien hun aanvankelijke afkeer van water. ‘We leren via de Koshima-troep dat zodra dat sterke traditionele conservatisme door een of andere oorzaak begon af te breken, het gemakkelijk helemaal verdween’, schreef hij.

    Toen ik er was slenterden de apen enkele uren over het strand. Het was middag, de temperatuur begon al te dalen en de dieren verdwenen in het bos om te foerageren. Het lege strand stak misschien bleek af bij ‘culturele erfgoedsites’ in de mensenwereld, zoals paleizen en kathedralen. De apen hadden niets gebouwd dat op architectuur leek, zelfs geen zandkasteel. Maar wat Koshima ons liet zien, is dat cultuur geen product was. Het was een proces. Stap voor stap begon het leven van de apen in Koshima er anders uit te zien dan dat van andere apen – en begon het iets meer op het onze te lijken.

    Ik was nieuwsgierig om apen te zien die nog nooit door mensen waren gevoerd

    Ik moest kiezen waar ik heen wilde na Koshima. Er waren andere sites die in aanmerking konden komen als cultureel erfgoed voor Japanse makaken. In Arashiyama bij Kyoto begonnen sommige apen in de jaren zeventig met stenen te spelen, en dat gedrag verspreidde zich in hetzelfde patroon als het wassen van zoete aardappelen in Koshima en het baden in Jigokudani: eerst horizontaal onder leeftijdsgenoten en vervolgens van de ene generatie op de andere. De wetenschapper die het gedrag voor het eerst observeerde, een Amerikaan genaamd Michael Huffman die nu verbonden is aan het Primate Research Institute, merkte dat verschillende groepen apen in de loop der tijd hun eigen manier ontwikkelden om met stenen om te gaan. In sommige groepen wreven de apen ze tegen elkaar, in andere knuffelden ze de stenen of sloegen ermee op de grond.

    Maar ik was nieuwsgierig om apen te zien die nog nooit door mensen waren gevoerd. De Japanse onderzoekers realiseerden zich ook dat het nieuwe gedrag op plaatsen als Koshima, Jigokudani en Arashiyama niet bepaald natuurlijk was. De wetenschappers zelf hadden hun ontwikkeling gestimuleerd door te voeren, waardoor de dieren in onbekende habitats terecht kwamen en tijd hadden om nieuw gedrag uit te proberen. Ook op andere plekken had het voeren invloed op het leven van de groep. ‘In de voederplaatsen waren de relaties tussen de mannetjes heel duidelijk. De ene is dominant, de andere is ondergeschikt,’ vertelde Yukimaru Sugiyama, een voormalig wetenschapper van het Primate Research Institute. Maar toen hij apen het bos in volgde, zaten jonge mannetjes vaak in de buurt van dezelfde dominante apen die ze op de voederplaats hadden vermeden.

    Naarmate de interesse van onderzoekers in het natuurlijke leven van de primaten toenam, leerden ze ze beter kennen door ze simpelweg te volgen. Aanvankelijk renden de primaten weg, maar de meeste verloren uiteindelijk hun angst voor mensen. Vanaf het einde van de jaren vijftig brachten Imanishi en zijn studenten wat ze in Japan hadden geleerd naar Afrika om chimpansees, gorilla’s en andere primaten te bestuderen. Door een combinatie van veldobservatie en experimenteel werk hebben ze daar veel van wat ze van apen in Japan hadden geleerd over cultuur, kunnen verifiëren en verbeteren. Dankzij het werk van mensen als Goodall kwamen westerlingen tot hun huidige technieken en bevindingen.

    Onheilspellend

    Omdat ik ze niet helemaal naar Afrika kon volgen, ging ik naar een ander eiland, genaamd Yakushima. Je kan naar Yakushima vliegen of een hogesnelheidsveerboot nemen, maar ik koos voor de goedkoopste optie: een tocht van dertien uur op een nachtelijk vrachtschip vanuit Kagoshima, een stad naast een vulkaan op de zuidpunt van Kyushu. Het eiland zag er onheilspellend uit toen we de volgende ochtend de haven binnenvoeren, de bergen omringd door mist en regen. Yakushima was beroemd om zijn oude mos en oerbossen. Ook leefden er ongeveer 10.000 Japanse makaken op het eiland – ongeveer evenveel als de menselijke populatie van ongeveer 13.000. De apen leefden in groepen van minder dan vijftig, en er was geen bevoorrading. Ze zochten naar fruit, bladeren, eikels en scheuten, maar ook naar insecten en spinnen.

    ‘Op Yakushima houden apen van paddestoelen’, zegt Akiko Sawada, een onderzoeker van de Chubu Universitaire Academie van Opkomende Wetenschappen. De Yakushima-apen aten meer dan zestig verschillende soorten en Sawada onderzocht of ze konden ruiken of een paddestoel al dan niet giftig was. Ze dacht dat dit sociale kennis was, waarbij een jonge aap leerde welke paddestoelen hij moest eten en welke hij moest vermijden door naar zijn moeder en andere volwassenen te kijken. Het was moeilijk te zeggen of gedragingen in Yakushima cultureel waren of op een andere manier aangeleerd, zoals door instinct of gewoon door vallen en opstaan. Al deze processen werkten samen om het leven van een aap vorm te geven en konden in een volledig natuurlijke omgeving niet gemakkelijk van elkaar worden gescheiden.

    Sawada nam me mee naar de rustige westkust van Yakushima, waar wetenschappers verschillende groepen hadden ondergebracht. De apen waren gemakkelijk te vinden, omdat ze onderweg graag elkaar verzorgden en zonnebaadden. Ze haastten zich uit de weg voor auto’s die snel reden, maar reageerden nauwelijks op langzaam rijdend verkeer. Het was ook paartijd en mannetjes en vrouwtjes zochten elkaar op en maakten leeftijdsgenoten op een afstand jaloers. Sawada wees erop hoe een van de oudere apen achterover leunde en naar haar armen keek terwijl ze een partner verzorgde: haar zicht werd slechter.

    We volgden een grote groep vanaf de weg het bos in. Professor Sugiyama had gelijk: er waren minder conflicten, omdat de apen een groot gebied hadden om te foerageren. Sommige braken eikels met hun tanden; anderen klommen in bomen voor fruit. Een jonge vrouw ontdeed de bodem van het bos van opgekrulde dode bladeren. ‘Ik denk dat ze cocons zoekt,’ zei Sawada.

    nomao saeki yuqwzT3C7yk unsplash 1
    © Unsplash

    Tijdens de wandeling werden we door vier herten vergezeld. Ze waren zo klein als honden en bijna net zo vertrouwd met mensen. De apen waren rommelige eters en de herten volgden hen om hun restjes op te rapen. Er ontstond een relatie: de apen verzorgden de herten, en klommen er soms op. Op een andere onderzoekslocatie in de buurt van Osaka bestegen apen soms zelfs herten in een zeldzaam voorbeeld van seks tussen soorten. Het is mogelijk dat de herten zachtaardiger partners waren voor kleine adolescenten die routinematig werden afgewezen door het andere geslacht of fysieke schade riskeerden van agressieve volwassenen. ‘Toekomstige observaties op deze plek zullen uitwijzen of deze groepsspecifieke seksuele eigenaardigheid een kortstondige rage was of het begin van een cultureel in stand gehouden fenomeen’, schreven de onderzoekers.

    Die middag liet Sawada me verschillende video’s zien die zij en haar collega’s in het bos hadden opgenomen. In één verslond een aap een gigantische duizendpoot; in een andere wreef een aap een rups tussen haar handen heen en weer om de stekende stekels te verwijderen voordat ze hem at; in een derde plukte een aap mollige witte horzellarven uit een nest. Sawada giechelde toen ze een video afspeelde van de apen die op grote hoogte leefden en bamboe aten: ze waren, om redenen die niemand echt begreep, extreem dik.

    Later, toen ik in mijn eentje de berg beklom, waren er geen bamboebossen of mollige apen op de rotsachtige top. Ik keek neer op het bladerdak van het oude cederbos en over de zee, denkend aan wat de primatoloog Itani had waargenomen: dat de Japanse cultuur geen sterk onderscheid maakt tussen mensen en dieren. In het Westen lijken cultuur en wetenschap vaak gescheiden krachten, maar hier versterkten ze elkaar. De wetenschap had de makakencultuur ontcijferd en de cultuur had ons wetenschappelijke begrip van de dierenwereld verbreed.

    Maciek Pożoga, gevestigd in Frankrijk, heeft voor dit verhaal twee weken lang Japanse makaken gefotografeerd. Bekijk in het originele artikel zijn werk.

  • Onze angst om te lijden. Waarom moderne maatschappijen niet kunnen omgaan met pijn

    Onze angst om te lijden. Waarom moderne maatschappijen niet kunnen omgaan met pijn

    Een dik jaar pandemie heeft een van de pathologische trekken van de westerse samenleving blootgelegd: de pijnfobie van een geïnfantiliseerde burgerij. Nu de noodtoestand voorbij is, ontstaat er nieuwe onrust: zullen we in staat zijn deze fase onbevreesd het hoofd te bieden?

    Dat een jeukende wond duidt op genezing weten we omdat het ons als kind almaar is voorgehouden. En ook dat je de korst er niet af moet krabben maar hem moet laten zitten tot hij vanzelf losraakt, want dan ontstaat gezonde littekenvorming. Maar tegenwoordig klinkt zelfs het woord korst al een beetje obsceen, een beetje lelijk, of eigenlijk niet op zijn plaatst. De korst valt niet af want hij krijgt de kans niet eens om zich te vormen, en dus kun je niet langer op het schoolplein opscheppen dat de dreun die je tijdens het spel opliep geheeld is en je weer helemaal in vorm bent. 

    We zijn verleerd spontaan te praten over pijn en tegenslag en reageren verontrust op pijn ‘nu de mortuaria zijn veranderd in supermarkten’, ‘nu we de vierde golf in India op televisie meemaken zonder de onze te hebben gezien’, ‘nu we de morele plicht hebben positief te zijn en in de sociale media een geslaagd leven uit te venten, of dat nu reëel is of niet, dat maakt niet uit’. Toch is pijn een van de grote leermeesters, misschien wel de enige, want op den duur helpt de sensatie ons om een inzichtelijker bestaan te leiden.

    Het mandaat van het geluk

    Lijden, en het vermogen het als iets onvermijdelijks tegemoet te treden en te leven zonder er zo ontzettend bang voor te zijn, heeft aan prioriteit ingeboet in het raderwerk dat onze identiteit uitmaakt. De citaten hierboven komen van diverse denkers uit de hele wereld die hun licht hebben laten schijnen op het laatste boek van een van de opzienbarendste filosofen sinds tijden. 

    De Koreaanse filosoof Byung-Chul Han noemde onze samenleving een decennium geleden al die van ‘vermoeidheid en transparantie’. Nu, nog midden in een pandemie, waarschuwt hij ons dat we ook De palliatieve samenleving (uitgeverij Herder) zijn, een samenleving die pijn afzwakt en uit de weg gaat, die bang is haar zogenaamde comfortzone kwijt te raken en is gezwicht voor het mandaat van het geluk en het rendement, die niets wil weten van de lering – welke lering? – die je uit echte tegenslag kunt trekken.

    Je wordt er met wat goede wil beslist wijzer van. ‘Pijn scherpt je waarneming. Pijn profileert het ik en geeft het contouren’, schrijft Han. Intussen stelt deze intellectueel dat ‘overal’, van de huiselijke kring tot op het dorpsplein, ‘de pijnvrees, de pijnfobie, een algehele angst voor lijden heerst’. 

    Op emotioneel vlak ‘is zelfs liefdesverdriet verdacht’

    Op emotioneel vlak ‘is zelfs liefdesverdriet verdacht’. Op het politieke ‘neemt de druk om schikkingen te treffen toe’. We voegen ons in palliatieve zones die ons onze vitaliteit ontnemen. We leven maar half. Of, zoals Byung-Chul-Han zegt: ‘Het leven wordt opgeofferd in ruil voor aangenaam overleven.’

    Nu er een einde is gekomen aan de noodtoestand, brengt dat weer een nieuwe onzekerheid met zich mee: zullen we de nieuwe fase ingaan zonder de angst om te lijden?

    Een kleine revolutie

    ‘Niet pijn is zinloos, maar overleven om leven te vermijden,’ stelt de schrijver Fabrizio Andreella vanuit Italië, waar de Koreaanse denker een kleine revolutie heeft veroorzaakt. ‘Als je pijn afwijst, wijs je het leven af, dan leef je zo min mogelijk om maar niet het risico te lopen dat je op pijn stuit.’ Andreella heeft het over een zekere ‘agressie van het goede, het geluk en het positivisme die ons, doordat we de keerzij ontkennen, afsnijdt van iets heel belangrijks, te weten pijn.’ 

    Zijn we eenmaal gewend aan de oppervlakte te leven, dan ‘sterven ook het avontuur en de ontdekkingslust’, wat Han betitelt als ‘sterk verminderd gevoel te leven’, een houding die de psycholoog José Carrión, lid van het psychologisch lab Cinteco in Madrid, als volgt beschrijft: ‘We kijken van opzij naar de werkelijkheid. Maar wanneer we er frontaal naar kijken of zij klopt op onze deur, wordt alles gecompliceerd. Dan komt het gebeurde extra hard aan, omdat we geen idee hadden dat het nog bestond en zo bedreigend was. We dachten dat de pijn ver weg was, dat de pijn in de verte was opgelost…’

    ‘In tijden van pandemie,’ lees je in De palliatieve samenleving, ‘lijkt het lijden van de anderen ons nog verder weg. Het valt uiteen in een aantal gevallen. De mensen sterven eenzaam op de IC’s, verstoken van alle persoonlijke genegenheid. Nabijheid betekent besmetting. De sociale afstand verscherpt het verlies aan empathie.’

    ‘We consumeren pijn als nooit tevoren, maar als een soort schouwspel, als vermaak, alsof het om een serie gaat’

    Een bestaan als zombie, zijdelings, zonder je ergens in te willen verdiepen maar alles eruit flappend via TikTok of Instagram. ‘Eerder dan verdoofd, zijn we een frivole, weinig fiere samenleving, en het lukt ons maar niet de nodige pijn te accepteren die hoort bij de commerciële wereld, de gevoelswereld, de rechtskundige, de academische…’ betoogt Javier Moscoso, als onderzoeker en docent Geschiedenis en Filosofie verbonden aan de Hoge Raad voor Wetenschappelijk Onderzoek (CSIC).

    In 2011 publiceerde hij al een van de grootste handboeken over de kwestie: Culturele geschiedenis van de pijn (uitgeverij Taurus). Inmiddels is Moscoso van mening dat het idee van pijn als iets vreemds en als iets wat zich ver weg afspeelt, een nog ernstiger scenario verhult: ‘We consumeren pijn als nooit tevoren, maar als een soort schouwspel, als vermaak, alsof het om een serie gaat, terwijl we met de eigen pijn een heel andere relatie hebben, de drempel ligt elders. We consumeren onbeschaamd andermans pijn, als een soort pornomisère, wat bijna een terugkeer naar de middeleeuwse esthetiek betekent.’

    Hij geeft een actueel voorbeeld: ‘Wat nu in India gebeurt met de vierde golf en waarvan hier nog niets in het nieuws is doorgedrongen.’ Nog een: ‘De verhalen over pijn, in de journalistiek bijvoorbeeld, worden verteld door een getuige wie niets is overkomen, die op het punt stond een bepaald vliegtuig te nemen of op het punt stond het slachtoffer te worden van een aanslag maar overleefde.’ Dat impliceert een visie die feitelijk tegengesteld is aan pijn, een waarbij we ‘ons inleven in de ander om ons te verheugen over onze eigen overleving’. 

    Veerkracht als kernwoord

    De professor stelt dat wij met name het idee van fysieke pijn niet verdragen: ‘Wij achten het ons recht om niet te lijden, wij zijn overgegaan van een wereld waarin men van opvatting was dat je je moest stalen tegen de ergste pijn, de middeleeuwse, naar de wereld van de negentiende eeuw, waarin pijn een functie en een nobel doel had, ook al was men uit op zo min mogelijk noodzakelijke pijn, naar een wereld, die van nu, waarin men zo weinig mogelijk pijn wil lijden.’

    Alle drie, Han, Andreella en Moscoso, zijn overigens van mening dat veerkracht hier fungeert als kernwoord. Het idee is dat we sterker uit een tegenslag tevoorschijn komen. Voor Han is het een ‘kapitalistisch mandaat’, voor Andreella ‘een modewoord dat onze relatie met pijn symboliseert’ en voor Mocoso ‘een van de merkwaardigste verschijnselen die zich in het Spanje van de laatste tijden heeft voorgedaan’.

    ‘De rehabilitatie van de veerkracht in Spanje heet verzet, denk aan het #saldremosmasfuertes (we komen hier sterker uit) van de regering. Pedro Sánchez schrijft zijn memoires en noemt ze Handboek van het verzet, het pandemielied was ‘Resisteré’… (Ik zal me verzetten). Camilo José Cela zei het al om Spanje te kenschetsen: ‘Wie zich verzet, wint’. We krijgen te horen: ‘Verzet je nu maar, want er zit niets anders op’.

    ‘Tegenwoordig huilt iedereen. Er is geen nuchterheid. Er is geen schaamte. Volgens de regels van de sociale etiquette voel je niet als je niet huilt’

    Deze ‘pijnfobie’ en ‘lofrede op het verzet’ worden gestut door andere fenomenen van onze tijd: ‘Als je de werkelijkheid ziet als conflictueus dualisme tussen goed en kwaad, zoals we in de westerse cultuur deden, is het logisch dat men er vroeg of laat toe komt het bestaan van pijn te ontkennen of af te zwakken. Voeg hieraan toe het narcisme en de genotscultus, niet om te genieten van het leven maar als vlucht, en de pijnvrees wordt evident.’

    Moscoso wijst ook op ‘een zekere onbeschaamdheid en overdaad aan expressiviteit’. ‘Daarom ben ik het maar deels eens met Byung-Chul Hans idee dat we een verdoofde samenleving zijn, want de ontlading van emoties gaat alle perken te buiten. Tegenwoordig huilt iedereen. Er is geen nuchterheid. Er is geen schaamte. Volgens de regels van de sociale etiquette voel je niet als je niet huilt.’

    Psycholoog Carrión is milder: ‘De term veerkracht behoeft verfijning. In de middeleeuwen begroef je een dode met dezelfde spa waarmee je aardappels rooide. Honger, kou en armoede waren normaal. Ook nu moeten we ziekte accepteren, omdat de malaise deel uitmaakt van het herstel. We moeten rekening houden met pijn als iets dat mogelijk is, en zorgen dat de angst ons niet verlamt.’

    Baas over ons leven

    Het zijn gevoelens die sterk leven sinds in maart 2020 de noodtoestand intrad. Lucía Fernández, eveneens psycholoog, zegt dat het laatste jaar het aantal personen, met name jongeren, dat therapeutische hulp zoekt is toegenomen. ‘In een moeilijke, eentonige situatie ontstaat vanzelf het diepe verlangen om op te knappen, te overleven, om alles te doen wat nodig is om de negatieve ervaring zin te geven.’

    Moscoso pleit er daarentegen voor ‘de noodzakelijke pijn, die bij het leven hoort, [te] accepteren, de niet-noodzakelijke [te] bestrijden.  

    Hij wijst er ten slotte op dat ‘uitmaken welke pijn noodzakelijk is en welke niet een politiek, filosofisch en economisch vraagstuk vormt’. ‘Een van de politieke hoofdvragen van de twintigste eeuw was of degenen die klagen ook recht hebben om te  klagen, of ze zich aanstellen of echt zorg nodig hebben. En daar hebben we nog altijd mee te maken.’

  • Generatie corona. Hoe nu verder?

    Generatie corona. Hoe nu verder?

    In plaats van de wereld te verkennen, zaten Europese jongeren thuis. In plaats van verliefd te worden, hielden ze afstand. De pandemie heeft hun een heleboel dingen afgepakt die horen bij jong zijn. Hoe pakken ze de draad weer op? Zesentwintig getuigenissen.

    Onze laatste zorgeloze zomer is algauw twee jaar geleden. Als je jong bent, lijkt dat wel een half leven. Die zomer hadden we nog nooit gehoord van besmettingsaantallen. We lagen op het gras, op het strand of bij het zwembad, samen op een badhanddoek en zo dicht bij elkaar als nu verboden is. We wisselden blikken met mensen die we nog niet kenden en die we leuk vonden. We trokken het ene biertje na het andere open, speelden volleybal, voetbalden, omhelsden elkaar na elk doelpunt en na een tijdje gingen we ergens anders heen, tot diep in de nacht. We waren nog niet gearriveerd, natuurlijk niet, we waren pas net op zoek.

    Bij volwassen worden hoort dat je nog niet hoeft te weten wie je bent en wie je wilt worden, dat je de plek waar je thuishoort nog mag vinden. Maar wat als de zoektocht al voorbij is voor je de kans hebt om ergens aan te komen?

    Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten

    De pandemie heeft alles wat volwassen worden is, veranderd in het tegendeel: in plaats van dichter bij elkaar te komen, moesten we afstand houden. Grenzen respecteren in plaats van overschrijden, thuis blijven in plaats van de wereld in te trekken. De eerste zoen, voor het eerst alleen met vrienden op vakantie, de eerste stage: allemaal uitgesteld. Voor onbepaalde tijd. En dat kunnen we nooit allemaal inhalen: als je op je achttiende verjaardag thuis zat, kun je een jaar later niet met vrienden en vriendinnen gaan vieren dat je meerderjarig bent geworden. Als je tijdens de pandemie eindexamen hebt gedaan, kun je met je klasgenoten niet meer maanden later proosten op het begin van het nieuwe leven. En als je een studie bent begonnen, kun je waarschijnlijk niet gaan dansen op het introductiefeest.

    In plaats van eindelijk rond te kijken in de wereld zaten wij, scholieren, studenten en mensen die voor het eerst gingen werken, weer bij onze ouders aan tafel te luisteren hoe zij zich moed inspraken door herinneringen op te halen aan de goede oude tijd. Terwijl wij jongeren nog amper herinneringen hadden. Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten.

    Gedesillusioneerde jeugd

    Het is een collectief gevoel, dat in heel Europa wordt ervaren. Dat blijkt uit een gezamenlijk enquête van Süddeutsche Zeitung, The Guardian, La Stampa, Le Monde en La Vanguardia. Honderden jongeren hebben in deze enquête verteld hoe het afgelopen jaar hen heeft veranderd, met name in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Spanje. De enquête is niet representatief, maar geeft een beeld van een gedesillusioneerde jeugd. In de antwoorden, waarvan we hier een selectie laten zien, is sprake van een verloren jaar, van een leven in vliegtuigmodus. Veel jongeren hebben het afgelopen jaar de hoop verloren dat ze door de politiek worden gezien, en al helemaal dat ze serieus worden genomen.

    ‘Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes houden,’ zegt er een. ‘Dat we alleen thuis zitten, met de last van school of universiteit op onze schouders, maar zonder dat we als compensatie iets van een leven mogen hebben, daar horen we politici niet over.’ Een ander: ‘Ik ben zwaar teleurgesteld en verbijsterd hoe consequent allerlei beslissingen eerst te laat en dan verkeerd worden genomen.’ Nog iemand: ‘Mijn doel is zonder blijvende geestelijke schade uit deze crisis te komen.’

    Psychische gezondheid

    Een onderzoek van het academisch ziekenhuis van Hamburg-Eppendorf, waarvoor tussen half december 2020 en half januari 2021 meer dan duizend kinderen en jongeren zijn ondervraagd, laat zien dat bijna een derde van de jongeren ‘psychologisch opvalt’. In de loop van de pandemie is hun psychische gezondheid steeds verder achteruitgegaan: veelvoorkomende symptomen zijn depressie en psychosomatische gevolgen als maag- en hoofdpijn. Vergelijkbare resultaten geeft een onderzoek van de Donau-Universität Krems in Oostenrijk van dit voorjaar, dat bij meer dan de helft van de drieduizend ondervraagde jongeren symptomen van depressie heeft geconstateerd en bij de helft angststoornissen. Ongeveer 16 procent had regelmatig suïcidale gedachten, een enorme toename vergeleken met de laatst beschikbare cijfers.

    Heeft de pandemie van ons, de jonge mensen die de hele tijd ‘weinig risico’ liepen, te veel gevergd? Is de samenleving, die solidariteit van ons eiste, misschien onvoldoende solidair met ons geweest? Tenslotte moesten scholen en universiteiten sluiten, terwijl veel bedrijven juist open mochten blijven. Tenslotte lijken kinderen en jongeren de laatsten te zijn die door een vaccinatie terug kunnen keren naar een vrij leven. 

    Antwoorden zijn er haast nog niet, wel voortdurend nieuwe vragen. 

    Inhaalprogramma om te leven

    De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe heeft de pandemie ons toekomstbeeld beïnvloed? Wat gaan we doen als alles eindelijk echt voorbij is? Blijven we thuis op de bank zitten, omdat we niet weten dat het ook anders kan? Berusten we, en laten we de politiek de politiek? Of gaan we de straat op om te vechten voor een betere toekomst, voor ons recht om mee te doen, mee te beslissen? 

    Ook daar is nu nog geen antwoord op te gegeven, maar één reactie heb ik al. Een reactie op het ‘inhaalprogramma’ waartoe de regering onlangs heeft besloten, om met miljarden euro’s de leerachterstanden van de afgelopen maanden in te halen. We hebben geen inhaalprogramma nodig om te leren. We hebben een inhaalprogramma nodig om te leven.

    Een inhaalprogramma voor een jaar van gemiste kansen en gemiste vriendschappen. Drukke cafés en feestjes waar je over de hoofden kunt lopen, dat is wat we nodig hebben. We hebben een quotum nodig van dagen dat we mogen spijbelen, van school, van de universiteit, van ons werk, omdat we in plaats van leren en werken nu eerst eens naar het zwembad moeten. Allemaal tegelijk naar het strand, een bergwandeling maken, of gewoon de hele zomer op een picknickdeken liggen, heel dicht bij elkaar. We hebben niet alleen de middagen nodig, of de zomervakantie, maar ook de ochtenden om elkaar te zien en te lachen en eindelijk weer onze armen om elkaar heen te kunnen slaan. Als er één inhaalslag is die we moeten maken, dan echt alleen die ene: leren om weer zorgeloos te zijn.

    Antje Fischbach, 23, studente osteopathie in München

    ‘Ik mis het ongedwongene. Ik mis het uitgaan, onder de mensen zijn, een beetje aangeschoten voor een club hangen met vrienden. Iets idioots doen en er achteraf samen om lachen. Als ik vroeger ontevreden was over mijn leven, veranderde ik iets. Dat kan nu niet. Dit jaar ben ik volwassener geworden, wat niet alleen positief bedoeld is. Ik vind het heel erg dat we voor de politiek geen enkele rol spelen. Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes organiseren. Maar dat we in ons eentje thuis zitten, met de last van school of universiteit, zonder enige compensatie waardoor we toch iets van een leven hebben, daar hoor je de politiek niet over. Je hebt het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt en dat je niet serieus wordt genomen. Daar word ik soms echt boos en wanhopig van. Vaak stel ik me voor hoe het is als het leven weer echt begint. Net zoiets als een fantastische vakantie, waar je je al maanden tevoren op verheugt. Maar dan nog beter. Alleen al iedere keer dat je je armen om iemand heen slaat, voelt het een beetje als zomer. 

    In geloof dat we onderschatten hoeveel kracht deze tijd ons later zal geven. Ik bedoel: nu deze shitpandemie ons niet klein heeft gekregen, kunnen we alles aan. Ooit zijn we er weer, onder de mensen, met harde muziek. Ik weet zeker dat we dan op een gegeven moment allemaal even stilstaat en denken: Fuck, ik heb het gered. Ook al wist ik soms niet of ik het wel aan kon. En nu sta ik hier. Tussen een massa mensen, aan de vooravond van een leven dat nog afwisselender en opwindender zal zijn dan hiervoor.’

    Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen

    Matthieu Baubry, 19, student vreemde talen in La Roche-sur-Yon, Frankrijk

    ‘Ik heb de indruk dat we hier nooit uit zullen komen. Het lijkt me een utopie dat we over tien jaar geen mondkapje meer dragen. Ik ben bang dat vandaag of morgen alles voorbij is. En ik ben niet eens boos: tenslotte is het niemands schuld. Ik leg me er gewoon steeds meer bij neer. Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen. Volgend jaar wil ik taal en literatuur gaan studeren om later journalist te worden, gespecialiseerd in videogames. Online wereldkampioenschappen kijken vind ik echt helemaal te gek. Bovendien is het internet een terrein met grote toekomstmogelijkheden, dan hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel werk vind.

    In elk geval heb ik van de zomer een baan. Ik ga in de bediening werken in een restaurant aan de westkust, aan het strand, bij Saint-Jean-de-Monts in de Vendée. Ik blijf gewoon bij mijn ouders in Challans wonen, maar dat gaat wel lukken omdat ik niet meer 24 uur per dag thuis ben. En als ik werk, staat er eindelijk weer geld op mijn rekening. Tijdens de tweede lockdown ben ik mijn baan in de supermarkt kwijtgeraakt, en ondanks dat ik een beurs had kon ik de huur niet meer betalen. Zonder mijn ouders stond ik op straat.’

    Sandra Birner, 26, kinderverpleegkundige in München

    ‘Wat ik enorm mis, is dansen. Je laten gaan in de roes van het ritme en één zijn met de menigte om je heen. Mensen ontmoeten, ook partners, want ik ben single en heel open over mijn seksleven. Ik prijs me gelukkig dat ik als kinderverpleegkundige kan blijven werken, dat ik iets te doen heb en in mijn levensonderhoud kan voorzien. Toch is het moeilijk om zo vaak alleen te zijn, in een flatje van 24 vierkante meter, zonder balkon, zonder man, zonder medebewoners. Daardoor ben ik gaan roken. Op een vrije dag is roken voor mij de enige reden om op te staan. Afgelopen winter was ik zwaar depressief, ik moest bijna aan de medicijnen, ik at niet meer en deed niets meer. Waarom zou ik? Des te dankbaarder ben ik voor mijn vrienden, we steunen elkaar geweldig in deze moeilijke tijden. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit weer in een disco zal staan, of in een bar of een biertent en kan dansen en zoenen en lachen. Misschien moet ik een poes nemen, want als je voor corona geen partner had, vind je er nooit meer een.’

    Joy 1 1
    © Tommaso Ausili / Contrasto

    Digital natives

    Dalila Regesta, 19, uit Imperia, Italië, student economie in Straatsburg, Frankrijk

    ‘Ik ben een van de weinigen die kan zeggen dat het afgelopen jaar positief is geweest. Tijdens de pandemie heb ik begrepen wat echt belangrijk voor me is. Dichtbij mijn vrienden en familie zijn bijvoorbeeld. En ik heb het afgelopen jaar daadwerkelijk weer oude vriendschappen kunnen oppakken. De sociale media hebben daarbij echt geholpen, omdat je over allerlei grenzen heen contacten kunt leggen, al is het maar in een video call of via een story op Instagram. Als ik naar de toekomst kijk, is mijn grote zorg dat er niet naar ons wordt geluisterd. Wij zijn digital natives, en vergeleken met de vorige generatie maken de sociale media voor ons van alles mogelijk. Maar dat betekent nog niet dat er aan de andere kant van het scherm automatisch iemand naar je luistert.’ 

    Conor Spielberg, 23, journalist in Dublin, Ierland

    ‘Net als veel jonge mensen hier in Dublin woon ik bij mijn ouders, en het ergste is dat ik op mijn drieëntwintigste financieel nog steeds van hen afhankelijk ben. Ik schrijf recensies over stripverhalen, maar dat levert niet echt veel op. Ik kan gewoon geen ander werk vinden. Het afgelopen jaar heb ik in elk geval heel veel geschreven, maar voor een baan met het minimumloon zou ik een moord doen. Het moeilijkste aan de lockdown vond ik dat ik tegenover vrienden nu eenmaal veel opener ben dan tegenover mijn familie. Het is best vreemd dat ik in een camera kan kijken of in een headset kan zeggen: “Ik ben verdomd ongelukkig” en het tegelijk onvoorstelbaar vind om dat tegen iemand te zeggen die tegenover me zit. Het enige goede aan dit verschrikkelijke jaar is, dat we nu het duidelijke bewijs hebben wat er gebeurt als je de wetenschap negeert omwille van de winst. Hopelijk gaan we daardoor anders denken over klimaatverandering. Grote bedrijven en regeringen hebben dat probleem decennialang genegeerd, en ik ben echt verbijsterd dat er nog steeds mensen zijn die proberen te voorkomen dat we een oplossing vinden voor de klimaatcrisis.’

    ‘De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan’

    Mariska Faassen, 17, scholier in Nederland

    ‘Het gaat er niet om dat ik wil feesten of met mijn vrienden rondhangen. Het gaat me er vooral om dat het niet eerlijk is: ieder bedrijf en ieder restaurant dat dicht ging, heeft geld gekregen van de staat. En nu mogen wij, de jongeren, in de toekomst een kapitaal aan belasting gaan betalen. Onze toekomst staat op het spel, en wij hebben er niets over te zeggen. Ik ben heus bereid mijn stem te laten horen, maar ik zou niet weten hoe. We leven in een democratie, maar beslissingen die extreem veel invloed op ons dagelijks leven hebben, worden zonder enige discussie met de burgers genomen. De burgers in ons land zijn de slachtoffers van de fouten van het kabinet, zoals bij het vaccinatieprogramma en de capaciteit van de ziekenhuizen. De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan.’

    Sara-Besme Shabib, 21, scholier in München

    ‘Tot voor kort zat ik op het mbo, maar door corona heb ik de hoop mijn examen te halen opgegeven en ben ik ermee opgehouden. Terwijl het mijn grootste wens was om scheikunde te studeren. Maar in de huidige omstandigheden kan ik dat niet aan. Het hoogtepunt van de week is mijn uurtje therapie. Mijn therapeut zie ik vaker dan wie ook. Dat is een constante waaraan ik kracht ontleen, omdat ik er het huis voor uit moet. Bovendien is me duidelijk geworden dat ik mijn sociale contacten niet als vanzelfsprekend mag beschouwen, en ben ik dankbaar voor elke minuut die ik met mijn vrienden kan doorbrengen. Over de regering hoef ik het niet te hebben, neem ik aan? Economie voor, economie na, het komt me mijn oren uit. Ik krijg voortdurend het gevoel dat ik in het beeld moet passen dat de maatschappij van ons jongeren heeft. Maar veel jongeren zijn aan het eind van hun Latijn. Toch verwachten ze van leerlingen dat ze studeren, bijblijven en examen doen. En daarna liefst meteen solliciteren of met een opleiding of een studie beginnen. “Jullie zijn de toekomst,” laat me niet lachen. Niemand helpt ons. Ze zouden iedereen die nu van school komt gelijk een tegoedbon voor een burn-outkliniek bij moeten geven.’

    Bang voor de toekomst

    Volgens een enquête van de Bertelsmann Stiftung vreest 65 procent van de vijftien- tot dertigjarigen in Duitsland dat de politiek geen oog heeft voor hun zorgen over de pandemie. Krap de helft van de zevenduizend ondervraagden is bang voor de toekomst.

    Benoît Frimon-Richard, 25, uit Égly, Frankrijk, studeert farmacie in Parijs

    ‘Voor de pandemie had ik eigenlijk besloten om naast mijn studie farmacie in Parijs ook een master in bestuurskunde te gaan doen om ooit bij een instantie in de gezondheidszorg te gaan werken. Maar toen de pandemie begon, ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Égly, in de provincie, in het zuiden van het departement Essonne. Van daaruit studeer ik nu online en daarnaast werk ik parttime in een apotheek. Ook al maak ik grappen dat ik leef als een monnik: sinds ik terug ben op het platteland slaap ik beter, eet ik beter, drink ik helemaal geen alcohol meer en doe ik meer aan sport. Ik heb zelfs spieren gekregen! Ik verdien geld en geef praktisch niets uit omdat ik thuis woon. Ondertussen zijn mijn toekomstpannen radicaal veranderd en heb ik besloten dat ik liever in een apotheek op het platteland werk dan op een kantoor. In het contact met mensen voel ik me nuttiger. Mijn plan is al tamelijk concreet: over twee jaar neem ik vermoedelijk een apotheek over, in de gemeente Angervilliers met vijftienhonderd inwoners.’

    Matthias Montesano, 21, barkeeper in Turijn, Italië

    ‘Ik ben barkeeper en heb lang helemaal niet kunnen werken. Thuis heb ik geprobeerd mijn cocktails te verbeteren en nieuwe technieken uit te proberen. Maar het viel niet mee om me te concentreren. Ik geloof dat de politiek in Italië al met al goed heeft gereageerd, ook al zijn er natuurlijk fouten gemaakt. Waarom waren bijvoorbeeld kerken wel open, terwijl musea en theaters dicht moesten blijven? Waarom was het ja tegen godsdienst en nee tegen cultuur? In allebei die sectoren kunnen ze toch dezelfde veiligheidsmaatregelen nemen? Dan zou het allemaal veel beter zijn gegaan. Het virus heeft ons natuurlijk ook volkomen onverwachts overvallen. Misschien moeten we het allemaal als een waarschuwingssignaal zien. We moeten onze levensstijl veranderen en onze extreme consumptiedrift afremmen. Nadenken over wat echt belangrijk is. Deze pandemie heeft ons te veel afgenomen om het allemaal gewoon achter ons te laten zonder het ook als een kans op verandering te zien. Ook wat betreft mijn familie: ik heb gemerkt dat je die in moeilijke momenten om je heen wilt hebben. In het gewone leven wil je dat nog wel eens vergeten.’

    ‘Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet’

    Lucas Hoorn, 23, leerling-docent aardrijkskunde en sociale studies in Dresden

    ‘Tijdens de pandemie heb ik veel tijd voor allerlei beeldschermen doorgebracht. Ik heb er eigenlijk geen moeite mee om alleen te zijn, maar zoveel eenzaamheid doet pijn. Mijn medebewoners en -bewoonsters helpen geholpen, maar steeds vaker voel ik me vanbinnen leeg. Gewoon niets. Op een ander moment ben ik van binnen des te impulsiever, mijn internetbubble maakt dat ik steeds bozer word op wappies en coronaontkenners, maar ook op onze politieke leiders. In wezen ben ik heel dankbaar dat we in een echte democratie leven, en waardeer ik ons federalisme. Eigenlijk was ik er ook van overtuigd dat we hier in Duitsland ondanks allerlei democratische hindernissen snel en efficiënt kunnen handelen. Maar blijkbaar mankeert het ons aan daadkracht. Ik ben zwaar teleurgesteld dat beslissingen constant eerst te laat en daarna verkeerd genomen worden. Het gevoel in de steek gelaten te zijn, geeft dat heel goed weer. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet.’

    Niet systeemrelevant

    Lena Iris Brendel, 25, student muziek in Stuttgart

    ‘Het afgelopen jaar zou mijn jaar zijn. Ik studeer muziek en zat in mijn buitenlandsemester, klaar om de wereld te veroveren. In plaats daarvan zat ik weer in mijn kinderkamer en moest ik ook nog toekijken hoe mijn beroep verdween. Opeens moest ik me afvragen: ‘Waarom zou ik nog oefenen? Zeven jaar keihard studeren, de allerbeste cijfers. Waarvoor? Opeens was ik bezig op internet te zoeken naar “beroepen voor zij-instromers”, “bedrijfseconomie online” en “met welke opleidingen verdien je het meest?” Wat me daarvan het meest op de zenuwen werkt? Vaak vraag ik andere mensen wat hun leven de moeite waard maakt. Het antwoord is nooit “De winst van mijn bedrijf” of “Het bruto binnenlands product”. Maar: festivals, concerten, film, theater. En wie maakt die hele zooi? Wij, die niet systeemrelevant zijn.

    Wat wel heel mooi was: ik heb nog nooit in mijn leven zoveel tijd met mijn vader doorgebracht. Opeens waren we lotgenoten: thuiswerker en thuisstudent. Samen wandelen, samen koffiepauze. Voor het eerst in mijn leven had ik gelegenheid veel over mezelf te vertellen en hij was veel beter in staat begrip te hebben voor zijn gekke kunstenaarsdochter. Als ik ooit iets over deze tijd zou moeten vertellen, zou ik me alleen nog herinneren hoe fijn het was dat ik zo veel met mijn vader was.’

    Alba Fernandez, 24, verpleger in Madrid, Spanje

    ‘Ik ben verpleegster in een ziekenhuis in Madrid. In de afgelopen veertien maanden heb ik het leed en de eenzaamheid van heel dichtbij meegemaakt. En het sterven. Het was afschuwelijk. Niemand is op zoiets voorbereid. Onze gezondheidszorg kon het niet aan, en wij konden van achter onze gezichtsbescherming amper met onze patiënten communiceren. We glimlachten dan en raakten ze aan, ook al was het met latexhandschoenen. Maar wij in de Spaanse ziekenzorg hebben elkaar geholpen, en veel levens gered.’

    Phoebe Hanson, 19, uit Staffordshire, Engeland, studeert politiek in Lancaster

    ‘Mijn hele leven speelt zich af in en rond mijn studentenhuis. Mijn relatie, vrienden, werk, studie, vrije tijd, slaap. Ik voel me net als in een Big Brotherhuis, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Mijn geestelijke gezondheid heeft eronder geleden. Ik was voor het eerst weg van mijn familie in Staffordshire, kon maandenlang niet naar ze toe. In die periode hebben mijn ouders ook nog corona gekregen en zijn ze ziek geworden. En ik kon niets doen. Dat was zwaar.

    Door de pandemie heb ik me gerealiseerd hoe afhankelijk wij mensen ervan zijn dat we elkaar zien. Als ik nu een keer naar huis bel, eindigt dat inmiddels altijd met zwijgen, omdat er niets meer is waar we het over kunnen hebben. We zitten allemaal de hele dag thuis. De pandemie heeft me in elk geval laten zien met wie ik plichtmatig verbonden ben en met wie uit oprecht verlangen om dingen te delen. Mijn vriendschappen van school bijvoorbeeld zijn allemaal voorbij.

    Echt teleurgesteld ben ik over de politiek en het onderwijssysteem. Eerst zouden de examens gewoon doorgaan, toen weer niet, toen weer wel. Totale chaos. Ik heb het gevoel dat die negenduizend pond collegegeld dit jaar gewoon weggegooid geld is. En na onze studie staan we voor de afgrond: mensen hebben ongelooflijk hoge verwachtingen van afgestudeerden: we moeten jaren ervaring meenemen, maar we kunnen ons in deze crisis absoluut niet permitteren onbetaald stage te lopen of tijdrovend vrijwilligerswerk te doen. Mijn carrière is nu voor mij dan ook het belangrijkste.’

    Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde

    Leonard Strickler, 24, werkzaam in Freiburg

    ‘Ik (…) merk in gesprekken met mensen van boven de veertig dat ze me vaak proberen op te vrolijken. Terwijl ik helemaal niet het gevoel heb dat ik opgevrolijkt hoef te worden. Ik heb het geluk dat ik al veel heb beleefd en daar met vrienden met veel plezier herinneringen aan kan ophalen. De hele zaak doet kinderen en jongeren duidelijk meer kwaad. Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde. In het weekend voetbal ik zelf een beetje met een paar vrienden, hoewel 80 procent van mijn sociale contacten de afgelopen maanden online verliep. Mijn gameconsole was een verbazingwekkend zinvolle investering van mijn zestienjarige ik. In plaats van mezelf tijdens een zoomconferentie achter mijn laptop op een fles wijn te trakteren, kon ik met vrienden op mijn Playstation spelen. Alcohol heb ik alleen ’s maandags gedronken wanneer ik met mijn pubquizmaten had afgesproken voor een online quiz. Dat was best geinig, maar er gaat niets boven afspreken in levende lijve. Pas toen dat echt niet meer kon, werd me duidelijk hoe belangrijk het kan zijn om af en toe naar het café te gaan.’

    Michela Petrini, 21, student in Bra, Italië

    ‘Ik zou graag hoop uitstralen, maar eerlijk gezegd ben ik door de pandemie verbitterd geraakt. Inmiddels neem ik niets meer als vanzelfsprekend aan, ook vriendschappen niet. Tijdens de eerste lockdown namen maar weinig vrienden de moeite iets van zich te laten horen. Veel van die oppervlakkige contacten heb ik uiteindelijk beëindigd. Ik geloof dat de regering-Conte heeft gedaan wat mogelijk was; want met een crisis in de gezondheidszorg als deze heeft nog nooit iemand te maken gehad. Maar ik denk steeds vaker dat de regering-Draghi niet doet wat ze zou kunnen. Misschien verliezen wij jongeren nu de hoop, en dat mag eigenlijk niet gebeuren. We moeten vertrouwen hebben in ons land, al is het maar omdat er geen alternatief is. Nu moeten we op de zak van onze ouders teren en die zijn door de pandemie even aangeslagen als wij en hebben moeite om rond te komen.’

    Claire-Lyse Thomann, 18, middelbare schoolstudent in Rennes, Frankrijk

    ‘Begin dit jaar heb ik mijn achttiende verjaardag gevierd. Ik dacht altijd dat ik dan eindelijk naar een nachtclub mocht! Mooi niet. Dat kan ik nooit meer inhalen. En ik ben bang voor de toekomst. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds vaker af of het wel een goed idee is om kinderen op deze wereld te zetten. Ik heb het er met vriendinnen over gehad of we kinderen willen of niet. Ik was de enige die het niet wilde of die het in elk geval niet zeker wist. Wat hebben mijn kinderen eraan om in een tijd van klimaatverandering in de ene crisis na de andere te leven? Ik weet dat er als vrouw van je wordt verwacht dat je kinderen krijgt. Maar dat het kan, betekent nog niet dat het moet.’

    Egoïsme

    Chloé Lassel, 22, rechtenstudent in Versailles, Frankrijk

    ‘Toen ik alleen nog maar thuis zat, is me duidelijk geworden dat ik al een tijdje niet meer zo enthousiast ben over mijn studie rechten. In het weekend help ik altijd in een boekwinkel hier in de buurt. Die kant wil ik op. Ik wil iets anders, ik hou ervan onder de mensen te zijn, om klanten boeken aan te raden. Ook tijdens de pandemie kwamen er veel mensen in de boekwinkel, om iets te kopen en om een praatje te maken. Al wilden sommige geen mondkapje opdoen of hun handen desinfecteren. Als ik dat dan vriendelijk vroeg, begonnen ze te betogen dat ze jeuk kregen van het desinfectiemiddel, of dat ze last hadden van het mondkapje. We moeten ons afvragen hoe we met dat soort egoïsme willen omgaan. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en alleen komen we daar niet uit. De crisis heeft veel dingen zichtbaar gemaakt, ook dingen die we eigenlijk niet willen zien.’

    Lara Oreiro, 24, student in A Coruña, Spanje

    ‘Jong zijn is nooit makkelijk geweest, ook tegenwoordig niet. Mijn generatie moet vechten tegen het stigma dat ze “altijd alles had”. Maar op het ogenblik hebben we weinig en verliezen we een heleboel. Dit zou het jaar zijn dat ik volwassen werd. Ik zou mijn studie afronden en gaan werken. Ik wilde groeien, persoonlijk en in mijn beroep. Die droom heb ik ondertussen laten varen. Veel jonge mensen hier in La Coruña zitten vol opgekropte woede. We lijden aan slapeloosheid en voelen ons machteloos en onrustig. We denken dat het ergste leed geleden is, maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Het ergste moet nog komen, zodra we met de nawerkingen van de coronacrisis worden geconfronteerd. Wanneer we proberen een baan met een fatsoenlijk salaris te vinden om zelf een onafhankelijk bestaan op te bouwen. We zullen moeten vechten zoals al heel lang geen jong mens meer heeft hoeven vechten.’

    Risico op depressie

    64 procent van de 18- tot 34-jarigen in de Europese Unie loopt het risico een depressie te ontwikkelen. Dat blijkt uit een enquête uit het voorjaar van 2021 van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie. In dezelfde periode in 2020 was dat 53 procent.

    Ana Carrasco, 23, student communicatiewetenschappen in Sevilla, Spanje

    ‘Toen de lockdown begon, kreeg ik paniekaanvallen door het bombardement van cijfers over aantallen besmettingen en doden. Ik ben opgehouden met mijn onlinecursussen en heb de tv uitgezet. In plaats daarvan heb ik de radio aangezet, alleen om naar muziek te luisteren, en ben ik boeken gaan lezen, maar alleen als ze goed aflopen. Ik heb Trivial Pursuit gespeeld met mijn vader, liedjes gezongen met mijn zus en films gekeken met mijn moeder. We aten tussen de middag en ’s avonds altijd met zijn vieren en hebben elkaar op moeilijke momenten gesteund. Zo is het ons gelukt in balans te blijven. Nu ga ik beginnen aan een master journalistiek in Barcelona en heb ik weer zin om te studeren.’

    Paula Mols, 23, student maatschappelijk werk in Münster

    ‘Omdat ik sinds het begin van de pandemie van mijn partner af ben, moest ik eerst uitzoeken wie ik was zonder hem. Dat heeft voor mij de pandemie, stom gezegd, draaglijker gemaakt. Toen ik weer klaar was om andere mensen te leren kennen, voelde het toch oneerlijk dat ik mijn singlebestaan niet kon uitleven. Kortgeleden heb ik via Tinder mijn nieuwe vriend leren kennen. Op onze eerste date gingen we samen wandelen. Wat moet je anders. Nu breng ik de meeste tijd met hem door en helpt hij me door deze moeilijke maanden heen.

    Voor de pandemie vond ik politieke onderwerpen taai, maar inmiddels begrijp ik altijd wat er aan de hand is en blijf ik op de hoogte door de corona-update met Christian Drosten en de Tagesschau. Ik moet zeggen dat ik heel teleurgesteld ben over onze regering en het idee heb dat ze gefaald heeft. Het coronajaar heeft me zo uitgeput dat ik haast lethargisch ben. Het liefst zou ik naar bed gaan en slapen tot de pandemie eindelijk voorbij is!’

    ‘Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan’

    Greta Carosso, 18, scholier in Bra, Italië

    ‘Vroeger had ik nooit veel haast om bepaalde ervaringen op te doen. Inmiddels is dat anders geworden en vind ik het belangrijk zodra een gelegenheid zich voordoet die te benutten. Voor mij is niets vanzelfsprekend meer. Een paar van mijn vrienden en ik zijn inmiddels onder behandeling bij een psycholoog. We zijn vanbinnen ontzettend kwaad en weten niet wat we daarmee aan moeten. Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan. Wij jongeren moeten nu gewoon weer energie vinden.’

    Francesco Piacentini, 20, student in Ferrara, Italië

    ‘De laatste drie jaar van het gymnasium heb ik op een militaire school gezeten. Tijdens de pandemie was ik gedwongen al mijn tijd daar door te brengen. Toen heb ik gemerkt dat wat ik in het leven echt wil, niets met het leger te maken heeft. Ik wil liever proberen een onbezorgd en vreedzaam leven te leiden, een leven waarin ik anderen kan helpen. Op school heb ik nooit problemen gehad, maar nu ik op de universiteit zit, staat het water me aan de lippen. Eerlijk gezegd geloof ik dat de mensen de coronatijd het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Vooral de arbeidersklasse, die het zwaarst getroffen is. Daarom geloof ik ook dat er uiteindelijk niets verandert, en ik denk ook niet dat dat nodig is.’

    Ruaidhrí Ó Conaill, 24, docent sport en Ierse taal in Cork, Ierland

    ‘Door mijn werk als leraar heb ik geleerd hoe groot de behoefte aan een reorganisatie van het Ierse onderwijssysteem is. Een voorbeeld: alles is gericht op één eindexamen in het laatste schooljaar, het Leaving Cert. Na de catastrofe van het afgelopen jaar toen het centrale eindexamen gewoon doorging, wat zelfs tot processen heeft geleid, is het echt de hoogste tijd om de leerlingen continuer te toetsen.

    Een ander probleem: sommige scholieren werken sinds het begin van de pandemie alleen nog op hun smartphone, terwijl we tegelijkertijd proberen de smartphoneverslaving van deze generatie te bestrijden. Ook al wordt Ierland steeds liberaler, de regering heeft de laatste tijd het contact met de jonge mensen verloren. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat zoveel jonge Ieren nog steeds weg willen. Wat me ook bezighoudt: met het oog op de klimaatverandering moeten we onze manier van leven aanpassen. Hoe we eten, reizen, wat voor kleren we dragen, bijna alles in ons leven moet anders. Kortom: het kapitalisme moet verdwijnen en worden vervangen door een meer bewuste, groenere en meer holistische levenswijze. Had u me tien jaar geleden verteld dat de wereld ten onder zou gaan, dan had ik u voor gek verklaard. Nu beaam ik het.’

    Geen student, maar een robot

    Victor Volmer, 20, student jazz in Berlijn

    ‘In september ben ik naar Berlijn gegaan, een compleet vreemde, grote stad, om aan mijn muziekstudie te beginnen. Ik wilde andere musici ontmoeten, in plaats daarvan zat ik opgesloten op mijn veel te dure kamertje en deed ik ongelooflijk mijn best om de virtuele lessen leuk te vinden. Muziek moet het tenslotte hebben van het samen spelen met anderen. Ik heb een tot nog toe onbekend potentieel aan agressie in mezelf ontdekt, wat ik verklaar uit mijn algehele ontevredenheid. 

    Ik geloof dat de grote uitdaging voor mij is de hedonist in mezelf uit te schakelen ten bate van de ander en tegelijk in de gaten te houden dat het met mij ook goed blijft gaan, vooral mentaal. Daarin een balans vinden is echt heel moeilijk. Jezelf niet helemaal isoleren, maar ook niet naar een feestje van een vriend of een vriendin gaan waar ook nog tien anderen zijn uitgenodigd. Mijn doel is in elk geval om zonder blijvend geestelijk letsel uit deze crisis te komen.’

    Isabelle Koch, 22, uit Freiburg, studeert management in München

    ‘Het voelt alsof je het belangrijkste stuk van je leven gewoon overslaat. De hoorcolleges aan de technische universiteit in München, te midden van studiegenoten en vrienden, zijn veranderd in studie op afstand: in mijn eentje thuis achter mijn laptop. Ik heb mijn kamer in de woongroep, waar ik zoveel heb gefeest, opgezegd en woon weer bij mijn ouders in de buurt van Freiburg, op het platteland. Ik voel me geen student meer, maar een robot. Ik ben dankbaar dat we in deze crisis nog kunnen studeren. Toch heb ik het gevoel dat we door de regering zijn vergeten. Over studenten hebben ze het nooit. Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat het de grootste uitdaging voor mijn generatie is om tot een besluit te komen. Omdat voor ons bijna te veel mogelijkheden open liggen en we zo veel kansen hebben die we moeten benutten. Tijdens de pandemie is dat veranderd. Ons grootste probleem nu is het gebrek aan perspectief. Ik hoop dat dat snel verandert.’

    Fotoreeks van Tommaso Ausili

    De Itialaanse fotograaf Tommaso Ausili maakte een reeks portretten van jongeren tijdens de lockdown, die hier te bekijken is. ‘De psychologische gevolgen van de pandemie werden vooral opgemerkt bij adolescenten’, aldus de fotograaf op de pagina. ‘In deze levensfase beleeft de persoon een groeiproces, de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid en de ontdekking van zichzelf. Adolescenten streven naar een cognitieve en emotionele band met de sociale omgeving en omgeving. Een van de belangrijkste doelstellingen van adolescenten is het bereiken van autonomie, wat een innerlijke reis vereist langs zekerheid en verwarring, tevredenheid en onvrede. (…) De meeste adolescenten ervoeren gevoelens van angst en ontmoediging die hun dagelijkse levensstijl sterk beïnvloedden.’


  • ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    Een op de vier vrouwen die in de tweede helft van de jaren zeventig zijn geboren, wordt geen moeder. Niet omdat ze dat niet wil, maar omdat ze het niet kan. De pijn die dit bij betrokkenen veroorzaakt, wordt vergroot door het taboe dat op het onderwerp rust. ‘Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs.’

    Onvruchtbaarheid

    ‘Niet in staat zijn een zwangerschap te voldragen ook al kun je wel zwanger worden.’ De begrippen steriliteit en onvruchtbaarheid worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn medisch gezien niet hetzelfde. Dit is een van de vele voorbeelden van het gebrek aan kennis over vruchtbaarheidsproblemen bij vrouwen. De meeste mensen zien vruchtbaarheid als iets vanzelfsprekends, tot er opeens belemmeringen opduiken. En naast de emotionele en financiële belasting brengt onvruchtbaarheid ook andere problemen met zich mee: de maatschappelijke druk om kinderen te krijgen en de geheimzinnigheid waarmee vruchtbaarheidsproblemen worden omgeven. Zes vrouwen en een man praten openhartig over het onderwerp, dat in hun ogen bij het moederschap hoort, ook als die zo gewenste ‘wonderbaby’ aan het eind van de rit niet komt.

    Dit artikel werd genomineerd voor de shortlist van de Innovation Award van de European Press Prize 2021.

    infertilityl persona1 b
    © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    ‘De eerste paar jaar heb ik er niet over gepraat, uit schaamte. Ik voelde me ellendig dat ik de enige vrouw in mijn omgeving was die niet zwanger kon worden of een kind kon krijgen. Alsof dat mijn eigen schuld was. Soms dacht ik zelfs: Misschien wil ik het niet graag genoeg? Wil ik soms niet echt moeder worden? Ik had het idee dat mijn lichaam anders was dan dat van andere vrouwen. Dat is niet zo: onvruchtbaarheid is iets natuurlijks, het hoort ook bij het moederschap.’

    De Míriam van nu is niet dezelfde als de Míriam van tien jaar geleden, die zich ervoor schaamde om over haar onvruchtbaarheidsproblemen te praten. Nu is ze een vrouw die de dingen bij de naam noemt. Ze heeft genoeg van dat ‘wonderbaby’-verhaal, over vrouwen die na jaren worstelen met onvruchtbaarheid en allerlei medische behandelingen uiteindelijk dat zo gewenste kind krijgen. Ze vindt dat er in dat verhaal nog een ander personage thuishoort: dat van de kinderloze vrouw.

    ‘Want dat is onvruchtbaarheid óók,’ zegt zij. ‘Het eindigt niet altijd met een baby in je armen.’ Vier op haar arm getatoeëerde stipjes, voor elk niet-geboren kind één, vormen het zichtbare aandenken aan de vier miskramen die ze heeft gehad. Voor haar lag de grens bij het moment dat ze aangewezen zouden zijn op een medisch geassisteerde bevruchting. ‘Dat wilden we niet: het leek zo zakelijk en ik had het gevoel dat we daarmee ingingen tegen wat mijn lichaam me vertelde. Bovendien kostte het veel geld om op die manier een kind te krijgen en zag ik ook op tegen de druk van de angst dat het toch weer mis zou gaan.’

    ‘Maar toen de tijd daar was en we beseften dat we via de natuurlijke weg geen kind zouden krijgen, dacht ik dat ik misschien een belemmering opwierp tegen zwanger worden via andere methode die niet beter of slechter was.’ Uiteindelijk besloten haar partner en zij om één poging te doen en probeerden ze eiceldonatie, maar zonder succes. En na tien jaar leven met onvruchtbaarheid, besloten ze het niet langer te proberen. Ze was toen 41. Eén jaar verwijderd van 42, de leeftijd die ze voor zichzelf als grens om moeder te worden had gesteld.

    1. Wanneer zeg je: het is genoeg?

    Míriam Aguilar
    ‘Het is heel belangrijk om voor jezelf een grens te bepalen, want de samenleving oefent druk op je uit om het te blijven proberen: “Je zult het zien: de volgende keer gaat het vast goed!” Waarom horen vrouwen die het blijven proberen toch altijd dat ze zo dapper zijn? Terwijl degenen die besluiten te stoppen worden beschouwd als zielenpieten die het niet gered hebben. Hoe lang had ik het moeten blijven proberen? En wie weet zou ik dan nu uiteindelijk wel een kind hebben en me realiseren dat ik niet gelukkiger was dan daarvóór. De dag waarop we besloten dat het klaar was, voelde ik me bevrijd. Ik had gedaan wat ik kon en moest accepteren wat mijn lichaam niet kon.’

    15-20 procent van de paren in de vruchtbare leeftijd hebben last van vruchtbaarheidsproblemen

    Ariana Ruglio

    ‘Waar je de grens trekt is heel persoonlijk. Ik heb al een dochter. Als ik nog helemaal geen kinderen had, zou ik het misschien wel blijven proberen. Of misschien niet. Ik denk dat je de grens moet trekken bij het moment dat je er zelf niet meer tegen kunt. Hou dan op en kijk eens goed naar je leven. Ik vind het een verschrikkelijk idee om dit allemaal continu te moeten doormaken. Het is ook moedig om te zeggen: “Dit was het.” Want het leven is veel meer dat dat. Voor ons was de grens dat ik meer wilde dan alleen moeder zijn.’

    Sandra Arolas

    ‘Dit was echt de laatste poging. Dat klinkt vreemd, omdat we zo lang zijn doorgegaan, maar het was ook de laatste om economische redenen. Want die behandelingen zijn niet gratis. En ook: je krijgt heel sterke hormoonbehandelingen en ik kan niet mijn hele leven hormonen blijven slikken. We gingen met een superdik dossier naar de arts en zeiden: “Dit is het dossier van alle behandelingen die ik heb gehad, dit hebben we allemaal al gedaan en dit is het laatste dat we willen doen.”’

    Ona Campillo

    ‘Ik blijf het niet eeuwig proberen. Er is een grens aan: we zijn ons ervan bewust dat we het nu al twee jaar proberen, we hebben vier miskramen gehad, en nu doen we in vitro-fertilisatie. Op een bepaald moment is het geld op. Dat zal een behoorlijk bepalende factor zijn.’

    Sandra Albert

    ‘Als ik de loterij had gewonnen, was ik het wel blijven proberen, maar het kostte veel geld en we besloten uit financiële overwegingen om niet door te gaan.

    Ze zeiden tegen ons: “Blijf het proberen en wie weet heb je geluk”. Hoeveel miskramen moet ik krijgen voordat ik een keer geluk heb? Elke keer als je een miskraam hebt, is het lichamelijk heel zwaar, en psychologisch ook. Voor mij was het een verschrikkelijke teleurstelling. Het was een mislukking. Ik bleef maar huilen en mijn partner zei dan tegen me: “Niet huilen.” Ik had het nodig om te huilen, ik had het recht om boos te zijn en ik moest rouwen. En dat veroorzaakte ook veel spanningen.’

    Na drie vroege miskramen, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en een medische pelgrimstocht beseften Sandra en haar man dat hun zwangerschappen nooit levensvatbaar zouden zijn. Het was het gevolg van een genetische afwijking bij hem. Het was een opluchting om de oorzaak te weten en vooral om de schuldgevoelens uit hun hoofd te kunnen zetten. Ze wendden zich tot geassisteerde voortplanting en na drie vergeefse ivf-pogingen, waarover ze hun omgeving niet vertelden, legde Sandra Albert zich erbij neer dat ze nooit kinderen zou krijgen. Hun relatie had zwaar onder dit alles geleden en zelf kon ze zich eindelijk herstellen van de emotionele en lichamelijke uitputting van zoveel jaren mislukte pogingen. Al die tijd had ze het voor zich gehouden, maar nu hielp het haar dat ze een groep vrouwen vond die hetzelfde hadden meegemaakt, zodat ze zich begrepen voelde en ook andere vrouwen kon helpen. 

    infertilityl persona5 a
    ‘En wie bekommert zich om de onvruchtbare vrouwen?’ – Glòria Labay, 54 jaar, verloskundige. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    2. Relaties en seks

    Sandra Albert

    ‘We beleefden het ieder op onze eigen manier. Hij trok zich terug in zijn wereld en ik in de mijne. We groeiden uit elkaar. We konden geen manier vinden om hier samen doorheen te komen en onze relatie sterker te maken in plaats van zwakker. Uiteindelijk zijn we uit elkaar gegaan. Ons onvermogen om kinderen te krijgen heeft daarin een grote rol gespeeld, want hij weigerde om adoptie te overwegen. Ik kon me geen leven zonder kind voorstellen. En het was voor mij heel moeilijk te zien dat hij daar niets aan wilde doen.’

    Míriam

    ‘Je kunt niet zeggen dat het een negatieve invloed op onze relatie heeft gehad, sommige dingen maken de band juist sterker. Misschien heeft het wel invloed op ons seksleven: het is vreselijk om jarenlang op het moment van de ovulatie te moeten vrijen! Het wordt heel machinaal, wanneer je als stel zoiets natuurlijks gebruikt voor een bepaald doel. Bij seks moet het om de seks gaan, niet om kinderen krijgen.’

    Ona

    ‘Ik werd af en toe wel gespannen, want het is heel frustrerend om je seksleven zo te moeten plannen. Die druk ben je tenminste kwijt als je een ivf-traject ingaat.’

    Ariana

    ‘Mijn seksualiteit is anders dan vijf jaar geleden, maar dat geld ook voor mijn kijk op kinderen krijgen. Nu ben ik juist bang dat ik zwanger word: de arts heeft me verteld dat 99 procent van mijn zwangerschappen in een miskraam zal eindigen en dus moet je altijd ‘oppassen’.

    We hebben elkaar veel steun gegeven. Hij wilde meer kinderen en als het aan hem had gelegen zouden we het nog eens hebben geprobeerd, maar dat wilde ik niet. Je moet veel met elkaar praten en heel eerlijk zijn over hoe je je voelt en waar je bang voor bent, want een relatie kan gemakkelijk bezwijken onder al dat gedoe.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij hadden het geluk dat we elkaar goed begrepen, we konden elkaar steunen en ik denk dat het onze relatie sterker heeft gemaakt; onze pech heeft ons dichter bij elkaar gebracht.’

    E: ‘Soms wist ik niet of ik wel de juiste ondersteuning bood. Maar ik probeerde er voor haar te zijn, haar te begrijpen. Natuurlijk hoef je niet altijd sterk te zijn. Dankzij dit alles hebben wij geleerd dat er momenten zijn waarop je elkaar moet opvangen. Op sommige dagen ben ik heel negatief en op andere dagen is zij dat.

    Op dit moment hebben we drie of vier zwangerschappen in onze omgeving en we zouden liegen als we zeiden dat dat geen pijn doet. Uiteindelijk leer je het te aanvaarden, want je bent natuurlijk ook blij, het zijn je vrienden. Tegelijkertijd denk je: “Waarom overkomt mij dit?” Maar uiteindelijk leg je je erbij neer. Hoe lang het ook doorgaat, het zal altijd moeilijk voor ons blijven. Je moet accepteren dat je boos wordt. Verdriet en boosheid moeten er nu eenmaal uit.’

    Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’

    Zij begonnen drie jaar geleden voor het eerst te proberen in verwachting te raken. Ze dachten dat dat ‘een eitje’ zou zijn, net als in de meeste tv-series en films. Vanwege een menstruatie die uitbleef, gingen ze naar een dokter, die bevestigde dat Ona zwanger was geworden… en de vrucht had verloren. In de maanden daarna gaf de Predictor nog drie keer een positieve uitslag, die ofwel in een miskraam of in een buitenbaarmoederlijke zwangerschap eindigde.

    Het gevaarlijkste moment kwam toen Ona, zwaar bloedend, met spoed geopereerd moest worden vanwege een geperforeerde eileider. ‘Op zo’n moment ben je er niet mee bezig of je vader wordt of niet, want je loopt kans je partner te verliezen,’ zegt Edu. Nu weten ze dat ze niet langer kunnen proberen om op een natuurlijke manier zwanger te worden. Ze zijn al te vaak op de Eerste Hulp beland. Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’. Volgens de artsen zijn zij een ‘heel duidelijk’ geval van onvruchtbaarheid en ze staan op de wachtlijst voor ivf in de reguliere gezondheidszorg. Tegelijkertijd zijn ze ook aan het traject in de particuliere sector begonnen. Daar zitten ze nu middenin. We interviewden hen een paar dagen voor de terugplaatsing van het enige levensvatbare embryo dat hun eerste ivf had opgeleverd, en die hun zo’n 10.000 euro heeft gekost. Ze beleven het, zeggen ze ‘met de handrem erop’.

    infertilityl persona2 a
    ‘Na hoeveel miskramen zal ik eens geluk hebben?‘ – Sandra Albert, 48 jaar, werkloze administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    3. Sociale druk

    Ona

    ‘Het is een zware tijd, het schudt je emotioneel door elkaar en je hebt momenten waarop je er spijt van hebt en tegen jezelf zegt dat het jouw schuld is. Je ziet vriendinnen in verwachting raken terwijl jij al tweeënhalf jaar aan het proberen bent. En dan zeggen mensen dingen tegen je als: “Hou er gewoon mee op, en je zult zien dat je zwanger wordt. Je moet er gewoon niet meer zo over nadenken.”’

    Sandra Albert

    ‘Wij kregen steeds de vraag: ‘En, wanneer komen de kinderen?’ En als je op dat gebied problemen hebt, is dat ingewikkeld. Elk stel heeft zijn eigen tempo en eigen problemen. Deze vragen zouden niet gesteld moeten worden. Als een stel al lang bij elkaar is en geen kinderen heeft, is dat omdat ze het niet willen of omdat ze het niet kunnen.’

    Míriam

    ‘Er is een moment geweest waarop ik me afvroeg: “Als ik die druk niet voelde, zou ik dan doorgaan?” Je vraagt je af of je dit allemaal doet omdat je moeder wilt worden of omdat je moeder moet zijn om in het plaatje te passen van hoe de samenleving is ingericht. Ik begreep dat ik moeder wilde zijn, maar het was ook zo dat ik veel druk voelde.’

    Glòria Labay

    ‘Wij leven in een wereld die is gericht op kinderen krijgen, maar mijn partner en ik vormen nu ook een gezin, ook al hebben we geen kinderen samen.’

    Ariana

    ‘Het lijkt wel of het moederschap voor een vrouw het hoogste doel is. Dat is een patriarchale instelling. Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs; het maakt niet uit of je lichaam volgestopt wordt met hormonen en medicijnen, het maakt niet uit of je kinderen doodgaan tijdens de zwangerschap, je moet het blijven proberen en dat heeft veel te maken met het idee dat vrouw zijn betekent moeder zijn.’

    4. De gevolgen: lichamelijk…

    Míriam

    ‘Het verlies van mijn baby’s was heel pijnlijk en de eerste miskraam was het ergst. Op dat moment dacht ik: ‘Wat is dit? Wat gebeurt er? Niemand bereidt je op zoiets voor en ik ging naar de Eerste Hulp. Op dat moment voelde ik me niet slecht behandeld, maar ook niet echt goed. Ik verloor bijna alles op het toilet van het ziekenhuis. Ik had het gevoel dat me iets verschrikkelijks was overkomen en dat zij het niet zo belangrijk vonden.’

    Sandra Albert

    ‘Na de behandelingen was ik vijftien of zestien kilo zwaarder. Bij elke zwangerschap en ivf kwam ik twee kilo aan en die bleven eraan.’

    5. … en emotioneel

    Sandra Arolas

    ‘Na de eerste drie miskramen had ik het een tijdlang heel zwaar. Het kostte me zelfs moeite om langs een kinderspeelplaats te lopen. Ik geloof niet dat het een obsessie werd, al had dat wel kunnen gebeuren, want we hebben veel behandelingen achter elkaar gedaan. En zo kwam er een moment waarop we zeiden dat het genoeg was geweest en zijn we een jaar lang gestopt, voordat we de laatste ivf deden.

    We hadden dat liever allemaal niet hoeven doen, dan was de lichamelijke, emotionele en financiële prijs veel lager geweest. Met die behandelingen moet je wel heel zeker weten dat je het echt wilt. En wij wisten dat heel zeker, maar toch komen er soms nog steeds twijfels op.’

    Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan

    Glòria

    ‘Ik werd wel zwanger en vervolgens verloor ik het telkens rond de acht weken. Hoeveel miskramen kan ik aan? Het was schadelijk voor me. Daarom heb ik het opgegeven. Zwangerschapsbehandelingen lijken het tovermiddel, maar dat zijn ze helemaal niet. Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan.’

    6. De financiële prijs

    Sandra Albert

    ‘We hebben er heel veel geld aan uitgegeven. Alles ging op aan de behandelingen, er bleef niets over voor reizen of iets anders, het was allemaal voor dat ene doel. We werkten alleen maar om dat te kunnen betalen.’

    Sandra Arolas

    ‘Wij hebben geld geleend en we probeerden niet eens meer om een huis te kopen of een andere auto. In het begin hadden we spaargeld en nu hebben we leningen – en twee kinderen, natuurlijk! En dat is fantastisch. Maar we moeten ook leningen terugbetalen voor behandelingen die niet werkten. Dat is zwaar, want op de een of andere manier kun je toch blijkbaar niet vergeten wat er niet goed ging.’

    Tussen de 35000 en 8000 euro

    Dat kost een ivf-behandeling, exclusief medicatie (rond de 700 euro) en extra technieken zoals pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) (4000 euro). 

    Nederland: De kosten van ivf verschillen per kliniek, maar over het algemeen kost een ivf-traject gemiddeld 3.000 euro. Een ivf/ICSI-behandeling in combinatie met PGD (preïmplantatie genetische diagnostiek – waarmee kan worden gezocht op ernstige genetische aandoeningen), kost per poging ongeveer 7000 euro. De eerste drie behandelingen worden (tot je 43e) door vrijwel alle ziektekostenverzekeraars vergoed. Wel geldt het eigen risico en het eventuele vrijwillige eigen risico. Het is mogelijk om extra ivf-behandelingen aanvullend te laten verzekeren.

    Ona

    ‘Wij hebben financiële steun gekregen: we hebben zelf de helft betaald en onze ouders hielpen ons met de andere helft, want ook al bieden ze veel mogelijkheden om het te financieren, vruchtbaarheid is nog steeds een commerciële aangelegenheid. Er spelen veel belangen mee en er is geen garantie dat het de eerste keer goed gaat.

    Op een bepaald moment moest ik elke maand in de gaten houden of ik wel of niet ongesteld werd, of ik een injectie moest gaan halen, of ik pleisters moest dragen, of ik naar de dokter moest… het was heel vermoeiend. Maar toch keken we er echt naar uit en daarom hebben we deze hele reeks behandelingen uiteindelijk gedaan. Ik had het gevoel dat ik niet meer in de maat liep. Het zijn zoveel hormonen dat je op een gegeven moment het contact met je lichaam een beetje verliest.’

    Na zes miskramen, bijna tien jaar behandelingen, ivf’s en twaalf embryoterugplaatsingen is Sandra Arolas in verwachting van haar tweede kind. Het oudste kind kwam vijf jaar geleden via de eerste ivf, na drie natuurlijke zwangerschappen die in een miskraam eindigden. De oorzaak van de onvruchtbaarheid was een genetisch probleem van haar partner.

    Sandra is gewend aan puncties, injectiespuiten en hormonen. Maar voor de laatste ivf, waarmee ze eindelijk de tweede zwangerschap kreeg waar ze zo lang op had gehoopt, moest ze een jaar stoppen en rust nemen. ‘Omdat ik wilde leven zonder te hoeven nadenken over of ik mijn medicijnen wel had genomen. Wanneer ik ongesteld moest worden. Ik wilde dat alles normaal was.’

    Nu telt ze de dagen af tot ze haar baby in haar armen heeft. Deze zwangerschap is niet gemakkelijk geweest: ‘Ik zie vrouwen die erg van hun zwangerschap genieten en die benijd ik wel. Ik kan er niet van genieten, omdat ik zo gespannen ben. Het is heel moeilijk voor me geweest om een band met dit kind te vormen. Ik weet inmiddels dat de statistieken voor mij niet gunstig zijn. Dus het is vreemd dat het goed gaat.’

    infertilityl persona6 b
    ‘Ik had behoefte dat iemand me zou vertellen: “Wat er met jou gebeurt, gebeurt met veel mensen.”’ – Ariana Ruglio, 36 jaar, administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    7. Verwachtingsmanagement

    Sandra Arolas

    ‘Wij wilden altijd kinderen, een stuk of wat. Ik wist zeker dat ik er drie wilde en dat er twee al voor mijn dertigste zouden komen. Maar dan ineens besef je dat het niet zo makkelijk gaat als je dacht. Ik dacht dat de eerste er wel zou zijn als ik 26 was, maar het duurde tot ik 32 was. En als de tweede komt ben ik 38. Je hebt bepaalde verwachtingen, maar je hebt het niet in de hand, het hangt niet van jou af.’

    Gemiddeld aantal kinderen

    Gemiddeld aantal kinderen per vrouw in Catalonië: 1,31; in de EU ligt het gemiddelde op 1,59 in Nederland op 1,57 (in 2019, CBS).

    Ona

    ‘Het was voor mij vanzelfsprekend dat ik zwanger zou worden. Mijn moeder raakte moeiteloos in verwachting, van een tweeling. Ik twijfelde er niet aan dat het bij mij ook zo zou gaan. Iedereen zei tegen ons dat we nog heel jong waren en dat ik heus wel in verwachting zou raken. En dan komen de obstakels, die niet passen in het plaatje dat je verwachtte. Ouders die besluiten om pas laat aan kinderen te beginnen, moet je dan ook nooit veroordelen, want het is niet alleen een kwestie van vruchtbaarheid. We hebben een probleem als samenleving. We worden pas later in ons leven economisch onafhankelijk. Toen ik 24 of 25 was, vond ik mezelf nog te jong om een kind te krijgen.’

    Glòria

    ‘Al je vruchtbare jaren besteed je aan je werk en dan merk je ineens dat als je kinderen wilt, het niet lukt. Ik wist dat de vruchtbaarheid vanaf je vijfendertigste begint af te nemen, maar je denkt altijd dat statistieken iets anders zijn dan individuele gevallen. Voor mij was het heel belangrijk om naar de universiteit te gaan, bijvoorbeeld. Ik zag het krijgen van kinderen als een vanzelfsprekendheid. Maar dat bleek niet terecht. Je moet er zelf actief in zijn.’

    8. Gebrek aan informatie

    Glòria

    ‘Als vrouw ben je een groot deel van je leven bezig met zorgen dat je niet zwanger wordt. Ik had anticonceptiemiddelen gebruikt, ik had een spiraaltje… Je hebt in je hoofd dat het heel gemakkelijk is om zwanger te worden en daarom gebruik je al die anticonceptiemethoden – maar dan blijkt dat het helemaal niet zo gemakkelijk gaat. In het begin denk je dat je best een paar jaar kunt wachten.’

    Ona

    ‘Ik heb nu geleerd hoe de vrouwelijke voortplanting werkt en ik heb mezelf ook leren kennen. Je denkt er nooit aan dat je maar twee of drie dagen per maand zwanger kunt raken. Je ziet zoveel films en tv-series waarin het al bij de allereerste keer raak is…

    Het verhaal van de “wonderbaby” is overal, maar waar zijn al die mensen bij wie het niet lukt? Waar zijn ze? Wat doen ze? Er is niets geregeld voor mensen bij wie het niet lukt. Tijdens de behandelingen is er psychologische ondersteuning, maar als het allemaal klaar is, ben je gewoon een mislukte vruchtbaarheidsbehandeling. Zo noemen ze het. Ik voel het niet als een mislukking. Soms zijn woorden ook belangrijk.’

    Ze wilde altijd moeder worden, maar bij geen van haar relaties was het ervan gekomen. Op haar achtendertigste zei ze tegen zichzelf: ‘Het is nu of nooit.’ Twee zwangerschappen met haar toenmalige partner eindigden in een miskraam en ze wendde zich in haar eentje tot geholpen voortplanting: inseminaties, ivf en uiteindelijk eiceldonatie. Dat laatste deed ze samen met haar huidige partner. Het lukte niet. Net zo min als het adoptietraject waaraan ze begon. Uiteindelijk besloot ze dat haar relatie met het moederschap, dat haar altijd heeft ‘gefascineerd’, professioneel zou blijven.

    Ze is vroedvrouw en helpt al meer dan twintig jaar baby’s op de wereld. ‘Ik heb geen ziekteverlof hoeven nemen omdat ik niet meer tegen het beroep kon, maar ik heb op bepaalde momenten wel vrij moeten nemen. Ik denk dat mijn ervaring me heeft geholpen om vrouwen te ondersteunen die een verlies hebben geleden, want niet alles in het moederschap is een roze wolk.’

    Nu begint ze een gezondheidszorgproject om andere vrouwen en stellen te helpen leven met onvruchtbaarheid, en ze is ook de drijvende kracht achter ‘La vida sin hijos’ (Leven zonder kinderen), een door haar bijeengebrachte groep vrouwen die taboes willen doorbreken.

    ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken’

    9. Nog steeds een taboe

    Glòria

    ‘Ik wilde niet meedoen aan dit taboe, dit complot van stilzwijgen. Het is net als vijftig jaar geleden, toen mensen altijd zeiden dat iemand die kanker had, een “lang ziekbed” had. Ik wil niet dat er eufemismen worden gebruikt als het over onvruchtbaarheid gaat.

    Ik ben er gewoon voor uitgekomen. Het probleem is dat er geen normale voorbeelden zijn van kinderloze vrouwen. Het gaat altijd om stereotypen, zoals de verbitterde vrouw of de stiefmoeder. Nu veel mensen besluiten hierover te praten, zal het taboe verdwijnen.’

    Sandra Arolas

    ‘Veel mensen vroegen of wij kinderen wilden. Maar als ik dan vertelde wat er speelde, begonnen ze vaak over hun eigen ervaring, die wel succesvol was. Zo krijg je uiteindelijk het gevoel dat je alleen staat, dat dit kennelijk alleen jou overkomt. Terwijl het juist heel veel mensen blijkt te overkomen. Het is niet waar dat het er maar weinig zijn. Er wordt gewoon niet over gepraat.’

    Míriam

    ‘Naar mijn idee werd iedereen uiteindelijk zwanger. Of dat nou natuurlijk ging of via behandelingen. Dus ik dacht: Wat gebeurt er? Waarom overkomt dit alleen mij? Terwijl er natuurlijk veel vrouwen zijn die niet zwanger worden of miskramen krijgen. Waarom praten mensen daar dan niet over?

    Over menstruatie wordt ook niet gepraat. Mensen praten niet over de postnatale periode of de moeilijke kanten van het moederschap of de borstvoeding. Niemand praat over wat dan ook dat vrouwen meemaken. En dit is óók iets dat wij meemaken.’

    infertilityl persona1 a
    ‘De dag dat ik besloot dat het klaar was, voelde ik me bevrijd.’ – Miriam Aguilar, 42 jaar, accessoireontwerper. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ariana

    ‘Er hangt een groot taboe rond reproductieve gezondheid en de geestelijke gezondheid van vrouwen. Niemand vertelt je dat een op de vier zwangerschappen niet wordt voldragen. Niemand vertelt je dat als je kind binnenin je sterft, je misschien toch een bevalling door moet. Niemand vertelt het je omdat we het niet willen horen. Als mannen in deze positie verkeerden, zouden zij er dan meer over praten? Dit zijn gebeurtenissen die je niet kunt voorkomen, maar je kunt mensen die ze moeten doormaken wel helpen om ermee om te gaan.’

    Glòria

    ‘Het is heel belangrijk om erover te praten. De meeste mensen dragen onvruchtbaarheid in stilte. Veel onderwerpen die voor vrouwen belangrijk zijn, blijven onzichtbaar. Erover praten is zogenaamd feminisme.

    Als je niet vruchtbaar bent, is het alsof je een lichamelijk defect hebt. Maar dat gaat gewoon niet meer op. Dat vrouwen zijn waar we nu zijn, komt doordat we besloten méér te willen dan alleen moeder zijn. Maar het patriarchaat heeft bepaald dat de belangrijkste rol van vrouwen is om kinderen te krijgen. Een vrouw die geen moeder is, past daar gewoon niet in. Wat voor rol heeft een volwassen vrouw als ze niet voldoet aan wat er van haar wordt verwacht? Veel dingen zijn ineens buiten je bereik, je verwachting van hoe je leven zou zijn verdwijnt.’

    Sandra Arolas

    ‘Het idee dat je nutteloos bent als je geen kinderen kunt krijgen, bestaat nog steeds. Alsof mensen met een baarmoeder verplicht zijn nieuw leven op de wereld te zetten. Of het nu je eigen beslissing is of niet, het feit dat je geen kinderen hebt maakt je tot een uitzondering.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij vrouwen zijn opgevoed met de gedachte dat het onze missie in het leven is om moeder te worden. Als je dat doel niet bereikt, kun je nog zo’n vrije, zelfstandige vrouw zijn, maar toch besef je ergens dat jij ook zo bent, dat je nog steeds vastzit aan de regels van het patriarchaat. En dat is frustrerend.’

    E: ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken.’

    Sandra Albert

    ‘Toen de dokter ons vertelde dat onze enige mogelijkheid het gebruik van donorsperma was, zei mijn partner dat hij niet wilde dat iemand dat wist. Wat maakt het uit of het je eigen bloed is of niet?’

    Míriam

    ‘Ik zat er niet mee dat de eitjes niet van mezelf zouden zijn. Het maakte me niet uit, want wat ik wilde was een kind. Ik had niet dat bezitterige gevoel dat het van mij moest zijn.

    Ik heb me echt overweldigd gevoeld door het moederschap, maar ook erg in de steek gelaten bij mijn miskramen, omdat ik geen ruimte kreeg om te praten. Er hangt een enorm taboe rond de geestelijke gezondheid van vrouwen. Het is alsof je nergens last van mag hebben, alsof je gewoon moet vergeten en verder gaan.’

    Zij wilde altijd moeder worden. Maar haar eerste zwangerschap was niet wat ze zich ervan had voorgesteld en ook het moederschap was niet het sprookje dat haar was verteld. Bij haar is sprake van een secundaire onvruchtbaarheid. Haar eerste dochter werd met 41 weken geboren na een lange en zware, maar normale zwangerschap. De problemen kwamen later, toen ze probeerden een tweede kind te krijgen. Ze raakte in verwachting van Pol en Gala, maar die zwangerschappen eindigden abrupt na dertien en zestien weken. Uit onderzoeken bleek dat Ariana een immuunziekte had en dat zou er de oorzaak van kunnen zijn dat haar zwangerschappen mis liepen. Met behandeling was er een kans om het opnieuw te proberen, maar Ariana en haar man besloten ermee op te houden en te aanvaarden dat hun gezin een ongebruikelijke grootte had. ‘We besloten dat het klaar was. Ik wilde dat niet nog een derde keer meemaken. Er was misschien wel een oplossing voor mijn onvruchtbaarheid, maar ik besloot die niet aan te grijpen. Dat begrijpen veel mensen niet. Het lijkt zelfzuchtig als je je dochter geen broertje of zusje wilt geven. Mijn dochter heeft al een broertje en zusje, maar die zijn er niet. Wij hebben een ander gezin.’

    Op haar Instagramaccount ‘Temps de dol’ (Tijd van rouw) maakte ze de verschillende vormen van moederschap zichtbaar waarover je nooit hoort, met name verdriet rond geboortes. ‘Voor mij is onvruchtbaarheid moederschap. De dood van een kind in de baarmoeder maakt deel uit van het moederschap, de dood van je kind bij de geboorte maakt deel uit van het moederschap en het beëindigen van een zwangerschap is ook deel van het moederschap.’

    10. Wat mij geholpen heeft

    ‘Ik heb een Instagramaccount aangemaakt om het verhaal te vertellen, als een dagboek. Ik had behoefte aan iemand die tegen me zei: “Wat jou overkomt, overkomt velen van ons, je stelt je niet aan.” En ik begon te schrijven. Ik heb ook psychologische hulp gezocht omdat ik besefte dat ik er alleen niet uit zou komen. Beide dingen hebben me geholpen om me geen misbaksel te voelen.’

    Sandra Arola

    ‘De mensen die ons het meest na staan hebben ons er doorheen gesleept en nooit vraagtekens geplaatst bij onze keuzes: “Als je je goed voelt en je vindt dat je het moet doen, doe het dan.” En het is goed om mensen te hebben die naast je staan, want het is niet gemakkelijk.’

    infertilityl persona3 a
    ‘We zien overal om ons zwangerschappen, en het zou een leugen zijn om te zeggen dat dat geen pijn doet.’ – Ona Campillo en Eduard Pi, 31 en 32 jaar, communicatie technici. – – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ona en Edu

    O: ‘Erover praten helpt me om ermee in het reine te komen, de scherpe kantjes eraf te halen en niet boos op het leven te worden. En het heeft me geholpen om met andere vrouwen te praten die net zulke dingen hebben meegemaakt.’

    E: Wij zijn er heel open over en maken zelfs grapjes over onze situatie, want dat helpt ons om ons beter te voelen. Iedereen moet zijn of haar eigen manier vinden.’

    Sandra Albert

    ‘In mijn omgeving was het niet iets waarover je praatte. Ik heb mijn moeder uitgelegd dat ik de eerste behandeling zou ondergaan, maar daarna heb ik er met haar niet meer over gesproken. Want als je er niet over praat, bestaat het probleem niet. En ook om de druk te ontwijken en vragen als “En? Hoe ging het? Nu wel gelukt?”’

    11. Aanvaarding, een leven zonder kinderen

    Sandra Albert

    ‘Toen de laatste ivf ook niet lukte, was het tijd om eens goed over mijn leven na te denken, want ik was heel verdrietig. En ik zei tegen mezelf: “Ofwel je gaat op zoek naar iets om naar uit te kijken in je leven, of je wordt een verbitterd mens.” Nu kan ik er beter mee omgaan, maar ik heb een hele tijd in een vacuüm geleefd. Het is nu een paar jaar geleden en ik heb tijd gehad om het te verwerken. Op mijn leeftijd is het sowieso een gepasseerd station. Ik kan er nu goed mee omgaan. Het is moeilijk geweest om een balans te vinden, maar het gaat nu prima. Ik ben gegroeid als persoon.’

    Glòria

    ‘Ik lijd er niet meer onder: ik ben eroverheen gekomen. Als je maar praat, word je sterker. Dit is niet bepalend voor mij. Het is me overkomen, maar er is me heel veel meer overkomen.

    Als je geen kinderen blijkt te krijgen, komt alles een beetje op losse schroeven te staan, je waarden, wat je nalaat… En ik denk na over ouder worden. Ik denk dat mensen zonder kinderen daar meer mee bezig zijn dan mensen met kinderen, omdat ze ervan uitgaan dat die wel voor hen zullen zorgen.’

    Míriam

    ‘Ik dacht dat ik het nodig had om moeder te zijn. Ik weet nog hoe ik vroeger dacht over een meisje dat geen kinderen kon krijgen: “Ik zou doodgaan als mij dat zou gebeuren.” Nu weet ik dat je niet doodgaat omdat je geen kinderen hebt. Het zou normaal moeten zijn dat vrouwen zonder kinderen even gelukkig kunnen zijn. We moeten een eind maken aan die sociale druk. En mensen informeren, zodat ze niet van die pijnlijke vragen stellen. En we moeten realiseren dat een ivf-behandeling lang niet altijd werkt.’

    Ona en Edu

    E: ‘Natuurlijk moeten we ons erop voorbereiden dat we geen kinderen krijgen. Maar dat blijft toch een beetje doen alsof, want we willen nog steeds graag ouders zijn. Als het niet kan, kan het niet en moeten we naar andere manieren zoeken. Je kunt geen mogelijkheid najagen die er niet is, daar word je alleen maar ongelukkig van. Wat mij misschien nog het meest zou frustreren is dat ik mijn ouders dan ook geen grootouders kan maken. Dat zal voor mij misschien het moeilijkst te aanvaarden zijn.’

    Míriam

    ‘Dat ik mijn verhaal zo vaak vertel is ook bedoeld voor de vrouwen die dit doormaken of gaan doormaken. Zodat zij zich niet zo hoeven te voelen als ik me voelde: alleen. En ik denk ook aan mijn nichtje. Ik wil niet dat zij zich, als ze volwassen wordt, onder druk gezet voelt om kinderen te krijgen. Als zij dat niet wil of kan hoop ik dat ze de middelen en informatie heeft die ik niet had.’

  • Hoe liegen de normaalste zaak van de wereld werd

    Hoe liegen de normaalste zaak van de wereld werd

    De drempel voor onoprechtheid ligt in het kapitalisme lager dan ooit. Betrouwbaarheid, nauwgezetheid en harmonie spelen in de race om het grote geld niet mee. Het is zelfs de vraag of we oprechtheid nog kunnen vertrouwen.

    Tranen liegen niet, zeggen ze. Als je huilt, heb je principieel gelijk, want je stelt je kwetsbaar op en vraagt om begrip. Je tranen zijn het bewijs dat je het eerlijk meent.

    Maar zakenvrouw Maria-Elisabeth Schaeffler werd belachelijk gemaakt nadat ze tegenover haar personeel in tranen was uitgebarsten. Van deze miljardair, die met de overname van bandenfabrikant Continental verkeerd had gegokt, werd dat niet geaccepteerd. En Madeleine Schickedanz, de erfgename van Quelle – of Arcandor, zoals het bedrijf sinds de fusie met Karstadt heet – verging het niet beter. In een interview zei ze dat ze sinds de surséance van het concern moest rondkomen van 600 euro in de maand en haar boodschappen nu bij de discounter haalde. Schickedanz was een paar weken daarvoor nog een van de rijkste vrouwen van de Bondsrepubliek, nu deed ze zich als slachtoffer voor  –  zonder tranen weliswaar – en hoopte op mededogen. Vergeefs. Haar openhartigheid werd gezien als zelfmedelijden, als cynisme tegenover de veel realistischer angst van de bezorgers van Quelle en de verkoopsters van Karstadt.

    Het is een van de paradoxen van onze mediademocratie dat we van onze elite authenticiteit verwachten, maar dat we, als ze eens authentiek proberen te zijn, juist weigeren hen te geloven. Want je hart uitstorten is niet moeilijk en tranen kunnen wel degelijk liegen als ze het resultaat van pure berekening in plaats van oprecht verdriet.

    ‘Niets is artificiëler, geconstrueerder, dan pure oprechtheid,’ schrijft Wolfgang Engler in zijn boek Lüge als Prinzip (De leugen als principe). We moeten elke demonstratie van eerlijkheid wantrouwen. Desondanks pleit de Berlijnse socioloog, voormalig rector en nog steeds docent aan de Ernst Busch Schauspielschule in Berlijn, voor een nieuwe cultuur van ‘oprechtheid in het kapitalisme’; zo luidt ook de ondertitel van zijn boek.

    ‘Om iemand recht in zijn gezicht voor te liegen moet je over een flinke dosis onverschilligheid beschikken’

    Want het tegenovergestelde van oprechtheid is de leugen. En de leugen heeft het kapitalisme daar gebracht waar het zich nu bevindt: in een crisis. Toch is de leugen lang onopgemerkt gebleven, omdat ze zich vermomd had. ‘Om iemand recht in zijn gezicht voor te liegen moet je over een flinke dosis onverschilligheid beschikken. Maar iemand “slechte schulden” aansmeren, gecombineerd met andere activa, is een stuk makkelijker,’ constateert Engler. Zijn diagnose is onverbiddelijk: ‘In de geschiedenis van het moderne kapitalisme ligt de drempel voor onoprechtheid lager dan ooit. Het bedrog volgt de wereldomspannende geld- en goederenstromen als een schaduw en is in de beschutting daarvan de gewoonste zaak van de wereld geworden.’

    Die ontwikkeling is begonnen met het ontstaan van een nieuw type ondernemer, de in onze samenleving freischwebende financiële jongleur. De financiële jongleur, door Franz Müntefering, de voormalig sociaaldemocratische vicekanselier, ‘aasgier’ gedoopt, is ‘ondernemer zonder onderneming’. Hij is voortdurend op zoek naar ondergewaardeerde bedrijven die hij infiltreert en naar start-ups die kapitaal nodig hebben, om ze inclusief hun ideeën op te kopen en vervolgens te verpatsen. Traditionele kwaliteiten als betrouwbaarheid, nauwgezetheid of harmonie doen er in deze race om het grote geld niet meer toe, hier regeren de deugden van het casino: waaghalzerij, gokken, wedden, speculeren.

    De globalisering leidt tot oneindig wijdvertakte handelsketens. ‘Risico’s worden verpakt, verkocht, afgelost, herschikt en van een nieuw etiket voorzien tot niemand er nog iets van begrijpt.’ Het is een systeem zonder gisteren en morgen. Het behalen van zo veel mogelijk winst komt in de plaats van langetermijndenken, tradities worden schouderophalend bij het grofvuil gezet. Soms doet Engler met zijn kritiek op het neoliberale gedachtegoed denken aan de retoriek van de partij Die Linke, maar in wezen is zijn argumentatie minder op de klassenstrijd dan op conservatieve waarden gebaseerd.

    Gutmensch-achtig

    Lüge als Prinzip is niet een eventjes snel geschreven pamflet over de crisis, het boek gaat veel dieper. Op zijn zoektocht naar een uitweg uit de huidige conflicten belandt Engler diep in de geschiedenis van het denken en de cultuur. Hij plaatst de financiële jongleur tegenover de achttiende-eeuwse burger, die bij zijn bevrijding van de adellijke hegemonie een reeks eigen morele principes heeft ontworpen. Oprechtheid, vertrouwen en eerlijkheid zijn tot op heden de voornaamste beginselen van de Verlichting. Er is geen andere manier om vertrouwen tot stand te brengen dan ‘tegenover onze naaste alles wat zijn nut bevordert of hem voor schade kan behoeden openhartig uit te spreken’, staat in een encyclopedie uit 1731.

    Een dergelijke onbaatzuchtigheid mag tegenwoordig gutmensch-achtig en naïef overkomen, in die tijd was het revolutionair. De woede richtte zich tegen het hof, tegen de uitspattingen en intriges van de barok, tegen de pruiken, jurken met korsetten en ruches en tegen een taal die verworden was tot een instrument van versluiering. ‘De taal is de mens gegeven om zijn gedachten te verbergen,’ merkte de Franse minister van Buitenlandse Zaken Talleyrand cynisch op. Napoleon, zijn toenmalige werkgever, noemde hem daarop een ‘mestvaalt in zijden kousen’.

    De mens in het algemeen moet weer ‘in de waarheid’ gaan leven. Rousseau wilde hem bevrijden uit de ketenen van de cultuur en hem naar de ‘vrije collegezaal van de natuur’ leiden. Diderot en de encyclopedisten beschrijven oprechtheid als een utopie van eerlijke communicatie, waarbij het erop aankomt niets voor zich te houden en zo de ander een onbelemmerde blik in het eigen innerlijk te gunnen. In zijn drama Le fils naturel treedt Diderot zelf als personage op om te verklaren dat alles wat op het toneel plaatsvindt, ook in werkelijkheid zo is gebeurd.

    ‘Echte gevoeligheid’ wordt steeds lastiger te onderscheiden van ‘gespeelde gevoeligheid’

    ‘Waarachtige fijngevoeligheid’ wordt een morele imperatief van het tijdperk van de Verlichting. De briefroman – van Goethe, Choderlos de Laclos of Laurence Sterne – beleeft een bloeiperiode, want in zijn brieven lijkt de ziel van de mens het meest tot uitdrukking te komen. ‘Fijngevoelige gesprekken’ vinden echter ook buiten de literatuur plaats, maar het wordt steeds moeilijker ‘echte gevoeligheid’ te onderscheiden van ‘gespeelde gevoeligheid’. Al bij de geringste aanleiding vloeien de tranen rijkelijk, bijvoorbeeld bij het afscheid van een vriend.

    Johann Heinrich Voβ, de Duitse vertaler van Homerus, heeft in 1773 in een brief aan Ernestine Boje zo’n melodrama beschreven. ‘De 12e september gaat me nog heel wat tranen kosten. Het was de dag dat Graf Stolberg afscheid moest nemen van zijn voortreffelijke hofmeester Clauswitz. We hadden punch laten maken, want het was een koele avond. We wilden de treurige stemming verdrijven door wat te zingen; we kozen Millers Abschiedslied. Hier was geen veinzen meer mogelijk; de tranen vloeiden rijkelijk en de ene na de andere stem viel weg.’ De brief eindigt met: ‘Ik kan niet verder, lieve Ernestientje, ik ben alweer in tranen.’

    Wolfgang Engler heeft met zijn lucide, af en toe haast poëtische essay een huzarenstukje geleverd. Een historisch panorama van een verre tijd die de onze weerspiegelt. De tranen van Maria-Elisabeth Schaeffler en Johann Heinrich Voβ hebben veel van elkaar weg, zoveel is duidelijk. We weten alleen niet of we ze kunnen vertrouwen.

  • Brazilian butt lift: ’s werelds gevaarlijkste cosmetische ingreep

    Brazilian butt lift: ’s werelds gevaarlijkste cosmetische ingreep

    De Brazilian butt lift (BBL) is de snelst in populariteit groeiende cosmetische ingreep ter wereld, ondanks het toenemende aantal sterfgevallen als gevolg ervan. Waarom zijn zoveel vrouwen bereid het risico te nemen?

    Het best gelezen stuk van 2021

    Dit artikel over de gevaarlijke billiftingreep die razend populair is onder vrouwen, sprak de 360-lezers in 2021 bijzonder tot de verbeelding. Het was verreweg het meest gelezen artikel dat we publiceerden en stond op de shortlist van best gelezen artikelen op Blendle. En terecht. Niet alleen belicht de auteur de gevaren van de genoemde ingreep, ook wordt blootgelegd welke onderliggende, stereotyperende en vrouwonvriendelijke invloeden een rol spelen.

    De missie was simpel: Melissa wilde de perfecte billen. Die leken in haar gedachten op een vlezige, rijpe perzik, zoals de emoji. Ze was al op de helft. In 2018 had ze een Brazilian butt lift gehad, ook wel BBL genoemd, een chirurgische ingreep waarbij vet uit verschillende delen van het lichaam wordt verwijderd om in de billen te worden geïnjecteerd. Melissa’s billen waren al ronder en voller dan voorheen, en ze was verrukt over het effect, over hoe ze zich voelde en hoe ze eruitzag. Maar het kon beter. Het kan altijd beter.

    Onlangs bezocht Melissa de Britse plastisch chirurg Lucy Glancey voor een consult. Glancey had Melissa’s eerste BBL verricht in haar kliniek op de grens tussen Essex en Suffolk, een reeks kamers met glanzende witte kasten, een passpiegel en lades gevuld met spuiten. Terwijl ze Melissa‘s komst afwacht, laat Glancey me een foto zien van Melissa op het strand in Dubai, waarop ze gekleed in een bikini met palmprint in een uitdagende hurkzit poseert – armen, borsten, dijen en billen allemaal gerangschikt voor een optimaal effect. ‘Kijk eens hoe goed ze eruitziet,’ zegt Glancey, terwijl ze Melissa en haar eigen werk bewondert. ‘Ik zei tegen haar: ik zie niet wat we er verder nog aan kunnen doen.’

    Als Melissa de kamer binnenkomt, lijkt ze niet bepaald op haar digitale zelf. Maar ja, wie wel? Ze heeft Dubai-luxe ingeruild voor Suffolk-casual: een blauwe spijkerbroek en roze trui. Na een korte praatje vraagt Glancey – donkerblauw shirt, koraalkleurige teennagels – Melissa om haar kleren uit te trekken. Arts en patiënt nemen samen plaats voor de spiegel en bestuderen wat ze zien.

    ‘Oké,’ zegt Glancey. ‘Welke kant heeft jouw voorkeur?’

    ‘Deze,’ zegt Melissa, wijzend op haar linkerflank.

    Glancey maakt een ronde langs Melissa’s lichaam en bestudeert de contouren met beklemmende openhartigheid.

    ‘Je bent hier een beetje aangekomen,’ zegt ze, wijzend op Melissa’s middenrif.

    ‘Maar hier,’ zegt Melissa, terwijl ze op een kuiltje in haar rechterbil drukt, een fout die ze tijdens een vakantie had opgemerkt. ‘Zie je?’

    Zoals iedereen die zijn eigen lichaam inspecteert, ziet Melissa dingen die niemand anders ziet

    Zoals iedereen die zijn eigen lichaam inspecteert, ziet Melissa dingen die niemand anders ziet. Ze ziet niet alleen de huidige vorm in de spiegel, maar verschillende versies: haar vroegere lichaam, haar ideale lichaam, haar digitale lichaam. In haar tienerjaren, bijna tien jaar geleden, toen Cara Delevingnes ‘tigh gap’ een eigen Twitter-account had, wilde Melissa mager en plat zijn, net als iedereen. Toen veranderde de mode. Melissa, die wit is, legt uit waarom ze haar eerste BBL nam: ze wilde haar spijkerbroek opvullen en zo het soort mannen aantrekken waar ze op viel. ‘Ik voel me aangetrokken tot zwarte mannen en mannen van gemengd ras, en die houden van vrouwen met rondingen,’ vertelt ze me.

    Aan de operatie, waarvan de kosten kunnen oplopen tot 8000 pond (ruim 9000 euro), verdient ze ook wat. Melissa werkt in een sportschool, maar ze verdient bij met het etaleren van kleding op Instagram. ‘Als je kijkt naar wat de meeste aandacht en likes krijgt, zijn het altijd meisjes met zulke vormen,’ zegt ze.

    Melissa’s digitale lichaam, gegenereerd door de fotobewerkingsapp Facetune, fungeert als een soort blauwdruk voor haar toekomstige fysieke lichaam. Ze vertelde me dat haar vrienden hun foto’s voor datingapps soms zo bewerken dat ze niemand meer in het echt kunnen ontmoeten, omdat de versie waarmee ze zich hebben geadverteerd te ver afstaat van de realiteit. ‘Als je een BBL hebt gehad, heb je je lichaam eigenlijk in het echte leven al bewerkt,’ zegt Melissa. ‘Dus dan hoef je je foto’s niet meer te bewerken.’

    Concept

    Tien jaar geleden voerde Glancey zelden BBL’s uit. Nu doet ze er zo’n twee tot drie per week en krijgt ze wekelijks ongeveer dertig verzoeken. Sinds 2015 is het aantal billifts dat wereldwijd wordt uitgevoerd met 77,6 procent toegenomen, volgens recent onderzoek van de International Society of Aesthetic Plastic Surgery. Het is de snelst in populariteit groeiende cosmetische ingreep ter wereld. Wanneer Glancey door Instagram scrolt, ziet ze ze overal: strandbalbillen die het beroemdste achterste ter wereld nabootsen, een achterste dat zo nauwkeurig wordt bestudeerd, nagebootst, uitgebaat dat het niet langer aanvoelt als een lichaamsdeel, maar eerder als het concept van een start-up die naar de beurs is gegaan (en me om dit artikel vast zal aanklagen). De populariteit van de BBL, vertelt Glancey me, is te danken aan één vrouw: ‘Haar impact,’ zegt ze over Kim Kardashian West, ‘is vooral te danken haar lichaam.’

    Dokter Mark Mofid, een vooraanstaande Amerikaanse BBL-chirurg, noemt daarnaast de invloed van Jennifer Lopez en Nicki Minaj plus een overvloed aan beelden op sociale media die ‘de schoonheid van vrouwelijke rondingen echt op de kaart zetten’. Maar het bemachtigen van die schoonheid kan riskant zijn. In 2017 publiceerde Mofid een rapport in het Aesthetic Surgery Journal waaruit bleek dat 3 procent van de 692 chirurgen die hij had ondervraagd had meegemaakt dat een patiënt overleed na het uitvoeren van de operatie. In totaal resulteerde een op de drieduizend BBL’s in de dood, waarmee het de gevaarlijkste cosmetische ingreep ter wereld is.

    In Zuid-Florida alleen zijn er de afgelopen jaren al vijftien vrouwen overleden aan een BBL

    De afgelopen drie jaar zijn drie Britse vrouwen – Abimbola Ajoke Bamgbose, Leah Cambridge en Melissa Kerr – overleden als gevolg van complicaties van BBL’s in Turkije, de meest populaire bestemming voor Britse patiënten die op zoek zijn naar goedkopere plastische chirurgie. En dan zijn er nog ​​Joselyn Cano in Colombia, Gia Romualdo-Rodriguez, Heather Meadows, Ranika Hall en Danea Plasencia in Miami… Volgens lokale gegevens zijn de afgelopen jaren alleen al in Zuid-Florida vijftien vrouwen overleden aan een BBL.

    Melissa kende de risico’s. Toen ze in 2018 haar eerste BBL deed, was het toevallig de week van Leah Cambridge’s dood. Datzelfde jaar adviseerde de British Association of Aesthetic and Plastic Surgery Britse chirurgen om de operatie helemaal niet meer uit te voeren. Omdat het geen regelgevende instantie is, kon het geen verbod afdwingen. Sommige chirurgen stopten vrijwillig. Maar Melissa voelde zich veiliger omdat ze de operatie in het VK deed. Ze vertrouwde Glancey en tenslotte had ze het proces al eerder meegemaakt – ze wist wat haar te wachten stond. Ze zou een paar weken vrij moeten nemen om te herstellen, maar het zou het waard zijn. Binnenkort zouden er geen asymmetrieën , geen inkepingen, geen gebreken meer zijn; ze zou het gefacetunede achterste hebben gerealiseerd. Een verbeterd lichaam. Perfectie.

    De perfecte onderkant heeft ook een perfecte hoek: 45 graden vanaf de basis van de wervelkolom tot de bovenkant van de billen

    De mode houdt aan, de perfecte kont is strak en bol, alsof er een bal onder de huid zit. ‘Sticky-outy’ placht Glancey te zeggen. In combinatie met de perfecte borsten veranderen perfecte billen het lichaam in een S-vorm. ‘Het klassieke zandloperfiguur,’ zegt Melissa. ‘Dat is wat je wilt.’

    De perfecte onderkant heeft ook een perfecte hoek: 45 graden vanaf de basis van de wervelkolom tot de bovenkant van de billen. In die zin zijn de perfecte billen eigenlijk het resultaat van de perfecte ruggengraat, het soort dat van nature uitsteekt aan de basis. Volgens een artikel van een groep evolutiepsychologen, in 2015 gepubliceerd in het tijdschrift Evolution and Human Behavior, duidde ‘lumbale kromming’ – of lordose – blijkbaar op het vermogen van een vrouw om kinderen te baren, wat haar aantrekkelijk maakt als partner. Zoals de auteurs het voorzichtig uitdrukken: ‘Mannen geven de voorkeur aan vrouwen die signalen vertoonden van een wervelkolom die dichter bij het optimale ligt.’

    Voor degenen die niet de optimale wervelkolom hebben, zijn er verschillende opties. In de achttiende eeuw zou je in een korset zijn gestoken; even later is dat een buste. Nu kun je een gewatteerde slip kopen of zelf opvullingen maken. (Toen een van Glanceys patiënten zich onlangs in haar kliniek uitkleedde, vielen uit haar broek twee proppen opgerolde stof.) Je kunt implantaten krijgen of vulmiddel injecteren. Of je kunt een BBL nemen, waarmee je twee vliegen in één klap hebt: het vet verdwijnt op plaatsen waar je het niet wilt en wordt geplaatst op plaatsen waar je het wel wilt. De BBL neemt, net als Robin Hood, van de rijken – de blubberbuik – en geeft aan de armen: de platte, benige billen.

    BBL komt uit Brazilië, de geboorteplaats van plastische chirurgie én de mythe van de van nature ‘sticky’ billen, zoals te zien is op talloze afbeeldingen van toeristenbureaus van in bikini geklede vrouwen op het strand van Copacabana. ‘In de ogen van de rest van de wereld zijn Brazilianen geobsedeerd door billen,’ zegt antropoloog Alvaro Jarrin, auteur van The Biopolitics of Beauty, waarin hij de cultuur van cosmetische chirurgie in Brazilië onderzoekt. In werkelijkheid heeft niet elke Braziliaanse vrouw de geïdealiseerde Braziliaanse billen. Evenmin, voegt Jarrin eraan toe, wil elke Braziliaanse vrouw ze. Bij het onderzoek voor zijn boek ontdekte hij dat de populariteit van de BBL afhing van de klasse en het ras van de vrouwen met wie hij sprak. Als ze rijk en wit waren, zeiden ze: ‘Ik wil niet het lichaam van een mulatta [een vaak denigrerende term die gebruikt wordt voor iemand die zowel Afrikaanse als Europese voorouders heeft], ik wil het lichaam van een Europees supermodel.’

    GettyImages 895882770 1
    © Ruaridh Connellan / BarcroftImages / Barcroft Media via Getty Images

    De operatie zelf werd ontwikkeld door de Braziliaanse arts Ivo Pitanguy. In een land dat rijk is aan plastisch chirurgen, stond Pitanguy bekend als ‘de paus’. Hij voerde een verscheidenheid aan ingrepen uit en het gerucht ging dat hij beroemdheden als Frank Sinatra tot Sophia Loren had opgepimpt en armere patiënten een gesubsidieerde behandeling aanbood in zijn kliniek in Rio. Schoonheid, gelooft Pitanguy, is een mensenrecht, hoewel hij erkent dat het nastreven ervan een lastig proces kan zijn. ‘Het belangrijkste is een ​​goed ego’, is een van zijn veelgeciteerde uitspraken. ‘Dan heb je geen operatie meer nodig.’

    Een mooi principe, maar niet het principe dat hem genoeg geld opleverde om een ​​privé-eiland, Ilha dos Porcos Grande, of Big Pigs Island, voor de kust van Rio te kopen.

    In 1960 richtte Pitanguy ’s werelds eerste academie voor plastische chirurgie op en leerde hij zijn technieken aan een nieuwe generatie chirurgen. ‘Hij had de gave om kennis te delen,’ vertelt Marcelo Daher, een vooraanstaand plastisch chirurg uit Rio die door Pitanguy werd onderwezen. ‘En zijn studenten verspreidden zich over de hele wereld.’

    Terwijl chirurgen de kunst van de BBL leerden, verspreidde de trend zich geleidelijk naar het noorden. ‘BBL bereikte langzaam het zuidelijk deel van Noord-Amerika,’ zegt Mark Mofid, die in San Diego, in het zuiden van Californië, al twintig jaar BBL’s uitvoert. Een van Pitanguy’s pupillen was een andere Braziliaan, Raul Gonzalez, die nu internationaal toonaangevend expert is op het gebied van billenvergroting. Hij trainde op zijn beurt Glancey, die naar São Paulo reisde om ervaring op te doen. ‘Dat moet minstens zeventien jaar geleden zijn geweest,’ zegt Glancey. ‘Hij was de beste.’ Ze herinnert zich hoe destijds in Brazilië de billift ‘normaal was, terwijl niemand hier ervan had gehoord’.

    Braziliaanse chirurgen staan ​​‘wereldwijd bekend om het ontwikkelen van nieuwe technieken omdat ze lage-inkomenslichamen hebben om op te oefenen’

    Brazilië blijft het wereldwijde epicentrum van cosmetische chirurgie, deels vanwege Pitanguys nalatenschap: het volksgezondheidssysteem biedt nog altijd goedkope of gratis cosmetische ingrepen aan. En doordat het geen luxeartikel is, is cosmetische chirurgie doorgedrongen tot alle lagen van de bevolking. Die toegankelijkheid heeft een donkere kant – Braziliaanse chirurgen staan ​​‘wereldwijd bekend om het ontwikkelen van nieuwe technieken’, vertelt antropoloog Alvaro Jarrin, omdat ‘ze lage-inkomenslichamen hebben om op te oefenen’.

    In het VK daarentegen vindt puur cosmetische chirurgie alleen in privéklinieken plaats. De kliniek van Glancey bevindt zich op een verdieping boven een huisartsenpraktijk van de NHS. Er komen dus twee heel verschillende groepen patiënten: degenen die betalen, en degenen die dat niet doen. De patiënten van Glancey zijn consumenten: ze willen iets, en als het mogelijk en veilig is, verkoopt ze het hen. Toch blijft Glancey hen hardnekkig patiënten noemen in plaats van cliënten. ‘Ja, het is vrijwillig,’ zegt ze een beetje fel. ‘Maar het is nog altijd medisch, het is nog altijd een operatie.’

    Essentiële statistieken

    In een pauze tussen twee patiënten in scrolt Glancey door Instagramberichten van potentiële patiënten. ‘Kijk,’ zegt ze, terwijl de feed met berichten zichzelf eindeloos bijwerkt. ‘Dit is slechts de afgelopen 24 uur!’ Elke post bevat foto’s die vrouwen van zichzelf maakten in ondergoed. Glancey moet zien waar ze mee te maken heeft voordat ze zelfs maar instemt met een consult; door simpelweg naar een lichaam te kijken kan ze zien hoe succesvol een operatie kan zijn, of hoe onrealistisch de verlangens zijn.

    Ze heeft ook essentiële statistieken nodig: leeftijd, gewicht, lengte, body mass index (BMI). ‘Als het boven de 30 is [wat duidt op klinische zwaarlijvigheid], opereer ik niet, dan vertel ik ze gewoon dat ze moeten afvallen,’ zegt ze botweg. ‘Het is liposuctie, het is geen remedie voor zwaarlijvigheid.’ Ze laat me een foto zien van een zwarte vrouw die haar lichaam wilde veranderen in een ‘een achtje’. Glancey schudt haar hoofd: los van het overgewicht zou het fysiek onmogelijk zijn een 8 te bereiken in combinatie met het zandloperideaal. ‘Je hoeft geen expert te zijn om haar te vertellen wat ik haar heb verteld,’ zegt Glancey: een ferme, standvastige ‘Nee’.

    Niet iedereen kan het kardashiaanse lichaam bereiken. Zoals voor een groot deel van het oeuvre van Kardashian West geldt, kent ook haar achterwerk zijn controverses, niet in de laatste plaats omdat het een geïdealiseerde versie van het achterwerk van een zwarte vrouw lijkt na te bootsen. Kardashian West, die van Armeense afkomst is en altijd heeft ontkend een biloperatie te hebben ondergaan, is lang beschuldigd van ‘blackfishing’ – het nabootsen en toe-eigenen van de zwarte cultuur om haar merk te versterken. ‘Het is volledig geconstrueerd, een soort fictie,’ stelt Alisha Gaines, professor Engels aan de Florida State University en auteur van Black for a Day: White Fantasies of Race and Empathy. ‘Ze heeft een imperium opgebouwd door zich zwartheid toe te eigenen en het aan alle soorten mensen te verkopen, inclusief zwarte mensen.’

    Kim Kardashian West on the cover of Paper magazine in 2014. 1

    Esthetische chirurgie is altijd onafscheidelijk verbonden geweest met rasssenpolitiek. Gaines traceert de fetisjering van zwarte vrouwenbillen tot de erfenis van slavernij en kolonialisme, en meer specifiek tot het geval van Saartjie Baartman, een Zuid-Afrikaanse vrouw die in 1810 door een Britse arts naar Londen werd gebracht en in Piccadilly tentoongesteld als de ‘Hottentot Venus’. Menigten betaalden om haar lichaam te onderzoeken, en in het bijzonder haar billen. (Toen Kardashian West in 2014 voor het tijdschrift Paper poseerde met een champagneglas op haar billen, vergeleken sommige verontruste lezers het beeld met foto’s van Baartman die werden gebruikt om reclame te maken voor haar ‘verworvenheden’.)

    In Brazilië ontstond de cultuur van cosmetische chirurgie uit de geschiedenis van de eugenetica van het land. Dokter Renato Kehl, die in 1918 de Eugenics Society of São Paulo oprichtte, sprak zijn steun voor chirurgie uit in zijn boek The Cure of Ugliness. Zijn doel was simpel: de Braziliaanse bevolking ‘perfectioneren’ door ‘het uit laten sterven van de zwarte en in het regenwoud wonende rassen’. ‘Verfraaiing’, schrijft antropoloog Alvaro Jarrin, ‘was ondubbelzinnig geassocieerd met een bleke huid.’

    Vanwege de imitatie van een zwart in plaats van wit fysiek kenmerk, lijkt de BBL misschien een andere kant op te gaan. (Melissa vertelt me dat een zwarte vriendin na haar eerste BBL zei hoe zeldzaam het voor een wit meisje is om een ​​echte kont te hebben. ‘En ik dacht: “Ja, zeker zeldzaam,”’ zegt ze tevreden. ‘En toch komt het voor.’) Maar het streven, stelt Gaines, is een nieuw soort symbolische zwarte esthetiek, mét behoud van het maatschappelijke voorrecht om wit te zijn.

    ‘Ik denk dat Kim Kardashian heel goed weet dat mensen dol zijn op zwarte cultuur en zwartheid, maar niet per se op zwarte mensen’

    ‘Ik denk dat Kim Kardashian heel goed weet dat mensen dol zijn op zwarte cultuur en zwartheid, maar niet per se op zwarte mensen,’ voegt ze eraan toe. ‘Deze trend maakt deel uit van een lange geschiedenis van witte mensen die stukjes zwarte cultuur pakken, zonder te hoeven leven met zwart zijn, of een zwart leven te hoeven leiden.’

    Glancey vertelt me dat ongeveer de helft van de verzoeken voor BBL’s die ze ontvangt afkomstig is van zwarte vrouwen. ‘Ze voelen zich lelijk als ze die ruggengraat niet hebben,’ legt ze uit. Het is verbijsterend om de keten van culturele toe-eigening te volgen die ons op dit punt heeft gebracht. De geïdealiseerde Braziliaanse billen, die sommige rijke witte Braziliaanse vrouwen minachten vanwege de stereotiepe associaties met vrouwen van gemengde afkomst, zijn de ideale vorm geworden voor bepaalde witte vrouwen in de VS en Europa, die op hun beurt een lichaamsvorm nabootsen die is geconstrueerd en gepopulariseerd door een Armeens-Amerikaanse vrouw, die er vaak van wordt beschuldigd zich een zwarte esthetiek toe te eigenen, die sommige zwarte vrouwen zich vervolgens gedwongen voelen te kopiëren, omdat ze niet over de geïdealiseerde lichaamsvorm beschikken waarvan ze vinden dat ze die van nature zouden moeten hebben. 

    ‘Je steelt een versie van wat het lichaam van een zwarte vrouw zou moeten zijn, verpakt het opnieuw, verkoopt het aan de massa, en wat dan, als ik zwart ben en ik er niet zo uitzie? Dat is een lastige,’ vat Gaines samen. Glancey vertelde de vrouw die een 8’tje wilde dat zelfs als al haar vet werd weggezogen, ze met enorme overtollige huidplooien zou blijven zitten.

    Uiteindelijk stopte de vrouw met berichten sturen. De kloof was simpelweg te groot: niet alleen tussen ideaalbeeld en werkelijkheid, maar ook tussen ideaal en mogelijkheid – de wens om eruit te zien als iets wat niet alleen een verbeterde versie van jezelf is, of een geïdealiseerde versie van iemand anders, maar zich buiten het bereik der menselijke vormen bevond: de vorm van een cijfertje.

    Soms willen patiënten ingebeeld vet verwijderen op plaatsen waar nauwelijks iets zit behalve botten, spieren en huid

    Vlak voor Melissa’s tweede afspraak met Glancey, een paar weken na de eerste, ontmoeten we elkaar in een lokale pub, waar ze me vertelt dat ze een nieuw plan heeft voor haar operatie. Naast het verwijderen van vet uit haar buik, wil ze dat Glancey ook vet onder haar kin en bovenarmen wegneemt om te verplaatsen naar haar billen.

    Tijdens de afspraak later op de middag moet Glancey even nagaan of dit mogelijk is. Soms willen patiënten ingebeeld vet verwijderen op plaatsen waar nauwelijks iets zit behalve botten, spieren en huid.

    Weer voor de passpiegel knijpt Glancey in het vlees rond Melissa’ biceps. ‘Dat gaat wel lukken,’ zegt ze opgewekt, met de blik van een dokter die een eindeloze rij patiënten in de wacht heeft staan.

    Dan kijkt ze naar Melissa’s kin. ‘Wat staat je hieraan tegen?’

    Melissa trekt een gezicht alsof ze wil zeggen: wat staat me er niet aan tegen.

    ’Nou ja, gewoon, waarom zit dit hier? Waarom is dit allemaal zo?’ zegt Melissa, wijzend op een klein vetkussen onder haar kaaklijn (dat Glancey beschrijft als ‘een klein beetje natuurlijke vulling’).

    Geen postoperatief geschil

    Glancey zegt dat ze het vet handmatig zou moeten verwijderen met een injectiespuit, en er waarschijnlijk niet meer dan 20 kubieke centimeter uit zou kunnen halen. Ze herinnert Melissa eraan dat ze na de operatie een compressieverband onder haar kin moet dragen en haar buik en billen moet bedekken om genezing te bevorderen. 

    Herstel van een BBL is pijnlijk. Melissa vertelt me dat ze in de weken direct na haar eerste BBL niet veel ongemak in haar billen voelde, omdat dat werd opgevangen door het nieuwe vet, maar dat de gebieden waar ze liposuctie had gehad zo gevoelig waren dat wanneer iemand langs haar schuurde, zelfs nog enkele weken na de operatie, ze het uitschreeuwde van de pijn.

    Voor de operatie zelf, die gepland is over een paar weken, zou Glancey haar gebruikelijke proces volgen. Eerst markeert ze de patiënt met een stift – zwarte inkt voor waar ze vet verwijdert, rood voor waar het weer naar binnen gaat. Ze doet dit samen met de patiënt en maakt foto’s, zodat er geen postoperatief geschil ontstaat over de afspraken. Vervolgens wordt de patiënt onder narcose gebracht en wordt een zoutoplossing met plaatselijke verdoving en adrenaline door het lichaam gepompt om de bloedvaten te helpen krimpen, de bloeding onder controle te houden en een ‘bevochtigend’ effect te creëren, zodat het vet gemakkelijker kan worden verwijderd. Zonder dit mengsel, legt Glancey uit, zou liposuctie op hetzelfde neerkomen als aangekoekt voedsel van een bord proberen te schrapen zonder water.

    Glancey maakt vervolgens een kleine incisie en brengt een stompe canule aan onder de huid om het vet mee te ‘oogsten’. Nadat het vet uit het lichaam is gezogen gaat het door een plastic buis naar een gesloten vat, waar het wordt schoongewassen van bloed en verdovingsstoffen. Eenmaal verwijderd, overleeft het vet slechts een uur of twee. Het is nog steeds ‘levend’ – vet wordt vaak omschreven als een ‘endocrien orgaan’ vanwege het vermogen om hormonen af ​​te scheiden – en kan voor je ogen van kleur veranderen. Het begint een beetje gelig of, als er bloed bij zit, oranje, en wordt dan geleidelijk aan bruin. (‘Niet best,’ volgens Glancey.)

    Voor de grootste overlevingskans in het lichaam, moet het vet snel in de billen worden ingebracht, wederom met behulp van een stompe canule, en daarbij een pomp die met de voet wordt bediend. Hier verandert de chirurg in een soort combinatie van een blinde beeldhouwer en zo’n muzikant die meerdere instrumenten tegelijkertijd kan bespelen door ze aan verschillende delen van het lichaam vast te binden. Terwijl de voet het tempo regelt waarmee het vet weer in het lichaam wordt geplaatst, stuurt Glanceys rechterhand de canule en streelt ze met haar linkerhand – die ze de ‘ziende hand’ noemt – over het oppervlak van de huid om te voelen waar het vet terecht moet komen. ‘Het is geen open wond’, zegt ze. ‘Je kunt niets zien.’

    Ze pompt de canule herhaaldelijk naar voren en naar achteren, als een bijzonder intensieve handstofzuigersessie

    In een reeks video’s die Glancey me stuurde waarin ze de procedure uitvoert, valt me de enorme kracht op die ervoor nodig was. Ze pompt de canule herhaaldelijk naar voren en naar achteren, als een bijzonder intensieve handstofzuigersessie. Een operatie kan tussen de drie en zes uur duren en deze stuwende beweging is nodig bij zowel het verwijderen als het inbrengen van vet. Tegen het einde is Glancey vaak uitgeput. Het lichaam van de patiënt lijkt ondertussen, zoals elk verdoofd lichaam dat een zware operatie ondergaat, op een levenloze plak vlees, die Glancey behandelt met die vreemde chirurgische combinatie tussen tederheid en kracht.

    Een patiënt moet weken wachten voordat ze weet hoe haar billen er uiteindelijk uit zullen zien. Het vet heeft tijd nodig om te bezinken, en Glancey herinnert haar patiënten er steeds aan dat in het gunstigste geval slechts ongeveer 50 procent van het vet blijft zitten. De rest wordt door het lichaam opgenomen en via het lymfestelsel uitgestoten. Om de hoeveelheid vet die in het lichaam overleeft te optimaliseren, is de vaardigheid van een chirurg vereist. Glancey vergelijkt het met het aanleggen van een tuin: je kunt planten niet te dicht bij elkaar zetten, ze hebben ruimte nodig om te gedijen. ‘Als ik dit tegen patiënten zeg, zeggen ze gewoon dat ik er meer in moet stoppen,’ zegt ze. ‘En dan zeg ik, tja, zo werkt het dus niet.’

    Glancey houdt zich aan de Britse richtlijnen en beperkt de hoeveelheid die ze inbrengt tot 300 cc per bil, iets minder dan een blikje cola. Ze legt haar patiënten uit dat de ingreep meer dan één operatie behoeft, een beetje per keer.

    In Turkije – de populairste bestemming voor cosmetische-chirurgiepatiënten die binnen Europa de grens over gaan, en na Thailand en Mexico de derde populairste ter wereld – zijn de richtlijnen minder conservatief. Sommige chirurgen adverteren op sociale media openlijk dat ze meer dan 1000 cc in de billen van een patiënt zullen stoppen. Glancey ontvangt regelmatig patiënten die vanuit Turkije zijn teruggekeerd en niet tevreden zijn met de resultaten, vaak omdat een aanzienlijke hoeveelheid vet is afgestorven zodat hun achterste scheef is of misvormd.

    Het risico bij het uitvoeren van een BBL is niet alleen de hoeveelheid vet die wordt ingebracht, maar ook hoe het gebeurt. (En of het überhaupt vet is dat wordt ingebracht: een aantal recente sterfgevallen door bilvergroting was veroorzaakt doordat de patiënt was geïnjecteerd met siliconen.) Het precairste moment tijdens de operatie is wanneer de canule in de bil wordt ingebracht. Deze gaat onder de huid, maar moet boven de bilspier blijven. Als hij te ver naar beneden gaat en er vet in de bloedbaan terecht komt, kunnen vetdruppels samenvloeien, door het bloed worden meegevoerd en een longembolie veroorzaken: een bloedstolsel in de longen – de doodsoorzaak in het geval van de Britse Leah Cambridge, die in 2018 een BBL onderging in een privékliniek in Izmir.

    Op haar telefoon laat Melissa me foto’s zien van vrouwen op Instagram waarvan ze weet dat ze BBL’s hebben gehad in Turkse klinieken, en wijst ze me als een kunsthandelaar die namaak spot op tekenen die dit verraden. De navel bijvoorbeeld. Als er zoveel vet uit de taille wordt gehaald, kan de navel vervormd raken, zegt Melissa. Ook zijn de verhoudingen extremer: de taille is naar binnen toe uitgesneden en de billen zijn opgeblazen tot cartoonachtige proporties.

    ‘Het ziet er gewoon niet menselijk uit,’ zegt Melissa terwijl ze wijst op een vrouw wiens navel eruitziet alsof hij met stoom is gewalst en daarna uitgerekt. Melissa schudt vastberaden haar hoofd. ‘Dat is slecht gedaan,’ zegt ze. ‘En er zijn zoveel meisjes zoals zij.’

    Comfort Zone

    Een van de populairste Turkse klinieken, die op Instagram veel reclame maakt voor zijn BBL-pakket van 3000 pond [zo’n 3500 euro], heet Comfort Zone. De tijdlijn toont een parade van tanden, borsten, neuzen en billen, de meer intieme lichaamsdelen – tepels, anussen – zijn smaakvol bedekt met een stervormig ‘CZ’-logo. Als je de Comfort Zone-website bezoekt, doet cosmetische chirurgie denken aan een sparetraite. Je ziet foto’s van villa’s en zwembaden, gelukkig ogende mensen rond een ontbijttafel beladen met tropisch fruit in de vorm van bloemen. Mysterieus genoeg zijn er ook beelden van lege vergaderruimten, misschien om aan te geven dat hier de professionaliteit van de uitvoerende macht wordt beoefend, alleen niet op het moment dat de foto werd gemaakt.

    Comfort Zone werd tien jaar geleden opgericht door de Brits-Turkse zakenman Engin Yesilirmak, die eerder een vrachtvervoersbedrijf leidde. Yesilirmak vertelde me dat hij op het idee voor zijn nieuwe onderneming kwam toen hij in Istanboel cosmetische operaties regelde voor vrienden en familie en besefte dat de uitvoering gemakkelijk was en veel goedkoper dan in het VK: een ideaal businessmodel.

    Chirurgen in Comfort Zone voeren nu tweehonderd operaties per maand uit en het bedrijf huisvest voortdurend veertig patiënten in elk van de vijf ‘herstelvilla’s’. Comfort Zone biedt alles: neuscorrectie, BBL, borstimplantaten, ‘contouring’ en de ‘mama make-over’, een operatie die tot doel heeft de esthetische gevolgen van de voortplanting te corrigeren.

    Yesilirmak vermoedt dat vrouwen niet alleen door het goedkope BBL-pakket naar Comfort Zone worden getrokken, maar ook door de vrijheid die een Turkse chirurg geniet. ‘De doktoren hier zijn moediger dan in Europa,’ zegt Yesilirmak. ‘Hier nemen we vier liter vet.’ Op sommige posts van de kliniek wordt trots de precieze hoeveelheid vet vermeld naast afbeeldingen van een getransformeerd lichaam: ‘4200 cc eruit, 1200 cc erin.’

    Screen Shot 2021 04 30 at 4.38.44 PM 1

    Ook ‘dapper’ zijn volgens Yesilirmak de jonge vrouwen die regelmatig zijn kliniek alleen bezoeken. Yesilirmak, die misschien op de hoogte is van de vele verhalen over vrouwen die met complicaties uit Turkije terugkeren, wil graag benadrukken dat er, zoals bij elke operatie, risico’s zijn. ‘Het is de wet der gemiddelden,’ vertelt hij me. Volgens schatting van Yesilirmak gaat 2 procent van de operaties in Comfort Zone gepaard met kleine complicaties (een verbetering ten opzichte van 3 procent vorig jaar), maar hebben ze nog nooit een groot incident gehad. Als er toch iets misgaat, zegt hij, bieden ze na drie maanden een gratis ‘herziening’ aan. (Er zijn minstens twee Instagram-accounts die beweren mislukte operaties in Comfort Zone te documenteren. ‘Helaas beginnen sommige patiënten, in plaats van terug te komen voor een revisieoperatie, een haatcampagne,’ zegt Yesilirmak.) Hij beweert ook dat ze eerlijk zijn tegen vrouwen waarvan ze vinden dat ze ze niet kunnen helpen. ‘Als ze bijvoorbeeld echt overgewicht hebben en in één keer heel smal willen worden,’ zegt hij. ‘Dat is gewoon niet mogelijk.’

    Yesilirmak dwingt niemand om een ​​operatie te ondergaan, zegt hij. Comfort Zone maakt simpelweg reclame voor zijn diensten, het is aan de klanten of ze komen of niet. ‘We gebruiken geen opdringerige verkooptechnieken’, zegt hij. De marketing vindt voornamelijk plaats via Instagram-persoonlijkheden zoals het model Holly Deacon, de X Factor-deelnemer Chloe Khan die tot cosmetisch influencer is getransformeerd, en de blijvende reality-veteraan Katie Price. Af en toe gooien ze er een vreemde gimmick in. Om te vieren dat ze 100.000 Instagram-volgers bereikt hebben, nodigde Comfort Zone zijn fans bijvoorbeeld uit om een ​​reactie achter te laten op een post en vijf vrienden te taggen. Ze zouden dan een winnaar selecteren die een gratis operatie naar keuze zou ontvangen – en zo hun volgersaantal hopelijk vermenigvuldigen. (‘De onverantwoordelijke marketing, de verheerlijking, de bagatellisering, die stimulering,’ zegt Mary O’Brien, voorzitter van de British Association of Aesthetic Plastic Surgeons. ‘Dat zijn allemaal dingen waarop onze organisatie in het bijzonder de aandacht probeert te vestigen.’)

    ‘De weggeefacties zijn niet zo effectief,’ zegt Yesilirmak. De beste strategie is altijd influencerpromotie: zo trek je nieuwe klanten aan, zoals Katrina Harrison, die in 2019 aan Mirror vertelde hoe ze voor een BBL naar Comfort Zone was gegaan nadat ze Katie Price de kliniek had zien promoten. Harrison beweerde dat ze na haar operatie bijna stierf aan sepsis [bloedvergiftiging]. Toen ze terugkeerde naar het VK, stortte ze naar verluidt in op de luchthaven van Manchester en werd ze negen dagen lang in het ziekenhuis opgenomen. (Volgens Yesilirmak zijn haar beweringen ‘volledig verzonnen’. Desalniettemin introduceerde het Turkse ministerie van Volksgezondheid als reactie op soortgelijke gevallen in 2018 een strikter accreditatieproces voor Turkse bedrijven voor medisch toerisme.)

    Eind 2019, na haar laatste operatieronde, maakte Price een promotievideo voor het bedrijf, die een scène bevatte waarin ze achter in een limousine meerapte met 50 Cents ‘In Da Club’, maar dan met haar eigen tekst: ‘Comfort Zone, it’s where you wanna be! Smaller boobs and my eyelids!’ (‘Comfort Zone, dat is waar je moet zijn! Kleinere borsten en oogleden als die van mij!’) Zittend in een lommerrijke tuin verklaart ze dat haar recente operaties het begin zijn van een proces waarin ze geleidelijk zal veranderen in een ‘menselijke pop’. ‘Comfort Zone heeft gezegd dat ze me het perfecte lichaam zullen geven,’ zegt Price met een zekere geestdrift. ‘Maar het kost tijd, je kunt het niet allemaal tegelijk laten doen. Dit is slechts het begin!’

    5094464539 32f9e0ed12 o 1 1

    Schoonheid is altijd een kwestie van wreed toeval geweest: je wordt ermee geboren. We voeren allemaal trucs uit om ons uiterlijk te verbeteren die we hooghartig nooit in dezelfde categorie zouden plaatsen als cosmetische chirurgie – tanden recht laten zetten, wenkbrauwen epileren, Spanx. Onlangs betrapte ik mezelf erop dat ik me terwijl ik in de spiegel staarde afvroeg wat het zou kosten om die verzameling bruine zonnevlekken op mijn wang de vergetelheid in te laseren. (Te veel.) De worsteling met de natuur kan een dure en levenslange onderneming zijn, en daarom is het betaalbaarder en daarmee democratischer worden van cosmetische chirurgie misschien te interpreteren als een middelvinger naar de evolutie. We kunnen nu allemaal mooi zijn en daarvan de bijbehorende esthetische en financiële voordelen oogsten.

    De commerciële effecten van een BBL zijn duidelijk: ‘Het levert je meer werk op,’ zegt Glancey tegen Melissa, weer in de kliniek. ‘En vooral meer geld,’ vult Melissa aan. Haar BBL-lichaam triomfeert in de algoritmische schoonheidswedstrijd: ze krijgt meer likes, en de likes leveren haar meer optredens op.

    ‘Het is een investering,’ zegt Glancey. ‘Net zoals ik, als ik een nieuwe [operatiekamer] bouw, investeer in mijn bedrijf… het zou fiscaal aftrekbaar moeten zijn!’ (Melissa rekent 50 pond voor een Instagram-bericht en krijgt veel gratis kleding. Het zal even duren om de investering van 8000 pond terug te verdienen.)

    Een andere klant van Glancey, Jema genaamd, vertelt me dat haar job als glamourmodel aanzienlijk eenvoudiger is geworden sinds ze haar eerste BBL heeft gehad. Jema, een oldtimer in het vak, verscheen regelmatig inSunday Sport, ging vervolgens over op sociale media en werkt nu voornamelijk op OnlyFans, een enorm succesvol online platform dat wordt gedomineerd door glamourmodellen en pornoacteurs die privéberichten delen met betalende abonnees. Vroeger moest ze voor haar fans strippen of haar borsten met crème inwrijven, nu hoeft ze alleen maar in een topje en korte broek met haar nieuwe billen voor een camera te schudden.

    Jema berekende dat ze op OnlyFans 5000 tot 6000 pond per maand verdient: goed geld, maar niet zoveel als haar pornostervrienden, die elke maand tot 15.000 pond verdienen op het platform. En niet zo veel als het geld dat wordt verdiend over de rug van deze vrouwenlichamen door OnlyFans-oprichter Tim Stokely of de meerderheidsaandeelhouder, porno-ondernemer Leonid Radvinsky. (Volgens schattingen is de jaarlijkse netto-omzet van het platform 400 miljoen dollar.)

    Na haar tweede BBL, en alle voordelen die die met zich mee zou brengen, dacht Melissa dat ze tevreden zou zijn. Maar als je eenmaal bent geopereerd, vertelt ze me nu, kan het moeilijk zijn om te stoppen. Ze blijft op operatiewebsites browsen. ‘Ik ben nu helemaal weg van de neus van de skipiste,’ zegt ze. ‘Waar dat nou weer ineens vandaan komt?’

    Conservatieve look

    Melissa was verbaasd over haar eigen verlangen, maar dat kwam tot haar zoals meestal met verlangens het geval is: je ziet iets wat je leuk vindt, en je wilt het voor jezelf. Een operatie kan de manier waarop je naar je lichaam kijkt veranderen. Het is niet langer iets biologisch’ dat geleidelijk aan in verval raakt, maar een project dat steeds verder verbeterd kan worden, zoals een keuken. Het probleem is: wat gebeurt er als je de perfecte keuken hebt gebouwd, die blauw is, en als dan ineens iedereen besluit dat ie eigenlijk rood moet zijn?

    ‘Als iemand om extreem grote billen vraagt,’ zegt Glance op een avond aan de telefoon, ‘leg ik altijd uit dat mode kan veranderen.’ Ze zegt ze dat ze voor een meer conservatieve look moeten kiezen, anders hebben ze opnieuw een operatie nodig als het felbegeerde lichaam weer verandert – wat onvermijdelijk zal gebeuren.

    Hoeveel werk je er ook aan doet, het lichaam blijft levend, organisch, onvoorspelbaar. Zelfs het achterste van Kardashian West ziet er misschien niet altijd uit zoals nu, onlangs in een jurk gehuld met een afbeelding van Kardashian Wests eigen gezicht erop (2,1 miljoen likes). Hoe hard we ook proberen, niemand kan de natuur volledig afremmen. Zwaartekracht en tijd zullen bij een verouderende BBL opspelen, zoals ze altijd doen. Zelfs de perfecte onderkant zal doorzakken; zelfs het perfecte lichaam zal sterven.

  • Joe Biden roept op tot sterke overheid | Komt er een vaccinatiepaspoort?

    Joe Biden roept op tot sterke overheid | Komt er een vaccinatiepaspoort?

    Joe Biden roept op tot meer overheidsbemoeienis

    Aan de vooravond van zijn honderdste dag in functie sprak de Amerikaanse president voor het eerst het Congres toe. Een toespraak die begon met de benoeming van een historisch moment, merkt Los Angeles Times op. Achter Joe Biden stonden twee vrouwen, vicepresident Kamala Harris en Huisvoorzitter Nancy Pelosi. 

    ‘Mevrouw de kamervoorzitter, mevrouw de vicepresident. Geen enkele president heeft deze woorden ooit vanaf dit podium gesproken en het werd tijd,’ zei hij, waarop een luid applaus losbarstte. ‘Amerika gaat vooruit en we zijn niet meer te stoppen. We bevinden ons op een cruciaal punt in onze geschiedenis. We moeten meer doen dan herbouwen. We moeten beter herbouwen.’ 

    Lees ook:

    Vox hoorde hierin een echo van Franklin Delano Roosevelt en zijn New Deal, die Biden in zijn speech ook citeerde. ‘Een oproep om grote dingen te doen en het vertrouwen in Amerika te herstellen’, kenmerkt de site. Vox noemt in het bijzonder het American Jobs Plan en het American Families Plan, beide begroot op zo’n 2 biljoen dollar. Het eerste dient om de infrastructuur van het land weer op te bouwen, het tweede om bijvoorbeeld zwangerschapsverlof en kinderopvang te financieren. 

    Voor de betaling gaat de leider op zijn ‘Robin Hood-koers’

    ‘We weten niet of Bidens inspanningen vruchten zullen afwerpen’, waarschuwt de site. ‘Voor de betaling gaat de leider op zijn “Robin Hood-koers’”, zegt Politico, aangezien hij van plan is het nodige geld te vinden door de rijksten te belasten. 

    ‘Als al deze voorstellen wet worden, zal dat een sociale transformatie en een enorme uitbreiding van de educatieve mogelijkheden tot gevolg hebben en een einde maken aan veertig jaar presidenten die de rol van de overheid steeds verder deden inkrimpen. Een grote steun voor de armen en de middenklasse,’ analyseert Huffington Post

    Volgens CNN denkt de zesenveertigste Amerikaanse president inderdaad dat meer overheidsbemoeienis ‘het leven van Amerikanen [kan] verbeteren’. ‘We moeten bewijzen dat de democratie nog steeds werkt, dat onze regering nog steeds werkt’, zei hij. Dit in tegenstelling tot Bill Clinton die in 1996 beweerde dat ‘het tijdperk van een sterke overheid ten einde was’, aldus CNN.


    Het eerst gevaccineerd, het eerst komt…

    Wil je deze zomer naar het buitenland? Dat is misschien mogelijk, maar onder bepaalde voorwaarden. Om te beginnen het vaccinatiepaspoort, waarop veel landen rekenen om de toeristenindustrie, die zwaar getroffen is door de coronapandemie, nieuw leven in te blazen. In 2020, schrijft het Japanse weekblad Nikkei Asia, gebaseerd op gegevens van de World Tourism Organization, ‘was het tekort voor de sector waarschijnlijk meer dan 1000 miljard dollar’. 

    De tweede voorwaarde zijn de ‘reisbubbels’: luchtgangen tussen landen met gelijkwaardige gezondheidssituaties die relatief gespaard worden door de pandemie. Maar de implementatie daarvan blijkt bijzonder complex en kwetsbaar te zijn. Op 19 april werden vluchten zonder quarantaine hervat tussen Australië en Nieuw-Zeeland. ‘Dit is de eerste dag van onze wedergeboorte’, kopte het Nieuw-Zeelandse dagblad The Dominion Post trotsVier dagen later werd het systeem opgeschort vanwege nieuwe coronagevallen.

    Lees ook:

    In maart lanceerde China het eerste internationale reiscertificaat dat ‘een revolutie teweeg zou kunnen brengen in de manier waarop we reizen’, aldus Nikkei Asia, en ook Europa is van plan om voor de zomer zijn vaccinatiepaspoort te lanceren. Professor aan het Tourism Research Center van de Universiteit van Wakayama, Japan, Joseph M. Cheer, legt in het weekblad uit: ‘Het is waarschijnlijk dat vaccinatie tegen covid-19 binnenkort vereist zal zijn om aan boord van een internationale vlucht te komen. (…) Vrij reizen zoals we voor de pandemie deden, zal nog lange tijd niet mogelijk zijn.’

    Het is alsof je de wereldbevolking verdeelt in degenen die gevaccineerd zijn en degenen die dat niet zijn

    Het probleem, merkt Nikkei Asia op, is dat ‘velen dit document fundamenteel discriminerend vinden’. Het is alsof je de wereldbevolking verdeelt in degenen die gevaccineerd zijn en degenen die dat niet zijn. De niet-gevaccineerden zijn vaak de armste en jongste populaties. ‘Het is zeer riskant om de toegang tot essentiële goederen en diensten te ontzeggen aan degenen voor wie vaccinatie onaanvaardbaar, ontoegankelijk of onmogelijk is’, schrijven twee Oxford-onderzoekers die door het tijdschrift worden geciteerd.

    Ook het gebruik van de beschikbare gegevens op deze vaccincertificaten is problematisch. Hoe meer technologische data we hebben, hoe groter de kans op lekken, legt The New York Times uit; ‘Wat we nodig hebben is een domme technologie die zo min mogelijk doet en zo min mogelijk over ons weet.’ 

    De WHO heeft het gebruik van vaccinatiepaspoorten nog niet gevalideerd.


    NASA-held Michael Collins overleden 

    Hij was de derde astronaut van de Apollo 11-missie, die van de eerste stap op de maan. Michael Collins stierf woensdag 28 april op negentigjarige leeftijd. Zijn zijn partners Neil Armstrong en Buzz Aldrin beroemdheden geworden, hij was de ‘dichter van de missie’, aldus Ars Technica. Deze zoon van een lid van het Amerikaanse leger, geboren in Rome, doorliep de prestigieuze militaire academie van West Point voordat hij bij de Amerikaanse luchtmacht kwam. 

    Na te zijn gemobiliseerd voor het Gemini-programma, werd hij geselecteerd voor het volgende: Apollo. De site prijst de kwaliteit van zijn autobiografie Carrying the Fire: An Astronaut’s Journey, een ‘essentieel boek voor iedereen die geïnteresseerd is in het leven van een astronaut’. 

    Collins ging met pensioen na Apollo 11, waarmee hij ‘zichzelf de kans ontnam om zelf voet op het maanoppervlak te zetten’, schrijft Ars Technica

  • De overheid bemoeit zich al niet meer met deze Colombiaanse barrio

    De overheid bemoeit zich al niet meer met deze Colombiaanse barrio

    De enige wet die in Altos de Cazucá, Colombia, geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. De delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Sinds corona is hun speelruimte enkel vergroot. Luz Mary, en andere burgers met haar, bieden de enige vorm van verzet die mogelijk is.

    Altos de Cazucá, Soacha – Halverwege maart, als Colombia in lockdown gaat om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, weet Luz Mary wat haar te doen staat. Het is niet de eerste keer dat ze thuis zit opgesloten. De snel pratende moeder van twee kinderen doet de deur op slot, vanaf dat moment speelt haar leven zich af in de kamers van haar huis.

    Toen Luz Mary zich in het verleden in huis opsloot, was dat vanwege een andere doodsdreiging. De gewapende mannen die de dienst uitmaken in haar wijk hadden er geen doekjes om gewonden: als ze niet tijdelijk uit beeld zou verdwijnen, zou ze weleens voorgoed kunnen verdwijnen.

    ‘Er zijn dagen en weken geweest dat ik het huis niet uit kon,’ vertelt ze. ‘Je leert scherp observeren – aan de manier waarop mensen zich gedragen zie je of er iets broeit in de wijk.’

    Delincuentes

    Luz Mary is actief binnen de gemeenschap – sommige Colombianen zouden haar een ‘maatschappelijk leider’ noemen. Haar werk richt zich op de kinderen in de verpauperde wijk. Ze leidt een programma, Semillas y Raíces (Zaden en wortels) om kinderen kennis te laten maken met muziek en toneel en ze ondertussen enige basiskennis bij te brengen op het gebied van gedragsregels en hygiëne.

    Semillas y Raíces doet meer dan de deelnemers instrueren. Het programma biedt ook een veilige haven. Het huis van Luz Mary kijkt uit over een steile helling zonder verharde wegen en uit de onverharde paadjes tussen de groepen huisjes steekt her en der een waterleiding. 

    Delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Volgens de bewoners hebben deze bandieten banden met nationale drugskartels. Luz Mary zegt dat ze haar als een kwelgeest zien omdat zij de jongeren opvangt die zij proberen te ronselen – jongens en meisjes van soms nog geen negen jaar oud, die de delincuentes gebruiken om op de uitkijk te staan of om kleine klusjes te doen, in ruil voor eten of spullen die de ouders van de kinderen zich niet kunnen veroorloven.

    Semillas y Raíces is ‘een manier om van de straat te blijven en weg te blijven van de drugs,’ zegt een tienermeisje in Luz Mary’s geïmproviseerde theater op het dak. ‘Als ik niet hier zou zijn, zou ik op straat rondhangen.’

    Luz Mary’s werk is onbezoldigd – het programma levert haar niets op en ze bekostigt het zelf, met geld dat ze bijeensprokkelt met losse baantjes, het inleveren van afgedankte, herbruikbare materialen, en zo nu en dan een bescheiden gift. Het werk is ook gevaarlijk. Ze is talloze keren met de dood bedreigd. Toen ze dat meldde bij de autoriteiten, haalden die slechts hun schouders op, zegt ze. Dus probeert ze goed en zo kwaad als het gaat voor haar eigen bescherming te zorgen. Kinderen van het programma waarschuwen Luz Mary als ze ergens in de buurt dreigende woorden opvangen, en Luz Mary heeft van haar spaargeld camera’s laten plaatsen bij haar huis. ’s Avonds laat ligt ze vaak naar de wazige zwart-witbeelden te kijken en durft niet te gaan slapen. Ze moet er niet aan denken de kinderen in haar programma aan hun lot over te laten, maar ze speelt elke dag met de gedachte Altos de Cazucá te verlaten.

    Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen

    Het bijzondere verhaal van Luz Mary doet de ronde door heel Colombia. Overal in het land zien we maatschappelijk leiders, zowel in stadswijken als in dorpen – ze leveren vaak diensten en komen op voor rechten waar de overheid het laat afweten. Activisten en organisatoren nemen zo’n belangrijke positie in binnen de maatschappij dat ze een plek hebben gekregen in het historische vredesakkoord tussen de overheid en de guerrillabeweging FARC (de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia), waarin is vastgelegd dat ze overheidsbescherming zullen krijgen. Ook is in het akkoord vastgelegd dat er ingrijpende hervormingen zullen worden doorgevoerd om ongelijkheid tegen te gaan en te voorkomen dat gemeenschappen ten prooi vallen aan geweld.

    Maar waar een zekere mate van bescherming is beloofd, zijn veel maatschappelijk leiders zoals Luz Mary sinds 2016 alleen maar geconfronteerd met nog meer dreiging. De afgelopen vier jaar heeft een golf van geweld meer dan 415 maatschappelijk leiders het leven gekost. De coronapandemie heeft die trend alleen nog maar versterkt. Door een landelijke lockdown van zes maanden zitten mensen als Luz Mary als weerloze slachtoffers thuis. Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen. De beleidsmakers, die toch al vaak de ogen sluiten voor de benarde situatie op plekken als Altos de Cazucá, worden nu goeddeels in beslag genomen door de crisis in de gezondheidszorg.

    Luz Mary is bij toeval uitgegroeid tot maatschappelijk leider nadat ze was verhuisd naar een sloppenwijk op een heuvel in Soacha, een stad ten zuiden van Bogotá, zonder te weten in wat voor ellende ze daar zou belanden. Inwoners zeggen dat ze wel begrijpen dat Soacha zo’n sterke aantrekkingskracht uitoefent op drugshandelaren, milities en guerrilla’s – je hoeft alleen maar naar de kaart te kijken. De snelweg die de stad in tweeën snijdt is de voornaamste verbinding tussen de hoofdstad en het zuiden van Colombia, met de grote havenstad Buenaventura. Wat nog een extra aantrekkingskracht uitoefent op criminelen, zijn de poreuze, meanderende grenzen tussen de verschillende wijken van Soacha en Bogotá zelf. De politie houdt de hoofdweg in de gaten, maar niemand controleert de stroom mensen en goederen die overal de ongemarkeerde gemeentegrens overgaat die door glooiende heuvels vol geïmproviseerde huisjes loopt.

    ‘Er is hier sprake van een juridisch en administratief vacuüm,’ zegt een jonge leider die aan de grens woont. ‘Deze buurt is van niemand.’

    Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht

    In 1990 beschouwde het oostelijke front van de FARC de corridor Soacha-Bogotá als een essentieel onderdeel van de strategie om de hoofdstad te omsingelen. De FARC stationeerde strijders op plekken als Altos de Cazucá. Vervolgens mengden paramilitaire groepen van de andere kant zich in de strijd. Deze rechtse milities, een buitengerechtelijke strijdmacht die is gelieerd aan de staat, deden rond 1997 hun intrede in Soacha, omdat zowel zij als de regering de guerrilla’s uit Bogotá wilden verdrijven en wilden voorkomen dat de FARC haar doel zou bereiken.

    Vanaf dat moment is Altos de Cazucá een broeinest van geweld. Tussen 2003 en 2006 zijn duizenden paramilitairen gedemobiliseerd, maar volgens de inwoners van veel buurten in Soacha zijn ze nooit echt vertrokken. De namen zijn veranderd maar de structuren zijn ongewijzigd, en dat geldt met name voor de hiërarchieën die zijn verbonden met de illegale economie. Vandaag de dag lopen er geen geüniformeerde mannen meer door de straat, zoals de paramilitairen ooit deden. Maar de delincuentes hoeven geen gevechtstenue te dragen om de bevolking angst in te boezemen. Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht.

    Net als in de tijd van de guerrilla’s en paramilitairen, zijn de wijken van Soacha nog altijd belangrijke corridors, met name voor drugs maar ook voor wapens en andere smokkelwaar, en voor illegale immigranten. Cocaïne, crack en marihuana gaan naar Bogotá, de rijkste binnenlandse afzetmarkt. Grondstoffen en andere producten die nodig zijn voor de bereiding van cocaïne, gaan Bogotá uit. De autoriteiten hebben cocapasta in beslag genomen, maar ook bewerkte cocaïne, wat erop duidt dat er in Soacha vermoedelijk drugslaboratoria zijn gevestigd die waarde – en winsten – toevoegen aan de aangevoerde smokkelwaar.

    De wetteloosheid die de hellingen van Soacha zo lucratief maakt voor de drugshandel maakt diezelfde hellingen betaalbaar voor de vele arbeiders die werken in Bogotá maar zich de hoge huren daar niet kunnen veroorloven. Plaatselijke overheden noemen Soacha ‘een vat vol slachtoffers’ omdat een groot deel van de bevolking naar Soacha is getrokken na van huis en haard te zijn verdreven in een binnenlandse strijd die al meer dan een halve eeuw woedt. De afgelopen jaren zijn er ook tienduizenden Venezolaanse immigranten naar het gebied getrokken. Officieel telt Soacha 645.000 inwoners, maar Crisis Group heeft van de inwoners zelf en van het stadsbestuur begrepen dat het bevolkingsaantal in werkelijkheid de miljoen is gepasseerd. De mensen leven – vaak dicht opeengepakt – in niet meer dan 200.000 onderkomens, waarvan vele worden bedreigd door aardverschuivingen of overstromingen.

    De sloppenwijken van Soacha staan lokaal bekend als invasiones omdat vele zijn gebouwd op privéterrein, of op land dat met geweld is ingenomen. Daarbij wordt telkens hetzelfde patroon gevolgd: tierreros, machtige makelaars met banden met de georganiseerde misdaad – delincuentes ofwel corrupte politici – leggen beslag op stukken land om er ondermaatse huizen te bouwen. Vervolgens verkopen de tierreros die aan straatarme mensen, die zelfs een lening krijgen aangeboden om de aankoop te kunnen bekostigen. Om de zoveel jaar verkopen de makelaars hetzelfde stuk land weer door en zetten de bewoners uit, die geen juridische hulp kunnen inschakelen.

    Lokaasmethode

    Luz Mary is maar al te bekend met deze lokaasmethode. Zij en haar man konden zich geen huis permitteren in Bogotá, maar een terriero wist hen ervan te overtuigen dat ze in Altos de Cazucá wel een eigen huis konden kopen. Omdat de verkopers zeiden dat de grond binnen een aantal jaar zou worden gelegaliseerd, sloten ze een lening van enkele duizenden dollars af om het huis te kunnen betalen. Ze hebben hun schuld nog lang niet afbetaald, maar inmiddels is duidelijk dat het stukje grond nooit hun bezit zal worden.

    Soacha kent een aantal overheidsvoorzieningen en de clandestiene handelaren proberen overal van te profiteren, van het openbaar vervoer tot aan de watervoorziening, waardoor de armlastige inwoners het alleen nog maar zwaarder krijgen. Veel winkeliers betalen een ‘vaccin’-belasting aan lokale groepen die beweren voor bescherming te zorgen. Die groepen maken zich schuldig aan afpersing en wie niet meewerkt, wordt daar meedogenloos voor gestraft. Door mensen te vermoorden die hun het hoofd bieden, geven ze een duidelijke boodschap af wie er de baas is.

    Toen Luz Mary nog klein was, ging ze met haar moeder mee naar Bogotá, op de vlucht voor paramilitair geweld in een klein plaatsje niet ver van Manizales, in het westen van het land. Daarvoor woonden ze in Suba, een arbeiderswijk in het noordwesten van Bogotá. Luz Mary vertelt: ‘We gingen naar de stad in de hoop op een beter leven, maar we werden geconfronteerd met nog grotere problemen.’ Haar jeugd is getekend door armoede, onveiligheid en misbruik.

    Tegen de tijd dat ze een jonge vrouw is, moet Luz Mary de grootste moeite doen om de eindjes aan elkaar te knopen in Suba. Als ze net zwanger is, verhuist ze met haar man naar Altos de Cazucá, in de hoop op een nieuw begin. Binnen enkele weken nadat ze hun intrek hebben genomen in het huisje van twee verdiepingen dat een tierrero hun heeft verkocht, wordt hun hoop getemperd. Ze komt tot de ontdekking dat er twee drugverkooppunten – ollas – in hun huizenblok zijn, eentje iets hoger op de heuvel en eentje vlak naast hun huis. De hogergelegen olla wordt gedreven door een paramilitaire groep; de lagergelegen olla wordt naar verluidt gerund door ‘guerrilla’s’. Haar buren zijn verslaafd aan crack. Luz Mary leert haar kinderen hun handen voor hun ogen te houden en hun oren dicht te stoppen, om ze af te schermen van de afschuwelijke beelden en geluiden in de buurt.

    Langzaam krijgt Luz Mary een beeld van wat er om haar heen gebeurt. Lokale bendes drijven de drugverkooppunten en persen plaatselijke winkeliers af. Maar het zijn niet zomaar boefjes die hun kans schoon zien. Zoals de buren uitleggen maken deze groepen deel uit van groter en doelgerichter geheel. De staatsombudsman van Colombia, die tot taak heeft de mensenrechtensituatie in beeld te brengen, noemt deze opzet tercerización. Het is een soort piramide-achtige bedrijfsstructuur waarin gewapende, kartelachtige groepen de macht over een bepaalde buurt uitbesteden aan plaatselijke milities. De grotere groepen betalen de voetsoldaten meestal uit in drugs, die de laatsten weer doorverkopen om in hun levensonderhoud te voorzien. De overkoepelende organisatie wast de handen in onschuld aangezien het de delincuentes zijn die geweld gebruiken om hun macht te behouden.

    Geleidelijk, maar gaandeweg steeds sneller, vallen Luz Mary en haar man ten prooi aan een depressie – ze zitten gevangen in een turbulente situatie door de schuld die ze zijn aangegaan nadat ze zonder het te weten een stuk gestolen land hebben gekocht.

    Muziek

    Op een wel heel troosteloze dag pakt de man van Luz Mary, gezeten op hun geel met bruine bank, zijn oude gitaar en begint te zingen. De muziek raakt hen, en op dat moment realiseren ze zich dat ze twee keuzes hebben. Ze kunnen blijven hangen in hun situatie of ze kunnen, om de woorden van Luz Mary te gebruiken ‘afrekenen met het idee dat ze slachtoffer zijn’ en iets dóén. Ze zijn allebei geschokt dat voor veel kinderen in de buurt geweld de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Het is onvoorstelbaar waar kinderen allemaal aan wennen,’ zegt Luz Mary.  Dat is het moment waarop ze besluit op zoek te gaan naar een manier om die kinderen te helpen.

    Luz Mary en haar man zien muziek als de beste manier om jonge mensen te bereiken. Maar eerst moeten ze de kinderen zo ver zien te krijgen dat ze zich aansluiten bij een gestructureerd programma. De delincuentes delen eten uit om de jongeren te paaien, dus besluiten zij hetzelfde te doen.

    Luz Mary herinnert zich de eerste kinderen die haar huis binnen kwamen stommelen en nieuwsgierig om zich heen keken, op zoek naar een reden om te blijven. In het begin komen er maar een paar kinderen, later zijn dat er tientallen. Luz Mary begrijpt dat ze zullen moeten beginnen bij de basis. ‘De kinderen die kwamen, stonken verschrikkelijk,’ zegt ze. ‘Ze wasten zich niet en ze hadden een grote mond, want de mentaliteit die ze meekrijgen is dat ze toch niets voorstellen.’ Als ze één ding kon bereiken, dacht ze, dan was dat om die jongeren een ander zelfbeeld te geven.

    Het programma dat ze samen met haar man opzet, Semillas y Raíces, bestaat uit muziekles, kleinschalige toneelvoorstellingen en kleine buurtprojecten, In de begintijd van Semillas y Raíces laat het staatswaterleidingbedrijf de inwoners weten dat ze gratis water krijgen als ze een eigen aquaduct bouwen. Luz Mary en de kinderen gaan aan de slag, storten beton en leggen een voor een de leidingen. 

    Bij het uitbreken van de pandemie komt de overheidssteun traag op gang en verdwijnen allerlei baantjes. Semillas y Raíces schraapt alles bij elkaar om ouderen en hulpbehoevenden in de buurt eten te kunnen geven. In september en oktober zijn de kinderen en andere inwoners weken in de weer om een steile lokale weg te plaveien zodat de regen niet de huizen binnen stroomt.

    ‘We roeien met de riemen die we hebben en we werken ons uit de naad,’ zegt Luz Mary. ‘We krijgen geen enkele hulp. We recyclen en we verkopen van alles en nog wat om aan geld te komen. We krijgen eten dat anders weggegooid zou worden.’

    Momenteel zijn er meer dan honderd kinderen die geregeld bij Luz Mary over de vloer komen en die zijn uitgegroeid tot een soort broertjes en zussen van haar eigen kinderen. De kinderen hoeven niets te betalen, al dragen sommige ouders bij wat ze maar kunnen missen. Sommige kinderen komen zonder dat hun ouders het weten, soms omdat hun vader of moeder lid is van de gewapende groepering. Om die kinderen te beschermen, maakt Luz Mary een afspraak met hen. Als ze elkaar op straat tegenkomen, doen ze of ze elkaar niet kennen.

    ANP 359045489 1 1 1
    © Joaquin SARMIENTO / AFP

    De bedreigingen beginnen zodra duidelijk wordt dat Semillas y Raíces effect sorteert. Het aquaductproject van Luz Mary valt slecht bij sommige bewoners die zelf de watertoevoer in de hand hadden willen houden om zo weer andere bewoners te kunnen afpersen. Later komt Luz Mary erachter dat een van de mannen die zich benadeeld voelt een huurmoordenaar in de arm heeft genomen – een man van eenentwintig die al tientallen moorden op zijn naam zou hebben staan. Ze is bang dat er nog altijd een prijs op haar hoofd staat.

    Dan volgen de berichtjes op haar telefoon. De eerste keer leest Luz Mary het berichtje niet eens – meestal is het reclame, of onzin. Als ze er toevallig wel een keer een blik op werpt, raakt ze in paniek door de mengeling van gedetailleerde dreigementen en beledigingen. Er wordt een ultimatum gesteld: ze krijgt twintig dagen om uit Soacha te vertrekken en anders komen ze haar vermoorden, staat er. Ze is van mening dat haar ‘vergrijp’ tweevoudig is. Om te beginnen heeft haar programma de vijver drooggelegd van jonge rekruten voor de bendes. Ten tweede heeft het programma met behulp van kleine giften genoeg geld bij elkaar weten te sprokkelen om T-shirts te laten drukken – wat leidt tot geruchten dat Semillas y Raíces geen armoedig clubje is, maar een rijke organisatie die geld probeert te verdienen.

    Doodsbang daalt Luz Mary de helling af in de hoop op hulp van de autoriteiten in het centrum van Soacha. Rondom het plein, daterend uit de koloniale tijd, staan overheidsgebouwen, waar merendeels overwerkte ambtenaren de rijen mensen te woord staan die zich dag in dag uit melden met hun problemen. Luz Mary vertelt dat ze naar de officier van justitie is gegaan om een aanklacht in te dienen. Ze zegt dat ze ook naar het politiebureau en de ombudsman is gegaan om melding te maken van de doodsbedreigingen. De dagen verstrijken en ze hoort niets. ‘Ik stond weer met beide benen op de grond,’ zegt ze. ‘Ik begreep dat niemand me te hulp zou komen.’

    De buren raden haar aan zich een tijdje gedeisd te houden. Als ze ophoudt met haar werk, zeggen ze, zullen de bedreigingen ook wel ophouden. Ze weet nog dat ze op het gemeentehuis hetzelfde advies kreeg, toen ze daar maanden later aan de bel trok. ‘Ik vertelde mijn verhaal, maar ze zeiden dat ik zelf verantwoordelijk was voor de situatie, gezien de plek waar we wonen.’

    Wanneer maatschappelijk leiders op een dergelijke manier worden bedreigd, moeten volgens de Colombiaanse wet de plaatselijke overheden als eerste reageren. Maar hoewel Soacha elk jaar tijdelijk andere huisvesting regelt voor een beperkt aantal mensen dat met vergelijkbare bedreigingen te maken krijgt, schiet de reactie van de overheid vaak te kort en dan kunnen de maatschappelijk leiders eigenlijk nergens meer terecht. Luz Mary hoopt in aanmerking te komen voor het beschermingsprogramma van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat grofweg zo’n vijfduizend maatschappelijk leiders in heel Colombia helpt met kogelvrije vesten of zelfs bodyguards.  Ze is maanden bezig om de vereiste papieren bij elkaar te krijgen en het ingewikkelde aanvraagformulier te doorgronden, dat ze uiteindelijk ingevuld en wel afgeeft op een politiebureau. Dit jaar alleen al hebben bijna zevenduizend leiders hulp gevraagd bij deze instantie – slechts zestien procent van de aanvragen is gehonoreerd.

    Inmiddels vertrouwt Luz Mary voor haar veiligheid niet langer op de overheid, maar op het netwerk dat ze met Semillas y Raíces heeft opgebouwd. Meer dan eens is ze door kinderen uit gezinnen die banden hebben met de gewapende bandieten gewaarschuwd dat hun ouders het over haar hadden. Dat is voor haar het teken om zich binnenshuis op te sluiten, met als enige gezelschap haar beveiligingscamera’s. Ze registreert alles wat zich op straat afspeelt, tot diep in de nacht, en als er echt iets gebeurt hoopt ze dat haar camera’s het allemaal hebben vastgelegd. 

    Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen

    Door de pandemie is alles anders. Zoals Luz Mary zegt: ‘Alle problemen die in onze gemeenschap spelen komen nu naar de oppervlakte – en ineens zijn het er drie keer zoveel.’

    Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona – en de lockdown om de verspreiding van het virus een halt toe te roepen – als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen. Omdat er maar weinig lokale autoriteiten zijn om de lockdown af te dwingen, hebben de delincuentes hun eigen beperkingen aan de bewegingsvrijheid ingesteld. In augustus meldt de ombudsman dat er bepaalde groepen in Soacha zijn die bepalen welke winkels wel of niet open mogen om bevoorraad te worden, waarmee ze duidelijk laten zien wie de macht in handen heeft in Altos de Cazucá. De enige wet die hier geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. Wie een bedreiging meldt of in het geweer komt tegen de intimidatie wordt bestempeld tot sapo, informant. Wie de gewapende groeperingen ook maar een strobreed in de weg legt, loopt gevaar. Alleen al het melden van een misdaad kan beteken dat je tot vijand wordt bestempeld. Luz Mary zegt dat er tijdens de lockdown twee mensen zijn vermoord, maar dat ‘niemand zijn mond open heeft gedaan’.

    De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger

    De scholen in Colombia zijn sinds maart gesloten vanwege de pandemie, wat de gewapende groeperingen nieuwe kansen biedt om de kinderen los te weken van hun gezin. De meeste kinderen in Soacha volgen geen virtuele lessen; in plaats daarvan krijgen ze opdrachten mee die een zekere mate van ouderlijke supervisie vereisen – en dat is voor veel gezinnen domweg te hoog gegrepen. In juni heeft de inspecteur-generaal melding gemaakt van een toenemend aantal kinderen dat wordt gerekruteerd in stedelijke gebieden zoals Soacha, waar jongeren zich aansluiten bij de plaatselijke bendes of zelfs bij gewapende groeperingen verspreid over het hele land. Maatschappelijk leiders die het ergste proberen te voorkomen moeten nog meer moeite doen dan voorheen om die kinderen een veilige omgeving te bieden.

    Onlangs heeft Luz Mary haar buurtgenoten bij elkaar geroepen voor een toneelles – in de nieuwe realiteit van corona. ‘De enige manier om op dit soort plekken les te geven is door een interactieve school op te zetten,’ zegt ze. Een man gekleed in een vuilniszak en met een geschminkt gezicht loopt met gespreide armen van de ene kant van de straat naar de andere. Hij doet alsof hij een vliegtuig is dat het virus van het ene land naar het andere brengt. Hij ‘infecteert’ iedereen die hij aanraakt.

    De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger. ‘Er gebeuren hier de meest vreselijke dingen,’ zegt ze. ‘Er komt geen einde aan de dreigementen. Soms heb ik het gevoel dat ik het niet langer aankan. Maar dan vraag ik me af: als ik het niet meer doe, wie moet het dan doen? (…) Er gebeuren veel afschuwelijke dingen in het leven. Mijn bijdrage aan deze wereld is dat ik deze kinderen iets leer.’ 

  • De Turkse variant op ‘I can’t breath’ | Aan eindexamen in Kenia doen veel zwangere meisjes mee

    De Turkse variant op ‘I can’t breath’ | Aan eindexamen in Kenia doen veel zwangere meisjes mee

    Electorale tegenslag voor Arauz in Ecuador  

    Ecuador koos zondag een nieuwe president. Guillermo Lasso, voormalig bankier en conservatieve kandidaat, won 52,52 procent van de stemmen uit 92,53 procent van de getelde stemmen, meldt El Comercio. Zijn tegenstander, de socialist Andrés Arauz, econoom en voormalig minister onder Rafael Correa, won in de tweede ronde 47,48 procent van de kiezers. 

    In zijn woorden werd de dag gekenmerkt door ‘een electorale tegenslag’, maar geen ‘politieke of morele nederlaag’. Zijn tegenstander Lasso gaf als commentaar: ‘Op 24 mei zullen we de verantwoordelijkheid nemen voor de uitdaging om het lot van ons vaderland te veranderen en voor heel Ecuador de kansen en welvaart te bereiken waarnaar we streven.’ 

    Het land kampt met een ernstige economische crisis.


    Een ongebruikelijk moment van transparantie?

    In wat Daily Beast een ‘ongebruikelijk moment van transparantie’ noemt, gaf China toe dat zijn vaccins een beperkte effectiviteit hebben: voor Sinovac is dat ongeveer 50 procent, voor Sinopharm 79,43 procent en 65 procent voor CanSino. Ter vergelijking: Pfizer en Moderna claimen dat de efficiëntie van hun product hoger ligt dan 93 procent. 

    Zaterdag zei directeur van het Chinese Centrum voor Ziekten Gao Fu op een medische conferentie dat de vaccins ‘geen erg hoge beschermingsgraad hebben’, alvorens te suggereren dat ze mogelijk moeten worden gecombineerd met andere vaccins. 

    Zondag kwam hij tegen de Chinese Global Times terug op deze woorden. De krant, die zich dicht bij de macht bevindt, publiceerde een interview met Fu waarin hij ‘de interpretatie weerlegt’ van zijn verklaring door buitenlandse media, en spreekt van een ‘compleet misverstand’. 

    Volgens South China Morning Post is China van plan om tegen het einde van het jaar 3 miljard doses van het vaccin te hebben geproduceerd.


    Aan eindexamen in Kenia doen veel zwangere meisjes mee

    Sinds het begin van de pandemie, toen de meeste scholen werden gesloten, is het aantal tienerzwangerschappen in Kenia naar verluidt ontploft. Volgens Daily Nation maken de eindexamens op de middelbare scholen, die op dit moment plaatsvinden, het mogelijk ‘de ernst van de crisis te onderzoeken’. Volgens het Keniaanse dagblad doen tientallen jonge meisjes dit jaar de KSCE-tests (het equivalent van het eindexamen) als moeder.

    Tien studenten leggen hun examens af in een ziekenhuiskamer in Kericho County, zes in Homa Bay, acht in West Pokot, vier in Nandi County… Officieel is het moeilijk om de algemene omvang van het fenomeen te overzien. Overheidsstatistieken ontbreken, maar ‘enquêtes in de provincies geven aan dat duizenden schoolmeisjes binnenkort moeder zullen zijn’, schat Daily Nation. ‘Een van de kandidaten uit Londiani, (…) is net bevallen van een tweeling. Ze doet haar examen in het ziekenhuis’, bevestigt bijvoorbeeld ook een ambtenaar uit de provincie Rift Valley in het westen van Kenia.

    Lees ook:

    De Standaard bezocht scholen om erachter te komen of deze zwangerschappen invloed hadden op de examens, en tekende enkele verhalen op van de meisjes. Op een school in Kakamega County vertelt bijvoorbeeld Joan (niet de echte naam): ‘Ik raakte maart vorig jaar zwanger, toen scholen sloten vanwege de pandemie. Ik was alleen thuis en mijn vriend, een student op een nabijgelegen school, was veel bij ons. Maar toen ik hem vertelde dat ik twee maanden zwanger was, gaf hij geen gehoor meer en werd hij overgeplaatst naar een andere school, ver hier vandaan.’

    Nadat ze haar zwangerschap aan haar naasten had aangekondigd werd ze weggestuurd van huis. In de slaapzaal waar ze nu woont en studeert verblijven tien andere jonge moeders met hun kinderen.

    Verband met covid-19

    Volgens Standard zou het aantal schoolmeisjes dat zwanger werd tijdens de pandemie verdrievoudigd zijn ten opzichte van 2019. In juni 2020 zei het in 2010 opgerichte Afrikaanse Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (Afidep) echter in de overtuiging te zijn dat veel van de circulerende cijfers ‘overdreven’ waren. Volgens het instituut zouden de aantallen juist afnemen: in alle landen ter wereld is het aantal tienerzwangerschappen tussen januari en mei gedaald van 175.488 in 2019 tot 151.433 in 2020.

    Lees ook:

    Maar in een artikel uit de Keniaanse krant van voor de pandemie stelt de auteur dat bijna een kwart van de Keniaanse vrouwen op haar achttiende al is bevallen. Op twintigjarige leeftijd is dat bijna de helft.


    Ook Turkse studenten krijgen geen adem meer

    Protesten bij een van de bekendste instellingen van Turkije, de Boğaziçi-univeristeit, gaan hun vierde maand in. Ze zijn veroorzaakt door de benoeming van een nieuwe, niet-gekozen rector Melih Bulu.

    Bulu, die op 1 januari aantrad, heeft banden met de regerende Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) en werd benoemd door president Erdogan, dankzij een wetsdecreet uit 2016 dat de president machtigde om rechtstreeks rectoren aan universiteiten te benoemen, schrijft de Turkse krant Hurriyet

    Studenten van de Boğaziçi-universiteit hebben al sinds de eerste dag van de protesten tegen Bulu’s benoeming te maken met politiegeweld. Op 7 februari maakte het Boğaziçi Solidariteitsplatform bekend dat ten minste 560 studenten werden vastgehouden (en hoewel ze allemaal zijn vrijgelaten, is hun vervolging nog aan de gang), 25 werden veroordeeld tot huisarrest en 11 werden gearresteerd op beschuldiging van ‘het publiek uitlokken tot haat en vijandigheid’, ‘weerstand bieden aan het gezag’, ‘overtreding van de demonstratiewet’ en ‘verzet om publieke plicht na te komen’.

    Volgens de Turkse site van Deutsche Welle werden eind maart ten minste vijf studenten vastgehouden wegens het dragen van LGBT-vlaggen. Anderen kregen reisbeperkingen en gerechtelijke controles opgelegd, waarbij ze zich regelmatig bij het dichtstbijzijnde politiebureau moeten melden. 

    Lees ook: Demonstranten in Turkije gearresteerd na aanval Erdogan op LGBT-beweging

    Bulu blijft volhouden dat hij de rechten en vrijheden van LGBT-individuen verdedigt, en voegt daaraan toe dat hij er al lange tijd van droomde deze positie te bekleden en dat hij van Boğaziçi een van de honderd beste universiteiten ter wereld wil maken, aldus nieuwssite Bianet.

    Op 3 februari zei hij tegen verslaggevers van Haaretz: ‘We zullen de Boğaziçi-universiteit naar een hoger niveau tillen.’

    Tot dusverre voldoen zijn beslissingen niet aan zijn ambities, aldus de Turkse krant. In april stapte Bulu uit de Commissie voor de preventie van seksuele intimidatie en stuurde hij zijn coördinator Cemre Baytok met onbetaald verlof. In maart kondigde hij nieuwe kandidaten aan voor de belangrijkste posities van de universiteit, met inbegrip van de vicerectoren, enkel mannelijke, waarvan een aantal verantwoordelijk is voor meer dan één positie, schrijft Bianet.

    Volgens Human Rights Watch werden tientallen studenten tuchtrechtelijk onderzocht op grond van ‘het beledigen van campusbeveiligingspersoneel’ en ‘het organiseren van ongeautoriseerde protesten op de campus’, wat zou kunnen resulteren in tijdelijke of permanente schorsing van de universiteit, schrijft Evrensel

    Een groep studenten en academici in Turkije en in het buitenland heeft sinds januari solidariteit betuigd met de studenten van de Boğaziçi-universiteit. Sommigen per brief, andere hebben zich aangesloten bij de protesten. Faculteitsleden die zich tegen de aanstellingen keerden, stonden de afgelopen twee maanden uit protest buiten het rectoraatsgebouw, met hun rug naar het gebouw gekeerd.

    Uit rapporten blijkt dat de politie traangas en rubberen kogels heeft gebruikt in demonstraties, evenals buitensporig geweld, waarbij studenten op de grond werden gegooid en bij de keel gegrepen.

    Het bewijs dat op Twitter rondgaat van het politiegeweld herinnert velen aan de dood van George Floyd door toedoen van Amerikaanse politieagenten, waardoor de Turkse vertaling van ‘Ik kan niet ademen’, de woorden die Floyd uitsprak voor zijn dood, trending zijn in Turkije. Voorzien van hashtag #NefesAlamiyorum worden foto’s gedeeld die getuigen van de onverdraagzaamheid van de overheid ten opzichte van de studentendemonstraties.

    https://twitter.com/Serrrkany/status/1378031170710089738?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1378031170710089738%7Ctwgr%5E%7Ctwcon%5Es1_&ref_url=https%3A%2F%2Fglobalvoices.org%2F2021%2F04%2F08%2Fturkish-university-students-cant-breathe-under-police-brutality%2F

  • Het coronavirus is een ramp voor de positie van vrouwen wereldwijd

    Het coronavirus is een ramp voor de positie van vrouwen wereldwijd

    Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid met mannen te bereiken. Maar volgens sommigen kan de crisis ook een kans zijn om de situatie te verbeteren.

    Wanneer mensen opgewekt proberen te zijn over sociale afstand en thuiswerken, en opmerken dat William Shakespeare en Isaac Newton een aantal van hun beste werk schreven terwijl Engeland werd geteisterd door de pest, moeten we één ding niet over het hoofd zien, schrijft Helen Lewis voor The Atlantic: geen van beiden had verantwoordelijkheden voor de kinderopvang. Shakespeare bracht het grootste deel van zijn carrière door in Londen, waar de theaters waren, terwijl zijn familie in Stratford-upon-Avon woonde. Tijdens de plaag van 1606 had de toneelschrijver het geluk gespaard te blijven van de epidemie – zijn hospita stierf op het hoogtepunt van de uitbraak – en zijn vrouw en twee volwassen dochters verbleven veilig op het platteland van Warwickshire.

    Newton is nooit getrouwd en heeft geen kinderen gekregen. Hij bevond zich tijdens de Grote Plaag van 1665-1666 op het landgoed van zijn familie in het oosten van Engeland, en bracht het grootste deel van zijn volwassen leven door als fellow aan de universiteit van Cambridge, waar zijn maaltijden en huishouding door de universiteit werden verzorgd.

    Over de hele wereld betalen vrouwen de prijs voor de sociale en economische gevolgen van de coronapandemie, volgens een rapport van het World Economic Forum (WEF), gepubliceerd in Al-Jazeera. Steeds meer vrouwen zijn werkloos, hetzij vanwege de pandemie zelf, hetzij vanwege de maatregelen die de verspreiding moeten stoppen, doordat in de meest getroffen sectoren (voedselindustrie, handel, detailhandel en amusement) de beroepsbevolking overwegend uit vrouwen bestaat.

    De pandemie vertraagt ​​gendergelijkheid met één generatie. Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid te bereiken met mannen, aldus de WEF, die met name heeft gekeken naar ‘economische kansen, niveau van onderwijs, gezondheid (…) en politiek empowerment’.

    Eerder publiceerde South China Morning Post een artikel waarin aan de orde komt hoe de pandemie vooral vrouwen financieel benadeelt. ‘Zonder ambitieus overheidsbeleid zal het moeilijk zijn de trend te keren’, voorspelt ook SCMP

    Sommige economieën richten zich in eerste instantie op de terugkeer naar het werk van mannen

    Volgens een recent rapport van de Verenigde Naties zal de coronacrisis het armoedepercentage onder vrouwen naar verwachting aanzienlijk doen toenemen en de kloof tussen mannen en vrouwen die onder de armoedegrens leven, vergroten. Volgend jaar zullen naar verwachting nog eens 47 miljoen vrouwen en meisjes in extreme armoede vervallen (dat wil zeggen: 1,90 dollar of minder per dag te besteden hebben), wat het totaal op 435 miljoen brengt. Volgens hetzelfde rapport zullen we waarschijnlijk pas in 2030 zijn terruggekeerd naar het niveau van voor de pandemie.

    Sara Davies, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Griffith Universiteit in Australië, gespecialiseerd in vrouwenkwesties en mondiaal gezondheidsbeheer, verwacht dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen dit jaar voor het eerst zal toenemen. Slechts een klein deel van de vrouwen profiteert van de mogelijkheid op afstand te werken, aangezien sommige economieën zich in eerste instantie richten op de terugkeer naar het werk van mannen.

    Volgens de academicus zijn vrouwen ook onevenredig zwaar getroffen vanwege het gebrek aan werkgelegenheid in de informele economie, die een substantieel deel van de beroepsbevolking in de regio Azië-Pacific vertegenwoordigt. Volgens een schatting van de Internationale Arbeidsorganisatie werken wereldwijd bijna 510 miljoen vrouwen, of 40 procent van het totaal aantal vrouwen met een baan, in sectoren die ernstig zijn getroffen door de pandemie, terwijl dat percentage bij mannen 36,6 procent bedraagt.

    Grimmig globaal beeld

    Een recente studie van de Amerikaanse non-profitorganisatie Women in Informal Employment: Globalizing and Organizing (Wiego) schetst ‘een grimmig mondiaal beeld, met werknemers die verklaren tijdens de lockdowns uitgesloten te zijn van de arbeidsmarkt, zonder enig inkomen’.

    ‘In plaatsen als Ahmedabad in India ontdekten we dat in sommige sectoren bijna 100 procent van de ondervraagden in een steekproef volledig werkloos was, vooral huishoudelijk personeel, straatverkopers en vuilnismannen’, zegt Wiego’s internationale coördinator Sally Roever.

    In Indonesië meldt ongeveer 56 procent van de huisvrouwen gestrest, angstig en slapeloos te zijn als gevolg van de pandemie, volgens een onderzoek van Populix, een aanbieder van consumenteninformatie, en Teman Bumil, een mobiele app voor moeders en zwangere vrouwen. Ongeveer 60 procent van de ondervraagden zei ook bezorgd te zijn over hun financiële situatie.

    Arbeidsmigranten en vooral huishoudelijk personeel, van wie de overgrote meerderheid vrouw is, zijn hard getroffen; volgens een schatting van de Verenigde Naties is dit jaar 72 procent hun baan kwijtgeraakt. Velen zijn er niet in geslaagd terug te keren naar hun land van herkomst. Zonder geld en zonder noemenswaardige sociale zekerheid, moesten ze hun toevlucht zoeken tot opvangcentra. 

    Dit is met name het geval een stad als Hongkong, waar veel arbeidsmigranten werken. Degenen die begin 2020 naar huis konden vertrekken, zaten daar vast. Omdat ze niet naar hun werk kunnen terugkeren, kunnen ze niet langer het inkomen ontvangen waarvan ze een gedeelte naar hun gezin stuurden.

    De crisis kan ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren

    Hoewel de covid-crisis onevenredig zwaar op vrouwen weegt, wijzen sommige internationale bedrijfsleiders erop dat de crisis ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren. Een van hen is Christine Burrows, Managing Director Business Strategy and Performance for Asia bij Manulife in Hongkong. Ze is van mening dat de opkomst van thuiswerken en het groeiende belang dat wordt gehecht aan digitale technologie, belangrijke huidige trends, ‘een ongelooflijke kans’ vormen om het aandeel vrouwelijke managers in de financiële dienstverlening te vergroten. Dit aandeel is in 2019 wereldwijd gestegen tot 22 procent.

    ‘De obstakels waarmee vrouwen in het beroepsleven worden geconfronteerd, zijn bekend: ze variëren van bepaalde subtiele vormen van vooringenomenheid tot systematische nadelen die hun professionele vooruitgang kunnen belemmeren’, aldus Burrows.

    ‘Dit is het moment om het probleem opnieuw te formuleren. Het is niet alleen een vrouwenkwestie, het is groter dan dat. Gezinsgericht beleid, zoals flexibele werktijden of betaald ouderschaps- en adoptieverlof, komt iedereen ten goede.’

    Behoefte aan openbaar beleid

    Lenovo Asia-Pacific is een van de bedrijven die opkomen voor vrouwenrechten door tijdens de pandemie flexibele werkregelingen in te stellen, zegt CFO Joey Wong. ‘Het lijkt er zelfs op dat de normalisering van thuiswerken nieuwe mogelijkheden biedt. Moeders die bijvoorbeeld niet elke dag op kantoor konden komen, kunnen nu in deeltijd werken.’

    Bedrijven zouden volgens Burrows maatregelen moeten nemen ten gunste van hun vrouwelijk personeel, bijvoorbeeld door hen te motiveren, waar mogelijk videoconferenties te organiseren en door werknemers te informeren dat ze ‘beoordeeld zullen worden op hun resultaten’ in plaats van op de tijd die ze achter hun computer doorbrengen.

    ‘Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld’

    Het vinden van betaalbare kinderopvang blijft echter het ‘struikelblok voor veel vrouwen in hun carrière’. Wanneer de overheid of de werkgever een regeling voor kinderopvang biedt, ‘geeft dat een zekere rust’.

    Bij gebrek aan echte hulp van de overheid komen verenigingen uit het maatschappelijk middenveld tussenbeide. Maar volgens academicus Sara Davies is ‘het geen blijvende oplossing om het maatschappelijk middenveld te laten opdraaien voor omstandigheden die te wijten zijn aan falende overheid en een ondermijning van vrouwenrechten’.

    In heel Azië, waar de Verenigde Naties een toename van extreme armoede voorspellen als gevolg van de pandemie, moeten regeringen eerst ‘de gendergerelateerde verdeling van economische productie en arbeid in elk land beter begrijpen, en vervolgens een budget ontwikkelen dat rekening houdt met de specifieke financiële gevolgen van de epidemie voor mannen, vrouwen en non-binaire mensen’, aldus de hoogleraar internationale betrekkingen.

    Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet volgens haar meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld en de obstakels die vrouwen moeten overwinnen om tijdens de pandemie toegang te krijgen tot betaalbare of gesubsidieerde seksuele gezondheids- en kraamzorg. Bovendien is het erg belangrijk om scholen open te houden, vooral voor vrouwen die voor gehandicapte kinderen zorgen, benadrukt Sara Davies, omdat ‘de pandemie vooral mensen met een handicap en hun verzorgers treft. En dat zijn vooral vrouwen zijn.’

    Vrouwen in de Filippijnen leden het meest onder de quarantainemaatregelen van de overheid. Aimee Santos, plaatselijk hoofd van de afdeling gendergelijkheid van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties, zei afgelopen september dat de vrouwen die ze geïnterviewd had ‘een zware last op hun schouders voelen. Al het gewicht van huishoudelijke taken… Omdat ze onevenredig veel verantwoordelijk dragen van het welzijn van hun gezin.’

    ‘Een van de meest irritante gegevens is dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis’

    ‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, concludeert ook dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest en eerder dit jaar een rapport uitbracht over de impact van de pandemie op geestelijke gezondheid, waarover The New York Times berichtte.

    Het rapport werd gebaseerd op gegevens verzameld uit een online anonieme enquête in Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.

    Een van de meest irritante gegevens, merkt Lewis op in The Atlantic, is het feit dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis: de ebolacrisis in drie Afrikaanse landen in 2014; zika in 2015–2016; en recente uitbraken van SARS, Mexicaanse griep en vogelgriep. Academici die deze episodes bestudeerden, ontdekten dat ze diepe, langdurige effecten hadden op gendergelijkheid.

    ‘De ebola-uitbraak in West-Afrika beïnvloedde het inkomen van iedereen,’ zegt Julia Smith, een onderzoeker op het gebied van gezondheidsbeleid aan de Simon Fraser University in The New York Times, maar ‘het inkomen van mannen keerde sneller terug naar het niveau van vóór de uitbraak dan het inkomen van vrouwen’.

    Deze verstorende effecten van een epidemie kunnen jaren aanhouden, volgens Clare Wenham, een assistent-professor in het mondiale gezondheidsbeleid aan de London School of Economics.

    Andere lessen uit de ebola-epidemie waren net zo grimmig. Schoolsluitingen hadden een negatieve invloed op de levenskansen van meisjes, omdat velen het onderwijs stopten. (Een stijging van het aantal tienerzwangerschappen versterkte deze trend.) Huiselijk en seksueel geweld nam toe. En meer vrouwen stierven tijdens de bevalling omdat middelen elders werden ingezet.

    Lees ook:

    ‘Er is een verstoring van de gezondheidsstelsels, alles gaat naar de uitbraak’, zegt Wenham, die tijdens de ebolacrisis als onderzoeker naar West-Afrika reisde. ‘Wat geen prioriteit heeft, wordt geschrapt. Dat kan effect hebben op de moedersterfte of de toegang tot anticonceptie.’

    De Verenigde Staten hebben op dit gebied al ontstellende statistieken in vergelijking met andere rijke landen, meldt onder andere Vox, en daar hebben zwarte vrouwen twee keer zoveel kans om tijdens de bevalling te overlijden als witte vrouwen.

    Vanzelfsprekend

    Voor Wenham was de meest opvallende statistiek afkomstig uit Sierra Leone, een van de landen die het zwaarst door ebola werden getroffen. Tijdens de uitbraak van 2013 tot 2016 stierven meer vrouwen aan obstetrische complicaties dan de besmettelijke ziekte zelf. Maar deze sterfgevallen trekken, net als de onopgemerkte zorgarbeid waarop de moderne economie draait, minder aandacht dan de onmiddellijke problemen die een epidemie veroorzaakt. Ze worden als vanzelfsprekend beschouwd.

    In haar boek Invisible Women merkt Caroline Criado Perez op dat ten tijde van de zika- en ebola-epidemieën 29 miljoen artikelen werden gepubliceerd in meer dan 15.000 peer-reviewed titels, waarvan minder dan 1 procent te maken had met de gendergerelateerde impact van de uitbraken. Wenham heeft tot dusverre geen genderanalyse gevonden naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus; zij en twee co-auteurs zijn het probleem nu aan het onderzoeken.

    ‘Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’

    Net als andere onderzoekers is ze gefrustreerd dat beleidsmakers nog steeds een sekseneutrale benadering van pandemieën hanteren.

    ‘Hoe grimmig het ook is om je nu voor te stellen, volgende epidemieën zijn onvermijdelijk, en de verleiding om te beweren dat gender een bijzaak is, een bijeffect van de echte crisis, moet worden weerstaan. Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’, aldus Lewis.

    Ook volgens haar bieden de inzichten een kans. ‘Dit zou de eerste uitbraak kunnen zijn waarbij sekseverschillen en -ongelijkheid worden geregistreerd, en waarbij onderzoekers en beleidsmakers er rekening mee houden. Te lang hebben politici aangenomen dat kinderopvang en ouderenzorg kunnen worden “opgevangen” door particuliere burgers – meestal vrouwen – die daarmee in feite een enorme subsidie ​​aan de betaalde economie verstrekken. Deze pandemie zou ons moeten herinneren aan de ware omvang van deze verstoorde gang van zaken.’

    Wenham pleit voor noodvoorzieningen voor kinderopvang, economische zekerheid voor eigenaren van kleine bedrijven en een financiële stimulans die rechtstreeks aan gezinnen wordt betaald. Maar veel hoop heeft ze niet, omdat ze uit ervaring weet dat regeringen op korte termijn denken en reactief zijn.

    ‘Alles wat is gebeurd, is voorspeld, toch?’ zegt ze. ‘Als academici wisten we collectief dat er een uitbraak zou komen uit China, die laat zien hoe globalisering ziekten verspreidt en financiële systemen lam legt, en toch stond er geen pot met geld klaar, was er geen bestuursplan (…) We wisten dit allemaal, en ze luisterden niet. Waarom zouden ze nu naar dit verhaal over vrouwen luisteren?’

  • Moeten fresco’s weg van de Italiaanse muren? | Ernstige crisis voor Bolsonaro

    Moeten fresco’s weg van de Italiaanse muren? | Ernstige crisis voor Bolsonaro

    Leger, marine en luchtmacht keren zich tegen Bolsonaro

    De commandanten van het leger, de marine en de luchtmacht traden op dinsdag 30 maart af vanwege een conflict met de Braziliaanse president, die de dag ervoor de minister van Defensie had ontslagen. Volgens Folha de S. Paulo is de crisis tussen de Braziliaanse uitvoerende macht en het leger de ergste sinds 1977, toen minister van Defensie Sylvio Frota werd ontslagen te midden van een militaire dictatuur. De gerenommeerde Braziliaanse krant spreekt van ‘een primeur’.

    Volgens het dagblad was het onbehagen over het onverwachte ontslag van Azevedo ‘te groot’. Deze laatste en zijn bondgenoten zijn van mening dat Bolsonaro ‘een rode lijn heeft overschreden’ door in het bijzonder voor te stellen een ‘staat van verdediging’ uit te roepen om te voorkomen dat in het hele land lockdowns worden afgekondigd.

    ‘Mijn leger’ zal dergelijke maatregelen niet toestaan, verklaarde de Braziliaanse president publiekelijk. Volgens Folha de S. Paulo is het verzet tegen de lockdowns waartoe de gouverneurs van de Braziliaanse staten besloten hebben om de verspreiding van het coronavirus te beteugelen, een ‘obsessie’ geworden voor de president, die de vaccinatiecampagne al tegen zijn wil heeft moeten omarmen.

    Lees ook:

    De beperkende maatregelen roepen nog meer weerstand op dan de oproep tot vaccinatie, en Bolsonaro vreest dat ze zijn herverkiezing in 2022 ‘nog moeilijker’ zullen maken, concludeert het dagblad.

    Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19

    Ondertussen is de toestand in ziekenhuizen vanwege de agressievere Braziliaanse P.1-variant penibel, meldt Wall Street Journal, die een videoreportage op de intensive care in de staat Rio Grande do Sul maakte. ‘Volgens gezondheidswerkers neemt het sterftecijfer toe en verslechtert de toestand van patiënten die de P.1-variant dragen zeer snel.’ 

    Volgens intensivecaremedewerkers is deze nieuwe golf van covid-19-gevallen het gevolg van een versoepeling van de maatregelen. Veel Brazilianen trotseren de maatregelen, legt de Wall Street Journal uit, daarin aangemoedigd door ‘een president die het virus blijft bagataliseren’. Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19.


    Beladen controverse in Napels

    Veel muren in de stad aan de voet van de Vesuvius worden gesierd door tekeningen ter ere van overledenen. ‘Het vieren van overleden dierbaren met portretten of kleine altaren op straat is een traditie die verband houdt met een zekere archaïsche religiositeit’, legt La Stampa uit. 

    ‘Maar steeds vaker zijn de gezichten op de muren van de stad die van de doden die verband houden met de georganiseerde misdaad; jonge jongens die stierven als gevolg van illegale acties. (…) Emanuele Errico, Luigi Caiafa, Emanuele Sibillo, Ugo Russo en vele anderen. Ze hadden allemaal problemen met de wet, ze hadden allemaal recht op hun fresco, maar dat recht wordt nu bedreigd.’ Sommige portretten zijn al gewist.

    Lees ook:

    In het centrumlinkse dagblad La Repubblica neemt een Napolitaanse advocaat de pen op (en hij is niet de enige) om de symbolische waarde van de ‘kunstwerken’ te verdedigen. ‘We zijn het er allemaal over eens dat de dood van tieners in het stadscentrum een ​​tragedie is, maar om deze reden moeten we de dingen niet vereenvoudigen. De staat tegenover zijn vijanden plaatsen is zwart-wit. Een vijftienjarige jongen die wordt vermoord, is nog steeds een slachtoffer, en je kunt zijn dood niet bezweren door de verantwoordelijkheid bij hem zelf te plaatsen en te zeggen: ‘Hij heeft erom gevraagd.’”

    Het verwijderen van het fresco van Ugo Russo (hieronder) is voorlopig opgeschort door de rechtbanken, maar de druk van de bewoners is vaak niet voldoende om de regering te dwingen terug te treden. Als vergelding werd bijvoorbeeld het portret van een Napolitaanse zanger beklad met een ‘verhulde bedreiging’, schrijft Corriere della Sera: ‘De doden moeten worden gerespecteerd, niet gewist.’ Belangrijk detail: dit fresco is gemaakt in samenwerking met het stadhuis van Napels, merkt het Milanese dagblad op.

    Corriere zet het dilemma helder uiteen: ‘Enerzijds kunnen we de wens om de symbolen van een levensstijl die is gebaseerd op het negeren van regels en wettigheid, uit te wissen, niet betwisten, maar we kunnen ook erkennen dat een verflaag niet voldoende is om het probleem op te lossen, waarvan deze fresco’s slechts het gevolg zijn.

    Gaan we getuige zijn van een slepende oorlog tussen twee teams, totdat een van de twee het terugvechten beu wordt? Het probleem is dat het om veel muren gaat, aangezien veel jonge mensen leven van (en sterven door) criminele handelingen. Een leger van schilders zou niet genoeg zijn om al deze gezichten van de muren van Napels en uit van ons geweten te roeien.’

    Lees ook:

    Het belangrijkste dagblad van de stad, Il Mattino, deelt deze mening niet. Het is verheugd met de beslissing die ‘gemakkelijke compromissen vermijdt en geen consessies doet op het gebied van legaliteit’. 

    Om haar standpunt te illustreren, gebruikt de Napolitaanse krant geen grote woorden, maar haalt ze een voorbeeld aan dat het belang moet illustreren van het terugwinnen van het stedelijk grondgebied voor de bevolking zelf: ‘Denk aan het fresco van Luigi Caiafa. Hoeveel ouders moesten hier elke ochtend langs lopen en liegen tegen hun kinderen die hen vragen wie deze persoon was? Dat gezicht werd vereeuwigd vlak voor hun huis.’

    Lees ook:


    Amazon-medewerkers krijgen mogelijk een eerste vakbond

    Dinsdag begon de telling van de stemmen die zullen bepalen of werknemers in Bessemer, Alabama, de allereerste vakbond zullen vormen binnen een Amazon-magazijn in de VS, meldt ABC News.

    Het initiatief voor een vakbond bij een van de grootste werkgevers in de natie heeft de aandacht getrokken van wetgevers en beleidsmakers, aangezien velen de stemming beschouwen als een keerpunt in de georganiseerde arbeidersbeweging, die de afgelopen decennia in de VS wegkwijnde.

    De vakbondsformatie in Alabama zou bovendien een ‘precedent’ kunnen scheppen en andere Amazon-arbeiders in het hele land kunnen inspireren om dit voorbeeld te volgen.

    Als het doorgaat, zullen de magazijnmedewerkers worden vertegenwoordigd door de Retail, Wholesale and Department Store Union (RWDSU). ‘Deze campagne is in veel opzichten al een overwinning geweest’, zegt RWDSU-voorzitter Stuart Appelbaum in een verklaring. ‘Ook al weten we niet hoe de stemming zal verlopen, we denken dat we de deur hebben geopend voor meer organisatie in het hele land; en we hebben laten zien hoe ver werkgevers zullen gaan om tegen te gaan dat hun werknemers een ​​vakbondsstem krijgen. Deze campagne is het belangrijkste voorbeeld geworden van waarom in dit land hervorming van het arbeidsrecht nodig is.’

    Lees ook:

    Vorige week bezocht senator Bernie Sanders Alabama om enkele van de arbeiders te ontmoeten die betrokken waren bij de vakbondsinspanningen. ‘Waar ik benieuwd naar ben is waarom de rijkste man ter wereld, Jeff Bezos, miljoenen uitgeeft om te voorkomen dat arbeiders een vakbond oprichten, zodat ze kunnen onderhandelen over betere lonen, secundaire arbeidsvoorwaarden en contracten’, tweette Sanders voorafgaand aan zijn bezoek, geciteerd door CNN.

    Zijn tweet wekte woede van Amazon-directeur Dave Clark, die op Sanders’ tweet reageerde door op te merken dat het minimumloon van Vermont [waarvan Sanders senator is] $11,75 per uur bedraagt in vergelijking met Amazons $15. ‘De senator mag zijn onzinnige interpretaties bewaren tot hij zijn achtertuin op orde heeft’, aldus Clark.

    Aan de andere kant van het spectrum heeft ook de Republikeinse senator Marco Rubio publiekelijk zijn steun voor de vakbond uitgesproken in een opiniestuk dat eerder deze maand door USA Today werd gepubliceerd.

    Op de dag dat er voor de vakbond werd gestemd, bracht president Joe Biden een video op Twitter uit waarin hij zijn steun uitsprak voor de vakbonden en arbeiders aanmoedigde om ‘je stem te laten horen’.

    ‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek’

    In reactie op een verzoek om commentaar meldde Amazon dinsdag aan ABC News dat ‘het RWDSU-lidmaatschap met 25 procent is gedaald tijdens de ambtsperiode van Stuart Appelbaum, maar dat is nog geen rechtvaardiging voor de heer Appelbaum om de feiten verkeerd voor te stellen’.

    Het bedrijf vervolgt: ‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek. We moedigden al onze werknemers aan om te stemmen, en hun stem zal in de komende dagen worden gehoord.’