Onderwerpen: transport

  • Hoe de zeecontainer de wereld ingrijpend heeft veranderd

    Hoe de zeecontainer de wereld ingrijpend heeft veranderd

    De capaciteit om spullen over zee te verschepen is de laatste decennia enorm vergroot. Dat betekent ook meer ‘containerverlies’. Wat gebeurt er als ze kopje onder gaan?

    Keuze uit het archief

    Wie de zee beheerst, beheerst de wereld. Dat blijkt nu Iran als reactie op de aanvallen van Israël en de VS de zeestraat van Hormuz gesloten houdt, met wereldwijde energietekorten en prijsstijgingen tot gevolg. De blokkade maakt pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk we van de scheepvaart zijn geworden. Een onmisbaar onderdeel daarvan is de zeecontainer. Volgens dit artikel uit The New Yorker van 2022 heeft ‘de zeecontainer afgelopen halve eeuw de wereldeconomie en het dagelijks leven van bijna iedereen op deze planeet ingrijpend veranderd’.

    Een deel van de kustlijn in het zuiden van Cornwall is bekend om zijn draken. De zwarte zijn zeldzaam en de groene nog zeldzamer – zelfs een toegewijde drakenjager komt er misschien zijn hele leven nooit een tegen. Deze draken bewaken in tegenstelling tot draken in Europese mythen geen schatten, ze kunnen niet vuurspuwen en ze kunnen ook niet vliegen, want ze hebben geen vleugels. Het zijn waterdieren, ze komen namelijk altijd uit zee en kunnen aanzienlijke afstanden afleggen. Een is er gespot op Chesil Beach, net als Saoirse Ronan; een ander heeft zich gevestigd op het onbewoonde Nederlandse eiland Griend in de Waddenzee. Meestal worden ze echter aangetrokken door de winderige stranden van Zuidwest-Engeland, zoals Portwrinkle en Perranporth, Bigbury Bay en Gunwalloe. Als je zelf op zoek wilt gaan naar deze draken, dan is het wellicht handig om te weten dat ze ongeveer acht centimeter lang zijn, hun armen en staarten missen en gemaakt zijn door Lego.

    Cornwall dankt zijn drakenpopulatie aan de Tokio Express, een containerschip dat in februari 1997 van Rotterdam naar Noord-Amerika voer en op zo’n 30 kilometer van Land’s End in noodweer terechtkwam. Op de zware zee helde het schip zo ver opzij dat 62 van de containers loskwamen en overboord vielen. Een van die containers was gevuld met Lego – met 4.756.940 stukjes om precies te zijn, waaronder de draken (33.427 zwarte, 514 groene) en het lot wil dat ook veel van de andere stukken een oceaanthema hadden. De container vol Lego die van het schip gleed, bevatte enorme hoeveelheden miniatuur duikflessen, harpoengeweren, flippers, octopussen, scheepstuig, onderdelen van duikboten, haaien, patrijspoorten, reddingsvlotten en stukjes onderwaterlandschap die onder Lego-liefhebbers bekendstaan als LURP’s en BURP’s (Little Ugly Rock Pieces en Big Ugly Rock Pieces), waarvan er respectievelijk 7200 en 11.520 aan boord waren van de Tokio Express. Niet lang daarna meldden helikopterpiloten dat ze op het oppervlak van de Keltische Zee ‘een vlek van Lego’ zagen. (Net als bij ‘goud’, ‘hout’ of ‘rijst’ is ‘Lego’ het algemeen aanvaarde meervoud van Lego.) Al snel spoelden sommige van de overboord geslagen stukjes aan, vooral op de stranden van Cornwall.

    Maar de meest voorkomende manier waarop een container verloren gaat, is door in zee te belanden

    Er vallen al dingen van boten in de oceanen zolang de mens de zeeën bevaart, dat wil zeggen: minstens tienduizend en mogelijk meer dan honderdduizend jaar. Maar de specifieke manier waarop de bijna vijf miljoen Lego-stukjes van de Tokio Express in zee terechtkwamen, maakt deel uit van een veel recenter fenomeen dat pas van rond de jaren vijftig dateert en dat in de scheepvaartindustrie bekendstaat als ‘containerverlies’. Technisch gezien verwijst de term naar containers die om welke reden dan ook hun bestemming niet bereiken: gestolen in de haven, verbrand tijdens een scheepsbrand, in beslag genomen door piraten, opgeblazen tijdens oorlogshandelingen. Maar de meest voorkomende manier waarop een container verloren gaat, is door in zee te belanden, meestal doordat hij van een schip valt en soms doordat hij samen met het schip richting bodem verdwijnt.

    Allerlei verklaringen

    Er zijn allerlei verklaringen voor deze vorm van containerverlies, maar de meest directe is getalsmatig. In de huidige wereld zijn er namelijk op elk moment zo’n zesduizend containerschepen op zee. De grootste daarvan kunnen meer dan twintigduizend zeecontainers per vaart vervoeren; samen transporteren ze elk jaar een kwart miljard containers over de hele wereld. Gezien deze enorme aantallen, plus factoren die het zeevervoer altijd al parten hebben gespeeld – rukwinden, deining, orkanen, vloedgolven, ondiepe riffen, defecten, menselijke fouten, corrosie door zout, water en wind – komen sommige van deze containers onvermijdelijk in het water terecht. De vraag die bij de meesten nu zal opkomen en die ook om economische en milieuredenen van belang is: wat zit er in hemelsnaam in die containers?

    Een standaardzeecontainer is gemaakt van staal en is 2.30 meter breed, 2.40 meter hoog, en 6 of 12 meter lang

    Een standaardzeecontainer is gemaakt van staal en is 2.30 meter breed, 2.40 meter hoog, en 6 of 12 meter lang. Je zou hem kunnen omschrijven als een veredelde doos, ware het niet dat het begrip ‘edel’ niet van toepassing is. En toch heeft de container, ook al is het een van ’s werelds minst aantrekkelijke objecten, de laatste jaren een soort cultaanhang gekregen. Een verrassende hoeveelheid mensen woont inmiddels in zeecontainers. Sommigen omdat ze geen andere huisvestingsmogelijkheid hebben, sommigen omdat ze zich hebben aangesloten bij de Tiny House-beweging en enkelen omdat ze bij wijze van architectonisch experiment in huizen van enkele honderden vierkante meters zijn gaan wonen, bestaande uit meerdere containers. Weer anderen houden van zeecontainers in het wild en zijn gepassioneerde containerspotters geworden die de herkomst van elk exemplaar kunnen afleiden op basis van kleur, logo, stickers en andere details, zoals wordt uiteengezet in bronnen als The Container Guide van Craig Cannon en Tim Hwang, ook wel de Audubons van de zeecontainers genoemd. Andere boeken op de steeds voller wordende plank met containerliteratuur variëren van Craig Martins Shipping Container, dat deel uitmaakt van de serie Bloomsbury Academic’s Object Lessons en waarin mensen als de Franse filosoof Bruno Latour en de Amerikaanse kunstenaar Donald Judd worden geciteerd, tot Ninety Percent of Everything waarvoor auteur Rose George vijf weken doorbracht op een containerschip. Ze bracht niet alleen het reilen en zeilen van de scheepvaartindustrie tot leven, maar ook het dagelijks bestaan van de mensen die belast zijn met het vervoer van ’s werelds goederen over de gevaarlijke en grotendeels wetteloze oceanen.

    maxresdefault P kopie

    Al deze aandacht valt in een bepaald opzicht te verwachten, want in de afgelopen halve eeuw heeft de zeecontainer de wereldeconomie en het dagelijks leven van bijna iedereen op deze planeet ingrijpend veranderd. Het verhaal van die transformatie werd bijna vijftien jaar geleden beschreven door Marc Levinson in The Box: How the Shipping Container Made the World Smaller and the World Economy Bigger. Vóór de opkomst van de container was het vervoer van goederen over water een dure en arbeidsintensieve aangelegenheid. Om de afstand tussen product en transport zo klein mogelijk te houden stonden havens vol met fabrieken en loodsen en met de stuwadoors en havenarbeiders die de goederen moesten laden en lossen. (Het verschil tussen de twee wordt bepaald door de werkplek: stuwadoors werken op schepen, terwijl havenarbeiders op de kade werken.) Sommige van die goederen waren bulkgoederen – zoals olie, die in een tank wordt gegoten en dan relatief gemakkelijk opgeslagen en vervoerd kan worden – maar de meeste waren stukgoederen, die stuk voor stuk moesten worden geladen: zakken cement, wielen kaas, balen katoen, noem maar op. Al deze niet-samenhangende goederen moesten zorgvuldig worden geladen, zodat ze tijdens het vervoer niet zouden verschuiven en andere waardevolle goederen konden beschadigen of, erger nog, het schip zouden laten kapseizen. De arbeiders hadden voor dit werk vaardigheid, spierkracht en een hoge pijntolerantie nodig. (In Manchester raakte in één jaar tijd de helft van de havenarbeiders gewond tijdens het werk.) En de rederijen hadden geld nodig. Tot wel 75 procent van de kosten van het vervoer over water zat in de lonen en de uitrusting die nodig was voor het bevrachten van de schepen wanneer deze nog in de haven lagen aangemeerd.

    Malcom McLean

    Dat veranderde allemaal in 1956, door een man genaamd Malcom McLean. Hij was oorspronkelijk geen scheepvaartmagnaat maar de ambitieuze eigenaar van een vrachtwagenbedrijf, die dacht dat hij zijn concurrenten te slim af zou zijn als hij goederen soms over het water kon vervoeren in plaats van over de snelweg. Toen zijn aanvankelijke idee om zijn vrachtwagens gewoon de vrachtschepen op te laten rijden economisch inefficiënt bleek, begon hij te knutselen met demonteerbare kisten die op elkaar konden worden gestapeld en gemakkelijk konden worden uitgewisseld tussen vrachtwagens, treinen en schepen. Hij kocht een paar tankers uit de Tweede Wereldoorlog en bouwde die om. Vervolgens nam hij een ingenieur in dienst die al bezig was geweest met aluminium containers die met een kraan van vrachtwagen naar schip konden worden getild. Op 26 april 1956 voer een van de tankers, de SS Ideal-X, van New Jersey naar Texas met 58 zeecontainers aan boord. Een hoge baas van de Internationale Vereniging van Havenwerkers was hierbij aanwezig. Toen hem werd gevraagd wat hij van het schip vond, zou hij geantwoord hebben: ‘Ik zou dat monster wel tot zinken willen brengen.’

    Vervoer van een container met 25 ton aan koffiezetapparaten van een fabriek in Maleisië naar een pakhuis in Ohio, kost minder dan een businessclass vliegticket

    Hij begreep heel goed waar hij getuige van was, namelijk het einde van de scheepvaartindustrie zoals hij en generaties havenarbeiders vóór hem die kenden. Op het moment dat de Ideal-X de haven verliet, kostte het laden van een vrachtschip gemiddeld 5,83 dollar per ton. Met de komst van de zeecontainer daalde die prijs tot naar schatting 0,16 dollar – en daarmee daalde ook alle werkgelegenheid die was gerelateerd aan scheepsvracht. Tegenwoordig zoekt een computer uit hoe een schip moet worden geladen en een trolley-en-kraansysteem grijpt ongeveer elke 90 seconden een inkomende container en vervangt die door een uitgaande, zodat het schip bijna gelijktijdig wordt gelost en geladen. De daaruit voortvloeiende kostenbesparingen hebben de overzeese scheepvaart verbazingwekkend goedkoop gemaakt. Om een voorbeeld van Levinson te gebruiken: het vervoer van een container met 25 ton aan koffiezetapparaten van een fabriek in Maleisië naar een pakhuis in Ohio, kost minder dan een businessclass vliegticket. ‘Transport is zo efficiënt geworden,’ schrijft hij, ‘dat de vrachtkosten in veel gevallen weinig invloed hebben op economische beslissingen.’

    In andere opzichten zijn die kosten, juist omdat ze zo laag zijn, wel degelijk van invloed op economische beslissingen. Ze zijn de reden dat fabrikanten loon-, werkplek- en milieuverplichtingen kunnen omzeilen door hun fabrieken naar elders te verplaatsen. En ze zijn de reden dat al die plekken elders – kleine steden ver weg van de havens, in Vietnam of Thailand of het Chinese achterland – hun goedkope grond en goedkope arbeidskrachten kunnen aanwenden om voet aan de grond te krijgen in de wereldeconomie. Dankzij de innovatie van McLean kunnen fabrikanten de toeleveringsketen drastisch verlengen en er financieel toch beter van worden. Het antwoord op de vraag waarom een overhemd dat je in Manhattan koopt zoveel minder kost wanneer het uit een fabriek in Malakka komt dan wanneer een kleermaker in het centrum het heeft gemaakt, is grotendeels: de zeecontainer.

    10 verdiepingen

    Net als de plastic draken van Cornwall ziet een volgeladen containerschip eruit alsof het door Lego gemaakt had kunnen worden. Dat komt omdat containers in één kleur zijn geverfd – blauw, groen, rood, oranje, roze, geel, aquamarijn – waardoor ze lijken op standaard Lego-bouwstenen, vooral wanneer ze op elkaar gestapeld zijn. Die stapels beginnen beneden in het ruim en kunnen bovendeks zo breed worden als 23 containers naast elkaar en zo hoog als een gebouw van 10 verdiepingen.

    De schepen die deze stapels vervoeren beginnen bij een omvang die jij en ik als groot zouden beschouwen – zeg 120 meter van boeg tot achtersteven, ruwweg vier vijfde van de lengte van een voetbalveld –, maar door de scheepvaartindustrie wordt omschreven als klein grut, een Small Feeder. De schaal wordt groter, van een gewone Feeder, een Feedermax en een Panamax (294 meter, het maximum dat door het Panamakanaal kon vóór de recente uitbreidingsprojecten), tot aan schepen met de toepasselijke naam Ultra Large Container Vessel (ULCV), die bijna vierhonderd meter lang zijn. Rechtop gezet zou een ULCV op 42nd Street uittorenen boven het Chrysler Building. In zijn normale positie kan hij het Suezkanaal blokkeren, zoals de hele wereld onlangs met fascinatie en/of ontzetting heeft kunnen zien.

    Als bij zo’n incident vijftig of meer containers overboord slaan, beschouwt de scheepvaartsector dat als een ‘catastrofe’

    De bemanningen van deze ultragrote schepen zijn in vergelijking ultraklein; een ULCV kan van Hongkong naar Californië varen met 23.000 containers aan boord en slechts 25 mensen. Bijgevolg is het niet ondenkbaar dat er soms een paar van die containers overboord kieperen zonder dat iemand het merkt – tot het schip in de haven is aangekomen. (Dit ondanks het feit dat een volgeladen container ongeveer even groot en zwaar is als een walvishaai; stel je de plons eens voor als hij van ongeveer 30 meter hoogte in de oceaan valt.) Vaker gaat het echter om meerdere verschuivende containers die gezamenlijk vallen, een dramatische gebeurtenis die bekendstaat als een stack collapse, een omvallende stapel. Als bij zo’n incident vijftig of meer containers overboord slaan, beschouwt de scheepvaartsector dat als een ‘catastrofe’.

    Containers overboord

    We weten niet precies hoe vaak dat gebeurt, want scheepvaartmaatschappijen zijn doorgaans niet verplicht om te melden dat hun lading in zee terecht is gekomen. De instantie die heeft betaald voor het vervoer van de goederen wordt op de hoogte gebracht, evenals de instantie die de goederen had moeten ontvangen. Maar of een hogere autoriteit op de hoogte is van het verlies hangt grotendeels af van waar het gebeurde, want de oceaan is een lappendeken van jurisdicties die worden beheerst door verschillende naties, instanties en verdragen, elk met verschillende ondertekenaars en verschillende verantwoordelijkheden wat betreft de handhaving. De Internationale Maritieme Organisatie (IMO), de organisatie van de Verenigde Naties die verantwoordelijk is voor het vaststellen van mondiale scheepvaartnormen, heeft toegezegd een verplicht rapportagesysteem en een gecentraliseerde databank voor containerverlies op te zetten, maar dat is nog niet gebeurd. In de tussentijd zijn de enige beschikbare gegevens afkomstig van de World Shipping Council (WSC), een handelsorganisatie met 22 aangesloten bedrijven die goed zijn voor ongeveer 80 procent van de wereldwijde containercapaciteit. Sinds 2011 voert de WSC onder die leden een driejaarlijkse enquête uit over het verlies van containers. In 2020 was de conclusie dat er jaarlijks gemiddeld 1382 containers overboord gaan.

    d38336e4f9f65936a019809e76cdedfc

    Neem dat cijfer maar met een korreltje zout. Het is namelijk afkomstig van een vrijwillige enquête die werd uitgevoerd door insiders in een sector die geneigd is geen openheid van zaken te geven. ‘Niemand rapporteert volledig transparante cijfers,’ zegt Gavin Spencer, hoofd verzekeringen van Parsyl, een bedrijf dat zich richt op risicobeheer in de toeleveringsketen. Verzekeringsmaatschappijen maken niet graag melding van de individuele verliezen die ze dekken omdat ze dan minder winstgevend lijken, en dat geldt ook voor rederijen. (‘Het zou een beetje hetzelfde zijn als wanneer luchtvaartmaatschappijen aangeven hoeveel koffers ze kwijtraken.’) Spencers beste schatting van het werkelijke aantal containers dat in zee verloren gaat, is ‘veel hoger dan je je kunt voorstellen’, en zeker hoger dan de cijfers die door de WSC worden verschaft.

    Harde wind

    De WSC bestrijdt dat haar gegevens op enigerlei wijze onnauwkeurig zouden zijn. Maar ongeacht het aantal lijkt verlies van containers steeds vaker voor te komen. De ONE Apus, een schip dat op weg was van China naar Long Beach in Californië, raakte in november 2020 verzeild in een storm op de Stille Oceaan en verloor meer dan 1800 containers. Dat waren er bij één incident dus al meer dan het geschatte jaargemiddelde van de WSC. Diezelfde maand verloor een ander schip op weg naar Long Beach vanuit China honderd containers door slecht weer, terwijl nog een ander schip kapseisde in de haven van Oost-Java met 137 containers aan boord. Twee maanden later verloor een vierde schip, eveneens op weg van China naar Californië, 750 containers in het noorden van de Stille Oceaan. De laatste jaren is er ook een gestage stroom van berichten over hoeveelheden containers die in andere delen van de oceaan verloren zijn gegaan: 40 voor de oostkust van Australië; 21 voor de kust van Hawaii; 33 voor Duncansby Head in Schotland; 260 voor de kust van Japan; 105 voor de kust van Brits Columbia. Er belanden er steeds meer op de bodem.

    Degenen die op containerschepen werken, hebben in de regel geen idee van wat er in al die containers zit

    Een van de redenen waarom dit soort incidenten toeneemt, is dat stormen en harde wind – lange tijd de voornaamste boosdoeners bij het verlies van containers – steeds vaker voorkomen en steeds heviger worden naarmate het klimaat onstabieler wordt. Een andere oorzaak is de trend naar steeds grotere containerschepen, waardoor de besturing van het schip en de veiligheid van de containers in het gedrang komen (in beide gevallen omdat de hoge stapels op het dek wind vangen), terwijl deze schepen tegelijkertijd kwetsbaar zijn voor parametric rolling. Dit is een zeldzaam verschijnsel waarbij extreme druk komt te staan op de containers en de systemen waarmee ze worden vergrendeld. Meer recent heeft de sterke stijging van de vraag naar goederen tijdens de pandemie ertoe geleid dat schepen die vroeger op gedeeltelijke capaciteit voeren, nu volgeladen worden en dat bemanningen onder druk worden gezet om zich aan strikte tijdschema’s te houden, zelfs als daarvoor problemen aan boord moeten worden genegeerd of er dwars door stormen moet worden gevaren. Tot overmaat van ramp is er een tekort aan scheepscontainers zelf, door de toegenomen vraag en doordat veel containers vanwege lockdowns zijn gestrand in de verkeerde havens. Daardoor zijn oudere containers met verouderde vergrendelingsmechanismen in omloop gebleven of weer in omloop gebracht. Daar komt nog bij dat het risico op menselijke fouten tijdens de pandemie is toegenomen, omdat de arbeidsomstandigheden op containerschepen, die toch al niet optimaal waren, nog verder zijn verslechterd. Bemanningsleden zaten soms weken of maanden vast op schepen die in de haven of voor anker lagen, voor onbepaalde tijd gestrand in een wereldwijde maritieme file.

    Mensen die werken op olietankers, vliegdekschepen of commerciële vissersboten weten wat ze vervoeren, maar degenen die op containerschepen werken, hebben in de regel geen idee van wat er in al die containers zit die hen omringen. Douanebeambten en veiligheidsagenten meestal ook niet. Eén enkele zeecontainer kan vijfduizend individuele kisten bevatten, één enkel schip kan binnen enkele uren negenduizend containers lossen, en de grootste havens kunnen dagelijks honderdduizend containers verwerken, wat betekent dat het in wezen onmogelijk is om meer dan een fractie van alle zeecontainers ter wereld te inspecteren – een zegen voor drugskartels, mensensmokkelaars en terroristen en een nachtmerrie voor de rest van ons.

    Sommige mensen kennen natuurlijk wel de inhoud (althans de opgegeven inhoud) van een bepaalde zeecontainer die door een legaal schip wordt vervoerd. Elk van die containers heeft een vrachtbrief, een gespecificeerde inventarislijst, bekend bij de reder, de afzender en de ontvanger. Als een van die containers overboord slaat, komen ten minste nog twee andere partijen snel te weten wat erin zat: verzekeringsagenten en advocaten. Als veel van die containers overboord slaan, kan het incident onderworpen worden aan een zogenaamde algemenegemiddeldecorrectie. Dat is een mysterieus stukje zeerecht dat bepaalt dat iedereen die lading aan boord heeft van een schip dat een ramp overkomt, moet meebetalen aan alle daarmee samenhangende kosten, ook als jouw deel van de lading intact is gebleven. (Deze onlogisch lijkende regeling werd al in het jaar 533 gecodificeerd, uit logische noodzaak: als zeelui zich moesten ontdoen van de lading van een schip in nood, konden ze het zich niet veroorloven tijd te verspillen aan het uitzoeken van spullen die hun de minste sores zouden opleveren en het minste geld zouden kosten.) In theorie zou je, als je nieuwsgierig en volhardend genoeg bent, de gerechtelijke dossiers kunnen opvragen van containerverliezen die tot dergelijke rechtszaken hebben geleid en deze vervolgens kunnen doorspitten op zoek naar informatie over de inhoud van de verloren containers.

    Lukraak

    Mogelijk zijn er van die wonderbaarlijk obsessieve zielen die hun leven hebben gewijd aan het najagen van dit soort informatie en het openbaar maken daarvan, maar ik ben ze nog niet tegengekomen. Als het publiek al iets te weten komt over de inhoud van verloren containers, dan is dat meestal lukraak, bijvoorbeeld omdat de inhoud de krantenkoppen haalt. Een schip dat bijvoorbeeld in januari van Singapore naar New York voer, verloor 65 containers, wat een golf van media-aandacht en een hoop grappen over recepten voor rampen veroorzaakte. Het schip had namelijk tienduizenden exemplaren van twee vers gedrukte kookboeken aan boord: Dinner in One van Melissa Clark en Turkey and the Wolf van Mason Hereford.

    De inhoud van verloren containers wordt echter meestal pas bekend als die aanspoelt op het strand

    De inhoud van verloren containers wordt echter meestal pas bekend als die aanspoelt op het strand en daar de aandacht trekt van bewoners en strandjutters, maar ook van regionale autoriteiten en milieuorganisaties, die vaak gezamenlijk de opruimacties financieren en coördineren. De draken van Cornwall zijn bijvoorbeeld vooral beroemd geworden door Tracey Williams, een lokale strandjutter die op speciale socialemedia-accounts over deze en andere stukken Lego uit de oceaan begon te berichten. Haar berichten waren zo populair dat ze een boek over het onderwerp schreef: Adrift. The Curious Tale of the Lego Lost at Sea, een charmante, zij het wat vluchtige wandeling door de geschiedenis en de nasleep van het ongeluk met de Tokio Express. Toen afgelopen herfst 105 containers voor de kust van Brits Columbia verloren gingen, hadden plaatselijke vrijwilligers al snel een idee van de inhoud, omdat ze de stranden van de regio moesten ontdoen van babyolie, cologne, koelboxen, urinoirmatjes en opblaasbare eenhoorns.

    Wat is er nog meer op een containerschip begonnen en in zee geëindigd? Naast vele, vele andere dingen: flatscreentelevisies, vuurwerk, IKEA-meubels, Franse parfum, yogamatjes, BMW-motoren, hockeyhandschoenen, printervullingen, lithiumbatterijen, wc-brillen, kerstversiering, vaten arsenicum, flessen water, tankjes die kunnen ontploffen om airbags op te blazen, een container vol rijstwafels, duizenden blikjes tjauwmin, een half miljoen blikjes bier, sigarettenaanstekers, brandblussers, vloeibare ethanol, zakjes vijgen, zakken chiazaad, kniebeschermers, dekbedden, de complete inboedel van mensen die naar het buitenland verhuisden, vliegenmeppers met de logo’s van universitaire en professionele sportteams, siergrassen op weg naar bloemisten in Nieuw-Zeeland, My Little Pony-speelgoed, Garfield-telefoons, operatiemaskers, barkrukken, accessoires voor huisdieren en prieeltjes.

    Voor de wetenschap

    Af en toe blijkt een deel van deze verloren lading nuttig voor de wetenschap. Toen in 1990 een containerschip op weg van Korea naar de Verenigde Staten tienduizenden sportschoenen van Nike verloor, elk voorzien van een serienummer, vroeg oceanograaf Curtis Ebbesmeyer strandjutters in de hele wereld om aangespoelde exemplaren te melden. (Ebbesmeyer werkte samen met de voormalige BBC-journalist Mario Cacciottolo ook mee aan Adrift van Tracey Williams.) Nikes blijken goed tegen zout water te kunnen en blijven drijven totdat ze ergens aanspoelen. Maar omdat de twee schoenen van een paar zich anders oriënteren in de wind, kan het zijn dat het ene strand bezaaid raakt met rechter- en het andere met linkerschoenen. De gerapporteerde locatie van de schoenen gebruikte Ebbesmeyer voor zijn werk als pionier in een discipline die hij ‘flotsametrics’ [juttermetrie] heeft genoemd: de studie van oceaanstromingen op basis van de drijfpatronen van overboord geslagen voorwerpen. In de afgelopen drie decennia bestudeerde hij van alles, van het Lego-incident tot het verlies van een container in 1992 met bijna 29.000 plastic badspeeltjes die werden verkocht onder de naam Friendly Floatees, uiteenlopend van klassieke gele eendjes tot groene kikkers, waarvan één badspeeltje er zesentwintig jaar over deed om aan te spoelen.

    1000x800 P kopie

    Hoe belangrijk de studie van de oceaanstromingen ook moge zijn, zij vormt slechts een magere compensatie voor al die containers die overboord vallen. Ebbesmeyer weet dat maar al te goed, want hij is medenaamgever van de Great Pacific Garbage Patch [een gebied van circa 1,5 miljoen vierkante kilometer in de Noordelijke Stille Oceaan vol met drijvend plastic afval]. Insiders in de scheepvaartsector wijzen er graag op dat het probleem van het verlies van containers relatief klein is, waarmee zij bedoelen dat het aantal containers dat in zee belandt slechts een fractie is van het totaal aantal verscheepte containers. Dat percentage heeft misschien nut als meeteenheid voor het bedrijfsleven, maar het is irrelevant voor zeekoeien en krabben en stormvogels en koraal, om nog maar te zwijgen over onszelf. Want of we het nu leuk vinden of niet en of we het nu weten of niet, dat de inhoud van overboord geslagen containers in de oceaan belandt, is een feit.

    Geen verantwoordelijkheid

    Als die inhoud bestaat uit goederen die door IMO worden omschreven als gevaarlijk (zoals explosieven, radioactieve stoffen, giftige gassen, asbest en spullen die geneigd zijn tot zelfontbranding), is de vervoerder verplicht het incident aan de bevoegde instanties te melden. Het is een nuttige, maar beperkte verplichting, deels omdat de vervoerder, wanneer hij eenmaal melding heeft gedaan, vaak geen verdere verantwoordelijkheid heeft en deels omdat veel goederen die niet aan de IMO-definitie voldoen, wel degelijk destructief zijn voor het zee- en kustmilieu. De Tokio Express was weliswaar niet de Exxon Valdez, maar vijf miljoen stukken plastic zijn nu niet echt een welkome toevoeging aan de oceaan. Net zomin als vliegenmeppers of flessen wasmiddel of kerstversiering, om nog maar te zwijgen van hun verpakkingen – meestal van plastic of, erger nog, piepschuim, dat bij golfslag uiteenvalt in stukjes ter grootte van kiezelsteentjes die bijzonder moeilijk op te ruimen zijn en er voor bepaalde vogels en waterdieren gevaarlijk eetbaar uitzien.

    De echte catastrofe is de enorme overvloed aan goederen die we produceren en verschepen en kopen en weggooien

    De zeecontainer biedt, als object dat in wezen een eenvoudige doos is en ontworpen om dingen in op te slaan, een opmerkelijke les over de onbeheersbaarheid van het moderne leven, over de manier waarop onze keuzes zich, net als onze goederen, over de hele wereld verspreiden. Het enige wat die flatscreentelevisies en Garfield-telefoons en al die andere zeer diverse inhouden van verloren zeecontainers gemeen hebben, is dat ze gezamenlijk de omvang van onze overconsumptie duidelijk maken. De echte catastrofe is de enorme overvloed aan goederen die we produceren en verschepen en kopen en weggooien: zelfs de fractie van de goederen die verloren gaat, maakt de gevolgen al duidelijk. Zes weken nadat de Tokio Express bij Land’s End in de problemen was geraakt, liep een ander containerschip aan de grond, zestien zeemijl verderop, waardoor tientallen containers vlak voor de kust van de Isles of Scilly in zee terechtkwamen. Sindsdien komen bewoners en strandjutters tussen de schelpen, kiezelstenen en draken constant een deel van de lading tegen: een miljoen plastic zakken, op weg naar een supermarktketen in Ierland, met daarop de tekst ‘Help het milieu beschermen’.

  • Tranen, pijn, ongelukken: dit is het krankzinnigste kruispunt van Berlijn

    Tranen, pijn, ongelukken: dit is het krankzinnigste kruispunt van Berlijn

    Wie wil begrijpen waarom er meer dan dertig jaar na de val van het communisme nog steeds een diepe kloof gaapt tussen aspiratie en realiteit, hoeft eigenlijk alleen maar te bestuderen wat er gebeurt bij het kruispunt op het Museumsinsel in Berlijn. ‘Het is volslagen idioot hier.’

    Vanaf de Ebertsbrücke tussen de Tucholskystraße en de zuidelijke oever van de Spree heb je een schilderachtig uitzicht op Berlin-Mitte. Naar het oosten toe strekt zich een adembenemend panorama uit. Amateurfotografen zijn gek op deze plek.

    Bij zonsondergang staan er tientallen met hun camera’s in de aanslag. Het Bode-Museum, het Museumsinsel, dat werelderfgoed is, en de televisietoren van Berlijn worden dan door de avondzon in een unieke gloed gehuld, zoals je meestal alleen op ansichtkaarten ziet. Beneden glinstert de Spree in het laatste restje daglicht. Op geen enkele andere plek is de meest opwindende stad van Duitsland op dit tijdstip zo mooi.

    De verkeerssituatie leidt al meer dan dertig jaar tot woede, afschuw, machteloosheid en onverschilligheid

    Maar schijn bedriegt. Want deze plek, vooral het kruispunt aan de zuidkant van de brug die de Torstraße moet verbinden met de prachtige boulevard Unter den Linden, wordt door Berlijners gehaat. De verkeerssituatie hier roept al meer dan dertig jaar woede, afschuw, machteloosheid of onverschilligheid op en leidt soms zelfs tot tranen en pijn.

    ‘Wij zijn één Berlijn’ luidt de fantasieloze reclameslogan van Berlijn, bedoeld om de hoofdstad te bevrijden van het groezelige imago een ‘mislukte stad’ te zijn. Maar wie wil begrijpen waarom er meer dan dertig jaar na de val van het communisme nog steeds een diepe kloof gaapt tussen ambitie en realiteit, hoeft eigenlijk alleen maar te bestuderen wat er gebeurt op dat kleine kruispunt tussen Am Weidendamm, Kupfergraben en Geschwister-Scholl-Straße.

    Het is zeven uur ’s morgens op een gewone woensdag. Over een paar minuten barst de storm op het kruispunt los. Nu ziet het er nog overzichtelijk uit. Een eenzame kraai zit op de versleten stalen relingen. Die zorgen er in theorie voor dat voetgangers op alle hoeken van het kruispunt de rijbaan alleen maar kunnen oversteken door een omweg van een paar honderd meter te maken. Om precies te zijn gaat het om 152 meter massieve, buikhoge stalen leuningen die in beton zijn gegoten. En deze stalen relingen, hoe onbeduidend ze ook mogen lijken, zijn exemplarisch voor een geschiedenis van ongelukken, ambtelijk falen en slordigheden.

    De brug

    Op de brug is de chaos nu begonnen. Terwijl verderop in de Geschwister-Scholl-Straße een gestreste chauffeur in een Ford Ka luid toetert en ‘Lazer op!’ roept naar een jonge fietser, is het al weer zover. Een ongeluk. Vanuit de Tucholskystraße kwam een jonge vrouw in stevige pas aangelopen. Ze wilde over het trottoir van de Ebertsbrücke richting Unter den Linden lopen. Even stond ze in verwarring voor de stalen reling, maar na een onhandige sprong staat ze nu plotseling op de rijweg. Een aanstormende fietser probeert te remmen. Zijn verse remspoor voegt zich bij de vele andere op het asfalt. Te laat. De uitwijkmanoeuvre eindigt met een knal tegen de reling.

    De man ligt als een insect op het wegdek en grijpt naar zijn arm. Een druppel bloed druipt van zijn elleboog op de weg. De jonge vrouw helpt de man overeind. Terwijl de twee bij de reling staan, het hoofd schuddend en nogal geschrokken, maakt een familie uit Los Angeles gebaren aan de overkant van de straat, ook hoofdschuddend. Onderweg van de Friedrichstraße naar het Pergamon Museum hebben ze besloten niet over de reling te springen. In plaats daarvan kiezen ze voor een 169 meter lange omweg langs de hekken. De veiligere, maar moeilijkere weg.

    We zien een man met een zonnebril, een beige trenchcoat en klassieke herenschoenen, die behendig over de reling klimt en doelgericht over de rijbaan langs geparkeerde auto’s richting Unter den Linden loopt. We spreken hem aan. Zijn naam is Fabian von Ritter, hij is advocaat insolventierecht en legt deze route minstens drie keer per week af. Hij rekent ons voor: met minstens 180 keer oversteken per jaar is hij in de vijf jaar dat hij in de Tucholskystraße woont al zeker 900 keer over de reling gesprongen. Voor zijn werk. Daarbovenop, zegt hij, deed hij dat privé nog eens 500 keer. Dat zijn minstens 1400 sprongen over de reling.

    ‘Het is volslagen idioot hier’

    Als het regent en hij schoenen met leren zolen draagt, gaat hij soms onder de reling door, want ‘dan is het te gevaarlijk om eroverheen te springen’. Von Ritter laat ons precies zien waar hij zijn sprong maakt. ‘Dit is waar de pro’s het doen. Hier is de middelste sport van de reling iets lager,’ zegt hij. ‘Dat maakt het makkelijker voor de gewrichten.’ We zien dat de leuningen niet uit één stuk bestaan. Hier en daar, zo lijkt het, zijn er later onderdelen toegevoegd, getuige de onafgewerkte lasnaden. Een man in een blauwe overall wijst geërgerd naar de tegenoverliggende hoek Am Weidendamm/Geschwister-Scholl-Straße: ‘Tien jaar geleden was daar nog een opening in het hekwerk.’

    In de loop van ons onderzoek zal duidelijk worden dat de man gelijk heeft. Waarom voetgangers inmiddels deze beperking is opgelegd, is op dit moment voor de betrokkenen onduidelijk. We vragen de advocaat in de regenjas naar zijn mening. ‘Het is volslagen idioot hier,’ zegt Von Ritter. Hij ziet hier regelmatig ongelukken. Een week geleden maakte een oude vrouw die terugkwam van een bezoek aan het kerkhof een zware val en brak haar arm.

    Von Ritter zegt allang aan deze toestand gewend te zijn, maar het is voor hem onbegrijpelijk dat in de dertig jaar sinds de bouw van de provisorische brug niemand op het idee is gekomen de situatie voor de bewoners  te verbeteren: ‘Vooral omdat onze voormalige bondskanselier Angela Merkel hier slechts honderd meter verderop aan de Kupfergraben woont. Alleen al het feit dat dit zich onder haar ogen afspeelt, zet me aan het denken en maakt me boos.’

    Provisorische brug

    Sleutelwoord: provisorische brug. Om te begrijpen waarom deze oversteekplaats zo gevaarlijk is, is het de moeite waard een blik te werpen op de turbulente geschiedenis van deze plek. We leren dat in 1820 een zekere heer Ebert, die destijds de grond aan de oevers van de Spree bezat, de brug aanlegde om tol te kunnen vragen. Aanvankelijk stond hier een eenvoudige houten jukbrug, die later door de stad werd vervangen door een prachtige stenen brug naar een ontwerp van Karl Friedrich Schinkel. Toen hier in de jaren dertig ondergronds de huidige S2-spoorlijn werd aangelegd, werd de Schinkelbrug in 1937 vervangen door een stalen brug.

    Bijna alle Berlijnse bruggen over de Spree werden in het voorjaar van 1945 opgeblazen door de Wehrmacht als onderdeel van Hitlers Nero-bevel – bedoeld om te voorkomen dat het Rode Leger zou oprukken. Dat lot trof ook de Ebertsbrücke. Tot 1946 kon de S2 niet rijden omdat door het opblazen van de brug de tunnel eronder was beschadigd en volgelopen met water. Gedurende de DDR-tijd was er ruim veertig jaar lang helemaal geen Ebertsbrücke. Uiteindelijk werd in 1992 een noodbrug over de Spree aangelegd, steunend op twee elektriciteitsmasten. Deze vorm van de brug is nog altijd in gebruik.

    Toen in 1992 de Weidendammer Brücke tussen Friedrichstadtpalast en station Friedrichstraße gerenoveerd moest worden, werd het verkeer omgeleid over de nieuwe tijdelijke Ebertsbrücke. Maar wat was bedoeld als een tijdelijke oplossing, is nu al meer dan dertig jaar permanent. En zo zijn waarschijnlijk de relingen in kwestie verschenen. Het onheil kon beginnen.

    We hebben een afspraak met Roland Stimpel voor een korte rondleiding door de buurt. Stimpel, ronde nikkelen bril, T-shirt en witte krullen à la Rainer Langhans [een bekende Duitse activist, acteur, schrijver en filmmaker], kent de buurt goed, want hij woont in de Planckstraße, één straat verderop. En nog belangrijker voor ons onderzoek: Stimpel is een professional. Hij is bekend van Der Tagesschau [het Duitse achtuurjournaal] in zijn hoedanigheid als woordvoerder van de Duitse vereniging voor voetgangersverkeer (Fuss e.V.) en dus als ‘Duitslands belangrijkste pleitbezorger voor voetgangers’.

    In 30 seconden tellen we 26 sprongen over de stalen buizen en helpen we een fietser overeind die gevallen is

    ‘In 1986 waren die relingen er nog niet.’ Dat vertelde zijn kwieke buurvrouw van tachtig hem. Waarom zijn ze er eigenlijk? vragen we ons af. We kijken rond met Roland Stimpel. We onderzoeken samen de leuningen, kijken een tijdje naar het verkeer. In 30 seconden tellen we 26 sprongen over de stalen buizen en helpen we een fietser overeind die gevallen is.

    We zien een enorme wooncontainer voor bouwvakkers van drie verdiepingen die het voetpad verspert, helemaal aan het einde van de reling. Kennelijk goedgekeurd door het stadsdeelbestuur. Doordeweeks worden hier tot aan de kruising auto’s geparkeerd door Poolse arbeiders die aan de andere kant van de Spree op een van de grote bouwterreinen rond het oude telegraafkantoor aan het werk zijn. Achter de container zit een grote kuil in het trottoir. Al weken liggen hier stroomkabels bloot. Niet ongevaarlijk.

    En niet alleen de leuningen bij de kruising zijn een curiositeit. Tegenover het Bode-Museum, een paar honderd meter naar het oosten, zien we gaten van vijf meter lang waar de prachtige balustrades uit de keizertijd langs de Spree ooit met grof geweld zijn afgebroken. Die plekken werden later opgevuld met stukken lelijk groen tuinhek. Waarom?

    Een inwoner weet het antwoord. In de extreem strenge winter van 1979/80 had het in Berlijn zo hard gesneeuwd dat de straten in heel Oost-Berlijn met zwaar materieel werden schoongeveegd. De sneeuw belandde in de Kupfergraben, waar deze vijf meter hoog werd opgetast. Ambtenaren besloten dat de sneeuwmassa’s gewoon met bulldozers door de oude hekken geduwd konden worden, maar met de bevroren sneeuwmassa’s werden hele stukken reling gewoon mee de Spree in geduwd. Hoewel die later door duikers zijn geborgen, werden ze niet teruggeplaatst. Blijkbaar was het Berlijnse bestuur ook vóór de val van het communisme niet ideaal.

    ‘Ik heb al vijf keer bijna iemand aangereden’

    Maar goed, terug naar ons kruispunt. Een jonge vrouw op een Ferrari-rode scooter rijdt voorbij. Ze vertelt dat door de grote container en het hekwerk de voorrangsregels hier niet echt inzichtelijk zijn. Iedereen doet maar wat hij wil, zegt ze. Als je een ongeluk wilt vermijden, kun je maar het beste stapvoets rijden. ‘Ik heb al vijf keer bijna iemand aangereden.’

    Wij zetten onze wandeling met Stimpel van Fuss e.V. voort en houden de rondzwervende toeristen en voorbijgangers in de gaten. ‘Deze hoek is volkomen absurd. Iedereen probeert hier over te steken, vooral degenen die hier onbekend zijn,’ zegt Stimpel. Sommigen klimmen over twee relingen, anderen over drie, sommigen lopen 100 meter over de rijweg. ‘Iedereen probeert op de een of andere manier langs dit volstrekt ongeplande verkeerspunt te komen. Hier is geen seconde over nagedacht. Waarom is het in dertig jaar bij niemand opgekomen die relingen weg te halen en de stoepranden gewoon te verlagen?’ vraagt Stimpel zich af.

    Een typische Berlijnse straathoek

    Helaas is dit een typische Berlijnse straathoek, zegt Stimpel. De burgers zijn eraan gewend geraakt dat de politiek geen verantwoordelijkheid neemt. ‘Hier ben je op jezelf aangewezen. In Berlijn zijn het altijd de mensen die de meeste hulp en bescherming nodig hebben, mensen in een rolstoel, met een kinderwagen, of oude en zieke mensen, die de sjaak zijn. Het gebeurt hier zo vaak dat de zwaksten het moeten ontgelden.’

    En inderdaad: terwijl een gepensioneerde in zijn elektrische karretje nog dapper diagonaal over de kasseien (à la Via Appia) op het kruispunt rijdt, begeleid door woest getoeter van auto’s, hebben drie leerkrachten van een dertigkoppige klas van een speciale school uit Bad Dürkheim in Rijnland-Palts hun handen eraan vol hun geestelijk en lichamelijk gehandicapte leerlingen veilig van A naar B te brengen. In een lange rij staan de bange kinderen op de rijweg, met één hand aan de reling, terwijl ze er in kleine groepjes overheen worden geleid.

    ‘Het stadsdeel heeft ons oude mensen opgegeven’

    Vanaf de overkant van de straat beziet de 85-jarige Oost-Berlijnse Marianne Irler de problemen van de groep. ‘Ik moet hier regelmatig oversteken om bij de dokter in de Geschwister-Scholl-Straße te komen,’ zegt de vermoeide gepensioneerde met gebloemde blouse en rollator. ‘In de Tucholskystraße kom ik de stoepranden al niet meer op. Ik wil gewoon de straat oversteken, maar dat kan dus niet.‘ In plaats daarvan moet ze een omweg van 86 meter maken. ‘En op mijn leeftijd,’ zegt ze, ‘ben ik al zo uitgeput van het lopen dat ik de kracht niet meer heb om me erover op te winden. Het stadsdeel heeft ons oude mensen opgegeven.’

    Een licht gedeukte Opel Zafira van de Berlijnse politie komt de hoek om. We spreken de bebaarde agent en zijn blonde collega aan. Officieel en onder hun echte namen, mogen ze ons geen informatie geven, maar anoniem kunnen ze wel iets zeggen. Al met al is het goed geregeld, zegt de officier terwijl zijn collega knikt. ‘Een reling is als een verkeersbord. Die geeft duidelijk aan dat je eromheen moet. Eroverheen springen is verboden.’ Iedereen moet zich eraan houden, en wie dat niet doet begaat een overtreding.

    Wij wijzen de politie erop dat deze reling voor geen van de voorbijgangers zin heeft en dus gewoon wordt genegeerd. Het ijskoude antwoord: ‘Het maakt me niet uit wat mensen ervan vinden, regels zijn regels.’ Wij staan nogal perplex en vragen ons af of het oude adagium ‘de politie, uw vriend en helper’ nog steeds geldt in het moderne Berlijn. Wat zou Marianne Irler hierop te zeggen hebben?

    Poolse bouwvakkers

    Pas laat op de avond komt alles zodanig samen dat we ons een duidelijk beeld kunnen vormen. We ontmoeten twee Poolse bouwvakkers (precies, die uit de wooncontainer) die over de brug schuifelen met emmers verf. We vragen hun als vakmannen om hun oordeel. Ze zeggen dat het vrij duidelijk is waarom alle mensen hier ondanks het verbod over de reling springen. ‘Deze reling is niet van Pruisische degelijkheid,’ zegt er een. ‘De lasnaden zijn slecht, de verbindingspunten slordig, en alles is krom en scheef,’ voegt de ander toe. Ze schudden hun hoofd. En geen van beiden kan zich voorstellen dat dit het werk van een Duitse overheidsinstelling is. ‘Berlijn is veel chaotischer dan Warschau,’ lacht de eerste. ‘Niets doet het,’ vult de tweede aan.

    We hebben genoeg gezien. Tijd voor navraag bij de bevoegde Berlijnse autoriteiten. En omdat je in Berlijn nooit precies weet wie wáárvoor verantwoordelijk is, moeten we onze e-mails met vragenlijsten wijd rondstrooien. Wij geven de autoriteiten een redelijke termijn van 72 uur om te antwoorden. Al snel hebben we in de gaten welke afdeling waarschijnlijk niet verantwoordelijk is. Binnen 25 minuten ontvangen we een vriendelijke afwijzing van het Departement voor Stedelijke Ontwikkeling. Iedere Berlijner hunkert naar zo’n snel antwoord van de autoriteiten wanneer er iets moet worden opgehelderd.

    ‘We weten niet waarom deze nogal bizarre toestand niet is verholpen in dertig achtereenvolgende jaren’

    Beetje bij beetje druppelen de antwoorden binnen. Bij het ter perse gaan hadden wij van de Berlijnse politie nog geen informatie ontvangen over ongevallenstatistieken. We vernemen dat het Gemeentelijke Departement voor Milieu, Mobiliteit, Consumentenbescherming en Klimaatbescherming verantwoordelijk is voor de brug. Het zegt: ‘We weten niet waarom deze nogal bizarre toestand, met relingen die een voetpad blokkeren, in dertig achtereenvolgende jaren niet is verholpen.’

    Stadsdeelkantoor Berlin-Mitte is verantwoordelijk voor het kruispunt. Om precies te zijn: gemeenteraadslid voor Verkeer Almut Neumann van de Groenen zei bij haar aantreden eind 2021 in een YouTube-video: ‘Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om goed werk te leveren voor u.’ En verder: ‘Ik wil grotere verkeersveiligheid (…), vooral voor kinderen en ouderen, door veilige kruispunten, meer ruimte op de trottoirs, beschermde fietsstroken en voetgangerszones.‘

    Het officiële antwoord

    We geloven het raadslid op haar woord. Maar waarom zijn die relingen er dan? Het omvangrijke officiële antwoord van de autoriteit: ‘Als gevolg van bouwtechnische beperkingen door de brugconstructie zorgt hoogteverschil aan de zuidkant voor een structureel ongebruikelijk en daardoor onvoorspelbaar trede-effect voor voetgangers in het gebied direct naast de rijbaan, dat zonder passende beschermende maatregelen een hoog risico op ongevallen zou betekenen en ook in strijd zou zijn met de in Berlijn geldende beginselen van toegankelijkheid.’

    En verder: ‘Aangezien het verlagen of ombouwen van stoepranden op alle vier de hoeken van het kruispunt momenteel niet mogelijk is vanwege de hierboven uiteengezette structurele omstandigheden en beperkingen, bestaat het risico dat met name medeburgers met beperkte mobiliteit op deze punten struikelen en zich bezeren; het is daarom moeilijk om deze oversteekplaats als zodanig zonder beveiliging aan te bieden aan weggebruikers die willen oversteken.’

    Aha, dus de hoge stoepranden zijn de reden

    Aha, dus de hoge stoepranden zijn de reden. Maar waarom was de reling dan open tot ten minste 2008, zoals te zien is op Google Streetview? We zoomen in. Aan de zuidkant van de kruising zijn zelfs kleine treden ingebouwd om het ‘hoogteverschil’ te overbruggen, waardoor men er gemakkelijk zonder leuningen kan lopen. Bovendien zouden volgens de logica van het stadsdeelbestuur dan bijna alle trottoirs aan de oevers van de Spree van leuningen moeten worden voorzien (zoals erg populair was in de DDR, die niet bekendstond om haar liberale principes). In tegenstelling tot wat de autoriteiten beweren, zijn de stoepranden daar – de Berliner Zeitung heeft het met een liniaal nagemeten – soms wel tien centimeter hoger dan op het kruispunt.

    En in de aangrenzende Tucholskystraße in het noorden zou dan ook een reling moeten worden aangebracht bij de oversteekplaats bij de twee trappen naar de oevers van de Spree. Want ook hier is veel bedrijvigheid en staan veel voorbijgangers verward om zich heen te kijken. Hier zijn de stoepranden zelfs tot acht centimeter hoger dan bij het kruispunt. Kortom, de relingen op het kruispunt hebben wat ons betreft geen enkele zin.

    Volgens het gemeenteraadslid is de afzetting op de Ebertsbrücke ‘bizar, en als voorbijganger heb ik me er in het verleden eerlijk gezegd aan geërgerd’, maar ‘de situatie structureel aanpassen is zeer complex vanwege de structurele beperkingen van het brugsysteem en lijkt niet haalbaar op korte of middellange termijn’.

    Is dat echt zo? We vragen het aan iemand die het zou moeten weten. Bernhard Strecker is de bekendste bruggenbouwer van Berlijn. De 82-jarige speelde een belangrijke rol bij het in oude luister herstellen van veel bruggen in Berlijn-Mitte die in 1945 door de Wehrmacht waren opgeblazen. Strecker ontwierp onder meer de noordelijke Monbijoubrücke, die direct naast de Ebertsbrücke ligt, en de Neue Friedrichsbrücke naar Museumsinsel, en hij is voor de hoofdstad het meest competente aanspreekpunt in zaken die de Ebertsbrücke betreffen. Al jaren vraagt hij de autoriteiten en met name de stadsdeelburgemeester om de ‘verschrikkelijke toestand’ rond de Ebertsbrücke te verhelpen.

    ‘Dit zou op korte termijn met weinig geld binnen een paar weken kunnen worden opgelost’

    Door de lastige verkeerssituatie onder de brug is het niet mogelijk om de huidige brug te vervangen door een ‘prachtige overbrugging’, aangezien de aanleg de steunmuren van de onderliggende S-Bahn-tunnel zou kunnen beschadigen. Dat laat onverlet dat het na ruim drie decennia hoog tijd is dat het bovengrondse gebied eindelijk eens goed wordt aangepakt. De stadsdeelburgemeester mag zich niet langer achter de brug verschuilen, zegt hij. ‘Het zijn allemaal slappe excuses,’ mompelt Strecker. ‘Dit zou op korte termijn met weinig geld binnen een paar weken kunnen worden opgelost.’

    Actie ondernemen

    Mevrouw Neumann, de eerste verantwoordelijke ambtenaar sinds de bouw van de brug in 1992, kondigt in een e-mail aan dat zij nu eindelijk actie zal ondernemen. ‘Persoonlijk kan ik me bijvoorbeeld voorstellen dat de relingen worden verwijderd. In plaats daarvan kunnen we met waarschuwingsborden en andere markeringselementen wijzen op de aanwezigheid van hoogteverschillen. Maar dat moeten we eerst rustig bespreken.’ Ook zij wil een ‘oplossing die redelijk snel kan worden uitgevoerd’.

    In Berlijn kan ‘redelijk snel’ dertig jaar betekenen

    De Berliner Zeitung vreest echter dat ‘redelijk snel’ in het Berlijns een eufemisme is voor nog eens dertig jaar nietsdoen en biedt daarom graag nu al hulp aan. Wij stellen graag drie redacteuren ter beschikking die gedurende twee dagen op z’n minst de verwijdering van de relingen voor hun rekening kunnen nemen. De kosten voor het stadsdeel zijn overzichtelijk. Bij bouwmarkt Hellweg koop je een haakse slijper voor minder dan 100 euro. Een zak cement om de gaten te vullen kost 3,29 euro en bij Robben & Wientjes kun je een vrachtwagen huren voor 44 euro per dag. Ook de kosten voor de catering zijn te overzien: bij bakkerij Backmühle in de Tucholskystraße kost een filterkoffie 1,70 euro en een half broodje vlees slechts 1,50 euro.

    En omdat de redactie van de Berliner Zeitung niet bestaat uit boeven en de relingen eigendom zijn van het stadsdeelbestuur, hebben we ook uitgezocht waar het overtollige staal heen kan. We hebben een expert het gewicht van de 152 meter lange stalen buizen laten schatten. Die kwam op vier tot vijf ton staal. De schrootprijzen zijn op dit moment niet slecht. Door het hekwerk te verkopen aan bijvoorbeeld de schroothandel in Marzahn-Hellersdorf tegen de huidige dagprijs van 1,45 euro per kilo V2A-staal, kan het stadsdeel tussen de 5800 en 7250 euro verdienen.

    Dat geld zou mevrouw Neumann dan weer kunnen steken in de door haar gewenste verkeersverbeteringen in de hoofdstad, zoals pop-upfietspaden en houten zitjes en banken voor de nieuwe voetgangersgebieden die geleidelijk aan overal in Berlin-Mitte de vele parkeerplaatsen moeten gaan vervangen. 

    Hoewel de twee Poolse arbeiders beweren dat zij de stoepranden op de kruising binnen een week verwijderd hebben, zal er de komende jaren waarschijnlijk geen bevredigende oplossing komen voor Marianne Irler met haar rollator. Zal ze het nog meemaken? Het is onduidelijk, want bij het Gemeentelijke Departement voor Milieu, Mobiliteit, Consumenten en Klimaatbescherming krijgen we off the record te horen: ‘Stoepranden zijn heilig’. Het verplaatsen van stoepranden of zelfs het verlagen ervan vereist een moeizaam en langdurig planningsproces. Op korte termijn kan er niets worden gedaan.

    In de loop van ons onderzoek hebben wij natuurlijk ook een verzoek gestuurd aan onze voormalige bondskanselier, die in het zicht van het knooppunt Am Kupfergraben woont. Wij wilden weten of zij zelf door de relingen wordt beperkt en of de situatie haar stoort. De ex-kanselier liet onze vragen echter onbeantwoord, ook al bevinden de obstakels zich pal op weg naar haar favoriete Edeka-supermarkt op station Friedrichstraße (naast de Hit-Ullrich-supermarkt op Mohrenstraße 69). Of mevrouw Merkel een omweg om de afzettingen maakt, er moedig overheen springt of onder de buizen door duikt, blijft dus vooralsnog onbekend.

  • Woon je in Alaska en geen zin om te koken? Je hamburger komt nu per vliegtuig

    Woon je in Alaska en geen zin om te koken? Je hamburger komt nu per vliegtuig

    Met de hulp van bushpiloten hebben mensen die op plekken wonen waar geen restaurants of kruidenierswinkels zijn, toegang tot alle keukens die de dichtstbijzijnde stad te bieden heeft. ‘Ik had wel eens pizza’s gezien op tv, maar er nog nooit een gegeten.’

    Dat Robert Golike zich de duurste voedselbezorger ter wereld voelt, komt waarschijnlijk omdat hij een Cessna gebruikt.

    Golike, piloot voor Alaska Air Transit, stond onlangs op een ochtend op de landingsbaan van Merrill Field, een vliegtuig met negen zitplaatsen, vol te laden met onder andere poststukken, etenswaren en luiers. Hij zou deze goederen afleveren in de Upper Kuskokwim-regio, meer dan 300 kilometer verderop.

    Aan boord bevond zich ook een lading waar misschien wel het meest naar werd uitgezien: twee bestellingen van DoorDash, een Amerikaanse onlinevoedselbezorger. De ene bevatte steak taco’s en churros van Pedro’s Mexican Grill in Anchorage, en de andere een verzameling Chinese afhaalklassiekers van Famous Wok, waaronder lo mein, rundvlees met broccoli en General Tso’s kip.

    Verderop verheugden Natalia Navarro en haar gezin zich al op de bezorging van hun ‘stadse eten’. ‘Je kunt echt alles bestellen wat je wilt,’ aldus Navarro. ‘En als het er eenmaal is genieten we met volle teugen.’

    Voordat ze aan tafel konden, moest de bestelling via een lange luchtreis door de piloot worden getransporteerd

    Voordat ze aan tafel konden, moest de bestelling via een lange luchtreis door de piloot worden getransporteerd over de slibrijke wateren van Cook Inlet, de steile sneeuwtoppen van de Alaska Range en het met meren bezaaide gebied rond het vliegveld in Nikolai, waar hij zou landen.

    Daar werd de doos met het eten, enigszins gedeukt, overhandigd aan de 29-jarige Natalia Navarro, die als gezondheidsassistente werkt in de kliniek van het dorp. Er zijn geen kruideniers of restaurants in deze gemeenschap met minder dan honderd mensen, dus een of twee keer per maand bestelt haar familie eten bij DoorDash om de eentonigheid van op kip en eland gebaseerde soepen en stoofschotels te doorbreken.

    Na het opwarmen van hun bestelling, die de middag tevoren op het vliegveld van Anchorage was afgeleverd, konden Navarro en haar gezin aanvallen.

    Stadsvoedsel

    Het is weliswaar niet helemaal hetzelfde als stadsvoedsel eten in een stad, zei ze, ‘maar het is wel fijn om de optie te hebben om zoiets te bestellen. Het is niet warm, het is niet vers. Maar het heeft wel de smaak waarnaar je verlangt.’

    Om aan deze verlangens te kunnen voldoen, helpt een fijnmazige bevoorradingsketen van bezorgers, luchtvaartpersoneel en piloten om de smaken van de stad naar de bush en de toendra te brengen. Alaska Air Transit is een van de tientallen kleine regionale luchtvaartmaatschappijen die mensen en goederen naar honderden afgelegen gemeenschappen in Alaska vervoeren. Daarbij gaat het om alledaagse benodigdheden als Netflix-dvd’s, outdooruitrustingen en boodschappen, maar ook om pizza’s, Big Macs en stevig verpakte bakjes Vietnamese pho.

    ‘Ik snakte naar andere dingen, maar DoorDash bestond toen nog niet’

    Vijf jaar geleden, toen ze in het dorp Fort Yukon aan de Yukon River woonde, net ten noorden van de poolcirkel, was het een belevenis om 225 kilometer verderop pizza te halen in Fairbanks, vertelt Supanika Ordonez. In Fort Yukon kon je nergens uit eten, en er was slechts één kleine dorpswinkel. Aan haar maandelijkse zending boodschappen voegde ze een enkele keer een bestelling bij Pizza Hut toe, die op de luchthaven werd bezorgd. Destijds waren pizza en Chinees eten de enige bezorgopties op het vliegveld, zegt ze. ‘Ik snakte naar andere dingen, maar DoorDash bestond toen nog niet.’

    Dankzij de alomtegenwoordige maaltijdbezorgdiensten hebben mensen die op plekken wonen waar geen restaurants of kruidenierswinkels zijn tegenwoordig toegang tot alle keukens die de dichtstbijzijnde stad te bieden heeft.

    Regionale luchtvaartmaatschappijen

    Robert Golike (38) vertelt dat hij op bijna elke vlucht naar locaties in Prince William Sound bestellingen van afhaalvoedsel vervoert. ‘Het populairst is KFC,’ zegt hij.

    Midnight Air, een luchtvaartdienst uit Anchorage, vervoert op zijn vluchten ongeveer drie keer per week bestellingen van DoorDash en Uber Eats, vertelt eigenaar Robert May. Lake & Peninsula Airlines, een regionale luchtvaartmaatschappij die vliegt op de regio’s Lake Clark en Kuskokwim in Zuidwest-Alaska, levert dagelijks bestellingen van bezorgdienst Instacart en ‘nagenoeg om de dag’ van DoorDash, aldus medewerker Katie Burrows (29).

    Josie Owen, eigenaar van Alaska Air Transit, zag hoe bezorgapps stedelijk eten toegankelijker maakten voor mensen die ver weg wonen van het belangrijkste wegennet in de staat. Om de toestroom van bestellingen te verwerken, heeft haar bedrijf een grote tent op de parkeerplaats gezet. Daar labelen leveranciers de bestellingen met de naam van het dorp en de ontvanger voordat ze aan het luchtvaartpersoneel worden overhandigd.

    Het kost alleen al tussen de tien en dertig dollar [9,50 tot 28,50 euro] om het eten in het vliegtuig te krijgen

    Owen vertelt dat hoewel sommige mensen op het platteland van Alaska wel eens boodschappen halen in de dichtstbijzijnde stad, velen van hen een zelfvoorzienende levensstijl hebben en hun eigen voedsel oogsten. ‘Het bezorgde eten is vaak gewoon een traktatie,’ zegt ze.

    De meeste luchtvaartmaatschappijen landen alleen op de afgelegen plekken als er een passagier naartoe gaat of vertrekt. De mensen in het dorp weten dan dat ze kunnen bestellen bij DoorDash, Grubhub, Uber Eats of een lokale expediteur die ook klusjes doet voor de bewoners. De voedselbezorger haalt de bestellingen op en brengt ze rechtstreeks naar de luchtvaartmaatschappij. Afhankelijk van de bestemming, het gewicht van het eten en de beschikbare ruimte op de vlucht kost het de plattelanders van Alaska alleen al tussen de tien en dertig dollar [9,50 tot 28,50 euro] om hun eten in het vliegtuig te krijgen.

    De meeste mensen hebben zulke bedragen ervoor over, merkt Katie Burrows op. ‘Er zijn letterlijk geen wegen die deze mensen verbinden met McDonald’s, KFC of wat dan ook. Een expediteur of DoorDashing betalen om naar ons te gaan en dan nog eens twintig dollar erbovenop is nog altijd een stuk goedkoper dan naar de stad reizen.’

    Vluchten annuleren

    Het aantal bestellingen kan afhangen van het weer, want als vluchten vanwege een onverwachte storm worden geannuleerd, blijven de vliegtuigen aan de grond. Als dat gebeurt, moeten maaltijden in de koeling bewaard worden, of worden ze opgegeten.

    ‘Die DoorDash-bestellingen zijn er dan al, dus een goede oplossing is vaak dat ons personeel in Anchorage de maaltijden opeet en ze dan opnieuw bestelt en betaalt, zodat ze hopelijk de volgende dag verzonden kunnen worden,’ aldus Burrows.

    Voor veel bewoners van het platteland spelen expediteurs een sleutelrol. Caiti O’Connor en haar tweelingzus Shari van tweeëntwintig, afkomstig uit Dillingham maar tijdens het schooljaar woonachtig in Anchorage, hebben in de herfst van 2020 een expeditiebedrijf opgezet. De zussen helpen plattelandsbewoners van Alaska met verschillende klusjes, zoals het ophalen van huisdieren op het vliegveld voor een bezoek aan de dierenarts in de stad, het bergen van voertuigen of het op het vliegveld afleveren van Panda Express-maaltijden ter waarde van 300 dollar, voor een personeelsfeest op St. Paul Island. ‘We beschouwen onszelf hier als “de nichtjes”,’ zegt Caiti O’Connor.

    De afhaalmaaltijden per vliegtuig lopen zo goed dat Kristen Taylor (40) in juni 2020 een franchise van restaurantketen Papa Murphy’s in Anchorage kocht en kort daarna een tweede bedrijf startte, Alaska Sky Pie, dat de verzending van diepvriespizza’s, taarten en feestversieringen in heel Alaska verzorgt.

    Door contracten af te sluiten met verschillende luchtvaartmaatschappijen in Anchorage, kan ze nu naar ‘zowat elk dorp’ pizza’s van 40 centimeter doorsnede verzenden voor minder dan 5 dollar. Vanaf tien pizza’s is de verzending gratis.

    ‘Ik had wel eens pizza’s gezien op tv, maar er nog nooit een gegeten’

    In de zomer, wanneer veel Alaskanen druk zijn met vissen, jagen en voedsel verzamelen voor de winter, verstuurt ze 25 tot 50 pizza’s per week. In de herfst en winter gaat het om enkele honderden pizza’s per dag. Taylor schat dat ze 7500 pizza’s per jaar naar afgelegen delen van Alaska verstuurt, voor gelegenheden als verjaardagen, diplomauitreikingen, begrafenissen, bruiloften en schoolfeesten. ‘Ik leef erg mee met de ontberingen van mensen in afgelegen streken,’ zegt ze.

    De briefjes die ze soms ontvangt van families die haar pizza’s ontvangen, ontroeren haar. Bijvoorbeeld dat van een meisje uit Arctic Village: ‘Ik had wel eens pizza’s gezien op tv, maar er nog nooit een gegeten.’

  • Achterstallig onderhoud dreigt voor westerse vliegtuigen in Rusland

    Achterstallig onderhoud dreigt voor westerse vliegtuigen in Rusland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedi-Arabië stelt luchtruim open voor alle luchtvaartmaatschappijen

    » President Sri Lanka stuurt ontslagbrief naar parlement

    Stop levering reserveonderdelen en technische expertise

    Internationale luchtvaartexperts zullen steeds sneller aarzelen om in Rusland aan boord van een vliegtuig te gaan omdat ze weten wat er mis kan gaan, aldus Wired. Dat zit zo. Eind mei telde de Russische commerciële luchtvaart 876 vliegtuigen, eind februari waren dat er nog 968. De meeste zijn van Airbus of Boeing, en beide bedrijven hebben vanwege sancties de levering van reserveonderdelen aan Russische luchtvaartmaatschappijen stopgezet. ‘Ze kunnen geen enkel onderdeel van Boeing of Airbus krijgen,’ aldus Bijan Vasigh, van de Embry-Riddle Aeronautical University in Florida. ‘En ook het leveren van technische expertise is verboden.’ 

    En dat terwijl vliegtuigen voortdurend onderhoud en reparaties nodig hebben, sommige onderdelen moeten zelfs zeer regelmatig worden vervangen. Banden bijvoorbeeld moeten om de 120 tot 400 landingen worden vervangen. Voor binnenlandse vluchten betekent dat om de een, twee of drie maanden. Boeing stopte de levering aan de Russische markt op 1 maart, Airbus volgde een dag later. ‘Die banden gaan slijten,’ zegt Max Kingsley-Jones, van Ascend by Cirium, een adviesbureau voor de luchtvaart, ‘en ze kunnen niet aan vervanging komen; dat is een potentieel risico.’

    ‘Sommige van die onderdelen hebben een beperkte levensduur’

    Ook computersystemen vereisen regelmatig onderhoud, evenals vliegtuigmotoren en hulpaggregaten. ‘Sommige van die onderdelen hebben een beperkte levensduur,’ zegt Kingsley-Jones. ‘Ze moeten letterlijk uit het vliegtuig worden gehaald en worden vervangen, na een bepaalde tijd of een bepaald aantal vluchten.’

    De Russische capaciteit op het gebied van luchtvaarttechniek moet niet worden onderschat, voegt hij eraan toe. ‘Ze zijn zeer capabel, hebben een eigen luchtvaartindustrie en zijn goed in staat om hun vliegtuigen te onderhouden.’ Maar naarmate de voorraad officiële reserveonderdelen van de Russische luchtvaartmaatschappijen slinkt, zullen zij gedwongen worden tot alternatieve maatregelen. Als de situatie de komende twee, drie maanden niet verandert, zouden vliegtuigen ofwel aan de grond moeten worden gehouden, ofwel de lucht in moeten met niet-goedgekeurde of niet-geautoriseerde onderdelen, voorspelt Vasigh.

    Lees ook:

  • Saoedi-Arabië stelt luchtruim open voor alle luchtvaartmaatschappijen

    Saoedi-Arabië stelt luchtruim open voor alle luchtvaartmaatschappijen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Achterstallig onderhoud dreigt voor westerse vliegtuigen in Rusland

    » President Sri Lanka stuurt ontslagbrief naar parlement

    Besluit enkele uren voor aankomst Biden aangekondigd

    Saoedi-Arabië heeft zijn luchtruim opengesteld voor alle luchtvaartmaatschappijen. ‘In het besluit wordt Israël niet genoemd’, merkt Jerusalem Post op, maar heeft het wel betrekking op de Joodse staat. ‘In de afgelopen weken hebben verschillende media gemeld dat Saoedi-Arabië zijn luchtruim zou openstellen voor Israëlische luchtvaartmaatschappijen in een gebaar van goede wil als reactie op de Amerikaanse en Israëlische inspanningen om de betrekkingen tussen het koninkrijk en de Joodse staat te bevorderen’, vervolgt Jerusalem Post.

    ‘Dit besluit opent de weg naar een meer geïntegreerde, stabiele en veilige regio in het Midden-Oosten’

    ‘Dit besluit opent de weg naar een meer geïntegreerde, stabiele en veilige regio in het Midden-Oosten, wat van essentieel belang is voor de veiligheid en de welvaart van de Verenigde Staten en het Amerikaanse volk, en voor de veiligheid en de welvaart van Israël,‘ aldus een woordvoerder van het Witte Huis.

    De aankondiging werd enkele uren voor de aankomst van Joe Biden in Riyadh bekendgemaakt. Arab News wijst er ook op dat prins Mohammed ben Salmane vanaf juni 2021 van zijn land een mondiaal vervoersknooppunt wil maken.

    Lees ook:

  • China laat grootste en meest geavanceerde vliegdekschip te water

    China laat grootste en meest geavanceerde vliegdekschip te water

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » TikTok-account brengt openbare toiletten in New York in kaart

    » Sri Lankanen richten protestdorp op waar religies vreedzaam samenleven

    Fujian lanceert vliegtuigen met elektromagnetische katapulten

    China liet afgelopen vrijdag zijn grootste en meest geavanceerde vliegdekschip te water op een scheepswerf in Shanghai, meldt Nikkei Asian Review. De 80.000 ton zware Fujian, genoemd naar de zuidelijke kustprovincie tegenover Taiwan, is de eerste van drie Chinese vliegdekschepen die volledig in eigen land zijn ontworpen en gebouwd.

    De Fujian kan vliegtuigen lanceren met elektromagnetische katapulten, een technologie die ook gebruikt wordt in de Verenigde Staten. ‘Hoewel het nog jaren zal duren voor de Fuijan echt operationeel wordt, is de tewaterlating baanbrekend en een symbool van de groeiende macht van het land,’ aldus analisten van het Center for Strategic en International Studies, een denktank in Washington. Het oorlogsschip weerspiegelt de ambitie van president Xi Jinping om de militaire macht volledig gemoderniseerd te hebben tegen 2035.

    De tewaterlating van het vliegdekschip vindt plaats op een moment dat de aandacht van de VS en haar bondgenoten steeds meer gericht raken op Azië, en dan met name Taiwan en de Zuid-Chinese Zee, waar de territoriale aanspraken van Beijing botsen met die van de Zuidoost-Aziatische staten.

    Lees ook:

  • Duitsland maakt openbaar vervoer deze zomer vrijwel gratis als steunmaatregel

    Duitsland maakt openbaar vervoer deze zomer vrijwel gratis als steunmaatregel

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » TikTok gaat betaalde abonnementen lanceren om makers te compenseren

    » China feliciteert nieuwe premier Australië: einde aan twee jaar diplomatieke stilte

    Duitsland voert OV-maandabonnement in voor 9 euro

    Nu de energieprijzen de pan uit rijzen, heeft het Duitse parlement heeft een plan goedgekeurd dat de reiskosten in het land in de komende drie maanden zal verlagen, aldus Deutsche Welle. Het parlement heeft afgelopen vrijdag zijn handtekening gezet onder een plan voor een maandabonnement van 9 euro, dat vanaf 1 juni voor drie maanden zal lopen. Dit omvat het openbaar vervoer in heel Duitsland met alle vormen van stads- en streekvervoer. Ter vergelijking: de 27 euro die reizigers betalen voor het ticket over de periode van negentig dagen is ongeveer half keer zo duur als het goedkoopste maandkaartje voor de binnenste zones van Berlijn, meldt de Duitse krant.

    Het ticket, ‘9 voor 90’ genaamd, is een reactie op de Russische invasie in Oekraïne, die heeft bijgedragen aan de stijging van de toch al hoge energieprijzen. Het ticket maakt deel uit van een groter pakket financiële steunmaatregelen en moet het benzineverbruik verminderen en klimaatneutraal reizen met het openbaar vervoer bevorderen.

    Het wetsvoorstel van de federale regering voorziet in 2,5 miljard euro om het programma te financieren.

    Lees ook:

  • Israël valt Gaza aan als reactie op raketbeschietingen

    Israël valt Gaza aan als reactie op raketbeschietingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zuid-Afrika roept verwoestende overstromingen uit tot nationale ramp

    » Olietanker zinkt voor de kust van Tunesië – milieuramp vooralsnog afgewend

    Israëlische luchtmacht vernietigt wapenopslagplaats Hamas

    De Israëlische luchtmacht heeft maandag het zuiden van Gaza aangevallen als reactie op een raket die eerder op de dag vanuit de Palestijnse enclave was afgevuurd, meldde een legeraanvoerder aan de krant Haaretz. Het Israëlische leger verklaarde dat de straaljagers een wapenopslagplaats van Hamas hadden vernietigd. Hamas reageerde met luchtafweergeschut, maar is er niet in geslaagd de Israëlische straaljagers te raken. Er werden geen gewonden gemeld.

    ’Hamas, een militante groep die actief is in de Gazastrook, en de Islamitische Jihad [een andere groep] hebben onlangs gedreigd Israël aan te vallen na het opvoeren van de spanningen in Jeruzalem, met inbegrip van de inval van Israëlische politieagenten in de Al-Aqsamoskee’, schreef de Israëlische krant. Ook merkte de krant op dat ‘geen enkele groep de verantwoordelijkheid voor de raketbeschietingen heeft genomen’.

    Lees ook:

  • Peru: Noodtoestand afgekondigd op snelwegen vanwege truckersprotest

    Peru: Noodtoestand afgekondigd op snelwegen vanwege truckersprotest

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee derde van de Britse jongeren mist lockdowns» 

    » Malinese leger en vermoedelijke Russische huurlingen doden 300 burgers in Mali

    Chauffeurs en boeren protesteren tegen brandstofprijzen

    De Peruaanse regering heeft donderdag de noodtoestand afgekondigd voor alle snelwegen, als reactie op een opstand van vrachtwagenchauffeurs en landarbeiders die een aantal wegen in het land blokkeren uit protest tegen de stijgende brandstofprijzen. Het decreet bepaalt dat de politie in staat zal zijn ‘met steun van de strijdkrachten de controle en de orde te handhaven‘, aldus de radio RPP.

    Het besluit komt na de dood van een demonstrant. Tijdens botsingen met de politie afgelopen woensdag met de politie bij een wegversperring in Ica, in het zuiden van het land, viel er één dode en raakte er vijftien mensen gewond.

    Lees ook:

  • ‘Toeristen zijn als roofkevers die alle mooie plekjes aanvreten.’ Is er een oplossing voor overtoerisme?

    ‘Toeristen zijn als roofkevers die alle mooie plekjes aanvreten.’ Is er een oplossing voor overtoerisme?

    Voor het eerst ziet de reisindustrie zich geconfronteerd met een groep waarvoor ze tot nog toe geen aandacht heeft gehad: de oorspronkelijke bewoners, die meer dan ooit klagen dat ze hun stad niet meer terug kennen. Eindelijk worden er maatregelen genomen om de aantallen toeristen in te perken.

    Keuze uit het archief

    Hoewel de klimaatverandering de nodige invloed zal hebben op het toerisme, dat zich bijvoorbeeld steeds vaker naar het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen zal verplaatsen, zullen de meesten zich er niet van laten weerhouden te reizen. De velen die afhankelijk zijn van de toeristenindustrie zijn daar blij mee, maar voor de meeste anders ‘locals’ geldt dit niet, zoals te lezen is in dit stuk uit 2018.

    Het duurt niet lang of de mevrouw van de hotelreceptie haalt de stadsplattegrond van Porto tevoorschijn. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘dit is de binnenstad met de Douro, daar is de haven en hier … (nu klinkt er trots door in haar stem)… de mooiste boekhandel ter wereld: Livraria Lello!’

    Dat klinkt fantastisch en het ziet er op de foto’s ook fantastisch uit. Een pand van twee verdiepingen in neogotische stijl. Veel donker hout, veel oude boeken, ornamenten en gekleurd glas, en een monumentale trap in het midden. De boekhandel, geopend in 1906, is een kathedraal vol boeken, 
een droom voor leergierigen uit de hele wereld. Een plek met een magische aantrekkingskracht. Op reis wil je toch op zoek naar schoonheid, die eerder in het verleden dan in het heden te vinden is. Misschien wil je zelfs ook een boek kopen, vakantielectuur voor ’s avonds aan de Atlantische Oceaan. J.K. Rowling zou vaak in de Livraria zijn geweest toen ze begin jaren negentig in Porto woonde, waar ze Engels doceerde en ook Harry Potter bedacht.

    Porto is geen grote stad, telt maar iets meer dan 200.000 inwoners en de binnenstad is compact. Het eerste dat er van Livraria Lello te zien is, zijn de lange rijen mensen voor de deur. Jonge Japanse meisjes, Scandinavische backpackers, gezinnen uit Frankrijk, stelletjes uit China, Amerikanen en ook Duitsers. Uiteraard.

    Roofkever

    Een imposante portier bewaakt de 
toegang. Alleen zij die in de winkel ernaast voor 5 euro een voucher hebben gekocht, met daarop een portret van Fernando Pessoa, de beroemdste Portugese dichter, mogen naar binnen. Ook voor die winkel staat 
een rij, tussen afzetbanden als bij de incheckbalie op een luchthaven. Het publiek schuifelt er langs rekken met souvenirs, ansichtkaarten en sleutelhangers, het gebruikelijke assortiment.

    De boekhandel zelf is in werkelijkheid al even mooi als op de foto’s. Ook al is het eigenlijk helemaal geen boekhandel meer. Nauwelijks iemand bladert en snuffelt er in de boeken, iedereen heeft de smartphone in de hand om foto’s te maken. Foto’s die er net zo 
uitzien als de meer dan zevenduizend plaatjes die al op TripAdvisor zijn gezet, de grootste toeristensite ter wereld, die de Livraria als een van de topbezienswaardigheden van de stad opvoert.

    Vier jaar geleden nog dreigde Livraria Lello failliet te gaan, zoals dat eigenlijk voor het hele land gold na de financiële crisis. De boekhandel werd toen al goed bezocht, maar boeken werden steeds minder verkocht. Iemand opperde op een dag om dan maar gewoon 5 euro entree te gaan heffen. Dat klonk idioot, maar inmiddels komen er gemiddeld vierduizend mensen per dag binnen, en in de zomermaanden zelfs vijfduizend. In 2017 bedroeg het totale aantal bezoekers van Livraria Lello 1,2 miljoen en beliep de omzet ruim 7 miljoen euro.

    Wie een boek wil kopen – want ook 
dat schijnt voor te komen – vindt hier de Portugese klassiekers in vertaling en natuurlijk ook Harry Potter. De 
voucher wordt op het aankoopbedrag in mindering gebracht. Livraria Lello zou model hebben gestaan voor Klieder & Vlek, de boekhandel waar Harry Potter zijn toverboeken koopt. Een museum, een decor, maar als plek met een magische aantrekkingskracht duidelijk ontsproten aan een rijke fantasie. En een symbool voor het moderne toerisme dat als een roofkever alle mooie plekjes aanvreet. Maar voor de inwoners van Porto staat de boekhandel symbool voor de opleving van een land dat een paar jaar geleden nog tot de crisisgebieden van Europa behoorde.

    Wanneer zou er eigenlijk voor 
het laatst een inwoner van Porto in de Livraria zijn geweest? En moest die ook in de rij staan en 5 euro betalen?

    Dat herstel heeft Portugal mede te danken aan het toerisme, dat met dubbele cijfers groeit, ook in het vroegere arme noorden rond Porto. Ryanair en EasyJet vliegen al jaren op de stad, die allang is uitgegroeid tot nieuwe hotspot van het stedentoerisme. Afgelopen jaar kwamen er ongeveer 2,5 miljoen buitenlandse toeristen naar 
deze streek, van wie een op de twee 
een bezoek bracht aan Livraria Lello. 
Porto is nog niet zo ver als Barcelona 
of Amsterdam, steden waarvan de bewoners zich inmiddels teweerstellen tegen de toeristen die de stad overnemen, maar er is allang een Porto van 
de toeristen en een Porto van de bewoners. Wanneer zou er eigenlijk voor 
het laatst een inwoner van Porto in de Livraria zijn geweest? En moest die ook in de rij staan en 5 euro betalen?

    Er zijn tijden geweest dat de reusachtige toeristenhotels nabij de stranden van Benidorm, El Arenal op Mallorca en aan de Adriatische kust in Italië symbool stonden voor de lelijkheid van het moderne massatoerisme. Achteraf beschouwd waren dat rustige tijden. Benidorm en El Arenal zijn steden ‘uit de reageerbuis’, gebouwd zodat Europa in de zomermaanden aan het strand kon liggen. Kunstmatige reservaten, niet mooi, maar doelmatig, toeristenfabrieken die men vroeg of laat ook weer had kunnen ontmantelen.

    Tegenwoordig zijn die reservaten niet meer toereikend. Handdoek aan handdoek verdringen zich de zonaanbidders op de stranden van Zuid-Europa. De kleine baaien van Mallorca zouden vanwege overbezetting eigenlijk 
gesloten moeten worden. Ook aan de Noord- en Oostzee, op Sylt, op Rügen, zijn hotels en pensions volgeboekt.

    Toch maken strandgangers nog 
maar nauwelijks de helft uit van het moderne toerisme in Europa – de andere helft wordt gevormd door cruisevaarders en stedentrippers. Al lange tijd wordt het beeld in de mooie, bijzondere steden van Europa meer door toeristen bepaald dan door de 
oorspronkelijke bewoners. Steden 
veranderen in musea en amusementsparken, ontwikkelen speciale zones voor toeristen, waar de stedelingen niet wonen maar alleen werken. In de traditionele restaurants zitten toeristen, die geringschattend toekijken hoe andere toeristen wachten tot er iets gaat gebeuren. Staren is er de belangrijkste bezigheid en gezelligheid is 
ver te zoeken. Het is als een overval. 
Ze komen, ze blijven maar even en dan zijn ze weer weg – maar ze doen in tussentijd alsof de stad die ze bezoeken van hen is.

    © Nan Palmero
    © Nan Palmero

    Reizen is van luxe tot gemeengoed geworden, het snel stijgende aanbod van goedkope reizen via internet heeft nieuwe klantenlagen aangeboord voor de toeristische sector: wie een paar dagen in Palma, in Barcelona of op het strand wil doorbrengen, vindt met een paar muisklikken een geschikte vlucht en onderdak. En vaak nog voor een spotprijs ook.

    De infrastructuur ter plaatse kan de toestroom van reizigers echter niet meer aan, zowel op de bestemmingen als in het land van herkomst. Op de Duitse luchthavens ontstonden er 
deze warme zomer soms chaotische toestanden. Mensen verdrongen zich zenuwachtig voor de beeldschermen met vluchtinformatie. Het aantal uitgevallen vluchten was in het eerste halfjaar met 146 procent gestegen, het aantal vertraagde vluchten met 31 procent. In München en Frankfurt kwam in een tijdsbestek van enkele dagen het hele vliegverkeer tot stilstand, omdat nog niet gecontroleerde passagiers door een veiligheidssluis waren gelopen.

    Overbelaste infrastructuur, overvolle steden en stranden: de reisbranche lijkt aan het eigen succes ten onder 
te gaan. Naar schatting 670 miljoen mensen waren afgelopen jaar in Europa op pad. Alleen al in deze zomermaanden reisden er waarschijnlijk bijna 200 miljoen toeristen over het continent. Niet alleen Europeanen die elkaars landen verkennen, maar ook 
de winnaars van de globalisering en vertegenwoordigers van de nieuw ontstane middenklassen in Rusland, het Verre Oosten en de Arabische landen zorgen voor de groei van het mondiale toerisme.

    En voor groeiende problemen, want de sterke toename kent ook verliezers. En die komen steeds vaker in verzet, zoals onlangs de piloten van Ryanair, wier werkgever dankzij hun slechte arbeidsomstandigheden en lage lonen een prijsvechtersstrategie kan voeren.

    Verliezers, dat voelen zich vooral ook de inwoners van de steden en regio’s die de stroom van bezoekers nog maar nauwelijks aan kunnen. Mensen die uit hun woning worden verdrongen, omdat het voor de eigenaar veel lucratiever is om die ruimte per dag of per week aan toeristen te verhuren. Mensen die zich in overvolle vervoermiddelen moeten persen, omdat toeristen bezit hebben genomen van bussen en treinen. Mensen die zich niet meer thuis voelen in hun wijk, omdat ze in hun vertrouwde cafés en restaurants tot een minderheid behoren. Áls ze daar al een plekje kunnen vinden – en zich de stijgende prijzen nog kunnen veroorloven.

    Private winsten en maatschappelijke verliezen

    De toeristenindustrie ziet zich plotseling geconfronteerd met een groep waarvoor ze tot nog toe geen aandacht heeft gehad. Ze had steeds oog voor 
de gasten en was de gastgevers simpelweg vergeten. ‘Het toerisme is een fenomeen met veel private winsten en veel maatschappelijke verliezen,’ zegt Christian Laesser, hoogleraar toerisme aan de universiteit van het Zwitserse Sankt Gallen.

    De winsten komen vaak ten gunste 
van enkelen, de verhuurders en hoteleigenaren; slechts een gering deel 
gaat naar de vaak slechtbetaalde werknemers in de reissector. De grote rest wordt opgescheept met alleen het lawaai, de rommel, de hoge huren en het gevoel een vreemde in eigen land te zijn, een figurant in een soort Disney World voor toeristen.

    Dat gevoel is op veel plekken omgeslagen in openlijke vijandigheid: ‘Tourists go home’, spuiten activisten in veel toeristenbolwerken op de muren, en 
op Mallorca hebben ze een ‘summer of action’ uitgeroepen, met protestacties op de luchthaven en in hotels. In Palma worden toeristen met paardenvijgen bekogeld, in Barcelona worden ze van hun fiets geduwd en in cafés lastiggevallen, in Venetië hebben zelfbenoemde piraten de toegang tot cruiseschepen geblokkeerd.

    De reisindustrie heeft inmiddels ingezien dat het eigen succes het fundament van het businessmodel steeds meer aan het uithollen is. ‘Overtoerisme’ is de leus die momenteel de 
congressen van de branche beheerst. Besproken wordt hoe de toeristenstromen zodanig kunnen worden gespreid dat ze niet meer als een bedreiging worden ervaren.

    Maar hoe doe je dat als tegelijkertijd het aantal toeristen blijft toenemen? 
In de opkomende landen in Azië treden jaar in jaar uit miljoenen mensen toe tot de nieuwe middenklasse. Zij kunnen het zich plotseling veroorloven om verre reizen te maken. En dat doen ze dan ook. Volgens schattingen van 
de branche zal het aantal toeristen 
tot 2030 wereldwijd toenemen met 500 miljoen, van wie de helft Chinezen. Velen van hen zullen ook Europa en de bezienswaardigheden daar bezoeken.

    Toerisme is op dit moment waarschijnlijk de belangrijkste bedrijfstak ter wereld, veel groter dan de olie-industrie en de automobielbranche. 
De omvang wordt geschat op circa 7000 miljard euro per jaar, 10 procent van het bruto mondiaal product. Bij 
dit enorme bedrag inbegrepen zijn behalve de directe omzetten ook die van aanverwante bedrijfstakken als het hotelwezen, het transportwezen met al zijn vliegtuigen, cruiseschepen en touringcars, en de souvenir- en de reisbureaubranche.

    ‘Massatoerisme is een fenomeen van onze postmaterialistische maatschappij. Bezit is niet meer het belangrijkst, we willen worden vermaakt’

    In vakantieland Spanje draagt de reisindustrie zelfs 14,9 procent bij aan het bruto binnenlands product. In veel landen is het aantal bezoekers groter dan het aantal inwoners, zoals in Griekenland, Portugal, Spanje, Frankrijk 
en Tsjechië. Dat creëert banen en een bescheiden welvaart, maar maakt ook afhankelijk – en dat is gevaarlijk zodra reizigers wegblijven, zoals de afgelopen jaren het geval was in Turkije en Egypte. Beide landen zien evenwel geleidelijk aan een terugkeer van de toeristen, omdat dat grotendeels vergeetachtige wezens zijn die gevaren als terreuraanslagen verdringen en schendingen van mensenrechten negeren – als het weer maar goed is 
en de prijs laag.

    Goedkoop moet het zijn en goedkoop is reizen geworden, vooral dankzij de digitalisering. Reisportals als Expedia, Trivago en Booking.com hebben de gevestigde reisbureaus gemarginaliseerd en bedreigen ook concerns als TUI en Thomas Cook, die tot nog toe de markt beheersten. Doorlopend bieden ze vluchten en overnachtingen tegen bodemprijzen.

    Anders dan de vakantieaanbieders uit het catalogustijdperk runnen de digitale concurrenten geen eigen hotels 
en hebben ze geen vliegtuigen, cruiseschepen en reisbureaus, maar verdienen ze alleen aan de bemiddeling bij diensten van anderen. Ze kunnen via hun platforms prijzen nagenoeg ‘realtime’ bijsturen en optimaliseren doorlopend hun algoritmen om winst te genereren. Doelgericht verzamelen ze gegevens over de voorkeuren van klanten, en inmiddels krijgen ze het zelfs voor elkaar om op het optimale moment op maat gesneden aanbiedingen te sturen.

    Reizen is dankzij de goedkope vliegtickets een soort allemansrecht geworden, zoals goedkope T-shirts en winkelen bij een discounter. Een weekendje Berlijn of Barcelona was opeens een alternatief voor een uitstapje in eigen land, met dramatische gevolgen voor de verschillende bestemmingen. 
Barcelona heeft zich bijvoorbeeld ontwikkeld van geheimtip tot massabestemming; het marktaandeel van de prijsvechters is daar bijna 70 procent. Op de luchthaven Berlijn-Schönefeld zijn die goed voor bijna 90 procent van de vliegbewegingen. Alleen al in de voorbije tien jaar is het aantal vertrekkende passagiers daar verdubbeld, van circa 6 naar bijna 13 miljoen.

    De Duitse hoofdstad is een favoriete bestemming in Europa geworden en moet alleen nog Londen en Parijs voor laten gaan in populariteit. ’s Avonds en in het weekeinde trekken honderden op feest beluste jongeren uit heel Europa door het stadsdeel Mitte. Ze laten meestal niet veel geld achter in de stad, maar wel een hoop afval en lege bierflessen.

    Jarenlang zag het ernaar uit dat het traditionele overstap- en het prijsvechtersverkeer onverminderd naast elkaar verder konden groeien. Maar deze zomer loopt dit model voor het eerst tegen grenzen aan. Geannuleerde vluchten, vertragingen en omboekingen zijn aan de orde van de dag. Volgens berekeningen van de wereldluchtvaartorganisatie IATA zijn de vertragingen in het luchtverkeer boven Europa alleen al in het eerste halfjaar van 2018 toegenomen met 133 procent. Sommige luchthavens, zoals Frankfurt, Düsseldorf en Berlijn, verzoeken de reizigers inmiddels dringend om drie uur voor vertrek op de luchthaven aanwezig te zijn om de mensenmassa te kunnen verwerken.

    Dat reizen een bezigheid vol stress is geworden, ergert de toeristen, maar het schrikt ze niet af. Paolo Giuntarelli, socioloog, weet ook waarom: ‘Massatoerisme is een fenomeen van onze postmaterialistische maatschappij. Bezit is niet meer het belangrijkst, we willen worden vermaakt.’ Giuntarelli 
is manager van het verkeersbureau van de Italiaanse regio Lazio. Zijn kantoor bevindt zich in Rome. Hij houdt daar tamelijk eenzaam de wacht, want veel Romeinen zijn deze weken naar het platteland getrokken omdat het hun in de stad te warm werd.

    Maar de bezoekers van Rome laten zich niet afschrikken door de temperatuur.

    Venetianen verzamelen zich op bootjes bij de Rialtobrug als protest tegen het groeiende aantal cruiseschepen in de stad. – © Getty
    Venetianen verzamelen zich op bootjes bij de Rialtobrug als protest tegen het groeiende aantal cruiseschepen in de stad. – © Getty

    Er zijn weken dat Rome compleet onder de voet wordt gelopen. Zoals eind juli, toen 60.000 misdienaars 
uit heel Europa de stad binnentrokken, van wie 50.000 uit Duitsland. Het motto van hun pelgrimsreis was: ‘Zoek de vrede en jaag haar na!’ Maar wat ze vooral najoegen, waren de bezienswaardigheden.

    Op dinsdagavond waren de altaarjongens bij de paus. Toen tegen achten de audiëntie ten einde liep, was het Sint-Pietersplein bezaaid met plastic flesjes, A4-tjes met liedteksten, lege Haribozakjes en bananenschillen. Hetzelfde gold voor het aangrenzende Piazza Papa Pio XII. De vuilniszakken in de houders langs de straat puilden allang uit, of waren gescheurd. Ook vrome mensen produceren afval.

    Rome: dat zijn lange avonden op de piazza’s, met pasta, rode wijn en vrolijke liedjes. Later op de avond moeten de toeristen het inmiddels doen zonder wijn en bier, want sinds 2017 mag er 
in Rome na tienen buiten geen alcohol meer worden gedronken. Het verbod, uitgevaardigd door burgemeester 
Virginia Raggi, is van juli tot oktober van kracht.

    In 2017 schuifelden 14,7 miljoen bezoekers door de straatjes van Rome, oftewel een op de vier bezoekers van Italië. Wie in de stad overnacht, blijft gemiddeld tweeënhalve dag, en dat is vergelijkbaar met andere Europese metropolen.

    Lazio

    In Frascati, Tivoli of andere steden in de regio Lazio raken de bezoekers maar zelden verzeild. Giuntarelli zou de toeristenstroom graag willen laten afbuigen, de regio in, naar een van de kleinere plaatsen. Daar zouden ze kennis kunnen maken met de Italiaanse manier van leven, ‘goed eten, goede wijn’. Of het Franciscuspad kunnen lopen dat door Lazio voert.

    In krantenadvertenties en radiospots prijst Giuntarelli Lazio aan, op vakantiebeurzen deelt hij folders uit. Een daarvan presenteert Lazio als trouwlocatie, een andere maakt reclame voor de warmwaterbaden van de regio. Ook als golfbestemming wil Giuntarelli de regio groot maken – ‘we werken eraan’.

    Omdat Lazio niet alleen staat met zijn problemen, heeft de regio zich aangesloten bij NecsTour, een netwerk van 
37 Europese regio’s die zich verplichten tot duurzaam toerisme, een vorm van reizen die vakantiegangers en economie gelukkig maakt zonder schadelijk te zijn voor het milieu. Dus ongeveer het tegenovergestelde van cruises. 
‘Dat is niet het toerisme dat we willen stimuleren,’ zegt Giuntarelli.

    De reusachtige schepen stoten massaal smerigheid uit en leveren de regionale handel en horeca nauwelijks iets op. 
De passagiers zijn maar een paar uurtjes in de stad, overnachten aan boord en nemen bij het passagieren vaak zelf proviand mee. Ze laten nauwelijks geld achter, maar wel veel afval. ‘Cruisetoerisme is alleen goed voor de aanbieders van cruises,’ zegt Giuntarelli met een laatdunkend glimlachje.

    In het Kroatische Dubrovnik geven cruisepassagiers gemiddeld slechts 24 euro per dag uit, andere gasten daarentegen ongeveer 160 euro. De stad heeft bijzonder te lijden onder 
de toestroom van toeristen. Sinds de schilderachtige binnenstad het decor was van de serie Game of Thrones, zijn 
de bezoekersaantallen exponentieel gestegen. Maar daarvan komen er 
jaarlijks 800.000 met de boot.

    Het aantal bezoekers van Dubrovnik moet worden teruggedrongen naar achtduizend per dag

    Dubrovnik heeft 42.000 inwoners, die het liefst thuisblijven als de cruiseschepen binnenvaren. Niet alleen de inwoners hebben te lijden, maar ook het middeleeuwse centrum van de stad, en daarom moet het aantal bezoekers worden teruggedrongen naar achtduizend per dag. Anders, zo heeft Unesco gedreigd, raakt de stad zijn status als cultureel werelderfgoed kwijt.

    ‘Er is een herbezinning gaande – weg van het eenzijdige groeidenken dat het toerismebeleid in de meeste steden tot nog toe heeft gekenmerkt,’ zegt planoloog Johannes Novy, die op dit moment aan de Universiteit van Westminster in Londen onderzoek doet naar stadsontwikkeling en toerisme. ‘Te lang ging het alleen maar om de vraag: hoe krijgen we meer toeristen in de stad? Andere doelen werden niet besproken, en ook niet hoe je negatieve gevolgen zou kunnen tegengaan.’ Niet altijd is het toerisme als zodanig overigens het probleem, zegt Novy, soms zijn het bepaalde verschijningsvormen ervan, ‘zoals het in veel steden om zich heen grijpende partytoerisme, of de lange tijd ongebreidelde stijging van het aanbod van vakantiewoningen’.

    Steeds vaker doen de verantwoordelijken hun best om de ‘groeipijnen’ van het toenemende aantal reizigers te bestrijden: ze willen de stroom van toeristen laten afbuigen, zoals in Rome, of zelfs aan banden leggen, zoals in Dubrovnik. Barcelona geeft geen toestemming meer voor nieuwe hotels, Parijs heeft Airbnb en andere woningbemiddelaars sterk gereguleerd, Palma de Mallorca heeft de 
verhuur van vakantiewoningen via 
dat platform zelfs helemaal verboden. Maar er is geen stad die zo rigoureus optreedt tegen het overtoerisme als Amsterdam.

    En toch zijn ze er nog, de plaatsen en regio’s waar toeristen welkom zijn die elders niet meer zo graag gezien zijn en waar niemand zich opwindt over langdurige party’s en zuiprituelen. Daniel Stefanov staat op een podium, ingeklemd tussen de weg en het strand, en kijkt hoe de menigte in 
het schuim verdwijnt. Er staan twee sneeuwkanonnen op de dansvloer van Megapark Dolphin, een reusachtig 
partycomplex dat Stefanov samen 
met zakenpartners is begonnen in het Bulgaarse Zlatni Pjasatsi (Goudstrand), een vakantieoord aan de Zwarte Zee. Uit het ene kanon daalt het schuim 
als vlokken taartdeeg op de feestende vakantiegangers neer, uit het andere regent het fijne wolkjes zeepsop. De menigte juicht en staat tot kniehoogte in het schuim. Daniel Stefanov is weer een stuk dichter bij zijn doel gekomen om van Goudstrand een vaste bestemming van Duitse feesttoeristen te maken, als alternatief voor El Arenal 
en Playa de Palma.

    Zon, strand en zuipen

    Vijftien jaar geleden openden Stefanov en zijn 44-jarige partner Sava Daritkov in Zlatni Pjasatsi de openluchtdiscotheek Megapark Dolphin, een zwemparadijs met aangrenzende dansvloer. Acht jaar geleden kwam daar de Partystadl bij, waar schlagers worden gedraaid en een halve liter bier omgerekend 2 euro kost.

    Stefanov en Daritkov hebben veel geïnvesteerd in hun droom. Ze importeerden witbier uit Duitsland, huurden zangers in die anders in de Bierkönig en de Oberbayern op Mallorca optraden en gingen schuimparty’s organiseren. Sindsdien krijg je hier op dinsdag en zaterdag voor 20 euro entree een uur lang cocktails naar keuze en schuim uit het kanon.

    De eigenaren draaien het beste seizoen ooit. Allereerst kwamen aan het begin van de zomer de eindexamenkandidaten uit Duitsland, vervolgens de voetbalverenigingen en kegelclubs, en daarna de vrouwen, maar vooral mannen van begin tot midden twintig, die naar eigen zeggen voor vakantiegeluk maar drie dingen nodig hebben: ‘zon, strand en zuipen’. Het seizoen zou weleens tot eind september kunnen doorgaan, denkt Daritkov. En er is nog iets wat hij per se kwijt wil: ‘Wij zijn blij met onze gasten.’

    Het is een zinnetje dat een nieuwe betekenis heeft gekregen sinds de 
‘Ballermann’ [strandbar Balneario 6 
op Mallorca] niet meer zo goed uit de voeten kan met de feestende massa’s. Mallorca wil geen feesteiland meer zijn en heeft de nachtelijke zuippartijen en seks op het strand verboden. Goudstrand, zo luidt de boodschap, is niet alleen de goedkopere, maar ook de ‘betere Ballermann’.

    Niklas, Marvin en Marcel staan aan 
de bar in Megapark Dolphin met in 
de hand een glas vodka peach en een felgroen shirt aan met het motto van hun trip van vorig jaar: ‘Malle 2017. Einer für alle. Alle für Malle’. Daar [Mallorca] zijn ze met zo’n tien vrienden geweest. De nieuwe verordeningen op het eiland zijn een van de redenen dat ze deze zomer naar Bulgarije zijn gegaan, zegt de 24-jarige vrachtwagenmonteur Niklas. In El Arenal hebben ze gezien hoe de Spaanse politie met drie auto’s kwam aanscheuren toen er ondanks het verbod een emmer sangria op het strand verzeild was geraakt. Dat vonden ze wel een beetje overdreven.

    Op Goudstrand is dat anders. Omwonenden zouden hun beklag kunnen doen over de drukte. Maar omwonenden zijn er hier niet.

    Dit dossier werd samengesteld door Der Spiegel -redacteuren Dinah Deckstein, Lothar Gorris, Sebastian Hammelehle, Nils Klawitter, Alexander Kühn, Armin Mahler, Martin U. Müller, Ann-Kathrin Nezik, Raniah Salloum en Robin Wille.


  • Cubaanse oldtimer kost een fortuin

    Cubaanse oldtimer kost een fortuin

    We associëren de indrukwekkende oldtimers in het Cubaanse straatbeeld graag met allure, stijl en vakmanschap. 
Maar de zogenaamde ‘almendrones’ zijn duur, bewerkelijk en nieuwe onderdelen zijn ver te zoeken.

    Ze lijken thuis te horen in een Hollywoodfilm uit de jaren vijftig, maar ze zijn lawaaiig en smerig en roepen vaak de woorden van Galileo in gedachten: ‘En toch beweegt ze.’ De almendrones, auto’s van voor 1959 waar het in de straten van Havanna van wemelt, hebben hun oorspronkelijk carrosserie behouden maar het mechaniek is bijna altijd modern. Zo kan het gebeuren dat een Ford uit 1954 een motor heeft van een Hyundai-busje, een versnellingsbak van een Mitsubishi, een differentieel van een Toyota, een stuurinrichting van een Suzuki Vitara, een dashboard van een Peugeot, remblokken van een Moskovic uit de Sovjet-tijd, een rempomp van een Mercedes Benz en chassis, buitenspiegels en radiatorgril van het oorspronkelijke merk.

    Met al die kuilen in het wegdek van Havanna heeft zo’n allegaartje tot gevolg dat de stuurbekrachtiging na drie maanden kapot is en de handrem niet goed werkt. Doordat de wetten van de natuurkunde en de techniek met voeten zijn getreden, past het gewicht van de auto niet bij het remsysteem. Het lijkt erop dat dit het euvel is bij vrijwel alle oude auto’s die in de Cubaanse hoofdstad rijden. De oldtimers gaan van hand tot hand. De meeste Cubanen die in een vintage auto rijden, hebben die op de kop getikt met financiële hulp van familie in het buitenland. Op de vrije markt liggen 
de prijzen boven de negenduizend euro. De boteros, taxi’s met een vast tarief tussen de 10 en 20 euro, hebben vaste routes van het stadscentrum naar diverse punten in de periferie.

    Keuring

    Voor je in zo’n Amerikaanse bak mag rijden, moet hij worden onderworpen aan een keuring bij de Empresa de Revisión Técnica Automotor, in de volksmond ‘somatón’ (dreun). En of het nu is omdat ze altijd wel een technisch mankement hebben of simpelweg omdat ze oud zijn, voor het ‘verkrijgen’ van het fiat moet tussen de 20 en 40 euro worden betaald.


    Maykel Perdomo is 32 en rijdt in een Plymouth uit ’54. ‘Zulke controles zijn begrijpelijk en nodig,’ zegt hij, nadat hij de reggaeton uit de versterker boven de achterbank zachter heeft gedraaid. ‘Iets anders is de corruptie en de hoge eisen, terwijl er geen echte markt is waar je reserveonderdelen kunt kopen.’

    Cubanen mochten tot twee jaar geleden alleen auto's  kopen en verkopen die in het tijdperk voor de revolutie waren gemaakt. Sindsdien is het toegestaan ook nieuwe en tweedehands auto's aan te schaffen, op voorwaarde dat dit gebeurt via door de overheid ge
    Cubanen mochten tot twee jaar geleden alleen auto’s kopen en verkopen die in het tijdperk voor de revolutie waren gemaakt. Sindsdien is het toegestaan ook nieuwe en tweedehands auto’s aan te schaffen, op voorwaarde dat dit gebeurt via door de overheid ge

    Onderhoud en vervanging van onderdelen vindt helemaal plaats op de vrije markt. De staatswinkels hebben geen goed aanbod van reserveonderdelen en om eraan te komen moet je een voet tussen deur hebben bij staatsbedrijven als Rent a Car, waar een deel onderhands wordt verkocht. ‘De lui bij Rent a Car kunnen niet van hun loon leven. Ze drukken zoveel mogelijk achterover en verkopen het dan. Daar vind je normaal gesproken onderdelen voor de huurauto’s voor toeristen,’ aldus Perdomo.


    Maar er zijn ook monteurs die in clandestiene garages hun best doen om genoemde antiquiteiten op te lappen. ‘Als een origineel onderdeel stukgaat moet het nieuw worden gemaakt, vervangen gaat niet. Je moet naar een monteur die het voor je kan doen. Dat kost bakken geld en vaak past het niet goed en moet je weer terug.’

    De autokeuring, heet in de volksmond ‘dreun’

    Sleutelen aan een Russische Lada in een garage in Havana.  
© Enrique De La Osa / Reuters
    Sleutelen aan een Russische Lada in een garage in Havana. 
© Enrique De La Osa / Reuters

    De wetten van natuurkunde en techniek zijn met voeten getreden, het gewicht van de auto past niet bij het remsysteem

    Met de brandstof is het al net zo. Het overgrote deel van de ouwe brikken 
die als huurauto fungeren hebben een nieuwe motor om op diesel te kunnen rijden. Ze worden door de staat aangeboden en kunnen 6500 euro kosten, maar garantie is er niet bij. Van een groothandel waar brandstof tegen een lagere prijs kan worden gekocht is evenmin sprake. Bij de 
benzinestations van de CUPET, ook 
van de staat, kost een liter een euro. 
De chauffeurs kopen liever bij vrachtwagenchauffeurs of buschauffeurs, 
die illegaal doorverkopen voor de helft van die prijs. ‘Als je bij de CUPET koopt, moet de prijs van je ritten omhoog.’ Als gevolg van al dat gesjacher is de balans tussen inkomsten en uitgaven in de administratie scheef. De chauffeurs kunnen moeilijk aangeven dat 
ze iets in het illegale circuit hebben gekocht, dus laten ze de plekken waar ze hun uitgaven zouden moeten opvoeren open. Perdomo: ‘Je krijgt op de zwarte markt nooit een bon én het is verboden. Begin je erover, dan beken je in feite een overtreding. Je bent wel gedwongen je inkomsten omlaag te schroeven door de onkosten die je niet kan opvoeren in mindering te brengen.’

    Bij de nationale belastingdienst (ONAT) wordt een schatting gemaakt van wat iedere vervoerder moet hebben verdiend. Bestaat het vermoeden dat een kleine zelfstandige met de gegevens heeft gesjoemeld, dan kunnen op basis van zo’n schatting torenhoge boetes worden opgelegd. ‘Het is je reinste 
willekeur, want er zijn genoeg dagen dat je niet kunt werken omdat de auto stuk is, of omdat je een persoonlijk 
probleem hebt, of gewoon omdat je 
een slechte dag hebt gehad. Dat je de ene dag 900 euro binnenhaalt, zegt niks over de andere werkdagen,’ verzucht Perdomo. De almendrón van Tomás Quintana, eveneens chauffeur, was vaker stuk dan dat hij het deed, wat niet betekende dat hij dan geen belasting betaalde. 
Op een dag zag hij in dat hij het niet langer bolwerkte en leverde zijn vergunning in. Na anderhalf jaar niet-werken als chauffeur in een huurauto, legde de ONAT hem een boete op van rond de 60.000 peso [bijna 2,5 duizend euro] omdat hij met zijn inkomsten zou hebben gesjoemeld. ‘Ze zeiden dat ze daar vijf jaar lang het recht toe hadden. Als je je vergunning inlevert, moet je al die jaren alle papieren bewaren van toen je wel werkte,’ zegt Quintana, die een advocaat in de arm heeft moeten nemen om onder de boete uit te komen; het proces loopt nog.

    En er is nog een ander probleem. 
Een kleine zelfstandige die meer dan 1800 euro per jaar verdient, komt in 
de hoogste belastingschijf en moet 
50 procent aan de staat afstaan. 
De chauffeurs ontvangen maandelijks nog drie aanslagen: een maandelijkse van 10 procent over de aangifte van hun inkomsten, een driemaandelijkse voor sociale zekerheid en een fixum. Dat laatste is door de gemeente op de Plaza de la Revolución tussen mei 2013 en maart 2014 verhoogd van 400 naar 730 euro. ‘Als je vraagt waarom dat fixum omhoog is gegaan, komt er 
geen logisch antwoord. Feit is dat wij, kleine zelfstandigen, ondanks die 
verhoging, geen verbetering bij de publieke diensten of de sociale zekerheid bespeuren. Ook is er nog geen spoor van een groothandel waar je onderdelen of brandstof kunt kopen, en de conditie van de wegen en het zicht op een investeringskrediet is 
nog even beroerd,’ aldus Quintana.

    9 euro en een short

    De chauffeurs moeten hun werkvergunning jaarlijks vernieuwen, wat ze per keer op 460 euro komt te staan. Daarbij komen nog de bedragen waar velen aan moeten geloven: die voor corrupte politiemannen. Maykel Perdomo herinnert zich dat hij eens werd aangehouden omdat hij te snel reed. Hij kon de boete afkopen voor 9 euro plus zijn short. ‘Als zij zich al zo gedragen, waar kunnen we dan nog heen? Je kunt naar een andere afdeling gaan, maar ze houden elkaar de hand boven het hoofd.’ Je almendrón binnen twee, drie jaar terugverdienen gaat niet, en dan is er ook nog eens het risico om alles kwijt te raken. ‘Stel je auto heeft 15.000 euro gekost en er knalt iemand tegen je aan; dan heb je een jaar lang belasting betaald, plus al die andere kosten, en de staatsverzekering kan niet alles dekken; dan ben je failliet,’ besluit Perdomo zijn relaas.

    Lilianne Ruiz

    Een kleine zelfstandige moet 50 procent aan de staat afstaan