Onderwerpen: Toekomst

  • De contouren van een eigen Afrikaanse koers

    De contouren van een eigen Afrikaanse koers

    In Afrika zijn de mondiale verschuivingen het scherpst voelbaar: oorlogen blijven woeden, verkiezingen stellen weinig voor en het Westen trekt zich terug, terwijl de geopolitieke zwaartekracht richting China en Azië verschuift. Toch groeit te midden van deze turbulentie iets anders: een jonge bevolking die zich roert, nieuwe regionale samenwerkingen en een opvallende economische veerkracht die de contouren van een eigen Afrikaanse koers zichtbaar maken.

    Soedan: oorlog, fragmentatie en machtspolitiek

    De burgeroorlog in Soedan blijft het donkerste epicentrum. Na de herovering van Khartoem door het reguliere leger (SAF) leek 2025 even een kantelpunt, maar de Rapid Support Forces (RSF) hergroepeerden zich in Darfur, gesteund door de VAE en voorzien van drones. De strijd verschuift naar grensgebieden met Libië en Egypte en dreigt verder te regionaliseren. Voor 2026 hangt een snel, vuil, door Trump gesteund staakt-het-vuren in de lucht: Washington is vrijwel de enige actor die nog druk kan uitoefenen op beide kampen en hun buitenlandse sponsors. Maar omdat beide machtsblokken in essentie kleptocratische kartels zijn, diep verstrengeld met goudhandel en smokkel, kan zo’n deal de wapens hooguit doen zwijgen. Een basis voor duurzame vrede is daarmee niet gelegd.

    Verkiezingen als theater: van Guinee tot Ethiopië

    Op het bredere continent belooft 2026 opnieuw een jaar van ‘cynisch verkiezingstheater’ te worden. Er zijn lichtpuntjes – lokale verkiezingen in Zuid-Afrika, waar de ANC verder terrein kan verliezen, en een redelijk geloofwaardige stembusgang in Zambia – maar de dominante trend gaat de andere kant op. Coupplegers in Guinee en Gabon organiseren schijnverkiezingen om hun macht te legitimeren; leiders-voor-het-leven als Paul Biya (Kameroen) en Alassane Ouattara (Ivoorkust) schuiven moeiteloos door naar nog een termijn.

    Jeugdprotesten en democratische druk van onderop

    Ondanks het rituele en vaak repressieve karakter van veel verkiezingen in Afrika in 2026, groeit daaronder een opvallend sterke tegenbeweging. Een nieuwe generatie jongeren beschouwt sociale media, straatprotesten en burgerjournalistiek als vanzelfsprekende instrumenten van politieke invloed. De protesten in Senegal vormden in 2024 het keerpunt: massale jongerendemonstraties dwongen het uitstellen en later herzien van controversiële maatregelen af.
    In Kenia leidde de Occupy Parliament-beweging tot het tijdelijk intrekken van belastingverhogingen, waarmee jongeren lieten zien dat economische frustratie zich direct vertaalt in politieke druk. Op universiteiten in Ethiopië, Nigeria en Oeganda ontstaan netwerken die verkiezingswaarneming en mensenrechtenschendingen documenteren met een professionaliteit die tien jaar geleden ondenkbaar was.
    Voor 2026 verwachten regionale denktanks dat deze civiele energie verder groeit. Democratische druk komt dan niet meer van instituties, maar van onderop: een verschuiving die autoritaire leiders steeds moeilijker kunnen negeren.

    Het meest symbolisch is Ethiopië: na een verkiezingsoverwinning van 96,8 procent voor de Prosperity Party zijn rivalen opgepakt, verjaagd of verdreven. Intussen laaien opstanden op in Oromia en Amhara, blijft Tigray instabiel en dreigt een nieuwe confrontatie met Eritrea. De verkiezingen van 2026 dreigen een farce te worden – als ze al worden gehouden. Met de ontmanteling van USAID door de regering-Trump en forse bezuinigingen bij Europese donoren breekt een nieuw tijdperk aan. In 2026 zal de officiële hulp van de zeventien grootste westerse donors naar verwachting een kwart lager liggen dan in 2024. Voor landen die sterk leunen op hulp – Malawi, Liberia, Ethiopië – dreigen acute begrotingsgaten.

    In regio’s als Sava (Madagaskar) sluiten dorpsklinieken door gebrek aan personeel; artsen melden stijgende ziekte- en sterftecijfers. Op termijn zijn Afrikaanse regeringen hierdoor genoopt minder afhankelijk te worden van externe projecten, maar in 2026 overheersen vooral de pijn en de vraag of de elites die nu de ruimte krijgen bereid zijn werkelijk te hervormen.

    China en Azië schuiven naar voren

    Terwijl de VS zich terugtrekken en handelsvoordelen afbouwen, presenteert China zich als de nieuwe betrouwbare partner. Beijing schrapt importtarieven voor Afrika precies op het moment dat Washington preferentiële markttoegang inperkt. Chinese export – van goedkope smartphones tot zonnepanelen en fintech – groeit explosief.

    Economische veerkracht, groei en digitalisering

    Tegen de achtergrond van geopolitieke spanningen blijft Afrika een van de snelst groeiende economische regio’s ter wereld. De Afrikaanse Ontwikkelingsbank voorspelt voor 2026 een groei boven het mondiale gemiddelde, gedragen door digitalisering, regionale handel en energie-innovatie.
    De Pan-Afrikaanse Vrijhandelszone begint tractie te krijgen: meer dan veertig landen hebben implementatieregels aangenomen en de eerste sectorale ketens – farmacie, voedselverwerking, batterijen – ontstaan nu daadwerkelijk. Tegelijk trekken Nigeria, Kenia, Rwanda en Ghana recordinvesteringen aan in fintech, e-government en start-ups, ondanks wereldwijde kapitaalafkoeling. Ook de energietransitie versnelt. Marokko, Egypte en Namibië ontwikkelen grootschalige waterstofprojecten; Ethiopië en Djibouti investeren in geothermie en goedkope zonne-energie. Hiermee groeit de energiezekerheid en vermindert de afhankelijkheid van geïmporteerde brandstoffen.

    Afrika beweegt zo steeds meer richting Azië: Japan blijft donor, Golfstaten investeren fors, Singapore richt zich op landbouw en de verwerking van landbouwproducten. Voor veel autoritaire leiders is samenwerken met Beijing of Riyad aantrekkelijker dan met Europese hoofdsteden, die op mensenrechten blijven hameren. Jongere Afrikanen oriënteren zich eveneens oostwaarts: Mandarijn leren, studeren in China of Maleisië, Koreaanse series kijken.

    Meer autonomie of nieuwe afhankelijkheden?

    De geopolitieke draai valt samen met een nieuwe fase in Afrika’s ontwikkelingspad: minder westerse hulp betekent minder toezicht en minder vangnetten, maar ook meer ruimte voor de eigen koers – al wordt die vaak ingevuld door gemakkelijk krediet uit Beijing, de Golfregio of Zuid-Oost-Azië.

    Regionale ontwikkelingsbanken en nieuwe kredietruimte

    Een vaak over het hoofd geziene trend voor 2026 is de sterkere positie van Afrikaanse regionale ontwikkelingsbanken. Nu westerse donoren zich terugtrekken, passen instellingen zoals de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, de Eastern and Southern African Trade and Development Bank en de West African Development Bank hun kapitaalstructuren aan om zelf meer krediet te verstrekken.
    Door balansherstructurering en nieuwe garantiefondsen kunnen zij miljarden extra mobiliseren voor infrastructuur, landbouw en energieprojecten, zonder afhankelijk te zijn van donorvoorwaarden of externe consultants. Dat betekent dat prioriteiten én uitvoering in toenemende mate binnen Afrika zelf worden bepaald.
    Tegelijk ontstaan nieuwe financieringsmodellen: pensioenfondsen uit Zuid-Afrika, Nigeria en Kenia stappen via garanties van ontwikkelingsbanken in regionale infrastructuurprojecten. Daardoor groeit langzaam een binnenlands kapitaal-ecosysteem dat minder gevoelig is voor geopolitieke schokken.
    Deze verschuiving biedt geen wondermiddel, maar wel een structureel positieve ontwikkeling: een groeiende financiële autonomie die de basis kan vormen voor stabielere ontwikkeling op de lange termijn.

  • Azië als economisch middelpunt

    Azië als economisch middelpunt

    Azië gaat 2026 in als het zwaartepunt van de wereldeconomie en als toneel van stille maar diepgaande systeemveranderingen. China probeert zich te presenteren als stabiele handels- en ontwikkelingspartner tegenover een grillig Amerika, terwijl landen als India, Bangladesh, Japan en Vietnam hun binnenlandse spelregels herschrijven. Ondertussen wordt met eilanden als Tuvalu letterlijk en juridisch getest wat er van een staat overblijft als het land verdwijnt.

    China: betrouwbare handelspartner?

    Aan het eind van 2026 ontvangt Xi Jinping de leiders van zo’n drie vijfde van de wereldeconomie op de APEC-top in China. Dat wordt niet slechts een diplomatiek feestje; Beijing wil expliciet laten zien dat het, in tegenstelling tot Trumps Amerika, de betrouwbare economische partner is in een wereld van handelsoorlogen en ad-hoctarieven.

    De contouren daarvan zijn in 2025 al zichtbaar. China wist de ASEAN-landen, die klagen over Chinese dumpprijzen, toch te verleiden tot een geüpdatet vrijhandelsakkoord dat het juist moeilijker maakt om Chinese import af te weren. Er liggen plannen voor nieuwe handelsakkoorden met Golfstaten en Zuid-Korea, en zelfs voor een mogelijke hernieuwde toetreding tot het Trans-Pacific Partnership – het handelsblok dat Obama ooit ontwierp om China te omzeilen en dat Trump vervolgens direct weer opzegde.

    De APEC-top wordt het podium waarop China zijn model tegenover dat van Trumps Amerika zet: AI als hulpmiddel voor het Globale Zuiden in plaats van een race, voorzichtig klimaatbeleid dat naast dat van klimaatontkenner Trump ineens verantwoord oogt. Tegelijk blijft het risico bestaan dat Washington elk land dat te dicht naar Beijing opschuift alsnog via vage ‘transshipment’-tarieven treft. ‘Betrouwbaar’ is in 2026 een relatief begrip.

    Bangladesh: een kleine revolutie

    In Bangladesh moet 2026 het jaar van de democratische wedergeboorte worden. Na de studentenprotesten die in 2024 het autoritaire bewind van Sheikh Hasina ten val brachten, kreeg Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus de leiding over een interim-regering. De euforie was groot: eindelijk een breuk met vijftien jaar machtsconcentratie en uitholling van instituties.

    Maar het tussenjaar 2025 is vooral een politiek vacuüm. Hervormingsplannen komen traag, juridische basis en uitvoering blijven vaag. Bovendien dreigt het oude patroon van wraakpolitiek terug te keren: het verbod op de partij Awami Moslim Liga en arrestaties van haar aanhangers doen denken aan precies de vergeldingslogica waar Bangladesh van af wilde.

    Als er begin 2026 daadwerkelijk vrije verkiezingen komen, is dat op zichzelf al een kleine revolutie: de stembusgang van 2024 was een farce. Maar wie er ook wint – de bekritiseerde maar kansrijke BNP of islamistische partijen – er liggen enorme dossiers klaar: een textielsector die door Amerikaanse tarieven onder druk staat, jeugdwerkloosheid en de vraag hoe dicht Dhaka naar China durft te kruipen zonder aan de strategische relatie met India te tornen.

    India: tellen is macht herverdelen

    Waar Bangladesh hoopt überhaupt weer verkiezingen te kunnen houden, gebruikt India 2026 om de spelregels zelf te herschrijven via iets ogenschijnlijk neutraals als een census.

    Voor het eerst in zestien jaar worden alle inwoners weer geteld. De operatie – 3,5 miljoen tellers, van de Himalaya tot de regenwouden – moet niet alleen laten zien hoeveel Indiërs er precies zijn, maar vooral wie waar woont, tot welke kaste men behoort en hoe de machtsbalans verschoven is. De uitkomst vormt de basis voor drie gevoelige herschikkingen. Ten eerste: vrouwenquota. Een grondwetswijziging voorziet erin dat een derde van de zetels in het parlement en de deelstaatassemblees na de nieuwe census naar vrouwen gaat. Formeel is dat een sprong vooruit; informeel bestaat de vrees dat mannelijke machthebbers simpelweg echtgenotes en dochters naar voren schuiven.

    Ten tweede: kastegegevens. Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid wordt systematisch gevraagd naar kaste, in een politiek die al decennia draait op kastecoalities en positieve discriminatie India bereidt zich voor op 1,45 miljard mensen, Tuvalu ziet het land letterlijk onderlopen zonder actuele cijfers. Wie talrijker blijkt dan gedacht, zal meer van de koek opeisen; wie krimpt, verliest invloed.

    DOS Tuvalu compressed edited
    Het smalste punt van het eiland Funafuti, Tuvalu. – © Getty Images

    Ten derde: herindeling van kiesdistricten. De demografisch succesvolle, relatief welvarende zuidelijke staten zullen onvermijdelijk zetels afstaan aan het armere, bevolkingsrijkere noorden. Dat versterkt vermoedelijk de greep van Modi’s BJP, die in het noorden domineert, maar is democratisch moeilijk aanvechtbaar: een land waarin de ene stem twee keer zo veel weegt als de andere houdt zichzelf voor de gek.

    Parallel werkt India aan een heel andere vorm van herverdeling: die van digitale macht. AI-toepassingen worden gebouwd bovenop bestaande publieke infrastructuur – Aadhaar, UPI – en gevoed met open datasetprojecten in 22 talen. Het ideaalbeeld: AI als publieke nutsvoorziening, gecontroleerd door instituten die burgers al vertrouwen, in plaats van ondoorzichtige zwarte dozen van Big Tech.

    Tuvalu komt aan wal

    Terwijl India zich voorbereidt op het tellen van 1,45 miljard mensen, telt Tuvalu vooral de jaren tot zijn eiland letterlijk onderloopt. In 2026 zullen de eerste officieel erkende ‘klimaatvluchtelingen’ in Australië arriveren: tot 280 Tuvaluanen per jaar mogen zich er permanent vestigen onder het Falepili-verdrag.

    Op papier gaat het om migratie; in de praktijk is het een juridisch experiment in staatsrecht. Tuvalu heeft met Australië en een groep andere landen afgesproken dat het, zelfs als zijn landoppervlak verdwijnt, zijn status als staat en zijn exclusieve economische zone behoudt. De VN-jurisprudentie schuift langzaam dezelfde kant op: soevereiniteit wordt losgekoppeld van fysieke grond.

    Voor Australië is het verdrag ook een middel om China buiten de veiligheidsarchitectuur van de Pacifische eilanden te houden; Tuvalu moet Canberra eerst raadplegen voordat het andere veiligheidsdeals sluit. En voor Tuvalu zelf dreigt een braindrain: een staat van elfduizend inwoners kan geen honderden ambtenaren missen zonder uitgehold te raken. Zo groeit klimaatadaptatie uit tot een strijdpunt dat mensenrechten, territoriale claims en geopolitieke invloed in de Stille Oceaan onder druk zet.

    In transitie: Japan en Vietnam

    In Japan wordt in 2026 voor het eerst in 77 jaar het familierecht herzien: gezamenlijke voogdij na echtscheiding wordt eindelijk mogelijk. Dat moet de armoede onder alleenstaande moeders terugdringen en vaders dwingen meer financiële en emotionele verantwoordelijkheid te nemen. Tegelijk vrezen vrouwenorganisaties dat de maatregel slachtoffers van huiselijk geweld juist aan hun ex-partner geketend zal houden.

    Intussen schuurt het land langs andere grenzen van traditie en gelijkheid. De eerste vrouwelijke premier is verkozen, maar ze is sociaal conservatief en verzet zich tegen iets ogenschijnlijk eenvoudigs als het recht op verschillende achternamen binnen een huwelijk. Rechtbanken verklaren het verbod op het homohuwelijk ongrondwettig; gemeenten erkennen in de praktijk al duizenden partnerschappen.

    Energie & klimaat 2026: waarom het afbouwen van olie en gas centraal komt te staan

    Wereldwijd groeit het besef dat klimaatdoelen niet haalbaar zijn zonder een scherpe reductie van olie en gas – niet alleen door schonere energiesystemen te creëren, maar ook door daadwerkelijk minder fossiele brandstoffen te winnen.
    Uit angst voor economische verstoring schuiven veel landen die conclusie voor zich uit, maar de terughoudendheid begint scheuren te vertonen.
    Ten eerste verandert de geopolitieke context. De combinatie van extreem weer, nieuwe analyses van het IPCC en toenemende druk van verzekeraars en financiële markten maakt fossiele investeringen risicovoller. Grote fondsen beginnen zich terug te trekken uit olieprojecten met een lange terugverdientijd, terwijl alternatieven – zonne- en windenergie, maar ook opslag en elektrolyse – sneller rendabel worden dan verwacht.
    Ten tweede kantelt de publieke opinie. In Europa en Latijns-Amerika groeit een jongere generatie kiezers op voor wie klimaatbeleid gelijkstaat aan bestaanszekerheid: betaalbare energie, minder luchtvervuiling, minder afhankelijkheid van geopolitiek instabiele leveranciers. Dit zet regeringen onder druk om niet alleen emissies te reduceren maar daadwerkelijk productieplafonds te bespreken. Ten derde verandert het energieland- schap technologisch. De wereldwijde doorbraak van goedkope batterijen, warmtepompen en elektrische industriële processen maakt de klassieke rol van gas als ‘overgangsbrandstof’ steeds dubieuzer.
    Zo ontstaat in 2026 voor het eerst een serieuze internationale discussie waarin het afbouwen van olie en gas zelf – niet alleen mitigatie of compensatie – het hoofdthema wordt. Olieproducenten winnen de slag van de dag, maar verliezen langzaam maar zeker de strijd van het decennium.

    Vietnam kiest een andere route: geen debat, maar doorrammen. Onder partijleider Tô Lâm wordt de private sector officieel tot ‘belangrijkste motor’ van de economie verklaard. Ministeries verdwijnen, provincies worden samengevoegd, tienduizenden ambtenaren kunnen vertrekken. Investeringen in infrastructuur schieten omhoog; de ambitie is een soort turboversie van het oude exportmodel, nu met R&D, financiële hubs en snellere vergunningverlening.

    Maar ook hier is de geopolitiek uiteraard niet te negeren. De VS zijn de grootste afzetmarkt voor Vietnamese export, en zij scherpen de regels tegen ‘doorvoer’ van Chinese goederen juist aan. Als Washington in 2026 echt probeert Chinese componenten uit mondiale ketens te wringen, kan Vietnam ineens klem komen te zitten tussen zijn economische afhankelijkheid van China en zijn strategische flirt met Amerika.

  • De onzekere toekomst van het Midden-Oosten

    De onzekere toekomst van het Midden-Oosten

    Het Midden-Oosten is in 2025 tegelijk drastisch veranderd en hardnekkig hetzelfde gebleven: Iran en zijn milities zijn verzwakt, Assad is gevallen en Israël viel voor het eerst Iran zelf aan, maar geen van de onderliggende conflicten is opgelost. Ook in 2026 blijft de regio de wereldagenda bepalen, terwijl zij zelf niet weet welke kant het op gaat. Toch ontstaan er, ondanks oorlog en politieke stagnatie, ook zones van vooruitgang.

    Gaza: wederopbouw in een gespleten land

    Na de oorlog is Gaza opgesplitst in een door Israël gecontroleerde ring en een kleinere, zwaar overbevolkte enclave waar twee miljoen ontheemden onder Hamas-heerschappij in kampen leven. Het nieuwe bestuurlijke model creëert twee realiteiten: een ‘Gaza Oost’ dat wordt ingericht als etalageproject – met een belastingvrije zone bij Rafah en een nieuw havencomplex, gefinancierd door de Golfregio en uitgevoerd door Egyptische bedrijven – en een ‘Gaza West’ dat blijft hangen in chronische noodhulp, grotendeels gefinancierd door Qatar.

    Economische veerkracht en groene omslag

    Ondanks politieke instabiliteit boeken diverse landen in het Midden-Oosten vooruitgang met economische transformatieprogramma’s. Saoedi-Arabië, de VAE en Marokko investeren fors in groene energie, waterstof en nieuwe industrieën, wat volgens IMF-ramingen in 2026 voor een deel van de regio tot bovengemiddelde groei kan leiden. Marokko en Jordanië versterken hun rol in de ontwikkeling van zonne-energie en duurzame wateroplossingen; de VAE en Qatar trekken wereldwijd talent aan via technologie- en klimaatprogramma’s. Zo ontstaat een onverwachte positieve dynamiek: een regio die door klimaatrisico’s extra kwetsbaar is, blijkt tegelijk een van de snelste ontwikkelaars van groene technologie in het mondiale Zuiden.

    De Trump-regering probeert via een internationale stabilisatiemacht en een zogeheten Board of Peace Hamas tot ontwapening te dwingen. Er wordt gespeculeerd over een rol voor Marwan Barghouti, die eventueel uit de gevangenis zou kunnen worden vrijgelaten en naar Gaza verbannen, in de hoop dat hij Hamas ooit via verkiezingen kan verslaan. Maar zolang Israël verdergaat met annexaties op de Westoever en de Palestijnse Autoriteit leegloopt, blijft een levensvatbare Palestijnse staat vooral theoretisch.

    Israël: beschadigde status quo

    Israël begint 2026 in een toestand van militaire pauze maar politieke uitputting. Na gedwongen wapenstilstanden met zowel Hamas als Iran is er geen overwinning, maar een beschadigde status quo. Premier Netanyahu probeert die ambiguïteit politiek te benutten. Met verkiezingen uiterlijk in oktober 2026 en afkalvende steun voor zijn rechtse en ultraorthodoxe blok verschuift hij de aandacht opnieuw naar een vertrouwd slagveld: de strijd om de rol van het Hooggerechtshof en de liberale instituties. Zo wordt 2026 mogelijk óf het jaar van zijn laatste, polariserende campagne, óf het eerste jaar van een moeizame herbouw van vertrouwen in de Israëlische democratie.

    Iran en de schaduw van een tweede oorlog

    Iran gaat 2026 in als het land dat een kort maar intens conflict heeft doorstaan en met een zwaar beschadigd, maar niet-opgegeven nucleair programma achterblijft. Bondgenoten zoals Hamas en Hezbollah zijn verzwakt maar niet verslagen. De kernvraag is of er een politieke deal met de VS mogelijk is, of dat de regio afstevent op een tweede, bredere confrontatie. Als Teheran de Amerikaanse eisen ziet als een poging tot regimeverandering, kan het conflict zich uitbreiden naar de Golfregio en de olie-infrastructuur, wat opnieuw Amerikaanse betrokkenheid afdwingt – dit keer vooral ter bescherming van Arabische bondgenoten.

    Golfstaten: tussen Amerikaanse veiligheid en Israëlische normalisatie

    De Golfstaten bevinden zich in een strategische spagaat. Saoedi-Arabië blijft het grote doelwit bij de Amerikaanse poging om de Abraham-akkoorden uit te breiden: erkenning van Israël door Riyad zou een domino-effect creëren in de Arabische wereld. Maar de Saoedische leiding houdt vol dat normalisatie van de betrekkingen met Israël zonder geloofwaardig vredesproces met de Palestijnen ondenkbaar is. Tegelijk groeit de kans dat de VS en Saoedi-Arabië een formeel defensiepact sluiten, zelfs zonder normalisatie. Dat verdiept de veiligheidsrelatie, maar versterkt ook het ongemak: Washington wordt tegelijkertijd gezien als onmisbaar én onbetrouwbaar.

    Syrië: het echte werk begint

    Na de val van Assad richt Syrië zich ogenschijnlijk op normalisatie en wederopbouw. De nieuwe president, Ahmed al-Sharaa, werd internationaal ontvangen, sancties lijken op weg naar versoepeling en banken bereiden heropening voor. Toch is het land op de grond grotendeels verwoest. Hoewel miljoenen Syriërs zijn teruggekeerd, blijven stadswijken in puin liggen en is de rechtsorde fragiel. De gevreesde geheime dienst is minder zichtbaar, maar sektarische spanningen steken opnieuw de kop op – met aanvallen op alawieten en druzen die het beeld van een ‘nieuw Syrië’ ondermijnen. Wederopbouw blijft voorlopig vooral een diplomatiek concept, geen realiteit.

    Palestijnen: een paradox

    Voor de Palestijnen ontstaat een paradoxaal beeld. In Gaza zijn miljoenen mensen afhankelijk van VN- hulp en onderworpen aan een verzwakt maar standhoudend Hamas-regime dat, ondanks zware militaire verliezen, nog steeds de feitelijke macht in handen heeft. De enclave balanceert tussen humanitaire nood en politieke stilstand, waarbij elke vooruitgang in wederopbouw afhankelijk is van buitenlandse financiering en Israëlische goedkeuring.

    Op de Westoever kondigt Mahmoud Abbas verkiezingen aan voor uiterlijk oktober 2026, maar zijn autoriteit is zo ver uitgehold dat de aankondiging eerder voelt als een ritueel dan als een perspectief op echte politieke vernieuwing. De instellingen van de Palestijnse Autoriteit functioneren slechts gedeeltelijk; wantrouwen en vermoeidheid overheersen onder de bevolking.

    Voorzichtig richting stabilisatie

    Hoewel er nog conflicten zijn, komt er in 2026 op meerdere fronten diplomatieke toenadering. Egypte en Turkije hebben hun ambassades heropend, Saoedi-Arabië en Iran praten weer over grensveiligheid, en regionale samenwerking rond water en energie groeit. Samen wijst dat op een voorzichtige beweging richting stabilisatie. Ook bínnen de Golfregio wordt intensiever samengewerkt op het gebied van luchtvaart, energie en logistiek. Deze kleine diplomatieke verschuivingen lossen geen grote conflicten op, maar verminderen wel de directe risico’s op escalatie en creëren ruimte voor economische projecten die jarenlang onmogelijk leken.

    Tegelijk blijven figuren zoals Marwan Barghouti rondspoken als mogelijke sleutelfiguur: iemand die zowel in Gaza als op de Westoever legitimiteit zou kunnen hebben en dus een brug zou kunnen slaan tussen twee Palestijnse werkelijkheden die steeds verder uit elkaar groeien. Maar zijn daadwerkelijke invloed is uiterst onzeker. Niet alleen omdat hij gevangenzit, maar ook omdat elke toekomstige rol voor hem – of voor wie dan ook – volledig afhankelijk blijft van regionale en internationale machtsverhoudingen: van Israëlische restricties, Amerikaanse druk, Qatarese financiering en de strategische belangen van Egypte en de Golfstaten.

    Zo ontstaat een situatie waarin de Palestijnen zelf nauwelijks speelruimte hebben, terwijl de contouren van hun politieke toekomst grotendeels buiten hen om worden bepaald.

    Amerika: onvoorspelbaar

    Over alle dossiers heen blijven de VS de bepalende externe actor. De regering-Trump beëindigt conflic- ten, dwingt wapenstilstanden af, trekt sancties in en tekent deals, maar vergroot tegelijkertijd de onzekerheid. Bondgenoten weten niet of Washington Israël zal intomen of juist aansporen. Golfstaten twijfelen aan de betrouwbaarheid van de Amerikaanse veiligheidsparaplu. Iran ziet een macht die bemiddelt, maar ook bombardeert. De regio moet dus op Amerika rekenen, maar heeft geen idee welk Amerika dat zal zijn.

    Burgerinitiatieven, jeugdbewegingen en culturele bloei

    Onder de oppervlakte broeit een nieuwe maatschappelijke energie. In Libanon, Irak, Jordanië en Tunesië ontstaat een generatie jongeren die zich los van partijpolitiek organiseert rond corruptiebestrijding, vrouwenrechten en klimaatactie. Cultureel gezien is de regio opvallend vitaal: Egyptische en Jordaanse films halen internationale festivals, de Saoedische kunstscene professionaliseert snel en Libanese en Palestijnse schrijvers en muzikanten vinden wereldwijd publiek. Deze civiele en culturele dynamiek staat vaak los van de politieke stagnatie.

  • Dossier: De wereld in 2026

    Dossier: De wereld in 2026

    In tijden van toenemende onzekerheid en politieke onvoorspelbaarheid vragen velen zich af wat 2026 voor ons in petto heeft. Deze artikelen proberen elk de vraag te beantwoorden: ‘Wat staat ons te wachten?’

    In het dossier 2026:

    1. De EU en de oorlog in Oekraïne
    2. Noord- en Zuid-Amerikaanse politiek
    3. De veerkracht van Afrika
    4. Het Midden-Oosten bepaalt de wereldagenda
    5. Azië als zwaartepunt van de wereldeconomie

  • De toekomst zal doodgewoon zijn

    De toekomst zal doodgewoon zijn

    Als mensen het hebben over de toekomst van AI of klimaatverandering, gaat het bijna altijd over uitersten. Maar ‘als ze eenmaal is aangebroken zal de toekomst heel gewoon aanvoelen. Alleen zal ons idee van gewoon een beetje verschuiven’, schrijft Nick Foster.

    Volgens Google Trends is de interesse in ‘hoe de toekomst eruit zal zien’ sinds 2020 wereldwijd bijna verdubbeld. In heel korte tijd is ons leven overspoeld geraakt met talloze verhalen over wat ons te wachten staat.

    Waar we ook kijken, steeds wordt ons een nieuwe adembenemende toekomst voorgespiegeld. Sommige mensen zijn optimistisch gestemd, of in elk geval bereid ons hun toekomstvisie te verkopen, waar ze vermoedelijk zelf beter van worden. Bedrijfsstrategen in hun schipperstruien van fleece schotelen hun onvoorstelbare voorspellingen met zoveel bombastisch zelfvertrouwen voor dat je je niet hoeft te schamen als je de stippellijnen op hun grafieken voor echte lijnen aanziet. Onze tv-schermen voeden ons leven met honderden uren toekomstcontent, van heroïsche films uit de Gouden Eeuw en hedendaagse dystopische tv-series tot de talloze nieuwsberichten en documentaires die de toekomst als iets volstrekt angstaanjagends afschilderen. En op de achtergrond blijven onze religieuze verhalenvertellers onverdroten hun eigen betrouwbare versies van verlossing en vergetelheid spuien.

    De toekomst wordt helaas altijd voorgesteld als iets extreems

    Wij presenteren onze ideeën over de toekomst graag als speculaties, voorspellingen of projecties, maar in werkelijkheid zijn het alleen maar verhalen, of liever nog veronderstellingen, flardjes leven die we elkaar voorschotelen in de hoop op instemmende of goedkeurende knikjes. Maar of voor deze verhalen nu woorden, cijfers of beelden worden gebruikt, de toekomst wordt helaas altijd voorgesteld als iets extreems.

    Ieder van ons vindt deze extreme voorstelling van zaken misschien rampzalig of juist wenselijk, maar we hebben allemaal de neiging ons op de wildste scenario’s te concentreren, de scherpste pieken en dunste uiteinden van de klokcurve. Deze neiging doet ons echter geen goed en leidt ons af van de realiteit. Als ze eenmaal is aangebroken zal de toekomst niet extreem aanvoelen, maar gewoon. Alleen zal ons idee van gewoon een beetje verschuiven.

    Kijk om je heen. Het heden levert ons al het bewijs dat we nodig hebben.

    Toen ik een kind was in de jaren tachtig van de vorige eeuw zag je op een horloge hoe laat het was en, als je geluk had, de datum, maar tegenwoordig houdt mijn horloge mijn hartslag in de gaten terwijl ik slaap en kan het 112 bellen als ik buiten westen raak. De eerste helium-neonlaser werd gebouwd door Bell Labs voor een bedrag van twee miljoen dollar, maar nu kan ik voor een paar dollar een laserpen kopen om mijn kat te pesten. Mijn vriend Andy heeft een robotstofzuiger in huis, de paus zit op Instagram, het homohuwelijk is in bijna veertig landen legaal en in mijn hart zijn kleine stukjes Gore-Tex genaaid.

    De normaalste zaak van de wereld

    Of je de wereld nu vanuit een technologisch, politiek, wetenschappelijk of maatschappelijk perspectief bekijkt, ons huidige leven is in veel opzichten volstrekt anders dan dat van onze grootouders. Maar zo voelt het niet echt, toch? In onze ogen zijn al die veranderingen de normaalste zaak van de wereld. We hebben ze opgenomen in ons leven en ze voelen als vaste onderdelen van 2025. Kortom, ze voelen doodgewoon.

    Wij hebben de gewoonte om alles wat doodgewoon is te negeren, maar hoe graag we het ook anders zouden zien, zo is de overgrote meerderheid van ons leven. Ik ben opgegroeid in een vochtige, postindustriële stad in Midden-Engeland en mijn kijk op de wereld is gevormd door de verhalen die ik om me heen hoorde.

    Verhalen over het hele jaar sparen voor een weekje zon. Verhalen over biertjes op vrijdag, katers op zaterdag en een uitgebreid ontbijt op zondag. Verhalen over vechtscheidingen, tweedehands jassen, ondergelopen kelders, schrootzwendel, haarknippen in de keuken, busreisjes, mislukte dates, kruimeldiefstallen en dubieuze pillen.

    Jouw eigen leven zag er misschien een beetje anders uit, maar deze verhalen klinken je vast wel bekend in de oren. Maar als we ons de toekomst voorstellen, hoe zien die verhalen er dan uit? Wat gebeurt er met al die personages en met het leven dat ze leiden? Waarom zitten er in onze toekomstverhalen geen taco’s, tissues, potloden en lekke banden en wat zou er gebeuren als dat wel zo was? Ik denk onwillekeurig dat we ons de toekomst dan een beetje anders zouden voorstellen.

    Er staan ons grote veranderingen te wachten, maar die zullen niet gepaard gaan met vuurwerk of filmmuziek

    Er staan ons in de toekomst ongetwijfeld grote veranderingen te wachten, maar die zullen niet gepaard gaan met vuurwerk of dramatische filmmuziek. Ze zullen eerder ongemerkt ons leven in sluipen en zich voegen bij alles wat dat leven momenteel beheerst. Ze zullen in de kleine lettertjes op onze tandpastaverpakking verschijnen, onder aan ons belastingaangiftebiljet, in onze autoverzekeringspolis en in de schappen van de supermarkt.

    Of het nu gaat om kunstmatige intelligentie, klimaatverandering, robotica of schermtijd voor tieners, het is ongelooflijk makkelijk – en ongelooflijk lui – om de toekomst in extremen af te schilderen. Het is veel moeilijker – maar ook veel nuttiger – om je voor te stellen hoe deze dingen van invloed kunnen zijn op zoiets gewoons als de hond uitlaten.

    Mensen zijn ongelooflijk flexibel. We hebben bewezen dat we ons gedrag heel goed kunnen aanpassen en alles wat op ons pad komt kunnen verweven met de dagelijkse realiteit. In de loop van mijn carrière heb ik gemerkt dat nadenken over de toekomst als een gewone doorleefde ervaring – en niet als een utopische fantasie of dystopische gruwel – mensen altijd helpt om die toekomst te aanvaarden, te begrijpen en er in gesprekken gedetailleerder op in te gaan.

    Abstract

    Als we nadenken over de toekomst moeten we altijd ruimte laten voor grootse, ambitieuze plannen en mensen waarschuwen voor mogelijke fiasco’s of rampen, maar daar blijft het niet bij. Hoewel we opgewonden of van afschuw vervuld kunnen raken door verhalen over radicale verandering, kunnen die ook heel erg abstract overkomen. Als we de toekomst niet gaan beschouwen als een verlengstuk van het heden en als we ons niet vastberaden gaan richten op de gevolgen van verandering voor de doodgewone ritmes van alledag, dan blijft de toekomst altijd ver weg, ongrijpbaar en op de een of andere manier ‘anders’ lijken, wat funest kan zijn voor onze generatie.

    Of we nu zakenlieden zijn die een fusie voorbereiden of doodgewone mensen die kletsen in een café, de verhalen die we elkaar over de toekomst vertellen zijn echt van belang en het wordt tijd dat we er allemaal een rol in gaan spelen.

    Nick Foster is ontwerper en heeft zijn carrière gewijd aan het bestuderen en ontwerpen van de toekomst voor bedrijven als Apple, Google, Nokia en Sony.

  • Kwantumchip dwingt ons op nieuwe manieren na te denken

    Kwantumchip dwingt ons op nieuwe manieren na te denken

    Hebben wetenschappers de sciencefiction ingehaald? De nieuwe kwantumchip van Google is zo snel dat de uitvinders er maar één verklaring voor hebben: hij rekent in meerdere universums tegelijk.

    Vlak voor de jaarwisseling publiceerde Google een opzienbarende aankondiging met immense betekenis. Het ging over een computerchip met de filmische naam Willow, die kwantumcomputing gebruikt om in vijf minuten een rekentaak op te lossen waar een hedendaagse supercomputer tien quadriljoen jaar over zou hebben gedaan.

    Dit werd bekendgemaakt door Hartmut Neven, de Duitse computerwetenschapper die namens Google het Quantum Artificial Intelligence Lab in Californië leidt. Daar worden computers ontwikkeld die ons leven in de nabije toekomst fundamenteel zouden kunnen veranderen. De nieuwe snelheid is niet alleen een record, het is de tweede van de zes mijlpalen die moeten leiden tot het dagelijks gebruik van kwantumcomputers. Het record is ook een bewijs voor het bestaan van parallelle universums, schrijft Hartmut Neven in de blog van het bedrijf.

    Sciencefiction in het heden

    Op welk moment heeft het heden de toekomst ingehaald? Vroeger duurde het zo’n tien tot twintig jaar voordat de gebeurtenissen in sciencefictionfilms werkelijkheid werden. In 2002 kwam bijvoorbeeld Steven Spielbergs Minority Report uit, waarin Tom Cruise voor een eenheid werkt die misdaden kan voorspellen, zodat ze die kunnen voorkomen.Toen eerst de Amerikaanse politie en vervolgens in 2016 de autoriteiten in München en Neurenberg deze methode met behulp van kunstmatige intelligentie introduceerden als de nieuwe standaard, was de metafoor onmiddellijk voorhanden. 

    The Matrix werd in 1999 uitgebracht en anticipeerde op het verlies van de realiteit door de invloed van digitale en vooral sociale media. Rond 2015 begon het publiek zich te realiseren dat deze inderdaad een probleem vormden.

    En dan is er nog het baanbrekende sciencefictionwerk 2001: A Space Odyssey van Stanley Kubrick. In de sleutelscène weigert boordcomputer Hal de buitendeur te openen, waardoor astronaut David Bowman niet kan terugkeren na een ruimtereis. Hal heeft ontdekt dat Bowman de machine wil uitschakelen. Maar omdat het uitvoeren van demissie belangrijker voor haar is dan een mensenleven, doodt ze bijna de volledige bemanning. Alleen Bowman overleeft. De film draaide in 1968 in de bioscoop.

    De wereld hoefde niet zo lang te wachten tot het visioen werkelijkheid werd. Een jaar later landde Apollo 11 op de maan en bewees welke rol computerwetenschap kon spelen in de ruimtevaart. De draag- en landmodules werden immers vooral door codes aangestuurd, terwijl de astronauten enkel de manoeuvres initieerden of beëindigden. Geen mens zou in staat zijn geweest om de ruimteschepen te besturen met alleen de stuwkracht van de motoren en de zwaartekracht van de planeet en de maan. Kubrick en de auteur van de oorspronkelijke roman, Arthur C. Clarke, hadden die gedachtesprong naar de superieure besturing van de programma’s al gemaakt, waardoor hun acties zonder enig bewustzijn of enige wilskracht of moraliteit werden uitgevoerd.

    Grensverleggend

    Net als de maanlanding heeft het wiskundeprobleem dat Willow nu in vijf minuten heeft opgelost, geen praktische waarde. Het ging er in de eerste plaats om dat iets mogelijk was zoals zo vaak het geval is in technologie en wetenschap. De conclusie dat dit record alleen kon worden behaald doordat Willow ook rekenkracht uit een parallel universum aanboorde, wordt door Hartmut Neven slechts tussen neus en lippen gemeld in de blog van het bedrijf.

    Tot een paar jaar geleden gold nog de Wet van Moore, die stelt dat computerchips elke achttien maanden hun snelheid verdubbelen en hun prijs halveren. Sinds componenten de grootte van individuele atomen hebben bereikt, kan dit niet langer worden volgehouden. Sinds 2019 geldt daarom de Wet van Neven, die stelt dat de prestaties van kwantumcomputers zich twee keer zo exponentieel ontwikkelen. En dat gaat het menselijke voorstellingsvermogen te boven.

    Een quadriljoen is een getal met 24 nullen en is daarom moeilijk te bevatten. Er worden altijd pogingen gedaan om grote getallen te verpakken in vergelijkingen die mensen kunnen begrijpen. Maar dat is bij miljarden al moeilijk. De meest recente poging: als je in 1751 was begonnen met het verdienen van tienduizend dollar per dag, zou je ergens dit jaar je eerste miljard hebben verdiend. Maar om 400 miljard dollar, het bedrag dat Elon Musk onlangs aantikte, te verdienen met hetzelfde dagelijkse bedrag, zouden we bijna 110.000 jaar geleden hebben moeten beginnen met sparen, aan het begin van de laatste IJstijd. 

    Maar tien quadriljoen is een heel ander getal. Google volstond met de formulering dat dit ‘een getal is dat de leeftijd van het universum ver overschrijdt’. Wat niet echt helpt, want het universum zou 13,8 miljard jaar oud zijn, en dat zou een waarde zijn met negen nullen achter de komma als je deze zou uitdrukken in procenten. Waarom zouden mensen buiten de wetenschappelijke bubbels van Californië daarin geïnteresseerd zijn?

    Is dit de eerste keer dat we rondneuzen in een wereld die niet langer de onze is?

    Ten eerste omdat dit het begin is van een tijd waarin we lijken te leven in een sciencefictionwereld. In dit geval is het kwantumrecord bovendien een goede metafoor voor de rest van het heden. Kwantumfysica volgt niet de regels waaraan we op deze planeet gewend zijn en dwingt ons om op nieuwe manieren na te denken. Er zijn deeltjes die zich dwars door het universum en zwarte gaten heen met elkaar verstrengelen om rekenkrachten te ontketenen die ver afstaan van de wonderbaarlijk logische rekenstappen van de algebra. De kunstmatige intelligentie van vandaag, die ons zo vaak overweldigt, functioneert nog steeds volgens die algebraïsche logica. Uiteindelijk automatiseert en versterkt ze het menselijk denken. Dus alles beweegt nog steeds in onze kosmos.

    Maar hoe zit het met de parallelle universums? Is dit de eerste keer dat we rondneuzen in een wereld die niet langer de onze is?

    Krachten uit een parallel universum

    Het idee van Hartmut Neven is gebaseerd op de theorieën van natuurkundige David Deutsch, die de grondlegger was van de wetenschap van het multiversum. Volgens Deutsch zijn zulke parallelle werelden lang niet alleen theoretische grootheden voor natuurkundige berekeningen, maar bestaan ze echt. Als bijvangst ontwikkelde Deutsch een theorie over verklaringsmethoden. ‘Goede verklaringen’, schreef hij, ‘zijn moeilijk te variëren omdat al hun componenten nauw met elkaar verbonden zijn. Als je één onderdeel verandert, verandert de voorspelling en ook het verklarend vermogen van een theorie. Goede verklaringen gaan verder dan alleen voorspellingen, omdat het belangrijkste doel van wetenschappelijke theorieën is om de werkelijkheid te verklaren, niet alleen om voorspellingen te doen. Omdat ze vaak betrekking hebben op niet-waarneembare processen zoals kwantumcomputers, kunnen ze mensen helpen om de diepere structuur van de werkelijkheid te begrijpen.’

    Zoals bij veel wetenschappelijke en technologische onderwerpen gaat het er dus niet zozeer om je er als leek in te verdiepen. Als je echter de basis ervan begrijpt, kun je ook beter omgaan met de nieuwe realiteiten die ze met zich meebrengen.

    Kwantumcomputers, bijvoorbeeld, kunnen worden begrepen als een overschrijding van de grenzen van het lineaire denken. In een tijdperk dat gekenmerkt wordt door steeds complexere onderlinge relaties zijn ze echter geen slecht hulpmiddel om verwarrende verschijnselen te begrijpen. Donald Trump en Elon Musk zijn de perfecte voorbeelden van onze tijd, juist omdat ze niet functioneren volgens de lineaire denkpatronen en levenswijzen uit het tijdperk van de Verlichting. Logica, rede en moraliteit zijn slechts in beperkte mate de bepalende factoren van ons heden.

    Het is nog niet zo lang geleden dat deze benadering, en de bijbehorende cognitieve overbelasting, in een verhaal werden verwerkt. Bijna drie jaar geleden won Everything Everywhere All At Once zeven Oscars voor zijn krachttoer door parallelle universums met hun bizarre causale ketens. Deze film is een heel goede beschrijving van het heden. En ook een heel goede uitleg van de kwantumwereld.

  • Wat zij zeggen over 2024

    Wat zij zeggen over 2024

    Wat schrijven internationale commentatoren en opiniemakers over 2024? ‘Velen van ons zouden graag zien dat het een rustiger jaar wordt, maar spoiler alert: het zal er niet makkelijker op worden.’

    Alexandra Brzozowski – redacteur EU

    EurActiv

    ‘Velen van ons zouden graag zien dat 2024 een rustiger jaar wordt, maar spoiler alert: het zal er niet makkelijker op worden, vooral niet vanwege de ongerustheid over twee grote verkiezingen – in Europa en aan de andere kant van de Atlantische Oceaan – die ons boven het hoofd hangen. Mogelijk gaan we zelfs naar een “klimaat van angst”, zoals EU-topman Josep Borrell het recent omschreef, wat zal leiden tot een ruk naar extreemrechts in het Europees Parlement, inclusief een grotere polarisatie.’


    David Andelman – voormalig buitenlandcorrespondent The New York Times

    CNN

    ‘In Europa zijn er negen parlementsverkiezingen. Een grote uitdaging voor nieuwe regeringen wordt het vinden van coalitiepartners om een meerderheid te vormen. Houd de vervroegde verkiezingen in Portugal in maart in de gaten. Deze volgen op een corruptieonderzoek – waardoor de socialistische premier van het land na acht jaar zijn ambt moest neerleggen – en kunnen een overstap naar de extreemrechtse Chega (“Genoeg”) inluiden. Rechts lijkt ook in Oostenrijk klaar voor grote winst bij de verkiezingen in de herfst.’


    Bernard Marr – futuroloog

    Forbes

    ’In de VS, de EU, India, het VK en Rusland zullen verkiezingen plaatsvinden (met wisselende oppositie tegen de zittende machthebbers) die de koers van de democratie bepalen. In sommige landen zal het machtsevenwicht verschuiven, met ingrijpende wereldwijde gevolgen. In veel van deze landen groeit de polarisatie tussen progressieve en conservatieve, of nationalistische en internationalistische partijen. Het zal de winnaars – aan welke kant ook – doen geloven dat ze voor nog verdergaande sociale veranderingen moeten zorgen.’


    Fareed Zakaria – columnist

    The Washington Post

    ‘Het op regels gebaseerde internationale systeem, opgebouwd door de VS en anderen, wordt nu in drie regio’s bedreigd. De oorlog van Rusland in Oekraïne verbreekt de aloude regel dat grenzen niet met geweld mogen worden veranderd. In het Midden-Oosten dreigt radicalisering van de regio door de oorlog tussen Israël en Hamas met door Iran gesteunde milities. In Azië blijft de opkomst van China het machtsevenwicht verstoren. Als Amerika zich terugtrekt, zullen agressie en wanorde in deze drie gebieden toenemen.

  • Weerstand tegen klimaatacties in Duitsland neemt toe. ‘Protest is altijd ongemakkelijk’

    Weerstand tegen klimaatacties in Duitsland neemt toe. ‘Protest is altijd ongemakkelijk’

    Klimaatactivisten van Letzte Generation – het Duitse Extinction Rebellion – vinden niet bij iedereen de steun die nodig is om de politieke blokkade op klimaatregelingen op te heffen. Volgens Simon Teune ‘verstoren ze de illusie dat je je leven kunt blijven leiden zoals voorheen’. Der Spiegel sprak met de Duitse socioloog.

    Letzte Generation heeft verschillende keren haar strategieën veranderd. Eerst waren de protesten gericht tegen automobilisten, daarna tegen eigenaren van privévliegtuigen en andere rijken. Nu protesteert de groep vooral in Beieren, waar binnenkort deelstaatverkiezingen worden gehouden. Hoe verstandig is deze aanpak?

    ‘Het doel van de groep is een fundamenteel ander klimaatbeleid. Om dat te bereiken proberen ze verschillende strategieën uit, en het is eigenlijk moeilijk te voorspellen welke acties uiteindelijk het effectiefst zullen zijn. Het is zeker zinvol om vooral te mikken op de grootste veroorzakers van klimaat­verandering. De superrijken produceren door hun levensstijl en investeringen bijzonder veel uitstoot die schadelijk is voor het klimaat.

    Europa1 Simon Teune
    Socioloog en promovendus Simon Teune doet aan de Technische Universiteit in Berlijn onderzoek naar protestbewegingen. 

    Het feit dat de activisten zich richten op een deelstaat waar in de herfst verkiezingen worden gehouden, valt te beschouwen als een poging om al bestaande publieke aandacht te gebruiken voor de eigen agenda. Het uitproberen van verschillende strategieën kun je ook opvatten als reactie op een uitputtingseffect.’

    Wat bedoelt u?

    ‘De straatblokkades bezorgen Letzte Generation niet meer zo veel aandacht als in het begin. En ze brengen kosten met zich mee: financiële, maar vooral mentale kosten. De demonstranten hebben geld nodig voor rechtszaken en advocaten. En het is enorm belastend om tegenover boze en soms gewelddadige automobilisten te staan. Sommige demonstranten zijn getraumatiseerd door die reacties of door gewelddadig politieoptreden.’

    Toch heeft Letzte Generation veel tegenstanders die eigenlijk voorstanders zouden kunnen zijn. In talrijke opiniepeilingen vindt een meerderheid van de respondenten dat klimaatverandering een van de dringendste problemen van dit moment is. Tegelijkertijd wijst een groot aantal mensen het protest af. Hoe valt dat te rijmen?

    ‘De kritiek op de protesten van Letzte Generation staat symbool voor hoe we als samenleving omgaan met de klimaatcrisis als geheel. De media en de politiek verklaren het klimaatprotest – en niet de klimaatcrisis – tot het probleem. We weten allemaal dat het om een enorme uitdaging gaat en dat we allemaal vrij machteloos tegenover het probleem staan. Letzte Generation maakt dat conflict zichtbaar.’

    Wat wordt door dat protest dan precies zichtbaar?

    ‘Het onthult de beangstigende stilstand in de politiek over een kwestie die cruciaal is om te overleven. Het wekt de indruk dat delen van de huidige rood-geel-groene coalitie en de oppositie een duurzaam klimaatbeleid zo lang mogelijk willen uitstellen, terwijl de wetenschap duidelijk zegt dat er nog maar weinig tijd is om de klimaatcrisis met effectieve maatregelen te verzachten. De liberale FDP is zelfs tegen minimale oplossingen zoals een snelheidslimiet. De bondskanselier toont geen leiderschap en maakt ook niet duidelijk dat we moeten overschakelen op de crisismodus. Een brede parlementaire meerderheid steunt nog steeds subsidies voor fossiele energie. 

    ‘Het feit dat de regering wegkijkt is moeilijk te accepteren, en dat komt tot uiting in de protesten van Letzte Generation’

    Als de regering eerlijk zou zijn, zou ze mensen moeten voorbereiden op het feit dat we niet kunnen doorgaan met leven zoals we tot nu toe hebben gedaan. We zien nu al dat klimaatverandering leidt tot conflicten over water en land, tot honger en vluchtelingenstromen. Een consistent klimaatbeleid zou betekenen dat we een gemeenschappelijk perspectief ontwikkelen voor een noodzakelijke transformatie, waardoor we ook anders gaan praten over nieuwe manieren van verwarming, of over verbrandingsmotoren. Het feit dat de regering wegkijkt is moeilijk te accepteren, en dat komt tot uiting in de protesten van Letzte Generation.’

    Maar je ziet nu al dat veel mensen de verplichting om op middellange termijn een nieuw verwarmingssysteem te installeren erg ingrijpend vinden – de veranderingen gaan voor hen te snel.

    ‘ Ik denk dat dat maar ten dele waar is. Er is een maatschappelijke meerderheid voor een beter klimaatbeleid. De suggestie dat het voor mensen ‘te snel’ zou gaan, is ook een strategie om dingen te vertragen. Maar ook hier ligt de verantwoordelijkheid bij de overheid. Zij moet eerlijker communiceren dat wat nu nog een onredelijke eis lijkt, een kans is om een catastrofale ontwikkeling in de nabije toekomst te voorkomen.’

    In hoeverre zijn mensen volgens u bereid om hun eigen leven te veranderen?

    ‘De demonstranten verstoren de illusie dat je uiteindelijk op de een of andere manier je leven kunt blijven leiden zoals voorheen, namelijk zonder extra beperkingen. Dat gevoel van verstoring is bedreigend, en verklaart ook de scherpte van het debat. Het komt niet vaak voor dat demonstranten worden beledigd of aangevallen. Ondertussen gebeurt dat wel vaak met leden van Letzte Generation.

    ‘Ze worden geschopt en van straat getrokken omdat ze velen een spiegel voorhouden’

    Ze worden geschopt en van straat getrokken omdat ze velen een spiegel voorhouden en hun eigen dilemma laten zien. Want veel mensen weten heel goed dat hun leven moet veranderen omdat ze parasiteren op de toekomst. We geven niet toe aan de bijbehorende gevoelens van schuld en schaamte. Het is gemakkelijker om ons af te reageren op degenen die ons herinneren aan onze eigen tekortkomingen.’

    Vergeleken met sommige acties vorig jaar, toen er aardappelpuree naar een schilderij werd gegooid, zijn de protesten ook intenser geworden. Minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser zei in juni dat sinds begin 2022 maar liefst 580 strafbare feiten zijn toegeschreven aan Letzte Generation. Is het protest aan het radicaliseren?

    ‘Ik zie geen tendensen tot radicalisering. Letzte Generation heeft verschillende vormen van protest uitgeprobeerd die ontwrichtend zijn en die niet genegeerd kunnen worden. De demonstranten richten hun pijlen op democratisch gekozen instellingen. Hoewel ze een radicaal ander klimaatbeleid en een fundamenteel andere manier van zakendoen eisen, is het protest niet gewelddadig en vormt het geen bedreiging voor de democratie, noch staat het buiten de grondwet. Integendeel, de klimaatbeweging is juist positief over de grondwet. 

    Het populaire begrip ‘klimaat-RAF’ is een verdraaiing van de werkelijkheid

    Het populaire begrip ‘klimaat-RAF’ is een verdraaiing van de werkelijkheid. Er zijn geen delen van de klimaatbeweging die vinden dat leden van de regering met geweld uit de weg geruimd moeten worden – in tegenstelling overigens tot bewegingen aan de rechterflank. Maar de klimaatbeweging verschilt ook van andere sociale groeperingen omdat de dynamiek in de klimaatcrisis snel gaat. Als deze regering met deelname van de Groenen nu al niet in staat is om adequaat op de crisis te reageren, kan dat ertoe leiden dat klimaatactivisten op een gegeven moment fundamenteel beginnen te twijfelen aan democratische instellingen.’

    Zijn protesten zoals die van Letzte Generation überhaupt een effectief middel om politieke druk te genereren?

    ‘Je kunt Letzte Generation bekritiseren omdat ze een te simpele voorstelling van politiek uitdragen. De veronderstelling dat je politieke beslissingen min of meer direct kunt beïnvloeden door de druk op te voeren, is te eenvoudig. Maar de protesten vervullen zeker een belangrijke functie, in die zin dat ze de ‘business as usual’-houding verstoren. Het feit dat dit soort wanhopige protesten überhaupt tot stand komt, heeft te maken met een gebrek aan politiek leiderschap in het klimaatbeleid. De vergiftigde atmosfeer die hierdoor is ontstaan maakt het moeilijk om de crisis democratisch aan te pakken.’

    Bedoelt u dat de geschillen over het klimaatbeleid de democratie in gevaar brengen?

    ‘De behandeling van Letzte Generation is een schoolvoorbeeld van wat in de academische wereld ‘morele paniek’ wordt genoemd: sommige media en ook sommige politici wekken de indruk dat een bepaalde groep de morele orde van de samenleving bedreigt. Letzte Generation is misschien lastig of vervelend, maar door ze te criminaliseren of als potentiële staatsvijanden neer te zetten, wordt de ruimte voor maatschappelijk debat kleiner. Dat is problematisch voor een democratie.’

    Een van de beschuldigingen van de kant van critici is dat de protesten illegaal zijn omdat ze niet worden aangemeld als echte demonstraties.

    ‘: Dat is precies de logica van burgerlijke ongehoorzaamheid in een liberale rechtsstaat: iemand heeft een politieke, moreel gerechtvaardigde zorg die niet wordt aangepakt binnen de bestaande instellingen, en is bereid om in beperkte mate regels te overtreden om daar aandacht voor te vragen. En is ook bereid om de straf voor deze overtredingen te accepteren. Democratieën zijn voortgekomen uit burgerlijke ongehoorzaamheid. De grote verworvenheden van de arbeidersbeweging, zoals eerlijkere lonen, zijn tot stand gekomen door illegale stakingen; ook vrouwenkiesrecht werd met militante middelen verworven. Maar protest is altijd ongemakkelijk.’

    De klimaatbeweging Fridays for Future heeft zich herhaaldelijk gedistantieerd van de acties van Letzte Generation. Waarom zijn zij – en andere klimaatactivisten – niet solidairder met Letzte Generation? Ze strijden tenslotte voor hetzelfde doel.

    ‘Er is solidariteit, maar ook een strategische afstand. Op dit moment kan niemand die de kant van Letzte Generation kiest op een positieve reactie rekenen. Het is op dit moment sowieso moeilijk om mensen te mobiliseren. De klimaatbeweging heeft veel bereikt: een groot deel van de mensen erkent nu de uitdaging van de klimaatcrisis en ook organisaties als de kerken en de vakbonden pleiten openlijk voor verandering.

    ‘Tegelijkertijd worden klimaatprotesten gecriminaliseerd. Dat frustreert veel mensen enorm’

    Maar de Duitse regering heeft op de klimaatstakingen van Fridays for Future – die tot de grootste protesten in de geschiedenis van de Bondsrepubliek behoren – gereageerd met een ontoereikende klimaatbeschermingswet. Tegelijkertijd worden klimaatprotesten gecriminaliseerd. Dat frustreert veel mensen enorm.’

    Welke mogelijkheden zijn er dan nog over om politieke druk uit te oefenen?

    ‘Er zal nog steeds druk van de straat komen, met massaprotesten en spectaculaire acties. Daarnaast blijft de klimaatbeweging werken aan verbreding van de discussie. Als verenigingen en organisaties die politiek dicht bij de FDP of de CDU en CSU staan zich zouden uitspreken voor een ander klimaatbeleid, zou het beeld aanzienlijk veranderen.’

    Zou dat bijvoorbeeld de Federatie van Duitse Industrieën kunnen zijn?

    ‘Als in die gelederen het besef zou doordringen dat ook hun economische modellen worden bedreigd door de klimaatcrisis, is er een kans dat de politieke blokkade in het klimaatbeleid wordt opgeheven. Het is geen voor de hand liggende gedachte, maar de klimaatcrisis heeft tot nu toe al voor heel wat verrassingen gezorgd. In Frankrijk waren er in maart gewelddadige betogingen rond de aanleg van bassins voor grondwater – een andere vitale hulpbron die al lange tijd wordt bedreigd door onze manier van leven. Nog maar een paar jaar geleden hadden weinigen verwacht dat er hier in Europa om water gevochten zou kunnen worden.’

    Lees ook:

  • Wereldbeeld: Marsaardappelen als voedsel van de toekomst

    Wereldbeeld: Marsaardappelen als voedsel van de toekomst

    In 2050 moeten er bijna 10 miljard mensen gevoed worden, en dat vraagt om creatieve oplossingen. Misschien liggen er tegen die tijd wel aardappelen in de supermarkt afkomstig van Mars.

    Over hoe in 2050 bijna 10 miljard mensen gevoed moeten worden bestaan steeds meer (wilde) ideeën. Op de tentoonstelling Spacefarming: de toekomst van voedsel in het Evoluon in Eindhoven produceert een roestvrijstalen koe melkproducten met micro-organismen, dus zonder dat er iets dierlijks aan te pas komt. Of het er ooit van komt is zeer de vraag, maar in het iconische Evoluon doet ruimtebioloog Wieger Wamelink als ‘scientist in residence’ een poging om aardappelen te verbouwen op een nagemaakte Marsbodem. 

    Wereldbeeld
      — © ANP
  • Pleidooi voor een mondiale CO2-bank 

    Pleidooi voor een mondiale CO2-bank 

    Welvarende landen zouden lagelonenlanden substantiële financiering moeten aanbieden om af te stappen van fossiele brandstoffen. De Keniaanse president William Ruto stelde een nieuwe ‘groene wereldbank’ voor, een doordacht plan dat vraagt om zorgvuldige bestudering.

    In een interview met Financial Times tijdens de Top voor een Nieuw Mondiaal Financieringspact, afgelopen juni in Parijs, deed de Keniaanse president William Ruto een oproep om een ‘groene wereldbank’ op te richten die ontwikkelingslanden zou helpen de gevolgen van de klimaatverandering te verzachten, zonder de toch al onhoudbare schuldenlast nog verder te verzwaren. Als rijke landen serieus van plan zijn klimaatverandering aan te pakken en vrede en welvaart te bevorderen in Afrika en de rest van de ontwikkelingswereld, moeten ze dit doordachte en belangrijke voorstel in overweging nemen. 

    Tot voor kort waren de overvloedige natuurlijke hulpbronnen en goedkope arbeidskrachten van ontwikkelingslanden hun enige onderhandelingstroeven. Maar de klimaatverandering heeft lagelonenlanden een betere onderhandelingspositie gegeven en de dynamiek van de relaties tussen Noord en Zuid veranderd. Ontwikkelingslanden laten zich niet langer dwingen enorme schulden aan te gaan voor de financiering van hun vergroening, vooral niet wanneer er goedkopere alternatieven voorhanden zijn.

    Hypocrisie

    De voortdurende pogingen van welvarende landen om lagelonenlanden ertoe over te halen een hogere waarde toe te kennen aan duurzame energiebronnen dan zijzelf hebben gedaan, zijn tot mislukken gedoemd. Hoewel de aansporingen in enkele gevallen succes hebben gehad, mede dankzij de dalende kosten van zonne- en windenergie, vinden ontwikkelingslanden het vaak veel rendabeler om in de voetsporen van geavanceerdere landen te treden en in te zetten op fossielebrandstoftechnologieën.

    De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd

    De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd. Jarenlang hebben zij ontwikkelingslanden het gebruik van fossiele brandstoffen ontraden en leningen voor de ontwikkeling van gas- en olieprojecten onthouden, vooral als die bestemd waren voor binnenlands gebruik. Maar sinds de Russische invasie zetten Europese leiders Afrikaanse landen onder druk om de productie van gas te verhogen, zodat het in de vorm van vloeibaar aardgas naar Europa kan worden verscheept. Duitsland heeft zelfs zijn kolencentrales heropend. Bovendien hebben Europese huishoudens en bedrijven precies hetzelfde soort enorme energiesubsidies gekregen waarvoor Afrikaanse landen in onder meer het jaarrapport over 2022 van het Internationaal Energieagentschap op de vingers werden getikt.

    Aanklacht tegen oliebedrijven

    Californië is niet alleen een belangrijke producent van olie en gas, maar wordt ook geteisterd door de gevolgen van klimaatverandering, met bosbranden, overstromingen, verzengende hitte en tropische stormen. Volgens The New York Times vindt de staat het nu welletjes. In navolging van zeven andere staten heeft de openbaar aanklager op 15 september een rechtszaak aangespannen tegen vijf van ’s werelds grootste oliemaatschappijen: Exxon Mobil, Shell, BP, ConocoPhillips en Chevron.

    Zij worden verantwoordelijk gehouden voor tientallen miljarden dollars aan schade, en misleiding van het publiek door de risico’s van fossiele brandstoffen te bagatelliseren. Het OM van Californië wil dat de beklaagden een fonds oprichten waaruit toekomstige schade door klimaatgerelateerde rampen kan worden betaald.

    Terwijl Europese regeringen deze initiatieven beschouwen als een gerechtvaardigde reactie op buitengewone omstandigheden, zijn ze voor ontwikkelingslanden, waar elektriciteitsrantsoenering zelfs in vredestijd de regel is, moeilijk te verteren. De Verenigde Staten brengen het er niet veel beter van af. Toen de benzineprijzen de pan uit rezen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, verzekerde de Amerikaanse president Joe Biden dat hij alles in het werk zou stellen om de prijzen te laten dalen. Biden deed zelfs een beroep op Saoedi-Arabië om meer olie op te pompen, ondanks de eerdere bedenkingen van zijn regering tegen dat land en de leider ervan, kroonprins Mohammed bin Salman.

    Naast Ruto’s voorstel voor een groene bank zijn er ook andere manieren geopperd om ontwikkelingslanden te voorzien van de financiële middelen die nodig zijn om de overstap op schone energie te kunnen voltooien. Een voorbeeld daarvan is het voorstel van diverse gezaghebbende figuren om buitenlandse investeerders minder kwetsbaar te maken voor wisselkoersrisico’s in ontwikkelingslanden. Dit voorstel is echter ondoordacht. 

    Prioriteit

    Gezien het feit dat een groot deel van het wisselkoersrisico een soeverein kredietrisico behelst, kan het niet alleen met financiële instrumenten worden weggenomen. De belangrijkste dreiging voor wisselkoersen is tenslotte de sterke prikkel voor regeringen die krap bij kas zitten om de schuld door inflatie te laten wegsmelten. Het subsidiëren van een enorme schuldenstijging in ontwikkelingslanden is geen oplossing voor de opwarming van de aarde, maar een recept voor een nieuwe schuldencrisis. Bij klimaatfinanciering voor lagelonenlanden moeten schenkingen de prioriteit krijgen, en niet leningen.

    Hoewel instellingen die volgens het systeem van Bretton Woods werken een belangrijk doel dienen, zijn hun financiële en bestuurlijke structuur, evenals hun bestaande middelen, ontoereikend. Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank verschaffen voornamelijk leningen en niet de onvoorwaardelijke schenkingen die ontwikkelingslanden nodig hebben. Bovendien zijn de bestuursmechanismen van deze instellingen ingesteld op het bevoordelen van rijke landen die leningen verstrekken. Om ontwikkelingslanden over te halen de strijd tegen klimaatverandering aan te gaan, moeten ze een grotere rol krijgen in het formuleren van een mondiaal beleid. Ook moet de voorgestelde financiering omvangrijk zijn.

    Wereldbank

    Een andere oplossing die ik de afgelopen jaren heb bepleit, is de oprichting van een wereldbank voor CO2-beprijzing die technologische transitie kan ondersteunen, onbevooroordeelde rapporten kan publiceren over de opwarming per land (bijvoorbeeld door het monitoren van CO2-compensatieprogramma’s) en grootschalige hulp kan financieren. In een recent artikel heb ik voorgesteld deze nieuwe instelling te financieren door het onherroepelijk doneren van tienjarige obligaties. Maar vlieg- en transportbelastingen, zoals voorgesteld door Ruto, zijn een alternatief dat zeker kan worden onderzocht .

    Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten

    Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten. Idealiter wordt hij zodanig gestructureerd dat hij in belangrijke mate onafhankelijk kan opereren, een van de redenen waarom het schenken van obligaties door rijke landen een aantrekkelijke financieringsoptie zou zijn.

    Hoewel organisaties als de U.S. International Development Finance Corporation enkele klimaatprojecten hebben gelanceerd, zijn die te gering van omvang om de opwarming effectief aan te pakken. Over het algemeen hebben rijke landen hun bestaande klimaatfinancieringstoezeggingen bij lange na niet gehaald, en ze lijken niet erg warm te lopen voor het faciliteren van nog meer technologische transitie. Bovendien nemen de zorgen over de haalbaarheid van een goede oplossing toe vanwege de kans dat voormalig president Trump, een berucht klimaatontkenner, in 2024 opnieuw in het Witte Huis belandt. (Aan de andere kant mogen we niet vergeten dat vóór 1972 maar weinigen hadden voorzien dat de fervente anticommunist Richard Nixon een bezoek aan China zou brengen.)

    Veel te lang hebben rijke landen ontwikkelingslanden de les gelezen over klimaatverandering, terwijl ze hun advies zelf in de wind sloegen. Hopelijk leiden innovatieve voorstellen als Ruto’s groene wereldbank tot een constructiever, rechtvaardiger debat. 

  • Afscheid van steenkool gaat onaangenaam lang duren

    Afscheid van steenkool gaat onaangenaam lang duren

    Het bonte gezelschap van financiers dat ‘de tandwielen’ van de steenkoolindustrie smeert, zal er waarschijnlijk voor zorgen dat deze lucratieve handel standhoudt, ook al is dat ten nadele van de planeet.

    Opgestapeld onder de azuurblauwe lucht in de haven van het Australische Newcastle liggen bergen steenkool waar gigantische shovels hapjes uit nemen. Ze scheppen het spul op transportbanden, die naar vrachtschepen leiden van soms wel drie voetbalvelden lang. Jaarlijks verwerken deze terminals 200 miljoen ton van de brandstof, wat Newcastle de grootste kolenhaven ter wereld maakt. De doorvoer beleeft een indrukwekkende comeback, nadat overstromingen vorig jaar de toelevering een zware slag hadden toegebracht. 

    Aaron Johansen, die toezicht houdt op de nieuwste, volledig geautomatiseerde terminal, verwacht voor de komende zeven jaar in ieder geval geen kleinere cijfers. Rijke Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, snakken naar de hoogwaardige steenkool die de terminal passeert. En dat geldt ook steeds meer voor opkomende landen als Maleisië en Vietnam.

    Dossier2
     Kolen worden gelost uit een vrachtschip in de kolenterminal van de haven van Lianyungang, in de provincie Jiangsu, om te worden vervoerd.– © Getty Images

    Aan de andere kant van de wereld is de stemming wel anders. De afgelopen weken verstoorden activisten meermaals de jaarlijkse algemene vergadering van Europese banken en energiebedrijven, waarbij zij grote schrijvers citeerden, onder wie Shakespeare (Don’t shuffle off this mortal coil) en de Spice Girls (Stop right now), in hun oproep een einde te maken aan de steenkoolwinning. Ze geven een stem aan de breed gevoelde angst voor wat steenkool voor het klimaat kan aanrichten als grootste bron van broeikasgassen. De brandstof was goed voor ruim 40 procent van energiegerelateerde koolstofemissies in 2022. De Verenigde Naties zeggen dat de productie met 11 procent per jaar moet dalen om de opwarming van de aarde ten opzichte van pre-industriële tijden onder de 1,5 graad Celsius te houden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), een officiële voorspellende instantie, wil niet dat er nieuwe mijnen worden geopend, noch dat er bestaande worden uitgebreid. Klimaatexperts denken dat 80 procent van de reserves ongebruikt moet blijven.

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit

    Dit moet dan voornamelijk gebeuren door de financiële toeleveringsketen af te knijpen. Ruim tweehonderd van ’s werelds grootste financiers, waaronder 87 banken, hebben aangekondigd dat ze investeringen in kolenmijnbouw of kolencentrales aan banden zullen leggen. Kredietverstrekkers die goed zijn voor 41 procent van de wereldwijde bankactiva hebben zich aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance en toegezegd hun portefeuilles tegen 2050 af te stemmen op CO2-neutrale emissies. Op de COP26-top in 2021 voorspelden de VN dat de steenkoolproductie door deze campagne verleden tijd zou worden. In 2020 meende het IEA nog dat de consumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt.

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit. In 2022 bedroeg de vraag ernaar voor het eerst meer dan 8 miljard ton. In dit artikel beschrijven we wie de tandwielen van deze ooit tot ondergang gedoemd lijkende handelsmachine smeert. Onze bevinding is dat de markt levendig, goed gefinancierd en winstgevend is. Nog opvallender is dat het bonte gezelschap van financiers er waarschijnlijk voor zal zorgen dat de handel tot ver in de jaren dertig van deze eeuw standhoudt, en dat die handel nog een aantal zakken flink zal vullen, ten nadele van de planeet.

    Uitzonderlijk jaar

    Het is verleidelijk om 2022 als een uitzonderlijk jaar te beschouwen. Rusland sneed de gasleidingen naar Europa af en Europa verbood de invoer van steenkool uit Rusland. Het continent verliet zich op vloeibaar aardgas (lng) dat bestemd was voor Azië en thermische steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika en het verre Australië. Ook Aziatische landen die afhankelijk zijn van hoogwaardige Russische steenkool gingen diversifiëren. De prijzen voor topkwaliteit stegen. De armere buren van Europa werden uit de gasmarkt geprijsd en stortten zich op brandstof van mindere kwaliteit.

    Nu is de storm gaan liggen. Na een zachte winter hebben Europese nutsbedrijven weer behoorlijke voorraden aan gas en kolen. Maar naarmate de vraag naar stroom voor verkoelingsapparatuur in steeds warmere zomers toeneemt, zal de invoer van steenkool versnellen. De Chinese economie is het tijdperk van zerocovidbeleid te boven gekomen, India gaat als een speer. Handelaren verwachten dat het wereldwijde verbruik dit jaar met nog eens 3 tot 4 procent zal groeien.

    China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen

    Steenkool blijft waarschijnlijk ook na 2023 in trek. Het klopt dat de vraag in Europa zal afnemen naarmate het aanbod van hernieuwbare energiebronnen stijgt. In de VS, met hun goedkopere schaliegas, ís de vraag al laag. Maar de crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt. Kolen zijn goedkoper en ruimer voorradig dan andere brandstoffen, en – eenmaal op eenvoudige schepen geladen – overal naartoe te vervoeren. Dit in tegenstelling tot lng, waarvoor je speciale schepen en terminals voor hervergassing moet bouwen, wat jaren duurt. China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen, meer dan welk land dan ook ter wereld vandaag de dag aan capaciteit heeft. India en een groot deel van Zuidoost-Azië volgen hetzelfde pad.

    Zelfs als het Westen steenkool snel afzweert, zal de vraag naar thermische steenkool tussen nu en 2030 met slechts 10 tot 18 procent dalen, verwacht de Boston Consulting Group. Een groot deel van de vraag komt voor rekening van de binnenlandse productie in China en India, de grootste verbruikers ter wereld. Import blijft echter cruciaal. Investeringsbanken verwachten niet dat de verhandelde volumes dit decennium snel onder de 900 miljoen ton komen, ten opzichte van 1 miljard ton vorig jaar. Eén investeringsbank, Liberum Capital, verwacht de komende vijf jaar een stijgende invoer.

    Hardnekkige vraag

    Blijft de wereldwijde kolenmarkt aan die hardnekkige vraag voldoen? Ons onderzoek lijkt te zeggen van wel. Er is genoeg geld voor drie vitale schakels in de toeleveringsketen: handel en scheepvaart, meer graven in bestaande mijnen, en nieuwe projecten.

    Handelsfinanciering is nog het eenvoudigst. Consultant Oliver Wyman berekende voor The Economist dat hoge prijzen, samen met de langere reizen als gevolg van omgeleide export, de behoefte aan werkkapitaal van kolenhandelaren in 2022 opdreven tot 20 miljard dollar, vier keer het historische gemiddelde. Ervan uitgaande dat de gemiddelde kolenprijs boven de 100 dollar per ton blijft, wat veel analisten verwachten, blijft die behoefte tot ten minste 2030 boven de 7 miljard dollar.

    Afrika als wingewest

    Investeringen in nieuwe projecten voor fossiele brandstoffen zouden moeten worden stopgezet om te helpen de opwarming van de aarde onder de 1,5°C te houden, maar westerse oliebedrijven richten zich doodleuk met volle kracht op Afrika.

    Dat bleek vorig jaar november in het Egyptische Sharm-el-Sheikh tijdens COP27, de VN-conferentie over klimaatverandering. Daar werd het rapport Who Is Financing Fossil Fuel Expansion in Africa? van de Duitse ngo Urgewald en een dertigtal Afrikaanse organisaties gepresenteerd. En wat blijkt? In 48 van de 54 Afrikaanse landen vinden exploratie- en exploitatieprojecten van recent ontdekte reserves plaats.

    ‘Twee derde van deze projecten wordt uitgevoerd door multinationals met hoofdkantoren buiten Afrika en de meerderheid is gericht op export om te kunnen voldoen aan westerse behoeften,’ aldus Heffa Schücking, de directeur van Urgewald. De verwachting is dat er tegen 2030 ongeveer 16 miljard extra vaten olie zullen worden geproduceerd, wat overeenkomt met twee jaar uitstoot in de Europese Unie. Het Franse TotalEnergies is met activiteiten in vijftien landen de grootste speler, en zal 14 procent van de toekomstige productie voor zijn rekening nemen, schrijft Le Monde.

    Ondertussen leiden deze miljardenprojecten Afrikaanse landen af van een transitie naar duurzame energie, aldus Amos Wemanya van de denktank Power Shift Africa. ‘En dat is slecht voor het klimaat en slecht voor de ontwikkeling van Afrika.’

    Handelaren in grondstoffen blijven liquide genoeg om de aankoop van kolen te financieren. Een van hun geldbronnen bestaat uit bedrijfsleningen via meerjarige bankleningen of obligaties, waardoor bedrijven een vastgesteld bedrag naar eigen goeddunken kunnen gebruiken. Handelaren kunnen ook gebruikmaken van doorlopend krediet op korte termijn, verstrekt door groepen banken. Veel van dit soort financieringen zijn sinds begin 2022 uitgebreid – en belopen vaak enkele miljarden dollars – om handelaren te helpen sterke prijsschommelingen op te vangen. Banken die restricties opleggen en bepalen dat het geld niet mag worden gebruikt om steenkool te kopen, lopen het grote risico dat handelaren hun toevlucht zoeken tot concurrenten die wat minder strikt in de leer zijn. Dat zijn dus maar weinig banken.

    Financieel directeuren bij handelsfirma’s zeggen dat banken in landen waar handel de voornaamste bron van inkomsten is, waaronder DBS in Singapore en UBS in Zwitserland, nog steeds steenkoolaankopen financieren. Zwitserse regionale geldschieters helpen graag. Hetzelfde geldt voor banken in consumerende landen, zoals China en Japan, evenals voor de Britse bankengroep Standard Chartered, die zich richt op Aziatische bedrijven (DBS en Standard Chartered melden allebei dat ze hun belang in thermische steenkool aan het verminderen zijn.) Alleen Europese kredietverstrekkers, vooral Franse, hebben zich teruggetrokken. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door banken uit producerende landen, zoals Australië, Indonesië en Zuid-Afrika. 

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk. Banken die toch al nooit veel geld aan hen hebben verdiend, kunnen nauwelijks volhouden dat ze niet weten hoe het geleende geld wordt gebruikt. Vorig jaar werden sommige handelaren gedwongen geld te lenen van private fondsen, vaak gedekt door vermogende individuen, tegen jaarlijkse tarieven van bijna 25 procent – ongeveer vijf keer de standaardkosten. Maar na maanden van bloeiende handel hebben velen geen externe financiering meer nodig. Eén bankier zegt dat sommige van zijn in kolen handelende klanten de winst in 2022 hebben zien vertienvoudigen. Een van hen, gevestigd in Londen, zag zijn totale vermogen stijgen van 50 miljoen pond in 2021 naar 700 miljoen in 2023.

    Kredietbrieven 

    Om het product vervolgens naar kopers te verschepen, hebben handelaren vaak een door een gerenommeerde bank afgegeven garantie nodig dat ze op tijd worden betaald. Steeds minder leners willen dergelijke ‘kredietbrieven’ verstrekken, maar er zijn ook manieren om dit te omzeilen. Sommige handelaren brengen hun klanten meer in rekening om het tegenpartijrisico te dekken. Het helpt dat de investering beperkt is. Met de huidige prijzen kan een vracht steenkool niet meer dan 4 tot 5 miljoen dollar waard zijn. Een olietanker daarentegen kan voor 200 miljoen dollar aan ruwe olie vervoeren. Anderen maken gebruik van vertrouwde tussenpersonen, of vragen grotere garanties op andere goederen die de klant koopt. Sommige overheden in ontvangende landen geven de garantie zelf af of betalen zelfs vooruit.

    Buiten Zuid-Afrika, waar spoorwegstakingen het transport hebben lamgelegd, biedt het vasteland voldoende infrastructuur om steenkool te vervoeren. Die infrastructuur zal zich alleen maar uitbreiden. Global Energy Monitor, een Amerikaanse ngo, verwacht dat India van plan is zijn kolenterminals meer dan te verdubbelen tot 1400 (momenteel zijn er wereldwijd 6300). De logistiek over zee is beperkter: onder druk van groene aandeelhouders mijden sommige verladers steenkool inmiddels. Maar kleinere transporteurs, vaak Chinezen of Grieken, hebben het stokje overgenomen. Handelaren melden geen problemen bij het verzekeren van de vracht. Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool en gebruikt dezelfde mix van obscure handelaren en scheepvaartmaatschappijen, uit Hongkong of de Golf, die het gebruikt om zijn olie naar Azië te verschepen.

    Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton

    Financiering van meer graafwerkzaamheden in bestaande mijnen – de tweede schakel in de toeleveringsketen – is ook geen probleem. Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton. Maar helemaal business as usual is het niet. Sinds 2018 hebben veel ‘majors’ in de mijnbouw (gediversifieerde conglomeraten die op openbare markten opereren) hun steenkoolactiva geheel of gedeeltelijk verkocht. Maar in plaats van te worden ontmanteld, zijn afgestoten activa opgepikt door particuliere mijnbouwers, concurrenten in opkomende markten en investeringsfirma’s. Nieuwe eigenaren hebben er geen moeite mee om mijnen volledig te benutten. In 2021 verzelfstandigde Anglo American, een in Londen gevestigde major, zijn Zuid-Afrikaanse mijnen in een nieuw bedrijf dat onmiddellijk beloofde de productie op te voeren.

    Net als handelaren zitten de mijnbouwondernemingen op dit moment goed in de slappe was. De drie grootste ‘pure-play’-steenkoolproducenten van Australië gingen van een nettoschuld van 1 miljard dollar in 2021 naar 6 miljard dollar aan nettocontanten vorig jaar. Ze hebben het grootste deel van hun langlopende leningen afgelost, dus op dat gebied zijn er geen belangrijke deadlines. ‘Tegenwoordig gaat het niet meer om de vraag “Hoe herfinancier ik mijn schuld?” maar om “Wat doe ik met mijn extra geld?”,’ zegt een financieel directeur van een van hen.

    Dossier3
    In de rij om kolen te vervoeren van de China Energy Investment Corporation. – © Getty Images

    Steenkoolmijnbouwondernemingen kunnen nog steeds geld lenen wanneer dat nodig is. Uit gegevens die de ngo Urgewald verzamelde, blijkt dat ze in de periode 2019-2021 in totaal 62 miljard dollar aan bankleningen hebben verkregen. Japanse bedrijven (SMBC, Sumitomo, Mitsubishi) waren de grootste geldschieters, gevolgd door Bank of China, en JP Morgan Chase en Citigroup uit de Verenigde Staten. Europese banken stonden ook in de top-15. In deze periode slaagden mijnbouwbedrijven, voornamelijk uit China, er ook in om voor 150 miljard dollar aan obligaties en aandelen te verkopen, waarvoor Chinese banken vaak borg stonden. En de liquiditeit houdt aan. Urgewald heeft berekend dat in 2022 zestig grote banken in totaal 13 miljard dollar naar de dertig grootste steenkoolproducenten ter wereld hebben gesluisd.

    Verre van consequent

    Dit is mogelijk doordat het beleid van financiële ondernemingen dat steenkool uitsluit verre van consequent is. Vaak treedt dat beleid pas in 2025 in werking. In sommige gevallen geldt het alleen voor nieuwe klanten. In andere is financiering van projecten wel verboden, maar geldt dat niet voor algemene bedrijfsleningen die mijnbouwers kunnen gebruiken om naar steenkool te graven. Beleid dat dergelijke leningen beperkt, geldt vaak alleen voor mijnbouwers die veel van hun inkomsten uit steenkool halen, meestal 25 of 50 procent. Veel grote bedrijven, waaronder Glencore, een Zwitserse grondstoffengigant die 110 miljoen ton per jaar produceert, zitten onder deze percentages.

    Sommige beleidsregels zijn bewust vaag geformuleerd om vrijstellingen mogelijk te maken. Hoewel Goldman Sachs heeft beloofd ‘binnen een redelijk tijdsbestek’ te zullen stoppen met het financieren van thermische steenkoolmijnbouwbedrijven zonder diversificatiestrategie, schijnt de bank leningen te blijven verstrekken aan Peabody, een gigantisch Australisch mijnbouwbedrijf dat vorig jaar 78 procent van zijn inkomsten betrok uit de verkoop van steenkool (wellicht hielp het dat het bedrijf onlangs een bescheiden dochteronderneming op het gebied van zonne-energie heeft opgericht). Van de 426 grote banken, investeerders en verzekeraars die werden beoordeeld door Reclaim Finance, een andere ngo, kan van slechts 26 worden vastgesteld dat ze een beleid voeren dat overeenstemt met een nettonulscenario in 2050. Nog minder van die bedrijven hebben gezegd steenkool volledig te zullen afzweren. De meeste Chinese en Indiase staatsbanken hullen zich op dat gebied in stilzwijgen.

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden. Volgens analisten helpt dit de bestaande mijnen om tot begin 2030 aan de vraag te voldoen. Pas dan kan er sprake zijn van een crisis in de steenkoolsector. Westerse banken, die hun beleid vaak om de zoveel tijd evalueren, zullen de duimschroeven langzaam maar zeker aandraaien. Het huidige gebrek aan nieuwe projecten – de derde schakel in de keten – betekent dat er mogelijk niet genoeg nieuwe voorraad is wanneer oude mijnen stoppen met produceren.

    Hoewel het steeds moeilijker is om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen, is er nog altijd geld beschikbaar. Westerse banken trekken zich terug, maar andere spelers dringen zich op de voorgrond. Westerse mijnbouwers zijn al jaren zuinig met kapitaalinvesteringen. Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een hoop hadden uitgegeven, leden velen onder de prijsdalingen halverwege de jaren tien. En al boeken ze nu weer flinke winsten, dan nog kopen de grote jongens liever concurrenten op, heropenen ze oude mijnen of geven ze kapitaal terug aan aandeelhouders dan dat ze nieuwe ondernemingen in het leven roepen. Het investeringsklimaat is het schraalst in de steenkoolsector. Een mijn vanaf de grond opbouwen kan meer dan tien jaar duren. En ook het verkrijgen van vergunningen, die in het Westen steeds vaker worden geweigerd, is een uiterst tijdrovende zaak.

    Energiedichtheid

    Maak alles elektrisch en je bent van het probleem van fossiele brandstoffen af. Klinkt eenvoudig, maar de werkelijkheid is weerbarstiger, volgens denktank Brookings. Al was het alleen maar omdat lang niet alles zich zomaar laat elektrificeren. Neem elektrische voertuigen: die worden aangeprezen als vervanging van voertuigen op diesel en benzine, maar zijn lang niet geschikt voor alle toepassingen; bijvoorbeeld omdat bepaalde kwaliteiten van fossiele brandstoffen – zoals hun energiedichtheid– moeilijk zijn na te bootsen.

    Omdat elk voertuig zijn eigen brandstof moet vervoeren, spelen het gewicht en het volume ervan een belangrijke rol. Vooral in de transportsector is dat cruciaal. Ga maar na: per 450 gram bevatten fossiele brandstoffen ongeveer veertig keer zo veel energie als een geavanceerde batterij. De nadelen van het gewicht van batterijen worden enigszins gecompenseerd doordat elektromotoren veel efficiënter zijn dan verbrandingsmotoren en doordat ze mechanisch eenvoudiger zijn, omdat ze veel minder bewegende onderdelen bevatten. Maar een elektrisch voertuig is altijd nog zwaarder dan een vergelijkbaar voertuig op fossiele brandstof.

    Voor voertuigen die lichte ladingen vervoeren en vaak kunnen tanken, zoals personenauto’s, is dat niet problematisch. Maar voor de luchtvaart, de zeevaart of voor vrachtwagens die zware ladingen moet vervoeren over lange afstanden zonder te kunnen bijtanken, is het verschil in energiedichtheid tussen fossiele brandstoffen en batterijen – in elk geval voorlopig – nog een onoverkomelijk probleem.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels. Vorig jaar moest Adani Group, een Indiaas bedrijf dat het beheer voert over Carmichael, een enorme kolenmijn in aanbouw in Queensland, uit eigen zak 500 miljoen dollar aan obligaties herfinancieren die het voor het project had uitgegeven. Sommige opportunistische fondsen zullen blijven mikken op sappige winsten, vooral in geval van prijsstijgingen. De eerste diepe steenkoolmijn die in decennia in Groot-Brittannië is gegraven, is uiteindelijk eigendom van EMR Capital, een investeringsfirma die is opgericht op de Kaaimaneilanden. Peter Ryan van Goba Capital, een soortgelijk bedrijf in Miami, verwacht dat de kolenactiva van zijn bedrijf tegen 2030 verachtvoudigd zullen zijn.

    In Azië is de situatie anders. Banken blijven behulpzaam. Beleggers zijn begonnen nieuwe mijnen in eigen land te steunen. Familiefondsen, die zijn opgericht om het fortuin van de rijken te beleggen, zijn geïnteresseerd. Elke zakelijke dynastie in Indonesië, waar mijnbouw de ruggegraat van de economie vormt, moet steenkool bezitten, zegt een handelaar. In India doen obscure vastgoedfirma’s biedingen op land waar steenkool valt te winnen. Uiteindelijk zouden bedrijven uit deze landen mijnen kunnen aanleggen in het buitenland, gevolgd door banken, maar Chinese uitstapjes in het Westen zullen zeldzaam blijven; Indiase en Indonesische bedrijven, die al een samenstel van steenkoolactiva in Australië bezitten, zullen hun voetafdruk echter ongetwijfeld vergroten.

    Minder export, hogere prijzen

    En dus zal de steenkolenmarkt er in de jaren dertig heel anders uitzien. ‘Van eigendom en exploitatie tot financiering en consumptie: steenkool wordt een grondstof voor opkomende markten,’ zegt een mijnbouwondernemer. De prijzen blijven hoog door aanvoerbeperkingen, maar de groep exporteurs die hieraan goud geld verdient, zal krimpen. Colombia en Zuid-Afrika, die Europa bedienen, verliezen hun afzetmarkt. Rusland zal het moeilijker krijgen om naar China te verschepen. Alle drie zullen ze minder steenkool exporteren voor minder geld. Australië zal critici sussen door zich te concentreren op de efficiëntste steenkool; dan kan het land minder exporteren maar hogere prijzen berekenen. Indonesië zou de toonaangevende exporteur kunnen worden, zoals Saoedi-Arabië dat nu is voor olie. Het zal meer van zijn basissteenkool verkopen, vaak voor meer geld.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren. Rond de jaren veertig kan de vraag voorgoed uitdoven, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Maar zelfs dan houden sommige landen hun opties open. Stel dat er nog eens een energiecrisis komt. ‘Dan zal steenkool, die grondstof die niemand wil, de grondstof zijn die we wel weer moeten gebruiken,’ zegt een grote handelaar die Azië bedient. ‘Dat zou weleens een eeuwigdurend kenmerk van steenkool kunnen zijn.’  

  • Wat is een ‘goede baan’ nog waard?

    Wat is een ‘goede baan’ nog waard?

    Het mantra ‘als je maar hard werkt, krijg je vanzelf een goede baan’ gaat gezien de onzekerheid op de arbeidsmarkt niet meer op. Volgens deze Britse schrijver moeten we ons daarom minder focussen op werk. ‘Misschien kunnen we onze kinderen helpen hun eigen weg naar “succes” te zoeken.’

    Toen ik een kind was in de relatief zorgeloze jaren negentig van de vorige eeuw, kreeg ik het nodige voor mijn kiezen: vriendschapsproblemen, huiswerk, ruzietjes met broers en zussen en wanstaltige mode . Maar één ding stond als een paal boven water: hoe je het beste uit je leven kon halen.

    Dat werd je in die predigitale dagen bijgebracht door een paar betrouwbare volwassenen: docenten, familieleden en ouders. En die zeiden maar zelden iets anders dan: ‘Volg een goede opleiding, kies een goede baan en beklim de ladder.’ Over het algemeen gold de regel dat als je tussen je kinderjaren en de volwassenheid door de vereiste hoepels sprong, succes en geluk je deel zouden worden.

    Vandaag de dag is het allemaal minder overzichtelijk. De weg naar beoogd succes is bezaaid met valkuilen, en hoe je financiële stabiliteit en potentieel geluk bereikt is minder duidelijk dan voorheen. Huizenprijzen rijzen de pan uit en voor starters is het moeilijker dan ooit om de onroerendgoedmarkt te betreden. De huidige financiële crisis heeft de baanonzekerheid verhoogd en gezien de stijgende pensioenleeftijd is een comfortabel pensioen allerminst gegarandeerd.

    Dus wat staat ons te doen, als ouders? Het lijkt verkeerd om te doen alsof de wereld niet is veranderd, of om onze kinderen aan te moedigen iets na te streven wat in de praktijk misschien onhaalbaar is. Maar als de doelen en dromen die het vuur van hun ambitie moeten aanjagen ontbreken, waar halen ze dan de motivatie vandaan die nodig is om vooruit te komen?

    Roze bril

    Kortgeleden begon mijn dertienjarige dochter zich af te vragen waarom ze naar school moet om vakken te leren die haar toch niet interesseren. Hoe kan ik haar uitleggen dat ze elke dag naar school moet terwijl ze twee jaar geleden nog thuis moest blijven voor haar eigen veiligheid? Hoe kan ik haar duidelijk maken dat ze zonder opleiding misschien geen ‘goede’ baan krijgt, terwijl ik er na mijn eigen ervaringen niet langer zeker van ben hoe een ‘goede baan’ eruit zou moeten zien? Is dat een baan die een hoger inkomen oplevert? Of persoonlijke voldoening? Zullen, met AI aan de horizon, banen waarin ze mogelijk geïnteresseerd is over vijf jaar überhaupt nog wel bestaan? En bovendien, hoe kan ze zelfs maar naar de toekomst kijken als we in allerijl op een klimaatramp afstevenen en er vlak bij huis een oorlog woedt?

    In mijn eigen kinderjaren was mijn enige echte nieuwskennis afkomstig van het brave Britse jeugdjournaal. Het was zó beperkt, dat toen een klasgenootje me vertelde dat haar vader tijdens de Golfoorlog als piloot naar Bagdad was vertrokken, ik er gewoon van uitging dat vaders daar nu eenmaal soms naartoe gingen. Hoewel mijn kinderen over het algemeen geen nieuws lezen of zien, sijpelt er toch op de een of andere manier iets door. (‘Ik haat die bullebak!’ merkte mijn zoon kortgeleden op terwijl hij naar een scherm in een afhaalrestaurant keek. Ik wilde hem net de les lezen, totdat ik me omdraaide en zag dat hij het over Kim Jong-un had.)

    Maar misschien moet ik die roze bril waardoor ik naar mijn eigen kinderjaren kijk eens afzetten. Ja, er werd me een gevoel van stabiliteit gegeven, maar aan het advies dat voor iedereen zou gelden, had ik steeds minder naarmate ik ouder werd. Na acht jaar lesgeven kreeg ik een totale burn-out en begon een nieuw leven in Frankrijk. Dit hielp me mijn idee van ‘succes ’opnieuw te definiëren.

    Ik leerde dat een baan nooit boven je geestelijke gezondheid gaat; dat geld, hoe aantrekkelijk ook, niet alle problemen oplost. Naar Frankrijk verhuizen, waar de onroerendgoedprijzen lager zijn, gaf me financiële ademruimte, en ik was in staat een carrière als freelancer op te bouwen. Dat heeft verbluffend goed uitgepakt: ik doe nu wat ik leuk vind, bepaal mijn eigen werktijden en lijd nooit meer aan de ‘zondagavondstress’ die de laatste uren van mijn weekend placht te vergallen.

    Een goede opleiding is nog altijd van het allergrootste belang, maar dat geldt ook voor relaties, vrije tijd, sport en begrip voor de wereld om je heen

    Mijn vijf kinderen zijn allemaal hier geboren, ze hebben nooit meegemaakt dat hun ouders bij het krieken van de dag verdwenen en tot diep in de nacht proefwerken nakeken. In plaats daarvan zien ze hun vader maar zelden zonder penseel en hun moeder er lustig op los typen op de computer in haar werkkamer thuis (wat ze niet als ‘werk’ beschouwen omdat ik voor een scherm zit). Ik laat liever zien wat een evenwichtig en gelukkig leven is dan dat ik mijn kinderen van stabiele, onwrikbare toekomstadviezen voorzie die waarschijnlijk toch niet langer opgaan.

    Daar komt nog bij dat niet alle veranderingen per definitie slecht zijn: banen worden flexibeler en jongere generaties zetten vraagtekens bij het idee dat werk voor alles gaat. Belangrijk is ook dat hoewel er misschien meer beren op de weg naar rijkdom zijn, het niet langer taboe is om over geestelijk welzijn te praten en dat voorrang te geven. (Toen ik op mijn vierentwintigste in de ziektewet ging met een depressie, bood mijn arts aan iets anders op het formulier te zetten zodat ik niet gestigmatiseerd zou raken.)

    Misschien ben ik nu in staat een beter toekomstbeeld voor te spiegelen dan het smalle weggetje naar een ‘goed leven’ dat me in mijn eigen kinderjaren werd voorgespiegeld. Misschien kan ik mijn kinderen leren dat ze niet vanuit een teruggetrokken bestaan naar financieel succes moeten streven, maar moeten bedenken wat het betekent om voldaan en tevreden te zijn en volledig je draai te vinden. Een goede opleiding is nog altijd van het allergrootste belang, maar dat geldt ook voor relaties, vrije tijd, sport en begrip voor de wereld om je heen.

    Welke weg je precies moet volgen is niet langer duidelijk, maar wellicht zijn de valkuilen minder diep dan gedacht. Misschien leiden er meer wegen naar Rome, die bij een ander soort leven passen, met andere doelen en andere maatstaven. En misschien kunnen we onze kinderen helpen hun eigen weg naar ‘succes’ te zoeken, een weg die niet alleen naar een mooie carrière leidt maar ook naar voldoening, veiligheid, geestelijk welzijn en een prettig leven.

  • Wereldnieuws: diabetes wordt de bepalende ziekte van deze eeuw & meer

    Wereldnieuws: diabetes wordt de bepalende ziekte van deze eeuw & meer

    De meest gehate bedrijven van de VS

    De Trump Organization is het meest gehate bedrijf van de VS volgens de 2023 Axios Harris Poll, schrijft het Amerikaanse nieuwsnetwerk CNBC. Ook drie sociale­mediabedrijven – Twitter, Meta en TikTok – prijken in de top-zeven van deze lijst, die reputaties van bedrijven meet. Ruim 16.000 Amerikanen wijzen daarvoor honderd van de ‘zichtbaarste’ bedrijven aan, waaraan ze vervolgens scores toekennen. De top-zeven bestaat uit de Trump Organization, FTX, Fox Corporation, Twitter, Meta, Spirit Airlines en TikTok.

    Meta en Twitter scoren slecht op ‘cultuur’ en ‘ethiek’: beide kregen onlangs zware kritiek na het ontslag van duizenden werknemers per e-mail. Voor Twitter, dat nog slechts een derde waard is van de 44 miljard dollar die Elon Musk ervoor betaalde, was dat slechts één drama in een lange reeks. TikTok presteert ondermaats op ‘burgerschap’ en ‘karakter’. De Trump Organization scoorde vooral slecht op ‘karakter’, ‘vertrouwen’ en ‘ethiek’.

    annie spratt zCgEsdlLNnk unsplash
    © Unsplash

    De naam van de roos wordt een opera

    Nog een kleine twee jaar wachten en dan is het zover: in april 2025 gaat de opera De naam van de roos in première in het Teatro alla Scala in Milaan, zo laat de directie van het wereldberoemde theater weten. Het betreft een nieuwe opera gebaseerd op de historische roman uit 1980 van de Italiaanse schrijver en intellectueel Umberto Eco, die zeven jaar geleden overleed in Milaan.

    De opera, die wordt geschreven door de componist Francesco Filidei uit Pisa, is een gezamenlijk project van la Scala, de Opéra van Parijs en het Teatro Carlo Felice in Genua, en zal worden geregisseerd door Damiano Michieletto. ‘Dit is een heel belangrijk werk,’ aldus Dominique Meyer, de superintendent van het Teatro alla Scala. ‘En we willen er niet alleen een leuke avond van maken, maar een waar evenement,’ voegt hij eraan toe. Het project wordt onder meer gesteund door de Italiaanse Vereniging van auteurs en uitgevers, aldus de Italiaanse nieuwssite ANSA.


    Wolven op de weg

    De foto ‘Coyote Crossing’ van Corey Arnold heeft de BigPicture Natural World Photography-wedstrijd gewonnen, zo bericht My Modern Met. De coyote is slechts een van de ongeveer vierduizend dieren die in het grootstedelijk gebied van Chicago rondstruinen op zoek naar eten. In de Verenigde Staten sterven dagelijks talloze dieren door aanrijdingen met motorvoertuigen.

    In ‘Windy City’ worden coyotes niet veel ouder dan drie jaar, in het wild is dat gemiddeld tien jaar en in gevangenschap achttien jaar. Coyotes passen zich na verloop van tijd aan en vinden intuïtief manieren om mens en snelweg te omzeilen. Hun vasthoudendheid is opmerkelijk, na eeuwen van verdrukking blijven ze in de VS nog steeds opduiken.

    Wolven
    © Corey Arnold

    Diabetes wordt de bepalende ziekte van deze eeuw

    Het aantal mensen met diabetes zal in 2050 wereldwijd meer dan verdubbeld zijn, tot 1,3 miljard, aldus de website Statnews. De trend wordt versneld door de toenemende ongelijkheid tussen en binnen landen. Volgens een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet, onderdeel van een serie over wereldwijde ongelijkheid aangaande diabetes, blijkt uit nieuw onderzoek dat naar verwachting 1 op de 10 mensen tegen 2050 wereldwijd aan diabetes zal lijden.

    ‘Diabetes wordt de bepalende ziekte van deze eeuw’, schrijft The Lancet in een redactioneel commentaar bij de serie. ‘Hoe gezondheidsdiensten de volgende twee decennia met diabetes omgaan, is bepalend voor de volksgezondheid en voor de levensverwachting in de komende tachtig jaar. De wereld heeft het sociale aspect van diabetes niet begrepen en de ware omvang en bedreiging van de ziekte onderschat.

    mykenzie johnson 5Hib8uDTm6g unsplash
    © Unsplash

    Ontwikkelingsgeld naar landbouwgiganten

    De grootste ontwikkelingsbanken ter wereld – zoals IDB Invest, onderdeel van de Inter-American Development Bank, en de International Finance Corporation, de financiële tak van de Wereldbank – kwamen ooit overeen dat ze steun zouden geven aan bedrijven die ernaar streven de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Maar onderzoek toont dat ze precies het tegenovergestelde doen. Op 21 juni verscheen een analyse waaruit blijkt dat de banken juist miljarden hebben gegeven aan grote vee- en graanbedrijven die bezig zijn met de uitbreiding van landbouwsystemen die zorgen voor meer uitstoot, schrijft Inside Climate News.

    Het rapport, onderdeel van de campagne Stop Financing Factory Farming, stelt vast dat ’s werelds grootste ontwikkelingsbanken, die particuliere projecten in ontwikkelingslanden ondersteunen, tussen 2010 en 2021 4,6 miljard dollar hebben geïnvesteerd in de landbouw. Een groot deel vloeide naar grote bedrijven, zoals Smithfield, Danone en graangigant Louis Dreyfus.

    De banken gaven 2,6 miljard dollar aan deze grote vlees- en zuivelproducenten; Louis Dreyfus ontving 200 miljoen dollar voor de productie van soja en maïs in de Cerrado, een regio met een grote biodiversiteit in Brazilië waar ongeveer de helft van de bossen al is gekapt voor de landbouw. Veel van die gewassen gaan als veevoer naar grote landbouwbedrijven in Europa. Dreyfus, dat onder meer actief is in de landbouw, de voedingsmiddelenindustrie, de internationale scheepvaart, financiën, hedgefondsen, telecommunicatie en vastgoed, heeft zijn hoofdvestiging in Rotterdam.


    Dubrovnik pakt lawaai aan

    Door wetswijzigingen kunnen lokale overheden in Kroatië sinds kort geluidsovertredingen reguleren en bestraffen. De stad Dubrovnik heeft daar snel gebruik van gemaakt: de burgemeester kondigde een reeks maatregelen aan, waaronder het verbod om koffers over de geplaveide straten van de historische oude wijk te rollen. Of ze nou zwaar zijn of niet, toeristen moeten hun koffers oppakken en dragen. Doen ze dat niet, dan riskeren ze een boete van 265 euro, zo meldt The Mayor, een site met nieuws uit de EU.

    Ook andere lawaaimakers krijgen beperkingen opgelegd. Zo moeten cafés en restaurants maatregelen treffen om hun buitenterrassen stil te houden en mogen ze maar een beperkt aantal tafels buiten zetten. Ook zij lopen het risico op boetes in geval van overtredingen, en bij herhaling kunnen hun buitenplekken voor een week, een maand of zelfs permanent worden gesloten. De autoriteiten hebben tevens besloten dat het geluidsniveau op straat niet boven een vastgestelde limiet mag komen; die is in de avonduren op 55 decibel gesteld. De limiet is gericht op straatmuzikanten, die hun geluidssystemen zachter moeten zetten; horecagelegenheden moeten hun luidsprekers buiten verwijderen.

    Ook het systeem voor leveranties aan de historische binnenstad wordt aangepast. Nu is bezorging nog toegestaan tussen 5.00 en 7.30 uur ’s ochtends en mogen er niet meer dan tien vrachtwagens tegelijk het centrum in. De stad is nu van plan om de bezorging over te nemen, door speciaal voor dit doel elektrische voertuigen aan te schaffen en personeel in te huren. Deze voertuigen en koeriers kunnen er ook voor zorgen dat de bagage van toeristen, die buiten de oude stad kan worden achtergelaten, naar hun accommodatie wordt gebracht. Het stadsbestuur laat daarmee zien niet alleen dingen te verbieden, maar ook bereid te zijn mee te helpen met veranderingen.
    Wanneer dit alles zijn beslag krijgt, is nog niet duidelijk. Het is niet waarschijnlijk dat de maatregelen deze zomer al worden ingevoerd.

    marko hankkila t Y1aKyTjus unsplash
    © Unsplash
  • Het geheime ingrediënt dat nepvlees zou kunnen redden: varkensvet uit een laboratorium

    Het geheime ingrediënt dat nepvlees zou kunnen redden: varkensvet uit een laboratorium

    Om onze vleesconsumptie te verminderen is nepvlees nodig dat minstens net zo lekker is als vlees waarvoor een dier is geslacht. Deze Amerikaanse start-up heeft de oplossing: plantaardig vlees met toegevoegd varkensvet dat gekweekt is in een laboratorium.

    Vorige maand werd ik aan een eettafel in een zonnige hotelsuite in New York City volledig verrast door een reepje nepbacon. Ik was er voor de proeverij van een nieuw soort plantaardig vlees. Net als de meeste Amerikanen had ik dat al eens eerder geprobeerd, al had ik er nooit zo’n zin in als in echt vlees. Maar nog voor ik de bacon geproefd of zelfs maar gezien had, wist ik al dat dit anders was. De geur van zout, rook en sissend vet die uit de nabijgelegen keuken kwam leek onmiskenbaar echt. De knapperige baconreepjes zagen er ook echt uit: tijgerstrepen met goudkleurig vet, gepresenteerd op een miniatuur BLT-sandwich. De knapperigheid maakte plaats voor een bevredigende beet, gevolgd door een walnootachtige smaak en de onvergelijkbare sappigheid van dierlijk vet.

    Ik wist dat het geen echte bacon was, maar even tuimelde ik er bijna in. De bacon was inderdaad gemaakt van planten, net als de hamburgers die je kunt kopen van merken als Impossible Foods en Beyond Meat. Maar het was gemengd met echt varkensvet. Nou ja, soort van. Wat door het ‘vlees’ marmerde was niet afkomstig van een geslacht varken, maar van een levend varken waarvan vetcellen waren afgenomen die vervolgens waren opgekweekt in een vat.

    Dat in het lab gekweekte of ‘gecultiveerde’ vet wordt gemaakt door Mission Barns, een startup uit San Francisco die als doel heeft om mensen te overtuigen van de kwaliteit van plantaardig vlees. En het lijkt erop dat veel mensen overtuigd moeten worden. Producenten van plantaardig vlees, voor wie een paar jaar geleden succes verzekerd leek, hebben het nu moeilijk. Toen de nieuwigheid van het ‘bloeden’ van plantaardig eiwitten eenmaal voorbij was, werd het voor consumenten lastiger om de hoge prijs, de matige voedingswaarde en de ‘best-wel-oké’-smaak van plantaardig vlees voor lief te nemen, zeggen voedseldeskundigen. In 2021 en 2022 verloren veel fastfoodketens die ooit een grote rol speelden op dit gebied – Burger King, Dunkin’, McDonald’s – de interesse om het nog te verkopen. In de afgelopen vier maanden hebben de twee meest zichtbare bedrijven die plantaardig vlees maken, Beyond Meat en Impossible Foods, ontslagen aangekondigd.

    Ondertussen ligt de toekomst van andere alternatieven voor vlees – een laboratoriumvariant die moleculair gezien identiek is aan echt vlees – nog minstens enkele jaren in het verschiet, ergens tussen science fiction en werkelijkheid in. Maar we kunnen niet wachten met minder vlees eten. Het is een van de beste dingen die we als burgers kunnen doen voor het klimaat en het neemt ook nog eens de zorgen over dierenleed en gezondheid weg. Vet uit laboratoria zou de brug kunnen zijn. Het wordt op dezelfde manier gemaakt als vlees uit laboratoria, maar is veel eenvoudiger te produceren en kan worden gemengd met bestaande plantaardige voedingsmiddelen, vertelt Elysabeth Alfano, CEO van investeringsbedrijf VegTech Invest. Als zodanig zal het waarschijnlijk veel eerder commercieel beschikbaar worden – misschien zelfs al binnen een paar jaar. Mogelijk is alles wat nodig is om nepvlees te redden slechts een beetje dierlijk vet.

    Mondgevoel

    Dierlijk vet is culinaire magie. Het geeft een hamburger zijn sappigheid en laat een boterachtig laagje achter op de tong. Het ontbreken ervan is de reden dat kipfilet zo flets smaakt. Vet, schreef kok Samin Nosrat in Salt, Fat, Acid, Heat, is ‘de bron van een rijke smaak en van een specifiek gewenste textuur’. Het nepvlees dat nu op de markt is, schiet tekort op het gebied van smaak en textuur. De meeste producten benaderen vlezigheid met een mengsel van plantaardige oliën, smaakstoffen, bindmiddelen en zout, dat zeker vleziger is dan de vroegere burgers van bonen, maar nog verre van perfect. Voedselblog Serious Eats wees bijvoorbeeld op onaangename geuren, althans vóór het koken, zoals die van kattenvoer en kokos. Op moleculair niveau heeft plantaardig vet moeite om zijn dierlijke tegenhanger na te bootsen. Kokosolie, dat vaak wordt gebruikt in plantaardig vlees, is bij kamertemperatuur vast, maar smelt bij relatief lage hitte, zodat het tijdens het koken in de pan achterblijft. Daardoor is het mondgevoel van plantaardig vlees eerder vettig dan weelderig.

    Als we die plantaardige oliën vervangen door gekweekt dierlijk vet, dat bij verhitting zijn structuur behoudt, zouden de smaak en sappigheid behouden blijven die je van echt vlees verwacht, zegt Audrey Gyr. Ze is specialist startupinnovatie bij het Good Food Institute, een non-profit die zich inzet voor vleesalternatieven. In zekere zin is de techniek waarbij dierlijk vet wordt ingezet om planten op smaak te brengen niet nieuw. Kippenvet wordt al sinds lang gebruikt om een rijke nootachtige smaak aan aardappelkoekjes te geven; gesmolten guanciale [Italiaans wangspek] geeft een klassieke pasta amatriciana zijn sappigheid. Plantaardige bacon versterkt met varkensvet volgt dezelfde culinaire traditie, maar is zeer hightech. In enorme bioreactoren worden vetcellen van een levend dier opgekweekt en gevoed met van planten afkomstige suikers, eiwitten en andere groeicomponenten. Na verloop van tijd vermenigvuldigen ze zich tot een massa vetcellen: een zachte, bleke vaste stof met een robuuste smaak, die doet denken aan de witte substantie die om een varkenskarbonade zit of in een biefstuk marmert.

    Zo uit de bioreactor lijkt het vet ‘een beetje op margarine’, zegt Ed Steele, medeoprichter van het in Londen gevestigde bedrijf Hoxton Farms. Het is een ingewikkeld proces, maar wel veel makkelijker dan de ontwikkeling van kweekvlees, waarbij veel celtypen moeten worden omgezet in stijve spiervezels. Vet bestaat maar uit één type cel en is als vormloze klodder het meest bruikbaar. Net als in het menselijk lichaam zijn enkel tijd, ruimte en een gestaag infuus van suikers, oliën en andere vetten nodig, zegt Eitan Fischer, CEO van Mission Barns. De bacon van mijn proeverij was gemaakt door gekweekt vet te mengen met plantaardig eiwit, het mengsel te pekelen en te roken en het vervolgens in baconachtige reepjes te snijden. Door slechts 10 procent gekweekt vet te mengen met plantaardig eiwit kan een product al smaken en aanvoelen als echt vlees.

    Gekweekt vet kan met zijn realistische textuur en smaak het belangrijkste probleem van plantaardig vlees oplossen, namelijk dat het gewoon niet zo lekker is

    Gekweekte vetproducten zijn al in zicht. Mission Barns is van plan zijn gekweekte vet te verwerken in zijn eigen plantaardige producten; Hoxton Farms hoopt zijn vet rechtstreeks te verkopen aan bestaande fabrikanten van plantaardig vlees. Andere bedrijven, zoals de Belgische startup Peace of Meat, het in Berlijn gevestigde Cultimate Foods en het op vis gerichte ImpacFat uit Singapore, werken ook aan hun eigen versies van gekweekt vet. In theorie kan het vet worden gemengd met vrijwel elk soort plantaardig vlees, zoals vleesklompjes, worstjes of paté. In de VS ligt de weg naar de markt al open. Afgelopen november kreeg gekweekte kip van de Californische startup Upside Foods toestemming van de Food and Drug Administration (FDA); nu is het wachten op aanvullende toestemming van het ministerie van Landbouw. In afwachting van wettelijke goedkeuring zegt Mission Barns klaar te zijn om haar producten in een paar supermarkten en restaurants te lanceren. Daaronder ook een overtuigende, varkensvleesachtige gehaktbal op plantaardige basis die ik ook op de proeverij heb geprobeerd. In afwachting van de FDA-toestemming moest ik een aansprakelijkheidsverklaring ondertekenen voordat ik mocht proeven.

    Ik verliet de proeverij met dierlijk vet op mijn lippen en een nieuwe overtuiging in mijn hoofd: voor de juiste prijs zou ik deze bacon kopen in plaats van het gewone spul. Omdat gecultiveerd vet kan worden gemaakt zonder dieren te schaden – de vetcellen in de bacon die ik proefde waren afkomstig van een vrolijk scharrelvarken genaamd Dawn, aldus een pr-medewerker van Mission Barns – kan het aantrekkelijk zijn voor flexitariërs zoals ik, die gewoon minder vlees willen eten.

    Hoewel er geen garantie is dat het thuis net zo goed zou smaken als na de bereiding door de privékok van Mission Barns, kan gekweekt vet met zijn realistische textuur en smaak het belangrijkste probleem van plantaardig vlees oplossen, namelijk dat het gewoon niet zo lekker is. Volgens Jennifer Bartashus, analist verpakte levensmiddelen van Bloomberg Intelligence, is gekweekt vet ‘de volgende stap in het smakelijker maken van milieuvriendelijk voedsel voor de doorsneeconsument’.

    Pakkende naam

    Maar gekweekt vet heeft wel nog steeds te kampen met enkele van dezelfde problemen die ons van plantaardig vlees hebben afgehouden. De huidige producten op de markt zijn niet bijzonder gezond en gekweekt vet zou daar niets aan veranderen. Het opbouwen van consumentenvertrouwen en vertrouwdheid met de producten kan ook een probleem zijn. Sommige mensen zijn huiverig voor plantaardige producten omdat ze niet weten waar ze van gemaakt zijn. Het meer complexe begrip ‘gekweekt vet’ is op z’n best net zo onappetijtelijk. ‘We weten nog steeds niet precies hoe de consument zal denken over gekweekt vet,’ zegt Gyr. Een pakkende naam voor deze producten zou zeker helpen, maar het kost me moeite om een omschrijving te vinden die minder stroef klinkt dan ‘plantaardig vlees op smaak gebracht met gekweekt dierlijk vet’. Tenzij bedrijven met gecultiveerd vet hun marketing echt goed aanpakken, zouden ze wel eens dezelfde weg kunnen afleggen als ‘gemengd vlees’– mengsels van plantaardig eiwit en echt vlees die in 2019 werden geïntroduceerd door drie vleesbedrijven, wat ‘nogal een mislukking’ was, aldus Gyr.

    Het belangrijkst is echter de prijs ten opzichte van die van traditioneel vlees. De hogere kosten van plantaardig vlees zijn deels de oorzaak van de ineenstorting van de sector, en producten met gekweekt vet zullen in de nabije toekomst waarschijnlijk niet goedkoper worden. Fischer, van Mission Barns, zegt dat de huidige kleine productieschaal van zijn bedrijf de producten ‘vrij duur’ maakt in vergelijking met traditionele vleesproducten. Steele van Hoxton Farms zegt te hopen dat bedrijven die gekweekt vet in hun plantaardige vleesrecepten gebruiken niet meer hoeven uit te geven dan nu.

    Ondanks deze obstakels is geteeld vet veelbelovend voor de kwijnende plantaardige vleesindustrie, omdat het absoluut lekker is. Gekweekt vet zou ‘kunnen leiden tot een nieuwe ronde van innovatie die weer consumenten zal aantrekken’, aldus Bartashus. Plantaardig en echt vlees zullen immers rond 2026 op een gelijke prijs kunnen uitkomen, waardoor mogelijk meer bedrijven geïnteresseerd zullen raken in de vleesalternatieven. Gekweekt vet zou ons warm kunnen maken voor de toekomst van volledig gekweekt vlees. En na verloop van tijd kan een in het laboratorium gekweekte kipfilet net zo saai worden als gewone kipfilet.

    Tot nu toe kende ik alleen een wereld waarin dierlijk vet van geslachte dieren kwam. Dat is aan het veranderen

    Aan het enthousiasme over gekweekt vet, en nepvlees in het algemeen, hangt een uitgesproken techno-optimistisch tintje – alsof het gemakkelijk zal worden om alle vleeseters over te halen om in baconvet gehulde planten te omarmen. ‘Uiteindelijk is ons doel om de huidige conventionele vleesprijzen te overtreffen, of het nu gaat om gehaktballen of bacon,’ aldus Fischer. Maar zelfs nu de problemen rond het eten van vlees alleen maar duidelijker zijn geworden, blijft de consumptie ervan in de VS stijgen. Mondiaal gezien zal de vleesconsumptie in landen als India en China de komende jaren naar verwachting explosief stijgen. Gekweekt vet biedt de consument op zijn minst een andere optie. Biefstuk bij de ene maaltijd en plantaardig vlees bij de volgende kan al als winst worden gezien.

    Sinds de proeverij heb ik vaak nagedacht over de reden waarom de bacon me zo perplex deed staan. Knagend op de knapperige gouden rand van een van de reepjes wist ik dat ik echt baconvet at. Maar mijn hersenen worstelen nog steeds met het idee dat het niet rechtstreeks van een stuk varkensvlees afkomstig was. Tot nu toe kende ik alleen een wereld waarin dierlijk vet van geslachte dieren kwam. Dat is aan het veranderen. Als gekweekt vet de tijd kan overbruggen totdat vlees werkelijk in een laboratorium kan worden gekweekt, hebben deze nieuwe producten hun steentje al bijgedragen. En in de tussentijd vinden we ze misschien wel goed genoeg.

    Lees ook: