Onderwerpen: Toerisme

  • Het toerisme van de toekomst: langzamer, milieuvriendelijker, minder

    Het toerisme van de toekomst: langzamer, milieuvriendelijker, minder

    Ook vóór corona was het al duidelijk: als we natuur en steden willen sparen, moeten we onze manier van reizen gaan veranderen. Maar hoe?

    In een niet al te verre toekomst zullen we net zo naar ons reisverleden kijken als nu naar Mad Men, de serie uit de jaren 60 waarin ongeremd gerookt en gedronken wordt en het plastic bestek na de picknick gewoon in de natuur achterblijft: ging dat toen echt zo?

    Eerlijkheidshalve zouden we dan moeten toegeven: ja, dat ging toen zo en niemand die er zich druk over maakte. Mij zouden dan bijvoorbeeld mijn reizen in het jaar 2019 te binnen schieten: in maart bewonderde ik op de Lofoten het noorderlichttheater, in de zomer stroopte ik enkele eilanden van de Cycladen af en tot slot laste ik nog een weekendje weg naar Porto in, waar we onszelf warmdronken in de kilte van de vroege herfst. Tussen die vakanties door was ik achtmaal op dienstreis – met het vliegtuig. Met al dat gereis zou ik 2019 kwalificeren als een heel normaal jaar – het laatste voordat de wereld tot stilstand kwam.

    Wereldwijd registreerden hoteliers en exploitanten van vakantiehuizen in 2019 1,5 miljard boekingen

    In dat jaar brak het mondiale toerisme alle records. Nooit eerder werd er zo vaak bezichtigd, bereisd en verwelkomd. Wereldwijd registreerden hoteliers en exploitanten van vakantiehuizen 1,5 miljard boekingen, terwijl toerismeonderzoekers zelfs een verdere stijging naar 1,8 miljard voor mogelijk hielden. Elke anderhalve seconde steeg er wel ergens op onze planeet een vliegtuig op om nieuwsgierigen zoals ikzelf af te zetten in toeristische bestemmingen als New York, Barcelona of Praag – even gewoon als een busreisje en dankzij de prijsvechters niet eens veel duurder. De wereld van 2019 was een onbegrensd draaiende vliegcarrousel.

    DO 2.1 1

    Tegelijkertijd was 2019 het jaar waarin we waarschuwingssignalen dat het zo niet verder kon nog maar moeilijk over het hoofd konden zien. Of het nu de door cruiseschippassagiers geplaagde binnenstad van Dubrovnik in Kroatië betrof of de verstopte toegangswegen naar de Walchensee in Beieren, toeristische hotspots herkenden we aan de fluitconcerten van geïrriteerde autochtonen, aan ‘tourist go home’-graffiti en aan de nare diagnose overtourism in de media. In Europa’s warmste jaar sinds de start van de weerregistraties werden wij, frequent travellers, om de oren geslagen met het begrip ‘vliegschaamte’; circa 80 procent van de reis-gerelateerde CO2-emissies wordt veroorzaakt door vliegreizen naar onze plekken van bestemming.

    Toerismecarrousel

    Toen kwam covid-19. De pandemie legde de toerismecarrousel die tot dan toe voor een soort van mensenrecht was doorgegaan, stil. Als was het een gigantische parkeerklem. Bij nader inzien was de pandemie echter geen rem maar een turbo. ‘Overtoerisme, milieubescherming, duurzaamheid – de coronacrisis werkt als vliegwiel voor ontwikkelingen die toch al vraagtekens plaatsen bij het massatoerisme,’ zegt Alexis Papathanissis, hoogleraar toerismemanagement aan de hogeschool van Bremerhaven. 180 jaar nadat de Engelsman Thomas Cook reizen begon te organiseren en het toerisme onze aarde begon te belasten, moeten we het radicaal heruitvinden.

    Maar als onze oude manier van reizen niet langer functioneert, hoe zou een nieuwe er dan uit kunnen zien? Want helemaal niet meer reizen kan geen oplossing zijn. Reizen voorziet in een essentiële behoefte – waarvan je je net als bij de liefde pas goed bewust bent als het er ineens niet meer is. Juist nu is het verlangen heftig: nog maar net ingeënt trekken waarschijnlijk massa’s mensen binnenkort de wijde wereld in. De prijsvechters breiden hun vloot al uit.

    Maar hoe zou het toerisme er na de gevreesde post-coronaparty dan wel moeten uitzien? Ik maak afspraken met een trendonderzoeker, een avonturier, een toerisme-expert en een klimaatdeskundige – mensen van wie ik antwoorden hoop te krijgen op vragen als: hoe zullen we over vijf of tien jaar op reis gaan? Mag dat eigenlijk nog wel? Hoe kunnen we onze wereld verkennen zonder een verschroeide aarde achter te laten?

    Wie in de toekomst kijkt, moet eerst weten waar hij staat. Daarom vraag ik Nikolaj Koch: Welk effect heeft een jaar met veel reizen zoals dat van mij, op het klimaat? De 38-jarige Koch is klimaatexpert bij Arktik in Hamburg, een organisatie waar je je eigen CO2-uitstoot kunt berekenen en compenseren.

    Koude douche

    Kochs conclusie blijkt een nog koudere douche dan ik al vreesde. Met mijn CO2-voetafdruk heb ik veel weg van een bankier bij Lehman Brothers kort voor het begin van de financiële crisis – het type tot wie nog niet is doorgedrongen hoe megafailliet hij eigenlijk is. Tijdens de 5800 kilometer die ik in 2019 achter het stuur zat, stootte mijn Volvo volgens Kochs berekeningen ongeveer 1300 kilo broeikasgas uit. Hierbij vergeleken vielen mijn 2500 treinkilometers met 90 kilo aan broeikasgassen in het niet. Maar de elf vliegreizen deden het pas echt: het stedentripje naar Porto, mijn vakantietrips naar de Lofoten en Griekenland, samen met een paar businessvluchten binnen Duitsland, veroorzaakten – zo rekende Koch mij voor – bij elkaar een wolk van circa 6800 kilogram CO2. Al met al had ik dus in de loop van het jaar onze klimaatzieke planeet met ruim acht ton kooldioxide opgezadeld – alleen al door mijn mobiliteit. Vanuit klimaatoptiek bezien sta ik sindsdien diep in het rood. ‘Acht ton is meer dan dubbel zoveel als waar een aardbewoner jaarlijks recht op heeft,’ zegt klimaatexpert Koch. En wat nog veel erger is: de mede door mij geproduceerde kooldioxide zal nog in de atmosfeer aanwezig zijn als ik mij allang niet meer aan een of andere vertrekgate meld maar in plaats daarvan voor het avondeten in het verzorgingshuis. Toeristen mogen dan graag bagatelliseren dat het vliegverkeer verantwoordelijk is voor slechts 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot – als we eerlijk het staartje aan condensstrepen, zwavel- en stikstofoxiden en het effect daarvan meerekenen, valt de bijdrage van het vliegverkeer aan de opwarming van de aarde minimaal tweemaal zo hoog uit. Die 6 procent CO2-last weegt nog weer zwaarder als we ons realiseren dat maar ongeveer 5 à 10 procent van de wereldbevolking überhaupt vliegt.

    Wij, de piepkleine minderheid van wereldwijde topverdieners, hebben dus een uiterst sterke hefboom in handen die in de toekomst voor de resterende 90 procent van de wereldbevolking een merkbaar verschil kan maken. ‘Onze huidige uitstoot van kooldioxide zal negatief uitwerken op de leefomstandigheden van honderden miljoenen mensen,’ zegt Volker Quaschning, hoogleraar hernieuwbare energiesystemen aan de Hogeschool voor Techniek en Economie in Berlijn. Hij onderzoekt hoe onze energiehuishouding eruit zou moeten zien, willen we het klimaat op aarde niet volkomen ruïneren. In het kort komt dat hierop neer: het moet radicaal anders. ‘Overstromingen, droogte, voedselgebrek, gezondheidsschade en andere gevolgen van onze klimaatverandering zullen generaties na ons nog treffen,’ waarschuwt professor Quaschning.

    Electrofuels

    Bieden de zogeheten electrofuels waarmee de luchtvaartindustrie op een dag klimaatneutraal hoopt te worden, dan misschien een oplossing? De expert in hernieuwbare energiebronnen heeft er weinig fiducie in. Weliswaar kunnen zulke synthetische vliegtuigbrandstoffen inderdaad via wind- of zonnestroom en daarmee CO2-neutraal geproduceerd worden, maar de productie ervan vergt helaas extreem veel energie – meer dan 80 procent daarvan gaat onderweg verloren – en is acht à negen keer zo duur als de productie van conventionele kerosine. Quaschning: ‘Er gaan nog heel wat jaren overheen voor electrofuels inzetbaar en betaalbaar zijn, als dat ooit al het geval zal zijn. Tot dat moment is en blijft het vliegtuig het schadelijkste transportmiddel voor het klimaat’. 

    En compenseren? Dat levert te weinig op. Dus besluit ik ter plekke tot een eigen aanpak. In plaats van voor stedentrips het vliegtuig te nemen, ga ik voortaan vaker met de trein en op de fiets; verplaats ik zakenafspraken van de ochtend naar de middag om niet met de ochtendvlucht maar met de trein te kunnen komen. En mijn volgende vakantie naar Italië maak ik met een van de nachttreinen die de Oostenrijkse spoorwegen net als vroeger door Europa laten rollen. In de toekomst moeten dat er duidelijk meer worden: met de Franse en Duitse collega’s werken de Oostenrijkers aan een netwerk van snelle treinverbindingen dat voor het eind van dit decennium een flink aantal Europese metropolen met elkaar moet verbinden.

    Langzamer, milieuvriendelijker, minder – zou de komende jaren weleens mainstream kunnen worden

    Langzamer, milieuvriendelijker, minder – al die oude reisadviezen zouden de komende jaren weleens mainstream kunnen worden. Want de nood groeit – en het bewustzijn ook: het hoeft niet noodzakelijkerwijs af te doen aan ons plezier wanneer we op onze weg door de wereld wat meer verantwoordelijkheid op ons zouden nemen. Het vereist alleen wat meer denkwerk. Maar dat leidt meteen tot de volgende ongemakkelijke vraag: wat leveren al die inspanningen op als we gewoon met te veel mensen zijn?

    De toerist ‘vernietigt wat hij zoekt door het te vinden,’ stelde schrijver Hans Magnus Enzensberger droogjes vast. Geen wonder dat ze ons op veel plaatsen niet meer willen, in elk geval niet in de hoeveelheden die goedkope luchtvaartmaatschappijen, cruiseschepen en busondernemingen neerkiepen bij de poorten van de hotspots. Bewoners vluchten voor maandhuren die als gevolg van het toerisme onbetaalbaar zijn geworden, hun manier van leven bezwijkt onder de massa’s. Waar lokale toerismemanagers vroeger zoveel mogelijk betalende gasten naar hun bestemming probeerden te lokken, willen ze ons nu zo efficiënt mogelijk spreiden. De fraaie aansporing van de bestseller 1000 Places to See Before You Die heeft op termijn als neveneffect dat de ‘plaatsen die je gezien moet hebben’, langzaam sterven.

    In Barcelona, waar het aantal van 1,7 miljoen bezoekers in 1990 explosief steeg naar dertig miljoen in 2019, worden al geruime tijd geen nieuwe hotels in de binnenstad meer toegestaan en aan de ooit wild voortwoekerende Airbnb-business worden boetes tot wel 30.000 euro opgelegd. Bergen beknot het aantal cruiseschepen dat deze Noorse havenstad mag aandoen, Venetië strijdt nog over een oplossing voor de plaag van drijvende SUV‘s. Amsterdam probeert de toeristische stortvloed van 18 miljoen bezoekers per jaar om te leiden naar minder belaste gebieden, bijvoorbeeld door het 30 kilometer verderop gelegen Zandvoort om te dopen tot Amsterdam Beach.

    Met zulk soort maatregelen kan lokaal mogelijk de grootste stormloop het hoofd worden geboden. Maar wat wanneer de groeiende middenklasse in China, Rusland, India en Brazilië haar koffers pakt en op reis gaat – miljoenen mensen met net zoveel recht op het San Marcoplein, het noorderlicht en het strand van de Cycladen als wij? In China is slechts 10 procent van de bevolking in het bezit van een paspoort maar dit minieme aandeel correspondeert wel met zo’n honderd miljoen potentiële Venetië-gangers.

    Om het groeiende concentratierisico van toeristen van zijn scherpe kantjes te ontdoen, is er duidelijk meer nodig dan wat onbeholpen inreisbeperkingen. Een man die aan zulk soort alternatieve ideeën knutselt, is Guido Sommer, hoogleraar toerismemarketing aan de Hogeschool van Kempten. En een oplossing heeft hij al in zijn zak zitten.

    BayernCloud

    Opgewekt blikt Sommer me op een ochtend via het Zoom-venster op mijn laptop tegemoet. ‘Ziet u dit hier?’ vraagt de 47-jarige wetenschapper terwijl iets uit zijn broekzak frommelt. ‘Het zou weleens een oplossing voor het probleem van het overtoerisme kunnen betekenen.’ Hij houdt zijn iPhone voor de camera. Onze smartphones, zo licht hij toe, wacht een grote carrière in het toerisme. Van een simpel communicatiemiddel waarmee we onderweg hotelprijzen, weersverwachting, alternatieve routes en openingstijden bijeen googelen ontwikkelt het mobieltje zich tot reisgids, reisbureau en risicomanager ineen. Dat wordt mogelijk dankzij een nieuw soort databanken waarin meteorologische diensten, hoteliers, skiliftexploitanten en andere ondernemers in de toeristenbranche voortaan in realtime hun data invoeren. Zo’n centraal informatiebureau is de BayernCloud die momenteel aan Sommers hogeschool wordt ontwikkeld. Al vanaf de zomer van 2022 moet het als een alwetende datawolk boven Beieren zweven. Soortgelijke datacentra ontstaan momenteel op allerlei plaatsen op aarde omdat ze immers een duidelijke meerwaarde te bieden hebben: alle voor toeristen relevante informatie in één enkele, uiterst actuele databron die afgetapt kan worden via één enkele app en een klein apparaatje dat ieder van ons gemiddeld 80 maal per dag ter hand neemt.

    ‘U vindt dat weinig spectaculair klinken?’ vraagt Sommer die mijn licht ontnuchterende blik kennelijk niet ontgaan is. ‘Het is wel degelijk revolutionair.’ Want met kunstmatige intelligentie gevoerde data-aggregators, zoals de BayernCloud, bieden reizigers twee niet te overtreffen voordelen: ze verklappen ons niet alleen de actuele omstandigheden op onze bestemming maar ook de situatie in de nabije toekomst. En nog fascinerender: ze kunnen die toekomst zelfs in positieve zin voor ons veranderen.

    Met slimme reisbegeleiders zullen we intelligenter en ontspannener, maar ook duidelijk zichtbaarder onderweg zijn

    ‘Neem mij bijvoorbeeld,’ zegt Sommer. Hij vertelt over zo’n typische zaterdagochtend in de winter als hij vanuit zijn woonplaats Kempten in de auto stapt om te gaan skiën in de Allgäuer Alpen. Helaas doen op zonnig-koude zaterdagen met verse sneeuw veel Kemptenaren dat. Niet zelden staat Sommer daarom korte tijd later al in de file, geïrriteerd dat hij toch niet vroeger is vertrokken, en verdoet hij op de plaats van bestemming kostbare minuten met het zoeken van een parkeerplaats om tegen het middaguur op het Oberjoch of de Fellhorn zijn eerste bochtjes te draaien. Dan is hij al een typische toerist; zo eentje die opgefokt is van te veel mensen die hetzelfde willen als hij.

    Maar volgend jaar winter zou dat heel anders kunnen zijn. Met zijn gedownloade BayernCloud kan Sommer al aan de ontbijttafel de voorziene drukte op de parkeerplekken en de rijen voor de skiliften zien – en wel op het moment dat hij denkt aan te komen. Als de sensoren onder de parkeerterreinen en bij de skiliften een cruciale belasting aangeven doet zijn app, nog voor hij in zijn auto is gestapt, al voorstellen voor minder volle alternatieven. ‘Smart assistents als deze zullen ons’ volgens Sommer ‘in de toekomst van onze eerste plannetjes tot aan de ervaring ter plekke op elke fase van onze reis begeleiden’.

    Hoe meer de algoritmes hierbij leren over onze favoriete activiteiten en doelen, hoe preciezer ze een ons passend aanbod kunnen doen. Als de skipistes rond Oberstdorf naar verwachting overvol worden, kunnen ze multisporter Sommer een weinig geboekte skitocht voorstellen of een cursus deltavliegen in het nabije Sonthofen, vanwaar de meteorologische dienst op de app juist een fantastische thermiek en een paar vrije startplaatsen heeft gemeld. Het zou de redding zijn voor zijn zaterdag en ook voor het skigebied – dat zo een overvloed aan mensen bespaard blijft.

    ‘Natuurlijk hebben dergelijke services een prijs,’ zegt Sommer. ‘Voor dat alles betalen we met onze data’. Met slimme reisbegeleiders zullen we in de toekomst niet alleen intelligenter en ontspannener, maar ook duidelijk zichtbaarder onderweg zijn. Willen we dat echt? Tegenvraag: wie wil de voordelen ervan missen?

    Transport naar behoefte

    Want op pad met digitale helpers kunnen we niet alleen betere alternatieven ontdekken maar die zelfs zelf creëren. Verondersteld dat naast Guido Sommer ook andere Kemptenaren in datzelfde weekend belangstelling hebben voor hetzelfde skigebied, dan zou het algoritme van de app voor de betreffende dag een busdienst kunnen activeren die de skiërs één voor één ophaalt en afzet bij het dalstation. ‘Het achterhaalde principe van star streekvervoer met vaste routes kan vervangen worden door het principe van MOIA – individueel transport naar behoefte,’ zegt de toerisme-onderzoeker. Weekendskiërs hoeven dan niet meer naar een vrije parkeerplek te zoeken, ze hoeven helemaal niet meer te zoeken. En mocht de vraag naar een bepaald skigebied, wandelroute of bezienswaardigheid naar verwachting te groot worden, dan schakelt de app ogenblikkelijk over op de methode Galapagos: op die eilandengroep in de Grote Oceaan worden geen nieuwe toeristen meer toegelaten, zodra de aanvaardbare hoeveelheid bezoekers wordt overschreden. Zo zouden ook in Oberstdorf en elders nieuwe gasten vroegtijdig gewaarschuwd en met zachte hand omgeleid kunnen worden voordat ze de toegangswegen en ingangen versperren.

    Op die manier kunnen digitalisering en datawolken een kernprobleem van het moderne toerisme – te veel mensen willen op hetzelfde moment hetzelfde – helpen ontwarren. Bezoekersstromen kunnen er zo mee worden gestuurd dat gedrang en reisfrustratie uitblijven.

    Dat ik ooit omhoog zou blikken naar een geanimeerde noorderlichtversie kan ik me maar moeilijk voorstellen

    Maar er is ook al een visie die nog verder gaat. De gerenommeerde Zwitserse econoom Bruno S. Frey komt met een noodoplossing die bepaald radicaal is. Zijn idee voorziet in een reeks origineelgetrouwe kopieën van publiektrekkers zoals Salzburg, Venetië of Vaticaanstad, een soort golfbrekers die een deel van de last van de hotspots kunnen opvangen. Op dat denkbeeld kwam Frey – niet onverwachts – tijdens een totaal verpeste vakantie in Venetië. Naar zijn mening zouden zulke kunstmatige tweelingen reizigers zelfs een intensere vakantie-ervaring kunnen bieden dan hun echte voorbeeld: ‘Bezoekers van een Venetië-kloon zou bijvoorbeeld een multimediapresentatie over kunstgeschiedenis aangeboden kunnen krijgen of een carnaval waarin ze echt kunnen participeren.’

    Maar hoe goedbedoeld zulke afleidingsmanoeuvres ook zijn – dat ik ooit omhoog zou blikken naar een geanimeerde noorderlichtversie aan een kunstmatige Lofotenhemel, kan ik me maar moeilijk voorstellen. Ook voor een wandeling langs het strand van een Santorini-kloon schiet mijn fantasie tekort.

    Dat leidt tot de volgende wezenlijke vraag: wat zijn mijn verwachtingen als ik ergens arriveer? En waar in hemelsnaam vind ik die? Die vraag stel ik aan een man die in de loop van zijn leven al een behoorlijk stuk van onze aardbol heeft verkend.

    Alastair Humphreys fietste na een lichtvaardige aankondiging tegenover kroegvrienden in vier jaar en drie maanden 74.000 kilometer rond de wereld. Te voet doorkruiste hij de grootste zandwoestijn op aarde, hij was National Geographic Adventurer of the Year en één van de vier gekken die in 2012 in een piepklein roeibootje de Atlantische Oceaan overstaken.

    Microavontuur

    Maar zijn grootste prestatie volbracht Humphreys thuis achter zijn bureau. De Engelse vrijbuiter en schrijver wist het wijdverbreide idee over vrijheid en avontuur op zijn kop te zetten. Hij deed dat door ideeën over even onopzienbarende als verrassende ondernemingen in de nabije omgeving op papier te zetten, er een boek van te maken en dat alles van een duidelijke titel te voorzien: Microadventures.

    ‘Toen ik aan mijn microavonturen begon, heb ik telkens naar het waarom gevraagd: Waarom zou ik als dertiger in mijn voortuin gaan slapen? Moet ik als robuust avonturier geen robuuste dingen maken?’ vertelt Humphreys, die met zijn gezin in een dorp in het zuiden van Engeland woont. ‘Maar een klein avontuur is beter dan geen avontuur.’ Hymphreys definieert een microavontuur als een kleine vlucht in de naaste omgeving die iedereen ’s avonds of in het weekend kan ondernemen. Bijvoorbeeld door tussen twee heel gewone kantoordagen in een nacht in een slaapzak in het bos door te brengen. Door een wandeling van de verst gelegen tramhalte terug naar huis of door een uitstapje met een zelf getimmerd vlot op de rivier die je tot nog toe alleen vanuit het autoraampje kent. Dat alles volgens de formule: weinig voor nodig, minimale voorbereiding, intensieve ervaring.

    Nu zou je daartegen in kunnen brengen dat een man die de halve wereld al over is getrokken gemakkelijk een loflied op eigen land kan zingen. Maar Humphreys was er helemaal niet op uit om een nieuw reisconcept te bedenken – als vader van twee kleine kinderen zocht hij simpelweg naar manieren om zijn drang naar verre landen en lust in avontuur af te kunnen stemmen op zijn gezinsverplichtingen.

    En het werkt. Ik kan er zelf over meepraten. Na de dag dat ik Humpreys Microadventures in handen kreeg sliep ik verschillende nachten in een hangmat in het bos en bracht ik diverse dagen door met eigen miniwandeltochten. Enkele zomers geleden leende ik met vrienden waterdichte zakken en supboards en liet die te water in het mij tot dan toe volstrekt onbekende Feldberger Seenlandschaft. Vier dagen achtereen gleden we van het ene meer naar het andere en hoewel het hoogzomer was, peddelden we vrijwel ongestoord door het glinsterende water. Rond ons bossen van een soort die we eerder in New England of Finland zouden verwachten. ’s Avonds schoven we onze supboards door de rietkraag op de oever en fileerden we forellen die we onderweg hadden gekocht bij een visser. En inderdaad, op de Krüselinsee schoot vlak naast ons een visadelaar het water in om vervolgens met zijn spartelende buit weer op te stijgen.

    ‘Door microavonturen hervond ik mijn geestelijke gezondheid’

    De Krüselinsee ligt op drie uur rijden van mijn stadsappartement in Hamburg, maar toen ik daar op de avond van de vierde dag nat van het zweet mijn supboard uitlaadde, leek het alsof ik terugkwam uit een andere wereld. In die vier dagen had ik meer meegemaakt en meer ervaren dan in alle voorgaande georganiseerde vakanties bij elkaar. Op het verlangen naar verre reizen hebben microavonturen hetzelfde effect als een proteïnerijk tussendoortje op stevige trek: ze zijn geen vervanging voor de gewone maaltijd maar ze vullen die aan door in korte tijd een intensieve ervaring te bieden. Tenslotte is het oneindig veel opwindender om voor jezelf een slaapplaats in het bos te zoeken dan dat je je in een hotel te ruste legt in een vers opgemaakt bed.

    Van zo’n concept profiteren waarschijnlijk niet alleen wij reizigers, maar ook de vakantieregio’s in eigen land. Die kunnen zich zo op een gemakkelijke manier in de markt zetten – en zich laten ontdekken. En het beste is nog dat ze er geen bezoekerscentra voor hoeven in te richten, attractieparken aan te leggen of infrastructuur op te bouwen – alle benodigdheden voor een microavonturier zijn er immers al.

    ‘Door microavonturen hervond ik mijn geestelijke gezondheid want ze zorgden voor een dosis wildernis, stilte en fysieke inspanning in mijn leven,’ vertelt Alastair Humphreys. Zelf besefte ik na mijn trip naar het Feldberger Seenlandschaft dat ik voor onvergetelijke momenten geen vliegticket, verleend jaarlijks verlof of touroperators nodig heb. Vereist zijn eerder fantasie, wat durf en waterdicht schoeisel.

    Resonantie

    Als we Verena Muntschick mogen geloven, maak ik daarmee deel uit van een trend. De Frankfurter toekomstonderzoeker en haar team wijdden zich enige tijd terug aan de vraag hoe we in de toekomst gaan reizen en wat we in een vakantie zullen zoeken. De belangrijkste trend die Muntschick en haar collega’s bij het Frankfurter Zukunftsinstitut blootlegden, vatten zij samen in de term ‘resonantie’. Achter dit lastig te doorgronden begrip schuilt volgens Muntschick de ‘behoefte om op reis ervaringen op te doen die je bijblijven, die verdergaan dan het serviceaanbod, de bezienswaardigheden en de beloofde uren zonneschijn’. Met andere woorden: we reizen weer om het echte leven te ontdekken en daarbij ook meteen onszelf. Voortekenen van die trend zijn bijvoorbeeld de pelgrims naar Santiago de Compostella, de couchsurfers of de stellen die na jarenlang hotelvakanties nu een Volkswagenbusje kopen om op eigen houtje de wijde wereld in te trekken.

    ‘Natuurlijk zijn dat allemaal nog niches,’ geeft Muntschick toe, ‘maar die niches worden wel gestaag groter’. De Corendons en de all-in-concepten zullen altijd wel blijven bestaan en ook het massatoerisme zal niet verdwijnen omdat een paar mensen op een sup in eigen land vakantie houden in plaats van met een surfplank op Bali. Maar jongere reizigers zijn opgegroeid met een heel andere gevoeligheid voor de ecologische en sociale gevolgen van onze reisactiviteit. En daarmee stellen ze ook hogere eisen aan de toeristenbranche: ‘Mensen willen niet meer als economisch object behandeld worden maar als vriend van een gemeenschap.’

    Liever een handvol echte ervaringen dan duizend overvolle places to see

    De vraag is alleen: is dat echt de toekomst? Feldberg klinkt nu eenmaal minder aanlokkelijk dan Faro, Brandenburg saaier dan de Balearen. Zijn we echt verstandig en bereid genoeg om van dat alles af te zien?

    Op den duur ligt de toekomst ook helemaal niet in de keuze tussen het een of het ander, maar in een eerlijke mix. Voor mij betekent dit dat ik naar de Cycladen of het noorderlicht zal kunnen blijven gaan, maar misschien niet meer zo vaak als vroeger en niet per vliegtuig maar met veerboot en trein. Wel zou ik, zelfs als je royaal tijd voor het inchecken meerekent, meer dan tweemaal zolang naar mijn bestemming onderweg zijn. Maar als er iets is wat vakantiegangers in de toekomst hebben, dan is het wel tijd.

    Sinds het opkomen van de naoorlogse reisgolf in 1950 is onze levensverwachting met gemiddeld vijftien jaar gestegen. Dat zijn vijf uren per dag die wij meer ter beschikking hebben dan onze grootouders. Elke dag weer. Anders dan zij, die ook nog eens zes dagen per week zwaar werk verrichtten, hoeven wij onze reizen niet in een paar vakantiedagen te persen. De oude drieklank van het leven – school, werk, oude dag – kunnen we vervangen door een meer ontspannen soundtrack. De tijd speelt voor ons. We kunnen hem nemen. Altijd krijgen we te horen dat de toekomst ligt in levenslang leren. Ik zou dat willen aanvullen: ze ligt in levenslang reizen.

    Dat is niet in het minst te danken aan een neveneffect van corona: door de pandemie is ook de laatste scepticus ervan overtuigd geraakt dat zeker kantoormedewerkers probleemloos vanaf diverse plekken met elkaar samen kunnen werken, vooropgesteld dat er WLAN en elektriciteit aanwezig is. En juist dat zullen veel van ons na de pandemie ook willen. Waarom niet vanuit een bergboerderij inloggen bij een Zoom-bijeenkomst? Waarom dat nieuwe idee niet uitwerken op een wandeltocht met collega’s?

    Werkverblijf

    ‘Het concept van de “mooiste weken van het jaar” waarin we bij moeten komen van de met werk gevulde rest van het jaar, is momenteel zienderogen aan het verdwijnen,’ zegt Claudia Brözel, hoogleraar economie van het toerisme (afdeling duurzame ontwikkeling) aan de Hogeschool van Eberswalde. In de toekomst zou bijvoorbeeld een reeks microavonturen gecompleteerd kunnen worden met een maandenlang werkverblijf aan de Middellandse Zee, een tuinierproject in een naburig dorp met een lange sabbatical waarin we door half Afrika trekken. Onder het motto: liever een handvol echte ervaringen dan 1000 overvolle places to see. Niet langer ‘meer’, maar ‘indringender’. Beleven in plaats van bereizen.

    Dit volslagen andere idee van wat een vakantie dient te zijn en wat hij ons moet brengen, zou weleens de sterkste veranderingskracht voor het toerisme kunnen blijken. Niet uitgesloten dus dat we ons op een dag het jaar 2019 herinneren als het jaar waarin we op een heel nieuwe manier begonnen te reizen.

    We zullen veel in de natuur zijn omdat we het digitale ‘always on’ moe zijn

    De visionair Bernd Neff, initiator van het Berlin Travel Festival en voormalig marketingmanager van Design Hotels, voorspelt een trend naar een luxe en groene vakantie. Historisch gezien werden pandemieën altijd gevolgd door fases van verhoogde levenslust en luxe. Nadat de pest was overwonnen gingen de mensen overal in Europa trouwen en zetten ze kinderen op de wereld; op de Spaanse griep volgden de roaring twenties. Wij zullen in de post-coronajaren een tijd van luxereizen meemaken. Maar het zal een nieuwe, minder materieel bepaalde vorm van luxe zijn. We zullen in kleinere groepen op vakantie gaan en veel in de natuur zijn omdat we het digitale always on moe zijn. Overal zullen nederzettingen met tiny houses ontstaan of zoals in Italië, albergi diffusi: goed voorziene hideaways in de buurt van steden. In Berlijn ontwikkelt een start-up onder de naam Raus momenteel zo’n mix van boutique-hotel, boshut en smart loft. Wilde tuinen, workshops en wellness maken deel uit van het concept. Wat verdwijnen gaat is dat zinledige snel-maar-ergens-heen-vliegen. Net als ecofashion en veganisme zal bewustzijn van de gevolgen van al ons reizen gemeengoed worden. We zullen weer waardering krijgen voor wat lokaal is, per slot van rekening was het nogal saai om van Tokio tot aan Quebec dezelfde restaurantketens en merken aan te treffen. Reizen zal inspirerender worden. ‘Nachttreinen in plaats van budgetvluchten, drie maanden in een work-away-hotel in plaats van een driedaags stedentripje. Voor mij is dat de echte luxe.’

    De veelsporige Monisha Rajesh reisde ‘de wereld rond in tachtig treinen’ en schreef er een boek over. Die goeie ouwe trein heeft de toekomst, voorspelt de Britse schrijfster. ‘Als treinreiziger houd je steeds een gevoel voor ruimte en tijd – in tegenstelling tot bij een vliegreis. Je kunt met een kopje thee in bed liggen, samen eten, werken en de wereld aan jezelf voorbij zien trekken. Ik ben er vast van overtuigd dat het reizen per trein – ook vanwege de gunstige CO2- balans – een grote toekomst wacht. In Azië, Afrika en Latijns-Amerika is de trein ook nog eens een relatief goedkoop transportmiddel. De beste ter wereld zijn in mijn ogen de Japanse. Met de Shinkansen kun je binnen een paar uur bijna het halve land doorkruisen. Op het eindstation voltrekt zich een ‘zevenminutenwonder’: schoonmaakpersoneel bestormt de trein, draait de zittingen om, maakt tafeltjes en vloeren schoon, voert afval af en zeven minuten later springt het weer naar buiten en kunnen er nieuwe gasten instappen.

    In Europa wordt reizen per trein lastig zodra we de grens overgaan. Elk land heeft zijn eigen spoorwegmaatschappij, er is geen centrale website of een aanbieder die alle verbindingen bestrijkt. Mocht er een Europese spoorminister komen en ik zou die baan krijgen, dan zijn mijn eerste maatregelen: invoering van extra nachttreinverbindingen, prijsdalingen van tickets en opbouw van een centraal boekingssysteem voor heel Europa.’

    ‘Niet zo lang geleden nam ik samen met een vriend spontaan de trein richting Slowakije. Een geweldig avontuur’

    Anselm Pahnke fietste 414 dagen door vijftien landen in Afrika. Hij is filmmaker, schrijver (Von Anderswo und anderen Orten) en een van de oprichters van Terran e.V. voor reizen zonder vliegtuig. ‘Het is waar, zelf heb ik de wereld kunnen ontdekken en mijn reishonger uitvoerig kunnen stillen. Ik heb ook een vaag vermoeden van wat het succes van mijn film aan reizen naar Afrika heeft veroorzaakt. Daarom zou het absurd zijn om nu anderen moreel de les te lezen over vliegen. Maar voor mij moeten reisdoel en reistijd wel met elkaar in overeenstemming zijn. Drie weken naar Thailand staan in geen verhouding tot de kostbare reis. Steeds meer beroepen en bedrijven zullen in de toekomst een sabbatical kennen waarin mensen een deel van de wereld kunnen leren kennen zonder hectisch heen en weer terug te moeten vliegen. Althans dat hoop ik. Bij mij duurde het vijf maanden voor ik me in Afrika op mijn gemak begon te voelen.

    Sinds ik weer in Freiburg woon, ben ik veel met de fiets, de trein en te voet op pad, Naar Denemarken of in de Alpen. Dat geeft absoluut niet de exotische kick die Afrika mij gaf, maar het voelde ook in geen enkel opzicht als minder. Niet zo lang geleden nam ik samen met een vriend spontaan de trein richting Slowakije. Na twintig uur kwamen we daar aan. Een geweldig avontuur. Om eerlijk te zijn: het is opwindender om onvoorbereid op een trein richting Oost-Europa te stappen dan voor een georganiseerde safari naar Kenia te vliegen.’ 

    Technoloog Marta Kwiatkowski Schenk, wetenschappelijk onderzoeker aan het Gottlieb Duttweiler Institut in Rüschlikon (Zwitserland) vertrouwt de reisleiding al gauw toe aan digitale assistentie. ‘Reizen betekent kiezen. Huur ik een auto of beschikt mijn hotel over fietsen? Biedt het restaurant glutenvrije maaltijden en kan ik die wandeling ook met een slechte knie maken? Al die informatie moeten we moeizaam bijeengaren. En daarna moeten we beslissen. Reizen betekent daarom altijd ook stress. Dat zullen slimme assistenten ons binnen enkele jaren uit handen nemen. Zij zullen ons als privéreisbureau, navigator, reisgids en ticketshop vergezellen en helpen bij de besluitvorming. We zullen er ook geen extra apparaat voor aan te hoeven schaffen. De assistentietechnologieën zullen verwerkt zitten in onze polshorloges, koelkasten, auto’s en misschien zelfs wel in kledingvezels. Onopvallend op de achtergrond zullen zij hun werk verrichten. We noemen dat calm tech. Dankzij kunstmatige intelligentie zullen zij ons alleen voorstellen doen voor belevenissen die relevant voor ons zijn. Zij kennen ons immers omdat zij ons voortdurend begeleiden.

    Het zal sommigen van ons doen denken aan de sciencefictionfilm Her en inderdaad vormde deze film van Spike Jonze een inspiratiebron voor ons onderzoek. Maar digitale assistentie is geen sciencefiction, het maakt al deel uit van onze werkelijkheid, zij het ook nog niet zo uitontwikkeld als het ooit zal zijn en alles op zijn kop zal zetten.’

  • Het is tijd voor ruimtevaartregels: ‘Steeds meer miljonairs kopen een ticket’

    Het is tijd voor ruimtevaartregels: ‘Steeds meer miljonairs kopen een ticket’

    Plezierruimtevaart zal in de toekomst steeds toegankelijker worden. Maar gaat ook gepaard met enorme milieukosten: per ruimtevlucht gaat het om een uitstoot van zo’n 75 ton koolstofdioxide per passagier.

    Terra Incognita, die voor avonturiers en reislustigen zo beloftevolle aanprijzing, verdween in de negentiende eeuw gaandeweg van de landkaarten. Alleen de bodems van onze oceanen zijn nog terra incognita, de rest van de aarde is in kaart gebracht en is mede door massatoerisme hetzij vernietigd, hetzij verontreinigd, hetzij zo veel mogelijk van enige authenticiteit ontdaan. Dan maar de ruimte in, dacht een handvol miljardairs.

    In juli 2021 brachten twee superrijken dat voornemen in praktijk. Op 11 juli vloog Virgin-oprichter Richard Branson naar ongeveer 86 km hoogte en op 20 juli volgde Jeff ‘Amazon’ Bezos. Hij moest uiteraard nog wat hoger en vloog naar 100 kilometer.

    ‘Welkom bij de dageraad van een nieuw ruimtetijdperk’, aldus Branson na zijn vlucht. ‘We zijn er om de ruimte voor iedereen toegankelijker te maken’. Dat is nogal eufemistisch gesteld, want een ticket voor een ruimtevlucht is slechts voor enkele zeer bemiddelden weggelegd. Toch kopen mensen nu al tickets voor ruimtereizen bij bedrijven als SpaceX, Virgin Galactic en Space Adventures, die beogen het ruimtetoerisme te stimuleren.

    Milieukosten

    Dat nieuwe particuliere ruimtetoerisme zou wel eens gepaard kunnen gaan met enorme milieukosten, zegt Eloise Marais, hoofddocent fysische geografie aan het University College London. Marais bestudeert de impact van brandstoffen en industrie op de atmosfeer.

    Raketten die worden gelanceerd, hebben een grote hoeveelheid drijfgassen nodig om uit de atmosfeer van de aarde te komen. SpaceX’ Falcon 9-raket gebruikt daarvoor kerosine en NASA gebruikt vloeibare waterstof voor zijn nieuwe Space Launch System. Die brandstoffen stoten een verscheidenheid aan stoffen uit in de atmosfeer, waaronder koolstofdioxide, water, chloor en andere chemicaliën.

    De uitstoot van raketten stijgt al met bijna 5,6 procent per jaar

    De uitstoot van raketten is nu nog klein in vergelijking met de vliegtuigindustrie, aldus Marais, maar ze stijgt al met bijna 5,6 procent per jaar. ‘Voor een langeafstandsvlucht gaat het om een uitstoot van één tot drie ton koolstofdioxide per passagier’, aldus Marais. Eén raketlancering verdeelt 200-300 ton koolstofdioxide over ongeveer vier passagiers. ‘Dus er is niet zo veel meer groei nodig om te concurreren.’

    Op dit moment is het aantal raketvluchten nog klein. Volgens NASA ging het in 2020 wereldwijd om 114 lanceringen. Maar emissies van raketten worden uitgestoten tot in het bovenste deel van de atmosfeer en blijven daar lang hangen: twee tot drie jaar. Zo kan zelfs het injecteren van water in de bovenste atmosfeer, waar het wolken kan vormen, volgens Marais al opwarmende effecten hebben.

    Ruimtetransport

    Dichter bij de grond zorgen brandstoffen voor enorme hoeveelheden warmte, waardoor ozon wordt toegevoegd aan de troposfeer, die daar werkt als een broeikasgas en warmte vasthoudt. Naast koolstofdioxide produceren brandstoffen als kerosine en methaan ook roet. In de bovenste atmosfeer kan de ozonlaag worden verwoest door de combinatie van elementen van verbrande stoffen.

    ‘Van het aantal milieueffecten als gevolg van de lancering van ruimtevoertuigen, is de uitputting van ozon in de stratosfeer de meest bestudeerde en de meest direct zorgwekkende’, schreef beleidsadviseur bij New Zealand Space Agency Jessica Dallas vorig jaar in een analyse van emissies door ruimtelanceringen.

    Een rapport van het Center for Space Policy and Strategy uit 2019 vergeleek het probleem van de ruimte-emissies met dat van ruimteafval, een ander existentieel risico voor de ruimtevaart. ‘De uitstoot door lanceringen is een echo van het ruimteafvalprobleem. Uitlaatgassen van raketmotoren die tijdens het opstijgen in de stratosfeer worden uitgestoten, hebben een nadelige invloed op de atmosfeer’, aldus het rapport.

    Het rapport wijst op ontwikkelingen als ruimtetransport, gezien het aantal startups in suborbitaal transport die op zoek zijn naar ‘goedkope lanceerplaatsen’. Met een jaarlijkse groei van 17,15 procent in het komende decennium zal de mondiale markt voor ruimtetransport en -toerisme volgens schattingen zo’n 2,58 miljard dollar bedragen in 2031.

    In het verleden was het meeste ruimtevervoer gericht op vrachtmissies naar het International Space Station en diensten voor satellieten, maar momenteel verschuift de focus naar planetaire verkenningen, bemande missies, suborbitaal transport en ruimtetoerisme. Bedrijven als SpaceX, Blue Origin en Virgin Galactic, richten zich op het ontwikkelen van ruimtevoertuigen die transport en ruimtetoerisme mogelijk maken.

    Klimaatrampen

    Ondertussen wijzen critici erop dat de enorme bedragen die Branson, Bezos en Elon Musk in ruimtetechnologie steken, geïnvesteerd hadden kunnen worden in het verbeteren van het leven op aarde waar bosbranden, hittegolven en andere klimaatrampen steeds vaker voorkomen naarmate de wereld warmer wordt.

    Eloise Marais begrijpt de opwinding rond de ontwikkelingen in de ruimte, maar pleit voor verantwoordelijkheid en voorzichtigheid naarmate de ruimte-industrie groeit. Ze wijst erop dat er nu geen internationale regels zijn met betrekking tot de soorten brandstoffen die worden gebruikt, hun emissies en hun impact op het milieu. ‘Het is nu tijd om te handelen, nu miljardairs een ticket kopen.’

  • Reizen na corona

    Reizen na corona

    Zal ons reisgedrag weer terugspringen naar hoe het was? Foreign Policy kijkt in een kristallen bol.

    Nu we de eerste zomer van pandemie nieuw stijl – met een gedeeltelijk gevaccineerde bevolking – ingaan, is er een aarzelende versoepeling van de reisbeperkingen begonnen. In juni heropenden de landen van de Europese Unie hun binnengrenzen en zij zijn van plan om in de loop van juli reizigers van buiten het blok toe te staan. Singapore en China zijn begonnen met het toelaten van onderlinge essentiële reizen, maar alleen voor passagiers die negatief testen op het coronavirus en een app gebruiken die hun contacten traceert. IJsland laat wel toeristen toe, maar iedereen moet verplicht op de luchthaven worden getest.

    Het internationale langeafstandsverkeer is zo goed als dood

    De luchtvaartmaatschappijen voeren hun zomerdienstregeling op, hoewel het aantal vluchten slechts een fractie zal zijn van het aantal van voor de pandemie. Luchthavens zijn nog steeds spooksteden (sommige zijn zelfs overgenomen door wilde dieren), en het internationale langeafstandsverkeer is zo goed als dood, schrijft het Amerikaanse tijdschrift.

    Overal ter wereld heeft de ineenstorting van de toeristische economie hotels, restaurants, busondernemingen en autoverhuurbedrijven failliet doen gaan – en naar schatting 100 miljoen mensen werkloos gemaakt.

    Niemand weet hoe snel het toerisme en het zakenverkeer zich zullen herstellen, of we nog evenveel zullen vliegen en hoe de reiservaring eruit zal zien zodra de nieuwe gezondheidsmaatregelen van kracht zijn. Eén ding is zeker: tot die tijd zullen er nog veel vakanties, zakenreizen, weekendjes weg en familiereünies worden geannuleerd.

    Al kruipt het bloed waar het niet gaan kan, is het geen verspilde moeite om verder te kijken dan de zomer en na te denken hoe de de manier waarop we reizen permanent zal of moet veranderen.


    Reizen zou onbetaalbaar kunnen worden

    ‘Ongeacht ons inkomensniveau, zal reizen een groter deel van ons besteedbaar inkomen opeisen’, stelt Elizabeth Becker, buitenlandcorrespondent.

    ‘Van de ene op de andere dag ging een groot deel van de wereld van een situatie van overtoerisme naar geen toerisme. Sindsdien hebben de plaatselijke bewoners gezien hoe hun leven is verbeterd zonder die krankzinnige drukte: heldere luchten, een drastische vermindering van zwerfvuil en afval, schone oevers en kanalen, en een terugkeer van de wilde dieren.

    Maar het ene bedrijf na het andere ging failliet zonder die toeristen, waaruit blijkt hoezeer de wereldeconomie afhankelijk is van non-stop reizen. Die economische verwoesting zal betekenen dat veel minder mensen het zich kunnen veroorloven om te reizen. Wat ons inkomensniveau ook is, reizen zal een groter deel van ons besteedbaar inkomen in beslag nemen.

    Veel gezondheidsmaatregelen zullen permanent worden

    Wees dus voorbereid op twee dramatisch verschillende trends. Sommige nationale en lokale overheden zullen hun toerismestrategieën herontwerpen om de drukte te beperken, meer geld in de lokale economie te houden en de lokale regelgeving te handhaven, waaronder die ter bescherming van het milieu. Veel gezondheidsmaatregelen zullen permanent worden.

    Andere regeringen zullen concurreren om het krimpende aantal toeristische dollars door de reisindustrie zichzelf te laten reguleren, hoge kortingen te gebruiken om hotels en vliegtuigen te vullen en overtoerisme nieuw leven in te blazen.

    Slimme reizigers zullen minder reizen en langer op één plek blijven

    Slimme reizigers zullen vertrouwen hebben in plaatsen met een goed bestuur en goede gezondheidssystemen. Ze zullen minder reizen en langer op één plek blijven. Zij zullen deze pandemie zien als een voorbode van wat ons nog te wachten staat met de klimaatcrisis. Zij zullen zich gedragen als verantwoordelijke burgers en als gepassioneerde reizigers.’


    Vergaderen via Skype of Zoom is de norm geworden

    ‘Onze zakelijke bijeenkomsten, familievakanties en vrijetijdsbestedingen zullen zich steeds meer naar virtuele werelden verplaatsen’, aldus Vivek Wadhwa, techondernemer en bedrijfskundige.

    ‘De afgelopen maand heb ik met meer CEO’s gesproken dan ik normaal in een jaar zou doen. Ze waren ontspannen, betrokken en aandachtig. We konden brainstormen over ideeën waarmee ze hun bedrijven opnieuw konden uitvinden zonder dat poortwachters of nee-zeggers de discussies torpedeerden. Dit waren de meest productieve gesprekken die ik met bestuurders uit de hoogste echelons heb gevoerd, en zoals je misschien al geraden hebt, gebeurde dit allemaal vanuit huis.

    Twee maanden geleden zou het ondenkbaar zijn geweest om via Skype of Zoom te vergaderen; nu is het de norm. (…) We beseffen het misschien niet, maar de videoconferentietechnologieën die we gebruiken, komen regelrecht uit sciencefiction. Herinnert u zich de TV-serie The Jetsons? We hebben nu de videofoons die George en Judy gebruikten.

    De volgende sprong voorwaarts zal virtual reality zijn

    De volgende sprong voorwaarts zal virtual reality zijn, die zich in een razend tempo ontwikkelt en ons zal verrassen. Onze zakelijke vergaderingen, gezinsvakanties en vrijetijdsactiviteiten zullen zich steeds meer naar virtuele werelden verplaatsen.’


    We vergaten hoezeer reizen bij het moderne leven hoorde

    ‘Wat er verloren kan gaan door een lange onderbreking van die gemakkelijke wereldwijde verbindingen, wordt nu pas duidelijk’, schrijft James Fallows, redacteur bij The Atlantic.

    ‘Omdat reizen vaak zo routineus en vervelend was, concentreerden mensen in het tijdperk vóór de pandemie zich zelden op de vraag hoe fundamenteel reizen – grootschalig, snel, relatief goedkoop menselijk verkeer – was voor de idee van modern wereldburgerschap.

    Studenten beschouwden het als vanzelfsprekend dat zij een academische opleiding konden volgen in een andere regio, een ander land of een ander continent, en toch nog terug konden gaan om hun familie te bezoeken. Mensen die permanent waren geëmigreerd, of hun land hadden verlaten voor een paar jaar werk of avontuur, wisten dat hun thuisland nog steeds relatief snel bereikbaar was. Kinderen zagen hun grootouders van dichtbij. Families konden bijeenkomen voor bruiloften, geboorten, diploma-uitreikingen, begrafenissen. Zakenmensen uit afgelegen plaatsen gingen naar conventies en conferenties om zaken te doen en plannen te coördineren. De culturele en toeristische attracties van de wereld werden toegankelijk voor mensen uit alle hoeken van de wereld.

    Door de commercialisering van reizen konden mensen met een normale beurs een ‘bucket list’ samenstellen

    Voor Amerikanen waren vliegreizen en internationale contacten ooit zo’n zeldzaamheid dat de nu zo absurd klinkende term ‘jetset’ echt iets betekende toen die in de jaren vijftig werd bedacht. Door de commercialisering van reizen konden mensen met een normale beurs een ‘bucket list’ samenstellen van bezienswaardigheden die ze wilden zien – en ervan uitgaan dat ze dat ook zouden kunnen.

    Vóór de lockdown was het gemakkelijk om alle schade op te sommen die massareizen hadden aangericht, van de drommen die Venetië of Machu Picchu overspoelden tot de standaardisering van het hotel- en luchthavenleven wereldwijd. Wat er verloren kan gaan door een lange onderbreking van die gemakkelijke wereldwijde verbindingen, wordt nu pas duidelijk.’

  • Augustusnummer | De grens over

    Augustusnummer | De grens over

    »  Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Over de grens. De toekomst van toerisme

    » ‘Made in Bagladesh’ zorgt voor booming telefoonbusiness

    » Van visvoer tot megatrend: de evolutie van de erwt

    Weet je nog?

    Redactioneel

    Over niet al te lange tijd heft het alles overspoelende massatoerisme zich vanzelf op. Op zoek naar zon, zee en strand, of welke attractie dan, het liefst in korte broek en op sandalen, en wat kan het schelen als er honderden andere vakantiegangers op hetzelfde idee zijn gekomen… Wie doet het straks nog? Wie wil er straks nog ver van huis om naar adem te snakken onder de rook van bosbranden of te verschroeien door de ondraaglijke temperatuurstijging die zich opdringt tot in het Arctisch gebied. Stel je voor, wordt het miezerige weer in Nederland nog een zegen waar we in plaats van permanent over klagen nu nostalgisch mijmerend aan terug denken. Weet je nog, hoe je op de fiets zat met die heerlijke slagregens en die verrukkelijke telkens draaiende wind.

    Het klimaat, dat we zo graag willen vergeten, naar onze hand willen zetten, waar we pas aandacht aan besteden wanneer het uitkomt, dat we bezingen en verguizen, waar we zo lang veronachtzaamd mee zijn omgesprongen wetende dat al onze dagelijkse handelingen op enigerlei manier invloed op de temperatuur van de atmosfeer hebben, laat zich nu in al haar grootsheid zien.

    Onoverwinnelijk tegen wil en dank.

    Gingen vroeger mensen nog fysiek ergens heen?

    Hoogste tijd, nee het is al ná hoogste tijd, als we de klimaatdeskundigen mogen geloven om rigoureuze en onmiddellijke maatregelen door te voeren. Van overheidswege hoeven we dat niet te verwachten zolang er ministers zijn die zeggen dat ze er wel ‘een juridische truc’ voor zullen vinden, terwijl het dezelfde overheid is die het wel lukt om 17 miljoen mensen langdurig binnen te houden. Wat de politiek ervan weerhoudt om radicale hervormingen door te voeren, is inherent aan de politiek zelf; gefragmenteerd, zichzelf vastgeketend aan allerlei leibanden, angstvallig rekening houdend met genoeg draagvlak, et cetera. Dus moeten we het toch zelf doen, in plaats van blijven hameren op een grootscheepse wijziging van het systeem. That will be the day. Hoopvol is dan ook de opening van Harald Willenbrock in Geo (p.12), waarin hij schetst hoe we in een niet al te verre toekomst net zo verbaasd naar ons alledaags consumentisme en reisverleden kijken als nu naar Mad Men, de serie uit de jaren 60 waarin het plastic bestek na de picknick gewoon in de natuur achterblijft. Waren we echt zo milieu-onbewust, propten we tachtig budgetvluchten per dag vol voor 35 euro retour? Hadden ze toen nog geen virtuele reizen met voelbare temperatuur- en hoogteverschillen? Wat? Gingen mensen nog fysiek ergens heen? Hoor je dat, ze vlogen nog en droegen vakantiekleren.

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    cover LR 1 1

  • Ons diepe verlangen om te reizen in vijftien talen

    Ons diepe verlangen om te reizen in vijftien talen

    Na een jaar thuiszitten heeft het verlangen om onze koffers te pakken en op reis te gaan een toppunt bereikt. Een aantal woorden op een rij die in verschillende talen dit gevoel verwoorden.

    Meer dan ooit worden we na dit pandemische jaar gegrepen door een bitterzoet verlangen om te ontsnappen, het liefst letterlijk: door onze koffers te pakken. Nostalgie naar het buitenleven of het terras, heimwee naar onbekende landen of vertrouwde plekken die we graag opnieuw zouden bezoeken, het ongeduld om te vertrekken wordt steeds groter. Zo wordt aan dit verlangen in verschillende talen uiting gegeven.

    Udlængsel: Deens voor de wens om het huis uit en naar buiten te gaan.

    Resfeber: Zweedse term voor reiskoorts; de rillingen, nervositeit en soms angst die voorafgaan aan de dag van vertrek.

    Wanderlust en wandermust: Het Duitse woord Wanderlust wordt gebruikt voor de diepe wens om te reizen. Om deze dringende behoefte te onderstrepen heeft de term is de term in 2020 gaandeweg veranderd in de Duits-Engelse verbastering wandermust.

    Uitwaaien: Je hoofd laten leegblazen door de zeewind, een geliefde bezigheid van Nederlanders.

    Kajjaanaqtuq: Zo duiden ze in het Inuktitut, een taal die wordt gesproken in het Canadese Verre Noorden, een prachtig landschap aan.

    Boketto (ぼけっと): ‘Dagdromen’ in het Japans, letterlijk: ‘de ogen op de verte richten’.

    Prostor (Простор): Russische term die grote ruimtes aanduidt en het idee van totale vrijheid oproept.

    Makila: Wandelstok in het Baskich.

    Padkos: Afrikaans woord voor een snack voor onderweg.

    Waldeinsamkeit: Duits voor het sublieme gevoel van eenzaamheid die het bos ons geeft.

    Tchabak (차박): Koreaanse term die de woorden ‘auto’ (차 : ) en ‘accommodatie’ (박 : ) combineert. Equivalent aan het Engels vanlife, dat je gebruikt als iemand in zijn voertuig woont.

    Stranach: In het Iers-Gaelisch het geraas van de golven als ze zich terugtrekken van de kust.

    Qajartuarpoq: ‘Kajakken voor de lol’, een werkwoord dat in Groenland wordt gebruikt.

    Workation: combinatie van de Engelse woorden werk en vakantie. Deze term wordt gebruikt door Japanse werkgevers die hun werknemers aanmoedigen om vanuit een vakantieoord te werken.

    Filesh yâde hendustân karde (فیلش یاد هندوستان کرد) : ‘Zijn olifant herinnert zich India’ is een Iraanse uitdrukking om iemand te beschrijven die nostalgisch is naar een bepaalde plek of periode.

    Saudade: bitterzoete nostalgie, een Portugees concept.

    Fernweh: De roep van verre oorden, in het Duits.

    Lees ook:

    Hiraeth: Welsh voor de heimwee naar een thuis dat ons dierbaar is en dat we misschien nooit meer terug zullen vinden.

    Fawwet ziaret Masr wla tfawet kahwet el-aaser (فوت زيارة مصر ولا تفوت قهوة العصر): Wijs Libanees spreekwoord, dat zegt: ‘Spaar voor een reis naar Egypte in plaats van koffie in de middag.’

    Parea (παρέα): Grieks voor de groep vrienden met wie we de wereld opnieuw vormgeven en ontdekken.

  • Eindelijk weer glamour op de boulevard van Cannes

    Eindelijk weer glamour op de boulevard van Cannes

    Na een online-editie en uitstel sinds mei, wordt vanaf vandaag eindelijk het Filmfestival in Cannes geopend. Het commentaar en de favorieten van de buitenlandse pers.

    Voor het eerst sinds een lange tijd ontmoeten cinefielen elkaar weer op La Croisette, de glamoureuze boulevard van de Franse kustplaats. Het 74ste Filmfestival van Cannes begint vandaag en duurt tot 17 juli – een zomerfestival dus, en niet zoals gebruikelijk in mei, als gevolg van de pandemie die uitstel noodzakelijk maakte. De editie van 2020 werd zelfs vervangen door een online-evenement.

    De stad, die zo veel heeft geleden onder het wegblijven van toeristen, wacht ongeduldig op de terugkeer van festivalgangers, meldt Variety‘Na Parijs is Cannes de Franse stad met de meeste tentoonstellingen en shows, en de tweede favoriete bestemming voor zakenreizen. De toeristische sector draagt ​​voor 50 procent bij aan het bbp van de stad, waarvan de industrie niet veel voorstelt. Hoe moet je anders de aanwezigheid van vijfhonderd restaurants in een stad met minder dan  75.000 inwoners verklaren?’ In een normaal jaar worden de economische baten van het festival geschat op zo’n 200 miljoen euro, vandaar het enorme tekort voor 2020.

    De stranden zullen druk zijn, de zon vurig en het nachtleven in volle gang

    Maar nu staat alles klaar, verzekert het filmtijdschrift, om de duizenden bezoekers te verwelkomen: ‘Behalve het Carlton [een van de beroemdste paleizen in de stad], dat tot 2023 gesloten is wegens renovatie, zijn alle hotels beschikbaar om bezoekers te ontvangen, evenals bars en restaurants. De stranden zullen druk zijn, de zon vurig en het nachtleven in volle gang.’ Het Amerikaanse weekblad vervolgt met het opsommen van de steun en maatregelen van de staat en de gemeente (met name huurvrijstellingen) waarvan onder meer de dienstensector heeft geprofiteerd.

    Wel zal er minder publiek aanwezig zijn dan normaal. ‘Reisbeperkingen, verschillen in de voortgang van vaccinatieprogramma’s en algemene voorzichtigheid met betrekking tot reizen zullen het filmfestival van Cannes van zijn gebruikelijke omvang beroven’, zegt Variety. ‘Tot nu toe hebben de organisatoren 20.000 deelnameverzoeken ontvangen, de helft minder dan in vorige edities. Slechts 40 procent van de professionals die gewoonlijk aanwezig zijn, wordt verwacht op de filmmarkt [een belangrijke bijeenkomst voor de sector, die parallel aan de competitie plaatsvindt]. Ook de mogelijkheid om op afstand deel te nemen zal van sterke invloed zijn op het festival.’

    Spike Lee

    Hoe dan ook, het feest zal er niet minder door worden, menen de critici. Onvoorspelbaarheid belooft het sleutelwoord van het festival te worden, voorspelt The GuardianEn sluit goed aan op de Amerikaanse juryvoorzitter dit jaar: ‘Spike Lee: de meester van de chaos, is klaar om het Filmfestival van Cannes wakker te schudden’, kopt het Britse dagblad, dat van de gelegenheid gebruikmaakt om deze filmmaker met zijn onnavolgbare stijl te portretteren – op het scherm, in zijn toespraken, maar ook in zijn outfits.

    De regisseur van Do the Right ThingBlacKkKlansman (grand prix op Cannes in 2019) en Da 5 Bloods bereidt samen met de Britse toneelschrijver Kwame Kwei-Armah een muzikale komedie voor over de uitvinding van Viagra. Kwei-Armah vertelt The Guardian: ‘Voor mij is Spike Lee een soort peetvader: de peetvader van zwarte filmmakers.’ De krant hoopt dat het resultaat ‘de mix van debat en lichtheid is waar La Croisette nu behoefte aan heeft’. 

    De overige juryleden worden door IndieWire geïntroduceerd. Deze Amerikaanse cultuursite benadrukt het nogmaals: van de Frans-Senegalese regisseur Mati Diop tot acteur Tahar Rahim en de Braziliaanse filmmaker Kleber Mendonça Filho; ‘de meeste juryleden zijn nauw verbonden met het festival’.

    Favorieten

    Uiteraard presenteren de publicaties graag hun lijsten met veelbelovende films. Zo maakten The Hollywood Reporter en Vulture, de altijd scherpe culturele site van New York Magazine, hun selectie. Op beide lijsten is de openingsfilm te vinden: Annette van Leos Carax, door het Californische weekblad omschreven als ‘Franse punkdichter’. ‘Adam Driver speelt een komiek die getrouwd is met een beroemde zangeres (Marion Cotillard). Hun leven neemt een andere wending als hun dochter wordt geboren, die een bijzondere gave heeft.’

    Op beide lijsten staat ook Benedetta, waarin Paul Verhoeven, ‘de Nederlandse provocateur (…)’, ‘het lot van een lesbische non in Italië ten tijde van de renaissance’ laat zien. En ook Bergman Island, de raamvertelling van Mia Hansen-Løve op het Zweedse eiland Farö, dat geliefd is bij de beroemde Scandinavische regisseur. De New Yorkse site wijst ook op de tweede horrorfilm van de Franse Julia Ducournau (na Grave, in 2016). Het nieuwe opus, genaamd Titanium, ‘is al net zo verontrustend, zij het een tikkeltje obscuurder’.

    South China Morning Post  is blij met de deelname van films uit heel Azië. De Hongkongse krant wijst er ook op dat de Zuid-Koreaanse acteur Song Kang-ho in de jury zit; ‘terug in Cannes, twee jaar nadat Parasite de eerste in een lange reeks prijzen op La Croisette won’.

    Films die worden aangehaald door South China Morning Post zijn onder meer Drive My Car, van Ryusuke Hamaguchi (een bewerking van een kort verhaal van de Japanse schrijver Haruki Murakami), en Memoria, waarin de Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul de Schotse actrice Tilda Swinton een bootreis door Colombia laat maken.

  • Corona redde Kroatië van het massatoerisme

    Corona redde Kroatië van het massatoerisme

    Als het zo doorging zou de Adriatische kust binnen een decennium in een soort Benidorm zijn veranderd, schrijft Jurica Pavičić. Maar corona heeft voorkomen dat het toerisme regelrecht op een catastrofe afstevende. ‘We moeten het virus dankbaar zijn.’

    Dossier Op reis

    De pandemie heeft het toerisme hard getroffen. De voorheen bloeiende sector was in 2019 nog goed voor 11 procent van het wereldwijde bbp. Het lijkt erop dat nu de vaccinatieprogramma’s op gang komen, vakantiereizen deze zomer weer mogelijk zijn. Maar was er niet jarenlang kritiek op het massatoerisme? Moet dat wel in ere worden hersteld?

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 181 van 360 Magazine, juni 2020.

    Oorlogen en epidemieën richten heel wat aan – niet alleen materieel, ook mentaal. Illusies sneuvelen het eerst. De covid-19-epidemie kostte in Kroatië het leven aan tientallen ouderen, die in bejaardentehuizen en ziekenhuizen aan hun lot werden overgelaten. Maar er was ook een minder voor de hand liggend slachtoffer: de goudkustcultuur die in de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw rond het Kroatische toerisme was ontstaan.

    Tot en met februari leefden we nog in deze ‘the sky is the limit’-cultuur. Op alle onderdelen werden geweldige cijfers genoteerd: het aantal vluchten, bezoeken en overnachtingen, de overnachtingscapaciteit, de inkomsten, de huur- en onroerendgoedprijzen, en dat alles met name in de seizoensgebonden verhuursector. De goudkust trok een breed scala aan gelukszoekers: studenten, pensionado’s, mensen met en zonder baan, de lokale bevolking en seizoenswerkers. Stuk voor stuk staken ze zich in de schulden om appartementen en huizen op te knappen, zodat ze die aan toeristen konden verhuren.

    Sommigen zeggen dat covid-19 de beste minister van Toerisme is gebleken

    Op een middag, aan de vooravond van Pasen, was ik in de zuilengalerij van het paleis van Diocletianus in Split, een plek die in dit seizoen normaal gesproken zou zijn overspoeld door toeristen, gidsen en figuranten vermomd als Romeinen met plastic zwaarden. Ik had er het rijk alleen. Dat het zo stil was kwam niet omdat winkels en cafés gesloten waren, maar omdat het centrum, waar al jaren een stormachtige opmars van vegan wraps, burgerbars, Ierse pubs en takeaway-woks kon worden waargenomen, zijn functie voor de inwoners van Split had verloren.

    We zijn ontwaakt in een post-toeristische wereld. Beter gezegd, in een wereld waarin het toerisme weer zou kunnen worden wat het aanvankelijk was. ‘Always look on the bright side of life’, leert de Monty Python-film Life of Brian ons. Nu we de staat opmaken van nieuwe werklozen, oplopende schulden, onbetaalde maandsalarissen en overbodig geworden seizoenswerkers, zeggen sommigen dat covid-19 de beste minister van Toerisme is gebleken. Als bij goddelijke interventie heeft het virus voorkomen dat het toerisme regelrecht op een catastrofe afstevende. Deskundigen zien in het coronavirus een kans om het Kroatische toerisme te herijken, vooral in Dubrovnik, maar niet alleen daar.

    Niet de eerste ramp

    Het moet gezegd dat de sector niet voor het eerst door een ramp op zijn kop is gezet. Aan de vooravond van de oorlog in 1990 dreigde het toerisme letterlijk in beton te worden gegoten. Het hoogtepunt van het massatoerisme was bereikt: we waren megahotelcomplexen aan het bouwen, en als het zo doorging zou de Adriatische kust binnen een decennium in een soort Benidorm zijn veranderd. De oorlog maakte een einde aan deze praktijken door een pauze van tien jaar in te lassen, waarin een aantal lessen kon worden geleerd. Monsterprojecten werden afgeblazen, het strand- en parasoltoerisme sneefde.

    Door de hipsterrage verschoof de aandacht naar minder bezochte en minder populaire plaatsen, zoals het binnenland van Istrië, het eiland Vis of anders de stad Split. Er kwam een nieuwe vakantieformule, die de laatste jaren echter aan haar eigen succes ten onder dreigde te gaan. Wat in aanzet het karakter had van vriendelijke uitwisselingen met locals, is verworden tot respectloze exploitatie. De ervaring van een ‘gedeeld’ leven met de lokale bevolking heeft geleid tot de vernietiging van historische centra, die in themaparken zijn omgetoverd.

    Zeg nee tegen de transformatie van historisch erfgoed tot verhuurcentra!

    Nu, na deze bruuske goddelijke interventie, moeten we ons luid en duidelijk uitspreken: geen terugkeer naar dit soort toerisme! Zeg nee tegen de transformatie van historisch erfgoed tot verhuurcentra! Laten we het centrum zijn functie van centrum teruggeven! Wijs niet-duurzame ontwikkeling af! Laten we niet terugkeren naar de oneerlijke concurrentie die echte restaurants wordt aangedaan door kraampjes die hun bestaan te danken hebben aan politiek handjeklap of veteranenverenigingen, en maar honderd dagen per jaar open zijn.

    We moeten het virus dankbaar zijn. Voor de tweede keer in dertig jaar is door goddelijke interventie een toeristische apocalyps ontketend om ons van de afgrond te redden en ons in staat te stellen onze menselijke maat te herontdekken. Om de vraatzucht van beleggers te temperen. Om ons af te vragen of het niet verstandiger zou zijn een ​​kamer of appartement te verhuren aan mensen die het nodig hebben en die willen werken, in plaats van op een lege winkel te passen, in afwachting van de toerist.

  • ‘Waarom ik niet van reizen houd’

    ‘Waarom ik niet van reizen houd’

    We leven in een samenleving die is geobsedeerd door reizen. Leo McKinstry blijft liever thuis.

    Dit artikel verscheen eerder in #144, augustus 2018.

    Ik ben nooit zo’n avonturier geweest. Als kind in Belfast lag ik urenlang roerloos op de keukentafel en had geen enkele neiging om op onderzoek uit te gaan. Een keer kwam een bezorgde buurvrouw aan de deur omdat ze mij door het raam zo doodstil had zien liggen. ‘Maak je geen zorgen. Dat heeft hij zo vaak. Hij gaat nergens heen,’ was de reactie van mijn moeder op haar bezorgdheid.

    Die indolentie heb ik als volwassene nog steeds en die uit zich in mijn diepe afkeer van reizen. Ik heb geen greintje reislust in me. Ik fantaseer nooit over het bezoeken van verre landen, blader nooit verlangend door reiskaternen. De meeste mensen willen graag de wereld verkennen waarin ze leven, maar mij kan het echt niets schelen als ik geen nieuwe plekken bezoek. Ik heb liever een verregend weekend in Bridlington dan veertien dagen in Barcelona.

    Als reizen de nieuwe religie is, ben ik een ketter. Ik heb geen bucketlist, geen bestemmingen die ik per se gezien wil hebben

    Ik erken dat mijn zienswijze geheel tegen de tijdgeest in gaat. We leven in een samenleving die is geobsedeerd door reizen, waarin mensen net zo enthousiast exotische ervaringen als spullen verzamelen. Vooral millennials lijken te geloven dat voortdurend reizen niet alleen essentieel is voor je welzijn, maar je ook tot een moreel beter mens maakt. In een tijd van mondialisering is het toerisme een van de grootste industrieën ter wereld geworden, nog lucratiever dankzij goedkope vluchten en internet. Naar schatting is deze sector goed voor een op de elf banen, en worden er jaarlijks meer dan een miljard buitenlandse reizen gemaakt.

    Geen bucketlist

    Welnu, ik doe niet mee aan die verering van het globetrotten. Als reizen de nieuwe religie is, ben ik een ketter. Ik heb geen bucketlist, geen bestemmingen die ik per se gezien wil hebben. Mijn paspoort is bijna smetteloos. Laatst bij een etentje met vrienden vertelde een van hen over het huis dat zij en haar man in Sri Lanka hadden gebouwd. ‘Je moet echt een keer langskomen,’ zei ze vriendelijk. Ik reageerde alsof ze me had gevraagd of ik me bij de revolutionaire communistische partij wilde aansluiten. ‘Geen sprake van,’ antwoordde ik. Ik heb in mijn leven vier keer intercontinentaal gevlogen, twee keer naar de VS en terug, en ik hoop dat ik oud mag worden zonder dat nog een keer te hoeven meemaken.

    Gegeven onze huidige verslaving aan massatoerisme zou mijn instelling als een persoonlijkheidsstoornis gezien kunnen worden. Als ik anderen over mijn reisangst vertel, gaan ze er heel vriendelijk van uit dat het in wezen een vorm van vliegangst is. Maar dat is het helemaal niet. Ondanks al dat beveiligingsgedoe sinds 9/11 hou ik van de levendigheid op luchthavens en ik ben gefascineerd door alle vormen van luchtvaart, waarover ik ook drie boeken heb geschreven. Nee, niet de reis is het probleem, maar de bestemming.

    Gegeven onze huidige verslaving aan massatoerisme zou mijn instelling als een persoonlijkheidsstoornis gezien kunnen worden

    Deels overvalt me een diep gevoel van verveling als ik nadenk over een reis naar een bekende toeristenbestemming die ik maar al te goed ken uit een ware overvloed aan films en foto’s. Het is onmogelijk om niet blasé naar de Sixtijnse Kapel of de Taj Mahal te kijken. Maar ik moet bekennen dat ik daar soms wel heel ver in ga. Als jongeman had ik een vakantiebaantje als internationale luchtkoerier, waarbij ik pakketjes in een lijntoestel naar plaatsen in Europa en Egypte bracht. Twaalf keer ben ik via Frankfurt naar Cairo gevlogen, maar altijd weigerde ik om de piramiden te bezoeken, zelfs toen de vertegenwoordiger van het koeriersbedrijf aanbood om me erheen te brengen. ‘Nee, dank je wel, ik heb ze al vanuit het vliegtuig kunnen bekijken,’ zei ik, en ik bleef lekker veilig in mijn hotelkamer bij de luchthaven.

    Toch schrikt het idee me af om me, als een echte reiziger, ver van huis te wagen. ‘Buiten de gebaande paden’ ligt een akelig gebied, vol problemen met taal, kaarten, wc’s, geld, internetverbindingen en huurauto’s. Ik ontleen geen plezier aan het onbekende, alleen maar angsten. Dat is de kern van mijn houding. Als geboren tobber houd ik van de vertrouwde gang van zaken in mijn geregelde bestaan. Vaak wordt gezegd dat je uit je comfortzone moet stappen, maar ik zie niet in waarom. Ik heb er tientallen jaren over gedaan om heel zorgvuldig mijn eigen comfortzone op te bouwen. Daarom wil ik daar ook blijven, juist omdat het daar zo comfortabel is.

    Ik kan niet doen alsof mijn afkeer van reizen de emotionele erfenis is van een verschrikkelijke ervaring als kind in het buitenland, maar al mijn hele leven is mijn voornaamste gevoel bij bijna iedere reis de opluchting als ik weer thuis ben. In die context lijkt het wellicht tegenstrijdig dat ik niet alleen een huis in Kent heb, maar ook vijf jaar geleden samen met mijn echtgenote – een buitengewoon tolerante vrouw – een negentiende-eeuws huis in Noord-Frankrijk heb gekocht. Maar dit Gallische onderkomen ligt juist in het verlengde van mijn afkeer van reizen, want de aankoop ervan biedt me nog een excuus om niet ergens anders heen te reizen en stelt me in staat om nog een vertrouwde comfortzone te creëren.

    Hopeloze provinciaal

    ‘Reizen is leven,’ schreef Hans Christian Andersen. Als zijn woorden waar zijn, kom ik wel heel erg veel tekort. Veel doorgewinterde reizigers, die nu hun volgende reis naar Patagonië aan het voorbereiden zijn, zullen mij ongetwijfeld als een hopeloze provinciaal beschouwen. Meer dan ooit wordt reislust gelijkgesteld aan culturele belangstelling en ruimdenkendheid. Naast de zwemvliezen en de selfiestick maakt vaak ook een grote dosis hypocrisie onderdeel uit van de bagage.

    De zelfingenomen rugzaktoeristen laten een ecologische voetafdruk achter als van een asfaltmachine. Ik laat daarentegen nauwelijks een afdruk achter

    Maar de globetrotters mogen best wat minder zelfvoldaan zijn. De huidige verslaving aan reizen berokkent de planeet ongelooflijk veel schade, met name aan het milieu. Dit jaar moest de Thaise overheid besluiten om Maya Bay te sluiten, het gouden paradijs dat werd gebruikt in de succesvolle film The Beach met Leonardo DiCaprio, vanwege de vernielingen die het massatoerisme aan het ecosysteem had aangebracht. Volgens mariene biologen is negentig procent van het koraal vernietigd door afval, motorolie, het laten zakken van ankers en het verzamelen van souvenirs.

    Dichterbij heeft Dubrovnik onlangs het aantal bezoekers aan het historische centrum drastisch moeten beperken omdat de reusachtige toestroom van toeristen de status van de stad als werelderfgoed in gevaar bracht.

    De zelfingenomen rugzaktoeristen laten een ecologische voetafdruk achter als van een asfaltmachine. Ik laat daarentegen nauwelijks een afdruk achter. Ik mag dan een oppervlakkige, thuisblijvende cultuurbarbaar zijn, maar als het gaat om het redden van onze planeet, mag ik me daar zeker op laten voorstaan.

  • AP is ‘ontsteld en geschokt’ en eist bewijs van Israël | Tekort aan personeel in Franse horeca

    AP is ‘ontsteld en geschokt’ en eist bewijs van Israël | Tekort aan personeel in Franse horeca

    AP wil bewijs aanwezigheid Hamas van Israël

    Een Israëlische luchtaanval verwoestte zaterdag een flatgebouw in Gaza-stad waarin de kantoren van het Amerikaanse persbureau The Associated Press en andere media zoals Al Jazeera waren gevestigd. Alle aanwezige AP-medewerkers en freelancers hebben het gebouw veilig en op tijd kunnen verlaten, maar wat het persbureau betreft is de zaak daar niet mee afgedaan.

    Kort nadat Israël het gebouw met de grond gelijk maakte, publiceerde Gary Pruitt, voorzitter en CEO van AP de volgende verklaring:

    ‘We zijn ontsteld en geschokt dat het Israëlische leger een gebouw met daarin het bureau van AP en andere nieuwsorganisaties in Gaza heeft aangevallen en vernietigd. Ze kenden de locatie van ons bureau al lange tijd en wisten dat er journalisten aanwezig waren. We kregen een waarschuwing dat het gebouw zou worden getroffen.

    ‘De wereld zal minder kunnen weten over wat er in Gaza gaande is vanwege wat er vandaag is gebeurd’

    De Israëlische regering zegt dat in het gebouw militaire inlichtingendiensten van Hamas aanwezig waren. We hebben de Israëlische regering opgeroepen om het bewijs daarover te presenteren. Het bureau van AP bevindt zich al vijftien jaar in dit gebouw. We hebben geen aanwijzingen dat Hamas in het gebouw was gevestigd of er actief was. Dit is iets wat we naar ons beste vermogen actief controleren. We zouden onze journalisten nooit willens en wetens in gevaar brengen.

    We verzoeken om informatie van de Israëlische regering en werken samen met het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in een poging meer te weten te komen.

    Dit is een ongelooflijk verontrustende ontwikkeling. We hebben ternauwernood een verschrikkelijk verlies aan mensenlevens weten te vermijden. Een tiental AP-journalisten en freelancers was in het gebouw en kon gelukkig op tijd worden geëvacueerd.

    De wereld zal minder kunnen weten over wat er in Gaza gaande is vanwege wat er vandaag is gebeurd.’

    Lees ook:

    De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken liet maandag weten dat hij nog geen enkel Israëlisch bewijs heeft gezien dat wijst op activiteiten van Hamas in het gebouw, bericht Al Jazeera. Blinken zei dat hij Israël om rechtvaardiging voor de aanval heeft gevraagd. Volgens de Israëlische premier Benjamin Netanyahu zal Israël bewijzen van de aanwezigheid van Hamas in het gebouw delen via inlichtingenkanalen. Maar noch het Witte Huis, noch het ministerie van Buitenlandse Zaken wilden zeggen of aanwijzingen aan de VS zijn overlegd.


    Horeca in Frankrijk gaat weldra open maar worstelt met personeelstekort

    In Frankrijk staan hoteliers en restauranthouders te springen om weer aan de slag te kunnen, maar ze hebben wel een probleem: overal is er een schrijnend gebrek aan mankracht, zo schrijft The New York Times. Door de pandemie zijn veel werknemers van baan veranderd. En dat is lastig nu het aftellen is begonnen naar het moment dat bezoekers weer arriveren.

    Zo wachtte Christophe Thiriet al zes maanden op de opheffing van de lockdowns in Frankrijk, zodat hij de restaurants en hotels van zijn bedrijf in Oost-Frankrijk weer kon openen en hij de honderdvijftig werknemers weer kon oproepen die hij maanden geleden met verlof moest sturen. Maar toen hij hen deze maand vroeg of ze weer bij hem aan de slag wilden, kreeg hij van zeker dertig medewerkers te horen dat ze niet meer terug zullen komen, zodat hij zich nu in allerlei bochten moet wringen om nieuwe werknemers te vinden. ‘Met zo’n lange sluiting denken mensen er natuurlijk wel twee keer over na of ze beschikbaar willen blijven’, aldus Thiriet, manager van de Heintz Group, die elf hotels en drie restaurants bezit rond de stad Metz.

    Bij restaurants en hotels in het hele land hangen borden met oproepen voor personeel

    In heel Frankrijk kampen restaurants en hotels met hetzelfde probleem. Na maanden verlof hebben werkenden massaal besloten om niet terug te keren naar banen in de horeca. Een zorg voor Frankrijk, dat doorgaans bovenaan de lijst van de meest bezochte landen ter wereld staat. De branche ziet een tekort van misschien wel honderdduizend restaurant- en hotelmedewerkers, terwijl tegelijk ook honderdduizenden mensen op zoek zijn naar werk na de ergste recessie in Frankrijk in decennia. Maar werkgevers merken dat het steeds moeilijker wordt om werkzoekenden te lokken naar een branche waarvan de toekomst min of meer staat of valt met de grillen van het coronavirus en de onzekerheid over regelgeving en de voortgang van vaccinaties. Bij restaurants en hotels in het hele land hangen borden met oproepen voor personeel.

    Lees ook:

    Het probleem dient zich aan op het moment dat duizenden hotels en restaurants die de crisis hebben overleefd, een daling van zo’n 80 procent sinds vorig voorjaar moeten goedmaken. De lockdowns hebben de Franse toeristenindustrie, een hoeksteen van de economie, sinds vorig jaar meer dan 60 miljard euro aan omzet gekost, schrijft Le Figaro.

    ‘We weten dat we deze zomer weer klanten zullen krijgen, dat is het probleem niet’, zegt Yann France, de eigenaar van La Flambée, een restaurant in de populaire noordelijke kuststad Deauville. ‘Onze zorg is dat we niet over voldoende personeel kunnen beschikken in een tijd dat we een enorm omzetverlies moeten goedmaken.’


    Winnend lot verdwijnt in wasmachine

    De jackpot van een loterij in Californië van maar liefst 26 miljoen dollar (21,4 miljoen euro) is niet opgeëist, zo meldt CNN. De winnaar van de SuperLotto Plus-trekking van 14 november 2020 had 180 dagen de tijd om het winnende lot te overhandigen, maar toen de deadline donderdag verstreek was nog niemand komen opdagen, aldus medewerkers van California Lottery.

    Het winnende lot werd verkocht in een supermarkt in Norwalk, een buitenwijk van Los Angeles. Medewerkers van die winkel vertelden aan het lokale station KCBS / KCAL, een dochter van CNN, dat een vrouw die het lot onlangs kocht, was langsgekomen en had verteld dat het per ongeluk in de wasmachine terecht was gekomen en verloren was gegaan. Volgens de winkelmedewerkers zijn er camerabeelden die bewijzen dat de vrouw het lot heeft gekocht.

    ‘Spelers moeten altijd hun loten ondertekenen en fotograferen of kopiëren’

    De woordvoerster van California Lottery, Cathy Johnston, vertelde CNN dat de vrouw geen contact had opgenomen met het loterijkantoor en dat ze niet wist of de vrouw het verlies had gemeld bij een districtskantoor of een officiële claim had ingediend. ‘Mocht ze dat gedaan hebben, dan zouden we het onderzoeken zoals we altijd doen. Zo niet, dan valt er niets te onderzoeken en kunnen we verder niets meer doen’, aldus Johnston. Ze liet overigens ook weten dat de camerabeelden uit de winkel helaas niet voldoende zijn om te bewijzen dat de vrouw het winnende lot heeft gekocht.

    Overigens is niet iedereen in deze kwestie een verliezer, zo merkt CNN op. California Lottery heeft laten weten dat het bedrag, waarvan na belastingen nog 19,7 miljoen dollar (16,2 miljoen euro) over zal blijven, zal worden overgemaakt aan openbare scholen. Ook de winkel mag blij zijn want die ontvangt een bonus van 130.000 dollar (107.000 euro) voor de verkoop van het winnende lot.

    Alles bij elkaar is het verhaal een goede reden voor alle spelers in de loterij om het advies van California Lottery op te volgen om te voorkomen dat de jackpot wordt misgelopen: ‘Spelers moeten altijd hun loten ondertekenen en de voor- en achterkant van het lot fotograferen of kopiëren om te kunnen bewijzen dat ze het in bezit hadden.’

  • De niet-westerse wereld bestaat amper op Street View

    De niet-westerse wereld bestaat amper op Street View

    Het reisspel GeoGuessr, waarin spelers via Google Street View moeten raden waar ter wereld ze zich virtueel bevinden, is tijdens de pandemie razend populair geworden. Maar gamers ergeren zich in steeds grotere mate aan de slechte foto’s.

    Het in 2013 door een Zweedse ontwikkelaar gelanceerde GeoGuessr is een spel dat helemaal draait om Google Maps: spelers worden in Street View op een willekeurige locatie gedropt en moeten zo snel mogelijk zien te raden waar ter wereld ze zich bevinden. De topspelers hebben daarbij zo hun trucs: uit het hoofd leren welke kleuren de naamborden in Noord-Macedonië hebben, hoe de officiële Google-auto’s in Colombia eruitzien of welke diakritische tekens het meest voorkomen in het Laotiaans (zonder die taal per se te kunnen lezen). De beste spelers zijn inmiddels al zo bedreven in het oplossen van deze puzzel dat ze hun locatie tot binnen een paar meter weten te bepalen.

    Het spel maakt opgeld bij een aantal grote namen in de gamewereld op Twitch en Discord. Begin maart piekte GeoGuessr als zoekterm op Google Trends nadat een populaire Minecraft-bouwer het had gespeeld tijdens een livestream. Op YouTube vind je tientallen GeoGuessr-clips van het afgelopen jaar die al meer dan een half miljoen keer zijn bekeken. ‘Het is een beetje net als met Among Us: toen dat een hit werd, was een tijdlang echt iederéén dat aan het spelen,’ zegt Costar_, de moderator van de belangrijkste GeoGuessr-community op Reddit, die ons verzocht hier alleen zijn gebruikersnaam te noemen.

    ‘De helft van het beeld is bagger’

    Maar de spelers beginnen nu te klagen over Google Maps-vrijwilligers in landen die nog niet zo uitgebreid in beeld zijn gebracht, zoals Zanzibar. Ze vinden dat zij het spel bederven doordat ze korrelige, vage of anderszins ondermaatse foto’s uploaden naar Google Maps, en daarmee naar GeoGuessr. Volgens Costar_ halen ze met hun foto’s meestal niet de kwaliteit van de officiële Google-auto. ‘De beelden zijn heel vaag, zodat je teksten en straatnaambordjes niet kunt lezen en er niet goed op kunt inzoomen. De helft van het beeld wordt in beslag genomen door de auto’s en de beweging is bagger,’ aldus Costar_. ‘Traag en haperend. Of te fel of te donker. Er is altijd wel iets.’

    360 graden

    Google heeft Maps sinds 2007 al voorzien van meer dan vijftien miljoen kilometer aan beelden van overal ter wereld. Daarvoor heeft het zelf speciale foto-apparatuur ontwikkeld die 360-gradenfoto’s maakt voor de Street View-auto’s, die begaanbare wegen fotograferen, en de Street View Trekker-rugzak, voor plaatsen waar je alleen te voet kunt komen. Maar Noord-Amerika en Europa mogen daarmee nu bijna volledig in beeld zijn gebracht, Afrika en andere delen van de niet-westerse wereld zijn op Google Maps nog maar mondjesmaat vertegenwoordigd. Vandaar dat zich vrijwilligers aandienen om in die leemte te voorzien.

    ‘In de ideale wereld zou Google alles zelf doen, maar in de werkelijkheid is ons werk beter dan niets,’ zegt Federico Debetto, de oprichter van World Travel in 360, de organisatie die samen met het verkeersbureau van Zanzibar probeert om voor deze autonome eilandregio voor de kust van Tanzania de kaarten aan te vullen. Een succesvol initiatief: de panoramafoto’s die zijn team vorig jaar heeft geüpload, zijn al door meer dan 20 miljoen mensen bekeken. Het zijn heldere en goed belichte foto’s, maar ze zijn niet zo goed als die van sommige andere regio’s op Google Maps, en dat zint de GeoGuessr-spelers niet. Hun bijnaam voor mensen die op eigen houtje officieus foto’s bijdragen aan Google Maps is ‘Ari’, naar Ari Immonen, een Finse technoloog die jarenlang met een camera op zijn auto rondreed en een van de eerste mensen was die op grote schaal gebruikersfoto’s naar Street View uploadde. ‘Als we een foto zien die van mindere kwaliteit is dan de officiële foto geweest zou zijn, noemen we dat een “Ari”, dan weet iedereen wat je bedoelt,’ zegt Costar_.

    Screen Shot 1 1000x625 kopie 1 1
    Google Street View is beschikbaar voor de gebieden in het groen. Hoe donkerder het groen, hoe meer straten in kaart zijn gebracht. Een groot deel van Afrika ontbreekt.
    – © Google

    De laatste tijd beginnen GeoGuessr-spelers deze Ari’s te vragen om met uploaden te stoppen, in de hoop dat het spel zonder die amateurbeelden makkelijker te spelen wordt. Een aantal Reddit-gebruikers heeft in een half gecoördineerde actie massaal contact opgenomen met het verkeersbureau van Bhutan, ofwel ‘Bhutan Ari’, dat ook was begonnen beelden van het land te uploaden. En Costar_ liet op Reddit weten dat er ook al mensen zijn benaderd die beelden uploaden van de Jordanese hoofdstad Amman en Zanzibar. Maar hun campagne heeft nog weinig effect gehad. ‘Ik geloof niet dat er al iemand op andere gedachten is gebracht,’ gaf Costar_ toe.

    Geldbesparing

    De woede richt zich ook niet alleen op de Ari’s zelf. Veel GeoGuessr-spelers zijn van mening dat de ondermaatse foto’s aan Google zelf te wijten zijn. ‘De houding van de spelersgemeenschap tegenover de mensen die zelf foto’s uploaden, in landen zonder officiële Google-foto’s zoals Zimbabwe, was eerst positiever,’ zegt Costar_. ‘Hun inzet is indrukwekkend. Maar die waardering is omgeslagen, we beschouwen het nu vooral als een excuus voor Google om op zijn reet te blijven zitten en geen nieuwe beelden meer toe te voegen, behalve dan voortdurende updates van Mountain View in Californië.’

    Volgens een Franse GeoGuessr-speler die op YouTube te vinden is onder de gebruikersnaam Mapper, begon Google de officieuze foto’s toe te laten om tegelijkertijd geld te besparen en toch meer data te verzamelen. ‘Dat mensen bereid zijn om gratis en voor niks hun database te vullen speelt hier duidelijk een grote rol,’ schrijft Mapper in een e-mail. ‘Sinds in 2018 de officieuze foto’s begonnen op te duiken, zie je een scherpe daling in het aantal nieuwe foto’s van Google zelf.’ (Er zijn inderdaad aanwijzingen dat Google’s eigen bijdragen aan Street View de afgelopen twee jaar zijn afgenomen.)

    Google laat weten dat het bij zijn strategie hoort om gebruik te maken van vrijwilligers. ‘We werken al jaren aan nieuwe manieren waarop mensen hun eigen beelden kunnen toevoegen aan Google Maps, en in betere kwaliteit,’ mailt een woordvoerder. Het bedrijf heeft zelfs een puntensysteem opgetuigd om gebruikers daartoe aan te sporen. Het werk van de vrijwilligers draagt er volgens Google aan bij dat de beelden kloppen en up-to-date zijn, ook op plaatsen die Google zelf al in kaart heeft gebracht. Verder leent het bedrijf apparatuur uit aan ‘vertrouwde fotografen’ voor grote projecten en staat het particulieren toe met Street View reclame te maken voor commercieel werk.

    Screen Shot 5 1000x574 kopie 1
    In GeoGuessr moeten spelers achterhalen waar een foto van Google Street View genomen is. – © YouTube

    Sommige mensen die aan Google Maps bijdragen, zijn juist blij dat ze dankzij het techbedrijf nu in staat zijn hun gemeenschap op hun eigen manier in beeld te brengen. ‘Als een bedrijf technologisch in staat is om het zelf te doen, wil dat nog niet per se zeggen dat het cultureel ook in de haak is,’ zegt Tania Wolfgramm in Auckland, waar ze leiding geeft aan het GRID-programma, een project om de eilanden in de Stille Oceaan op Street View te zetten. Ze begreep al snel dat Google geen mensen zou sturen naar de talloze afgelegen en schaars bevolkte eilanden, waaronder Tonga, het eiland waar ze zelf vandaan komt.

    ‘Er heerst een gevoel dat wij, als inheemse bevolking die met kolonialisme te maken heeft gehad, geen rol spelen op wereldwijde platforms,’ zegt ze. Omdat er geen officieel Google-team zou komen, zag zij een kans voor de eilandbewoners om zelf iets aan Google Maps toe te voegen. Google en een camerafabrikant schonken haar de apparatuur en in overleg met de premier en de minister van Posterijen van Tonga stelde ze de basisregels voor hun project op.

    Financiële gevolgen

    ‘Als het eenmaal online staat, kan de hele wereld erbij. We kunnen niet zomaar naar een land gaan en daar foto’s nemen en overal met een auto rondrijden zonder toestemming te vragen,’ zegt Wolfgramm. Ze vindt het project meer dan de moeite waard, zelfs als het straks alleen maar dient als link met het thuiseiland voor de honderdduizend eilandbewoners die, net als zijzelf, naar het buitenland zijn verhuisd.

    Street View is een kans om kijkers te veranderen in reizigers

    Maar Debetto wijst erop dat het ook financiële gevolgen heeft als regio’s niet op Google Maps staan zolang ze daar zelf niets aan doen. Volgens een gezamenlijk onderzoek van Ipsos en Google levert een vermelding op Google Maps met foto’s en virtuele rondleidingen tweemaal zoveel belangstelling op. Voor regio’s die afhankelijk zijn van toerisme, zoals Zanzibar, is Google Street View een kans om kijkers te veranderen in reizigers en ze te verleiden hotels en reizen direct bij de aanbieder zelf te boeken in plaats van via internationale tussenpersonen.

    Nu het einde nadert voor de lockdowns en het reisverkeer weer op gang begint te komen, zullen waarschijnlijk steeds meer Ari’s nieuwe regio’s van de wereld op Street View blijven zetten. Wolfgramm heeft de basis al gelegd voor haar volgende project op Rapa Nui, oftewel Paaseiland. En zulke door Google gesteunde vrijwilligersprojecten kunnen betekenen dat de kwaliteit van de afbeeldingen in GeoGuessr blijft dalen. Jammer voor gamers, maar mooi voor de vrijwilligers die al jaren proberen de wereld op Google Maps vollediger in beeld te brengen. 

    Openingsbeeld: Een straat op Zanzibar in het spel GeoGuessr, foto gemaakt door World Travel in 360, een organisatie die samen met het verkeersbureau van Zanzibar probeert om de kaarten aan te vullen. – © World Travel in 360 / GeoGuessr

  • Duurzaam reizen zonder schuldgevoel

    Duurzaam reizen zonder schuldgevoel

    Michael Allmaier vraagt zich af het nog kan: schaamteloos genieten van een vakantie zonder de planeet schade te berokkenen. Hij neemt de proef op de som door met advies van de wetenschap zo milieuvriendelijk en verantwoord mogelijk te reizen. ‘Hoe voelt het om na decennia als stratosfeerverpester een goede toerist te zijn?’

    Dossier Op reis

    De pandemie heeft het toerisme hard getroffen. De voorheen bloeiende sector was in 2019 nog goed voor 11 procent van het wereldwijde bbp. Het lijkt erop dat nu de vaccinatieprogramma’s op gang komen, vakantiereizen deze zomer weer mogelijk zijn. Maar was er niet jarenlang kritiek op het massatoerisme? Moet dat wel in ere worden hersteld?

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 164, augustus 2019.

    In de haven van Barcelona staat een 60 meter hoog standbeeld van Christoffel Columbus. Het herinnert aan de verwelkoming van de ontdekkingsreiziger bij zijn thuiskomst. De zuil is hol; je kunt een lift nemen naar boven en uitkijken over de stad. Daar sta ik nu. In gedachten stel ik de man van brons hierboven een paar vragen.

    ‘Fantastisch, Christoffel, dat je je hele trip op windkracht hebt kunnen maken. Maar het afval, heb je dat echt in zee gegooid? En waarom moest je zo ver weg? Had je niet hier in de buurt iets kunnen ontdekken?’

    Onze houding ten opzichte van reizen verandert, de laatste jaren sterker dan in de vijf eeuwen daarvoor. De drang om verre reizen te maken werd lange tijd beschouwd als iets goeds, een weg naar avonturen en het opdoen van nieuwe ideeën. Tegenwoordig hoor je vaker dat het toegeven aan die drang pijn doet, namelijk bij alle andere mensen. Cruiseschepen die giftige dampen uitstoten. Reusachtige hotels die de kust verpesten. Golfbanen en tuinen in warme landen waaraan kostbaar water wordt verspild. En natuurlijk de vliegtuigen met hun CO2-uitstoot…

    Wordt het maken van verre reizen binnenkort ook iets om je voor te schamen?

    We vinden het niet meer alleen een uitwas van het massatoerisme, maar een direct gevolg van ons verlangen overal ter wereld van onze vrijheid te genieten. Als je tegenwoordig terugkomt van een weekendje shoppen in New York of van een korte vakantie op de Seychellen, moet je oppassen aan wie je dat vertelt. Anders is het niet meer ‘Hoe was het?’ maar ‘Moest dat nou zo nodig?’

    De Cantino-wereldkaart uit 1502 is de oudste bewaard gebleven kaart waarop de ontdekte gebieden door Columbus (Centraal-Amerika), Corte-Real (Newfoundland), Gama (India) en Cabral (Brazilië) staan afgebeeld. - © Biblioteca Estense di Modena
    De Cantino-wereldkaart uit 1502 is de oudste bewaard gebleven kaart waarop de ontdekte gebieden door Columbus (Centraal-Amerika), Corte-Real (Newfoundland), Gama (India) en Cabral (Brazilië) staan afgebeeld. – © Biblioteca Estense di Modena

    Wordt het maken van verre reizen binnenkort ook iets om je voor te schamen, net zoals roken en het rijden in een SUV?

    Het is ingewikkeld. Bij dit conflict loopt de scheidslijn niet door de samenleving, maar dwars door bijna ieder individu. Ergens door je hoofd, je hart of je buik. De man die in een helikopter over de Grand Canyon vliegt, is thuis wellicht een zeer betrokken milieuactivist. Hij vindt alleen dat hij nu wel een keer de bloemetjes buiten mag zetten.

    Goede toerist

    Als je het de Duitsers vraagt, zegt meer dan de helft dat ze zo veel mogelijk milieuvriendelijk en verantwoord reizen. Maar de meerderheid doet dat helemaal niet. Waar dat aan ligt, kan ik ook zonder veldonderzoek wel vertellen. Tot een paar weken terug vond ik afzien van een verre vakantie nog paradoxaal. Net als suikervrije taart. Maar ik ga het toch proberen. Ik wil weten hoe het voelt om na decennia als stratosfeerverpester een goede toerist te zijn.

    Waarom dat me uitgerekend naar het overvolle Barcelona brengt, moet ik uitleggen. Want ik zag mezelf eerder langs Zweedse meren fietsen. Een cliché, ik weet het. Duurzaam toerisme bestaat al langer dan de biowinkel. Je kunt zelfs met een gerust hart naar het oog van de orkaan reizen, als je het goed aanpakt.

    Van een koud land naar een warm land gaan is al prima. Je hebt minder verwarming nodig, en dat beperkt emissie. Het is ook goed om in het laagseizoen te gaan, dat ontziet de infrastructuur. De tip van Catalonië dank ik aan Petra Thomas, de secretaris van het forum Anders Reisen. Dat is geen ngo, maar een brancheorganisatie van meer dan honderd milieubewuste reisorganisaties. Het is een invloedrijk forum, omdat het al actief was toen nog niemand het over klimaatverandering had. ‘Bij de Catalanen,’ zei ze, ‘is het leed groot. Daarom bedenken ze van alles om het toerisme beter vorm te geven.’

    Dat milieubewustzijn een prijs heeft, is ook zo’n cliché. Ik zie het bevestigd als het boeken van mijn treinreis van Hamburg naar Barcelona buitengewoon omslachtig blijkt te zijn. Het is twee keer zo duur als vliegen en duurt ook nog eens minstens zeven keer zo lang! Mijn eerste impuls is om de heenreis zo snel mogelijk achter me te hebben.

    Want zo doe je dat als je gaat vliegen. Maar dan heb je meteen de slechtst mogelijke start. Reispedagogisch gezien ben je, als je een korte vakantie neemt, een soort fastfoodjunkie. Je propt je snel vol met indrukken en krijgt even snel weer honger. Duurzaam reizen begint ermee dat je duurzame indrukken opdoet. Ik boek dus een rustige en trage verbinding door de Elzas en de Provence. ‘Maak de heenreis onderdeel van je reiservaring,’ had Petra Thomas me aangeraden.

    La durée du voyage

    ‘La durée du voyage’ gebruik ik voor het lezen van brochures vol goede adviezen. Daarvan zijn er meer dan sterren aan de hemel. En in wezen zeggen ze allemaal hetzelfde: blijf dichter bij huis, reis langzamer en langer. Maar dan wordt het verwarrend. Moet ik de man die op het strand sapjes verkoopt echt mijn waterfles geven om te laten vullen? En de buschauffeur vragen of hij zijn motor wil afzetten terwijl hij staat te wachten? Of zijn dat ‘puur symbolische duurzaamheidspraktijken’, waarmee ik wel mijn geweten, maar niet het milieu ontlast?

    Ik heb advies gevraagd bij het Instituut voor Technische Milieubescherming van de Technische Universiteit Berlijn. Annekatrin Lehmann en David Bossek werken daar aan een methode om mensen te helpen hun ecobalans te berekenen. Ze nemen de tijd om me gedurende mijn reis te coachen. Iedere avond zal ik hun verslag doen: van hoelang ik onder de douche heb gestaan tot aan het slaapmutsje uit de minibar. En dan berekenen zij hoeveel ik het milieu heb belast.

    Op de avond van de tweede dag bereik ik Barcelona. Mijn hotel is me aangeraden door de Catalaanse VVV. Het is aan alle kanten op duurzaamheid gericht. Overal wordt energie bespaard: het water uit de kraan wordt afgeknepen, shampoo en eten dat overblijft, wordt aan hulpbehoevende mensen gegeven.

    ‘Waar heeft een ecohotel een zwembad voor nodig?’

    Prima allemaal, denk ik. Maar in Berlijn zijn ze niet enthousiast. Het zwembad op het dak belast mijn milieubalans. Waterverbruik, stroom voor de pomp, materiaal- en energiekosten voor bouw… ‘Waar heeft een ecohotel een zwembad voor nodig?’

    Gaudí was een recycler avant la lettre (Park Güell, Barcelona)
    ‘Gaudí was een recycler avant la lettre’ (Park Güell, Barcelona)

    Die twee zijn alleen zo streng omdat ik het ze gevraagd heb. Het doel van hun onderzoek is immers om ervoor te zorgen dat ik in de toekomst zelf let op mijn ecologische impact, omdat je je totale uitstoot net zo makkelijk kunt meten als het aantal kilometers dat je aflegt of je bloeddruk. ‘In elk geval verwarmen ze het water niet,’ schrijf ik timide terug.

    Na een verantwoord ontbijt (jam van restfruit en biologisch brood) wandel ik naar de ontmoetingsplek voor een rondleiding door de stad. De Sagrada Familia, slechts één blok van het hotel verwijderd, neem ik voor kennisgeving aan. Voorbeeldtoeristen moeten de grootste drukte vermijden. Dat is helemaal niet meer zo erg, nu entreekaarten bijna alleen in de voorverkoop verkrijgbaar zijn en ordebewakers verdwaalde toeristen als verkeersbrigadiers de weg wijzen.

    Wat ik dan te zien krijg, is duurzaam, omdat je het niet snel vergeet

    Gaudí, dat was al een goede, zegt mijn gids Juan later: een recycler avant la lettre, die voor het bouwmateriaal voor zijn beroemde gevels gebruikmaakte van wat elders was overgebleven. Een overtuigd wandelaar en vegetariër bovendien. ‘Hij had altijd een handje pinda’s in zijn zak. Daaraan herkenden ze hem toen hij in 1926 een verkeersongeluk kreeg.’ Te laat helaas. Vanwege zijn excentrieke uiterlijk belandde Gaudí in het armenhospitaal. Drie dagen later was hij dood. ‘Als hij er niet als een zwerver bij had gelopen, zou hij absoluut langer hebben geleefd.’

    Juan mag dat zeggen: hij is zelf een hele tijd dakloos geweest. Een Duitse Spanjaard uit het Zwarte Woud. Hoe hij hier is terechtgekomen is een lang verhaal, met drugs in de hoofdrol. Nu werkt hij in een gaarkeuken en bij een touroperator die alleen bemiddelt voor stadsgidsen zoals hij, met straatervaring.

    Op een paar passen verwijderd van Instagram-Barcelona.  © Jonathan Ford / Unsplash
    Op een paar passen verwijderd van Instagram-Barcelona. © Jonathan Ford / Unsplash

    Ik wist niet wat me te wachten stond. Ik vond het voldoende te weten dat mijn geld naar hem ging en niet naar een groot toeristisch concern. Dat we te voet zouden gaan, weg van de belangrijkste attracties (daar mogen alleen gidsen met een vergunning naartoe). Wat wat ik dan te zien krijg, is duurzaam, omdat je het niet snel vergeet. Juan laat me een stad in de stad zien, vaak maar een paar passen verwijderd van Instagram-Barcelona.

    De rondleiding eindigt in het armenhospitaal waar Gaudí destijds lag. Tegenwoordig is de Catalaanse Staatsbibliotheek er ondergebracht. In de schaduw van de neogotische muren zit een groep jongeren met rugzakken en flesjes. Juan bekijkt ze eens goed. ‘Vakantiegangers en zwervers,’ zegt hij, ‘je kunt ze soms bijna niet uit elkaar houden.’

    Geïmporteerde groente, bedreigde vissoorten, rundvlees zelfs (methaan!). Vol weerzin annuleer ik. Ik moet ergens heen waar ik zonder bedenkingen kan eten en drinken.  © Jessica / Unsplash
    ‘Geïmporteerde groente, bedreigde vissoorten, rundvlees zelfs (methaan!). Vol weerzin annuleer ik. Ik moet ergens heen waar ik zonder bedenkingen kan eten en drinken.’ © Jessica / Unsplash

    Ik had me erg verheugd op de avond: er stond een menu gourmet gepland bij een topkok. Maar nu ik de kaart nog eens bekijk: geïmporteerde groente, bedreigde vissoorten, rundvlees zelfs (methaan!). En ook nog eens kaas, wat milieutechnisch niet veel beter is. Vol weerzin annuleer ik. Ik moet ergens heen waar ik zonder bedenkingen kan eten en drinken.

    Milieubewust testlaboratorium

    Het is pijnlijk in een restaurant eerst naar het afval te vragen, maar de chef van Lasal del Varador laat het graag zien. Drie emmers, nauwelijks groter dan bij mij thuis, voor het hele bedrijf. Er ligt een stuk papier tussen het vuilnis dat gerecycled kan worden: Ricard Jornet ziet het meteen. Hij pakt het en legt het in de andere emmer.

    Voor mensen die liever naar de zee dan in een vuilnisemmer kijken, is Lasal del Varador aanvankelijk niets bijzonders. Een van de vele strandtenten aan de uitlopers van Barcelona, een halfuur met het boemeltje naar het noorden. Ricard ziet het meer als een testlaboratorium: hoe milieubewust kun je koken?

    Zijn waar koopt hij zo mogelijk onverpakt. Hij schenkt zijn gasten gratis gefilterd leidingwater. Hij verwarmt met zonne-energie, koelt met ventilatoren. Vlees is bijna helemaal van de kaart verbannen; vis komt van kleine bootjes uit de omgeving. Dat moet je steunen, vind ik. Met gegrilde inktvis, gestoomde mosselen en een prima paella.

    Weten de gasten zijn inzet te waarderen? Jazeker, zegt Ricard, alleen veel meer betalen willen ze niet. ‘Maar ik heb een oplossing gevonden.’ Hij tekent zijn businessmodel op mijn servet. Op stroom bijvoorbeeld bespaart hij geld. Eco is ook economisch. Maar zonder een beetje idealisme gaat het verhaal niet op: ‘Ik wil mijn kinderen geen varkensstal nalaten.’

    Ik heb met mijn treinreis meer CO2 veroorzaakt dan het beetje biovis goedmaakt

    Ricard is geen zendelingstype. Wanneer ik over mijn treinreis vertel, knikt hij schuldbewust. ‘Vijf jaar heb ik het volgehouden.’ Vijf jaar zonder te vliegen. ‘Toen kreeg ik de kans Costa Rica te bezoeken. En ik vond het daar zo geweldig.’ Hij is in zijn oude fout vervallen. Maar het moet snel afgelopen zijn, voor altijd. Ik stel me een bijeenkomst voor van de Frequent Flyers Anonymous. Dit was toch wel een goede dag, denk ik op de terugweg.

    Berlijn zegt: ‘Een ecologisch restaurant steunen is natuurlijk prijzenswaardig en absoluut zinvol.’ Alleen heb ik met mijn treinreis meer CO2 veroorzaakt dan het beetje biovis goedmaakt. Vandaar dat het beter was geweest naar een restaurant in de buurt te gaan en daar een veganistische of vegetarische maaltijd te bestellen.

    Na drie dagen Barcelona denk ik dat ik de slag te pakken heb. Mijn ‘broeikaspotentieel’ beweegt zich tussen de 15 kilo CO2 in het begin naar ongeveer eenderde daarvan nu. Bovendien meten de onderzoekers ook mijn bijdrage aan de zomersmog en het verzuren van de zee. Ik heb geen idee wat die waarden betekenen. Maar ze zijn nu groen onderstreept, niet meer geel of rood.

    Is het leuk? Moeilijk te zeggen. Ik heb het te druk met het uit de weg gaan van alle verleidingen. © George Kedenbur / Unsplash
    ‘Is het leuk? Moeilijk te zeggen. Ik heb het te druk met het uit de weg gaan van alle verleidingen.’ © George Kedenbur / Unsplash

    Is het leuk? Moeilijk te zeggen. Ik heb het te druk met het uit de weg gaan van alle verleidingen. Het wordt vast beter als ik de grote stad verlaat en het groen in ga.

    Ik moet maar een taxi bellen, zeggen ze in het ecoresort. Geen denken aan. Trots sleep ik vanaf de bushalte mijn koffer de laatste kilometers over het stoffige weggetje. Ik heb geen rekening gehouden met de zon die in mijn nek brandt. Als ik nu zonnebrandcrème koop, bederven de olie en de kunststof natuurlijk mijn dagbalans. Berlijn begrijpt mijn dilemma: ‘Een conflict tussen gezondheid en milieubelasting.’ Het goede nieuws: er is een oplossing, als ik uit de zon blijf. Ik koop de crème en eet in plaats daarvan die avond geen kaas.

    Airco

    Mas Salagros ligt goed verborgen in de heuvels van het Parc Natural Serralada Litoral. De eigenaar van een supermarktketen heeft deze middeleeuwse hofstede gekocht om een nieuwe norm te stellen: het eerste honderd procent ecologische hotel op het Iberisch Schiereiland.

    Het is hier prachtig. Bijen zoemen in bloeiende struiken, hagedissen glippen over het met leisteen belegde pad. De piccolo brengt me naar mijn kamer. Hij laat me zien wat hier allemaal voor het milieu wordt gedaan, van warmtewerende dakbedekking tot gerecyclede toegangsdeuren. Ik sta ervan versteld hoe vaak je het woordje ‘eco’ kunt gebruiken. Dan zijn we op mijn kamer. Hij zegt: ‘Het is hier warm’, en zet eerst de airco maar eens op 18 graden.

    Ik breng de tijd door met wandelen, lezen, afval voorkomen. En natuurlijk verklap ik alles aan Berlijn. Is het consequent om ecowijn uit Chili te halen en biozeep uit China? Hoort de sales manager niet te weten of het water in het hotel wordt gezuiverd? Of ben ik degene over wie men zich moet verbazen? Ik wil een vakantieganger met verantwoordelijkheidsbesef worden, geen eco-inquisiteur. Ik besluit te relaxen.

    Daarvoor ben ik aan het juiste adres. Het hotel heeft vijf sterren, maar adverteert daar niet mee. Ik krijg een vermoeden waarom, als ik een gesprek op het terras van het restaurant afluister. Een jong stel, Nederlanders, modieus gekleed. Ze drinken cava en kijken hoe de zon ondergaat achter de heuvels. Haar telefoon rinkelt. ‘Ja, we zijn nog onderweg, in een ecoresort.’ Die twee krijgen echt geen uitbrander als ze weer thuis zijn.

    In mijn halfslaap verschijnt Greta Thunberg. Haar ogen kijken dwars door me heen

    Kan luxe duurzaam zijn? Ik betwijfel het zo langzamerhand. Niet als je luxe ziet als zoete overvloed: meer ruimte dan je nodig hebt, meer keuze dan je kunt overzien, meer kans om je te laten gaan. In Mas Salagros zijn ze trots op hun wellnesscomplex in de stijl van een Romeins badhuis. Daar maak ik het me een middag gemakkelijk zonder lang na te denken wat Berlijn ervan zal vinden. Het zwembad in Barcelona was petieterig vergeleken met de zes bassins hier. In een ervan is het water op lichaamstemperatuur en verzadigd met zout. Ik laat me er ruggelings in zakken en voel hoe hoog ik drijf. Al mijn spieren ontspannen zich. Ik ben toch zelf ook een onderdeel van het milieu, denk ik nog, ook mijn welzijn is belangrijk. In mijn halfslaap verschijnt Greta Thunberg. Haar ogen kijken dwars door me heen.

    Twee dagen later zit ik weer in de trein, het eerste deel van de terugreis. Ik kijk uit over zee en zit een beetje te piekeren. Mijn ecobalans ken ik nu tot tien cijfers achter de komma. Hij staat helaas weer in het rood, zoals altijd op dagen dat je onderweg bent. Het plezier dat ertegenover staat kan ik niet kwantificeren. En zelfs als dat wel kon: wat zou mijn vluchtige geluk wegen tegenover mijn aandeel in de klimaatramp? Berlijn kan me niet meer helpen. Berlijn is op vakantie: een conferentie in Brazilië. Eén advies hebben ze me nog meegegeven: als je wilt zwemmen, doe dat dan in zee, natuurlijker kan het niet.

    Dat ga ik nu in praktijk brengen. Mijn doel is een camping in het noorden van de Costa Brava, in natuurpark Aiguamolls de l’Empordà. Daar zou ook het probleem van luxe niet meer zo groot hoeven zijn.

    Ecokrediet

    Castell Mar is op het eerste gezicht een strandcamping als duizend andere, met tenten en caravans dicht op elkaar. Alleen wie erop let, ziet de nestkastjes aan de lantaarnpalen en de plaatsen waar hagedissen en konijnen kunnen schuilen. Tijdens het avondeten zit ik wat met de eigenaar te praten. Vanaf het terras van zijn restaurant hebben we uitzicht op zee en op de gruwelijke nieuwbouw in een naburige gemeente. ‘De klimaatverandering heeft ook iets moois,’ zegt hij. ‘Ooit spoelt dat allemaal weg en nestelen er aalscholvers in de ruïnes.’

    Jordi Sargatal is niet een typische toerismeondernemer. Hij was nog geen achttien, ‘een hippie en vogelgek’, zegt hij, toen in 1976 het moeras voor zijn deur zou worden drooggelegd. Er was een jachthaven gepland, nog groter en nog mooier, zeiden ze, dan de betonkolossen eromheen. Maar in elk geval slecht voor de zoveel duizend trekvogels die in het riet overnachten op reis naar Afrika. Met slaapzakken en spandoeken versperden Jordi en een paar vrienden de bulldozers de weg. ‘Veel moed was er niet voor nodig. Franco was net dood en de politie moest laten zien dat ze democratisch was. Ze hebben ons zelfs beschermd tegen de boeren uit het dorp die gier over ons heen wilden gooien.’

    Of hij zelf vliegt? ‘Heel vaak.’ Alleen de laatste paar maanden al naar Canada en China, om vogels te kijken. En naar Mauritanië. Daar leven monniksrobben, die hij graag hiernaartoe wil halen. ‘Ik weet wel dat al dat vliegen niet goed is.’ Hij knikt in de richting van het moeras. ‘Ik moet maar hopen dat ik genoeg krediet heb.’

    Dat was een grapje. Maar later in mijn wooncontainer houdt het me toch bezig. Kun je met je ecobalans eigenlijk ooit in de plus komen? Of gaat het er je leven lang alleen om je eigen schuld kleiner te maken? En als ik iedereen er thuis nu van weet te overtuigen dat duurzaam vakantie houden leuk is, geeft me dat dan genoeg krediet om in de herfst naar Japan te gaan?

    De Sagrada Familia, slechts één blok van het hotel verwijderd, neem ik voor kennisgeving aan. Voorbeeldtoeristen moeten de grootste drukte vermijden.   © Lucas Neves / Unsplash
    De Sagrada Familia, slechts één blok van het hotel verwijderd, neem ik voor kennisgeving aan. Voorbeeldtoeristen moeten de grootste drukte vermijden.  © Lucas Neves / Unsplash

    Het zwemmen in zee de volgende dag kan ik natuurlijk vergeten. Koud water is een van de nadelen van het laagseizoen. In plaats daarvan neemt Arnau, Jordi’s zoon, me mee op een excursie naar het natuurgebied. Hij studeert ecologie en heeft van zijn vader de liefde voor vogels geërfd. In het dorp gaan we naar Pau, die een bedrijf heeft dat ecoboten verhuurt.

    Dat is de mooiste verrassing van mijn week als goede toerist: hoeveel hartelijkheid je ontmoet

    Als je onderweg flink veel afval meeneemt, hoef je geen huur te betalen. Pau peddelt ons via het riviertje de Flavià door het moeras naar de kust. Een aardige vent, net als iedereen die ik op deze vakantie ontmoet. Dat is de mooiste verrassing van mijn week als goede toerist: hoeveel hartelijkheid je ontmoet.

    In het riet ontdekken we vogels die ik nog nooit gezien heb: bontgekleurde bijeneters, langssuizende ijsvogels, groene spechten, strandplevieren. Ook een purperreiger, die blijkbaar erg zeldzaam is: Arnau en Pau kijken elkaar stralend aan. ‘Waarom vogels?’ vraag ik ze. ‘De droom van de mens om te vliegen,’ zegt Arnau. ‘Bewondering,’ denkt Pau, ‘het zijn de koningen van de lucht.’ Ik kijk van de vogels aan de oever naar de condensstrepen in de lucht. Hebben we onze droom waargemaakt, of hebben we hem prijsgegeven?

    Ik wil weten hoe het voelt om na decennia als stratosfeerverpester een goede toerist te zijn. - © Amin Safaripour / Unsplash
    Ik wil weten hoe het voelt om na decennia als stratosfeerverpester een goede toerist te zijn. – © Amin Safaripour / Unsplash
  • Polen treedt op tegen ‘abortustoerisme’ | Griekse horeca voorzichtig open

    Polen treedt op tegen ‘abortustoerisme’ | Griekse horeca voorzichtig open

    Polen wil dat Tsjechië optreedt tegen ‘abortustoerisme‘

    De Poolse ambassade in Praag blijkt de Tsjechische regering te hebben verzocht om in te grijpen in plannen voor wetgeving die het voor vrouwen uit Polen gemakkelijker maakt om abortus in Tsjechië te laten uitvoeren, bericht Notes from Poland. De voorgestelde wetgeving heeft betrekking op de voorwaarden waaronder buitenlandse vrouwen abortussen zouden kunnen ondergaan in Tsjechië. Het voorstel zou met name betrekking hebben op vrouwen uit Polen, dat enkele van de strengste abortuswetten van Europa heeft.

    Legale abortus is nu vrijwel onmogelijk in Polen

    Door een uitspraak van het Poolse Constitutionele Hof in oktober is legale abortus in Polen nu vrijwel onmogelijk, ook al vonden er nog slechts zo’n duizend ingrepen per jaar plaats. Volgens schattingen van vrouwenrechtengroepen worden er daadwerkelijk tussen de tachtig- en honderdvijftigduizend abortussen per jaar uitgevoerd, hetzij illegaal in Polen, hetzij doordat vrouwen naar het buitenland reizen. 

    In een brief van twee pagina’s aan het Tsjechische ministerie van Volksgezondheid, waarschuwt de Poolse zaakgelastigde Antoni Wręga dat de plannen voor de nieuwe wet ‘de Tsjechisch-Poolse betrekkingen zou kunnen schaden’.


    Colombiaanse minister stapt op

    De Colombiaanse minister van Financiën Alberto Carrasquilla is deze week opgestapt nadat een voorstel voor belastinghervorming leidde tot meerdere dagen van protesten waarbij zeker vierentwintig doden vielen, bericht Deutsche Welle. Carrasquilla vertrok een dag nadat president Iván Duque het controversiële voorstel had ingetrokken.

    Het wetsvoorstel was half april ingediend in de hoop de overheidsuitgaven te kunnen financieren en de economie te vernieuwen. Volgens de regering zijn belastingverhogingen nodig omdat de pandemie grote gaten heeft geslagen in de Colombiaanse overheidsfinanciën. Colombia maakt de ergste recessie in een halve eeuw mee, met een daling van het bbp van 6,8 procent in 2020 ten opzichte van het jaar ervoor. Maar demonstranten vrezen dat de belastingwijzigingen, inclusief een verhoging van de inkomstenbelasting, hen nog armer zullen maken tijdens de pandemie.

    Ondanks de intrekking van het wetsvoorstel heeft het ‘Nationaal Stakingscomité’ opgeroepen tot een nieuwe massabijeenkomst, omdat de demonstranten ‘veel meer eisen dan alleen het schrappen van de belastinghervorming’.


    Onrust bij Renault Zuid-Korea

    Renault Samsung, de Zuid-Koreaanse vestiging van de Franse autofabrikant, heeft deze week zijn fabriek in de stad Busan tijdelijk gesloten na een staking die al drie dagen duurde. De staking is georganiseerd door vakbonden die onder meer loonsverhoging eisen.

    Het is al maanden onrustig bij de autofabrikant door vastgelopen loononderhandelingen, teruglopende verkopen en afnemende productie die is te wijten aan een tekort aan chipvoorraden en het ontbreken van nieuwe, aansprekende modellen, schrijft The Korea Herald.

    Van januari tot april dit jaar daalde de verkoop tot 31.412 voertuigen, een daling van 24 procent ten opzichte van vorig jaar. In een waarschuwingssignaal aan de vakbonden maakte CEO Dominique Signora zijn positie duidelijk. ‘We moeten dringend kosten besparen tijdens deze crisis, aangezien onze verkopen het laagst zijn in zestien jaar’.  Hij waarschuwde ook dat de autofabrikant nog enkele maanden last zal blijven hebben van het aanhoudende wereldwijde chiptekort. Signora suggereerde herstructurering van het bedrijf niet uit te sluiten.


    Omstreden Chinese universiteit in Boedapest

    Een controversieel Chinees universiteitsproject wekt bezorgdheid over de groeiende invloed van Beijing in Hongarije en over de nauwe banden van premier Viktor Orbán met China, aldus Radio Free Europe/RL. Eind april ondertekende Hongarije een overeenkomst met de Fudan-universiteit uit Shanghai voor bouw van een vestiging in Boedapest in 2024. Daarmee wordt dit de eerste Chinese universiteit in de EU en de eerste buitenlandse vestiging van deze prestigieuze universiteit. Goed voor het hoger onderwijs in Hongarije, vindt Orbán.

    Er zijn zorgen over gebrek aan transparantie naar aanleiding van een ondoorzichtige Chinese lening

    Maar er zijn zorgen over gebrek aan transparantie, na onthullingen dat de Hongaarse regering van plan is een enorme, ondoorzichtige Chinese lening aan te gaan om de campus te bouwen. Gergely Karácsony, burgemeester van Boedapest is een van de meest uitgesproken critici: ‘Totdat de regering alle details van het project volledig openbaar heeft gemaakt, hebben we niets om over te onderhandelen, hetgeen betekent dat we geen toestemming zullen geven voor de bouw van de Chinese universiteit.’


    Griekse horeca voorzichtig open

    Sinds maandag zijn terrassen van horecagelegenheden in Griekenland voor het eerst sinds november weer geopend, met tafels op afstand van elkaar. Staande klanten, muziek en activiteiten binnen zijn verboden. Maximaal zijn zes klanten per tafel toegestaan en de avondklok is verlaat van 21.00 tot 23.00 uur, meldt Ekathimerini.

    Overigens werd die avondklok de afgelopen weken al grotendeels genegeerd. Bars en cafés schonken alleen om af te halen, maar buiten vormden zich grote groepen op trottoirs en bij de ingangen van nabijgelegen appartementen.

    De versoepelingen zijn de eerste stappen op weg naar verdere opening met het oog op de komst van toeristen deze zomer. 


    Twitterban voor Indiase actrice

    Bollywoodactrice Kangana Ranaut, die bekend staat om haar vurige steun aan de Indiase premier Narendra Modi, is permanent van Twitter verbannen wegens haatzaaien en belediging. Ranaut plaatste maandag een tweet waarin ze Modi aanspoort gangstertactieken toe te passen om de West-Bengaalse Mamata Banerjee te ‘temmen’, bericht Al Jazeera.

    Ranaut noemde Banerjee op Twitter onder meer een ‘vrijgelaten monster’

    De regionale partij van Banerjee, zittend leider van de deelstaat, versloeg bij verkiezingen dit weekend de hindoenationalisten van Modi. Daardoor behield ze de leiding over West-Bengalen. Na de verkiezingen werd de partij van Banerjee beschuldigd van gewelddadige aanvallen op haar tegenstanders.

    Ranaut noemde Banerjee op Twitter onder meer een ‘vrijgelaten monster’.

  • Hoe wordt toerisme nieuw leven ingeblazen?

    Hoe wordt toerisme nieuw leven ingeblazen?

    Nu de zomer nadert, zijn veel landen zich aan het beraden op een manier om zo veel mogelijk toeristen te kunnen verwelkomen. De strategie per land loopt daarbij nogal uiteen.

    Europa werkt aan een vaccinatiepaspoort, Mexico stelt zijn stranden wijd open alsof de pandemie nooit heeft bestaan, Turkije rekent op huwelijkstoerisme… Nu vaccinatiecampagnes die over de hele wereld in een stroomversnelling raken, Amerikanen hun vakantie voorbereiden en luchtvaartmaatschappijen hun luchtwassers uit de kast halen, zal het zomerseizoen van 2021 er heel anders uitzien dan dat van 2020, dat grotendeels werd geannuleerd door de pandemie. Maar het zal ook niet zijn zoals het voor corona was. 

    Europa: het nieuwe paspoort

    Het vooruitzicht om de zomervakantie op ‘het oude continent’ door te brengen krijgt voor steeds meer toeristen vorm, met name Amerikanen. De Europese Unie voert tegen juni een ‘digitaal groen certificaat’ in, een soort vaccinatiepaspoort. Op de Amerikaanse zender CBS zinspeelde Emmanuel Macron op een geleidelijke opheffing van de beperkingen aan de grenzen, ondanks de nog steeds zorgwekkende gezondheidstoestand, en riep hij Amerikanen op naar Europa te komen.

    Een paar dagen eerder stelde The Washington Post echter een probleem aan de orde. Nu ‘veel landen ongeduldig wachten op de terugkeer van Amerikaanse toeristen en hun dollars’, schreef het Amerikaanse dagblad, ‘kunnen er nogal verontrustende verschillen tussen reizigers en inwoners optreden’. De introductie van het Europese vaccinatiepaspoort houdt in dat geïmmuniseerde mensen een streepje voor hebben.

    Terwijl vaccinatiecampagnes in Europa te maken hebben met ‘vertragingen en beperkingen bij de levering van AstraZeneca’, hebben de Verenigde Staten ongeveer een derde van de bevolking ingeënt – een gang van zaken die bij Europeanen tot grote frustratie zou kunnen leiden. 

    The Washington Post verwijst naar de situatie in Spanje afgelopen winter. Terwijl Europese toeristen konden profiteren van de heropening van bars en restaurants, was het Spanjaarden zelf niet toegestaan om tussen regio’s te reizen.

    Mexico: niks aan de hand

    Sinds het uitbreken van de pandemie heeft Mexico de radicale keuze gemaakt om een ​​sleutelsector van zijn economie, het toerisme, te sparen: de grenzen bleven open en reizen tussen de dertig deelstaten waren toegestaan. Tijdens Kerstmis en Pasen gingen beelden van Mexicaanse en buitenlandse toeristen op de stranden van Acapulco of Cancún de wereld over. Opvallend was ook dat maar weinigen zich aan de al schaarse regels hielden: afstand houden en een gezichtsmasker dragen.

    Volgens dagblad El Financiero zijn de inkomsten van buitenlandse toeristen (75 procent Amerikaans) in 2020 desondanks met 13,5 miljard dollar gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar. In termen van sterftecijfers is Mexico het op een na meest getroffen land ter wereld, na Jemen.

    Turkije: huwelijkstoerisme

    Ook Turkije probeert het toeristenseizoen te redden. Het land verwelkomde in 2020 15 miljoen bezoekers, een daling van 69 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Om reizigers aan te trekken, is het land op alles voorbereid, tot strikte herfinanciëring (van 29 april tot 17 mei).

    Er is echter een nieuwe sector in opkomst: huwelijkstoerisme. Terwijl in veel landen ceremonies om gezondheidsredenen worden geannuleerd of via videoverbinding plaatsvonden, bieden Turkse reisbureaus bruiloftsfeesten aan langs de kust, meldt online media Haber7. De stad Bodrum, met zijn chique restaurants, zou bijvoorbeeld zeilexcursies aanbieden. 

    De doelgroep bestaat uit Russen, maar ook Britten. Volgens de krant Aksam  leidde de bruiloft van voormalig Manchester United-speler Rio Ferdinand in september tot een storm van kritiek, waarna deze zomer tot 1500 Britse stellen zich aan de Turkse kust lieten huwen, met zo’n 150.000 toeristen in hun kielzog.

    In Kroatië word je geïsoleerd van de lokale bevolking

    In Kroatië, een land waar 17 procent van het bnp afhankelijk is van toerisme, werken de staat, reisbureaus en hotels actief samen om de sector te redden. Dubrovnik, de parel van het Kroatische toerisme, sloot graag aan in het rijtje van Europese bestemmingen en kondigde de vorming van reisbubbels aan. Maar het lijkt erop dat die vooral om de reiziger heen worden gebouwd.

    ‘De toeristen die van de cruiseschepen afstappen, worden geïsoleerd van de lokale bevolking: ze zullen in groepen de stad bezoeken, haar wallen, de musea, de locaties van de Game of Thrones-set, de nationale parken. Voor degenen die met het vliegtuig naar Dubrovnik zijn gekomen, overwegen we de aanleg van luchtbruggen, met vervoer naar hotels en boten voor het bezoek van de eilanden of de kust. Het pakket is inclusief snelle en regelmatige tests in hotels’, aldus Mato Frankovic, burgemeester van de stad, geciteerd door de krant Novosti

    Omdat de PCR-test voor inwoners van bepaalde landen verplicht is, hebben organisaties en hotels de kosten bij de prijs voor het verblijf inbegrepen, legt de krant Slobodna Dalmacija uit.

    Sinds 31 maart geeft Kroatië toegang tot zijn grondgebied aan toeristen die Russische of Chinese coronavaccins hebben ontvangen. Deze zijn vrijgesteld van PCR-tests en quarantaine. De maatregel is met name gericht op Hongarije en Servië, waar de bevolking massaal vaccins heeft ontvangen die nog niet zijn goedgekeurd door het Europees Geneesmiddelenbureau. Volgens de regionale site Seebiz vormt dit echter geen probleem: ‘De landen van de Europese Unie hebben het recht om individueel de geldigheid van Chinese en Russische vaccins te bepalen.’

    Particuliere Grieken reizen om toeristen te verwelkomen

    Nu het orthodoxe Pasen nadert, besloot de regering op 21 april om de interregionale reizen per 2 mei op te schorten. Voor het tweede jaar op rij ‘zetten we de rem op het vieren van Pasen in het dorp van herkomst’, aldus dagblad Ta Nea. Normaal gesproken keren ongeveer 2 miljoen Grieken (op een bevolking van 10 miljoen) terug naar de eilanden en dorpen van hun familie voor de belangrijkste vakantie van het jaar.

    Zoals I Kathimerini uitlegt, ‘zou het risico van versoepeling van de beperkingen tijdens deze vierdaagse vakantie kunnen leiden tot een nieuwe piek in de epidemie, en het plan om het zomerse toeristenseizoen te openen in gevaar brengen.’

    De autoriteiten zijn sterk afhankelijk van de inkomsten uit toerisme en hebben de invoer van een digitaal vaccinatiepaspoort op Europese schaal aangemoedigd om een ​​herhaling van de catastrofe van 2020, met een omzetdaling van 75 procent, te voorkomen. Maar de afgelopen weken kan een dramatische stijging van het aantal besmettingen in de regio Attica, waaronder de hoofdstad Athene, en op het eiland Kreta, het seizoen alsnog in gevaar brengen.

    Hoewel het succesvolle vaccinatieprogramma een reden is om optimistisch te zijn, is deze laatste etappe beladen met obstakels, waaronder de vermoeidheid van de bevolking, vooral jonge mensen – wat blijkt uit het groeiende aantal overvolle feesten buiten de stadscentra. ‘Nu mikt de regering in Griekenland op 8 mei, de eerste zaterdag na Pasen, als de waarschijnlijke datum om reizen en de opening van restaurants toe te staan.’

  • Opzij, opzij, ik moet naar zee!

    Opzij, opzij, ik moet naar zee!

    Aerosol mag dan klinken als een vliegtuigmaatschappij voor zonvakanties, schrijft Max Scharnigg van de Süddeutsche Zeitung, het is nu wel een spelbreker voor de reislustige Duitser die weemoedig verlangt naar verre landen. Een terugblik op de zomer van 2020.

    Dossier Op reis

    De pandemie heeft het toerisme hard getroffen. De voorheen bloeiende sector was in 2019 nog goed voor 11 procent van het wereldwijde bbp. Het lijkt erop dat nu de vaccinatieprogramma’s op gang komen, vakantiereizen deze zomer weer mogelijk zijn. Maar was er niet jarenlang kritiek op het massatoerisme? Moet dat wel in ere worden hersteld?

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 183, juli 2019.

    Het begon allemaal met een foto die verstopt zat achter in het Duitse tijdschrift AD Magazine. Daar stond, in hoogglans en over de hele breedte van de pagina, een afbeelding die je, zodra je hem zag, totaal van slag bracht. Een vrouw in een nachtblauw badpak, een man in shorts, elegant en zongebruind op het mahoniehouten dek van een oude motorboot. Op de achtergrond het appetijtelijk schuimende kielzog en een stukje open zee.

    Een banaal plaatje? Natuurlijk. Maar afgelopen week maakte het op de onvoorbereide lezer een bijna pornografische indruk. Ongehoord, taboedoorbrekend, mediatoezicht, help! De zon en de schittering op de golven stonden direct op je netvlies gebrand, het nachtblauwe badpak blijft sindsdien maar opduiken in onrustige dromen. Eigenlijk was het alleen een advertentie voor een nieuw hotel in Montenegro. Maar als tinnitus zit het in je oren: oh, wat is Montenegro mooi!

    2020 moet maar het jaar worden dat we nergens naartoe gingen. Punto e basta!

    De opwinding die je overviel, was nogal pijnlijk, en eigenlijk wil je het er niet over hebben. Maar daar klinkt al: ik móét dit jaar naar de Middellandse Zee. Als een bokkig kind dat zijn mond moet spoelen met een in azijn gedrenkte spons waar ‘luxeprobleem’ op staat. Natuurlijk, ook zonder het virus zijn er genoeg mensen die niet naar zee kunnen of echte zorgen hebben. Dus kun je de reisbeperkingen makkelijk doorstaan en blijf je zitten waar je zit.

    In juni ga je een keer op verkenning in het Spreewald of een weekendje naar de Zwabische Jura. Je leest in de inmiddels nutteloze reisbrochures nog een paar alinea’s over het genoegen van armchair travelling of de kunst van de microadventures vlak bij huis. Je kijkt naar zonsondergangen op de 3000 onuitgezochte vakantiefoto’s op je telefoon. 2020 moet maar het jaar worden dat we nergens naartoe gingen. Punto e basta! Hoe zeg je dat in het Zwabisch?

    Fernweh

    Maar een beetje verdrietig zijn mag. Alleen al omdat dit soort verdriet zo’n mooie naam heeft: fernweh [weemoedig verlangen naar verre landen]. En omdat je je er nog nooit zo heerlijk in hebt kunnen rondwentelen als nu, na drie maanden van gesloten grenzen, zelfs als je geen concrete vakantieplannen had. Het is als honger na een week vasten. Echte, mooie honger, zoals je al lang niet meer, en misschien zelfs nog nooit, hebt gehad. Tot nu toe kende je alleen de lightversie van dit soort honger, een honger naar de wereld. In het oude leven betekende fernweh dat je geen verre reizen naar bijvoorbeeld de Caraïben kon maken. Zelfs aan de kantinetafel wordt er gebeuzeld over fernweh nu ze een keer vijf maanden achter elkaar niet écht op vakantie konden.

    ruth troughton nwsqaw54bgc unsplash

    Nu we gedwongen gelouterd zijn, merken we pas hoe verknocht we vroeger waren aan het buitenland. Omdat het kon. Voor alle vrijgezellenfeesten naar Barcelona, ieder examenreisje op zijn minst naar Praag. Afspreken met vrienden: waarom niet met zijn allen een paar dagen naar Apulië? Even naar Berlijn, Zürich, Wenen. Voor het werk natuurlijk, maar wel met kaarten voor de opera. Hand opsteken als Porto en Tallinn niet op je to-dolijst stonden, alsof het controleafspraken bij de dokter waren. Vakantiedagen over? Laten we naar Laos gaan.

    Shoppen? De markthal in Boedapest is morgen open. Een beetje overdreven misschien, maar zo ging het wel. Waarvoor had je je anders suf gewerkt dan voor af en toe een cadeautje aan jezelf, tweeduizend kilometer naar rechts of links op de landkaart waar het warmer, woester, mooier of gewoon anders was?

    Dat er voor corona elke dag vliegtuigen van München naar New York vlogen. Zo maar, en allemaal vol. Ongelooflijk.

    Dit voortdurende klaar-om-te-vliegen was na alle acties voor het milieu al zeer verdacht. Maar nu lijkt ook je eigen reiskoorts gewoonweg aanstootgevend. Als je dan leest dat Lufthansa een deel van haar vliegtuigen voorlopig in de mottenballen legt, klinkt het een beetje alsof je je kinderen vertelt dat het vóór corona op een of andere manier een krankzinnige tijd is geweest. Dat er toen elke dag vliegtuigen van München naar New York vlogen. Zo maar, en allemaal vol. Ongelooflijk.

    De nadelige gevolgen van overmatige consumptie zijn, zoals bekend, blijvende schade en verslaving. In die zin moet het hele volk door corona in één klap cold turkey afkicken van zijn reisverslaving. En om eerlijk te zijn, loopt het in de rehabklinieken niet zo hard. Afzien is mooi als je jezelf uitdaagt om over je verslaving heen te komen. We vliegen niet, we gaan met de trein naar Venetië, ha! Maar gedwongen worden om af te zien is veel minder leuk. Vakantie op Costa balcone, panna cotta van oma, pootjebaden in het meertje waar je elke dag langsfietst, ook leuk. Zeggen ze. En dan met zalvende stem: wat hebben we het toch goed hier, terwijl elders enz. enz. En dan komt er zo’n ellendige motorbootadvertentie die het hele methadonprogramma tenietdoet. Acute terugval in de oude Méditerranéeverslaving.

    screenshot 2020 07 07 at 21 45 04

    Krasse knarren

    Dat is ook begrijpelijk. Fernweh, dat is Duits cultuurgoed met een Brentano-keurmerk [Franz Brentano, Duitse filosoof en psycholoog (1838-1917)], de oude Weimaranen deden het ons al voor. ‘Het land van de Grieken zoeken met de ziel,’ zo omschreef Goethe in zijn Iphigenia de overtuiging dat de wereld elders beter was. Toen hij die regels schreef, was hij trouwens zelf net op reis in Italië. Op Grand Tour, de beste uitvinding van de aristocratie ooit.

    Reizen als vorming, inspiratie en ontspanning, dat is een idee dat we in elk geval altijd al begrepen. Veel grote Duitse denkers, neem Friedrich Nietzsche of Thomas Mann, waren tenslotte krasse knarren, al was dat voor thuis niet altijd een voordeel. De consensus was dat je alleen over de grens vrij kon denken en dat door verandering van lucht het lyrisch ik groter werd. 

    In deze zin waren de Duitsers tot 2012 wereldkampioen reizen, daarna namen de Chinezen het over. Maar het betekent wel dat voor generaties actieve Duitsers een bezoek aan een ver land in de vakantie even gewoon was als tv-kijken door de week. We moeten eruit! Ons fernweh is een traditie, wij hebben zogezegd het gewoonterecht op de wijde wereld (en misschien ook nog steeds een beetje een koloniaal complex).

    Bedenk maar eens dat aan het begin van de lockdown alleen al in Nieuw-Zeeland 12.000 Duitse toeristen vastzaten. Waanzin

    En we mogen dan niet de keurigste reizigers zijn, maar vermoedelijk wel de ijverigste. Met miljoenen persen we ons door de kleinste steegjes van de wereld, in alle bars op Sicilië, op elke overvolle veerboot en bij elke streetfoodkraam in Bangkok kom je onze ondernemende landgenoten tegen. Bedenk maar eens dat aan het begin van de lockdown alleen al in Nieuw-Zeeland 12.000 Duitse toeristen vastzaten. Waanzin. Een land waar je 26 uur voor in het vliegtuig moet zitten en waar je je bij aankomst door druipneuzige beagles moet laten aflebberen!

    Het is goed mogelijk dat corona voor langere tijd een eind zal maken aan dit extreme escapisme. Niet alleen omdat de Nieuw-Zeelanders voorzichtiger worden met gore-texinvasies. Maar ook omdat we voor onszelf eerst het idee moeten goedpraten dat we met tweehonderd ademende mensen in een vliegende koker gaan zitten. Aerosol mag dan klinken als een vliegtuigmaatschappij voor zonvakanties, het is nu wel een spelbreker. Het echte fernweh zal dus nog wel een tijdje onbevredigd blijven.

    Mentale hygiëne

    Echt erg is dat niet. Het zuiden begint gelukkig al veel dichterbij, voor sommige mensen zelfs al in Karinthië. Belangrijk is alleen dat we binnenkort weer ergens heen kunnen waar de mensen een mooi, ander geluid voortbrengen, een andere taal. Belangrijk is dat we binnenkort weg kunnen van thuis. Dat heeft met mentale hygiëne te maken. Duitsland is echt oké, om te wonen bijvoorbeeld of als je met pech langs de autobaan staat. Maar na een tijdje is het niet veel meer dan een vermoeiend decor van ‘uitrit vrijlaten’-bordjes, meergranenbroodjes, ‘geachte reizigers’-aankondigingen, professionele mondhygiënistes en ‘Harry, hol schon mal den Wagen’ [de beroemde terugkerende zin uit de Duitse krimi Derrick]. In dat geval was het tot nu toe tijd om voor jezelf een vakantierecept uit te schrijven.

    Want een schitterende zee en mahoniehouten stijgers heb je hier nu eenmaal niet. En ook de andere kleine dingen niet die je langzaam begint te missen: trotse mannen achter de vleessnijmachine, verbleekte ramen in de avondzon, het getik van de masten in de haven, anonieme maar zalige wijn in een dito restaurant, paadjes onder de pijnbomen door naar zee, ’s morgens ‘Cocco bello!’ en ’s avonds gekko’s in je slaapkamer, oleanders, orechiette en Orangina, lieve hemel, inderdaad, de hele banale blotevoetenromantiek.

    We zien ze over het hoofd dat we al decennialang ook grote delen van onze levensvreugde outsourcen

    Je hoort nu vaak dat geneesmiddelen en mondkapjes weer in Duitsland geproduceerd moeten worden, zodat we niet zo afhankelijk zijn. Daarbij zien ze over het hoofd dat we al decennialang ook grote delen van onze levensvreugde outsourcen. In het volste vertrouwen dat al die hartverheffende finca’s en chalets, trullo’s en trattoria’s, zonsondergangen en strandcafé’s ons altijd ter beschikking zullen blijven staan.

    Tsja, dat ligt nu allemaal, op een of andere manier onbereikbaar, daarginds op ons te wachten. Zonder ons. Alles wat we hebben veroverd: de standplaats aan het Gardameer, het laatste betaalbare pension in Zuid-Frankrijk, de vertrektijden van de boot naar Vlieland, de jodelende waard in Huppeldepup sul mare. Als het een normaal jaar was, zouden we al lang hebben gereserveerd en ons erop verheugen. Alleen al van de voorpret zouden we betere mensen zijn geworden, die makkelijk nog twee maanden zonder te klagen met hun zescilinder in de file hadden gestaan. Daarna hadden we een afwezigheidsbericht aangezet en waren we in een paar dagen inderdaad die zondoorstoofde shortdragers uit de advertentie geworden.

    Daar gaat het om op vakantie: op een plezierige manier afstand nemen van jezelf

    Nog belangrijker dan bruin worden, zou geweest zijn wat psychologen ‘alteratie’ noemen: verandering. De hernieuwde zekerheid dat er ook een meer ontspannen versie van onszelf bestaat. Want daar gaat het om op vakantie: op een plezierige manier afstand nemen van jezelf. Met lossere kleren en gewoonten. Niet hoeven op te ruimen, zinloos geld uitgeven, een uurtje eerder een glaasje meer drinken, langer blijven hangen, een felgekleurd hoedje dragen, de kinderen laten spelen, met vreemde mensen praten, avontuurtjes beleven, elkaar de weggelopen Grote Beer aan de sterrenhemel aanwijzen. Het zijn kleinigheden, maar ze werken! En het helpt niet echt dat Eurowings het in advertenties al over de zomer van 2021 heeft die zeker zal komen. Of dat bij de Aldi volgende week een zwembad van 7000 liter voor in de tuin en een tropische kuipplantenmix in de aanbieding zijn. Sorry hoor: die tropische plantenmix kan de pot op!

    Wat je nu ook merkt: het betrouwbare Duitse fernweh heeft niet alleen een romantische functie en dient niet alleen tot zelfbehoud. Het is in dit stoommachineland ook een probaat overdrukventiel. Nu we allemaal thuis zitten, staat er echt druk op de ketel. Als alle Mallorcapensionado’s, de Ibiza- en Toscanefracties, cruisegezinnen, beroepsveelvliegers, free climbers, surfers en interrailstudenten allemaal thuis rondhangen en hun vrijheid ook nog eens hier vorm willen geven, dan gaat het niet lang meer goed, dat ruik je. Daarom is het verheugend dat althans de meeste grenzen binnenkort weer opengaan. Want we moeten hier dringend even luchten.

    screenshot 2020 07 07 at 21 57 34

  • Laten we na corona weer gaan reizen om het reizen

    Laten we na corona weer gaan reizen om het reizen

    Het moet afgelopen zijn met levensveranderende yogaretraites op Bali en designhotels voor de perfecte Instagramfoto, vindt blogger Inna Hemme. Laten we, als we weer op reis kunnen, genieten van de simpele dingen: eten, drinken en een dak boven je hoofd – verder niets.

    Dossier Op reis

    De pandemie heeft het toerisme hard getroffen. De voorheen bloeiende sector was in 2019 nog goed voor 11 procent van het wereldwijde bbp. Het lijkt erop dat nu de vaccinatieprogramma’s op gang komen, vakantiereizen deze zomer weer mogelijk zijn. Maar was er niet jarenlang kritiek op het massatoerisme? Moet dat wel in ere worden hersteld?

    Dit artikel verscheen in nummer 181, juni 2020.

    Zoals ongeveer iedere vakantieganger probeer ik me voor te stellen hoe onze eerste reis eruit zal zien als de coronamaatregelen langzamerhand worden opgeheven. Zouden we veranderd zijn? Zouden we meer genieten, of zouden we juist bang zijn om in een vliegtuig te stappen?

    Misschien helpt het om even terug te kijken voordat we antwoord geven. Ik vond altijd al dat je de behoeftenpiramide van Maslow heel goed kunt toepassen op vakanties. De afgelopen decennia zijn de meesten van ons steeds hoger deze piramide in geklommen. Ik ook. Ter verduidelijking: helemaal onder in de piramide vind je, zoals je weet, de meest elementaire behoeften: eten, drinken, een dak boven je hoofd. En dat is exact wat ik me twintig jaar geleden bij een vakantie voorstelde. Verder niets.

    Mijn ouders en ik reden wekenlang door Siciliaanse dorpjes; met een bord verse gegrilde sardines en een bed als de zon was ondergegaan waren we volmaakt gelukkig. Soms konden we niets anders vinden dan een louche hotel met rode neonletters. ‘Als we maar ergens kunnen slapen,’ zei mijn vader dan, en mijn moeder haalde twee schone lakens uit haar koffer en legde die op het bed. De volgende dag gingen we op het eerste het beste strand in de zon liggen. Ik las weleens iets voor uit een reisgids die onder de zonnebrandolie zat, maar hoogstens vijf alinea’s later waren mijn ouders al in slaap gevallen.

    Zelfverwerkelijking

    Of het strand in de top tien van het eiland stond? Geen idee. Of de vakantie ons als gezin dichter bij elkaar bracht? Geen idee. We namen een flinke slok van iets ijskouds en haalden onze schouders op. Ook zonder die vragen te beantwoorden was het mooi. Als student ging ik voor het eerst de oceaan over. Tien jaar geleden. Ik zat uitgerekend in het inmiddels überhippe Tulum, in Mexico, en dat liet me totaal onverschillig. Of het bij de toentertijd beste vakantiebestemmingen voor millennials hoorde?

    Of mijn hotel me qua ‘hippie chic’ een niveau hoger bracht? Geen idee. Mijn kamer kostte 5 dollar en bestond uit twee haken voor de hangmat die ik zelf had meegebracht. Tegenwoordig kun je in Tulum voor 5 dollar nog geen tandenstoker krijgen.

    Toch was ik op dat moment al één of misschien zelfs wel twee treden omhooggeklommen op mijn behoeftenpiramide. Want behalve fysiologische behoeften en de behoefte aan veiligheid kwamen er ook steeds meer sociale behoeften bij.

    Op reis gaan moest opeens een diepere betekenis hebben, iets spiritueels, het moest je leven veranderen

    Binnen twee dagen was ik uitgenodigd op vijf Mexicaanse bruiloften en voelde ik me net Don Corleone. Bovendien had ik bij het snorkelen ontdekt dat de onderwaterwereld me erg interesseerde. Toen ik vertrok, kon ik zeven soorten koraal in vier talen opnoemen. Nooit meer op vakantie zonder rif, dacht ik. En daar waren ze, de eerste signalen van individuele behoeften. Wat er daarna gebeurde, na de universiteit, toen ik als reisjournalist werkte, werd achteraf gezien steeds merkwaardiger. Ik had de vijfde trede van de behoeftenpiramide bereikt, die van de zelfverwerkelijking.

    Zelfverwerkelijking mag in het dagelijks leven iets moois zijn, maar als je op reis bent? Ik ontdekte steeds meer trends die ik lachwekkend vond. Op reis gaan moest opeens een diepere betekenis hebben, iets spiritueels, het moest je leven veranderen.

    Mount Everest

    De mensen wilden de Mount Everest op, ook al kregen ze het al benauwd als ze met hun linzensalade naar de derde verdieping moesten. Ze gingen naar full moon-yogakampen op Bali om innerlijke blokkades op te heffen en zich door een monnik een of andere smakeloze hap te laten voorzetten. Van tevoren bekeken ze op de website van het hotel of het design wel geschikt was voor op hun Instagramaccount.

    Ik hoop dat het met die zelfverwerkelijking op vakantie nu afgelopen is. Ik denk dat corona ons weer zal terugwerpen op de laagste treden van de behoeftenpiramide. Weer reizen omwille van het reizen. We zullen weer als kinderen zo blij zijn als we in de trein of het vliegtuig stappen, of onze bestemming nu hip is of niet. We gaan ontspannen op het strand liggen.

    En als we het helemaal te gek willen maken, leggen we ook een paar sociale contacten, aan wie we echt gaan schrijven als we weer thuis zijn. In deze tijd is dat zo niet een mooie, dan in elk geval een troostende gedachte.